Inventory 3529
Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
troops, to detach them thither by land, just as five two-pounder pieces of cannon and the necessary shot will be sent by sea with a native vessel in order to blockade that place as best as can be done, without however committing any hostilities against the same, outside of orders, while I shall first await a brief report of the situation thereof and of what your Honour shall think will be further required in order, if demanded, to be able to capture the same with the prospect of no less fortunate success than Goa. With some native vessels shall be sent five lasts of rice, some arrack, dried fish, salt, tamarind and sugar for the use of the troops, besides which your Honour should take along four to six barrels of cartridges from one of the posts on Goa, and likewise also some arrack and water, for which ten galley casks have been prepared, to be carried, along with whatever else will be needed on the march for a whole day and night, by horses that I have ordered to be procured and further by the burden-bearers who go along. Furthermore, upon arrival there, your Honour must not allow any Bone people to settle or stay there near or around our encampment; but all such who are already found there or might arrive must be notified to depart from there, just as none of their grandees shall be allowed to go into Sandraboni, but those who might apply for that purpose ought to be referred to me, as well as the Sandraboniers, whenever they might come to request something. Wherewith, after friendly greetings, I remain, was signed, your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 26th of July 1778. Below: Postscript: Hereto are appended the lists of the ammunition, provisions etc. dispatched in five vessels, of which, if more of any of these is required, a requisition can be made in good time. Below: Agrees, was signed, H. A. Hodenpijl. By the Sandraboniers. Submitted to the Lord Governor on the 27th of July 178. We Sandraboniers have appeared here again to pour out our humble prayer in the expectation that the Honourable Company will have compassion on us; we therefore beseech that the Honourable Company and Boni may grant us that we may continue to keep our ancient laws and customs just as we have had from Goa. Concerning the demand of the Honourable Company to the sum of 30,000 Spanish rixdollars and the 12 slaves that we shall have to furnish annually as a tribute, we declare to have nothing against it, but our impoverished state not allowing us to accept the same, we only await the mercy of the Honourable Company. Below: Agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. To Major Johan George Englert, commanding the army there. Honourable, Valiant, Discreet! Yesterday I came to an agreement with the Sandraboniers so far that on only about two points they made no promise, but requested to speak further about that with their king and the other grandees, and to that end to make a trip home, which was granted, and yesterday evening one of their people having been with me again under the escort of the Addatuang of Sidenreng, through whom I discovered most of the intrigues of the Bone people, I have thus resolved to cause the bookkeeper Deefhout to depart also for Sandraboni, in order, if possible, to persuade the king and grandees to fulfill the aforesaid two articles so as to bring the work of peace to a conclusion. The Addatuang himself also goes along, who, as it appears to me, tries to advance the matter in earnest, indeed makes the most powerful assurances of his loyalty to the Company, whose help he well understands could be of service to them. I let this serve to inform your Honour of one thing and another, in the hope that I shall soon receive a report of the state of affairs. Meanwhile I remain, after friendly greetings, was signed, your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 28th of July 1778. Below: Agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. To the Right Honourable and Respected Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast. Right Honourable and Respected Sir: As my duty requires me to give notice of my encounters since the 27th of this month, when we left Mallengkeri at five o'clock in the morning and I went on the march with the troops, who I hope have already been specifically reported, having marched until about 10 o'clock in the morning; I ordered a halt and had the men rest a while. Broken camp again at one o'clock in the afternoon and marched to Bontomanai, where we stayed the past night, the men having been fairly well entertained there by the gallarrang, so that we departed from there again this morning well contented at five o'clock. Having sent word to the chief interpreter yesterday that he was to meet me this morning, in order to be able to converse with him and inform myself
Dutch transcription
troupen, over Land derwaarts te detacheeren, zo als met een Jnlandsch vaartuijg 5: twee ponder stucken Canon en het nodige scherp ter zee gezonden wor„ „den ten eijnde die plaats zo als best doenlijk zal zijn te bloequeeren, zonder egter eenige vij„ andelijkheden tegen deselve te pleegen, buijten ordre, terwijl ik alvoorens Een beknopt be„ rigt zal verwagten van de situatie vandien en van het geene uEd: vermeenen zal dat er verder nodig zal zijn, om des vereijscht werdende; de zelve met apparentie van een niet minder geluckig Succes dan goa te kunnen vermeesteren Met Eenig Jnlandsche vaartuijgen zullen worden gezonden vijf lasten rijst, eenige arak gedroogde vissen zout, lamarinde en zuijker ten dienste van de troupen, buijten 't welke uEd= vier â ses vaaten patroonen, van eender posten op goa, en zo meede nog eenige arak en water diend meede te neemen, waar toe tien 191 „tien galeij vaatjes in gereedheijd gebragt zijn, om nevens het geene verder in den op marsch voor een gantschetmaal zal nodig weezen, door Paarden die ik gelast hebbe te bezorgen en voorst door de geissongers die meede gaan„ gedragen te worden Voorts zal uEd bij aankomst aldaar niet moeten toelaten dat zig Eenige Boniers. aldaar bij of omtrend onse leger plaats komen needer te slaan nog te onthou„ den; maar alle de zulke of die zig aldaar reets bevinden of komen mogten moeten doen aanzeggen om van daar te vertrecken, gelijk ook geene hunner grooten zal mogen worden toegesten om zig in Sandrabonij te begeeven maar die daar toe aansoek mogten doen, aan mij zo wel dienen overgeweesen te worden; als de Sandra boniers, wanneer die iets mogten komen te versoeken: Waar Waar meede na vriendelijke groete blijve /:onderstond/ uEd: goede, vriend /was geteekend /. P: G: van der voort, in margine / Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 26: Julij 1778. /lager:/ P s: Hier nevens zijn gevoegd de notitien van d'ammunitie pro„ visien en z in vijf vaartuijgen afgestooken, van welk een en ander meer benodigd zijnde vroegtijdig eijsch kan worden gedaan /onderstond/ Accordeert /was geteekend/ H: A=s Hodenpijl 193 Door de Sandraboniers. aan den Heer Gouverneur overgegeeven den 27:' Julij 178. wij Sandraboniers zijn weeder hier verscheenen om onse ootmoedige beede uijt te storten in ver„ wagting dat d' E Comp: meedelijden met ons zal hebben; wij smeeken dierhalven dat d E Comp„e en Bonij ons vergunnen mag onse oude welten en gebruijkelijk he„ den te mogen blijven behouden zo als wij van Goa hebben gehad Aan gaande den Eijsch van d' E: Compagnie ter Somma van 30'000 rijxd Spaans en de 12: Stuks slaeven die wij tot Contribu„ „tie Iaarlijks zullen moeten op brengen, betuijgen wij daar niets niets tegen te hebben dog onse ar„ moedigen staat niet toelaatende om deselve 't accepteeren verwagten wij alleen de meedogentheijd van d E Compag„ nie /onderstond/ Accordeert. / was ge„ teekend/ H: B„s Hodenpijl. 195 Aan den Major Johan George Englert Com„ „mandeerende het Leger aldaar Erntfeste, Manhafte, Discreete! Gisteren ben ik met de Sandrabonijers zo verre over een gekomen dat zij eenlijk omtrend twee poincten geen toezegging gedaan maar verzogt hebben daar over met hun koning en d'overige groten nader te spreeken, en ten dien eijnde een keer na huijs te doen, het geen g'accordeert en gisteren avond een uijt den haaren nader bij mij geweest zijnde onder geleijde van den Aatouang van Sedeenring, waar door ik de meeste konkelarijen der boniers hebbe on„ dekt, zo ben ik te rade geworden den boek houder Deefhout meede na Sandrabo„ nij te doen vertrecken, om waare het mo„ gelijk de koningen groten te overreden tot voldoening van de voorsz: twee articulen ten eijnde het werk vanden vrede zijn beslag beslag te geven Den Adatauang gaat zelfs meede die zo het mij voorkomt de zaak met ernst tragt te vorderen im mers de kragtigste betuijgingen doet van zijn getrouwheijd voor de Comp=e wiens hulpe. hij wel begrijpt dat hun zoude kunnen te stade komen. I. late deese dienen om uEd: van het een en ander te verwittigen in hoope dat ik eerlang berigt zal krijgen van de gesteldheijd der Zaken Inmiddens blijve ik na vriendelijke groe„ „te /onderstond/ uEd: goede vriend /was get=d P: G: vander voort /in margine / Macasser in 't Casteel Rotterdam den 28: July 1778: /onderstond/ Accordeert /was geteekend/ H: B„s Hodenpijl 197 Aan den welEdele groot Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der Svoort, Gouverneuren Directeur deser Custe Wel Edele groot Agtbaere Heer: Dewijl het mijn pligt vereijscht, van kennisse mijner ontmoetingen, sedert den 27:e dezer wanneer Malenkerij 'Smorgens te vijf uuren verlaeten en mij met de trouppen / die ik hoope reets specificq zullen zijn op gegeven / op Marsch gegaan, tot omtrent 10 uuren voor de middag gemarcheerd zijnde; Liet ik halt maken en het volk wat te doen rusten. te een uuren 's na de middags weder opgebroken en gemarcheerd tot Pontomanape alwaer wij gepasseerde Nagt vertoeften zijnde het volk aldaar door den glarrang vrijwel onthaalt, soo dat wij deze morgen wel verge„ noegt van daar te vijf uuren weder vertrokken Den oppertolk gisteren doen weten hebbende, als dat hij mij deze morgen te gemoed moeste komen, om hem te kunnen onderhouden en mij Van
English
to inform of what was necessary; he, coming to me at eight o'clock, having instructed him very clearly about everything, among other things, that I had to join with him and then remain there so long until further orders were received, having asked him whether the artillery had not yet arrived, to which he answered no, and whether that encampment was still far from there, to which he said no, marching thus on our way without knowing any better than that he was bringing me to that encampment, but arriving before the Sandrobonie river he requested me to tarry a little, that he would try to get across it to see first what was happening. In a moment thereafter the aforementioned chief interpreter came calling me from the other side, that I should try to get across with the troops. I was scarcely over the said river and out of the forest, or I saw a multitude of enemies, or people, for one cannot call them enemies, because they committed no hostilities, who could be seen from both sides of the fort called, in my opinion, at most fifty roods in diameter, appearing right square, enclosed from the outside with new palisades, but at the two corners that I could see open, about six to seven feet high. If they had had a one-pounder cannon lying on their entrenchment, they could have blasted us soundly, and could have made my return march over the aforesaid river quite difficult for me. All the troops had marched up in sight of the enemy in battle array; it also seemed as if they were moving in a crescent-shaped line as if they intended to come at us. The considerable heat on the open field was unbearable; after I had stood there about an hour, I had the repeatedly mentioned chief interpreter asked where I was supposed to be, that he surely knew well that I had no orders to attack the enemy, while he in the meantime was out with his men to drive away an entire herd of buffaloes, and also that on account of the intense heat I could no longer hold out there with troops who were already far too fatigued; that he must point out to me where I was supposed to be, pointing me to a nearby forest where some houses stood, in sight of the aforesaid main settlement, which on this occasion I was able to observe: a fort or the entrenchment which is called Sandrabonie, if I had had artillery with me, and it had been earlier, provided I had had orders for it, I would have seen a chance to inflict a notable blow upon them; whereas with sabre in fist I had to drive back the native auxiliary troops under threat of sabring them to pieces if they did not obey my order to retreat. Having departed from there again and recrossed the river, the chief interpreter brought me to his encampment, or rather where his men are quartered, as he lodges on a vessel, where after a difficult march through the surf of the sea we had to march along, our troops arrived at about two o'clock just after noon. As soon as there is an opportunity now, I must see whether no better passage can be found for the artillery, which landed here toward noon. Having nothing further to report, I have the honor to call myself, with deep respect and humblest esteem: Honorable, Highly Esteemed Sir, your Honorable and Highly Esteemed Sir's humble and obedient servant, was signed I: G Englert. In the margin: Ujong near Sandrabonie, 28 July 1778. Below: Agrees, was signed H:k B Stodenpijl. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Paulus Godofredus vander Voort, Governor and Director of this Coast. Right Honorable, Highly Esteemed Sir, having mistakenly erred terribly in yesterday's dispatch, taking an entrenchment for the real Sandrabonie, whereas it appeared to me this morning upon closer examination that it was still an unfinished entrenchment right in front of the aforementioned main settlement in the open field, as said still open at the two corners, which they only began since the negotiations, of about the size of our entrenchment that we had at Bisse, while in the meantime Sandrabonie is fully one-third as large as Goa, also appearing as a forest overgrown on the inside with tall trees, being able to be approached from this side only with the greatest difficulty on account of the bogs and marshes that must be crossed from this or the seaward side, to keep the communication with the sea open, regarding the military supplies as well as victuals, so that these cannot be cut off from us. The single view of yesterday showed me their formidable force of men; if they had dared to undertake it, they could have completely encircled us, both with cavalry and infantry. As I am now informed, their intention was to stop us in our advance march, and if possible to fall upon our flank in the forest that we had to pass through and cause a confusion among our troops; they seemed, however, to have come too late, or we too early, as soon as we appeared from the forest onto the open field with 10 to 12 men on horseback, we saw them coming, but upon the sight of us they fled as fast as they could, although they were quite strong, joining the others who stood about a cannon shot from us. Now having been informed by the chief interpreter that the enemies are aiming at Polembangkang or Malebang, where Karaeng Anadbadjing is staying, who has made an application to the said chief interpreter for assistance, since already gathered near there are Karaeng Biladji, Datu Busing, Karaeng Mondelle, Bontomadjanang, these last two named being the sons of the late Tumilalang of Goa, as
Dutch transcription
van het nodige te informeeren; te agtuuren bij mij komende, hem, van alles zeer duijdelijk onderrecht hebbende, onder allen, dat ik mij met hem Conjun„ „geeren moesten als dan soo lang vertoeven, tot men nadere order had hem gevraagt hebbende. of de Arthillerij nog niet en was: waar op hij antwoorde van Neen, of die Campement nog ver van daar beij. doen zeijde hij van Neen Mar„ cheerende dus gaande weg; sonder beter te weten of hij bragt mij naer dies Compement, dog voor het Sandrobonische revier komende, versogte hij mij Een weinig te vertoeven, dat hij zoude zoeken daar over te komen, om eerste te zien wat of er passeerde een ommezien daarna, kwam dat meer melden oppertolk aan de over zeijde mij roepen, dat ik moest zien met het volk over te komen. Jk was nauwelijks over het gem: revier en buijten het Boss, of ik zag Eene meenigte vijanden, of volk:/ want vijanden kan men haer niet noemen, int hoofde datse geene vijandelijk heden gepleegt hebben/ die men zien kon van beide kanten van 't fort 199. naemd word: soo se een ponders kanon op hun verschansing leggen hadden, souden se wij braaf hebben konnen poesten, en mij den te„ „rug marsch over het voorsz revier vrij moeije lijk hadde konnen maken Al het volk was in 't zigt van den vijanden order van Battaille op gemarcheerd, het scheen ook, of zij haar beweegden, met Eene linie halve maens gewijze ofte van meening waeren, op ons afte komen de Considrabele hitle op het opeveld was onverdraagelijk, na dat ik daar omtrent een uur gestaan had, liet ik den meermelden oppertolk vra„ „gen; waar ik wesen moest, dat hijimmers wel wist, dat ik geen order had, den vijand te attacqueeren, / dewijl hij in middens met zijn volk op uit was, om Eene geheele drif buffels weg te drijven ook dat ik wegens de Com„ ne hitte, het daar niet langer konde goedmaeken, met volk dat reets te veel te vermoeilijk was; dat hij mij moest laten aan wijzen, waar of ik wesen moest, mij wijzende in een na bij gelegen boss daar Eenige huijsen stonden, in zigt van voors hoofd negorij: die ik bij deeze gelegentheijd konde beschouwen, een fort ofte de verschandsing die Sandrabonie ge„ na na mijn dunken, op zijn hoogst vijftig roeden in dia„ meterkankalen, vertoonende zig recht vierkant, van buiten met nieuwe Pallizaden omheijnd, dog aande twee hoeken die ik zien kon oppen: omtrent ses a seven voe„ ten hoog hadde ik Arthillerij bij mij gehad, en het was vroeger geweest, / mits daartoe order gehad hebben:/ Jk had„ „de kan geziens, om aan haar eenen merkelijken loup toe te brengen; dewijl ik met den sabel in de vinst de Jn„ landsche auxilliari troupen moest terug drijven, onder. bedrijginge; van hun aanstukken te zullen sabelen indiense mijne order niet gehoorzaemden om te rug te trekken vandaar weder vertrokken zijnde en 't revier gere„ passeerd bragt den oppertolk my naer dies Campement /of „eijgentlijk, waer zijn volk huijshoud, dewijl hij op een vaartuijgd logeerd/ alwaar wij na eene moeijelijke marsch langs een door de branding vande zee moes„ ten trekken, alwaar onse troupen tegen twee uuren op even nademiddag aan kwaamen so ras. er nu gelegendheid is moet ik toe zien of geene be„ „tere Passage voor het geschut :/ dat tegens den middag alhier aangeland is kan gevonden worden Verders niets te berigten hebbende hebbe ik deeze met diep respect en nedrigsten ontzagh: mij te noemen /onder„ stond:/ wel Edele groot Agtb„e heer /:lager/ uw wel Edele groot Agtb: onderdaenige en gehoorsame dien=r /was getekd/ I: G Englert /in margine /:oedjong bij Candra„ bonie den 28. Julij 1778 /onder po Accordeert /was get:d/ H:k B Stodenpijl 201 Aan den WelEdele groot Achtbaeren Heer Paulus Godofredus vander voort Gouverneur en Directeur dezer Custe Wel Edele groot Agtbaere Heer In die van gisteren mij ijzelijk g'abuisseerd hebbende; neemende eene binting voor het wezendlijke Sandrabonie, daar het mij deze morgen bij naar onder zoek gebleeken is, dat het nog eene onvol„ tooijde binting vlak voor gem: hoofd negorij in 't vlatke veld soo als gezegt aande twee hoeken nog open was, diese sedert de onderhandeling eerst begonnen hebben omtrent van de groote, als onse benting die we te Bisse gehad hebben daar in tusschen Sandrabonie, ruijm eenderde soo groot is als goa vertoonende almeede een Boss, met hooge boomen van binnen bewassen, kunnende vandeze kant niet als met de grootste moeite genader worden uit hoofde van de Somben en moerassen, die van deeze of te zee kant moeten gepasseerd worden, om de Com„ minucatie met de zee open te houden, wegens de krijgs behoeftens soo wel als vivres, dat die ons niet afgesneden konnen worden Het enkelde gezigt van gisteren, toonde mij hunne ont„ zaghelijke a„ zaghelijke macht van volk aan, soo sy het hadden durven ondernemen, zij konden ons geheel om cingeld hebben; soo wel met Cavallerij als Jnfanterij so als ik nu berigt ben was hun toegelegt, om ons in onsen aan maarsch te stuiten, en was het doenelijk ons in't boss dat we door moesten inde ferlancq te vallen en ee„ „ne verwarring onder onse troupen te veroorzaa„ „ken zij scheenen egter te laat, of wij te vroeg ge„ komen te zijn, de wijlsen soo ras wij uit het boss„ op het vlakke veld verscheenen met 10 a 12 man te paard, zagen wij haer aankomen dog op het gezegt van ons Joegense daar van soo hart zy konden hoewel zij tamelijk sterk waren voegende zig bij de andere die omtrent een kanon Schoot van ons afstond Neden vanden oppertolk berigt zijnde, als dat de vijanden het gemund hebben, op Poelembankaeng of Malebang, daar Craeng Anadbadjing logeerd die aansoek bij gem oppertolk gedaan heeft om onderstand, dewijl daar omtrent reets verzae„ melt zijn, Craeng. Biladjie, Datoe Boesing, Caraeng Mondelle, Bontomadjanang, deeze beide laaste genoemde zijn de zoons. vanden overleeden Tomilalang van Goa als
English
as also Caaong, Boeloe today is Sankelang along with Craeng Pattoeng also expected there, to take away Poelembankeeng the head interpreter will send fifty men with firearms thither as soon as possible; and if the vessels which can just be seen from here around the corner are the Boutonese, have the same depart as speedily as possible to the relief, as it is not deemed advisable to employ our men for that purpose. The proa loaded with artillery and ammunition, but without gunners or assistants, as well as the provision proas, have all arrived safely, although the casks in which the arrack was brought over are in such poor condition that upon examination yesterday evening one aam had leaked by a good quarter; how the rest are conditioned time must tell; as in this cramped benting where we now find ourselves, there are no more than two houses, in which the officers are lodged and the remaining men must keep house underneath them, because there is no space left to enlarge them, due to the sea in front and a swamp in the rear, all the provisions and ammunition goods must remain on the vessels, until such time as further orders and the necessary gunners for handling the artillery are at hand; as not a single one has followed. The Surgeon Major also does not have a single grain of medicine yet, notwithstanding that I understood from Your Right Honourable that it had been dispatched by Kersten, wherefore I gave orders to go to the ship early tomorrow morning and to demand what he deems necessary to have. At that moment Deefhout arrived here with Adatouang Sedeenring, handing me a missive from Your Right Honourable, in which I perceived that peace is at hand; as I do not doubt but they will soon seek to satisfy the conditions not yet settled. Having related to Sedeenring what difficulty I had yesterday to hold back my men when I stood before Sandrabonie, who thereupon departed again hastily; with the promise to send someone to us early tomorrow morning with a small flag to fetch Deefhout, this made me change my resolution, as I was intending during the coming night to cross with a part of the troops to Poelembankeeng, because the boat's crew from the ship was ashore here, whom I would have employed at the cannon: all the more since this affair does not concern Sandrabonie. But I will now see until tomorrow and await further news from there. Further having nothing to report, I have the honour with profound respect and humble regard to call myself was signed Right Honourable Sir; lower Your Right Honourable's humble and obedient servant was signed I: G: Englert, in the margin Oedjong before Sandrabonie the 29th of July 1778: below Agrees was signed H:k B Hodenpijl To The Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of the Coast of Celebes etc. etc. Right Honourable Sir, My last to Your Right Honourable was of the 25th of this month, when on the following day the former regent of Tanette named Daing Mataillie, sent to me by Craing Bira, arrived here, requesting me that I would hear him and communicate his words to Your Right Honourable. It was, he says, about six months ago when the Moorish Captain named Abdul Cadier arrived on Saleijer with news that the Saleijerese who had defected to Craeng Biladsie were intending to attack the Company on Saleijer, whereupon the Saleijerese Resident had all the regents summoned and let him know that he in person could indeed remain in his village, but that he had to send men immediately for the assistance of the post, whereupon his brother named Daeng Managalli, in order to comply with the order of the Resident, had immediately departed with about 20 head. Upon his arrival at the post, there arrived the Saleijerese who were thought to have defected from the Company, who in the presence of the said Moorish Captain stated that they had never intended to undertake anything against the Company, but that famine and distress had made them take flight from Macasser to their dwelling place. The Resident, having heard this, permitted the regents to depart to their villages, but at the same time ordered that they should hold themselves in readiness to go to Macasser when they should be required to do so. After the expiration of the west monsoon, the Resident had them all summoned together again and said in the name of Your Right Honourable that they were pardoned for their secret departure, but that they had to hold themselves in readiness to go to Macasser with their tribute; to which the Bontobangers, when they saw that all the regents were also well satisfied with it, also resolved in the hope that their fault would be forgiven them. The Resident had then, Right Honourable Sir, asked this former chief when this should take place, to which he is said to have answered with the upcoming new moon of that time, which was approved by the Resident. The appointed time for the departure being there, he, first of all the regents, had presented himself at the post with forty head, whereupon the Resident had related to him having heard that the Bontobangers were disinclined to that voyage, at which time he, with permission from the Resident, sent an emissary to the Bontobangers, who upon the return of that emissary let it be known that his proa was already prepared, but still lacked some crew. The day after the return of that emissary the Bontobangers had come himself, whereupon this former chief had gone to the Resident, who then ordered the Bontobangers anew to as soon as possible his
Dutch transcription
