Inventory 3418
Japan · 615 pages · 359 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's East Coast, the 5th of February 174. From Java's East Coast, the 5th of February 174. manner to the west of this government to survey the offices and regencies up to and including Brebes and to answer Your High Nobilities' respected separate dispatch of the 20th of July, with which I recently also had the honor to receive that of the 13th of December of the past year; but having been prevented by a long-lasting illness and its consequences—which have not even yet fully ceased—from attending to more than the daily work therein, I request Your High Nobilities with respect and submission for a favorable interpretation thereof, and that I may not be suspected of having committed this neglect premeditatedly. Daring in advance to flatter myself with this new proof of Your High Nobilities' goodness and trust in me, I shall, in order to make myself further gratefully worthy of the same and to answer my obligation with due observance of duty, hereby then also in the first place report on that journey to the west; and in the second answer Your High Nobilities' aforementioned respected letters, while also communicating such matters as must be brought to the knowledge of Your High Nobilities. Concerning then the journey undertaken by me in the month of July of the past year by sea to Tagal and back by the overland road, I ought, as indeed the principal point of my activities on that journey, to give a detailed report here of my exhortations regarding the care of the rice cultivation and the precautions taken concerning the collection and delivery preferentially to the Company; but this having had such an effect that a fair quantity was still obtained in time for dispatch to Batavia, and thereby giving Your High Nobilities so much satisfaction that Your High Nobilities were pleased particularly to favor with approval the efforts made thereto, I will merely say that although the rice harvest, due to early severe drought in the past year, was not as profitable as the crop in the beginning promised, it nevertheless turned out reasonably well to the west of here generally speaking, though (which I attribute to the greater and lesser vigilance of the regents and populousness of the lands) in one district it succeeded rather better than in the other; the harvest being in the Ulujami district most blessed of all, and in the districts of Tagal, Pekalongan, and Batang, as well as in those of Pemalang, Brebes, and Wiradesa (in so far as in these last three the fields were planted) having turned out moderately well; but in the formerly rich rice land of Kendal, the most glorious fields, virtually as far as one could see with the eye, having had to remain uncultivated due to the shifting of the rivers, decay of the water conduits, and lack of people, again barely as much has been stored in the barns as the few inhabitants need for their own food, whereby in the past year, no less than in the two preceding years, not a single koyang of rice has been delivered from that district to the Company; and thus its regent, who by Your High Nobilities' respected secret resolutions of the 27th of September 1771 obtained a remission of one hundred koyangs for 177., is presently in arrears for 1771 and 1773 by 200 koyangs for payment at 15 rixdollars, on which however nothing was advanced to him. But since, however much the efforts may succeed that are now being applied with much emphasis to restore what was already neglected by the previous regent and has since decayed even more in that district, there is nevertheless no likelihood that in the first years everything there will return to such flourishing state as to produce, above the fixed contingent, also arrears from previous years, I find myself bound to submit to Your High Nobilities the petition of the Adipati of Samarang, as father of the regent and wadana over Kendal, that these arrears may also be remitted to his son, under promise on his part to do everything possible so that henceforth the contingent may be promptly delivered annually.
Dutch transcription
Van Iavas oost Cust Den 5:' Februarij 174. — Van Javas Oost cust den 5:' Februarij 174. — wise om de west van dit gouvernement ten opneem der comp„ „toiren en Regentschappen tot Borebes inclusive en te beantwoor„ den uwer Hoog Edelheeden gerespecteerde aparte Missive van den 20. e Julij waar bij ik onlangs ook d'eere gehad heb„ „be te ontvangen, die van den 13:e december des gepasseerden Jaars maar door eene langduurige siekte en dies /: zelfs nog niet ten vollen gecesseerde :/ gevolgen daar inne en om meer dan het dagelijksche werk waar te neemen belet geworden sijnde, versoeke ik uwer Hoog Edelheeden met Eerbied en submis„ „se om welduiding deswegen, en dat ik niet gesuspecteerd mag worden dit versuim gepremiditeerd te hebben begaan, Met deese miuwe blijkt van uwen hoog Edelheden gad„ heid en vertrouwen op mij bij anticipatie mij durvende Clat„ teeren sal ik om deselve mij verder dankelijk waar„ „dig te maken en met verschuldigde opligts betragting aan mijn gehoudenisse te beantwoorden bij desen dan ook in de Eerste plaats verslag doen van die reise om de west; en Inde Tweede b'antwoorden uwer hoog Edelheeden opgemelde gerespecteerde Brieven onder Betreffende dan de door mij in de maand Juli anno passato over zee naar Tagal en over den landwag te rug gedaane reise moest ik als wel het voornaam„ ste poinct mijner verrigtingen op dien togt hier om„ standig verslag doen van mijne aansporingen ter behartiging der Rijst Culture en genomen precautien omtrent den Insaam en Leverantie bij preferentie aan de Compagnie, maar deese dat effect gehad hebbende dat men eene tamelijke quantiteijt nog tijdig genoeg ter verzending naar Batavia is magtig geworden en daar meede uw E: hoog Edel„ heeden soo veel genoegen te geven dat hoog Deselve de pogingen daar toe aangewend in het bij sonder met goedkeuring hebben gelieven te begunstigen, sal ik maar seggen dat afschoon den rijst oogst door vroege sterke droogte in het voorleeden Jaar soo voordeelig niet geweest is als het gewas in den bedeeling teffens van sulke saaken als ter kennisse van VwE: Hoog Edelheeden moeten worden gebragt. bedeeling beginne Van Iavas oost hust den 5 Febuarij 174 Van Iavas oost kust den 5. Fbruarij 1734 beginne beloofdde, deselve evenwel om de west van hier over het algemeen genomen redelijk egter /:dat ik aan de meerdere en mindere vigilantie der regenten en volkrijkheijd der landen toeschrijve :/ in het Eene district wrij beeter dan/ in het andere is geslaagd, sijnde in het oeloedjamische den oogst aller gezegendst en in de districten van Tagal Pacalongang en Batang Soo meede in die van Pa„ „malang Brebes en wieradessa /:voor soo verre in deese drie laatste de velden beplant sijn geweest:/ tamelijk uitgevallen maar in het wel eer Rijke Rijst „land kandal de overeerlijkste velden genoegsaam soo verre men met het oog werden konde door verloop der rievieren verval der waterlijdingen en gebrek aan volkt onbebouwd hebbende moeten blijven leggen is er weder maar schaars soo veel opgeschuurd als de weinige Inwoonders tot eijgen voedsel nodig hebben waar door in het gepasseerde Jaar soo min als in de twee voorgegaane Jaaren geen enkele Coiang Rijst uit dat district aan de Compagnie geleverd is en dus dies Regent die bij uwE: hoog Edelheeden gerespecteerde Ingevolge uwer hoog Edelheeden qualificatie bij gerespecteerde aparte Missive van den 2. maart Secreete besluitten van den 27. September 1771 Eene remise van Een Honderd Coiangs voor 177. geobtineerd heeft actucel voor 1771 en 1773. ten agteren staat 200 Coiangs voor betaa„ „ling tegen 15. rd„s dog waar op hem niets voor uit is ver„ strekt dan dewijl hoe seer ook mogen reusseuren de po„ gingen die tans niet veel nadruk worden aangewond om het al bij den voorigen Regent Verwaarloose en zeedert nog meer vervallene en dat district te herstellen er egter geen apparentie is dat in de Eerste Jaaren daar alles we„ „der in die fleur komen sal om boven het vast bepaalde Contingent, ook voorjarige agterstallen op te brengen vinde ik mij gehouden uw E: hoog Edelheeden voortedragen d' Jnstantie van den Adipattij van Samarang als Vader van den Regent en wedono over kandas dat aan zijnen zoon deese agterstallen ook mogen worden geremitteerd onder be„ lofte van zijne zijde al het mogelijke te zullen aanwenden dat voortaan het Contingent Jaarlijks prompt geleeverd worde. Secreete 1773
English
From Java's East Coast, the 5th of February 1774 1773, I caused all the Regents to the west, whose districts I visited, to pass such deeds of obligation as I have the honour to present herewith to Your High Excellencies under Littera A, whereby no other daily or so-called corvée services were imposed upon them than those which, being accustomed to bear them on the foundation of ancient usages, they also very willingly took upon themselves; and regarding the mandatory delivery of products, only these changes were made: that the Regent of Brebes, for the reduction of the beams from 1000 to 500 pieces granted by Your High Excellencies in 1769, shall henceforth, instead of 45, deliver 50 coijangs of rice per year, and alongside those of Tagal and Pamalang, 24 picols of cotton yarn, as much as possible of Littera A, instead of the 16 picols that the Resident has hitherto had to provide, but from which, because the Regents would otherwise have to bear the burden anyway, they could now be exempted with Your High Excellencies' pleasure; that the Regent of Wieradessa, instead of 150, shall in the future deliver only 100, and thus 50 coijangs of rice less, and for a new obligation also 2 picols of cotton yarn; and that also the Regents of Batang and of Kandas shall henceforth each supply 2 picols of fine yarn, both against payment; that, on the other hand, he of Paccalongang shall deliver 350 coijangs, or 50 coijangs more than before, for the 1000 tatjaas recovered from Wieradessa, alongside 4 picols of fine cotton yarn; and finally, that and after these alterations, having improved the summary of the products which the respective Regents and chiefs on this coast falling under the Company are obliged to deliver annually, I take the liberty also to offer the same to Your High Excellencies, and to note herein that accordingly in the present year 1774, there will have to be delivered to the Company: 5538 coijangs of rice, namely 1098 coijangs for nothing 4440 ditto against payment at 15 rijksdaalders 170 coijangs of green cadjang for nothing 277 picols of cotton yarn, namely 37 picols for nothing and 240 ditto against payment 50 picols of indigo, of which however the determination is more conditional than positive, while it seems indeed that since the indigo-makers were abolished, the cultivation of this dyestuff has not picked up, because it now lacks the assiduous supervision that the Residents inland could not keep up as well; 37000 cans of coconut oil for nothing 800 ditto of earth oil for nothing 6 picols of wax for nothing, and 11300 pieces of beams in assortment against payment of the buffalo monies. The buildings of the Company at Tagal and at Paccalongang are in need of repair, if not more, especially the lodge at Tagal, on which, if that were done which the Master Carpenter Klaas D'Exter already in 1772, according to his report etcetera, indicated had to be done, there would indeed have to be spent 4009.4.- rijksdaalders. However, that seemed to me somewhat excessive, although the wall of the small fort, not being strong in itself, was also not able to bear the weight of the three stone sentry boxes projecting on each of the four points, and has in the corners deviated, sagged, and cracked, and thereby some sentry boxes also overhang so much that they threaten to collapse. But those defects will, as I believe, be less costly to repair by breaking out the cracks and bricking them up again in a saw-tooth manner, relieving the walls of the unnecessary burden of the twelve stone sentry boxes, and placing on the points iron guns of 3 and 4 pounds instead of 6 and 8 lb, as well as placing a wooden sentry box on each, as being amply sufficient for a garrison of 12 men; whereas the wall in the flanks, with a good plastering, and alongside the buildings inside the lodge with an ordinary repair, as well as the stone revetment of the moat outside it, by demolishing a part that has bulged out and bricking it up anew, can well be remedied and are yet
Dutch transcription
Van Iavas oosthust Den 5„:' Februarij 173 — Van Javas Oost Cus de 5 eaij 174 1773, heb ik door alle de Regenten om de west welkers Districten ik besogt hebbe doen passeeren sodanige Actes van verband als ik mij de eere geve uwer Hoog Edelheeden hier neevens onder E:o A: aantebieden waar bij hen geene andere dagelijksche of soo genaam„ „de heeren diensten opgelegd sijn als sij op fundament van oude usantien gewoon sijnde te dragen ook seer gewillig op sig genomen hebben en omtrent de verpligte Leverantie van Producten ook maar deese veranderingen gemaakt sijn; Dat den Regent van Brebes voor de in 1769 door uw Hoog Edelheeden geaccordeerde vermindering der Balken van 1000 op 500 pees, voortaan in steede van 45. Leveren sal 50. Coijangs rijst des Jaars en nevens die van Tagal en Pamalang 24. picols Catoen: gaaren soo veel mogelijk van L:a A: in plaats van de 16. picols die den Resident dus verre heeft moeten besorgen dog die om dat anders de Regenten de last ok al dragen moeten daar van nu met uwer Hoog Edel„ heeden welbehagen soude kunnen worden gelibereerd; Dat den Regent van wieradessa in plaats van 150 in het ver„ „volg maar 100 en dus 50. coijangs Rijst minder, en voor Eene nieuwe verpligting ook 2. picols Catoen- garen, en Dat ook de regenten van Batang en van kandas voor„ taan ider 2. picols fijn gaaren op brengen sullen het een en ander tegen betaling En na deese alteratie de sa„ „men Trekking van de Producten die de Respective Re„ „genten en hoofden op deese kust onder de Compagnie sorteerende verpligt sijn Iaarlijks op te brengen verbeterd hebbende gebruike ik de vrijheijd deselve uw E: Hoog Edelheeden ook te offereeren en er in desen uit aante tekenen dat dien volgende in het tegenwoordige Iaar 1774. aan de Compagnie sal moe„ ten worden geleeverdt als 5538. Coijangs Rijst, te weeten 1098 Coijangs voor niets 4440. _„o tegen betaling â 15. rijxd„s 170. Coijangs groene Cadjang voor niet Dat daar en tegen die van Paccalongang 350. Coijangs, of 50 Coijangs meer dan bevoorens voor de van wieradessa te rug bekomen 1000. Tatjaas leveren sal nevens 4. picols fijn catoen: gaaren en eijndelijk Dat 277 Van Iavas oost Cust den 5:' Februarij 1744 Van Javas oostkust Den 5:' Aanurij 174 277 picols catoen gaaren en wel 37. picols voor niet en. 240: „ tegen betaaling 50 picols Jndigo dog waar van de bepaaling meer stel„ „lender wijse als wel positief is, terwijl het dog Scheint dat zedert de Jndigo makens afgeschaft sijn de cultuure deser verwstoffe niet opgenomen heeft door dien er nu Een assidueel toezigd manqueerd dat de Residenten er landwaarts in met soo wel ophou„ „den kunnen 37000 kann: clappus olie voor niets 800. „ Aard olie voor niet 6. picols wax voor niet en 11300. pees Balken in zoort tegen voldoening der Buf„ fel gelden De gebouwen van de Compagnie te Tagal en te Pacca„ longang hebben reparatie soo niet meer nodig voor al de Logie te Tagal waar aan gedaan wordende het geene den Baas Timmerman klaas D' Exter al in 1772 blijkens sijn berigt &: C: opgegeven heeft dat moest gescheeden souden er wel moeten te koste gelegd worden rd„s 4009. 4. - dan dat is mij wat ruijm genomen voorgekomen of schoon de op sig selfs niet sware muur van het Fortje ook niet be„ stand sijnde om de last van de op ieder der vier punt„ „ten uitsteekende drie steene schilderhuisen te dragen in de hoeken afgeweeken gesakt en gescheurd is en daar door eenige schilderhuisen ook soo veel overhangen dat drijgen in te storten maar die defecten sullen soo ik meen min kostbaar te repareeren sijn met de scheuren uit te breuken en saag stands wijze weder toetemetselen, de muuren van de onnodige Last der Twaalf steene schilderhuisen te onthef„ „fen en op de punten ijzer geschut van 3. en 4. ponden in steede van 6. en 8. lb. mitsgaders op ieder een hout schilderhuis te plaatsen als voor een bezetting van 12. man ruim toerij„ kende; wanneer de muur in flancquen met een goede beplijstering, en nevens de gebouwen binnen de Logie met Eene Ordinaire reparatie mitsgaders de steene beschoeijing der graft daar buiten door een gedeelte dat uitgeweeken is aftebreken en op nieuw op te metselen wel te helpen en zijn nog
English
From Java's East Coast the 5th February 1774. — From Java's East Coast the 5th February 1774. — will still be able to be maintained for a long time. The warehouses standing closer to the shore are in worse condition, and if they do not suffer impact from the sea even sooner, they will nevertheless not be able to hold out much longer. The lodge at Paccalongang seems in its walls and ramparts still firm and strong, but being built of ordinary brick and this, contrary to custom, not being plastered with lime, the bricks on the outside have been weathered and hollowed out by the air in several places, which ought to be remedied as well as the river all around being plastered. The remaining buildings, which all stand inside and make it very cramped, require more or less repair. The warehouses, although provided with buttresses on all sides, have yielded under the weight of the rice, which because of their smallness must indeed be placed against the walls, and the resident's house has sunk into the ground; but to remedy this, being not high enough in story and also too defective in more respects to spend much on it, it will in my opinion be best to maintain the same with small repairs as long as one also wishes and it is possible to do so. Instead of the old, completely dilapidated resident's house at Tagal, pursuant to Your Right Honourables' authorization by general dispatch of 31 December 1767, a new one having been constructed outside the lodge entirely without expense or any encumbrance to the Company, the Resident at that office, Alexander Cornabe, as also appears from his letter of 31 July 1773 /: see Letter D :/, has shown me that having taken over the corps de logis and cellar in its walls erected with the window frames for 4514: 2/3 rixdollars, he would subsequently have spent on it and on the outbuildings, by continuing the construction and following the plan, in all according to his written statement /: see Letter E :/ fully 1000 rixdollars, and at the same time requested my intercession with Your Right Honourables for a fixed determination regarding this property, with its appurtenances and dependencies, just as is customary at other offices: namely, that in the future an incoming resident must take it over from the outgoing one at cost price or such price as Your Right Honourables shall be pleased to set. From Java's East Coast the 5th February 1774. — From Java's East Coast the 5th February 1774. — I have found that house with its outbuildings spacious and very extensive, and just like the commissioners appointed for that purpose, see their report under 2 P, entirely rebuilt anew from the ground, firm, strong, and well-constructed. But since the costs far exceed the sum of 1200:- rixdollars stated in the general letter from here dated 6 October 1770, and Your Right Honourables, regarding the condition prescribed in the first-cited dispatch of 31 December 1769 that the construction must take place without expense to the Company and 10 percent of the cost had to be written off annually in order to fall to the Company after a period of 10 years, were pleased to alter this by letter of 10 November 1770 by conditionally agreeing to supply 6000 rixdollars for the account of the Company, but on the other hand by later writing of 11 January 1771 again prohibited charging anything to the account for the construction of that house, with the addition that you would explain yourselves further in that regard, as all of this and whatever further has been written back and forth on the matter appears in more detail from the extracts which I present to Your Right Honourables under Letter G; so I take the liberty, on the foundation of the one and the other, and in particular of the just-cited promise, to present Resident Cornabe's petition to Your Right Honourables and to request a favorable disposition toward a fixed determination regarding this new house at Tagal, and authorization to have the old one, which is very dilapidated and totally uninhabitable, demolished in order to use the bricks and roof tiles on the lodge and to sell the rest. And herewith passing over to the answering of Your Right Honourables' highly esteemed separate letters of 20 July and 10 December 1773, as well as a short report of affairs according to annual custom, I must express my acknowledgment and gratitude for Your Right Honourables' favorable approval of many of my actions, for the banishment of the bad rascals sent by me and authorization for the consignment of some others to Amboina, for the renewal of the order against the importation of Chinese newcomers to this coast, and likewise for the authorization to be permitted to write off to the account of the Balambangan expedition 100 koyans of rice and 222 muskets which were consumed and lost by the Madurese auxiliary troops.
