Inventory 3418
Japan · 615 pages · 359 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1. 3 10. 30 11 Secret Subire 174 1 Dol Register Of Secret Papers received from Malacca From the First of January to Mid-April 1774. Copy of a Secret Letter written by Governor Crans to Their High Excellencies dated 31 January 1774. - . . . . . . . folio 1 Ditto Ditto Resolution from 26 February 1773 to 4 January 1774. - - - - - - - - - - - folio 15 Ditto Ditto Report of the Fiscal Werndlij regarding his proceedings in Pera. folio 21 Ditto Ditto Daily Journal kept by the said Fiscal during his Mission to Pera - - - - folio 31 Ditto Ditto Report of the Bookkeeper Velge regarding Riouw - - - - - - - - - - - - - folio 47. Copy of a Secret Daily Journal kept by the Bookkeeper G: L Velge in the sloop de Goede Trouw, on his Mission to Riouw - - - - - - - - - - - - folio 59 Declaration by W: Hagedoorn folio 57. N: Mulder Declaration of the master of the prow de Bracq folio 85 Contract entered into by the aforementioned Fiscal Werndlij with the King and Grandees of the Realm in Pera. folio 87. To His Excellency The High Noble, Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General. Together with The Right Noble, Honourable Gentlemen, Council- lors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honourable, Highly Born Lord Right Noble, Honourable Gentlemen Having informed Your High Excellencies in my last separate letter of 3 September that, on account of the passing of the Perak King, the Fiscal Werndlij had been commissioned thither in order, according to custom, to congratulate the new monarch upon his accession to the throne and at the same time to conclude a new contract with him. From Malacca, 31 January 1774. Which task has now been accomplished to the extent that the aforementioned Werndlij, after meeting much opposition from the young King, concluded a new treaty with the monarch and other grandees, stipulating therein, among other things, a reduction of two Spanish dollars per bahar, detailed more fully in our secret resolution of 4 January of the current year. This treaty, along with the report and daily journal of the aforementioned commissioner, is transmitted to Your High Excellencies for ratification. Solely noting that it appears very precarious, that close blood relationship which now exists between the Perak and Selangor courts, and one need not doubt whether this shall result in significant detriment to the Company in the future. For once the Selangor people have established themselves there (which is their ultimate objective), it will cost a great deal of trouble to dislodge them again; and it is easy to understand how they, being then masters of the tin mines, will trade that mineral to the English (who currently frequent Selangor more heavily than ever) in exchange for textiles and opium. Your High Excellencies will also be able to see from the various letters of Commander Hensel the efforts which the Selangor Raja has already made for a long time to detach the Perak people from the Company. One can state with sufficient certainty that if the old King had remained alive, the Company would not have obtained that reduction, as that old monarch paid far too much heed to the Selangor instigations and allowed himself to be led by them, which is most clearly evident from the fact that he promised his grandson in marriage to the daughter of that Raja, having expressly commanded in his will that this union had to be solemnized after his death. Which marriage did indeed take place, the Selangor ruler having personally fetched the said prince, and, having received the inheritance due to the young prince, returned to his realm together with two Perak grandees. Perak tin now being delivered to the Company at 30 Spanish dollars the bahar, I submit to Your High Excellencies' wise consideration whether the purchase thereof could not be made with the Spanish dollars of 68 stuivers arriving here from the revenue farm as well as otherwise. For I fear, since the domains currently yield more revenue than can be disbursed here for wages or other expenses, that in time we shall become overwhelmed with the Spanish dollars of 68 stuivers to the significant detriment of the Company. At the same time, may it please Your High Excellencies to consider that if one employs the said Spanish dollars for that purpose, the Perak tin will cost no more than 34 Spanish dollars the bahar, calculated at 64 stuivers. And if this should meet with Your High Excellencies' approval, no more Spanish dollars would need to be sent from the capital, since the tin trade could be carried on with our own funds, which I believe, subject to wiser correction, will be of great benefit to the Company. Yet on the subject of the Spanish dollar, Your High Excellencies have been pleased to write in your general letter that if we noticed the Company was becoming burdened with too many Spanish dollars of 68 stuivers, we should, after relieving the Company of them, announce to the inhabitants that after three months they would be current at no more than 64 stuivers. It is true that this will depend greatly upon sales to private parties, but one must proceed cautiously in that regard and, as Your High Excellencies have already been pleased to order, regulate our purchase of this mineral according to the sales that we can soundly anticipate having in return.
Dutch transcription
1. 3 10. 30 11 Secreet Subire 174 1 Dol Register Der Secrute Papieren ontvangen van Malacca Zedert Primo Januarij tot Medio April Copia Secreete Missive geschreeven door den Gouverneur Crans„ aan Hunne Hoog Edelheedens ged: 31: Januari 1774. - . . . . . . . d. 1 _o _o Resolutie van den 26 februari 1773 tot den 4. Januari 1774. - - - - - - - - - - - „ 15 _o _o Rapport vanden fiscaal werndlij nopens zyne verrigtingen 'te Pera. „ 21 _:o _o Dagregister gehouden door gem: fistaal, in zijn „ne Commissie na Pera - - - - „31 _o _o Rapport van den Boekhouder velge nopens Riouw - - - - - - - - - - - - - „ 47. 1774. Copia Setreet Dagregisterg gehouden door den boekhouder G: L velge in de Chialoup de goeder Trouw, in zijne Commissie na Kantjalling de Bracq: 85 _o Contract aangegaan door meer gem: fiscaal _o verklaaring van den gezaghebber van de werndlij, met den koning en Rijkst grooten te Pera. . 87. verklaaring door W: Hagedoorn N: Mulder Riouw - - - - - - - - - - - - „ 59 „ . 57. dagr J: Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaren Heere Parus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal. Benevens De wel Edele Gestringe Hteeren Raa„ den van Nederlands Jndia. Hoog Edelen Groot Agtb: wijd geb:s Heere Wel Edele Gestrenge Heeren Bij mijne laaste aparte letteren van den 3. september uw hoog Edelens bedeelt hebbende dat vermits het overleijden van Van Malacca den 31' Januari 174. — den Van Malacca den 31. Januarij 1774:— Van Malacca den 31: anuarij 174 den perreese koning den fiscaal werndlij naar derwaarts hadde gecommitteerd omme volgens den gebruike den nieuwe vorst met sijn komst tot de throon te feliciteeren en tegelijk met den selve een nieuw contract te sluiten. Het welke dan in soo verre is volbragt dat opgenoemde wernd„ bij naar veele tegen kantinge van den Jonge koning te hebbe ontmoet Een nieuwe tractaat met den vorst en verdere groote heeft geslooten en daar onder andere in bedongen een vermindering van twee spaanse bhaar breeder in onse secrete resolutie van den 4. Januarij anno stanti vervat welk trac„ taat ter ratificatie neevens het rapport en dag register van opgemelde commissiant tot uw hoog Edelens overgaan. Eenelijk aanmerkende dat het seer bedenkkelijk voorkomt die nauwe bloet verwandschap welke tusschen den Peraeesen en Salangoreesen thans plaats heeft en of sulks in het vervolg niet tot merkelijke nadeel van dE Compagnie sal strekken, behoeft men niet aan te twijffelen. want soo den salangorees sig daar eens genestelt heeft /: het geene al sijne pogngesijn :/ sal het sier veel moeijte Uw Hoog Edelens sulle meede uit de diverse brieven van de Commandant Hensel kunne sien de poging die den Salangorees Radja reeds voor lange gedaan heeft: Ten eijnde den peraces van dE. compagnie af te trekken Men kan met een genoegsaame seekerheijdt stelle dat bij aldien den oude koning waare in het leeve gebleeven dE Comp: die vermindering niet soude Erlangt hebbe alsoo dien oude vorst al te veel gehoor gaff aan de salangoreese instigatien en sig door deselve liet Leijde dat ten aller duijdelijkste komt te blijken naar dien hij sijn kleijn soon aan den dogter van dat radja heeft ten huuelijk belooft bij sijn Testament uijtdruckelijk bevoolen hebbende die verbintinisse naar sijn doodt moest voltrokken worden, welke huwelijk koste hem daar weder uit te krijgen en hoe sij alles dan meeter van de thin mijnen sijnde aan de engelsche dat mineraal, /:welke thans Salangoor sterken dan ooit frequenteene:/ ulle verruijlen tegens lijwaaten en Amphioen is ligt te begrijpen. koste dan Van Malaca de 1: Junij 173 Van Malacca Den 31 ' Januarij A:o 174. dan ook sijn voortgang genomen heeft hebbende den Salangorees gemelde prins selfs afgehaaldtt en is beneevens twee peraase groote alvoorens de erffenisse dien den Jonge prins competeerde ontfange hebbende weeden naar desselfs rijk geretourneert. Het peraas thin nu tegens 30 spaans de bhaar aan dE. Comp: geleevert werdende geeve aan uw hoog Edelens wijse considera„ tie off men den inkoop daar van niet soude kunne doen met het hier uit de pagt als andersints oimkomende spaans van 68. stuijvers vermids vreese dewijl de domeijnen thans meerder inkomste opwerpen dan alhier aan de soldije of andere quas„ tosse kan werde uitgegeeven en gevolgelijk door de tijt, met het spaans van 60 stuijvers tot merkelijke nadeel van dE: Comp: sulle overkrop raaken teffens gelieve uw hoog Edelens te considereeren, dat als men daar toe het gemelde spaans emploijeere mag het peraas thin niet hooger sal komen te staan dan 34. spaans de bhaar gereekent tegens 64. stx„s en indien dit uw hoog Edelens goedkeuring mogte Dog uw hoog Edelens hebbe op het sujet van het spaans gelieve bij derselve gemeene brieve aan te schrijven indien wij bemerkte d:E: Comp: met al te veel spaans van 68 soude beswaart raa„ „ken men dan naar dE: Comp: daar van ontlast te hebbe d' inwoor„ ders moest aankondige dat naar drie maande het niet meerder dan tegens 64. stuijvers soude gangbaar weesen uw hoog Edelens wel is waar dat dit veel afhangen sal van den verkoop aan particulieren dog men moet daar omtrent voorsigtiglijk ten werk gaan en gelijk uw hoog Edelens reeds hebbe gelieve te ordonneeren ons met den inkoop van dit meneraal regu„ leeren naar het debit dat men niet grond veronderstelle kan en weder van te sulle hebbe. wegdraagen soo soude geen spaans van de hoofdplaatse meer„ der behoeve naar dien de thin handel met ons eijge gelst soude kunne gedreeve worde, het geene vermeene onder wijser Cor„ rectie een groot voordeel voor de compagnie te sulle weesen. wegdragen daar
English
From Malacca, the 3. January 174. From Malacca, the 31 January 174. adding thereto that such should not happen except in case of extreme necessity. It is to be wished that recourse will never need to be taken to that, as I humbly and subject to wiser correction believe such would be very detrimental to this colony, because all the cash would then be exported from here, as was already shown when in the year 1769 the Spanish dollar was likewise fixed at 64; shortly thereafter not a single piece of that coin was to be seen anymore. Moreover, half of the gambier was not exported which otherwise ordinarily was exported. Thus the Honourable Company would come to suffer considerable damage in its tolls, and notoriously the inhabitants would also have to become impoverished through a lack of cash, for it is well enough known that where there is no money there can be no trade. On the other hand, now that the Spanish dollar is at such a high value, all the merchants are compelled, if they wish to suffer no loss, to spend all the money received for their merchandise on products again. If Your High Noble Lordships would now, in addition, be pleased to notice that, For the rest, I take the liberty to submit to Your High Noble Lordships' discerning judgment whether, if one became so glutted with that high Spanish dollar, it would not be advisable to determine at the lease auctions that the Honourable Company assuring Your High Noble Lordships this to be the principal moving cause why the French and Portuguese in the past year have bought such a considerable quantity of Tin from the Honourable Company, whereas if a change were made in the current value of that aforementioned coin, they would rather export their Spanish dollars to China because they are then assured of a fixed profit. the foreigners passing through here, because of the high exchange rate of the Spanish dollar, prefer to spend the same either on Tin or spices at the Honourable Company, or on hand rattans and other goods from private individuals, rather than taking their cash along to China, for reasons easy to trace, as firstly the profit on the Spanish dollar itself, and then secondly on what was purchased, let it be as little as it will. that From Malacca, the 31: January 174. From Malacca, the 31: January 174 — will not accept that coin higher than at 64 stuijvers; perhaps the leases would decrease because of it, but whether that decrease will be so considerable that the Honourable Company would thereby suffer important damage, Your High Noble Lordships may consider from the following demonstration: the current year's domains, which were valued at 80738:—: Rds, reduced to Spanish dollars of 64 Stuijvers is Spanish dollars 60553½, and at 68 is 56991 9/16. Thus the difference to the detriment of Spanish dollars is 3561 9/16, or 4749. 32 Rix-dollars, or indeed ƒ 9617. 4. ½. Which above-mentioned difference the Honourable Company, so it appears, would lose through the decrease that one assumes in the lease; yet I do not believe that that decrease will amount to so much, because the leaseholder has the prospect of being able to pay the Company partly in rupees. Now, assuming for once that that deficit occurred, would not the Honourable Company amply make up for that by spending that Spanish dollar again at 60 stuijvers, both on salaries and other cash expenses, and above all this still being able to purchase therewith the required tin, which, if the private sale only holds up to some degree, consequently having somewhat informed Your High Nobilities in our now outgoing general letter concerning the executed commission to Daing Cambodia, I add herewith that I had instructed the aforementioned to by no means merely rely on the bare professions of innocence, which I was certain that regent would make, but secretly to try to learn precisely whether there was such a male son of the king of Riouw (thus named by Your High Nobilities) there, which he then also investigated, but neither that This I have deemed it my duty to bring respectfully to Your High Noble Lordships' attention. must yield a very considerable profit, not counting, as we have already cited in this, that the Honourable Company here would be able to carry on the tin trade with its own revenue, and thus, according to my humble comprehension, not only the Honourable Company but also the inhabitants could be kept free from harm, and trade maintained on the present flourishing footing. person
Dutch transcription
Van Malacca den 3. Januarij 174. Van Malaca den 81 Januij 174 daar bij woegende dat sulks niet soude moete geschieden dan bij de uijterste noodsakelijkheijdt het is te wenschen nooijt daar toe sal behoeve de toevlugt genoome te werde; alsoo needrig en onder wijser Correctie vermeene sulks seer schadelijk voor deese colonie te sulle sijn door dien als dan al de contanten soude van hier vervoert worde gelijk reeds gebleeken is toen in den Jaare 1769. het spaans meede tegens 64. was bepaalt geworden; men kort daar op geen een stuk van die munt meer te sien kreeg daar en boven wierd de helft van de gamber niet uijtgevoert welke on dinaire andersints vervoert wierdt. Dus d E: Comp: merkelijk schaade in derselve tollen soude kome te lijte ook meotoirlijk de ingesetene verarmen moete, door gebrek aan contante want het is genoeg bekent, daar geen gelst is kan geen negotie sijn daar en tegen nu de spaans op soo eene hooge waarde is alle de trafiquante genootsaakt sijn de voor haar koopmanschappen ontfange penningen willij sij geen verlies ondergaan alles weder te moete aan producten besteeden Indien nu uw hoog Edelens daar en boven onog eens gelieve te remarqueere dat Overigens neeme de voijmoedigtheijt aan uw hoog Edelens door sigtig oordeel voor te draagen off het soo men soodanig van dat hooge Spaans overkropt raakte met raadsaamen soude sijn omme bij de verpagtin te bepaale dat d'E: Comp: uw hoog Edelens versekerende dit de voornaamste beweeg oorsaak te weesen waar omme de franschen en Portugeesen in het gepasseerde Jaar soo een aanmerkelijke quantiteijt Thin van dE: Comp: gekogt hebbe daar soo er een verandering in de courante waarde van die meermelde munt gemaakt werdt. sij liever hun spaans naar China sulle vervoeren om dat als dan van een vaste winst verseekert sijn. de hier passeerende vreemdelinge vermids de hooge cours van het Spaans het selve liever wille besteede het sij aan Thin off spece„ rijen bij dE: comp: of aan hand rottings en andere goederen bij de particuliere, dan hun contanten meede te neeme naar china om reede gemakkelijk na te gaan als eerstelijk de winst op het spans. selve en dan ten tweede op het ingekogte laat het soo min weese als het wil. die Van Malacca den 31: Januarij 174. Van Malacca Den 31: Ianurij 174 — die munt niet hooger wille accepteeren dan teegens 64. stuijvers mis„ „schien dat de pagten daar door soude daalen dog off die daaling soo merkelijk sal sijn dE Comp: daar door importante schade soude ondergaan kunne uw hoog Edelens considereere bij het volgende vertoog gestelt de deesen Iaarige domeijnen welke hebbe moogen gelden Rd„s 80738:—: gereduceert tot spaans van. 64: Stuijvers is spaans 60553½ en Iegens „ 56991 9/6 Dus den verschil ten nadeele van Spaans 35619/16. off Rijxdaal„ „ders 4749. 32 dan wel ƒ 9617. 4. ½. welke bovenstaande verschil dE: Comp: soo het schijnt soude verliesen door de daaling die men veronderstelle van de pagt dog geloove met dat die daaling soo veel sal beloopen vermits de pagter sijn uit„ sigt heeft omme de Comp: voor een gedeele met ropeije te kunne betaalen nu eens veronderstelt sijnde die minderheijdt gebeurde soude dE: Comp: dat niet ruijm in winne door met dat spaans tegens 60. stuijvers weder te besteede soo aan soldijen als andere Contante uijtgaaven en boven dit alles daar meede nog het benoodigde thin kunne inkoopen dat soo den particu„ lier verkoop maar eenigsints stand houde gevolgelijk den uw Hoog Edelheedens eenigsints in ons thans af„ „gaande generaale brief berigt gegeeven hebbende, wegens de volvoerde Commissie aan Dain Cambodia voege nog hier neevens dat aanmeermelde velge gelast hadde niet eeniglijk te moete berusten in de bloote betuijginge van onschuldt; welke vast stelde, dan dien regent soude doen, dog Exactelijk onder de handt tragte te verneemen of er sodanig een mansale soon van de koning van Riouw /:dus door uw hoog Edelheedens benoemt:/ aldaar was het welke hij dan ook ondersogt heeft dog soo min die Dit hebbe vermeent pligtschuldigt uw hoog Edelens eer biediglijk onder het oog te moete brenge. seer aanmerkelijk winst moet geeven ongereekent gelijk wij in deese reeds aangehaald hebbe dat dE: Comp: alhier met sijn eijge provenue den thin handel soude kunne drijven en dus soude naar mijne geringe bevatting dE Comp: niet alleen maar ook d' ingeseetene buijte schaade kunne gehoude worde en de negotie op de presente florissante vet hin persoon 68. „ „ 110
English
From Malacca, 31 January 174— From Malacca, 31 January 174. person discovered that vessels had put out to sea from there for piracy. All of which Your Right Excellencies, if you please, will be able to inspect extensively in his secret report and daily journal, as well as finding the state and condition of that island most accurately described therein, which I respectfully present to avoid repetition. It does not seem improbable to me that the aforementioned Daeng Cambodja bears no blame for these piracies, the more so when one considers that he is now a man who has reached nearly eighty years of age, and thus ought to think of death rather than such things, and also because he already possesses great wealth, which he likely will not risk so easily by antagonizing the Honorable Company; to all of which is added, and which is indeed the principal point, that his enemies seek in every way to embroil him in troubles so as to have an easier time upon his death, as the fear of him is the only thing that preserves peace here. I can assure Your Right Excellencies that upon his death everything will be in turmoil. His assertions that the Raja of Terengganu might be involved in this plot do not seem unfounded; at least it is certain that Raja Ismael is beginning to stir again, since on 23 December last, according to writings from the King of Siak, he was there in the river with seventeen kakaps under the pretext of wishing to speak with the said ruler about something, but with the intention of taking Siak by surprise; which being discovered, as the ruler of Siak would not allow him to come upriver, the said Raja Ismael thereupon commenced hostilities with the burning of some houses and plantations and the abduction of the Panglima Abdulla with 40 other persons. But he was fortunately checked in this undertaking by that king and driven out of his river again. All the above-mentioned, His Highness confirmed verbally to the undersigned, having arrived here in person on the 24th of this month principally to request the Honorable Company's assistance, and also how he should conduct himself if the said Raja Ismael were to make another attempt, since he has claimed that he intends to return in four months. To the first, replied that Your Right Excellencies would be informed of this, and to the second point, that in the meantime he must seek to defend himself as he had already done. On that occasion, asked His Highness whether he did not know where Raja Ismael was staying; to which he answered by saying that the said Ismael had stayed for some time at Mempawah on Borneo near Pasir, but currently for some months had taken up his main residence in Palembang, and to where he had now departed again. If Your Right Excellencies would now be pleased to confront this with the testimonies and statements of Daeng Cambodja, that those pirates of whom Your Right Excellencies made mention in your letter sold their plundered people and goods in Palembang, it appears not at all improbable that the said Raja Ismael also has a hand in the piracies being committed, and whether one must not also take him for the head of those fourteen vessels (which, according to the account of the commander of the penjajap De Brak, bore down upon him in the Straits of Durian, but as soon as he hoisted his pennant and fired a shot at them, retreated again), I firmly believe may be assumed. The clarification desired by Your Right Excellencies concerning the difference between the one parcel of tin which was sold at 11½ per cent and the other at 26 per cent consists in this: that upon the first-mentioned parcel all the charges of the Perak post were calculated, whereas the other was burdened with nothing. Your Right Excellencies can perceive from this, as it appears, that peace will not be of long duration anymore, wherefore I once again humbly beseech Your Right Excellencies that we may be provided with all necessities as soon as possible, in order to be able to maintain the Company's authority. Wherewith I remain with all due respect, (below stood:) Right Honorable, Highly Esteemed, Widely-Ruling Sirs, and Honorable Strict Sirs, (lower:) Your Right Excellencies' humble and obedient servant, (was signed:) Jan Crans. (in the margin:) Malacca, in the Castle, 31 January Anno 1724. Extraordinary Meeting on Friday, 26 February 173, all present. The meeting convened solely for the resumption of a short letter received yesterday from the commander at Perak, containing an answer to our dispatch dated 11 January of this year, wherein he was instructed to confer once more with the ruler and the grandees of the realm there, and if feasible, to dispose them to a price reduction for the tin, with the representation that the Company no longer intends to pay so dearly for the tin, and that it might therefore easily happen, if the king would not agree to a price reduction, that the Company would be compelled to renounce the contract entirely and abandon its garrison there; whereupon he now writes back that he has in a friendly manner approached the ruler, the young king, and Raja Bendahara... Copy of Secret Resolutions from 26 February Anno 1713 to 4 January Anno 1774.
