VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3461

Malabar · 718 pages · 119 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3461_0001 view scan ↗

English

3353 D 1 [illegible] an 50 28 3 2 6 Sarente Deijer Sl inlant oll Register of the letters and papers of Malabar, second volume, arrived 5777. 235. a. . . . - Register of Secret Papers 235. 6. to 252. Copy of the separate letter from Governor Moens and Council to the High Government under the same date, 23 Oct. 5776. 253. - - - - - . Register of the letters written to the Nawab, as well as the letters exchanged with his army commander. 254. to 293. Copies of the aforementioned letters, received and answered between 28 Sept. and 28 Octob. 1776. 292. - . -. . . Register of the letters exchanged with the King of Travancore. 293. to 300 Copies of the aforementioned letters from 32. Octobr to 27 Octobr 1776. Copy of the secret letter from Governor Moens to the Governor-General and Council under the same date, 2 Jann: 1717, annexed Return of purchased and sold goods from P=o. Sept: 1775. to ult: Aug: 1776. 314 to 322. Copy of the separate letter from Governor Moens and the Council to the High Government under the same date, 2: Jann 1777, annexed. 303. to 331. 332. to 333. Coll: Fo 339. various instructions and letters, etc. to 375. Secret Resolutions from 30 Oct to 23 Nover 1776. 76. to 553. Register and Resolutions from 2 Jann. to 27 Decbr 1176. Register of its appendices, consisting of 323. 324. 40. to 235. General Register of such Secret Papers as are found in this bundle and are now sent to the Netherlands, namely: A. No 1. Copy of the separate letter written to Your Right Excellencies dated 28: 8ber: 1776. 13. to 2. Exchanged letters with the Nawab Hyder Ali Khan and his army commander Sardar Khan. 6. to 3. Exchanged letters with the King of Travancore. D. to 4. Copy of the secret letter under today's date. E. to 5. A return pertaining thereto. 6. Copy of the separate dispatch of the same date. F. G. to 7. Appendices pertaining thereto. 12. to 8. Secret Resolutions beginning the 10th of October 1776 and ending the 28th of 9ber thereafter. Cochin, the 2nd of January Anno 1777. J Jannichen E Clerex e Separate 235. 6 Batavia Receipt of Your Right Excellencies' original and duplicate of the general dispatch of 6: March. To His Right Excellency, the Right Honourable Lord Jeremias van Riemsdijk, Governor-General, and the Honourable Council Members of the Dutch East Indies, Right Honourable, Most Respected, Sovereign Lord, and Honourable Lords. On the 2nd of September last, we had the honour to receive the duplicate of Your Right Excellencies' respected general dispatch dated 6: March (the original of which was sent to us on the 19th of that month via Bombay and Tellicherry, as the ship Asburnham did not call at this coast), together with a circular dispatch of 29: December 1775 and further appendices, by which last dispatch, to our sorrow, it was revealed: the decease of the late Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General of the Dutch East Indies; yet, on the other hand, to our special joy and gladness, the subsequent election of the Honourable Director-General Jeremias van Riemsdijk to that weighty and eminent office. We have the honour respectfully and heartfeltly to congratulate His Right Excellency on this succession, with the prayer and wish that Almighty God may be pleased to support His Right Excellency, and along with a circular dispatch of 29: Decemb: 1775: death of van der Parra. The election of the Honourable Director-General to Governor-General. Congratulations in this regard. 236. His Right Excellency shall be recognized, honoured, and respected as such. Notice thereof has also been given to the outer stations. The Honourable de Klerk is congratulated as Director-General. Receipt of Your Right Excellencies' dispatch of 27: July. and to grant him the necessary health and bodily strength, so that he may hold this important and highly esteemed post of honour for a long and prosperous time, to the welfare of the interests of the Honourable Company and to the renown and pleasure of His Right Excellency's person, whom we shall recognize, honour, respect, and obey as our Lord Governor-General, as we have to that end also immediately given the necessary notice thereof to the subordinate stations of this Commandment. We also have the honour to congratulate the Honourable Reinier de Klerk on his elevation to Director-General of the Indies, wishing God's precious blessing upon his person and undertakings. Furthermore, on the 17th of this month, we had the honour to receive Your Right Excellencies' further respected letter of the 27th of July prior; the orders contained therein we shall hold for our dutiful guidance

Dutch transcription

3353 D 1 op ondsca H. an 50 28 3 2 6 Sarente Deijer Sl inlant oll Register der brieven en Papieren van Mallabaar Tweede Deel Overgekomen 5777. 235. a. . . . - Register der Secreete Papieren 235. 6. a 252. Copie aparte-brief van den Gouv=r Moens en Raad aan de Hoge Regt. in do. 23 Oct. 5776. 253. - - - - - . Register der brieven aan den Nabab geschreeven, als meede der brieven met desselfs Legerhoofd ge¬ wisselt. 254. „ 293. Copijen van gem. brieven, zeedert 28 sept. tot 28 octob. 1776 ontfangen en beantwoord. 292. - . -. . . Register der gewisselde brieven met den koning van Trevancoor. 293. a 300 Copijen van gemelde brieven van 32. octobr tot 27 octobr 1776. Copie secreete-brief van den Gouvr Moens aan Gene¬ „raal en Raden in d=o 2 Jann: 1717 annex Rendement van ingekogte en verkogte goederen zedert P=o. Sept: 1775. tot ult: Aug: 1776. 314 „ 322. Copie aparte brief van den Gouv=r Moens en den Raad aan de Hoge Regt. in do. 2: Jann 1777 annex. 303. „ 331. 332. „ 333. Coll: Fo 339. diversche Instructien en Brieven &a „ 375. Secreete Resolutien van 30 Oct tot 23 Nover 1776. 76. „ 553. Register en Resolutien zeedert 2 Jann. tot 27 decbr 1176. Register van dies bijlagen bestaande in 323. 324. 40. „ 235. Generaal Register van sodanige Secreete Papier als in deeze bondel zijn tevis en thans na Nederland werden verzonden. als. A. N„o 1. Copia aparte brief aan Haar Hoog Edelheedens ge„ schreeven onder dato 28:' 8ber: 1776 13. „ 2. Gewisselde brieven met den Nabab Heijder Alij Chan en desselfs Leger hoofd Char¬ der Chan. 6. „ 3. Gewisselde brieven met den koning van Trevancoor, D. „ 4. Copia secreete brief onder hedigen dctum E. „ 5. Een Rendement daar bij gehoorende, 6. Copia aparte Missive van deselfde Datum, F. G. „ 7. Bijlagen daar toe Gehoorende. 12. „ 8. secreete Resolutien beginnende den 10 ' october 1776. en Eindigerde den 28:' 9ber: daar aan. Cochim Den 2:' Januarij A„o 1777. J Jannichen E Clerex e Appart 235. 6 Batavia ontvangst van Haar Hoog Edelh:s 6: maart. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal. En De wel Edele Heeren Raaden Van Nederlands Jndia, Hoog Edele, Groot, Achtb: wijdgebiedende Heer. En Wel Edele Heeren. Op den 2: September Jongstleeden hebben origineel en dupplicaat van den wij de Eer gehad te ontvangen, het duplicaat van uw Hoog Edelheedens gerespecteerde Gemeene benevens een Circulaire missive van den 29: decemb: 1775: „h=t van der Parra de verkiesing van den wel Ed: Groot achtb: heer directeur Generaal tot Gouverneur generaal. filicitatie dierweegens gemeene missive de dato 6: Maart (:waar van ons het origineel op den 19: dier maand over Bombaij en Jallicherij is toegesonden also het schip Asbeernham hier ter Custe niet is aangeweest:/ bene„ vens een Circulaire missive van den 29: december 1775: en verdere bijlagen, bij welke laatste missive, dus tot leedweesen is komen te blijken, het overlijden het overlijden van Den Hoog Edel van wijlen den Hoog Edelen Groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra„ Gouverneur Generaal van Nederlands Jndiaa dog daar en teegen tot bijzondere vreugde en blijdschap voorgekomen, en daar op gevolgde verkiesing van den wel Edelen Groot Achtb: heer Directeur Generaal Jeremias van Riemsdijk„ tot die hoogwigtige en Eminente Charge. wij geven ons de eere zijn hoog Edel„ „heijd met dese optreeding, eerbiedig en hartgrondelijk te filiciteeren, met wensch en beede, dat God Almagtig zijn hoog Edelheid gelieve te willen ondersteunen n 8 en ƒ 236. men zal zijn hoog Edelheid als soda„ „nig erkennen, eeren en respecteeren daar van is ook kennisse gegeve„ na de buijten Comptoiren den wel Edele Groot Achtb: heer de klerk werd gefiliciteerd als directeur Generaal. ontfangst van Haar Hoog Edelheedens missive van den 27: Julij en de nodige gesondheijd en lichaams krag„ „ten te verleenen, om dit important en hoog aansienlijk Eere ampt lange en voorspoedig temoogen bekleeden, tot wel zijn van de belangens der Edele maatschappije en tot roem en genoegen van zijn hoog Edelheids persoon, die wij zullen erkennen, Eeren Respecteeren en gehoorsaamen als onsen Heere Gouverneur Generaal, zoo als wij ten dien eijnde ook immediaat de nodige kennisse daar van gegeven hebben, aan de subalter„ „ne Comptoiren van dit Commandement. Ook hebben wij de eer te vergeluk„ „ken den wel Edelen Heer Reinier de klerk met desselfs verheffing tot direc„ „teur generaal van Jndia, onder toewen„ „schinge van Gods dierbaaren zeegen over desselfs persoon en verrigtingen. Vervolgens hebben wij op den 17: deser nog de eer gehad, te ontvangen uw Hoog Edelheedens nader gerespecteerde letteren van den 27: Julij bevoorens; de ordres daar bij vervat, zullen wij tot onse schuldige narigt r

NL-HaNA_1.04.02_3461_0020 view scan ↗

English

To answer the rescript. The dangerous circumstances in which the Company's possessions here on the Coast have unexpectedly fallen are made known. The district of Chettua and Cranganoor. The Nabob's commander invaded the kingdom of Cochim in August with his troops. Conquered several strongholds because the Cochim ruler refused to satisfy the financial demand of the Governor of Calicut. To serve for guidance and observation. These will be respectfully answered in our upcoming general rescript, insofar as required, as this letter is principally intended to respectfully inform Your High Excellencies how the Company's state and possessions here on the Coast have suddenly been brought into dangerous circumstances by an unexpected and hostile invasion of the Nabob Hyder Ali Khan's commander, with an invasion force of 4 to 5000 men of the Nabob's troops into the district of Cranganoor and Chettua. At the end of the month of August last, this general, named Sardar Khan, advanced with his troops into the northern part of the kingdom of Cochim and captured several strongholds, among others Cacotta and Trichur; for the reason that a considerable sum of 8 lakh rupees had been demanded from the King of Cochim, which the king could not or would not pay. This demand had been made by the Governor 237. The King of Cochim thought that this was done without orders from the Nabob. Sends envoys to him and receives good promises. The Governor renews his demand. Throughout the monsoon. The Nabob demands five lakh rupees from the Cochim ruler. The Cochim ruler relies in vain on the Nabob's good promises. of Calicut, and the King of Cochim, believing that this was done without the Nabob's orders, sent an embassy to the Nabob about this and received good promises that he would remain unmolested. Nevertheless, the Governor renewed his demand, adding threats. The king again turned to the Nabob through envoys and again received a comforting answer; and this continued throughout the bad monsoon, until, as previously stated, the general launched the invasion. Only a few days earlier, the king had received oral assurances from the Nabob that he would not be molested, but then with the addition that, because he, the Nabob, was short of money, the king had to send him five lakh rupees. The king, having relied on the Nabob's good promises and that he would treat him with consideration, on Surrendered without resistance. The Cochim troops retreat in time to Chenotta. The Travancore and Cochim rulers throw up many fortifications around there. The Cochim envoys are forced to reach an agreement. Must pay one lakh pagodas and four elephants. on account of services previously rendered and a contribution of two lakh rupees already given, had made not the slightest preparation for defense and therefore gave orders to his men to simply surrender the places without resistance. This was done accordingly; the garrison of Cacotta, consisting of 400 Nairs, was disarmed and taken prisoner, while those of Trichur and others retreated in time to Chenotta, on the south side of the Cranganoor river, where many fortifications were erected both by Travancore and the King of Cochim to offer resistance if the Nabob's forces wished to advance further. Meanwhile, however, the King of Cochim still had his envoys with the Nabob, who had accepted the harsh conditions and made an agreement with the Nabob to pay one lakh of Ikkeri pagodas once within two months, together with four elephants, and 238. and subsequently 30000 pagodas annually, and subsequently 5000 annually. The Cranganoor ruler was summoned during the rainy season. The Governor complained about this at Calicut. so that the Nabob would not become master from Cranganoor to Chettua. and subsequently 30000 pagodas annually, in which contribution the little kingdom of Cranganoor is also included, for which its share would require the Cranganoor ruler to pay 20000 pagodas now, and subsequently 5000 pagodas annually. The little King of Cranganoor was also summoned anew during the rainy season to pay a contribution and was virtually placed under arrest at his court by Pattarese—a kind of clerical or priestly caste—or, as is customary among them, forbidden to eat, in order to force him to satisfy the demanded sum. Regarding the levying of tribute on this little king, the first signatory, because the ruler is under the Company's protection and his kingdom is also situated between our Fort Cranganoor and the conquest of Papinivattom, lodged a complaint with the Nabob and with his Governor at Calicut, in order, if possible, to prevent the Nabob from gaining mastery over the district from Cranganoor to Chettua, or the Company's possessions. But the Nabob did not reply at all.

Dutch transcription

rescriptie b'antwoorden de gewaarlijke omstandigheden waar in sComp:s besittingen hier ter Custe onverwagts is geraakt werd bekent gemaakt de landstreek van Chettua en Cranganoor 's Nababs legerhoofd viel in aug:s, met zijne troupes in het rijk van Cochim veroverde eenige sterktens om reeden den Cochimder den geld eisch van den Gouverneur van Calicut weijgerde te voldoen. narigt en observantie laaten strekken men zal deselve bij de generaale en deselve, zoo verre zulx vereijscht, Eerbie„ „dig b'antwoorden bij onse te volgen staande generaale rescriptie, alsoo deesen princi„ „paal gerigt word, om uw Hoog Edelhee„ „dens Eerbiedig ter kennisse te brengen hoe 'sComp:s staat en besittingen hier ter Custe, eensklaps in gevaarlijke omstandig„ „heeden zijn gebragt door een onverwagten en vijandelijken inval van 's Nababs Hijder Alichans leeger hoofd met een inval van 's Nababs troupen in Corps van 4: â 5000:, man in deland„ streek van Cranganoor en Chettua. Jn het laatst van de maand Aug=s Jongstleeden, rukte deesen vildheer, ge„ „naamd Charder Chan, met zijne troupen in het noordelijk deel van het Cochimse rijk, en vermeesterde eenige sterktens, onder anderen Cacotta en Tritsjoer; om reedenen dat van den Cochimsen koning eene Considerable Somma van 8: Lak Ropias was geeijscht, die de koning niet konde of wilde betaalen. deesen eijsch was geformeerd door den Gouverneur 237. de Cochimse koning meende zulx buijten ordre van den Nabab geschiede te sijn zend zendelingen aan denselven en kruijgt goede beloften. . den Gouverneur vernieuwd zijnen eisch mousson door de Nabab vraagt van den Cochim der vijf Lak ropijen den Corhunder vertrouwd te vergeefs op de goede beloften van den Nabab Gouverneur van Calicout, en de Cochimse koning meenende, dat dit besluijt Ordre van den Nabab was gedaan, deed daar over een besending aan den Nabab, en bequam goede belofte, van ongemoles„ „teerd te zullen blijven, dog des niet tegenstaad „de vernieuwde de Gouverneur zijnen Eijsch onder bijvoeging van dreijgementen; de : koning vervoegde zig weeder, door zendelingen bij den Nabab en kreeg weder vertroostend antwoord, en dit heeft zoo de geheele kwade dit duurt de geheele quaade mousson geduurt, tot dat, als voorsegt, den veldheer de inval heeft gedaan; ter„ „wijl wijnig daagen te vooren de koning van den Nabab nog mondelinge verzeke„ ringe erlangde, dat hij niet zoude werden gemolesteerd, dog als toen onder bij voe„ „ging, dat hij Nabab om geld verleegen zijnde, den koning hem vijf Lak ropias moeste zenden. De koning vertrouwt hebbende, op de goede belofte van den Nabab, en dat hij Consideratie met hem zoude gebruijken, uijt tegenstand overtegeven de Cochimp retineeren bij tijds na Chenotta den Trevancoor en Cochimder versterkingen op de Cochimse zendelingen werden „ genoodzaakt tot een accoord g' te komen. moeten een lak pagoden en vier Eliphanten bestaalen. uijt hoofde van de bevoorens bewesene dien„ „sten en gegeve Contributie van twee lak Ropias, had geen deminste preparatie gemaakt, tot tegenweer en heeft derhalven der geeft ordre om de plaatsen zonder aan zijne ordre gegeven, om de plaatsen maar zonder teegenstand overtegeven; zoo als deselve ook hebben gedaan, werdende de bezit„ „tinge van Cacotta, bestaande uijt 400: Naijros ontwapend en gevangen genomen, terwijl die van jritsjoer en andere, zig bij tijds retireerden na Chenotta, aan de zuijd-kant van de Cranganoors rivier, alwaar zoo wel door Jrevancoor als de werpen daar omstreeks veele koning van Cochim veele versterkingen wierden gemaakt om tegenstand te bieden, indien de Nababse verder wilden gaan, maar intusschen had den Cochimsen koning zijne zendelingen nog bij den Nabab, welke de harde Condities hadden aangenomen en een accoord met den Nabab gemaakt, van een Lak Jkerijse pagooden eens, binnen twee maanden te betaalen met vier Eliphanten, en Vervolgens /238 vervolgens Jaarlijks 30000 pagode„ en vervolgens Jaarlijks 5000: —. den Cranganoorder wierd in de „meert de Gouverneur heeft daar over te Calicut gedoleert on nabab geen meester wierd van Cronganoor tot Chettua. vervolgens Jaarlijks 30'000: pagooden onder welke Contributie het Cranganoorse Rijkje meede begreepen is, dat voor zijn de Cranganoorder 20'000: pago den aandeel zou moeten opbrengen 20'000: pagoden thans, en vervolgens Jaarlijks 5000: pagooden alsoo het Cranganoors koningje in den reegen tijd ook op nieuw tot betaaling van Contribu„ regen tijd tot betaaling gesom„ tie gesommeerd en door pattareesen /:zw een zoort van geestelijken of priesterlijk geslagt aan zijn hof als g'arresteerd, of zo als bij hun ingebruijk is, het eeten verbooden is geworden, om hem tot de voldoening der G'eijschte somma te verpligten, Over het onder Contributie stellen van dit bij den Nabob en sijn Gouverneur koningje, heeft den eerst geteekende, om dat hij onder 'sComp:s protexie staat, en ook zijn Rijkje tusschen ons fort Cranganoor en het Conquest Paponettij gelegen is, bij den Nabab en bij den Gouverneur van Calicout gedoleert, ig het mogelijk te verhoeden, dat den om was het mogelijk te verhoeden, dat de Nabab geen meesterschap op de landstreek van Cranganoor tot Chettua ofte 'sCom„ „pagnies bezittingen mogte krijgen; maar den nobas antwoord in't gheel niet den Nabab, antwoorde in het geheel niet hoe alven tit„ n en ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3461_0024 view scan ↗

English

The commissioners, however, had verbal promises from the Nabab that the ruler of Cranganore would remain unmolested. The governor of the Nabab writes that he has orders to, one thinks therefore that he had orders from the Nabab. The ruler of Cranganore wants to flee from his little realm, although he had verbally promised the commissioners, who had been on a mission to him on behalf of the Honorable Company last year, that the kinglet of Cranganore would be left in peace and quiet; but the army commander, after having waited a long time and possibly having first written to the Nabab about it for orders, answered the first signatory in an accommodating but evasive manner, namely, that he had orders to demand money from Cranganore, with added questions whether the Governor had written proofs that he was not allowed to do so, from which one sees that he must indeed have had orders from the Nabab, and that it was a mode of conduct just like the Nabab and his governor had maintained towards the king of Cochin. This kinglet finally resolved to disregard the arrest of the pattarees, and simply to eat contrary to their prohibition, whereupon the pattarees departed under threats that the Nabab would consider that an affront; the kinglet nevertheless remained unmolested, but could not be persuaded to remain in his little realm, being minded to take flight elsewhere; in which, however, he was restrained, because it would only have hastened the coming of the Nabab's forces, although it was indeed to be feared that as soon as the army commander had advanced to Cranganore on the opposite side, he would, despite all our protests, advance into the Cranganore territory, but because in the meantime the agreement had been made by the king of Cochin in such a manner that the ruler of Cranganore also had to contribute to that sum; this was allowed to pass unnoticed, because one clearly saw that the Nabab, with whom this agreement itself had been made, would not desist from it. The Paliath Achan in the meantime took all the trouble in the world to gather the money for the payment of the first installment, and the Nabab's army commander promised to leave the invaded lands of the Cochin ruler and to withdraw, as he also immediately did; thus we flattered ourselves that through this reached agreement the Nabab's troops would march back to Calicut and peace and quiet would be restored, at least for a time, for longer one cannot reasonably expect such from that all-coveting and mighty neighbor; but that we were mistaken in this soon became apparent, as we had to experience the contrary, namely that as soon as the king of Cochin had submitted, the Nabab or his army commander began to seek quarrels against the Company. For on 28 September the first signatory received an ola from the Nabab's army commander, wherein he demanded proof and account of the sandy land, under threats of otherwise devastating the country; from this we could not understand otherwise than that he demanded the account and proof of the few lands that were taken into sequestration by us from the Zamorin in the year 1762 and whose revenues are collected by the Honorable Company to settle his debt, because here by the sandy land one always understands the district between Chettua and the Company's conquest of Paponetty; and we were to send thereupon a list of the yearly collections and an account of debit and credit of the Zamorin to show that that prince was still indebted in a sum of 6202 9/40 Ropia. This ola was dispatched from here on the 30th of the just-mentioned month of September, but instead of corresponding further with us about this, the army commander with his troops on his march back, being abreast of Chettua, suddenly and unexpectedly crossed the river and advanced onto the territory of Chettua, for on the 10th of this month we received report from the Chettua officials that the Nabab's troops, having arrived at Pulikkara, immediately advanced to Chettua and were encamped near that fortress, took prisoner the Company's interpreter and sworn clerk there, whom the resident had sent to them one after the other to ascertain what their desire was, and demanded from the Chettua officials twenty years' dues and the money of the Zamorin, which ambiguous demand we, being unable to understand