203 /als ook Caaong, Boeloe heeden word Sankelang benevens Craeng. Pattoeng almeede daar verwagt, om Poelem bankeeng weg tene„ men den oppertolk zal zoodra mogelijk vijftig man met schiet geweer na derwaarts senden; en soo de vaartuijgen die men van hier even om den hoek kan zien de boetonders zijn deselve ten spoedigsten meede doen vertrekken, tot ontzet, dewijl men het niet geraden viend, van ons. volk daartoe te Emploijeeren. De met Arthillerij en Ammunitie gelaadene Drauw, dog. sonder busschieters ofte handlangers als meede de Provi„ sie prauwen zijn alle rigten aangekomen, hoe wel het vaatwerk daar den arak ik over gebragt is soo stegt gesteld, dat bij onderzoek gisteren avond het eene aam wel een quart was uitgetekt; hoe de overi„ gesteld zijn, moet de tijd leeren; alsoo wij in deze be„ krompe benting daar wij ons tans bevinden, niet meer als twee huijsen, waar op de officieren logie ren en het overige volk daar onder moet huijshou„ „den, dewijl 'er geen ruijmte overschiet die te kunnen vergrooter, door de zee van vooren en een Moeras van agteren, alle de provisien en ammunitie goede„ „ren op de vaartuijgen moeten blijven, tot alter tijd men nadere ordders en de nodige busschieters voor het behandelen der Aathillerij zal bij de hand hebben; dewijl er niet eene gevolgt is Den Chirurgijn Majoor heeft almeede nog geen 6 geen grain Medicijnen, niet tegenstaande van uw wel Ed. groot Actb: verstaan heb, dat die door kersten was afge scheeps weshalven order gegeven heb, morgen vroeg naar 't schip te gaan en te Eijschen 't geene hij oordeelt nodig te hebben Soo ter stond kwam alhier aan Deefhout met Adatou„ ang Seevenring mij overhandigende een p„s missive van uw wel Ed: groot Achtb: waar in ontwaerde; dat den vreede ophanden; dewijl ik niet twijffele, of zij zullen aande nog onbestifte Conditien met spoed zoeken te voldoen. Aan sedeenring verhaalt hebbende, wat moeite ik gisteren gehad heb, om mij volk tegen te houden, doen ik voor Sandrabonie stond die daar op schielijk weder vertrok; met belofte, ons morgen vroeg iemand met een vlaggetje te zenden ter afhaalinge van Deefhout dit heeft mij van besluit doen veranderen, dewijl ik voornevens. was; inde aanstaande nagt over te steeken met een gedeelte van de troupen na Poelembankeeng dewijl met het schuijts volk van 't schip alhier aan den wal was, die ik bij het kanon soude g' Emploijeerd hebben: te meer deeze affair sandra„ bome niet aangaat. dog ik zal nu aanzien tot morgen en wagten van daar nader berigt Verders 205 verders niets te berigten hebbende, hebbe ik de eere met diep ontzaghen Needrigen respect mij te noe„ „men /onderstond/ wel Edele groot Achtbaare Heer; / lager/ uw wel Edele groot agtb: onderdaeni„ „ge en gehoorsaemen dienaar /was geteekend/ I: G: Englert, /in margine / oedJong voor Sandrabonie den 29 e Iulij 1778: /onder„ stond/ Accordeert /was geteekend/ H:k B Hodenpije Aan Den Wel Edele Agtbare Heer Paulus Godofredus, van der voort Gouverneur en Directeur der Custe Celebes & & WelEdele Agtbare Seer, Mijne Laaste aan uwel Ed: agtb: was van den 25:e deser als, wanneer des dags daar aand' geweezen regent van Tanette Daing Mataillie gen=t door Craing Bira mij toegezonden alhier arriveerde, mij verzoekende dat ik hem wilde hooren en zijn zeggen uwel Ed: Agtb: Communiceeren, 'T was zegt hij Circa ses maanden geleeden toen d' Capitain moor Abdul Cadier gen=t op Saleijer int tijding kwam als dat d' saleijereesen bij Craeng Bilad„ Sie over geloopenen van voorneemens waaren om d' Compe op Saleijer te attacqueeren, als wan„ 6 neer d' Saleijereese, resident alle de regen„ ten had laeten roepen en aan hem had laten Weeten 207. weten dat hij in per zoon wel op sijn negorij konde blijven, dog dat hij ten eerste volk ten assistentie der post moest zenden, als wanneer zijn broeder Daeng managalli gen=t om aan d' onder der resident te voldoen, ten eersten met Circa 20. Coppen vertrok ken was, bij zijn komst aan d' Post arriveerde toen de Saleije reesen die men dagt dat van d' Comp afgevallen waaren in de in presentie vand' gen: Capitain moor voorgave nimmer van voor„ neemens geweest te zijn om iets tegens d'Comp te onderneemen, maar dat hongers nood en benauwtheijd hun de vlugt van Maccas„ ser na hun woonplaats had doen neemen d' Resident zulks gehoord hebbende had d' regenten gepermitteert om na hun negorijen te kunnen vertrekken, dog, tef fens aangezegt dat zijlieden zigereed moesten houden om wanneer zij gerequi 6 „reerd wierden na maccasser te gaan Na 't verloopen der west mousson had de resident hun alle gezamentlijk weeder laaten roepen en uijt naam van uwel Edele Agtb: gezegt als dat zijlieden over 't stel weg gaan gepar„ donneert waaren, dog dat zij zig gereed moeste maken maken om met hun tribuijt na maccasser te gaan; waar toe d' bonto bangers toen zij zagen dat alle d'regenten daar meede wel te vreeden waaren meede resolveerden indie hoope zijn de dat hun fouthunt zoude vergeeven weezen De Resident had toen wel Edele Agtb: heer aan dit geweezene hoofd gevraagt wanneer zulks zoude geschieden waar op hij zoude g'antwoord hebbe met 't in die tijd aanstaande nieuwe ligt 't geen door d' resi„ dent goedgekeurt wierd d' bepaalde tijd tot 't vertrek daar zijnde, had hij zig 't eerst van alle de regenten met veertig Coppen aan d' post vervoegt, als, wanneer d' resident hem ver„ haalt had gehoort te hebben dat d' bonto ban„ „gers ongenegen tot die togt waaren op welke tijd hij met permissie vande resident een zen„ deling na d' bontebangers zondt die bij d' terug komst dier zendeling liet weeten dat zijn prauw reets gereed was dog nog eenige man schappen manqueerde daags na d' terugkomst dier zendeling was d' bonto bangers zelvs gekomen als wanneer dit gewezene hoofd bij de resident gegaan was, die d' bontebangers toe op nieuw gelast had om zoodra mogelijk zijn
English
to provide for his people, after their departure he had, as he says, advised the Bantobangers that although not all the people were there yet, he would nevertheless do well just to send his prahu, which the Bantobangers had promised and of which he also immediately made a report to the resident, at the same time requesting thirteen passes amounting to approximately 130 capps in order to be allowed to trade to Sumbawa, which the resident permitted him as well as that he could go to his negorij at his request. But two days thereafter, Right Honorable Sir, he received an order from the resident to come immediately with his people to the post, which he immediately complied with accompanied by approximately four hundred men. Upon his arrival, the resident supposedly told him that His Honor was beginning to get annoyed by the long delay of the Bantobangers. Then he, alongside the other regents, requested and also obtained permission to ask the Bontobangers the reason for their long delay, whereupon the Bontobangers said that they would come and ask the resident's pardon for their lingering, of which a report was made to the resident by them; but the resident had said that he would not accept the Bantobangers except without weapons, indeed, that first the three glarrangs named Ritanga, Guassang, and Moettoemoeste must be delivered to him, to which the Bantobangers could not resolve because according to report they had had experience of this more than once. When they also reported this to the resident, they received as an answer that he believed that they were all colluding together, whereupon they, in order if possible to convince the resident of the contrary, had resolved to bring the Bontobangers to their duty, willingly or unwillingly. With this the resident also seemed to be satisfied, but three days afterwards the resident had let him know that he must attack the Bontobangers or that otherwise the resident, as he made known, would do the same in person. Whereupon the day after that, he as well as Repong, alias Daeng Manoe Jegang, had bloodied their banner from the house of the Bontobangers standing on the beach, which was already deserted, began to make a benting, but being busy with that, Repang pretended that he had to go to the resident, whereupon he did not return, but did recall his company, weapons, and almost all the men. Because he as well as the other regents became troubled by this, and asking him the reason for such conduct, he had given as an answer that it was not his fault but the order of the resident, which the resident told them regents to be true. Then he alongside the other regents had done their best to complete the benting, but before this was completed, they were ambushed, driven from there by the Bontebangers, of which he had given notice to the resident, who had advised him to remain quiet only until the chaloup that was underway arrived. He being sick at the time, had at his request and with the prior knowledge of the resident gone to his negorij, whereupon the other regents also went away, but through which he subsequently fell into the disfavor of the resident, which he primarily attributes to having happened through the instigation of his nephew Daing Malaja, who gladly wanted to be regent of Tanette, and who currently also acts as such provisionally, which was told to him by Daeng Manoejegan, who at the same time in the name of the resident also advised him, if he wanted to save his head, to flee from the land. Furthermore he says, Right Honorable Sir, that nothing but fear prevents the Bantebangers from making peace, and that the resident, purely through the instigation of Daeng Manoejegan and Daeng Matata, being a deposed Bantobanger, persecutes the Bontobangers so severely; that he has never held correspondence with Daeng Fadoenie, but that it is sooner to be thought of Daeng Manoe Jegang, who alongside his men has not only burned well over 40 prahus and a multitude of houses belonging to the Bontobangers, indeed not leaving a single prahu, but also deprived several women and children of the Gantarangers, their so-called enemies, of life, and taken away more than 300 buffaloes and horses. All this, Right Honorable Sir, this former regent declares to be the sincere truth, indeed that he has never had it in his mind to undertake anything evil against the Company, and that he therefore humbly implores your Right Honorable's favor, so that he will not be made unfortunate along with wife and children. At the closing of this, Right Honorable Sir, receiving news from Saleijer that the Craeng Gantarang had been deposed by his subjects, and that the Bantobangers were already on their way to come request pardon, I could not omit communicating such to your Right Honorable. While for the rest taking the liberty with all requisite high esteem and respect to call myself, below stood, Right Honorable Sir, lower, your Right Honorable's humble and faithful dutiful servant, was signed, I. N. Monsieur, in the margin, Boelecomba in the Company's fortress the 29th of July Anno 1778, lower, agrees, was signed, H. B. Hondenpijl. To
Dutch transcription
209 zijn volk te besorgen, na hun vertrek heeft hij soo als hij zegt de bantobangers geraaden om schoon al 't volk er nog niet was hij egter wel zoude doen om zijn praauw maar te zende 't geen d' banto bangers beloofde hadden en waer van hij ook ten eerste rapport aan d' resi„ „dent gedaen heeft ten teffens verzoekende om derthien passen bedragende Circa 130 Cappen om de mogen negotieeren na sumbawa 't geen d'resident hem zo wel permitteerde als dat hij op zijn versoek na zijn Negorij kande gaan. dog twee dagen daar na wel Edele Agtb: heer kreeg hij order van d' resident om ten eersten met zyn volk aan de post te komen, waar aan hij verzelt van Circa vierhondert man ten eersten voldaan heeft, bij zijn komst zoude de resident hem gezegt hebben dat 't zijn E: begon te verveelen 't Lang agter blijven der banto bangers, toen heeft hij benevens d' andere regenten permissie verzogt en die ook bekomen om de Bonto bangers d' reden van hun Lang agter blijven afte vragen, waar op de bonto bangers gezegt hebben dat zij soude komen ende resident over hun talmen excuus vragen waar waar van d' resident door hun lieven rapport gedaan was dog resident had gezegt d' banto bangers niet te willen accepteeren, dan zonder wapens Ja: dat hem eerst de drie glarrangs zijnde genaamt Ri tanga, guassang en Moettoemoeste gelevert wor„ „den, waar toe de banto bangers niet konde resol„ „veeren om reeden zij volgens zegge meer als eens daar ondervinding van gehad te hebbe waar van zij Lieden meede aan d' resident rapport doende ten antwoord kreegen dat hij geloofde dat zij Lieven alle te zamen heul den, als wanneer zij Lieden om d'resident zoo 't mogelijk was van 't Contrarie te overtuijgen geresolveert hadden om de bonto ban„ „gers 't zij goed of quaad willeg tot hun plegt te brengen. waar meede de resident zig meede scheen te vergenoegen dog drie dagen naderhand hadde resident hem laateweeten als dat hij d bonto bangers moets attacqueeren of dat anders aresident zoo als hij liet weeten 't zelve in persoon zoude doen, als wanneer hij des daags daar aan, zo wel als repong: /:alias:/ Daeng manoe Jegang hun vaandel bebloet haden van 't huijs van de bonto bangers aan 't strand staande en dat reets verlaate was 211 was een benting begante maake, dog daar meede besig zijnde gaf repang voor bij de resident te moete komen, als wanneer hij niet te rugquaam maar wel zijn vendel, wapens en meest alle de manschappen te rug riep waar over hij niet alleen maar de andere regenten moeijelijk geworden zijnde, hem de reede van zodanige gedeelte afvrac„ „gen, ten antwoord had gegeven dat 't zijn schuld niet was maar ordre van de resident, 't geen d:' resident hun regenten zeijde waar te weesen. toen had hij benevens d' andere regenten hun best gedaan om de benting te voltoijen, dog eer dit vol tooit was, waare zij overvallen, door d' bonte bangers van daar gejaagt, waar van hij d' resident kennisse gegeven had die hem geraaden had zig maar zoo Lang stil te houde tot dat de Chialoep die onderweg was arriveerde hij in den tijd ziek zijnde, was op zijn versoek met voorkennisse van de resident na zijn negorij gegaan, als wanneer d' andere regenten ook weggingen, dog waar door hij naderhand inde ongunste van d'resident geraakt is 't geen hij voor namentlijk toeschrijft dat door de opstooking van zijn neef Daing malaja die gaarn regent van Tanette wil de „de weesen en die't thans ook provisioneel waarneemt geschiet is, 't geen hem door Daeng manoejegan is gezegt die hem teffens uijt naam van den resident ook geraa„ „den heeft zoo hij zijn kop wilde bewaaren om van't Land te vlugten. verders zegt hij wel Edele Agtb: Heer dat niets als de vreese d' bante bangers belet om vreede te maar„ „ken en dat d' resident en kel door op stooken van Daeng manoejegan, en Daeng matata, zijnde een afgezette banto banger, de bonto bangers soo sterk staat vervolgen, dat hij nimmer Correspondentie met Daeng Fadoenie heeft gehouden maar dat 't eer„ „der te denken is van Daeng manoe Jegang benevens d' zijne niet alleen ruijm 40 prauwen en een menigte huijsen den bonto bangers verbrand heeft, Ia geen een prauw overgelaten maar verscheidene vrouwen en kinderen der gantarangers hunne zoo genaamde vijan„ „den van 't Leven berooft en meer dan 300: buffels en paarden weggenomen Dit alles uwel Edele Agtbae„ „re Heer verklaart dit gewesene regent d' opregte waarheijt te wesen, Ia dat hij nimmer in zijn gedagte gehad heeft om iets quaad tegens de Compagnie te onder„ nemen en dat hij derhalven uwel Edele Agtbaere gimste 212 gunste ootmoedig smeekt op dat hij niet werden met vrouwen met vrouwen kinderen ongeluk. „kig gemaakt wordt. Op 't sluijten deses wel Edele Agtb: Heer tijding van saleijer krijgende als dat de Craeng gantarang door zijn onder-daanen was afgezet en dat de banto bangers „reets op wegwaeren om pardon te komen versoeken, heb ik niet kunnen af zijn uwel Edele Agtbaere zulks te Communiceeren. Terwijl voor 't overige de vrijheijt neem met alle vereijschte hoog agting en eerbied mij te noemen /:onderstond/ wel Edele Agtb: Heer /: Lager uwel Edele Agtb: onderdaanige en trouwen schuldige dienaar /:was geteekend/ I=n Mon„ sieur :/ in margine / Boelecomba in Comp: vesting den 29 Iulij A„o 1778: / Lager accordeert / was getee„ „kend / H: B: Hondenpijl. Aan
English
To the Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lord Paulus Godofredus van der voort Governor and Director of this Coast of Celebes, etc., etc. Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lord. Not doubting in the least the safe arrival of my last humble letter of the 25th of the recently passed month, the duplicate of which accompanies this, I shall have the honor to bring to your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship's notice that after the regent of Tanette left his land, his subjects have thereby come to a standstill and are currently observing their old customs again; likewise, the regents who took the oaths, I do not doubt whether they alongside their subjects will also remain loyal to the Honorable Company again. And since the Gantarangers and the Bontobangers have spread rumors around to seek to surprise by all kinds of cunning all places that have come over to the Honorable Company, whereby the common folk are not capable of working their gardens, I was obliged on the 12th of this month to march against the first mentioned with the Northern Regents, who after they took three of his dependent settlements, brought to me the old pongauwa of Gantarang, the Kali, as well as some anak craengs, who came to request pardon from the Honorable Company, further testifying that the undertaking of the regent and the young pongauwa had been unknown to them and that it now sufficiently appears that they seek to bring misfortune to the land of Gantarang, they no longer wishing to acknowledge them as their chiefs, promising, when they shall have come to an agreement with each other, to come and propose another person; furthermore, that the Bontobangers and Laiolos besieged Balla Boelo from the 16th to the 19th of this month and would almost have overpowered it if I had not sent assistance thither, so I was also obliged to pursue the last mentioned and to attack their settlement Laiolo, so through the downfall of all the adherents, the Bontobangers have now also resolved to request pardon from the Honorable Company, while on the 24th of this month Daeng Matata, for the welfare of his family, sent an envoy to Bontobango, who was not only received kindly by them but also by Gallarang Ritanga, and they requested him, Daeng Matata, to work for their and the people's welfare with the Honorable Company. Through this I hope that within a short time quiet will return to this island. Furthermore, Craeng Balotjie safely arrived here on the 16th of this month, for which favorable assistance I express my most humble thanks to your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship. Wherewith closing this, after having wished your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship all conceivable blessings, I shall always strive to be and remain with humble respect, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lord, lower, your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship's humble servant, was signed, I: Hk voll Junior, in the margin, Saleijer the 25 July Anno 1778, lower, agreed, was signed, H: B: hodenpijl Right Honorable, Highly Esteemed Lord Since your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship's departure from here, nothing has occurred except that the chief interpreter yesterday requested de novo for another company of Madurese, which I had no orders to send, saying that the rebels, although still far from him, are erecting a benting; I nevertheless sent him two barrels of fixed cartridges, since he likewise complains about the infidelity of the Company's subjects, who mostly defect to the enemy. Captain Simoberg having arrived here, but without doubt with the same arrogance as previously before Goa, who let everyone call him Commander, but in your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship's presence dared to maintain that he was not under me, but that he was as good as a major and thus had never stood under me, it being very easy to comprehend that two heads are not only too many, but that a poor administration must be expected from it, the more so since he seemed surprised to find me still here, believing that I would blindly, without positive orders, have left this position and moved before Sandrabonie, just as if it were child's play, and so loosely desired to take it on my account, although it is known to everyone that never has so much trust been placed in me. In case we must tarry here longer, I very politely request rice and arrack, since at the most a supply for four days is to be found. The native auxiliary troops, both the Sumanappers and Madurese, solicit for their pay for the past month. Having further nothing of any importance to report, except that I take the liberty to present herewith a report regarding the unheard-of conduct of Ensign Lautrup, before grass grows over it. I am with deep awe and humble respect, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed Lord, lower, your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship's humble and obedient servant, was signed, I: G: Engtert, in the margin, Oedjang before Sandrabonie, the 9 August 1778, lower, Agreed, was signed, H: B: Hodenpijk To
Dutch transcription
Aan Den wel Edele Gestrenge, Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der voort gouverneur en Directeur deser Custe Celebes &a. &a Wel Edele, Gestrenge, Agtbaere Heer. Mijne Laaste onderdanige van den 25. der Iongst gepas„ „seerde maand aan de behoude overkomst geensints twijfelende welkers duplicaat hier nevens verzelt gaat so sal ik de eere uwel Edele gestr: Agtb: ter kennisse diene, dat na dat de regent van Tanette sijn lant heeft verlaten daar door onderdanen tot stilstant sijn gekomen, en thans haer oude gebruijken wederkome te observeeren, desgelijks dere„ „genten die de Eeden hebbe gedaan twijffele niet of deselve ne„ „vens hunne onderdanen d' Edele Comp: meede weder getrouw blijven. — En de wijl de gantarangers, en de bonto bangers ligaal omme versprijt hebbende, om alle plaatsen die tot d' Edele Comp: sijn overgekomen, door allerhande List soeke te overrompelen, waar door de gemeene niet in staat sijnde haar tuijnen te kunnen bewerken ben ik genood„ saakt geweest de Noorder Regenten op den 12 deser tegens eerst gem: op te trekken, dewelke na datse drie sijner 215 sijner onderhorige negorij hebbe ingenomen, doude pongauwa van gantarang, de Kalie benevens eenige anak Cralengs bij mij aangebragt, die om pardan van d' Edele Comp: quam versoeken, betuijgende verders dat de onderneming van de regent ende Jonge pongauwa haar onbekent was geweest en thans genoegsaem blijkt datse het Land van gantarrang soeke ongelukkig te maken bij de, voor haar hoofden niet meer willende enken„ „nen, belovende wanneerse met elkander over een sal sijn gekomen een ander per soon kome voordragen voorts dat de bantobangars en Laiclors, balla boelo van den 16 tot den 19 deser belegert, en bij na soude hebben over„ meestert, in dien ik geen hulp na derwaarts gesonden, so ben ik almeede genoodsaakt geweest laast gem: te vervolgen en haar negorij Laiolo te atacqueeren, also door de val van alle de aanhangers, de bontoban„ „gers thans mede geresolveert is om d'Edele Comp: pardon te versoeken, terwijl Daeng matata om zijn famillier wel zijn op den 24:' deser een sendelingina de bontoban„ „go gesonden, die niet alleen door haar maar ook door glarrang Ritanga, vriendelijk ontfangen zijn, en hem Daeng matataliet versoeken om het wel zijn van haar en volk bij de Edele Comp: wille be„ werken werken, hier door hoope ik dat binnen korte op dese Eij„ „land weder inrust sal komen. verders is Craeng Balotjie op den 16 deser alhier behou„ „de aangeland, voor welke gunstige adsistentie uwel Edele gestrenge agtb: ootmoedigst dank betuijge. waar meede deese besluijte na uwel Edele Gestr: agtb: alle bedenkelijke segeningen toegewenscht te hebben, sal met nedrige respect altoos tragten te wesen en te blijven /:onderstond:/ wel Edele Gestrenge Agtbaa„ „ren Heere, /:Lager:/ uwel Edele Gestr: Agtb: onderdani„ „ge Dinaar /was geteekend/ I: H=k voll Junior /in margine:/ Saleijer den 25 Iulij A„o 1778:/ Lager/ accordeert /:was geteekend/ H: B: hodenpijl 217 wel Edele Groot Agtbaare Heer 'T severt uw wel Edele groot Agtb: vertrek van hier is niets gepasseerd, behalven, dat den oppertolk gisteren de novo om nog een Comp: Madureesen versogt heeft die ik geen order had, van te senden zeggende, als dat de rebellen / hoe wel nog vervan hem af eene benting op rechte aen; twee vaaten vaste patroonen heb ik hem egter gesonden de wijl hij almeede klaagt, over de on„ trouwheid van sComp: onderdaenen, die meest bij den vijand overlopen. Den Capitain Simoberg alhier aangeland zijnde dog sonder twijfel, met de selfde verwaandheid gelijk bevoorens voor Goa, die zig met allen Commandant liet noemen. maar in uw wel Ed: groot Agtb: pre„ „sentie durfste staande houden, dat hij niet onder mij stond, maer dat hij soo goed waere als een ma„ soor en dus nooijt onder mij gestaan had zeer ligt te beseffen zijnde, dat twee hoofden niet alleen te veel, maar een slegte huijs houding daar van moet te gemoed gesien werden te meer dewijl hij verwondert scheen, mij alhier nog te vinden mee„ „nende! dat ik blindelings, sonder positive onder dese dese positie verlaten en voor sandrabonie gerukt zoude sijn gelijk als of het een kinderen speletje was, en soo Losselijk voor mijn reekening begeerte te nemen, of schoon een ider bekent is, dat men nog nooijt soo veel vertrouwen in mij gesteld heeft. Bij aldien wij langer alhier moeten vertoeven, ver„ soek ik seer vrien om rijst en arak, de wijl op het hoogst genomen nog voor vier dagen in voorraad te vinden is De Inlandsche Auxilliair Troupen soo wel de sumanappers als Madureesen; soliciteeren om hun tractement voor de gepasseerde maand. verders niets van eenig belang te berigten hebbende als dat de vrijheijd neemen, hier nevens te presentee„ „ren een berigt wegens het ongehoorde gedrag van den vendrig Lautrup, een en bevoorens er gras over groet. Ik ben met diep ontzag en nedrige respect /:onder„ stond/ wel Ed: groot Agtb: Heer /Lager/ uw welEd: groot Agtb: onderdanige en gehoorsame dienaar /:was geteekend/ I: G: Engtert /in margine/ oedjang voor Sandrabonie den 9 Augustus 1778 /:Lager.:/ Accordeert /:was geteekend:/ H: B: Hodenpijk/ Aan
English
