Inventory 3430
Coromandel · 633 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Satisfaction with the profit made on the sales in May, June and July. [illegible] of the sales. - to deduct false reported entries - - - - ƒ 270. —. —: which must also be reimbursed in cash, but the remaining - - - ƒ 1175. 12. 8. to be approved for write-off. Carried over ƒ 1427. 12. 8. The 24th of November 1775. With regard to the profits obtained on the merchandise disposed of there during the months of May, June, and July, this Government having seen with singular pleasure the considerable profit obtained at that office in the month of May on the merchandise moved there, amounting to as much as ƒ 58750. 9. —, it has been resolved to express to the servants in that regard the singular satisfaction of the Government; but under which expression to accept the low profits of the months of June and July, since these cannot be imputed to anyone, because trade is free, and thus the profits depend on a greater or lesser turnover; further, to write to them that it is trusted that they have left nothing unattempted, but on the contrary, as befits good servants, will have applied everything that could have served to increase the turnover and encourage the merchant, and thus it is expected with reason that the profit account of the most recently expired financial year will give this Government reason to be fully satisfied with the conduct of the servants in this matter. Among the annexes of the letters cited above, having been transmitted a petition from the Secunde Dedeijs, dedicated to Their High Nobilities, containing a request to be exempted The 24th of November 1735. to be exempted from the compensation of 38½ lb. of cloves imposed on him as former Sadraspatnam Secunde; as well as a specific calculation of a new equipment warehouse: it has been approved and resolved to present both papers to Their High Nobilities at the first opportunity, with a respectful request to the same for a favorable disposition. Regarding the dispatch to Jaggernaikpoeram of military personnel. — Regarding the demonstrated lack of military personnel, it has been resolved, with the opening of navigation, to assist the chiefs with some men, insofar as the weak Nagapatnam garrison will permit this. Meanwhile, it has been resolved to note for the information of the servants that the bills of exchange remitted along with their letter of the 10th of September, namely one amounting to ƒ 29. 10. for the agio on the stamps sold there in the most recently ended financial year, and one amounting to ƒ 91. for the charitable donations collected there in that year, have been properly paid to the collector of the petty stamp and the cashier of the diaconate poor here; as well as that the commanders of the barks the Arend and the Liefde, as well as of the sloop the Papegaaij, have properly accounted for their cargoes recently brought from there, alongside the cash. Item that the cargoes of the Arend, the Liefde, and the Papegaaij were well delivered. Debit of the supercargo of the Eendragt for 152½ lb. of bar copper. Further, it has been resolved to charge the account of the officers of the bark the Eendragt in the usual proportions of buyout, or with ƒ 132. 1. —, for the 152 1/8 lb. of Japanese bar copper short-delivered there. The 24th of November ao 1775. The 24th of November 1775. Back-calculation of the deficit occurred in the administration of Dumon, and with what order. - of Jaggernaikpoeram The chiefs having charged hither for compensation the amount of ƒ 19110. 2. – for the shortages of the deceased junior merchant and Secunde there, Jan Dumon, in the petty cash and the warehouses, it has been resolved to charge this amount back there; with orders to the chief Baars to use the funds of that estate in his possession, in compliance with the order of this Government contained in the letter of the 23rd of October of this year, insofar as they can reach, in reduction of the aforesaid debt, and to charge the remaining amount hither to be compensated, simultaneously transmitting a separate note in which the premises must be set forth and calculated. Remark to Jaggernaikpoeram regarding the termination of [illegible] Although, according to the communication of the goods noted without a monetary sum in the aforementioned memorandum, upon the communication of the chiefs that, the lease of Jaggernaikpoeram having expired as of the last of August, they had again left that lease to the old lessee for three years and for an equal sum of pa/o 1100 per year; as well as that they had ceded the expired leases of the villages Gollepalum and Goedewarom again for five years and the previous lease amount of pa/o 250 per year to the old lessee, it has been resolved to approve the conduct of the servants in this matter, in the trust that they could not have negotiated any higher prices for the aforesaid leases. Approval of the leasing, in what trust. - The 24th of November 1775.
Dutch transcription
1019. genoegen over het gewonnen op den vortier in meij. Jurij en Iulij „beur van den Overtier. - of oneige opgebragte posten te detraheeren - - - - „ 270. —. —: dat almeede in kasse moet worden vergoed, dog de over - - -ƒ 1175. 12. 8. ter afschrijving passeeren. Ten aanzien der behaalde avancen op de aldaar van de handgezette koop„ „manschappen geduurende de maanden Mai, Iuni, en Iuli, door deeze Re„ „geering met bij zonder genoegen gezien zijnde het aanzienlijk avans, in de maand Mai ten dien Comptoire be„ „haald, op de aldaar gedemanurreer„ „de koopmanschappen tot wel ƒ58750. 9. — is verstaan, daar omtrend aan de Be„ „diendens te betuigen het zonderling dogonderwelke betuijn op contentement der Regeering; mitsg:s zig de geringe avancen van de maan„ „den Iuni en Iuli te getroosten, wijl rige Per Transp ƒ 1427. 12. 8. Den 24. november 1775. die niemant te imputeeren zijn, alzzoo den handel vrijs, en dus de winsten van een meer of minder vertier afhangen; voorts en aanschrijvens tot op hun aan te schrijven, dat men vertrouwt, dat zij niets onbezogt gelaaten, maer daar en teegen, gelijk het braave Die„ „naaren betaamt, alles aangewend zul„ „len hebben, wat maar tot accressement van den vertier en tot aanmoediging van den koopman, zal hebben kun„ „nen dienen, en dus met reden verwagt, dat de winst-reekening van het Iongst g'expireerde boekjaar deeze Regeering reden geven zal, om over den Bedien„ „dens gedrag in dezen volkomen content te weezen. onder de bijlaagen van de hier voor aen e e et e e geciteerde brieven overgezonden zijn„ „de een Request van den Secunde De „deijs, aan Haar Hoog Edelheden gedediceerd, houdende verzoek, om Den 24. november 1735. die ontheft. „ Dt 1021. litairen. — solfster ijt dezul gelit en lusche Eendragt voor 152½ lb: staaf ka„ per. de arend d' liefde, en D' Pa„ pagaaij wel uijt geleeverd sijn ontheft te mogen worden, van de hem als geweezen Sadraspatnam Se„ „cunde opgelegde vergoeding van 38:½. lb: Nagelen; mitsgaders eene speciffic„ „que Calculatie van een nieuw Equi„ „pagie pakhuis: zoo is goedgevonden en verstaan, die beide papieren bij de eerste geleegenheid Haar Hoog„ Edelens aan te bieden, met eerbie„ „dig verzoek aan Hoog dezelve, om eene gunstige dispositie. te dene sending na Jagg: van mi: omtrent het aangetoonde gebrek van Militairen, is verstaan, met het opengaan van de vaart de opper„ „hoofden met eenige manschappen te assisteeren, voor zoo verre het Nagapatnams Zwak Guarnizoen dit zal willen permitteeren. Intusschen is verstaan, tot der Bediendens narigt te noteeren, dat de neevens hunnen brief van den 10:e den 24. 9ber 1715. September, overgemaakte wissels, als een groot ƒ29. 10. voor het opgeld op de aldaar verkogte zegels in het jongst g'eindigde boekjaar, en een groot ƒ 91. voor de ginder in dat gaer ingezamelde liefde giften, behoor„ „lijk voldaan zijn, aan den Collecteur op het klijn zegel, en den Cassier der Dia„ „conij-armen alhier; Gelijk mede dat Jtem dat de loadingen van de Gezaghebbers van de barken den Arend, en de Liefde, mitsgaders van de Sloep de Lapegaai hunne Iongst van daar aangebragte laadingen, be„ „neevens de Contanten behoorlijk ver„ „antwoord hebben. Voorts is verstaan, de overheden belating van de overk: van de 3 van de bark de Eendragt in de gewoo„ „ne proportien uitkoops, of met ƒ132. 1. — op reekening te doen belasten, voor de aldaar te min uitgeleeverde 152 1/8 lb: Iapans Staafkoopers. Den 24 november ao 175. Sept: Door 7 3 1023. Den 24. november 1775. te rug reecq: van het te kort ge„ komene, op de administratie van dumon. en met wat last. - van Jaggernaij kp=n Door de opperhoofden met ƒ19110. 2. –. herwaarts ter vergoeding aangeree„ „kend zijnde, de te kort komingen van den overleden onderkoopman en Secunde aldaar Jan Dumon op de kleine kasse en de pakhuizzen, is verstaan, dit bedraagen weder derwaarts te rug te reekenen; met last aan het opperhoofd Baars, om in nakoming van de ordre deezen Regeering, vervat bij brief van den 23. october deezes Iaars, de onder hem berustende penningen van dien boedel, voor zoo ver zij strekken kunnen, te doen dienen in mindering der voorschreeve schuld, en het ore„ „rig bedraagen herwaarts aantereeke„ „nen, om vergoed te worden onder„ overzending, teffens van eene aparte Notitie, waar bij bekend gesteld en ge„ „calculeert weezen moet, de pemijzen remarque na Jagg: over de be„ Ofschoon, volgens de Communicatie endig van e s te der bij voorschreeve Memorie zonder geld- Som genoteerde goederen. op de Communicatie der opperhoof, approbatie van den vorpagting „den dat de pagt van Iaggernaik„ „poeram onder ulto augustus g'expi„ „reerd weezende, zij weederom voor drie Iaaren, en eene gelijke somme van pro 1100. sjaars, die pagt aan den ouden pagten overgelaaten hadden; Gelijk mede, dat zij de g'expireerde pagten van de dorpen Gollepalum en Goedewarom, wederom voor vijf Jaaren en de voorige pagt-Schat van pa/o 250: sjaars, aan den ouden Pagter hadden afgestaan, is verstaen der Bediendens handelinge in dezen te approbeeren, in vertrouwen, dat zij in in wat vertrouwen. - voor de voorschreve pagten geene hoo„ „gere prijzen zullen hebben kunnen bedingen. den 24. november 1775. der. der
English
1025 The 24th of November 1775. for the future. ship de Wakkerheijd the of the servants by letter hither of the 3rd of October, in the return ship de Both were sufficiently laden, the quantity of 1400 packs determined for it, it is nevertheless resolved, regarding the loading of that vessel, to remark that this Government would gladly have seen that its cargo, now amounting in all to only ƒ766911: 3: 8, had come somewhat closer to the stipulated 9 tons at which the cargo of a Coromandel return ship has been set by the Gentlemen Directors, and had not put to sea, as happened, with a lesser value of ƒ133088: 16: 8, and to instruct the servants in that regard and to order the servants therewith to take somewhat better care henceforth, upon the reloading of a return ship, by shipping goods of greater value therein. Meanwhile it is resolved very seriously to reproach the servants over the detention of the trumpeter Lodewijk Valentijn van Hogenberg, discharged from here to Batavia with the ship de Wakkerheid, who did not, as they have wrongly dared to pretend, remain there on account of illness, but indeed, as one is informed from good authority, to teach the slaves music as a music master in the house of the chief and the second; as well as to warn them emphatically to take strict care in the future against the taking of such or other persons from the ships arriving there, The 24th of November 1775. ships 1027. The 24th of November 1775. to bookkeeper. to detain the account to [illegible] Nederhoven. - ships, unless they are truly incapacitated, and thereby unfit, to undertake the voyage; as they would otherwise indeed compel this Government to employ other means than verbal reproaches against such irregular conduct; with an added order also to send the aforementioned trumpeter, who obtained his discharge to Batavia here upon a mendacious pretense, hither by the first opportunity at sea; yet to detain the soldier Nederhoven, who remained there on account of illness, until further orders. Upon the favorable proposal of the chiefs, and by expiration of time, it is approved and resolved to promote the absolute assistant Jacobus Abraham Raadges to bookkeeper at ƒ30 per month on a new contract of five years. Furthermore, also to authorize the servants to detain the bookkeeper Jan Diderik Fruijthoven, arrived there from Palicol, to perform service there. And after this, having read the minutes extracted from the Palicol letters of the 13th of June, 16th of July, 20th of August, 1st of September, and 5th of October, and the annexes belonging thereto, it is resolved, in the first place, to approve that, upon the demonstration of the late second Onstee that of the rejected cloths, for which the reimbursement at 50 percent advance had been imposed on him alone by letter of this Government of the 11th of April, 407 pieces had belonged to 1029. [illegible] action of the chief regarding advance to the merchants of 1643 pagodas. the lot collected by the former chief Dirk Vrijmoet and him on the demands of the year 1773, the servants charged the loss incurred thereon for 2/3 part to Bimilipatnam, to be paid into the treasury by the chief Vrijmoet, since it is no more than fair that he, as co-collector of those cloths, also help bear the loss they produced. And notice hereof shall be given in the first outgoing letter to Bimilipatnam to the chiefs, with an order on behalf of this Government to the chief Vrijmoet to pay the aforementioned charged sum into the treasury. But concerning the share of the second Onstee in that reimbursement, The 24th of November 1775. which the servants charged hither at ƒ403: 11: 8 to be placed on his salary account, it is resolved, since he has died since then, to write back that amount, to be satisfied from the proceeds of his estate. A sum of 1643 pagodas having been advanced by the chiefs to the collective merchants at their request made thereto, for the contracting of various cloths that were to serve as a supplement for the textiles rejected here from the last collection, it is approved and resolved to pass that advance made, for the reasons adduced for it. Upon the communication of the servants that they, on the complaints of the merchants, The 24th of November 1775. the merchants.
