VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3529

Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3529_1152 view scan ↗

English

Having nothing further to report, I have the honor to be with all deference and respect, was signed: Right Honourable Sir, lower: your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed: I=s G=n Englert. In the margin: In the encampment before Sandrabonij, the 9th of September 1778. Below stood: agrees, was signed: H=k B: Hodenpijl. 311 To the Right Honourable Sir: Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honourable Sir, With the arrival of the provision proa and the ship Asia, together with the Dompo envoys, I had the honor to receive your Right Honourable's much esteemed letters of the 21st of April and the 2nd of May past, and serving as a humble reply, I initially note regarding Salemparang that, notwithstanding that no answer was received to my letters sent long ago to the prince Gusti Kato Karang and to Gusti Made Karang Assang, nor was my emissary seen to return, or known where he had ended up or remained, I nevertheless, during my recent presence on Sumbawa, again sent new letters: one one to the king of Bali Gusti Moera Made Karang Assang, one to Gusti Sato Karang, and one to Gusti Made Karang Assang, thereby urgently requesting all of them to please send to me the two Christian women together with their children, also offering that in case the aforementioned women might have incurred any debts, I will pay the same; but also to send back at once my emissary Boemie Salankarang, in case he might still be there. However, yesterday, after this letter had already been prepared, the above-mentioned emissary arrived back here from Bali, bringing along a letter from the kings of Bali in Salemparang addressed to your Right Honourable, and two to me, which are forwarded herewith, in which the prince of Salamparang Gusti Katoe Karang makes known to me that he had sent the two Christian women back to the Macassars, and furthermore that they cannot send any auxiliary troops to the Honourable Company, caused partly by the heavy war they were waging against the Sultan Dewa Mangis, and partly that the Balinese are not accustomed accustomed to sailing the seas; nevertheless promising that in case the Honourable Company might need them on this opposite shore, they will assist them as faithful allies or provide auxiliary troops. Furthermore, requesting to be permitted to know who or what kind of kings they are who have rendered assistance to the Honourable Company's enemies on Macassar, declaring that they wish to correct such unfaithful allies in a sensible manner in case the Honourable Company desired to have this, or would also do so, under assurances that they will conduct themselves faithfully therein together with the Honourable Company. All of which assurances of sincere friendship will fully prove to your Right Honourable that they did not mean it from the heart, otherwise they ought to have fulfilled long ago what they had indeed promised to do, or given proof that they are truly well-disposed toward the Honourable Company. My above-mentioned emissary Boemie Salankarang has told me verbally that it is indeed true that they have sent the aforementioned Christian women back to the Macassars, 313 Macassars, but no sooner had they arrived near the bay of Sandrabonij than they learned that Goa had been conquered by the Honourable Company, wherefore they at once returned to Salamparang; the aforementioned emissary also declares that he himself saw the Christian women together with their children upon their return, and also spoke with them verbally. However, it is not mentioned in the letter from Gusti Kato Karang that those two women have returned again, nor is anything found mentioned concerning the two requisitioned iron cannon of Aschat, how the matter stands with them. Concerning the lands here belonging to Prince Craeng Sappannang, mentioned in my previous letter of the 28th of February past, which have fallen to the King of Bima, I have inquired as much as possible after the place, but until today I cannot find out where they are situated, but have indeed heard that the first minister of state of Bima, Radja Bitjaara, together with the Regent Iurelie Dongo, had the administration thereof, and also reportedly sent the revenues thereof annually to the aforementioned Craeng Sappannang. With the improvement of the post here and the construction of a stone house, work is currently being done on it, 315 done on it, and as soon as the work is finished, the masons will be sent back at once. While with regard to the realm of Sumbawa, it serves for communication to your Right Honourable that when I arrived in the roads there on the 16th of July last, the first minister of state, Neene Ranga, at once made known to me that Goa had been conquered by the Honourable Company, and that he, together with the fellow ministers of state Makal Samade and Daman Poenoe, were very rejoiced over this victory, for otherwise, had it fallen to the side of the Macassars, they would without doubt have been murdered by the king, at the same time sincerely assuring me that the king, who had already attributed the victory to the side of the Macassars, had firmly resolved to do away with all three of them at the first news. Furthermore, all the grandees of the realm, upon the request made expressly by me, came to me on the 24th following. I asked them all collectively whether they had anything to complain about me; they answered with

Dutch transcription

verders niets te berigten vallende hebbe ik de eere met alle eerbied en respect te zijn. /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaere Heer /: La„ „ger:/ u wel Edele groot Agtbaeren onder daenigen en gehoorsaemen dienaar /was geteekend:/ I=s G=n Englert /:in margine:/ In't Campement voor Sandrabonij den 9=' September 1778 /:onderstond:/ accordeert /was geteekend:/ H=k B: Hodenpijl. — 311 Aan den wel Edelen Agtbaere Heer: Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes. — Wel Edelen Agtbaare Heer. Met de komst van de provisie prauw, en het schip Asia mitsgaders met de Domponeese gesanten, heb ik de Eer gehad te ontfangen uwel Edele Agtb: veel g'agte letteren van den 21=e April en 2 Meij passato, en in needrige antwoord dienende, zo notere aan van kelijk ten opsigte van salemparang, dat niet tegenstaande op mijne voorlange Aan den vorst Gusti Kato karang, en aan guste Madekarang Assang, toegezondene brieven geen antwoord te ont„ „fangen nog mijne zendeling te rug zien, ofte we„ „ten waar of den zelven beland afgebleeven is, ik egter bij mijn Iongste aan weesen op sum „bawa weder op nieuwe brieven, hebbe gezonden een een aan den koning van bali gusti Moera Made karang Assang, een aan Gusti sato karang en een aan gusti Madekarang Assang, daar bij Instante„ „lijk versogt hebbende met allen om de twee Christe „nen vrouwen nevens haere kinderen aan mij te willen toe zenden, onder aanbiedinge teffens dat inge valle de voorm: vrouwen eenige schulden mogte ge„ maakt, hebben ik deselve zal betaalen maar ook om mijne zendeling Boemie sal ankarang in gevalle hij aldaar nog mogte weesen ten eersten weeder te rug te zenden, doch op gisteren na dat deese brief be„ „reeds ingereedheid was arriveerden hier den boven gemelde zendeling weeder van Balij te rug, meede brengende een brief van de koningen van Balij in salemparang aan uwel Edele Agtb: gerigt, en twee aan mijn, welke hier nevens overgaan, waar bij den vorst van salamparang Gusti katoe karang mij bekend makende dat hij de twee Chriestenen vrouwen weeder aan de Maccassaaren hadde te rug gezonden, wijders dat zij geen hulp troepen aan dE Comp: kunnen toe zenden veroorzaak eens deels door den swaaren oorlog die zij tegen den sulthan Dewa Mangis voerde, en ten anderen, dat de Baliers niet gewoon gewoon zijn ter zee te vaaren egter beloovende dat ingeval„ „le d' E: Comp: haar aan deese overwal mogte noo„ 7. „dig hebben zij als aan als getrouwe bondgenoo„ „ten zullen helpen bijstaen of hulp troepen ver „leenen. — voorts versoek. doende om te mogen weeten wie of wat voor koningen het zijn die s Comp: vijanden op Maccasser adsistentie hebben verleend, verklaerende dat zij de zodanige ontrouwe bondgenooten gevoe„ „liger wijse willen Corrigeeren ingevalle de E Comp: zulks begeerde te hebben, of meede quamen te doen„ onder betuigingen dat zij gezamentlijk daar in met D' E Comp: getrouwlijk zullen gedragen. - Alle welke betuijgingen van op regte vriendschap sal uw wel Edele Agtb: ten vollen Consteeren, dat zij het niet van harten meende, anders haddense voorlange al moeten nakamen het geen zij wel belooft hebben te wille doen, of blijken gegeven dat zij weezendlijk d E: Compagnie geneegen is. — Mijne boven gemelde sendering Bomie salankarang heeft mijn mondelings gezegt, dat het wel waar is dat zij de meer gemelde Christenen vrouwen na de maccas„ Jaaren 313 Iaaren hebbe te rug gezonden, doch deselve waeren zo dra met bij de bogt van sandrabonij gekomen of zij vernaamen dat goa van D'E: Comp: veroverd was over zulks zij ten eersten wederna salamparang zijn gekeerd, ook verklaard de heer vooren genoemde sendeling dat hij de Christenen vrouwen, nevens haare kinderen bij haare te rug keeren zelfs gesien ook met deselve mandelings te hebben geprooken, egter staat bij de brief van gusti kato karang met gemeld daff die twee vrouwen weeder zijn te rug gekomen, nog ook niet gemeld gevonden van de twee gerequireerde ijsere Canons„ van Aschat, hoedanig of het daar meede geleegen is. — Aangaande de Landerijen alhier van den Prins Crang sa„ pannang; bij mijn voorige brief van den 28 februarij passato gemeld die aan den koning van Bima ver„ vallen zijn heb ik zoo veel mogelijk na de plaatslaa„ „te verneemen, doch kan tot heeden met te weeten krijgen waar of te leggen maar wel gehoord dat den eersten Rijksbestierder van Bima Radja Bitjaara, nevens den Regent Iurelie Dongo, de administratie van gehad hadden, ook de Inkomsten daar van Jaarlijks aan voormelde Craeng sappanang zoude hebben toe gezonden. Met de verbeetering van de Post alhier, en het mae„ „ken van eene steene huijs, werd tegenwoordig er aangewerkt 315 aangewerkt, zullende zodra, het werk klaer zijn de Metselaaren, ten eersten weder te rug zeuden. — Terwijl met opzigt tot het Rijk van sumbawa, zo dient uw wel Ed: Agtb: ter Communicatie, dat ik op den 16=e Iulij Jongstleeden aldaar ter rheede ben g'arriveerd, heeft den eersten Rijks bestierden Neene Ranga, mij ten eersten laaste bekend maken dat goa van d'E Comp: veroverd was, en dat hij ne„ „vens den meede Rijksbestierders Makal samade, en Daman Poenoe, over deese overwinning zeer ver „blijd waeren want dat het andersints aan de zijde van de maccassaeren gevallen was zij lieden zonder twijf„ „fel van den koning zoude zijn vermoord gewou„ „den, mij teffens opregtelijk liet verzeekerende dat de koning die de overwinning aan d' zijde van d'mac„ Cassaeren bereeds toe geschreeven hadde, wast voor genomen heeft met de eerste tijding alle drie van kant te brengen. — voorts zijn de gesamentlijke Rijks grooten op de door mij Expres gedaane versoek op den 24 daar aan„ bij mijn gekomen, vroeg ik alle gezamentlijk of zij iets over mijn te klagen hadde, zij antwoorden van

NL-HaNA_1.04.02_3529_1158 view scan ↗

English

No, I continued, that I had complaints to lodge against all of them on many points: first, concerning their promises made in A=o 1772 in macCasser to the Honorable Governor, subsequently further confirmed in a=o 1775 by his envoys Makal Sammade and Damong poenoe to the well-mentioned Governor and promised to bring the king to macCasser to swear to the contracts, of which, however, nothing has come, so that at that time I urged again de novo in the strongest terms. Whereupon the assembled grandees of the realm unanimously declared that the king was afraid to travel by sea, a reason that has held him back, for which reason they all requested that the First Minister of the Realm, Neene Ranga c.s., might depart for macCasser for and on behalf of the king, which request I presented in person to the Honorable Governor in A=o p=o, which request His Honor was also pleased to grant favorably, all of which, however, was not complied with at all. Furthermore, I held up to them their punishable conduct by which they have transgressed against the commandment of the concluded contracts: first, with respect to Craeng Biladjie and Datoe Boesing, who have defected to the enemy, regarding whom, upon my warning given in the past year, they promised me by letter that they would never allow those two mentioned chiefs along with their followers to come upon the land of sumbawa, but would treat all of them as enemies of the Honorable Company and of themselves, which promises, however, proved to be to the contrary regarding Craeng Patene, who in the month of March passato returned with three vessels of the enemy, and was not only given lodging with a Damang, but the king even visited him personally on the vessel, subsequently, having provided him with the necessary provisions, sent him back again to the enemy; and it is not yet a month ago that they again sent a vessel from the village of Rheevolt laden with rice and paddy to Sandrabonij. Secondly, attacking the villages of the king of Dompo, Kawanko and Kempo, subsequently setting them on fire after a cessation of arms had been declared, and moreover taking away the village peoples, including the Bugis and freemen. To all of which aforesaid matters I requested the assembled grandees of the realm upon repeated questioning to give me an answer, so that I might be able to give the requisite notification to the Honorable Governor, and likewise requested that the stolen subjects of Dompo mentioned above be handed back to their king, over and besides three other persons who recently returned from the enemy, namely Intje Mochamma, Daing Mangaroeroe, and Poeanna Manrang, which last named, according to rumors, supposedly murdered the Chinese Keepende and Keebopeng; I requested that the same be handed over into the hands of the Honorable Company. The assembled grandees of the realm, unable to give any answer to all that I had asked, requested to have a postponement of four days, promising me that they would then give an answer to everything, so that I remained waiting until the 14th of this month, when I departed without receiving an answer. But on the 16th thereafter, when I lay at anchor at Nangamiro, the Panghulu of the Malays came to me, bringing with him a letter from the grandees of the realm, Nene Ranga, Makal samade, and Kalie Balla, which I transmit herewith, and from the contents of which Your Honor will see that they have given no satisfactory answer; only the first-named, Nene Ranga, has promised to come here in person to speak further with me and the grandees of the realm of Bima. Now concerning the person of the king of sumbawa, I cannot omit noting herewith that he has a great affection for the Macassars, and that he sent Craeng Billadjie to the enemy solely for these reasons, as well as on account of the affront that was done to his then envoy Datoe Boesing. The repeatedly mentioned Neene Ranga came to me quietly on a certain night, frankly declaring to me that the king is not at all inclined toward the Honorable Company, and also was intending to do harm to the Europeans, but that he had opposed it. During my presence on sumbawa, the envoy of the sultan of Banjermassing was with me several times; the same declared that he was sent by his king to bring as presents to those of sumbawa two dancing girls, together with some rough diamonds, furthermore to purchase horses for Rato Annon, with which he intends to depart again shortly. This envoy, who visits the king of sumbawa daily, is able to tell me that that monarch is no friend of the Honorable Company, nor of any of his grandees of the realm, and that the bitterness between him and his grandees of the realm stems solely from the fact that Nene Ranga seeks to live in friendship with the Honorable Company. Subsequently this envoy recounted that sumbawa's king frankly declared that he was not in the least afraid of the Honorable Company, further adding these words: my grandfather, the rebel of that time, Craeng Bontolankas, did not have by far as many men as I can bring together, and yet he dared to fight against the Honorable Company, whether

