VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3389

Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3389_0059 view scan ↗

English

107 From Macasser, 21 October 173 From Macasser, 21 October 172 Translation of a Buginese document delivered by the Queen of Tanette on 10 July 1772. The Queen of Tanette declared that she appeared expressly before the Governor to make known regarding and on account of the matters of which his Honour had previously already spoken with Her Highness, and since at that time Her Highness had not yet made any decision, she had therefore also been unable to give a positive answer, but now it appears that Heaven was so pleased, and Her Highness has also at the same time resolved thereto, to let her daughter, the widow Pamana, marry the Pongauwa, concerning which the Queen now performs the required duty of giving notice to the Governor, as well as that the words of Toenlipoe and his brother Aroe Pantjana are good. Furthermore, Her Highness very kindly requests that, although she might now be alienated from the King of Bonij, His Honour will not doubt Her Highness's affection and fidelity to the Honourable Company and to Your Honour, and even though the Honourable Company might reject Her Highness or cast her away, she will nevertheless cling and hold fast to the same with both her hands and feet; which statements Her Highness requests His Honour may be pleased to believe, for were she an animal, the Governor would be able to hold on to its rope with which it is tied fast. Indeed, the Governor General wished to see Magoesila marry the daughter of the King of Bonij, and at the same time the Queen further attested to her fidelity, that if she should in time perceive any displeasure from the King of Bonij toward the Honourable Company, she will at once in person give notice thereof to the Governor, and that Her Highness will never or ever have it in her mind to correspond with the Company's enemies. Furthermore, the Queen declares that to all that is set down here, she binds herself and considers it her duty always to comply with it in all sincerity. with Translation 109 Macasser, 21 October 172 From Macassa, 2 October 172 Translation of a Malay letter written by the Sultan of Bouten Kaymoesien together with his grandees of the realm, to the Governor and Council at Macasser, reading as follows. After the ordinary compliments and greeting, The King and grandees of Bouton hereby make known to the Governor and Council that two servants of the Company and one subject of His Highness of Bonij were killed here in the river, for the reason that when the cruising squadron arrived here to cruise before Bouton and its subordinate territories, those chiefs agreed with the sergeant and extirpator of the spice trees to demand their passes from all the vessels lying here in the river, just as the merchants, both Chinese and Buginese etc. who were provided with passes from Oedjong Pandang, immediately showed the same to the said chiefs; among others, there arrived a Buginese vessel from Panjoela (slaves of the King of Bonij) who had come from Mandoels, being laden with cotton according to yearly custom, such persons never having been asked for passes by the sergeant before; but the next morning, one of the cruising pajalangs came running into the river, whither the extirpator immediately proceeded with several armed military men and forcibly demanded the pass of the said prahu, to which its juragan replied, we have none, and where shall one obtain them, for indeed we have no Company trading post in the Bugis country, just as we also have no contraband goods of opium or textiles in our prahu. Hereupon the sergeant immediately began pillaging with the men he had with him, and others began slashing and shooting, whereby one of the Buginese who felt himself wounded drew his kris and therewith killed one of the extirpators and one of the sloop's crew, although it also cost the amok-runner his life; the remaining crew members

Dutch transcription

107 Van Macasser Den 21:' october 173 Van Macasser Den 21:' october 172 Translaat Bouginees geschrift door de koning „ginne van Tanette overgegeven den 10:' JIulij 1772. De Koninginne van Tanette betuijgde Expres bij den heer gouver„ „neur te verschijnen om bekend te maken over en van wegens de zaken die zijn Ed: agtb: bevorens reeds met haar hoogheid te heb„ „ben gespooken en dewijl te dier tijd bij haar hoogheid nog geen besluit was genomen dierhalven ook geen positive antwoord hebbe kunnen geeven maar nu schijnt het dat den hemel zulx behaagde en haar hoogheid ook teffens daar toe geresolveerd is, om desselfs dogter de wed„e Pamana met den Pongauwa te laten trouwen, over welke de koninginne thans aan den heer gouverneur de verEeijsch„ te pligt kennisse te geeven als ook dat de woonden van Toenlipoe b en zijn broeder Aroe Pantjana goed is. Wij den versoeke haar hoogheid zeer vriendelijk, dat /: schoon zij thans bij den koning van bonij es af zoude weesen:/ zijn Ed: Agtb: van haar hoogheids genege en getrouwigheid aan d' Ed: Comp: en op uwel Edele agtb: niet te willen twijfelen en al schoon d'E Comp: haar hooghed mogte verstoten of van zig weg te werpen zo zal zij dog met haere bij de handen en voeten aan den selven vasthouden en aankleven welke gesegdens versoeke haar hoogheid dat zijn Ed: agtb: des gelievende, daar aan gelooft te willen slaan, want was zij een gebierte zo zoude den heer gouverneur aan desselfs touw waar meede ze vast gemaakt word kunnen vasthouden. Den gouverneur Generaal heeft immers gaarne willen zien, dat Magoesila met de dogter van bonijs koning zoude trouwen en teffens de koninginne van haer getrouwigheid ver„ „der betuigde dat wanneer zij eenig ongenoegen van bonijs ko„ ning aan d'E Comp: in der tyd mogte toedragen, daar van zij ten eersten in persoon aan den heer Gouverneur kennisse te zullen geeven en dat haar hoogh: nooijt of toit in haar gedagte zal hebben om met 's Comp: vijanden te Correspondeeren. Voorts verklaard de koninginne dat de alle de hier ter neder gestelde zij zig daar aan verbinde en verpligt agte altoos met alle opregtheid na te komen. met Translaat 109 Macasser Den 21:' october 172 Van Macassa den 2:' cober 172 „ Translaat Maleijdse brief gescereven door den sulthan van bouten kaymoesien nevens desselfs rijxgrooten, Aan den heer gouverneur en raad te Macasser luijdende als volgt. Na de ordinaide Comptement en begroeting Zo maakt den koning en rijxgrooten van bouton aan den heer Gou„ verneur en raad bekend dat er twee s Comp: dienaren en een onderdaan van zijn hoogheid bonij alhier in de rivier om het lee„ ven gebragt zijn om reeden dat wanneer 't kruisvlootje alhier gekomen is om voor Bouton en dies onderhoorige te ritoiren te krussen, die hoofden met den zergeant en Eytirpateur der specerij boomen over een zijn gekomen om van alle de alhier in de revier leggende vaartuijgen hunne passen af te Eysschen gelyk ook de negotianten so Chineesen en boegineesen VE: die met passen van oedjong Pandang voorsien waaren deselve ten eersten aan gem: hoofden hebben verthoond, onder anderen quam er een boeginees vaartuig van Panjoela /:slaven van de koning van Bonij / die van mandoels gekomen wa„ „ren geladen zijnde met Cappas volgens Iaarlijxe usantie, zijnde de zulke nooijt bevoorens door den zeegeant passen afgevraagt maar 's anderen daags ogtend, quam en van de kruijtpatjal„ langs binnen in 't rivriea loopen daar den Extirpateur ter„ „stond zig met verscheijde gepapende militairen begaven en met geweld den pas van gem: prauw afvorderde, waar op dies anachoda ten antwoord had gediend wy hebben er geen, en waar zal men die van haalen want wy heb„ ben immers geen Comp. Comptoir in de boegis land, ge„ lijk w' ook geen verbooden wharen van amplioen of lijwa„ ten in onse prauwo hebben. Hier op den sergeant terstond met zijn sij hebbende manschappen aan het rampassen gegaan zijn en andere aan p het kappen en schieten waar door een van de boegineesen die zig gequest gevoelde zijne kriest bloot trok en daar meede een van de Exfirpateurs en een van de Chialoups volk om het leeven bragt hoe wel het den amok speel„ „der ook zijn leeven gekost heeft hebbende de resteerende ten Scheepelingen

NL-HaNA_1.04.02_3389_0061 view scan ↗

English

From Macassar the 21st October 1772 crew members took flight to the land without defending themselves further; after the end of this skirmish the pantjallang sailed outside again. The king and nobles of the realm attest this occurrence to be the truth, of which the Boutonese as well as the merchants have been eye-witnesses. Hereupon the sergeant sent the Boutonese interpreter to the king to make known what had happened, also to request that if possible he might have all these crew members captured or else killed, as well as to have the remaining goods that were still to be found in the prahu fetched. The king, wondering exceedingly about this matter, and having immediately assembled his councillors of the realm, the same declared that for many years past never has such an occurrence happened on the land of Bouton, and that one should give cause for the destruction of the Company's people and to murder merchants in the river of Bouton without them engaging in any forbidden trade, and this without the knowledge of Bouton or Boni, for according to our memories no one is permitted to use hostilities against the merchants here before the king is given notice thereof, and when they then agree to approve such, the Boutonese interpreter is sent in order to demand the passes from the merchants and at the same time to inspect their vessels in order to prevent all misfortunes such as they have now had to suffer, for which the land of Bouton will once again have to bear the burden. After the course of a few days, the heads of the cruisers, alongside the sergeant and extirpator of the spice trees, were with the king to repeat their former request, but this was refused by the king and nobles of the realm, because those people and goods were of the king of Boni, and because they were not in our power to be able to surrender them; but on the contrary, we deemed it proper to demand the plundered goods from the sergeant, and to cause the same to be delivered back to the king of Boni, who can then also speak and negotiate about it with the Company as he sees fit; so that the king and nobles of the realm have also caused the confiscated goods to be claimed from the sergeant, consisting of: 24 thail of gold minus 2 1/2 boontje, which the sergeant denied, saying he had no more in his possession than: 3 boontjes of gold, 7 pieces of flintlocks of various sorts, 2 empty small chests and several other goods, specie, clothing, ammunition, etc. The gold, he the sergeant said, he would retain completely in his possession in order to be able to deliver it himself to the Honorable Company at Macassar. Furthermore, concerning the crew members of the plundered vessel, they have all departed back to their land without the prior knowledge of the king, and their goods, so far as the king of Boni found them, he now sends over to the king of Boni into the hands of my envoys Pangalassang Balouoe, alongside an interpreter and their retinue, by the vessel with which the envoys cross over to the governor, the king and nobles of the realm having no doubt that the governor will be pleased to accept all this as the truth, and hoping that His Excellency will be pleased to give no credence to unfounded speech or lies. Having nothing else to send as a token of life than solely to wish the governor a steady government and continuation of good health. Below was written: Written on the Land of Bouton the 10th of the month Rabil achir on Sunday in the year 1186. Lower was written: Signed for the translation: G:t Brugman. From Macassar the 21st October 1772 To the king of Bouton and his nobles of the realm. After the usual preamble. Furthermore, from the hands of Your Highness's envoy the Pangalasang Balouoe and an interpreter, we have duly received the letter by which Your Highness and nobles of the realm inform us of what occurred between one of the cruising pantjallangs sent out by us and a Buginese vessel, whereby two servants of the Honorable Company and one subject of the king of Boni lost their lives. In answering thereto by this letter, we must beforehand express our astonishment that Your Highness and nobles of the realm request us to give credence to the description of the event given in that letter, and on the other hand to give no credence to unfounded speech or lies, adding that Your Highness and nobles of the realm did not doubt that we would accept all this as the truth; for if Your Highness and nobles of the realm were completely certain that all that was said therein corresponded perfectly with the truth, such a request and declaration would be unnecessary. But aside from the fact that more than one contradiction arises therein, we find not the slightest proof that the heads of the cruisers were the cause of the incident, as Your Highness and nobles of the realm would have us believe; on the contrary, it appears clearly that Your Highness and nobles of the realm, without any investigation or rather without paying any heed to what was reported by the cruisers in this regard, solely state that which their party managed to put forward by way of excuse. In addition, the probability pleads in favor of the cruisers, if one only considers that they left all other vessels unmolested upon the mere showing of their passes, and on the other hand to the detriment of the others, since gold was found in the vessel, which must convince everyone that it had come from an unpermitted trading place. It is therefore so far from the case that we would consider the heads of the cruisers with

Dutch transcription

111 Van Macasser den 2:' 8ber 173: Van Macasser Den 2: 8ber 172 scheepelingen de vlugt aan land genomen sonder zig verder te defendeeren na het afloopen van deese schermutseling is de Pantjallang weder naar buiten gezeijlt Dit voorgevallene betuijgd den koning en rijksgrooten de waarheid te weesen, waar van de Boutonders so wel als de negotianten oog getuigen zijn geweest. Den zergeant heeft hier op den Boutonse Tolk na den ko„ ning gesonden ter bekendmakinge van het voorgevallene tef„ „fens te versoeken om deeze scheepelingen alle indien moge„ „lijk te willen laten opvatten dan wel te vermoorden, so meede de resteerende goederen dewelke nog in de prauw te vinden waren te willen laten haalen Den koning over ait geval zig ten hoogsten verwonderende, en terstond zijne rijxraaden bij een hebbende doen versamelen, zo verklaarden dezelve dat zeedert lange jaaren herwaarts Na verloop van eenige dagen zijn de hoofden van de kruis„ sers nevens den sergeant en Extirpateur der specerij boo„ men bij den koning geweest om hun voorige versoek te her„ haalen dog zulx wierd door den koning en rijks grooten afge„ norijt diergelijk geval op het land van Boeten gebeurtis, en dat men zelvers reede geeven tot verdervinge van s Comp: vol„ keren en negotianten in de rivier van bouton te vermoorden sonder dat z' eenige verboden handel in hebben en zulks buiten kennisse van bouton of bonij, want volgens onse geheugenis„ sen soo en vermag niemand hostiliteiten gebruiken over de negotianten alhier voor en al eer den koning daar van ken„ nisse gegeven word en wanneer sulx als dan te saemen ko„ men goed te vinden zo werd den boutonse Tolk gesonden ten eijnde de passen van de negotianten af te vragen en te gelyk hunne vaartuigen te visiteeren om alle ongelucken voor te komen gelijk ze thans hebben moeten ondergaan, waar van het land van Bouton al wederom de last zal moeten dragen: nooijt slagen 113 Van Macasser den 2:' 8ber: 173 Van Macasser: Den 21. 8ber 1742 „slagen vermits die volkeren en goederen van bonijs koning van wa„ „ren, en om dat ze niet in onse magt stonden om hun te kunnen overgeeven, maar in tegendeel vonden wij goed om de geplun„ „derde goederen van den zergeant af te vorderen, en dezelve aan den koning van bonij wederom te doen bezorgen die als dan ook met de Comp daar over kan spreeken en handelen na goedvinden invoegen de koning en rijx grooten ook de geram„ „pasde goederen van den zergeant hebbe laeten af lijschen, be„ staande in. 24: thail goud min 2 /½ boontje 't geen den zergeant negeerde zeg„ „gende met meer onder hem te hebben als 3. brmntjes goud 7: p„s snaphaanen in zoort 2: leedige kistjes en meer andere goederen, Contantien kleedera„ „gien ammunitie en z. het goud zijde hij zergeant alle onder hem te zullen aanhouden om zelfs op macasser aan dE: Comp te kun„ „nen leveren. Voorts betreffende de scheepelingen van het geplundeerde vaar„ tuig die zijn alle buiten voorkennisse van den koning wederom naar hun land vertrocken en hunne goederen voor zo verre den koning van bonij gevonden heeft sende thans aan den koning van bonij in handen van mijne gezanten Pangalassang baloeuoe, ne„ „vens een Tolk en hun gevolg over per het vaartuig waar mee„ „de de gezanten aan den heer gouverneur over vaaren twijfelen„ de den koning en rijksgrooten geensents of den heer gouverneur zal dit alles voor de waarheid gelieven aan te neemen en hoo„ „pe dat hoogst deselve aan den ongegronde taal of leugens geen geloof geliefd te slaan: Hebbe niets anders tot een teeken van leeven te zenden dan eenlijk den Heer gouverneur te wenschen een bestendige regeering en Continuatie van gesondheid /:onderstond:/ gischree„ ven op 't Land Bouton den 10:' van de maand Rabil achir op sondag in 't Jaar 1186. /:lager:/ voor de translatie getee „kend:/ G:t Brugman. tuijg Aan 115 Van Macasser Den 2:' 8ber: 1722 Van Macasser Den 21: 8ber 1772 Aan den koning van Bouton en zyne Rijks grooten Na gewoone voorreden Wijders hebben wij uit handen van uw hoogheids gezant den Pangalasang Balouoe en Een tolk wel ontfangen de brief waar bij uu hoogheid en rijksgrooten ons kennisse geven van het voorgevallene tusschen een der door ons uitgezondene kruijspatjallangs en een bouginees vaartuig waar door twee 's Comp:s dienaeren en een onderdaan van den koning van brij het leven verlooren hebben om daar op bij deesen t'ant„ „woorden zo moeten wij voor af onse verwondering betuigen dat uw hoogheid en rijksgrooten ons verzoeken om aan de beschrijving van het geval bij dien drief gedaan geloof en daar en tegen aan ongegronde taal of leugens geen ge„ „loof te slaan met bijvoeging dat uw hoogheid en rijksgroo„ „ten met twijffelden of wij zouden dat alles voor de waar„ „heid aanneemen want als uw hoogheid en rijksgrooten volkomen verzeekert waaren dat al het daar bij gezegde met de waarheid volkomen over een stend zo was zodanig versoek en betuiging, onnodig maar behalven dat zig daar in meer dan eene streijdigheid op doet zo vinden wij geen het minste bewijs dat de hoofden der kruissers d'oorsaa„ „ke van het geval zouden weesen gelijk uw hoogheid en rijks grooten ons willen doen geloven in tegendeel blijkt het klaar dat uw hoogheid en rijksgrooten zonder eenig onder„ soek of veel liever zonder eenig agt te neemen op het gee„ „ne daar omtrend door de kruissers is bericht eenlijk op geven het geen hun parttij tot verschooning heeft weeten bij te brengen. daar en boven plyt de waar schijnlijkheid in voor„ „deel van de kruissers als men maar aanmerkt dat zij alle andere vaartuigen op d'enkele vertoning hunner passen ongemoeijt hebben gelaten en daar en tegen in nadeel van d' anderen, vermits er goud in het vaartuig gevonden is 't geen een ieder moet overtuigen dat het van een ongepermit„ teerde handel plaats gekomen was. 'T is dan zo verre van daar dat wij d' hoofden van de met kruissers

NL-HaNA_1.04.02_3389_0064 view scan ↗

English

117 From Macassar, the 21st of October 1772 From Macassar, the 21st of October 1772 can hold the cruisers guilty of what is charged against them, unless this is better proven to us or appears upon investigation, that on the contrary we would have reason seriously to object that Your Highness and the grandees of the realm not only refused the inspection, but in addition forced the sergeant to surrender the found gold, which Your Highness and the grandees of the realm say amounted to 24 thails minus 2 ½ beans; yet because we prefer to believe that this happened through a misunderstanding and we are not concerned about the value thereof, we shall leave it at that for this time. Meanwhile, we cannot well reconcile what was further said in that letter, that the sergeant supposedly pretended that he would keep the gold with him to hand it over to the Company at Macassar, and that he declared having no more than three beans with him, with what he reported to us of having handed over to the king the weight of 23 7/8 Spanish rixdollars and one stuiver, which differs so noticeably from three beans, just as on the other hand the number of 23 7/8 Spanish rixdollars corresponds with the number of 24 thails minus 2 ½ beans, which latter could only have become known to Your Highness and the grandees of the realm by the sole statement of the owners, who will not have stated it too small. Your Highness and the grandees of the realm would therefore have done much better to leave everything found with the sergeant in order to account for it to us, when in any case we would have been able to satisfy the King of Boni if His Highness might believe he had any reason for complaint, whereas now, by the demanding back thereof, we must also leave the accounting of everything for the account of Your Highness and the grandees of the realm, as is done herewith. Let this be enough regarding the case, although we could still observe that the departure of the crew of the vessel to their country without 119 From Macassar, the 21st of October 1772 From Macassar, the 21st of October 1772 the king's knowledge provides evidence that they know themselves to be guiltier than Your Highness and the grandees of the realm hold them to be, and that it would have been so easy to take care of that, just as it indicates no great attentiveness that His Highness did not know of their departure. Now we cannot fail also to express our surprise that Your Highness and the grandees of the realm maintain that the Company's cruisers, before being allowed to inspect any vessels, would be obliged to give notice thereof, and that it would then be up to His Highness whether or not to consent thereto; we would like to ask where and when the kingdom of Buton obtained such privileges, but we consider this as unnecessary as it would be absurd to refute it. Your Highness and the grandees of the realm will easily notice from this that we do not make as many difficulties about what has passed as Your Highness and the grandees of the realm might have expected, and to add more weight to which an express envoy was sent hither, whereas in many other cases that require somewhat more haste, the lack of vessels is constantly used as a pretext; the only thing we regret is to find that Your Highness and the grandees of the realm no longer seem to think of the obligation that the kingdom of Buton owes to the Company, although it has only been under God's blessing through its effective help that the same did not already perish more than a hundred years ago. Expressing thanks for the kind wishes of blessing upon the administration of the governor, we also wish His Highness and the grandees of the realm all lasting prosperity and success. Underneath was written: Written at Macassar in Castle Rotterdam, the 8th of August 1772. It was signed: P. G. van der Stellen. Translation further 121 From Macassar, the 21st of October 1772 From Macassar, the 12th of October 1772 Translation of a Malay letter written by the Sultan of Buton, Kaimuddin, together with his grandees of the realm, to the King of Boni and the grandees of the realm, and presented to the Honorable, Respected Lord Governor, reading as follows: After the customary compliments. This serves solely to accompany our envoys named Pangalasang Piroepa and an interpreter named Lantonie together with their retinue, to make known to Your Highness and the grandees of the realm that two servants of the Honorable Company and a subject of Your Highness have been killed here in the river, for the reason that when the cruising fleet arrived here to cruise off Buton and its subordinate territories, the chiefs agreed with the sergeant and the extirpator of spice trees to demand their passes from all the vessels lying here in the river, just as the merchants, both Chinese and Bugis etc., who were provided with passes from Ujung Pandang, immediately showed them to the said chiefs. Among others, there arrived a Bugis vessel from Panjula (slaves of Your Highness) that had come from Mandano loaded with cotton according to yearly custom, such persons never having been asked for passes by the sergeant before; but the next morning one of the cruising pantjalangs came sailing into the river, whither the extirpator immediately went with several armed soldiers and forcibly demanded the pass of the said prahu, to which its anakoda replied: we have none, and where should one get them from, for we certainly have no Company trading post in the Bugis lands, just as we also have no contraband goods of opium or linens in our prahu. Hereupon the sergeant immediately began to plunder with the men he had with him, and others began hacking and shooting, whereby one of the Bugis, who felt himself wounded, drew his kris and therewith