Dutch transcription
11 Van Malacca Den 31. Januarij 174 — Van Malacca Den 31. Januarij 174. persoon ontdekt als dat aldaar vaartuijgen ten roof soude uitgevaare sijn Alle het welke uw hoog Edelheedens des gelievende ampel in desselfs secreet rapport, en dag register sulle kunne b'ogen als meede de staat en toestant van dat eijland ten naauwkeurigst aldaar beschreeve vinde des mij ter vermijding van redites. eerbiediglijk aangedraage. het komt mij niet onwaarschijnelijk voorgemelde dan Cam„ bodia geene schult aan deese roverijen heeft te meer als men consi„ dereert dat hij thans een man is die bij na tagentig Iaare be„ reijkit een dus eerder om de dood dan om sulke dinge behoorde te denken en ook dewijl reeds een groote schaat besit die denkelijk soo ligt niet in de waagschal sal sette met dE: Comp. sig 't onvriendt te maaken waar bij boven dit alles nog komt en het geene wel het voornaamste is dat sijne vijanden hem op allerleij wijse tragte om onluste te wikkelen ten eijnde bij sijn dood gemakkelijker spel te hebbe, alsoo de vreese voor hem het alleen is dat hier de rust bewaart kunne uw Alle het boven gemelde heeft sijn hoogheijd aan den ondergete„ kende mondeling bevestigt als sijnde op den 24. deeser in persoon alhier gekomen ten principaale omme SE: Compagnies bijstant te versoeken en teffens hoedanig Hoog Edelheedens verseekeren het met sijn dood alles in repen roer sal wesen sijn voorgeevens dat het radja van Trangans in dit spel soude ingewikkelt sijn schijnt niet ongegrondt ten minste seeker is het dat radja Ismael sig weder be„ „gint te beweegen also op den 23. December Iongstleeden met Seventien Cacaps volgens schrijvens van den koning van siac aldaar in de revier is geweest onder voorgeeve van met gemelde vorst, over iets te wille spreeken dog met het voorneemen van Siac te overrompelen het welke ontdekt siende alsoo den vorst van Siac hem niet heeft wille Laate naar boven komen gemelde radja Osmael de vijandelijkheede daar op beginnende met het verbrande eeniger huijsen en plantagien en het op ligten van de panglima Abdulla met 40. andere persoonen Dog is door dien koning gelukkig in deese sijne ondernee„ „ming gestuit en weder uit sijn rivier verdreeven. hoog sig 13 Van Malacca den 31. Janurij 174. — Van Malacca Den 31 Januij 174. — sig soude hebbe te gedraagen wanneer gemelde Radja Is„ mael nogmaels mogt een tentamen doen naar dien voor„ gegeeven heeft, over vier maanden weeder te wille komen op het eerste gerepliceert uw hoog Edelens hier van kennis te sullen geeve en op het tweede lid dat sig intusschen moest tragte te verdeedige gelijk nu reeds gedaan hadt ter dier geleegentheijd aan sijn hoogheijt gevraagt off niet wist waar radja Ismael sig op hieldt dat b'antwoorde met te segge op gem: Ismael sig voor eenige tijt te manpauwe op bornco bij passier haat gehoude dog teegenswoordig voor eenige maande te Palembang sijn meeste verblijf had genoo„ „nen en waar naar toe thans weder vertrokken was, Indien uw hoog Edelens dit nu eens gelieve te confron„ „teere met de betuiginge en gesegdens van Dam Cambodia dat die rovers waar van uw hoog Edelens bij derselver missive hebbe melding gemaakte hunne geroofde men„ schen en goederen tot Palembang verkogte het gansch niet on„ waarschijnlijk voorkomt off gemelde Radja Ismael heeft meede de hant in de gepleegt wordende Roverijen, en of De door uw hoog Edelheedens begeerde elucida„ „tie omtrent het verschil tussche de een opartije thin die met 11½ p:r C:o en de andere die met 26: p:r C:o verkogt is, bestaat hier wn alsgllat op eerst gemel„ „de partije al de Lasten van het Comptoir Pera sijn bereekent daar de andere met niets beswaart is ge„ weest. uw hoog Edelens kunne hier uijt bespeuren soo het schijnt de rust van geen lange duur meer sal sijn, des uw hoog Edelens nogmaals ootmoedig suppliceeren om van alle het noodige soo spoedig doenelijk te moo„ „ge werde voorsien ten eijnde Compagnies authoriteijt te kunne staande houde. men hem ook niet moete neemen voor het hoofd van die veer„ tien vaartuijgen /: welke volgens het relaas van den ge„ Saghebber den Pantjallang de Brak in de Straat Drioens om hem sijn afgekoomen dog soo ras sijn wimpel op geheijst en Een schoot op haar gedaan heeft weederom sijn afgedeijnt:/ vermeene vast te moge veronderstellen. nen Van Malaca den 21 Jaunij 174. Van Malacca Den 81' Januarij 174. — waar meede blijve met alle verschuldigde Eerbiedt (:onderstond:) Hoog Edelen groot Agtbaren wijd„ „gebiedende Heere en wel Edele gestrenge Heeren /:lager:/ uw hoog Edelheedens onderdanige en gehoor„ Same Dienaer /:was geteekend:/ Ian Crans /:in margine:/ Malacca In 't Casteel Den 31: Januarij A=o 1724. — Extra ordinaire Vergadering op vrijdag den 26:' febr: 173 alle Present. De vergadering Eenelijk geconvoceert ter resumtie van eene op gisteren van den commandant tot Pera ontfangen briefjen houdende antwoord op onse afgesondene in dato 11. Jann: deeses Jaars waar wij hem in mandatis was gegeven den vorst en rijksgrooten aldaar nog eenmaal te onder„ houden en waare t doenlijk te disponeeren tot een prijs vermindering van de thin onder voorhouding dat de Comp: niet langer voorneemens is de thin so duur te beta„ „len en dat 't dierhalven ligtelijk soude kunnen gebeuren indien den koning tot geen prijs vermindering wilde over„ „gaan de Comp: genootsaakt soude sijn van t Contract geheel af te zien en hare besetting aldaar te verlaaten waar op als nu rescribeert dat hij dan vorst den jongen koning en radja Bindhara in 't vrindelijke heeft Copia Secreete Resolutien T' zeedert Den 26: Februarij A:o 1713. tot den 4. Ianuarij Ao 1774 gebragt opia 14
English
From Malacca, the 31st of January 174. From Malacca, the 31st of January 174. — sought to dispose them thereto, and earnestly presented to Their Highnesses the consequences thereof should they not wish to proceed to a price reduction, but that despite all his applied efforts, neither the old king nor the young king and raja bendahara could be persuaded to any price reduction, the old monarch having given him as a final answer that he would rather lose his head than break the contract, and that in case the Company were intending to abandon the garrison, he kindly requests to be informed thereof a short time in advance: Thus clearly appearing from the above that the little potentate will not be so easily persuaded to a price reduction as one had imagined, not without reason, unless one were to proceed to extremes, which sometimes, when one takes into consideration the urgency with which the old king as well as both his brothers insisted on being warned some time before the departure should take place, as well as the fear they exhibit with the All this having been taken into mature consideration, it has been approved and agreed upon to respectfully report this in all its circumstances to Their Right Excellencies at the first opportunity, and in the meantime, awaiting the positive orders of Their Right Excellencies, to continue trading at Perak on the old footing, the more so because until its abandonment it is nevertheless a certain matter that the post at Perak is of very great weight to the Honorable Company, for various reasons which have been reported in the clearest manner to Their Right Excellencies by the Right Honorable and Rigorous Lord, former Governor Thomas Schippers and Second Kretschmar in their separate dispatch of the 15th of September Anno 172. commandant to request not to report their refusal in the worst light, should the Honorable Company ever resolve upon an actual departure; they might perhaps change their mind, but since all these are uncertain conjectures, one cannot rely upon them. Commandant us From Malacca, the 31st of January 174. — do not find ourselves authorized, as we still have no final decision from Their Right Excellencies concerning this garrison, but indeed, as appears from Their Excellencies' secret dispatch of the 28th of April of the past year, must suspend its abandonment until further orders. Furthermore, it was also resolved to write to the Commandant there anew to once again exert his utmost efforts in order, if it were possible, to persuade that monarch to a price reduction. Below stood: Malacca, in the Castle, date as above. Was signed: Jan Crans, I: Kretschmar, A: A: Werndlij, Daniel Abm De Neuffville, A: F: Leemker, and H:o Cassa. Extraordinary meeting on Tuesday, the 4th of January 174., all present. The Fiscal Werndlij, having returned from his commission to Perak, submits to the assembly a written report alongside his kept journal, which upon review was found to contain that, after various conferences and many debates, he had brought matters so far as to conclude a new treaty of friendship and commerce with the king and grandees of the realm there, which he exhibited, whereby a reduction on the tin of 2 Spanish dollars per bahar had been negotiated; that he indeed exerted his utmost efforts to negotiate the reduction of 3 or 4 Spanish dollars recommended by the instructions, but believes that if he had continued to insist upon it further, it would have been very doubtful whether he would have obtained any reduction at all, since it was not so much the king who was unwilling, but rather the young king, who seemed unwilling to hear of any price reduction and would much rather have seen the Company depart than grant any reduction, in the expectation of finding a better merchant in the Selangor people, being related to them by marriage; he also, to attain that From Malacca, the 31st of January 174. mark From Malacca, the 31st of January 174— from Malacca, the 31st of January 1774. mark, spared no effort, if it were possible, to induce the reigning monarch not to enter into any new contract with the Honorable Company, to which, however, that monarch, who showed himself very well-disposed toward the Honorable Company and does not place that confidence in the Selangor people at all, gave no hearing; he had further also promised to cause to depart from his territory the prince Tunku Luang Putra, who had fled from Kedah and was staying at Bernam. All of which having been deliberated upon, this assembly has in all respects approved the aforesaid treaty of friendship and commerce, subject, however, to proper ratification by Their Right Excellencies; furthermore, the Fiscal Werndlij was thanked for his exerted efforts in the master's service, and it was resolved to report the result of the aforesaid commission respectfully to Their Right Excellencies at the first opportunity, as well as to insert the report and the journal into these presents. To the Right Honorable and Rigorous Lord Jan Crans, Governor and Director of that city and fortress of Malacca, and Honorable Lords, as well as the Honorable Members in the Council of Policy. The undersigned, having been commissioned by resolution of the 16th of August last to the court of Perak in order, according to his further received instructions, on account of the demise of the old monarch, to renew the contract with the one who has newly ascended the throne and to obtain a price reduction of 4 Spanish dollars per bahar on the tin, and to employ thereto the most prudent means that could serve, with authorization, should such Malacca not
Dutch transcription
Van Malacca Den 31. Januarij 174. Van Malaca den 31. Januarij 174. — getragt daar toe te disponeeren en hun hoogheeden, so sij tot geen prijs vermindering wilden overgaan de gevolgen van dien eenstig heeft voorgehouden dog dat niet tegenstaande alle sijne aangewende pogingen den ouden ouden so wel als den Jongen koning en radja binahara tot geen prijs vermindering sijn over te haalen geweest hebbende den ouden vorst hem finaal ten ant„ woord gegeven liever sijn hooft wilde verliesen als t Contract breken en dat bij aldien de Comp: voornemens wierd de beset„ „ting te verlaten hij vriendelijk versoekt een korte tijd bevorens daar van g'adverteert te mogen werden: Dus uijt 't bovengemelde klaarlijk blijkende dat Poten„ taatje so ligt niet tot een prijs vermindering sal over te halen wesen dan men sig /:niet sonder grondt:/ wel heeft voorgestelt gehad ten sij men tot 't uijtter„ „ste komen dat somwijle als men in agting oneemt den aandrang die den ouden koning so wel als beijde sijne Broeders gebruike omme eenige tijd te voren temogen werden gewaarschuwt voor dat de opbrake geschiede als meede de vrees die sij betonen met den Alles dus in rijpe overweeging genomen sijnde is goedgevonden en verstaan omme bij eerstkomende geleegentheid hunne hoog Edelheedens dit in alle sijne omstaande eerbie„ dig te bedelen en tusschen onder afwagting hunne hoog Edelheeden opositive beveelen op den ouden voet tot Pera te blijven handelen te meer naar dien tot dies opbraak het is niet te min een seekere zaak dat de post te pera van een seer groot gewigt voor d'E Comp: is om diversche redenen welke ten aller klaarste door den wel Edele ge„ Strenge heer afgegane gouverneur M: Thomas schippers en secunde kretschimnar in hunne aparte missive van den 15. september A:o 172. aan hun hoog Edelheedens is bedeelt geworden. Commandant te versoeken van deese hunne weijgering niet ten ergste over te schrijven soo wanneer de E: Comp: eens tot reele op braak besloot; sij somwijle wel van gevoele soude veranderen dog naar demaal dit alles onseekere gissingen sijn kan men daar niet op vast gaan. Commandent ons Van Malacca Den 31. Januarij 174. — om niet bevoegd vinden dewijl nog geen finaal besluit van hun hoog Edelheedens betreffende dese besetting sijn hebbende maar wel blijkens hun Edelheedens Secreete missive van den 28 april a:o passato met dies verlating tot nader ordre te moeten super„ cederen. verders wierd meede besloten omme den Commandant aldaar weederom de novo aan te schrijven nogmaals sijn uijtterste poging aan tewenden ten eijnde dien vorst /:maare t mo„ „gelijk:/ tot een prijs vermindering over te haalen /:onderstond:/ Malacca Jn 't Casteel Dato voorsz: /:was geteek:t/ Jan Crans, I: Kretschinar, A: A: werndlij, Daniel Abm De Neuffille A: F: Leemker, en H:o Cassa Extra Den fiscaal werndlij van sijne Commissie naar Pera geretourneert Sijnde legd ter vergadering over een schriftelijke rapport neffens sijn gehoude dagregister welke bij resumptie bevonde wierdt te behelsen, als dat na diverse conferentie en veele de batten 't so verre gebragt hadde van met den koning en rijksgrooten aldaar een nieuw tractaat van vriendschap en Commercie te sluite /: het geene ax hubeerde/ waar bij een vermindering op de thin van 2. p. s per bhaar hadt bedongen hij wel sijn uiterste devoiren heeft aangewend om de bij instructie aanbevoolene minderheijd van 3 of 4. Sp„s te bedingen dog ver„ „meendt dat so daar op verder hadde blijve insteeren het seer te besien soude sijn geweest of wel in 't geheel eenige vermindering hadde erlangd naar dien niet so seer den koning er onwillig toe was als wel den jongen koning die van geen prijs vermindering scheen te willen hooren en veel liever de compagnie soude hebben sien opbreeken als eenige vermindering toe testaan / in ver„ wagting van aan den salangorees als sijnde door Euwe„ lijk met de selve vermaagschapt een beeter koopman te zullen vinden:/ heeft ook ter bereijking van dat oog„ Extra ordinair vergadering op Dingsdag Den 4. Januarij 174. alle Present. Van Malacca Den 81 Januarij 174. merk Van Malacca den 31. Januarij 174— van Malacca den 31. Januarij 1774. „merk niets nagelaaten om waare het moogelijk den regee„ rende vorst te beweegen van geen nieuw contract met dE compagnie aan te gaan waar aan egter dien vorst die omtrent de E comp: sig seer geneegen toonde en gansch dat vertrouwen in den Salangarces niet stelt geen gehoor heeft gegeeve ver„ ders al meede beloofd had uit sijn gebied te sullen doen vertrekken het van queda gevlugte en sig op bernang ont„ houdende Prinsje Tungku Luang Putra over alle het welke gedelibereert weesende soo heeft deese vergadering big 't voorschreeve tractaat van vriendschap en commercie /:on„ der behoorlijke ratificatie nogtans van haar hoog Edel„ heedens:/ in allen deele laaten welgevallen zijnde wijders den fiscaal werndlij weegens sijn aan gewende Devoiren voor smeesters dienst bedankt en geresolveert t resul„ „tat van de voorschreeve Commissie bij eerste geleegent„ heijdt aan haar hoog Edelheedens reverentelijk te bedeelen mitsgaders 't rapport so wel als t dagre„ gister bij deesen te insereeren. Den onderget: bij besluijt van den 16. aug„s laast leeden gecommitteerd sijnde na het hoff van Pera ten eijnde vol„ „gens zijne nadere bekome Instructie mits het overlijden van den ouden vorst met den nieuws den troon g'aan„ „vaard hebbenden het contract te vernieuwen en een prijs vermindering van 4. Sp:s per bhaar op het thin te be„ komen en daar toe de voorsigtigste middelen aan te wenden die dienen kon met authorisatie om sulx Wel Ed: Gestr: Heer en Agtb: Heeren Mitsgaders De Achtb: Heeren Leeden in Den Raad van Politie Aan Den wel Ed: Gestr: Heer Crans Jan Gouverneur en Directeur dier stad en Fortresse Malacca Malacca niet
English
From Malacca the 31st of January 174:— From Malacca the 31st of January 174. not wishing to fail, at least to persuade him to obtain a reduction of, if not three, at least two Spanish dollars stipulated by that contract, as well as to inquire into the conduct and circumstances of the Queda prince Tunku Luang Putra residing at Bernang, set sail thither with that order on the 15th of November on the barque De Leervis, and arrived there on the 9th of December before the Company garrison and immediately went ashore, where I made my commission known to his highness's secretary and requested him to inform his master thereof so as to receive me as soon as possible, who, although with reservation, nevertheless declared that his majesty would gladly comply if it did not too much conflict with the interests of his kingdom, and at the same time informed me that the late king's grandson had been fetched away by the king of Salanggoor and had taken most of his grandfather's estate with him to be married to his daughter according to the decree of the late prince, and that the Orang Kaya Besar and Tommongong had also departed thither, and that the king's youngest brother, under the name of Sultan Muda, had been admitted as a member to the king's council, but was currently upriver. The letters and gifts being fetched on the 14th, I, together with Commandant Hensel, was led into an audience with his majesty, whom I, as well as the young king and Raja Bendahara, complimented on behalf of Your Right Honourable and Worshipful, and made known that I had been sent hither to renew and confirm with him the friendship with this court which the Company has maintained with His Majesty's praiseworthy ancestors, and that Your Right Honourable and Worshipful trusted that his majesty would give proof thereof and, pursuant to the instructions of their High Excellencies in Batavia, grant a price reduction of 4 Spanish dollars on the tin and reimburse the excess 4 Spanish dollars on the received 861 bahars since the previous year, during which I have been here in vain for that purpose, or that otherwise, at the absolute desire of their High Excellencies, the post must be broken up from here, demonstrating the reasons why the Company, though unwillingly, had to proceed to that step, as noted in the daily journal. From Malacca the 17th of January 174— From Malacca the 31st of January 174.— His Majesty thereupon declared that he would comply in everything possible for him, that he would negotiate further with me once the feast of the new moon was over, but the young king observed some unreasonableness in the refund of the 4 Spanish dollars on the tin already received, because that occurred under the late king and his estate was already dispersed. Because of this feast of theirs, the 15th and 16th passed without accomplishing anything, but on the 17th the king's envoys came to me and wished to assure us in the strongest terms, on behalf of their prince, of the king's sincere affection for the Company, but that he nevertheless could not possibly comply with the Company's demand; however, out of the long-standing friendship with the Company he did not wish to break off trade, but gladly to continue it, and would therefore drop two Spanish dollars per bahar and henceforth deliver the bahar of tin for 32 Spanish dollars. I declared in response that the Company, out of that same long-standing friendship with this court, had borne the loss that had fallen on the Perak tin for several consecutive years, and notwithstanding the fruitless insistence of the previous year for this price reduction, had still accepted to their own detriment a quantity of 861 bahars at the highest price of 34 Spanish dollars per bahar; but foreseeing no improvement and being unable to bear that loss any longer, expecting that his majesty would take into consideration the reasonableness of the Company's demand, had sent me to solicit this reduction with reimbursement of the overpaid 4 Spanish dollars per bahar on what was received, though from which, knowing that the late king's estate is already divided, I would desist, or otherwise break up from here, and what is further recorded thereof in the daily journal on that date. Nevertheless, these envoys remained equally steadfast in their position, saying that their commission ran no differently. At this point I still hoped for a good success, but being led to the king again the following day, I fell completely into doubt, where I repeated the entire negotiation between his envoys and me, presenting to him most earnestly all the disadvantageous consequences his kingdom would suffer if the Company departed.
