VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3445

Japan · 1,546 pages · 338 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3445_0001 view scan ↗

English

8 Afzender Bahar Volume 1 No: 13. at S H 1 Secret Annex 1775 Per The No: 1. Batavia. By the ship De Snoek. To His Honour The High Noble, Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General Together with The Right Noble, Respected Lords Councillors Of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord and Right Noble, Respected Lords. Having informed Your Honours in my last separate letter of 3 September that, on account of the death of the Perak King, I had commissioned the Fiscal Werndlij thither in order, according to custom, to congratulate the new monarch on his accession to the throne and at the same time to conclude a new contract with him. Which was then accomplished to the extent that the aforementioned Werndlij, after meeting with much opposition from the young king, concluded a new treaty with the monarch and other grandees, and therein stipulated, among other things, a reduction of 2 Spanish dollars per Bahar, more broadly contained in our secret Resolution of 4 January of the current year; which Treaty, along with the report and journal of the aforementioned Commissioner, is forwarded to Your Honours for ratification. Only remarking that it appears very alarming, that close blood relationship which now exists between the Perak and Selangor people, and one need not doubt whether this will in future result in noticeable disadvantage to the Honourable Company. For once the Selangor person has nested himself there, which are all his endeavours, it will cost very much trouble to get him out of there again; and how they, being then masters of the tin mines, will exchange that mineral with the English, who now frequent Selangor more heavily than ever, for linens and opium, is easy to understand. Your Honours will also be able to see from the various letters of the Commander Hensel the efforts which the Selangor Raja has already made for a long time in order to draw the Perak people away from the Honourable Company: one can state with sufficient certainty that, had the old king remained alive, the Honourable Company would not have obtained that reduction, as that old monarch gave far too much ear to the Selangor instigations and let himself be led by the same, which becomes most clearly evident, since he promised his grandson in marriage to the daughter of that Raja, having explicitly ordered in his will that this union had to be executed after his death, which marriage then also proceeded, the Selangor person having even fetched the aforementioned prince himself, and returned to his realm together with two Perak grandees after first having received the inheritance due to the young prince. The Perak tin now being delivered to the Honourable Company at 32 Spanish dollars per Bahar, I submit to Your Honours' wise consideration whether the purchase thereof could not be made with the Spanish dollars of 68 stuivers coming in here from the lease and otherwise, because of the fear that, since the domains now yield more revenue than can be spent here on pay or other expenses, we will consequently in time become glutted with the Spanish dollars of 68 stuivers to the noticeable disadvantage of the Honourable Company. At the same time may Your Honours please consider that if one may employ the aforementioned Spanish dollars for that purpose, the Perak tin will not cost more than 34 Spanish dollars per Bahar calculated at 64 stuivers, and if this might meet with Your Honours' approval, no more Spanish dollars from the main settlement would be needed, since the tin trade could be conducted with our own money, which I believe, subject to wiser correction, will be a great advantage to the Company. It is true that this will depend much on the sale to private individuals, but one must proceed cautiously in that regard, and, as Your Honours have already been pleased to order, regulate ourselves in the purchase of this mineral according to the market that one can reasonably assume one will have for it in turn. Yet on the subject of the Spanish dollar, Your Honours were pleased to write in your general letter that if we noticed that the Honourable Company would become burdened with all too many Spanish dollars of 68, one should then, after having relieved the Honourable Company thereof, announce to the inhabitants that after three months it would be current at no more than 64 stuivers: Your Honours adding thereto that this should not happen except in case of extreme necessity.

Dutch transcription

8 Aferant Baer 1 Deel No: 13. te S H 1 Secreet Inhbbt 1775 e E Per De No: 1. Batavia. Per het schip De Snoek. Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Beneevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden Van Neederlands India. Hoog Edelen Groot Agtbare Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. Bij mijne Laaste aparte Letteren van den 3:e September uw Hoog Edelens bedeelt hebbende, dat vermids het over„ „lijden van den Peraeese koning, Den fiscaal Werndlij naar derwaarts hadde gecommitteert, omme volgens den Gebruij„ „ke, den nieuwe vorst met sijn komst tot de Throon te feliciteeren en te gelijk met denselve een nieuw Contract te te sluijten. Het welke dan in soo verre is volbragt, Dat opgenoemde Werndlij naar veele tegenkantinge van den Ionge koning te hebbe ontmoet: Een nieuwe tractaat met den vorst en verdere groote heeft geslooten en daar onder andere in bedongen, een vermindering van 2: spaans de Bhaar, bree„ „der in onse secreete Resolutie van den 4:„e Ianuarij A:o stan„ „ti vervat; welk Tractaat ter Ratificatie, nevens het rap„ „port en dag register van opgemelde Commissiant tot uw Hoog Edelens overgaan. Eenelijk aanmerkende dat het seer bedenklijk voorkomt, die nauwe bloed verwandschap, welke tusschen den Peraee„ „sen, en salangoreesen thans plaats heeft, en of sulx in het vervolg niet tot merkelijke nadeel van d'E: Compagnie sal strekken, behoeft men niet aan te twijffelen. Want soo den salangorees sig daar eens genestelt heeft /:het geene al sijne poginge sijn :/ sal het seer veel moeijte koste hem daar weder uijtte krijgen; en hoe sij als dan mees„ „ter van de Thin mijnen sijnde, aan de Engelsche dat mi„ „neraal /:welke thans salangoor sterker dan ooit frequen„ „teere:/ sulle verruijlen tegens Lijwaaten en amphioen is Ligt te begrijpen. UW Hoog Edelens sulle meede uijt de diverse brieven van de Commandant Hensel kunne sien, de poging die den salangorees „ No: 3 salangorees Radja, reeds voor Lange gedaan heeft: ten eijnde den Peraees van d'E: Compagnie af te trekken: men kan met een genoegsaame seekerheijd stelle, dat bij aldien den oude koning, waare in het Leeve gebleeven; d'E: Comp: die vermindering niet soude Erlangt hebbe, alsoo dien oude vorst al te veel gehoor gaff aan de salangoreese Iustigatien en sig door deselve liet leijde, dat ten aller duijdelijkste komt te blijken; naardien hij sijn kleijn soon aan den dogter van dat Radja heeft ten shuijwelijk belooft, bij sijn testa¬ „ment uijtdruckelijk bevoolen hebbende, die verbintenisse naar sijn doodt moest voltrokken worden, welke vluijwelijk dan ook sijn voortgang genomen heeft, hebbende den sa„ „langorees gemelde prins selfs afgehaalt, en is beneevens twee peraase groote, alvoorens de Erffenisse, dien den Ionge prins Competeerde ontfange hebbende, weder naar desselfs Rijk ge„ „retourneerdt. Het Peraas thin nu tegens 32: spaans de Bhaar aan d' E: Comp: geleevert werdende geeve aan uw Hoog Edelens wijse Consideratie, off men den inkoop daar van niet soude kun„ „ne doen met het hier uijt de pagt als andersints inkomen „de spaans van 68: stuijvers Vermids vreese, dewijl de domeij„ „nen thans meerder inkomste opwerpen dan alhier aan de soldije off andere guastosse kan werde uijtgegeeven, en gevol„ „gelijk door de tijt, met het spaans van 68: stuijvers tot merkelijke ede van merkelijke nadeel van d'E: Comp: sulle overkropt raaken. Teffens gelieve uw Hoog Edelens te considereeren dat als men daar toe het gemelde spaans Emploijeere mag het peraas Thin niet hooger sal komen te staan, dan 34: spaans de Bhaar gereekent tegens 64: stuijvers, en indien dit uw Vloog Edelens goedkeuring mogte weg draagen, soo soude geen spaans van de hoofdplaatse meerder behoeve, naardien de thin handel met ons eijge geldt soude kunne gedreeve worde, het geene vermeene onder wijser correctie, een groot voor„ „deel voor de Compagnie te sulle weesen. Wel is waar dat dit veel afhangen sal, van den verkoop aan particulieren, dog men moet daar omtrent voorsigtig„ „lijk te werk gaan, en gelijk uw Hoog Edelens reeds hebbe gelieve te ordonneeren; ons met den inkoop van dit mineraal Reguleeren naar het debiet, dat men met grond veronder„ „stelle kan, en weeder van te sulle hebbe. Dog uw Hoog Edelens hebbe op het sujet van het spaans gelieve bij derselve gemeene brieve aan te schrijven indien Wij bemerkte, d'E: Comp: met al te veel spaans van 68: soude beswaart raaken, men dan naar d'E: Comp: daar van ont„ „last te hebbe, d'inwoonders moest aankondige, dat naar drie maande het niet meerder dan tegens 64: stuijvers soude gang„ „baar weesen: UW Hoog Edelens daar bij voegende dat sulks niet soude moete geschieden dan bij de uijterste noodsaakelijk „heijdt.

NL-HaNA_1.04.02_3445_0011 view scan ↗

English

No. 5 head. It is to be wished that recourse will never have to be taken thereto, as I humbly and subject to wiser correction believe that such would be very detrimental to this colony, because all the specie would then be exported from here, just as was already evident when in the year 1769 the Spanish dollar was likewise fixed at 64; shortly thereafter, not a single piece of that coin was to be seen anymore. Moreover, half of the gambier that was ordinarily transported otherwise was not exported. Thus the Honourable Company would come to suffer notable damage in its tolls, and the inhabitants would notoriously also be impoverished through lack of cash, for it is well enough known that where there is no money, there can be no trade. On the other hand, now that the Spanish dollar is at such a high value, all the merchants are obliged, if they wish to suffer no loss, to spend all the money received for their merchandise again on products. If Your Right Honourables would now moreover please observe that the foreigners passing through here, on account of the high exchange rate of the Spanish dollar, prefer to spend it either on tin or spices with the Honourable Company, or on walking canes and other goods with private individuals, rather than taking their cash with them to China, for reasons easy to trace, namely firstly the profit on the Spanish dollar itself, and then secondly on the purchased goods, be it ever so small; assuring Your Right Honourables that this is the principal motive why the French and Portuguese purchased such a considerable quantity of tin from the Honourable Company in the past year, whereas if a change were made in the current value of that aforementioned coin, they would rather transport their Spanish dollars to China because they are then assured of a fixed profit. Furthermore, I take the liberty to submit to Your Right Honourables' discerning judgment whether, if one were to become so overstocked with that high Spanish dollar, it would not be more advisable to stipulate at the farming out of taxes that the Honourable Company would not accept that coin higher than at 64 stuivers. Perhaps the tax farms would decrease thereby, but whether that decrease will be so notable that the Honourable Company would suffer important damage thereby, Your Right Honourables can consider from the following demonstration set forth: The domains of this year, which have yielded Rds 80,738:-, reduced to Spanish dollars of 64 stuivers is Sp. dols 60553: 1/2: and at sixty-eight stuivers: 56991: 3/16: thus a difference to the disadvantage of Spanish dollars of 3561: 13/16: or Rixdollars 4749: 32: or indeed fl. 9617:4: 1/2:, which above-mentioned difference the Honourable Company, as it seems, would lose through the decrease No. 7. decrease that is assumed in the farm. Yet I do not believe that that decrease will amount to so much, since the tax farmer has his prospect of being able to pay the Company partly in rupees; now, assuming for once that this reduction occurred, would the Honourable Company not amply recover that by spending those Spanish dollars at 68 stuivers again, both on salaries and other cash expenditures, and above all this, still being able to purchase the necessary tin with it, which, if private sales hold up to any degree, consequently must yield a very considerable profit, not counting, as we have already cited in this, that the Honourable Company here would be able to conduct the tin trade with its own revenues, and thus, according to my humble comprehension, not only the Honourable Company, but also the inhabitants could be kept free from harm, and trade remain on the present flourishing footing. This I have deemed my bounden duty to bring respectfully to Your Right Honourables' attention. Having somewhat informed Your Right Honourables in our general letter now departing concerning the completed commission to Daing Cambodia, I further add herewith that I had ordered the aforementioned Velge not merely to rely on the bare protestations of innocence, which I assumed that regent would make, but to try secretly to ascertain whether there was such a degenerate son of the king of Riau, thus named by Your Right Honourables, there; which he then also investigated, but neither discovered that person nor found that vessels had sailed out from there for piracy: all of which Your Right Honourables, if you please, will be able to view at large in his secret report and daily register, as well as find the state and condition of that island described there in the most accurate detail, to which I respectfully refer to avoid repetition. It appears to me not improbable that the said Daing Cambodia is not to blame for these acts of piracy, the more so when one considers that he is now a man who has reached nearly eighty years of age, and thus ought rather to think of death than of such things; and also because he already possesses a great treasure, which he likely will not put at stake so lightly by making himself an enemy of the Honourable Company; to which, above all this, is added, and which is indeed the principal point, that his enemies seek to embroil him in troubles in all sorts of ways in order to have an easier game upon his death, since the fear of him is the only thing that maintains peace here; I can assure Your Right Honourables that upon his death everything will be in turmoil. His assertions that the Raja of Terengganu was in this game would

Dutch transcription

No. 5 „heijdt. — Het is te wenschen, nooijt daar toe, sal behoeve de toe„ „vlugt genoomen te werde alsoo needrig en onder wijser Correc„ „tie vermeene, sulx seer schadelijk voor deese Colonie te sul„ „le sijn, door dien als dan al de Contanten soude van hier vervoert worde, gelijk reeds gebleeken is, toen in den Iaar 1769: het spaans meede tegens 64: was bepaalt geworden, men kort daar op geen eene stuk van die munt meer te sien kreeg, daar en boven wierd de helft van de gamber niet 2. uijtgevoert, welke ordinaire andersints vervoert wierdt. Dus d'E: Comp: merkelijk schade in derselve tollen soude kome te Lijde, ook notoirlijk de ingeseetene verarmen moete, door gebrek aan Contante, want het is genoeg be„ „kent, daar geen geldt is, kan geen Negotie sijn daar en te„ „gen nu de spaans op soo eene hooge waarde is, alle de Trafi„ „quante genootsaakt sijn de voor haar koopmanschappen ont„ „fange penningen wille sij, geen verlies ondergaan alles weder te moete aan producten besteeden. — Indien nu uw Hoog Edelens daar en boven nog eens gelieve te remarqueere, dat de hier passeerende vreemdelinge, vermids de hooge Cours van het spaans, het selve Liever wille besteede, het sij aan Thien off specerijen bij d' E: Comp: off aan handrot„ „tings en andere goederen bij de particuliere, dan hun Contanten meede te neeme naar China, om reede gemakkelijk na te gaan. de, voor„ voor gaan, als Eerstelijk de winst op het spaans selve, en dan ten tweede op het ingekogte, laat het soo min weese als het wil uw Hoog Edelens verseekerende dit de voornaamste beweeg oorsaak te weesen, waaromme de Franschen, en Portugeesen in het gepasseerde Iaar soo een aanmerkelijke quantiteijt Thin van d'E: Comp: gekogt hebbe, daar soo er een verandering in de Courante waarde van die meermelde munt gemaakte werdt, sij liever hun spaans naar China sulle vervoeren om dat als dan van een vaste winst verseekert sijn. Overigens neeme de vrijmoedigheijdt aan UW Hoog Edelens door sigtig oordeel, voortedraagen, of het soo men soodanig van dat hooge spaans overkropt raakte, niet Raadsaamer soude sijn, omme bij de verpagtinge te bepaale, dat d' E: Comp: die munt niet hooger wilde accepteeren, dan tegens 64: stuij„ „vers, misschien dat de pagten daar door soude daalen, dog off die daaling soo merkelijk sal sijn, d'E: Comp: daar door im„ „portante schade soude ondergaan, kunne uw Hoog Edelens Considereere bij het volgende vertoog gestelt, De desen Iaarige domeijnen, welke hebbe moogen gelden Rd:s 80'738:- gere„ „duceert tot spaans van 64: stuivers is sp=s 60553: ½: en tegens Agt en sestig stuijvers. - - „ - „ 56991: 3/16: Dus een verschil ten nadeel van Spaans. . . 3561: 13/16: off Rijxd:s 4749: 32: Dan wel ƒ9617:4:½:, Welke bovenstaande verschil d'E: Comp: soo het schijnt soude verliesen, door de daaling No. 7. daaling die men veronderstellen van de pagt Dog geloove niet dat die daaling soo veel sal beloopen, ver„ „mids de pagter sijn uijtsigt heeft, omme de Comp: voor een gedeelte met Ropeije te kunne betaalen; nu eens ver„ „onderstelt sijnde die minderheijd gebeurde, soude d'E: Comp: dat niet ruijm in winne, door, met dat spaans tegens 68: stuijvers, weder te besteede soo aan soldeijen, als andere con„ „tante uijtgaaven, en boven dit alles daar meede nog het be„ „noodigde thin kunne inkoopen, dat so den particuliere ver„ „koop, maar eenigsints stand houde, gevolgelijk een seer aan„ „merkelijke winst moet geeven, ongereekent gelijk wij in deese reeds aangehaalt hebbe, dat d'E: Comp: alhier met sijn eijge provenue den thin handel soude kunne drijven, en dus eijge soude naar mijne geringe bevatting, d'E: Comp: niet alleen, maar ook d'ingeseetene buijte schaade kunne gehoude worde en de Negotie op de presente Florissante voet blijve. Dit hebbe vermeent pligtschuldig uw Hoog Edelens eerbiediglijk onder het oog te moete brenge. UW Hoog Edelheedens Eenigsints in ons thans afgaande gene„ „raale brieff berigt gegeeven hebbende, wegens de volvoerde Com„ „missie aan Dain Cambodia, voege nog hier neevens, dat aan„ meermelde Velge gelast hadde, niet Eeniglijk te moete be„ „rusten, en in de bloote betuijginge van onschuldt; welke vast stelde, dat dien Regent soude doen, dog Exactelijk onder de 't handt ten wil en om de taan handt tragte te verneemen, off er sodanig Een wan sale soon van de koning van Riouw /:dus door uw Hoog Edelhee„ „dens benoemt :/ aldaar was, het welke hij dan ook ondersogt heeft, dog soo min die persoon ontdekt, als dat aldaar vaar„ „tuijgen ten Rooff soude uijtgevaare sijn: alle het welke uw Hoog Edelheedens des gelievende Ampel in desselfs secreet Rapport, en dag Register sulle kunne b'oogen; als meede de staat en toestant van dat Eijland ten naukeurigste aldaar beschreeve vinde, des mij ter Vermijding van redites Eerbie„ „diglijk aangedraage. Het komt mij niet onwaarschijnelijk voor gemelde Dain Cambodia geene schult aan deese Roverijen heeft, te meer als men Considereert, dat hij thans een man is die bij na tagentig Iaare bereijkt, en dus eerder om de dood dan om sul„ „ke dinge behoorde te denken; En ook dewijl reeds een groote schat besit die denkelijk soo ligt niet in de waagschaal sal sette met d'E: Comp: sig te ontvrenat te maaken, waar bij boven dit alles nog komt, en het geene wel het voornaamste is, dat sijne vijanden hem op allerleij wijse tragte in onlus„ „te te wikkelen, ten eijnde bij sijn dood gemackelijker spel te hebbe; alsoo de vreese voor hem het alleen is, dat hier de rust bewaart; kunne uw Hoog Edelheedens verseekeren, het met sijn dood alles in repen roer sal weesen. sijn voorgeevens, dat het Radja van Trengano in dit spel sou„ „de

NL-HaNA_1.04.02_3445_0015 view scan ↗

English

No. 9 the involved are, seems not unfounded; at least it is certain that Radja Ismael is beginning to stir again, as on the 23rd of December last with 17 cacaps, according to writings from the King of Siac, he was there in the river under the pretext of wishing to speak with the said prince about something, but with the intention of taking Siac by surprise. This being discovered, as the prince of Siac did not wish to let him come upriver, the said Radja Ismael thereupon began hostilities with the burning of some houses and plantations and the abduction of the panglima Abdulla with 40 other persons. But he was fortunately checked in this undertaking of his by that king, and driven out of his river again. All of the above His Highness confirmed orally to the undersigned, having arrived here in person on the 24th of this month, principally to request the Honourable Company's assistance and at the same time how he should behave if the said Radja Ismael might attempt another assault, since he had professed that he wished to return again in four months. To the first, it was replied that Your High Excellencies would be informed of this, and to the second point, that in the meantime he must try to defend himself as he had already done now. On that occasion, His Highness was asked whether he did not know where [illegible] Dain [illegible] where Radja Ismael was staying, to which he answered by saying the aforementioned Ismael had stayed for some time at Manpauwe on Borneo near Passier, but presently for some months had taken his primary residence at Palembang, and whither he had now departed again. If Your High Excellencies would now please confront this with the testimonies and statements of Dain Cambodia, that those pirates of whom Your High Excellencies made mention in your missive sold their plundered people and goods at Palembang, it appears not at all unlikely whether the said Radja Ismael also has a hand in the piracies being committed, and whether one should not also take him to be the leader of those 14 vessels which, according to the account of the commander of the pantjalling De Brak in the Strait of Drioens, bore down upon him, but as soon as he hoisted his pennant and fired a shot at them, fell back again. I firmly believe this may be assumed. Your High Excellencies may perceive from this that, as it seems, peace will not be of long duration anymore, wherefore I once again humbly supplicate Your High Excellencies that we may be provided with everything necessary as quickly as practicable, in order to be able to maintain the Company's authority. The elucidation desired by Your High Excellencies regarding the No. 11 Batavia the difference between the one parcel of tin, which was sold at 11 1/2 percent and the other which was sold at 26 percent, consists in this, that on the first-mentioned parcel all the charges of the office of Pera were calculated, whereas the other was burdened with nothing. Wherewith I remain with all due respect, underneath stood, High Noble, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lords and Right Honourable, Severe Lords, lower, Your High Excellencies' humble and obedient servant, was signed, Ian Crans, in the margin, Malacca in the Castle, the 31st of January, anno 1774. To His Excellency The High Noble, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General together with The Right Honourable, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lords and Right Honourable, Severe Lords. The only matter of importance that has occurred in this strait consists primarily in that Radja Ismael has again presumed to appear in the river of Siac and there, according to his custom, to plunder. But having been driven from there by the Siac prince, he has taken his retreat to the north and established himself at Rakkan, likewise a dependency under the aforesaid prince, who has given notice thereof by letter, and at the same time requested to know how he should act. To which I answered him that he must try to drive him from there, because it is impossible and unsustainable for two lords to rule in one house, at the same time admonishing him to be well on his guard and that he could calmly rely on the Company's assistance if necessity required it. The aforementioned Radja Ismael had written a letter to the former burgher captain here, De Wind, wherein he declared that he wished gladly to reconcile with his brother, the Siac prince, because he was weary of the wandering life, and that he might again be accepted by the Honourable Company; he would have written to me himself, but did not dare to attempt such out of fear. I had him answered thereupon that it would be best for him to betake himself out of this strait to his father-in-law, Radja Trangano; he must not imagine that for his sake the Honourable Company would abandon his brother, who in all respects behaved