Dutch transcription

117 Van Macasser den 21: 8br 172: Van Macasser Den 21 8ber 1772 kruissers schuldig kunnen houden aan het haar ten laste ge„ „legde, ten zij ons zulks beter beweesen worde of bij ondersoek kome te blijken, dat wij in tegendeel reden zouden hebben ernstig te boleeren dat uw hoogheid en rijks grooten met al„ „leen de visitatie geweijgerd maar daar en boven den sergeant gedwongen hebben tot d' overgave van het gevondene goud 't geen uw hooghed en ryx geroten zeggen te hebben bedragen 24: thailen min 2: ½e boontjes dan vermits wij liever willen geloven dat zulks door een verkeerd begrip geschied en het ons niet te doen is om de waarde van dien, zo zullen wij het daar by voor ditmaal laten Ondertusschen kunnen wy niet wel over eenbrengen het ver „der gezegde bij dien brief dat den sergeant zoude hebben voor„ „gewend het goud onder zig te zullen houden om het op macas„ „ser aan de Comp: over te geeven en dat hij betuijgd hadde niet meerder dan drie boontjes onder zig te hebben met het gee„ „ne hij ons heeft berigt van den koning te hebben inhandigt de swaarte van 23 7/b rd: spaans en een stuijvers 't geen van drie boontjes zo merkelijk verschild als daar en tegen het getal van 23 7/0 sp: rd: met het getal van 24 thail min 2:½ boontje over een komt welk laaste eenlijk door enkel„ „de op gave van d'eigenaars bij uw hoogheid en rijks grooten kan weesen bekend geworden die het zelve niet te kleen zullen hebben opgegeven. uw hoogheit en rijksgrooten zouden over zulks veel beter gedaan hebben, alle het gevondene onder den sergeant te laten om het aan ons te verantwoorden wanneer aan den koning van bonij in alleen gevalle wel zoude heb„ bin kunnen te vreden stellen wanneer zijn hoogheid vermeenen mogte eenige reden van klagten te hebben daar wij nu door d' afvordering van dien ook de verant„ woordig van alles voor uw hoogheid en rijksgrooten ree„ kening moeten laten zo als geschied bij deesen. Dit zij genoeg ten aansien van het geval schoon wy nog zoude kunnen aanmerken dat het vertrek van het volk van het vaartuig na hun land buiten drie, weeten 119 Van Macasser Den 2' 8ber: 172. Van Macasser Den 21:' 8ber 1772 weeten van den koning en blijk uitleverd dat z' zig schuldiger kennen dan uw hoogheid en rijtsgrooten haar houden en dat het zo gevoeglijk zoude geweest zyn daar voor te zorgen als dat het geen groote oplet„ „tentheid aanduit dat zyn hoogheid van haar vertrek niet geweeten hebbe Nu kunnen wij niet voor bij ook nog onse bevreem„ ding te kennen te geeven dat uw hoogheid en ryks groo ten sustineeren dat 'sComp kouissers alvoorens eenige vaartungen te mogen visiteeren gehouden zouden wee„ „sen daar van kennisse te geeven en dat het dan aan zijn Hoog„ „hed zoude staan daar in al af niet te bewilligen wij zouden wel willen vragen waar en wanneer het rijk van bou„ ton zulke voorregte verkregen hadde maar zulks agten wij zo onnodig als het ongerijmt zoude zijn zulks te weder„ leggen uw hoogheid en rijksgrooten zullen uyt deesen licht bemer„ ken dat wij met zo veel Swaarigheeden in 't gepasseerde stellen als uw hoogheid en rijxgroten mogelijk verwagt had„ den en om 't welke te meerder klem bij te zetten een Expres gezant herwaarts is geschikt daar in veel ander gevallen die wij wat meerder spoed verEijsschen steeds het gebrek van vaartuigen word te baat genomen het eenigste dat ons leet doet is t' ondervinden dat uw hoogheid en rijxgrooten met meer schynen te denken om de verpligting die het rijk van bouton heeft tot de Compagnie, schoon het alleen onder gods zegen door haar kragtdadige hulpe geweest is dat het zelve niet bereets voor meer dan hondert Jae„ „ren geleden is, te gronde gegaan. Door de genegen zegen wenschen over het bestier van den gou„ „verneur dank betuijgende wenschen wij zijn hoogheid en rijks„ grooten meede alle bestendige welvaart en voor spoed /:onder„ stond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 8:' Augustus 172. /:was geteekend:/ P: G: van der Stellen Trantaat voorts 121 Van Macasser Den 2„ 8ber 1772. Van Macasser Den 12:' october 172 Translaat Maleijase brief geschreeven door den sulthan van Boutong kaijmoeding nefo„ „fens desselfs rijx grooten, aan den koning van Bonij en rijxgrooten en ter verthooning Aan den wel Edele Agtb: Heer Gouverneur Luijdende aldus. Na de gewoonelijke Complimenten. Deese Eenelijk ten geleijde van onsen afgezanten gen:t Pan„ galasang Piroepa, en Een tolk gen:t Lantonie benevens des„ „selfs gevolgt om uw hoogheid benevens rijx grooten bekent te maaken dat er twee sE Comp: dienaaren en een onderdaan van uw hoogheijt alhier in de rivier om het leven gebragt zijn om reeden dat wanneer 't kruisvlootse alhier gekomen is om voor bouton en dies onderhoorige teritoiren te kruisen die hoof„ den met den sergeant en Extirpateur der Specery boomen over een zijn gekomen om van alle de alhier in de revier leggende vaartuigen hunne passen af te Eijsschen gelijk ook de negotianten so Chineesen en boegineesen lb: die met pas„ „sen van oedjong Pandang voorsien waaren deselve ten Er„ sten aan gem: hoofden hebben verttoond, onder anderen quam er een breginees vaartuig van Panjoela /:slaven van uw hoog heid :/ die van mandanoe gekomen waren geladen zijnde met Cappas volgens Jaarlijx usantie zijnde de zulke nooijt bevoo vens door den sergeant Passen afgevraagt maar 's anderen daags ogtend quam een van de kruispantjallangs binnen in 't re„ vier loopen daar den Extiepateur terstond zig met verscheyde gewapende militairen begaven en met geweld den Pas van gem: prauw afvorderde, waar op des Anabhoda ten ant„ woord had gediend wij hebben er geen, en waar sal men die van daan haalen, want wij hebben immers geen Comp:s Comp„ „toir in de boegis Land, gelijk w' ook geen verbooden whaa„ „ten van amphioen of Lijwaaten in onse prauw hebben. Hier op den sergeant terstond met zyn by hebbende manschappen aan het rampassen gegaan zijn en ander aan het kappen en schieten waar door een van de boeginee„ sen die zig gequest gewelde zyne krits bloot trock on daar meede/

NL-HaNA_1.04.02_3389_0067 view scan ↗

English

125 From Macasser, 25 October 1732 From Macasser, 21 October 1772 also killed one of the Extirpators and one of the chaloup crew, although it also cost the runner of amok his life, the remaining crew having taken flight ashore without defending themselves further; after the end of this skirmish the pantjallang sailed outside again. This having occurred, the king and grandees of the realm testify that this is the truth, of which the Boutonese as well as the merchants were eyewitnesses. The sergeant thereupon sent the Boutonese interpreter to the king to announce what had happened, also requesting that he would be pleased to have all these crew members seized if possible or else killed, as well as to have the remaining goods that were still to be found in the prahu fetched. The king, being exceedingly astonished by this incident and having immediately assembled his councillors of the realm, they declared that for many years past no such incident had ever happened on the land of Bouton, and that they themselves give cause for the destruction of the Company's people and for the murder of merchants in the river of Bouton without them engaging in any prohibited trade, and this without the knowledge of Boutong or Bonij, because according to our traditions no one may use hostilities against the merchants here before and until the king is given notice thereof, and if they then mutually approve it, the Boutonese interpreter is sent in order to demand the passes from the merchants and at the same time to inspect their vessels to prevent all misfortunes such as they have now had to suffer, the burden of which the land of Bouton will once again have to bear. After the lapse of a few days, the commanders of the cruising vessels, the sergeant, and the Extirpator of the spice trees went to the king to repeat their former request, but this was rejected by the king and grandees of the realm, since those people and goods belonged to Your Highness, and because they were not in our power to be able to surrender them, but on the contrary we thought fit to demand the plundered goods from the sergeant and to have the same delivered to Your Highness, and then the Honourable Company can speak and act on the matter as they see fit. In such manner the king and grandees of the realm also had the confiscated goods demanded from the sergeant, which goods the sergeant surrendered to the king, consisting of 24 thail of gold minus 2½ boontje 7 firelocks of various sorts 2 empty small chests, and the sergeant still retained 3 boontjes of gold and several other goods such as cash, ammunition, etc., as well as some more gold, which he, the sergeant, said he would keep with him to surrender himself to the Honourable Company at Macasser. Furthermore, concerning the crew of the plundered vessel, they have all departed again to their country without the foreknowledge of the king, and their goods, so far as the king has found them, I now send via my envoys over to Your Highness and the grandees of the realm, and with the trust that our friendship will thereby continue to remain more steadfast, and love and affection shall remain such as a son shall bear toward his father and a father toward his son. Further, I request that Your Highness will have the goodness to send me an assegai that is of a proper length to be able to walk with it to the mosque or temple. I have nothing else to send to Your Highness as a sign of life than 2 pieces of fine Calecoesoese cloths. Beneath was written: Written in the land of Bouton on the 10th of the month of Rabulachia, on Sunday, in the year 1786. 127 From Macasser, 21 October 1772. From Macasser, 21 October 1772 Translation of a Malay letter written by the king of Bonij to the king of Bouton, and presented for review to the Governor on [illegible] September 1772, reading as follows: After customary compliments. Thus your father the king of Bonij makes known hereby that I have well received your letter from the hands of the envoy named Iaropa and the interpreter Lantonij, together with 40 thaijl of gold 2½ oepan or boontjes, item 7 pieces of firelocks and one empty small chest. And concerning the death of the Bonijer there, your father testifies that this must be regarded as if the same had died on his own land, and that it is on your responsibility, and on the other hand your father is exceedingly pleased that the laws of our land can still be upheld by you, my son, for according to the saying of our old kings, the land of Boutong on the east side is considered as Bonij's land, and the land of Bony is likewise considered by the Boutonese as Bouton to the west. Translation of a Malay letter written by the Sultan of Boetong Kaymoedien, together with his grandees of the realm, to the Governor and Council at Macasser, reading as follows: Thus the king and grandees of the realm of Boeton make known to the Governor and Council that two servants of the Company and a subject of His Highness of Bonij have been killed here in the river, for the reason that when the cruising flotilla arrived here to cruise before Boeton and its dependent territories, those commanders agreed with the sergeant and Extirpator of the spice trees to demand their passes from all the vessels lying here in the river, just as the merchants, both Chinese and Buginese, etc., who were provided with passes from Oedjang Pandang, immediately showed the same to the aforementioned commanders; among others, there arrived a Buginese vessel from Pangoela (slaves of the [illegible])

Dutch transcription

125 Van Macasser Den 25 8ber: 1732 Van Macasser Den 21:' 8ber 1772 meede een van de Extepateurs en een van de Chialoep volk om het leven bragt, hoe wel het den amok spelder ook zyn leven gekost heeft hebbende de resteerende Scheepelingen de vlugt aan land genomen, sonder zig verder te defendeeren na het ofloop van dese schermitseling is de pantjallang weder naar buiten geseijlt Dit voorgevallen, betuijgd den koning en rijxgrooten de waarheid te wesen waar van de bontonders so wel als de ne„ „gotianten oog getuijgen zijn geweest. Den sergeant heeft hier op den boutonse tolk na den ko„ „ning gesonden ter bekend makinge van het voorgevallene teffens te versoeken om deeze scheepelingen alle indien mo„ gelijke te willen laaten op vatten dan wel te vermoorde so mee„ de de resteerende goederen dewelke nog in de praauw te vinden waren te willen laten haalen Den koning over dit geval zig ten hoogsten verewonderende en terstond zijne rijxraaden bij een hebbende doen versame„ „len zo verklaarden dezzelven dat sedert lange Jaaren herwaards nooijt disglijk geval op het land van bouton gebeurd is, en dat men zelvers reede geeven tot verdervinge van sComp: volke„ ken en negotianten in de rivier van bouton te vermoorden sonder dat ze eenige verboden handel in hebben in hebben, en zulx buijten kennisse van Boutong of bonij want volgens onse geeugenissen so en vermag niemand hostiliteiten gebruij„ „hen over de negotianten alhier voor en al eer den koning daar van kennisse gegeven word, en wanneer zulx als dan te sa„ „men komen goed te vinden, zo werd den boutense tolk geson„ „den ten eijnde de Passen van de negotianten af te vragen en te gelijk hunne vaartuijgen te visiteeren om alle onge„ „lucken voor te komen gelijk ze thans hebben moeten onder gaan waar van het land van bouton al wederom de last zal moeten dragen Na verloop van eenige dagen zijn de hoofden van de krussen aen sergerant en Extirpateur der specerij bonen bij den koning geweest om hun voorige versoek te herhaalen dog zulx wierd door den koning en rijksgrooten afgeslagen nooijt Vermits hoog 125 Van Macasser Den 27 8ber: 1772. Van Macasser Den 21:' 8ber 1772 vermits die volkeren en goederen van uw hoogheid naa„ ren en om dat ze niet in onse magt stonden om hun te kunnen overgeven maar in tegendeel vonden wij goed om de geplunderde goederen van den zergeant af te vorderen en deselve aan uw hoogheid te doen bezorgen en als dan de E Comp daar over kunnen spreeken en handelen nagoed vinden in voegen den koning en ryksgroo„ ten ook de gerampaste goederen van den zergeant hebbe laaten afzijsschen welke goederen den ser„ geant den koning hebbe overgegeven bestaande 24 thail goud min 2½ boohtje 7: snaphaanen in zoort 2: Liedige kistjes en heeft den Seageant nog ag„ ter gehouden 3 boontjes goud en meer andere goederen als Contanten amunitie &: benevens nog wat goud zeijde hy sergeant alle onder hem te zullen aanhouden om selfs op Macasser aan 'E: Comp: te zullen overgeven Voorts betreffende de scheepelingen van het geplumn„ „derde vaarthuijg die sijn alle buiten voorkennisse van den koning wederom naar hun land vertrocken, en hunne goeden voor zoo verre den koning gevonden heeft zende thans per mijne afgezanten aan uw hoogheid en ryjks grooten over en met vertrouwe dat onsen vriendschap hier door besten „diger zullen blijven Continueeren ende liefde en genegent„ „heid zodanig zullen blijven als een zoon tot zijn vader en een vader tot zijn zoon zal toedragen. Wijders verzoek ik dat uw hoogheid de goedheid zal ge„ ven te hebben mij een assegay toe te senden die van een ordentelijk lengte is om daar meede te kunnen na de masigie of tempel wandelen. Hebbe niets anders tot een teeken van leeven aan uw hoogheid toe te senden als 2: stux fijne Calecoesoese klee„ „djes /: onderstond/ Geschreeven op 't land Bouton den 10: van de mand Rabulachia op Sindag in 't Jaar 1786. — aan Translaat in 127 Van Macasser Den 21: 8ber: 1772. Van Macasser Den 21:' 8ber 1772 Translaat Maleijdse brief geschree„ „ven door den koning van bonij aan den koning van Bouton, en ter resumtie aan den Heer Gouverneur den September 1772. vertoond Luijdende als Nagewoone Compliment. zo maake uw vader den koning van bonij bij deese be„ kend dat desselfs brief uit handen van den afgezant ge„ „naamt Iaropa en den tolk Lantonij wel ontfangen heb„ „ben nevens 40 thaijl goud 2½ oepan of boontres, item 7: p:s sna„ phanen en Een leedige kistje. En aangaande de good van den bonijer aldaar betuijge uw vader dat zulx moet aangemerkt worden of de zelve op zijn eijge land is komen te overlyden en dat het voor uw verantwoording is, en aan de andere kant is uw vader ten hoogsten verblijd dat de wetten van onsen land door uw mijn zoon als nog kunnen doen standgrijpen, want het seggen van onsen oude koningen, het Land van Boutong aan de oostkant geconsidereert word als bonijsland, en het land van bony werd door de Boutonders almeede geconside „reerd als bouton ten wensten: zo maak den koning en rijksgrooten van Boeton aan den heer Gouverneur en raad bekend dat er twee 's Comp:s dienaaren en een ondesdaan van zijn hoogheid bonij alhier in de revier om het leeven gebragt zijn, om reeden dat wanneer 't kruis„ vlootje alhier gekomen is om voor Boeton en dies onder„ „hoorige teritoiren te kruissen die hoofden met den ser„ „giant en Extirpateur der specerij bormen over een zyn gekomen; om van alle de alhier in de revier leggende vaartuigen hunne passen af te Eijschen, gelijk ook de negotianten so Chineese en bougineese &:a die met pas„ sen van oedjang Pandang voorsien waaren deselve ten eersten aan gem: hoofden verthoond onder anderen quam er een bouginees vaartuig van Pangoela /:slaven van Translaat Maleijdse brief geskhreeven door den sulthan van Boetong Kaymoe„ „dien, nevens desselfs rijksgrooten, Aan den Heer Gouverneur en raad te Aacasser Luijdende aldus. Translaat de volgt. -

NL-HaNA_1.04.02_3389_0070 view scan ↗

English

From Macasser the 21st of October 1772 From Macasser the 21st of October 1772 the King of Bony, who had come from Mandar, laden with cotton according to annual custom, such persons having never before been asked for passes by the sergeant, but the following morning one of the cruising pantjallangs came sailing into the river, whither the extirpators immediately betook themselves with several armed soldiers, and by force demanded the pass from the said prau. Whereupon its nakodah replied in answer: we have none, and whence should one obtain them, for we have no Company trading post in the Bugis country, just as we also have no contraband goods such as opium or piece goods in our prau. Hereupon the sergeant with his accompanying men immediately set to plundering, and others to slashing and shooting, whereby one of the Buginese, who felt himself wounded, drew his kris and therewith killed one of the extirpators and one of the sloop's crew, although it also cost the life of the one who ran amok, the remaining crew having fled ashore without defending themselves further. After this skirmish ended, the pantjallang sailed outside again. The King and nobles of the realm testify this occurrence to be the truth, of which the Boutonese as well as the merchants have been eyewitnesses. The sergeant hereupon sent the Boutonese interpreter to the King to make known the occurrence, requesting at the same time to have all these crew members seized if possible or else killed, and also to have the remaining goods that were still to be found in the prau retrieved. The King, being exceedingly astonished by this affair and having immediately assembled his councilors of the realm, the same declared that for many years past no such incident has ever occurred in the land of Bouton, and that one gave reason for the destruction of the Company's people and to murder merchants in the river of Bouton without their being engaged in any illicit trade, and this without the knowledge of Bouton or Bony. For according to our memory, no one is permitted to use hostilities against the merchants here before and until the King is given notice thereof, and if it is then found mutually agreeable, the Boutonese interpreter is sent in order to demand the passes from the merchants and at the same time to inspect their vessels to prevent all misfortunes such as they have now had to undergo, of which the land of Bouton will once again have to bear the burden. After the lapse of a few days, the heads of the cruisers, together with the sergeant and the extirpators of spice trees, went to the King to repeat their previous request. But this was refused by the King and nobles of the realm, since those people and goods belonged to the King of Bony and because they were not in our power to surrender them. On the contrary, we deemed it proper to demand the plundered goods from the sergeant and have them returned to the King of Bony, who can then also speak and act with the Company regarding this matter as he sees fit. Meanwhile, the King and nobles of the realm also had the plundered goods demanded from the sergeant, which was also delivered by the said sergeant to our emissary: 24 thail of gold minus 2 and a half boomjes, 7 pieces of flintlocks in black, and 2 empty small chests. And the cash, clothing, and other effects, the sergeant said he would account for in person when he arrived in Macasser. Which aforesaid goods, as far as His Highness has received them, we have already sent over in a separate vessel with the envoy Pangallassang Baloewoe, together with an interpreter, to His Highness of Bony. We have given notice in the previous letter regarding the occurrence here to the Honorable Governor and Council at Macasser, so that the same may be enlightened thereof. This letter has been expressly delivered for conveyance to the sergeant, who is now departing for Macasser, the contents of which are the same as the previous letter, and I have nothing else to send as a token of life except to wish all salvation and blessings. Below stood: Written in the land of Bouton at the royal house on the 23rd of the month Jumada here on Tuesday in the year 1186, named Dalawal. I take the liberty to communicate in all respect to Your Honorable Worship that on the 29th of June last I arrived back from the north, whither I had proceeded on the 12th of the same month to inspect the paddy crop. Of Mandalle and Segeri little or nothing can yet be said, as the crop there is still very young; nevertheless, to all appearances so far it stands reasonably well, but at Labakkang it will turn out somewhat meager, according to the statement of its Karaeng, because the necessary rain fell somewhat late there and Honorable Sir! Right Honorable To the Right Honorable Worshipful Mr. Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of this Celebes, etc., etc., etc. From Macasser the 21st of October 1772 afterwards To

Dutch transcription

129 Van Macassr den 21 8ber: 1772 Van Macasser den 21: 8ber 172 de koning van bonij:/ die van Mandonoe gekomen waren geladen zynde met Cappas volgens jaarlijx usantie zijnde de zulke nooijt bevoorens door den zergeant passen afgevraagt maar sanderen daags ogtend quam een van de kruispon„ tjallangs binnen in't revier loopen daar den Extirpateurs terstond zig met verscheijde gewapende militairen bega„ ven, en met geweld den pas van gem: prauw afvorderden waar op dies Anachoda ten antwoord had gediend wij hebben er geen en waar sal men, die van daan hae„ den want wij hebben immers geen Comp: Comptoir in de boe„ „gis land gelijk w' ook geen verboden wlaren van amphi oen of Lijwaten in onse prauw hebben Hier op den sergeant terstond met zyn by hebbende man„ schappen aan het rampassen gegaan zyn en andere aan het kappen en schueten waar door een van de boegineesen die zig gequest gevoelde zijne kriest blood trock en daar meede een van de Extirpateur en een van de Chialoups volk om het lreven bragt hoewel het den amok speek„ „der ook zijn leeven gekost heeft hebbende de resteerende scheepelingen de volligt aan land genomen, sonder zig ver„ der te defendeeren, na het afloopen van deese schermut„ seling is de pantjall: weder maar buiten geseijld dit voor„ gevallene betuigd den koning en rijksgrooten de waar„ „heid te weesen, waar van de boutonders so wel als de ne„ „gotianten oog getuigen zijn geweest. Den zergeant heeft hier op den boutonse tolk na den koning gesonden ter bekend makinge van het voorgeval„ „lene teffens te versoeken om dese schepelingen alle indien mogelijk te willen laten opvatten dan wel te vermoor„ „den st meede de resteerende goederen dewelke nog in de Prauw te vinden waaren te willen laaten haalen. Den koning over dit geval zig ten hoogsten verwonde, „rende en terstond zijne rijxraaden bij een hebbende doen verzamelen zo verklaarden dezelve dat zeedert lange Jaaren herwaarts nooijt diergelijk geval op het land van bouton gebeurd is en dat men zelvers reede geeven der 129 141 Van Macasser Den 21:' 8ber 1732 Van Macasser Den 21:' 8ber 1742 tot verdervinge van 's Comp: volkeren en negotianten in de revier van bouton te vermoorden sonder datze eenige verboden handel in hebben en zulx buiten kennisse van Bouten of bonij want volgens onse geheugenissen soo en vermag niemand hostiliteiten gebruiken over de nego„ „tianten alhier voor en al eer den koning daar van ken„ „nisse gegeven word en wanneer zulx als dan te samen komen goed te vinden zo werd den boutonse tolk geson„ den ten eijnde de passen van de negotianten af te vragen en te gelijk hunne vaartuigen te visiteeren om alle ongelus„ „ken voor te komen gelijk ze thans hebben moeten onder„ „gaan waar van het land van bouton alwederom, de last zal moeten dragen. Na verloopt van eenige daagen zyn de hoofden van de kouisers nevens den sergeant en Extirpateurs der spe„ „cerij bomen, bij den koning geweest om hun voorige versoek te herhaalen dog zulx wierd door den koning en rijks gooo„ „ten afgeslagen vermits die volkeren en goederen van bonijs koning waaren en om dat ze niet in onse magt stonden om hun te kunnen overgeeven; maar in tegendeel von den wij goed om de geplunderde goederen van den zergeant af te vorderen en deselve aan den koning van bony wederom te doen be„ zorgen die als dan ook met de Comp: daar over kan spree„ „ken en handelen na goedvinden, terwijl den koning en rijx„ grooten ook de gerampas de goederen van den Sergeant heb„ „be laten op Eijschen 't' geen den gem: zergeant ook aan onsen sendeling is overhandigt geworden 24: thail goud min 2½: boomjes 7. p„s snaphaenen in zurt en 2. leedige kistjes, en de Contanten klederagien en meer andere effecten zeijde hij zergeant in persoon wanneer op macasser komen te sullen verantwoorden welke voorschreeve goederen so ver„ „te zijn hoogheid heeft ontfange hebbe wij reets in een a„ parte vaartuig overgesonden met den afgezant Panga„ „lassang Baloewoe nevens Een tolk aan zijn hoogheld bonij wij hebben bij de voorige brief wegens het voorgevalle„ „ne alhier aan den heer gouverneur en raad te macasser Koning kennisse 133 Van Macasser Den 21:' 8ber 1712 kennisse gegeven, op dat deselve daar van gelluciteert mag zijn. Desen brief Eexpresselijk aan den zergeant die thans naar macasser vertreck ter bestellinge meede gegeeven welke in houd is als de voorige brief en hebbe niet anders tot een teeken van leeven te senden dan eenelijk alle heijl en zeegen ben toewenschende /:onderstond:/ Geschreeven op het Land van bouton op de koninglijke huis den 23:' van de maand Iumadie alhier op Dingsdag in 't Iaar 1186: genaamd Dalauwal Neeme de vrijheid uw wel Edele Agtb: in alle eerbied te Communiceeren dat ik op den 29:' Junij Jongstl: van de noord ben te rug g'arriveerd werwaars mij den 12:' dito ter besetiging van het padij gewasch na toe hadde begeeven van mandelle in fagerie kan nog weijnig of niets gesegt wer„ den also het gewasch daar nog seer Jong is egter staat het tot dus verse op het oog reedelijk wel dog op Labakkang sal het wat schaal ut vallen volgens opgaaf van dies Crain vermits de nodige reegen daar wat laat gevallen is en Agtbaaren Heere! Wel Edelen Aan den wel Edelen Agtb:re Heer Jodofredus van der Voort: Paulus Gouverneur en Directeur deeser Cele„ „bes Etc: Eetc: Etc: Van Macasser Den 21: 8ber 1742 naderhand Aan