Dutch transcription
Van Iavas oostkust den 5:' Februarij 174. — Van Javas Oost Cust Den 5:'Februarij 174. — nog lange in staat te houden sullen sijn De nader aanstrand staande pakhuisen sijn in slegter staat en als niet nog vroeger van de zee aanstoot lijden sullen deselve dog het niet lange meer goedmaaken kunnen. De logie te Paccalongang Scheint in sijn muuren en wal„ „len nog hegt en sterk maar van ordinaire steenen op gemetseld en dese tegen het gebruik niet met kalk beplijs„ „terd weesende sijn de steenen van buiten op verscheijde plaatsen door de lugt verteerd en uitgehalft 't geen soo wel verholpen als de riuur rondsom diend beplijsterd te mod den De overige gebouwen die alle binnen staan en het seer bekrompen maaken hebben het een min het andere meer repara„ „tie nodig De Pakhuisen schoon aan alle zijden van Bee„ „ren voorsien, sijn door de swaarte der rijst die om der sel„ „ver kleinte wel tegen de muuren gelegt moet worden uit„ geweeken en de residents wooning is in de grond gesakt dog om dit te verhelpen met hoog genoeg van verdieping en ook in meer opsigte te defect sijnde om er veel aan te bekostigen sal het mijns eragtens best sijn deselve met kleene reparatien Insteede van de oude geheel bouwallige residents wooning te Tagal ingevolge uwer hoog Edelheeden qualificatie bij gemeene Missive van den 31. december 1767 eene nieuwe buiten de logie geheel buiten lasten of eenig beswaar van de Compagnie geextrueerd sijnde heeft den Resident ten dien Comptoire Alexander Cornabe, soo als bij sijn brief van den 31. Julij 1773. /: vide L:n D: / ook consteerd mij ver„ „toond dat hij het Corps de Logie en kel in sijn muuren met de vengster cousijns opgetrokken voor rd„s 4514: 2/3 overgenomen hebbende daar aan en aan de bij gebouwen door den aanlegen het plan te volgen vervolgens in alles blijkens sijne schrif„ telijke opgave /:vide L:a E:/ bekostigd soude hebben rijm rd„s 1000. en teffens mijne intercessie bij uw E. Hoog Edelheeden versogt om eene vaste bepaaling omtrent dit Effect, met dies ab en dependentie even als wel op andere Comptoiren plaats vind dat namentlijk in het vervolg een aan komend resident het van de afgaande overneemen moet voor 't kostende ofte sodanige prijs als uw E: soo lange meede wil en het mogelijk is te onderhouden. zoo hoog 11. Van Javas ost Cust den 5:' Februarij 174. — Van Iavasoostkust den 5: Februarij 174. — hoog Edelheeden sullen gelieven te stellen, ik heb die woo„ „ning met dies bij gebouwen uum en seer g'estendeerd en even als daar toe gecommitteerde vide hun rapport onder 2 P: alles i't de grond nieuw opgetrokken hegt sterk en welgebouwd gevonden maar dewijl de kosten verre de bij gemeene letteren van hier de dato 6: october 1770 opgegeeven Somme van rd„s 1200: - te boven gaan en uwE Hoog Edelheeden de bij eerst geciteerde missive van den 31. december 1769 voorgeschreeven conditie dat de Extructie buiten lasten van de compagnie geschieden en van het kostende Jaarlijks w0 percento moest afgeschreeven worden om na 10 jaaren tijds aan de compagnie te vervallen bij brief van den 10 november 1770 hebben gelieven te altereeren door conditioneel te accordeeren rd„s 6000 voor reekening van de Maatschappij te fourneeren dog daar en tegen bij later schrijven van den 11. Januarij 1741 weder te jnterdi„ diereren iets tot Extructie van die wooning ten koste te sege„ met bijvoeging van sig des wegen nader te sullen verklaaren gelijk sulx alles en wat wijders daar omtrent over en weder geschreeven is bij de Extracten die ik onder L: g: uw E Hoor Edelheeden aanbiede nader consteerd soo gebruik ik En hier meede tot de beantwoording uwer hoog Edelheeden veel geagte aparte Letteren van den 20 Julij en 10 decemb:r 173 item een kort verslag van saaken na jaarlijks gebruik over„ gaande moet ik, mijn erkentenisse en dankbetuigen voor uwer hoog Edelheeden gunstige goed keuring veeler mijne verrig„ „tingen voor de verbanning der door mij gesonden slegte kna„ „pen en qualificatie ter versending van eenige andere naar Amboina voor de renovatie der ordre tegen den overbreng van chineese nieuwelingen op deese kust en soo ook voor de qualificatie om ten lasten der balemboangsche ex peditie te mogen afschrijven 100 Coijangs rijst en 2=2 Snaphanen dewelke door de madureesche hulptroupen geconsumeerd en verlooren zijn op fundament van het een en ander en insonderheijd van de even geciteerde belofte de vrijheijd uw E hoog Edelheeden de Instantie van den resident Cornabe voortedragen en eene gun„ stige dispositie tot een vaste bepaaling omtrent deese nieuwe wooning te tagal te versoeken en qualificatie om de oude die seer bouwvallig en finaal onbewoonbaar is te doen afsreeken om de steenen en dak pannen aan de Logie te emploijeeren en het verdere te verkoopen. op In 13.
English
From Java's East Coast, the 5th of February 1774. From Java's East Coast, the 5th of February 1774. In the upper or the princes' lands, desirable quiet and peace prevail, while one presently seldom hears anything of kraamans and other evil rabble before they are subdued and exterminated, to which the affable Emperor encourages his subordinates through premiums and rewards, and the Sultan knows how to compel his by severe measures. The prime ministers of both princes have been here in Samarang in the past year for about three months to settle the long-subsisting village disputes, and that work, having finally been accomplished with much indulgence from the Emperor's court but unbelievable hair-splitting from the Sultan's ministers, the registers of the lands that each prince actually possesses have also been prepared and signed by the ministers of both sides, but they still remain in my custody until the princes themselves will have confirmed those registers by a separate deed and guaranteed each other's lands thereafter, which appears necessary to me to prevent disagreements and disputes in the future. Since it has connivingly become a custom that the envoys whom the King of Bantam sends annually to Java to purchase cotton yarn and other articles for him betake themselves to the Mataram and carry letters and gifts back and forth, which are nevertheless always received or sent in the presence of the chief and are of little importance, such also took place in 1773. But the Sultan, having thereupon informed me through his prime minister of his intention to send reciprocally some envoys of distinction to Bantam and having requested a vessel for their transport, I immediately declined the latter on the grounds that the former, never having happened before, could also not be permitted by me. However, since he has recently requested me directly in a letter, a copy of which is enclosed under E. Ht., to inform Your High Excellencies that he would gladly send an embassy to Bantam, I take the liberty to do so herewith most respectfully, noting that while I presently find nothing dangerous in the granting of the request itself, especially since neither the Sultan nor the King of Bantam lack channels to correspond with each other secretly without the knowledge of the Company, yet on the other hand, with due submission to the much wiser judgment of Your High Excellencies, I am of the opinion that the toleration of such novelties, which also only tend to the expense of the Company, merely gives a prince who, like the Sultan, however peace-loving and well-meaning he appears and as I trust he truly is, yet always tries to gain something whereby outwardly his greatness is increased and his dependence is diminished, ground to extend his requests further from time to time, even to absurdities. Such as I consider his contention and demand that the Company should also maintain the carriages previously given to him, which are now entirely unserviceable, and which, with my prior knowledge, was declined in the spring of 1773 by the repatriated Chief Lapro as if on his own accord, because such had never happened nor had ever been demanded by the Susuhunan. And the Sultan having been referred to me with his request, he did not mention anything about it to me even during my presence at his court, but only recently made known his desire to request from Your High Excellencies on his behalf a new carriage along with a Persian horse for his own use. And since he cannot well be refused in this without giving offense, I request Your High Excellencies for him a carosse coupé, or rather authorization to have one made here, which is somewhat spacious, richly gilded, painted, and lined with green velvet, to match in taste a similar carriage that was made here privately for the Emperor last year, which, with a neat harness for six horses of red Turkish leather, cost well over rixdollars [illegible], and subsequently a Persian dapple-gray horse, that being his preferred color. On Madura, everything is also outwardly well, the Pangeran having been here with the New Year and departed again in January, as also in the Company's further districts and regencies along the coast, where people everywhere are busily engaged in plowing, sowing, and planting, and making use of the currently falling rains for the advancement of the grain crops. In the Balambangan, or the so-called new conquests in the east, affairs have indeed changed markedly for the better since the capture of the hideout Bayu in the autumn of 1772, the scattering of the rebels, the death of some, and the apprehension of other prominent leaders, together with the submission of most of the common desa folk; however, they have not yet been brought into such terms wherein they ought to be to ensure rest and peace.
Dutch transcription
Van Iavas oost kust den 57: februarij 174. — Van Iavas oosthust den 5. Februarij 174. In de boven of der vorsten landen heert gedeloff uist en wreede tee„ wijl men van cramans en andere kwad gespuis thans zelden iets hoord voor dat deselve te ondergebragt en uitgeroeijt sijn waar toe den minsamen keiser zijne onderhoorige aanmoedigd door premien en belooningen en den sulthan de sijne door gestringen medelen weet te noodsaaken. De rijksbestierders dier bij de vorsten sij in het gepasseerde maa jaar Circa drie maanden hier op Samarang geweest om de lang gesubsisteerde Negorijs verschillen af temaken en dat werk met veel toegevendheijd van skeijsers hof maar ongelovelijke Hairkloverijen van s sulthans ministers eijndelijk sijn beslag gekreegen hebbende sijn ook de register van de landen die ieder vorst actueel possideerd in gereedheid gebragt en door de wederzeijdsche ministers geteekend dog be„ „rusten nog onder mij tot dat de vorsten selfs bij een aparte„ Acte drie registers bekragtigd en elk anders Landen daar d na gegarandeerd sullen hebben het geen mij nood„ sakelijk voorkomt, om Eenigheeden en verschillen in het vervolg te prevenieeren Dewijl het oogluikende een gewoonte geworden is dat de sende„ „lingen die de koning van Bantam Iaarlijks naar Iava zend om catoen gaaren en andere articulen voor hen intehopen, zig naarde Mattarin begeeven en over en weer brieven en geschenken transporte„ „ren die egter altoos in presentie van het opperhoofd ontvangen of versonden worden en van weijnig belang sijn heeft sulks in 1773 ook plaats gevonden maar de sulthaan daar op mij door zijnen rijksbestierden hebbende laten kennis geven van sijn voor„ „nemen om reciproque eenige sendelingen van aan sien naar bantam te senden en versoeken om en vaartuig tot hun trans„ port heb ik het laatste direct gedeclunieerd, op fundament dat het eerste nog mimmer geschied sijnde ook door mij miet kond worden toegelaten dan mij zedert direct bij een brief desen in Copia onder E: Ht: bijgevoegd versogd hebbende uwE hoog Edelhee„ „den te bedeelen dat gaarne eene besending naar bantam wilde laaten afgaan gebruik ik de vrijheijd dat bij dese Eerbiedigst te doen, onder aanmerking dat ik tans wel niets gevaarlijks in de inwilliging op sig selfs vinde te meer het den sulthan Soo min als den koning te bantam aan canalen ontbreekt om heijmelijk buiten weeten van de Compagnie met Elkander Dewijl te - d 15 Van Jaldas oost kust den 5 februarij 17340. Van Iavasostkust den 5. februarij 174. — te corspondeeren maar egter daar en tegen mit verschuldigde onder„ werping aan uwer hoog Edelheeden veel wijser oordeel van gedagten ben dat de toelating van sulke nieuwigheden dewelke ook maar tot lasten van de compagnie strekken een vorst die soo als den sullhan hoe vreede lievend en welmenend hij schijnt en soo ik vertrouwe ook weesentlijk is :/ dog altoos tragtits te winnen waar door uijterlijk zijne grootheijd vermeerderd en sijne afhankelijkheijd verminderd word maar voet geeft om van tijd tot tijd zijne requisiten verder in zelfs tot ongereindheden te extendeeren soo als ik daar voor houde zijne Sustenue en vordering dat de Compagnie de rijtuijgen die hem voor heen geschonken en die thans geheel onbruikbaar sijn ook moest on„ derhouden dat dit met mijn voorkennisse door het gerepatrieerde opper„ hoofd Lapro in het voorjaar 17. als uit sig selfs om dat sulks nimmer geschieden ook nooijt door den Soesoehoenang gevergd was gedeclineerd en den sulthan met sijn requisit na mij overgeweesen sijnde heeft hij dan van tegen mij zelfs bij mijn aanweesen aan sijn hop niets gerept maar eerst onlangs sijn verlangen te kennen gegeven om aan uw E hoog Edelhee„ den voor hem te versoeken eene nieuwe wagen nevens een persians saard tot sijn eijgen gebruik endewijl hij nu hier inne niet wel sonder offensie te geeven sal te recuseeren sijn versoeke ik uwE: Hoog Edelheeden voor op Madura is alles ook uitterlijk wel sijnde den Pangerang met het nieuwe Iaar hier geweesten in Ianuari weder vertrokken soo meede in 's Compagnie verdere districten en regentschappen langs staand waar men alomme ieverig besig is met ploegen saaijen en planten en sig de thans vallende regent ten nutte te maaken tot bevordering van het hoorn gewaschen in het Balemboangsch of de soo genaamde nieuwe conquesten om de oost sijn zeederd de verovering van het schuil„ „nest bajoe in het najaar. 1772 de verstroonig der rebellen het om„ komen van eenige ende agterhaling van andere der voornaamste midgaders de onderwerping van de meeste der gemeene desaaken wel merkelijk ten goede veranderd egter nog niet indie termen gebragt waar inde„ selve dienen te verseeren om sig van rusten vreede te mogen verseekeren hem om een Caros coupe of wel qualificatie om er eene hier te mogen aanmakens die wat ruijm rijk verguld beschilderd en met geen fluwel bekleed is om in smaak te accordeeren met een soort gelijk rijtuijg dat in het voorleeden. Jaar hier particulier voor den keijser gemaakt sijn, „de met een sindelijk span tuigen voor ses paarden van rord turks leer gekost heeft ruijm rd„s en in het vervolg Een persiaans schimmel paard als de bij hem geprefereerde couleur wesende. wijl 17.
English
From Java's East Coast the 5th of February 1774. From Java's East Coast the 5th of February 1774. Since in the entire year 1773, apart from some preparation for the removal from the unhealthy Oeloepampang, nothing could be accomplished there except searching out by small commandos the rebels who might still be roaming about, and checking the continual landings and robberies by those of Noessa, though the latter with little effect, as in two distinct encounters our men, according to the Extracts E: S:, even with the abandonment of the son of the Bappa Larat who is still detained here and served as a guide, were obliged to take flight; and because these islanders have thereby become bolder, all apparent prospects have vanished of bringing them to submission by friendly means, and on the contrary the necessity has grown greater to force them thereto by might. For that reason I long all the more for the relief of European soldiers kindly promised by Your High Nobilities as soon as your own shortage at the principal place shall have been satisfied, and to undertake something against that island with better prospect of a speedy and good success, I take the liberty to propose to Your High Nobilities to charge the Pangerang of Madura and the Regent of Sumanap in the meantime with the preparation and keeping ready of 100 to 150 good warriors and suitable pantjallangs for their transport, in order to be able to cross over at the first order to the rendezvous to be named. Otherwise, Your High Nobilities' dispositions concerning Balemboangang and the other conquests bordering thereon promise, upon a good and prompt execution, a secure border and in time also profitable possessions of those districts; and in order to comply with the intention thereto, shortly after the receipt of Your High Nobilities' ever-venerated separate missive of 13 December 1773, I not only gave knowledge to the Commander in the East Point, Pieter Luzac, by a full extract therefrom, of Your very High Nobilities' pleasure and wise arrangements, but have since that time prescribed to him, in conformity therewith and for the immediate execution, that which appeared necessary to me of the remaining troops, and to land nowhere else than on Noessa, as well as to return to their own territory directly after the capture of that island, for as long as Noessa is not brought under the Company's obedience, peace in the Balemboangan area, I fear, will not be complete, because those islanders are indeed obliged to come seek their necessities on Java, besides the bad consequences which may result from their undisturbed correspondence with the whole of Bali, as also from the free arrival and departure of all kinds of foreign smugglers and especially the Company's well-known competitors. From Java's East Coast the 5th of February 1774. From Java's East Coast the 5th of February 1774. By letters of the 18th of January past, here respectfully annexed under L: K:, to which, on account of the extensiveness of the subject and in the hope that all that I have therein ordered and recommended to the Commander will meet with Your High Nobilities' approval, I request permission to refer, the said Commander, at my urging, already departed for Balemboangang on the 21st of January, and alongside him the new Regent, Maas Alit, who has assumed the name of his father, or that of Wiero Goeno, and whom I have here (having arrived with the Pangerang of Madura) provided with the customary insignia of honor, to arrive in his regency with some luster and to let him remain there forever. But since Your High Nobilities have specifically been pleased to exempt the inhabitants of the wild Balemboangang from all contributions in the first three years, and this, if not the only, is yet in itself the true means to revive those impoverished people who are destitute of everything and deserving of commiseration, and to bring the land into bloom again, I pray that the inhabitants of the other districts, or the so-called western part, may also enjoy the same prerogative, and I request therewith not only to know whether Your High Nobilities are also pleased to include under the general designation of contribution According to Your High Nobilities' determination regarding the servants in the Balembang district, among many a military lieutenant also being lacking, I propose to Your High Nobilities for that post the Ensign Iacob Guttenberger, serving at Oeloepampang, as an officer of whom a good testimony is given and who has also conducted and distinguished himself well in the first as well as in the latter troubles. The prisoners of war who are not considered as chiefs or leaders of the rebels have the lease of the import and export duties, which otherwise will not amount to much because the inability of the inhabitants does not suffice to carry on much trade, and foreigners ought not to be admitted there; but I also insist on authorization to farm out the collection of the birds' nests in the Balembrangang, Lamadjang, Malang, and Antang districts, in which the native [illegible] that the farmer must be assisted with a few hands just as in the past, but now for two years, or until the end of December 1775, for one thousand Spanish reals a year, or as much more as can be obtained; 4 atje of birds' nests that had been gathered before the Sourabaija Captain of the Chinese accepted the lease in 1773, have, in accordance with Your High Nobilities' special desire, been delivered to him.
Dutch transcription
Van Mar ostut den5 febuarij 174. Van Iavas oosthust den 5: Februarij 174. — wijl men daar in het geheele jaar 173. buiten eenige aanstal ter verhuising van het ongesonde oeloepampang niets heeft kunnen verrigten dan door kleijne commandos de rebellen die nog mogte swerven op te soeken ende continueele landing en rooverijen van die van Noessa tegen te gaan dog dit laatste met weinig effectalsoo wij twee onderscheijde ren„ „contres de onse blijkens de Extracten E: S: selfs met agterlaating van de soon van de hier nog gedetineerden bappa larat die voor weg wijser diende verpligt sijn geweest de wijk te moeten neemen, en hier door die Eilanders stouter geworden sijnde is alle apparente ver deee„ „nen, om hem door vriendelijke middelen tot Submissie te brengen en inte„ „gendeel de noodsakelijkheijd grooter geworden, om hen met magt daer toe te dwingen ik verlange uit dien hoofde te meer na het door uwE: Hoog Edelheeden gunstig toegesegde ontzet van europeesche krijgers soo dra eijgen gebrek ter hoofdplaatse sal weesen vervult en om met meer voor uitsigt van een spoedig en een goed suces tegen dat eijland iets te onderneemen gebruik ik de vrijheijd uwE: Hoog Edelheeden voor te stellen om den pangerang van madura en den regent van Sumanap intusschen op te dragen de ingereedheijd brenging en houding van 100 a 150 goede krijgers en betiwaame Pantjallangs tot derselver transport en op de Eerste ordre te kunnen oversteeken na de te benoemen renderous Anders belooven uwer hoog Edelheeden dispositien om„ „trent Balemboangang en de overige daar aan grensende conquesten bij eene goede prompte executie eene seekere grenste en in der tijd ook voordeelige posseses dier districten hebbende ik om aan de intentie daar toe te voldoen kort na den ontvangst uwer hoog Edelheeden altoos gevenereerde aparte missive van den 13. december 173 niet alleen den gesaghebber in den oosthoek Pieter Luzac, bij een voleedig Extract daar uit van hoogst derselver welbehagen en wijse schikkingen hem„ „nisse gegeeven maar hem sedert dien conform en tot de dadelijks uitvoe„ „ring het geene mij noodsakelijk voorgekomen is voor en aangeschreeven der overige Troupen, en nergens dan op moessa te landen mitsgaders direct na de overmeestering van dat eijland na de hunne te rug te keeren want so lange woessa met onder s Compagnies gehoorsaamheijd is gebragt sal vreede ik de rust in het balemboangsche niet volmaakt wesen om dat die eijlanders wel verpligt sijn haare noodruft op Java te komen soeken behalven de quaade sequeelen dewelke uit haaren ongestoorde Correspondentie met geheel balij soo meede uit den vrije aan en afvaard van allerlij vreemdelingen morshandelaars en insonderheijt scompagnies bekende competiteuren resulteren kunnen. der bij Van Java ost hus dan 5:' Febuarij 174 Van Javas ostCus dn 5: februrij 174 bij letteren van den 18: Jnuarij passato desen onder L: k: in erbied bij geregd waar aan ik, om de uitgebreidheijd der stoffe en in hoope dat alwat ik daar bij den gesaghebber opgedrage en aanbevolen hebbe de goed keu„ „ring uwer hoog Edelheeden wegdragen sal versoeke mij te mogen gedragen sijnde hij gesaghebber op mijne aansporing den 21. Januri bereets naar balemboangang vertrokken en nevens hem den nieuwen regent Maas Alit die de naam sijn vaders of die van wiero goeno aangenoomen heeft en ik hier /:als met den Pangerang van Madura aangekomen weesende :/ voorsien hebbe met de gewoone eere teekens om met eenige luster in sijn regentschap aan te koomen en deselve daar bij voor altoos te laten blijven maar vermits uw E: hoog Edelheeden bepaaldelijk de Jnwoonders van het verwilderde Balemboangang in de eerste drie jaaren van alle contributie hebben gelieven vrij te spreeken en dit soo niet wel het eenigste dan dog in sig selve het waare middel is om die verarmde van alles ontbloote commiteratie meriteerende manschen op te beuren en het landweder in fleur tebrengen bidde ik dat de Jnwoonders van de andere districten of het soo genaamde westelijke gedeelte meede van het selve prerogatief ouisseeren megon en versoeke daar bij niet alleen te weeten of uwen hoog Edelheeden onder de generaale benaming van contrabitie meede gelieven begreepen te Nade bepaling uwer hoog Edelheeden omtrent de dienaaren in het ba„ lembangsche monder veele ook een Licutenant militair oinanqueerende drage ik uwer hoog Edelheeden daar toe voor den te oeloepampang militeerende vendrig Iacob guttenberger als een officier van wien een goed getuigenis gegeven word en die sig ook in de eerste so wel als in de laatste troubelen wel gedragen en gedistingneerd heeft De krijgs gevangenen die niet als hoofden of aanvoerders vankrebellen hebben de pagt der men uitgaande regten die anders dog niet veel weesen sal om dat het onvermogen der jnwoonders niet toerijkt om veel handel te drijven en vreemde daar niet behooren te worden geadmiteerd maar insteere ook quali„ ficatie om den Insaam der vogelnessis in het balem brangang Lamadjang Malang en Antangsche waar bij den Inlander niets tijds alsdat den pag„ „ter met eenige weinige koppen moet worden g'atsisteerd even als in het voor„ leeden dog nu voor twee Jaaren of tot ult„o December 1715. te mogen ver„ „pagten voor Een duizend spaanse realen sjaars of soo veel meer als te bekomen sal sijnde 4: atje volgenweses die voor dat den Sourabaijasch Capitain der chineesen in 1773. de pagt aanvaarde, ingesameld waaren sijn ingevolge uwer hoog Edelheeden speciaale begeerte aan hem af„ „gegeven. hebben aangemerkt
English
From Java's North-East Coast, the 5th of February 1774. From Java's North-East Coast, the 5th of February 1774. could be considered, but rather should be regarded as misled, and having been detained at Sourabaija, have been sent back to Balemboangang; and the former provisional regent Iavanagara, having obtained the requested village in the Passarouang district, behaves properly under the open supervision of the faithful regent Nitinagara, living quietly. I have, upon his request, written to the Commander Luzac to permit his remaining family to move to Passourouang, provided that it is not too extensive and no disadvantageous consequences can arise therefrom. The old regent of Touban, Rasanagara, having been granted for his subsistence five villages chosen by himself, comprising a total of 62 tjatjas, has been discharged, and the administration of affairs in that regency has been conferred upon his son, who has assumed the name of Poerbowiedjoijo and is provided with a good patih. He has executed such a deed of engagement as I have the honour to present to Your High Excellencies under letter A; the kalangs having also been released from under the patih and placed again, to the satisfaction of those people, under their former ingebij Doedo Pattij. The collection of produce in 1773, being less in one item and more in another, but generally speaking, according to the presently dispatched answered requisitions of that year, having succeeded fairly well, I flatter myself with Your High Excellencies' satisfaction in that regard; while in a separate memorandum it can also be seen specifically what each chief, resident, and regent has delivered and contributed thereto, as well as what remained in arrears and due on the last of December; and as Your High Excellencies were already informed by general letter from here dated 25 September of the past year of the poorly succeeded crops in the districts of Pattij and Ioana, I must state herewith that a poor harvest followed upon it, and since I am convinced that the large arrears of the regents of Pattij, amounting to 402, and of Ioana, amounting to 259 coyans of rice, must be attributed to this and not to negligence or lack of vigilance, I also find myself obliged to solicit some accommodation for those regents and to request Your High Excellencies that two-thirds of their contingent for 1773, being 266 coyans, may be graciously remitted to those of Pattij, and the full obligation for that year, being 140 coyans, to those of Ioana; in which case those of Pattij will still remain in arrears by barely 136 coyans, and those of Ioana by 119 coyans of rice, and when the contingents for 1774 are added again, they will have to deliver 536 and 259 coyans respectively in this year to come to an even footing; to produce and fulfill which, the crop, as is also prayed from Heaven, will need to succeed particularly well. The regents of Damak were, on the last of December, still 940 coyans in arrears, and those of Sourabaija, after the last important cancellation of all former arrears, again 302 coyans in arrears; yet neither deserves that I should interpose on their behalf for a remission, because in their districts the crop and harvest succeeded well, and I know from experience that those of Damak, and especially the first regent, who for his share is also in arrears by more than 60 coyans more than his colleagues, are too careless and too inattentive to exert zeal and diligence when it is time to procure rice in order to fulfill their obligations; for had I not myself since the month of September employed all kinds of means and previously had the collection in Damak carried out by my own servants, they would be indebted for at least another 200 to 300 coyans more; while the regents of Sourabaija, judging from the constant complaints and reports of Commander Luzac regarding their slowness and lack of zeal, must also be quite indifferent regarding promises and duty, he describing, in the extract of the letter of 11 January accompanying this under No. 2, the second regent nevertheless as a young man who is attentive, ambitious, and docile, and only lacks a good guide; but on the contrary, the first as a completely different subject who would let things deteriorate even further if his father, the former first regent Tjondronogoro, who primarily for the sake of that son requested and thereupon obtained his dismissal in 1769, did not still keep an eye on many matters and, being of an age of roughly 70 years, does not now again possess sufficient capacity and ambition to conduct the direction himself. The pangerang of Madura on his contingent of 1773 still By a circular letter, a copy of which is enclosed herewith under letter M, I have pointed out their duty to the aforementioned and all other regents, exhorted them to apply everything now that it is time to promote the rice cultivation, and at the same time threatened anyone who shall fail in his duty; but whether this will take effect with all of them is more to be hoped than expected, as the inborn sluggishness and indifference of many is too great to be deterred without immediate examples.