Dutch transcription

No: 9 „de ingewikkelt: sijn: schijnt niet ongegrondt; ten minste seeker is het dat Radja Ismael sig weder begint te bewee„ „gen, alsoo op den 23:„e December Iongsleeden met 17: Cacaps, volgens schrijvens van den koning van Siac, aldaar in de Rivier is geweest, onder voorgeeve van met gemelde vorst, over iets te wille spreeken, dog met het voorneemen om siac te over„ „rompelen, het welke ontdekt siende alsoo den vorst van siac hem niet heeft wille laate naar boven komen, gemelde Radja Ismael; de vijandelijkheede daar op beginnende met het verbrande Eeniger huijsen en plantagien en het opligten van de panglima Abdulla met 40: andere persoonen: Dog is door dien koning gelukkig in deese sijne onderneeming ge„ „stuijt, en weder uijt sijn Rivier verdreeven Alle het bovengemelde heeft sijn Hoogheijd aan den on„ „dergeteekende mondeling bevestigt, als zijnde op den 24:e deser in persoon alhier gekomen, ten principaale omme 's E: Comp:s bijstant te versoeken en teffens hoedanig sig soude hebbe te gedraagen wanneer gemelde Radja Ismael nogmaals mogt een tentamen doen; naardien voorgegeeven heeft, over vier maande weeder te wille komen op het Eerste gere„ „pliceert uw Hoog Edelens hier van kennes te sulle geeve, en op het tweede Lid, dat sig intusschen moest tragte te verdeedige gelijk nu reeds gedaan hadt, ter dier gelee„ „gentheijdt, aan sijn Hoogheijdt gevraagt off niet wist waar sale Edelhee„ dersogt a vaar„ e de ie„ Dain „ sal „ waar Radja Ismael sig ophieldt, dat b'antwoorde met te segge opgem: Ismael sig voor Eenige tijt te manpauwe op Bornco bij passier haat opgehoude, dog teegenswoordig voor Eenige maande te Palembang sijn meeste verblijff had genoomen, en waar naar toe thans weeder vertrokken was. Indien uw Hoog Edelens dit nu eens gelieve te Confron„ „teere met de betuijginge, en gesegdens van Dain Cambodia, dat die Rovers waar van uw Hoog Edelens bij derselve mis„ „sive hebbe melding gemaakt hunne geroofde menschen en goederen tot Palembang verkogte, het gantsch niet onwaarschijnlijk voorkomt, off gemelde Radja Ismael heeft meede de hant in de gepleegd wordende Roovereijen en off men hem ook niet moete neemen voor het hoofd van die 14: vaar„ „tuijgen /: welke volgens het Relaas, van den gesaghebber der Pantjalling de Brak in de straat Drioens op hem sijn afge„ „koomen dog soo ras sijn wimpel opgeheijst en Een schoot op haar gedaan heeft, weederom sijn afgedeijnst:/ Vermeene vast te moge veronderstellen. UW Hoog Edelens kunne hier uijt bespeuren, soo het schijnt de rust van geen lange duur meer sal sijn: des uw Hoog Edelens nogmaals ootmoedig suppliceeren, omme van alle het noodige soo spoedig doenelijk te mooge werde voorsien, ten eijnde Compagnies authoriteijt te kunne staande houde. De door uw Hoog Edelheedens begeerde elucidatie omtrent het No: 11 Batavia het verschil tussche de Een partije thin, die met 11:½: p=r C=to en de andere die met 26: p:r C:to verkogt is, bestaat hier in, als dat op Eerst gemelde partije al de Lasten van het Comp„ „toir Pera sijn bereekent, daar de andere met niets be„ „swaart is geweest. Waar meede blijve met alle verschuldigde Eerbiedt. /:on„ „derstont:/ Hoog Edelen Groot Agtbare Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelhee„ „dens onderdanige en Gehoorzame Dienaar. /:was Geteekent:/ Ian Crans. /:in margine:/ Malacca in't Casteel den 31:„e Ianuarij A=o 1774:. — Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra. Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Groot Agtbare Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. Het t te Het eenigste van aanbelang, dat in dese straat gepasseert is bestaat voornamentlijk, dat Radja Ismael weeder onder„ „staan heeft in de Rivier van Siac te verschijnen, en aldaar volgens sijne gewoonte te plunderen: dog door den siacse vorst van daer verdreeven sijnde heeft hij sijn retraite genoomen om de Noord, en sig gevestigt op Rakkan meede onderhoorige onder voorschreeve vorst: welke daar van bij brief kennisse heeft gegeeven, en teffens versogt te mooge weeten, hoedanig dat soude handelen, waar op hem hebbe g'antwoordt, dat moeste tragte, hem van daar te verdrijven, want het onmooge„ „lijk bestaanbaar is twee heeren in een huijs regeeren hem teffens aan maanende sig wel op sijn hoede te houden en dat sig op Compagnies bijstant indien, de noot het vereijste gerustelijk konde verlaaten. opgemelde Radja Ismael heeft aan den oud burger Capiteijn alhier de wind een brief geschreeven gehadt waar in betuijgt gaarne met sijn broeder den siacse vorst te wille versoenen: dewijl het swervende leeven moede was, en dat weederom bij d' E: Comp: mogt werde aangenoomen hij wel sel„ „ver aan mij soude geschreeven hebbe, dog sulks uijt vreese niet dorst onderstaan, hebbe hem daar op laate antwoorden, het beste voor hem te weesen, sig hier uijt straat begaff; naar sijn schoonvader Radja Trangano: hij sig niet moeste verbeelde d'E: Comp: om sijnent wille sijn broeder /:die in alle deele sig ge„ „droeg

NL-HaNA_1.04.02_3445_0019 view scan ↗

English

No: 13. behaved as befits a vassal and thus was meriting the Company's protection, would wish to do any wrong, wherefore I advised him to make no further enterprise upon that realm, lest he bring upon himself the keen wrath of Your High Nobilities. It appears, in my humble opinion, that he is currently in embarrassment, as neither his father-in-law nor the ruler of Palembang interests himself in his cause; and thus seeing no way out, he seeks to obtain by fine words that which failed to succeed by surprise. This causes greater apprehension when the Regent of Riau, Daing Cambodia, should happen to lay down his head, who becomes weaker by the day, being old and decrepit. I doubt whether the peace here will then be of long duration, as Your High Nobilities can clearly see from the accompanying letter from the ruler of Terengganu the pretension which he forms upon the Johor realm, posturing himself as very low and decayed in order to move the Honorable Company to assist him; yet whether such would truly be best for the Honorable Company and Malacca in particular, I believe not, since the Malays, being lazy by nature and having a dread of labor, would easily resort to robbery again if they were in want, whereas on the contrary the Bugis, being more industrious, rather seek their gain through trade, if only they are treated well. It will also appear to Your High Nobilities from a missive written to us by Daing Cambodia that he is very vexed with the ruler of Selangor and even seems somewhat to fear him. It is an certain truth that the Raja of Selangor by no means behaves towards him as befits a subordinate, as he is of Johor. From this Your High Nobilities may conclude what it will be when the said Daing Cambodia is no more; it being easy to deduce that, relying on his increasing power through the smuggling trade in opium and tin with the English, he will venture an attack on the Johor realm; which is likewise greatly to be feared concerning his neighboring Perak, he currently being busily engaged in accommodating the Perak people in every possible way, yet as long as this king remains alive, I trust that his machinations will not find much traction there. That he currently cares little about the Honorable Company can be clearly seen in that insolent letter which he has sent, wherein not only has the least observance of the customary compliments not been taken into account, but also in all respects the matters written to him seem to be agreed to by way of repetition in a mocking manner, without giving the slightest indication that he will try to curb the outrageous conduct of his son Raja Ibrahim in the future. To this is added the strong and firm denial of a deserted soldier being with him, whereas I have learned from several of his own people that the soldier is not only there, but even served as a gunner with his said son. No: 15 Your High Nobilities can see from this what will be to be expected in time from that Raja, if this insolent behavior of his is not vigorously checked in time; these actions being, in my humble opinion, very prejudicial to the authority of the Honorable Company, wherefore I deemed it necessary to bring this to Your High Nobilities' attention, in order to be enabled to maintain the Company's authority here in an effective manner. For the present, the said Raja Ibrahim has been able to do little harm, as this has been prevented as much as possible by the constant cruising of Company vessels; yet it is to be feared that he may draw more others into his net, such as those of Bernam and other surrounding petty potentates, and should he succeed in this, he could become dangerous to private navigation to the Coromandel Coast, Malacca's main artery. By the newly arrived, a new sort of Spanish dollars of a different stamp has been brought here, which upon exact re-weighing were indeed found to be heavier than the old ones, but whether the alloy corresponds with them I have not been able to discover, as there is no assayer at hand here; nevertheless, I let the same circulate among the inhabitants at the exact same price of 68 stuivers, which thus passed without the least trouble. I also sent some of the same to Perak with orders to the Commander there to give them to the king in payment for tin, but that ruler made difficulties in accepting them, not wishing to receive them except on the condition that, if he could spend them again in Malacca or to other nations, he would keep them, but that otherwise he might return them. I request to be informed of Your High Nobilities' pleasure regarding how this must be dealt with in the future. Wherewith I subscribe myself with all due respect, High Noble, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lords, and Right Noble, Stern Lords, Your High Nobilities' humble and obedient servant, was signed Jan Crans. In the margin: Malacca, in the Castle, the 15th of February Anno 1775. Agrees. A. H. den Clercq JJ. R. Cojus.

Dutch transcription

No: 13. „droeg, als Een vassal betaamt en dus Compagnies protectie was meriteerende :/ Eenige ongelijk soude wille aandoen, wes„ „halve hem raade, geene onderneeming meerder, op dat Rijk te doen, indien niet de gevoelige granschap van uw Hoog Edel„ „heedens sig wilde op den hals haalen. Het schijnt mijne geringe bedunkens, dat thans in verle„ „gentheidt is dewijl sijn schoonvader, nog de Palembangse vorst, sig sijner saake aantrekken; En dus geen uijtkomst siende, door schoone praaten, tragt te verkrijgen, het welke door verrassinge, niet heeft wille gelukken. Dit baartmeerder bedugting, soo wanneer den Regent van Riouw Dain Cambodia sijn hoofd Eens komt neertelegge /:welke hoe langer hoe swakker wordt als oud en afgeleeft sijnde:/ Twijffele of dan de rust hier wel van Lange duur sal sijn, dewijl uw Hoog Edelens uijt de overgaande brief van Tranganos vorst, klaarlijk kunne sien, de pretentie, dier hij op het Iohoorse Rijk formeert, sig quasi, seer laag, en ver„ „valle aanstellende, om dus d' E: Comp: te beweegen, hem te helpen, dog of sulks wel het beste voor d' E: Comp: en Malacca Insonderheijdt soude weesen: Vertrouwe van Neen, naar dien de maleijers, als Luijer van aardt, en een schrik voor het werk hebbende sig indien gebrek hadden, Ligtelijk aan het Rooven weeder soude begeeven daar in tegendeel de bougineesen, ar„ „beijdsaamer sijnde, eerder hun gewin met Negotieeren soe„ „ken, indien deselver maar wel behandelt worden. Het sal uw Hoog Edelheedens, meede uijt eene door Dain Cambodia t der¬ ar oe ste ge„ waar ge¬ Cambodia aan ons geschreeve missive, kome te blijken seer verstoort is, op de salangoorse vorst, en selfs Eenigsints voor hem schijnt te vreesen. Het is een seekere waarheijdt, dat het Radja van Salangenoor sig ten sijne opsigte gantsch niet gedraagt als eene onderhoorige /:soo als hij van Iohor is:/ betaamt: hier uijt kunne uw Hoog Edelheedens Eens besluijten wat het weesen sal, wanneer gemelde Dain Cambodia niet meer sal sijn; Ligtelijk opte maaken weesende dat hij steu„ „nende op sijn toeneemende vermoogen, door den smokkelhan„ „del in Amphioen en Thian met de Engelschen, op het schoor„ „se Rijk een attacque sal waagen: het welke insgelijks om„ „trent sijne nabuurige Pera seer te dugten is, thans sterk besig sijnde met de peraeese op alle mogelijk wijse te Com„ „plaisceeren, dog soo lange deese koning blijft Leeven, vertrouwe dat sijne machinatie aldaar niet veel ingang sal vinden. Dat sig thans aan d'E: Comp: weijnig bekreunt kan klaar gesien worden, in die Insolente brief, welke hij gesonde heeft waarin de minste observance der gewoone Complimenten niet alleen, niet eens magt genoomen sijn, maar ook in alle opsigte de aan hem geschreeven saaken, als bij repe„ „titie op een spotagtige wijse schijnt toe te stemme, sonder eenige de minste blijk te geeven, dat in het vervolg het buij„ „ten spoorige gedrag van sijn soon Radja Brahima sal tragte te beteugelen: hier komt nog bij het fort en ferm om„ „kenne No: 15 „kenne van een gedeserteerde soldaat bij hem te weesen, daar door diversche sijner eijge volkeren ben geworde, die soldaat niet alleen daar is, maar dat selfs bij gemelde sijn soon; als Constapel dienst deedt. UW Hoog Edelheedens kunne hier uijt sien, wat in der tijd van dat Radja te wagte sal weesen, indien niet bij tijds, deese sijn Insolent gedrag met nadruk tegen gegaan wordt: sijnde dit mijne geringe bedunkens, gedoentens seer Laesier voor de Authoriteijt der E: Maatschappije, waaromme hebbe vermeent uw Hoog Ede„ „lens dit onder het oog te moet brengen, ten eijnde instaat te moge gestelt worden, Compagnies gesag alhier op een effica„ „cieuse wijse te kunne staande houden. Voor als nog heeft genoemde Radja Brahima, weijnig quaadt kunne doen, Al„ „soo sulks met het gestaadige bekruijsse door Comp: vaartuijgen soo veel mogelijk, is belet geworden; Dog het is te dugten, dat hij wel meer andere aan sijn snoer sal krijgen, alwaar sijn die van Bernang, en andere daarom leggende kleijne poten„ „taatjes en dit hem gelukkende soude hij gevaarlijk kunne worde voor de particuliere vaart naar de Cust Cormandel, Malaccaas hert ader. Door de neemdelingen, hier aangebragt sijnde, een Nieuwe soort van spaansche matten van een ander stem„ „pel, welke wel naar een Exacte naweeging swaarder bevon„ „den sijn, dan de oude, dog of de alloij over een komt, met dien, hebbe niet kunne ontdekken, alsoo hier geen Essajeur aanhanden trouwe laar heeft uij Nagezien aanhanden is, deselve egter onder de Ingeseetenen Even voor deselve prijs van 68: stuijvers laate Roulleeren, dat sonder de minste moeijte, dus doorgegaan is: Iegelijk hebbe Eeni„ „ge van deselve naar pera gesonden met last aan de Com„ „mandant aldaar, om aan de koning in betaaling voor thin te geeven dog die vorst heeft swaarigheijdt gemaakt in de acceptatie die niet willende ontfangen, als onder die mids, dat so wanneer tot Malacca of aan andere natien weeder konde uijtgeeven, dan soude houde; dog dat andersints deselve weeder soude mooge te rug geeven. Versoeke hier omtrent uw Hoog Edelens goedvinde te moo„ „ge weeten op hoedanig wijse bij vervolg daar meede sal moete gehandelt worden. Waar meede met alle verschuldigde Eerbied teekene /:onder„ „stont:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere, en Wel Edele Gestrenge Heeren! /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens on„ „derdanige en Gehoorsaame Dienaar /:was Geteekent:/ Ian Crans /:in margine:/ Malacca in't Casteel den 15:e februarij A=o 1775: Accordeert. A„ h: d Een Clereq E JJ: R:Cojus. H

NL-HaNA_1.04.02_3445_0023 view scan ↗

English

No: 17. To his Excellency. The High Noble, Right Honorable Lord Parus Albertus van der Parra Governor-General The Noble and Severe Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Noble and Severe Lords! Since the separate dispatch recently sent to Your High Excellencies, the following report was received by a letter from the Perak Commander Hensel: an extract of which is being forwarded for Your High Excellencies' consideration. Its essential content is that the Selangor Raja, out of fear of an invasion by Raja Ismael and the people of Kedah, had not only written to the English at Madras for assistance, but had also offered them to come and build a fort there, under the promise of delivering all his tin to them. Being a matter that is not only very serious but could also have very dire consequences for the Honorable Company, I believed it necessary to bring this to Your High Excellencies' attention as soon as possible. It was already spread here by various rumors that the intention of Raja Ismael was to make an invasion into the Selangor realm; it was even added that his intention was to request of the Honorable Company, in such a manner, to be allowed to possess that land, like his brother Raja Siak, under the Company's protection and as a vassal. Since no direct or certain reports had been received thereof, such was regarded, as frequently happens here, as loose and unfounded rumors that most of the time amount to nothing. Yet since it now appears afterwards that the same has some basis in truth, it could, if the English accept the offer of Raja Selangor (of which there is no doubt), be of the most disadvantageous consequences not only for Malacca but also especially for Perak, it being easy to understand that the English, once established there, would soon try through their intrigues to make themselves master of the last-mentioned realm, which would have the consequence that the Company would not only lose the entire tin trade, but furthermore the English would become absolute masters both of the tin and of the entire petty trade in this strait, which latter constitutes arguably the most ruinous article for this place, as it is this which yields the greatest benefits to it. Wherefore I submit to Your High Excellencies' high and wise consideration, whether, if the said Raja Ismael, with the aid of the King of Kedah, were to subjugate the said Selangor realm and make a request to be received back into the favor of the Honorable Company (which he will certainly do, as he has already made known in a letter to the former burgher captain De Wind that this is his intention), provided that he subjects himself completely to the Company in like manner as his brother Raja Siak, Your High Excellencies might not then approve not only granting him his pardon, but also providing proper protection and assistance. This would, as I perceive it (subject to wiser correction), be the best means to prevent that design of the Selangor ruler, and thus the Company could become master of all the tin produced here in the strait, and would also make this Government prosper noticeably, because to all appearances the Pangorese, instead of going to Riau as they do now, would have to come here to trade; but arguably the most important thing is that this smuggling nest could thereby be closed to the English. The estrangement that exists between the aforementioned Raja and the Johor Regent Daeng Cambodia seems indeed to be the principal reason that he is seeking his refuge with the English, but I doubt very much whether these actions will be to the liking of the said Regent, all the more so since Selangor belongs under the realm of Johor: Your High Excellencies will also perceive, from the native letters already sent with the general response, among them one from Daeng Cambodia, that the said Regent is not at all well pleased with that Raja, but as I trust would gladly see the Honorable Company establish itself there and expel him. In conclusion, I request Your High Excellencies in the most humble manner to be furnished as soon as possible not only with your orders on how to act in this matter, but also, in the event that Your High Excellencies approve what has been proposed regarding Raja Ismael, to be provided with the required force in order to be able to act in an effective manner, and particularly with soldiers and a good and well-equipped barque. Wherewith I have the honor with all due respect to subscribe (was written): High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, and Noble and Severe Lords (lower): Your High Excellencies' humble and obedient servant (was signed) Jan Crans: In margin: Malacca, in the Castle, the 6th of March, Anno 1775; Extract

Dutch transcription

No: 17. Aan zijn Edelheijd. Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Heere Parus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndie Hoog Edele Groot Agtb:r wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren! Seedert de aan uw Hoog Edelens Iongst toegesondene aparte missive het ondervolgende berigt, bij brieff van den Peraase Commandant Hensel ontfangen: waar van Een Extract tot uw hoog Edelens speculatie is overgaande. Dies saakelijke inhoud behelst, dat den slangoreese Radja uit vreese voor Een invasie van Radja Ismael, en die van queda, aan de Engel„ sche tot Madras om bijstant niet alleen geschreeve, maar ook hun aan„ gebooden had, aldaar Een fort te kome bouwen, onder beloften van alle sijn Thuijn hun lieden te sullen leeveren. Een saak sijnde, die met alleen seer bedenkelijk maar ook van seer quaade gevolgen voor d'E Comp: soude kunne weesen vermeent uw Hoog Edelens soo ras doenelijk, dit ter kennisse te moete brengen. Het was hier reeds door diverse gerugten verspreijdt, dat het voornee„ „men van Radja Imael soude sijn, Een invasie in het slangoreese Rijk te doen, selfs wierd er bijgevoegt sijn meening was d'E Comp: te versoek Beneevens in voor uarij. in dier voege dat Landt te mooge besitten, als sijn Broeder Radja Siac, onder Compagnies protectie en als vassaal. Naar dien daar geen directe of seekere berigten van gekreegen hadde, sulks aangemerkt gelijk hier meermaals gebeurt, als losse, en ongegronde ge„ rugten die meesten tijds op niets uitkomen. Dog dewijl nu van agteren blijkt, het selve eenige grond van waarheijdt heeft, soude het indien de Engelsche offerte van Radja Slangenoor aannee„ „men (:daar niet aan te twijffel is :/ van de aller naadeeligste gevolgen niet al„ leen voor Malacca maar ook insonderheidt voor Pera kunne sijn het ligt te begrijpen weesende dat de Engelschen daar gevestigt sijnde, door haar intri„ ques sig ras van het Laast gemelde rijk soude tragte meester te maaken het geene tot gevolg soude, hebbe, dat de comp: de gantsche Thin handel niet alleen quijt raakte maar daar en boven de Engelsche volstrekt meester soo van de thin als van de gantsche smalle handel in deese straat soude werden, welke Laaste, wel het ruineuste artikel voor dese plaats, is uijtmaakende, als sijnde dit het geene welke aan deselve de grootste voordeelen geeft. Weshalve uw hoog Edelheeden in derselve hooge wijse consideratie geeven soo wanneer gemelde Raadja Jsmael door behulp van den koning van queda, het gemelde slangoreese rijk quam te onderwerpen en indien ver„ soek deede, om weeder in genade bij dE: Comp: te mooge werde aangenoomen /:dat seekerlijk sal doen alsoo sulks reeds bij Een brief aan de oud burger Capiteijn de wind heeft te kenne gegeeven dit sijn voorneemen te wee„ „sen :/ mids dat ingelijker voegen als zijn broeder Radja siac sig vol„ komen aan de Comp: onderwerp of als dan uw Hoog Edelheedens niet soude kunne goedvinden hem sijn pardon niet alleen, maar ook de behoorlijke protectie en bijstant te veelenen. Dit soude soo vernemeene /:onder wijser Correctie:/ het beste middel weesen, ten eijnde dien aanslag van den slangorees voortekomen, ende compagnie dus meester kunnen worden van alle de hier in straat vallende thin, en dit Gouvernement meede merkelijk soude doen prospereeren, vermids naar alle schijn, de Pangoreese insteede, dat nu naar No: 19. naar Riouw gaan, hier ten handel soude moete komen; dog wel het voor„ naamste is, dat daar door dit smokkelnest voor d' Engelsche geslooten soude kunne worden. De verwijdering welke tusschen opgenoemd Radja en de: Ichoorse Regent Dain Cambodia is schijn't wel de voornaamste oorsaak te sijn, dat sijn toe vlugt tot de Engelsche is neemende, dog twijffele seer of dee„ „se gedoentens, wel naar de sin van genoemde Regent sal weesen, te meer daar het slangoreese onder het rijk van Iohoor behoort: uw Hoog Edelheedens meede uijt de reids met de generaale rescriptie versondene inlandsche brieven daar onder een van Dain Cambodia, sullende bespeuren, gemelte Regent in 't geheel niet wel te vreede is op dat Radja, maar soo vertrouwe gaarne soude sien, dE Comp: sig daar vestigde en hem verdreeff. Ten besluijte versoeke uuE: Hoog Edelheedens op 't alle ootmoedig„ ste, omme soo spoedig doenelyk niet alleen met derselver beveele hoe in deese te handelen te mooge werde genunieert, maar ook bij al„ „dien uw hoog Edelheedens het geproponeerde ten opsigte van Radja Ismael kome goed te kunnen, als dan met de vereijschte magt ten eijnde op een effecacieuse wijse te kunnen ageeren te mooge werde voorsien, en wel insonderheijdt met soldaaten en een goede en wel toegeruste bark. Waar meede de Eere hebbe met alle verschuldigde Eerbied te lee„ kenen /:onderstond:/: Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere, en wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager:/: uw Hoog Edelhee„ „dens :/ onderdanige en gehoorsaame Dienaar /:was geteekend./ Ian Crans: /: In Margine Malacca in 't Casteel den 6: Maart A„o 1775; Extract Siac, sulks d al ligt intri„ ken ter kende, den, niet geeven van ver¬ burg t ee„ iddel de nu 1

NL-HaNA_1.04.02_3445_0026 view scan ↗

English

Extract from a letter written by the Ensign Military Iohan Andries Hensel, Commander of the Dutch Garrison at Pera, to the Right Honourable Sir Ian Crans, Governor and Director of the city and fortress of Malacca, as well as the Council, dated 8 February 1775; After receiving that order from your Right Honourable, I immediately had the aforementioned king of this realm informed of your Right Honourable's orders through his clerk. The clerk came to me again on the 27th of the recently passed month and told me that I might write to your Right Honourable in the name of the king, with friendly greetings from him, that he had recently received a letter from Salangoor stating that the King of Quida had summoned Raadja Jsmaael of Siac, and the King of Salangoor feared that the King of Queda might intend to invade his realm together with Raadja Jsmael. For that reason, the King of Salangoor had sent a letter to Madaras, its content being that he requested the English to place a prince on Salangoor, and all the tin that was produced in his realm he would deliver to the English, just as the Honourable Company obtained in this realm. And if all this should come to pass as the King of Salangoor presumed, the king was afraid that Raadja Jsmael might also enter this river. He would indeed make some entrenchments of breastworks here, but is afraid that this might be taken amiss by your Right Honourable. For that reason, the king places this matter into your Right Honourable's favourable consideration, as he does not yet know it for certain; however, as soon as he receives firm news thereof, he will himself immediately send a letter to your Right Honourable to make it known. The king, however, earnestly begs your Right Honourable, if it could be possible, to have a vessel on guard. Below stood: Agrees. Was signed A:o H: de Wijnd, First Sworn Clerk. Agrees: WD: Lock. Secret Sumatra's West Coast Anno 1775 No. 23 25 November 1774. Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, Together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Respected and Far-Ruling Lord, Right Honourable Lords, As we had resolved in our general proceedings on 25 November of the past year to postpone our business concerning Your High Mightinesses' much-honoured resolutions on the considerations of the Right Honourable describing officer of this coast to a further occasion and to treat it separately, we have met for that purpose on 4 January last, in the presence of the members, the residents of the outer offices; And after we had understood and considered Your High Mightinesses' decision on the aforementioned considerations with all due attention, we resolved in the first place, with dutiful unanimity, generally to obey Your High Mightinesses' decision regarding the reduction of servants and outstanding balances on this coast. At the request of the members, the first signed commanding officer has taken it upon himself to execute the specific arrangement regarding the reduction of the servants to be carried out. We subsequently encountered, in our deliberations on the arrangements which it pleased Your High Mightinesses to judge expedient to be put into effect for the offices of Chinto and Adjar Radja, the request of both the present residents of those offices, Challier and Nicolai, for our respectful recommendation to Your High Mightinesses, to the end that they may continue in the administration of their entrusted offices during their stay on this coast, or until a more favourable change in the service, in their present capacity and post. And as the said residents, accidental occurrences excepted and provided they may be supplied with the necessary trade goods, took upon their own account that the expenses of their offices would not only not exceed their limit, but that they would also stand surety for the compensation thereof, we could not refrain, both in consideration thereof and in view of the demonstrated zeal of the Chiniese servants in the recently passed book year and the annual progress of the office of Adjar Radja during the administration of the resident Nicolai there, from consenting to that request and most humbly entreating Your High Mightinesses graciously to condescend to the request of the aforementioned residents of the Chiniese and Adjar Hadjar, to which we have found ourselves the more encouraged