NL-HaNA_1.04.02_3389_0073 view scan ↗

English

From Macasser, 21 October 1772. From Macasser, 21 October 1772. afterwards again too abundant so that this year will not be able to equal the previous one. Regarding Siang, one still harbors good expectations since what was last planted looks reasonably well there, if only the rain would begin to diminish a bit, which currently still falls daily, not offering much to boast of, the crop of this year being not much better than it was in the previous year, yet time and experience will show all. Furthermore, I find myself obliged to give communication to Your Right Honorable on what occurred yesterday between the Company's subjects and the Bone people in the village of Romanboes, situated about a three hours' walk from the post here, consisting of the following: Yesterday afternoon around half past one, the acting interpreter Carre maring together with an emissary of the Lommo Maros arrived at the post to inform me that the Bone man Androngoeroe Latola, who lives here in the village of Salarang and has already for a long time been known as a rogue, found himself with a party of around one hundred armed men in the village of Romanboes to harass the subjects here and do them all kinds of harm, requesting my advice and the Company's assistance in this matter in case of need. Whereupon I immediately ordered the interpreter to gather as many Company men together as could be obtained in haste, and in person alongside Lommo Maros to go there at once to make an ocular inspection as to how and what the situation was; and if they found that the subjects were being treated unjustly by that Androngoeroe and his people, they should first try to settle and resolve it amicably as much as possible, but if not, then to counter violence with violence so that the Bone people would not in the end start playing the master entirely over the Company's subjects. Thereupon, around three o'clock, the aforementioned interpreter alongside Lommo Maros and the Company's emissary went thither with over fifty armed men, arriving there at nightfall, finding no more Bone people as they had fled and dispersed, but they found three murdered and two severely wounded subjects named Poea Boendoe, Baatta Dappoe, Poa Aadjie, and his son, these last two being severely wounded, though still alive. The Androngoeroe along with four of his men also lost their lives there, and his brother named Lasanka was found mortally wounded. The corpse of that Androngoeroe was already conveyed to Macasser yesterday, but no one wants to look after the other four murdered Bugis, and thus they remain lying in their blood on the ground because none of the Bone people want to meddle with them anymore, the Jennang of Maros himself saying: "Those murderers are worthy of being eaten by the dogs, but not buried by men, as they are not worthy of the earth, for they have sinned against the laws of Bone and the Honorable Company." The origin of this case stems from the following: about eight or nine days ago, a white buffalo belonging to the wounded Company subject Poea Aadjie was stolen by a Bone man who lives in the village of Tambij-Tanang and is a nephew of Androngoeroe Latola. The former, running about searching here and there for his missing buffalo, finally finds it together with the thief in a thicket not far from Romanboes, where he asks him how he came by that buffalo, that it was his and he wanted it back immediately. Whereupon that thief intending to resist, they both came to blows, and the Bone man, or the nephew of Latola, perished. It is over this that this Androngoeroe Latola wanted to avenge the death of his honorable nephew, the buffalo thief, which however turned out so badly for him contrary to expectations. The corpses of the murdered subjects were properly buried today by their families, yet they remain in great fear of bad repercussions from the bloodthirsty Bone people, and therefore, alongside myself, humbly implore Your Right Honorable's powerful aid and assistance to have this matter discussed with His Highness the King of Bone, so that the same may be properly investigated and, after discovering who is guilty or innocent, decided and settled. Wherewith concluding this, I am and remain with dutiful respect, submissively, (was signed below) Right Honorable Sir, (lower) Your Right Honorable's humble and dutiful servant, (was signed) M. van Rossum. (in the margin) Maros in the Company's fortress Valkenburg, the 3rd of July 1772. Taking this opportunity, I take the liberty to report to Your Right Honorable in brief terms that regarding my extirpation I have fared very poorly, for the Buton prince persists in his old ways; at Kalesoesoe I was not allowed to enter the strait, and I was also hindered because I was not permitted to go where I wanted to be. His Highness also refuses to hand over the cannons, along with a ship's boat that came drifting ashore here. His Highness has promised me to send 71 heads of slaves to the Honorable Company, and 3 prahus are being prepared there to send the slaves to Macasser, but can still Right Honorable Sir, To the Right Honorable Sir, the Right Honorable Sir Paulus Godefridus van der Voort, Governor and Director of this Celebes. To

Dutch transcription

135 Van Macasser Den 21: 8ber: 1722. Van Macasser Den 2„:' october 172 naderhand wederom te overvloedig zoo dat dit Jaar het voorige niet sal kunnen Evenaaren op Siang voed men nog goede gedagten vermits het laast geplante sig reedelijk wel daar laat aansien zoo den reegen maar wat be„ gint te minderen die er thans nog daagelyks vald niet veel te roemen zijnde 't gewasch van dit jaar niet veel bee„ ter als het in 't voorige Jaar geweest is dog tijd en onder„ vinding sal alles uitwijsen. wijders vinde mij verpligt uw wel Edele Agtb: Communicatie te geeven van 't gunt op gisteren tusschen de Compagnies onderdaanen ende boniers op de nego„ „rije Romanboes leggande Circa drie uuren gaans hier van de Post af, is voorgevallen bestaande in als Gister agter middag omtrent half twee uuren komt den prointerum tolk Carre maring nevens Een zendeling van den Lommo Maros in de post bij mijn met bekend maaking dat den Bonier Androngoeroe Latola die alhier op de negorij salarang woond en al voor langen tyd voor een deuginiet bekend heeft gestaan, sig met Een par„ thij van Circa Hondert man gewapend volk op de negorij Romanboe-s bevond, om de onderdaanen alhier te mo„ testeeren en alle torten aan te doen, versoekende mijne raad en 'sComp hulpe hier omtrend in Cas van nood, waar op ik inmediaat den tolk gelaste soo veel Comp: volk bij mal„ kander te saamelen als maar in der haast krijgen, en in persoon selve nevens Lommo Maros, daar ten eersten na toe te gaan, om oculaise Jnspectie te neemen hoe en wat van de zaak was en zoo zij bevonden dat de onder„ daanen door dien Androngoeroe met zijn volk onregteveer dig behandelt wierden zij het eerst in der minne zoo veel mogelijk was moesten zien bij te leggen en beslissen, dog soo niet als dan geweld met geweld te keer te gaan op dat niet ten laasten de boniers geheel en al over de Comp: onder„ „daanen den baas soude beginnen te speelen, hier op is dan omstreeks van drie uuren den omgem: tolk nevens Lommo die Matos volgt. 137 Van Macasser Den 21 8ber: 1772. Van Macasser Den 21:' 8ber 1742 Maros in berige Comp: sindeling met ruijm, vijftig gewagen de manschappen daar na toe gegaan komende met het vallen van den avond aldaar vindende geen boniers meer alsoo die gevlugt en verstrooyt waaren, maar vonden drie vermoor de en twee swaar gequeste onderdanen met naemens Poea Boendoe Baatta Dappoe, Poa Aadjie en zijn zoon dee„ se twee laaste waaren swaar gequest, dog nog bij leeven den androngoeroe nevens nog vier van de zynen hebben het leeven daar ook bij ingeschooten en zijne broeder Lasan„ „ka genaamd is doodelijk gequest bevonden; het lijk van dien androngoeroe is op gisteren al na macasser gevoerd dog de andere vier vermoorde boegineesen wil niemand na onsien en blijven dus nog soo in hun bloed op de aarde leggende alsoo sig niemand van de boniers daar meer bemoegen wil„ zeggende - den Jennang van matos selfs, Die moorde„ „naars zijn waard datze van de houden werden gevreeten maar met door menschen begraaven alsoo 'z de aarde niet waardig bennen want zij hebben gesondigt teegens de wetten van bonij en D'E: Comp: D'origine van dit geval is hetkomstig uit het volgende als nu Circa agt of negen daagen geleeden is door een bonier die op de negorije Tambij- Tanang woond, en een Neef is van Antongoeroe Latola een witte bussel gestoolen toege„ „loorende den gequesten Comp:s onderdaan Poea Aadjie der„ sen hier en daar na zijn vermisten buffel loopende soeken vind denselven Eijndelijk nevens den Dief te saemen in een bosspchagie met verre van Romanboers af. alwaar hij aan denselven vraagt hoe hy aan die busfel quam dat het de zijne was en immediaat weerom wilde hebbende waar op dien steelden sig te weer willende stellen zoo raakende zy bide hand gemeen in den bonier of den neef van Latoela om het „leeven, hier nu over is het dat deesen androngoeroe Latola sig heeft willen wreeken over de dood van zijn Eerelijke neef, den bussel dief, dat hem egter buiten verwagting suua beko„ men is D'lyken der vermoorde onderdaanen zijn heeden door hum famillien wel begraven dog zij blijven in groote vreese voor 139 Van Macasser Den 21 8ber: 172. Van Macasser Den 21:' 8ber: 1772 voor quade naween der bloed dorstige boniers en smeeken dier„ halven nevens mij ootmoedig uw wel Edele Agtb: groot vermogende adjude en bijstand, om over deese zaak met zijn hoogheid den koning van bonij te willen laaten spreeken op dat deselve suijver, mog ondersogt en Na Onderving wie schuld of onschuld heeft beslist en afgemaakt werden Waar meede deese Eijndigende ik met pligtschuldigen eerbied onderdanglijk ben en blyven /:onderstond / wel Edele Agtb: heere /:lager/ uw wel Edele Agtb: otmoedigen en Trouwsschuldigen dienaar /:was geteekend:/ M: van Ros„ Cum /:in margine Maros in 's Comp: vertig valkenburg den 3:' Iulij 1772. — Met deeze ocasie neeme de vrypostigheid om uw wel Ede„ „le Agtb: met korte termens te melden, dat aangaande mijn Extirpatie heel slegt gevaaren ben want den boutons vorst blijft bij oude gewoonte op kalesoesoe hebbe niet mo„ „gen komen in de straat ben ook verhindert worden ter wijl niet gaan mogte alwaar ik weesen wilde de Ca„ „nons wil zijn hoogheid meede niet afgeeven nevens een scheeps boot, welke alhier is aandrijven komen. zijn hoogheid heeft mij belooft om 71 stuks slaeven aan de E Comp: te zinden en daar worden 3: prauwen klaar gemaakt om de slaaven na macasser te zenden maar kan Wel Edele Agtbaeren Heer Aan den wel Edele Agtbaaren Heer den wel Ed: Agtb: Heer Paulus Godefedus vander voort Gouverneur en directeur dezer Celebes. Aan nog

NL-HaNA_1.04.02_3389_0076 view scan ↗

English

141 From Macasser the 21 October 1772. From Macasser the 21 October 1772 have not yet received a firm resolution from his highness as to when I shall depart, for I have already requested several times to dispatch me swiftly. A prahu also lies ready to depart for Batavia one of these days. Wherewith I commend Your Right Honourable Worship to God's sole safe keeping and remain with all respect, below stood, Your Right Honourable Worship's very obedient servant, was signed, J. C. Mliembach, in the margin, Houten the 23 September 1772. I take the liberty to communicate to Your Right Honourable Worship that I arrived here at the post on the 6th of the forenamed month at about ten o'clock, and the next morning I disbursed the good monthly pay to the men. Since my arrival until today, nothing noteworthy has occurred here. However, the still continuing drought and daily fierce Baroeboe or squalls cause everyone to live in great fear of fire and further misfortunes night and day. Furthermore, I humbly request Your Right Honourable Worship that the public interpreter Brugman, together with such native chiefs as are qualified for the investigation and settlement of native proceedings, may come hither for a few weeks, so that everyone, as well Right Honourable Sir, To the Right Honourable Sir, Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Celebes, etc., etc. 143 From Macasser the 21 October 1772 From Macasser the 21 October 1772 of the Boniers and Macassars as the Company's subjects, can bring forward his interests and seek fair justice before the plowing season, which is soon to come; since, according to the testimony of credible persons, several lawsuits in Sagerie, Labackang, Siang, and Maros are to be settled, which cannot happen without competent delegates or envoys from both Bony and the Honourable Company. Wherewith, having commended Your Right Honourable Worship and the Company's precious interests to God's holy keeping, I take the liberty to call myself with all respect, below stood, Right Honourable Sir, lower, Your Right Honourable Worship's humble and faithful servant, was signed, A. van Ressum, in the margin, Maros in the Company's fortress Valkenburg, the 11th October 1772. Accepting the information regarding the condition of the paddy crop in the respective provinces communicated by your letter of the 3rd of this month, it is also necessary regarding what occurred between the Company's subjects of the village Romanboek and a band of armed Boniers, that since the head of the last-mentioned rabble, the Andreongoroe Latola, along with four of his men lost their lives therein, I cannot deem it advisable to have the King of Bony spoken to about that incident, rightly expecting that his highness will give me notice thereof, as he has already caused to be done to the Shahbandar Voll, who responded that the matter belongs at our house; which, taking place, will all the more enable me to put before his eyes once again how his subordinates are increasingly perpetrating their brutal actions, hurting the subjects, who thus see clearly that there is no other recourse Honourable, Pious, Discreet, To the Under-Merchant Matthijs van Rossum, Resident there. 145 From Macasser the 21 October 1772 From Macasser the 25 October 1772 than to procure satisfaction for themselves, which they await in vain from the Governor's side, as all grievances and complaints have hitherto been fruitless, notwithstanding his highness's promise. It is the duty of the ruler to prevent his subjects from all hostilities, and if this does not happen of his own accord, but even his wicked sons and nephews mock the orders that he quasi-gives when complaints are made about them, as they do, then another course must also be taken; and therein I find all the less difficulty, as the subjects who have justice on their side are powerful enough to resist the Boniers. Meanwhile, you must direct all possible attention to ensure that these unfortunate people are not attacked unawares, by obtaining timely intelligence whenever the Boniers assemble, and always keeping a good number of armed men together through the Lomo to support our people immediately; in which manner I also await a report whether anything has occurred since, and immediately if such should happen, in order to take measures accordingly. Remaining meanwhile, after greetings, below stood, Your good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Macasser the 7 July 1772. I cannot think that Her Highness makes any difficulty in dealing with me candidly in this matter; at least she ought to be convinced that I have no other aim than the advancement of her personal interest and that of her country. I had not expected that I should have had to ask Her Highness for the reading, but that she would have sent it to me immediately and would have had me spoken to about it, if not personally, then through someone else. The letter from Mappa is of remarkable content and clearly shows that he foresees great misfortunes if the marriage were to proceed, as I am of the same opinion. Points handed to the merchant Voll on the 27th June 1772, to be put before the Queen of Tanette on an appropriate occasion.

Dutch transcription

141 Van Macasser den 21 8ber: 172. Van Macasser Den 21 8ber 1772 nog geen vaste resolutie van zijn hoogheid krijgen wan neer dat ik vertrekken zal want hebbe all verscheijde reijsen versogt, om my schielijk te depecheeren. Een prauw legt ook klaar om eerstdaagds na Batavia te vertrek„ Waar meede uw wel Edele Agtb: beveele in godes alleen veijligen hoede en verblijve met allen respect /:onderstond/ uw wel Edele agtb: zeer gehoorzaamen Dienaar /:was geteekend:/ J: C: Mliembach /: in margine/ Houten den 23: september 1772. — Neem de vrijheid uw wel Edele Agtb: te Communiceeren dat ik op den 6:' des voormd: omtrend tien uuren hier aan de post g'arri„ veerd ben en des anderen daags smorgens de goede maand gelden aan het volk verstreckt hebbe ' sedert mijne komste tot heeden is hier niets dat meldens waardig is voorgevallen. Edog de als nog aanhou„ „dende droogte en daagelijkse felle Baroeboe of valwinden, doet een iegelijk bij nagt en dagt in groote vreese leeven voor brand en ver„ „dere ongelukken. Wijders versoek uw wel Edele Agtb: nedrig dat den opentolk Brugman nevens sodaenige Jnlandse hoofden als tot het ondersoe„ ken en afmaaken van Jnlandsche Proceduuren gequalificeerd zyn om eenig weeken mag herwaarts koomen op dat en iegelijk soo Wel Edele Agtbaaren Heere Aan den wel Edele Agtb: Heere Paulus Godofredus van der Voort. Gouverneur en directeur deser Clebes H: k: h: Aan van „ken 143 Van Macasser Den 21 8ber: 1732 Van Macasser den 21 october 1742 van boniers macassaaren als Comp: onderdaanen nog voor de Ploeg tijd /: die haast te komen staat zijn belangen kan inbren„ gen en goed regt soeken alsoo er volgens getuijgeniss van ge„ loosbaare persoone diversche processen zoo op Sagerie Labackang siang en maros af te maaken zijn dat niet sonder bequaame gecommitteerden of sindelinge zoo van bony als d'E Comp: ge„ schieden kan. Waar meede naar uw wel Edele Agtb: en s Comp: dier„ baare belangens in godes heijlige hoede te hebben aan be„ voolen de vryheid neeme mij met alle Eerbied te noemen /:onderstond / wel Edele agtb: heere /:lager / uw wel Edele Agtbares ootmoedigen en trouwschuldigen dienaar /: was geteekend:/ A:=s van Ressum /: in margine / maros in 'sComp:s vesting valkenburg Den 11:' october 1772. — Het bedeelde nopens den toestand van het Padij gewasst in de respective provintien bij uE schrijven van den 3:' hujus, oor Communicatie aan„ neemende zoo bienst ten belange van dlet voorgevallen tussen's Comp: onderdanen van de negorij Romanboek en een hoop gewapende bo„ „niers dat vermits het hoofd van het lastgem: gespeus den andreon„ goroe latola nevens vier der zijnen daar bij het teven gelaten heb„ ben ik niet geraden kan vinden den koning van bonij over dat geval te doen onderhouden als met grond af wagtende dat zijn horg„ „heid mij daar van taat kennisse geven zoo als hij aan den Ca„ bandhaar voll bereets heeft laaten doen die er op gedient heeft dat de zaak bij wij thuis houd, 't geen geschiedende, mij te meer zal in staat stellen om hem andermaal voor ogen te leggen hoe zij„ „ne onderhoorige hunne brutale bedrijven meer en meer Eyten deerende d'onderdanen dus wel zien dat er niets anders op is Eersame, vroome, Discreete Rossum Aan den onderkopman Matthijs van Resident aldaar Aan dan 145 Van Macasser Den 21 8ber: 1772 Van Macasser Den 25: 8ber 1772 dan zig zelven satisfatie te besorgen die zij te vergeefs van des gou„ verneurs kan verwagten wijl alle doleanten en klagten in weer„ wil van zijn hoogheid belofte tot nu toe vrugteloos zijn geweest. Het is de pligt van den vorst om zijne onderdaanen alle hofteli„ teijten te beletten en geschied dit niet uit eigen beweging maar spotten zelfs zijne ondeugende zoonen en neven over de ordres die hij kwasie geeft wanneer er klagten over haar komen ge„ „lijk t' doen, dan dienst er ook een ander weg in geslagen en daar in vind ik te minder swarigheid also de onderdanen die het regt op hun zijde hebben magtig genoeg zijn om zig tegen de boniers te verzetten ondertusschen dienst uE: alle mogelijk attentie te vestigen dat dese ongeluckige menschen niet onvoorsiens over„ vallen worden door zig tijdig te voorsien van kundschap wanneer de boniers samenrotten en steeds door den Lomo een goed getal, ge„ „wapend volk bij een te houden om d'onsen ten eersten te kunnen ondersteunen invoegen ik tevens berigt verwagte of er zedert niets is voorgevallen en ten eersten wanneer zulks komt te gebeuren om daar na maatregulen te kunnen neemen, Blijvende inmiddens na groete /:onderstond:/ UE: goede vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voort /:in margine:/ Macasser den 7: Iulij 172. — Ik kan niet denken dat haar hoogheid swaerigheid maekt om in deesen met mij openhartig te handelen ten minste diend t' overtuigt te zijn dat ik geen andere oog wit hebbe dan de bevordeling van haar personeel belang en dat van Ik hadde niet verwagt dat ik haar hoogheid zoude hebbe dienen te versoeken om de lectuure maar dat z' mij deselve ten eersten toegezonden en my daar over zoo niet zelfs dan door ie„ „mand anders zoude hebben doen onderhouden Dde brief van Mappa is van eene opmerkelyken inhoud en tomd duijdelijk aan dat hij groote onheijlen te gemoed ziet als het huwelijken mogt doorgaan gelijk ik in het zelve gevoelen Poincten aan den koopman voll, den 27:' Iuny 172. ter hand gesteld om bij voorkomende gelegentheid de koninginne van Tanette voor te houden. Poinsten haere ben.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0079 view scan ↗

English

147 From Macasser, 21 October 172. From Macasser, 21 October 1743 her family, and to prevent the misfortunes which I foresee, just as I have considered myself obliged to warn her thereof in time. Still less can I believe that she herself would abandon the marriage, but I should well like to know whether Datoe Pamana wrote such to Mappa as he says, for if this is true, it appears that her daughter does not act toward Her Highness as a child ought to do toward her mother, and Mappa, believing such, will blame Her Highness for all the evil consequences that might arise therefrom; yet if it is not so, how does he dare write it? From the three matters which he requests should precede, in my judgment nothing is ever to be expected, or, should the same take place, it will only be in appearance, and woe to those who promise themselves advantage therefrom; I foresee the greatest discords arising from it. Now, what the reason may be that they did not want Aroe Lasolang The request made by the same, to proceed with the marriage as speedily as possible only after these three articles should have taken effect, appears to me to be an essential dissuasion, and intended to cause Her Highness to pay attention with composure to the unhappy consequences, as he clearly indicates at the end of the letter. Can Her Highness believe that, being restored in Loewoe, she will rule peacefully, now that she has already been repudiated three times? Can she in any way flatter herself that the reconciliation between Bony and Mappa could be sincere on the part of the latter? It is beyond my comprehension. Yea, I remain assured of the contrary, and that the Pongauwa will never live in such friendship with Mappa as the late Datoe Pamana did. can has 149 From Macasser, 21 October 172. From Macasser, 21 October 1742 has been willing to let depart with the letter that Her Highness has written to Mappa, I should likewise wish to know. Her Highness told me that she had given notice of everything to Mappa at a time when she simultaneously declared that she would not permit or consent to the marriage. What evil could now arise from that notification, which after all had to be entirely to his liking, and what good from the contrary, when nevertheless the Tanetterese are said to already wish to have their banner sprinkled with blood? As the regents are currently all inside this fortress, I had them called this morning at eight o'clock to a meeting at the resident's dwelling house, where they then appeared together and sat according to custom, and after the ordinary treat of native refreshments had been served, I made known to them that I had called this meeting principally to hear also the complaints of the pongauwa along with the glarrangs and anak craeengs of Tanette, which they brought before me a few days ago, which persons I also let come into the meeting, and subsequently ordered them to repeat their complaints again, which were then heard in the following manner. Tuesday, 29 September 172. Extract from the Saleijer daily register kept by the undersigned Resident Extract Firstly 101 From Macasser, 21 October 172. From Macasser, 21 October 172 They testify to knowing no better than that pongauwas and glarrangs are appointed in all districts because it is an ancient law that the regents must sit and consult with them regarding land matters, which is currently no longer observed in the land of Tanette, but all matters are arranged by the regent according to his own will and desire, imposing fines on the common people and declaring them slaves, the pongauwa and glarrangs currently being regarded there merely as wooden statues. That since his reign he has introduced several laws in the land, because he, the regent, has three wives, all of whom equally must be served by the subjects with court services. If we represented anything to our regent regarding the ancient law, we were reviled, threatened with firewood being thrown at our heads, and that he would murder us whenever the regent by the resident to the And even if the common people came to present a just cause before him without gifts, they had to lose it and be dismissed; but if someone comes to appear with an unjust cause and with gifts, that person could win his lawsuit. That in the time of resident Helmkamp, it was forbidden that any anak craeengs should be permitted to enter into marriage with the daughter of bilangtouwers, being working folk, and likewise the commoners with no daughters of anak craeengs, it now being brought into practice by the regent that this may occur again, and the commoners at the same time being able to obtain the title of anak craeeng for money and goods, whereby we can no longer employ the common people in the service of the Company. Firstly 4: fortress 3 6 4.