Dutch transcription
Van Malacca den 31 Januarij 174:— Van Malacca Den 31 Ianuarij 174. niet willende luken ten minsten denseloven te bewagen en min„ „derheid van soo niet drie ten weijnigsten twee spaanse bij dat contract gestipuleert te krijgen mitsgaders om te informeeren na het gedrag en omstandigheeden van het sig op Bernang op houdende quedas prinsje Tunku Luang Putra is met die last den 15. nov: met de barcq De Leervis derwaarts ge„ steevent en den 9 December daar aan voor de besetting van de Comp: aangeland en dadelijk aan de wal gevaren daar ik den schrijver van zijn hoogheijt mijn Commissie te verstaan gaff en versogt sijn meester zulx te kennen te geeven om mij ten spoedigsten te ontfangen die wij schoon met agterhouding egter betuigde dat sijn majesteit sig gaarn soude schikken als het niet te zeer streed met de belangens van sijn rijk en mij teffens kennis gaf dat des overleeden konings kleen zoon door den koning van Salang„ „goor afgehaald was en de nalatenschap van sijn groot vader ten grootsten deele meede gevoerd had om aan desselfs dogter volgens de bepaaling van den overleeden vors gehuurt te werden en dat daar meede vertrokken waren den orang„ kaija besaar en Tommongong en dat des konings Jongste werdende de brieven en geschenken den 14 afgehaalden ik nee„ „vens den Commandant Hensel bij sijn majesteijt audientie geleijd die ik soo wel als den jongen koning en radja Bin „dhara van weegen uwel Ed:e gestr: en agtb: Complimenteerde en te kennen gaf dat ik herwaarts afgevaardigt was om de vriendschap met dit hof welke de comp: met sijn Majes„ „teijds loffelijke voorsaaten onderhouden heeft met deselve te vernieuwen en bekragtigen en dat uwelEd: gestr: en Agtb: vertrouwden zijn majesteijt daar van wel een blijk soude geeven en ingevolge de aanschrijvens hunner hoog Ed:s te batavia een prijs vermindering van 4. sp:s op het thin ac„ cordeeren ende meerdere 4. sp„s die op de ontfangene 861. bhaaren t zeedert annop:s dat ik vrugteloos daar om hier geweest ben rembousseeren, of dat anders op de absolute begeerte kun„ „ner hoog Ed: van hier moeste opgebroken werden met aan„ thooning der reedenen waarom de Comp: schoon ongaarne daar toe overgaan moest bij dagregister aangeteekent broeder onder den naam van Sulthaan Moeda tot lid in skonings vergadering aangenomen dog thans in de boven Landen was. booeder betuigende Van Malacca Den 17:' Ianuarij 174 — Van Malacca den 31:' Januarij 174.— betuijgende zijn Majesteijt hier op dat hij in alles wat hem mo„ „gelijk is sig schikken soude dat hij als het Feest /:na„ mentlijk der nieuwe maan :/ voor bij was met mij nader sou„ „de handelen maar de jonge koning merkte er Eenige onrede„ „lijkheijd in aan in de uitkeering der 4. spaans op het reets ontfangene Thin wijl sulx bij den overleeden koning geschied en dies nalatenschap reets verstrooijt was. om reeden van dit hun feest sijn den 15. en 16 gepasseert zonder iets te verrigten dog den 17. 'skonings afgesondenen bij mij gekomen en hebben wij uit naam van hunnen vorst op het kragtigste willen verseekeren van 'S konings op regte genegentheijd tot de Comp: dog dat hij egter onmoogelijk aan sComp: Eijsch konde voldoen maar dat hij om de lang Jaarige vriendschap met de Comp: den handel niet wilde breeken maar gaarn Continu„ eeren en daarom twee sp„s op:r bhaar soude laaten vallen en voorthaan de bhaar Thin voor 32. sp„s leeveren be„ tuigende ik hier op dat de Comp: om die zelfde lang Jarige vriendschap met dit hoff het verlies dat nu Eenige Dat hier tol hoopte ik mog op een goed succes maar sdaags daar aan weder bij den koning geleijd wesende geraakte geheel en al in twijffel alwaar ik de gantsche onderhandeling tusschen sijn afgesondenen en omij herhaalden den selven op het ernstigste voor oogen stelde alle de nadelije gevolgen die sijn rijk duijgde bij aldien deComp: Iaaren agter een op het Perase thin gevallen is sig heeft getroost en on„ aangesien de vrugteloos instantig van d: p:s om deese prijs vermindering tot hun eijge schade nog al g'accepteert heeft een quantiteijt van 861. bharen tot de hoogste prijs van 34. sp„s p„r bhaar maar geen beeter„ schap voorsiende en die schade niet langer kunnende dragende ver„ wagtende dat sijn majestert de reedelijkheijd van 'sComp: Eijsch wel soude in aanmerking neemen mij gesonden had om deese verminde„ ring te besolliciteeren met remboursement der meerder betaalde 4: pp:s p=rs haar op het ontfangene /:dog waar van ik als bewust zijnde dat soverleeden konings nalatenschap reets verdeelt is:/ soude afsien of anders van hier op breeken en het geen daar van verders bij dag register op dien dctum aangeteekent staat egter bleeven deese afgesondenen even hard op humn punt staan seggen„ de dat hun Commissie niet anders luide. Jaren het
English
From Malacca, the 31st of January 174. From Malacca, the 31st of January 174. left the same, and that it would be a sign that His Majesty cared little for the friendship of the Company, which, however, I said I did not doubt would in time be regretted; whereupon the king, however, answered nothing else than merely to confirm what Paduka Saraman, one of the envoys, had said, namely that the king could not come down more than those two Spanish dollars. Whereupon I replied that in that case we must break up camp and depart from here, and the king said: as the Company desires. Whereupon, just as if I were about to break up the garrison, I took my leave, wishing the King, Raja Muda, and Raja Bendahara a good stay, much blessing, and a better merchant than the Company, and departed, all described in detail in the daily register under the date of the 18th. Thus, all hope having come to an end, and it appearing clearly to me from the attitude of everyone, of the grandees as well as of the common people, that they would certainly abandon the Company, I declared that very same early evening to the writer of His Highness that I gladly wished to find a middle way whereby the alliance might continue, but that I was too strictly bound. Under which condition the contract was written out that very evening, and the following day sealed in the audience hall of the king in Being unable to do anything more in this matter, and the prince's determined resolution having appeared to me in everything most strongly, I finally agreed to renew the Contract, and thereby to fix the tin at 32 Spanish dollars per bahar, on the condition, nevertheless, that if Your Right Honorable and Worshipful Honors accept it, the ratification thereof shall follow, and if not, the departure shall proceed. and according to my instructions did not dare to exceed 30 Spanish dollars per bahar, but nevertheless, provided it were approved by Your Right Honorable and Worshipful Honors, I would concede one of the two Spanish dollars in dispute, in the hope that his prince would drop the other; which I requested he would be pleased to bring to the knowledge of His Highness; whereof the following day I received the feared answer that the king could not possibly, without too greatly disadvantaging his subjects, deliver the tin at a lower price than 32 Spanish dollars per bahar, that he would accept the consequences if the Company could not agree to this and left Perak, and await what fortune had in store for him. absence From Malacca, the 1st of January 174. From Malacca, the 31st of January 174. absence of the Young King, who, so it seems to me, is not at all content with this, and would rather have abandoned the Company than consent to any price reduction, being too much attached to Selangor; after which I requested the king to permit me to continue my journey quickly to Malacca, stating that I would leave the penjajap for the conveyance of the letters and gifts, wherewith he was pleased, subsequently paid my compliments to him and Raja Bendahara, and received my leave. In order now to fulfill my second commission regarding the Kedah Prince, Tungku Luang Putra, I have here to report that the same, when he was driven from there, was brought here by the king of Selangor, and at his request permitted by the deceased prince to settle at Bernam for some months until he had a way out as to where to proceed, where he, with not a few of his followers, still finds himself in an impoverished state without any power, having already consumed all the wealth they possessed for their subsistence in planting, Having thus reported on the outcome of my commission, I trust that, taking into consideration how difficult it is to move the native, or at least this Perak nation, which considers only the present, to make any concession on what they are accustomed to enjoy, it will meet with some approval; whilst it remains for me to report that, upon the earnest solicitation of Commandant Hensel, I have left the 5 rescued natives here for the renewal of the palisades and the clearing of mud from the moat around the fort, and upon his assurance that when firewood must be cut, only 10 men remain who must man 5 posts, of whom, if one becomes incapacitated, another must stand a double guard duty, most respectfully requesting that this liberty not be taken amiss of me. paddy for their nourishment at present, the king here being of the mind to request him to move away from there. at present where From Malacca, the 31st of January 174. From Malacca, the 31st of January 174. Wherewith I subscribe myself with deep respect, beneath was written: Right Honorable, Valiant Sir, and Worshipful Sirs, lower: Your Right Honorable, Valiant, and Worshipful Honors' humble servant, was signed: H: A: Werndlij, in the margin: Perak, in the Honorable Company's Bark De Leervis, before the Honorable Company's Garrison, the 22nd of December 1773. That I was commissioned on behalf of the Governor and Council at Malacca to congratulate His Highness on the accession to the throne in this kingdom and for the renewal of the contract between the same and the Company, with instructions to have stipulated thereby my previous commission for the reduction of the price of tin to 4 Spanish dollars per bahar, and that of the 861 bahars received since that time, the overpaid four Spanish dollars per bahar be refunded. Having come ashore, I gave notice of my commission to the writer of His Highness, whom I found with Commandant Hensel. In the afternoon we came to anchor before the garrison of the Honorable Company, Thursday the 9th of December. Daily register kept by the undersigned Fiscal of the Malacca Government of the occurrences during his commission as deputy of the Governor and Council there to the Court of Perak. Daily register refunded E
Dutch transcription
Van Malacca Den 31 Januarij 174. van Malacca den 31. Januarij 174. het selve verliet en dat het een blijk soude sijn dat sijn majesteit aan de vriendschap der comp: weijnig geleegen was t geen ik egter seijde niet te twijffelen of soude in der tijd beklaagt werden waar op de koning egter niets anders antwoorde als eenelijk confirmeerde het seggen van Paduka Saraman /: een der afgesondenen :/ dat de koning niet meerder als die twee sp„s daalen konde daar ik op diende dat als dan van hier moeste opgebroken werden, en de koning zeijde soo als de comp: begeert. waar ona ik even als offik de besetting soude opbreeken afschijd nam de koning radja Moeda en radja bendahara goed ver„ blijff veel zeggen en een beeter Coopman als de Comp: wenschte en vertrok alles bij dag register in dato 18. ampel beschreeven. Dus alle hoop ten eijnde sijnde en mij klaarlijk aan de houding van een ieder soo wel der grooten als der gemeenen blijkende dat zij de comp: zeekerlijk souden laten vaaren declareerde ik mij nog dien zelfden voor avond aan den schrijver van sijn hoogheijdt dat ik gaarn wenschte een middel weg uit te vinden waar door de aliantie mogte duuren dog dat ik te zeer gebonden was op welke conditie het contract nog dien avond is beschreeven en sanderen daags bezeegelt op de balij van de koning in Niets omeerder hier in doen kunnende en des voorsts bepaalde resolutie mij on alles op het kragtigste gebleeken sijnde heb ik eijndelijk bewilligt het Contract te vernieuwen en daar bij de thin tot 32. p„s p=r bhaar te bepaalen op conditie nogtans dat so uwelEd: gestr: en agtb: het aanneemen de ratificatie daar van volgen en soo niet de opbraak voortgang hebben sal. en volgens mijn last boven de 30. sp„s op=r bhaar niet komen derfde maar egter mits het bij uwel Ed gestr: en agtb: goedgekeurt wierde op de in verschil sijnde twee sp:s een soude reijsen om hoop dat sijn vorst de andere soude laten vallen 't geen ik versogt hij sijn hoogheit geliefde ter kennisse te brengen waar van ik Sanderen daags het gevreesde antwoord bekwam dat de koning ommogelijk sonder sijne onderdanen te seer te benadeelen tot een mindere prijs als voor 32. sp:s oprbhaar het thin geven konde dat hij het sig soude getroosten als de Comp: daar toe niet konde overgaan, en Pera verliet, en wagten wat het fortuijn over hem beschoven heeft. absentie Van Malaca den 1. Januaij 174. Van Malacca Den 31. Ianuarij 174. absentie van de Ionge koning die soo het mij toeschijnt hier gantsch niet meede te vreeden is en liever de comp: soude hebben laten varen dan eenige prijs vermindering toestaan als te seer aan salangoor g'attacheert sijnde waar na ik den koning versogt mij te permitteeren mijne reijse spoedig na malacca voort te setten dat ik de Pantjallang soude laten ter overvoer der brieven en geschenken daar hij genoe„ „gen in naam vervolgens bij den selven en radja bendhara een compliment afleijde en mijn afschijd kreeg om nute vol„ „doen aan mijn tweede commissie ten opsigte van den quedas Prins Tungku Luang Putra heb ik de hier te melden dat denselven als hij van daar verjaagt was door den koning van Salan„ „goor alhier gebragt is op desselfs versoek door den overleeden vorst gepermitteert op Bernang voor Eenige maanden sig ter needer te setten tot hij een uitweg hadde, waar sig heen te begeeven alwaar hij niet weijnige van sijn aanhang in een armoedige staat sonder eenige magt sig nog bevind hebbende al hun rijkdom die de gehad hebben reeds verteert tot Leevens onderhoud in planten van den uitslag mijner commissie dus verslaag gedaan heb„ „bende vertrouwe ik dat in aanmerking genomen sijnde hoe moeijelijk het is den inlander ommers deese perase natie die d maar het tegenwoordige in aanmerking oneemt tot eenige afstant van het geen deselve gewoon is te genieten te be„ weegen het eenige goedkeuring hebben sal terwijl mij nog overblijft te melden dat ik de 5. verloste Inlanders op de ernstige Instantie van den Commandant Hensel hier gelaten heb ter vernieuwing der saken uitmodde„ „ring der gragt rondom het fort en op sijn betuij„ „ging dat als brandhout moet gekapt werden en maar 10 man overblijft die 5. posten besetten moeten van welke soo een impotent werd een ander Dubbeld schildwagt staan moet Eerbie„ digst versoekende mij deese vrijheijd niet qualijk te duijden. thans padij tot hun voedsel sijnde de koning hier van gedagten hem te versoeken van daar te verhuijsen. thans waar Van Malacca Den 31. Januarij 174. Van Malacca Den 31. Ianuarij 174. waar meede mij met diep respect onderschrijve /:onderstond:/ wel Ed gestr: Heer en Agtb: Heeren /:Lager:/ uwel Ed gestr: en agtb: ootmoedige dienaar /was geteekend:/ H: A: werndlij /:ommargine:/ Pera in sComp: Barcq De Leervis voor 'S Comp: Besetting Den 22. December 1773. Dat ik van weegens den heer gouverneur en raad te ma„ lacca gecommitteert was om sijn hoogheijdt te gratuleeren met de aanvaardiging der troon in dit rijk en ter vernieu„ „ving van het contract tusschen den selven en de comp: met last om mijn voorjaarige commitsie ter vermindering der prijs van het thin tot 4. sp„s op=rbhaar daar bij ge„ stipuleert te krijgen en dat op de 't zeedert die tijd ont„ fangene 861. bhaaren meerder betaalde vier sp„s bhaar weeder Aan de wal gekomen sijnde gaaf ik den schrijver van sijn hoogheijdt die ik bij den Commandant Hensel vond kennis van mijn commissie over de middag quamen voor de besetting van d'E Comp: ten anker Donderdag den 9' Decembtr Dagregister gehouden Bij den ondergel: fiscaal des Malakisen gouvernements van het voorgeval„ „lene in sijn Commissie als gecommitteerde van van den heer gouverneur en Raad aldaar na het hof van Pera Dag register uitgekeert E
English
From Malacca the 31st of January 1774. From Malacca the 31st of January 1774. should be refunded or otherwise to break camp from here because the Company could impossibly bear any longer the loss caused by the still ongoing meager trade of that mineral, requesting that he provisionally please pre-advise His Majesty of my arrival and intention, and make a request to procure me a decision on matters as soon as possible, while I sounded him out further as to what expectation he had of that outcome; but he was too reserved, yet did not doubt that His Majesty would be well willing to accommodate in everything that was not incompatible with the interests of his realm, and that he already had knowledge of my arrival and had me informed to drift up the river whenever it suited me in order to be that much closer, reporting to me further that the Orang Kaya Besar and Temenggong had departed for Selangor with the deceased king's grandson along with the King of Selangor who had come here to collect him, in order to be married there to the daughter of Selangor's king in accordance with the wish of the deceased monarch, having also carried off a large part of his estate. Friday the 10th of December. Today I embarked together with Commandant Hensel in the pantjalang and we drifted up the river, and that the ruling king's youngest brother, entitled Sultan Muda, has also been brought into the king's council, but that he currently finds himself in the upper lands. Saturday the 11th. Sunday the 12th. Then still doing our best to haul the pantjalang up as much as possible; due to the strong outflow we made little progress, as we could only pull ourselves up at the slackening of the current with a rattan rope manufactured for that purpose for the garrison and the other running rigging of the pantjalang. Also received word through the clerk that His Majesty would receive me in audience as soon as possible, but that on the 14th, 15th, and 16th it was impossible for him to speak with me due to the end of the fast and the feast day on the 16th; having to resign myself to this, I requested that the letters and gifts might be collected on the 13th. From Malacca the 31st of January 1774. From Malacca the 8th of January 1774. Word was received from the clerk that tomorrow His Majesty will have the letters and gifts collected and will receive me. Monday the 13th of December. This afternoon, while still waiting for the envoys, word was brought by the Mata-Mata that the grandson of the king has become very ill, because of which he cannot receive me, but that this shall take place tomorrow. Tuesday the 14th. Today before noon the letters and gifts were collected with the customary state, and I along with Commandant Hensel were led to an audience with the king, where after the letters had been read and the gifts accepted, I delivered a compliment on behalf of the Governor and Council at Malacca to the king, the young King, and Raja Bendahara, congratulated their Highnesses and particularly the king on the assumption of his dignity as king of this realm, and requested that in accordance with the faithfulness of his praiseworthy predecessors he conduct himself equally faithfully with the Company and give the Company such satisfaction whereby its favor may increase; His Majesty asking wherein that satisfaction consisted that he could give the Company: in the reduction of the price of tin to 3 Spanish dollars per bahar pursuant to the instance made in Perak for reasons already stated then, which I requested I would not be required to repeat again, and that the 4 Spanish dollars on the 867 bahars received since that time be refunded again. This, I said, was the content of my commission, to renew the contract with His Majesty on that footing, or otherwise, although unwillingly, as the Company was unable to bear the losses caused by the meager trade, low sales price, and high purchase price of the tin here, it was forced to break camp from here. Whereupon His Majesty replied: everything that is possible for me I will accept, but if the impossibility is there, what shall I do then? And the young King said: how can we refund that which was received by the deceased king and is already spent? As far as the possibility is concerned, I continued, there was no doubt in my mind that it could well happen if His Majesty would only please take the matter into ripe consideration and weigh in the balance of proportion what is least harmful for his realm: to conclude such a contract with the Company and keep the Company, or to lose the Company. Hereupon he requested that his
Dutch transcription
Van Malaca Dden 31. Januarij 174. van Malacca den 31 Ianuarij 1774. uitgekeert werde of anders van hier op te breeken vermits de comp: het verlies door den nog aanhoudenden schaarsen ver„ „tier van dat ommieraal onmogelijk langer konde dragen met versoek dat hij bij provisie sijn Majesteijt van omijn komst en intentie geliefde te preadverteeren en versoek doen om mij op het spoedigst uitslag van saken toe doen bekomen terwijl ik hem alverders polste wat verwagting hij had van dies uitslag dog was te agterhoudend maar twijffelde niet of sijn omajesteit soude sig in alles wat niet de belangens aan sijn rijk bestaanbaar is wel willen voegen en dat denselven reets kennis had van mijn aankomst en mij liet aan seggen om wanneer het mij maar geleegen quam de revier op te drijven om soo veel te nader bij te sijn berigtende mij verders dat aen ovang kaija bezaar en Tom„ „monggong met s overleeden konings kl: zoon neevens den koning van Salanggoor /:die ter afhaal van denselven hier gekomen was:/ na Salanggoor vertrokken is om aldaar aan de degter van S salanggoors koning uitgehuw„ te werden volgens begeerte vanden overleeden vorst meede gevoert hebbende een groot gedeelte van desselfs nalatenschap doen nog als ons bestade pantjalang so veel mogelijk is op te haalen sondag „ 12. — door de sterke afwatering vorderden weijnig weegs als saturdag „ 11:' _„o bij verslapping der stroom met een ten dien eijnde aan de besetting vervaardigt rotting touw en het verder lopent touw werk van de Pantjallang ons op te plukken. Bequam ook door den schrijver berigt dat sijn Majettijt mij soo spoedig mogelijk was ter audientie soude ontfangen maar dat hij mij den 14. 15. en 16 door uiteijnde dervasten ende feestdag op den 16. onmogelijk konde spreeken 't welk mij moetende getroosten versogt dat aan den 13. de brieven en geschenken mogten werden afgehaalt. heeden scheepse mij neevens den Commandant Hensel in de vrijdag den 10 Dec: pantjallang en dreeven de revier op na boven en dat 's regeerende konings Jongste broeden bestitult als sulthan Moeda meede in 'skonings raad getrokken is dog dat den selven sig thans in de bovenlanden bevind. en werd Van Malacca den 31: Januarij 174. Van Mala den 8:' Januarij 174. werd van de schrijver berigt dat morgen sijn majesteijt de briefen en geschenken sal laten afhalen en mij ontfangen. Maandag den 13: Dec: in deese middag na de afgesanten nog al wagtende werd door de Mata Mata berigt dat de kleen soon van „n koning seer siek geworden is waar door mij niet ontfangen kan maar dat sulx morgen geschieden sal. Dingsdag „ 14:' _„o heeden voor de middag werden met de gewoone staatsie de brie„ „ven en geschenken afgehaalt en ik oneevens den commandant Hensel ter audientie bij den koning geleijd alwaar na dat de brieven geleesen en de geschenken g'accepteert waren ik een compliment van wegens den heer gouverneur en raad te Ma„ lacca aan den koning jonge Koning en radja bendahara af„ afleijde hun hoogheeden feliciteerde en de bijsonderlijk den koning met de aanvaardiging sijner heerlijkheijt als koning van dit rijk en ver„ soek om ingevolge de getrouwigheijt sijner Loffelijke voorsaten sig eeven getrouw met de comp: te gedragen en de Comp: een sodanig ge„ „oegen te geeven waar door haare geneegentheijt toe„ „neeme vragende zijn Majesteyt waar in dat genoegen bestond dat hij de Comp: konde geeven In de vermindering der porijs van het thin tot 3: sp„s voor de bhaar ingevolge de in co: p„r rees gedane instantie om reedenen toen reets gemeld welke ik versogt dat mij niet gevergt wierde die weeder te herhaalen en dat de 4. Sp„s op de t zedert die tijd ontfange 867. bharen weeder uitgekeert wer„ „den, dit was seijde ik den inhoud mijner Commissie om op dien voet het contract met sijn majesteit te vernieuwen of dat andersints schoon ongaarne de comp: als niet dragen kunnende de verliesen door de sechaael vertier laage verkoops en hooge inkoops prijs van het thin alhier genoodsaakt was van hier op te breeken daar sijn Majesteijt op diende al wat mij mogelijk is wil ik mij laten welgevallen maar soo de onmogelijkheijt daar is wat sal ik dan maken ende Jongekoning seijde hoe hunnen wij wee„ der uitkeeren dat bij den overleeden koning ontfangen en reets verstrooijt is wat de mogelijkheijt betreft vervolgde ik was bij mijn geen twijffel of konde wel geschieden als sijn Majes„ „teijt de saak maar rijpelijk geliefde in overweeging teneemen en in de schaal van evenreedigheijt te weegen wat het minst scha„ delijk voor sijn rijk is sodanig Contract met de comp: te sluiten ende Comp: te behouden of de Comp: te missen hier op versogt dat zijn
