VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3553

Japan · 1,208 pages · 253 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3553_0001 view scan ↗

English

445 3 Incoming Letterbook and Enclosures received 1780. Pontiana General from Pontiana Arriving of 1779. the High. To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord Reinier de Klerk Governor General together with the Honorable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. etc. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Honorable, Valiant Lords, On the occasion that a native vessel is departing today from here for Grissee, I take the liberty to send this via that station to Your High Honors. Reporting beforehand that Sarieph, as soon as the bark den Arend was headed out to sea, revealed his treacherous disposition, wishing first to deprive me of the Company's cash and merchandise; but had I not won too many natives over to my side, such a thing would have been impossible for him, unless by means of treason. And in order not to dwell long upon this, I shall only take the liberty to say that he first sought to deprive me of authority over the Landakkers, wishing in no way to understand that any of them should present themselves to me without his permission and without reporting to him beforehand what they wanted to do with me. If the poor Landakkers brought diamonds, wax, or bar gold, then the same was bought from them by him, but the payment did not follow. All of that seemed in the eyes of the Landakkers as though his authority would be greater in the future than that of the Company, wherefore I was obliged to take a serious stand against such conduct. The behavior maintained by me against him over the one thing and the other was completely disagreeable to him. Finally, he admitted to me that he was compelled to buy goods from the one in order to pay the other therewith; in addition to this, he politely requested me to help him out of his distress with 2000 realen. But since I neither could nor was permitted to do so without special authority from Your High Honors, I refused it, though in such a manner that he still had hope of obtaining his desire. Having kept this going for some time, he made a plot to put me to death together with all the men with me, in order by this means to become master of the Company's goods. But the plot proved difficult for him, since we were masters of the gate of the benting and most of the artillery. Wherefore he summoned the Bugis and Banjarese to him and requested their help for this purpose, who absolutely refused this and notified me thereof. Upon this report I was on my guard. A few days hereafter the sergeant received a packet with sirih, which was brought by a certain Javanese slave of Sarieph, with the addition that this sirih came through one of the Sultan's wives. The sirih having been handed over to me by the sergeant, I gave it to Sarieph and confronted him with the fact that I would gladly know whether this was true, or whether the slave had done this enterprise on his own initiative. He answered me nothing else than that he would investigate the matter. While I departed, I had the Javanese slave called, and questioned him. This man, having no insight into the affair, revealed to me in the simplest manner that the Sultan had given him the sirih to give it to the sergeant, and to add thereto that it was sent by Sarieph his wife. Here the treason of Sarieph became evident, as that was the exact means to incite the inhabitants against us; but the most sensible of those natives noticed that this was a fabricated accusation. Meanwhile I went to dine with Sarieph in the evening, but could not detect the least change in him. Coming home at 8 o'clock, one of my spies sat in my dwelling awaiting me, who revealed to me that Sarieph would murder all the Europeans this night, and that we should therefore be on our guard. Immediately upon this report, I had old nails, chopped musket bullets, and the apron-leads of artillery above our gate cut and chopped small, and loaded with this the artillery that was in our control. We turned the cannon partly upon Sarieph his dalem and the remainder toward the outside, as the darkness of the moon was favorable to us. I placed myself by the hand grenades; through this we were in a position to withstand an attack, but without help we could not hold out for long. In Sarieph his dalem there was movement the entire night, yet very quiet. At 11 o'clock at night, we saw by favor of the moonlight that an opening had been made behind Sarieph his dwelling, through which various natives came to join Sarieph. At 12 o'clock came one of Sarieph his faction wishing to force his way into the sergeant's room, but the sentinel prevented this. Thereupon Sarieph had one of my slaves called, asking whether I and the sergeant were asleep; the answer was yes, since we all feigned to be asleep. Shortly hereafter everything was in an uproar and a rumor arose from Sarieph his faction that two of his concubines were with the Europeans. The natives, distributing themselves with pikes and krisses, occupied the guard and my dwelling. Thereupon we all sprang up at once and to arms; this made a terrible noise upon the plank floor, wherefore all the natives took flight. Immediately I placed myself before my men with a pistol in one and a heavy Japanese hanger in the other hand, and called to the faction of Sarieph that they should not approach or I would open fire. Sarieph stood not 3 pike lengths from me; wherefore I had fires lit all around our dwelling in order to be able to see better. In the meantime Sarieph requested me that I would please come to him; I answered that

Dutch transcription

445 3 Jnkomend Briefb: & Bijlagen overgekomen 1780. Pontiana Gemeen van Pontiana Aankomend van 1779. de Hoog. Den Hoog Edelen Gestr: Groot Agtb: en wydgebied: Heer Reinier & Klerk Gouverneur Generaal benevens de WelEdele Testr: Heeren Raden van Nee derlands India etc etc, etc„ Hoog Edele Gestr: Froot Agtb: en wijd gebed Heer Wel Edele Gestr. Heeren, Ter geleegentheid dat er heeden van hier een Jnlands vaartuijg na Grissée ver „trekt, zo gebruijke de vrijheid om dezen over dat Comptoir aan Uwe Aan zijn Edelheid vtrog: en 1. Hoog Edelheedens te zenden. meldende voor af, dat Sarieph zo dra de barg den Arend a Costy ge„ „steevend was, zijnde verradelijk gemoet deede blyken, willende hij eerst mij scomps Contanten en koopmanschappen afhandig maa „ken, dog zoender dat ik te veel Inlanders op mijne zijde gewonnen hadde, was zulx voor hem onmogelijk ten zij door middelen van verraad, En om hier niet lang op stilte blij ven staan; zal ik alleen de vrijheid gebruiken om te zeggen, dat hij voor eerst mij zogt het gezag over de Landakkers te ontnee„ „men willende hij in geenen deelen ver„ „staan zig een van dezelve by mij zou den de vervoegen zonder zijn verlof en hem voor af te melden wat zij bij my wilden doen, bragten de arme Landakkers Diamanten wasch of staafgouds, dan wierd het zelve doar hem van hen gekogt, dog de betaaling volgden niet, dat alles scheen in de oogen der Landakkers als of zijn gezag grooter zoude zijn in vervolgs zijden, als dat van de Comp: weshalven ik genoodzaakt was, om mij teegen zulk een gedrag erustig aan te stellen, het gehouden gedrag van mij teegen hem over 't een en ander was alles in 't misselik eindelijk bekenden hij mij dat hij genoodzaakt was, om van den eenen het goed te kopen om den ande „ren daar meede te betaalen, hier bij verzogt hij mij vriendelijk hem met 3 met 2000 reaalen uit de nood te zel„ „pen, dog dewyjl ik zulks niet kon nog mogte doen, buiten specicaale magt van uw hoog Edelheedens zo weigerde ik zulks dog zo dat hem nog hoop overbleef om zijn begeerte te verkrijgen, dit eenige tijd gaande gehouden hebbende, zo maakte hij een aanleg, om mij met alle de bij mij zijnde manschappen om 't leeven te brengen om door dit middel meester te zijn van sComps goederen dog den aanleg vier hem moeijelijk dewijl wij de poorts van de ben„ „ding en 't meeste geschut meester waaren hij weshalven de boegineesen en Bangtreesen bij zig liet koomen en hunne hulp hier toe toe verzogt, dewelke dit volstrekt afslae„ „gen, en mij hier van verwittigden, op dit be„ „regt was ik op mijne noede eenige dagen hier na ontving den sergeant een parquet met sirie, 't welk door een zeeker Iavaanse slaaf van Sarieph gebragt wierd, met bijvoeging dat deze Sirie door een van de sulthan zijn vrouwe kwam, de sirce aan mij door de ser„ „geant overgegeeven zijnde gaf ik dezelve aan sariepch een voerde hem te gemoed dat ik gaarne wilden weeten of zulks waar was dan wel of de slaaf dit bestaan uit zijn eigen gedaan nadde hij antwoorde mij niets anders als de zaak te zullen onderzoeken terwyl ik vertrok liet ik den Iavaansche slaaf roepen, en ondervroeg dezelve, deze gen 5 geen doorregjt in de zaak hebbende, openbaar „de mij op 't eenvoudigtt dat de sulthan de sirie aan hem gegeven hadde, om dezel„ „ven den sergeants te greven en daar bij door te voegen, dat die sarieph zijn vrouw gezonden wierd. Hier bleek het verraad van Sarieph dewyl die het regte middel was om den in„ „woonder oproerig tegen ons te maken dog de verstandigste van die Inlanders merkte dat dit een gemaakte beschuldiging was, a Intusschen ging ik s' avonds bij sarreph eeten dog kon de minste verandering aan hem niet bespeuren om 8 uur 'thuis komende sat in mijn wooning een van mijne spions my my wagtende dewelke my openbaarde dat Sarieph al de Europeesen deze nagt zoude ver moorden, dat wy derhalven op onse hoede zou „de zijn terstond op dit berigt let ik oude spigkers gekapte snaphaan kogel en de plat„ „looden van geschut, hoven onze poort, klein suyden en kappen en laaden met dit het geschut dat in ons geweld was keerden het Ca„ „nan gedeeltelijk op sasieph zyn dalm en de resteerende na buiten waars toe ons de donke„ „re meean gunstig was, ik plaatse mij by de hand granaten, mier door waaren wy in staat om een aanval uit te staan, dog zonder help konden wy 't niet lang inthouden Jn sarresth zijn dalen warde gant ten „sche nagt beweeging dog zeer stil om 11 uuren des 'snagts, zaagen wij met begunstiging van de maane schijn dat agter sarreph zijn woo„ „ning een opening gemaakt was, waar door verscheide Inlanders zig quamen vervoegen bij Sarieph om 12 uuren quam een van sarieph zijn aanhang willende in de sergeants zijn kamer dringen, dog dit belet„ te den schildwagt hier op liet sariesch een van mijn slaven roepen vraagende, of ik en de sergeant sliep het antwoord was van ja, dewijl wij ons alle vensden te slaapen kort hier op was alles in oproer en een ge „rugt van Sarieph zijn aanhang dat twee van zijne bijwijsen bij d' Europeesen waaren de de inlander, verdeelden zij wet pieken en kritsen bezettende de wagt en mijn wooning hier op sprongen wij alle eensklaps op en in de wapenen dit maakte een vreeslijk geraas op de planken vloer, weshalven alle inlanders de wijk namen, terstond plaatse ik my voor mijn volk met een pistool in d'eene neen zwaare Iapanse houwer in d' andere hand en riep den aanhang van Sariesch soo dat zij niet zouden naderen of ik zoude vuur geven Pacieph stond geene 3 piekes lengte van mij weshalven ik rontom onse wooning vuuren liet aansteeken om beeter te kunnen zien dutussen verzogt Sarieph mij dat ik dog bij hem wilde koomen ik antwoorde dat en