Dutch transcription
1025 Den 24. november 1775. voor 't vervolg. schip d' wakkerheijn het der bedienden bij brief naar herwaarts van den 3. ' october, in het retour„ schip de Both genoegzaam afge„ „laaden zijn, de daar voor bepaalde quantiteit van 1400: packen, is egter verstaan, omtrend de belaading van dien bodem te remarqueeren, dat dee„ „ze Regeering gaarne zoude hebben gezien, dat deszelvs Cargazie nu in alles maar bedraagende ƒ766911: 3. 8. wat nader aan de bepaalde 9. ton, waar op de laading van een Corman„ „dels retourschip door de Heeren Ma„ „sores is gesteld, gekomen was, en het niet, gelijk geschied is, met eene min„ „dere waarde van ƒ133088. 16. 8. had en lastaan de bed: dier wegens behoeven zee te kiezen, en de Bedien„ „den daar neevens te gelasten, om voortaan, bij weder belaading van een retour schip, daar voor wat beter zorge te draagen door 'er goe„ deren van meerder waardij in af te Scheepen. Ondertusschen is verstaan, de Be„ reproche over de aanhouding „diendens zeer ernstiglijk te reprochee„ ren, over het aanhouden van den van hier met het schip de wakkerheid naar Batavia verlosten Trompet„ ter Lodewijk valentijn van Hogen„ „berg, die niet gelijk zij verkeerdelijk hebben durven voor wenden, aldaar uit hoofde van ziekte verbleeven is, maar wel, zoo als men van goe„ „der hand g'informeerd is, om als Mei„ „ziekmeester in het huis van het opper„ „hoofden den Secunde de slaven in het Muziek te onderwijzen; mitsgs met welke waarschou„ hun teffens met nadruk te waar„ „schouwen, om zig in het vervolg nauwkeurig te wagten voor het lig„ „ten van diergelijke of andere per zoo„ „nen, van de aldaar aankomende Den 24. november 1775. „deren Scheepen 1027. Den 24. november 1775. Den 24. november 1775. den den. tot boekhouder. de aanreecq: aan 't Bem: op„ „hoven aan te houden. - scheepen, zoo zij niet waarlijk im„ „potent, en daar door incapabel zijn, tot het doen der reize; wijl zij anders deeze Regeeringe wel noodzaa„ „ken zouden, om tegen soortgelijke ir reguliere handelinge andere midde„ „len, dan verbaale reprochen in het en last hem dit heen te sen, werk te stellen; met bijgevoegden last teffens, om den voorschreeven Trompetter die alhier op een leugen„ agtig voorgeven zijne verlossing naar Batavia g'obtineerd heeft bij de eerste zees gelegenheid dit heen Jtem een zieke sold=t aantehou„ te zenden; dog den aldaar uit hoofde van ziekte verbleeven sol„ „daat Nederhoven aantehouden tot nadere ordre. bevoodeing van enastent op den favorabelen voordragt der opperhoofden, en mits tijds expiratie is goedgevonden en verstaan den absolut assistent Iacobus Abraham Raadgeste bevorderen tot Boekhou„ „der met ƒ30. ter maand op een nieuw ven„ „band van vijf Iaaren. voorts nog op de Bediendens te qua, en last den boekhouder frut„ C „lificeeren, om den van den Palicol aldaar aangekomen Boekhouder Ian Diderik Fruijthoven aan te hou„ „den, om 'er dienst te doen. En hier na geleezen zijnde de Notu„ „len uit de Palicolsche brieven van den 13. Iuni, 16. ' Iuli, 20. aug:o 1 Sept: en 5. october g'exerpeerd, en de Bijlaagen daar bij behoorende is verstaan, in de goedkeure na Palicol van eerste plaatze goed te keuren, dat ijn en waronled op 4 / op de aantooning van den Secdeat overleden secunde onstee, dat van de uitgeschoten lijwaaten, waar van hem bij brief deezer Regeering van den 11. april de vergoeding met 50. percent avans alleen was opgelegt, 407. stukken behoord hadden tot Raadges de E D 1029. toesendene la bolda ged: apport: dael te laaten ' volipen sijn bo„ ling van het opperh: omtrent king aan de Coopl: van 1643. ' pag: de partij door het geweezen opperhoofd Dirk vrijmoet, en hem op de Eisschen van den Iaare 1773 ingezameld, de Bediendens het daar op gevallen ver„ „lies voor 73. gedeelte Bimilipatnam hebben aangereekend, om door het op„ „perhoofd vrij moet in kassa voldaen te worden, nadien het niet meer dan billijk is, dat hij als meede In„ zamelaar van die lijwaaten, ook meede helpe draagen het verlies, dat zij gegeeven hebben. En zal hier van bij den eerst afgaen„ „den brief naar Bimilipatnam aan de opperhoofden kennis gegeeven wor„ „den, met last van wegen deeze Re„ „geering aan het opperhoofd vrijmoet, om de voorgemelde aangereekende r en e etie e omme in kasse te voldoen. Maar betreffende het aandeel van den se„ „cunde onstee in die vergoeding, die Den 24. november 1775. de bediendens met ƒ403. 11. 8. herwaarts. aangereekend hebben, om op zijne zoldij-reekening gesteld te worden, in't wijl hij Seedert overleden is, ver„ „staan, dat bedraagen te rug te reke„ „nen, om uit het provenue zijnen na„ „laatenschap voldaan te worden. Door de opperhoofden aan de geza„ Passeering van de verstrek„ mentlijke kooplieden op hunne daer toe gedaane instantie voor uit ver„ „strekt zijnde eene Somme van 1643. pag: tot aanbesteeding van diverse lij „waaten, die dienen moesten tot sup„ „plement der alhier uitgeschootene doeken van den Iongst afgeloopen jnsaam: zoo is goedgevonden en verstaan, die gedaane voor uit ver„ „strekking om de daar voor bij ge„ „bragte reden te passeeren. op de Communicatie der Bedien, approbatie van de behande„ „dens, dat zij op de klagten der koop oans seten an t spec Den 24. november 1775. de lieden.
English
The 24th of November 1775. with orders to inform him further in that regard that the weavers residing there in the country had refused to accept money from them for the manufacture of linens, for the reason that the English gentlemen had strictly forbidden them to do so; that they had addressed the English chief at Inserum, Mr. Anthonij Satler, on the matter, but that he in his answer had defended himself masterfully and pleaded innocence, although it had appeared to the servants upon inquiry that the weavers in that vicinity were kept so strictly by him that those people dared not accept any linens for our merchants for fear of beatings with sticks; it is resolved not only to approve and commend the conduct pursued by the servants in this matter, but also to instruct the chief Accama at the same time to admonish the said Satler further and in earnest to desist from such an unfriendly practice, by allowing us and our merchants an undisturbed gathering of cloths; while at the same time presenting the right that our Company has to collect linens there as well, and threatening that if he does not desist from his unreasonable actions, contrary to the Company's ancient privileges and the friendship residing between both nations, this Government will complain of his misconduct to the English Ministry at Madras and request satisfaction from the same for the infringement he dares to commit upon the privileges of the Dutch Company, together with indemnification for all the damage that the Company might thereby suffer at times. The 24th of November 1775. Accamah The 24th of November 1775. The 24th of November 1775. orders, with further notice that it is trusted that by such admonitions, which must be made in serious yet friendly terms, he will indeed change his conduct and procure an undisturbed gathering for our merchants; and with added orders to the chief, if contrary to expectations the opposite should happen, to send complete evidence hither which will clearly show that the weavers in the country have refused to accept money from our merchants for the manufacture of linens out of fear of the English; since in that case one would indeed be forced to make earnest representations at Madras concerning the obstruction of our free trade there. Upon the request of the chief Accama, that the 91 pagodas 10 fanams brought forward by him in the expense account for the month of May for travel expenses from Jaggernaikpoeram to Palicol might be favorably passed, since the 20 pagodas designated for that purpose had been far from sufficient to cover the expenses he had been obliged to incur for the transport of his household and some necessary furniture; it is, since one can very well believe that the 20 pagodas granted to him were not sufficient, resolved to accommodate him somewhat therein, and accordingly to authorize him to write off 50 pagodas for incurred travel expenses, provided that the 20 pagodas already received by him for that purpose are included therein, but that the remaining 41 pagodas 10 fanams be paid back by him into the treasury; with authorization at the same time to write off that account, alongside the expense accounts of June, July, and August, as there are no remarks to be made upon them. Since it has clearly appeared from a transmitted balance sheet of the debit and credit of the Company's deceased merchant Kannamoerie Moetaija, who on the 10th of July last still owed 1401 pagodas 16 1/4 fanams, that the increase of his debts, which on the 1st of February previously had amounted to only 400 pagodas 12 7/8 fanams, is solely to be blamed on the generous advances made by the deceased secunde Onstee; for he has since advanced him 1730 pagodas 12 fanams, against which only 358 pagodas 16 3/4 fanams in linens have been delivered by him, whereby the aforesaid sum falls short by 1371 pagodas 19 1/4 fanams; it is approved and resolved to have the increased debt of the said merchant since February, as it can be imputed to no one other than the deceased secunde Jan Onstee, also paid to the Company out of the proceeds of his estate, provided and in return having credited to the favor of his estate all the rejects and the linens of the deceased merchant that will be found with the washers and on the bleaching field, alongside whatever else shall be recovered from his estate. The 24th of November 1775. But concerning the remaining arrears of the aforementioned deceased merchant, which then still amount to only a small sum of 29 pagodas 21 1/8 fanams, it is resolved to order the chief to ensure that this is first settled out of his estate, with the further note that this Government expects that The 24th of November 1775.