English
From Malacca the 31st of January 1774. From Malacca the 31st of January 1774. Wednesday the 15th of December, and His Majesty requested that I please grant him time until the feast has passed, so that he might then speak with me further and arrange matters as much as is at all possible. I then requested that he please not delay me any longer, since I urgently needed to be in Malacca before our New Year, which he promised me, after which I departed. Thursday the 16th, nothing occurred. Friday the 17th, in the morning around 8 o'clock, my Moorish servant came aboard to me with a report that the king is still engaged in his devotion today, and that the day will likely pass in this manner until after the afternoon at 3 o'clock. I immediately sent him back upriver with orders to request His Majesty to send someone on his behalf to me, or to summon me to his presence, in order to enter into negotiations so as to obtain a settlement of affairs by tomorrow, since I absolutely cannot wait any longer, but will depart tomorrow towards the evening and drop down to the garrison. While I was making this note, the Paduka Seri Maharaja Mahkota and Dato Bendahara came aboard on behalf of His Highness to enter into negotiations with me. Who, after a long preamble, sought to prove to me the sincere affection of their sovereign toward the Company, and that the king, because of the long-standing friendship with the Company, does not wish to cease trade with it, but, if it is not to his intolerable loss, would gladly continue it, and therefore will drop two Spanish dollars per bahar and deliver the bahar for 30 Spanish dollars henceforth. To this I replied that the Company, because of that same long-standing friendship with this court, and being inclined to make its treaties and established friendship endure—no matter how severely overstocked it is with tin and knows no outlet for it, but must leave it lying unproductively in the warehouses—had for that reason already sent me hither in the past year to induce the late king to a reduction of 4 Spanish dollars per bahar. But not having been able to obtain this, it nevertheless received, to its own loss, a quantity of 861 bahars at the highest price of 34 Spanish dollars per bahar, all in the hope that sales would revive; but still continuing to experience the contrary, their High Excellencies at Batavia have written to the Governor and Council at Malacca to pack up and depart from here absolutely, unless that reduction could From Malacca the 31st of January 1774. From Malacca the 31st of January Anno 1774. could be obtained and the additional four Spanish dollars on the 861 bahars received since then were refunded. That, in consequence thereof, the Governor and Council at Malacca—trusting His Highness would take the reasonableness of it into consideration—have commissioned me to solicit from His Highness and the other grandees of the realm this absolute requirement of their High Excellencies, and, contrary to that confidence, if it were not obtained, to break camp. I further requested them to bring to the king's attention that I asked His Majesty to please consider how he has always been in peaceful possession of his realm since the Company settled here, whereas if the Company must depart, he will be disturbed, if not entirely damaged, by ill-disposed persons; and that, as it has come to my ears that the King of Selangor has sought to dissuade His Highness from conceding any price reduction, saying that he would relieve the king of his tin at the ordinary 34 Spanish dollars, this seemed to me nothing other than setting a trap for the king in order to entangle him therein to achieve his underhand designs; even if he promptly paid 34 Spanish dollars for the bahar in the first instance, he would in time know how to twist matters so that he would first obtain tin ostensibly to dispose of to the English, but I very much doubted whether payment would duly follow, requesting that these my arguments be presented in all seriousness to the king and his grandees. While I added that, as I was aware that the estate of the late sovereign had already been carried off to Selangor with his grandson, I would waive the four Spanish dollars per bahar on the received 861 bahars, but I continued to insist earnestly on the reduction for the future, as no change could be made therein, and that it should not be hoped, once the departure was commenced, to retain the Company—even if the currently demanded reduction were then conceded—without dropping a further two Spanish dollars per bahar. They, agreeing to convey all my arguments to their sovereign, were then requested by me to ask His Majesty to please receive me tomorrow to deliver the small gift, and, whether I might still succeed in my commission or not, to take my leave and drop down to the garrison; which they also accepted and departed. Saturday
Dutch transcription
Van Malacca Den 31 Ianuarij 1774. Van Malacca Den 31 Ianuarij 174. woensdag den 15 Dec: en sijn majesteijt dat ik hem tijd geliefde te vergunnen tot het feest voor bij is dat hij met mij als dan nader soude spreeken, en soo veel maar ommers mogelijk is schikken versogt toen dat hij mij voor altoch met langer geliefde op te houden wijl ik noodsakelijk voor ons nieuwe Iaar op malacca diende te sijn dat hij mij beloofde waar na ik vertrok. vrijdag „ 17 _=' Smorgens omtrent 8. uuren komt bij mij aan boord mijn moorse dienaar met berigt dat de koning deesen dag nog in sijn divotie is en dat daar meede den dag tot nna de middag ten 3. uuren wel verloopen sal sond hem dadelijk weeder na boven met ordre om sijn majesteijt te versoeken iemant Sijnen'tweegen bij mij te senden of mij tot sijnent te ontbieden, om in onderhandeling te treeden ten eijnde op morgen afdoening van saaken te bekomen alsoo ik absoluit niet langer toe„ „ven kan maar morgen tegen den avond sal vertrekken en na de besetting afsakken onderwijl ik hier van deese aantee„ „kening doe komt van weegens sijn hoogheijt aan boord den Paauka Saraman Radja mahota en Datoe Bendhar Donderdag „ 16 _„o opasseerde niets om met mij in onderhandeling te reeden welken na een lange voor af reeden mij tragten te bewijsen de opregte genegentheijt van hun vorst tot de Comp: en dat de koning om de lang darige vriendschap met de comp: den handel met wet deselve niet wil staaken maar als het niet tot sijn ondragelijke schade is gaarn wil continueeren en daarom twee sps p=r Chaar sal laten vallen en de bhaar voor 30 sp„s voortaan leeveren hier op diende ik dat de comp: om die selfde lang Iarige vriendschap met dit hof en geneijgt zijnde sijne verbonden en eens gemaakte vriendschap te doen duuren hoe seer ook deselve overkoopt is met thin en er geen uitweg meede weet maar het in de pakhuisen renteloos moet laten Leggen mij dierhalven in A„o p„o reets herwaarts gesonden heeft om den overleeden ko„ „ring tot een vermindering van 4. sp„s p=r haar te beweegen dog sulx niet hebbende kunnen verwerven nogtans tot des„ selfs eijge schade een quantiteijt van 861 bhaaren teegens de hoogste prijs van 34. sp„s p=r bhaar ontfangen heeft al op hoop dat het debiet weeder wakkeren soude maar het Contrarie nog al blijvende ondervinden hebben hun hoog Ed„s te batavia den heer gouverneur en raad te Malacca aangeschreeven om absoluit van hier op te breeken ten ware die vermindering om konde Van Malacca den 31 Ianuarij 174. Van Malacca Den 31: Ianuarij A„o 174. konde bekomen werden en de meerdere vier sp:t op det zeedert ontfan„ „gene 861. bhaaren te rug gegeeven wierde. Dat ingevolge van dien den heer gouverneur en raad te Malacca /:vertrouwende sijn hoogheijt de reedelijkheijt er van wel soude in aanmerking neemen:/ mij gecommitteert hebben om dit abso„ buit begeerde hunner hoog Ed: bij sijn hoogheijt en verdere rijksgrooten te besolliciteeren en teegens dat vertrouwen het niet verwervende op te breeken hun verders versoekende den koning onder het oog te brengen dat ik versogt sijn Majesteijt toch wel geliefde te overweegen hoe deselve 't zeedert dat de Comp: hier geseeten is altoos in een geruste besitting van sijn rijk geweest is daar deselve soo de Comp: moet opbreeken door qualijk gesinden sal ontrust soo niet geheel beschadigt werden en dat gelijk mij ter ooren gekomen is dat de koning van Salanggoor sijn hoogheijdt heeft tragten af te manen om eenige prijs vermindering toe testaan dat hij de koning van sijn thin soude afhelpen teegens de ordinaire 34. Sp„s mij niet andere toe scheen als de koning een strik tespannen om daar in beknelt te raken ter bereijking sijner slinkse dessoire al ware het schoon dat hij in de eerste instantie 34. sp„s voor de bhaar prompt betaalde soude hij het in der tijd wel sodanig weeten te draaijen dat hij eerst thin bequam quasi om aan de engelschen af„ tesetten maar of aan de betaaling wel rigtig volgen soude nam ik seer in twijffel versoekende deese mijne reedenen in alle ernst den koning en zijn rijksgrooten voor te dragen, Terwijl ik er bij voegde dat wijl mij bewust was dat de nalatenschap van den overleeden vorst reets met desselfs kleijn soon na Salanggoor gevoert was ik van de vier sp„s p=r bhaar op de ontfangene 861. bhaaren soude afsien maar bleef op de vermindering voor het vervolg met ernest aanhouden alsoo daar in geen veran„ „dering te maken was en dat er niet gehoopt moest werden als de opbrak eens aangevangen wierdt de comp: schoon al in de thans geijscht werdende vermindering toegestaan wierdt als dan te behouden sonder nog twee sp„s p=r bhaar te laten vallen aanneemende Sijlieden hun vorst alle mijne reedenen voor te zeggen versogt toen datse zijn Majesteijt geliefden teversoeken mij morgen bij sig te ontfangen ter overgave van het smal geschenk en om het sij ik nog konde slagen in mijn Commissie of niet mijn afschijt teneemen en na de besetting afte sakken dat sij ook aannamen en vertrokken. al Saturdag
English
From Malacca, 31 January 1774. From Malacca, 31 January 1774. Saturday, 10 December: Having been received this morning by His Highness and the small gift having been delivered, I gave him to know that I had learned with regret from his envoys who were on board with me yesterday that His Majesty, on account of the longstanding friendship with the Company, did not wish to cease trade with it but gladly to continue, and for that reason would drop two Sp.s per bhaar. That I had answered them as noted here above, yet again requested that His Majesty please consider the tranquility which he has enjoyed throughout his entire realm during the presence of the Company here, and that it is a notorious truth that once the Company has departed from here, he will have to incur greater expenses than will outweigh these four Sp.s per bhaar in order to keep himself in a constant state of defense against robbers and other ill-disposed persons who will not fail to disturb him, and rest assured of obtaining no higher, but rather a lower price for the tin than the Company now comes to offer, with a request that he please give me some satisfactory reasons why he desired a higher price from the Company than that for which the Company purchases it everywhere. That during this speech of mine I received not a single answer either from the King, or from the Young King, or from Radja Bendahara, except in between some objections from Paduka Saraman, which aimed solely at a fortunate fate that they hoped would turn everything for the best, while I was also informed by the same that the King, out of consideration for the longstanding friendship, wished to continue trade with the Company and therefore would drop two Sp.s per bhaar, but impossibly could he consider it a reasonableness on the part of the Company, that the Company, being in need of the tin, nonetheless to maintain the friendship with this court comes to offer the lowest price for which it can obtain it elsewhere, but the highest that is paid for it; that I trusted His Highness surely did not desire that the Company knowingly cause itself damage by accepting his tin at a higher price than anywhere, that it appeared His Majesty cared little for the friendship of the Company and possibly was filled with a vain hope which I did not doubt would be regretted in time, until he could come to a lower price. From Malacca, 31 January 1774. From Malacca, 31 January 1774. I then gave to know that I must then, pursuant to my orders, break up the garrison and the Company would depart from here as the Company desires. The King then only requested that I would wait a couple of days to receive the letters, which I promised, after which I stood up, wished His Majesty, the Young King, and Radja Bendahara a good stay, much blessing, and a better merchant than the Company, and departed. After having been on board for an hour, the writer came and requested that I would not drop down the river immediately, as the King would send a buffalo for the men, which was delivered at four o'clock. On which occasion I gave the writer to know that I gladly wished for the good of the realm, in which I, now being here as if for the third time, had obtained good friends for whom my heart has affection, gladly wished to devise a middle way whereby the Company might remain, but that I was too strictly bound and dared not step outside my commission, but that I would venture whether it might be accepted to split the two Sp.s in dispute, that the King might drop one and I would rise one and thus conclude a new contract at 31 Sp.s per bhaar, with a request to present the same to the King and bring me an answer, for which I would wait. However, many arguments having been conducted over this and it being clearly evident that this Company would certainly leave. Sunday, 19 December: During this morning Padukka Saraman and Datoe Bendhaar came on board to me again, together with the writer, with a message from the King that he had understood my good intention from the writer, but that His Highness, however reluctantly he wished to miss the Company, nevertheless could not possibly proceed to a further reduction without too greatly prejudicing his subjects, and accordingly could not go below 32 Sp.s per bhaar; that if the Company would not give that price and wished to depart, he would resign himself to it and await what fortune has destined for him. 43
Dutch transcription
Van Malacca Den 31. Januarij 1774. Van Malacca Den 31 Ianuarij 174. Saturdag den 10 xber: deesen voordemidag bij sijn hoogheijt ontfangen en het smal geschenk overgegeeven sijnde gaff ik den selven te kennen dat ik met Leed van desselfs afgesondenen die bij mij gisteren aan boord geweest waren verstaan hadde dat sijn majesteijt om de lang jarige vriendschap met de comp: den handel met deselve niet wilde staaken maar gaarn continueeren en daarom twee sp„s op de bhaar soude laten vallen Dat ik hun daar op g'antwoord had sodanig als hier vooren aangetee„ „kent staat versogt nogthans weeder dat sijn Majesteijt geliefde te Considereeren de gerustheijt welke deselve geduurende het aan„ weesen van de Comp: alhier in sijn geheele rijk genooten heeft en dat het een motoire waarheijd is deselve als de Comp: van hier opgebroken is meerder onkosten sal moeten doen als teegen deese vier Sp.:s op=r bhaar sal opweegen om sig in Een gedurige staat van defensie te houden teegens roovers en andere qualijk gesinden die niet nalaten sullen hem te verontrusten en sig wel verseekert houden geen hooger maar veel eer minder prijs voor de thin te bekomen als tans de Comp: komt te bieden met versoek dat mij Eenige voldoende reedenen geliefde te geeven waarom den selven een hooger prijs van de Comp: be„ „geerde als waar door de Comp: het aller weegen inkoopt dat Geduurende deese mijne reedenvoering bequam ik geen eenig antwoord nog van de koning nog van de Iongekoning nog van radja Bendahara als tusschen beijde eenige teegenwerpingen van Paduka Saraman, die eenlijk doelden op een gelukkig noodlot dat sij hoopten alles ten besten soude keeren, terwijl ik door denselven meede aangesegt wierat dat de koning uit hoofde der lang jarige vriendschap de handel met de comp: wilde Continueeren en daarom twe sp:s p=r bhaar soude laaten vallen maar onnogelyk hij het als een reedelijkheijt van de Comp: diende aan te merken, dat de Comp: met het thin verleegen sijnde nogtans om de vriendschap met dit hof te onderhouden met de laagste prijs als waar deselve het elders bekomen kan maar het hoogste dat seer voor betaalt komt te bieden dat ik vertrouwde sijn hoogheijt immers niet begeerde dat de Comp: sig voor weetens soude schade veroorsaaken met sijn thin te accepteeren teegen een hooger prijs als te eeniger plaatse dat het bleek dat sijn Majesteijt sig de vriendschap der Comp: weijnig bekneunde en mogelijk een ijdele hoop in„ „geboesent was die ik niet twijffelde of in aen tijd beklaagt soude werden. tot hij Van Malacca den 31. Januarij 174. Van Malacca den 81. Januarij 170. tot een lager prijs komen konde gaff toen te konnen dat ik dan ingevolge mijn ordres de besetting moeste opbreeken en de Comp: van hier soude vertrek„ „kien soo als de comp: begeert sijnde toen de koning maar versogt dat ik een paar daagen soude toeven om de brieven te ontfangen dat ik beloof„ „de waar na ik opstond zijn Majesteijt Ionge Koning en radja Ben dahara goed verblijfk veel zeegen en een beeter koopman als de Comp: wenschte en vertrok. Na een uur aan boord geweest te sijn quam de schrijver en versogt dat ik niet aanstonds de revier soude afsakken wijl dekoning een buffel soude senden voor 't volk welke te vier uuren aangebragt wiert ter welker geleegentheijd ik den schrijver te kennen gaf„ dat ik gaarn wenschte ten beste van het rijk waar in ik nu als voor de derdemaal hier sijnde goede vrienden bekomen hadde daar mijn hert geneegentheijt voor heeft gaarn een middelweg wenschte uijt te denken waar door de Comp: mogte blijven maar dat ik te strikt gebonden was en beiten mijn last niet derfde treeden, dog dat ik het soude wagen off het mogt g'accepteert werden om de in verschil sijnde twee sps te plissen dat de koning een mogt daalen Dog veele reedenen hier overgevoert sijnde en duijdelijk blijkende dat deze Comp: seekerlijk soude in deese voordemiddag quam weeder tot mij aan boord sondag den 19 xber: den Padukka Saraman en datoe Bendhaar neevens de schrijver met berigt van de koning dat deselve mijn goede intentie van den schrijver verstaan had dog dat sijn hoogheijt hoe ongaarne deselve de Comp: wilde missen nogthans onmogelijk tot een meer„ „dere vermindering sonder sijne onderdaanen te seer te benadeelen konde overgaan en dien volgende beneeden de 32 Sp„s op=r bhaar niet komen konde dat als de Comp: die prijs niet geeven en opbreeken wilde hij het sig soude getroosten en verwagten wat het fortuijn over hem beschooren heeft en ik een soude reijsen en soodanig teegen. 31. Sp„s pr bhaar een nieuw Contract sluiten met versoek het selve de koning voor te dragen en mij bescheijd brengen waar na ik soude wagten. laaten. 43
English
From Malacca, 31 January 1774 depart, I finally accepted the stipulated 32 Spanish dollars, in so far as it would be approved by the Governor and Council at Malacca, to conclude such a renewed contract, but to await the ratification thereof; after which they departed and returned again towards the evening with the private secretary of His Highness in order to prepare the contract, so that it might be sealed tomorrow. Monday 20 December: This morning I was fetched again and, being led to the King for an audience, the conclusion was written to the prepared contract and the same was sealed. While I made known to the King that, in order to contribute everything in my power so that the alliance between this court and the Company might remain permanent, I had stepped outside my commission and consequently the ratification of this contract rested with the Governor and Council at Malacca, with which the King was satisfied, provided that the money that has now arrived was meanwhile expended on tin at the price of 32 Spanish dollars per bahar, to which I consented. The King further requested that it might please me to permit him to depart with the bark as soon as the rations contained within it for the garrison were delivered, and that I would leave the penjajap here to convey His Majesty's letters and gifts, after which I paid my compliments and departed. In this conference the Young King was not present, who, as it seems, is not at all satisfied and would rather let the Company go than agree to any price reduction. Tuesday 21 December: Today the rations for the garrison were offloaded. Having arrived at the penjajap past midday, we immediately weighed anchor and drifted down. At half past 4 o'clock I went with the commander in the ketiap to the Zeervis and arrived on board the same at 9 o'clock. From Malacca, 31 January 1774 offloaded and made further preparations to be able to drift down tomorrow. Wednesday 22 December: Before noon, at about 11 o'clock, we dropped down the river. Signed: A. A. Werndly. Below stood: Malacca, in the Castle, date as above. Signed: J. Crans, I. Kretschman, I. A. D., A. A. Werndly, Daniel v. Schilling, Am de Neufville, A. F. Lemker and H. Cassa. Below stood: Agrees. Signed: A. S. de Wind, First Clerk. Lower: Examined. Signed: C. G. Ropus. To the Right Honourable and Respected Sir, Jan Crans, Governor and Director of the state and fortress of Malacca with its dependencies. Right Honourable and Respected Sir, From Malacca, 31 January 1774 Having treated and reported upon the matters according to my findings at Riau at the court of Johor and Pahang regarding the first part of my instructions in my humble report to Your Right Honourable and Respected Sir, together with the further gentlemen members of the respected Council of Policy of this government, I shall now proceed to fulfill the latter part with which Your Right Honourable and Respected Sir and your respects were pleased to conclude my instructions, namely to survey the situation of the place and the beaches where one could land most advantageously, as well as how much land and sea force would be required if the Honourable Company should at some point deem it necessary to extirpate Riau. Thus I have the honour to state that, pursuant to this honoured order, upon arriving there I first made it my business to inform myself of the truth From Malacca, 31 January 1774 regarding the situation and entrance of a certain river which, as I was told by the natives, runs close to the foot of Mount Bintan, through which one might enter from outside into the middle of that realm even with large vessels. However, I could obtain no other or more reliable reports than that the same is merely an ordinary small river that is very foul, rocky, and muddy, through which one can pass only with small canoes; therefore, the same is very seldom or never used even by the inhabitants. Besides and apart from this stream or small river, one cannot enter otherwise than through the great river, as there are no beaches where one could land, because everywhere mountains lie adjacent to one another, overgrown with wilderness. The place in itself is naturally very strong, and for a powerful prince who could have it improved by art according to European methods, it could be made virtually invincible, since the two islands lying at the mouth of the river—not to speak for the present of the ramparts—if well provided, are capable of destroying everything that wishes to enter. For, sailing about an estimated half mile up from the mouth, one finds the island of Bayan lying in the middle, where His Highness's fortress or benting stands, having at the front a parapet of masonry stones with a thickness of fully four feet and a height of at least ten feet, in which the embrasures are properly provided with eight iron cannon, twelve-pounders, which sweep along and across the said channel. The south side of the same is dry, through which, even at high water, no vessel of any size can pass, but it is planted with five pieces of iron cannon of various calibers. Because of the sandbank that, moreover, lies between the largest island and the south shore, one is forced to enter close along it, whereby they are capable of hitting the ships with muskets. This difficulty having been passed, one sails up the river, having a width of more or less three-quarters of a mile, though the banks on both sides are dry, whereby the channel in the middle of the same is by estimation no wider than 70 to 80 fathoms, the depths of which will clearly appear to Your Right Honourable and Respected Sir from the annexed declaration of the quartermasters Willem Hagedoorn and Jan Nicolaas Muller.