Dutch transcription

Extract uijt Een Brieff Geschreeven door den Vaan„ „arig Militair Iohan Andries Hensel, Commandant van de Nederlandsche Bezetting te Pera, aan den wel Edelen Gestr: Heer Ian Crans Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca, beneevens den raad de Dato 8: Februarij 1775; Naer ontfangst dier order van uw wel Edele Agtb: soo hebbe den vorsz van dit rijk ter stond door dies schrijver de ordres van uw wel Edele Agtb: verwittigen laaten, soo is den schrijver op den 27: der Jongst gepasseerde maand wederom bij mijn gekoomen en mijn geseijd als dat ik uwel Edele Agtb: uijt naam van den vorst onder een vriendelijke groeten van hem schrijven mogte als dat hij in het kort eenen brief van salan„ goor geschreeven hadde, dat den koning van quida Raadja Jsmaael van van siac hadde roopen laaten en den koning van salangoor vreesde als dat den koning van queda van voorneemen mogte zijn om met Raadja Jsmael te saamen in sijn rijk te vallen en dierend halven den koning van salangoor eenen brief naer Madaras gesonden hadde desselfs in houd sijnde dit hij aan de Engelschen versooken dede om een vorst op Salangoor te maaken en al sijn Thin det in sijn rijk vallen dede soude hij aan de Engelschen leveren gelyk als do E Comp: in dit rijk bekomen dede en al sulx mogte aanden sijn gelijk als den koning van salangoor presumeeren dede den vorst bevreest was als det raadje Jsmael ook in deese revier binne mog„ te koomen dog soude hij wel eenige vaartigieten van koeboes alhier maaken maar bevreest is dit hem het selve van uw wel Edele Agtb: mogte qualijk genoemen worden dierend halven stelt Den No: 21. den vorst het selve geval in uw wel Edele Agtb: gunstige Conside„ „ratie terwijl hij het zelve nog niet vast weeten doed, dog soo schielijk als hij vaste tijding daer van bekoomen doet, soo sal hij selfs ter stond ee„ nen brief naer uwel Edele Agtb: senden om het bekent te maaken, dog smeekt den vorst in stendig aan uw wel Ed: Agtb: als het mogelijk sijn koste om een vaartuijg op brandwagt te hebben /:Onderstond:/ /Accordeert :/ was geteekent A:o H: de (Wij nd' Eerste gesw: Clercq: Accordeert WD: Lock Eg blirk a„ che Gestr: teur der en raad vorst Agtb: eerde uwel ten salan„ van reede met ven den sooken als 2 al de elt ier mog„ 2 Siereet Sumatras West Cust A„o„ 1775 No: 23 25 november 174. Petrus Albertus van der Sarra; Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbaare en wijd gebiedende Heer; J: Wel Edele Heeren; Soo als wij in onse gemeene verhandeling op den 25: November a=o p=o beslooten hadde onse besoigne noopens Uw Hoog Edelheedens veel GeEerde resolutien op de Consideratien van den wel Edele volgens besluit van den Heer beschrijver deeser custe tot Een nadere geleegentheijd uijt te stellen en appart te verhandelen, sijn wij ten dien Eijnde op den 4: Ianuarij I=to Leeden met bijweesen der leeden residenten der buijten Com„ „toiren 't saam Gekoomen; En naar dat wij het besluijt van uw Hoog Edelheedens op voren gemelde consideratien met alle verschuldig„ „de attentie hadden verstaan en overwoogen; hebben wij in de Eerste plaats una niem Geresolveert pligt schuldig in het algemeen aan het Besluijt van uw Hoog Hoog Edelheedens ten aansien der Aan sijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtbaren W„ wijd Gebiedende Heere vermindering 1 C 1 d' vermindering der dienaaren en restanten ter deeser Custe, te obedieeren, en heeft den Eerste geteekende gezaghebber bij versoek der leeden op sig Genoomen de Bijsondere schikkinge weegens de te doene vermindering der Dienaren ter uijtvoer te doen brengen. . . Wij ontmoetede vervolgens bij onse deliberatien over de schikkingen welke het uw Hoog Edelheedens. behaagt heeft dienstig te oordeelen dat voor de Comptoiren Chinto en Adjar hadja moesten werden. wer k stel„ „lig Gemaakt, den versoek der beijde tegenswoordig zijnde residenten dier Comptoiren Challier &: Nicolai om onse Eerbiedige voor„ schrijving aan uw hoog Edelhedens ten Eijnde sij in de ad„ ministratie hunner aanbevolene Comptoiren gedeurende hun ver„ „blijf ter deeser Custe ofte Een gunstiger Changement in den dienst, in hunne presente qualiteijd en bedieninge mogte Continuee„ „ren, en alsoo gemelde residenten buijten accidenteele toevallen, en wanneer sij met de benodigde handel waaren: mogen worden voorsien voor hunne reekeningen Naamen de Lasten op derselver comptoiren de bepaling daer van niet soude Excedeeren alleen; maar ook als dan voor derselver goedmakinge instonden soo hebben wij soo uijt aanmerkinge daar van als: beschon„ „winge van de betoonden ijver der Chiniose bediendens in het Iongst gepasseerde Boek Jaar en haar Iaarlijks voorwaarts koo„ „men van 't Comptoir adperadja gedurende de administratie van „den resident Nicolai, aldaar, Niet kunnen afzijn in dat ver„ „soek te bewilligen en uw Hoog Edelheedens op het aller ootmoedigst te smeeken Hoogst deselve gratieurllijk in't ver„ „soek van meergenoemde de Chincose in adjarhadjar, residenten gelieven te Condeseendeeren, waar toe wij ons meer aangespoort hebben

NL-HaNA_1.04.02_3445_0037 view scan ↗

English

No: 25 have found, because we believe we have reason to trust their zeal, that they will indeed contribute their share toward bearing the general burdens and augmenting the profits on this Coast, all the more so since one will now be relieved of those two heavy burden posts, Baros and Ayerbangis, which have existed for so long. And as the head of the Chinco post, Kellier, informed us that instead of twelve he could manage well with eight Company slaves, and the resident of Adjerhadja likewise testified that he had two slaves too many at that post, we have, in the hope of your Right Honourables' approval, fixed the number of the Company's slaves for that post, at Pulo Chinco at eight and at Adjerhadja at four. Furthermore, we have also dismissed from the service, with stoppage of wages, the assistant Coenraad Daniel Joosten, serving at the last-mentioned post, and summoned hither the sergeant stationed there. Subsequently, upon our consideration regarding your Right Honourables' order to reduce the general arrears by half, the first-signed governor informed us that this year, both through returns and the dispatch of superfluous goods to the headquarters, etcetera, including the arrears of the evacuated post Baros, the arrears could be brought down to nearly half of the amounts as of the ultimate of August 1773; which we hope may give your Right Honourables some satisfaction, while in the meantime we shall leave nothing untried to be able in a following year to comply fully with the highly respected intention of your Right Honourables in relation to this point. Further, we have with due attention maturely considered your Right Honourables' honored intention both to let trade henceforth be conducted for ready gold, and to let the native nation settle all their disputes and affairs among themselves without interference from the Company, as well as to let them choose and appoint their regents themselves. However crystal clear the wholesome intentions of your Right Honourables appear to us from this, and however gladly we also wished dutifully to cause your Right Honourables' highly honored will to take effect in this matter, on the other hand such obstacles present themselves to us, which give us reason to fear that for the present one could not easily reach the end of such a desired goal; wherefore we find ourselves obliged to bring to the attention of your Right Honourables in the most respectful manner that it would be an impossible thing, and especially in a time like the present wherein trade is again somewhat about to revive, to make a nation so enslaved to its customs as the coastal and mountain peoples living here and hereabouts adopt a different method of trading than that which has existed between us and them for so long; the mountain dweller being never accustomed to come directly to the Company's factors to trade with his ready products, No. 27. but rather to the so-called merchants residing here, would regard direct trade with the administrators as a novelty, and very likely not even take the trouble to come from the bazaar into the fortress for that purpose, and furthermore, not being served in their customary manner, would return with the gold they brought down, which to our regret is already often seen to happen upon the shortage of their sought-after wares. Thus, if one wishes to endeavor to keep trade lively, one ought generally to furnish the shops of the aforesaid merchants, who in fact can be regarded as nothing more than commission agents or brokers, richly with what is on hand for the convenience of the mountain dweller; which goods, since those merchants are unable to pay directly for all that they receive from the administrators for trading, must also be credited to them until such time as they have bartered the same for ready gold to the said mountain people, whereupon they duly settle their payment to the administrators for it. And without such a manner of negotiating, we believe, very obediently, that we see no possibility of being able to trade here. We therefore most humbly beseech your Right Honourables that, out of gracious consideration, you may be pleased to allow us to continue the trade here on the old footing, while every possible precaution to prevent losses will always be put into practice. And passing on from this to the other

Dutch transcription

No: 25 hebben bevonden door dien wij vermeenen reedenen te hebben, van derselver ijver te moeten vertrouwen zij voor derselver aandeelen wel sullen toebrengen in het dragen der algemeene Lasten, en het augmenteeren der winsten op deese Custe te meer daar men nu van die twee soo lang geweest zijnde swaare Last posten Ba„ „ros W: Aijerbangis ontbest sal weesen kelber En alsoo het Chincoos opperhooft„ „challier ons te kennen gaf hij in plaats van har „twaalf het met agt Comp=s Lijf Eijgenen daer wel konde stel„ „len en den Adjarhadjase residente ingelijks betuijgde hij op dat Comptoir twee stuks Leijff Eijgenen te veel hadden soo hebben wij in hoope van uw Hoog Edelheedens goedkeuring het getal der Comp=s slaven voor toen, pesaald te P=lo Chinio op Agt en te adjerhadja op vier stuks. Wijders hebben wij ook den op het Laest Gemelde Comp„ „toir dienst doende assistent Coenraad Daniel Joosten met stilstand van gagie uijt den dienst ontslagen, en den aldaar bescheijdene sergeant herwaarts ontboden, Vervolgens heeft den Eerst geteekende gezaghebber bij onse overweeging nopens uw Hoog Edelheedens bevel, om„ me de Generaale restanten tot op de helft te verminderen, ons bedeelt dezelve dit Jaar soo door de retouren, als. verzending der overtollige Goederen, Naar de hooftplaats &=a de restan„ „ton van het geëvacugeerde Comptoir Bavos daar onder beg„ „reepen op weijnig naer tot op de helfte van den bedraagen on„ der ult=o Augus=t 177/3: zoude kunnen werden Gebragt 't Geurt wij verhoopen uw Hoog Edelheedens - — Eenig genoogen sal mogen geeven inmiddels wij miets on„ opdeptraest „pe proest sullen Laaten, omme op Een volgend Iaar vol„ „komen aan de Hoog Geberde Intentie van uw Hoog Edel„ „heedens met Relatie tot dit Poinet te mogen voldoen; verder hebben wij met schuldige attentie rispelijk over„ „woogen uw Hoog Edelheedens geEerde Intentie soo om den Handel voortaan voor Contant goud te Laten geschie„ „den; als de Inlandse Natio op sig selve alle haare verschillen en saaken sonder bemoijenissen der Comp=s te laten afdoen soo wel als hun derselver regenten selve te laten app en aanstellen Hoe Middag klaar ons ook hier uijt de Heijlsame oogmerken van uw Hoog Edelheedens voorschijnen, en hoe gaarne wij ook wenschte hier inne pligt schuldig uw Hoog Edelheedens hoog geEerde wille stand te doen grijpen, koomen ons aan de andere sijde soodanige ob„ stauilen voor, welke ons met reeden doen vreesen men voor eerst niet Ligt het Eijnde van sulk gewenscht doel wit soude kunnen berijken weshalven wij ons verpligt vinden, op de aller Eerbiedigste wijse onder het oog van uw Hoog Edelheedens te brengen dat het Een ondoenelijke saak soude sijn en wel insonderheijd in Een tijdstip als Jegenswoordig waar in den Handel wederom wat staat te verlevendigen eene aan derselver gewoontens soodanig verslaafde Natie als de hier en omstreeks zijnde strand, en berg volkeren een andere weijse van verhandelen te doen aan„ „vaarden dan die welke tusschen ons en hun lieden soo lange heeft gesubsisteert den Bergman Nooijf gewoon sijnde direct met sijne Contantes Producten bij 's Comp=s Factoors maak No. 27. maar wel bij haare soogenaamde hier geseetene koop„ lieden ten handel te koomen soude eene directe handel met de administrateurs als Een Nieuwigheijd beschouwen, en veel Ligt de moeijte niet Eens neemen om van de Bazaar ten dien Eijnde binnen de Fortres te koomen niet Alleen, maar ook op hunne Gewoone wijse niet geholpen wordende met hun afge„ bragte goud weerder terugge gaan, 't gunt men tot leed„ zijn al veel maalen bij manquiment van hunne gesogte waaren siet gebeuren, dus wil men den Handel tragten Leevendig te houden diend men die voorn: kooplieden / welke in der daad niet meer als Commissionair of Makelaar kunnen aangemerkt worden hunne winkels door gaens met het aan handen zijnde Rijkelijk te stofferen tot Gerijs van den Berg„ „man welke goederen dan ook vermits die Cooplieden buijten staat sijn. al het gunt sij van de administrateurs ter verhandeling ontfan„ „gen, de rect te kunnen betalen aan hun moeten werden gecrediteert ter tijd zijlieden deselve voor Contant goud aan de gesegde perglie„ „den hebben getrocqueert als wanneer sij beest hunne betalinge aan de administrateurs daar voor afleggen, en sonder soodanige wijse van Negotieeren vermeenen wij seer obedeint geen mogelijk„ „heijd te sien hier handel te kunnen doen wij smeeken derhalven uw Hoog Edelheedens seer ootmoedig Hoogst deselve uijt gra„ „tiense Consideratien ons gelieven toe te staan den handel alhier op den onder voet mag werden gecontinueerd terwijl men alle moge„ „lijke behoedsaamheijd ter voorkominge van schaadens altoos sal werk stellig maaken En hier van overgaande tot het andere

NL-HaNA_1.04.02_3445_0040 view scan ↗

English

As to the other point concerning Your High Noblenesses' desire not to interfere with the native regents or their affairs, we likewise most humbly beseech Your High Noblenesses favorably to consider that it is only the Company's authority over the regents which restrains the worst among the natives hereabouts, not only from rebelling against their own regents, but also against other outrages which could never turn out to the benefit of the Company, and keeps them in check. And Your High Noblenesses, both from consideration of this and because it is known with certainty that as soon as the step is taken to leave the regents everywhere to themselves, they will immediately retreat to the mountains, every one to the village of their parents or ancestors, in order to protect themselves against the outrages otherwise to be expected from their ill-disposed subordinates, as well as on account of the fear we have that such a withdrawal would put us completely out of a position to conduct any trade whatsoever with profit for the Company, may kindly please consent that the native regents all around here may remain bound in obedience to the Company as of old, while on our side, without the Company's interest being at stake, we will also not lightly seek to engage in their private disputes, but in all this act as sparingly as shall be in any way practicable. We have the honor to be allowed to call ourselves with the deepest respect, High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Your High Noblenesses' humble and obedient servants. Was signed: R: Palm, A: F Adami, I: Ehrentrout, T: v: Kempen, I: M: Scheffer. Dated 25 February 1775. Copy. Copy of the Secret Resolution taken in the Council of Policy at Padang, dated 4 January 1775. Present: The Honorable Roeland Palm, Senior Merchant and Commander of this Coast; The Honorable Adam Fredrik Adami, Merchant and First Administrator; Joseph Challier, Junior Merchant and Chief at Poulo Chinco; Jan Fredrik Willem Nicolai, Junior Merchant and Resident at Adjarhadja; Jesajas Ehrentraut, Junior Merchant and Fiscal; Thomas van Kempen Jansz:, Secretary of Policy; Jan Marthin Scheffer, Ensign and Head of the Military. Pursuant to the resolution of this meeting during the discussion of Their High Noblenesses' revered letter of 29 September 1774, to postpone the deliberation on the considerations of the Honorable Former Commander of this Coast, in the decision taken thereon by Their High Noblenesses, to a further day to be determined, The Commander proposed to the members to proceed thereto now, producing to that end the aforementioned highly respected considerations and advice, together with the extract from Their High Noblenesses' resolution of 18 April taken from the same. And after the same were read aloud to the members by the secretary, it was, after attentive consideration of this weighty subject, unanimously resolved in the first place to obey in general the contents of the often-mentioned highly esteemed considerations and resolution with regard to the reduction of servants and balances on this coast in all respects dutifully in accordance with Their High Noblenesses' revered decision, and at the same time the members requested the Commander to take upon himself the special arrangement in the reduction of the officials to be made. This being accepted by his Honor, they proceeded to the reconsideration of Their High Noblenesses' resolution to assign a bookkeeper to the post of Poulo Chinco and an assistant to the post of Marhiesja as resident. Then, before proceeding further with this matter, the residents of the aforementioned two posts and attending members, the Honorable Challier and the Honorable Nicolai, requested the recommendation of this assembly to Their High Noblenesses, that during their stay on this coast or until their favorable promotion in office, they may be permitted to continue at their posts in their present capacities and offices, taking upon their own account both that the fixed expenses, beyond accidental occurrences, shall not exceed the order given them, and the reimbursement thereof whenever they shall be provided with the required trade goods. The members present, deliberating on this and taking into consideration the responsibility assumed by the said residents with respect to the fixed expenses for their posts, added to the zeal shown by the resident of Chinco in the last expired financial year and that of the resident of Adjarhadja during his presence there through an annual onward extension of that post, all of which give hope for further success, have unanimously resolved to agree to the request of the above-named residents. And at the first writing most humbly to beseech Their High Noblenesses that they may please cast a favorable reflection on the petition of the often-mentioned residents, as one flatters oneself that through the proofs of their zeal they will indeed contribute for their share both to bearing the general burdens and augmenting the profits on this coast, the more so since we will now be relieved of those two burden posts of Aijerbangies and Baros, which nevertheless for years past have contributed much to the heavy expenses that the Company has borne. And whereas the Chief of Chinco communicated that he there indeed

Dutch transcription

andere Poinct betreffende uw Hoog Edelheedens begeerte om sig niet met de Inlandse Regenten offte derselver saaken, te bemoeijen smeeken wij Hoogst deselve meede gunstig gelieven te beschouwen, dat het alleen het beschip der Comp=e over de re„ „genten is welke de slegste onder de hier omstreeks zijnde in„ „tanderen beteugeld, slfs teegen hunne Eijgene Regenten te re„ „belleeren niet alleen maar ook tegens andere spijtelijk heeden welke noijt tot voordeel der maatschappij konde uijtvallen, en toom houd, En uw Hoog Edelheedens/ soo uijt aanmerkingen daar van als om dat men met seekerheijd weet soo draar tot die staf om de regenten al omme op hun selve te Laaten wert overgegaan, zij sig aan stonds naar het Gebragte, Een „ ijgelijk naar de Negorie hunner ouders ofte voor-ouders sullen begeeven ter behoeding van hun andersints te wagtene baldadigheeden„ van hunne kwalijk gesinde onderhorige, soo wel also weegens de vreese welke wij hebben soodanige rxtracte ons Geheel buijten staat soude stellen Eenige de minste handel met vrugt voor de Comp=s te kunnen drijven / goedgunstig gelieve te Conser„ „teeren de Jnlandse regenten hier al omme onder de gehoorsaam„ „heijd der Comp=s als van ouds mogen verbonden blijven intusschen men van onse zijde sonder dat'sComp=s intrest daar aan geleegen Rgt. zig ook niet ligt in hunne bij sondere twisten sullen Tragten in te Laten maar in allen Deese E No. 23. Deese soo spaarsaam te werk gaan als Eenigsints doenlijk sal sijn: wij hebben d' Eer met de Diepste Eerbied te moogen Noemen; Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heer, /onderstond/ Uw Hoog Edelheedens onderdanige &. Gehoorsame Dienaren /:was geteekend:/ R: Palm A: F Adami, I: Ehrentrout; F: v: kempen; I: M: Fcheffer; gedat: 25 febr: 1775. Copia Copia Secrete Resolutie genoomen in Raade van Politie te Padang dato 4: Januarij A„o 1775: Present Den Heer Roeland Palmt opperkoopman en Gesaghebber deeses Custe Adam Fredrik Adami Koopman DE: Eerste Administrateur, Ioseph. Challier onder koopman „r opper„ „ „ hoofdste Poulo chinco: Jan Fredrik Willem Nicolai onderkoopman en Resident Te Adjarhadja „ Jesaias Ehrentraut onder„ „koopman Fiscaal: „ „ Thomas van Kempen Iansz: Secretaris van Politie „ Ian Marthin Scheffen vandrig en Hoofd der Militie Ingevolge besluijt deeser vergaedering bij besoigne over Haer Hoog Edelheedens Gevenereerde Letteren van den 29=e Septemb: 1774: omme de verhandeling, over de consideratien van den ver Wel Ed=e Heer Beschrijvwijt deeser Custe, in 'T door Haer H6009 No. 33. Hoog Edelhedens daer op genomene besluijt uijt te stellen tot eene nadere te bepalene dag— Proponeerde den Heer gezaghebber de Leeden om Thans daer toe over te gaen, Ten dien Eijnde Produceerdende vooren gemelde Hoogge„ „respecteerde Consideratien en advijs Beneevens Exttract uijt H: H: Edelheedens besluijt van den 18: April uijt deselve genoomen En naar dat deselve door den secretaris de leeden waeren voor„ geleesen, wierd naar Attentje overweging op dit gewigtige supt„ voor Eersteen paarig beslooten, omme in 't algemeen aen den Jnhoud van de meergemelte Hoog g'agte consideratien en Resolutie ten aen„ sien der vermindering van Dienaeren en Restanten op deese Custe in allen op sigte schuld pligtig aen hoogst gemeld- Haer Hoog Edelhedens gevenereerd besluijt te obedieeren, en teffens den Heer Gesaghebber door de Leaden versogt de bijsondere schikkinge in de te doene Reductie der bediendens op sig te willen neemen Dit door zijn Edele g'accepteert zijnde gongmen over ter Resumptie van Haer Hoog Edelheedens besluijt omme 't Comp„ „toir Poulo Chinco, Een boekh: in 't Comptoir Marhiesja een Adsistent tot Resident toe te voegen Dan als Eer men verder hier voor handelde versogte de Residen„ „ten der gem: Twae Comptoiren en Presente Leeden, D: E: Challier D: E: Nicolai de voorschrijvinge deeser vergaderinge aen H: Hoog Edelheedens omme geduurende hun verblijff ter deeser Custe ofste derselver gunstige verbetering van bedieninge op hunne Comptoire in derselver Presente qualiterten bedieninge Te Te mogen Continueuren voor hunne Reekeninge neemende zoo wel dat de bepaalde lasten /:buijten Accidenteele toevallen:/ de ordre bij hun niet sullen te booven gaen, als de goedmaekinge derselver, wanneer sij met de benodigde handelwaeren zullen mogen werden voorsien— De leeden in Loco hier over delibereerende en in opmerkinge neemende, der gemelde Resident op sig genomene verantwoor„ „dinge ten aensien der bepaalde laasten voor hunne Comptoiren gevoegd bij de betoonde ijver der chincose residenten in 't Iongst gepasseerde boek=Iaer, ende die van den Adparhadjase Resident geduurende zijn aenwiesen aldaar door een Iaerlijkse voorwaerds verrenginge van dat Comptoir welke alle Hoope geeven tot een verder succes, hebben Een paarig beslooten in 't versoek der boven genoemde Residenten toe te stemmrne En bij eerste schrijvens Haer Hoog Edelheedens op het al„ „ler ootmoedigste te smeeken Hoogst deselve een gunstige Erflectie op de beede der meer gemelde Residenten gelie„ „ven te slaen, alsoo men sig Felateert zij door de bewijsen houmer ijver voor hun aandeel wel zullen Contribueren soo in 't draegen der algemeene lasten als augmenteeren der winsten te deeser Custe, te meer daer men nu van die 2 Lastposten Aijerbangies en Daros ontheft zal sijn welke dog 't zeedert Iaeren Herm=r veel tot de swaere Laps„ „ten welke de Comp=s gedraegen herfst hebben toe gebragt— En vermits 'TChincos opperhooft bedeelde hij aldaer wel