NL-HaNA_1.04.02_3553_0018 view scan ↗

English

that it was no European custom to pay visits to Sultans at 1 o'clock at night. But I cocked the hammer of the pistol and approached him. Sarreph, hearing the click of that weapon, stepped back and called out to me that I should just stay put, but nevertheless be so good as to allow his people to search our place for 2 of his concubines. I permitted him this on the condition that they be unarmed and wearing only a single pair of trousers. Shame and fear made him accept this condition. 2 natives came to search everything thoroughly in my presence, but found nothing. As the 2 natives were leaving, I called out to Sarieph at a short distance that I knew full well that everything had been fabricated by him, and that this matter, early or late, would surely be uncovered. He answered nothing else to this but, kitta Tachat Tida samma Camp. Throughout the entire night he sent a native now and then, requesting that the gate might be opened, but I constantly gave as an answer that they could be the first who could go outside at 5:30 o'clock. Sarieph, seeing his betrayal foiled, made his slaves feel his vengeance the whole night through, yes, even murdering the Javanese slave who had brought the sirih to the sergeant. In the morning, as soon as the gate opened, the gong of Sarrisch was beaten to gather the inhabitants, but not a single one appeared, on which account he had them summoned by word of mouth. However, it was answered to him by the messengers on behalf of the community that they did not wish to meddle in matters concerning the Company. But some Bugis appeared and made known to him that they would rather support the Company than defect, that they were subjects of the Company and would also be obedient to the same, since their servants acted justly and did not plunder them, as was the custom in Pontiana. All this happened so loudly that we could hear it clearly. Sariepch, being embittered, took his chair with everything that stood on the table and hurled such with force against the ground, adding thereto, De kaleu bagiti kitta boukan Sulthan Brany awrang futie ada sulthan. But the Bugis departed in silence, and there remained at best six men with him. A little while after this, Sarieph himself came to me, but seeing me with a pistol and cutlass on my belt, laughed and asked if I was afraid of him, since I armed myself so heavily. I answered again laughing, in a joking manner, that I would certainly dare to engage in a duel with him if he had heart enough for it. Finally we came to a more serious conversation, and first he asked me why I had turned the cannon around and why I had called the men to arms, saying that he intended no evil against the Company, since otherwise he would not have let his son go to the main settlement. I retorted to him that, as far as the first was concerned, I was always ready to defend myself if I were attacked, and that I would show him that I was no Frenchman. And the second, concerning his son, that in my judgment, one who was not too good to murder his brother would also care little for a son, who, while being here, was treated no better than the lowliest slave, for which reason I doubted whether it was truly his son. In addition, I reproached him in a passion for all his treacheries which he had perpetrated against us thus far, and further that everything was well known to me. To all this he remained silent and wanted to leave, but I held him standing there. From this he assumed that I wanted to take him prisoner, on which account he offered some resistance, but I assured him of the contrary, saying that I intended to leave a place where I had thought to be safe but found the opposite, and wished to go live on the Company's lands. Upon this he begged and pleaded that I not bring this shame upon him, since through our presence he had gained more respect and fear among the princes in this region. I only answered him, and you would have gained even more respect if you had killed us and placed our heads /as was said/ on stakes. Upon this he then objected to me whether I had firmly resolved to depart. I answered, Yes. Now he began to speak in another tone and told us bluntly that we were his prisoners until his son had arrived back from Batavia. At this saying it lacked little or I would have shot a bullet through his head. But considering, yet reflecting that I was too weak to hold his gang in check, since we were with only 10 able-bodied men among us and the remainder sick; moreover, that I had no order from your High Nobilities to be the first to attack, but had indeed received weapons to defend myself, I merely contented myself to tell him with an indignant countenance that I would show him this. I called the acting gunner and ordered him in Malay to go immediately with a small prahu to the pantjalling and tell its commander to go and position himself directly in front of the sultan's temple and load his cannon with round shot and grapeshot to open fire in case of an attack, and that we would prevent the cannon here from inflicting any harm upon the pantjalling. Sarieph understood that order and began once again to plead about my decision and to ask that we should immediately swear to be faithful to the Company and acknowledge the authority. Finally I told him that I would consider it and that our stay with him would then take place. In sum, we became friendly, at least it seemed so, about which the Europeans as well as the present natives were astonished. Your High Nobilities will perhaps form the idea that I am busy writing a novel and that with exaggeration, but your High Nobilities can question Europeans who are due to arrive at Batavia and were present thereat.

Dutch transcription

dat het geen Europeesche manier was om bij Sulthans 'snagts om 1 uur visites afteleggen dog ik spande de naam van het pistool en naderde hem, sarreph de knip van datige „weer horende week terug en riep mij toe dat ik maar blijven zoude, maar dog zo goed zijn en laten toe dat zyn volk 2 van zyne bywy ven mogten bij ons zoeken, ik stond dit hem toe onder voorwaarde hen ongewapend en maar een enkelde broek aan te hebben, de schaamte van de vrees deeden hem deze voorwaarde aannee„ „men 2 inlanders quigen alles doorzoeken in mijne presentie, dog vonden niets de 2 inlan„ „ders vertrekkende riep ik Sarieph op eene kleine afstand toe, dat ik wel witt dat alles door hem gemaakt was en deeze zaak vroeg of 11 laat wel zoude ontdekt worden, niets anders antwoorde hij hier op als kitta Tachat Tida samma Camp hy zond geduurende de gantse nagt nu en dan een inlander verzoekende dat prort mog g'opent worden, dog ik gaf tet „ „kend ten antwoord dat zij om ½ 6 uuren de eersten konden zijn, die buiten konde gaan sarieph zijn verraat verijdelt ziende liet zijne wraak de gantse nagts aan ondervinden ja vermoorden zyne slaven den Javaanschen slaats die de Firie bij de sergeant gebragt had, 's morgens zo dra de poort open ging wierd 't bekken van sarrisch geslagen om de inwoonders te vergaderen, dog geen een verscheen wes hal van ven hij ze mondeling liet roepen, dog hem wierd door de boden uit naam van te gemeen „te g'antwoord dat zij zig in zaken de Comp„e aangaande niet niet wilde stecken dog eenige boegineesen verscheenen, en maakte hem bekend dat zij de Comp: eer bij wilde staan dan afvallen dat zij ingeseetene van de Comp:e waren, en dezelve ook gehoorzaam zijn zoude dewijl hunne diena„ „ren regtvaardig handelde maar hun niet uit planderden, gelijk de Pontiana de gewoon„ „te was, dit alees geschiede zo overluijd dat wij net konden hooren, sariepch verbit= „terd zijnde naden zijn zitel met alles wat op de tafel stond en smeed zulx met geweld teegens de grond voegende daarby De kaleu bagiti kitta boukan Sulthan Brany 13 awrang futie ada sulthan dog de boeginee„ „sen vertrokken stilzwijgende en daar bleef op zijn best ses man bij hem, een wyjnig hier na kwam Sarieph zelvs bij mijn dog mij ziende met een pistool en houwer op mijn gordel, lag„ „ten en vroeg of ik bang voor hem was, dewijl ik mij zo sterk wapende, ik antwoorde wederom laggende, sehersender wijze dat ik wel een twee gevegt met hem zoude durven ondergaan, indien hij daar toe harts genoeg hadden, eindelijk quamert wij tot een ernstiger gesprek en in eerst vroeg hij mij warom ik de stukken omgekeert hadde en warom ik 't volk in 't geweer had laten komen dat hij geen quaad in 't zin had tegens de Comp„e dewijl hij anders zijn zoon niet na de hoofdplaats had laten gaan, ik voerde hem te gemoed, dat wat 't eerste aan„ „ging, ik altyd gereed was om mij te deffen deezen en deeren indien ik aangevallen wierd dat ik hem thoone zou dat ik geen fransman was en 't tweede omtrend zijn zoan, dat ik oordeel„ „de, die niet te goed was om zijn broeder te ver„ „moorden ook wijnig om een zoon zoude geenen dewelke hier zijnde dog niets beter als de gering „ste slaaf behandelt wierd, om welke reden ik twijfelde of 't waarlijk zijn zoon was, hier bij verweets ik hem in een drift alle zine verra„ =derijen, dewelke hij ons tot dus verre gepleegd hadde en voorts dat mij alles wel bekend was op dit alles zweeg hij stil en wilde vertrek „ken dog ik meld hem staande hier uit nam hij op dat ik hem gevangen wilde neemen weshalven hij eenige teegenstaed bood dog ik verzekerde hem van het teegendeel, se zyd 15. zijde dat ik van zints was om een plaats daar ik meende vijlig te zijn, het teegendeel bevindende te verlaten en op scomp: gronden wilde gaan wonen hier op bad en smeek„ te hij dat ik hem die schand wilde vaandoen„ dewyjl hij door ons bij zyn meer ontzag en vrees onder de vorsten in dit gewest verkre„ „gen had, in antwoorde hem alleenlijk, en jij zoud nog meer ontrag verkrijgen, zo gij ons om 't leven gebragt en onze hoofden /volgens gezeyde/ op palen gezet had, hier op wierp hij mij dan tegen of ik dan vast beslo„ „ten had, om te vertrekken ik Antwoorde, Ja„ Nu begon hy op een andere thoon te spreeken en zeide wij rond uit dat wij zijne gevangene waren zo lang tot zijn zoon weederom van Batavia was g'arriveert op dit gezeg den den had het wynig gescheld of ik had hem een kregel voor de kop geschooten, dog verdenkende, dog overdenkende dat ik te zwak was om zyne bende in bezit te houden: dewijl wij maar met ons so weerbare mannen waren en de resteerende zier, daar toe, daf ik geen order van uw Hoog Edelheedens had om de eerste aanvallen te zijn maar wel wapenen ontvangen om my te verweeren, zo verge „noegde ik mij alleen om met een verstoort gelaat hem te zeggen, dat ik hem dit zoude laten zien, riep den pl Cannonnier ordon „neerde hem in 't maleids om direct met een prauwtje na de pantjalling te gaan en zeggen aan dies gezaghebber, van direct voor den zulthan zyn tempel te zullen gaan leggen 17 leggen, en zijne stukken met koegels en druiven te laden om bij aanvalling vuur te geven dat wij hier het kanon wel zoude beletten dat den pantjalling geen nadeel wierd toegebragt, Sarieph verstond die order en begon weederom te sweeken van mijn besluit en te trekken dat wij terstond zoude zweeren getrouw aan de Comp: te zijn en 't gezag erkennen, eindelijk zeide ik hem dat ik mij bedenken zonden en dat ons verblijf bij hem dan plaats zoude vinden, in somma wij wier „den vziendelijk ten minsten het scheen zoo waar over zig d' Europeeze zo wel als de bij zijnde inlanders verwonderden, uw Hoog Edelhee„ „dene zullen missdien in 't denkbeeld komen dat ik berig ben om een Roman te schry „ven, en dat bij vergrooting dog uw oog Edelheedens kunnen Europeesen die op Ba„ tariae staan te komen, en present daar by

NL-HaNA_1.04.02_3553_0026 view scan ↗

English

were present, or interrogate others who heard such from them, they will say even more happened between me and sarieph than I have set down here, so that I write rather less than what actually occurred. Finally our departure from him was revoked and we stayed; however, being more on our guard, he began the following night to venture an attack again and had fully 600 men in the bending, but seeing that we were on our guard, nothing was undertaken, our men, on account of frequent watches, being inclined to mutiny, saying why no attack was made; but the simple people did not see what consequences could come from that. Finally I found myself compelled to use punishments to prevent rebellion; however, I must say here that the soldiers were mostly French, and they wished to avenge the harm done to their nation. The following day, several inhabitants came to me, requesting of me most kindly that I should please leave the bending of Sariesh and go build another elsewhere, and that they would contribute as much toward this as lay in their power; that the Sultan would not rest unless the Europeans were first removed, and if that happened, that they would also become unfortunate through this, since they well knew that the Company would not let the matter rest there, but would make war upon the Sultan as well as upon the good inhabitants, whereby the country and they would be ruined; and that they lived not only in Pantiana but also resided in Iava and had their wives there as well. I asked these good people why sarieph wanted to undertake something against us then; the response was in hope of finding 2 chests of money on me, with which he could pay his debts to those who daily demanded money from him, and that through this he robbed the inhabitants of everything under the guise of a lawful plundering. I put to them that I was reluctant to resolve upon a departure, but rather to remain here as long as possible; but since I saw that their reasons were well-founded, and also to some extent compelled me, I added that if my departure would cause no estrangement or hatred on the part of sarieph, I would do so. These well-meaning people took this upon themselves and went to persuade sarieph, who went so far as to have a house and bending built for us in the Chinese Camp at his expense. Sarieph came to me and asked whether I was satisfied with this. I said yes, being of the mind that once I had parted from him amicably, I would later find another place that was better, since the site shown to me was not clear of his artillery, and besides this, it was on the territory of Sasango where we would not be able to exercise the least authority. I nevertheless let him work on the bending; as soon as it was ready, sareeph notified me that now, if I wished, I could go into the new dwelling to take up my residence. We went over immediately, but on the very first day the common sort were already found to be drunk, so that I resolved to drop down a little farther and display the Company's authority which it has lawfully obtained over that land. In short, according to the situation and the custom of the country here, we have thrown up two small bendings at the opposite corners of our house, of which the rear point is provided with a 4-pounder; furthermore, we have placed a large blockhouse with which we can sweep the overland roads; the 1-pounder can keep the forest clear, so that we have stationed ourselves very advantageously at Batoelaijang in the Chinese Camp, and Sarieph can obtain not the least supply unless it first passes us. But the following morning, an emissary coming to our dwelling built by sarieph and not finding us, but receiving word that we had moved half an hour farther down to Batoelaijang, he noticed his mistake and sent several natives to persuade us to come into his bending again, or else that I should appear before him in person for just half an hour, as he wished to speak with me on something weighty; however, this native assured me at the same time that he had sworn to murder me, so that the papers might thereby be suppressed and nothing of this incident might come to light. I let sarieph know in a friendly manner once more that it was better to erect a dwelling on the Company's land than on another ground, that the authority of the Company could be better maintained on its own land than on that of another where the Company had no say, that I would come to him on another occasion, but could not depart from my people now; after we had fortified ourselves, as circumstances permitted, we showed that the Company's authority is no less than his, and he must dance to our tune. This brought about so much for us that as many as 20 households settled down near us and placed themselves under the protection of the Company, due to an incident which I shall recount below. A certain Chinese resident among us departed this life and left behind a poor widow and child; moreover, the woman was already in her 8th month of pregnancy with the second; this widow came to me and requested of me, falling at my feet, that I would please not suffer her to become a slave to Sarieph with her life.

