VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3461

Malabar · 718 pages · 119 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3461_0153 view scan ↗

English

58 291 I will easily gain mastery over it in an instant. The fort Chettua is virtually in my hands, and if the garrison is in distress, I will gladly, upon the written notice of Your Right Honourable, assist those people with all necessities and allow them to remain in the fort. But if Your Right Honourable should desire that I send those garrison troops thither, I will, out of respect for our good friendship and upon Your Right Honourable's written request, have those people come to me and subsequently send them over thither. I have come here by order of the Nabab to conquer lands and collect tributes. Therefore, I wish to know whether Your Right Honourable has given orders to fire upon me, in which case I shall see what I must do; but if this has happened through an ignorant commandant, I shall overlook it, and I request that the necessary precautions be taken to prevent such misconduct in the future, so that our good friendship may remain steadfast and means may be devised for an amicable accommodation. If Your Right Honourable thinks that it will take too long before the reply from Patna arrives, I request that you address that letter to me, Revised. P: Schemering whereupon I will ensure that the reply arrives here within the space of 210 Malabar hours, or four days. I request that Your Right Honourable be pleased to take these matters into consideration and come to a decision, either to have the Nabab's letter brought or to send persons of distinction here to have the matter accommodated as soon as possible through oral discussion. And as a sign of sincere good faith, I will gladly ensure the delivery of such necessities to Chettua as Your Right Honourable would wish to send them, and provide a receipt for them. However, if Your Right Honourable might not yet place firm trust in me in this regard, I am willing to show other proofs that Your Right Honourable might demand of me. I wish to know of the welfare of Your Right Honourable, and must at the same time state that Your Right Honourable's people have repeatedly fired upon me, while my people have not fired a single shot to this day. Signed by Charder Chan /at the foot/ for the translation, Cochim, date as above /was signed/ S: van Tongeren, sworn translator. Agrees. R. Schutz secretary 59 292 Revised. No. 1: To the King of Trevencoor, dated 12 October. 2: To His Highness, dated 13 October. 3: From the same, received the 18th of the same month. 4: From the same, received the 19th of the same month. 5: To the same, dated the 22nd of the same month. 6: From the same, received date as above. 7: To His Highness, dated 27 October. Cochim, the 28th of October, anno 1776. /was signed/ A. R: Schutz, secretary Agrees. P. Schemering Register of the letters exchanged with the King of Trevencoor. R. Schutz secretary 60 293. Cochim, the 12th of October 1776. Revised. To the King of Trevancoor. I have received reliable information that the troops of the Lord Nabab Heijder Alijchan Bader are descending upon the lands of Your Highness; and therefore, by virtue of the old friendship between the Dutch Company and Your Highness, and to prevent the shedding of blood, I have offered the Company's mediation to the Nabab's army commander Charder Chan to settle the disputes between the said Lord Nabab and Your Highness through an amicable agreement, if possible; which offer I likewise extend to Your Highness by this present letter in the most sincere manner. /at the foot/ Thus translated into the Malabar language by me, Cochim, date as above /was signed/ S: van Tongeren, sworn translator. Agrees. R. Schutz secretary P. Schemering 61 294 To the King of Trevancoor. The ola which I sent to Your Highness yesterday, I hope has been duly delivered. Since then, I have received various further reports from the north, which have caused me to resolve to do everything possible, immediately and without any delay, together with the troops of Your Highness and of the King of Cochim, first and foremost to prevent the Nabab's troops from crossing over to the island of Baijpin. I shall secure the beaches from Aijcotte to this place with a well-armed sloop; and I have already dispatched to Aijcotte a captain, together with an engineer and another officer, to confer with the Rajadores of Your Highness and those present on behalf of the King of Cochim, and to put into effect immediately what is necessary. I have requested two of Your Highness's Rajadores to come to me in order to speak with them about what must be done for the common defense and repelling of the violence, and I request that Your Highness send me without loss of time two Rajadores from your court to treat with me on these matters. Cochim, the 13th of October 1776. Revised. From here, two members of the Council, Messrs. Saffin and Vernede, together with the second secretary Daimichen, are likewise to depart tomorrow morning, commissioned on behalf of the Dutch Company to Your Highness, to enter into negotiations with Your Highness concerning this. I also trust in the wisdom of Your Highness that no time will be lost in issuing such forceful and adequate orders wherever necessary, as the circumstances of the times and our common security require. On my part, I shall do the same; and I request that Your Highness be pleased to ensure that this is also done on the part of Cochim, to which end I shall also contribute my share. /at the foot/ Thus translated into the Malabar language by me, Cochim, date as above /was signed/ S: van Tongeren, sworn translator. P. Schemering Agrees. R. Schutz secretary

Dutch transcription

58 291 „meesteren zal ik in een ogenblik daar meede gedaan werk kreijgen, het fort„ Chettua is genoegsaam in mijne handen, en zo debezettelingen in nood zijn, wel ik gaarn op het aanschrijvens van uwel Ed:e Groot agtb. aan die menschen met alle benodigtheden assisteeren in deselve in het fort laten Continueeren, maar zo uwEd=e groot agtb: mogte begeeren, dat ik die be„ „zettelingen naar derwaarts soude zenden, sal ik uijt agting van onse goede vriendschap op vwelEd=e groot agtb: aan schrijvens die menschen bij mij laten komen en vervolgens naar derwaarts oversenden ik ben hier gekomen uijt Last van den Nabab. om landen te conquesteeren, en tributen in tevorderen, dierhalven wensche ik teweeten, of vwelEd:e Groot agtb ordre gegeven heeft om op mijn teschieten, in welk geval ik dan zien zal wat mijn tedoen staat, dog zo zulks gescheid is door onver„ stand Commandant zal ik zulks door devingeren zien en ik versoeke dat de nodige vorsorge mag ge„ bruijkt worden tot voorkoming van zielken wan„ bedrijvens in den aanstande e dat onse goede vrund„ schap bestendig blijven en op middelen bedagt mog twer„ „den tot een vriendelijk accommodoment, zo vwed groot agtb dankt dat het telang aanlopen zal, een het rntwoort van Patna zal komen, versoeke ik die briev aan mij nagesien. P: Schemering te addresseeren wanneer ik besorge zal, dat het antwoord binnen de tijd van 210. mallabaarse uuren, ofte vier dagen, hier komen zal. ik versoeke dat vwEd=e groot agtb. die zaken in overweeging geleeve teneemen, en tot een besluijt te treeden, om de briev van den Nabab telaten komen dan wel persoonen van distinctee heer tesenden e de san door een mond gesprek ten spoedigsten te laten accom „modeeren en tot teken van een opregte trouwe, wil ik Gaarn zodanige benodigtheden op Chettuu besorgen, die vwEd:e Groot agtb aan deselve zouden willen overmaken, daar van een recepiesie laten toekomen dog zo vEd: groot agtb daar aan nog geen vast vertrouwen op mij mogte vestigen, wil ik gaann andere bewijsen toonen, die uw Ed:e groot agtb. van mij zoude willen vorderen; ik wensche temogen waten den welstand van uwelEd:e groot agtb: en moet teffens zeggen, dat uwelEd:e groot agtb. volk op mij telkens geschoott, heeft e dat myn volk tot nog toe geen schoot gedaan heeft. getver bij Charder Chan /onderstond/ voor de Translatei Co chim dato als boven /was getver/ S: van Jongere geses Jaans leken Accordeert ReLhutz secret:s leker 2 I. N„ Z. 59 E 292 Nagezien N„o 1: Aan den koning van Trevencoor, de dato 12 October. „ 2: aan zijn Hoogheid de dato 13: 8ber: „ 3: van _=o ontv: den 18: d=o „ 4: van _=o „ „ 19: d=o „ 5: aan —=o de dato 22: „ „ 6: van _=o ontvangen dato als Even „ 7: aan zijn Hoogheijd de dato 27: October Cochim den 28: October Anno 1776: /:was geteekent:/ A. R: Schutz secret:s accordeert. D Schemering Register der Gewisselde brie= „ven, met den koning van Fre= „venboor; — R Schutz secret:s 60 293. Cochim den 12: fr: Nagezien Aan den Koning van Trevancoor Ik ben in het zeekere berigt, dat de trou„ „pen van den Heer Nabab Heijder Alijchan Bader, afkomen na de Landen van Uwe Hoog „heijd; en heb daarom uijt hoofde van de oude vriendschap tusschen de Nederlandsche Comp: en uwe Hoogheijd; en ter voorkoming van het vergieten van bloed, aan 'Swababs Leger Hoofd Charder chan; doen aanbieden Comp: tus„ „schen spraak om des moogelijk, de verschillen tuschen welgem: Heere Nabab en uwe Hoogheid, door een minnelijk verdrag bij te leggen; welke aanbieding ik door desen insgelijks doe aan uwe Hoogheid, op de welmeenenste wijze /:onderstond:/ zodanig door mij in het Mallabaars overgezet, Cochim dato als even /:was geteekend:/ S: V=n Tongeren gesw: Translateur Accordeert H Schult 1776 SSchemering secret:s N: V: 61 294 Aan den Koning van Trevancoor De ola die ik gisteren aan uw Hoogheid hebbe doen afgaan; hoope ik dat wel sal sijn bestelt, zeedert hebbe ik verscheijde nadere berigten van de Noord ontvangen, die mij hebben doen besluij„ „ten om daadelijk en zonder eenige vertraaging, te zaamen met de troupen van Uwe Hoogheid en van de Koning van Cochim alles te doen wat mogelijk is; om 's Nababs troupen voor eerst de overtogt op het Eijland Baijpin te beletten; de stranden van Aijcotte tot hier zal ik door een welgewaapende Chaloup doen beveijligen; en hebbe reeds na Aijcotte afgezon„ „den een Capitain, met een Jnginieur; en nog een officier, om met de Ragiadoors van uwe hoogheid, en die er van weegens de koning van Cochim zijn, te overleggen, en dadelijk te werk stellen wat nodig is; ik hebbe twee van Uwe Hoogheids Ragiadoors ver„ „sogt, om bij mij te koomen ten eijnde met ken te spreeken, over het geener ter ge„ „meene bevijliging en afweering van het geweld, te doen valt, en ik verzoek, dat uwe Hoogheid mij zonder tijd verzuijm zend twee Ragiadoors van uwe Hof om met mij over deeze zaaken te han„ „de N 2 C„ochim den 13 8br: 1776 Nagezien „delen; van hier staan Jnsgelijks morgen og„ „tent te vertrekken twee Leeden van den Raad, de Heeren Saffin en vernede; benevens den tweeden secretaris Daimichen, Gecommit„ „teerd van weegens de Nederlandse Comp: bij uwe Hoogheid, om met Uwe Hoogheid hier over in onderhandeling te treeden: jk ver„ „trouw ook van de wijsheijd van Uwe Hoogh=d dat er geen tijd zal worden verzuijmt, om waar het nodig is te stellen zoodanige kragtige en toerijkende ordres als de omstandigheeden des tijds en onse alge„ „meene beveijliging vereijschen; van mijne zijde zal ik dat insgelijks doen; en ik verzoeke dat uwe Hoogheid gelieve te zorgen, dat dit ook aan de zijde van cochim geschied; waar toe ik meede het mijne toebrengen zal. /:onderstond:/ zoda„ „nig door mij in het Mallabaars overge„ „set, Cochim dato als even /:was getee„ „kend :/ S: V=n Tongeren Gesw: Translateur Schemering Accordeert, H Schult Secret:s

NL-HaNA_1.04.02_3461_0171 view scan ↗

English

No. 3 62 295 Checked We have received, read, and understood the contents of Your Right Honourable's letter, from which we saw that Your Right Honourable had received information that the Nabab Heijder Alijchan Bader is advancing toward our lands, and therefore offered mediation to settle these differences amicably; we are subordinate to the Nabab of Arcatto, and consequently we have no outstanding matter with the Nabab Heijder Alichan, and we have done no wrong toward the Nabab Heider Alichan either; yet if he, contrary to justice, intends to march upon us with his army, we hope that the Dutch Company, which is an old friend and ally of ours, will be pleased to show us the necessary help and assistance, to which end we request the Company's aid; written by Balia, melesetta Canaka matanden madewen, and signed by His Highness /:underneath stood:/ for the translation Cochim date as above /:was signed:/ S: van Tongeren sworn Translator Agrees. Translation of an ola written by the King of Trevancoor to the Right Honourable Lord Governor, received the 18: October 1776: HR Schutz Schemering secretary No. 4 63: 296 We have received, read, and understood the contents of Your Right Honourable's letter; we have seen from it that Your Right Honourable had taken a resolution to do everything possible, without any delay, together with our troops and those of the King of Cochim, to prevent the Nabab's troops from crossing over to the island of Brijpin, and that Your Right Honourable had sent a well-armed sloop to Aijcotte, as well as some officers to plan everything necessary regarding all matters with our Ragiadoors and those of the King of cochim, and also that we should send our Ragiadoors to Your Right Honourable to speak about these contemporary circumstances; we have already sent an answer to Your Right Honourable's first letter, and we have no doubt that before the receipt of this one it will have come into Your Right Honourable's hands; as soon as we heard that the Nabab was making movements to advance with his army upon Palicarro and push further through to the south, we, considering that if Translation of a letter written by the King of Trevancoor to the Right Honourable Lord Governor, received the 19: October 1776: the Checked the army of the Nabab arrived at Baijpin it would cause great damage and injury to the Honourable Company and the two monarchs, immediately gave orders to place guardhouses and men along Paliaporte to secure that land, as Your Right Honourable will have heard, and at sea Your Right Honourable has already stationed a sloop to keep a good watch; we are resolved to do everything in our power; furthermore we have sent orders to our Sarwadicariacaren and the Paljetter to negotiate everything further with Your Right Honourable; we hope that Your Right Honourable will employ everything toward the enhancement of the good friendship between the Honourable Company and the two monarchs. written by balia Melesetta Canaka Matanda madewen, signed by His Highness /:underneath stood for the translation Cochim date as above /:was signed:/ J: van Jongeren Sworn Translator Agrees H Schutz Schemering secretary No 6: 65 298 Checked J The gentleman commissioners arrived at Jiroewanandaporam on the 17: of this month at 6: o'clock in the evening, and on the following day, at the meeting held, they made known to us their commission which Your Right Honourable entrusted to them; we have taken great pleasure in this, and concerning this matter we are now sending our sarwadiacaria Caren Coemara Chembaga rama Poela and Coemara Poela thither, who upon their arrival there will discuss everything necessary with Your Right Honourable; the said gentleman commissioners departed from here on the 18: of this month; written by balia melesetta Canaka matanda madarven and signed by His Highness /:underneath stood:/ for the translation Cochim date as above /:was signed:/ s: van tongeren sworn translator Schemering Translation of an ola written by the king of Trevencoor to the Right Honourable Lord Governor, received the 22: December 1776: — Agrees J. Schutt secretary 66 299 To the King of Trevancoor The commissioners sent by me to Your Highness have returned, and I am extremely satisfied with the kindness with which they were received by Your Highness, for which I thank Your Highness from the report that they have given to me; I see with great pleasure that Your Highness clearly understands how very necessary it is to bring together all possible force to counter the hostile intentions of the Nabab Heider Alichan, which are visibly aimed at subjugating the whole of Mallabaar, whereby land and people would be cast into the uttermost misery; it is true, Your Highness's lands have not thus far been hostiley attacked, but who does not see that the objective of the Nabab Haider alichan to make himself master of the Company's possessions can only be to open a way for himself thereby, so as to be able to subjugate the whole realm of Your Highness in an easy manner, which would then be open to him; the lands that the Company possesses here are of too little importance to arouse his greed to such an extent that he would the Company No: 1

Dutch transcription

No. 3 62 295 Nagezien Wij hebben uwel Edele groot Agtb:re brief ontfangen, geleesen en dies inhoud verstaan; waar bij wij zaagen dat uwel Ed: groot Agtb=r berigt had ontvangen, dat den Nabab Heijder Alijchan Bader afkomt naar onse Landen; en daarom de meditatie aanbood om die verschillen in der minne aftemaaken; wij staan onder den Nabab van Arcatto, en overzulks hebben wij geen zaak met den Nabab Heijder Ali„ „chan uijtstaande, en wij hebben teegens den Nabab Heider Alichan ook niets misdaan; dog zoo den zelven teegens het regt, met zijn Leeger op ons afko„ „men wild, verhoopen wij, dat de Hollandse Comp:, die een oude vriend en bondgenoot van ons is, de noodige hulpe en assistentie aan ons sal gelieven te bewijsen, ten welke fine, versoeken wij scomp:s bijstand; gesch bij Balia, melesetta Canaka matanden madewen, en geteekent bij zijn Hoogheid /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim dato als boven /:was get:/ S: v=n Tongeren gesw: Translateur Accordeert. Translaat ola door den Koning van Trevancoor, gesch: aan den welEdele Groot Agtb=re Heer Gouverneur, ontfangen den 18: October 1776: HR Schutz Schemering secret:s No. 4 63: 296 UWelEdele Groot Agtb:r brief hebben wij ont„ „fangen, geleesen en dies inhoud verstaan; wij heb„ „ben daar bij gezien, dat uwelEd: groot Agtb=re een besluijt had genoomen om sonder eenige vertraa„ „ging te saamen met de Troupen van onsen van den Koning van Cochim alles te doen wat mo¬ „gelijk is, om 's Nababs Troupes de overtogt op het Eijland Brijpin te beletten, en dat Uwel Ed: groot Agtb=r een welgewapende Chialoup naar Aijcotte gezonden had; mitsgaders eenige officiren om over alle zaaken het nodige met onse Ragiadoors, en die Van den Koning van cochim, te beramen, en ook dat wij onse Ragiadoors bij UwelEd: Groot Agtb:r zenden zoude, om over deese tijds tijds-omstandigheeden te Spreeken, op uwelEd: groot agtb=re Eerste brief heb„ „ben wij reets antw: gezonden, en wij twijffelen niet, of voor den ontvangst deses het zelve uwel Edele groot Agtb=r in handen zal gekomen zijn, zoodra wij hoorden dat den Nabab bewe„ „ging maakte met zijn Leeger op Palicarro te komen en verder om de zuijd door te drin„ „gen, hebben wij, overweegende, dat wanneer Translaat brief door den Koning van Trevancoor. geschreeven aan den weled: Groot Agtb=r Heer Gouverneur. ontfangen den 19: 8br: 1776: de Nagezien de armee van den Nabab op Baijpin quam groote schade en nadeel voor de E: Comp: en de twee vorsten zoude weesen, ten eerste ordre gegeeven om langs Paliaporte wagthuijsen en volk te stellen, tot bevijling van dat Land; ge„ „lijk uwel Ed: groot Agtb:r zal gehoort hebben, en ter zee heefd UwelEd: Groot Agtb=r reeds een chialoup gesteld om goede wagt te houden, wij zijn geresolveerd om alles te doen wat in ons vermoogens is; voorts hebben wij ordre aan onse Sarwadicariacaren en den Paljetter gesonden, om alles met UwelEd: Groot Agtb:r nader te besoigneeren, wij verhoopen, dat UwelEd: Groot Agtb:r alles zal aanwenden tot accressement van de Goede vriendschap tusschen D:E: Comp: en de Twe Vorsten. gesch: bij balia Melesetta Canaka Ma„ „tanda madewen, geteekent bij zijn Hoogheijd /:onderstond voor de Transla„ „tie Cochim dato als boven /:was Geteekent:/ J: v=n Jongeren Gesw: Translateur Accordeert H Schutz Schemering secrets: N„o 6: 65 298 Nagezien J De Heeren Leeden zijn den 17:' deser des avonds te 6: uuren op Jiroewanandaporam gekomen, en des daags daar aan hebben zij bij de gehoudene ontmoeting ons te verstaan gegeven hunne Commissie die uwel Edele groot Agtb=re deselve opgedragen heeft, wij hebben daar inne groot genoegen geschept, en over deese zaak senden wij thans onse sarwadiacaria Caren Coemara Chembaga rama Poela, en Coemara Poela naar derwaarts, die met haar komste aldaar alle het nodige met uwel Edele groot Agtb=re spree= „ken zullen; gem: Heeren Leeden sijn op den 18:' dezer van hier vertrokken; geschr: bij balia melesetta Canaka matanda, madarven en getl: bij zijn Hoogh=t /:onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /:was getz: :/ s: van tonge= „ren gesw: translateur Schemering Translaat ola door den koning van Trevencoor gesch:t aan den wel Edele groot Agtb=re Heer Gouver= „neur. ontv: den 22:' xber: 1776: — Accordeert J. Schutt secret:s 66 299 Aan den Koning van Trevancoor De Gecommitteerdens, door mij aan Uw Ho=t afgezonden, zijn terug gekomen, en ik ben ten uijtersten voldaan; over de goedheid, waarmeede zij bij uw Hoogheijd zijn ontfangen; waar voor ik uw Hoogh=t bedanke; uijt het berigt dat zij mij hebben gedaen; ik zie met veel genoegen, dat uw Hoogheijd klaarlijk begrijpt, hoe zeer het no„ „dig is om alle mogelijke magt te zamen te brengen tot tegengang der vijandelijke voornemens van den Nabab Heider Ali„ „chan die blijkbaar gerigt zijn om de ge„ „heele Mallabaar te onder te brengen; waar door Land en volk d'uijterste Elende soude worden gestort; het is waar, Uw Hooght:s landen zijn tot nog toe niet vijandelijk aangetast, dog wie ziet niet, dat het oogmerk van den Nabab Haider alichan, om zig van 's Comps bezittingen meester te maaken, maar alleen zijn kan, om zig daar door een wegte baanen om zig het geheele Rijk van UwHoogh=t op een gemakkelijke wijze te kunnen onderwer„ „pen, dewelke voor hem dan zoude openstaan, de Landen die de Comp: hier bezit zijn van te weijnig belang, om zijn hebzuijt op te wekken tot zoo verre dat hij zig de Comp: No: 1

NL-HaNA_1.04.02_3461_0186 view scan ↗

English

would want to make the Company into a public enemy, and our forts, through the great expenses that are absolutely necessary to properly garrison and maintain them, would only serve as a burden to him; he can therefore have no other intention in wanting to master them than to subject the realm of Your Highness to himself by means of the same. With the loss of these places of hers, the Company would only lose a single factory, which, in relation to her entire state, can matter little; against this, the danger threatens the entire realm of Your Highness and the total ruin of all the people. This truth is so clear that it requires no further proof, and I therefore trust completely in the wisdom of Your Highness that the same will not fail to put promptly into effect, without interruption, all such measures as are necessary to prevent the further intrusion of the Nawab's troops and to expel them, and to that end, for the garrisoning of the borders on the north side, to send as many troops as is in any way possible for Your Highness. On the part of the Company, I shall do all I can for the promotion of the general welfare, and I trust that Your Highness, seeing how very much the preservation of Your Highness's realm and the happiness of your 67 300 Cochim the 27th October 1776 of your subjects likewise requires this, will contribute thereto all that is possible, for which only effective and promptly applied measures can serve. Below was written: thus translated by me into Malayalam, Cochim, date as above. Was signed: S: Van Tongeren, Sworn Translator. Agrees S Schemering H Schutz E secretary Checked - I. No 3. Secret 68 301 Batavia To His High Honour The High Noble Great Honourable Lord Jeremias van Riemsdijk Governor General Together with The Right Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble Great Honourable Wide-Ruling Lord Right Honourable Lords! Because the Nawab Haidar Ali Khan, however much I have tried for as long as was in any way possible to keep him in good humor and on the judged it proper to warn Your High Honours thereof in time, and to submit my humble thoughts concerning this, in so far as matters presently appear to me; unless, since then, through a change of time and circumstances, some further considerations should arise with me, at which time I shall take the liberty to submit the same further to Your High Honours as well. It appears to me that the Company's interests do not entail raising the blood flag here and establishing a theatre of war, the outcome of which is uncertain in any event, especially because one cannot rely on the native princes, who would only let the Company bear the brunt and keep their alliances no longer than their interests dictate, which the Company has experienced only too well everywhere and here on the Malabar, as well with the kings of Travancore and Cochim as with the Zamorin, Kolattiri, and Ali Raja, of which the old papers provide enough unpleasant material; so that their project to expel the Nawab from the Malabar seems solely and only to aim at their own security, with the prospect that when all fear of the Nawab may be cleared out of the way, 2: 70 303 and the Company has spent great sums of money, they will default under all sorts of pretexts. Indeed, I even see already from now on that, although Travancore, according to what was noted in our last separate dispatch of the 28th October, then indeed seemed inclined to march beyond his lines and to resist the enemy, indeed even since then, or when our reinforcement from Ceylon arrived, undertook to let his troops march northwards with those of the king of Cochim to alarm the enemy there and, if possible, cross over the river into the Papinivattom territory, we nevertheless have no great help to expect from him, while one has even less to expect from the Cochim ruler, who is allied with us more in name than in deed; indeed, I discover more and more their anxiety and embarrassment, wanting everything from the Company, just as if one could simply shake ships and regiments out of one's sleeve. It cannot be said how very much they are fortifying their northern places; one sees almost nothing on that side but entrenchments and breastworks, on which even more work is done daily, for which they use the best coolies and give us the worst and most emaciated ones, whereby the throwing up of our entrenchment before Cranganore takes so long, since on that side one can obtain no other coolies than by the help of Travancore or Cochim. And I for my part know and presently feel best by experience what patience I must exercise, how much they trouble me daily with messages and letters over trifles, and make mountains out of molehills; what Malabar tricks and chicanery they employ, how suspicious and mistrustful they are, possibly out of fear that we are as they are. It is true, if one could firmly rely on them and if one were assured that they would act faithfully and straightforwardly in everything, then the Company could certainly, in these circumstances of the time, strike a great blow and establish mastery over the entire Malabar, or at least place itself in the position to maintain, just as of old, the equilibrium among the Malabar princes and keep them in our interests; but I cannot vouch for this, and I therefore dare not favourably recommend their project to Your High Honours. Thus, I am of the opinion that, since we are united with Travancore and Cochim, we ought also only to remain united with those princes.