Dutch transcription

van Neen, vervolgden ik, dat ik over veele poincten teegens hun alle klagten in te brengen, hadde, Eerste„ „lijk over haare beloften die zij in A=o 1772. op mac„ Casser aan den wel Edele Agtb: Heer gouverneur gedaan hebben, vervolgens door desselfs gezanten Makal Sammade en Damong poenoe, in a„o 1775 bij den welmelden Heer gouverneur nader be„ vestigd en beloofd om den koning tot het beswee„ „ren der Contracten op maccasser te zullen brengen, dat egter niets van geworden is, invoegen ik te dier tijd te novo weder op 't kragtigste heb aangedron„ „gen, op het welke de gesamentlijke Rijksgrooten unanime hebben verklaarden, dat den koning bang was op zee te vaeren reedenen die hem heeft te rug gehouden, uijt welken hoofde zij alle versoekt doen „de, dat den Eersten Rijksbestierder Neene Ranga C: S: voor en van weegen den koning na maccasser mogte vertrekken het geen ik in A=o p=o persoonlijk bij den wel Edele Agtb: Heer gouverneur heb voor„ „gedragen, welke versoekt zijn wel Edele Agtb: ook gunstiglijk heeft gelieven te Accordeeren, al„ „le welke egter niets van nagekomen is geworden. — wijders, heb ik haarlieden voor oogen gehouden hunne staafwaardigen 317 strafwaardigen gedrag welke zij teegen het gebod der ge„ „maakte Contracten overtreeden hebben, Eerstelijk ten opsigten van Craeng Biladjie en Datoe Boesing die na de vijand zijn overgegaan, van dewelke zij op mijn gedaane waarschouwinge in den voorleeden Jaar mij bij een brief hebben belooft die twee gemelde hoofden nevens haaren aanhangers nimmer op het Land van sumbawa zoude laate komen maer alle deselve als sComp: en haaren vijanden te zullen handelen, welke toe zeggingen ergter Contrarie is gebleeken, omtrend Cuaeng Patene, die in de maand maart passato met drie vaartuijgen van den vijand te rug is komen, hem niet alleen bij eenen Damang huijsvesting gegeven maar den koning is zelfs per„ soonelijk bij hem op het vaartuijg geweest vervol „gens hem het noodige levens middelen voorzien heb„ „bende weeder naden vijand is te rug gesonden, en het is nog geen maand geleeden dat sij weeder een vaartuijg van de Negorij Rheevolt met rijst en padij gelaaden naar Sandrabonij hebbe gezonden. — Ten anderen de Negorijen van Domposkoning kawanko, en kempo te attacqueeren, vervolgens in in brand gestooken, na dat stilstand van wapenen geteclareerd was, en nog daar en boven de Negorijs volkeren weggenomen, tot de boegineesen, en vrij„ „lieden in Clusive; Alle welke voorschreeven ik de gezamentlijke Rijks„ grooten bij herhaalde vraagen verzogten mij antwoord te geven ten eijnde ik in staat kan zijn den wel Edele Agtb: Heer gouverneur de verEijschte kennisse te geven, mitsgaders versogt om het geroofde Dompos onderdaanen hier boven gemeld weeder aen haaren ko„ „ning over te leveren, buijten en behalven nog drie an„ dere persoonen die kartelings van den vijand zijn terug gekomen, namentlijk Intje Mochamma, Daing Mangaroeroe, en Poeanna Manrang, welke laas„ te volgens gerugten de Chineesen keepende en keebo„ „peng, zoude vermoord hebben deselve verzogte ik om in handen van D' E Comp: overgebleeverd te worden. De gesamentlijke Rijksgrooten, kunnen op alhet geen ik gevraagd hebben de geen antwoord geeven versogten zij vier daagen uijtstel te mogen hebben beloovende mij als dan van alles antwoord te zullen geven, in voegen ik heb blijve wagten tot den 319 den 14 deeser, wanneer ik zonder antwoord te krij„ gen ben vertrokken, dog op den 16 daar aan dat ik op Nangamiro voor anker Lag quam den Panhoe„ „loe der Maleijer bij mijn meede brengende een brief van de Rijksgrooten, Nene Ranga, Makal samade en kalie Balla, welke ik hier nevens over zende, en aan welkers inhoud uwe Edele Agtb: zal Consteeren, dat ze geen voldoende antwoord hebbe gegeven, alleenlijk heeft den eerst genoemde Nene Ranga beloofd in perzoon alhier te zullen komen om nader met mijn ende Rijks grooten van bima te spreken wat nu de persoon van den koning van sumbawa betreft kan ik niet afzijn hier bij te noteeren, dat hij een groote zugt heeft voor de macassaaren, en dat hij Crang Billadjie alleenlijk om deese reedenen na den vijand heeft gezonden, als ook om het affront die aan zijn doen maaligen afgesant Datoe Boesing aangedaan is geworden. — Den meermelde Neene Ranga is op een zeekere nagt bij mijn stilletjes gekomen, mij op regte„ „lijk verklaarde dat den koning gantsch niet geneegen is voor D E Comp: oak van zints ge„ weest om de Europeesen quaatte doen, doch dat hij daar in teegen geweest was. — Met mijn aanweesen op sumbawa de zende„ „ling van den sulthan van Banjermassing bij mijn verscheijde maalen geweest, den selven verklaard dat hij van zijn koning gezonden was om aan die van sumbawa tot present te brengen, te brengen, twee tandaks meijdens, nevens eenige ruwe Diamanten, voorts om paarven in te koopen voor Rato Annon waarmeede hij aan eerdaags weeder denk te vertrekken deesen zendeling die daagelijks bij den koning van sumbawa komt, weet mij te zeggen dat dien vorst geen vriend van d' E Comp:e is, nog ook met geen van zijne Rijksgrooten, en dat de verbittering tusschen hem en desselfs Rijks grooten alleenlijk spruijt, om dat Nene Ranga met d' E Comp: in vriendschap zoekt te leven, vervolgens verhaal„ „de deesen zendeling dat sumbawas koning rond bors„ „tig verklaerd heeft, dat hij voor D'E Comp: in het geringste niet bang was, voorts nog deese woorden bij gezegt; mijn groot vader den toenmaaligen Re„ bel Craeng Bontolankas, hadde inlang zo veel volk niet, als ik bij malkanderen kan brengen, en nog heeft hij tegen dE: Comp: durve vegten of

NL-HaNA_1.04.02_3529_1163 view scan ↗

English

or wage war against them, and my father, the late king of sumbawva, remained on the throne as king against the will and pleasure of the Honourable Company. Furthermore, that the Sumbawarese were said to have formed an alliance of friendship with a Balinese sultan, Dewa wagon. From all this, Your Right Honourable can be assured that this king will still cause trouble one way or another for the Honourable Company and the allies here. The Prince of Banjemassing, Pangerang Ahmat, with whom I have also spoken, declared to me that he would gladly return to his place of residence if he could obtain a pardon from the sultan of Banjer, complaining at the same time that he lives in poverty on sumbawa. Passing on herewith to the Kingdom of Dompo, it serves as an answer to Your Right Honourable that in case I had not sent the amount of the aforementioned 36 head of Sumbawarese subjects to the king of sumbawas, the surrender of the two conquered negorijen of Dompo would not have taken effect, but on the contrary the war would have proceeded further, in which case the enemies on macasser would certainly have been much encouraged, and therefore I thought it was good to settle it in this manner, as the outcome thereof has also shown. With regard to the Kingdom of Bima, nothing worthy of note having occurred, I cannot fail to report to Your Right Honourable that the first administrator of the realm, together with the grandees of the realm, have been with me, having come expressly to speak about some circumstances regarding sumbawa as mentioned hereinbefore; he testified that the present king of sumbawa cannot remain in that dignity because he does much harm to the Honourable Company and the other allies here, and will do more in the future if it is not vigorously provided against, which he hoped to bring about when the frequently mentioned Nene Ranga comes here to settle everything with him, subject to the favourable approval of Your Right Honourable. Lastly, it serves for Your Right Honourable's information that in the other realms, such as Tambora, sangar and Pekat, nothing of importance has occurred, everything being in good tranquillity. Wherewith I conclude this, having commended Your Right Honourable's precious person, together with the Company's weighty interests, to the protection of the Almighty, and I subscribe myself with all respect. Below stood: Right Honourable Sir Lower: Your Right Honourable's faithful and obedient servant, was signed, A LeCerf In the margin: Bima, in the Company's fortress, the 31st of August Anno 1778. Lower: agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. Translation of a Malay letter written by Gusti Moera Made karang Assang, Gusti Moera kanginan, Gusti Made karang Assangen, Gusti Katoet karang to the Right Honourable Lord Governor and Council, reading as follows: After the usual compliments, We make known to you that we have duly received your letter and have understood from it the actions of the Macassarese, who are ruining the country of Celebes and violating the contracts of the Company and Boni, without the slightest provocation having been given thereto, having committed hostilities of their own accord against you and Boni, whereby a great war has arisen, and that Your Honour therefore wished to settle that matter with haste, in order to prevent the whole country and people from being ruined, and especially also other countries, since it is certain that other countries could otherwise likewise suffer the same fate; we say in response that Your Honour's intention is thus right and true, to bring the country and people back into tranquillity and peace. Furthermore, the Governor says to us that we have now promised several times to live in friendship with the Company, which friendship you have now accepted; for that reason you request from us assistance of auxiliary troops, which we are well willing to dispatch as far as is within our power and capability, but we request Your Honour, in case we should lack vessels for the shipment of our aforementioned people, to order the Commandant at Bima to accommodate us therewith, since we do this from pure and sincere hearts to help the Company, in the trust that if similar misfortunes should befall us, which we pray may remain far from us, the Company will then also assist us with its power in like manner; while as regards our repeated promise to wish to live in friendship with the Company, we will certainly do so, since it accords with propriety thus to help one another, even though the former kings

Dutch transcription

321 of den oorlog aan doen, en mijn vader den overleden ko„ ning van sumbawva, is tegens wil en dank van dE Comp: als koning op den troon gebleeven. - voorts dat de sumbawareesen een aliantie van vriend „schap zoude gemaakt, hebben met een en balijsen sul„ than Dewa wagon. uijt dit alles kan uwel Edele Agtb: verzeekend zijn dat deese koning nog het eene of het ander keer werk zal geven aan d'E Comp: en de bondgenoten alhier Den Prins van Banjemassing Pangerang Ahmat met de welke ik almeede gesprooken, heb, verklaarde mijn dat hij gaarne weder na zijn woonplaats wilde te rugkeeren, ingevalle hij pardon van den sulthan van Banjerkonde verkrijgen klaagende teffens dat hij op sumbawa in Armoede leeve. — Hier meede overgaande tot het Rijk van Dompo, zo dienst uwel Edele Agtb: in antwoord, dat in gevalle ik, het bedragen van „ bewuste 36 koppen sumbawvareese on„ derdaanen met aan sum bawas koning hadde toege„ „zonden, de overgave van de twee veroverde Ne„ gorijen van Dompo geen gevolg zoude genoomen hebben, maar in teegendeel den oorlog verder zijn voortgang voortgang genoomen, in welke geval de vijanden op macasser, zeekerlijk veel zoude g'incorrageerd heb„ „ben, in daar om heb ik gedagt dat het goed was om het also te maken, gelijk ook de uijtkomst daar van gebleeken is.— Ten aanzien van het Rijk van Bima niets notee„ „ren waardig voorgevallen zijnde, kan ik niet af sijn uwel Edele Agtb: te melden, dat den eers„ „ten Rijksbestier der nevens aan de rijk grooten bij mijn zijn geweest, expres gekomen om over eenige Omstandigheeden als hier vooren gemeld van sum„ bawa te spreeken, denselven betuijgd, dat den te„ genswoordigen koning van sumbawa in die waar„ digheid met kan blijven vermits hij veel quaad doen aan d'E Comp ende overige Bondgenooten alhier, en nog in het vervolg zal doen, in dien niet kraagt daadig daar in voorsien worden, waar toe hij verhoopte, het te zullen bewerken als wan„ „neer den meergemelden Nene Ranga hier komt met den zelven van alles afte maken, zulks op de gunstige approbatie van uwel Edele Agtbaere. — Laastelijk dient uwel Edele Agtb: ter Communicatie dat bij de overige Rijken als Tambora, sangar„ en Tekat 323 en Pekat, niets van belang voorgevallen, zijnde alles in een goede Ruste. - waar meede deese besluijte na UWel Edele Agtb: dierbaare persoon nevens 's Comp:s swaar„ wigtige belangens. in de protectie des alder hoog „sten aanbevoolen hebbende, onderschrijve ik met alle eerbied. — /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaaren Heer /:Lager:/ uwel Edelen Agtbaaren Trouw „schuldige Dienaar /was geteekend/ A= LeCerf /in margine:/ Bima Jn sComp: vesting den 31 Augustus A=o 1778: /Lager:/ accordeert /was getee„ „kond /: H: B: Hodenpijl. — Translaat Maleijsche brief geschreven door Gusti„ Moera Made karang As„ „sang, Gusti Moera kangi„ „nan, Gusti Made karang Assangen Gusti Katoet karang aan de wel Edele Agt„ „baere Heer Gouverneur en Raad„ luijdende aldus Nagewoone Complimenten Maeken wij aan uld bekend dat wij uE brief zeer wel ontfangen en daar uijt verstaan hebben, de gedoen „tens der Macassaren, die 't Land Celebes bederven ende Contracten van de Comp: en Bonijschenden, zonder dat er eenige de minste aanleijding toegegeven is, als uijt haar selve vijandelijheden tegen uE en bonij, bedreeven hebbende, waar door een groote oorlog ontstaan, En dat uEd: dierhalven die zaak met 'er haast wilde afmae„ „ken, ten eijnde te verhoeden dat het gantsche Land en volk niet zoude bedorven worden en in sonder„ „heid ook andere Landen, dewijl het zeeker is, dat andere 325 andere Landen; ook andersints diergelijk tot meede zouden kunnen ondergaan; wij zeggen daar op dat uEd: mee„ „pinge also regt en waar is, om het Landen volk weeder in ruste en vrede te brengen. voorts zegd de Gouverneur tot ons, dat wij nu al fe scheij„ „de maalen beloofd hebben om met de Comp: en vriend„ schap te Leeven, en welke vriendschap nu g'accepteerd hebben, om die reeden versoeken uld ons assistentie van hulptroupen, die wij zo veel in onse vermogen en inschie„ „lijkheid geschieden kan wel willen laeten overgaen, dog wij versoeken uEd: bij aldien wij vaartuijgen mogten ontbreeken, ter afscheep van gem: ons volken aan den Commandant te Bima te gelasten ons daar E E meede te grieven na dien wij het uijt suijvere en opreg„ te harten doen om de Comp: te helpen, in vertrouwen dat wanneer ons diergelijk e ongelucken mogten overkomen /: die wij bidden dat dog verre van ons mogen blijven :/ de Comp: ons dan met haere magt ook zodanig zal bijstaan, ter wijl wat onse herhaalde belofte betreft„ om met de Comp: en vriendschap te willen leeven, wij voorsee „ker zullen doen na dien het met de betaemelijkheijd over een komt, om dus malkanderen te helpen schoon de voorige„ koningen