NL-HaNA_1.04.02_3445_0045 view scan ↗

English

No. 33. truly 4 Company slaves at none could miss, the Adjarhadjer Resident likewise 2 pieces, so also the number of slaves henceforth was determined at the first station at 8, and the other at 4 pieces of slaves, requiring the previous surplus to be sent hither, as also the sergeant of the last-mentioned station, where also the assistant stationed there, Coenraad Daniel Joosten, was dismissed from the Service with stoppage of salary. Proceeding from this to the deliberation in order, according to Their High Excellencies' order, to reduce the outstanding balances by half, it was understood to employ all possible means thereto as well, and by a small estimate thereof shown by the Lord Governor, the same this year both through the receipts and the shipment of the surplus goods to the Main Place and the outstanding balances of Baros of approximately f 100,473. 8., could be brought to half of the General Outstanding Balances of this Coast under ultimo August 171 2/3, so it is further approved to leave nothing unattempted in order in a following year to be able to comply fully with the highly esteemed intention of Their High Excellencies with regard to this article. Subsequently proceeding in particular to the consideration concerning Their High Excellencies' intention with regard to the trade, to bring the same here into existence for cash, and the non-interference of this ministry with native affairs of whatever nature, but to let that nation settle their own disputes among themselves, and dismiss and appoint their own Regents, which two points being considered with the utmost attention by the assembly, and the very beneficial objective of Their High Excellencies, also in particular in these two points, having appeared as clear as day, it wished nothing more than dutifully to bring this about immediately in accordance with the highly esteemed will of Their High Excellencies, if only the possibility to be able to attain the desired effect thereof were present; but the fear that one would not initially reap the fruits of such a desired goal caused the members to resolve, at the first writing, most respectfully to request the most highly mentioned Their High Excellencies that the same might be pleased to consider that it would be an almost impossible thing to cause a nation so enslaved to customs as the mountain peoples residing here and in the surroundings to adopt another manner of trading than that which has existed between them and the servants of the Company here for so many years, where the mountaineer has never been accustomed to come to trade directly with his cash products with the Company's factors, but rather with their so-called merchants residing here; that these latter now (who can truly be regarded as no more than commission agents or brokers) have not sufficient means to be able to pay directly for all that they receive from the administrators for trade with the mountaineer, and therefore necessarily must be credited with the Company's trade wares until such time as they have bartered the same for cash gold to the said mountaineers, at which time they can first settle their payment therefor with the administrators, No. 35. and that without such a manner of trade there is no possibility of carrying on any significant commerce, and it may therefore please Their High Excellencies' kind favor that one here may continue with the trade on the old footing; so also with regard to the other point, concerning interference with the native Regents and their affairs, it is resolved also very humbly to request Their High Excellencies that the same may remain bound under obedience to the Company, without interfering with them or with their private disputes that have no relation to the Company's interests, as it is only the Company's authority over the regents that restrains the wicked among the natives living hereabouts, not only from rebelling against their Regents here, but also restrains them against other acts of violence which could never turn out to the advantage of the Company; and one also knows with much certainty that as soon as that step must be taken of leaving the Regents everywhere to themselves, they will immediately, according to the custom, each betake themselves to the village of their parents or ancestors, in order thereby to prevent finding themselves exposed to the acts of violence of their ill-disposed subordinates; and which retreat one then, under Their High Excellencies' very respectful correction, also believes would incapacitate this ministry from being able to carry on any, even the least, trade with profit for the Company. Thus done, resolved, and determined at Padang on Sumatra's West Coast on the day, month, and year aforesaid. (Was signed:) Roeland Palm, Adam Fredrik Adami, Joseph Chullier, Jan Fredrik Willem Nicolai, Jesaias Ehirentraut, Thomas van Kempen Jansz., Jan Marthin Scheffer. (Underneath stood:) Agrees. (Was signed:) I. v. Kempen, D. J. Vermeer, Aff. Arrived Secret Letter and Appendices Received from Java's East Coast Since primo January until ultimo month of April 1775.

Dutch transcription

No: 33. wwel 4: Comp=s Leijss- bij geenen konde missen den Adjarhadjerse Resident insgelijks 2: stuks, soo wierd ook het getalder Leijff lij„ „genen voor thaen bepaald op 't Eerste comptoir op 8: en't andere op 4 stuekes Lyff Eijgenen, moeten de de voorige meerder zijnde herwaerds gesonden werden zoo als ook den sergeant van 't Laast gemelde comptoir alwaer ook den aldaer beschiedene Adsistent Coenraad Daniel Ioosten met stilstand van gagie uijt den Dienst wierd ontslagen Hier van overtreedende ten overweeginge omme volgens Haer Hoog Edelheedens bevel de Restanten tot op de helfte te verminde„ „ren soo wierd verstaen ook hier toe all moogelijke middelen te werke stel„ „ligen, en bij eene klijne overslag daer van door den Heer gezaghebber aengetoont 't selve dit Iaer soo door de Bethouren, als de versending der overtollige goederen naer de Hoofd-Plaets en de Restanten van Baros op omtrent ƒ 100'473„ 8. naer, tot op de helft van de Generaele Restanten deeser Custe onder ult=o augus=ts 171 2/3 Co„ „de kunnen werden gebragt, soo is verder goedgevonden, niets onbe„ „sogt te laeten om op een volijend Iaer volkoomen aen de Hoog g Perde intentie van Haer Hoog Edel heed=s ten aensie, van dit ar„ „ticul te mogen voldoen Vervolgens in 't bijsonder ter Beschouwinge over stappende nopens Haer Hoog Edelheedens intertie ten aansien van den „train handel om deselve voor Contant alhier in 't zijn te brengen, en 't niet bemoeijen van dit ministarie met Inlandse zaeken E van wat natuur ook, maer om die natie op haer selve hunne Eijgene stecken te Laeten afdoen, en derselver Eijgene Regenten Regenten aff en aansetten welke Twee Poincten met de uijterste attentie bij de ver„ gaedering overwoogen werdende in 't seer Heilsaem oogmerk van H: Hoog Edelheedens ook in 't bijsonder in deese Twee poincten middag klaer deselve voor gekomen zijnde, wenschte niets meer dan ook hier in schuldpligtig aenstonds ingevolge der Hoog G'Eerde wille van Haer H: Edelheedens zulks stand te doen grijpen, soo maer de mogelijkheijd om 't gewenschte Effect daar van te kunnen Erlangen daar waere, dan de vreese dat men de vrugten van soo een gewenscht doel wit voor Eerst niet zoude plukken, diede de leeden besluijten bij eerste schrijvens, Hoogst gemelde Haer Hoog Edelheedens op 't aller eerbiedigste te versoeken Hoogst: deselve geliefde te considereeren, dat 'T eene genoeg„ Saem en doenlyke saeke soude zijn, Eene Nattie zoo verslaefst aen gewoontens als de hier en omsterks stranden berg volkeren eene aan„ dere wijse aen ver handelen te doen aengrijppen dan die welke Tussen hun en de Dienaeren der Comp=s alhier soo veele Iaeren heefft ge-exteert, alwaer den Bergman nooijt direct met zijn Contante Producte ge„ „woon is geweest bij s Comp=s Factoors, maer wel bij Haere soo genaemde hier geletene Coopplieden ten Handel te komen dat deese laeste nu (: die men waarlijk niet men als Commisonaires of Make„ „laert kan ammerken :/ geen genoegsaem jermoogen hebben aen alle het gund zij van de Administrateurs ter verhandeling met den Berg„ „man ontfangen direct te kunnen betaelen en derhalven noodsaakelijk 's Comp=s slandel waeren moeten gecrediteert ter tijd sij deselve voor Contant goud aen de gesegde Berglieden hebben getrocqueerd, als wanneer sij eerst hunne Betalinge daer voor aen de administrateurs kun„ nen No. 35. nen afleggen, en dat sonder sodanige wijse van verhandelinge geen mogelijkheid is eenige naamwaerdige Negotie te doen, en 't derhalven H: H: Edelheedens goed gunstig behaegen maag, men alhier met den Handel op den ouden voet mag Continuueeren soo ook ten aensien van 't an„ dere Poinct, Raakende de bemoeijenisse met de Jnlandse Regu„ „ter en derselver saeken is geresolveerd H: Hoog Edelheedens ook seer ootmoedig te versoeken, deselve onder de gehoorsaemheijd den Compag„ „nie moogen verbonden blijven sonder dat men sig met deselve off met hunne bijsondere verschillen welke geen Relatie tot 's Comp=s belangens hebben sal inlaeten alsoo 't alleen 't beschikken der Comp=s over de regen„ „ten is, welke de slegte onder de hier omstreeks zijnde Inlander beteugeld, selffs niet teegen hunne Regenten te rebelieren, allier, maer ook Teegen andere Feijtelijk heeden welke nooijt tot voordeel der Maatschapp„ „pij konde uijt vallen in toom houd, en men ook met veel seekerheijd wiet zoo draa tot die stap moet werden getreeden van de Regenten allomme op hun zelve te laeten, sij sig aenstonds naer 'T gebragte Een ijgelijk naer de Negorij hunnes ouders off te voor ouders sullen begeeven, om daar door voor te koomen sig bloogtgestelt te vinden aan de kaldaadigheeden van hunne qualijk gesinde onderhoorige en welke Retracte men don onder H: H: Edelheedens seer Eerbiedige Correctie ook vermeend, Dit de Hinisterie E buijten staat zoude stellen Eedige de min„ te Handel met vrugt voor de Compagnie te kunnen drijven Aldus Aldus Gedaen Geresolveerde G'arresteert te Padang op Sumatras westkust ten daege maand en Iaere voorschreeven /:was geteekent:/ Roeland Palm„ Adam Fredrik Adami, Ioseph Chullier; Ian Fre„ „drik willem Nicolai, Jesaias Ehirentraut, Thomas van kempen Iansz:, Ian Marthin Scheffer /:onder„ D: J: Vermeer „stond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: v: Kempen, Afl: Aangekomen Secreete Brief en Bijlagen Ontvangen van Java's Oost Kust Zedert primo Janu: tot ult. maant April 1775.

NL-HaNA_1.04.02_3445_0061 view scan ↗

English

No. 37. Register of Secret Papers received from Java's East Coast, from primo January to ultimo March 1775. Copy Separate dispatch from Governor van der Burgh to their High Excellencies, dated 31 December 1774. page [blank] Copy Translated Javanese note of all the still living children of the aforementioned Pangerang. page 20 Copy Translated Javanese letters from Pangerang Adipattij Mancoenagara addressed to the aforementioned Governor, received there on 23 October 1774. page 19 Copy Ditto Javanese letter written by Pangerang Boemi Notto of Banda to his son, the frequently mentioned Pangerang. page 22 Copy Account of the Madurese Padem given under date of 6 December 1774. page 23 Copy Ditto of the Lasem Javanese Sidien alias Dabben given at Samarang, date as above. page 25 page Copy Account of the Djoejocarta Javanese Hoesrek given at Samarang on the just-cited date. page 25 Copy Considerations of the Authority in the Oosthoek Luzac regarding the manner and necessities for the expedition against the island Noessa. page 27 Copy Report to Mr. van der Burgh regarding the activities of Rijck and Steenbergen in lower or western Balemboangang. page 33 Statement of the inhabited villages of Djember by the Mantri Sodito and his subordinates. page 49 Resolution held by the Ensign and Balemboangang Commissioner van Rijck et al. on 23 August 1774. page 51 Name list of the inhabitants of the village in Balemboangang who fled to the western part. page 53 Statement of the inhabited villages of Prasigan by the Mantri Paoemaan. page 57 page No. 39 Statement of the inhabited villages of Oentong by Mantri Boetereering. page 58 Statement of the inhabited villages of Sabrang by Mantri Boman. page 59 Copy Considerations of the Authority Luzac regarding the above-cited report of van Rijck et al. concerning Balemboangang. page 61 Copy Separate dispatch by the said Authority to Governor van der Burgh dated 3 June 1774. page 69 Copy Extract separate dispatch by Schophoff to the Authority at Sourabaija Luzac dated 2 May 1774. page 79 Copy Extract dated 12 May 1774. page 80 Copy Ditto ditto 12 ditto. page 81 Copy Separate dispatch from the Authority Luzac to the Governor van der Burgh dated 21 June 1774. page 83 page Copy of a copy letter written by Lieutenant van Rijck to the Authority Luzac dated 8 June 1774. page 85 Copy Separate letter written by Luzac to Mr. van der Burgh dated 30 June 1774. page 89 Copy Two extracts from the separate letter from Schophoff to the Authority Luzac, written and dated 22 June 1774. page 93 Copy Two extracts ditto ditto 30 June 1774. page 94 Copy Separate dispatch written by the Authority at Sourabaija Luzac to Mr. van der Burgh dated 15 July 1774. page 97 Copy Separate ditto dated 16 July 1774. page 105 Copy Separate letter from Schophoff to Luzac dated 9 July 1774. page 107 Copy Letter from Luzac to Mr. van der Burgh dated 2 August 1774. page 111 No. 43 page Copy Translated Javanese letter from the Authority Luzac written to the Tommogonng Djojo Sentiko. page 115 Copy Letter from the Regent at Samongang to the just-mentioned Authority. page 118 Copy Reply from the Authority Luzac to the Regent dated 18 July 1774. page 119 Copy Reply from the Tommongong Djojo Sentiko addressed to the Authority Luzac. page 120 Copy Separate letter from the Oelopampang Resident Schophoff to the Authority Luzac dated 28 July 1774. page 121 Copy Letter from Luzac to Mr. van der Burgh dated 2 August 1774. page 127 Copy Letter from Schophoff to Luzac dated 16 August 1774. page 129 Copy Letter from Luzac addressed to Mr. van der Burgh dated 6 October 1774. page 131 page Copy Letter from Schophoff to the frequently mentioned Authority Luzac dated ultimo August 1774. page 133 Copy Letter from Luzac to Governor van der Burgh dated 27 September 1774. page 136 Copy Letter from ditto dated 4 October 1774. page 139 Copy Translated Javanese letter from the said Authority to Pangerang Setja Diningrat dated 4 October 1774. page 141 Copy Letter from Luzac to Mr. van der Burgh under date of 14 October 1774. page 143 Copy Extract from a private letter written by the Bancalang Commandant Mierop dated 4 October 1774 to the Authority. page 146 Copy Translated Javanese dispatch from Pangerang Setja Diningrat written to the aforementioned Sourabaija Authority. page 147

Dutch transcription

No. 37. Register der Secreete Papieren ontvangen van Javas Oostcust, Zedert primo Ianuari tot Ultimo Maart 1775. Copie Aparte missive van den Gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Ed=n Gedateerd 31: december 1774. - - - - - - - - - - „ Copie Translaat Iavaansche Notitie van alle de nog in leeven zijnde kinderen van Even gemelde Pangerang - - _ - - - - - - - - - - „ 20 Copie Translaat Javaansche brieven van den Pangerang Adipattij Mancoenagara aan booven Gemelde Gouverneur gerigt ginder ontfangen den 23:' october 1724. - - - - - - - - - - - - „ 19 Copie _:o Iavaansche brief geschreeven door den Pangerang Boemi Notto van banda aan zijnen zoon den meergemelden Pan„ „gerang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 22 Copie Relaas van den Madurees Padem gegeeven de dato 6:' December ixp 1774 - - - - - - - - - - - - - - „ 23 Copie _ o van den Lassums Iavaan Sidien /:asiab:/ Dabben gegeeven te Samarang, dato als boen - - - - - - „ 25. Sag. pag Copia Relaas van den Djoejocartas Iavaan Hoesrek gegeeven te sama„ „rang op Even geciteerde datum - - - - - - - - „ 25 Copia Consideratien van den gezaghebber in den Oost:koek Luzac over de wijze en benodigdheeden tot de expeditie teegen het Eijland Noes„ „sa – – – – – – – – – - - - - – - - - - – – – „ 27 Copia berigt aan den Heer van der Burgh weegens de verrigtingen van Rijck en Steenbergen in 't needer of westerlijke Balembo„ „angang - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 33. Opgave der Djemberse bewoonde wegorijen door den mantale sodito en zijn on„ „derhoorige - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 49 Resolutie gehouden door den vendrig en Balemboangangs Commissiant van Rijck C: s: op den 23:' Augustus 1774. - - - - - „ 51. Naamlijst van de bewoners der Negorij te balemboangang die naar het westerge„ „deelte ontweeken zijn - - - - - - - - - - - - - - „ 53. Opgave der Prasiganse bewoonde Negorijen door den Mantaa Paoemaan - - - - „ 57. - pag No. 39 Sama„ sterge„ Opgave der Oentongse d=o d=o door Mantaie Boetereering - - - - - - - - - - - -„ 58 Opgave der Sabrangse d:o do door Mandrie Boman – – - – – - - - „ 59 Copia Consideratien van den Gezaghebber Luzac over het booven Geciteerd be„ „rigt van van Rijck C: S: noppens Balemboan„ „gang - – – – – – – – – – – – – – – – – –„61 Copia Aparte missive door den Gedagde gezaghebber aan den Gouverneur van der Burgh gedateerd 3:' Iunij 1724: - - - - - Copia Extract apparte missive door schophoff aan den gezag hebber te sourabaija Luzac gedateerd 2:' mai 1724: – – – – – – – „ 79 „ d=o d=o Copie Extract de dato 12:' Mai 1724. - - - - - - - - - - - - - „ 80 Copie _=o d„o d„o 12:' _o „ - - - - - - - - - - - - „ 81 Copia Aparte missive van den gezaghebber Luzac aan den Heer Gouver„ „neur van der Burgh gedateerd 21: Iunij 174: - - - - - „ 83. „ 25 en s „ 22 Rijck bo„ „ 33. on„ - -„ 49 van -- „ 51. -- „ 53. - . „ 57. „ gang V7 Pag. „ 69 0. pag Copia â Coppie brief geschreeven door den Luijtenand van Rijck aan den Gezag„ hebber LuZac Gedateerd 8: Iunij 1724. - - - - - - - - - - - „. 85 Copia Aparte brief geschreeven door Luzac aan den Heer van der Burgh Gedateerd 30:' Iunij 1724. - - - - - - - - - - „ 8. 9 Copia Twee Extracten uijt de apparte brief van schopphoff aan den Gezaghebber Luzac Gezag ven en Gedateerd 22: Iunij 1724. - . —„ 93 Copia Twee Extracten d:o d:o 30: Iunij 1774. - - - - - - - - - - - „ 94 Copia Aparte missive geschreeven door den Gezaghebber te Sourabaija Luzac aan de Heer van der Burgh gedateerd 15: Iulij 1724. - - - – – – – – – – – – „ 97 Copia Aparto d:o Gedateerd 16:' Iulij 174. - - - - - - - - - „ 105 Copia Aparte brief van Schophoff aan Enzac gedateerd 9. Iulij 1774. - - - - - - - - - - - - - - - - – – - „ 107. Copia brief van Euzac aan den Heer van der Burgh gedateerd 2:' aug=s 1774. . . . „ 111. Copie No: 43. paij. „ 105 „ 107. Copia Iavaansche Translaat brief van den Gezag hebber Enzac aan den Tom„ „mogong Ioijo Sentko Geschreeven - - - - - - - - - - - „ 11 Copia brief van den Regent te Samongang aan Even gemelde Gezag heb„ „ber - - - - - - - - - - - - - - - - „ 118 Copia Antwoord van den gezaghebber Iuzac aan den regent gedateerd 18: Iulij 1724. - - - - - - - – - – – - - - „ 119 Copia Antwoord van den Tommongong Poijo sentiko aan den Gezagheb„ „ber Luzac gericht - - - - - - - - - - „ 120 Copia Aparte brief van den Oelopampangs resident schopphoff aan den gezaghebber Euzac den dato 28:' Iulij 1774. - - - - „ 121. Copia brief van Sustac: aan den Heer van der Burgh gedateed 2: aug:s 17249 „12 7. Copia brieff van Dehophoff aan Eun Zao den 16:' augustus 1728: Gedateerd - „ 129 Copia brief van Luzac aan den Heer van der Burgh gerigt ge 6: 8er 14 31. „. 85 „ 8. 9 le 93 „ 94 d 97 : „ 111. 5 8ag. Copia brief van Schopshoff aan meermelde Gezaghebber En zac: gedatierd ultimo Augustus 1774. - - - - - - - - - „ 133 Copia brief van Luzac aan den Gouverneur van der Burgh Geda„ „teerd 27:' September 1774. - - - – – – - „ 136 Copia brief van d. o Gedateerd 4:' October 1774. - - - - - - - - - - „ 139 Copia brief van d. o Iavaansche Translaat brief van den gedagten Ge„ „zaghebber aan den pangerang Sitja Dinin„ „grat gedateerd 4:' 8ber: 1724. - - - - - - - „ 141 Copia Brief van Luzac aan den Heer van der Burgh de„ dato 14:' October 1774. - - - - - - - „ 143. Copie Extract uijt een particuliere brief geschreeven door den Banca„ „langs Commandant Mierop gedateerd 4: 8ber: 1774. aan den gezaghebber - – – - - - - - „ 146. Copie Translaat Javaansche Missive van Pangerang Setja De; mingrat geschreeven aan den sourabaijs gezagheb„ „ber voormeld - - - - - - - - - - - - - - „ 147 4

NL-HaNA_1.04.02_3445_0067 view scan ↗

English

Page No. 43. page. Copy. Separate letter from Luzac to the Governor van der Burgh, dated 22 October 1724. – – – – – – – 149 Copy. Extract from a separate letter written by the Resident Schophoff to the Commander at Sourabaija, Luzac, dated 14 October 1774. 152 Copy. 3 Letters from the said Commander to the Governor van der Burgh, dated 17 and 30 November and 10 December 1774. 154. Copy. Extract of a letter from Schophoff to Luzac, dated 26 November 1774. - - - - - - - - - - - - - 160 Copy. Letter from Luzac to the gentleman van der Burgh, dated 18 December 1774. - - - - - - - - - - - - - - 162 Copy. Translation of a Balinese letter from King Ginder to the frequently mentioned Commander. - - - - - - - - - - - - - 164 Copy. Javanese letter from Tommagong Cartanagara to the Commander in the Eastern Salient, Luzac. – – – – – – – – – – 165. 133 136 139 141 143. 146. 147 Page [illegible] to the frequently mentioned Commander, dated 30 July 1774. - 167. 174. [illegible] Copy. Ditto, 8 October 1774. 3 Copy. Ditto, 23 December 1770. — - - 191. Copy. Ditto, 10 November 1770. 1 Page No. 45. Received secret letter and enclosures from Java's Northeast Coast from 1 January to the last day of April 1775. To His Excellency, The Highly Honourable, Valiant, and Most Respected Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, and the Honourable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. Most Honourable, Valiant, and Most Respected Lord, Honourable and Valiant Lords. Having duly received in succession Your Excellencies' ever highly respected letters of 12 and 19 July, may I be permitted, in answering them by this letter, at the same time according to annual custom to provide a brief report on such matters as are customarily 167. 174. 179 183 185 –191. From Java's Northeast Coast, 31 December 1774. dealt with by me separately, and, beginning for that purpose with what concerns the princes and the interior, I find myself held and obliged to express my gratitude to Your Excellencies for the approval with which Your Excellencies have been pleased to honour my proceedings for settling the village disputes that had persisted for so long, as this serves no less to my honour and satisfaction than Your Excellencies' approval of the registers of the princes' lands, alongside the contract or the deed of ratification by which they have mutually confirmed those registers; and I shall endeavour no less to fulfill Your Excellencies' desire that what was determined therein should not be departed from in either respect, as well as to respond to the best of my ability to the recommendation to be attentive and to oblige the princes to comply with what was contracted; which has not yet been necessary, and as I trust, or at least wish, will also not be needed for the time being, as since the exchange of those registers and of the contract, nothing of any disputes or differences whatsoever has come before me, and the princes themselves also show in every respect too much goodwill and desire for mutual rest and peace No. 47. From Java's Northeast Coast, 31 December 1774. to allow one to suppose that they will arise again with new disputes of that nature. Pangerang Aria Mancoenagara, otherwise known as Maas Said, conducts himself very quietly and outwardly contented with his position at the Emperor's court, which I, however, attribute less to his natural inclinations than to the frail state in which he languishes and which predicts no long life for him; and that he himself does not expect it either is evident from two letters sent to me in quick succession, attached hereto in respectful translation under Annex A, in which, imploring the Company's protection for his eldest son, Pangerang Arja Praboe, alongside his other children and grandchildren, and requesting that one or two of the first-mentioned might be married off by the Company, he at the same time insists on being honoured with some assurance of the Company's favour from His Excellency the Governor-General himself. I have hitherto left these letters unanswered because I find myself obliged, in presenting these requests, first to implore and await Your Excellencies' esteemed approval and pleasure, and to present to Your Excellencies the list annexed hereto under Letter B, according to which the Pangerang's children make up an ample number of 16 sons and 15 daughters, and he specifically insists: That Pangerang Arja Praboe Amid Joijo, his eldest son, now reaching 24 years of age, may succeed him, or else another who is named Radeen Maas Sadat and is seven years old; That Radeen Maas Slamat, aged 13 years, might be placed in the district of Patjitan, and also that Radeen Maas Sekantoek, aged 11 years, might be placed in the Company's regency of Pullij; but upon which requests may I be permitted to remark: That although Pangerang Arja Praboe Amidjoijo possessed many good qualities and he is married to a daughter of the Emperor, this prince will nevertheless never be inclined to give that prince, and still much less his brother Radeen Maas Sadat, the title of Pangerang Adipattij, and just as little to place him in the possession of the lands that were assigned to his father upon his emergence, and which he has since additionally received, all of which were taken from the Emperor's share, now that the latter himself already has two sons, and has already given to understand in discourse that he is only waiting to see what outcome Maas Said's illness will have, in order to the

