VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3418

Japan · 615 pages · 359 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3418_0587 view scan ↗

English

Translation of the Bugis letter written by Ponlipoe to the Governor at Makassar, reading as follows: From Makassar, the 22nd of October 1724. After the customary compliments. Ponlipoe hereby makes known to the Governor the violence and robbery committed by Aroe Pantjana and Pao Pao. When the people of Mario transport their sirih leaves on horses to Tannette for sale, those people are deprived of their horses and sirih leaves by Aroe Pantjana, and this has already happened several times. And when the people of Soppeng proceed to Tanette to request the return of the stolen horses, they are answered by Aroe Pantjana: just bring more horses; whereupon the people of Soppeng have to return empty-handed. Aroe Pantjana has also captured a vessel belonging to an Honorable Company subject of Lemo Lemo and murdered all the crew members. Subsequently, after some time had passed, the families of the murdered people of Lemo Lemo came to search for the burial place of their friends, but being unable to find it, it was pointed out to them by my people. When Aroe Pantjana found out about this, he fined my people 50 rijksdaalders, and also four of my subjects, whom Aroe Pantjana accused of having committed thefts or having stolen some goods. But when the stolen goods were found in the possession of someone else, Aroe Pantjana released two of my four aforementioned subjects, but the other two have remained absent to this day. Furthermore, there is one of my subjects who committed a theft, whereupon I surrendered him to the assembly; but the thief having found an opportunity to borrow money from a certain Lamoesa, with which he paid for his theft, after the lapse of several years Lamoesa and his debtor passed away. When this came to the ears of Aroe Pantjana, he immediately made the father and mother of the former thief pay 88 rijksdaalders and 8 dubbeltjes under the pretext of paying for the theft of their son. The acts of violence of Aroe Pao Pao: The small territory of Salolang, granted to me by Matinroa Rimoesoena, of which notice was given to Matinroa Ratipoeloe, and approved and confirmed at that time by Her Highness as well as this present King of Boni, that it should never ever be broken, upon which the Honorable Company also established a boundary demarcation; and presently Aroe Pao Pao comes to cause me distress by taking away half of those inhabitants of Salolang. And if such a gift can and may be broken, then I request that the people of Tanette may hand over to us the 100 slaves, besides the children belonging to a named Dampang, which fell to my share in Salolang on my father's behalf, to which Matinroa Riemoesoema has not the slightest claim. And if the Governor can assist me in this matter, I would very gladly make a present of 40 pieces to the Governor. Aroe Pao Pao has also extorted money from 2 of my subjects, one for 10 and the other for 18 rijksdaalders. Over these and similar dealings of the said two princes, I am in my conscience convinced that I am very much injured and greatly wronged. And if I am not supported and protected therein by the Governor, then all my goodwill and sincerity toward the Honorable Company will be in vain, and at times I will no longer be able to live in sincerity with it; for although one is injured or wronged, we are nevertheless not helped. But in case the Governor should not wish to support me, I request then to be allowed to fight against such people, so that I may thereby obtain my rights. I also make known to the Governor that Aroe Pantjana and the said Aroe

Dutch transcription

van Maccasser den 22:' October 1724. Na de ordinaire Compliment. soo maakt den ponlipos: bij deesen aan den Heer Gouverneur bekent, de Gepleegde gewelderuarij en zoverij van Stroe pantjana en pao pao, dat wanneer de volkeren van mario met paarders hunne sirie blaaderen, naar tannette ter verkoop vervoeren, so: wor„ den die menschen door Aroe Pantjana hunne paardens en sirie bladeren afgewoomen, en dat zulx alverscheijde maalen, is geschied, en wanneerde Sopingers naar Tanette begeven, om de Geroofde paardens wederom te versoeken, worden zij door Aroe pantjana Geantwoord, brengt nog maar meer paardens aan, daar op moet de sopingers niet onver„ ligter zaaken te rug keeren, ook heeft aroe Pantjana een vaartuijg toebehoorende een en 's E: Comp:s onderdaan van Lemo Lemo afgeloopen en alle de scheepelingen vermoord, vervolgens na verloop van eenigen tijd qua„ „men de famillaies van de vermoorden Lemo Lemo om na de Graaff „plaats van hun vrienden op te zoeken, dog zulx niet te vinden ben men, wierd deselve door mijne volkeeren aan geweesen, over zulx Aroe Pantjana daar agter gekoomen is heeft denselven mijn volk inde boete geslagen voor 50. rijxd:s en teffens vier, mijner onderdanen dewelke door Aroe pantjana betigt zijn dieverijen te hebben begaan of Eenige Goederen zoude gestoolen hebben, dog de Gestoolene Goederen bij een anderen is gevonden, soo heeft Aroe Pantjana twee, van de vier mijne voornoemde onderdaanen losgelaaten, maar de twee andere, tot heeden absent is Gebleeven. wijders is 'er een mijner onderdaanen die een diefstal begaan heeft waarop ik denselve aan de vergadering hebbe overgegeven, dog den dief occagie gevonden hebbende, om bij eenen Lamoesa geld ter leen te krij„ brief geschreeven door Ponlipoe E: aan den heer Gouverneur tot Marcasser Luijdende aldus. Translaat boegineese „been, waar meede hij zijn diefstal heeft voldaan, is na verloop van eenige Jaeren Lamoesa en zijn debiteur komen te overleijden, Aroe Pantjana zulx ter oorenkoomende, heeft opstond de vader en de moeder van de geweesene dieff 88: rd:s en 8: dubb: doen betaalen, met voor wendsel daar voor de diverij van haaren zoon te voldoen. De Geweldenarijen van Aroe Pao Pao. Het Landschapje Salolang mij door Matinroa Rimoe„ „soena geschonken en daar van aan Matinroa Ratipoeloe- E: is keen„ „nisse gegeven en door haar hoogheijd doenmaals benevens deese presenten koning van bonij beijde hebben geapprobeerd en bevestigt, dat nooijt of ooijt zal moogen verbrooken werden waar op dE: Comp:e ook een limiet scheijding daar op heeft gemaakt, en teegenwoordig komt Aroe Pao Pao mij beschaoort maaken, met de helfte dier inwoonders van Salolang weg te neemen, en wanneer zulken gifte kan en mooge verbrooken werden dan versoeke ik dat de Tanettereesen wij mag uijt keeren de 100. stux slaeven buijten de kinderen van een Gen=t Dampang, is toebehooren, welke mij op Lalolang te beurt is gevallen, van mijn vaders weegen daar Matinroa Riemoe„ „soema, geene de minste pretensie op heeft, en wanneer den heer Gouver„ „neur mij in deese presentie behulpsaam kan zijn, wilde ik zeer Gaarne 40. stux aan den hier Gouverneur present doen ook heeft Aroe Pao pao 2. mijner onderdaanen Geld afgeperst de eene voor 10. en den anderen 18: rd:s ovder welke en dier gelijke gedoentenisse van gemelde twee princen, ben ik in gemoede overtuijgd, dat mij zeer benadeeld of grootelijks veron„ „gelijkt word, en wanneer mij over zulx door den heer Gouverneur niet ondersteund en daar in Geprotegeerd word, als dan sal alle mijne wel„ „meenent en opregtigheijd voor dE: Comp=e te vergeef zijn, en ik zom wijlen niet meer met dezelve in opregtigheijd leeven kunnen, wantschoon men benadeeld of ongelijk aan gedaan word, worden wij egter niet geholpen, Edog ingevalle den heer Gouverneur mij niet ondersteuren wilde, ver„ soeke als dan mij, toe te laaten teegens de zulke te vegten, op dat daardoor mijne regt verkrijgen moge. —. Ook maake den heer Gouverneur bekend, dat Arve Pantjana en gen. Aroe. 8 127

NL-HaNA_1.04.02_3418_0588 view scan ↗

English

129 from Maccasser the 22: October 1724. Translation. Aroe Pao pao intending to prevent the tithe-gatherers from titheing their paddy, of which the mother of the last-mentioned heard word, she went to her son Aroe Pao pao and ordered him to notify Aroe Pantjana that he must abandon his evil intentions, so that the land of Tanette would not fall into misfortune as a result, which prince, or Aroe pantjana, had also abandoned this and decided with aroe pao pao to have their paddy carried away, just as Aroe Pantjana has already had 7000: sheaves transported from the village of patjero, and still intends to have his further paddy on the village of Lem pangang and mangaloen carried away. Underneath was written: for the Translation. Was signed: G: Baugman Underneath was written: for the translation. Was signed: Fr Dn voll: sworn clerk. After the ordinary compliments and greetings. Garat goes herewith to deliver this letter of ours, the head of the envoys and the heads of all the princes' and king's goods, also one representing the person of Atroe Eiroe Eiroe. Furthermore we hereby make known on behalf of the Company to the Lord Governor the reasons why we have not spoken before about Tjitta and Baringan: it is because although their persons had departed from soping, the two villages nevertheless always properly observed their court service to soping. However, the Lord Governor at that time also told us that Matinroa Riti poeloe E: being datoe of Soping ceded Tjitta and Baringan to the present king of bonij. We therefore acknowledge this to be the truth, yet although the two aforementioned villages were ceded to the king of bouij, they nevertheless always properly fulfilled their duty to soping, and to this day under our present Datoe they have never fallen behind in those duties. But since the arrival of Aroe Ioura, Aroe Oedjong poeloe, Atro mario who departed to saparia, and Datoe Ritjanong named Daeeng Biasa, Tjitta and Baringam have no longer wished to fulfill their duty. The four above-mentioned princes have also notified us that they have agreed with the king of Bonij to depose our present Datoe, but as we still have no reasons for complaint, we therefore cannot well proceed to that, but would rather await all evil that comes from it than that one should separate from our datoe. Translation of Buginese letter written by Benliepe E: and other grandees of the realm of soping to the Lord Governor, reading as follows. We.

Dutch transcription

129 van Maccasser den 22:' October 1724. —: - Translaat. Aroe Pao paa van Intentie zijn de vertienders te beletten, om huwe padij niet te laaten vertienen, waar op de moeder van de Laast gemelde zulx ter ooren is gekomen, begaf zij zig na haar zoon Atroe Pao paven ordonneerde hem, Aroe Pantjana aantezeggen, van zijne quaade voor„ „neemens te moeten afzien, op dat het land van Tanette daar door niet in ongeluk zaakte, gelijk die prins, of Aroe pantjana ook daar van afgezien, en beslooten hadde met aroe pao pao om haaren padij te laaten wegbrengen, zo als Aroe Pantjana bereets 7000: bossen van de E Negorij patjero heeft laaten vervoeren, en nog van voorneemen is zijne verdere padij op de negorij Lem pangang en mangaloen te laaten weg voeren. /:onderstond:/ voor de Translatie /:was Geteekend:/ G: Baugman /:onderstond:/ voor de translatie /:was Geteekend:/ F„r D:n: voll: gesw: Cercq: Na de ordinaire Complimenten en begroetingen. Garat hier neevens, ter overbrenging van deese onsen brieff den hoofd van de sendelingen en de hoofden van alle princen en konings„ Goederen, teffens een die de perzoon van Atroe Eiroe Eiroe representeerende wijders maken wij bij deesen 's Comp:s weegen aan den heer Gouverneur bekend, de reedenen waarom wij bevoorens over Tjitta en Barin„ „gan niet gesprooken hebben: het is, om dat hoewel hun persoon van soping waaren geweeken, egter de twee negorijen haren hof dienst altoos aan soping behoorlijk g'observeert hebben, Edog den doenmaligen heer Gouverneur ons ook geset heeft dat Matinroa Riti poeloe„ E: als datoe van Soping zijnde Tjitta en Barinngan aan den presen„ „ten bonijskoning, heeft afgestaan, wij bekeennen oversulx de waarheijd te weesen, dog schoon de twee Negorijen voormelde aan den koning van bouij was afgestaan, als egter hebben sij hunnen pligt, altoos aanso„ „ping behoorlijk volbragt, en dat zij tot heeden bij onsen teegenswoordigen Datoe, nooijt van die pligten zijn ten agter gebleeven, maar 't zeedert de komste van Aroe Ioura, Aroe Oedjong poeloe, Atro mario die na saparia geweeken is, en Datoe Ritjanong Genaamt Daeeng Biasa, heeft Tjitta en Baringam niet meer kunnen pligt willen nakomen de booven Genoemdens vier princen hebben ons ook laaten aanzeggen, dat zijlieden met den koning van Bonij over Een zijn gekoomen om onsen presenten Datoe afte zenden, dog wij als nog Geen reedenen van klagen hebben, dierhalven daar toe niet wel kunnen over gaar, maarliever van alle quaad, dat daar van komt, wilden afwagten als dat men van onsen datoe soude repareeren. Translaat boegineesen brief geschreeven door Benliepe E: en van verdere Rijkesgrooten van soping aan den heer Gouverneur Luijdende als. wij. volgt..

NL-HaNA_1.04.02_3418_0589 view scan ↗

English

131 From Maccasser The 22nd October 1724. From Maccasser The 22nd October A:o 1754. We find ourselves presently obliged to speak about Tjitta and Baringan, because the three sealed papers state that, if we were to surrender Watoe and Patodjo, not the slightest harm would be brought upon us, and now after the surrender of the same it presently happens that Tjetta and Baringan no longer wished to fulfill their court services to Soping, though GaaGjoa and Bedjong Poeloe have returned of their own accord to Soping. That the then Governor was pleased to say to us to have patience, and even though Soping must do without Tjitta and Baringan, Soping will surely not suffer so much damage thereby, concerning which statement we say yes: because in those two villages there are thousands of people who are taken away from us, and that without the slightest reason, and therefore we now come to claim these two villages, not because the same presently stand under Boni's king, but because they no longer wish to observe their court services, as other allies do, so that whenever Sopping calls or orders something or indeed demands something from them, they must come and carry out the order, as well as pay the tribute, namely the latter in firearms, and likewise those of Lamoeroe. The Lord Governor also recommended to us to remain silent and to exercise patience, as we are also doing and shall observe the recommendation, but patience has now come to an end with the land of Soping, for the sayings of our ancestors are that there is no better counsel to be found to preserve a great territory and keep it in safety than with good words, money, and weapons, of which three mentioned we are very incapable, so we shall only have to await God's goodness; meanwhile we Sopingers are currently disheartened, and therefore we cannot refrain from making these matters known to the Honorable Company, as we have placed our trust in the same, which has also always sought to attend to our well-being. We also make known on the Company's behalf to the Lord Governor the acts of violence committed by Adatoeang together with the peoples of Sideenreeng against those of Mario; we can no longer endure the same, as they will not treat us with the least justice or according to the customs of the land, of which Your Honorable Worshipful Lord is sufficiently aware, because we have already given notice thereof several times. Furthermore, we must also bring to Your Honorable Worshipful's knowledge that the villages Kekeang, Gantarang, and Benran Gan have been taken for herself by the former Queen of Loenoer, and because in the first-mentioned village Heekeang, when Lord Speelman and Toenisombaija waged war against the Macassars, the standard of Soping stood; on that account it was permitted to us by the said two lords that whenever our Datoe or others go to Maccasser to the Honorable Company at Maccasser or to Boni to perform court services, they may make use of the paddy of the said Seekeang for themselves, and therefore we will not wish to abandon our claim to these three villages as long as the flag of the Honorable Company still remains standing and that which the two lords established and instituted is not broken. We cannot fail to make this known, because we have placed our trust in the Honorable Company, and we have made requests several times on that account to the Queen, but have not been able to obtain it; we pray for God's sake that the Honorable Company may uphold that which Lord Speelman and Toenisombaija instituted here on Maccasser; we Sopingers make all this known to the Lord Governor, so that, if the Honorable Company comes to require something of the land or indeed of our Datoe, and we shall then not be in a position to fulfill the requirement, as we are presently curtailed and shorn, the Honorable Company shall not say afterwards why we did not make this known beforehand. Underneath stood: Written in the land of Lampoko on Thursday the first of September 1774. Lower, for the translator, was signed: G:t Brugman, Honorable and Stern Interpreter. Signed: H:k I:k Voll, Sworn Clerk. Acknowledged.