Dutch transcription
45 Van Malacca Den 31:' Januarij 171: E Van Malacca Den 81: Januarij 1774 — laten vertrekken heb ik dan eijndelijk de gestelde 32. Sp„s voor soo ver het bij den heer gouverneur en raad te Malacca goed gekeurt wiert aangenomen om sodanig een vernieuwt contract te sluijten dog de ratificatie daar van aftewagten waar na zijl: sijn vertrokken en teegen den avond weeder te rug gekomen met de geheijm schrijver van sijn hoogheijt om het contract in gereetheijt te brengen ten eijnde op morgen bezeegelt te werden. Maandag den 20 xber: Heeden ockend weeder afgehaalt en bij den ko„ „ning ter audientie geleijd zijnde wiert het slot aan het in gereetheijt gebragte contract geschreeven en het selve bezeegelt. Terwijl ik den koning te kennen gaff dat ik in deesen om alles toe te brengen wat in mijn vermogen is ten eijnde het verbond tusschen dit haf en de Comp: bestendig„ blijve buiten mijn commissie getreeden was en dien volgende de ratificatie van dit Contract bij den heer gouverneur en raad te Malacca berustende Heeden wierden de randsoenen voor de besetting Dingsdag den 21. Der: In deese conferentie was de Jonge koning niet pre„ sent die soo het schijnt gansch niet te vreeden is en de Comp: liever soude vaaren laaten als eenige prijs vermin„ „dering accordeeren over de middag aan de pantjallang gekomen sijnde ligten aan stonds anker en dreeven aff halff 5. uuren voer met de commandant met de ketiap na de zeervis en quamen te 9. uuren aan boord van deselve. versogt voorts de koning dat mij geliefde te permit„ „teeren met de barcq soo spoedig de inhebbende rand „zoenen voor de besetting afgeleevert was te ver„ „trekken dat ik de pantjallang hier soude laten om sijn Majesteijds brieven en geschenken over te brengen waar na ik mijn Compliment maakte en vertrok. bleef waar meede de koning genoegen nam mits het geld dat nu gekomen is egter intusschen aan thin tot de prijs van 32. Sp„s p„r bhaar besteet wierde dat ik toestemde. bleef afgescheept Van Malacca Den 31. Januarij 1714. — afgescheept en verdere klarigheijt gemaakt om morgen te kun„ „nen afdrijven. Woensdag den 22 xber: voorde middag omtrent 11. uuren sakken de revier af /:was geteekend:/ A: A: werndlij / onderstond:/ Malacca In 't Casteel Dato voorsz:/ was get:t:/ J: Crans, I: Kretschman, I: A: D: A: A: werndlij, Daniel v: Schilling, A:m de Neufville, A: F: Lemker en H. Cassa. (:onderstond:/ Accordeert /:geteekend:/ A: S: de wind Eg: Clercq /:lager:/ Nagesien /:geteekend:/ C: G: Ropus De zaaken volgens mijne bevinding te Riouw aan het hoff van Iohoor en Iahan noopens het eerste gedeelte van mijn instructie in mijn onderdanig rapport aan uwel Edele gestr: beneevens de verdere t heeren Leeden in den achtbaaren raad van politie deeses gouverne„ monts verhandelt en gerapporteert hebbende sal ik thans overgaan ter voldoening van het laatste gedeelte waar meede uwel Ed:e gestr: en haar achtbaarheedens mijne instructie hebben gelieven te beslui„ „ten namentlijk de gesteldheijd van de plaats en setranden alwaar men op 't voordeeligste soude kunnen landen op te neemen mitsg„s hoe veel land en see magt nodig soude sijn om riouw eens in der tijd door de E: Comp: noodig oordeelende uit te roeijen soo heb ik de Eer te seggen dat ik agtervolgens dit g'eerd bevel aldaar komende ten Eersten mijn werk gemaakt heb om mij na waarheijd te laaten Wel Edele Gestrengen heer Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Jan Crans gouverneur en directeur der staat en fortresse Malacca met den ressorte van dien. Van Malacca den 31 Ianuarij 1774. Aan onderrigten 47. van Malacca den 31. Ianuarij 174. Van Malacca den 3: Januarij 174. onderrigten de legging en oingang van seekere rivier die so als mij van de inlanders gesegt is digt aan de voet van den berg Bintan Loopt waar door men van buiten midden in dat rijk selfs met groote vaartuigen koomen handog konden geen andere op seekender berigten en langen dan dat deselve maar een gemeene riviertje die seer vuijl klippig en moer„ gessig is waar door men niet dan met klijne kanoos kan duurker„ „men dierhalven worden deselve selfs seer selden of nooijt van de inwoonders gebruijkt Buiten en behalven deese spruit of riviertje kan men niet anders binnen komen dan door de groote rivier also geen stranden zijn daar men soude kunnen landen dewijl over al bergen aanmal„ kander leggen die met wildernissen begroeijt sijn, De plaats op sig selve is uit de natuur seer sterk en voor een vermoogende vorst die door de kunst deselve kan laaten verbeeteren naar de europeese manieren is het genoegsaam onverwinnelijk te maaken aangesien de twee Eijlanden die aan de mond der rivier leggen,/ om voor eerst niet van de wallen te spreeken /wel voorsien zijnde in staat sijn om alles wat binnen wil te vermielen wijl van de mond een halfmeijl na gissing op varende vind met het Eijland baijan in 't midden leggen alwaar sijn hoogheijds fortwres of benting staat hebbende aan de voortkant een borstweering van bahittenen gemetselt ter dickte van vier voeten ruijm en wel thien voeten hoog daar eijgentlijk de schutpoorten in sijn voorsien met agt Eijzere Canons van twaalf ponders die langs en over gemelte kil heen strijken de Zuidzeijde van deselve is droog waar door niet hoog water egter geen vaartuig van naam kan passeeren dog beplant met vijf stukken ijsere Canons van differente Deese swarigheijd gepasseert sijnde vaart omen de revier op heb„ „bend een tuschen wij te van min of meer driequart meijl dog de ever weerskante droog waar door de hil int midde van deselve niet wijder nagissing is dan 70 a 80. vadems welkens dieptens uwel Ed: gestr: uitneevens leggende verklaaring van de quartiermeester willem Hagedoorn en Jan nicolaas Muller duidelijk sal komen te blijken. men door de bank welke booven dien tusschen het grootste Eijlandende zuijd wal legt genootsaakt is digt langs heen binnen te loopen waar door sij instaat sij met snaphaanen de scheepen te kunnen treffen men caliber
English
from Malacca the 31 January 1774. from Malacca the 31. January 1774. caliber, and on the west side one has the boom that blocks this channel, along which four watch posts or houses stand on stilts, where some people reside and swivel guns are mounted in times of need; moreover, on this side of this island lie nine cannons, both 6- and 8-pounders, which fire in front of and along the boom, all of which pieces lie level with the water since the island is very low. Notwithstanding this situation, the building material is otherwise very defective, as the coral stones are simply laid upon one another with clay, both between the aforementioned gun ports and on both sides of the island, so that, as it appeared to me, it will not be able to withstand three good cannon shots. This is the only strength or benteng that I have seen or heard of there; the mainland on both sides of the river, from the mouth up to as far as one can sail, is nothing other than a series of continuous mountains and high lands overgrown with tall trees and wilderness, of which several are presently being made suitable for gambier plantations, and one planted with small teak trees for His Highness. These heights, or some of them that are most advantageously situated near the bends of the river, being made fit by artifice, would render this place unapproachable, as then no vessel could sail up the river without being able to be shot to pieces from there. In front of His Highness's dalam stands a shed or guardhouse, next to which are two wooden warehouses that are also covered with planks, which appear to be the gunpowder magazine and armory, under the first-mentioned of which lay some iron cannons on the ground, which I had counted and found to be: 18 pieces ditto ditto of 12. lb: 4. pieces ditto ditto of 3: lb: 2. pieces ditto ditto of 6 lb: 3 pieces culverins of 6: lb: long 12. feet 2. pieces bassen of 2. lb: and 30. pieces metal swivel guns etcetera On the other side of the river opposite His Highness's dalam lie furthermore in like manner: 3. pieces iron cannons of 8. lb: 4. pieces iron cannons of 4. lb: 2. pieces metal cannons of 2 lb: Upon inquiry, I was also informed by some that within two days' time they could, in case of need, of the From Malacca the 31 January 1774 From Malacca the 31. January 1774. from the inhabitants bring together a number of ten thousand able-bodied men; yet, although it is true that this place is very populous, it nevertheless seems to me that they would not be in a position to bring two thousand men into the field who would fight for the realm from their hearts, because most are Chinese and foreigners. Therefore, subject to correction by better judgment, I believe the Honorable Company, with one thousand men combined, would well be able to overpower this place. Regarding now the reasons and extensive discourses that His Highness Daeng Cambodja held with me concerning the piracies and the harboring of those pirates as was written to him, his excuses brought against it, and strong assurances of the contrary, with all the circumstances brought forward to affirm this, together with my further encounters concerning this with some of the inhabitants, as well as my protest regarding the salute fired upon reception of the Honorable Company's missive, and what else, I have described these so amply in my accompanying daily journal that, to avoid repetition, I will refer to it in all respect; and to conclude this, I further take the liberty to make a slight attempt to give Your Right Honorable some elucidation regarding the constitution of the realm there, with which I have the honor to say initially that Riau is presently (as is known) governed by the frequently mentioned Daeng Cambodja, former under-king, or as they call him, Junior King, under the reign of the last Malay monarch Raja Sulaiman. He is a man, as I was told, well into his seventies, very sedate in the taking and executing of all decisions, and no less in his conduct; he is available to speak to everyone daily, yet trusts none of his grandees (who are also very few), for which reason he very seldom consults with them on any matters. He is presently, through his subtle arrangements and diplomacy, one of the wealthiest princes in this state; yet, as appeared to me in his discourses, it is also completely known to him on what brittle pillars his dominion rests, and that it promised him no long duration. Daily journal of 53
Dutch transcription
van Malacca den 31 Ianuarij 1774. van Malacca den 31. Januarij 174. caliber en aan de west zijde heeft men de boom die deese kil stuit waarlangs vier balijen op huisjes op stutten staan, daar eenig volg op huishoudt en om tijd van nood draaijbassen geplant worden booven dien leggen aan deese zijde van dit Eijlandt neegen Canons so van 6. als 8. ponders die voor en langs de boom heen schieten alle welke stucken leggen water pas vermits het eijland seer laag is Niet teegenstaande deese situatie is de bouw stoffe voor't overige zeer gebreekig, als legende de klipsteenen Simpel met klij opmalkander so wel tusschen de gemelte sechutporten als weerskante van 't eijland dat so als mij is voorgekommen geen drie goede canon schooten sal kunnen uitstaan zitis de enigste sterkte off benting die ik aldaar gesien off vernoomen heb, de vastewal aan weerkante der rivier van de mond aff tot so verre men vaaren kan is niet anders dan een reeks bergen en hooge Landen aan malkander begroeijt met hooge boomen en wildernissen waar van thans verscheijde bekwaam gemaakt worden tot gamber plantagie en een voor zijn hoogheijd beplant met kiate boomtjes. Deese hoogtens ofte sommige daar van die het voordeeligste omtrent de bogte van de rivier geleegen sijn door de kunst bekiwaam g'dmaakt zijnde soude deese oplaats ongenaakbaar maaken also dan geen vaartuig de revier konden opvaaren of men soud deselve van daar kunnen in de grond geschieten. voor sijn hoogheijts dalm staat een loos op balij naast deselve twee planke pakhuisen die met planken ook bedekt sijn welk de kruijt maguazijn en tuighuis scheijne te weesen, onderwelke Eerstgemelde eenige ijsere Canone op de grond laagen dien ik heb laaten tellen en bevonden als. 18 p„s Dito dito van 12. lb: 4. „ „ „ „ 3: „ 2. „ „ „ „ 6 „ 3 „ „ veldsanger„ 6: „ lang 12. v=ten 2. „ „ bassen „ 2. „ en 30. „ metaale draijbassen inz:t Aan de overkant van de revier teegens over sijn hoogheijds dalm Leggen nog inselver voegen. 3. p„s Eijsere Canons van 8. lb: 4. „ _„o _„o „ 4. „ 2. „ metaale _„o „ 2 „ Bij na vraag is mij ook van sommige berigt dat aan men binnen twee daagen tijds aldaar /:des noods:/ van geen Van Malacte den 31 Ianuarij 1724 Van Malacca den 21. Ianuarij 174. van de Inwoonders soude kunnen bij een brengen een getal van thien duijsent weerbaare mannen dog schoon t wel waar zij deese plaats seer volkrijk is komt het mij egter voor dat zijlieden niet omstaat soude sijn om twee duijsent mannen op de been te brengen die voor het rijk van herten souden vegten om dat de meeste Chineesen en vreemdelingen sijn oversulx vermeene onder correctie van beeter gevoeken d' E Comp: met een duisent omannen te saamen wel in staat soude weesen deese plaats te overmeesteren Belangende nu de reeden en breedvoerige discoursen die sijn hoogheijd Dain Cambodia met mij heeft gevoert wee„ „gens de zeeroverijen en het beschermen dier roovers soo als hem aangeschreeven is sijne daar teegens gebragte ver„ ontschuldiging en sterke verseekering van het teegendeel met alle de bijgebragte circumstantien om sulx te affir„ „meeren mitsgaders mijne verdere ontmoetings dien aan„ gaande bij eenige der inwoonders als ook mijne protes„ „tatie wegens gedaane saluit receptie van sE Comp: Missive en wesmeer heb ik om mijn hier nevens leggende dagregister soo ampel beschreeven dat ik ter vermijding van rediten mij daar aan in allen eerbied sal refereeren en ten besluijte deeses nog de vrijheijd neemen een Lijstap te doen om uwel Ed:e gestr: Eenige elucidatie te geeven noopens de conf „titutie des rijks aldaar, waar meede dEer heb aanvangke„ „lijk te seggen, dat Riouw thans /:gelijk bekent is:/ geregeert word door meermelte Dain Cambodia geweesene onder off so als sij hem noemen Ionge kooning onder de regeering van de Laatste maleijdse vorst Radja Saleman hij is een man so als mij gesegt is van diep in de seeventig Iaaren seer besaadigt in 't neemen en uijtvoeren van alle besluijten met minder in sijn ommegang hij is dagelijks voor een ijder te spreeken, dog vertrouwt oniemand zijner grooten /:die ook seer wijnig zijn :/ waar omme hij seer selden over eenige saaken met hen consuleert, hij is thans door zijne subticele schickingen en omhaligheijd een van de vermoogens te vorsten in deese staat dog so als mij in sijne discoursen voorge„ koomen is hem ook gantsch met onbewust op wel„ „ke brosse opaalen zijne heer schappije steurt en dat hem die geen Langen duur beloofde Dagregister of 53
English
From Malacca, 31 January 1774. From Malacca, 31 January 1774. Although the legitimate successor to the throne and heir of the realm, being a grandchild of the mentioned Radja Saleman named Radja Machmoet, is alive and is being raised there by and with his maternal aunt Radja Jtam, wife of the Arab Sait Oesseen, it is nevertheless commonly said that after the demise of this regent, Radja Adjie will step into his place, since he is currently the principal and most accredited personality there, who is as much feared by many as he is loved by most of the Malays and other inhabitants, because in many respects he shows himself to be strongly attached to the interests of the rightful successor to the throne, which is also not without reason since the latter is a sister's son of his, though from a half-bed, yet from the father's side, as the aforementioned Radja Hadje and his sister Inkoe Mina, who is currently married to Pangerang Ratoe, prince of Jambij, are children begotten with a concubine. Herewith, Right Honorable Sir, I hope to have accomplished this task assigned to me according to my slight ability and to your intention, and so I take the liberty, with deep respect and all due reverence, to call myself, Right Honorable Sir, your Right Honorable's most obedient and duty-bound servant. Was signed: Gerrit Leendert Velge. In the margin: Malacca, 8 November Anno 1773. Below stood: Agrees. Was signed: A. H. de Wind, First Clerk. This Radja Madji has reportedly departed from the realm for some months out of discontent over the sudden death of the eldest brother of this successor to the throne, named Abdul Jalil, who, following the death of his father Radja Dibaroe, succeeded his grandfather in the government at Salangoor under the guardianship of Daeng Cambodia, as he wants to know nothing of it at all, but absolutely demanded beforehand that the perpetrator, who is said to have brewed this sudden death for the aforementioned Abdul Galil over a certain woman, be punished, which causes new discord there that they nevertheless keep very secret and concealed. From Malacca, 31 January 1714. From Malacca, 31 January 1774. We, the undersigned, Willem Hagedoorn, commander of the sloop De Goede Trouw, and Ian Nicolaas Muller, currently appointed on the aforementioned vessel, both quartermasters in the service of the Honorable Company, declare for the love of truth and at the requisition of the bookkeeper in the aforementioned service Gerrit Leendert Velge, as commissioner on behalf of the Malacca administration to the regent of Johor and Pahang residing at Riouw, to be true and truthful: That by order of the petitioner we went with the boat to the mouth of the Riouw river, sounded and surveyed it back and forth, and found that the channel at low tide on the south side of the large island lying before this river holds 13 to 14 feet of depth; from where, sailing up the river to before the boom that lies beside the island of Baijan, there is 2½, 3, 4, and 5 fathoms of water; but having passed the boom, the depth decreases successively again, each time we sounded, by half a fathom to 2 fathoms up to before the king's house or Dalam. Both banks of this river, as well as the south side of the aforementioned island of Baijan, upon which the king's fortress or Kubu stands, are dry, though generally muddy and sloping steeply into the channel; likewise, a quarter of a mile from the aforementioned island, on the bank and north side of this river within the boom, lie some reefs. All that is written above we, the undersigned, declare to contain the pure and sincere truth, in witness whereof we have confirmed this with our signature. Executed at Riouw on the sloop De Goede Trouw, 16 October Anno 1773. Was signed: Willem Hagedoorn and I. N. Mulder. Below stood: Agrees. Was signed: A. H. de Wind, Bookkeeper and Clerk. 59 From Malacca, 31 January 1774. Malacca, 31 January 1774. Monday, 4 October: We came to anchor in the mouth of the Riouw channel due to contrary wind and a vehemently outgoing current. Sunday, 12 September: Received the instruction and papers serving for this commission, together with a sealed Malay letter from the Right Honorable Sir Jan Crans, governor and director of the city and fortress of Malacca with the dependencies thereof, together with the Council, for the regent named in the heading of this, whereupon we went on board, immediately had the anchor weighed, and set sail. Anno 1773. Daily register kept on the Honorable Company's sloop De Goede Trouw by the bookkeeper Gerrit Leendert Velge, departing therewith as commissioner on behalf of the Right Honorable Governor and Council of Malacca to the court of Johor and Pahang, to the regent thereof, Daeng Cambodia, residing at Riouw. Daily register Friday 9 From
Dutch transcription
Van Malaca den 31 Januarij 174. — Van Malacca Den 31. Januarij 174. off schoon nm den wettigen troons op volger en Erfge„ „naam van het rijk sijnde een kinds kind van ge„ „melte radja Saleman genaamt radja Machmoet in weesen is en aldaar van en bij sijn Moeije Radja Jtam huisvrouw van den arrabier Sait oesseen opgevoet werd, so worden nogtans in 't gemeen gesegt dat na het overlijden van deesen Regent Radja adjie om sijn plaats sal optreeden wijl hij tans de principaalste en g'accrediteerste personagie aldaar is die soo seer van veele ge„ vreest als van de meeste der maleijers en andere Inwoonders bemind worden om dat hij in veele opsigte toont sterk geattacheert te weesen aan de belangens van den regten troons opvolger, het wel„ „ke ook niet sonder reeden is dewijl deesen een susters soon van hem is schoon van halve bedde dog van vaders sijde alsoo gemelte Radja Hadje en zijn suster inkoe Mina / die thans getrouwt is met pangerang Ratoe prins van Jambij kinderen sijn die bij een Hier meede wel Edele gestr: heer verhoope deese mijne opgedraage last naar geringe ver„ moogen aan de intentie te hebben vol„ bragt soo neemre ik de vrijheijd met diepen Deesen Radja Madji is volgens seggen 't seedert Eenige maanden uijt misnoegdheijd over de Subiete dood van de oudste broeder van deesen Troons opvolger gen:t Abdul Jalil /:die mits het overleijden van zijn vader Radja dibaroe tot Salangoor zijn grootvader in de regeering heeft opgevolgt onder voog„ „dijschap van Dam Cambodia :/ uit het rijk geweeken also hij in 't geheel daar nniet van weeten wil maar begeerde absoluit alvoorens dat de dader /:die ge„ „melte Abdul galil over seeker vrouws persoon deese schielijke dood soude gebrouwt hebbe :/ gestraft word t welk aldaar nieuwe oneenigheijd baart dien zij egter seer geheijm en bedekt houden. concubine zijn geteelt. Concubine Eerbied Van Malacca den 31: Januarij 1714. — Van Malacca den 31 Januarij 174. Eerbied en alle verschuldigde ontsag mij tenoemen /onderstond:/ wel Edele gestrengen heer /:lager:/ uwel Ed:e gestr: alle gehoorsaamste en Trouwschuldige Dienaar /:was geteekent:/ Gern: Leend: velge /:in margine:/ Malacca den 8. November A:o 173. /:onderstond:/ Acodeerd /was geteekend:/ A: h: derwind Eegceleraq Dat wij op ordre van den requirant ons met de Schuijt vervoegt hebben aan de mond van de riouwse rivier deselve over en weeder geboot en opgenoomen hebben bevonden dat de kiel met laag water aan de zuid zijde van de groote Eijland leggende voor deese revier te houden 13. a 14. v=te diep van waar de rivier opvaarende tot voor de boom die besijden het Eijland Baijan leggen 2/½2: 3: 4. en 5. v=m water dog de boom gepasseert zijnde vermindert de diepte successive weeder telkens dat wij geloot hebben een half van tot 2. vadem toevoor des konings huis of dalm Leg„ „gende de weerskante oever van deese rivier so wel als dezuit kant van gemelte eijland baijan /: waar op skonings Wij ondergeschreeve willem Hagedoorn gesaghebber op de chialoup de goede trouw en Ian Nicolaas Muller thans bescheijden in opgemelde boodem beijde quartiermeester in dienst der E: comp: verklaaren ter liefde van de waarheijd en de ter requisitie van den boekhouder in opgemelte dienst geren „rit Leendert velge als commissiant van weegen het Malaxc ministerium bij den regent van Iohor en Pahan Resideerende te riouw waar en waaragtig te zijn Fortres 59 Van Malaca den 31 Januarij 174. — Malacca Den 31. Januarij 174. — fortres of Coeboe staat:/ droog dog deurgans moddel en steijl af„ loopende in de kil als meede leggen een quart meijl van evengemelte Eijland aan de odver en Noordzijde van deese rivier binnen d' boom eenige klippen. Alle het geene voorschreeve staat verklaaren wij ondergesz: te be„ helsen de suivere en sinceere waarheijd weshalven hebben wij deese met onse handtijkening bekragtigt /:onderstont:/ Actum Riouw in de chialoup de goede trouw den 16. october A:o 1773. /:was geteekent:/ Willem Hagedoorn en I: N: Mulder /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ A: h: de wind bog: Cl: kwaamen mij in de mond van het gad van riouw voor Contrarie Maandag,„ 4. october wind en vehamente uitloopende stroom ten anker Ontfange de Instructie en papieren dienende tot deese Commissie Sondag den 12. Sept: neevens een gesloote Maleijdse brief van den wel Edelen gesta= heer Ian Crans gouverneur en directeur der staat en fortresse Malacca met den ressoute van dien nevens den raad voor den in den hoofde deeses genoemde regent waar op ik wij na boord begaaplieten terstond het anker ligten en gingen onderzeijl A:o 1773. Dagregister gehouden in sE Comp: Chialoup De goeder Trouw door den Boekhouder Gerrit Leendert velge. vertreckende daar meede als Commissiant van weegen Den wel Edelen gest: Heer gouverneur en Raad van Malacca aan het hoff van Iohoor, en Pahan bij den Regent van Dien Dain Cambodia Resiveerende tot Riouw Dagregister vrijdag 9 Van
English
From Malacca, the 3rd of January 174. From Malacca, the 31st of January 174. Friday the 8th of October, drifting due to calm weather, we caught sight of our ship and said brigantine lying at anchor outside or before the mouth of the same, on the south side of the island Smijnighat. In the afternoon, I ordered the commander Willem Hagedoorn and quartermaster Jan Nicolaas Muller to carefully survey and examine the depths and bottoms of the mouth of this river, and that they must provide me with a written report of their findings, as I necessarily needed this to achieve the objective of my commission. Saturday the 9th ditto. In the late afternoon, as we finally entered the river of Riouw, we sailed to anchor before P:lo Baijan and saluted the king's fortress situated upon it with 9 cannon shots, without having had any remarkable encounters along the way. In the evening, around 10 o'clock, the Malay Intje Assan came aboard our vessel in the company of a certain Arab named Said Mloewi, who among other things informed me that His Highness the regent Dami Cambodia had departed three days ago on a pleasure excursion to the islands outside the river, on the occasion that his son Radja Abdulla was to depart for Salangoor to fetch his wife from there, she being a daughter of the Souliwatang or second-in-command there named Dam Lacanie, along with whom the Pangauwa Posittie had also departed to escort him to Malacca, as they were apprehensive of the Company's cruisers. Whereupon I asked him whether he could not immediately notify His Highness of my arrival and report that I had brought a letter for His Highness from the Honorable Company. However, he excused himself, saying that he no longer held the office of Shahbandar, adding that this was also not necessary because His Highness had said that he would come in this evening or tomorrow morning and would stay away no longer, after which they took their leave and departed from the ship. Sunday the 10th of October, in the forenoon, the aforementioned Pangauwa came aboard to me, who welcomed me on behalf of the regent and inquired after the reason for my arrival. Whereupon I made known to him that I had come here as a commissioner on behalf of the Right Honorable Lord Governor and Council of Malacca to deliver a missive From Malacca, the 14th of June Ao 174. Malacca, the 31st of January 174. from the Honorable Company into His Highness's own hands, and to confer with him regarding the contents thereof. He replied to me that he had indeed suspected something of the kind, because His Highness, who had already dispatched him three days ago to escort his son who was to depart for Salangoor and wished to fetch his wife from there to Malacca, had sent word yesterday evening by an express messenger to recall him with the report that a Company vessel had arrived, after which he took his leave and departed from the ship to report to his master. Monday the 11th of October, in the morning, the Pangauwa informed me through the Mata-Mata that His Highness was on his way to receive me at P:lo Baijan and would presently send for the Honorable Company's missive, for which I might prepare myself. To this I gave him the answer that I was already prepared for it, and that he might request His Highness to make a beginning with this as soon as possible, after which he took his leave and departed. Around half past nine, His Highness was seen to have arrived at P:lo Baijan, whereupon the Mata-Mata came aboard again and asked me in the name of His Highness whether I had also brought presents, because otherwise he would have to bring along so many more presentation salvers, but for nothing. I answered him no, that I had nothing more than a letter for His Highness, whereupon he took his leave and departed again. Around eleven o'clock, a vessel flying a large blue or royal flag came alongside us, carrying the aforementioned Mata-Mata and some prominent persons, bringing along two large state parasols with fringes and a person who had a gold cloth over his shoulder and held a silver presentation salver covered with a flap of that cloth in his hands. Having placed the Honorable Company's missive upon it, I proceeded with them from the ship to P:lo Baijan under the salute of nine cannon shots. Having arrived there, I was escorted to His Highness, who sat under a shed or bangsal on a bench covered with an alcatif. Before him, several mats were spread out on the ground, upon which sat Radja Sait of Salangoor, His Highness's two sons, the Pangauwa, and all the principal persons, together comprising around 80 individuals. Having approached His Highness, I complimented him.