Dutch transcription

Dag. No: 43. paij. Copia Aparte missive van Luzac aan den Heer Gouverneur van der Burgh gedateerd 22: October 1724. - – – – – – – „ 149 Copia Extract uijt een apparte brief geschreeven door den Resident schophoff aan den Gezaghebber te sourabaija Luzac ged:t 14: 8ber 174. „ 152 Copia 3. Brieven van Gedagte gezaghebber aan den Heer Gouverneur van „der Burgh: gedateerd 17. ' en 30. ' Novemb:r en 10:' xber: 1774. „ 154. Copia Extract brief van Schophoff aan En Zac gedateerd 26:' Novemb„ „ber 1224 - - - - - - - - - - - - - „ 160 Copia Brief van Luzac aan den „ beer van der Burgh gedoteerd 18: december 1774. - - - - - - - - - - - - - - „ 162 Copia Translaat balijsche Missive van den keoning Ginder aan den Gezag heb„ „ber meermeld - - - - - - - - - - - - - „ 164 Copia Javaansche brief van Tommagong Cartanagara aan den Gezag hebber in den Oosthoek Luzac - – – – – – – – – – „ 165. d „ 133 4 „ 136 „ 139 ge„ „ 141 „ 143. „ : „ 146. heb„ „ 147 ƒ Piij Copn Aomtber gesen dn e see e de dg e e aan den meermelde Gezaghebber Ged:t 30:e Julij 1774. - „ 167. 174. Coper - o onsen al be ed 6 ber Copia _:o _o „ „ „ 8:' 8ber 1578.- 3 Copia _o _o „ „ „ 23:' December 1770: — - - „ 191. Cobn _o _o „ „ 10: 80om b 170 1 ie Pag No. 45. Aangekomen secreet, brief en bijlagen van Iavas oostCust zed: p=o Januari tot ult. sart April, 1775. F Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtb: Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, en de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie enz: enz: onz: Hoog Edel, Gestrenge Groot Achtbaren Haer Wel Edele Gestrenge Heeren. Na den anderen mij ter eene wel geworden zijnde uwer Hoog Edelheeden, altoos veel gerespecteerde missives van den 12: en 19 Iuli, zij het mij Gepermitteerd, dezelve bij de„ „ze b'antwoordende, tans teffens na Iaarlijks gebruik te doen, Een kost verslag van zulke zaaken, als na Gewoonte; door . -- „ 167. 174. „ 179 „183 185 –„191. „Van Iavas Oost Cust den 31:' December 1774. door mij apart behandeld worden, en daar toe beginnende met het gene; de vorsten en de boovenlanden Concerneerd, vinde ik mij gehouden en verpligt uwE Hoog Edelheden mijne Erkents„ „nisse te betuigen, voor de goed keuring, waar mede Hoogst Dezelven hebben gelieven te vereeren, mijne verretgtingen tot het afdoen der zo Lange gesubsisteerd hebbende Negorijs verschillen, alzo die mij tot geen mindere eere en Satisfac„ „tie sterkt, als de approbatie uwer Hoog Edelheden der Registers van der vorsten Landen, nevens het Contract of de acte van ratificatie, waar bij zij over en weer die regis„ „ters bekragtigd hebben; zullende ik niet minder tragten te voldoen aan uwer Hoog Edelheden begeeren, dat van het daar bij bepaalde, zo in het een als ander opzigt, niet wor„ „de afgeweken, als om na mogelijkheid te beantwoorden aan de recommandatie om attent te zijn, en de vorsten te verpligten, tot de nakoming van het gecontracteerde; 't geen nog niet noodzakelijk geweest is, en zo ik vertrouwe, ten minsten Wenscha, ook voor eerst niet nodig wezen zal, alzo sedert de uitwisseling dier registers, en van het Contract, mij niets van Eenige differenten of verschillen hoe genaamde is voorgekomen, en ook de vorsten zelfs, in alle opzigten te veel welmenendheid en Lusthot onderlinge rust en vreede Laten blijken, ## No. 47. Van Iavas oost Cust Den 31:' December 1774. blijken, om te kunnen supponeeren, dat zij met nieuwe differenten van die natuur weder opkomen zullen. De Pangerang Aria Mancoenagara /:anders:/ Maas said, houd zig zeer stil, en uitterlijk vergenoegd met zijn staat aan 's keizers hof op, dat ik egter minder toeschrij„ „ve aan zijne Natuurlijke rijgingen, als aan de debite toe„ „stand waarin hij verzeerd, en die hem geen lang leven voor„ „speld; en dat hij dat zelfs ook niet verwagt, blijkt bij Twee kort op den anderen mij toegezonden brieven, in translaat deze Eerbiedigd /:onder Z: A:/ bij gevoegde, waar bij hij implorerende 's Maatschappijs protectie voor zijn oudste zoon den pangerang Arja Praboe, nevens zijn andere kinderen en kindskinderen, en dat een of twee van de Eerste door de Compagnie mogten worden uit getrouwd, teffens insteerd, van 's Compagnies toegenegendheid met Eenige verzekering van zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal zelfs, te worden verreerd; Ik hebbe die brieven dus verre onbeantwoord gelaten, om dat ik mij verpligt vinde deze verzoeken voordragende, en al„ „vorens uwer Hoog Edelheden g'eerd goedvinden en welbehagen op te imploreeren en inte wagten, mitsgaders Hoog Dezelven te presenteeren, de onder L: B: hier Nevens 1774. het mij e„ st g regis, te het wor„ n tract, amde t te Laten Van Iavas oost Cust Den 37:' Decembr 1774. Nevens gaande lijst, volgens welke des pangerangs Kinderen Een „ruim aan tal uitmaken van 16: zoons en 15. dogters, en hij speciaal insteerd„ Dat pangerang Arja Praboe Amid Joijo zijn oudste zoon, tans 24: Iaren bereikende, hem mag succedeeren, dan wel een ander die Radeen Maas Sadat genaamd word, en oud seven Iaren is; Dat Radeen Maas Slamat oud 13. Iaren, in het district van patjitan mogt werden geplaatst, en dan ook dat radeen Maas Sekantoek oud 11: Iaren in 's Compagnies regentschap Pullij mogt worden gesteld; dog op welke verzoeken het mij g'oorloofd zij, aantemerken: Dat of schoon pangerang Arja Praboe Amidjoijo veele goede hoedanigheden bezat en hij getrouwt is met Een dogter van den keizer, deze vorst egter nooit inclineeren zal, die prins, en nog vrij minder zijn broeder radeen Maas Sadat, te geven den titul van Pangerang Adipattij, en Eeven min, om hem te stellen in de possessie der Landen die zijn vader bij desselfs op komst toegelegd zijn, en die hij er sedert nog bij-gekreegen heeft, en alle uit des kijzers aandeel genomen zijn, nu dezen zelfs reets twee zoonen, en discoursieve al te verstaan gegeven heeft, dat hij maar wagt, wat uitslag de ziekte van Maas said hebben zal, om den

NL-HaNA_1.04.02_3445_0073 view scan ↗

English

No. 49. From Java's East Coast the 31st December 1774. to give the eldest the title of Crown Prince, and to request Your High Excellencies for the succession, of which intention, however, at least regarding the succession, I believe the Emperor ought to be diverted, as long as Maas Said is still alive; That, because the Emperor during my presence at Surakarta in 1772, amid the well-founded remarks that the Pangeran already had so many of his lands under his control and from time to time increased too greatly in power, only very reluctantly and under the special promise of the Pangeran that he would demand nothing more, proceeded to cede to Maas Said the districts of Panjerlan and Pamardijen, he will now also not be inclined to assign the administration of the Pacitan region to Raden Maas Slamat, or one of his sons; and finally that, besides the fact that the appointment of Javanese court grandees, and how much more so of those who consider themselves directly descended from the princes, as chiefs in the Company's districts, conflicts with Your High Excellencies' wise policy, the placement of Raden Maas Sekantoek in the regency of Pati could also not take place without ousting the two current worthy regents and their children, and violating the trust that they From Java's East Coast the 31st December 1774. and other regents have in the Company and its protection: for all of which, submitting to Your High Excellencies' more penetrating judgment, I humbly believe that the Pangeran, under assurance of Your High Excellencies' affection for him and for his children, could be appeased with the indefinite promise that as long as his sons conduct themselves obediently and faithfully toward the Company and the Emperor, they too, like their father, will enjoy protection and shelter, and in the meantime be engaged with marrying off one or two of his daughters to regents of the Company, or to their sons, in the same manner as took place with two sisters of the Emperor; intending, if Your High Excellencies please to qualify me for the latter, to attempt beforehand in secret to discover upon whom the choice for his daughters will fall. Along with the last of the aforementioned two letters, sent to me by Pangeran Mangkunegara, were three persons, namely, one Madurese and two Javanese, who had secretly delivered to him a letter written to him by Pangeran Bintoro, alias Buminata, who was banished to Banda in 1755, which letter he had also handed over sealed to the Resident of Stralendorp, with the declaration that, not wishing to receive any letters from No. 62 From Java's East Coast the 31st December 1774. from elsewhere, he had neither opened nor read this one, one might praise his conduct in this matter and consider it a proof of attachment to the Company, were it not that the aforementioned three persons unanimously testified that the prince, after having opened and read the letter in their presence, had them taken into custody and subsequently brought hither, and one must therefore not suppose that he sacrificed these people to the circumstance, and handed over the letter, as much to insinuate himself as because he could not, after all, comply with the request of Buminata that the Emperor might have his two adult daughters summoned from Banda in order to marry them off. I have thus far let nothing of either matter be known to the Emperor; and also had Mangkunegara merely simply thanked by the Resident of Stralendorp; while I have the honor to present to Your High Excellencies the letter of Buminata in original, together with its translation and three declarations of the deliverers under lit. C and D, and for the sake of the consequences to request that said prince in Banda may be prevented from writing and sending such letters, and also that the deliverers whom I am keeping in custody here, although they appear to be simple, ordinary people in themselves, may be removed from Java forever, if only No. 51. From Java's East Coast the 31st December 1774. to deter others from allowing themselves to be used for such services. And hereby moving from the interior to Madura, I report that there everything is at peace and outwardly well again, but the Pangeran at times deferring more to his passions and the flattery of others than to the good counsel of his bupati, the ever-faithful Maas Aria, I was obliged, because the latter was distressed on that account, to interfere therein and to hold before the former his duty, as well as to satisfy the latter, with the result that the prince again, just as before, consults his worthy bupati in everything, and the latter directs affairs so well that Madura is not in arrears or indebted for anything to the Company for the presently ending year 1774. However, the Bangkalan Commandant, Ensign Pieter Mierop, applying himself more to other matters than to being constantly attentive to report timely and properly what occurs, having not satisfied me during the aforementioned discrepancies between the Pangeran and his bupati, I request Your High Excellencies to be permitted to employ him here or elsewhere and to place in his stead at Bangkalan the former ensign, presently Cornet among the dragoons here at Semarang, Hendrik Lodewijk Morgenstern, as

Dutch transcription

No. 49. Van Iavas oost Cust den 31:' December 1774. den oudsten de Titul van Kroon prins te geven, en uw E Hoog Edelheden om de Successie te verzoeken, dog van welk voornemen, ten minsten wat de successie betreft, ik vermeene den keizer zal behoren gediverteerd te worden, zo lange Maas said nog in leven is; Dat wijl de keizer bij mijn aan zijn te Souracarta, in 1772. onder de gegronde remarcquen, dat de pangerang reeds zo veele zijner landen onder hem hadt, en van tijd tot tijd te zeer in vermoogen toenam, niet dan zeer schoop voe„ „tende en onder de speciale belofte van den Pangerang dat hij niets meer vergen zouden, er toe overgegaan is, om: aan Maas said de districten van Panjerlan en pa„ „mardijen aftestaan, nu ook niet genegen wezen zal, om Radeen Maas Slamat, of Een zijner zoons, het bewind in het Padjitaamshe op te dragen; en dindelijk dat, behalven dat het stellen van Iavasche hof groten en hoeveel meer dan niet, van zulke, die zig rekenen direct van de vorsten aftestammen, als hoofden in 's Compagnies dis„ „trecten, strijd tegen uwer Hoog Edelheden wijze staat kunde, de plaatzing van Radeen Maas Sekantoek in het regentschap van Pattij, ook niet zoude kunnen ge„ schieden, zonder de beide artueele braave regenten, en hare kinderen te verstooten, en het vertrouwen te krenken, dat zij agt Van Iavas oost Cust den 31:' december 174. dat zij en andere regenten op de Compagnie en hare bescherming hebben: om al het welke ik met onderwerping aan uwer Hoog Edelheden door vragter oordeel, submis vermeen, dat den pangerang, onder verzekering van uwer Hoog Edelheden toe genegentheid voor hem en voor zijne kinderen, zoude kunnen worden geplatteerd, met de onbepaalde belofte, dat zo lange„ zijne zoons zig gehoorzaam en getrouw omtrend de Compagnie en den keizer gedragen, zij ook beven als haren vader de protectie en bescherming genieten zullen, en intusschen ingenomen met Een a twee zijner dogters uit te trouwen aan regenten van de Compagnie, dan wel derzelver zoons, op gelijke wijze, als om„ „trant Twee susters van den Keizer heeft plaats gehad; zullen„ „de ik als uwE. Hoog Edelheeden mij tot het laatste gelieven te qualificeeren alvorens in secretisse tragten te ontdekken, op wien de keuse voor zijne dogters Vallen zal. Nevens de Laatste der opgemelde Twee brieven, door pangerang Mancoenagara, mij gezonden zijnde Drie perzonen, te weten, En madurus en twee Javanen, die bij hem in stitte hadden besteld, Een door den in 1755. naar Banda gerelegeerden van ge„ „rang Bintoro /alias :/ Boeminata, aan hem geschreeven brief, dewelke hij ook geslooten aan het opperhoofd van Stra„ „lendorp hadt overgegeven, met betuiging dat hij geen brieven van No. 62 Van Iavas oost Cust den 31:' December 1774. van elders willende ontvangen, deze ook niet geopend nog gelezen hadt, zoude men zijn gedrag in dezen mogen prijzen, en aanmer„ „ken als Een blijk van attachement aan de Compagnie, Indien de voormelde drie perzonen niet Een pazig getuigden, dat de prins, na in hare teegenwoordigheid de brief geopend en gelezen te hebben, hen hadt doen in verzekering nemen, en vervolgens herwaards brengen, en men dus ook niet sipponeeren moest, dat hij deze menschen aan het geval opgeofferd, en de brief over gegeven heeft, zo om zig zelfs te Insinueeren, als om dat hij dog niet beantwoorden kan aan het verzoek van Boemina„ „ta, dat den keizer zijne twee Duuwbaze dogters uit Banda wilde Laten ontbieden om dezelve uittetrouwen, Ik heb dus verre den Keizer van het een of ander niets laten blijken; en Mancoenagara door het opperhoofd van Stralendorf ook maar eenvoudig; Laten bedanken; terwijl ik mij de eere ge„ ve uwe Hoog Edelheden, de brief van Boeminata in origineel, nevens dies translaat en drie verklaringen der over„ „brengers /onder L=da C: en D. / aantebieden, en om der gevolgen wille te verzoeken, dat dien prins in Banda mag worden belet, zoost gelijke brieven te schrijven en af te zenden, mits ga„ ders dat de bestellers die ik hier doen in verzekering houden, of schoon het in zig zelfs gemene onnosele menschen scheinen, van Iava voor altoos mogen verwijderd worden, al was het maar No: 51. Van Iavas oost Cust den 31:e december 1774: maar om andere afteschrikken, van zig tot zulke diens ten niet te laten gebruiken, - En hier mede uit de bovenbanden naar Mudura overstappen„ „de, melde ik, dat daar alles in rust en uitterlijk weder wel is, maar de pangerang somtijds meer differerende aan zijne harts„ „togten en de vlijtaal van andere, als wel aan de goeden raad van zijnen bepattij den altoos trouwen Maas Aria, ben ik, om dat desen zig deswegen bezwaarden, overpligt geweest, mij daar mede te bemoeien, en den eersten zijn pligt voorte„ „houden, mitsgaders den Laatsten te vreeden te stellen, met dat gevolg, dat de prins zijn braven bepattij weder eeven als voor heen in alles kend, en deze de zaaken zo wel derigeerd, dat Madura voor het tans eindigende Iaar 1774. niets aan de Compagnie ten agteren of schuldig is, Dog den Bancallangs Commandant den vendrig Pieter Mie„ rop, zig meer toeleggende op andere zaaken, als om steeds attent te zijn of tijdig en behoorlijk na regt te geven, wat er voorvald, mij geduurende de voorschreven discrepantem tus„ „schen den pangerang en zijn bepattij, niet voldaan hebbende, verzoeke ik uwe Hoog Edelheden hem hier of elders te mogen emploieeren en in zijn steede te Bancallang te plaatzen, den bevorens vendrog tans Cornet onder de dragonders hier te Samarang Hendrik Lodewijk Morgensten, als

NL-HaNA_1.04.02_3445_0077 view scan ↗

English

No. 23 From Java's East Coast the 31st of December 1774. being a sedate and very suitable person to deal with the pangeran, and one who I hold myself assured will likewise in everything answer to his duty; in which case I also insist that, following many precedents, the military ensign Frans Reinard Ries, recently sent hither by Your Right Noblenesses, may change to Cornet under the Samarang dragoons while retaining his currently earned wages. In the Company's districts along the beaches everything is also well, and in the Balambangan matters, although slowly, are nevertheless settling more and more for the best, while for a long time now no more bad subjects have been heard of or anything perceived of them, the old inhabitants are gathering under the new regent and applying themselves again to agriculture, and the garrison with all the train of the Company having, according to the letter of the resident Schaphoff dated the 26th of November last, broken camp and relocated from the people-devouring Oeloepampang and unhealthy Cotta to Banjoewangie a few days prior, they were busy demolishing the strongholds at both of the just-mentioned places, and intending, as soon as everything was further completed at Banjoewangie, to make a beginning with the construction of the projected small fort on the corner near Packum; and inside it, just as at Banjoewangie, No. 53. From Java's East Coast the 31st of December 1774. a small powder magazine of stone, for which I, because it is too dangerous to place the gunpowder in a room of wood or bamboo, in hope of Your Right Noblenesses' approval, have given authorization, provided the costs do not run higher than the calculated 370: 39 2/15 rixdollars for the two powder magazines. The Regent Wiro Goenoe, having chosen also to keep his residence at Banjoewangie, has been permitted to erect his dalem in front of the lodge, at a proper distance, yet within reach of the artillery, and having also already occupied it, I am of the opinion, along with the resident Schophoff, that the detachment of European and native warriors otherwise projected for maintaining a guard by him can now be spared. And since Your Right Noblenesses have been pleased to approve my intention to pay out in cash to the said regent as much as his district is calculated to participate in the lease of the bird's nests of Balemboangang, Lamadjang, Malang, and Antang, I have, having to infer from the rough estimate of the lessee that in the Balamboangan alone more bird's nests are collected than in the three other districts together, authorized the administrator Luzac, by separate letter of No. 2 From Java's East Coast the 31st of December 1774. the 30th of June, to disburse to him, out of the one thousand Spanish reals of the lease tribute for the now ending year, six hundred similar reals, as has since occurred, according to the receipt that he and both his bupatis have furnished for it, and which has been sent to me. But the term for which that collection has been leased expiring, and the lessee, who thus far has been the Captain of the Chinese at Sourabaija Hang Boeijko, on account of the loss that he has suffered thereby, not being inclined to retain the same for the price of one thousand Spanish reals, I request Your Right Noblenesses' authorization to be permitted to cede to him the collection of the bird's nests in the districts of Balemboangang, Lamadjang, and Malang (the same not falling under Antang) for the year 1775 with a reduction in the lease sum of 2 to 300 Spanish reals, or else to have it auctioned publicly at Sourabaija and leased to the highest bidder, as well as to give 3/5 of its proceeds to the regent of Balemboangan, and thus retain only the remaining 2/5 for the Company. Those of the island of Noessa have for some time been keeping fairly quiet, and have little disturbed our people this year, yet nevertheless remaining recalcitrant and continuing to afford hiding places to some fugitive rebels, admitting Balinese, Mandarese, Wadjorese, pirates, No. 55. From Java's East Coast the 31st of December 1774. and other rabble, and spoiling the bird's nest rocks from time to time, it also remains necessary to bring them to submission by force, and the only thing being waited for to that end being the force promised by Your Right Noblenesses, I hope that the outbound ships currently expected at Batavia may bring so many people that Your Right Noblenesses will be able to spare one to two hundred soldiers for Java, besides two seaworthy, well-manned light sloops or good pantjallangs, in order to undertake with the same, besides the native force planned long ago, item the pantjallang De Weldoender belonging here and the necessary native vessels, the expedition against that island in the months of March or April, when the monsoon turning makes Noessa easiest to approach, and subsequently to employ the soldiers for the completion of the garrisons, and to send the sloops or pantjallangs back to the capital with oil or other products: for although the administrator Luzac, in his considerations as to how and in what manner that expedition ought to occur, and which I have the honor to present to Your Right Noblenesses under Letter E, seems of the opinion that 60 Europeans will suffice primo [illegible], and I by separate letter of the 30th of June, for reasons cited therein, requested expressly for that purpose from Your Right Noblenesses in the autumn two well-equipped, sturdy barques

