Inventory 3529
Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
342 2nd and from Page: 1 to 63 Spring Letter 63 Further Secret Letter 65 Letter and Report concerning the Siervena of the Cerammers 69 Further Reports and declarations concerning that matter 72 to 106 Letters from the four spice Offices annexed Report of Laricques head of Santen concerning his performed cruising Outgoing Letters and the orders issued therewith to counter the smuggling trade 107 to 136 Three Letters from the Radja of Tobo 136 Diverse Attestations containing the roving Peddlers 139 Defense of the Cruisers Some declarations made by various persons captured and again escaped from the Papuans speaking of the census mission to Ceram Instructions for the chiefs and helmsmen of the cruising vessels Instructions for the Extirpators Account concerning the activities of the Papuans Reports of the cruisers Orders for the Schoolmasters 187 Secret Resolutions 162 An Extirpation Report 231 to 235 203 210 221 223 165 to 183 183 175 to 179 183 to 202 97 to 101 Register of the Papers among the Secret Papers for the Netherlands Secret Secret Letters to Ternate and Banda from page 238 to 245 from Macassar 242 Autumn separate Letter 247 Extirpation Reports 262 Reports regarding the post Waijpottij 267 Receipt for received Nutmegs 302 Report regarding the pass Baguala 301 List of the Ceram vessels that have been here in this year 306 to 307 Secret Resolutions 307 to 309 1 Page: 1. Introduction For reasons in the context it is difficult to comprehend that any Cloves in 1775, 76, and 77 would have been transported from this province to Batavia. To His Right Honorable, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Reijnier De Klerk Governor-General together with The Honorable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord. 611. Honorable, Valiant Lords. In replying to Your Right Honorables' most esteemed separate missives of the ultimate of December and 8 January last, as well as dutiful report of what has occurred since the last secret dispatches sent from here under date 9 June and 22 September past, keeping to the usual order, I shall initially with respect to the Cerammers respectfully state that, whereas none of their vessels or other unknown rovers during the Clove harvest among the spice districts in the Years 1775, 1776, and 1777 have been discovered, as the reports of the cruisers and incoming letters from the outer offices further corroborate, and if one may give credence to the reports of both the privately salaried secret correspondents residing on Ceijlor and Coelor, alongside Ceram's census taker and another separate envoy Domingus Pattijnasaranij, who are continually sent back and forth by Saparoua's Head Cruijpenning, that during that time no western Nations have visited nor have any Ceram vessels been equipped and dispatched to Bali and Bouton vice versa, it is thus not possible to comprehend through what Channel the Cloves brought to and traded on the Coast of Coromandel could have been transported from here; The Cloves received in a tin box, in what condition found. Are not accepted here as undeliverable. A sample of such Cloves was sent over in a small box. The cruising was continued with all zeal and attention. While upon the showing of the received sample of Cloves in the sealed tin box to the respective Regents under this Main Castle in the Conference held with them under date 4 March last, and to those of Honimoa on the 16th of this month, it was unanimously testified by them after a careful examination that they are the so-called Tjenke Poetij dried over the fire on the parra parras, which are never delivered to the scale by them and also are not accepted, being altered, and differing much in strength and Color from those being delivered, of which the written testimonies are herewith respectfully presented to Your Right Honorables under Numbers 5 and 6; A sample of the recent harvest together at the same time also for the speculation of the Same a sample of undeliverable Cloves of the recent crop and a sample of the accepted ones, each in a box marked 7 and 8, with and alongside the received one, meanwhile assuring Your Right Honorables most sincerely that the cruising and covering of the avenues is performed with no less Fidelity and attention than formerly, and thereby no costs or efforts were spared by me to prevent the trade.
Dutch transcription
342 2 e ende e dell van Pag: 1 tot 63 Voorpaarsche Brief 63„ „ „ Nader Secreet Briefje 65:„ Brief en Berigt weegens het Siervena der Cenammen„ 69 „ Nader Berigten en verklaarings dien aangaande - -„„ 72. „ 106 Brieven van de vier specerij Comptoiren adjsem - - - „ „ Berigt van Laricques hoofd van Santen nopens zijne gedane bekruijsing afgaande Brieven en de daar bij gestelde ordres tot teegen„ „gang der smokkelhandel- 107. „ 136 „ „ Drie Brieven van den Radja van Tobo- 136: „ „ Diverse Attesten behelsende het swertende Crammers „ „ 139: „ verandwoording der Kruijsers- Eenige verklaring verleen bij verscheijdene door de papoen geroofde en weder ontkomene menschen - „ „ spreekende van 't Sijl doors gesantschap op Corm- „„ Instructies voor de hoofden in stuurlieden van de kruijsen de vaartuijgen „ „ Jonstructis voor de Extirpateurs - - - - „ „ Reelaas nopens de bedrijvender papoen - - - - „ „ Rapporten der kruijsers - - - - - „ „ ordres voor de Schoolmeesters - - - - - - „ „ 187. „ Secreete Resolutien - - - - - - - - „ „ 162 Een Extirpatie Rapport - - - - - - „ „ 231 „ 235 203 210.„ 221 223. 165 „ 183 183. 175 „ 179 183 „ 202 97: „ 101 Register der Papiers op de Scret Papieren voor Nedeland Scprete - „ „ „ „ „ 238 tot 245 Secreete Brieven na Ternaten en Bande - - - van pap. 242„ „ van Macassar Najaarsche apparte Brief. — 247„ 262 „ Extirpatie Rapporten - - - - - „ „ 267„ Berigten wegens de post waijpottij - - - - „ „ 302.„ quitantie van ontfangene nooten Muschaten „ „ 301. „ Berigt wegens de pas Baguala - - - „ „ 306 „ 307. Lijst der Ceramse vaartuijgen in dit jaaralbier aan Secreete Resol - - - - - - - „ — „ „ „„ 307 „ 309. „geweest - - - - - - - „ „ 1 Pag: 1. Inleijding om reeden in contertu valt 't moeijlijk te besef„ „fen dat er eenige Nagulen in 1775: 76: en 77: uit deese provintie vervoerd zoude weesen Batavia. Heeren Hoog Edelen Gestrenge Groot Agtbaare Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare Heere. 611. Wel Edele Gestrenge Heeren. In de beantwoording uwer Hoog Edelens zeer gevenereerde apporte missives van ult„o xber: en 8:' Jann: laastl: mitsg„s schuldig verslag van 't voor„ „gevallene seedert de laast van hier afgesondene secreete advisen sub 9:' Iu„ „nij en 22:' 7ber: pass„o de usieele ordre houdende zal ik aanvangtelijk met betrecking. tot de Cerammers eerbiediglijk ter neederstellen dat terwijl geener hunner vaar„ „tuijgen ofte andere onbekende swervers geduurende den Nagul oogst onder Aan Zijn Hoog Edelheid de 3 de Nagulen in een blokke doosje ontfangen hoedanig gesteld bevonden. worden hier als onleeverbaar niet g'ac„ „tepteerd. van diergelijke Nagulen werd in een doosjen overgesonden. bij de bekruijssing werd met alle ijver en attentie gecontinueerd. = de specerij districten in de Jaaren 1775: 1776: en 1777: zijn ontdekt ge„ „lijk de rapporten der kruijssers en aankomende brieven van de buijten comptoiren dit nader gestand doen, en men geloof mogende slaan aan de berigten der beijde op Ceijlor en Coelor huijshoudende particu„ „lier gesalariseerd werdende geheijme correspondenten, neevens ce„ „rams ziel beschrijver en nog een appart zendeling Domingus Pat„ tijnasaranij die continueel door saparouas Hoofd Cruij„ „penning af en aangesonden worden, dat er in die tijd geen wes„ „tersche Natien aangeweest zijn wogte ook geene Ceramse vaar„ „tuijgen naar Balij en Bouton vise versa zijn uijtgerust en af„ „gesonden, het dus niet mogelijk te beseffen is door wat Canaal de ter Custe Chormandel aangebragte en omgesette Nagulen van hier zoude zijn vervoerd, Terwijl op de vertooning van het ont„ „fangene monstertje Nagulen in 't verzeeguld blikke doosje aan de resp: Regenten onder dit Hoofd Casteel in de met haar gehou„ „dene Conferentie sub dato 4: maart Jongstl: en aan die van Ho„ „nimoa den 16:' deeser door deselve na een nauwkeurige exa„ „minatie eenpaarig getuijgd is dat het op de parra parras booven 't vuur gedroogde zoogenaamde Tjenke Poetij zijn, die nimmer door haar ter schaale geleeverd en ook niet g'ccepteerd worden, zijnde verondert, en in kragt en Coleur met de geleeverd werdende veel verschillende waar van de getuijgschriften bij deesen onder N=o 5: en 6: Uw Hoog Edelens Eerbiedig presenteere, te gelijk ook tot Hoogst derzelver speculatie een monstertje onleeverbaare Na„ een monstertje van den Jongsten in saam „ gulen van 't jongst gewasch en een monstertje der g'accepteerde ieder in een doosje gem=t 7: en 8: met en beneevens het ont„ „fangene inmiddens uw Hoog Edelens op het sinseerst ver„ „seekerende dat de bekruijsingen dekking der avenuen met geen minder Trouw en attentie dan eertijds verrigt en daar bij door mij geene kosten of moeijten gespaard werd om den handel ƒ
English
5 and the Cerammese mistrusted. The efforts applied to divert them from the smuggling trade did not have the desired effect. The extirpation of spice trees and the visitation of their forests and gardens was nevertheless accomplished without opposition. to cause the trade, movements, and ways of the Cerammese to be observed, without relying in the least or slightest degree upon the grand promises and assurances of that notoriously wicked nation, since they can never be regarded as other than those who keep their oath only as long as self-interest warrants it and another prospect exists to obtain more favorable profits. Meanwhile, no efforts were spared to demonstrate to that nation what advantages would follow for them from the faithful observance of the sworn contracts, and the continual unrest that, through just chastisement upon transgression, would press upon them from all sides, of which they had sufficient experience; along with this, a friendly treatment and care that they should not be curtailed in their permitted navigation and trade. I therefore placed my hopes upon the expectation that they would, above all, desist from their habitual lust for smuggling; however, some among them showed the contrary during the latest clove harvest, of which a further respectful report will be made here, before which, assuring Your High Excellencies: that the extirpation of spice trees and the visitations of the forests, gardens, etc. upon and among their settlements took place during the latest Hongi expedition without the least opposition, and that they themselves were helpful therein, as the Daily Register under date of 15 and 21 November of the previous year indicates, whereby Your High Excellencies, if you please, will also be able to observe under date of the 16th of the said month that the prevailing dispute between Tobo and Ceylon, far from being settled, has become more spiteful, Your High Excellencies being assured that hitherto I have sought nothing other than to keep the parties continuously in a durable discord; and meeting at Ketting and Kelimoerij. all opportunity denied the Cerammese to provide themselves with firearms, powder, and lead in this province. It cannot be stated with certainty where and in what manner they obtained that war materiel. with the convening of a meeting at Ketting and Kelimoerij for the settlement of their mutual disputes, I intended solely to make the Cerammese see how far they, as vassals, were obligated to obedience to the Company; subsequently, they were given no opportunity to provide themselves with firearms, powder, or lead in this province, and regarding that matter, action was taken according to the letter of the edicts published and posted under the administration of the Honorable Councilors Ordinary and Extraordinary Breton and Fockens, all arriving and departing Cerammese vessels having been most strictly inspected by the Officer of Justice, as well as on Saparoua by the Chief there; besides which, the aforementioned salutary laws were recently renewed, of which mention was made in the General Resolution of 17 April last; assuring Your High Excellencies most seriously that neither connivance nor indulgence has place regarding this matter. But since Your High Excellencies desire to be informed by me as to how the Cerammese, according to what was noted in the separate letters of the spring under date of 9 June of the previous year, came by the ample supply of the aforesaid weapons, etc., I hope it will suffice to corroborate that statement with the Daily Registers of the respective Hongi expeditions undertaken by Governor van der Voort, as well as the separate resolutions taken during His Honor's administration, principally those of the year 177½, which demonstrate most clearly how His Honor was everywhere awaited by the Cerammese well-armed, and how many upon our side were not wounded and killed in the chastisement, both on that occasion and in other expeditions; The firearms left behind in the settlement of Wermama by the fugitive exiles of Rosingain have been sent to Banda. Reasons why no punishment was inflicted for retaining those firearms. on the other hand, during the first expedition around Ceram, I myself experienced how various groups posted far off on the hills and beach were all provided with flintlocks and also with swivel guns, wherewith I was saluted upon my arrival ashore, so that I made no difficulty about explaining myself in such a manner, being unable to state with certainty how and where they obtained that war materiel, presuming that their formerly so frequent navigation to Bali and Buton and the arrival of Western and other nations at Ceram provided sufficient opportunity for it, so that further proof thereof is to be found in the separate Resolutions of 5 February and 24 May 1771. The restitution of the firearms left behind in the settlement of Wermama by the fugitive exiles of Rosingain has taken place, and they were sent back to the Government of Banda on 22 October of the previous year, to the number of seven flintlocks, two pistols, and 5 swords, without any more being able to be traced, respectfully referring myself in that regard to the declaration of the present Village Chief and Captain of Tanafora, transmitted under Appendix No. 10 of this letter. But since the concealment and retention occurred, on the one hand, under the administration of the deceased Regent Eubidooy, and on the other hand, before the swearing of the contracts, and furthermore the aforementioned settlement, with its Mata Rumah or subordinate village of Tanafora, has hitherto not only been acknowledged free of smuggling and unpermitted navigation, but has also remained faithful to the Company, I have therefore 7
Dutch transcription
5 en den Cerammer gewantrouwd d'aangewende poginge om haar van den „wenscht effcet niet geweest. d'extirpatie van specerij boomen en de vi„ zonder teegenkanting volbragt. handel, weegen in gangen van den Cerammer te doen observeeren sonder mij in 't minst ef geringst op de groote belofte en ver„ „seekeringe dier van ouds bekende snode Natie te verlaaten terwijl t' ook nimmer anders kunnen aangemerkt worden dan de zulke die haar eeven zoo lang aan den Eed houden als 't eijgen belang mede brengt en een ander uijtsigt daar is om favorabeler winsten te behalen intusschen heeft het aan geene pogingen gemanqueerd die Natie te betoogen wat sluijshandel te diverteeren zijn van 't ge„ voordeelen uijt de getrouwe nakoming der beEedigde contrac„ „ten haar als navolgde en de geduursaame owrust die door de billijke kastijdinge bij overtreeding haar als van alle kan„ „ten knelde gelijk z' daar van genoegsaame ondervinding had„ „den hier neevens een vriendelijke behandelingen zorge, dat z' inde gepermitteerden vaarten handel niet verkort wier„ „de hebbe ik dan daar op de hoope gesteld, dat z' voor al„ van haare „zoude „toos emokkel lust afzien dog het teegendeel hebben sommi„ „ge van onder hun geduurende het jongst Nagul gewasch getoond, waar van hier nader eerbiedig verslag zal gedaan worden, voor of uw Hoog Edelens veras„ „litatie haarer boschen en Tthuijnen is egter, sureerende; dat de extrrpatie van specerij boomen en de visitatien der Bosschen, Thuijnen etc: op en onder haare Negorijen nog onder de Jongste Hongij Togt zonder de minste tee„ „genkanting gevolg genoomen heeft en zij zelver daar toe be„ „hulpsaam zijn geweest, zoo als 't Dag Register onder dato 15: en 21: 9ber: a„o p„o aanwijst waar bij uw Hoog Edelens des gelie„ „vende onder dato 16: van gem: maand teevens zullen kunnen de wwit tusschen Joho en Ceijlor gekoosterd b'oogen, dat de heerschende Twist tussche Tobo en Ceijlon wel ver„ „re van bijgelegd meer hatelijken geworden is, betuijgende Hoogst deselve dat ik tot hier toe niet anders getragt hebbe dan parthijen continueel in een geduursame tweedragt te houden, en met s „ring te ketting en kelimoerij. „heijd benoomen om zig van geweeren kunnen voorsien met zeekerheid is niet op te geeven waar en hoedanig zij aan dat oorlogs tuijg gekoomen zijn.. doel wit met het belagen aan vergaven met het beleggen van vergaadering op Ketfing en Kelimoerij ter beslissing haarer onderlinge disputen, alleenlijk bedoelt heb„ „be om den Cerammer te doen zien, in hoe verre zij als vas„ „sale tot de gehoorsaamheijd van de Comp: verpligt waaren; de Cerammer word alle geleegend„ vervolgens heeft men haar geene geleegendheijd gegeeven kruijdt en Loodt in deese provintie te om zig in deese Provintie van geweeren, kruijt of loot te voorsien, en daar omtrend naar den letter der Placcaa„ „ten gepubliceerd en g'affigeerd onder de Regeeringe van d' Edele Heeren Raaden Ordinair en Extra ordinair Bre„ „ton en Fockens te werk gegaan zijnde alle aangekoome„ „ne en vertrokkene Ceramse vaartuijgen door den offi„ „cier van Iustitie, ook op Saparoua door 't Hoofd aldaar ten nauwkeurigsten gevisiteerd, daar benevens gem: heijlsaame wet„ „ten deeser dagen gerenoveerd waar van gewag gemaakt werd bij gemeene Resolutie van den 17: April laastleeden uw Hoog Edelens op het serieust verseekerende dat nog oogluijking ofte toegeevendheid daar omtrend plaats heeft, dan nademaal Hoogst deselve van mij begeeven g'in„ „formeerd te zijn, hoedaanig den Cerammer na het geno„ „teerde bij voorjaarse apparte letteren sub dato 9: Iunij A„o p„o aan den ruijmen voorraad van voorsz: wapenen etc: gekomen zijn, verhoope ik te zullen kunnen volstaan die uijtdrukkinge te staavens met de Dag Registers der resp: door den Heer Gouverneur van der voort gedaane Hongij Togten, mitsg=s geduurende zijn E bestier genomene apparte Resolutien principaal die van den Jaare 177½ die ten klaarsten aanwijsen hoedaanig zijn E:' door den ceram„ „mer alomme wel gewaapend is opgewagt, en hoe veele er niet bij de kastijdinge zoo bij die geleegendheijd als andere Expeditien ƒ d' in de Negorij Wermama agter gelate„ „ne geweeren der gevlugte bannelingen van reedenen waarom over 't aanhouden dier geweeren geen straf is g'oefend. Expeditien van onse zeijde gequest en gesneuveld zijn, ten andere heb ik onder de eerste Togt rondsom Ceram zelver ondervonden, hoe deese en geene complotte van ver af op de heuvelen en strand geposteerd staande alle van snaphanen en ook van Lantakken voorsien waaren, waar uijt bij mijn aankomst aan wal gesalueerd wierd, dus ik geen swarig„ „heijd hebbe gemaakt mij sodanig te expliceeren buijten staat zijnde met zeekerheid te kunnen opgeeven, hoedaani„ „gen waar zij dat oorlogstuijg hebben opgedaan, veronderstel„ „lende, dat haare eertijds zoo frequente vaart naar Balij en Boeton en de aankomst van westersche en andere Na„ „tien op Peram daar toe genoegsaame geleegendheid gegeeven heeft, invoegen daar van nog een bewijs te vinden is bij apparte Resol: van 5: febr: en 24:' Maij 1771: De restitutie van de door de gevlugte bannelingen van losingain zijn na Banda versonden Rosingain in de Negorij Wermama agtergelatene ge„ „weeren is geschied en zijn ten getalle van zeeven snaphaanen, Twee pistoolen en 5: deegens op den 22:' 8ber: a:o p:o naar 't gouvernement Banda te rug gesonden sonder dat 'er meerder op te speuren zijn geweest, mij desweegen eerbie„ „dig gedraagende aan de verklaaring van 't present dorps Hoofd en Capitain Tanafora onder de Bijlaagen dee„ „ses sub N„o 10: overgaande, dan nademaal het schuijlen aanhouden eensdeels onder het bestier van den overleedene Regent Eubidooij ten anderen voor 't besweeren der contracten g'ecteerd is en daar nevens gem: Negorij met zijnen Matta Amang of ondergesteld dorp Tanafora van morschandel en ongepermitteerde vaart tot hier toe, niet alleen vrijge„ „kend word, maar ook de comp: getrouw gebleeven zijn, hebbe dus 7
English
and elders. Expression of gratitude for the approval of these and other proceedings, giving lasting satisfaction to Your High Excellencies. The orangkaya of Pulau Geser has already... the remaining 4 pieces of iron 2-lb cannons there... not deemed necessary to administer punishment over this, but only to leave it at a threat and serious admonition, nourishing the hope that Your High Excellencies will favorably deign to approve the same. While with respect to the remark made by Your High Excellencies regarding the village chiefs of Haya and Tamilouw exiled to Buru, the stricter corrections will henceforth be duly observed, although throughout all of Ceram it is truly situated such that the respective Regents mostly depend on the will and desire of their subordinates, and principally on their Captains, Priests, and elders. Your High Excellencies having been pleased to favorably approve the reimbursement of the expenses incurred by Saparua's Chief Cruypenning for the four two-pounder iron cannons brought from the island of Kei by Pulau Geser's orangkaya, the order issued for the retrieval of those still remaining there, and the refusal of the Kei islanders' passage along with all others from the South-Eastern and South-Western Islands, as well as my treatment regarding the Regents of the respective Ceram villages, I express on that account my humble gratitude under the strongest assurance that my greatest pride is placed solely in bringing Your High Excellencies continuous satisfaction; Pulau Geser's orangkaya having already departed for Kei to retrieve the aforementioned remaining four pieces of two-pounder iron cannons, which I hope may yet be offered to Your High Excellencies with the autumn dispatches. The Cerammers have again committed illicit smuggling in cloves. But how much, where, and from whom they obtained them could not be discovered with any certainty. With regard to the aforementioned desire of the Cerammers for illicit trade, it grieves me to occupy Your High Excellencies with the vexatious report that, after an almost three-year rest and notwithstanding the assurances of faithful compliance with the sworn contracts so strongly made by them during the recent Hongi Expedition, they have again made themselves guilty thereof during the now-ended clove harvest, in so far as it is known for certain and who are recognized as guilty: the villages of Urung with its Mata Rumahs, Guli-Guli and Pima Puna, and likewise Kilmuri with Ceylon, Kelibon, Kotarua, Davang, Avang Gomelang, Ondor, and Kamar, from where several jonks sailed down towards Nusa Laut as well as the Hitu and Leitimor coasts in the months of December, January, and February to accomplish their vile designs, and also, according to reports, obtained more or less cloves from the Company's unfaithful subjects, without it being possible hitherto, despite all possible investigations made, to find out for certain the quantity, where, and from whom. On which subject, not wishing to detain Your High Excellencies' much-esteemed attention by verbalizing the reports, relations, and orders issued in this matter, I shall, according to my bounden duty, only bring the essential contents of the reports respectfully to your notice. And beginning with the mentioning of the roaming of these faithless smugglers, there appear in the first place three letters from the Raja of Tobo, the first undated and the others of 10 January and 17 February last, their translations marked with the letters A, B, and C in the bundle under the appendices of this, on the register under number 4, whereby that Regent makes known which village populations have gone out on illicit trade as already noted above, where they have been, and that the villages of Asilulu, Uring, and Negeri Lima under Larike and Hila are said to have sold cloves; which roaming of these vile illicit traders is confirmed by letters from Saparua's Chief Cruypenning dated 14, 17, and 27 February, also 2 and 8 March, as well as by a letter from Hila's Chief dated 27 February of this year, all in a second bundle on register number 2 offered to Your High Excellencies; further by three accounts provided by Domingos Pattinasarany, Pieter Siwalette, and Halaoweta Raja Jha, as well as two re-examined and sworn declarations by the Postholder Corporal of Negeri Lima Johannes Hagedoorn and soldier Hendrik Rijnmuller under date of 16, 25, and 24 February last, joined together in a third bundle under number 4 accompanying the appendices of this, which latter certificates nevertheless only speak of three unknown vessels near Negeri Lima at Walawaa, which are supposed to have been Cerammers because they did not identify themselves upon being hailed and put out to sea notwithstanding that they were fired upon by the declarants. The aforementioned village chief of Tobo also reports in his aforementioned letter that the people of Kelibon are said to have sailed to Solor and returned from there with six Solorese and trade goods, with the intention of bartering cloves; furthermore, according to the accounts of the Cerammers' census taker Siwalette and Raja Jha Halaoweta, to obtain clove seedlings, and that twelve paduwakangs were expected from behind Buton; that the letter from Tobo's Regent dated 10 January last
Dutch transcription