Dutch transcription

Comp: tot een openbare vijand zoude wille maaken; en onse forten zoude hem door de Groote onkosten die om ze behoorlijk te bezetten en te onderhouden vol„ „strekt nodig zijn, hem alleen tot een last strek„ „ken; Hij kan dus geen ander oogmerk hebben om zig daar van meester te willen maaken, dan zig door middel van dezelve het Rijk van U Hot te onderwerpen: de Comp: zoude met het verlies van deese Haare plaatzen maar een enkeld Comptoir kwijt zijn, dat met betrekkinge tot haar geheelen staat weijnig doen kan; daar en teegen drijgt het gevaar het geheele Rijk van Uw Hoogheijd en de geheele ondergang van al het volk: Deese waarheid is zooduijdelijk, dat ze geene verde„ „re bewijzen vordert; en ik vertrouwe dus volkome van de wrijsheid van UwHoogheijd, dat dezelve niet zal nalaaten bij voortgang spoedig te werk te stellen alle sodanige maatregulen„ als nodig zijn om den verderen indrang van 's Nabas troupen te beletten en deselve te verdrij¬ „ven, en ten dien eijnde ter bezetting van de gren„ zen aan de woordkant, zoo veel troupen te zenden als het uwe Hoogheijd eeniger maa„ „ten mogelijk is, van de zijde van de Comp: zal ik alles doen wat ik kan, ter bevorde„ „ringe van het algemeene welzijn; en ik vertrouwe dat uwslo=t, ziende hoe zeer Het behoud van uwslod:s rijk en het geluk Uwer 67 300 Cochim den 27: Octob:r 1776 Uwer onderdanen dit insgelijks vordert, daar toe alles wat mogelijk is, zal toebrengen, waar„ toe alleen kragtdadig en spoedig te werk ge„ „stelde middelen kunnen dienen; /onder„ „stond:/ zodaanig door mij in het Mallabaars overgeset, Cochim dato als even /:was getee„ „kend :/ S: V=n Tongeren Gesw: Translateur Accordeert SSchemering H Schutz E secret:s Nagezien - I. N„o 3. Secreet 68 301 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaare Heer Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere Wel Edele Heeren! Dewijl de Nabab Haider Alijchan (Hoe zeer ik ook getragt hebbe hem zo lange maar eenig= „zints mogelijk was, in een goede luijm en aan de en geoordeelt uw Hoog Edelheedens daar van in tijds te prevenieeren, en derweegens mijne geringe ge= „dagten op te geven, voor zo verre, mij de zaaken tans toeschijnen; ten waare 't zeedert door veranderinge van tijds en zaak omstandigheeden, eenige nadere bedenkingen bij mij mogten ontstaan, als wan= „neer ik de vrijheid gebruijken zal, dezelve ook nader aan uw Hoog Edelheedens op tegeven. Het komt mij voor, dat 'sComp:s belangens niet meede brengen, om hier de bloed-vlag telaaten waaijen, en een toneel des oorlogs aanteregten, waar van de kans in alle gevallen, onseker is, in= „zonderheid, om dat men op d' Jnlandse vorsten geen staat maken kan, die de Comp: maar het spit zouden laaten afbijten, en hunne verbin= „tenissen, niet langer houden, als hunne belan= „gens meede brengen, het geen de Comp: over al, en hier op de Mallabaar alte zeer ondervonden heeft; zo met de koningen van Trevancoor en Cochim, als met den sammorijn, Colastrij en Adij Ragia, waar van de oude Papieren genoeg onaangenaa= „me stoffen uijtleveren; zo dat hun Project om den Nabab van de Mallabaar te vrijdrijven, eenelijk en alleen maar schijnd te doelen, op hunne eijge zekerheid met dat uitzigt, om wanneer alle vrees, voor de Nabab mogt uit den weg geruimt zijn 2: 70 303 zijn, en de Comp: groote somma Gelds gespan= „deert hebben, onder allerlij pretexten, in gebreeke te blijven. Ja ik zie zelvs van nu af aan al, dat (schoon frevancoor volgens het genoteerde bij onze laatste apparte van den 28:' 8ber: toen wel genegen scheen te zijn, om buijten zijne linie te trekken, en den vijand te keer tegaan, Ja zelvs, 't zeedert, of toen ons renfort van Ceilon kwam, aangenomen heeft, om zijn troupes met die van den koning van Cochim, noordwaarts te laaten optrekken, om den vijand daar te allarmeeren en des mogelijk over de rivier in 't Paponettijse overgaan:/ wij egter geene groote hulpe van hem tewagten hebben, Terwijl men van den Cochimer nog minder iets tewagten heeft, die meer om de naam als om de daad met ons ge-allieerd is; „ja, „ik ondekke hoe langs hoe meer, hunne benaauwd= „heid en verlegentheid, willende alles van de Comp: hebben, even als of men maar scheepen en Regimen= „ten uijt de niouw te schudden had; het is niet te zeggen, hoe zeer ze hunne noordelijke plaatzen versterken; men ziet bij na, aan die kant niets als verschansingen en borstweeringen, waar aan da= „gelijks nog al meer gearbeijd word, waar toe zij de beste Coelijs gebruijken, en ons de slegste en uijtgemergelde geven, waar door het opwerpen van : van ons Retranchement voor Cranganoor zoo lange duurd, vermits men aan die kant geene andere Coelijs als door behulp van Trevancoor of Cochim krijgen kan; en ik voor mij weet, en gevoele tans het beste bij ondervindinge, wat geduld ik moet oeffenen, hoe zeer ze mij dagelijks met boodschappen en brieven lastig vallen, over bagattel= „len, en van klijnheeden grootheeden maken; van welke mallabaarse streeken en chikanen zij zig bedienen, hoe wantrouwig en agterkouzig ze zijn, mogelijk uijt bedugting, dat wij zo zijn, als zij zijn: 't is waar, indien men op hun vast staat kon maken, en indien men verzekerd was, dat ze in alles getrouwen voor de vuijst tewerk zouden gaan, dan zoude de Comp: zekerlijk in deze tijds omstandigheeden een Coup kunnen doen, die groot is en het Meesterschap over geheele mallabaar kunnen invoeren, ten minsten zig in de possessie stellen, om even als van ouds het equilibrium on= „der de mallabaarse vorsten, en hun in onse belan= „gens te houden; dog ik kan hier niet voor instaan en ik durve derhalven uw Hoog Edelheedens hun project niet favorabel voordragen. Dus ben ik van begrip, dat dewijl wij met Trevancoor en Cochim vereenigt zijn, wij met die vorsten ook maar alleen dienen vereenigd te blijven

NL-HaNA_1.04.02_3461_0193 view scan ↗

English

remain, so that Trevancoor will thus be more attached to us and less led away from us by the English: that if one intimates to the kings of Trevancoor and Cochim that we, being joined with them, need no other princes to prevent the Nabab from his further intrusion, this will flatter them, and they will then cease further solicitation; that it is nevertheless useful and at the same time necessary that the expelled Mallabaar princes find an opportunity to restore themselves in their kingdoms again; that this taking place can very easily have as a consequence that several other princes north of Mallabaar, also expelled by the Nabab, likewise restore themselves or attempt to restore themselves, all of which, of however little success it might be, would cause more or less of a diversion and give the Nabab his hands full; that one should even give them occasion for this in an imperceptible manner; and if it were possible, even meet them halfway in this underhandedly with one thing or another, since the Nabab, by his hostile conduct, has declared himself an open enemy of ours and now no longer needs to be spared, as I indeed already correspond in secret with the sammorijn through trusted persons, and already secretly have in my interests the head of the Moorish faction at Calicout, the notorious Aijderoos-Coettij, who has hitherto been used by the Nabab under the title of Head of Chawacatte to furnish and extort money, both in the Chawacatte district and in the surrounding areas, but now also begins to fear for his own person and thus, although indeed for the sake of his own interest, wants to defect from the Nabab, can nevertheless be of use to us, even if he could not render us any direct service, which is also not necessary, provided he with his following remains secretly attached to us and causes us no hindrance, or acts only feebly in the execution of the Nabab's orders: That our union with Trevancoor and Cochim, and the movements that the other princes might make towards their restoration, could easily cause Aider Alijchan to become somewhat more manageable, and possibly resolve to settle the matter and take exception thereon, namely, that his army commander went beyond his orders, and that we were also misled by his army commander, just as I have handled matters in those terms from the very beginning, and still keep them, and for that very reason also, as soon as hostilities began, wrote in those same terms to the Nabab, which he also seems to have leaned upon, because his answer is also framed in such a way, for he does not say that the invaded possessions belong to the sammorijn's kingdom, nor that he gave orders to attack us hostily, but simply says that he has heard that the so-called sandy land belongs to the Calicout territory, and that if we wish to retain that land we ought to procure the revenues thereof for him, just as I therefore also answered him back in those terms, merely to give him the opportunity, if he wants, to extricate himself in that manner; and although I do not dare say it with certainty, and will also not count on it in the taking of our further measures, I nevertheless believe to be able to notice from some circumstances and secret channels that he now in retrospect wishes that he had never started with the Company, because he now has less hope of being able to surprise Trevancoor than otherwise, since, had he left us in peace, he would undoubtedly have slipped past Cranganoor with his force and invaded south of the northern Line, without anyone having been able to prevent him from doing so, not to say dare or want to prevent it, on account of the so strongly recommended neutrality that best suits the Company; yes, I even believe to have noticed that he would rather see that he could get out of it with honor than to let the matter persist further against the Company; but that he, being too proud and too triumphant to let such be noticed, does not want to make the first request: He has truly insulted the Company far too much for us, now that we have already brought him to a halt and prevented his further intrusion, to make the first request; besides this, I do not know it for certain, and if I were to make the first request and he did not heed it, such would tend even more to the disrespect of the Company, besides that he would then become twice as proud and unbearable, whereas if he requested us first, we would have a better opportunity than otherwise to insist on compensation for damages; but since I nevertheless at the same time understand that the sooner the matter can be settled, the better it is, and it would not be advisable to risk the certain for the uncertain, I shall also not let pass the very first good and convenient opportunity that might present itself for this, but avail myself of it in the best possible manner.

Dutch transcription

H. 304 blijven, dat Trevancoor dus meer aan ons zal ge= „accroceerd en door d' Engelschen minder van ons afgeleijd worden: dat als men, de koningen van d Trevancoor en Cochim tekennen geefd, dat wij met hun geconjungeerd zijnde, geen andere vorsten no= „dig hebben, om de Nabab zijnen verderen indrang te beletten, hun zulx flatteeren zal, en zij het ver= „der aanzoek, dan wel staaken zullen; dat het eg= „ter nuttig en teffens noodzakelijk is, dat de ver= „dreevene Mallabaarse vorsten gelegentheid vin= „den, om zig weder in hunne Rijken te herstellen; dat zulx geschiedende, zeer gemakkelijk tot een gevolg kan hebben, dat meer andere vorsten benoorden Mallabaar, door den Nabab ook ver= „dreeven, zig insgelijk herstellen of tragten te her= „stellen, welk een en ander, van hoe weijnig reu= „sitie, zulx ook mogte zijn, min of meer een af= „wendinge zoude veroorzaken, en de Nabab de handen vol geeven; dat men zelfs daar toe op een ongevoelige wijze, Hun diende aanleijdinge te ge= „ven; en indien het mogelijk was, zelvs daar in onder de hand, met het een of ander tegemoed te komen, dewijl de Nabab, door zijn vijandlijk ge= „drag, zig als openbaare vijand van ons verklaart heeft, nu niet meer diend ontzien teworden, ge= „lijk ik dan ook reets, in secretesse met den sammorijn sammorijn, door vertrouwde perzoonen Correspon „deere, en het Hoofd van de Moorse factie te Calicour de berugte Aijderoos-Coettij, al hijmelijk in mijne belangens hebbe, die bij den Nabab tot dus lange gebruijkt is, onder den titul van Hoofd van Chawa= „catte tot het fourneeren en afpersen van geld, zo in het Chawacattijse district als daarom streeks, dog nu voor zijn eijge perzoon ook al begind te vreezen en dus, tschoon wel om de wille van zijn eijge belang), de Nabab wild afvallen, ons egter van nut kan zijn, schoon hij ons al eens geen di= „recten dienst kon bewijzen, het geen ook niet nodig is, als wij maar met zijn aanhang, ons hijmelijk toege= „gedaan blijft, en ons geen hindernisse toebrengt, of in de uijtvoering van s Nababs ordres, maar slapjes te werk gaat: Dat onse vereeniginge, met Jrevancoor en Cochim, en de mouvementen, die de andere vor „sten tot hunne herstellinge mogten maken, ligte= „lijk zoude kunnen veroorzaken, dat Aider Alij= „chan, wat handelbaarden worden, en mogelijk wel rezolveeren zal, om de zaak bij teleggen en daar op exipieeren, namentlijk, dat zijn Leger Hoofd, buij= „ten zijn order gegaan, en dat wij ook door zijn Leger= „Hoofd misleijd is, gelijk ik daarom al van den be= „ginne af, de zaken in die termen hebbe behandeld, en nog houden, en even daarom ook, zo dra de vijandelijkheed=n 72. 305 vijandelijkheeden begonnen in die zelvde termen aan den Nabab geschreeven hebbe, het geen Hij ook schijnt, zig te hebben laten aanleunen, om dat zijn antwoord, ook zodanig ingerigt is, want hij zegt niet dat de ge-invadeerde bezittingen, tot het sammorijnse Rijk behooren, ook niet, dat hij order gegeven heeft, om ons vijandlijk aante tasten, maar zegt een= „voudig, dat hij gehoort heeft, dat het zo genaam „de zandigland, tot het Calicoutse behoord, en dat wij dat land willende behouden hem de revenuen daar van dienen te bezorgen, gelijk ik daarom ook in die termen weder geantwoord hebbe, om hem maar de gelegentheid te geven, om als hij wild, op die wijze zig er uijt tewikkelen; en alhoewel ik het niet met zekerheid durve zeggen, en ook in het neemen van onze verdere maatregulen, daar op niet rekenen zal, zo meene ik egter uijt eenig omstandigheeden, en geheijme Canaalen te kunnen bemerken, dat hij nu van agteren wel wenscht, dat hij met de Comp: maar niet begon= „nen had, om dat hij tans minder hoop heeft, om Trevancoor te kunnen overrassen, als anders, de= „wijl Hij ons met rust gelaten hebbende, ongetwijf „feld, met zijne magt, voor bij Cranganoor zoude doorgeslipt, en bezuijden de noorder Linie inge= „vallen zijn, zonder dat men htem zulks zoude hebben hebben kunnen beletten, om niet te zeggen, durven of willen beletten, uijt hoofde van de zo zeer aan= „bevolene en de Comp: best Convenieerende neutra= „liteijd; Ja ik meene zelfs gemerkt te hebben, dat Wij liever zag, dat wij 'er met eere van afkomen kon„ als de zaak tegen de Comp: verder te laten doorstaan; dog dat Hij als te trotsen te zegepralend zijnde, om zulks te laten merken, met eerst aanzoek wild doen: Hij heeft de Comp: waarlijk al te zeer belee= „digt, om nu wij Item reets tot staan gekreegen en zijnen verderen indrang belet hebben, het eerste aanzoek te doen, buijten des zo weete ik het niet zeker, en ik eens eerst aanzoek doende, en Hij er niet nahoorende, zo zoude zulks nog meer tot disrespect van de Comp: strekken, behalven dat hij dan nog wel eens zo trots en onverdrage= „lijk zoude worden, daar hij ons eerst aanzoe= „kende, wij beter als anders gelegentheid zoude hebben, om op schavergoedinge aantedringen; dan dewijl ik egter teffens begrijpe, dat hoe eerder de zaak gevonden kan worden, hoe beter zulx is, en het niet geraden zoude zijn, het zekere, aan het onzekere tewagen, zo zal ik ook de aller eerste goede, en gevoeglijke gelegentheid, die zig daar toe mogt opdoen, niet laten voor bij gaan„ maar mij, daar van op de best mogelijkst wijze

NL-HaNA_1.04.02_3461_0197 view scan ↗

English

manner; and an opportunity for this might perhaps arise in case the Batavia ship and Your High Noblenesses' answer should arrive in the next few days, before we undertake anything further, because this answer, along with the gifts, could bring about either a commission or a correspondence whereby the matter might perhaps be settled, if only the Nabob were in any way inclined thereto, although I fear that even if we overlook his further undertakings and settle the matter with us, he will still be difficult to persuade to make restitution of the region between Chettua and Cranganoor. In the beginning, I had flattered myself that the English, for the sake of their own interest, if not directly then at least indirectly, would cause some diversion to prevent the Nabob from succeeding in his aims, as they know very well that the Nabob covets the pepper lands and the entire Kingdom of Travancore; that having conquered Travancore, he would be the closest and most dangerous neighbor of their Nabob Mahomet Alij; that Haider Alijchan would then swiftly invade the Madura Kingdom to achieve his main objective, with which he has long been pregnant, namely to diminish Mahomed Alij and, if possible, to subjugate him, which—namely the invasion of Madura—would then be much easier for him than otherwise, because he would then be master of Travancore's southernmost line, which serves as the defense of the Travancore Kingdom on that side; and I am certain that upon entering the Madura country, he would spare the Company's possessions there as little as here; for he has grand projects in his head such as one would never expect from an indigenous prince. But however much I thought that the English in this matter would have opened their eyes, or would have wished to open them, it seems that on the contrary they are even laughing in their sleeves. This I know from their private conversations and other circumstances, notwithstanding that I have in various ways tried to make the English gentlemen in this neighborhood understand how much the Nabob's success and further progress tend to their greatest prejudice. I am aware that the Chief of Ansjenga is very tranquil about it, and laughingly tells passing English seamen, as though it were something pleasant, that the Dutch are dancing with Haider Naik (for so the English call him); and our deputies, who in the month of October were with the King of Travancore and en passant also visited Ansjenga, were clearly able to notice that the English watch the game with pleasure, however much they must be convinced that it has virtually become their own cause. The Chief of Tellicherry is personally very bitter against the Nabob, because when this Chief recently sent his three children this way along the coast in a native vessel to depart via Lisbon for England on the Portuguese frigate that had wintered here in the mud bay, the Nabob's pirate vessels, which were then roaming between Chettua and Cranganoor, captured this vessel with money and goods, and brought the little children inland to Paponetty to Sardar Chan, who sent them back to Tellicherry some time later, with the loss of some money and goods, under the pretext of not having known that it was an English vessel. I had thought that this would at least have had some consequence; but nothing came of it. The English, both at Ansjenga and at Tellicherry, had already spread with pleasure that our city was surrounded and in distress, although the former would undoubtedly have occurred if Fort Cranganoor had not defended itself stoutly, and especially if our detachment, which we ordered out in all haste, had not arrived just in the nick of time at Aykotta. They had even, so to speak, deliberately disseminated matters so unfavorably at Tellicherry in order to frighten off the northern traders, so that they would go no further than Tellicherry, aiming to establish the trade there, just as I fortunately also received news that several bombaras that had called at Tellicherry (as they often do) remained lying there, because they were assured there that they could not come here on account of the siege of the city; so that that Chief intended to take advantage of the present circumstances and buy all the cotton from those traders, and also to lure merchandise away from here, especially sugar, to accommodate the bombaras. Upon which news I immediately managed to secretly obtain a fast-sailing native vessel that dared to stand somewhat out to sea, and with it, through the Company's merchants

Dutch transcription

73. 306 wijze bedienen; en hier toe zoude zig mogelijk ge= „legentheijd op doen, ingevalle het Batavias schip en uw Hoog Edelheedens antwoord, eerstdaags nog mogt komen, alvoorens wij iets verders onderneemen, om dat dit antwoord met de geschenken, of een Com= „missie of een Correspondentie zoude kunnen te weege brengen, waar bij de zaak zomtijds zoude komen gevonden worden, indien de Nabab maar eenigzints daar toe genegen mogte zijn, alhoewel ik vreeze, dat Wij van zijne verdere onderneemingen afzienden, en de zaak met ons bijleggende, tog nog moeilijk te bewegen zal zijn, tot de restitutie van de landstreek tus= „sen Chettua en Cranganoor. Jn den beginne hadde ik mij algevlijd, dat de Engelsen, om de wille van hun eijge belang, zo niet direct, ten minsten indirect, wel eenige afwen= „dinge zouden veroorzaken, om den Nabab in zijne oogmerken niet tedoen reuseeren, alzo zij zeer wel weeten, dat de Nabab verlekkerd is op de peper landen, en het geheele Rijk van Jrevan= „coor, dat hij het Jnevancoorse overwonnen heb= „bende, de naaste en de gevaarlijkste buurman van hunnen Nabab Mahomet Alij zoude zijn, dat Haider Alijchan, dan schielijk in het madureese Rijk zoude vallen, ter berijkinge van zijn Hoofd oogmerk oogmerk, waarmeede Hij al lange swanger gegaan heeft, namentlijk, om Mahomed Alij, klijnder te maaken en waare het mogelijk te onder tebren= „gen, het geen, namentlijk het invadeeren van Madure, htem dan vrij makelijker zoude zijn als anders, om dat hij dan meester zoude zijn van Trevancoors zuijdelijkste linie, dewelke aan die kant de defensie van het Trevancoorse Rijk is; en ik houde mij verzekert, dat hij in het Ma= „dureese, komende 's Comp: bezittingen aldaar zo min verschoonen zoude, als hier; want hij heeft groote projecten in het Hoofd, die men nimmer van een inlandse vorst denken zoude; dog hoe zeer ik gedagt had, dat de Engelse ten dezen hunnen oogen zouden open gedaan hebben, of hebben willen open doen, zo schijnd het, dat zij integendeel, zelfs in hun vuijsje lachgen; dit weet ik uijt hunne particuliere discoursen, en andere om= „standigheeden, niet tegenstaande ik op ver= „scheijde wijzen getragt hebbe de Heeren Engelschen hier in de buurt tedoen begrijpen, hoe zeer 's Na= „babs voorspoet en verdere vorderinge, tot hun grootste prejuditie vertrekt. Jk drage kennisse, dat de Chef van Ansjenga er zeer Aranquil omtrend is, en aan de passeeren= „de Engelse scheepelingen, al lachgende, even als iets aangenaamt 74 207 aangenaams verteld, dat de Hollanders met Haider Naik (want zo noemen de Engelschen hem Jaan den dans zijn, en onze gecommitteerdens, die in de maand october, bij den Koning van Trevan= „coor en passant ook te Ansjenga geweest zijn, en hebben duijdelijk kunnen merken, dat de Engelse met vermaak het spel aanzien, hoe zeer ze moe „ten overtuijgt zijn, dat het genoegzaam hun eige zaak geworden is. De Chef van Tallicherij is in zijn prive wel zeer verbittert, op den Nabab, om dat deze Chef onlangs zijne drie kinderen met een inlands vaartuijg langs de wal dit heen zendende, om met het hier in de modderbaaij overwinterd hebbende portugees freguat, over Lissabon na Engeland te vertrekken, de roofvaartuijgjes, van den Nabab, die toen tusschen Chettua en Cran= „ganoor zwerrden „ dit vaartuijg niet geld en goed genomen, en de kindertjes landwaarts in tot Paponettij bij Charder Chan gebragt hebben, die de= „zelve eenige tijd daar na te Jallicherij terug gezon= „den heeft, met verlies van eenig geld en goed onder voorgeven, niet geweeten te hebben, dat het een Engelsch vaartuijg was; ik had gedagt, dat dit ten minsten van eenig gevolg zoude geweest zijn; dog daar is niets van gekomen; de Engelschen zo wel te Ansjenga Ansjenga als te Tallicherij hadden al met ver= „maak versprijd, dat onze stad om cingeld en in nood was, hoe wel het eerste ongetwijffeld zoude ge-exteerd zijn, indien het fort Cranganoor zig niet deftig verweert had, en voor al, indien ons de tachement, dat wij in alle haast lieten uijtruk= „ken, niet effen van pas te Aijkotta gekomen was; men had zelfs om zo te spreeken, met studie te Tallicherij, de zaken zo nadeelig gespargeerd, om de noordse handelaars afteschrikken, op dat die niet verder als Tallicherij zouden gaan, ten eijnde daar den Handel te vestigen, gelijk ik ook per geluk, tijdinge kreeg, dat er al ver= „scheijde Bombarassen die te Jallicherij (gelijk ze veel tijds doen, 7 aangegierd hadden, daar bleeven leggen, om dat men hun daar verzekert had, dat= „ze hier, mits de belegeringe van de stad, niet kon= „den komen, zo dat die Chef voornemens was, zig van de presente omstandigheeden te bedienen en all' de Capok van die Handelaars te kopen en ook koopmanschappen van hier zegt te lok= „ken, voornamentlijk zuijker, om de Bombaras= „sen tegerieven; op welke tijdinge ik ten eersten in 't heijmelijke, een wel bezeijlt inlands vaar= „tuijgje wist te krijgen, dat wat diep in zee durvde steeken, en daarmeede door 's Compagnies Kooplieden