219 To Major Iohan George Engelert, commanding the army there. Honorable, Valiant, Discreet Sir: Regarding what was stated in the report received this morning, I must remark in the first place that in any case no order was necessary to provide the chief interpreter with reinforcements in order to be able to resist the rebels. However, since during my presence I myself granted Your Honor's request for another company of Madurese and left it to your choice to command one as soon as he might send for it again, I cannot understand what further order could be desired. As for Captain Simoberg, I must testify that I have never heard such indiscreet expressions from him as Your Honor mentioned, although having been present when high words arose over a private matter, in which I, for more than one reason, did not wish to meddle. Meanwhile, to prevent further trouble, I had thought to let him remain here; but because he was sent here by Their High Excellencies as the head of the artillery, I could not justify failing to send him to the place where they intended to use it, as is currently the intention at Sandrabonij, as I have also made known to Your Honor, with instructions to make the required preparations for that and for changing position, namely from Oedjong to the northeast side of the said place. This indeed required an order to the very last push, which otherwise could easily have been requested by the time one expected to be ready, if Your Honor did not dare to take this upon yourself. This seems no less strange to me than what Your Honor adds, namely that it is known to everyone that so much trust has never yet been placed in Your Honor. However, I have no desire to dwell further upon this, contenting myself with saying that the matter may now proceed, provided no difficulties militate against it, as might possibly be the case. During my presence, I myself reminded Your Honor to send back the vessels in good time for rice and arrack, and to collect the same, which I am therefore expecting, having meanwhile already given orders for their provision, 221 as well as for the wages of the Madurese and Sumanappers in loco for half a month. Regarding the complaints to the charge of Ensign Lautrop, decisions will be made shortly. Wherewith, after friendly greetings, I remain /below stood/ Your Honor's good friend /was signed/ P: G: van der Voort /in the margin/ Maccasser, in Castle Rotterdam, the 10th of August 1778 /below stood/ Agrees /was signed/ H. B. Hodenpijl. Having received Your Right Honorable High Respected Sir's highly respected order of yesterday this morning around seven o'clock, and having immediately issued the necessary orders to comply with it as quickly as possible; because we lack vessels for the transport of the troops, and at the same time having learned from Mr. Suntberg of the recall of the chief interpreter, I therefore immediately informed him by a short note to send hither all the vessels he could spare and to proceed with his subordinate troops to where we are about to take up our post. Having further nothing of note to report, except that a private is sent herewith to the hospital, wherewith I have the honor, with deep awe and humble respect, to name myself /below stood/ Right Honorable High Respected Sir /lower/ Your Right Honorable's humble servant /was signed/ I: G: Englert /in the margin/ In the camp before Sandrabonij, the 11th of August 1778 /below stood/ Agrees /was signed/ B: Hodenpijl. Right Honorable High Respected Sir, 223 To the Right Honorable High Respected Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of this Coast. Right Honorable High Respected Sir! The camp at Oetjang was vacated yesterday morning around ten o'clock, first by Mr. Simtberg with all the artillery and ammunition, covered by Lieutenant Brandis with the first division, to which belongs a company of natives; but for lack of vessels we were obliged to wait until the first division was disembarked and returned, with which news was received that our cannon were brought ashore very quickly and already stood ready, without encountering any hindrance. Said vessels only returned around three o'clock in the afternoon, whereupon I embarked everything that remained, except about 40 Madurese men, whom I had ferried across the river and sent overland behind our horses. Evening having fallen before I could leave that post, giving to Blijonder as soon as I had shoved off, the
Dutch transcription
219 Aan den Majoor Iohan George Engelert, Commen deerende het Leger aldaar Erntfeste, Manhafte, Disscrete: op het vermelde bij het desen morgen ontfangen rapport moet ik in d'ierste plaats remarqueeren, dat 'er in allen gevalle geen onder nodig was om den oppertolk versterking te besorgen ten eijnde de rebellen tegen staand te kunnen beiden, dog daer ik zelfs zijn versoek bij mijn aan weesen gedaan, om nog een Compagnie madureesen, aan uw Ed. bedeelt en aan desselfs keuse over„ gelaaten hebbe om er een te Commandeeren zo dra hij 'er weder om zenden mogt, kan ik niet begrijpen wat ordre er verder kan worden begeert. wat den Capitain Simoberg betreft met ik be„ tuijgen nimmer zodanigen in discrete uijtlating van hem te hebben gehoord als uwEd gewaagd wel present geweest sijnde dat er over een particuliere zaak hooge woorden zijn ontstaan, waar in ik mij, om meer dan eene reden, niet hebbe willen melleeren. ondertusschen hadde ik ter voorkoming van verder moeije„ lijk heden gedagt hem hier te Laten blijven, maar dewijl hij hij als hoofd over de arthillerij door Haar Hoog Edelhedens hier gesonden is, zoude ik het niet kunnen verantwoor„ „den hem niet te zenden ter plaatse daar men die meendte gebruijken zo als thans het voornemen is te sandra„ bonij gelijk ik uwEd: almeede bekend gemaakt hebbe„ met last om daer toe en tot het veranderen van positie, te weten van oed jong nade noord oost kunt van gem: plaats, de vereijschte preparatie te maken, het geen immerstarite een ordre tot het laaste instoot, die dog andersints tegenden tijd dat men vermeende gereed te zullen kunnen zijn tigt konde gevraagd worden wanneer uEd: zulks niet op zig durfde neemen, dat mij niet minder vreemd voorkomt als het geen uld en bij voegd namentlijk dat het een ider bekend is dat men nog nooijt zo veel vertrouwen in uw Ed gesteld heeft, waar over het mij nogthans niet lust breder te zijn, mij vergenoegende te zeggen dat met de zaak als nu kan worden voor tegevae„ „ren, bij aldien en geen swarigheden tegen militeeren gelijk mogelijk zoude kunnen zijn Bij mijn aan wesen hebbe ik uwEd selfs herinnert tijdig om rijst en arak en ter afhaal van dien de vaar„ „tuijgen te rug te senden, die ik dierhalven ver„ wagte inmiddens tot de bezorging reets or„ dre 221 „dre gegeven hebbende, en zo meede van de gagie der madureesen en Sumanappers in Loco voor een halve maand. over de klagten ten Laaste van den vendrig Lautrop sal eerstdaags worden gedispon„ „neert . waar meede na vriendelijke groete blijve /onder„ „stond / uEd goede vriend /was geteekend/ P: G: van der voort /in margine / Maccasser Jn 't Cas „teel Rotterdam den 10 aug=s 1778 /:onderstond/ Accordeert /was geteekend/ H=k Bs Hodenpijl uw wel Ed: groot Agtb: zeer gerespecteerde ordre van gisteren dese morgen tegen seven uuren ontfangen, en terstand de nodige ordrt gesteld hebbende, om daar aan soo spoedig als mogelijk te voldoen: de wijl wij gebrek aan vaartuijgen hebben, tot het transport der troupen teffens, van d' Heer Suntberg verstaan had, het terug ontbieden van den oppertolk, weshalven ter stonde aen „denselven per een briefje heb doen weeten van alle de vaartuijgen die hij konde missen, herwaards te zender en zig met zijn onderhebbende trouppen daar wij post staen te vatten, te vervoegen hadde. — verders niets merkwaardigeste berigten hebbende, als dat hier nevens overgaat een gemeene naer 't Hospit=t waar meede de eere hebbe, met diep ontzagh en nedri „gen respect mij te nomen /onderstond/ wel Ed: Groot Agtb: Heer /:lager/ uwel Edele groot Agtb: onder daa„ „nige dienaar /:was geteekend/ I: G: Englert /:inmar„ gine/ In't Campement voor sandrabonij den 11 Aug=s 1778 /onderstond / accordeert /was geteekend/ : B: Hodenpijl. Wel Edele Groot Agtbaere Heer 223 Aan den wel Edele Groot Agtbaeren Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur desen Cust Wel Edele Groot Agtbaere Heer! Het Campement op oetjang gisteren morgen tegens thien uuren verlaten, eerstelijk door den heer Simtberg met alle de arthillerij en ammunitie gedekt door den luite „nant brandis met eerste divisie, waar onder behoort een Comp Inlanders dog bij gebrek van vaartuijgen ver„ „pligt was te wagten, tot eerste divisie ontscheep en we„ „der te rugk wamen, waarmede men tijding kreeg, dat ons kannen zeer spoedig op den wal en reets gereed„ „standen, sonder eenige hinder te moeten komende gemelde vaartuijgen tegens drie uuren in den mid„ „dag eerstweder terug, wanneer ik alles wat er nog was, afscheepse, tot omtrent 40 man Madureesen, die ik over het revier liet zetten en agter onse paarden Liet na volgen overland, Avond ge„ worden zijnde eer ik dien post kande verlaten, gevende aan Blij onder soo ras ik gestoken was, de
English
to set fire to the settlement in different places and to follow up accordingly, which was also immediately carried into effect, because, judging myself obliged to reduce it to ashes, as no garrison could be left in it, it would thus only serve as a hiding place for the enemies. The chief interpreter was already here towards noon with the people under his command, except that the Butonese have not yet arrived. Towards ten o'clock in the evening I arrived, but the champan which carried all the remaining Europeans only arrived after midnight. We are very well positioned here, nor have any hostilities been committed on either side as yet; the preparations are being diligently continued, in order, if it were possible, to make a beginning the coming night of erecting a battery as close under the shore as will be possible, when we shall discover whether they will allow us to proceed unhindered. Having nothing further to report, I take the liberty to call myself, with deep respect and humble reverence, Below was written: Right Honourable, Highly Esteemed Sir, Lower: Your Right Honourable, Highly Esteemed's humble and obedient servant, Signed: I: G: Engtert In the margin: In the Camp at Baloezang before Sandrabonij the 12th of August 1778. Lower: Agrees with original. Signed: H=k B:s Hodenpijl. 245 To the Right Honourable, Highly Esteemed Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honourable, Highly Esteemed Sir! Your Right Honourable, Highly Esteemed's always highly respected letter of the 16th of last month was duly received by me on the 3rd of this month. I was pleased to learn from it that my conduct regarding Craeng Bantham, Craing Gantarang, Anron Goeroe Tompo Boelo, Daeng Magassing, and the Saleyerese regent of Temette was approved by Your Right Honourable, Highly Esteemed. I did not fail, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, to send the letter to Saleyer immediately, as well as to make known in person to that regent, in the name of Your Right Honourable, Highly Esteemed and the Council, the favour and protection shown to them, for which he expresses humble thanks to Your Right Honourable, Highly Esteemed, promising that he will never undertake anything against the Company, but always conduct himself as a loyal subject; but at the same time requesting of me, however gladly he would otherwise also thank Your Right Honourable, Highly Esteemed in person for that favour, that, because of his impoverished condition, as many of his goods have remained on Saleyer, and also because of the expenses he would then have to incur, he may remain here until further orders from Your Right Honourable, Highly Esteemed, saying he is not afraid that any harm will come to him here at present. To the conduct of Daeng Fadoenie, Magassing, and Manakkoe, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, I shall pay as much attention as possible, yet without giving them any reason for dissatisfaction; but I think, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, that Daeng Fadoenie, now that Gowa has been conquered, will keep quiet, and Daeng Manakkoe will also choose the winning side, whereas Daeng Magassing, whose power is very small, gladly wishes to submit to the Company, being only too well known among the Bonians. Craeng Data, about whom I wrote to Your Right Honourable, Highly Esteemed in the letter of the 29th of June that he was at the Bonian Boelecomba, was also there in the beginning of the troubles, but on this last trip, which is now more than a month and a half ago, he arrived there in a sickly state and died more than half a month ago. Before the troubles, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, that Craeng was living at the settlement Dato under the Macassar territory, and was married there as well as at the Bonian Boele Comba. Craeng Bira, as I could not carry out Your Right Honourable, Highly Esteemed's orders 227 orders regarding the bringing about of peace on Saleyer, which I also did not think was highly necessary, because the Saleyerese resident had written to me by letter dated the 25th of July that the Bontobangans were already on their way to come and ask for pardon; nevertheless, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, I immediately had Craeng Bira summoned and requested of the resident of Saleyer that if, contrary to hopes and expectations, those troubles still continued, he would immediately inform me of it. It was on the 7th of this month, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, that I received an answer to that from Saleyer, at which time on that same day Jannang Boele Comba also returned from Saleyer and Craeng Bira arrived as well; but instead, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, of that hoped-for peace already being there, the resident wrote to me that he had indeed received the letter from Your Right Honourable, Highly Esteemed sent to him by me, but that the Bantobangans remained just as obstinate, and had made known to his commissioners that they were afraid and that they laid the blame on the other members, and in no way wished to submit to that which His Honour, in the name of Your Right Honourable, Highly Esteemed and the Council, as well as the Bonian court, had advised them for their own good. In the hope that this will meet with Your Right Honourable, Highly Esteemed's approval, I proposed to Craeng Bira to go thither, assisted by the sworn clerk stationed here, Hendrik Welvaart, who is not only skilled in the language, but who in former years was a clerk on Saleyer and, as far as I know, beloved there; to which he immediately showed himself inclined. They will depart this evening, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, and I hope under God's blessing that they will bring about peace. I have given the clerk Welvaart, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, instructions in writing as to what he has to do, namely to go thither himself with the prior knowledge of the resident, or to use Craeng Bira or someone else as an emissary to deliver to the Bantobangans a letter that I am sending to them, the contents of which are written in their language as per the copy enclosed herewith; furthermore, that he should kindly encourage them all to make peace, yet keeping before their eyes at the same time that this is not done because one is afraid of them, but solely and purely to avoid ruining their country any further and shedding even more innocent blood.
Dutch transcription
de negorij op differente plaatsen in brand te teeken en als aan te volgen, 't welk ook datelijk te werk gesteld wier „de want, mij verpligt oordeelende, die in de asse te Leggen, dewijl mener geene bezetting in konde laten; en dus maar tot een schuilhoek der vijanden soude strekken. Den oppertolk is tegens den middag met zijn onder„ hebbende volks bereets alhier geweest, behalven de boetanders zijn als nog niet aangeland. Jegens thien uuren savonds quam ik, dog den Chiampang die alle de overige Europeesen in hadden kwam eerst na mid„ wij zijn alhier zeer wel geposteerd, ook zijn van weer zijden nog geene vijandelijkheden gepleegt; de toe bereidse„ „len worden ijverig voortgezegt, om was het moge„ „lijk aanstaande nagt een begin te kunnen maken van eene batterij soo dig te onder den wal op te regten, als moge„ „lijk zal wanneer wij ontdekken zullen of ze ons ongehindert zullen laten voortvaeren. verders niets te berigten hebbende soo neeme de vrijheid met die pantzag en nedrigen respect mij te noemen /:onderstond/ wel Edele groot Agtbaere Heer /:Lager:/ uw wel Edele groot Agtb: onderdanige en ge„ hoorsaemen dienaer /was geteekend/ I: G: Engtert /in mar„ „gine/ In't Campement te Baloezang voor sandrabonij den 12 aug=s 1778 /Lager / accordeert /was geteekend/ H=k B:s Hodenpijl „dagt. 245 Aan den wel Edele Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der voort„ Gouverneur en Directeur der Custe cleber Wel Edele Agtbaare Heer! uwel Ed: Agtb: altoos hoog gerespecteerde Letteren van den 16:e I„o Leeden zijn mij op den 3 deser wel geworden Ik verheugde mij daar uijt temogen vernemen dat mijne gehouden gedrag omtrent Craeng Bantham, Craing gantarang, Anron goeroe tompo boelo, Daeng magassing en d' saleijerees regent van Temette, door uwel Ed: Agtb: g'approbeert was ik heb niet ge„ „manqueert wel Ed: Agtb heer om ten eerste de brief na Saleijer te zenden, als meede om dien regent uijt naam van uwel Ed: Agtb: en den raad de aan hun beweezene gunst en protectie in persoon bekent temaaken, waar voor hij uwel Ed: Agtb: ootmoedig dank betuijgt. beloovende hij, dat hij nimmer iets tegen de Comp: zal onderneemen, maar zig altoos als een trouw onderdaan gedragen; dog tes„ „fens mij verzoekende hoe gaarn hij anders ook u wel Ed: agtb: in persoon voor die gunste wilde be„ danken danken dat hij om zijn armoedige staat dewijl veele zijner goederen op Saleijer gebleeven zijn, als meede om d' onkoste die hij dan moet maken alhier tot nader order van uwel Ed agtb mag blijven, zeggende met bevreest te weesen dat hem thans alhier eenig Leed zal overkomen op 't gedrag van Daeng Fadoenie, Magassingen manakkoe wel Ed: Agtb: heer zal ik zoo veel mogelijk Letten, dog egter hun geen reden van mis„ noegen geven dog ik denke wel Ed Agtb: heer dat Daeng Fadoenie nu goa overwonnen is zig wel stil zal houden, en Daeng manakkoe meede d'win„ „nende parthij kiesen de wij Daeng magassing wins magt zeer gering is zig gaarn aan d' Comp: wil onder„ werpen zijnde hij onder d' boniers maar alte wel be„ „kent. Craeng Data van wien ik uwel Ed: Agtb: bij brief van den 29. Iunij geschreven heb dat zig op 't bonijse Boelecomba bevond is ude beginne der strub„ „beling aldaar ook geweest, dog deese laatste reijs dat nu ruijm een en half maand geleeden is hij aldaar zieke„ „lijk gekomen en nu ruijm een half maand geleden gestor„ „ven. voor de strubbeling wel Ed: Agtb: heer was die Craeng op d' Negorij Dato onder 't maccassaarse gebied. woonagtig en aldaar zo wel als op 't bonijse boele Com„ „ba getrouwt. - Craeng Bira zo als ik uwel Ed: agtb: ordres 227 ordres omtrent 't bewerken de vreede op saleijer niet kunnen uijtvoeren dat ik teffens ook niet hoog noodzakelijk dagt om reeden d' Saleijereese resident mij bij brief gedateert 25 Iulij geschreeven had dat de bontobangers reets opweg waeren om pardon te komen verzoeken, egter heb ik wel Ed: Agtb: heer ten eersten Craeng Bira Laten roepen en duisident van saleijer verzogt dat zoo onverhoopt en tegens verwagting die strubbelen nog duurde hij mij ten eerste daar van kennis zoude geven. - T was op den 7 deser wel Edele Agtb: heer dat ik van saleijer daar op antwoord ontving als wanneer op die zelfde dag Jannang boele comba mede van Saleijer retour„ „neerde en Craeng Bira meede arriveerde, dog in steede wel Ed: Agtb: heer dat die verhoopte vreede reets aldaar zoude, weesen schreef de resident mij als dat hij d' brief van uwel Ed: Agtb: door mij hem toegezonden wel had ontvangen, dog dat de Banto bangers nog even hardnekkig bleeven en aan zijn gecommitteerdens hadde laten wee„ „ten dat zij bang waren en dat zij d' schuld op d' andre leeden en geen zints zig aan dat geen, 't geen zijn E uijt naam van uwel Ed: agtb: en den raad als meede 't bonijs hof tot haar eijgebest had laate aan raaden zig wil de onderwerpen, In hoope dat zulks uwel Ed: agtb: goedkeurig zal weg dragen, heb ik Craeng bira geproponeert om g'assisteert door de alhier beschei„ „den gesw: schriba Hendrik wel vaart, die niet alleen d'taat kundig is maar die in voorige Jaare op saleijer als schrijver is geweest en daar zoo verre mij bekent, bemint, om na derwaarts te gaan, waar toe hij sig ten eerste geneeg toonde, zij zullen wel Ed: Agtb: heer heeden avond vertrekken, en ik hoop onder gods zegen dat zij d' vreede zullen bewerken, Ik ben aan d' schrijver wel „vaart wel Ed: Agtb: heer schriftelijk op g'geve wat hij te doen heeft namentlijk om met voorkennisse van d' resident zelvs daar na toe te gaan dan wel Craengbira, of een ander tot een zendeling te gebruijke om aan de banto bangers een brief die ik hun toezend overtegeve en die van in houd is hun tale geschreve zo als 't Copia hier overgaat verders dat hij hun Lieven alle tot vreede zoude animeeren dog hun teffens voor ogen houdende dat zulks met geschied om reeden men bevreest voor hun is, maar enkel en alleen om hun Land niet verder te runmen en nog meer onschuldig bloet te vergie„ den
English
and that, continuing thus, they will have no one to blame but themselves for their misfortune, yet meanwhile promising them in emphatic terms that they can be assured that everything that has passed, if they submit, will be forgotten and forgiven, and that anyone who has something to say may bring forward his grievances, whereupon he will receive satisfaction. As soon as I receive news from Saleijer, I shall not fail to communicate this first to Your Right Honourable. While I now take the liberty, with all due high esteem and respect, to call myself, Beneath stood: Right Honourable Sir, Lower: Your Right Honourable's humble and faithful servant, was signed: L. Mansieur. In the margin: Boelecamba in the Company's fortress, the 9th of August, Anno 1778. Lower: P.S. After the closing of this, Right Honourable Sir, Iennang Bolecomba came to request me to wait with sending Craeng Bira to Saleijer until Daeng Pagoeling, who is still on Saleijer, returned, as well as to inform me that the Bonto Bangers had wished to place themselves under the protection of the King of Bonij, which caused me to resolve all the sooner upon that departure. At the same time, I received news that Arou Teeko had joined the Sandraboniers, but according to the wife of Arouteeko herself, it was said to be Datoe Sideenreng. Beneath stood: Agrees, was signed: H. B. Bodenpijl. To the Regentess of the Bonto Bangers Together with the subordinate Glarrangs After friendly and affectionate wishes. With regret I have for some time learned of the discord in your land, and to show that I truly have sympathy for you, I could not refrain from sending this letter on this occasion when the Bookkeeper Hendrik Welvaart, your former clerk in the time of the Resident Van Rossum, assisted by Craeng Bira, is proceeding to you by order of the Governor and Council. I do not doubt that you, together with the subordinates, will again submit to the Company and promptly accept the generous terms of the Company that will be presented to you by the said Bookkeeper Welvaart. However, because I have learned that fear holds you back from peace, this also serves to let you know, in the name of the Governor and Council, that everything that has occurred will be forgiven if all further hostilities are renounced. Indeed, you can be assured that as little harm will come to you as to the Regent of Taneste, who is now, by order of the Governor and Council, here under the Company's protection. At the same time, I cannot refrain from making known to you and yours that anyone bringing forward his grievance will be granted complete satisfaction. I do not doubt that peace will be swiftly accepted by you, the more so as I imagine that your fear will now cease; but should this not happen through the fault of you and yours, then never think that this writing occurred as though one were afraid, but solely by order of the Governor and Council to prevent making you and yours unhappy and further ruining the land. Furthermore, I cannot refrain from once more encouraging you and yours to peace, so that the goodness of the Governor and Council, growing tired of your stubbornness, does not change and make you feel their might just as the already conquered Macassars. After wishes of peace and unity, I remain, Beneath stood: Your good friend, was signed: S. Mansieur. In the margin: Boelecomba in the Company's fortress, the 9th of August 1778. Beneath stood: Agrees, was signed: H. B. Hondenpijl. Right Honourable and Most Respected Sir, Having received via the interpreter Israel a sealed small chest containing half a month's pay for the native soldiers to the amount of 1035 Rds. 24 stuivers, which was immediately counted out to them, as well as 104 sacks of rice, besides four aams of arrack; this prahu has not yet appeared. The seafaring personnel having been increased by fifty heads, I was compelled to have an aam fetched from the ship Delfshaven, since nothing is more necessary here than a dram, on account of the bad water. Herewith are sent over two sick European soldiers named Jacob Anthonij of Koppenhagen and Godfried Hillebrand of Vurstenwald, and all the sick Madurese, 18 heads. Yesterday, having reconnoitred the field to see where we could most easily approach the same, upon our arrival, about thirty horses strong, close to the fort of Paatjingang, fully fifteen hundred men, on foot and on horseback, came at us in the blink of an eye, whereby we were compelled to turn back again. Towards the evening, an emissary from the King of Sandrabonie came to the chief interpreter with a message that if we desired water buffaloes, he would procure them for us, provided we left them unmolested, while their envoys from Maccasser, who were ordered to satisfy the full demand and recognized the Company as their master, had not yet returned. To which the reply was given that our intention had by no means been to seize buffaloes, but that we had intended to ride for pleasure, yet were not only stopped by his people but driven back, which looked nothing like a token of friendship, whereas we had after all not shown the slightest sign of hostility. Having reconnoitred again this morning and discovered a suitable place where we can come, without being disturbed, to within about 40 roeden of the rampart, having been busy since our arrival collecting coconut trees for palisades and bamboos for gabions, so that nothing stands in our way to, by tomorrow night, a battery of people before
Dutch transcription