en oudstens. dank betuijging voor de approbatie van deese en geene verrigtingen geeven van bestintig genoegen aan uw Hoog Ed=s den orangb: van P=lo Gisser is reeds de aldaar verbleevene 4: p„s ijser ka„ „nons van 2: lb: niet naadsaam gevonden daar over straf te oefenen maar eenlijk bij een bedreijging en ernstige recommandatie te laten berusten, de hoope voedende dat uuw Hoog Edelens 't zelve gunstig zullen gelieven te approbeeren, Terwijle ten op„ de Ceramde hooften hengen mett: sigten Hoogst derselver gemaakte remarque met aspects af van derzelver capitijnen priestert tot de naar Boeroe verbanne dorpshoofden van Haija en Tamilauw, de ernstiger correctien bij 't vervolg in schul„ „dige observantie sal gehouden worden, schoon 't waarlijk over geheel ceram zodaanig gesteld is, dat de Regenten resp: meest al van de wil en begeerte haaren ondergestel„ „de afhangen en principaal van hunne Capitainen, Rries„ „ters en oudstens De restitutie van het bekostigde door Saparouas Hoogd Cruijpenning tot de door P=lo Gissers orangkaij van 't Eijland keij opgebragte vier Twee Ponder Eijsere Canons, de gestelde ordre ter afhaal van de aldaar nog verbleevene, en de afwijsing van der Keijneesen vaart neevens alle ande„ „re van de Z: Ooster en P:d wester Eijlanden mitsg„s mijne behandeling omtrend de Regenten der resp: Ceramse Negorijen uw Hoog Edelens goed gunstig hebbende gelieven te ap„ „probeeren betuijge ik desweegen mijne oodmoedige dank„ de grootse rom werd gestld in 't „baarheijd onder de kragtigste verzeekering mijnen groot„ „sten roem alleen daar in te stellen om Hoogst deselve een voortduurend genoegen toe te brengen! zijnde P=lo Gissers na zen vertrokken ter afhaal van orangkaij reeds naar keij vertrokken, ter afhaal van opge„ melde nog aldaar agtergebleevene vier P„s ijsere ka„ „nons van Twee pont die ik hoope dat met de najaarse ad„ „visen uw Hoog Edelens nog sullen kunnen aangebooden wor„ „den Met de Cerammers hebben zig op nieuw aan „maakt. „selve opgedaan hebben is met geen zee„ „kerheid te ontdekken geweest. wegens. Met betrekking tot de hier vooren aangehaalde smokkel„ sluijthandel in nagulen schuldig gen„ lust der Cerammers, smert het mij uw Hoog Edelens te moeten occupeeren, met het facieus berigt, dat zij zig na een bij na drie jaarige rust en onaangesien de nog door haar onder de jongste Hongij Togt zoo kragtig gedaane verseekering van Trouwe naarkooming der beswoorene Contracten onder den heeden afgeloopen Nagul oogst, daar aan weeder hebben schuldig gemaakt in zo verre men zeeker weet en wie daar aan schuldig gekent worden de Negorijen Oerong met zijne Matta Amangs, Goe„ „lij Goelij en Pima Pnna en eeven zoo Kelemoerij met Ceijlon, Quelibon, Kottaroea, Davang, Avang Gomelang, ondor en Camar van waar verscheijde jonken zoo naar Nussalaut als 't Hitoelse en Lij„ „timorse ter bereijking haarer snoode desseijnen in de maanden xber: Jann: en Febr: zijn afgesakt en ook maar hoe veel, waar, en van wie zijde, naar de berigten min of meer Nagulen van 's Comp„s ontrouwe onderdaanen hebben opgedaan, zonder dat men tot hier toe schoon alle mogelijke gedaane recherges in 't zeekere hebben kunnen te weeten krijgen de quantiteijd waar en van wien, op welk sujxt uw Hoog Edelens veel g'eerde attentie niet vermogende op te houden met de berig„ zakelijken inhoud der berigten dier, ten, relaasen en gestelde ordres in deesen te verbaliseeren, sal ik naar schuldige gehoudenis Hoogst deselve alleen 't saakelijke eerbiedig ter kennis brengen en aanvangkelijk melding doen„ „de van 't swerven dier trouwloosen smokkelaars komen in de eerste plaats voor drie brieven van den Radja van sobo de eerste ongedateertd en de andere 10: Jann: en 17: febr: laastl: dies translaten gem=ts met de L=a A: B: en C: in de Bondel onder de Bijlagen deeses op register sub N„o 4: waar bij die Regent kennis geeft welke Negorijs volkeren op mors„ „handel gt 85 „handel zijn uijtgegaan hier booven reets genoteerd, waar 't aan„ „geweest zijn, en dat de Negorijen Assiloeloe, Oering en Negorij Lima onder Laricque en Hila Naguleir souden verkogt heb„ „be, welk swerve dier snoode morshandelaars bevestigd werd bij schrijvens van Saparouas Hoofd Cruijpenwing sub dato 14:' 17, en 27:' Febr: item 2:' en 8:' Maart mitsg„s bij brief van Wilas Hoofd gedagteekend 27:' febr: h: a: alle in een Tweede bondel op register N„o 2: uw Hoog Edelens aanbie„ „dende vervolgens bij drie relaasen verleend door Domin„ „gos Pattijnasaranij, Pieter Siwalette en Halaoeweta La„ „dja Jha mitsg„s Twee gerecolleerde en b'eedigde Declaratoiren door den Posthoudent Corporaal van de Negorij Lima Iohan„ „nes Hagedoorn en soldaat Hendrik Rijnmuller onder da„ „to 16:, 25: en 24: Febr: laastl: bij den anderen in een derde bun„ „del onder N„o 4: de bijlagen deeses versellende welke laaste attesten nogtans alleenlijk spreeken van drie onbekende vaartuijgen na bij Negorij Lima op Walawaa die men verondersteld dat cerammers zijn geweest, om de wille op de aanroeping zig niet bekend gemaakt hebbe en in zee gestooken zijn onaangesien daar op door de declaranten ge„ „vuurd is geworden 'T hier vooren aangehaald Tobos dorpshoofd geeft bij zijn vooren gewaagde schrijven tevens berigt, dat de volkeren van kelibon naar solor zouden gesteevend, en van daar met ses soloreese en handelwharen geretourneerd zijn 't oogmerk hebbende om Nagulen te trocqueeren voorts naar luijd de re„ „laasen van Cerammers ziel beschrijver siwalette en Radja„ Jha Halaoeweta om Nagul plantjes op te doen en dat er Twaalff Paduakans van agter Bouton verwagt wierden, dat den brief van Tobos Regent gedagteekend 10: Jann: laastl
English
reasons why a smuggling vessel was captured. Three junks that lay at anchor near the river Salla were attacked by the cruising orembaais. Only two men of their crew were captured. lately made known, further reporting that a native of Assaloeloe, Masijbaduma, was said to be on board as steersman, and one Taijma as chief or Anachoda, both unknown here. However strictly in these worrisome times the cruising of the approaches and the guarding of the beaches have been regulated and executed according to orders with all attention, and moreover, although a bounty of 100 rixdollars from the undersigned's own purse was offered for the capture of a Ceram junk, it has nevertheless not been possible to capture any of those smugglers. Owing to their light vessels, they are all far more agile in rowing and sailing than the cruising orembaais, and they know just as well how to evade the cruising patjallings, as experience in previous years and recently has shown. The postholder of Alang, Heijnsch, with his well-equipped small orembaai and the cruising orembaais of Lillebooij and Alang, pursued with all might until beyond the corner of Wissanie two junks that showed themselves in sight of the post in January and again in February, after which, at this latitude, they were followed far out to sea by the cruising orembaais of Hoetoemoerij and Ema, without it being possible to bring them within range of gunfire. Three junks that lay at anchor before the river Talla near Elipapoetij were attacked by the cruising orembaais from Saparoua and Nussalaut, and simultaneously fired upon heavily from the shore by the beach people; nevertheless, they also escaped, leaving behind two of their crew, named Abar from Ceijlor and Iandra from Glissong. This was reported in detail in two letters from Saparoua's Chief Cruijpenning dated 27 February and 2 March last, under Annex No. 2 of this document. The judicial officer proceeded against both these prisoners, and finding no grounds to subject them to harsher examination, they were subsequently sentenced by the judge to the chain, to be sent in that manner to the main settlement at the disposal of Your Right Honourables, which documents concerning their charges are being forwarded on this occasion per the ship Kroonenburg. In these papers, particularly the interrogatories answered by Abar, No. 6 under Articles 53 and 54, it was further confirmed that for three to four years no foreign vessels have arrived at Ceram. I heartily wished that the three mentioned junks could have been captured, since upon the report of their arrival, Saparoua's Chief Cruijpenning resorted to the ruse of offering them one or two barots of spoiled and unmerchantable cloves, which they indeed accepted, in order to detain them at their anchorage for one or two days, so as to have the opportunity to have them attacked by all the cruising orembaais from Saparoua and Nussalaut. This also succeeded, but the premature shooting by the beach people was truly the cause of their escape, having been pursued until beyond the corner of Coak without being able to be overtaken. A certain Ameth native, Ian Kalamonij Manduapessij, who in the year 1763 was abducted from there by the Papuans, subsequently sold on Ceram, and detained here in the beginning of March last on Nussalaut between Akoon and Abuboe, having been put ashore by an Anachoda Hadjie commanding a junk from Oerong to look for cloves, is being sent over at the disposal of Your Right Honourables.
Dutch transcription
is is op 't overmeesteren van een sluijkhandel„ reeden waarom. drie Janken die bij de rivier salla ten anker geleegen hebben zijn door de kruijs besprongen gekreegen. laastl: mede te kennen geeft berigtende verder dat een Jnlander van Assaloeloe, Masijbaduma als stuurman zig daar op zou„ „de bevinden en eenen Taijma als hoofd of Anachoda beij„ „de hier onbekend. Hoe zeer nu in deese zorgelijke tijden de bekruijssing der avenuen, en dekking der stranden na de ordre met alle attentie is gereguleerd en verrigt, mitsg„s booven des op de houwel er een primie van 100: rd:s gesteld overmeestering van een Ceramse Jonk een praemie van „aar is er egter geen enkelde opgebragt Een Hondert Rijxd„s door den ondergeteekende prine beurse gesteld, heeft, het egter niet mogen gelukken eene dier smokke„ „laars te overmeesteren, zijnde door haare ligte vaar„ „tuijgen alle veelvaardiger in 't scheppen en zeijlen dan de kruis orembaijs, en weeten de kruijs patjallings niet minder te ont„ „loopen invoegen de ondervinding in voorgaande Jaaren en Iongst heeft doen zien, hebbende den Alangs Posthouder 2 Heijnsch met zijne wel voorsiene klijne orembaij ende kruijs orembaijen van Lillebooij en Alang, Twee Jonken dien in Iann: en andermaal in Febr: hun in 't zigt van de post overtoonde met alle magt tot booven de hoek van Wis„ „sanie nageset, vervolgens op deese hoogte door de kruijs orer„ „baijen van Hoetoemoerij en Ema diep in zee gevolgt sonder dat zij onder het schot te krijgen zijn geweest. Drie Jonken welke voor de Revier Talla na bij Elipa„ orembaijen van Saparoua en Nissalauts poetij ten anker lagen door de kruijs orembaijen van onder saparoua en Nussalauts besprongen en te gelijk van de wal door de strand volkeren daar op heevig gevuurt zijnde, zijn „dog maar twee man daar van inhoude zij 't nogtans mede ontkomen met agterlating van Twee hur„ „ner opvaarende in name Abar van Ceijlor en Iandra van Glissong in 't breede bedeelte bij twee brieven van Saparouas Hoofd en door den Regter in de ketting verwersen bij de interogatorien van een derselve blijkt dat er in 3: â 4: Jaaren geen vreemd vaartuijg te Ceram geweest is. mislukking waar aan toe te schrijven den inlander van Amet Kalamonij tusschen Azoon en Aboeboe aan land ge„ Hoofd Cruijpenning sub dato 27:' Febr: in 2: Maart laastl: onder de Bijlagen deeses N„o 2: teegens welke beijde gevangen den officier van Iustitie heeft geprocedeert en geen fundament gevonden hebbende om 2' tot scherper eamen te brengen zijn Z vervolgens bij den Regter tot de ketting verweesen om zodanig ter dispositie Uwer Hoog Edelens naar de Hoofdplaats ver„ „sonden te werden, gaande met de stukken ten haaren lasten bij deese geleegendheijd p=r 't schip Kroonenburg over bij welke papieren spetiaal de door Abar b'antwoorde Jnteroga„ „torien N„o 6: sub Art: 53: en 54: nader bevestigd werd, dat er zeedert drie â vier Jaaren geen vreemde vaartuijgen op„ ceram aangekoomen zijn; hertelijk hadde ik gewenscht dat gewaagde drie donken hadden mogen overmeesterd worden, terwijl op het berigt van derzelven aankomst saparouas list gebrukt om haar in de fruijte zij„ Hoofd Cruijpenning de list te baat genoomen heeft om 'z door aanbieding van Een â twee barot bedurve en onleeverbaa„ „re Nagulen /:die z ook werkelijk g'accepteerd hebben :/ een a Tweee daagen op haar ankerplaats op te houden om dus de geleegend„ „heijd te hebben door alle de kruijs orembaijen van onder sapa„ „rona en Nussalaut z te laten bespringen dat ook gelukt is dog het voorbaarig schieten van de strand volkeren is wer„ „kelijk oorsaak van haare ontkoming geweest zijnde tot boo„ ven de hoek van Coak vervolgd sonder ingehaald te kunnen worden. Seekeren Ametherees Ian Kalamonij Mandua„ Manduapessij met een Jonk van verong „ pessij in A„o 1763: van daar door de papoen gerooft vervol„ „sit gaat ter dispositie uwer Hoog Ed=s „ gens op Ceram verkogt en alhier aangehouden in 't begin van Maart laastl. op Nussalaut tusschen Akoon en Abuboe door eenen Anachoda Hadjie voerende een Ionk van oe„ „rong aan wal gesit zijnde om Nagulen te zoeken /:sonder dat uijt„ „kijk „gen. over.
English
13 Since the Fiscal has declared that he cannot institute any action against him. Order established at Laricque against the concealing of cloves and the evil practices taking place during their drying. lookout posts nor cruising orembaais had discovered that illicit trader, and he had taken refuge in Amet, the same was subsequently sent here and examined by the Fiscal, with the result that the said officer, upon submitting his confession on the 16th of the said month of March, declared in the Political Council that he could institute no action against him, whereupon it was decided to send the aforementioned prisoner also to the Capital at the disposal of Your High Excellencies, which said prisoner is now being sent over, and concerning which I shall not expand further here, but humbly request permission to refer to the letter from Saparouas Head Cruijpenning dated 8 March last, my reply thereto of the 10th, 16th, and 18th following, and the defense of the chiefs and military of the cruising orembaais among the annexes hereto under Nos. 2, 3, and 4, as well as the aforementioned Resolution cited above. Consequently, deeming myself bound to lay open before Your High Excellencies what orders were issued by me in the said troubled time following the dispatched letters to the spice offices, which accompany these under No. 3 of the annexes, I shall first make mention of what was enacted during my presence during the Hongi expedition at Laricque, consisting herein that the clove suppliers shall be obliged, daily after the picking and gathering, to bring the collected lot, whether much or little, to the baleu within the negorij, in order that an accurate record thereof be kept by the postholders with the name of the gatherer, having hereby instructed the said postholders to inspect the houses and gardens of the Against the roaming of the Cerammers, all attentiveness and vigilance were recommended to the chiefs. To make the same. Which vessels were sent to Ceram for cruising. suppliers on irregular days and hours, in order to prevent concealment as much as possible and to give the native no opportunity to make use of the harmful practice in drying the cloves, as this is described in more detail in the report submitted to the general Resolution of 31 January regarding my proceedings during the Hongi expedition. Furthermore, upon the first report of the roaming of the Cerammers among the clove offices, I did not fail carefully to recommend to the chiefs double vigilance against all undertakings, as well as attention to the cruising, and at the same time ordered that chase immediately be made by the cruising orembaais after the roamers coming in sight, and also ordered, upon the appearance of vessels, not to give chase by dropping anchor here or there and idly wasting time, and also from under Nussalant not to employ all the cruising orembaais at once for the transport of the cloves to Saparana, but two by two, so as constantly to keep the shores covered with those present; see what was written by letters of 17, 22, and 28 February last to Saparoua, Nussalaut, Hila, and Laricque, having also demanded information from the latter as to which peoples of the negorijs were actually guilty of the illicit trade, and intimating that the cruising sloops, the pajalang De Batavier and Delft, already had orders, weather and wind permitting, to sail down to Upper Ceram in order to keep that vile smuggling corner closely under observation, to watch the roamer, and if possible to overtake him, for which purpose the sloop De Nagelboom was also employed immediately after its arrival from the Capital and unloading, with ample instructions and sailing orders for the commander, 15 The collection of fallen and extirpation of sprouted cloves recommended early on. With orders to let the postholders of the negorijs continue. What was commanded for them to perform. likewise arranged to intercept the paduakans mentioned earlier expected from behind Bouton, as the separate Resolution of 16 March makes extensive mention thereof, to which I respectfully refer. An early gathering of the fallen and extirpation of the sprouted cloves I ordered and directed on 2 March to the spice offices, with earnest recommendation to press that important work forward with the greatest vigor without sparing men, women, or children therefrom, in order that through this unusually early precaution it might be possible to prevent any sprouted clove shoots from being transported elsewhere; and by letter of the 31st following further ordered, even though the warehousing was finished and the inspection of the houses, gardens, forests, and other suspect places had been performed according to orders, not to withdraw any postholders from the negorijs, but to let them continue and to require them to proceed with the inspection on irregular days and hours, to leave no vessels whatsoever uninspected upon arrival or departure, and furthermore continually to gather intelligence on what is going on back and forth in the clove forests, in order that every humanly possible care be taken to deprive the faithless native of the opportunity, once having concealed or buried cloves—of which examples are to be found in earlier times—to transport the same to a safer place for barter with the Cerammer. To Hila and Laricque on 22 February previously, a most rigorous
Dutch transcription
13 vermits den Fiscaal verklaard heeft geen actie tegens hem te kunnen institueeren ordre te Laricque gesteld tigens het schuijl„ houden van Nagulen en de quade practijquen die bij 't droogen derselve plaats hebben. „kijk posten nog kruijs orembaijen dien morshandelaar ontdekt hebben:/ en zijn toevlugt naar Amet genoomen hebben, „de is denselven vervolgens dit heen gesonden en door den Fis„ „caal g'examineert met dat gevolg gem: officier onder over„ „leevering zijner Confessie den 16:' van gem: maand Maart in Politicquen Raade gedeclareert heeft tegens denselven geen actie te kunnen institueeren waar op men beslooten heeft den gevangene welmeld almede ter dispositie uwer Hoog Edelens naar de Hoofdplaats te versenden gaande nee„ „vens voorseijde gevangene tans over en waar omtrend in deesen niet breeder zal zijn, maar oodmoedig solliciteere mij te mogen gedragen aan de brief van Saparouas Hoofd Cruijpenning ged:t 8: Maart Jongstl: mijn antwoord daar op van den 10:' 16, en 18:' daar aan en„ „de verantwoording van de hoofden en militairen den kruijs orembaijen onder de bijlagen deeses sub N: 2: 3: en 4: mitsg„s gemelde Resolutie hier vooren aangehaald vervolgens mij gehoude agtende uw Hoog Edelens open te leggen wat ordres in gem: onrustige tijd naar aanleijding der afgevaardigde brieven naar de specerij Comp„ „toiren welke onder N„o 3: de bijlagen; deese versellen door mij gesteld zijn, zal ik voor af mentie maken van 't gesta„ „tueerde bij mijn aanweesen onder de Hongij op Laricque, hier in bestaande dat de Nagul Leverantiers dagelijks naar de plukking en insameling gehouden zullen zijn de ingesa„ „melde parthij 't zij veel of weinig op de baleuw binnen de Negorij te brengen om daar van met de naam van den insamelaar door de posthouders een accuraate Natitie gehou„ „den te worden hebbende hier bij gem: posthouders gedeman„ „deert om op ongesette dagen en uuren de Huijsen en Thuijnen der teegens het swerven der cerammers de hoofden alle oplettendheijd en waaksaamheijd aanbevoolen. deselve te maken. welke vaartuijgen ter bekruijsing na ceram gesonden zijn der leverantiers te visiteeren ten eijnde de verberging zoo veel mogelijk voor te komen en den Inlander geen geleegend„ „heijd te geeven van de schadelijke practijcq in 't drooge der Na„ „gulen gebruijk te kunnen zoo als dit omstandiger beschree„ „ven staat bij het ten gemeene Resol: van den 31: Jann: inge„ „lijd vertoog nopens mijne verrigtinge geduurende de Hon„ „gin togt voorts heb ik op het eerste berigt van 't swerven der Cerammers onder de Nagul Comptoiren niet geman„ onder de Nagul geevende comptoiren, gueerd, de Hoofden soigneus een dubbelde waaksaamheijd 6 tegens alle onderneeminge mitsg„s attentie op de bekruijssin„ „ge aan te beveelen en teevens gelast om op de in 't zigt ko„ „mende swewvers direct door de kruijs orembaijen te doen en twens gelast bij verschijn Jagt op Jagt maken zouden hier of daar voor anker te gaan en den tijd witteloos te verspillen ook van onder Nussalant niet alle d' kruijs orembaijen te gelijk tot Transport den Nagu„ „len naar Saparana te emploijeeren maar Twee aan Twee om dus de strande met de aanweesende geduursaam gedekt te houden, vide het aangeschreevene bij letteren van 17: 22: en 28: Febr: laastl: naaij Saparoua, Nussalaut, Hi„ „la en Laricque bij de laaste ook informatie gevondert hebbende welke Negorijs volckeren aan den morshandel werkelijk schuldig waaren onder te kennen gaven dat de kruijs Chialoupen Patjalling de Batavier en Delft reeds ordre hadde mits weer en wind het permitteeren„ „de naar booven Ceram afte zakken om dien snoode smokkel„ „hoek van na bij in 't oog te houden, den swerver te observee„ „ren en des mogelijk te agterhaalen waar toe de chialoup de Vagulboom al aanstonds naar zijn arrivement van de Hoofdplaats en ontlaading mede g'emploijeert is met een ampele instructie en zeijlaas ordre voor den gezag„ „hebber 15 de insameling der afgevallene en extri„ patie der opgeschotene polongs vroegtij„ „dig aanbevoolen. met last de posthouders der Negorijen te laten continueeren. wat hen te verrigten is aanbevoolen. „hebber tevens ingerigt om de hier voorwaards vermel„ „de van agter Bouton verwagt werdende Paduakans op te loopen gelijk de aparte Risol: van 16: Maart daar van breedvoerig mentie maakt waar aan mij eerbiedig gedraage Een vroegtijdige insaameling der afgevallene en tipir„ „patie opgeschootene polangs hebbe den 2:' Maart na de specerij comptoire gelast en aangeschreeven, met ernsti„ „ge recommandatie dat aangeleegen werk op het krag„ „tigst door te setten sonder mans vrouws of kinderen daar van te verschoonen ten eijnde door deese ongewoo„ „ne vroege precautie ware het mogelijk voor te koomen dat er geene opgeschootene Nagul telgen naar elders kon„ „de worde getransporteerd en bij brieve van den 31: daar aan verder gelast, schoon ook den inschuur afgeloopen en visitatie den Huijsen, Thuijnen, Bosschen en andere suspec„ „te plaatse naar de ordre verrigt was, geene Posthouders van de Negorijen te ligten maar deselve ten laaten continueeren en te demandeeren bij de visitatie op on„ „gesette dagen en uuren voort te vaaren geene vaartuij„ „gen hoegenaamd bij aankomst of vertrek ongevisiteerd te laaten en voorts continueel informatie te neemen water in de Nagulbosschen vise versa omgaat ten eijn„ „de alle mensch mogelijke sorge plaats hebbe den trouw„ „loosen in lander de geleegendheijd te beneemen al eens Nagulen verborgen of begraven hebbende waar van in vroegere da„ „gen exempelen te vinden zijn deselve na een veijliger plaats ter vermangeling aan den cerammer te kunnen transporteeren Naar Hila en Laricque 22:' Febr: bevoorens een aller naauwkeurigste
English
The chiefs of Hila and Laricque. Whether any illicit trade in cloves has been conducted. No discovery has been possible thereof. A confidant of the chief of Hila accuses the negorijs of Lima and Oering. The most careful search was recommended, where and by whom. Ordered to conduct a search as to by whom the illicit trade had been undertaken, as well as to take distinct declarations from the respective postholders concerning the encounters etc. at their respective posts; subsequently on the 3rd, 10th, 18th, and 24th of March further insisted on the first-mentioned requisition with a broader order to detain one to two confidants within each negorij and to trace foreign textiles to see whether it might be possible to obtain any discoveries; concerning which the chief of Laricque, Van Santen, according to the letters received from there under dates of the 16th, 21st, 27th, 29th of March and the 7th of April, was able to perceive nothing, and the sworn declarations of the postholders equally do not indicate that illicit trade had been committed within that district; corresponding with those from the Hitoe district, with that exception however that two of the same, already cited herebefore, discovered three unknown vessels on the 29th of December past in the evening, estimated at ten o'clock, off and near the negorij Lima and fired upon them, which subsequently also stood out to sea. The chief of Hila, Hartog, nonetheless, by means of a confidant, the native of Caijtetoe named Taloeij, believed he had made some discovery; and having given notice thereof in his writing of the 16th of March, under transmission of an account given by the said emissary, whereby the same points out the negorij peoples of Lebelehoe under Cheijt, those of Henaheloe and Nauw under the negorij Lima, and of Oering under Laricque, as illicit traders, and determined the quantity of the smuggled cloves at seven jonk loads originating, except for one unknown, from Ceijlon, Quaus, and Goelij Goelij. Remark on that accusation. Yet, however much this statement appeared to me to be quite exaggerated, seeing that the entire crop of Hitoe does not amount to so much, nor have any of the negorij postholders perceived anything of so remarkable an appearance of jonks, nor have they been encountered by the cruising orembaijs and patjallings, and one also has no knowledge anywhere that those of Quaus have found themselves in these waters; in addition to which, so openhearted a confession of villagers who are not ignorant of what punishment follows illicit trade is utterly speculative; I nevertheless deemed it advisable to cause those accused by the informant Taloeij to be arrested and sent hither, as the same were subsequently brought up and handed over by me to the officer of justice to conduct the necessary inquiry. Yet most have been set at liberty again upon the fiscal's declaration that no criminal action could be instituted against them. Which was executed, with that outcome that the well-mentioned Fiscal, from all the documents filed and informations taken, found no foundation to be able to institute a criminal action against the accused detainees, as indicates his report annexed to a register with various documents from No. 1 to 22, served at the session of the 18th of this month; upon an attentive and mature review of which it was taken into consideration that the entire accusation rested on the declaration of the native of Caijtetoe under Hila, Taloeij, the secret emissary mentioned herebefore, with his sister Maijmoena, and then also on a mendacious and subsequently retracted tale of a certain woman of Ceijth named Robia; which said declaration of Taloeij does not at all agree with the testimony of his sister, since the first declares to have heard what is brought against Mahuwattij and his uncle Sabandar, likewise Soelan, from the mouth of his sister Maijmoena, against which the latter again pretends that Mahuwattij himself is the one who supposedly told it to her brother in her presence. Yet even if no difference took place regarding this, one could nevertheless accept it as nothing other than a singular testimony, whereby it was considered with reason how improbable it is that the distrustful native would make a disclosure of such committed smuggling to one another and thus put life and limb in danger, unless it happened to those whom they know to be guilty of the same crime; and it having been strongly and firmly denied in general by the accused that they confessed illicit trade to Taloeij or made themselves guilty thereof; moreover, in the entire case not the least concurring testimony appears in confirmation of an own accusation, which in law is also never of value by itself, nor has the very least of the corpus delicti been shown; on the other hand, no confirmation that in the past and this year Ceram jonks were truly present under those spice districts. Nevertheless, not having placed or preferred the present negative of the accused above the affirmative of the accuser Taloeij, although law and natural reason teach that the proof encumbers the accuser, but by no means an accused his negative, since otherwise everyone would unfortunately have to be ready to demonstrate the contrary of all false accusations with negative testimonies; it was deemed advisable and resolved that the most suspect detainees appearing in the report of the Fiscal, Moetoehaboe Makatita of Oering, Marahoea of the hamlet Walawa=a, and Mahuwattij