NL-HaNA_1.04.02_3461_0201 view scan ↗

English

merchants, and also through the Bombarasses present here, dispatched letters to the Bombarasses at Tallicherij, communicating that everything was well here and there was not the slightest hindrance to Trade, which had the consequence that all the Bombarasses who were at Tallicherij put out to deep sea from there and arrived here without any hindrance; I discovered this trick even more clearly from a letter of the aforementioned Chief, written to me under the date of 24 8ber, of which the passage, according to the English translation, read as follows. It is with the utmost sorrow that I have heard that your Honour's government has become engaged in war with a fortunate Conqueror; in case your Honour intends to bring any goods or merchandise to safety, please address them to me by English ships, and I assure your Honour that I will take all possible care that depends on me in that regard; for I warn your Honour that it is not improbable that the vessels from Masquetta and from the Gulf of Persia, out of fear, will come no further along this coast than into this harbour, in which case your Honour's Batavian Cargoes will remain lying unsold this Year; to prevent this, please send the Batavian ship here, I will buy all your goods or have them sold, have the Cargoes brought ashore and traded again, with all possible prudence and faithfulness, as if it were for my own nation or Shipowners; your Honour will possibly ask, on what kind of security; I have no other security to offer than my known Character. And to which I likewise replied on 6 November: Yesterday I had the honour to receive your Honour's esteemed missive of 24 October last, and thank you very much, both for the part that your Honour is pleased to take in the interests of our Nation with regard to the troubles that have been caused to us by the Army Commander of the Nabab, and for your Honour's friendly offer in that respect, although matters are not of such a nature that Trade is thereby brought to a standstill, as the merchants can safely come and go with Their vessels. Your Honour rightly observes that the Nabab is a fortunate Conqueror; it seems as though He sets no limits to his lust for power, but wants everyone to bow before his arms, and no longer even spares the European Nations; so that it has become more than time that they open Their eyes and stop Him in his undertakings; at least, we are busy here to oppose him, and it is not without likelihood that when he is once attacked in earnest, his progress will not last forever, since up to now he has found no resistance of importance in his victories; it is truly a shame that the insolence of his people goes so far that they even capture innocent children, which resembles public robbery and ruthlessness; I hope that this fatal occurrence that happened to your Honour's children may not grieve your Honour too much, nor be detrimental to your Honour's health. So that it clearly appears that the English have attempted to fish in our troubled waters, and would have fished for good, had one not found out in time and prevented it. Yet because the prosperity of the Nabab nevertheless conflicts in all respects too much with the interest of the English, I cannot think otherwise regarding Their conduct than that on the one hand they are Jealous that Trevancoor is so openly united with us; or that on the other hand they suppose that we are well able to stop the Nabab; or also that they would gladly see the Nabab make us move from here, in the hope of thereafter jointly with Trevancoor expelling the Nabab again, and thus becoming master of our conquests, at which time they would become sole Master of all the pepper of Trevancoor, which would then have to dance to their tunes even more than now; and I am not entirely a stranger to the latter thoughts, because I know from good authority that the Chief of Ansjenga, when matters stood so and so, that the Nabab's troops were about to break through and come upon Aijcotta, let slip in a mocking manner among his people, in substance: let Waijder Naik just tear down the walls of Cochim, then we will not have to do it afterwards; were I not as well assured of this as if I had heard it myself, I would not impart that passage to your High Nobilities, which otherwise would in itself be only a fairy tale; it is also said that Haijder Alijchan made an attempt with the Ministry of Madrast to obtain assurance that from that side or properly from

Dutch transcription

75. 308 kooplieden, en ook door de hier zijnde Bombarassen, brieven aan de Bombarassen te Tallicherij liet afgaan, ter Communicatie, dat hier alles wel„ en geen de minste hinder was in den Handel, het geen van dat gevolg is geweest, dat daar op alle de Bombarassen, die te Jallicherij waaren, van daar ook diep in zee staken en zonder eenigen hinder hier qua= „men; deze streek ondekte ik nog duijdelijker uijt een brief van gem: Chef, onder dato den 24: 8ber: aan mij geschreeven, waar van de periode, volgens de Engelse vertalinge, aldus was. Het is met het uijtterste leetweezen dat ik gehoord heb, dat uwelEd: gouvernement in oorlog geraakt is, met een gelukkig Conquerant; ingevalle uwelEd: van voorneemen is, eenige goederen of koopmanschappen in zeekerheid tebrengen, zo gelieft dezelve maar met Engelsche schee= „pen aan mij te addresseeren, en ik verzeekere uwel Ed: dat ik alle mogelijke zorg die van mij dependeert, daar voordragen zal; want ik waar= „schouwe uwelEd: dat het niet onwaarschijnelijk is, dat de vaartuijgen van Masquetta, en uit de Golff van Persien uit vreese niet verder langs deeze kust zullen komen, dan in deeze haven, in welk geval, uwelEd: Bataviase Cargasoenen, dit Jaar onverkogt zullen blijven leggen; om dit dit voortekomen, gelieve uwelEd: het Bataviase schip hier te zenden, ik zal alle uwe goederen koo= „pen of laaten verkoopen, de Cargasoenen, aan de wal laaten brengen en wederom verhandelen, met alle mogelijke omsigtigheid en trouwe, als of het voor mijn eijgen natie of Rheeders was; uwelEd: zal mogelijk vraagen, op wat voor „ ik heb niet anders zekerheid te offereeren als mijn bekend Character. En waar op ik Item den 6=de November antwoorde. Gisteren hebbe de eer gehad te ontvangen uwel Ed: geagte missive van den 24: october J:o leeden, en bedanke wel zeer, zo voor het deel, dat uwel Edele gelieft teneemen, in de belangens van onze Natie met betrekkinge tot de moeije= „lijkheeden, die ons door het LegerHoofd van den Nabab aangedaan zijn, als voor uwelEd: vrien= „delijke offerte, ten dien opzigte, schoon de za= „ken van dien aard niet zijn, dat den Handel daar door stilstaat, alzo de kooplieden met Hunne vaartuijgen vijlig kunnen af en aan= komen. Geregt merkt uwelEd: aan, dat de Nabab een geluckig Conquerant is; het schijnt, als of Hij geen palen aan zijn heers zugt steld, maar een ider voor zijne wapens wild doen bukken, en 76 309 en zelvs de Europeese Naties, niet meer ontziet; zo dat het meer dan tijd geworden is, dat deeze Haar oogen opendoen, en Htem in zijne ondernee= mingen stuijten; ten minsten, wij zijn hier bezig, om hem tegen te gaan, en het is niet buij= „ten apparentie, wanneer wij eens met ernst aangetast word, zijne progressen niet altijd zullen duuren, dewijl hij tot nog toe in zijn overwinninge, geen tegenstand van belang gevonden heeft; het is waarlijk schande, dat de onbeschijdentheid van zijn volk, zo verre gaat, dat het zelfs onnozele kinderen opvangt, het geen na publice rooverij en onbarmhertigheid gelijkt; Jk hoope dat dit fataal geval, aan uwelEd: kinderen ge-exteerd, uwelEd: niet te zeer bedroeven, nog aan uwelEd: gezondheijd hinderlijk mag zijn. zoo dat het duijdelijk blijkt, dat de Engelse in ons troubel water hebben tragten te visschen, en ook voor goed zoude gevischt hebben, indien men er niet in tijds agter gekomen was, en het zelve belet had. Dog om dat de voorspoed, van den Nabab even= „wel in alle opzigten te zeer tegen het belang van de Engelse strijd, zo kan ik nopens Hin gedrag niet anders denken, als datze aan de eene zijde Jalours Jalours zijn, dat Trevancoor met ons zo opendlijk vereenigd is; of datze aan de andere zijde, veronder= „stellen, dat wij wel in staat zijn, den Nabab tegen te houden; of ook wel datze gaarne zouden zien, dat de Nabab, ons van hier kon doen verhuijzen, in hoope, om als dan naderhand gezamentlijker hand, met Trevancoor den Nabab weder te verdrijven, en dus meester te worden van onze conquesten, als wan= „neer ze alleen Meester zouden worden, van alle de peper van Trevancoor, die dan nog meer, als nu na hunne pijpen zoude moeten dansen; en ik ben van de laatste gedagten niet ten eenemaal vreemd, om dat ik van goederhand weet dat de Chef van Ansjenga stoen het sus of zo stond, dat 's Nababs troupes stonden door te breeken, en op Aijcotta te komen/, op een riante wijze onder de zijne zig liet ontvallen, in substantie, laat Waijder Naik de muuren van Cochim maar afbreeken, dan behoeven wij het naderhand niet tedoen: was ik hier van zo wel met verzeekert, als of ik het zelfs ge= „hoord had, ik zoude uw Hoog Edelheedens die perio= „de niet bedeelen, die anders op zig zelvs maar een vertelselje zoude zijn; ook zegd men, dat Haijder Alijchan, een tentamen bij het Ministerie van Madrast zoude gedaan hebben, om verzeekeringe te krijgen dat men van die zijde of eijgentlijk van

NL-HaNA_1.04.02_3461_0205 view scan ↗

English

from the side of Mahomet Alij, would not hinder him in enterprises that he intended to undertake on this side, and that, among other things, two differing opinions pro and contra were said to have occurred among the members of the aforesaid Ministry; at least it appears to me that regarding the English gentlemen in this matter, one may well have a prudent distrust, for otherwise it is incomprehensible that they would allow him to break through and invade the Travancore territory, and look on with folded arms without hindering him, or actively supporting Travancore. From the general letter Your High Nobilities will see that the defects of this city have now been repaired, and I flatter myself that Your High Nobilities will also be pleased that everything was completed just in time, and that such capital repairs cost the Company no more than rop:s 159882 7/48, as shown by the following specification. The square plaza: rop:s 3114 19/48 The curtain between Overijsel and the river gate: rop:s 30500: — Ditto from the river gate up to the Stroomburg: rop:s 7000: — Carried forward: rop:s 40614 13/48 Brought forward: rop: 40614 13/48 The raising of the parapets: rop:s 21780 1/48 The deepening of the moat, the lengthening of the same, the making of the covered ways and the glacis: rop:s 52281: — The outer work or the reinforcement of the outer moat beyond the Boompoort: rop:s 40350: — The bridge at the Raaijpoort: rop:s 2275 19/48 The levelling of the plain around the city: rop:s 2580: — Rop:s 159882 7/48 Likewise, I flatter myself that Your High Nobilities will be no less pleased that, on the other hand, to compensate for these expenses, in the past three years through private trade for the Company, a net profit has been gained of: Anno 1773/4: rop:s 16760: — Anno 1774/5: rop:s 23348: — Anno 1775/6: rop:s 18364: 12 Together: Rop:s 58472: 12 So that there is still lacking rop:s 101409 4/48, and thus already a large third of the aforementioned expenses has been recovered from it; and it would have to be very unfortunate times indeed if, within a few years, the remaining two-thirds were not found from that trade, unless one were pleased also to take into consideration here how great a sum was calculated for the work of Slooterdijk alone, and yet that same objective having been met with 30500 rop:, the aforesaid total costs would thus already be found from now on. Attached hereto I add the return of the private trade of the past year; it amounts to Rop: 4983 39/48 less than last year, caused by the fact that the arrack has not yet been sold, and there were also still 317 candyls of sandalwood left over, which latter having only been sold these past days, will therefore be brought into the return of this year. In the month of December a frigate from Goa was here. When the captain went on board to depart again for Goa, he sent ashore a sealed bag with letters to the Company merchant David Rhabbij, addressed in Portuguese to the Pater Superior on Ceylon, in order to send them to Ceylon at an opportunity. David gave me notice of this, while the frigate, in the meantime, had departed. The bag was slightly smaller than an ordinary travel bag, such as people take with them on a journey, and in my opinion there must have been well over a hundred letters in it. They may perhaps only be letters from the clergy to one another; yet because this shows the correspondence of Goa with Ceylon, I have placed the said bag, just as it was, in a small chest and sent it to the Ordinary Councillor and Governor of Ceylon Falck, in order to be able to act therewith as seen fit. Meanwhile I have the high honor with the greatest respect to remain, High Noble, Great Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Noble Lords, Your High Nobilities' very obedient and humble servant. Was signed: A. Moens. In the margin: Cochin, the 2nd of January Anno 1777. Agrees: J. Jannichen. D. No. 4. Return of such goods as have been purchased from various traders since the first of September last on account of the Honorable Company and sold again during that time, with indication of the advances in money and percent. 526166 lb Powder sugar, purchase value burdened with all expenses rds:s 52090: 24, sale 59219: 36, profit 7129: 12, 13 7/8 percent. 25116 lb Candy sugar, purchase value 3641: 36, sale 4144: —, profit 502: 12, 13 3/4 percent. 549 piculs Alum, purchase value 2882: 12, sale 3294: —, profit 411: 36, 14 1/4 percent. 6 ditto Raw Chinese silk, purchase value 4044: —, sale 4650: —, profit 606: —, 14 7/8 percent. 169 1/1 candyl Sandalwood third sort, purchase value 12880: —, sale 14904: —, profit 2024: —, 15 7/8 percent. 587 ditto Kapok, purchase value 51552: —, sale 59269: —, profit 7717: —, 14 7/8 percent. Total, purchase value rdps: 127090: 24, sale 145454: 36, profit 18364: 12. The purchase deducted from the sale, purchase value rd:s 127090: 24, shows to have been gained on this r/s 18364: 12 or 14 1/2 percent. Cochin the last of August Anno 1776. A. V. Harn L: C. No. 3. Separate. Batavia. To His High Nobility, the High Noble, Great Honorable Lord Jeremias van Riemsdijk, Governor-General, together with the Well-Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Great Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Noble Lords! Our last separate letter was of the 28th of October last, of which the duplicate accompanies this. Since then we, on the 4th of November thereafter

Dutch transcription

77. 77 310 van de zijde van Mahomet Alij, Hem niet hinder= „lijk zoude zijn, in onderneemingen, die Hij aan deeze kant voorneemens was, en dat daar over, on= „der andere ook tweederlij gevoelens pro en Contra bij de Leeden van voorsz: Ministerie zouden plaats gehad hebben; ten minsten het komt mij voor, dat men omtrent de Heeren Engelsen ten dezen, wel een voorzigtig wantrouwen mag hebben, want anders is het onbegrijpelijk dat zij tem zouden toelaaten om door te breeken, en in 't Trevancoorse tevallen, en zulks met gekruijste armen zitten aanzien, zonder Hem dat te beletten, of Trevancoor met 'er daad te ondersteunen. Bij de gemeene briev zullen uw Hoog Edelheedens zien, dat de gebreeken van deeze stad nu hersteld zijn, en ik vlije mij dat uw Hoog Edelheedens ook genoegen zullen hebben, dat alles nog effen in tijds klaar is gekomen, en dat zulke Capitaale re= „paratien, de Comp: niet meer gekost hebben als rop:s 159882 7/48: blijkens, de ondervolgende aan= „tooninge. Het vier kant plaat - - - - - - - rop:s 3114 19/8: De gardijn tusschen overijsel en - - - - - „ 30500: —. de revier poort- d„o van de revier poort tot aan de stroomburg _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 7000: —. Transporteere ro/as 40614 13/48. P„r Transport rop: 40614 13/48. 44 Het verhoogen van de Borstweeringen - - „ 21780 1/48: Het uit diepen van de gragt, Het verlen„ „gen van dezelve, Het maken van de bedekte wegen de glassij - - - - - - - „ 52281: —. Het buijten werk ofde versterkinge van de voorgragt buijten de Boompoort - - „ 40350: — 36 De Brug aan de Raaijpoort - - - - - „ 2275 19/48: Het Plaineeren der vlakte rontomd' stad „ 2580: —. Rop:s 159882 7/48: Jnsgelijks vlije mij, dat uw Hoog Edelheedens niet minder genoegen zullen hebben, dat daar en tegen ter goedmaakinge van die ongelden in de Jongste drie Jaaren met den particulieren Handel voor de Com= „pagnie, zuijver gewonnen is, als 3 Ao 177 „ 177 2/5: „ 177 7/6: - - A:o 177 /4: - - - - - - - - - - - - rop:s 16760: —. -„ 23348: - - - - „ 18364: 12: Tesamen Rop:s 58472: 12: zo dat er nog, aan manqueert rop:s 101409 4/48: en dus al een groot derde van de voorschreeve ongelden uijt gewonnen is; en het zouden al zeer ongelukkige tijden moeten zijn, indien binnen wijnig Jaaren, uijt dien Handel het overige twee derde niet ge= „hier bij teffens „vonden wierd, ten waare men „ gelievde, in aanmer= „hoe groot eene somma „kinge te neemen, op „ het werk van slooterdijk alleen 6: 78 211 alleen gecalculeert, en egter aan dat zelvde oogmerk voldaan zijnde, met 30500: rop: de voorschr: geza= „mentlijke onkosten, dus dan, van nu af al zouden gevonden zijn. Hier nevens voege het Rendement, van den Particulieren Handel des gepasseerden Jaars; het bedraagt Rop: 4983 39/48: minder als verleede Jaar, veroorzaakt, om dat de Arak, nog niet verkogt is, en 'er ook nog 317: Candijlen zandelhout over= „geschooten waaren, welke laatste dezer daagen eerst verkogt zijnde, dus bij het rendement de= „zes Jaars zullen opgebragt worden. Jn d' maand xber: is hier een freguat van goa ge= „weest: toen de Capitain na boordging om weder na goa te vertrekken, zond hij aan de wal een verzegelde zak met brieven aan 'sComp:s koopman David Rhabbij, beschreeven, in het Portugees aan „beschreeven de Later superior op Ceilon„ om bij gelegentheijd na Ceilon tezenden; hier van gaf David mij kennis, terwijl het freguat, intusschen vertrok= „ken was: de zak was iets klijnder als een ordi= „naire reijs zak, gelijk de lieden op reijze wel met zig neemen; en na mijn gedagten moeten er vrij, meer als hondert brieven ingeweest zijn. het zullen mogelijk maar brieven zijn van de gees= „telijkheid aan elkander; dan dewijl hier uijt blijkt de Nagezien A. Wartenh de Correspondentie van goa op Ceilon, zo hebbe ik gem: zak, zo als ze was, in een kasje gedaan, en aan den Heer ordinair Raad en Ceijlons Gouverneur Falck gezonden ten eijnde daar meede na goed= „vinden te kunnen handelen. Jnmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijd gebiedende Heere en wel Edele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens zeer gehoorzame en onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ A=n Moens /:in margine:/ Cochim den 2: Januarij A:o 1777: Accordeert J Jannichen CCeer D D. N„o 4. Rendement van zodanige Goederen, als e van diverse Handelaaren zijn ingekogt en geduurende in geld en p=r C=tos 526166:— lb Poeder Zuijker - - - - - -- - 25116: — „ Candij zuijker - - - - - - - - - - - - - - „ - 549: – pikels Alluijn.- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6: - d=o Ruuwe Chineese zeijde - - - - - 169 1/1: kand: zanoelhout derde zoort - - - - - — —. 587. — d=o Rapok - - - - - - - - - - - - – – – – . — -- Den inkoop zo consteerd - Cochim den Laatsten . „ : 75 313 zeerdert primo september Jongst leeden voor reekening van d' EComp=e rende dien tijd wederom verkogt met aanwijsing der advancen inkoopsbe= verkoop. winst p:r Contos. swaard met alle ongelden r ds:s 52090:2:919:36:ƒ 13:12: 13 7/8. – – – – – – – – – – – „ 3641:36:„ 4144:–„ 502:12: 13¾. r=m - - - – – – „ 2882:12:„ 3294:—„ 411:36: 14¼. „ – – – „ 4044:–„ 4650: –„ 606:— 14 7/8. „. - – – – – „ 12880:–„14904:–„ 2024:- 15 7/8. „ _. – – – – – - –„ 51552:– „59269:–„ 7717:- 14 7/8. „ Teld - - - - - - - - - - - rdp:s 127090:14:„45454:36:„ 18364:12: nkoop van den verkoop afgetrokken . - - - - - - - rd:s 127040: 24: erd hier op gewonnen te zijn - - - - - - - - - r/s 18364:12: o7 14½. sch:s - - Augustus Anno 1776. AV Harn ---- --- - — – - - -- - - L: C. N„o 3. Appart 80 314 Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Jeremias van Riemsdijk, Gouverneur Generaal Benevens. De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Groot Achtbaare wijdgebiedende Heere, en Wel Edele Heeren! Onze Laatste apparte, is geweest van den 28: october Laatsleeden, waarvan het Duplicaet dezen verzelt. 'Tzeedert hebben wij op den 4. November daar

NL-HaNA_1.04.02_3461_0216 view scan ↗

English

From there, a prompt and substantial relief was obtained from Ceilon by two ships, Honkoop and Hoolwerff, with which, besides various provisions, 6 iron canons of 12 lbs, six bronze of 3 lbs, and two howitzers, along with a corps of artillerymen of 50 heads primo plan, have also arrived: three companies of Europeans and two companies of Malays, the former each of 141 heads, and the latter each of 100 heads primo plan. Meanwhile, the enemy had entrenched himself behind stockades and strongholds from Chettua to Cranganoor, hidden everywhere in ambushes, and continuously patrolled through the woods; so that we were not foolish and reckless enough to risk the aforesaid troops at once, and without what was necessary for an expedition, to send them against the enemy—whose numbers were continually increasing—and to expose them to being cut off or encircled. However, our intention was not only not to let the enemy advance any further than he already had against us, but also to make him move back to the north out of his conquests, and, if possible, to deal him a severe blow, in order thus to avenge the insult done by him to the Company. To achieve that objective, the troops of Trevancoor and Cochim would march northwards between Cranganoor and Chettua on the opposite side of the river, to alarm the enemy from the east side, and if possible, cross over the river into Paponettij even with native small craft, at which time we, from the south side, or properly from Cranganoor, under cover of our field artillery, would advance not divided, but with combined force; while from the north side, or Chettua, which we then intended to reinforce somewhat first, movements would also be made; and our ships would take up positions on the west side between Cranganoor and Chettua, and make landing maneuvers there as well. For this it was therefore first necessary to have manufactured the ammunition, provisions, instruments, and other necessities for the advance from Cranganoor, so as to lack nothing while in the field, for which quite a lot was required if one wished to undertake anything with certainty; but which required some time here, since everything in the storehouses and in the administrations here is very limited for the sake of economy. While orders were being given for this, the Resident of Chettua (which fort was kept so closely enclosed that no one could get in or out) nevertheless found a way to inform us—by means of a small letter that a native had concealed in his head hair and delivered to us—that he was beginning to lack many things, that he even had very little gunpowder left, that he was in extreme distress, and could no longer hold the fort. The relief and retention of this fort was of the utmost importance, since, falling into the hands of the enemy, it would greatly hinder us in our operations and further undertakings, whereas remaining in our power it could be of great use to us, and one could then count on being master of a large part of the matter, because with Chettua situated at the northern and Cranganoor at the southern end of that island or the so-called Sand Island, the enemy found himself between these two strongholds, and thus had no other retreat than to the west across the sea and to the east across the river. Thus nothing was so necessary as to relieve Chettua by sea without any loss of time; we say by sea, because this could not be done by land, since the enemy, as said, had erected strongpoints everywhere and entrenched himself behind them, and lay in ambush in several places, all the more so because the relief of Chettua by sea, once we had received reinforcements from Ceilon, was very easy to accomplish, as can be clearly seen in the new map of Mallabaar drawn by the deceased surveyor De Graaff, a duplicate of which is in the possession of Your High Excellencies. With how much prudence, however, we arranged that expedition appears from the accompanying instructions, to which is attached the letter that we wrote at the same time to the servants at Chettua, in which among other things it was specifically ordered that as soon as the commissioners arrived before Chettua, the landing had to take place, and that they had to bring the necessities over the reef into the river before Chettua, and subsequently deliver them into the fort, for had this order been complied with, the expedition would have succeeded, because precisely at that time there were only few troops of the enemy before Chettua and the main force was with the army commander Charder Chan at Paponettij, who was preparing there to make another attempt on Cranganoor (and however much he otherwise has his spies everywhere) yet knew not the least of this expedition to Chettua, so that our ship and other vessels arriving before Chettua, he only received knowledge of it in the evening by an express messenger who rode post from Chettua to Paponettij, whereupon he de facto departed with most of his force for Chettua, and during the night in all haste buried himself on the reef between the fort and the beach, in the sand and behind the brushwood growing there, for which he would have had no time had the landing taken place immediately, or on the first day. How fatal this expedition turned out to be (which by instruction had also been specifically recommended, to excess, not to be undertaken if there was no possibility for it) appears from the accompanying copy of a letter from the skipper of the ship Hoolwerff, dated 13 November, in which he informed us that the landing had taken place the day after the arrival of the ship before Chettua, and that the entire detachment appointed for the relief was encircled