Dutch transcription
23 Van Iavas oosthust den 5. februarij 174. Van Iavasost Cust den 5:' Februarij 1742. aangemerkt konden worden maar als verleid te considereeren en te soura„ „baija aangehouden weeren sijn naar Balemboangang te rug gesonden en den geweesen provisioneel regent Iavanagara de versogte negorij int Passarouangsche geobtineerd hebbende gedraagd sig niet de sijn onderhel open besigt van den trouwen regent Fitinagara Stilen wel hebbende. ik op sijn versoek den gesaghebber Luzac aangeschreeven om sijn agter gebleevene Familie de verhuising de verhuising naar Passourouang te permitteeren als namentlijk deselve miet te g'extendeerd is ener geene nadeelige sequeelen uit voortvloeijen kunnen. Den ouden regent van Touban Rasanagara ondertoevoeging tot sijn bestaan van vijf door hem selfs uitgekosen en het bes nego„ „rijen te samen groot 62. Tjatjas ontslagen en het bestier van saa„ men in dat regentschap aan sijnen soon die de naam van Poerbo„ wiedjoijo aangenoomen heeft en van een goede bepattij voor sien is opgedragen sijnde, heeft dese sodanige acte van verband gepasseerd als ik bij meer onder E: A: de eere hebbe uwer hoog Edelheeden aan tebieden zijnde ook de alangers van onder pattij ontslagen en weder tot genoegen van dat volkige gestel onder haaren voorigen Jngabij Doedo Pattij Den insaam van Producten in 1773. in het eene articul min en in het andere meer dog over hetalgemeen blijkens dethans afgaande beant„ woorden Eisschen van dat jaar tamelijk wel gereusseerd weesende flat„ „teere ik mij met uwer hoog Edelheeden genoegen deswegen, terwij wij eene aparte memorie ook specificq te sien is wat ieder opperhoofd re„ sident en regent daar toe geleeverd en gecontribueerd heeft mitsgaders ult„o december ten agteren en schuldig gebleeven is en bij gemeene let„ „teren van hier de dato 25: Sptember anno pass:o uwer hoog Edelheeden bereets kennissie gegeven sijnde van het slegt geslaagde gewasch inde districten van Pattij en van Doana, moet ik bij deesen seggen dat daar op een slegten oogst gevolgt is en vermits ik overtuijgd ben, dat daar aan en niet aan nalatigheijd of gebrek aan vigilantie de groote agter„ stallen den regenten van Pattij tot 402/: en van Soana tot 259. Coijangs rijst toegeschreeven moeten worden vinde ik mij ook verpligt eenige te gemoed koming voor die regenten te solliciteeren en uwE: hoog Edelheeden te versoeken dat die van pattij 2 /3 van hun contingent voor 173. zijnde 26 /6. Coiangs en aan die van Ioana de volle verpligting voor dat Jaar zijnde 140 Coiangs gratieus mag worden geremitteerd wanneer die van Pattij nog 136: coiangs schaars en die van Ioana nog 119 coijangs rijst ten agteren blijven en zij als men er de con„ tingenten voor 1774. weder bijvoegd in dit Jaar 536 en 259 het Coijangs 25. Javas oost Cust Den 5 Februaij 174 — Van Van Iavas oost hus den 2:' Februarij Ao 174 — coijangs respective om op een effen bodem te koomen leveren moeten om welke op te brengen en te voldoen het gewasch. bisonder wel de als ook van den hemel afgebeden word sal dienen te slaagen. De regenten van damak hebben ult:o december nog, 940 Coijangs en die van sourabaija (:na de laatste, importante quetschelding van alle voor„ jaarige agterstallen :/ ook weder op nieuw 302 Coijangs ten agteren gestaa„ dog geene meriteert dat ik mij thans voor hun interponeere om remis wijl in haare districten het gewasch en den oogst wel is geblagd en ik bij ondervinding hebbe dat die van damak / en in sonderheid den eersten die voor sijn aandeel ook rum 60 Coiangs meerder: dan sijn confraten ten agteren is :/ te sorgeloos ente in attent: sijn om wanneer het tijd is iever en vlijt aantewenden ter bemagtiging van rijst tot eijnde aan hunne verpligting te voldoen want had ik niet selfs seder de maand September allerlij middelen in het werk gesteld en door mijn eijgen bedienden den Insaan in Da„ maak voor heen laaten doen souden sij ten minsten nog 2 a 300 Coijangs meer schuldig weesen terwijl de regenten van soura„ baija nade geduurige klagten en rapporten van den gesaghebber Luzae overtraag en ieverloosheijd ooerdeelende ook wrij De pangerang van Madura op sijn Contingent van 1773. nog Ik heb bij circulaire missive waar van Copia onder E: M: hier nevens legd de opgemelde en alle andere regenten hun pligt voorgehouden aangemaand om nu het tijd is alles aan te wenden tot bevordering van de rijst culture en te gelijk bedreigde geen die in sijn plagtsal komen te manqueeren maar of dit bij alle van effect wesen sal is meer te hopen dan te verwagten alsoo veeler aangebooden vad sig luijen onverschillendheijd te grootis, om sig sonder dadelijke Exempelen te laten afschrikken. onverschillig omtrent belofte heden pligt moeten sijn beschrijvende hij bij het onder L:o 2: desen vesellend Extract missive van den 11. Januarij egter den tweeden als een Jongman die oplettend ambisieus en leersaam is en het maar aan een goede voorganger manqueerd dog daar en tegen den eersten als een geheel ander subject den welke het nog slegter soude laten leggen in dien sijn vader den voorigen eersten regent Tjondronogoro /die voornamentlijk ten gevalle van dien soon in 1769, zijn demissie vertogt en daar op geobtineerd heeft:/ het oog veele saaken niet nog liet gaan en ook in veemeer eenen plus minus to janigen ouderdom tans weder tragten vermogens en ambitie genoeg heeft om de directie selfs waar enemen. onverschillig 32
English
27. From Java's Northeast Coast, the 5th of February 1774 From Java's Northeast Coast, the 5th of February 1774 being 3¾ koyang of green katjang in arrears, which he affirms once again he cannot deliver due to the failed crop thereof in his districts, and for that reason, and in order to avoid remaining in arrears, requests permission to settle as in the past year at 40 rixdollars for each koyang. May it be permitted to me to submit this request to your High Nobilities and to ask for a favorable approval, because then, together with the remaining arrears of Sumenep and Pamekasan and the contingents for the present year 1774, it will amount to about 300 koyangs of katjang, which is more than the ordinary requisition for the capital, aside from the fact that purchases thereof could otherwise also be made in the Pekalongan district, as was recently done for Malacca at 30 Spanish dollars per koyang. The whole and half doits, during the gathering of rice and other produce in the past autumn, found such a ready market that here in Surakarta, in Yogyakarta, and at the residencies along the coast since the ultimate of August 1773, about 30000 rixdollars have been circulated, besides 25000 rixdollars that were sent to the Eastern Salient; and had one wished or been able to satisfy that demand in full, one could easily have issued as much again. But whether that would have been advisable, or will be in the future, I defer with submissive respect to your High Nobilities' far wiser judgment, since it has gone just as in the previous year, and I have expected that when the gathering of produce ceased, the doits would again flow in large numbers to the coast, currently circulating here already at 2½ to 3 percent below silver in value, and it will likely soon be the same in the Eastern Salient. For this reason I am deferentially of the opinion, not only that in order to keep that currency in credit, the tax farmers, as was done with good success in 1773 upon your High Nobilities' authorization by separate dispatch of the 2nd of March, should again be permitted to pay some doits toward their lease monies so as to store those receipts until the autumn or the time when the harvest of field crops begins again and the doits are in demand, but I also believe that in this manner the copper currency, with an annual supply of 20, 25, to 30000 rixdollars, can be kept continually in circulation and value. The remaining balance of whole and half doits today amounts here to 1375 rixdollars. I 29. From Java's Northeast Coast, the 5th of February 1774 From Java's Northeast Coast, the 5th of February 1774 I have the honor to call myself with the deepest submission and respect, /:was written beneath:/ High Noble, Right Honorable, and Most Respected Gentlemen, /:lower:/ your High Nobilities' most submissive and most dutiful servant, /:was signed:/ J. R. van der Burgh /:in the margin:/ Samarang, the 5th of February Anno 1774. That I shall be loyal and faithful to the aforementioned Illustrious Dutch Company in the regency and administration of its district of Brebes, and shall perform that service for the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the orders that will be given to me from time to time, whether from their High Nobilities at Batavia, the Governor and Director over this Coast at Samarang, or on their behalf through the Resident at Tegal. That I, as often as it is required, shall come to present myself at Samarang and even at Batavia to show my respect to the Company, my Sovereign, to whom I owe my welfare. I, the undersigned Puspa Negara, by the benevolence of the Illustrious General Dutch Chartered East India Company currently Regent of the Company's district of Brebes, under the title and honorary name of Tumenggung, declare and bind myself hereby, together with all my mantris great and small, to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed. Article 1. Article 2.
Dutch transcription
27. Van Javasoost ust Den 5:' Febuarij 174 — Van Iavasoostkust Den 5:' Feburj 174. 3.¾ coiang groene Cadjang ten agteren sijnde die hij betuigd alweder door het missukte gewasch daar van in sijne districten niet te kunnen leveren en daarom en om buiten agterstallen te blijven solliciteeren te mogen voldoen even als in het voorleden daar met rd„s 40: voor ieder Coijangs sij het mij geoorlofd de mistantie uwer hoog Edelheeden voorte dragen en en een gunstig fiat op te versoeken om dat dan nog de restanten te grisse die agterstallen van Sumanap en Pamacassang en de contigenten voor het presentie Iaar 174 te samen sullen bedragen circa 300 Coijangs Cadjang dat meer is aan ordinaire voor de hoofdplaats word geischt behalven dat anders ook inkoop daar van in het Paucalongangsch kan worden gedaan gelijk Jongst nog voor malacca is geschied tegen 3e decirang De duiten heele en halve hebben geduurende den insaam van rijst en andere producten in het gepasseerde na Jaar soo een willig debet ge„ „vonden dat hier te souracerta te Djoopocanta en op de residenten langs strand sedert ult„o aug„s 173 Circa voor 30000 ord„s zijn omgeset behalven rd„s 25000 die na den oosthroek gesonden sijn en hadt men aan dies trek ten vollen willen of kunnen voldoen soude men voor nog wel soo vel hebben kunnen uitgeven dog of dat wel raadsaam soude sijn geweest of in het ver„ volgweesen sal laaten ik aan uwer hoog Edelheeden vel wijser oordeel met submissive gedefereerd also het even soo is gegaan als in den voorleeden Iaare en ik verwagt heb dat als den insaam van producten Cesseerde de duiten weder in meenigte nade stranden vloeijen soude rouilleerende ook actueel hier reets tot 2½ a 3 p:r C: in cours beneden het selver in soo sal het waarscheijnelijk binnen korte in den oosthoek meede sijn waarom ik met onderwerping niet alleen van gevoelen ben dat ten eijnde die munt in credit te houden te houden de Pag„ ters soo als in 173. op uwer Hoog Edelheeden qua„ lificatie bij aparte missive van den 2. Maart met met goed succes is geschied weder diend te worden geper„ mitteerd onder haare Pagt-penningen Eenige Duijten te betaalen om die daar door Jnko„ „men opte leggen tot in het najaar of de tijd dat den Insaam der veld gewassen weder invald en de duiten gesogt worden maer ook vermeene dat op die wijse de koopere munt met een Iaarlijks fournis„ sement van 20. 25. â 30000 rd„s bij continuatie in Cours en waarde sal te houden sijn De restanten van heele en halve duiten bedragen op heeden hier d„s 1375. - Ik 29 Van Javas Oosthust den 5: Februaij 174. — Van IavasoostCust den 5:' Feburij 174. Ik heb de Eere mij met de meeste onderdanigheijd in Eerbied te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edelen gestrengen Groot Achtbaaren Heere en wel Edele Heeren /:Lager:/ uwer Hoog Edelheeden onderdanigeste en aller Trouwschul„ „digste Dienaar, /: was geteekent:/ I: R: van der Burgh /:in margine :/ Samarang Den 5. Februarij A:o 1774— Dat ik de voorschreeven doorlugtige nederlandsche maatschappije in het regentschap en bestier van haar landschap Brebes gehouw en ge„ trouw weesen en dien dienst ten beste van deselve en haare onderdanen met alle oplettendheijd gehoorsaamheijd en iever warneernen sal, agtervolgens de bevelen die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeven het sij van hunne hoog Edelheeden te batavia den heer gouverneur en directeur over deese kust te Samarang dan wel uit derselver naam door den resident te Tagal. Dat ik soo di kinils als het gerequireerd word mij sal komnen vertoonen te samarang en selfs te batavia om mijne Eerbied te be„ wijsen aan de compagnie mijnen opperheer, aan wien ik mijnen welvaard te danken hebbe Ik ondergeschreven Poespo Nagarra door de benevolentie van de doorlugtige generaale nederlandsche geoctroijeerde oost„ indische Compagnie altans regent van sCompagnies district bre„ „bes, onder den titul en eere naam van Tommongong, verklare en verbinde mij bij desen nevens alle mijne mantries groot en kleen tot de nakoming der ondervolgende voorwaarden welke ik belove getrou„ wellijk te sullen observeeren en doen observeeren. Art: Articul 1. Art: 2.
