VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3540

Coromandel · 550 pages · 64 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3540_0512 view scan ↗

English

to take. The merchants, alarmed by this, immediately came to request us to implore, alongside them, Your Right Honorable’s favorable intervention to prevent all further harmful consequences, having, as well as the servant Tjina Tambie, promised to secretly arrange matters so that the Rajas are inconspicuously delayed until the end of the coming month of November, by which time we hope to obtain a full and satisfactory decision from Your Right Honorable on the proposal of the Rajas mentioned herein. We have considered it our duty to give Your Right Honorable such a detailed account of everything relating to the aforementioned offer, and 12 November 1779 and now beg permission to be allowed to demonstrate to Your Right Honorable with all humility how very important it is for the interest of the Company here at the office that this so advantageous opportunity be turned to profit. In the first place, it has never before been possible for the Company to acquire the lease of this district without suffering any noticeable disadvantage from it, whereas by the present offer of the Rajas the Company is assured of being kept entirely harmless. On the other hand, before entering into any written agreement, this office was often subject not only to extortion of money, but also to continuous obstruction of public trade, which each time had a very detrimental influence each time had a very detrimental influence on the interest of the Company and on the prosperity of its servants. These acts of violence, and the harmful consequences resulting therefrom, did not cease until the conclusion of the first five-year contract. The Rajas at that time, being in great distress just as they are now, took their refuge in the Company for a similar relief as they currently desire from it, the satisfaction of which likewise had to take place from the annual revenues of the lands surrendered as security. The readiness with which the Company supported Their Highnesses at that time not only confirmed their trust toward us, but also revealed how very much it was in the interest of the Rajas to maintain friendship with 12 November 1779. the Company, since they had learned by experience how much benefit this could be for their own needs. This reflection not only aroused in the Rajas an aversion to the previous violent measures, but also moved them to make themselves equally useful to the Company through all tokens of obligingness, in order thereby to erase the memory of all previous unfriendly treatment and make themselves more and more worthy of the continuous assistance of the Company. It is also solely to be attributed to this that all affairs at this office have since been able to be managed so peacefully and undisturbed, and that the harmony and good understanding between the Company and the Rajas has become so firmly established. On this ground the Rajas now again, highly pressed by necessity, take their refuge in the Company and continue to insist on the satisfaction of their desire with all the more earnestness, because they believe that their present demand, being based on a previous precedent, can be regarded as nothing but extremely reasonable, the more so because the arrangement regarding the lease is now made exceptionally advantageous for the Company, so that it is assured in that respect of remaining entirely free from harm. However, if notwithstanding this consideration the Rajas are now deprived of all hope of the requested assistance, there is no doubt that through the failure of this 12 November 1779 their settled expectation, they will be entirely alienated from their previous trust in the Company and from the resulting good opinion that they held for so long of its helpfulness; thus they might fall into neglect regarding the affairs of this office, and in time might be persuaded to resume their former violent conduct, which could again turn out to be not only very harmful to the interests of the Company, which has now for two years been so noticeably benefited by the increase in sales and collection, but more especially to those of its merchants, who through their Panadoes have now become more closely subjected to the Rajas, and consequently remain exposed either to being sworn against in their person, or obstructed in their trade, which could bring about their complete ruin. The present defenseless condition of our fort, and our surrounding garrison, would not enable us in the one respect or the other to offer the necessary resistance, so we would be forced patiently to endure all unpleasant encounters of that nature, the more so because no representations will then find any acceptance. And since at present, through the needy condition of the Rajas, such an advantageous opportunity is offered to us not only to secure the soul of the Company here from all misfortunes, but