Dutch transcription

131 van Maccasser Den 22:' October 1724. —. van Maccasser Den 22:' October A:o 1754. — wij vin den ons thans verpligt over Tjitta en Baringan te spreekeen, vermits: de drie verzegulde papieren zegt dat, als wij wa„ „toe en Patodjo zoude overgegeven hebben ons dan geen de minste nadeel zoude toegebragt worden, en nu na de overgave van deselve Geschieden thans, dat Tjetta en Baringan hunne hofdiensten aan soping niet meer wilden nakoomen, dog GaaGjoa en bedjong poeloe zijn van zig zelver: wederom in soping gekoomen Dat den toenmaligen her Gouverneur ons heeft Gelieve te zeg„ „gen te zeggen, gedult te moeten houden en schoon soping, Tjitta en barin„ „gan moeten missen zal immers soping zo veel schaade daar door niet leijden, over welke seggen wij Ia: wijl op die twee negorijen duijsenden van menschen zijn- die van ons worden afgenoomen en dat zonders de minste reedenen, en dierhalven koomen wij thans deese twee Negorijn te pretendeeren, met om dat deselve thans onder bonijs koning staat, maar om dat ze hunne hofdiensten niet meer willen observeeren, gelijk andere bond genooten doen, dat wanneer Sopping roept of iets ordonneerd dan wel van haar iets eijsschen moetense koomen en de ordre ter uijtvoer brengen mitsgaders het gebijs de geeven, te weeten dat laatste in Geweiren en zoo meede die van Lamoeroe. Ook heeft ons den heer Gouverneur Gerecommandeert te swrijgen en gedult te gebruijken, gelijk wij ook sijn doende en, de recommandatie zul„ len observeeren, maar het is nu met 't land van soping ende Geduldig„ „heijd ten eijnde, want de gesegdens van bnsen voor ouders sijn, dat'er geen beeter raad te vinden zij, om een groot landschap te bewaaren en in veijligheijd te houden, als met goede woorden, geld en wapenen van dewelke drie Genoem„ „dens, wij zeer onvermogen zijn, dan eenlijk zullen wij moeten afwagten Godes Goedreijd, ondertusschen zijn wij Sopingers teegens woordig keleijn moedig en dier halven kunnen wij niet nalaaten dE: Comp:e deeze zaaken bekeend te maaken, wijl wij onsen vertrouwentheijd op dezelve Gevestigt hebben die ook altoos ons wel weesen, heeft soeken te behartigen. Ook maeken wij Comp=s wergen aan den heer Gouverneur bekent, de geweldenarijen van Adatoeang beneevens de volkeren van sideenreeng aan die van mario, kunnen wij deselve niet langer ver„ „dragen alsoo zij ons geen de minste regt of na de Lands vasten wil„ „de Tracteeren uwel Edele agtb: heer hier van Genoeg bekend is, vermits albereets verscheijde maalen, daar van kennisse geegeven hebben. wijders moeten wij uwelEdele agtb=e ook ter kennisse brengen dat de Negorijen kekeang Gantarang en Benran Gan door de geweesene koningin van Loenoer zijn nazig genomen en wijl op de eerst gemelde negorij heekeang wanner den heer Speelman en Toenisombaija, teegens de maccassaeren den oorlog gevoert, de staen„ „daart van soping gestaan heeft; uijt dien hoofde is ons door Gemelde twee heeren Gepermitteerd, om wanneer onsen Datoe, dan wel andere naar maccasser bij d'E: Comp:e op maccasser of bonij hofdiens ten gaan doen datze de padij van genoemde seekeang gebruijk van hunren maeken, en daerom zullen wij van onsen pretensie op deese drie Negorijen niet willen afzien, zo lange de vlag van dE Comp:e nog staan blijven en het geene de twee heeren gemaakt en ingesteld niet verbroken word: wij kunnen niet manqueeren zulx bekeend te maaken, omdat wij onsen vertrouwe op dE: Comp:e gevestigt heb„ „ben, en wij verscheijdene maalen daarom aan de konin ginne ver„ „soek gedaan maar niet kunnen verkrijgen, wij bidden om Gads wille, dat dE: Comp:e mag doen standgrijpen, van 't geen den heer speelman en Toemis ombaija hierop maccasser in gesteld heeft, wij sopingers maaken deesen alles aan den heer Gouverneur bekend; op dat, wanneer dE: Comp: iets van 't land of wel van onsen„ Datoe koomen te requireeren, en wij als dan niet in staat zal weesen, om de requisit te kunnen doen, wijl wij thans Gesnoijt en geschooren zijn, d'E: Comp:e naderhand niet zullen zeggen waerom wij zulx voor af niet hebben bekend gemaakt /:onderstond:/ geschreeven op 't Land Lampoko op donderdag den bers„ „ten September 1774. /:Lager voor de Translateur /:was Geetekend/ G=t Brugman E: Gestr: Tolk /:getekeend:/ H„k I=k voll Gesw: Clercq: bekeent.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0590 view scan ↗

English

From Maccasser, the 22nd of October 1724. From Maccasser, the 22nd of October 1724. To the Right Honorable Sir, Paulus Godofridus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc., etc. My last to Your Right Honorable was of the 20th of this month. Shortly after dispatching that letter, the maidservant accused of the crime of incest was found again. I had already, Right Honorable Sir, for some time entertained well-founded suspicions that she was staying in the Bouginese Boelecomba. Craing Boelecomba was willing to surrender her as soon as I sent an envoy, but his Sompo saw fit to let me know that he had taken the maidservant under his protection, and that he did not want to hand her over before and until he had properly investigated the matter. However, the sending of further envoys, by whom I made known both to the Craing and to the Sompo of Boelecomba that the investigation did not concern them and that I absolutely demanded the maidservant back, or that they would otherwise remain liable if the maidservant should become absent again, had the effect that they surrendered her. I have kept her in secure custody and, since there is presently no opportunity for a secure conveyance, I shall take the liberty of bringing her along upon my arrival. Wherewith I remain, with all high esteem and respect, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: J. Monsieur. In the margin: Boelecomba in the Honorable Company's fortress, the 31st of August 1774. Below: Agrees, F. J. Voll, Sworn Clerk. Right Honorable Sir! My greetings to you, and I inform you that I have investigated the matter in question, both on the side of the subjects of the Honorable Company and on that of the Bone people who live along the riverbank, and found that the Bone people were in the wrong. I have therefore settled the same, and that in the presence of the interpreter of Maros, whom I expressly summoned for that purpose. To that end, the aforementioned Bone people have been condemned by me to pay, each village, one thai, or twenty-four Spanish rixdollars for the three villages. I now send this fine to you with the Bone interpreter Pasere, in order that it may subsequently be handed over by you to the Right Honorable Governor. I also request that you observe how His Right Honorable is disposed regarding this matter settled by me, as I have handled this in accordance with our law. Below: Translated by, was signed: G. Brugman. Lower: Agrees, was signed: J. K. J. Voll, Sworn Clerk. Translation of a Buginese letter written by the King of Bonij, currently present at Maros, to the First Sworn Interpreter Gerrit Brugman here, reading as follows: Translation. Translation. 133

Dutch transcription

van Maccasser den 22:' October 1724. —. van Maccasser, den 22:' 8ber: 1724. —. Aan Den wel Edelen Agtbaeren Heer. Paulus Godofridus van der voort Gouverneur en Directeur deeser Custe Celebes. &=a &. a Mijne laatste aan uwel Ed=e agtb:e was van den 20. ' deeser, kort na't afzenden dier missive is de over de Crimen incestum beschuldigde meijd, weeder te regt gekoomene ik had reets wel Edele Agtb:re heer zee„ dert eenigen tijd gegronde suspecie, dat zij zig op 't bouise boelecomba ophield Craing Boelecomba wilde haar, zo dra ik een sendeling zond afstaan, dog desselfs Sompo, konde goedvinden, om mij te laaten weeten dat hij die meijd onder zijne bescherming had genoomen, en dat bij haar niet wilde afgeven, voor en al eer hij de zaak regt onderzogt had, dog 't zenden van een nadere zendelingen, waar voor ik zo wel, aan de Craing als Compo van bolecomba liet weeten, als dat 't onderzoek haarlieden niet aanging en dat ik absolut de meijd te rug begeerde: of dat zij anders zoo de meijd te rug begeerde: of dat zij anders zoo de meijd weeder absent mogt ge„ „raaken die voor aan spreekelijk bleeven, is van die uijtwerking geweest dat zij haar hebben afgestaan ik heb deselve in Goede verzeekering gehouden en zal dewijl 'er thans tot een secuure overvoer geen occasie is de vrijheijd neeme met mijn opkomst deselven meede te brengen. waar meede met alle hoog agting en respect verblijve /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:Lager:/ uwel Ed=e agtb:s onderdanige en Ge„ hoorsaeme Dienaar /:was Geteekend:/ I=n monsieur /:in margine:/ Boele„ „comba in sE: Comp:s vesting den 31:e Augustus 1774. /:onderstond:/ Accordeert f=k I=k voll Gesw: Clercq. wel Edele Agtbaare Heer! Mijn Groet aan u, en ik maak uE: bekend, dat ik de bewuste zaak, zoo wel aan de zijde der onderdaenen van d'E: Comp:e als aan die van de Boniers, die langs de kant van de rivier woonen, onderzogt hebbe en bevonden dat de boniers ongelijk hadden, dierhalven ik deselve hebbe afgemaakt en zulks ter presentie van den tolk van maros die ik Expres daar bij heb geroepen, en ten dien eijnde de boniers voornoemd door mij zijn gecondemneert geworden, dat ieder negorij Een thai zoude betaa„ len ofte vier en twintig rd=s spaans voor de drie Negorijen, welke boete ik thans met den bonijs tolk Pasere tot uE: zend om dezelve vervolgens. door uE: aan den wel Edelen Agtb: Heer Gouverneur te overhandigen, en ik versoeke uE: teffens om te letten hoedanig dat zijn Ed=e agtb:e omtrent deese door mij afgemaakte zaak, gekeumeurt is, wijl ik zulks na volgens onse wet getracteerd hebbe /:onderstond:/ getranslateerd door /: was Ge„ „teekend:/ G=t brugman /:Lager/ Accordeert /:was geteekend:/ I: k J= voll gesw: Clercq. —. Translaat boeginees Brief Geschreeven door den koning van bonij thans present te Maros aan den Eersten Geswoore Tolk Gerrit Baugman alhier Luij„ „dende, aldus. Translaat. Translaat. 133

NL-HaNA_1.04.02_3418_0591 view scan ↗

English

133 From Maccasser, the 22nd of October 1774. From Maccasser, the 22nd of October 1774. My compliments to your Honour, and I make known to your Honour that I have received an envoy from the Honourable Right-Venerable Lord Governor, who came to request me in the name of his Honourable Right-Venerable to be pleased to proceed to Zagerij, as I have indeed done. However, upon my arrival there, having learned at the mouth of the river that the Lord Governor had not yet arrived at Zagerij, I therefore continued my journey directly to Pantjana. And upon my arrival there, I immediately summoned Arou Pantjana and Arou Pao pac to me, to conduct an investigation regarding the perpetrator who wounded the European. Whereupon the said Arou Pantjana immediately went to the house of the perpetrator to take him into apprehension, but found that he had already taken flight without it being known whither, and that the aforementioned Arou Pantjana found nothing in the house other than two muskets and two cutlasses, which I now send over to your Honour with my Captain Daing Mazikkie, subsequently to hand them over to the Honourable Right-Venerable Lord Governor. I have furthermore most strictly ordered all my subjects that they must apply all diligence to get the aforementioned perpetrators into their hands, and in case of resistance to strike them down, and in case he should have fled outside my district, to give me notice thereof immediately. Furthermore, it also serves for your Honour's knowledge that the King of Bonij has told me that I should order my Tanette subjects to come up to Maccasser with all circumspection, since the Mandhaereesen have now arrived there. And since a party of my subjects have remained at Maccasser, I shall come up with the remainder. And lastly, I request your Honour to report all the above to the Honourable Sabandhaer, so that his Honour may tell such to the Lord Governor in clear terms. Below stood: For the translation, was signed: G. Brugman. Lower: Agrees, I. Jsz Voll, sworn Clerk. Translation of a Bugis letter written by the Queen of Tanette to the Captain of the Malays here, Abdul Cadier, reading as follows: To the Honourable Right-Venerable Lord Paulus Godefridus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. On the 29th of August, on Monday, there came an envoy named Soeroe Maloekoe from the village of Cattena, sent by the chief to warn me that on the 28th, on Sunday, the watchmen stationed there named Hendrik Miegels and Frans Vink, at around 7 to 8 o'clock in the evening in the creek of Tamancoeppa, encountered a bieroang—concerning which the watchmen had been tipped off that it would pass by outside, laden with paddy, to put out to sea—and asked where they wanted to go. Giving as an answer thereto that they were people of Arou Iao pao of Tanette; whereupon they were asked by the watchmen to hand over their weapons, they immediately surrendered an assegai upon that, being further asked for their krises, they received as an answer, "Wait a moment," in their language, and thus coming on board, instead, with the rest forward at the point, the boatman or watch-boys, seeing this jump, instead of assisting, leapt overboard at the same time, and the others, seeing that, made themselves masters of their weapons, being two muskets and a copper cutlass. I therefore send over both the wounded men. Below stood: Your Honourable Right-Venerable humble servant, was signed: Johan Christoffel Ramisch. In the margin: Zagerie, the 29th of August, anno 1774. Below stood: Agrees, was signed: E. I. Voll, sworn Clerk. Honourable Right-Venerable Lord!

Dutch transcription

133 van Maccasser Den 22:' 8ber: 174. van Maccasser den 22:' October 1774. -. Mijn Compliment aan uE: en ik maak uE: bekeend dat ik een zendeling van den wel Edelen agtb: heer Gouverneur hebbe gekreegen, die mij uijt naam van zijn WelEdele agtb=e quam versoeken dat ik mij na Zagerij geliefde te be„ „geeven, zo als ik ook gedaan hebt, dog bij mij aankomst aldaar voor demond van de rivier vernomen hebbende, dat den heer Gouverneur nog niet te zagerij was g'arriveerd, dierhalven heb ik mijne Eijse vervordert direct, na pan„ „tjana, en bij mijn arrivement aldaar ten Eersten Arou Pantjana en Arou Pao pac. bij mij ontboden, om onderzoek te doen na de daader die de Europees gekweest heeft, waar op gemelde Arou Pantjana zig terstond na het huijs van de daader begaf om den zelve in apprehensie te neemen, dog dat denselven reeds de vlugt hadde genoomen zonder te weeten werwaards en dat voornoemde Arou Pantjana op het huijs niet anders gevonden heeft als twee snaphaanen en twee houwers, die ik thans met mijn Capitain Daing mazikkie tot uE: overzend om dezelve vervolgens aan den wel Edele agtb:r Heer Gouverneur te overhandigen, ik heb wijders aan alle mijne onderdaanen op het Ernstigste g'ordonneert, dat ze alle vlijt moeten aan„ „wenden, om de voornoemde daaders inhanden te krijgen, en bij teegen weer de„ „zelve ter weeder te leggen, en bij aldien hij buijten het district van mij mogte gevlugt weesen, mij daar van ten Eersten kennisse te moeten Geeven. voorts diend meede tot uE: kennis dat den koning van bonij mij ge„ „zegt heeft, dat ik mijne Fanetse onderdaanen zoude ordonneeren, dat ze met alle omsigtigheijd na maccasser moeten opkoomen, dewijl de mandhaereesen thans aldaar g'arriveerd zijn, en dewijl mijne onder daa„ „nen een parthij op maccasser verbleeven zijn, zal ik met de resteeten de opkoomen, en laatstelijk versoeke ik uw: om al het voorenstaande aan den E: sabandhaer te melden, op Dat zijn E: sulks den heer Gouverneur in een duijdelijke termen kan zeggen /:onderstond:/ voor de Trans„ „latie /:was geteekend:/ G:t brugman /:Lager/ accordeerd I=k Jsz voll geswoore Clercq. — Translaat Bougineese brief geschreeven door de konin„ „ginne van Tanette, aan den Capi„ „tain der maleijers alhier Abdul. Cadier Luijdende aldus. —. Aan den wel Edelen Agtbaeren Heer Paulus Godefridus van der voort Gouverneur - en directeur deeser Custe Celebes Op den 29:' augustus op maandag, Quam een sendeling Genaamd soeroe Maloekoe van de negorij Cattena, door het opperhoofd gesonden om mij te waarschouwen, als dat op den 28:' op sondag de aldaar bescheijden wagthouders genaamd Hendrik Miegels en frans vink omtrent des avonds 7. a 2. 8 uuren in de spruijt van Tamancoeppa een bierowang, die aan de wagthouders verklikt was, dat denselven souden buijten passee„ „ren, gelaeden met padij om na de zee te steeken, gerecontreert en Ge„ vraagt waar ze na toe wouden, geevende daar op ten antwoord, als. datse volk van Arou Iao pao van Tanette waeren, waar op ze van de wagthouders gevraagt, om haar wapens afte geeven, hebben daar op, aan„ „stonds een assagaij overgegeven, worden verders gevraagt om haar terissen, kreegen ten antwoord, wagt aanstonds op haare taal en soo aan boord koomende in plaats met het gerest voor uijt de punt, de schepper of wagt Jongens dit siende springen, in plaats te secoudeeren, te gelijk over boort, en de andere dat siende maken sig meester overhaere wapens, als twee Geweiren en een Copere houwer, sende derhalven de beijde ge„ quetsen over /:onderstond:/ uw: wel Edele Agtb:e Geringe Dienaar /:was Geteekend:/ Johan Christoffel Ramisch /:in marigine:/ Zagerie den 29:' augustus A:o 1774. /:onderstond:/ Accordeerd /:was Geteekend:/ E=k I=st voll: Gesw: Ceroq.— welEdele Agtbaren Heer! -

NL-HaNA_1.04.02_3418_0592 view scan ↗

English

137 Right Honorable Sirs! from Maccasser the 22nd October 1724. from Maccasser the 22nd October 1724. This morning an envoy from the King of Boni came to summon the interpreter Carre Maaring, who shortly after seven o'clock, with prior knowledge and consent from me, went there, returning at 9 o'clock with the news that this prince wished to pay me a visit this afternoon at three o'clock without a large retinue in front of the post in the baroega, as he had something to tell me in private. Whereupon I immediately sent that interpreter back with my greetings and let it be known that I would await His Majesty. Just so His Majesty also appeared at half past three in a liplip, in silence and without having much retinue with him. After he had eaten something and enjoyed one thing and another according to the native custom, this prince had me asked whether I had heard anything about Segeri from Arou Pantjana. Whereupon I said no. Has there not been a fire then, he asked. I answered that I had not seen such a thing, but had indeed heard something of it, that a small house was said to have caught fire, but was also extinguished again immediately. Well now, said this prince, that was done by Arou Pantjana's people, and now he is here together with his mother the Queen, and will likely try to attempt the same thing here. Therefore I come to warn you myself in person so that you can be on your guard in time. I promise you that I and mine shall be helpful in all things to the Company and its subjects. Whereupon I thanked the prince, professing to place our safest trust in His Majesty regarding the Company. After the King had left, which was around half past five, I gave notice thereof to Sommo Marros, Glarrang Bontoa, Crain Simbang, and the Sollewattangs of Tanralili and Tompobulu, who happened to all be present here to attend the wild cattle hunt, with orders to return quickly to their villages and gather men so as to be able to be here with a good force at the first signal of two cannon shots following shortly upon each other, which they also accepted and each went their way. According to my humble ability I have established such order here as seems best, and humbly request to be informed of that of Your Right Honorable as quickly as possible in case of necessity. I have only 50 lb of gunpowder remaining, as the other has been consumed in firing salutes. Lead I have none at all anymore, so that I humbly request one hundred pounds of fine and one hundred pounds of coarse gunpowder as quickly as possible. Remaining with all respect and submission, beneath stood, Right Honorable Sirs, lower, Your Right Honorable's humble and dutiful servant, was signed, M: van Rossum, in the margin, Maros the 14th September Anno 1724. Beneath stood, Agrees, J. D. Voll, Sworn Clerk. Tennis. Maros.