Dutch transcription
de hoofden van Hila en Laricque eenige morshandel in Nagulen ge„ „dreeven is. geene ontbekkinge is daar van te doen geweest. een vertrouwelig van Helashoofd Negorij Lima en oering beschuldigt naauwkeurigste recherge aanbevoolen waar en door wie gelast recherge te doen door win en den morschandel onderstaan was mitsg„s aan de resp: Oost„ „houders af te neemen distincte verklaaringen nopens de ont„ „moetingen etc: op hunne posten resp: vervolgens den 3:' 10:, 18, en 24:' Maart op 't eerstgem: requisit nader aangedrongen met een breeder last tot het aanhouden van Een â Twee vertrouwe„ „lingen binnen elk Negorij en 't waspeuren van vreemde Lij„ „waaten of het mogelijk ware eenige ontdekkingen te erlangen waar omtrent Larioques Hoofd van Santen naar luijd de van daar ontfangene brieven onder dato 16: 21: 27: 29:' Maart en 7: April niets heeft kunnen ontwaaren ende b'eedigde declaratoiren van de posthouders duijden eeven min aan dat er morshandel onder dat district soude gepleegd zijn; over eenkomstig met die van onder het Hitoesche met die uijt„ „sondering egter dat Twee derselve hier vooren reeds aange„ „haald drie onbekende vaartuijgen den 29:' Dec: p: les avonds naar gissing Thien uuren voor de Walawa=a omme en bij de Negorij Lima ontdekt en daar op geschoten hebben, wel„ „ke ook vervolgens zeewaards ingestooken zijn. Hilas Hoofd Hartog nogtans door middel van een heeft wel eenige Inlanders van Ceijth vertrouweling den moors Jnlander van Caijtetoe Taloeij vermeenende eenige ontdekkinge gedaan en wij bij zijn schrijvens van 16: Maart daar van kennis gegeeven heb„ „bende onder oversending van een relaas door gem: sen„ „deling gegeeven waar bij denselven de Negorijs volke„ „ren van Lebelehoe onder Cheijt die van Henaheloe en Nauw onder de Negorij Lima en van Oering onder Laricque als morshandelaars aanduijt ende quantiteijd der gesmokkelde Nagulen bepaald op zeeven Jonks laadingen thuijshoorende /: buijten een onbekende :/ te Ceijlon, quaus en 17 voeten gesteld op des Fiscaals verkla„ hun te kunnen institueeren. aanmerking op die accusatie en Goelij Goelij dan hoe zeer mij deese opgave vrij gegros„ „seert voorquam aangesien het gantsche gewas van onder Hitde zoo veel niet komt uijt te maaken nog te ook geene den Negorijs Posthouders van eene zoo aanmerkelijke verschijning van Jonken ietwes ontwaard hebben ofte ook door de kruijs orembaijen en Patjallings ontmoet zijn geworden, en men twens Vennis nergens draagt, dat die van Guaus hun in 't vaarwater bevon„ „den hebben, daar bij aller speculatief eene zoo openhertige beleij„ „denis van dorpelingen die niet onkundig zijn wat straf op den smokkelhandel volgt, hebbe ik eevenwel raadsaam g'oordeelt de door den aanbrenger Taloeij beschuldigde te doen opligten en herwaards te zenden, gelijk deselve vervolgens zijn opge„ dog de meeste zijn weeder op vrije,„ bragt en door mij aan den officier van Iustitie overgegeeven „ring van gene Crimineele actie tegens om de noodige enqueste te doen; dat d' g'executeerd is, met dien uijtslag den Fiscus welm: uijt alle belegde stukken en ge„ „noomen informatien geen fundament gevonden heeft teegens de beschuldigde gegijseldens Crimineele actie te kunnen institu„ „eeren invoegen zijn berigt annex Een register met verschij„ „de stukken van N:o 1: tot 22: gedient ter cessie van den 18:' deeser aanduijd bij een attente en rijpe resumptie van wel„ „ke men in aanmerking genoomen heeft dat de gantsche be„ „schuldiging berust heeft op het Declaratoir van den Jn„ „lander van Caijtetoe onder Hila Taloeij, de hier vooren verm: geheijme zendeling met zijne zuster Maijmoena en dan nog op Een leugenagtig en nader weder geretracteerd verhaal van seeker vrouw van Ceijth gen:t Robia, welk gem: De„ „claratoir van Toiloeij met de getuijgenis van zijn zuster gantsch niet over eenkomt aangesien den eersten Declareert 't voorkoomende ten lasten van Mahuwattij en zijn oom Sabandar, item soelan uijt de mond van zijn zuster Maijmoena 215 Maijmoena gehoord te hebben, waar tegens deese weder voor„ „geeft dat Mahuwattij zelver den geenen is die 't aan haar Broeder ten haaren bijweesen verhaald zoude hebben, dan hier omtrend al geen verschil plaats hebbende heeft men 't egter niet anders dan voor een singulier getuijgenis kunnen aannee„ „men, waar bij met grond geconsidereert is de onwaarschijnlijk„ „heijd dat den wantrouwigen inlander den een aan den ander een op en baaring zoude doen van zulken gepleegde morsserij en dus lijf en leeven in gevaar stellen, ten waare het geschiede aan de zulke die zij aan 't zelven Crinnen schuldig kennen en in 't alge„ „meen door de beschuldigde fort et ferm ontkend zijnde aan saloeij den morshandel beleeden ofte zig daar aan schuldig gemaakt te hebben daar bij in de geheele zaak geen de minste acce„ „deerende getuijgenis tot bevestiging eener zelfs beschuldi„ „ging (:die in regten ook nimmer alleen van valleur is:/ voorkoomende nogte niet het allerweijnigste van 't Corpus delicti gebleeken, ten andere geene bevestiging dat er in het voorleedene en dit Jaar waarlijk Ceramse Janken onder die speceiij districten zijn aangeweest evenwel de presente negative van de beschuldigdens boven de affirmative van den beschuldiger Taloeij niet gesteld of geprefereerd hebben„ „de schoon ook de Regten en Natuurlijke reeden leert dat den beschuldiger de bewijsing incumbeert maar geensints eene aangeklaagde zijne negative nadien andersints een ieder ongelukkig soude moeten gereedstaan om 't contrarie van alle valsche aanklagten souden bewijs, met negative getuijgenissen aan te toonen heeft men raadsaam g'oor„ „deelt en beslooten de bij 't berigt van den Fiscaal voorkomen „de meest verdagte gegijselden Moetoehaboe Makatita van oering, Marahoea van het gehugt walawa=a en Mahuwat„ „tij
English
19 besides a woman, because of her mendacity, for a period of Ten Years reasons why Warre have been reconciled with one another the same is to be confirmed by the delivery of the pledge goods and after that both parties are to come up to this castle three of the most accused are, because of their false and mendacious testimony, banished to Bouro ty of Lebelehoe under Hila, together with Robia of Ceijth, to banish them for their varying and mendacious testimonies to Bouro for Ten Years, after a palpable correction shall have been applied to them on the public bazaar, in case it might happen that the matter could in time be better and more easily settled; meanwhile reverently presenting the documents sub No 20 among the Appendices hereof to Your High Honours, humbly requesting to be permitted further to refer myself thereto and to the separate Resolution of the 18th of this month, together with the outgoing, departing, and incoming letters from the spice offices, likewise the declarations and accounts under No 2, 3, and 4, hoping Your High Honours will be pleased to approve my conduct in these worrisome circumstances, and likewise stamp with the seal of approval my proceedings on Ceram's North and South Coast during the latest hongi, described in the address incorporated in the general Resolution of 31 January last. Being unable to withhold the most notable part thereof from Your High Honours, there appears in the first place the achieved reconciliation concerning the disputes that have defied resolution for so long between the village chiefs of Karakit and Warre warre, Angnisa, and Balewine, whereby both these hamlets lived in peace and quiet, which, however, was still to be further confirmed by the mutual delivery of the Arta or pledge goods, the delay thereof being given for true reasons by their priest, namely that the aforesaid Chiefs did not appear before me, assuring him, however, that after the tita to be exchanged in the coming days they would come up to the Head Castle to pay homage; having received report at the subordinate villages of Kelimooij, Kelibat, Trooij, etc., that the Jouwereese who had settled there two years ago had been dislodged or rather driven away by the villagers, and having been implored by the peoples of the said Negorijs that they might dwell in peace under the favourable protection of the Company on the beaches where they had already erected their houses and Temples, I have, under condition of loyalty and punctual compliance with the sworn contracts, granted them the same. In the second place, the assembly held at Keffing having appeared of greater importance, after the final settlement of the disputes between the Keffingers and those of Quaij, the promise of the orangkaya of Pulau Gisser for the collection of the Company's artillery from Keij, as well as the declaration of all the present Ceram village chiefs upon the serious presentation of the sworn points that they not only well understood the Arabic copies but also subjected themselves to the closest examination as to whether they might have sinned against them, under assurance of their loyalty, notice was subsequently given by the collective Regents that the long-known vagabond, the old Radja Keliloehoe Lokman, alias Witna, married to a sister of Tidor's monarch, together with his brother, the notorious Captain Mamia, and two other Lalahoe of Sulla and Waijtina of Tidor, having passed themselves off as ambassadors of Tidor's King, had called at Keffing, Pulau Gisser, and Ceram Laut in the spring of the past year with two junks, and had further attempted to alienate those islanders from the Company and to persuade them to pay homage to the often-mentioned monarch, even accompanied by threats of in case of
Dutch transcription
19 nevens een vrouw over haar leugenag„ voor Thien Jaaren tijd reeden waaroms warre zijn met elkanderen versoent deselve staat door de overleevering der pand goederen bevestigd te worden en daar na beijde parthijen aan dit cas„ „teel op te komen drie der mest beschuldige zijn wijtond„ tij van Lebelehoe onder Hila neevens Robia van Ceijth dee„ „tig getuijgenis na Bouro gerelegeerd „ se over haare farieerende en leugenagtige getuijgenissen naar dat haar op de publicque basaar een gevoelige correctie zal zijn toegepast voor Tien Jaaren naar Bouro te relegeeren of 't gebeuren mogte dat de zaak in der tijd beter en meer ligt bij te setten was intusschen de stukken sub N„o 20: onder de Bijlaagen deeses Uw Hoog Edelens revereert aanbiedende oodmoedig versoekende mij verder daar aan en aparte Resol: van den 18:' deeser mitsg:s overgaande af en aankoomende brieven van de specerij Comptoiren item declaratoiren en relaasen onder N„o 2, 3, en 4, te moogen re„ „fereeren verhoopende uw Hoog Edelens mijne handelwij„ „se in deese zorgelijke omstandigheeden zullen gelieven te approbeeren, en even zoo met zegul van goed keuring bestempelen mijne verrigtingen op Cerams N: en Z=t Cust onder de Jongste Hongij beschreeven bij 't vertoog in„ „gelijfd ten gemeene Resol: 31: Jann: laastl: het aanmer„ de hoofden van Karakit in warre kelijkste daar van uw Hoog Edelens niet vermogende te ont„ „houden komt in het eerste aspect voor de getroffene versoenin„ „ge omtrend de zoo lange getrotteerd hebbende oneenigheeden tusschen de dorpshoofden van Karakit en Warre war„ „re, Angnisa en Balewine waar door beijde deese gehugten in rust en vreede leefden 't geen egter nog nader door wederzeijdse overleevering der Arta of pandgoederen stond bevestigd te worden 't uijtstel daar van voor de waare reedenen door hunnen priestert opgegeeven zijnde, dat voor„ „seijde Hoofden hun voor mij niet vertoonde, verzeekeren„ „de denselven egter dat zij naar de eerstdaags uijt tewisselen tita naar 't Hoofd Casteel tot het doen der homage sou„ „de opkomen, op de onderhoorige dorpen Kelimooij, Reli„ „bat 17 gedelogeert. 't versoek van die van Kelibat in hunne aldaar opgerigste huij„ de ceramse hoofden doen te keffing „verseekering van hunne trouwe aan„ „kleering aan de Comp: radja keliloehoe Lokman c: s: met is en gebragt heeft hunl: te beweegen „ning van Tidor met een drijge„ ment verselt „bat, Trooij etc: berigt gekreegen hebbende dat de voor. twee de Jeuwvereesen van Kelibatet=a Jaar zig daar neergeset hebbende Zeeuwereesen gedelogeert of wel door de dorpelingen verjaagd waren, en door de gem: Negorijs volkeren gesmeekt zijnde de stranden werwaarts hunne huijsen en Tempels reeds opgerigt hadde in vreede onder de gunstige bescherming van de Comp: te mogen etc:a om ongemolesteerd aanstrand bewoonen hebbe ik onder voorwaarde van Trouwe en „sen te moogen woonen toegestaan prnctueele naarkooming der beswaarene contracten hun het zelve toegezegd In 't Tweede aspect de gehoudene vergaadering op Zes„ fing van meer belang voorgekoomen zijnde wierd naar finaale afdoening der differenten tusschen de kettingers en die van Quaij, de belofte van p=lo Gissers orangkaaij tot den afhaal van 't Comp„s geschut van Keij mitsg„s de betuij„ „ging van alle de aanweesende Ceramse doupshooften op deserieuse voorhouding van de beswoorene poincten dat zij de Arabische afschriften niet alleen wel benatto maar haar ook aan 't naauwkeurigste ondersoek bloot stelden ofte zij daar teegen mogte gesondigt hebbe onder verzeekering haarer geeven tevens kennis dat den gew: tronwe vervolgens door de gesaamentlijke Regenten kennis ge„ Twee Jonken op ketfing ensz: geweest geeven, hodden besaamden woor lang bekenden swerver den ouden Radja Keliloehae Lokman /:alias :/ Witna ge„ „huuwt aan een zuster van Tidors vorst met en benevens zijnen broeder den berugten Capitain Mamia en nog Twee andere Lalahoe van zulla en waijtina van Tidor haar uijtgegeeven hebbende voorgesanten van Tidors Kooning, in 't voorjaar van A„o vergange met twee Jonken op Keffing P=loe Gisser en Ceram Lauwt waaren aangeweest voorts die Eijlanders getragt van de Comp: te verwijderen en tot hul„ tot het doen van hulde aan den ko„ de aan meerm: vorst overtehaalen, zelfs onder bedreijging van bij
English
21 those of Keliloehoe alone allowed themselves to be moved thereto, and also retreated elsewhere with their chief without it being known where. The aforesaid envoys were also said to have departed from there after Warre. Remark on this account. in case of disobedience, to bring them to submission shortly with a formidable fleet of kora-koras, having pretended therein to intend, assisted by the Magindanaos, who were sufficiently supported by the English, to attack and overpower the capital and Castle Nieuw Victoria; that they, the Regents, notwithstanding this threat, had turned away the said envoys, making it known that they had not yet been released from the oath taken to the Company; that those of Keliloehoe, however, had submitted and, after the former manner when Ceram still stood under Tidor, had held a meeting in public within their negorij with the so-called envoys, whereupon, approximately a month ago, the Radja Sabone with his subordinate villagers had retreated elsewhere, without it being known at that time where they had settled. Furthermore, the well-mentioned Regents reported that the so-called envoys had also visited Warre and Rarakit and were paid homage there, and subsequently, after the levying of tribute, had departed from there, it being unknown whither they had taken flight, also being unable to state with truth where the aforementioned usurpers Lokman and Mama had their domicile under Tidor at that time. An account that was not exactly taken by me to the letter as truth, especially the declaration of the Ceram Regents who were present regarding their demonstrated fidelity in rejecting these so-called envoys, of which one hopes for the best, yet there being so many examples that they are all capable of the same faithlessness as soon as their interests demand it, and that therefore, if there is no longer any hope that Tidor's Declared an outlaw under promise of a reward of 100 rd. to whoever can obtain him alive or dead. The Ceram chiefs were satisfied therewith. At their prayer the negorij Keliloehoe was spared from ruin. having contributed. The sending up of the Radja of Keliloehoe earnestly recommended. Tidor's monarch will allow himself to be persuaded to halt such usurpations of the Company's rights by his power, nothing but the most harmful consequences for the Company's interests are to be expected from the side of the Cerammers, this has consequently made me judge that it is in vain to rely on fruitless complaints made repeatedly to the mentioned court of Tidor, although one cannot directly accuse the same of favoring these detrimental intrigues, but where oath and duties do not hold, to stir up the greed of that faithless nation in order to foil the undertaking of such fortune-seekers and to cause the same to be regarded as open enemies of the Company, thus, in the hope of Your High Nobilities' favorable interpretation, I found no difficulty in declaring the well-mentioned Lokman with his brother Mama outlaws, under promise from the privy purse of a bounty of One Hundred Rixdollars for whoever can capture them, either alive or dead, about which they expressed their satisfaction, the more so as I assured them, at their urgent request, of the Company's assistance in case of necessity or taking reprisals, having also consented to their prayer to spare for this time the abandoned negorij Keliloehoe from ruin or burning, considering this necessary in order to encourage the fugitives to return and to give a better opportunity for the trapping of the more-mentioned Lokman and Mama, as well as to make the absent Radja of Keliloehoe, Sabone, upon being challenged, feel his faithlessness through an exemplary punishment, to which end his arrest and sending up hither was earnestly recommended to the collective Ceram Regents, with
Dutch transcription
21 die van Keliloehoe hebben haar alleen daar toe laten beweegen. en zijn ook met haar hoofd na el„ „ders geretireerd zonder te roeten werw: de voorsz: gesanten zoude ook op warre „volgens van daar vertrokken wesen„ aanmerking op dit relaas bij ongehoorsaamheijt haar eerlange met een ontsaggelijke Corre corre vloot tot submissie te zullen brengen daar bij voorgewend hebbende van intentie te zijn g'assisteerd door de Magindanauwers die genoegsaam door de Engelsche ondersteund wierden 't Houfd en Casteel Nieuw victoria te attacqueeren en te overmeesteren, dat zij Regenten onaangesien deese bedreijging gem: gesanten van de hand hadden geweesen onder te kenne gaanen, van den Eed aan de Comp: gedaan nog niet ontslagen te zijn dat die van Keliloehoe haar nogthans hadden gesubmitteerd en met de zoo„ „genaamde gesanten naar vroegere wijse wanneer Ceram nog onder Tidor stond in't openbaar binnen hunne Negorij vergadering gehouden waar op voor Circa een maand den Radja Sabone met zijne ondergestelde dorpelingen naar elders geretireerd was, sonder te dier tijd nog bekend te zijn waar deselve hun neergeset hadde, alverder berigtede welm: Regenten dat de zoogenaamde gesanten ook op warre warre warre en Parakit hulde gedaan en ver„ en Rarakit soude aangeweest en aldaar hulde gedaan zijn, vervolgens naar 't ligte van contributie van daar vertrok„ „ken onkundig zijnde werwaards de wijk genoomen hadden, tevens ook met waarheijd niet kunnende opgeven waar voorengem: usurpateurs Lokman en Mama onder Tidor te dier tijd haare domicilium hadde; Een relaas en dat Juijst bij mij niet naar den letter voor waarheijd is aangenoomen, insonderheijd de present geweest zijn„ „de Ceramse Regente hunne betuijging, van hun betoonde Vrouw, in 't afwijsen dien zoogenaamde Dezanten, waar en van het beste wil hoope, dog zoo veele voorbeelde daan zijnde dat zij alle tot de zelfde trouwloosheid bequaam zijn zoo ras het hunne belangens vorderen en dat over zulx indien er geen hoop meer te roeden is dat Tidors Vogel vrij verklaard onder belofte van een „dig of doot kan bekoomen. de Ceramse hoofden hebben daar in genoegen genoomen. op haare beede is de Negorij Keli„ „loehoe van mine verschoond. gecontribueerd hebben. de opsending van den kadja zeli„ „loehoe ernstig aanbevoolen. Tidors vorst zig laten overhaalen om zoodanige usur„ „partien van 'sComp:s Regten door zijn magt te stuijten van de kant der Cerammers niet dan de schadelijkste gevolgen voor sComp„s belangens zijn te wagten, heeft mij dit overzulx doen oordeelen dat het te vergeefs is het op vrugteloose verboogen aangem: Tidors hof te meermaalen gedaan schoon men 't zelve directelijk niet kan beschuldigen deese nadeelige intriques te favoriseeren, het te laaten op aankomen, maar daar Eed en pligten niet gelden de gewin zugt dier ontrou„ „we natie gaande te maaken ten eijnde de onderneemin„ ge van dus daanige geluksoekens te vereijdelen en de„ „zelve als opentlijke vijanden van de Comp: te doen aanmer„ „ken, dus in hoope uwer Hoog Edelens welduijding Lokman met zijnen broeder Mama geen swarigheid gevonden welm: Lokman met zij„ premis van 100: rd: die hem leven„ nen broeder Mama vogelvrij te verklaaren, onder toezegging uijt prine beurs eene praemie van Een Hon„ 1 „dert Rijvd„s voor die hen 't zij leevendig of doot kunnen bemagtigen, waar over zij hun genoegen te kennen gaven te meer op haare instantie in cas van nood ofte nee„ „mene represaille van sComp„s assistentie verseekerde, hebbende ook bewilligd in haare beede om voor dit maal de verlaatene degorij Keliloehoe van ruine of verbranding te verschoonen aangesien dit noodsakelijke welke reedenen daar toe het weese agtede om de uijtgeweekene tot de rugkeering aan te spooren en tot het in de knip raaken van meer gezepten Lokman en Mamma beeter geleegendheid te geeven zoo wel als aan „den g'absenteerden Radja van Keliloehoe Sabone bij op„ 7. „daging zijne trouwloosheijd door een voorbeeldige strafte doen gevoelen, ten welken eijnde zijne arresteering en opzen„ „ding naar herwaards de gezamentlijke Ceramse Regenten met
English
23 The Governor of Ternate will be kept informed regarding the arrival of Lokman and his followers. A kamasch of Batoelamio appointed as orangkaya of the negorij and honored with a Company rattan cane. A half-grown genuine clove tree was uprooted in his negorij upon his indication. I have recommended with all earnestness, of which I await the promised faithful observance, intending meanwhile at the first opportunity to inform the Governor of Ternate of what occurred regarding the aforesaid usurpers Lokman and Mama, since no vessels have departed for the said Government from my return from the Hongi until now. At the aforesaid island of Koffing, before the meeting had ended, a certain kamasch of the negorij Batoelamio (recognized by the Ceram Regents present as the lawful Regent of the said hamlet) also presented himself to me, offering me a genuine clove twig with a request for commissioners for the extirpation of a half-grown tree that he had detected in the forest behind the negorij, at the same time humbly begging, both for himself and his villagers, that their past hostilities committed against the Company and its servants might most graciously be forgiven, and that he, Kamasch, might be recognized by the Honorable Company in the dignity of orangkaya, under the strongest assurance that they would submit with all faithfulness to the Company's orders. This was accordingly granted, and he, the village chief, was honored with a Company rattan cane, on condition, however, that he would not be recognized with a deed in this dignity before he should have appeared at the Main Castle to render the obligatory homage to the Honorable Company and solemnly take the oath following the example of his peers. This was promised by him with all outward signs of gratitude. Subsequently, having paid a visit to his negorij, the reported half-grown genuine clove tree was uprooted and burned in my presence upon his indication, and furthermore the negorij gardens, forests, and mountains were inspected by designated commissioners, so that it was carried out in all villages or hamlets with all faithfulness, as already cited here before and of which the Hongi report makes broader mention. Reason why at Kelimoerij the disputes between Ceijlor and Tobo could not be decided. The regent of Tobo had to be sent back on board his vessel. Making known to the mutual parties what might be done contrary to the sworn contracts. At Kelimoerij, since the promised meeting for the decision of the disputes between Ceijlor and Tobo could not take effect due to the illness of the Radja Mortanij, I promised the parties to settle everything to mutual satisfaction upon their appearance at the Main Castle, the more so as the bitterness was so great that it would undoubtedly have come to acts of violence in case I had wished to involve myself in the decision of their disputes through the intervention of the chief of Kelimoerij, while Tobo's Regent, who stayed under the protection of my bodyguard, did not fail to heap all insults upon the Ceijlorese, so that I was compelled to make him depart to his vessel in order to satisfy the Ceijlorese more or less and to give proof of impartiality. On which occasion I likewise did not fail to encourage them to trace each other's trade and movements, and, upon discovering anything contrary to the sworn contracts or offenses, to give me notice thereof via Saparoua, so that it might appear who answered to the rendered oath and made himself worthy of the protection of the Company, in which respect I trusted most in Tobo, in consideration of the fact that his entire negorij and subordinate villages were found completely erected on the beaches and the temple extraordinarily elegantly built below the cliff.