Dutch transcription

neemen. De kooplieden hier door beangstig gemaakt, zijn ons ten eersten komen ver„ zoeken, om nevens hen uwel Edele Gestrengens gunstige tusschenkomst te smeeken, ter verhoeding van alle verdere schadelijke gevol„ gen, te hebben zo wel als den dienaar Tjina Tambie beloofd, onder 's hands het daar heen te zullen schik¬ ken dat de Rajas ongemerkt opgehouden worden tot het laatst der aankomende maand November, tegens welke tid wij hoopen een volleedig ƒ en genoegelijk uijtsluijtzel van uwel Edele Gestrengens op de in deezen vermeld voorstel van de Rajas te zullen verwerven. wij hebben het schuldplig„ tig in ons geagt uwel Edele Gestrengens dus omstandig verslag te doen van al het geen tot de voorengewaagde aanbieding betrekking heeft, en den 12. November 1779 en bidden nu verlof, om uwel Edele Gestrengens met allen ootmoed te mogen vertoonen hoe zeer het van aangelegend¬ heijd zij voor het belang van de Maatschappij hier ten Comptoire, dat deeze zoo voordeelige gelegenheijd ten nuette worde gemaakt. In de eerste plaats heeft het de Compagnie nimmer te vooren mogen gebeuren, de pagt van dit district te verwerven zonder eenig merkelijk na„ deel op dezelve te leijden, daar door de tegenwoordige aanbieding van de Rajas de Compagnie verzeekerd is geheellijk schadeloos te zullen gehouden worden. Daar en tegen is dit Comptoir voor het aangaan van eenig schrift„ telijk verbintenis, veel tijds onderworpen geweest niet alleen aan geld afperzing, maar ook aan geduurige stremming van den open„ baaren handel, die een zeer nadeeligen invloed Fo 213 telkens telkens hebben gehad op het belang van de Maatschappij en op de welvaard van der¬ zelver bediendens. Deeze daaden van geweld, en de daar uijt voortgevloeijde scha„ delijke gevolgen, zijn niet opgehouden als met het aan gaan van het eerste vijf Jaarig kontract De Rajas te dier tijd, gelyk nu in groote ver„ legenheijd zijnde, naamen hun toevlugt tot de Comp„e om een diergelijk onderstand als ze tans van dezelve be¬ geeren, en waar van de voldoening eensgelijks moest geschieden uijt de Jaarlijk„ sche inkomsten van de in wagt afgestaane landen. De gereedigheijd waarmeede de Comp„e Hunne Hoogheedens op dien tijd ondersteunde bevestigde niet alleen hun vertrouwen te onswaard, maar ontdekte teffens hoe zeer het van der Radjas belang waare, de vriendschap met de den 12. November 1779. de Compagnie te onderhouden, dewijl zij bij ondervinding hadden geleerd van hoe veel nut zulks voor hun eijgen behoefte konde zijn. Deeze bedenking verwekte niet alleen bij de Rajas een afkeer van de voorige geweld oeffe„ nende maatregelen maar bewoog hen ook door alle bewijzen van gedienstig„ heeden zig even nitbaar aan de Compagnie te maaken, om daar door het geheugen van alle voorige onvriende„ . 1„ lijke behandelingen uijt„ tewisschen, en hen de aan houdende bijstand van de Maatschappij meer en meer waardig te maaken. Hier aan is het ook alleen toete schrijven, dat alle zaa„ ken ten deezen Comptoire t sedert zoo vreedzaam en ongestoord hebben kunnen worden beheerd, en dat de eendragt en goede ver„ standhouding tusschen de Compagnie en de Radjas 214 zoo zoo zeer is bevestigd geworden. op deezen grond neemen ook de Radjas nu weder hoogelijk door de nood gedrongen, hun toevlugt tot de Compagnie en blijven op de voldoening van hunne begeerte met te meerder ernst aandrin„ gen, om dat ze vermeenen dat hunnen tegenwoordigen eijsch op een voorig voorbeeld gegrond zijnde, niet dan ten uyttersten redelijk kan wor„ den aangemerkt, te meer, om dat de schikking om„ trend de pagt tans buijten voorbeeld voordeelig voor de Compagnie gemaakt word, zoo dat dezelve ten dien opzigte verzeekerd is, ge„ heellijk buijten schade te blijven. Egter zoo onaan„ gezien deeze aanmerking de Rajas nu alle hoop op de verzogte onderstand be„ noomen word, is het niet te twijffelen, of te zullen door de mislukking van deeze den 12. November 1779 deeze hunne gevestigde verwag„ ting, geheellyk afgetrokken worden van hunne voorig vertrouwen op de Compagnie, en van het daar uijt voort„ komende goed gevoelen dat ze zoo lang van derzelver behulpzaamheijd hadden; dus zouden te konnen ver„ vallen tot nagtzaamheijd over de zaaken van dit Comp„ toir, en in der tijd konnen overgehaald worden tot de voorige geweldaadige han„ delwijze, dat niet alleen zeer schadelijk weder zoude konnen uijtvallen voor de belangens van de Maatschappy, die nu zedert twee Jaaren door den aanwasch van den verthier en Inzaam, zoo merkelijk bevoordeeld is, maar meer bijzonderlijk voor die van derzelver kooplieden, welken door hunne Panadoes tans nader onder worpen zijn geworden aan de Rajas, en gevolgelyk blood 1 215 persoon beeedigd, of in der„ zelver omslag gestremd te worden, dat hunnen gehee„ len ondergang zoude konnen te weeg brengen. De tegen„ woordige onweerbaare toe„ stand van ons fort, en ons geving guarnisoen zouden ons nog in het een, nog in het ander opzigt, in staat stellen de nodige tegenstand te bieden, dus zouden wij gedwongen weezen alle on„ aangenaame ontmoetingen van dien aard geduldiglijk te ondergaan, te meer, om dat dan geene vertoogen eenig ingang zullen vinden. En dewijl tans door de nood„ leijdende toestand der Rajas, ons eene zoo voordeelige gelegenheijd aan de hand gegeeven word, om niet alleen den zeel van de Com„ pagnie alhier van alle onheijlen te beveijligen blood gesteld blijven om, of in maar