Dutch transcription

No. 23 Van Iavas Oost Cust den 31 December 174. als een bezadigd en zeer geschikt perzoon zijnde, om met den pangerang om te gaan, en die ik mij versekerd houde, dat teffens in alles aan zijn pligt beantwoorden zal; in welk geval ik ook in steere dat tot Cornet onder de Samarangsche dra„ „gonders behoudens zijne tans winnende gagie na veele voor„ buelden, Changeeren mag, den Iongst door uwe Hoog Edel„ „heden herwaards gezonden vaandrig militair Frans Reinard Ries, In 's Compagnies districten Langs de stranden is alles ook wel, en in het Balembdangsche schikken de zaken al„ „hoewel Langzaam, zig egter ook meer en meer ten besten, terwijl men onu in lange daar van geen kwade suljecten meer gehoord of iets vernomen heeft, de oude Inwoonders onder den nieuwen regent zig versamelen de haar weder tot den land bouw begeven, en de bezetting met al den omslag van de Compagnie, van het volk verslindende oeloepampang, en ongezonde Cotta, volgens schrijven van den resident Schaphoff de dato 26: November Iongstleden, Eenige dagen bevorens na Banjoe„ „wangie opgebrooken en verhuist zijnde, was men bezig de sterk„ „tens ter beide eeven genoemde plaatzen te slegten, en voornemens, zo dra te Banjoewangie alles verder voltooid was, een begin te maken, met de Extructie van het geprofecteerde fortje op de hoek bij Packum; en daar- binnen, eeven als te Banjoewan„ gie No. 53. Van Iavas oost Cust den 31:' December 174. — gie een kruithuissje van steen, waar toe ik, om dat het te gevaar„ „lijk is, het buskruit in Een vertrek van hout of bamboesen te brengen, in hope van uwer Hoog Edelhedens welduiding, qualificatie gegeven hebbe, mits de kosten niet hoger komen te lopen, dan de gecalculeerde rijksd:s 370: 39 2/15. voor die bij „de kruithuisen. De Regent Wiro Goenoe, verkosen hebbende zijn verblijf mede te Banjoewangie te houden is hem toegestaan zijnen dalm voor de Logie, op een behoorlijken afstaand, dog onder berijk van het geschut op te regten, en die ook reeds betrok„ „ken hebbende, vermeen ik met den resident Schophoff, dat het anders ter wagthoudinge bij hem geprofecteerde Commando Europische en Inlandsche krijgers, nu kan blijven gemenageerd. En dewijl uwe Hoog Edelheden hebben gelieven goed te kun„ „ren mijn voornemen, om aan gemelde regent in Contant afte„ „ven, zoo veel zijn district in de pagt der vogelmissies van Balemboeangang, Lamaedjang, Mhalang en Antang gerekend word te participieren, heb ik, uit des pagters ruwe opgave moetende opmaken, dat in het Balemboangsche alleen meer vogelnessies dan in de drie andere districten te „zamen worden ingesameld, den gezaghebber Luzac, bij aparte van No 2 Van Iavas oost Cust den 31„e December 1774. van den 30: Iun gequalificeerd, om aan hem van de Een duizend spaanse realen op de pagt schat voor het tans eindigende Iaar uittekeeren ses zondert gelijke riaalen, in voegen sedert geschied is, volgens het bewijs, dat hij en zijne beide bepattijs daar voor verliende hebben, en dat mij toegesonden is, — Maar het termijn waar voor dien inzaam verpagt is, Expireerende en den pagter, zijnde dus verre geweest den Capitain der Chineesen te Sourabaija Hang Boeijko, om de schade die hij daar bij geleden heeft, met in„ „clinerende dezelve voor de prijs van Een Duizend spaanse rea„ „len aan te houden, verzoek ik uwer Hoog Edelheden quali„ „ficatie, om den Inzaam der oogelmossies in de destricten van Ba„ „lemboangang, Lamadjang en Malang /:wallende dezelve in Antang niet:/ aan hem voor het Iaar 1775. te mogen afstaan met Een vermindering in de pagtschat van 2: â 300: Spaense realen, dan welte Sourabaija Publicq te laten opveilen, en aan de meest biedende verpagten, mitsgaders van dies provenue 3 /5. dan Balem„ „boangans regent aftegeven, en dis maar de overig 2/5. voor de staat„ „schappij aantehouden. Die van het biland Noessa houden zig sedert Eenig tijd tamelijk stil, en hebben de onse in dit Iaar weinig ontrust, dog egter wederspan„ „nig blijvende en voortvarende Eenige gevlugt Rebellen schuijld: blaats te verbenen, Baliers, Mandharasen, wadjoreesen, rovers No. 55. Van Iavas oost Cust den 31„e December: 1774: en ander gespus te admitteeren ende ergelmnst klippen van tijd tot tijd te spolieeren, blijft het ook noodzakelijk, hen met gewold tot submis„ „sie te brengen, en daar toe het wagten maar alleen zijnde, na de door uwE Hoog Edelheden toegezegde magt, hoop ik, dat de tans te Batavia verwagt wordende uitkomende schapen, zo veel volk aanbrengen mogen, dat uwE Hoog Edelheden voor Iava Een à Twee honderd militairen zullen kunnen missen, nnevens twee miet zeevarende wel bemaende Ligte sloepen of goede pantjallangs, om met dezelve nevens de voor lang geprojecteer„ „de Inlandsche magt, item de hier te huishorende pantjallang De weldoenders en nodige Jnlandsche vaartuijgen in de maan„ „den Maart of April, wanneer de mousson kenterende Noes„ „sa het facielste te naderen is, de Expeditie tegen dat Eiland te ondernemen, en vervolgens de Militairen te emploieeren tot accomplietering der guarnisoenen, en de sloepen of pantjallangs met olie of andere producten naar de hoofdplaats te rug te zenden: want of schoon den gezaghebber Euzac, bij zijne Con„ „sideratien hoe en op wat wijze die Expeditie diend te geschieden, en die ik de Eere heb uwE Hoog Edelheden /onder L=d E: / aanti „bieden, van gevoelen scheint, dat 60: Europezen primo Jlan zul„ „len toerijken, en ik bij aparte brief van den 30: Iuni, om daar bij aangehaalde redenen gerefecteerd heb, daar toe Eypres in het Najaar twee wel toegeruste stevige barcquen van uwE Hoog Edelheden

NL-HaNA_1.04.02_3445_0081 view scan ↗

English

No. 63 From Java's East Coast the 31st December 1774. to request your Excellencies, I nevertheless believe that a larger number of soldiers, and at least one hundred men, should also be employed for that enterprise, because a hazardous enterprise failing would only worsen matters, and I now also find myself obliged to ask for a few light vessels, because the two pantjallangs stationed at Sourabaija, which I would have employed had the expedition proceeded during the turn of the monsoon in October or November, will by this coming March or April be too defective to be used, due to the sailing back and forth to Balemboangang, and the monsoon does not permit them to be sent here to be refitted for that purpose before that time. The Balinese also seem not to have interfered with Balemboangang this year; and recently Gusti Moera Djambi, in Balij Badong, having sent two emissaries to the commander Luzac at Sourabaija with the request to be allowed to purchase a piece of Kayu pellet and a mayang prahu, I have, in order to keep him in good humor, or at least not to offend him, in my latest letter of the 23rd of this month, granted permission to procure the one and the other for him, outside the expenses of the Company, and in my earlier separate letter of the 30th of July dismissed as untrue the verbal answer of Gusti Moera at Tsembrani to the request of resident Schophoff No. 57. From Java's East Coast the 31st December 1774. Schophoff, regarding the extradition of the Balemboangers who had taken refuge there, stating that being a vassal of Gusti Agong, he was not permitted to write, along with the story of the messengers that they had sold all those fugitives into slavery, noting that if this conformed with the truth, it was also not apparent that they would find any support there in any enterprise against Balemboangang. Meanwhile, the commission for determining the borders between Eastern and Western Balemboangang and surveying the districts of the latter, having been carried out according to my instructions for that purpose in a separate letter to Commander Luzac dated 18th January 1774, I have the honor to present to your High Excellencies the report of the commissioners and the considerations thereon by the said Luzac, both in copy under letters F and P, and to propose to your High Excellencies: To establish accordingly, once and for all, the boundary between Eastern and Western Balemboangang at the river Ticus, and to let the limits of Panaroekan, Djember, Pradjakan, Centong, and Sabrang be fixed in themselves, as found by the commissioners and recorded according to their report; in order to ensure greater loyalty and allegiance, to confirm the provisional chiefs, at Djember So Dito, at Pradjakan Bappa Oenam, at No. 63 No. 59. From Java's East Coast the 31st December 1774. at Centong Soetoreering, and at Sabrang Bappa Roman, and to honor each with a certificate pro deo under the title of material for the time being, and on the other hand, provisionally, to have each of them supply annually for his district what was offered free of charge, One koyan of rice . . . . . . . . two picols of long pepper . . . two koyans of rice and . . . . . Centong, and half a picol of wax . . . . . one picol of wax along with . . Sabrang. one picol of cotton yarn two picols of wax and - - - Pradjakan One picol of wax . . . . . . . . . . . for Dsember, so that, keeping their dependence in mind, they become accustomed to an equitable contribution, and this can the more easily be increased as in time the lands grow in prosperity; it being my opinion that once those of Noessa are brought back under the Company's obedience and matters in Balemboang itself are also put on a regular, firm footing, it will first be time to examine and propose to your High Excellencies to what extent the proposals and opinions of the commissioners regarding the island of Noessa, the present garrisons at Adirogo, at Panaroekan, and at Pamadjang, as well as the From Java's East Coast the 31st December 1774. the lesser posts at Batoe oeloe, Dempoo, Plindo, and Gittem, likewise the returning of the village Pageer Banglee in Tjiremee under Poeger and where the delivery of the products shall have to take place, may and ought to be adopted or not; but meanwhile, with regard to the Balemboangers who have settled in the districts to the west and have been discovered to the number of 82 men, 77 women, and 24 children, having written to Commander Luzac in a separate letter of the 14th November to persuade those people, through gentle means indeed, but not by harsh measures or force, to return to their country, since it is to be feared that if they are not inclined to do so, instead of seeking out their old dwelling places again, they will scatter elsewhere and one will lose them entirely; I hope that this will obtain the approval of your High Excellencies. The rest concerning Balemboangang being evident from the letters and enclosures exchanged with the Sourabaija Commander Luzac, accompanying this in copy under letters H and I, I take the liberty to refer respectfully to them, and furthermore to report that the officials in the Eastern Salient have been notified of your High Excellencies' authorization to satisfy from the Company's treasury, to the regents of Passourouang, Bangil, and Banger, the rice and cattle by Ten.

Dutch transcription

No. 63 Van Iavas oost Cust den 31:e December 1774. Edelheden te verzoeken, vermeene ik nogtans dat Een ruimer getal militairen, en ten minsten Een honderd koppen, tot die onderneming mede dienen te worden g'emploceerd, om dat eene hazar deure on„ „derneming mislukkende de zaak maar zoude verergeren, en vinde ik mij tans ook verpligt Een paar Ligte vaartuigen te vragen, om dat de beide te sourabaija bescheiden pantjallangs, die ik, hadt de Expeditie in de kentertijd van October of November voort gang gehad, zoude hebben g'emploieerd, in Shaart of April aanstaande, door het heen en weder varen naar Balem boan„ „gang te defect zullen zijn, om mede te worden gebruikt, en de mousson niet toelaat dezelve herwaarts te laaten komen om voor die tijd op nieuw daar toe te worden voorzien, De Baliers scheinen zig dit Iaar ook met Balemboan, „gang niet te hebben bemoeit; En onlangs Gusti Moera Djambi, te Balij Badong, twee sendelingen aan den gezag„ „hebber Euzac te Sourabaija gezonden hebbende, met ver„ „zoek om Een stuk Cajoe pellet, en Een prauwmajang te mogen Laten inkopen, heb ik, om hem in Een goeden Luim te houden, ten minsten niet te offenseeren, bij mijn Iongste van den 23. dezer, per„ „missie gegeven, om hem het Een en ander, buiten lasten van de Compagnie te bezorgen, en bij mijn vroegere aparte van den 30:e Iuli als onwaar op genomen, het mondeling antwoord van Gus„ „ti Moera te Tsembrani op het verzoek van den resident Schophoff No. 57. Van Iavas oost Cust den 31:' December 1774. schophoff, ter uitloving van de Balemboangers die derwaarde de wijk genomen hadden, dat hij Een vasaal van Gusti Agong zijnde, niet vermogt te schrijven, mitsgaders op het verhaal der bordschapper, dat zij alle die vlugtelingen voor slaven hadden ver„ „kogt, aan gemerkt, dat als zulks met de waarheid quadreerden, het ook niet apparent was, dat zij bij Eenige ondermening tegen Balemboangang daar aanhang & vinden zouden. Intusschen de Commissie ter bepaling der Grensen tusschen ooster en wester Balemboangang, en opneem der districten van het Laatste, na mijn voorschrift daar toe, bij aparte let„ „teren aan den Gezaghebber Luzac de dato 18:e Januari 1774. gevolg gehad hebbende, geve ik mij de Eene uwE Hoog Edel„ „heden het rapport der gecomitteerdens, en de Consideratien daar op van gemelde E Leezac, beide in Copia onder L=to F: en P:e aante„ „bieden, en Hoogst Dezelven voortedragen: Om dien Conform, de grensscheiding tusschen ooster- en wester Balemboangang, eens en voor altoos te bepaalen, bij de rivier Ticus, en de Limiten van Panazoekan, Djember, Pradjakan, Centong en Sabrang op haar zelfs vast gesteld te laten, zo als door de gecommitteerdens bevonden en volgens hun rapport opgenomen zijn; om tot meerder trouwe en aankleving de provisioneele hoofden te Djember so Dito, te Pradjakan Bappa oenam„ te No. 63 No. 59. Van Iavas oost Cust den 31:' December 1774. te Centong soetoreering, en te Sabrang Bappa Roman te bevestigen, en eder met Een bewijssie prodeo, onder den titul voor eerst van materie te vereeren, en daar en tegen bij provisie ook ider voor zijn district Iaarlijks te laten op brengen de voor niet aan geboden, Een Coiang rijst. . . . . . . . twee picols Lange peper. twee Coiangs rijst en. . . „ Centong, en Een halv picol wag. . . . . Een Picol wag nevens „ Sabrang. Een picol Catoen garen ten einde zij hunne afhankelijkheid in dagtig blijvende aan een billijke Contributie gewennen, en deze te facielde verhoogt kan worden, na mate dat in der tijd de lande in florisance toenemen; zullende het mijns eragters als die van Noessa weder onder 's Compagnies gehoorzaamheid en in het Balemboangsche zelfs de zaken ook op Een geregelden vasten voet gebragt zijn, eerst tijd wezen om te onderzoeken en uwE Hoog Edelheden voortedragen, in hoeverre de voorstellen en Sustenue der ge„ „committeerdens omtrent het Eiland Noessa, de presente sterktens te Adirogo, te Panaroekan en te Pamadjang, mitsgaders twee Picols wag en - - - „ Pradjakan Een Picol wax. . . . . . . . . . . voor Dsember, de Van Iavas oost Cust Den 31:' December 1774. de mindere posten te Batoe oeloe, Dem poo, Plindo en Gittem, items het weder brengen der Nigorij Pageer Bang lee m Tjire„ „mee onder Poeger en waar de Levirantie der producten zal dienen te geschieden, al off niet zullen kunnen en behoren te wor„ „den g'amplecteerd, dog intusschen met opzigt tot de Balem„ „boangers, die in de districten om de west zig hebben neder ge„ „zet en zijn ontdekt ten getalle van 82.:e mans, 77: vrouwen en 24. kinderen, den gezaghebber Luzac bij aparte van den 14:e no„ „vember aangeschreeven hebbende, om die menschen, wel door drien„ „delijke wegen, maar niet door harde middelen of dwang, te per„ „suadeeren na haar Land te rug te keeren, wijl het te vreesen staat, dat zij, daar toe niet inclineerende, in steede van hare oude woonplaats weder op te zoeken, na elders verlopen zullen en omen hun geheel verliesen zal; hoop ik dat dit de goedkeu„ „ring uwer Hoog Edelheden Erlangen zal. Het verdere Balemboangang Concernerende bij de met den Sourabaijasch gezaghebber Luzac, gewisselde in dezen onder L=a H: en I: in Copia verzellende brieven en bij laagen blijkende, neeme ik de vrijheid mij Eerbiedig aan dezelve te gedragen, en wijders te melden, dat de bediendens in den oosthoek ken„ „nisse gegeven is, van uwer Hoog Edelheden qualificatie, om aan de regenten van Passourouang, Bangil en Ban„ „ger uit sCompagnies kassar te voldoen, de rijst en het vee door Ten.

NL-HaNA_1.04.02_3445_0085 view scan ↗

English

No. 62 No. 68. From Java's North East Coast, the 31st of December 1774. provided to them since 1767 for the Company's post at Malang and Antang out of what had already been validated against the contingents, as well as to make these supplies in future directly on behalf of the Company, and then also to release Passourouang's regent Niti nagara from all contributions and arrears for the hamlet Porong until the end of December 1775. However, how much the aforementioned supplies that were made amount to in money, they have not yet reported to me; and likewise my request by separate letter of the 30th of July, to provide me with the requirements for the post at Malang, having not been answered up to this point, I have also not yet been able to comply with Your Right Honourables' respected order to establish a fixed determination thereof for each month. The collection and shipping of the products from this coast in the now ending year 1774 having been reported in the general letter from here dated the 15th of this month, I flatter myself with Your Right Honourables' satisfaction regarding this matter. And upon the next occasion, or after the departure of the ships to Amboina and Banda and the receipt here of the necessary papers for that purpose from the subordinate offices, the arrears, balances, and contingents for the coming year 1775 shall also be submitted. I merely note here that since the Sourabaija regents have exerted themselves so well that even if From Java's North East Coast, the 31st of December 1774. — even if today their quota contingent is not fully settled, very little will be lacking from it, as by the end of November they were only 125 Corangs in arrears, I have therefore not yet made use of Your Right Honourables' authorization regarding the subject of the First Sourabaija Regent. For the rest, everything on and along this coast being in the most desirable condition, the farmer is also peacefully and cheerfully engaged in turning the currently falling rains to his benefit, and cultivating his field for rice growing, and praying for Heaven's generous blessing upon it, I have the honor to call myself with submission, respect, and true esteem; below stood: High, Noble, and Severe, Right Worshipful Gentlemen and Noble and Severe Gentlemen, lower: Your Right Honourables' most humble and most dutifully faithful servant, in the margin: Samarang, the 31st of December 1774, was signed: R: vander Burgh. Translation No. 63. From Java's North East Coast, the 31st of December 1774 Translation of a Javanese letter written by the Pangerang Adipattij Mancoenagara to the Governor and Director of this Coast, Johannes Robbert van der Burgh, received at Samarang on the 23rd of October 1774 After the usual preamble Since I am already advanced in years and my life might come to an end, I cannot refrain from recommending my son, the Pangerang Aria Praboe, into the Company's High protection, as well as all my children and grandchildren, since I entirely rely on the aforementioned Company and do not doubt its goodwill; but I very kindly request that regarding this matter I may be honored with a small letter of assurance from the Lord Governor-General at Batavia, in order to put my mind as well as that of my aforementioned children at ease. below stood: translated by me, was signed: C: P: Boltze, Translator, lower: Conforms, was signed: C: P: Boltze Translator Translation From Java's North East Coast, the 31st of December 1774. — even if today their quota contingent is not fully settled, very little will be lacking from it, as by the end of November they were only 125 Coriangs in arrears, I have therefore not yet made use of Your Right Honourables' authorization regarding the subject of the First Sourabaija regent. For the rest, everything on and along this coast being in the most desirable condition, the farmer is also peacefully and cheerfully engaged in turning the currently falling rains to his benefit, and cultivating his field for rice growing, and praying for Heaven's generous blessing upon it, I have the honor to call myself with submission, respect, and true esteem; below stood: High, Noble, and Severe, Right Worshipful Gentlemen and Noble and Severe Gentlemen, lower: Your Right Honourables' most humble and most dutifully faithful servant, in the margin: Samarang, the 31st of December 1774, was signed: R: vander Burgh. Translation No. 63. From Java's North East Coast, the 31st of December 1774 Translation of a Javanese letter written by the Pangerang Adipattij Mancoenagara to the Governor and Director of this Coast, Johannes Robbert van der Burgh, received at Samarang on the 23rd of October 1774 After the usual preamble Since I am already advanced in years and my life might come to an end, I cannot refrain from recommending my son, the Pangerang Aria Praboe, into the Company's High protection, as well as all my children and grandchildren, since I entirely rely on the aforementioned Company and do not doubt its goodwill; but I very kindly request that regarding this matter I may be honored with a small letter of assurance from the Lord Governor-General at Batavia, in order to put my mind as well as that of my aforementioned children at ease. below stood: translated by me, was signed: C: P: Boltze, Translator, lower: Conforms, was signed: C: P: Boltze Translator Translation

Dutch transcription

No. 62 No. 68. Van Iavas oost Cust den 31: dcmber 1774. hen sedert 1767. aan 's Compagnies bezitting te Malang en An„ „tang verstrekt van het geene daar op uit de Contingenten reeds was gevalideerd, zo mede om die verstrekkingen voortaan direct van wegen de Maatschappij te doen, en dan ook om Pas„ „sourouangs regent Niti nagara, van alle Contributie en agterstallen voor het gehugt Porong te libereeren tot ultimo December 1775, dog hoe veel de voormelde gedaane verstrekkingen in gelden bedragen hebben mij nog niet gemeld, en eeven min tot hier toe beantwoorden zijnde, mijn requisit bij aparte van den 30:e Iuli om mij de benodigdheid voor de bezitting te Malang op te geven, hib ik ook nog niet kunnen voldoen aan uwer Hoog Edelheden Gerespecteerde ordre, om Eene vaste bepaling daar van te maaken voor ider maand. Zij gemeene Letteren van hier de dato 15: dezer opgegeven zijnde den Inzaam in afscheep der producten van deze kust, in het tans ein digsende Jaar 1774. flattiere ik mij met uwer Hoog Edelheden genoegen deswegen, en bij naaste of na het vertrek der scheepen naar Amboina en Banda, en ontvangst hier der daar toe be„ „nodigde papieren van de onderhorige Comptoiren, ook zullende worden opgegeven, de agterstallen restanten en Contingenten voor het aanstaande Iaar 1775. , noteere ik hier maar dat wijl de Sourabaijasche regenten, zig zo wel bewerd hebben, dat indien. Van Javas oost Cust den 31:e December 1774. — in dien heeden haar lijst Contingent niet ten vollen vereffen is, en dan dog weinig aan manqueeren zal, als ultimo November nog maar 125. Corangs debet geweest zijnde, ik overzulks nog Geen gebruik gemaakt hebbe van uwer Hoog Edelheden qualificatie op het sufet van den Eersten Sourabaijas Regent. Overigens alles op en Langs deze kust in de wenschelijkste situatie verserende, is ook den landman rustig en Lustig bezig, de tans vallende regens zig ten rutte te maken, en zijnen akker te bebouwen tot de rijst Cultuure, en daar over 't He„ „mels milde zeegen afbiddende, heb ik de eere met submissie Eerbied en ware agting mij te noemen; /onderstond:/ Hoog Edel„ Gestrenge Groot Achtbaren Heere en wel Edele Gestrenge Heeren, /Lager/ uwer Hoog Edelheeden aller onderdanigste en aller trouw„ ^ /:was get:t//: R: vander Burgh. schuldigsten dienaar /:In Margine/ Samarang den 31:' december 1774. Translaat No. 63. an Javas Oostkust den 31: December 1774 Translaat Javaanse Brieff gesz: door den Pangerang Adipattij Mancoenagara aan den Heere Gouverneur en Directeur deeser kuste, Johannes Robbert van der Burgh, ontfangen te samarang den 23:' october 1774 Na gewoone voorreeden a dim ik reets bij hooge jaaren ben en mijn leeven sijnde „schijnen mogte kan ik niet afzijn mijnen zoon den Pange„ ng Aria Praboe in 's Compagnies Hooge protectie aan te veelen zoo wel als alle mijne kinderen en kinds kinde„ n alsoo ik ten eenemaal op Hoogemelde Compagnie trouwe en twijffele ook niet aan Derzelver geneegent„ d, dog ik verzoeke zeer vriendelijk dat ik dien aangaen„ met een klijn verzeekerings Briefje van den Heere ouverneur generaal te Batavia mag worden reerdt ten eijnde mijn gemoedt zoo wel als dat en mijne voorsz: kinderen gerust te stellen nderstont :/ getranslateert door omij /:was geteekent:/ d: P: Boltze, Translateur /:lager:/ Accordeert /as getekent:/ C: P: Boltze Translateur Translaat ƒ s Van Javas oost Cust den 31:e December 174. — in dien heeden haar lijst Contingent niet ten vollen vereffent is, en dan dog weinig aan manqueeren zal, als ultimo November nog maar 125. Coriangs debet geweest zijnde, ik over zulks nog Geen gebru gemaakt hebbe van uwer Hoog Edelheden qualificatie o„ het sufet van den Eersten Sourabaijas regent. Oerrigens alles op en Langs deze kust in de wenschelijkst situatie verserende, is ook den landman rustig en Lustig bezig, de tans vallende regens zig ten zutte te maken, en zijnen akker te bebouwen tot de rijst Cultuure, en daar over 'I He „mels milde zeegen afbiddende, heb ik de eere met submis„ Eerbiede en ware agting mij te noemen; /onderstond:/ Hoog Ed„ Gestrenge Groot Achtbaren Heere en wel Edele Gestrenge Heer /Lager/ uwer Hoog Edelheeden aller onderdanigste en aller trou ^ /:was get:t //: R: vander Burgh. schuldigsten dienaar / In Margine / Samarang den 31:' december 1 Translaat No. 63. Van Javas Oostkust den 31: December 1774 Translaat Javaanse Brieff gesz: door den Pangerang Adipattij Mancoenagara aan den Heere Gouverneur en Directeur deeser kuste, Johannes Robbert van der Burgh, ontfangen te samarang den 23:' october 1774 Na gewoone voorreeden Na dien ik reets bij hooge jaaren ben en mijn leeven sijnde verschijnen mogte kan ik niet afzijn mijnen zoon den Pange„ „rang Aria Praboe in 's Compagnies Hooge protectie aan te beveelen zoo wel als alle mijne kinderen en kinds kinde„ „ren alsoo ik ten eenemaal op Hoogemelde Compagnie betrouwe en twijffele ook niet aan Derzelver geneegent„ „lijd, dog ik verzoeke zeer vriendelijk dat ik dien aangaen„ „de met een klijn verzeekerings Briefje van den Heere Gouverneur generaal te Batavia mag worden vereerdt ten eijnde mijn gemoedt zoo wel als dat van mijne voorsz: kinderen gerust te stellen /onderstont :/ getranslateert door oij /:was geteekent:/ C: P: Boltze, Translateur /:lager:/ Accordeert /was getekent:/ C: P: Boltze Translateur Translaat