Dutch transcription

147 Van Macasser Den 21 8ber 172. Van Macasser Den 21 8ber 1743 haere famillie en om d'onheijlen die ik te gemoed zie voor te komen gelijk ik my verpligt g'acht hebbe haar daar voor tijdig te waarschuwen Nog minder kan ik gelooven dat zy zelfs het huwelyk zoude begeeven maar ik wenshte wel te weeten of Datoe Pamana zulks aan Mappa geschreeven heeft zo als hij zegt, want als N dit waar is dan blykt dat haar dogter niet handeld met haar hoogheid zoo als een kind met haar moeder behoord te doen en Majpa zulks gelovende zal haar hoogheid alle quaade gevolgen die er uit ontstaan mogten, wijten dog is het zoo niet loe derft hij het schrijven van de drie zaeken die hij verzoek dat voor af mogen gaan is mijns oordeels nooijt iets te verwagten of geschieden de„ zelve het zal in schijn weesen en wee den geene die zig daar van voordeel belooven ik voor zie daar uit de grootste oneenigheden. Wat nu de reden zij dat men Aroe Lasolang niet Het versoek dat denselven dat om het huwelijk maar ten spoedigsten te doen voortgang als deese drie articu„ den zoude hebben effect gesorteert komt my voor een wee„ sentlijke afraeding te zijn en om haar hoogheid met be„ „daertheid op d' ongeluckige gevolgen te doen agt slaan gelijk hij in 't eijnde van den brief duijdelijk te kennen geeft. Kan haar hoogheid gelooven dat z' weder hersteld wordende in Loewoe gerust heerschen zal nu bereeds drie„ „maal verstooten is kan z' eenigzints zig vlijen dat de versoeking tusschen Bony en Majpa opreet zoude kunnen zijn aan de kan van de laesten het gaat mijn begrip te boven Ja houd mij van het tegendeel verzeekerd en dat den Pongauwa nooijt in zodanige vriendschap met mappa zal leeven als wijlen datoe Pamana gedaan heeft kan heeft 149 Van Macasser Den 21 8ber: 172. Van Macasser Den 2: 8ber 1742 heeft willen laeten vertrecken met de brief die haar hoogheid aan Mappa geschreeven heeft wenschte it mee„ de wel te weeten. Haar hoogheid mij gezegt dat z' aan Mappa van al„ les kennisse hadde gegeeven op Een tyd dat z' reets tes„ „sens verklaarde het huwelijk niet te zullen toestaan of er in bewilligen wat quad konde er nu uit die bekend„ making sepruiten die immers geheel na zijn zien moeste zyn en wat goeds uit het tegendeel daar nogthans de Fanettereesen gezegt worden haar vaandel reets met bloed te willen doen besprengen. — De regenten thans alle inder deese vesting zijnde, zo hebbe hun heden morgen ten agt uuren op 's residents woonhuijs ter vergade„ ring laten roepen alwaar dan gesamentlijk zijn verscheenen en gewoonte geseten mitsgaders het ordinaire regaal van Jnlandsche tractement voor gediend zijnde zo hebbe en te kennen gege„ ven dese vergadering ten principaale beroepen te hebben om de klagten van de pongauwa nevens d' glarvangs en anak Cra„ eengs van tanette die zy voor eenige dagen bij my hebben aangebragt meede aan te hooren welkers personen ook in de vergadering lut komen vervolgens g'ordonneert om hunne klagten weder te herhalen, die als dan ook op de volgende wijse liet aanhooren. — Dingsdag Den 29. Septemb„r 172. Extract uijt de saleijers dag re„ „gister gehouden door den ondergetee„ „kende Resident Extract Eerstelyk 101 Van Macasser Den 21 8ber 172. Van Macasser Den 21: 8ber 172 Betuijge sijlieden niet beter wetende dat er pongauwas en, glarrangs op alle distaicten worden aangesteld, om reden het een oude wet is, dat de regenten daar meede over land zaken moe„ te zitten en saame raadplegen, het welk thans op 't land van tanette niet meer word onderhouden, maar alle saaken door de regent na zijn eijge wille en begeerte geschikt, de gemee ne boetens op te leggen en tot slaven verklaard wordende de pongouwa en glarvangt thans aldaar maar Eenlijk of als houte beelden aangemerkt. Dat zedert zijne Regeering op 't land verschijde wetten heeft ingebragt, door dien hij regent drie vrouwen heeft welke alle gelijk standig door de onderdanen hof diensten moeten doen. zo wij van 't een en ander omtrent het oude wet ons regent voorheilden worden w'uit gescholden gedrijgt met brand„ „houd op de kop te werpen en ons te willen vermoorden zo wanneer de regent door den resident aan de En schoon de gemeene met een regtveerdige saak by hem, sonder schenkagies quam voor te dragen moetende het selve verliesen en afgeweesen worden, dog iemand met onregtvaardige saak en met schenkkagies komt te of„ sere so sal die geene zijne proces konde winnen Dat ten tijde van den resident helmkamp worden verbo„ den geene anak Cracings met bilangtouwers dogter /:werk„ volkeren:/ zal mogen in huwelijk treeden insgelyk de ge„ meene met geen anak Craeengs dogters werdende thans door de regent ingebruik gebragt dat weder moge ge„ schieden ende gemeene teffens de anak Cracengschap voor geld en goedt kunnende bekomen, waar door wij de gemee„ „nelieden niet meer in den dienst van DE Comp kan em„ ploijeeren Eerstelijk 4: vesting 3 6 4.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0082 view scan ↗

English

153 From Macasser, 21 October 1772 From Macasser, 21 October 1772 was summoned to the fortress, or was notified regarding the departure for Macasser, and we reminded him of the proximity of the scheduled departure, we received as an answer, why should I hurry, for if I am punished for it, the Tanette people can pay. The Wajo people of Pamana who reside in the country and have faithfully assisted us successively in all services are now prevented by the regent from performing their religious worship at the end of the fast. It is now 3 to 4 months ago that he, the regent, obtained permission from the resident to hold a feast; on that occasion, he detained the commoners who were already prepared to depart in search of their living expenses, and no permission could be obtained before each person delivers ten pieces of white Caloutse buku-buku, and nevertheless their women, like the others, are forced into service. One of his slaves went to the settlement of Silolo to a certain person who had committed adultery; that matter was settled by him alone, and in such a manner that the male adulterer was released for one thail of gold, and in addition the female adulterer was condemned to a fine of eighty rixdollars, of which she has already paid 40. The women married by him were placed everywhere among the commoners, without being maintained by him, much less taken into his house, yet he is unwilling to divorce them. 155 From Macasser, 21 October 1772 From Macasser, 21 October 1772 subordinate settlement of Raja Bukit, merely for the passing by of the said slave in the settlement of Tinro Tinoo, the inhabitants there are condemned to a fine. Whereupon we ordered the Tanette people to submit their complaints to the Honorable Governor at Macasser; subsequently, after a short session, the regents each requested their leave and requested, beneath stood, Macasser, 7 October 1772, was signed, Ian Hendrik Voll, Junior. Journal kept on the pancalang de Boreas by Sergeant Carel August Routje, cruising in company with the pancalang d' Bedrieger in Bouton Strait, Anno 1772. The month of March 7th: In the evening at six o'clock I went on board, and at nine o'clock we weighed anchor. 28th: We were near the island of Glissong, and in the evening at half past six we anchored. 29th: We weighed anchor, came near Tanakeke, and anchored around there; in the evening we saw the sloop d' Verlooren Zoon, which was destined for Bonthain. 30th: In the morning we weighed anchor, and nothing happened. 31st: Nothing happened. 157 From Macasser, 21 October 1772 From Macasser, 21 October 1772 The month of April 1772 1st and 2nd: Nothing happened. 3rd: Passed Bonthain, the sloop d' Verlooren Zoon lay at anchor on the roads there. 4th, 5th, 6th, 7th, 8th: Nothing happened. 9th: We passed Boeseroem. 10th, 11th, 12th, 13th, and 14th: Nothing happened. 15th: We came near Kabaena, anchored, and fetched water. 16th: We weighed anchor and set sail. 17th: In the afternoon at four o'clock we came to anchor on the Bouton roads, and were immediately greeted by four interpreters on behalf of the monarch and his dignitaries of the realm, and at the same time asked who we were and where we were going. And we gave said interpreters as an answer that we returned the greetings to the king and his dignitaries, and were sent by the Honorable Governor of Macasser to cruise in the strait, the river, and other branches of Bouton to counteract all illicit trade and commerce with foreigners, and that we did not doubt that his highness and the dignitaries would already be informed of the purpose of our arrival through the letter from the aforementioned Governor sent with Sergeant Steijnbag; wherefore we asked to be allowed to come up to him the next morning to speak with him, as pursuant to our orders we could not remain lying on the roads there for long. 18th: In the morning at ten o'clock Sergeant Steijndag came on board to warn that there were three large paduawangs at the mouth of the river, with the assurance that they were real smugglers who should not be tolerated there; whereupon I asked him whether it would not be most advisable to notify the king of this quietly and request permission to inspect them, since they lay in the river.

Dutch transcription

153 Van Macasser Den 21 8ber 1732 Van Macasser Den 21 8ber 1772 vesting word ontboden, dan wel wegens het vertrek na macasser wierd aangesegt, en wy hem door de nabijheid van de gesteld vertrek dog herinnerde kregens wij ten antwoord wat hoef ik mij te haasten want so ik daar over gestraft worden kan de Fanettereesen be„ talen. De wadjporeese van Pamana die op 't land woon„ agtig zijn en ons in alle diensten successive getrouwe„ „lyk heeft g'adsisteert, word thans door de regent het verrigten van haar gods dienst met het eijnde van de vasten belet. Het is nu 3 a 4: maanden geleden dat hy regent van de resident tot het regten van een feest permis„ sie heeft verkregen heeft hij bij die gelegentheid de ge„ „meene welke reets vaardig zyn ter op soeking van haar monkosten te vertrekken aangehouden en geen per„ Een zijner slaven doofte na de negorij Silolo een Sekere persoon die over spel heeft gepleegt die saak, door hem alleen afgemaakt en dat sodanig dat den overspeelder met een thail goud is vry gemaakt en boven dien de over speelster nog in een boete van tag„ gentig rd„s is gecondenneert geworden die zij reets 40 voldaan hebbe. De door hem aangehuwde vrouwen alomme onder de gemeene geplaats, sonden van hem gemaintineert te worden veel min op sijn huis te nemen, nogthans de, selve niet willende verwerpen. missie kunnende verkrijgen voor en al een z' ieder tien p„s witte Caloutse boekoe boekoe op brengt en nogthans worde hunne vrouwen gelijk andere den dienst opge„ missie onder 8. legt 10 155 Van Macasser Den 21 8ber: 1772. Van Macasser Den 21:' 8ber 172 onder hoerige negorij van radja boekit eenelyk het voor„ by passeeren van gem: slaaf in de negorij tinro tinoo worden de inwoonders aldaar in de boete gecondemneert. Waar op wij de tanetteroesen ordonneerde om hunne klagte aan den wel Edele Agtb: heere gouverneur op macasser sal hebben op te geeven vervolgens na een weijnige Sittens versoeke de regenten ieder hunne afscheijd en versoek /:onderstond:/ Macas„ „ser Den 7:' october 1772. /:was geteekend:/ Ian Hendrik Voll, Junior. Dag Register gebouden op de Pantjallang de Boreas, door den zer„ „geant Carel August Routje kruij„ sende in geselschap van de Pantjallang d' Bedrieger in Straat Bouton A„o 1772. — d' maand Maart Des avonds om ses uuren begaf ik mij aanboorden om Den 7:' negen uuren ligten wij ten anker. waeren wij bij het Eijland Glissong en des avonds om halfs seven gingen wij ten anker Ligten wij het anker kwaamen wij bij Tanakeke en daar omtrent gingen wi ten anker 's avonds sagen wy de Chialoup d' verlooren zoon diena Bonthain ge„ destineerd was. 'S morgens ligten wy het anker en niets voorgeval„ len Niets voorgevallen „ 30: „ 29: „ 28: April „ 31: 157 Van Macasser Den 21 8ber: 172 Van Macasser Den 21: 8ber 173 D' maand April 1772. den 1: en niets voorgevallen Passeerde en Bonthain, de Chialoup D'verlooren zoon lag ten an„ „ker op de rheede aldaar „ 4: 5: 6: r: mn d:t stuls voorgevallen. Passeerden wij de Boeseroem „ 9: „ 10: 11: 12: 13: en 4: niets voorgevallen kwaamen wij bij de Cabeijne gingen ten anker en haalden wa„ „ 15: „ter Ligten wij het anker en gingen onder zeijl De na de middags om vier uuren kwamen wij op de Bou„ „tonse rhaede ten anker; en wierden ten Eersten door vier Tolken van wegen den vorst en zijn Rijksgrooten gegroet en tegelijk afgevraagt wij wy waaren en waar na toe moesten. En gaven ged:e Tolken tot antwoord dat wij den koning en zijn rijksgrooten de groetenis wederom lieten doen en „ 3: De Maand April Ao 172. — van den wel Edelen Agtb: heer Macassers gouverneur gezon„ „den waren om in de straat de revier en verdere spruijten van Bouton te kruisen om alle sluik handel en negotie met vreemdelingen tegen te gaan en dat wij niet twijffelden of zijn hoogheid ende rijksgrooten zouden bereeds door den brief van welm: heer Gouverneur met den sergeant steijn bag gezonden van het oogmerk onser komst geinformeert zijn weshalven wij lieten versoeken om des anderen daags 'smorgens te mogen boven bij hem komen om hem te spree„ „ken, vermits wij ingevolge ons ordre niet lang op de rhee„ „de aldaar konde blijven leggen. Des morgens om thien uuren kwam den sergeant steijn„ „dag aan boord waarschouwen dat er in de mond van de revier drie groote Paduackangs, met verzeekering dat het regte smok„ „kelaars waaren die aldaar niet moesten werden getollereerd waar op ik hem vroeg of het niet raadsaamst soude weesen den koning hier van in stilte kennis te geeven en te versoe„ „ken om hun te mogen visiteeren wijl zij in de rivier lagen Den 18:' van „ 16:' „ 17:

NL-HaNA_1.04.02_3389_0085 view scan ↗

English

159 The Month of April 1772. From Macasser The 21st of October 1772. From Macasser on the 21st of October 1772 The month of April 1772. — and I gladly wished to speak with His Highness first before I undertook anything, but received as an answer that I might then well have to wait another ten days, because the prince would then, according to his custom, delay me with all sorts of evasions to give them time to depart in secret, that they were also already warned and ready for departure and would hug so close to the shore that we could not possibly see them. The mate Hinne thereupon persuaded me to send the pantjallang the Bedrieger, whose quartermaster was on board with us, to the mouth of the river, and subsequently to send the said quartermaster with Corporal Schrijder to the three vessels to demand their passes and inspect them, which I then did, with the recommendation to the said quartermaster to proceed according to the terms of our Instruction, and not to commit the least harassment or extortion, and that we would also come to him immediately. Pursuant to this order, the said quartermaster and Corporal, taking two soldiers with them, went on board one of the three vessels and demanded the pass from the anachoda, but received the insolent answer that they were not [illegible] and had no need of a pass. When they wished thereupon to inspect the vessel, they were prevented from doing so by the anachoda until, seeing that I, together with Sergeant Steijnbag and Mate Minne, accompanied in the boat by seven sailors and three common soldiers, was also coming towards him, he permitted the inspection. Coming on board with him, I asked what cargo he had and whence he came, and received as an answer that he had nothing else but cotton and came from Mandona, the former of which seemed suspicious to me as the vessel was laden down to the waterline, and therefore requested him to allow the inspection, with which they were already busy, to proceed, assuring him that if he had nothing other than cotton on board no harm would come to him, and that whatever might be stolen from him would be my responsibility, and sought through friendliness to get him further up 161 The month of April 1772. — From Macasser The 21st of October 1772 From Macasser The 21st of October 1772 the river; before the house of Sergeant Steijnbag because a Chinese and two Malays resided there, who might have assisted me in time of need, but to this he would not agree, and instead called his other companions for help to run amok. Meanwhile, those who were occupied with the inspection called out that it smelled strongly of spices below, and also showed a small bag with some cloves, whereupon I told them to just proceed with the inspection, but received as an answer from Corporal Schrijder that there was no more room in the vessel, as all the sailors and two soldiers were below and busy plundering. The crew having come from the boat onto the vessel without my prior knowledge, I asked the mate, who was still alone in the boat, whether he had given the crew orders to cross over, to which he answered yes, and that they should just carry on. I did my best to restrain the men who were busy smashing open the chests and to drive them out of the vessel, but in vain, as they would no longer listen to any command of mine, until finally one of the sailors handed me a small bag with some bamboos, in which I later discovered there was court gold; the crew of the vessel, seeing that bag, immediately ran amok down in the hold and murdered two soldiers, of whom they threw one overboard, and the other, who was still somewhat alive but died shortly thereafter, came above without me as yet knowing what was going on below, and of which I was first informed by a shot that one of the soldiers from the pantjallang the Bedrieger fired at the murderers, as I, standing on one side of the vessel, could not see what was happening on the other side due to the height of the deckhouse of the vessel. The month of April 1773. — to all

Dutch transcription

159 De Maand April 1772. Van Macasser Den 21 8ber: 1772. Van Macasser =n den 2:' otober 1742 De maend April 172. — en ik zijn hoogheid gaarn eerst wilde spreeken eer ik iets ondernam dog koeeg tot antwoord dat ik dan nog wel thien dagen soude kunnen wagten, wijl den vorst mij als dan na zijn gewoonte door alderhande uitvlugten soude op houden om hun tyd te geeven om in stelte te vertrekken, dat zij ook al bereets gewaarschouwd en tot vertrek gereed waaren en zo digt onder de wal koopen dat wij hun onmogelijk zoude zien Den stuurman Hinne persuadeerde mij hier op om de pantjallang de Bedrieger welkers quartiermeester bij ons aanboord was, na de mond van de rivier en vervolgens ged:e quartiermeester met den Corporaal Schrijder naar de drie vaartuijgen te zenden om derselver passen af te Eijsschen en hun te visiteeren, gelijk ik dan ook deede met recomman„ „datie aan gemelde quartiermeester om na luijd van ons Jn„ structie te werk te gaan, en geene de minste moleste of knevelarijen te doen, en dat wij ten eersten meede bij hem soude komen. Ingevolge van deese last gingen gem: quartiermeester en Corporaal meede neemende twee soldaat en aanboord van eene der drie vaartuijgen en Eijschen den arachoda zijn pas af dog kreegen op Een brutale wijse tot antwoord dat zij br„ niet waaren en geen pas van noden hadde, zij het vaartuig hier op willende visiteeren wierd hun zulks door den anachoda belet tot dat hij siende dat ik benevens den sergeant steijn „bag en stuurman Minne met de sluijt verzeld van seven mattroosen en drie gemeene militairen meede na hem toequam de visitatie toe leet terwijl ik bij hem aanboord komende vroog wat hij geladen hadde en waar van dan kwam en tot ant „woord kreeg mits anders in te hebben als Cappas En van Man „dona te komen welke eerste my suspect voorkwam wijl het vaartuig tot sinkens toe geladen was en overzulx hem verzogte de visitatie waarmeede zo reeds besig waaren maar te willen toelaten, onder versekering als hij niets anders als kapas in hadde hem ook geen kwaad soude geschieden en dat het geene van hem ontvreemd wierd voor mijn ver„ antwoording liep en zogt hem door vriendelijkheid en ba„ „ven en 161 De maand April 1772. — Van Macasser Den 21 8ber 172 Van Macasser Den 21: 8ber 1772 „ven verder de rivier op te krijgen; voor het huis van den sergeant steijnbag om dat aldaar Een Chinees en twee ma„ „leijers, lagen, die my in tyd van nood soude hebben kun„ nen adsisteeren dog hier toe wilde hij niet overgaan maar riep zijn andere makkers tot hulp om amok te speelen intusschen diepen de geene die met de visitatie bezig waeren dat het omlaag sterk na specerijen rook en toonden ook een sakje met eenige nagulen, waar op ik hun zey„ „de maar met de visitatie voor te gaan dog kreeg van den Corporaal senijder tot antwoord dat er geen plaats meer in het vaartuig was wijl alle de mattroosen en twee soldaaten om laag en bezig met te plunderen waaren het volk souden mijn voorkennis uit de schuit op het vaartuig gekomen zijnde, vroeg ik den stuurman die nog maar alleen in de schuijt was of hij het volk ordre om over te komen gegeven had die daar op van Ja ant„ „woorden en dat zij maar hun gang souden gaan ik deed mijn bost om het volk dat bezig was de kisten De Boegineesen de steet hoorende sprongen aan stukkend te slaan te weer houden en uit het vaar„ tuig te sagen dog te vergeese wijl zij na geen Commando van mijn meer wilden luijsteren tot dat Eijndelyjk eene der mattroosen my Een sakje met eenige bamboesen toesijkte waar in ik naderhand ondervond dat Hofgoud was; het volk van het vaartuig dat sakje ziende spee„ den onder in het ruijm ten eersten amok en vermoorden twee zoldaaten, waar van dat zij den eenen over boord gooijden, en den andere die nog eenigzints leefte dog kort daar aan stierf boven kwam sonder dat ik voor als nog wist wat er om laag omging en daar van door Een schoot die eene der Militairen van de pan„ „tjallang de bedrieger op de moordenaars deed eerst g'in„ „formeerd wierd wijl ik aan de eene kant van het vaartuig staande door de hoogte van de roef van het vaartuig niet konde zien wat aan de andere zijde te doen was. De maand April 1773. — aan alle

NL-HaNA_1.04.02_3389_0087 view scan ↗

English

163 From Macassar, the 21st of October 1772 The month of April 1773. From Macassar, the 21st of October 1772 The month of April 1772. all overboard and gathered again on the other two vessels, in order to attack us along with the crew of those vessels, wherefore I gave orders that the pantjallang De Bedrieger, which lay between the vessel and a tree and therefore could use the guns of only one side, should drift outside the river to lure them outside and then attack them, but they would not follow us. Meanwhile I went to the pantjallang De Boreas and sent a corporal and four privates close to the Buginese vessel to ensure that nothing was thrown overboard by them, and an envoy to the Bouton prince to give notice of what had occurred and to request assistance to seize the vessel with its crew and to inspect the others; and through that same messenger I received the reply that I should only have patience, that his highness would soon help me, and that I should undertake nothing further. However, I had his highness requested anew to assist me as swiftly as possible, since I had already been warned by the men whom I had posted on watch that the Buginese were busy salvaging their goods and sinking a vessel, in which they were being assisted by the Boutonese, and that I held his highness entirely accountable for all the consequences thereof if he did not come to my aid. Hereupon the king sent an interpreter to me and had me notified once again that I should only rest easy, that he would take care of everything and took all upon himself, just as the interpreter also told me that he already had orders to have the vessel guarded, whereupon I had my men come aboard again from there. We also encountered six Macassar vessels there, 165. From Macassar, the 25th of October 1772 From Macassar, the 21st of October 1772 The month of April 1772 The 19th: The month of April 1773. vessels which were all provided with proper passes. In the morning the aforementioned corporal, whom I had stationed to watch the vessels, came to tell me that in the evening, wishing to go on board, he had seen some weapons being carried away from the Buginese vessels, and thinking that the men might have some evil intent, he had fired upon them, by which they were so frightened that they threw the weapons away and ran off, giving the corporal the opportunity to pick them up and bring them on board, which upon inspection we found to consist of: 2 blunderbusses 2 flintlocks 2 long muskets, and 1 short one. After this I let the king know that it would not be pleasing to the honorable Governor that his highness showed no greater respect for the Honorable Company and cared no further for its interests, but I received no reply whatsoever. Toward evening, however, the king had us summoned by an interpreter to come before him, whereupon I, accompanied by Sergeant Steijnbag, Mate Hinne, Quartermaster Willems, and Corporal Schnijder, went to his highness. We made known to him the reasons for our arrival, and that we did not doubt his highness would already have been informed thereof by the letter from the honorable Governor, wherefore we requested a prahu that could escort us into the strait, and that his highness would be pleased to give orders to his subordinate princes to assist us on all occasions where it might be required, but on neither matter did I receive any answer. Subsequently I recounted to the king what had occurred with the aforementioned vessels, pointing out to him that his highness, upon my request for assistance to seize the one vessel and inspect the others, had ordered me only to keep still since he answered for everything, 167 From Macassar, the 21st of October 1772. From Macassar, the 21st of October 1772 The month of April 1773 The month of April in the year 1772. — stood for everything, and yet, despite the murder of two Europeans, we had to watch as their best cargo was salvaged and a heavily laden prahu was scuttled, whereupon his highness asked whether we had found contraband goods among them, which I answered affirmatively, and that they gave proof thereof by surely letting one of the same sink out of fear without our having even approached them, and by the murder of two Europeans, notwithstanding that I had guaranteed all damages, besides the fact that they came from a place where enough damage was inflicted upon the Company by such smugglers; requesting him, along with the grandees of the realm, therefore to be allowed to inspect all three vessels, to seize the one with its entire crew, and to let the other two depart if no contraband was found. The king replied to this that they were Bonians and that he was afraid of their king, with a grave warning that I should rather return the gold and the other goods if I did not want some misfortune to befall us. But I told him that although they might have had no contraband on board, one could not reasonably demand of me to return the goods to such people who opposed the Honorable Company, and that I was not the master of it either; which was answered by the prince with nothing other than threats that misfortune would surely befall us, and that I should simply hand the items over to him since he could deliver them to the Company as well as I could. I nevertheless did not wish to surrender them until Steijnbag and the mate advised me to make an end of the matter, and Steijnbag told me that he had also acted in such a manner with Ensign Lecerf regarding the Company's spices. I then said to the king that I was forced by his threats to hand over to him the goods that rightfully belonged to the Company, but that I did it with the declaration that