Dutch transcription

bij geweest zijn, of andere die zulks van die gehoord hebben ondervraagen, die zullen nog meer zeggen dat vertusschen myj en sarieph gepas. „seerd is als ik hier ter needer gesteld hebbe, dus ik wel minder schrijf als er noorgevallen is. Eindelijk ons vertrek van hem werd inge „trokken en wij bleeven, egter meer op onze hoede zijnde zo heeft hij de nagt daar aan wederom begonnen een aanslag te waagen en nad uxel 600 man in de bending, dog ziende dat wij op onze hoeden, waren wierd nietts ondernoomen ons volk door 't meenigvuldig waken, tot murineeren zeggende, warom dan geen aanval gedaan, dog de eenvoudige menschen zagen niet was gevolgen daar uit konde ko„ „men eindelijk wrond ik mij genoodsaakt, om 19. om Castydinigen te gebruiken ter voorkoming van oproer dog hier bij moet ik zeggen dat de zoldaaken meest franschen waren deze wilde gaarne het gedane leed aan hun „ne natie wreeken„ den anderen dag vervoegde zig verscheide Ingeseetene bij mij verzoekende mij tog op 't vriendelijks dat ik dog de bending van Sariesh zou „de verlaten en gaan elders een ander maken, dat zovdeel daar toe zoude doen als in hun vermoogen stond, dat de sulstran dog niets zoude rasten ten zij de Europeesen eerts van kant waren en indien zulks geschiede dat zij ook om ongelukkig hier door zoude zijn dewijl zij wel witten dat de Comp e daar het niets bij zoude laten blyven maar den Zutthas zo wel als de goede Ingezee„ „tenen den oorlog aandoen waar door het Land en zij, zouden bedorven, werden„ en dat zij niets alleen. te Pantiana woon„ „den maar ook op Iava woonagtig wa„ „ren en hunne vrouwen daar ook hadde, ik ondervraagde deze goede menschen warom sarieph dan iets teegens ons wylde onderneemen, het antwoord was op hoop van 2 kisten niet geld bij mij te vinden waar van hy zyne schuld zonden 21 zoude kunnen betaalen dewelke hem daaglijx om geld aanspraaken, en dat hij hier door d' Jngeseetenen, onder een wettige plandering van alles beroofden, Ik voerde hun te gemoed dat ik tot een ver„ „trek ongaarie besloot, maar hier blyven zo lang het mogelijk is, dog dewijl ik zag dat minne reedenen gegrond waren, en mij ook eeniger mate genoodzaaken, voegde ik daar bij zo mijn vertrek geen verwij„ dering of naat bij sarieph zoude veroor: „zaken, ik het zouden doen, dit namen deze welmeenende linden op zij en ginge sarieph overreeden, dat hij zo ver quam om ons een huis en bending in de Chi neese Caup te laten maken voor zijn ten rekening, Sacieph quam bij mij, en vraagde of uk hier in genoegen nam. ik zeide wel van ja, in 't denkbeeld zynde dat bij aldien ik eerst in minnelijke van hem was, ik naderhand wel anders plaats zoude vinden, die beter was, de„ wijl de aan mij getoonde plaats met vrij voor zijn geschut stond, en buiten dit was het op 't gebied van Sasango alwaar wy 't minste gezag niet zoude kunnen oef„ „fenen ik liet hem des niettegenstaande aan de bending warken, zo dra dezelve in ge„ „reedheid was, waarschouwde sareeph mij, dat nu Jndien ik wilde in de nieuwe woning konde gaan, mijn verblyk neemen, wij gi„ gen 23 „gen directs over, dog 't gemeen dronk zig den Eersten dag reeds belopen, zo dat be„ „sloot, om een wijnig afte zakken en 'sComp: gezag konde moonen, dat zij wettig over dat land verkreegen heeft kort om wy hebben ons na de geleegenheid en slands ma„ nier alhier twee kleine bendings op de te „gen over gestelde hoeken van ons huijs opgeworpen waar van de agter punt met een 4 ponder voorzien is, voorts het be wij een groot Blok geplaats: waar G H. „mede wij de overland zijnde weegen konnen bestryken de 1 ponder kan t bosch schoon houden zo dat wij ons te Batoelaijang. in de Chineese Camp zeer voordeelig geplaats hebben, en Sarieph van de minste toevoer niet verkrijgen, ten zij de„ „zelve ons eerst passeert dog den morgen daar aan een zendeling in onze door sa„ „rieph gemaakte wooning komende, en ons niet vindende maar berigt kreeg dat wij een half uur verder na Batoelaijang af„ gezakt waren, bemerkte hij zijne misslag en zond verscheide Inlanders om ons te beweegen om weder in zijne bending te komen, of dat ik anders maar voor een half uur bij hem in Perzoon zoude verschijnen, dat hij mij iets gewigtigt wiede spreeken, dog deze Inlander, ver„ „zekerde mij teffens dat hij gezwooren had 25. had van mij te zullen vermoorden, op dat de Papieren hier door verduisterd mog te worden, en niets van dit voorval te voorschijn mogte komen. Ik liet surieph in 't vriendelijk wederom weeten, dat 't beeter was een woning op scomp land op te regten, als op een andere grond, dat het gezag van de Comp: op naar eigen land beeter konde gemaintineerd worden! als op dat van een anders, alwaar de Comp niets te zeggen had, dat ik bij een andere geleegendheid bij hem zoude ko „men, marr nu van mijn volk met konde verwijderen, na wij ons versterkt hadde als de omstandigheiden het toe lieten thonen wy, dat de Comp„e naar ge gezag niet minder is als dat van hem, en hij moet na onze pijpen danzen, dit heeft ons zo veel te weeg gebragt dat ziij wel 20 hushoudens bij ons ter neder gezet hebbe en zig onder de bescherming van de Comp: begeven hebbe, door een voor „val het welk zal laten volgen, Een ze„ ker Chinees bij ons wonagtig verwissel„ „de het tijdelijke en liet een arme wedu „we en kind agter daar toe ging die vrouw reeds in haar 8e. maand van het tweede zwanger deze weduwe quam bij mij en verzogt mij doe te voet val„ „lende dat ik dog niet gedogen wilde dat zij slaaf bij Sariepch wierd, met haar Levan

NL-HaNA_1.04.02_3553_0035 view scan ↗

English

27 pregnant child, because Sarieph had made a law that he was the heir of all resident women and children, who had to serve him as slaves. I learned somewhat later that this law also applied to the Company's dependents coming from Java, and in case the Nakhoda dies, the vessel and goods fall to Sarieph. I promised the widow that I would take care that this should not happen; but the following day Sarieph sent the Sultan's pike to fetch the widow along with the estate. The widow came to us to beg for help. I sent Sarieph's emissaries away with their pike, their mission unaccomplished. Shortly thereafter, Sarieph sent another emissary to me demanding the Chinese woman. I had him asked what right he had to that Chinese woman. The answer was the enacted law. But I had him informed that this law did not extend to the north side of the river, but only applied to the east side, which he was to govern; but that everything that lived on the north side were the Company's dependents and thus under its protection, and that I therefore would surrender no subject of the Company. Many disputes went back and forth until he gave it up. 29 Finally it has come to my ears that he will complain about me to Your Right Excellencies, that I nullify his lawful laws, that I entice his subjects to me; in short, that I thwart him in everything and that he will request that I simply be summoned away. Finally, it remains for me to say: 1. That about 3 weeks ago, he had several overt hostilities committed against us, but we remain in no way in his debt, requiring all vessels that arrive in the river, both large and small, to call on us, though we let those that depart go. I have noticed with Sarieph that the more yielding one is, the more authority he arrogates to himself over us; but on the contrary, if one speaks to him firmly and opposes him, the more he lets his courage sink; and to one's face he will not be the man to undertake anything, but in treachery he is the first, and this bears the name of heroic courage in this land. 13 courage. I have been told that he fears that his son is being detained at Batavia under one pretext or another; he despairs of his request, since no vessel from Java has arrived now in 5 and ½ months. We also have a lack of provisions, because rice has now risen here from 55 to 65 realen, and every month I must provide 1280 lb and 100 kan of arrack, which I buy here, which is to the great disadvantage of the Company, for which reason we also daily long for relief. From outside comes no rice, and from upriver Sarieph has forbidden our supplies, although he denies it. From Rio we have received report here that the English and the French—the former with 2 ships and a sloop, and the latter with three ships—have had a battle against each other, in which the French achieved the victory and took the ships as prizes, but the sloop took flight. From Malacca large vessels arrive daily with linen and opium of the Company's assortment, wherefore it were to be wished that the navigation from Malacca and Rio hither should be prohibited; this would compel the inhabitants there to go to Java, and thus markedly increase the Company's leases. Navigation from here to Malacca and Rio could also be closed. Thereby the Company would enjoy two advantages: first, the Company's linens could be more widely retailed here and increase the leases on Java, because the inhabitants here would be encouraged to visit Java more, to carry on trade there with those of Malacca and Rio; or otherwise those of Malacca would have to sail via Java hither, whereby 2 the Company would enjoy double leases: once on Java and once here. The passes that are granted on Java to Borneo, Sambas, Limpang, Mampauwa, or other such offices situated on this coast could be granted solely to Puntiana; this would increase the lease here, and the Company would thereby draw the trade to itself. Moreover, no native of this coast should be accepted on Java or any other Company office unless with a Dutch pass from Puntiana. Thereby the princes residing here would be compelled 14 all to become allies of the Company, since this land cannot exist without Java. Chinese junks we are compelled to allow here, though the number could be limited, because these Chinese bring pots, which are used by the mountain peoples as urns to preserve the bones and ashes of their ancestors; otherwise nothing of consequence is brought. It is said that Sarieph gets 1000 mats from each junk, and 8 come a year, which is 8000 realen. This the Company could also receive, since it is all the same where they pay the lease to the Company. The trade of the Chinese is strong on Borneo, whereby camphor and pepper are exported; but the natives of Borneo neither can nor will receive money, but a certain kind of black linen that maintains its fixed price there. I have not yet been able to obtain a piece to send as a sample. I cannot obtain satisfactory information about that place, because the private merchants keep the trade in it entirely to themselves. The leases that could be introduced here, if 8 junks are permitted to come, could well yield 18000 realen. This Your Right Excellencies can see solely from the incoming and outgoing vessels, of which in the month of November last we had 27 large ones of 4 to 12 koyangs that arrived, and 15 of equal size departed, 122 small ones arrived, and 180 departed.