Dutch transcription

137 wel Edelen Agtb=re Heere! van Maccasser Den 22:' 8ber: 1724. — van Maccasser Den 22:' October 1724. —. Heeden morgen quam een sendeling van Bonijs majesteijt om den tolk Carre Maaring te roepen, die eeven na seeren uuren niet voorkennisse en consent van mij daar na toeging, koomende em 9. uuren terug, met de tijding dat dien vorst des agtermiddags om drie uuren mij sonder veel gevolg, een visite voor de post in de barroega wilde geeven, al„ soo mij particulier iets te seggen hadde, waar op ik dien taalsman on„ „der mijne Groete aanstonds te rug sond en seggen liet, dat ik zijn maje„ „steijt soude verwagten, gelijk hoofdst denselven dan ook om halff vier met een liplip instilte veronden veel gevolg bij sig te hebben, verscheen: na dat wat geeseten en 't een en ander nade Inlandse gewoonte genooten had, liet mij dien vorst vraegen of ik niets op sagerie van Arou pantjana gehoord hadde, waar op ik seijde van Eedeen, is er dan geen brand geweest, vroeg hij ik antwoorde sulx niet gesien, maar wel iets daar van Gehoord te hebben, dat een kleijn huijsje vuur sou hebben ge„ „vat dog ook aanstonds weeder geblust, wel nu seij dien vorst dat is door Arou Pantjana zijn volk geschied, em nu is hij neevens zijn moeder koninginne hier, en sal denkelijk het selve hier ook tragten te probeeren, dierhalven kom ik uw: selvs in persoon sulx waarschou„ „wen bij tijds op hoede te kunnen zijn, ik beloove uw: dat ik ende mijnen de Comp:e en haar onderdaanen in alles behulpsaam sullen zijn waar op ik en de mijnen de Comp:e en haar onderdaanen in alles behulpsaam zullen zijn, waar op ik den vorst bedankte, onder betuijginge van op nieuwerd veijliger vertrouwen te stellen, als op hoogs=t denselven, om„ „trend de Comp:e Sommo marros, Glarrang Bontoa, Crain sim„ „bang en de sollewattangs van Frandralielie en Tankoeroe, die hier Cuijst alle om de hoetebeeste Jagt bij te woonen, present waaren gaf ik na dat de koning weg was, dat omtrent halff ses was kennis daar van, met ordre om schielijk na hun negorijen te keeren; en volk te versamelen om op het eerste zeijn van twee kort opelkander, volgende Canon schooten, met een Goede magt hier te kunnen weesen gelijk zij ok aannamen en vertrokken ieder zijns weegs. ik heb na Gering vermoogen hier soo„ „danige ordre gesteld, als den sie best te weesen, en versoeke nedrigst om die van uw: wel Edele agtb:e ten spoedigste te moogen weeten, in cas van noodsakelijk„ heijd ik heb nog maar 50. lb: kruijd per restand, alsoo het andere met de verthie„ „ningen bere schooten ver consumeerd is, sijn, heb ik in 't geheel niet meer, soo dat ootmoedig om Een hondert pond fijn en Een honderd pond grof kruijd versoeke, soo spoedig als 't mogelijk is. blijvende met alle Eerbied en onder„ danigheijd /:onderstond:/ wel Edelen Agtb: Heere/ Lager:/ uwel Edele agtb=re oodmoedigen en trouw schuldigen Dienaar /:was Getekend:/ M: van Rossum /:in margine:/ Moras den 14:' september A:o 1724. — /:onderstond:/ Accordeert /: I=t D: D: voll Geswoore Clercq. — Tennis. Maros.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0593 view scan ↗

English

From Maccasser, the 22nd of October 1724. To the Junior Merchant Matthijs van Rossun, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Acknowledging the communication conveyed to me in yours of yesterday, I approve of Your Honor's precautions taken against all malicious enterprises of Arou Pantjanna, in the confidence that Your Honor, in giving notice thereof to the native chiefs, will not have revealed that the King of Bonij notified Your Honor of it, as this would conflict with prudence and good policy. I must merely add: that Your Honor, first and above all, ought to ensure the security of the post, as well by keeping the garrison together inside the same, commanding them to keep good watch and look around carefully everywhere, as by having the most trusted natives keep watch outside the same. Meanwhile, I flatter myself that the prince's presence, coupled with a close supervision of the conduct of that prince, will indeed foil his designs; but I expect at the same time that Your Honor will not neglect for a moment to inform me if, contrary to my wish and hope, anything of importance should occur. Remaining in the meantime, after greetings, underneath stood: Your Honor's good friend, was signed: P. G. van der Voort. In the margin: Maccasser, in Fort Rotterdam, the 15th of September 1778. Lower down: P.S. The requested two hundred pounds of gunpowder are sent herewith. Underneath stood: Agrees, P. Et. Wol, Sworn Clerk. Your Right Honorable, Highly Respected letter of the 9th of May having been duly received by me on the 21st, this serves in humble reply to state that I have sent to Salimparing the two letters for Gusti Waijantaga, being one from His High Excellency the Governor-General and one from Your Right Honorable, by Corporal Carel Secerff, having also provided him with the contract to hand over to that prince, furthermore giving him such orders as Your Right Honorable was pleased to command. The aforementioned corporal returned on the 17th of the past month, reporting to me that he duly executed his commission to that prince; that Gustij Waijantaga, upon reviewing the contract, said that he can declare nothing on all the articles, nor make any alteration, since he alone was not the chief over Salemparang, and thus can do nothing without the consent and knowledge of the King of Gavot Balij; but that His Highness can certainly deliver rice to the Honorable Company as far as his capacity allows, reckoned at 23 Rds. or even less the last; furthermore that the Honorable Company can be assured of his assistance in case the Company's ships or vessels should happen to fall into distress or run aground there, and that he will restore everything that is salvaged. Corporal Carel also paid a visit to Gusti Made Karangassan; that prince inquired after the reasons why the Honorable Company did not send commissioners, according to his father's request. Right Honorable Sir. To the Right Honorable Sir, Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. From Maccasser, the 22nd of October 1724. Maccasser.

Dutch transcription

van Maccasser Den 22:' 8ber: 1724. — Aan Den onderkoopman Matthijs van Rossun Resident aldaar. Eerzame vrome, Discreete. Het mij bedeelde bij den uwen van Gisteren voor Gecommuniceerd hou„ „dende, approbeere ik uE: gebruijkte voorsorge teegen alle kwaadaarige onder„ „neemingen van Arou Pantjanna, in vertrouwen, dat uE: de Inlandsche hoofden, bij het daar van Gegeven berischt, niet zal ontdeket hebben dat de koning van bonij er uE: van verwittigt heeft, alsoo sulks met de voorsigtig„ „heijd en Een Goede staat kunde soude strijden, ik moet en eenlijk bij voegen: dat uE: voor en bovenal, dient te zorgen voor de beveijlingen van de post, zoo wel door het bij een houden der postelingen van binnen deselve re commandee„ „rende, om Goe de wagt te houden, en alomme naauwkeurig om te zien, als door de vertrouwdste inlanders buijten deselve te doen waeken: ondertus„ „schen vleije ik mij, dat 's voorsten pressntie gevoegd bij een nauw keurige toezigt op het gedrag van dien prins, zijne desseijnen wel zal verijdelen dog verwagte teffens dat uE: geen Oogenblik zult versuijmen om mij bericht te geeven zoo er teegen mijn wensch en hoope iets van belang mogte voor„ „vallen blijvende in midders na Groete /:onderstond:/ uE Goeden vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voort /:in marginne Maccasser in't Casteel Rotterdam den 15:' 7ber: 1778. /:Lager:/ P: S: deversog te twee hondert ponden buskruijt Gaan hier neevens over. /:onderstond:/ Accordeert P=l Et=k wol Gesw: Clercq: uwel Edele Agtbaaren Hoog g'respecteerde letteren van den 9:' Meij bij mijn op den 21: wel ontfangen, dient deese in nedrig antwoord, dat ik de twee brieven voor Gusti waijantaga als Een van zijn Hoog Edelheijd den heer Gouverneur Generaal, en Een van uwel Edele Agtb=r per den Corpooraal Carel Secerff na salimparing, heb Gesonden, teffens meede gegeeven, 't Con„ „tract; om aan dien vorst ter hand te stellen, wijders hem zoodanige ordres Gedemandeert, als uwelEdele Agtb: heeft gelieven te ordonneeren. voornoemde Corparaal is op den 17:e der Gepasseerde maand, weeder Geretourneerd, mij gereeporteerd dat hij zijne Commissie aan dien vorst be„ hoorlijk heeft volbragt, Gustij waijantaga, onder 't resumeeren van't Contract Gesegd heeft, op alle de articulen, niets kan declareeren, nog ook Eenige verandering kan maaken, dewijl hij alleen geen hoofd over salemparang was, en dus zonder toestemming en keennis van den koning van Gavot balij niets doen kan, maar dat zijn Hoogheijd wel rijst aan d'E: Comp:e kan leeveren voor zoo verre zijn bestek aangaat teegens Ed:s 23: of nog wel minder 't Last gereekend, wij ders dat dE: Comp:e verzee„ „keerd kan zijn van zijn adsistentie in gevalle sComp:s scheepen of vaar„ tuijgen aldaar mogt koomen te vervallen; ofte stranden, hij alle het gesalveerde weeder zal restitueeren Aan Gusti madekarangassan heeft Conporaal Ca„ „vel, meede een visite gegeven, dien prins vroeg na dereedenen waerom dE: Comp:e geen gecommitteerdens heeft gezonden, volgens zijn vaders WelEdele Agtbaaren Heer. Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer. Paulus Godofie dus van der voort Gouverneur en directeur ter Custe Celebes. van Maccasser Den 22:' 8ber: 1724. —. Maccasser. versoek. 1

NL-HaNA_1.04.02_3418_0594 view scan ↗

English

From Maccasser, the 22nd of October 1724. From Maccasser, the 22nd of October 1724. request, the Corporal giving him the reasons that such could not happen before and until one had firm assurance that what the Honourable Company desired would be stood by by them, and that it was better for the King to send envoys of renown to Maccasser or to the capital to better obtain what his Highness desired, rather than to receive commissioners from the Honourable Company here. Furthermore, Gustij Madekarang Assan made it known that since the Honourable Company cannot do what his father wished, it would then be better for the Commander of Bima to come here again in order to go together with him to Great Balij to the King to conclude the contract there, as that prince is also inclined and has declared many times that he gladly wishes to live in friendship with the Honourable Company and to make a firm alliance with the same, and that his Highness will then send commissioners or envoys directly to the capital. And since Gusti Madekarang Assang expects me there in person again to cross over with him to Great Balij, I nevertheless do not find it advisable to proceed thither without having received further orders and qualification from your Honours. Furthermore, Gusti Waijantaga has sent two letters hither, being the reply to the letters from his High Honour and from your Honours, which is transmitted herewith, alongside the daily journal of the aforementioned Corporal, to whose contents I refer hereby. The King of Sumbauwa, currently still at Taliwang, has informed me by letter that he will return to Great Sumbauwa within a few days, expecting me there in person. Furthermore, report was received from Crain Bilajie that that prince alongside his grandees of the realm were ready to depart for Maccasser in the month of October. Therefore, I shall neglect no opportunity to hasten thither to speak to that prince, and to let the same depart for Maccasser as soon as possible, subsequently employing all possible means to cause the Wadjorese to move away from there. The young King of Bima will also be proclaimed in October, and in that month depart towards Fotij alongside the regent of the realm, just as the young King of Tambora will also follow in that same month according to what the grandees of the realm say. However, the dissensions residing among the grandees there make me doubt that that young prince will remain on the throne, as the majority of the Tamborese are presently on the side of the dethroned King in order to restore him, for each of the grandees of the minor prince seeks to exercise dominion over the others. The principal ones who bring the country of Tambora into confusion are Turelie Ferankilo and Bomiesonkeo, indeed brought so far that the former, in order the better to gain his will among the people, managed to lure the young prince out of the house of the Wakiel and took him to himself, the second now advanced to Shahbandar, and Berrelie Likan. The combined grandees are due to come here within a few days to render an account of the slaves and goods of the dethroned King still remaining there. I shall, as far as possible, seek to reconcile their persons again, and hope on the first occasion to give your Honours further report on this. And concerning the decease of the King of Dompo, the undersigned has already informed your Honours by letter of the 22nd of June. Furthermore, the combined grandees of the realm have requested me to attend the election of a new king, as took place thereon on the 30th, and for their lawful King have chosen Iurelie Hoe, eldest son of the deceased King, as the nearest and most lawful to the crown, such subject to the favourable approval of your Honours, as will appear from the resolution held on that date and annexed herewith, to which I respectfully refer. The aforementioned Iurelie Hoe humbly requests your Honours that he may be confirmed as such, under assurance that he will endeavour to follow in the footsteps of his father, and likewise to obtain authorization to depart alongside the other kings in October for Maccasser, and finally that an end be made to the dispute between this prince and the King of Sangar regarding a piece of land with the negorijs Hempo, Kesijsie, Toeloeboeroe, and Criatalakha, as well as the negorijs situated under the same.