Dutch transcription
1031. Den 24. 9ber 1775. met last hem dier weeg=s nader rig lieden, dat de daar in het land woo„ „nende weevers hun geweigerd hadden, geld ter aanmaking van lijwaaten te accepteeren, om reeden, dat de Heeren Engelschen hun dit wel scherp verboden hadden, het Engelsch opperhoofd te Inserum, de Heer Anthonij satlen daar over had„ „den onderhouden, maar dat hij in zijn andwoord zig over die zaak meesterlijk gedefendeert en onschul„ „dig had, schoon het de bediendens bij onderzoek gebleeken was, dat de weevers daar om streeks door hem zoo straf gehouden wierden, dat die menschen geen lijwaaten voor onse kooplieden durfden aanneemen uitvreeze voor stokslaagen, is verstaan, der bediendens gehouden gedrag in deeze niet alleen goed aan te schrijven g hoede te keuren; maar het opperhoofd Accama teffens te gelasten, om gemelde sat„ „ler nader en met ernst aan te maanen, van zulk een onvriendelijke gedoente aftezien, door aan ons, en onze koop„ „lieden eenen ongestoorden Insaam van doeken te laaten; onder vertooning tef„ „fens van het regt, dat onze Compag„ nie heeft, om ook aldaar lijwaaten intezamelen, en bedreiging, dat zoo hij van zijne onredelijke handelingen strijdig teegen Comps oude voorregten, en de vriendschap, die tusschen de beide natien resideerd niet afziet, deeze Re„ „geeringe over zijn wangedrag aan het Engelsch Ministerium op Madrasklaa„ „gen, en van het zelve satisfactie ver„ „zoeken zal van de inbreuke, die hij op de voorregten van de Hollandsche Comp:e durft doen, mitsg:s schaadeloosstel„ „ling van al het nadeel, dat de Maat„ schappij daar door somtijds mogt gelee„ Den 24. november 1775. Accamah „den 1033. Den 24. november 1775. den 24. november 1775. den. - last. — wat dier wegt vortkouwd den hebben, onder verdere Notitie, dat men vertrouwt, dat hij door dienge„ lijke adhortatien, die in ernstige, dog vriendelijke termen moeten worden gedaan, wel van gedrag veranderen, en aan onze kooplieden eenen ongestoor„ en onderwelke verdere last, den inzaam procureeren zal, en bij ge„ voegden last aan het opperhoofd, om zoo onverhoopt het teegendeel mogte ge„ „beuren, volledige bewijzen herwaarts tezenden, waar bij duijdelijk zal blijken, dat de weevers in het land geweigerd heb„ „ben van onze kooplieden geld te acceptee„ „ren, tot het aanmaken van Lijwaten uit vreeze voor de Engelschen; alzoo men in dat cas wel genoodzaakt zoude weezen, over het stremmen aldaar van onzen vrijen handel ornstige vertoogen te doen op Madras. Jaa oor s prt: ijonge op het verzoek van het opperhoofdac„ „cama, dat hem voor reiskoften van Iaggernaikpoeram naar Palicol gun„ „stig mogte worden gevalideerd, de daar voor bij de onkostreekening van de maand Mai opgebragte pa/o 91. 10. –. alsoo de daar toe bepaalde pa/o 20. op verre na niet toe reikende geweest waren, om daar meede goed te maaken, de onkosten, die hij tot Transport van zijn huisgezin en eenige noodzakelijke meubelen had moeten maaken; is dewijl men zeer wel gelooven kan, dat de hem toegeleg„ „de 20: p/o niet toereikende geweest zijn, verstaan hem daarin eenig zinste ge„ „moet te komen, en dien volgende te qua„ „lificeeren, om voor gedaane reiskosten afteschrijven 50. pagoden, mits daar en onder welke mits en onder gereekend wordende 20 pa/o door hem bereeds daar voor genooten, maer de overige pa/o 41. 10. door hem weder in kassate voldoen; met qualificatie tef„ sten de onkost reeq: van Jan „fens, om die reekening neevens de onkost Jaggernaik P=d reekeninge werd. — 1035. waar door de vermeerdering van de Schuld van de Palicols moetig veroksakt d e besluijt deselve uijt de boedel van onstee te laaten vergoeden in hoevere, en waarom. p=r den Coopman Canna moe„ prie Chittaija. - van den Coopman meede te ver„ leven. „schap ten faveure der selve Reekeningen van Iuni, Iuli, en aug:s af te schrijven, alzoo daar op niets te remarqueeren is. uit een overgezonden staat ree„ „kening van het Debet en Credit van Comps overleeden koopman Kanna„ „moerie Moetaija, die den 10. Iuli laastleeden nog ten agteren stond paro 1401. 16. /4. duidelijk gebleeken weezende, dat de vermeerdering zijner schulden, welke primo Februarij bevoorens maer pr 400:12 7/8. gerendeerd hebben, alleen te wijten zijn aan de ruime voor uit ver„ „strekkingen door den overleedenen se„ „cunde onstee gedaan; want die hem see„ „dert of fieerd heeft - - - pa/o 1730. 12. -. waar op door hem slegts voore 358: 16:¾. aan lijwaaten geleeverd zijn, waar door 'er op de voorschree„ „ve somte kort komt P/o 1371:19:¼. zoo is goed gevonden en verstaan, de Den 24. november 1775. vermeerderde Schuld van gedagte koop¬ „man seedert februari, wijl die niemand anders, dan den overleden Secunde Ian onstee kan worden g'imputeerd, ook uit het provenu van zijne nalaaten„ „schap aan de Comp te laaten voldoen, mitsCcoopmans nalaaten en daar en tegen wederom ten faveur te brengen. zijnes boedels te laaten komen alle de uitschotten en de lijwaaten, die van den overleeden koopman bij de wasschers en op de bleek zullen te vinden neevens het geen 'er boven dien van desselfs boe„ „del zal te recouvreeren weezen. Maar betreffende het overige agter„ lastde overige schuld wijlen „stal van voormelde overleeden koop„ „man, dan nog maar bedraagen de een gering Sommetje van pa/o 29. 21. 1/8. is ver„ „staan, het opperhoofd te gelasten, zorge te draagen, dat dit vooraf uit zijnen boedel verevend wordt, onder notitie en onder welke notitie no„ teffens, dat deeze Regeering verwagt, Den 24. 9ber 1775. vermeerderde dat
English
1037. The 24th of November 1775. with some directives, and recommendation concerning him order to the chief to satisfy the washermen from the estate of that Kannamoerie Chitaija, who in the deceased's place has been admitted as merchant, will also take good care for this and for the fulfilling of his share in the demand, now that according to his wish he is known in the Company's papers as a merchant. However, since it appears from the servants' writings that he is no capitalist, and his possessions, whether much or little, are situated outside the Company's territory, whereto, if he were somewhat strongly urged, he might well flee, it has been resolved to write to the chief Accama to proceed somewhat cautiously with him, and if possible to see that he provides a surety for the moneys entrusted to him, or else gives some other sufficient security; under serious recommendation also, not to propose any new merchants to this Government in the future, other than wealthy persons who are of good reputation and reside under the Company's jurisdiction, which, as appears afterwards, was not done by Onstee in this matter. Furthermore, it has been resolved to write to the chief that one would indeed have accepted the pay-accounts and notarial bond offered by the Secunde Onstee for the satisfaction imposed on him for the increased debt of the washermen at the closing of the books of 1774, if he had not died since, but that one has now judged it to be better to have that amount likewise settled from his estate, and to let it retain its recourse upon those workmen. Meanwhile it has been resolved to approve The 24th of November 1775. the future 1039 under which directives and instructions of his approval that the chief, on account of the impending rainy season, had postponed the requested restoration of the dilapidated wall of the lodge, until the break of the good monsoon, with a directive also that one hopes that this work will then be undertaken in earnest and entirely completed, for the sum of 190. 23. 40 pagodas stated for the remedying of all defects and the erection of stone pillars to support the wall, since this Government is willing to spend that amount for it, provided all the stones are laid in good mortar, and the wall is thereby made so firm and strong that the Company will not need to incur any more expenses on it for some years. Regarding which it has been resolved the 24th of November 1775 to convey to the chief the expectation of the Government that he will be attentive to this according to his duty, and thereby seek to give the same as much reason for satisfaction as it has derived from the precautions and prudent measures taken and instituted by him against the further ruining and cracking of that wall in the rainy season, for which it ran great danger on account of the heavy downpours that continuously fall during that time; and since he has thereby secured the Company's goods expectation of calculation against robbers and thieves, to which they would otherwise have lain exposed, it has likewise been resolved to write to him that one expects the promised calculation of the small costs that were incurred thereon, in order to dispose of it. The 24th of November 1775. the But 1041 approval of the refusal of 200 pagodas on loan to the farmers. necessity of maintaining the post at Narsapour. But regarding the stated expenses for the purchase of a flag mast and drumstick needed together amounting to 92. 18. -. pagodas, it has, because those expenses would run too high in the account, been resolved to write to the chief to investigate whether those timbers cannot be obtained for a lower price; and meanwhile to approve that one had refused the farmers the 200. –. pagodas requested on loan from the Company. Upon the question of the Government whether and why it would still be necessary to maintain the post at Narsapoor any longer, it having been replied by the servants that although the Company currently enjoyed no advantages from that place, the expenses to maintain the Company's rights there the 24th of November 1775. were also of little significance; that the Company's lodge along with another small hamlet was situated there on the bank of a principal river, where not only sloops and other large vessels could enter and depart, but others could also be built and repaired, as the English were doing; that besides this, to the considerable advantage of the Company, one could now again safely transport the cloths collected at Palicol by ship from Narsapoor to Nagapatnam and Iaggernaikpoeram, since the danger that had formerly attended the holding of linens there had been removed, ever since the Nabobship of Elloer and Ragiemahindrawarom had fallen into the hands of the The 24th of November 1775. English
Dutch transcription