Dutch transcription
Van Malaca den 3: Januarij 174. Van Malacca den 31 Januarij 174. Drijdagden d otb:r driver van nouw waderinde ontreckten wij an ange schipen en dito Brigantijn leggende buijten of voor aan de mond van deselve aan de zuijd zijde van 't Eijland Smijnighat ten anker Des Middags belaaste ik den gesaghebber willen Hagedoorn en quartiermeester Ian Nicolaas Muller dat sij de dieptens en gronden van de mond en deese revier naukeurig souden op nee„ „men en ondersoeken en dat sij mij een schriftelijk berigt van hunne bevinding moesten besorgen wijl ik sulx noodsakelijk hebben moest tot berijking van't doelwit mijner commissie Saturdag „9:' d„o Des nademiddags zeijlden weijl wij eijndelijk de rivier van Riouw binnen kwaame voor P:lo Baijan ten ankier en salueerde skonings fortres dat op deselve staat met 9: Canons schooten sonder verder onderweegs eenigen Remarcabele ontmoeting te hebben gehad. Des avonds omtrent 10 uuren kwaamen bij ons aanboord den Maleijer Intje Assan ingeselschap van seeker arrabier gen:t said Mloewi die onder anderen mij berigtende dat sijn hoogheid den regent Dami Cambodia voor drie daagen op een speeltogt sig na de eijlanden buiten de revier had begeeven bij geleegentheijd dat desselfs soon radja abdulla na Salangoor soude vertrekken om sijn huisvrouw sijnde een dogter van den Souliwatang of tweede aldaar genaamt dam Lacanie van daar te haalen nevens wien den Pangauwa Posittie meede is vertrokken om den selven tot Malacca te geleijden als bedugt sijnde voor comp: kruis„ „sers waar op ik hem versogt heb of hij sijn hoogheijd niet ten eersten van mijn komst konden verwittigen en berigten dat ik een brief voor sijn hoogheijd van d'E. Comp. hadde meede ge„ bragt, dog denselven Excuseerde sig seggende dat hij de bedie„ ning van Siabandhaar thans niet meer bekleede met bij voe„ „ging dat sulks ook niet noodig was wijl sijn hoogheijd gesegt heeft dat hij heeden avond of Morgen ogtent shal sal binnen koomen niet langer uitblijven waar na sij hun af„ scheijd naamen en van boord vertrocken. kwam des voormiddags gemelte Pangauwa bij mij aanboord dan Sondag den 10:' 8ber: van weegen den regent mij verwellekomde en na de reeden van mijne komst vraagde waar op ik hem te kennen gaf dat ik als Commissiant van weegen den wel Edele gestrenge heer gouver„ neur en raad van Malacca alhier ben gekomen om een Missive sig van Van Malacca den 14 Jounij Ao 174 Jan Malacca Den 31:' Januarij 174. van de E Comp: eijgenhandigd aan sijn hoogheijd overtegeeven, en met den selven over den inhoud van dien te confereeren hij repliceerde mij dat hij ies diergelijks wel vermoedende was dewijl sijn hoogheijd die hem voor drie daagen reets had afgedepecheert om zijn zoon die nasa„ „langoor soude vertrokken en zijn vrouw van daar wilde af„ haalen :/ tot Malacca te gelijden, gisteren avond per een expresseheeft laaten te rug ontbieden met berigt dat er een Comp: vaartuijg is garri„ veert waar na hij sijn afscheijd nam en vertrok van boord om zijn meester verslag te doen. Maandag den 11 8ber des morgens liet mij den Pangauwa door den matta matta weten dat zijn hoogheijt onderweege is om mij op P=lo Baijan te ontfangen en so aanstonds S: E: Comp: missive sal laaten afhaalen waar toe ik mij berijden kon, ik gap hem hier op ten antwoord, dat ik reets daar toe vaardig was en hij sijn hoogheijd maar ver„ soeken mogt hoe eer hoe liever hier meede een begin temaken waar na hij sijn afscheijd nam en vertrok. Omtrent half tien uuren sag, men dat sijn hoogheijt op P:lo Baijhan was gearriveert waar op den Matta Matta Omstreeks Elff uren hiwam een vaartuig voerende een groote blauwe of konings vlag bij ons aanboord waar in sij gemelte matta matta en Eenige voorname persoonen bevinde meede brengende twee groote bevoeren sombreels van staat en een persoon die een goud kleed over sijn schonder en een silver schenkpiering gedekit met een slip van dat kleed inhanden hadde waar op ik sE Comp: Missive gelegt hebbende met hunlieden van boord na S:t Baijan begaf onder het salueeren van negen canon schooten aldaar aangeland zijnde wierd tot ik hen bij sijn hoogheijd geleijd die onder een Loos of bankisal op een bank vrat een bevek met een alcatieff belegt sat voor hem zijn verscheijde Matten op de grond gespreijd waar op Radja sait van salangoor sijn hoogheijds twee soons den Pangauwa en alle voornaamste persoonen t samen wel omtrent 80. koppen uit„ „maakte saaten, Ik voor sijn hoogheijd genadert sijnde compli„ weeder aanboond kwaam en mij vraagde uit naam van sijn hoog„ heijd of ik ook presenten had meede gebragt wijl hij anders So„ veel meer schenkpierings dog voor niet meede brengen moest ik antwoorde hem van meen dat ik niet meer als een brief voor sijn hoogheijt had, neemende hij hier op sijn afscheijd en vertrok„ weeder menteerde
English
From Malacca the 31st of January 174. From Malacca the 31st of January 174. complimented the same on behalf of the Right Honourable Lord Governor and Council of Malacca, for which His Highness politely gave thanks and offered me a chair, after which he took the letter and read it through without anyone being able to hear it; however, in the meantime he occasionally heaved a sigh, just as, having folded it again after reading, he kept it with a sigh in his betel box and thereupon had 7 cannon shots fired. His Highness further inquired after news of the vessel that he had sent to Malacca for trade, whether it had found a good market and could return with profit, to which I replied according to the truth, namely that he did not have much to hope for regarding those profits. His Highness thereupon gave me to understand that he had already dispatched the Pangauwa three days ago to escort his son Radja Abdulla, commonly called Radja Jndot, who wished to go to Salangoor to fetch his wife, to Malacca and to inform the Honourable Lord Governor thereof, for which His Highness had also given him a letter with gifts for His Right Honourable; but that he had explicitly sent to recall the Pangauwa from Tanjong Bemban, or as it is known on the sea charts Berg Batang, where his vessels are now lying, upon the news of my arrival, in order also to be present at the reception of the Company's missive, asking me at the same time whether I could not have the sloop brought before his palace this evening or tomorrow, so that he might speak with me with less difficulty about that which was written, which I agreed to do; and having thereupon taken my leave of His Highness, I proceeded on board. We immediately had the anchor weighed and, on account of the calms, had the vessel towed by the boat, but could make little to no progress, the commanding officer declaring that he saw no chance even by tomorrow evening of bringing the sloop before the king's palace; whereupon in the afternoon I went to His Highness and informed him of this, adding whether it would not be better for His Highness to provide me with a dwelling for a few days, so that I could be closer at hand to speak with him, since rowing up with the boat from the sloop to His Highness's palace required at least two hours, and gradually bringing in the sloop would only delay the work, maintaining that I would thereby find a much better opportunity to inform myself further from the discontented Malays who are here concerning the objective of this commission; to which His Highness agreed, saying that his son with his retinue and the Pangauwa could then depart together with me to Malacca, whereupon I took my leave and went on board. From Malacca the 31st of January 174. From Malacca the 31st of January 174. Tuesday the 12th of October: His Highness had me fetched by the Pangauwa, who at the same time informed me that the house of the brother of the Captain of the Chinese here had been prepared for my stay, where I could take up my quarters. I went with him to His Highness, and in the meantime had the necessary things brought to that house. Having arrived there, I found His Highness alone; having greeted him and taken a seat, he gave me to understand that of all that is mentioned in the Honourable Company's missive regarding the piracies of Alam, who was captured at Batavia, and his companions, he is not in the slightest aware, much less having any acquaintance with their persons or that of Wansale, who is said to be a son of the King of Riouw, and even that a prince of Jchoor or Riouw by that name has never been known to him; and therefore he cannot sufficiently wonder how an act is charged to him that he has persecuted and punished in others, seeing that not only the inhabitants of Riouw and the foreigners who navigate these places, but even his own vessels cannot be spared from the pirates, just as the Honourable Company upon inquiry will truly find that the vessel of the Chinese Nachoda Tjiang, whom he recently sent to Malacca for trade and who is currently still there, was plundered just outside Riouw and stripped of everything last year by Panherang Ioesoeff, brother of the present King of Palembang, departing from here for his domicile, so that that man had to return here again with an empty vessel; just as also a vessel of the present vendue master of Samarang, intending to come here, was taken away by him before Palembang, whose Nachoda, named Ioeragan Troena, together with some sailors saved their lives by fleeing with the sampan and therewith also subsequently arrived here; as well as a vessel of the often-mentioned Pangauwa Posittie, on which his brother-in-law was commander, was overrun by another party, of which only some wounded ordinary crew escaped through the advantage of the darkness of the night, along with several other small vessels of the inhabitants here; that furthermore he is currently a man of an advanced age, and by experience is not unaware of the unstable vicissitudes of this world.
Dutch transcription
Van Malacca Den 31 Ianuij 174. Van Malaca den 3„ anuarij 174. menteerde denselven van wegen den wel Edele gestrenge Heer gouvern„ „neur en raad van Malacca het geen sijn hoogheijd vriendelijk bedankte en mij een stoel presenteerde waar na hij de briev nam en deselve door las sonder dat van imand kon gehoord worden dog deed somtijdsin tusschen wel een sugt soo als hij na het leesen deselve weder toege„ vout hebbende met een Lugt in sijn sirij doos bewaarde en Liet daar op 7: Canon schooten doen wijders vraagde sijn hoogheijd na tijding van het vaartuig dien hij na Malacca ten handel heeft gesonden of die wel een goede markt had getroffen en met winst konden te rug keeren welke ik na waarheijd b'antwoorde namentlijk dat hij van die winsten niet veel te hoopen heft zijn hoogheijd gaf mij hier op te kennen dat hij den Pangauwa voor drie daagen reets had afgedepecheert om sijn soon Radja Abdulla :/( door de wandeling Radja Jndot genaamt die na Salangoor wilde om sijn huisvrouw aftehaalen tot malacca te gelijden en den Edelen Heer gouvernour daar van kennis te geeven waar toe sijn hoogheijd hem een brief met geschenken voor sijn wel Edele gestrenge had meede gegeeven dog dat hij den Pangauwa van tanjong bemban of soo als bij de zee karten bekent staan berg batang alwaar zijne vaar„ „tuigen nu leggen op de trijding van mijne komst wel Expreselijk heeft laaten te rug ontbieden om bij de dereceptie van comp: missive meede preesent te weesen, vragende mij teffens of ik de chialoup niet van avond dan wel morgen tot voor sijn dalm konde laaten brengen op dat hij met minder moeijte mij spreeken kan over het geene aangeschreeven is het geen ik aannam te doen en daar op van sijn hoogheijd mijn afscheijd genoomen hebbende begaf ik mij na boord lieten terstond het anker ligten en mits de stiltens met de schuit voortboegseeren maar konden weijnig op niets vorderen betuigende den gesaghebber dat hij geen kans sag selfs tot morgen avond de chialoup voor skonings dalm te brengen waar op ik des namiddags mij na sijn hoogheid begaf en hem hier van berigtede met bijvoeging of het niet beeter was dat sijn hoogheijd mij een wooning voor wijnig dagen besorgde op dat ik nader bij de hand konde weesen om met hem te spreeken also tot het oproeijen met de schuit van de Chialoup tot sijn hoogheid dalm wel twee uuren vereijscht wierden het langs amerhand inbrengen vande Chialoup niet dan het werk vertragen sal sustineerende hier door helter beeter geleegentheijd te vinden om mij nopens het doetwit deeser Commissie nader van de misnoegde Ma„ lijers die hier zijn te kunnen in formeeren het geen sijn hoogheijd toe„ stemde seggende dat sijn soon met zijn gevolg enden pangauwa met heeft mij Van Maleda Den 1 Janburij 173 Van Malacca Den 31 Januarij 174. mij dan te saamen na Malacca konden vertrecken waar op ik mijn af„ scheijd nam en vertrok na boord. Dingsdag den 12: 8ber: Liet sijn hoogheijd mij door den Pangauwa afhaalen, dewelke mij tefens berigte dat het huijs van den broeder van den capitein der chineesen al„ hier ingereedheijd was gemaakt tot mijn verblijf alwaar ik mijn intrek„ konde neemen ik begaf mij met den selven na sijn hoogheijd /: en liet intusschen het noodige na dat huis brengen :/ alwaar gekoomen sijnde vond ik sijn hoogheijd alleen, hem gegroet en zitplaats genoomen heb„ „bende gafpomij denselven te kennen dat hem van alle het geene misE: Comp: Missive gemelt word weegens de zeeroverijen van den tot Batavia agterhaalden Alam en zijne mackers niet het geringste bewust is nog minder eenige kennis te hebben aan hunn persoonen ofte die van wansale welk gemelt word een soon van den koning van riouw te weesen En selfs dat hem nooijt een Prins van Jchoor of Riouw bij die naam bekent is en daarom sig niet genoeg verwonderen kan hoe hem een gedaag ten Lartte gelegt word dat hij in anderen vervolgt en gestraft heeft, aangesien met alleen de inwoonders van Riouw ende vreemdelingen welke anse ptaats bevaaren maar selfs zijn eijge vaartuijgen van de zeerovens niet bermuijd kunnen sijn soo als aE Comp: bij navraag sulx waarlijk bevinden dat het vaartuig van den chinees Nachoda Tjiang dien hij onlangs na Malacca ten handel heeft gesondenen thans aldaar nog bevind door panherang ioesoeff /: broeder van den tegen„ „woordige koning van Palembang:/ voorleeden Jaar van hier na sijn woonplaats vertreckende even buiten riouw is geplundert geworden en alles afgenoomen dat die man met een dol zeeg vaartuig weeder na herwaarts had moeten te rug keeren gelijk meede een vaartuig van den teegenwoordige vendumeester van Samarang de wilhebbende na herwaarts door hem voor Palembang is weg genoomen welkers Nac„ „hoda genoemt Ioeragan Troena neevens Eenige Mattroosen hun leeven door de vlugt met de chiampang hebben gered en daar meede ook naderhand alhier sijn g'arriveert als ook een vaartuig van meergemelte Pangauwa Posittie waar op desselfs swager als hoofd is geweest door een ander Parthij was afgeloopen waar van maar eenige gequetste gemeene door het voordeel van de duisternisse des nagts ontkoomen zijn, neevens nog verscheijde kleijne vaartuijgen meer van de Inwoonders alhier dat hij booven dien thans een man is van een beoogen ouderdom en bij ondervinding niet onbe„ wist is de wankelbaare wissel valligheeden van deese wereld van om
English
From Malacca the 31st of January 174— From Malacca the 31st of January 174— to be carried away by hopeless desire into such despicable actions that can expect from all reasonable people nothing but the utmost indignation, and from the omniscient God only a righteous punishment. Holding me here by the hand with this expression: I call God here as a witness to us and assure you that if I have made myself guilty of such actions as are now being charged against me, or have had the least knowledge of them, I take upon myself all the evil sins that are committed and perpetrated in this world, to answer for them in the hereafter as abominations committed by myself, and I even wish that God may punish and destroy me and my children in this world. Releasing my hand upon this, His Highness continued: Consider for yourself in all sincerity what reason could move me to do so; heaven indeed blesses me with its abundant gifts. I owe nothing to anyone, I lack nothing, I even have vessels that sail annually to Java and elsewhere, I maintain and cultivate trade, I support as far as possible all merchants here, living in close friendship with the Honorable Company, and I enjoy all friendship and assistance both from the Right Honorable Governor-General and from the Honorable Governor of Malacca. What more, then, can I wish for than to strictly observe my law like a good Muhammadan, as everyone here will have to admit? What, therefore, should induce me to commit such a foul deed? But if the Honorable Company wishes to lend its ear to fictions, falsehoods, and lies of such wicked people as Alam and his like, who out of fear of a righteous punishment invent things and produce them from various motives, then I am lost. You only need to investigate for yourself how the inhabitants currently flourish and how poor they were under the rule of the Malay princes, and also how heaven now makes the children and grandchildren of these princes experience its righteousness. But if I am innocent of that misdeed, as I truly testify, does the Honorable Company then wish to take all the sins and evil of this world upon itself and bring down the punishment of heaven upon itself, as I have wished upon myself? I replied to His Highness that there was indeed not the slightest reason for that, since His Highness could well understand and, as a faithful ally of the Honorable Company, must be convinced that it never occupies itself with fictions or anything of the sort, but has formerly felt obliged to pay attention to such despicable conduct, of which it is so informed, for the protection of its subjects and residents, all the more because they cannot well comprehend how a friend and ally of theirs could take part in it. However, His Highness could with reason view this admonition in no other light than as the Honorable Company's sincere intention and affection toward him. His Highness agreed with me on this and said further that everything he had said was the pure truth, and that the Honorable Company could safely inquire further from good and honest people. Indeed, all Malays could testify to nothing other than that those who bear the title Wan (or properly speaking, of, since such is not a name) were natives of Terengganu and Pattani, just as is the case with the Panglimas Prang Dul and Mochamat, whom he indeed wished might once enter Riau so that they could be rewarded according to their deserts. For the rest, he expressly denies that all these persons were ever inhabitants of Riau or his subjects. Furthermore, His Highness testified that at present he dared not answer for any other places than Riau, whose inhabitants he can well keep under his authority and compel to do good, since the numerous Rajas or Princes, and especially the children and grandchildren of Raja Kecil, everywhere they went, gave free rein to their completely unruly will and were indifferent as to how they treat and handle people, even their own subjects, as the Honorable Company will not be unaware of the great outrages of Raja Busu, brother of the usurper of Siak and son-in-law of the Terengganu prince named Raja Ismail, who annually does not leave the Javanese coasts unvisited. That His Highness, however, is not negligent in pursuing those rovers and robbers as soon as he receives news of their arrival around here, of which the said Raja Ismail has had a taste before Johor, as is known to the Company; just as the inhabitants of this place could also testify to nothing other than that he has sent out the Panggawa several times to chastise such thieves as the aforementioned Panglimas are. But such rovers never stay in one place, taking flight at the first report. Whereupon I replied to His Highness that I also maintained that the most direct way to demonstrate His Highness's sincerity and good governance is to pursue and destroy such destructive persons in a convincing manner with rigor, both for his own well-being and to gain the Honorable Company's affection more and more. After which, at about three o'clock in the afternoon, I took my leave and went home.
Dutch transcription
Van Malacca den 31. Januarij 174 — Van Malacca Den 31. Ianurij 174. — om door hoopeloose begeerlijkheijd sig te laaten vervoeren tot sulke doenwaardige gedoentens dat van alle Rreedelijke menschen de uijtterste verontwaardiging en van den alweetende god maar eene regtmatige straffe te wagten heeft houdende mij hier op bij de hand met deese uijtdruc„ „king ik roep god hier tot ons getuigen en verseeker uw dat indien ik mij aan sulke datitaes mij thans ten laste gelegt word heb schul„ dig gemaakt of deminste kennis daar van heb gehad ik alle het kwate sonden die in dese weeld begaan en gepleegt worden op mij neeme om hier namaals als eijge begaane gruwel te verant„ woorden en wensche selfs dat god mij mijne kinderen in deese weereld straffen en vernielen mag hier op mij de hand loslaa„ „tende vervolgde zijn hoogheijd uw Considereert in opregtigheid eens selvs wat reeden mij daar toe konde beweegen den hemel zegent mij jimmers met zijne wilde gaaven ik ben aan niemand iets schuldig, mij ontbreeksook niets, ik heb selfs vaartuigen die Jaarlijks na Java en Elders vaaren onderhoude en Cultiveerde negotie mainctineerde na mogelijkheijd alle handelaars alhier leevende met d' E Comp: in een nauwe vriendschap en geniet soo wel van den Hoog Edelen, Heere goutverneur generaal als den heer gouverneur van Malacca alle de vriendschap en adsistentie dus wat kan ik meer wenschten dan dat ik mijne wet alseen goed Mahomet aan stiptelijk onderhoude soo als een ieder alhier sal moeten bekennen over sulx wat sal mij tot sulk een vuijle daat overhalen dog als de E Comp: het virleenen wil aan verdigtsels valsheijden zeu„ „gens van sulke kiwaade menschen als die Alam en sijns gelijke is de„ welke uit vreese voor een regtmatige straffe versimen en uit verscheijde insigten houden voortbrengen dan ben ik verlooren uw ondersoek maar eensselvs hoede inwoonders thans floreeren en hoe armoedig sij geweest sijn onder deregering van de maleijase vorsten Daselfs hoe den hee„ „mel de kinderen en kindskinderen van deese vorsten onu haare regtmatigheijd doet beproeven maar indien ik aan die Euveldaat onschuldig ben so als ik waarlijk betuige wil d E Comp: dan alle de sonden en quaad van deese weereld op haar neemen en de Straffe van den heemel op haar doen daalen so als ik mij selfs gewenscht heb ik antwoorde zijn hoogheijd hier op dat daar toe immers geen de alderminste reeden was wijl sijn hoogheijd wel begrijpen kan en als een trouw bond genoot van dE: Comp: overtuijgt moest weesen dat sij nooijt met verdigtsels op iets diergelijks haar op houd maar weleer verpligt hebben g'ucht aan sulke doenwaardige handelwijse waar van sij soodanig g'informeert zijn haar te laaten geleegen leggen tot behoudenis van haare onder„ adsistentie daaren Van Malacca den 31. Januarij 174. Van Malacca Den 31: Januarij 174. „daanen en ingeseetenen te meer wijl sij niet wel bevroeden kunnen hoe een vriend en bondgenoot van haar daar aan konde deelneemen dog dat zijn hoogheijd deese vermaaning met reeden niet anders aanmerken kan als sE: comp:s opregte meening en genegentheijd ten sijnen opsigte sijn hoog„ heijd stemnde dit met mij toe en zeijde verder dat alle het geene bij ge„ segt heeft de suivere waarheijd is en dE: Comp: gernstelijk van goede of eerlijke menschen nog nader konde informeeren Jaalle maleijers soude niets anders kunnen getuigen dan dat geene die de bertitul wan /: ofte eijgentlijk van also sulx geen naam is :/ voeren in boorlingen van van trangano en Patanie waaren gelijk niet anders geleegen is met de Panglimas Prang dul en Mochamat dewelke hij wel wenschte dat z dog eens binnen riouw koomen mogten om hun na verdienste te beloonen ontkent voor t' overige wel Expresselijk dat alle deese persoonen ooit inwoonders van riouw ofte sijne onderdaanen geweest zijn wijders betuigde sijn hoogheit dat hij teegenswoordig voor geen andere plaatsen als voor riouw durfde instaan welkers inwoonders hij onder sijn vogen wel tannen kan en tot het goede noodsaken vermits de menigvuldige Radja af Princen en insonderheijd de kinderen en kindskinderen van radja kittje over al waar Dat zijn hoogheijd egter niet nalatig is die swervers en roovers te vervolgen so dra hij van haare komst hier omstreeks narigt bekomt waar van gem: radja Jsmael voor Johoor gevoel gehad heeft so als de comp: bekent is gelijk de inwoonders van deeseplaats ook niet anders soude kunnen getuigen dan dat hij verscheijde maalen den Pangawa heeft uitgesonden om sulke dieven als de voorn: Pangalimas sijn te kastijden dog dat sulke swerwers nooijt op een plaats haar ophouden maar op het Eerste berigt de vlugt neemen waar op ik sijn hoogheid repliceerde dat ik ook sustineerde de naaste weg om sijn hoogheijds opregtigheijd en goede regeering aan den dag te leggen is sulke ver„ derffelijke persoonen op een overtuigende wijse met origeur te ver„ volgen en te vernielen so wel tot eijge wel zijn als om sEComp: genee„ „gentheijd meer ende meer te winnen waar na ik omtrent drie uuren des namidag, mijn afscheijd nam en na huis begaf zij kwaamen haar volle onbandige wille den ruijmen teugel vieren, en deen onverschillig sijn hoe sijde menschen Ia zelfs hun eijge onderdaanen. behandelen en tracteeren so als dE Comp: niet onbemust sal sijnde seer overijen van radja Boesoe brieder van den uzurpateur van Siacen schoonsoon van den tranganose voost gen:t Radja Smael die Jaarlijks de Iavase kusten niet onbesogt laat. zij besogt
English
From Malacca, 31 January 1774. From Malacca, 31 January 1774. Wednesday, 13 October: I visited some prominent Chinese who have resided here for several years, and I was privately informed that they are very dissatisfied with the regent. But having conversed with them for a short time, I noticed that their discontent has no other source than that they may not trade arbitrarily, since this regent keeps for himself everything that yields good profits. Nevertheless, I did not fail to sound them out concerning the maintaining and sending out of pirates here, adding that I have often heard in Malacca, even from Malays, that it is an old and constant custom among the king or regent and other grandees of the realm here to provide such people with what is necessary and send them out to sea to plunder. But I received the answer that previously under the Malay government this had indeed been practicable now and then, but no longer at present, because His Highness himself traded very heavily and wished for nothing more than that foreign merchants should come here, which is why, to encourage them, he treated them very kindly, always provided prompt payment for their goods, and in all arising disputes gave them precedence; however, since he is so greedy and grasping, he has now scraped together well over three times one hundred thousand Spanish dollars. Today a sloop arrived here from Malacca, belonging to the Chinese Nakhoda Ejang. Thursday, 12 October: In the morning several cannon shots were fired, both from the Chinese junks lying in this river and from His Highness's palace, whereupon I proceeded to His Highness. Having greeted him, a chair was presented to me, upon which he made known to me that the vessel he had sent to Malacca had returned and had brought along a letter from the Governor, which he had received with the customary honors, upon which I also congratulated him. Toward the evening, the regent's gold merchant, being a Moor by birth, came to me and related to me among other things, upon my inquiry, that the English ship and ketch lying outside by the island arrived here several months ago and brought linens, opium, and some pieces of iron cannons, which they exchanged for Bangka tin, pepper from Tambij, and elsewhere; that His Highness could not tolerate the captain of that ship, Henry Kent, because he constantly took over the trade goods that other English vessels brought here, exchanging them outside for his collected tin and pepper, so that those vessels did not enter the harbor but departed again immediately, whereby His Highness suffered loss of anchorage dues which they would otherwise have to pay. From Malacca, 31 January 1774. After having thanked me, His Highness said that he still could not sufficiently wonder at the contents of the letter I had delivered, at a time when he would no longer permit most of his Panglimas to sail the seas, but compelled them to establish gambier and other plantations, as can be seen everywhere, so that they might have their subsistence inland, since all necessities are brought by foreign merchants. I praised this resolution of His Highness, saying that this is far better than their committing outrages while sailing at sea and giving His Highness an infamous name. At this he seemed very uneasy and pressed upon me that this did not come from his people, but must be out of necessity, as he could not understand it otherwise. He also asked me when I would depart. I answered His Highness that as soon as the Honorable Company's sloop was provided with water and firewood, for which I had already given orders, and His Highness provided me with a satisfactory reply to the letter I had delivered, I would depart without loss of time, since the northwest winds were already beginning to blow strongly every day, which would only make my return voyage difficult. To this His Highness replied to me that he had caused the letter for the Governor and Council of Malacca to be prepared in accordance with everything he had spoken with me, as such is the honest truth; that he also intends to write to the Right Honorable Governor-General at the first opportunity, since he is of the opinion that the matter written to him must have already been brought up in Batavia last year, because his vessels from Samarang had returned this voyage empty, or without rice, which had never happened to him before. After which discourse I made known to His Highness that it had greatly surprised me that upon the reception of the Company's letter delivered by me, in my opinion, His Highness had not shown the required respect usual on such occasions, since upon its leaving the vessel I had it saluted with 9 cannon shots, and after it was received and read by His Highness, it was acknowledged with only 7 such shots. His Highness answered me that I should not regard this as if it had occurred out of disrespect, but should rather attribute it to the ignorance of the natives with regard to European customs and the customary rules of honor and respect, and that therefore, upon the receipt of his letter, two shots fewer... From Malacca, 31 January 1774.
