VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3418

Japan · 615 pages · 359 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3418_0564 view scan ↗

English

81 from Maccasser the 22nd October 1774. from Maccasser the 22nd October 1724. and spoke about the wounded. The Queen of to have the murderers arrived at Labakang. had abandoned against the Company was afraid, as I could expect, that he would undertake something violent unless he intentionally sought his own ruin, besides which his claim might at times give the prince cause to undertake some treacherous act or other for which he would be blamed, and which could easily cause a dispute between him and his mother-in-law, the Queen of Tanette, as well as increase the displeasure of the King of Bony, his father. Friday the 2nd in the afternoon, the former Pongouwa came in person, after having previously requested access. He paid me a visit to express thanks for the granted permission for his wife to greet her brother and at the same time to wish me a good journey to Pabackang. Otherwise, nothing of importance was discussed with him, except that in an indifferent discourse he let slip that Arou Pantjana should have pursued the notorious murderer Laserassa immediately if he wished to show any tokens of loyalty to the Company, but that it appeared he was even complicit in it himself. Furthermore, towards evening, the bearer of the letter dispatched on the 30th ultimo by the Captain of the Malays to the Queen of Tanette returned from Maros, reporting that Her Highness had said nothing other than that she intended to depart for Maccasser immediately, and having arrived there, would send an emissary to Sagerie as soon as possible to have the murderers of the guards pursued. I had her invited to Sagerie and to send Dain Masikei to me. Whereupon I immediately dispatched Soeroe Patjelang back to her with a small, well-sailing vessel, either to await her at Maccasser or at Maros, should she still be there, and to inform her that I had expected she would have come to me at Sagerie and still wished to expect such, in order to be able to confer with her, as the incident not only well merited this, but I also needed to converse with her about other matters concerning her person and the welfare of her realm, along with that of her children, requesting her to send her Captain Daing Maisicki to me in the meantime as soon as possible, in order to converse with him before the demonstration at Sagerie begins. Saturday the 3rd, at half past five in the morning, I departed overland from Siang for Labackang, where having arrived at half past seven, shortly thereafter a letter from the Poenlipoe of Soping was handed to me by an emissary, giving notice that his master had charged him with a message for the Queen of Tanette, for the delivery of which he intended to depart for Maccasser, but that returning from there, he would come to me again either here at Sagerie to learn my orders or the answer to the letter. Having therefore dispatched the said emissary, the Captain of the Malays related to me that the same had reported to him in his master's name: that he had complained to me about the violent acts of Aroe Pantjana, but that he had not done so to have him punished, as he desired nothing more than the restitution of the subjects of Soping and their goods robbed by him; that since the Captain's departure from Lampoko he had obtained further news of the intention of Aroe Pantjana and Aroe Pao Pao to forcibly prevent the tithing of the Tanetterees on Sagerie, but also at the same time that the mother of the last-named, having obtained knowledge thereof, had with all urgency dissuaded her son from initiating such violence, representing that she would rather wish to be deprived of life by him and Aroe Pantjana than to see such, since she then foresaw that it would be the end of Tanette and all of them; which had then also had the result that they had abandoned their wicked intention, but at the same time had resolved to have their paddy removed from Sagerie as far as possible, so that already a quantity of about 7000 bundles had been smuggled away with small vessels, of which the lipchip whose crew had attempted to murder the Company's people had been one. Sunday the 4th, the emissary Soeroe Patjelang sent yesterday to the Queen, having returned here to Labackang early in the morning, related to me that he had sailed directly for Maccasser, but not having found the Queen there contrary to the reports given to him, had immediately returned, encountered her off the mouth of the river, and delivered the message, which he distinctly repeated, but she had given him for answer: that she admitted the intended murder or the attack and the wounding of the Company's guards to be a serious matter, and she therefore would gladly come to me

Dutch transcription

81 van Maccasser den 22:' October 1774. —. van Maccasser den 22:' October 1724. —. en spraket over de Gequet De koninginne van de moordenaaren te doen op labaakang G'arriveerd. teegen de Comp:e hadde af„ bevreest was, als ik verwagten konde, dat den zelven iets feijtelijks zoude onder„ „neemen te waare hij zijn eijgen bederf moet willig zoeken wilde, behalven dat zijne pretensie den prins som tijds aanleijding zoude kunnen geeven, om het een of andere verraderlijk stuk te bestaan, waar van men hem de schuld geeven, en het welk lichtelijk twist zoude kunnen veroorsaaken tusschen hem en zijn schoon moeder de koninginne van Tanette, mitsgaders het misnoegen vermeerderen van den koning van Bonij zijnen vader, vrijdag den 2:' 's nadmiddags kwam den Geweesen Pongouwa zelfs na voor af versogt acces hij doet mij een visite bij mij om te bedanken, voor het g'accordeerde verlof aan zijn vrouw om haar broeder te begroeten en om mij teffens een Goede reijse te wenschen na Pabackang hebben de anders niets met hem van belang verhandeld, dan dat hij zig onder een On verschillig discours uijtliet dat Arou pantjana de bekende moordenaar Laserassa ten eersten hadde behooren te doen agter haalen zo hij eenige blijken van trouwheijd voor de Comp=e wilde betoonen, dog dat het bleek dat hij er zelfs deel aan hadde. voorts reverteerde teegen den avond. van Maros den brenger vande op den tamette dot belofte om 30: passato door den Capitain der Maleijers afgevaardigde brief aan de koninginne van Tanette berichtende, dat haar hoogheijd niet anders ge„ „zegt hadde dan dat ze voorneemens was, ten eersten na maccasser te vertrecken en zij daar Gearriveerd zijnde, ten spoedigsten een zendeling na sagerie zoude zen„ „den om de moordenaars van de wagthouders te doen agter haalen. Ik Laat haar op sagerij waar op ik aanstonds soeroe Patjelang met een keleijn wel bezeijld vaar„ „tuijg weeder aan haar afzend 't zij om haar te maccasser dan wel te maros zo zij daar nog weesen mogte te gaan op wagten, en aan te zeggen, dat ik ver„ „wagt hadde, dat zij op sagerij bij mijn zoude gekomen zijn en sulks als nog ver„ „wagten wilde, om met haar te kunnen verpraeken, wijl het voorgevellen zulks niet alleen wel meriteerde, maar ik haar zelfs diende t' onderhouden over en om dain masikei bij andere zaaken haar persoon en rijkes wel weesen, betreffende, neevens dat van mij te zenden. haere kinderen, met versoek haaren Capitain Daing Maisicki intusschen ten aller spoedigsten bij mij tezenden, om alvoorens de vertooning op sagerie begint denzelven te onderhouden. Zaturdag den 3:' Ben ik des morgens ten halff ses uuren overland van siang nalabac„ wagthouders: vertrocken alwaar ik ten halff agt uuren g'arriveerd zijnde zo wierd mij kort Een brief van Coping Gsur„ daar na door een sendeling inhandigd een brief van den Poenlipoe E: van Coping rieered ontfangen. onder te kennen gave dat zijn meester hem belast hadde met een boodschap aan de koninginne van Tanette, ter aflegging van de welke hij voorneemens was na Mac„ „casser te vertrecken, dog dat hij van daar terug keerende, 't zij hier op sagerij weeder bij mij zoude koomen, ten eijnde mijne ordre te verneemen of antwoord op den brief Gemelde sendeling dierhalven gedepecheert hebbende, zo verhaalde mij den Capi„ en verder berigt. „tain der maleijers dat den zelven hem uijt sijn meesters naam hadde bericht. —. dat hij mij geklaagd hadde over de geweldenarijen, van Aroe Pantjamna dog dat hij omtrend aroe pantjana zulks niet gedaan hadde, om hem te doen straffen, wijl hij niet meer begeerde dan de restitutie van de door denselven geroofde onderdaanen van soping en hurne Dat hij, zeedert 's Capitains vertrek van Lampoko nog nader tijding hadde die van zijn voorneemen, erlangd van het voorneemen van Aroe Pantjana en Aroe Pao pao om dever„ gesien. „tiening van de Tannettereesen op sagerij feijtelijk te beletten, dog ook te gelijk dat de moeder van den Laastgemelde daar van kundschap erlangd hebbende haar zoon„ net alle een pressement ontraeden hadde om zoodanigen Geweld te beginnen, onder voorhouding dat zij liever wenschte door hem en Aroe Pantjana van het leeven beroofd te worden, dan zulks te zien vermits zij als dan versag, dat het met Tanette en haar alle gedaan zoude weesen 't geen dan ook van dat gevolg geweest was, dat z' van hun boosaar„ „dig voorneemen afgezien dog teffens beslooten hadden hunne padij van sagerij voor zo ver„ re mogelijk te doen weghaelen invoegen ook reets tot een quantiteijt van Circa dog veel padij doen sluijken 7000 bosschen geschied was, met keleene vaartuijgen waar van de lipchip welkers opvaa„ „rende sComp:s volk hadden tragten te vermoorden 'er een was geweest. D' op Gisteren na de koninginne gezonden hebbende sendeling soeroe Patjelang Zondag Den 4. ' in den vroegen morgen alhier op labackang gereverteerd, relateerde, mij, dat hij dies Tanets koningin zegt nog niet bij mij te konnen. rect na Maccasser gestevend, dog de koning in teegen de hem gegeven berichten, daar kedomen. niet gevonden hebbende, ten eersten te rug gekeerd, haar voor de mond van de rivier aangetroffen en de boodschap, die hij distict repecteerde, gedaan, dog zij hem ten ant„ woord gegeven hadde. dat zij bekende de voorgenomen moord of d'attacque en het quetsen van 'sComp:s wagthouders en swaare saak te weesen, en zij dierhalven Gaarne bij mij zoude te haalen, goederen „kang. vertre. agterhaalen. nodigen.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0565 view scan ↗

English

from Maccasser the 22nd of October Anno 1724. from Maccasser the 22nd of October 1774. to do in the near future. Arou pantjana seeks to meet as soon as possible. Monday the 5th A blacksmith journeyman absent. Tuesday the 6th zikie. murderers. message to that prince. to come to speak about it, but that she could not depart for sagerij with the vessel upon which she found herself, because it belonged to the king of bonij who had lent it to her to steer for maccasser, where she would try to get another one to come to me at sagerij, to which end promised to do so by she had asked when I was likely to be there, and to which he had estimated, within three or at most four days. Furthermore, it was reported to me by the License Master Voll that, in accordance with the mandates given to him, having caused trusted persons on sagerie to inquire into the doings of the Tanette princes Arroe pantjana and Aroe Pao Pao, it had been reported to him for certain that the first-named had caused a large number of firearms, both blunderbusses and muskets, to be brought to the houses at Mangalong and another two or three villages, besides fifteen baadjo rantes or suits of armor, and that it was generally suspected that those princes must have some evil intention. Whereupon I immediately sent an emissary to patjana to request the Captain of the queen of Tanette Daing Masikie to come to me at labachang as soon as possible, with the notification that I had to converse with him about matters of importance. I sent a note to the sergeant on guard at sagerie Ranisch for notification that I intended to come to sagorij next Wednesday and to begin the tithing there on the following Thursday, with orders to inform the chiefs thereof, so that everything necessary may be made ready against the appointed time. A note dispatched to sagerij. Furthermore, I received information by letter from the Honorable Senior Merchant and Secunde that His Honor had given notice to the courts of Goa and bonij of the absence of a blacksmith journeyman by the name of Dewijs stants, who had been missing for three days, and that Goa's king and bonij's administrator of the realm had promised to search for him. There arrived here the Tanette Captain Daijing Masikie, who was brought to me by the Malay Captain; having been seated, I asked him what was going on at sagerij with Aroe Pantjana and Aroe Pao Pao, and whether he did not know that they were forging some evil designs, so as to sound him out in this manner. Arrival of Dain masikie. Conversation with him about arroe pantjana and the [illegible] armed. But he declared that he had heard nothing, since he had barely arrived at Pantjana and received my message to come hither, or he had immediately complied therewith and had therefore betaken himself hither in all haste. Whereupon I replied that I had summoned him to me because I heard rumors from all sides that Aroe Pantjana and Aroe Pao Pao must have something evil in mind, and two of the soldiers on guard had been treacherously attacked and wounded by the people of the latter, so that they had been forced to take flight leaving behind two firearms and a cutlass, and that moreover I was told that Aroe pantjana had caused a large quantity of muskets besides fifteen baadjo rantes to be stored at Mangalong, and also some firearms at two other villages; all of which he declared he did not know, and above all could not believe the latter, since he had still seen all the firearms of aroe pantjana at his house at Pantjana, but he assured me that he would inform himself more closely about everything and, as far as was possible for him, would take care that nothing unlawful was undertaken, further adding thereto how Aroe Pantjana had asked him, when I came to speak about the known intended murder, to tell me that he had already searched for the perpetrators but they were not to be found, and furthermore to ask me whether I desired that he, Aroe Pantjana, assist me in the tithing, if I only had to command it. I replied thereto that I trusted in his sincerity as much as, on the other hand, I could not think that Aroe Pantjana, being a son of the Company, would want to rise against it, but that in case he had armed himself out of fear or otherwise, I would expect him to have his weapons removed from the Company's territory, and therefore caused him to be urged to do so, with thanks for his offer to take part in the tithing, as I had enough people with me for that purpose; further ordering the Captain to depart immediately back to pantjana, and to come to me once more at sagerij, whither I told him I would go tomorrow; after which, having also told him that although Aroe Pantjana was ignorant of who the murderers were, one was nevertheless very well known and named Lasarrassa, with the request to do his utmost to apprehend him; which he, giving it to be understood that he knew the said Lasarassa well, being a servant of sent back to Pantjana with a message to that prince. he of

Dutch transcription

83 van Maccasser den 22:' October A:o 1724. —. van Maccasser den 22:' October 1774.— naasten te zullen doen. Arou pantjana Zigge„ „soeken ten eersten bij te ko„ men. Maandag den 5:' Een smits gesel absent. Dinsdag den 6:' „zikie. moordenaars. —. „schap aan dien prins. koomen om daar over te spreeken, dog dat z' met het vaartuijg, waar op zij zig bevond, niet na sagerij konde vertrecken, wijl het zelve den koning van bonij toebe„ „hoorde die met haar geleend hadde, om na maccasser te steevenen, alwaar zij een an„ „der zoude tragten te krijgen, om bij mij op sagerij te koomen, ten welken eijnde dog beloofd zulks per zij hadde gevraagd, wanneer ik daar denkelijk zoude zijn, en op het welk hij ge„ dund hadde, binnen drie of uijterlijk vier daagen. wijders wierd mij door den Licentmeester voll gerapporteerd, hoe hij Conform bericht ontfangen dat de hem gegeevene in mandatis door vertrouwelingen op sagerie hebbende doen verneemen na de Gedoentens van de Tanette reese princen Arroe pantjana en Aroe Pao Pao hem voor het zeekere Gerapporteerd, was, dat den eerstgemelde op Mangalong en nog twee â drie andere negorijen een Groot Gedeelte schiet gewee„ „ren zo donderbusschen als snaphanen op de huijsen aldaar hadden doen brengen nevens vijftien baadjo rantes of harnassen, en dat in 't algemeen vermoed wierd dat die printen eenig quaad voorneemen moeste hebben. dain maziki laeten van waar op ik ten eersten een sendeling naar patjana sond, om den Capeitain van de koninginne van Tanette Daing Masikie te versoeken ten spoedigsten bij mij op labachang te komen, met te kennen gave, dat ik hem over zaaken van aangeleegendheijd onder houden moeste. zond ik een briefje aan de wagt houdende zergeant te sagerie Ranisch ter Een briefje na sagerij ge bekendmaking dat ik voorneemens was aanstaende woensdag op sagorij te koo„ „men en donderdags daar aan de vertiening te beginnen met ordre om de hoofden. daar van te adverteeren, ten eijnde alle het nodige teegens den bestemden tijd in gereedheijd te brengen. voorts ontfing ik bij brieve van den E: oppercoopman en secunde bericht, dat zijn E: aan de hooven van Goa en bonij hadde laaten kennisse geeven, van de ab„ „sentie van een smits gezel in name Dewijs stants, die zeedert drie dagen wits was, en dat Goas koning en bonijs Rijks bestierder beloofd hadden, en op uijt te zullen Arriveerde alhier de Tanets Capitains Daijing Masikie, die door den Capitain komt van Dain ma„ Maleijer bij mij gebragt wierd, gezeeten zijnde zo vroeg ik hem water op sagerij gaande was, met Aroe Pantjana en Otroe Pao Pao, en af hij niet wiste, dat zij eeni„ „ge quaade des sijnen smeeden ten eijnde hem dus uijt te hooren. gesprek met denselven over Dog hij betuijgde niets vernomen te hebben, vermits hij naauwlijks op Pan„ arroe pantjana en de tjaina Gearriveerd, mijne boodschap om herwaards te koomen ontfangen hadde, off zenden, hij hadde daar aan opstands voldaan en zig dierhalven in allerijl her„ waarts begeeven. waar op ik repliceerde, hem bij mij ontboden, te hebben, vermits ik van alle kanten gerugten vernam dat Aroe Pantjana en Aroe Papoar iet knaads in den zin moesten hebben, en twee van de wagt houdende soldaaten door 't volk van den laasten verraedelijk besprongen en Gequets waaren, zo dat z met agterlating van twee geweeren en een houwer de vlugt hadden moeten neemen, dat mij daar en booven gezegt was, dat Aroe pan tjana op Mangalong een Groote parthij Snapha„ „nen neevens vijftien baadjo vantees hadde doen bergen, en nog eenige geweeren op twee andere negorijen al het welke hij betuijgde niet te weeten en voor al het laatste niet te kuunnen gelooven vermits hij alle de geweeren van aroe pan„ „tjana nog op desselfs huijs te Pantjana gezien hadde, dog dat hij mij ver„ zeekerde zig omtrend alles naauwkeuriger t' informeeren en zo verre hem mogelijk was, zorge te zullen dragen, dat 'er niets ongeoorlooft ondernomen wierd, er verder bijvoegende: hoe Aroe Pantjana hem Gedemandeert hasde om wanneer ik over de bekeende voorgenoomen moord kwam te spreeken, mij te zeggen dat hij bereets na de daaders gezogt hadde dog z' niet te vinden waaren, en bm mij wijders te vraegen of ik begeerde, dat hij Aroe Pantjana mij in de vertiening assisteerde, wanneer ik sulks maar hadde te onder„ Ik diende daar weeder op, dat ik zo wel op zijn oprechtheijd vertrouwde hem weeder na Pantjana als ik daar en teegen niet den kenkonde dat Aroe Pantjana, als een zoon van gesonden met een bood„ de Comp:e zijnde, teegen haar zoude willen opstaan, dog dat ingevalle hij door vreese als andersints zig mogte gewapend hebben, ik verwagten wilde, dat hij zijne wapenen van 's Comp:s territoir zoude doen weghaalen, en hem dierhalven, sulks deed recommandeeren onder dank zegging van zijn aan„ bieding om de vertiening meede te doen, alsoo ik daar toe volk genoeg bij mij hadde, hem Capitain wijders gelastende om ten eersten weeder na pan„ „tjana te vertrecken, en op sagerij werwaarts ik hem zijde: moegen te zullen gaan, andermaal bij mij te koomen, waar na ik hem nog gezegt hebben dat schoon Aroe Pantjana ignoreerde wie de moordenaars waaren, den Eenen nog thans zeer wel bekend, en Lasarrassa genaamd was, niet ver„ „soek zijn uijterste best te doen, om te agterhaalen, dat hij onder te kennen Gave; van den Gemelden Lasarassa, wel te kennen, als zijnde een bediende „neeren. hij. van. wapend heeft. „depecheert. -

NL-HaNA_1.04.02_3418_0566 view scan ↗

English

83 From Maccasser, 22 October Anno 1774. dispatched home. Bone prince will offer me money instead of satisfaction for the violence committed by Dato's people. This was rejected, giving a sharp reply to his secret message. Daing Maziki. Second arrival of Tanette's Captain Daing Maziki from Pantjana, who has presented my message to Aroe Pantjana. From Maccasser, 22 October Anno 1724. from Aroe Pao Pao, whereupon he took his leave and immediately set sail. Shortly thereafter, an envoy from the Ponlie poe-E of Soppeng returned from Maccasser to learn whether I might have a letter or message for his master. I instructed him to request his master to remain for some time longer at Lampoko, from where, according to his statement, he was to return shortly to Soppeng, in order to await the reply to his verbal message conveyed to me by the Captain of the Malays, and that I would answer the received letter upon my return to Maccasser, as I presently had no time for it; whereupon I dispatched him and he departed immediately. Wednesday the 2nd. Arrived at Segeri. Early in the morning, at half past three, I departed from La Packang by sea for Segeri, where, having arrived at half past ten, the Bone interpreter Passeere came to me at noon with a complimentary greeting in the prince's name, to inform me how His Highness had conducted every possible investigation into the perpetrators of the violence committed off the negorijen of Dato against the rowed prahu carrying the wife of the shahbandar, but had been unable to discover them. Therefore, he had condemned each of the three negorijen to a fine of 8 rds, or together 24 rds Spanish, which His Highness offered to me. I instructed the interpreter to tell His Highness that I could not be content with any monetary fine, but wished to expect a more satisfactory reparation, such that others would henceforth be deterred from undertaking such acts of violence; and that I also requested His Highness to take into consideration that the person to whom the violence was done was a wife of one of the foremost members of the council, who had accompanied me in my assistance and thus in the service of the Company; asking how he would like it if any of the Bone princes or grandees were treated to such an encounter by the Company's people, receiving no other satisfaction than a trivial monetary fine. The interpreter having departed upon this, the chief interpreter Brugman informed me how His Highness had requested him by a brief note to know whether I showed myself satisfied with the aforementioned message and offered fine, or how I was humored regarding that; wherefore I ordered him to inform His Highness: That although I had merely given Passeere such an answer to his message as mentioned above, he nevertheless might have perceived that I was extremely troubled and displeased about it, because, although I had undoubtedly spoken very softly to Passeere on account of the company being nearby, I had nonetheless expressed to him, Brugman, that I had not expected His Highness would have treated that matter so feebly contrary to his word given at Maros; since imposing such a fine of 24 Spanish on three such large negorijen as those of Dato would rather encourage his people in their evil than dissuade them from it, and the Company must thus be openly mocked. That I had at least expected that His Highness, wishing to limit himself to the imposition of a fine, as he had promised, would have set it so high that through the weeping and wailing of women and children the perpetrators of the act would be revealed, and they would thus be punished in life or limb. That I therefore intended to maintain this matter personally and with emphasis with His Highness in person. The Tanette Captain Daing Mazisie having returned this afternoon from Pantjanna, bringing with him his two sons to assist me, alongside himself and the rest of his retinue, in conducting the tithe collection, he made known: How he had informed Aroe Pantjana and held before him the rumors that I had received concerning him and how I had expressed myself regarding that, namely not being able to believe that he, being as a son of the Company, would be capable of using violence against its subjects and especially against the tithe collectors. And that in case he might have been brought into fear by evil people or erroneous reports, I assured him that no evil would befall him if he remained at Pantjana and had the weapons, which he might have stored at Segeri, removed from there.