English
From Java's East Coast, the 5th of February 174 From Java's East Coast, the 15th of February 174 That I will not maintain any community or correspondence with inland or native regents and chiefs, nor with others who do not fall under the Company alongside me, and above all with no one outside Java, without obtained special permission thereto from the Lord Governor and Director at Samarang. That I likewise for that reason will not meddle any further with the trade that is carried on from outside in the land of Brebes than the Company shall come to order and allow me, but that I with all loyalty and attentiveness will work to prevent and oppose all smuggling and everything that might be put into effect to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether it be in opium, textiles, or other articles of commerce or trade, from the other side of Java, Bali, and the further islands situated to the east, including also Bawean or the island of Lubok, as well as from Borneo or elsewhere, wherever it might come from and go to; and that I, on the contrary, will maintain the shahbandar offices of the Company located in the land of Brebes according to the old customs, seek to improve them as much as is in my power, and also in that regard do and observe everything that shall be ordered and assigned to me on behalf of the Company. Article 3. Article 4. Article 5. 31. 33. From Java's East Coast, the 15th of February 174. From Java's East Coast, the 1st of February 174. That in acknowledgement of the great favor shown to me, and as a token of my dutiful loyalty to the Company, I will annually at Mulud not only bring up and pay at Samarang that which was of old determined for this district: 195 Spanish reals or 243 rixdollars and 45 stuivers, saying two hundred forty-three rixdollars and forty-five stuivers Dutch, for Jalyas money, but also deliver and provide in the Company's warehouses at Tagal at the latest before the end of the month of October: 50, saying fifty, koyans of rice at fifteen Dutch rixdollars the koyan, besides some koyans of white table rice at twenty of the same rixdollars the koyan, also 5, saying five, piculs of cotton yarn, as much as possible of the first sort, 5, saying five, piculs of indigo, if the crop yields that quantity, and otherwise as much as will be at all possible for me, of the first or best sort, both at the Company's fixed prices, alongside 500, saying five hundred, pieces of timber beams at 20 stuivers in buffalo money for each beam, to which I hereby, under forfeiture of the regency entrusted to me, solemnly bind myself with the promise to increase the quantity of rice and the number of beams to the 10 koyans of rice and 1500 pieces of beams delivered from the regency of Brebes in earlier times at the aforementioned payment, with increasing prosperity of the land and when it appears that the forests can deliver so much wood, provided that one or the other is demanded of me by the Lord Governor and Director. Article 6. That in case the Company, beyond the aforementioned 50 koyans of rice which I, as stated before, am obliged to deliver annually without fail or any contradiction, should need even more rice and were to purchase that grain or also other products of the land in its regency of Brebes at the Company's ordinary purchase price or market price, I will by no means oppose it, but on the contrary, as befits and is proper for a loyal regent, will seek to facilitate and advance those purchases from my side as much as possible, binding myself hereto in such a solemn manner that if I remain in default thereof, I will willingly subject myself to the penalties and punishments that shall be imposed upon me on behalf of the Company. Article 7. Article 8. That in order to better fulfill this my obligation and vow, I will not only personally constantly urge my subordinates to the cultivation of the lands and lease no villages or desas to Chinese or others without special foreknowledge and permission from the Governor and Director over this Coast, but I will also strictly oppose and seek to prevent as much as possible all clandestine purchasing of rice in the district placed under me, and likewise its export to places not under Java, and particularly to lands not falling under the Company; and furthermore, except for those who are permitted to do so on behalf of the Company, allow no one else to purchase rice except for necessary sustenance before my determined contingent of 50 koyans aforesaid shall actually have been delivered and received into the Company's warehouses at Tagal. That I furthermore, likewise will deliver daily at Tagal, and keep ready, that which
Dutch transcription
Van Iavas oostust Den 5: ferurij 174 Van Iavasoosthust Den 15: Februarij 174 Dat ik niet boven of binnenlandsche regenten en hoofden even min als met andere die niet nevens mij onder de Compagnie forteeren en voor al met niemaand buiten Java geen gemeenschap ofte Correspon„ „tentie houden sal, sonder daar toe erlangde speciale permissie van den heer gouverneur en directeur te samarang. Dat ik ook eeven daarom mij met de negotie die van buiten in het land brebes gedreven word niet verder sal bemoeijen als de Compagnie mij komt te ordonneeren en toelaten sal, dog dat ik met alle trouwe en oplettentheijd sal maken weren en tegengaan alle sluijkerijen en alles wat tot nadeel van s Comp: negotie of inkomsten alhier mogte werden in het werk gesteld het sij in amfioen kleden of andere artikelen van handel of negotie soo van de overwal van Iava, balie en de verdere eilanden daar bevosten zeggende ook de baviaan of het eiland lubock als van bornes of elders van waar en waar na toe het soude moogen wesen en dat ik in tegen„ deel de sabandharijen van de Compagnie in het land van brebes leggende volgens de oude gebruiken sal mainctineeren soo veel in mijn vermogen is soeken te verbeteren en ook daar omtrent Articul 3. te doen en te observeeren alles wat mij scompagnies wegen sal gelatten op„ „gedragen worden Dat ik in erkentenisse van grote gunste mij bewesen, en tot een blijk mijner schuldige trouwe aan de maatschappije jaarlijks met Moeloet niet alleen sal op brengen en te samarang voldoen de van ouds voor dit dis„ trict bepaalde. 195. Spaanse reaalen of rd„s 243. 45. — /: zegge twee honderd drie en veertig rd„s en vijfenveertig stuivers hollands, vor Jaljas geldemn maar ook uitterlijk voor het uitgaan van de maand october in Scompagnies pakhuisen te tagal besorgen en leveren. 50. /: segge vijftig/ Coijangs rijst tegen rd:s vijftien hollands desoijang buiten eenige coijangs witte tafel rijst tegen twintig gelijke rijks„ daalders de coijangs voorsook 5/: Zege vijf picols atongaren soo vel doelijk van de inste Cot l: an 5: /: zeg vijff picols indigo, indien het gewasch die quantiteijt uit leverd en anders soo veel mij maar immers mogelijk sal sijn, Eerste of beste soort beide tegens & Compagnies bepaalde prijsen nevens. 500 /: zegge vijfhondert:/ pees balken tegen 20 stuivers aan buffels gelden voor ieder balk, waar toe ik mij bij desen onder verbeurte van Articul 4. Ant: 5. 31. 33. Van Javas oostCust den 15: Februarij 174. — Van Javas Oostkust Den 1: Februaij 174. — van het mij toe vertrouwde regentschap Solemneel verbinde met belofte om de quantiteijt rijst en het getal balkien te sullen vermeerderen tot de vroeger tijden uit het regentschap van brebes geleverde 10 oijangs rijst en 1500 pees balken tegen voormelde betaling bij toenemende florisance van het land en wanneer blijkit dat de bossen soo velhout uit leveren kunnen mitsgaders het of ander door den heer gouverneur en directeur van mij gevorderd word. Dat ik ingevalle de compagnie boven de voorschreeven 50 Coijangs rijst die ik gelijk voorgesegd verpligt ben jaarlijks sonder fouten Eenige tegenspraak te leveren nog meerder rijst mogte beno„ „digd wesen en die korl of ook wel andere producten van het land in haar regentschap Brebes, tegens ordinaire sCompa„ gnies inkoops dan wel markts prijs liet inkoopen mij geen„ sints daar tegen aankanten, maar in tegendeel die op„ koops van mijn kant soo als een getrouw regent toes, „taat en betaamt soo veel mogelijk sal soeken te faliciteeren en bevorderlijk maken verbindende :/ mij hier toe op een sodanig solemneele wije dat ik daar omtrent in gebreken blijvende wij guvilig salonderwapen aan de prenaliteiten en straffen Art. 6: Dat ik om deese mijne verpligting en gelofte te beter gestand te doen niet alleen mijne onderhoorige selfs steeds tot de bebouwing der landen aansetten en gene negorijen of desjaas aan chineesen of andere buiten speciale voorkennisse en permissie van den gouverneur en directeur over dese kust verhuuren sal maar ook allen clandestienen opkoop van rijst in het district onder mij gesteld, en so ook dies uitvoer naar plaatsen niet onder Java, en wel insonderheijd naar laanden niet onder de Compagnie sorteerende so veel mogelijk strengelijk sal tegengaan en soeken te weren mitsgaders buiten de geene die sulks Compagnies wegen word gepermitteerd door nie„ „maand anders rijst als tot nooddruft sal laten inkopen voor dat mijn bepaalde Contingent van 50 Coijangs voor„ „meld, wesentlijk in scompagnies pakhuisen te Tagal sal besorgd en ontvangen sijn Dat ik voorts, almede dagelijks te Tagal besorgen, en gereed doen houden sal. die mij van wegen de Compagnie sal werden opgelegt. Ant: 7. Ant 8. die
English
235 From Java's East Coast the 5th of February 1774. From Java's East Coast the 5th of February 1774 — 12 battons to cut grass, and 1 prahu mayang, excluding the vessels that are required for cruising against pirates, besides 3 horses in my regency for the transport of letters and other services of the Company, all purely for that. Furthermore, I promise, alongside the pepatihs and javas given to me by the Company, not to settle any matters of any importance concerning the subjects except with the communication and consent of the aforesaid Lord Governor and Director, but that I shall henceforth refer all delinquents and criminals, according to the order of the Company, to the landraad at Samarang, and content myself solely with the settlement of small disputes of little importance. Likewise, I promise in general to treat the subjects of the Company's regency of Brebes, both great and small placed under my supervision, in all justice and fairness, not to impose any new burdens, not to dismiss, wrong, or replace any of my mantris, much less javas or pepatihs, but that whenever any of them might behave disloyally or improperly toward me, or even so much more toward the Company, I shall first give notice thereof and implore assistance, even if necessary to a provisional arrest of their persons and goods, then turning the matter over for decision to the Lord Governor and Director at Samarang. Article 9. Furthermore, I seriously promise that I shall continually endeavor to live in all peace and friendship with everyone, and likewise cause my subordinates to maintain all peace and friendship among one another, and that I shall not interfere in the least with the government of the bordering lands or claim any authority over such territories, but on the contrary shall live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who have been appointed by the Company as regents in those lands and their subordinates, the more so because it is also the Company's orders to the inhabitants of those lands, and this thus tends to mutual peace and prosperity. Article 10. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made in this document and which in time might require any further determination, I shall conform to the pleasure of the Company, and shall obey the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, with zeal and diligence; as a token and proof that I shall sacredly fulfill and intend to fulfill the contents of this act and the promises and obligations made therein without the least deviation, as well as observe and cause them to be observed without the least contradiction, I have signed with my hand and sealed with my seal this act of bond, together with two others of the same content, upon the oath that was solemnly taken by me on the Quran upon assuming the administration over the Company's land of Brebes. Underneath stood: Tagal, the 12th of July 1773. Thus done, signed, and sealed in my presence. Signed: J. R. van den Burgh. Lower stood: In my knowledge. Signed: Bolk. 37. From Java's East Coast the 5th of February 1774. From Java's East Coast the 5th of February 1774 — We, the undersigned, Raden Tjara Nagara and Setra Rono, by the singular goodness of the illustrious General Netherlands Chartered East India Company currently regents of the Company's district of Tagal under the title and honorary name of Raden Tumenggung and Tumenggung respectively, bind ourselves hereby together, and each one in particular, alongside all our mantris, great and small, none excepted, to the fulfillment of the following conditions and terms, which we promise faithfully to observe and cause to be observed: Article 1. That we shall be loyal and faithful to the aforesaid illustrious Netherlands Company, our supreme lord, in the administration of its district of Tagal placed under us, and shall attend to the service for the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, pursuant to the orders that shall be given to us from time to time, whether from the High Indian Government at Batavia, the Lord Governor and Director of this Coast, or on their behalf by the Resident of the Company's lodge here at Tagal. Article 2. That we shall personally appear when it is required of us.
Dutch transcription
235 Van Javas ost ust den 5:' Febuarij 174. Van Java oest Cust den Feburij 174 — 12 battons om grat te suijden, en 1. prauwmajang /: buiten de vaar„ tuigen die ter bekruijssing tegen de zerovers worden gerequireerd:/ nevens 3. paarden op mijn regentschap tot transport van brieven en andere Scomp: diensten alle voor net wijders beloove ik nevens de pepattijs en Iavas door de compagnie mij gegeven, geene saken van eenige aangeleegendheijd de onder„ 1 „daanen betreffende afte doen dan met Communicatie en toestem„ „ming van den heer gouverneur en directeur voormeld, maar dat ik alle delinquanten en misdadigers. voortaan na de ordre van de Compagnie sal renvoijeeren aan den landraat tot Samarang, en mij eenelijk te vreede houden met de afdoening van klenie geschillen van weijnig belang gelijk ik ook in het algemeen belove de onderdaanen van sComp: regentschap brebes soo wel grote als klenie onder mijn opsigt gesteld, in alle regt en billijkheijd te behandelen geene nieuwe lasten opte leggen geene van mijne mantries veel min Jafas of pepattijs te verstoten te verongelijken of te verwisselen, maar dat ik wanneer Art: 10. Eijndelijk en ten laatsten dat ik in alle extra ordinaire voorvallen waar van in dese met spcial is gesproken en die in der tijdeenige nadere wijders belove ik sericuselijk dat ik meteenieder geduurig in alle vreede en vriendschap sal tragten te leven, mitsgaders mijne onder„ horige onder den andere ook alle vreede, en vriendschap doen onderhouden en dat ik mij met de regeering van de aangrensende landen in het minst niet bemoeien op over sodanige landschappen eenig gesag aan, „matig maar in teegendeel met de geene die door de Compagnie als re„ „genten in die landen aangesteld sijn en haare onderhoorige in alle vreede vriendschap en goede nabuurschap leven sal, te meer dat ook Scompagnies bevelen is, aan de Jnwoonders van die landen en sulks dus tot wedersijdsche rusten welvaard komt te strekken. Nat: 12. iemand van deselve sig ontrouwt of onroonlijk tegens mij ofer nog soo veel meer tegens de compagnie gedragen mogte alvoorens daar af kennisse geven en assistentie imploreren sal selfs des noods tot een provisioneele arresteering van desselfs persoonen en goederen gevende de saak dan over ter decisie van den heer gouverneur en directeur te Samarang reiand. bepaling Art: 9. Art: 11: 37. Van Iavas ostCus don Feturij 174. Van Javas oost ust den 5: Februrij 174. — bepaaling mogte requireeren mij aan het goedvinden van de compagnie gedragen, en de ordres die daar omtrent het sij in cas van eenige verande„ ring of te andersints mogte gegeven worden, soo wel met iever en vlijt sal obedieeren als ik tot een teken en bewijs dat ik den inhoud deser acte ende daar bij gedaane beloften en verbintenissen sonder de minste afwijking heijlig sal nakomen en mene natekomen mitsgaders onderhouden en doen onderhouden sonder deminste tegenspraak dese acte van verband nevens nog twee van gelijken inhoud met mijn hand ondertekend en met mijn zegul verse„ „geld hebbe op den eed die door mij bij de aanvaarding van het bestier over sComp: land brebes op den alcoran plegtig d afgelagd /:onderstond:/ Tagal den 12. Julij 1773. Aldus gedaan; ge„ teekend en gesegeld ten mijnen overstaan /:bagarek:/ I: R: van den Burgh /:lager:/ In kennisse Bolkke getwr Ccouba van mij /:geteekend:/ Dat wij de voorschreeven doorlugtige nederlandsche maatschappije onsen opperheer in het onder Ons gestelde bestier van haar district Ta„ „gal gehouw en getrouw wesen en den dienst ten besten van deselve en haar onderdaanen met alle oplettendheijd, gehoorsaamheijden iever waarneemen sullen agtervolgens de bevelen die ons van tijd tot tijd sullen werden gegeven het zij van de hoge indieische regeering tot batavia den heere gouverneur en directeur deser kiuste, dan wel uit derselver naam door den resident van sCompagnies logie hier te tagal Fet: 2. Dat wijle dituel als het van ons geraquireed word oms personelijk Wij ondergetekende andje TJaera Nagara en Serong Rono door de sonderlinge goedheijd van de doorluchtige generale nederlandsche. g'octroijeerde oostindische maatschappij altans regenten van scomp: dis„ „trict tagal onder den titul en eere naam van radeen tommongong en tommongong respective verbinden ons bij desen te samen, en een ieder in het bijsonder, nevens alle onse mantries grooten kleen, geen uitgesonder beij tot de nakoming der ondervolgende conditien en voor„ waarden welke wij beloven getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren zullen Art: 7.
English
From Java's East Coast, the 5th of February 174. From Java's East Coast, the 5th of February 174. to come and present ourselves at Samarang and even at Batavia to show our submissive respect to the Company, our sovereign lord, to whom we owe our entire prosperity and advancement. Art. 3. That we, on the other hand, shall not maintain any relations or correspondence with inland or interior regents and chiefs, nor with others who do not fall under the Company alongside us, and especially with no one outside Java, without obtained special permission thereto from the Lord Governor and Director at Samarang. Art. 4. That we, for that very reason, shall also not interfere with the trade conducted from outside into the land of Tagal any further than the Company shall come to order and permit us; but that we, with all loyalty and attentiveness, shall guard against, prevent, and counteract all smuggling and everything that might be undertaken to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, textiles, or other articles of commerce or trade, both from the opposite coast of Java, Bali, and further islands lying east thereof, as well as Bawean or the island of Lubook, or from elsewhere, from wherever and to wherever it might be; and that we, on the contrary, shall maintain the Company's syahbandar posts located in the land of Tagal according to old customs, seek to improve them as much as is in our power, and regarding this do and observe everything that shall be ordered and assigned to us on the Company's behalf. Art. 5. That we, in recognition of the great favor shown to us and as proof of our everlasting obliged loyalty to the Company, shall yearly in the month of Mulud not only bring up and pay at Samarang that which was determined of old for this district: 617 Spanish reals at 171 percent, meaning seven hundred seventy-one rixdollars and forty-two stuivers Holland, for the pacat money, but also deliver and supply to the Company's warehouses here at the latest before the end of the month of October: 700, meaning seven hundred, koyans of rice at fifteen Holland rixdollars per koyan, besides some koyans of white table rice, at twenty equal rixdollars per koyan, alongside: 13, meaning thirteen, piculs of cotton yarn, as much as possible of the finest sort, Letter A, at the Company's price; whereto we solemnly bind ourselves by this under forfeiture of the regency entrusted to us, as well as to assist the regency of Brebes with as many span of buffaloes as are necessary for dragging away the timber beams that must be delivered to the Company. From Java's East Coast, the 5th of February 1774. From Java's East Coast, the 5th of February 174. Art. 6. That in case the Company, over and above the aforementioned 700 koyans of rice which we, as aforesaid, are obligated to deliver yearly without fail and any dispute, should require even more rice and were to purchase that here, or also other products of the land in its regency of Tagal, at the ordinary Company purchasing or market price, we shall in no way oppose this, but on the contrary shall seek to facilitate and advance that purchase as much as possible, as fits and beseems loyal regents; binding ourselves hereto in such a solemn manner that, should we remain in default regarding this, we shall willingly submit ourselves to the penalties and punishments that shall be imposed upon us on behalf of the Company. Art. 7. That we, in order to better honor this our obligation and vow, shall not only ourselves constantly urge our subordinates to cultivate the lands and lease no negorijen or desas to Chinese or others without special prior knowledge and permission from the Lord Governor and Director over this Coast, but shall also as much as possible strictly oppose and seek to prevent all clandestine purchasing of rice in the district placed under us, and likewise its export to places not under Java, and especially to lands not falling under the Company; and furthermore shall allow no one else, except for those who are permitted to do so on behalf of the Company, to purchase rice except for bare necessity, before our stipulated contingent of 700 koyans aforesaid shall have been substantially delivered and received into the Company's warehouses at Tagal. Art. 8. That we, furthermore, shall also daily provide and keep ready here in the service of the Company's ordinary works, together: 120 batur laborers for the service of the Company's lodge and warehouses; 4 mayang proas, besides the vessels that are required for defense against the pirates; 6 horses; and during extraordinary events, including the unloading and loading of the Company's ships, an additional 60 batur laborers with the necessary vessels, all for free; however, we request that these latter may not be demanded of us outside the aforementioned cases and necessity for the Company's service.
Dutch transcription
Van Iavas oost kust Den 5: Feburij 174. Van Iavas oost cust Den 5:' Februarij 174. komen vertoenen te Samarang en selfs te Batavia om onde erbidigheijd te bewijsen aan de Compagnie onsen opperheer aan wien wij onse geheele welvaard en bevordering te danken hebben. Dat wij daar en tegen met boven of binnen landsche regenten en hoof„ den even min als met andere die niet nevens ons, onder de Compagnie sorteren en voor al met niemand buiten Iava geen gemenschap of ores„ pondentie houden sullen, sonder daar toe erlangde speciale permissie van den heere gouverneur en directeur te sSamarang. Dat wij ook eeven daarom ons met de negotie die van buiten in het land tagal gedreeven word niet verder sullen bemoeijen als de Compagnie ons komt te ondonneeren en toelaten sal, dog dat wij, met alle trouwe en op„ „lettendheijd sullen waken weren en tegengaan, alle sluikerijen en alles wat tot nadeel van s Compagnies negotie of inkomsten alhier mogten werden in het werk gesteld het zij in amfioen kleeden of andere articulen van handel of niegotie soo van de overwal van Dava balie ende ver„ dere Eilanden daar beoosten leggende ook de baviaan of het eiland Lubook als van boamer ofelaens, van waar en waar natoe het soude magen weten en dat wijn tegendel de Cabandharijen van de Compagni in het dat wij in erkentenisse van de groote gunste ons bewesen en tot bewijs van onse eeuwig durende schuldige trouwe aan de compagnie Iaarlijks wet moelot niet alleen sullen opbrengen en te Samarang voldoen de dat van ouds voor dit district bepaalde. 617. spaans realinop r:o 171 / /sage seven houden een en seventig rd„s en twee en veertig stuivers holb: / voor tpatjaas gelden maar ook utter„ lijk voor het uitgaan van de maand october in 'scompagnies pakhuisen alhier besorgen en leveren: 700 /: zegge seven honderd Cogjangs rijst tegen vijftien rijksdaalders hollands de coijangs buiten eenige Coijangs witte tafelrijst, tegen twin„ tig gelijke rijksdaalders de Coijang nevens. V 13 /: zegge Dertien :/ picols Catoen gaven so veel doenelijk van de fijnste soort L=ra A: tegen Scompagnie pijs, waartoe wij ons bij desen onder verbeurte van het ons toevertrouwde regent„ schap solemneel verbinden so wel als om het regentschap van Boebes te sulen afsiteeren met so vel sanen buffes als nodig sijn t het afslepen land van Tagal leggende volgens de oude gebruiken sullen manctineeren soo veel in ons is soeken te verbeteren, en daar omtrent te doen en te obser„ „veeren alles wat ons scompagnies wegen sal gelasten opgedragen woorde Land der Art 3. Art: 4. . E Ant 5. 41. Van Javas Oostkust den 5: Februarij 1774. Van Iavasoost hust den 5den Februarij 174. — der balken die aan de compagnie moeten geleverd worden. datwij ingevalle de compagnie boven de voorschreeven 700 coijangs rijst die wij gelijk voorsegt verpligt sijn Iaarlijks sonder fout en Eenige tegenspraak te leveren nog meerder rijst mogte benodigt wesen en die hiorl of ook wel andere producten van het land in hare regentschap tagal tegens ordinaire scompagnies in koops dan wel markts prijs liet inkoopen, ons geen sints daar tegen sullen aankanten maar in tegendeel die opkoop van onse kant als getrouwe regenten toe staat en betaamd, soo veel mogelijk sullen soeken te faliciteeren en bevor„ derlijk maken verbindende ons hier toe op een sodanig solemneele wijse dat wij daar omtrent in gebreken blijvende ons gewillig sublen onderwerpen, aan de peenaliteiten en straffen die ons van wegen de compagnie sullen werden opgelegd. Aot 7. Dat wij om deese onse verpligting en gelofte te beter gestand te doen niet alleen onse onderhoorige self steeds tot de bebouwingen der landen aansetten en gene negorijen of dessaas aan Chineesen of andere buiten Speciaale voorkennisse en permissie van den heer gouverneur en directeur over deese hust verhuuren sullen maar ook allen clan„ Dat wij voorts almeede ten dienste van sComp: ordinaire werken alhier dagelijks sullen besorgen en gereed doen houden tesamen 120 battoors te dienste van 'SComp: logie en pakhuisen 4. prauwmajangs /:buiten de vaartuigen die ter bekouissing tegen de zeeroovers worden gerequireerd. 6. paarden en bij extra ordinaire voorvallen ook van ontlossing en belading van sCompagnies schepen daar boven nog 60 battoons met de benoodigde vaartuigen, alle voor niet dog welke laatste wij versoeken dat buijten de voorschreeven gevallen en noodsakelijkheijd tot SCompagnies dienst van ons niet mogen geveugd worden. destienen op koop van rijst in het district onder ons gesteld, en soo ok dies uitvoer naar plaatsen niet onder Iava en wel insonderheid naar landen niet onder de compagnie sorterende, soo veel mogelijk strongelijk sullen tegen gaan en soeken te weeren, mitsgaders buiten de geene die sulks sComp=s wegen word gepermitteerd door niemand anders rijst, als tot noodruft sullen laten inkopen voor dat ons bepaalde Contingent van 700 coijangs voormeld wesentlijk in s Compagnie pakhuisen te tagal sal besorgd en ontvangen sijn destienen Hcteulg Aat: 6: Aat: 8.