Dutch transcription
23 over de komst van Lokman en dis keroe„ der zal den heer Ternaats gouverneur onderhouden en worden. eenen kamasch van Batoela„ „mio tot orangk: der Negorij aangesteld en met een Comp:s rotting vereerd: een halfwassene egte Nagulboom is op„ zijne aanwijsing in desselfs Negorij uijt„ „geroeijd. met alle ernst hebbe aanbevoolen waar van de beloof„ „de getrouwe nakoming blijve afwagten, sullende intus„ „schen bij eerste geleegendheid 't voorgekoomene omtrend voorsz: usurpateurs Lokman en Mama den Heer Ternaatse Gouverneur bedeelen Terwijl 't zeedert mijn retour van de Hongij tot hier toe nog geene vaartuijgen naar gem: Gou„ „vernement vertrokken zijn Ten voorsz: Eijlande Koffing al eerde vergadering afgeloopen was zig mede voor mij hebbende laten vinden zeekeren ka„ „masch van de Negorij Batoelomie /:door de presente Ce, „ramse Regenten erkend voor den wettigen Regent van gem: gehugt:/ mij aanbiedende een Egt Nagul Takje met versoek om gecommitteerdens tot de Extripatie van een halfwassenen boom die hij in 't bosch agter de Negorij ontwaard hadde te gelijk oodmoedig zoo voor hem als dorpelingen smeekende dat haare eertijds gepleegde vijandlijkheeden tegens de maat„ „schappij en dienaaren groot gunstiglijk mogte werden vergeeven en hij Kamasch bij d'E Comp: in de waar„ „digheid van orangkaij erkend onder de kragtigste ver„ „seekering hun met alle getrouwigheid te sullen onderwer„ „pen aan sComp: beveelen zoo is 't zelve g'accordeert en hem dorpshoofd een sComp„s rotting vereert met voorwaarde en nogtans niet eerder met een acte in deese zijne waardig„ „heijd te sullen erkend worden alvoorens aan 't Hoofd Casteel zoude zijn verscheijnen om de verpligte homages aan de E: Comp: te bewijsen en den Eed naar 't voorbeeld zijnen hand„en „genooten plegtig afteleggen dat door denselven met alle„ uijterlijke teekenens van dankbaarheijd beloofd wierd ver„ volgens een visite op zijn Negorij afgelegd hebbende is ten mijnen bijweesen op zijn aanwijsing de opgegeevene halfwas„ „sene „reeden waarom te kelimderij de ver„ „schillen tusschen ceijlor en Tobo niet beslist hebben kunnen worden. de regent van tobo heeft die van Eijlon „selve na boord gesonden moeten wor„ „den. het bekend maken van 't gunt door hem „swooren, contracten „sene egte Nagulboom uijtgeroeijd en verbrand mitsg=s de Negorij Thuijnen, bosschen en gebergtens door Expresse gecom„ „mitteerdens gevisiteerd invoegen op alle dorpen of gehugten met alle Trouwe is, verrigt hier vooren reeds aange„ „haald en waar van 't Hongij vertoog breeder mintie maakt. op Relimoerij mits de ziekte van den Radja Mortanij de toegesegde vergaadering ter beslissing van de verschillen tusschen Ceijlor en Tobo zijn beslag net hebbende kunnen erlangen hebbe ik parthijen beloofd bij hunne verscheijning aan 't Hoofd Casteel alles tot weeder„ „seijds genoegen te sullen afdoen te meer daar de verbit„ „tering zoo groot was dat het tot feijtelijkheeden ongetwijf„ „feld zoude zijn gekomen ingeval ik mij door tusschen komst van kelimoerijs hoofd in de decisie hunner geschil„ grotlijks beledigt in tot satisfactie derijlen had willen inlaaten, latende Tobo's Regent die zig onder het beschut van mijn Lijfwagt ophield niet na de wij„ „loreesen alle smaadheeden toe te voegen zoo dat ik genood„ „zaakt wierd denselven naar zijn vaartuijg te doen ver„ „trekken om den Ceijlorees min of meer te vreeden te stel„ „len en blijke te geeven van onpartijdigheijd, bij welke ge„ wedersijdse partijen genommeer ot vlegendheijd tevens niet gemanqueerd hebbe haar aan te moedigen gepesseert mogte worden tegens de be„ elkanders handel en weegen na te speuren en iets strijdig de beswoorene contracten of misdrijven ontdekkende mij daar van over Saparoua kennis te geeven op dat blijke mogte wie aan„ den gepresteerden Eed b'antwoorden en zig de protextie van de Comp: waardig maakte waar omtrend wel het weest op Tobo vertrouwd hebbe, uijt aanmerking zijne gantsche Negorij en on„ „dergestelde dorpen aan de stranden compleet opgerigt en den Tempel ongemeen cierlijk beneeden de klip voltimmerd ge„ „vonden
English
25 trade in cloves, went out and have returned the orang kaya of Werinama was forced to take his retreat to Keffing and for what reasons. The people of Quaijen Keliloehoe have returned to their villages, except for the raja of the last-mentioned village. On the junks of Kelemoerij, the mountain raja Kiris was present which on Kellimoerij and subordinate villages seemed to proceed rather slowly. Not wishing to elaborate on this further, I pray to refer Your High Excellencies to the Hongi Journal under date 16 and 17 November of the past year and the report concerning the vessels that were at Wos, the previously repeatedly cited report of my actions on that expedition. Meanwhile, I cite here also a report from the Ceram messengers Cornelis Tatipukilawan and Pieter Sivalette, sent on 25 March last from Saparoua to upper Ceram to obtain information on who the actual vagrants among the clove districts have been, what quantity and where the Ceram people obtained cloves. This was converted into a sworn statement on 17 April following before the first sworn clerk De Bourghelles and witnesses, confirming the previously noted illicit trade and villages, with the addition that they had all already returned and were said to have acquired only a small quantity of cloves without, however, knowing where or under what district. Even though the journey was continued all the way to Keffing, where the orang kaya of Oerong had retreated because he had prevented the illicit navigation and trade and was therefore forced by his subordinates to flee, without having a single villager with him; that the peoples of Guaij and Kelliloehoe had returned to their villages, but the raja of the last-mentioned hamlet was still absent; furthermore, that on the junks of Kellimoerij the mountain raja Kieris and not the coast regent Mortanij was present, of which mention was made in an earlier report by the second deponent C. S.; finally, that they also heard nothing of foreign nations, Tidorese or Bugis, and about this and that on Hatumutting, Tobo, Batoelomie and Keffing they were so informed, the well-mentioned sworn statement accompanying this under number 4 among the annexes. Furthermore, not wishing to take up Your High Excellencies' precious attention with many insignificant remarks described in the annexes relating to this subject, I shall only, according to my duty, most respectfully assure Your High Excellencies that neither policy nor vigilance will be lacking during the forthcoming Hongi expedition to punish exemplarily, God willing to bless my undertaking, the previously mentioned smugglers and their villages regarding smuggling in cloves upon the upcoming Hongi, in order thus to deter, if possible, those vile treaty-breakers and their neighbors from further harmful designs, intending to take an unusual route to fall upon them unexpectedly. Making no mention here of my actions in the Christian Ceram villages of Amaheij, Makarikij and Souhoko, as well as the orders issued against the discontented Caijbobonese, as report thereof is made in the general advice now departing, I proceed to the rod so bitter for this province, the northern pirates. Regarding which I must, not without emotion, bring the most fatal occurrence to Your High Excellencies' knowledge: in the first place, the execrable murder of corporal N. Penno, stationed at Sawaij, in September of the past year, who, along with some natives, was sent by postholder Guttig to the Seven Islands to fetch some necessities for the garrison and the expected Hongi fleet, on one of which said islands they were attacked by the pirate rabble, the corporal, after a brave resistance, being murdered in an execrable manner by the Papuan pirates.
Dutch transcription
25 „handel in Nagelen uijtgegaan en weder geretourneerd zijn geweest zijne retraite na ketfing te nee„ „men en om welke reeden. 't volk van Quaijen keliloehoe zijn in hunne Negotijen te rug gekoomen behal„ „ven den radja van laast gem: dorp. op de Jonken van kelemoerij heeft zig den berg radja kiris bevonden „vonden hebbe 't geen op Kellimoerij en onderhoorige Negorijen vrij traag scheen voort te gaan dan hier over niet breeden zul„ „lende zijn bidde ik uw Hoog Edelens wij te mogen gedragen aan 't Hongij Dagregister onder dato 16: en 17: 9ber: annop„s en 't„ relbaas wegens de vaartuigen die op wos, hier vooren meermaalen aangehaald verslag mijner verrigtin„ „gen op die Togt, terwijl eeven hier nog aanhale een berigt vanden cerams boode Cornelis Tatipukilawan en Pieter Sivalette den 25:' Maart laastl: van Saparoua naar booven Ceram afgesonden om informatie te neemen wie de werkelijke swervers onder de Nagul districte geweest zijn, wat quantiteijd en waar de Cerammers Nagulen bekomen hebbe geconverteerd in een declaratoir den 17:' April daar aan voor den Eerst geswor„ „ren Clercq de Bourghelles en getuijgen verleeden bevestigende de voorwaards genoteerde morshandel en Negorijen met die bij„ „voeging dat z' reeds alle geretourneerd waren en maar een ge„ „ringe quantiteid Nagulen zouden opgedaan hebben sonder eg„ den oranghaij van derdig is genoodsaakt ter te weeten waar of onder wat district schoon ook de reij„ „se tot op ketting doorgeset, alwaar den oranekaij van oerong zig geretireerd had om de wille hij den ongepermitteerden vaart en handel geweert hadde en mits dien door zijne onderge„ „stelde tot de vlugt genoodsaakt was geworden, sonder een enkelde dorpeling bij zig te hebben, dat de volkeren van gu„ „aij en Kelliloehoe binnen hunne Negorijen geretourneerd wa„ „ren, dog den Radja van laastgem: gehugt nog absent was, voorts dat op de Janken van Kellimoerij den Berg Radja Kieris en niet den strand Regent Mortanij zig heeft bevon„en „den waar van bij een vroeger relaas door den Tweeden rela„ „tant C: s: gewag is gemaakt, laastelijk dat z' ook van geene vree„ „de Natien Tidoreesen of Bougineesen iets vernomen hebben en omtrend dit een en ander op Hatumutting, Tobo, Batoelomie en belofte tot kastijding der schuldige „staande Hongij „bele wijse vermoord door de papoen geleegen. en keffing zoodanig zijn g'informeerd geworden gaande welm: de„ „claratoir, onder N„o 4: bij de bijlaagen deeses over, verder uw Hoog Edelens dierbaare attentie met veel niets naamwaardige remar„ „ques, beschreeven bij de Bijlagen betrekking hebbende tot deese ma„ „terie niet vermogende op te houden zal ik nog alleen na gehou„ „denis Hooght deselve op het Eerbiedigst verseekeren dat het nog aan beleijd of wakkerheijd onder aanstaande Hongij togt zal man„ aan sluijkerij in Nagulen bij de aan queeren om de voorwaards vermelde smokkelaars en haa„ „re Negorijen mits het Gode believe mijne onderneeminge te zeegenen voorbeeldig te kastijden om dus die snode bondbree„ „kers en haare nabuuren is 't mogelijk van verdere schade„ „lijke desseijnen afte schrikken, voorneemens zijnde een onge„ woone route te neemen om t' onverwagts op 't lijf te vallen van mijne verrigtingen op de christen ceramsche Nego„ drijen Amaheij, Makarikij en Souhoko mitsg„s gestelde ordre tegens de mal contente Caijboboneesen bij deesen geen mentie zullende maken als daar van bij thans afgaande ge„ „meene advise verslag gedaan werdende avanceere tot de voor deese Provintie zoo bittere roede der. Noordsugt waar omtrend Uw Japdeen Boof en Hoog Edelens de noodsottigste gebeurten is, niet zonder aan„ „doening moet ter kennis brengen in de eerste plaats de excecrabe„ den corporaal Penno op een excera„se moord aan den te sawaij bescheijden Corporaal N: Penno in op een der zeeven Eijlande bij awaij 7ber: p„s welke nevens eenige inlanders door den posthouder Gut„ „tig naar de Zeeven Eijlande was afgesonden om eenige benoodigthee„ „den voor de besetting en verwagt werdende Hongij vlort af te haalen op welk eene der gem: Eijlanden zij door het roofgeboef„ „te g'attacqueerd, den Corporaal naar eene dappere teegen weer door een
English
27 force of those pirates and who their chiefs were. attacked the soldier Mossenbekker and the schoolmaster of Boano. The latter escaped their hands by flight. some orembaais of the Hongi fleet sent after those rovers at Laricque. Mossenbekker ransomed for 50 rixdollars by the orang kaya of Hatilen. struck down by a volley of arrows, and five of the natives accompanying him were carried off from the lands of Sawai, their force having consisted of three large and two smaller corocores belonging to Wanka and acting as chiefs over them a sangaji and a captain laut, with which they subsequently departed for Cambello, and after having abducted the soldier Christiaan Mossenbekker serving at the post of Luhu, attacked the three orembaais belonging to the schoolmaster of Boano near Solakanopa, whose passengers, after many were wounded, fortunately escaped by fleeing into the woods on shore, leaving their modest possessions as prey to their attackers, as described in detail in the incoming letters from Hila dated 28 October and 12 November past, also from Manipa and Sawai under date of 13 October past, 9 January and 13 February last; further by a report of the mentioned soldier under date of 29 January last under the appendices at No. 27; and furthermore in the Hongi Daily Register under date of 28 and 30 October; while during my presence at Laricque regarding the last-mentioned incident, the Boano people having arrived were reported by three wounded refugees, whereupon I immediately dispatched several well-equipped orembaais from the fleet after those scoundrels, who however could not track them down, as is described in detail in the aforementioned Daily Register; it also appears from the report or sworn declaration of the soldier Mossenbekker, who on the North Coast of Ceram was ransomed from those thieving scoundrels by the orang kaya of Hatilen for fifty rixdollars, and subsequently sent here by the postholder of Sawai, that they continued the journey further to Buru and spent approximately a month here with human abduction and the ruin of two burgher vessels, piracies by the Papuans committed at Buru. making the abducted Alfurs and Burunese a considerable number of thirty-two heads, while the crew of the aforesaid plundered chiampangs, equipped for retail trade by the burgher captain and captain lieutenant here, Lodewijk and David Knop, escaped through a timely flight, with which loot they subsequently returned to Hatilen and after the sale of the soldier Mossenbekker departed from there again, according to the report of a native of Lisella, Wayanani, to Rumasoal, arrived with their loot at Hatilen and departed from there to Rumasoal. where this man, along with another abducted Chinese, was sold to the Raja there, and both managed to escape from there, Two abducted natives escaped from their master from there. as his report given on 24 February last at Manipa before the Resident Galloo, under the appendices hereof at No. 28, indicates. A second pirate fleet behind Buru, 4 chiampangs taken away. A second pirate fleet, having played no less a role in the hinterland of Buru and subsequently near the Seven Islands off Sawai, in the first place towed away four chiampangs of the burghers David Iacobsz, Nanga Aikumpol, Haji Walla, and Djalilie, with their cargoes and a part of the crew; and near the Seven Islands the pantchiallang of the burgher ensign van Aarde overwhelmed, he murdered, and his crew taken prisoner, the cargo spoiled and that vessel burned. and near the Seven Islands a laden pantchiallang returning from Sawai to here, belonging to the burgher ensign Gerardus van Aarde, commanded by himself, who already at that height had bravely repulsed his attackers twice, but having had to drop anchor due to a leak sustained and severe storm winds, was attacked for the third time in March last by three Papuan corocores, and for lack of powder and lead had to surrender, whereupon he was cruelly murdered and the crew transferred into the corocore bound hand and foot, subsequently the cargo spoiled and the pantchiallang burned, intending the
Dutch transcription
27 magt dier roovers en wie derselver hoofden geweest zijn hebben den soldaat Mossenbekker schoolmeester van Boano g'attacqueerd. den laasten is hunne handen door de vlugt ontkomen. eenige orembaijen van de Hongij vloot op die swervers afgesonden te Laricque. Mossenbekker ingelost voor 50: rd„s door den orangkaij van Hati„ „70 gepleegd. een magt van pijlen ter neer geligd en vijf zijner bij hebbende in „landen van sawaij zijn vervoerd geworden, hebbende hun magt bestaan in drie groote en Twee minder cavrescornes thuijshoorende te wan„ „ka en als Hoofde daar over ageerende eenen senghadji en eenen capi„„ „tain Lauwt waar meede E: vervolgens naar Cambello vertrokken zijn en naar alhier, den ter poste Loehoe militeerende soldaat Christiaan Mossenbekker opgeligt te hebben, de met den school„ „meester van Boano naar thuijshoorende drie orembaijen op de hoogte van Solakanopa g'attacqueerd welke opvaarende na dat er veele ge„ te cambello opgeligt onder en den „ quest waren 't gelukkig door de vlugt in 't bosch aan wal ont„ „komen zijn latende haar armoedje aan hunne bespringers ten prooije, breedvoerig beschreeven bij d' aankoomende brieven van J Hila ged:t 28:' 8ber: in 12:' 9ber: p„r item van Manipa en sawaij onder dato 13:' 8ber: p„o 9: Jann: en 13:' Februarij laastl: voorts / bij een relaas van gewaagden soldaat sub dato 29:' Jann: het: onder de bijlagen sub N„o 27: en dan nog bij Hongij Dagregis„ „ter onder dato 28:' en 30:' 8ber: terwijl bij mijn aanweesen op Saricque van 't laastgem: ongeval de Boanoers overgekoomen door drie gequeste vlugtelinge daar van berigt wierd gedaan waar op al aanstonds eenige wel voorsiene orembaijen uijt de wooot op dat geboefte afgesonden hebbe die z' egter niet hebbe kunnen op sppeuren zoo als dat in zijn omstande bij gem: Dag Register beschree„en „ven staat blijkende ook uijt het relaas of b'Eedigde declaratoir van den soldaat Mossenbekker die aan Cerams Noord Cust door den orangkaij van Hatilen voor zijx d:s vijftig aan dat roof geboefte is ingelost, vervolgens door sawaijs posthouder dit heen gesonden, dat z' de reijse verder naar Bouro voort geset en alhier Circa een maand met menschen Roof en 't rui„ rooverijen door de papoen te Bou„neeren van Twee burger vaartuijgen hebben doorgebragt maakende de weg geroofde Alfoeren en Bouroneesen een aansienlijke 0 „len zijn met hun buijt te Hatilen aan„ „soal vertrokken. „nen lijfheer van daar ontloopen Ten Tweede roofsloot agter Bouro 4: Chiampangs weg genoomen. „ling van den Burger vendrig van tarde overompld bij hemn vermoogd. mitsg„s zijne manschap gevangen ge„ „tuijg verbrand. aansienlijke getal uijt van Twee en Dertig koppen terwijl de op„ „vaarende van voorsz: geplunderde Chiampangs (: ten smallen handel door den Burger Capitain en Capitain Lieutenand al„ „hier Lodewijk en David Knop uitgerust 't door een tijdige vlugt ontkomen zijn met welke buijt z' vervolgens naar Nati„ „len gekeerd en naar verkoop van den soldaat Mossenbekker weder van daar vertrokken zijn volgens het gerelateerde van „gekoomen en van daar na Roema „ een inlander van Lisella, Waijananij naar Roemasoal al„ „waar deesen nevens nog eenen geroofden Chanees aan den Radja aldaar is verkogt en beijde van hier hebben weeten te ontko„ Twee geroofde inlanders zijn hun „ men zoo als zijn relaas den 24: Febr: J: L: te Manipa voor den Resident Galloo gegeeven onder de Bijlaagen deeses sub N„o 28: aanduijd Een Tweede roofvloot aan 't agterland van Bouro en ver„ „volgens bij de Zeenen Eijlanden voor sawaij geen minder rol= „gespeeld „hebbende heeft op de eerste plaats vier Chiampangs van de burgers David Iacobsz:, Nanga Aikumpol, Hadjie Walla en Djalilie met derselver laadinge en een gedeel„ „te der opvaarende weg gesleept en bij de zeeven Eijlanden een en bij de zeeven Eijlande de pantjal „ van Sawaij naar hemd„s keerende beladene pantjallings van den burger vaandrig Gerardus van Aarde door hem zelver gevoerd en reeds op die hoogte tot Tweemaalen zijne bespringers manmoedig afgeslagen dog door bekomene lekka„ „gie en swaare storm winden voor anker hebbende moeten gaan voor de derdemaal in maart Laastl: door drie papoesche corre corres besprongen zijnde heeft hij zig mits gebrek aan kruijd en loot moeten overgeeven zijnde daar op deerlijk vermoord en d' opvaarende gekneeveld aan„ „noomen de lading gespolieerd en dat vaar „ handen en voeten in de corre corre overgescheept vervolgens de laading gespolieerd en de pantjalling verbrand willende de ver Hal
English
29 greatly longing for reinforcements in order to carry out the expedition to Halmaheira. power of the Papuans to be diminished at the expense of the Bugis. the reports further that the mentioned sailors, mostly all slaves of 3 the massacred Van Aarden, on Ceram's north-east coast and a European soldier's child was also on that pantjalling on Cawa by the mentioned pirates were allegedly sold. The boldness of these plundering rascals nevertheless extends so the small-scale trade suffers far not that they as once in the past among the factories and posts dare to undertake raids, yet the small-scale trade and poor inhabitants were elsewhere by their plunder and bloodthirst not a little curtailed and too bitterly oppressed, which makes me not only hope but also heartily wish that under Heaven's merciful compassion the heavy mortality on the arriving ships and the hospitals, if not ceasing, may at least noticeably diminish and at the same time triumphantly a restored peace on the Malabar, Makassar, and Ternate may enable Your Right Honorable to provide the last-mentioned and this government with a sufficient reinforcement so that the planned expedition to the coast of Halmaheira may be continued, the more so because through the cruising here nothing against the aforesaid marauders is to be gained and repeatedly made representations to the Tidore Court remain without effect, wherefore the Lord Governor of Ternate in His Honor's separate letter of 21 October past makes mention that the king indeed acknowledges the occasional wandering of the Papuans with five the King of Tidore seeks to or six kora-koras, but that they are not in a position to man and equip a force of 120 kora-koras, having at the same time made known that the Bugis and other foreigners who constantly wandered around Ceram to conduct illicit trade in spices often committed many acts of violence in His High and the acts of violence of the same to place Majesty's name, regarding which he states as certain that the power of those rovers is now and then magnified by the informants, yet, who however in the last three years in have been heard of, nor also any other foreign nations. The Tobelo robbers are no longer heard of. The residence of Captain Mama cannot be traced, nor is there any prospect of apprehending him. At the respective factories a good watch is kept. The Resident of Bouro engaged without success. soal have been on Molanen to search without having the intention the Company's subjects to harm. yet one has up to now no proof that the Bugis or other foreigners have engaged in robbery in the waters the waters of this province not under this province in the last three years, nor have they been encountered, and the accounts of those escaped from the hands of the Papuans show that the pirate vessels are indeed manned with Papuans or frizzy-haired people belonging to the coast of Halmaheira, thus against them nothing else remains than to be attacked in their own hideouts and severely chastised, to which effect the Lord Governor of Ternate, Valckenaer, in well-mentioned His Honor's letters is also of the opinion. Of the Tobelo robbers nothing more is heard, and I have up to now been unable to obtain certain information as to where the notorious Captain Mama resides, of whose apprehension I nevertheless have little expectation, since he with his brother, the long-famous Lokman, is very closely related to Tidore's king by marriage. Meanwhile, a good watch is kept everywhere at the factories, and Bouro's chief, Haga, according to his letter of 13 February last, after having cruised for 16 days off the hinterland, had the fortune to encounter a Papuan pirate fleet near Waplauw been with a Papuan pirate fleet and to strike against it, but with no other success than that by the attack two kidnapped Bouronese and a male slave of Waipotti's Commandant escaped the hands of that rabble. Lastly, under this heading, I am obliged to bring to Your Right Honorable's Nine Papuan vessels of Roemasol notice that in December past nine vessels with Papuans of Roemasoal were on the leper island of Molanen, claiming for their king's son having pretended there to have been sent out by their petty kings to look for one of their sons who had gone missing and had to be staying on Ceram, having also, while taking a handful of salt water, sworn an oath