1037. Den 24. november 1775. met wat aan schrijvens, en recommandatie nop=s hem last aan 't opperh: om de wassers uit de boedel van dat Kannamoerie Chitaija, die in des overleedenen plaatze voor koopman is g'admitteerd hier voor en voor het voldoen van zijn aandeel in den Eisch„ nu hij volgens zijnen wensch bij Comp:s papieren voorkoopman bekend staet, mede wel zorgen zal, Edog, dewijl het bij der bediendens schrij„ „vens blijkt, dat hij geen Capitalist is, en zijne bezittingen /: het zij veel of weinig:/ buijten Comps gebied gelegen zijn, werwaarts hij, wanneer wat sterk wierd aangemaand; wel vlug„ ten konde, is verstaan, het opperhoofd Accama aan te schrijven, om met hem wat voorzigtig te werk te gaan, en zoo het mogelijk is te zien, dat hij voor de aan hem g'fieerde pen„ „ningen borge stelle, dan wel eenige andere Sufficance geve; onder ernstige recommandatie teffens, om in het toekomende aan deeze Regeering geene nieuwe kooplieden voor te draagen, als gegoedelieden, die wel ten faam staan, en onder Comps Iurisdictie woonen, het geen door onstee, zoo als van agteren blijkt, in deeze niet is geschied voorts is verstaan het opperhoofd aan te schrijven, dat men wel accep„ onstie te voldoen. - teeren zoude de door den Secunde on„ „stee aangebodene zoldij-reekeningen en secretarieele obligatie voor de hem opgelegde voldoening van de vermeer„ „derde schuld der wasschers bij het slui„ ten der boeken van 107 /4, zoo hij See„ „dert niet overleeden was, dog dat men nu g'oordeeld heeft, het beeter te weezen, dat bedraagen almeede uit zijnen boedel te laaten verevenen, en dezelve haar garant te laten behou„ „den op die werklieden Intusschen is verstaan, te approbee Den 24. november 1775. toekomende ren. 1039 onder welke aanschrijvens. en hestuijdingen suine gooruiggetrij „ven dat het opperhoofd om de op handen zijnde regen-tijd uitgesteld had, de hem gedemandeerde restauratie van de ver„ vallering-muur der Logie, tot de doorbraake van de goede mousson, onder aanschrijving teffens, dat men hoopt, dat dit werk dan met ernst onder handen genomen, en volkomen voltooit worden zal, voor de tot de verhelping van alle de defecten, en het opregten van Steene pijlaaren tot ondersteuning der muur opgege„ „ren Somme van pa/o 190. 23. 40. alzoo deeze Regeeringe die daar toe wel wil te kosten leggen, zoo alle de Stee„ „nen in goede kalk gelegt, en daar door de muur zoo hegt en sterk gemaakt wordt, dat de Comp daar aan in ee„ „nige Iaaren geene onkosten meer zal behoeven te doen. Waar omtrend verstaan is, aan den 24. 9ber 1715. het opperhoofd te betuigen de verwagting der Regeeringe, dat hij hier op, vol„ „gens zijnen pligt oplettend weezen, en daar door aan den zelven zoo veel reden van genoegen zal tragten te geeven, als zij geschept heeft, uit de voorzorge en verstandige maat regelen door hem in het werk gesteld, en genomen, tegen het verder ruinee„ „ren en scheuren van die muur in de regen tijd, waar voor zij veel gevaer liep, wegens de zwaare stort regens, die 'er in die tijd bij continuatie vallen; En dewijl hij hier door Comps effecten verwagting van Calculatisaar gesecureerd heeft voor rovers en dieven, waar voor zij anders zoude bloot gelegen hebben; is almede verstaan, hem aan te schrijven, dat men van de geringe kosten, die daar aange„ „daan zijn, de beloofde Calculatie verwagt, om 'er op te disponeeren. Den 24. november 1775. het: Maar 1041 dt 1729 180 prer ofauten approbatie van deweijgering aan de land bouwers van 200. pag: ter leen. nootsaakelijkheijd van de aanhou„ ding van de post te narse„ volr. Maar belangende de opgegeven ongel„ „den tot het inkoopen van een vlagge mast, en trommel stok noodig 't' zae„ „men bedraagende pra/o 92. 18. -. is, dewijl die onkosten alte hoog in reekening zouden loopen, verstaan, het opper„ „hoofd aan te schrijven, om te onder„ „zoeken, of die houten niet voor een minder prijs te bekomen zijn; En intusschen te approbeeren, dat men aan de landbouwers geweigerd hadt, de van de Compagnie ter leen verzogte 200. –. pagoden. Op de vraag der Regeering, off en waar om het nog noodzaakelijk zoude weezen, de post, op Narsapoen langer aante houden! door de Bedien„ „dens gerescribeerd weezende, dat, of„ „schoon de Compagnie tans geen voor„ „deelen van die plaats genoot, de on„ „gelden, om Comps regt aldaar te bewae„ den 24. november 1775. ren, ook van eengering belang zijn; dat 's Comp:s Logie beneevens nog een klijn gehugt aldaar op het boord van een Capitaale rivier gelegen was, waar niet alleen Chialoupen en andere groote vaartuigen konde in- en uit„ komen, maar ook andere zouden kunnen worden g'timmerd en gere„ „pareerd, gelijk er de Engelsche deden; dat men boven dien tans tot een mer„ „kelijk voordeel voor de Maatschap, „pij de op Palicol ingezameld wor„ „dende doeken, weder zonder gevaer van Narsapoen te scheepkon ver„ „voeren naar Nagapatnam en Iag„ „gernaikpoeram, nadien het pericul, dat men bevoorens in het aanhouden der lijwaaten aldaar, gesteld heeft was g genomen, seedert dat het Na„ „babschap van Elloen en Ragiema„ „hindrawarom in handen der En„ Den 24. november 1775. ren gelscher
English
1043. The 24th of November 1775. The 24th of November 1775. to bear. had come to the English; because they had thereby become our protectors in those regions; and they were therefore of the opinion, for the aforementioned reasons, that instead of abandoning Narsapoer, one ought much rather to preserve and maintain our right by erecting even if it were merely an earthen wall, and repairing the lodge there, in order to give no further foothold to the English gentlemen, who had already built upon the Company's ground; as they seemed to strive for nothing more than to cause damage to the Company, and if possible to dislodge it from there. Having deliberated upon this, it was resolved to bring the aforementioned considerations by the Palicol servants for retaining Narsapoer and restoring the dilapidated lodge before Their High Mightinesses in the first departing letter; and in the meantime to write to the chief to maintain the Company's right there, and to order him to hold that post. — Upon the communication of the servants, that, because the native Cam Chittij wenkatrailoe and company had complained to them, and clearly demonstrated, that the fellow-native Pattiaal Rengaija Naijker, son and co-heir of the deceased Pattiaal Boetjena, held in possession in an utterly unjust manner a certain piece of sowing land, measuring 1¼ Cattij, situated under the district of Palicol, belonging to him in lawful property according to the Caul granted thereof by the former Chief Vrijmoet and Second Deneijs on the 29th of September 1769, they had placed the same once again in 1045 The 24th of October 1775. possession of that piece of sowing field; and that they had provisionally given the other half of that piece of land, which the aforementioned Pattiaal Rengaia Naijker had headstrongly refused to retain any longer, to a native Christian named Leander to cultivate it; with the accompanying petition, that it may please this Government not only to approve this disposition of theirs, but to grant a Caul thereof to the said Cam Chittij wenkatrailoe and company and the native Christian Leander, for the proof and corroboration of their right in the future; it was resolved to reply, that regarding the lawfulness of the right of property which the native Cam Chittij wenkatrailoe and company claims over 1¼ Cattij of sowing land situated in the district of Palicol, which previously was possessed and managed by the fellow-native Pattiaal Rengaija Naijker as his own property, one cannot judge for the present, because it would be quite imprudent to derive his right of property solely from the aforementioned Caul granted to him by the former Chief Vrijmoet and the Second De Neijs on the 29th of September 1769, since those same chiefs, by Caul of the 21st of May 1770, allocated the property of 2½ Cattij of sowing field, of which the aforementioned piece is the half, to Pattiaal Boetjana, father of the aforementioned Pattiaal Rengaija Naijker, upon the testimony of the old chiefs and prominent inhabitants there, 1047. that he was the lawful owner thereof; all the more so, because said chiefs later, namely upon the death of Pattiaal Boetjana, granted a Gentoo certificate thereof to his sons, the aforementioned Pattiaal and his brother Pattiaal Riddij; which, together with the aforementioned Caul, was shown to this Government by the agent here of Pattiaal Rengaija Naiker; and at the same time to write to the chief, that the Council has thought fit, before judging this matter, to order him to conduct an accurate investigation at once among the chiefs, the farmers, and the most prominent inhabitants there, as to which of the two of them, whether Cam Chittij wenkatrailoe or Pattiaal Rengaija Naiker, is to be held as the lawful owner of the land in question, and to submit an accurate and impartial report thereof to this Government, upon which it can rely; for it would grieve Her greatly if, being misled by incorrect reports, although made innocently, She were to prejudice someone in his good right by taking from him something that lawfully belonged to him, to bestow it upon a false owner; noting at the same time, that in the interim the arrangements made regarding these lands may be left as they are, until this Government shall have disposed further and positively thereon. Furthermore, it was resolved to consider as communicated, that the chiefs
Dutch transcription
1043. Den 24. november 1775. Den 24. November 1775. te dragen. „gelsche gekomen was; wijl zij daar door in die Contrijen onze schuts-Heeren geworden waren; en zij dierhalven om de voorsz: reeden van gedagten waren, dat men in steede van Narsa„ „poer te verlaaten, ons regt veel eer door het opregten van een al was het slegts een aarde muur, en het repareeren der Logie aldaar behoorde te bewaaren en te handhaven, ten einde daar door de Heeren Engelschen, die reeds op 'sComp:s grond gebouwt hadden, geen meerder voette geeven; wijl dezelven tognaer niets meerder scheenen te tragten, dan om de Maatschappij afbreuk te doen, en waare het mogelijk van daar te delo„ desluijt het slevek h: b: vorgen: zoo is hier over gedelibereerd zijn„ „de, verstaan, de voorsz: Consideratien door de Palicolsche Bediendens voor het aanhouden van Narsapoen en het herstellen der vervallen Logie bij ge„ Op de Communicatie der Bedien bedede t est „den, dat, dewijl den Inlander Cam mese geligen s Chittij wenkatrailoe C: S: aan hun ge„ klaagd, en duidelijk aangetoond had, dat den mede- Inlanden Pattiaal Rengaija Naijker, zoon en mede Erfgenaam van den overleedene Lat„ „tiaal Boetjena, op eene gansch onregt„ „vaardige wijze in passessie had, zeker stuk Zaailand, groot 1¼. Cattij, onder het district van palicol gelegen, hem in wettige eigendom behoorende, vol„ „gens Caul door het geweezen oppen„ „hoofd Vrijmoet, en Secunde Deneijs daar van verleend, op den 29. Sept: 1769. , zij den zelven weederom in het dragen bij den eerst afgaanden brieff; en en last dat heen die post aan„ intusschen het opperhoofd aanteschrij„ „ven, om het regt der Comp: aldaar te hand. haven. te houden. — bragt, Haar Hoog-Edelheden voorts bragt bezit. H 1045 den 24. october 1775. onder soekt. bezit van dat stuk zaai-veld hadden gesteld; mitsgaders dat zij de weder„ „helfte van dat Stuklands, het geen den opgemelden Pattiaal Rengaia Naijker uit hoofdigheid geweigerd had langer aan te houden, provisio„ „neel gegeeven hadden aan een In„ „landsch Christen, Leanden genaamd, om het tebbouwen; en bijgevoegde in„ „stantie, dat het deeze Regeering ge„ „liefde, te behaagen, deeze hunne dispositie niet alleen te approbeeren, maar, daar van aan gemelden Cam chittij wenkatrailoe C: S: en In„ „landsch Christen Leander een Caul te verleenen, tot probatie en Corro„ batie van hun regt voor het vervolg; bst an't pert dierws ader is verstaan, te andwoorden, dat men over de wettigheid van het regt van eigendom, dat den Inlander Cam Chittij wenkatrailoe C. S. perreten„ Den 24 9ber 1775. deert op 1¼. Cattij Zaai-land, in het di„ „strict van Palicol geleegen, het geen bevoorens door den meede In„ „lander Pattiaal Rengaija Naij„ „ker als eige goed is gepossideerd en beheerd, voor als nog niet kan oordee„ „len, door dien het vrij onvoorzig„ „tig weezen zoude, zijn regt van ei„ „gendom alleen afteleiden van de voormelde Caul door het geweezen opperhoofd vrijmoet, en den Secunde De Neijs aan hem op den 29. Sep„ „tember 1769. verleend, daar die zelvde opperhoofden bij Caul van den 21:' Mai 1770:, aan Pattiaal Boetjana, vader van den opgemelden Pattiaal Ren„ „gaija Naijker, den eigendom van 2½. Cattij Zaaiveld, waar van het opge„ „melde stuk de helfte is, hebben toe ge„ „weezen, op het getuigenis vande oude Hoofden en voornaame Inwooners deert aldaar. 