Dutch transcription

de gecommitteerdens hadden egter Nabab dat den Cranganoorder de Gouverneur van den Nabab schrijft dat hij ordre heeft om men denk dus dat hij ordre van den Nabab gehad heeft de Crangan oorder wit uijt zijn rijkje vlugten hoewel hij aan de gecommitteerdens, die voorleeden Jaar, bij hem van weegens DE: Comp: in Commissie geweest zijn, mondeling had hondelinge beloften van den beloofd, dat het Cranganoors koningse, in „engemolesteerd zoude blijven rust en vreede zoude werden gelaaten; dog het legerhoofd heeft den eerstgeeteekende eens, na dat hij lange gewagt, en mogelijk daar over eerst na den Nabab om ordre geschree„ „ven had, op eene beliefde dog draaijende wijse g'andwoord, namentlijk, dat hij or„ „dre had om geld van Cranganoor te vraagen met bijgevoegde vraagen of de Gouverneur schriftelijke bewijsen had, dat hij zulx niet mogt doen, waar uijt men ziet, dat hij wel voor goed ordre van den Nabab zal gehad hebben, en dat het eene handel wijze is geweest, even als de Nabab en zijn Gouverneur omtrend den Cochimsen koning hebben gehouden. Dit koningje eijndelijk resolveerde het arrest van de pattareesen niet te agten, en tegen hun verbod maar te eeten, zoo vertrocken de pattareesen onder bedreijging dat den Nabab dat zoude opneemen als een ruk gep 6 239 dog wierd daar in tegengehouden men dugte wil dat het legua„ in het Cranganoorse soude rukken dog dewijl den Cochimder in„ „maakt Contribueeren is zulx ongemerkt gepasseert de Paljetter boed alle moeijte omgeld bij malkander te krijgen s Nabads legerhoofd teket terug met zijn volk een affront; het koningje bleef egter ongemo„ „lesteerd, maar kon niet bewoogen werden om zijn rijkje te blijven, van sints zijnde, de vlugt na elders teneemen; dog waar in men hem heeft tegen gehouden, om dat het de komste van de Nababse maar zoude hebben verhaast, schoon het wel te dugten was, dat zo dra het bee„ hoofd tegen alle protestaties „ gerhoofd aan de overkant tot Cranganoor g'ad„ „vanceerd zou zijn, hij ook teegens alle onse protes„ „taties aan, in het Cranganoorse zoude rukken, dog dewijl intusschen door den Cochimsen ko„ „tusschen het accoord had ge„ning het accoord in diervoegen gemaakt was dat den Cranganoorder meede tot die somma den Cranganoorder meede moest moest Contribueeren; zoo heeft men zulx als ongemerkt laaten passeeren, om dat men wel zag, dat de Nabab, niet wien dit accoord selfs gemaakt was, daar van niet zoude afsien De Paljetter deed intusschen alle moeijte van de wereld, om geld tot de betaling van het eerste termijn bij malkander te krijgen, en 's Nababs legerhoofd beloofde, de g'inva„ deerde landen van den bochimder te verlaaten en te rug te zullen trekken, gelijk hij ook dadelijk beed; dus vlijden wij ons, dat door dit men vlijde zig dat door accoord hersteld. „dich men heeft zig hier in vergist snababs legerhoofd begeert tot Chettua zal anders het land ver„ woesten men meende dat het de insequestratie genomen Lan„ trof. dit getroffen accoord 's Nababs troupes weder na de rust en vreede zoude sijn alicout zouden afmarcheeren en de rust en Weeder vreede werden hersteld, ten minsten voor een „tijd, want langer kan men zulx met reeden van dien al-begeerenden en magtigen nabuur niet verwagten; dog dat wij ons hier inne hebben vergist, bleek wel haast, alsoo wij het Contrarie hebben moeten ondervinden, namoentlijk dat zo dra de koning van Cochim zig onderworpen had den Nabab of desselfs legerhoofd, que rellen teegens de Comp: begon te zoeken. Want den 28: Zeptember ontving de eerst reek: van het zandigland geteekende een ola van 's Nababs Legerhoofd, waar bij denselven begeerde bewijs en reekeninge van het zandigland, onder bedrijging, het land anders te zullen verwoesten; wij konden hier uijt niet z Che anders begrijpen of hij begeerde de reekeninge en bewijs van de weijnige landen die bij ons van den sammorijn in anno 1762: in seques„ „tratie zijn genoomen en welkers inkomsten „den van den sammorijn de „ bij d'E: Comp:e werden ingevordert ter vereffe„ „ning van desselfs debit, dewijl men hier altoos door het zandigland het district 01 tusschen Chettua en sComp:s Conquest eis Piponettij fri Crnde Jan 7. 240 men heeft een Lijste daar van versonden ten blijke, dat den sammorijn te quaad is het legerhoofd komt met sijne troupen op het onverwagts ze landen op Poelicarro en Chettua. scriba gevangen. bediendens 20: Jarige geregtig„ Sammorijn Paponettij verstaat; en wij zouden daar op een lijste van de Jaarlijkse invorderinge en een Reekeninge van debit en Credit van den sam „morijn ten blijke, dat dien vorst nog te quaad stond eene somma van 6202 9/40: Ropia deese ola is den 30: der even gem: maand Lep„ „tember van hier gedepecheert, dog in steede van hier over verder met ons te Correspondeeren is 't legerhoofd met zijne troupen in zijn te over de rivier van Chettuarug march, op de hoogte van Chettua zijnde, eensklaps en op het onverwagts de rivier overgekomen en op de landstreek van Chettua getrocken, want den 10: deeser kreegen wij van de Chettuase bediendens berigt, dat de Nababse troupen op pelicaa„ marcheeren vervolgens na 40 gekomen, onmiddelijk na Chettua opgetrocken en bij die fortresse gelegert waa„ „ren, den Jolk en schriba aldaar, welke bij de namen sComp: toek en gesw: de resident de een na den ander bij hen had geson„ „den om te verneemen wat hun begeeren was, namen ze gevangen en begeerden van de Chettuase bediendens twintig Jaarige ge„ eischen van de Chettuase regtigheeden en het geld van de Cammorijn heeden en het geld van den welken dubbelzinnigen Eijsch wij niet kunnende begrijpen

NL-HaNA_1.04.02_3461_0028 view scan ↗

English

clarification from the army commander and protest against the hostilities half of the Nabab's men remain at Chettua Paponettij burned, robbed, and plundered the Company's money to Cranganoor the army commander takes up his residence in the residency an ola written in the Canarese language to the servants of Cranganoor complains about two letters being left unanswered says he has orders from his master to march into the Company's lands testifies that his master wants to live in friendship with the Company demands free passage across the Company's territory to attack Trevancoor past Cochin if not, the friendship was at an end the answer to this his declaration of friendship is a matter of satisfaction yet what has occurred on the Company's territory is found very strange and hopes that he will cause all hostilities to cease and spare the Company's territory and his troops keep out of the reach of the cannon mediation between the Nabab and Trevancoor is offered Trevancoor is given notice of the intention of the Nabab's army commander what has occurred until now can be regarded as a consequence of his alleged intention since wishing to break in from that side, he must necessarily pass through our territory some outrages are committed of which the army commanders keep themselves ignorant before this answer could be delivered, the Nabab's troops tried to encircle Cranganoor ours engage in combat with his To understand this, we requested the Army Commander by an ola that he would clearly declare what his desire actually was, and further protested against this hostile action, but before this ola could reach the Army Commander, we received word from the Resident of Paponettij, Breekpot, that half of the Nabab's men had remained at Chettua and the other half had fallen into the Company's Conquest and was busy burning and robbing, that he, the Resident, had abandoned the Residency of Paponettij and had retreated with the Company's money to Cranganoor, after having recommended the interpreter to remain at the Residency, who, not daring to risk such a thing, had likewise betaken himself to Cranganoor. Shortly thereafter we received further report that the Army Commander, Charder Chan, had taken up his quarters in the Company's Residency at Paponettij, had ordered the Company's warehouse to be broken open, and had caused several houses standing around and near the residency to be burned down. The following day, this Army Commander came with a body of troops into the Cranganoor region, and sent an ola to the servants there for the first-signed; written not in Malayalam, like his previous and subsequent olas, but precisely in the Canarese language, for which we found someone with great difficulty to translate it for us. The same contained that he had already long ago written two letters to the Governor concerning the sandy land, but had received no answer thereto; that he had given notice thereof to the Nabab his master and had received orders to march with his army into the Company's lands, without mentioning anything of the ola sent to him, which he must nevertheless have received by then; testifying nevertheless, in that letter, that the Nabab his master wished to live in friendship with the Company, but that he had to have free passage across the Company's lands and along its forts and even past the city of Cochin, in order to wage war against the King of Trevancoor, with the declaration that otherwise the friendship was at an end. To this we answered him, that we knew no better than that the Dutch Company stands in friendship, peace, and a completely good understanding with the Nabab, and that we saw with pleasure the further assurance of this which he, the Army Commander, gave us in his ola, but that we could not meanwhile fail to declare that everything that had occurred on the Company's territory appeared very strange to us; that we trust and hope he will cause all hostilities to cease, spare the Company's territory for the future, and especially take care that, to prevent all misunderstanding, the Nabab's troops keep themselves out of the reach of the cannon of the Company's fortresses and cities; and that as regards the dispute of his master with the King of Trevancoor, we would gladly employ our good offices to have it settled, if possible, in an amicable way, the more so as the Nabab in his previous arrival in the year 1766 once requested of us the mediation of the Company concerning the King of Trevancoor. Of this, notice was also immediately given by an express letter to the King of Trevancoor, so that His Highness might at least see how very devoted we were to his interests. What had occurred on the Company's territory could until that time be regarded to some extent as a consequence of his alleged intention, namely, to march against Trevancoor, because wishing to break in from that side, he necessarily had to pass through our territory, and during such passages some outrages are generally committed of which the army commanders keep themselves ignorant; at least we thought that until that time we still had to act as though we believed such. However, before this answer could yet be delivered to him, we received further report from Cranganoor that the Nabab's troops, and among them a detachment of cavalry, had approached the fort with weapons in hand and had attempted to encircle the same; that our garrison had thereupon fired one or two cannon shots at them merely as a kind of warning, but because they had thereupon approached further and had even

Dutch transcription

datie van 't legerhoofd en pro „heeden de helfte van 's Nababs volk blijft te Chettua Paponettij branden roven en plunderen. sComp: Geld na Cranganoor het deger hoofd neemt zijn ola in de Canareese Jaal geschie „ven aan de bediendens van Cranganoor begrijpen zoo hebben wij bij een ola aan het Legerhoofd versogt, dat hij zig duijdelijk wilde men vraagt een nader eluci„ de Clareeren wat eijgentlijk zijn begeeren was, testeert tegens de vijandelijk ^ en voorts geprotesteert tegens dit vijandelijk bedrijf, dog al eer dese ola bij het Legerhoofd konde zijn, kreegen wij berigt van dat de helfte van 's Nababs Laponettijse resident Breekpot volk bij Chettua was gebleeven en de overige leer helfte in sComp:s Conquest gevallen en met de andere helft in 't Conquestbranden en rooven besig was, dat hij resident de Residentie Saponettij verlaaten en sig met sComp:s geld na Cranganoor geretireert had, na den tolk aanbevoolen te hebben, bij de de Resident resireerd met Residentie te blijven, die zulx niet durvende wagen zig meede na Cranganoor had begeven kort daar op kreegen wij nader berigt dat het Legerhoofd Charder Chan zijn logement had ge„ verblijf in de residentie nomen in 'sComp:s Residentie te Paponettij sComp:s pakhuijs laaten openbreeken en verscheijde huijsen om en bij de residentie staande, doen afbranden. 'Sdaags daar aan, quam dit Legerhoofd met een „ Het legerhoofd zendeen deel troupen in het Cranganoorse, en zond aan de bediendens aldaar een ola voor den 5 eerst 8 de leeve 8 klaagt over het onbeantwoord laaten van twee brieven zegt ordre te hebben van zijn meester om in sComp:s landen te trecken de Comp: in vriendschap wil leeven. geonden voor bij Cochim ons zo niet was de vriendschap uijt het antwoord daar op eerst geteekenden; geschreeven niet in het mallabaars, gelijk zijne voorige en volgend olas, waar Juijst in de Capareese Taale waar toe wij met veel moeijte iemand vonden om ons die te vertaalen, deselve behelsde, dat hij al voor lange twee briek aan den Gouverneur over het zandigland ge„ schreeven, maar daar op geen antwoord ontvangen had; dat hij daar van aan den Nabab sijn meester kennisse gegeven en ordre ontvangen had, om met zijn leger in sComp:s landen te trecken, zonder iets te gewaagen van de aan hem toegesondene betuijgt dat zijn meester met la welke hij egter toen al moeste ontvan„ gen hebben; betuijgende egter nog, bij die brief dat den Nabab zijn meester met de Comp: in vriendschap wilde leeven maar dat hij begeert vrije passagie oversComp:s vrije passagie moest hebben over 'sComp=s Trevancoor te attacqueeren gronden en langs haare forten en zelfs onder de stad Cochim voor bij, om den koning van „Trevancoor te b'oorloogen, met verklaring„ dat anders de vriendschap uijt was. Hier op hebben wij hem geantwoord, van niet beeter teweeten, als dat de Nederlandse maat„ 240 schap strekt ttot genoegen doch men vind het voorgeval„ zal doen ophouden en sComp:s grond e lets gebied menageeren. en zijne troupen zig houden men presenteerd demediatie tusschen de Nabab en Jrevancoor men geeft aan Trevancoor kennisse van het voornemen van sl Tababs legerhoofd. maatschappij met den Nabab staat in vriendschap vreede en een Volkomen goede desselfs, betuijging van viend verstand houding, en dat wij niet genoegen zagen de nadere verzekering die hij legerhoofd ons bij zijn ola daar van deed, dog dat we ondertus„ „schen niet voor bij konden te betuijgen, dat het,al Allles „lene op sComp: grond haer vreew voorgevallene op 'sComp:s grond gebied ons zeer vreemd voorkomt, dat we vertrouwen en hoopt dat hij alle hostititeijten dat hij alle hostiliteijten zal doen op houden scomp:s Grond gebied voor den aanstaande menageeren en inzonderheijd zorgen, dat ter voorkoming van alle mis-verstand,s Na„ buijten 't bereijk van 't Canon„ babs troupen zig houden buijten het berijk van ds het Canon van sComp:s vestingen en steede; en dat wat aangaat de questie van zijn meester met de koning van Trevancoor, we onse goede officien gaarne wilden aanwen„ „den, om die, des mogelijk, door den weg der min„ „ne te doen bijleggen, temeer de Nabab in zijne voorige afkomste in anno 1766:, de mediatie m van de Comp:, omtrend den koning van Jre„ „vancoor van ons eens versogt heeft. t. Hier van gaf men ook ten eersten bij een expresse de brief kennisse aan den koning van Crevancoor hebben op me daar dig legen 242 men kan het voorgevallen, tot nu voorgegeven voorneemen also hij van dien kant willende in kelijk passeeren moet digheeden gepleegt waar van de Eer dit antwoord kon besteld hebben 's Nababs Troupen Cranga„ noor getragt te omeingelen de onse op dat zijn hoogheid ten minsten zien zouden hoe zeer wij zijne belangens toegedaan waaren, Het voorgevallene op sComp:s grond gebied toe aanzien als een gevolg van sijn kon tot die tijd toe eeniger maaten worden aan „gesien, als een gevolg van zijn voorgegeven voorneemen, namentlijk, om teegens frevan„ breeken ons grond gebied nood zaa coor op te trecken wijl hij van die kant willend inbreeken, ons grond gebied noodzaakelijk passeeren moest en 'er bij diergelijke door„ passeeren, doorgaans wel eenige baldadig„ daar worden wel eenige bolda „ heeden gepleegt worden waar van de leger„ legerhoofden zig ignorant houden, hoofden zig ignorant houden, ten minsten wij meenden ons tot die tijd toe, nog te moe„ „ten houden, dat wij zulx geloofden. Dog eer nog dit antwoord aan hem kon zijn besteld, kreegen wij nader berigt van Cranganoor dat 's Nababs troupen, en daar onder een parthij Ruijterij, het fort gewapen der hand genadert waren en het selve hadden getracht te omcingelen; dat onse bezittinge daar op, een of twee Canon schooten op hen had gedaan alleen als een zoort deselve raaken in gevegt niet van waarschouwing, dog wijl deselve daar op verder waren genadert en zelfs hadden op sijn

NL-HaNA_1.04.02_3461_0032 view scan ↗

English

drove them from the possession, chased them away from under the walls, and sent them back with bloody heads. One then saw that the entire sandy land, and likely the entire region from Cranganoor to Chettua, was included in his demand. Upon them beginning to fire, in which a European was shot dead, they continued to discharge the cannon at them, and even later, upon further approach, to use the muskets to keep them from the walls, so that the Nabob's men, having suffered several dead and wounded by this, finally retreated. With this report we received at the same time a further letter from Charder Chan stating that the sandy land belonged to his master, the Nabob, as possessor of the Zamorin's Kingdom, and that he had accordingly placed himself in possession of it; from which one then clearly saw that not only the few gardens and rights in the vicinity of Chettua that were placed under sequestration from the Zamorin, but also the entire Conquest of Paponetty was included in his demand, and probably the entire region from Cranganoor to Chettua; since the same belonged to the Zamorin's kingdom in ancient times. He further demands in this letter the revenues that the Company enjoyed from these lands over the past 20 years, which he claims belong to his master. It was possibly made known to him by someone that the contract with the Zamorin regarding the reconquest of the Conquest in the year 1758 was unsigned, according to what was communicated to Your High Nobilities by secret missive of 25 April of the same year, and he bases his pretension on this. He further demands a piece of land measuring 15 miles, which he says the Company possesses, and from which he wants the paddy and the money to be sent to him. What he means by this, we cannot guess. Finally, in a letter received on the 15th of this month, he definitively demands a contribution from the Honourable Company. First he had written to us that he wished to wage war on Travancore and for that purpose required free passage across the Company's lands and under its forts; but in the aforementioned letter he denies this again, so that it sufficiently appears from this that his intention was to mislead us by such pretexts and to find an opportunity to surprise the fort of Cranganoor, which has initially failed him, because one has seen sufficiently from all their actions that they are not to be trusted. Since the matter had now entirely changed its appearance due to these demands and the hostilities committed, one could no longer doubt that the Nabob's troops had come to attack the Honourable Company. The situation in which we found ourselves had thus fallen entirely outside the terms of Your High Nobilities' orders regarding the matter of neutrality. The question was now no longer whether we should help others, but whether we could leave the matter to our own strength, or rather ought to reinforce ourselves with the aid of Travancore and Cochin. We had to come to a new decision. Chettua and Cranganoor are both places that, however much reinforced according to our ability and the circumstances of the time, cannot hold out, or only for a short while; the lack of provisions alone is enough to make them surrender quickly, since we are not capable of reinforcing them properly. Cochin in itself, it is true, is fairly strong, especially against a native enemy; but the Kingdom of Cochin, which is virtually subject to the Nabob, needed nothing more to openly take his side than for us to have remained inactive for a few more days. Most people here are also accustomed to providing themselves with provisions, so to speak, from one day to the next, because these are brought in daily from outside, and this could, in such an event, be cut off from us by a small and insignificant body of troops. The mere rumor that the Nabob's troops were present was enough to cause everyone to flee. We were taken entirely by surprise and would thus also have quickly fallen into great distress from that quarter, and will still do so if the Nabob's troops break through at Aycotta and thus come onto Vypin or to the opposite side of the river, for then all opportunity for us to obtain provisions from outside would immediately be prevented, besides the fact that

Dutch transcription

de bezitting verjaagd ze van onder de muuren van daan den zendse met bebloede Coppen„ terug. „dere briev texts zig in de possessie van het men zag toen dat het geheele de heele landstraat van Cranganoor tot Chettua eijscht nog daar en boven 20: Jorige op hen begonnen te vuuren, waar bij een Europees dood geschooten was, ze voortgevaa„ „ren waaren, met het Canon op hen te doen lossen, en zelfs naderhand bij verdere aannade„ ringe het hand geweer te gebruijken, om ze van de muuren te houden, dat de Nababse hier door verscheijde dooden en gekwetsten be„ „komen hebbende, eijndelijk waaren afgetrokken Met dit berigt kregen wij teffens een na„ CharderChan schrijft een na, dere brief van Charder Chan behelschende dat aan sijn meester de Nabab, als bezit„ „ter van het sammorijnse Rijk, toebehoorde en zegt dat hij om reeden in den het zandigland en dat hij zig dien volgens zandigland gesteld heeft in depossessie daar van gesteld had, waar uijt men als toen duijdelijk zag, dat niet alleen het wijnigje thuijnen en geregtigheeden, in de nabijheid van Chettua, die van den Sammorijn in sequestratie genomen zijn, Conqueest paporettij zoo net maar ook het geheele Conquest Paponettij in 7 in zijnen eijsch begreepen was zijnen Eijsch begreepen was, en waarschijnelijk de heele landstreek van Cranganoor tot Chettua; alsoo deselve in all oude tijden aan het sam„ morijnse rijk heeft behoort hij eijscht voorts nog geregtigheijd van die landen. bij dese brief de Geregtigheeden die de Compagnie in 10 243 behooren. gegrond sijn de Comp: groot 15: mijlen zoo Comp: daar van genoten heeft Contributie 't legerhoofd ontkent dat hij sost verst in de Jongste 20: Jaaren van dese Landen beweert dat die aan sijn meeste genooten heeft die hij beweert, dat aan zijn meester behooren; mogelijk is hem door desen of geenen bekent gemaakt, dat het Contract met den Sammorijn, wegens de herovering van het Conquest in anno 1758: ongetekend reeden waar op die eijsch zoude volgens het bedeelde aan uw Hoog Edelhee„ „dens bij secreete missive van den 25: april desselvigen Jaars, en hij hier op zijn pretentie grond; verder eijscht hij nog een stuk land hij Eijscht woig een stukland van groot 15: mijlen, dat hij zegt, dat de Comp: meede de Nelij en 't geld dat de besit, en waar van hij wil dat aan hem de Nelij en het geld zal worden toegesonden. wat hij hier meede meent, is bij ons niet te raaden bij een op den 15: deser ontfangene eijndelijk eijscht hij finaal brief eijscht hij finaal Contributie van d' E: Com„ „pagnie; Eerst had hij ons geschreeven dat hij Trevancoor wilde b'oorlogen en ten dien eijnde moeste hebben vrijepassagie over sComp:s landen en onder haare forten, dog bij passagie over Comp: landen hver„ gem: brief ontkent hij dit weder, zo dat daar uijt genoegzaam blijkt, dat zijn oog„ „merk is geweest ons door diergelijken voor „wendzel te misleijden en gelegentheijd te vinden„ van zijn oogmerk is geweest om de zaak veranderde dus van gedaan te buijten de termen van Neu„ „traliteyt eijgen mogt dan wel, met de versterking van Joevancoor en Cochim diende te ageeren. versterkt maar kunnen het niet lang houden gen wegens gebrek aan levens„ „middelen van het fort Cranganoor te overrompelen Cranganoor te overrompelen dat hem voor eerst mislukt is, om dat men uijt al hun doen genoegsaam heeft gezien, datze niet te betrouwen zijn. Dewijl nu de zaak door dese Eysschen en gepleegde vijandelijkheeden in het geheel van gedaante veranderde, kon men niet langer twijffelen of 's Nababs troupen waren gekomen om d'E: Comp:e aante lasten: het geval waar in wij ons bevonden was dus en was das gekomen geheel gekomen geheel buijten de termen van uw Hoog Edelheedens ordre, op het stuk van de Neutraliteijt; de questie was nu niet meer of wij anderen zouden helpen, nu was devraag of men met maar of wij de zaak op onse eijge magt kon„ den laaten aankoomen, dan wel ons dien„ „den te versterken met de hulp van Trevan„ „coor en Cochim, wij moesten tot een nieuw besluijt komen; Chettua en branga„ „ Eranganoor en Chittua zijn wel noor zijn beijde plaatsen, die hoe zeer na ver„ „moogen en omstandigheijd des tijds ver„ „sterkt, zig niet, dag voor een korte wijl houden kunnen; alleen het gebrek aan levensmid„ delen is genoeg, om ze schielijk te doen overgaan wijl Is 244 een inlandsche vijand: om JWababs parthijen te moeten kiesen de verlegentheid om levens mid„ „delen sonde te Cochin ook schielijk bespeurt werden. om dat men op het onverwagts verrast wierd. „ken roo s Nababs troupen op baipen door breeken. wijl wij niet vermoogende zijn om ze nabe„ Cochim is vrij sterk tegen „ hooren te secundeeren: Cochim voor zig zelve, het is waar, is vrij sterk, inzonderheijd tegen een Jnlandse vijand; dog het Cochimse Rijk dat reek zoo goed als de Nabab onderdanig is, had, het Cochimse rijk liep gevaarom het opentlijk zijn parthij te doen neemen, niet meer noodig, dan dat wij nog wijnige daagen werkeloos waaren gebleeven; de meeste menschen zijn ook hier gewoon zig, om zo te spreeken, van den eenen dag tot den anderen van levensmiddelen te voorsien om dat die dagelijks van buijten aangebragt werden en dit was, in zo een geval door een kleijn en niet noemenswaardige Corps troupen ons afte„ „snijden; de naam alleen, dat er Nababse troupen zijn, was genoeg om alles te doen vlagten, wij waaren op het aller onverwagts overrast in zouden dus ook van die zijde schielijk hier in groote ongenegentheijd zijn gekomen, en zullen het nog zijn, zo 's Nababs troupen indree„ men zal nog daar in geraa„ken op Aijcotta en dus op Baipin koomen of aan de overzijde van de rivier, want dan was ons alle gelegentheijd om provisie te krijgen van buijten aanstonds belet, behalven dat de te