Dutch transcription

163 Van Macasser Den 21 8ber: 172 D'maand April 173. Van Macasser Den 2:' 8ber 172 D' maand April 1772. alle overboord en versamelden op de andere twee vaartui„ gen weder bij malkander, om benevens het volk van die vaartuigen op ons aan te vallen weshalven ik ordre gaf dat de pantjallang de bedrieger die tusschen het vaartuig en Een boom lag en daar door niet meer als het geschut van de eene zijde konde gebruiken maar zoude afdrijven na buiten de rivier om haar na buiten te lokken en als dan te attaqueeren dog zij wil„ „den ons niet volgen. Intusschen ging ik na de Pantjallang De Bore„ „as en stuurden Een Corporaal en vier gemeene na bij het boegineese vaartuig om op te passen dat door hun niets overboord wierd geworpen en een sendeling na den bou„ tonsen vorst om van het voorgevallene kennis te gee„ „ven en adsistentie te verzoeken, om het vaartuig met dies Equipagie in beslag te neemen ende overige te visiteeren, en kreeg door dien selfden boden antwoord dat ik maar gedeelt soude hebben, dat zijn hoogheid my schielyk zoude helpen en dat ik niets meer moest beginnen, dog ik liet zyn hoogheid op nieuw ver zoeken mij te spoedigsten te willen adsisteeren, ver„ mits my al door het volk dat ik op de wagt gezet had was gewaarschoud dat de boegineesen bezig wa„ ren met hun goederen te bergen en Een vaartuig tie ten zuiken, waar in zij door de boetonders gehol„ pen wierden dat ik alle de gevolgen hier van voor zyn hoogheids reekening leet Jndien hy my niet te hulp kwam Den koning soud hier op Een Tolk bij my en tiet mij nogmaals aanzeggen dat ik maar gerust soude weesen dat hij voor het een en ander sorg zoude dragen en alles op zig nam gelyk den tolk my ook zeijde bereeds ordre te hebben om het vaartuig te laten bewaken waar op ik myn volk van daar wederom aan boord liet koomen. Nog troffen wij aldaar Ses macassaarse mij vaartuigen 165. Van Macasser Den 25 8ber: 172 Van Macasser Den 2:' 8ber: 1772 D maande April 172 Den 19': D' maand April 1773. vaartuigen aan die alle met behoorlijke passen voorzien waren Des morgens kwam my opgemelde Corporaal dien ik gesteld had om op de vaartuigen te passen segen tat hij des avonds na boord willende gaan eenige wapenen uit de bougineese vaar„ tuigen had zien wegdragen en denkende dat het volk iets kwaads in den sin mogte hebben op hun geschooten hadde waar van zy zodanig verschrikt dat zij de wapen weg gooijden en weg liepen, den Cooporaal gelegentheid gaven om deselve op te raapen en aanboord te brengen, die wij bij besig„ tiging bevonden te bestaan in 2: donderbussen 2. Stell Roeren 2 lange snaphanen, en 1: korte Hier na diet ik den koning weeten dat het den heer Gouverneur niet aangenaam zoude wesen, dat zijn hoogheid geen meer agting voor dE Comp: betoonde, en niet meerder voor zijn belangen sragden dog kreeg in het geheel geen antwoord. Tegen den avond liet den koning ons even wel door een Tolk roepen om bij hem te komen, zoo als ik dan ook ver„ „zeld van den sergeant Steijnbag Stuurman Hinne den quartiermeester willems en den Corporaal Schnijder na zijn hoogheid ging die wij de reedenen van onse komst bekend maakten, en dat wij niet twijffelden af zijn hoogheid sou„ „de door den brief van den heer Gouverneur bereeds daar van zijn g'jnformeerd weshalven wij verzogten om een prauw die ons in straat konde gelijde en dat zijn hoogheid aan desselfs onderhoorige Prinsen geliefde ordre te stellen, om ons bij alle gelegentheeden daar het mogte vereijschte worden te adsisteeren dog kreeg op het een nog ander eenig antwoord. Vervolgens verhaalden ik den koning het voorgevalle„ „ne met de opgem: vaartuigen hieuw hem voor dat zijn hoog „heid op mijn gedaan verzoek om adsistentie om het eene vaarthuig aan te slaan ende andere te viziteeren, mij gelast hadde maar stil te houden wijl hij voor alles in„ geen stond 167 Van Macasser Den 21 8ber: 172. Van Macasser Den 21:' 8ber 1772 D' maand April Ar73 De maand April A„o 1722. — stond en wij egter ongragt het vermoorden van twee Euro, peesen moesten zien dat hun beste lasting wierd geborgen en een swaar geladen prauw in de goond geboord waar op zijn hoogheid vroeg of wij Contra bande goederen bij hun gevonden haede, het geen ik met Ia beantwoor„ den en dat zij daar van preuwe gave met eene der„ selve uit vreese zeekerlijk te laaten zuiken sonder dat wy nog eens by hun geweest waaren en het vermoor den van twee Europeesen niet tegenstaande ik voor alle schade hadde ingestaan behalven nog dat zij van een plaats kwamen daar de Comp door diergelijke smokkel„ handelaars schade genoeg wierd toegebragt verzoekende hem benevens de rijks grooten over sulx om alle drie de vaartuigen te mogen visiteeren, het eene met de geheele Equipagie aante slaan ende twee andere indien geen Contrabande gevonden wierden te laten vertrekken. Den koning repliceerde hier op dat het boniers wae„ „ren en hy bang voor hun koning was met ernstige waar„ „schouwing dat ik het goud en de andere goederen maar weder soude terug geeven indien ik niet wilden dat onsee„ nig ongeluk overkwaam dog ik seijde hem dat al hoe„ wel zij geen Contra banda in hadden gehad men mij met reeden niet konde vergen dat ik het goed aan zulk volk dat zig teegen d'E Comp: aankanten wederom terug gaf en dat ik er ook geen meester van was het geen door den vorst niet anders als met drygementen dat ons seekerlyk een ongelukt soude overkomen wierd beantwoord en dat ik hem het een en ander maar soude afgeeven wijl hij het zoo wel als ik aan de Comp kost doen geworden ik wilde het egter niet overgeeven tot dat Steijnbag en den stuurman mij reede maar een Eijnde van de zaak te maaken, en dat Styjnbag mij zijde dat hij den vaandrig Lecerf ook en dier„ voegen hadde gehandelt met 's Comp: specerijen Ik zeijde dan teegen den koning dat ik door zijn dreijgeminten gedwongen was het goed dat de Comp: regt matig toekwam hem aftegeeven dog dat ik het met deed „schouwing als

NL-HaNA_1.04.02_3389_0090 view scan ↗

English

169 From Macasser The 21 8ber: 1732 From Macasser The 25 8ber 1742 The month of April 1772. the 20th: The 23rd: only under the condition that he would account for it to the Governor in macasser. After all these debates, I requested the king once more for a prahu to guide the way, and some bamboos for the pantjallang de bedrieger, and received the answer that he would provide me with everything that was needed. The king had the dust gold collected by the sabandhaar, the Captain, and a mandarin, which I weighed out here in the presence of Sergeant Stijnbog and the heads of the Expedition, and found it to weigh twenty-three realen and one dubbeltje spaans, for which handover I requested a receipt from them, which they also promised me. — In the evening I had the soldier Detzer, who was murdered by the Buginese, buried. 21st: Nothing occurred. 22nd: The envoys of the king of Bonij arrived, who showed us their pass, and on board of whom I went to present my services, but they had no need of us, as they were better regarded there than we were. The king sent an interpreter for some goods which he said were still missing and which belonged to the people of Boni, adding that he had so many goods under his custody that he could well keep them too, that I could not know what might happen to me while I still had to wander around for some months; the goods still missing consisting according to their statement of: Some gold to the weight of 164 realen spaans and one stuijvers 125 rd: spaans in Cash 5: p„s muskets 4: blunderbusses 32: cloths 2: Cassangs 1: Satassa 1: Tappoe 150 lead bullets The month of April 1772 need 1: casting net 171 From Macasser The 21 8ber: 1772. From Macasser The 21: 8ber 1772 The 24th: The month of April 1772. 2: p„s krisses, and 2: assegais I answered that I had already told his highness beforehand that the best goods would be stolen if he did not have them watched, that his own subjects had helped to carry them off, which was seen by my people wanting to go on board, and that his subjects, upon encountering my people, had thrown down some weapons they were carrying away and had run off, which were then also picked up by the people and brought on board. I warned the mate in secret that the quartermaster of the Bedrieger had told me that he had bought eighteen gold buttons and one ditto ring from a Sailor, and further proposed to have the crew searched, but the mate thereupon began to make such a noise and to scream like a madman, through which the crew, becoming aware of our intention, hid the goods; nevertheless, in the search there was still found one ring that a sailor wanted to put into his pocket and some coarse cloths. The sailor being asked where he got the buttons and the ring, answered that he found them in the pockets of the deceased Detzer. The Bonian envoy obtained audience with the king; his letter was collected by a young prince with the flying banner; up to this day I have not yet been able to speak to the envoy again. I again sent a request for the promised prahu since I had orders to depart quickly, but received no answer. The king answered me that I should please have a little more patience, that the letter from the king of bonij was causing him much trouble. I again asked for an audience with the king, but received as answer that he was very sick and had nothing to say, but that I should ask the Sabandhaer and one of the Mandarins. 26th: the 25th: The month of April 1772. — A went 27th: 28th: 173 From Macasser The 21 8ber: 1772. From Macasser The 21:' 8ber 172 The month of April 1772. the 29th: I went along with Sergeant Steijnbag to the sabandhaer and handed over to him the 18 p„s gold buttons and two rings that together weighed ¾ realen spaans, as well as the aforementioned 7: weapons, in addition to 2: empty chests that the sailors said they found on the beach, and requested a receipt for all of this, together with the promised prahu; the Sabandhaer answered that his highness had already taken care of that, and that I would receive the receipt the next day. 30th: Nothing occurred. 1st: May— 2nd: I sent again for the receipt and the promised prahu, but received no answer. 3rd: A letter written to the Honorable, Right Honorable Governor. 4th: Sergeant Steijnbag came on board to convey the message on behalf of his highness that he would help me quickly. Today the sergeant departs for the Islands. Seeing that nothing came of all the promises and that the king sought nothing other than to delay us, we set sail, and came to anchor again in the evening. In the morning weighed anchor, passed the first bay. Nothing occurred. We sailed to the boetm pewal, as according to the chart we were near a village, which however we could not see. from the 15th to the 26th: 14th: 13th: Sent again to request an audience with the king and to let him know at the same time that I could wait no longer; received as answer that he was still very sick and as soon as he was better he would have me summoned. Nothing occurred. Nothing occurred. The month of May A:o 1712. — depart but written 27th. 121 11 the 10th: 18th: 7th: 6.1 the 5th:

Dutch transcription

169 Van Macasser Den 21 8ber: 1732 Van Macasser Den 25 8ber 1742 D'maand April 1772. den 20:' Den 23:' als onder voorwaarden dat hij het aan den heer Gouver„ neur op macasser soude verantwoorden. Na alle deese de batten verzogt ik den koning nog„ maals om Een plauw tot wegwijzing, en eenige bamboe„ sen voor de pantjallang de bedrieger en kreeg tot antwoord dat hij mij van alles wat benodigt was soude voorzien. Liet den koning door den sabandhaar den Capitain en Een mandarijn het stofgoud afhaalen, het geen ik in pree„ sentie van den sergeant Stijnbog en de hoofden der Ex„ ppeditie hier toewoog, en bevond drie en twintig realen en Een dubbeltje spaans swaar te zijn van welke overgave ik hun een quitantie verzogt het geen zij mij ook beloofden. — Des avons liet ik den door de boegineesen vermoorden soldaat Detzer begraven „ 21:' Niets voor gevallen „ 22:' kwamen de gezanten van den koning van Bonij die ons hun pas vertoonde, en bij wien ik aanboord ging, om mijn dienst te preesenteeren, dog zij hadden met ons niet van noden, wijl zij aldaar beeter gezien waaren als wij soud den koning Een tolk om eenige goederen die hij zijde nog te manqueeren en die de boniers te behoorde met byvoeging zoo veel goed onder zijn berusting te hebben dat hij dat ook wel konde bewaren dat ik niet konde weeten wat mij soude over komen wijl ik nog eenige maanden moest rondswerven be„ staande volgens hun op gave de nog ontbreekende goederen in Eenige goud ter swaarte van 164 realen spaans en Een stuijvers 125 rd: spaans aan Contanten 5: p„s snaphaanen 4: „ donderbussen 32: „ kleedtjes 2: „ Cassangs 1: „ Satassa 1: „ Tappoe 150 „ bode kogels D' maand April 1772 noden 1: „ werp met 171 Van Macasser Den 21 8ber: 1772. Van Macasser Den 21: 8ber 1772 Den 24:' D' maand April 1772. 2: p„s krissen, en 2: „ assagaijen Ik gaf antwoord dat ik het zijn hoogheid al bevoorens had„ „de laten zegen, dat het, beste goed soude weg ' rapen indien hij er niet op liet opassen dat zijn eijgen onderdaanen het hadden helpen wegbrengen 't guen door mijn volk dat na boord willende gaan was gezien, en dat zijn onderdaanen mijn volk ontmoetende eenige wapenen die zij weg droegen hadden nee„ „der geworpen en weg waren gelopen die dan ook door het volk waren opgeraapt en aan boerd gebragt. waar schouwden ik den stuurman in stilte dat den quar„ tiermeesters van de Bedrieger mij gezegt hadde dat hij agttien goude knoppen en Een d:o ring van een Mattroos had gekogt en proponeerde voorts om het volk te laten viziteeren dog den stuurman begon daar op zodanig een leeven te maeken en te schreuwen als een onzinnig mensch waar door het volk ons voorneemen gewaar wordende de goederen borgen, egter wierd bij de vizitatie nog gevonden Een ring die een mattroos in de zak wilde steken en Eeni„ „ge kleedtjes grove. Den mattroos gevraagd zijnde waar hij aan de knopen en de ruig gekomen was, gaf tot antwoord het in de zakken van den overleeden Detzer te hebben gevonden. Sreeg den bonijs en gezant acces bij den koning zijn brief wierd door een Iongen prins met het vliegende vaendel af„ „gehaald ik had tot heeden den gezant nog niet weeder kun„ nen te spreeken krijgen. Liet ik wederom om de beloofde prauw versoeken wijl ik ordre hadde spoedig te vertrekken, dog kreeg geen antwoord. het mij den koning antwoorden dat ik dog nog wat gedult soude hebben dat den brief van den koning van bonij hem veel moeijten veroorsaaken liet ik wederom accis bij den koning vragen dog kreeg tot ant„ „woord zy zeer zich was en het geen te seggen hadd maar aan den Sabandhaer en eene der Mandharijns soude vragen. „ 26: den 25: D' maend April 1772. — Een ging „ 27: „ 28:' 173 Van Macasser Den 21 8ber: 1772. Van Macasser Den 21:' 8ber 172 D'maand April 1772. den 29:' Ging ik benevens den sergeant Steijnbag bij den sabandhaer en gaf hem de 18 p„s goude knopen en twee ringen over die te samen swaar wogen ¾ realen spaans als meede de voor„ gem: 7: wapenen benevens 2: leedige kisten die de mattroo„ sen seijde aan strant te hebben gevonden en verzogt een qui„ tantie van het een en ander, mitsgaders om de beloofde prauw den Sabandhaae antwoorde dat zyn hoogheid daar al voorgezorgt had, en dat ik des anderen daags de quitantie soude krijgen „ 30 Niets voorgevallen „ 1: Meij— „ 2:' _o stuurden ik wederom om de quitantie ende beloofde prauw dog kreeg geen antwoord „ 3:' _o Een brief aan den wel Ed: Agtb: heer Gouverneur geschree„ „ 4: _o kwam den sergeant Steijnbag aan boord van wagen zijn hoogheid boodschappen dat hij mij schielijk soude helpen heden vertrekt den sergeant na de Eijlanden. ziende dat van alle de beloften niets kwam en dat den koning niet anders sogt als ons op te houden gingen wij onderzijl, en kwamen des avonds weder voor anker. Des morgens legten het anker ompasseerden de Eerste bngte niets voorgevallen zijlden wij na de boetm pewal also wij volgens de kaart onder een negory waaren die mij egter niet konde sien van „ 15 tot den 26: „ 14:' „ 13: Liet wederom om acces bij den koning versoeken en hem 19:' teffens weden dat ik niet langer konde wagten, kreeg tot antwoord dat hij nog seer ziek was en zoo dra beeter wierd hij mi soude laaten roepen. Niets voorgevallen Niets vorgevallen De maand Meij A:o 1712. — verte maar ven „ 27. „ „ 121 „ „11 den 10:' 18: „ 7: „ 6.1 den 5:'

NL-HaNA_1.04.02_3389_0093 view scan ↗

English

From Macasser, 21 October 1772 From Macasser, 21 October 1772 The month of May 1772. but indeed a deep, wide river, which was not easy to enter, because it was blocked with long and large, unfelled trees. The 28th: We sailed to the outermost point of the strait, but saw no vessels. Towards evening, we went to anchor under the Bouton shore. The 29th: We cruised back and forth across the bay somewhat and continued to do so until the 7th of the month of June. 8 June: In the morning, we held a council and resolved not to proceed any further outside the strait, for the reason that the pantjallang De Bedrieger could not follow us, as its main boom was broken. Towards noon, we saw a paduwakang prau, toward which we set course and inquired where it came from. He said from Tanboeko, and to be a subject of the King of Ternate. He had no pass, but upon inspection we also found no contraband with him, and he had laden nothing other than sago; we ordered him to head outside. The 9th: Nothing occurred. The 10th: Sailed to the shore of Moena. The 11th: Anchored before the negorij Pooroeko to purchase some provisions, as nothing could be had for money on Bouton. From the 12th to the 15th: Nothing occurred. The 16th: I went ashore to the negory Horop to the prince of that negorij, who received me well and had sagoweer drunk from wine roemers which he had received in the past year from the Englishman. I requested him to arrange that I might speak with the King of Moena, as I would gladly see the castle, which he promised me; he was furthermore very polite, and saw to it that the crew obtained some provisions. The 17th: Nothing occurred. 18: I was granted audience with the King of Moena; he appeared to be more honest and better disposed toward the Company than the King of Bouton. He did not, however, wish to let me see the castle, but told me that he had wanted to spare me the trouble of climbing so high, and that he had therefore come down into his garden to receive me. On this occasion, I also questioned him about the trade they conducted with the English, and said that this would be taken very ill of him by the Governor. He excused himself, saying that he had not known of this, and furthermore took it very well. From the 19th to the 21st: Nothing occurred. The 22nd: In the morning, we saw a two-masted bark coming down the strait; sailed toward it and found that it came from Banda, was destined for Batavia, and was laden with tripang. He said that he had become separated from three similar vessels and had fallen into the strait due to contrary winds. From the 23rd to the 25th: Nothing occurred. The 26th: We arrived once again in the Bouton roads. The 27th: I was greeted by three interpreters on behalf of the King, and on this occasion I had an audience requested with His Highness. From the 28th to 3 July: Nothing occurred. The 4th: The King sent word requesting me to come to him, but alone, as he was still ill. I went thither, but arriving before the castle he kept me waiting there until 6 o'clock in the evening before letting me enter, whereupon he asked where we had been. I gave him some answer to that and said that we would gladly have gone further, but that our booms were all broken and His Highness had not been willing to supply us with any, so that we had found ourselves compelled to return so quickly. His Highness excused himself and said that this had been caused by his illness, that we had departed too hastily, and asked at the same time why those voyages were actually undertaken. Whereupon I answered him whether this had not been made known to him by the Governor's letter, and that I remembered having told him so myself on the occasion that I requested a prau to guide us; but he said that it had slipped his mind, and asked if I had an instruction, to which I answered him yes, and which I also showed him, having its contents translated, whereby I convinced him that the Governor was aware of all his intrigues, and that the House of Bouton thereby caused the Company much displeasure. He became so furious at this confrontation that I thought he would leap upon me, and said he would gladly speak privately with the man who had reported such things; that all that was charged against him in that instruction was nothing but untruths, but that he could well imagine from whom it came, and that it could come from no one other than a man who had failed on Bouton to turn a dime into five, for they, the Boutonese, looked to no one other than the Company. I replied to him that he gave poor proof of that: partly through the poor assistance, and partly through the extortion of goods that rightfully belonged to the Company, and thirdly through the refusal of a vessel which the Governor himself had requested of him; that he had also not been willing to supply us with any bamboos for booms when our booms were broken; that these things were no signs of good harmony with the Company. Whereupon he promised that he would soon help me with all this, and provide an interpreter to accompany us as a guide, as I intended to enter the strait once more. From the 5th to the 8th: Nothing occurred. The 9th: I sent again to the King to remind him of his promise, but received no answer. From the 10th to the 15th: Nothing occurred. The 16th: I received a letter from the Governor of Macassar. From the 17th to the 28th: Sent daily to the King to remind him of his promise, but instead of bamboos and a prau, we received a half-present, for which I had to pay five rupees.