NL-HaNA_1.04.02_3540_0519 view scan ↗

English

12 November 1779. 216 but also to place the friendship and good understanding with the Rajas on a much firmer footing for years to come than it has ever been, we take the liberty of commending the offer of the Rajas regarding the entering into of a five-year contract and the advance payment of one hundred thousand ropijen to Your Honours' riper consideration, so that we may be furnished with such orders in this regard as Your Honours shall deem most beneficial to the Company. This we can promise Your Honours in advance, that the trade of the Company, both with respect to collection and sales, will increase considerably from year to year through the aforementioned contract, because thereby an undisturbed residence will generally be secured for the inhabitants, and the merchants in particular will be restored to their former independence through the return of the Canados, without being exposed to any danger of falling again, after the termination of the contract, under any obligations of that nature, since by that return the Rajas will themselves come to disclaim their right to any such act in the future. The merchants, sensible of the great advantage that will be brought to them by this, and of the security they will also enjoy for their persons and prosperity, have, in grateful acknowledgement thereof, not only undertaken to defray all the expenses of the Dorbhaar for their own account, but also, for the complete indemnification of the Company, to take over again under their own responsibility the entire lease just as it is ceded by the Rajas, and in the capacity of lessees to accept the entire sum of one hundred thousand Ropijen for their account, under the obligation to count into the Company's treasury here twenty thousand ropijen every year at the end of August in satisfaction of that debt, and furthermore to hold themselves accountable for all harmful consequences that might be feared from this engagement; if, in addition to this, Your Honours should deem the security of our persons necessary, we, as the proposers of this contract, offer to be jointly responsible with the merchants for the aforementioned consequences, so that the Company remains exposed to not the least disadvantage. As for the offered village of Pollepellij, this is a very advantageous acquisition, because through it the upper water will have free passage over the other villages, which was previously contested time and again, and caused continuous dispute between the mutual leases to the great detriment of our lease. The other village, which is left to our choice, we shall endeavor to choose from the most advantageous and the one situated closest to the others. We are not without hope of persuading the Rajas to receive merchandise from the warehouses for a large portion of the lease monies demanded in advance, but since our balance at the main treasury at the end of August will only be sufficient for a partial procurement of the new demands for textiles, we pray, in case Your Honours please to consent to the entering into of the proposed contract, to authorize us to draw bills of exchange on the offices of Palliacatta or Sadraspatnam for the amount that will have to be paid in ready cash, where the Rajas would most prefer to receive it. We dispatch this to Your Honours with greater speed by English tapels via Visagapatnam, from where it is to be sent to Tranquebaar or Carral, with instructions to have it delivered at once by an express peon; and we most humbly request that we may be favored by that same opportunity with a full answer from Your Honours so that we may be able to fulfill our promises. We subscribe ourselves furthermore with all due respect. /:lower down stood:/ Honourable Sir and Sirs! Your Honours' very humble and very obedient servants. /:was signed:/ D. Vrijmoet and Joh. Mark. Dormieur. /:in the margin:/ Bimilipatnam, the 24th of October Anno 1779.— 12 November 1779 And furthermore, after the aforementioned missive was read aloud in Council, it was remarked by the Governor that His Honour had learned with surprise from the said letter of the considerable change that had occurred since the 25th of May last in the administration of Bimilipatnam, as the Chiefs had then informed this Council that Bimilipatnam and dependent villages had been ceded in lease by the Visianagaram Princes to the Kommelish Regent Ramarasoe, and that he had entirely left the administration of Bimilipatnam and dependent villages to their care: whereby no small hope was given to them that the trade and business of the Company there could be continued just as safely and peacefully as had been done before, whereas now in the aforementioned letter they fully declared that the general interest, both of the Company and the