Dutch transcription

1: daaraan van Ceilon erlangd een spoedig aan„ „zienlijk ontzet van twee scheepen Honkoop en Hoolwerff, waarmeede behalven verscheide provisien 6: ijzere Canons van 12. lb:s, ses metaa„ „le van 3. lb:, en twee Haubitsers, beneffens een Coor Arthilleristen van 50: koppen primo plan, ook nog overgekomen zijn, drie Comp: Euro„ „peezen, en twee Comp: Maleijers, d'eerste ider van 141. koppen, en de laatste ider van 100: koppen primo plan. De vijand had zig intusschen van Chettua tot Cranganoor agter paggers en sterktens verschanst, in hinderlagen over al verborgen, en pattroilleerde by continuatie door de bosschen; zo dat wij niet dwaas en onvoorzigtig genoeg waaren om voorschreeve Troupes, zo maar ten eer„ „sten tewaagen, en zonder het nodige tot een Ex„ „peditie op den vijand, wiens getal algaande weg vergrootte te laten afgaan, en aan afsnij„ „dinge of omcingelinge te exponeeren. Egter was ons voorneemen om den vijand niet alleen niet verder te laaten komen als Hij „ons reeds was, maar ook uit conquest weder na de noord te doen verhuizen, en waare het mo„ „gelijk een gevoelige neep tegeeven, om dus te wreeken 81. 215 wreeken, den hoon die de Comp: door Hem is aangedaan. Ter berijkinge van dat oogmerk zouden de troupes van Trevancoor en Cochim noord„ „waarts tusschen Cranganoor en chettua aan de overzijde van de revier trekken, om den vijand van d' oost zijde te allarmeeren, en zo het mo„ „gelijk was, met inlandse vaartuigjes zelvs over de revier in't Paponettijse overgaan, als wanneer wij van de zuid zijde, of eigendlijk van Cranganoor, onder faveur van onze veld„ „ Arthillerije niet verdeelt, maar met 'tzamen gevoegde magt zouden oprukken; Terwijl van de noordkant of Chettua dat we dan eerst wat meenden te versterken, ook beweegingen zoude gemaakt worden; en onze scheepen zou„ „den aan de westkant tusschen Cranganoor en Chettua gaan leggen, en daar ook move„ „menten van landinge maaken. Hier toe was dus eerst nodig, om de Am„ „monitie, provisien, Jnstrumenten, en ver„ „dere benodigtheeden, tot den opmarsch van Cran„ „ganoor te laaten vervaardigen, om in het veld zijnde, aan niets gebrek te hebben, waartoe al vrij wat behoorde, indien men iets zekers wilde onder onderneemen; dog waartoe hier eenigen tijd ver„ „eischte, alzo hier alles op de winkels en in de admi„ „nistraties om de wille van de menage zeer bepaeld is. Terwijl men hier toe de bestellinge deed, had de Resident van Chettua (welk fort zo naauw: inge„ „slooten gehouden wierd, dat er niemand uit of in kon/ egter een middel weeten tevinden, om ons met een klijn briefje, dat een Jnlander in zijn „en hoofd hair verborgen „ aan ons besteld had, ken„ „nisse te geven, dat hij aan veele dingen gebrek be„ „gon te krijgen, dat hij zelvs maar zeer wijnig kruijt meer had; dat hij in de uitterste nood was, en het fort niet langer houden kon Het ontzetten en behouden van dit fort, was van d' uitterste aangelegendheid, dewijl hetzelve in de hand van den vijand komende, ons zeer hin„ „derlijk zoude zijn, in onze operaties, en verdere onderneemingen, daar het in onze magt blijvende ons van groot nut konde zijn, en men dan reeke„ „nen kon, voor een groot gedeelte van de zaak meester te zijn, om dat Chettua aan het noorde„ „lijke, en Cranganoor aan het zuidelijke einde van dat Eijland of het zo genaamde Zandigland leggende, de vijand zig tusschen deze twee sterk „tens bevond, en dus geen andere retiraite had, als 82 316 als ten westen over de zee, en ten oosten over de revier: Dus was er niets zoo noodzakelijk als Chet„ „tua, zonder eenig tijd verzuim te ontzetten over zee; wij zeggen over zee, om dat zulks overland niet geschieden konde, alzo de vijand, gelijk gezegd, over al vastigheeden opgeworpen, en zig daar agter ver„ „schanst had, en op verscheide plaatsen in hinder„ „lagen lag, temeer het ontzetten van Chettua, toen we secours van Ceilon gekreegen hadden, over zee zeer faciel te doen was, gelijk dat in de nieuwe Caart van de Mallabaar door den overleedenen Landmeeter De Graaff geteekend, en waarvan de wederga, bij uw Hoog Edelheedens berust duidelijk tezien is. Met hoeveel voorzigtigheid dogedgaling wij die Expeditie hebben besteld, blijkt uit de nevens„ „gaande Jnstructie, waarbij gevoegt is de briev die wij teffens aan de Chettuase Bediendens schreeven, waarbij onder anderen wel speciaal gelast werd, dat zo dra de Commissianten voor Chettua mogten gekomen zijn, de landinge moest geschieden, en dat zij de Benodigtheeden over het riff in de re„ „vier voor Chettua moesten brengen, en ver„ „volgens in het fort bezorgen, want indien aan deeze ordre was voldaan, zo zoude de expeditie gereuseert gereuseert zijn, om dat er Juist, te dier tijd maar wij„ „nig volk vanden vijand voorCheltua en de meeste magt bij het Legerhoofd Charder Chan te Papo„ „nettij was, die zig daar prepareerde om weder een tentamen op Cranganoor te doen (en hoe zeer hij ook anders over al zijn spions heeft) egter van deze Expeditie op Chettua, niet het minste wist, alzo ons schip en verdere vaartuigen voorChettua komende, Hij daar van, des avonds maar eerst kennisse kreeg, per een expresse, die te post van Chettua na Paponettij reed, waarop Hij dafacto met zijne meeste magt na Chettua vertrok, zig des snagts in allerijl op het riff tusschen het port en het strand, in het zand en agter ruig„ „tens die daar groeien, begraefde waartoe Hij geen tijd zoude gehad hebben, indien de Landinge aanstonds, of op den eersten dag geschied was. toe fataal nu deeze expeditie (dewelke bij Jnstructie ten overvloede ook speciaal gerecom„ „mandeerd was, niet te onderneemen, indien er geene mogelijkheid toe was) uitgevallen is, blijkt bij de nevensgaande Copia briev van de schipper, van het schip Hoolwerff, onder dato „dat de Landinge 's daags na de komst van 't schip voor Chettua geschied was, en 13. November, waarbij hij ons bedeelde „ dat het geheele Detachement, dat tot het ontzet geschikt omcingest ###

NL-HaNA_1.04.02_3461_0221 view scan ↗

English

surrounded, partly killed, and partly taken prisoner, although the necessities sent with it remained on board and were preserved, even though we nevertheless have reports from more than one side through the Native that about 30 men of the Detachment might still have arrived in Chettua. Skipper vander Kuijl has sought to further assure us that the landing could not take place on the first day because there was too much surf at that time. The officer of the Commission who is still held prisoner by the enemy, and who would best be able to inform us why this Expedition failed, ought to be heard first; but so far as we have been able to deduce from the reports obtained, our people would still have fought their way through if their cartridges had not become wet, because of which they were able to fire only very few shots, since the boats during the landing, being improperly steered by the Coolies seized with fright and fear, are said to have capsized broadside into the surf on the beach, and thus the people got wet. This misfortune was all the more fatal for us, since two days later Chettua passed over to the enemy, who immediately fortified himself there, erected his storehouses, and having stripped the garrison of everything, including women and children, subsequently conveyed them to Calicoet, and keeps them there in strict custody. We have indeed understood that Chettua was surrendered by the Servants on the condition that the Garrison should march out freely to Cranganoor, but that the Nabob's General keeps them prisoner contrary to his given word: whether this is the truth or not, we cannot yet say, because the Prisoners do not have the freedom to write to us whatever they wish. Chettua is a square little fort with four demi-bastions; mounted with 12 iron Cannons, namely 6 of 6 lb and 6 of 3 lb, and provided with the following Ammunition: 1206 lb Gunpowder 299 pieces bar-shot, namely 180 pieces of 6 lb 119 pieces of 3 lb 1200 pieces round-shot, namely 600 pieces of 6 lb 600 pieces of 3 lb 240 pieces lead grape-shot, namely 120 pieces of 6 lb 120 pieces of 3 lb 60 pieces canister-shot cases, namely 30 pieces of 6 lb 30 pieces of 3 lb 360 pieces linen Cartridges, namely 180 pieces of 6 lb 180 pieces of 3 lb 160 bundles fixed cartridges 250 lb musket balls. According to the Regulations made by the late Extraordinary Councillor Senff during his administration here, the following persons were to be stationed there: 1 Bookkeeper and Resident 1 Assistant 1 junior surgeon 1 sergeant 4 Corporals, of whom 1 at the post at the inlet 1 Drummer 36 Privates, namely 24 Europeans and 12 Natives 1 Bombardier 2 assistants 1 Interpreter 49 heads. However, since the times here began to become Critical, that number was increased as much as our weak Garrison allowed, so that before Chettua was surrounded, the following persons were present in the aforementioned little fort: 1 Bookkeeper and Resident 1 Assistant 1 ensign 2 Sergeants 4 Corporals, of whom 1 at Poelicarro and 1 at the Inlet 1 Drummer 22 soldiers 1 Bombardier 1 Gunner 3 assistants. Easterners 1 Sergeant 2 Corporals 12 soldiers. Sepoys 1 ensign 1 sergeant 2 Corporals 24 soldiers; 1 surgeon and 1 Interpreter 82 heads altogether. Of Paddy, this little fort was also well supplied, since as of the end of August there were 2265 parras remaining there; but other provisions, after the encirclement, will certainly not have been much; it is also claimed that the greatest shortage was in Firewood; and from the Resident, as has been said, we had secretly received word that we lacked everything, and especially powder, and would not be able to hold the fort much longer: but if there was a shortage of powder, then much must have been fired off uselessly, since the enemy, as far as we can gather from the reports of the Natives, remained out of reach of the Cannon most of the time; we cannot yet investigate this, nor whether the fort was properly defended and faintheartedness contributed to the surrender, because all those who were in it are still with the enemy. Both these fatal and unfortunate Events have caused us to resolve to keep our forces together; for the present to act only defensively, to cover Cranganoor, to guard the Island of Baipin, and thus to prevent the enemy from breaking through any further, until we, having in the meantime strongly entrenched ourselves before the aforesaid Cranganoor, shall have the opportunity and possibility to undertake something further. To this end, by Resolution of the 19th of November last, the Command at Cranganoor and Aijcotta was assigned to Major Medeler, and such Instructions granted as are transmitted in Copy among the enclosures to this. The entrenchment before Cranganoor is close to completion any day now, and is so strong that a fairly large force would be required to attack it, and we shall shortly determine our course more precisely, according as we receive reports of the enemy, as to what further we can do and attempt whether we cannot drive the enemy away and get Chettua back into our possession. In guarding the Island of Baipin, Aijcotta, or the northern part of the Island of Baipin, has already been entrenched for some time, and in order that the enemy, inside the reef lying before the river of Aijcotta, out of reach of the field Artillery stationed there, could not land with small craft behind Aijcotta on the Island of Baipin, our small warship, well-fitted for war and provided with some Militia, lies between the aforesaid reef

Dutch transcription

83 317 ##er, om cingeld, gedeeltelijk omgebragt, en gedeelte, „lijk gevangen genomen was, schoon de daarmeede gezondene benodigtheeden aan boord verbleeven en behouden waaren, hoewel wij egter van meer dan van eenen kant door den Jnlander berigten hebben dat er nog wel in de 30: man van het Detachement in Chettua zoude gekomen zijn Schipper vanderKuijl heeft ons nader willen verzeekeren, dat de Landinge op den eer„ „sten dag niet heeft kunnen geschieden, om dat er toen teveel branding stond. De officier van de Commissie die nog bij de vijand gevangen is, en die ons best zoude kunnen opgeeven, waardoor deeze Expeditie mislukt is, diende men eerst te hooren, dog zo voel wij uit d'erlangde berigten hebben kunnen opmaken, zou ons volk nog wel doorgeslagen hebben, indien hunne pattroonen niet nat geworden waaren, waardoor ze maer zeer wijnig schooten hebben kunnen doen, alzo de Ballings bij de landinge door de Coelijs met schrik en vrees bevangen niet wel bestierd, maar dwars zee aan strand gekentert zoude zijn, en dus het volk nat geworden. Dipongeluk is voor ons des te fataaler ge„ „weest, alzo twee dagen daarna Chettua aan den vijand 22 240. — vijand overgegaan is, die zig daar ten eersten ver„ „sterkt, zijne maguazijnen opgeregt, mitsgaders de bezettinge tot vrouwen en kinderen inclusive alles afgenomen, vervolgens na Calicoet gevoerd heeft, en aldaar in stricte bewaaringe houd. wij hebben wel verstaan dat Chettua door de Bediendens zoude zijn overgegeven, op voorwaarde, dat het Guarnizoen vrij uit zoude trekken na Cran„ „ganoor, dog dat 's Nababs Generaal hetzelve tegen zijn gegeven woord gevangen houd: of dit de waar„ „heid is of niet, kunnen wij nog niet zeggen, dewijl de Gevangenen geen vrijheid hebben om ons te schrij„ „ven wat ze willen. Chettua is een vierkant fortje met vier halve punten; gemonteert geweest met 12. ijzere Ca„ „nons, teweeten 6. van 6. lb:, en 6. van 3. lb: en voor„ „zien met de ondervolgende Ammunitie 1206: lb: Buskruijt 299. p.s Langscherp, als 180: p:s van 6: lb: 119: „ — „ 3: „ 29 1200 p:s rondscherp, als 600: p:s van 6: lb: 600: „ — - „ 3. „ 84 386 240: p:s Lode druiven, als 120: p:s van 6: lb: 120: „ -. . „ 3. „ 60: p:s schroot kokers, als 30: p:s van 6. lb: 30. „ „ 3. „ 360: p:s Linne Cardoesen als 180: p:s van 6: lb: 180: „ — „ - 3. „ 160: bossen vaste pattroonen 250: lb: snaphaan kogels. volgens Reglement door wijlen den Heer Extra ordinair Raad Senff in deszelvs bestier alhier gemaakt, moesten daarin bescheiden zijn de on„ „dervolgende perzoonen 1. Boekhouder en Resident 1. Assistent 1. ondermeester 1 zergeant 4. Corporaals daarvan 1. op de post aan 't zeegat 1. Jamboer 36. Gemeenen teweeten 24. Europeezen en 12. Jnlanders 1. Bombardier 2. handlangers 1. Tolk 49. koppen dog de van Dog 't zeedert de tijden hier Criticq begonden te worden, zo is dat getal, zo veel ons zwak Guarni„ „zoen toeliet vermeerdert, zo dat voor dat Chettua omcingeld wierd in gem: fortja zig bevonden hebben„ d' ondervolgende perzoonen. 1. Boekhouder en Resident. 1. Assistend 1. vendrig 2. Zergeants 4. Corporaals, waarvan 1. op Poelicarro en 1: op 't Zeegat 1. Jamboer 22. zoldaaten 1. Bombardier 1. Cannonier 3. handlangers. Oosterlingen 1. Zergeant 2. Corporaals 12. zoldaaten. Sipaijers 1. vaandrig 1 zergeant 2. Corporaals 24. zoldaaten; 1. chirurgijn en 1. Jolk 82. koppen tezamen 85 319 Van Nelij, is dit fortje ook wel verzien geweest „per alzo onder ultimo Augustus daar restant ge„ „weest zijn 2265: parras; dog andere provisie zal en zeekerlijk na het insluiten niet veel geweest zijn; men wild ook dat het grootste gebrek zou„ „de bestaan hebben aan Brandhout; en van den Re„ „sident, hadden wij, gelijk gezegt is, in het geheim tijding erlangd, dat wij aan alles, en voornamend„jk re „lijk aan kruijt gebrek had, en het fort niet lang meer zoude kunnen houden: dog indien het aan kruijt mogt gehapert hebben, dan moeter veel nutteloos verschooten zijn, alzoo de vijand voor zo verre wij uijt de berigten van d' Jnlanders kunnen opmaaken meesten tijd buiten het bereik van het Canon is gebleeven; wij kunnen dit, en of het fort na behooren is gedefendeert en flaauwhartig „heid tot de overgaaf heeft gecontribueert, nog niet onderzoeken, om dat alle die er in geweest zijn nog bij den vijand zijn. Bijde deze fataale en ongelukkige Gebeurte„ „nissen, hebben ons doen besluiten om onze magt bij een te houden; voor eerst maar defensiev te ageeren, Cranganoor te dekken, het Eijland Baij„ „pin te bewaaren en den vijand dus het verder door„ „breeken te beletten, tot dat we ons intusschen voorz Cranganoor 15 Cranganoor sterk verschanst hebbende, geleegend„ „heid en mogelijkheid zullen hebben, om iets verder te onderneemen Hier toe is bij Resolutie van den 19: November Jongst leeden, aan den Majoor Medeler het Commando na Cranganoor en Aijcotta opgedragen en zodanige Jnstructie verleend, als onder de bij„ „laagen dezes, in Copia overgaat. Het retranchement voor Cranganoor staat daagelijks klaar te komen, en is zo sterk dat er al een vrij groote magt toe vereijscht word, om hetzelve aantetasten, en wij zullen eerstdaags ons nader bepaalen, na maate wij berigten van den vijand krijgen, wat wij verder doen kunnen en beproeven of we den vijand niet kunnen verdrij„ „ven en Chettua weder in ons bezit krijgen. in het Eijland Baipin te bewaaren, is Aij„ „cotta, of het noordelijke gedeelte van het Eijland Baipin, al over eenigen tijd verschanst en op dat den vijand binnen het riff dat voor de revier van Aijcotta legt, buiten het bereik van de daar staan„ „de veld Arthillerij met klijne vaartuigen agter Aijcotta, op het Eijland Baipin niet zoude kunnen landen, zo legd ons smalschip wel ten oorloge, en met wat Militie voorzien tusschen voorsz: riff

NL-HaNA_1.04.02_3461_0227 view scan ↗

English

26 320 reef, and the corner of Aycotta, while we have sent the ships Honkoop and Hoolwerff to cruise outside the bank in front of the Island of Vypeen and to prevent the landing of the Nabab's fleet, which fleet is at sea, but because of our two ships has not yet dared to come down; these two ships were somewhat weakened by the seafarers who remained behind in the expedition to Chettua, which we have supplemented as much as possible with some soldiers and artillerymen, in order to be able to act with success if it should come to that. The ship Honkoop was projected by the Ceylon ministers as a return ship, and at the same time to collect the pepper for the return ships; one ship is entirely insufficient to secure the Island of Vypeen and our roadstead against the fleet of the Nabab, who in the space of a full year has had several vessels, both two- and three-masted, equipped for war, built in his harbors, and thus now has a fairly large fleet at sea, but however, as said, does not yet dare to venture against our two ships, so that, on account of the circumstance that Honkoop was taking in pepper and repatriating, we were very longing for our Batavia ship, or else for the bark de Valk or some other relief of that nature from Ceylon. However, by chance on the 7th in the afternoon, the ship Ouderkerk, destined for Surat, arrived here from Batavia to take in water and to repair some defects, including a major one in the cross-trees of the mainmast, which had to cause this vessel to remain here for some time, whereupon we had Ouderkerk lie at the place where Honkoop had lain; while in the meantime the repair of Ouderkerk proceeded, and Honkoop was summoned to the roadstead and everything except the pepper that lay at Porca was loaded, which was required by Ceylon; in the meantime, the cowhides from Calicoilan had been brought here, so that Honkoop would only need to call at Porca to take in pepper, and thus not need to call at Calicoilan from there as well to take in the cowhides that had been there. The repair of Ouderkerk was finished on the 27th, but our Batavia 37 324 Batavia ship not yet having appeared, we were indeed compelled, pursuant to our resolution of that same day, to detain the same for a few more days, to see if our Batavia ship, or perhaps another relief from Ceylon, arrives. On the 20th of December last, 200 sepoys arrived here under their officers, with a European ensign and drillmaster, whom the Coromandel ministers sent to us at our request, and we have requested them to send 300 more for now, as we cannot procure any sepoys on this side at present. With our last letter, we offered Your High Noble Lordships the copy of the letter which the first signatory wrote to the Nabab; we now have the honor to offer Your High Noble Lordships the copy of a further letter sent to him, together with the answer of the Nabab to both, which, however sterile and laconic its contents may be, clearly shows that he effectively effectively desires all our possessions between Cranganore and Chettua, and to which an answer has been given as is transmitted herewith in copy. In several of our last writings, we also informed Your High Noble Lordships how the Nabab's general has made continuous requests to send someone to him to negotiate on these matters, and that it was well known that this would be of no effect, and we did not wish to expose ourselves to further insults, knowing that he would only mistreat our emissaries, for which reason we also would not have been able to get anyone from the Company's servants to do so except by force and compulsion; but recently the Jewish merchant Izaak Surion offered himself for this purpose, who then also spoke with the general; this Surion, who otherwise is well known both to the Nabab and his general, returned after having suffered some disdain without having accomplished anything; for his guidance, there had been prescribed to him in the Portuguese language (because besides Moorish and Hebrew he 88 322 only understands the Portuguese language) what was necessary, not by way of an instruction, but on an unsigned paper, of which a copy is enclosed among the annexes, together with the letter written on that occasion to the army commander. This was done at his express request, so that he could best remember and consult on the way from time to time what he was to say; but during his conversation with the general, he took that paper out of his pocket to check something that came up in the conversation, whereupon the general took it from him and forced him to sign it with a declaration that he had received the aforesaid instruction in Cochin to speak with the general according to its contents, and whereupon the general kept that paper in his possession and refused to return it. In the meantime, the general simply wrote in reply to the first signatory that he would communicate what was discussed with Izaak Surion to the Nabab, and Izaak Surion testifies that the army commander spoke with him of virtually nothing else than of several lakhs of rupees that the Company is supposedly indebted to the Nabab. While doing ourselves the high honor to remain with the utmost respect and high esteem, was undersigned, High Noble, Great Honorable, Far-Ruling Lords, and Right Honorable Lords! Your High Noble Lordships' humble and obedient servants, was signed, A: Moens, R: van Harn, S: E: Saffin, I: L: van Spall, A: I: S: Vernede, in the margin, Cochin the 2nd of January 1777. Examined. W: Haartenr Agrees J Sannicken AClercq R I. No. 6

Dutch transcription

26 320 riff, en de hoek van Aijcotta, terwijl we de scheepe„ Honkoop en Hoolwerff gezonden hebben om buiten de bank voor het Eijland Barpin te kruissen en de landinge met 'P NNababs vloot te beletten, welke vloot in zee is, dog om de wille van onze twee scheepen tot nog toe heeft durven afkomen: bij de deze schee„ „pen waaren wat verzwakt, door de zeevaarende die bij d' Expeditie op Chettua gebleeven zijn, het geen wij zo veel mogelijk gesupleert hebben, met eenige militairen en Arthilleristen, om als het er op aan mogt komen, met succes te kunnen ageeren. Het schip Honkoop, was door de Ceilonse Mi„ „nisters geprojecteert tot een retour schip, en om teffens de Peper voor de retour scheepen aftehaalen: een schip is volstrekt niet genoeg, om het Eijland Baipin en onze Rheede te bevijligen, tegen de vloot van den Nabab, die nu in een groot Jaar nog verscheide, zo twee als drie mastige scheepen, ten oorloge toegerust, in zijne havens heeft laaten bouwen, en dus tans een tamelijk vloot in zee heeft, dog egter het togen onze twee schee„ ^gelijk gezegd nog „pen ^ net wagen durvd, zo dat we om d' aan„ „geleegendheid dat Honkoop peper innam en repatrieerde zeer verlangden na ons Batavias Schip, dan wel na de Bark de Jalck f 8 of eenige andere ontzet van die natuur van Ceilon. Dog toevallig quam hier den 7: den na de mid„ „dag van Batavia het schip ouwerkerke na suratta gedestineerd, ter inneem van water en ter verhelping van eenige gebreeken, waar onder een Capitaale aan de Langzaalings van de groote mast hetgeen deze Bodem eenigen tijd, hier moest doen verblijven, waar op wij ouwerkerke lieten leggen ter plaatse al„ „waar Honkoop geleegen had; terwijl in„ „tusschen, de reparatie van ouwerkerke voortgang had, en Honkoop op de rheede ont„ „boden en alles (:behalven de peper die op Porca lag:/ ingegeven wierd, het geen van Ceilon gerequireerd was; men had intus„ „schen de Koehuiden van Calicoilan hier laten komen, op dat Honkoop, maar al„ „leen Porca tot het inneemen van peper zoude behoeven aantedoen, en dus niet nodig hebben, om van daar Calicoilan ook nog aante doen, ter inneem van de daar geweest zijnde Koehuiden. Met de reparatie van ouwerkerke was men den 27. klaar gekomen, dog ons Batavias 37 324 Batavias schip, nog niet opgedaagd zijnde, zo zijn wij ingevolge ons besluit vandien zelvden dag, wel genoodzaakt geweest, het zelve nog eenige daagjes aantehouden, om tezien of ons Batavias schip, of ook wel een ander ontzet van Ceilon komt. Den 20. December Jongstleeden, zijn alhier aangekomen 200: sipaijs onder hunne officieren, met een Europeeze vaandrig, en drilmeester, dewelke de Cormandelse Mi¬ „nisters ons, op ons verzoek toegeschikt hebben, en we hebben hun verzogt, om voor eerst nog 300: tezenden, alzo wij tans aan deezen kant geene sipaijs kunnen magtig worden. Bij onze laatste briev hebben wij uw Hoog Edelheedens aangebooden, het afschrift van de Briev, die de Eerstgeteekende, aan den Nabab geschreeven heeft; Thans heb„ „ben wij d'eere uw Hoog Edelheedens aan„ „tebieden het afschrift, van eene nog na„ „dere briev, aan hem afgegaan, benef„ „fens het antwoord van den Nabab op — bij de, dewelke hoe steriel en laconisch, dies inhoud ook zij, duidelijk aantoond dat Hij effectien effectiev, alle onze Bezittingen tusschen Cran„ „ganoor en Chettua begeert, en waarop men ge-antwoord heeft, zo als hiermeede in Copia overgaat. Bij meerm: ons laatste schrijvens hebben uw Hoog Edelheedens ook bedeeld, hoe 's Na„ „babs veldheer, geduurige instantien gedaan heeft, om iemand bij hem tezenden, om over de zaken te handelen, en dat men wel wist dat zulks van geen effect zoude zijn, en wij ons aan geen verdere insultes wilde ex„ „poneeren, als weetende dat hij onze zen„ „delingen, maar mishandelen zoude, waar „om we ook niemand, van 'sComp:s dienaa„ „ren, als met geweld en geforceerd daar„ „toe zouden hebben kunnen krijgen, dog on„ „langs heeft de Joodskoopman Jzaak Su„ „rion zig daartoe aangebooden, die dan ook met den veldheer gesprooken heeft; dezen Surion, die anders zo wel bij den Nabab, als zijn veldheer bekend is, is na eenige klijnagtinge ondergaan te hebben, onver„ „rigter zaake terug gekomen; men had hem tot zijn narigt in de Portugeeze taal (om dat Hij behalven de Moorse en Webreeuwse maar 88. 322 maar alleen de portugeeze taal verstaat) het nodige voorgeschreeven, niet bij wijze van een Jnstructie, maar bij een ongeteekende papier, waarvan Copia onder de bijlagen overgaat, be„ „nevens de briev die men bij die geleegendheid aan het Legerhoofd schreef. Dit had men op zijn expres versoek gedaan, op dat hij best zoude kunnen onthouden en onderweege nu en dan eens nazien, wat hij zeggen moest; dog dat papier had hij onder het spreeken met den veldheer eens uit zijn zak gehaald, om iets natezien, dat onder 't spreeken te pas quam, waarop de Veldheer hem hetzelve afnam, en dwong om hetzelve te teekenen met eene verklaaringe, dat voorschr: Jnstructie te Co„ „chim ontfangen had, om volgens dies inhoud met den veldheer tespreeken, en waarop de veld„ „heer dat papier onder zig hield en wijgerde weder te geven. Intusschen schreev de Veldleer aan den Eerst¬ „geteekende, eenvoudig tot antwoord, dat Hij het verhandelde met Jzaak Jurion aan den Na„ „bab zoude bedeelen, en Jzaak Surion betuigd dat het Legerhoofd met Htem genoegzaam van niets anders gesprooken heeft, als van ver„ e verscheide Lakken Ropijen, die de Comp: aan den Nabab schuldig zoude zijn Terwijl ons de hooge eene geven van met d' uitterste eerbied en hoog agting te blijven /onderstond/ Hoog Edele Groot Achtbaare, wijdgebiedende Heere, en WelEdele Heeren! uw Hoog Edelheedens onderdanige en ge„ „hoorzaame dienaaren /was geteekend:/ A: Moens, R: van Harn, - - - - - - S: E: Saffin, I: L: van Spall - - - - - A: I: S: vernede, /in margine:/ Cochim den 2. Januarij 1777. Nagezien. Wy W„ Haatenr accordeert J Sannicken AClercq R I. N„o 6