1047. „ning aan de nieuwe Coopl: tot aldaar, dat hij daar van den wetti„ „gen eigenaar was; te meer, wijl ge„ „melde hoofden nog naderhand, of bij het overleiden van Pattiaal Boetjana; hier van aan zijne zoo„ „nen den opgemelden Pattiaal en zijnen broeder Pattiaal Riddij een Ientiefs getuig- schrift ver„ „leend hebben; dat met de opgemelde Caul aan deeze Regeering is vertoond door den zaak bezorgen alhier van Pattiaal Rengaija Naiker; en het opperhoofd teffens aanteschrijven, dat den Raad goed gedagt heeft, alvoorens over deeze zaak te oor„ „deelen, hem te gelasten, om ten eersten bij de hoofden den Land-bouwers en de voornaamste inwooners aldaer, een nauwkeurig onderzoek te doen, wie van hun beide, of Cam Chittij wenkatrailoe, of Pattiaal Ren„ Den 24. november 1775. gaija Naiker voor den wettigen eigenaer van het land inquestie te houden is. en daar van aan deeze Regeering worvolgen dar van verslag een nauwkeurig en onzijdig verslag te doen, waar op zij staat kan maaken; want het Haar zeer Smer„ „ten zoude, wanneer zij door ver„ „keerde rapporten, schoon onweetend gedaan, misleid zijnde, iemand in zijn goed regt te kort deed, door hem iets te ontneemen, dat hem wet„ „tig toequam, om het aan eenen val„ „schen eigenaar te schenken; onder notitie teffens, dat intusschen de schik„ „kingen omtrend deeze landen ge„ „maakt, kunnen gelaaten worden, zoo als z' zijn, tot daar omtrend bij deeze Regeering nader en po„ „sitive zal weezen gedisponeerd. Voorts is verstaan voorgecom„ „municeerd te houden, dat de opper„ Den 24. november 1775. „gaijoen hoofden
English
The 24th of November 1775. Recommendation to the Chief regarding the third debt and the merchants, where the heads had strongly recommended to the newly admitted merchants in the trade that they conduct themselves vigilantly and as befits honest people in their new functions, both regarding the collection and in relation to the reduction of the arrears; noting further that, while this Government awaits to what extent they will fulfill their promises, it recommends that the Chief incite and encourage them day by day to comply therewith, in order thereby, if possible, to promote a prompt settlement of the arrears, especially with regard to Cannamoerie Chittaia, because according to the letter of the Chief of the 8th of October he was indebted in a sum of pagodas 956. 1 7/8. -. And since the said Chief seems to be apprehensive not only for him, but even for all the other merchants, and believes he has well-founded reasons to fear that the demands will remain unfulfilled; and moreover that they will thereby increase their old debt instead of reducing it, because, according to his letter, they have in all likelihood violated the good faith of the deceased Second Onstee, who before his arrival there entrusted them with the money for the entire demand, and have mislaid those funds: it is, since this great trust of the Second Onstee can be regarded as nothing other than a very imprudent act, The 24th of November 1775. and moreover is contrary to the order and the recommendations so often given to him by this Government to proceed prudently with the merchants, and not to entrust them with too much money at one time, approved and decided to place the increased arrears of the Palicol merchants at the closing of the books of 1774/1775 directly to his account, in order also to be settled out of his left-behind estate, with orders to the Chief, who is the testamentary executor thereof, since the imposed indemnification placed on that estate will amount to a considerable sum, to send hither the inventory of his entire estate and the Company's papers; and also to release no moneys from that estate to anyone, whoever he may be, as long as the aforementioned debts have not been properly settled. It having been seen from the letter of the servants of the 8th of September that upon the re-leasing of the Palicol domains for the year 1775/1776, the same had been leased for ƒ5882. 12. 8., or for ƒ127. 2. 8. more than the year before, it is indeed decided to express the satisfaction of the Government concerning this, but since the Chief only mentioned this in his aforementioned letter, without sending a separate note thereof according to the standing order, to reproach him seriously for this neglect; with orders to be very careful to avoid this in the future, and to send that document hither as soon as possible. The 24th of November 1775. The 24th of November 1775. This Government having seen with particular pleasure from the gift account of the last six months of the book-year 1774/1775 that it amounts to ƒ99. -. less than that of an equal period the year before, it is decided to accord the Chief the praise earned thereby, and at the same time to authorize him to write it off; as well as to write off the carpentry and repair account of that same period, although it amounts to ƒ158. 3. more than the same rendered in the first six months, as this increased amount was caused by the major repairs that were carried out at the end of the year. Furthermore, it is decided to write to the Chief that upon the opening of the shipping season, the cash required by his formal demand will be fully supplied, with instructions at the same time to send the gift goods and necessities requisitioned therein from Iaggernaikpoeram according to custom. However, since it has nevertheless been observed from a short summary sent alongside it that in the last-expired book-year ƒ147. 6. 8. more was spent on repairs at that office than the year before, it is decided seriously to recommend to the Chief to observe frugality in this as well as in all other respects, in order not to expose himself thereby to any indemnification. The 24th of November 1775.
Dutch transcription
1049 Den 24. 9ber 1775. recommandatie dierws aan 't opperth: derde schuld en der Coopl: en waar hoofden de nieuwelings in den han„ „del g'admitteerde kooplieden met nadruk gerecommandeerd hadden, om zig in hunne nieuwe functien, zoo ten aanzien van den inzaam, als met relatie tot het verminderen der agterstallen vigilant, en zoo als het eerlijke luiden betaamd, te gedraagen; onder aanteekening verder, dat, ter wijl deeze Regee„ „ring afwagt, voor hoe ver zij aan hunne beloften zullen voldoen, dezelve het opperhoofd recomman„ „deerd, om hun tot nakoming daar van, van dag tot dag op te wekken en aan te spooren, om hier door, was het mogelijk eene spoedige verevening der agterstallen te bevor„ „deren voor al met op zigt tot Can„ „namoerie Chittaia, wijl die volg=s brief van het opperhoofd van den 8. october debet was eene Somme van pa„ro 956. 1 7/8. -. En dewijl gedagte opperhoofd niet laating norete va dvoe alleen voor hem, maar zelvs voor alle de andere Marchiandeurs bedugt schijnt te weezen, en gegronde heden meent te hebben, om te vreezen, dat de Eisschen onvoldaan zullen blij„ „ven; mitsgaders zij hier door hun„ „nen ouden debet in steede van te ver„ ormeerderen „minderen zullen wijl zij, volgens zijn schrijven, naar alle waarschijn„ „lijkheid, het goed vertrouwen van den overleden secunde onstee, die haer voor zijne komste ginder het geld voor den ganschen Eisch g'fieerd heeft, gevio„ leerd, en die penningen te zoek gebragt hebben: zoo is, dewijl dit groot ver„ „trouwen van den Secunde onstee niet anders als voor eene zeer onvoorzig„ „tige daad kan worden aangezien, Den 24. november 1725. 8 en 1051 notitie gesonden grad appart van ds Comp: domijne h:o en daar en boven strijdig is met de or„ „dre, en de recommandatien door deeze Regeering aan hem zoo meenigmael gedaan om met de kooplieden voor„ „zigtig te werk te gaan, en haar niet te veel penningen in eene reize toe te vertrouwen, goed gevonden en verstaan, het vermeerderde agterstal van de Palicolsche kooplieden bij het Sluiten der boeken van 107 4/15. direct voor zijne reekening te laa„ „ten, om almeede uit zijne nage„ „laatene goederen verevend te wor„ en ij e e etiete, met last aan het opverhoofd, die daar van Executeur testamen„ „tair is, dewijl de opgelegde vergoe„ „ding, dien boedel opgelegt al eene naamwaardige Somme beloopen zal, om den Inventaris van zijne gansche nalatenschap n der Comps papie„ en an miemendglden aft gevenren herwaarts te zenden; mitsgaders Den 24. november 1775. aan niemand, wie hij zij, eenige gel„ „den uit dien boedel aftegeven, zoo lange de voorschreeve Schulden niet behoorlijk verevend zijn. Uit der Bediende brief van den 8. ' genoegen over de verpagting September gezien zijnde, dat bij we„ „der verpagting van de Palicolsche Domeinen voor den Iaare 177 7/6. de„ „zelve verpagt geworden waren voor ƒ5882. 12. 8. , of voor ƒ127. 2. 8. meerder als sjaars bevoorens zoo is wel verstaan, daar omtrend het genoe„ „gen der Regeering te betuigen, edog wijl het opperhoofd daar van maar dog reprocke aan het apport„ alleen gewag gemaakt heeft bij zijn voorschreeven brieff, zonder daar van volgens de constante ordre een aparte Notitie over tezenden, hem over dit verzuim ernstiglijk te re„ „procheeren; met last, om zig daar met latt die teseden. voor in het toekomende wel zorg„ Den 24. november 1775. aan vuldiglijk 1053 Den 24: 9ber: 175. soven saget ueeg en venwoegen heen te senden. — vuldiglijk te wagten, en dat schrif„ „tuur als nog ten eersten herwaarts te zenden Bij de Schenkagie-reekening van de laaste zes maanden des Boek„ Jaars 17 24/5, deeze Regeeringe met bij zonder genoegen gezien hebbende, dat dezelve ƒ99. –. minder bedraagt, dan die van een gelijke tijd sjaars bevoorens; is verstaan, het opperhoofd den daar van verdienden lof te lae„ „ten toekomen, en hem teffens tot dies afschrijving te qualificeeren; Gelijk mede tot de afschrijving der Timmeragie en reparatie-reekening van die zelvde tijdt, Schoon die ƒ158. 3. meerder bedraagd dan dezelve in d' eerste zes maanden gerendeerd heeft, alzoo dit vermeerderd be„ „dragen veroorzaakt geworden is, door de groote reparatien, die 'er in Voorts is verstaan het opperhoofd wanneer Contante dat aanteschrijven, dat men bij het open„ „gaan van de vaart Compleet voldoen zal de bij zijnen formeelen Eisch gevor„ derde Contanten, onder aanschrijving teffens, om de daar bij gepetitioneerde Schenkagie-goederen en benoodigdhe„ „den, volgens usantie van Iaggernaik„ het laast van het Iaan geschied zijn: Dog dewijl men egter bij eene daar„ en recommandatie.- „neevens overgezonden korte t'zamen„ „trekking ontwaart heeft, dat 'er in het laast verstreeke boekjaar ten dien Comptoire ƒ147: 6. 8. meerder ver„ „repareerd is dan sjaars bevorens, is ver„ „staan, het opperhoofd serieuselijk te recommandeeren, om daar in zoo wel, als in alle andere opzigten de zuinigheid te betragten, ten einde, zig daar door voor geene vergoeding bloot te stellen. Den 24. 9ber 1775. het „poerand
English