English
43 From Java's East Coast the 5th of February 1742. From Java's East Coast the 5th of February Anno 1742. Furthermore, we promise, alongside our bupatis and jaksas granted to us by the Company, not to settle any matters of any importance concerning the subjects except in communication with and by permission of the aforementioned Governor and Director, but that we shall henceforth refer all delinquents and criminals to the Landraad at Semarang according to the order of the Company, and content ourselves solely with the settlement of petty disputes of minor importance. Article 9. Just as we also generally promise to treat the subjects of the Company's regency of Tegal, both high and low, placed under our supervision, with all justice and equity, not to impose any new burdens, not to dismiss, wrong, or replace any of our mantris, much less the jaksas or bupatis, but that whenever any of them should conduct themselves unfaithfully or dishonorably toward us, and all the more so toward the Company, we shall give prior notice thereof and implore assistance, even if necessary proceeding to a provisional arrest of their persons and property, submitting the matter for decision to the Governor and Director at Semarang. Article 10. Furthermore, we seriously promise that we shall constantly endeavor to live with everyone in all peace and friendship, as well as to make our subordinates maintain all peace and friendship among one another, and that we shall not interfere in the slightest with the government of the bordering lands, nor usurp any authority over such lands, but on the contrary shall live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who have been appointed by the Company as regents in those lands and their subordinates, the more so because this is also the Company's command to the inhabitants of those lands, and this thus serves toward mutual peace and prosperity. Article 11. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made in this document, and which in time might require any further definition, we shall abide by the discretion of the Company, and shall obey the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, with zeal and diligence, as well as, as a sign and proof that we shall sacredly fulfill and strictly observe, as well as maintain and cause to be maintained without the least objection, the contents of this deed and the promises and obligations made therein without the least deviation, we have signed this deed of bond alongside two others of the same content with our own hand and sealed it with our seal upon the oath that was solemnly taken by us upon the Quran at the assumption of the administration over the Company's land of Tegal. Below stood: Tegal the 12th of July 173[illegible]. Lower: Thus done, signed, and sealed in my presence. Was signed: J. R. van der Burgh. In the margin stood: Witnessed by me, Signed: C. P. Boltze, sworn clerk. Article 12. From Java's East Coast the 5th of February 174[illegible]. From Java's East Coast the 5th of February 174[illegible]. — 45 I, the undersigned, Raden Nagara, by the benevolence of the Illustrious Dutch United Chartered East India Company presently Regent of the Company's district of Pemalang under the title and honorific name of Tumenggung, hereby declare and bind myself, alongside all my mantris, high and low, to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed: Article 1. That I shall be loyal and faithful to the aforementioned Illustrious Dutch Company in the regency and administration of its district of Pemalang, and shall perform that service for the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal according to the commands that shall from time to time be given to me, whether by Their High Mightinesses at Batavia, the Governor and Director over this coast at Semarang, or in their name by the Resident at Tegal. Article 2. That I also, precisely for that reason, shall not meddle with the trade conducted from outside in the land of Pemalang any further than the Company shall come to order and permit me, but that I shall with all loyalty and attentiveness watch over, prevent, and counter all smuggling and everything that might be carried out to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, textiles, or other articles of commerce or trade, both from the opposite coast of Java, Bali, and the further islands lying to the east thereof, including Bawean or the island of Lubok, as well as from Borneo or elsewhere from where and to where it might be, and that on the contrary I shall maintain the shahbandar posts of the Company situated in the land of Pemalang according to ancient customs as much as is in my power. Article 3. That I shall hold no communication or correspondence with upland or inland regents and chiefs, nor with others who do not fall under the Company alongside me, and especially with no one outside Java, without having obtained special permission thereto from the Governor and Director at Semarang. Article 4. That I shall appear at Semarang and even at Batavia as often as it is required, to show my respect to the Company, my sovereign lord, to whom I owe my prosperity.
Dutch transcription
43 Van Javasoost ust den 5:' Fetuarij 1742. Van Iavas oost Cust den 5:' Februarij Ao 174 wijders beloven wij novens onse popattijs en Iacas door de compagnie aan ons gegeeven gene saken van eenige aangelegendheijd de onderda„ „nen betreffende afte doen dan met Communicatie en toestemming van den heer gouverneur en directeur voormeld maar dat wij alle delinquanten en misdadigers voortaan na de ordre van de Compa„ „gnie sullen renvoijeeren aan den landraad tot Samarang, en ons eenelijk te vreeden houden met de afdoening van kleine geschillen van weijnig belang gelijk wij ook in het algemeen belooven de onderdanen van s Compagnies regentschap Tagal So wel groote als kileine, onder ons opsigt gesteld in alle regten billijkheijd te behandelen gene nieuwe lasten opteleggen, ge„ „ne van onse mantries, veel min Jaxas of pepaltijs te verstoten te ver„ ongelijken of te verwisselen, maar dat wij wanneer iemand van deselve sig ontrouw of onroomlijk tegens ons op nog soo veel meer tegens de Compagnie gedragen mogte alvoorens daar af kennisse geven en assis„ tentie imploreeren sullen selfs des noods tot een provisioneele arresteering van desselfs personen en goedere gevende desaak dan over ter decisie van den heer gouverneur en Directeur te Samarang Eindelijk en ten laatsten; dat wij in alle extra ordinaire voorvallen waar van in deese met speciaal is gesprooken, en die in der tijd eenige nadere bepaling mogte requireeren ons aan het goed vinden van de compagnie gedragen en de ordres die daar omtrent het sij in cas van eenige verande„ „dering ofte andersints mogte gegeven worden, soo wel met iever en vlij„ sullen obedieeren als wij tot een teken en bewijs dat wij den inhoud deser acte, en de daar bij gedaane beloften en verbintenissen Sonder de minste afwijking heilig sullen nakomen en mene na tekomen mitsg: onder„ houden en doen onderhouden sonder de minste tegenspraak dese acte wijders belooven wij Serieuslijk dat wij met eenieder geduurig in alle vaede en vriendschap sullen tragten te leeven mitsgaders onse onderhoorige onder den anderen ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden en dat wij ons met de regeering van de aangrensende lande in het minste niet bemoeijen of over sodanige landschappen eenig gesag aanmatigen, maar in teegendeel met de geene die door de compagnie als regenten in die landen aangesteld sijn en haare onderhorige in alle vreede, vriendschap en goede nabuurschap leven sullen, te meer dat ook sComp:s beveelen is aan de inwoonders van die landen en sulks dus tot weder Eijdsche rusten welvaard komt te strekken, Articul 11: Articul van Art 9:' Ant: 10. Art: 12. Van Javasoost Cus de 5 februrij 174 Van Iavas oostkust Den 5 Februarij 174. — 45 van verband nevens nog twee van gelijken inhoud met eijgen hand onderteekend 8 en metons zegel verkegeld hebben op den Eed die door ons bij de aanvaarding van het bestier over 's Comp:s land tagal op den Alcoran plegtigs afgelegd /:onderstond/ Tagal den 12. Julij 173./lager/ Aldus gedaan geteekend en gezegeld ten mijnen overstaan. /:was geteekend:/ I: R: vander Burgh /:ter zijdestond:/ Inkennisse van mij /:geteekend:/ C: P: Boltze gesw:schriba Ik ondergeschreeven Rasa Nagara, door de benevolentie van de Voorlugtige generaale neederlandsche geoctroijeerde ost Indische Compagnie„ altams regent van sCompagnies district Pamalang onder den titul en eere naam van tommongong verklare en verbinde mij bij desen nevens alle mijne mantries groot en klein tot de nakoming van de ondervolgende voorwaarden welke ik beloove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren Datik de voorschreeven doorlugtige nederlandsche maatschappije in het regent„ schap en bestier van haar landschap Pamalang gehouw en getrouw wesen en dien dienst ten beste van deselve en hare onderdanen met alle op lettentheijd, ge„ hoorsaamheijd en iever waarneemen sal agtervolgens de beveelen die mij van tijd to tid sullen worden gegeven het sij van hunne hoog Edelheeden te Batavia aen heer gouverneur en directeur over dese kust Te Samarang dan wel uit derselver naam door den resident te Tagal Dat ik ook eeven daarom mij met de negotie die van buiten in het land Pamalang gedreeven word niet verder sal bemoeien als de Compagnie mij komt te ordonneeren en toelaten sal dog dat ik met alle trouwe en op„ lettendheijd sal waken weeren en tegengaan alle sluikerijen en alles wat tot nadeel van S Compagnies negotie of inkomsten alhier mogte werden in het werk gesteld het sij in amfioen kleden of andere Articulen van handel of negotie soo van de overwal van Dava balie en de verdere ilanden daar be„ oosten leggende ook de baviaan of heteijland lubock als van borner of elders van waar en waar natoe het soude mogen wesen en dat ik in tegendael de sabandharijen van de compagnie in het land van Lamalang leggende vol„ gens de oude gebruken sal manitineeren soo vel in mijn vermogen is Dat ik met boven of binnenlandsche regenten en hoofden eeven min als met andere die niet nevens mij onder de Compagnie sorteeren en vooral met nie„ „mand buiten Java, geen gemeenschap ofte correspondentie houden sal sonder daar toe erlangde speciaale permissie van den heer gouverneur en directour tesamaring Dat ik so dikwils als het gerequireerd werd, mij sal komen vertonen te Samarang en selfs te Batavia op mijne Eerbied te bewijsen aan de Compagnie mijnen opper heer aan wien ik mijnen welvaard te dankien hebbe. Acticule Art zoeken Aat1. Art: 4. Art: 3.
English
From Java's East Coast, the 5th of February 1774. From Java's East Coast, the 5th of February 1774. Article 5. seek to improve, and also concerning that, to do and observe everything that shall be ordered and assigned to me on behalf of the Company. That, in recognition of the great favor shown to me and as a sign of my owed fidelity to the Company, I shall annually at Maulud not only bring up and pay at Samarang the 247 Spanish reals or 308 1/6 rixdollars, that is three hundred and eight rixdollars and forty-five Dutch stuivers, determined from of old for this district as tatjas monies, but also deliver and supply at the Company's warehouses in Tagal at the latest before the end of the month of October: 250, that is two hundred fifty, koyans of rice at fifteen Dutch rixdollars the koyan, besides some koyans of white table rice at twenty of the same rixdollars the koyan, and furthermore also 6, that is six, picols of cotton yarn, as much as possible of the finest sort, etc., per year, and 7, that is seven, picols of indigo if the crop yields that quantity, and otherwise as much as shall be possible for me, of the first or best sort, both at the Company's fixed prices. To which I solemnly bind myself hereby under forfeiture of the regency entrusted to me, as well as to supply and deliver, whenever the Company sees fit again to have timber cut in the forests falling under Pamalang, as many beams as shall be required. Article 6. That in case the Company, beyond the aforementioned 250 koyans of rice which I am obliged to deliver annually without fail and any contradiction as aforesaid, might require still more rice and should purchase that grain, or indeed other products of the land in its regency of Pamalang, at the ordinary Company purchase prices or market prices, I shall by no means resist it, but on the contrary shall seek on my part to facilitate and promote that purchase as much as possible, as befits and becomes a loyal regent; binding myself to this in such a solemn manner that, if I fail in this regard, I shall willingly submit myself to the penalties and punishments that shall be imposed upon me on behalf of the Company. Article 7. That in order the better to fulfill this my obligation and vow, I shall not only constantly encourage my subordinates themselves to the cultivation of the lands and shall lease no negorijs or dessas to Chinese or others without the special prior knowledge and permission of the Governor and Director over this coast, but also shall oppose immediately as much as possible and seek to prevent all clandestine purchase of rice in the district placed under me, and likewise its export to places not under Java and especially to lands not subject to the Company; and furthermore, except for those who are permitted to do so on behalf of the Company, I shall allow no one else to purchase rice other than for bare subsistence before my fixed contingent of 250 koyans aforesaid shall have been actually delivered and received in the Company's warehouses at Tagal. Article 8. That I furthermore shall also daily provide and keep ready at Tagal: 16 bantoers to cut grass, and 1 mayang prahu, besides vessels that are required for cruising against the pirates, along with 3 horses in my regency for the transport of letters and other services of the Company, all for free. Article 9. Just as I also promise in general to treat the subjects of the Company's regency of Pamalang, both great and small placed under my supervision, in all justice and fairness, to impose no new burdens, not to cast off, wrong, or replace any of my mantris, much less jakas or patihs, but that when someone Article 10. Furthermore, I promise not to settle any matters of any consequence concerning the subjects together with the patihs and jakas assigned to me by the Company, except with the communication and consent of the Governor and Director aforesaid; but that henceforth, in accordance with the Company's orders, I shall refer all delinquents and criminals to the Landraad at Samarang, and content myself solely with the settlement of minor disputes of little importance.
Dutch transcription
47. Van Javas oost Cust den 5 Denbrurij Ao 174. Van Iavasoostkust den 5.:' Februarij 174. soeken te verbeteren en ook daar omtrent te doen en te observeeren alles wat mij compagnies wegen sal gelast en opgedragen worden. Dat ik in erkentenisse van de groote guneste mij beweesen en tot een lijk mij„ „ner schuldige trouwe aan de Maatschappije Jaarlijks met Moelot, niet alleen sal opbrengen, en te Samarang voldoen de van ouds voor dit district bepaalde 247 Spaanse reaalen of rd:s 38: 1/6 zege drie hondert en agtrd:s en vijf en veertig stuijvers hollands voor tatjaas gelden maar ook uitterlijk voor het uitgaan van de maand October in Scom„ pagnies pakhuijs en te Tagal besorgen en Leveren. 250 /: zegge twee honderd vijftig:/Coijangs rijst tegen rds vijftien hollands de Coijang, buiten eenige Coijangs witte tafel rijst tegen twintig gelijke rd„s de Coijang voorts ook. 6 /:zegge zes:/ picols Catoen garen soo veel doenlijk van de fijnste Soort &:a A:o en. 7. /: Segge seven :/ picols Indigo indien het gewas die quantiteijt uitleeverde en anders soo veel als mij mogelijk sal sijn eerste of beste soort beide tegen sComp: bepaalde paijsen. waar toe ik mij bij desen onder verbeurte van het mij toevartrewede Dat ik om deese mijne verpligting en gelofte te beter gestand te doen niet alleen mijne onderhoorige selfs steeds tot de Dat ik ingevalle de compagnie boven de voorschreeven 250 Coij„ „angs rijst die ik gelijk voorgesegd verpligt ben Jaarlijks sonder fout en eenige tegenspraak te leveren nog meerder rijst mogte benoodigd wesen en dien korl op ook wel andere producten van het land in haar regentchap pamalang tegens ordinaire sComp: inkoops dan wel maekte prijs liet inkopen mij geensints daar tegen aantanten maar in te„ gendeel die op koop van mijn kant soo als een getrouw regent toestaat en betaamd soo veel mogelijk sal soeken te failiteeren en bevorder„ „lijk maken verbindende mij hier toe op een sodanig solenneele wijse dat ik daar omtrent in gebreken blijvende mij gewillig sal onderwerpen aan de peenaliteijten en Straffen die mij van wegen de Compagnie sal werden opgelegd. Art: 7. Articul 6. regentschap Solemneel verbinde soo wel als om wanneer de Compagnie we„ „der goedvind in de houd bosschen onder Pamalang sorterende te laten kappen soo veele balken te sullen leveren en opbrengen, als worden gerequireerd regentschap bebouwing Art: 5. 49 Van Javatoot Cust Den 5:' Februaij 174. van Iavas oostkrust den 5. Februarij 1774. bebouwing der landen aansetten en geene negorijen of dessas aan Chineesen of andere buiten speciaale voorkennisse en permissie van den heer gouverneur en directeur over deze kust verhuuren sal maar ook allen clandes„ tienen op koop van rijst in het district onder mij gesteld en soo ook dies uitvoer naar plaatsen niet onder Iava en wel insonderheid naar landen niet onder de Compagnie sorteerende soo veel mogelijk staen„ gelijk sal tegen gaan en soeken te weeren mits gaders buiten de geene die sulks sCompagnies wegen word gepermitteerd door niemand anders rijst als tot noodarust sal laten inkoopen voor dat mijn bepaalde Contingent van 250 Caijangs voormeld wesentlijk in s Comp: pakhuisen te tagal sal besorgd en ontfangen sijn Art: 8. Dat ik voorts almeede dagelijks te tagal besorgen en gereed doen houden sal. 16 battoors om gaat te snijden en 1 prauw majangs buiten vaartuigen die ter gelijk ik ook in het algemeen belove de onderdanen van sComp: regentschap pamalang, soo wel grote als kleene onder mijn opsigt gesteld in alle regt en billijkheijd te behandelen geene nieuwe lasten op te leggen geene van mijne mantries veel min Jacas of Pepattijs te verstoten te verongelijken of te verwisselen maar dat ik wanneer wijders beloove ik nevens de pepattijs en Iacas door de Comp: mij gegeeven geene saken van eenige aangelegentheijd de onderdanen betreffende afte doen dan met Communi„ catie en toestemming van den heer gouverneur en di„ reiteur voormeld maar dat ik alle delinquanten en misdadigers voortaan na de ordre van de compagnie sal renvoijeeren aan den landraad tot Samarang en mij eenelijk te vreeden houden met de afdoening van kleijne geschillen van weijnig belang. bekruijssing tegen de seerovers worden gerequireerd nevens 3 paarden op mijn regentschap tot transport van brieven en andere sComp: diensten alle voor niet bekrussing iemand Art 9. Ant 10
English
From Java's North-East Coast, the 5th of February 1774. From Java's North-East Coast, the 5th of February 1774. should any of them behave faithlessly or dishonourably towards me or, so much the more, towards the Company, before giving notice thereof and imploring assistance, I shall, if necessary, even proceed to a provisional arrest of their persons and goods, leaving the matter then to the decision of the Governor and Director at Samarang. Article 11: Furthermore, I solemnly promise that I will constantly strive to live in all peace and friendship with everyone, and also make my subordinates maintain all peace and friendship among one another; and that I will not in the least interfere with the government of the bordering lands, nor usurp any authority over such lands, but on the contrary live in all peace, friendship, and good neighbourliness with those who are appointed by the Company as regents in those lands and with their subordinates, all the more because this is also the Company's command to the inhabitants of those lands, and this thus tends towards mutual peace and prosperity. Article 12: Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein, and which in time might require any further determination, I will conduct myself according to the pleasure of the Company, and will obey the orders that might be given regarding this, whether in case of any change or otherwise, with zeal and diligence; as I, in sign and proof that I will sacredly fulfil and intend to fulfil and maintain the contents of this deed and the promises and obligations made therein without the least deviation, without the least contradiction, have signed this deed of obligation together with two others of the same content with my own hand and sealed it with my seal, on the oath that was solemnly taken by me on the Quran upon assuming the administration over the Company's land of Pamalang. Tagal, the 12th of July 1773. Thus done, signed, and sealed in my presence. Signed, J. R. van der Burgh In my presence, Signed, C. P. Boltze, witness. 51. 53. From Java's North-East Coast, the 5th of February 1774. From Java's North-East Coast, the 5th of February 1774. I, the undersigned, appointed by the favour of the Illustrious Dutch General Chartered East India Company, at present regent of the Company's district of Wieradessa under the title and name of honour of Tumenggung, bind myself hereby, together with all my mantris, to the fulfilment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed: Article 1. That I will be faithful and true to the aforesaid Illustrious Dutch Company in the regency and administration of its district of Wieradessa, and will perform that service to the best of its and its subjects' interest, with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the commands that will from time to time be given to me, whether by Their High Excellencies at Batavia, the Governor and Director over this Coast at Samarang, or in their name by the Resident at Paccalongang. Article 2. That, as often as it is required, I will personally appear at Samarang and even at Batavia to show my respect to the Company, my sovereign lord, to whom I owe my prosperity and promotion. Article 3. That, in recognition of the great favours shown to me and as a sign of my dutiful loyalty to the Company, I will annually at Mawlid not only deliver and pay at Samarang what has of old been determined for this district... Article 4. That I will, precisely for that reason, not interfere with the trade carried on from outside into the land of Wieradessa any further than the Company comes to order and allow me; yet that I will, with all loyalty and attentiveness, watch over, prevent, and oppose all smuggling and everything that might be put into practice to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, cloths, or other articles of trade or commerce, both from the opposite shore of Java, Bali, and the other islands lying to the east thereof, as well as the Bawean or the island of Lubock, or from Borneo or elsewhere, wherever it might come from and go to. Article 5. That I will hold no communication or correspondence with upland or inland regents and chiefs, nor with others who do not, alongside me, fall under the Company, and especially with no one outside Java, without having obtained special permission thereto from the Governor and Director at Samarang. 223.