NL-HaNA_1.04.02_3529_1168 view scan ↗

English

kings from the very beginning have never assisted on the opposite shore, and we ourselves are facing enemies, yet we are very desirous of maintaining friendship with Your Honour and the Company, and therefore Your Honour must not be faint-hearted, thinking that we shall reduce our words mentioned in the letter to Your Honour, which the Commandant took with him when he visited us on Bali on behalf of the Company. Furthermore, please write to us how matters stand regarding the war against the King of Goa and who is assisting the King, so that we may know this, as we are very desirous of maintaining friendship with Your Honour. Finally, we tell Your Honour that the King of Goa has sent to us the 4 slaves and 60 loaves of Macassarese sugar, which slaves are said to be Dutch children whom they obtained during the surprise attack on the Company's lodge at Maros; we received the sugar, but returned the slaves, in order not to break our friendship with Your Honour and the Company, and although he has sent a request asking us not to admit the Company's people if they should come to us to buy rice and paddy, we have not wished to follow this at all, for our desire is to remain steadfast in our promises to Your Honour and the Company. Written in the land of Salemparang on the 12th day of the month of Rajab on Wednesday of the year 1192. Below stood: agrees. Was signed: Hendrik B. Hodenpijl. 327 Translation of a Malay letter: written by Gusti Katoet Karang, to the Lieutenant Commandant at Bima, Alexander van der Lecerf, reading as follows: After the usual compliments. I make known to Your Honour, my brother, that the reason why I could not allow Boemi Salangkana—whom Your Honour sent to Salemparang to deliver the letter containing the kings' reply to the letter of the Governor at Macasser—to depart earlier at Your Honour's request, but that he had to stay in Salemparang for so long, is that the King of Greater Bali found himself in difficulties, I was busy transporting the people to Greater Bali, and just upon my return, my mother happened to pass away. The horse that Your Honour sent to me as a sign of life, I have received very well, and in return I send Your Honour 200 tjatok of rice, 60 pieces of eggs, and 3 ducks, all as a token of friendship. Written in the land of Salemparang on Sunday the 15th of the month of Rajab in the year 1192. Below stood: agrees. Was signed: Hendrik B. Hodenpijl. Letter written by Gusti Moera Made Karang Assang, to the Lieutenant and Commandant at Bima, Alexander Lecerff, reading as follows: Translation of a Malay letter. After the usual preamble. Together with grandfather Gusti Moera Kanginan and all the grandees of the realm, I make known that we have duly received Your Honour's letter, in which Your Honour made known to us that the letter written by us to Your Honour upon the news that the Company at Macasser was in difficulties, in which we requested Your Honour to be informed of how matters of the war against the King of Goa stood, having been sent to the grandees at Macasser, was entirely to their satisfaction, just as if the sun and moon had fallen upon them, when they heard all our words contained therein to make contracts of fidelity with the Company in order to help one another and to live together in friendship and brotherhood, whereby three countries will become one, good for equal good, evil for equal 329 evil; we assure once more that the land of Bali and Salemparang is very inclined to live in friendship with the Company, so that the grandees can see that the words we have uttered are also truly in our hearts, and just as that matter concerns us, so it is also with the King of Karang Assang; what he has said can never change. Furthermore, that the letter of the grandees at Macasser, which Your Honour sent to us by the hands of Boemi Salangkana, serves as proof that the said grandees wish to live in friendship and brotherhood with us and at the same time help in all matters; and if we are so inclined, we can do as is stated in the letter of the grandees, in order to assist one another properly, and should we also encounter any difficulties, we shall, according to Your Honour's thoughts, be assisted in turn by the grandees. And since Your Honour, through the said Boemi Salangkana, has had the pass-tickets delivered to us for transporting our envoys and troops to Macasser to assist the Company, adding that in case vessels for this purpose should be lacking, we could tell Boemi Salangkana to hire them; concerning this we declare that although it has not been customary for the kings of Bali from the very beginning to help on the opposite shore, we would very gladly fulfill Your Honour's request and the will of the Company, but since we are currently facing the enemy ourselves on Bali, we therefore request Your Honour, our brother

Dutch transcription

koningen van den beginne af aannooijt aan de overwal g'assisteerd, hebben en wij zelve voorden vijanden staan„ egter zijn wij zeer begeerig om met uEd: en de Comp: vriend„ schap te houden en dierhalven moeten uEd niet kleijnmoedig zijn, dat wij onse woorden zullen verminderen welke in de brief aan uEd vermeld staan, die de Commandant meede genomen heeft, wanneer hij van wegen de Comp: bij ans op Balij is geweest. — wijders gelieft aan ons te schrijven hoedanig het met d'zaeken van den oorlog gesteld is, tegen de koning van goa en wie de koning assisteerd, op dat wij zulx weeten mogen, terwijl wij zeer begeerig zijn met uEd: vrindschap te houden. - Eindelijk zeggen wij aan uEd: dat de koning van Goa aan ons ge„ „sonden hebben de 4: slaeven en 60 bollen macassaarse zuijker, welke slaeven gezegt worden hollandsche kinderen te zijn, die zij gekreegen hebben, bij d' over rompeling van 's Comp: Logie te maros, wij de zuijker ontfangen, maar de slaven te rug gegee„ „ven hebben om daar door onse vriendschap met uEd: en de Comp: niet te verbreeken en schoon hij ons heeft Laiten versoeken om wanneer 's Comp: volk bij ons komen mogte, om rijst en padij te koopen, haar niet 't admitteeren, hebben wij zulks in 't geheel niet willen volgen, want ons wille is, omstandvastig te blijven bij onse belof„ „ten aan uEd: en de Compagnie. — geschreeven op 't Land salemparang op den 12=' dag van de maand Radjab op woensdag des Jaers 1192: /onderstond:/ accordeert /:was getekend/ H=k B: Hodenpijl. — 327 Translaat Maleijsche brief: geschreven door Gusti katoet karang, aan den Luitenant Commandant te Bima Ale„ van der Lecerf, luijdende, aldus: Nagewoone Complimenten. — Maeke ik uE: mij broeder bekend dat Boemie Salangkana, die uE: te salem panang gezonden heeft ter bestelling van de brief behelsende 't antwoord van de koningen op de brief van den Gouverneur te Macasser, de reden waarom ik hem op uE: versoek niet vroeger heb kunnen laeten vertrecken maar hij zolang op salempanang heeft moeten vertoeven is, dat de koning van groot Balij zig in moge„ „lijkheid bevonden ik bezig was met 't overvoeren van 't velk. naar groot Balij, en Juijst bij mijn terug kompt, mijn moe„ „der kwam te sterven. — Het Paard dat uE tot een teeken van Leven aan mij gesonden heeft, hebbe ik zeer wel ontfangen en zenden ik weder aan uE 200 tjatok rijst, 60 p:s eijeren, en 3. een d vogels maar allen tot een teken van vriendschap: — geschreeven op 't Land van Salemparang op sondag den 15„e van de maand Radjab in't Jaar 1192 /:onderstond/ accordeert /:was geteekend:/ H=k B: Hodinpijl: — - brief gescheven door gusti Moera Made karang Assang, aan den Luitenant en Comman„ dant te Bima Alexander Lecerff Luijdende aldus, Translaat Maleijsche Nagewoone voorreeden. Macke ik nevens groot vader Gusti Moera kangi„ „nan en alle de Rijksgrooten bekend; dat wij de brief van uE: wel ontfangen hebben, waar bij uE: ons heeft bekend gemaakt, dat den brief door ons aan uE: geschreeven op de tijding dat de Comp: te Ma„ „casser zig in mogelijk heid bevond waar bij w: uE hebbe versogt om ginformeerdte te worden, hoedanig de zaeken van den oorlog tegen de koning van goa gesteld waeren, aan de grooten te Macasser gesonden zijnde, deselve volkomen nagenoegen geweest was, gelijk als of de son en maan, op haar gevallen waaren, toen zij gehoord heb„ „ben alle onse woorden daar in vervat, om contracten van getrouwigheid met de Comp: te maken ten eijnde malkanderen te helpen en te saemen in vriend en broe„ derschap te Leeven waar door drie Landen zullen wor„ „den tot een, goed met gelijke goed, quaad met gelijke 329 quaad, wij versekeren nog maals't Land van balij en sa„ lemparang zeer genegen is, met de Comp: vriendschap te leven, op dat de grooten kunnen zien, dat de woorden die wij g'uijt hebben ook zodanig in onse harten zijn, en zo als ons die zaak aangaat, zodanig zijn also is het ook met de ko„ „ning van karang Assang gesteld, wat hij gezegt heeft zal nooijt kunnen veranderen. — voorts nog dat de brief van de grooten te macasser die uE inhanden van Boemie salankara ons gezonden heeft, tot een blijk verstrekt dat de gem: grooten in vrienden broederschap met ons willen leeven en teffens in alle zaeken helpen, en zo wij genegen zijn, kunnen wij zulx doen, als in de brief van de groten vermeld staan, ten eijnde malkanderen behoorlijk te helpen, en zo wanneer wij alle ook moeijelijk heden mogten ontmoeten, wij na uE gedagten, weeder geholpen zullen worden, door de grooten. En vermits uE: ons door gem: Boemie salangkara heeft laten overhandigen de pascedullen, ter overvoeren na macasser van onse zendelingen en troupen tot hulpe van de Comp=s met bijvoeging dat ingevalle vaartuijgen daar toe mog„ „ten ontbreeken wij aan Boemie salangkara zeggen konde omz te huuren, hier over betuijgen wij, dat schoon het bij de koningen van balij van den beginne af aan, geen gebruijk is geweest aan de overwal te helpen, wij zeer gaarne uE versoek en de wille van de Comp: souden voldoen, maar dewijl wij thans zelfs voor den vijand op Balij staan, zo versoeken wij dierhalven aan uE: onsen broeder

NL-HaNA_1.04.02_3529_1172 view scan ↗

English

brother and the Comp: for a postponement, and on such account we return the aforementioned passports to Boemie salangkara; concerning the matter of our well-disposed friendship with Your Honour and the Comp: Your Honour must not be faint-hearted about us, for we shall not change the words that we spoke to Your Honour when Your Honour was with us in balij on behalf of the Comp:. And as for the reason why we had Your Honour come here to balij, it is that we wish to charge Your Honour to present to the Comp: the request we have already made to Your Honour, regarding assistance in purchasing vessels on Iava and macasser, but for the present this cannot yet happen, while we currently find ourselves with possibilities, but when the west monsoon has passed, and no obstacle intervenes, we hope to see each other. In the meantime we request Your Honour our and brother once more to be informed, through Boemie salangkara and with a letter, how matters stand regarding the war against the king of goa, and who is assisting that king, so that we may know this, for we are very well-disposed to maintain friendship with Your Honour. Finally we notify Your Honour that the king of goa having sent to us 4 slaves along with 60 balls of Macassarese sugar, we accepted the latter but returned the former, because they are said to be Dutch children, so as not to break our friendship with the Comp: and Your Honour thereby, and although the king of goa has requested us that whenever the subjects of the Comp: come into our lands to purchase rice, we should not admit them, we are entirely indisposed to comply with this, because our will is to confirm the promise of our friendship with Your Honour and the Comp:. written in the land of Salemparang on the 11 of the month Radjab on Tuesday in the year 1192 /below was written:/ agreed: /was signed:/ H:k B: Hodenpijl. Translation of a Malay letter written by the Regent and grandees of sumbawa; to the Lieutenant and Commander at bima Alexander Lecerf; reading as follows. This letter is the answer of all the Sumbawarese Mantris to the question of the Commander, concerning the Domponese and free men. The custom of all of us, friends and allies on the opposite shore, calculated from sumbawa up to Bima, is that all who might come under the name of subjects, whether to sumbawa or elsewhere, cannot be pursued nor sent back, but under the name of free men there are three sorts here, namely one sort from sumbawa, the 2nd from Arou Kaijoe, and the 3rd from the Comp: or from Dompo, which we do not know for certain, who, when the village of the kampong was destroyed, came to us of their own accord, and whom we did not detain, but being inclined to return we cannot prevent them from doing so; from us some have also run away with three canoes or jokongs, namely: the clerk of Ampang with his wife and children and whole household, whom we did not pursue, but left to their choice to come back or not, because the custom is such, and therefore we thought that the Commander has already settled that matter, and furthermore the king of Dompo has also ruined our land and stolen both buffaloes and horses, to the number of more than 300 head, while many of our people have fallen, so we think that both sides have lost equally, for such is the way of war. However, regarding Poeana Mandong, Daing Manginroeroe and Jntje Mochamat, we will do as much as is possible to capture them and deliver them to Your Honour if they can only be found on sumbawa; Hene Ranga will soon go to bima to settle that matter, while there is no other who can be employed for that purpose. written in the land of Sumbawa on Friday evening the 20th of the month Radjab in the year 1192: /was signed:/ Neke Ranga, kaddie Bala and Hene Makalsamadien /lower/ agreed /was signed/ H:k B:s Hodenpijl. To the junior merchant Simon Monsieur Resident there. Honourable, Pious, Discreet. Your Honour's separate letter of the 8th of this month having reached me in good order yesterday, this serves only in reply that the varying reports which I receive from the Resident at Saleijer regarding the state of affairs there, leave me until now uncertain as to what measures it will be best to take to restore peace there once more, but that regarding this I will still await the answer to my latest letter to the same, with which after greetings I remain /:below was written:/ Your Honour's good friend /was signed:/ P:s G:t vander voort, /in the margin:/ macasser in Castle Rotterdam the 11th September A:o 1778: /below was written/ agreed /was signed:/ H:rn B:s Hodenpijl. To Major Iohan George Englert, Commanding the Army there Stern, Valiant, Discreet. The dispatching of the head interpreter to malewang on account of the received news that rebels showed themselves there again, as well as his recall, I approved; while I have given orders for a speedier delivery of medicines, this further serves for Your Honour's information that, since the Members of the Council have left the decision regarding Your Honour's requested discharge /although having nothing against it with retention of pay:/ to me, and I having in that regard already written to His High Honour, I cannot for the present yet enter into that; it not being my fault that Their High Honours have not provided us with their high orders to grant Your Honour such an allowance as Your Honour would