1055. Remark regarding the remaining unfulfilled 70 packs on the demand of the past year. Chief regarding the new collection to be demanded. With relation to the concluded collection, having seen by the letter of the chief under date of October 5th that, on the respective demands for the fatherland and the Indies, a considerable number of fully 70 packs of linens had remained unfulfilled, namely 57 on the European and 13 on the Indian demand: thus, although this government truly has no reason to be content with this collection, it has been resolved to hold the chief blameless for it, and to attribute this deficient collection partly with him to the vexations of the English, especially to those of the chief at Ingerum, Mr. Sattler, since he seems to have spared no coercive measures to render the collection of the Company there deficient in this year; November 24th, 1775. yet, however, to remark that the incomplete fulfillment of the aforesaid demands must for the greatest part be attributed to the bad faith of the merchants, who have tried much to cover their irresponsible conduct with the vexations of the English; for it appears somewhat peculiar to this Council that precisely the most incapable and most backward merchants have complained the loudest about it, whereas all the others have completely fulfilled their share, and some have even delivered in excess; with the added note that, since this government hopes that the obstruction caused by Mr. Sattler in this year to the continuation of our linen procurement will cease when the chief will have addressed him November 24th, 1775. 1056. November 24th, 1775. Latest sending of the Extract Trade Journal. Merchant Wissiappa Chittij. according to the content of its orders, mentioned herebefore, concerning his unlawful conduct, it also expects from his zeal and vigilance that the still unfulfilled packs, alongside the demand for the year 1776, will be completely fulfilled in good-quality weave; and with the added order to earnestly exhort the merchants to this end, yet however to exercise some patience with the struggling ones, in order to promote the settlement of their arrears by means of friendly treatment; as this government would gladly see that the same were settled within one or two years. And having herewith finally approached the matters of Bimilipatnam, it has been resolved upon the servants' letters November 24th, 1775. of June 15th and 21st, July 2nd and 10th, August 3rd, 4th, and 10th, September 10th, 17th, and 22nd, as well as October 5th and the appendices belonging thereto, to indeed pass over the late presentation of the Extract Trade Journal of the first six months of the most recently expired book year, for the reason given therefor by the chiefs, namely, that it had not been possible for them to settle earlier with the merchants; yet however to instruct them to take care that henceforth the trade papers are presented to this government in due time, as they otherwise could not refrain from imposing upon them the fine of two months' salary established for the late transmission of those papers. Further, it has been resolved not only to write to the servants that it has been 1059. November 24th, 1775. Trader Daatcherij Coormana. very pleasing to this government to learn that they had liquidated with the merchant Wissiappa Chittana Chittij for the first six months of the book year 1774/5, although, to arrive at that, they had been compelled to bring all his rejects into the warehouse for his benefit; as well as that it would also gladly have seen that Daatcherij Coermana had settled his account with the Company; but also, since that merchant could not be moved thereto, and thus still remained indebted to the Company for pagodas 259. 13. 26 or ƒ1168. —., to instruct them at the same time, if his account has not been fully liquidated by the last of August, to seize and turn into money everything of his that will still be found at Bimilipatnam, in order thus to settle his account with the Company; as it gives a great suspicion to his disadvantage that he has transported everything of value he owns to elsewhere; while they will also be instructed concerning the aforesaid rejects of Wissiappa Chittana Chittij to send those cloths hither at the opening of the shipping season, in order to be sold here for the account of the said merchant. With the yields of the commercial goods traded at Bimilipatnam in the months of April, May, June, and July having been seen with satisfaction, that a neat amount of ƒ27731. 13. —. was profited thereon in those four months, it has thus been resolved to express satisfaction thereover, and to write to the servants that the profit account is eagerly awaited. November 24th, 1775.
Dutch transcription
1055. remarque nops= de aldaar on vol„ daan gebleevene 70: pag: op d' Eijsch van a=o pr o. — opperh: nop:s de nieuwen inzaam; poeram te eisschen. Met relatie tot den afgeloopen in„ „zaam bij brief van het opperhoofd sub dato 5.:' october gezien zijnde, dat op de respective Eisschen pro La„ „tria en Indie onvoldaan gebleeven waren een aanzienlijk getal van wel 70: pakken lijwaaten; als 57. op den Europaschen, en 13. –. op den Indischen Eisch: zoo is, schoon deezze Regeering waarlijk geene reden heeft, om over deezen Inzaam Content te weezen, wel verstaan, het opperhoofd daar van onschuldig te houden, en deezen gebrekkigen inzaam met hem ten deele toeteschrijven aan de vecatien der Engelschen voor al aan die van het opperhoofd te Ingerum M:r Catter, wijl die geene dwang-middelen Schijnt gespaart te hebben, om den inzaam der Comp aldaar in dit Iaar gebrekkig Den 24. 9ber 175. te maaken; dog egter te remarqueeren, dat men de incompleete voldoening der voorsz: Eisschen voor het grootste gedeelte toeschrijven moet aan de quae„ „de trouw der Cooplieden, die hun on„ „verantwoordelijk gedrag al veel met de vexcatien der Engelschen hebben tragten te bedekken; want het dee„ „zen Raade wat particulier toe„ „schijnt, dat Iuist de inhabielste en meest ten agteren staande koop„ „lieden daar over het sterkste hebben geklaagd, dewijl de andere altemaal hun aandeel Compleet voldaan, en eenige zelvs nog overgeleverd hebben; onder notitie teffens, dat, dewijl dee, onder welke notitie aan 't „ze Regeering hoopt, dat de strem„ „ming door M:r Sattler in dit Iaar aan de voortzetting onzer lijwaat procure toegebragt, wel cesseeren zal, wanneer het opperhoofd hem Den 24. november 1775. te naar 66 1056: Den 24. 9ber 1775. laatste sending van het Extract Negotie Iournaal. — chittij den Coopm: wissiappa naar den inhoud haarer ordre, hier voo„ „ren vermeld over zijn onwettig gedrag zal onderhouden hebben, zij ook van zijnen ijver en vigilantie ver„ „wagt, dat de nog onvoldaane pak„ „ken neevens den Eisch voor den Jaare 1776. Compleet zullen worden vol„ „daan in deugdzaam geweef; en bij gevoegden last, om hier toe de koop„ „lieden wel met ernst te adhortee„ „ren, dog egter met de wrakke wat gedult te oeffenen, om door dien wegen eene vriendelijke behandeling de verevening hunner agterstallen te bevonderen; alzzoo deeze Regee„ „ring gaarne zoude zien, dat de„ zelve binnen een of twee Iaaren ver„ „evend wierden. En hiermeede eindelijk genaderd zijn„ „de tot de zaaken van Bimili„ „patnam, is op der bediendens brieven Den 24. november 1775. van den 15. en 21. ' Iuni, 2, en 10, Iuli, 3, 4, en 10. augustus, 10, 17, en 22. Sep„ tember, mitsgs 5. october en de bijlaa„ „gen daar bij behoorende, verstaan, wel passering na bimn: van de te passeeren, de laate aanbieding van het Extract Negotie Journaal van de eerste zes maanden des Iongst g'expi„ „reerde boekjaar, om de door de opper„ hoofden daar voor gegeven reden, namelijk, dat het hun niet mogelijk was geweest, met de kooplieden eender aftereekenen; dog hun egter te gelasten, zorge te draagen, dat voortaan de Negotie-papieren op zijn tijd deeze Regeering worden aangebooden, wijl zij anders niet zouden kunnen na„ „laaten, hun opteleggen de boete van twee maanden gagie op het laat over„ „zenden van die papieren gesteld. Voorts is verstaan de Bediendens genoegen over het lequid raa„ niet alleen aanteschrijven, dat het van deeze E d 1059 Den 24. 9ber 1775. daatole vij Coormana gesien was ge handelaar: deeze Regeering zeer aangenaam ge„ „weest is te verneemen, dat zij met den koopman wissiappa Gittana Chittij, voor de eerste zes maanden des Boekjaars 177 4/5 hadden geliquideerd, schoon zij, om daer toe te geraaken, genoodzaakt geweest wa„ „ren, om alle zijne uitschotten ten zijnen notering dat sal, gaarn van voordeele in den band te brengen; mitsg=s dat zij ook gaarne zoude hebben gezien, dat Daatcherij Coermana zijne ree„ „kening met de Comp:e verevend hadde; maar ook dewijl dien Marchiandeur daar toe niet te beweegen, en dus nog aan de Comp schuldig gebleeven was, p a/o 259. 13. 26. of ƒ1168. —. hun teffens te gelasten, om zoo zijne reekening onder ultimo Augustus niet volkomen geli„ „quideerd geworden is, al het geen 'er nog van hem op Bimilipatnam zal te vin„ „den weezen, aanteslaan, en ten gelde te maaken, om dus zijne reekening, met Bij de Rendementen van de op B:, gewogen or het gevonen o „milipatnam omgezette handel-waa„ „ren in de maanden april, Mai, Iuni en Iuli met genoegen gezien zijnde, dat daar op in die vier maanden ge„ „profiteerd was, een zoet bedraagen van ƒ27731. 13. —. zoo is verstaan, daar over 't genoegen te betuigen, en de Bedien, en onderwelk aanschrijvend, „dens aan te schrijven, dat men met verlangen te gemoet ziet de winst ree„ de Comp: te verevenen; alzoo het eene groote suspitie ten zijnen nadeele geeft, dat hij al het geen hij van waarde bezit, naar elders vervoerd heeft; Terwijl hun als de uijt schotten van de voor„ almede omtrend de voorschreeve uitschot„ „ten van wissiappa Sjittana Chittij zal worden aangeschreven, om die doeken bij het opengaan van de vaart herwaarts te zenden, ten einde alhier voor reeke„ „ning van gedagte koopman verkogt te worden. Den 24. 9ber 1775. de kening
English