229 ten en dat zij zoo voortgaande aan niemand van aan hun zelve hun ongelukkig tot de in puteeren hebben dog ondertusschen hun Lieden in nadrukkelijke termen beloovende dat zij verseekert kunnen weesen dat al't gepasseerde zoo zig onder werpe zal worde vergeete en overgeeven en dat die geen die iets te zeggen heeft zijn bezwaarnise kan inbrengen als wanneer hij satisfac„ „tie erlangen zal zodra ik tijding van saleijer krijg zal ik niet ingebreeke blijve uwel Ed: Agtb: den eerste zulks te Communiceeren. terwijl ik thans de vrijheijt neem met alle verschuldigde hoog agting en eerbied mij te noemen /:Onderstond/ wel Ed. Agtb: Heer / Lager/ uwel Edele Agtb: onderdanige en trouwschuldige die„ „naar /was geteekend/ L=m Mansieur /in margine/ Boe„ „lecamba in 'sComp vesting den 9 augustus A„o 1778 /:Lager:/ P: S: na 't sluijten deeser wel Ed: Agtb: heer quam Iennang Bolecomba mij versoeken dat ik met 't zenden van Craeng bira na saleijer zoude wagten tot dat Daeng pagoeling die nog op saleijer is terug quam, als ook kennis geven als dat de bonto bangers zig onder de bescherming der koning van bonij hadden willen geven, 't geen mij deste eerder tot 't welk vertrek heeft doen resolveeren, teffens kreeg ik tijding als dat Arou Teeko zig bij de sandraboniers vervoegt had dog door de vrouw aan Arouteeko zelfs als dat 't Datoe sideen„ reng zoude weesen / onderstond / accordeert /was geteekend/ H:n B=s Bodenpijl. Aan d' Regentesse der Bonto Bangers Benevens D'onderhoorige Glarrangs Na vriendelijke en geneegen wenschen Het leet weesen heb ik zeedert eenige tijd d' oneenigheedens op uw Land vernomen en om te tonen dat ik waarlijk meede lijden met uE„ heb zoo heb ik niet kunnen af zijn om bij deese geleegentheijd dat den Boekhouder Hendrik welvaart uEd geweesene schrijver ten tijde van d' resident van Rossum, g'assisteert door Cuaeng Bira op ordre van d' Gouverneur en Raad tot ult uE overgaan deese briefte zenden. — ik twijffel niet of uE: benevens d' onderhoorige zullen zig weder aan d' Compagnie onderwerpen en ten eersten te gulle accepta„ „tie der Comp: die uE door gem: boekhouder wel vaart gedaan zal worden aannemen Dog om reeden ik heb vernomen als dat de vreese ul=to tot de vreede tegenhout zoo dient deese meede om ulE=o uijt naam van d' gouverneur en raad te laaten weeten dat al't voorgevallene zal vergeeven worden, in dien er van alle verdere vijandelijk heedens afgezien worst, Ja uE=s kan verzeekert weesen als dat uEd zoo men quaad zal geschieden als d' regent van taneste die thans 231 thans op ordre van d' Gouverneur en raad alhier onder Comp: bescherming is teffens kan ik niet af zijn uE benevens de uwe bekent temaaken als dat een ider zijne beswaarnisse inbrengen de volkomen genoegen gegeeven zal worden. Ik twijffel niet of de vreede zal schielijk door uE: geaccepteerd worden, te meer daar ik mij verbeeld dat thans uwe vreese zal op houden, dog zoo zulks door toedoen van uE: benevens de uwe niet geschie„ „den zoo denkt nimmer dat dit schrijven geschieden even als of men bevreest was maar alleen op ouder van d' Gouverneur en raad om uE benevens de uw met ongelukkig temaaken en 't Land verder te ruineeren: verders kan ik niet afzijn uE benevens de uwe nog maals tot vreede te animeeren, op dat d' goedheid der gouverneur en raad u stijfhoofdigheijt verveelende niet verandert en uE: hun magt zodanig doen gevoe„ „len als de reets verover de maccassaren Natoe wen„ schinge van vreede en een daagt zoo blijve /onderstond/ uE goede vriend /was geteekend/ S=n Mansieur /inmar„ „gine / Boelecomba in Comp: vesting den 9 august=s 1778 /:onderstond/ accordeert /was geteekend:/ H:k B=s Hondenpijl. Wel Edele Groot Agtbaere Heer Per den tolk Israel ontfangen hebbende Een verzegeld kistje daar in bevonden voor een halve maand tracte„ „ment voor de Jnlandsche militairen, ten bedragen van Rd=s 1035. 24. stuijvers, het welke terstond aan hun is toegeteld als ok 104. sakken rijst, benevens vier aamen arak, dese praauw is nog niet komen op dagen. door de zeevaart met vijftig koppen g'aug „menteerd zijnde, was ik genoodzaakt, om een aam van 't schip Delfshaven te laten halen, dewijl alhier niets nood zaakelijker is alles een sopie, wegens het slegte water Hier nevens gaen over, twee zieke soldaeten Europee„ „sen genaamd Iacob Anthonij van koppenhagen en Godfried Hillebrand van vursten wald en alle de zieke madureesen 18: Coppen. gisteren het veld gerecognoseerd hebbende, om te zien waer of wij 't selve het gemakkelijks te konde naderen, dog op onse komste van omtrent dertig paarden sterk tot digte bij de soort van Paatjingang kwam in een omme zien wel vijfthien hondert man op ons af, te voet en te paard waar door wij genoodsaakt waren van weder te rug te keeren Tegens den avond kwam een sendeling van den koning van sandrabonie, aan den 233 aan den oppertolk boodschappen wanneer wij buffels be„ geerten, dat hij die ons zoude bezorgen, mits wij haar ongemooverd Lieten; ter wijl haer gezonten van maccasser nog niet g'retourneerd waeren, die Last hadden, om aan den vollen eijsch te voldoen ende Comp: voor haeren meester erkenden waar op ten antwoord diende! als dat onse intentie gantsch niet geweest waere om buffels te achterhaalen maar dat we voor plaisier meenden te ryden, egter door zijn volk niet alleen gestuit maar te rug gedreven waeren, 't geene naar geen blijk van vriendschap geleek, daarwe Jmmers nog geene de minste blijken van vijandschap getoont hadden, - Deze morgen weder g'recognosceerd hebbende, en eene bequaame plaats ontdekt, alwaar we sonder gestoort te worden tot omtrend 40: roeden na bij de walkomen komen severt onse komste besig geweest zijnde, om klappers boomen voor Palliza „van en Bamboesen voor schanskorven te doen bij een brengen, soo dat ons niets anders in den wegk om 't morgen nagt eene batterij volk voor
English
will erect before their flank, whereby we shall seek to prevent them from entering and leaving the aforementioned gate, after which we can successively expand our positions in such a manner that they keep nothing open but the seaward side. Having furthermore nothing of any importance to report, I take the liberty, with deep awe and humble respect, to call myself, below stood, Right Honorable Sir, lower, your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed, I: G: Engbert, in margin, In the Encampment at Baloe Zang before sandrabanie the 13th of August 1778, below stood, Agreed, was signed, H: B Hodenpijl. 235 Right Honorable Sir. This serves solely as a report of our operations; having yesterday finished with palisades and gabions, since they had to be sought far from here. Towards twelve o'clock at night we marched out with two officers, as one had to remain stationed to keep communication with the river open and cover our supplies, 4 sergeants, 6 corporals, 1 drummer, and 60 privates, 250 natives, along with 6 pieces of cannon with all the mortars and artillerymen. We happily arrived at the place we had chosen for that purpose, but barely having placed our cannon on the flat rice field below and having put ourselves in a state of defense, we stood between two o'clock, they shooting at us from the rampart, although we could not be seen due to a grove or drowned land lying between us and the city, and at the same time we were attacked across the flat field by a very heavy force. They however received such fire from our cannon at close range that they vanished in the blink of an eye and dared not show themselves again. Towards nine o'clock came an an envoy on behalf of the king of sandrabonie, with a request to cease hostilities, saying that this morning de novo he had sent two more envoys to consent to all the prescribed conditions, and also that they had never sought anything other than the friendship of the Honorable Company. Giving them as answer: that it was now approximately one and a half months ago that they had come of their own accord with a request to submit, and that until this day nothing had come of it; that I demanded within the time of two hours that the king send me proof under his hand and seal that he would fulfill all articles prescribed to him by the Honorable Company; and to give this greater force, four hostages from among his first grandees of the realm had to be sent as pledges, as no reliance could be placed on his words. The aforementioned envoys returned within the appointed time, but without fulfilling either of the two demands, saying that they were expecting news of peace from the Court of Bonie at any hour, putting forward at the same time their poverty, to which I said that they only needed to sell the water buffaloes that they had stolen from the Honorable Company's subjects, from which well over half the sum could be obtained, and on the other hand, that they had after all committed the first hostility against us, and if fortune had favored him in driving us off or defeating us, that they would have spoken an entirely different language then; but now seeing that they are in an embarrassment over the matter and the fire has been laid too close to their shins, to keep us idle. Forbidding them to return, and we also immediately began to bombard and cannonade the city; lying so close and so situated that all our fireworks are of a desired effect. The work on the redoubt and redoubt and battery is being diligently continued. Herewith a requisition from Mr. Sundberg; further I remain in haste with all requisite respect and high esteem, below stood, Right Honorable Sir, lower, your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed, I: G: Englert, in margin, In the Encampment before sandrabonij the 16th of August 1778, below stood, Agreed, was signed, H: B: Nodenpijl. To Major Johan George Englert, Commanding the Army there. Valiant, Brave, Discreet. I have postponed answering your letters of the 11th, 12th, and 13th instant in continuous expectation that the riddle would reveal itself whether to have peace with the Sandraboniers or whether the war would have to be continued, which would have been resolved by your further letter of yesterday, and that consequently the latter seems inevitable, had the king of bonij not asked this morning for access to me towards the afternoon for the Tamilalang, who already last Monday saw fit to send back to Rheijng the grandees of the realm who had come hither from the kampong of the Buginese, where they had gone to meet the Datou of sedeenring, without giving notice thereof to His Highness; whom I then expecting, so have I deemed it serviceable to order you to proceed indeed with the cannonade insofar as it really serves for their detriment, since it has already been started, but in case
Dutch transcription
voor hunne flank zullen op regten, waar door we hun het uit en inloopen van voorsz: poort zullen zoeken te beletten waarna wij onse suc„ cessive kunnen uit bereiden, soodanig, dat se niet als de zeekant openhouden overders niets van eenig gewigt te melden hebbende, neeme de vrijheijd met diep ontzagen nedrigen res„ „pect mij te noemen /:onderstond/ wel Edele groot Agtb: Heere /:Lager:/ uw wel Ed: groot Agtb: on„ derdaenige en gehoorsaeme dienaar /was geteekend:/ I: G: Engbert /:in margine:/ In 't Campement te Baloe Zang voor sandrabanie den 13: Augustus 1778 /:onderstond/ Accorveert /was geteekend:/ H: B Hodenpijl. 235 wel Edele Groot Agtbaere Heer. Dezes dient eenelijk tot een Rapport, van onse verrig„ „tingen; gisteren klaar geraakt zynde met Palliza „den en schans korven, dewijtse verre van hier moes„ „ten opgesogt worden. Tegens twaalff uuren in de nagt gangen wij op marsch, met twee officieeren / dewijl er een moest blijven posthouden omd: Communicatie met het revier open te houden en onsen voorraad te dek„ „ken /4: sergeants, 6 Corporaals, 1 tamboer, en 60. gemeenen, 250: Inlanders, benevens 6: p:s kanon met alle de mortieren en arthilleristen. wij kwennen gelukkig ter plaatse die wij daar toe verkooren hadden dog nauwlijks ons kanon op het vlakke rijstveld in onder gehad en ons in een staat van deffentie gesteld hebbende stonden wij tusschen twee uuren, schieten de uit den wal op ons, hoe wel wij niet konden gezien werden door een bossje ofte verdrank en land dat tusschen ons en de stadt ligt, en tegelijker tijd over het vlak„ ke veld door een geheele swaren g'attacqueerd wierden. zij kreegen egter door ons kannon sodanig in de nabij „heid, dat se in een omme zien verdweenen en haar niet weder vorsten vertoonen tegens negen uuren kwaom een een sendelingen uijt naam van den koning van san„ drabonie, met versoek de vijandschap te staken, zeggende deese morgen de novo nog twee sendelin„ „gen afgezonden te hebben, om in alle de voorgeschree„ „ve Conditien te bewilligen, ook dat zij nooit an „ders als de vriendschap van dE Comp: gezogt hadden aan hun ten antwoord gevende: als dat het nu Circa ander halve maand geleden was, dat se uit eijgen mote„ „ven gekomen waren, met versoek van zigte onderwer„ „pen en dat tot heden toe, nog niets van gekomen was dat ik binnen den tijd van twee uuren begeerte dat den koning een bewijs van zijn handen zegel aan mij zond, dat hij in alle articullen hem door d'E Comp voorgeschreeven voldoen zoude; En om dit meerder kragt bij te zetten vier geijselaars van zijne eerste Rijks grooten moesten toesenden als pandlieden, dewijl men op zijne woorden geen staat konde ma„ „ken. gem: sendelingen kwamen binnen de gestelde tijd wederom dog aan geen van beide g'Eijschtens voldoen zeggende alle uuren tijding van vreede van het Hof van Bonie te wagten waeren werden „de- teffens hunne armoede voor, waar op ik zeijden datse alleen de buffels diese van s Comp: onderdaen en geroofd hadden 237 hadden behoefden te verkoopen, dat daar ruijm de hoelfde van de sommakon uit voortkomen ten anderen, datse immers de eerste vijandschap tegens ongepleegt hadde„ en soo hem het geluk gedient had van ons te verdrij„ „ven ofte slagen, dat se als dan eenen gantsch anderen taal gesprooken zouden hebben; dog nu ziende: dat „se met de saak verleegen en 't vuur te na aan de schee„ „nen geleijd is; ons werkeloos te houden. verbie„ „dende hun van weder te komen en ook terstond de stad begonnen de beschieten en te bombordeeren; leggen „de sodigte en soo geleegen, dat alle onse vuurwerken van een gewenscht effect zijn het werk aan de ben„ „ting en benting en batterij word ijverig voortgezet Hier nevens een Eijsch van den heer Sundberg; voorts blijve in haast met alle vereijschte eerbieden hoog agtingen /:onderstond/ wel Edele groot Agtbaere Heer /:Lager / uw wel Ed= groot Agtb: onderdae„ „nige en gehoorsaemen dienaer /was geteekend:/ I: G: Englert /in margine/ In 't Campement voor san„ drabonij den 16 Augustus 1778: /onderstond/ accordeert /was geteekend/ H: B: Nodenpijl. Aan den Majoor Johan George Englert Commandeerende het Leger aldaar. Erntfeste, Manhafte, Discreete Ik hebbe de beantwoording uwer brieven van den 11: 12: en 13 hujus uijtgesteld in een geduurige verwagting dat het raadsel zig ontdecken zoude om af met de sandraboniers vrede te hebben of dat den oorlog zoude moeten worden voortgezet het geen door UW Ed: nadere van gisteren zoude sijn opgelost en dat gevolgelijk het laaste onver„ mijdelijk schijnt als den koning van bonij niet desen morgen acces tegen namiddag bij mij hadde doen vra„ „gen voor den Tamilalang, die reeds voorleden maandag heeft kunnen goedvinden de herwaarts gekomene Rijks groten te rug te zenden uijt de kampong der Bouginee„ „neesen (alwaar zij zig begeven hadden, om den Datou van sedeenring te ontmoeten, naar Rheijng, zonder daar van, aan zijn Hoogheijt kennisse te geeven; die ik dan verwagtende zo hebbe ik dienstig g'acht uwEd: te gelasten om met het Cannoneeren in zo verre het werkelijk tot hun afbruik sterkt wel voort se gaan, dewijl daar meede dog reets begonnen is, dog om inge„ valle -
English
case the king might send envoys again, to accept and hear them, to see whether one might yet agree on reasonable terms, in order thereby to bring the remaining rebels, who it is said are only waiting for this, into submission, while in the meantime our post can be made so much stronger against all enemy attacks and our force reinforced somewhat if necessary, so as to undertake an attack with greater confidence should they not be inclined toward peace, which I shall determine in further detail. I have ordered the requisitioned ammunition, goods, medicines, etc., to be provided as quickly as possible, of which I do not doubt, while in the meantime, after friendly greetings, I remain, your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar, In Castle Rotterdam, the 17th of August 1778. Lower: P.S. The stiff southerly winds having made the dispatch of this letter impossible prior to the arrival of the Tomilalang, I can add here that this grandee of the realm, having brought four more persons from Sandrabonij who again made an unacceptable offer, that the same was rejected by me and made known to them that they need not return, so that everything found in Sandrabonij, among whom it is said that Datoe Sdeenring might also be, which your Honour ought to keep secret however, must be considered as enemies. Underneath: Agrees, was signed, Hendrik Boris Hodenpijl. To the Right Honourable, highly esteemed Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of these Coasts. Right Honourable, Highly Esteemed Lord! After much anticipation, having received and viewed your most respected letter of the 17th instant, concerning the contrariness of the Bonian gentlemen; notwithstanding the peaceful disposition of the Sandrabonians, who yesterday gave true proof thereof by tearing down their works, which they had erected on top of the rampart for further reinforcement, the more so as during all that time they did not fire a single shot at us, which caused us to decide to cease the cannonade and await what would become of it. It is very likely that our bombs and shells must have caused them an incomprehensible terror and not a little damage, due to the crowd of people who were gathered there. Immediately after receipt of the most revered orders, I gave command to provide us with all speed with as many palisades as we might need for the erection of a second benting, which we intend to bring so close that our light artillery can play with as much effect as the heavy guns, although it is scarce with the garrison, having only ninety European men, of whom already an officer with thirty men had to remain at the Baloezang post, to cover the passage and the provisions, so that we have no more than sixty here, of which about half will again be detached to garrison a third post. The 250 natives would be divided in two, whereby our principal forces will be rendered useless. I immediately received a report that inside the town there was killed one Daeng Mare, the greatest rebel, by a bomb, and also that the bombs have killed a considerable number of people, because of which they are fleeing head over heels from there toward Glissong, being of the intention in the coming night to abandon the town for the greater part and save their lives. On the Butonese, of whom about 300 heads camp here with us, one can still place little reliance; the remainder had to stay at Baloezang. We must first await the requested supply of ammunition, so as not to become completely stripped; having further nothing of any importance to report, I take the liberty with the deepest deference and respect to call myself, Right Honourable, highly esteemed Lord, your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed, I. G. Englert, in the margin, In the siege before Sandrabonie, the 19th of August 1778, lower: Agrees, was signed, Hendrik Boris Hodenpijl. To Major Johan George Englert, Commanding the Army there. Honourable, Valiant, Discreet Sir: Having yesterday evening duly received your Honour's letter of the previous day, I confirm my agreement with the intention to cease the cannonade somewhat, in order to await whether the Sandrabonians might still wish to come around, regarding which I can further report that the Bonians, now seeing all their intrigues frustrated, have finally left them to themselves, and Datoe Sedeenring subsequently having been with me twice more to speak about the matter, has made a promise to give a conclusive answer tomorrow or at the latest the day after tomorrow, which it is to be wished may be found satisfactory. In the meantime, however, besides two cannons of four pounds, I shall send an assistance of men such as can ever be spared from here, in order, in case of the contrary, immediately to act with so much force that one may, under Heaven's blessing, make oneself master of Sandrabonij, for which a very great likelihood will present itself if the majority of the inhabitants should have taken flight, as is said to have been their intention, and has already happened with some, who have simultaneously confirmed that inside they have suffered a formidable loss by the effect of our cannons, etc. The ammunition, provisions, and cash sent, both for the natives and as board money for the Europeans, I hope will now already have been received, and for the rest, after friendly greetings, I remain, your Honour's good friend, was signed, Paulus Godofredus van der Voort, in the margin, Makassar, In Castle Rotterdam, the 21st of August 1778, underneath: Agrees, was signed, Hendrik Boris Hodenpijl.
Dutch transcription
239 valle den koning weder zen delingen mogte zenden desel„ „ve te accepteeren en te hooren, of men als nog opbillij„ „ke voorwaarden zoude kunnen over een komen, ten einde daar door ook d'overige Rebbellen, welke men zegt dat hier na alleen wagten, in sub„ missie te doen komen ondertusschen dat onse post zo veel te vaster kan worden gemaakt, tegen alle vijandelijke aanvalen onse magt des nodig nog wat verstrekt, om te geruster een attacque te onderneemen, wanneer zij niet den vrede genegen mogten weesen het geen ik als den nader sal bepa„ „len De gepetioneerde ammunitie goederen, artsenijen enz: hebbe ik gelast ten spoedigste te besorgen waar aan ik niet twijffelten wijl ik inmiddens na vriendelijke groete blijve /onderstond/ uEd: goede vriend /was geteekend/ P: G: van den voort, / inmar„ gine Maccasser In 't Casteel Rotterdam den 17 augustus 1778 /Lager/ P: S: de stijve zuijde win„ „den d'afsending deses, voor 's Tomilalangskamst, ondoenlijk gemaakt hebbende, kan ik hier nog bij voegen hoe dien Rijksgroot nog vier van san„ drabonij meede gebragt hebbende die weder een onaanneemlijk te onaanneemlijk aanbod deven het zelve door mij van de hand gewesen en hun te kennen gegeven is dat 'z niet weder hoefde te komen zo dat men alles wat sig in san „drabonij bevind, waar onder men zegt dat ook Datoe sdeenring zoude zijn / het geen uEd: egter geheim dient te houden /voor vijan den aanmerken moet /onderstond/ accordeert /was geteekend/ H=k B=s Hodenpijl. — 241 Aan den wel Edelen groot Agtb: Heer Paulus Godofredus van der voort gouverneur en Directeur de„ ser Custen Wel Edele Groot Agtbaere Heer! Na veel verlangens, de hoogst gerespecteerde van den 17 dezer ontfangen, en gezien, de vwars drijverijen der heeren Boniers; niet tegenstaande der vreeds geziend heid der sandrabaniers, die gisteren waere blijken getoont hebben, met het afwerpen van hunne wer„ „ken, die zij boven op den wal tot meerder verster„ „kinge hadden opgeregt te meer, zij in aldien tijd geen en kelden schoat op ons gedaan, het welk ons heeft doen besluiten van met de kannonade op te houden en afte waagten, wat 'er van worden zouden het is zeer waarscheijnlijk, dat onse bomben en kogelsee„ „nen onbegrijpelijke schriken met mindere afbreuk aan hun moet gedaan hebben, door de meenigte volks die zig daar in omtrent Terstond naer den ontfangst van van de zeer gevenereerde ordres, last gegeven, om ons in aller spoed soo veel Pallizaden te bezor„ „gen, als er tot het oprechten eener tweede bentings mogten nodig hebben, die wij vermeenen, soo digte on„ „den te zullen brengen, dat onsligt geschut met soo veel effect kan speelen als het gugove, hoe wel het schaars omkomt met de bezetting, nog maar Nee„ „genting man Europeesen, waar van reets een officier met dertig man te Baloezang Past moest blij„ „ven houden, ter dekking van de vaart en voorraad dus wij niet meer als sestig alhier hebben waar van als aan de helfte weder afgaat tot bezetting van een derde Post. de 250: Inlanders zoude in twee ver„ „deelt worden waar door onse voornaamste kragten: onse nuwt worden: — Terstond kreeg ik rapport, als dat binnen de stad gesneuveld is eene Daeng Mare de grootste behal„ mel door een bom, ook dat de bomben Considrabel veelmenschen doodt geslagen hebben; waar door ze overhals overkop daar uijt vlugten naer de kant van glissong, zijnde van meening in de aanstaande nagt 243 nagt voor het grootste geveelte de stad te verlaten en hun leven te salveeren. — op de Boetoenesen der omtrent 300: kappen alhier bij ons Campeeren, kan men nog weinig staat maken de overige moesten te baloezang blijven. — Den g' Eyschten voorraad van ammunitie dienen wij eerst afte wagten, om met geheel ontblood te rae„ „ken, verders niets van eenig belang te berigten hebbende, neeme ik de vrijheid met de diepste eerbied en respect mij te noemen /onderstond/ wel Edele Groot Agtb: Heer /Lager:/ uwel Edele groot Agtb: onderdaanige en gehoorsame Dienaer /was geteekend:/ I: G: Englert /in margine / Jn't beleg voor Sandrabonie den 19 august=s 1778/ La„ „ger:/ accordeert /was geteekend:/ H=r B: Hoden„ „pijl: Aan den Majoor Iohan George Englert, Comman deerende het Leger aldaar Erntfeste, Manhafte, Discreete: Gisteren avond wel ontfangen hebbende uw Ed: schrijvens van daags bevoorens, zoo Confirmeere ik mij met het voor nemen om met het Cannoneeren wat op te houden, ten einde aftewagten af de sandraboniers nog mogten wil„ „len bij komen, waer omtrent ik nog melden kan, dat de boniers thans alle hunne draijerijen te leur gesteld ziende, hun eindelijk aan hun zelve overgelaten hebben, en Datoe sedeenring vervolgens weder tweemaal bij mij geweest zijnde om over de zaak te spreeken, toesegging heeft gedaan morgen often langsten overmorgen uijt sluijtende antwoord te geven, het geen te wenschen zij dat voldoend mag bevonden wor„ „den. ondertusschen zal ik egter buijten twee Cannons van vier pond assistentie van volk zenden als hier immer te missen is, om in gevalle van het tegendeel, aanstonds met 245 met zo veel force te ageeren, dat men zig onder 'she„ mels zegen van sandrabonij kan meester maken, waar toe zig zeger groote apparentie sal op doen wanneer de meester Inwoonders de vlugt mogten ge„ nomen hebben, zo als gesegt word hun intentie geweest te zijn, en van sommige reets geschied is, die tegelijk hebben geconfirmeert dat 'zbin„ nen door het effect onser Canons etc: een ontsag„ gelijk verlies hebben geleeden. — De gezondene ammunitie, provisie en Contanten zo voor de Inlanders als kost penningen der Europeesen hoope ik dat nu reets ontfangen zullen wesen, en blijve voor 't overige na vriendelijke groete /onderstond/ uE goede vriend /was getee„ „kend:/ P=s G=s van der voort /in margine/ Macas„ „ser In 't Casteel Rotterdam den 21 augustus 1770 /onderstond/ accordeert /was geteekend/ H=k B: Hodenpijl. -
English
Right Honorable, Highly Esteemed Sir! Having nothing of any importance to report, except that we have not yet extended ourselves further, for the reason that, with the few European soldiers we have, it was not deemed advisable to divide them even more, although we are by no means molested by the enemies; all the more because we are positioned here so advantageously that the entire city can be swept by our cannon and mortars. Once every twenty-four hours, though at different times, it is cannonaded and bombarded with such good effect that it is unanimously attested by the refugees who have to sneak out of there—since fleeing from the city is forbidden on pain of death—that our bombs cause terrible devastation inside. If the inhabitants were free to go where they wished, few would remain inside. They are comforted by the fact that the king daily expects to be accepted in submission by the Honorable Company. Having nothing further to report, I take the liberty to call myself, with deep awe and humble respect, Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Your Right Honorable's humble, obedient servant, signed: J. J. Englert. In the margin: From the siege of Sandrabonij, the 23rd of August 1778. Below was written: Agrees. signed: H. B. Hodenpijl. Translation of a Malay letter written by the king and grandees of Dompo to the Right Honorable, Esteemed Lord Governor and Council at Macasser. After preliminary compliments of greeting and blessings, the king and grandees, together with all the subjects of the realm of Dompo, make known to the Lord Governor and Council the great grievances that have been inflicted upon us by the Sumbawarese, whose principal chief is named Depatij, who comes here daily to invade us, having already plundered and burned seven of our negorijen, namely Kowangkong Kampong, Soembij, Kiesie, Ta, Imilie, and Bongka, as well as abducted 195 heads of our subjects, not counting those who, out of fear, have been scattered here and there and have fled to foreign negorijen. In addition, the Sumbawarese have also plundered and carried off the realm's vessels of the land, as well as nearly 10,000 head of buffaloes and horses. However, after they had been here for three months, they returned again to their land. For these actions we have given them no reason. On this account, we are presently letting Boemie Pareka and Bomie Troepoe Hoe depart as our envoys to Macasser, so that on our behalf they may present before the Lord Governor and Council that which might serve for the best and well-being of our land and people, since we are assured that the Honorable Company, and no other, from of old and until the present day, has been moved with compassion toward us and still is now. Thus we hope, through the goodness of the Honorable Company, that we will be able to be gathered together again on the land of Dompo. Written on the land of Dompo, the 3rd day of the month of Jumadiel achier in the year 1192 called D'jin, being the 27th of July 1778. Below was written: Agrees. signed: H. B. Hodenpijl. To Major Johan George Englert, commanding the army there. Steadfast, Valiant, Discreet Sir. Pursuant to my letter of the day before yesterday, I am now dispatching from here, for the reinforcement of the army, a corporal and 36 European privates, as well as the Company's Madurese of Maas Wiera Dunkara under a lieutenant—since he is ill—consisting of 115 heads according to the enclosed note. In addition, I have given orders for the provision of two four-pounder cannons under some gunners, all with the intention of pressing the fire even closer to the Sandraboniers and thus forcing a prompt settlement of affairs, or else entirely destroying their stronghold, regarding which I expect a decisive reply by tomorrow. Meanwhile, notwithstanding the said reinforcement, I do not yet find it necessary for us to extend ourselves further for the time being, both so as not to divide our force too much and because the service would become too heavy for the Europeans, causing many apparently to fall ill. But when a more positive answer has been received and it becomes necessary to press on, the throwing up of another benting would, in my opinion, serve very well to prevent the enemies from fleeing, for which they now seem to have more than enough opportunity. If the commoners did not hold back, the grandees would, which also makes their intention doubtful, though it will soon reveal itself. Furthermore, having nothing more to add to this at present, I remain, after friendly greetings, Your friend, signed: P. G. van der Voort. In the margin: Macasser, in Castle Rotterdam, the 23rd of August 1778. Below: Agrees. signed: H. B. Hodenpijl. Right Honorable, Highly Esteemed Sir! Having duly received the highly venerated letter of the 21st of this month, and therein the reply, as Your Right Honorable was already informed of what devastation our fireworks have caused in the city; upon the receipt of the report that Karaeng Sandrabonie was on the point of abandoning his land entirely, we deemed it more advisable to silence the artillery and mortars since the evening of the day before yesterday. Also, since that time nothing has been undertaken, all the more because we meet with not the slightest resistance or hostility. Therefore, we judge it best to await further orders in this regard, especially since the inhabitants live in hope of being received in submission by the Honorable Company. Being of the opinion that they will now do everything in their power for their preservation in order to obtain a lasting peace and friendship from the Honorable Company, I trust at the same time that a little leniency will be much more glorious for the Honorable Company than seeking the utmost, whereby one would oblige them