NL-HaNA_1.04.02_3445_0090 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 31 December 1774 Translation of a Javanese note of all still living children of Pangerang Adipattij arangcoe nagaraa, received at Samarang on 28 December 1774. Radeen Maas soero moeljo, now named Pangerang Arja Praboe Amidjoijo, 24 years old; I request the Company that he may succeed in my place, but if he does not attain this, I request it in that case for Radeen Maas sadat, 7 years old. The following are all married: Radeen Aijoe Sobro, 29 years old, is married to Tommongong soeda Nagarra at Banjoemaas. Radeen aijoe satia, 24 years old, is married to Tommongong soerio Coessoemo at kadoean. Radeen Aijoe Lamie, 21 years old, is married to the son of Tommongong Arom Pinang, named Soerio Diwirjo. Radeen Aijoe Semplei, 17 years old, is married to the son of Adipattij Mangkoe Proodjo, named soerio kabanaran. Radeen Aijoe Sablem, 12 years old, was married to soerio Winotto, but separated. The following children are still unmarried: Radeen Maas Slamat, 13 years old; this one, if it pleased the Company, I would gladly have at Patjitan to deliver the pepper, his mother being also from the Patjitan district. Radeen Maas Hlabog, 11 years old. Radeen se kantoek, 11 years old, his mother being from Patti, and if it pleased the Company, I would gladly have him at Patti. Radeen Maas Lemplo Radeen soekrem Radeen 2. No. 65 From Java's East Coast, 31 December 1774. Radeen aijoe Sarendel, 10 years old Radeen aijoe soelah, 9 years old Radeen Maas soeboeh, 8 years old Radeen Maas soetireno, 6 years old Radeen Maas Samat, 4 years old Radeen Maas Sabar, 5 years old Radeen Maas smahoen Radeen Maas soepeno Radeen Maas soekro Radeen Maas Larengat Radeen Maas soekandar Radeen Aijoe Lawi Radeen Aijoe soepia Radeen Aijoe Sampir Radeen Aijoe sadadang Radeen Aijoe satadjie Radeen Aijoe salebrak Radeen Aijoe direp Radeen Aijoe Sami Note: Radeens Maas, or sons: 16 Radeen Aijoes, or daughters: 15 Together: 31 children. Below was written: Translated by me. Was signed: Carel Philip Boltze, Translator. Lower: Agrees. Was signed: C: P: Boltze, Translator. Translation From Java's East Coast, 31 December 1774: Translation of a Javanese letter written by Pangerang Boemi Notto from Banda to his son Pangerang Adipattij Mancoe Nagara at Souracarta, presented at Samarang on 3 December 1774. I inform your Honor hereby that I am still healthy and well; but what somewhat burdens my heart is that I have two daughters whom it does not befit me to marry off to these usurpers, and therefore I kindly request that the Emperor have them summoned as soon as possible, for I am already old and the two aforesaid children are now also of age to marry. Furthermore, I also bring to your Honor's knowledge that the surviving children of my brother Pangerang singo sari have all been made slaves, which tends to the shame of the Javanese princes. Thus there is no other recourse than that the Emperor summon my 2 children and not suffer such disgrace. Below was written: Translated by me. Was signed: C:s P:r Boltze, Translator. Lower: Agrees. Was signed: C: P: Boltze, Translator. Account DD. No. 67. From Java's East Coast, 31 December 1774: Account of the Madurese Padem given at Samarang on 6 December 1774: The deponent says that about 23 years ago, when he was around 6 years old, he was taken along to Batavia by his father Brahim, where his father went to live on his own in Mangga doewa, but 7 years ago he happened to pass away. That the deponent, together with the Javanese Hoesrek, had served 2 years ago as a sailor on the vessel of the Chinese vrgoeting, with whom they had also sailed to Banda, but en route had called at oelo tjami to load rice, from where they had proceeded with that cargo to Samarang, but having lain there for 4 days, they had continued their course to Banda. That the deponent, together with his comrade toesrek, having arrived at Banda, had fallen ill there and therefore left their vessel and went to live with Pangerang Boemi Notto, but after 5 months the deponent, together with his comrade toesrek, having both recovered, wished to return to Batavia, but the aforementioned Pangerang Boemi Notto having given them a letter for delivery to his son Pangerang Mangcoe Nagarra at Solo, because the vessel of Njoeting had already departed, they had proceeded back to Batavia as passengers with a sloop of the Banda Chinese erjoeke. That the deponent, arriving there, and the Chinese, after having sold his goods, wishing to proceed again to Banda, there went along with the deponent his comrade Hoesrek and the Lasem Javanese Sidin, alias Dasoen, but instead of sailing directly to Banda, the Chinese called at Samarang, where he, the deponent, with his comrade Hoesaek and the Lasem Javanese sidin, alias Dasoen

Dutch transcription

Van Javas Oostkust den 31:' December 1774 Translaat Javaanse notitie van alle nog in leeven zijnde kinderen van den Pangerang Adipattij arangcoe nagaraa ontfangen te samarang den 28 December 1774 Radeen Maas soero moeljo thans kernaamd Pangerang Arja Praboe Amidjoijo oud 24: Jaaren deeze ver„ zoek ik aan de Compagnie dat hij in mijn Plaats mag optreeden dog dezelve niet daar toe koomen„ de verzoek ik als dan voor Radeen Maas sadat oud 7 jaaren De Navolgende zijn alle getrouwt Radeen Aijoe Sobro oud 29:' Jaaren is getrouwt met den Tommongong soeda Nagarra te Banjoemaas Radeen aijoe satia oud 24: Jaaren, zij is getrouwt met den Tommongong soerio Coessoemo te kadoean Radeen Aijoe Lamie oud 21: jaaren zij is getrouwt met de zoon van den Tommong: Arom Pinang gen:t Soerio Diwirjo Radeen Aijoe Semplei oud 17:' Jaaren zij is getrouwt met de zoon van den Adipattij Mangkoe Proodjo gen:t soerio kabanaran Radeen Aijoe Sablem oud 12: Jaaren zij is getrouwt geweest met soerio Winotto dog gesepareerd De volgende kinderen zijn nog ongetrouwt Radeen Maas Slamat oud 13: Jaaren deese als het de Compag„ „nie behaagde had ik gaarne te Patjitan om de Peeper te leveren zijnde zijn moeder ook uit het Patjilaansche Radeen Maas Hlabog oud 11:' Jaaren Radeen se kantoek oud 11: Jaaren zijnde zijn moeder van Patti en als het de Compagnie behaagde had ik hem gaarne te Patti Radeen Maas Lemplo Radeen soekrem Radeen 2. No. 65 Van Iavas Oostkust den 31:' December 1774. Radeen aijoe Sarendel oud 10: jaaren Radeen aijoe soelah oud 9: Jaaren Radeen Maas soeboeh oud 8: jaaren Radeen Maas soetireno oud 6: jaaren Radeen Maas Samat oud 4: Jaaren Radeen Maas Sabar oud 5: jaaren Radeen Maas smahoen Radeen Maas soepeno Radeen Maas soekro Radeen Naas Larengat Radeen Maas soekandar Radeen Aijoe Lawi Radeen Rijde soepia Radeen Aijoe Sampir Radeen Aijoe sadadang Radeen Rijoe satadjie Radeen Aijde salebrak Radeen Aijde direp Radeen Rijoe Sami NB Radeens Maas of zoons 16: Radeen Aijoes of Dochters 15: te saamen. . 31: kinderen /:onderstont:/ getranslateert door mij /:was geteekent:/ Carel Philip Boltze Translateur /:lager:/ Accordeert /:was geteekent:/ C: P: Boltze Translateur Translaat Van Iavas Oostkust den 31:' December 1774: Translaat Iav: brieff gesz: door den Pangerang Boemi Notto van Banda aan zijnen zoon den Pangerang Adipattij Mancoe Nagara te te souracarta vertoont te samarang den 3:' December 1774 Ik maake uE bij deese bekent, dat ik nog gezonden wel vaarende ben; maar wat mijn hart eenigsints be„ „swaard, is dat ik twee dochters hebben die het mij niet opast dat ik haar aan deese overwalders liet uittrou„ „wen en des verzoeke ik vriendelijk dat den keijser deselve hoe eer hoe liever laat ontbieden want ik benal out en de twee voorn: kinderen zijn thans ook in staat om te feuwelijken. Wijders brenge ik uwE ook ter kennisse dat de nagela„ tene kinderen van mijn Broeder den Pangerang singo sari alle tot slaven gemaakt sijn, het geene tot schaamte der Javase vorst en strekt dus is er niets anders op als dat den keijzer mijne 2: kinderen ontbiet en geene dusdanige beschaamhijt ondergaat /:onderstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekend:/ C:s P:r Boltze Transl: /:lager Accordeert /:was getekent) C: P: Boltze Transl:r Relaas DD. No. 67. Van Javas Oostkust den 31:' December 1774: Den Relatant zegt dat nu circa 23 jaaren geleeden wanneer hij om„ „trent 6: Jaaren out was door zijn vader Brahim meede na Ba„ „tavia genoomen was alwaar zijn nader op zig zelfs in de Mangga doewa had gaan woonen dog nu 7: jaaren geleeden was hij koo„ men te overleijden Dat den Relatant beneevens den Jav: Hoesrek nu 2: Jaaren gelee„ den als mattroos op het vaartuijg van den Chinees vrgoeting hadden gedient met dewelke zij ook meede naar Banda gezijlt waaren dog onderweegs oelo tjami hadden aangedaan om Rijst te laa„ „den van waar zij zig met die lading na Samarang hadden be„ „geeven maar 4: daagen aldaar geleegen hebbende, hadden zij hun„ „ne Cours na Banda vervolgt Dat den Relatant beneevens zijn Matker toesaek te Banda gekoomen aldaar ziek waaren geworden en dierhalven hun vaer„ „tuig verlaaten en bij den Pangerang Roemi Notto waaren gaen woonen, maar na 5: maanden had hij Relatant beneevens zijn katker toesrek als bij de weeder hersteld zijnde na Bata„ „via willen retourneeren dog gem: Pangerang Boemi Notto hun een Brieff ter bestelling aan zijnen zoon den Pangerang Mangcoe Nagarra te solo meede gegeven hebbende, hadden zij zig om dat het vaartuig van Njoeting al vertrokken was met een Chialoup van den Bandas Chinees erjoeke als Passa„ „giers weeder na Batavia begeeven Dat den Relatant aldaar koomende en den Chinees verzoeke na zijne goederen verkogt te hebben, zig weeder na Banda had willen begeeven, met den Relatant was meede gegaan zijn Matker Hoesrek en den Lassums Javaan Sidin /:alhier:/ Dasoen dog in steede direct na Banda te zijlen was den Chi„ nees te samarang aangegiert alwaar hij relatant met zijn matker Hoesaek en den Lassums Javaan sidin /:alias:/ Relaas van den Madurees Padem gegeven te Samarang den 6:e December 1774: Dasoen

NL-HaNA_1.04.02_3445_0094 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 31st December 1774: Dasoen, because the Chinese wished to return to Banda, had left him and proceeded to Solo, and they had delivered the letter from Pangerang Boemi Notto to Pangerang Mangcoe Nagara in the following manner: they had addressed themselves to the head of the wayang performers of the Prince, named Bappa Garam, who had asked them for it, and having brought it inside, had afterward come back outside and presented them to the Prince, so that they had seen that His Highness already had the aforementioned letter opened in his hands and had subsequently read it. Thereupon, all three of them were sent by the Pangerang to the chief, who had them put in the stocks and transported to Samarang the next day. Thus done and related at the Government of Samarang on the date aforesaid. Below stood: this mark XXx, affixed thereto by the Madurese Padem. Lower: In my presence. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. In the margin: As witnesses, was signed: Carta Bassa and A. Bilstijn. Lower: Agrees. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. Account. 14. From Java's East Coast, the 31st December 1774. Account of the Djukjocarta Javanese Hoesrek, given at Samarang on the date aforesaid: The narrator says that 11 years ago he was taken along to Samarang by his brother Kassim, where he settled in the Malay Kampong, but after 1 year, the narrator, along with his brother, went to serve as a sailor on the vessel of a certain Chinese, with whom they also departed for Batavia and went to live in the Kampong Loear Batang, where his brother Kassim died after having remained there for 3 years. That 2 years ago, the narrator met the Madurese Padem in Batavia and hired himself out with him on the vessel of a certain Chinese named Erjoeting, to sail with him as a sailor to Banda, and that everything else transpired and occurred as the aforementioned Madurese Padem had stated in his account. Thus done and related at the Government of Samarang on the date aforesaid. Below stood: this mark XX), affixed thereto by the Javanese Hoesrek. Lower: In my presence. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. In the margin: As witnesses, was signed: Carta Bassa and A. Bilstijn. Lower: Agrees. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. Account of the Lassum Javanese Sidin, alias Dasoen, given at Samarang on the date aforesaid: The narrator says that 8 years ago he sailed as a sailor on the vessel of a certain Lassum Chinese laden with beams to Batavia, where the narrator, upon his arrival, went to live in the Kampong Loear Batang to seek his further livelihood. But 2 months ago, the Madurese Padem and the Javanese Hoesrek came to the narrator and asked him if he would also go to Solo, to which proposal the narrator consented, and therefore sailed along to Samarang on the vessel of the Banda Chinese Njoeke, which just happened to be returning. That upon coming ashore at Samarang, the narrator departed for Solo with the Madurese Padem and the Javanese Hoesrek, and since the aforementioned Madurese was tasked with delivering a letter from Pangerang Boemi Notto to Pangerang Mangcoe Nagara, they had addressed themselves to the head of the wayang performers of the Prince, named Bappa Garam, who had asked them for it, and having brought it inside, had afterward come back outside and presented them to the Prince, so that they had seen that His Highness already had the aforementioned letter opened in his hands and had subsequently read it. Thereupon, all three of them were sent by the Pangerang to the chief, who had them put in the stocks and transported to Samarang the next day. Thus done and related at the Government of Samarang on the date aforesaid. Below stood: this mark (x), affixed thereto by the Javanese Sidin, alias Dasoen. Lower: In my presence. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. In the margin: As witnesses, was signed: Carta Basa and A. Bilstijn. Lower: Agrees. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. Considerations. 27. From Java's East Coast, the 31st December 1774. Considerations of the Commander of the Eastern Corner, the Senior Merchant Mr. Pieter Luzac, concerning the manner and requirements for the expedition against the island of Noessae, submitted subject to correction and wiser judgment to the Honorable, Respected Johannes Robbert van der Burgh, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, etc., etc., etc. Honorable, Respected, Valiant, Gallant, Prudent, and Most Discreet Sir! First of all, according to the received reports and statements from the servants and local knowledgeable Javanese, the island of Noessa, regarding its situation and nature, is located in the Southern Sea west of Lamatjang, 6 to 8 miles from the Javanese coast, surrounded at sea by many rocks, reefs, and heavy high-standing seas, so that from the side of the Javanese coast there is only a single place, namely Blindo, from where the crossing, embarkation, and landing to and from that island could be carried out, whereas from the side of Balemboangang, Cradjagan is estimated to be the nearest place across the sea, 20 to 30 miles away. However, at which place Cradjagang, no assembly of vessels can take place without danger due to the numerous rocks and reefs protruding there, accompanied by perpetual high seas, nor can any embarkation of military forces take place, but everything from Oeloepampang, around the South corner behind Goenong Ikan, would have to land and be dispatched directly to Blindo, which is feasible and without danger only in the months of March, April, October, and November, otherwise called the turning months. No. 71.

Dutch transcription

Van Iavas Oostkust den 31:' December 1774: Dasoen om dat den Chinees na Banda retourneeren wilde hem verlaaten en zig na solo begeven en de brief van den Pange„ „rang Boemi Notto aan den Pangerang Mangcoe Nagara besteld hadden en wel op de volgende wijse zij hadden zig geaddresseert aan het hoofd der maijang speelders van den Prins gen:t Bappa garam die hun die afgevraagt en dezelve binne gebragt hebbende daar na weeder buiten gekoomen was en haar aan den parins vertoont hadt, dat zij gezien hadden zijn Hooghijt eenegem: Brieff reets geopent in zijn handen en vervolgens geleesen had gehad: hier op waa„ ren zij alle drie door den Pangerang na het opperhoofd gezonden, die haar in het Blok had laaten zetten en 's anderen daags na Samarang Transporteeren, Aldus gedaan en de Gerelateert ten Gouvernemente Samarang Dato voorsz /:onderstond:/ dit merk XXx en daar bij gesteld door den Madurees Padem /:lager:/ Jnken„ „nisse van mij /:was geteekend:/ C: P: Boltze gesw: scriba /:in margine:/ Als getuigen :/ was geteekent:/ Carta Bassa en A=m Bilstijn /:lager: Accordeert /: was geteekend:/ C: P: Boltze gesw: Scriba Relaas 14. Van Iavas Oostkust den 31:' December 1774 Relaas van den Djukjocartas Javaan Hoesrek gegeven te Samarang dato voorsz: Den Relatant zegt dat nu 11: Jaaren geleeden hij door zijn Broeder kassim meede na samarang genoomen was alwaar hij zig in de Malijdse Campong had nedergezet, dog na 1: jaar geleeden was hij be„ latant met sij broeder als Mattroos op het vaartuig van zeekere Chinees gaan dienen met dewelke zij ook na Batavia vertrokken en in de kampong Loear Batang waaren gaan woonen alwaar zijn broeder kassim na 3: Jaaren aldaar gebleeven te zijn overleeden was Dat den Relatant nu 2: Jaaren geleden den Madurees Padem te Ba„ „tavia aangetroffen en zig met den zelve op het vaartuig van zeekere Chinees erjoeting verhuurd had om als mattroos met hem na Banda te vaaren en dat zig voorts alles zodanig geschikt en toegedragen had als gem: Madurees Padem bij zijn Relaas had te kennen gegeven Aldus gedaan en de Gerelateert ten gouvernemente Sama„ „rang dato voorsz: /onderstond:/ dit merk XX) en daar bij ge„ steld door den javaan Hoesrek /:lager :/ Jnkennisse van mij /:was geteekend:/ C: P: Boltze gesw: Scriba /.in margine:/ Als getuigen /:was geteekend:/ Carta Bassa en A: Bilstijn /:lager Accordeert /:was getekend:/ C: P: Boltze gesw: Scriba Relaas van den Lassums Javaan Sidin /:Alias Dasoen. gegeven te Samarang Dato voorsz: Den Relatant zegt dat nu 8 Jaaren geleeden hij met het vaar„ „tung van zekere Laessums chinees belaaden met Balken na Bata„ „via als mattroos was gesteevent, alwaar hij Relatant bij zijn aankomst in de kampong Loear Batang was gaan woonen om zijn kost verder te zoeken, dog nu 2: maanden geleden waaren bij den Relatant gekoomen den Madurees Padem en den Jaraan Hoesrek dewelke hem gevraagt hadden of hij meede na No. 69. Van Javas Oostkust den 31:' December 1774 na solo wilde gaan in welke voorslag hij Relatant ook gewilligt en dierhalve met het vaartuig van den Bandas Chinees Njoeke dat juist wilde retourneeren tot na Samarang was meede ge„ vaaren Dat den Relatant te Samarang aan de wal koomende heij met den Madurees Padem en den Javaan toesrek na solo was vertrok„ ken en evengemelde Madurees een Brieff van den Pangerang Boemi Notto aan den Pangerang Trangcoe Nagara in be„ stelling hebbende, hadden zij zig geaddresseert aan het Hoofd der waijangspeelders van den Prins genaamt Bappa Garam die feun die afgevraagt en dezelve binne gebragt hebbende daar na weeder buiten gekoomen was en haar aan den Prins vertoont hadt, dat zij gezien hadden zijn Hoogheit eenegem: brieff reets geopent in zijn handen en vervol„ gens geleesen had gehad, hier op waaren zij alle drie door den Pang. na het opperhoofd gesonden, die haar in het Blok had laaten setten en 's anderen daags na Samarang transpor„ „teeren Aldus gedaan ende Gerelateert ten Gouverne„ „mente Samarang Dato voorsz: /:onderstond:/ dit merk (x) en daar bij gesteld door den Iavaan Libin /:alias:/ Dasoen /:lager :/ Inkennisse van mij /:was getee„ kend :/: C: P: Boltze gesw: Scriba /:in margine:/ Als getuigen. /was geteekend:/ Carta Basa, en A: Bilstijn /:lager:/ Accordeert /:was geteekent:/ C: P: Boltze gesw: scriba Consideratien . 27 Van Javas Oostkust den 31:' December 1774. Consideratien van den gezaghebber over den oosthoek den opperkoopman M:r Pieter Luzac over de wijze en beno„ digdheden tot de Expeditie tegen het Eiland Noessae onder Correctie en wijzer oordeel gesteld en overgegeven aan den Wel Ed:e Achtb: Heer Johannes Robbert van der Burgh gouverneur en Directeur op en langs Javas Noord Oostkust, &„a &:o &:a Edele Achtbare, Erntfeste, Manhafte, voor zienige zeer Discrete Heer! Voor af na ingenomen rapporten en opgave van de Dienaaren en Landkundige Javaanen zoude het Eiland Noessa derzelver situatie en hoedanigheid gelegen zijn in de zuider zee beweste Lamatjang 6 â 8 mijlen van de Javasche wal, rontom in zee met veele klippen, reeven en swaare hoog staande zeen, zoo dat van de kant van de javasche wal er een eenige plaats zoude zijn namentlijk Blindo, van waar de overvaart in scheeping en Landing van en na dat Eiland zoude kunnen wer„ den gepractiseert daar van de kant van Balemboangang Cradjagan de naaste plaats 20 â. 30 mijlen over zee na gissing zoude zijn, dog tot welke plaats Cradjagang geen verzameling van vaartuigen buiten gevaar om de menig„ „vuldige klippen en reven die daar uitsteeken verzelt van immer duurende hooge zeen nog ook geen in scheepinge van militaire geschieden kan, maar alles van oeloepampang de Zuijdhoek agter de goenong Ikan om, direct tot Blindo zoude moeten aan Landen en afgescheept worden het welk alleen in de maanden maart, April, october en Novem„ „ber anders genaamd de kenter maanden doenelijk en zonder gevaar No: 71.

NL-HaNA_1.04.02_3445_0098 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 31st of December 1774. is judged to be able to happen without danger because the passage of the South Sea at those times is held to be the calmest. The island of Noessa itself is described as being mountainous, rocky, and with many precipices, and is said to still be held occupied by 2 to 300 actual Javanese, or so-called Noesase peoples, among whom, however, some of the most prominent Wajoese rebels are hiding. These peoples are then kept in discipline and submission by a certain Juragan Bappa Janie, a Buginese, with a following of his family consisting of Mandharese and Buginese. Which Bappa Janie is stated to be 2 or 300 Buginese and Mandharese strong, with 70 to 80 flintlocks, some small cannon pieces with ammunition; all this, however, according to the estimation and statement derived from various persons, for one has never been able to obtain a genuine report from there. Nevertheless, from the size of the island, which could never support more than 300 households at the most, it can well be deduced that this Buginese rover band together with the Noesase peoples will at most amount to 800 able-bodied men, and that their firearms and ammunition, being mostly plundered and stolen goods, will also be of little value. The enterprise, then, to force this island and people into submission could be undertaken without any objection in the following arrangement, and I would be of the opinion that it would best be carried out by our own native peoples from these districts, the more so because they show themselves very well disposed to it and desire it with great zeal. Our troops' rendezvous point then having to be at Blindo, their strength will be sufficient in three sergeants, six corporals, and fifty private soldiers led by a lieutenant and an ensign from the garrisons of the East Hook, choosing the healthiest and the ablest, and six hundred indigenous warriors, namely: From: 1. X4 27 No. 73. From Java's East Coast the 31st of December 1774 From Passarouang under the regent or his Bepattij: 250 men, soldiers From Banger under the regent or his Bepattij: 150 men, soldiers From Bangil under the regent or his Bepattij: 50 men, soldiers From Bezoekie under the regent or his Bepattij: 50 men, soldiers From the districts of Djember, Sabran Lamatjang, Centong, and Paradjagan: 100 men, soldiers Thus together: 600 men, soldiers In addition, the required artillery, which could suffice with one bombardier, two gunners, and two assistants, with 4 or 5 pieces of cannon according to the caliber that would be required. Thus now, the arrangements having been made in advance on the side of the Javanese shore, one would need to be seconded at sea from the southwest side of Balemboangang with the following vessels and strength, namely: 2 well-equipped and sturdy pantjallangs, 2 well-armed cruising prauw mayangs, 10 sturdy prauw mayangs, best suited to navigate those seas. All of which vessels could be collected and prepared here from the East Hook, and it would suffice to place on each pantjalling a skilled sergeant, a corporal, and six privates, a gunner and two arquebusiers, and from the best of the Easterners present there, 60 able soldiers under the most skilled and trained indigenous officers; for the two cruising prauw mayangs, under a quartermaster and two sailors each, furthermore equipped, armed, and manned according to orders, would suffice; under which then the remaining prauw mayangs, each of which should carry at least two capable small pieces, could be distributed under a European and the necessary natives. Because: 2. From Java's East Coast the 31st of December 1774 Because those vessels are required to embark our troops upon arrival at Blindo and thereby be enabled to undertake a landing on the island of Noessa and to transport the ammunition and provisions, for which the small Jochems built at Gittem and Adirogo, although 33 in number, are not adequate, but nevertheless can be of the highest utility and employment for other minor services. To which, in order to proceed with total certainty everywhere, there should still be added 200 brave Sumanappers under their Bepattij, the vigilant Poelang Jiwa, who, however, properly equipped and armed with the necessary ammunition in their own pantjallangs and sturdy vessels, should be embarked and transported to Oeloepampang, where, having been provided in a fleet with whatever ammunition and provisions they might lack, they are to cross over from there to Blindo. While the arrangements for the landing and crossing with our people to that island will have to be further planned and brought to a conclusion by the one to whom, along with his officers, this expedition will be entrusted, according to the circumstances of time and place upon having gathered reliable reports and intelligence, though not until the pantjallangs and lesser vessels will have arrived there. Regarding the requirements and provisions for the aforementioned expedition's troops, for which Gittem, being the closest to Blindo, is judged to be the most convenient place to establish a storehouse and ammunition depot, as well as for the necessary weapons and ammunition, I insert here verbatim the written report of the statement of the officers, the Lieutenant and Commander at Passarouang Adriaan van Rijke, and: 3.