Dutch transcription
29 grootelijks verlange na renfort om de Expeditie te Halmaheira uijt te kunnen voeren. magt der papoen te verklijnen op reekening der Bougineesen. de berigten verder dat gem: mattroosen /: meest alle slaaven van 3 den gemasacreerden van Aarden:/ op Cerams N=o Cust en Een Europees soldaate kind zig meede op die pantjalling bevond op cawa door gem: zeeschuijmers soude zijn verkogt De stoutheid van dit roof gespuijs strekt zig nogtans zoo den smallen handel lijd door die roverijen verre niet uijt dat zij gelijk wel eertijds onder de comptoiren en posten stroperijen durven onderneemen, Edog den smallen handel en arme ingeseetenen wierd elders door haar roof en moordsugt niet weijnig verkort en te bitter gedrukt 't geen mij niet alleen doet hoopen maar ook hertelijk wen„ „schen, dat onder 's Heemels genadige ontferming de swaare sterffens op de uijtkomende schepen en d' Hospitaalen zoo niet cesseeren ten minsten merkelijk verminderen mogen en te gelijk al zeegen praalende een herstelde rust op de mallebaar, Maccasser en Ternaten uw Hoog Edel„s instaat stellen laastgem: en dit gouvernement met een toerijkend renfort te voorsien ten eijnde de beraamde Ex„ peditie naar de cust van Halmaheijra voortgeset mo„ „ge werde te meer door de bekruijsingen alhier niets op voortz: p= marodeurs te winnen is ende meermaals gedaane vertoogen aan 't Tidorsche Hof buijten effect blijven, weswegen den Heer Ternaats Gou„ „verneur mij bij zijn Ed: apparte brief van 21:' 8ber: p„r melding p„ den kooning van Tidor zoekt de doet dat den koning het somtijds swerven der Papoen met vijf of ses Corre corres wel avoneerd dog dat zij niet in staad zijn een magt van 120: corre corres te bemannen en uijtte rusten te ge„ „lijk te kennen gegeeven hebbende de Bougineesen en andere vreem„ „delingen die geduurig omtrend ceram swerfde om sluijkhandel in specerijen te drijven dikwijls veele geweldenarijen op zijn Hoog en de geweldenarijen derselve testellen Eijds naam pleegde waar omtrend zeeker stelle dat de magt dier swervers nu en dan door de aanbrengers gegrosseerd word edog die egter in de laaste drie jaaren in vernoomen zijn, nog ook eenige ande„ „ze vreemde natien. de Tobilse roovers werden niet meer vernoomen de verblijf plaats van Capitijn Ma„ „ma is niet op te speuren nog appa„ „rentie om hem te agterhalen. op de Redp: Comptoiren word goede wagt gehouden. den Resident van Bouro is slaags ge„ „der succes. „soal zijn op molanen aangeweest „nen te zoeken zonder intentie te hebben sComp: onderdanen te beschadigen edog heeft men tot hier toe nog geen bewijs dat den Bouginees of andere vreemdelingen hun in de jongste drie Jaaren in de vaarwaa„ 't vaarwater deeser provintie niet „ters onder deese provintie haar op den roof hebben toegelegd nogte ook ontmoed zijn ende relaasen der uijt de handen der papoen ont„ „komeere toonen aan dat de roofvaartuijgen werkelijk met pa„ „poen of kroeshairig volk bemand zijn thuijshoorende op de Cust van Halmaheira dus teegens deselve niets anders overig blijft dan in haa„ „re eijgen schuijlmesten aangetast en gevoelig gekastijd te worden invoege den Heer Ternaats Gouverneur Valckenaar bij welm: zijn Ed=e letteren mede van gevoelen is van Tobilse roovers werd niets meer vernoomen en hebbe tot hier toe geen seekere informatie kunnen bekoomen, waar den berugten Capitain Mama zijn verblijf houd van welkers appre„ hensie nogtans weijnig verwagting hebbe aangesien denselven met zijnen broeder den voor lange besaamden Lokman aan Tidors koo„ „ning door 't Huwelijk zeer nauw geparanteerd is Intusschen werd op de Comptoiren alomme goede wagt gehou„ „den en Bouros hoofd Haga heeft volgens zijn schrijvens van 13:' Febr: laastl: naar 16: dagen aan 't agterland gekruijst te hebben, 't Fortuijn gehad, een papoesche roofvloot omtrend waplauw aan te „weest met een papoese roofvloot zon „ rofen en daar tegen te slaan dog met geen ander succes dan dat door Prjestens de attacque twee geroofde Bouroneese en een manslaaf van waij„ „pottijs Commandant de handen van dat geboefte ontkomen zijn Laastelijk ben ik gehouden onder dit Hoofddeel Uw Hoog Ede„ Neegen papoese vaartuigen van Roema„lens nog ter kennis te brengen dat in xber: p„s weegen vaartuijgen met papoen van Roemasoal op 't Leeproosen Eijland Molanen zijn geevende voor hunne koonings zoo aangeweest aldaar voorgewend hebbende door haare kooningjes uijt„ „gesonden te zijn om een van derzelver zoonen op te zoeken die te soek was geraakt en op Ceram hem moeste ophouden hebbende ook onder het nuttigen van een hand vol sout water een Eed swee„ „ring
English
31 vessels fruitlessly cruised, yet they passed Hila and Haroeko. The Governor of Ternate shall be informed of the Papuan raids in order to make representations to the King of Tidore. How the cruising was regulated. oath that the sea might swallow them up if they harmed the Company's subjects, described in greater detail with other circumstances in an account by the Resident and surgeon of that island, dated 5 January of this year, transmitted herewith under No. 30; upon which fleet the Chief of Saparoua, namely the Chief Cruijpenning, with his galley and several cruising orembaais, cruised in vain around Nussalaut as far as Zepa. Having passed Haroeko and Hila without causing the least molestation, and subsequently putting out to sea, no further intelligence of them could be obtained, their appearance in the aforementioned districts having given the native inhabitants quite a fright and caused them to retreat into the forests. I shall again inform the Governor of Ternate of the above-described Papuan raids and acts of violence, forwarding copies of the accounts so that further representations may be made to the ruler of Tidore; and herewith I shall conclude this distressing chapter. Regarding the cruising, I respectfully inform Your Excellencies that, pursuant to the entry in the resolution of 20 October last, it was regulated with the available sloop De Batavier and three pantjallings, as follows: Namely: The sloop De Batavier, from the point of Hatuano in the south-west to the point of Coack in the south-east. The pantjalling Delft, from the point of Oma in the west to the point of Titawaij on the island of Nussalaut in the east. The pantjalling De Toesigt, along the coast of Hitoe from the point of Assiloeloe to the point of Liang, and from there to the point of Kamariang in the north-east by east. The pantjalling De Snelheid, in the sea straits between Oma and the inner coast of Ceram, and along the same to the negorijs of Latoe and Hoealoaij. For which purpose the commanders were provided with ample instructions, transmitted herewith in copy, and the aforementioned keels were provisioned and victualed for six months. The Delft first completed the route around Ceram with the hongi fleet in order to make use of it in case of need, and subsequently turned towards its cruising station, while the Batavier, the Toesigt, and the Snelheid were dispatched directly to their assigned cruising stations on 23 October last. The vessels employed for this purpose loaded cloves at Hila, Saparoua, and Haroeko on their return voyage, and returned from there in late April and early this month, with the exception of the Batavier, laden with cloves at Hila, Saparoua, and Haroeko, without having encountered anything of particular consequence during their cruising, except only the Toesigt, which met without anything noteworthy during their cruising, except the Toesigt. The cruising of the shores performed by 30 orembaais. which in December last encountered the Papuan Roemasoal fleet near Ceijth and the point of Laoma, pursued it, and fired upon it without being able to overtake any of those vessels. Subsequently, on 28 February, having sighted a Ceramese junk on the inner side of the high point of Tial, it gave chase, attacked it, and according to the commander's statement wounded or killed some of the crew, likewise without being able to capture the vessel, as by swift bailing it got out of sight and could not be traced again. The commanders' reports are transmitted alongside this under No. 33. The cruising of the shores was performed, pursuant to the above-mentioned resolution, by thirty orembaais, namely: Two from Kilang and Groot Hative, cruising against each other from the point of Nassanive to the east point of Hoetoemoerij, in such manner that they pass each other at the cerij. Two 33 Two from Hoetoemoerij and Ema, from the east point of Tial to the west point of Groot Hoetoemoerij. Two from the Pass Baguala and Latuhalat, from the south side of the point of Tial to the north side of Hitoe, to and fro at the point of Liang and from there to beneath Pigeon Island on the east side, so as to cover with these six orembaais the south side of the Leitimor and the north side of the Hitoe country. Two from Alang and Lillebooij, from the inner point of Namakolie to the point of Waccasieuw, cruising against each other. Two at Laricque from Assiloeloe and Oering, to be relieved in turns by an equal two from Laricque and Waccasieuw, from the south side of Waccasieuw to the west side of the Negorij Lima. Four from under Hila, alternating in such manner that they pass in front of the fortress two by two each time, namely, from the west point of the Negorij Lima to the point of Liang. Four from under Haroeko, two on the north and two on the south side, alternating around the island of Oma in such manner that they likewise pass in front of the fortress two by two and put in at Pigeon Island on the west side. Six from under Saparoua, alternating against an equal six around the island of Honimoa, of which three go around the east to the point of Hatuano in the north, and the other three around the west to the point of Honimoa and subsequently to the point of Hatuano in the east, passing each other there each time. Four from Nussalaut, namely two from under Saparoua westward to the south point of Titawaij, and two eastward to [illegible]
Dutch transcription
31 vaartuijgen te vergeefs gekruist nogtans zijn t' Hila en Haroeko gepasseert. van de stroperijen den papoen zal den Heer gouverneur van Ternate kennis gen te kunnen doen bij den koning van H de Bekruijsing hoedanig gereguleerd. „ring gedaan dat de zee haar sodaanig mogte inswelgen als'z Comp: onderdaanen quaad deede breeder met andere omstande beschreeven bij een relaas van den Posthouder en chirurgijn van dat Eijland ged=t 5: Jann: h: A:o bij deesen overgaande sub N„o 30: op welke vloot het het Hoofd van Saparoua heeftop die Hoofd Cruijpenning met zijn Galleij en eenige kruijs orembaijen rondsom Nussalant tot zepa vrugteloos heeft gekruijst zijnde Ha„ „roeko en Hila gepasseert sonder de minste moleste te doen vervol„ „gens zeewaards ingestooken heeft men verder geen narigt van hun kunnen bekomen hebbende hunne verscheijning onder gem: districten den lacieusen Inlander vrij wat schrik aangejaagt en na de bosschagien doen retireeren van hier vooren beschreeven Papoesche stroop en geweldena„ gegeeven worden om daar teegen verto „ rijen den Heer Ternaats Gouverneur onder oversending der Copia relaasen weeder sullende kennis geeven, ten eijnde bij Tidors vorst naadere vertogen te kunnen doen sal ik hier mede dit ver„ „drictig hoofddeel besluijten en ten belange der De kruijssingen uw Hoog Edelens schuldig noteeren dat deselve na het aangeteekende ter resol: van 20:' 8ber: p„o gereguleert is met de aanhanden zijnde Chialoup de Batavier en drie pant„ „jallings als Wetm: Chialoup de Batavier, van de hoek van Hatuano in 't Z:d w:m tot de hoek van Coack in 't V:d o:t De pantjalling Delft van de hoek van Oma in't w=t tot de hoek van Titawaij op 't Eijlande Nussalaut in 't O=t De pantjalling de Toesigt langs de Cust van Hiton van de Hoek van Assiloeloe tot de hoek van Liang en van daar tot de hoek van Kamariang in 't N: O: ten O: De pantjalling de Snelheid in de zee rugtens tusschen oma en Tidoor. eden hebbe in hunne te weg reijse de Nagu„ ingeladen zonder iets naamwaardigs in hunne „ven de Toesigt. ontmoeting derselve. De bekruijsing der Stranden door 30: orembaijen verrigt en Cerams binnen Cust en langs deselve tot de Negorijen Latoe en Hoealoaij waar toe de gesaghebbers met ampele instructien bij deesen in Copia overgaande zijn voorsien en welm: kielen voor ses maanden geproviandeert en gevictualieerd hebbende delft alvoo„ „rens de route met de Hongij vloot rondsom Ceram gedaan om in tijd van nood daar van gebruijk te kunnen maken vervol„ „gens naar zijn kruijs bestek de Heeren gewend terwijl de Ba„ „tavien, de Toesigt in de snelheid den 23:' 8ber: p„r direct na de hun aangeweesene kruijs bestekken zijn gedepecheerd en van daar in 't laast van April en 't begin deeser maand uijtgeson„ de daar toe gemploijeerde vaartuijge „dert de Batavier belade met Nagulen op Hila, Saparoua, „len te Hila, Saparona, en Haroeko en Haroeko geretourneerd, zonder geduurende hunne bekruijssingen iets van bijsonder aan belang ontmoet te hebben dan alleen de Toe„ bekruijting ontmaat de hebben behal, sigt welke in xber: p„s de papoese Roemasoalse vloot omtrend Ceijth en de hoek van Laoma ontmoet, vervolgt en daar op gevuurd heeft sonder eene dier vaartuijge te hebben kunnen agterhaalen, ver„ „volgens den 28: Febr: aan de binnen kant van de hooge hoek van sial een Ceramse Jonk in 't zigt gekreegen hebbende daar op Jagt gemaakt, g'attacqueerd en naar des gesaghebbers opgeeven ook eenige der opvaarende gequest of wel doot geschooten sonder almede dat vaartuijg te hebben kunnen magtig worden aangesien door 't snel scheppen uijt 't zigt geraakte en niet weder op te speuren is geweest gaande de rapporten der gesaghebbers besijden deeses onder N„o 33: over de bekruijsing der stranden is naar booven gem: be„ „sluijt verrigt door Dertig orembaijen te weeten Twee van Kilang en g:t Hative van de hoek van Nissa„ „nive tot de oosthoek van Hoetoemoerij teegens den anderen in kruijsende zodanig dat elkanderen bij de cerij passeeren Twee 33 Twee van Hoetoemoerij en Ema van de O:t hoek van zial tot aan de w:t hoek van Groot Hoetoemoerij Twee van de pas Baguala en Latuhalat van de P:d kant van de hoek van Tial tot aan de N:s kant van Hitoe af en aan de hoek El„ van Liang en van daar tot onder het duijven Eijland aan de O=t kant om dus met deese ses orembaijen de Z:d zijde van 't leijtimor„ „se en N:d zeijde van 't Hitoese land te dekken. Twee van Alang en Lillebooij van de binnen hoek van Namakolie tot aan de hoek van Waccasieuw teegens den an„ „deren inkruijsende twee te Laricque van Assiloeloe en oering om bij beur„ „te door gelijke Twee van Laricque en waccasieuw verwisselt te worden van de Z:d kant van waccasieuw tot aan de m=t komt van de Negorij Lima. vier van onden Hila bij verwisseling in sodaniger voegen dat ilkanderen telkens Twee aan Twee voor 't Fortres komen te passeeren te weeten, van de w:t hoek van de Negorij Lima tot aan de hoek van Liang vier van onder Haroeko twee aan de N:o en Twee aan de Z:d zijde bij verwisseling rondsom 't Eijland oma zodanig dat deselve almeede Twee aan Twee elkanderen voor 't For„ „vret passeeren en 't duijven Eijland aan de w:t kant aangedaan hebben. Ses van onder Saparoua bij verwisseling tegens gelijke ses rondsom het Eijland Honimoa daar van drie om de O:t tot aan de hoek van Hatuano in 't N:o en de andere drie om de w:t tot de hoek van Honimoa en vervolgens tot de hoek van Hatuano in 't O:t telkens elkanderen daar passeerende. Vier van Nussalaut te weeten Twee van onder Saparoua westwaards tot aan de P: hoek van Titawaij en Twee oostwaards tot . Zee le
English
wherewith those vessels were armed and with how many military heads they were manned. but by order from the Main Castle had to be recalled, and having succeeded. the provision chiampang of the hongi was employed for that purpose. and the Batavier with the pantjalling coast were dispatched. up to the west side of the cape of Titawai, thus cruising around the island against each other and repeatedly passing one another. All of which orembaais were equipped and armed with two brass half-pounder swivel guns and the necessary ammunition, as well as manned by two common soldiers under the command of a sergeant or corporal over each division; having had to recall those from under the Fore Castle on the 3rd of this month, because due to the violent south and south-east winds with high rising seas they could no longer keep to the open water, in which I found all the less difficulty since, according to the statement of Cornelis Tatipukilawan and associates and other reports, no more rovers were to be found in the waterways; and also according to the further incoming reports, the gathering in of the cloves had already ended in the beginning of the past month of April, after which the inspection of the houses, gardens, and suspected or concealed places had been performed, the reports of which are transmitted among the enclosures of the general advices; meanwhile, the cruising fleet noted hereinbefore, aside from what was treated under the main section of the Cerammers and the wrecking of the cruising orembaai of the Pass of Baguala, of which mention was made in the aforementioned general advices, have had no encounters worthy of occupying Your High Nobility's honored attention. Instead of the aforesaid wrecked cruising orembaai, I immediately dispatched the provision champang of the Manipa hongi, well-armed and provided with soldiers etcetera, to its cruising station; while the sloops the Nagelboom and the Batavier with the pantjalling Delft were sent off to cruise Cerams south coast. 55 35 By heavy wind the purpose of their dispatch was thwarted. Loss suffered by those vessels and spars etcetera. Assistance rendered by some Ceram chiefs. The sloop the Nagelboom arrived at Saparoua in a desolate state. And from there transferred to Haria and provided with what was necessary. Delft were sent off to cruise Ceram's South Coast between Kissalaut in the west to Oerong and Goelij Goelij in the east, as was noted hereinbefore under the chapter of the Cerammers; which expedition we heartily wished might have answered its wholesome purpose, but weather and wind have thwarted this so serviceable undertaking and caused it to end virtually fruitless, since the pantjalling Delft, unable to hold out against the severe squalls and high hollow seas encountered, had to seek out its previous cruising station again; the Batavier, having lost its boat here off the heights of Haija on account of the gale winds encountered, and having stood out to sea, subsequently fortunately came to anchor off Pulau Gisser, where having waited some time for navigable weather, it departed from there and arrived at Saparoua on the 7th of this month; the sloop the Nagelboom, overtaken by a sudden violent storm on the 1st of April, after the loss of all its spars, an anchor, a grapnel, and an orembaai off Avang and Davang, having had to let go its remaining anchor and grapnel, was here again provided by the Rajas of Tobo and Mangelij together with those of Tom and Kissalaut, according to their ability, with some makeshift spars, towing orembaais, and other necessities, and also, alongside those of Hatoemetting and Werinama, everything was done to bring that vessel to a safe anchorage, so that the same, with the assistance of the Saparoua cruising orembaais, was brought to anchor on the roadstead of Saparoua on the 24th of April, grievously crippled; but the leakage and damage sustained not being able to be repaired here, I had the aforesaid vessel transferred to Haria, where the same also from
Dutch transcription