NL-HaNA_1.04.02_3461_0036 view scan ↗

English

The paddy of Paponettij has been destroyed by the Nabab's troops, as well as in the northern lands of Cochin. It was decided to prevent together with Travancore and Cochin the further intrusion of the Nabab's troops. Travancore and the Cochin ruler offer their assistance and request to know what must be done. The standing crop of paddy in the conquest of Paponettij, which was otherwise our granary here, having been completely destroyed by the Nabab's troops, as was likewise the crop in the northern lands of Cochin ravaged by the said troops upon their intrusion there, from where otherwise quite a lot of paddy used to be brought for the community here; all of which having been taken into consideration by us on the 13th of this month, we have taken a resolution to prevent as far as possible, together with Travancore and Cochin, of whose disposition to assist the Company we were completely assured, the further intrusion of the Nabab's troops. Practically during the meeting, so to speak, we received olahs from the minister of the king of Travancore, who manages the affairs of war on this side, and from the Paliath Achan, prime minister of the king of Cochin, by which they communicated to us in the name of their masters a similar resolution taken by them, and only requested that one would just show them what had to be done. Their good will, however, was greater than their ability, given the poor condition of their troops. Their good will is greater than the ability of their troops. There it was resolved to reinforce Aycotta to prevent the enemy from crossing over to Vypin. Some troops of Travancore cross over to Aycotta. The Nabab's troops make preparations to cross the river. However, in order not to let these good sentiments cool off, we immediately had Captain-Lieutenant Becker depart for Aycotta with Lieutenant van den Busch and our surveyor, to see how the post of Aycotta could best be reinforced to prevent the Nabab's troops from crossing over to the island of Vypin. The Travancore ministers, seeing this, in the meantime let a portion of their troops cross over to Aycotta to prevent the Nabab's people from coming across; and because the enemy, after a failed enterprise on the opposite side, came to encamp on the reef across from Aycotta and made preparations nevertheless to cross the river and land at Aycotta, to which end already around 50 chamboks, a type of vessel that can each transport 20 native warriors, had arrived from the north across the sea and were visible before the channel of Aycotta, we had to resolve, out of apprehension that the Travancoreans might not be able to stop the enemy, to send a detachment from our garrison. A detachment of 198 men was sent to Aycotta. The small vessel De Verwachting was dispatched to cruise along the beach of Vypin. The Nabab's troops retreat again to Paponettij. An earthen fort was thrown up. An officer was assigned as advisor to the Travancorean rajadore for reasons stated in the text. Thus, 198 men, among whom were 80 Europeans and the rest Malays and sepoys, were sent thither at once; while furthermore our small vessel, De Verwachting, was also immediately dispatched to drive the vessels away from there and further to cruise along the beach of Vypin, but mostly to stay before the channel of Aycotta. Which measures taken were of such success that the Nabab's troops retreated from the reef back to Paponettij. We have in the meantime also had an earthen fort thrown up at Aycotta, so that crossing over will be quite difficult for them if Travancore behaves as we expect of them. We have also, at the request of the Travancorean rajadore for an officer to serve him as an advisor, assigned Captain Lever to him, both to comply with their request and thereby simultaneously to gain an imperceptible hand in their military operations, and, if possible, to ensure that they undertake nothing without general consultation and against our intention, which one might otherwise never be able to obtain and put into practice with this king later on; and it appears that up to now they are very well pleased that someone from our side is with them. The Travancoreans appear to be pleased that someone of ours is with them. Travancore was notified of the resolution. Also an embassy was sent to His Highness. We have likewise de facto given notice of our aforementioned resolution to the king of Travancore by an express letter, and framed it in such a way as if it were now a matter of course that one must help each other in this case. And the next day we sent on an embassy the members Saffin and Vernede with the First Clerk Daimichen, with the aim of convincing the king of the Company's sincere goodwill and at the same time to engage him to contribute his part with all emphasis; as well as to demonstrate in the most emphatic manner that nothing but a faithful

Dutch transcription

der Velij van paponettij, hebben 'T Nababs troupen verwoest landen van Cochim men heeft beslooten niet fae„ „vancoor en Cochim tesamen den verderen indrang van Nababs troupen te beletten Trevancoor en de Cochimder presenteeren hunne hulpe en er gedaen moet worden. te velde gestaan hebbende Nelij in het Conquest Laponettij, dat hier anders onse koornschuur was, door s. Nababs troupes ten eenemaal verwoest is, gelijk ook het gewas in het Noorde„ „lijk land van Cochim door gem: troupes bij zoo meede in de noordelijkhun indrang aldaar, insgelijks vermild is; van waar anders nog al veel Nelij voor de gemeente alhier aangebragt wierd:, all het welke bij ons op den 13: deser in overwee„ „ging genomen zijnde, zoo hebben wij een besluijt genomen om met Trevancoor en Cochim, van welkers gelegentheijd, om de Comp: bij te springen, wij volkomen verzekert waaren, tesaamen den verderen indrang van sNa„ „babs troupen na mogelijkheijd te beletten genoegsaam staande vergadering om zoo te spreeken, ontfingen wij olassen van den versoeken temogen weeten wat minister van den koning van Trevancoor die de zaaken van oorlog aan dese kant bestierd en van den paljetter eerste Rijks bediende van de koning van Cochim, waar bij ze een diergelijk bij hun genomen besluijt ons uijt naam hunner meesteren bedeel„ „den, en alleen verzogten, dat men hun maar toest e 12 245 hun goede wil is grooter dan hien ver„ van hunne troupen daar ireed beslooten Aijcotta te versterken om de vijand heet over„ gaan na baijpin te beletten. eenige troupes van Trevancoor gaan over na Aijcotta toestel om de rivier overtekomen maar wilde aanwijsen, wat er moest werden moogen gemerket deslegte staat gedaan, hunne goede wil was egter grooter dan hun vermoogen, gemerkt de slegte staat van hunne troupen: om egter dese goed gevoe„ „lens niet te laaten verhouden, hebben wij den Capitain Luijtenant Becker aanstonds na aijcotta laaten vertrecken met den Luijtenant van den Busch en onse landmeeter; om te zien hoe de post van Aycotta best te versterken was om 's Nababs troupen het overgaan op het Eijland Baipin te beletten; de Jrevancoorse ministers dit ziende, lieten intusschen eendeel hunner troupen op Nijcotta overgaan om 's Na„ „babs volk het overkomen te beletten; en dewijl den vijand na een mislukte onderneminge aan de overkant op het rif over Nijcotta kwam Campeeren, en toestel maakte om 's Nababs troupen maken de rivier even wel overtekomen, en op aijcotta te landen, ten welken eijnde al in de 50: Chamboks /: een soort van vaartuijgen die ider 20: Jnlandse krijgers kunnen transpor„ „teeren:/ van de noord overzee gekomen, en voor het zeegat van aijcotta tezien waren, zo moesten wij resolveeren, uijt bedugting dat de Joevan„ „coorse een detachement van 198: man werd na aijcotta gesonden werd gedepecheerd om langs kruijssen wederom na Saponettij opgeworpen. aan den Jrevancoorsen ragiadoor gevogt om reeden in den Text „coorse den vijand niet mogten kunnen tegen houden een detachement uijt ons guarnisoen te senden, zoo als ook ten eersten 198: mannen, waar onder 80: Europeese en de overige Maleij„ „ers en sipahis derwaards zijn gezonden; ser„ het smalschip de verwagting wijl voorts ons smalschip, de verwagting het strand van baipin te ook onmiddelijk gedepecheert wierd, om de vaartuijgen van daar te verdrijven, en voorts langs het strand van Baijpin te kruijssen, dog zig meest voor het zeegat van Aijcotta op tehouden welke genomene maatregulen van dat succes zijn geweest, 's Nababsproupen retireeren dat 's' Nababs troupen; zig van het rif weder na Paponettij hebben geretireerd; wij hebben intusschen ook een sterkte van aarde op een sterkte van aarde werd aijcotta doen opwerpen, zo dat hen het overkomen vrij moeijelijk zal vallen indien Trevancoor zig sodanig gedraagt als wij van hem verwagten; wij hebben ook op het versoek van de Jrevancoorse werd een officier tot raadsman toe ragiadoor om een officier om hem tot Raadsman te dienen, aan hem toege„ „voegt den Capitain Lever, zo om aan hun versoek te voldoen, als om be daar 13 246 de Jrevancoorse schijnen in hun schik te zijn dat iemand van ons bij hun is. aan trevancoor werd van 't besluijt kennisse gegeven. hoogheid gesonden daar door teffens ongevoelig de hand te krijgen in hunne krijgs verrigtingen, en zoo het mogelijk is, te zorgen, dat ze niets buijten algemeen overbeg en tegen onse intentie onderneemen, het geen men naderhand bij deesen koning mogelijk nooijt zoude kunnen verkrijgen, en in train brengen en het scheijnd, dat ze tot nog toe zeer wel in hun schik zijn, dat er iemand van ons bij hun is. Aan den koning van Trevancoor hebben wij van ons voorm: besluijt de facto insgelijks per een expresse brief kennisse gegeven, en de„ „selve zodanig ingesteld, als of het nu eene zaak was die van zelfs spreekt, dat men in dit geval elkander helpen moet, en 'sdaags daar aan in gezandschap gesonden de Leeden ook werd een gezandsch aan sijn saffin en vernede met de Eerste Clerq Daimichen, met oogmerk om den ko„ „ning te overtuijgen, van 'sComp:s opregte welmeenendheijd en teffens te engageeren om met alle nadruk, het zijne te Contribu„ „eeren; mitsgaders op het nadrukkelijkste aantethoonen, dat niets, dan een getrouwe wel gen gen , 14

NL-HaNA_1.04.02_3461_0040 view scan ↗

English

The king makes good promises to act together against the enemy and will send two ministers to deliberate on what is necessary. Notice of the matter was given to Mahomed Ali Khan and the English. Goodwill and prompt execution of decisions, with united forces, are alone capable of saving the Malabar from its impending ruin, in which last matter His Highness has as much, indeed more interest than anyone. This commission was accomplished. The king, very well understanding what danger threatened him as well, although not yet attacked by the enemy, promised to resist the further incursion of the Nabob's troops jointly with the Company and the King of Cochin, and to give further orders to his ministers to that end, and also to send two ministers to us to deliberate on what is necessary, as well as to send more men to this side, and also, after the conclusion of a certain festival then being celebrated, to come closer to Cochin in order to correspond better with one another. His Highness of Travancore also declared that, being a tributary of Mahomed Ali, he had already given notice to the same and to the English gentlemen of the invasion of the Nabob's troops into the Kingdom of Cochin and the danger that threatened him, and that His Highness had received as an answer that he had to wait until he was attacked, at which time he would promptly receive help; that he therefore could not attack the Nabob's troops on another's territory, because he would then breach the contract made between Mahomed Ali, the English, and Hyder Ali Khan, in which His Travancore Highness is included; that he would, however, give further notice of the increasing danger to Mahomed Ali and communicate the answer to us. But as for preventing the further incursion of the Nabob's troops across the Cranganore river onto Vypin or elsewhere, he believed he was permitted and obliged to proceed, because this pertained to his line and otherwise the enemy, passing his line, would have the country open before him. In addition, the king declared that if the Honorable Company would bring such force as they recently had in the Ceylon War, His Highness would then immediately be ready to join all his forces with those of the Company and act offensively against the Nabob Hyder Ali Khan to expel him from the Malabar, provided the Company secures his beaches and, by cruising, protects his shores against an invasion by sea, and would make no separate peace with the Nabob, but jointly with His Highness. Our commissioners simply listened to these latter points and reported them to us without giving any declaration or answer to them. From this it can now well be inferred that the king will not march with us if we should act offensively without a considerable force from the Honorable Company. But we believe that it is sufficient for now that the king has agreed, with joined forces, to prevent the further incursion of the enemy, to which end His Highness has also already sent more troops to Aycotta and his fort of Kuriyapalli. The promised ministers have also appeared here with the Paliath Achan, and have treated of the common defense and resolved upon it. But they also put forward the question whether one should merely continue in that defensive state, or indeed cross the river and act offensively, adding that in such a case they would make some proposals in that regard. To this they were answered that it would for now be best to remain in that defensive state, at least until we have received reinforcements from Ceylon, and when we think we ought to act offensively, or cross the river and expel the enemy from the Chetwai region, one would then correspond further with them about it, with which they were very satisfied. So that the King of Travancore since then now also seems quite inclined to march outside his line and resist the enemy. We have taken no other decision and measures.

Dutch transcription

de koning doed goede beloften om tesamen tegen den vijand te ageeren zal twee ministers zenden om het nodige te beramen. van de zaak gegeven aan namold dillij chan en d' Engelschen welmenentheijd en spoedige uijtvoering der besluijten, met vereenigde kragten, alleen in staat zijn, om de mallabaar voor zijne drijgende ondergang te bewaren, in welk laatste, zijn hoogheijd zoo veel, Ja meer belang heeft als iemand; dese Commissie is vol„ met de Comp: en den Coetumber „ bragt; de koning zeer wel begrijpende wat gevaar hem ook drijgde, schoon wel nog niet vijandelijk aangetast, beloofde met lee de Comp: en den koning van Cochim gesamen„ „derhand den verderen indrang van 's Nababs troupen te zullen tegen gaan, en daar toe verdere ordres aan zijne ministers te zullen geven, en ook twee ministers bij ons te zullen senden om het noodige te beramen, mitsgaders meerder volk na deesen kant tezenden, en ook na het eijndigen van zeeker toen gevierd werdend feest, digter bij Cochim te zullen komen, om beeter met elkander te kunnen Correspondeeren; zijn hoogheijd Trevancoor had reets kennisse verklaarde ook, dat hij Tributair van Machomet alij zijnde, reets kennisse aan den zelven, en de heeren Engelschen had gegeven, van den inval van 's Nababs troupen 14 247 krijgt beloften van hulpe als hij g'attacqueerd wierd Trevaircoor zal van het vergrootend aan mamoed dillij Chan. zal egter den verderen indrang baipie helpen beletten: de koning van Jrevan Coos proponeer offensiev te willen ageeren als de Comp Ceilons geweest is wil hij een brengen. troupen in het Cochimse Rijk, en het gevaar dat hem dreijgde, en dat zijn hoogh=t tot ont„ had „woord bekomen ( dat hij moest afwagten, tot dat hij g'attacqueerd wierd, wanneer hij spoe„ „dig hulpe zoude erlangen; dat hij dus op een anders grond des Nababs troupen niet kon attacqueeren, om dat hij als dan zoude ver„ „breeken het Contract tusschen Machometalij de Engelschen en Heijder Alijchan ge„ maakt, waar in zijn Trevancoorse hoog„ „heijt begreepen is; dat hij egter van het gewaar naderkennisse greven vergrootend gevaar, nader aan Machomet alij kennisse geven en het antwoord aan ons bedeelen zoude; dog wat aanging, het beletten van den verderen indrang van 's Nababs troupen over de Cranganoorse van se Nababstroupen over rivier op Baipin of elders, dat hij daar toe vermeende, temoogen en te moeten treeden, om dat dit tot zijne linie behoorde en den vijand anders zijne linie voor bij passeerende, het land, voor hem open zoude demacht die in den oorlog op hebben; hier bij verklaarde de koning nog, dat bij aldien d'E: Comp: zodanige magt wilde brengen, als ze onlangs in den Ceilonsen Oorlog 8 en dat de Comp: door bekruijsing geen apaate vreede maaken. remarques over de voorstellen van Jrevancoor het is voor eerst genoeg dat hij den verderen indrang wil helpen beletten. oorlog gehad heeft zijn hoogh=t als dan aanstonds gereet zoude zijn alle zijne v magten bij die van de Comp: tevoegen en offensief te ageeren, teegens den Nabab Heijder Alijchan, om hem van de Mallabaar te verdrijven, mits de Comp:, zijne staanden wil beveiligen en door bekruijssinge, zijne stranden, voor een inval over zee beveijligen, en geen bijsondere vreede, met de Nabab, maar met zijn hoogh=t t'samen maaken zoude, welke laat„ „ste onse gecommitteerdens eenvoudig aan„ „gehoort, en aan ons gerapporteerd hebben, sonderij blijve daar op eenige verklaaringe of antwoord te geeven: Hier uijt is nu wel nategaan, dat den koning niet met ons optrekken zal, indien wij affensief mogten ageeren, zonder een aanmerkelijke magt van d'E: Comp:, dog wij vermeenen dat het voor eerste genoeg is, dat den koning aangenoomen heeft met samen gevoegde magt, den verderen indrang van den vijand te beletten, ten welken eijnde, zijn hoogh=t ook reets meerder troupen na Aijcotta en zijn fort Coeriapallij heeft 15 248 mein zal in een verweerende staat komt. heeft laaten trekken: de beloofde ministers maen besluijt tot de gemene desensie zijn hier ook met den Paljetter verscheenen, en hebben over de gemeene defensie gehandelt en daar toe beslooten; dog ze bragten ook in voorstel, of men indien verweerenden staat alleen zoude blijven Continueeren, dan wel over de rivier gaan, en offensief ageeren met bijvoeginge, dat ze in zulken gevalle eenige voorstellen derweegens zouden doen; hier op is hen g'antwoord, dat het voor als nog best zoude zijn, om indien verweeren„ sonder reijven tot dat secoiras van Culon „ den staat te blijven, ten minsten tot wij secours van Ceilon ontvangen zouden hebben, en wanneer wij meenen opfen„ „siev temoeten ageeren, of over de rivier gaan en den vijand uijt het Chettuase men verdrijven, met hen daar over dan nader zoude Correspondeeren, waar meede zij zeer voldaan waaren: zoo dat den koning van Trevancoor 't zeedert nu ook wel genegen schijnd, buijten zijne linie te trekken en den vijand te keer te gaan. wij hebben geen ander besluijt en maat d

NL-HaNA_1.04.02_3461_0044 view scan ↗

English

One was at a loss what measures to take in these circumstances, in this entirely unforeseen matter, regarding which no orders existed. One had to choose between two extremes: one either had to make use of the assistance of Trevancoor and Cochim, as good and bad as it is, or resolve to defend oneself alone as well as possible, of which latter course, on account of our absolute helplessness, nothing else was to be foreseen than a total ruin of the Honorable Company's state on this coast. Under the date of the 17th of this month, we dispatched a letter to the Nabab Heijder Alichan and gave him notice of the hostile actions of his general against the Honorable Company, and declared that the Dutch Company is inclined to live in friendship with him, the Nabab, and that we hoped he, the Nabab, would still hold the same inclination of friendship for the Honorable Company as before, and therefore would disapprove of the hostilities committed by his general. What the result of this will be, we must await from time; this letter was dispatched inland through the channel of the Palietter, around behind Palcatcherij, and not sent to the Nabab's general, as is customary, because this time we feared that he would detain it in order to see in the meantime how far he would succeed in his enterprise. The duplicate thereof we intended to send by sea to Mangaloor in order to obtain further address from there, but our manchua with which that letter departed was driven back between Chettua and Cranganoor by armed small craft of the enemy, who fired upon it. We have this letter and the letters exchanged with the army commander accompany this in copies. Your High Excellencies will perceive from some of the army commander's letters that, amid many extravagant demands and boastings, he still makes many declarations of friendship, but nevertheless we cannot even obtain from him that he release the writer and interpreter of Chettua, whom he holds captive contrary to the law of nations, and these declarations are made for no other purpose than to mislead us, against which we shall be on our guard as much as possible. He does request to send a qualified person to enter into negotiations with him, but as long as he has not released the aforementioned writer and interpreter, we do not deem it advisable to send anyone to him, since he would just as well take that person prisoner as the writer of Chettua, who was also sent to him by the resident. We can also promise ourselves nothing from these negotiations other than that he will present a set of impertinent demands, since he cannot have a single reasonable charge against the Honorable Company. This correspondence concerning the sending or not sending of someone to speak about the matter was purposely kept going in order thereby to gain time, to slow him down somewhat in his hasty designs, and in the meantime to put ourselves, as much as possible, into a state of defense. At last, he offered the Governor that, if he wished to write to the Nabab, he would deliver that letter to Siringapatnam so quickly that an answer would arrive within four days, which is utterly impossible. The Governor, however, made a test of this and wrote such a letter where it matters not whether it is delivered or opened and suppressed by the general; nevertheless, one will also try to deliver the duplicate to His Highness by another route. From the contents of the general's letter received here today, it appears that an attack is also supposed to have occurred at Chettua. We have no reports from the servants on that account, because the roads there are closed; however, we have learned that the Nabab's troops, having come too close under the artillery under some pretext or other, our people fired upon them, with the result that they have retreated somewhat further, though they still keep the fort surrounded. In these prevailing circumstances, we have addressed ourselves to the Ceylon ministers and requested assistance.

Dutch transcription

men heeft in dese, omstandig heeden geen andere maat regulen weten te nemen kiesen zich alleen te verweeren uijt hoofde was sComp:s ondergang hier te voorsien men heeft een brief aan den Nabab „ven van t voorgevallene. bedrijven van sijn legerhoofd zoude des approbeeren maat regulen weeten teneemen, in dese geheele onvoorsienige zaak, waar omtrend geene ordres leggen: men moest hier van men moest van twee uijtterste twee uijtterste kiesen, men moest zig of van de hulp van Trevancoor en Cochim zo goed en kwaad als ze is, bedienen, of besluijten zig alleen zoo goed als mogelijk was, te verweeren, van welk laatste uijt hoofde van ons absolut van ons onvermogen daar uijt onvermogen, niet wel iets anders te voorsien was, dan een totaale ondergang van 'sComp:s staat op dese kust, hebben onder dato 17. deeser een brief aan den Nabab Heijder Alichan laaten afgaan en en kennissige „ laaten afgaan en aan den selven kennis ge„ „geven van de vijandelijke bedrijven zijnes lee veldheers teegens de E: Comp: en betuijging ge„ „daan, dat de hollandse Comp: genegen is met hem Nabab in vriendschap te leeven en dat wij verhoopten, dat hij Nabab nog deselfde genegentheijd van vriendschap, als bevorens, men hoopte dat den Nabab de voor d'E: Comp:e zoude hebben, en daar omme de bedreeven vijandelijkheeden door zijnen veldheer disapprobeeren; wat het gevolg daar van zijn zal, moeten wij van den tijd afwagten; dese brief is afgegaan door 't Canaal, 16 249 de briev is door middel van den Nababs legerhoofd mis toomw„ men heeft getrackt het duplicaat in Copia over. Joek van Chetua gevangen 't Canaal van den Paljetter binnen 'slands Palietter versonden om dat men agter Palcatcherij om, en niet gesonden aan 's Nababs veld heer, gelijk doorgaans geschied is om dat wij ditmaal, bedugt waaren dat hij deselve zoude ophouden hebben om intusschen te sien, hoe verre hij in zijne onderneminge over zee tesenden, dog vrugteloos succedeerde het duplicaat daar van hebben we over zee na Mangaloor willen zenden, om van daar ook verder addres te erlangen, dog onse mansjou„ waarmeede die brief afging, is tusschen Chettua en Eranganoor door ge'armeerde kleijne vaartuijgen, van de vijand, die er opschoot, terug gejaagd: dese brief en de gewisselde brieven met het legerhoofd, de gewisselde brieven komen laaten wij deesen in Copijen versellen; uw Hoog Edelheedens zullen bij sommige van het tegerhoofd, ontwaaren; dat hij onder veele buijtenspoorige eijsschen en snorkerijen, nog veele vriendschaps-betuijgingen doet, dog des niet te min kunnen wij niet eens van het legerhoofd goud den scriba en den selven verkrijgen, dat hij den schriba en Jolk van Chettua, die hij teegens het regt der volkeren gevangen houd, langeert, en die betuijgingen geschieden ook tot geen ander „de hij tragt om ons te misleijden waar teegen men op hoede is raadsam om iemand na 't bege„ „hoofd tesenden. men kan zig ook van die onder„ zenden van iemand de Correspon„ „relden van den Gouverneur aan den Nalas te zulfen laten bestellen. ander eijnde, als om ons te mislijden, waar tegen wij, zoo veel mogelijk, op hoede zullen zijn; hij versoekt wel om een gequalificeert persoon tesenden om met hem in onderhan„ „deling te treeden, maar zo lange hij den voor„ „melde scriba en tolk niet los gelaaten heeft, men oordeelduijt dien hoofde niet oordeelen wij niet raadsaam iemand bij hem tesenden, also hij die persoon zo wel zoude gevangen neemen, als den schriba van Chettua, die ook door den resident aan hem gesonden is; wij kunnen ons ook van die handeling niets goeds beloven onderhandelinge niets anders beloven, als dat hij een parthij impertinente Eijsschen zal voorbrengen, dewijl hij geen eene redelij„ „ke ten lasten van d' E: Comp: kan hebben: deese Correspondentie over het zenden van iemand men heeft over't senden of nit over de zaak te spreeken, heeft men expres „dentie draalende gehouden om aan den gang gehouden, om daar meede maar tijd uijttewinnen, hem in zijne driftige desseijnen wat te doen vertraagen, en ons intusschen, zoo veel mogelijk, in 't legerhoofd presenteerd debrievestaat van tegenweer testellen; op het laatst presenteerde hij den Gouverneur aan, om als hij aan den Nabab schrijven wilde, die brief 17 250 de Gouverneur heeft een preusse daar van genomen het schijnt dat te Cettucr ok een attagie is voorgevallen de bediendens hebben deselve door hun geschit van 't fort wat verder doen retireeren - Egter blijft het fort nog inge„ slooten men heeft, de Ceilonse ministers brief zoo spoedig na Siringapatnam te zullen besorgen, dat er binnen vier daagen antwoord op zoude komen, het geen voe„ „strekt onmogelijk is; de Gouverneur heeft egter hier van een preuve genomen en schreef zodanig een brief waar aan niets gelegen legd of ze besteld word of door de veldheer g'opend en verduijstert mogt worden, egter zal men het duplicaat door een anderen weg aan zijn hoogh=t ook zien te besorgen. uijt den inhoud van de brief van de veld„ heer heeden hier ontvangen schijnt het, dat te Chettua ook een attacque voorgevallen zoude zijn, wij hebben van de bediendens geen be„ van rigten derweegens, om dat de weegen daar geslooten zijn, egter hebben wij vernomen, dat de Nababse, onder 't een of ander pretext, te na onder het geschut gekomen zijnde, de onse op hun geschooten hebben, met dat gevolg, datse wat verder geretireerd zijn, dog egter het fort nog ingeslooten houden. Wij hebben ons in dese tijds omstandig„ „heeden ge:addresseert aan de Ceilonse om assistentie versogt ministers „