Dutch transcription

Van Macasser Den 21 8ber: 1772 Van Macasser Den 21:' 8ber 1772 De maand Meij 1772. — maar wel een diepe breede rivier, daar niet wel binnen te komen was, om dat deselve met lange en groote onver„ gehakte boomen belegt was Den 28: zeijlden wij na uitterste hoek van de strat dog sagen geens vaartuigen. kruisten wij de bogt wat door en Continueerde daar mee„ „de tot den 7:' van de maand Iunij „ 8: Iunij des mergens hielden wij vergadeering en resolveerden niet verder buiten de straat te gaan om reedenen de Pantjal„ lang de bedrieger ons niet kende volgen wijl zijn groote bouw gebrooken was. Teegen de middag sagen wij een Prauw Paduwakang daar wij het na toe stten en afvroegen waar hij van daar kwam hij zijde van Tanboeko, en Een onderdaan van den koning van Ternaten te weesen hy hadde geen pas dag wij vonden bij visitatie ook geen Contra bande bij hem en had niets anders als sagoe ingeladen ordonneerden hem om na buiten te gaan Niets voorgevallen. zijlden na de wal van Moena Ankerden voor de negorij Pooroeko om eenige verversing te kopen alzo op Boutong niets voorgeld te krijgen was Niets voorgevallen Sing ik na de wal na de negory Horop bij den prins van dien Negorij die mij wel ontfingen saguweer uit wijn roemiers liet drinken die hij in anno pass:o den Engels Sman gekreegen hadde ik verzogt hem dat hij soude be„ werken dat ik den koning van Moena te spreeken kreeg wijl ik gaarn het Casteel eens wilde zien het geen hij my beloofde was voorts zeer beleeft, en maakte dat het volk eenige verversing bekwam. Niets voorgevallen kreeg ik accis bij den koning van Moena hij scheen Eerlijker inde Comp: genegener te weesen als den koning van den 12: tot den 15:' „ 11:' D'maand Meij 172. — Teegen den avond gingen onder de boutonse wal ten an„ teegen van 29: „ker den 9:' „ 10' „ 16 „ 17:' 118 175 177 Van Macasser den 21 8ber: 1732. Van Macasser Den 21: 8ber 1772 Dinaand Junij 173 van den 28:' to den3: Julij van bouton, hij wilde mij egter het Casteel niet laten zien maar zeijde mij de moeijten te hebben willen spaaren om zoo hoog te klinmen, dat hij daar om om laag in desselfs tuijn was gekomen om mij te ontfangen Ik onderheild hem ook bij deese geleegentheid over den handel die zij met de Engelschen dede en zijde dat zulx hem zeer kwaalijk van den heer Gouverneur soude ge„ nomen werden hij ontschuldigden zig, met te zeggen zulx niet geweeten te hebben en nam het voorts zeer goed op zagen des morgens Een twee maste bark : straat Nakomen zijlden daar na toe en bevonden dat hij van banda kwam en na Batavia gedestineerd en met Trijpangs beladen was hij zijde van drie dito vaartuijgen te zijn afgeraakt en den Contrarie winden straat vervallen te weesen. van den 23: tot den 25:' Niets voorgevallen „. 26:' kwamen wij wederom op de Boelonse Ree wierden mij door drie Tolken van 's koningsweegen ge „ 27. van den 19:' tot den 21:' Niets voorgevallen „ 22: Dimaend Juny 1772. groet en ik liet bij deese geleegentheid bij zijn hoogheid ac„ „ces versoeken. Niets voorgevallen Liet den koning mij verzoeken bij hem te komen dog alleen wijl hij nog ziek was ik ging er natoe maar voor het Cas„ teel komende liet hij mij aldaar tot des avons te 6. uuren wag„ „ten eer hij mij binnen liet, wanneer hij wij vroeg waar wij ge„ weest waaren ik gaf hem daar op eenig antwoord en zeijde gaarne verder te hebben willen gaan, maar dat onse bouwen „alle gebroken waren en zijn hoogheid er ons geene hadde wil„ „len bijzetten zoo dat wij ons wel genoodsaakt gevonden hadde zoo spoedig te retourneeren zyn hoogheid verontsculdigden zig en zijde zulks door zijn siekte te zyn veroorsaakten dat wij te schielijk vertrokken waaren en vroeg teffens waar„ „om die togten Eijgentlijk gedaan wierden. Waar op ik hem antwoorde of hem sulx door den brief van den gouverneur niet bekend was gemaakt en dat het my voorstond hem zulx zelfs te hebben gezegt bij gelegent groet heid „ 4:' 179 Van Macasser Den 2:' 8ber 1742 Dinaend Iulij 172. — d' maand Iulij 172. heid ik om een prauw verzogt om ons te geleijden, dog hij zijde dat het hem ontschoten was en vroeg of ik een instructie had„ den daar ik hem Ja op antwoorden, en die ik hem ook ver„ toonde en den inhoud derselve liet vertaalen waar door ik hem overtuijgten dat den heer gouverneur alle zijn konkelarij„ „en bewust was en dat het huis van bouton hier door veel ongenoegen aan d' Comp: gaf hij wierd door dit voorshou„ den zoo kwaadaardig dat ik dagt hij wilde mij op 't lijf springen en zeijde hij wilde gaarne eens met den man die zulks overgebragt hadde onder vier orgen spreeken dat het niet anders dan onwaarheiden waaren alle het geene hier in die Jnstructie ten laste gelegt wierd dog dat hij wel kost denken van wien het kwam en het van niemand anders konde komen als van Een man die het mislukt was op bouton van een dubbeltje vijf te mae„ „ken, want dat zij boetonders op niemant anders als de Comp. zagen. Ik repliceerde hem daar op, dat hij slegte blijken van Macasser den 21 8ber: 1772 daar van gaf eensdeels door de slegte adsistentie en anderen deels door het afdwingen van goederen die d' Comp regtvaardig toebehoorden en ten derden door het wijgeren van Een vaar„ „tuig door den heer Gouverneur hem zelf om verzogt hadde dat hij ons ook geene bamboesen voor bouwen hadde willen bij zetten doen onse bouwen gebrooken waaren dat dit een en ander geene blijken van goede harmonie met d'Comp: was waar op hij beloofde mij spoedig met dit alles soude hel„ „pen en Een tolk tot geleijde meede te geeven wijl ik van voorneemen was de straat nog eens in te gaan. Niets voorgevallen vanden 5: tot den 8:' soud ik wederom bij den koning om hem zijne belofte in dagtig te maaken, maar kreeg geen antwoord Niets voorgevallen „ den 10 tot den 15 ontfing ik een brief van den heer Gouverneur van Macassar „ 16: dagelijks bij den koning gezonden om hem zijn belofte te herden, „ 17: tot den 28: „neeren dog kreegen in steede van Bamboesen en Een prauw Een half present waar voor ik vijf ropijen moest betaalen daar den

NL-HaNA_1.04.02_3389_0096 view scan ↗

English

181 From Macasser, the 21st of October 1772. The 21st of October 1772. From Macasser. The month of August 1772. The month of July 1772. The 29th. The 30th. The helmsman Iacob Minne passed away. The said helmsman was buried and it was approved to appoint the quartermaster of the pantjallang the Boreas as commander. From the 31st to the 2nd of August, nothing occurred. The 3rd of August, I requested the king to be permitted to careen the pantjallang the Bedrieger in the mouth of the river to repair a sustained damage, but this was refused by him. The 4th, Sergeant Stijnbag returned from the islands. The 5th, the king had me called to him alongside Sergeant Steijnbag and received us very well; but when Steijnbag spoke of the return of the cannons that were on Bouton, he declared that everything standing on Boeton was his, and consequently also the cannons, even if they were set with diamonds. The 6th to the 17th, nothing occurred. The 18th, Corporal Schnijder and the quartermaster of the Bedrieger brought me another small bamboo container with some gold dust, and said they had received it from a soldier who had wanted to pay them with it while gambling. I sealed it in their presence. The 19th, in the morning, I went on board the pantjallang the Bedrieger and asked the soldier who had had the gold dust how he had come by it and whether he had any more of that specie. He thereupon gave me another gold ring and said that he had won it from a sailor while gambling, and had found the gold dust in the pockets of the deceased Ditser. We then searched his chest, but found nothing more. From the 20th of August to the 5th of September, nothing occurred. The 5th of September, in the evening, two prahus entered the river, at least 100 men strong, and said they were Buginese. The 6th, in the morning, I had the king requested to be permitted to inspect the said two vessels, but the shahbandar informed me that his highness was asleep, but that he would send me word, of which, however, nothing came. 183 The month of September 1772. From Macasser, the 21st of October 1772. From Macasser, the 21st of October 1772. The month of September 1772. From the 7th and 8th, nothing occurred. The 9th, the bark the Orangeboom arrived from Ternaten in the Boeton roadstead. In the afternoon, the commanders of both our vessels, being drunk on shore, got into a fight. The skipper Landbarcq, seeing that I was burdened with such a situation, said he could not wonder at it, and offered me a helmsman, whom I also accepted and requested of him a sober and competent man. The 10th, the helmsman transferred to us was introduced to the crew and handed over to him in the pantjallang the Boreas. The 11th, the bark the Orangeboom departed for Java, and the bark the Mossel also arrived from Ternaten in the Boeton roadstead, likewise destined for Java. The 12th, the bark the Mossel departed. The 13th, at the request of the king, we went to his highness to attend a great feast. From the 14th to the 19th, nothing occurred. The 20th, in the afternoon, the native Poea Laadje arrived here in the roadstead with a pass from Macasser. The 21st, nothing occurred. The 22nd, I was granted an audience with his highness and requested of him, since I intended to depart, the return of the gold and the firearms that I had handed over to him pending further orders from the governor; but he answered me that he had sent both, along with the vessels and crew, to the King of Bonij, from whom the governor would be able to obtain them. The 23rd, we received our dismissal from the king, who gave us a letter to take to the governor. The 24th and 25th, coming on board again, we weighed our anchor and set sail. The 26th, nothing occurred. The 27th, we arrived at Saleyer. 185 From Macasser, the 21st of October 1772. Examined. From the 27th to the last, nothing occurred. The 1st of October, we departed from there again. The 2nd, nothing occurred. The 3rd, we arrived at Bonthain. The 4th to the 7th, nothing occurred. The 8th, we departed from Bonthain. The 9th, in the afternoon, we arrived back in the Macasser roadstead. It was subscribed: Thus kept on the pantjallang the Boreas, and delivered to the Honorable, Right Venerable Mr. Paulus Godofredus van der Poort, Governor and Director of this Coast, on this day, the 19th of October 1772. Was signed: Cart August Boutje. It was subscribed: Agreed. Was signed: F: I: Voll, sworn clerk. The month of September 1773. Malacca. Secret. J. V. Harlingh. G. Klosk. Anno 1773. To his Honor, the Right Honorable, Right Venerable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Right Venerable, Highly Born Lord and Honorable Lords. Regarding what occurred between the native princes and the foreign Europeans in this strait, we have had

Dutch transcription

181 Van Macasser Den 21 8ber: 172. Den 21:' 8ber 1772 Van Malasser D'maand Aug„s 1772. d'maand Julij 172. den 29:' „ overleed den Stuurman Iacob Minne wierd gem: stuurman ter aarde besteld en goedgevonden de quaa„ tiermeester van de pantjallang de Boreas tot gezagheb„ ber aan te stellen van „ 31 tot den 2„e aug: niets voorgevallen „ 3: august:s verzogt ik den koning om de pantjallang de bedrieger in de mond van de rivier te mogen krengen, om van Een beko„ men lett te voorsien dog zulx werd door hem geweygerd „ 4:' _o kwam den sergeant Stijnbag van de Eijlanden te rug. Liet mij den koning nevens den zergeant Steijnbag bij zig roepen en onthaalden ons zeer wel dog doen steijnbag sprak van de te rug gae van de op bouton zijnde Canons zyde hy vond uit dat al wat op boeton staande het zijne was, en gevolgelyk ook de Canons, al waren zij met diaman„ ten bezet: „ 6: tot den 17: Niets voorgevallen „ 18:' Bragten den Corporaal Schnijder ende quartiermeester van de bedriegen my nog Een bamboesje, met wat stofgoud, en zeijde het van Een soldaat gekreegen te hebben die hun on„ der het speelen daar meede hadde willen betaalen: ik verzegelde het selve in hun teegen woondigheid Des morgens begaf ik mij naboord van de pantjallang de be„ „drieger, en vroeg den soldaat die het stofgoud hadde gehad, hoe hij daar aan was gekomen en of hyj nog meer van die specie hadde hy gaf mij daar op nog een goude ring en zijde desel„ „ve met speelen van Een mattroos gewonnen, en het stofgoud in de zakken van den overleeden Ditser gevonden te hebben. wy visiteerenden vervolgens zijn kist, dog vonden niets meer Niets voorgevallen van den 20: aug:s o den Sep: des avonds kwamen twee prauwen in de rivier wel 100 den 5: Sept: man sterk en zijden boegineesen te weesen des morgens liet ik den koning verzoeken om gem twee vaarthuigen te mogen visiteeren dog den sabandhaer„ het my weeten dat zijn hoogheid sliep, maar dat hij mij bescheijd soude laten zeggen, daar egter niets van kwam. 6 den 19:' van „ 30:' „ „ 5: „ 6: _o „ 183 D'maend. Septemb„r 1723. — Van Macasser Den 21 8ber: 1772 Van Macasser Den 21:' 8ber 172 D maand Septemb„r 1772. — van den 7: en 8:' Niets voorgevallen Arriveerde de baraq de orangeboom van Ternaten op de toetonse rheede Des na de middags raakten de gezaghebbers van ons beijde bodems beschoeken zijnde aan de wal aan het vegten den schipper Landbarcq ziende dat ik met zulks was opgescheept zeijde zulx niet te kunnen ver„ wonderen, en bood my Een stuurman aan die ik ook ac„ „cepteeren en hem verzogt om Een nugter en bekwam Den 10:' wierd de aan ons afgegeven stuurman het volk voorgesteld inde Pantjallang de Boreas aan hem overgegeven 11:' Vertrok de Bark de orangeboom naar Iava en kwam de barcq de Mossel meede van Ternaten op de Boe„ tonse rheede insgelijks naar Iava gedestineerd „ 12:' vertrok de Barcq d' Mossel „ 13:' Pingen wij op verzoek van den koning bij zijn hoogheid om Een groete sestien by te women. Des middags kwam den Jnlander Poea Laadje met Een pas van Macasser hier ter rheede. Niets voorgevallen kreegen wij ons afscheid van den koning die ons Een brief aan den heer Gouverneur meede gaf. Weederom aanboord komende ligten wij ons anker en gingen onder zeijl Niets voorgevallen arriveerden wij op Saleyer den 24 en 25:' „ 23:' van den 14:' tot den 19:' Niets voorgevallen kreeg ik gehoor bij zijn hoogheid, en verzogt hem wijl „ 20:' ik van voorneemen was om te vertrekken het goud ende geweiren die ik hem tot nadere ordre van den heer gou „verneur had ter hand gesteld te rug dog hij antwoorde mij het een en ander benevens de vaartuigen en Equipa„ „gie aan den koning van bonij gezonden te hebben van wien den heer Gouverneur het selve soude kunnen krijgen van van „9: man „ 22:' „ 26: Van Macasser Den 21 8ber: 1772. Nagezien van den 27:' tot den laatsten niets voorgevallen Den 1:' october vertrocken wij wederom van daar „ 2: „ niets voorgevallen „ 3: „ kwamen wij op bonthain „ 4: „ tot den 7:' niets voor gevallen „ 8: „ vertrokken wy van bonthain „ 9:' „ des na de middags arriveerde wij weederom ter rheede macasser /:onderstond/ Aldus gehouden op de Pantjallang de Boreas, en overgegeven aan den wel Edelen Agtb:r heer Paulus Godofredus van der Poort, gouverneur en Directeur deeser Custe op heeden den 19:' october 1772. /: was geteekend:/ Cart August Boutje /:onderstond/ Accor„ „deert /:was geteekend:/ F: I: Voll gesw: Clercq: — P' maand September 1773. Malacca Secreet J V: Harlingh G: Klosk Ao 1773 Pebrus Albertus veander Paria Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele, Grood Acht: wijd geb: tuer En wel Edele Heeren. van het voorgevallene tusschen de Inlandsche voosten ende vins de vremde Euopen in deeze straat hebben wij dere Aan zijn Edelheijd Den hoog Edelen Groot Achtbaren Heere gehad 185

NL-HaNA_1.04.02_3389_0100 view scan ↗

English

From Malacca, the 9th of January, anno 1773. From Malacca, the 9th of January, anno 1773. Having communicated to Your High Nobilities in our humble letter of the 5th of September 1772 that which we were able to learn during that time, we nonetheless take the liberty, in continuation thereof, briefly to communicate to Your High Nobilities that, according to the attached account, the English have had to leave Queda again, and that on the 15th of November of the past year they departed from there for Atchien. Their reckless conduct and despotic manner of dealing with the natives are certainly the principal causes thereof, and although it is indeed said that the King compensated them for all the expenses incurred, we nevertheless believe this to be more a fiction and a rumor spread by them than the truth. At Oedjongsalang they had also caused a small fort to be erected and occupied by an officer and fifty men, but because they assisted the rebels contrary to their given word, these men were all taken prisoner of war by the Siamese, who had been sent thither by their new king to bring the rebels to obedience, and transported to Siam. In Atchien, according to the rumors and daily reports, their affairs are likewise in a very desperate state, and it is generally maintained there on good grounds that they will also soon be dislodged from that place, seeing that the inhabitants of that kingdom seem to be just as much animated against them as the people of Queda, notwithstanding that the King, against the will and the clamor of his subjects, still seeks to maintain them. We considered it our duty most respectfully to communicate this to Your High Nobilities, as well as the fact that we cannot send the requested one hundred pounds of radix columba at this time, as the Goa vessel which ordinarily brings this root here lost its voyage in the past year and was forced by a storm to turn back. While we remain with profound respect, High Noble, Greatly Honorable, Wide-Ruling Lord and Well-Noble Lords, Your High Nobilities' humble and very obedient servants, signed, Thomas Schippers, Jan Crans, and Ed. Kretschmer. In the margin: Malacca, in the Castle, the 9th of January, anno 1773. Account given by the former burgher lieutenant Michiel Zander on Monday the 21st of December 1772. The informant states that he departed from here with his vessel on the 4th of November last and arrived at Queda on the 15th following. That upon coming ashore there and inquiring to whom he should address himself, he was informed that the English governor still held command at that time. That he thereupon went into the fort to the English governor named Mitthon, requesting to know how much duty he, the informant, owed for certain merchandise laden by him, consisting of salt as well as other small goods, whereupon the governor answered him that he had to pay three percent for it. That during his stay there, the informant subsequently understood from several inhabitants that the present King of Siam had shortly before sent six thousand men from Jongsalang.

Dutch transcription

Van Malacca Den 9:' Ianuarij A:o 173: Van Malacca Den 9:' Januaij Ao 173 gehad uw hoog Edelens bij onse onderdaanige Letteren van den 5: September 1772. dat geene te bedeelen, dat wij in die tijd hebben kunnen vernemen En althoos neemen wij de vrijmoedigheijd ten vervolgen van dien uw hoog Edelens kortelijk te Communiceeren, dat volgens nevens gevoegde Relaas de Engelschen queda we„ „derom hebben moeten verlaaten en dat zij op den 15: novem„ „ber des voorleeden Jaar van daar na Alchien zijn vitrocken Hun onbesuit gedrag en dispotique handelwijse met den in„ „lander zijn daar van wel devoornaamste oorzaacken, en of schoon wel gezegt word, dat den koning hun van alle de gedaane kosten heeft doen de dommageeren zoo gelooven wy nogthans dat zulks meer een Tictie en uijtstrooijsel van hun dan de waarheid. Tot oedjongsalang hadden zy meede Een kleijn Fortje doen opwerpen en met Een officier en vijftig man Laten Dit hebben wij van ons pligt g'agt uw hoog Edelens Eerbiedigst te bedeelen als meede dat wij de gelijschte Een hondert Ponder radix Columba voor ditmaal niet kunnen zenden alzoo het Goase schip dewelke Tot Alchien staan volgens de gerugten en dagelijkse advertentien hunne zaaken meede zeer desperaat en daar word uit algemeen en op goede gronden gesustineerd, dat men zee aldaar ook wel haast zal doen delogeeren aange„ zien de inwoonders van dat Rijck mijm zoo viel tegen geanimeerd scheijnen als de quedaars niets tegenstaande de koning hun tegens de zin en het geroep zijner onderdaan en nog altracht staande tehouden bezetten dog die zijn door de siammers, die door hunne Nieuw en koning na derwaarts gesonden waaren om de werderspanningen tot gehoor aamheijd tebrengen vermits zy die tegens het gegeeven woord assistierde, alle krijgs gevan„ genen gemaakt en na Siam vervoert bezetten die 187 Van Malacca Den 9:' Ianuarij A:o 173. Van Malacca Den 9 Januarij 173 die wortel ordinaire hier aanbrengt in den gepasseerden Iaare zijne reijse verlooren en door storm ginoodzaakt is geweest terug te keeren Ter wijl wijl met een diep Respect blijven /: onderstond:/ Hoog Edele groot achtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren :/ lager:/ uw hoog Edelens onderdaanige en zeer gehoorzame Dienaaren /:was getekend:/ Thomas schippers, Ian Crans, en E:d kretschmer:/ in margine:/ Malacca In't Castel den 9: Ianuarij A„o 173: Relaas gegeven bij den oud burger Luitenant DE Michiel zander Maandag Den 21:' december 1772: Den relatant zegt dat hij met zijn vaartuijg den 4: november Jongstleeden van hier vertrokken in den 15: daar aan volgende op queda g'aruiveerd is Dat hij aldaar aan wal komenden en zig in formeerende dan wie hij zig te adreseren had onderegt wierd dat den Engelschen Gouver verniur voor als doen nog het gebijd had: Dat hij daar op is gegaan in het fort bij den Engelschen gouverneur genaamt Mitthon aan wien hij eenige negotie zoo van zout als andere kleijnigheeden geladen versoekende temoogen moeten hoe wel Pagt hij relatant daar voor schuldige was te betaalen waar op den gouverneur hem heeft g'antwoord dat hij daar voor drie p„r C„t betaalen moest Dat hi relatent vervolgens gedurende zijn verblijf aldaar van verscheijde inwoonders verstaan heeft dat den tegenwoordige„ koning van Siam kort te voren ses duisent man van Jongsa„ Relaas lang op 189

NL-HaNA_1.04.02_3389_0102 view scan ↗

English

From Malacca the 9th of January 1773 From Malacca the 9th of January in the year 1773 long had sent out in order to drive away or bring to terms the Burmans and other peoples and inhabitants of Jongsalang who refused to submit to his obedience. That he at the same time made this intention of his known to the English Captain who lay there as head of the militia in a certain small fort thrown up by them with about fifty men, adding that he should please keep quiet and take no side, or else he would be forced to consider them likewise as enemies. That the English Captain, notwithstanding his promises made not to choose any side whatsoever, nevertheless not only assisted the enemies of the King of Siam, but after they were defeated sheltered those who escaped by flight in his fort. That the troops of the Siamese King, becoming aware of this faithless act of the English, thereupon surrounded that fort at Vonton and subsequently bombarded it for several days. That during this attack nine to ten men, all deserters from our Dutch Company who on Pera had deserted both from the shore and from the vessels, had subsequently entered the English service and had been stationed there in the fort, deserted to the Siamese. That these deserters and defectors were then used by the Siamese with the artillery and acted against the English with so much success that they shot down that fort flat on one side, and thereby forced the English all to surrender as prisoners, but they gave no quarter to the natives and put them all to the sword. That the English Governor at Queda, having received the news of the defeat of the English garrison of that fort on Jongsalang, immediately sent a Captain thither with one hundred sepoys to demand the return of the captured English, but that they were not permitted to enter Jongsalang, receiving in reply through an envoy only that they must depart and that the prisoners could not be handed over to them unless the King of Siam should order it, whereupon the aforementioned Captain with his sepoys, seeing no chance of acting against them with success, returned to Queda without having accomplished anything, two days after the deponent arrived there. That he, the deponent, after the return of those men, clearly saw and could notice that the English intended their departure from Queda, for they worked night and day to pack their goods and bring them on board, so that on the 15th of November last in the afternoon at four o'clock (the same day that he, the deponent, departed from there) they embarked in three two-masted vessels and abandoned Queda without leaving a single man behind. Further 191. From Malacca the 9th of January 1773. Checked. Furthermore, the deponent relates to have understood during his presence there from the natives that the beginning or the moving cause of those disagreements between the English and inhabitants originally arose because the English were very familiar and wild with the native women against the custom of that country, whereby a sepoy was wounded, and thereupon some other sepoys ran to the fort to make the Governor acquainted with that incident, who thereupon sent out forty to fifty men with full arms, who fired among the natives and killed as well as wounded seven or eight men. That the King of Queda, learning of this, informed the English Governor that he had to depart from his country, that he could not allow his country to be ruled by them in that manner, and that he would compensate them for all the expenses they had incurred, just as the King of Queda also paid them everything to the last duit. Thus done and related within the fortress of Malacca, in the presence of Willem Gijsbert van Rijneveld and Carel Godlieb Rojus, clerks as witnesses, who signed the minute of this alongside the deponent and me, First Sworn Clerk. Below stood: Quod Attestor. Was signed: I: Scheevelius, First Sworn Clerk. B. Hartingh G. Klerk and today presented f 193. In the year 1772: Malacca Secret Resolutions There was read in the Meeting a certain translation of a missive written by the King of Siac to this Government, containing in substance that His Highness has understood from some of his people who recently came from Riouw that Radja Hadje intends to come to Siac; that in order to be better assured thereof he immediately sent out three vessels to be further informed of the truth of this, and that the crew of those vessels met the aforementioned Radja Hadji near Oengaran; likewise that the same is presently lying with two ships and forty vessels in the Strait of Crimoen (that is, Drioens); requesting further that this Government please assist him in this inconvenience and perplexity with men and gunpowder, and that to this end ten Meeting on Friday the 22nd of May 1772, all present. Thailen