Dutch transcription
Wel Edele Groot Agtbaere Heer! Niets van eenig belang te berigten, hebbende, als dat wij ons nog niet verder uijt gebreid hebben, om ree„ denen: de weinige Europeesen militairen die wijhebben, met raedsaam vonden, die nog almeer te verdeelen, hoe wel wij geensints door de vijanden gemolesteerd wor„ „den te meer, wij alhier soo voordeelig geposteerd zijn, dat de gantsche stad door ons kannon en mortieren kan be„ streeken worden eens in 't etmaal dog op differente tijden word gekannoneerd en gebombardeert, met so een goed effect, dat een parig betuigt word, door de vlugtelin„ die zig daar uit moeten stellen, dewijl, het vlugten uit de stad bij levens staaf verboden is, als dat onse Bom„ men eene ijzelijke verwoestinge daar binnen aanrech„ „ten soo het aan de ingezetene vrijstond, om te gaan waar zij wilden, weinig souden en daer in blijven zij wor„ „den gedrost: als dat den koning dagelijks verwagt, bij d'E Compagnie in submissie g'accepteerd te zullen 247 worden. verders niets te rapporteeren, hebbende, neeme de vrij „heid met diep ant zagh en Nederige respect mij te noemen /:onderstond/ wel Edele groot Agtbaere Heer /:Lager/ uw wel Edele Groot agtbaere onder„ „daenige ingehoorsaame dienaar /was geteekend/ I=n I= Englert /in margine:/ uit de belegering van Sandrabonij den 23=e Augustus 1778 /onder„ „stond:/ accordeert /:was geteekend:/ H:r B:k Hodenpijl. Translaat Maleijtsche Brief geschreven door den koning en Rijksgrooten van Dompo, aan den wel Edelen Agtbaeren Heer Gouver „neur en Raad tot Ma„ Casser Na voor afgaande Compliment van begroeting, en zee„ „genwensch, zo maken den koning en Rijks grooten be„ „nevens alle de onderdaanen van't Rijk Dompo, aan den Heer Gouverneur en Raad bekend, de grote ver„ drietelijk heden die ons door de sumbawareesen zijn aangedaan geworden, en welkers voorname hoofd genaamt is Depatij, die hier dagelijks komt om ons te invadeeren hebbende reets seven onser ne„ gorijen, als kowangkong kampong, soembij kie„ „sie, Ta- Imilie, en Bongka uijtgeplundert en verbrand mitsgaders 195: koppen onser onderdaenen gerooft ongereekent de geene die door vreese hier en daar verstrooijt geraakt en na vreemde negorijen ge„ vlugt sijn; daar en boven hebben de sumbawaree„ „sen ook de rijks vaartuijgen van 't Land en wel bij 249 bij de 10'000: stuks buffels en Paarden geplundeert en vervoert dog na dat z' hier drie maanden zijn ge„ weest. zijn ze weder na hun land te rug gekeert: overwelke gedoentens wij haar geene reedenen daar toe gegeven hebben uijt dien hoofde laten wij teegens woordig als onse gezanten na macas„ „ser vertrekken Boemie Pareka en Bomie Troepoe hoe om onzent wegen voor den Heer gouverneur en raad dient wegen zulle gelieve te stellen, die tot best en wel zijn van ons land en volk zoude konnen strekken, wijl wij ver„ zekert zijn dat DE Comp: en geene andere, van oudsheer en tot deeser dagen toe met meedelijden over ons zijn aangedaan geweest en nu nog, dus ver„ hoopen wij door de goedheijt van dE: Comp: wij wee„ „der op 't Land van Dompo te zullen kunnen ver„ zameld worden. — geschreven op 't Land Dompo, den 3: dag van de maand d Jumadiel achier in 't Iaar 1192 gen:t d'jin zijnde den 27: Iulij 1778 /onderstond:/ accordeert was geteekend:/ H: B: Hodenpijl. — Aan den Majoor Iohan George Engtert Commandeerende het Leger aldaar Erntfeste, Manhafte Discreete. Ingevolge mijn schrijvens van eergisteren laat ik thans tot versterkking van het leger van hier vertrekken een Corporaal en 36: gemeene Europeesen mitsgaders de Comp: madureesen van Maas wiera Dunkara, onder een Luitenant, vermits hij ziek is, bestaande in 115: koppen volgens inleggende notitie, hebbende daar en boven nog last gegeven tot bezorging van twee vier ponden Canons, on„ der eenige bosschieters, alles met intentie om de san„ dra boniers het vuur nog nader aan de scheenen te leggen en dus tot een dadelijke afdoening van zaeken te divingen dan wel hunne sterkte geheel te vernielen, waar omtrent ik tegen morgen voor het bescheid ver wagten. — Ondertusschen vinde ik het niet tegenstaande de ge „melde versterking nog niet nodig dat w' ons voor eerst verder uijt breijden zo om onse magt niet te veel te 251 te verveele als dat den dienst voor de Europeesen te swaar en daer door veelen apparent ziek worden, dog als meer positief antwoord bekome hebbe en genoodsaakt hat whesen door te lasten soude mijns bedinkens het op werpen van nog eene benting zeer wet te stade komen om de vijanden het vlug„ „ten te beletten, daar toe vij thans nog overgenoeg occasie schijnen te hebben wierden de minderen daar van niet weder souden de groten, dat hunne intentie teffens bedenkelijk maakt die zig egter spoedig sal ontdecken. — Voorts dit maal hier bij niets meer te voegen hebben de blijve ik na vriendelijke groete (onderstond/ uwE: goe„ de vriend /was geteekend:/ P: G: van der voort /in margine:/ Maccasser Jn't Casteel rotterdam den 23 augustus 1778 /Lager:/ accordeert /was geteekend/ H: B=s Hodenpijl. — Wel Edele Groot Agtbaere Heer! D' zeer gevenereerde van den 21 deser zeer wel ontfan„ „gen hebbende; en daar in 't antwaard, als uw wel Edele Groot Agtb: bereeds g'adverteerd was, wat eene verwoer„ „tenge onse vuurwerken in de stad aangerecht hebben op den Ontfangst: van rapport, als dat Craeng sandra„ „bonie op het point stond zijn land geheel te verlaten; vonden wij raadzaemer, het geschut en Martieren te doen swijgen, sedert eergisteren avond; ook seedert dien tijd niets ondernomen. te meer, geene de minste resistentie van vijandschap ontmoetende. dierhalven best oordeelen, dien aangaande nadere onder afte wagten. Insonderheid dewijl de Jnwoonderen op hoopleven, van d'E Comp: in submissie ontfangen te zullen werden. — van gevoelen zijnde, datse nu alles zullen aan wen„ den tot hun behoud, om eene bestendige vreede en vriend „schap van d'EComp: te verkrijgen. Jk vertrouwe teffens, dat een weinig toegeventheid, voor de EComp: veel luijsterij ker zal zijn, als het uijterste te zoeken; waar door men daar verpligte
English
obliged to acknowledge the generosity. Very humbly requesting to excuse me for the omission of not having answered the receipt of the money, both that of the natives, which was immediately handed over to them, as well as the board money of the Europeans and provisions. Tomorrow early morning, in case by that time the requisitioned arrack should not turn up, to send to the ship to have an aam fetched, as we are entirely without. Further having nothing of any weight to report, I have the honor to call myself, with deep awe and humble respect, below was written, Right Honorable Grand Respected Sir, lower, Your Right Honorable Grand Respected's humble and obedient servant, was signed, I: S: Engelert, in the margin, from the siege before Sandrabonie the 23rd of August 1778. Note: yesterday having had an error in the date and thus dated my report one day too early, below was written, agrees, was signed, H:k B:s Hodenpijl. Compliments as customary. Herewith we make known to the Lord Governor and Council that our envoys named Boenie Tanga have arrived here again in good health, therefore in place of the same we let Boemie Kadoe and Naka Poesar depart again for Macasser, in order to appear on our behalf before the Lord Governor and Council, also to await there such orders as the Lord Governor and Council shall be pleased to give him, and on that account we have recommended our aforesaid envoys to the goodwill of the Lord Governor and Council and please assist them with your advice and deed. Written at Sangar the 6th day of the month Rajab in the year 1192, or the 31st of July 1778, below was written, agrees, was signed, H:k B: Bodenpijl. Translation of a Malay letter written by Radja Sangar and his grandees of the realm to the Lord Governor and Council at Macasser. To Major Johan George Engelert Commanding the army there. Steadfast, Valiant, Discreet! Having received this morning Your Honor's writing of yesterday, it may be my lot to mention that the Matoa has made an acceptable offer, with the promise to fulfill the same within eight days, which has obliged me to a commitment to cause all further hostile undertakings to be suspended for that long, so that this may serve in answer to Your Honor's writing, while Your Honor will also perceive from this that I am of one mind with Your Honor. The arrack sent from here yesterday I hope will already have been received; in the meantime, the empty cooperage is expected back on all occasions. For the rest, after friendly greetings, I remain, below was written, Your Honor's good friend, was signed, P: G:s van der Voort, in the margin, Macasser in the Castle Rotterdam the 24th of August 1778, was signed, H=k B: Hodenpijl. Right Honorable Grand Respected Sir! Nothing can be more agreeable to me than the highly revered letter of yesterday, in which most clearly appears the good intention of the enemies, who have let it come quite to the utmost; now being ready to avert their impending ruin. I hope, however, that it will now take effect. Receiving a verbal message from Glissong that both European and native troops had landed there, also that on orders of Your Right Honorable Grand Respected they had to return back. But being unable to rely on that message, I wrote to the commanding officer to stay there until further orders. For the rest, Your Right Honorable Grand Respected's highly respected orders shall be punctually observed. Arrack has not yet turned up, having therefore yesterday been obliged to have an aam fetched from the ship Delfshaven, as I was entirely without. On account of the bad water, I judged a dram for the common soldiers to be very necessary. Having nothing of any consequence to report, I take the liberty to call myself, with deep awe and most humble respect, below was written, Right Honorable Grand Respected Sir, lower, Your Right Honorable Grand Respected's humble and obedient servant, was signed, I=n G=t Englert, in the margin, in the encampment before Sandrabonie the 25th of August 1778, below was written, agrees, was signed, H: B: Hodenpijl. To Major Johan George Englert Commanding the army there. Steadfast, Valiant, Discreet! From Your Honor's writing of yesterday, I have seen with the utmost astonishment that the sent Europeans and Madurese have not remained at Glissong at all, but Your Honor had also received a message containing that they were supposed to have received orders to return hither; which is without my knowledge, and wherefore indeed inquiry may be made, since through such doings one could get into the utmost inconvenience; while at the same time they will still have to be summoned. In the meantime, I hold the lifting of an aam of arrack from the ship to be well done, since the sent arrack had not yet been received, having consisted of eight small kegs. With which, after friendly greetings, I remain, below was written, Your Honor's good friend, in the margin, Macasser in the Castle the 26th of August 1778, below was written, agrees, was signed, H: B: Hodenpijl.
Dutch transcription
253 verpligt de Edelmoedigheid te erkennen. — zeer nedrig versoekende mij te verschoonen over het verzuim, van niet beantwoord te hebben den ontfangst der Pinn: soo wel die der Inlanders / die ter stond aan hun ten hand gesteld zijn:/ als kost penn: den Europee„ sen en provisien Morgen vroeg / bij aldien tegen die tijd niet mogt komen op dagen den gerequireerden Arak:/ naar 't schip te zenden, om een aam te laten, halen ter wijl wij geheel sonder sijn verders niets van eenig gewigt te berigten vallende, hebb ik de eere met diep ontzag en Nedrigen Respect mij te noemen /onderstond/ wel Edele Groot Agtbaare heer /:Lager/ uw wet Ed: groot Agtb: onderdaniger en gehoorsaemen dienaar /was getee„ „kend:/ I: S: Engelert /in margine:/ uit de belegering voor Sandrabonie den 23 Augustus 1778: NB: gisteren abiis gehad hebbende in den datum en dus mijn rapport een dag te vroeg gedateerd /:onderstond/ accordeert / was„ geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl. Compliment na gewoonte Bij deesen maken wden Heer gouverneur en Raad bekend, dat onse ge„ „zanten met naame Boenie Tanga, alhier weder in goeden welstand g'arriveerd dus laten winsteede van den zelven weeder na macas„ „ser vertrekken Boemie kadoe, en naka Poesar, ten eijnde voor on„ „sent weegen bij den Heer Gouverneur en Raad te verscheijnen, teffens aldaar afte wagten zodanige ordres als den Heer Gouverneur en Raad hem zullen gelieven te geven en uijt dien hoofde hebben w'onse voorn: gesanten in de goedegunst van d' heer gouverneur en raad gerecommandeert en haar lieden met den zelver Raad en daad gelieve te adsisteeren. — Geschreeven te sangar den 6 dag van d' maand Rajab in 't Jaar 1192: of den 31 Iulij 1778 /onderstond / accordeert /:was geteekend:/ H:k B: Bodenpijl. Translaat Mateijtse Brief geschreeven door Radja Sangar en zijne Rijksgrooten aan den Heer gouverneur en Raad tot Macasser. 255 Aan Den Majoor Johan George Engelert Commandeerende het Leger alvaar Erntfeste, Manhafte, Discreete Desen morgen uEd schrijven van gisteren ontfangen hebbende, mag het mij gebeuren te melden dat den Matou„ ang een annemelijke aanbieding heeft gevaan, met belofte om deselve binnen agt dagente volbreng het geen mij heeft verpligt tat een toe zegging om alle verdere vijande„ „lijke onderneemingen zo Lange te doen staken, zo dat zulks in antwoord van uEd: schrijven kandienen, ter wijl uEd: teffens hier uijt sal ontwaeren dat ik met uEd: ingevoelen eens ben. - De arak van hier een gisteren ver zan den hoope ik dat reets sal ontfangen wesen, ondertusschen verwagt men bij alle gelegent„ heden het ledig waat werk te rug. — Ik blijve voor het ove„ „rige na vriendelijke groete. /onderstond/ uEd: goede vriend /:was geteekend:/ P: G:s van der voort /:in margine:/ Mac„ „casser In 't Casteel Ratterdam den 24 Augustus 1778 /:was geteekend:/ H=k B: Hodenpijl. — Wel Edele Groot Agtbaere Heer Niets kan mij aangenamen zijn, als de hoog gevene„ „reerde missive van gisteren, waer in ten klaersten blijkt de goede intentie der vijanden, die het genoeg„ „zaem op de uijterste, hebben laten komen; tans gereed zijn om hun voor oogen sweevende ondergang te verhoeden Ik hoope egter, dat het nu Effect zal sorteeren Eene mandelijkse boodschap ontfang van glissong dat aldaar waeren aangeland, soo Europee„ „sen als Inlandsche Trouppen, ook dat die op bevel van uw wel Edele Groot Agtb: weder te rug moes„ „ten kieren. dog op die boodschap geen staat kun „nende maken, heb ik aan den gezeg voerende officier geschreven, om aldaar soo Lange te vertoeven tot nader Order. — voor 't overige zullen uw WelEdele groot Agtb: zeer gerespecteerde orders punctuelijk g'observeerd worden. - Arak is nog niet komen opdagen, dus gisteren verpligt geweest zijnde, om een aam van het schip 257 Delfshaven te laten halen, dewijl ik gedeel sonder was. wegens het slegte water een soopje voor 't gemeene volk voor zeer noodzakelijk oordeelde. — Niets van eenige aangelegendheid te rapporteeren hebben soneeme de vrijheid met diep ontzagh en Nedrig„ „sten respect mij te noemen. — /onderstond wel Edele groot Agtbaere Heer / Lager / uw Wel Edele groot Agtb: onderdaenige en gehoorsaeme Dienaar /:was geteekend/ I=n G=t Englert /in margine / ii't Campement voor Sandrabanie den 25 augustus 1778: /:onderstond / ac„ „conveert /was geteekend/ H: B: Hodenpijl. Aan den Majoor Johan George Englert Commandeerende het Leger aldaar Erntfeste, Manhafte Discreete! uijt uld schrijven van gisteren, hebbe ik met d' uijterste verwondering gesien, dat de gezondene Europeese en madu„ „reesen, op glissong met allen gebleeven zijn maar uEd: ook een boodschap ontvangen hadde, houdende dat zij ordre zoude hebben gekregen: om herwaarts te rugte keeren; dat buijten mijn weten is, en waar na dier halven wel ondersoek mag wor„ „den gedaan, vermits men door diergelijke gedoentens in duijter„ „te ongelegentheid zoude kunnen geraken; Terwijl z' teffens als nog zullen moeten antboden worden ondertusschen houde ik de ligting van een aan arak van 't schip voor wel gedaan, vermits de gezondene nog niet ontfangen waeren be„ staan hebbende in agt gelij vaatjes. — waarmeede na vriendelijke groete blijve /onderstond/ uEd goede vriend, /in margine / Maccasser Jn 't Cas„ „teel den 26 Augustus 1778 /onderstond/ accordeert /:was geteekend:/ H: B: Hodenpijl. —
English
259 Right Honourable Grand and Venerable Sir, Just now I receive a most revered missive of yesterday, which served at once as a guide for the troops who landed at glissong on the 24th of this month; from whom I only received yesterday evening a particular missive dated the 23rd of this month, together with a knapsack with doits, being the board money for this last quarter-month. Corporal Roedolff, showing me one written by Deefhout stating that he was to come hither, who did not arrive marching along the ordinary road, but directly by way of san drabonij with the Madurese. Having had an envoy from Adatouang this afternoon, who came to ask me for an audience whether the said Adatouang might come to me to speak with me, who had just arrived here at sandrabonij, which I refused him directly, saying that I had no order to await him here, much less to engage in any negotiations, since he sent word to me that he had come for no other reason than to see how much sandrabonij had gathered together to be able to pay off, this manner of acting appearing very suspicious to me, which leads me to surmise that these promises will be frivolous, like all preceding ones, by which nothing else seems to be intended than to gain time and to detain us. Eight small casks of arrack were received today, and forthwith a new requisition was again sent along with the head mandore, as I need two of the same daily for consumption. Having further nothing of any importance to report, I take the liberty with deep awe and humble respect to call myself, below stood, Right Honourable Grand and Venerable Sir, lower, Your Right Honourable Grand and Venerable's humble and obedient servant, was signed: I: G: Englert. In the margin: In the Camp before Sandrabonij, the 27th of August 1778. Below stood: agrees, was signed: H-k B-s Hodenpijl. 24 To the Right Honourable and Venerable Sir, Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc. etc. Right Honourable and Venerable Sir! My last to Your Honour was of the 9th of this month, wherein I communicated to Your Honour the departure of the bookkeeper Welvaart, stationed here, and Craeng Birana of Saleijer, to negotiate peace if possible; but it was the day before yesterday, Right Honourable Sir, that they returned unsuccessful, bringing back the letter addressed to the banto bangers, because, instead of receiving the envoys who came with the letter, they had fired upon them and chased them away, so that for the present they seem inclined to no peace, which Your Honour may possibly observe from this accompanying letter from the collector of Saleijer. It grieves me, Right Honourable Sir, that this commission has turned out so poorly, which is chiefly to be imputed to the indifference of the bookkeeper Welvaart. When he departed from here, Right Honourable Sir, I gave him in writing at his request what he had to do; but I cannot regard him, Right Honourable Sir, as having served for anything else than merely to carry the letter to the resident of Saleijer, who in turn gave him a letter to me, wherein he writes: Bookkeeper Welvaart, together with Craeng Bira, is now departing, who will give you a verbal report of his proceedings. And all that he told me, Right Honourable Sir, is that it looks bad enough, that there was firing from a six-pounder assembled outside the benting where three Europeans were shot, and that he had seen no chance whatsoever because the people he had summoned to use for a further embassy were afraid of the resident, which, however, the people had not precisely said, but he had imagined he could see it in their eyes; and moreover, that the resident had told him that all that was in the letter he had already presented to them, of which content, however, Right Honourable Sir, it was impossible for the resident to know unless he had related it. The only thing, Right Honourable Sir, of which he complains is that the resident had regarded him as well as Craeng Bira rather as instigators and spies than as delegates, because His Honour absolutely insisted that they had secretly brought along the former Tanetse regent; which, however, was found to be untrue, and with which it seems that the resident along with Welvaart was satisfied. But Craing Bira, Right Honourable Sir, shows at least in this case to possess more ambition, for he is not only very dissatisfied with that, but also that Welvaart went to the resident several times without him, and that especially because the resident had asked them whether they were delegates from Maccasser or from here, and whether Welvaart possibly still imagined that he would become resident there. Craeng Bira, Right Honourable Sir, has declared to me that after the first attempt to deliver the letter failed, which he chiefly attributes to the resident having occupied everything in such a manner that the bonto bangers are truly afraid, as also for Daeng
Dutch transcription
259 Wel Edele groot Agtbaere Heer so ter stand ontfange ik eene zeer gevenereerde missi„ „ve van gisteren, die met eene als weg wijser diende voor de trouppen, die op den 24„ deser te glissong zijn aangeland; van wien ik gisteren avond eerst een p:s missive gedateert den 23„e deser ontfangen, be„ „nevens een knap zak met duijten: zijnde, het kostgeld voor deese laatste kward maand. den Corporaal Roe„ dolff mij eene ondertoonende, door Deefhout geschreeven, als dat herwaards moest komen, die niet langs den ordinairen weg, maar direct langs san drabonij met de Madureesen aan kwam Marcheeren. — Eene zendeling van Adatouang desen nade middag gehad hebbende; die niet als belet aan mij kwam vra„ „gen of gem: Adtatouang bij mij mogte komen, om mij te spreeken die pas alhier te sandrabonij g'arri „veerd was het welke ik hem direct afsloeg, met te zeggen: dat ik geene orderhadde, hem alhier afte wagten, wel minder mij in eenige onderhandelingen in te Laeten; dewijl hij mij hij mij diet zeggen. als dat om geene andere reden was gekomen; als om te zien. hoe veel sandrabonij bij een gebragt had, om afte kunnen Leggen, komende mij deese handelwijse zeer suspect voor, die mij doet gissin, dat deese belaften soegt zullen zijn, gelijk alle voorgaande waarbij niets anders beoogt schijnd als tijd te winnen en ons op te houden. — agt geleij vaatjes arak zijn, heden ontfangen en ter„ „stand weder eenen nieuw en Eijsch met den opperman„ dadoor meede gegeeven, de wijl dagelijks twee derselve tot Consumptie noodig heb. - verders niets van eenig belang te melden hebbende neeme ik de vrijheid met diep ontzagh en needrigen respect te noemen /:onderstond/ wel Edele groot Agtb: Heer /:Lager:/ uw wel Edele Groot Agtb: onderdaenig en gehoorsaemen Dienaar /was geteekend:/ I: G: Englert /in margine/ In 't Capement voor Sandrabonij den 27„ Augustus 1778 /onderstond/ accordeert /was geteekend:/ H=k B=s Hodenpijl. — 24 Aan den wel Edele Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur den Custe Celebes V=o V=r Wel Edele Agtbaare Heer! Mijne laatste aan uw Ed: agtb: was van den 9 deeser waar bij ik uEd: agtb: 't vertrek van den alhier bescheidene boekhouder welvaart en Craeng Birana Saleijer Com„ municeerde om zo 't moogelijk was vreede te bewerken, dog t was op eergister wel Edele Agtb: heer dat zijlieden onverrigten zaaken te rug quaam en d' briev aan d' banto bangers g'addresseert weederom brengende also die in steede van de zendelingen die met d' briev qua„ „men te accepteeren, op dezelve hadden geschooten en weggejaagt, zoo dat sijlieden voor als nog tot geen vreede schijnen genegen te weesen 't geen uwel Ed: agtb: moogelijk zal kunnen beoogen uijt dese nevens gaande briev van saleijer ontvanger. 't doet 't doet mij leet welEd: Agtb: Heer dat dese Commissie zoo slegt uijtgevallen is, 't geen voorn: aan d' anverschilligheit van den boekhouder wel vaart te imputeeren is, toen hij van hier vertrek wel Edele Agtb: hier heb ik hem op zijn ver„ soek schriftelijk opgegeven wat hij doen moest, dog ik kan hem wel Edele Agtb: heer niet anders aan merken als dat hij alleen heeft gedient om d' briev aan d' resident van saleijer te brengen welke hem weeder een briev aan mij meede gegeven heeft waar in die schrijft: den Boekhouder Welvaart benevens Craeng Bira ver„ trek thans die uw: van desselvs verrigting mon„ „delinge verslag zal doen en al 't geen wel Edele Agtb: hier hij mij gezegt heeft is dat 'er slegt genoeg un't ziet dat 'er uijt een ses pander die bij een buijten benting al„ waar drie Europeesen zijn geschooten wierd, en dat hij onmogelijk kans had gesien om reeden de men„ schen die hij had laaten roepen om tot een nadere zende„ „ling te gebruijken voor d: resident bevreest waaren dog 't geen de menschen Juijst met gesegt hadden maar hij had zig verbeeld zulks aan d'oogen te kunnen zien, en buijten dien dat de resident hem gezegt had dat 't al geen 203 geen in de brievstant hij reets hun Lieden gepresen„ teert had, dog welke inhoud wel Edel Agtb: heer d'resident onmogelijk konde weeten of hij moest zulks verhaalt hebben, 't eenigste wel Edele Agtb: heer waar over hij klagt is, als dat de Resident hem zoo wel als Cr aen Bira eerder opstookers en spions dan gecommit„ „teerdens had gehouden dewijl zijn E: absolut wil de hebben dat zij lieden Elandistien d' gewesene Tanetse regent mede ge„ bragt hadden, dog 't geen onwaar bevonden is en waar „meede 't schijnt dat de resident benevens welvaart genoegen genomen hebben, dog Craing Bira wel Edele Agtb: heer toont ten minsten in dit geval meer der ambitie te bezitten want die is niet alleen daar over zeer te onvreden, maar ook dat welvaart verscheidene reisen buijten hem bij d'resident is gegaan en wel voor nam:t om dat d'resi„ „dent hun Lieden gevraagt had of zij gecommitteerdens waaren van maccasser of van hier en of welvaart zig moogelijk nog in beelden aldaar resident te zullen worden.. Craeng Bira wel Edel Agtb: heeft mij verklaart als dat hij na d'eerste reiset brengen der briev mislukt was't geen hij voorn: toeschrijft om reeden d'resident alles zodanig bezet heeft dat de bonto bangers weesentlijk bang zijn als ook om Daeng