Dutch transcription
Van Javasoost kust den 5. februarij 1774. Van Iavas ost cust Den 5:' Februaij 174— iemand van deselve, sig ontrouw of onvromelijk tegens mij ofnog soo veel meer tegens de Compagnie gedragen mogte alvorens daar af kennisse geven en assistentie imploreeren sal selfs des noods tot een provisioneele arresteering van desselfs persoonen en goederen gevende de saak dan over ter decisie van den heer gouverneur en directeur tesamarang Articul 11: Wijders beloove ik Sireusselijk dat ik met een ieder geduurig in alle vreede en vriendschap sal tragten te leven mitsgaders mijne onderhoorige onder den andere ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden en dat ik mij met de regeering van de aangrensende landen in het minst niet benreijen of over sodanige landschappen eenig gesag aanmatigen maar in tegendeel met de geene die door de compagnie als regenten in die landen landen aangesteld sijn en hare onderhoorige in alle vreede vriendschap en goede nabuurschap leven sal temeer dat ook sCompagnies bevelen is, aan de Jnwoonders van die landen en sulks dus tot wedersijdsche rust en welvaard komt te strekken Eindelijk en ten laatsten dat ik in alle extra ordinaire voorvallen waar van in deet met specialis gesproken en die in der tijdeenig nadere bejaeling mogte requireeren mij aan het goedvinden van de compagnie gedragen ende ordres die daar omtrent, het sij in cas van eenige verandering ofte ander„ sints mogte gegeeven worden soo wel met iever en vlijt sal obedieeren als ik to een teeken en bewijs dat ik den inhoud desen acte en de daar bij gedaa„ om beloften en verbintnissen sonder de minste afwijking heilig sal nakomen en mene natekomen mitsgaders onderhouden, zonder de minste tegensprak dese acte van verband nevens nog twee van gelijken inhoud met mijn hand onderteekend en met mijn zegul verzegeld hebbe op den Eed die door mij bij de aanvaarding van het bestier over 'sComp: land Pama„ „lang op den alcoran plegtig is afgelegd /:onderstond:/ Tagal den 12. Iulij 1773. /:lager:/ Aldus gedaan geteekend en gezegeld ten mijnen overstaan /:was geteekend/ I: R: van der Burgh, /:ter seijde stond:/ Inkennisse van mij /:was gteekend:/ C: P: Bollze getuic: Articul 12:' Art: 12 I H 51. 53 Van Javasostus den5: Febuij 173 Van Iavasoosthust den 5:' Februarij 174. Ik ondergeschreven DH op Dievigo doorde onevotatie van de doorlugtge generaale neederlandsche geoctroijeerde oostindische compagnie altans regent van 's Compagnies district wieradessa onder den titul en eere naam van tom„ mongong verbinde mij bij desen, nevens alle mijn mantrie tot de nakoming der ondervolgende voorwaarden welke ik belove getrouwelijk te sullen obsen„ veeren en doen observeeren. Dat ik de voorschreeven doorlugtige nederlandsche Maatschappije in het regentschap en bestier van haar landschap wieradetsa gehouw en getrouw weesen en dien dienst ten beste van deselve en hare onder„ danen met alle oplettentheijd gehoorsaamheijd en iever waarnemen sal agtervolgens de beveelen die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeven het sij van hunne hoog Edelheeden te batavia den heere gouverneur en directeur over dese kust te samarang dan wel uit denselver naam door den resident te Paccalongang Dat ik soo dikwils als het gerequireerd word mij persoonlijk sal komen vertoonen te samarang en selfs te batavia om mijne eerbied te bewijsen aan de Compagnie mijnen opperheer aan wien ik mijn wel„ vaard en bevordering te danken hebbe Dat ik in erkentenisse van de groote gunste mij beweesen en tot een blijk mener schuldige trouwe aan de Maatschappije Jaarlijks met moeloet niet alleen sal op brengen ente samarang voldoen de van ouds voor dit dis „trict bepaalde Dat ik ook eeven daarom mij met de negotie die van buiten in hetland wieradessa opdreven word niet verder sal bemoeijen als de compagnie mij komt te ordonneeren en toelaten, sal dog dat ik met alle trouwe en oplettentheijd sal waken weren en tegengaan alle sluikerijen en alles wat tot nadeel van 'sCompagnies negotie of inkomsten alhier mogte werden in het werk gesteld het sij in amfioen kleden op andels andere articulen van handel of negotie soo van de overwal van Iava balie en de verdere eijlanden daar berosten leggende ook de Baviaan of het eiland lubock als van borner of elders van waar en waar na toe het soude mogen wesen. Dat ik met boven of binnen landsche regenten en hoofden even min als met andere die niet, nevens mij onder de comp: sorteeren en voor al met niemand buiten Java geen gemeenschap ofte correspondentie houden sal sonder daar toe erlangde speciaale permissie van den heer gouver„ maurendirecteurte amauang. 223 Art1. A: 2 Art 5. Art: 4. Art: 3.
English
From Java's East Coast the 8th February 174 From Java's East Coast the 5th February 174. 23 Spanish reals or 18 rixdollars 45 stuivers, that is one hundred seventy-eight and forty-five stuivers Holland currency, for tjatja moneys, but also to deliver and supply at the latest before the end of the month of October into the Company's warehouses at Paccalongang 100, that is one hundred, koyans of rice at fifteen rixdollars Holland currency per koyan, besides some koyans of white table rice at twenty of the same rixdollars per koyan; furthermore also 2, that is two, piculs of cotton yarn, as much as possible of the finest sort, Letter A, and 12, that is twelve, piculs of indigo if the crop yields that quantity, and otherwise as much as will be at all possible for me, of the first or best sort, as well as the cotton yarn, at the Company's fixed prices, whereto I solemnly bind myself by this under forfeiture of the regency entrusted to me. That in case the Company, beyond the aforementioned 100 koyans of rice which I am obliged to deliver yearly without fail and any contradiction as aforesaid, should need still more rice and should have that paddy or also other products of the land bought up in her regency of Wieradessa at the ordinary Company purchasing or market prices, that in order to better fulfill this my obligation and vow I will not only constantly encourage my subordinates themselves to cultivate the lands and will lease no villages or dessas to Chinese or others without the special prior knowledge and permission of the Governor and Director of this coast, but also will strictly oppose and seek to prevent as much as possible all clandestine buying up of rice in the district placed under me, as well as the export thereof to places not under Java, and especially to lands not subject to the Company, and moreover will permit no one else to buy up rice except for necessity, outside of those who are permitted to do so on the Company's behalf, before my stipulated contingent of 100 koyans aforementioned will have been delivered and received into the Company's warehouses at Paccalongang, I shall by no means oppose this, but on the contrary shall seek as much as possible to facilitate and promote those purchases from my side, as becomes and behooves a faithful regent, binding myself hereto in such a solemn manner that, if I remain in default thereof, I shall willingly submit myself to the penalties and punishments that will be imposed upon me on behalf of the Company. Stat: 8 Ant 7. Art: 6: From Java's East Coast the 5th February 174. From Java's East Coast the 5th February 174 That I furthermore also daily at Paccalongang shall supply and keep ready 12 battoos, not counting their loerras or chiefs, 1 prau mayang, outside of the vessels that are required for cruising against the pirates, alongside 2 horses in my regency for transports, letters, and other services of the Company, as well as during extraordinary occurrences also for the unloading and loading of the Company's ships, and in addition the necessary battoos and vessels, all for free, which latter however I request may not be demanded of me outside of the aforementioned cases and necessity for the Company's service; furthermore I promise, together with the pepattis and jaksas given to me by the Company, to settle no matters of any importance concerning the subjects other than with the communication and consent of the Governor and Director aforementioned, but that henceforth I will refer all delinquents and criminals to the Landraad at Samarang according to the order of the Company, and content myself solely with the settlement of small disputes of little significance. As I also in general promise to treat the subjects of the Company's Art 9. Furthermore I seriously promise that I will continuously endeavor to live with everyone in all peace and friendship, as well as cause my subordinates to maintain all peace and friendship among one another, and that I will not interfere in the least with the government of the adjoining lands or assume any authority over such lands, but on the contrary will live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who are appointed as regents in those lands by the Company, and their subordinates, the more so because these are also the Company's orders to the inhabitants of those lands, and this thus tends to mutual peace and prosperity. Art: 11: regency of Wieradessa, both great and small, placed under my supervision, in all justice and fairness, to impose no new burdens, to dismiss, wrong, or change none of my mantris, much less the jaksas or pepattis, but that whenever any of them might conduct themselves unfaithfully or dishonorably toward me, or even much more toward the Company, I shall first give notice thereof and implore assistance, even if necessary to a provisional arrest of their persons and goods, leaving the case then for the decision of the Governor and Director at Samarang. regency Not 12 Art: 8: Art w. f C to
Dutch transcription
Van Iavas oost Cust Den 8: Febr 174 Van Iavas oost ust den 5 febr: 174. 23. realen spomn of rd:o 18 5 sge tekonderd agt en seventigen vijf en vartig stuijvers hollands:/ voor TJatjas gelden, maar ook uitterlijk voor het uitgaan van de maand october in 's Compagnies pakhuisen te Paccalongang besorgen en Leveren. 100 segge een honderd: Coijangs rijst tegen r„ hollands vijftien de coijang buiten eenige Coijangs witte tafel rijst tegen twintig gelijke rijksd„s de coijangs voorts ook 2. /zegge twee:/ picols catoen gaven soo veel doenlijk in definste soort, L:a A: en 12 /: zegge twaalff picols indigo indien het gewas die quantiteijt uitleverd, en anders soo veel mij immers maar mogelijk sal sijn eerst of beste soort, soo wel als het catoen garen tegens Compagnies bepaalde prijsen waar toe ik mij bij desen onder verbeurte van het mij toevertrouwde regentschap Solenneel verbinde. Dat ik ingevalle de Compagnie boven de voorschreeven 100 Coijangs rijst die ik gelijk voorgesegt verpligt ben jaarlijks sonder fout en Eenig tegen paak te leveren nog meerder rijst mogte benodigd wesen en die koul of ook wel andere protucten van het land in haar regentschap wiera dessa tegens ordinaire sCompagnies inkoops dan wel markets prijs liet inkopen Dat ik om dese mijne verpligting ten gelofte te beter gestand te doen niet alleen mijne onderhoorige selfs steeds tot de bebouwing der landen aan„ setten en gene negorijen of dessaas aan chineesen of andere buiten speciale voorkennisse en permissie van den heer gouverneur en directeur over deese kust verhuuren sal maar ook allen Clandettienen opkoop van rijst in het district onder mij gesteld en soo ook dies uitvoer naar plaatsen niet onder Javaen wel insonderheijd naar landen niet onder de Comp: sonterende soo veel mogelijk strengelijk sal tegen gaan en soeken te weeren mitsgaders buiten de geene die sulks Compagnies wegen word gepermitteerd door niemand anders rijst als tot noodruft sal laten inklopen voor dat mijn bepaalde Contingent van 100 Coijangs voormeld wetentlijk in s Comp: pakhuisen te Paccalongang sal besorgen ontfangen sijn mij geensints daar tegen aankanten maar in teegendeel die op koops van mijn kant soo als een getrouw regent tostaat en betaamt soo veel mogelijk sal soeken te faciliteeren en bevorderlijk makende verbindende mij hier toe op een sodanig Colemneelewijs, dat ik daar omtrent in gebeeken blijvende mij gewillig salonderwerpende peenaliteijten en straffen die mij van wegen de comp: sullen werden opgelegd. Stat: 8 „ Ant7. Art: 6: Van Javasoostkust den5 februarij 174. — Van Iavasoost Cust den 5. Februarij 174 Dat ik voorts almeede dagelijks te Taualongang besorgen en geree donhouden sal 12. battoos ongereekend derselver Loerraas of hoofden. 1. prauwmajangs (: buiten de vaartuijgen die ter bekruijssing tegen de zeeroovere worden gerequireerd :/ nevens 2. paarden op mijn regentschap tot transporten brieven en andere SCompagnies diensten mitsgaders bij extra ondinaire voorvallen ook van ontlossing en belading van s Comp: sheepen daar en boven de benoodigde battoons en vaartuigen alle voor niet dog welke laatste ik versoeke dat buiten de voorschreven gevallen en noodsakelijkheijd tot 's Comp dienst van mij niet mogen gevergd worden wijders beloove ik neevens de pepattijs en Jafas door de Compagnie aan mij gegeeven geene saken van eenige aangeleegendheijd de onder„ danen beteffend afte doen dan met communicatie en toestemming van den heer gouverneur en directeur voormeld maar dat ik alle delinquanten en misdadigers voortaan na de ordre aan de Compagnie sal renvoijeeren aan den landraad te samarang en mij eenelijk te reeden hooden met e sooning van kline gechillen van weijnig belang. gelijk ik ook in hetaligem een belovede onderdanen van Congnes Art 9. Wijders beloove ik Serieuselijk dat ik met en ieder geduurig m alle reede en vriendschap sal tragten te leven mitsgaders mijne onderhoorige onder den anderen ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden en dat ik mij met de regering van de aangaende landen in het minst niet bemoeijen of over sodanige andschappen eenig gesag aannatigen maar inteegendeel met de geene die door de compagnie als regenten in die landen aangesteld sijn en haare onderhoorige in alle vreede vriendschap en goede na buurschap leven sal te meer dat ook sCompagnies beveelen sijn aan de Jnwoonders van die landen en sulks dus tot weder zijdsche rusten welvaard komt te steken Art: 11: regenschap wieradessa soo wel groote als kleine onder mijn op tigt gesteld in alle regten bilijkheijd te behandelen geene nieuwe lasten op te beggen geene van mijne mantries veel min Japas of pepattijs te verstolen te verongelijken ofte verwisselen maar dat ik wanneer emand van deselve sig ontrouw of on„ vroomlyjk tegens mij of nog soo veel meer tegens de compagnie gedragen mogte alvoorens daar af kennisse geeven en assistentie imploreeren sal selfs des noods tot een provisionel aresteering van desselfs persoonen goederen geevende de saak dan over ter devisie van den heer gouverneur en di„ „recteur te samarang. regentschap Not 12 Art: 8: Art w. ƒ C to
English
From Java's East Coast, the 5th of February 174 From Java's East Coast, the 5th of February 174. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences whereof is not specially spoken herein, and which in time might require any further determination, I shall conduct myself according to the good pleasure of the Company, and shall obey with as much zeal and diligence the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, as I, in token and proof that I shall sacredly fulfill the contents of this act and the promise and obligation made hereby without the least deviation, and intend to fulfill, as well as maintain and cause to be maintained without the least contradiction, have signed this deed of obligation together with two others of the same tenor with my own hand and sealed them with my seal, upon the oath that was solemnly taken by me on the Quran upon assuming the administrative government over the Company's land of Wieradessa. Below stood: Paccalongang, the 25th of July 1773. Lower: Thus done, signed, and sealed in my presence. Was signed: I. R. van der Burgh. In the margin stood: In the presence of me, was signed: C. P. Boltze, sworn scribe. That I, as often as it shall be required of me, shall present myself in person at Samarang and even at Batavia to show my respect to the Company, my sovereign lord, to whom That I shall be true and faithful to the aforesaid illustrious Dutch Company, my sovereign lord, in the administration of its district of Paccalongang placed under me, and shall perform the service to the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, pursuant to the orders that shall be given to me from time to time, whether from the High Indian Government at Batavia, the Lord Governor and Director of this Coast, or in their name by the Resident of the Company's lodge here at Paccalongang. I, the undersigned Jasa Ningvat, through the singular favor of the Illustrious General Dutch Chartered East India Company, acting regent of the Company's district of Paccalongang under the title and name of honor of Raden Adipatti, bind myself hereby, together with all my mantris, great and small, none excepted, to the fulfillment of the following conditions and terms, which I promise faithfully to observe and cause to be observed. I Article 12. Article 1. Article 2. 61 From Java's East Coast, the 5th of February 174 From Java's East Coast, the 5th of February 1742 I have to thank for all my prosperity and promotion. That, on the contrary, I shall not maintain any intercourse or correspondence with regents and chiefs of the upper or inland country, any more than with others who are not subject to the Company alongside me, and above all with no one outside Java, without having obtained special permission thereto from the Lord Governor and Director at Samarang. That for the same reason I shall also not meddle with the trade carried on from outside into the country of Paccalongang any further than the Company shall come to order and allow me; but that I shall, with all faithfulness and attentiveness, watch over, prevent, and oppose all smuggling and everything that might be undertaken to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, textiles, or other articles of commerce or trade, both from the other coast of Java, Bali, and the further islands lying to the east thereof, also Bawean or the island of Lubok, as well as from Borneo or elsewhere from where and whither it might be; and that, on the contrary, I shall maintain the Company's syahbandar offices situated in the country of Paccalongang according to the ancient customs, and seek to improve them as much as is in my power. That, in acknowledgment of the great favors shown to me and as proof of my everlasting bounden fidelity to the Company, including the share of the Ngabehi Wirjo Dipoura for the one thousand tjatjas which he possesses from the regency of Paccalongang, I shall not only bring up and pay annually at Mawlid at Samarang the sums anciently determined for this district: 980 Spanish reals, or 1225 rix-dollars, say twelve hundred and twenty-five Dutch rix-dollars, for tjatja monies, and 400 Spanish reals, or 500 rix-dollars, say five hundred Dutch rix-dollars, for kalang monies; but also procure and deliver into the Company's warehouses here at the latest before the end of the month of October: 350, say three hundred and fifty, koyans of rice at fifteen Dutch rix-dollars the koyan, besides some koyans of white table rice at twenty of the same rix-dollars the koyan; furthermore also 4, say four, piculs of cotton yarn, as much as possible of the finest sort L: A; and and also in that regard to do and observe everything that shall be ordered and assigned to us on the Company's behalf. 6, say Article 3. Article 4. Article 5.
Dutch transcription
Van Iavas oostcust den 5 februaij 174 Van Javas Oostkust den 5. Feb:r 174. Eindelijk en ten laatsten dat ik in alle extra ordinaire voorvallen waar van in deese met speciaal is gesproken en die in der tijd eenige nadere bepaling mogte requireeren mij aan het goedvinden van de compa„ „gnie gedragen en de ordres die daar omtrent het sij incas van eenige verandering ofte andersints mogte gegeven worden, soowel met iever en vlijt sal obedieeren als ik tot een teken en bewijs dat ik den inhoud deser acte en daar bij gedaane belofte en verbintenisse sonder de minste afwijking heijlig sal nakomen en mene na de teko„ „men mitsgaders onderhouden en doen onderhouden sonder de minste tegenspraak, dese acte van verband nevens nog twee van gelijken inhoud met mijn hand onderteekend en met mijn zegul verse geld hebbe op den Eed die door mij bij de aanvaarding van het galag bestier over sCompagnies Land wieradessa op den alcoran plegtig is afgelegd /:onderstond:/ Paccalongang den 25 Julij 1773 /:lager:/ Aldus gedaan geteekend en ge„ zegeld ten mijnen overstaan /was geteekend/ I: R van der Burgh, /ter seijde stond:/ Inkennisse van mij /:was geteekend :/ C: P: Boltze gesw: scriba. Dat ik soo dikwils als het van mij gerequireerd word mij per„ soonlijk sal komen vertoonen te samarang en selfs te batavia om mijne eerbiedigheijd te bewijsen dan de compagnie mijner opperheer, aanwien dat ik de voorschreeven doorlugtige nederlandsche maatschappije menen oppra„ heer, in het onder mij gestelde bestier van haar district Paccalongang gehouw en getrouw wesen en den dienst ten besten van deselve en haar onder„ daanen met alle oplettendheijd, gehoorsaamheijd en iever waar neamen salagtervolgens de bevelen die mij van tijd tot tijd sullen werden gegeeven het sij van de hoge indiasche regeering te batavia den heere gouverneur en directeur deser kuste dan wel uit derselver naam door den resident van sCompagnies Logie hier te Paccalongang. Ik ondergeteekende Jasa Ningvat door de sonderlinge goedheid vande Doorlugtige generale nederlandsche geoctroijeerde oostindische Compagnie altam regent van sCompagnies district Paccalongang onder den titul en eere naam van radeen Adipattijs verbinde mij bij desen ne„ vans alle mijne mantries groot en klein geene uitgesonderd tot de na„ koming der ondervolgende conditien en voorwaarden, welke ik belove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren. ik Srt: 12. — Ants: Art: 2. 61 Van Java sosthus dn febuarij 174 — Van Javas ost ust en 5:' Febr: 1742 ik mijn gehl welvaard en bevordering te dankien hebbe. sat ik daar entegen met boven of binnen landsche regenten en hoofden evan min als met andere, die miet neevens mij onder de compagnie sorteeren en voor al met niemaand buiten Iava geen gemeenschap of Cores pondentie houden sal sonder daar toe erlangde speciaale permissie van den heere gouverneur en directeur te samarang Dat ik ook even daarom mij met de negotie die van buiten in het land Paccalongang gedreeven word niet verder sal bemoeijen als de comp: mij komt te ordonneeren en toelaten sal dog dat ik met alle trouwe en oplettentheijd sal waken weren en tegengaan alle slukerijen en alles wat tot nadeel van scomp: negotie of inkomsten alhier mogte werden in het werk gesteld het sij in amfioen kleden of andere articulen van handelof negotie soo van de overwal van Iava balij en dever„ dere eilanden daar berosten leggende ook de baviaan of het eijland luboek als van borneo of elders van waar en waar na toe het soude mogen wesen en dat ik in teegendeel de sabandharijen van de compagnie in het land van Paccalongang leggende volgens de oude 1 gebruiken sal mainctineeren soo vel in mij is soeken te verbeteren Dat ik in erkentenitsse van de groote gunste mi bewesen en tot bewijs van mijne eenwig duurende schuldige trouwe aan de compagnie /daar onder gereekend het aandeel van den ingabij wirjo Dipoura voor de een duisend Tjatjas die hij van het regentschap parcalongang possideerd jaarlijks met moeloet niet alleen sal opbrengen en te samarang voldoen de van ouds voor dit district bepaald. 980. Spaanse reaalen of rd:s 125./ zegge twaalf honderd vijfen twintig rijksdaalders hollands:/ voor tjalfas gelden, en. 400 Spaanse reaalen of rd„s 500. /: zege vijfhonderd rijksd:s/ hollands voor calangers gelden maar ook uitterlijk voor het eijnde van de maand october in sCompagnies pakhuisen alhier besorgen en leveren. 35 o/segge drie honderd en vijftig, /Coijangs rijst tegen vijftien rijksd:s hollands de coijangs buiten eenige coijangs witte tafel rijst tegen twintig gelijke rijksdaalders de coijang, voorts ook 4: Zegge vier / picols Catoen garen soo veel doenelijk van de fijnste zoort L: A: en en ook daar omtrent te doen en te observeeren, alles wat wij scompa„ „gnies wegen sal gelast en opgedragen worden. 6 Zegge Art: 3. Art 4. Arth.