NL-HaNA_1.04.02_3461_0235 view scan ↗

English

89 323 No 1. Instructions for the expedition to Chetsur 2. Letter to the servants there. 3. Note of the goods sent thither 4. Letter from Skipper van der Kuijl. 5. Instructions for Major Medeler 6. Letter to the Nabab dated 31 October 1776. 7. Letter from the Nabab received the 26th of 9ber 1776. 8. Letter to the same dated 8 xber 1776. 9. Letter to the Nabab's army chief dated 16 xber 1776 10. Instructions to Isaak Surion. Cochim the 2nd of January 1777. signed: J: A: Daijmihen, sworn clerk. Agrees. Register of enclosures belonging to the outgoing separate letter, under today's date. J Samickeu H H Clerk No 1. 90 224 Instructions for the skipper of the ship Hoolwerff, Pleun vander Kuijl, and the military lieutenant Jobst Hendrik Daniel Stipp, to govern themselves accordingly in the relief of Chettua. Necessity requiring that the fort of Chettua be relieved and provided with some necessities, you are hereby commanded to carry this out if possible in the following manner. We place under your command 138 military heads at first: 58 Europeans 55 Easterners and 25 common sepoys with 2 gunners and 6 assistants. With this, you are to proceed with the ship Hoolwerf to Chettua. The smalschip De Verwagting shall likewise go thither and join you en route with two armed almadies and as many vessels or ballangs as we could gather together. Arriving directly before the fort of Chettua, the ship shall anchor as close to the shore as feasible. Likewise the smalschip De Verwagting as close to land as it can come; and The two armed almadies even closer to the shore to shell the beach and facilitate your landing, for which you will also be able to employ the ship's boat or barges, if you should encounter any obstacle there. Arriving around Chettua, you must be very observant and pay attention to any signs by which you can judge that the fort is still in our hands, for the Nabab's people could hoist our flag to mislead you, if they, which we hope God will have prevented, should have made themselves master of the fort; if you judge that the fort is still occupied by the Company's people, you must, as soon as you come before Chettua, get into the vessels or ballangs with the militia under your command and add thirty sailors to them, and having put the people ashore, immediately unload into the vessels or ballangs that which is listed in the annexed note, together with a small cask of fine gunpowder, of which we have heard that the servants have a shortage. With this, you must proceed to land with all haste and land directly before the fort of Chettua, at the place that will be pointed out to you by the quartermaster Hans Matthijs Beerens and the Chettua interpreter Lourens de Jaria, together with two arragatties or heads of fishermen from those known at Chettua, who moreover have with them a common fisherman, as people knowledgeable of the region there, who are also sailing over with the ship and will go with you to the shore. When you shall have landed on the reef of Chettua directly before the fort, where, according to the assurances of the aforesaid quartermaster, interpreter, and arragatties, you would be covered both by the guns of the ship, of the shallop, and of the fort of Chettua, you must have the goods mentioned in the annexed note unloaded, and have the vessels, or as many of them as you deem necessary, hauled across the reef, to which the aforesaid 30 sailors, though equipped with cutlasses, can lend a hand, into the river of Chettua, and then transport the said goods in them again and thus over to Chettua and deliver them to the servants. If they should need any more things and they are on board, you must likewise, if the opportunity permits in any way, provide them with those as well. Of the troops under your command, there must remain at Chettua to reinforce the garrison 25 sepoys, and if in the meantime any Europeans in the fort should have died, you must replace them from your detachment. And if the Chettua servants should desire that some vessels be left there, then you can hand over five to six vessels to them, and inform the owners that they will be paid here. If examined if there are women and children of the Company's servants in the fort, and the opportunity permits, you may also take them on board, as they are only a burden there and needlessly help diminish the supply of provisions. After these actions, you may remain there for another one or two days, depending on the circumstances of time and matters, and see what passes there, and whether the servants might send you a letter for us; but in the meantime you must at once inform us by one of the best rowing vessels how you have succeeded in that commission. All this is entrusted to you to carry out, under the assumption that there will be no significant number of enemies at that place, at least no such number that will be able to prevent your landing; but if contrary to our expectations it should be found otherwise, and the matter is judged impracticable, you shall have to desist from it, though only when it is absolutely not feasible. We wish you good success in this your undertaking and remain. Below stood: Your good friends. Signed: A: Moens, R: van Harn, I: H: Medeler, S: C: Saffin, I. L. van Spall, A: R: Schutz, and A: I: C: Vernede. In the margin: Cochim the 10th of November 1776. Lower: P: S: A letter for the Chettua servants is handed to you to be delivered to them with the goods. Agrees. D Samuelcus Clerk

Dutch transcription

89 323 N„o 1. Jnstructie voor de Expeditie na Chetsur „ 2. Brief aan de bediendens aldaar. „ 3. Notitie van de Goederen derwaards Gezonden „. 4. Brief: van schipper van der Kuijl. 5. Jnstructie voor den Majoor Medeler „ 6. Brief aan den Nabab Ged:n 31. ' october 1776. „ 7. Brief van den Nabab ontf: den 26. ' 9eber 1776. „ „ 8. Brief aan den selven Ged:n 8.' xber„ 1776. „ 9. Brief aan Nababs Leger hoofd ged:n 16.' xber 1776 „ 10. Jnstructie aan Isaak Surion. Corhim Den 2:' Januarij 1777. — /:was gete:/ J: A: Daijmihen Ey. klerk. Accordeert. Register der Bijlagen Gethoorende tot de afgaande aparte brief, onderhedigen: datum. J Samickeu H H Clercq „ „„ N„o 1. 90 224 Instructie voor den schipper van het schip Hoolwerff, Pleún vander Ruijl en den Luitenant Militair Jobst Hendrik Daniel Stipp om zig daarna te reguleeren in het ontzetten van Chettua. De noodzaakelijkheid vereisschende dat het fort v Chettua ontzet en met eenige Benoodigtheeden voorzien werde, zo werden VE:s Gecommandeerd om zulks des mogelijk ter uitvoer te brengen op de volgende wijze wij stellen onder VE. Commando 138. koppen Mili„ „tairen primo planals. 58. Europeezen 55. Oosterlingen en 25. Gemeene sipaijs met 2. Canoniers en 6. Handlangers. hiermeede hebben VE: zig met het schip Hoolwerf te begeeven na Chettua. Het smalschip De verwagting zal mede derwaarts gaan en bij UE: op weg aankomen met twee ge-armeerde Almedias en zo veel vaartuigen of Ballangs als wij bij den anderen hebben kunnen krijgen. Vlak voor het fort van Chettua komende, zal het schip schip zo na doenelijk onder den wal ten anker gaan Jnsgelijx het smalschip De verwagting zo digt bij land als het komen kan; en De twee gearmeerde Almedias nog korter onder de ma om het strand„s beschieten, en VE: Landing te faciliteeren waar toe VE: de scheeps bood of barcas meede zullen kunnen emploij„ „eeren, indien VE: aldaar eenige hindernisse mogt ontmoeten UE: moeten omtrend Chettua komende wel opmarke„ „lijk zijn, en letten op eenige teekens waaraan VE: kunnen oordeelen dat het fort nog in onze handen is, want de vlagge van ons, zoude de Nababse kunnen opheischen om UE: te mislijden, indien ze, dat wij hoopen dat God zal verhoed hebben zig van het fort mogten hebben meester gemaakt; zo UE: ba„ vermeenen dat het fort nog door 'sComp: volk word bezeeten moeten VE: zo dra UE: voor Chettua komen met desselvs onder „hebbende militie, in de vaartuigen of Ballangs gaan en daarbij voegen Dertig zeevaarende, en het volk aan Land gezet zijnde onmiddelijk in de vaartuigen of ballangs af¬ „Laden het geen bij d'annexe Notitie bekent staat bene„ „vens nog een vaatje fijn kruit, waaraan, wij gehoord hebben, dat de Bediendens gebrek hebben. Hiermeede moeten VE: met alle spoed naar land gaan en vlak voor het fort C hettua Landen, ter plaatse die VE: zal werden aangeweezen, door den Quartiermeester Hans Matthijs Beerens, en Chettuase Jolk Lourens de Jaria benevens twee Aragatties of hoofden van vissers van die te Chettua bekend zijn, dewelke ten overvloede bij zig gt 2 225 1/26 zig hebben een Gemeene visser, als Lieden de Landstreek daar kundig, dewelke met het schip meede overvaaren, en met VE: naar de wal zullen gaan. Als VE: op het riff van Chaltua vlak voor het fort zullen zijn geland, alwaar UE: volgens verzeekeringe van voorschr: Quartierm: Tolk, en Arregaties, zo door het geschut van 't schip, als van de Chialoup, en het fort van Chettua gedekt zou„ „de zijn, moeten VE: de Goederen bij d'annexe Notitie vermeld laten ontlaaden, en de vaartuigen of zo veel daarvan als VE: nodig oordeelen, over het rijffe laten heen haalen, waartoe de voorm: 30: mattroosen, dog voorzien met Houwers, de han„ „den kunnen Leenen tot in de revier van Chettua, en als dan gem: Goederen weder daarin en zo na Chettua over„ „brengen en aan de Bediendens overgeven Indien dezelve nog eenige meerdere dingen mog„ „ten benodigen en dezelve aan boord zijn, moeten VE: hen die insgelijks, indien de geleegendheid het maar eenig„ „zints toelaat meede bezorgen. van de troupen onder VE: Commando zullen op Chet„ „tua moeten verblijven tot versterking van het Guarnisoen 25: sipais, en zo intusschen eenige Europeezen in het fort mogten overleeden zijn, zullen VE: die uit VE: de„ „tachement moeten suppleeren. En indien de Chettuase Bediendens mogten begeeren dat aldaar eenige vaartuigen wierden gelaaten, dan kunnen VE: vijf à ses vaartuigen aan hen overgeven, en d'eigenaars adverteeren dat ze hier zullen voldaan werden. Zo 9 vet Jd„ Houten nagezien zo in 't fort vrouwen en Kinderen van 's Comp:s dienaa„ „ren zijn, en de geleegendheid 't toelaet, kunnen VE: hen mede na boord neemen, alzo dezelve daar maar tot last zijn en de voorraad van provisien nodeloos helpe verminderen UE: kunnen na deze verrigtingen nog een of twee etmaal na tijds en zaaks omstandigheeden aldaar blijven, en zien wat daar passeerd, en of de Bediendens VE: een briev voor ons mogten toezenden; dog moeten ons intusschen „beste ten eersten per een der roeij vaartuigen kennisse geven hoedanig UE: in die Commissie geslaagt zijn. Dit alles werd VE: opgedragen ter uitvoer te brengen, in veronderstelling, dat aldaar ter plaatse geen merkelijk getal vijanden zullen zijn, ten minsten geen zodanig getal, dat VE: de Landing zal kunnen belatten dog indien tegens onze verwagting het anders mogte w „den bevonden, en de zaak onuitvoerlijk word g'oordeelt, zal UE: daarvan moeten afzien, dog niet als wanneer dezelve absoluit niet endoenlijk is. wij wenschen een goed succes in deeze VE: onder= neeming en verblijven. /onderstond/ UE: goede vrienden /was geteekend:/ A: Moens, R: van Harn, I: H: Medeler, S: C: Saffin, I. L. van Spall, A: R: Schutz, en A: I: C: vernede /:in margine:/ Cochim den 10. November 1776: /lager:/ P: S: een briev voor de Chettuase Bediendens word UE: ter hand gesteld om aan hen met de Goederen te bezor„ Accordeert „gen. DSamuelaus leerce

NL-HaNA_1.04.02_3461_0241 view scan ↗

English

No. 2. 2 326 Chettua To the Ensign Ian Andries Lindzer in Command, and The Bookkeeper Carel de Riberto Resident there We have received a considerable number of troops from Ceilon and are preparing ourselves for the march; but since several days will yet pass before we are ready, and we think that Your Honours are lacking many things, we have therefore thought it necessary in the meantime to attempt to see if we cannot reinforce Your Honours' fortress with some men and the following goods: 50 pieces firelocks 6 cases 400 bundles fixed cartridges 400 pieces flints 200 priming needles 100 worm-cups 1000 lb. tow 150 pieces cartridges filled of 6 lb. 150 ditto ditto of 3 lb. 120 pieces grapeshot of 6 lb. 120 ditto of 3 lb. 50 bundles coir slow-match 6 ditto Bengal 100 bundles (large) native tobacco 1000 pieces coconuts and 50 lb. wax candles The The ship Hoolwerf is proceeding thither for that purpose with the small vessel de Verwagting, two armed almadias and several vessels or ballangs. On board are placed 138 military men, to land on the reef right in front of Chettua; to haul the vessels over it into the Chettua river, and then to convey the aforementioned goods to Your Honours. It goes without saying that Your Honours must facilitate this to the best of your ability: whatever else Your Honours might have an absolute necessity for, as for example, rice, salt, pepper, vinegar, sweet oil, firewood, lamp oil, wax candles, Your Honours can request from Skipper Vanden Kuijl and Lieutenant Stipp, and if circumstances in any way permit, they have orders to procure it for Your Honours. 25 sepoys from the detachment will enter Your Honours' fort and remain there as a garrison, and if Your Honours should deem some vessels necessary there, they will be left to Your Honours. They are also ordered to convey hither women and children who are in the fort, if there is in any way an opportunity to do so, in so far as they are not needed yonder and otherwise only needlessly help to consume the provisions. We hope that this undertaking may meet with good success, and Your Honours may thus receive the reinforcement, 93 327 Examined. Hd: Mantenr and furthermore that Your Honours will behave as men of honour and courage; we will do everything possible to hasten our march. If Heaven blesses our undertakings, Your Honours will soon be delivered from distressing circumstances and realize that we are magnanimous rewarders of faithful and honour-loving servants. In the meantime, commending Your Honours to the divine protection, we remain, after greetings, (below was written:) Your Honours' good friends, (was signed:) A:n Moens, R: van Harn, I: H: Medeler, L: C: Saffin, I: L: van Pall, A: R: Schutz and A: J: S: Verneede. (In the margin:) Cochim the 10th November 1776. (Lower:) P.S. After the aforementioned operation, the ship will remain there for another twenty-four hours. Agrees J: Jannickens Clerk 94 326 No. 3. Examined D: Warten List of that which must be delivered at Chettua 50 pieces firelocks 6 crates 600 bundles cartridges 400 pieces flints 200 priming needles 100 worm-cups 1000 lb. tow 150 pieces cartridges filled of 6 lb. 150 ditto of 3 lb. 120 pieces grapeshot of 6 lb. 120 ditto of 3 lb. 50 bundles coir slow-match 6 ditto Bengal 100 bundles (large) native tobacco 1000 coconuts 50 lb. wax candles. packs with betel, areca, lime, chewing tobacco, [illegible], native spices, consisting of borri borri, gambier, coriander seed, garlic, onions, chillies, as well as other such things as are necessary for the household. Agrees J: Jannicken Clerk No. 4. 95 329 Cochim Right Honourable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord The Lord Adriaan Moens Governor and Director on the Coast of Mallabaar and its Dependencies Right Honourable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! To my soul's painful sorrow, I take the liberty to communicate to Your Right Honourable that having departed from the Cochim roadstead on the morning of the 12th, in the afternoon at half past one o'clock I came to anchor before Chettua at 5½ fathoms, seeing armed people running along the beach here and there, and continuous shooting coming from the fort; the officer went closer to the shore with the two almadias to observe the situation; returning on board, he reported having seen very few armed people, and wanted to land immediately with the men, but advising him against the same, because the vessels that were planned for cover for the landing could not be brought to their proper place, could postpone the same until the morning, as was done, although with reluctance; on the morning of the 13th at daybreak, after order was given on board to put all the men under arms, I went in person with the said officers, the boat, and the armed vessels to the shore, and brought them so close to the beach that the enemy shot with firelocks over the boat and vessels; this having been accomplished, I went on board, and immediately began embarking, and since the weather was fine and calm, though some swell ran onto the beach, they left the ship at 12 o'clock at noon and fairly all came safely to land where some resistance was met, but seeing from on board them marching up toward the fort and hearing them continuously firing, yet also seeing that a considerable body of people, probably as many as 2000 men, came out of the woods from the flank, and being surrounded by the same, a number were killed, but the majority taken prisoner; of the 168 heads including the seamen among them, as far as I know no better to date, 4 men returned on board, with ten ballangs also having been lost in the action; opposite the fort they brought up two heavy guns and fired heavily upon the small vessel, the almadias, and my boat, having 8

Dutch transcription

N„o 2. 2 326 Chettua Aan den vaandrig Ian Andries Lindzer in Commando, en Den Boekhouder Carel de Riberto Resident aldaar Wij hebben een aanmerkelijk getal troupen van Ceilon bekomen en prepareeren ons tot den optogt; maar dewijl nog eenige dagen zullen verloopen eer wij klaar zijn, en wij denken dat VE: aan veele dingen gebrek hebben; zo hebben wij vermeend, intussen temoeten onderstaan of wij VE: fortresse niet kunnen versterken met eenige manschappen en de volgende Goederen 50: p:s snaphanen 6:– „ kaatjens 400: - bossen vaste pattroonen 400:- p:s vuursteenen 200:- „ ruijmnaalden 100:- „ wormbakjes 1000:- lb: karwaat 150:— p:s Candoesen gevuld van 6: lb: 150:– „ d_o d=o „ 3: „ 120:— „ druijven van 6: lb: 120:- „ _=o „ 3: „ 50:- bossen Cairlond 6: d=o „ bengaalse 100: -. - „ /:groote :/ Jnlandse tabak 1000:— p„s klappus en 50: - lb waxkaarsen Het Het schip Hoolwerf gaat ten dien einde der „waarts met het smalschip de verwagting twee ge-armeerde Almedias en verscheijde vaartuijgen of Ballangs Daarop zijn geplaatst 138. mi „litairen, om vlak voor chettua op het Rif te landen; De vaartuijgen daarover te haalen, tot in de Chettuase revier, en dan devoorm Goe „deren na VE overtebrengen Hct spreekt van zelfs dat VE: dit na vermogen moeten faciliteeren: wat VE: meer absolut nood„ „zakelijk mogten hebben bij voorbeeld, Rijst, zout, Peper, Azijn, zoeten olij, Brandhout, Lampoeij waxkaarsen, kunnen vE: van schipper vanden Kuijl enden Lieutenant stipp vragen, indien de gelegentheijd het maar eenigzints toelaat hebbenze ordre het aan VE: te besorgen. 25: sipaijs van het Detachement zullen in VE fort trekken, en daar blijven quanisoen houden, en ro vE: eenige vaartuijgen daar mogten noodig oordeelen, zullen VE: die werden gelaten. ook is hen gelast vrouwen en kinderen in het fort zijnde herwaarts overtebrengen, zodaar toe eenigzints gelegentheijd is voor zo verre die ginter niet noodig zijn, en anders maar de provisien nodeloos helpe verconsumeeren wij hoopen dat deeze onderneeming van een goed succes mag zijn, en VE: dus de verster„ „king 93 327 Nagezien. Hd: Mantenr „king mogen erlangen, en voorts dat VE: zig als mannen van eer en moed zullen gedragen; wij zullen alles doen wat mogelijk is, onsen optogt te verhaasten; Jndien den Hemel onze ondernee„ „die „mingen zeegent zullen VE: haast gered zijn uit„ kom„ „merlijke omstandigheeden en ontwaaren dat wij Edel„ „moedige belooners zijn voor getrouwe en Eerlie„ „vende dienaaren. Intusschen ve goede ter bewaaringe beveelende, blijven wij na Groete /:onderstond:/ UE: Goede vrien„ „den /:was getekend:/ A:n Moens, R: van Harn, I: H: Medeler, L: C: Saffin, I: L: van Pall, A: R schutz en A: J: S: verneede /:in margine:/ Cochim den 10:' 9ber: 1776: /:lager:/ P: S: Het schip zal na de voorm: verrigting nog vier en twintig uuren aldaar vertoeven Accordeert JLannichens ber ecrex E 94 326 N„o 3. :agezien D„ Warten 50: p:s snaphaanen 6: – „ kratjens 600: bossen pattroonen 400: p:s vuursteenen 200:- „ ruijmnaalden 100: „ wormbakjes 1000: lb: karwaat 150: p:s Cardoezen gevuld van 6: lb. „ 3: „ 150: „ d=o 120:- „ druijven - —. . „ 6: „ 120:- „ d=o - - 50: bossen Caijalond 6: „ d=o bengaalse 100: bossen / groote :/ Jnlandse Tabak 1000: klappens 50: lb wax kaarsen. - - - pakken met Betel, Arreek, kalk, kauw: tabak, Catoe„ Jnlandse specerijen, bestaande in borri borri, Gembea„ Corianderzaat, Look, uijen, risjes, mitsgaders andere diergelijke wat tot de huijshouding nodig Accordeert Notitie van het geen op chettua moet bezorgt worden J Jannicken G Clercq „ 3: „ is. N„o 4. 95 329 Cochim Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heere Den Heer Adriaan Moens Gouverneur en Directeur ter kuste Mallabaar en dies onderhoorigheeden Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heere! Tot mijn ziels smertende droefheid, neeme de vrij¬ „heid uwelEd: Groot Agtb: te communiceeren, dat den 12 des smorgens van de Cochimse rheede vertrokken snae„ „middags om half twee uuren voor chettua op 5½. vadem ben ten anker gekomen, ziende hier en daar gewoe„ „pent volk langs het strand lopen en van 't fort Conti„ „nueelijk schieten, ging den officier met de twee Al„ „madias nader aande wal om de geleegendheid afte „zien aan boord komende, rapporteerden zeer wijnig gewapend volk gezien te hebben, en wilden op stond met het volk Landen, dog hem hetzelve afradende door dien de vaartuigen die tot dekking voor het landen geprojecteerd waaren, niet op zijn behoorlyke plaats kunnende kunnende krijgen, hetzelve tot smorgens uitstellen, gelijk zulks ook egter met tegenzin geschied is, den 13: smorgens met den dag ben ik met gem: officiers, na dat ordre aan boord gesteld waar, al het volk in de wapene te brengen in perzoon met de schuit en de ge-armeerde vaartuigen na de wal gegaan, en hebbe dezelve zo digt aan het strand geligt, dat den vijand met snaphaanen over de schuit en vaartuigen heen schooten, zulks verrigt zijnde, ben na boord gegaan, en aanstonds begonnen met inbarcqueeren en zijn dezelve dewijl het mooij stil weer was, dog wat rolling aande walliep, om 12. uuren op de middag van boord gegaan en reedelijk alle gelukkig aan het Land gekomen daar eenige tegenstand gevonden, dog ziende van boord dezelve opmarcheeren na het fortzien en hoorende zelve continueelijk vuuren, dog zien meede dat een Consi„ „derable hoopvolk denkelijk wel 2000: man van ter zijden uit het bos quamen, en zijnde door dezelve om„ „cingeld, een partij gedoot, dog meerendeels gevangen genomen, daar zijn van de 168. koppen met de Zeevaac„ „rende daaronder zo als tot dus verre niet beter weet 4: man weder aan boord gekomen, zijnde mede thien ballangs in de loop gebleeven; tegen over 't fort hebben zij twee swaare stukken aangebragt en sterk op het smalschip, de Almadias en mijn bood geschooten, hebbende 8

NL-HaNA_1.04.02_3461_0251 view scan ↗

English

96 330 Reviewed having had much trouble, due to the calm and the strong current to the north, to get the vessels out of range, since we are very bare of men and can accomplish nothing here, I have resolved with my officers to turn southwards with the vessels under my command and to return to Cochim as quickly as possible, unless your Right Honourable Grand Lordships should please to send me other orders while en route. With which hoping to have fulfilled your Right Honourable Grand Lordships' intention, we remain with all esteem and respect. Was written below: Right Honourable Grand Lord, High Commanding Sir. Lower: Your Right Honourable Grand Lordship's humble and very obedient servant. Was signed: P:r v:n d:r Kuuil. In the margin: In the ship Hoolwerff, the 13th of November 1776, at 12 o'clock at night. Agrees Jn Sannicheu EClercq V Ad. Marten No 5 334 Instruction for the guidance of the Honourable Major and Head of the Militia Jan Hendrik Medeler, proceeding presently as Commander of the expedition to Cranganoor and Aijcotta, to regulate himself accordingly. By the hostile invasion of our lands and possessions, principally our conquest Paponettij, by the Nabob Haider Alijchan's General Charder Chan, we have been placed in the precarious circumstance that we would soon have this predatory enemy upon our neck, or so to speak before our gates, if he were not countered and checked in his designs, which to all appearances are far-reaching; the more so because we have been enabled to do so by the received considerable reinforcement from Ceilon, consisting of 3 companies of Europeans and 2 companies of Orientals, namely: The Company of Body-Jagers commanded by the Honourable Captain Wolfaart, strong 141 The Company of Captain Frankena, strong 141 The Company of Captain Jilenus 141 Orientals The Company of Sloendoe 100 The same of Kapping 100 Total heads: 623 item Item, a corps of Artillerymen of 50 heads, and with it a very good field artillery of 6 pieces of brass cannon of 3-pound balls, as well as two howitzers and the ammunition belonging thereto. Over this considerable corps and furthermore all the troops of ours already stationed in the field at Aijcotta and garrisoning the little fort of Cranganoor, as well as those that will be added thereto by the Kings of Cochim and Jrevancoor according to promise, Your Honour is entrusted with the general command, and in Your Honour's absence through illness or other accidents, to the Honourable Captain Wolfaart. We say in Your Honour's absence, for it might happen that Your Honour's presence here was judged necessary at times, and in that case Your Honour, upon being summoned, must appear here immediately, just as Your Honour will also be free to come hither without summons as often as the weight of affairs shall require, whether to give us verbal report ourselves or to ask for further and special orders; and in such cases the general command shall remain in the hands of the aforementioned Captain Wolfaart, who will also have to keep strictly to this instruction accordingly. Concerning now Your Honour's actions in this expedition, we cannot well form a detailed and distinct plan thereof, for although this present military force of ours, combined in part with that of the two aforesaid Kings, already appears to be rather large and considerable to undertake something against the enemy, we have nevertheless, for several weighty reasons and considerations as well as some fatal accidents, wished for the present to limit ourselves only to the defence. Accordingly, Your Honour's greatest task and care will be to defend and preserve with all attention and vigour Cranganoor and Aijcotta as the barrier against the enemy to prevent his penetrating further, as well as being the places of our depot for this campaign. Your Honour will then to that end—Aijcotta along the river being already entrenched and garrisoned—proceed with a sufficient force to Cranganoor, and since that place cannot contain many men, post yourself there under the artillery, have a good and strong entrenchment thrown up with haste, and, the same being mounted with the necessary artillery, remain under cover therein for the present and keep the enemy at bay with the utmost courage, and act in such a manner as a vigilant and experienced commander can and must do on such occasions. This then also implying that one must let no opportunity pass, when without recklessly exposing oneself one can deal the enemy any sensible blow, we furthermore leave everything to Your Honour's prudence and good conduct, wishing Your Honour all good success, and remain. Was written below: Your good friends. Was signed: A. Moens, R. van Haan, S. C. Saffin, I. L. Vanspall, A. R. Schutz, A. J. S. Vernede. In the margin: Cochim, the 19th of November 1776. Agrees Jn Sannicheu Clercq