Dutch transcription

van Maccasser Den 22:' 8ber: 174. — van Maccasser Den 22:' 8ber: 1724. verzoek, den Corporaal hem de reedeenen Geevende, dat zulx niet komde geschieden voor en alEer men vaste verzeekering hadde van 't geen dE: Com„ „pagnie begeerde, door haarlieden zullen werden gestaan en dat 't beeter voor den koning was, gezanten van Naam na Maccasser dan wel na dehoofd„ plaats te zenden om des te beeter te verkreijgen 't geen zijn hoogheijd be„ „geerde, dan Gecommitteerdens van dE: Comp:e hier te ontfangen, wijders gaf Gustij madekarang Assan te kennen, dat vermits d'E: Comp:e niet kan doen 't geen zijn vader welbegeerde, 't dan beeter was dat de Comman„ „dant van bima weeder hier quam, ten eijnde met hem te zaamen na Groot Balij te gaan, bij den koning om het contract aldaar te sluijten dewijl dien vorst meede geinclineerd zijt, da veel maalen betuijgd heeft Gaarne in vriendschap met dE: Comp:e te willen leeven en Een vaste verbond met den zelven te maaken, dat het zijn hoogheijd als dan ge„ „committeerdens of gezanten direct na de hoofdplaats zal zenden. En dewijl Gusti madekarang Assang mijn in persoon daar wee„ „der verwagte om met denselven na Groot balij over te gaan, vind ik egter niet geraden, na derwaards te begeeven buijten nadere ordre en Qualifi„ „catie van u wel Edele Agtb:s te hebben ontfangen. wijders heeft Gusti waijantaga twee brieven hernaads Gesonden zijnde het antwoord op de brieven van zijn hoog Edelheijd en van uwel Edele agtb:=e dewelke hier neevens overgaat, neevens het dag register van den voornoemde Corporaal aan welkers inhoud ik bij deesen refereeren Den koning van sumbauwa thans nog op Taliwang zijnde heeft mij bij een brief bekend Gemaakt dat hij binnen korten daegen weeder op Groot Sumbauwa zal te rug keeren, mij in perzoon als„ daar verwagten wijders van Crain Bilajie berigt gekreegen, dat dien vorst neevens zijne rijks grooten klaar waaren, om in de maand october na maccasser te vertrecken, dierhalven zal ik geen Geleegen„ „heijd verzuijmen, mij na derwaardste spoeden, om dien vorst te spree„ „ken, en den zelven, hoe Eer hoe Liever na maccasser te Laeten vertrec„ „ken, vervolgens alle mogelijke middelen na 't werk zal stellen om de wadjoreesen van daar te doen verhuijsen Den Iangenkoning van Bima, zal meede in october Geproclameerden, en in die „maand neevens den rijksbestierder fotij waards vertrecken, gelijk den Jongen kooning van Tambora, meede volgens zeggen van de rijks Groo„ „ten in die zelfde maand volgen, dog de oneenigheeden dewelke tusschen de Grooten aldaar resideert, doet mijn twijffelen dat dien jongen vorst niet op den troon zal blijven, dewijl 't meeste gedeelte der Tamboreesen tegens, „woordig aan de zeijde van den gedetroneerden, koning zijn, om hem weeder te herstellen, want een ieder der Grooten der 's vorsten, minder jaarige zoeken den Een over „ anderen heerschappij te gebruijken, die voor naamste die het land van Tambara in verwarring brengt is Turelie Ferankilo en bomiesonkeo, ja zoo verre Gebragt dat den Eersten om zijn wille deste beeter onder 't volk te verkrijgen, den Jongen, vorst uijt het huijs van wackiel heeft weeten te locken, en na zig genoomen den tweeden thans g'advanceerd tot Sabandhaer, en Berrelie Likan, de Gezamentlijke groo„ „ten staan, binnen Eenige daagen, alhier te koomen, om verantwoording te doen, van de aldaar nog zijnde slaaven en Goederen van den Gedetro„ „neerden koning ik zal zoo veel mogelijk is, dienr zadaen haarlieden wee„ „verzoeken te verEenigen, en verhoope bij Eerste geleegentheijd u wel Edele Agtbaare hier van nader berigt tee geven, en omtrend het overleijden van den koning van dompo, heeft den ondergeteekende reeds bij brief van den 22:' Junij uwel Edele Agtb:s bekend gemaakt, wij ders hebben de Geza„ mentlijke rijksGrooten mij verzogt, om de verkiesing van Een onder koning te moogen bij woonen, zoo als op den 30. e daar aangeschied is, en voor haar wettigen koning hebben verkooren den Iurelie Hoe, oudsten zoon van den overleeden koning, als de naaste en wettigste tot de kroon„ zulx op de Gunstige approbatie van uwelEdele Agtbaare, gelijk wij„ gehoudene resolutie van dien datum en hier neevens g'annexeerd, zal Consteeren, waarvan Eerbiedig refereeren. voormelde Iurelli Hoe, versoek u wel Edele hoog agtbaarens, oodmoedig ten eijnde, om als soo„ danig te moogen werden bevestigt, Onder verzeekering hij zig zal tragten, te voetspoer, van zijn vader, na te volgen teffens qualificatie te moogen Erlangen, om neevens den andere koningen in october na maccasser te vertrecken, en Eijndelijk Een Eijnde Gemaakt 't disput tusschen deesen vorst en den koning van. Sangar weegens Een stuk Land met de Negorijen hempo, kes„ ijsie, Toeloeboeroe, en Criatala kha, mitsgaders de N Negorijen leggende zelfde. onder. 141

NL-HaNA_1.04.02_3418_0595 view scan ↗

English

From Maccasser the 22nd of October 1724. At the base of the foot of the mountain Bokorampan, namely Seele, Boekoekampasse, and Boekoekananga, a thorough investigation having been conducted at the combined meeting held at Cemboe, it was found that all the aforementioned villages truly belong to Dompo, wherefore on the 21st of July last it was settled forever, and left to Dompo's prince in quiet possession; furthermore, a boundary demarcation was made with the villages Cele, Boekoekananga, and Boekoe transpasse, all lying at the foot of the aforementioned mountain between the lands of Dompo and Sanger, as Your Right Honourable may see, if you please, from the accompanying resolution written in Dutch and Malay and confirmed with the seal of the allies, to which I refer. The king of Sumbauwa sent a letter for Your Right Honourable here, but since the same was not properly composed, I sent it back again, with instructions to write another with somewhat more respect and reverence, as the princes are obligated to do toward a Lord Governor, and to deliver it to me as soon as possible, or else to send it directly to Maccasser. Furthermore, as all is still in good rest and peace here among the allies, I have the honour to close this, in the hope that my actions will obtain a favourable approval from Your Right Honourable, and after having commended Your Right Honourable, together with the Company's weighty interests, to the all-safe keeping of the Almighty, I subscribe myself with all high esteem, was signed, Right Honourable Lord, lower, Your Right Honourable's dutiful servant, was signed, Ab: Lecerff, in the margin stood, Bima in the Company's fortress the 6th of September 1774. Agreed, signed, J:k P=t voll sworn Clerk. Tuesday the 26th in the morning, upon access being granted, I went to the king, and after having paid the ordinary compliments, I said that the Honourable Commander of Bima had sent me hither to make known to His Highness that His Honour had made a report to the Right Honourable Lord Governor concerning the negotiations of the past year, and that His Right Honourable therefore sent him these two letters as a token of the Honourable Company's sincere goodwill, whereupon I handed him the contract, asking whether His Highness would accept the same as it was or with some alterations, or make further stipulations than those already mentioned therein; upon which His Highness the In the year 1774. Thursday the 14th of July departed from Bima, and on the 25th thereafter having come to anchor in the roadstead of Tanjong Karang, I sent immediately to the shore to King Gusti Waijantaga to make my arrival known, and also that I had two letters for His Highness; the emissary having returned on board, reported that the king would have the letters fetched the next day, and at the same time granted me access. Daily register kept by the undersigned Corporal Carel Lecooff upon undertaking a commission to Salemparing. Contract. 143

Dutch transcription

van Maccasser Den 22:' 8ber: 1724. Onder aan den voet van den berg bokorampan, als seele, Boekoe kan„ „passe, en Boekoekananga, zijnde ter Gecombineerde vergadering op Cem„ „boe gehouden Een nauwkeurig onderzoek gedaan, en bevoorden dat alle voornoemde Negorijen Dompo waarlijk toe te behooren, weshalven op den 21: Iulij I=o leeden voor Eeuwig is afgemaakt, en aan Dompas vorst, in de Geruste possessie gelaaten, weijders simietscheijding gemaakt met de Negorijen Cele Roekoekananga en Boekoe transpasse leggende alle onder aan den voet van voornoemde berg, tusschen de Landen van Dompo, en sanger, gelijk uwel Edele Agtb:e uijt het neevens gaan de Re„ „solutie in't hollands en maleijds Geschreeven, en met het lijk zegel der bondgenooten bekragtig, des Gelievende zal kunnen zien, waar aan ik refereeren. Den koning van sumbauwa heeft een beref van uwel Edele agtb:re hier gesonden, doch vermits deselve niet nabehooren was in gericht, heb ik weeder terug gezonden, met last om een ander met wat meerder ach„ „tig en Eerbied te schrijven gelijk de vorsten verplogt zijn, aan Een heere Gouverneur te doen, en mij soo spoedig doenlijk zij te besorgen, dan wel zelfs direct na maccasser te zenden, zijnde verders alhier onder de bondgenooten als nog in Een goede rust en vreede, heb ik de Eere deese te sluijten, in hoope dat mijne behandelingen bij uwel Edele Agtb=r eene gunstige goedkeuring zal erlangen, en na uwel Edele Agtb: neevens'sComp:s swaar wigtige belangens in de allen veijlige hoede des alderhoogsten aan bevoolente hebben mij met alle hoog agting onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele agtb:=e Heer /:Lager:/ uw: wel Edele agtbaare Trouw schuldige Dienaar /:was Geteekend:/ Ab: Lecerff /:terzij destond:/ Bima in sComp:s vesting den 6: septer„ Accordeerd /:Geteekend. / J:k P=t voll Gestr: Clercq „ber 1774. — Dingsdag den 26: des voordemiddags op verleende acces, ben ik na den koning gegaan en na de ordinaire Complimenten te hebben afgelegt, zeijde ik, dat den E: Commandant van bima mij herwaards heeft gesonden, om zijn hoogheijd bekend te mae„ „ken dat zijn E: weegens de onderhandelingen in den voorleeden Jaar, verslag aan den wel Edelen agtbaaren heer Gouverneur heeft gedaan, zijn wel Edele Agtb:s dierhalven deesen twee brieven toezen„ „den, tot een blijk van sE: Comp:s opregte wel mee„ „nentheijd vervolgens het Contract hem ter hand stelde met verzoek of zijn hoogheijd deselve zoo„ „danig of met eenige verandering willende aannee„ „men, dan wel meerder bedingen, als reets daar bij vermeld staan; waar op zijn hoogheijd het Anno 1774. Donderdag op 14:e Iulij van bima ver„ „trokken en op den 25:' daar aan, ter rheede, van Tanjong karang, ten anker gekoomen, soud ik ten eersten aan de wal bij den koning Gusti waijantaga om aan mijn aankomst bekent te maaken, teffens dat ik twee brieven voor zijn hoogheijd hadde, sendeling weeder aan„ „boort gekoomen; rapporteerde dat der koning des anderen daags de brieven zal laeten afhaa„ „ben, mij teffens acces verleend. Dag-register Gehouden door den Ondergeteekende Corporaal. Carel Lecooff bij 't doen Eener. Commissie na salemparing. Contract. - 143

NL-HaNA_1.04.02_3418_0596 view scan ↗

English

143 From Maccasser, the 22nd of October Anno 1774. From Maccasser, the 22nd of October Anno 1774. resumed the contract and gave as an answer: First, regarding the contents of the contract, that he could give no firm decision, nor make any change to it, as he alone was not the master. Secondly, regarding the exclusion of foreign European nations and the Cerammers, who have always been here from of old to trade, that he alone could not do this, for to forbid it now would disrupt the negotiation which he intended to conduct with the Honourable Company. Thirdly, if it should happen that the Honourable Company's vessels come to be stranded here, the Honourable Company may be assured of my assistance for the restitution of the salvaged goods. Fourthly, regarding the delivery of rice, that he can well do it, as far as his capacity goes, at 23 rixdollars or even less calculated per last; furthermore, I took my leave and departed on board. Wednesday the 27th, Gusti madekarrang assan arrived from Great Balij. Thursday the 28th, I went again to Gustie waijantaga; arriving there, I found His Highness's son Gustie madekarang assan also present. His Highness gave me two letters, saying they were the answer to the letters from His High Excellency and the Honourable and Respected Lord Governor at Maccasser; furthermore, I took my leave and departed. Friday the 29th, I went to Gustij madikarangassan; arriving there, he asked why no two commissioners had come here according to my father's request to make the contract. To that I gave him in answer that no commissioners could be sent before and until the Honourable Company had firm assurance whether his request would be granted, but that it would be best for the prince to send envoys of distinction to Maccasser or directly to the capital to conclude the negotiation, which would also be all the better for them, in order to obtain what they desire, than to receive commissioners from the Honourable Company. Gustij made karang assan replied that since the king, my father, cannot obtain from the Honourable Company what he desired, it was also better that the Commander of Bima came here to Salemparang, and then we will go together to Great Balij to the king to make the contract there, as all of us are subject to that prince; His Highness also greatly longed to live in friendship with the Honourable Company and wished to make an alliance with the same, and then the king will send envoys from there directly to the capital. Furthermore, I took my leave of Gustij Madsekearang assan and went on board; departed in the evening from this roadstead, and on Wednesday the 17th of August arrived again at Bima. Was written below: Bima in the Company's fortress, date as above. Was signed: Carel LeCerff. Lower: Agreed. Signed: Fk Ik Voll, Sworn Clerk. 147 Thursday, the 30th of June 1774. In the morning at ten o'clock. Present all the Iurelies and Senelies, together with the Glarlangs of Dompo. After the undersigned had taken a seat in the council house of the prospective King of Dompo, alongside all the dignitaries of the realm, I made known that I had come here solely to convene this assembly specifically, in order to have them declare now whether the Teurelie Hoe nominated by them, the eldest son of the deceased king, is the closest and most legitimate heir to ascend the throne; whereupon they answered unanimously that no one is closer to wear the crown than the aforesaid Teurelie Hoe, and since the deceased king rendered many services to the Honourable Company and always remained faithful, they have together chosen him for their king, in the hope that he may follow in his father's footsteps. Subsequently, each of them was asked whether they together requested, and unconstrained voted as one in the election of the aforesaid Teurelie Hoe, and were thus prepared, subject to the favorable approval of the Honourable and Respected Lord Governor and the Council at Maccasser, to accept, acknowledge, respect, and obey him as their legitimate king; which was answered with a general yes. Whereupon the undersigned declared the king's oath of allegiance; subsequently, all the dignitaries and other Domponese present swore, by drawing their krises according to the custom of the country, to show continuous loyalty and assistance to the Honourable Company and the king. Lastly, the regalia and all that pertains thereto, together with the royal sontar parasol, were handed to the king by the undersigned, with wishes for a happy and prosperous reign; for which the king expressed his thanks, giving the assurance that during his reign he will endeavor, under God's blessing, to follow in the footsteps of his father, to live in good harmony with his subjects, and to uphold justice according to the laws of the land. Wherewith this assembly came to an end. Was written below: Thus done in the land of Dompo, date as above. Was signed: A. Lecerff. Below: Agreed. Signed: Fk Pk Voll, Sworn Clerk.

Dutch transcription

143 van Maccasser Den 22:' 8ber: A:o 1774. — Van Maccasser den 22:' 8ber: A.:o 174. Contract resumeerde en tot antwoord geaf, Eerstelijk omtrend den inhoud van 't Contract geen vaste besluijt kan Geeven, nog ook geen verandering van maaken, vermits hij alleen Geen baas was. Ten twee den de seclusie van vreemde Europesche natien de Ceram„ „mers die van ouds althoos hier Geweest zijn omhandel te drijven, hij alleenig niet doen, dan om nu te verbieden, zoude 't eenblijk gee„ „ven de onderhandeling welke hij met dE: Comp:e voorneemens was Ten Derden, wanneer het mogte gebeuren dat sE. Comp:s vaar„ „thuijgen alhier koomen te stranden, d'E: Comp:e verzeekert kan zijn, van mijn adsistentie tot destitutie van de Gesalveerde Goe„ Ten vierden Omtrent de Leverantie van rijs=t hij wel doen han, voorzo ver zijn bestek aangaat teegens rd:s 23: of nog wel min„ „der 't last gereekent, voorts mijn afscheijd genoomen en naboort ver„ „trokken. —. woensdag den 27:e ariveerde van Groot Balij Gusti madekarrang assan Donderdag „ 28:' ben ik weeder na Gustie waijantaga gegaan, daarkoomen de vond ik zijn hoogheijds zoon Gustie madekarang assan meede present, zijn hoogheijd gaf mijn twee brieven, zeggende het antwoord te zijn op de brieven van zijn hoog Edelheijd, en den wel Edele agtb: heer Gouverneur tot maccasser, voorts mijn afscheijd genoomen en vertrok. ben ik na Gustij madikarangassan gegaan, daarkoomende vroeg denselve, waerom dat geen twee gecommitteerdens hier zijn gekoomen volgens mijn vaders versoek om het Contract te maaken, daar op geef ik hem ten antwoord dat geen Gecommitteerdens kan gesonden, worden, voor en al eer dE: Comp=e vaste verseekering hadde of zijn begeerte elel worden toegestaan, maar dat het bester zoude zijn dat den vorst gesanten van aansien na maccasser dan wel direct na de hoofdplaats zenden om de onderhandeling te sluijten, ook des te beeter voor haarlieden, waer en om te verkrijgen 't geen zij begeeren; dan Gecommitteerdens van dE: Comp:e te ontfangen, Gustij made karang vrijdag den 29:' assan depliseerde, dat vermits den koning mijn vader van dE: Comp:e niet kan verkrijgen 't geen bij begeerde 't dan ook beeter was dat den Commandant van bima hier op salemparang quam, en dan zullen wij te zaamen na Groot balij gaan bij den koning on 't Contract daar te maaken dewijl wij alle andere dien vorst staan, zijn hoogheijd ook zeer verlangde om in vriendschap met dE: Comp:e te leeven en een verbond met denselven te willen maaken, en dan zal den koning gesanten van daar direct na de hoofdplaats zenden voorts van Gustij Madsekearang assan mijn afscheijd genoomen en naboort gegaan, des avonds van deese Rheede, vertrokken en op woensdag den 17:' augustus weeder op bima g'arriveerd /:onderstond:/ bima in 'sComp:s vesting dato voorsz: /:was Geteekend:/ Carel LeCerff /: Lager:/ accordeert /:geteekend. / F=k I=k voll Geswoore Clercq: assan. te doen. „deren 147 Donderdag Den 30:' Junij 174. 's voor de middag ten Thien uuren. Present alle de Iurelies en Senelies, beneevens de Glar„ „langs rompo. Na dat den ondergeteekende op het bitjara huijs van den aanstaande koning van dompo, neevens de Gezamentlijke Rijks„ „Grooten zitplaats genoomen hebbende; gaf ik te kennen alleen„ „lijk herwaards te hebben begeeven Expresselijk deese vergadering te beleggen, ten Eijnde de door haarlieden voor gedraegene Teurelie Hoe oudste zoon van den overleeden koning, als nu te willen verklae„ „ren of den zelven de naaste off wettigste is, den shroon te beklimo„ „men, waarop ze gezamentlijk antwoorden, dat niemand nader is, den kroon te draegen als voormelde Teurelie Hoe, en dewijl den overleeden koning veele diensten aan dE: Comp:s heeft beweesen, ook althoos trouw gebleeven is, zijlieden Gezamentlijk hem voor haeren koning hebben verkooren, inhoope dat hij zijn veder s tapen mogte navolgen. vervolgens aan ben ieder gevraagd ofte gesamentlijk versog„ „ten, en ongedwongen in de verkiesing van voornoemde Teurelie hoe, voor Een stemden, overzulx bereijd waaren denselven op de Gunstige approbatie van den welEdelen Agtb:e Heer Gouverneur en den raad tot maccasser, voor haeren wettigen koning aan te „neemen te Erkennen, te respecteeren, en te Gehoorsaemen, 't welk met een algemeene sa wierden beantwoord. waar na den ondergeteekenden, van den koning Eed van trouwe declareerde, vervolgens swoeren de Gesamentlijke grooten en ver„ „dere present zijnde Damponeesen, met het uijt trecken kunnen kerissen nades landswijse d'E: Comp:e en den koning geduurige trou„ „we, en bijstand te bewijsen Laastelijk zijn De rijks-ornamenten, en wat het geen daar aanbehoord, beneevens het koninglijke pajong sontar, door den ondergeteekende, aan den koning ter hand gesteld, onder soe„ „wensching van een gelukkige en voor spoedig regeering, 't welk door derkoning bedankt wierd, onder verzeekering dat geduurende zijne Regeering zig zal tragten /:onder Godes zeegeninge :/ 't voet spoor van zijn vader na te volgen, met zijn onderdaanen in Goede harmonie te leeven, en na 's lands wetten 't regt te handhaven waar meede deese vergadering Een eijnde Nam /:onderstond:/ Aldus Gedaan op 't Land van dompo dato voorsz: /:was Geteekend:/ A: Lecerff /:onderstond:/ Accordeert / getee„ „kend:/ F:k P=k voll Gestr Clercq: den.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0598 view scan ↗