Dutch transcription

den 12. November 1779. 216 maar ook de vriendschap en goede verstandhouding met de Rajas voor Jaaren her„ waard op een veel verzee„ kerd voet te brengen, dan die ooijt geweest is, neemen wij de vrijheijd de aanbie„ ding der Rajas omtrend het aangaan van een vif jaarig „ Contract, en de vooruyt„ verstrekking van honderd duijzend ropijen aan uwel Edele Gestrengens rijper overweeging aan te pryzen, om dienaangaande ons zodanige beveelen te doen toekomen, als uwel Edele Gestrengens ten meesten nutte van de Maatschappij zullen nodig oordeelen. Dit konnen wij uwel Edele Gestrengens bij voorraad belooven, dat den handel van de Compagnie, zoo in opzigte van den inzaam als vertier, door het op„ gemeld Contract van Jaar tot e - - 3 tot Jaar in aanmerking zal toeneemen, dewijl daar door de ingezeetenen in het al„ gemeen een ongestoorde in„ wooning zal verzeekerd, en de kooplieden in het bijzonder door de te rug gave der Canados in hunne voorige onafhangelijkheijd hersteld worden, zonder dat ze aan eenig gevaar zullen blood gesteld weezen, om na het eijndigen van het Contract, onder eenige verbintenissen van dien aard weder te geraaken, alzoo door die wedergave, de Rajas van zelfs hun regt tot een diergelike daad voor het vervolg zullen komen te ontkennen. De kooplieden gevoelig over het groot voordeel dat hen hier door zal worden toegebragt, en over de veij„ ligheijd die ze teffens voor hun 217 145 den 12. November 1779. hun persoonen en welvaard zullen genieten, hebben tot eene dankbaare erkentenis daar van niet alleen aan„ genomen alle de ongelden van den Dorbhaar voor eijgen reekening te doen, maar ook tet volkomen schadeloos stelling van de Compagnie, de geheele pagt, zodanig als die door de Ra„ jas word afgestaan, weder ter hunnen verantwoording overteneemen, en in de hoe„ danigheijd van pagters het gansch bedraagen van honderd duijzend Ropijen voor hunne reekening te aanvaarden, onder verbin„ tenis, van in voldoening dier schuld alle Jaaren twintig duijzend ropijen on„ der Ult.o Augustus in 's Comp:s Cas hier te tellen, en hen overigens aanspreekelijk te stellen voor alle schadelyke gevolgen, die uijt deeze ver„ bintenis te dugten mogten weezen weezen; zoo boven dien Uwel Edele Gestrengens de verzeeke„ ring onzer persoonen mogten nodig agten, bieden wij ons als de voorstelders van dit Contract aan, nevens de koop lieden meede verantwoordelijk te zijn voor de opgemelde gevolgen, op dat de Compagnie dus aan geen het minste na„ deel blood gesteld blijve. wat het aangeboodene dorp Pollepellij betreft, zulks is eene zeer voordeelige verkrijging dewijl daar door het opper„ water eene vrij geleijde zal hebben over de andere dorpen dat voor heen telkens betwift is geworden, en een geduurig verschil veroorzaakt heeft tusschen de onderlinge Pagten tot groot nadeel van onzen pagt. Het andere dorp, dat ter onzer keuse gelaaten is, zullen wij tragten te verkie„ sen uijt de voordeeligste, en het naast aan de andere geleegene. Wij Wij zijn niet buijten hoop de Rajas overtehaalen, om voor een groot gedeelte van de voor uijt begeerde pagt„ gelden koopmanschappen uijt de pakhuijzen te ont„ vangen, dog door dien onze restant bij de groote geld kas onder ult. o Aug:s alleen zal konnen strekken tot eene gedeeltelijke bezorging der nieuwe eijsschen van lywaaten, bidden wij bij aldien uwel Edele Gestr: gelieven te be„ willigen tot het aangaan van het voorgesteld Contract, ons dan te willen bevoegen voor het bedraagen dat in Contante gelden zal moeten voldaan worden, wissels te mogen trekken op de Comptoiren Palliacatta of Sadraspatnam, alwaar de Rajas dien het liefst zouden wenschen te ontvan„ gen. Wij bieden deezen tot meerder spoed uwel Edele Gestrengens aan, met Engelsche tapels over visagapatnam, van den 12. November 1779 7218 waar waar dezelve staat ver zonden te worden naar Tranquebaar of Carral, met aanschrijvens om dien per een expresse pion ten eersten te doen be„ stellen; en wij verzoeken op het aller ootmoedigst, om met die zelfde gelegenheijd begunstigd te mogen worden met een volleedig antwoord van uwel Edele Gestrenge ten eijnde wij in staat mogen zijn aan onze beloften ge„ stand te doen. Wij onderschreijven ons ove„ vigens met alle verschuldigde eerbiedigheijd. /: onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren! Uwel Edele Gestrengens zeer onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaaren. /:was geteekend:/ D. Vrij„ moet en Joh. Mark. Dormieur /:in margine:/ Bimi„ lipatnam den 24. Oc„ tober Anno 1779.— En 1 249 den 12. November 1779 verwondering over de verande„ ring van 't O bestier aldaar En is voorts na dat den voorschreeve missive in Raade was opgeleezen door den Heer Gouverneur geremar„ 1. queerd, dat zijn Edele uijt den gemelden brief met ver„ wondering vernomen hadt, de Considerable verandering die 'er sedert den 25. Maij laastleeden in het bestier van Bimilipatnam was voorgevallen, alzoo de Opperhoofden toen aan deezen Raade kennis hadden gegeeven, dat Bimilipat„ nam en onderhoordge Dor„ pen door de visianaga„ ramsche Princen in pagt waren en geraft zal werden voort„ gezet/ verklaaring den opperh: om bimelip. weder zonder vreeze in pagt te kunnen neemen, waren afgestaan aan den kommelischen Regent Ra„ marasoe, mitsgaders dat deeze het bestier van Bimi„ lipatnam en onderhoorige dorpen, geheelijk aan haare zorg hadt overgelaaten: waar hoope dat den handelete wijlig door aan haar niet wijnig hoop was gegeeven dat den handel en ommeslag van de Maatschappij aldaar even zoo vijlig en gerust zou kun„ nen worden voortgezet, als voor heen was geschied, daar ze nu bij den opgemelden brief volmondig verklaarden, dat het algemeen belang zoo van de Compagnie als de