English
Matatta, having joined the emissary with some armed men, had requested Daengekero to come to him. That Daeng, his son, Honorable Sir, is with the Bonto Bangers, and had promised to deliver the letter the following day. But instead of complying with this, he sent an emissary and informed Craeng Bira that he had an eye ailment, which may well be the same illness that my clerk claims to be able to see in his eyes. Craeng Bira, Honorable Sir, has declared to me that he had heard from several people on Saleijer that there was no doubt that had the letter been received, there would have been peace; since the Bonto Bangers, knowing what they have done, cannot imagine that they will be pardoned, but if they were assured of this, they would do nothing further, especially as the country from time to time falls into ever greater poverty and they fight against no one other than their own nation. However that may be, Honorable Sir, it seems incomprehensible to me that Welvaart, knowing the honor he enjoyed, remained on Saleijer for so long without writing me a letter until he had received an answer to it. And it also seems very strange to me, Honorable Sir, that the resident, although he recently wrote that the post was in great danger and that he heartily desired that commissioners from Macasser would come, has esteemed those people so little and failed to persuade them to remain until further notice, just as His Honor did with the Bonijs Jennang of Boelecomba and with Daeng Pagoelie, unless it be that His Honor did not recognize them as sufficient because they did not come directly from Maccasser, or else that His Honor no longer heartily longs for commissioners, since His Honor, strengthened by the formerly deposed Bonto Banger Daeng Matata and Daeng Manoejegang—both of whom, according to the testimony of Craeng Bira, act as leaders—may now see an opportunity to subdue the Bonto Bangers without those people being able to profit from such a favorable offer made by me on the orders of Your Honorable Council. That Daeng Matatta and Daeng Manoejegang, Honorable Sir, who may rightly be considered the instigators if the statements of Craeng Bira are true, find it inconvenient to settle the matter is easy to understand, since at best they would then be nothing other than what they were before, whereas they now flatter themselves with the prospect of obtaining a good regency. I wrote to Your Honor in my last letter that the Boniese Jennang of Boelecomba, when he arrived from Saleijer, told me that the Banto Bangers wished to place themselves under the protection of the King of Bonij, and that he requested me not to send Craeng Bira before Daeng Pagoelie arrived here, whom he expected from Saleijer in the coming days. But the said Daeng, Honorable Sir, is still on Saleijer and at the benting of Daeng Matatta. On the 10th of this month, Honorable Sir, being one day after the departure of the bookkeeper Welvaart and Craeng Bira, that same Jennang again sent me an emissary, requesting that I not take it amiss that, upon arriving from Saleijer and paying me a visit, he had recounted nothing further concerning Saleijer, but that as soon as all the king’s fields were cultivated he would come to me. However, Honorable Sir, I have not seen him appear to this day, which I can understand just as little as why I should have waited with sending Craeng Bira. Not having been able to refrain from communicating the above, Honorable Sir, I otherwise take the liberty, living in the hope of receiving good tidings in the coming days from both Maccasser and Salijer, to call myself with all required high esteem and respect: Honorable Sir, Your Honor’s humble and obedient servant, was signed: S. Monsieur. In the margin: Boelecomba, in the Company’s fortress, the 21st of August 1778. Below was written: Agrees. was signed: H. B. Hloedenpijl. To the Right Honorable Sir, Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc., etc. Right Honorable Sir, On the 4th of this month, Your Right Honorable's much respected letter of the 16th of the past month of July was delivered to me via Boelecomba. In reply, I shall state in all deference that in my last humble letter I assured Your Right Honorable that the friendly reception of Daeng Matata’s emissary by the Bonto Bango and Gallarrang Ritanga gave hope that peace would soon return here. However, this was merely done to gain time in order to progressively fortify their posts, as was discovered by the emissary of the regent Poete Bango, who found that they have erected three stone parapets on the east side. Nevertheless, I have not neglected, after some Bonto Bangers on behalf of five negorijen, namely Pogonting, Loera, Badjoemaling, Limbang, and Reagija, came to
Dutch transcription
Matasta met eenige gewaapende manschappen zig bij de zendeling gevoegt had / Daengekero versogt hadom bij hem te komen die Daeng zijn zoon wel Ed: agtb: heer is bij d' banto bangers, en had belooft om desanderen daagsd brief te zullen bezorgen, dog in steede van daar aan te voldoen heft hij een zendeling gezonden en Craeng Bira laten weeten als dat hij ziek aan d'oogen was 't geen mogelijk meede die heeden zal weesen die mijn schrijver zegt aan d'oogen te kunnen zien. Craeng Bira wel Ed: Agtb: heer heeft mij verklaart als dat hij van verschiedene menschen op saleijer gehoord had, als dat 't niet te twijffelen was zoo die brief en handen gekomen was of't was vreede geweest, dewijl d'bonto bangers daar zij„ weeten wat zij gedaan hebben zig niet kunnen verbeelden dat zij gepardonneert zullen worden, dog als zij dear van verzekert waaren niets meerder zoude doen, te meer daar 't Land van tijd tot tijd meerder in d'uijterste armoede geraakt en zij tegens niemand aan hunne eigene natie vegten dog hoet zij wel Edele Agtb: heer't komt mij onbegrijpelijk voor dat wel vaart daar hij wist waer eer hij genoot zig zo Lang op zaleijer met heeft opgehouden, tot en tijd dat hij mij een brief schrijvende daar op antwoord had ontvangen 265 in't is meede wel Edele Agtb: heer vuinkt mij zeer vreemd dat d' resident daar hij onlangs schrief dat d' post groot gevaarliep en dat hij van herten verlang de dat en gecommitteerdens van macasser, quamen, hun lieden zo weinig gedestimeert heeft en niet gepersuadeert om zoo wel als zijn E met d' Bonijs Pennang van Bole „Comba gevaan, heeft en met Daeng Pagoelie nog dat om tot nader te blijven of't moest weesen dat zij E: hun lieden niet voor voldoende erkent heeft om dat zij met direct van maccasser quamen dan wel dat zijn E niet Langer van herten na gecommitteerdens verlant, dewijl zijn E: ge„ sterkt door d' in voorige tijden afgezette bonte banger s dang Matata en Daeng manoejegang die beide volgens ge„ tuijgenis van Craeng Bira als hoofden ageeren mooge„ lijk thans wel kans zal zien om d' bonto bangers te onder„ werpen, zonder dat zij lieven van door zo gunstige pre„ sentatie door mij op order van uwel Ed: agtb: en raad zul„ „len kunnen profiteeren Dat 't Daeng Matcitta en Daeng manoejegang wel Edel agtb: heer diemen regt dien d ge zegdens van Claeng Bira waar zijn voor op stakers maghouden met Conveniert om d' zaak bij te leggen, is ligt te begrijpen, de wijl zij lieden dan op zijn best geree„ „kent niets anders zoude weesen als 't geen zij van te vooren geweest waeren daar zij zig nu flatteeren iever een goedregentschap te zullen krijgen. ik heb uwel Ed: agtb: bij mijne laaste geschreeven als dat d' banise Jennang van Boelecomba toen, hij van Saleijer quam mij gezegt had als d' banto bangers zig onder d' bescherming van d' koning van bonij hadden willen begeeven, en dat hij mij overzogt als dat ik Craeng „Bica met eerder zoude zenden voor en al eer Daeng Pagoelie die hij eerst daags van saleijer verwagte alhier quam, dog gem: Daeng wel Ed: agtb: heer is nog op saleijer en bij de benting van Daeng Matatta. - Op den 10„ deser wel Ed Agtb: heer zijnde een dag na't vertrek van den boekhouder welvaart, en Craeng Bira zandt die zelfde Iennang mij weeder om een zendeling mij versoekende als dat ik 't niet qualijk zoude neemen dat hij toen hij van saleijer gekomen was en mij een visiete gegeeven had omtrend saleijer niets meer„ „der had verhaalt, dog dat hij zoo dra d' konings velden alle bewerkt waaren bij mij zoude komen, dog ik heb hem 267 hen WelEd: Agtb: heer tot heeden nog niet zien op dagen 't geen ik mij zoo min kan begrijpen als dat ik miet 't zenden van Craeng Bira zoude wagten niet hebbende kunnen af zijn wel Ed: agtb: dit bo„ „ven staande te Communiceeren neem ik voor 't overige de vrijheit in die hoope levende dat eerst dags zoo wel van Maccasser als salijer goede tijding zal ontven„ „gen met alle vereijschte hoog agting en eer biet mij te noemen /:Onderstond:/ wel Edele Agtbaere Heer /:lager/ u wel Edele Agtb:s onderdanige en ge„ hoorsaame dienaar /was geteekend/ S=n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in Comp„s vesting den 21=e augustus 1778: /onderstond / accordeert/ /was geteekend/ H=k B=s Hlodenpijl. — Aan Den wel Edele gestrenge Agtbaeren Heer Paulus Godofredus van der Voort gouverneur en Directeur deser Custe Celebes & &a Wel Edele Gestrenge, Agtbaeren Heer op den 4 deser sijn mij over boedecombater hand gebragt u wel Ed: gestragtb: veel gerespecteerde van den 16 der Jongst gepasseerde maand Iulij, so sal ik daar op in alle eerbied diene, dat bij mijn laaste onderdaanige uwel Edele gestr: agtb: hebbe verzekert dat de vriendelijke ontfangst van Daeng matata sendeling door de bonto bango en glan„ „rang ritanga, hoope alhier haast weder in rust sal komen 't geen egter niet anders is geweest, dat als de tijd daar door te gewinnen om haar plaatsen algaande te versterken, gelijk door de sendeling van de regent Poete bango is ont„ „dekt, datse aan de Oost kant drie steene borstwiering hebbe op gerigt, so heb ik egter met nagelaten na dat eenige bonto bangers van wegens, vijf negorijen, als Pogonting Loera, badjoemaling, Limbang en reagija bij
English
269 having come to me to request pardon from the Honourable Company, ordered all the closest male and female friends of the Bonto Bango to depart thither in order, as much as possible, to induce her, together with Glarrang Ritanga and all the Bonto Bango people who might be there, to a cessation of hostilities, under the promise that not the least harm shall befall them, which family came to inform me that they were not received; whereupon, further to the satisfaction of Your Right Honourable Respectable, I sent to the Bonto Bango on the 6th of this month the regents of Poete Bango, Onto, Barang, in place of Mare Mare his brother Daen Mamaro, Pangauwa Boekit, and Batang Mata, together with an emissary of the Jannang of Boelecomba, in order, if the Banto Bango people might present any difficulty, to take it upon himself in the name of the Bonian court; which regents subsequently returned towards the evening, reporting that they were not permitted further than outside the gate, being warned by an emissary that they should come the next day, as the regents had something to do; so the said commissioners departed thither again on the 17th, and upon their return reporting reported that they had to sit outside the gate on the ground under the open sky without being allowed to speak to the Bonto Bango, except only Glarrang Ritanga, the Pongauwa, Glarang-Raiija, and some Anak Craengs, by the first-named of whom, after they had stated the commission assigned to them and on behalf of Boni by the emissary of the Jennang of Boelecomba, was given in reply that they had nothing against the Honourable Company, and also that the attackers of the post had not been Bonto Bango people, but that the regents who had lain before Matalalang had done so, of which there is clear evidence, as on that occasion on the north side of the fortress two persons, namely Daeeng Manassa and his nephew Daang Marola—the first-named being a half-brother of the regent of Gantarang—were shot dead, and further other reasons for their excuse; to which answer the regents and the Bonian emissary replied that, since they declared themselves to be innocent, they should then address themselves to the Honourable Company, which will give them satisfaction; yet instead of complying with this, they answered that the fear among them was too great, which I cannot 271 think otherwise than that they wished to proceed with their intentions, all the more because among many, especially among the Banto Bango people, the conquest of Goa is still considered uncertain; wherefore I placed before the collective regents and Pongawas for consideration whether one will not now be obliged to request the Company's forces, as I am presently apprehensive concerning the conduct of Glarrang Ritanga and his adherents, all the more if he might get into his hands his prahu, which, according to the testimony of the people of the aforesaid five villages, was sent long ago to Mangarij to purchase gunpowder, lead, and muskets, and will strengthen himself even further and cause much damage everywhere; whereupon they answered unanimously that concerning the conduct of Glarang Ritanga it is sufficiently evident that he is an enemy of the Honourable Company, who deserves nothing but death, against whom they, as loyal subjects, are ready at any hour to march, as no other means can be found to bring him along with his adherents to a halt, without, however, wishing for the present to burden Your Right Honourable Respectable by requesting assistance of troops, while they are afraid that if another nation came to their aid, their places and families would be subject to all misfortunes; which offer I did not dare to postpone any longer, but permitted them to march out on the 11th of this month, having on that same day captured all the bintings and breastworks from the outside, the regent's dalem, which is walled with stacked stones, currently remains besieged by about eight hundred men, without it being possible to discover up to this day that they receive any supply of people, as all the outer places have now come over to the Honourable Company. Furthermore, I hope from my report and further evidence that I will present to Your Right Honourable Respectable in due time, it will be found to be otherwise than some pretend and according to the saying of the dismissed regent of Tanette, that I myself have supposedly given cause for displeasure; yet, Right Honourable Respectable, if it can take place, I plead most humbly for a person whom Your Right Honourable Respectable will be able to trust to have my conduct investigated, and who can at the same time assist me in various matters, as I presently find it impossible to be in a position to attend to everything; while with all high esteem I take the liberty to call myself, Right Honourable Respectable Sirs, Your Respectable's humble servant, was signed, Jan Hendrik 273 Hendrik Voll, Junior. In the margin: Saleijer, the 17th of August 1778. P.S. Right Honourable Respectable Sirs, while closing this, there was brought in by the Company's subject Poeanna Mangalle a paduakan prahu with 12 head of subjects of Banto Boroes and 8 Laiolous, which arrived on the east side of the district of Bonto Boroes, declaring that it will now be fully fifty days ago that, along with another four Bonto Bango people who took flight immediately upon landing, they were sent out by the Bonto Bango, the Pangauwa of Laiolo Daeng Mamaro, and Glarang Bonto of Bonto Boroes to buy gunpowder; yet on Mangarij, Pata, and Bonenatte they could not get a single grain for sale, except underway from a certain Mandarese nakhoda, weighing about three pounds for five Spanish rixdollars, which I have seized, and 35 rixdollars in old currency belonging to the Bonto Bango, and have let the crew depart, each to their regent, and surrendered the prahu to the owner. Below stood: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl.
Dutch transcription
269 bij mij gekomen om pardon van d' Edele Comp: te versoeken alle de naast vrienden en vrin dinne van de bonte bango, g'ordonneert derwaards te vertrekken om haar nevens glarrang ritanga en alle de bonto bangers die zig aldaar mogte bevinden so veel mogelijk tot stilstant te bewee„ „gen onder belofte datse geen de minste quaad sal schie„ „den, welk familen mij heeft kome bekent maken dat. „se niet ware g'accepteerd, waar op ik verders ter vol„ „doening van uwel Edele Gestr: agtb: de regenten poete bango, onto. barang, in steede van mare mare desself broe„ „derdaen 9 mamaro; pangauwa boekit en batang mata, benevens een sendeling van Jannang boelecomba om wanneer de banto bangers eenige swarigheid mogt Suc„ „me voor te geve uijtnaam van 't bonijse hof op sig te nemen op den 6„' deser na de bantobango gesonden, welk regenten in dies gevolgen tegens den avond weder terug sijn gezeert, rapporteerde niet verder als buijten de poort zijn gepermitteerd door een sendeling gewaarschouwt datse des anderen daags soude komen terwijl de regenten iets te doen hadde so als gem: gecommitteerdens op den 17=e weder na toe zijn vertrokken en met hunne weder komst berigtende berigten de datse buiten de poort op de gront onder de bloten hemel moete sitten sonder datse de bontoban„ „go heeft moge spreken, als eenelijk Glarrang ritan„ „ga, de pongauwa, glarangi-raiija en eenige anak Craengs, door welk eerts gem: na dat hun opgedrage„ „ne Commissie, en van wegens bonij door Jennang boele„ Combas sendeling uijtgesproken hadde, ten antwoord wierd gegeven, dat zo niets teegens de Edele Comp: hadde, en ook het attacqueeren van de post geen bonto bangors, sijn ge„ „weest, maar de regenten die voor matalalang hebben gelegen sulks gedaan heeft waar van erblijke van sijn dat bij die gelegenheid aen de noordkant van de vesting twee persoo„ „nen als Daeeng manassa en desselfs neef Daang marola, sijn de eerst gem: een halve broeder van de re„ „gent van gantarang is doot geschooten, en meer ander redenen tot haar verschoning, op welk antwoord de regenten en bonijse sendeling repliceerde, dat vermits zij de Clareerde onschuldig te wesen, als dan bij de Edele Comp: hunne addresseeren die haar voldoening sal geven„ dog in steede van sulks na te komen, antwoorde daar op dat de vrees bij haar te groot was, 't geen ik niet anders kan 271 kan denken, dan dat sij met haare voornemens voor't gang wilde maken, te meer, also bij veele insonder„ heijd bij de banto bangors de overwinning van Goa nog voor onseker word gehouden, dierhalven aan de gesament „lijke regenten en pongawas in bedenking gegeven of men nu niet genoodsaakt sal wesen op sComp: magt te versoeken, alsoo thans omtrent 't gedrag van glarrang ritanga en dies aanhang bevreest ben, te meer wan „neer sijn praeuw die hij volgens getuijgenis van 't volk van voorsz: vijf negorijen overlang ter opkoping van kruijt loot en geweeren na de mangarij gesonden mogt in han„ „den krijgen sig nog verder sal versterken, en alomme veel schave toebrengen, waar op een pariglijk ten antwoord ga„ „ven, dat omtrent 't gedrag van glarang ritanga genoeg„ Saem blijkt, een vijand van d' Edele Comp: te wesen, die niet anders als de dood verdient, waertoe zij als trouwe onder„ danen alle uur bereijd sijn tegens deselve op te trekken, also geen ander middel meer te vinden is om hem nevens sijn aan „hang tot stelstant te brengen son der nogthans uwel Edele ge„ strenge Agtb: voor eerst te willen belasten om adsistentie van volt te versoeken terwijl ze bevreest sijn wanneer en andere natie„ tot tot hulp quam, haer plaatzen en familien, alle ongelukken ondverworpen sijn, welke aanbieding ik niet langer hebbe durve uijtstellen, maar haar gepermitteerd op den 11 deser op te trekken, hebbende dien selfden dag alle de bintings en borst„ „wering van buijten overmeestert, blijven de thans de regents dalm dewelke met op gestapelde steenen bemeurt sijn, door omtrent agthandert man belegert, sonder dat men tot heden kunnen ontrekken datse eenige toevoer van volk krijgt also alle de buijte plaatsen thans bij d'Edele Comp: is overgekomen. verders hoope bij mijn berigt en verdere bewijsen die ik uwel Edele Gestr: Agtb: in der tijd sal aan bieden anders sal kome te ontwae„ „ren, als sommige voorwenden en volgens seggen van de afge„ zette regent van Fanette, dat ik selfs aanleiding tot onge„ „noegen sal geven hebben edog wel Edele gestr: agtb: so het ge schieden kan smeek ik op 't aller ootmoedigste om een persoen die uwel Edele gestr: agtb: sal kunne aan vertrou„ „wen om mij gedrag te laeten ondersoeken, en die mij teffens in 't een en ander kan adsisteeren also ik thans onmogelijk in staat bevinden, alles te kunnen waarnemen, terwijl ik met alle hoogagting de vrijheid neme mij te noeme /:onderstond/ wel Edele gestr: Agtb: Heere /:Lager/uwel Agtb: onderdanigen Dienaar was geteekend/ Ian Hendrik 273 Hendrik voll: Junior /in margine/ saleijer den 17 aug=t 1778: P: S: wel Edele Gestr: agtb: Heere onder 't sluijten deeser wierd door den 'sComp: Onderdaan Poeanna mangalle aange„ bragt een prauw paduacken met 12 koppen Onderdanen van banto boroes en 8 laiolous, dewelke aan d' oostkant van 't district bonto boroes is aengekomen, verklaerde dat nu ruijm vijftig dage sal geleede wesen, nevens nog vier bonto bangers dewelke bij aanlanding ten eer„ „ste de vlugt genomen, door de bonto bango de pangauwa van Laiolo Daeng mamaro, en glarang bonto van bonto bo„ „roes uijtgesonden waere omkruijt te kopen dog op de manga„ rij, pata, en bonenatte komen de geen korl konde te koop krij„ „gen, als onderwegens van sekere mandereese anackoda we„ „gende omtrend drie pant voor rd=s vijff spaanst geen ik aange„ hebbe en rijxd=s 35 aan oud paijement, de bonto bango toebeho„ „rende, ende manschappen ieder na hun regent late vertrekken, mitsgaders de prauw aan den eijgenaar overgegeven /onder„ „stond/ Accordeert /was geteekend/ H=n B: Hodenpijl. —
English
To the Bookkeeper Ian Hendrik Voll Junior, Resident there Honorable, Pious! Whereas, on account of your letter of 25 July, I had flattered myself with the pleasant news that tranquility would already have been restored again, I have with no less regret seen the contrary from your later letter of the 17th of this month, just as it has astonished me to the utmost to find no mention made therein of the arrival at your place of the Boele Combas scribe Welvaard and Craeng Bira, who I firmly assume were already with you at that time, and according to whose report made to the resident there, Monsieur, one ought to conclude that the Bontobangers were not as averse to submitting as you mention, but considering that the other Regents have already marched against them again, mastered their bentings and breastworks, and besieged them in the Dalm, I shall, before declaring myself further on the one and the other, await the outcome thereof as soon as possible, in the expectation that Glarang Ritanga, who is indeed the principal instigator, will fall into our hands. Meanwhile, I remain, your friend, was signed, P. P. van der Voort. In the margin, Maccasser In Castle Rotterdam, 28 August 1778. Below, P.S. According to the statement of the scribe Welvaart, three Europeans are said to have been seen among the rebels, concerning which I await elucidation. Below, Agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. To Major Iohan Georg Englert Commanding the forces there Honorable, Valiant, Discreet. Although from your letter of yesterday I perceived the arrival of the dispatched Europeans and Madurese, it nevertheless surprises me very much that, contrary to orders, they did not take the usual route, the reason for which I shall still expect, as well as what moved them to advance on Glissong, and from whom they had orders to do so, or else to return, as you recently reported. Regarding the Datou of Seedenring, I reported in my previous letter of the 24th that he made the offer for and on behalf of the Sandraboniers, on which account you might well have received him, the more so as the pretext of his emissary will be an error, since he requested to proceed to Sandrabonij in order to collect as much money as possible, to be subsequently supplemented by him to the offered sum and paid, for which purpose a pass was granted to him at his request, in the trust that it is now genuinely meant, although I would not find it entirely strange to learn the contrary again; but if they will have to be forced through, I flatter myself that it will cost much trouble to make oneself master of Sandrabonij and destroy everything. The mandadoor not yet having returned, I remind you once again of the return of the empty cooperage in order to be able to have arrack delivered again soon, and remain further, after friendly greetings, your good friend, was signed, P. G. van der Voort. In the margin, Maccasser in Castle Rotterdam, 28 August 1778. Below, Agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. Right Honorable and Highly Esteemed Sir: This serves solely as an escort for a slave boy and some Malays, at least they passed themselves off as such, whom I discovered this morning while riding out for pleasure, without a pass or any proof, solely to smuggle and thereby avoid the camp, with the crimping or, if I may express myself so, the stealing of slaves, which at some time will be charged to the army's account; therefore ordered the head interpreter to send the boy, who being bound belongs to Lieutenant Roedolff, along with the others, to Your Right Honorable and Highly Esteemed by this means. The circumstances regarding Sandrabonij are as before, except that we perceived this morning that the benting situated on the northwest side is being dismantled again, and also that yesterday the Datou inside Sandrabonij, by taxing the inhabitants, collected so much together that this will be sufficient to receive them into mercy. Oetjong, which was abandoned and burned by us, is already reoccupied by a part of these people, who say that they had paid their share, or what was demanded of them, and thus they were not enemies, but friends of the Honorable Company. For the rest, having nothing of any importance to impart, I take the liberty, with deep respect and humble reverence, to call myself, Right Honorable and Highly Esteemed Sir, Your Right Honorable and Highly Esteemed's humble and obedient servant, was signed, I. G. Englert. In the margin, From the camp before Sandrabonij, 29 August 1778. P.S. The native auxiliary troops request the pay that is due to them. Below, Agrees, was signed, H. B. Hodenpijl.