English
63 From Java's East Coast, the 5th of February 174. From Java's East Coast, the 5th of February 174. 6, that is to say six picols of indigo if the crop yields that quantity, and otherwise as much as will be possible for me, likewise of the first or last sort, as well as the cotton yarn at the Company's prices, together with 600, that is to say six hundred, beams for two hundred and eighty-eight Dutch rijksdaalders in buffalo money combined, to which I hereby solemnly bind myself under forfeiture of the regency entrusted to me. That in case the Company, over and above the aforementioned 350 coyangs of rice which I am obliged as aforesaid to deliver annually without fail or any dispute, should require even more rice, and should have that grain or also other products of the land in its regency of Pacalongang purchased at the ordinary Company purchase price or at market price, I shall in no way oppose this, but on the contrary shall seek as far as possible to facilitate and promote that purchase on my part as befits a faithful regent, binding myself hereto in such a solemn manner that, should I fail therein, I will willingly submit myself to the penalties and punishments that shall be imposed upon me on behalf of the Company. Article 7. That I, in order to better maintain this my obligation and promise, Article 6. shall not only strictly oppose, as much as possible, all clandestine purchasing of rice in the district placed under me, and likewise its export to places not on Java and especially to lands not subject to the Company, and thus, apart from those who are permitted to do so on the Company's behalf, shall not allow anyone to purchase more rice than for their immediate sustenance before my fixed contingent of 350 coyangs aforementioned has actually been delivered and received into the Company's warehouse at Paccalongang; but that I, above all, shall constantly encourage my subordinates to cultivate the lands, and not lease any settlements or villages of the Chinese to others without the special foreknowledge and permission of the lord governor and director of this coast; yet I shall leave undisturbed in the possession of the Ngabehi Winjo Dipoura the one thousand tjattjas which, as aforesaid, have been ceded to him in the district of Pacalongang by the Company, provided he bears his share proportionally in the annual contingent and other daily obligations. That I furthermore shall also daily procure and keep ready for the Company's ordinary works here: 34 battoors, not counting their headmen, in service of the Company's lodge and warehouses, 4 proas. Article 8. 65 From Java's East Coast, the 5th of February 174. From Java's East Coast, the 5th of February 174. 4 proa mayangs, apart from the vessels required for cruising against the sea rovers, 4 horses for forwarding letters by the land route to Samarang and elsewhere, or for which they shall be required by the resident, as well as in extraordinary cases, also for discharging and loading the Company's ships, the necessary battoors and vessels over and above all those aforesaid; which latter, however, I request may not be demanded of me outside the aforementioned cases and necessity for the Company's service. Furthermore, I promise, alongside the pattihs and Japas given to me by the Company, to settle no matters of any consequence concerning the subjects except with the communication and consent of the lord governor and director aforementioned; but that I shall henceforth, according to the Company's order, refer all delinquents and criminals to the Land Council at Samarang, and content myself only with the settlement of petty disputes of little importance. Article 9. Just as I also generally promise to treat the subjects of the Company's regency of Paccalongang, both high and low placed under my supervision, with all justice and fairness, to impose no new burdens, to dismiss, wrong, or replace none of my mantris, much less Japas or pattihs; but that if any of them should behave unfaithfully or dishonorably toward me, or so much more toward the Company, I shall beforehand give notice thereof and implore assistance, even if necessary to the extent of a provisional arrest of their persons and goods, leaving the matter then for the decision of the lord governor and director at Samarang. Article 10. Furthermore, I promise seriously that I shall continually endeavor to live in all peace and friendship with everyone, as well as cause my subordinates to maintain all peace and friendship among one another, and that I shall not meddle in the least with the government of the adjoining lands or usurp any authority over such territories; but on the contrary shall live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who have been appointed by the Company as regents in those lands and with their subordinates, the more so as this is also the Company's command to the inhabitants of those lands, and such thus tends to mutual tranquility and prosperity. Article 11. Article 12.
Dutch transcription
63 Van Davo ostut den 5: februarij 174. Van Javas Oostcust den 5 Febr 174 6: zegge zess picols Indig indien het gewateh die quantiteijt uitleeverd en anders so veel mij mogelijk sal sijn almeede eerste of leste soort soo wel als het catoen garen tegen s Comp: prijsen nevens. 600 /:zegge seshonderd:/ balken voor twee honderd agtentagtig rijksd hollands han buffelfs gelden te samen waar toe ik mij bij desen onder verbeurte van het mij toevertrouwde regentschap Solemneel verbinde Dat ik ingevalle decompagnie boven de voorschreeven 350 Coijangs rijst die ik gelijk voor segt verpligt ben Jaarlijks sonder fouten eenige tegenspraak te leveren nog meerder rijst mogte benoodigd wesen en die korl of ook andere procucten van het land in hare regentschap Paua„ longang tegens ordinaire s Compagnies inkoops dan wel marks prijs liet inkoopen mij geen sints daar tegen sal aan kanten, maar integendl dien op koop van mijn kant soo als een getrouw regent toetaatenbetaant soo vel mogelijk sal soeken te faliciteeren en bevonderlijk maken verbindende mij hier toe op een sodanig Solemneele wijse dat ik daar om„ „trent in gebreken blijvende wij gewillig sal onderwerpen aan de peenaliteijten en Straffen, die mij van wegen de Compagnie sullen werden opgelegd. Art 7. Dat ik, om deese mijne verpligting en geloste te beter gestand te doen Art: 6: niet alleen allen clandestienen op koop van rijst in het district onder mij gesteld en soo ook die uit voer naar plaatsen niet onder Iava en wel insonderheijd naar landen niet onder de Compagnie sorteerende soo veel mogelijk staengelijk tegengaan en dus ook buitndegeme die sulks scompagnies wegen word gepermitteerd aan niemand den inkoop van rijst meer als tot noodaruft toelaten sal voor dat mijn bepaalde Contingent van 350 Coijangs voormelt weesentlijk in sCompagnies pakhuis te Paccalongang sal besorgd en ontfangen sijn maar dat ik voor al mijne onderhoorige selpsteds tot de bebouwing der landen aansetten en geene nego„ rijen ofte defsaas van Chineesen op andere buten speciaale voorkennisse en permissie van den heer gouverneur en directeur over dese kust ver„ huuren, dog wel ongehinderd in potsessie van den Jngebeij winjo Dipoura laten sal de een duisend tjatjas die aan hem als voorsegd in het distaict van Paicalongang door de compagnie sijn afgestaan mits sijn portie na evenreedigheijd in het Jaarlijks Contingent en andere dagelijksche verpligtingen dragende Dat ik voorts almeede tot scompagnies ordinaire werken al hier dagelijks sal besorgen en gereed doen houden. 34. battoors ongereekend derselver hoofden ten dicenste van SCom„ pagnies logie en pakhuisen niet 4 prouw. Art 8. 65 Van Javas oostCust den 5 febr:r 174. Van Iavas oost Cust den 5. februarij 174. 4: prauwmajangs /: buiten de vaartuigen die ter bekusing tegen de zeer vers worden gerequireerd:/ 4. paarden ter voortsending van brieven over den landweg naar Samarang en elders of waar toe deselve door den resident sullen worden gerequaard, mitsgaders ijes ta ondinaie voorvallen, ook van ontlossingen be„ lading van 'sCompagnies scheepen daar en boven de benodigde battoors en vaartuigen alle voor met dog welke laaste ik versoeke dat buiten de voorsch: gevallen en noodsalijkheijd tot sComp: dienst van mij niet mogen gevergd worden. wijders beloove ik neevens de pepattijs en Iapas door de compagnie aan mij gegeeven geene saken van eenig aangeleegendheijd de onderdanen betreffende afte doen dan met Communicatie en toestemming van den heer gouverneur en directeur voormeld maar dat ik alle de linquanten en misdadigers voortaan na de ordre van de Compagnie sal renvoij„ eeren aan den landraad tot Samarang en mij eenelijk tevreeden houden met de afdoening van kleine geschillen van weijnig belang. gelijk ik ook in het algemeen beloove de onderdanen van sComp: regentschap Paccalongang soo wel groote als kleine ondermijn wijders beloove ik Serieusselijk dat ik met een ieder geduurig in alle vreede en vriendschap sal tragten te leven mitsgaders mijne onderhoorige onder den anderen ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden en dat ik mij met de regeering van de aangeensonde landen in het minste niet bemoeien of over sodanige landschappen eenig gesag aannatigen maar in teegendeel met degene die door de compagnie als regenten in die landen aangesteld sijn en haare onderhoorige in alle vreede vriendschap en goede nabuurschap leven sal te meer dat ook sCompagnies beveelen is aan de inwoonders aan die landen en sulks dus tot wedersijdsche rust en welvaard komt te strekken Art: 11. opsigt gesteld in alle regt en billijkheijd te behandelen geene nieuwe Lasten op te leggen, geene van mijne mantries veel min Iavas of pepattijs te verstoten, te verongelijken of te verwisselen, maar dat ik wanneer iemand van deselve sig ontrouw of onvroomlijk tegen mij of nog soo veel meer tegen de Compagnie gedragen mogte alvoorens daar af kennisse geeven en assistentie imploreeren sal selfs des noods tot een provisioneele arresteering van desselfs persoonen en goederen gee„ „vende de saak dan over ter decisie van den heer gouverneur en directeur te samarang opsigt Art: 12: Art9. Art: 10.
English
67. From Java's northeast coast, 5 February 1774. — From Java's northeast coast, 5 February 1774. — Article 1. I, the undersigned Marta Joeda, by the benevolence of the illustrious Dutch General Chartered East India Company currently regent of the Company's district Batang under the title and name of honor of Raden Tommongong, declare and bind myself hereby, together with all my mantris great and small, to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed. Article 2. That I shall be loyal and faithful to the aforementioned illustrious Dutch Company in the regency and administration of its district Batang, and shall discharge that service for the benefit of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the orders that will be given to me from time to time, whether by their High Mightinesses at Batavia, the Governor and Director of this coast at Samarang, or in their name by the Resident at Paccalongang. Article 3. That as often as it is required, I shall present myself at Samarang and even at Batavia to show my respect to the Company, my sovereign, to whom I owe my welfare and promotion. Article 4. That I shall not maintain any communication or correspondence with upland or inland regents, nor with others who do not sort under the Company along with me, and above all with no one outside Java, without special permission obtained thereto from the Governor and Director at Samarang. That for that very reason I also shall not interfere with the trade conducted from outside into the country of Batang any further than the Company shall order and permit me; yet that I shall, with all loyalty and attentiveness, watch, avert, and counteract all smuggling and everything that might be undertaken to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, textiles, or other articles of commerce or trade, both from the outer coast of Java, Bali, and the other islands lying east thereof, including Bawean on the island of Lubock, as well as from Borneo or elsewhere, from wherever and to wherever it might be; and that, on the contrary, I shall maintain the shahbandar offices of the Company situated in the country of Batang according to old customs, seek to improve them as much as is in my power, and also do and observe regarding them everything that shall be ordered and entrusted to me on the Company's behalf. Article 5. That in acknowledgment of the great favor shown to me, and as a token of my due loyalty to the Company, I shall not only pay and settle annually at Maulid in Samarang the 266 19/15 Spanish reals, or rd. 333:8 (say three hundred thirty-three rixdollars and eight stivers Holland) traditionally stipulated for this district for cacah moneys, but also provide and deliver at the latest before the end of the month of October into the Company's warehouses at Paccalongang: 125 (say one hundred twenty-five) koyans of rice at fifteen Holland rixdollars per koyan, besides some koyans of white table rice at twenty of the same rixdollars per koyan; furthermore also: 2 (say two) piculs of cotton yarn, as much as possible of the finest kind Litera A, together with: 400 (say four hundred) pieces of beams, at 19½ Holland rixdollars for buffalo moneys in total. To which I bind myself solemnly hereby under forfeiture of the regency entrusted to me. Article 6. That in case the Company, over and above the aforementioned 125 koyans of rice which, as stated above, I am obliged to deliver annually without fail and any contradiction, might require still more rice... Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein and which time might require some further determination, I shall conduct myself according to the pleasure of the Company, and shall obey with zeal and diligence the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise; as a sign and proof that I shall sacredly fulfill, and intend to fulfill, as well as maintain and cause to be maintained without the slightest contradiction, the contents of this deed of obligation and the promises and engagements made therein without the least deviation, I have signed with my own hand and sealed with my seal this deed of obligation, together with two others of the same contents, upon the oath that was solemnly taken by me on the Quran upon assuming the administration of the Company's land Paccalongang. Underneath was written: Paccalongang, 25 July 1773. Lower was written: Thus done, signed, and sealed in my presence. Was signed: J. R. van den Burgh. In the margin stood: Known to me. Was signed: C. P. Boltze, sworn scribe.
Dutch transcription
67. Van Javas oost cust den 5. februarij 174. — Van Iavasoostkust den 5. februarij 174 — Eindelijk en ten laatsten, dat ik in alle extra ordinaire voorvallen waar van in dese niet speciaal is gesproken en die den tijd eenige nadere bepa„ „ling mogte requireeren mij aan het goedvinden van de compagnie gedragen en ordres die daar omtrent het sij in cas van eenige verandering ofte andersints mogte gegeven worden soo wel met iever en vlijt sal obedieeren als ik tot een teeken en bewijs dat ik den inhoud deser acte ende daar bij gedaane beloften en verbintenissen sonder de minste afwijking heijlig sal nakomen en mene natekomen mitsgaders onderhouden en doen onderhouden sonder deminste tegenspraak dese acte van verband nevens nog twee van gelijken inhoud met eigen hand onderteekend en met mijn zegul verse„ „geld hebbe op den eed die door mij bij de aanvaarding van het bestier over sComp: land Pacialongang op den alcoran plegtig is afgelegd. — /onderstond:/ Paccalongang den 25. Julij 1773. /:lager/ Aldus gedaan geteekend en gezegeld ten mijn en overstaan /:was geteekend:/ J: R: van den Burgh /:ter seijde stond:/ Inkennisse van mij /:was geteekend:/ C: P: Boltze: gesw: schriba Dat ik soo dikwils als het gerequireerd word wij sal komen vertonen te samarang en selfs te batavia om mijne eerbied te bewijsen aan de compagnie mijnen opperheer aan wien ik mijnen welvaard en bevordering te danken hebbe. Dat ik de voorschreeven doorlugtige neederlandsche Maatschappije in het regentschap en bestier van haar landschap batang gehouw en getrouw weesen en dien dienst ten besten van deselve en haare onderdaanen met alle op lettendheijd gehoorsaamheijd en iever waarneemen sal ag„ „tervolgens de beveelen die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeven het sij van hunne hoog Edelheeden te batavia den heer gouverneur en directeur deser kuste te Samarang dan wel uit derselver naam door den resident te Paicalongang. Aat 2. Art 1. Ik ondergeschreeven Marta Joeda door de benevolentie van de door„ lugtige generale nederlandsche geoctroijeerde oostindische compagnie altens regent van s Compagnies district Batang onder den titul en eere naam van radeen Tommongong verklare en verbinde wij bij desen nevens alle mijne mantries groot en klein tot de nakoming der ondervolgende voor„ „waarden, welke ik beloove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren. Art3 Ant: 2: 9 H Van Javas oost ust den 5. febr: 1774. Van Iavas oost ust den 5: Febr: 174. Dat ik met boven of binnenlandsche regenten even min als met andere die niet neevens mij onder de compagnie sorteeren en voor al met nie„ „mand buiten Iava geen gemeenschap ofte correspondentie houden sal sonder daar toe erlangde speciaale permissie van den heer gouverneur en directeur te samarang dat ik ook eeven daarom mij met de negotie die van buiten in het land balang gedreeven word niet verder sal bemoeijen als de compagnie mij komt te ordonneeren en toelaten sal dog dat ik met alle trouwe en oplettentheijd sal waken weeren en tegen gaan alle sluikerijen en alles wat tot nadeel van sCompagnies negotie of inkomsten alhier mogte worden in het werk gesteld het sij in amfioen kleeden of andere articulen van handel op negotie soo van de overwal van Iava balie en de verdere eilanden daar beoosten leggende ook de baviaan op het eiland lubock als van bornes of elders van waar en waarna toe het soude mogen wesen en dat ik in tegendeel de sabandharijen van de compagnie in het land van batang leggende volgens de oude gebruiken sal mainctineeren soo veel in mij is soeken te verbeteren en ook daar omtrent te doen en te observeeren alles wat mij sCompagnies wegen sal gelast en aanbevoolen worden opgedragen. Dat ik ingevalle de compagnie boven de voorschreeven 25 bijangs rijst die ik gelijk voorgesegd verpligt ben jaarlijks sonder fout en eenige tegenspraak te leveren nog meerder rijst anogte benodigd wesen Dat ik in entrentenisse van de groote gunste mij bewesen en tot een blijk mij„ „nerschuldige trouwe aan de compagnie Jaarlijks met moeloet niet alleen salopbrengen en te samarang voldoen de van ouds voor dit district bepaalde 266 19/15 ralen Sspaans of rd„ 3: 8. /: zegge driehonderd drie endertig rd:s en agt stuijvers hollands voor Tjatjas gelden maar ook uitterlijk voor het uitgaan van de maand october in sCompagnies pakhuisen te te Paccalongang besorgen en leveren. 125 zegge een honderd vijf en twintig Coijangs rijst tegen rd„s vijftien hollands de coijang buiten eenige coijangs witte tafel rijst tegen twintig gelijke rijksd„s de coijangs voorts ook. 2: zegge twee / picols catoen garen soo veel doendelijk van de fijnste soort L:a A: nevens. 400/zegge vierhonderd :/ pees balken tegen 19½. rijksdaalders hollands aan buffel gelden te samen. waar toe ik mij bij desen onder verbeurte van het mij toever„ trouwde regentschap Solemneele verbinde. Aat: 6. Fkt: 5 en Art 3. Art 4 Hot:s.
English
From Java's East Coast the 5th February 1774. From Java's East Coast the 5th February 1774 and if they should purchase rice or other products of the land in her regency of Batang at the ordinary Company purchasing prices or at the market price, I will in no way oppose this, but on the contrary, as befits and is proper for a faithful regent, seek as much as possible to facilitate and promote this purchase on my part, binding myself thereto in such a solemn manner that, should I fail in this regard, I will willingly submit to the penalties that shall be imposed upon me on behalf of the Company. That in order to better uphold this obligation and vow of mine, I will not only constantly urge my subordinates to the cultivation of the lands and lease no negorijen or dessasa to Chinese or others without the special prior knowledge and permission of the Governor and Director over this Coast, but will also, as strictly as possible, oppose and seek to prevent all clandestine purchase of rice in the district placed under me, as well as its export to places not belonging to Java and especially to lands not subordinate to the Company, and furthermore permit no one to purchase rice other than for essential sustenance, except for those permitted by the Company, until my stipulated contingent of 125 coijangs aforesaid has actually been delivered and received into the Company's warehouses at Paccalongang. Art. 7. That I furthermore will also ensure to provide and keep ready daily at Paccalongang: 15 battoors, not counting their lurahs or chiefs; 1 prahu mayang, in addition to the vessels required for cruising against the pirates; along with 4 horses in my regency for the transport of letters and other Company services, as well as in extraordinary occurrences of unloading and loading of the Company's ships, above and beyond the required battoors and vessels, all without payment; yet I request that, outside the prescribed cases and necessity for the Honorable Company's service, these last-mentioned may not be demanded of me. Art. 8. Furthermore, I promise, alongside the patihs and jaksas assigned to me by the Company, to settle no matters of any importance concerning the subjects other than with the communication and consent of the Governor and Director aforesaid; but that I will henceforth, according to the order of the Company, refer all delinquents and criminals to the Landraad at Samarang, and content myself solely with the settlement of petty disputes of little importance. Art. 9. From Java's East Coast the 5th February 1774. From Java's East Coast the 5th February 1774 refer to the Landraad at Samarang and content myself solely with the settlement of petty disputes of little importance. Just as I also promise in general to treat the subjects of the Honorable Company's regency of Batang placed under my supervision, both high and low, in all justice and fairness; to impose no new burdens; to cast off, wrong, or dismiss none of my mantris, much less jaksas or patihs; but that, if any of them should behave unfaithfully or dishonestly toward me, or even more so toward the Company, I will first give notice thereof and implore assistance, even if necessary proceeding to a provisional arrest of their person and property, then submitting the case for the decision of the Governor and Director at Samarang. Art. 10. Furthermore, I seriously promise that I will constantly endeavor to live in all peace and friendship with everyone, as well as make my subordinates maintain all peace and friendship among one another; and that I will in no way meddle with the government of neighboring lands, nor arrogate any authority over such lands; but on the contrary will live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who are appointed by the Company as regents in those lands and with their subordinates, the more so because this is also the Company's command to the inhabitants of those lands, and this thereby serves their mutual peace and prosperity. Art. 11. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made in this document and which in time might require any further determination, I will submit to the discretion of the Company, and will obey the orders that might be given in this regard, whether in the event of any change or otherwise, with reverence and diligence; in witness and proof that I will sacredly comply with and intend to comply with the contents of this deed, including the promises and obligations made herein, without the slightest deviation, as well as observe and cause them to be observed without the least contradiction, I have signed with my hand and sealed with my seal this bond, alongside two others of the same content, upon the oath that was solemnly taken by me on the Quran upon assuming the government of the Honorable Company's territory of Batang. Paccalongang, the 25th July 1723. Thus done, signed, and sealed in my presence. Signed: J. R. vander Burg. On the reverse stood: Attested by me, Signed: C. T. Boltze, sworn clerk. Art. 12. 73.