Dutch transcription

27 Swanger kind, dewijl sariesch een wet gemaakt hadde dat hij erfgenaam was van alle ingezeetene vrouwe en kinderen moesten als staat bij hem dienen, ik heb wat later vernomen dat deze wet op sComp: onderhorige van Java komende ook plaats vond en bij aldien de Annachoda sterft vervald vaartuig en goederen aan sarresh, Ik beloofde de weduwe van te zullen zorge dat zulx niet geschieden, dan dag daar aan zoud sarieph zijnd zulthans Piek om de weduwe met de nalatenschap te halen, de weduwe quam bij ons om hulp smeeken, ik liet sarresch zijn zendelings met hunne Piek onverzigter zoke ver vertrekken, kort hier na zoud Sarieph een ander zendeling aan mij verzoekende om de Chineesin ik liet vragen wat regt hij op die Chineesin hadde, het antwoord was de gemaakte wet: dog ik liet hier op weten dat die wet zig niet uitstrekte aan de Noordkant van de rivier, maar alleenlijk plaats vond aan de oostkant dewelke hij moest beheeschen; dog alles wat op noordkant woonde waare sComp.s onderhoorige en dus onder dier be„ scherming en dat ik derhalven geen onderdaan van de Comp: overgaf„ vee„ „le stribbelingen zijn over en weder geweest tot dat hij het op heeft gegeeven een 29 eindelijk is mij ter ooren gekoomen dat hij over mij aan Hunne Hoog Edel„ „heeden zal klagen dat ik zijne regtvaar „dige westen vernietigt dat ik zijne onder „danen aan mij lok: in somma dat ik hem in alles dwarsboomen en dat hij verzoeke zal om mij maar op te ontbeeden, Eindelijk blijft mij nog over om te zeggen 1 dat hij omtrend 3 weeken gelee „den, verscheide opentlijke vijande lyjkheeden teegen ons heeft laten in 't werk stellen, dog wij blij„ „ven niets schuldig moetende alle vaartuijgen, die in de ri vier vier arriveeren zo groote als kleene. bij ons aankomen, dog die vertrekken laten wij gaan Ik heb aan Sarieph bemerkt hoe toegeeflyker men is hoe meer gezag hij zig over ons aan „matigd dog daar en teegen zoo men hem vots en teegen gaa„ ne aanspreekt, hoe laniger hij zijn moet late zakken, en voor de vintt zal hij de man met zijn die iets onderneemt, dog niet ver raad is hij de eerste en dit draagd op dit Land den naam van helden moed 13 moed, Men heeft mij gezegd dat hij den z1 dat zij zoon op Batavia werd aan „gehouden onder het eene of andere voorwendzel, hij wanhoop aan zijn ver „zoek wijl er nu in 5 en ½ maand geen vaartuig van Javee is g'arriveerd, wij „hebben ook aan levensmiddelen gebrek„ dewijl de rijk hier thans van 55 tot 65 rea. „len gereefen is, en ik alle maanden 1280 lb en 100 kan Arak verstrekken, moet, dewelke ik hier inkoop dat te groo„ te nadeel voor de Comp: is weshalven wij ook, dagelijx na secours verlangen van buijten komt geen Ryst en van boven heeft heeft Sarieph ons den toevoer verbo„ „den hoeweel wij 't lochent van Rio hebben wij alhier berigt ontvangen dat de Engelschen en Franschen de eerste 2 scheepen een een Chialoup en de laatte teegen elkander slagt drie scheepen, geweest zijn, waarvan de franse de over„ „winning behaald hebbe, en de scheepen prijs gemaakt, dog de Chialoup heeft de vlugt genoomen van Malacca ar„ „riveeren er daaglijx grote vaartuigen met Lywaat en Amfioen sComp: sortee „ring deshalven het te wenschen was dat de vaart, van Malacca en Rid na hem 13 herwaards, verbooden zonde werden, dit zoude de inwoonders aldaar noodzaken om na Iava te gaan, en dus scomp. s pagten merkelijk vermeerderen, waart van hier na Malacca en Rid, zoude ook geslooten kunnen zijn, hier door genoot de Comp„e twee voordeelen, voor eerst zoude scomps lijwaten alhier meer verdebiteerd worden kunnen pagt en de Pagten op Iava ver„ „meerderen, dewijl de alhier zijnde Inwoon„ „ders aangemoedigd zoude worden, om Iava meer te bezoeken, om den koop „handel met die van Malacca en Rio aldaar, te voeren, of anders zou „den die van Malacca over Iava na herwaards moeten steevenen waar door 2 door de Comp: tweemaal pagten genoot rens op Java en eens hier de Passen die op Java verleend worden, na Borneo„ Sambas, Limpang, Mampauwa, of anders diergelijk comptoir op deze Cutt leggende zoude alleenlijk kunnen vergund wer„ „den na Puntiana, dit zoude de Pagt al„ „nier vermeerderen en den koopnan„ „del zoude de Comp:e daar door aan zig trekken, daar en moesten geen Inlander van deze Cust op Java of eenig an„ „der Comp: Comptoir g'accepteerd werden ten zij met een hollandse pas„ van Puntiana hier door zouden de alhier zijnde vorsten, genoodzaakt zijn 14 om al te zamen bondgenooten van de Comp:e te werden, dewijl dit land buiten Iava niet kan bestaan, Chi„ neeze Jonken zijn wij genoodzaakt: om alhier toe te laten dat het ge„ „tal zoude kunnen bepaald worden dewyl deze Chineese passen aanbrengen, welke door de bergvolkeren voor lijk „bussen werden gebruikt om het gebeeu„ te en Ash. van hunne voor ouders in te bewaren anders werd niets van belang aangebragt men zegt dat sarieph van jder Ionk 1000 mat„ „ten heeft en 's jaars komen er agt is 8000 reaalen dit kan de Camp Comp„s ook ontvangen, dewijl het dog om 't even is, waar dezelve aan de Comp. e de Pagt betaald De Chineesen hunne vaart is sterk op Borneo waar door haar Camphur en Peper werd vervoerd, dog „de Inlanders van Borneo krunnen nog willen geen geld ontvangen maar een zeekere zoort van swal Lywaat dat zijn vatte Peijs aldaar behoud ik heb als nog geen stuk kunnen magtig worden, om ter preuve te verzenden, ik kan geen voldoenend berig verkrygen van ƒ 37. van die plaats dewijl de Parti „culieren den handel daar op gere aan zig behouden de Pagten wel. „ke men hier zoude kunnen invoe„ „ren, zal indien er 8 Ionken nw „gen komen wel 18000 reaalen kunnen haalen dit kan men uw Hoog Edelhedens alleenlijk zien uit de in en uijtgaande vaartui y „gen waar van wij in de maand November A:o p„o 27 grooten van 4 tot 12 Coijangs hebben gehad, die g'arriveerd zyn en 15 van gelijke groote vertrokken 122 kleine grarlert en 180. vertrok ken

NL-HaNA_1.04.02_3553_0046 view scan ↗

English

... in December 41 large arrived and 33 departed, small 172 arrived and 116 departed; in January 69 large departed and 70 arrived, 269 small departed, and 275 arrived, so that in the last 3 months 128 large arrived and 117 departed, 569 small arrived, and 625 departed. From this the account may well be drawn up, but there is a lack of wealthy Chinese to farm the leases. They are all kept poor by Sarieph, and whoever has a little is immediately plundered, wherefore their occupation has been limited solely to the cultivation of Pepper; and where we have our residence is a Pepper forest of fully 4 hours' walk in circumference. The Pepper bears its fruit here in 3 years, and on Bantam it only yields Pepper in 6 years, so that if pains were taken here with this plantation, one would in time have a fine harvest to expect. The rulers of Sanggau and Mampawa, having understood that we had separated from Sarieph, sent envoys and had their service offered to us if we might need the same. From this appears their jealousy, and at the same time how those rulers love him. Now it remains for me to say at length that this is not drawn up with the intention of requesting aid of men from Your High Noblenesses, since I daily expect our vessels, and find myself well able to keep things going for so long, whether by soft and good words, or by force, just as Sarieph himself wishes. If I cannot hold it, I will be compelled to accept the offered aid from Sanggau and Mampawa, however reluctantly. Yet I flatter myself that the inhabitants here are on my side; that always gives nourishment to my hope. And were that not so, I, with the 33 military and seafaring men with me, would long since have lost our lives. Our pantjalling is poorly provided with ammunition; if Sarieph knew this, he would with the help of the Belitungers long ago have ventured a chance. But they know no better than that the pantjalling is laden with ammunition. From Java much gunpowder, round and long shot, as well as muskets are brought here; this could cause us much harm. Cotton yarn, both colored and white, is brought here in abundance by the same Javanese, notwithstanding that a prohibition is explicitly stated in their passes. Indeed, they even bring it to me for sale. I do not yet dare to move against it, but must content myself with giving them a mild reprimand, in order not to bring new hatred from Sarieph upon my neck if I did the contrary. But I will report the importers to the Javanese ministers under whose territory they belong as soon as their names are known to me, and also forward Your High Noblenesses' letters under their cover. Yet before I end this, I shall take the liberty of setting down here that, if it pleases Your High Noblenesses to send Sarieph captive to Batavia, this will cost little effort, when he may then orally confess his crimes to Your High Noblenesses; not only that he has already captured a Company bark and chaloup by treason, but also that he pulls on the same rope with the uprisings on Java. Indeed, he even dares to bring to mind that it is well known to him that on Batavia there is not as much power of the Company as is reported—a proof that his correspondence extends to the Capital as well, with the Sariephs residing there. By him, together with Raja Haji, an attack on Banjarmasin and Palembang had also already been planned, but Raja Haji changed his decision, and they contented themselves with taking a richly laden junk in the mouth of the Banjar river. I only mention this in brief, because all this is reported more extensively in the daily journal. Finally, at the conclusion of this, I must say that the Malays living on this Coast do not deserve the reputation which they have gained on Java of being good warriors, since I now find that they are not those renowned heroes. But it is likely that they first obtained that reputation from some cowardly Javanese who, having been captured by the Malays and having made off some time thereafter, arrived back on Java and, out of shame, boasted as if they had defended themselves bravely. And this saying passed from one to another, until finally that opinion took hold even among the Europeans. But it is well known to me, and I am fully convinced of it, that if a vessel is taken by the Malays, not a single shot is fired, but the robbers merely board with ropes and immediately bind the Javanese, who let themselves be bound like cattle, and thus they are carried off and sold for 5 to 6 Spanish dollars. But as soon as a shot is fired at the Malays, they immediately take flight. Why are no Bugis taken? It is because they are much braver than the Malays. Indeed, on this Coast roams a Said Maghribi, a Turk by birth; he is brave, which was recently shown when this robber was in combat with an English ship, and after being engaged for three hours the English ship and his penjajap sank, wherefore he stepped over onto one of his other vessels and fished up the English; yet he showed himself very generous by granting the Europeans their lives and liberty. It were to be wished that this Coast were somewhat safer from this robber; true it is, he does harm to no one, but he demands tribute.