waar mede die vaartuijgen g'armeerd en met hoe veel koppen militaire desel„ „ve bemand zijn geweest. dog van order 't Hoofd Casteel hebben gerappelleert moeten worden en waa„ „gelukt zijnde. is de proviand chiampang van de hon„ „gij daar toe g'emploijeerd. en de Batavier met de pantjalling cust zijn afgesonden. tot aan de w:t kant van de hoek van Titawaij dus rondsom het Eijland tegens elkanderen in kruijsende en den anderen tel„ „kens passeerende Alle welke orembaijen voorsien en g'armeerd zijn geweest met Twee metaale half ponders draijbassen en nodige amuni„ „tie mitsg„s bemant met Twee gemeene Militaire onder het commando van een Zergeant of corporaal over ieder divi„ „sie hebbende die van onder 't Voord Casteel den 3:' deeser moeten rappelleeren terwijl door de vehemente Z: en Z: E: d: winden met hooge oploopende zeen 't buijten niet meer konde houden daar ik te min swaarigheijd in gevonden hebbe terwijl naar luijd de verklaaring van Cornelis Ta„ „tipukilawan C: s: en andere berigten geene swervers zig meer in de vaarwaaters bevonden en ook naar de verde„ „re ingekomene rapporten den inschuur der Nagulen reets in 't begin van de eenen gepasseerde maand April afge„ „loopen, vervolgende visitatie der Huijsen, Thuijnen en sus„ „pette of verhoolen plaatsen verrigt was waar van de berig„ „ten onder de bijlagen van de gemeene advisen overgaan intusschen de hier vooren genoteerde kruijs vloot buijten 't verhandel„ „de onder 't Hoofdeel der Cerammers en 't verongelukke van de kruijs orembaij van Baguala veron„ de kruijs orembaij van de Pas Baguala waar van bij welm: gemeene advisen mentie werd gemaakt geene ontmoetinge gehad hebben waardig uw Hoog Ed:s g'eerde attentie daar mede besig te houden In steede van eevengenoemde verongelukte kruijs orembaij hebbe ik direct de proviand Champang van de Hongij de Manipees wel g'armeerd en voorsien van mi„ bestek terwijl de chaloupen de Nagulboom „ bitaire etc:a naar dies kruijs gedepecheert terwijl de Chi„ Delft ter bekruijsing na berans z:d „ aloupen de Nagelboom en de Batavier met de Pant„ „jalling „rom 55 35 door swaare wind is 't oogmerk der„ „selver afsending verijdelt. geleeden verlies dier vaartuijgen en rond „houten etc:a beweesene adsistentie van sommige ce„ „ramse hoofden „te staat te saparoua aangekoomen. en van daar na Haria overgebragt en van 't noodige voorsien geworden. „jalling Delft ter bekruijssing van Cerams P:d Cust tusschen Kissa„ „laut in 't w:t tot Oerong en Goelij Goelij in 't O: zijn afgesonden zoo als hier vooren onder het caput van Cerammers is geno„ „teerd welke expeditie hertelijk gewenscht hebben dat aan het heijl„ „saam oogmerk hadde moge b'antwoorden dog weer en wind heeft deeze zoo dienstige onderneeming vereijdelt en genoeg„ „saam vrugteloos doen afloopen, nademaal de pantjalling Delft teegens de ontmoete heevige travaten en hooge holle zee 't niet hebbende kunnen ophaalen zijn voorig kruijs bestek werder heeft moeten opsoeken, de Batavien op de hoogte van Haija mits de ontmoete storm winden zijn schuijt alhier verlooren en zeewaards ingestooken zijnde is vervolgens ge„ „lukkig voor P=lo Gisser ter houw gekoomen aldaar eenigen tijd 't bevaard weer afgewagt hebbende van hier vertrokken en den 7:' deeser op Saparoua g'arriveerd de Chialoup de Na„ „gulboom door een vliegende storm den 1:' April beloopen naar verlies van alle zijne rondhouten een anker een dreg en een orembaij voor Avang en Davang zijn over behou„ „dene een anker en een dreg hebbende moeten laaten toegaan is alhier door de Radjas van Tobo en Mangelij met die van Tom en Kissalaut weeder met eenige gebreki„ „ge rondhouten boegseer orembaijen en andere benoodigtheeden naar haar vermoogen voorsien en ook neevens die van Ha„ „toemetting en Werinama alles aangewend om die kiel op een veijligen anker plaats te brengen invoegen denselven te gelijk door behulp van de saparouase kruijs orembaijen den de chaloup de Nagulboom in een de sola„ 24:' April op de rheede van Saparoua deerlijk ontram„ „poneerd voor anker is gebragt dan hier de toegekoomene lec„ „cagie en schade niet kunnende verholpen worden heb ik gem: kiel naar Haria laten overbrengen alwaar deselve oo„ van
English
The aforementioned vessel has not met any of the rovers. An embassy of Tidore princes met the sloop the Batavier at Pulo Gisser. Through which negorijen homage was paid to the same. Having been provided with what is necessary, I present to your High Nobilities alongside this the accounts of both commanders de Lange and Smith, as well as a declaration from Domingos Pattijnabaranij dated 21 April last regarding his voyage on Ceram in search of the aforementioned sloop the Batavier and the finding of the Nagulboom, which however, concerning the lost crew given on hearsay, is beside the truth. In the account of the commander of the sloop the Nagulboom, besides his maritime disasters, no special matters appear other than that he neither met nor heard of any foreign rovers. I am obliged, concerning that of the Batavier, to occupy your High Nobilities' honored attention a little longer, since his encounter off Pulo Gisser with a Tidore embassy, the conduct of the Keffingers, and the rescue of six people abducted by the Papuans, along with these their declarations, well merit your High Nobilities' consideration, as it can sufficiently be inferred from this that one has to expect nothing but the most harmful enterprises from the Tidore Court. The time of the appearance on and around Ceram of the aforementioned Court dignitaries cannot well be traced from the aforesaid papers by the commander of the sloop; nevertheless, they indicate that this embassy consisted of three princes named Agmat, Djoemanopal, and Djoemadanij, having roamed around on Roemasoal, Goram, Pulo Gisser, Ceram Laut, Parakit, Gah, and Owaroe, where various abducted people were brought to them by the Papuans. What they accomplished at Ceram: and by most of the Ceram people, except those of Keffing, Quans, and Pulo Gisser, homage was paid; further, how they left the predatory and murderous Papuans unhindered and even The Tidore envoys board the sloop and deliver a written document to the commander. They then depart for Goram. even sought to resell elsewhere the unfortunate Amboinese received from them, of whom four escaped from them at Gah and arrived at Keffing with the Orang Kaya and Captain Bebonde. They certainly found their deliverance through these and the arrival of the Batavier off Pulo Gisser, while they had already been reclaimed, yet were immediately transported on board by the aforementioned Orang Kaya upon the arrival of the aforementioned keel, without having allowed themselves to be deterred by threats made to that end. Through this circumstance, no doubt, the aforementioned princes boarded the Batavier to pay a visit to the Company's sloop; having come on board, after handing over a Tidore document for further address to me, they subsequently did not fail to inquire about their escaped tribute, with not obscure indications that they would rather possess them, although otherwise their attitude was not precisely unfriendly. Then, not achieving their objective since the commander feigned ignorance regarding the concealment of the aforementioned four persons, after consuming some drinks under various conditions they departed to their kora-kora without calling at Keffing, where they would also not have been welcomed pleasantly at all, crossing directly over to Goram, manned with over forty Tidore and Papuan persons, and armed with three swivel guns and as many muskets, according to the statement of Commander de Lange, who heard nothing further of these envoys and departed from there with the vessel under his command on the 6th of this month, subsequently arriving to anchor off Saparoua on the 9th thereafter, without, in his A two-masted bark of the Chinese Tan Koujang could not continue the voyage to Banda. The received Tidore document is forwarded in original. Dangerous trade of the Tidorese on Ceram. The fidelity of the Orang Kaya and Captain of Keffing is praiseworthy. Vengeance is to be taken upon the perfidy of the defected Ceram people during the Hongi expedition. cruising, having discovered other foreign rovers or smugglers, who also certainly would not have been able to make good at sea due to the continuous storm winds and unusually heavy monsoon, and by which a two-masted bark destined for Banda, belonging to the Chinese merchant Ian Konjang residing here, after the loss of both topmasts and many other maritime disasters that befell it, was driven off Goram and subsequently came here. The Tidore document cited here above being only defectively translatable here, I have deemed it serviceable to present the same to your High Nobilities under the enclosures of this under number 34, and to add thereto four declarations of the six natives belonging under this province and Sula brought hither with the sloop the Batavier, who were abducted by the Papuans, already cited here above and numbered number 35. By these, the further dangerous trade of the Tidorese with the Ceram people, the stay of the notorious Radja Keliloehoe at Gah under Rarakit and his brother Captain Mamma at Pulo Gisser, the posting of a Sulanese Palahoe as interpreter at Waroe, the illicit trade long driven in cloves, and against this the good services of the Keffing Orang Kaya and Captain, are laid open at large to your High Nobilities; except, however, where the smuggled cloves were obtained or the quantity thereof, for which discovery no effort or expense will be spared by me. Also, on every occasion, the Lord Governor of Ternate shall be notified of the Tidore perfidy under the dispatch of copies of the aforementioned declarations, and according to the proportion of the forces at hand during the upcoming Hongi.
Dutch transcription
opgem: vaartuig heeft geen van de swervers ontmoed. een ambassade van Tidorcke princen „loup de Batavier te p=le gisser ontmoed. „bens. door welke Negorijen hulde aan de„ „zelve gedaan is. — van het noodige is voorsien geworden biedende uw Hoog Ede„ „lens beseijden deeses aan de relaase van de beijde gesaghebbers de Lange en Smith mitsg„s een declaratoir van Domingos Pat„ „tijnabaranij onder dato 21:' April laastl: nopens zijn weeder„ „vaaren op Ceram bij 't opsoeken van voorengem: Chialoup de Bata„ „vier en het aantreffen van de Nagulboom dat egter omtrend. de verlooren manschappen als van hooren zeggen opgegeeven, besij„ „de de waarheijd is. bij 't relaas van den gezaghebber van de Chaloup de Nagul„ „boom buijten zijne zee rampen geene bijsondere saaken voor„ „komende dan alleen dat geene vreemde swervers ontmoet of vernoomen heeft ben ik verpligt omtrend dat van de Batavier uw Hoog Edelens g'eerde attentie nog een weijnig beesig te hou„ „den aangesien zijne ontmoeting voor P=lo Gisser met een Fi„ „dors gesantschap, de handelwijse van de kettingers en de red„ „ding van ses door de Papoen geroofde menschen met deese hare Declaratoiren uw Hoog Edelens aanmerkinge wel meritee„ „re als daar uijt genoegsaam af te lijden zijnde dat men van 't Tidorse Hof niet dan de schadelijkste onderneeminge te wagten heeft De tijd van de verschijning op en onder Ceram der gem: Hof door den gesaghebber van de cha„ grooten uijt eevengem: papieren niet wel na te gaan zijnde duij„ „den deselve nogtans aan dat die ambassade heeft bestaan uijt drie princen in name Agmat, Djoemanopal en Djoemada„ „nij rond gesworven hebbende op Roemasoal, Goram, P=l Gis„ wat zij te Ceram verigt his, ser, Ceram laut, Parakit, Gah: en owaroe alwaar z door de Papoen deese en geene geroofde menschen zijn toegebragt en door de meesten den cerammers buijten die van ketting, quans en P=lo Gisser hulde beweesen vervolgens hoe z' de roof en moord zugtige Papoen ongetoord hebben gelaaten en zelfs de Tidoreese gesanten komen op de chaloup geschrift over. vertrekken vervolgens na Goram„ zelfs getragt de van haar ontfangene ongelukkige Amboinee„ „sen elders weeder te verkoopen, van welke op Gah haar vier ontvlugt en op ketfing bij den orangkaij en Capitain be„ „bonde aangekoomen zijn, seeker door deese en d' aankomst van de Batavier voor P=lo Gisser hun verlossing ge„ vonden terwijl z' reeds gereclameert waren dog door den orangkaij wetm: al aanstonds op 't arrivement van voor„en „schreeven Kiel na boord getransporteerd, zonder zig door gedaane bedreijginge daar toe te hebben laten afschrikken; door dit toeval ongetwijffeld gem: Princen de Bataviar en geeven den gezaghebber een aangepond om een visite op sComp„s Chialoup af te leggen; hebben t' aanboond koomende naar overreijking van een tidors geschrift ter verdere addresse aan mij, ver„ „volgens niet gemanqueerd hun te informeeren naar haare ontvlugte schattinge met niet onduijstere ken merken dat z' daar van liefft besitters wilde zijn, schoon anders haare, houding Juijst niet onvriendelijk was, dan 't oogmerk niet bereijkende aangesien den gesaghebber zig om„ „trend de verberging den voorsz: vier persoonen vreund hield vertrokken 'z naar 't nuttigen van eenige soopjes onder deese en geene conditien naar haare corne corne sonder ketfing aan te doen alwaar ook gants niet aangenaam zoude ver„ „wellekomt 't zijn steekende direct over naar Goram bemant met ruijm veertig koppen Tidoreesen en Pa„ „poen mitsg„s g'armeerd met drie rantakken en zo veel snaphaanen na de opgaave van den gezaghebber de Lange die verder van deese gesanten niets ver„ „noomen heeft en met zijn onderhebbende boodem den„ 6: deeser van daar vertrokken is koomende vervolgens„ den 9:' daar aan voor Saparoua ten anker sonden in zij,„ oo„ „ne Een twee maste hark van den chin= Tankoujang heeft de rijse na Banda niet kunnen voortsetten. 't ontfangen Tidors geschrift gaat in originalie over. gevaarlijken handel der Tidoreesen te ceram. de getrouwigheid van den orangkaij en capitijn van Keffing is prijselijk op de trouwloosheid der afgeweekene Ce„ „rammerd staat onder 't doen der Hongij veraak genoomen te worden „ne bekruijsing andere vreemde swervers of smokkelaars ontdekt te hebben, die 't ook zeeker door de continueele storm winden en ongemeene swaare mousson op zee niet zoude hebbe kunnen goek maaken en waar door eene naar Ban„ „da gedestineerde twee maste Bank van den hier thuijs hoorende Chinees handelaar Ian Konjang naar verlies van beijde stengen en veele andere toegekoomene zee ram„ „pen voor Goram vendreeven is vervolgens dit heen gekomen Het hier vooren aangehaald tidors geschrift niet dan gebrekkelijk alhier te Translateeren zijnde hebbe ik dien„ „stig g'agt 't zelve uw Hoog Edelens onder de Bijlagen deeses sub N„o 34: aan te bieden en daar bij te voegen vier verklaaringen van de met de chialoup De Bata„ „vier herwaards overgebragte ses door de papoin geroofde Inlanders onder deese provintie en zulla thuijshoorende hier vooren reeds aangehaald en genummereerd N:o 35: bij welke den verdere gevaarlijken handel der Tidoree„ „sen met den Cerammer, het verblijf van den berugten Rad„ „ja Keliloehoe op Gah onder-Rarakit en zijnen Broe„ „der Capitain Mamma op P=lo Gisser de plaatsing van eenen zullanees Palahoe als Tolk op waroe den Iangst gedree„ „ven morshandel in Nagulen en daar tegens de goede diensten van den kettings orangkaij en Capitain uw: Hoog Ede„ „lens in 't breede werd open gelegt, uijtgesondert nogtans waar de gesmokkelde Nagulen zijn opgedaan of dies quantiteijd tot wel„ „ke ontdekking geene moeijte of kosten door mij gespaard zal worden, sullende ook bij aller geleegendheijd den Heer Ter„ „naats Gouverneur onder toesending van Copia der gem: declaratoiren der Tidoreese ontrouw bedeelen en naar mate der aanhanden hebbende magt onder aanstaande Horgij ƒ
English
of the military. No foreign traders have called at Ceram. And by that nation not a single vessel has been fitted out for Bali, Bouton, etc. In their formerly usual rendezvous discovered. It thus remains a mystery from where the cloves brought to Tranquebar and Madras were smuggled. Hongi to ensure that the guilty Ceramese receive their just deserts. Urgent solicitation for a reinforcement. living in the hope that it will please God to bless the arms to be taken up with the desired success; yet as before that time, on account of the weak garrison, whereof not even two-thirds are Europeans, I shall only be able to dispose of a meager number of military personnel, I pray Your High Noble Excellencies, if in any way possible, for an adequate reinforcement of soldiery, in order to be able to undertake the cruising and expeditions with confidence, without denuding the Castle and Posts too greatly. Your High Noble Excellencies having requested a most accurate investigation into the illicit trade committed in cloves, apparent from the parcels brought to and sold at Tranquebar and Madras, I have not been idle in that regard during the recently conducted Hongi expedition, but have not been able to learn in any of the Ceramese villages that foreign traders have been there, nor that a single vessel was fitted out for Bali, Bouton, or vice versa by the Ceramese; moreover, the Governor of Makassar having informed me by His Honor's letter of 8 November last that no vessels of that nation have been discovered around Saleier or the island of Tanna Malauwa, formerly their usual rendezvous places under Makassar, against which the princes of the opposite coast had agreed to maintain cruisers in the fairway; it is and remains therefore still a mystery whence those smuggled cloves and nutmeg have originated, and all the more so since no one is found in this province who has knowledge that a single smuggler or other foreign rover has been seen among the clove districts in the years 1775, 1776, until December 1777; of which I assure Your High Noble Excellencies in all sincerity, as well as that I shall not be sleeping with regard to the duties of In the past year, 15,671 fruit-bearing clove trees were actually extirpated, and thus 11,451 more than what was mentioned in the advice of the Honorable Mr. Breton. The measures for the reduction of the clove trees are being put into effect to the letter. a faithful minister, but vigilant and solicitous for all that which the true interest of my noble paying Masters comes to require, and in the first place the so precious spice trade, of which the clove cultivation constitutes a most momentous point; though I shall be careful not to occupy Your High Noble Excellencies' precious attention with refutations or remarks that contribute nothing to the true attainment of the objective of the same, and by which I have already, to my deep regret, incurred displeasure. Thus, observing brevity, I shall initially make respectful mention that the 4,220 surplus fruit-bearing trees designated in the advice of the Right Honorable Councillor-in-Ordinary Breton were in the past year not only extirpated in accordance with the received order, but in addition 11,451, or together 15,671 fruit-bearing trees were actually extirpated, as I had the honor dutifully to inform Your High Noble Excellencies by my separate spring letters; not being subsequently provided with any further direct order for a further extirpation, but rather to bring the trees gradually to 100 pieces in each dati, amounting across the 3,930 datis to 393,000 trees, of which 200,000 fruit-bearing and 193,000 half-grown and young trees, this by means that are less odious to the common man than the extirpations, namely: Firstly, to leave unexecuted the edict of 11 January 1771, published under the administration of the Governor Governor van der Voort, interdicting the stoking of unnecessary fires and the setting alight of the alang-alang or long grass in the forests and scrublands, etc., under penalty of the chain-gang, and furthermore containing a command for the dati-holders and assistant dati-holders or owners of clove dusuns continually to clear the clove trees of the forest vines and wild rattans or other upgrowing brush and scrub, under penalty of suspension or demotion for the respective Regents, who were held responsible for this, for the preservation of the clove trees and the furtherance of the crops, just as if the Company at that time suffered a shortage of cloves. Secondly, the continual eradication of the sprouted polongs or young clove shoots. Thirdly, to prevent all new plantings. Fourthly, to grant no pass whatsoever, from the time that the cloves begin to ripen until the entire harvest has ended, to the spice-producing districts, nor to permit that such be done by the subaltern chiefs and Residents. Fifthly, the conducting of the Hongi precisely every year from the middle of October until the beginning of December around Ceram, in order by these last two points to hinder more or less the picking of the cloves and to promote their shooting into polongs. Sixthly, not to tolerate that any clove trees be cultivated by private individuals or others outside the dati-holders. Seventhly, the renewal and execution of the edict against the mortgaging
Dutch transcription
39 van militaire. geene vreemde handelaars zijn te Ceram aangeweest. en door die natie ook geen enkeld vaartuijg na Balij, Bouton enz: uijtgerust. in derselver voor heen gewone ren„ ontdekts. 't blijft dus een raadsel van waar„ „dras aangebragt, gesloken zijn Hongij den schuldigen Cerammer loon naar werken besorgen vorstige oblicitetie om een renfort in die hope leevende dat het Gode behaagen zal, de op te vattene waapenen met de gewenschte successe te zeegenen dan terwijl voor die tijd mits het swak guarnisoen en daar onder nog geen Twee derde Europeesen maar over een soober getal militairen zal kunnen disponeeren bidde ik uw Hoog Edelens bij eeni„ „ge mogelijkheid om een toerijkend renfort van soldatesque ten eijnde de bekruijsingen en expeditien sonder het Casteelen Posten te zeer te ontblooten met gerustheijd te kunnen onderneemen Uw Hoog Edelens een allernauwkeurigste recherge be„ „geerd hebbende naar den gepleegden morshandel in Nagulen blijkbaar uijt de te Tranquebar en madras aangebragte en ver„ „kogte partijen, ben ik daar omtrend onder de Jongst gedaane Hongij togt niet stille geweest, edog hebbe op geene der ceram„ „se Negorijen in ervarenis kunnen bekomen dater vreem„ de handelaaren aangeweest zijn of ook dat er een enkeld vaar„ „tuijg naar Balij, Bouton vise versa door den cerammer is uijtgerust hier bij door den Heer Maccassaars Gouver„ „neur bij zijn Ed: schrijven van 8: 9ber: p„r mij bedeelt zijn„ „de dat er geene vaartuijgen van die Natie omtrend sale„ mitsg„s eene derselver vaartuijge „ijer of 't Eijland Tanna Malauwa /:haare gewoone rende„ „devous plaatten onder macasser „ nous eertijds:/ zijn ontdekt geworden waar tegens de overwal„ „se vorsten aangenomen hadde kruijssers in 't vaarwater te zullen „de noegulen te tranquebar en man „ houden is 't en blijft het dus nog een raadsel van waar die geslooke„ „ne Nagulen en Foelij herkomstig zijn, en veel te meer daar er niemand in deese provintie gevonden word die kennis draagt dat er een enkeld morshandelaar of andere vreemde swerver om„ „der de Nagul districten in A„o 1775: 1776: tot December 1777: gesien is geworden 't geen Uw Hoog Edelens in alle opregtheijd verseekere zoo wel als dat ik omtrend de pligte van 31. 00„ in A„o p„o zijn werkelijk 15671: vrugt„ en dus 11451: meer dan waar van 't ad„ de middelen tot vermindering der Ka„ „gulboomen worden na den litter in 't werk gesteld. van een getrouw minister niet slapende zal zijn maar waaksaam en sorgelijk voor al 't geen 't waare belang wij„ „ner noble betaals Heeren komt te vorderen en wel in de eerste plaats de zoo precieuse specerij handel waar van de Nagul Cultuure zoo een aller gewigtigst poinct uijt„ „dragende, Wagulboomen g'extrpeerd „ maakt, mij nogtans wel sullende wagten uw Hoog „ris van den Ed:e Her Treton gewaagd. Edelens dierbaare attentie met weeverlegginge of re„ „marques te occupeeren welke niets ter waare bereijking van 't oogmerk van Hoogst dezelve toebrengen en waar door ik tot innig leetweesen reeds misnoege behaald hebbe dus de kortheijd betragtende sal ik aanvangkelijk eerbie„ „dig melding doen dat de bij 't advis van den wel Edelen Gestrengen Heer Raad ordinair Breton aangeweesene 4220: overtallige vrugtgeevende boomen in A„o verganger niet alleen naar de ontvangene ordre maar booven dien 11451: of te saamen 15671: vrugtboomen werkelijk g'extir„ „peerd zijn geworden zoo als ik d' eer gehad hebbe uw Hoog Edelens bij mijne apparte voorjaarige letteren schuld„ „pligtig te bedeelen vervolgens met geene verdere direc„ „te ordre tot eene nadere extirpatie gemunieert zijnde maar wel omde boomen langsaamerhand te brengen op 100: stux in ieder datij uijtmakende over de 3930: da„ „tijf 393000: Boomen daar van 200'000 vrugtgeevende en 193000: halfwassene en Ionge boomen zulx door mid„ „delen die min hatelijk dan de extripatien voor den gemeenen man zijn als 1„o buijten executie te laaten 't placcaat van 11: Janu: 1771: gepubliceerd onder de Regeering van den Heer Gouverneur 41 gouverneur van der voort interdiceerende het stooken „ van onnoodig vuur en in brand steeken van de Coescoes of lang gras in de bosschen en ruijgtens etc=a subpane „ van kettingslag vervolgens inhoudende een bevel voor de „ batijhouders en Toelong datijs of Eijgenaars van Nagul „ doussongs om geduurig de Nagulboomen van de Ta„ „ Clij oetangs en bosch rottings of andere opwassende ruijg en „tens te suijveren sub paene van suspens of dimotie a„ „ voor de resp: Regenten die daar voor responsabel ' „ werde gehouden ter preservatie van de Nagul„ boomen en bevordering van de gewassen eeven als of de maatschappij te dien tijd gebrek aan Nagulen 17½ „ Ten 2: Het geduurig uijtroeijen den opgeschotene polongs of gou„ „ge Nagul Telgen 3: alle nieuwe aanplantingen te weeren Ten 4: Aan geene hoegenaamd van dat de Nagulen begin„ Ten „„nen rijx te worden tot dat den geheelen insaam afge„ „ loopen is passe te verleenen naar de specerij geevende districten of te permitteeren dat zulx door de subalterne opperhoofden en Residenten gedaan werden 5: 'T doen van de Hongij precies alle Jaaren van medio ober: „ tot in het begin van xber: rondsom ceram ten eijnde „ door deese twee laaste poincten 't plukken den Na„ „gulen min of meer te verhinderen en 't schieten „ tot polongs te bevorderen 6: Niet te gedoogen dat en Nagulboomen door parti„ sen „culiere of andere buijten de datij houders gecultiveerd worden. Ten 7: de renovatie en executie van 't placcaat teegens 't ver„ „ „panden „ „ had Ten