Dutch transcription

83 van Maccasser den 22:' October A=o 1774. huijs gedepecheert. bonijs vorst sal mij geld weld door datas volkeren. dain maziki. boodschap. van Maccasser den 22:' October A:o 1724. — van Aroe Pao Pao, toe zijde, waar op hij zijn afscheijd nam, en aanstonds onder zeijl ging. een sopings sendeling na kort hier op be wam van Maccasser te rug de sendeling van den Pon„ „lie poe-E: van soping ten eijnde te verneemen of ik ook een brief of bood„ „schap mogte hebben voor zijn meester den welken ik last gaf zijn meester te versoeken om nog eenigen tijd op Lampoko, van waar denselven vol„ „gens zijn betuijging eerstdaags nasoping stond te keeren, te vertoeven om het antwoord op zijn mondelinge boodschap aan mij gedaan, door den Capitain der maleijers te verwagten, dat ik de ontfangene brief, bij mijn terug komst op maccasser zoude b'antwoorden, als daar toe thans geen tijd hebbende, waar op den selven depecheerde en aanstonds vertrok woensdag den z:' In den vroegen morgen ten halff vier uuren vertrok ik van La„ op sagerij g'arriveerd Packang over zee na sagerij alwaar ik ten halff elff uuren g'arriveerd zijnde, zo kwam op den middag bij mij den bonijs tolk Passeere on„ „der een Compliment van begroeting, uijt 's vorsten naam, te kennen Hoe zijn hoogheijd alle mogelijk ondersoek gedaan hadde na de doe„ aan bieden insteede van„ders van het gepleegde geweld, voor de negorijen van Dato aan den schep„ satisfactie over het ge„ praauw met de huijsvrouw van den sabandhaer voll, dog dezelve niet kunnen ontdecken, en dierhalven ieder der drie negorijen in een boe„ dezelve van de hand gewesente van 8 rd s of te saamen 20: rds spaans, hadde, Gecondemneerd, welke mij zijn hoogheijd deed aanbieden ik gaf den tolk last zijn hoogheijd te zeggen, dat ik mij met geene geld boete konde te vreede houden, maar een voldoender satisfactie verwagten wilde, zoodanig dat anderen voor„ „taan wierden, afgeschrikt, soodanige geweld pleegingen te onderstaan, en dat ik zijn hoogheijd teffens liet versoeken, en Consideratie te neemen dat de persoon wien het geweld was aangedaan, een vrouw was, van een der eerste leeden van den raad, die ter mijner assistentie en dus in den dienst van de Comp:e was meede gegaan, on der afvrage hoe het hem smaa„ „ken zoude, wanneer eenige van de bonijsen princen of grooten dier„ „gelijken ontmoeting van 's Comp:s volkeren waeren bejegend, geen am„ Geevende. „dere voldoening dan van een geringe geld boete te ontfangen. den tolk hier op weg gegaan zijnde, berichte mij den oppertolk brugman met een scherp ant„ hoe zijn Hoogheijd hem bij een briefje versogt hadde, om te moogen weeten of woord op sijn geheijme ik mij over de voormelde boodschap en aangeboode boete voldaan getoond dan wel hoe ik daar omtrent gehumeurd was, weshalven ik hem gelaste zijn hoogheijd te berichten. Dat schoon ik aan Passeere eenlijk op zijne boodschap een zoodanige antwoord hadde gegeeven als booven gemeld is, hij nogthans hadde kunnen ontwaaren dat ik daar over ten uijttersten moeijelijk en verdrieting was, dewijl ik, of schoon„ ongetwijffeld om het na bij zijnde geselschap, zeer zagt teegen passeere Gesproo„ „ben, ik nogthans mij teegen hem Brugman uijtgelaaten hadde, niet te heb„ „ben verwagt, dat zijn hoogheijd die zaak zo flaauw teegen zijn op Maros gegeeven woord, zoude getracteerd hebben, alsoo een diergelijke boete van 24. spaans op te leggen, aan drie zoo Groote negorijen als die van Dato, de zijnen veeleer, in haar quaad stijven dan daar van diverteeren, zoude, en de Comp:e dus opentlijk moeste Dat ik ten minste hadde verwagt, dat zijn Hoogheijd zig willende bepaalen aan het opleggen van een boete, zo als hij hadde toegezegt, deselve zo hoog zoude hebben gesteld, dat door het gehuijl en gekerm. van vrouwen en kinderen de dae„ „ders van het feijt openbaar en zij dus aan lijf of leeven zouden gestrafte wor„ „den. Dat ik dierhalven van intentie was zijn hoogheijd over deese zaak mon„ „deling zelfs met nadruk te onderhouden. Den Tanets Capitain Daing Mazisie van Pantjanna heeden middag andermalige komst van te rug gekoomen zijnde meede bregende zijne twee soonen om nevens hem en zijn verder gevolg mij t' assisteeren in het doen der vertiening, zo gaf den zelven te Hboe hij Aroe Pantjana bekend gemaakt, en voorgehouden, hadde de gerugten heeft mijn boodschap aan welke ik zijnent weegen ontfangen en hoedanig ik mij daar omtrend uijtgelaes, Aroe pantjana voor„ ten hadde, namentlijk van niet te kunnen den been, dat hij als een zoon van de gehouden. Comp:s zijnde, zoude bequaam weesen geweld teegen haere onderhoorige en bij„ „sonder teegen de vertienders te gebruijken. En dat ingevalle hij door quaede lieden of verkeerde berichten zelfs in vreese mogte zijn gebragt, ik hem verseekerde dat hem niets quaads weeder„ „vaaren zoude, als hij op Pantjana verbleef ende wapenen die hij op sagerijen mogte geborgen hebben, van daar deed weghaalen. kennen. — bespot worden. „dere Dat. 8

NL-HaNA_1.04.02_3418_0567 view scan ↗

English

from Maccasser, the 22nd of October Anno 1724. to overtake the murderers. only found. from Bonij asked for Tanetterese. she will come closer to me say to me once more at That I had thanked him for the rest, to also participate in the decimation. To all of which Aroe Pantjana had said nothing else than that it was well. Furthermore, the aforementioned Captain testified that the Queen of Tanette had already arrived at Pantjana, the Queen has arrived at Pantjana. and had ordered Aroe Pantjana and Aroe Pao Pac to do everything possible to overtake the murderers in question and especially Lasarossa, but that Aroe Pantjana had said She has given orders to overtake the murderers, but only his flight-rifles were found without hilt. that he had already done his best to that end, but had found nothing at his house other than two rifles and a Company cleaver without a hilt, but only the grip, which Daijing Mazikie handed over to me, adding that Her Highness had given further orders to overtake the fugitives and to kill them if they offered resistance. She excuses herself for not having come directly to Sagerij. While he further testified that Her Highness excused herself for not having come directly to me at Sagerij, as she had been misled by false reports, adding that she had handed him a letter for the Captain of the Malays, who was present at these proceedings and immediately produced it and read it aloud, containing communication that the King of Bonij had ordered her, in view of the arrival of several Mandharese, and writes that the King will send armed. to send all the Tanetterese armed to Maccasser. I immediately sent the emissary Soeroe Baroe Baroe with a small vessel to Pantjana to request Her Highness to come to me at Sagerij at once, as I necessarily had to speak with her both about the letter to the Captain of the Malays and about other matters. Arrival of two Soping emissaries with a letter. After this, two emissaries from Soping appeared before me, who, upon delivering a letter from the Poenliepoe and the realm's notables, requested permission to go to Maccasser to remain there until my return, so as to then be able to return with my answer, and that I would permit them to take up residence in the Malay campong; to which I agreed and, to that end, I gave them a letter for the Honorable Second. Thursday the 8th. Tanet's Queen lets me know that she will come. Having returned home around noon from the decimation on the south side of Sagerij, which passed off without difficulties, the emissary Soeroe Baroe Baroe, returned from Pantjana, came to inform me from Maccasser, the 22nd of October Anno 1724. how the Queen had told him that, having departed from Maccasser, she had intended to come to me at Labackang, but having learned while sailing past the river that I had already departed, had turned the bow directly toward Pantjana; that she was currently feeling unwell and therefore could not come hither at once, but would do her best to be here this coming Sunday. Friday the 9th. namely next Sunday. In the forenoon there arrived here an emissary from the Queen of Tanette, inquiring about my well-being and reporting that Her Highness would come to see me in person this coming Sunday, whom I instructed to tell his mistress that this would be very pleasing to me, and I therefore had her further requested to that effect, as I was extremely desirous to speak with her, especially regarding the content of the letter addressed to the Captain of the Malays. to make such request of her. Saturday the 10th. the decimation at Sagerij passed off peacefully. This morning around half past five, with a good number of armed men, both Malays, Labackangers, and Glisjongers as well as other subjects from the northern provinces, together with an escort of a Corporal and six horsemen, having carried out the decimation on the north side of Sagerij, I returned home in the afternoon at five o'clock, after a stay of about an hour and a half at Cattena to take the midday meal, without having had the slightest dangerous encounter, except for the danger of accidents due to the bad condition of the roads, through which many horses fell. Encounter on that day. Meanwhile, at the negorij Mangalong, where Aroe Pantjana often stays, several caltrops of sharpened bamboo had been laid, by which three to four persons, and among others a batjoe rantee bearer from Croeing Labackang, were severely wounded. Tanet's Queen lets it be known that she cannot come. In the evening at nine o'clock, an emissary from the Queen of Tanette came to make known to me, with greetings, that Her Highness could not possibly come tomorrow, as, in addition to the ailment in the eyes, she had caught a fever; to which I only replied that I was sorry to hear this, and wished Her Highness a speedy recovery. Sunday the 11th. The Captain of the Tanetterese, Daing Mazikie, since the [illegible] to stay. to request. F 84

Dutch transcription

van Maccasser, den 22:' october A:o 1724. —. moorden aers te agter haalen. alleen gevonden. van bouij om Tanettereesen gevraagd. haar nader doet bij mij mij nogmaals seggen bij Dat ik hem voor 't overige bedanken liet, om de vertiening meede te doen. —. Op alle 't welke Aroe Pantjana niet anders gezegt hadde, dan dat het wel was, voorts betuijgde voormelde Capitain dat de koninginne van Tnette op de koningin is op pantjana Pantjana reets g'arriveerd was, en Aroe Pantjana en Aroe pao pac: bevoolen hadde, alles aan te wenden, ten eijnde de bewuste moordenaars en in„ Z heft last gegeven de sonderheijd Lasarossa t' agterhaalen, dog dat Aroe Pantjana Gezegt hadde daar toe reets zijn best gedaan maar denselven niet en op zijn huijs niet dogh=s zijn gerlugten ge„anders gevonden te hebben dan twee geweeren en een'sComp:s houwer sonder hoofde geweeren. maar gevest, als alleen de Greep, dewelke Daijing Mazikie mij overhandigde on„ „der bij voeging dat door haar Hoogheijd nog nader ordre was gesteld, om de vlugtelingen te agterhaalen en haar op het bieden van teegenstand van kant te helpen. g'arriveerd. Z'excuseert haar agter Terwijl hij verderde betuijgde dat haar hoogheijd zig liet excuseren niet direct op Cagerie bij mij te zijn gekoomen als door verkeerde berigten misbeijd zijnde, onder bij voeging dat zij hem een brief hadde inhandigd, voor en schrijft dat den koning den Capitain der maleijers, welke bij het verhandelde present, deselve opstond te zullen gewapend hadde vertoonde een voorlas, behelsende Communicatie dat de koning van bonij haar bevoolen hadde, om mits de opkomst van verscheijden mandhareese alle de Tanettereesen gewapend na maccasser te zenden. —. Ik zond opstond den zendeling soeroe Baroe baroe met een keleijn vaartuijg na Pantjana om haar hoogheijd te versoeken, ten eersten op sa„ „gerij bij mij te koomen als met haar zoo over de brief aan den Capitain der maleijers als andere zaaken noodwendig moetende spreeken komst van tiweeCopingse Hier na verscheenen bij wij twee sendelingen van soping welke dn„ sendelingen met een brief der overgave, van een brief van den poenliepoe E: en Eijks Grooten, versogten na maccasser te moogen gaan, om aldaar tot mijn terug komst te ver„ „toeren, ten eijnde als dan, met mijn antwoord te rug te kunnen keeren, en dat ik hun permitteeren wilde in de maleijtsche Campong verblijf„ „plaats te moogen neemen, dat ik accordeerde en ten welken eijnde, ik haar een brief voor den E: secunde meede Gaf. Donderdag Den 8:' Op den middag van de vertieming aan de zuijdkant van sagerij die Janets koningin laat sonder moeijlijkheeden afgeloopen is, thuijs gekoomen, quam den van mij te sullen koomen pantjana gereverteerden sendeling soeroe Baroe baroe mij beroch„ van Maccasser den 22:' October A:o 1724. —. ten hoe de koninginne hem gezegt hadde, dat zij van Maccasser vertroc„ „ken zijnde voorgenomen hadde, bij mij op Labackang te koomen, dog in 't voor bij zeijlen van de rivier vernomen hebbende, dat ik reets vertrocken was, den steeven direct na Pantjana hadde gewend, dat zij haar thans oe pas„ „selijk bevond, en dierhalven niet ten eersten herwaards koomen konde, maar haar best zoude doen, dem aanstaande zondag hier te zijn, Des voor demiddags arriveerde hier een sendeling van de koningin, vrijdag den 9:' „ne van Tanette onder informatie van mijne welstand berichtende en wel aanstaande zondag dat haar hoogheijd aanstaande zondag mij in persoon zoude koomen zien, den welken ik last gaf zijne meesteresse te zeggen, dat mij sulks zeer aangenaam zoude weesen, en ik haar dierhalven daarom nog nader haar sulks doen versoeken. liet versoeken, vermits ik ten uijttersten verlangende was, haar te spreeken insonderheijd over den inhoud van de brief aan den Capitain der maleijers gericht. deesen Morgen omtrend halff ses, met een goed getal gewapende man„ Zatuurdag den 10:' „schap, zo van maleijers, Labackangers, Glisjongers als andere onderdaanen de vertiening op sage, uijt de noorder provintien, mitsgaders en escorte van een Corporaal en ses zij waedig afgeldoppen ruijters, de vertiening aan de noordkant van sagerij gedaan hebbende, kwam ik des namiddags ten vijf uuren, na een vertoef van omtrent anderhalff uur op Cattena, om het middagmaal te houden, weederthuijs, sonder eenige de minste bewaede ontmoeting gehad te hebben, dan gevaar van ongelucken mits de slegte gesteldheijd der weegen, waar door veele paarden zijn gestort Ontmoeting op die dog terwijl op de negorij Mangalong daar Aroe Pantjana dikwijls verblijf houd, verscheijden voetangels van scherp gemaakte bamboesen, waaren ge„ „legt, waar door drie â vier persoonen en ordre anderen een batjoe rantee drager van Croeing Labackang swaar Gequest is geworden. Des avonds ten weegen uuren kwanseer zendeling van de koninginne Sanets Koningin laat„ van Tanette, wij onder Groete bekend maaken dat Haar Hoogheijd morgen weeten dat 't niet koomen onmogelijk komen konde, als behalven het ongemak aan de oogen de koors Ge„ „kreegen hebbende, waar op ik eenlijk diende dat mij sulks leed was, en haar Hoogheijd beeterschap wenschte. den Capitain der Tanettereesen Daing Mazikie mits 't afloo„ zondag den 11: kan. „tenr „pen blijven. —. versoeken. F 84

NL-HaNA_1.04.02_3418_0568 view scan ↗

English

83 Copy from Maccasser The 22nd October Anno 1724. — from Maccasser the 22nd October 1724. — to have conveyed to her. armed people does not accord for the apprehending of the murderers. thanked for the shown tithing. having come to request his leave from me through Daing Masippen of the tithing, in case I should no longer need him, I thanked him for his assistance and thus consented to his departure, ordering him to greet the Queen on my behalf and to say that, whereas I had been exceedingly eager to meet her, but this being currently impracticable here because of her illness and my imminent return journey to Maccasser by tomorrow morning, which I could delay no longer, I therefore hoped that she would follow me as soon as possible. that she the request of Boni's prince of armed people to send, must reject. That I nevertheless had to point out to her that complying with the request of Boni's King to send her subjects armed to Maccasser could have evil consequences for the Company and could serve no purpose, as there was nothing to fear from the arriving Mandharese, the less so since they had been summoned by the court of Boni itself, and I therefore had her requested and exhorted to decline the Prince's desire. and further to have requested about Lasarassa, the murderer, and that Aroe Paopao must produce him. That I was furthermore exceedingly surprised and had to express my astonishment at the pretended escape of the notorious murderer Lasarassa, since, if Aroe Pantjana had not been able to apprehend him, at least Aroe Pao Pao, under whom he belonged, could well have done so, being undoubtedly not ignorant of it and of his whereabouts from the moment the deed occurred; that I therefore still expected that the same would be handed over, or that, if the contrary should occur, I would hold the aforementioned Aroe Pao Pao for the perpetrator himself, as it was his paddy that they had tried to smuggle, and whom I consequently believe gave orders to his people to do away with the watchmen in order thus to have even more transport, as I had certain reports that it had happened in a large quantity. with a reminder of the shown and continued friendship. That for the rest I had to remind her how, from the beginning of my arrival, I had shown her all possible friendship and had accommodated her in everything wherein I could do her a pleasure, and that I assured her that I was still so disposed, but on that account also expected that she would issue orders that the Company's subjects be left unmolested and that satisfaction would be given for the planned murder and wounding of the watchmen. All of which the Captain having declared to be indeed true and well-founded, he promised not only to report everything to Her Highness, but also to urge her to comply with the one and the other. Whereupon he took his leave and departed. Monday the 12th Arrived at Maccasser and found everything well. I departed in the morning at four o'clock from Segeri and in the evening at half past six returned to Maccasser, where I found everything in a good state, the Honorable Secunde being so far on the mend again that he received me along with all the qualified officers at the sea wharf. Tuesday the 13th Boni's commissioners thanked for the assistance in the tithing. Aroe Tanetta Malolo, who alongside the Tomalalang had been attached to me as commissioners by the Queen of Boni for the tithing (though the latter excused himself therefrom on account of his departure to the interior), having this morning likewise returned from Segeri, after having previously requested access, appeared before me to make this known and at the same time to inquire if there were any further orders from me, saying that he wished to depart immediately for Maros. Thereupon I thanked him for the assistance shown to me, expressing that I was entirely and far better satisfied with it than with the previous commissioners; that he might freely tell this to the King, and likewise that I had just as little reason to complain about the interpreter Moentoe, who was present there, and I also gave him permission to give His Highness notice of this as well. With a compliment to the Prince. Furthermore, I ordered him to greet His Highness and to wish him much entertainment with the hunt, as well as that I hoped His Highness would subsequently return soon, as I was eager for it; after which he took his leave and departed. Goa's prince sent to welcome me. After this, an interpreter of the King of Goa came to congratulate me on my return from the north. — Wednesday the 14th Message from Boni's prince about the matter of the Dato. Boni's interpreter Passeere came to deliver a message to me on behalf of the King, his master, that His Highness [illegible] my reply regarding the matter of the Dato.

Dutch transcription

83 Cop van Maccasser Den 22:' October A=o 1724. — van Maccasser den 22:' october 1724. — „kie doen zeggen. „pend volk niet accorr om d'agterhaling van de moordenaars. de kanhaar beweesen vertiening bedankt. haar door dain masi:ppen der vertiening, bij mijn zijnde komen versoeken, om zijn afscheijd bij aldien ik hem niet meer benodigt mogte hebben, zo bedankte ik denselven voor zijne assistentie en bewilligde dus in zijn vertrek, hem gelastende de koninginne mijnent weegen te groeten en te zeggen dat vermits ik ten uijttersten ver„ langende was geweest, om haar te moogen ontmoeten, dog zulk mits haare ziekte en mijn aanstaande te rug reijse na Moccasser, teegen morgen och„ „tend, die ik niet langer konde uijtstellen, thans alhier ondoenlijk was, ik dier„ halven hoopen wilde, dat z' mij ten spoedigsten zoude volgen. dat z' het versoek van dat ik haar egter moeste voorhouden, dat het inwilligen van het ver„ bonijs vorst van Gew: soek van bonijs koning, om haare onderdaanen gewapend na Maccasser te senden, van quade gevolgen voor de Comp:e en nergens toe au't konde zijn, wijl men voor de opgekoomen Mandhareesen niets te vreesen hadde, te minder zij, door het hoff van bonij zelve whaeren ontboden, en ik haare dierhalven liet versoeken en vermaanen om 's vorsten begeerte te ontleggen. en nader Laeten versoeken dat ik wijders ten uijttersten verwonderd was, en mijn bevreemding moeste betuijgen over het voor gewend wegloopen van den bekenden moorde„ „naar Lasarassa, vermits zo Aroe Pantjana den zelven niet hadde kunnen agter haalen, ten minstere Aroe Pao Pao onder wien hij gehoord zulks wel hadde kunnen doen, als ongetwijffeld van het oogenblik dat het feijt geschied is, daar van, en van zijn verblijf niet onkundig geweest zijnde, dat ik dierhalven als nog verwagten wilde, dat denselven zoude overgeleeverd worden, of dat ik bij het teegendeel van dien voormelden Aroe Pao pao voor den daeder zelfs zoude houden alsoo het zijne padij geweest was, die men hadde willen sluijtsen en den welken ik oversulx vast stellen, dat aan zijn volk ordre Gegeeven hadden, om de wagthouders van kant te helpen, ten eijnde dus nog meer te doen vervoeren, gelijk ik in 't zeekere berigt hadde dat in een Groote quantiteijt geschied was. Onder herinneering dvan dat ik haar voor het overige moeste indagtig maaken, hoe ik, van den beginne mijner komste, haar alle mogelijke vriendschap beweesen en te wille geweest, was in alles, waar meede ik haar hadde kunnen plaisier doen en dat ik haar als nog verseekerde zoodanig gesind te zijn, dog uijt dien hoofde ook verwagten wilde, dat zij ordre zoude stellen, dat 's Comp:s onderhoorige onge„ Aroe Janetta Malolo, mij neevens den Tomelalang als Gecommitteerdens Dirsdag den 13:' van den beoninginne van bonij bij de vertiening toegevoegd /: dog welken laat, bonijs gecommitt:s „sten daar van mits zijn vertrek na de binnen landen g'excuseerd hebbe :/ hee, voor d'assistentie inde „den morgen meede van sagerij gereverteerden na voor af versogt acces bij mij ver„ scheenen zijnde om zulks bekend te maeken, en teffens te verneemen off er nog iets van mijne ordre mogte weesen, zeggende aanstonds na Maros te willen vertrecken zo bedankte ik hem voor zijne assistentie mij beweesen onder be„ „tuijging dat ik daar over, ten vollen en veel beeter voldaan, was, als over de voori„ „ge gecommitteerdens, dat hij zulks aan den koning vrijelijk zeggen mogte en zo meede dat ik alsoo min reeden hadde te klaegen over den Tolk Moentoe, dieer bij present was, en ik ook permissie gaff zijn Hoogheijd daar van ins ge„ „lijks kennisse te geeven. wijders Gelaste ik hem zijn hoogheijd te groeten en veel divertissement met Onder een Compliment aan den vorst. de Jagt toeste wenschen mitsgaders dat ik verhoopen wilde, dat zijn hoogheijd vervolgens spoedig te rug zoude komen, wijl ik daar na verlangen de was, waar na hij zijn afscheijd namen vertrok Hier na kwam een Tolk van den Goase koning, om mij, met mijn retour Goas vorst liet mij van de noord te vergelucken. —. ke wam den bonijs tolk Passeere mij uijt naam van den koning zijnen woensdag den 14:' meester boodschappen, dat zijn hoogheijd mijn antwoord over de zaak van dato boodschap van bonijs vorst over de zaak van ver welkomen. molesteerd gelaaten en over de voorgenome moord en quetsing van de weegt„ „houders satisfactie zoude gegeven worden. Alle het welk den Capitain betuijgd hebbende, der daad waar en grond gesprooken, te zijn zo beloofde hij van alles aan haar hoogheijd niet alleen rapport te zullen doen, maar haar ook aan te zetten, om het een en an„ „der na te koonnen waar op hij zijn afscheijd nam en vertrok. Ben ik des morgens ten vier uuren van sagerij vertrocken en des avonds Maandag den 12:' ten halff seeven uuren op Maccasser te rug gekoomen, alwaar ik alles op maccasser Gear„ in een Goede toestand bevond, den E: secun de weeder zo verre aan de beeterhand wiveerd en als wel bevonden. zijnde, dat mij nevens alle de Gequalificeerdens aan het zee Hoofd recipeer „molesteerd. — wel. „deeren moet. vriendschap. „de Data.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0569 view scan ↗