Dutch transcription

ken in December 41. grote g'ar„ „zweert en 33 vertrokken, kleine 172 g'arriveert en 116 vertrok„ Jt Lr 69 gt „ken, in Iannuarij groote vertrokken en 70 g'arri„ „veert, 269 kleine vertrokken, en 275 g'arriveerd, zo dat er in de laaste 3 maanden 128 groote g'arriveert zijn en 117 vertrokken g'arriveert 569 klijne t, en 625 ver. „trokken hier uit kan de reeke„ „ning wel opgemaakt werden dog het ontbreekt aan vermogende „ Chi „2 d Ct 39 alle werden zi door Sariaph arm gehou „ten en die een wijnig heeft werd terstond geplondert, weshalven hunne handtee„ „ring zig alleenlijk tot het aankweeken van Peper heeft bepaald, en waar wij ons verblijf hebben, is een Peeper bol: wel 4 uuren gaans, in de ronten de Peeper draagt zijne vrugten in 3 Iaar alhier en op Bantam geeft dezelve in 6 Jaar, eerst Peper zo dat bij aldien er tot deeze plon „ting alhier wierd moeijten toe gedaan, men door den tyd een schoonen oogst te verwagten zou„ den hebben. Chineezen om de pagts te mynen De De vorsten van Tangamwen Hampauwa verstaan hebbende, dat wij ons van Larieph gesepareerd zouden heuwelyk gezante hadden, en lieten ons hunne dienst aanpre„ senteeren, zo wij denzelven benoodigt mogte zyn hier uit blykt haare Jalversheid en teffens hoe hem die vorsten beminnen, Nu blijft mij nog vvoerig om te zeggen, dat deze niet opgesteld is met inzigt om opg hulpe van volken te verzoeken van uwe Hoog Edelheedens dewijl ik alle dagen onze vaartuigen ten 41 te gemoed zien, en mij wel in staat bevinden, om 't zoo lange gaande te houden, het zij door zag„ =te en goede woorden, of met geweld zo als sariepch het zelf wil, kan ik. het niet houden, zal ik genoodzaakt zijn d' aangebodene hulp van Langauw en Mampauwen te accepteeren hoe ongaarne ik wilde, Dog ik vlij mij dat de alhier zynde ingezetenen op mijn zijde zijn, dat doet mijn hoop altijd voedzel verschaffen. en zoo dat niet was, zoude ik met de by mij zijnde 33 militairen en zeevaren „de reeds lang om 't Leeven zijn bosen Onze Pantjalling is slegt van scherp voorzien, iddien sarieph zulx witt zou „de hij met behulp der Blitonniers reids lang een kantje gewaagt hebben dog mij weet niet beter of de Pant„ „jalling is met Ammonitie afgeladen van Iava werd alhier veel kanon. kruid, Rond en lang scherp als ook aangebragt, dit zou: snaphaanen „de ons veel nadeel kunnen toe „brengen, het Cattoene garen, zo wel gecoleurd als wit werd hier in meenigte toegevoerd, door dezelve Javanen, met teegen. staande 43 staande, het een verbod in hunne passen uitdrukkelijk gemeld staat ja zelvs brengen zij het zelve bij mij te koop, ik burf er als nog niet teegen aan gaan maar moet mij laten vergenoegen met hun een zag te bestraffing te geeven, om mij zo ik het teegendeel deeden geene meu„ „we haat van Lariesch op den nals te halen, dog zal ik d' aanbren„ „gers aan de Iavase ministers melden onder wiens gebied dezelve sorteeren zo dra derzelver namen mij bekend zijn, en uwe Hoog Edelhee „dens brieven onder Hunne convert mede den E mede geeven. Dog bevorens, ik deze eindigen, zul ik nog de vrijheid gebruike van hier neder te stellen, dat zo het uwe Hoog Edel„ „heedens behaagt, om sarieph gevan „gen na Batavia over te zenden dit wijnig moeijte zal kosten wanneer hij als dan, zijn mis „daat mondeling aan uwe Hoog Edelheedens kan bekennel niet al „leen dat hij reeds een Comp:s bark en Chialoup met verraad heeft afgeloopen maar ook dat hy met de oproeringen, op Java, aan eene sijn trekt ja zelvs durft m m aa is hij H de 45 hij wel te gemoed vooren dat hem wel bekend is, dat op Batavia zo veel magt van de Comp: niet is als er opgegeeven word, een blijk Correspondente op de dat zijne Hoofdplaats zig ook uitstrekt, met de aldaar zijnde Sariephs, door hem is ook reeds met Radje hadje, een aanslag op Banjer en Palembang gemaakt geweest, dog Radje Hadje veranderde van besluijt en zij lieten zig vergenoegen met een 289 rijk geladene Jonk in de mond van de Banjoreese rivier te nee„ „men, ik haale dit maar in 't kan korte aan, dewyl dit aller breed„ voeriger in het dagverhaal ge „meld is. Eindelijk moet ik nog per slot van dezen zeggen, dat de maley ers op deze Cust woonende, den Naam welke zij op Iava verkre„ „gen hebben, van goede oorlogs mannen te zijn niet verdienen dewijl ik thans ondervind dat zij die berugten helden niet zijn dog het is waarschynelyk dat zij dien Naam het eerste verkreegen hebben van eenige op zo de bl bloode 47. bloode, javanen, dewelke door de Maleijers genoomen zijnde en een tyd lang daar na zig ter zoek gemaakt hebben, wederom op Iava g'arriveerd zijn en ui't schaan„ „te breed opgegeven. als of zij zig dapper verweird hebben, en dit gezegden is van den eenen tot Jan: deren gegaan, tot Eindelijk dat ge „voelen bij d' Europeesen zelvs heeft plaats genomen, Dog isij is wel 9. bekend en ik ben er ten vollen van overtuigd, dat zo er een vaar „tung door de Maleijers genomen is, daar geen enkelde schoot ge schiet silnet maar de rovers stappen een „lijk met touwen over en binde terstand de Javaanen, die zig als het vee laten binden, en zo werden zig ingevoert en voor 5 a 6 spaanse matten, verkogt dog„ zo draa, er een schots op de Ma. - leijers gedaan word nemen zij terstond de vlugt, warom werden er geen Boegineesen genomen! het komt dat die vrij dasper der zijn als de maleijers, ja hier op de Cust zwerfd een Said Magri „bi, een turk van geboorte, de ze 49. ze s dapper het welk onlangs geblee„ „ken is zijnde deeze rover in gevegt met een Engelsch schip en na drie uuren slaags geweest te zijn zonk het Engelsch schip en zyn Panjaij „ap, weshalven hij op een van zyn andere vaartuijgen overstapte en vischten de Engelsche op, dog hij toonde zig zeer edelmoedig met de Europeesen, hun leeven en vrijheid te schenken, te wen „schen was het dat deze Cust wat veiliger was, van deze rover, wel is waar, hij doet geen Leed aan niemand, dog hij eischt schat ting F

NL-HaNA_1.04.02_3553_0058 view scan ↗

English

tribute under the pretext that he keeps the sea safe for them from pirates, declaring that anyone who refuses to pay this tribute will be taken as prize. His force consists of 4 panjajaps, being a sort of galleys of 40 lasten in size, with 3 masts, capable of rowing and sailing. Thus concluding this, I take the liberty of commending myself to Your Right Excellencies' protection, and call myself with the uttermost high esteem, Your Right Noble, Right Honourable, Right Venerable, and Widely-Commanding Lord, and Honorable Noble Lords, Your Right Excellencies' humble and most obedient servant, was signed, Nicolaas Kloek. In the margin: Batoelaijang in the Landak River, 17 February Anno 1779. To the Right Noble, Right Honourable, Right Venerable, and Widely-Commanding Lord Reijnier de Klerk, Governor-General, together with the Honorable Noble, Tatta Lords Councilors of Netherlands India, etc. etc. etc. Right Noble, Right Honourable, Right Venerable, and Widely-Commanding Lord, and Honorable Noble Lords. Since the resident Saha is currently departing from here to Samarang, I have taken the liberty of sending over there two Javanese who were captured by the pirates and who took their refuge with us, the one named Singa and the second named Bakiso, having given them a letter of escort to the Governor at Samarang, whereby I further take the liberty to inform Your Right Excellencies that white and colored cotton yarn has been imported here by Nakhoda Katet and Kamel, residing at Sourabaija, as well as by Kadoeka Malana from Sourabaija. Indeed, they even offered it to me for sale, daring openly to oppose me about this, asserting that we could not prevent them from anything on this coast. Also, a certain Bappa Jamboer from Sourabaija arrived here, who brought to Sarieph gunpowder, 2 cannons, and over 3 bales of cotton yarn, red, white, as well as blue. We have been unable to do anything against this conduct, because otherwise we would have had to send away all the nakhodas who arrived from Grissee, Sourabaya, and Sumanap. Furthermore, by doing so, we would have made ourselves hated among the residents here, and perhaps the affairs of the Company would have been worse off through such conduct than they remain until now. For this reason, I have merely contented myself with giving Your Right Excellencies information of this, being fully assured that Your Right Excellencies will hold the ministers at Grissee, Sourabaija, and Sumanap to account concerning this case. For I also assure Your Right Excellencies that they are not to blame for this; it is only that the overseers of the boom allow their palms to be greased, which is why they are guilty of this negligence. Meanwhile, I trust that Your Right Excellencies will be pleased to approve my conduct observed herein, the more so because I have aimed here at the interest of the Company, since statecraft requires dealing gently with the inhabitants in the beginning, if one wishes to enjoy the fruits of a country for a long time. Furthermore, I am assured by credible persons that the pirates are supplied with ammunition by the Malays residing at Grissee, Sourabaija, and Sumanap, by whom powder, lead, and artillery are likewise transported here in abundance. This is the place where the pirates gather, which is why we can better uncover their secrets here. On the 12th of this month, a native vessel arrived from Poulo Laut, bringing news that the notorious pirate Said Magribi was about to come to capture Banjermassing with Sarieph, according to their agreement in the year just past. With three junks, 1400 Chinese have now arrived, and it is said that they are still to come with a fourth. This makes provisions so expensive that rice has now risen to 4 tantings for 1 real, or 60 stivers. The people also complain that their board money is not sufficient, as the Chinese give only 4 ordinary sweet potatoes for a new double stiver, but I cannot decide to give more than 48 stivers to each without special orders from Your Right Excellencies. A Chinese known by the name of Eko has arrived here from Quantang, having been Captain at Palambang. It is said that he played a famous bankruptcy there, being indebted to the ruler and grandees of the realm at Palembang for nearly 50000 reals. And since the detention here of the said Chinese could drag bad consequences behind it, I have presented this danger to Sarieph, adding thereto the example at Mampauwa with Pangeran Joseph, who was likewise a fugitive from Palembang and who was demanded back; but the Panembahan being unwilling to surrender him, the Palembangers completely burned and pillaged Mampauwa, while the ruler fled into the mountains with the inhabitants. However, not taking this example into consideration, Sarieph had me told in turn that he feared no one and did not need the advice of min, and that we should not meddle with his affairs for the rest. Furthermore, I do not know who brought it to Sarieph's attention that his son was being held prisoner at Batavia. I must employ all means to keep that troubled mind at peace, and know almost no further expedient. The pantchalling De Snuffelaar is so leaky that we can hardly keep it above water. We have already hauled it up once and employed all means; indeed, our carpenter even nailed planks over the heaviest leaks, but all is in vain. The pantchalling becomes leakier, and one must constantly keep 2 pumps going. I have had the heavy artillery and all the other heavy goods unloaded, and shall haul it up again at the full moon to see whether it cannot be repaired. And since until now, concerning the point in the Memorandum by form of Instructions