Dutch transcription
Van Malacca den 31. Januarij 1774 — Van Malacca Den 31. Januarij 174. Woensdag den 13 8ber: betogtik eenige voornaam chineesen welke hier ter plaats verscheijde Janen hare domicilium hebben gehouden en mij van ter zijde ginformeert is dat seer misnoegt op den regent zijn dog een weijnig tijds gediscoureert hebbende merkte ik dat haar misnoegheijd geen ander source heeft dan dat sij niet nawillkeur handelen moge dewijl deesen regent alles wat goede winsten afwerpt voor sig behoud egter lie ik met na haar te ondertasten wegens het onderhouden en uitsenden van roovers alhier met bij voeging dat ik dikwils te Malacca zelfs van Maleijers gehoord heb dat 't een oud en Constant gebruik is onder koning of regent en ander rijkes grooten van hier sulke menschen van het noodige te voorsien en hun ter zee op roof uittesenden maar kreeg ten antwoord dat voor deesen onder de Maleijdse regeering mu en dan sulks wel practicabel is geweest dog thans niet meer vermits sijn hoogheidselvs seer sterk negotieerde en niet ziever sag dan dat de vreemde handelaars hier kwaamen waaromme hij om haar te annimeeren hen seer vriendelijk behandelde voor hunne goederen altoos Courante voldoening besorgde en bij alle voorvallende disputen hen de voorrang gaf egter daar hij so gierig en inhalig is dat hij thans wel ruim drie maal hondert duisent sp„s bij elkanderen heeft geschraapt Heeden is alhier van Malacca een Chialoup g'arriveert van den Chineese Nachoda Ejang Norde wae selorgen verscheijde Canon Schoten doen soo ut Donderdag den 12 8ber: de chineesen banken die in deese rivier leggen als van sijn hoogheijds dal mn waar op ik mij na sijn hoogheijd begaf den selven gegroet heb„ „bende wierd mij een stoel gepreesenteert waar op hij mij bekent maakte dat het vaartuig welk hij na Malaca had gesonden ge„ „retourneert was en een brief van den heer gouverneur meede ge„ bragt had dien hij naden gebruike heeft laaten inhaalen waar Seegen den avond kwam bij mij des regents goudtoeke / zijnde een maan van geboorte /: die mij onder anderen op mijn vraag verhaalde dat het engelsch schip en hits die buiten aan het eijland leggen al voor eenige omaanden hier g'arriveert sijn en aangebragt hebben lijwaaten am„ phioen en eenige stukken ijsere Canons welke sij tegens bankas thimen. peper van Tambij en elders inruijlde dat sijn hoogheijd den Capitain van dat schip henrijkent niet lijden mogt om dat hij gestadig de na„ „gotie goederen welke andere engelsche vaartuigen hier brengen daar buiten in ruiling met sijn ingesamelt Thin en peper overneemt, so dat die vaartuigen niet binnen kwamen waar ten eersten weeder vertrocken waar door sijn hoogheijd schade Leijd aan aankeragie geld die zij anders moeten betaalen Tegen meede 73 Van Malacca den 31. Januarij 1774. meede ik denselven feluciteerde na mij bedamkt te hebben seijde sijn hoogheijd dat hij tot nog toe sig met genoeg verwonderen kon over den inhoud van mijn aangebragte missive op een tijd dat hij sijn meeste Pangalimas plaats niet permitteeren wilde langer ter see tevaaren maar haar noodsaakte om gamber en andere plantagien aante„ „leggen so als overal te sien is:/ ten eijnde sij haare noodruft binnenslands soude hebben wijl dog al het noodige door de vreemde handelaars word aangebragt welk besluit ik van sijn hoogheijd prijsde en seggen dat sulx allent halve beeter is dan dat sij ter zee vaarende buiten sporigheeden bedrijven en zijn hoog„ heijd een tinaamen naam besorgen waar over hij seer Moeijelijk scheen en mij toeduwde dat sulx niet van sijn volk komt, maar wel zijn nood„ tot moetwesen wijl hijt anders niet begrijpen kan vragende mij mij teffens wanneer ik vertrecken zal ik antwoorde sijn Hoogheijd, dat so„ „da sE: Comp: Chialouw van water en brandhout versien sal sijn maar toe ik reek: ordres had gestelt en zijn Hoogheijd mij een voldoenent ant„ woord op mijn aangebragte Missive besorgde ik sonder tijd versuijm vertrocken sal aangesien de N:t w:t winden al dagelijks sterk be„ „ginnen te waijen die mijne te rug Reijse niet dan moeijlijk sullen maaken waar op zijn Hoogheijd mij Repliceerde dat hij de brief voor den heer gouverneur en raad van Malacca heeft laaten maaken vol„ „gens alle het geene hij met mij gesprooken heeft also sulx de opregte waarheijd is dat hij ook van meening is aan den hoog Edelen heere gouverneur generaal bij eerste geleegentheijd te schrijven also hij van gevoelen is dat de saak hem aangeschreeven tot batavia voor„ „leeden jaar al moest op het tapijt geweest sijn vermits sijne vaar„ „tuigen van Samarang deese reijse leeg of sonder rijst waren gere„ tourneert het geen hem nog nooijt gebeurt was na welk discour„ sen ik sijn hoogheijd te kennen gaf dat't mij seer verwondert heeft bij de receptie van de door mij aangebragte Comp: brief mijns bedunkens sijn hoogheijd met de vereijschte Eerbied bij diergelijke geleegentheijd gebruikelijk beweesen heeft also ik bij het afgaan derselve van boord met 9 Canon schrooten heb laaten salueeren en door sijn hoogheijd na deselve ontfangen en geleeden maar met 7. diergelijke schooten bedankt is sijn hoogheijd antwoorde mij dat ik sulx niet aanmerken moet als of het uit ommagting geschied was maar wel toeschrijven moet aan de onkundig van d' inlanders ten opsigte van europeese gewoon„ „tens en gebruikelijke regul van eerbied en respect dat ik dier„ halven bij den ontfangst van desselfs brief Twee schooten minder van Malacca den 31. Januarij 1714. voor voor dan
English
From Malacca, 31 January 1774 — From Malacca, 15 January 1774 — than he could have done to make good this difference, and that the reason why my first salute upon my arrival here was not answered from his fortress was that he was not inland, but had gone out on a pleasure trip, which ceremony he would observe better upon my departure. With this I let the matter rest, taking my leave thereupon, and returned home. Friday the 15th of October: Due to a very heavy rain on this day, no one could be spoken to, but in the afternoon I sent out my Malays brought along from Malacca, to gather some information regarding the harboring of pirates here, as well as about a certain river which, as I understood yesterday, runs along Mount Bintan, through which one could enter into the midst of this realm from the outside; at the same time to inquire whether I could pay a visit to the Malay Tumanggung. In the evening they returned with the report that they had heard nothing of piracies, that the Tumanggung was not at home on that date but had departed further upriver, and that there is indeed such a river near Mount Bintan, which however does not extend further than to the foot of the said mountain. Saturday the 16th: I again sent the said Malays, first to the dismissed Shahbandar mentioned earlier, who according to reports wished to retire from here, and subsequently to some other Malays to gather intelligence, both regarding the aforesaid river and the pirates, and concerning the person of the son of the King of Riau named Wan Saleh. Meanwhile, I received a visit from some Chinese and Malays who, among other things, told me that they could no longer maintain themselves here, because His Highness traded very heavily and kept for himself everything that yielded a profit, even including rice, and that no one was allowed to trade with foreigners before His Highness had finished. Whereupon I remarked to them that it seemed incomprehensible to me how this place, as I had seen, is so heavily navigated, with as many as 12 to 15 vessels entering and departing day after day, considering I had heard in Malacca that pirates frequent here and the surrounding areas in great numbers, even roaming everywhere from here to ruin people sailing the sea. But I received in reply that they know of no pirates here, because His Highness the Regent, upon the first report of their arrival, sends out his vessels to drive them away; though formerly indeed, when Raja Negara, chief or king of the Orang Laut, stayed with his subjects in the Singapore Strait, who sent out his commanders for that purpose. But since he, along with all the Orang Laut, followed the aforementioned Raja Ismail to Trengganu and died there, the inhabitants from here as well as foreigners dare to venture out to sea with greater tranquility to seek their livelihood. In the evening my dispatched Malays returned home, reporting that they had been unable to learn anything of the piracies which were maintained and supported by His Highness here, but that upon inquiry they were always told the contrary. Regarding the person of Wan Saleh, the people from here say they have never heard any prince of Johor or Riau called by such a name; because the deceased Raja Sulaiman, the last Malay king who ruled over Johor and Pahang with all their subordinate lands, had had and left behind no more than three sons, namely one legitimate son named Raja Di Baroh, and two begotten by his concubine, named Raja Hammat (presently at Pahang) and Raja Muhammad, present here. The first-mentioned Raja Di Baroh also died here at Selangor shortly after his father's death, and left behind two legitimate sons named Abdul Jalil and Mahmud; the first-mentioned of whom, owing to the death of his father, succeeded his grandfather in the government under the guardianship of this Regent, but recently died suddenly as well. The latter is still alive here, and is being raised by his mother's sister, aunt Raja Hitam, wife of the Arab Paitussen, who according to reports did not want to entrust him to His Highness the Regent. The mother of these princes, named Raja Putih, has also died. Sunday the 17th of October: His Highness had me summoned to him in the morning. Having arrived there and taken a seat after the customary compliments, he informed me that his letter for the Company, in reply to the one I had brought him, was ready, and that he dared not detain me here any longer, as was stated in the Company's letter from Malacca. Therefore, I should go on board tomorrow morning to receive his letter, and to ensure it was properly dispatched, he would go in person to Pulau Bayan. For that purpose, he had also yesterday dispatched the Punggawa again to continue his intended journey in the company of his son; which I also accepted, since the master Hagedoorn had reported to me the day before yesterday that he had provided the vessel with water and firewood. Meanwhile, two Malay Nakhodas arrived, inhabitants of Palembang who had arrived here a few days ago.
Dutch transcription
Van Malacca Den 31 Ianuarij 1774 — Van Malacca Den 15„: Januarij A„o 174 — dan hij konde laaten doen om dit verschil goed te maaken en dat mijn Eerste saluit bij mijn aankomst alhier niet uit zijn fortres bedankt is daar van de reeden was dat hij niet binnen slands maar na buiten op een speeltogt is geweest welke ceremonie hij bij mijn vertrek beeter sal in agt doen neemen waar meede ik heb laaten berusten neemende hier op mijn afscheid mijn en begaf mij na huis. vrijdag den 15: 8ber: Mits een seer swaaren reegen van deesen dag was niemands te spreeken dog des middags Sende ik mijne van Malacca meede gebragte maleijens uit om na eenige berigten weegens het onderhou„ „den van See roovers alhier als ook van zeeker rivier dat soalsik gister verstaan heb langs den berg buitan loopt waar door men van buiten midden en dit rijk soude koomen kunnen te informeeren teffens op ik meteen visite konde afleggen bij den maleijdse Tomma„ „gom des avonds kwamen sij weeder te rug met berigt dat zij van zeeroverijen niets hebben gehoort dat den dato Tommagom niet te huis maar verder na booven was vertrocken en dat er wel soodanig een rivier is bij den berg Bintan die ook niet verder loopt als tot aan de voet van gemelte berg. Saturdag den 16 _„o sondik weeder gemelte Maleijers eerst na den afgedankten Siabandhaar hier vooren gemelt die volgens seggen van hier wilde reti„ „reeren en vervolgens bij eenige andere maleijers om kondschap teneemen so van evengemelte rivier als van de zeerovers en na den persoon van den zoon van den koning van riouw gen:t wansale terwijl intusschen een beesoek ontfing van eenige chineesen en Maleijers welke onder anderen mij zijden dat zij sig alhier niet langer konden mainctineeren wijl sijn hoogheid seer sterk negotieerde en alles wat maar winsten afweerp voorsig behield ja selfs tot rijst inclusive dat ook niemand met de vreemde moogen handelen voor dat sijn hoogheid klaar heeft waar op ik haar te gemoet voerde dat mij onbegrijpelijk voorkomt hoe deese plaats na ik gesien heb so sterk bevaaren word gaande wel dag voor dag 12. a 15. vaartuigen in z:t in en uit vermits ik te Malacca gehoord heb dat de zeerovers hier en hier omstreeks sig bij meenigte ophouden, Ja selfs van hier overal swerven om de menschen die ter zee vaaren te verderwen dog kreeg ten ant„ woond dat sij alhier van geen zeerovers weeten vermits zijn hoog„ heijd den regent op de eerste berigt van hunne komst zijne vaartui„ „gen uitsendt om haar te verdrijven maar wel voor deesen toen Radja Nogara hoofd of koning der Saletters sig met sijne on„ „aendaanen in straat Sincapoera op hielt die zijne pangalimas Siaban ten 77 Van Malacca den 31 Ianuarij 1744. Malacca den 31. Januarij 1774. ten dien eijnde uitsendt dog t seedert dat denselven met alle saletters meer„ „gemelte adja Ismael na Trangano hebben gevolgt en aldaar is komen te overlijden durven de inwoonders van hier als ook de vremdelingen hun op zee met meerder gerustheijd betrouwen om hun onderhoud te soeken Des avonds kwamen mijne uitgesondene Maleijers te hus rappor„ „teerende dat sij niets van de zeeroverijen hebben konnen verneemen welke alhier ter plaatse onderhouden van sijn hoogheid ondersteund wierden maar dat sij bij navraag altoos van t contranie berigt sijn dig belan„ „gende de persoon van wansald. seggende omenschen van hier nooit met soodanig een onaam eenig oprins van Iohoor of riouw tehebben hooren noemen also den overleeden radja Saleman Laatste maleijdse koning die over Johoor en Pahan met alle derselver onderhoorige landen heeft geregeert niet meer heeft gehaden ook nagelaaten als drie soons te weeten Een egte genaamt radja Dibaroe en twee bij sijn concubne geteelt gen:t radja Hammat /: thans tot Jahan:/ en radja Mohammat alhier preesent welk eerst gemelte Radja Dibaroe kort na sijn vaders dood alhier tot salangoor meede is komen te overlijden en heeft naargelaaten twee egte soond gen=t Abduljalil en Machmoet welke Eerst gem: zijn groot vader mits de dood van sijn vader onder moogdijschap van deesen regent in de regeering heeft opgevolgt dog nu kortelings subiet almeede is koomen te overlijden de laatste is hier in weesen word van een bij sijn moeders susters op moeije radja gtam huisvrouw van den aurabier Paitoessen opgevoegd die hem volgens seggen bij sijn hoogheid den regent niet wilde vertrouwen de Moeder van dese prinsen gen:t Radja Poete is meede overleeden. ziet zijn hoogheijt des morgens mij bij sij otbieden alaar ge sondag den 7:' 8ber: koomen en na gewoone complimenten sit plaats genoomen hebben de gaff denselven mij te kennen dat sijn brief voor dE Comp: in antwoord op die ik hem aangebragt had ingereedheijd was en hij mij hier niet langer durfde ophouden also in gem: Comp: brief van Malacca ge„ mell is, dat ik dierhalven morgen ogtent mij soude na boord begeeven om sijn brieff te ontfangen en om die behoorlijk te laten afgaan hij in„ persoon na Poelo baijan sal begeeven dat hij ten dien eijnde ook den Pangauwa gisteren weder had afgedepecheert om sijn voorheb„ „bende rheijse ingeselschap van sijn soon te vervolgen het geene ik ook aannaam also den gesaghebber hagedoorn omij voorgister gerapporteert het dat hij vaartuig van water en brandhout voorsien ad Intusschen kwamen twee Maleijdse Nachodas inwoonders van Palembang die voor Eenige daagen alhier sijn g'arriveert regeering geering zijn Van
English
From Malacca the 3rd of January 1774. Malacca the 31st of January 1774. waited upon His Highness, whereupon he addressed me, saying, there are people from Palembang, you can now hear for yourself from these people whether the Panglimas of Radja Ismael have brought hundreds of captured Siamese and other peoples to Palembang and sold them, which they even affirm, that the king there, not wishing to tolerate so many of those peoples in the realm, has sent them under separate chiefs to the uplands to cultivate the land; whereupon His Highness further said to me, look, there are the robbers and the gathering place of their loot, yet such a way of acting is now blamed on me. I answered His Highness that the Honorable Company acts herein according to what they have been informed; he replied to me again, therefore the truth shall not remain hidden, I am glad that you hear such things yourself. Hereupon I took my leave of His Highness, wishing him a long life coupled with a fortunate reign, and betook myself home; I immediately had a certain Arab summoned to me (whom I have often seen and spoken to in Malacca and through whom I have also learned of some matters since my presence here) in order to make a final attempt regarding the pirates as well as other matters, as I, after having spoken about private affairs, also asked him whether he could give me information regarding the person of Wansale, son of the king of Riouw, where he currently stays or whither he has gone. He answered me that there is no prince here, nor has there been previously, known by that name; that His Highness the regent has four sons named Radja Abdulla, Radja Alie, Radja Oesso, and Radja Doelsamat; that there are actually no pirates here who live inland, indeed that for several years past nothing of the kind has been heard of here; that the regent immediately causes those who come from outside to be pursued and driven away; that the Pangawa has had to go out for that purpose several times; that His Highness, out of mistrust, does not permit most of his Panglimas and other inhabitants to go to sea, but forces them to lay out gambier plantations; whereupon I asked him further whether it might not be a son of the Dato Bendahara of Pahang (who, as I was informed, is married to a lawful daughter of the aforementioned Radja Saleman named Nikoe B'zaar, thus being a Princess of Johoor or Riouw and sister of the also aforementioned Radja Dibaroe) who bears such a name, since among the common people such a person is also called radja or king's son; but I received the answer no once again, since the said Dato Bendahara has no more than two sons, named 81 83 From Malacca the 31st of January 1774. From Malacca the 31st of January 1774. named Abdulla and Mochammat; after which I brought up again that I have been told since my arrival here that a navigable river runs near Mount Bintan, through which one could enter the middle of this realm from outside even with large vessels, but with no certainty, although I have inquired of several persons. He gave me in reply to this that there is indeed a small river there, which is navigated solely by the Saletters, but not by the inhabitants, since it is very foul and rocky, so that one cannot sail from or to the outside, but only up to the foot of the said mountain, as he has been told; after which discourse he took his leave and departed. Monday the 18th of October. In the morning His Highness went to Poelo Baijan and I on board, whereupon His Highness's letter was brought with the said vessel in which the Honorable Company's dispatch had been collected, and with the same ceremony under the firing of 11 cannon shots, it was delivered by the aforementioned Matta Matta, His Highness's clerk, and some other persons. Having come on board, the same was handed over to me, and having received it, I ordered a salute of 9 cannon shots, after which ceremony the bringers, having chewed a pinang, took their leave and departed again for Poelo Baijan, and around eleven o'clock we saw that His Highness departed for his dalam with his retinue. Monday the 25th. We sighted a hooker lying at anchor before Johoor; in the afternoon a fishing prahu with three men came on board to sell their fish, from whom I learned that the Pangawa, with the regent's son and their retinue, together with Radja Hadji and the vessels under his command, were there. Tuesday the 19th of October. We weighed our anchor and set sail, saluted the king's fortress with 9 cannon shots, from which we were thanked with an equal number of shots. I allowed my Malaccan Malays who were brought along to remain ashore today as well, to see if they could obtain any further information about the said river; who, coming on board late in the evening, informed me that a small river does indeed run between the said mountain and Tanjong Poengang, but that it is so foul and rocky that the same could not be used except by small canoes, and that upon inquiry they were informed that no one except the Saletters, who stay in those surroundings, could give a good account thereof, since, as said, the inhabitants here make no use of it. My
Dutch transcription