The 24th of November 1775. Passing of the Bimilipatnam expense accounts of the sloop 't Loo. Also, some of various vessels. Return of an account. account of the traded merchandise in the recently ended financial year; since one has conceived a favorable and, for them, commendable opinion of it. Meanwhile, it has been understood to pass for write-off the expense accounts of the months of April, May, June, and July, alongside a memorandum of the drinking water supplied and sling money for the sloop 't Loo; as there is nothing to remark upon them. However, regarding the memoranda of the drinking water, rations, board money, etc., supplied to the seafarers on the sloops 't Loo and Papegaai, as well as the bark De Liefde, it is indeed understood to pass those also for write-off; but because they neglected to note for which months this and that was supplied, the officials are to be written to at the same time, instructing that when drawing up such memoranda, they must always state the month or months for which the supply was made. Likewise, with the return of the memorandum of the bark De Liefde, in which several items have been entered that do not belong there, to order them to correct these by omitting such items as they will find noted on a draft account, which will be sent to them for their information; with further instruction to write off these items in the expense book to the account of sloops and lesser vessels; and a statement that this government expects that the officials will henceforth, in drawing up those papers, adhere strictly to the instructions given herein. Instructions on how to enter the pay of Sepoys. Passing of the retention of 200 boxes of copper. While in addition it has further been understood to write to them not to enter any longer, as has mistakenly been done until now in the monthly specifications under extraordinary expenses, the pay of the Sepoys serving there, but to place that item in the new financial year under monthly wages of native soldiers or Sepoys, for which a new account must be created in the expense book; Upon the communication from the officials that from the sloop De Papegaai, which was sent from here to Jagannathpuram but drifted there, they had removed 200 boxes of Japan bar copper, instead of a similar quantity previously retained at Jagannathpuram from a vessel intended from here for Bimilipatnam: it is not only understood to pass that retention; but, because of the demonstrated necessity, also to approve the repair and the provision of an anchor cable made for that vessel; with authorization for the chiefs to write off the sum of f 920: 8. 8 entered for it in their books; Approval of the sending up of Pleit. Because of the hateful and extreme discords that have arisen between the sergeant Nicolaas Pleit and his wife, the former having been sent hither on the sloop De Papegaai, it is indeed understood to approve his being sent hither; but the officials are at the same time to be written to, stating that since the matter between him and his wife, who is also present here, is of such a nature that it should be settled not by the government, but by justice, the government will suspend its judgment as to how far he is to be condemned until they have addressed themselves to that court and the judge has ruled on their dispute; with an added order at the same time to the aforementioned chiefs to liquidate his entire remaining estate there; and to remit the money resulting therefrom hither by memorandum in his favor, to be paid out to him. Order regarding eight Sepoys taken into service. Regarding the eight Sepoys taken into service again by the officials subject to the approval of this government, it is understood to remark that, having already permitted the retention of sixteen Sepoys above the ordinary number, the council cannot resolve to proceed with this new authorization; since it appears that the European and native soldiers garrisoned there, along with the Sepoys currently in service, are sufficiently capable of manning the guard and the ordinary posts, provided they are kept for that purpose alone and not for any special services; with an order at the same time to the chiefs to dismiss them from service upon receipt of this order, without being allowed to enter their pay in any accounts; as this is left to the account of the chief who dared to proceed with this enlistment on his own authority without having any legitimate reason for it. However, with regard to [illegible]
Dutch transcription
1061 den 24. 9ber 175. Den 24. 9ber 1775: Passeering van de Bim=n onkost feelcq: van Jn 't Loo. Jtem, nog Eenige van diverse vaar„ thuijghn terugsending kening van de omgezette koopmanschap„ „pen in het jongst g'eindigde boekjaar; alzoo men daar van een favorabel en voor hun loffelijk denkbeelt heeft Intusschen is verstaan, ter af„ „schrijvinge te passeeren, de onkost ree„ keningen van de maanden april, Mai, en een memorie van de Chialoup Juni en Iuli, neevens een Memorie van het verstrek drinkwater en Slengloo„ „nen aan de sloep 't Loo; wijl daar op niets te remarqueeren is. Dog ten aanzien der Memorien van het verstrekte drinkwater, rantzoenen, kost gelden ensz: aan de zeevarende op de Sloepen 't Loo en Papegaai; mits„ „gaders de bark de Liefde, 's wel verstaen, die almeede ter afschrijving te passee„ „ren, maar wijl bij dezelve ver zuimt is te noteeren, voor wat voor maan„ „den dit een en ander is verstrekt, de Bediendens teffens aanteschrijven, om bij het opmaaken van diergelijke Memo„ „rien altoos bekend te stellen, de maand of maanden, waar voor de verstrek„ „king gedaan is. zoo mede onder terug zending der Memorie van de bark de Liefde, waar bij verscheide posten opgebragt zijn, die daar niet t'huis hooren, hun te gelasten, om die te verbeteren door aflaating van zoodanige posten, die zij zullen genoteerd vinden bij een Concept- ree„ „kening, welke hun tot narigt zal wor„ „den toegezonden; onder notitie verder, om deeze posten bij het onkost boek af„ „te schrijven opreekening van Sloe„ „pen en mindere vaartuigen; en betui„ en betuijging. — „ging, dat deeze Regeering verwagt, dat de bediendens zig voortaan bij het opmaaken van die papieren stiptelijk gedraagen zullen naar Bediendens. de opgevat. 1063 Den 24. 9ber 1775. Den 24. 9ber 1775. lat hoedanig or ande ogie van Sipaaijs ap te brengen passeering van d'aanhouding van 200. kisje koper. - van Sleit. — de aanwijzingen in deezen gedaan. Terwijl ten vervolge nog verstaan is, hun aanteschrijven, om niet meer, gelijk tot nu toe abusive is geschied, bij de maandelijksche specifikatien on„ „der onkosten Extra ordinair op te brengen het genot der aldaar mili„ „teerende Sipaais, maar die post in het nieuwe boekjaar te stellen op Maandgelden van Inlandsche krijgers of Sipaais, waar toe een nieuwe reekening bij het onkost boek zal moeten worden geformeerd; op de Communicatie der bediendens, dat zij uit de Sloep de Papegaai, die van hier naar Iaggernaikpoe„ „ram gezonden, dog daar vervallen was, geligt hadden 200: kistjes Ia„ „pans Staafkoper, in steede van een diergelijke quantiteit bevoorens op Iag„ „gernaikpoeram aangehouden, uit een vaartuig van hier voor Bimilipat„ „nam geprojecteerd: zoo is niet alleen verstaan, die aanhouding te passeeren; maar, om de aangetoonde noodzaa„ „kelijkheid teffens te approbeeren de re„ „paratie en de verstrekking van een an„ „kertouw aan dat kieltje gedaan; met qualifikatie aan de opperhoofde, om de daar voor opgebragte som„ „ma van ƒ 920: 8. 8. bij hunne boeken afteschrijven om de hatelijke en verregaande goedkure van de opsending oneenigheeden tusschen den sergeant Nicolaas Pleit en zijne huisvrou„ „we ontstaan, den eersten met de sloep de Papegaai herwaarts op gezonden zijnde, is wel verstaan, zijne herwaerts zending goed te keuren, dog de bediendens dog onderwelke aantse wrij„ teffens aan te schrijven, dat nadien de zaak tusschen hem en zijne huiswou„ „we, die zig ook hier bevind, van die vens. een natuur 1065 Den 24. 9ber 1775. last agt in dienst genomen onder welke den te verslooten en natuur is, dat zij niet door de Politie, maar door de Iustitie dient beslegt te worden, de Regeering haar oor„ „deel, voor hoe verhij te Condemnee„ „ren is, zoo lange surcheeren zal, tot zij zig bij die Regtbank g'addresseerd, en den Regter over hunne questie ge„ „jugeerd hebben zal; met bijgevoegden last teffens aangedagte opperhoofden om zijne gansche overgebleevene be„ =zitting aldaar ten gelde te maaken; mitsgs de penningen daar uit pro„ „flueerende per memorie herwaarts ten faveure te brengen, om aan hem uit„ „gekeerd te werden. Belangende de agt stuks si„ „paaijs, door de bediendens weder op de approbatie deezer Regeeringe in dienst genomen, is verstaan, te remarqueeren, dat men reeds gepermitteerd hebbende, de aanhouding van zesthien Sipaaijs Den 24. 9ber 1775. boven het ordinaire getal, den Raad niet besluijten kan tot deeze nieuwe qualifikatie overtegaan; alzoo het Waar toeschijnt, dat de aldaar guarni„ „zoen houdende Europeesche en In„ „landsche Militairen met de tans in dienst zijnde Lipaaijs genoeg in staat zijn, om de wagt en de ordinaire po„ „sten te bezetten, zoo zij daar toe al„ „leen, en tot geene bijzondere diensten „gehouden worden; met last teffens aen de opperhoofden, om dezelve op paresse deezer ordre uit den dienst te stellen, zonder hun genot bij eenige Reekenin„ „gen te mogen opbrengen; alzoo men dit laat voor reekening van het op„ „perhoofd, die tot deeze aanneeming „prive auctoritate heeft durven over„ „gaan zonder daar voor eenige wet„ „tige reeden te hebben. Maar ten aanzien van het per s e oe stede e boven een voldoen. —
English
1067. the 24th of November 1775: and why. sent papers. — a memorandum the recalculated loss of ƒ79. 10. occurred here upon the sale of 66 pieces of various rejected Bimilipatnam linens, since it appears from the notes of the Bimilipatnam Number Book, that those linens were collected by the deceased chief Pfeiffer and the former Secunde Isaak Brouwer upon the Demand of 1773, resolved to have this loss fully paid into the treasury, two-thirds from the estate of the former, and one-third by the latter; and meanwhile to inform the servants that the jewels of the aforementioned chief Pfeiffer, which had been sequestered there but were sent hither with the sloop 't Loo, have been received here, with authorization and under what qualification: to remit hither the proceeds of his furniture sold there, as well as the 1500 Rupees held by the chief Vrijmoet. Furthermore, it was resolved to accept the deed of suretyship provided by the Secunde of Jaggernaikpoeram, Mr. Jacob Pieter de Neijs, on behalf of the Company for the Bimilipatnam chief Dirk Vrijmoet for his aforesaid service, and to give notice thereof to the servants; as well as that the receiver of the Domains here, David Vick, shall be accepted as the chief's second surety, along with the sureties offered by the Secunde Johannes Marcus Dormieux for his aforesaid service, as soon as they execute a formal deed for that purpose. Apart from the aforementioned trade and pay papers, all the other annexes attached to the servants' letters having been found arranged according to order, the 24th of November 1775. Vrijmoet offered 1069 the 24th of November 1775: astonishment that it was not signed by the princes on the account of the chiefs offered, it was resolved to provide them communication thereof. However, since this Government, to its utter astonishment and indignation, has observed from the servants' separate letters of the 5th of October last that the contract regarding the re-leasing of Bimilipatnam was broken, or at least not yet having been signed by the Vizianagaram princes, was returned to the servants: therefore, as it appears as clear as day from the aforementioned letters that this incident, with all the harmful consequences that may arise therefrom in time, is to be imputed not to the princes or their ministers, but solely to the servants, it was approved and resolved to leave the three-year lease sum advanced to Their Highnesses, amounting to the 24th of November 1775. pagodas 7405. 8., to the account and responsibility of the chiefs for so long until the contract, upon which that advance was made—or at least that which the princes have drawn up and which, apart from a few minor articles, agrees completely with the other—shall be formally concluded, signed, and sealed from both sides. Furthermore, it was resolved to order the servants to send hither with the first opportunity, whether directly or via Jaggernaikpoeram, and that by a Company or private vessel, the bookkeeper stationed there, Jan Jurgen Tieman, and the assistant Willem Hendrik Meijer, to remain stationed here. While finally, upon the servants' proposal and recommendation, it was resolved 1071. a soldier. — receipt of two home country packets via Colombo. - dismissal as steward to promote to Corporal at ƒ14 the soldiers stationed there, Christiaan Godlieb Swarts; and and increase in pay of Jan Christiaan Woller; as well as to increase to ƒ11 in pay the soldier Hendrik Bartelman. Thus done and arrested in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. /:was signed/ As before. Wednesday the 6th of December 1775. In the morning at nine o'clock. Council of Policy. All present. Two letter packets received yesterday evening from Colombo and opened today in the meeting, brought thither from the Netherlands with the ships Oud Haarlem and 't Huis ter Meije, upon the request of the steward in the hospital here, the surgeon Pankratius Harringe Meppe, it was approved and resolved to release him from that service, in order to remain solely as apothecary in the hospital, what was found therein: it was approved and resolved to note hereby that therewith have been received and read for the first time the very revered letters of the Most Noble, Right Honorable Lords Seventeen of the 19th of October, as well as the 5th and 8th of December of the previous year, together with the annexes noted on the registers transmitted thereof, but to suspend the disposition on the orders appearing therein until a following meeting. the 6th of December 1775. the 24th of November 1775. Oud remain