English

14 Today the 21st of July Anno 1774. Combined native assembly held at the house of the king of Dompo at Camboe, present the commissioners of Bima, Toerelie Woha and Boemie Djarrakappa; Dompo, Toerelie Woewoe and Boemie Loema; Tambera, Jenelie Woha and Jenelie Soekoen; Sangar, Bappa Bitjara and Boemie Kadauw; Pekat, Boemie Kadiending and Boemie Loema. The honorable Commandant informed all the assembled dignitaries of the realm that this meeting was convened expressly by order of the honorable and esteemed Lord Governor at Maccasser, to put an end to the disputes that have arisen for some time between the Queen of Dompo and Sangar regarding a tract of land with the villages Teempo, Cessie Toeloboeroe, and Cria Talaka, together with the villages Ceele, Roekoe Kanpasse, and Roekoekananga situated at the foot of the mountain Bokorampa, which Sangar claims to own and demanded from Dompo. First, Dompo was asked how far their territory extended, who answered up to the mountain of Bokorampa, and that all the aforementioned villages belong to Dompo and never to Sangar. The honorable Commandant further announced that on the 23rd of March last, at the combined assembly in Bima, he conducted a thorough investigation into this matter and found that all the aforementioned villages truly belong to Dompo, of which several proofs are still to be found among their people. Whereupon, after some deliberations back and forth, and considering that in order to preserve peace and quiet among the Honorable Company's allies, justice must be maintained and everyone given their due, it was approved by the entire assembly that all the aforementioned villages, which Dompo has always possessed, shall be left in its undisturbed possession. The ruler of Sangar was notified never ever to bring this up again, with the threat that if he should ever raise the matter again in the future, the rulers jointly will chastise him and correct him as he deserves, wherefore it shall be held as settled forever from now on. Furthermore, that the villages Seele, Roekoe Kanpasse, and Roekoekananga, all lying at the foot of the mountain Bokorampa, shall be the boundary line between the lands of Dompo and Sangar. Translation. In ratification of this, all the dignitaries of the realm have signed each with their signature alongside the respective seal, and a copy hereof has been delivered to each of them. Below stood: Thus done at Camboe, date as aforementioned. Was signed: A: Secerff. Below stood: Conforms. Was signed: J:sk J=s z voll gesrooe Clrcq: Ter.

Dutch transcription

14 Heeden Den 21:e Julij A.o 1774. — Gecombineerde Inlandse vergadering Gehouden op thuijs van den koning van dompo tot Camboe, present de Gecommitteer„ „dens van bima Ioerielie woha, en boemie djarrakappa. Dompo Toerelie woewoe en Boemie Loema, Tambera Jenelia woha, en Je„ „nelie soekoen, sangar Bappa bitjara en Boemie Kadauw, pekat Boemie kadiending en boemi Loema; den E: Commandant Gaf aan de gezamentlijke present zijnde rijks Groo„ „ten te kennen deese vergadering belegd wel Expresselijk op ordre van den wel Edelen agtb:r Heer Gouverneur tot maccasser, ten fine Een Eijnde te maaken de geschillen, dewelke het zeedert Eenigen tijd zijn gereesen tus„ „schen de koninginne van dompo en sangar weegens een stuk land met de Negorijen Teempo, Cessie Toeloboeroe en Cria Talaka, mitsgaders dene„ „ Gorijen Ceele, Roekoe kan passe en Roekoekananga leggende onder aan den voet van den berg bokorampa, die sangar voorgeefd in Eijgendom toe te behooren, en van dompo quam te Eijsschen, zoo wierd voor af aan dompo gevraagd in hoe verre hunne bestek was, dewelke ten antwoord diende tot aan den berg van bokar-ampa, en dat alle voormelde Nregorijen onder dompo Gehooren maar nooijt onder sangar, den E: Commandant gaf wij„ „ders te kennen over deede zaak tot bima op den 23:' maart/ J=o leeden:/ ter ge„ „combineerde vergadering Een naauwkeurig onderzoek te hebben gedaan en bevonden alle voormelde Negorijn domso waarlijk toe te behooren, waar van verscheijde bewijsen bij haarlieden nog te vinden zijn, waar op na Eenige raisonementen over en weeder Gehouden; en in aanmerking Genoomen dat men Om derust en vreede onder sE: Comp:s bondgenooten te Conserveeren, de gereg„ „tigheijd moet werden gehand haefd, en Een ieder 't zijne geeven, zoo wierd door de Gezamentlijke vergadering Goedgevonden, alle de voormelde Negorijen die dompo althoos in bezit gehad heeft, aan denselven inde geruste possessie gelaaten en zangars vorst aangezegd was, van nooijt ofte ooijt weeder aan te voeren, met bedrijging dat wanneer den zelven in der tijd weeder mogte aanroeren, de vorsten gezamentlijke r hand hem zullen Castijden, en na verdiensten Corrigeeren weshalven van nu af aan voor Een wig afgedaan gehouden, wij ders dat de Negorijen seele, Roekoe kanpasse, en Roekoe kananGa, leggende alle onder aan den voet van den berg bokor-am„ „pa, de liemiet scheijding tusschende Landen vere Dompo, en sangar zal weesen. —. Translarat. Ter bekragtiging van deese hebbende gezamentlijke Rijks„ „grooten een ijder met haar handteekening neevens 't lijk zegel on„ „derteekend, en hier van aan Een ieder Een afschrift afgegeven /:onder„ stond:/ Aldus Gedaan tot Camboe, Dato voorsz /:was Getee„ kend:/ A: Secerff /:onderstond:/ Accordeert /:was Geteekend:/ J:sk J=s z voll gesrooe Clrcq: Ter.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0599 view scan ↗

English

Translation from Malay. After customary compliments. I hereby inform my son that I have safely received his letter and well understood its contents, but I must declare how the matter stands, since the Gusti has written to me that according to the Sumbawarese, Care Mangoendjoengie and Anakada Manko are said to have sold the vessel, and that this also agrees with the writing of my son the Lord Governor. However, I investigated the matter with Care Mangoendjoengie and Anoe Koeda Manko, who declared to me that the said vessel was smashed to pieces by heavy runoff from the river, and that the planks which fell from it were collected by the Sumbawarese, whereupon I immediately sent there in order to demand back the said planks, since it can still be repaired, but the Sumbawarese sent me the answer that the mentioned vessel had already departed for Maccasser. Furthermore, I declare to be very pleased that my son the Lord Governor took satisfaction in the treatment I showed toward the resident of Bima, and I do not doubt that during his presence in Maccasser he has given my son a full verbal report thereof, through which I trust that our friendship shall increase more and more, and that whenever my son wishes to send someone to me, he will please send him directly to Great Bali to my son Gusti Moera Madakarang Assang; such is the state of affairs at present on Salemparing. Below the translation was written: signed: G: Brugman. Lower: agrees, was signed: J:k J:s Voll, Sworn Clerk. — Letter written by Gusti Waijantaga to his son, the Lord Governor at Maccasser, reading as follows. Your Right Honourable Most Esteemed letter of the middle of this month, I had the honour to receive that very same evening around seven o'clock, together with two hundred pounds of gunpowder in four small barrels, for the prompt dispatch of which I express my humble thanks to Your Right Honourable, and I shall not fail to comply respectfully with Your Right Honourable's most wise orders should anything of any consequence occur or come to my ears. Thus far all is quiet and well, being able to perceive nothing that is evil; however, day and night, I have watches kept all around for about an hour in circumference and everything carefully observed. The bright moonlight is presently very advantageous, but the furiously raging baroeboes or squalls let almost no one sleep peacefully for an hour, both by day and by night. Yesterday, the son of the present pangeran was married to a daughter from the negorij Soereang at Marangpesse in the King's house, and the King, as I learn indirectly, is to begin the deer hunt toward next Tuesday or Wednesday, and since His Majesty has privately let me know that he would like to see me be one of the party to attend this little pleasure, I humbly request to know whether Your Right Honourable pleases to permit me to leave the post for that single day and leave it under the care of the sergeant, or not, or else that I shall excuse myself to the King under some pretext, for I have not yet sent any reply to that prince. Furthermore, having nothing more worthy of Your Right Honourable's attention to report from here, I take the liberty, after having commended Your Right Honourable and the Company's interests to God's keeping, to call myself with dutiful respect as I am. Below: Your Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable's humble and faithful servant. Signed: M:s van Rossum. In the margin: Maras in the Company's fortress Valkenberg, the 17th of September 1754. Signed: I: b: Ooste vol, Sworn Clerk. Right Honourable Sir! To the Right Honourable Sir Paulus Godofridus van der Voort, Governor and Director of this Celebes, etc. etc. from Maccasser, the 22nd of October Anno 1774. — To 131 To 153 It having been agreeable to me to learn from yours of the 17th of this month that all is quiet and well there, I have nothing else to write back in reply than that I can see no difficulty in attending the deer hunt, since the place is nearby and it takes place during the day, provided you establish the required order at the post, as the King might take a refusal ill, whereas he might otherwise likely pay you a visit, at which time one occasionally comes to hear something that deserves attention; therefore hereby permitting you, under the said condition, to present yourself at the hunting ground to meet the prince, so I remain, after greetings. Below: Your good friend. Was signed: P: G: van der Voort. In the margin: Maccasser in Castle Rotterdam, the 19th of September 1754. Lower: Agrees, was signed: I:k P:k Voll, Sworn Clerk. Prudent, Pious, Discreet. To the Junior Merchant Matthijs van Rossum, Resident there. To.

Dutch transcription

Translaat Maleijdse Na ordinaire Complimenten. Soo maake bij deesen aan mijn zoon bekend, dat hooghst deselfs brief wel ontfangen en den inhoud van dien wel verstaan hebben, maar moet ik betuijge dat de saake worden gehouden, vermits zijn den Gustij mij heb geschreeven dat volgens zeggen der sumbauwareesen Care Man„ „ Goedjoengie en Anakada Manko het vaartuijg zoude hebben verkoegt en dat zulks ook over een koomende met het schrijven van mijn zoon den heer Gouverneur egter hebbe ik de zaak bij Care mangoen djoengie en Anoe koeda Manko onderzogt, die mij verklaarden, gemelde vaartuijg door swaare afwatering uijt de rivier aanstukken is geraakt en dat de planken, die daar uijt gevallen zijn, door de sumbauwa reesen versamelt geworden, waar op ik ten eersten na toe sond, ten eijnde de Genoemde plan„ „ken wederom afte Eijsschen, vermits nog te repareeren is, maar desum„ „bauwareesen mij liet antwoorden dat de Gerepte vaartuijg reeds naar Maccasser was vertrocken. wijders betuijge zeer verblijd te weesen, dat mijn zoon den heer Gouverneur genoegen schepte over twijne behandelingen ten opsigte van den bimas resident te hebben beweesen, zoo twijffele ook niet of zalls bet zijn aanweesen te maccasser aan mijn zoon daar van alles mondeling verslag hebbe Gedaan, waar door ik vertrouwen, dat onsen vriendschap meer en meer vermeerderen zal, en dat wanneer mijn zoon vaar mij iemand wille toesenden, Gelieft als dan dezelve direct na Groot balij aan mijn zoon Gustij moera Madakarang assang tesenden, soodanig is de saak thans op salemparing /:onderstond voor de Translatie /:was Geteekend:/ G: Brugman /:Lager accordeerd:/ was Getee„ „kend J=k J=s Voll Geswoore Clercq: — brief Geschreeven door Gustij waijantaga, aan desselfs zoon, den heer Gouverneur tot Maccasser Luijdende als volgt. uw: wel Edele agtbaare hoogst g'eerde lesteren van medio deeser, hebbe d'eer gehad dien eijgenste avond nog omtrend seeven uuren te ontfangen neevens twee honderd pon den buskruijd in vier vaatjes, voor welkers spoedige toeschikkinge uw: wel Edele agtb:s nedrig dank betuijge zullende niet manqueeren mij aan de hoogwijse ordres van uw: wel Edele agtb:s Eerbiedig te gedragen, soo 'er iets van eenig aanbelang mogt voorvallen of mij maar ter ooren koomen tot nog toe is alles stilen wel, kunnende nog niets bespeuren dat quaad is, egter laate nagt en dag, wel een uur in't ronde over al appassen en alles goede slaan, d'heldere maaneschijn is thans seer voordeelig, maar de stork woedende baroeboes of val„ „winden laaten bij naar niemand een uur met gerustheijd slaappen, zoo bij dag als bij nagt. Gisteren is de zoon van den teegenswoordigen panGanwa, niet een dogter uijt de negorije soereang op marang pesse ten huijse des konings getrouwd, zullende den koning soo ik van ter zijde ver„ „neeme, teegens aanstaande Dinsdag of woensdag de kerte beesten Jagt beginne, en terwijl zijn majesteijt mij in't particulier heeft laaten weeten, dat Gaarne soude sien, dat ik meede een van de parthije was, om dit plaij siertje bij te woonen soo versoeke nedrig om te moogen weeten, of uwel Edele agtb:e het mij Gelieft te permitteeren dat ik voor die en keldedag, de post kan verlaaten en op den sergeant laaten berus„ „ten, dan niet, of wel dat ik mijn onderpretext van het een en ander bij den koning sal verExcuseeren want ik heb nog geen antwoord aandien vorst laaten weeten: wijders niets meer uw welEdele Agtb: attentie waar„ wel Edelen Agtbaaren Heer! Aan Den welEdelen Agtbaren Heer. Peulus Godofridus van der voort Gouverneuwr en directeur deeser Celebes &=a &=a van Maccasser Den 22:' 8ber: A:o 1774. — Aan „dig 131 Aan 153 „dig van hier te melden hebbende, soo neemede vrijheijd naar uw: wel Edele agtb:s en sComp:s belangers in Goedes hoede aanbevoolen te heb„ „ben, mij met pligt schuldigen eerbied te noemen Gelijk ben /:onderstond:/ uw: wel Edele agtb:e Heer /:lager uw: welEdele agtb:s ootmoedigen en trouw schuldigen Dienaar /:was Geteekend:/ M:s van Rossum /:in marginne:/ maras in'sComp:s vesting valkenberg den 17:e September 1754. — /:was Geteekend:/ I: b: O=ste vol Geswoore Clacq. Mij aangenaam geweest zijnde uijt den uwen van den 17: deeser ontwaaren dat alles aldaar stil en wel is; hebbe ik daar op niet anders te rescribeeren, dan dat ik in het bij woonen van de harte beesten Jagt geen swaarigheijd zien kan, wijl de plaats na bij zijnde, zulks over dag geschied, als uE: maar de verEijschte ordre, in de post steld, wijl de koning de weijgering eu vel zoude kunnen opneemen, daar denzelven andersints denkelijk nog wel eens, een visite aan uE: seel „doen, wanneer men sointijds het een off ander komt te hooren, dat aan„ „merking verdient, uE: dan bij deesen permitteerende, om onder de Ge„ „zegde voorwaarde zig op de Jagt plaats te laaten vinden, om den vorst te ontmoeten zo blijve ik na Groete /:onderstond:/ uE: Goeden vriend /:was getekend:/ P: G: van dervoort /:in margine:/ maccasser in't Casteel Rotterdam den 19: september 1724. /:Lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ I:k P:k voll geswoore Clercq: Verestaeme, vroome, Discreete. Aan den onderkoopman Matthijs van Rossum um Resident aldaar Aan.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0601 view scan ↗