NL-HaNA_1.04.02_3540_0527 view scan ↗

English

N 220 Remark on the contradiction of an earlier letter from the servants. The inhabitants of Bimilipatnam absolutely demanded that the Company lease that place and subordinate villages again from the Rajas on the terms proposed by the princes, as otherwise it was to be feared that it would no longer be safe there for the Company's seat and trade. That although these two circumstances not only differed very much from each other, but furthermore demonstrated how precipitate the Chiefs 12 November 1779 must, Reasons, however, to lease Bimilipatnam again, had been in their first letter, His Honour was nevertheless of the opinion that one ought to trust completely in this their latest writing, on account of the emphasis with which the Chiefs presented the general danger, if the Government could not see fit to condescend to the request of the princes to lease Bimilipatnam again on the proposed terms. That if His Honour had only the very least 221 13 unfavourable, least doubt that the affairs of the Company and its merchants were not in such danger as one had to infer from the servants' letter and the conduct of the Rajas described therein, His Honour would never decide to lease Bimilipatnam again on the terms proposed by the princes, although His Honour had to testify that they were not unfavourable to the Company, since the unfortunate condition of the princes and the critical times which 12 November 1779 one Fear of violent means by the princes in the contrary case. one is currently experiencing did not well permit entering into such a contract. Yet because, according to the servants' writing, it was to be feared that if one did not immediately grant their request, the princes would employ violent means against the Company's merchants and possibly even against the Company itself in order to provide themselves with money, for which they were in the utmost embarrassment, His Honour, in this critical juncture of affairs, in which as well 222 # To lease Bimilipatnam etc. again for 5 years. as well danger lay enclosed in refusing as in granting the princes' request, in order to prevent the same, was of the opinion that one ought to choose the very best or least dangerous of two bad or dangerous matters, in order thereby to prevent or forestall a greater evil for the interests of the Company, and consequently it was proposed to the Council to lease Bimilipatnam and its subordinate twelve villages, together with the village of Pollepelli and another village at the choice of the Chiefs, 12 November 1779 from Extensive reasoning in that regard. The Chiefs must be trusted, from the Vizianagaram princes for the term of five years and 20,000 rupees a year, as well as to authorize the Chiefs to advance the entire lease sum, which in five years would amount to a sum of 100,000 rupees. Which proposal of the Governor having been extensively debated, it was first of all noted that in this important matter one must rely completely upon the word and loyalty with which 2223 51 with which the Chiefs are bound to the service of the Company; and that this could leave no doubt in this Council that the affairs of the Company and its merchants there would not be in such danger as the Chiefs have described; that this being established, little choice remained as to which side one should choose in this matter, seeing that there was more danger enclosed in refusing than in entering into 12 November 1779 the #7. And what all is to be feared in case of refusal. Resolution to authorize the Chiefs to enter into a 5-year lease, the aforementioned contract, because the servants, should the princes resort to violent measures to provide themselves with money, would absolutely not be in a position to offer the slightest defence in a dilapidated fortress with their small garrison for the security of the Company's seat and trade there; and consequently, for the best of the Company, its collection and trade at Bimilipatnam, it was approved and agreed 224 advance, agreed to authorize the servants there, on the footing of the first five-year contract, not only to lease Bimilipatnam with the twelve villages belonging thereunder, together with the village of Pollepillij and another village of their choice, for the Company from the Vizianagaram princes and for how many years, for 20,000 rupees a year, or for 100,000 rupees in five years, but also to advance this amount to Their Highnesses, to be repaid in five years and to advance the money, 1. 12 November 1779 repaid #9 1 Contract. repaid from the lease of the aforementioned villages, provided the princes bind themselves in the contract to the following conditions, namely: Firstly, to pay annually, as was stipulated in the previous five-year contract, on the capital advanced to them until full payment, an interest of 4 per cent, after deduction, however, annually of 20,000 rupees, or the agreed lease sum for one year; thus the interest monies in