Dutch transcription

Van Javas Oostkust den 31: December 1774: gevaar word geoordeelt te kunnen geschieden om dat de zuider zee derzelver passagie op die tijden voor het calmste word gehouden Het Eiland eoessa word op zig zelve beschreeven te zijn bergach„ „tig, klipachtig en met veele steiltens en zoude nog bezet ge„ „houden werden met 2: â 300:- eigentlijk Javaanen of Noesase volkeren geheeten, waar onder egter nog eenige wajoese voor„ „naamste rebellen schuilen welke volkeren dan door zieker Juragan Bappa Janie een Bouginees met een aanhang zijner famillie bestaande uit mandhareese en bougineese in tucht en onderwerping worden gehouden en welke Bappa sanie word gesteld te zijn sterk 2: of 300. Bougineese en mandhareese 70 â 80 snaphaanen eenige stukjes Canon met ammunitie dit alles egter na gissing en opgave van deeze en geene opge„ „komen: want men nimmer een echt rapport van daar heeft kunnen krijgen nogtans is uit de groote van het Eiland 't welk nimmer dan op zijn hoogst 300 Huisgezin„ „nen zoude kunnen voeden, wel op te maaken dat die bougi„ „neese swerver jam met de noessase volkeren te samen op zijn hoogst 800 weerbaare koppen zal kunnen uitmaken en dat hun geweeren en ammunitie als meest gerooft en gestoolen goedje zijnde ook van wijnig valeur zal zijn De onderneming dan om dit Eiland en volk ter onderwer„ „ping te noodzaken zoude in volgende schikkinge zonder eenig bezwaar kunnen werden ondernomen, en zoude ik van oor„ „deel zijn, dat best door onze eige volkeren uit deeze districten wierd ter uitvoer te meer wijl zij hun tot het zelve zeer ge„ „negen vinden en met grooten ijver verlangen De verzamel plaats onzer troupen dan te Blindo moetende zijn zal derzelver sterkte toe reijkende zijn in drie sergeants ses Corporaals en vijftig gemeene soldaaten opgevoert door een Luitenant en een vaandrig uit de guarnisoenen van den oosthoek, de gezondste en de bekwaamste te kiesen en ses Honderd Jnlandsche krijgers: als van 1: X4 27 No. 73. Van Iavas Oostkust den 31:' December 1774 van passarouang onder den regent of zijn Bepattij. . . . . koppen 250: sold:t „ „ „ „. . . . „ 150: „ „ Banger Bangil „ „ „ „. . . . „ 50: „ „ „ Bezoekie „ „ „ „. . . . „ 50: „ uit de districten van Djember, sabran Lamat. „ 100: „ jang, Centong en paradjagan - - - - Dus te zamen koppen 600: sold:t Daar bij de benodigden Arthillerij, welke zoude kunnen volstaen out een Bombardier, twee Cannoniers en twee handlan„ „gers met 4 of 5: stukken Canon na het Caliber dat ver „eischte zoude worden t Dus nu voor af aan de kant van de Janasche wal de schikkin„ „ge genomen zijnde zoude men van de zuid west kant van Balemboangang af ter zee met de volgende vaartuigen en sterkte dienen gesecundeert te worden: als 2: wel toegeruste en stevige pantjallings, 2: wel gearmeerde kruis praumaijangs 10: stevige en tot het bebouwen van die zeen de bekwaamste prauw maijangs Welke vaartuigen alle alhier uit den oosthoek bij een te krijgen en ingereedheid te brengen zoude zijn, en zoude men kunnen volstaan met op ieder pantjalling te plaatsen een kundigser„ geant een Corporaal en ses gemeene een Cannonier en twee bosschieters en uit de beste van de aldaar hun bevindende oosterlinge 60 slukse soldaaten onder de kundigste en ge„ „dresseertste jnlandsche officieren, door de twee kruispauw„ maiangs onder een quartiermeester en twee matroosen ieder verder na de ordre g'equipeert gearmeerd en be„ mand zoude volstaan onder dewelke dan de overige prauwmaiangs, welke ieder ten minste twee bekwaa„ „me stukjes zoude moeten voeren onder een Europees en de benodigde Jnlanders, zoude kunnen werden verdeelt want 2: Van Javas Oostkust den 31:' December 1774 want die vaartuigen vereischt worden om bij arrivement te Blindo onze troupen over te scheepen en met dezelven in staat gesteld te worden een Landig op het Eiland Noessa te kunnen ondernemen en de ammunitie en provisien te transporteeren tot het welke de te gittem en Adirogo aan„ „gemaakte klein Jochems, schoon 33: ingetalle niet bestant zijn, dog egter tot andere klijner dienste van het hoogst nut en eenploij zijn kunnen. Bij het welk alom zeeker te gaan nog zoude genoegt moeten worden 200 braave sumanappers onder heun Bepattij den wakkeren poelangJiwa, dog welke in hunne eige pantjallangs en sterige vaartuigen, behoorlijk g'equipeert en gearmeert met de nodige ammunitie zoude diene ingescheept en getransporteert te worden na oeloe„ „pampang, alwaar van het geen hun mogte ontbreeken met ammunitie en provisien voorzien in een vloot van daar na Blindo over te steeken. Terwijl de schikkinge tot de landing en over komst met onze volkeren op dat Eiland door den geene die beneffens zijne officieren deeze Expiditie zal zijn aan vertrouwt, na gelegentheid van tijt en plaats bij ingenomene zekeren rapporten en kundschap verder zal moeten werden be„ raamt en tot besluit gebragt, dog wel niet eerder tot wijle de Pantjallangs en mindere vaartuigen daar zullen zijn aangekomen tot de behoeftens en provisien voor hier vooren aan„ „gehaalden Expiditie volkeren tot het welke te gittem als het naast bij gelegen bij Blindo de gevoegelijkste plaats word geoordeelt om een voorraad en ammunitie huis daar te stellen, zoo veel als tot de benodigde wapenen en ammunitie insereere ik hier woordelijk het schrifte„ „lijk rapport der opgave van de officieren den Luitenant en Commandant te Passarouang Adriaan van Rijke en 3:

NL-HaNA_1.04.02_3445_0101 view scan ↗

English

1 27 75 From Java's East Coast, 31 December 1774 and the Ensign Commander at Adirogo, Fredrik Fisscher, who vie with each other in zeal to be employed as head over the aforementioned expedition. 30 coyangs of rice for provisions, both for Europeans and Natives, which, along with the necessary rations on the large vessels, should first be transported thither. 30 barrels of musket ball-cartridges 100 pieces of hand grenades 100 mortar ditto 4 mortar pieces of 4 inches, which may, as a precaution, also be supplied from Oeloepampang to the pantjallangs. 1 mortar piece of 7 inches 25 bombs of the same caliber with their ammunition, namely their powder and quick match 200 pieces of fuses, three pounds of mealed powder 300 flints 6 iron scrapers 20 bundles of match 200 lb of lead musket balls 2 brass wire for vent-clearing needles 4 pieces of Prince's flags 2 orange 2 blue 2 white 12 axes 2 flag lines 30 fit grenadier muskets 100 bundles of rattan Regarding which statement concerning the ammunition and provisions, I am of the opinion that it is best carried by land during the dry season now, From Java's East Coast, 31 December 1774 in parties from Besoekie up to Gittem, rather than risking the uncertainty from Oeloepampang by sea, and which in these two dry months can still easily be done without great burden to the people, who will also gladly bear this in the prospect of finding an end to their burden. Concerning the artillery goods, I find the stated one mortar of 7 inches unnecessary, but rather in its place two more mortars of 3 to 4 inches if available, and instead of 30 grenadier muskets, that there be 60 in reserve, whereas the four Prince's flags, besides those that will be in use, can well be dispensed with, as signals can otherwise adequately be given and made in various ways. Having herewith set down and submitted my humble considerations to the best of my knowledge, I have the honor to sign with the deepest esteem and respect, was written below, Title, lower, Your Honorable's very obedient servant, was signed, Pieter Luzac, in the margin, date as above, underneath, Agrees, was signed, I. R. van der Burgh Respectful 07 77 From Java's East Coast, 31 December 1774. Respectful report presented to the Honorable Johannes Robbert van der Burgh, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, etc. etc. etc., by and on behalf of the undersigned, concerning the execution of their commission in the districts of the further or western Balemboangan, such as Panaroekan, Pradjakan, Centong, Djember, and Sabrang. Honorable Sir, In all obedience, conforming to Your Honor's highly venerated orders, we shall take the liberty herewith most respectfully to report how the first signatory herein, on 4 August of the current year, upon further orders from the Honorable Mr. Pieter Luzac and following the Instruction communicated to us, dated 20 June, after first leaving proper orders at his post and transferring the command pro interim to the Ensign George Otto Dijkman, serving there, proceeded successively across the districts of Banger, Besoekie, and Centong to Adirago, and arrived there on the 10th following, accompanied by the assistant Van Haak, skilled in engineering, as well as the Passourouang Ngabehi Martowidjojo and Banger's Grand Mantri Wiro Loxcono, as two persons who are very well acquainted with the aforementioned districts of the further or western Balemboangan. On my journey up from Besoeki, I learned that the commissioners of Balemboangan were not coming along the usual From Java's East Coast, 31 December 1774 northern overland road to Adirogo, but were to undertake the journey from Oeloepampang along the south side hither, for the facilitation of which the Sergeant commanding at Adirogo, Johan Adriaan Steenbergen, had already given orders to clear the road up to the boundary of Balemboangan, which was also done from that side, in which work those laborers were nevertheless hindered by the numerous tigers, indeed were even driven back by them, wherefore the aforementioned commissioners also had to undertake the journey from Oeloepampang by sea to Panaroekan. Upon my arrival at Adirogo, I immediately gave notice of my arrival to the Resident Schophoff and remained further at the latter place awaiting the arrival of the aforementioned commissioners. Since they did not appear on the 11th, 12th, and 13th, I took the liberty, under Your Honor's most favorable indulgence, in order to lose less time, to make a beginning with the survey of the Djember district, and found that this tract of land extends in length mostly east and west, and that in such a manner that in the east it borders on the Garahan mountains, which from ancient times have properly been held as the boundary line between Djember and Balemboangan, just as in the west it borders on the mountains named Sjang or Tjawang, which also serve as the boundary between that district and Probolingo or Banger, and thus in length is 14 to 15 German miles long, whereas in width it can only reach about 4 to 4 and a half. To the north, bordering on the Centong district, it is separated by the River Soegar, and to the south it borders on the district of Sabrang, between which the place Gamelaar, being a so-called Alang-Alang field, forms the boundary line, and is

Dutch transcription

1 27 75 Van Iavas oost Cust den 31:' December 1774 en de vaandrig Commandant te Adirogo Fredrik Fisscher welke omstrijd ijvere om als hoofde over opgemelde Expedi„ „tie te mogen worden g'emploijeert 30: Coiangs rijst tot mond behoefte zoo voor Europees als Inlanders die benevens de nodig randsoene op de groote vaartuigen voor eerst na derwaarts dient getrans„ porteert te worden. 30: vaten scherpe snaphaan patroonen 100 op:s Hand granaaten 100: „ mortiers _o 4: „ mortiers van 4: dunnen kunnende van oeloepampang peer precautie mede aan de pantjallangs gegeven worden. 1: p:s mortier van 7: duim 25: „ Bommen van gelijke caliber met dies ammunitie te weeten sijn kruid geswinde Lond 200: p„s sunders drie pond meel kruit 300 „ vuursteenen 6: „ ijzere kratsers 20 bossen Landt 200 lb: Loode Lopertjes 2: „ kopere draat voor ruim maalder 4: p:s prince vlagge 2: „ oranje 2 „ Blauwe 2: „ Witte 12: „ Bijlen 2: „ vlagge Lijnen 30: „ bekwaame granadiers geweeren 100: bossen rottings Over welke opgave omtrent de ammunitie en provi„ „sien ik van oordeel ben, dat best nu in de drooge tijd Van Iavas Oostkust den 31:' December 1774 tijd over den Landweg van Besoekie bij parteijen word op„ getorst na gittem dan in het onzekeren van oeloepam„ pang over zee en welk in deeze twee drooge maande nog wel kan geschieden zonder groote Last der volke„ „ren, die ook liefst dit nog zullen dragen in de voor uit„ „zigten van een einde aan hunnen last te zullen vinden Over de Arthillerij goederen vinde ik onnodig de gestelde een mortier van 7: d=m maar wel in derzelver plaats nog twee mortiere van 3: â 4: duim zoo er zijn en in plaats van 30: granadier geweeren dat er 60 in voorraad zijn, daar het met vier prince vlagge, bui„ „ten die er in emploij zullen zijn wel zal kunnen afge„ „zien worden: want de sijnen op diverse wijze anders genoegzaam kunnen gegeven en gedaan worden. Hier mede mijne geringe bedenkinge na beste ken„ „nisse ter neder gesteld en opgedragen hebbende zoo geene mij de eere met die pste achting en eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Ed:e Achtb:s zeer gehoorzame dienaar /:was getee„ „kend :/ P„r Luzac /:in margine:/ dato voorsz: /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh Eerbiedigs 07 77 Van Iavas Oostkust den 31:' December 1774. Eerbiedig Berigt en overgegeven aan den wel Edele Achtbaren Heere Johannes Robbert van der Burgh Gouverneur en Directeur op en Langs Iavas-Noord-oostkust etc: etc: etc:, door ende van uiegen de ondergetekendens Nopens de verrigtingh hunner Commissie in de districten van 't weder of westelijke Balemboangang als Panaroekan Pradja„ kan, Centong, Djember en Sabrang Wel Edele Achtbaren Heer In alle obedientie ons gedragende aan uwel Edele Achtbare Hoog gevenereerde ordres, zullen wij bij dezen de vrijheid nemen eerbiedigst te rapporteeren, hoe den eerste tekenaar in dezen zig den 4„e Augustus A:o C:t /. op nader beveelen van den acht„ „baren Heer H:r Pieter Luzac en na Zuidt de Instructie aan ons mede gedeeld, gedateerd 20: Iuni:/ na alvorens ag„ „tergelaten goede ordres ter zijner post en opdragt van het Commando pro interim aan den vaandrig G'orge otto Dijkman militeerende aldaar zig successive over de districten van Banger, Besoekie en Centong naar Adirago begaf en aldaar den 10: daar aan volgende aankwam verseld door den in de genie ervaren adsistent van Haak als omede den Passourouangs Ingabij Martowidjoijo en Bangers groot mantrie wiro Loxcono als twee personen die in de voornoemde districten van het weder of westelijke Balem„ boangang zeer bekend zijn. In mijne opreize van Besoeki, vernam ik dat de Commissianten van Balemboangang niet langs den gewoone„ lijken Van Javas Oostkust den 31:' December 1774 „lijken noorder Landweg naar Adirogo koomen maar van oeloepampang langs de zuidkant na herwaards de reede stonden te ondernemen tot welkers facilitering den te Adirogo commanderende sergeant Iohan Adriaan Steenbergen bereeds ordres hadt gegeeven tot het open kapppen der wegh tot op de Limietscheidinge van Balemboangang het welke van dien kant ook gedaan wierd waarin die arbeiders egter belet wierden door de veel vuldige tijgers, Ja zelfs dat daar door te rug gedreeven waren waar door dan ook op gem: Commissianten van oeloepampang over zee de reize hebben moeten aanneemen tot Panaroekan. Bij mijne arrive tot Adirogo gaf ik aanstonds kennis van mijn komste aan den resident schophoff en bleef wijders op laastgen: plaats vertoenen tot de aankomst van meer gem: Commissianten den 11: 12 en 13: dezelve nog niet ko„ „mende opdagen nam ik onder uwel Ed: achtbare hoog gunstige welduiding de vrijheid om te minder tijd te ver„ „liesen met den opneem van het district Djember een aan„ „vang en bevondt dat Landschappie zig in de Lengte meest oost en west te strekken en dat wel zodanig dat in het oosten aan het gebergte garahan dat eigentlijk van oude tijten af aan voor de Limiet scheidinge tusschen Djember en Balemboan„ „gang is gehouden aanstroot, gelijk het in het westen doet aan de gebergtens genaamt Sjang of Tjawang die dan ook voor de grensscheidinge van dat districtje en Probolingo of Banger is dienende en dus in de Lengte 14: â 15: duitsche mijlen lang is daar het in de breete maar omtrent 4: â 4½ kan berijken ten noorden aan het Centongsche stootende werdt door afgescheiden door rivier soegar en ten zuijden stoot het aan het Landschap Sabrang tus„ schen welke de plaats gamelaar /:zijnde een zo genaamd Allang Allang veldt:/ de grensscheidinge formeerd, en is

NL-HaNA_1.04.02_3445_0105 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 31st of December 1774 the distance from Lamadjang to Djember is ten miles, somewhat more south than west. Furthermore, there are currently twenty-three inhabited small villages or negorijen in this Djember district, which are calculated to comprise 265 able-bodied men, and the total population, including old women and children, is 802 souls, as appears from the attached statement thereof signed by the present acting head there, the mantri So Dito, marked L: A. The land in itself is barren and wild, covered with enormous, dense forests which, so to speak, yield nothing other than wood for fuel, which also makes one unable to traverse it, in which one is also very much hindered by the multitude of tigers that rage terribly there and cause many misfortunes to people and beasts, and generally render the roads very unsafe. This entire Djember district has only about 4 jonks of rice fields, of which three and a half jonks are situated at the main negorij Djember after which this small region is named, and half a jonk at the small village called Camirie Coelon; furthermore, the natives there sustain themselves by planting mountain rice or so-called paddy gaga for sustenance, and Javanese tobacco. Cotton is little cultivated here, indeed not even sufficient for their own clothing, for which purpose they mostly barter their tobacco against it from the Sabrang district. This Djember region and its forests having been searched as closely and thoroughly as was practicable by the undersigned, no products worth mentioning were found to occur there except only a little wax, and the aforementioned head So Dito also admitted to being unable to deliver more of it to the Honorable Company than one picol of one hundred catties annually, as also appears from the statement made thereof and annexed hereto, signed: L: A. Finally, it will serve for clarification that the Honorable Company's fortification is situated close to the main negorij Djember on the west side of the river Bedadong, on the opposite or east side of which was situated the old Adirogo, currently so called in common parlance, but properly Antirogo. The Honorable Company's From Java's East Coast, the 31st of December 1774 The Honorable Company's fort, which is a regular square provided with half-batteries on the points, and its garrison here, is for the present still highly necessary for the protection and relief of the garrison at Batoe Oeloe, where it also lies in a small fort on the south sea side, against the invasions of the people of Noessa and the cutting off of communication with the peoples of these districts. However, after the island of Noessa or its hitherto stubborn inhabitants shall have been brought under subordination to the Honorable Company, the aforementioned fortification and garrisons around here may well be spared, because to leave the same here merely to keep open the communication from this side with Balemboangang would only be an unnecessary burden, for the reason that in this juncture of times, since Balemboangang, after the last rupture, is so to speak completely depleted of inhabitants, and moreover the malevolent leaders are eradicated to such an extent, no rebellion is to be expected from there for the time being, humanly speaking; and in case, which God forbid, such were to occur, one can always most easily approach all these districts from Lamadjang, as has already happened before, when Lieutenant Wipperman in the year 1769, with the former Ngabehi of Probolingo or Banger, Poespocoesoemo, marched with a small force from Lamadjang across these districts, taking the road along the south side to Palemboangang; and which, in such an unexpected event, assuming those of Djember, Sabrang, and Centong were also opposed, could be much facilitated by making a small diversion from the side of Panaroekan, and their power would thereby become divided, the more so because one is now familiar with the land and the roads. On the 17th, 18th, 19th, and 20th of August, we continued our search in the forests of this Djember district for cardamom, but found none growing here. On the 21st, at 5 o'clock in the evening, the eastern Balemboang commissioners arrived here at Djember, namely Lieutenant Guttenberger, Assistant Faber, the patih of Balemboangang named Zurocontie, and the great mantri Eingodirono, accompanied

Dutch transcription

Sen 27 79. Van Javas Oostkust den 31:' December 1774 is den afstand van Lamadjang tot Djember iets zuidelijker als west thien mijlen ver Wijders heeft men thans in dit Djembersche district drie en twintig bewoonde dorpjes of negorijen die men rekent sterk te zijn 265 koppen weerbare mannen en is in het geheel met oude vrouwen en kinderen 802: zielen bevolkt blijkens annexe opgave daar van door het presente aldaar funge„ „rende hoofd den mantrie so dito gesigneerd L: A. Het Land op zig zelfs is woest en wildt bezet met Enorme swaare bosscheegien /:die zo te zeggen niets uitleveren als hout tot brandstoffe :/ waar door men ook niet Capabel is het zelve te door kruissen in het welk men ook zeer belet word door de veelheid van Eijgers die aldaar schrikkelijk woe„ den en veel ongelukken aan menschen en beesten toe brengen en de wegen doorgaans zeer onvrij maaken. Dit geheele Djembersche district heeft maar omtrent 4. jonks rijstvelden waar van op de hoofd negorij Djember /:daar dit Landschappie de naam van draagd :/ drie en Een halve jonk legt en op het dorpje camirie coelon genaamt Een halv jonk voorts geneerd zig den jnlander aldaar met planten van berg rijst„ of zo genaamde padij gagaa ter mondkost en javaansche tobak capas word hier weinig voortgeteeld, ja zelfs niet toereijkende voor eigen kleeding waar toe zij die meest van 't district sa„ „brang tegens haare toebak in ruilen op het nauwkeurigste door de ondergetekendens deze Djember„ „sche Landstreek en zijne bosschagien zoo veel maar immers doenlijk doorsogt zijnde bevond men daar in geen naam waar„ „dige producten te vallen als enkelijk en weinig wax en bekende ook het voornoemde hoofd so dito daar van niet meerder aan de E Compagnie te kunnen leveren als een picol van honderd catties jaarlijks, mede blijkens daar van gedane en deze g'annexeerde opgave get: L: A: Eindelijk zal nog tot sllucidatie dienen dat sE Compagnies sterkte is leggende digt aan de hoofd negorij Djember op de westkant van de rivier bedadong en op welkers over of oost„ kant het oude (thans door de wandeling zo genoemde Adirogo:/ maar eigentlijk Antirogo geleegen, heeft SE Comp:s Van Javas Oostkust den 31:' December 1774 'SE compagnies forst dat een formeel vierkant is voorzien met halve batterijen op de punten en dies bezetting alhier is voor als nog ten hoogsten noodsakelijk tot dekking en onderstant van de bezettinge tot Batoe oeloe alwaar die ook in een klijn fortje legt aan de zuider zeekant tegens de jnvasies van de noessaers en af„ sneiding der communicatie met de volkeren van deze districten Edog na dat het Eiland Noessa of dies tot nogtoe halsterrige Jnwoon„ „ders onder subordonatie aan de E Compagnie sullen gebragt zijn is die voorn: sterkte en bezettingen, hier omstreeks wel te missen want om dezelve enkelijk tot het open houden der Communicatie van deze kant met Balemboangang hier te laten leggen zoude eenelijk een onnodige lastpost zijn, uit reden men in deze con„ „jncture van tijden dat Balemboangang na de Laaste reptuure zo te zeggen als uitgemergeld van Jnwoonders is en daar en boven de kwaadwillige aanvoerders zodanig uitgeroeit geen opstand voor eerst / menschelijkerwijse gesprooken :/ van daar meer te wagten heeft en bij aldien /:dat god verhoede :/ zulks mogte ko„ „men voor te vallen kan men altoos alle deze districten van Lamadjang het facielste naderen, gelijk bereeds voor Eenen ge„ „schiet is, wanneer den Luitenant wipperman in den Jare 1769 met den geweesene Jngebeij van Probolingo of Banger Poespoce „soemo van Lamadjang met een klijne magt over deze districten de weg langs de zuidkant nemende naar Palemboangang is gemarcheerd en het welk bij zo een onverhoopt toeval /:ge„ „sustineerd die van Djember Sabrang en Centong ook alteegen waren met een klijne diverse van Panaroekans kant te maken:/ nog veel verligt zoude kunnen werden en haar magt daar door verdeelt geraaken, te meer daar men tans Land en wegkundig is Den 17, 18, 19 en 20:' Augustus hebben wij bij continuatie onder„ „zoek gedaan in de bosschen van dit Djembersche district naar de Cardamom dog bevonden hier geen te groeien; Den 21: kwamen alhier te Djember 'savonds te 5: uuren aan de oostersche Balem„ boangsche gecommitteerdens namentlijk den Lieutenant guttenberger den adsistent Faber den pattij van Balem„ boangang in naame zurocontie en groot mantrie Eingodirono verzeld

next →