English

From Maccasser, the 22nd of October Anno 1724. From Maccasser, the 22nd of October Anno 1724. Thursday the 15th A letter from Maras answer. had received well, but would speak about it with the Prime Minister upon his return, and that he intended to undertake the journey hither from Maros in ten days. upon my return to the courts, I sent the assistant interpreter Israbl to the courts of Goa and Tello to give notice of my return from the north, inquiring after the well-being of the King and Queen, at the same time thanking the first mentioned that he had already anticipated me with his congratulations, although this was done, according to custom, to beg for something. Friday the 16th I received a letter from the Maras resident Van Rossum, which I immediately answered while sending two hundred pounds of gunpowder. Toward the evening, the License Master Voll came, together with the Captain of the Malays, to communicate to me that the former Bonian Pongauwa Lacasie, having arrived here in secret, had been with the latter and informed him that he had been asked by Datoe Sedeenring for advice on how he should conduct himself regarding the disputes that had arisen between him, Datoe, and the Poenliepoes of Soping over Mario, for the settlement of which the Poenliepoes had urged him, but to which he had not yet consented for now, out of fear that this would be taken amiss by the Bonian court and he would come under suspicion of having colluded with the Poenliepoes. Wherefore he, Pongauwa, had requested that the Captain of the Malays would speak to me about that matter and ask what he ought to do, as well as to send it to him in writing to the island of Coelambie, whither he would immediately proceed in order to remain out of sight here. Whereupon I at once drafted the following reply, to be dispatched as soon as possible after being translated by the License Master Voll. The Governor requests that Lacasie, in compliance with the requisition of Adatouang, advise him with all possible speed to settle the disputes between him and Soping and to reconcile himself in every respect with the Poenlipoe, at the same time notifying him that this advice comes not only from him, Pacasie, but also from a side that regards Sedeenring's well-being no less than Adatouang himself can do, and therefore wishes for nothing more than that all disputes among friends may be avoided, to the frustration of the evil designs of those who seek to bring about their downfall. Which note was accordingly dispatched this very evening. Saturday the 17th Upon the inquiry made as to which Mandharese had arrived here during my presence in the northern province, I received word today that they consisted of the persons of: The Maradia of Binoang. The Maradia Rippamboang on behalf of Ballaniepa. Papoeangang Rilambe and Tanghoelo Joa on behalf of Ballaniepa. Pabitjara of the Maradia of Pamboeang. Furthermore, I also received news that unrest had arisen on Bancala, through the agency, so it is said, of the Bonian Pongauwa Datoe Baringang, who had incited some of the subjects to depose a chief, Craeeng Bancala, and appoint another, and that they had already appointed another; that nevertheless a large portion of the inhabitants remained loyal to the other and wished to prevent his deposition, wherefore they had addressed themselves to the Bonian King, who on that account had summoned the old Craeeng and the principal chiefs in order to investigate the matter and settle the dispute among the subjects of Bancala. That for the latter purpose, His Highness had summoned hither several chiefs of the Touratteese as well as Craeeng Boelecomba along with the Tanotterese, all of whom according to custom would be obliged to act as mediators in this case, of whom several had already come hither and some had already departed for Maros. Furthermore, it was also related to me that there was again dispute on Touratta between Craeeng Binamoe, who was currently also here, and one of the lesser chiefs, Craeeng Bonto, who absolutely demanded that a certain Glaarang be removed from his office, to which the other would not agree.

Dutch transcription

van Maccassser Den 22:' october A:o 1724. — van Maccasser den 22:' October A:o 17274. —. Donderdag den 15:' Een brief van maras antwoord. „ken om dat etatouang se„ zijn geschil met soping vrijdag Den 16: wel ontfangen hadde, dog daar over bij zijn terug komst met den rijks„ bastierder spreeken zoude, en dat van voorneemens was, over tien daa„ „gen de herwaards reijse van Maros aan te neemen. mijn retour aan de hoven hebbe ik den ondertolk Israbl na den hoven van Goa en Iello ge„ zonden, om van mijn te rijg komst van de noord kennisse tegeeven, onder informatie van de welstand van den vorst en vorstin, den eerste gemelden teffens doende bedanken, dat hij mij reets met zijn geluk wensching voor„ gekoomen was, hoe wel het te doen is geweest, om na gewoonte wat te bee„ ontfing ik een brief van de maras resident van Rossum welke op„ Resident op stond be„ stond beantwoorde onder toezending van twee honderd ponden bus„ „delen. —. Teegen den avond kewam den Licentmeester voll, neevens den Capitain Laccassie doen versoe, der maleijers mij Communiceeren dat den Bonijs geweesene Pongauwa „deenring aan te spooren Lacasie, in stilte hier gekomen, bij den laest gemelde geweest, en hem bekend gemaakt hadde, Datoe sedeenring om raad te zijn versogt hoe hij zig te gedraegen hadde, omtrent de tusschen hem Datoe en den Poenliepoes: van soping, gereesen, geschillen over mario, ter beslissing van dewelke hem den poenliepob:s aan gemaand dog waar in hij voor als nog niet bewilligt hadde uijt vreese dat hem sulks door het bonijs hoff qualijk genoomen worden en hij in verdenking koomen zoude met den Poenlie poe E:s geheuld te hebben. weeshalven hij Pongauwa versogt hadde, dat den Capitain der maleijers mij over die zaak spreeken en vraegen wilde, wat hem te doen stond mits„ „gaders om hem het zelve in geschrifte te senden, na het Eijland Coelambie wer„ „waarts hij zig opstond begeeven zoude om hier buijten het oog te blijven waar op ik aanstonds het volgende antwoord in stelde om door den Li„ „lentmeester voll getranslateerd zijnde, ten eersten afgezonden te worden. Den Gouverneur versoekt dat Lacasie, in voldoening van het requisit van Adatouang, denzelven ten allerspoedigsten wel aanraeden, om de geschillen, tusschen hem en soping afte doen en zig in allen opsigte met den poenlipoeE: te bevreedigen, hem teffens kennisse geevende dat deesen raad niet alleen van hem Pacasie maar ook van een kant komt die sedeenrings wel weesen niet minder betragt dan hij Ada„ „touang zelfs doen kan, en daeromme niets meerder wenscht, dan dat alle geschillen, onder vrienden moogen worden vermijd, tot verijde„ ling van de Quaade dessijnen der zulken die haaren valctragten te bewerken. welk briefje dan zoodanig nog deesen avond afgezonden is. Op de gedaane informatie welke mandhaeren alhier, Geduurende zatuurdag den 17:' mijn aanweesen in de noorder provintie, waaren gearriveerd; ontfing opgekomene Mandharee„ ontfing ik heeden bericht, dat dezelve bestonden in de persoonen van den Maradia van Binoang. „ Maradia Rippamboang weegens ballaniepa „ Papoeangang Rilambe en weegens ballaniepa. „ Tanghoelo Joa - - - - -- 1 „ Pabitjara van den maradia van Pamboeang. voorts kreeg ik ook tijding, dat 'er bnlusten waaren ontstaan, op ban„ „cala, door toedoen zo men wil van den bonijk Pongauwa Datoe Baringang oneenigheeden op bancala ontstaan. den welken eenige der onderdaanen hadde opgestrokt om een hoofd Craleng ban„ „cala af en een ander aan testellen en datz ook reets een anderen benoemd hadden, dat nog thans een Groot gedeelte van de Inwoonders den anderen bleeven aanklee„ „ven, en zijne afzetting voorkeomen wilde, waerom zij zig bij bonijs vorst had„ den geaddresseert, den welken over zulx den ouden Craeeng en voornaamste hoof„ „den hadde doen oproepen, ten eijnde daar omtrent ondersdek: en het geschil tus„ „schen de onderdaanen van bancala afte doen. — dat den Laast gemelde eijnde door zijn Hoogheijd waaren herwaards ont„ „boden, verscheijde hoofden der zourattereesen en zo meede Craceng boele comba mitgaders de Tanottereesen, alle welke naar het gebruijk verpligt zoude weesen om in deese zaak voor mediateurs te aggeeren van dewelke dan ook verscheijden reets herwaards gekoomen en sommige reets na Maros vertrocken waaren. weijders wierd mij nog verhaald dat ir op Souratta, ook weeder twist was en ook op Jouratte. tusschen Traeeng binamoe, die zig thans meede hier bevond, en een der mindere hoofden Craeeng bonto, welke absolut begeerde, dat zeekere Glaarang van zijn ampt afgezet wierde, waar toe den anderen niet verstaan wilde. —. deesen. — viel. bedeeld kruijd af te doen. „se grooten. 91

NL-HaNA_1.04.02_3418_0570 view scan ↗

English

From Maccasser the 22nd of October Anno 1724. From Maccasser the 22nd of October Anno 1724. Sunday the 18th. Nothing occurred. Monday the 19th. Tuesday the 20th. The Queen of Tello requested a pass to Sumbauwa for a vessel manned with twelve hands to purchase buffaloes, which I granted. Meanwhile, the first Company envoy, Daing Mandjarekie, having been sent to the King of Goa to remind His Highness of his promise to track down and hand over the two Glissongers mentioned under the date of the 30th of July past, the prince informed me that he had already sent people out for that purpose, but that they had not been found; that having since been to Groot Balang, it had slipped his mind, but that he would at once give further orders to search for them, have them apprehended, and sent to me. Wednesday the 21st. The King of Goa inquired after my health and requested some paints, which I declined under the pretext of not having any myself. In the afternoon, I dispatched the envoys from Soping present here with two letters, one to the Poenliepob alone and one to him and the notables of the realm. Meanwhile, I received word that the Bone prince, Aroe Adjang, who it is claimed had previously been appointed by the king to depart this year as the first envoy to Batavia, had gone to Tosora, the capital of Wadjo, in order to marry a Wadjorese princess there. Thursday the 22nd to Sunday the 25th. Nothing occurred. Monday the 26th. The chief interpreter Brugman, instructed by me to investigate as much as possible what might be transpiring at Maros with the King of Bone and the Queen of Tannette, reported to me this morning that he had learned that the Maradia of Binoang, who had arrived here, had departed for Maros to wait upon the king, for which purpose he had secretly made an application; but that this prince, having obtained knowledge thereof, was said to have stated that he wished to have nothing to do with the Mandharese for the present. Furthermore, the King of Goa inquired after my health while requesting various small items, which I promised him. Tuesday the 27th. I had the items promised yesterday to the King of Goa delivered to his interpreter who appeared before me for that purpose. Wednesday the 28th. Toward noon, the King of Bone informed me through his interpreter Moento that he had returned from Maros this morning, and furthermore requested that the chief interpreter Brugman might come to see him. Having first expressed thanks with a compliment, I ordered the said Brugman to wait upon His Highness this afternoon, to welcome him on my behalf upon his return, and to inquire what might be of His Highness's service, adding that I would send a further message to His Highness tomorrow or the day after. After this, the Captain of the Malays appeared before me, reporting that the present Bone Pongauwa had yesterday sent an envoy to him with a notice that all Bugis residing in the Malay campong would have to vacate from there and move into that of the Bugis, or else he would compel them to do so by force. To this, the Captain stated he had only replied that he would inform me of that message. I thereupon gave orders to the Captain that in case the said Datoe Baringang should send to him again, to let him know that he had reported everything to me and that I had told him, the Captain, to reply to Datoe Baringang that if he had any claims to make, he could address himself to me. At the same time, I ordered the Captain that should the same initiate the slightest hostilities or commit violence, to resist it immediately with force, and in the meantime to notify me thereof at once. The aforementioned chief interpreter, having been to the King of Bone this afternoon to welcome His Highness on my behalf upon his return from Maros and to announce that I would send further word tomorrow or the day after, as well as to inquire in the meantime what might be of His Highness's service, reported as follows: That the prince had only declared that he had summoned him in order to make known that some Mandharese, and among others the Maradia of Binoang, had now arrived, but that he had not yet spoken with any of them. That, having subsequently given an account of the outcome of the deer hunt at Maros, he had asked Brugman how matters now stood.

Dutch transcription

3 van Maccasser den 22:' October Ao 1724. van Maccasser den 22:' October A:o 1724. — aan Tellas Koningin vee„ Nader reclame. van twee de mandhareesen te ven om in dat Casgeweld Zondag den 18: - - - - . viel niets voor. Maandag den 19: dinsdag den 20: —. Liet de koninginne van Tello om een pas versoeken na sumbauwa Een pas na sumbauwa over Een vaarthuijg met twaalff koppen bemand, om buffel beesten in te „koopen, 't welk ik g'accordeert hebbe. den Eersten sComp:s zendeling daing Mandjarekie, intusschen naar den Glissongers bij Goas koning van Goa gezonden om zijn hoogheijd te herinneeren, desselfs belofte „tot opspeuring en overgave van de twee Glissongers vermeld sub dato 30: Iulij passato, zo liet den vorst mij weeten dat hij ten dien eijnde reets uijtgezonden hadde, dog dat deselve niet gevonden waaren, dat hij zeedert na Groot balang geweest zijnde, het hem ontgaan was, dog ten eersten nader ordre stellen zoude, om ze hij belooft te zullen op„ „zoeken. op te zoeken, te laaten op vatten en mij toe te zenden. woensdag den 21:' Liet de koning van Goa na mijne welstand verneemen en om wat verwen hij laat om kleenig hede versoeken, dat ik als daar van zelfs niet voorwendsel afgeslagen hebbe. twee brieven aas somping Des na demiddags hebbe ik de hier. aan weesende sendelingen, van Coping Gedepecheert met twee brieven zo aan den Poenliepob: alleen als aan hem en de RijksGrooten. bonijs pains Aroeoe, Ondertusschen ontfing ik bericht dat den bonijs prins Aroe adjang „djong na wadjo ver„ welke men wil dat bevoorens door den koning gedisponeerd was, om dit Jaar als Eerste Gecant na batavia te vertrecken, zig na Josra, de hoofd stad van wadj begeeven hadde, om aldaar met een wadjoreese Princes te trouwen. „trocken. versoeken. donderdag den 22:' tot niets voorgevallen Zondag „ 25: Maandag „ 26: den oppertolk brugman door mij gelast om zo veel mogelijk te doen na„ bonijs vorst wijgert speuren wat 'er op maros bij den koning van bonij en koninginne van Iannette mogte omgaan, berichte mij deesen morgen, hoe hij vernoomen hadde, dat de alhier Gearriveerde maradia van binoang na maros vertroc„ „Een was, om den koning op te wagten, waar toe hij dierhalven onder de hand aansoek hadde laeten doen, dog dat dien vorst daar van kennisse gekreegen habbe „bende, zoude hebben gezegt, met de mandhareesen voor eerst niet te doen te willen hebben. Aan Goas koning. voorts liet den koning van Goa, onder versoek om diverse kleenig heeden die toegezegt hebbe, na mijne welstand verneemen. — Hebbe ik aan den ten dien eijnde bij mij verscheenen tolk van Goaskho, dinsdag den 27:' eenige kleenigheeden geson„ „ning het op Gisteren aan dien vorst toegezegde, doen afgeeven. „den. Teegen den middag liet dekoning van. bonij mij door zijn tolk moen toe woensdag den 28: weeten, dat hij deesen morgen van maros geretourneerd was, en wijders verse„ bonijs vorst van maros „been dat den oppertolk brugman, eens bij hem mogte koomen, voor het eerste en„ gereverteerd. „der een Compliment hebbende doen bedanken, Gelaste ik gemelde brugman zijn Hoogheijd deesen na demiddag te gaan opwagten, en den zelven over zijn terug hem doen verwelle koomen door brugman. komst, mijnent weegen te verwelle koomen, mitsgaders te verneemen, wat 'er van zijn hoogheijds dienst mogte weezen met bij voeging dat ik morgen en vraegen wat en van zijn of overmorgen nader bij zijn Hoogheijd een boodschap zenden zoude bij tijm dienst was. soergntend wee verongntehenge e — Hier na verscheen bij mijn den Capitain der maleijers, berichtende, hoe Datoe baringan dreijgd den teegenwoordige bowijs Pongauwa, Gisteren, een sendeling bij hem Gesonden om de boniers in Campong hadde, met aanzegging, dat alle de boegineesen, in de maleijdsche Campong woonag „ maleijer te molesteeren. „tig, van daar zouden hebben te delogeeren en zig in die der boegineesen te begeeven of dat hij deselve daar toe door Geweld dwingen zoude, waar op hij Capitain be„ tuijg de eenlijk g'antwoord te hebben, dat hij mij van die boodschap kennisse zoude Geeven. Ik Gaf den Capitain hier op last, om ingevelle gemelde Datoe Baringang last aan den Capitain geepe„ weeder bij hem sondere mogte, denselven te doen weeten dat hij mij van alles rapport te gebruijken gedaan en ik hem Capitain Gezegt hadde, hem Datoe Baringang te antwoorden dat hij iets te pretendeeren hebbende, zig bij mij addresseeren konde, met bevel teffens aan den Capitain, om wanneer denselven eenige de minste hostiliteijten mogt aanvangen of geweld te pleegen, het zelve des daenlijk met geweld te keerte gaan, en mij intusschen ten eersten daar van te doen verwittigen. Den voormelden oppertolk deesen na middag bij den koning van bonij d' oppertolk en bij borijs geweest om zijn Hoogheijd mijnent weegen, met desselfs te rug komst: van ma„ koning geweest „ros, te verwelle koomen, en aan te zeggen dat ik morgen of over morgen nader zenden zoude, mitsgaders intusschen te verneemen, wat 'er van zijn Hoogheijds dienst mogte zijn, zoo rapporteerde denselven. Dat den vorst eenlijk betuijgd hadde, hem bij zig te hebben ontboden, ter be„ 's vorsten betuijging „bendmaking dat eenige mandareesen en onder anderen den maradia van B3i„ omtrend de mandhareesen „noang nu opgekoomen waaren, dog dat hij met geene van dezelve als nog Gesproo„ „ken hadde. dat hij vervolgens hier op een verhaal gedaan hebbende, van den uijtslag van de harte beesten- Jagt op maras, hem brugman hadde gevraagd, hoe het hebbe. nu: „leend. vorst. versonden. ontfangen.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0571 view scan ↗

English

95 From Maccasser the 22nd October Anno 1774. From Maccasser the 22nd October 1724. notify me of her return from Maros. to be allowed the ceremonial. to address. to speak with the Shahbandar. how things would now go with the affair of Data, as I could not remain satisfied with the offered fine of 24 Spanish rixdollars, to which he had condemned only his own people. To which Brukeman declared to have replied that His Highness had indeed promised to impose such a fine on the peoples of the negorijs that the perpetrator or perpetrators of the deed would thereby become known, in order to be delivered over to me and punished most severely, and that I, having expected such and still expecting it, had rejected the offered 24 Spanish rixdollars as serving as no satisfaction for the committed deed, with this consequence that His Highness had declared he would send the Gallarrang of Bontualacq, who along with several other grandees had not yet returned, back thither again, in order subsequently to decide further upon the matter. Furthermore I received report that the unrest on Bankala was settled, and the old regent had been left in the government, and also that Karaeng Binamoe had returned to Touratte, and thereby the intention of Karaeng Bonto to depose one of the Gallarrangs had also been foiled. Thursday the 29th. The Queen of Tanette having likewise returned yesterday from Maros, notified me of her return through an emissary, and at the same time requested to be allowed to follow the customary ceremonial, to have her grandson, of whom the wife of Magoesila was delivered, conveyed under an escort of armed men to the temple on Bontualacq, whereupon I declined the first and granted the latter, and subsequently in the afternoon sent the emissary Niga to Her Highness, and made her welcome, with the announcement that having long desired to speak with her I hoped she would pay me a visit next week, which she promised me, giving to understand that she had already intended to come to me shortly, being herself desirous to see me. Friday the 30th. Today in the afternoon I received report from a confidant how a certain emissary, having come hither incognito from the interior, had recounted to the Makadantana (regent of the realm) that the Tomilalang having arrived there and having been at Timoerong as well as in Tjinrana, had found everything in those places in the utmost disorder caused by the conduct of the king's children, and in particular the well-known Arou Palingorang, but that he, Tomilalang, was in the utmost distress, as not knowing what he should write to the king his master, since His Highness dared give no notice thereof. But that for the rest nothing had occurred there with respect to the Wadjorese, and that the Wadjorese keep quiet. Saturday the 1st October. In the early morning I sent the Captain of the Malays to the King of Boni, in order, under my compliments of greeting, to inquire whether and what news His Highness might have received from the interior, and also whether the embassy to Batavia will proceed, in order to be able to mention it in the advices to be dispatched shortly, but especially to bring the prince thereby or by some other convenient subject to the point of the Mandharese, and to sound him as cautiously as possible whether an attempt could be made with any hope of success to obtain compensation for the bark De Vrijheijd, and if he might perceive any inclination in His Highness toward that end. The Captain having fulfilled this commission of his, brought me the report that His Highness had told him with respect to the first that yesterday he had received news from the interior from Tomilalang that all was quiet at Tjinrana and Timoerong as well as at other places, and nothing was being undertaken by the Wadjorese. That however gladly His Highness wished to send an embassy, he still found himself at present in embarrassment and did not believe he would be able to do so, adding thereto that he, Captain, would well understand that it was on account of the gifts, wherefore he indeed wished to be allowed to speak once with his son the Collector of Customs Voll, in case the same might not be angry (alluding to the violence committed by those of Data), and to be able to suffice with merely writing a letter. That he, Captain, having replied thereto that the said Collector of Customs would indeed gladly come if His Highness would only have him invited, or please send regarding this to his brother the Governor who would also help him, the prince had shown much pleasure at this, and had subsequently himself brought up the arrival of the Mandharese, which had then appeared to the Captain as a good opportunity to do his best regarding the same; further. In accordance with from Data: Brugman's answer. follow.