Dutch transcription
Aan den Boekhouder Ian Hendrik voll Juinior, Resident aldaar Eersame, vroome! Daar ik mij uijt hoofde uwes schrijven van den 25 Julij geftatteert hadde met d' aangenaame tijding dat de ruste reets weeder zoude sijn hersteld, hebbe ik met geen min„ „der leedweesen het tegendeel uijt desselfs Latere van den 17 deser gesien als het mij den uijtersten verwondert heeft daar bij geen gewag gemakt te vinden van de aan„ komst bij uE: van den Boele Combas scriba wel „vaard en Craeng Bira, die ik vast stelle dat doenmaals bij uE reets geweest zijn, en volgens het rapport van de welke aan den resident aldaar Monsieur gedaan, men zoude dienen te besluijten dat de bonto bangers met zo afkeerig zijn geweest om in submis„ „sie te komen als uE gewaagt, dan gemerkt d' overige Regenten als bereets weder tegen deselve op getrocken zijnde hunne bentings in borst weeringen overmeesteerd en hun in den Dalm belegerd hebben sal ik alvorens 271 mij op het een en ander nader te verklaren den uijt „slag daar van ten spoedigsten te gemoed sien in de ver „wagting dat glarang Ritanga die wel de voornam „ste opstoker is onse handen sal vallen. — Inmiddens dat ik blijve /onderstond:/ uE vriend/ was geteekend/ P„s P=s van der Voort / in margine/ Maccasser In 't Casteel rotterdam den 28 Aug=t 1778 /: Lager /: P: S: volgens het zeggen van de schri„ „ba wel vaart zouden en drie Europeesen bij de rebel„ „len zijn gesien waar omtrend elucidatie verwagte /onderstond / accordeert :/ was geteekend:/ H=k B: Hodenpijl. Aan den Majoor Iohan Georg Englert Commandeerende het tegen aldaar Erntfeste, Manhafte, Discrete. schoon ik uijt uEd: schrijven van gisteren de aankomst van de gesondene Europeesen en madureesen hebbe ont„ „waard verwondert het mij nogthans zeer dat sij teegen d'ordre de gewone route niet genomen hebben waar van ik als nog de oorsaak zo wel sal verwagten als wat hun moveerd heeft op glissong aan te gaan mitsga„ „ders van wien zij daar toe ordre hebben gehad, dan wel om gelijk uEd: Iongst gemeld heeft te rugte keeren. — Napens den Datou van seedenring hebbe ik bij mijn vorige van den 24 gemeld dat hij voor en van wegen de sandraboniers d'aanbieding heeft gedaan, uit welken hoofde uEd: hem dan ook wel bij zig hadde mogen ontfan„ „gen, te meer het voorgeven van sijn sendeling een abuis zal zijn, dewijl hij verzogt heeft zig na sandrabonij te begeven ten einde zo veel geloimte samelen als mogelijk zoude 277 zijn, om vervolgens door hem tot d' aangebodene som„ „ma gesuppleert wesende, voldaan te worden, waar toe hem op zijn versoek een pasci is verleend, in ver„ trouwen dat het thans wesentlijk gemeend word, schoon ik niet geheel vreemd zoude vinden het tegen „deel weder te verneemen, dog als van sullen de moeten worden door gelast vlije ik mij dat het met veel moeij„ te salkosten om zig van sandrabonij meester te maken en alles te vernielen. — De mandadoor nog niet te rug gekomen zijnde herin„ „neae ik nogmaals de te rugsending van het Ledige vaat werk om spoedig weder arak te kunnen doen bezorgen en blijve voorts na vriendelijke groete /:onderstond/ UE goede vriend /was geteekend/ P=s G=t van der voort. /in margine / Maccasser in 't Casteel ratter„ „dam den 28 Augustus 1778 /:onderstond:/ Accor„ „deert /was geteekend/ H=r B:s Modenpijl Wel Edele Groot Agtbaere Heer: Dese eenelijk is dienende ten geleijde van een slave Ionge en eenige maleijers / ten minsten hebben se haar door over uitgegeven :/ die ik deese morgen voor Plaisier uijt rij„ „den geweest zijnde ondekte, sonder Pas of sonder eenig bewijs, eenelijk om te smokkelenen daar door het Lager te declineeren, met het ronselen of dat ik mij mag uitdrukken het steelen van slaven, dat te eenige tijd op reek: van 't Leger zal gesteld werden dierhalven den oppertolk gelast, den Iongen die gevleugel den den Luitenant Roedolff is toebehoorende, benevens de overige aan uw wel Ed: groot Agtb: mits deses toe„ te zenden. - De omstandigheeden wegens sandrabonij zijn gelijk als vooren, behalven dat wij deese morgen ontevaerd hebben, als dat de benting aan de N:o w: zijde gelegen weder om vergehaalt word, ook dat gisteren Adatoe angbin„ „nen Sandrabonij door het taxeeren der Jngezeetenen, soo 27n soo veel bij een verzameld, heeft, dat dit voldoenende zal sijn om hun in genade te ontvangen. oetjong dat door ons verlaten en verbrand is door een ge„ „deelde van dit volk reets weder bezet, zeggende datse hun aandeel, of 't geene van hun geEijscht is, betaalt had„ den, dus zij geene vijanden, maar vrienden van dEComp: wae„ „ren - voor't overige niets van eenig gewigt te bedeelen hebben„ „de, neeme ik de vrijheit met diep ontzagh en Nedrigen Respect mij te noemen /:onderstond/ wel Edele groot. Agtb: Heer /:Lager:/ uwel Ed: groot Agtb: onderdaeni„ „ge en gehoorsame dienaar /was geteekend/ I=n G: Englert /in margine / uit het Lager voor sandrabonij den 29=e augustus 1778: P: S: de Jnlandsche auxilliaer troupen soliciteeren Om hun te goed hebben de trac„ „tement /:onderstond/ Accordeert /was geteekend/ H=k B„s Hodenpijl. —
English
Right Honourable Sir, Scarcely having closed and dispatched a private letter, I had the honour to receive a private missive of yesterday. Having conducted an inquiry pursuant to Your Right Honourable Sir's order into the three points mentioned therein, namely from whom they had orders to go ashore at Glissong; secondly, on whose orders they had taken another return route hither; and lastly, from whom they had orders to turn back, or rather entirely, as I was informed, to advance straight before Sandrabonij and attack. The first was answered that the prahu boys did not want to take them any further, put them ashore there, and returned back with their prahus. They, like all innocent men, followed the path pointed out to them by the guide who had been assigned to them by the Glarrang of Glissong. Lastly, as none of them was proficient in the local language, they did not know what to do, nor could they point out any of those people who had misled them. That I did not wish to grant a hearing to Adatouang seems to me to have double reasons. Firstly, already being suspect, and secondly, having no qualification in the world to concern myself with anything unless it substantially concerns my service. For the rest, I shall attempt to avoid all suspicion as far as shall indeed be possible for me. His pass was shown to me by the Malay writers, as he was already in Sandrabonie for a long time. That I now begin to take heart will appear from that of just now. Concerning the empty cooperage, it is an oversight on my part that I did not make it known, for which I ask Your Right Honourable Sir's pardon, as I had shipped off all that was empty. Having nothing further to report, I remain with all veneration and respect. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable Sir's humble and obedient servant. Signed: I. G. Engtert. In the margin: From the army before Sandrabonij, 29 August 1778. Below stood: Agreed. Signed: H.k B.s Hodenpijl. To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honourable, Pious, Discreet, After the dispatch of my last of 16 July past, your letters of the 29th thereafter, as well as the 9th and 21st of this month, have duly reached me in succession. The first contained the account of the former Regent of Tanette, Daeng Matalle, upon which I need not express myself, as it consists of nothing but bare assertions. Nevertheless, Your Honour may reassure him once again that, keeping himself quiet, he has nothing to fear, as I permit him to remain at Boelecomba with Your Honour. Hoping that Daeng Fadoenie, now that Goa is conquered, will keep quiet, Daeng Manakkoe being compelled to choose a side, and Daeng Magassing will submit, Your Honour may admit the latter when he applies for it. Nothing having come of the pretended intention of the Bonto Bangers, Your Honour did very well to send the scribe Welvaart alongside Craeng Birana to Saleijer, with a letter addressed to the same. But it displeases me in the highest degree that the first-named behaved so improperly on that commission that one seems largely to have to attribute the fruitless outcome to it, although, finding to my surprise no mention made of the arrival or departure of either of them in the received letter from the Resident dated 17 of this month, I do not even know what to think of the matter, the more so as they will likely have been sickly there at the time. However, since he writes to me that most of the Regents, having since marched out once again against the Banto Bangers, had captured their bentings and breastworks, except for the Regent's Dalam, which was kept under siege, while it could not be discovered that they received any reinforcement of men, as all the rest had come over to the Honourable Company, I must await the outcome thereof, however much I might otherwise have wished to see peace restored among these islanders through an amicable way, before and until I can make any further arrangement or establish order in that regard. And therefore I shall not elaborate on it for the present, but holding the matter communicated to me as recommended, only add here that there is hope of seeing peace restored with those of Sandrabanij before long, in which case it may be expected with reason that the other rebels will, in time, likewise desist from all hostile undertakings. Wherewith, after greetings, I remain. Below stood: Your Honour's good friend. Signed: P. G. van der Voort. In the margin: Macassar, in the Castle Rotterdam, 29 August 1778. Below stood: Agreed. Signed: H.n B.s Hodenpijl. To the Junior Merchant Maximiliaan Lambertus Faure, Resident there. Honourable, Pious, Discreet, On the 17th of this month, Your Honour's letter of 2 April last past reached me in duplicate, containing various reports regarding the mishaps that befell some vessels that were dispatched hither with Sumenep auxiliary troops. But due to the changed circumstances of the times here, it requires no reply; thus I let this serve only to notify Your Honour of its receipt, while I refer to that which is presently being transmitted from me and the Council, and after greetings, I remain. Below stood: Your Honour's good friend. Signed: P. G. van der Voort. In the margin: Macassar, in the Castle Rotterdam, 31 August 1778. Below stood: Agreed. Signed: H.k B.s Hodenpijl.
Dutch transcription
Wel Edele groot Agtbaere Heer! Nauwelijks een p=s brief geslaten en afgesonden heb. „bende; hadde ik de eere te ontfangen een p=s missive van gisteren op uw wel Ed: groot Agtb: bevel onver„ soek hebbende gedaan, naar de drie articulen daar in ver„ „meld dat is van wien zonder hadden om te glissong aan de wat te gaan, Tweedens, op wiens orders zij eene andere retour genomen hadden na herwaards, en laats„ „telijk van wien z'order hadden van weder te rugte keeren of wel gaar uit soo mij berigt was: direct voor sandrabonij te rukken en te attacqueeren. het eerste wierde b'antwoord als dat de prauw Jongens haar niet verder hebben willen brengen, hun al„ aldaar aan den wal gezet en weder met hun prau„ „wen te rug gekeert, zij zijn gelijk alle onnozele men„ „schen den wegh gevolgd, die hun door den weg wijser de welke door den glarrang van glissong hun was toeg'voegt, ge volgd, laastelijk, terwijl geen van hun alle den landstaal magtig was, zij niet wisten wat te doen, ook geene van die lieden kanden aantoonen die hun misleijd habden. 281 Dat ik aan Adatouang, geen gedoor heb willen verleenen dunkt mij, dubbelde reedenen te hebben Eerstelijk, reets suspect zijnde, en, twee dens geen kwalificatie ter we„ „reld hebbende, van mij met eets te bemoeijen, al s het gee„ „ne wezentlijk mijn dienstraakt, voor 't overige trag„ „ten sal, alle suspice te vermijden, soo veel mij immersmo„ gelijk wesen zal. den Pas van hem is mij door den maleyjts schrijvers vertoont, dewijl hij reets lange in san„ drabonie was dat ik nu moed begin te schappen, sal blijken uit die van daareven. — Het Leedige vaat werk betreffend, is een verzuim van mij dat ik het niet bekend gesteld heb, waar over uw wel Ed: groot Agtb: Excus versoeke, door dien alwat leedig was afgescheeft hadde. — Niets te berigten hebbende, ben ik met alle veneratie en respect /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtb: Heer /: La„ „ger:/ uw wel Edele Groot Agtb: onder danige en gehoor„ „saeme Dienaar /was geteekend/ I: G: Engtert /in margine:/ uit het leger voor sandrabonij den 29. augustus 1778 /ondersod:/ accordeert /was geteekend/ H=k B=s Hodenpijl. — Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur Resident aldaar Discreete! Eersame, vroome, Na de afsending mijner laaste van den 16„' Iulij pass=o zijn mij successive wel geworden uwe brieven van den 29. daar aan mitsgaders 9„' en 21 deser d'eerste behelsen de het verhaal van de gewesen Regent van Tanette Daeng Matalle, over het welke ik mij niet behoeven uijttelaten als niet dan in btate gezegdens bestaande nagthans kan uE: hem ander„ „maal verseekeren dat hij zigstil houdende niets te vreesen heeft terwijl ik hem permitteere om op Boelecomba te blij„ „ven met uE: hopen de dat Daeng Fadoenie zig nu goa overwonnen is wel stil houden, Daeng manakkoe dwin„ „nende partlijkiesen en Daeng Magassing zig onderwerpen zal, kan uE: den laaste admitteeren wanneer hij daar toe aansoek doet. — van de voorgewende intentie der Bonto bangers niets gekomen zijnde, heeft uE: zeer wel gedaan den scriba welvaart nevens Craeng Birana Saleijer te zenden, met 883 met een brief aan deselve gerigt, dan het ontstigt mij ten uijtersten dat den eerstgemelde zig in die Commissi zo onhebbelijk heeft gedragen dat men daar aangrotelijke de is vrugteloosen uijtslagen schijnt te moeten attre„ „bueeren schoon ik bij de ontfangene brief van den resident de dato 17 deeser van de aankomsten ver„ trek van geen van beide tot mijne verwondering, ge„ „wag gemaakt vindende, zelfs niet weeten wat ik van de zaak denken moet, te meer zij er siekelijk doen maals reets zullen geweest zijn. — Dan vermits, hij mij schrijft dat de meeste Regenten ze„ „dert tegen de Banto bangers andermaal opgetroc„ „ken zijnde, hunne bentingen en borstweeringen overmees„ „tert hadden, uijtgenomen de regents Dalm, die belegert gehouden wierd, terwijl men niet ontdecken konde dat z toevoer van volk kregen, also alle de overige tot de Comp: waren overgekomen, so diene ik daar van den E uijtslag afte wagten; hoe zeer ik ook anders gewenscht hadde den vreede onder deese jnsulaire door een minne „lijke weghersteld te zien; voor en aller ik daar om„ trend eenige verder schickinge maken of ordre stellen kan, en dierhalven zal ik daar over voor het tegenwoordi„ „ge met breder zijn maar het mij gecommutticeerde voor beveelt, houdende hier nog eenlijk bij voegen dat men hoope heeft om de vreede met die van sandrabanij eerlange her„ „steld te zien in welken gevalle met grond zal mogen verwagten dat d' overige rebellen door de tijd dat zelve van alle vijandelijke onderneemingen wel zullen apsin. Waar meede na groote blijve /onderstond/ u E: goede vriend. /was geteekend/ P: G: van der Voort /in margi„ „ne:/ Maccasser In 't Casteel Ratterdam den 29 Augus„ „tus 1778. /onderstond/ accordeert /was geteekend:/ H=n B„s Hodenpijl. — 285 Aan den onderkoopman Maximiliaan Lambertus Faure, Resident aldaar Eersame, vroome, Discrett, op den 17=e deser is mij in duplo gewonden uE schrijvens van den 2=e april laast verweeken, vervatte diverse berigten wegens de ongevallen aan eenige vaartuijgen overgekomen die met sumanapse hulptroupen na herwaarts waren ge„ depecheert. dog door de veranderde tijds gesteldheijd al„ hier geen rescriptie vereijcht, des ik deese alleen late dienen om uE van dies ontfangst kennisse te geven, ter wijl ik mij aan d'thans overgaande van mij en den Raad refereere en na groete blijve /onder„ „stond:/ uE goede vriend /was geteekend/ P: G: van der voort /in margine Maccasser In 't Casteel Rotter„ „dam den 31: augustus 1778 /onderstond/ accordeert:/ was geteekend:/ H=k B:s Hodenpijl. —
English
Right Honorable Sir! According to report, the Adatouang will depart from here today to bring the peace between the Honorable Company and sondrabonij to its full conclusion, as so much money has been extorted from the subjects of the latter that I hope it will be sufficient to receive them in mercy. Craeng sandrabonij requested of me yesterday through a delegation: that one of his subjects had been seized and carried off by the Madurese; also that I might prevent any of the surrounding Negorijen from being set on fire, nor that any annoyance be caused to his subjects, since he gave full permission to shoot dead with impunity those who committed such hostilities. Having conducted the first investigation among all our natives, nothing was however discovered. Immediately I had all the captains of the natives assemble, ordering them in the strictest manner to keep their people in proper order, so that they should not be guilty of robbing, stealing, plundering, and other such wanton acts; and that I had requested the king of sandrabonij, our former enemies, to send all those who henceforth made themselves guilty of the aforementioned bound hand and foot to me, in order to give him satisfactory restitution, just as he also promised to do on his part. Which has already become apparent today, as we, riding close along the shore, were molested by no one. They also now go in and out unhindered through the gates that were formerly closed and impassable. Having nothing further to report, I have the honor to be with deep awe and humble respect /below stood/ Right Honorable Sir /lower:/ Your Right Honorable's humble and obedient servant /was signed/ I: G: Englert /in the margin/ from the encampment before Sandrabanij the 30th of August 1778: /below stood:/ agrees /was signed/ H: B: Hodenpijl. Paulus Godofredus van der voort Governor and Director of this Coast To the Right Honorable Sir! Right Honorable Sir! Having the honor herewith to present to Your Right Honorable a muster roll of the European military as they are presently situated here, as well as a small note of the provisional non-commissioned officers with a humble request: to be pleased to confirm them in their provisional service. I would make myself ridiculous by writing all the embellishments and trifles that are told here, since after investigation it appeared that all those reports were false and unfounded. Having granted a pass today to the dignitaries of Sandrabonij to depart thither by sea freely and unhindered with their vessels. The mandadoor having arrived here yesterday evening, bringing along 113 bags of rice and 4 aamen and 2½ gelij casks of arrack, which I hope will suffice until affairs here change their appearance, as the friendship between us and the Sandrabonians is as good as restored; through the free passage that has been granted to our people to buy all necessities in the town, nevertheless, a good guard is kept on all sides so as not to trust a feigned friend too much, until such time as we receive further orders from Your Right Honorable concerning the ratification of the peace. Having nothing further to report, I take the liberty to call myself with deep awe and humble respect /below stood/ Right Honorable Sir /lower/ Your Right Honorable's humble and obedient servant /was signed/ I: G: Englert /in the margin/ In the encampment at Bandjoodja before sandrabonij the 31st of August 1778 /below stood agrees /was signed/ H=k B=s Hodenpijl To Major Iohan Georg Eraesert Commanding the army there Most earnest, valiant, discreet! To Your Honor's two letters of the 29th ultimo and the report of the day following, since it does not please me to treat of absurdities, I shall only note that indeed the slave of Lieutenant Roedolph, but no Malays, have come here, of whom the emissary said he knew nothing. That the investigation into the subjects of the king of sandrabonij, who was said to have been seized by one of the Madurese, was no less well done than the order to the captains to keep their people in order, as well as the request to the said king to have all of ours who might commit such acts seized and sent to Your Honor, with the promise to provide satisfaction, just as I have seen with pleasure that he has likewise promised on his part, and at the same time that signs were shown regarding his good intentions in this matter, because ours, although coming close under the shore, remained unmolested and even the gates now stood open. Having immediately given orders for providing the wages of the native troops as well as other necessities, I do not doubt their satisfaction, and since affairs now stand on such a good footing that I expect a happy conclusion with Your Honor shortly, I have ordered the officers of Delfshaven to return hither, while I shall await a statement of how much arrack was taken from that vessel, if it should not be returned: Wherewith, after friendly greetings, I remain, /below stood:/ Your Honor's good friend /was signed/ P:r G=t van der voort /in the margin:/ Maccasser In the Castle Rotterdam the 1st of September 178: /Lower:/ P: S: Just as this was transcribed, I received Your Honor's further letter of yesterday, from which I perceive with much pleasure the issuance of a pass to the dignitaries of sandrabonij to come hither and the good harmony already existing with them, which gives me even more hope for a speedy
Dutch transcription
wel Edele Groot Agtbaere Heer! volgens rapport, zal den Adatouang heden vertrekken van hier, om den vreede tusschen d'E: Comp: en sondra „bonij zijn volle beslagte doen verkrijgen, de wyl er „so veel geld van de onderdaenen van den Laast ge„ noemden is afgeperst, dat ik hoope: toe rijkende zal wesen, om hun in genade te kunnen ontfangen. Craeng sandrabonij mij gesteren door eene bezending doen versoeken! als dat eene van dies onderdaenen door de Madureesen waere opgevat en weggebragt; teffens dat ik dog mogte verhinderen dat geene van de om leg„ „gende Negorijen in den brand gestoken weerder, nog ook aan zijne onderdaenen eenigen overlast geschag„ dewijl hij volle vrijheijt gaf. die hostilitijten kwamen aan te regten vryte mogen doodschieten Op het eerste ondersoek gedaan hebbende, onder alle onse Inlanders, egter niets ontdekt. Terstond liet ik alle de Capitains der Jnlanders bij een komen hun op het ernstigste beveelende om hun volk in eene behoorlijke order te houden, op dat z' haar nog op no„ „ven, steelen plunderen en andere diergelijke baldadig„ heeden schuldig maakten; dat ik aan den koning van 287 van sandrabonij onse gewese vijanden verzogt hadde, alle de geene die voortaen zig schuldig, maakten aan 't even genoemde, deselve gevleugeld bij mij te zenden, om hem eene voldoeninde satisfactie te geeven. gelijk hij mede beloofdt heeft, aan zijn kan te zullen doen. 't welk heden reets gebleeken is, dat wij digte on„ derden wal langs rijdende, door niemand gemoveert wierden. zijlieden ook de poorten die bevoorens gebloo„ „ten en impassabel waren tans ong' geneerd uit en in gaan. — verders niets te berigten vallende, hebbe d'eere met diep ontzagh en nederig respect te zijn /onderstond/ wel Edele groot Agtbaere Heer /Lager:/ uw wel Ed: groot Agtb: onderdaenige en gehoorsaemen dienaar /:was geteekend/ I: G: Englert /:in margine / uit het Campement voor Sandrabanij den 30 augustus 1778: /onderstond:/ accor„ „deert /was geteekend/ H: B: Hodenpijl. Paulus Godofredus van der voort gouverneur en Directeur deser Custe Aan den wel Edelen Groot Agtb: Heer! wel Edele Groot Agtbaere Heer! Hier nevens de Eere hebbende uw wel Ed: groot agtb: aan te bieden eene Naam Lijst der Europeese Militairen so als deselve zig op heeden alhier bevinden teffens Een kleijn Natitie van d' provisioneele onder officieeren met oot„ moedig versoek: van deselve in hun p=l dienst te willen bevestigen Alle de franjes en wisse wasjes, die alhier verteld wor„ „den, zoude ik mij belachelijk maken, van die te schrijven; de wijl het na onderzoek gebleeken is. dat alle die rapporten valsen ongegrond waeren. Heeden een Pas verleend hebbende, aan de Rijksgrooten van Sandrabonij, om met hun vaartuigen ter zee vrij en ongehindert na derwaarts te kunnen vertrekken Den Mandadoor gisteren avond alhier aangeland sijnde mede brengende, 113 sakken rijst en 4: aamen en 2½ gelij vaatjes Arak, die ik hoope wel toe rijken zal, tot de zakken alhier van gedaende veranderen als zijnde tusschen onsende Sandraboniers de vriendschap soo goed als hersteld; door de 289 de vrije passagie die aan onse volkeren in de stad alle be„ hooftens te mogen kapen vergint is, des niet te min, word allen d'halven goede wagt gehouden om eene geveijnste vriend niet te veel te vertrouwen; tot allertijd wij nadere order ontfangen van uw wel Edele groot Agtb: wegens de ratificatie van den vreeden verders niets te berigten hebbende neeme ik de vrijheid met diep ontzagh en Nedrigen respect mij te noemen /onderstond / wel Edele Groot Agtb: Heer /:lager / uw wel Edele groot Agtb: onderdaanige en gehoorsame dienaar /:was„ „geteekend:/ I: G: Englert /:in margine/ In't Cam„ pement te Bandjoodja voor sandrabonij den 31 augustus 1778 /onderstond accordeert /:was geteekend/ H=k B=s Hodenpijl Aan den Majoor Iohan Georg Eraesert Commandeerende het Leger aldaar Erntfiste, Manhafte, Discrete! op uEd: beide brieven van den 29 pass=to en het rapport van daags daar aan, sal ik, vermits het mij niet gevalt ongerijmtheden te verhandelen, eenlijk notee„ „ren dat wel de slaaf van den Luitenant Roedolph maar geen maleijers zijn hier gekomen, van dewelke den sendeling gezegt heeft niet te weeten. Dat het ondersoek na de onderdaanen van den ko„ „ning van sandrabonij, die gezegt was, door een van de madureesen, op gevat te zijn, niet minder wel gedaan is, als het bevel aan de Capitains om hun volk in onder te houden, zo meede het versoek aan gemelde koning om alle d' onsen die dergelijke van bedrijven kwamen te plegen, te doen op vattenen aan uE te zenden, met belofte van satisfactie te zullen bezorgen, zo als ik met genoegen gezien hebbe dat. hij van zijn kant ingelijks belooft heeft, en te gelijk dat zig nopens zijne goede intentie in desen, blijken ƒ 291 vertoonden, ter zaake d'oonsen schoon digt onder den wal komende ongemoveert bleven en zelfs de poorten thans open stonden Tat het besorgen van de gagien der Inlandsche troupen zo wel als van andere benodigtheden aanstonds ordre gesteld heb„ „bende twijffele ik niet aan dies voldoeningen ver mits de zaken thans op een zo goede voet staan dat ik met uEd: binnen korte een geluckig einde ver„ wagte hebbe ik de overheden van Delfshaven last ge„ „geven om herwaarts te keeren, terwijl ik op gave sal te gemoed sien hoe veel arak van dien bodem is geligt, wanneer die niet mogte gerestitueert weesen: waar meede na vriendelijk groete blijve, /onder„ „stond:/ uEd: goede vriend /was geteekend/ P:r G=t van der voort /in margine:/ Maccasser Jn 't Casteel Rotterdam den 1 september 178:/ Lager:/ P: S: zo als dese afgeschreeven was ontfing ik uwEd: nadere van gisteren, waar uijt ik met veel genoegen ont„ waere de afgave van een pas aan de Rijksgrooten van sandrabonij om herwaarts te komen en de reets met deselve subsisteerende goede harmo„ nie, die mij nog meerder hoope geeft tot een spoedi„ ge