English

15 13 which I understand that using violence against it entirely To The PoenlipoeE: and the joint dignitaries of Soeping. After customary greetings. Further, I inform my friends that recently, while at Segeri, I duly received their letter from the hands of the head of the envoys, who subsequently departed for Makassar and, after a friendly reception, has remained here until now in order to deliver this my reply, wherein in the first place I express my particular pleasure regarding the noble sentiments that inspire the joint dignitaries in not wishing to listen to evil counsels from others to depose their Datu. I hope therefore not only that they will continue to persevere therein, but I also cannot refrain from exhorting them thereto like a father, the more so as I take it for certain that the welfare of the people of Soeping depends upon it, since I am well informed that the Datu considers it his greatest honor to make his subjects happy, the principal purpose for which God wills that there be kings, and of such a nature that they may also expect heaven's blessings, especially when others, without cause, seek to insult them, so that that which is undertaken to their disadvantage turns out even for their best. Of this I think my friends will already perceive a proof in the return of the peoples of Goa Goa and Bedjong Poeloo, who have certainly been prompted thereto by the gentle and wise government that presently prevails in Soeping, and which example I believe those of Tjitta and Baringan, at least insofar as they are obliged to perform court services, would well follow, were they not deterred therefrom out of fear of making themselves unhappy, since it appears that they have been forbidden this by others, and that it is not advisable, of which I need give my friends no further reasons, since they know as well as I how matters stand with many things at present, such that one has much work to prevent wars, which always ruin the country and its inhabitants, and in which even the victors cannot find their advantage. I therefore advise and exhort you once more to keep out of it and not to lose your patience, much less to become fainthearted, and to abandon your trust in the Company, which has never abandoned its allies, nor will abandon them, yet also cannot be required to take up the sword every time, and to waste much money of which it seldom or never recovers anything, besides that its endeavor has always been, upon the arising of disputes among its friends and allies, to pacify them by amicable means, in accordance with the 25th article of the Bongaya Contract, so that I have also already done my best in that regard with respect to the Adatuang of Sidenreng, whom I therefore do not doubt will be well prepared to give satisfaction for the wrong his people have done to Maria, and henceforth leave the inhabitants there unmolested, if only he is once approached further in an amicable manner, as I expect from your peace-loving sentiments, and also exhort you thereto. Now, concerning your complaints about the three villages of Beekerang, Gantorang, and Poenrangang, which the former Queen of Luwu is said to have taken for herself, and to which you claim to have a pretension on the basis of a certain promise made by the late Admiral Speelman and Karaeng Pattingalloang, I would also gladly have done my best to help you, but besides the fact that nothing is known to me of those matters, and I therefore would wish to be further informed, it must be considered that the relation between the Poenlipoe-E and the former Queen of Luwu is too close to fall out with one another over it, especially since the case that the Datu of Soeping to Makassar or at the Bone court.

Dutch transcription

15 13 des ik van begripben, dat geweld daar tegen„ gebruijken Gantsch Aan Den PoenlipoeE: en gezamentlijke Rijks grooten van soeping. Nagewoone begroetingen. wijders maake mijne vrienden bekend, dat ik jongst, op sagerij zijnde, derselver brieff wel ontfangen hebbe, uijt handen van het hoofd der zendelingen, den welken vervolgens na maccasser ver„ trocken zijnde, na een vriendelijke onthaal, tot dus lange alhier ver„ „bleeven is, om dit mijn antwoord over te brengen, waar bij ik inde Eerste plaatst mijn bij sonder Genoegen betuijgden, over de brave Centi„ „menten die de gesamentlijke rijksgrooten bezield van niet te willen luijsteren na quaade raad Geevingen van anderen om haeren datauw af te tezetten, ik hoope dierhalven niet alleen dat zij daarbij zullen blijven volharden, naar ik mag mijn ook niet onthouden kaar daar toe als een vader te vermaenen, te meer ik ontwijffelbaare stelle dat het welweezen van de sopingers daar van dependeert, vermits ik wel onderrigt ben, dat den Datouw het tot zijn grootste eere steld, om zijne onderdaanen gelukkig te maeken, het voornaeme oognerk waerom godwils dat 'er koningen zijn en hoedanige dat ook 's he„ „mels zeegeningen verwagten kunnen, voor al, wanneer anderen haar„ zonder oorsaeke, tragten te beleedigen, zoodanig dat het geene tot hun na deel onderwoomen word, zelfs ten haere beste komt uijt te vallen. Hier van dense ik dat mijne vrienden reets een bewijs zullen bespeuren in de terug komst der volkeren, van Goa Goa en bedjong poeloo, die daar toe zeekerlijk zijn aangezet, om de zeegte en wijse regeering die thans insoping plaats heeft, en welk voorbeeld ik ge„ „loove dat die van Tjitta en Baringan ter minste inzo verre zij verpligt zijn, hofdiensten te doen, wel zouden volgen, wierden zij uijt vreese van zig zelven ongelukkig te maaken, daar van niet weeder„ „houden, wijl het schijnt dat hun zulks door anderen verboden is, niet geraeden zij, waar van ik mijne vrienden geen meer reedenen behoeve te zeggen, wijl zij zo wel als ik weeten, hoe het thans met veele zaaken gesteld is, zoodanig dat men werk heeft om oorlogen te voorkoomen, die altoos het land en haare jnwoonders bederven en waarbij de opwinnaar zelven hun reekening niet kunnen vinden. De raade en vermaane uwlieden dierhalven nogmaals om zig daar buijten te houden en haar Geduld niet te verliesen, veel minkleijn moedig te worden, en haar vertrouwen, op de Comp:e te laaten vaaren, welke haere bondgenovten nooijt verlaeten heeft, nog verla„ „ten zal, dog ook niet gevergd kan worden, om telkers het swaard op te vatten, en veel geld te verspillen daar sij selfden of nooijt iets van weeder krijgt behalven dat haare betragting altoos geweest is, om haere vrienden en bondgenooten bij opkooming van geschillen onder elkanderen door minnelijke weegens te bevreedigen, na volgens het 25. articul van het bongaijs Contract, invoegen ik daar toe ook bereets mijn best gedaan hebben, ten opsigte van Adatoeang van sedeenring, den welken ik oversulks niet twijffele of sal wel bereijd zijn voldoening te geeven, voor het ongelijk dat de zijne maria hebben aangedaan, en de Inwoonders aldaar voor het vervolg ongemotesteerd laaten, soo sij maar eens, nader in het minnelijke word aangesproo„ „been, gelijk ik van uwlieder, vreede lievende gevoelens verwagte, en haar daar toe ook vermaane. wat nu uwlieder kragten betreft over de drie Negorijen bee ker„ „ang, Gantorang en Poenrangang die de geweesen koningin van Loe woe zoude na zig genoomen en waar op uwlieder pretensie zeggen te hebben uijt hoofde van zeekere gedaane belofte door wijlen den heer Admiraal speelman en Tonisombaija zoude ik Gaarne ook mijn best gedaan hebbe om haar te helpen maar behalven dat mij van die zaaken niets bekend is en ik dierhalven wel nader wenschte onderrigt te weesen, zoo komt in Consideratie dat de betrecking tusschen den pwoenlippoe-b: en de Geweesene koninginne van Loewoe te naauw is om daar over, in ommen met den anderen te koomen, voor al vermits het geval dat de datoe van soping na Maccasser off bij bonij des. hof.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0602 view scan ↗

English

167 To the Poenlipoe E: of Soping To comes to perform court service has not existed for a long time, in order to be able to make use of the paddy at Kekeang, and whereby therefore nothing is lost for the present. I shall then regarding this matter continue to look forward to your further reply, in the hope that the contents of this letter will be regarded as sufficient proof of the Honourable Company's and my own particularly good disposition toward the realm and peoples of Soping, to whom, together with the Poenlie Poe E: and the collective realm's grandees, I once again wish all salvation and prosperity from the heart. Below stood: Written at Maccasser in the Castle Rotterdam on 21 September 1724. Was signed: P: G: van der Voort. Lower: Agrees. Was signed: J:k Psz, sworn clerk. After the usual preface. Furthermore, I make known to my friend that I have duly received his two letters, as well as the oral message carried by the Captain of the Malays, whom I would have sent back again to Lampoko if my friend had tarried there until after my departure from Sagerij, in order to bring an answer; but having learned that Your Honour had returned to Soping, I have refrained from doing so and must content myself with expressing by this letter, concerning the aforementioned message as well as both letters, my brief and friendly thanks for the information provided, being exceedingly pleased to perceive the praiseworthy intentions of my friend to continue to adhere, in observance of the oath taken by his commendable ancestors, to the Company and the realm of Boni, who together with Soping, as is justly noted, have tasted the sweet and the sour together, and by God's blessing have constantly been permitted to triumph over their enemies. Therefore I also place complete trust in my friend's assurance to keep himself outside of the seemingly imminent war, for the prevention of which I shall nevertheless strive to employ all my power, just as I care day and night and unceasingly for the well-being of the Company's friends and allies, as I have endeavoured to urge the Adatouang of Sedeenring to settle the disputes with Soping over Mario and to return that which his people might have robbed, as well as to live with my friend in unity and good harmony in the future. I flatter myself therefore that he will gladly show himself willing to do what has been said, especially when Your Honour urges him once more through a confidant to let those arisen disagreements be settled by both sides' realm's grandees, and also to point out to him that he can surely perceive that although others seek his ruin, Soping will take no part in it, but keeps itself quiet, and that this latter comes by virtue of the counsel given to Your Honour by those who the well-being

Dutch transcription

167 Aan den Poenlipoe. E: van Soping Aan hofdienst komt doen zeedert lange niet geexteerd heeft, om vande padij op kekeang gebruijk te kunnen maaken en waar bij dierhal„ „ven voor eerst niets verlooren word. jk sal dan antwoord deese zaak uurlieden nader antwoord blijven te gemoed sien in hoope dat d'in„ „houd van deese brief sal worden aan gesien voor een voldoende bewijs van 'sE: Comp:s en mijn bijsondere goede Gesindheijd voor het rijk ende volkeren van Coping die ik neevens den poenlie poe E: en de gesament„ „lijke Rijks grooten nogmaals alle keijl en voorspoed van her ten toewensche /:onderstond:/ Geschreeven te maccasser in 't Casteel Rotterdam den 21: September 1724. /:was Geteekend:/ P: G: van dervoort /:Lager:/ accordeerd /:was Geteekend:/ J=k Psz voll Gesroore Clercq: Na Gewoone voor reeden. wijders maak ik mijnen vriend bekend, dat ik desselfs twee brieven wel ontfangen hebbe, en zo meede de mondelinge boodschap met den Capitain der maleijers, die ik weeder zoude afgezonden hebben na Lampoko, zo mijnen vriend aldaar, tot na mijn vertrek. van sagerij, vertoefd hadde, om antwoord te brengen, dog vernoomen. hebbende, dat uE: nasoping was te rug gekeerd, heb ik zulks nala„ „ten en mij moeten vergenoegen om bij deesen zo omtrend de meer melde boodschap als de beijde brieven in 't korte vriendelijk dank te betuijgen voor de Gegeevene onderrigtingen, mij ten hoogsten voor de Gegevene de prijsenswaardige voorneemens van mijn vriend t' ontwaaren, dm met agtervolging van den Eed, door desselfs lofelijke voor ouders Goe„ „daan, de Compagnie en bonijs eijk te blijven aankleeven, dewelke nee„ vens soping /:gelijk ten regten aangemerk=t word:/ te soemen zoet en suur Gesmaakt en nader Godes zeegen over hunne vijanden= steeds hebben moogen trcumpheeren dierhalven vertrouwe ik: ook volkoomen op mijn vriends verzeekering om zig buijten den apparant te verwagtene oorlog te houden, ter voorkoming van dewelke ik nogthans al mijn vermoogen zo wel sal tragten aan te wenden, als ik dag en nagt en ophoudelijk zorge voor den wel„ „stand van 's Comp:s vrienden en bondgenooten, gelijk ik aangewend hebbe om den Adatouang van se deenring aan te zetten de Geschillen met soping over Mario af te doen en het geene de zijne mogte geroofd heb„ „ben weeder te geeven, mitsgaders met mijnen vriend voor het vervolg in eenigheijd en Goede harmonie te leeven, ik vleije mij dierhalven dat den„ „zelven zig tot het gezegde Gaarne bereijd zal soonen, in 't bijsonder wanneer uE: hem door een vertrouwde andermaal komt aan te mae„ „nen om die pereesene on eenigheeden door weederzijds rijks grooten te laeten verbevenen, en denselven teffens voor te houden dat hij immers wel ontwaeren kan dat schoon andere zijn bederf soeken, soping daar in geen deel willen neemen, maar zig stil houd en dat dit laaste komt uijt hoofde van de raad aan uE: gegeven door de zulke die het Welwessen

NL-HaNA_1.04.02_3418_0603 view scan ↗

English

169 From Maccasser, the 22nd of October 1724. From Maccasser, the 22nd of October 1774. to endeavor to promote the welfare of all the allies on Celebes, and to frustrate the evil designs of others. Regarding your complaints about Aroe Pantjana concerning his manifold robberies and yet other evil deeds, I must testify to being exceedingly sensitive about this, and that I am no less grieved on your account than to have to experience that he responds to the favors shown to him in person, as well as the friendship which the Company from ancient times has shown to his ancestors and family and the Tanette kingdom, in such a manner; yet I predict from this that he seeks his own ruin, for he will not listen to reason, but throws all admonitions to the wind. And whether it would now be a wise course of action to make so many innocent people, who are daily the victims of his cruelty, even more unhappy because of his evil doings, I leave to your consideration, not doubting that you will have an aversion to this, and on the contrary will place the greatest glory in preserving the reputation of having made, and continuing to make, Soping's subjects happy, as they themselves testify, whereby also the snares that have been attempted to be laid for you to unseat you have been frustrated, and, as I wish and hope, will remain without effect. Concerning the land of Lalolong, I would desire further clarification, since so little is known to me of what is cited regarding it, just as I find no mention made of it in the papers. And although I desire nothing, but give thanks for the offer of forty slaves out of the hundred, besides the children, which you say belong to a Dampang whenever the agreement regarding Lalolong should be broken and Aroe Pao Pao should come to carry off half of the inhabitants there, I shall gladly do my best to help you obtain what legally belongs to you, both in this and all other claims. Yet I request my friend to be pleased to consider that I cannot act immediately, as I would gladly wish, to show indeed how I take his welfare to heart in every respect, since I can barely find time to conduct my own affairs; and that you will therefore not be too hasty to increase the troubles that are already beginning to erupt more than too much, whereby even the one who obtains the victory at the conclusion of matters cannot find it to his account, since most are ruined by the war. To the letter which my friend, together with the collective grandees of the realm, has written to me separately, and which was duly delivered to me by the head of the emissaries, I have, after mature deliberation, replied separately in the letter now also being dispatched. However, with respect to its contents, I must further mention here that the testimony of the grandees of the realm regarding your laudable rule, and that they, however much solicited to dethrone you, would never proceed to do so, was extremely agreeable to us; I have therefore earnestly admonished them to persevere in these good sentiments, just as I can expect nothing else, and no less that you will therefore on your part endeavor to contribute everything to make life agreeable for your subjects, which they can find no better than in a peaceful domestic condition, which in time will of itself cause their fellow citizens—who have either fled of their own accord or are held by others through violence—to return, as has been shown with those of Goa Goa and Oedjong Poeloe. For the rest, I add hereto my sincere wish for all good things and whatever may make you forever happy, with the assurance of my unfeigned friendship. Written at Maccasser in the Castle Rotterdam, the 21st of September 1724. Signed: P. G. van der Voort. Lower: Agrees: signed: Pk. Isk. Voll, sworn clerk. already.