NL-HaNA_1.04.02_3461_0048 view scan ↗

English

Requested 2 ships or 1 ship and 2 sloops, or indeed the bark De Valk, to secure the roadstead. It has also been resolved to enlist more sepoys, for now another 200 heads, and if necessity should require it, more, up to 1,500 men. 200 men we have already requested from the Nagapatnam ministers to recruit for us and send hither, being informed that well-drilled sepoys are to be had there on the Coast; with which force, being supported by that of Travancore, we believe we can keep the Nabob, should he earnestly intend to deprive the Honourable Company of its possessions, away from the island of Vypin and keep this city in safety. We have requested the ministers for assistance and made known that the Nabob might well send vessels before the river to prevent all help from outside, and that it would thus be well if two ships, or one ship and two sloops, or indeed the bark De Valk, came hither to secure the roadstead. We await this assistance with longing. In the meantime, as appears from the accompanying secret Resolution of the 17th current, we have also resolved to take more sepoys into service. To force the Nabob to a secure peace for us, if he does not desire it of his own accord, would require a rather considerable force; but against this it must also be considered that it is not to be thought that the Nabob will dare send the greatest part of his force this way, but must keep it in the upper lands out of fear of an invasion by the Marathas or Nizam Ali. But if we wish to make peace with him without entering into an offensive war, we fear and foresee that this will not be found possible without relinquishing the conquest of Paponetti and all our further rights to the stretch of land from Cranganore to Chetwai, without us even knowing what he means by the 15 miles of land, of which he also once demanded the revenues, although he has not mentioned it in his letters since. Also, one would always have to remain in a state of defence here, as he will otherwise sooner or later seize his chance, so to speak, to dispossess us of the remainder; since nothing is to be trusted in his assurances and promises of friendship, and his friendship turns into enmity without any reason as soon as he believes it to be in his interest. Nothing is safe from him except that which can withstand his violence; experience has taught this, as he has acquired all his extensive possessions through cunning and force. The kings of Travancore and Cochin are inclined to act offensively together with the Company against the Nabob, provided the Honourable Company brings together a fair force; but one cannot leave the main part to them, as most would have to be accomplished by the Company's forces. We request that Your High Nobilities may soon deign to honour us with your respected orders on how we shall conduct ourselves and what we are to do in these precarious circumstances, and that we may obtain such assistance of men and ships as are necessary to execute them. While we grant ourselves the high honour to remain with the utmost respect and high esteem, High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord! and Well-Noble Lords, Your High Nobilities' humble and obedient servants, signed: A. Moens, W. J. van de Graaff, R. v. Harn, J. H. Medeler, J. C. Jaffin, J. L. van Spall, A. R. Schutz, and A. J. S. Vernede. In the margin: Cochin, the 28th October Anno 1776. Agreed: J. Jannicken, J. S. Schemering, A. E. Clercq. Number 1. Register of the dispatched letters to the Nabob, as well as of the letters exchanged with his army commander Sardar Khan: 1. From the army commander Sardar Khan, received the 28th September. 2. To the same, dated 30th September, alongside an account in a list. 3. To the same, dated 11th October. 4. From the same, received in the Canarese language, dated as above. 5. To the same, of the 12th October. 6. From the same, received the 13th October. 7. From the same, the 15th ditto. 8. To the same, dated 16th October. 9. To the Nabob, dated 17th October. 10. From the army commander, received the 18th October. 11. To the Nabob, dated 19th October. 12. To the army commander, dated 20th October. 13. Two from the army commander, received the 23rd October. 14. Two to the same, dated as above. 15. From the same, received the 24th October. 16. Two ditto, the 25th ditto. 17. To the same, dated the 26th. 18. From ditto, received the 28th. Cochin, the 28th October Anno 1776. Signed: A. H. Schutz, Secretary. Agreed: Adriaan Pootolier.

Dutch transcription

versogt on 2: scheepen of 1: schip en 2: Chialoupen dan wel de bark de falck om de rheede te beveijligen men heeft ook beslooten meerder 200: sijn, van Nagapatnam versogt. men meerd met al die magt den Nabab van baijpin en dese stad te kunnen houden ministers en om assistentie versogt, mitsgaders te kennen gegeven, dat den Nabab wel vaartuijgen men heeft de ministers teffens voor de rivier zoude kunnen zenden, om alle hulp van buijten te beletten, en dat het dus goed zoude zyn indien twee scheepen of een schip, en twee Chialoupen, dan wel de barck de paeck dit heen kwamen, om de rheede te beveijligen wij wagten met verlangen na deesen bij„ „stand intusschen hebben wij blijkens overkomende secreete Resolutie van den 17: Courand ook be„ slooten om meerder sipaijs in dienst tenemen sipaijs in dienst te neemen voor eerst nog 200: koppen en zoo het de nood mogt vereijsschen meerder en wel tot 1500:— man 200: man hebben wij reets van de Nagapatnamse ministers versogt voor ons tewillen aanwerven en herwaards zenden als onderrigt zijnde, dat daar ter Custe wel geredres„ „seerde sipais te bekomen zijn, met welke „magt ondersteunt zijnde, door die van Grevancoor wij vermeenen de Nabab, indien hij met ernst mogt meenen d'E: Comp: van haare bezittingen te berooven, van het eijland baipin en dese stad, in vijligheijd te kunnen houden. Maar 18 om een verzekerde vreede wordeen aan tienelijke magt vereijscht de Nabab der fegter het groot„ ditheen zenden. „ren wil zal men van de land„ Cattia moeten appie„ verder met de 15: mijlen lands„ meend. staat moeten blijven op d„e Nabobs viendschap is gee„ staat temaeken. Maar om den Nabab te noodzaken tot van den Nabab te verkrijgen eene voor ons zeekere vreede, indien hij die van zelfs niet begeert, zoude een vrij aanmerkelijke magt verEijsschen; dog hier teegen komt ook in bedenking, dat het niet tedenken is, dat de Nabab het grootste deel zijner magt zo verre „ste deel zijner magt niet na deesen kant zal durven zenden, maar die in de bovenlanden moet houden, uijt vreese voor„ een inval van de Marattas of Nisam Alij¬ indien men niet offensewage, Dog indien wij, zonder tot een oppersieven oorlog te „strek van Cranganoor tot komen met hem de vriendschap maaken willen, zoo vreesen en zien wij voor uijt, dat dit niet tevinden zal zijn, zonder van het Conquest Papo„ „nettij en al ons verder regt op de landstreek men wet nog met wat hij van Cranganoor tot Crettua, aftesien, zonder dat wij nog weeten wat hij met de 15: mijlen lands meend, waar van hij ook eens de inkomsten gevraagd schoon 't zeedert niet meer daar van bij zijne brieven gerept heeft, ook zoude men men zoude altoos in en desusfvelen hier altoos nog in een staat van defensie moeten zijn, dewijl hij anders tog de eene of ander tijd zijn slag, om zoo te spreeken waar„ „neemen zal om ons van het overige te ontzetten alsoo op desselfs verzekeringen en beloften van en d . 261 2 nits is voor hem vijlig als wat de koningen van pevancoor en Cochim zijn genegen met de Comp: offensier te ageeren door sComp:s magt zoumatten werden verrigt men versoekt om spoedige ordre scheepen om deselve uijtvoer te brengen. van vriendschap niets te vertrouwen is, en zijn vriendschap, zonder eenige reeden en vijand „schap verandert zo dra hij vermeend, dat zulx voor sijn belang goed is; niets is voor hem zijn geweld kan tegen staan vijlig als het geen zijn geweld kan wederstaan dit heeft de ondervinding geleert, zijne uijtge„ „strekte besittingen, heeft hij alle door list en geweld verkreegen. De koningen van Trevancoor en Cochim zijn genegen om met de Comp: t' samen ook opfensief tegens de Nabab te ageeren, zoo 2 d'E: Comp: maar een tamelijke magt bij een brengt, maar op hen zal men het voornaam dog men denk dat het mesteste niet kunnen laaten aankomen, het meeste zoude moeten werden verrigt door 'sComp=s magt. Wij versoeken dat uw Hoog Edelheedens ons spoedig gelieven te vereeren met hoog derselver gerespecteerde ordres, hoe wij ons zullen gedraagen en wat ons te doen staat in dese hachelijke tijds omstandigheeden, en dat en assistentie van volken wij zodanige assistentie van volk en scheepen mo„ „gen Erlangen, als noodig zijn, om deselve ter uijtvoer te brengen. Terwijl ons de hooge Eere geven 11: 19 262 Nagezien geven van met de uijtterste Eerbied en hoog agting te blijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Achtb: wijdgebiedende Heer! En Wel Edele Heeren, uw Hoog Edelhee„ „dens onderdanige en Gehoorsame dienaaren /was Get:/ A: Moens, W: J: van de Graaff R: v: Harn, J: H: Medeler, J: C: Jaffin, J: L: van Spall, A: R: Schutz en A: J: S: vernede /:in margine:/ Cochim den 28: october A:o 1776: Accordeerd. JJannicken JSSchemering ƒ AEClercq mo„ de 3 N: N„ 1. 20 253 N:o 1. 9 10 11. 12. „ 13 „ 14. 15 Nagezien van het leger Hoofd Carder Chan ontr: den 28 7ber, aan den zelven de dato 30 7ber: neevens een reek. in een Lijst, aan den zelven de dato 11: 8ber., van den zelven in de Canareese taale ontvangen dato als even, aan den zelven van den 12 8ber:; van den zelven ontvangen den 13 8ber:; van _a _:o _o „ 15. d:o, aan _:o dedato 16:' 8ber. aan den Nabab de dato 17. october. van het Leger Hoofd. ontv: den 18 8ber, aan den Nabab de dato 19 8ber. aan het Leger Hoofd de dato 20. 8ber. Twee van het Leger Hoofd ontv: den 23 8ber, swee aan den zelven dato als even van den zelven ontv: den 24. 8ber. Twee _=o „ „ 25 d:o aan den zelven de dato 26 van _=o ontv: den 28.„ Cochim den 28. october A:o 1776. — /:was getx:/ 6 A: H: Schutz sec:s accordeert Adriar Pootolier Register der afgegaane breeven aan den Nabab, zo meede van de brieven met desselfs Leger„ „hoofd Charder Chan gewisselt Secrets H Schutt „ 2 3 „ „ 4. 6 7. 8. „ „ „ „ „ „ „ 18. 17. 16. 1:

NL-HaNA_1.04.02_3461_0057 view scan ↗

English

No. 1. 21 254 I have heard from several people that the sandy land of Chettua belongs to the Calicut territory; and I have had the olas and proofs thereof that are here brought to me, therefore I request Your Right Honorable to send me the writings and proofs that are there; regarding which, should any delay occur, the troops and the cavalry will invade the land and destroy it; I write this as a token of our friendship, therefore I request Your Right Honorable to send me the accounts and proofs of the Chettua sandy land at the earliest opportunity, this matter has been written about once or twice, but no answer followed; and if it happens so now as well, the land will end up destroyed; I must make a report to my master concerning the affair of Cochim, and must also write about the sandy land; for I have received express orders from my master to also settle the matter of the Chettua sandy land; and if I do not make an end of it, it will not be good, therefore I request that an end may yet be made of it. Signed by Charder Chan. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. van Tongeren, Sworn Translator. Agreed: H. Schutz Schemering Secretary Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honorable Lord Governor, received on the 28th of 7ber 1776, Cochim. Examined No. 2. 22 255 To the Army Commander Charder Chan How matters stand with the sandy land of Chettua is sufficiently known to everyone; not the sandy land, but only some small gardens scattered here and there within it, of which some only yield protection dues, belonged to the Zamorin, and these were taken over by the Honorable Company for a debt of the expelled king's predecessor, amounting to ropias 12116 3/60. You demand the accounts, writings, and proofs thereof, and under the threat that upon any delay the troops and the cavalry will invade the land and destroy it; you say you write this as a token of friendship, but I consider that it is not at all friendly to attach threats to requests; you have never written to me about these gardens, as you claim, or at least I have never received any letter from you concerning this in which any mention thereof is made; had I received writings from you about this, then I would not have failed to reply thereto as required, just as I do now. I have already said here above that those gardens were taken over by the Honorable Company for a debt of ropias 12116 3/60. This was in the year 1763, and since then the dues and protection moneys, both in cash and nelly, have been collected annually, which, after deduction of expenses, have amounted annually to more or less ropias 490, and thus not even the interest on the capital; in all those years a total of ropias 5914 1 19/40 has been collected, and there consequently still remains to be paid on the principal sum the amount of 6202 9/48 ropias, as appears from the account annexed hereto, extracted from our trade books; from the income of those scattered gardens and lands you can easily gather that they are of little importance and not worth the trouble of making much commotion about; I also attach hereto a list of the collections, and request that you will be pleased to give a faithful report thereof to your master and cooperate so that the Company may not only continue to administer those lands until the remaining sum shall have been cleared by the collection of the dues, but may also retain them for their Honors in perpetuity, because they are so insignificant. I had myself long intended to write about this to the Lord Nabob, but postponed doing so until our reply arrived from Batavia, and now that you write to me about this matter, I would also gladly write to the Lord Nabob about it on this occasion; but presently expecting for certain our Batavia ships any day, I shall now also postpone it a little until their arrival, because I hope then to be able to wait upon His Highness with agreeable materials along with this; of which, to my regret, I have had to remain deprived due to the unfortunate and long voyage of our ship and the death of the Lord Governor-General of Batavia which occurred in the meantime. Below stood: Thus translated by me into Malayalam, Cochim, date as above. Was signed: S. van Tongeren, Sworn Translator. In the margin: Cochim, the 30th of December 1776. Agreed: H. Schutt Secretary Examined: D. Schemering f 24 287 No. Debit Examined The King 1763 For what His Highness is still in arrears on account of war expenses - - - - - - - - - - - - rops 12116 13/160 1765 On account of expenses incurred in collecting the dues of the sequestered lands mentioned on the Credit side, namely: In the financial years 176 2/3, 176 3/4, and 176 4/5 - - - - - - - - - - 274 43/60 1766 Ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - 69 13/20 1767 Item for expenses - - - - - - - - - - - - 67 19/98 1768 - - 69 1/20 1769 - 67 7/18 1770 - - - - - - - - 69 1/20 1771 70 39/80 1772 67 1/4 1773 67 1/42 1774 10 1774 10 1775 - 67 1/18 1775 67 1/48 1776 43 Sum Total Rops 13140 19/48 NB. The parras mentioned in this account are Company's parras of nelly, of which one is equal to two Malabar parras of nelly, which serves for notification. J. Schemering Cochim, the last [illegible]

Dutch transcription

N=o 1. 21 254 Ik heb van verscheijde gehoort, dat 't zandig Land van Chettua, gehoort aan 't Calicoetse; en ik heb de olas en bewijzen daar van, die hier zijn bij mij laten brengen, dierhal„ „ven verzoeke ik uwelEd: Groot Agtb: de geschriften en bewijzen die daar zijn, mij te laten toekoomen; waar omtrent eenige tardance geschiedende; zullen de Trou¬ „pes en de Ruijterij in het Land vallen„ en het zelve verdestrueeren; ik schrijve dese tot teeken van onse vriendschap, dierhalven verzoeke ik UwelEd: Groot Agtb=r de reek: en bewijzen van het Chet„ „tuase Landig-Land mij ten Eersten te laaten toekomen, over dese Materie is eens of tweemaal geschreeven, maar daar geen antwoord opgevolgt; en zo het nu ook zo geschied; zal het Land ver„ „destrueert raken; ik moet rapport aan mijn meester doen, van de zaak van Translaat ola door Charder Chan, gesch: aan den welEdele Groot agt„ „baaren Heer Gouverneur ontf: den: 28:' 7b=r 1776. Cochim Nagezien Cochim, en moet ook over het Landig Land schrijven; want ik heb van mijn Mees¬ „ter Expresse ordre gekreegen, om de zaak van het Chettuase Zandig land ook uijt de wereld te helpen; en wanneer ik daar geen eijnde van maak, zal het niet goed zijn, dierhalven versoeke, dat daar een eijnde van gemaakt mag nog werde get: bij Charder Chan /:onderstond/ voor de tran„ „latie Cochim dato als boven /:was get:) S: van Tongeren gesw: Translateur accordeerd H Schutz Schemering Secret: No. 2. 22 255 Aan het Leger Hoofd Charder Chan Hoe het met het zandig land van Chet„ „tura geleegen is, is bij ien ieder genoegzaam bekent; met het zandig Land, maar eenige thuijntjes daar in hier en daar ver„ „spreijd leggende en waar van sommige maar protexcie geregtigheeden geeven, hebben aan het Sammorijnse behoort, en dese zijn bij DE: Comp: aanvaart voor eene schuld van des verdreeven Konings voorzaat, Groot ropias 12'116 3/60. UwEd: requireert daar van reek:, Geschriften en bewijzen, en onder bedreijging, dat bij eeni„ „ge Tardance de Troupes en de Ruijterije in het Land vallen en het zelve ver„ „destrueeren zullen, dit zegt uwed: te schrijven tot teeken van vriendschap, maar ik meene dat het gantsch niet vrien„ „delijk is bij verzoeken dreijgementen te voegen; Uwed: heeft mij nooijt gesch: over deese Thuijntjes, zo als Uwed: zegt, ten minsten ik hebbe nooijt geen briev van uwed: daar over ontvangen, waar in eenige melding daar van word Ge„ „maakt; indien ik daar over Schrijvens van Uweld: bekoomen had, dan zoude ik ik niet nagelaaten hebben, daar op se antwoorden na vereijsch Zo als ik tans doe. Hier Vooren hebben ik reets gesegt, dat die Thuijntjes bij d'E: Comp: zijn aanvaart voor eene schuld van ropias 12116 3/60. dit is geweest in a:o 1763, en zeedert is daar van Jaarlijks ingevordert de gereg„ „tigheijd en protexte gelden, zo aan geld als Nelij, welke, na aftrek van on„ „gelden, Jaarlijks bedraagen heeft min â meer ropias 490:-, en dus niet eens den intrest van het Capitaal; in het geheel is in al die Jaaren ingevordert ropias 5914 1 19/40, en resteert dus nog aan de Hoofdsom om te betaalen de somma 21 van 6202 9/48 ropias, zo als Consteert bij de reekening hier neevens gevoegt, getrokken uijt onse Negotie-boeken, uijt het inkoomen van die verspreij„ „de Thuijntjes en Landjes, kan uwed: gemakkelijk nagaan, dat dezelve van weijnig importantie, en miet de moeij„ „te waardig zijn, daar over veel be„ „weeginge te maaken; ik voege hier ook nevens een Lijste, van de invorderinge, en verzoeke, dat uwed: daar 23 256 daar van een getrouw verslag aan zijn Mees¬ „ter gelief te doen en meede te werken dat de Comp: die Landjes niet alleen blijven beheeren tot de resteerende Somma, door de invorderinge der Geregtigheeden, zal zijn verëffent; maar ook voor al„ „toos aan aan haar Edele mogen blijven, om dat ze zoo gering zijn Ik hebbe zelfs al lange van voornemens ge¬ „weest om hier over eens aan den Heer Nabab te schrijven dog zulks uijtgesteld; tot ons antwoord van Batavia kwam, en nu uw Ed: mij over deeze zaak schrijft, zoude ik bij deese geleegentheijd ook gaarne daar over aan den Heer Nabab wel willen schrijven; maar thans alle dagen onse voor zeeker Bataviase scheepen te gemoet ziende, zo zal ik het nu ook nog wat Uijtstellen tot het arrivement; om dat ik hoop zijn Hoogheid als dan nevens dese ook met aan„ „genaame Stoffen te zullen kunnen op„ „wagten; waar van ik tot mijn Leedweesen door de ongelukkige en lange reijse van ons schip, en de intusschen voorgeval¬ „lene Dood van den Heer Gouverneur Generaal van Batavia, hebbe moete ver„ „steeken blijve /:onderstond:/ zodanig door door mij in het Mallabaars overgeset Cochim dato als even (:was get:/ S: van Tongeren gesw: Translateur /:in margine/ Cochim den 30: xb:r: 1776: accordeerd H Schutt Secret:s Nagezien D: Schemering ƒ 24 287 N=o Debit Nagezien 1763 over het geen zijn hoogheid wegens oorlogs ongelden nog ten 1765 weegens ongelden gevallen bij het invorderen der geregtigheeden van d'insequestratie genomen landen aan den Credit zijde vermeld teweeten In de Boekjaaren 176 2/3: 176¾ en 176 /5. - - - - - - - - - - „ 274 43/0 agteren staat - - - - - - - - - - - - rops 12116 13/160 item aan ongelden - - - - - - - - - - - - - - - - „ 69 13/20. d=o do. 1766 NB. de paaras in deze reek vermeld. zijn 's Comp:s parras nelij, waar, van een zo veel is, als twee Mal, labaarse parras nelij, 't welk dient tot narigt J Schemering „ 69 70 39/8. 67¼ 67 1/42 10 10 -„ 67 1/18. 67 1/48. 43 Somma Rop:s 13140 19/48. Cochim den Laasten - - „ 67 19/98. - - „ 69 1/20. -„ 67 7/18 - - - - - - - - „ 69 1/20 Den koning 176 17 1769 17 1771 1772 1773 74 74 75 1775 17 1776 „ - „ „ „ „ - „ „ - „ - . „ - „ -. „- „. „ . . . „. - „. - - 68 67 70 - - - „ - - „ - - „

NL-HaNA_1.04.02_3461_0067 view scan ↗

English

25 258 Credit Sammoryn the lands of the sammorijn in the Sandy Land at Chettua were taken into sequestration in 63, and the revenues thereof collected for the first year to 861¾ pieces of gold fanums and 763¼ Company's parras of paddy, amounting in monies to: 861¾ pieces of gold fanums at 1/5 rupees each - - - - - rupees 172 7/40 763¼ Company's parras of paddy at 1/5 rupees each - - - 305 1/10 rupees 477 3/60 1764 for collected revenues of 915 pieces of gold fanums and 783 5/8 parras of paddy 496 3/30 1765 item collected to 915 pieces of gold fanums and 779 5/8 parras of paddy - - 494 19/60 1766 ditto ditto 914 ditto 778 5/8 ditto 494 21 3/80 1767 917 793½ 500 9/60 1768 907 784¾ 495 18 9/60 1769 916¼ 791¾ 499 2 45 9/48 1770 906 791¾ 497 43 13/428 1771 905 1/6 810¼ 505 22/48 1772 897 13/68 781 13/30 492 43 3/48 1773 906 5/4 796 17/10 499 99 9 1/8 19/48 1774 899 17/16 795/40 498 10/48 1775 856 7/3 792 1/5 488 1/40 10/48 1776 382 7/16 799 9/16 495 9/23 10/48 ditto last of August that which His Highness as of this date still remains in debt 6202 13/140 10/48 Sum Rupees 13146 19/48 1/20 7/48 ¼ 1 45 10/48 10/48 10/48 August Year 1776 was signed J: A: Scheidz Agreed. and H Schutt Secretary No. 3 26 259 List of the received Sammorijn revenues in paddy and gold fanums in the year 1775/6. Parras paddy Gold Fanums Engadoer - - - - - - - 194. — 209½ Caramatton - - - 18 — 2½ — paliporam - - 8 — — Coerloer - - -- 44. — 15 — Todoingel - -. 53 — 19 — Triporattij - 143 — Natinga - - 3 pattatee Coispado - - - - - 44. ½ In the Border Eddamoetton - - - - - - - - -. 107¾ ¼ Cargatallij - - - - - - 9 Eddacherij - - - - - - - 18. ½ Jtliecatoe - - - - - - - - 8 — ½ Ariapinie - - - - 358. ¼ 49 madanapallij - - - - - - - 195¾ 101. Tadecolengae - - - - - - - 245 1/0 — — Jringentoertij - - - - - - - 23½ 61½ 140.½ Coendoer - - - - - - - 140. — - - 32½ — Negerij - - - - - - - - —. — 11. — welloer – – – – – – – – — — 6 the total sum of this year in paddy and Gold fanums is 1597 2/20 882¼ Chettua this last day of May 1776 was signed C:s De Riberts NB the parras of paddy mentioned herein are Malabar parras, of which two go to one Company's, which serves for guidance and information Examined J Schemeringh Agreed. H Schutt Secretary No: 3 27 260 To the Army Commander Sardar Khan To Your Honour's latest ola I have sent an answer by the same person who brought Your Honour's ola, and added thereto an account of collected Sammorijn revenues in the Sandy Land of Chettua taken by the Honourable Company for the debt of the King Sammorijn; therefore I do not doubt that said ola has been received by Your Honour, although I should almost doubt its receipt because it was followed by an attack that I naturally could not expect. I have been informed by the Chettua resident De Riberto that Your Honour has arrived with Your Honour's troops at the Honourable Company's post Poelecarro and has taken prisoner the Honourable Company's servants present there, as well as the interpreter and sheriff who were sent on a commission to Your Honour to learn the reason for Your Honour's incursion into the Company's lands, and that Your Honour subsequently decamped with his troops and encamped near the Honourable Company's fort Chettua, moreover virtually surrounding that place; we know not to have given any reason or cause for this hostile attack, and even less how to reconcile this conduct with the promise that Your Honour's master has given us so many times, to wish to live in friendship with the Honourable Company and to leave its garrisons unmolested; the said resident has also informed us that Your Honour demands twenty years' revenues of the Sammorijn, or what money of the Sammorijn: I do not understand what money or revenues Your Honour demands; The Lord Nabob has never written to us about it, nor even spoken of it to our commissioners; thus we must presume that some malicious persons have misled Your Honour in this respect and told great untruths; the Honourable Company has owed nothing to the former King Sammorijn, but on the contrary he is still in debt to the Honourable Company, as will have clearly appeared to Your Honour from the sent account; we therefore do not know what Your Honour's claim consists of, and thus cannot declare ourselves upon it; we request that Your Honour please declare yourself further, whereupon we shall send Your Honour a proper answer; meanwhile we emphatically protest against this invasion.