Dutch transcription

broeder en de Comp: om uijtstel, en over sulx geeven wij de voor melde pascedullen weeder over, aan Boemie salangkara; betreffende de zaake van onse genegene vriendschap met uE: en de Comp=e moet uE niet kleijn moedig over ons weesen, want wij zullen niet veranderen de woonden die wij aan uE gesegt hebben, toen uE bij ons s Comp: weegen te balij is geweest. En wat de reden aangaat waar om mij uE: hier op balij hebben laeten komen, is, dat wij uE: willen belasten, om ons bereeds gedaene versoek aan uE: de Comp: voor te dragen, wegens 't helpen in koopen van vaartuij„ „gen op Iava en macasser, dog voor tegenwoordig kan zulx nog niet geschieden, terwijl wij onsthans in mo„ gelijk heeden bevinden, maar als de west mousson over is, en er geen verhindering tusschen komt, hopen w' mal„ kanderen te zien. — In tusschen verzoeken wij aan uE ons en broeder nogmaals om g'informeerdte worden, door Boemie salangkara en met een brief, hoedanig de zaeken van den oorlog tegen den koning van goa gesteld sijn, en wie die koning assisteerd, dat op wij zulks wee„ „ten mogen, want wij zeer genegen sijn met uE: vriend schap te houden. Eijndelijk adverteeren wij uE: dat de koning van goa aen ons gezonden hebbende 4. slaven nevens 60: bollen macassaerse zuijker, wij het laatste g'accepteerd dog d' eerste te rug gegeeven hebben, wijl ze gezegt worden, hollandse kinde„ ren 33 „ren te zijn, om daar door onse vriendschap met de Comp: en uE: niet te verbreeken, en schoon de koning van goa ons versogt heeft, dat wanneer de onder„ „daanen van de Comp: in onse Landen komen, om lijst te koopen, wij die niet zouden admitteeren, zijn wij gantsch niet genegen zulks op te vol„ „gen om dat onsen willen is, om de belofte onser vriendschap met uE: ende Comp: te bevestigen. — geschreeven op 't Land van Salemparang den 11 der maand Radjab op dingsdag in 't Jaer 1192 /onder„ „stond:/ accordeert:/ was geteekend:/ H=k B: Hoden„ „pijl. — „ d Deeze brief is 't antwoord van alle de sumbawareese Man„ „tris op de vraag van den Commandant, over de Dom„ „poneesen en vrijelieden. — Het gebruijk van onsalle, vrienden en bondgenoten aan d' overwal, gereekend van sumbawa af, tot Bima toe, is, dat alle, die onder de naam van onder de naam van onderdaenen, zo te sumbawa of elders mogten komen, niet kunnen vervolgt nog te rug gesonden worden, dog onder de naam van vrijelieden zijn hier drie soorten, na„ mentlijk een soort van sumbawa, de 2=e van Arou Kaijoe, en de 3=de van de Comp: of van Dompo, 't geen wij niet zeeker weeten, de welke, wanneer de nego„ „rij kaampong verdestrueerd geworden is, uijt haar eijgen, bij ons gekomen zijn, en die wij niet aan „gehouden hebben, maar genegen zijnde, om weeder te keeren wij hun 't selve niet kunnen beletten van ons zijn ook eenige weggeloopen met drie kanos of Jo„ „kongs, te weten: de schrijven van Ampang met sijn vrouw en kinderen en geheele huijsgesien, de welke wij niet hebben nagezet, maar aan haeren Translaat Maleijsche brief geschreven door de Rijksbe„ stierder en grooten van sum „bawa; aan den Luitenant en Commandant te bima Alexander Lecerf; Luijdende, aldus. — keuze 332 333 keuse gelaten om te rug te komen of niet, wijl het gebruijk also is, en dierhalven hebben wij gedagt dat de Commandant die zaak bereeds heeft afgedaan, en ten anderen de koning van Dompo heeft ons land ook bedorven en zo wel buffels als paarden geroofd, ten getalle van meer dan 300. stux, terwijl veele onser volken zijn gesneuveld, dus denken wij dat aan weers„ =kanten gelijkelijk verlooren hebben, want also is de manier van den oorlog. Doggelijk Poeana Mandong, Daing Manginroeroe en Jntje Mochamat zullen wij zo veel doen als mogelijk is om haarlieden te vangen, en aan uE: over te geven zo ze maar op sumbawa te vinden zijn, Hene Ranga zal eerlange na bima gaan ter afdoening van die zaak, terwijl 'er geen ander is die daar toe kan g'emploijeerd worden. geschreeven op 't Land van Sumbawa op vrijdaga„ =vond den 20„e van d' maand Radjab in 't Jaar 1192: /was onderteekend:/ Neke Ranga, kaddie Bala en Hene Makalsamadien /lager/ accordeert / was geteekend/ H=k B„s Hodenpijl. — Aan den onderkoopman Simon Monsieur Resident aldaar. Eersame, vroome, Discreete. Gisteren mij wel geworden zijnde UE: apart schrijven van den 8„e deser dient daar op eenlijk in antwoord dat de varieerende berigten die ik van den Resident te Saleij„ er ontfange, wegens de gesteldheijd der zaken aldaar, mij tot nu toe in het onseekere laten welke maat regulen het beste te neemen zullen zijn om den vreede aldaar we„ =der te herstellen, dog dat ik daar omtrend als nog sal afwagten het antwoord op mijn laaste schrijerens aen den selven waarmeede na groete blijven /:onderstond:/ UE goede vriend /was geteekend:/ P„s G„t vander voort, / in margine:/ macas„ ser in 't Casteel Rotterdam den 11„e September A„o 1778: /onderstond)/accordeert /(was geteekend:/H=rn B„s Hodenpijl. — 335 Commandeerende het Leger aldaar Aan den Majoor Iohan George Englert, Erntfeste, Manhafte, Discreete. De afsending van den oppertolk na malewang mits de ontfangen tijding dat zig, aldaar weder rebellen vertoonden, zo wel als zijn terug ontbod, approbeerde terwijl ik tot een spoediger besorging van medi„ camenten ordre gesteld hebbe, zo dient desen verder tot uwEd: narigt dat, vermits de Leden van den Raad de dispositie omtrend uEd: versogt ontslag /schoon 'er niet tegen hebbende met behoud van gagi:/ aan mij gelaten en ik ten dien opzigte reets aan zijn Hoog Edelheijt geschreeven hebbende, voor het tegenwoordige daar in als nog niet tre„ =den kan; het mijne schuld niet zijnde dat Haar Hoog Edelheedens ons niet hebben gemuni„ =eert met haare hooge beveelen om UEd: zoda„ =nigen de froijement toe te voegen als UwEd:e zoude

NL-HaNA_1.04.02_3529_1178 view scan ↗

English

could satisfy, which, despite the fairest offers, we were not permitted to know in order to provide for provisionally and thereby prevent the cause of Your Honour's present complaints. Wherewith, after friendly greetings, I remain, below stood, Your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam, the 11 September 1778, below stood, agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. 337. To Major Iohan George Englert, Commanding the Army there Honourable, Valiant, Discreet Sir. Since the Sandrabonians, after the defective payment of that which they had undertaken to discharge for the first term in reduction of the war expenses agreed with them, not only show anew that they are as yet not truly in earnest to stand by their promise, but I have just reasons to suspect that they intend nothing other than to gain time in order, when our force shall have departed from there, to conspire again with the remaining rebels, I have indeed permitted the Datu of Sedeenring, in accordance with his proposal, to go inside once more in order de novo to confer with the King and grandees of the realm regarding their negligence and to admonish them earnestly to the fulfillment of their obligation, and likewise demanded this of the chief interpreter, who therefore departs thither with him, but charged the latter moreover to tell them that they shall have to begin immediately with the leveling of the walls, or that all further negotiation shall be cut off and we shall proceed again with attacking them, of which I therefore give Your Honour notice in expectation of a speedy report of what the success thereof will be, in order, if necessary, to be able to issue orders and arrange what is required, to the end of obtaining by means of arms that which one finds cannot be obtained by gentle means. Wherewith, after friendly greetings, I remain, below stood, Your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam, the 12 September 1778, below stood, agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. 339. To the Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast— Having nothing else to communicate than that yesterday evening two prisoners belonging one under Karaeng Biladje and the other under Mandelle were brought hither from Malewang by a sergeant and four Madurese, together with four muskets, which they captured on that occasion; hunger drives these roving enemies to go out plundering, on which occasions one is caught now and then. If one may believe these, then most of their followers have already dispersed; I shall at most have rice in stock for three more days, from the one hundred and six bags that were received on the 7th of this month. Nothing further remaining to report, taking the liberty, Right Honourable Sir, to be with deep respect, below stood, Right Honourable Sir, lower, your Right Honourable humble and obedient servant, was signed, J. G. Englert, in the margin, before Sandraboni, the 12th September 1778, lower, just before the closing of this, having the honour to receive a most esteemed letter of yesterday. Medicines have been received, though not what was needed, according to the statement of the assistant surgeon. To my greatest regret and grief, I learn at the same time that, despite a most humble petition, even with forfeited salary, I am being retained here; the reasons for this remain a riddle to me. Having now made every effort that could in any way serve my own preservation and welfare, I am nevertheless ready to obey the commands of my high masters and submit myself completely thereto, below stood, agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. 34. Right Honourable Sir. Today the soldier Nicolaas Joseph Malatout of Namur died at Baloelang. Yesterday departed for Macasser of the Madurese invalids: 1 ensign 1 sergeant 5 privates The envoys of Buton having made a request through their interpreter that they had nothing to live on, but that 12 rupees per month had been offered to them, thus amounting according to their calculation to not even four duiten per man per month. Having supplied them on several occasions, at their request, with a bag of rice, though after all I had no rice to supply for their people. Nothing further remaining to report, I am with all respect and deference, below stood, Right Honourable Sir, lower, your Right Honourable humble and obedient servant, was signed, J. G. Englert, in the margin, before Sandraboni, the 13th September 1778, lower, taking the liberty, provided