Dutch transcription

N 220 ramarque ove de tegenstrijdig„ heijd van een ovrbegere brief der bediendens de ingezeetenen van Bimili„ patnam het volstrekt vor„ derde, dat de Maatschappij die plaats en onderhoorige Dorpen, wederom van de Radjas in pagt nam op den door de vorsten geproponeer„ den voet, alzoo het buijten dien te vreezen stond dat het aldaar niet meer vijlig zoude weezen voor Compag„ nies zeet en handel. Dat schoon deeze twee omstandigheeden niet alleen zeer veel van malkanderen verschilden, maar daar en boven nog aantoonde hoe voorbaarig de Opperhoof„ den 12. November 1779 den moet, vreeke egter om Bimilip. we„ der ijn pagt te neemen, den in haaren eersten brief geweest zijn, zijn Edele egter van gevoelen was dat men op dit hun laaste schrijvens volkomen diende te vertrou„ en wat mantans vertrouwen wen, uijt hoofde van den nadruk waarmeede de Opper„ hoofden het algemeen ge„ waar voorstelden, zoo de Regeering niet kon goed„ vinden in het verzoek der vorsten, tot het weder in pagt neemen van Bimi lipatnam op den gepro„ poneerden voet, te condes„ cendeeren. Dat zijn Edele zoo wel„ denzelven slegts de aller„ minste 221 13 onvoordeelig zijn, minste twijffeling hadt, dat de zaaken van de Maatschappij en haare Kooplieden niet zoo gevaarlijk stonden als men uijt der bediendens brief, en het daar bij geschreeven gedrag der Radjas moest op maaken, zijn Edele nimmer besluijten zou tot het weder in pagt neemen van Bimilipatnam op den door de vorsten voor„ schoon de voorslagen niet geslaagen voet, schoon zijn Edele moest betuijgen, dat die niet onvoordeelig voor de Maatschappij was, uijt hoofde den ongelukkigen toestand van de vorsten, en den critiquen tijd die den 12. November 1779 men r vreeze voor geweldadige mid„ delen der vorsten in Cas contrarie men tans beleefd, niet wel permitteerde, zodanig een Contract aan te gaan. Dan wijl het volgens der bediendens schriven te vreezen was; dat de vor„ sten, zoo men hun verzoek niet terstond, geweldadige middelen omtrend Comp. s kooplieden en mogelijk wel omtrend de Compagnie zelfs in het werk zouden stellen, om zig van geld te voorzien, waarom zij ten aller uijttersten ver„ leegen waren, zijn Edele in dit criticque tijds gevrigt van zaaken, waar in zoo wel. 222 # malip. etc. weder voor 5. Jaaren te pagten wel gevaar, in het weijgeren, als in het toestaan van der vorsten verzoek lag opgeslooten, om dezelve voor tekomen van gevoelen was, dat men van twee quaade of gevaarlyke zaaken, het allerbeste of minst gevaarlijkste dienden te kiezen, om daar door een grooter quaad voor de belan„ gens van de Maatschappij te prevenieeren of voor„ te komen, en dienvolgende wierd geproponeerd om Bij den Raad proponeerde, om Bimilipatnam en onder„ hoorige twaalf dorpen nevens het dorp Pollepelli en nog een ander dorp ter keuse van de Opperhoofden den 12. November 1779 van breedvoerige raisonnement dierwjgen den Apperh: vertrouwen moet, van de Visianagaramsche Princen in pagt te neemen voor den tijd van vijf Jaaren en 20'000. ropijen in het Jaar, mitsgaders de opperhoofden tot de vooruijtverstrekking van de geheele pagt schat, die in vijf Jaaren bedraagen zou eene somma van 100'000. ropijen te qualificeeren. Over welken voorslag van den Heer Gouverneur in het breede geraisonneerd weezende, zoo is voor af remanque dat men op 't woord aangemerkt, dat men zig in deeze gewigtige zaak vol„ komen dient te verlaaten, op het woord en trouwe waarmeede 2223 waarmeede de Opperhoofden 51 aan den dienst van de Maat„ schappij zijn verbanden; en dat die aan deezen Raade geen de minste twijffeling kon overlaaten, dat de zaaken van de Compagnie en haare Kooplieden, al„ daar niet zoo gevaarlijk zouden staan als de Apper„ hoofden beschreeven heb„ ben; dat dit vast gesteld zijnde 'er wijnig keuze over„ bleef, wat parthij men in deezen dienden te kie„ „ zen, gemerkt "er in het wijgeren meer gevaar, als in het aangaan van den 12. November 1779 het #7. en wat men al te vreezen heeft in Cas van weijgering, besluyt om de opperh. te quali„ frcteeren tot het aangaan van een 5: Jaarigen pagt, het voorsz: Contract lag op„ geslooten, door dien de be„ diendens, zoo de vorsten eens tot geweldaadige mid„ delen wilden overslaan