Dutch transcription

95 van Maccasser den 22:' October A:o 1774. — van Maccasser den 22:' October 1724.— mij haar retour van maros bedeelen. Ceremonieel te moogen te zullen aan spreekenn Sabandhaer te spreeken. nu zoude gaan met de zaak van data, wijl ik mij niet te vreede kwam en vrage nopens de zaak te houden, met d' aangebooden boete van 24: rd:s spaans, waar in hij alleen de zijne hadde Gecondemneerd. Op 't welke brukeman betuijgde te hebben gediend, dat zijn hoogheijd im„ „mers hadde beloofd de Negorijs volkeren soodanigen boete op te leggen, dat de dader of daeders van het feijt daar door bekeend zouden raeken, om aan mij Overgeleeverd en ten setrengsten gestreeft te worden, en dat ik zulks ver„ „wagt hebbende en nog verwagtende de aangebode 24. spans als tot geen En 's vorsten toezegging voldoening voor het gepleegde feijt kunnende strecken van de hand gewee„ sen hadde, met dit gevolg dat zijn Hoogheijd betuijgd hadde, de Glarrang van Bontualacq, welke neevens verscheijdene andere Grooten, nog niet was Gereverteerd, weeder na derwaards te zullen zenden, ten eijnde vervolgens daar over nader te besluijten. voorts ontfing ik bericht, dat de onlusten op bankala beslist, en d' onlusten op ban kala den ouden regent in het bewind gelaeten was, zo meede dat Craeeng Bi„ beslist. „namoe na Touratte te rug gekeerd, en daar door ook het voorneemen tot op Souratta. van Craeeng Bonto om een der Glarrang afte zetten, verijdeld was. donderdag den 29:' De koninginne van Ianetta Gisteren meede van Maras Gerover„ Janets koning in laat teerd, mij van haere te rug komst door een sendeling hebbende laeten kennis„ „se geeven, en teffens versoeken om het gebruijkelijk beremonieel te moogen een versoeken om zeekere volgen, van haar keleijn zoon, waar van de vrouw van Magoesila bevallen is onder een escorte gewapende manschap, na de Tempel op bontualacq te doen overbrengen, zoo hebbe ik voor het eerste bedankt en het laatste Gac„ dat g'acordeerd hebe, cordeert, mitsgaders vervolgens des nademiddags, den sendeling Niga bij haar Hoogheijd gezonden, en haar doen verwelle koomen, met aankundiging dat ik lange verlangd hebbende met haar te spreeken ik verhoopen wilde dat zij mij aanstaande week een visite zoude doen, 't geen ze mij deed belooven onder te kennen Gave: reets voorneemens geweest te zijn, eerst daags bij mij te koomen, als zelfs begeerig zijnde, mij te zien. Heeden nademiddag ontfing ik van een vertrouwde bericht, hoe vrijdag Den 30:' zeeker zendeling uijt de binnen landen in Cognito herwaards gekoomen aan de Makadantana /:rijksbestierder:/ verhaald hadde, dat den Tomila„ „lang daar aangekoomen en op Timoerong zo wel als in Tjinrana Geweest zijnde, alles op die plaatsen, in de uijtterste wan ordre gevonden hadde. veroorsaakt door het gedrag van 's koningskinderen, en in't bij sonder den be„ „kenden Arou Palingorang, dog dat hij Tomilalang ten uijttersten verbergen was, als niet weetende wat hij aan den koning zijnen meester schrijven zoude, wijl zijn Hoogheijd daar van geen kennisse derfde geeven. dog dat voor het overige niets aldaar was voorgevallen, met opsigt tot de en dat de wadjorasen zig stil houden. wadjoreesen. —. Jnden vroegen morgen hebbe ik den Capitain der maleijers naarden Zatuurdag den 1: 8ber: koning van bonij gezonden, om, onder mijn Compliment van Groete, te ver, Aan bonijs vors:t doen „neemen of en welke tijding zijn hoogheijd uijt de binnen landen mogt ont„vragen. „fangen en zo meede of het gezantschap na batavia sal voortgang hebben, ten oeen wat tijding en uijt de eijnde daar van bij d'eerlange af te gaane advisen gewag te kunnen maken, binnen landen is ontfangen dog bijsonder om den vorst hier door of wel door eenige andere gevoeglijk on„ of er een gesandschap na ba„ „derwerp te brengen, op het poinct van de mandhaeren, en denselven, zoo voorsig,„ tavia zal gaan. „tig doenlijk te polsen, of men met eenige hoope van succes een ten tanne zou, hem doeg dolesen Omntrend de „de kunnen doen ter erlanging van schae vergoeding voor de bark de vrijheijd en hij eenige geneijgdheijd in zijn hoogheijd mog te bespeuren om daar toe zijn den Capitain aan deeze zijnen bst voldaan hebbende, bragt mij hot bescheijd tijding uijt de binnen hoe zijn hoogheijd hem ten opsigte van het eerste gezegt hadde op Gisteren bij „ Landen. „ding uijt de binnen landen van Tomilalang te hebben ontfangen dat alles op d' sin„ „rana en Timoerong zo wel als op andere plaatsen stil was en 'er van de wadjoreesen niets voorgenomen wierd. — dat hoe Gaarne zijn hoogheijd een gezantschap wilde senden, hij zig nog „ En zal geen gesandschap „thans in verleegendheijd bevond en niet geloofde daar toe instaat te zullen gaan. weesen, 'er te gelijk bij voegende hoe hij Capitain wel zoude kunnen begrijpen dat het om de wille der geschenken was, dat hij dierhalven wel wenschte eens te moogen spreeken met zijn zoon den Licentmeester voll, bij aldien denselven zijn hoogheijd wensch de niet bewaad mogte weesen (:doelende op het gepleegde geweld door die van Data:/ en om te kunnen volstaan met enkeel een brief te schrijven. dat hij Capitain daar op gediend hebbende hoe gemelde sicentmeester immers Gaarne koomen zoude, als zijn hoogheijd hem maar wilde laeten vrae„ „gen of daaromme geliefde bij zijnen broeder den Gouverneur te zenden die hem ook wilhelpen zoude, den vorst hier op veel Genoegen Getoond en vervolgens van de komst der mand hareesen zelfs opgehaald hadde, het geen den Capi„ „tain dan als een goede geleegentheijd was voorgekoomen om denselven betuijgd de mandkareesen best te doen; ver. Conforim van data: brugmans antwoord. volgen.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0572 view scan ↗

English

91 from Maccassar the 22nd October Anno 1724. — from Maccasser the 22nd October 1724. — had to send. Sunday the 22nd about my promise concerning the Embassy. — To hold before him, conform to the instructions given to him, how the Mandharese had indeed been summoned on account of the rumors previously circulating regarding the negotiation between them and the English, all of which had disappeared with the return of the Glarrang of Bontualacq, but that the Company had not yet received satisfaction for the bark de Vrijheijd and whether there would now be no prospect of this, and that the Company's Commissioners Upon which the prince had declared that his real intention was to address them about it, to which end he deemed it would be good for the Company to send Commissioners to the court. The License Master Voll Upon this report I ordered the License Master Voll this afternoon, sent to the king to wait upon the prince tomorrow morning early, after first requesting an audience, in order not only to learn what his desire might be, but also to tell him that he need not make any difficulty about sending an embassy, as I would attempt to make right the failure thereof with Their High Excellencies, if His Highness would only please to reply to their still unanswered letter, and that I myself or he, the License Master, would gladly assist him therein. With further orders to inquire, with regard to the sending of Commissioners over the dispute with the Mandharese, how His Highness might best judge to act in that respect and to deliberate thereon to prevent fruitless trouble as well as mockery. —. The License Master Voll having paid a visit this morning to the King of Boni, he came to report to me just before seven o'clock. How he, amid an ordinary greeting, had informed the prince of having been sent by me to learn what might be of His Highness's service, as I had understood from the Captain Moor that he was desirous to speak with him, Voll. He asks what the Mandharese should be told. That the prince had immediately replied thereto that this was true and that it was for the sake of the Mandharese, further adding that since they had now arrived some days ago, he ought therefore to receive them and for that reason wished to know what he should put before them: What he is told. That he had replied to this that he had been instructed by me on this point, and thus I had declared as my view how His Highness ought to present to them: that the rumors circulating here some time ago, as if the English intended to gain a foothold on this Coast and specifically at Mandhar, had caused the realm of Boni to summon the princes of the seven rivers, in order to learn what truth there might be in those rumors, so that when the Company came to ask Boni anything about it, an answer could be given. That upon learning what they would say to this, an opportunity should subsequently be sought to speak to them about the satisfaction demanded by the Company for the bark de Vrijheijd, holding before them how the Company, in view of their arrival here, desired of Boni that this satisfaction should still be demanded, since three years ago they had promised to pay. That I therefore now requested His Highness to direct the matter in such a manner and to communicate their answer to me, in order that I might determine myself regarding the sending of Commissioners on the Company's behalf. He promises to fulfill this. Whereupon the prince had not only promised to fulfill everything in such manner, but also that he would have the Mandharese called tomorrow before noon, with a request to the said Voll to send to him a trustworthy person, yet unknown to the Mandharese, in order to be present at the transaction and to be a witness thereof, which he dearly wished, although he well knew that he was not mistrusted; which Voll had promised, intending to employ a certain Intjena Jamie for that purpose, with which His Highness was satisfied, adding an inquiry whether the Company would not wish to give some discount if the Mandharese might request such; which had prompted Voll to answer that he did not doubt it, if only His Highness would do his best to obtain the remainder, whereby he would oblige the Mandharese to himself and give particular pleasure to Their High Excellencies, who in their last letter had declared to His Highness that they expected the satisfaction through his help. That he subsequently, with respect to His Highness's grievance and expressed his inclination to determine. That. About. to be. —.

Dutch transcription

91 van Maccassar den 22:' october A.:o 174. — van Maccasser den 22:' October 1724. — moest zenden. Zondag den 2=e over mijn toezegging omtrend het Gesandschap. — Conform de hem gegeevene Instructie voor te houden, hoe de mandha„ „reesen wel waaren opgeroepen uijt hoofde van de voormaals gelopen hebbende gerugten weegens d' onderhandeling tusschen haar en d' Engel„ „schen die alle verdweenen waaren met de te rug komst van den Glarrang van Bontualacq, dog dat de Comp:e nog geen voldoening hadde gekreegen. voor de bark de vrijheijd en of daar toe thans geen apparentie zoude wee„ en dat de Comp=s Gecomm: Op het welk den vorst hadde verklaard dat zijn weesentelijke inten„ „tie was om haar daar over aan te spreeken, ten welken eijnde hij vermeen„ „de goed te zullen zijn dat de Comp:e Gecommitteerdens aan het hoff kwam te senden. de Licontmeester voll Op dit bericht hebbe ik den Licentmeester voll, des na demiddags be„ na den koning gezonden volen om teegen morgen ochtend: vrag, na voor af te versoeken acces, den vorst te gaan op wagten ten eijnde niet alleen te verneemen wat er van zijn begeerte mogte weesen maar den zelven ook te seggen, dat hij geen swaarigheijd behoefde te maaken over het zenden van een gesantschap, wijl ik het agter„ „blijven van dien bij Haar Hoog Edelheedens wel zoude trag ten goed te mae„ „ken, als zijn Hoogheijd op hoog derselver nog onbeantwoorde gebleeven brief maar Geliefde te rescribeeren en dat ik zelfs of hij licentmeester hem daar in Gaarne behulpsaam zoude zijn Met verdere ordre om ten reguarde van het zenden van Gecommitteer„ „dens over de Questieuse met de mandhareesen te verneemen hoedanig zijn Hoogheijd best oordeelen mogte daar omtrend te handelen en zulks te over„ „leggen ter preventie van vrugteloose moeijte zo wel als bespotting. —. den Licentmeester voll deesen morgen een visite afgelegd: hebbende bij den ko„ „ning van bonij zo kwam denselven mij even voor seeven uuren repporteeren. Hoe hij den vors:t onder een gewoone begroeting kennisse gegeven hadde, door mij gesonden te zijn om te verneemen wat 'er van zijn hoogheijds dienst mog te weesen, alsoo ik van den Capitaijn maleijer hadde verstaan dat hij begeerig was met hem voll: te spreeken. hij vraagd wat de meni, dat den vorst daar op aanstonds gediend hadde dat zulks waar en het om „dhareesen voor te houden de wille der mandhaereesen was, er wijders bij voegende, hoe dezelve nu aleenige daagen opgekomen zijnde hij haar dier halven wel diende te ontfangen en uijt dien hoofde gaarne weeten wilde wat hij haar zoude voorgehouden: Dat hij daar op weeder hadde Gerepliceerd, door mij omtrend dat hem gezegd word. dit poinct g'instrueerd te zijn en ik dus voor mijn gevoelen verklaard „hadde, hoe zijn Hoogheijd haar diende te doen voorhouden: dat d' alhier „ voor eenigen tijd geloopen hebbende gerugten, als of d' Engelschen voorneemens „waaren, op deese Cust en wel op mandhaer post te vatten, het eijk van bonij „hadde doen besluijten om de vorsten van de zeeven rivieren op te ontbieden, - ten eijnde te verneemen wat 'er van die gerugten zijn mogte om wanneerde Comp:e daar omtrent aan bonij iets kwam te vraegen, antwoord te kunnen gee„ „ven. dat hier op vernomen zijnde, wat zij zullen zeggen, daar op vervolgens Geleegentheijd diende gezogt om haar te spreeken over de door de Comp=e ge„ „vorderde voldoening voor de bark de vrijheijd, haar voorhoudende hoe de Comp:e mits haare komste alhier van bonij begeerde dat die voldoening als nog geeijscht zoude worden, vermits zij voor drie Iaaren toezegging ge„ daan hadden, van te zullen betalen. Dat ik dierhalven zijn hoogheijd Thans died versoeken, de zaak zoodanig te derigeeren en om mij haar antwoord te willen bedeelen, ten eijnde mij ten belange van het zenden van Gacommitteerdens sComp:s weegen te kunnen be„ waar op den vorst niet alleen hadde beloofd alles zoodanig nate koomen hij belooft zulks nate maar ook dat hij de mandhaeren morgen voor de middag zoude laeten roepen roomen. met versoek aan gemelde voll om een vertrouwd, dog bij de mandhareesen on„ bekend persoon, bij hem te senden, ten eijnde bij de handeling teegenswoordig en dor getuijge van deselve te zijn, 't welk hij gaarne wenschte schoon wel wiste dat hem niet mistrouwde, 't welk voll hadde toegezegt en om daar toe zeekeren Jn„ „tjena Jamie te zullen gebruijken, waar in zijn hoogheijd Genoegen hadden genoomen, onder Een bijgevoegde vrage of de Comp:e niet wat afslag zoude wil„ „len geeven wanneer de Mandhareesen zulks versoeken mogte het geen voll hadde aangeezet om te antwoorden, dat hij daar aan niet twijffelde als zijn hoogheijd dan maar zijn best mogte doen ter erlanging van het overige waardoor hij, en de mand harreseie aan zig verpligten en aan haar hoog Edel„ „heedens bij sonder Genoegen geeven zoude, welke bij haaren laatste brief aan zijn Hoogheijd verklaard hadde, de voldoening door zijne hulpe te verwagten. Dat hij zijn hoogheijd vervolgens ten opsigte van zijne beswaamis en betuijgd zijn gewegen „paalen. Dat. Over. zen. —.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0573 view scan ↗

English

From Maccasser, the 22nd of October A:o 1774. From Maccasser, the 22nd of October A:o 1774. The drafting of a letter. Radha Binoang. The commissioners to the court, having represented regarding the sending of envoys that I would gladly take the omission thereof upon myself and attempt to justify this to their High Excellencies, provided His Highness would merely answer their aforementioned letter; subsequently, upon the prince's declaration that he was likewise at a loss regarding the drafting of a letter, since he currently had no one with him who was qualified for it and he would thus have to do it himself, and upon my offered service, I had stated that I would gladly take that trouble upon myself if I could thereby do His Highness a pleasure; and having been answered by him that this delighted him uncommonly and that he would consequently avail himself of my offer, requesting nonetheless, under a certain private consideration which I was to keep to myself, that no embassy but merely a letter should be dispatched, so that the grandees of the realm might have no knowledge of it. A note to Lacasie. Furthermore, on this subject, I have dispatched such a note in the name of the Captain of the Malays to the former Pongauwa of Siang, as is to be found among the appendices. The Merchant and License Master Voll, having betaken himself this afternoon to the King of Bonij at my request and by my order, returned to me toward evening and, in the presence of the Captain of the Malays who had accompanied him, reported: Account of Bonij's prince. How that prince, in accordance with the account given to him by Intje na Jamie, had informed him: His conversation with the Maradia of Binoang. That His Highness had already yesterday summoned the Maradia of Binoang, who is present here, and having asked him what had moved him, along with the other Mandharese present here, to come hither upon the summons of the court of Bonij, and whether they themselves had not been able to penetrate the purposes of that summons; the latter had replied that he had appeared with an upright intention to learn what His Highness's commands might be, to which they were all ready to submit, but that they did not know what reason His Highness had had to send for them. Concerning the English. That His Highness had thereupon made known to that Maradia that this had occurred on account of the rumors circulating here that the Mandharese were consorting with the English, who, it was alleged, were attempting to establish themselves somewhere on the Mandhaer; with earnest inquiry whether he, the Maradia, or others might know anything of this, which His Highness then absolutely demanded to know, because the close friendship between the Company and Bonij obliged him to investigate this, so as to be able to give an answer in case the Company might ask him or the court about it. Monday the 3rd. That Maradia Binong had thereupon, with every token of sincerity, affirmed that he had not even heard of it, much less that anything of the kind was known to him; and subsequently had himself come to the chapter of the satisfaction demanded by the Company for the bark De Vrijheijd, and the demanded satisfaction for the bark De Vrijheijd. having said regarding this that the people of Bangaij or Madjene alone were guilty of the surprise attack on the aforementioned bark, and some perpetrators had also been seen there, and these must thus pay the penalty; but that the other princes of the Seven Rivers would nonetheless not be unwilling to assist the Maradia of Bangaij insofar as he might not find himself capable thereof. That His Highness, having said upon this declaration that it was well then, had ordered him to come to court this morning with the other Mandharese grandees of the realm, giving him to understand that he might in the meantime share with them what had been discussed, in order thus to deprive them of all fear. And what was discussed also with the other Mandharese. That all of them had subsequently also appeared before His Highness this morning, and in the presence of virtually all the Bonij grandees of the realm he had asked them the same as the Maradia of Binoang, and that they, regarding the English, had answered in concordance with the latter, but on the point of the bark De Vrijheijd had remained silent for so long that His Highness had had to order them earnestly to speak; with the result that after he had asked them whether no grandees of the realm had come from the Maradia of Bangaij, and the answer was given that no, but that the one from Bellanipa was authorized on behalf of Bangaij, they had all declared that with regard to the demanded satisfaction they would submit to His Highness's pleasure and approval, with the added request nonetheless to assist them in obtaining a reduction. Request to send the Company's [illegible]. That His Highness had thereupon further held before them that he could not refuse the Company's desire to urge them to satisfaction, but that he would nevertheless do his best for them insofar as he [illegible] take [illegible] there [illegible] request [illegible] sent [illegible] obtain [illegible]

Dutch transcription

van Maccasser den 22:' october A:o 1774. — van Maccasser den 22:' October A:o 1774. — vervaardigen van een brief „radha binoang. Gecommitteerdens ten hove Over het zenden van Gezanten voor gehouden hebbende dat ik het agterblijven van dien wel op mij neeme wilde en sulks bij haar hoog Edelheedens zoude trag„ „ten goed te maeken, als zijn Hoogheijd Hoog derselver eeven Gemelde schrijvens maarkewam te beantwoorden, vervolgens /:op 's vorsten betuijging van zig om het instellen van een brief meede in verleegendheijd te vinden, alsoo hij nie„ „mand thans bij hem hadde, die daar toe bekwaadn was, en hij zulks dus selfs en aangebooden dienst ij't zoude moeten doen :/ gezegt hadde dat ik die moeijte wel op mij neemen zoude, als ik zijn hoogheijd daar meede plaisier konde doen, en door denselven daar op g'antwoord was dat hem sulks ongemeen verblijden en hij dien volgende ook van mijn aanbieding profiteeren zoude, met versoek nogthans onder zeekere speculatie dat ik bij mij houden wilde, dat 'er geen gesantschap maar wel en kelden brief zoude afgaan op dat de rijks Grooten daar van geen kennisse moegte Een briefje aan Lacasie voorts hebbe ik over dit onderwerp soodanige briefje op naam van den Capitain der maleijers aan den geweesene pongauwa na Siang afge„ „zonden, als onder de bijlagen te vinden is. Den koopman en Licentmeester voll, op versoek en ter mijner ordre zig heeden na de middag vervoegd hebbende, bij den koning van bonij, kwam mij teegen den avond in teegenwoordigheijd van den Capitain der maleijers welke hem hadde verseld, rapporteerden: verhaal van bonijs vorst „t boe dien vorst, over benkomstig het aan hem gedaan verhaal door Intje na Jamie, hem hadde kennisse gegeven. sijn Gesprek met ma„ Dat zijn Hoogheijd reets gisteren de alhier aanweesende maradia van binoang, bij zig laaten koomen, en den zelven afgevraagd hebbende, wat hem neevens d' overige alhier zijnde mandhareesen bewoogen hadde op het ontbod. van het hof van bonij herwaards te koomen en of zij selfs d' oogmerken van dat ontbod niet hadden kunnen penetreeren, den zelven daar op gediend hadde, met een oprechte intentie verscheenen te zijn, om te verneemen wat 'er van zijn hoogheijd beveelen mogte weesen, waar aan zij alle bereijd waaren, zig t' onderwerpen, dog dat zij niet wisten, wat reeden zijn hoogheijd hadde gehad Om haar te doen ontbieden. Omtrent De Engelschen. Dat zijn Hoogheijd dien maradia vervolgens hadde bekend gemaakt dat zulks geschied was, uijt hoofde van de hier Geloopen hebbende gerugten dat de mandhareesen zouden heulen met d'Engelschen, welke men wilde, dat zig ergens op de mandhaer dog tragtede t'etablisseeren onder ernstige afvra„ weegens. Maandag den 3:' „ge of hem Mariadia of anderen daar van iets bekend mogte weesen, het geen zijn hoogheijd als dan absolut begeerde te weeten, ter zaake de naauwe vriendschap tusschen de Comp:e en bonij hem verpligtede zulks t' ondersoe„ „ken, om ingevalle de Comp:e hem of wel het hoff daar na vragen mogte antwoord te kunnen geeven. dat Maradia Binong hier op, met alle blijken van Cinciriteijt be„ „tuijgd hadde, daar van zelfs niet gehaard te hebben, veel min dat hem dier„ Gelijks zoude bekend weezen, en vervolgens zelfs gekomen was, op het Che„ piter van de door de Comp=e g'eijschte voldoening voor de barck de vrijheijd en d' gevorderde voldoening daar omtrend gezegt hebbende dat de Volkeren van bangaij of Madjene voor de bark De vrijheijd alleen aan d' overrompeling van de voorsz: barck schuldig en sommige daders aldaar ook gezien waaren, en deese dus de schuld moeste boeten dog dat de overige vorsten van de zeeven rivieren nogthans niet onwillig zoude weesen, Om in zo verre Maradia bangaij, sig, daar toe niet in staat mogte vinden hem te assisteeren, dat zijn d' boogheijd op deese declaratie gezegt hebbende, dat hetr dan wel was, hem hadde gelast, om deesen morgen met d'overige Mandhareese RijksGrooten ten hove te koomen, onder te kennen Gave: dat hij haar het ver„ handelde intusschen konde meede deelen, ten eijnde haar dus alle vreese te be„ Dat alle dezelve vervolgens ook deesen morgen bij zijn Hoogheijd verschee, en het verhandelde ook „nen waaren, en hij haar in presentie van Genoegsaam alle de bonijse rijks met d'overige mandhareesen „grooten het zelve als aan den maradias van binoang Gevraagd, mitsga„ „ders deselve ten opzigte van d' Engelschen, eensluijdend met den laatstge„ „melden g'antwoord, dog op het poinct van de bark de vrijheijd zo lange stil gesweegen hadden, dat zijn hoogheijd haar eenstig hadde moeten be„ „veelen om te spreeken, met dit gevolg dat nadat haar door hem gevraagd was offer geen rijksgrooten van Maradia bangaij gekoomen waaren! en daar op gediend was neen dog dat die van bellanipa weegens bangaij Gemachtigd was, zij alle betuijgd hadden zig ten belange van de Gevor„ „derde voldoening zijn Hoogheijds Goedvinden, en welbehagen te zullen Onderwerpen, met bij gevoegd versoek nog thans om haar behulpsaam te zijn ter erlanging van afslag. —. dat zijn hoogheijd haar vervolgens nog hadde voorgehouden, hoe hij hij versoek om s E: Comp=s 'sComp:s begeerte om haar tot voldoening aan te maanen niet konde af„ tesenden. „slaan dog dat hij egter zijn best voor haar zoude Doen zo verre dat hij „neemen. „ge daar. versoek. gesonden. krijgen —