Dutch transcription

96 330 Nagezien hebbende veel moeite gehad door de stille en sterkestroom om de noord de vaartuigen buiten schoots te krijgen alzo men zeer ontblood van volk ben en hier niets kan ver„ „rigten, hebbe met mijn officieren Geresolveerd met „onderhebbende mijn kieltjes Zuidwaards te wenden en weder ten spoe„ „digsten na Cochim tekomen, ten zij uwelEd: Groot Agtb: mij onderwegen ander ordre gelieft te laten toekomen Waarmeede verhoopen aan uwelEd: Groot Agtb: in„ „tentie voldaan te hebben zo verblijven met alle agting en eerbied /onderstond/ WelEdele Groot Agtb: Hoog ge„ „biedende Heere /lager/ uwelEd: groot Agtb: onderdaa„ „nige en zeer ootmoedige dienaar /was geteekend/ P:r v:n d:r Kuuil /:in margine/ Jn 't schip Hoolwerff den 13. November 1776. 'snagts om 12. uuren. Accordeert Jn Sannicheu EClercq V Ad. Marten N„o5 334 Instructie tot narigt van den E: Majoor en Hoofd der Militie Jan Hendrik Medeler, gaande tans als Commandant der expeditie naar Cranganoor en Aijcotta om zig daarna te reguleeren. Door de vijandelijken inval van 's Nababs Haider Alijchans Legerhoofd Charder Chan in onze landen en bezittingen, principaal ons conquest Paponettij zijn wij in de hachelijke omstandigheeden gebragt dat men dien roofzieken vijand wel schielijk op den hals of om zo te spree„ „ken voor onze poorten zoude hebben, indien denzelve in zijne na allen oogenschijn verregaande desseinen niet wierde tegengegaan en gestuit, temeer om dat wa daar toe zijn instaat gesteld door het ontfangene aanzien„ „lijk secours van Ceilon bestaande in 3. Comp: Europee„ zen, en 2. Comp: oosterlingen; als De Comp: LijfJagers gecommandeert door den E: Capitain wolfaart, sterk – – – – – – – – – 141: De Comp: van Cap:t: Frankena Sterk. . . . . 141. De Comp: „ „ Jilenus. . . . - - - - - - 141. Oosterlingen „ - 100: De Comp: van Sloendoe - 100: „ d=o. „ kapping - - - - - - - - koppen tezamen 623: item Item een corps Arthilleristen van 50: koppen en daarbij eene zeer goede veld Arthillerij van 6. stukken metaale Canons van 3: lb: bals als meede twee Aaubit„ „sers en de daartoe gehoorende Ammonitie. Over dit aanzienlijk Corps en voorts al het krijgsvolk, het welk van ons reeds tevelde op Aijcotta en in het fortje Cranganoor in bezitting legd mitsga„ „ders het geene door de Koningen van Cochim en Jrevan„ „coor volgens belofte daar zal worden bijgevoegd, word VE: opgedragen het generaale Commando en in UE: ab= „sentie bij ziekte of andere toevallen, aan den E: Capitain Wolfaart. wij zeggen in VE: absentie, want het zoude kun¬ „nen gebeuren, dat men VE: presentie hier zomwijlen nodig oordeelde, en in dat geval zal VE: op ontboden zijnde, hier ten eersten moeten verschijnen, gelijk het VE: ook zal vrijstaan zonder op ontbod herwaarts te komen, zo dikmaals het gewigt der zaken het zal vereisschen, om 't zij ons zelvs mondeling berigt te gee„ „ven, dan wel nadere en speciaale ordres te vragen en in zodanige gevallen, zal het generaale Comman„ „do verblijven in handen van voornoemde Capitain wolfaart die zig daarna ook stipt aan deze In„ „structie zal hebben te houden. Betreffende nu VE: verrigtingen in deeze expedi„ „tie zo kunnen wij daarvan niet wel een breedvoerig en distinct plan formeeren, want schoon deeze onze prezente 8 1201 98. 332 prezente krijgsmagt, gecombineert voor een gedeelte met die der vooren gem: beide koningen alreedelijk groot en aanzienlijk Schijnt te zijn, om er iets op den vijand meede te onderneemen, zo hebben wij ons nogtans om verscheide gewigtige reedenen en bedenkingen mits„ „gaders eenige fataale toevallen voor eerst nog maar willen bepaalen tot de defentie. Dien volgens dan zal VE: grootste werk en zorge zijn om Cranganoor en Aijcotta als de barriere voor den vijand om niet verder inte dringen, mitsgaders de plaatsen zijnde van onze depost tot deeze veldtogt met alle attentie en vigeur te defendeeren en te bewaren. VE: zal zig dan ten dien einde /: Aijcotta langs de revier reets verschanst en bezet zijnde:/ met eene sufficante magt na Cranganoor w begeeven, en ver„ „mits die plaats niet veel volks kan bevatten zig al„ „daar onder het Geschut posteeren een goed en sterk re„ „tranchement met 'er haast laten opwerpen, en het „zelve met de nodige Aathillarij beplant zijnde, daarin voor eerst bedekt en den vijand met de meeste moedigheid van zig afhouden, mitsgaders zodanig ageeren als een wakker en bedreeven veldheer in dier„ „gelijke occagien kan en moet doen Dit dan ook in zig sluitende dat men geene geleegendheid moet laten voorbij gaan, als men zonder zig rockeloos te exponeeren de vijand eenige gevoeligen slag kan toebrengen, laten wij voorts alles over aan 8: VE: ken bit„ 94 nage gezien Warten AG„ VE: voorzigtigheid en goed beleid, wenschen UE: alle goede successen en verblijven /:onderstond:/ UE: goede vrienden /was geteek:d/ A: Moens, R: van Haan, S: C: saffin, I. L: vanspall, A. R: Schutz, A. J. S. vernede /:in margine:/ Cochim den 19. November 1776. Sannichie Clleerc Accordeert ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3461_0257 view scan ↗

English

No 6. 333 To the Nabab Naider Alijchan My last to Your Highness was of the 17th of this month, whereby I informed Your Highness of such public undertakings by Your Highness's Army Commander Charderchan against the Dutch Company as I can never believe to have occurred with Your Highness's foreknowledge, much less at his supreme order, on account of the particular friendship that subsists between Your Highness and the Dutch Company; the duplicate of the said letter I wished to dispatch by sea to Your Highness, but the manchua with which that letter was sent off was driven back between Cranganoor and Chettua by several manned vessels that fired upon my manchua, so that my letters even to Your Highness are no longer safe, which is why I have since dispatched that duplicate overland through the interior, just like the original: yet as Chaaderchan recently requested of me that whenever I had something to write to Your Highness, I should then send my letter to him, with the promise that the reply will come within 210 Malabar hours, or four days, at least High Born Lord, so examined 1st Hd: Wauten so as he writes to me; I wished to test this once, and thus request to be permitted to know whether this letter has been received by Your Highness; furthermore I hope that Your Highness will be pleased to reflect upon my recent writing with respect to the Dutch Company, for although I do not know what Charderchan has written to Your Highness, I nevertheless assure Your Highness that what I have written to Your Highness is the pure truth, and I trust in Your Highness's wisdom that Your Highness will see into all these things much further than Your Highness's Army Commander, who, the more I let my thoughts dwell upon his strange and unheard-of conduct, the more I must believe that he has been made to believe all manner of untruths and has been entirely misled by evil and cunning people: may God meanwhile preserve Your Highness for many years with health and all further desired blessings. While with the most perfect sentiments of high esteem I have the honor to be, was written below, High Born Lord, Your Highness's humble and obedient servant, was signed, A:n Moens, in the margin, Cochim the 31st October 1776: Agrees J Jannicken EClercq ƒ po No 7. soo 334 Translation of a Canarese Letter written by the Nabab Haider Alij Chan to the Right Honorable Lord Governor, received the 26th November 1776: I have received two letters from Your Right Honorable and thereby understood the entire matter, especially that Charder Chan has made an incursion into the lands, encircled the fort of Chettua, and invaded the Sandy Land, with a request to write to the said Charderchan to cease those hostilities. I have understood that the Sandy Land belongs to the Calicut territory and that Your Right Honorable has no right to it, but that it would belong to the King Zamorin, therefore it is fair that Your Right Honorable comes to cede the same to me, as Your Right Honorable has no right to hold the said Sandy Land in possession. But if Your Right Honorable should desire to hold that land henceforth in ownership, Your Right Honorable will have to agree with Charderchan for so much money that Your Right Honorable must produce for it monthly, and send that amount, in proportion to Examined to the income and advantages thereof, to Calicut; the writings that are sent hither I cannot easily get translated, therefore I will request Your Right Honorable henceforth to draw up your letters in the Persian or Marathi languages, when I will be able to obtain the translation thereof promptly, not signed, below, for the translator, Cochim, date as above, was signed, S: van Jongeren, sworn translator. Agrees Ad: Wartensz Samuelaus EClercx 183 To 335 No 8. To The Nabab Heijder Alijchan Bader I have found myself honored with Your Highness's much esteemed letter, whereby Your Highness is pleased to say that Your Highness has understood that the Sandy Land of Chettua belongs to the Zamorin Kingdom, and the Dutch Company ought therefore to cede it: I presume that Your Highness has received these reports from his Army Commander Chandercheen, and that he has received them from other ill-intentioned persons; for it is known to the world that we possess that land with good right and already for 59 years, as the same was ceded to us in ownership under a lawful Treaty by the former kings of the Zamorin Kingdom; this Treaty was concluded in the year 1717 according to our style, and must surely be found among the archives of the Zamorin Kingdom: we presented the said Army Commander of Your Highness with an authentic copy of that Treaty, with the further offer that if he wished to send hither two persons skilled in the Malabar language to confront the copy with the original Contract, we would lay the original Contract open before them; but to this Your Highness's Army Commander would not lend an ear, but on the contrary he continued with hostile actions in that region, where Your Highness's general had fortified himself and cut off our correspondence with Chettua, so that we could not pass without engaging in action with his troops, to which we did not wish to proceed because we were still awaiting an answer from Your Highness, and hoped that his doings would be disapproved by Your Highness; in order then to avoid hostile actions, we attempted to provide the garrison of Chettua with provisions, High Born Lord!

Dutch transcription

N„o 6. 333 Aan de Nabab Naider Alijchan Mijne laatste aan vwHo:t is geweest van den 17: dezer, waarbij ik va to:t kennis gegeven hebbe van zodanige publicque ondernaemingen van vutto=ts Leger Hoofde Charderchan, tegen de Hollandsche Comp:e, als ik nimmer geloven kan, met vusto=ts voorkennis veel min ophoogst desselfs ordre geschied te zijn uijt hoofde van de bijzondere vriendschap, die tusschen vwo Ho:t en de Hollandse Comp: subsisteerd; het dupli„ „caat van gem: briev, hebbe ik over zee aan vwtto:t willen laten afgaan, dog de mansjouw waarmeede die briev afgezonden wierd, is tusschen Cranganoor is, en chettua door eenige bemande vaartuijgen die op mijn mansjouw geschooten hebben, terug gejaagt, zo dat mijn brieven zelvs aan vwlto:t niet meer vijlig zijn, en waarom ik dat dupli„ „caat zedert, telande binnen door even gelijk het origineel hebbe laten afgaan: dan dewijl Chaader chan mij dezer dagen verzogt heeft, om wanneer ik aan vu Ho:t iets teschrijven had, dat ik mijn briev dan aan htem zoude zenden, met belofte dat het antwoord binnen de 210: mallabaarse uuren, of vier dagen komen zal, ten minsten Hoog Geboone Heer. zo nagezien le Hd: Wauten zo als wij mij schrijft; zo hebbe ik zulks gaarne eens willen beproeven, en dus verzoeke temogen weeten of deeze brief bij vioffo:t ontfangen is voorts hope ik dat vwtto:t op mijn Jongst schrij„ „vens, ten respecte van de Hollandse Comp: refectie zal gelieven. teslaan, want schoon ik niet weet, wat Charder chan aan uw Ho:t geschreeven heeft, zo verzeekere vi Ho:t egter, dat hetgeen ik vnHo:t ge„ „schreeven hebbe, de zuijvere waarheijd is, en ik vertrouwe van vw Ho=ts wijsheijd dat vw to:t alle die dingen vrij verder zal inzien, als vw tto:t leger„ „Hoofd, die hoe meer ik mijn gedagten laten gaan over zijne vreemde en nooijt gehoorde handelwijze hoe meer ik gelooven moet, dat hij door quade en anglistige menschen, allerleij onwaarheeden zal wijsgemaakt, en ten eenemaal misleijd zijn: God bewaare intusschen 1w0 Ho:t lange Jaaren met gezondheijd en alle verdere gewenschte zegenen Terwijl ik met de volmaakste gevoelens van Hoog agtinge de eerhebbe te zijn. /:onderstond:/ Hoog geboore Heer, Vw Hoogh=ts onderdanige en Gehoor„ „zame dienaar /:was getx:/ A:n Moens /:in mar„ „gine:/ Cochim den 31:' 8ber: 1776: Accordeert J Jannicken EClercq ƒ po N„o 7. soo 33¾ Translaat Canareese Brief door den Nabab Haider Alij„ Chan geschreeven aan den wel Edele Groot Agtb Heer Gouverneur ontfangen den 26:' 9ber: 1776: Ik heb twee brieven van uwel Ed:e Groot agtb: ontfangen en daar bij de gantsche zaak verstaan, „hoe inzonderheijd „ dat Charder Chan een inval inde landen gedaan, het fort van Chettua omcingelt en het zandigland g'invadeert heeft, met verzoek gem: Charderchan te schrijven om met die hostilileijten te cesseeren. Jk heb verstaan dat het zandigland gehoort aan het Calicoetse en dat uwel Ed:e Gr: agtb: daar geen regt op heeft, maar dat het zelve p zoude toebehooren aan den koning sammo„ „rijn, dierhalven is 't billijk dat uwel Ed.:e ga: agtb: het zelve aan mij komt aftestaan, alzo uwel Ed:e gr: agtb: geen regt heeft om het gem: zan„ „digland in posessie tehouden. Dog zo vwel. Ed:e gr: agtb: mogt begeeven dat Land voortaan in eijgendom te houden, zal uwel Ed:e gr: Agtb: met Charder chan moeten accordeeren voor zoveel geld dat uwel Ed:e Gr: agtb: daar voor maand op tebrengen, en dat bedragen na maate van Nagezien van d' inkomsten en voordeelen daar van naar Calicoet zenden; de geschriften die naar her„ „waarts gezonden werden, kan ik niet wel ver„ „taald krijgen daarom zal ik uwel Ed: Gr: Agtb: verzoeken voortaan desselfs brieven in de persiaanse of marattase taalen interigten wanneer ik de vertaaling daarvan ten eersten zal konnen krijgen, niet geteekent /:onders:t/ voor de translater Cochim dato als boven /:was get:/ S: van Jongeren g' trensjer Accordeert Ad„: Wartensz Samuelaus EClercx 183 Tot 335 N„o 8. Aan Den Nabab Heijder Alijchan Bader Ik hebbe mij vereerd gevonden, met vutto=ts veel geagte briev, waar bij vw Ho:t gelieft te zeggen, dat uwHo:t ver„ „staan heeft, dat het zandigland van Chettua, behoort tot het „denhalven sammorijnse rijk, en de Hollandse Comp:e daar van afstand moest doen: Jk veronderstelle dat uw Ho:t deeze berigten ge„ „koegen heeft van desselfs Leger Hoofd Chandercheen, en dat die, dezelve heeft ontvangen, van andere qualijk ge-intentioneerde perzoonen; want het is wereld kundig, dat wij dat land met goed regt en reeds 59: Jaaren lang bezitten. alzo hetzelve bij ons een wettig Tractaat, door de voorige konin„ „gen van het Sammorijnse Rijk, in eijgendom afgestaan is; dit fractaat is geslooten in't Jaar 1717: na onse stijl en moet zekerlijk onder de archiven van het sammorijnse Rijk tevinden zijn: wij hebben gem: vrtfo=ts Leger Hoofd Ge„ „presenteerd een authenticq Copia van dat Jractaat, onder verdere aanbiedinge dat indien wij twee perzoonen, de Mal„ „labaarse taal kundig herwaards wilde zenden om de Copia tegen het origineel Contract te confronteeren, wij het origi„ „neel Contract voor wen zouden openleggen; maar hier toe heeft vn vo=ts Legen Hoofd het oor niet willen leenen, maar ter Contrarie is hij voortgevaren met vijandelijke bedrijven op die Landstreek, waar in viotto=ts generaal zig had ver„ „sterks en ons de Correspondentie met Chettua afgesneeden zodat wij niet konden passeeren, zonder met zijn troupen in actie te geraaken, waar toe wij niet wilden treeden, om dat wij van vwWo:t nog antwoord waren afwagtende, en verhoopten dat zijn gedoente door uw Wo:t zoude werden gedisaprobeert, om dan vijandelijke acties te vermijden, hebben wij getragt de bezettelingen van Chettua met levens„ Hoog Geboore Heer! „middelen

NL-HaNA_1.04.02_3461_0266 view scan ↗

English

to provide means and some necessities by sea; but Your Highness's General has also prevented this, and hostilely attacked the detachment upon its landing, killing some and taking others prisoner. The garrison of Chettua lacking everything, since we had relied on the assurances of friendship from Your Highness and therefore did not put that fort in a state to offer long resistance, was thus forced to surrender the fort to Your Highness's General and to remain prisoners. That is how matters stand at present; and yet Your Highness's General declares that he does not wish to wage war against the Dutch Company; I do not know how to reconcile this. Our right to the aforementioned region is indisputable; only the Zamorin reserved for himself some small gardens and rights around and near Chettua, which were accepted by the Company on account of a debt. Of this we sent the account to Your Highness's Army Commander upon his first inquiry about those lands, and requested that on account of their insignificance he would make no commotion, but let the Company enjoy those rights; and we even requested his recommendation on this to Your Highness. Whether he made this known to Your Highness I do not know, but I think that if the matter had been reported truthfully to Your Highness, Your Highness would not have permitted the Company to be disturbed in the lawful possession of its land. If the say-so of this person or that, namely that the aforementioned land belongs to the Zamorin's territory, constitutes a reason and is enough to have to surrender the same, then no one can any longer say they possess anything with good right. I request that Your Highness please reflect fairly on this, and give orders that the fort Chettua and what was taken, both there and at Paponetty, be returned, and Your Highness's troops depart from the Company's lands and possessions, which truly are so insignificant that if Your Highness were well informed of the matter, Your Highness would not wish to permit such commotions to be made on account of them; and I trust that Your Highness will please understand that I certainly have no liberty to surrender our so lawfully acquired property. From the reports obtained from Your Highness's Army Commander, I cannot understand what he actually desires. He speaks of outstanding accounts and payment of money, but why and for what reason he does not explain. I sent the Jewish merchant Isaac Surion, who has knowledge of many things and also understands the language, to him to learn what he desires and for what reasons, so that I may truthfully communicate to my superiors the actual claim and the reasons for it; but upon his return I was none the wiser; and Your Highness's Army Commander only writes to me that he will make known to Your Highness what was discussed with Isaac Surion. Your Highness mentions having received two letters from me, and since I have written three to Your Highness, I judge it necessary to elucidate Your Highness regarding this: my first letter was of 17 October, of which for safety's sake I sent the copy on to Your Highness, with a small covering note of the 19th attached to it; both of those letters were sent off with letter carriers of the King of Cochin. Subsequently, on 31 October, I wrote once more to Your Highness and sent the same to Your Highness's aforementioned Army Commander; but he detained this letter because he wished to know what was written in it, along with other particulars, until finally, some days later, he wrote to me that he had sent it off; and I take the liberty to present to Your Highness herewith a copy of my last writing, because I do not know whether Your Highness received that letter. The letter that I received from Your Highness is written in the Canarese language, and sent to me by Your Highness's Army Commander; I mention this because Your Highness previously always wrote to me in the French language, and I therefore also wrote to Your Highness in the French language, although Your Highness now requests me to write henceforth in the Persian or Maratha language. We currently have no one here who can write in the Persian or Maratha language, but I have obtained someone who understands the Canarese language, so I hope that Your Highness will be pleased that this is written in the Canarese language. I wish that Your Highness may prosper and that the friendship between Your Highness and the Dutch Company may be unalterable. Beneath was written: High-born Lord! Your Highness's humble and obedient Servant. Was signed: A. Moens. In the margin: Cochin, 8 December 1776. Lower: P.S. I sent the original of this letter to Your Highness addressed by the Paliat via Palcatcherry, and this one goes via Calicurry to test which is the shortest way. I also forgot to write in my letter that Your Highness's Army Commander, when Isaac Surion was with him on my behalf, first arrested him and treated him with contempt, and subsequently, after having made him stand in the sun for a long time, only then allowed him to come before him. Isaac Surion is a man of years, and a man who has had the honor of being allowed to come before Your Highness more than once and of being kindly received; I mention this so that Your Highness might see from this how Your Highness's Army Commander has acted in everything, and whether one ought not therefore to be reluctant to send anyone else from here, to prevent further affronts. Agrees: Jannickens, Clerk