Dutch transcription

169 van maccasser Den 22:' 8ber: 1724. van maccasser Den 22:' 8ber: 1774. —. wel weesen van alle de bondgenooten op Celebes tragten te bevorde„ „ren en de quaade desseijnen van anderen te verijdelen. - wat uwe klagten over Aroe Pantjana betreffende weegens deselfs meenigvuldige revorijen en nog andere kwaade bedrijven, zoo moet ik betuijgen daar over ten uijttersten gevoelig te weesen dat het mij uwent„ „weegen niet minder leed doet als te moeten ondervinden dat hij de welda den hem zo in persoon betoond als de vriendschap die de Comp:e van oude tijden af aan zijne voor ouderen en famillie en het Ia„ „netse lijk b'antwoord, dog ik voor spelle 'er uijt dat hij zijn eijgen be„ „derf zoekt, want na reedenen wil hij niet luijsteren maar slaat alle vermaaningen in den wind, en of het nu een wijs bestaan zoude weesen; om zijne kewaade Gedoentens zo veele onnosele menschen, die dagelijks de slagt offers van zijne vreedheijd zijn nog ongelukkiger te maaken geef ik uE: in bedenken niet twijffelende of uE: zal daar van een weer sin hebben en daar en teegen de Grootste Glorie stellen in de naam te behouden van sopings onderdaanen geluk te hebben gemaakt en nog te maaken, zo als dezelve betuijgen, waar door ook de lagen die men uE: heeft tragten te leggen, om hem uijt den zetel te bonsen verijdeld zijn, en zo ik wensch en hoope buijten Effect blij„ „ven zullen. Betaeffende het land Lalolong wenschte ik wel nader opheldering dewijl mij van het daar omtrend aangehaalde zo min iets bekend is als ik 'er bij de papieren mintie van gemaakt vinde, en schoon ik niets begeere, maar dankzegge voor d' aanbieding van veertig slaaven van de Hondert, behalven de kinderen, die uE: zegt van eenen Dampang te Competeeren, wanneerde over Een komst omtrent La„ „lolang mogt verbrooken worden, en Aroe Pao Pao de helft van den Inwoonder aldaar, komt wegte neemen, zo zal ik gaarne mijn best doen om aan uE: tehelpen aan het geen den zelven wettig toekomt zo in deesen als alle andere pretensien, dog ik versoek mijn vriend te willen Considereeren, dat ik niet zoo aanstonds vern, zo als ik gaar„ „ne wilde, om inderdaad te betoonen hoe ik mijn zijn welvaart in allen opsigte aantrekke, dewijle ik naauwlijkstijds uijt„ vinden, kan, om mijn eijgen zaaken te verrigten: en dat uE: dierhalven niet te voorbaarig wil zijn, om den treubelen die 'er reets meer dan te veel beginnen uijt te bersten te vermeerderen waar bij selfs die de opr winning behaald bij het slot van zaaken, zijn rekening niet han vinden, wijl de meeste door den borlog Geruij„ „nieert raaken. Op den brief die mijn vriend meevens de gezamentlijke Rijks grooten mij apart geschreeven hebben en mij door het hoofd derzendelingen wel besteld is, hebbe ik welbedagt bij de thans meede overgaande afsonderlijk te antwoorden: egter moet ik ten opsigte van dies inhoud hier nog melden, dat wij het getuijgenisse van de rijks grooten weegens uE: loflijk bestier, en dat zij, hoe zeer ook aan„ gezogt om uE: te detroneerende, daar toe nimmer zouden over gaan, ten uijtersten aangenaam sijnde, ik haar dierhalven ernstig vermaand hebbe, om bij die goede sentimenten te volharden, gelijk ik ook niet anders verwagten kan en niet minder dat uE: dierhalven van zijn kant alles sal tragten te contribueeren om zijne onderdaanen, het leeven behaaglijk te maaken, dat zij niet beeter vinden kunnen als bij een vreedige gesteldheijd binnenslands, die haare meede burgers, welke 't zij uijt eijgen wille uijtgeweeken, dan wel door Geweld bij an„ „deren ophouden, worden, door den tijd van zelfs saldoen te rug beoo„ „men Gelijk aan die van Goa Goa en oedjong Poeloe gebleeken is. — voor het Overige voege ik hier bij, mijnen opregten wensch van alles goeds en wat uE: voor altoos gelukkig kan maaken, onder ver„ seekering van mijne ongeveijnsde vriendschap /:onderstond:/ Geschreeven te maccasser in 't Casteel Rotterdam den 21:' September 1724. /: was Geteekend:/ P: G: van der voort. /:Lager:/ Accordeerd /:geteekend:/ P=k Is=k voll geswroore Clercq. —. reets.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0604 view scan ↗

English

161 From Maccasser, the 22nd of October Anno 1754. From Maccasser, the 22nd of October 1724. To the King of Salaparang, Gustij Waijantaga. After the customary greetings. Furthermore, I inform your Highness that through the dispatch by the Bima Commandant Lecerf, I have duly received your letter, from which I have noted with surprise that your Highness had been told that the vessel in question had steered its course from Sumbauwa to Maccasser. I must declare that I have no knowledge of this, but that I have heard that the same was handed over to Carre Mangendjoengie and Anachoda Manko is the truth, and also all that I have been able to find out about it. Consequently, I can do nothing further regarding this matter unless sufficient proof is provided to me that the Sumbawanese have embezzled it, in which case I could assist your Highness with its recovery. In the meantime, I remain once again grateful to your Highness for the polite reception given to Commandant Lecerff, and it will be no less pleasing to me than to your Highness to live with each other in friendship and to see it increase more and more. However, as I have simultaneously made an offer to your Highness to enter into a contract for the further confirmation thereof, I would have wished to know how you are minded in that regard before I can declare myself on your Highness's proposal to send someone to Great Balij. Beneath was written: Written at Maccasser in Castle Rotterdam, the 21st of September 1720. Was signed: P: G: van der Voort. Lower: F: K: I=K Voll, sworn clerk. Replying to both your separate letters of the 22nd of June and the 6th of this month, I must in the first place express my surprise at the reply of Gusti Waijantaga to the exhortation made to him once again to enter into a contract of friendship with the Company, namely: that as he alone is not the master of Salemparang, he could do nothing without the consent and prior knowledge of the King of Great Balij. For whereas from what has been negotiated with him up to this point one was led to believe that his intention was to shake off the yoke of the Balinese through the Honorable Company's assistance, he has now made the contrary fully known. Thus one can as little guess what his real intention is as one seems able to rely on his present pretext, since, if the same were indeed true, he ought to have declared it long beforehand instead of requesting that commissioners be sent to him, who indeed, in the present state of affairs, would have had to return with their business unaccomplished; for, however well instructed they might have been in all respects, one could not have qualified them to depart for Great Balij, since that could not have been foreseen, and without which they would not have dared to undertake it. Therefore, their mission would have openly served as an insult to the Company. All of which might well have been pointed out to Gustij Waijantaga's son, Gusti Made Karangassan, upon the question he raised. However, since you report that the last-mentioned expressed himself... To Ensign Alexander Lecerff, Commandant there. Valiant, pious, discreet.

Dutch transcription

161 van maccasser Den 22:' 8ber: A:o 1754. van maccasser Den 22:' 8ber: 1724. — Aan Den koning van Salampa„ „rang Gustij waijantaga. Na Gewoone begroetingen. wijders maake ik uw: hoogheijds bekeend, dat mij door toe„ „zending van den bimas Commandant Lecerf wel geworden is, desselfs brief uijt dewelke ik moet bevreemding hebbe ontwaard, dat men uw: hoogheijd gezegt hadde, dat het bewuste vaartuijen van sumbauwa na maccasser zoude gesteevend zijn, ik moet betuijgen daar van geen kennisse te dragen, maar dat ik verwo„ „men hebbe dat het zelve aan Carre Mangendjoengie en Ana„ „choda manko is overgegeeven, is de waarheijd en ook alles wat ik daar van hebbe, kunnen wee ten krijgen, zo dat ik daar omtrent niets meerder doen kan, ten waare mij voldoende bewijsen, wor„ „der bezorgt, dat de sumbauwareesen het verduijsterd hadden in welk geval ik uw: hoogheijd aan desselfs guarand zoude kunnen helpen. Ondertusschen blijve ik uw: hoogheijd nogmaals dankbaar„ voor de beleefde receptie van den Commandant Lecerff zullende het mij niet minder aangenaam zijn, dan uw hoogheijd om met el„ „kanderen in vriendschap te leven en deselve meer en meer te zien toe„ „neemen. dog wijl ik uw: hoogheijd teffens hebbe doen aanbieden Om tot na der bevestiging van dien, een Contract aan te gaan hadde ik wel gewenscht te moogen weeten hoedanig denselven daar omtrend gesind is, alvoorens ik mij verklaaren, kan op uw hoogheijds voor„ „slag om iemand na Groet balij te zenden /:onderstond:/ Geschreeven te maccasser in 't Casteel Rotterdam Den 21: September 1720. /:was geteekend:/ P: G: van der voort /:Lager:/ F: k I=k voll geswoore Clercq.— Antwoordende op beijde uE: apparte brieven van den 22:' Iunij en 6: deeser moet ik in de Eerste plaats mijne bevreemding be„ „tuijgen, over het antwoord van Gusti waijantaga op de hem ander„ „maal gedaane adhortatie tot het aangaan van een Contract van vriendschap met de Comp:e namentlijk: dat hij alleen geen meester van salemparang zijnde, zonder toestemming en voorkennisse van den koning van Groot balij niets doen konde, want daar men zig uijt het tot hier toe, met denselven verhandelde heeft moeten voorstellen dat zijn Oogmerk geweest is, om door sE: Comp:s hulpe het sok der baliers afte schudden heeft hij als nu het teegendeel volmondig te kennen zoo dat men zo min raeden kan, wat zijn weesentlijke bedoe„ „ling zij, als men zig op zijn teegenswoordige voorgeeven schijnt te kunnen verlaaten, vermits hij ingevalle het zelve inder daad waar mogte weesen zulks lange bevoorens hadde behooren te declareeren insteede van te versoeken dat hem gecommitteerdens, mogte worden toegezonden die immers in den teegenwoordigen toestand on verrigter zaekeen zoude hebben moeten te rug keeren wijl men haar hoe daer ook in allen opsigte g'instrueerd niet zoude hebben kunnen qua„ „lificeeren om na groot balij te vertrecken vermits dat niet heeft kun„ „nen voorsien worden, en buijten het welk zij zulks niet dervende onderneemen, dierhalven haere zending opentlijk ten spat van de Comp:s zoude gestrekt hebben, alhet welke aan Gustij waijan ta„ „gas zoon Gusti made karangassan op zijn gedaane vrage wel hadde moogen worden voorgehouden. Dan vermits uE: meld dat den Laastgemelde zig Aan Den vendrig Alexander Lecerff, Commandant aldaar. Manhafte, vroom, Discreete, g'uijt

NL-HaNA_1.04.02_3418_0605 view scan ↗

English

163 From Maccasser, the 22nd of October 1774. From Maccasser, the 22nd of October 1724. expressed that it would be well for you to come over to him in order to go together to Great Balij and negotiate there with the king, who had repeatedly made known his inclination to enter into an alliance with the Company and would then send his envoys directly to the main settlement, I judge that this should not be left entirely unanswered, so as not to cause an alienation, through silence or the breaking off of all negotiations, in the friendship presently existing outwardly with both aforementioned Gusties, which friendship—while the principal matter remains dragging on provisionally—can be cultivated through letters or messages, if only to continuously obtain information regarding the state of affairs. Therefore, you must let them know by letter or trusted messenger that you, owing to many occupations in the Company's service caused by the demise of several princes, cannot come over at present to speak with them, but hope to be able to do so on a better occasion, without making any mention, however, of the king of Great Balij, with whom I have as little order from their High Excellencies to negotiate as I can see that the intention and the command to do so with Salemparang can extend in that direction; for I am of the opinion that through the latter one should endeavor to maintain a counterweight against Balij itself, and, were it possible, eventually to reunite Salemparang with Sumbauwa, though I begin to perceive more and more that the hope for this at present is very slight, and all the more because Gusti Waijantaga, according to the journal of Corporal Leberff, upon the articles presented to him for barring foreign Europeans as well as the Cerammers, said that he could not do so alone, because that exclusion would be an indication of the negotiation he intended to undertake with the Honorable Company, from which it is not obscure to conclude that he himself is not very inclined to enter into a contract, while the Company is principally concerned with these two articles. His given assurance pleases me better: that in case any ships or vessels of the Honorable Company should happen to suffer shipwreck or otherwise experience distress at sea (which God forbid), he will offer his assistance to them and return what has been salvaged, as well as, in case it should be needed, to accommodate the Company with rice as far as his capacity extends, regarding which, however, I expect to be enlightened on how heavy the last is reckoned to be, so that the necessary calculations can be made, regarding which I have not been able to obtain sufficient information here. Furthermore, I accompany this with my reply to the received letter from that prince, passing also in copy for your inspection, which you can deliver to him on occasion, with my greetings and the communication that his letter addressed to His High Excellency will be duly delivered. With respect to the princes, I not only hope that the young king of Bima will come over hither in October, and likewise that of Dompo, whose provisional election I accept for notification, but also the young king of Tambora, however much some grandees of the realm agitate to dethrone him and restore the former king, which I expect you will attempt to prevent, openly declaring to the latter's adherents that they have not the least reason to urge his restoration, since practically no one declared for him or stepped into the breach at the time when all possible efforts were made from the Company's side to keep him in the government, and that consequently their doing in this matter can be regarded as nothing other than factionalism and party zeal to throw everything into confusion and ruin the country, as well as to ruin the inhabitants and make them unhappy, but that the Company will certainly know how to prevent this by executing punishment on all those restless troublemakers. I also wish no less to have recommended to you, upon his arrival on Sumbauwa, to urge with all possible eagerness the king's departure for this place, in case you notice

Dutch transcription

163 Van Maricasser Den 22.:' 8ber: 1774. — van Maccasser Den 22:' 8ber: 1724: g' uijt hadde dat het wel zoude weesen dat uE: tot hem overkwamd om te saamen na groot balij te gaan en met den koning aldaar te handelen, welke zijne inclinatie om met de Comp=e in verbond te treeden meermaals te kennen gegeeven hadde en zijne gezanten als dan direct na de hoofdplaats zoude zenden, zo oordeele ik dat zulks niet geheel onbeantwoord diend te worden gelaeten om door stil„ „swijgen of het afbreeken van alle onderhandenngejeen verweijde„ „ding te veroorsaeken in de thans voor het uijterlijke subsisteerende vriendschap met de beijde voormelde Gusties die terwijl de prin„ „cipaale zaak bij provisie blijft voor te sleuren. door brieven of boodschappen kan worden gecultiveerd, al was het maar ombij aan„ „houdentheijd van den toestand der zaaken onderrigting te kunnen bekoomen, des uE: dezelve door een brief of vertrouweling sal moeten laaten weeten. dat uE: door veele occupatien in sE: Comp:s dienst veroor„ „saakt door het afsterven van verscheijden vorsten thans niet over„ „koomen kan, om met haar te spreeken, dog zulks bij een beeter gelee„ „gentheijd verhoopt te zullen kunnen doen, zonder nogthans eenige mentie te maaken van den koning van Groot balij met wien ik zoo min ordre van haar hoog Edelheedens hebbe om te handelen, als ik sien kan dat d'intentie en het bevel, om zulks met salemparang te doen daar heenen kan strecken, wijl van begrip ben, dat men door het laatste een evenwigt teegen balij zelfs behoord te betragten, en om waare het mogelijk salemparang inder tijd weeder met sumbauwa te verbeni„ „gen, dog waar in ik meer en meer beginne te ontwaeren, dat de hoope voor teegenwoordige seer gering is, en zulx te meer verwift Gusti waijantaga naluijd dagregister van den Corporaal Le„ „berff, op de hem voorgehouden articulen tot weering zo van vreemde Europeesen als de Cerammers gezegt hebbende zulks alleen niet te kunnen doen, wijl die weering een blijk zoude weesen van de onderhandeling die hij met d'E: Comp:e voorneemens was, daar uijt niet onduijster afte neemen zij, dat hij selfs niet zeer Geneegen is, tot het aangaan van Een Contract terwijl het de Comp:e wel voor„ „namentlijk om deese beijde articulen te doen is; Beeter behaagd mij sijne Gedaane, verzeekering om ingeval aldaar eenige scheepad of vaartuijgen, van dE: Comp:e mogten koomen, schipbreuk of anderzints zeenood te leijden /:dat God verhoede:/ zijne assistentie aan deselve te bieden en het ge„ „sauveerde te restitueeren, zo meede om ingevalle zulks mogte be„ „nodigt weesen de Comp:e voor zoo verre zijn bestek aangaat. met Eijst te gerieven, waar omtrend ik egter verwagte g'elucideerd te weesen hoe swaar het last gereekend word, om daar op des noodigte kunnen Cijfferen, waar omtrend ik hier geen genoegsaame onderrig„ ting hebbe kunnen bekoomen. voorts laat ik deesen weeder versellen van mijn antwoord op de ontfange brief van dien vorst in Copia tot uEd=e speculatie meede overgaande, 't welk uE: bij geleegendheijd aan denselven kan doen geworden, onder mijn groote en communicatie dat de zijne aan zijn hoog Edelheijd gericht behoorlijk zal worden bezorgt; Ten opsigten van den vorsten wil ik niet alleen verhoo„ „pen dat den Iongen koning van bima in october herwaards zal overkoomen en zo meede die van Dompo, welkers provisioneele Electie ik voor Communicatie aanneeme, maar ook den Iangen koning van Tambora, hoe zeer sommige rijksgrooten woelen om haar welker te detrouneeren en de Geweesene koning te herstellen, 't geen ik verwagte dat uE: sal tragten voor te koomen condelijk aan des laastens aanhangelingen verklaarende, dat zij geen de minste reeden hebben om op desselfs herstelling t' urgeeren wijl genoegsaam niemand zig voor hem verklaard: of inde bresse gesteld heeft ten tijde 'er van 's Comp:s zijde alle mogelijke poogin„ „gen zijn aangedaan om hem inde regeering te laaten, en dat dierhal„ „ven hun gedoente indeesen niet anders kan worden aangemerkt als een twist en parthij zugt om alles in de war te helpen en't land te bederven, mitsgaders de Inwoonders te ruijnderen en onge„ bukkig te maaken, dog dat de Comp:e zulks door een straf oeffening aan alle die rusteloose twist. zoekers wel sal weeten te preveniee„ „len. Ook wil ik uE: niet minder gerecommandeert hebben, Om bij zijn komst op sumbauwa met alle mogelijke em pressement te urgeeren op 's konings vertrek na herwaards hem zo uE: ingeval bemerken