English
total peace and that we will soon be able to break camp from there. The soldiers nominated for sergeant and corporal will be appointed thereto at the first opportunity. was signed below, Agreed, was signed, H=r B=r Hodenpijl. 293 To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast. Right Honorable, Highly Esteemed Lord, The highly respected letter of the first of this month having reached my hands late yesterday evening, together with the one to the officers of the ship Delfshaven, which latter were delivered this morning with the utmost speed. The skipper having in hand a receipt for having delivered, on two different voyages, one aam of arrack each time for the benefit of the army, because the supply is so small I was unable to return it in kind, currently having no more than two full aams of this liquid in stock. By the aforementioned vessel, the sick are being transferred according to the contents of the enclosed list. Nothing Nothing having occurred, I have the honor to be with deep respect, was signed below, Right Honorable, Highly Esteemed Lord, lower, Your Right Honorable, Highly Esteemed humble and obedient servant, was signed, J=n G= Englert, in the margin, In the encampment before Sandrabonij, the 3rd of September, Anno 1778, was signed below, Agreed, was signed, H=k B=s Hodenpijl. 295 To Major Iohan George Englert, commanding the army there. Honorable, Valiant, Discreet, The Sandrabonij grandees of state having given such satisfaction this forenoon that it was judged that one could at least be content with it for the present, it was nevertheless thought fit to let our army remain there a little longer for now, in order all the more to urge them toward a prompt fulfillment of their promises; but since Captain Sundberg is not so much needed over there any longer, but rather here, he is expected back after he shall have handed over his administration to Lieutenant van Alphen, who departs under cover of this letter. While the aforementioned grandees of state likewise return, to whom three passes have been handed to be delivered into Your Honor's hands. For For the aforementioned reasons, yesterday the board money for the Europeans and the pay for the Madurese and Sumenappers were sent, all for half a month, after the expiration of which time it is hoped that we will be able to break camp from there. Wherewith, after friendly regards, I remain, was signed below, Your Honor's good friend, was signed, P: G: van der Voort, in the margin, Makassar, in the Castle, the 3rd of September 1778, was signed below, Agreed, was signed, H=k B: Hodenpijl. 297 To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast. Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Having received this morning via Lieutenant van Alphen Your Right Honorable, Highly Esteemed's most respected letter, together with the subsistence money for half a month and the salary of the native auxiliary troops, a sum of Rds 1248:—:—, which was handed over to them immediately upon receipt. The bearer of this, Captain Sundberg, to whom the orders were communicated and who also complied therewith directly, in order to hand over his post to the aforementioned van Alphen so as to depart this very day. We as well as the sloops to be provided with the necessary rations. Having nothing further to report, I have the honor to be with deep respect, was signed below, Right Honorable, Highly Esteemed Lord, lower, Your Right Honorable, Highly Esteemed humble and obedient servant, was signed, I: G: Englert, in the margin, In the encampment before Sandrabonij, the 4th of September 1778, was signed below, Agreed, was signed, H:r B: Hodenpijl. 299 To the Right Honorable, Stern, Esteemed Lord, Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc., etc., etc. Right Honorable, Stern, Esteemed Lord, My recent humble letter of the 17th of this month dispatched via Boelecomba, by no means doubting its safe arrival, I have the honor to inform Your Right Honorable, Stern, Esteemed that after the Bonto Bangos Dalam has already been surrounded almost entirely, little further progress is currently being made with it, because some of the regents resolved to entice outside by means of a slow siege their families, who are locked up inside the aforementioned dalam by force by Karaeng Ritanga, which will not only be of long duration, but will also give rise to more costs for the Honorable Company, aside from the fact that there is fear of the rainy monsoon, when nothing will then be able to be carried out; so I request Your Right Honorable, Stern, Esteemed for assistance in personnel, weapons, powder, lead, flints, as well as provisions, and as many hand grenades instead of the 125 pieces unsuitable ones currently here, whereupon I hope a swift end will be brought thereby. Otherwise calling myself with all high esteem, was signed below, Right Honorable, Stern, Esteemed Lord, lower, Your Right Honorable, Stern, Esteemed humble servant, was signed, Jan Hendrik Voll, Junior, in the margin, Saleijer, in the Honorable Company's fortress, the 26th of August 1778, was signed below, Agreed, signed, H=k B: Hodenpijl.
Dutch transcription
„ge volkome vreede en dat wij eerlange van daar zullen kunnen opbreeken. — De tot sergeant en Corporaal voorgedragene mili„ „tairen sullen bij eerste gelegentheijd daar toe aange„ steld worden /onderstond/ Accordeert /was getee„ „kend / H=r B„r Hodenpijl. — 293 Aan den wel Edelen groot Agtbaare Heer! Paulus Godofredus van der Voort„ gouverneur en Directeur deser Custe Wel Edele Groot Agtbaere Heer! De zeer gevenereerde van primo deses mij gisteren avond laat, benevens die aan de overheden van 't schip Delf=s haven, ter hand gekomen zijnde; welke laatste dese morgen ten spoedigsten besorgt zijn. — Den schipper in handen hebbende een bewijs, van op twee differente reisen te hebben afgegeven, telkens een Aam Arak, ten behoeve van 't Leger dewijl den voorraad soo gering is was ik buiten staat, die in natuure te restitueeren, hebbende thans niet meer als twee volle Aamen van dit vogt in voor raad. — Perdien bodem voornoemd gaan over de zieke volgens den inhout van 't g'incloseerdelleijtsje.— Niots Niets voorgevallen zijnde hebbe ik de eere, met diep ontzagh te zijn, / onderstond:/ wel Edele Groot agtb: Heer, /:Lager:/ uw wel Edele Groot Agtb: onderdaa„ „nige en gehoorsaemen dienaar, /was geteekend:/ J=n G= Englert, /in margine:/ In't Campement voor sandrabonij den 3=e September A=o 1778:/on„ „derstond:/ accordeert / was geteekend/ H=k B=s Hodenpijl. 295 Commandeerende, het leger aldaar Erntfeste, Manhafte, Discreete, De sandrabonijse Rijksgrooten desen voordemiddag zodanigen voldoening gegeven hebbende dat men, teeft g'oor„ „deeld zig daar meede ten minste voor eerst te kunnen vergenoegen heeft men egter goed gedagt ons leger daar voor eerst nog wat te laaten blijven om hem tot een spoedi„ „ge nakominge hunner beloften deste meer aan te sporen, dan vermits den Capitain Sundberg â Costi niet zo zeer meer benoodigt is wel hier, word denselven te rug ver „wagt, na dat desselfs administratie aen den Luite„ „nant van Alphen zal, hebben overgegeven, die onder„ geleive deses vertrekt. ter wijl de voorsz: Rijksgroo„ „ten insgelijks weder te rug keeren, aan dewelke drie passen zijn ter hand gesteld om aan uw Ed: in han„ „digt te worden. Aan den Majoor Iohan George Englert om Om voorsz: redenen zijn gisteren de kost gelden voor de Europeesen en de gagien voor de Mavureesen en suma „nappers gesonden alle voor een halve maand na 't ver„ strijken van welke tijd het verhopen zij dat wij van daar zullen kunnen opbreeken. — waar meede na vriendelijke groote blijve, / onder„ „stond:/ uEd: goede vriend /:was geteekend /: P: G: van der voort, in margine/ Maccasser Jn 't Casteel den 3 september 1778 /onderstond / accordeert / was„ geteek=d H=k B: Hodenpijl. — 297 Aan den Wel Edele groot Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der voort: Gouverneur en Directeur deser Cust Wel Edele Groote Agtbaere Heer: Perden Luitenant van Alphen dese morgen uw Wel Edele groot Agtb: zeer gerespecteerde ontfangen hebbende; benevens de kostpenningen voor een hal„ „ve maand en het salaris der Inlandsche auxilliair trouppen eene samma van Rds 1248:—:—: die hun soo direct bij den ontfangst zijn ter hand gesteld. Bren„ „ger deses den Capitain sundberg aan wien de ordres gecommuniceerd en zig ook direct daar na heeft ge„ V L voegt, om zijn Post aan voorsz: van Alphen over te geven om heeden nog te vertrekken. wij so wel als de Chialoupen van het nodige rand„ „soen voorsien te worden. verders nietste berigten hebbende, hebbe ik de eere met diep onzagh te zijn. /onderstond:/ wel Edele groot Agtbaere Agtbaere Heer /:Lager / uw wel Edele groot Agtb: onderdaanige en gehoorsaeme dienaar /:was getee„ „keid:/ I: G: Englert: / in margine/ In 't Campenent voor Sandrabanij den 4: September 1778: /onder„ „stond:/ Accordeert /was geteekend/ H:r B: Hodenpijl. — 299 Pautus Godofredus van der voort Aan Den wel Edele gestrenge Agtbaere Heer e Wel Edele Gestrenge Agtbaeren Heer! Mijne Iongst onderdanige van den 17=e deser over Boelecomba afgevaardigt, aan dies behoude overkomst geensints twijffelende, so hebbe ik de eere uwel Edele ge„ „strenge Agtb: ter kennisse te dienen, dat nade bon„ „to bangos Dalm reets bij na rontom is beset ge„ worden thans daar meede weijnig voortgang verders werde gemaakt, also sommige der regenten, resolveerde, door een langsaame belegering hunne familien die met geweld door gdarrang Ritanga binnen voorsz: dalm sijn op gesloten buijten kunne lakken, 't geen niet lokken, 't geen niet alleen van Langduur, maar ook tot meerder kosten van d' Edele Comp: sal„ verwekken buijten en halven dat te vreesen is gouverneur en Directeur deser Custe Celebes &a 8a &=a is voor de regen mousson, wanneer als dan niets sal kunnen werde uijtgevoerd, so versoeke uwel Edele gestrenge Agtb: om adsistentie volk, wapens, kruijt loot, vuursteenen, mitsgaders mond be„ „hoeftens, in so veel hand granaden insteede van de alhier lopende 125 p=s onbequaame, wanneer ik als aan hoope daer door schielijk een eijnde sal kome. — overigens met alle hoog agting mij noeme / onder„ „stond:/ wel Edele Gestrenge Agtbaeren Heere /:Lager:/ uwel Edele gestrenge agtb: onderdanigen Dienaar /was geteekend:/ Ian Hendrik voll, Junior /in margine / saleijer In s Edele Comp: vesting den 26 augustus 1778 /onderstond:/ accordeert/ /geteekend:/ H=k B: hodenpijl: —
English
301 Honourable, Valiant, Discreet. To Major Iohan George Englert Commanding the Army there Finding nothing to reply to your letters of the day before yesterday and yesterday, this serves solely for the communication that the requested rations, both for the army and for the sloops, will be provided as soon as possible, and that Chief Interpreter Brugman was permitted to come up for a few days on account of his indisposition. His High Honour having been pleased to defer to me whether to retain you here for some time longer, or rather to let you depart again for Batavia, I may likewise not omit to inform you thereof, and that for the sake of the siege of Sandrabonij I have provisionally chosen the former, the more so as both ships are scheduled to be dispatched the day after tomorrow, and the time would be far too short for you to get ready. Wherewith, after friendly greetings, I remain beneath Your Honour's good friend was signed P. G. van der Voort, in the margin Maccasser In Castle Rotterdam the 5th of September 1778 beneath Agreed was signed H. B. Hodenpijl. 303 Right Honourable, Highly Esteemed Sir: To the Right Honourable, Highly Esteemed Sir: Paulus Godefredus van der Voort Governor and Director of this Coast Upon the approach of the roaming enemies to attack Calebang, of which messenger upon messenger arrived for assistance, I, with the consent of the Chief Interpreter, deemed it advisable that he immediately depart with his men, alongside the Glissongers; adding to him the Company of Madurese of Trimontaken, who had already been there, with the promise, in case there should be difficulties, that a second Company stood ready to march at the first order. The chiefs of the enemies are Craeng Biladjie, Pattoeng, Barombong, Pontonomboen, Datoe Boekeng. Just now the enclosed passes were handed to me, of which Your Right Honourable, Highly Esteemed Honour was pleased to make mention in that of the third of this month; for the rest, there falling nothing of any importance to report, I have the honour to be with deep respect. beneath Right Honourable, Highly Esteemed Sir lower Your Right Honourable, Highly Esteemed Honour's humble and obedient servant was signed I. G. Englert in the margin In the Encampment before Sandrabonij the 5th of September 1778 lower agreed signed H. B. Hodenpijl. 300 Right Honourable, Highly Esteemed Sir By this there are sent over, according to the enclosed list of the under-surgeon, as in-patients: 3 seamen 6 soldiers and 1 assistant surgeon who, for lack of the necessary medicines, must be sent up, as the under-surgeon reports having not even a single emetic left, although he had requested them by separate requisition from the Surgeon Major at the Castle on two different occasions, so that it is not unlikely that this gentleman cares little for the common good. Having received news from Malewang this morning through the Chief Interpreter that upon the approach of our troops, the roaming enemies had completely vanished, he intends, if nothing of importance is discovered tomorrow, to return again. Further, nothing further having occurred, I have the honour to be with deep respect beneath Right Honourable, Highly Esteemed Sir lower Your Right Honourable, Highly Esteemed Honour's humble and obedient servant was signed I. G. Englert. in the margin In the Encampment before Sandrabonij the 6th of September 1778 lower agreed signed H. B. Hodenpijl. 307 To the Right Honourable, Strict, Esteemed Sir! Paulus Godefredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honourable, Strict, Esteemed Sir, Via Boelecomba I had the honour to dispatch to Your Right Honourable, Strict, Esteemed Honour my last humble letter of the 20th of the past month, the duplicate of which is enclosed herewith, to which I refer myself, so I take the liberty to let this serve as an escort to the envoy of Craeng Balotjie, who comes to collect provisions, as well as, with the pleasure of Your Right Honourable, Strict, Esteemed Honour, to summon more of his subjects hither for assistance. And since the Boelecomba Resident reported by letter of the 31st of August last that His Honour can no longer assist me with any rice, of which grain I have no more remaining than about 2½ last, of which only one last can still be issued to the natives standing guard, and the remainder must be kept for the servants stationed here and on the pantjallang the Jonge Frans, wherefore I most humbly beseech Your Right Honourable, Strict, Esteemed Honour to please favour me, for my further accounting, with fifteen lasts, as none is to be had here anywhere for money; while I conclude this wishing Your Right Honourable, Strict, Esteemed Honour's precious person God's safe protection, and remain with all humility beneath Right Honourable, Strict, Esteemed Sir lower Your Right Honourable, Strict, Esteemed Honour's humble servant was signed Ian Hendrik Voll, Junior. in the margin Saleijer In the Honourable Company's fortress the 5th of September 1778 lower agreed was signed I. B. Bodenpijl. 309 To the Right Honourable, Highly Esteemed Sir Paulus Godefredus van der Voort Governor and Director of this Coast of Celebes. The very respected letter of the 5th of this month having only been received today, and having already given receipt for the receipt of the provisions the day before yesterday. The Chief Interpreter having said that he was summoned, already departed last night. Taking the liberty to submit a petition to the respected Makassar Ministry, containing nothing other than my discharge from this commission, in which I am unable to carry on any longer, having had to live lavishly until today, and everything now being exhausted, I would be forced to suffer poverty, which never happened to me while still a soldier. Right Honourable, Highly Esteemed Sir, further
Dutch transcription
301 Erntfeste, Manhafte, Disireete. Aan Den Majoor Iohan Gerge Englent Commandeerende het Leger aldaar op uEd: beide brieven van eergisteren en gisteren niets te Rescribeeren vindende dient dese alleenlijk ter Com„ „minicatie dat de gevraagde randsoenen, zo voor het Leger als de Chaloupen ten spoedigsten zullen bezoogd worden en aan den oppertolk Brugman gepermitteerd. ward om voor eenige dagen op te komen, mits zijne onpasselijkheijt. — zijn Hoog Edelheid aan mij hebbende gelieven te de „fereeren om uEd: nog eenigen tijd alhier aan te houden dan wel weder na batavia te laten vertrecken zo mag ik meede niet af om uEd: hier van te verwettigen en dat ik om de wille van het beleg van Sandrabo„ nij het eerste bij provisie verkoren hebbe te meer beide de scheepen overmorgen staan gede„ „pecheerd „pecheerd te worden, en de tijd daes wet te kortwesen zoude om zij gereed te maken. — waar meede na vriendelijke groete blijve /:onderstond:/ uEd groede vriend /wagrteekend/ P=r G=s van der voort, /:in margine/ Maccasser In 't Casteels Rotterdam den 5=' September 1778 onderstond:/ Accordeert:/ /was geteekend/ H=k B: Hodenpijl. — 303 Wel Edele Groot Agtbaere Heer: Aan den wel Edele Groot Agtbaere Heer: Paulus Godefredus van der voort gouverneur en Directeur deser Cust Het aan naderen der omswervende vijanden om eale„ bang te attacqueeren, waar van bode op bode kwam, on adsis„ tentie, vond ik met bewilliging van den oppertolk geraaden. dat hij met zijn volk, benevens de glissongers, ter stond ver„ „trok; hem toe voegende, de Comp: Madureesen van Trimon„ =taken, die aldaar bereets geweest is, met belofte ingevallen er swaerigheden mogten wesen, een tweede Comp: gereed stond, op de eerste order te kunnen marcheeren. de hoofden van de vijanden zijn Craeng Biladjie, Pattoeng, Ba„ rombong, Pontonomboen, Datoe Boekeng. — so even wierden mij ter hand gesteld, g' in clusierde Passen„ waar van uw welEdele groot Agtb: in die van den derden deser mensie heeft gelieven te maken voor 't overige niets van van eenig belang te berigten vallende, heb ik de eere met diep ontzagh te zijn. - /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtb: Heer /:Lager:/ uw wel Edele Groot agtb: onderdanige en gehoorsaeme die „naar /:was geteekend:/ I: G: Englert /in margine/ Jn't Campement voor sandrabonij den 5: September 1778 /Lager/ /accordeert /geteekend/ H=k B=s Hodenpijl. — 300 Wel Edele Groot Agtbare Heer Per desen gaan over volgens g'inclosseerd Lijstje van den onder Chirurgijn, als Inpatent. 3 zeevarende 6 Militairen en ondermeester 1 die bij gebrek van de noodzaakelijke Medicamenten, mooten werden opgezonden, dewijl den onder Chirurgijn op geeft ' selfs, met een vomitif meer te hebben hoe wel hyj tot twee differente reisen den Chirurgijn Majoor a Castij door apparte eijschen daar om versogt hadde dus het niet onwaarscheijnelijk is dat dien her het algemeene best weinig meer te hen te gaat. — van Malewang deze morgen door den oppertolk tijding ge„ kroagen hebbende, als dat op het aannaderen van onse troup„ „pen, de swervende vijanden geheel verdweenen, waren. dus morgen niets van belang ontdekkende van meenmin„ „ge is, weder terug te keeren. verders verders niets voorgevallen zijnde hebbe ik de eene met diep ontzaghte zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaare Heer /Lager/ uw wel Edele Groot Agtb: on„ derdaanige en gehoorsaeme Dienaar /was geteekend/ I: G: Englert. / in margine/ In 't Campement voor sandrabonij den 6: September 1778: /:Lager:/ accordeert /geteekend/ H=n B=s Hodenpijl. 307 Aan den wel Edele, Gestrenge, Agtbaere Heer! Paulus Godofrecrus caner Voort, gouverneur en Directeur deser Custe Celebes. Wel Edele, Gestringe Agtare Heer„ overboelicomba hebbe ik d' een gehad uwel Edele Gestr: Agtb: af te depecheeren mijner laatste onderdanige van den 20 der Jongst gepasseerde maand, welkers duplicaat hier nevens verselt gaat, waar aan ik my refereere, so neeme de vrijheid dese te late dienen ten geleijde van de sendeling van Craeng Caeng Balotjie, dewelke ter afhaal van provicien, als ook om met believen van uwel Edele Gestr: Agtb: meerder van sijn onderdanen tot adsistentie herwaards te ont„ bieden. — En de wijl den boelecombas resident bij letteren van den 31 augustus J=o Leeden heeft gemelt, dat zijn E: mij met geen reijst meer kan adsisteeren, van welk Corl niet meer per restant hebbe als omtrend 2½ last, waar van nog maer een een last aan de wagt houdende Jnlanders sal kunne werde verstrekt, en 't overige voor d' alhier, en op de pantjallang de Jange Frans bescheijdene Dienaeren, diene bewaart te worde, weshalven uwel Edele Gestr: agtb: op 't op 't aller ootmoedigst smeekende, om tot mijn na„ dere verantwoording met vijfthien lasten gelieve te begunstigen, also hier nergens voorgeld te bekomen is, terwijl deese fineere met toewensching van uwel Edele gestr: agtb: dierbaare personen in godes vijlige protec„ „tie, en blijve met alle ootmoedigheid /onderstond:/ wel Edele Gestr: Agtb: Heere /Lager:/ uwel Edele gest: Agtb: onderdanigen Dienaar /was geteekend/ Ian Hendrik voll, Iunior. /:in margine:/ Saleijer In 's Ed Comp: vesting den 5 september 1778 / Lager/ /accordeert /was geteekend:/ I: B: Bodenpijl. — 309 Aan den wel Edelen Groot Agtbaeren Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur de„ ser Custe Celebes. De zeer gevenereerde van den 5 deser eerst heden ontfangen, en voor den ontfangst der provisien reets een Gisteren gequiteerd, hebbende. — Den oppertolk gezegt hebbende, opgeroepen te zijn, is gepasseerde nagt reeds vertrokken. De vrijheid neemende een Request aan het Macassaer„ „se Menisterie respective, aan te bieden, niets an„ „ders behelsende, als mijn ontslagh uit dese Commis„ „sie, waar in ik onvermogende ben, langer te Conduiceeren, hebbende tot heeden van den hoogen boom afmoeten leven„ en nu alles op zijnde, zoude ik verpligt worden, armoe„ „de te lijden het geene nog soldaat zijnde, mij nooijt overkwam. — Wel Edele Groot Agtbaere Heer verders