Dutch transcription

„middelen en eenige noodwendigheeden over zee te voorzien; dog dit heeft va Ap=ts Generaal mede belet en het Commando bij zijn landing, vijandelijk aangetast en eenige gedood en gevangen genomen; De bezettelingen van Chettua aan alles gebrek hebbende, alzo wij op de vriendschaps. ver„ „reekeringen van VW Ho:t hebben vertrouwt en daarom dat fort in geen staat gesteld van lang te kunnen resis„ „tentie bieden, zijn dus genoodzaakt geweest het port aan vw Ho=ts Generaal overtegeeven en gevangenen te blijven, zo staan tans dezaaken; en egter verklaart vir Ho=ts Generaal geen oorlog tegen de Hollandse Comp: tewillen voeren; ik weet dit niet over een te brengen. ons regt op voorm: Landstreek is onwederspreeke„ „lijk; alleen heeft den sammorijn eenige thuijntjes en gereg„ „tigheiden, om en bij Chettua voor zig behouden, welke bij „zijn de comp„e aanvaart wegens schuld; hier van hebben wij de reek: aan vw Ho=ts Leger Hoofd op zijn eerste vraage over die Landjes gezonden, en verzogt dat hij om dies gering„ „heijd geen beweeginge wilde maaken, maar de Comp: die geregtigheeden laaten genieten, en zelfs hebben wij daar over zijn voorschrijvens bij uwHo:t verzogt, of Hij dit aan vi Ho:t heeft te kennen gegeven weete ik niet, maar ik denke, dat indien dezaak vitto=t na waarheijd was berigt, vrotto:t de Comp: niet zoude hebben laten stooren in het wettig bezit van haar Land: indien het zeggen van deeze of geene, namendlijk dat het voorsz: land, aan het Sammorijnse behoort, een reeden uitmaakt en genoeg is, om het zelve temoeten af„ „staan! dan kan niemand meer zeggen iets med goet regt te bezitten. Jk verzoeke dat vwso:t hier op een billijke reflec„ „tie gelieft teslaan, en order testellen dat het fort Chettua en het weggenomene, zodaar, als te Paponettij terug gegeven werd, en rrotto:ts troupen vertrekken in't sComp:s Landen en bezittingen die waarlijk zo gering zijn, dat indien uw Ho:t wel 1„ 103 102 336 wel van de zaak ge-informeert was, var tta:t niet zoude willen toestaan dat daarom zulke bewegingen gemaakt worden, en ik vertrouwe dat vw Ho:t wel zal gelieven te begrijpen, dat ik immers geen vrijheijd hebbe om onze zo wettig verkree„ Ad: „gen eijgendom af te staan brieven uit d'erlangde berigten van vu Wo=ts LegenHoofd kan ik niet begrijpen, wat hij eigendlijk begeert, Hij spreekt, van uit„ „staande reekeningen en betalinge van geld, maar waarom en om wat reeden verklaart wij niet; Jk heb den Joodskoop„ ree= „man Jzaak Surion die van veele dingen kennisse heeft, en en ook de taal verstaat aan hem gezonden, om te verneemen wat hij begeert, en om welke reedenen; op dat ik aan mijne„ superieuren de eijgentlijke pretentie en de reeden daar van, na waarheijd kan bedeelen, dog met zijn terug komst ben ik even wijs gebleeven; en vn Ho:ts Leger Hoofd schrijft mij maar alleen dat hij het verhandelde met Jzaak surion aan vw Ho:t zal bekend maaken. vw Ho:t meld twee brieven van mij ontvangen te hebben en dewijl ik 'er drie aan vwtto:t geschreeven hebbe, zo oordre, is, „le ik dat het nodig is van'to:t denwegens te elucideeren: mijn eerste briev is geweest van den 17:' 8ber:, waar van ik zee„ „kenheijds halve de copia aan vuWo:t nagezonden hebbe, met een klijn gelijde briefje van den 19:' daar aan: beijde die brie„ „ven zijn afgezonden met brieve dragers van den koning van Cochim, vervolgens hebbe ik den 31: 8ber: nog eens aan vw Ho:t geschreeven en dezelve aan meerm: vao tto=ts Leger Hoofd gezonden; dog deze briev heeft hij aangehouden, om dat wij— wilde weeten wat 'er ingeschreeven stond, benevens meer andere bijzonderheeden, tot dat hij eindelijk mij eenige dagen daar na geschreeven heeft, dat wij dezelve verzonden had; en ik gebruij„ „ke de vrijheijd uwsto:t hiernevens aantebieden, Copia van mijn laatste schrijvens, om dat ik niet weet, of vatto:t die brief ontfangen heeft: de briev die ik van vwto:t ontvan„ „gen hebbe, is in de Canareese taal geschreeven, en mij door virsto=ts Nagezien Ar Weerten vn Wo„ts LegerHoofd toegezonden; ik melde dit, om dat vw Ho:t voor dezen aan mij altoos in de pransche taal geschreeven heeft, en ik daarom ook aan va Ho:t in de fransche taal geschreeven hebbe, schoon vaHto:t mij nu verzoekt, voortaan in de Persiaanse of Marettese taal te schrijven; wij hebben tans hier niemand die in de Zer„ „siaanse of Marattase taal schrijven kan, dog ik hebbe „de Cannancesg taal verstaat dus hoope dat viotto:t genoegen zal neesnen dat deze in iemand gekregen die „ de Cannareese taal geschreeven is. Ik wensche, dat va Ho t welvaarende en dat de vriend„ „schap tusschen vaWo:t ende Hollandse Comp: onverander „lijk mag zijn /:onderstond:/ Hoog geboore Heer! vw Wb=ts onderdanige en gehoorzaame Dienaar /:was getekent/ A:n Moens, /:in margine:/ Cochim den 8:' Decemb: 1776: /:lager:/ L: D: Het origineel van dezen briev hebbe door addresse van den Paljetten over Palcatcherij aan vwlto:t afgezonden en deze gaat over Caleicherij om te beproeven, welke de kontste weg is. nog Jk hebbe bij mijn briev „ bergeeten te schrijven dat vwto=t Leger Hoofd, Izaak Surion, toen hij van wegens mij bij hem is geweest, eerst g'arresteerd en klijnagtinge aangedaan en vervolgens na htem een tijd lang in de zon te hebben doen staan eerst bij hem heeft laten ko„ „men: Jzaak Surion, is een man van Jaaren, en een man die d'eere gehad heeft meer als eens bij vrotto:t temogen komen, en vriendelijk gerecipieerd tezijn; ik melde dit op dat vwosto:t hier uijt zoude kunnen zien, hoe viost=ts LegerHoofd in alles gehandelt heeft, en of men dus niet geretireerd moet zijn, om iemand meer van hier tezenden ter voorkominge van verdere affronten Accordeert Jannickens Clercq

NL-HaNA_1.04.02_3461_0269 view scan ↗

English

No 9. 103 337 To the Lord Nabob's Army Commander Charder Chan. Because Your Honour writes in his last ola that Your Honour has received no applicable answer to that which Your Honour writes to me; I must therefore presume that we do not understand each other well; just as I can also declare with truth that I have as yet neither understood nor grasped from Your Honour's olas what Your Honour actually desires from the Dutch Company; and because Your Honour desires that I should send Your Honour a qualified person, I therefore send Your Honour the Jewish merchant Izaak Surion thither, who is known to Your Honour, to speak with Your Honour about the matters, and to learn what Your Honour desires; I request that Your Honour will clearly explain to him what actually Your Honour's intention and desire is, I have explained my intention to him as far as I have been able to discern what may be serviceable to the matter; but because I do not know what Your Honour will actually desire, I therefore also do not know whether he will be able to answer Your Honour's proposal; but if Your Honour explains Your Honour's intention to him, and he comes hither and makes it known to me, then he shall return once more and be able to give Your Honour proper information on everything. I shall not dilate upon that which Your Honour says, says that Cranganoor was the first to shoot at Your Honour's people; I must only say that Your Honour's preceding actions provide abundant evidence that the hostility was commenced from Your Honour's side; I wish meanwhile that Your Honour may be and remain in good health /underwritten:/ Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above /was signed:/ S: van Tongeren, sworn translator. Cochim the 16: xber: 1776: Agrees Ad. Marten Examined. J Damnicheus Clerk is No 10. 104 338 For the instruction of Izaak Surion Your Honour must say, after offering the usual compliments, that you have been sent on behalf of the Company to learn what the Army Commander Charder Chan desires from the Dutch Company, why he has hostilely attacked its possessions, broken open the Honourable Company's warehouses, taken the goods out of them, and further plundered the country, and set fire to several dwellings of the inhabitants. Possibly he will say that he only desired passage to attack Trevancore; hereupon Your Honour can reply that it would not then have been necessary to keep Chettua surrounded, to break open the warehouse at Paponetty, and to march with his whole force, and even with cannon, close under our fort Cranganoor; that this is never done by anyone who has no intention to attack or surprise a place. Yet if he says that he has orders from his Master to collect tribute from the Company's lands as well and still desires it, then Your Honour can reply to this that Your Honour does not believe that we will ever agree to this, but that if he, the Army Commander, desires tribute, he will then have to present this clearly to us. Further, further, Your Honour must say on our behalf that the territory from Cranganoor to Chettua was ceded to the Dutch Company by the King Zamorin by a lawful contract of anno 1717, and that the Zamorin retained nothing there except some negligible small gardens and rights, of which a list has been sent to him, the Army Commander, with an account to show that the Zamorin is still in debt to the Company on the balance for which those lands were accepted. And if he should say that he previously wrote two olas to the Governor regarding this and received no answer to them, then Your Honour can reply to that, that those olas were never received by the Governor, but that Sijderoos Coetty was already long ago elucidated on this by the Chettua Resident, and the Army Commander was also engaged and informed about this by Your Honour himself on my behalf, what a trifle those revenues amount to, and that they do not even make up the interest on the principal that the Zamorin owes to the Company, and that since then no further inquiry has been made about it until recently by him, the Army Commander, in an ola to the Governor, which the Governor immediately answered with the necessary elucidation. But 105 339 But possibly he will say that we advised the King of Cranganoor not to pay tribute; hereupon Your Honour can reply that we may also do this for good reasons. Firstly, because this King is subordinate to the Company and has no connection with the Zamorin realm, and that we therefore also cannot understand on what grounds or with what right tribute could be demanded from him. Secondly, because the Lord Nabob, both in anno 1766 when in Calicut and recently to our envoys, promised that the King of Cranganoor would be left in peace and quiet. In case he further says that we must send a person to the Nabob, then Your Honour can reply to this that we expect our ship from Batavia any day with a letter and presents for the Nabob, and we would then, if matters are arranged accordingly, indeed be willing to send someone along, but that we shall first request a letter of safe conduct beforehand from the Nabob, in order not to expose ourselves again to such insults as have been done to us by Charder Chan, by keeping imprisoned the scribe and interpreter at Chettua, who were sent to him in friendship. For the rest, Your Honour will have to listen to what the the Army Commander has to say, and undertake to make it known to me, and promise to bring an answer to it. Examined Ar Warten Agrees JDannnckens AEClerc s Na Ed 7 G. No 7. 8

Dutch transcription

N„o 9. 103 337 Aan s Nabab leger Hoofd Charder Chan. Dewijl uwEdele bij zijn laatste ola schrijft, dat uw Ed: geen applicabel antwoord erlangd, op het geen uw Ed: mij schrijft; zo moet ik veronderstellen, dat wij elkan= „der niet wel verstaan; gelijk ik ook met waarheijd kan verklaren, dat ik als nog niet verstaan nog begree= „pen hebbe, uijt uw Ed: olassen, wat uwEd: eijgentlijk van de Hollandse Comp: begeert; en dewijl uwEd: begeerd dat ik uwEd: een bekwaam perzoon zoude zenden, zo zende ik uwEd: den Joodskoopman Jzaak Surion der= 2 „waarts, die bij uwEd: bekent is, om met uwEd: over de zaaken tespreeken, en te verneemen, wat uwEd: be= „geert; ik verzoeke dat uwEd: hem duijdelijk wil ver= „klaaren, wat eijgentlijk uwEd: intentie en begeeren is, ik hebbe hem mijne intentie verklaart voor zo ver, ik heb kunnen beseffen wat ter zaake dienelijk kan zijn; maar dewijl ik niet weet wat uwEd: eijgent= „lijk zal begeeren; zo weet ik ook niet of hij uw Ed: voorstel zal kunnen antwoorden; maar zo uwEd: aan hem uwEd: intentie verklaart en hij herwaarts komt en mij die te verstaan geeft, dan zal hij an= „dermaal terug keeren en uwEd: op alles behoorlijk bescheijd kunnen geven. Jk zal mij niet uijtlaaten over het geen uwEd: zegt zegt, dat van Cranganoor eerst op uwEd: volk geschooten is; alleen moet ik zeggen, dat uwEd: voor afgegaane be= „drijven overvloedige blijken uijtleveren, dat de vijand. — „schap van uwEd: zijde begonnen is; ik wensch intus= „sen dat uw Ed: wel vaarende mag zijn en blijve :/on= „derstond:/ zodanig door mij in het Mallabaars overge= „zet Cochim dato als even /was geteekend:/ S: van Tongeren gesw: translateur. Cochim den 16: xber: 1776: Accordeert Ad. Marten Nagezien. J Damnicheus Clercx is N„o 10. 104 338 Tot Narigt van Izaak Surion VE: moet zeggen, na het afleggen van de gewoone Complimenten, van weegens de Comp: gezonden tezijn, om te verneemen wat de veld Heer Charder Chan van de Hollandse Comp:e begeert, waarom hij denzelven bezittingen vijandelijk heeft ge-attacquieert, waar Edele Pakhuijzen geopent de goederen daar uijt genomen en voorts het land uijtgeplundert, en verscheijde wooningen der ingezetenen in den brand gestooken. Mogelijk zal wij zeggen, dat hij maar pas„ „sagie begeert heeft om prevancoor te attacqueeren; hier op kan VE: dienen, dat het dan niet nodig was geweest Chettua omcingelt te houden, het Pak= „huijs te Paponettij opentebreeken en met zijn ge= „heele magt, en zelfs met Canon, digt onder ons fort Cranganoor te trekken; dat dit nimmer door iemand gedaan word, die geen intentie heeft, om een plaats te attacqueeren, of te overrompelen. Dog indien Hij zegt, dat Hij van zijn Meester ordre heeft om ook van sComp:s Landen Contribu= „tie te haalen en die als nog begeert, dan kan vE: daar op dienen, dat vE: niet gelooft, dat mij in der Eeuwigheid hier toe zullen treeden, dog dat indien Hij leger Hoofd Contributie begeert, wij zulx dan aan ons duijdelijk zal dienen voortestellen. voorts voorts moet vE: onzent wegen zeggen, dat de Landstreek van Cranganoor tot Chettua bij een wettig Contract van a:o 1717: door den koning sam= „morijn aan de Hollandse Comp: is afgestaan, en dat de sammorijn niets daar opgehouden heeft als eeni= „ge niet noemens waardige Tuijntjes en geregtighee= „den, waar van hem Leger Hoofd de Lijste is toegezon= „den, met een reek: ten blijke, dat de sammorijn nog aan de Comp: tequaad is, op het debet waar voor die landen zijn aanvaart. En indien hij mogt zeggen, dat hij bevoorens der= „wegens twee olassen aan den gouverneur geschreeven en daar op geen antwoord ontvangen heeft, dan kan VE: daar op dienen, dat bij de gouverneur die olas nimmer ontvangen zijn, maar dat sijderoos Coet= „tij door den Chettuasen Resident derwegens reeds lange ge-elucideerd, en het Leger Hoofd, door vE: zelfs daar over van mijnent wegen ook onderhouden en on= „derrigt, want een geringheid die inkomsten bedragen, en dat dezelve niet eens uijtmaken, den intrest van het Capitaal, dat de sammorijn aan de Comp: schuldig is, en dat 'tzedert daar over niet meer navrage gedaan is als nu onlangs door hem Leger= „Hoofd bij een ola aan den gouverneur dewelke de gou= „verneur ten eersten met de nodige elucidatie beant= „woord heeft. Maar 105 339 Maar mogelijk zal wij zeggen, dat wij het Cranga= „noors koningje hebben afgeraaden geen Contributie te betaalen, hier op kan vE: dienen, dat wij ook dit om met goede reedenen mogen doen. Eerstelijk, dewijl dit koningje onder de Comp: zorteerd t en geen Cannexie heeft, met het sammorijnse Rijk„ en dat wij derhalven ook niet konnen begrijpen, uijt wat hoofde of met wat regt van hem Contributie kon begeert worden. sweedens om dat de Heer Nabab ons zo wel in a:o 1766: te Calicoet zijnde, als Jongst aan onze afgezanten heeft beloofd, dat de koning van Cranganoor in rust en vreede zoude werden gelaten. Bij aldien Hij verder zegt, dat wij een perzoon bij de Nabab moeten zenden, dan kan vE: daar op dienen, dat wij alle dagen ons schip van Batavia verwagten, met een briev en presenten voor den Nabab en wij als dan, indien de zaken daar na gesteld zijn, wel iemand meede zoude willen zenden, maar dat wij voor af eerst van den Nabab een vrijgeleijde brief zullen verzoeken, om ons niet weder te Exponeeren aan zulke insultes, als ons door Charder Chan aangedaan zijn, door het gevangen houden van den scriba en tolk te Chettua dewelke in vriendschap bij hem gezonden zijn. voor het overige zal vE: moeten aanhooren wat het het Leger Hoofd te zeggen heeft, en aanneemen het aan mij bekent temaken, en belooven daar op antwoord te zullen brengen. Nagezien A„r Warten Accordeert JDannnckens AEClerc s Na Ed 7 G. N„o 7. 8

NL-HaNA_1.04.02_3461_0281 view scan ↗

English

Secret Resolution Taken in the Council of Malabar at the city of Cochin Thursday the 10th of October 1776, at five o'clock in the afternoon. Present: The Right Honourable and Most Respected Lord, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director, Adriaan Moens, The Honourable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator, Willem Jacob van de Graaff, The Honourable Major and Head of the Military, Jan Hendrik Medeler, The Honourable Merchant, Fiscal, and Cashier, Reinier van Harn, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper, Samuel Constantin Cassin, The Honourable Junior Merchant, Shopkeeper, and Dispenser, Jan Lambertus van Spall, The Honourable Junior Merchant and Secretary of Policy, Abraham Rudolff Schutsz, The Honourable Junior Merchant and Paymaster, Abraham Jean Schipion Vernede. After this meeting was opened with prayer, the Lord Governor stated that he had deliberately convened it to give the members a reading of four letters that were brought here one after the other from Chettua, and are dated yesterday. Whereupon, after the reading was taken, it was found that the Resident of Chettua, De Roberto, gives notice that the troops of the Nabab Hyder Ali Khan arrived very unexpectedly yesterday in large numbers, both horsemen and foot soldiers, from the other side of the Chettua River at the Company's post of Poelicarro, pitched their camp there, took up a position, and took prisoner the postholding corporal along with his accompanying lascars. That since some men had already crossed over in the morning under the pretext of remaining there by order of the Nabab, he, the Resident, had sent the interpreter to Chavakkad to the army commander with orders to inquire from him as to the reason for that undertaking. That since the Nabab's army commander, named Sardar Khan, subsequently crossed over to this side in person with most of his troops and the interpreter had not yet returned, and he, the Resident, had also received news that the said postholder was being held prisoner, he had sent the assistant Harmensz to the army commander, who returned with a message that the army commander wished to speak with him in person, but that he had excused himself from that meeting. That in the meantime, the said army commander, having approached closer to the fort with his troops, hostilities had already begun with the plundering of some houses on the bazaar and the Company's borders. And finally, that upon his dispatched ola, the said army commander had sent the interpreter with one of his emissaries to tell him, the Resident, that he demanded nothing other than the money that the Honourable Company still holds belonging to the King Zamorin. That he, the Resident, had replied thereto that he had no knowledge thereof beyond that which had already been imparted to Sardar Khan from Cochin; but that regarding the army commander's claim, he would immediately write to Cochin. Furthermore, the Resident imparted in a postscript that Sardar Khan demands an accounting and compensation for the 20-year revenues of the Zamorin's lands, under the threat of otherwise ruining the land. Regarding which the Lord Governor informed the members that he had already, under date of the 30th of September past, addressed the said army commander extensively regarding the Zamorin's rights in the sandy land of Chettua upon his first inquiry made to him in that regard, and had also sent along the account of the Zamorin, which showed for what sum the mortgaged lands were taken over, how much was received in deduction thereof, and how much the Honourable Company was still owed as of the end of August of this year; together with a note on how those rights are collected, with a request to give a faithful report thereof to his master. That he, the Governor, had thought that the said army commander would have been satisfied with this, the more so as the Nabab has never written about it, nor spoken of it to the Company's commissioners who were on a mission to the Nabab last year; so that one must suppose that the said army commander is misled.

Dutch transcription

106 240 „ven na den anderen ontvangen Secreete Resolutie Genomen in Raade van Mallabaar ter steede Cochim Donderdag Den 10 October 1776: 's namiddags te vijf uuren Present. Den wel Edele Groot Agtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands India mitsgaders Gouverneur en Dierecteur Adriaan Moens, Den E: Heer opperkoopman secunde en Hoofdad„r Willem Iacob van de Graaff, Den E: Heer Majoor en Hoofd der Militie Ian Hendrik Medeler, Den E: koopman fiscaal en Cassier Reinier van Harn Den E: onderkoopman en Pakhuijsmeester Samuel Constantin Cassin Den E: onderkoopman, winkelier en Dispencier Jan Lambertus van Spall, Den E onderkoopman en secretaris van Politie Abraham Rudolff Schutsz Den E: onderkoopman en Soldij Boeth: Abraham Jian Schipion Vernede Na dat deese vergadering door het gebed g'opend Lectura van vier Chettuase brie was, zeijde de Heer Gouverneur, deselve Expresse te hebben laaten beleggen, om de leeden Lectura tegeven van vier brieven die zo even na den ande„ „ren op „der Alijchan vallen in 't dis„ „trict van Chettua „licarro en vier lascorijns gevan: Tolk na chawacattij om na de reden van die onderkeming te vernemen 'T Leger Hoofd der gem: Troupes komtt in persoon in gem: district ren van Chettua hier aangebragt, en op gisteren gedateerd zijn waar bij, na genomene Lectura„ wierd bevonden, dat den Chettuasen Resident De De troupes van den Nabab Hei„ Roberto kennisse geeft, hoe dat de Troupes van den Nabab Heider Alijchan op gisteren zeer onverwagt in een groot getal, zo Ruijters als voetknegten, van de overkant der Chettuase Re„ „vier op 'sComp„s Post Poelicarro zijn aangekomen, nemen den Posthouder van Poe zig aldaar nedergeslagen, Post gevat en den Post„ houdenden Corporaal met zijn bij hebbende Lasco„ „rijns, gevangen genomen hebben. Dat vermits 's morgens al eenige manschappen, De chettuase Resident zendden waaren overgekoomen, onder voorgeven, om uijt ordre van den Nabab aldaar te verblijven, Hij Resident den Tolk naar Chawecattij bij het leger„ „hoofd had gesonden, met ordre, om van denselven„ te vernemen, na de reeden van die onderneming; Dat vermits 's Nababs LeegerHoofd genaamt. Charder Chan, vervolgens in persoon met zijn meeste Troupes na deese kant overgekomen en den Tolk nog niet wederom gekoomen was, en Hij Resident ook tijding erlangt had, dat de Gem: posthouder gevangen wierd gehouden, Hij den adsistent Harmensz: aan het Leeger Hoofd 107 341 dent zelfs spreeken toen al begonnen Het leeger Hoofd richt het geld van den Sammorijn De Resident diend van antwoord dat daer van geen notitie heeft rige geregtigheid van de Sammorijnse landen Hoofd had gesonden, die met een Boodschap terug het legenr Hoofd wilde den Resi, quam, dat het Leeger Hoofd hem zelfs wilde spreeken, dog dat Hij zig van die ontmoeting had g'excuseerd. Dat intusschen het Geme Leeger Hoofd, met De vijandelijkheeden hadden zijne Troupes het fort meer genaderd, en de vijandelijkheeden al een begin genomen hadden, met het spolieeren, van eenige huijsen op de ba„ Iaar en 'sComp„s liemieten. En eijndelijk, dat op desselfs afgesondene ola, het Gem: Leegerhoofd, den Tolk met een zijner zendelingen had gesonden, om aan hem Resident te zeggen, dat hij niets anders eijsch¬ te, als het geld, dat D E: Comp: van den koning sammorijn nog onder zig heeft. Dat Hij Resident daar op hadde gediend, daer van geen Notitie te hebben, buijten het geene hem¬ charder chan, reets van Cochim bedeeld is; dog dat nopens 's Leegerhoofds pretentie ten eersten naar Cochim schrijven zoude Nog bedeelde den Resident bij Postschrip„ Nog eijscht derselven 20 ja„ tum, dat hij Charder Chan van de 20 jaarige revenuën van de Sammorijnse Landen Ree„ „kenschap en vergoeding eijscht, onder bedreijging, ander- os zal anders het land ruineeren leeger Hoofd aangaande de sammo„ zoo meede een Reekening Benevens een Notitie van de invordering dier geregtigheeden pretentie gesprooken of geschreven men verondersteld dat het Zeger Hoofd misleijd is. andersints het Land te zullen Ruineeren welken aangaande, den Heer Gouverneur de De Gouverneur heeft reets het gem: Leeden kennisse Gaf, dat hij reets onder dato „zijnse geregtigheden onderhouden 30. zeptember passato, het Gem: Leeger Hoofd aangaande de Sammorijnse Geregtigheeden in het Zandigland van Chettua, op desselfs voor de eerstemaal aan hem derwegens gedaane vraage, breedvoerig onderhouden, en daar nevens ook toe„ „gesonden had, de Reekening van den Sammorijn, waar bij bleek, voor welke somma de verpande moet Landerijen overgenomen zijn, hoe veel daar op in mindering ontvangen en hoe veel D E: Comp:e onder ult„o Augustus deses Jaars nog te goed ge„ „bleven is; benevens een Notitie, hoedanig die ge„ regtigheeden werden ingevordert, met versoek, om daar van aan desselfs Meester een Getrouw verslag te doen. Dat hij Gouverneur hadde gedagt, dat Gem: De Nabab had nooijt over die Leegerhoofd daar in zoude genoegen genomen hebben temeer, den Nabab nimmer daar over geschreven, nog tegen 'sComp„s Gecommitteerdens „die verlede Jaar bij den Nabab in Commissie geweest zijn, iets gesprooken heeft; dat men dierhalven onderstellen moest, dat Gem: Leger Hoofd ni e

NL-HaNA_1.04.02_3461_0285 view scan ↗

English

108 342 has given no cause for hostilities. One must nevertheless be on guard to be done to write, to keep the Nabab's Head, misled by this or that malicious person, made to believe great falsehoods, and that these hostilities were undertaken on these false grounds. That, although on the side of the Honourable Company although on the side of the Company neither reason nor cause has been given for such hostile proceedings, and we know no better than that we live in good friendship with the Nabab, one is nonetheless uncertain what consequences this alarming step may have, and thus one ought to be on guard against all unforeseen occurrences. Submitting the question of what, under these circumstances of the times, Questioning what ought best to be put into effect for the Company's interests, to be put into effect, considering our slight force available here, and the resulting inability. Whereupon, after deliberation and taking into serious Decision the Chettua servants consideration what, in this critical situation, could be put into effect for the preservation of the Company's under the cannon of the Fort from there possessions, it was approved and agreed to write to the Chettua servants immediately and to order them that, in case the Nabab's troops, contrary to expectation, should have approached under the fire of Chettua, they should in polite terms C the limits if they do not wish to leave, to drive them off with cannon right was meant explanation from the Army Head must request warn them in polite terms that they must withdraw from under the cannon, or that they have orders to fire upon them. Furthermore, that the said servants shall let them know Signs will be placed regarding that signs will be placed as far as it is understood that the cannon can reach, in order to prevent misunderstanding. But that, in case they should not listen to this and give a refusal in reply, the servants The servants are ordered, in that case, must make use of the cannon and keep them off by force. That, as regards the claim of the said Army It is not known what is meant by the 20-year Head regarding the 20-year rights of the Zamorin lands, or also the money of the Zamorin, the servants may make known to the said Army Head that the same is presented so obscurely that one does not know what is meant by this; that the expelled king is still indebted to the Honourable Company, but not the Honourable Company to him. That the servants must therefore request a further The servants must request a further explanation or clarification of his claim, giving to know that the Governor sent a letter and account to him some days ago and protest sent 109 343 protest against the encroachment into the Company's lands already, and therefore request to know whether he has received that letter or not; that the Governor will also write immediately to the Army Head And one shall emphatically protest about this, under emphatic protest against this encroachment into the Company's lands, the occupation of their Honours' Fort, the taking prisoner of their servants, the robbing and plundering of their subjects, leaving the consequences arising from this to his responsibility before his master the Nabab, who will be informed of what has occurred. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month, and year aforementioned. Signed: A: Moens, W: I: van de Graaff, I: H: Medeler, R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall, A: R: Schutsz:, and A: I: C: Vernede. Friday Friday into the Conquest of Paponetty robbing, plundering, and burning of the Residency Deliberation regarding this remedy At the beginning of this meeting were read The troops of the Nabab invading the reports received from the Paponetty Resident Breekpot, wherein he communicates that a portion of the Nabab's troops has invaded the Conquest; have made a beginning with robbing, plundering, and burning, and have not even refrained from setting fire to the houses around the Residency and committing all sorts of overt hostilities; also that they have broken open the warehouse of the Honourable Company, The army head takes possession and that the Army Head has taken possession of the Residency. Whereupon the Lord Governor stated that he had convened this meeting expressly to give the members knowledge of what has occurred and to deliberate with them on what best ought to be put into effect, since the matter The matter requires a prompt remedy requires a prompt remedy, and it In 11 October Anno 1776, at 11 o'clock in the forenoon. All members present.