English
The clove recorders and extirpators are ordered not to concern themselves with the cleaning of the trees, but to root out the overgrown polongs and to prevent all new plantings. No passes are granted during the gathering of the cloves. The pawning or alienating of clove plantations, demanding at the same time their redemption within a certain period under penalty of extirpation. 8: Disputes over clove trees that cannot be decided after a careful investigation, such trees in dispute being ordered to be felled according to the ancient order of 1609. 9: Or lastly, the felling of the trees belonging to fugitives or those who abandon their negorij. Thus, I assure Your High Nobilities, upon the oath taken by me when assuming the government of this Province, that all the aforementioned points or revered orders have been and are obeyed to the letter. Consequently, I have taken no notice of the accidental burning of clove trees or the lighting of fires, etc., but have left the reports thereof to their own course. Furthermore, the clove recorders along with the extirpators, who annually conduct the survey of the clove plantations, have been expressly forbidden by their instructions to spend time on the cleaning of the trees or to reprove the native inhabitants about it, while the continuous extirpation of the wild mothers or polongs, along with the two- and three-year-old shoots, is confirmed by the sworn reports concerning this, and all new plantings are vigorously prevented. Likewise, from the time that the cloves begin to ripen until the completion of the harvest into the storehouses, no passes contrary to the order have been or are granted, nor has any private party been given the opportunity to assist in the picking of the cloves. 43 Around Ceram the Hongi was performed with all the kora-koras and orembaais of the clove districts. To the clearing of the Castle moat and other works. Reason why the voyage to Goram and calling at the trading posts of Manipa and Haroeko had to be abandoned. Vigorously opposing the cultivation of clove trees by private individuals. Reason why the trading posts of Hila, Saparoua, and Haroeko were excused from the Hongi expedition in 1776. The Hongi expedition was performed by me with all the kora-koras and orembaais belonging to the clove districts around Ceram, and not only was the time extended from the end of October to 23 December, but I also employed some of the crews of the kora-koras until the end of January last in clearing the Castle moat, cleaning both churchyards along with the public roads, and other necessary works. This was because, due to turbulent weather and contrary winds, I was unable to call at Manipa and Haroeko; moreover, on Saparoua, due to a severe illness, I was obliged to remain longer than usual, and for these reasons I also had to abandon the voyage to Goram. The cultivation of clove trees by private individuals is resisted with all vigor and tolerated for none other than the Dati-holders, which I trust will be further demonstrated to the satisfaction of Your High Nobilities, with no less vigorous means to prevent picking and to encourage growth into polongs, from the separate resolutions taken on 21 February and 16 March last. These at the same time indicate that, regarding the further recommended means in the previously cited 7th, 8th, and 9th articles, I leave nothing unattempted to fulfill the salutary objective. In respectful response to the remark made by Your High Nobilities regarding the excusing of all the kora-koras and orembaais belonging to Hila, Saparoua, Nusa Laut, and Haroeko in the year 1776 from attending the Hongi, which caused offense due to the extraordinarily large clove harvest: I must in the first place, both to remove all suspicions and for my own vindication, state that at that time I was not furnished with the orders of Your High Nobilities to conduct the Hongi with all the kora-koras and orembaais belonging to the clove districts. Secondly, I have in this matter followed the examples of many of my predecessors, as appears from the Hongi daily journals over the past twenty years, showing that this expedition was now and then performed with even fewer sails and frequently completed very concisely; yes, even excused entirely on a few occasions. Finding, furthermore, that the gathered fleet of the year 1768, consisting of 56 sails and manned by 2,422 heads, was without precedent or continuation, and having had no orders in that regard before me; and the posthumous memorandum of the Honorable and Valiant Councillor Extraordinary Fookens, treating of Hongi matters, stating that the execution of the Hongi every year is no longer so strictly observed, and now and then, depending on the circumstances of the time, a year is skipped; furthermore, that upon the requests of the chiefs of the kora-koras and the village populations to remain at home, decisions are made according to the exigencies of the situation, and those to whom this is granted are assigned an equivalent labor or court service according to ancient custom; while his Honor, moreover, through the arguments brought forward, if not asserting then at least strongly questioning whether the gathering of all the kora-koras from under the clove districts causes little or no hindrance to the harvest of the cloves. Thus, in the hope of a favorable interpretation, I consider myself not to have acted otherwise or further than former Governors.
Dutch transcription
de Nagul beschrijvers en Extirpateurs zijn gelast zig met de zuijvering der boomen niet te bemoeijen maar de opgeschotene polongs uijt te roeijen en alle nieuwe aanplantingen te beletten gene passen worden verleend onder den in„ „saam der Nagulen panden of veralieeneeren van Nagul plantagien ten dee„ „ „„rende teevens 't inlossen binnen zeekeren tijd subpene „ van extirpatie 8: geschillen over Nagulboomen naar een nauwkeurig „ ondersoek niet te decideeren zijnde zoodanig in dis„ „ put leggende boomen naar de aloude ordre van 1609: „ om te doen vellen 9: of Laastelijk de omvelling der boomen toebehooren„ Ten „„de aan voortvlugtige of verlaaters haarer Negorij zoo verseekere uw Hoog Edelens op den Eed bij het aan„ „vaarden van 't bestier deeser Provintie door mij gedaan „ dat aan alle hier vooren gemelde poincten of g'eerbie„ „digde beveelen naar den letter is en werd gehoor„ „saamt en dus hebbe ik van 't toevallig verbrande „ der Nagulboomen of 't stooken van vuuren etc=a geen „ notitie genoomen maar de berigte daar van op zijn „ beloop gelaaten en de Nagul beschrijvers met de ex„ „tirpateurs die Jaarlijx den opneem der Nagul planta„ „gien doen bij hunne instructies wel expresselijk g'in„ „terdiceert haar met de suijvering der boomen op te „houden ofte ook den inlander daar over te onderhou„ „ den, terwijl de continueele uijtroeijing der moeren of po„ „ longs met de Twee en drie Jaarige Telgen consteerd „ bij de desweegen beEedigde rapporten en alle nieuwe „ aanplantingen met kragt werd teegengaan gelijk dan „ ook van dat de Nagulen beginnen te rijpen tot den af„ „ geloopen inschuur geene passen strijdig de ordre zijn of „wonde verleend, dan wel aan deese of geene particu„ „liere geleegendheid gegeeven in't plukke der Nagulen „ te assisteeren: de Ten 43 rondsom Ceram is de Hongij met alle de corre corres en orembaijen van de nagul di„ „stricten verrigt. tot het op ruijmen der Castiels gragt en ande„ „ze werken. reeden waarom van de reijse wa Goram 't aandoen der Comptoire Manipa en Haroe„ „ko heeft afgesien moeten worden met kragt word tegengaande Cultivee„ „ring van Nagulboomen door particu„ „liere. reeden waarom de comptoiren Hila, Sa„ zijn van de Hongij Togt. De Hongij Togt is door mij met alle de corre corres En en orembaijen van onder de Nagul districten rondsom ceram verrigt en de tijd niet alleen van 't laast van ober„ tot 23: December uijtgerekt maar ook hebbe ik de corre cor„ somminge ore lorns volkerengqumplijerd„n ze volkeren tot 't laast van Jann: J: L: aan 't opruijmen 7 1/2 van de Casteels graft in het schoonmaken der beijde kerkhoo„ met 's Heeren wegen en andere noodige werken beesigten gehouden nademaal door onttuijmig weer en contrarie winden manipa en Haroeko niet heb kunnen aandoen daan bij op Saparoua door eene swaare krankte lan„ „ger dan naar gewoonte mijn moeten ophouden en om dee„ „se rheedenen ook van de rheijse naar Goram moeten afsien De Cultiveering van Nagulboomen bij particulieren werd met alle kragt tegen gegaan en aan geene dan de Datijhouders getollereert dat vertrouwe uw Hoog Edelens naader met niet min kragtige middelen ter verhinde„ „ring in 't plukken en bevordering van 't schieten tot polongs uijt de genoomene apparte besluijten van 21:' Febr: en 16: maart laastl: ten genoegen zal consteeren welke te gelijk aanduijden dat ik omtrend de verdere aanbevoolene mid„ „delen bij hier vooren aangehaalde 7: O: en 9: Art: niets onbesogt laat om aan het heijlsaam oogmerk te beant„ „woorden. uw Hoog Edelens op Hoogst derzelver gemaakte „paroua en Haroeko in 1776: gevcuseerd remarque omtrend het excuseeren van alle de corre con„ „res en orembaijen van onder Hila, Saparoua, Nussalaut en Haroeko in A„o 1776. tot 't bijwoonen der Hongij 't geen mits het Extra groot Nagul gewasch aanstoot heeft gegeeven, eerbiedig dienende moet ik in de eerste plaats plaats zoo ter wegneeming van alle verdenkingen als ten mijner suijvering bij brengen dat ik te dier tijd met de beveelen uwer Hoog Edelens tot het doen van de Hongij met alle de Corre Corres en orembaijen van onder de Nagul districten niet ben gemunieerd geweest ten anderen heb ik daar in de voorbeelden gevolgt van veele mijner predecesseuren blijkende bij de Hongij dagregisters 't zee„ „dert Twintig Jaaren herw=ds dat die Togt wel eens en meerma„ „len met nog minder zeijlen is verrigt en veeltijds zeer de„ „knopt afgelegt; Jaa ook enkelde keeren in 't geheel g'Excuseerd, vindende voorts de bij gebragte vloot van A„o 1768: bestaan hebbende uijt 56: zeijlen en bemandt met 2422: koppen buijten voorbeeld of vervolging, dus geen ordres daar om„ „trend voor mij gehad hebbende, en de nagelaatene memo„ „rie van den wel Edelen Gestr: Heer Raad ordinair Foo„ „kens onder verhandeling der Hongij zaaken dicteerende dat 't doen den Hongij alle Jaaren zoo stipt niet meer g'observeert en nu en dan naar tijds omstandigheijd wel eens een Jaartje overgeslaagen word vervolgens dat men op de versoeken van de Corre corre Hoofden en Negorijs volkeren om 't huijs te blijven naar evigentie van zaaken disponeerd, en die welke men zulx accordeert een equiva„ „lent werk of Htof dienst naar de aloude gebruijke oplegt terwijl zijn welEd: Gestr: verder door bijgebragte ree„ „denen zoo niet al beweerd ten minsten sterk in twijf„ „fel trekt dat het scheppen van alle de Corre corres van onder de Nagul districten weijnig of geen hinder„ „nis tot den moegst der Nagulen toebrengt zoo vermeene in hoope van gunstige welduijding niet anders of ver„ „der gedisponeert te hebben dan voormalige Gouver„ „neurs
English
43 45 governors, the reasons, however, that moved me to excuse the noted corres-corres were nonetheless weighty and were not least in pursuit of the Master's true interest, as well as in imitation of the just mentioned court services performed by the excused native, which I respectfully lay open to Your High Nobles, namely first: Concerning Hila, the imposed supply on the respective native settlements of a sufficient number of gun carriages, swallow-tailed timber, the making of the so highly necessary gun carriages instead of the improper ones, and a new gun carriage in stock. The raising and hewing of coral stones, the burning of lime and delivery of the necessary timber for the renovation of the military guardhouse and enlargement with a sergeant's room, furthermore the demanded total renovation of the three dilapidated residences for the clerk, sergeant, and surgeon, all that without the slightest expense to the Company, and for which a force of people has been kept continuously at labor, while the Regents besides were obliged to join the fleet with their vessels at Waijsarisa to also attend the general assembly, all of which has been fulfilled. Concerning those under Saparoua and Nussalauwt, partly on account of the small Hongi expedition carried out by Saparoua's Head with all the cruising orembaais, without example, as far as Ketfing in the spring of 1776; secondly, the prevailing sickness from which practically no house was spared; thirdly, the recommended prompt repair of the battered dwellings and warehouses with the delivery of the materials required for that purpose and the cutting of three sloop-loads of coral stones measuring 2½ and 1½ feet square for the service of the new Bastion Groningen, which have been delivered and, together with the aforementioned considerable repairs, incurred no costs to the Company, while, just as at Hila, the respective Regents were obliged to join the fleet at Waijsarisa with their orembaais, and consequently from there attend the expedition until my return to the main Castle. Those under Haroeko, in consideration of some Regents having lost their vessels the previous year in the Bay of Lingoma during the external Hongi carried out at that time, without having been reimbursed the established 50 Rixdollars for them; secondly, on account of the commissioned construction and rebuilding of the Chief's residence and the considerable delivery of the timber, masonry, and coral stones required for it, as well as masonry lime, free of cost to the Company, and to push this work through with vigor, for which a force of people is required, since Chief Treno and had to manage in a dilapidated gabba-gabba house; thirdly, in order to obtain a prompt fulfillment of a considerable quantity of overdue contingent lime on the successive assessments, for the timely fulfillment of which little care had been taken, and I had already been necessitated to correct some of the negligent and unwilling Regents along with various elders by means of detention in redoubt Zeelandia; lastly, it being Haroeko's turn to prepare everything early at the place of the assembly to be held, Waijsarisa, and to erect the lodgings. 47 45 will be held satisfactory. no effort spared. order given for the eradication of all clove trees which are found in pledged dussons and lands within this Bay. Thus, Chief Treno with his subordinate Regents, vessels, and people found no small amount of work there, and upon my arrival had to join the fleet just like the others, as well as follow the same on the further route after the conclusion of the aforementioned Land Assembly, as Your High Nobles will find affirmed, if it please you, in the arriving letters from Hila, Saparoua, and Haroeko dated 23 and 31 March last, transmitted in bundle No. 2 among the appendices of this letter, hoping that the same will be pleased to consider my aforementioned conduct well-done and be persuaded of my loyalty and attention in the strict observance of Your High Nobles' much-respected orders. For the reduction of the clove crops, I am constantly giving myself no rest in devising appropriate means to bring about a notable reduction in the clove crops, so that after a difficult inquiry I obtained knowledge that on various lands within this Bay belonging to Company servants, Citizens, Chinese, and native Amboinese, many clove trees were to be found which quasi vero bore the name of belonging under this or that dati of the native settlements Halong, Sooija, Kielang, and the Driehuijsen, and among them also pledged lands whose clove trees, however, did not fall under or were not included in the pledge, which nonetheless appeared quite suspect to me, and having taken into consideration the interdict against cultivating clove trees on lands belonging to private individuals and outside the delimited datis, as well as the ample expiration of the time stipulated by the last renewed edict for redemption, I judged with all confidence
Dutch transcription
43 45 „neurs, de reedenen egter die mij tot het excuseeren der genoteerde corre corres bewogen hebben zijn nogtans wig„ „tig en met min ter behertiging van s'meesters waaren intrest geweest mitsg„s in navolging van d' eeven aange„ „haalde Hofdienst door den verschoonde Inlander ver„ij „rigt werdende die ik uw Hoog Edelens eerbiedig openleggen en wel eerst Omtrend Hila de opgelegde besorging aan de resp: ha„ Negorijen van een toerijkend getal affuijten swalpenterk aanmaking van de zoo hoog noodige affuijten insteede van de onbequame en een nieuw Hel in voorraad Het opluijken en bekappen van kraatsteenen het bran„ i „de van kalk en levirantie van de benodigde houtwerken tot de vernieuwing van de militaire wagt en uijtlegging met „ een sergeants kaamer voorts de gedemandeerde geheele ver„ „nieuwing van de drie bouwvallige wooninge voor scriba, zergeant en chirurgijn, dat alles buijten de minsten kosten van de Comp: en waar toe aanhoudent een magt van volk i aan den arbeijd gehouden is terwijl de Regenten daar ne„ „vens verpligt zijn geweest met hunne vaartuijgen op waij„ „sarisa haar bij de vloot te vervoegen om teevens de sami„ „rij bij te woonen aan welk alle voldaan is geworden. Omtrend die van onder Paparoua en Nussalauwt eens„ „deels mits de gedaane kleene Hongij door Sapar onas Hoofd met alle de kruijs orembaijen buijten excempel tot op ketfing e„ in 't voorjaar 1776: ten andere de geheerst hebbende persies waar van ge„ „noegsaam geen huijs is verschoont geworden ten derden de aanbevolene spoedige vervaardiging van de ontramponeerde wooninge en pakhuijsen met de leverantie van .. van de daar toe benodigde materiaalen en het aankappen van drie Chaloups ladinge kraalsteenen van 2½ en 1½: v=t vierkant ten diensten van 't nieuwe Bastion Groningen die geleeverd zijn en met gem: aansienelijke reparatie geene kosten ten lasten van de Comp: hebben afgegeeven terwijl eeven als op Hiela de Regenten resp: met hunne orembaijen haar op waijsarisa bij de vloot hebben moeten vervoegen vervol„ „gens van daar de togt bijwoonen tot mijn te rug komst aan 't Hoofd Casteels. Die van onder Haroeko uijt aanmerking sommiger Re„ „genten het voorgaande Jaar bij de Bogt van Lingoma onder de te dier Tijd gedaane buijten Hongij hunne vaartuijgen verlooren hebben zonder daar voor de gestelde 50: Rijxd=s goedgedaan te zijn, ten anderen mits de opgedragene op en herbouw van de opperhoofds wooning en aansienelijke lever„ „rantie van de daar toe benoodigde houtwerken metsel en kraatstrenen mitsg„s metselkalk buijten lasten van de Comp: en om dit werk waar toe een magt van volk vereijscht word met kragt door te setten aangesien 't Hoofd Treno en een bouwvallig Gabba Gabba huijs zig moest behelpen Ten derde om een spoedige voldoening te erlange van een considerabele quantiteijd agterstallige contingente kalk, op de successive gedaane uijtschrijvingen tot welker vroegtijdige voldoening weijnig sorgdraagendheijd had plaats gehad en ik reeds genecessiteerd was geweest sommige der nalaatige en onwillige Regenten met deese en geene oudstens door een ar„ „rest in de redout Zeelandia te corrigeeren Laastelijk de tourbeurt aan Haroeko geleegen hebbende om vroegtijdig op de plaats der te houdene sanrij, waijsa, „risa, alles in gereedheijd te brengen en de logementen op te regten 47 45 „tisfactoir zullen gehouden worden. geen moeijte gespaard. ordre gesteld tot uijtroeiing van alle Wa„ en landerije binnen deesen Jnham gevonden worden regten heeft dus het Hoofd Treno met zijne onderhoo„E „rigen Regenten, vaartuijgen volkeren aldaar niet weijnig werk gevonden, en hun met mijn aankomst eeven als d'andere bij de vloot moeten voegen, mitsg„s na het afloopen der gem: Landvergadering deselve in de verdere route 2ij volgen zoo als uw Hoog Edelens des behaagenden 't een en ander g'affirmeert zal vinden bij de aankoomende brieven en van Hila, Saparoua en Haroeko onder dato 23:' en 31: maart a„ man hooft dat de bij gebragte rieden voor sa laastl: in de bundel N„o 2: onder de bijlaagen deeser overgaan,„k „de verhoopende dat Hoogst deselve mijne voorsz: handel„ „wijse voor welgedaan zullen gelieven te houde en gepersua„ „deert te zijn van mijne Trouwe en attentie in de stipte observantie uwer Hoog Edelens veel gerespecteerde be„ tot vormindering der Nagul gewasse word „ veelen, geevende mij steets geen rust ter uijtdenking van de gepaste middelen om een naamwaardige vermindering in de Nagul gewassen te weeg te brengen invoege dan ook naar eene moeijlijke informatie kennis bekome hebbe dat op dee„ „gulboomen welke in verpande doussongs „ se en geene Landerijen binnen deesen Jnham toebehoorende aan sComp„s dienaaren, Burgers, chineese en naturelle Am„ „boineesen veele Nagulboomen zoude te vinden zijn welke quasi vero de naam droegen onder deese en geene datijs van h de Negorijen Halong, Sooija, Kielang en de driehuijsen thuijs„ te hooren mitsg„s daar onder ook verpande Landerijen welker Nagulboomen egter onder de beleening niet sorteerde of begree„ „pen waren 't geen mij nogtans vrij suspect voor quam en daar„ bij in consideratie genomen hebbende het interdict teegens het cultiveeren van Nagulboomen op Landerijen aan particulie„ „re toebehoorende en buijten de gelimiteerde datijs als ook de„ ruijme expiratie van de bij het laast gerenoveert placcaat be„ „paalde tijd tot de inlossing, oordeelden ik dan ook met alle 12„ gerustheid