Dutch transcription

ting onder voorwendzel, dat hij de zee voor hun veilig houd, van Rovers, die deze schatting wer„ gerd te geven verklaard, hy prys 7 zyn magt bestaat in 4 Panja„ gaps zijnde een zoort van galleijen groot 40 lasten met 3 masten kunnende roeijen en zeijlen, hier mede deze bekortende zo gebrui„ „ke de vryheid mij in uwe Hoog Edelheedens bescherming te beveelen, en noemen mij met de alleruiterste Hoog ag 51. agting (onderstond/ Hoog Edele Gestr: Groot Agtbaren en wijdgebie„ „dende Heere en 'Uel Edele Gestren„ „ge Heeren /lager/ uwe Hoog Edelheedens onderdaanige in zeer gehoorzaame Dienaar /was geteekent/ Nicol=s kloek /in margine/ Batoelaijang in de Landaksche Rivier den 17 Februarij A„o 1779. Aan Den Hoog Edelen Gestr: Groot Achtb: en wydgebiedende Heer Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal benevens de welEdele Tetta. Hee„ „ren Raden van Needer lands India etc Ati ctu Hoog Edele Gestr: Groot. Agtb: en Wijdgebied. Heer en Wel dele Gestr. Heeren. Dewijl thans de Inwoonder Saha te te samarang, na derwaard Heer„ „vend zo hebbe de vrijheid ge„ Aan zijn Edelheid brenkt bruikt van twee Javanen welke door de reviers genomen waren. en dewelke Hunne toevlugt tot ons naamen, na derwaards over te zenden, zijnde den een singa en den tweeden Bakiso, gen „naamt, hebbende ik hun een geleide Brief aan den Gouver„ neur te Samarang mede gegeven waar bij ik nog de vriheid gebruike uwe Hoog Edelheedens te berigten dat er alhier door AnnaMadas katet en kamel woonagtig te sourabaija gelyk ook door Ca 53 Tropeert Cadoeka Malana, van Sourabaija wit en gekoleurd Cattoene garen is aangebragt. ja zulx zelvs aan my te koop gevijld, durvende dezelve zig opentlijk hier over teegen mij aan te setten, als geevende voor dat wij hun niets op deze Cust beletten konden, me„ „de eenen Bappa Iamboer, van Sou „rabaija alhier arriveerde, heeft aan Sarieph: Buskruit 2 Canons en over de 3 baalen Cattoene gaaren zo wel rood wit als Blauw aan„ gebragt: wij hebben teegen dit ge drag niets kunnen doen, dewijl wy wi anders de van Grittee soura„ baya, en Sumanap g'arriveerde Annakkados, al te maal zoude hebben moeten opzenden ook, zou „den wij ons hier door alhier onder den Inwoonder gehaal hebben ge „maakt, En misschien hadden de zaaken van de Comp:e door zulk een gedrag slegter gestaan &en bleen als zij tot nog toe doen, weshalven ik mij alleen heb laten vergende „gen, om uwe Hoog Edelheedens hier van berigt te geeven wel ver. „zekert zijnde dat uwe Hoog E delheedens de ministers te nis 55 Prissee, sourabaija en Sumanap over dit geval zullen onderhou„ „den, dewijl ik uwe Hoog Edelhee„ „dens teffens verzekere dat dezelve H hier geen schuld aan zijn alleenlyk laten de opzigters van de boom zig de handen vullen, weshalven de „ze aan die slordigheid schuldig 7 zyn, Intusschen vertrouwe ik dat uwe Hoog Edelheedens mijn hier in gehouden gedrag zullen gelieven goedkeuren te meer de wijl ik hier door het belang der maat Maatschappij heb beoogt: dewijl de staatkunde vereischt om in den beginnen zagtzinnig met den in„ „gezeetenen te handelen, bij aldien men lang vrugten van een Land wil genieten. voorts ben ik ver„ „zekert van geloofwaardige Perso„ „ren dat de Rovers van Ammuni „tie voorzien werden door de op Pris „seé, Sourabaija en Sumanap woo „nende Maleijers door dewelke mede kruijd, Lood en geschit na herwd:s in meenigte werd gevoerd, hier is de Plaats waar zig de rovers verzame „len weshalven wij alhier het bette ag ter 57 3 5 ter hunne gehenne kunnen komen Den 12 dezer arriveerden een In„ „lands vaartuig van Poulo Laut brengen tijding dat den berugten Rover saijd Magribi stond te ko „men, om met sarceph Banjer „massing in te neemen volgens hunne afspraak in 't Iongst ge„ passeerde Iaar: Met drie Jonken zijn thans 1400 Cumeezen g'arriveerd en men zegd dat er nog toe met een vierde staan te koomen, dit maakt de Pro„ visien zoo duur dat de rijst tans 3 3 is gereezen tot 4 Tantings 1 reaal of 60 stx het volk beklaagd zig ook dat Hun kostgeld niet toerijkende is als gevende de Chineezen maar 4 ordinai „re Patatters voor een nieuwe dubbelde stuijver dog ik kan niet besluiten om meer als 48 stx: ider te geven buiten speciaale order van uwe hoog Edelheedens Een Chinees bekend onder den Naam van Eko is alhier van . quantang g'arriveerd, hebbende Ca „pitain op Palambang geweest men zegt dat hij aldaar een vermaard ^zijnde Banqueroet gespeeld heeft dezelve aan den vorst en Rijxgrooten te Sa 59 Palembang bij 50000 recalen schul. „dig en dewijl het aanhouden alhier van gemelde Chinees Quade gevol„ gen, na zig zouden kunnen slee„ heb „pen, zoo ik Iarieph dit gevaar voor oogen gesteld voegende het voor beeld te Mampauwa met Pange „rang Iuseph daar bij dewelke mede een vlugteling van Palembang was en welken opgeischt wierd, dog de Panumbahan onwillig om hem hebben de Palem over te leveren, „bangers gantsch Mampauwa ver„ brand en beroofd, terwijl de vorst met 61. met de Ingesetenen, het gebergte zijn ingevlugt, dog dit voorbeeld Sarieph niet in aanmerking neemen „de: liet mij weederom zegge dat hij „ voor niemand vreesden, en den Raad van min met nodig had, dat wij ons voor 't overige met zijne zaken niet levroeijen zoude. Voorts weet ik niet wie sariep=h in 't oog heeft gebragt, dat zijn zoon te Ba„ „tavia gevangen werd gehouden, Il moet alle middelen in 't werk stellen, om dat onrustig gemoed te vreeden te houden, en weet bij na geen uitvlugt meer te vinden. De 2 De Pantjalling de suuffelaar is zo lek dat wij hem bijna niet boven water kunnen houden wij hebben hem reeds eens opgehaald en alle middelen in 't werk ge„ „steld ja zelvs heeft onze timmerman op de zwaarste lekkagies planken gespij„ „kerd, dog alles is vergeefs de Pantgal. 1 „lang werd letker en men moet gedu„ „rig 2 Pompen aanhouden, Ik heb het zware geschut en al de verdere zwa„ „re goederen laten lossen, en zal hem met volle maan wederom ophalen, om te zien of men hem met verhelpen kan„ En dewijl tot nog toe aan het Poinct in de Memorie by forma van Instruc„ tien

NL-HaNA_1.04.02_3553_0071 view scan ↗

English

mentioned regarding the determination of the limits of Landak and Succadana was promptly fulfilled, as the map sent over was merely a rough sketch, partly due to a lack of knowledgeable natives from whom any information concerning this matter could be obtained, and secondly because time was too short; but now a period of 6 months has enabled me not only to obtain accurate instruction from the native, but I have also endeavored to lay down everything in its proper latitude, and brought all this into a map, of which I take the liberty to present Your High Nobilities a copy. And should it please Your High Nobilities that I might make a journey to Landak and Sanggau, the map itself would become very complete, because this was done solely upon the report of the native, but that which lies along the seaside I have investigated myself, wherefore I can answer for its accuracy. Herewith I take the liberty to bring to Your High Nobilities' attention that the dispute I had with Sariph concerning the determination of the territories of Lawak gave occasion to the investigation and the making of this map, because I had only intended to make a neat and accurate sea chart, and it is on that of Your High Nobilities that most depends; and occasion was given to me for this by the ignorance of the mapmakers accompanying us, who placed Landak and Pontianak in an entirely different river than where they actually are, which could not only mislead a ship or other vessel but also cause shipwreck. Such an accurate sea chart I currently have in readiness, but I dare not entrust the same to a native vessel, since until now I have no more than one. But with the first departing Company vessel I shall send the same along, and if Your High Nobilities would please provide me with printed sheets of paper, which are in abundance at the mapmaker's shop, I shall be able to provide every departing Company vessel with a map extending from here to Java. In silence I cannot pass by reporting to Your High Nobilities that I have discovered many errors in the maps currently in use during this journey, and this is solely caused by the ignorance of the makers, because they make their maps on a sphere and pay no regard to the proximity of the Line, because it is a fundamental truth that the closer to the Equinoctial, the smaller the degrees, and this was neglected by the makers, while they copy their maps into the flat from the globe; but if they made their maps after Mercator's projection, in which all meridians are straight lines and parallel to each other, and towards the poles the degrees of longitude increased as the degrees of latitude decreased, then the mariners would not complain about the Batavia maps. I do not doubt whether one could always see the variation of the compass without investigation, because it is a truth that the closer one approaches the poles, the more variation, and the closer to the Line, the better the compass shows us North. The mariners rely much on their horizon observations, but this is not good because the sun has too much refraction; however, the azimuth compasses could also be of great service here, and this is in my judgment the best means to find the longitude. And because I bring to Your High Nobilities' attention matters that are outside my profession, I nevertheless trust that the same are not to be rejected, and someone who makes mathematics his study occupies himself with all sciences; therefore, to show Your High Nobilities that I am not ignorant in the making of maps, I only say that the attached map, of which every degree of latitude contains 1/2 foot, shows from this that the globe of whose surface this map is a part will have a diameter of 60 feet. The proof of this is clear, because there are 360 degrees in a circumference, thus as many half feet or 180 whole feet; one third of this, which is the diameter of the globe, gives exactly 60 feet, as I have mentioned, and in such a system one will encounter little difference. I trust that Your High Nobilities will please interpret my expatiation on this subject for the best, because such is a matter that extends to my function. It only remains for me to say with respect to navigation that the vessels from the capital can sail hither at all times of the year, which I know by experience, that in the west monsoon vessels from Bangka arrive here with native sails, and we can easily sail five points off the wind with our hoy; now it is known that in the west monsoon one can go from Batavia to Bangka or about that region; why could one not also sail hither from there, to which I still add that in the months of November, December, and January there is the highest water here, I having observed that in those months it has risen 14, 16 to 18 feet perpendicularly, now 6 feet of water on the bank at the lowest water, which with the highest gives 24 feet, so that a laden ship can come with all certainty. I further note that this river with its bank is considerably easier to enter than Banjarmasin. Recently a fisherman arrived among us, having about 3 lb of birds' nests hanging at the front of his prow. I asked him where those nests were found; he informed me that going fishing at Batgoroman, being the boundary of the Company's territory which is uninhabited, he found the same on the cliffs.

Dutch transcription

tie vermeld omtrend de bepaling der Li „mieten van Landak en Succadana met prompt voldaan is als zynde de overge „zondene karst maar een ruwe schets gewerst, eensdeels door gebrek van kun„ „dige Inlanders van welke men eenig ƒ berigt dit stuk aangaande zoude kun „nen bekoomen, en ten tweede dewijl de tyd te kort was dog nu heeft mij 6 maan. „den tid in staat gesteld, om niet alleen een namukenrig onderwys door den In„ lander te bekoomen, maar ook hebbe ik getracht alles aflas zopnre behoorlyke breed „tte te leggen, en dit alles in een karst gebragd waar van Ik de vrijheld ge. „bruikt uwe Hoog Edelheedens een 63. Copia aantebieden, en benaagden het uwe Hoog Edelheedens dat ik een reize na Landak en Sangauw mogte doen zoude de kaart zelvs zeer volmaakt werden, dewyl dit al„ „leen op berigt van den Inlander is ge„ „schied dog het geene aan den zeekant legt hebbe ik zelvs alles onderzogt, wes halven voor dies nauwkeurigheid in duff staan, Heer by gebruike ia de vrijheid uw Hoog Edelheedens onder 't oog te brengen, dat Larieph zijn twist wel „ke ik met hem gehad hebbe, over het bepalen der landstreeken van Lawak tot 't onderzoek en 't maken, van deeze Baert 65 kaart aanlyding heeft gegeven, dewil ik alleen voorgenomen had, om een nette en Nauwkeurige zeekaart te maken, en het op die van Hoog Edelheedens 't meeste aankomt en hier toe heeft mij aantijding gegeeven de onkunde der met ons gaande kaar„ „temakers dewelke Laudak en Prntia „na in een gantsch andere Revier gelegd heb „ben als daar zij wezentlijke zijn, 't wel„ „ke een schip of ander vaartuijg zoude niet alleen mislijden maar ook schip„ „brenk kunnen veroorzaaken, zulk een naauwkeurige zeekanst, het be„ ik thans in gereedheid dog s duff dezelve aan een Inlands vaartuig met niet vertrouwen, dewijl ik tot nog toe niet meer als een hebben Dog met het Eerst vertrekkend t comp vaartuig zal ik dezelve meede te ge „khen, en zo uw Hoog Edelheedens mij gelieve te laten voorzien van ge„ drukte koppel bladen, dewelke op de kaartemakers winkel in overvloed zijn, zal ik in staat zijnde ider van mer vertrekkend scomp vaartuijg te voorzien van een karst strekende van heer na Iava Het stilswijgen kan ik niet voorbij gaan uw Hoog Edelheedens te berigten dat ik nee 67. le erreuren, in de thans in gebruik zijn „de kaarten geduurende deze Reize heb ontdekt en dit is alleen oorzaak de onkunde der makers. dewyl zij hunne kaarten na een ronde maken en geen reflexie slaan op de nabijheid der linie dewil het een grond waarheid is, dat hoe digter bij den Eguinoetiaal hoe kleinder graaden, en dit werd vervnagt „zaamd door de makers, terwyl zij hun: „ne kaasten in het plat na het vond Copieeren, dog zo zij hunne crasten na Mercators afteekening markten in dewelke alle Meridiaanen reg te te lijve zijn. en evenwydig van el„ „kander, en na de Poolen de grade van lengte toenamen na mate de gra„ den van breedte afnamen dan zouden de zeelieden niet klaagen over de Bataviaschen kaasten twijffele ik met of men zoude de mirwijzing van de Compasse altijd zonder onderzoek konnen zien de „wijl het een waarheid is dat hoe nader men de Roolen nadert hoe meer miswijzing en hoe dig„ :ter bij de Linie hoe beeter 't Com„ „pas ons 't Noorden aanwyst den 69 De zeelieden houden veel hunne kim „perling dog dit is niet goed de wijl de zon te veel straalbreking heeft dog hier toe zouden d' Azi„ „muts Compassen mede een groten dienst kunnen bijbrengen, en dit is mijns oordeels 't beste middel om de lengte te vinden, En dewyl ik uwe Hoog Edelheedens. hier onder 't oog brengen zaken die buiten myn metiee zijn, zo vertrouwe ik dog dat dezelve niet te verwerpen zijn En J „mand die zyn stude van de Mathe„ „zis maakt, zig met alle weetenschap ophoud, dierhalven uw hoog Edelhee den dens te toonen dat ik in het maa„ „ken van kaarten niet onkundig ben„ zo zegge ik alleenlijk dat de nee„ „vensgevoegde kaart, van welke ider graad van breedte ½ voet bevat hier uit blijkt dat die globe van wiers oppervlakte deze Caast een gedeelte is, 60 voet en zijn middellijn zal zijn het bewijs hier van is klaar dewijl er 360 graden in een omtrek zijn. dus zo veel halve voeten of 180 heele hier uit een derde, dat de middel„ lijn van den globe is geeft net 60 71 60 voet gelyk ik gemeld hebbe en in zulk een bestel zal men ont wynig verschil „ moeten Ik vertrouw dat uwe Hoog Edelheedens myne uitbrijding over dit ontwerp ten besten zullen gelieven te duijden dewijl zulx een zaak is, dewelke zig tot mijn functie uitstrekt, alleenlijk blijft mij nog over ten opzigte der n zeevaart te zeggen, dat de vaar„ „tuigen van de Hoofdplaats alle tijden in 't Iaar na herwaard kon „nen stervenien, dewelke ik bij onder vinding heb dat de wett moutson van Banka vaartuigen alhier arriveeren met met Inlandse zylen, en wij kun „nen wel vijf strecken met onze hooyer stevenen nu is het bekend dat men in de westmousson van Batavia na Banca of omtrend die streek kan komen; warom zoude men van daar ook niet na her„ „waards kunnen steevenen, waar by ik nog voege dat in de maanden Nov De 5: en Jann: alher het hoogste wa „ter geeft hebbende ik opgemerkt dat in die maanden 14, 16: tot 18 voet perpendiculair gewassen is, nu 6 voet water op de bank, met 't laagste wa ter 73. mer kan een geladen schip komen met alle zekerheid nog merk ik aan dat deze Rivier met dies bank vrij gemakkelyker is, om in te komen als Banjer, onlangs arriveerden bij ons een visser hebbende omtrend 3 lb vr„ „gelnestjes voor aan zijn Steeven gehan „gen Jk vraagde den zelven waar de „zelven netten gevonden werden, hy onderrigten mij dat hij visschen gaan d „de op Batgoroman, zijnde de schi„ ding van 'sComp: gebied het welk on bewoond is, dezelve aan de klipper ter, dat geeft met het hoogste 24 gen