Dutch transcription

25 258 Credit Sammoryn zijn de landen van den sammorijn in 't Zandigland te Chettua in 63 sequiestratie genomen in de geregtigheeden daar van, voor 't eerst Jaar ingevordert tot 861¾. p:s goude fan:s en 763¼ sComp parras Nelij bedragende ingelden als, 861¾. p:s goude fan:s â 1/5 rop:s ieder - - - - - rop:s 172 /40 763¼. sComp:s parras Nelij â 1/5 rop:s ieder - - - „ 305 1/10 rop:s 477 3/60: 1764 over ingevorderde geregtigheeden aan 915 p:s goude f:s en 783 5/8. parrasnelij 49 6 3/30. 1765 item ingevorderde tot 915 p:s goude fan:s en 779 5/8. parras nelij - - „ 494 19/60. 21 1766 d. o d=o. . . „ 914. „ do —. „ 778 5/8. d. o. . . . „ 494 3/80. 1767. „. . . „. . . . „ 917 „. . „. . . „ 793½. . . „ „. . . „ 500 9/60 18 „. . . . „ 907. „. . „. . . „ 784¾. . . „ - . „. - . . „ 495 9/60. 1768. 2 45 1769 „ „. . „. . . . „ 916¼„ - „ - - „ 791.¾. . . „. . „. - „ 299 9/48. 43 1770 - „. . „. . . „ 906-„ - - „ - - „ 791¾. . „. - . „ - - . „ 497 13/428. 1771. — „. . „. . . . „ 905 1/6 „. . „. . „ 810¼. . . „. . „. . „ 505 22. /48. 43 1772 - „. . „. . . . „ 897 13/68 — „. „ 7818 13/30. „ - „ - - „ 492 3/48. 99 9 1/8 1773 „ „. . „. - - - „ 906 5/4 „ - „ - - „ 796 17/10. - „ - . „. . . „ 499 19/48. : 1774 „ „. . . „. . . . „ 899 17/16 „ - „ - - „ 795/40 - - „ . „ - „ 498 — : 10 1775 - „ „ - - „ 8568 7/3„ - „. . „ 792 1/5. „. - „. „ 488. 1/40. „ 495 9/23 1776 — „ - - „ - - „ 382 7/16 „ - „ - - „ 7998 9/16. - „ - „ d. o — ult:o aug:s 't geen zijn hoogheid onder dato dezes nog te quaad blijfd. „ 6202 13/140 43 Augustus Ao 17767. /was geteekend/ J: A: Scheidz accordeerd. en H Schutt Somma Rop:s 13146 19/48. /20. 7 /48. ¼. 1„ 45 10 10 48. 10 /48„ 10 48. - Secret:s No. 3 26 259 „. - _:o - Caramatton - - - „. . . „ paliporam - - „ Coerloer - - „ - . „ Todoingel - „. „ Triporattij - „ Natinga - - „ de geheele somma van dezen Jaar is aan Nelij en Goude fanums is. . . 1597 2/20. : 882¼ Chettua adij ult:o Meij 1776 /was getvk:/ C:s De Riberts AB deparaas nlij in dezen vermeld zijn mallabaarse parras, die twee op een sComp. gaan, 't welk dient tot naregt e„ Nagezien J Schemeringh „ pattatee Coispado- - - - - accordeerd. In de Limiet Eddamoetton - - - - - - - - -- „ Cargatallij - - - - - - „ Eddacherij - - - - - - - „ Jtliecatoe - - - - - - - - Ariapinie . . - - - - 358. ¼. „ madanapallij - - - - - - - 195¾. - . „ Tadecolengae; - - - - - - - 245 1/0 „Jringentoertij - - - - - - - 23½ 61½ Coendoer, - - - - - - - 140. — . „ Negerij - - - - - - - - . —. —. 11. —. „ welloer - – – - – – – – — —. Eijste der ontvangene sammorijnse geregtigheeden aan Nelij en goude fan:s in den Jaare 177 5/6. Paaras Goude nelij Jan: 18 — 2½. — 8 — — -- 44. —. 15— - . 53 — 19 — 143 — 3 44. ½ -. 107¾ ¼. 9 18. ½ 8 — ½ 49 101. — — 140.½ - - -32½ — Engadoer - - - - - - - 194. — 209½ 6 H Schutt Secret:s „: „ „ . „. „ . - . - -- - - . — — - 4 — . 5 2 No: 3 27 260 Aan het Leger Hoofd Charder Chan„ Op uw Ed. Jongste ola hebbe ik antwoord gezonden met deselfde perzoon die vuld. ola aangebragt heeft, en daar bij gevoegt, een reeke„ kening van ingevorderde Sammorijnse Geregtig „heeden in het zandigland van Chettua bij d'E Comp: v voor schuld, van den koning sammorijn aan„ „vaard, dierhalven twijffele niet, of die ola is bij vuld ontvangen, hoe wel ik bij na aan dies ont„ „fangst wel zoude moeten twijffelen, om dat daar op een attentaat gevolgd is, dat ik natuurlijker„ wijze daar van niet kon verwagten door den Chettuase resident de Riberto is mij berigt, dat vuld met vuld troupen is „gekomen op 's Comp:s post Poelecarro. en de aldaar, zijnde sComp Dienaaren gevangen Genomen heeft, als meede den tolk en scharisa, die bij vurd in Commissie zijn Gezonden om de reeden van VWEd inval in 's Comp:s landen te verneemen, dat vuld vervolgens met zyne troupen is opgebrooken, en zig bij sComp:s fort Chettua gelegerd heeft, mitsgaders die plaatse Genoegzaam insluyt wij weeten niet eenige reeden of aanleydinge gegeven te hebben tot dit vijandelijke attentaat adentaat, en nog minder dit gedoente over een te brengen, met de belofte die vuld meester ons zo veelmaal heeft gegeven, van met d E Comp in vriendschap te willen leven, in haare bezettinge ongemollesteert te zullen laten; gemelde resident heeft ons ook berigt, dat vwEd begeerd twintig Jaarige geregtigheeden, van den sammorijn, of het wat geld van den sammorijn: Jk begrijpe niet voor Geld of geregtigheeden vwEd begeert; De Heer Nabab heeft v 1 Nimmer daar over aan ons geschreeven zelfs tegen onse gecommitteerdens daar van niets gesprooken „dus moeten wij veronderstellen, dat deze of geene Quaavardige Lieden Uw Ed. in dit opzigt mesleijd en Groote onwaarheeden wijs gemaakt hebben; d' EComp: is niets schuldig geweest, aan den verdren koning sammorijn, maar den zelven is inte„ „gendeel aan d E. Comp nog Debet; zo als vrld bij de gezondene reekening duijdelijk zal geble„ „ken zijn, wij weeten derhalven niet, waar in uwEd: pretentie bestaat, en kunnen ons dus daar op niet verklaaren, wij verzoeken dat vwed zig nader gelievd te verklaren, wanneer wij vwed daar op behoorlijk antwoord zulx „len laten toekomen Jntusschen protesteeren wij nadrukkelijk tegens dezen indaang . ƒ e

NL-HaNA_1.04.02_3461_0075 view scan ↗

English

28 261 Cochin, the 11th of October 1776. Considering the incursion into the Company's lands, the occupation of its fort, the capture of Her Honorable Company's servants, the robbery and plundering of its subjects, as has already been put into effect at the bazaar of Chettua and in the Limriet, leaving the consequences arising therefrom to your Honor's accountability before your master, the Lord Nabab, to whom we shall make the necessary representations regarding this matter this very day; meanwhile, in order to prevent further misfortunes, we deem it necessary to inform your Honor that the Chettua personnel have orders to fire their cannon upon your Honor's troops, should they come within the range of the Chettua artillery. Was subscribed: As such translated by me into Malabar Cochin on the same date as above. Was signed: S: van Jongeren, sworn translator. Agreed. H Schutt, Schemering, Secretary. No. 4. 29 262 Translation of a Canarese Letter. Written by the Army Commander Chareder Chan to the Right Honorable Governor, received the 11th of October 1776. I inform your Right Honorable that I have now arrived in the sandy land of Chettua with my camp. Previously I wrote two letters to your Right Honorable, but received no answer to them; having made this known to my master the Nabab, His Highness sent me orders to march with the force under my command through the land of the Honorable Company towards the land of the King of Trevancoor. Therefore, I request your Right Honorable to take this matter into consideration and to send me an answer to it, and in the event of delay thereof, or refusal of a free passage, I have orders from the Nabab to march with my people along the city of Cochin and the Company's lands towards the King of Trevancoor. The Nabab lives in sincere friendship with the Dutch Company, therefore I request your Right Honorable that 30. 263 To the Army Commander of the Nabab, Chander Chan. I have received the letter which your Honor wrote to me on the 11th of this month. By my recent preceding letter of the 30th of September, in which I addressed your Honor regarding the sandy land, your Honor will already have seen that I did not receive the two letters mentioned in the aforesaid missive, apart from the one to which my recent letter served as an answer. The Dutch Company fully trusts to live in peace, friendship, and good understanding with His Highness the Lord Nabab Heider Alijchan Baader, and the special assurance that your Honor gives me thereof in the aforementioned missive further confirms me in this, and I rest assured in the same. Meanwhile, I cannot refrain from stating that the news I have received of what has occurred on the Company's territory seems to me very strange and entirely unexpected. The Dutch Company shall observe a strict and most complete neutrality, and I trust, on account of the good friendship and understanding that subsists between the aforementioned Lord No 5 Lord Nabab and the aforementioned Company, that your Honor will ensure that the Company's territory remains unmolested, in particular that your Honor will prevent, in order to avoid all misunderstanding, the troops of the Lord Nabab from coming within the range of the cannon of the Company's fortifications and cities. The necessary orders regarding neutrality have already been dispatched to the chiefs and commanders of the fortresses. I am obliged to your Honor for the good intention with which your Honor's letter was framed, namely so that our mutual friendship may thereby be preserved and increased, towards which I, for my part, will likewise gladly contribute everything that may depend on me. Formerly, His Highness the Lord Nabab requested the mediation of the Dutch Company in the disputes between His Highness and the King of Trevancoor, which the Company accordingly undertook. I likewise offer the same on this occasion with great willingness, and I will very gladly employ my good offices to settle the present disputes between the aforementioned His Highness and the King of Trevancoor by amicable means. I shall also have this same offer made to the King of Trevancoor and shall 31 264 Examined also give notice hereof to His Highness the Nabob. I have commissioned, on behalf of the Dutch Company, the Chief of Cranganoor, Coenraad Gorge Seijsser, and the Resident of Papinette, Joost Breekpot, to enter into negotiations with your Honor in my name regarding this matter, and have therefore instructed them to propose an interview to your Honor, which I hope may be agreeable to your Honor. Was subscribed: As such translated by me into Malabar, Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeren, sworn translator. In the margin: Cochin, the 12th of October 1776. Agreed. H Schutz, Secretary. J Schemering 2

Dutch transcription

28 261 Cochim Den 11. october 1776. Aangesien indrang in 'sComp Landen, het besetten van den zelver: fort, het gevangen neemen van Haar Ed: dienaaren, het berooven en plunderen van haare onderdanen, zo als dat reeds op de Bazaar van Chettua en in de Limriet is te werk ge„ „steld, latende de gevolgen hier uijt spruijtende ter uwEd: verandwoording bij zijnen meester den heer Nabab, aan wien wij daar over nog heden de nodige vertoogen zullen doen, intusschen meenen wij ter vermyding van verdere on„ „heijlen, vwEd. te moeten adverteeren, dat de Chet„ „tuase bedienders ordre hebben, hun Canon te„ „lossen op vwEd: Troupen, indien dezelve onder het berigt van het geschut van Chettua mog¬n zodanig door mij in het „ten komen:/ onderstond/ „Cochim dito als even mallabaars overgezet / was getver/ S: van Jongeren gesw Translateur. accordeerd. H Schutt Schemering Secrets No. 4. 29 262 Translaat Canareese Brief. door het Leger Hoofd Chareder Chan, gesch. aan den welEdele groot Agtb: Heer gouverneur ontv: den 11. 8ber: 1776. — Ik maake vwel Edele groot Agtb: bekent; dat ik thans in het zandigland van Chettua met mijn Compement bin gekomen, bevoorens heb: ik twee brieven dan uwEd: groot Agtb: gesch. maar„ geen antwoord daar op bekomen, het geen ik aan mijn meester dan Nabab. bekent gemaakt hebbende, heeft zijn Ho:t mij ordre gesonden, om door het land van d' EComp: met mijn onderhebbende magt naar het land van den koning van Trevancoor„ optetrecken, dierhalven versoeke ik vwelEdele groot agtb: dese zaak in overweeging teneemen en mij daar op antwoord te laaten toekomen, en bij tardance van 't selve, of weijgering van een vrije passagie, heb ik ordre van den Nabab. om met mijn volk langst de stad van Cochim, en sComp:s landen naar den koning van Trevancoor op temarchieeren, den Nabab: leefd met de hollandse Comp. in een opregte vriendschap daarom verzoeke ik uwelEdele groot agtb die - 30. 263 Aan het Leger Hoofd van den Nabab. Chander Chan Ik hebbe ontvangen de briev die uwEdele mij den 11. deeser heeft geschreeven bij mijn Jongst voor „gaande van den 30: 7ber:, waar bij ik uwEdele eer„ „gens het zanddgland heb: g'escaideert, zal uwEd: reeds hebben gezien, dat ik niet heb ontvangen de twe VWVEdele brieven vermeld bij voorsz: missive, en bij die, waar op voorda mijn Jongste in antwoord gedient heeft. de nederlandsche Comp: vertrouwd volkomen van met zijn hooghd den Heer Nabab. Heider Mej „chan Baader te leven in vreede, vreindschap en Goede verstand houding, ende speciale verzeke „ring die vwelEd: bij voorm: missive mij daar van doet, bevestigt my nader daar in, en ik be„ „ruste in dezelve, jk kan ondertusschen niet voor bij te betuijgen, dat ik de tyding die ik gekreegen heb, van het voorgevallene op sComps Grond ge„ „bied mij zeer vreemd en geheel onverwagt voor„ „komen, De Nederlandsche Comp. zal een volstrekte en aller volkomenste onzeydigheid bewaaren en ik vertrouwe uijt hoofde van de goede vreindschap en verstandhouding, die er subsisteerd tusschen wel gem: heer No 5 Heer Nabab, en wel gem: Comp:s, dat vwelEd. zorgen zal dat 's Comp:s grondgebied blijft verschoont, in„ „zonderheid dat vwel Ed: verhoeden zal dat de Trougren van den Heer Nabab zig, ter vermyding van alle nies verstand, zullen houden buijten het bereijk van 't Canon van sComp:s vestingen en steede. Aan de opperhoofden en Commandanten der fortresse, is het nodige bevel tot de neutraliteijd reeds afgegaan. Jk ben dwelEd:s verpligt voor het goede voornemen waarmeede vwel Ed:e brief is ingesteld namentlyk op dat daar door mogen blijven geconserveerten ver„ „meerdert worden onse wederrijdze vreindschap waar toe ik van mijn kant insgelijks gaarn zal toebrengen, alles wat van mijafhange kan Eerstejds heeft zijn Hog:t den heer Nabab de tusschen spraak van de nederlandsche Comp ge „vragt in de verschillen tusschen zijn Hog:t ende koning van Trevancoor, dieze ingevolge van dien ook opsigt genomen had, Jk biede dezelve insge„ „lijks ter dezer gelegentheid met groote bereijd„ „willigheid aan, en ik zal zeer gaarne myne goede officien aanwenden om de tegenswoordige ver„ „schillen tusschen wel gem: zijn Ho:t en den koning van Toevancoor, door den weg der minne bij„ „teleggen, De koning van Trevancoor zal ik ook deze zelfde aanbieding Laten doen en zal heer 31 264 Nagezien hier van ook kenis geeven aan zijn Wo:t de Naboa Het opperhoofd van Cranganoor Coenraad Gorge Seijsser en de resident van papinette Joost. Breekpot, heb ik van wegens de Neder „landsche Comp: gecommitteerd, om uijt mijn naam met vwel Ed:e derwegens in onderhan„ „delingen te treede, en heb hen dierhalven gelast om aan vwelEd. een mond gespreek tedien voor„ „stellen, het geen ik hoope dat vwelEd:e welge 7. onderstond.t „vallig zijn mag „ zodanig door mij in het mal„ labaars overgesit Cochim dato als even /was geter:/ s van Jongere geswoor Translateur /:in margine/ Cochim den 12 October 1776—. Accordeert H Schutz secret:s J Schemering 2

NL-HaNA_1.04.02_3461_0083 view scan ↗

English

No 6. 32 265 Translation of the ola by Charder Chan, written to the Right Honourable Lord Governor, received the 13th of October 1776. The ola sent by Ande I have received, read, and understood its contents. From Calicoet I had Nijderoos Coettij write, and I myself have written two or three times, but the pattamares who carry the letters cannot get passage because they are detained by the Company's guards, even though they say they wish to go to Cochim. And when a letter is brought there, it takes as long as 10 to 20 days before an answer is received, and to date no competent person has come to me who could speak about these matters. I have had to be patient for 18 months, so I can no longer delay in making progress with the business of my master; and how far the friendship between the Nabab and the Honourable Company extends is very well known. I have now come into the sandy land of Chettua to attend to the business of my master. The Honourable Company holds its Honourable fort with its limits there on the land, but the whole land has been conquered by me on behalf of the Nabab. The dues of the Samorin, over the period of 20 years, both in fanams and nelij, the Honourable Company itself has collected, which by right belong to the Nabab, and to claim the same I have come here. I have written a letter to Your Right Honour, which was detained by the Company's people; therefore I sent the killedar Ramegesij with 10 to 20 horsemen to Cranganoor, who forwarded the letter-carriers to Cochim. It will likely take 10 to 15 days before the answer from the Nabab arrives, and each day costs me 50000 rop:s in expenses, and tarrying here so long I do not know who will pay me that money. Besides that land, I have understood that Your Right Honour still holds in possession 15 miles of land; the nelij and fanams thereof I also request to be sent to me, and when I receive writing that the same does not belong under Your Right Honour's possession, then I shall demand the same from the possessors of those lands. I request Your Right Honour to send a trusted person here to speak about these two matters and to settle them as soon as possible. In the contrary case, I shall do my best to obtain that money, which I thought proper to bring to Your Right Honour's knowledge, as can be seen by my last letter. My writer is not present here, 2 33 246 and therefore I have had this written by another, which Your Right Honour please not take amiss. Signed by Charder Chan. Beneath stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S: van Jongeren, sworn translator. Agrees. Examined: H. Schutt J: Schemering Secretary No 7. 34 267 Translation of the ola written by Charder Chan to the Right Honourable Lord Governor, received the 15th of October 1776. Your Right Honour's ola I have received and understood its contents. The Nabab has learned with much pleasure of the possession by the Dutch Company of the lands of Chettua and those situated around it, but I have learned with astonishment that Your Right Honour had sent orders to the servants of the fort of Chettua to fire upon my troops if they should come close to it. Also, I have seen with astonishment the mediation that Your Right Honour comes to offer me regarding the disputes with the King of Trevandoor. The Nabab lives in good friendship with the Dutch Company, and therefore I do not intend to conspire with the Portuguese nation and attack the forts of the Honourable Company. Your Right Honour please know that the Nabab is now master of the entire land of Calicoet, and the dues appertaining thereto belong to my master, and I have received orders from him to demand the dues and revenues from all those who possess the lands belonging to the Calicoet territory. To that end I departed from Calecoet to demand the dues; first I was in the lands of the King of Cochim with my troops, where I made such an assessment of the incoming dues of the Nabab as was consistent with the circumstances of the matters. The land of Cartanattij was also brought under contribution in that manner. The people who dwell in the sandy land of Chettua have not yet come to me to pay their dues; therefore I went thither with my troops to compel them thereto, but those people declared to us that they paid those dues to Your Right Honour. I know that Your Right Honour holds good standing, and therefore I have written two or three times about this and requested that Your Right Honour might have the goodness to put an end to it. This matter is so interconnected that I am not able to put everything down on paper, and that was the reason why I wrote two or three times to Your Right Honour and requested someone to be sent here to speak about that account. In