NL-HaNA_1.04.02_3418_0606 view scan ↗

English

163 from Maccasser, 22 October 1724. might notice that he seeks to excuse himself from it again, assuring that he shall repent of such conduct, as the Company has exercised patience long enough, and will thus no longer endure being publicly mocked. Meanwhile, I approve your Honour's proceedings regarding the King's letter addressed to me and received by your Honour, and furthermore consider well done the arrangements made at the final settlement of the dispute between the princes of Dompo and Sanger over their boundary separation, as mentioned more fully in your letter and the resolution received alongside it. While I otherwise await the effect of your promise to cause the Wadjoese to be dislodged from all mercantile routes of Sumbauwa, noting further in that respect that for the present I have abandoned the intention of sending an emissary of the Company thither alongside the King of Boni for that purpose. This being all that I find to write in reply to the aforementioned separate letter, I refer to the answer to your Honour's general letter, which is also being transmitted herewith, and remain otherwise, after greetings, below stood your Honour's good friend, was signed P. G. van der Voort. In the margin Maccasser in Castle Rotterdam, 28 September Anno 1774. Below stood Conforms, was signed F. P. Voll. Furthermore, I inform my brother that the Governor intends to send delegates to the King of Boni to request that satisfaction may yet be demanded from the Mandharese who have arrived here for the bark in question. Meanwhile, his Honour the Governor would like to see my brother write a letter at the earliest opportunity, or send a trusted person to Mara Dia of Madjene, and inform him that your Honour has learned privately that Boni will indeed be obliged to comply with the Company's desire; that your Honour nevertheless does not doubt that the King will still try to help the Mandharese as far as feasible, but that payment will have to follow; that your Honour therefore comes to advise him, Maradia, as a friend, to be accommodating, even if he should wish to request some reduction of the demanded 22,000 Spanish rixdollars or an extension of time for the payment of a part; and that your Honour thinks that this may well succeed, although the Company has lost considerably more; adding further how the raising of the remainder cannot be difficult, since it will hardly need to cost each of the 2,000 households on Madjene 3 Spanish rixdollars; while through this, all difficulties with both the Company and Boni will be prevented, and in contrast, friendship is to be preserved, which is better for the Mandharese than constantly living in fear of being attacked at one time or another. My brother shall hereby do the Governor a great pleasure and insinuate himself more and more into the Company's favour. After ordinary greetings. Letter written by the Captain of the Malays, Abdul Cadier, to the former Pongauwa of Boni, Ioeanna Latanro, rightly named Lacasie. Letter. This is the reason that I inform your Honour of this and even request you to comply with his Honour's desire, as well as to inform me of the outcome. Below stood Written at Maccasser, 2 October 1724. Lower Conforms, was signed F. A. Voll, Sworn Clerk. The Governor says that they must pay six thousand Spanish rixdollars within the six months, in the coming year also six thousand, and for the third time likewise six thousand. Furthermore, the Governor says that even if one or two weeks longer have elapsed, it does not matter. The persons for whom Arou Binoang speaks up are those of the settlements of Binong, Chinrana, Bangaij, Mamoedjoe, and Iampalang; and the Papoeangangs of Ballanipa and Pamboeang also give their voice to ensure that the Company gets its due. Below stood Conforms, was signed D. E. Welgest, Clerk. Translation from the Buginese concerning the satisfaction demanded by the Company from the Mandharese for the captured bark De Vrijheijd. Translation. 167 This is the reason that I inform your Honour of this and even request you to comply with his Honour's desire, as well as to inform me of the outcome. Below stood Written at Maccasser, 2 October 1724. Lower Conforms, was signed F. D. Voll, Sworn Clerk. The Governor says that they must pay six thousand Spanish rixdollars within the six months, in the coming year also six thousand, and for the third time likewise six thousand. Furthermore, the Governor says that even if one or two weeks longer have elapsed, it does not matter. The persons for whom Arou Binoang speaks up are those of the settlements of Binong, Chinrana, Bangaij, Mamoedjoe, and Iampalang; and the Papoeangangs of Ballanipa and Pamboeang also give their voice to ensure that the Company gets its due. Below stood Conforms, was signed D. E. Welgest, Clerk. Translation from the Buginese concerning the satisfaction demanded by the Company from the Mandharese for the captured bark De Vrijheijd. Translation. 104

Dutch transcription

163 van maccasser Den 22:' 8ber: 1724. — bemerken mogte dat hij zig daar van weeder tragt te verschoo„ „nen, verzeekerende dat hem sulks berouwen zal, also de Comp:e lang genoeg geduld geoeffend heeft, en dus niet langer opentlijk be„ spotting sal willen ondergaan. In tusschen approbeere ik uE: behandeling nopens 's konings boek aan mij gerigte, en bij uE: ontfangen brief en houde wijders voor wel gedaan de gemaakte schikkingen bij de finaale afdoening van het geschil tusschen de vorsten van dompo en sanger over hunne li„ „niet scheijding breeder bij den uuwen en daar neevens ontfangen reso„ „lutie vermeld Terwijl ik overigens het effect uwer toezegging, verwagte om de wadpreesen door alle mercantiel weegen van sumbauwa te doen delogeeren, ten dien opsigte hier nog noteerde dat ik voor eerst van het voorneemen hebbe afgesien, om neevens den koning van bomij eensendeling van de Comp:e ten dien eijnde derwaarts te Dit alles zijnde, wat ik op voormelde apparte te rescribeeren. vinde, refereere ik mij aan het thans meede overgaande antwoord op uE: gemeeneene en blijve voor het overige na groete /:onder„ stond:/ uE: Goedevriend /:was Geteekend:/ P: G: van der voort /:in margine:/ maccasser in't Casteel rotterdam den 28:' —. /:onderstond:/ Accordeert September A:o 1774. — /:was Geteekend:/ f=l P=sk voll. senden. — Wijders maeke ik mijn broeder bekend dat den heer Gouverneur voorneemens is, bij den koning van bonij geraamdmitteerdens te zenden om te versoeken dat van de alhier aangekoomen mandhaeren als nog voldoening mag worden g'eijscht voor de bewuste bark. Ondertusschen zoude zijn Edele agtbaarens gaarne zien dat mijn broeder ten eersten een briefje kewam te schrijven, of wel een vertrouw„ „de te zenden aan mara dia te zanden Madjeno en denselven te kennen, te geeven, dat uE: het voorenstaanste onder de hand vernoomen heeft dat bonij wel verpligt zal zijn, aan 's Comp:s begeerte te voldoen, dat uE: egter niet twijffeld of den koning zal de mandhareesen nogtans zoo verre doenlijk tragten te helpen, dog dat 'er betaling sal moeten volgen, dat uE: hem Maradia dierhalven als een vriend, komt te raeden om zig te laeten vinden, al was 't ook dat hij eenig afslag van de GeEijschte 22000: spaans dan wel uijstel ter voldoening van een gedeelte wilde versoeken, en dat uE: den ket dat zulx mogelijk wel gelucken zal, of schoon dE: Comp:e merkelijk meer verlooren heeft, met verdere bijvoeging hoe immers de opbrenging van het overige niet swaar kan vallen, vermits het ieder van de 2000: huijsgesinnen op madjene nauwlijks 3: rd:s spaans zal behoeven te kosten terwijl hier door alle moeijlijkheeden zo wel met de Comp:e als met bonij voorgekoomen en daar en teegen de vriendschap staat gecon„ serveerd te worden, het welk voor de mandhareesen beeter is dan steeds in vreese te leeven van d' een of andere tijd eens g'attacqueerd te worden. Mijnen broedersal den heer Gouverneur hier door veel plaisier doen en zig zelfs meer en meer in 's Comp:s gunste insinueeren: het Nagenvone Groete. Brief door den Capitain der maleijers Abdul Cadier, Ge„ schreeven aan den geweesen Pon„ „gauwa van bomij Ioeanna La„ „tanro /: ten regten genaamt :/ Lacasie Brief Geen geen dereeden is dat ik uw: hier van kennisse Geeve en zelfs versoeke om zijn Edele agtbaere begeerte na te koomen mitsgaders mij van den uijtslag kennisse te geeven. /:onderstond:/ Geschreeven te Maccasser den 2:' October 1724. /:Lager:/ Accordeerd /:was Geteekend:/ F:k A=n voll Geswooren Clercq: De Gouverneur zegt dat zij ses duijsend rijx daalders op:s binnen de ses maanden moeten afleggen een aanstaan de Jaar, ook ses duijsend en voor de derde maal meede sesduijsend. — verder zegt de Gouverneur al zijn er een of twee weeken: langer verloopen zulks 'er niet op aankomt. De persoonen waar voor Aron Binoang opkomt zijn die van de negorijen Binong, Chinrana, bangaij, mamoedjoe en Iampa„ lang en de papoeangangs van Ballanipa en Pamboeang geeven meede hun stem om te maaken dat de Compagnie het zijne krijgd. —. /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend/ D:t e=te welGest Cl Translaat Bouginees betreffende de door de Comp: g' Eijschte voldoening van de Mandhareesen voor de Overcompelde Back de vrijheijd Translaat. 167 geen dereeden is dat ik uw: hier van kennisse Geeve en zelfs versoeke om zijn Edele agtbaere begeerte na te koomen mitsgaders mij van den uijtslag kennisse te geeven. /:onderstond:/ Geschreeven te Maccasser den 2:' october 1724. /:Lager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ F:k D=k voll Geswooren Clercq: De Gouverneur zegt dat zij ses duijsend rijxdaalders op:s binnen de ses maanden moeten afleggen een aanstaan de Jaar, ook ses duijsend en voor de derde maal meede sesduijsend: —. verder zegt de Gouverneur al zijn 'er een of twee weeken: langer verloopen zulks 'er niet op aankomt De persoonen waar voor Arou Binoang op komt zijn die van de negorijen Binong, Chinrana, bangaij, mamoedjoe en Iam pa„ „lang en de papoeangangs van Ballanipa en Pamboeang geeven meede hun stem om te maaken dat de Compagnie het zijne krijgd. /:onderstond/ Acordeert /:was getekend/ D:t :tl wil gest Clep Translaat Bouginees betreffende de door de Comp: g' Eijschte voldoening van de Mandhareesen voor de Overcompelde Back de vrijheijd Translaat. 104

NL-HaNA_1.04.02_3418_0609 view scan ↗

English

169 Whereas the General Dutch East India Company has demanded satisfaction from the combined Mandharese princes for a certain bark belonging to the Honorable Company named the Vrijheijd, which four years ago was seized by subjects of Madjene or Bangaij, and with its cargo, ammunition, etcetera, transported elsewhere, and thus stolen from the Company, it is therefore that the Maradia of Binoang, named Mappa, currently present here, acting both for himself and on behalf of the Maradias of Tjinrana, Bangaij or Madjene, Mamoedjoe, and Tampalang, together with the Pabitjara of Bellanipa, named Ambo Basso, and the fellow Pabitjara of Pamboeang, named Ambo Tippa, the latter two acting in the name of their masters, and thus all together for and on behalf of the aforementioned princes of the seven rivers, having entered into negotiations regarding this matter with the Noble Honorable Governor and Director of this Celebes and Council, representing the General Dutch Company here, through the mediation of the court, that is to say the king and dignitaries of Bonij, have promised and pledged, as they further promise and pledge hereby, that instead of the previously demanded twenty-two thousand Spanish rixdollars, they shall raise and pay a sum of eighteen thousand of the same Spanish rixdollars in good current coin, and this in equal installments across three terms, of which the first shall expire six months after the signing and ratification of this document, the second nine months later, and the third one year thereafter, and thus the entire capital in twenty-seven months, namely in the first term six thousand, before the end of the second likewise six thousand, and in the third the remaining six thousand rixdollars. Declaring and testifying accordingly that they solemnly bind themselves by this deed in all sincerity for the payment in the manner just stated, and furthermore most expressly giving assurance together and one for the other that they have been authorized and qualified for this by the aforementioned combined princes, and therefore shall not later seek to make use of any pretexts or evasions under whatever name they may be, in order to be freed or released from a partial, much less the entire satisfaction, nor to postpone the same beyond the stipulated terms. In confirmation of all this, this document is ratified with their signatures by the aforementioned Maradia of Binoang, Mappa, together with the Pabitjaras of Bellanipa and Pamboang, Ambe Basso and Ambe Tipa, in the presence of His Highness the King of Bonij alongside the combined dignitaries, and in the presence of the Honorable Company's Commissioners. Underneath stood: Thus executed, sealed, and signed at the said house of His Highness, the October 1774. Was signed: I. J. voll, sworn clerk. H. D. Heijrman.

Dutch transcription

169 Aangezien de Generale Neederlandsche Oost Indische Com„ „pagnie, van de Gezamentlijke Mandhareese vorsten, voldoening heeft gevorderde voor zeekere haar Edele toebehoord hebbende, barck genaamd de vrijheijd, die nu vier Iaaren Geleeden door onderdanen van Madjene of Bangaij afgeloopen, en met dies lading, ammunitie enz:d na elders ver„ „voerd, en dus de Compagnie ontvraemd is geworden, zo is het dat den tepen„ „woordig, zig alhier bevindende Maradia van binoang in naeme Mappa zo voor zig zelven als voor de maradias van Tjinrana, bangaij of Madjene; mamoedjoe, en Tampalang, mitsgaders de Pabitjara van bellanipa in naame ambo basso en de meede Pabitjara van Pamboeang genaamd Ambo Tippa, de beijde laatste uijtnaam van hunne meesteren en dus alle te saemen voor en van weegen de Evengenoemde vorsten der zeeven rivieren, met den Edelen agtbaaren Heer Gouverneur en Directeur deeser Celebes en Raad als de Generale Neederlandsche Comp:e alhier representeerende door mediatie van het hoff of wel de koning en Rijksgrooten van bonij of wel de koning en rijks grooten van bonij, over deese zaak in onderhan„ „deling getreeden weesende, beloofd en toegezegt hebben, gelijk zij nader be„ „looven en toezeggen bij deesen, om insteede van de bevoorens g'eijschte twee en twintig Duijsend rijks daalders spaans, te zullen opbrengen en betaelen een somma van agthien Duijsend gelijke rd:s spaans in Goede Gangbaare specie en zulks bij gelijke paaijen, in drie termijnen, waar van het eerste expireeren sal ses maanden nade teekening en bekragtiging deeses, het tweede Neegen maandenlaeter en het derde een Iaar Saldar aan en dus het ge„ heele Capitaal in seeven en Twintig maanden namentlijk in het eerste termijn ses duijsend, voor het uijt Eijnde van het tweede insgelijks ses duijsend en in het derde de resteerende ses Duijsend rijkstaalders. verklaarende en betuijgende oversulx zig voor de betaling in voegen als Even gezegt in alle opregtheijd plegtelijk bij deese acte te verbinden, en daar benevens wel expresselijk te saemen en d'eene voor den anderen verseekering doende, dat zij door de meer gem: Gesamentlijke vordsten hier toe gemachtigt en Gequalificeert zijn, en zulx oversulx zig naderhand met geene voorwindsels of uijtvlugten onder wat be„ „naemingen sulx ook weesen, mogte zullen tragten te behelpen om van een gedeeltelijke veel min de Geheele voldoening bevrijd of ontslagen te zaaken, nog deselve tot booven de bepaalde ter mijnen uijt te stellen. Tot bevestiging van het een en ander word, derse door de voormelde Maradia van binoang Mappa, mitsgaders de Pabitjaras van bellanipa en pamboang ambe Basso en Ambe Tipa met haere hand teekeningen bekragtigt, ten overstaan van zijn hoogheijd de ko„ „ning van bonij neevens de gezamentlijke Rijks grooten en in presentie van 'sE: Comp:s Gecommitteerdens /:onderstond:/ Aldus Gepasseerd Gezegeld, en Geteekend op „ gemelde zijn hoog heijds huijs den October 1774. /:was Geteekend:/ I:k J=to voll gesw: Clercq. —. H. D. Heijrman „na.

← previous