NL-HaNA_1.04.02_3418_0574 view scan ↗

English

101 From Maccasser the 22nd October Anno 1774. From Maccasser the 22nd October 1724. His request to send the Company's commissioners to court, and instructions given to the commissioners regarding some reduction. About the point concerning... if possible to settle the matter... if he would see a chance for that. Of all which the License Master testified that His Highness had ordered him to give me notice, and at the same time to request that I please send the usual commissioners to court tomorrow, in order, in the presence of the grandees of the realm as well as the Mandharese, whom he would then summon again, to demand the required money demanded for the bark, with the request, however, that one might remit some of it, and in order beforehand, even if it were yet this evening, to be allowed to know how far I might be inclined to the latter, after he, having entered into discourse with him, the License Master, made mention of half of the entire sum, but the same had requested His Highness to take into consideration that if Bangaij alone wanted to pay, each household would not even need to furnish four Spanish dollars for it. Having reflected somewhat upon all this by myself, before taking into consideration how on the one hand, without the prince's cooperation, nothing is to be hoped nor expected, and on the other hand no better opportunity can present itself, while His Highness at present (though undoubtedly not without some secret purpose or other) at least outwardly shows earnestness, so I have, in hope of the favorable approval of the latter agreed, thought it best to let His Highness know as soon as possible that I would consent to a reduction of three or at the very most four thousand Spanish dollars, and ordered the License Master to make this known to him by a note. And further mandated him to betake himself tomorrow morning, together with the Fiscal Raket, to court, and after paying the customary compliments to the king and grandees of the realm, to put forward: 1st. That I, along with the Council, had decided to send them because of the report received concerning the English, that Maradia Binoang and some grandees of the realm from the other princes of the Seven Rivers had come here, to request His Highness and the grandees of the realm that they might be questioned as to what truth there might be in the reports received here some time ago, as if the English intended to establish themselves somewhere on Mandhaer or to take up a post. And the demanded satisfaction... 2nd. And further that, since already three years ago promises were made by the Pamboeangangs of the Maradias of Bellamipa and Madjene or Bangaij, who were here at the time, to pay the 2200 Spanish dollars demanded by the Company in satisfaction for the bark De Vrijheijd, surprised and captured by people of Madjene or Bangaij, but nothing had come of it until now, a categorical answer might likewise be demanded from them, whether they were still prepared to do so or not. Further ordering him, so far as the opportunity thereto also ordered might appear favorable, to employ all possible means toward a final settlement of affairs, but at the same time to take care, in case satisfaction should be promised, to obtain at the same time assurance that it will indeed be received: to prevent deception and thus also public ridicule. Meanwhile it is noted here how the said License Master also informed me that Boni's prince had told him that people of Riwatoe or Watoe had come, in order to give notice that the Batoua, being old and decrepit, wished to step down from the government of that negorij or region, and transfer the same again to a son of Soping's Poenlipsos Mappa, and that although His Highness himself had the right to a new election since Watoe belonged to him and he also had many other great-grandchildren, he had nevertheless judged it better to let this proceed, rather than to stir up much talk again that he was trying to incite unrest. Datoe Riwatoe wished to cede to the son of Poenlipoe of Soping. Utterance of Boni's king about it. And about the queen of Tanette. That His Highness had also spoken of the queen of Tanette, and having said at the same time how mischievous her children were, had asked whether she had not been addressed regarding the intended murder or wounding of the watchmen at Sagerij, and that he having replied thereto, "Yes," and also that she had testified to having given orders to apprehend the murderers, the prince had replied again how he had news that they had fled to Soping, having mentioned not only the name of Sasarassa, but also of the other two, namely Laranrang and Sansinri. With regard to the wounding of the Company's watchmen. He says that the murderers had fled to Soping. The Merchant having come to give me notice this morning Tuesday the 4th, how the King of Boni, upon the report concerning the reduction granted by me to the Mandharese up to three or at the most four thousand Spanish dollars, had let him know that what still remained would be too heavy for them, he had replied to the prince that His Highness please consider that I could barely take this increase, let alone a larger one, upon my account and justify the same to Their High Excellencies, and that, on the contrary, the Mandharese were well able to pay the rest, wherefore he came to ask me... Tuesday the 4th. Boni's prince desires [illegible] of the Mandharese debt. Which is refused. Nothing. Satisfaction.

Dutch transcription

101 van Maccasser den 22:' October A:o 1774: —. van Maccasser den 22:' October 1724. hij versoek om 'sComp:s Gecommitteerdens ten hove te senden. en om eenig afslag van d' Gecommitteerdens g' instrueerd. Over het poinct raa„s doenlijk de zaak afte maa„ daar toe kans zoude zien. van al 't welke den Licentmeester betuijgde, dat zijn hoogheijd hem ge„ „last hadde, mij kennisse te geeven, en teffens te versoeken dat ik de Gewoone Ge„ „committeerdens morgen ten hoove Geliefde te zenden, om in presentie van de rijks grooten zo wel als de mandhareesen, die hij dan weeder ontbieden zoude het g'eijschte vor debak hat gevorderde geld t' eijsschen met versoek nogthans, dat men daar van wat mogt laeten vallen, en om alvoorens, al was het nog deesen avond, te moogen wee„ „ten in hoe verre ik tot het laatste genegen mogte weesen, na dat hij hier over met hem licentmeester in discours geraakt, van de helfte van de Gant„ „sche somma gewag gemaakt, dog denselven zijn hoogheijd versogt hadde, in„ consideratie te neemen, dat wanneer bangaij alleen wilde betaalen, ieder huijsgezin daar toe nog geen vier spaans zoude behoeven te fourneeren. Op dit alles bij mij selven wat gedagt, eer in aanmerking genomen hebbende, hoe 'er aan d'eene kant buijten s vorsten meede werking niets te hoopen, nog te verwagten is, en 'er aan d' andere kant geen beeter geleegentheijd kan voorkoomen wijl zijn hoogheijd thans /: schoon ongetwijfeld niet sonder d'een of andere geheime dog„ „merken:/ ten minste voor het uijtterlijke ernstige betoond, zoo hebbe ik in hoope van het Laatsteg'accorderd denGunstige approbatie best gedag:t om zijn hoogheijd ten eersten te doen weeten, dat ik in een afslag van drie of ten aller uijtersten vier Duijsend spaans, zoude Consen„ „teeren an de Licentmeester gelast, hem sulx bij een briefje bekend te maaken. En hem voorts in man datis gegeven, om zig morgen ochtend neevens den fiscaal Raket ten hoove te vermogen, en na aflegging van de Gebruijkelijke Complimenten aan den koning en Rijkes grooten voor te houden. —. Dat ik neevens den Raad hadden beslooten haar te senden, uijt hoofde van het „slende d' Engelschen ontfangen bericht dat maradia binoang en eenige rijkesgrooten van de verdere vorsten der seeven rivieren hier waaren gekoomen om zijn Hoogheijd en de rijks„ „grooten te versoeken dat haar mogte werden afgevraagd wat 'er zijn mogt, van de voor eenigen tijd alhier ontfangene berichten, als of d' Engelschen voorneemens zoude weesen, zig ergjens op mandhaer t' dabliseeren dan wel post te vatten. en de Gevorderde vol„ 2:e en voorts dat vermits nu reets drie Jaaren geleeden door de doen maals hier aangeweest zijnde, pamboeangangs, van de maradias van bellamipa en Madjene of bangaij, toe zegging gedaan waaren, om de, door de Comp:e g'eijschte 2200: spaans in voldoening van de bark de vrijheijd, door volkeren van ma„ „djene of bangaij overrompeld, op te brengen dog daar van tot u toe nog niets gekomen was, haar insgelijks bathagorisch antwoord afgevordert mogte worden, of zij daar toe als nog bereijd waaren dan niet Hem voll, wijders beveelende, om zoo verre de geleegentheijd daar toe mitsgaders bevoolen des gunstig mogte voor koomen alle mogelijke middelen aan te wenden tot en „ een — finaale afdoening van zaaken dog te gelijk te zorgen om ingevalle er voldoe„ „ning mogt worden toegezegt teffens verzeekering te bekoomen, dat men deselve in der daad erlangen zal: ter voorkooming van misleijding en dus ook van een opentlijke bespotting. Intusschen word hier Genoteerd hoe Gemelde Licentmeester, mij ook nog Datoe Riwa toe wilde bedeeld heeft, dat bonijs vorst hem gesegt hadde, dat 'er volkeren van Rina lafstaan aan den zoon van „toe of wel watoe waeren gekoomen, ten eijnde kennisse te geeven, dat de Batoua Een poenlipoe E: van als oud en afgeleefd, van de regeering van die Negorij of wel het landschap, wil „ Coping. „de afstappen en dezelve weeder opdragen aan een zoon van den Sopings poenlipsos: uijt lating van bonijs Mappa, en dat schoon zijn hoogheijds zelfs Gerechtigheijd was tot een nieuwe koning daar over. verkiesing alzo watoe, hem toebehoorende en hij ook nog veele andere agter kin„ „deren hadde, hij nog thans beeter hadde g'oordeeld, sulks te laeten voortgaan, dan weeder veele praetjes te verwecken, dat hij onrust tragte te stooken, Dat zijn hoogheijd sig ook nog van de koninginne van Tanette, uijtge„ en over de koningin van „laeten en teffens gezegt hebbende, hoe haere kinderen zoo baldaadig waaren, ge„ Tanette. „vraagd hadde, of zij niet was aangesprooken, over de voorgenomen moord of wel het quetsen van de wagthouders op sagerij en dat hij voll, daar opge, ten aansien van het quetsen „diend hebbende, van Ia: mitsgaders dat zij ook betuijgd hadde ordre te van 'sComp:s wagthouders hebben gesteld, om de moordenaars te agterhaalen, door den vorst weeder was gerepliceerd, hoe hij tijding hadde, dat z' na soping zouden gevrlugt hij zijt dat de moordewaar„ weesen, hebben de zelfs de naam van, Sasarassa, niet alleen maar ook van na soping waaren gevlugt. de beijde anderen genoemt, te weeten Laranrang en Sansinri. —: Den koopman voll, mij deesen morgen kennisse zijnde koomen geevende Dinsdag den 4:' hoe den koning van bonij hem, op het bericht, weegens de door mij g'accordeerde bonijs, vorst begeert afslag aande mandhareesen tot drie of ten uijttersten vier Duijsend spaars der mandhareesen schuld. hebbende laeten weeten, dat het dan nog resteerende te swaar voor haar zoude vallen bij den vorst daar op weeder hadde g'antwoord, dat sijn hoogheijd geliefde te considereeren dat ik deese vermeerdering naauwlijks veel dat ontlegd word. min een grooter voor mijn reekening neemen op het zelve verantwoor„ „den konde bij haar hoog Ed:s en dat daar en seegen de Mandhareesen tot be„ „taling van het overige wel instaat waaren, weshalven hij mij kewam niets. vragen. „doening

NL-HaNA_1.04.02_3418_0575 view scan ↗

English

103 From Maccasser, the 22nd of October 1774. From Maccasser, the 22nd of October Anno 1774. The Mandharese promise compliance. The negotiations continued. to ask what he ought to do, and how far he might go, whereupon I instructed him to declare himself in the same manner during the conference to be held this morning, adding that the Company had suffered a far greater loss than the sum originally demanded amounted to, and that a reduction of 4000 Spanish dollars on top of that was certainly everything they could desire and expect from the Company. The commissioners having gone upstairs, namely the License Master along with the Fiscal Raket, Chief Interpreter Brugman, the Captain of the Malays, and the envoy Daing Mandjareekie, who formerly went to Mandhaar to demand satisfaction, they came to report to me around eleven o'clock. That the King, upon their presentation of the first point of their instructions, had not only asked the Mandharese whether they knew anything about the English, but also, upon their declaration of knowing nothing about it, whether they would adhere to the Bongaas Contract; and that they, having answered fully in the affirmative to this, were further asked whether its contents were still well known to them, whereupon the Mandharese had likewise answered in the affirmative, with an added assurance of the Bongaas Contract that in case the English or other foreign Europeans should dare to establish a post anywhere on Mandhaer, they would first turn them away amicably, but thereafter, if not listened to, drive them off by force, or, if they should not be powerful enough to do the latter, give notice thereof to Boni. They feign ignorance of the bark De Vrijheijd. That after they had likewise presented the second point, the ruler had also asked the Mandharese what they had to say to that; to which they had answered with the utmost impudence that they knew nothing of that matter, whereupon the ruler, turning to the commissioners, asked how they heard this. The King takes their side. Departed from Court. That they, having replied to this that they had been sent not to the Mandharese but to His Highness, and that they consequently could not nor needed to answer their assertions, but that the deed could no more be denied than the satisfaction already promised three years ago by the grandees of Bellanipa and Bangaij, His Highness had lashed out with the utmost rudeness and asked who could prove the deed since the Mandharese came to deny it. The deed is proven. That after the Captain of the Malays had said hereupon that it was publicly known that those of Bangarij had overwhelmed the bark, sold the cargo on Bangaij, and transported the vessel to Passier, the King had countered them that the head of the accused was at Passier and was Shahbandar there, and the Company should therefore send to him for satisfaction. The King wants the accused to be sent to. Which was convincingly refuted. That Voll having pointed out to His Highness in this regard that this was the most unreasonable thing that could be demanded of the Company, and one which would strictly conflict with its dignity, which did not permit sending an embassy to a pirate, the ruler had again said, the Mandharese indeed deny knowing of the matter, asking when they had accepted the satisfaction. Demonstrating that the satisfaction had been promised. That he thereupon displayed the certificate given by the grandees of the realm to the Company three years ago regarding the accepted satisfaction, but again to no avail, since His Highness had replied that the Pappoeangangs who had promised such had been dismissed from their offices for that reason, adding several meaningless words, but all with the utmost harshness, from which it had seemed entirely clear to them that the ruler was not in the least serious about helping the Company obtain its due. It seems he is not in earnest. The commissioners pretend they want to depart. They submit to His Highness's pleasure. That Voll having then made a motion to rise and depart, the ruler had nonetheless quietly sent word to him that he was only acting this way on account of the Mandharese, and subsequently had asked the same once more what they had to say to all this, with the same result, that they had declared they would submit to His Highness's pleasure, whereby the negotiations were then resumed; and it being said by the commissioners that although the Company had lost more than 22,000 Spanish dollars with the bark, the Governor, upon the special request of His Highness, had nonetheless been willing to take it upon himself (although he himself feared whether Their High Excellencies would indeed approve such) to grant a reduction of four thousand Spanish rixdollars if the payment of the remainder were accepted, whereby it had finally seemed that the matter would succeed; but that the contrary had immediately become apparent, as they, having subsequently spoken with His Highness about the payment itself, the ruler had first proposed to have them promise by a deed to pay as soon as they might be able to do so, even if it were within the year Could. Acceptable. Become. That. Some. Would.

Dutch transcription

103 van Maccasser den 22:' October 1774.— van Maccasser den 22:' October A:o 1774. —. belooven de nakoming d' mandhareesen onder„ d' onderhandeling vervolgd. vraegen wat hem te doen stond, en hoe verre hij zoude moogen gaan, waar op ik hem gelast hebbe, in de deesen morgen te houdene Conferentie sig insel„ „ver voegen te declareeren, onder bijvoeging, dat de Comp=s veel Grooter verlies geleeden hadde, dan d'eerst gevorderde somma beliep en dat een afslag van 4000: spaans daar en boven, immers alles was wat zij begeeren en van de Comp:e verwagt worden konde. — Gecommitteerens gabonijs Den Licentmeester zig hier op neevens den fiscaal Raket, oppertolk brugman, Capitain der moleijers en sendeling daing Mandjareekie, die voormaals nas Mandhaar is geweest om de voldoening te eijsschen, ten bove begeeden, hebbende zo kwaamen deselve mij teegen Elff uuren rapporteeren. Dat den koning op de door haar gedaene voordragt van het eerste poinct haerer Instructie aan de mandhareesen niet alleen hadde gevraagd, of hun ook iets weegens d'Engelschen bekeend was, maar ook op derselver betuijging van nergens van te weeten, of zij zig zouden houden aan het bongaijs Con„ „tract en dat zij hier op volkomentlijk Ia. gezegt hebbende, zij verder hadde Gevraagd of hun dies inhoud nog wel bekend was, waar op de mandhareesen meede Ia hadden geantwoord, onder een van het bongaijs Contraot bijgevoegde verseekering, dat ingevalle d' Engelschen of andere vreemde Europeeschen zig mogten willen onderstaan, om ergens op de mandhaer post te vatten, zij de, zoodanige eerst in het minnelijke afwijken dog daar na, niet geluijsterd wordende, met geweld verjaegen, dan wel zo zij tot laat„ „ste niet magtig genoeg mogten weesen, daar van aan bonij kennisse geeven z' houden zig ijnorant dat zij vervolgens het tweede poinct insgelijx voorgesteld hebbende, den van de bark de vrijheijd. vorst aan de mandhareesen, almeede gevraagd hadde, wat zij daar op kewaamen te zeggen, dewelke met de uijtterste onbeschaamheijd hadden g'antwoord, van die zaak niets te weeten, waar op door den vorst, zig tot de Gecommitteerdens wendende, t was gezegt hoe zij dit hoorden. De koning neemt haar Dat zij hier op hebbende gediend, niet aan de mandhareesen maar aan zijn hoogheijd te weesen afgesonden, en dat zij dierhalven op derzelver zeggen niet konden nog behoefden te antwoorden, dog dat het fijt zo min konde wor„ „den ontkend, als de reets voor drie Jaaren toegezegde voldoening door de rijkes„ „grooten van bellanipa en bangaij, zijn hoogheijd met de uijtterste gemene„ „lijkheijd uijtgevaaren was, en gevraagd hadde, wie het feijt bewijsen konde daar de Mandhareesen het zelve quamen te ontkennen. parthij. Hoff vertrocken. Dat hier op door den Capitain Maleijers gezegt wesende, hoe het het fegt is bewsen. algemeen bekeend was, dat die van Bangarij, de bark Over rompeld delading op bangaij verkogt, en het vaartuijg na passier hadden vervoert, den koning haar hadde te gemoet gevoert, dat het hoofd der beschuldigde sig op passierbevond, de kooing heed at deschuldig en Ginter Sjaband haer was en de Comp:e dierhalven, om de voldoening bij hem zenden „ hen worden. dat voll zijn hoogheijd ten deesen opsigte voorgehouden hebbende, hoe zulks d' dat bondigt wederlegt onredelijkste zaak was die de Comp:s koonde worden gevergt, en welke volstrekt met haar agting strijden zoude, welke volstrekt met haar agting strijden zoude, welke niet toeliet een besending aan een roover te doen, door den vorstal„ „weder gezegt was, de Mandhareesen ontkennen, immers van de zaak te wee„ „ten onder afvrage wanneer zij de voldoening hadden aangenaamen. dat hij hier op het getuijgschrift door de rijks Grooten voor drie Jaaren met aantooning dat de aan de Comp:e weegens d' aangenomen voldoening vertoond hadden, dog alweeder voldoening was belooft. zonder vrugt, wijl zijn hoogheijd hadde gerepliceerd, dat de Pappoeangangs welke zulks hadden beloofd, om die reeden van hun ampten waaren afge„ 's vorsten antwoord daar „zet, er nog verscheijden niets beduijdende bewoordingen, dog alles met de uijt omtrent „terste barsheijd, bij voegende, waar uijt hun volkoomen hadde toegescheenen het scheijnt hem geen dat het den vorst geen de minste ernst was, om de Comp:e aan haare te helpen drnst. dat voll daar op mine gemaakt hebbende, om op te staan, en te vertrec„ de Gecommitteerens hou„ „ken den vorst hem nogthans in stilte hadde doen zeggen, dat hij zig zo den zig of z: willen ver„ maar hield, om de Mandhareesen en vervolgens ook aan deselve ander, trekken. maal hadde afgevraagd wat zij op dit alles zeijden, met dito Gevolg, dat deselve hadden betuijgd sig aan zijn Hoogheijds Goedvinden te onder„ „werpen waar door dan d' onderhandeling weeder aangevangen en door werpen sig sijn hoogheijds de Gecommitteerdens Gezegt zijnde dat schoon de Comp:e bij de bark meer dan goedvinden. 22000: Sp:s verlooren hadde, den Gouverneur nogthans op het speciaale versoek van zijn hoogheijd wel hadde op zig willen neemen /:schoon hij zelfs dugte of haar hoog Edelheedens zulks wel zouden goedkeuren / om vier duijsend rijxd:s spaans afslag te geeven, wanneer de betaling van het resteeren„ „de aangenomen wierd waar door het dan eijndelijk hadde gescheenen dat de zaak lucken zoude, dog dat het contrarie al aanstonds gebleeken was, wijl zij met zijn hoogheijd vervolgens gesprooken hebbende, over de betaling zelve, den vorst dog 's vorsten voorslag niet eerst hadde voorgesteld, om haar bij een acte te doen belooven om soo spoe„ „dig, als zij daar toe instaat mogte weesen al was het binnen het Jaar Konde. aanneemelijk. word. Dat. eenige. zoude. —.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0576 view scan ↗

English

from Maccasser the 22nd October A:o 1724. from Maccasser the 22nd October A:o 1774. and another made. position proposed. otherwise waived everything still further. Under A request. the satisfaction Conform some money and paying off the remainder in time, but upon the objection raised against this that such was not acceptable to the Company, had subsequently proposed to determine the first sum at two thousand rixdollars specie to be paid within the year and the rest as stated, in time, which the Commissioners had demonstrated was also not acceptable, further stating that in their opinion the Mandharese ought to bind themselves to discharge the entire sum in three installments, although they did not dare to determine anything in this matter as they were not authorized to do so, but merely submitted such for consideration whether the same might be approved by me in order to bring the matter to a conclusion. but His Highness remains that His Highness in the meantime nevertheless having had his second proposition put to paper and having had the same presented to them upon this, had instructed them to give me notice thereof, with an added request that he might have an immediate answer thereto, upon which he would stand which was again rejected. Upon this very and agreeable report, I immediately sent the chief interpreter along with the Captain of the Malays back thither, to inform His Highness that I found his proposal absolutely unacceptable. The utmost and last pro- That, to declare the utmost to which I could or would come, I requested whether the Mandharese would bind themselves by a solemn act to pay one third or 6000 Spanish dollars still in this current year, and in the next a like 6000 Spanish dollars, as well as in A:o 1776 the remainder, and thus in total 18000 Spanish dollars in three installments and in 27 months, that if the contrary occurred or if he neither could nor would persuade them thereto, I would thank His Highness for the trouble already taken, and therefore requested him to take no further trouble, adding that in time the Company would certainly find means to obtain its guarantee, and that I would give notice of everything to their High Excellencies. Those two servants having returned at one o'clock, reported to me. How, instead of finding the realm's grandees and Mandharese still with the king, they had met His Highness alone, and having delivered my message to him so far as the money is concerned, the prince had answered thereupon that the Mandharese were unable to do so; but upon the presentation of the further orders given to them, it was said by him that he would let the administrator of the realm know at the first. of one and the other, in order once again to confer with the Mandharese and ask whether they would comply with my desire, and he would make the outcome known to me. In the afternoon, the interpreter Moentoe came in his master's name to report to me: that the latter had also taken place and the administrator of the realm was said to have testified to being very pleased with my proposal; but since I could deduce nothing certain from this, I ordered him only to tell the prince that once again a categorical I desired nothing other than a categorical answer, and would also expect answer requested. whether the Mandharese would bind themselves to payment in such manner and form as I had stated, or whether they would accept the same, or indeed not! The King of Bony, having informed me through the Honorable Company's first emissary Daing Mandjaceki, Wednesday the 5th whom he had shortly before requested me to send to him, the Mandharese have that having presented to the Mandharese, who were now again at court, accepted the desire. the last message delivered to him yesterday by the chief interpreter Beugman and the Captain of the Malays, they had shown themselves willing to bind themselves to payment conformable to my desire, yet so far that they requested that the first term might be set at six instead of three months, which he then likewise solicited, and that I might then send someone on my behalf in order to hear them in person. Whereupon I immediately sent the Captain of the Malays with the just mentioned that I have agreed emissary to His Highness, with orders to say that I consented to what was requested, and subsequently not only to ask the Mandharese in his presence whether they were for the rest ready for the payment, but also to obtain assurance that they would not later resort to any pretexts, whether non-qualification of the princes who remained behind, or otherwise, and thus to bind themselves solemnly to the one and the other by an obligatory act. Which servants reported to me upon their return that His Highness and testify the first thanked for extending the first term, and the Mandharese in his presence, as well as that of the realm's grandees, had openly declared that they were willing to make the payment, and would bind themselves thereto in such manner as I had caused to be proposed to them, stating that although the other princes had not appeared, they had the qualification from the same to treat on this matter and therefore out other of that. await.