Dutch transcription

No 6. 32 265 Translaat ola door Charder De ola per Ande gezonden, heb ik ontvangen, gelesen en dies inhout verstaan, van Calicoet heb ik door Nijderoos Coettij laten schrijven, en ik heb selfs twee a drie malen geschreeven, maar de pattareesen die de brieven meede nemen, konnen geen doortogt kreijgen, om dat zij van 's Comp:s wagters aangehouden worden, schoon zij zeggen datze na Cochim willen en wanneer een brief daar aangebragt werd, duurt het wel 10 â 20. dagen eer men antwoord krijgen, en bij mij is ook tot nog toe geen bequaam perzoon gekomen, die over dezaken spreeken konde, en ik heb 18. maanden lang mij moeten patien tie„ „ren, dus kan ik niet langer talmen met de zaak, van mijn meester, een voortgang temaken; en hoe verre dat de vreendschap tusschen den Nabab en de EComp. zig sterkt, weet men zeer wel. ik ben nu in het zandigland van Chettua geko„ „men, om de zaak van mijn meester te betragten; dEComp heeft daar op het land, haar Ed:s fort met dees limieten, maar het gantsche Land is van wegens den Nabab door mij vermeestert chan, gesch: aan den welEdele Groot agtb: Heer gouverneur ontv: den 13 october 1776. ~ de de geregtigheeden van den sammorijn, geduurende de tijd van 20 Jaaren, zo aan fanums als nelij heeft dEComp. zelfs ingevordert, dewelke van regtsweegen den Nabab toekomt, en om dezelve in te vorderen ben ik hier gekomen; ik heb. aan uwelEd: groot agtb: een brief geschreeven, dewelke aangehouden is geworden door 'sComp:s volk, darom heb ik den killedaar rame „gezij met 10 â 20. ruijters naar Cranganoor gezonden „die de brieve dragers naar Cochim voortgezonden hebben, het zal wel 10 à 15. dagen duuren, eer het ant„ „woord van den Nabab komt, en ieder dag ik 50000. rop:s aan en kosten en hier zo lang tevertoeven weete ik niet wie mij dat geld betalen zal, behalven die Land heb ik verstaan dat uw Edele Groot agtb: nog in bezitting heeft 15 mijlen Lands, develij en fan daar van, verzoeke mij ook tezinden, en wanneer ik aanschrijvens kreijge, dat dezelve onder uwel Edele groot Agtb: bezitting niet en hoort, dan zal ik deselve vorderen van de bezitters van die landen ik versoeke uwelEdele groot agtb: een vertrouwt per„ „zoon hier te zenden, om over die twee zaaken te spreeken en ten spoedigsten aftemaaken in Con„ „trarie gevalle, zal ik mijn best doen, om dat geld in te krijgen, 't geen ik goed gedagt hebbe uwel Edelen groot agtb: in kennisse te leggen, zo als te zien is bij mijn Laaste briv mijn schrijver is hier niet present 2 33 246 present, en daarom heb ik deese door een ander laten schrijven, 't geen uwelEdele groot Agtb: niet gelieve qualijk tenemen. geteekend bij Charder Chan /onderstond/ voor de Translatie Cochim dato als boven /was geteekend/ S: van Jongeren gesw Translateur accordeert Nagezien H Schutt J: Schemering - secret:s N„o 7. 34 267 Vwel Edele groot agtb: ola heb ik ontvangen in dies inhout verstaan; den Nabab. heeft met veel ge„ „noegen verstaan depossessie van de hollandsche Comp van de landen van Chettua en daarom her leggende, maar ik heb met verwondering verstaan, dat uwel Edele groot Agtb: aan de bedienders van het fort van Chettua, ordre gesonden had op mijn Troupes loste branden, wanneerze daar digte bij mogte ko„ „men, ook heb ik daar daar bij met verwondering gesien, demediatie die uwelEd: groot Agtb: mij komt aante bieden weegens de verschillen met den koning van Trevandoor; den Nabab. leeft met de hollandse Comp. in een goede vriendschap, en dier„ „halven ben ik niet van voornemens met de por „tugeese natie tesamen tespannen, en de forten van d EComp. te attacqueeren; uwel Edele groot agtb: gelieve teweeten, dat den Nabab thans meester is van het gantsche land van Calicoet, en de geregtig„ „heeden daar van toebehoorende komen mijn mees ter toe, en ik heb van den zelven ordre bekomen om van alle de geene die de landen bezitten Translaat ola door Charder Chan„ geschreeven aan den wel Edele groot agtb Heer gouverneur ontvangen den 15 8ber 1776. toebehoorende toebehoorende aan het Calicaetse de geregtigheeden en inkomsten te vorderen, en ten welken eijnde ben ik van Calecoet vertrokken om de geregtigheeden intevragen, eerst ben in de landen van de koning van Cochim geweest met mijne Troupen, alwaar ik zodanige bepaling gemaakt heb van de inkomende geregtigheeden van den Nabab als met de omstandigheeden van de zaken over een komen; het land van Cartanattij is ook op diewyse in Con„ trebutie gebragt; de luijden die in het zandigland van Chettua woonen zijn bij mij tot nog toe neet gekomen om haare geregtigheeden te betaalen, over zulx ben ik met mijne troupen daar na toegegaan om deselve daar toe te dwingen, maar die menschen hebben wij verklaart, datze die geregtigheeden aan uwel Edele groot Agtb: hebben opgebragt, ik weet dat uwel Edele groot Agtb: goede conditie besit, en daarom heb ik twee â drie malen, daar overgeschreeven en verzogt, dat uwel Edele groot Agtb. de goedheid mogte hebben, daar van een „eijnde temaaken; deese zaak is zo aan malkan„ „deren geschakeld, dat ik niet in staat ben alles op het papier nedertesetten, en dat was de reeden waarom ik uwel Edele groot Agtb: twee a drie malen geschreeven en versogt heb om iemand hier te senden en over die reekening tespreeken; in

NL-HaNA_1.04.02_3461_0089 view scan ↗

English

and to see what the arrears are that your Right Honourable Worship would still have to pay, and subsequently to be allowed to retain the country in peace and quiet; but it has not pleased your Right Honourable Worship to send any persons hither who could settle the matters amicably. I incur fifty thousand ropias in expenses every day, and it grieves me to have to sit here idly. Therefore, I have marched forth with my troops to see the condition of those lands, and arriving before the fortress of Cranganoor, the commander of the said fort, who is not well in possession of his senses, fired upon me with heavy artillery and small arms, so that I must conclude from this how much he weighs. And in that situation, I moderated myself as much as I could have done, and I must tell your Right Honourable Worship that in my life I have experienced more such passages of heavy artillery and small arms. But had I wished to capture the fort, I would, by God's blessing, have brought it under my power within the span of an hour, or I would have had it blown up into the air by means of a mine. The officers of the fort have had the pleasure of firing upon me with heavy artillery and small arms; I am very glad of it. It will cost me little effort to take the fort, but it would be better that one comes to settle the outstanding account as soon as possible, before one stirs the Nabab to indignation. And when the account is settled and the payment is made, then friendship will remain as before. The lands of Chawacattij and its surroundings have been placed under contribution, and likewise the Sandy Land ought to be placed under contribution. If your Right Honourable Worship wishes to preserve friendship with the Nabab, your Right Honourable Worship will do well to send a capable person to draw up the accounts of the claimed dues, and to provide proper satisfaction thereof. In the contrary case, I shall be forced to send out troops myself to carry out the collection. Time passes without accomplishing anything, as your Right Honourable Worship clearly sees, for without being paid the Nabab will not sit still. The Jalmerien will be of no use, and may your Right Honourable Worship also not place any belief in the words of evil men. The lands of Mangaloor, Tellicherij, Mahe and Calicoet, where the hat-wearers have settled, pay contribution, as your Right Honourable Worship will have heard. I request once more that your Right Honourable Worship please send a person to me to settle this matter. I am not afraid of your Right Honourable Worship's heavy artillery, for I will still overcome it, and I am already accustomed to dealing with heavy artillery, and I flatter myself that by God's blessing I shall fire upon your Right Honourable Worship with that very same heavy artillery, and your Right Honourable Worship must not doubt this at all. Therefore, it will be better that your Right Honourable Worship sends persons to settle that matter with the utmost speed. I do not know what reason your Right Honourable Worship has to write to me about the matters of Trevancoor. I have written to your Right Honourable Worship about the dues of the Sandy Land of Chettua, and instead of sending an answer to that and Chatagoaus, your Right Honourable Worship writes concerning the mediation of the disputes of the King of Trevancoor. I do not know who has conferred with your Right Honourable Worship about this and what reason your Right Honourable Worship has to write about it, for I have no commission to treat about those matters, and it would be beyond my scope if I wished to engage in that. And I request that your Right Honourable Worship no longer write to me on that subject, but rather on the point about which I have written to your Right Honourable Worship, namely, to settle the matter of the Sandy Land of Chettua, and to pay the arrears, resting with your Right Honourable Worship, to the Nabab within the span of two to three days. It will take too long to write about this to Pattana to the Nabab and request an answer; I shall not wait for that, for incurring fifty thousand ropias in daily expenses while sitting idle will cause that account to run up too high. But if your Right Honourable Worship will take it upon yourself to pay fifty thousand ropias daily to the Nabab, I shall sit still here; otherwise, your Right Honourable Worship must immediately send someone to bring that matter to an end, for I shall spare no friend or ally in the case of the Nabab's interest. May God preserve your Right Honourable Worship for many years in good health. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. van Jongeren, sworn translator. Agrees. Examined. Adriaan Poolvliet, H. Schutz, secretaries. No. 8 To the Junior Commander Sardar Khan Examined Yesterday I received an ola from Your Honour in which Your Honour, among other things, asks me to send someone to Your Honour to speak with Your Honour. For such an oral conference I am well disposed, the more so because translating Your Honour's letters and my reply always wastes much time. I have no opportunity to send someone from us to Your Honour, but if Your Honour would please send someone to Cranganoor for that purpose, the commander has orders, upon Your Honour asking for it, to give safe conduct for Your Honour's envoys, provided that the request for this, as goes without saying, is made by a few unarmed men. Below stood: Thus translated by us into Malabar, Cochim, date as above. Was signed: S. v. Jongeren, sworn translator. In the margin: Cochim, the 16th of October 1776. Agrees. D. R. Schutz, J. Schemering, secretaries.

Dutch transcription

35 262 en te zien wat de agterstallen zijn, die uwel Edele groot agtb. nog zoude moeten opbrengen, en vervolgens het land met rust en vreede temogen behouden, maar het heeft uwel Edele groot Agtb: niet behaagt eenige persoonen herwaats te zenden die de zaken zoude kunnen in, der minne bijleg„ „gen, ik heb ieder dag vyftig duijsent ropias aan onkorsten, en 't verdriet mij hier stil temoeten zitten, daarom ben ik met mijne Troupens op„ gemarcheert, om te zien de gesteldheid van die Landschappen, en voor het fortres van Caanganoor komende, heeft het opperhoofd van het gem fort, die zijne memorie niet wel magtig is, op mij met het grof geschut en handgeweer ge„ schooten, zo dat ik, daar uijt moet besluijten hoe swaar dat hij weegt, en ik heb mij in dat geval zodanig gemodereert, als ik had konnen doen, en ik moet uwel Edele groot Agtb zeggen dat ik dan mijn leven meer zulke g passagie van grof geschut en handgeweer gehad heb, maar had ik het fort willen inneemen dan zou ik door godes zegen binnen de tijd van een uur onder mijn magt gebragt hebben, of dat ik door middel van een meijn en de Lugt zoude hebben laten springen; de officieren van het fort hebben de plaisier gehad, van Op Op mijn met grof geschut en handgeweer ^dan teschieten, ik ben over zeer verblijd, het sal mijn weijnig moeiten kosten om het fort inteneemen, maar het was beter dat men hoe eer hoe Liever de uyjtstaan„ „de Reekening komt vereffenen, eer men den Nabab. tot indignatie verwekt in wanneer de Reekening vereffent en de betaling geschied, dan zal de vreendschap als van te vooren blijven; de Landen van Cha„ wacattij en daar omstreeks, zijn onder contri„ „butie gebragt, en insgelijks dient 't zandig„ „land gebragt te werden, zo uwel Edele groot Agtb: de vriendschap met den Nabab wild Conserveeren, zal uwel Edele groot Agtb. wel doen van een bequaam persoon tesenden om de reekenings van de ingevor„ „derde geregtigheeden op temaken, en daar van behoorlijk voldoenig te besorgen in Con„ „trarie Gevallen sal ik genoodzaakt weesen, zelfs volk daar op uijttesenden om de invordering tedoen; de tijd verloopt sonder iets te verrigten, gelijk uwel Edele groot Agtb: duijdelijk ziet, want zonder te betalen zal de Nabab niet stil zitten, de Jalmerien zullen van geen nut zin 36 269 zijn, en uwel Edele groot Agtb. gelieve ook aan dewoorde van quaade menschen geen geloof te slaan, de Landen van Mangaloor, Jallicherij, Mahe en Calicoet daar de hoede dragers zig ne„ „der geset hebben, betaalen Contrebutie, gelijk uwel Edele Groot Agtb: zal gehoort heb „ben, ik versoeke nogmaals, dat uwel Edele Groot Agtb: een persoon bij mij gelieve tesenden om deze zaak uijt dewereld te helpen; jk ben niet bang voor uwel Edele Groot Agtb grof geschut, want het zelve zal ik nog over„ meesteren en ik ben al gewend met grof Ge„ schut omtegaan, en ik vlije mij, dat ik door godes zegen met het zelve grof geschut op uwel Edele Groot Agtb zal las branden, en uwel Edele Groot Agtb: moet daar aan geensints twijffelen, daarom zal 't beter zijn dat uwel Edele Groot Agtb: persoonen zend om die zaak ten spoedigsten aftemaken; ik weet niet wat reeden uwel Edele Groot Agtb: heeft, om over de zaken van Crevancoor aan mijn te schrijven; ik heb aan uwel Edele groot agttb: geschreeven over de geregtigheid van het zandig „land van Chettua, en in plaats van daar op en Chatagoaus antwoord te zenden, schrijft uwel Edele Edele Groot agtb: wegens demediatie van de verschillen van den koning van Trevancoor; ik weet niet wei vwelEd: groot Agtb: daar over onderhouden heeft en wat reeden uwelEd: groot agtb heeft om daar overteschriven, want ik heb geen Commissie om over die zaken te handelen, en het zal buijten mijn bestekt, zijn, indien ik daar aan wilde beginnen, en ik verzoek dat uwelEd: groot Agtb: over die materie niet meer aan mij komt te schrijven, maar wel op het articul waar over ik aan uwelEd. groot Agtb: geschieee„ ven heb, teweeten, om de zaak van het zan„ digland van Chettua te accommandeeren, ende agterstallen, onder uwel Edele Groot Agtb: berustende, aan den Nabab. te betaalen binnen den tijd van twee a drie dagen, het zal telang, aanlopen daar over napattana aan den Nabab te schrijven en antwoord te versoeken, ik sal daar niet na wagten, want dagelyks vijftig duesent Ropias aan onkosten te doen stil tezetten, zal die Reekening te hoog opstok lopen, maar zoo uwel Edele groot agtb: op zig neemen wil om sdaags vyftig duijsent Rop:s aan den Nabab te betaalen, zal ik hier stel zitten, anders moet uwel Edele Groot Agtbaare te 37 270 ten eerste iemand senden om die saak ten eijnde tebrengen, want ik zal geen vriend of bondgenoot in kas van 's Nababs intrest ont„ zien. god bewaare uwelEd: groot Agtb: Lange Jaaren met gesondheid /onderstond / voor de Translatie. Cochim dato als boven /was getver/ S: van Jongeren geswoore Translateur Accordeert Nagezien Adriaan Poolvliet H Schutz secret:s 38 271 No. 8 Aan Met Lager Hoofd Charder Chan Nagezien Gisteren Heb ik een ola van Uw Ed. ontvangen waar bij uw Ed: mij onder anderen vragt om uwEd. iemand te zenden om met uw Ed. te spreeken; tot zulk een mond ge„ „sprek ben ik wel genegen, temeer, dewijl het oversetten van uwEd. brieven en mijn antwoord altijd veel tijd verspilt; ik heb geen gelegentheijd om iemand van wij aan uwEd. te zenden, dog zo uwEd. iemand tot dat eijnde, gelieve te zenden na Cranganoor, heeft het opper„ hoofd ordre om uwEd. , daarom vragende, vrij geleijde tegeven voor uwEd: zendelingen, mits dat het versoek daar toe, gelijk het van zelve spreekt, geschied door wijnige ongewapend manschappen /:onderstond/ zoodanig door wij in het mallabaars overgeset Coctum Dato als Erven. /:was getekend:/ S: V: Jongeren getw Translat r. in Margine Cochim den 16. October 1776. Accordeert. DR Schutz J: Schemering Secret:s

NL-HaNA_1.04.02_3461_0099 view scan ↗

English

No. 9. To the Nawab Mider Aly Chan High-born Lord. In my latest letter, which I had the honor to dispatch to your Highness on the 16th of December last, I had the honor, among other things, to inform your Highness of the reasons why the answer to your Highness's letter to the late Lord Governor-General had not yet been received with the ships arrived here around that time from Batavia, which I now expect daily via Ceylon or with our regular ships. I have therefore postponed writing to your Highness, which I otherwise would already have done; especially regarding a letter which I received on the 28th of last month to the Commander of your Highness's Army Charder Chan, wherein he asks me some questions about the sandy land of Chettua, as he calls it, and on which I immediately elucidated him. If I, however, could have suspected in any way that which happened thereafter, I would not have delayed for a moment. I have been thrown into the utmost astonishment by this, because on the one hand, through the assurances which your Highness has had the goodness to make to me repeatedly of your highest sentiments of friendship for the Dutch Company, I believed I had to be completely assured that we were living in peace and good understanding with your Highness; on the other hand, I find myself unexpectedly attacked in a hostile manner by the said Commander of your Highness's Army Charder Chan, who on the 9th of this month crossed the river at Poelicarao near Chettua with a considerable party of armed men, where he captured the Resident and other servants who are customarily stationed there, and notwithstanding all protests of our servants, took possession not only of the few lands which the Company holds in mortgage from the Zamorin, but also of all its other possessions north of Cranganore, where he is causing all kinds of devastation. According to the servants' report, he has summoned our fort Chettua to surrender, and he has hostily attacked our fort at Cranganore; and although our garrison there first warned him with a couple of cannon shots to withdraw, partly out of a kind of uncertainty as to what to think of this, and especially out of consideration for your Highness, he did not cease advancing toward it until within the reach of musketry, so that our garrison was forced to repulse him with violence. First he wrote me a letter stating that he had no designs on the Company and that he had orders from your Highness to attack the King of Travancore, but in another letter he says clearly that all these hostilities against the Dutch Company are being committed upon express orders from your Highness. In proof thereof, I send the copies of his letters, and as evidence of the consideration with which I have treated the matter until now, also the copies of my letters dispatched to him, primarily aimed at persuading him to send someone with whom I can speak; for to send someone to him is something I absolutely cannot do without exposing myself to new insults. Against all good faith and the law of nations, he has already arrested a Company servant sent to him by the Chettua garrison to speak with him, and still holds him captive. He keeps our fort at Chettua blockaded, and in short does everything that an enemy in open war could do. We are not aware, your Highness, of having given on our part any reason or occasion to have such hostilities committed against the Honorable Company. Our neutral conduct ought to have protected us from all hostile attempts, and we therefore still live in the confidence that all this was done by the said Commander without orders and intention of your Highness, and that your Highness will not approve these doings, but please issue such orders that not only the hostilities commenced against the Honorable Company are ceased, but also the troops are withdrawn from the Honorable Company's lands. I hope that your Highness will not have taken any displeasure against the Company over the long delay of the answer to your Highness's letter written to Batavia; this has been caused by Heaven's dispositions, which no man can change, as I have already brought to your Highness's knowledge that due to an unprecedented long voyage, the ship with which that letter was sent arrived so late in Batavia that no more dispatches could depart for our region in that monsoon. I wish from the bottom of my heart that the friendship between your Highness and the Honorable Company may endure, and in the hope that by your Highness's orders all the aforementioned outrages and open hostilities may quickly cease, I have thus far only ordered that their further progress be checked. I wish that Heaven may continuously bless your Highness with good health, and furthermore have the honor to be with the most perfect high esteem, High-born Lord, your Highness's humble and obedient servant. Signed, A. Moens. In the margin: Cochin, the 17th of October, Anno 1776. Agrees, Schimering H. Schutz, Secretary

Dutch transcription

39 272 No. 9. Aan de Nabab Mider AlyChan Hoog Geboore Heer. Bij mijn Jongste brieev, die ik de eer gehad heb den 16 de „cember Jongstleeden aan uw Hoogheid aftevaardigen, heb ik onder anderen, de eere gehad uw Hoogheid te berigten, de ree„ „denen, waarom met de tedier tijd van Batavia alhier aangekomene scheepen nog niet ontvangen was het ant„ „woord op uw Hoogheids briev aan den overledene heer gouverneur generaal, dat ik nu dagelijks verwagte over Ceilon of met onse gewoone scheepen Jk heb daa„ „rom uijtgesteld om aan uw Ho:t te schrijven, dat ik ander „zints reeds zoude hebbe gedaan; inzonderheid over een briev die ik den 28 der verleeden maand ontvangen heb, aan het Leger Hoofd van uw Hoogheids Armee Charder Chan; waar bij hij mij eenige vraagen doet over het zandigland van Chettua, zo als hij het noemt; en waar ik hem dadelijk heb ge-elucedeert; zo ik egter eenigzints had kunnen vermoeden, het geen geen na gebeurt, zoude ik het Cogenblik heb uytgesteld gelaten ik ben hier doorgebragt in d' uijt Eerste verwondering, wijl ik aan eene zijde, door de betuiginge ƒ betuijgingen, die uw Hoogheid de goedheid gehad heeft, mij temeermaalen tedoen, van Hoogst des„ „selfs gevoelens van vreendschap voor de Nederland ^ volkomen verzekert te moeten zijn, dat we met „sche maatschappij; meen uw Hoogheid in vreede en goed verstand leeven, aan de andere zijde viend ik mij op het onverwagts vijandelijk aangetaast, door het gem: Leger Hoofd van uw Hoogheids Armee Charder Chan, die een 9=de deeser te Poelicarao bij Chettua met een goede parthij gewapend volk over de revier getrokken is, daar hij de Posthouder en verdere Bediendens, die daar Gewonelijk zijn, heeft gevangen genomen, en niet tegenstaande alle protestatien onser Bediendens, niet alleen deswyne „ge gronden die de Comp van den sammorijn in pand heeft, maar ook alle haare verdere bezet„ „tingen benoorden Cranganoor, heeft ingenomen, al„ „waar hij aller hande verwoestingen doet aan, „regten, ons fort Chettua heeft hij volgens der bediendens berigt doen opeijschen, en ons fort te Cranganoor, heeft hij vyjandelijk aangetuust en schoon onze bezettelingen aldaar, hem eerst door een paar Canon schooten waarschoude, om af„ „tetrekken, zo uijt een zoort van onzekerheid wat hier van temoeten denken, als in zonderheid uijt menagement voor uw hoogheid, heeft hij niet afgelaaten het zelve te naderen tot onder het 40 het bereijk van het handgeweer, dus onze be„ „zetting genoodzaakt geweest is, hem met geweld te doen oeijnsen eerst schreef hij aan mijn een brief, dat het op de Comp: met gemunt wase hij ordre had van uw Hoogheid om de koning van Trevancoor aan te taasten, dog bij een andere briev zegt hij duijdelijk, dat alle deze Hoosteliteijten te„ „gens de Nederlandsche Comp op axpres bevel van uw Hoogh:t worden gepleegt: ik zend ten bewijze daar van de Copijen van desselfs brieven, en ten blijke van het menagement, waarmeede ik de zaak tot nog toe heb behandelt, ook de Copijen van mijne brieven aan hem afgevaardigt, voornamentlyk gerigt, om hem te beweegen dat hij iemand zend, waar meede ik spreeken kan, want om aan hem iemand tesenden, dat kan ik volstrekt niet doen zonder mij aan nieu „we insultes bloot te stellen, hij heeft reeds tegens alle goede trouwe en het regt der volkeren een van sComp bediende, door de Chettuase be„ „zetting aan hem afgezonden, om met hem te spreeken, in arrest genomen en hout hem nog gevangen, ons fort te Chettua houd hij geblokkeerd, en doet kortom alles wat een vijand in een openbaaren oorlog zoude kun„ „nen doen wij weeten niet uw Hoogheid van 273 van onsen kant eenige reeden ofe aanlijding gege„ ven te hebben, om tegens DE Comp. zulke vijan„ „delijkheeden te laaten pleegen, ons Neutraal ge„ drag, had ons behooren te bevrijden van alle vyandelijke attentaten, en Leven derhalven als nog in vertrouwen, dat dit alles buijten ordre en intentee van uw Hoogheid is Gedaan, door Gem Leger Hoofd: en uw Hoogh:t dit gedoente niet zal approbeeren, maar zodanige ordre gelieve te stellen, dat niet alleen de vijandelijkheeden tegens dE. Comp begonnen, werden gestaakt; maar ook de Troupes terug getrokken uijt sComp:s Landen. Ik hoop niet dat uw Hoogh:t: eenige mesnoege zal hebben geleeve optevatten tegens de Comp over het Lang uijtblijven van het antwoord op uw Hoog„ „heids breef na Batavia geschreeven, dit is ver„ oorsaak door Memels schikkingen, die aan monsch niet veranderen kan, zo als ik uw Hoogheid rgets ter kennisse heb gebragt, dat door een onge„ „hoorde lange reijs, het schip, daar die briev met is verzonden, zo laat te Batavia is gekomen, dat er geen depeches meer in die mousson na onsen kant konden Gaan, Jk wensch van Harten dat de vreendschap tusschen uw Hoogheid en dE Comp.: mag blijven stand houden, en heb„ ƒ 3 41 272 nagezien in hoope dat door uw Hoogheyds ordre alle de voorz daadelykheeden en openbaare vyandelijkheeden spoe „dig mogen ophouden, tot nog alleen den verderen voortgang daar van, laaten te keer Gaan. Jk wensch dat den hemel uw Hoogheid bij aan houdendheid wel zegenen met gezondheid, en heb voorts de eere met de volmaakste hoog agting te zijn /onderstond/ Hoog geboore Heer /Lager/ uw Hoogheijds onderdanige en Gehoorsaame Dee„ „naar /was getekend/ A: Moens /in margine/ Cochim den 17. october Anno 1776.— Accordeert Schimering H Schutz secret:s gege¬