Dutch transcription

Van Malacca Den 9:' Januarij 1773: Van Malacca Den 9: Ianuarij A„o 173— lang had afgesonden om de barremans en ander volkeren en Jn„ woonders van Jongsalang die weijgerig bleeven om hun on„ „der zijn gehoorzaamheijd te begeeven weg te Jagen of te verstaan Dat hij tesfens aan den Engelschen Capitain die als hoofd van de militie in zeeker door hun opgeworpe Portje met omtrent vijftig man aldaar lag deeze zijn intentie heeft doen bekend maaken bijvoeging dat dezelve zig geliefde stil te houden en geen partije tetrecken of dat hij anders zoude genoodzaakt zijn hun meede als vijanden te Consideeren Dat den Engelschen Capitain met Jegenstaande zijn gedane belof„ „ten om geen partije hoe genaamt te zullen kiesen Egter de vijanden van den koning van Siam niet alleen is behulpzaam geweest maar na dat deselve geslagen waren de overige die het met de vlugt ontquamen in in zijn fortje heeft geborgen Dat de volckeren van den Siamsen koning die trouwloose daad van de Engelschen gewaare wordende daar op dat Fortje van von„ ton hebbend ingeslooten en vervolgens Eenige dagen beschooten dat onder die attacque negen â tien man alle deserteurs van onse nederlandsche Compagnie die op Pera zo van de wal als van de vaartuijgen gedrost zyn vervolgens zig in Engelsche dienst begieven hadden en aldaar in 't fortje beschijden waren tot de sioimers zijn overgelopen Dat die deserteurs en overlopers als doen door de siammers bij de arthillerije zijn gebruijkt en teegens de Engelschen g'ageert heb„ :ben met zoo veel succes dat zij dat Portje aan de Eine zijde plat schooten en daar door de Engelschen noodsaakten zig alle als gevan„ „genen voor te geeven dog de inlanders geen pardon gegeven maar alle overdekling hebben doen springen Dat de Engelsche gouverneur te queda de tiding van de nederlag der Engelse besettingen van dat Fortje op Jongsalang bikomen hebbende daar op terstond ben Capitain met Een hondert Cipas na derwaarts heeft affgezonden, om de gevangene Engelsche terug te Eijschen dog dat deselve niet gepermitteert zijn geworden om op Jongsalang binnen te komen krijgende eenlijk door een afgezant ten antwoord dat zij vertrecken moesten en de gevan„ genen aan hun niet konden over gegeeven worden ten zij den koning van Siam zulx quam te ordonneeren en waar op den voorm: Capitain met zijn Cipaijs geen kans ziend, om met Succes tegens hun teageeren twee dagen na de relatant aan weesen aldaar onverrigter zaake tot queda is te rug gekomen Dat hij relatant na de terugkomst van dat volk dindelijk heeft gezien en kunnen bemerken dat de Engelschen op hun vertrek van quida verdagt waeren want zij nagt en dag arbeijden om hunne goederen in te packen en aan boord te brongen zo als zij ook den 15 9ber: Joleeden des namiddags om vier uuren /: den zelven dag dat hij relatant van daar is vertrocken zig in drie turemasten vaartuijgen g'ambarqueert en queda verlaaten hebben zonder Een eenig man agter telaten „ben voorts 191. Van Malacca Den 9.:' Ianuarij 173. Negezien voorts Relateert den relatant nog bij zijn aanweesen aldaar van de inlanders te hebben verstaan dat het begin of wel de beweeg oorzaak van die onEenigheeden tusschen de Engelschen en Jnwoonders oorspronkelijk voortgekoomen door dien de Engelschen met het jnlandsche vrouw volk teegens de maniere. van dat land want familiaar en wild heeft den dat daar door een Cipaij is gequest geworden en daar op Eenige andere meede cipaijs natfort gelopen waren om dat geval den gouverneur bekent te maeken die daar op veertig a vijftig man met volle wopens heeft na buijten gezonden welke onder de inlanders gevuurt en seeven dragt man zo gedood als gequest hebben Dat den koning van queda zulx terooven komende aan de ongel„ „schen gouverneur heeft laten weeten dat hij uijt zijn land moest vertrecken dat hij op die wijs zijn land van hun niet konde laten regeeren dat hij hun alle de kosten, die zij gedaan hadden, zoude vergoeden zoo als den koning van queda hun ook alles tot een duijt toe betaald heeft. Aldus gedaan en gerelateert binnen de fortresse Malac„ „ca, ter presentie van willem Gijsbert van Rijneveld, in Carel Godlieb Rojus, Clercquen als getuijgen, die de minu„ „te deses nevens den relatant en mij Eerste geswoore Clercq hebbe onderteekend /: onderstond:/ Quod Attestor /:was getekend:/ I: Scheevelius, E: g: Clercq BHartingh GKlerk en hede eresekter ƒ 193. A=o 1772: Malaxe Secreete Resolutien Is ter Vergadering Geleesen zeker Trans„ „laat van Een Missive bij den koning van siac aan deese Regeering geschreeven, hou„ „dende in substantie, dat zijn Hoogheijd van Eenigen van zijn volk, die Onlangs van Riouw zijn Gekomen, heeft verstaan, dat Radja Hadje van voorneemen is, te siac te komen; dat hij om te beeter daar van ver„ „sekert te zijn, daarop aanstonds drie vaar„ „tuijgen heeft uijtgesonden, om van de waar„ „heijd van dien nog nader geinformeert te zijn, en dat het volk van die vaartuijgen voorn: Radja Hadji omtrent Oengaran ont„ „moet hebben, item dat deselve tegenswoordig met twee scheepen en veertig vaartuijgen in de straat Crimoen /:dat is Drioens:/ Legt; Versoekende daar bij verders, dat deese Re„ „geering hem in deese ongelegentheijd en perplexitijt met volk en Buskruijt gelieve te assisteeren ende dat hij ten dien Eijnde Thien Vergadering op Vrijdag den 22:' Maij 1772: alle present. Thailen

NL-HaNA_1.04.02_3389_0112 view scan ↗

English

193. Year 1772: Malacca Secret Resolutions There was read in the Meeting a certain translation of a letter written by the King of Siac to this Government, containing in substance that His Highness has understood from some of his people who recently arrived from Riouw that Radja Hadje intends to come to Siac; that in order to be better assured thereof, he immediately sent out three vessels to be further informed of the truth thereof, and that the crew of those vessels met the aforementioned Radja Hadji near Oengaran, and also that the same is currently lying with two ships and forty vessels in the Strait of Crimoen that is Drioens; further requesting thereby that this Government be pleased to assist him in this inconvenience and perplexity with men and gunpowder, and that to this end he sends ten Meeting on Friday the 22nd of May 1772: all present. Thails 195. Year 1772: Malacca Secret Resolutions Thails of gold dust to pay for the latter, along with two picols of wax as a gift for the Company. Whereupon having deliberated and taken into consideration that, although it is hardly conceivable that those of Riouw will as yet undertake any open hostilities against the Company, and consequently not against Siac either, it must nevertheless to some extent be inferred from all the rumors and reports that the intention of Radja Hadje is either to proceed with the aforementioned armament to Siac, or as is rumored here among the public, and that not entirely without foundation, to go privateering against Javanese and other vessels; also considering the dangerous designs with which the Buginese in general seem to be pregnant at this time, and the grave consequences that could result therefrom to the detriment of the Company and especially of this place and of the good inhabitants thereof, both with respect to the navigation and commerce in this strait as well as otherwise, it has been approved and agreed to order three of the four Company vessels presently lying here in the roads to sail with the utmost speed to the Strait of Drioens, in order to cruise there for at least one month, and to that end to place on them one sergeant, three corporals, and twenty-four privates, namely: on the sloop De Goede Trouw one sergeant, one corporal, and twelve privates; on Rustenburg, one corporal and eight privates; and on De Zwaan, one corporal and four privates; as well as to give in mandatis to the commanders or masters thereof to immediately take under their convoy, if they so desire, all vessels wishing to come here, whether from Batavia or from Java, and to ensure them a safe passage hither; as well as, upon encountering Radja Hadji and his fleet, or other vessels belonging to the King of Iohor or to the Prince Regent Dain Cambodia as currently still being known as the Company's friends and allies, otherwise 197. Year 1772. Malacca Secret Resolutions to leave them unmolested, and merely to keep them in view as much as possible and observe them closely, unless, however, cause to the contrary is given on their part by the seizure of vessels belonging to the Company or its subjects, or by other acts of violence; in which case it goes without saying that force must then be repelled with force. But in case they see that Radja Hadje turns his course toward Siac, or understand with certainty that he has already departed thither with his fleet, in such a case to return without delay, or at least to send the best sailing vessel hither immediately and without postponement with that news, in order to be able to deliberate further upon it at once. — While with respect to the gunpowder requested by Radja Mahomet Ali, it has been resolved to send him, instead of for ten Thails of gold or 1200 lb, only for five Thails, that is, 600 lb, Meeting on Thursday the 4th of June 1772: absent the Junior Merchant Cassa due to indisposition. — and to return the remaining five Thails, under recommendation to make good and sparing use thereof and to keep himself constantly in a good posture of defense, as well as to reciprocate the sent gift for the Company with an equivalent counter-gift. — was below: Malacca in the Castle on the date aforementioned: was signed: Thomas Schippers, G: Kretschmar, A: A: Werndlij, Daniel Abm de Neufville, A: F: Lemker, and H: Cassa. — It was reported by the Governor in the meeting that His Honour and the Secunde Kretschmar, by the separate letter from Their Right Honours dated the 28th of April last, were among other things ordered: First, to most forcefully send the King of Pera

Dutch transcription

193. A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien Is ter Vergadering Geleesen zeker Trans„ „laat van Een Missive bij den koning van siac aan deese Regeering geschreeven, hou„ „dende in substantie, dat zijn Hoogheijd van Eenigen van zijn Volk, die Onlangs van Riouw zijn Gekomen, heeft verstaan, dat Radja Hadje van Voorneemen is, te siac te komen; dat hij om te beeter daar van ver„ „sekert te zijn, daar op aanstonds drie vaar„ „tuijgen heeft uijtgesonden, om van de waar„ „heijd van dien nog nader geinformeert te zijn, en dat het volk van die vaartuijgen voorn: Radja Hadji omtrent Oengaran ont„ „moet hebben, item dat deselve tegenswoordig met twee scheepen en veertig vaartuijgen in de straat Crimoen /:dat is Drioens :/ Legt; Versoekende daar bij verders, dat deese Re„ „geering hem in deese Ongelegentheijd en perplexitijt met volk en Buskruijt gelieve te assisteeren ende dat hij ten dien Eijnde Thien Vergadering op Vrijdag den 22:e Maij 1772: alle present. Thailen 195 A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien A„o 1712. Malaxe Secreete Resolutien Thailen stof Goud oversend tot betaaling van het Laaste, mitsgaders twee picols wax tot Ge„ „schenk voor de Comp:e Waarop zijnde Gedelibereert ende in agting genomen, dat, of schoon het niet wel te denken is, dat die van Riouw voor als nog Eenige open„ „baare Vijandelijkheden tegens de Comp: zullen onderneemen, en gevolgelijk ook niet tegens siac„ het nogtans uit alle de Gerugten en advertentien Eenigsints moet afgenomen worden, dat het dessein van Radja Hadje is, of om zig met de voorsz: armature na Siac te begeeven, of /:zo als hier, en dat almeede gantsch niet onge„ „grond, onder de Gemeente verspreid word:/ te gaan vrijbuijten op de Iavase en andere vaar„ „tuigen, ook geconsidereert de gevaarlijke des„ „seinen, daarmeede de Bougineesen in 't alge„ „meen in deese tijd meede beswangert schijnen te gaan; En de beswaarlijke Consequentien, die daar uit tot Nadeel van de Comp:e en in„ „sonderheid van deese plaats ende van de goede ingeseetenen van dien, zo ten respecte van de Navigatie en Commercie in deese straat, als andersints, zoude kunnen komen te resulteeren, is goedgevonden en verstaan, van de thans al„ „hier ter Rheede Leggende vier Comp:s vaartuij„ „gen ten spoedigsten drie daar van na de straat Drioens te lasten zeijlen, om aldaar, ten minste voor Een maand, te kruijssen, en ten dien Eijnde daar op te plaatsen Een sergeant, drie Corpo„ „raals en vieren twintig Gemeenen, Namentlijk: op de Chialoup de Goede Trouw Een sergeant, Een Corporaal en twaalff Gemeenen, op Rusten„ „burg, Een Corporaal en Agt Gemeenen en op de zwaan Een Corporaal en vier Gemeenen, Mitsgaders de Hoofden of Gesaghebbers van dien„ in mandatis te Geeven, om alle de vaartuijgen, die, het zij van Batavia, het zij van Iava na herwaarts willen, dadelijk, indien zij het begeeren, onder hun Convoij te neemen, en Een vijlige Reijse dit heen te besorgen, Mitsgaders bij Renscontre van Radja Hadji en zijn vloot, of wel andere vaartuijgen, den koning van Iohor, of den prins Regent Dain Cambodia toebehoorende /:als voor als nog voor Comp:s Vrienden en Bondgenooten bekend staande:/ andersints ongemolesteerd 197 A„o 1772. Malaxe Secreete Resolutien A„o 1712: Malaxe Secreete Resolutien. Ongemolesteerd te laten, en hun maar al„ „leen, zo veel doenlijk, in 't oog te houden en Naukeurig te observeeren ten waare nogtans, dat aan hun zijde, door 't seem van vaartuij„ „gen, de Comp:, of derselver onderdanen toe„ „behoorende, of wel door anderen gewelda„ „digheden tot het tegendeel oorsaak word gegeeven; wanneer het van selve spreekt, dat als dan Gewelt met Gewelt moet af„ „gekeerd worden: Maar ingevalle zij zien, dat Radja Hadje de steeven na Siac wend, of met zekerheid ver„ „staan, dat hij met zijn vloot bereets na der„ „waarts is vertrocken, in zulk Een Geval, zon„ „der vertoeven, te rug te keeren, of ten minste het best bezeijlde vaartuig dadelijk en zon„ „der uitstel met die Tijding na herwaarts te zenden, om dan daar op aanstonds nader te kunnen delibereeren. — Terwijl nopens het versogte Buskruijt door Radja Mahomet Ali, geresolveerd is, hem, in steede van voor Thien Thailen Goud of 1200: lb:, maar voor Vijff Thailen, dat is, 600: lb: toe te Is door den Heer Gouverneur ter vergadering gerefereert, dat zijn Edele en den secunde kretsch„ „mar bij de aparte Brief van Haar Hoog Edel„s van den 28:e April Iongstleeden, onder anderen zijn g'ordonneert. d Eerstelijk, om den koning van Pera op het krag„ Vergadering op Donderdag den 4:e Iunij 1772: absent den Onderkoop„ „man Cassa door indispositie. — zenden, en de overige vijf Thailen te rug te gee„ „ven, onder Recommandatie, om daar van Een Goed en spaarsaam Gebruijk te maken, en zig steeds in Een goed postuir van defensie te houden, mitsgaders het toegesonde Geschenk voor de Compagnie met Een Equivalent Con„ „tra present te recompenseeren. — /:onderstont:/ Malacca in't Casteel dato voorsz: /:was Ge„ „teekent:) Thom:s Schippers, G: kretschwar„ A: A: Werndlij, Daniel Abm de Neufville; A: F: Lemker, en H: Cassa. — zenden „tigste

NL-HaNA_1.04.02_3389_0115 view scan ↗

English

199 29 Anno 1772: Malacca: Secret Resolutions Anno 1772: Malacca Secret Resolutions to have presented in the most proper and serious manner. That, because tin can be obtained elsewhere incomparably cheaper than what the Perak tin costs, it is a notorious truth, not unknown to the king, that the Honorable Company, by maintaining its post and garrison there, annually suffers great losses. That because Their High Mightinesses are not inclined to cancel or revoke the contracts which they make with native princes, they have continued to bear this disadvantage; in the hope that sales would pick up and the purchase prices would rise; but because they now find themselves glutted with that mineral, and the market improves neither in Europe nor in these regions, Their High Mightinesses therefore expect from the king that he will find the aforementioned reasons and motives so reasonable that he will be willing to agree to such a price reduction as shall be found consistent with the Ujung Salang and Bangka tin, which is as good and of as fine a quality as the Perak tin. And secondly, that Their High Mightinesses withdraw from what was ordered in the letter of 29 June 1761, wherein the price of gold was fixed at ƒ821: 4: per mark fine, and ordered that henceforth this metal should not be accounted for at a higher rate than 18 rixdollars per real of 24 carats fine, and that if it cannot be obtained for that price, rather to send nothing. Whereupon, after mature deliberation, it was resolved to carry out what was ordered concerning the Perak tin as soon as possible: and in order that the same may be done with the requisite prudence and circumspection, it has been unanimously agreed to commission the merchant and fiscal Anthonij Abraham Werndlij for this purpose, on whose competence in this matter the assembly fully relies; however, because there is currently no other suitable vessel at hand for his transport than the bark De Leervis, whose master Jacob Cooper is very sick and weak and therefore unable to make that voyage for the present, it was resolved to wait with this until the sloop 201 Anno 1772: Malacca Secret Resolutions Anno 1772: Malacca Secret Resolutions sloop De Charlotta is repaired of its defects, or until either the sloop De Ciceroa or De Goede Trouw, the former of which is expected daily from Perak and the other shortly from a cruise, shall have arrived here. Meanwhile, and during the absence of the said Werndlij, to have the offices of fiscal and cashier performed, namely that of cashier by the Honorable Head Administrator Kretschmar and that of fiscal by the Secretary Lemker. And concerning the second point, namely not to account for gold henceforth at a higher rate than 18 rixdollars per real of 24 carats fine; that is, for 21 5/8 carats 16 1/5 rixdollars; to abandon this completely as an impossibility (because even in the cheapest times here it can seldom be obtained for less than 30 rixdollars per tael) and therefore, in accordance with the order of Their High Mightinesses, to send no more gold to Batavia. (below stood:) Malacca in the Castle, date as above. (was signed:) Thomas Schippers, G: Kretschmar, A: A: Werndlij, Daniel Abm de Neufville, and A: F: Lemker. Meeting on Monday 6 July 1772: all present. There was read a drafted instruction, intended to serve for the merchant and fiscal Anthonij Abraham Werndlij, who is to depart on behalf of this government as commissioner to the King of Perak, and the letters to that prince and his realm's grandees; whereupon, having deliberated, the assembly approved the aforementioned draft instruction and letters, and accordingly agreed and resolved to hold them as adopted, and to insert the former here. Separate instruction from the Governor and Council for the merchant and fiscal Anthonij Abraham Werndlij, designated commissioner to Perak. 203 Anno 1772: Malacca Secret Resolutions Anno 1772: Malacca Secret Resolutions The sole and primary objective of this commission is to persuade, if feasible, the King and grandees of Perak to accept payment of a lower price for the tin than that which was stipulated and hitherto paid in the contract concluded between them and the Dutch Company on 17 October 1765; and which is at least consistent with the Ujung Salang and Bangka tin, that is ƒ 32:— per picul, or 30 Spanish dollars for a bahar of 375 lb; and therefore the commissioner shall, in accordance with what was written and ordered in the separate dispatch written by Their High Mightinesses to the Governor Schippers and Secunde Kretschmar on 28 April of this year, an extract of which shall be attached hereto for his information and observance, try to move the king to this, placing earnestly before his eyes the loss that the Honorable Company has already borne for so long and still bears; and that tin can be obtained everywhere incomparably cheaper than what the Perak tin costs; that for the Rembau tin, which is purified and moreover of much finer and better alloy than that of Perak, and which is brought hither by the Rembau people with their own vessels, the Honorable Company nevertheless pays no more than 34 Spanish dollars per bahar; whereas the Perak tin, including the expenses of the Company's post there, costs the Company nearly 43 Spanish reals; also that for the Bangka tin, when it is brought and delivered by the owners themselves, no more is paid than 33¾ Spanish dollars, and when it is fetched from Palembang with the Company's ships and vessels, only 30 Spanish dollars per bahar; indeed, that we have purchased the Ujung Salang tin here for 28 1/16 Spanish dollars per bahar; and finally, that [illegible]

Dutch transcription

199 29 A„o 1772: Malaxe: Secreete Resolutien A„o 1772: Halaxe Secreete Resolutien „ligste en serieuste te laten vertoonen. — Dat, dewijl het Thin Elders ongelijk beeter hoop te bekoomen is, als waarop het Peras notoire en Thin komt te staan, het de den koning niet onbekende waarheijd is, dat de E: Comp:, met de aanhouding van Haar Post en Bezetting aldaar, Jaarlijks veel scha„ „de Ondergaat. Dat dewijl Haar Hoog Edelens niet gaarn resilieeren of intrecken de Contracten, de„ „welke hoog deselve met Jnlandsche vorsten komen te maken, het nadeel nog al hebben blijven draagen; in hoope, dat het Debit wak„ „keren en de uijtkoops Prijsen stijgeren zouden; maar dewijl hoog deselve haar nu met dat Mi„ „neraal overkropt bevinden en de Markt, nog in Europa, nog in deese gewesten beterd, Haar Hoog Edelens derhalven van den koning verwagten, dat hij de voorsz: Redenen en Motiven zo redelijk zal vinden, dat hij wel sodanige prijs vermindering zal willen accordeeren, als over Eenkomstig be„ „vonden zal worden met het oedjong salangs en Bancas Thin, dat zo goed en deugdsaam is, als het Peras. En ten Tweede, dat Haar Hoog Edelens resili„ „eeren van het aangeschreevene bij Missive van den 29:e Iunij 176: bij de Prijs van het goud bepaald is op ƒ821: 4: 't marcq fijn, en Gelast, om voortaan dat metaal niet hooger in Rekening te brengen, als tegens 18: rd:s de Reaal van 24: Ca„ „raat fijn, en dat, als het voor die prijs niet te bekomen is, liever niets te zenden. — Waarop, na rijpe deliberatie, verstaan is, het g'or„ „donneerde omtrent het Peras Thin ten spoedigste te laten Effectueeren: En op dat het zelve met de vereijschte prudentie en Circumspectie geschiede; zo is Eenparig goedgevonden, daartoe te committee„ „ren den koopman en Fiscaal Anthonij Abraham Werndlij, op welkers bequaamheijd in deesen de vergadering zig volkomen is verlatende, dan de„ „wijl tot zijn Transport tegenswoordig alhier geen ander bequaam vaartuijg aan handen is, dan de Barcq de Leervis, waar van de Gesaghebber Ja„ „cob Cooper zeer ziek en zwak, en derhalven buij„ „ten staat is, die Reijs voor Eerst te doen; zo is verstaan, daarmeede te wagten tot dat, op de als Chialoup 201 A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien A=o 1712. Malaxe Secreete Resolutien. Chialoup de Charlotta van zijn Gebreeken zal zijn hersteld, dan wel, tot dat de Chialou„ „pen de Ciceroa, of de Goede Trouw, welke Eers„ „te dagelijks van Pera en de andere meede in't „kort van Een kruijstogt tedug verwagt wor„ „den, Een van beijde alhier zal zijn g'arriveerd, Inmiddens en Geduirende de absentie van gem: Werndlij de ampten van fiscaal en Cassier te laten waarneemen, namentlijk dat van Cassier door den E: hoofdadministrateur kretsch„ „mar en dat van fiscaal door den secretaris „lemker. — En omtrent het tweede poinct, te weeten, om het goud voortaan niet hooger in Rekening te brengen, als tegens 18: rd„s De riaal van 24: Ca„ „raat fijn; dat is van 21: /5: Caraat rd:s 16:1/5: daar van, als Een onmogelijke zaak /:want het hier zelvs in de allergoedkoopste tijd zelden minder te krijgen is, dan voor Rijksd„s 30: —: de Thail:/ geheel af te zien en derhalve, Conform aan Haar Hoog Edelens bevel, geen Goud meer na Batavia te zenden. — /:onderstont:/ Ma„ „lacca In 't Casteel Dato voorsz: /:was Getee„ Aparte Instructie van den Gouverneur en Raad voor den Zijn Geleesen Een in Concept gebragte In„ „structie, omme te dienen voor den koopman en Fiscaal Anthonij Abraham Werndlij, die van weegen deese Regeering als Commissiant staat te vertrecken na den koning van Pera, en de briefjes aan dien vorst en zijne Rijksgrooten; Waarop gedelibereert zijnde, heeft de vergade¬ „ring haar de voorsz: Concept Instructie en brieven laten welgevallen en dienvolgende goedgevonden en verstaan, deselve te houden voor g'arresteert, en de Eerste alhier te inseree„ Vergadering op Maandag den 6:e Iulij 1772: alle present. —. „kent:) Thom:s schippers, G: kretschmar, A: A: Werndlij, Daniel Abm de Neufville, en A: F: Lemker. „kent:) koopman „ren. —. 203. A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien koopman en Fiscaal Anthonij Abraham Werndlij gedesigneer„ „de Commissiant na Pera. — Het Eenigste en veder amste doelwit deeser Commissie, is, om /:is 't doenlijk:/ den koning en Rijksgrooten van Pera te disponee„ „ren tot de betaling van Een Minder prijs voor de Thin, als wel bij het Contract tus„ „schen deselve en de Nederlandsche Maat„ „schappij op den 17„e October 1765: Geslooten, gestipuleerd en tot nog toe betaald is; en die ten minste overeenkomstig is met het oed„ „jong salangs en Bancas Thin, dat is ƒ 32:— 't picol, of Sp:s 30: voor Een Bhaar van — „ 375: lb:, en derhalve zal den Commissiant, Con„ „form het aangeschreevene en G'ordonneerde bij de aparte Missive, Geschreeven door Haar Hoog Ed:s aan den Heer Gouverneur schip„ „pers en secunde kretschmar in dato 28:„e April deeses Iaars, en waarvan Extract hier neevens tot zijn Narigt en observantie zal worden gevoegt, den koning daar toe tragten te beweegen, hem met alle Ernst voor oogen houdende het nadeel, dat d'E: Comp: nu al zo lange gedragen heeft, en nog draagt„ en dat het Thin allerweegen ongelijk beeter koop te bekomen als waar op het Peras Thin komt te staan; dat de E: Comp:e voor het Rombouws Thin, dat Gesuijverd en daar te boven nog veel fijnder en beter van alloij is, als het Peras, en dat door de Rombouwers met haar Eijge vaartuijgen na herwaarts gebragt word, nogtans niet meer betaald word, als 34: spaans de Bhaar; daar het Peras Thin, met de Lasten van Comp:s Post aldaar, de Comp:e wel bij na op 43: spaanse Reaalen komt te staan; ook dat voor het Bancas Thin, als het door de Eijgenaars zelvs aangebragt en Geleeverd word, niet meer betaald word: dan 33:¾: spaans, en, wanneer het met Comp:s scheepen en vaar„ „tuijgen van Palembang afgehaald word, maar „ 30: spaans de bhaar, Ia: dat wij het oedjong salangs Thin alhier ingekogt hebben voor 28:1/16: spaans de Bhaar, en Eijndelijk, dat, zal tragten Een