Dutch transcription

103 van Maccasser den 22:' October A.:o 1724. — van Maccasser den 22:' October A:o 1774. en een andere gedaan. positie voorgesteld. anders van alles afgesien nog nader. Onder Een versoek. de voldoening Conform eenige geld en het resteerende in der tijd afbeleggen, dog op het daar teegen ongebragte dat zulks voor de Comp:e niet aannemelijk was vervolgens Geproponeerd hadde om de eerste som te bepaalen op twee duijsend rijxd:s sp:s te betaalen, binnen het Jaar en de rest zo als gesegt, in der tijd, het welk de Gecommitteerdens hadden vertoond ook niet aannemelijk te weesen, onder verdere te kennen gave: dat de mandhareesen zig hunnes dunkens, dienden te verbinden, om de Geheele somma in drie ter wijnen te voldoen, schoon zy ten deesen belange als daar toe niet gelast ook niets bepaalen derfde, dog sulks eenlijk in consideratie gaven of het zelve door mij mogte worden goed„ „gekeurd ten eijnde de zaak zijn beslag te doen erlangen. — dog zijn hoogheijd blijft dat zijn Hoogheijd intusschen zijn tweede proprositie nogthans ten pa„ „piere hebbende doen stellen en deselve hier op, aan haar doen voorhouden, haar gelast hadde, bin mij daar van kennisse te geeven met een bijgevoegd versoek om ten eersten antwoord daar op te mogen hebben, waar op hij zoude blijven die wader afgeslagen woad: Op dit zeer En. aangenaame rapport zond ik opstonds den oppertolk neevens den Capitain der maleijers weeder der waards, om zijn Hoogheijd te kennen te geeven, dat ik zijn voorslag volstrekt en aanneemelijk vond. De uijtterste en Laatste pro„ Dat ik om het uijtterste te declareeren, waar toe ik konde of zoude koomen versogt of de mandhareesen, zig bij een plegtige acte wilden verbin„ „den om nog in dit loopende Jaar een derde of 6000: spaans en in het toekoomende Gelijke 6000 Ssp:s mitsgaders in A:o 1776: het resteerende en dus in het geheel 18000: sp:s in drie ter mijnen en in 27: maanden op te brengen, dat ik zijn hoog„ heijd bij het teegendeel of zo hij haar daar toe niet konde nog wilde overhaallen hem als dan voor de reets genomene moeijte quam te bedanken, en dierhalven verzogt geen verdere moeijte te doen, met bij voeging dat de Comp:e in der tijd wel middel zoude weeten te vinden, om aan haar Guarant te geraaken, en dat ik van alles aan haar hoog Ed:s zoude kennisse geeven. Die beijde bediendens ten een uuuren Gereverteerd weesen, relateerden mij. — Hboe zij, in steede van de rijkes Grooten en Mandhareesen nog bij den koning te vinden, zijn hoogheijd alleen aangetroffen en hem mijne boodschap voor zo verre het geld: betreft gedaan hebbende den vorst daar op hadde gediend dat de Mandha„ „leesen daar toe onvermogens waeren, dog op de Gedaane voorhouding van het haar verder in madatis gegeeven, door denselven was gezegt, dat hij het een en bij d' eerste. ander aan de Eijkes bestierder zoude laeten weeten, ten eijnde de Mandhareesen wog„ =maals te onderhouden, en afte vraegen of zij aan mijn begeerte wilden voldoen, en hij mij den uijtslag zoude doen bekend maeken. des nademiddags Quam den tolk Moentoe uijt zijn meesters naam mij berichten: dat het laatste ook geschied waare en den rijkesbestierder betuijgd zoude hebben, over mijn voorslag zeer verblijd te weesen, dog vermits ik daar uijt niets zeeker opmaeken konde, gaf ik denselven last den vorst eenlijk te zeggen dat nogmaals Catagarisch. ik niet anders dan Cathagarisch antwoord begeerde: en ook verwachten zoude antwoord gevraagd. of de mandhareesen zo en in dier voegen als ik gesegt hadde, haar tot voldoening verbinden, of de zelve aanneemen wilden. dan wel niet! Den koning van bomij mij door 's E: Comp:s eerste sendeling Daing Man„ woensdag den 5:' djaceki, den welken hij mij kort bevoorens hadde laeten versoeken bij hem de mandhareesen hebben te zenden, hebbende laeten weeten dat hij de mand haereesen, welke zig thans de begeerte aangenomen. weeder ten hoove bevonden, de laatste boodschap door den oppertolk Beugman en Capitain der maleijers Gisteren aan hem gedaan hebbende door voorhouden deselve zig bereijdwillig betoond hadden, bin zig Conform mijne begeerte tot be„ „taling te verbinden, in zo verre nogthans dat zij verzogten het eerste termijn op ses in steede van drie maanden mogt worden gesteld, het welke hij dan ins„ gelijks besolliciteerde en om ik, als dan iemand mijnent weegen mogte zenden ten eijnde haar zelfs te hooren. waarop ik aanstonds den Capitain der maleijers met eeven gemelde dat g'accordeerd hebbe sondeling aan zijn hoogheijd gesonden hebbe, met last om te zeggen, dat ik in het versogte consenteerde en om vervolgens de Mandhareesen in zijn presentie niet alleen af te vragen, of zij, voor het overige tot de betaling bereijd waaren, maar ook om verseekering te doen van zig naderhand met geen uijtvlugten, het zij non qualificatie van de agtergebleevene vorsten, of andersints te zullen hel„ „pen en zig dus tot het een en ander bij een obligatoire acte plegtig te ver„ „binden. welke bediendens mij bij te rug komste rapporteerden, dat zijn hoogheijd en betuijgen het eerste voor het verleng de eerste termijn bedankt, en de Mandhareesen in zijne pre„ „sentie, zoo wel als die van de rijks Grooten opentlijk verklaard hadden, tot de betaling gewillig te weesen, en zig daar voor in dier voegen, als ik haar hadde doen voor instin wagen, wals ik van hande zouden verbinden, onder te kennen. Gave dat schoon de andere vorsten niet opgekoomen, waaren, zij van de„ „selve Qualificatie hadden, over deese zaak te handelen en oversulks uijt ander dien. wagten —.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0577 view scan ↗

English

From Maccasser the 22nd October Anno 1774. of His Highness. aforementioned. whether the Mandharese the the crown prince will marry on that account were also prepared to stand surety for them. Thursday 6th. Nothing happened. Friday 7th. Having sent this morning, by the first envoy Daing Mandjarekie for review to the King of Bonij, the promissory note drafted by me and translated into Buginese regarding the satisfaction of 18000 Spanish rixdollars accepted by the Mandharese for the barque De Vrijheijd, the prince, returning the same, let me know: how it appeared so detailed to him that he feared whether the Mandharese would be willing to sign it and that they might depart again without doing so, adding that His Highness believed that a certain rough draft sent by him to me, without introduction or conclusion, would be sufficient to be signed by them; from which I could well perceive that the prince was again minded to thwart the matter. I therefore sent the same chief interpreter back thither with the first-mentioned document, to put to him in emphatic terms that I could not understand how His Highness came to raise difficulties about the signing before the Mandharese had seen the said deed, since it contained nothing other than what had been promised and agreed by them, whereas on the contrary the short draft could by no means stand, and that as far as their departure was concerned, it was surely within His Highness's power to prevent such. That for this reason I could not expect otherwise than that the signing would indeed follow if His Highness would only bring it about, though otherwise it was indifferent to me, since I had only too much reason to fear that the deduction of 4000 Spanish rixdollars agreed to by me for His Highness's sake would not be approved at all, or at least not well received, by Their Right Excellencies, and on the other hand I remained assured that if the matter should not proceed fully now, the Company in time would well know how to obtain a better satisfaction or find the means to secure its guarantee, and furthermore that I requested that all this might be put to the Mandharese, in case they should show themselves unwilling to sign, so that I could govern myself accordingly, since I then intended to do nothing more, but would notify Their Right Excellencies of the outcome of the negotiation. From Maccasser the 22nd October Anno 1774. Hereupon the chief interpreter reported to me in the afternoon that the King, under all sorts of irrelevant excuses, requested me to send him to court again tomorrow, when he would summon the Mandharese before him once more, having said among other things that they were liars, and that even if they were to sign the deed, they would afterwards still know how to find enough exceptions to evade payment, just as before when the pappoeangers of Bellanipa and Bangaij were dismissed because they had promised the same. Furthermore, he reported to me that His Highness had instructed him to inform me that the marriage of the crown prince Aroe Timoeroeng to the daughter of Aroe Ponre was shortly to be concluded. This morning I sent the chief interpreter Brugman, together with the Captain of the Malays and first envoy Daing Mandjarikie, again to the court of Bonij with the promissory note to the charge of the Mandharese, and instructed them on that account to put to the King and grandees of the realm, as well as the Mandharese, that I had sent them solely to ask whether the latter were prepared to sign the deed as it was. If yes, that I then requested to know from His Highness when I should send commissioners to be present thereat, and also wished to expect that they would not depart in the meantime, so as not to be openly mocked, and likewise, if the prince should declare that he could not prevent them, that I offered him my service thereto, or otherwise would provide for it myself. But in case the Mandharese should raise difficulties about signing, then to tell both them and the King and grandees of the realm, pointing out that the deed contains nothing other than what was fully orally promised and agreed, that I would now entirely desist from everything and intended to do nothing more than inform Their Right Excellencies of what had passed, as well as thanking His Highness on that account for what had been performed by him up to now, with the request to take no further trouble, and further to add in the hearing of the Mandharese that I did not doubt but the Company in time would well know how to obtain its guarantee, with further instructions to point out to the King in addition how extremely astonished I was at his declared apprehension that, notwithstanding.

Dutch transcription

107 Van Maccassser den 22:' October A=o 1774. van zijn hoogheijd. „voorens gezegde. of de mandhareesen de den keroon prins zal trou„ dien hoofde ook bereijd waaren voor dezelve in te staan. Donder dag 6: Niets Gepasseerd. vrijdag - - - z: de door mij ontworpene in het bouginees getranslateerde acte obli„ d' acte obligatoir aan den Gatoir wegens de door de mandhareesen aangenomen voldoening van 18000: rijxd=s spaans, voor de bark de vrijheijd deesen morgen door den eersten zen„ „deling Daing Mandjarekie ter resumtie aan den koning van bonij hebbende bedenkelijk antwoord Gesonden, zo liet den vorst mij onder te rug zending van dien, weeten: hoe hem deselve zo breedvoerig voorkwam, dat hij bedugt was, of de mandhareesen z' wel willen teekenen en zij zonder zulx te doen, niet weeder vertrecken zouden, on„ „der bij voeging hoe zijn hoogheijd vermeende dat zeeker door den zelven mij gezon„ „den voort opstel sonder inleijding of slot voldoende zoude weesen om door de„ „zelve geteekend te worden; waar uijt ik wel merken konde, dat den vorst weeder van sints was, de zaak te dwarsboomen des ik den selven oppertolk met het eerstgemelde schriftuur weeder derwaards zond, om denselven in na„ „drukkelijke termen voor te houden, dat ik niet begrijpen konde hoe zijn hoog„ „heijd over het teekenen swaerigheijd kwam te maken, voor dat de Mandharee„ „sen, de gedagte acte gezien hadden wijl er niet anders instond, dan het geene door dezelve was beloofd en toegezegt ter wijl daar en teegen het hort opstel ingeenen bestaan konde, en dat wat hun vertrek aan belangde, het immers maar aan zijn Hoogheijd stond sulx te beletten. Dat ik dioe halven niet anders verwagten konde, of de teekening zoude wel gevolg neemen als zijn hoogheijd zulx maar wilde bewerken, doog dat het mij andersints onverschillig was, wijl ik maar al te veel reeden hadde, bedugt, te weesen als de teekening nu miet dat de door mij om zijn hoogheijts wille geaccordeerde afslag van 4000: ld:s sp:s volgd, liet men van alles af door haar hoog Edelheedens gantsch niet zoude worden goedgekeurd, of ten minste wel opgenomen, en ik mij aan de andere kant als nog verseekert hield, dat wan„ „neer de zaak nu geen volkoomen voortgang mogt hebben, de Comp:e in der tijd wel een beeter voldoening zoude weeten te erlangen of middel te vinden, om aan haar Guarand te koomen, mitsgaders dat ik versogt, dat de mandhareesen dit alles mogte voorgehouden worden, ingevalle zij zig tot de teekening enwillig mog te betoonen om mij daar na te kunnen reguleeren, wijl ik dan niets meer meende te doen, maar van den uijtslag der onderhandeling aan haar hoog Edelheedens zoude ken„ nisse geeven. koning Gezonden. van Maccasser den 22:' october Ao 1774. — Hier op bragt mij den oppertolk des nademiddags tot rapport, dat de koning versoek den vorst onder allerleij niets ter zaake doende excusen mij liet vorsoeken, om hem morgen weeder ten hoove te zenden, wanneer hij de mand hareesen ander„ „maal bij zig, zoude ontbieden, hebbende onder anderen gezegt dat zij Leugenaars zegt dat d'acte niets waaren, en dat schoon zij die acte alteekenen mogten zijnaderhand nog Genoeg han helpen. exceptien zoude weeten te vinden om de betaling te ontwijken even als bevoorens toen de pappoeangers van bellanipa en bangaij waaren afgezet om dat zij desel„ „ve beloofd hadden. voorts berigten mij denselven nog hoe zijn hoogheijd hem gelast hadde, wij kennisse te geeven dat het huwelijk van den kroon prins Aroe Timoe„ „roeng met de dogter van Aroe ponre, eerlangde stond te worden geslooten. „ weg. — heeden morgen hebbe ik den oppertolk brugman neevens den Capitain der maleijers en eerste zendeling daing Mandjarikie weeder na het hof van Nogmaals laeten vragen bonij gezonden, met de acte obligatoir ten laste van de mandhareesen en acte willen teekene of niet hun diend weegen bevoolen aan den koning en rijksgrooten mitsgaders de man„ „dhareesen voor te houden, dat ik haar eenlijk gezonden hadde, om te vraegen of de laatstgemelde bereijd waeren, d'acte in diervoegen als z' was, te teekenen. zo Ja. dat ik dan versogt van zijn hoogheijd te weeten. wanneer ik gecommit„ „teerdens zoude zenden; om daar bij present te weesen. en teffens verwagten wilde, dat zij intusschen niet quamen te vertrecken, om niet opentlijk bespot te worden, zoo meede wanneer den vorst betuijgen mogte haar 't zelve niet te kunnen beleten, dat ik hem daar toe mijn dienst aanbood af anders er zelfs in voorsien zoude. — Maar in gevalle de mandhareesen swaerigheijd mogten maeken, om te teekenen, en als dan zo wel haar als de koning en rijksgrooten, onder voorhou„ „ding dat d'acte niet anders bevat als het geene volkoomen mondeling beloofden toegesegt is, te zeggen, dat ik als nu volstrekt van alles kwam afte zien en niets meer meende te doen dan haar hoog Edelheedens van het Gepasseerde onderhandeling van 't be„ kennisse te geeven, mitsgaders zijn Hoogheijd dierhalven liet bedanken voor het tot hier toe door hem verrigte, met versoeken sig geen verder moeijte te geeven, en voorts ten aanhooren van de mandhareesen 'er bij 't voegen dat ik niet twijffelde of de Comp:e zoude in der tijd wel beeter aan haar Guarand weeten te geraeken, met verdere last, om den koning nog daar en booven voor te houden hoe ik ten uijttersten verwonderd was, over zijn betuijgde bedugting dat niet see„ morgen weeder te zenden. Hier. „genstaande. —

NL-HaNA_1.04.02_3418_0578 view scan ↗

English

From Makassar, the 22nd October Anno 1774. From Makassar, the 22nd October Anno 1774. The said servants having subsequently returned brought me back the deed, communicating that everything had ended fruitlessly, giving in substance the following account: That upon their arrival at court, having found there all the grandees of the realm alongside the Mandharese, they had made known to the king that they were sent by me to request that the bond in question might be read out and explained to the Mandharese, and that it might subsequently be asked of them whether they were prepared to sign it; that having been ordered by the prince to do this themselves, they, after a fruitless protest against it, thought it best to comply with his desire and had done so; but that no answer being given by the Mandharese, the prince had addressed them with anger and asked: what do you say? That although they had thereupon twice affirmed that they would submit to his highness's pleasure, the prince, instead of simply telling them that they ought to sign, as the deputies immediately requested once more, whereby in their judgment the matter would also have been concluded, had on the contrary given the clearest evidence of being by no means inclined to do so, seeing that he had spoken against them with the utmost passion, just as if he wished to take the side of the Mandharese, saying that they meant not the deed but indeed the short draft, and that they would also sign that. That whatever effort they had made to convince his highness that the bond came to contain nothing more than what had in fact been verbally promised and pledged by the Mandharese, and thus agreed so far with the points in the draft, the latter being without introduction or conclusion and could not be called a deed; his highness, far from lending an ear to that, had once again repeated that the Mandharese did not wish to sign the deed itself, but indeed the short draft, and that he could therefore do nothing more. That they had countered him on this, stating how they were then ordered to thank his highness and the grandees of the realm for all that had been done up to now, and at the same time to request him not to take any further trouble, adding that I desired to know nothing more than that the signing would not follow, in order to be able to give notice thereof to their Right Excellencies, and how I had said in addition that the Company would well know how to obtain satisfaction; his highness, with greater passion than before and that in very loud words, so that it could be heard by all, had expressed how he had had the Mandharese come solely at the Company's request, and having also only on that account dunned them for the money, could or would do nothing more, but that he now withdrew himself from the entire affair and wished to have nothing more to do with it; without his having paid any regard to the affirmation made in the meantime by the Mandharese in reply to the deputies' statement that the Company would well know how to obtain satisfaction, namely how they, having submitted to his highness's pleasure, were still prepared to do so, indicating nevertheless that they now meant the short draft; notwithstanding the deputies had thereupon once again requested the prince that he please reconsider, and the Mandharese, being undoubtedly prepared for the one, would probably also sign the deed itself, seeing that he had replied thereto, that even though the Mandharese were to sign, one could nevertheless not believe them, because just as before they would afterwards pretend to have been deposed from their offices because of that pledge, just like the Pamboeangangs of Bellanipa and Madjene; which, the deputies taking up the word again, had made them counter him once more, that for that reason it had been all the more necessary to make the deed as binding as had been done; and further how I had ordered them, in regard to the statement of his Highness just cited, to express my utmost astonishment that he only now came forward with these his misgivings, because I would rather have seen him warn me earlier about it, as one could then have refrained from this entire negotiation. Sunday the 9th ditto. Nothing worthy of note occurred. Monday.