NL-HaNA_1.04.02_3553_0082 view scan ↗

English

had found. I have asked the same fisherman for a couple, the more so because this product comes from the Company's territory and may in time yield some lease revenue, on which occasion the 2 pieces are also being sent over, being very white though mixed with many feathers, which greatly reduces their value. A few days ago, 5 large vessels from Rio arrived at Mampanwa, bringing news that 5 English ships were there, which had brought much ammunition to Radje Sadje Hadje, and that they intended to attack Malacca; that upon this rumor a brother of Radje Hadje had fled, and would arrive here shortly. If it is true, it might cause us trouble here, as Radje Hadje will probably pursue his brother. Herewith forwarding this, I take the liberty to commend myself to your High Nobilities' favorable protection, calling myself underneath High Noble, Stern, Highly Respected and Far-Ruling Lord, and Right Noble Stern Lords; lower: Your High Nobilities' very humble and faithful servant, was signed: Nicols Kloek. Batoelaijang in the margin: in the Landak River, 2 April 1779. Translation of a Malay letter written by the Sultan Sarib at Pontianak to the Senior Merchant and Authority of this Eastern Quarter, Riedolfhe Horenhus van der Niepoort, received 13 March 1779. After customary compliments. I have duly received brother's letter of last year, which due to my severe illness I was unable to answer before today, serving to state that I have taken trouble concerning a certain young lady whom brother requested me to search for, but my messengers have not yet returned here, and with God's help I shall not fail to fulfill brother's request in that regard to the best of my ability. I also inform brother that the Company's emissaries and vessels have arrived safely here, which consisted of a bark and a sloop, the inhabitants of Bantam also being very well pleased that the Honorable Company has taken the land of Landak under its care, and I have also done my best to ensure that the disputes of those lands are settled, but the Company will do best to leave the land of Landak according to old custom, as Bantam previously held it, just as Mr. Kloek informed me upon arrival here, and that the Lord Governor-General intends to live in good friendship with me, to which I answered his Honor that if his High Nobility had such intentions, I shall at all times acknowledge it. The bark has returned directly from here toward Batavia, and I have let my son depart on it to Batavia as a token of my true sincerity toward the Company. The sloop, with which Mr. Kloek, together with the soldiers and emissaries of the Lord Governor-General, was brought here, is still lying here. I have placed all the men in the kota and have had them provided with what is necessary as much as was in my power, the more so because I intend to live in good friendship with the Company, but Mr. Kloek is not satisfied with me and will place no trust in me, although I have shown him all friendship; and if brother should not believe the contents of this letter, please ask the traders who sail from here to the Coast how I live with his Honor. And it can certainly be understood that if I had evil intentions toward the Europeans here, I would surely not have sent my son to Batavia. Mr. Kloek acts here contrary to the Company's orders, and cannot get along with the Rajas of Landak, Mampauwa, and Tambangan, any more than with me. I pray brother to please write a letter to Batavia about the bad treatment by Mr. Kloek and to request another good gentleman in his place. I herewith offer brother 1 piece of cassas, 3 pairs of rattans, and 1 Jlenger monkey, which I request you to accept as a token of my esteem. Written on the 22nd of the light of Muharram on Tuesday at 7 o'clock in the year 1193, or 26 January, Old Style. underneath: End; lower: translated by me according to the statement of Bakie; was signed: I: T: Buse, translator. P.S. Brother, please help Tuan Said Masee, who intended to buy a somewhat larger vessel there, and so I recommend him to brother's favor. Copy. Letters and appendices received from Pontianak from 1 October to the end of December 1779. Copy of a dispatch from Commissioner Palm and the Bookkeepers Stuart and Klaagman to their High Nobilities, dated 28 July 1779. Copy of a declaration from Resident Klaagman and Assistant Surgeon van Steenoorden regarding what occurred between the first-named and the retired Resident Kloek. Ditto ditto from several persons stationed on the pantchialing De Valkenaar that they received no reconciliations. Ditto dispatch from the Commander of the bark Den Arend to the First Commissioner Palm, dated 7 June 1779. Ditto ditto from the Commissioners and associates to the authorities of the said bark, dated 24 July 1779. Copy of a petition from Resident Kloek to the First Commissioner Palm. Copy of transfers of cash and merchandise by the outgoing Resident Kloek to the Residents Stuart and Klaagman. Copy of a dispatch from the First Commissioner Palm and associates to as before, dated 25 September 1779. Expressing gratitude for the favorable qualification granted to the pantchialings.

Dutch transcription

gevonden had, Ik heb den zelven visscher een paar gevraagd te meer dewijl dit Product van 'scomps gebied komt, en kan misschien door den tijd eenige Pagt opbrengen, bij welke geleegendheid ook de 2 stux over„ gaan zijnde zeer wit dog met veel veederen vermengd, 't welk hunne drugd veel tn vermindert. voor eenige daagen zijn er 5 grote vaartuijgen van Rio g'arriveerd te Mampanwa brengende tijding dat aldaar 5 Engelsche scheepen waren dewelke veel ammunitie aan Radje Sadje 75. Hadje gebragt hadden, en dat dezel„ „ve in gedagten hadden Malacca aan te tasten, dat op dit gerucht een broe„ „der van Radje Hadje de vlugt geno„ „men had, en eerstdaags alhier zou de artiveeren, Indien 't waar is, zoude het ons alhier misschien moeyte kunnen veroorzaken dewijl Radje Hadje waar waarschijnelijk zijn broeder zal ver „volgen. Hier meede deeze bezortende zo ge„ „bruijke de vryjheid mij in uw Hoog Edelheedens gunstige bescherming te beveelen, Noemende mij /onderstond/ /onderstond/ Hoog Edele Gestren„ „ge Groot Agtbaaren en wijd. „gebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager/ uw Hoog Edelheedens zeer onder danige en gestrouwe Dienaar /was geteekent/ Nicols Kloek. Batoelaijang /in margine/ in de Landaksche Rivier den 2 April 1779 Tran 1 71 Translaat Maleidse brief geschreeven door den Sulthan Sarib te Pontianak aan den Opperkoopm: en Gezaghebber dezer Oosthoek. Riedolfhe Horenhus van der Niepoort ontvangen den 13 Maart 1779 Na Gewoone Complimenten Ik heb broeders brief van vergan„ „ge Jaar wel ontvangen, die door mijn zwaare ziekte niet eerder heb kun „nen beantwoorden dan heeden, die „nende dat ik na zeekere Juffrouw waarom broeder mij ter opspeuring verzogt heeft moeijte gedaan, hebbe dog F dog mijne zendelingen zyn hier nog niet weeder geretourneert en zal egter door Goder hulpe niet ingebree „ke blijven broeders verzoek daar om„ „trent na vermogen te voldoen, gen Ik maake Broeder teffens bekend dat Comp:s zendelingen en vaar„ „tuijgen alhier wel aangekomen zin die bestaan hebben in Een Barcq en Een Chialoup zijnde de Ingezee „tenen van Bantam ook zeer wel te vreeden dat d E Comp„e 1 79 't land Landak onder zich geno„ „men heeft, en mijn beste hebbe ook daar toe aangewend, dat de verschil„ „len van die Landen vereffent zin, dog de Comp:e zal best doen t' land Landak na oude usantie te laten zo als Bantam bevoorens het zel„ „ve gehad heeft, zo als den Heer kloek mij bij arrive alhier bedeelt heeft, en dat den Heire Gouverneur Generaal met mij in goede vriend schap denkt te leeven, waar op ik zijn E antwoorde wanneer zijn Hoog Edelheid in die voorneemens was ik zulx ten allen tyden erkennen zal zal, De Barg is van hier direct Batavia waards te rug gekeert, en ik hebbe mijn zoon per dezelve na Batavia laaten vertrecken tot een blijk van mijn waare opregtigheid voor de Comp:e de Chialoup waarmeede de h.r kloek, nevens de zoldaaten en zen „delingen van den heer Gouverneur Generaal alhier genomen is. legt nog hier ik hebbe de manschappen, alle in de Cota geplaats, en van 't nodige zo veel in myn vermogen is laten voorzien te meer daar ik van gedag ten 81. ten ben met de Comp: in goede vriend„ „schap te willen Leeven, dog den heer kloek is mij niet te vreeden en wil geen vertrouwen in mij stellen, daar ik hem alle vriendschap beweezen hebbe, en wan„ „neer broeder den inhoud van deze brief niet mogte gelooven, gelieft als dan de handelaaren die van hier na Costy stec„ „venen te vraagen hoe ik met zijn E' leeff en het is immers wel na te gaan zo ik quade voorneemens had omtrend de hier zynde Europeesen den zoude in „mers mijn zoon niet na Batavia heb „ben afgezonden, De heer Kloek deraagt zig hier ter gen 174 gen 'S Comps ordre, en kan met de Radjas van Pandak, mampauwa en Tambangan, niet ovder een ko„ men zo min als met mij, ik bidde den broeder dat dog een Brief na Batavia over de slegte behandelin J „gen van de heer kloek: gelieff te schrij„ „ven en om een ander Goed Heer in dus steede te verzoeken, Biede Broeder hierneevens aan 1 Stukken Cassas 3 Paar rottings en 1 Jlenger Aap welke verzoeke tot een een 83 ten blyk van myne waard agting te accepteeren, Geschreeven den 22:e van 't Licht moearam op Dingsdag ten 7 Uuren in 't Jaar 1193 ofte den 26 Januuary Host. /onderstond/ Einde /lager/ getransla„ „teerd door mij volgens opgave van Bakie /was geteekend/ I: T: Buse translat P: S. Broeder gelieft dog toean Said Masee die voornemens was om een iets groter vaartuyg aldaar te kopen, te hel„ 942 „pen dus hem dan in broeders gunts recommandeere, Naasezig : Clokman A Copia Brieven en Bijlagen ontvangen van Puntiana redert Primo Octob. to ulto Xb. 1739 85 12. Copia Missive van den Commissiant Calm en de Boekhouders Stuart en Klaagman aan H: H: Edelheeden gedateert 28 Juli 1779. Copia Verklaring van den Resident Klaagman en onder Chirurgijn van Steenoorden weegens het voorgevallene tussen den eerstgem: en den afgegaane Resident Klock do. do. van Verscheidene Persoonen bescheyden op de Pantjalling de Valkenaar dat se geen aansoenen hebben gehad d:o Missive van den Gezaghebber van de Bark den Arend aan den Eersten Commissiaren Palm gedat: 7 Iuni 1779. d:o d:o. Van de Commissarissen C. S. aan de over„ heeden van de gem. Bark in dato 24 July 1779. Copia request van den Resident Klock aan den Eersten Commissaris Palm. Copia transporten van Contanten en Coopmanschapen door den afgaande Resident Klock aan de Residenten Stuart en Klaagen Copie Missive voor den Eersten Commissaris Palm C. S. aan als vooren ged: 25 Sept 1779. betuigen voor de verleende gunstige qualificatie om de pant„ Register Zallangs 87. :