NL-HaNA_1.04.02_3389_0118 view scan ↗

English

205 Year 1712: Malacca Secret Resolutions Year 1772: Malacca Secret Resolutions. A contract must be firm and durable, in which must always be kept in view not only a mutual friendship, but also that it provides both contracting parties, if not much advantage, at least no notable disadvantage to either of them; the Commissioner being required upon his return to submit to this council a short and concise written report on the outcome of this commission. Beneath stood: Malacca in the Castle, date as above. Was signed: Thom: Schippers, G: kretschmar, A: A: Werndlij, Daniel Abm. de Neufville, A: F: Lemker, and H: Cassa. Meeting on Saturday the 22nd of August 1772: all present. The merchant and Fiscal Anthonij Abraham Werndlij, having been on a commission to Pera on behalf of this Government and having returned yesterday, today submitted to the Council a written Report together with a Daily Register, containing a detailed account of the fruitless efforts undertaken by him to obtain some reduction in the price of Tin, and the obstinacy of the King of that realm in absolutely refusing the same; whereupon, after deliberation, it was approved and resolved to give Their High Mightinesses, by sending the aforesaid Report and Daily Register, immediately and without delay the necessary and due notice; and to that end to detain for a few more days the pantjallangs De Biak and De Bestendigheijd, which recently arrived here from Gale and are bound for the Capital, and are currently lying ready to sail, and to insert the aforesaid Report here. Government Malacca. 207 Year 1772: Malacca Secret Resolutions Year 1772: Malacca Secret Resolutions Malacca. To the Right Honorable and Valiant Master Thomas Schippers, Governor Director, together with the other Honorable Members of the Respected Council of Policy. Right Honorable and Valiant Sir, and Respected Sirs. By Your Right Honorable and Valiant and Respected resolution of the 4th of June, the undersigned having been commissioned to the court of Pera, in accordance with the letter from Their High Mightinesses in a separate dispatch to the Governor and Second in Command Kretschmar dated the 28th of April prior, to bring to the King's attention the scarce market for Tin, with the reasons and circumstances thereof mentioned therein, which were further urged in Your Right Honorable and Valiant and Respected Instruction of the 6th of July following, both given to the undersigned as a rule and guide, serving as grounds and moving reasons to persuade the King of Pera to consent to such a reduction in the price of Tin as is consistent with that of Bancas and Oedjong salangs. With which order I received my dispatch on the 7th of July, turned the prow thither with the barque De Leervis, and arrived before the Company's garrison on the 14th following. Whereupon I immediately disclosed my commission to Commander Henzel and the King's scribe, who was already inquiring into the reasons for my arrival in order to inform his master of it, and with all force and earnestness presented its contents to the scribe, requesting him to forewarn His Majesty and pave the way to a good success, to which he showed himself very willing and seemed not at all indifferent with regard to the Company's garrison here, saying it was a great security for the King against the invasion of ill-disposed persons. 209 Year 1772: Malacca Secret Resolutions Year 1772: Malacca Secret Resolutions Consequently, on the 23rd the letters and presents were fetched and I was admitted to an audience with the King, whom, after the letters had been read on behalf of Your Right Honorable and Valiant and Respected persons, I complimented and furthermore politely presented my commission with all vigor and emphasis, and that Their High Mightinesses expected His Majesty would indeed justify and generously grant the urgent reasons that prompted them to request a reduction in the price of Tin. However, he was very averse to this, regarding it as a breach of the contracts, which he would not violate for eternity, but rather lay down his life to maintain them sacredly, in which the price of 34 Spanish dollars per Bhaar is explicitly stipulated, and that Tin has never been sold under that price, wishing to turn the matter as though the Company suffered a loss only on the Pera Tin and to accommodate this with compensation of some four to five Bhaar, or perhaps even a little more. To which ridiculous reasoning I nevertheless replied that all kinds of Tin had dropped in price everywhere and yielded a loss, but that the Company on other places again derived profit from other merchandise that swallowed up that loss, and that Pera supplied nothing other than Tin, and the Company, being a trading power, must recoup the expenses for the maintenance of men and the garrison from the profits; that His Majesty, by accommodating the Company in this and agreeing to the reduction in the price of Tin, would give evidence of a true inclination and make the bond of friendship firmer and more durable; but this, according to his view, could not be without the Contract that with so price

Dutch transcription

205 A„o 1712: Malaxe Secreete Resolutien A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien. Een Contract bestendig en duirsaam zijn, daar „inne altoos moet in 't oog gehouden worden, niet alleen Een wederzijdsche vriendschap; maar ook, dat het selve aan beijde de Con„ „tractanten zo al niet en veel voordeel, ten minste aan Een derselve geen merkelijk nadeel geeft; zullende hij Commissionant bij retour aan deese vergadering moeten— overgeeven Een kort en beknopt schriftelijk Rapport van den uitslag deeser Commissie. /:onderstont:) Malacca in't Casteel Dato & voorsz: (:was Geteekent:) Thom: Schippers, G: kretschmar, A: A: Werndlij, Daniel Abm. de Neufville, A: F: Lemker, en H: Cassa. —. Vergadering op Zaturdag den 22„e Augustus 1772: alle pre„ „sent. —. Den koopman en Fiscaal Anthonij Abraham Werndlij, van weegen deese Re„ „geering in Commissie na Pera Geweest en op Gisteren Geretourneert zijnde, heeft heden ter Vergadering overgeleevert Een schrifte„ „lijk Rapport annax Een Dag Register, Conti„ „neerende Een omstendig verhaal der vrugte„ „loose pogingen, die bij hem zijn in't werk gesteldt ter Erlanging van Eenige vermin„ „dering van Prijs op de Thin ende opiniatritijt van den koning van dat Rijk in het absoluit weigeren; van dien; Waarop, na Deliberatie, Goedgevonden en verstaan is, Haar Hoog Ede„ „lens, Onder toesending van voorsz: Rapport en DagRegister, al aanstonds en zonder uit„ „stel de Nodige en verschuldigde kennis te Geeven; En ten dien Eijnde de Pantjallangs De Biak en De Bestendigheijd Onlangs van Gale alhier aangekomen en Gedestineerd na de Hoofdplaats; Mitsgaders tegenswoor„ „dig zeijlreede leggende, nog Eenige dagen aan te houden en voorsz: Rapport alhier te insereeren. — „geering Malacca. 207 A„o 172: Malaxce Secreete Resolutien A„o 172 Malase Secreete Resolutien Malacca. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer M:r Thomas Schippers. Gouverneur Directeur. beneevens De Verdere Heeren Leeden in den Agtb:e Raad van politie. Wel Edele Gestrenge Heer. En Agtbare Heeren. Bij uwel Ed:e Gestr: en Agtb:e besluijt van den 4:„e Iunij den Ondergeteekende Gecommitteert zijnde na het vloff van Pera, om, ingevolge aanschrijvens van Hun Hoog Edelheeden bij aparte Missive aan den Heer Gouverneur en Secunde kretsch„ „mar in dato 28:„e April bevorens, den koning onder het oog te brengen den schaarsen ver„ „tier van het Thin, met de oorsaken en Geleegentheeden van dien daar bij vermelt„ en die nader aangedrongen zijn bij vwel Ed:e Gestr: en Agtb: Instructie in dato 6:„e Iulij daar aan, beijde den ondergeteekende tot Een Reegel en Rigtsnoer meede Gegeeven„ Dienende tot Fementen en beweeg oorsa„ „ken om den koning van Pera te Overreeden in de toestemming van zodanige verminde„ „ring der prijs voor het Thin, als overeen„ „komstig is met het Bancas en Oedjong salangs. — Met welke Last ik den 7:„e Iulij depeche bekomen, met de Barcq de Leervis de stee„ „ven derwaarts heen gewend en den 14:e daar aan voor's Comp:s Besetting aangekomen ben„ Terwijl al aanstonds aan den Commandant Henzel en schrijver van de koning, die reets na de Reeden van mijn komst informeerde, om er zijn meester kennis van te Geven, mijn Commissie openbaarde, en met alle kragt en Ernst aan de schrijver dies inhoud voorstelde, met versoek om daar van zijn Ma„ „jesteijt te preadverteeren, en de weg te banen tot Een goed succes, waartoe hij zig zeer ge„ „willig thoonde en scheen Gansch niet onver„ 6do „schillig 209 A„o 172. Malaxce ecreete Resolutien A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien „schillig te zijn, ten opsigte van 's Comp: Be„ „zetting alhier, seggende, het Een Groote ge„ „rustheijt was voor de koning tegens de in„ „vasie van qualijk gesinden. — Vervolgens zijn den 23:e de Brieven en Ge„ „schenken afgehaalt en ik bij den koning ter audientie toegelaten, welken ik, na dat de Brieven geleesen waren van weegen vwel Ed:e Gestr: en Agtb: Complimenteerde en voorts mijn Commissie in alle kragt met nadruk beleefdelijk voorstelde, en dat hun Hoog Ed:s verwagtende waren, dat zijn Ma„ „jesteijt de dringende Reedenen die hun por„ „den om vermindering der prijs van het Thin te versoeken, wel zoude billijken en Edelmoediglijk accordeeren.. — Dog dezelve was daar toe zeer avers, — merkte het aan als Een verbreeking der Contracten, die hij in Eeuwigheijt niet wil„ „de schenden, maar veel Eer zijn Leeven laten om dezelve heijlig te onderhouden, Waar bij uijtdruckelijk de prijs van 34: sp=s per Bhaar is bepaalt en dat Onder die prijs nooijt het Thin verkogt is, willende het daar heen wenden, als of de Comp:e op het Perase Thin alleen schade Leed en zulx met de vergoeding van Een Bhaar vier à vijff, off nog wel iets meerder, te Gemoed komen. —. Op welk belaggelijk Raisonnement, ik nogthans diende, dat allerleij soort van Thin in prijs allerweegen gedaalt was en ver„ „lies gaff, maar dat de Comp: op andere plaatsen weeder winst trok op andere Coop„ „manschappen die dat verlies verswelgt, en dat Pera niet anders Leeverde als Thin, en de Comp:, Een handel drijvende mogentheijt zijnde, uijt de winsten de onkosten voor on„ „derhoud van volck en Bezetting moet goed„ „maken; Dat zijn Majesteijt, door de Comp: hier in tegemoet te komen en de vermindering van prijs op het Thin te accordeeren, zoude blijken Geeven van Een ware geneijgtheijt en de vriendschaps band vaster en duursa„ „mer maken; Dog zulx konde na zijn denk„ „beeld niet zijn, zonder het Contract, dat met zoo. prijs

NL-HaNA_1.04.02_3389_0121 view scan ↗

English

209 Year 1772. Secret Resolutions of Malacca Year 1772: Secret Resolutions of Malacca to be indifferent with respect to the Company's garrison here, saying it was a great reassurance for the king against the invasion of ill-disposed persons. Subsequently on the 23rd the letters and gifts were collected and I was admitted to an audience with the king, whom I, after the letters had been read, complimented on behalf of the Right Honourable and Respected, and further presented my commission in all force with polite emphasis, and that their High Honours were expecting that His Majesty would indeed justify and generously grant the pressing reasons that prompted them to request a reduction in the price of tin. However, he was very averse to this, regarding it as a breach of the contracts, which he would not violate for eternity, but rather give his life to uphold them sacredly, whereby the price of 34 Spanish dollars per bahar is explicitly determined and that tin had never been sold below that price, wishing to turn the matter as if the Company suffered a loss on the Perak tin alone and to accommodate such with a compensation of four to five bahar, or perhaps a little more. To which ridiculous reasoning I nevertheless replied that all kinds of tin had fallen in price everywhere and caused losses, but that the Company in other places again drew profits on other merchandise that swallowed that loss, and that Perak delivered nothing other than tin, and the Company, being a trade-driving power, must recoup the expenses for the maintenance of people and garrison from the profits; that His Majesty, by accommodating the Company in this and granting the price reduction on the tin, would give evidence of a true affection and make the bond of friendship firmer and more enduring; but such, according to his notion, could not be without breaking the contract that had been concluded with so much solemnity, 211 Year 1772: Secret Resolutions of Malacca Year 1772: Secret Resolutions of Malacca which he valued so highly that sun and moon would sooner lose their shine than that any change be made to it. This having been the poor success of my first conference, where the Raja Bendahara and Orang Kaya Temenggong were lacking, who were upriver but expected back, as well as the Orang Kaya Besar who was ill, I still hoped in the sequel to succeed better when those personages might be present; but in three more occasions that I spoke to the king, twice to the Young King, and once to the Raja Bendahara, I made just as little progress, and whether I suggested that the alteration of this single article could be described by a separate act and that the Company did not desire this price reduction out of greed, but truly was compelled to it by the scarce sales, fallen market, fruitless hope of improvement for some years and now being overstocked with the tin, while pointing out the absurdity that resided in deliberately trading at the highest price in a single place when that same ware could be obtained everywhere at a lower price, and the deduction that must result from it, to have to abandon such trade, with the indication that His Majesty did not need to bear this loss, but could set the price of tin so much lower among his subjects; it all gained just as little traction, and although the Young King and Raja Bendahara in the talks held privately with them still seemed to want to understand the equity of it, they nevertheless kept silent before the king, and the king twisted the matter to mean that it was not expressed in the letter by how much less the Company desired the tin, that if such had happened and was set at 30 or less, or even at 25 Spanish dollars per bahar, he could then 213 Year 1772: Secret Resolutions of Malacca Year 1772: Secret Resolutions of Malacca deliberate on it with his brothers and take such disposition as was in his power, either agreeing to it, provided that the contract was then entirely renewed, or else, if such was impossible, that the Company could then abandon the tin and he could trade it to others. From these reasons, occasion having arisen to make known that it seemed as if His Majesty did not place sufficient trust in my commission, and he denying such, I immediately offered to conclude such a renewed contract, provided however that the contents of the remaining articles be left in full force, and only the third article, which speaks of the price of tin, be changed, as the Company never seeks to break the once-established bond of friendship, but seeks to make it enduring; to which he however also refused to consent, saying that he could not resolve upon it all at once, or it would seem that he wished to break the friendship with the Company, and to which he would never come, even if it were with the loss of his life, the attempts to take that mistaken notion away from him being of no help; he had received the contract between the Company from his predecessor as an inheritance, never to deviate from it for eternity. Thus, everything being fruitless, I would have refrained from making any further attempts, but upon taking leave to give thanks for the enjoyed conveniences, as upon my request to be somewhat closer he had given me a house to dwell in, I nonetheless knocked once more, requesting that he would please take into consideration the equitable reasons on which the requested price reduction was grounded, but was answered with the question: why was the contract concluded? Is it not solely for the tin that the Company desired and was set at 34 Spanish dollars per bahar, which being changed, the remainder matters nothing anymore?

Dutch transcription

209 A„o 1772. Malaxe Secreete Resolutien A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien „schillig te zijn, ten opsigte van 's Comp: Be„ „zetting alhier, seggende, het Een Groote ge„ „rustheijt was voor de koning tegens de in„ „vasie van qualijk gesinden. — Vervolgens zijn den 23:e de Brieven en Ge„ „schenken afgehaalt en ik bij den koning ter audientie toegelaten, welken ik, na dat de Brieven geleesen waren van weegen vwel Ed:e Gestr: en Agtb: Complimenteerde en voorts mijn Commissie in alle kragt met nadruk beleefdelijk voorstelde, en dat hun Hoog Ed:s verwagtende waren, dat zijn Ma„ „jesteijt de dringende Reedenen die hun por„ „den om vermindering der prijs van het Thin te versoeken, wel zoude billijken en Edelmoediglijk accordeeren..— Dog dezelve was daar toe zeer avers, — merkte het aan als Een verbreeking der Contracten, die hij in Eeuwigheijt niet wil„ „de schenden, maar veel Eer zijn leeven laten om dezelve heijlig te onderhouden, Waar bij uijtdruckelijk de prijs van 34: sp=s per Bhaar is bepaalt en dat Onder die prijs nooijt het Thin verkogt is, willende het daar heen wenden, als of de Comp:e op het Perase Thin alleen schade Leed en zulx met de vergoeding van Een Bhaar vier à vijff, off nog wel iets meerder, te Gemoed komen. —. Op welk belaggelijk Raisonnement, ik nogthans diende, dat allerleij soort van Thin in prijs allerweegen gedaalt was en ver„ „lies gaff, maar dat de Comp: op andere plaatsen weeder winst trok op andere Coop„ „manschappen die dat verlies verswelgt, en dat Pera niet anders leeverde als Thin, en de Comp:, Een handel drijvende mogentheijt zijnde, uijt de winsten de onkosten voor on„ „derhoud van volck en Bezetting moet goed„ „maken; Dat zijn Majesteijt, door de Comp: hier in tegemoet te komen en de vermindering van prijs op het Thin te accordeeren, zoude blijken Geeven van Een ware geneijgtheijt en de vriendschaps band vaster en duursa„ „mer maken; Dog zulx konde na zijn denk„ „beeld niet zijn, zonder het Contract, dat met prijs zoo 211 A„o 1772: Halaxe Secreete Resolutien A„o 1772: Malaxe Secreete Resolutien zoo veel plegtigheijt Gesloten is, te verbreeken, het welk hij zo hoog waardeerde, dat veel Eer son en Maan haar schijnsel zouden ver„ vliesen als daar in Eenige verandering ma„ Dit het slegt succes geweest zijnde van— mijn Eerste Conferentie, waar aan manc„ „queerden Den Radja Bendahara en Orang kaja Tommonggong, die in de bovenlanden waren, maar te rug verwagt wierden, Mitsgaders den Orang kaja Besaar die siek was, hoopte ik nog in't vervolg beeter te zullen slagen als die personagies mog„ „ten present weesen; Dog ik ben in nog drie Reijsen dat den koning, twee maal den Iongen koning en Eens den Radja Benda„ „hara Gesprooken hebbe, Eeven veel Gevor„ „dert, en, of ik voorstelde, dat bij Een aparte acte de verandering van dit Eene articul konde beschreeven werden en de Comp: deese prijs vermindering niet begeerde uijt baat„ „sugt, maar waarlijk door den schaarsen ver„ „tier, Gedaalde markt, vrugteloose hoop van „ken. — verbeetering 't zedert Eenige Iaaren en nu met het Thin overkropt zijnde, er toegenoot„ „saakt was, onder aanthooning der absur„ „diteijt die er in Resideerde om aan Een Ee„ „nige plaats voorweetens ten hoogsten prij„ „se te handelen, daar die zelve whaar over al tot lager prijs te bekomen is, en Gevolg„ „trekking, die daar uit moeste Resultee„ „ren, om van zodanigen handel te moeten afsien, met aanwijsing, dat zijn Majesteijt deese schade niet hoefde te dragen, maar de prijs van het Thin bij zijn onderdanen zo veel Lager konde stellen; het had alles Even weijnig ingang, en schoon den Iongen koning en Radja Bendahara bij de met hun appart gehoudene Gesprecken nog al scheenen het billijke er van te willen begrijpen, hiel„ „dense zig Egter bij den koning sprakeloos, en de koning wrong het daar heen, dat in de Brief niet uijtgedrukt was, hoe veel de Comp:e het Thin minder begeerde, dat, als zulx geschied en op 30: off minder, off wel op 25: sp:s per bhaar gesteld was, hij er verbeetering dan 213. A„o 172: Malaxe Secreete Riesolutien A„o 1712: Malaxe Secreete Resolutien dan met zijne broederen over konde besoig„ „neeren en zodanige dispositie neemen als vermogens was, 't zij er in toestemmen, mits dat dan het Contract geheel vernieuwt wiert, of wel, zoo zulx Onmogelijk was, dat dan de Comp:e van het Thin konde af„ „sien en hij het aan anderen omsetten. — Uijt deese Reedenen oorsaak Gebooren werdende om te kennen te Geeven, dat het scheen als of zijn Majesteijt in mijn Com„ „missie geen genoegsaam vertrouwen stelde en denzelven, zulx Ontkennende, bood ik aanstonds aan zodanig vernieuwt Con„ „tract te sluijten, mits egter den inhoud. der overige Articulen in volle kragt te laten, maar alleen het derde Articul, dat van de prijs van het Thin spreekt, te veranderen, alsoo de Comp: de Eens gelegde Vriendschaps band nooijt tragt te breeken, maar bestendig soekt te doen zijn; Waar in hij Egter almeede niet wilde toestem„ „men, zeggende, daar toe op Eenmaal niet konde Resolveeren, of het zoude schijnen dat hij de Vriendschap met de Comp:e wilde breeken, en waar toe hij nooijt, al was het met verlies van zijn Leeven, zoude komen, kunnende de pogingen, om hem dat ver„ „keert denkbeeld te beneemen, niets helpen; hij had het Contract tusschen de Comp:e van zijn voorsaat als Een Erfdeel bekomen, om daar van in Eeuwigheijt niet aftewijken. — Dus alles vrugteloos zijnde zoude ik wel afgelaten hebben Eenige verdere pogingen te doen, maar bij het afscheijd neemen om te bedanken voor Genote Gerieffelijk„ „heeden, wijl mij op mijn versoek, om wat nader bij te zijn Een huijs ter woon hadde Gegeeven, klopte Evenwel nogmaals aan, versoekende dog in overweeging te neemen de billijke Reedenen waar op de versogte prijs vermindering Gegrond was, dog wierd beantwoord met de vraag, waarom is het Contract Gesloten! is het niet alleen om de Thin die de Comp:e begeerde en op 34: sp:s per bhaar bepaalt is het welk verandert werdende, het overige niets meer„ dat doet

← previousnext →