om zig van geld te voor„ zien, volstrekt niet in staat zoude weezen, om in een vervallen fortres met haar gering guarni„ soen de minste defensie te bieden tot bevijliging van Compagnies zeet en handel aldaar, en dienvolgende ten besten van de Maat„ schappij, haaren inzaam en handel op Bimilipat„ nam goedgevonden en verstaan 224 verstrekken, verstaan de bedienden aldaar te qualificeeren om op den voet van het eerste vijf jaarig Contract niet alleen Bimi„ lipatnam met de daar onder gehoorende twaalf Dorpen nevens het Dorp Pollepillij en nog een ander dorp ter haaren keuze, voor de Compagnie van de Visia„ nagaramsche Princen en voor hoe veel sjaars, in pagt te neemen voor 20'000. ropijen in het Jaar, of voor 100000. ropias in vijf Jaaren, maar ook om dit bedraagen aan mitsges het geld vooruyt te Hunne Hoog heedens voor„ 1. uijt te verstrekken, om in vijf Jaaren wederom den 12: November 1779 voldaan #9 1 Contract. voldaan te worden uijt de pagt der voorschreeve dor„ en op welk Conditien bij het pen, mits de vorsten zig bij het Contract tot de vol„ gende voorwaarde verbinden, als: Ten eersten, om gelijk bij het voorige vijff jaarig con„ tract bedongen is, op het aan haar voor uijt verstrekte Capitaal tot de volle betaa„ ling toe, Jaarlijks te be„ taalen den intrest van 4. p„rCent, na de tracheering egter Jaarlijks van 20'000. ropijen, of de bedongen pagt„ schat voor een Jaar; zullende dus de intrest penningen in

NL-HaNA_1.04.02_3540_0537 view scan ↗

English

2225. the 12th of November 1779 continuation in the first year to amount to 4000 rop.s, in the second 3200 rop.s, in the third 2400 rop:s, in the fourth 1600 rop:s, and in the fifth 800 rop:s, which shall have to be paid annually with and alongside the aforementioned lease tribute of 20,000 Rop:s into the Company's treasury. Secondly: not only to return the sanads of the merchants, but also by a formal deed to remit the money that they owe to Their Highnesses according to the same, offer of the merchants to lease Bimilipatnam etc. again from the Company, with promises never to demand such bond documents from them again. And thirdly: during the aforementioned lease period of five years, to make no further application to the Company for any further advance of money or money's worth, however much in distress they might be for it. Furthermore, it having been considered that the merchants had offered to take over the aforementioned lands again on lease from the Company, 226 163. the 12th of November 1779 and under which conditions however, it has thus, on the assumption that the contract will be concluded on the aforementioned footing, been approved and understood to qualify the servants to transfer the entire lease of Bimilipatnam etc., as it shall be ceded by the Rajas, to the merchants on lease for 20,000 rupees a year, or for 100,000 rupees in five years, provided that they pay thereof annually by ultimo August 20,000 rupees into the treasury, and bear all the charges of the Durbar, continuation with further notification to the chiefs, who have voluntarily offered themselves thereto alongside the merchants, to have a formal deed executed regarding the taking over of the aforementioned lease by the frequently mentioned merchants, whereby they, under the suretyship of the chiefs, make themselves answerable in the most binding manner for all the detrimental consequences that might arise from the aforementioned engagement with the princes. 247. order to the chiefs to grant bills of exchange on Jaggernaikpoeram in satisfaction of the lease tribute, Having subsequently spoken of the satisfaction of the aforementioned lease tribute, it has thus, in the trust that this can for a large part be done with merchandise, been approved and understood to qualify the chiefs to grant bills of exchange on Jaggernaikpoeram for the remaining amounts, instead of on Palliacatta or Sadras, where the reserves do not permit it, to be satisfied to the holders thereof the 12th of November 1779 165 in new Nagapatnam pagodas at 4 per cent agio. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam on the date as aforementioned. It was signed: as before. Agrees. Mr. Stoffenberg Secretary