Van Malacca den 3. Januarij 1774. Malacca Den 31 Ianuarij 1774. — zijn hoogheijd opwagten waar op den selven mij aanspraak seggende daar sijn volk van Palembang uu kan nu selvs van deese menschen hooren ofde Pangalimas van radja Ismael miet honderden van geroofde Siammens en andere volkeren te salembang hebben gebragt en verkogt had geene Sijlieden affirimeeren selfs dat den koning aldaar niet so veel van die volkeren iit rijk willende gedoogen haarlieden onder apparte hoofden na de bovenlanden heeft gesonden om tland te bebouwen waar op sijn hoogheijd verder tegens mij seijde sie daar de roovers en de versamel„ oplaats van hunne roofs dog mij word nu sulke handelwijse ten laste gelegt ik antwoorde sijn hoogheid dat d'E: Comp: hier inne te werk gaan na het geene sij g'informeert sijn hij repliceerde mij weeder daarom sal de waarheijd niet verborgen blijven ik ben blij dat uw sulks selfs hoort hier op nam ik mijn afscheijd van sijn hoogheid wenschende denselven en lang leeven gepaart met een gelukkige bestiering en begaf mij na hus liet ter stond seeker arrabier /: dien ik wel meer tot Ma„ lacca gesien gesprooken en alhier t seedert mijn aanweesen ook eenige saaken door hem te weeten gekreegen :/ bij mij versoeken om een laatste pooging nog te doen ten opsigte van de zeerovers als andersints soo als ik ook na over particuliere saaken gesprooken te hebben hem vraagdte off hij mij niet onderrigting kon omtrent de persoon van wansale soon van den koning van riouwen waar die thans sig ophoud of werwaarts hij sig natoe begeeven heeft hij antwoorde mij dat hier geen prins is of van te vooren geweest bij die naam bekent dat sijn hoogheijt den reegent vier soons heeft genaamt Radja a boulla Radja Alie, Radja oesso en radja Doels amat dat alhier meesentlijk geen see roovens sijn welke binnens lands woonen, selvs dat men in verscheijde Iaaren herwaarts van iets diergelijks niet gehoort heeft dat den regent de sulke die van buiten koomen ten eersten doet vervolgen en verjaagen dat den Pangauwa verscheijde maalen daar op uit heeft moeten gaan dat zijn hoogheijt uit wantrouwen sijne meeste Pangalimas en andere inwoonders niet permitteert dat z ter zee vaaren maar haar noodsaakt gamber Plantagies aanteleggen waar op ik hem verder vraagde of 't niet wel een soon van den dato Bindhara tot Pahan mogte sijn /:die so als mij onderrigt was:/ getrouwt is met een egte dogter van den voorn: radja Saleman genaamt nikoe B' zaar /:dus zijnde een Princesse van Iohoor of riouw en Suster van den meede voorm: radja Dibaroe :/ die so een naam voeren vermits die onder de gemeene man ook wel genoemt word radja of konings zoon dog kreeg weeder het antwoord van neen also gemelde dato bindhara niet meer dan twee soons heeft de gen:t Van 81 83 Van Malacca den 31:' Januarij 174. Van Malacca Den 31. Januarij 174. gen:t Abdulla en Mochammat, waar na ik weeder ten tapijt dat mij t seedert mijn komst alhier verhaalt is dat er bij den berg bintan een vaarbaare rivier loopt waar door men van buiten midden in dit rijk selfs met groote vaartuigen kon komen dog met geen seekerheijd shoonik verscheijde persoonen nagevraagt heb hij gaf mij hier op ten ant„ „woord dat er wel weesentlijk aldaar een riviertje is die eenelijk van de saletters maar niet van de inwoonders bevaaren word vermits die seer vuijl en klippig is waar door men niet van of na buijten maar tot aan de voet van gemelte berg varen kan, so als hem vertelt is, na welke discoursen hij sijn afscheijd nam en vertrek. Maandag den 18:' 8ber: Des morgens begafe sijn hoogheijd na Poelo Baijan en ik na boord waar op sijn hoogheid brief met gemelte vaartuig waar meede S: E: Comp:s Missive is afgehaalt en die selfde statie onder het los branden van 11 Canon schooten wierd aangebragt door voormelte Matta Matta zijn hoogheijds schrijver en Eenige andere persoonen aanboord gekoomen sijnde wierd mij deselve overgerijkt en ont„ fangen hebbende liet met 9. Canonschooten salueeren na welke ceremonie de aanbrengers een pienang gekauwt hebbende hun afscheijd naamen en vertrocken weeder na Poelo Baijan en omtrent Elff uuren sagen wij dat sijn hoogheijd na sijn dalm met sijn gevolg is vertrocken. kreegen wij een hoeker in 't gesigt leggende voor Johoor Maandag „ 25: „ ten anker des namiddagskwam een vissers Prauw met drie man aan boord om hun vis te verkoopen van wien ik vernam dat den Pangauwa met den regents soon en hun gevolg neevens Radja Hadji met sijn onderhebbende vaartuigen hun aldaar bevonden Ligten wij ons anker en gingen onder sijl salueerde s koningsfor, Dingsdag den 19:' 8ber: taes met 9 Canon schooten waar uit wij met gelijke schooten be„ dankt zijn. Mijne meede gebragte Maleijers heb ik heeden nog aan wal laaten blijven om te sien of sij geen nader informatie kouden kwijgen van gemelte rivier dewelken savonds laat aan boord komende mij berigt hebben dat en wel een riviertge tusschen gemelte berg en Ian„ „jong Poengang Loopt dog dat die so vuil en klippig is dat deselve niet gebruikt kon worden dan voor kleijne kanoos en dat hun bij navraag berigt is dat niemand dan de saletters die daar om „streeks haar ophouden daar van een goed berigt soude kunnen geeven vermits als gesegt de inwoonders van hier daar van geen gebruik maaken. Mijne
English
From Malacca, the 31st of January 1774. Malacca, the 31st of January 1774. On Friday the 29th of October in the afternoon, we arrived safely at anchor in the Malacca Roads and thanked God for His mercy shown to us thus far. Below stood: Malacca, the 8th of November Anno 1773. Was signed: Gerrit Leendertsz Velge. Below stood: Agreed. Was signed: A. S. de Wind, Sworn Clerk. The relator states that, coming from Batavia to this place, sailing on Monday the 10th of this month in the Strait of Drioen, in sight of the Round Islet and the Three Hills Island, in the afternoon between about half past 2 and 3 o'clock, he saw several vessels, which shortly after numbered up to 14, coming out from between the islands of the Southern Drioen, turning their bows toward him, approaching from abeam and fore and aft, and firing heavily upon him with their swivel guns. But because the relator had the benefit of a stiff wind and current, and made as much press of sail as Wednesday the 26th of January Anno 1774. Account given by the first mate and commander of the Honorable Company's pantjalling De Barch, Jan Nijs upon Belaar was in any way possible, those vessels were unable to overtake him. Moreover, when any of them drew near or caught up with him, he also fired several shots of live ammunition at them for about a good hour, after which they dropped astern and thus abandoned him. Thus related in Malacca in the presence of Carel Godlieb Ropis and Jacob Frans Overree, clerks, as witnesses, who have signed the minute of this together with the relator and me, first sworn clerk. Below stood: Which I attest. Was signed: A. S. de Wind, Sworn Clerk. His Highness promises to that end, to the exclusion of all others, whether European or native nations and peoples, to deliver and cause to be delivered to the Company all the tin produced in his entire kingdom. And the Company promises to pay His Highness, for each bahar or three picols, being three hundred and seventy-five pounds, thirty-two round Spanish reals once and no more. Firstly, between His Highness Paduka Seri Sultan Alauddin Mansur Shah Iskandar Muda Khalifatul Rahim and the Dutch East India Company there shall be and remain a sincere, faithful, and unbreakable confidence and friendship. Contract and unbreakable alliance between Paduka Seri Sultan Alauddin Mansur Shah Iskandar Muda Khalifatul Rahim, King of Perak, and Anthonij Abraham Werndly, Merchant and Fiscal at Malacca, as well as commissioner and envoy to this Court on behalf of the Dutch Chartered East India Company, on the other part. Contract Article 1. 89. From Malacca, the 31st of January 1774. From Malacca, the 31st of January 1774. The King promises and undertakes to deliver all the tin, both belonging to His Highness himself and to his subjects, to the Company's garrison and to have it weighed there with the Company's scales and weights, without ever deviating therefrom under whatever pretext it might be. The King promises to have all possible precautions taken against the smuggling of tin, and strictly to prohibit the export thereof under penalty of confiscation of vessel and cargo. And if it should nevertheless happen that anyone attempts to export that mineral clandestinely and sell it elsewhere than to the Company, upon the interception of such a vessel, the same shall immediately and without any form of trial be confiscated together with all its cargo, and the proceeds thereof divided between the King and the Company. All vessels, those of the King and his grandees not excluded, which wish to sail up or down river, shall be obliged to call at the Company's garrison in order to be properly inspected. And in case, during or after the inspection of foreign vessels, the King further binds himself in all cases to assist the Dutch garrison, and immediately and with all his power effectively to prevent and oppose anything that might be undertaken to the detriment thereof, and henceforth also no longer to grant permission for the fitting out and sending to sea of pirate vessels. The King also promises that whenever any European or native in the service of the Honorable Company, or a slave of a Company servant, should desert and attempt to hide in his kingdom, to have the same immediately arrested and to give immediate notice thereof to the Company's resident, and further to have them delivered to him without delay, as well as not to permit such person to embrace the Mohammedan religion. And the Company promises to act in the same manner if anyone among His Highness's subjects seeks refuge with the Company. If any hostile act is committed by the crew thereof, and the perpetrators should escape the hands of the Dutch, the King promises to order his subjects, one and all, to pursue them and, upon capture, to hand them over to the resident. Just as the Company promises on its part to do likewise in such a case. Article 4. 5. 6. 10. Article 9.
Dutch transcription
Van Malacca den 31. Januarij 1774.— Malacca Den 38: Januaij 174. vrijdag den 29:' 8ber kwaamen wij des namiddags op de Malase Rheede behou„ „den ten ankier en dankte god voor sijn genade ons tot hier toe beweesen /:onderstond:/ Malacca Den 8:' November A„o 1773- /:was geteekent:/ Gerrit Leend: velge /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ A: S: de Wind Eg Clercq Den relaatant zegt dat hij van Batavia na herwaarts koo„ „mende op Maandag den 10 ' deeser in de straat Drioens zeijlen, de in het gesigt van de ronde holm en de drie heuvels eijland en des agter middags Circa 2½ a 3: uuren Eenige vaartuigen heb„ „ben gesien die kort na dato tot 14: in het getal telden tusschen de eijlanden van de zuider drioen uitkomen die hunne steeven op hem werden en omtrent dwaarff af en aankomende sterk uit hun geschruit op hem vuurde, dog dat den relatant stroom en wind stijffen baat hebbende, soo veel kwagt van zeijlen bij makende als Woensdag Den 26: Ianuarij A:o 174. Relaas Tegeeven bij ten op„ „ perstuurman en Gesagheb„ „ber van S: E: Comp Pantjal„ „ling de Barch Jan Nijs op Belaar immers Van de van Malacca den 31. Januarij 1774. Van Malacca den 31:' Januarij 174: immers mogelijk was waar door die vaartuigen hem niet heeft kun„ „nen oploopen en bij continuatie wanneer eenige derselver hem naderde off inhaalden eenige schooten met scherp op haar ook deeden tot omtrent een groot uur daar aan wanneer sij haar agter uit lieten sakken en hem alsoo verlaaten hebben. Aldus gerelateert te Malacca ter Presentie van Carel godlieb Ropis en Iacob Frans overree Clercquen als getuijgen Die de ommute deeses oneevens den Relatant en mij eerste ge„ Swarre Clercq hebben ondergeteekent /:onderstond:/ Quod Attestor /:was geteekend:/ A: S: de wind Eg Clercq. zijn hoogheijt belooft ten dien eijnde met seclusie van alle anderen soo Europeesche als inlandsche natie en volkeren al dien thin die in sijn gan„ sche koning rijk valt te sullen leeveren en laten leveren aan de comp: En belooft de comp: aan sijn hoogheijt te betalen voor ieder bhaar off drie picols, dan wel drie hondert vijff en seeventig pond twee endertig Ronde spaanse reaalen Eens sonder meer Eerstelijk sal tusschen zijn hoogheijt Paduka Siau Sulthan Ala idin stant„ sur Sjak jskandan moeda chaliphatua Rahim en de neederlandsche oost„ Indische comp: sijn en blijven een opregte getrouwe en onverbreekelijke considentie en vriendschap Contract en onverbreekelijk verbond tusschen Padu„ „kia Sirie sulthan Mlaietin Mantsin Spah Ihandan Moeda chaliphatur Rahim koning van Peraen Anthonij Abraham Wernalij Coopman en Fiscaal te Malacca mitsgaders gecommitteerde en afgesand aan dit Hoff van weegens de Neederlandsche g'octroijeerde Oost. Jndische Comp: ter anderen zijde. Contract Art: 1: 89. Van Malacca Den 31:' Janurij 174. van Malacca den 31 Ianuarij 174. Den koning belooft en neem aan alle de thin soo wel van sijn hoogheijd selfsals van zijne onderdanen, aan de beletting van de comp: te severen en aldaar met s Comp: balans en gewigten te weegen sonden ooijt het zij onder wat pretest het oog mag sijn daar van afte wijken. Den koning belooft tegens de sluikerijen van thin alle mogelijke precautien te sullen laten gebruiken en den uitvoer van dien strengelijk op Peene van confiscatie van vaartuig en laading te laten interdiceeren en soo al egter komt te gebeuren dat iemand dat mineraal Clandes tin tragte uit te voeren en elders behalven aan de Comp: te verkopen so sal bij agterhaaling van sodanig een vaartuig het selve illico en sonder eenige forma van proces met lading en al geconfisqueert werden en het Provenue van dien gepartacheert tusschen de koning en de comp:e Alle de vaartuigen die van den koning en zijne rijxgroten niet int„ gesondert:/ welke willen op of afvaren sullen verpligt zijn aan sCmp: besetting aan te leggen om behoorlijk gevichiteert te worden. En ingevalle bij af ander het visiteeren van vremde vaartuigen den koning verbind sig wijders om de neederlandsche besetting in alle gevallen behulpsaam te sijn en alwat tot nadeel van deselve mogte ondernoomen werden, aanstonds met al sijn magten Efficatieutlijk te sullen wijren en teegeng aan en ook voortaan geen permissie meer verleenen tot het Equipeeren en in see zenden van roof vaartuigen. ook belooft den koning dat nanneer eenig Euuopees of in lander in dienst van de E comp: of wel een slaaf van een comp: dienaar komt te deserteeren en doekt in sijn rijk sig schuil te houden deselve aanstonds in verseekering te laten neemen en daar van dadelijk aan den resident van de comp: kennis te laten geeven en voorts senden uitstel aan hen te laaten overleeveren mitsgaders niet toetelaten dat soodanig persoon den mahomet aan„ schen gods dienst omhelse een beloofd de comp: in selver voegen tehan„ „delen als en iemand van sijn hoogheid onderdanen tot de Comp: schuil zoekt door het volk daar van eenige hostile actie gepleegt wert en dat de perpetranten de handen van de hollandsrs mogten ontkomen beloofd de koning zijne on„ „derdan en een voor al te gelatten om deselve te vervolgen en bij agterhaling aan den resident overtegeeven. gelijk decomp: aan sijne zijde belooft in sulken gevalle van gelijk te doen door „1 Art: 4. 5. 6: 10. Ant 9.
English
From Malacca the 31. January 1714. The Company, on the other hand, promises that if any of its servants inflict any nuisance, violence, or damage upon the subjects of His Highness, to punish them accordingly and to provide good justice and right to everyone. Article 11 Furthermore, it has been resolved and agreed that this treaty shall be, remain, and be maintained firm and enduring for as long as the mutual alliance between the Company and the King and his successors shall last, and that it shall have its force and meaning as the nature of the words conveys, and that everything agreed and resolved in this treaty shall also be completely and sincerely kept, maintained, and observed. This is promised by both the King and the Company. Lastly, the King promises to have this treaty published, in the same manner as the other treaties, everywhere throughout his entire kingdom where it ought to be done. Thus contracted in the Kingdom of Pera at the bale of His Highness on the large island in the Year of Mahometh 18: the 5th day of the month of Sjauval on Monday in the forenoon and according to the year after the birth of Jesus Christ 1773 the 20 December in the presence of His Highness Radja Bendahara and all other dignitaries. Was signed A A: werndlij. In the margin stood: The Honorable Company's seal stamped in red wax. And signed underneath: A: A: werndlij. In the margin stood: His Majesty King siap. Underneath stood: Agrees. Signed: A: P: de wind First Clerk. Examined 12. 13. for the review WKraane Java's East Coast Leeuw A Of the Secret Papers received from Java's East Coast since the first of January until mid-April 1774. Copy of a Separate Missive, written by the Governor van der Burgh, to Their High Excellencies dated 5 Feb: 1774. . . . Various deeds of obligation executed by all the regents in the west - - - - - - - - - - - - - - 29 Translation of a Javanese letter sent by the Sultan Amingkoeboeana at Djoijolarta, to the Governor - - - - - - - - 95 Extract from a report from the Lieutenant and Passarouang Commandant van Reyke, and Ensign Commandant at Adirogo Fisser, to the Administrator Luzac, concerning their commission to survey the island of Noessa oet. 96 Register Copy Page Extract of a separate letter written by the Ensign Fisser to the Administrator Luzac at Sourabaija. . Copy of a separate missive written by the Governor van der Burgs to the Administrator Luzac dated 3 January 1774 - - - - - Missive from and to the same as above dated 10 January 1774. - - - - - - - - - - - - - - - - - - 104 Extract from the Missive written by the Administrator Luzac at Sourabaija dated 11: January 1774 to the Governor van der Burgs. . . . . . . . - - - - - 112 Circular Missive written to all regents dated 27: Janu: 1774: - - - - - - - - 113 Separate Missive written by the Governor van der Burgh to Their High Excellencies dated 30 March 1774. 115 Letter from the Administrator Luzac his report and daily journal dated 5: and 6: Feb: 1774. 120 From the Administrator Luzac at Sourabaija to the Governor at Samarang van der Burgs dated 26 Feb: 1774. 144 Separate letter from and to the same as above dated 4: March 1774 148 From the Resident at Oeloepampang H: Schophof, to the Administrator Luzac at Sourabaya dated 25: February 1774. . . . . . . . . . 150 Copy of a Separate letter written by the Governor van der Burgs, to the Administrator Luzac dated 11: March 1774. . . . . . . . - . 152 Copy . 988 From Java's East Coast the 5: February 1774. To His High Excellency The High Noble, Valiant, Most Honorable Lord Petrus Albertus, van der Parra, Governor-General The Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. High Noble, Valiant, Most Honorable Lord Honorable Lords It has already long been my duty to report to Your High Excellencies concerning the journey undertaken by me upon Your Esteemed authority From Java's East Coast the 5: February 1774. To His High Excellency The High Noble, Valiant, Most Honorable Lord Petrus Albertus, van der Parra, Governor-General The Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. High Noble, Valiant, Most Honorable Lord Honorable Lords It has already long been my duty to report to Your High Excellencies concerning the journey undertaken by me upon Your Esteemed authority
Dutch transcription
Van Malacca den 31. Januarij 1714. De comp: daar en tegen beloofd dat soo ijmand van haare dienaaren aan de onderdanen van sijn hoogheijt eenige overlast gewelt off schaade aan doet die na behooren te sullen straffen en aan een ieder goedregt en Iustitie te doen Art: 11 weijders is beslooten en g'accordeert dat dit tractaat vast en bestendigd sal sijn blijven en gehouden worden soo lange als de mutueele alliantie tusschen de comp: en den koning en sijne successeuren duuren sal en dat het selve sijn kragt en intelligentie hebben so als de eijgenschap der woorden sulx meede brengt ende dat alle het geene in dit tractaat geaccordeert en beslooten is ook geheellijk en de sinceerlijk gehouden onderhouden en g'observeert sal werden Dit belooft soo wel de koning als de Comp: Laastelijk belooft de koning dit tractaat inselvervoegen als devrige tractaaten alomme daar sulx behoort sijn gansche rijk door telaaten publiceeren Aldus gecontracteert in het koning rijk Pera de Balij van sijn hoogheijt op het groote eijland in 't Jaar van mahometh 18: de 5. dag van de maand Sjauval op maandag in de voormiddag en volgens het jaar na de geboorte Jesus Christe 1773 den 20 december in presentie van sijn hoogheijt Radja Bendahara en alle verdere grooten /:was geteekent / A A: werndlij /:tersijdestond:/ S' E comp: Zegul gedrukt in roode lacke /: en daar ondergeteekend:/ A=: A: werndlij /in margine stond:/ S Koning siap. /:onderstond:/ Accordeert /:geteekent:/ A: P: de wind Eg Clercq. Nagezien ing 12. 13. voor 't opleten WKraane Sava s Oostveraet Leeuart A Der Secreete Papieren ontvangen van Iava's Oostkust zedert Primo Ianuari tot Medio April 1774. Copia Aparte Missive, geschreeven door den Gouverneur van der Burgh, aan Hunne hoog Edelheedens ged: 5 feb: 1774. . . . _o diverse actens van verband door alle de regenten om de west gepasseerd - - - - - - - - - - - - - - 29 _o Translaat Javaansche brief door den Sulthan Aming koeboeana te Djoijolarta, aan den gouverneur gerigt - - - - - - - - 95 _„o Extract uit een berigt vanden luitmant en Passarouam/ Commandant van Reyke, en vaendrig Commandant te Adirogo Fisser, aanden gezaghebber Luzac, over hunne Commissie ter op„ neem van het eijland Noessa oet. 96 Register Copia Pag Extract aparte brief geschreven, door den Vaendrig Fisser aan den gezaghebber Luzac te Sourabaija. . Copia aparte missive gesch: door den Gouverneur vander Burgs, aanden gezaghebber Luzzal ged: 3 Januari 1774 - - - - - missive van en aan als even ged: 10 Januari 1774. - - - - - - - - - - - - - - - - - - 104 Extract uit de Missive geschreeven door den ge„ 6 saghebber Luzac te sourabaija ged: 11: Januari 1774. aan den gouverneur vander Burgs. . . . . . . . - - - - - 112 _„o Circulaire Missive geschroeven aan alle regenten ged: 27: Janu: 1774: - - - - - - - - 113 _„o Appart Missive gescheeven door den Gouvernaur vander Burgh aan hunne hoog Edelhedens ged: 30 Maart 174. 15 _:o bref vanden gezaghebber Luzal zijn rapport en dag register ged: 5: en 6: feb: 174. 120 _„o vanden gezaghebber Luikac te Sourabaija„ Landen gouverneur te Samarang vander Burgs gd: 26 feb: 174. 144 _„o Aparct brief van en aan als vngd: 4: Mtant 174 148 „ van den resident te oeloepampang H: Schop hof, aanden gesagheb„ bar Luzac te Sourabaya ged: 25: februarij 1774. . . . . . . . . . 150 Copia Aparte brief geschreeven door den Gouverneur van maart 174. . . . . . . . . - . 152 der : Burgs, aan den ge„ Zaghebber Luzal ged: 11: Copia . 988 Van Javas Oostkust den 5: Februarij 1774. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen gestrengen Groot Achtbaaren heere Petrus Albertus, van der Parra, Gouverneur Generaal De wel Edele Heeren Raa¬ „den van Nederlands Jndick Rob: Hoog Edelen Gestr, Hroot Achtbheere Wel Edele Heeren Het was al voorlange mijn pligt geweest uwer Hoog Edelheeden verslag te doen van de door mij op Hoog Derselver g'eerde qualificatie gedaane reise Van Java's Oostkust den 5: Februarij 174. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen gestrengen Groot Achtbaarden heere Petrus Albertus, van der Parra, Gouverneur Generaal De wel Edele Heeren Raa¬ „den van Nederlands Jndick Riob. Hoog Edelen Gestr, Wroot Achtb:heere Wel Edele Heeren Det was al voorlange mijn pligt geweest uwer Hoog Edelheeden verslag te doen van de door mij op Hoog Derselver g'eerde qualificatie gedaane reise