NL-HaNA_1.04.02_3461_0107 view scan ↗

English

No. 18. 42 275 Khan, written to the Right Honorable Lord Governor, received the 18th of October 1776. Translation of an ola by Charder: On the 17th instant, I received, read, and understood the contents of Your Right Honorable's ola, in which I have seen that Your Right Honorable has no opportunity to send someone to me, but that if I wished to send someone to Cranganoor for that purpose, the chief has orders, upon request, to grant safe conduct for my emissaries; it is not necessary that I send armed or unarmed men, and if I were to send armed men, such should be done against my enemies, but to send unarmed people to negotiate the matters and balance the account, I need not send any people for that; yet I cannot understand why Your Right Honorable writes to me that I should not send people with weapons; I do not mind if Your Right Honorable sends armed men to negotiate about the matter, or if unarmed ones come, for I have nothing that necessarily requires that I must send people to negotiate about it; I have come here to execute my commission and to demand an account from Your Right Honorable of the revenues that have been drawn from the sandy land for so many years; it were better that that account were settled amicably; regarding the matter of the fort and the land, Your Right Honorable will do well to have the Lord Nabab addressed about it and to furnish me with his decision, which I will obey; in this manner the Nabab has granted places to various Europeans to allow them to trade there, and if Your Right Honorable wishes to place your trust in the Nabab in that manner, then the Nabab will also act accordingly; but if Your Right Honorable wishes to keep the forts, I request that you furnish me with the orders of the Nabab to that effect, which I will obey; yet if Your Right Honorable wishes to keep the land with the forts, I also request that you furnish me with the order of the Nabab, for in all matters good friendship ought to have preference, but the interest of the Nabab must also be observed; if the contents of this ola should appear unclear, I request that I be excused for it. Signed by Charder Khan. Below stood: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. van Jongeren, sworn translator. Agrees. Examined, Schemering R Schietz Secretary No. 11: 44. 277 To the Nabab Heider Alijchan High-Born Lord. I have the honor of writing this present only to accompany the copy of the letter which I had the honor to write to Your Highness under date of the 17th instant, along with all the enclosures that accompanied it, while, in the hope that this also may be promptly delivered to Your Highness, I have the honor to be with the most perfect high esteem, High-Born Lord, Your Highness's humble and obedient servant. Was signed: A. Moens. In the margin: Cochim the 19th of October 1776; Agrees. H Schutt Secretary. Examined J Schemering No 12: 45 272 Cochim the 20th of October 1776. To the army commander of the Nabab, Charder Khan I have received Your Honor's reply to my last ola. What I have written to Your Honor regarding the sandy land is literally as the matter stands; I have also already written about that and about what has happened in these recent days to His Highness the Nabab Haider Alichan Baader, and it would certainly be good if everything were also suspended until the further reply of His said Highness arrives, when I hold myself assured of the cessation of all further hostilities, for His Highness the Nabab has repeatedly given me the strongest assurances of his highest friendship for the Dutch Company; it will be agreeable to me if in the meantime the oral conference proposed by me can take place to prevent all further misunderstanding. Below stood: thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Was signed: S. V. Jongeren, sworn translator. Agrees. Jk Schiett Secretary J Schemeringh Examined 46 279 No 13. Translation of an ola by Charder Khan, written to the Right Honorable Lord Governor, received the 23rd of October 1776: I have received, read, and understood the contents of Your Right Honorable's ola; I see from it that Your Right Honorable has written to the Nabab what happened at Chettua in the sandy land, and that Your Right Honorable had hoped that good orders would come regarding it to cease all further hostilities, and that if in the meantime an oral conference could take place, it would be good; it will also be pleasant and agreeable to me when good orders are made therein, for incurring so many expenses and sitting idle in the lands is indeed not advantageous for the Nabab; I am quite willing to cede those lands, provided that what is due upon them is paid; to send a person thither is something I cannot do, but if Your Right Honorable pleases to send a person hither to speak about the matter, I will also send a person thither as a token of our good friendship, for it must be regulated in that manner; therefore I request that such means may be employed to settle the matter as quickly as possible, but if such cannot be settled amicably, I shall have to do my best until I come to receive further orders, for without fail I must put into execution what has been commanded of me; therefore I wish that this matter may come to an end as soon as possible. Signed by Charder Khan. Below stood: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. van Jongeren, sworn translator. Examined J. Schemering Agrees. H Schutz Secretary.

Dutch transcription

No. 18. 42 275 Chan gesch: aan den wel Edele groot agtb: heer Gouverneur ontv: den 18. 8ber. 1776. ~. Translaat ola door Charder: Den 17. Courunt, heb ik vwel Edele groot Agtb. ola ontv, geleesen en dies inhout heb ik verstaan, waar bij ik gesien heb; dat uwel Edele groot agtb: geen gelegentheid heeft om iemand bij mij tesenden, maar dat wanneer ik tot dat eijnde Jmand na Cranganoor wilde zenden, het opperhoofd ordre heeft, daarom vragende, vrijgeleide te geven voor mijne zendelingen; het is niet nodig, dat ik gewapende, of ongewapende manschappen zend, en als ik gewapende manschappen soude zenden dient zulx te geschieden tegens mijne vijanden maar om ongewapende volkeren te zenden, de zaken tracteeren, en de reekening te balanceeren hoeve ik daar toe geen volk te zenden; dog ik van niet begrijpen, waarom dat vwel Ed:e groot agtb mij komt teschrijven, dat ik geen volk met wapens zoude zenden, ik mag wel lijden dat uwel Ed:e groot agtb. gewapende manschappen send om over dezaak te tracteeren, of dat er on „gewapende komt, want ik heb niets dat dat noodzakelijk vereijscht, dat ik volk zendan moet om daar over te handelen, Jk ben heer ge „komen om mijn Commissie teverregten, en van vwel Ed:e groot agtb: reekening te vorderen van de geregtigheeden, die zo lange Jaaren van het zandigland getrokken heeft, 't was beter dat die reekening inder minne verëffent wierd, over„ oezaak van het fort en 't Land, zal vwel Ed:e Groot Agtb. wel doen daar over den heer Nabab. te laten onderhouden en desselfs dispositie aan mij te besorgen die ik obedieeren zal, op deese wyze heeft den Nabab aan den verscheijde hoededragers plaatsen vergund om daar negotie temogen drej„ „ven, en zo uwel Ed:e Groot op die manier zijn vertrouwen op den Nabab wilt vestigen, dan zal den nabab ook zodanig handelen, maar wilt uwelEd:e groot agtb: deforten behouden, verzoeke mij daar toe de ordres van den Nabab: te besorgen, dewelke ik Gehoorzaamen zal, dog zo uwel Ed=e groot agtb: het land met de forten wilt houden, versoeke mij ook de ordre van den Nabab. te besorgen, want in alle zaaken dient de goede vriendschap preferentie te hebben, maar 't voordeel van den Nabab moet ook betragt werden; Jndien den inhout van deze ola onduijdelijk mogte voor komen 43 276 komen, verzoeke mij zulx te verexcuseeren getv. bij Charder Chan /onderstond/ voor de Translatie Coehim dato als boven /was Gete:/ S: van Jongeren gesw: Translateur„ accordeert. nagezien, Schemering R Schietz Secret:s „ @ No. 11: 44. 277 Aan den Nabab Heider Alijchan Hoog Geboore Heer. Ik heb d' eer deesen tegenwoordige eenelijk te schrijven ten gelijde van het afschrift van de brief, die ik d' Eer gehad heb onder dato 17: Courant aan uw Hoogheijd te schrijven met alle de bijlaagen, die deselve hebben verselt, terwijl, in hoope dat deesen meede spoedig aan uw Hoogh=d mach werden bestelt, de Eer hebbe met de volmaakste hoogagting te zijn, /:onderstond:/ Hoog Geboore Heer /: Lager:/ uw Hoogheids onderdaanige en gehoorzame Dienaar /:was getl: :/ A: Moenis /:in margine:/ Cochim den 19: october 1776; Accordeert H Schutt ƒ Secrets. Nagezien J Schemering N=o 12: 45 272 Cochim den 20:e 8ber: 1776:— Aan het leger Hoofd van den Nabab Charder Chan UWed antwoord op mijn laatste ola hebbe ik Ontvangen. Het geen ik Vweld over 't Zandigland geschreeven heb„ is letterlijk zo als het daar meede geleegen is, Ik heb„ „be ook reeds daar over, en over het geene deeser dagen gebeurt is geschreeven aan zijn Hoogheijd de Nabab Haider Alichan Baader, en het zoude zeeker, „lyk goed zijn, dat ook alles bleef uijtgesteld, tot het nader antwoord van Wel Gem: zijn Hoogheijd komt, wanneer ik mij verzeekert houde van het Cesseeren van alle verdere dadelijkheeden, want zyn hoogheijd den Nabab mij te meermaalen de kragtigste verse„ „keringe gegeeven heeft van hoogst desselfs vriend, „schap voor de Nederlandse Maatschappij, hert zal mij aangenaam zyn, zo Jntusschen het door mij voorgestelde mond gesprek kan voortgang hebben ter voorkooming van alle verdere misverstand /onderstond:/ zodanig door mij in het mallb„s overgeset Cochim, dato als even /was getve:/ S: V: Jongeren geswd: translateur accordeert. Jk Schiett Secret:s J Schemeringh Nagezien en 46 279 N=o 13. Translaat ola door Charder Ik heb Uwel Ed: groot agtb: ola ontfangen, geleesen en dies inhoud verstaan, jk zie daar uijt, dat vwel Et groot Agtb aan den Nabab geschreeven heeft, het geen op Chettua in het Zandigland gebeurt is, en dat vwel Ed: Groot Agtb: verhoopt had daar omtrent goede ordres koomen zoude, om alle verdere dadelijk„ „heeden te Cesseeren, en dat zo intusschen een mond gesprek konde voortgang hebbe, het goed zoude zijn het zal mij ook lieff en aangenaam zyn, wanneer daar inne goede ordres gesteld werden, want zoo veel enkosten te doen, en in de landen stil te zitten, is Jmmers niet voordeelig voor den Nabab, Jk wil die landen wel afstaan mits men voldoet het geen dat daar op staat; om een persoon naar derwaats te zenden, kan ik niet doen, maer Wanneerr vwel Ed: groot Agtb: een persoon dit heen gelieve te senden, om over de saak te spreeken zal ik ook een persoon naar derwaarts senden, tot teeken van onse goede vriendschap want het moet op die weijse gereguleert worden, daarom versoeke Chan gesch: aan den wel Ed: Groot Agtb: Heer Gouverneur ontvangen den 23 8ber: 1776 dat Nagezien J: Schemering zodanige middelen mogen in het werk gesteld worde, om de saak ten spoedigste aftemaaken, maar zo zulx in der minne niet bijgelegt kan werden, sal ik mijn best moeten doen, tot dat ik nader ordre koorne te krijgen, want ik moet zonder fout ter Executie f H. stellen 't geen mij belast is, daarom wensche ik dat deze zaak ten spoedigste een Eijnd mag neemen # geter / bij Charder Chan /onderstond / voor de translatie Cochim dato als boven /was geht/ S: van Jongeren gesw: Translateur Accordeert. - H Schutz ƒ Forets:

NL-HaNA_1.04.02_3461_0123 view scan ↗

English

No 13 47 280 Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honourable Lord Governor, received on the 23rd of October Anno 1776. It is known to Your Right Honourable that the King of Cochim must furnish some money to the Nabab, as well as some elephants; and that for this purpose the Nabab's people have been sent to Chenotta to the Paliat Achan. I have received report from the same that the Chief of Cranganoor is said to have forbidden the mutual maintenance of any correspondence, whether through the writing of olas or otherwise; and whether there is any truth to this, I cannot know. For if a prohibition should have been placed regarding the transmission of four lakhs of rupees and 4 elephants which the Nabab must have, the people sent to the Nabab with the reports from these places will not be able to come with a good account. I must know for certain how these matters stand, in order to give notice thereof to the Nabab, and whether a prohibition has actually been placed or not. Yet if it is untrue, I must also know it, in order to refute the people who come with such reports and stir up strife. It is known to everyone that the King of Cochim must furnish money and elephants. The people of the King of Trevancoor will cause no hindrance therein. I request that a speedy answer to this may be sent to me, even by Tuesday. Signed by Charder Chan. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. Tongeren, Sworn Translator. Agrees, D. Schutz J. Schemering Secretary 48 281 No 14 To the Nabab's Army Commander Charder Chan. Yesterday evening I received two olas from Your Honour, the one in reply to my latest, and the other regarding a report made to Your Honour that the Chief of Cranganoor is said to have forbidden any correspondence, by word of mouth or olas, with the Paliat Achan. And as Your Honour asks me for a speedy answer to this, I hereby reply only to this latter one; to the other I shall likewise answer Your Honour soon, but I send this one beforehand in order not to delay it afterwards. The report made to Your Honour, that the Chief of Cranganoor is said to have sought to oppose the aforesaid correspondence in any manner, is a complete falsehood. I assure Your Honour that there is nothing to it, and Your Honour may safely rely upon this. Neither the aforesaid Chief nor any of the Company's servants has interfered in the aforesaid matter in any way, much less has any prohibition been placed by me or my subordinates against the transmission of the money mentioned in the aforesaid two olas. Place complete reliance upon this assurance of mine. Below stood: Thus translated by me into Malayalam, Cochim, date as above. Was signed: C. van Tongeren, Sworn Translator. Cochim, the 23rd of October Anno 1776. H. Schutz, Secretary Agrees, Schemering 49 282 No 14 To the Nabab's Army Commander Charder Chan. I informed Your Honour this morning that I had received two olas from Your Honour. The one, dealing with that which was represented to Your Honour, namely that the Chief of Cranganoor is said to have caused some hindrance in Your Honour's correspondence with the Paliat Achan, I have already answered, and I trust that Your Honour will thereby be convinced that this is a complete falsehood. In the second, which I am answering now, Your Honour tells me that you will send a person to speak about the matters, provided that I on my part send someone to Your Honour. I find such an oral conference all the more necessary to prevent all further misunderstanding, for from the aforesaid ola, which I already answered this morning as I just said, I see that Your Honour has been misled by gross falsehoods; and what was done in this one case convinces me completely that Your Honour has also been ill-informed in many other matters, to which I must thus attribute what has happened. And to convince Your Honour of my readiness to contribute everything that may serve to cause further hostilities to cease, I shall appoint someone for such an oral conference. But since up to now the assistant of Chettua and other Company's servants, sent by the commander of the said fort to speak with Your Honour or with the one who commands the troops of the Nabab there, have been arrested and are still detained, contrary to all fairness and contrary to the custom prevailing among all nations, I can send no one from me to Your Honour unless this assistant and the other Company's servants with him are released and returned to the commander of Chettua. And when proof thereof is brought to me by a letter from the said commander, I shall immediately show that I am willing to cooperate by all possible means to prevent all further hostilities through amicable negotiations. The allowing of people sent to hold an oral conference, such as the assistant of Chettua and the other Company's servants mentioned above, to return freely is so fair a matter and entirely in accordance with the law of nations, that I trust Your Honour will not delay in giving orders that he and those with him be released immediately. 50 263 Below stood: Thus translated by me into Malayalam, Cochim, date as above. Was signed: S. van Tongeren, Sworn Translator. Agrees, H. Schutz, Secretary Cochim, the 23rd of October 1776. Examined, S. Schemering

Dutch transcription

N=o 13 47 280 Translaat ola door Charder Chan Geschreeven aan den wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur, ontvangen den 23:' october A=o 1776 Het is uwel Edele Groot Achtb: bekent, dat den koning van Cochim eenig geld aan den Nabab moet opbrengen als ook eenige Eliphanten; en dat ten dien eijnde des Nababs volk op Chenotta bij den Paljetter gesonden is, Jk heb van den selven berigt bekomen; dat het opperhoofd van Cranganoor zoude verbooden hebben, eenige Corres¬ „pondentie over ende weder te moogen onderhou„ „den door het schrijven van olas, als andersints, en of daar iets aan vast is, kan ik niet weeten want zoo er verbod mogt gelegt weesen, om„ „trend den overbreng van vier Lak ropias en 4 Eliphanten, die den Nabab hebben moet, zal het volk dat naar den Nabab gesonden is met de berigten van deze plaatsen, met geen goed bescheijt konnen komen ik moet vast weeten hoe dat die zaaken zitten, om daar kennisse van aan den Nabab te geven, en of daar verbod wesendlijk gelegt is, of niet, dog zoo het ƒ Nagesien het onwaar is, moet ik ook weeten, om de luijden te overtuijgen die met zulke berigten komen en twist te verwecken, het is een ider bekent dat den koning van Cochim geld en Eliphan„ „ten op brengen moet, Het volk van den koning daar van Trevancoor zal ^ in ne geen verhinde¬ „ring toebrengen: Jk versoeke dat mij hier op een spoedig antwoord teegens Dingsdag selfs mag gesonden worden Getekend bij Charder Chan /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim dato als booven /:was getek: S: Tongeren Geswoore Translateur Accordeert D Schutz J: Schemering V: ƒ ƒ Secret:s 48 281 Chan. Aan Sr Nababs Legerhoofd harder Sisteren avond heb ik twee olassen van VE: ontvangen, de eene in antwoord van mijn Jongste en de andere over een berigt dat men aan VE: gedaan heeft, dat het opperhoofd van Cranganoor zoude verbooden hebben eenige Correspondentie bij monde of olassen met de Paljetter; en wijl VE: mij hier op spoedig be„ „scheijt vraagt beantwoord ik deese laatste hier meede alleenig op de andere zal ik VE: insgelijks „spoedig antwoorden, dog ik zend deesen voor af om die daar na niet optehouden. Het berigt dat men VE: heeft gedaan, dat het opperhoofd van branganoor de voorsz: Corres„ „pondentie op eeniger hande wijze zoude hebben zoeken teegen te gaan, is een volkomene on„ „waarheijd. Jk versekere VE:, dat daar niets aan is, en vE: kunt hier op gerust staet maken, t Nog het voorsz opperhoofd nog iemand van sComp„s bediende heeft zig in de voorz zaak op eeniger hande wijse gemergt veel minder is er eenig verbod door mij of mijne onderhoorige gelegt teegens het overbrengen van het geld bij voorsz 2 twee No: 14 Nagezien twee olassen vermeld. maak op dese mijne ver„ „zekering volkomen slaat /:onderstond:/ zodanig door mij in het mallabaars overzet Cochim dato als even /was Getekend:/ C: van Jongeren Geswoore Translateur Cochim Den 23: October Ao 1776: H Schutt Accordeert Secvet:s Schemering 49 282 Aan 's Nababs Leger Hoofd Charder Chan„ Jk heb vE van de morgen bedeelt, dat ik van vE. ont„ „vangen had twee olassen de eene handelende over het geen men VE. heeft aangedient, dat namentlijk het opper hoofd van Cranganoor eenige hindernisse zoude toege „bragt hebben in vE. Correspondentie: met de Paelfetter heb ik reets b'antwoord, en ik vertrouwe, dat VE. daar door zal zijn overtuijgt, dat dit eene volkomene on„ „waarheid is, bij de tweede die ik nu b'antwoordens, zegt 18. mij een persoon te zullen zenden, om over de zaken tespreeken, mits dat ik van mijne zijde ee„ „mand aan VE. zend, zulk een mondgesprek vind ik hoe langer hoe noodzaakelijker om alle verdere mes verstand te voorkomen, want ik uijt devoorsch: ola, die ik VE. zoo als ik dadelijk zeijde, van de morgen reets b'antwoord heb, zee dat men VE. door groove onwaarheeden heeft misleijd en het geen men in dit eene geval gedaan heeft, overtuijgt mij volkomen, dat men VE. ook in veele andere zaaken quaalijk heeft berigt, waar aan ik dus moet toeschrijven, het geen er gebeurt is, en om VE. te overtuigen van mijne Gereedheid om alles toetebrengen, wat dienen kan om de verdere daadelykheeden te doen ophouden, zal iemand benoemen tot zulk een mond ge „sprek N:o 14. spiek, dog dat wijl tot nog toe de adsistent van Chettua, en verdere 'sComp:s bediendens door de Com„ mandant van het selve fort afgesonden, om met VE. of den geenen die de troupen van de Nabab daar commandeert te spreeken, in arrest genomen, en nog gehouden word; tegens alle bellykheijd en tegens de ge„ „woonte, die bij alle volkeren plaats heeft, zoo kan ik niemand van mij aan VE. senden, ten zij dat deese Janis de assistent en verdere met hem zijnde sComp:s bedeenden ontslagen en wederom aan de Commandant van Chattu werden overgegeven, en als mij daar van, door een brief van gem: Commandant bewijs gebragt word, dan zal ik aanstond toonen, dat ik door alle mogelijke mit„ „delen, wel meede-werken om door minnelijke on„ derhandelingen voortekoomen alle verdere dadelijk„ „heeden, het vrij laaten weederkeeren van Luijde afge„ „sonden, tot het houden van een mond gesprek ge„ „lijk de assistent van Chettua en verdere s:Comp:s bedienden hier boven genoemd, is zo eenelijke zaak en ten eenemaal overeen„ komstig met het regt albervolkeeren, dat ik vertrouw: dat VE. niet uijtstellen zult om ordre testellen, dat hij, (en die met met hem, zijn daadelijk werden ontslaa„ gen 50 263 ontslaagen /:onderstond/ zodanig door mij in het mal„ „labaars overgeset Cochim dato aeseven / was getevt s: van Jongeren Gesw: Translateur Accordeert H Schutz secret:s Cochim den 23 October 1776 Nagezien SSchemering E

NL-HaNA_1.04.02_3461_0135 view scan ↗

English

No. 15. 55 284 Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honorable Lord Governor, received the 29th of October 1776. I sent the reply to Your Right Honorable's ola on the 22nd of this month, by the same person who had brought the ola, and I detained one person here, but up to now I have not received the reply to it. The person whom I detained here, I am now sending back. I request that an answer be sent to me on all the present matters. They went from here to Cranganore to return within half an hour, but up to now I do not see them. The Saljetter has also not sent me any answer to my writing. I have learned that the pattarees I dispatched were detained at Cranganore, so I have no more people to send olas and letters, for it is not well done that the letter bearers are detained. But when the Nabab's force descends, those who detained the letters will no longer be found, and no harm can be done to the Nabab by detaining those letters, but that may possibly be the cause that the Nabab's force will come down very suddenly. I truly wish Checked that all these misunderstandings may be removed from the world, and the dispatched men be released, giving the necessary orders that those who pass and repass with olas and letters may receive free passage. Signed by Charder Chan. Below stood: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeven, sworn Translator. Agrees, Schemering H. Schietz, Secretary No. 16 52 285 Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honorable Lord Governor, received the 25th of October 1776. I have received Your Right Honorable's ola and understood its contents, by which I saw that neither the chief of Cranganore nor anyone from the Company's servants would cause any hindrance to the sending of the Nabab's money, or any letters and writings on his behalf, as Your Right Honorable had issued the necessary orders to that effect, and that Your Right Honorable would write to me further about the matter of the sandy land of Chettua. I am convinced that Your Right Honorable will not cause any hindrance in the Nabab's affair; therefore, I request once more to write again about this to the chief of Cranganore, as well as to let me know as soon as possible how it will be with the matter of Chettua. I have seen that Your Right Honorable has written over to the Nabab, and I have also written in a favorable manner to the Nabab, but the Nabab is too far off and therefore it will take too long before this matter comes to an end, as Your Right Honorable well knows. I request Your Right Honorable to write to me Checked clearly in what manner that matter is to be accommodated. When the money is sent over, I request Your Right Honorable to send a person along with it and to write to me what is necessary about the further matters. In the affair of the Nabab and the Dutch Company and their good friendship, every effort should be made, as I shall likewise do, when I hope that the matter can be brought to pass. I request the affection and friendship of Your Right Honorable, and I shall show myself ready for that in every part. When Your Right Honorable sends a person to him, I shall also send my people thither, for in that regard no distinction must be made. I request Your Right Honorable to write to me what is necessary about all matters and to bring it about that our good friendship is increased. Signed by Charder Chan. Below stood: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: P. van Jongeren, sworn Translator. Agrees, D. Schutz J. Schemering, Secretary 5 No. 18. 53 286. Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honorable Lord Governor, received the 25th of October 1776. From Your Right Honorable's ola I have seen that Your Right Honorable has given orders regarding the passing and repassing of the letters and olas, but regarding the sending of a person to negotiate over the matters, Your Right Honorable could not proceed without those who are arrested at Chettua being released; yet that Your Right Honorable is inclined to contribute everything that may serve to make further hostilities cease, and that one should not believe the evil reports of this person and that. Concerning the matter of the sandy land of Chettua, when I was at Calicut, I wrote several times previously to Your Right Honorable, and likewise I did when I came to Trichur, but Your Right Honorable gave me no distinct answer to that, much less sent any people to confer about it. Thus I came to Ponnani and there also did my best to that end, but no one came to negotiate about the matter, and then I [illegible] with