Dutch transcription
Van Iavas oost Cust den 5 febr: 174. Van Iavasoostkust den 5 febr: 174 — en die korl of ook wel andere producten van het land in haar regent„ schap balang, tegens Ordinaire s Compagnies inkoops, dan wel markt prijs liet inkopen mij geensints daar tegen aankanten, maar integendel die op koop van mijn kant, soo als een getrouw regent toestaat en betaand, soo veel mogelijk sal soeken te faciliteeren en bevorder „lijk maken verbindende mij hier toe op een sodanig Solemneele wijse dat ik daar omtrent in gebreken blijvende mij gewillig sal onderwerpen aan de peenaliteijten die mij van wegen de compagnie sal worden opgelegd Dat ik om deese mijne verpligting en gelofte te beter gestand te doen met alleen mijn onderhoorige selfs steeds tot de bebouwing der landen aansetten en geene negorijen of dessaas aan Chineesen of andere buiten Speciaale voorkennisse en permissie van den heer gouverneur en directeur over dese kust verhuuren sal maar ook allen clandestienen opkoop van rijst in het aistrict onder mijn gesteld en soo ook dies unitvoer naar plaatsen niet onder Iava en wel insonderheijd naar landen niet onder de compagnie sorteerende soo veel mogelijk strengelijk sal tegen gaan en soeken te weren mitsgaders buiten de gene die sulks sCompagnies wegen word gepermitteerd door niemand anders rijst als tot noodarust sal laten inkopen voor dat mijn bepaalde Contingent van Dat ik voorts almeede dagelijks te Paualongang besorgen en gereed doen houden sal. 15. battoons /ongereekend derselver Loeraars of hoofden. 1 prauwmajangs buiten de vaartuigen die ter bekruissing tegen de zeerovers worden gerequireerd nevens. 4. paarden op mijn regentschap tot transport van brieven en andere scompagnies diensten mitsgaders bij ex traordinaire voorvallen van ook ontlossing en belading van sCompagnies schepen daar en boven de benoodigde battoors en vaartuigen, alle voor met dog welke laatste ik versoeke dat buiten de voorschreeven gevallen en noodsakelijkheijd tot E Compagnies dienst van mij niet mogen gevergd worden. wijders beloove ik neevens de pepattijs en Jaxas door de Compagnie mij gegeven geene saken van eenige aangeleegendheid de onderdanen be„ treffende afte doen dan met Communicatie en toestemming van den heer gouverneur en directeur voormeld maar dat ik alle de linquanten en amisdadigers voortaan na de ordre van de Comp: sal ren„ 125 Coijangs voormeld, wesentlijk in scompagnies pakhuisen te Paccalon„ gang sal besorgd en ontfangen sijn. Art 8. 125 voijeeren Art: 7. Art: 9. Van Iavasoostkust den 5. februarij 1774. Van Javas oostkust Den 5. Febr 174. voijeeren aan den landraad te samarang en mij eenelijk te rede houden met de afdioening aan kleine geschillen van weijnig belang. gelijk ik ook in het algemeen beloove de onderdanen van & Compagnies regentschap batang soo wel groote als kleine onder mijn opsigt gesteld in alle regten billijkheijd te behandelen geene nieuwe lasten opteleggen geene van mijne mantries veel min Iaxas of pepattijs te varstoten, te ver„ ongelijken af te verwisselen maar dat ik wanneer iemand van deselve sig ontrouw of onvroomlijk tegen wij of nog soo veel meer tegen de compagnie gedragen mogte alvoorens daar af kennisse geven en assistentie imploreeren sal selfs des noods tot een provisioneele arresteering van desselfs persoon en goe„ deren gevende de saak dan over ter decisie van den heer gouver„ „neur en directeur te Samarang. Wijders beloove ik Sireusselijk dat ik met een ieder geduurig in alle vreede en vriendschap sal tragten te leven mitsgaders mijne onderhoorige onder den anderen ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden, en dat ik mij met de regeering van „ aangren„ sende landen in het minst niet bemoeijen of over sodanige Art: 11. Eindelijk en ten laatsten dat ik in alle extra ordinaire voorvallen waar van in deese met speciaalis gesproken en die in der tijd eenige nadere bepaling mogte requireeren mij aan het goedvinden van de Compa„ gine gedragen en de ordres die daar omtrent het sij ni cas van eenige ver„ „andering ofte anders ints mogte gegeeven worden soo wel met reveren en vlyt sal obedieeren als ik tot een teeken en bewijs dat ik dese actes inhoudende daar bij gedane beloften en Verbintenissen sonder deminste afwijking heijlig sal nakomen en mene nate komen, mitsg„s onderhouden en doen onderhouden sonder de minste tegenspraak dese acte van verband nevens nog twee van gelijke inhoud, met mijn hand onder„ teekend, en met mijn zegul verseguld hebbe op den Eed die door mij bij de aanvaarding van het bestier ver s Comp: landschap batang op den alcoran plegtig is afgetegd /:onderstond) Paccalongang den 25 Iulij 1723. /(lager:/ Aldus gedaan geteekend en gesegeld ten mijnen overstaan /:was geteekend:/ I: R: vander Burgs /: verseijde stond:/ In kennisse van mij /:geteekend:/ C: T Boltze gesw: fc: landschappen eenig gesag aanmatigen maar in tegendheel met de gene die door de compagnie als regenten in die Landen aangesteld sijn en hare onderhoorige in alle vrede vriendschap en goede nabuurschap leven sal te meer dat ook sCompagnies bevelen is aan de inwoonders van dielanden en sulks dus tot weder ijasch rusten welvaard komt te strekken Landschappen Art: 10 Art 12. - 73.
English
75 From Java's East Coast the 5th of February 1744. From Java's East Coast the 5th of February 1744. I, the undersigned Soema Nagarra, appointed to the district of Kandal by the benevolence of the Illustrious General Dutch Chartered East India Company under the title and honorary name of Tommongong, hereby declare and bind myself, alongside all my mantris, great and small, to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed: Article 1. That I shall be loyal and faithful to the aforementioned Illustrious Dutch Company in the regency and administration of its district of Kandal, and shall perform that service for the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the orders that will be given to me from time to time, whether by Their High Excellencies in Batavia or by the Governor and Director of this coast in Samarang. Article 2. That I, as often as it is required, shall present myself in Samarang and even in Batavia to pay my respects to the Company, my sovereign lord, to whom I owe my prosperity and advancement. Article 3. That in recognition of the great favors shown and as a proof of my bounden loyalty to the Company, I shall annually at Mulud not only pay and settle in Samarang the amounts determined of old for this district: 164 Spanish reals or 205 Rijksdaalders, that is two hundred and five Dutch Rijksdaalders, for cacah money; 240 Spanish reals or 300 Rijksdaalders, that is three hundred Dutch Rijksdaalders, for alang-alang money; but also, at the latest before the end of the month of October, ensure the delivery into the Company's warehouses of: 100, that is one hundred, koyans of rice at fifteen Dutch Rijksdaalders per koyan; furthermore 2, that is two, piculs of cotton yarn, as far as practicable of the finest sort, Letter A; together with 336, that is three hundred and thirty-six, pieces of beams at Kaliwungu against two hundred and fifty-two Dutch Rijksdaalders in buffalo money all together; for which I hereby solemnly bind myself on pain of forfeiture of the regency entrusted to me. Article 4. That I shall neither maintain any intercourse or correspondence with upstream or inland regents and chiefs, nor with others who do not fall under the Company along with me, and above all with no one outside of Java, without having obtained special permission thereto from the Governor and Director in Samarang. Article 5. That for that very reason I shall not interfere with the trade conducted from abroad into the land of Kandal any further than the Company shall order and permit me; yet that I shall, with all faithfulness and attentiveness, watch over, prevent, and oppose all smuggling and everything that might be undertaken to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, textiles, or other articles of commerce or trade, both from the opposite coast of Java, Bali, and the further islands lying to the east thereof, including Bawean or the island of Lubok, as well as from Borneo, Celebes, or wherever it might be; and that I, on the contrary, shall maintain the Company's customs houses situated in the land of Kandal according to the ancient customs, seek to improve them as much as lies in my power, and also do and observe everything in that regard that shall be ordered and assigned to me on the Company's behalf. Article 6. That in order to better fulfill this my obligation and promise, I shall not only personally urge my subordinates at all times to cultivate the lands and shall not lease any negorijs or dessas to Chinese or others without the special prior knowledge and permission of the Governor and Director of this coast, but I shall also, as strictly as possible, oppose and seek to prevent all clandestine purchase of rice in the district placed under me, as well as its export to places not belonging to Java and especially to lands not subject to the Company; and, moreover, I shall allow no one other than those permitted on the Company's behalf to purchase rice except for immediate sustenance, until my prescribed contingent of one hundred koyans aforementioned has actually been delivered and received into the Company's warehouses in Pekalongan. Article 7. That in case the Company, over and above the aforementioned 100 koyans of rice which I, as stated before, am obliged to deliver annually without fail and without any dispute, should require still more rice and should have that grain or also other products of the land in its regency of Kandal purchased against the ordinary Company purchase price or the market price, I shall in no way oppose this, but on the contrary shall seek to facilitate and advance that purchase on my part as much as possible, as befits and is proper for a faithful regent, binding myself thereto in such a solemn manner that, should I fail in this regard, I shall willingly submit myself to the penalties and punishments that shall be imposed upon me on behalf of the Company. Article 8. From Java's East Coast the 5th of February 1744. From Java's East Coast the 5th of February 1744.
Dutch transcription
75 Van Iavas oostkCust Den 5:' Februarij 1744. — Van Iavas oostkCust den 5. febr: 174— Ik ondergeschreeven Soema Nagarra door de benevolentie van de door„ luchtige generaale nederlandsche geoctroijeerde oostindische compagnie district kandal onder den titul en eere naam van tommongong ver„ klaare en verbinde mij bij deesen nevensalle mijne mantriet grooten kleijn„ tot de nakoming der ondervolgende voorwaarden welke ik beloove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren dat ik de voorschreeven doorluchtige neederlandsche maatschappije in het regentschap en bestier van haar landschap kandal gehouw en getrouw wesen en dien dienst ten beste van deselve en haare onderdaanen met alle oplettentheijd gehoorsaamheijd en iever waarnemen sal agtervolgens de beveelen die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeeven het sij van hunne hoog Edelheeden te batavia dan wel den heer gouverneur en directeur deser kuste te samarang. Dat jk so dikwils als het gerequireerd word mij sal komen vertoonen te samarang en selfs te batavia om mijne eerbied te bewijsen aan de Comp: mijnen opperheer aan wien ik mijnen welvaard en bevordering te danken hebbe Art: 3. Dat jk met boven of binnen landsche regenten en hoofden even min als Ant2. Dat ik in erkentenisse van de groote gunste en bewesen en tot een dat ik ik ook eeven daarom mij met de negotie die van buiten in het land handal gedreeven word niet verder sal bemoeijen als de Comp: mij komt te ordonneeren en toelaten sal dog dat ik met alle trouwe en oplettendheid sal waken weeren en tegen gaan alle sluikerijen en alles wat tot na„ „deel van sComp: negotie of inkomsten alhier mogte worden in het werk gesteld het sij in amfioen kleeden of andere articulen van handel of negotie soo van de overwal van Java balie en de verdere Eilanden daar b'oosten leggende ook de baviaan of het eijland luboek als van borneo offelaens van waar na toe het soude mogen wesen on dat ik inteegendeel e saban„ „harijen van de comp: in het land van kandal leggende volgens de oude gebruiken sal mainctineeren soo veel in mijn vermogen is soeken te verbeeteren en ook daar omtrent te doen en te observeeren alles wat mij sComp: wegen sal gelast en opgedragen worden Ant 4. met andere die niet nevens mij onder de comp: sorteeren en voor almet nie„ „mand buiten Java geen gemeenschap ofte Correspondentie houden sal sonder van daar toe erlangdte speciaale permissie van den heer gouverneur en directeur te Samarang met blijk Art1: Art 5. Van Javas oostkust den 5. februarij 174. van Iavas oostkrust den 5. febr: 1774. blijkt mijner schuldige trouwe aan de Comp: jaarlijks met moeloet niet alleen sal opbrengen en te samarang voldoende van ouds voor dit district bepaalde 164. realen sps ofte rd„s 205. / segge twee honderd vijf r„s hollands, voor tjatjasen 210 realen sp„t ofte d„o 300 /: segge drie honderd rd„s hollands / voor alang gel„ den maar ook uitterlijk voor het uitgaan van de maand october in sComp: pakhuisen te besorgen en leveren. 100 segen honderd / Coi:s est tegens rd„s viftien hollands de coijang voorts = / segge twee / picols catoen garen soo veel doenelijk van de feijnste soort L„a A: nevens. 336. /: segge drie honderd ses en dertig / pees balken te Caliwonge tegen twe honderd twee en vijftig rd„s hollands aan buffel gelden tesaamen waar toe ik mij bij deesen onder verbeurte van het mij toe vertrouwde regentschap solemneel verbinde. Dat ik ingevalle de compagnie boven de voorsz 100 Coij„s rist die ik ge„ „lijk voorgesegd verpligt ben jaarlijks sonder fout en eenige tegenspraak te leveren nog meerder rijst mogte benodigt wesen en die korl of ook wel andere producten van het land in haar regentschap kandal tegen ordi„ „mani sComp:s nkoops dan wel marks parijs liet inkoopen mij grensents Dat ik om deese mijne verpligting en gelofte te beter gestand te doen niet alleen mijn onderhoorige selfs steeds tot de behouwing der landen aansetten en geen negorijen of dessaas aan chineesen of andere buiten speciaale voorkennisse en permissie van den heer gouverneur en directeur over dese kust verhuuren sal maar ook allen clandes„ „tinen opkoop van rijst in het district onder mij gesteld en soo ook dies uitvoer naar plaatsen niet onder Java en wel insonderheijd naar landen niet onder de Comp: sorteerende soo veel mogelijk strengelijk sal tegen gaan en soeken teweeren mitsg„s buiten de geene die sulks sComp: wegen word gepermitteerd door niemand anders reijst als tot Noodaruft sal laten inkoopen voor dat mijn be„ paalde Contingent van Een honderd Coij„s voormelt wesentlijk in sComp pakhuisen te Paccalongang sal besorgd en ontfangen sijn daar tegen aankanten maar integendeel die op koop van mijn kant soo als een getrouw regent toestaat en betaamt soo veel mogelijk sal soekien te faciliteeren en bevorderlijk maaken verbindende mij hier toe op een isodanige solemneele wijse dat ik daar omtrent in gebreeken blijvende mij gewillig sal onderwerpen aan de peenaliteijten en straffen die mij van wegen de compagnie sal worden opgelegd. daar Art8 ook. Artb: Art 7.
English
From Java's northeast coast, 5 February 1774. From Java's northeast coast, 5 February 1774. Article 1. That I shall be true and faithful to the aforementioned illustrious Dutch Company in the regency and administration of its territory of Kaliwungu, and that I shall perform this service for the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the orders that will be given to me from time to time, either by Their High Excellencies at Batavia or by the Governor and Director of this Coast at Semarang. Article 2. That as often as it is required, I shall appear at Semarang and even at Batavia to show my respect to the Company, my sovereign, to whom I owe my welfare and promotion. Article 3. That I will not maintain any communication or correspondence with inland regents and chiefs, nor with others who do not fall under the Company alongside me, and above all with no one outside Java, without having obtained special permission for this purpose from the Governor and Director at Semarang. Article 4. That furthermore, I shall also provide and keep ready daily at Semarang: 27 battoors, not counting their loeras or chiefs; 3 mayang proas when ships are taking on cargo, in addition to the vessels that are required for patrolling against pirates, together with the necessary horses in my regency for the transport of letters and other Company services, all free of charge. Article 8. Furthermore, I promise that, along with the Patih and Javas granted to me on behalf of the Company, I shall not settle any matters of any consequence concerning the subjects except with the communication and consent of the Governor and Director aforesaid, but that from now on and in accordance with the Company's orders, I shall refer all delinquents and criminals to the Landraad at Semarang, and content myself solely with settling petty disputes of little importance. Article 9. Just as I also generally promise to treat the subjects of the Company's regency of Kendal, both great and small placed under my supervision, in all justice and fairness, not to impose any new burdens, and not to dismiss, wrong, or replace any of my mantris, much less Javas or Patihs; but if any of them should behave unfaithfully or improperly toward me, or even much more so toward the Company, I shall first give notice thereof and implore assistance, even if necessary to a provisional arrest of their person and property, then submitting the case for the decision of the Governor and Director at Semarang upon further determination. Article 10. Furthermore, I solemnly promise that I shall continually endeavor to live with everyone in all peace and friendship, and likewise cause my subordinates to maintain all peace and friendship among one another; and that I shall not interfere in the slightest with the government of the adjacent lands, nor arrogate to myself any authority over such territories; but on the contrary, that I shall live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who have been appointed by the Company as regents in those lands and their subordinates, the more so because this is also commanded by the Company to the inhabitants of those lands, and this therefore serves mutual peace and prosperity. Article 11. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention has been made herein, and which in time might require further determination, I shall abide by the discretion of the Company and obey the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, with reverence and diligence. As a token and proof that I shall sacredly fulfill and intend to fulfill, as well as observe and cause to be observed without the slightest contradiction, the contents of this deed and the promises and obligations made herein without the least deviation, I have sealed this deed of obligation, together with two others of identical content, with my seal, upon the oath that was solemnly sworn by me on the Quran upon assuming the administration over the Company's land of Kendal. Beneath stood: Kendal, 29 July Anno 1773. Lower: Thus done, signed, and sealed in my presence. Was signed: J. R. van der Burgh. In the margin stood: To my knowledge. Was signed: C. P. Boltze, Sworn Clerk. I, the undersigned Sumowijoyo, through the benevolence of the illustrious General Dutch Chartered East India Company, presently regent of the Company's district of Kaliwungu, under the title and name of honor of Tumenggung, hereby declare and bind myself, together with all my mantris, great and small, to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed.
Dutch transcription
Van Iavas oostkust den 5 februarij 174. Van Javas oostcust den 5. febr: 1774. Dat ik voorts almeede dagelijks te Samarang besorgen en gereed doen houdende sal. 27. battoors ongereekend deselver loeras of hoofden. 3. prauwmajangs als er scheepen in lading leggen buiten de vaartui„ gen die ter bekruissing tegen de seeroorens worden gerequireerd, ne„ vens de benodigdte paarden op mijn regentschap tot transport van brieven en andere sComp: diensten alle voor niet. Sat8. wijders beloove ik nevens de Tepattijs en Javas voor de Comp: mij gegeeven geene saaken van eenige aangeleegendheijd de onderdanen betreffende afte doen dan met Communicatie en toestemming van den gouverneur en directeur voormeld maar dat ik alle de linquanten en misdadigers voortaan en na de ordre van de Comp: sal renvoijeeren aan den landraad te Samarang en mij eenelijk te vreeden houden met de afdoening van kleine geschillen van weijnig belang. gelijk ik ook in het algemeen beloove de onderdanen van scomp: re„ gantschap kandal sor wel groote als kleine onder mijn opsigt gesteld in alle regt en billijkheijd te behandelen geene nieuwe lasten op te leggen geene van mijne mantries veel min Javas Eijndelijk en ten laatsten dat ik in alle extra ordinairie voor vallen waar van in deese niet speciaal is gesprooken en die in oeer tijd eenige wijders beloove ijk serieusselijk dat ik met een ieder geduurig in alle vreede en vriendschap sal tragten te leven mitsgaders mijne onder„ hoorige onder den andere ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden en dat ik mij met de regeering van de aangrensende landen in het onninst niet bemoeijen of over sodanige landschappen eenig gesag aan„ „matigen maar in teegendeel: met de geene die door de Comp: als re„ genten en die landen aangesteld sijn en haare onderhoorige in alle vreede vriendschap en goede na buurschap leeven sal temeer dat ook sComp: beveelen is aan de inwoonders van die landen en sulx dus tot weder zijdische rust en welvaart komt te strekken. of pepattijs te verstoten te verongelijken of te verwisselen maar dat ik wanneer emand van deselve sig ontrouw of onraomelijk tegens mij of nog soo veel meer tegens de comp: gedragen mogte alvorens daar af kennisse geven en assistentie imploreeren sal selfs des noods tot een provi„ ofioneele arriesteering van desselfs persoon en goederen geevende de saak„ T ƒ dan over ter decisie van den heer gouverneur en directeur te Samarang op nadere Art: 9. Art: 10. Ant 12. Ant 11. : ƒ 81. van Javasoostkust den 5. febr: 174. nadere bepaaling mogte requireeren mij aan het goedvinden van de comp: gedragen en de ordres die daar omtrent het sij in kas van eenig verandering ofte andersints mogte gegeeven worden soo wel met rever en vlijt salobe„ dieeren als ik tot een teeken en bewijs dat ik den inhoud deser acte ende daar bij gedaane belofte en verbintenissen sonder de minste afweijking hei„ lig sal nakomen en meene natekomen mitsgaders onderhouden en doen onderhouden sonder de minste tegenspraak dese acte van verband nevens nog twee van gelijken jnhouden met mijn zegul:t verseguld hebbe op den eed die door mij bij de aanvaarding van het bestier over sCompagnies land kandal, op den alioran plegtig is afgelegd /:onderstond:/ kandal den 29: Julij A:o 173 / lager:/: Mldus gedaan geteekend en geso„ geld ten mijnen overstaan /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh, /ter seijde stond:/ In kennisse van mij /:was geteekend:/ C: P: Bollze gesw:fte Ik ondergeschreeven Soema auworjo door de benevolentie van de doorlugtige generaale nederlandsche geoctroijeerde oostindische Compagnie altans regent van sComp: district Caliwoengs onder den titul en eere naam van tommongong verklaare en verbinde mij bij deesen nevens alle mijne mantrnies groot en kleijn tot de nakoming der ondervolgende dat ik met boven of binnen landsche regenten en hoofden even min als met andere die niet nevens mij onder de compagnie sorteeren en voor al met niemand buiten Iav gemeenschap ofte correspondentie houden sal sonder daar toe erlangde speciaale permissie van den heer gouverneur en directeur te Samarang Dat ik soo dikwils als het gerequireerd word mij sal komen vertonen te Samarang en selfs te batavia om mijnen eerbied te bewijsen aan de compagnie mijnen opperheer aan wien ik mijnen welvaard en bevordering te dan, „ken hebbe Dat ik de voorschreeven doorlugtige neederlandsche maatschappije in het regentschap en bestier van haar landschap Caliwvongo gehouw en getrouw: wesen en dien dienst ten beste van deselve en haare onderdaanen met alle op lettentheijd gehoorsaamheid en iever waarneemen sal agter volgens de beveelen die mij van tijd tot tijt sullen worden gegeven het sij van hunne hoog Edelheeden te batavia dan wel den heere gouver„ „neur en directeur deser kuste te Samarang voorwaarden welke ik beloove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren. van Iavas oostcust den 5. februarij 174. voorwaarden Art 4. Ant: 1: Ant 2. Art: 3.