Dutch transcription

109 van Maccasser den 22:' October A:o 1774. van Maccasser Den 22:' October A:o 1774. — geloopen. „heijd schijnen. vorsten laatste uijtvlugt men van alles affiet: „genstaande de teekening ook al volgen mogte de voldoening egter zoude agter„ „blijven, en zulkes ter zaake kijddaar meede nu eerst te voorschijn kewam, wijl ik hadde verwagt dat hij mij deese zijne gedagten tijdiger zoude hebben g'openbaard en in welken Gevalle alle moeijte tot hier toe aangewend hadde kunnen bespaard alles is vrugteloos af„ de lemelde bediendens vervolgens gerevorteerd weesende bragten mij d' acte terug onder Communicatie dat alles vrugteloos was afgeloopen: doen de in substan„ „tie het volgende verhaal niet teegenstaande zij be„ dat zij bij hun komste ten hoven aldaar alle de rijkes grooten neevens de man„ „dhareesen gevonden hebbende aan den koning hadden te kennen Gegeeven, door mij gesonden te zijn, om te versoeken dat de bewuste obligatoire acte aan de Mandha„ reesen voor Geleesen en te verstaan gegeven, mitsgaders haar vervolgens afge„ „vraagd mogte worden off zij bereijd waaren dezelve te teekenen, dat hun door den vorst daar op gelast zijnde, zulks zelfs te doen, zij, na een vrugteloose protestatie daar teegen, best gedagt hadde zijn begeerte op te volgen en daar aan hadde voldaan, dog dat door de mandhareesen Geen antwoord gegeeven weesende, den vorst haar met een Gramstoorigheijd aan gesprooken en Gevraagd hadde: wat zegt sijlieden. dat schoon deselve daar op tot twee maalen betuijgd hadden zig zijn hoogheijd goedvinden te zullen onderwerpen, den vorst insteede van haar en keel te zeggen dat ze dan behoorden te teekenen:/ zo als zij gecommitteerdens aanstonds nog maals Maar de koning niet. hadden verzogt, waar meede de zaak hunnes oordeels ook zijn beslag zoude hebben erlangd :/ in teegendeel de duijdelijkes te blijken hadde gegeeven daar toe Geensints Gereijgd te weesen, Gemerkt: hij zig teegen haar met de uijtterste driftigheijd even als of hij der mandhareesen parthij wilde opvatten, gesegt hadden, dat z:' niet d'acte maar wel het kort opstel meenden en dat z' dat ook teekenen dat wat moeijte zij ook hadden aangewend, om zijn hoogheijd te over„ „tuijgen dat de acte obligatoir, niet meer kwam te bevatten dan het geen inder„ daad, mondeling door de mandhareesen beloofd en toegezegd was en dus in zoo verre met de poincten in het opstel over een stemde, het laatste als zonder inleijding of slot zijnde geen acte konde worden genaamd; zijn hoogheijd wel verre van daar aan, het oor te leenen alweeder hadde herhaald dat de mandhareesen d'acte selfs niet wilden teekenen maar wel kort opstel worden zoude. en dat hij dierhalven niets meer doen konde. dat zij denselven hier op te gemoet gevoerd hadden, hoe zij als dan gelast die voorgehouden word dat waaren, zijn hoogheijd en rijksgrooten te bedanken, voor alle het geene tot hier toe was verrigt en teffens te versoeken zig geen verdere moeijte te geeven onder bij voeging dat ik niets meer begeerde te weeten, dan dat de teekeening niet zoude volgen, om daar van aan haar hoog Edelheedens. kennisse te kun„ „men Geeven en hoe ik daar bij gezegt hadde dat de Comp:e wel voldoening zoude weeten t' erlangen, Hoogheijd zig met meerder drift dan te vooren en zulks in zeer luijde woorden, zo dat het door allen konde worden Gehoord, zijn brujsgen hoonende uijtgelaeten hadde, hoe hij de Mandhareesen en kel op 's Comp:s versoek laaten opkeoomen, en dezelve ook alleen uijt dien hoofde om het geld aan gemaand hebbende niets meerder konde of wilde doen, maar hij zig de Geheele zaak als nu ontrokd en daar meede niet meer te doen wilden hebben: sonder dat denselven: eenige reguard hadde Geslagen, op de inmiddens Gedaene betuijging door de man„ „dhareesen in antwoord van de Gecommitteerdens zeggen dat de Comp:e wel voldoe„ „ning zoude weeten te erlangen, namentlijk hoe zij zig zijn hoogheijds goed„ der mandharee sen an„ „vinden onderworpen hebbende daar toe als nog bereijd waaren, onder te keennen gewe nogthans, daze als nu het kort opstel meen den niet teegenstaande de becom„ „mitteerdens hier op nogmaals aan den verst versogt hadden, dat hij zig nader Geliefde nogmale ten tame te beden kem, en de Mandharen ongetwijffeld als tot het eene bereijd, de acte zelfs ook wel zouden teekenen, aangezien door denselven daar op was gerepliceerd, dat alhoewel de manehareesen al kewaamen te teekenen, men haar egter niet geloo„ „ven konde, wijl zij even als bevoorens naderhand zouden voorwenden, om die toe, en weederlegging van's zegging van hunne ampten te weesen, afgezet zo als de Pamboeangangs van Bellanipa en Madjene 't geen de Gecommitteerdens het woord weeder op vat„ „tende, hem ongmaals hadden doen te gemoet voeren, dat het uijt dien hoofde deste noodsaekelijker was geweest, om de acte zoo kragtig te maaken, als geschied was, en wijders hoe ik hun ten opzigten van het zoo eeven aangehaald zeggen van zijn Hoogheijd hadde Gelast, mijn uijtterste verwondering te betuijgen dat den zelven met deese zijne bedugting nu eerst te voorschijn quam, wijl ik liever hadde gezien dat hij mij vroegtijdiger daar omtrend hadde gewaarschuwd, al„ „soo dan van deesgeheele onderhandeling wel hadde kunnen worden afgezien Niets noteerens waardig voorgevallen. Zondag den 9:' d. o „dermalige betuijging. maandag. taal.

NL-HaNA_1.04.02_3418_0579 view scan ↗

English

From Maccasser, the 22nd of October Anno 1774. — From Maccasser, the 22nd of October Anno 1774. — In the Malay campong. Access requested for Tanette's queen and for Boni's realm grandees concerning the realm's debt. Tuesday the 11th grandees concerning the state of the realm. — Monday the 10th. The head interpreter Brugman reported how the Matua of the Wajo people, Lamadang, had informed him that he had been sent by the Ponggawa Datu Baringang to declare, in the name of the King of Boni, that the Bonians residing in the campong of the Malays would have to move to the Bugis campong; but that he, Brugman, had answered Samadang that it would be better if the Ponggawa, whenever such might be the ruler's order, addressed me directly, which Samadang accepted, adding that even the Wajo people would possibly not remain another year in the campong of the Bugis, whither they had settled upon His Highness's request, because the outrages of the Bonians, and especially the princes, were unbearable. Arrival of the Saleyerese. Thereafter appeared before me the regents of Saleyer, who arrived a few days ago with the usual working people, who, after having sat for a short while, departed again. Further, the Queen of Tanette had audience requested, which was granted for tomorrow morning at nine o'clock, as was also the audience requested in the afternoon for two grandees of the realm of Boni by the realm's regent, whither I had meanwhile sent the head interpreter to urge him regarding the repayment of the realm's debt; who, however, in response made a request to me once again, under all kinds of frivolous excuses, for a further delay, namely until the Tomilalang should have returned, who, he said, was expected shortly. — Visit of Tanette's queen. The Queen of Tanette having appeared before me in the morning at nine o'clock, declared merely to have come to inquire after my well-being, and that although she did have something to propose, she would postpone it to a further opportunity; from which I could at once deduce that she was trying to cut off from me the opportunity to confer with her about the matters, all the more so as she immediately requested to meet my wife and go to her, which also held me back from entering into a discourse of importance with her; but no less the indisposition of the Shahbandar Voll, he being the only one who can understand her due to her heavy pronunciation, in such manner as Her Highness also made known. But after she had gone inside, I seized the opportunity to place emphatically before the eyes of the realm's grandees she had brought with her, Aru Lipukasi and Daeng Masiki, the true state of Tanette with the causes thereof, and in particular the bad conduct of Aru Pantjana and Aru Pao-pao, to such extent that nothing other than the most disadvantageous consequences, and indeed for the queen, were to be foreseen; and that I therefore judged it extremely necessary that the collective realm's grandees should come to present this to Her Highness and urge her to take measures therein. But they both declared that this had already been undertaken multiple times by them and by others, but without the least result, since Her Highness, when in a good mood, indeed made promises without anything coming of it, but most of the time, as soon as anything of the sort was mentioned, at once lashed out uncommonly haughtily, saying that she knew very well that nothing else was intended than to harm Aru Pantjana, because they accused him of everything without reason. Whereupon, having admonished and recommended them to undertake this once again together with the other grandees at a good opportunity, and by earnestly presenting the consequences to Her Highness, to convince her that they grandees, far from wishing to harm Aru Pantjana, sought nothing other than his own welfare, together with that of Her Highness and of the realm, at the same time informing them that they were spurred on to this by me; they promised to put this into effect one of these days, adding that everything brought forward by me was not only fully grounded but also fully known to the ruler as well as to all Tanette grandees; that no one was more active for the welfare of Tanette as well as the queen and hers than the Company, and that they all had experienced the most convincing proof thereof during my presence, etc. She takes her leave and departs. — The queen having subsequently returned to us, she requested her leave and departed, showing the utmost satisfaction and not without reason, considering that she will certainly have thought that I would have spoken to her about what happened at Segeri, and indeed about her darling Aru Pantjana and Aru Pao-pao, with respect to both of whom I was told that she was said to have expressed how the Governor must have been told some lie or another by ill-disposed people.

Dutch transcription

van Maccasser den 22:' october A=o 1774. — van Maccasser den 22:' October A:o 1774. —. in de maleijtse Campon acces gevraagd voor Ta„ „nets koninginne en voor bonijs Eijkes Gjrnten om de rijks-schuld. dinsdag den 11:' „grooten over de toestand van het rijk. —. Maandag den 10. ' Rapporteerde den operbolk Brugman hoe den Matua der wadjoreesen Lama„ Naderboodschap van den, dang hem kennisse gegeven hadde, door den Pongauwe datoe Baringang Ge„ pongauwa over de bomieverson den te zijn, om uijt naam van den koning van bowij te declereeren dat de bo„ „niers in de Campong der maleijers woonagtig, na de bougineese Campong zon„ den hebben te verhuijsen, dog dat hij brugman aan Pamadang hadde G'antwoord hoe het beeter zoude weesen, dat den pangauwa, wanneer zulks 's vorsten ordre mogte zijn zig direct bij mij kwam te addresseeren, 't geen Samadang hadde aan„ „genomen, onder bij voeging dat zelfs de wadjoreesen, mogelijk geen Jaar langer inde Campong der bougineesen, werwaards zij zig op zijn hoogheijds begeerten hadden neerGezet, zouden blijven wijl de geweldenarijen van de baniers en bijsondere de princen onverdraagelijk waaren. opkomst van den saleijree„ Hier na verscheenen bij mij de Rengenten van saleijer voor weijnig dagen met het Gewoone werks volk opgekoomen, die na een korte poos gezeten te hebben, weeder vertrocken. voorts liet de koninginne van Tanette om acces versoeken, 't geen tee„ „gen morgen ochtend teegen Neegen uuren Geaccordeerd hebben, en zo meede het des nademiddags insgelijks gevraagd acces voor twee rijksgrooten van bonij door den rijksbestierder, werwaarts ik intusschen den oppertolk ge„ „zonden hadde, om denselven aan te maanen, om d' aflassing van de rijksproo„ vrugteloose aanmaning, schuld dog den welken mij in antwoord alweeder, onder aller bij frivoole uijtvlugten, om nader uijtstel deed verzoeken, en wel tot dat den Tomila„ „lang zoude weesen gereverteerd, die hij gezegt hadde, dat binnen korten ver„ „wagt wierd: —. De koninginne van Janette des voor de middags ten neegen uuren visite van Tanets honingin bij mij verscheenen weesende, betuijgd eenlijk maar gekoomen te zijn, om na mijne welstand te verneemen, en dat schoon zij wel iets voor te draa„ „gen hadde zij het zelve tot een nader Geleegentheijd zoude uijtstellen, waar uijt ik ten eersten konde opmaeken, dat ze mij, ook de Geleegendheijd trag„ „te afte snijden, om haar over desaaken te onderhouden, te meer z aanstonds versogt, om mijn huijsvrouw te ontmoeten, en bij haar te gaan, 't geen mij ook te rug hield, om niet haar in een discours van belang te koomen dog niet minder d' indispositie van den sjaband haar voll, als d' eenigste zijnde welke haar mits haar swaare uijt spraak verstaan kan, in voegen haar hoogheijd ook te kennen Gaf, dog nadat zij na binnen was gegaan, nan Gesprek met haare Eijke ik d' Occagie waar, haare meede gebragte Rijkes grooten Aroe Liepoe„ kassie en dain Masiki in na drukekelijke teremen, voor oogen te stellen de waarde toestand van Tanette met d'oorsaaken van dien en in 't bij sonder de slegte bedrijven van aroe Pantjana en aroe pao- pao in zoo verre dat 'er niet anders dan d' allernadeeligste Gevolgen en wel voor de koning in uijt te voorsien waaren, en hoe ik dierhalven ten uijtterste noodsakelijk oordeel„ „de dat de Gecamentlijke RijksGrooten haar hoogheijd zulks kewamen voor„ te houden, en haar aan te zetten om daar in te voorsien, dog zij verklaar„ „den beijden dat dit reets meermalen door haar en door anderen ondernoomen was, maar sonder eenige de minste vrugt, gemaakt haar hoogheijd, in een goede luijm zijnde, wel toezegging deed, sonder dat 'er iets van kwam dog meesten tijds, zo dra daar van maar iets wierd opgehaald, ten eersten ongemeenheerig uijtvoer, zeggende dat zij zeer wel wist, dat 'er niet an„ „ders bedoeld wierd, dan om aroe Pantjana te benadeelen, wijl men hem, van alles sonder reeden beschuldigde. waar op ik haar vermaand en Gerecommandeerd hebbende, om neevens, d'andere Grooten bij een Goede geleegentheijd zulks nog eens te onderneemen en haar hoogheijds met ernst de gevolgen voor oogen stellende, te overtuijgen; hoe zij grooten, wel verre van Aroe Pantjana te willen benadeelen, niets an„ „ders dan zijn eijgen welweesen, neevens dat van haar hoogheijd en van het rijk zogten, haar teffens bedeelende, dat zij hier toe door mijne waare aan„ „gespoord, zo beloofden zij het een en ander eerstdaags werkstellig te zullen maken, onder bijvoeging dat alle het door mij gebragte niet alleen vol„ koomen gegrond maar ook de vorstin zo wel als aan alle Janetse Grooten ten vollen bekend was, dat niemand meerder voor den welstand van Ten„ „netta mitsgaders de koninginne en de haeren werksaam was, dan de Comp:e en dat zij allen, daar van Geduurende mijn aanweesen, d' overtuij„ „gens te blijken hadden ondervonden Enlz:t De koninginne vervolgens weeder bij ons gekoomen zijnde, zo ver, zij neemt afschijt en „zogt haar afscheijd, en vertrok, onder betooning van het uijtterste Genoe vertrekt. —. „gen en niet zonder reeden, gemerkt zij zeeker sal gedagt hebben, dat ik haar over het gepasseerde op sagerij zoude hebben onderhouden, en wel over haaren lieveling Aroe pantjana en Aroe Pao. Pao, ten opsigte van wel„ „kee beijde mij gesegt wierd, dat ze zig zoude hebben uijtgelaeten hoeden Gouverneur door kwaad Gesinden luijden d'een of andere leugen moeste kassie. zijn. „sen 111

NL-HaNA_1.04.02_3418_0580 view scan ↗

English

from Maccasser the 22nd October Anno 1724. from Maccasser the 22nd October Anno 1724. Grandees points, for the arrangement granted to the prince of Goa. whether the Mandharese can he sends to request me for represented. been persuaded why he had not been with so much armed folk at Segeri, since he indeed had nothing to fear from whomsoever it might be on Maccasser, etcetera. arrival of the grandees of the realm of Boni. Hereafter came Aroe Tanette Malolo and the Gallarrang of Bontualacq, who said they had been expressly sent to inquire on behalf of the King and Regent of Boni whether the letter had yet been drafted for Their High Nobilities, for the preparation of which I had offered the prince my assistance, to which I gave as answer: that I was already waiting for His Highness to send me the received letter from Their High Nobilities with a short statement of what His Highness desired to have answered in reply, adding that I could not know this except in so far as it concerned not sending envoys, nothing more; as I could well perceive that this embassy had an entirely different objective, namely: to sound me out on the matter with the Mandharese, whereupon having said they would present my answer to the king, they departed after taking some refreshments. Wednesday the 12th. The King of Boni, through his interpreter, requested an audience with me for two commissioners, which I granted around half past ten o'clock. to come further with the Whereupon there appeared before me Aroe Gedjong and the Gallarrang of Bontualacq, handing over to me in the prince's name a short draft or concept for a letter to Their High Nobilities, with the request that the same might be put into proper order, which I promised His Highness, after which they took their leave and departed. A pass to Semo Lemo. Furthermore, at the request of the King of Goa, I granted a pass to Semo Lemo, situated in the southern province, for an inland vessel for the purchase of local provisions. Thursday the 13th. The King of Boni had me asked by his interpreter whether he should let the Mandharese depart, to which I gave as answer that since they had not wanted to sign the act, I now had nothing more to do with them, and therefore it depended solely on His Highness. The prince of Boni asks whether to let the Mandharese depart. Monday the 17th. In the forenoon there came to me Aroe Patjeroe and the Gallarrang of Bontualacq, bringing back the letter properly sealed, with a request in the prince's name to provide the same with an address, which I promised, the letter is brought back to me properly sealed with request for an address for the same. Yet in the afternoon, having sent the envoy Daeng Mandjareki to His Highness with a message concerning the letter to be sent by the chief to Their High Nobilities, he reported upon his return to me that the prince, in the hearing of the Mandharese whom he had found there, had ordered him with a message containing in substance: Tell the Governor, my brother, that I have told the Mandharese to consider well what they should do, and the consequences that might arise from the matter, and that they must know how the Company and Boni, being as brothers, cannot be separated from one another. and what he had told them. I sent the under-interpreter Blij to the King of Boni with the letter to be sent by His Highness to Their High Nobilities, put in order by me, which the prince requested me to have translated into Malay, which I promised. the letter for Batavia to be translated into Malay. Saturday the 15th. Nothing noteworthy occurred. In the morning I sent the letter translated into Malay, mentioned above, through the under-interpreter Blij to the King of Boni, who sent his thanks to me for it and subsequently requested access for commissioners, which being granted, there came the same thus sent to the King of Boni. sent. 113

Dutch transcription

van Maccasser den 22:' october A:o 174. van Maccasser den 22:' October A=o 1724. Grooten poincten, ter inrichtingj „leend aan Gos vorst. of de mandhaeren kunnen hij laat mij versoeken om voorgehouden. zijn wijs gemaakt, waerom hij niet zo veel gewapen de volk op sagerij was geweest, daar denselven inrmoas niets te vreesen hadde van wien het op Maccasser ook zijn mogte Ensz:t komst van bonijs rijks„ Hier na Ewaemen Aroe Tenetta Malolo en den Glarrang van bontualacg, zo ze zeijden en keel gesonden te zijn, om uijt naam van den koning en Rijksbestierder van bonij om te verneemen of de briefal om te daan hoven de zelvens nogte ingesteld weesen voor haar hoog Edelheedens, ter vervaardiging van dewelke ik den vorst mijne hulpe hadde, aangeboden, waar op ik en veel antwoord gaf: reets op zijn hoogheijd te wagten, ten eijnde mij de ontfangene van haar hoog Edelheedens te zenden met een keorte opgave van het geene zijn hoogheijd daar op begeerde Gerescribeerd te hebben, onder bijvoeging zulx niet te kunnen weeten, dan voor zoo verre het niet zenden van Gesanten betrof, sonder meer: als wel kunnende beseffen dat deese besendeling een Geheel andere doelwit hadde, namentlijk: om mij over de zaak met de mand hareesen uijt te hooren, waar op zij gesegt hebbende, mijn antwoord aan den koning te zullen voordragen, na het Ge„ bruijk van eenige refarichementen vertrocken.— woensdag den 12:' Piet de koning van bonij, door zijn tolke passeerde belet bij mij vra„ z koomen verder mat de gen voor twee Gecommitteerdens, het welk heegen helff Elff uuren f'ac„ „cordeerd hebbe. waar op dan ook bij mij verschijnen Aroe Gedjong en den Glaraang van Bontualacq, mij uijt s' vorsten naam overhandigende, een kort opstel of Concept tot een brief aan haar hoog Edelheedens, met versoek dat deselve in behoorlijk ordre mogt worden gebragt, 't welk ik zijn hoogheijd hebbe laeten toe zeggen, waar na zij hun afscheijd naamen en vertrocken. Een pas na lima semo der, voorts hebbe ik aan den koning van Goa op desselfs versoek een pas ver„ „leend na Semo Lemo, in de zuijder provintie Geleegen, voor een beleen vaartuijg ter inkoop van beleenigheeden: Donderdag den 13:' Liet de koning van bonij mij door zijn tolk vragen, of hij de mandha„ borijs vorst laat vragen, reesen zoude laeten vertrecken, waar op ik ten antwoord gaf dat de vermits zij d'acte niet hebbende willen teekenen, ik als nu niet meer met haar te doen hadde, en het dierhalven alleen. aan zijn hoogheijd stond, Dog des na demiddags den sendeling Daing Mandjareki bij zijn hoogheijd Des voor de middags bij mij Aroe Patjeroe maardag den 17:' en Glarrang Bontualacq de missive behoorlijk geslooten terug word wij te rug gebragt brengende, niet versoek uijt 't vorsten naam om deselve addresse te verleenen, het welk ik hebbe toege„ met verssoek om addresse gesonden hebbende, met een boodschap betreffende verste zendene brief door„ het hoofd an haar hoog Edelheedens zo relateerde den selven bij mij retour dat den vorst hem ten aanhooren, van de mandhareesen en wat hij haar hadde welke hij aldaar hadde Gevonden, gelast hadde, met eenbodschap be„ „helsende in substantie. zegt aan den Gouverneur mijn broeder dat ik de mandharasen aangezegt hebbe, zig wel te bedenken, wat zij doen moesten, en op de gevol„ „gen die uijt de zaak mogelijk zoude ontstaan en dat zij moesten weeten, hoe de Compagnie en bonij als broeders zijnde, niet van elkanderen kon„ „nen worden Gesepareerd. Hebbe ik den ondertolk blij naar den koning van bonij gesonden met de door zijn hoogheijd aftesendene brief aan haar hoog Edelheedens de brief voor batavia in door mij in ordre Gebragt, dewelke den vorst mij deed versoeken omze 't moleijds te Translateeren in het maleijts te doen translateeren, 't geen toegezagt hebbe. Zatuurdag den 15:e viel niets noteerens waardig voor: zond ik des morgens de op het maleijds getranslateerde brief hier dezelve zoodanig aan den boven vermeld, door den ondertolk blij aan den koning aan bonij die zelven gezonden. mij daar voor liet bedanken en vervolgens acces deed versoeken voor gecommitteerdens 't geen geaccordeerd. zijnde zo kwa„ gesonden. van dezelve. —. vertrecken. zegt „men op. 113