Dutch transcription

zoude kunnen Contenteeren, het geen wij in weer„ =wil van de billijkste aanbiedingen niet hebben mogen weten om 'er bij provisie in te voorsien en daar door de oorsaak van uEd: tegenwoordige klag„ waar meede na vriendelijke groete blijve /onder„ =stond:/ UE goede vriend /was geteekend:/ P„s G„s van der voort, /in margine/ Macasser Jn't Casteel Rotterdam den 11 September 1778 /onderstond:/ accordeert /:was geteekend:/ H:r B„s Hodenpijl: — =ten te verhoeden. 337. Aan den Majoor Iohan George Englert, Commandeerende het Leger aldaar Erntfeste, Manhafte, Discreete. Vermits de sandraboniers, zedert de gebreckelijke voldoening van het geene zij aangenomen hadden voor het eerste termijn, af te leggen, in mindering van de met hun g'accordeerde oorlogs kosten, niet allen op nieuw blijken toonen dat het hun als nog geen regte ernst is om hunne belofte gestand te doen, maer ik billijke redenen van vermoeden hebbe dat sij niet anders bedoelen dan tijd te winnen om wan„ =neer onse magt van daar sal weesen op gebroken met de overige rebellen weeder samen te spannen hebbe ik den Datou van sedeenring, Conform zijn voorstel, wel toegestaan om zig andermaal binnen te begeven ten eijnde den koning en Rijks„ =groten wegens hunne nalatigheijt de novo te onderhouden onderhouden en tot de nakoming van hunne ver„ =pligting ernstig aan te maanen, mitsgaders zulks insgelijks gedemandeert aan den oppertolk welke dier„ „halven met hem derwaarts vertrekt, maar den laast„ =gem: daar en boven gelast hun aante zeggen dat sij ogenblickelijk met het slegten der wallen zullen moeten beginnen of dat alle verdere onderhandeling afgesneden en door ons weder voort gevaren sal wor„ =den met hun te attacqueeren, waar van ik uEd: dier„ „halven kennisse geve in verwagting van een spoedig berigt wat het succes daar van zal zijn om des nodig ordre te kunnen stellen en het vereijschte te besorgen ten einde door middel van de wapenen te erlangen, het geene men ondervind dat door zagte middelen niet te obtineeren is. waar meede na vriendelijke groete blijve /onderstond/ uEd: goede vriend /was geteekend/ P: G: van der voort, /in margine/ Maccasser Jn't Casteel rotterdam den 12: September 1778 /onderstond/ accordeert / was ge„ =teikend/ H=n B„s Hodenpijl. — 339. Aan den wel Edelen groot Agtbaeren Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur deser Custe— Niets anders te bedeelen hebbende, als dat van Male„ =wang gisteren avond door een sergeanten vier Madureesen herwaarts gebragt zijn, twee gevangene behoorende den eene onder Craeng Biladje en den ander onder Mandelle benevens vier geweeden, die ze bij die gele„ =gendheijd buijtgemaakt hebben, den honger drijft deese swervende vijanden, om op den roof uijt te gaan, bij wel„ =ke gelegendheid nu in dan eene geknipt word. soo men dese geloven mag, dan is hun meeste aanhang bereets verlopen rijst zal ik op zijn hoogst nog voor drie dagen in voorraad hebben, van de een hondert en ses sak„ =ken, die op den 7„e deser ontfangen zijn. — verders niets te berigten vallende, name de vrijheid WelEdele groot Agtbaere Heer. met met diep ontzagh te zijn /onderstond:/ wel Edele groot Agtbaere Heer /:lager:/ uw wel Ed: groot Agtb: onderdaeni„ =ge en gehoorsame dienaar /was geteekend/ : G=s Englert /in margine:/ voor sandrabonij den 12„e September 1778 /lager / soeven voor het sluijten deses, dieere hebbende te ontfangen eene zeer gevenereerde missive van giste„ =ren. Medicamenten zijn ontfangen, dog niet het gee„ =ne benoodigt was, volgens opgeeve van den ondermeester„ Tot mijn grootste leetweesen en smert, vernieme ik teffans dat ik niet Jegenstaande op een ootmoedigst supplicq, Ia selfs. met afgeschreeven gagie, alhier word aangehouden; de reeden daar van, blijven voor mij een raadsel. Nu alles aangewend hebbende, dat tot mijn eijgen behoud en wel vaart eenigsints konstrekken, ben ik egter bereid om aan de beveelen van mijne hooge ge„ =bieders te gehoorsaemen en mij volkomen, daar aan te onderwerpen /onderstond / accordeert /was geteekend:/ B H=k B„s Modenpijl. — 34. Wel Edele Groot Agtbaere Heer. Heeden is te Baloelang overleden, den soldaet Nico„ =laas Ioseph Malatout van Nameur. — gisteren naar Maccasser vertrokken van d' Madureese Jnpotente. — 1. vendrig 1: sergeanten 5: gemeene De gezanten van Boeton door hun tolk doen verzoe„ =ken hebbende, als datse niet te leven hadden, dog dat aan hun gepresenteerd was rop„s 12: Jermaand; bedra„ =gende dus volgens hun reek: nog geene vier duijten p„r man smaands. Tot differente reisen, op hun versoek! een zak rijst verstrekt hebbende, nogthans vooral hun volk geen rijst hadde om te verstrekken verders niets te berigten vallende, ben ik met alle eer„ =bied en Respect. /onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heer /:lager:/ uw wel Ed: groot Agtb: onderdaenige en gehoorsaemen dienaar /was geteekend/ I=n G=t Englert /in margine:/ voor Pandrabonij den 13„e September 1778 /:lager:/ De vrijheid gebruijkende, mits

NL-HaNA_1.04.02_3529_1184 view scan ↗

English

by this means, as there was no opportunity yesterday to send off this report; to answer with all respect your Right Honourable, most respected missive dated the 12th of this month, which was just now delivered to me by the chief interpreter, having learned therefrom that the demand has still not been fulfilled by the Pandraboniers, and that Adatouang alongside the chief interpreter have been ordered anew to carry this matter into execution with the greatest speed. May I make known my thoughts under favourable interpretation! It is thus, that I maintain: as long as we are breathing down their necks here, they will not agree or proceed to any demolition of the walls, which I consider of null and void value, not even meriting to be regarded as a main article. Adatouang having let the chief interpreter depart alone, who yesterday waited in vain for him at Glissong or thereabouts, but as he did not show up, he continued his journey and just now arrived here alone. As soon as I have knowledge of their proceedings to which they are ordered, I shall not fail to report immediately, but with a humble plea that it might please your Right Honourable, in case the matter must be resumed de novo, to excuse me from having Captain Sundberg sent after me on this journey, from whom I have firmly resolved no longer to suffer the least impertinence nor slight. However discreet he may seem, to render no accountability to him, much less to allow myself to be commanded by him, or to allow the command to be completely withdrawn from me. Unless he were provided with an Instruction according to which he has to conduct himself. concordat, was signed, H:r B: Hodenpijl. Right Honourable Sir. Pursuant to the respected order received today, to give notice according to my ability with the greatest speed that the chief interpreter with Adatouang were in the city towards evening, by the first-named the orders with which he was charged were conveyed to the king and his grandees of the realm; they not only assented immediately to the proposal made, but declared themselves with their wives, children, and all that they had in the world to belong to the Company as property. Tomorrow morning they will begin to throw down the walls, and also to pay off the remaining monies as far as possible. To that end the repeatedly mentioned chief interpreter will enter again tomorrow to see for himself that they truly mean it. Meanwhile having nothing noteworthy to report, except that the rice is exhausted, and will hardly even suffice for tomorrow. Four invalids departed today after the closing of the others with this same vessel. I am with deep respect. Right Honourable Sir, your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed, I: G: Englert, in the margin, before Sandrabonij the 14th September 1778, concordat, was signed, H:k B:l Hodenpijl. To the Major Johan: George Englert Commanding the army there Strict, Valiant, Discreet. Having received report by the return of the chief interpreter Brugman and Datou se deenring that the throwing down of the walls of Pandrabonij has indeed begun, while the first-named has again received some slaves and cash in reduction of the accepted settlement of the war costs: thus I do not consider it necessary for our troops to remain there longer, the less so as at present one also has nothing to fear from the remaining rebels on that side, and therefore your Honour is authorized to break camp with all of the same except two companies of Madurese, and thus also with the artillery, and to return hither, for which the four patjallangs of the Company can be employed as well as the paduackangs which I have ordered the chief interpreter to procure to that end, and with which he himself will depart tomorrow to take up a post for the present on Baloesang with his people and the aforementioned two companies of Madurese until further orders, while the necessary ammunition can as well be delivered to the same as left behind, the rice that will not be needed for the return journey of the remaining troops, to save double trouble. Having caused the Butonese to be summoned back by their own interpreter, because they are of no use there anyway, it is up to them to come hither quickly in order to be provided with rice and subsistence money. Wherewith after friendly greetings I remain, your Honour's good friend, was signed, P: G van der Voort, in the margin, Macasser In the Castle Rotterdam the 22nd September 1778, concordat, was signed, H:k B: Hodenpijl. To the Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast— Right Honourable Sir. Having received yesterday by your Right Honourable's very venerated order the news so long desired by us all, to be allowed at last to leave this miserable camp site. The city gates in the principal part of the works already lie demolished, immediately orders were given to bring the cannon and mortars with their appurtenances to Baloezang, as also to the chaloups to hold themselves ready for the receipt of the same. Since I shall break camp from here tomorrow and leave this camp site. In which meantime the chief interpreter will probably show up to whom to [illegible] the Madurese

Dutch transcription

mits deses, also'er gisteren geene gelegendheid was om dit rapport af te zenden; uw wel Edel groot Agtb: zeer gerespecteerde van den 12: deser gedateerd en door den oppertolk mij so even ter hand gestelde missive, met alle eerbied te b'antwoorden daaruit vernomen hebbande, dat als nog aan den Eijsch door de Pandraboniers niet voldaan is, en dat Ada„ =touang benevens den oppertolk op nieuw gelast zijn, dese zaak ten spoedigsten ten uitvoer te bren„ =gen. mijne gedagten onder gunstig welduijden mogende te kennen geven! so is't, dat ik sustine =re! soo lange wij haar alhier op den hals zitten tot geen slegtinge der wallen /:die ik van nul en geender waarde agte, selfs niet eens meritteeren voor een hoofd articul aangemerkt te worden:/ zullen willen verstaan of overgaan. — Adatouang den oppertolk alleen hebbende laten vertrekken, die gisteren vergeefste glissong of daer omtrent naer hem is blijven wagten, dog niet komende opdagen, heeft hij zijn reis voortge„ =zet; en is soeven alleen alhier aangeland. sorad ik kennisse heb, van hun verrigtinge waer„ „toe 343 toe t' gelast zijn, zal ik in geen gebreeke blijven, van opstaende voet berigt te doen dog met ootmoe„ =dige bede, dat het uw wel Ed: groot Agtb: behagen mogte, ingevalle, de zaak de novo moest hervat wor„ =den, mij te verschoonen met den Capitain sund„ =berg voor de reis op den hals te zenden, van wien ik mij ernstig voorgenomen heb, geene de minste Jmpertinentien nog kleijn agtinge meer te zullen laten aandoen. hoe discreet hij ook schijnen mag„ aan hem geene verantwoording doen, veel minder door hem te laten Commandeeren, of zig geheel het Commando van mij te laten ontrekken. ten zij„ hij met eene Jnstructie voorzien wierde, waar na hij zig te gedragen hebben. /onderstond/ accordeert /:was geteekend/ H:r B: Ho„ =denpijl. Wel Edele groot Agtbaere Heer. Aan de gerespecteerde ordre heden ontfangen, naer mijn vermogen ten spoedigsten kennisse te geven, als dat den oppertolk met Adatouang Jegens den a„ =vond in de stad zijn geweest, door den eerstgenoemden aan den koning en desselfs Rijksgrooten de orders waar meede hij gelast was, overgebragt; zij stemden niet alleen terstond toe op de gedaene propositie, maar verklaarden haar met hun vrouwen, kinde„ ren, en al wat z' in de werldhadden, DE Compagnie was toebehoorende als een eijgendom. morgen vroeg zullen t' beginnen de wallen afte werpen, en ook aan de resteerende penningen so veel mogelijk vol„ „doen. ten dien eijnde zal den meermelden oppertolk morgen wederom binnen komen, om selfs te zien, datse het waarlijk meenen. ondertusschen niets dat meldenswaardig is, te berigten hebbende, eene„ =lijk dat den Rijst op is, en zelfs kwaalijk voor morgen 345. morgen zal toerijken. vier Jnpotente zijn heden naar het sluijten der anderen met dit zelfde vaartuijg. vertrocken, Ik ben met diep ontzagh. /onderstond:/ welEdele groot Agtbaere Heer /lager:/ uw wel Edele groot Agtb: onderdaenige en gehoorsaeme dienaar„ /was geteekend:/ I: G: Engtert, /:in margine:/ voor san„ =drabonij den 14„e September 1778: /onderstond/ ac„ =cordeert/was geteekend/ H:k B„l Hodenpijl. — Aan den Majoor Johan: George Englert Commandeerende het leger aldaar Erntfeste, Manhafte Discriete. Met de te rugkomst van den oppertolk Brugman, en Datou se deenring berigt bekomen hebbende dat de om verwerping van de wallen van Pandrabonij werkelijk begonnen is, terwijl den eerstgemelde we„ =der eenige slaven en Contanten in mindering van de aangenomene voldoening der oorlogs kosten ontfan„ =gen heeft: zo agte ik niet nodig dat onse troupen daar langer blijven, te minder men thans voor de overige rebellen ook aan die kant niets te vresen heeft en dierhalven werd uEd: gequalificeert om met alle deselver excepto twee Compagnie madu„ =reesen en dus ook met d'arthillerij op te breeken en herwaarts te keeren, waar toe de vier patjallangs van de Comp:e zo wel kunnen worden g'emploij„ =eert als de paduackangs die ik den oppertolk ge„ last hebbe ten dien eijnde, te bezorgen en waarmeede hij 347 hij morgen selfs sal vertrecken om met zij volk en de voorm: twee Compagnien madureesen voor eerst post te vatten op Baloesang tot nader ordre, terwijl aan denselven het nodige scherp zo wel kan afge„ =geren als gelaten worden, de rijst die 'er voor de te rug reijse van d'overige troupen niet sal nodig sijn, om dubbeled moeite te spaeren.— De Boutonders door hun eigen tolk hebbende doen te rug ontbieden, om dat 'z' dog van geen nut aldaer zijn, staat het aan haar om spoedig herwaarts te komen, ten eijnde van rijst en kostpenningen voorsien te worden. waar meede na vriendelijke groete blijve /:onder„ =stond/ uE goede vriend /was geteekend/ P: G van der voort, /in margine / Maccasser Jn 't Casteel Rotter„ =dam den 22„e September 1778 /onderstond/ accordeert /was geteekend:/ H„k B„ Hodenpijl. — Aan den wel Edele groot Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der voort, Gouverneur en Directeur deser Custe— Wel Edele groot Agtbaere Heer. Door uw wel Edele groot Agtb: zeer gevenereerde ordre ontfangen hebbende, van gisteaen, die door ons alle lang gewenschte tijdinge, om deeze elendi„ =ge leger plaats eins te mogen verlaten. De stads Poorten in het voornaemste der werken legt bereets om ver terstond is ordre gesteld om het geschut en mortieren met hun toe„ behoorender Baloezang te brengen, gelijk ook aan de Chialoupen omme zig tot den ont„ =fangst derselver gereed te houden. dewijl ik morgen van hier sal opbreeken en deese lager plaats verlaeten. in welke tusschen tijd, den oppertolk wel zal opdagen om aan hem de MMa„ dureesen