English
On the mountains of Perra, some hidden clove plantations were discovered and eradicated, allowing the extirpation of all such clove trees to be resolved upon with peace of mind, just as this was enacted upon my proposal by a separate resolution of 21 February last, and the faithful execution of that important work was entrusted to the bookkeepers Jacob Knop and Wijnand Johannes de Bourghelles, with explicit orders to pay no regard to this or that pretext that the clove trees on mortgaged lands are not included under the loan, just as occurred during the extirpation carried out on the lands of private individuals under the previous administration in the year 1772, which caused much hindrance to the commissioners. The aforementioned appointed commissioners, being engaged in this mission under the Halong district on a certain mountain, Gunung Pera, discovered three clove plantations with a considerable number of trees that had been hidden for many years. They gave me notice thereof, requesting further instructions on how they should conduct themselves in this regard. Upon this report, I proceeded thither, finding those fine groves according to the statement and after examination of the possessors or owners, the natives of Halong, Toepenalaij, Tupe, and an Oelitiela, who claimed that these had been inherited by them and that they had enjoyed the usufruct thereof for many years without those trees ever having been registered under the dati, and thus had also not participated in the village burdens, court, and lord's services in proportion to their possession, and, having always been restrained by the instigation of others from disclosing them to the commissioners for the clove registration, they subsequently begged for forgiveness and made known that they could bring nothing against the extirpation. The quantity of felled trees. Resolution taken for the eradication of all clove trees in the extinct datis. Whereupon this Mount Perra was also stripped of all the aforementioned clove trees, the full commission having been carried out by the aforesaid commissioners according to the order assigned to them on the 21st of this month, the clove trees eradicated by them amounting to no less than 39,082 pieces, or: 3,223 pieces of fruit-bearing, 12,720 half-grown, and 23,139 young genuine clove trees, of which the sworn report is transmitted herewith under No. 41, indicating at the same time the lands on which the eradication took place. At a second session on 16 March last, having deliberated on further suitable means for the reduction of the clove trees and crops, while on this occasion principally keeping an eye on such means as would cause the least offense to the common man and would at the same time relieve them of an obligation in labor, in order to prevent with certainty all too dreadful discontents and ruptures, which according to my proposal were described at large in the aforementioned resolution and fundamentally consist of proceeding to a general extirpation throughout all clove districts of such trees as are found: Firstly, in the so-called datis linjaps, or extinct and decayed datis, which could not be replenished due to the weakening of the population and were retained by the regents for themselves, to no small burden of their subordinates, who nevertheless had to tend these gardens, gather the fruits for their chief, and bring them to the scale without enjoying any reward for their labor; which advantage for the village chiefs also caused them to ensure that such datis appropriated by them were always declared during registration and surveying under this or that name of a head dati holder. As also of those which are found in mortgaged and not yet redeemed datis. Item, those which are cultivated by native women being married to Company servants or burghers. As well as those of the so-called latar cengkeh or village gardens. The trees in private gardens of those who belong to other villages shall likewise be felled. Secondly, in all mortgaged datis which have not yet been redeemed by the borrowers pursuant to the last renewed edict, regardless of the pretext that the clove trees are not subject to the mortgage, since this clearly consisted solely of an artifice to evade the penalty, as could clearly be deduced from the interest of the borrowers in the preservation of the clove trees standing on such lands or dusuns. Thirdly, in the dusuns pusaka, hereditary or inherited clove gardens found in or under the villages belonging to native women who are married to the Company's servants or burghers, and this on the foundation of the ancient native custom that the clove gardens descend in the male line, as well as the interdict against the cultivation of clove trees by private individuals. Fourthly, in the village gardens known to me under the name of latar cengkeh negeri, which for 15 and more years served only to make good the village burdens from the fruits, but have since been approached by the regents for their own profit, and in case of need for funds, such monies were subsequently collected per dati, in which respect those of Honimoa have committed the greatest abuse, serving only as a great burden to their subordinates. Fifthly, in the private gardens found and possessed by those who belong to and were born in other villages, so that each village, its chief, and people, with the cultivating of the clove trees within their
Dutch transcription
Op 't geberijte perra eenige schuijl gehouden, „ne Nagul plantagien ontdekt en uijtgeroeijd gerustheijd tot de Extrpatie van al zulke Nagulboomen te kunnen besluijten zoo als zulx bij apparte Resolutie van den 21:' Febr: laastl: op mijnen voordragt g'arresteerd en de ge„ „trouwe volvoering van dat aangeleegen werk aan de Boek„ „houders Jacob knop en Wijnand Johannes de Bourghel„ „les opgedraagen is geworden met expresse last geen reguard te slaan op deese en geene voorwendsels, dat de Nagulboo„ „men op verpande Landerijen onder de beleening niet be„ „greepen zijn gelijk als dit bij de in A„o 1772: onder 't voo„ „rig bestier gedaane Extripatie op de landerijen van parti„ „culiere veel verhindering aan de gecommitteerdens toe„ „gebragt heeft. Eevengem: benoemde gecommitteerdens beesig zijnde in deese haare commissie onder 't Halongse district op zeeker gebergte Goenong Pera drie 't zeedert lange Jaaren verborgene Nagul plantagien ontdekkende van een aansienelijke getal boomen gaven mij daar van kennis met versoek om nadere on„ „dres hoe sig daar omtrend soude hebben te gedragen op welk narigt mij na derw=dts hebbe begeeven bevinden„ „de die schoone bosschagien volgens de opgave en na exa„ „minatie van de besitters of eijgenaaren de Jnlanders van Malong, Toepenalaij, Tupe, en eenen oelitiela dat desel„ „re hun aanbesturven zoude zijn en daar van 't zeedert veele Jaaren 't vrugtgebruijk genooten te hebbe zonder dat die boomen immer onder de datijf beschreeven waren, dus ook in de Negorijs Lasten Hof en Heeren diensten na rato haarer besitting niet geparticipeerd en door instigatie van andere altoos weerhouden om daar van aan de gecom„ „mitteerdens tot de Nagul beschrijving opening te doen, waar over vervolgens om verschooning smeekte en te kenne gaave 47 49 de hoevelheijd der omgevelde boomen genoomen besluijt tot uijtroeijing van alle Nagul boomen in de uijtgestorvene datijs. gaane teegens de extirpatie niets te kunnen inbrengen et. mits welke dan ook deesen Berg Perra van alle gem: Na„ „gulboomen is ontblooden de volle commissie door voorsz: gecom„ „mitteerdens naar de hun opgedraagene last op den 21:' deeser volvoerd bedraagende de door hun uijtgeroeijde Nagulboomen een min„ men van 39082: stux ofte 3223: p„s vrugtdraagende 12720: „ halfwassene en 23139: „ Jonge egte Nagulboomen waar van 't be„ „eedigd rapport bij deesen onder N„o 41: overgaat aanwijsen„ „de tevens de landerijen waar op de uijtvoeijing geschied is Bij een Tweede sitting op den 16: Maart Jongstl: gebe„ „soigneert zijnde over nadere gepaste middelen ter dimin„ „nitie van de Nagulboomen en gewassen mitsg„s bij deese ge„ „leegendheijd wel principaal het oog gevestigd houdende op zulke middelen welke bij den gemeenen man min aanstoot kon„ „de leijden en die haar teevens een verpligting in den arbeijd sou„ „de kunnen toebrengen ten eijnde met seekerheijd alte te dugte„ „ne missnoegens en ruptuure voor te koomen welke naar mijnen voordragt breedvoerig bij voorm: Resolutie beschree„ „ven zijn en hoofdsakelijk uijtmaken, om te procedeeren tot een Generaale Extripatie over alle Nagul districten van sul„ „ke boomen welke gevonden werden, eerstelijk in de zoogmnaan, „de datijs linjaps of uijtgestorvene en verloopen batijs die door verswakking van volk niet weder vervult hebben kunnen worden mitsg„s door de Regenten aan zig behouden, tot geen ge„ „ring beswaar haarer ondergestelde die deese Thuijnen egter hebbe moeten gaade slaan, de vrugten voor haar Hoofd insaamelen en ter schaale brengen sonder eenige belooning voor haar ar„ „beijd te genieten welk voordeel voor de dorpshoofden haar dan ook als ook van die dewelke in verpande en nog niet ingeloste datijs gevonde worden item die dewelke gecustiveerd worden met Comp: dienaaren of Burgers getrouwd zijnde. gelijk mede die de Zogen: latar Tjenke of Negorijs Thuijnen de boomen die in particuliere thuijnen „den welke en andere negorijen thuijshooren zullen insgelijks omgeteld worden ook heeft doen sorgen dat zulke bij haar g'eijgende batijs altoos op deese en geene naame van Hoofd datij houders bij de beschrijving en opneem zijn bekend gesteld Ten Tweede in alle verpande datijt welke als nog navolgens 't laast gerenoveerd placcaat van de beleenders niet ingelost zijn onaangemerkt 't pretext dat de Nagulboomen onder het verband met sorteeren, terwijl dit alleen in een finesse lee„ „staat om de pane te ontwijken klaar afte leijden geweest uijt het belang den beleenders in 't behoud der op sulke landen of Doussongs staande Nagulboomen Ten derden in de Doussongs pousakas, Erf of aanbestur„ in de orf donbongs van inlandse vrouwen,„ mene Nagulthuijnen in dan wel onder de Negorijen gevonden wordende aan inlandse vrouwen gehoorende welke aan sComp„s dienaaren of Burgerijen gehuuwd zijn en zulx op fun„ „dament van de aloude inlandse gebruijke, dat de Nagul Thuij„ „nen in de mannelijke linnie vervallen mitsg„s 't interdict teegens het cultiveeren van Nagulboomen bij particuliere Ten vierden in de Negorijs Thuijnen mijn bekend gewor„ „den zijnde onder de naam van Latar Tjenke Negorij die voor 15: en meer Jaaren alleen gedient hebbe om uijt de vrugten de Negorijs lasten goed te maken dog 't seedert door de regen„ „ten tot eijgen voordeel genadert en bij benodigtheid van penn: vervolgens per datij zodanige gelden gecollecteerd waar om„ „trend die van Honimoa wel 't meeste misbruijk gemaakt hebben niet dan tot een groote last voor haare ondergestel„ „de Ten vijfden in de particuliere Thuijnen welke bij of door gevonden en door de sulke beseten wor„ de zulke gepossideert worden die in andere Negorijen thuijs„ „hooren en gebooren zijn op dat ieder dorp dies Hoofd en volk met het Cultieeren den Nagulboomen binnen hunne
English
51 with those concerning whose property a dispute is ongoing. they are renowned of the outcome of this extirpation will be. their boundaries remain where it is only their own that contributes to the court and lordly services as well as other burdens. Finally, in such dusuns which, after an exact resumption of the roll books, will be found to still truly be in dispute and concerning which, owing to the lack of good evidence, no definitive judgment has been rendered. All of which in my opinion will make up a considerable number of trees, and consequently it has also been resolved to proceed with the extirpation without, however, entrusting this important work according to previous customs to the ordinary extirpators, so that there have been appointed thereto under Hila the Junior Merchant Pieter van den Broek and the sworn scribe there Cornelis Hendrik van Capelle; at Saparua and Nusa Laut the Ensign Cornelis Geerenbeek and the Bookkeeper Hendrik van Wieringen; under Haruku the Ensign Jacob Christiaan Fetter and the scribe stationed there Hendrik Willem Jalm; under Larike the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle with the scribe Johannes Haak, the latter, however, on account of his indisposition, replaced by the Surgeon stationed there Temmen Wartenaar; subsequently under this Head Castle I have assigned the commission to two Bookkeepers, four sergeants, and two corporals, and provided all the aforementioned commissioners with clear instructions for their guidance and observance, as well as at the same time most earnestly enjoining them to pay attention to the number of trees in the datis to see if they exceed the latest fixed quota. A prolonged time being required for the accurate and faithful execution of the aforementioned extirpations, I nevertheless hope with the autumn advices to be able to give your High Nobilities a pleasant report of the execution, as well as by means of these late-dispatched commissions to have brought it about that the upcoming crop will turn out quite meager, and this in consideration of the fact that the tender clove tree, while budding, according to experience can bear no clamor or other violence within the woods, which causes the budding to sprout into young leaves instead of fruit, although regarding the obstruction of the harvest or picking I also believe to have devised the most essential means through the established orders for the respective negorij schoolmasters, that they, for whatever reasons, shall not be permitted to excuse any children from the schools, who usually, upon the ripening of the cloves, received the freedom to assist in the picking, whereas the adult native cannot venture into the crown of the trees onto the tender twigs that yield the most fruit without danger and left that to the children. The aforementioned orders, inserted into the cited separate resolution of 16 March, being at the same time judged most useful and beneficial for the youth to be better instructed in the fundamentals of the true religion and to make good use of their time for that purpose, I therefore also trust that they will carry your High Nobilities' honored approval, which I also solicit for the further decision taken on the aforementioned occasion to counter new planting without special orders, consisting of a sentence to the chain for five years for the common man who dares to do so, and demotion for the regents who tolerate it, wink at it, or conceal it, and that in consideration of the fact that despite the mere prohibition, the planting was nevertheless still continually practiced 53 and the respective regents according to their testimony are unable to oppose it, who then also proposed to me to establish a penalty against it. I most heartily wish that by the aforementioned provisional means the trees may not only be brought as quickly as possible to the fixed number, but also that the crops may diminish in such a manner that there is a prospect of being relieved of the excessive stock at last, assuring your High Nobilities once again in all sincerity that I leave no means unattempted to fulfill the true objective without ruptures to be feared, while I have never harbored any other feelings or sentiments within me than to watch over the interest of my high paymasters according to oath and duty, thus also always striving, setting aside all self-interest, to be allowed to retain the name of being a faithful servant, which is more precious to me than all perishable treasures, having already in the two most recent financial years supplied proofs to your High Nobilities' satisfaction in the considerable curtailment of burdens—contrary to the opinion of my predecessor that according to the dictum of his left-behind memorandum there could be no further bargaining down of the burdens—that I am actively working with all my capacities to respond to the trust which your High Nobilities have been pleased to place in my person, wherein I shall also in all other respects never be negligent in pursuing well-deserved praise, at least as far as human capacity allows and it pleases the Deity to bless my efforts. Praying for a favorable excuse for this elaboration, to which I have found myself compelled, I shall in continuation
Dutch transcription
51 met die over welkers eijgendom dis„ „put gerenomeert is. derselve beroemd zijn van den uijtslag deesen Extirpatie zal worden. hunne limieten blijven alwaar t' alleen het haare tot de Hof en Heeren diensten mitsg„s andere lasten contribueeren. Laastelijk in zulke Doussongs, welke na een evacte re„ „sumptie der Rolboeken sullen bevonde worden nog werkelijk in disput te leggen en waar over mits ontstentenis van goede bewijse „sen geen difitcitive uijtspraak gedaan is. Die alle naar mijn opinie een aanmerkelijk getal boomen zullen uijtmaken en mits dien ook g'arresteerd is de Extirpa„ „tie gevolg te laten neemen sonder egter dit aangeleegen werk naar voorige gebruijken aan de ordinaire Extirpateurs toe te welke persoonen tot de Extripatie betrouwen invoegen dan daar toe benoemd zijn onder Hila den onderkoopman Pieter van den Broek en den gesw: scri„ „ba aldaar Cornelis Hendrik van Capelle, te saparoua en Nussalaut den vendrig Cornelis Geerenbeek en den Boek„ „houder Hendrik van wieringen, onder Haroeko den ven„ „drig Jacob Christiaan Fetter en den aldaar bescheijdene scriba Hendrik Willem Jalm, onder Laricque den ondercoopman Bartholomeus van de walle met den scriba Johannes Haak deese nogtans door zyne indispo„ „sitie vervangen door den aldaar bescheijdene Chirurgijn Tem„ „men wartenaar, vervolgens hebbe ik onder dit Hoofd Casteel de commissie opgedraagen aan Twee Boekhouders vier zerge„ „anten en twee corporaals en alle gem: gecommitteerdens ter haarer narigt en observantie met duijdelijke Instructien voorsien mitsg„s deselve daar bij teevens ten ernstigste aanbe„ „voolen op 't getal boomen in de datijs attent te zijn of de„ „selve ook de laaste bepaaling surpasseeren. tot de accurate en getrouwe volvoering van gem: Extir„ bij de najaarse advisen verslagge daar patien een uijtgerekte tijd benoodigt zijnde wil ik nog„ „tans hoope met de najaarigen advisen uw Hoog Ede„ „lens de schoolmeester g'interdiceert vrij „gul insaam. reeden waarom. „gulboomen de kitting voor 5: Jaaren gestatueerd omtrend gemeene: en dimotie der Regenten die zulx oogluijkend toelaten. „lens van de Executie een aangenaam verslag te sullen kun„ „nen doen, mitsg„s door de dus laat gedecerneerde commissien te weeg gebragt te hebben dat het aanstaande gewas vrij so„ „ber zal uijtkoomen en zulx uijt aanmerking den toederen Nagulboom aan 't uijtbotten zijnde naar de ondervin„ „ding geen gejoel of ander geweld binnen de bosschen veelen kan dat 't setsel tot jonge blaaden insteede van vrugt doet uijtspruijten schoon ook omtrend de verhindering in den insaam of plukking meede 't essentieelste mis„ „del vermeene uijtgedagt te hebben door de gestatueer„ „de ordres voor de resp: Negorijs schoolmeesters dat de„ laten van schoolkinderen onder den na „selve om wat reedenen ook geene kinderen van de schoolen sullen ver„ „moogen excuseeren die meest al bij de rijpheijd der Nagulen de vrijheid kreegen om in 't plukken te assisteeren terwijl den vol„ „wassen inlander hun in de kruijn van 't geboomte op de teede„ „re Takjes die wel het meeste vrugt geeven niet sonder perij„ „cel kunnen wagen en dat voor de kinderen overlieten ge„ „melde ordres g'insereerd bij gewaagde apparte Resolutie van den 16: Maart dan ook te gelijk aller nuttigst en heijl„ „saam voor de Jengd g'oordeeldt zijnde om in de gronde van den waare Gods dienst beeter onderheijd te worden en de tijd haar daar toe ten mitte te maaken vertrouwe ik dus ook dat uw Hoog Edelens g'eerde goedkeuring sullen weg draagen 't geen meede solliciteere voor 't verdere genomen besluijt bij voorsz: tegens de nietwe aanplanting van Na geleegendheijd tot teegengang van nieuwe aanplantinge buij„ „ten spetiaale ordre, bestaande een verwijsing tot de ketting voor vijf Jaaren voor den gemeenen man die 't zig onderstaat en dimotie voor de Regenten die 't tollereeren, oogluijken„ „de passeeren of verswijgen en wel uijt aanmenking dat teegens 't bloote verbost de aanplanting egter nog continueel gepracti„ „seerd 53 men hooft dat die uijtgedagte midde„ „den. de grootste Eer, word gesteld in't beher„ „tigen van Smeesters intrest. bewijs daar van gegeeven in 't besnoe „ijing der lasten. „seerd is en de Regenten resp: volgens haare getuijgen is buijten staat zijn 't zelve teegen te kunnen gaan die mij dan ook voorgedraagen hebben om daar tegens een poenaliteit te statueeren Allerhertelijkst wensche ik dat door boven vermelde bij „len met zeegen bekroond zullen wor„ voorraad beraamde middelen 't geboomte niet alleen ten spoedig„ e „sten op het gefixeert getal mag gebragt werden maar ook de gewassen zoodanig verminderen dat 'er doorsigt is van den excessiven voorraad eens ontlast te werden uw Hoog Ede„ „lens andermaal in alle opregtheijd verseekerende dat ik gee„ „ne middele onbesogt late om buijten te dugtene ruptuure aan 't waare oogmerk te beantwoorden, terwijle er nimmera„ andere gevoelens of sentimenten bij mijn gehuijsvest hebbe in dan naar Eed en pligt voor 't intrest mijner hooge betaals Heeren te waaken, dus ook altoos met ter zeijde stelling van alle eijgen belang betragte de naam te moogen behouden van een getrouw minister te zijn die mij waardiger is dan alle vergankelijke schatten hebbende reets in de twee jongste boek„ „jaaren Uw Hoog Edelens tot genoegen in de aansienlij„„ ke besnoeijing der lasten, teegens de meening van mijn pre„ „decesseur dat er na het dictum van zijn E' nagelaatene me„ „morie op de lasten niet meer af te dingen zoude zijn, bewij„ „sen gesuppediteerd dat ik aan 't vertrouwe 't geen Hoog deselve in mijn persoon hebbe gelieven te stellen met alle ver„ „mogens werksaam ben te beantwoorden waar bij dan ook in allen anderen opsigten nimmer nalatig sal zijn een wel ver„ „diende Lof na te Jagen immers zoo verre 's menschen ver„ „mogen toelaat en 't de Godheijd behaagd mijne pooginge te zeegenen voor deese uijtbreijdinge waar toe mij genoodsaakt gevon„ „den hebbe een gunstige verschooning biddende sal ik ten ver„ „volge