Dutch transcription
1067. den 24. 9ber 1775: en waarom. gesondene papieren. — een Memorie terug gereekend verlies van ƒ79. 10. alhier bij verkoop van 66. p:s diverse uitgeschotten Bimi„ „lipatnamsche Lijwaaten gevallen is, dewijl bij de aanteekeningen van het Bim:se Nommerboekje blijkt, dat die Lijwaaten door het overlee„ „den opperhoofd Pfeiffer, en den ge„ „weezen Secunde Isaak Brouwer op den Eisch van 1773. zijn ingezameld verstaan, dit verlies uit den boedel van den eersten voor 2/3. , en door den an„ „deren voor 1/3: in kassa te laaten vol„ ntuwig at e ver aete doen; en intusschen de bediendens te be„ „deelen, dat de aldaer gesequestreerd ge„ „weest, dog met de sloep't Loo herwaerds gezonden zijnde Iuweelen van het voor„ „melde opperhoofd Pfeiffer alhier ont„ en onder welke qualificatie : „ fangen zijn, met qualifikatie, om het provenu der van hem verkogte meube„ „len, zo wel als de onder het opperhoofd vrijmoet berustende 1500: Ropias her„ „waarts ten goede te brengen. Voorts is verstaan de door den Jag at paten eues te „gernaikpoerams secunde M:r Iacob Pieter de Neijs, voor het Bimilipat„ „nams opperhoofd Dirk vrijmoet ver„ „leende acte van borgtogt ten behoeve der Comp: voor zijnen voorsz: dienst te accep„ „teeren, en daar van de Bediendens kennis te geeven; mitsgs dat men voor 'z opper„ „hoofds tweeden borg aanneemen zal, den ontvanger der Domeinen alhier David vick mitsgs de borgen door den Secunde Iohannes Marcus Dormieur voor zijnen voorsz: dienst aangeboo„ „den, zoo dra zij daar voor acte in „forma passeeren. Behalven de hier vooren vermelde Jtem van deve gesteld: der Negotie en zoldij papieren, naar de ordre ingerigt bevonden zijnde, alle de overige Bijlaagen, bij der bedienden brieven aan„ den 24. 9ber 1775. vrijmoet gebooden/ 1069 den 24. 9ber 175: verwondering dat heem over niet door de princen gachep„ op voor reecq: der apperh: gebooden, is verstaan, hun daar van Com„ „municatie te geeven. Maar dewijl deeze Regeeringe tot haar uiterste verwondering en indignatie bij der bediendens aparte letteren van den 5:' october Iongstleeden ontwaard heeft, dat het Contract over het we„ „der in pagt neemen van Bimilipat„ „nam verbroken, of ten minsten nog niet door de visianagaramsche vor„ „sten geteekend zijnde, aan de Bedien„ laating van't vrstrekt, daan,„ dens te rug gezonden is: zoo is, dewijl bij de voormelde letteren zonne klaan blijkt, dat dit geval met alle de nadee„ „lige gevolgen, die daar uit in der tijd kunnen gebooren worden, niet de vor„ „sten of haare ministers, maar alleen de Bediendens te imputeeren zij, goed gevonden en verstaan, de aan haare Hoogheedens voor uit verstrekte drie jaarige pagt schat bedragende den 24. 9ber 1775. pr:o 7405. 8. zoo lange voor der opperhoof„ „den reekening en verantwoording te laaten, tot het Contract, waar op die voor uit verstrekking gedaan is, of ten minsten dat geene het welk de vorsten hebben opgesteld en buijten eenige geringe articulen met het andere volkomen over een stemt, van weerskanten. -. formeel zal gesloten, geteekend en ge„ zegeld weezen. Voorts is verstaan, de bediendens lest om twe prmiste of te te gelasten om den aldaar bescheiden Boekhouder Ian Iurgen Tieman en assistent willem Hendrik Meijer met de eerste geleegenheid, het zijdi„ „rect of over Iaggernaikpoeram, en wel met een Comp of particulier vaartuig, herwaarts te zenden, om alhier bescheiden te blijven Terwijl eindelijk nog verstaan is op den aodering van pe zolbaer„ Bediendens voordragt en mitszijdser pi„ p ro 7405. n ratie 1071. een zold=t. — ontfangst van i: vaderlande pacquetten over Colombo. - messie als schaof„ ratie tot Corporaals met ƒ14. te bevorderen de aldaar bescheidene Soldaaten Christiaan Godlieb Swarts; en en verhoging in gagie van Ian Christiaan woller; mitsga„ „ders tot ƒ 11. in gagie te verhogen den soldaat Hendrik Bartelman Aldus Gedaan en Parre„ „steerd in't Casteel tot Nagapat„ „nam dato voorsz: /:was geteekend/ Als vooren Woensdag den 6. December 175. 'S Morgens ten negen uuren. Vergadering van Politie alle present. Gisteren avond van Colombo ontvan„ „gen en heden in vergadering g'opend zijn„ „de twee brieff pakketten met de scheepen op het versoek van den Schafbaras an e t in het Hospitaal alhier den Chirur„ „gijn Pankratius Harringe Meppe, is goed gevonden en verstaan, hem van dien dienst te ontslaan, om eenlijk als Apothecar in het Hospitaal te oud Haarlem en 't Huis ter Meije uit Nederland aldaar aangebragt, zoo wat daar in bevonden is: is wel goed gevonden en verstaan, daar uit bij deezen te noteeren, dat daarmeede voor de eerste maal ont„ „vangen en geleezen zijn, de zeer ge„ renereerde brieven der Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Zeventienen van den 19. october; mitsg:s 5. en 8. Dec: des voorigen Iaars, neevens de bij„ - „laagen op de daar van overgezonden Registers genoteerd, maar de dispositie op de daar bij voorkomende ordres tot eene volgende bij eenkomste te surseeren. den 6. december 1775. den 24. 9ber 1775. oud blijven
English
1073. Appointment of the surgeon van Tol in his place. Placement of him as gunner with the artillery. The provost 1 pagoda house rent per month. to continue functioning; as well as to appoint in his place as steward the surgeon Hendrik van Tol, provided that he also continues to attend to the dressings. Dismissal of the jailer and appointment in his place of Domingo Borgonje. Upon the complaints of the merchant and fiscal, Martinus Koning, concerning the bad conduct of the jailer Pieter Wiebos, it has been approved and understood to let him serve again as a gunner under the corps of artillerymen, with the reduction of his wages from ƒ 20 to ƒ 16, as well as to appoint in his place as jailer the provost of the honorable fiscal, Harmen Hendriks, who in turn as provost, enjoying ƒ 20 per month on a five-year contract, is to be replaced by the former quartermaster Domingo Borgonje. The 6th of December 1775. Addition to the provost of house rent. Among the Company's dwellings recently sold by public auction being also included the small house that for many years has been inhabited by the provost, it has been approved and understood, at the request of the aforesaid fiscal, henceforth to grant the provost one pagoda house rent per month; and to let the former provost enjoy this benefit from the time that the aforesaid house was sold. Promotion of 5 soldiers to non-commissioned officers. Because of the shortage of non-commissioned officers among the garrison here, it has been approved and understood to appoint as corporals the soldiers Roelof Roelofse of Mandaal, Ian Colombie of Beverwijk, Iohan Christiaan Wons of Saxen, Ian Ernst Matthijs Hartman of Wijkersheim, and Hendrik de Leder of Uitregt, with an allocation to the first, who earns ƒ 14, of ƒ 16, and to the others of ƒ 14 per month, on a new contract of three years. The 6th of December 1775. Exchange of 4 sailors for soldiers. Admission of a native to soldier. Finally, for reasons cited in previous resolutions, it has not only been understood to change to soldiers the sailors Franciscus Doetze, Pieter Heugenkuijp, Hermanus Sondorp, and Pieter Hoogland, with an allocation to the last three of ƒ 9.-. per month, to serve out their current contract for that; but also to take into service as a soldier at ƒ 9 on a five-year contract Iohannes Silvester of Sadraspatnam. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. was signed by all. The 6th of December 1775. Naucquet De Tan Agreed GG Clercq Checked
Dutch transcription
1073. aanstelling van den Chirurgijn van tol in sijn plaats sing van hem als Cannonier bijde arthillerij. den geweldige 1 pagthuijshuur smaands. blijven fungeeren; mitsg:s in zijn plaet„ „se tot schafbaas aantestellen den Chirurgijn Hendrik van Tol, mits hij teffens het verband blijft waarnee„ „men. ontslag van den Capier in plat. op de klagten van den koopmanen fiskaal, Martinus Koning over het slegt gedrag van den Cipier Pieter wiebos, is goedgevonden en verstaen, hem weder als kannonier onder het Corps arthilleristen te laaten dienst doen met terug schrijving zijnen gage van ƒ 20. tot op ƒ16. , mitsg:s in zijne plaatze tot cipier aantestellen, den geweldiger van den E: fiskaal, Harmen Hendriks, om weeder als geweldigen onder het genot aanstelling in sijn plaats van van ƒ 20. ter maand, op een vijf Iae„ „rig verband vervangen te worden door den geweesen quartiermeester Do„ „mingo Borgonje. Den 6. december 1775. onder de onlangs per publicque venditie tervoeging aan de gewveldigen van verkogte Compagnies wooningen meede gevendiceerd zijnde, het huisje, dat zee„ „dert lange Iaaren door den geweldi„ „ger is bewoond: zoo is op het verzoek van den fiskaal voornoemt, goedgevon„ „den en verstaan, voortaan aan den geweldiger toeteleggen een pagoodhuis„ „huur ter maand; en van dit genot den geweezen Geweldiger te laaten gaudeeren, seedert den tijd dat het voorschreeve huisje is verkogt geworden. van onderofficieren om het gebrek onder het guarnizoen bevordering van 5. oldaatn alhier is goedgevonden en verstaan tot Corporaals aantestellen de soldaaten Roelof Roelofse, van Mandaal, Ian Colombie van Beverwijk, Iohan Chri„ „stiaan wons van Saxen, Ian Ernst Matthijs Hartman van wijkersheim, en Hendrik de leder van uitregt, met toelegging aan den eersten, die ƒ14. wind, Den 6. December 1775. onder van E J Brouver tot soldat van 1/16. en aan de andere van ƒ 14. ter maend, op een nieuw verband van drie Iaaren. Crangering van 4: mattroosen Eindelijk is, om redenen bij voorige Re„ „solutien geciteerd, niet alleen verstaen tot soldaaten te Changeeren de Ma„ troosen Franciscus Doetze, Pieter Heugenkuijp, Hermanus Sondorp, en Pieter Hoogland, onder toelegging aan de drie laasten van ƒ 9. -. ter maand, om daar voor hun loopend verband admisse van een subfs uit te dienen; maar ook voor soldaet met ƒ9. op een vijf Iaarig verband in dienst te neemen Iohannes Sil„ „vester van Sadraspatnam. Aldus Gedaan en Ge„ arresteerd in't Casteel tot Na„ „gapatnam dato voorsz: /. /:was geteekend:/ door alle. den 6. december 1775. Naucquet De Tan Accordeerd GG Clercq Nagesien