Dutch transcription

108 342 geen aanleijding gegeven heeft tot vijandelijkheeden. moet men egter op hoede zijn gedaan te werden anteschrijven, om de Nababse van houden Hoofd, door deese of geene quadaardige lieden misleijd groote onwaarheden wijs gemaakt en op deese valse Gronden dese vijandelijkheeden ondernomen zijn. - Dat, hoe zeer ook aan de zeijde van D E Comp:e schoon men van de zeijde van de Comp: nog reeden nog aanleijding gegeven is, tot zulke vijandelijke Gedoentens, en wij niet beter weten; of leven met den Nabab in Goede vriendschap, men nogthans in 't onsekere is, welke gevolgen deese bedenkelijke stap hebben kan, en also tegens alle onvoorsiene voorvallen diend op hoede te sijn. In onvrage leggende, wat in dese tijds omstan„ Omvraage wat er best diend digheeden, het beste voor 'sComp„s belangens diend tewerden in 't werk gesteld, gemerkt onse Geringe hier aan handen zijnde magt, en het daar uijt volgend onvermogen. waar over dan Gedelibereerd en in ernstige Besluijt de Chettuase bediendens overweging genomen zijnde, het geen in deese „der t Canon van 't Fort van daar Criticque gesteldheid tot Conservatie van 'sComp„s bezittingen zoude kunnen werden in 't werk ge„ „steld, is goedgevonden en verstaan. De Chettuase Bediendens ten eersten aanteschrijven, en te Ge¬ lasten, om ingevalle 's Nababs Troupen tegens verwagting „ tot onder het geschut van Chettua mogten genaderd zijn, zij deselve in beleefde termen C de liemieten dien niet willen vertrekken hen met cannon te verdrijven „ge geregtigheeden gemeent werd verklaring van 't Leeger Hoofd moeten versoeken termen moeten laten waarschouwen, dat ze zig van onder het Canon van daan moeten begeven, of dat ze ordre hebben om op hen te schieten. wijders dat Gem: bediendens deselve zullen Men zal teekens stellen wegens laten weeten, dat er teekens zullen werden ge„ an „steld, zo verre als men begrijpt, dat het Cannon kan rijken ter voorkoming van misverstand Dog dat indiense daar na niet mogten luijste„ De bediendens hebben last in„ ren en weijgerig antwoord geven, zij bediendens gebruijk moeten maaken, van het Cannon, en ze met geweld van zig afhouden. Dat wat aangaat, den Eisch van Gem: Leeger¬ Men weet niet wat met de 20 jari Hoofd, wegens 20 jaarige Geregtigheeden van de Sammorijnse landen, of ook het geld van den Sam„ „morijn; zij bediendens aan gedagt Leeger Hoofd kunnen teverstaan geven, dat deselve zoo duijster voorgesteld is, dat men niet weet, wat hiermeede gemeent werd, dat de verdreve koning, nog aan DE Comp:e schuldig is, maar niet 'DE: Comp:e aan hem. Dat zij bediendens dierhalven van een nadere De bediendens moeten een nadere verklaring of opheldering van zijnen Eijsch moeten versoeken, onder tekennen geving, dat de Gouverneur al over eenige dagen een brief en Reek. aan hem En teeren gesonden 109 343 teeren tegens den indrang in sComp„s landen gesonden heeft, en dierhalven versoeken temogen weeten, of hij die brief ontvangen heeft, dan niet; Dat de Gouverneur hier over ook aan het Leger En men zal nadrukkelijk protes„ Hoofd ten eersten schrijven zal, onder nadrukkelijke protestatie tegens deesen indrang in 'sComp:s landen, het besetten van haar Ed„s Fort, het gevangen nee„ men van haare Dienaren, het beroven en plun„ „deren van derselver onderdanen, latende de Gevol„ „gen, hier uijt spruijtende, voor desselfs verantwoor„ „ding bij zijnen meester den Nabab aan wien van het voorgevallen kennisse Gegeven zal worden. Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Cochim ten daage maand en Iaare voormeld /:was getekend:/ A: Moens W: I: van de Graaff, I: H: Medeler R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall A: R: Schutsz: en A: I: C: Vernede- Vrijdag sen Vrijdag in 't Conquest Paponettij roven Plunderen en branden van de Residentie Deliberatie dien aangaande middel Den aanvang deser bij eenkomst wierden gelesen De Troupes, van den Nabal vallende erlangde berigten van den Paponettijse Resi„ „dent Breekpot, waar bij denselven bedeeld, dat een gedeelte der Nababse Troupes in het Conquest gevallen; met roven, plunderen en branden een begin gemaakt en zig zelfs niet ontsien hebben En om de Huijsen rondom de Residentie in brand van te steeken, en te pleegen allerhande zoorten van openbaare vijandelijkheeden: zoo meede dat ze het Pakhuijs van D' E Comp:e hebben opengebro„ Het leger hoofd neemt possessieken, en dat het Leger Hoofd, possessie van de Residentie genomen heeft ze zeijde den Heer Gouverneur dese verga„ „dering expres te hebben laten beleggen, om de Leden van het voorgevallene kennisse tegeven en met deselve te overleggen wat best in het werk diende tewerden gesteld, dewijl de zaak De zaak vereijscht een spoedig hulp,„ een spoedig hulpmiddel vereijscht en het de In Den 11: October A„o 1776. S' voormiddags te 11. uuren Alle Present Leeden

NL-HaNA_1.04.02_3461_0289 view scan ↗

English

110: 344 to undertake anything of importance outside checked, the enemy will make it worse And sometimes behind Cranganore cross over to Nijcotta at the North end of Baijpin be if nothing were done to check the enemy members are aware that our present available force is so small and limited that, besides the reinforcements that have already been sent to Cranganore and Chettua, it is practically And one is too weak to undertake anything of importance outside impossible to undertake anything of importance outside. That if, however, further hostilities are not opposed and checked, the enemy, If the hostilities are not, noticing our impotence or weakness, would only make it worse and worse, and could easily come over from behind Cranganore, out of reach of the artillery, onto Nijcotta, being the northern end of the island of Baijpen situated so very close to our city here, which could have very detrimental consequences. And finally, that it would be irresponsible if, letting it depend solely on our It would be irresponsible city, one remained quiet in the present case, and looked on with approval as the enemy acted at his pleasure, without making the least effort to oppose him and to check his further undertakings. Proposed m to have a detachment commanded, in order to be able to march out at the first order The members conform to the proposal resolved to send a detachment of 198 men He therefore proposed whether the Council, by virtue of the alleged compelling reasons, did not judge it expedient and necessary, along with him, the Governor, to have a detachment, provided with what is necessary, commanded, so that, in accordance with what further news we might receive, it could be made to march out at the first order and act as shall then further be deemed necessary. Whereupon, having deliberated and the advice of the members having been taken, it was approved, in consideration of the reasons alleged by the Governor, to conform to his proposal, and consequently resolved that immediately a detachment shall be commanded numbering 198 heads, Europeans to the number of 80 men in the first rank, the remainder Malays and Seapoys, under a Captain and two officers besides the officers of the Malays and Seapoys, in order to be able to march out at the first order. Furthermore, it was understood that for the further reinforcement of the said detachment there shall be added to it three gunners and With three field pieces and appurtenances eight assistants with three field pieces of to a ren 1s 345 to inform, and to urge the speedy sending of the requested reinforcement of military personnel The Cranganore servants are ordered to be on their guard one, two, and three pound balls, provided with the necessary ammunition. While it was furthermore understood to inform the Ceylon ministers of what has occurred as quickly as possible, Resolved to inform Ceylon of what occurred and to request them most urgently to be so good as to send hither, as soon as practicable and if possible without any the least reduction, the reinforcement of military personnel requested by the Governor by separate letter of the 27th of September to the Right Honorable Governor Falk. Finally, it was also understood to recommend most earnestly to the servants of Cranganore to be watchful and on their guard, so as not to be attacked and surprised unawares at times. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: Moens, W: I: van de Graaff, J: H: Medeler, R: van Harn, J: C: Saffin, J: L: van Spall, A: R: Schutsz, and H: J: C: Verniede. Saturday and ti nen Saturday letter from the Nabob's army commander written from Paponetty leaving his letters unanswered friendship with the Honorable Company and that it is not aimed at them In continuation of what was dealt with regarding the invasion of the troops of the Nabob Receipt and reading of a Hyder Ali Khan into the sandy land of Chettua and Paponetty, the Governor said that yesterday evening he received a letter from the commander of the said troops, named Sardar Khan, which was translated this very night, in order to be able to serve in the meeting today. From which it appears, among other things, that the said army commander complains about leaving unanswered He complains about the unanswered the letters that he claims to have written previously concerning the sandy land of Chettua, affirming nevertheless Affirms nevertheless the Nabob's friendship that his master, the Nabob, lives in friendship with the Dutch Company, and that it is not aimed at them. Has orders to attack Travancore But that he had orders to attack the King of Travancore an The 12th of October Anno 1776. In the morning at half past seven. All present. Travancore g And ten

Dutch transcription

110: 344 lang na buijten te ondernemen ren gestuijt, zal de vijand het erger maken En somtijds agter Cranganoor op Nijcotta aan 't Noord eijnde van Baijpin overkomen zijn als men niets deede om „den vijand te stuijten Leeden bekend is, dat onse presente aanhanden zijn¬ „de magt zo gering en bekrompen is, dat het buij„ „ten de versterkingen, die men reets na Cranga„ noor en Chettua gesonden heeft, genoegsaam En men is te swak om iets van be „ ondoenelijk is, om iets van belang na buijten te ondernemen. Dat indien egter de verdere vijandelijkheeden Indien de vijandelijkheeden niet win, niet tekeer gegaan en gestuijt werden; de vijand onse onmagt of swakheid bemerkende, het maer hoe langer hoe erger maken zoude en ligtelijk van agter Cranganoor buijten bereijk van het geschut zoude kunnen overkomen op Nijcot„ „ta, zeijnde het noordelijke einde van het hier bij onse stad zo zeer digt leggende Eijland Baij¬ „pen het welk van zeer nadeelige gevolgen zoude kunnen zijn. En eijndelijk dat het onverantwoordelijk zijn Het zoude onverantwoordelijk zoude, indien men het maar alleen op onse stad laatende aankoomen, in het presente ge„ „val stil bleef, en met Goede oogen aanzag, dat de vijand naar welgevallen handelde, zonder het minste devoir te doen om denselven tegen te gaan, en in zin verdere onderneming te stuijten- Proponeerde m detachement te laten Commandee„ ren, om op de eerste ordre te kunnen uijtmaacheeren De leden Conformeeren zig met den voorstel besluijt een detachement te zenden van 198 man Proponeerde dierhalven of den Raad uijt hoofde De Gouverneur proponeerd om en van de g'allegueerde drang-redenen met hem Gou„ „verneur niet dienstig en nodig oordeelde, om een detachement met het nodige voorsien, te laten commandeeren, om na maate wij nadere tij„ „dinge mogten krijgen, op eerste ordre te kunnen doen uijttrekken en ageeren als men dan na¬ „der nodig zal oordeelen. Waar over gedelibereerd en het advis van de Leden ingenomen zijnde, is uijt aanmerking van de door den Gouverneur g'allegueerde rede„ „nen Goedgevonden, zig met desselfs voorstel te Conformeeren, en dienvolgende beslooten, dat er ten eersten een Detachement zal werden Ge„ „commandeert groot 198 koppen, Europeesen ten getalle van 80. Man primo plan, de overige Maleijas en Sipaijs, onder een Capitain en twee officieren behalven de officieren van de Maleijrs en siepaijs, ten eijnde op eerste order te kunnen uijtrukken. wijders is verstaan dat tot meerder ver„ Met drie veldstukjes en toebehoo„sterking van Gem: detachement aan het zel„ „ve zal werden toegevoegd, Drie Cannoniers en agt handlangers met drie veldstukjes van aan een ren 1s 345 te bedelen, en op de spoedige zending van 't versogte renfort militairen aante dringen De Cranganoorse bediendens werden belast om op hoede te sijn een, twee, en drie pond bals, voorsien van de no„ dige Ammonitie Terwijl alverder verstaan wierd, aan de Ceilon„ Besluijt het voorgevallen na Ceilon, se Ministers het voorgevallene ten spoedigsten te bedeelen en deselve zeer instantig te versoeken, om het versogte renfort van Militairen door den Gouverneur bij aparte brief van den 27: zeptember aan den wel Edelen Heer Gouver„ neur kalk gedaan, zo spoedig doenelijk en des mogelijk zonder eenige de minste diminutie herwaards te willen zenden. Eindelijk is nog verstaan, de Bediendens van Cranganoor wel ernstiglijk te recomman„ „deeren om waaksaam en op hoede te zijn, om niet zomtijds onvoorsiens overvallen en ver„ rast teworden. Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Cochim, ten dage, maand en Jaare voormeld /:was getekend:/ A: Moens W: I: van de Graaff, J: H: Medeler R: van Harn, J: C: Saffin, J: L: van Spall, A: R: Schutsz, en H: J: C: verniede Saturdag en tij„ nen Saturdag brief van 's Nababs leeger hoofd van Paponettij geschreven antwoord laten zijner brieven schap met D E: Comp: en dat 't op haar niet gemunt is Ten vervolge van het verhandelde, nopens Ontvangst en Lectura van een de invasie van de Troupes van den Nabab Heider Alijchan, in het zandigland van Chettua en Paponettij, zeijde den Heer Gouver„ „neur Gisteren avond van het Leeger Hoofd van Gem: troupes, genaamt Charder Chan, een brief ontvangen te hebben, dewelke van desen ragt nog getranslateerd was, om nog heeden in vergaderinge te kunnen dienen. waar uijt onder andere komt te blijken, dat Denselven klaagt over het onbe „ het Gem: Leger Hoofd klaagt over het onbeant„ „woord laaten van de brieven, die hij voorgeeft, Min nopens het zandigland van Chettua bevoorens geschreven te hebben, onder betuijginge nogthans, Betuijtegter' sababs vrien, dat desselfs meester, de Nabab, met de Nederland „se Compagnie in vriendschap leeft, en het op haar niet is gemunt. Heeft ordre om Jadvancoor antetan Dog dat hij ordre had om den koning van an Den 12: October Anno 1776. — 'S voormiddags te half agt Alle Present. Trevancoor g And „ten

NL-HaNA_1.04.02_3461_0293 view scan ↗

English

112 346 territory out received little with the friendship accords a other right than that of the strongest to attack Trevancoor, and to that end demands requests free passage across the Company's a free passage across the Company's lands and even past the city of Cochim That this demand had to be granted to him, the Army Commander, Otherwise it is over with the Company's friendship or that otherwise it was over with the friendship. Regarding the first point, the Governor declared The Governor has no letters that the same contained a complete untruth, as he knew nothing of those letters, and the same have also not been received here. That, as far as the second point is concerned, The behavior of the Army Commander accords his Honor had to observe here that this profession of his master's friendship bore little resemblance to the behavior maintained thus far by him, Charder Chan; and that one was thus brought under great suspicion that one cannot rely One can thus place little reliance thereon very much on this profession of the Nabab's friendship, and that possibly everything, as they say, is designed for mischief; as the Nabab The Nabab's army commanders know no and his Army Commanders generally recognize no 6 other Right than that of the strongest, and that this was further confirmed because, in case of refusal, the mutual friendship is to be broken off, just as experience longer than his interest dictates likewise teaches that his friendship lasts no longer than his interest dictates. All his possessions he has acquired That he has acquired his extensive possessions in this in a violent manner manner, and thus nothing is safe from him that cannot resist his violence. High Honors recommended That, since Their High Honors have repeatedly and most earnestly recommended to us to observe a strict Neutrality has been recommended to us by Their Neutrality, and Charder Chan declares in plain words that it is not aimed at the Honorable Company, and that it can also be taken into consideration that, since the Considerations regarding the Nabab's lands and borders of the king of Trevancoor to the North are fortified and closed off by lines, strongholds, and intentions against Trevancoor a good number of troops, what has occurred thus far on the Company's territory could in some measure be be regarded as a necessary consequence seen as a necessary consequence of his alleged intention to march against the king of Trevancoor, since he, wishing to break in from that side, must necessarily for wishing to break in from that side pass through our territory; at least, that for the he must pass through the Company's territory present we may act as if we believed this. At least 3 113 327 Resolution to maintain Neutrality Army Commander to live with Heider Alij chan will spare territory Whereupon having deliberated and the advice of the Members having been taken, it was approved: First, for the present, in accordance with Their High Honors' express and repeated order, to maintain an absolute neutrality, and to let this resolution serve as a foundation for all further resolutions of this Government. Secondly, to reply to the Nabab's Army Commander The answer to the Nabab's Army Commander Charder Chan, upon his Notification that it is not aimed at the Company, that the Honorable Company fully trusts to live in peace, friendship, and good The Company trusts to live in peace understanding with the Nabab Heider Aly chan, that she is further confirmed therein by the special declaration made in that regard by him, Charder Chan, in his aforesaid notification, and acquiesces therein; that on account of this friendship and good understanding between her and the Nabab, and on account of the Neutrality adopted by her, she trusts that the said It is expected that the Army Commander Army Commander will spare their Honors' territory, and in particular will ensure that, to prevent all Ensure to offer between the Nabab and Trevancoor misunderstanding, the Nabab's troops must keep themselves outside the range of the cannon of the Company's fortresses and cities. That, since the Dutch Company lives in friendship with the king of Trevancoor, and the said Nabab formerly requested the Company's The Company's mediation between the mediation between him and the said king of Trevancoor, we are on this occasion likewise willing to apply our good offices to settle through the Company's mediation the disputes that may exist, by amicable means; and that we shall make this same offer this very day to the said Both are to be informed thereof king of Trevancoor, and further give notice of everything directly to the Nabab, and Thirdly, to commission and qualify the Head of Seijffer and Breekpot appointed Cranganoor, Seijffer, and the Resident of Paponettij, Breekpot, if this proposal finds acceptance, to enter into negotiations on behalf of this Government with the Nabab's to enter into negotiations with the Nabab's Army Commander Army Commander concerning this; and then to request him that all hostilities may be kept It is requested that in the meantime in abeyance hostilities may cease 114. 346 All Present. in abeyance until it shall have been seen what can be done by the way of an amicable agreement, and that notice of this shall simultaneously be given to the said Army Commander with the aforesaid answer. Thus Done, Resolved, and Arrested in the Council of Mallabaar at the city of Cochim, on the day, month, and Year aforesaid /was signed:/ A: Moens, W: I: van de Graaff, I: H. Medeler, R: van Harn, S: C: Jaffin, I: L: van Spall, A: R: Schutsz and A: C: S: vernede. — Sunday The 13. October Ao 1776. forenoon at 11 o'clock 3 Reading having been taken of Two letters &

Dutch transcription

112 346 grond uijt ontvangen weijnig met de vriendschap over een ander regt als dat van den sterksten Trevancoor aan te lasten, en ten dien eijnde eijscht versoekt vrije passagie over 's Comp:s een vrije passasie over 'sComp„s Landen en zelfs voor-bij de stad Cochim Dat deese eijsch hem Leger Hoofd moest werden Anders is het met 's Comp:s vriendschag toegestaan, of dat het anders met de vriend„ „schap uijt was. Nopens het eerste poinct verklaarde den De Gouverneur heeft geen brieven Gouverneur dat het zelve volslaage onwaar„ „heid behelsde, also hij van die brieven niets wist, en dezelve hier ook niet ontvangen zijn. Dat, wat het tweede poinct aangaat, zijn 's gedrag van 't Leger hoofd komt Edb: hier op moest aanmerken, dat dese betuij„ „ging van zijn meesters vriendschap, weijnig overeenkomst had, met het gedrag van hem Charder Chan, tot dus verre Gehouden; en dat men dus in groot vermoeden werd ge„ „bragt, dat men op deese betuijging van 's Na„ Men dus weijnig staat daar op make „ babs vriendschap, geen alle groote staat ma„ „ken kan, en dat mogelijk alles, gelijk men zegt, op een ergje uijtlegt; also de Nabab ' Nabads leegerhoofden kennen geen en zijne Leeger Hoofden doorgans geen 6 ander Regt erkennen, dan dat van den sterksten, en dat zulx nader bevestigt werd„ om dat, in cas van weijgering de onderlinge vriendschap : langer als zijn belang meede brengt Alle zijne besittingen heeft hij op eene geweldige wijse verkregen Hoog Ed„s aanbevoolen voornemen tegen Trevancoor werden als een Noodsakelijk gevolg want van die kant willende inbre„ ken moet sComp„s grond gebied passeren vriendschap staat verbrooken tewerden, gelijk insgelijks de ondervinding leerd, dat desselfs vrien„ scababs vriendschap duurd niet„ schap niet langer duurd, als het zijn belang meede brengt. Dat hij zijne uijtgestrekte besittingen op dese wijse verkregen heeft, en also niets voor hem veijlig is, wat zijn geweld niet kan tegenstaan. Dat dewijl Haar Hoog Edelhedens bij her„ De Neutaliteit is ons van Haer„ haling ons zeer ernstig hebben aanbevoolen, om een stipte Neutraliteijt te observeeren, en Charder Chan met ronde woorden ver„ „klaard, dat het op D E: Comp:e niet is Ge„ „munt, en dat ook in Consideratie kan ko„ Consideraties omtrent '1 Nababs men, dat vermits de landen en Grensen van den koning van Trevancoor om de Noord, door lieniën, sterktens en een goed getal Trouper versterkt en geslooten zijn, het voorgevallene Het gepasseerde kan aangemerkt op 'sComp„es grond gebied tot dus verre eeniger„ maate konde werden aangesien als een nood„ „zakelijk gevolg van desselfs voorgewend voor„ „geven, om tegens den koning van Trevancoor op te trekken, dewijl Hij van dien kant wil„ lende inbreken, ons grond gebied noodsakelijk Me passeeren moet, ten minsten, dat wij voor als 3 113 327 Besluijt tot het onderhouden van de Neutraliteijt Leger Hoofd televen met Heider Alij chan grond gebied zal menageeren als nog ons mogen houden, als of wij zulx geloof„ „den. waar over gedelibereert en het advis van de Leeden ingenomen zijnde, is goedgevonden: Eerstelijk voor als nog ingevolge hunner Hoog Edelhedens expres en herhaald bevel, te houden eene volstrekte onsijdigheid, en dit besluijt te laaten dienen tot een Grondslag in alle verdere be„ „sluijten deser Regering Ten tweeden 's Nababs Leeger Hoofd Charder Het aantwoord aan 'swababs Chan, op zijne Notificatie, dat het op de Comp e niet gemunt is te antwoorden, dat D E: Comp:e volkomen vertrouwt, met de Nabab ze Comp: vertrouwt in vreede Heider Aly chan te leven in vreede vriend„ schap en Goede verstandhouding, datse door de speciaale verklaaring ten dien opsigte door hem charder Chan bij voorsch:e zijn notificatie gedaan, daar in nader word bevestigt, en daer in berust; zatse uijt dien hoofde van deese vriendschap en goede verstandhouding tus„ „schen haar en den Nabab, en uijt hoofde van de bij haar aangenomene Neutraliteijt Aen hoort dat het legen hood: Jmg„ vertrouwt, dat gem: Leeger Hoofd haar Ed„s grond gebied menageeren, en insonderheid Zorgen Nabab en Trevancoor aante bieden om met 's Nababs leeger Hoofd in onderhandeling te treeden Men versoekt dat intussen de vijandelijkheeden mogen cesseren zorgen zal dat ter voorkoming van alle mis„ „verstand 'sn Nababs troupen zig zullen moeten houden buijten het bereijk van het Cannon van 'sComp„s vestingen en steede. Dat vermits de Neder¬ landse Comp:s met den koning van Trevancoor 's Comp:s mediatie tusschen den in vriendschap leeft, en Gem: Nabab eertijds sComp„s tusschen spraak, tussen hem en gem: koning van Trevancoor heeft versogt, wij bij deese Gelegent„ „heid insgelijks bereijdwillig zijn om onse Goede offi„ ciën aantewenden, om door 'sComp„es tusschen spraak de verschillen, die er zijn mogen, door den weg der minne bij te leggen; en dat wij deese zelfde aanbieding nog heeden zullen Men aan beijde daer van kennisse geven doen aan gem koning van Trevancoor, en voorts van alles dierect aan den Nabab ken„ „nisse te geven, en Ten Derden het opperhoofd van Cranganoor Seijffer en Breekpot gecommitteerd Seijffer, en den Resident van Paponettij Breekpot, in Commissie te stellen en te qualificeeren, om zo desen voorslag ingang vind, weegens deese Regering met se Nababs Leger Hoofd daar over in onderhandeling te treeden; en den zelven als dan te versoeken, dat alle dadelijkheeden moogen blijven geweert 114. 346 Alle Present. geweert, tot dat men zal gesien hebben, wat door de weg van minnelijke overeenkomst kan werden gedaan, en dat hier van teffens aan gemte Leger Hoofd bij het voorsz: antwoord kennisse sal gegeven werden. Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Cochim, ten dage, maand en Jaare voormeld /was getekend:/ A: Moens W: I: van de Graaff, I: H. Medeler, R: van Harn, S: C: Jaffin, I: L: van Spall, A: R: Schutsz en A: C: S: vernede. — Sondag Den 13. October Ao 1776. voormiddags ten 11 uuren 3 fetura vante angemonte hien Lectura genomen zijnde van Twee brieven &

← previousnext →