Dutch transcription

2225. den 12. November 1779 vervolg in het eerste Jaar bedraagen rop. s 4000. in het tweede rop. s 3200. , in het derde rop:s 2400. , in het vierde rop:s 1600. , en in het vijfde rop:s 800. , die Jaarelijks met en benevens de voor„ melde pagtschat van 20'000:: Rop:s in 'sComp:s Cassa zullen moeten wor„ den voldaan. Ten tweeden: om niet al„ leen de sanados der koop„ lieden te rug te geeven, maar hun ook bij een for„ „ meele acte quijt te schelden het geld dat ze volgens dezelve aan Hunne Hloog„ heedens aanbod der Coopl. om Bimilip. etc van de Comp. weder in pagt te neemen, heedens schuldig zijn, met be„ loften van nooijt meer dier„ gelijke verband schriften van hun te zullen afvorderen. En ten Derden: om geduu„ rende den voorschreeven pagt„ tijd van vijf Jaaren, geen na¬ der aanzoek bij de Compag„ niet te doen om eenige nadere vooruijtverstrekking van geld of geldswaarde, hoe zeer zij 'er ook om mogten ver„ leegen weezen. Voorts gereflecteerd zijnde dat de kooplieden aangeboo„ den hadden om de voorsz. Landen wederom in pagt van de Comp„e over teneemen, Zoo 226 163. den 12. November 1779 en onder welke mits nog„ tans, zoo is in veronderstelling dat het Contract op den voorsz. voet zal geslooten worden, letlxvan gevolgte don zij goed gevonden en verstaan de Bediendens te qualificeeren om de geheele pagt van Bi„ milipatnam ensz:, zoo als die door de Radjas zal worden afgestaan, aan de Kooplie„ den in pagt over te geeven voor 20'000. ropijen in het Jaar, of voor 100000. ropijen in vijf Jaaren, mits zij daar van Jaarelijks onder ult:o Augustus 20000. ropij„ en in Cassa betaalen, en al de ongelden van den Derbhaar dragen, onder aan„ ende vervolg aanschrijving verder aan de opperhoofden, die zig daar toe nevens de koop„ lieden vrijwillig hebben aangebooden, om van het overneemen der voorsz. pagt, door de meergemel„ de kooplieden een Acte in forma te doen passee„ ren, waar bij zij zig onder borgtogt der opperhoof„ den op de bondigste wijze verantwoordelijk stellen voor al de nadeelige ge„ volgen die 'er uijt de voor„ schreeve verbintenis met de vorsten zouden kunnen ontstaan. ver„ 247. last aan de apperh. om in vol„ „doening der pagtschat wis„ selt na Jaggern. te verleenen, ag9 Vervolgens gesprooken weezende, over het voldoen van de voorschreeve pagt„ schat, zoo is, in vertrou„ wen dat zulks voor een groot gedeelte met Coop„ manschappen zal kunnen geschieden, goedgevonden en verstaan de Opperhoof„ den te qualificeeren, om voor het overig bedraagen wissels op Jaggernaik„ „ poeram te verleenen in steede van op Pallia„ catta of sadras, alwaar het den voorraad niet toelaat, om aan dies houders voldaan te den 12. November 1779 worden 165 - worden in nieuwe Naga„ patnamsche pagooden me 4. p„r Cent opgeld Aldus Gedaan en Ge„ arresteerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voorschreeven. /:was „geteekend:/ als vooren. Accordeert. Mr. Stoffenberg ec ƒ

← previous