NL-HaNA_1.04.02_3418_0581 view scan ↗

English

from Maccasser, 22 October Anno 1724. Tuesday the 18th and Wednesday the 19th nothing occurred. Agreed. Was signed: I:k J=t voll Report made at the Secretariat of Police at Maccasser, by the Chinese resident here, Ian kinko, who returned 5 to 6 days ago as a passenger from Loewoe. The aforesaid narrator relates, through the translation of the Lieutenant of the Chinese Nation, Ian Sokko, that in August of the past year, he departed with a vessel and provided with a pass to the Bugis, or rather to Loewoe, with some merchandise, together with his brother Ian kimhoaij and another Chinese named Tantonhoet. That a month or two thereafter, a Chinese barber from here named Njo sienko had also arrived there, at which time he, the declarant, had already departed from Loewoe, leaving behind his aforesaid brother Ian kimkoaij because their merchandise had not yet all been sold. That he, the declarant, calling at Boelecomba and Saleijer on his return, learned at the first-mentioned place that his brother had been murdered in a treacherous manner in Loewoe by the aforementioned barber, having been stabbed from behind by the same while chopping wood. That he, the declarant, arrived here from Boelecomba and departed again for Loewoe as a passenger on a vessel belonging to an Inlander here in the month of April last, in order to obtain thorough information about this matter; whereupon he was fully informed and assured there of the truth of this murder of his brother by a Chinese living there named Ian toenko and the aforementioned Tantonhout, who also recounted to him that his brother's goods, to the value of about six hundred Spanish rixdollars, were likewise seized by the murderer and likely partitioned among several other Chinese living there. Thus done and related at Maccasser in Castle Rotterdam on 31 May Anno 1774, in the presence of Jan Dirk van Clootwijk and Hendrik Wevers, clerks required as witnesses for this purpose, who duly signed the minute of this together with the narrator, me, the First Sworn Clerk, as well as the aforesaid Lieutenant of the Chinese Nation for the translation. Which I attest. Was signed: G: Breemer, First Sworn Clerk. Agreed. Was signed: P= C=n voll, Sworn Clerk. 44 6 Translation of a Buginese document written by the King of Bonij to Datoe Loewoe, reading as follows. After ordinary greeting. I hereby expressly make known to my son that the Lord Governor has sent an envoy to me, and made known that a Chinese has been murdered on the land of Loewoe by one of his companions, which murderer is demanded by the Lord Governor together with all the others who are still to be found there, as well as the goods of the deceased. Therefore you, my son, are earnestly recommended to comply with the desire of the Lord Governor, to have the demanded person arrested at once and sent over here, so that Loewoe may not be subject to a heavy accountability. Translation written by the King of Bonij to a certain Poeanna potto, being the counterpart of that which was written by His Highness to Datoe Loewoo, however with this following addition: After the receipt of this, betake yourself at once to Datoe Loewoe, whom you shall most earnestly recommend that he must at once hand over the demanded Chinese to this my envoy, so that the same may be brought over here as soon as possible. Item, I do not need to tell you that there are many people who strive for the ruin of the land; therefore I recommend you to fulfill this, so that the land may not be subject to a heavy accountability. Signed for the translation: G:s Brugman. F=k J=k voll, Sworn Clerk. After

Dutch transcription

van Maccasser, den 22:' October A.o 1724. — Dinsdag den 18: en woensdag den 19. is niets voor Gevallen. /:onderstond:/ Accordeerd /:was Getekend:/ I:k J=t voll belaas. Den Relatant voornoemt Relateerd onder vertaaling van den Luijtenant der Chineese Natie Ian Sokko, dat hij in 't voorleeden Jaar in de maand augustus neevens zijnen broeder Ian kimhoaij, en nog een Chinees met naame Tantonhoet, met een vaartuijg en van een pas voor„ zien naar de boegis of eijgentlijk na Loewoe met eenige negotie vertrok„ „ken is Dat Een maand of twee hier na, ook aldaar was aangekoomen een Chineese baartscheerder van hier genaamt Njo sienko, wanneer hij Comparant bereeds, van Lawoe, vertrokken was, met terug lating van zijnent broeder Iankimkoaij voornoemd, om de wille hunne Negotie nog met alle van de hand gezet was. dat hij Comparant te Boelecomba en saleijer in zijn retour aangierende, op de eerst gemelde plaats vernomen had, dat zijn broeder door opgemelde baartscheerder in soewoe op eene verradelijke vrrijze vermoord Geworden was, als zijnde door Denselven onder het hout kappen, van agteren doorstooken. dat hij Comparant van boelecomba herwaards aangekoomen en wederom in de maand april jongstleeden, als passagier met een vaartuijg van een Janlander alhier, naar Loewoe vertrokken was, om van deeze zaake grondig onderricht te bekoomen wanneer hij aldaar van de waarheijd de zeer moord aan zijnen broeder ten vollen was geinformeert en verseekert gewor„ „den, door een aldaar woonagtige Chinees Genaamt Ian toenko en voornoemde Tantonhout, welke hem teffens hadden verhaalt. dat de goederen van zijnen broeder ter waardij van Circa ses hondert rijxd:s spaans, door den moorde„ „naar almeede waren aan geslagen en denkelijk onder meer andere aldaar woonende Chineesen Gepartageert /:onderstond:/. Aldus Gedaan en Gerelateerd tot maccasser in 't Casteel Rotter„ „dam den 31:e Maij A:o 1774. ter presentie van Jan Dirk van Clootwijk en Hendrik wevers Clercquen als Getuijgen hier toe Gerequireert, die de minute deeses neevens den relatant en mij Eerst geswooren Clercq van Politie te Maccasser, door den voor 5. â 6. daagen van Loewoe als pas„ „sagier Geretourneerden Chinees en In„ „woonder alhier Ian kinko. Relaas Gedaan ter Secretarije mitsgad:s Gestre. Clercq 113 mitsgaders den Lieutenant der Chineese natie voornoemd, voor de vertaling behoelijk hebben onderteekend /:Lager:/ quod Attestor /:was getekend:/ G: Breemer E: g: Clercq. Accordeerd /:was getekend:/ P= C=n voll gesn: Clercq: 44 6 Trancslaat boegineese Geschrift Geschreeven Door den koning van Banij aan Datoe Loewoe Luijdende als volgt. Na ordinair begroeting. Zoo maake bij dese Expresselijk aan mijn zoon bekend, dat den heer Gouverneur een sendeling bij mij heeft gesonden, en bekend ge„ „maakt dat 'er een Chinees door een zijner macker op het Land van Loewoe, vermooet is geworden, welke moordenaar door den heere Gou„ „verneur word op g'eijscht neevens alle de andere die daar nog te vinden zijn, gelijk meede de Goederen van dien neer Geleijde oversulx werd uE: mijn zoon ernstig Gerecommandeert, aan de begeerte van den heer Gouverneur te voldoen, om den Gerequireerde ten eersten te laaten opvatten en herwaards over te senden op dat het Loewoe niet aan een swaare verantwoording onder herig zijn. Translaat Geschreeven door den koning van bonij aan zeekere Poeanna potto, zijnde de wedergade dewelke door zijn hoogheijd aan Datoe Loewoo is Ge„ „schreeven egter met deese onderstaan„ „de bijvoegsel Na den Ontfangst deeses vervoegd uE: dog ten Eersten bij datoe Loewoe, wien uE: op het ernstigst zult recommandeeren, dat hij ten Eersten de Gerequireerde Chineesen aan diese mijne zendeling moet overgeven ten eijn„ „de denselven ten spoedigsten herwaards overgebragt te werden ItE behoeve uE: niet te zeggen, dat 'er veele menschen zijn die na het verderff van het Land tragt, derhalven recommandeere uE: daar aan te voldoen op dat het land aan een swaare verantwoording niet onder heevig zijn /:onderstond:/ voor d' Translatie geteekend: G:s Brugman /:onderstond:/ F=k J=k voll Gesw:Clercq. Na

NL-HaNA_1.04.02_3418_0583 view scan ↗

English

Maccasser. Inform my old brother the Sjabandhaer that the Joeroetulis has been murdered here, whereupon the watchmen along with Sommo Siang came to make this known to me: and immediately I also applied my utmost endeavor to search for the murderer, just as the real perpetrator has also been apprehended, and I would have sent him directly to Maccasser, but Sommo Siang very urgently requested me that this murderer might not be brought in person to the resident at Maros, and wishing not to refuse his request, they departed yesterday evening together with my messenger. Below stood: For the translation, signed: G: Brugman. Lower: Agrees, was signed: F=k P=t Voll, sworn clerk. Translation of Bugis writing written by the former Pongouwa to the Malay Jntje Sadolla, reading as follows. I take the liberty herewith to make known to Your Right Honourable that after I left Maccasser on the 9th of May and arrived safely here on the 22nd thereafter, I learned that the king of Dompo already passed away on the 10th of April: whose death the scribe made known to Your Right Honourable by letter of the 11th of the previous month. While this serves only for communication to Your Right Honourable that the collective grandees of Dompo made known to us through an envoy on the 7th of this month that they were inclined to choose the Toerelie Hoe, eldest son of the deceased king, as the closest and most legitimate heir to the crown, subject to the favorable approval of Your Right Honourable, as their king. I hope to betake myself thither in person within four days in order to attend this personal installation according to custom, while postponing the reply to Your Right Honourable's esteemed letter of the 9th of the past month until a further opportunity on account of some indisposition. To the king of Salemparang, the favorable Waijamtaga, I shall cause the two letters to be delivered upon my return from Dompo by Corporal Carel Leverff, and likewise bring into execution the negotiation with that monarch in such manner as Your Right Honourable was pleased to instruct me, and Right Honourable Sir! To the Right Honourable Sir Paulus Godofridus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. Letter. 121 Letter for Sumbawa's monarch I have forwarded. Wherewith taking the liberty to subscribe myself with all submission. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable's faithfully bound servant, was signed: A: Lecerff. In the margin: Bima in the villages at Sepe, the 22nd of June 1774. Below stood: Agrees, was signed: L:k S=t Voll, sworn clerk. Since I receive report that the Wadjorese intend to wage war against Tsinrona, Bonij, and Timoerong, which appears to us the more credible because the Tomilalang himself is about to depart for the interior, I wished not only to be informed somewhat more closely of the circumstances of the matters and who it actually is that seek to do such, but also that you could persuade them through amicable advice to desist therefrom, representing to them that the Company might easily intervene; which I expect no less from your loyalty shown hitherto toward the Company and Bonij, and from your zeal for maintaining friendship between those two and Soping, than that the same shall at least for now keep out of the fray, in order if possible to prevent a formal war that might arise through premature movements, and which otherwise in my judgment is not yet to be feared; while should the same nevertheless happen against my wish and hope, the parties who have been inclined toward peace may expect the blessing of heaven upon the weapons which they shall be compelled to take up. Please send me an answer as speedily as possible, along with reports from time to time of whatever might occur, and be assured that your esteem and reputation with the Company will increase more and more, and that you will never fare ill in following this advice of mine and in the observance of Soping. After the usual compliments. To the Toenlipoeb:

Dutch transcription

Maccasser. Maak mijnen ouden broeder den Sjabandhaer bekent dat den Ioeroelblies alhier vermoord is geworden, waar op de wagt„ „houders neevens sommo siang mij zulx heeft koomen bekent maeken: en ten eerste ook mijn uijtterste devoir hebbe aan gewend na de moordenaar te soeken, gelijk ook den legten dader heeft gekree„ „gen, en zoude denselven direct naar Maccasser op gesonden hebbe maar ommo siang heeft mij zeer instantig versogt, om die moordenaar, in persoon bij den resident op maros niet te moogen brengen, en hebbe zulx zijn versoek niet wilde weijgeren die nee„ vens mijn zendeling Gisteren wond vertrocken zijn /:onderstond:/ voor de translatie /:geteekend:/ G: Brugman /:Lager accordeerd /:was Getekend:/ F=k P=t voll Gesw: Clericq. — Translaat boegineese Geschrift Geschreeven door den Geweesene Pon„ „Gouwa aan den maleijer Jntje Sadolla luijdende als volgt. Bij deesen de vrijheijd gebruijken uwel Edele agtb=s bekend te maaken, dat, Na ik op den 9:' meij maccasser heb verlaaten, op den 22=e daar aan alhier behouden ben g'arriveerd, vernam ik dat den koning van Dompo reeds op den 10. april overleeden is: welker dood den scriba bij brief van den 11:e der voorige maand uwel Edele Agtb:r heeft bekend gemaakt, Terwijl deese alleenlijk uwel Edele Aigtb:s ter Communicatie dienende, dat de Gezamentlijke Grooten van dompo op den 7:' deeser, door Een Gesant wij hebben doen bekend maeken datse Geneegen waaren den Toerelie Hoe, oudste zoon van den over„ leeden koning, als de naaste en wettigste tot de keroon op de Gunstige approbatie van uwelEd=e Agtb: tot hunne koning te willen ver„ kiesen, IE hoope binnen vier daagen in persoon naar derwaarts te begeeven, om na volgens gewoonte deese p:l aanstelling bij te woonen terwijl ter beantwoording van u wel Edele hoog agtb:s Geachte Letteren van den 9:' der voor leeden maand mits door Eenige ontstentenis tot nader geleegendheijd uijtstellen. Aan den koning van Salemparang Gunstige waijam„ „taga, zal ik bij te rug komst van de onpo„ de twee brieven doen ter hand stellen door den Corporaal Carel Leverff, teffens de onder„ handeling met dien vorst ter uijtvoer te brengen, zoodanig als uwel Edele Agtb:s mij heeft gelieven te onderneemen ende wel Edele Agtbaare Heer! Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Paulus Godofridus van der voort Gouverneur en directeur ter Custe Celebes. Aan brief. 121 brief voor sumbawas vorst, heb ik toegezonden. waar meede de vrijheijd gebruijken mij met alle onderda„ „nigheijd te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele Agtb:e Heer /:Lager:/ uwel Ed=e agtb:s trouw schuldige dienaar /:was Geteekend:/ A: Lecerff, in margine, Bima in de negorijen tot sepe, den 22:' Iunij 1774: — /: onderstond:/ Accordeerd /: was Getee„ „kend:/ L:k S=t voll Gesn: Clercq. wijl mij bericht voord, dat de wadjoreesen voornee„ „mens zouden zijn Tsinrona Bonij en Timoerong te b'orloogen 't welke wij t' aanneemelijker voorkedmt ter zaake den Tomilalang zelf„ na de binnen landen staat te vertrecken, zo wenschte ik niet alleen wel wat nader te worden g'informeert van d' omstandigheijd der zaa„ „ken en wie het eijgentlijk zijn, die zulks tragten te doen, maar ook dat uw: haar door minnelijke raad geevingen konde persuadeeren, om daar van af te zien, haar doen de voorhouden dat de Comp:e lichtelijk tusschen beijde zoude kunnen komen, 't geen ik van uwe tot hier betoonde trou„ „we, voor de Comp:e en bonij en van uwen iever, tot onderhouding van vriendschap tusschen die beijde en soping niet minder verwagte, als dat denselven zig ten minste voor eerst buijten het spelhouden sal, om des mogelijk aen formeelen oorlog voor te koomen die 'er door te voor„ baarige beweegingen zoude kunnen ontstaan, en andersints mijnes dun„ „kens nog niet te deugten is, terwijl het zelve egter teegen mijnen wensch en hoope gebeurende, de parthijen die tot den vreede geneijgd zijn geweest den zeegen des hemels te verwagten hebben over de waapenen welke Z. Genoodsaakt zullen zijn op te vatten, lieft mij soo spoedig mogelijk antwoord mitsgaders van het geene 'er mogt voorvallen telkens be„ „zicht te zenden, en verzeekert te zijn dat uwe achting en reputatie bij de Comp:e meer en meer vermeerderen en uwe nimmer quelijk vaaren zal, bij het opvolgen van deese mijnen raad en in 't betragten van Soping Na Gewoone Clomplimenten. Aan den Toenlipoeb: Aan. van./

NL-HaNA_1.04.02_3418_0585 view scan ↗

English

123 of unity and peace: to which may God grant his blessing. Below stood: Written at Maros in the Negorij Soerojirang the 20th of August 1774. Was signed: P. G. van der voort. Lower: Agreed, was signed F. K. O. R. Voll, Sworn Clerk. After the ordinary compliments and greetings! I hereby inform the Lord Governor that I have duly received his letter and understood its contents well, stating that the Wadjorese intend to wage war against Timoeroeng and Tjieurana, which I testify to be the truth, and that the aforementioned two districts belong to Wadjo, yet I have heard nothing from Boni's side, but learned the above cited reports from Soeroe Soping, whom I had previously found when sent to complain to Tjankoeridia regarding one of my horses, which was stabbed to death at the Negorij Lwoe, and who upon his return reported to me: that this was told to him by Tjankoeridia himself, and also that an emissary on behalf of Boni came to notify Wadjo that Boni would not tolerate anyone, whoever it might be, having command over half of Belawa, Gillirang. The private discussions among the minor Wadjorese kings concerning this message from Boni: what reason does Boni have to forbid us what legally belongs to us and to not allow us to rule over it, for surely it is at our discretion to govern it as we see fit, because Tjinrana, Timoerang, and up to Maroeloe Watoe also belong to Wadjo, and when we come to demand these lands from Boni, they do not want to hand them over to us, but let us now wait, and if Boni does not want to commence war against us, then we shall do so. These words were spoken by Arou Betting, which were also assented to by all the other Wadjorese, upon which Pillas expressed himself to Arou Betting: if Your Honor sees fit to send me to Tjinrana to take possession of it, then please just order it, yet the collected Wadjorese say these are still only private discussions, however we shall take a further decision on this and give communication thereof to Boni, and finally they came to a decision and have already given notice thereof to Aroe Tanette, who had served as an answer that he is only placed here as an overseer, but will give notice of this to the King of Boni and that the answer will certainly be communicated to them. Upon this, Arou Tenette dispatched an emissary to Makassar. Translation of Buginese letter written by Poenlipoe E. of Soping to the Lord Governor, reading as follows: 123 That the Lord Governor pleases to recommend to me to keep out of the fray for the present, as a formal war is to be expected, and that I must not be hasty in meddling in such perilous matters, and that the Lord Governor further pleases to say that as long as I observe the advice given, my esteem and reputation with the Honorable Company will increase more and more; I testify in my conscience that I shall never reject the good counsel of the Lord Governor, but always accept it with respect and clarity and abide by it, and even if the Wadjorese offered me to be Arou Matoa in Wadjo, and that I should break the oath and duty which my ancestors made to the Honorable Company, I could never proceed to do so, because Boni and Soping became free men solely through the agency and favor of the Honorable Company, which made them together sweet and agreeable, and that this was also recommended by our ancestors, never ever to break the oath. Translation. That the rumors run here that the Wadjorese were preparing for a war was generally said here, yet however one does not know to say the end of this matter. Below stood: Written in the country Lampho on the 15th of the month Joemabel Achier or the 23rd of August Anno 1724. Lower: For the translation, was signed: G. T. Brugman, Honorable Sworn Interpreter. Below stood: Agreed, I. K. I. St. Voll, Sworn Clerk.

Dutch transcription

123 van de Eenigheijd en vreede: waar toe God uwe zijnen zeegen verleene /:onderstond:/ Geschreeven te maros op de Negorij Soerojirang den 20: augustus 1774. /:was geteekend:/ P: G: van der voort. /:Lager:/ Accordeerd /: was getekend f=k O=r voll Gesu: Clercq. Na de ordinaire Complimenten en begroeting en! Soo maake bij deesen aan den heer Gouverneur bekeend, dat ik hoogst derselver brief wel ontfangen, en den inhoud van dien wel verstaan hebben, dat de wadjoreesen van voorneemens zoude zijn Timoeroeng en Tjieurana te bevoorlogen 't welke betuijge de waar„ „heijd te weesen, en dat gemelde twee landschappen wadjo zijn toebe„ „hoorende, dog hebbe van bonijs weegen egjter niets gehoord, maar die hier booven aangehaalde berigten, van soeroe soping vernomen, die ik bevoorens aien tjankoeridia ter doleering over een mijner paar„ „den, dewelke op de Negorij Lwoe, is doot gestooken, gevonden had, en welker bij te rug komst mij rapporteerde: dat hem zulx door Tjan„ koeridia selver gesegt is, en ook aen sendeling van bonijs weegen, wad jo heeft koomen aanzeggen, dat bonij niet wilde gedoogen 'er iemand, wie het ook zoude weezen, over het halve belawa, Gillirang ngan zal hebben te gebieden. De particuliere discoursen onder de wadjoreesen koningtjes over deese boodschap van bomij wat reeden heeft bonij, dog om ons 't geene, ons wettelijk is toebehoorende te verbieden en om over deselve niet te moogen keerschen, immers staat het in onse goed„ dunkens deselve te regeeren zoodanig als het uijtvallen wilden, want Tjinrana timoerang, en tot op Maroeloe watoe hoort wadjo immers ook toe, en wanneer wij deese Landen van bonij komen Translaat boegineese brief Geschreeven door Poenlipoe E: van Soping aan den Heer Gouverneur; Luijdende als. op te. _. 123 op te eijsschen, wil deselve ons niet overgeeven, maar laat wij nu afwagten, en soo wanneer bonij geen oorlog teegens ons wilde aan„ vangen, soo zullen wij 't doen. deese woorden heeft Arou betting gesprooken, die door alle andere wadjoreesen, ook zijn toegestemd waar op pillas zig teegens Arou Betting heeft uijtgelaaten, in„ „dien uE: komt goed te vinden om mij na Tjinrana te senden Om het selve in possessie te neemen, zoo gelieft maar te ordonneeren dog de gezamentlijke wasjoreesen seggen dit zijn nog maar par„ „ticuliere discourssen egter zullen wij hier over nader besluijt nee„ „men en bonij daar van Communicatie geeven, en eijndelijk zijn ze tot een besluijt gekoomen en hebben ook bereets aan Aroe Tanette daar van kennisse gegeven die ten antwoord gediend hadde, dat hij hier eenlijk gesteld is als opzigter, maar zal hier over aan bonijskoning kennisse gegeeven en dat het antwoord, haar wel zal gecommuniceerd worden, Hier op heeft Arou: Tenette een sendeling na maccasser Gedepecheert. Dat den heer Gouverneur mij gelieve te recommandeeren om voor eerst buijten het spel, daar een formeelen oorlog te verwag„ „ten is, te houden, en dat ik ook niet voorbaerig moeten weesen mij zig indiergelijke en hagelijke zaaken te melleeren en dat den heer Gouver„ „neur wijders Gelieve te zeggen, zo lange ik de gegeevene raad komt op te serveeren, mijne agting en reputatie bij dE: Comp:e meer en meer vermeer„ „deren zal, ik betuijge in Gemoede nimmer den Goederraad van den heer Gouverneur zal verwerpen, maar altos deselve in agt en dan klaar„ „heijd aanneemen en bij blijven en alschoon de wadjoreesen mij presen„ „teerde om Arou matoa in wadjo te weesen, en dat ik der Eed en pligt welke mijn voorouders aan dE: Comp:e gedaan heeft, verbreeken zoude, zoude ik nimmer tot deselve kunnen overgaan, want dat bonij insoping tot vrijmenschen is geworden, eenlijk door toedoen en Gunst van dE: Comp: die te zaamen zoet en zulxx gemaakt hebben, en dat zulx ook door onsen voor buders Gerecommandeert is, den bed nooijt of ooijt te zullen Translaat. Dat de Gerugten alhier loopt, dat de wadjoreesen tot een oorloe prepareerde, wierd hier in 't gemeen Gezegt, dog egter weet men niet te zeegen 't eijnde van deese zaak /:onderstond:/ Geschreeven in't Land Lampho op den 15:' van de maand Joemabel achier of den 23:' augustus A:o 1724. /: Lager :/ voor de Translatie /:was Geteekend:/ G=t Brugman E: Geswoore Tolk. /:onderstond:/ Accordeerd I=k I=st voll Gesn: Clrcq: Dat. verbreeken.

← previousnext →