NL-HaNA_1.04.02_3529_1191 view scan ↗

English

dureesen destined to remain with him to maintain the post can be handed over, along with the remainder of rice. For the rest, the highly respected orders will be punctually followed. Having nothing of importance to report, I take the liberty to call myself with deep respect, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed Sir, lower, obediently, Your Right Honorable, Highly Esteemed humble servant, was signed, I=n G=l Englert, in the margin: In the Encampment before Pandrabonij, the 23rd of September 1778, lower, agrees, signed, H: B:s Hodenpijl. To the Right Honorable, Severe, Esteemed Sir Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc., etc., etc. Right Honorable, Severe, Esteemed Sir, After dispatching my last humble letter of the 17th of this month, there appeared the following day the regents of Bontobango, Glarang Ritanga, together with the anak Craengs and elders of the country, together making up around one hundred persons, all having come to me unarmed and also fallen down before the feet of the Honorable Company, and at the same time thanking for the undeserved favor, since the Honorable Company pleases to accept them all into mercy again, and as a token brought along the value of four hundred rds in textiles, in addition to an old male slave and a female slave, which I have taken into custody until further orders from Your Right Honorable, Severe, Esteemed Sir. Furthermore, after having commended Your Right Honorable, Severe, Esteemed Sir's precious person into God's gracious keeping, I call myself with all high esteem, below stood, Right Honorable, Severe, Esteemed Sir, lower, Your Right Honorable, Severe, Esteemed humble servant, was signed, Ian Hendrik Voll Junior, in the margin: Saleijer, the 26th of September Anno 1778, lower, agrees, was signed, H=k B:s Stodenpijl. To the Bookkeeper Ian Hendrik Voll, Junior, resident there. Honorable, pious. Just as I intended to answer Your Honor's letters of the 26th of August last and the 5th of this month, I received this afternoon Your Honor's further letter of the 26th thereafter, from which I learn with great joy that the Regentess of Bontobango along with Glarang Ritanga and many other anak Craengs had come into submission, and thus the entire uprising having come to an end, peace is restored; so that no relief of troops nor ammunition will be needed anymore, nor also rice for the maintenance of auxiliary troops, which I also could hardly have spared, since our supply is by no means large. However, having not yet received Your Honor's writing of the 17th preceding, cited in the said latest letter, I continue to look forward to it with desire, and in the meantime order Your Honor to send the textiles hither, along with the male slave and the female slave. While I let this serve to accompany the Saleyerese who performed service here but requested to return home, as has been granted to them except for six, who will be detained here a while longer for the present and in relief of whom, as well as for other services, I expect some others, wherewith I remain, below stood, Your Honor's good friend, was signed, P: G: van der voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam, the 28th of September 1778, below stood, agrees, was signed, H=k B:s Stodenpijl. To the Right Honorable, Severe, Esteemed Sir Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc., Anno, etc. Right Honorable, Severe, Esteemed Sir, On the 10th of this month Your Right Honorable, Severe, Esteemed Sir's much respected letter dated the 28th of the past month was handed to me via Boelecomba, so I shall let this serve as a subsequent reply thereto, that in my humble letter of the 17th of August last I did not report concerning the arrival of the Boelecomba clerk Welvaarten and Craeng Bira, while I was in the hope that they could all the better be reported to Your Right Honorable, Severe, Esteemed Sir as soon as possible concerning their actions, than I could report to Your Right Honorable, Severe, Esteemed Sir. And since this was done to Boelecomba's resident, the contents of which will presumably be mostly according to the conjecture and account of Craeng Biera, who seeks thereby to favor the practiced falsehood of the former Tanette regent, from which Your Right Honorable, Severe, Esteemed Sir had to conclude that the Bonto Bangors were not as averse to coming into submission as I mentioned, so I testify in all humility that from the beginning of these troubles, during the back-and-forth sending, both in private and on the Company's behalf, I could never discover that the Bonto Bangors showed any sincere inclination to come into submission, but rather, as is known to many, continually committed all hostilities, for which reason I was compelled to have the said place besieged, which under God's blessing, after the watering places were everywhere occupied for three days by Daeing Matata, Daeeng Manoejengang, the few Macassarese of Balotjie, Buginese, the regent of Boekit and Balla Boelo who took the most trouble for it, on the 15th of this month the pongauwa Glarang Iraaija, some anak Craengs and about forty commoners unarmed on behalf of the Regents and all those who are in their dalm administration, declared to me that they had come expressly to fall down before the feet of the Honorable Company and to request forgiveness for all committed misdeeds, promising

Dutch transcription

349 dureesen gedestineerd om bij hem te blijven post houden te kunnen overgeven, met den res„ =tand van rijst. — voor 't overige zal de zaer gerespecteerde ordre punctuelijk achter volgd worden Niets van belangte berigten hebbende naeme ik de vrijheid mij met diep ontzag te noemen /onder„ =stond/ WelEdele groot Agtbaere Heer /lager:/ „gen gehoorsaeme. uw wel Edele groot Agtb: onderdaenige dienaer /was geteekend/ I=n G=l Englert, /in margine:/ Jn't Campement voor Pandrabonij den 23„en Septem„ =ber 1778 /lager / accordeert /geteekend:/ H: B:s Hoden pijl: : AAan Den welEdele gestr: Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der voort, Gouverneur en Directeur, deser Custe Celebes &=a. &=a &=a Wel Edele Gestrenge, Agtbaeren Heer Na het afsenden mijne laaste onderdanige van den 17„e deser, verscheen des anderen daags de re„ genten van bontobango, glarang Ritanga, mitsgaders de anak Craengs en oude huijzen van 't Land, te saemen omtrend hondert Coppen uijtma„ =kende, alle ongewapend bij mij gekomen en al meede voor de voeten van d' Edele Comp:e nedergevallen, en teffens te bedanken voor de onverdiende gunst, nadien d' EComp:e hun, alle, weder in genade gelieve aante„ =neemen, en tot een taeken meede aangebragt de waarde 351 waarde van vierhondert rd„s aan kleeden, be„ neevens een oude mansslaaf en een slavin, 'tgeen ik tot nader ordre van uwel Edele gestrenge Agtb: hebbe in bewaering genomen. — overigens na u welEdele gestrenge Agtb: dier„ =baere persoon in de genadige hoede godes aanbe =volen te hebben mij met alle hoog agting noeme /onderstond:/ welEdele, gestrenge Agtb: Heer /:lager uw welEdele gestr: agtb: onderdaenigen Dienaer /was geteekend/ Ian Hendrik Voll Junior /in margine vr . Saleijer den 26„e September A„o 1778: /lager / accordeert/ was geteekend/ H=k B„s Stodenpijl:— Aan den Boekhouder Ian Hendrik voll, Junior resident aldaar Eersame, vroome. zo als ik meende te beantwoorden UE: brieven van den 26„' Augustus passato en 5„e deser ontfing ik de„ sen middag uE: nadere van den 26„' daar aan, waer uijt ik met veel blijdschap verneeme dat de Regentin„ =ne van Bonto bango nevens glarrang Ritanga en veel andere anak Craengs in submissie geko„ =men waaren en dus den geheelen opstand een einde genomen hebbende, de vreede hersteld is; zodat 'er geen secours van volk nog ammunitie meer sal nodig weesen. nog ook rijst tot onderhoud van hulp trouppen, die ik ook te naauwernood zoude heb„ =ben kunnen missen vermits onsen voorraad gantsche niet groot is. — UE: schrijvens bij gemelde laatste aangehaald van den 17„' bevorens egter nog niet ontfangen hebbende blijve 353 blijve ik het selve met verlangen te gemoed zien en gelaste UE: inmiddens de kleeden herwaarts te zen„ =den nevens de slaaf en de slavin. Terwijl ik deese laat dienen ten geleijde van de saleijeresen die hier dienst gedaan dog versogt hebben na huijs te keeren, gelijk hun toegestaan is behal„ =ven aan ses, die hier voor eerst nog wat zullen worden aangehouden en ter aflossing van dewelke zowel als tot andere dienste ik eenige andere verwagte waar meede blijve, /onderstond/ uE: goede vriend:/ was =geteekend / P: G: van der voort /in margine/ Macas„ ser in't Casteel Rotterdam den 28„e September 1778: /onderstond / accordeert /was geteekend:/ H=k B„ Stodenpijb: — Aan Den welEdele, gestrenge, Agtbaere Heer. Paulus Godofredus van der voort, Gouverneur en Directeur, deser Custe Celebes &„a A„o &„a Wel Edele Gestrenge, Agtbaeren Heer. Den 10„e deser is mij over Boelecomba ter hand gebragt uwel Edele gestrenge agtb: veel gerespecteerde de dato 28„ der Jongst gepasseerde maand, zo sal ik daarop dese in na„ „drig antwoord late diene, dat bij mijn onderdaanige van den 17„e aug„s J„o L: wegens de aankomst van den boelecom„ =bas scriba welvaarten Caaeng Bira niet hebbe gemelt. terwijl ik in dre hoope was datse bij de uwel Edele gestr: agtb: ten eerste van hunne verrigting, des te beter, als ik uwel Edele gestr: Agtb: sal kunne werde opgegeven. — En dewijl sulx aan boele Combas resident heeft gedaen welkers inhoud denkelijk meest volgens presumatie en opgave van Craeng biera sal weese, die daar door het gespractiseerde leugen van den gewesene tanets re„ =gent 357 =gent soeke te bevoordeelen, waar uijt uwel Edele gest: agtb: heeft diene te besluijten dat de bonto bangors niet so afkeerig sijn geweest om in submissie te komen als ik gewaagd, zo betuijge ik in alle onderdaanigheid dat met het begin van deese strubbeling, bij het over en weer senden, so in't particulier als Comp: weege nooit hebbe kun„ =ne ontdekken dat de bonto bangors, eenge opregte in Clinatie heeft laete blijke om in submissie te komen, maer wel, so als bij veele bekent is, algaande alle vijandelijkhe„ =dens gepleegt, om welk reede genootsaakt bengeweest deselve plaats te late belegeren, dewelke onder godes see„ =gen nadat de water plaatsen alomme drie dagen door Daeing Matata, Daeeng manoejengang, de weijnige macassaeren van balotjie, boegineesen, de re„ =gent van boekit en balla boelo die meeste moeite daar toe heeft gedaan, zijn beset geworden, op den 15: deser de pongauwa glarang iraaija, eenige anak Craengs en omtrent veertig gemeene ongewapentuijt naam van de Regenten en alle die geene die in haar dalm bewind bij mij betuijgende expres gekomen te zijn,(om voor de voeten van de Edele Comp:e neder te vallen en te versoeken, om vergiffenis van alle begaane boosheden, sullende

NL-HaNA_1.04.02_3529_1198 view scan ↗

English

and the regents and the other glarrangs will also appear further, which I have granted them in the name of Your Right Honourable, and at the same time ordered them to demolish all fortifications, which they accepted and departed again with great satisfaction, but concerning glarrangritanga, under favorable interpretation and until further orders from Your Right Honourable, I have also granted a pardon, as he might possibly cause some difficulties again because of his strong family following. Furthermore, while I now hope that it will be quiet here again, I pray Your Right Honourable for nothing else than the requested rice, or as much as Your Right Honourable shall be pleased to favor, as I have deprived myself thereof in order to satisfy everyone; I have never heard speak of the three Europeans, much less that anyone has seen them; for the rest, with all high respect, I sign myself, below stood, Right Honourable Valiant Sir, lower, Your Right Honourable's humble servant, was signed, Ian Hendrik Voll, Junior, in the margin, Saleijer the 17 September 1778, lower, P.S. Right Honourable Sir, the regents together with glarrang Ritanga are to come to me tomorrow. Below stood, agrees, was signed, Hnk Bnk Hodenpijl. 352 To the Bookkeeper Ian Hendrik Voll, Junior, Resident there. Honorable, Pious: The day after the dispatch of my last of the 28th ultimo, your earlier letter of the 17th prior came to hand, in reply to which I cannot fail to note that your position concerning the report to be made by the bookkeeper Welvaart and Craeng Biera to the Boelecomba Resident Monsieur, as if the same were aimed at exculpating or favoring the deposed Regent of Tanette, had made it so much the more necessary for me to inform myself of everything, but matters now having changed appearance so far for the better that one may hope for the complete restoration of tranquility as well as good order, I shall leave it at this. and the regents and the other glarrangs will also appear further, which I have granted them in the name of Your Right Honourable, and at the same time ordered them to demolish all fortifications, which they accepted and departed again with great satisfaction, but concerning glarrangritanga, under favorable interpretation and until further orders from Your Right Honourable, I have also granted a pardon, as he might possibly cause some difficulties again because of his strong family following. Furthermore, while I now hope that it will be quiet here again, I pray Your Right Honourable for nothing else than the requested rice, or as much as Your Right Honourable shall be pleased to favor, as I have deprived myself thereof in order to satisfy everyone; I have never heard speak of the three Europeans, much less that anyone has seen them; for the rest, with all high respect, I sign myself, below stood, Right Honourable Valiant Sir, lower, Your Right Honourable's humble servant, was signed, Ian Hendrik Voll, Junior, in the margin, Saleijer the 17 September 1778, lower, P.S. Right Honourable Sir, the regents together with glarrang Ritanga are to come to me tomorrow. Below stood, agrees, was signed, Hnk Bnk Hodenpijl. 357 To the Bookkeeper Ian Hendrik Voll, Junior, Resident there. Honorable, Pious: The day after the dispatch of my last of the 20th ultimo, your earlier letter of the 17th prior came to hand, in reply to which I cannot fail to note that your position concerning the report to be made by the bookkeeper Welvaart and Craeng Biera to the Boelecombas Resident Monsieur, as if the same were aimed at exculpating or favoring the deposed Regent of Tanette, had made it so much the more necessary for me to inform myself of everything, but matters now having changed appearance so far for the better that one may hope for the complete restoration of tranquility as well as good order, I shall leave it at this, leave it, in the expectation that you will further do your best in the one and the other, and at the same time endeavor to ensure that this year, according to custom, laborers are sent hither, while I meanwhile let this serve to accompany two lasts of rice, which is all that the vessel of Craeng Blotje can carry and with which you will have to manage; wherewith I remain, below stood, your friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam, the 4th of October 1778, below stood, agrees, was signed, Hn Br Hodenpijl. 359 To the Bookkeeper and Chief Interpreter Gerrit Brugman. Honorable, Pious: Taking satisfaction in the report that you have had given to me through glarrang Glissong, I am willing to consent to his proposal to withdraw to Tandrabonij or else Baloesang, but since I would not like to see that Datou Sedeenring also went there, it will therefore be pretended to him that such is also your intention. Meanwhile, I await the prisoners of war here, and in the future also a report on how matters stand at Sandrabonij. Wherewith I remain, below stood, your friend, was signed, P.s G.s van der Voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam, the 5th of October 1778, below stood, agrees, was signed, Hk Bs Hodenpijl.