Dutch transcription

N=o 15. 55 284 Translaat ola door Ik heb 't antwoord op uwelEd: Groot agtb: ola den 22 deser gesonden, per deselvde persoon die de olagebragt had, en hebbe een persoon hier aangehouden maar 't andwoord daar op heb ik tot nog toe niet gekregen de persoon die ik hier aange„ „houden heb, zende ik thans weder te rug ik ver„ „soeke mij antwoord te senden op alle de presente zaken zij zijn hier van daan na Cranganoor gegaan, om binnen een half uur te rug te kee„ „ren, maar ik zee deselve tot nog toe niet, den Saljetter heeft mij ook geen antwoord op mijn schrijvens gesonden, ik heb verstaan, dat mijn uijtgesondene pattareese op Cranganoor zijn aan„ „gehouden geworden, dus heb ik geen volk meer om olas en brieven te senden want het is niet wel gedaan, dat de brieven dragers aangehouden worden, maar als de magt van den Nabab komt afsakken, zullen de Aanhoudens van de brieven niet meer tevinden wesen, en aan de Nabab kan geen schade toegebragt worden, door het aan„ „houden van die brieven, maar dat zal alte„ „mits oorzaak wesen, dat de magt van den Na„ „bab heel schielijk zal afkomen ik wensch te Charder Chan gesch: aan den wel Edele groot agtb: Heer Gouverneur „ ontr: den 29 8ber: 1776 wel Nagesien wel dat alle die misverstanden uijt de wereld mogen geholpen; in de uijtgesondene manschappen gelargeert worden, geevende de vereijschte ordres dat de geene die met olas en brieven passeeren en reepasseeren, vrije passagie mogen krijgen getl:/ bij Charder Chan /:onderstond:/ voor de strans„ latie Cochim dato als boven /:was gett:/ S: van Jon„ geven gesw. Translateur. Accordeert Schemering H Schietz secret:s No. 16 52 285 Translaat ola door Charder Chan, geschreeven aan den welEdele groot agtb: heer Gouverneur, ontv: den 25 8ber: 1776 Ik heb vwel Edele Groot Agtb ola ontv:, en dies in„ „houd verstaan, waar bij ik zag dat het opperhoofd van Cranganoor, nog niemand van sComp: bediende eenige verhindering zoude toebrengen en het oversenden van 's N:ababs geld, of eenige brieven en Geschriften van weegens den selven, also vwelEd: Groot agtb: daar toe denodige ordres gesteld had, en dat vwel Ed: groot agtb: mij nader zoude schrijven over de zaak van het Zandigland van Chettua, ik ben overtuijgt, dat uwelEd: groot agtb in de zaak van den Nabab: geen verhindering zal toe„ „brengen daarom versoeke ik nogmaals daar over nog eens aan het opperhoofd: van Cranganoor te schrijven mitsgaders mij ten spoedigsten te laten weeten hoedanig het met desaak van Chettua weesen sal, ik heb. gesien dat vwelEd: groot agtb: heer over aan den Nabab. geschreeven heeft, en ik heb ook op de faborable wijse aan den Nabab geschreeven, maar den Nabab is teverre van de hand en daarom zal 't telang aan „lopen eer desaak ten eijnde komt, gelijk vwelEd groot agtb zulks wel weet, ik versoeke vwel Ed groot agtb mij nagesien mij duydelijk te schrijven, op wat wijse die zaak te accommodeeren is, als het geld oversonden werd ver„ „zoeke vwelEd: groot agtb een persoon daar byj tesenden en mij over deverdere zaken het nodig te schrijven en desaak van den Nabab, ende hollandse Comp: en derselver goede vriendschap dient alle voogingen aangewend tewerden, gelijk ik insgelijks doen zal, wanneer ik hoope dat de saak teweegen zal konnen gebragt worden, ik versoeke de genegentheid en vriendschap van vwelEd: groot agtb en ik zal mij daar toe in allen deele laten vinden wanneer vwelEd: groot agtb: een persoon dit hem send, zal ik mijn volk ook na derwaarts senden, want daar om „trent moet men geen onderscheijt gemaakt werden ik versoeke vwelEd. groot agtb: mij over alle zaken het noodige te schrijven en te bewerken, dat onse goed vriendschap vermeerdert word getver/ bij Charder Chan /onderstond/ voor de Translatee Cochim dato als be: „ven /was getver/ P: van Jongeren gesw Translateur Accordeert D Schutz J: Schemering Secret:s „5: No. 18. 53 286. Translaat ola door Charder Chan geschreeven, aan den welEdele groot agtb Heer gouverneur, ontv. den 25 8ber. 1776. uijt vwelEdele groot agtb: ola heb ik gesien dat uwelEdele groot agtb: ordre gesteld heeft, in het pas seeren en repasseeren van de brieven en olas, maar omtrent het senden van een persoon om, over de zaken te tracteeren vwel Ed=e grot agtb. niet konde treden, zonder dat de geene die op Chettua g'arresteert zijn, los gelaten wierden, egter dat vwelEd:e groot agtb geneegen is, om alles toetebrengen, wat dienen kan om de verdere dadelijkheeden te doen ophouden en dat men aan de quaade berigten van dezen en geene niet moeste gelooven, ik heb over de zaak van het Zandigland van Chettuae, te falicoet zijnde, verscheide keeren bevoorens aan vwel Ed. e groot agtb: geschreeven, en insgelijks heb ik ook gedaan, toen ik op Crietjoer quaam, maar vwelEd:e groot agtb heeft mij daar op geen distinct antwoord, veel min eenig volk gesonden om daar over te onderhouden, dus ben ik op Poelicarra gekomen en hebbe daar ook mijn best daar toe gedaan, maar daar is niemand gekomen om overdezaak te tracteeren, en toen ben ik met

NL-HaNA_1.04.02_3461_0144 view scan ↗

English

passed across with my army, having expected that a person would be sent to speak about the matter, but seeing someone coming, I arrested those people with the intention that someone would be sent to negotiate about the matter, but those people have their freedom to go and come wherever they wish. I regard the fort of Chettua as mine, therefore I did not want to overpower it, but I will let the garrison come to me, and subsequently send them thither. Previously I sent my pattamar to the fort of Cranganoor, before the troops marched up, to negotiate about the matter, and those of the fort attempted to seize him, but he escaped it. Thereupon the troops advanced, and while one attempted to enter into a parley, those of the fort fired 50 shots at my people, which does not at all accord with justice and equity. Without the special order of the Nabab, I shall not proceed to invade another's land, nor to conquer the same, as it in no way accords with reasonableness. The Nabab stays in distant lands, and I am also a stranger here, therefore I regret that over such a small piece of land any rift should be caused in the good friendship with the Honourable Company, and in these circumstances everyone seeks to brew mischief between us, as I have well understood such. The King of Cochim must give money and elephants to the Nabab, and to that end I have written an ola to the Paliath Achan, but those of the fort have prevented him, and thus seek to cause difficulties by appointing the Kunjikkuttans of the King of Trevancoor. Regarding the sandy land of Chettua, no one has been sent until now to speak about it, since it is a matter in which the required elucidations and proofs ought to be produced, and through which all these troubles have not only arisen, but also the good friendship has been violated, and great harm and prejudice inflicted. I request that such measures may be devised for the settlement of the disputes and the increase of friendship, for putting the Nabab to expense, and sitting still, will become worse and worse over time. Therefore I request once more that all that is necessary may be contributed towards an amicable settlement. The longer I remain here, the greater expenses must be incurred, and I will then receive orders to demand all those expenses as well, which will then become even worse. Signed by Charder Chan. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. van Jongeren, Sworn Translator. Agrees: J. Schemering, J. R. Schuett, Secretary. Number 17. To the Nabab's Army Commander Charder Chan. Yesterday I received two olas from Your Honour one after the other, so that, in order to lose no time, I shall answer both of them at the same time. Your Honour still seems to believe that the chief of Cranganoor is hindering Your Honour in Your Honour's correspondence; he has orders to receive properly all letters that are brought, addressed to me as well as to anyone else, and to deliver them where they must be, just as he also always immediately sends to me with an express Lascarin or messenger all the letters that Your Honour writes to me; and thus I cannot understand wherein the hindrance in Your Honour's correspondence could consist. Chenotta lies close to Cranganoor, and whenever Your Honour wishes to write letters thither, the chief of Cranganoor will de facto deliver the same thither, unless Your Honour would not gladly have his letters for Chenotta delivered into the hands of the chief of Cranganoor, in which case someone from Chenotta will be able to come to Cranganoor itself to receive the letters from the hands of Your Honour's letter carriers, so that in that respect not the least hindrance is caused to Your Honour's correspondence. On the contrary, I have reason to complain that not a single sepoy dares to bring letters from me to Your Honour any longer, because they are mistreated by Your Honour's people, threatened, and treated with all kinds of ugly abusive words, a conduct entirely contrary to all usages, although I am quite willing to believe that this happens without Your Honour's prior knowledge. The first letter that I received from Your Honour concerning the sandy land of Chettua was on the 28th of the past month, in which Your Honour wrote to me of having heard from various quarters that the sandy land of Chettua belongs to the Calicut territory, and thereupon I immediately had our papers examined, and had extracted what is known to me thereof, and appears from our trade books, and of which I sent copies to Your Honour with my letter of the 30th thereafter, with all the elucidation that I know concerning it, although the Lord Nabab never spoke to me about it, nor spoke a word thereof to our commissioners who were at Patna last year, undoubtedly because His Highness well knew that the debt of the Zamorin was not yet paid. On the contrary, His Highness at that time, and since then in several letters, gave the strongest assurances of his special friendship and affection for the Company. Your Honour has nevertheless written recently of 20 years' revenues of the Zamorin, and then again of 15 miles of land that we

Dutch transcription

met mijn arme aan de overkomt gepasseert, ver„ „wagt hebbende gehad, dat er een persoon zoude gesonde worden, om over de zaak te spreeken, maar iemand ziende komen, heb ik die luijden g'arresteert met dat oogmerk dat er ijmand zoude gesonden worden, om over de zaak te tracteeren, dog die menschen hebben haa vrijheid te gaan, en te komen waar zij willen, het fort van Chettua merk ik aan als het mijne, daarom heb ik het neet willen overmeesteren, maar ik zal de bezet„ „telingen bij mij laten komen; en vervolgens deselve naar derwaarts senden, bevorens heb ik mijn pattaree naar het fort van Cranganoor gesonden, eer betroupen opmarchieerde om over de zaak te tracteeren en die van het fort, hebben getragt hem op tevatten, maar hij is het ontkomen, daar optrocken de troupes op, en terwijl men tragte tot een mond gesprek te treeden, gaven die van het fort 50. schooten op mijn volk het geen gants niet over een komt met het regt in de billijkheijd, buijten despeci„ „aale last van den Nabab, zal ik niet over„ „gaan om een anders Land te invadeeren nog deselve te Conquesteeren, alzo het geen sints met de redelikheid over een komt. Der Nabab houd zig op in verre landen en 55 287 en ik ben ook hier vreemd daarom doet het mij leed, dat over zo een gering stuk land eenig kreuk zoude verwecken in de goede vreend„ schap met d. EComp en in die omstandigheid zoekt ieder een quaad te brouwen tussen ons, gelijk ik zulx wel begrepen heb, den koning van Cochim moet aan den Nabab: geld en Eliphanten geven, en ik heb ten dien eijnde een ola aan den zaljetter gesch. , maar die van het fort hebben ziel verhindert, en zoeken dus moeyelykheeden teverweeken, door het stellen van den Coenjecoettas van den koning van Trevancoor; over het zandigland van Chettua is er tot nog toe neemand ge„ sonden om daar over te spreeken alzo— het een zaak is die devereijschte Eluci„ daties en bewijsen dienen geproduceert tewerden, en waar door alle die on„ „lusten niet alleen zijn ontstaan maar ook de goede vreendschap ge„ schonden, en groote schaade en nadeel toegebragt; jk versoeke dat de sodanige— maat regulen mogen werden beraamt tot beslessing van de geschillen en de ver„ nagesien N vermeerdering van de vriendschap, want de Nabab. op onkosten tejagen, en stil zitten, zal het hoe langer hoe erger worden; dierhal„ „ven versoeke ik nogmaals, dat alle het noodige mag gecontribueert worden, tot een vriendelijk accommodement, hoe langer ik hier vertoef, hoe grooter onkosten moeten gedaan werden, en ik zal dan ordre kreijgen om alle die onkosten ook tevorderen, 't geen dan nog slimmer worden zal. getver. bij Charder Chan, /onderstond / voor de Cranslatie Cochim dato als boven /was gete/ s van Jongeren gesw Translateur Accordeert J Schemering J Re Schuett Secret:s N=o. 17. 55 288 Aan s Nababs Leger Hoofd Charder Chan Gisteren hebbe ik twee olassen van vwEd: agter el„ „kander ontvangen, so dat ik, om geen, tijd te verliesen, de„ „selve beijde tegelyk b'antwoorden zal. vuEd: scheijnt nog te gelooven, dat het opperhoofd van Cranganoor vwEd: hinderlijk is, in uwEd: Corresponden„ „tie; hij heeft ordre om alle brieven die aangebragt worden, so wel aan mij als aan een ander gerigt be„ „hoorlijk overtenemen en te besorgen daar ze weesen moe„ „ten; gelijk hij dan ook alle de brieven die vwEd: aan my schreijft, altoos ten eersten met een expresse Lascorijn of boodschapploper, mij toesend; en dus kan ik niet begrijpen waar en den hinder in uwEd: Correspondentie zoude kunnen bestaan Chenotta legt digt bij Cran„ „ganoor, en wanneer vwEd: brieven daar na toe wild schrijven, zal het opperhoofd van Cranganoor de„ „selve defacto na derwaarts besorgen, ten waare uw Ed. desselfs brieven voor Chenotta niet gaarne in Cranganoors handen van het opperhoofd wilde laaten overgeeven in welk geval dan iemand van Chenotta op Cranga„ „noor zelfs konnen zal, om de brieven te ontvangen uijt handen van vwEd: breeven dragers, zo dat er ten dien opsigte geen de minste hinder in vwelEdele Cor„ „respondentie toegebragt werd; in tegenduel zo hebbe ik reeden van klagen dat er geen een sipaij meer brieven van mij aan uwEd. durfd brengen brengen om datse door uw Ed: volk mishandelt, ge„ dreijgd en met aller lij Leelijke scheldwoorden bejegent wor„ „den, een handelwijse ten eenemaal strijdig tegens alle uzanties, schoon ik wel gelooven wil, dat zulks buijt ten vwEd: voorkennisse geschied. de eerste briev die ik van Uw Ed: gekreegen hebbe over het zandigland van Chettua, is geweest den 28. van de gepasseerde maand, waar bij uwEd: mij schreeft van verscheide leeden gehoort te hebben, dat het zandig„ „land van Chettua aan het Calicoetse behoort, en daar op hebbe ik ten eersten bij onse papieren laten nasien, en doen uijtschrijven het geen mij daar van bekent is, en bij onse negotie boeken blijkt; en waar van ik vwEd: dlCopijen toegesonden hebbe, bij mijne briev van den 30. daar aan met alle de eluxedatie die ik daar omtrent weet alhoewel den heer Na„ „bab. mij nimmer daar over onderhouden, nog tegen onse gecommitteerdens die verleede Jaar 7. te patna geweest zijn, geen woord daar van Ge„ sprooken heeft, ongetwijffeld om dat zijn Ho:t wel west, dat de schuld van den Sammorijn nog niet voldaan was, in tegendeel heeft zijn Ho:t te dier tijd, en 't zedert bij verscheide breeven, de„ kragtigste verseekeringe gedaan, van desselfs bij zonder vreendschap en genegendheid voor de Comp: VwEd: heeft egter deser dagen nog geschreeven van 20 Jaarige inkomsten van den Cammorijn en dan nog eens van 15 mijlen lands die wij

NL-HaNA_1.04.02_3461_0149 view scan ↗

English

56 289 we would hold a garrison, of which your Honour also demands the revenues, matters that appear so obscure to us that we are impossibly able to understand them, and about which His Highness has also never written or spoken, which is why I have written extensively about this to His Highness in the name of the Dutch Company; and we remain assured, from His Highness's magnanimous sentiments, that His Highness, in respect to his friends the Dutch, will indeed reflect upon this and presume that what your Honour has done is caused by the untruths that your Honour was made to believe by wicked people, who do not like to see His Highness living in such good friendship with the Company. Since then, your Honour has requested me to settle what has passed amicably and to have discussions about it there; thus I have through trusted persons immediately made known to your Honour my inclination thereto, all the more because I cannot comprehend in what your Honour's claim properly and rightfully consists, and why such strange things have been committed over it. Your Honour has also requested me to send someone to your Honour to speak about it. I have also made known to your Honour my willingness thereto, but at the same time shared how impossible such a thing is for us, because members who were sent from Chettuwaye to your Honour have been taken prisoner, and that I nevertheless still wish to send someone to speak about these matters as soon as it shall be communicated to me by the resident of Chettua that the persons sent to your Honour and captured have been released, and thus I still wish. Opportunity Cochin the 26th October 1776 Examined 2 To have an opportunity to let someone speak with your Honour about this. The Dutch Company has never had any other intention than to maintain friendship with the Lord Nabab, and as soon as the Batavia ships have arrived, I do not doubt that His Highness will receive further proof thereof from the new Lord Governor General, so that it would ever be a pity if in the meantime further troubles might arise, about which all right-thinking nations would form strange thoughts. I have learned that your Honour is a gentleman of much understanding, and I therefore request that your Honour please take all these matters to heart and truly see to it that nothing more may happen that is contrary to the exceptionally good friendship between His Highness and the Company. Underneath stood: translated as such by me into Malabar, Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeren, sworn translator. Agrees, H. Schutz Schemering E Secretary No. 18. 57 294 Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honourable Lord Governor, received the 28th of October 1776. I have received your Right Honourable's ola and understood its contents; as for the letters that are sent from here, I do not desire that they be carried by your Right Honourable's people, but rather that my letter-carriers themselves should go deliver those letters; I request your Right Honourable not to cause any hindrance in that regard. Concerning the matter of the sandy land of Chettua, whether it does not belong to the Ballicoetse or whether there is another sandy land that borders upon it, I request to send a person here who could point that out, whereupon I will accommodate the matter; your Right Honourable has written about this to Patna, and the Nabab has two to three hundred thousand places of great importance, which does not even come into comparison with this; therefore I hope that an accommodation will indeed be found. I understand that all necessities are being brought in via the overland route, about which I am not at all embarrassed; as for the the good news that is expected with the Batavia ships, it will please me to hear it through the good diligence that your Right Honourable has pleased to apply. Of the persons who are held under arrest here, one has become somewhat unwell, which is why I wrote to my people to send the invalid to the fort of Chettua and the other one here, in order to be transported to Cochin; my people made this known to those of Chettua, whereupon the garrison fired a total of 20 shots at my people; they asked those of Chettua for what reason they had fired those shots, whereupon they were given as an answer that this had been done as a sign of joy; two shots thereof were fired with live ammunition, and I have shown those bullets to your Right Honourable's people; I am not afraid of 50,000 such shots, and although the Nabab's force is too small, they would be able to do little damage to ours with that; up until now I have received no order to capture the fort, and that is the reason why I have fired no return shots, but as soon as I shall be furnished with the necessary orders to overpower the fort

Dutch transcription

56 289 wij en besetting zouden hebben, waar van uwEd: ook de inkomsten vraagt zaken die ons zo duijster voorkomen dat wij deselve onmogelijk kunnen verstaan, en waar over zijn Ho:t ook nimmer Geschreeven of gesprooken heeft, waarom ik daar op uijt naam van de hollandse Comp. aan zijn Ho:t daar over omstandig geschreeven hebben„ en wij houden ons versekerd, van zijn Ho=ts edelmoe„ dige sentementen, dat zijn ho:t ten respecte van zijne vreenden de hollanders, daar op wel reflixie zal; slaan en veronderstellen, dat het geen vwEd: gedaan heeft veroorsaakt is, door de onwaarheeden die vwed wijs gemaakt zijn, van quade menschen, die niet gaarne seen, dat zijn ho:t met de Comp: in die goede vreendschap leefd zedert heeft uw Ed: mij versogt om het gepasseerde in der minne bij teleggenen daar „te laten spreeken, dus heb ik UWEd: voct over door vertrouwde persoonen met vwEd: ten eersten mijne genegenthheid daar toe bekend gemaakt, temeer, om dat ik geen begrip kan kreijgen, waar in„ uwEd: pretentie eijgentlijk regt beshaaden waarom er zulke vreemde dingen daar overgeplegt zijn, uwEd: heeft van mij ook versogt om iemand bij vwed besenden om daar over te spreeken. ik hebbe vwEd. mijne gene„ „gentheid, daar toe ook tekennen gegeven, dog teffens bedeed, hoe onmogelijk zulx voor wij is, om dat leeden die van Chettuadij uwEd. gesonden zijn, gevangen zijn ge nomen, en dat ik evenwel als nog gaarne eemand zen„ den wil, om over die zaken te spreeken zo dra mij door den resident Chettua zal zijn bedeelt, dat di bij vued. afgesondene en gevangene persoonen ge „laargeert zijn, en dus wensche ik als nog. Gelegentheid Cochim Den 26. October 1776 nagesien 2 Gelegentheid te hebben, om met vwEd. daar over te laten spreeken. de hollandse Comp. heeft nooijt geen andere intentie gehad, als om met den heer Nabab. de vriend „schap te onderhouden, en zodra de Bataviase scheepen zullen gekomen zijn, dan twijffele niet, of zijn Ho:t zal door den nieuwen heer gouverneur Generaal daar van nog nader bewijsen erlangen, zodat het immer Jammer zoude zijn, indien in die tusschen tijd verder mogeleykheeden mogten ontstaan, waar over alle weldenkende natien wonderlijke gedagten zoo „den formeeren. Jk hebbe vernomen dat vwed. een heer is van veel verstand en ik versoeke dierhalven dat uw: Ed: alle deese zaken ter herte geleeve tene„ „men en tog te sorgen, dat er niets meer mag gescheeden dat strydig is, tegen de bysondere goede vriendschap tusschen zijn Wo:t en de Comp: /onderstond/ zodanig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven /was get/ S: van Jongeren gesw: Translateur Accordeert H Schutz Schemering E Secrets No: 18. 57 294 Translaat ola door Charder Chan gesch. aan den welEdele groot agtb: heer gouverneur, ontf: den 28. 8ber. 1776. Jk heb uwelEd:=e groot agtb: ola ontvangen, en dies inhoud verstaan; de brieven die van hier afge„ „sonden worden, begeere ik niet, dat door uwelEd:e groot agtb: volk zouden getransporteert werden, maar wel dat mijne breevedragers zelfs die brieven zoude gaan bestellen, ik versoeke uwelEd:e groot agtb: daar omtrent geen verhindering toetebrengen, belangende de zaak van het Zandigland van Chettua, zo het zelve aan het ballicoetse met en hoorten of daar een ander zandig„ „land is; dat daar aan grenst, versoeke mij en persoon hier tesenden, die daar aanwijsing van zoude konnen doen, wan„ „neer ik de saak accomodeeren zal hier over heeft uw Ed:e groot agtb: na Patna geschreeven en den Nabab heeft twee â driemaal hondert duijsent plaatsen van grooten gewigt, het geen hier bij met in aanmerking komt, daarom hoope ik, dat er een accomodement wel gevonden zal worden ik verneeme, dat over den landweg alle benodigtheeden worden aangebragt waar over ik gants niet verleigen ben; wat aangaat de. de goede tijding die met de Bataviasee scheepen ver„ „wagt werd, zal het mij liev zijn te hooren door de goede delligentie die voEd=e groot agtb: heeft gelieve aan tewen „den, van de persoonen die hier g'arresteerd zitten, is een wat onpasselijk geworden, daarom heb ik aan mijn volk gesch: om den Jmpotent naar het fort van Cheltu en den andere hier na toetesenden, ten eijnde naar Cochim getransporteerd tewerden; mijn volk heeft zulks aan die van Chettua bekent gemaakt, als wanneer de besettelingen een getal van 20 schooten gedaan hebben op mijn volk, zij vroegen aan die van Chettaa om wat reeden zij die schooten gedaan Eerd„ dan, als wanneer haar tot antwoord gediend wierd dat zulks geschied was, tot teken van blijdschap twee schooten daar van, zijn gedaan met scherp en die kogels heb ik aan uwelEd: groot agtb: volk vertoont; ik ben niet vervaart voor zulke 50'000 schootenen schoon de magt van den Nabab te klijn is zo zoude daar meede weijnige schaade aan de onse konnen toetebrengen; jk heb tot nog toe geen ordre gekreegen om het fort intenemen en dat is dereeden waarom ik geen Contra schooten gedaan heb, maar zodra ik met de noodige ordres zal zijn gemunieert om het fort te over„ meesteren

next →