Dutch transcription

sullende de regenten en de overige glarrangs mede na„ der verscheijnen, 't geen haar uijt naam van uwel Edele gestr: agtb: hebbe vergunt, en teffens g'ordonneert om alle sterktens afte breken, gelijk aannamen en met veel vergenoeging we„ der vertrokken, dog omtrent glarrangritanga, heb ik ondergunstig welduijding en tot nader ordre van u wel Edele gestr: agtb:r mede pardon vergunt, also om sijn sterke aanhang van famillen mogelijk weder eenige moeijelijkhedens kan veroorsaken. — voorts terwijl ik nu hoope dat alhier weder in rust sal we„ sen, bidde ik uwelEdele gestr: agtb: niet anders als om de versogte rijst, off so veel als uwel Edele gestr: agtb: sal gelieve te begunstigen also ik om een ieder te vol„ doen mijn eijge daar door hebbe ontrieft de drie Euro„ =peesen heb ik nooit van hoore spreeken veel min dat iemand deselve heeft gesien, overigens met alle hoogag„ =ting ondertoekene te weese, /onderstond/ wel Edele gestr: Agtbaen ren Heer /lager/ uwel Edele gestr: Agtb: onderdanigen dienaar /was geteekend/ Ian Hendrik voll, Junior /in margine/ Saleijer den 17 september 1778: /lager/ P: S: wel Edele gestr: agtb: Heer De regenten nevens glarrang Ritanga staat morgen bij mij te komen. — /onderstond/accordeert /was geteekend/ H„k B„k Hodenpijl. — 352 Aan den Boekhouder Ian Hendrik voll, Jurior Resident aldaar. — Eersame, Vroome: Daags na de depeche mijner laaste van den 28„e pass„o is mij uE: vroegeres van den 17„e bevorens ter handgeko„ men in b'antwoording van de welke ik niet voorbij kan aan te merken dat uE sustenu, wegens het te doene rapport van den boekhouder welvaart, en Craeng Biera, aan den Boelecombas resident Monsieur, als of het zelve daer zoude gerigt weesen, om den afgezetten Regent van Tanette te ontschuldigen of te b'voordeelen, zo veel te noodzakelijker hadde gemaakt om mij zelfs van alles 't informeeren, dan de zaken thans, zo verre van gedaante ten goede verandert zijnde, dat men de volkomen herstelling van de ruste zo wel als de goede ordre verhopen mag sal ik het hier bij laten sullende de regenten en de overige glarrangs mede na„ der verscheijnen, 't geen haar uijt naam van uwel Edele gestr: agtb: hebbe vergunt, en teffens g'ordonneert om alle sterktens afte breken, gelijk aannamen en met veel vergenoeging we„ der vertrokken, dog omtrent glarrangritanga, heb ik ondergunstig welduijding en tot nader ordre van u wel Edele gestr: agtb: mede pardon vergunt, also om sijn sterke aanhang van famillen mogelijk weder eenige moeijelijkhedens kan veroorsaken. — voortsterwijl ik nu hoope dat alhier weder in rust sal we„ sen, bidde ik uwelEdele gestr: agtb: niet anders als om de versogte rijst, off so veel als uwel Edele gestr: agtb: sal gelieve te begunstigen also ik om een ieder te vol„ doen mijn eijge daar door hebbe ontrieft de drie Euro„ =peesen heb ik nooit van hoore spreeken veel min dat iemand deselve heeft gesien, overigens met alle hoogag„ =ting onderteekens te weese, /onderstond/ welEdele gestr: Agtbaen ren Heer /lager / uwelEdele gestr: Agtb: onderdanigen dienaar /was geteekend/ Ian Hendrik voll, Junior /in margine/ Saleijer den 17 september 1778: /lager/ P: S: wel Edele gestr: agtb: Heer De regenten nevens glarrang Ritanga staat morgen bij mij te komen. — /onderstond/ accordeert /was geteekend:/ H„k B„r Hodenpijl. — 357 Aan den Boekhouder Ian Hendrik voll, Junior Resident aldaar. Eersame, Vroome: Daags na de depeche mijner laaste van den 20„e pass„o is mij uE: vroegeres van den 17„e bevorens ter handgeko„ =men in b'antwoording van de welke ik niet voor bij kan aan te merken dat uE sustenu, wegens het te doene rapport van den boekhouder welvaart, en Craeng Biera, aan den Boelecombas resident Monsieur, als of het zelve daer zoude gerigt weesen, om den afgezetten Regent van Tanette te ontschuldigen of te b'voordeelen, zo veel te noodzakelijker hadde gemaakt om mij zelfs van alles 't informeeren, dan de zaken thans, zo verre van gedaante ten goede verandert zijnde, dat men de volkomen herstelling van de ruste zo wel als de goede ordre verhopen mag sal ik het hier bij laten laten, in verwagting dat UE. tot het een en ander verder zijn best zal doen en teffens tragten te zor„ =gen dat'er. dit Iaar, na gewoonte, werk volk herwaarts gezonden worde, Terwijl ik deese in„ =middens laat dienen ten geleide van twee lasten rijst, dat alles is, wat het vaartuijg van Craeng Blotje laden kan en waar meede UE: het zal moe„ =ten tragten te stellen waar meede blijve /onderstond/ uE vriend, /was geteekend:/ P: G: van der voort / in mar„ =gine:/ Macasser Jn't Casteel rotterdam den 4„' 8ber: 1728: /onderstond/accordeert /was geteekend/ H=n B„r Hodenpijl 359 Aan den Boekhouder en Oppertolke Gerrit Brugman Eersame, vroome, Genoegen neemende in het berigt dat UE: mij door gla„ =rang glissong heeft laten geven wil ik wel consenteeren in desselfs voorstel om na Tandrabonij of wel Baloesang terug te trecken, dog vermits ik niet gaarne zoude sien dat Datou Sedeenring aldaar meede kwam, zal UE: hem dierhalven worden voor gewend dat zulks ook uE: intentie is. ondertusschen verwagte ik de krijgs gevangenen en hier en in 't vervolg ook berigt hoedanig het te sandrabonij gesteld is. — waar meede blijve /onderstond/ ul vriend / was geteekend/ P:s G:s van der voort, /in margine:/ Macasser Jn't Casteel Rotterdam den 5„e october 1778 / onderstond/ Accordeert/ was geteekend/ H=k B„s Hodenpijl. — -

NL-HaNA_1.04.02_3529_1204 view scan ↗

English

To the Honorable and Respected Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable and Respected Lord. My separate humble letter of the 31st of August last past, I hope that the same will have reached Your Honor; this letter serves to accompany some Bimanese auxiliary troops, and further serves for Your Honor's information that Gusti Made Karang Assang has informed me verbally through my emissary Boemie Salankarang that the king of Bali, Gusti Moera Made Karang Assang, has divided the land of Salamparang into two parts, given one half to his brother Gusti Gadde Noera Karang Assang and kept the other half for himself, which lands are now governed separately by those two kings; furthermore, that the Sasaks, among whom the aforementioned Gusti Made Karang Assang is the chief, have all complained that they must fare worse than slaves and can endure it no longer, wherefore they jointly request Your Honor to obtain help from the Honorable Company in order that they might be released from the yoke of the Balinese and may place themselves as allies under the protection of the Honorable Company, in such manner and on such footing as the other overseas rulers here, under simultaneous declarations that they are prepared to submit to such articles as the Honorable Company shall be pleased to set for them, even if it were that they would have to surrender half of the land of Salamparang to the Honorable Company in full ownership. Furthermore, Gusti Made Karang Assang, together with the other chiefs of the Sasaks, has let me know that if the Honorable Company is genuinely inclined to help them, such might be done with ships and shallops to oppose and chase back the auxiliary troops that will surely cross over from Greater Bali, while they will attack the Balinese who are on Salamparang, without the Europeans needing to come on land to help them, because they are indeed so strong that they can count one hundred Sasaks against one Balinese, and thus see a good chance of finishing it alone. Now, to place all these proposals on a good footing, Gusti Made Karang Assang has invited me to come to him at Teluk Dalam to speak with me verbally. Furthermore, it serves for Your Honor's information that Tjalla Bankoeloe has arrived on Salamparang again, with whom the Macassarese prince Craing Patene has spoken and requested him to come to Gowa to help the Macassarese, but that the aforementioned Tjalla Bankoeloe has completely refused him, Craeng Patene, saying that as a subject of the English, who are a friend of the Honorable Company, he is sooner obliged to help the Honorable Company than the Macassarese, besides and except that he is not at all inclined to undertake the slightest thing whatsoever against the Honorable Company, nor to cause damage to its subjects; these words he spoke publicly in the presence of my emissary Boemie Lalankarang. Lastly, it also serves for Your Honor's information that the Sumbawanese, according to my reports from there, are busy working to build a benting, which I think is surely happening out of fear of being attacked by the Balinese; whether they have something else in mind is hitherto unknown to me, but I shall make inquiry as best as possible and give Your Honor further report hereof. Wherewith having the honor to subscribe myself with all respect, was underwritten, Honorable and Respected Lord, lower, Your Honor's dutiful servant, was signed, A. Lecerf, in the margin, Bima, in the Company's fortress the 28th of September 178, underwritten, agrees, was signed: H. B. Hodenpijl. To the Military Lieutenant Alexander Sechreff, Commandant there. Valiant, Pious, Discreet. In order to answer what is necessary to your letters of the 27th of May and 31st of August past, I shall, with respect to Bali and Salamparang, merely remark that although you now also acknowledge that all the assurances and protestations given by the rulers to live with the Company in a faithful friendship are not truly meant, prudence nevertheless advises not to show them any signs of mistrust but to treat them kindly, in which manner it is done in the letter addressed to the same in reply to theirs to me and the Council, which is transmitted herewith for delivery, in which I hope I have urged anew the surrender of the four Christian women and children and likewise that of the two cannons of Aschat, just as you will likewise have to do, and for the future also send translations of the letters that you receive from them or write to the same. That you have not been able to find out where the lands on Bima are located that formerly belonged to the Macassarese prince Craeng Sapana and have now fallen to the king seems all the stranger to me, since the king and grandees of the realm surely need have no difficulty in disclosing the same if they wish to act in good faith with the Company, which will not take it from them, but would rather see everything that the Macassarese claim on the opposite coast in their hands, and therefore I still expect that further inquiry will be made into that or indeed that the reason and cause of their reticence in this matter will be stated. That with the improvement of the posts the construction of a stone house is being proceeded with, I consider as reported, but I still expect the mason back as soon as possible. With relation to Sumbawa, it has already long been a settled matter with me that in case the grandees of the realm

Dutch transcription

Aan Den welEdelen Agtbaeren Heer Paulus Godofredus van der Voort„ Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes. Wel Edelen Agtbaeren Heer. Mijne aparte neederige Letteren van den 31„' augustus I„o L: verhope dat deselve bij uwel Edele Agtb: zal geworden zijn, deese ten geleijde dienende van eenige bimaneese hulptroupen, en dient wijders uwel Ed: Agtb: ter Communicatie dat gusti Made karang Assang mij door mijne zendeling Boemie Salankarang mondeling heeft laeten weeten dat de koning van Balij gusti Moera Made karang Assang 't Land van Salamparang in twee paarten verdeelt heeft d' eene helfte aan zijn broeder gusti gadde Noe„ ra karang Assang gegeven en de andere helfte voor hem behouden, welke landen nu door die twee konin„ =gen ijder afsonderlijk geregeerd worden, voorts dat de sa„ sakkers 3 sakkers onder welke den voormelde gusti Madekarang Assang, het hoofd van is, alle geklaagd hebbende dat zij slimmer als slaeven moeten doen, niet langer kunnen =de uijthouden, weshalven zij gezamentlijk uwel Edele Agtb: versoekende om hulpe van D: E: Comp: te Er„ langen ten eijnde zij uijt het Jak van de Baliers mog„ =te worden ontslagen, en zig als de Bondgenoten on„ „der de beschermingen van DEComp„e moogen staen, zulks en op zodanigen voet als de andere overwalse vors„ ten alhier, onder betuijgingen teffens dat sij bereid zijnde te willen onderwerpen aan zodanige Articulen als sEComp: haar zullen gelieven te stellen, alwaare het ook dat zij de helfte van het Land van Salamparang aan D'E: Comp:e in vollen eijgendom zouden moeten overgeven wijders heeft Gusti Madekarang Assang, nevens de an„ =dere hoofden van de Sasakkers mij laate weeten; dat wanneer DE Comp„e weesentlijk geneegen is haar te hel„ =pen, zulks mogte geschieden met scheepen, en Chia„ =loupen om de hulptroupen die zeekerlijk van groot Balij zullen overkomen, deselve tegen te gaan en terug te sagen terwijl zij de baliers die op salamparang zijnde zullen attackeeren, zonder dat de Europeesen zig den Land Land behoeve te komen om haar te helpen, de wij zij wil so sterk zijnde dat sij hondert sasakkers tegens Een baliers kunne reekenen, en dus welkans ziende om het alleenig afte maken. om nu alle deese voorslagen op een goede voette bren„ =gen heeft gusti Madekarang Assang mij laete noodigen bij hem op te loe dalam te komen, om met mijn mondelings te spreeken, Alwijders dient uwel Edele Agtb: ter Communicatie dat Tjalla Bankoeloi weeder op Salemparang is aangekomen, met dewelke den Macassaersen prins Craing Patene gesproken heeft en versogt op goa te komen om de Macassaeren te helpen, doch dat voormelde Tjalla Bankoeloe hem Craeng Patene daar op finaal heeft afgeslagen seggende dat hij als een onderdaenen van de Engelsen die een vrien van DEComp:e is, eerder verpligt is D'EComp: te helpen als de Macassaeren, buijten en behalven dat hij in het geheel niet geneegen is om het geringste hoe „genaamd tegens DE Comp: te wille onderneemen nog derselver onderdaanen schade aan te doen dese worden heeft hij publick gezegt in presentie van mijn zende„ =ling Boemie Lalankarang Laastelijk dient teffens Uwel Edele Agtb: ter Communicatie dat de sumbawar„ =sen =sen na mijn ver vandaar aan het werken besig sijn„ =de om Een benting te maken, zulks denk ik, ge„ =schied zeekerlijk uijt vreese voor de Baliers van te sullen geattacqueerd worden, of sij nu wat anders in den zin hebben is mij dus verre nog onbekend, doch zal zo wel moogelijk 'er nalaate vernemen en uwel Edele Agtb: hier van nader berigt geven„ waarmeede de Eer hebbende mij met alle eerbied te onderschrijven /onderstond/ WelEdelen Agtbaeren Heer (lager/ uwel Edele Agtb: Trouwschuldige die„ =naar /was geteekend/ A„ Lecerf / in margine/ Bima In 's Comp„s vesting den 28„e September 178 /onderstond accordeert /was geteekend:/ H„k B„ Hodenpijl. — 363 Aan den Luitenant Militair Alexander Sechreff„ Commandant aldaar Manhafte vroome Discreete om het nodige t'antwoorden op UE: brieven van den 27„e Meij en 31„e Augustus passato, Zalik met opzigt, tot Balijen Salemparang maar aanmerken dat of schoon UE: nu ook erkend dat alle de gegevene ver„ zeekeringen en betuijgingen der vorsten om met de Compagnie in een getrouwe vriendschap te leven, niet regtgemeend zijn, de voorsigtigheid nogthans aanraad om hun geen blijken van mistrouwen te toonen maar hun vriendelijk te behandelen inwe„ =gen het zelve geschied bij den brief aan de zelve gerigt in antwoord van de hunne aan mij en den raad, welke hier nevens ter bestelling overgaat, waar bij ik hoop de overgave van de vier Christenen vrouwen en kinderen en zo meede op die van de twee Canons 365 Canons van Aschat de novo hebben aangedrongen gelijk UE: insgelijks zal moeten doen, en voor het ver„ volg teffens Translaaten van de brieven zenden die UE: van hun ontfangt of aan deselve schrijft. — Dat UE: niet heeft kunnen te weeten krijgen waar op Bima de Landerijen gelegen zijn die wel eer ander ma„ =cassaers Prins Craeng Sapana hebben gehoorden thans aan den koning vervallen waeren komt mij te vreemder voor, vermits de koningen Rijksgrooten immers geen swaerigheijd behouden te maken, om het selve te openbaeren, als zij ter goedertrouw met de Comp: willen handelen, die t' hun niet ontneemen maer alles, wat de Maccassaeren aan d' overwal zig toe eijgenen liever in hunne handen zien zal, en dir„ 1 halven verwagte ik als nog dat nader ondersoek daer na gedaen of wel de reeden en oorsaake opgegeven sal worden van hunne agterhoudentheijd in deesen. — Dat met de verbeetering van de posten het maken van eene steenen huijs word voortgevaeren houde ik voor bedeeld, dog verwagte als nog de Metselaar ten spoe„ =digsten te rug. Met retatie tot Sambauwa is het bij mij reets voorlange een uijtge„ =maakte zaak geweest, dat ingevalle d' Rijksgroo„ =ten

NL-HaNA_1.04.02_3529_1210 view scan ↗

English

If they truly meant as well with the Company as they profess, they would not have failed, in accordance with their repeatedly made declarations, to depose the king and place another on the throne, to which, on account of his bad, indeed hostile conduct maintained toward the Company, they were not only entitled but even obliged, the more so because they could fully rely on Her Noble assistance for that purpose. It goes without saying, therefore, that one cannot expect much good from these faithless allies; but since affairs here for the present, though in a much better state than before, do not permit bringing them to reason by force of arms, which would at the same time require the prior authorization of Their High Nobilities, Your Honour will for the time being need to keep a watchful eye on their doings, meanwhile continuing to urge the grandees of the realm to carry out their pretended intention to depose the king. That the surrender of the two villages of the realm of Dompo by the Sumbawarese would not have taken place if Your Honour had not paid the sum for the 36 heads in question to the king, Your Honour might well have brought forward in the first instance; nevertheless, we do not find that reason weighty enough to resile from our decision concerning the loaning of the money to the prince of Dompo, while the second reason Your Honour adduces—that the war would otherwise have continued and thus would have encouraged the Macassars here—is entirely beside the point, seeing that we have long since been so far masters of affairs here that there was nothing more to fear from them. It having been agreeable to me to learn of the tranquility in which the small realms of Tambora, Sangar, and Pekat still remained, I wish that it may be long lasting, and remain, after greetings, for the rest, Below stood: Your Honour's good friend Was signed: P: G: van der Voort In the margin: Macasser in Castle Rotterdam, the 15th of October 1778. Lower: Agrees Was signed: H:k B:n Hodenpijl. — To the kings of Bali and Salemparang, Gusti Moera Made Karang Assang, Gusti Moera Kanginang, Gusti Made Karang Assang, and Gusti Katoet Karang, After the customary preamble. Furthermore, we make known that Your Highnesses' letter of the 12th of the month of Rajab of the year 1192 has safely reached us, in which you declare your inclination to assist the Company against its enemies, the Macassars, who have so unjustly waged war against us. But since we, through God's blessing, have conquered their principal stronghold of Gowa and thus have no further need of help, but with our own force are well capable of subduing them further should they no longer seek peace, we thank Your Highnesses for this time for that offer, with the repeated assurance that the Company likewise will gladly let Your Highnesses experience the tokens of its friendship when the opportunity arises. Meanwhile, we must once again request Your Highnesses, as we have repeatedly caused to be done through Commandant Le Cerff, for the cannons of the ship that was wrecked near Pulau Sadapour, and further for the four Christian women and children whom the Macassars sent to Your Highnesses, and whom we know for certain have not returned here but are still in Your Highnesses' lands. Written at Macasser in Castle Rotterdam, the 30th of September 1778. Below stood: Agrees Was signed: H:k B:n Hodenpijl. To the Military Lieutenant Alexander Le Cerff, Commandant there, Valiant, pious, discreet. After my accompanying letter was prepared, having also received Your Honour's writing of the 28th of the past month, it serves in reply thereto that the division of Salemparang between the Balinese king Gusti Moera Made Karang Assang and his brother Gusti Gde Noera Karang Assang, according to my comprehension, ought to be regarded as an indifferent matter for the Company, so long as both those princes remain of one mind, whether one might in time enter into an alliance with them again, or whether affairs remain on the present footing that one treats them outwardly as friends, just as I ordered Your Honour in my aforementioned letter and to which I still persist, judging it also not advisable, for these reasons, to consent to the request of the Sasaks for the Company's assistance in order thereby to be able to shake off the yoke of the Balinese; for besides the fact that I cannot see how the Company would have any advantage to expect from this, to say nothing of getting reimbursed for the expenses that would arise from sending ships and vessels, it is not likely that Their High Nobilities will ever decide to establish a post there, which is nevertheless the only means from which profit might be expected if Salemparang, according to the promise, were half ceded and tolls etc. could then be collected there. Your Honour will therefore need to decline, on one pretext or another, the request of their head Gusti Made Karang Assang to come to Tallo Dalam, and in this matter not engage yourself any further with them. If one could rely on the word of Tjalla Bancahoeloe to Craeng Patene, that he is not inclined to undertake anything against the Company, that would certainly be a good thing; yet that he expressed himself so loudly in the presence of Your Honour's emissary seems remarkable, the more so since he would already have had report of the conquest of

Dutch transcription

=ten het zoo wel met de Comp:e meenden als zij voor =geeven, zij niet nagelaeten zouden hebben om den koning, over eenkomstig hun meermalen gedaan betuijgingen, afte zetten en een ander op den troon te plaatsen, waar toe zij, uijt hoofde van zijn slegt Ja vijandelijk gedrag omtrend de Comp: gehouden niet alleen geregtigt maar zelfs verpligt waeren te meer zij op haar Edele hulpe daartoe, volkomen zoude kunnen staat maken. Het spreekt dierhalven van zelve dat men niet veel goeds van deese trouwloo„ te bondgenooten heeft, maar dewijl de zaeken alhier voor als nog, schoon in en veel betere gesteldheijd dan voor heen, niet toe laeten hun door middel van de wa„ „penen tot reden te brengen, waar toe teffens alvorens qualificatie Hunner Hoog Edelhedens zoude ver„ =eijsschen, zo zal UE: op derselver gedoente vooreerst een wakend oog dienen te blijven houden, Jntusschen de Rijksgrooten als nog aanspoorende om haar pre„ =tense voorneemen ter afzetting van den koning ten uijtvoer te brengen. Dat de overgave der twee Negorijen van het rijk Dompo. door de sumbauwareesen geen gevolg zoude hebben 367 hebben genomen als UE: het bedragen van de bewuste 36: koppen aan den koning niet hadde voldaan, mogt uE: ter eerster instantie wel bij gebragt hebben, dog des niet te min vinden wij die reeden niet gewigtig ge„ noeg, om van ons besluijt wegens de ter leen geving van het geld aan Dompos voorst te resilieeren, terwijl de tweede reden die UE: bijbrengt dat den oorlog an =dersints voortgang genomen en zulks de Macassae„ =ren alhier zoude g'encourageert hebben, geheel buijten propoost is, gemerkt men lange bevoorens de zaeken alhier zo verre is meester geweest, dat men voor deselve niets meer behoefde te vreesen De ruste waarin de Rijksjes Tambora, Langaren Pekat nog waaren mij aangenaam geweest zijnde te vernemen, wensche ik dat die lange bestendig zal mogen zijn, en blijve voor het overige na groete. /onderstond/ uE goede vriend /was geteekend/ P: G: van der voort / in margine / macasser Jn 't Casteel Rotterdam den 15„e october 1778 /lager / accordeert / was geteekend:/ H=k B„ Hodenpijl. — Aan de koningen van Balijen Palemparang, gusti Moera Madeka„ =rang Assang, gusti Moera. Kanginang, gusti Made karang Assang, en gusti katoet karang, Na gewoone voorreden. Wijders maeken wij bekend dat ons uw: Hoogheedens brief van den 12„e der maand Radjab des Jaars 1192: wel geworden is, waar bij deselve haar genegentheijd betuijgen om de Compagnie tegen haare vijanden, de Macassaeren, die ons zo onregtveerdig den oorlog hebben aangedaan, te assisteeren Dan vermits wij, door godes zegen haere voornaamste sterkte goa overwonnen en dus geen hulpe meer nodig hebben maar met onse eijgene magt wel in staat sijn haar verder 't' onder te brengen, wanneer zijne geen vreede meer mogten tragten, zo bedanken wij uw Hoog he„ =dens voor dit maak voor die gedaene aanbieding met verhaalde versekering dat de Comp:e uw hooghedens insgelijks 369 insgelijks bij gelegentheijd de blijken haerer vriendschap gaarne zal doen ondervinden. Jntusschen moeten w: uw Hooghedens nog maals versoe„ „ken, zoo als wij meer maals door den Commandant Le„ =serff hebben laeten doen, om de Canons van het schip dat bij Poulo sadapour verongelukt is, en voorts om de vier Christenen vrouwen en kinderen die de Macassae„ =ren aan uw: Hooghedens gezonden hebben en wij zeeker wieten dat hier niet terug gekomen maar als nog in uw Hooghedens landen zijn. geschreeven te Maccasser Jn't Casteel Rotterdam den 30„e September 1778 /onderstond:/ Accordeert /was ge„ =teekend/ H=k B„ Hodenpijl. Aan den Luitenant Militair Alexander LeCerff, Commandant aldaar, Manhafte, vroome, Discreete. Na dat mijne hier nevens leggende in gereedheijd was ge„ =bragt, nog ontfangen hebbende UE schrijvens van den 28„' der voorleedene maand, diend daarop in antwoord, dat de verdeeling van Salemparang tusschen den Balijs koning gusti Moera Made karang Assang en zijnen broeder gusti gadde noerakarang Assang, na mijn begaip voor de Maatschappij als een overschillige zaak diend te worden aangemerkt, zo lange die beide vorsten eens gesint zullen blijven, het zij men in der tijd nog eens met hun in verbond mogte treeden dan wel dat de zaeken op den presenten voet blijven dat men hun voor het uijterlijke als vrienden behandeld, zo als ik UE: bij mij„ „ne opgemelde gelast hebbe en waar bij ik als nog pre„ =sisteeren, om reeden ook niet geraden ordeelende te be„ =willigen in het versoek der sasakkers om 's Compagnies hulpe 371 hulpe ten eijnde daar door het suk der Baliers te kun„ =nen afschudden; want behalven dat ik niet zien kan hoe de Compagnie daar van eenig voor deel zoude te wagten hebben geswijge de onkosten betaald te krij„ =gen die 'er zouden ontstaan door het zenden van scheepen en vaartuijgen, zo is het niet apparent dat Haar Hoog Edelhedens immer zullen besluijten aldaer post te vatten, het eenigste middel nogthans waar„ uijt profijt zoude te wagten zijn, als salemparang na de toezegging, voor de helft afgestaan en als dan aldaar tollen en z: konden geven worden UE zal dierhalven het aansoek van hun hoofd gusti Ma„ =de karang Assang om op Tello dallam te komen al„ =weeder op het een of ander pretext dienen te ontleggen en zig in desen met hun oversulks niet verder ingageren Als men op het zeggen van Tjalla Bancahoeloe tegen Craeng Patene staat konde maeken, dat hij niet ge„ =sint is iets tegen de Comp:e te onderneemen zoude zulks zieker een goede zaak zijn, dog dat hij zig zo„ =danig overluijden wel in presentie van ul: sendeling heeft uijtgelaeten, komt remarcabel voor te meer hij reets berigt za gehad hebben van d' overwinning van

NL-HaNA_1.04.02_3529_1216 view scan ↗

English

of Goa and it is all too well known what he has previously done; and therefore you will do well not to trust him, but to keep a watchful eye on him, and also especially regarding what is going on outside Sumbawa, while I shall await the promised investigation and report concerning the purpose for which a benting has been erected there. Meanwhile, after greetings, I remain beneath, Your good friend, was signed, P: G: van der Voort in the margin, Macasser In the Castle Rotterdam the 16th of October 1778: lower, agrees was signed, H: Bs Hodenpijl: 123 eli a Valon

Dutch transcription

van goa en het maar alte bekend is wat hij voor„ tijds heeft uitgevoerd; en dierhalven zal UE: wel doen hem niet te vertrouwen, maar een wakend oog op hem te houden, en ook insonderheijd omtrend het geen exte sumbauwa omgaat terwijl ik het toegezigde ondersoek en berigt zal verwagten van het oogmerk waarom aldaar een benting is opgeworpen. — Terwijl ik in middens na groete blijve /onderstond/ ut goede vriend, /was ge„ teekend/ P: G: van der voort /in margine/ Maccas„ ser Jn 't Casteel Rotterdam den 16„' october 1778: /lager / accordeer /was geteekend:/ H„ B„s Hodenpijl: — 123 eli a Valon

← previous