NL-HaNA_1.04.02_3553_0108 view scan ↗

English

Copy of the report from the assistant surgeon Major Steenvoorden concerning the examination of the soldier Fredrik Forke from Amsterdam. Copy of the letter from the commander on the bark the Arend Levien to the First Resident Staart. Copy of the dispatch from the First Commissioner Palm to the above, dated 30 September 1779. Copy of the account of what occurred both at Pontianak and on board the aforementioned bark the Arend on 14 and 15 September 1779. Copy of the same given by François de Livre of Pondicherry. 87. Batavia To His High Nobility, The High Noble, Right Worshipful, and Widely-Commanding Lord Reynier de Klerk, Governor-General, and The Right Noble and Stern Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., High Noble, Stern, Right Worshipful, and Widely-Commanding Lord, and Right Noble, Stern Lords. In order, according to duty and obligation, to answer Your High Nobilities' highly respected dispatches of 21 and 26 November of the past year, with which we found ourselves honored upon the arrival of the bark the Arend on 25 May last, in which small vessel, under escort of this letter, the prows are again turned thither, we shall in the first place begin with the article of Vessels, and express to the same our highest obligation for the granted favorable authorization to retain the pantchallangs the Valkenaer and Snuffelaar here. However, because upon arrival here we found the last-mentioned small vessel hauled onto the shore, and according to the statement of the mate stationed thereon, Thomas Meyer, it was so eaten through by the worm that it could no longer possibly keep the sea, we requested the commander of the bark the Arend, Pieter Levin, to inspect the same. He served us with such a report concerning this as we take the liberty respectfully to offer to Your High Nobilities. And whereas we, through lack of nails and timber, have not been in a position to repair this vessel of its defects, we have had the same transported hither from Batoelayang and hauled onto the shore again until such time as we shall be provided by Your High Nobilities with what is necessary thereto. And since the cordage and sails of this pantchallang have also become entirely rotten and unusable due to the continuous rains, we likewise request from Your High Nobilities to be provided with whatever is required for a complete new rigging of the pantchallang. Concerning Indigenous affairs, we may have the good fortune to inform Your High Nobilities that the Deed of Investiture has been duly signed, sealed, and sworn to by Pangeran Syarif, after which he was proclaimed Sultan of Sasango and Pontianak with such ceremonies as are stated at length in the report of Your High Nobilities' Commissioner now also going over, and to which we take the liberty respectfully to refer. But to give Your High Nobilities a precise statement of Syarif's revenues is for the present impossible for us, since the same have mostly consisted in the monopoly that he has made in rice, salt, and other Javanese products, as he permitted no one to purchase these except from him, whereby he could easily reckon on 20 to 25 Spanish reals profit on the coyang of rice and 10 to 15 reals per coyang on the salt, which together already made a reasonable annual sum when one considers His Highness turned over fully 400 coyangs of the former and fully 200 of the latter in a year. While thanking Your High Nobilities for the favorable authorization to grant to the prince from the tolls a reasonable livelihood, as much as possible according to his demand without, however, determining anything positive in that regard with and for the Sultan, it may nevertheless be permitted to us respectfully to remark that we do not believe this will for the present be able to be recouped from the leases, since in about a month now they have yielded not even 40 Spanish reals, whereby one must assume the same will not be so opulent as may well have been reported to Your High Nobilities. And since the first undersigned found what was stipulated in the Deed of Investiture, which was agreed to by the prince contrary to expectation, to appear so advantageous that he knew nothing more to add thereto, he also, pursuant to the respected orders of Your High Nobilities, handed over to Syarif the letters, the gold seal, along with the gifts and the 5000 imperial dollars, for which moneys the prince also promises within one and a half years' time to deliver jewels, gold, or wax to the Company. Your High Nobilities' recommendation to observe continuously a prudent mistrust regarding the conduct of the Bugis we shall take as our guideline, and keep as watchful an eye as possible on these nations, which the interests of the Company at this place principally require, for they are the ones who not only make the acquisition of jewels possible, but also cause the same to rise to enormous prices. What was demanded of us to investigate from whom the Sultan was said to have bought a Company bark some time ago having been executed by Your High Nobilities' Commissioner, who also makes ample mention of this in his report, it may be permitted to us to refer Your High Nobilities to the same, with the remark, however, that in that regard both

Dutch transcription

Copia berigt van den onderchirurgyn Maj, Steen. =voorden weegens de Visitatie van den soldaat Fredrik Forke van Amsterdam Copia brief van den gezaghebber op de Bark den Arend Levien aan den Eerste Resident staart Copia Missive van den Eerste Commissiant Palm aan als booven de dato 30 Sept 179 Copia Relaas van het voorgevallene zo te Puntiana als aan boord van meergem: bark den Arind op den 14 en 15 Sept. 1779. Copia d:o gegeeven door François de Livre van Pondicherij - 87. Batavia Aan zyn Hoog Edelheed Den Hoog Edele, Hoog Adtbaeren en Wijd gebeden den heere Reynier de Klerk Gouverneur Generaal en De wel Edele Gestrenge Heeren Raa„ den van Nederlandsch Jndie &=a L=o Hoog Edele Gestrengen, Hoog Atbaren en Wijd„ „gebiedende Heere en Wel Edele Tes„ „trenge Heeren. Omme na pligt en gehoudenisse te beantwoorden uwer Hoog Edelheedens veel gerespecteerde missives van den 21 en 26 November des gepasseerden Jaers, maer mede wy ons by arrive van de Barcq: den Arend op den 25 meyj Jongstlieden verbert vonden in welk kieltje onder gelede deezes weeder de Steevenen der„ waerds wend, zullen wy in de Eerste plaats beginnen met het articul van Vaartuigen en Hoog st deselve onse verplgting betuigen voor de verleende gunstige qualificatie om de pant„ Lallengs O 1 „zallangs de Valkenaer en Snuffelaar alhier aen te houden dog wyl wy by arrive hier t' laastoemelde kieltje op de wal ge„ „haeld vonden, en volgens opgave van den daer op bescheidenen stuurman Thomas Meyer zoodanig van de worm was doorvreeten, dat onmoogelyk meer zee konde bouwen, hebben wy den Gezaghebber van de Barcq den Arend Pieter Levin, gede„ mandeerd het zelve te visiteeren, die ons van zodanig berigt diend weegen heeft gediend, als wy de Vrymoedigheid neemen UwE Hoog Edelheedens Eerbiedig aen te bieden;, en nademael wy door gebrek aen spykers en houtwerken niet instaet zijn geweest dit vaartuig van zyn gebreeken te herstellen, zo hebben wij 't zelve van Batoelayang herwaerds. laten Transporteeren en weeder op de wal gehaeld tot tyd en wylen wy van uwE Hoog Edelheedens met het daer toe nodige zullen weesen voorsien, en nadien het touw werk en zeilen van deese Pantjallang door de geduurige reegens meede ten eenemaele vertoten onbrukbaer zyn geraakt, zoo versoeken wy van uwE Hoog Edelheedens meede te worden gereft met het geene tot een fenaele nieuwe toetuyging der Pantjallang ver„ eischt word. Inlandsche zaken, moogen wy het geluk hebben uwE hoog Edelheedens te bedeelen, dat door den Pangerang Sarieph de Acte van Jnvestiture behoorlyk is geteekend, ver„ seegeld en beedigd, waer na hy als Sulthan van Sasango en Pontiana is uitgeroepen met zoodanige plegtigheeden Concerneerende tot als 2 89. Commissiant breedvoerig staen vermeld, en waer aen wy de vyheid neemen ons Eerbiedig te gedraegen; Dan om uw E Hoog Edel„ heedens eene nette opgaeve van Sarieff zyn Inkomsten te geven is ons voor als nog onmoogelyk nadien deselve meerendeels hebben bestaen in de monopolie dia hy in Ryst, zout en andere Iavaesche producten heeft gemaekt, wyl hif aen Niemand dies Jnkoop dan van hem permitteerde, waer door hy wel 20 â 25 spaense realen winst op de Coyangs Ryst en 10 â 15 realen per Coyang op t zouk konde reekenen, het geen Jaerlyx al eene reedelyke somma by den anderen maekte, wanneer men Considereerd zyn Hoogheid ruim 400: Coyangs van Eerste en wel 200 d=o van laestgemelde in een Jaer omzette als by 't thans meede overgaende berigt van Hoogst derselver Voor de gunstige qualifficatie uwer Hoog Edelheedens om aen den vorst uit de tollen af te geeven een billyk bestaen zoo veel moogelyk geeven reedigt naer zynen Eisch zonderegter daer omtrent Iets positief te bepaelen met en voor den sul„ than bedankende zy het ons egter geoorloofd Eerbiedig aen te merken dat wij niet gelooven zulx voor eerst uit de pagten zal kunnen werden goedgemaekt, nademael deselve in nu omtrent een maend nog geen 40 spaense Realen opgeworpen hebben, waer door men moet veronderstellen deselve zoo opulent niet zullen weesen als mogelyk aen uwE Hoog Edelheedens wel is opgegeeven en naer naer dien den Eerstgeteekende het bedongene bij de Acte van Investiture die teegens verwagting door den vorst is ingewel„ ligd, zoo voordeelig is voorgekomen dat daar niets meer heeft weeten by te voegen heeft hy ook ingevolge de geberde or„ dres van uw E Hoog Edelheedens de brieven 't goude Cachet nevens de geschenken en de 5000: — keyzers daelders aen. sarieph overhandigd, en voor welke Penningen de vorst ook belooft binnen Een en Een halff Jaer tyds Juweelen goud of wax aen de Compagnie te zullen leeveren De recommandatie uwer Hoog Edelheedens om steeds een omzigtig wantrouwen omtrent het gedrag der Boegineesen in agt te neemen, zullen wy ons tot een rigtsnoer laeten strekken, en zo veel als mogelyk is een waeksaem oog op deese Natien houden, het geen de belangens der Maatschappy ter deeser plaetse wel principaal vorderen want zy die geene zyn welke de bemagting van Juweelen niet alleen mogelyk maakt, maer deselve Ook tot Enorie prijsen doen stygen Het aen ons gedemandeerde om te ondersoeken van wie den sulthan voor eenigen tijd, een 's Comp=s Barcq zoude gekogt hebben door den Commissiant uwer Hoog Edel„ „heedens ter Executie gebragt zynde, de hier van ook by zyn berigt ampel mentie maakt, zoo zy het ons Geoorloofd uwE Hoog Edelheedens dezer heere over te wysen; onder aenmerking ecter dat diendwegen zoo wel

NL-HaNA_1.04.02_3553_0113 view scan ↗

English

as well as in many other matters, many untruths were stated to Your High Nobilities by the former Resident Nicolaes Kloek, as among others also that the difficulties that might arise from a longer stay of Gusty Oessen at the River Trap, and the retention by him of two pieces of cannon from the Landakkers, had been cleared out of the way; although the contrary is true, for Gusty Oessin still keeps house at Trap and still has the pieces of cannon in his power. The Landak Pangeran Sitja Nata and Raden Tommongong Arie Mankoepoenie express their humble obligation to Your High Nobilities for the honorary titles with which they have been favored by Your High Nobilities, and they have both received their certificates from the hands of the first signatory during his journey up to Landak. But for the 15 coyangs of salt and 3 coyangs of rice with which that prince was assisted by the Resident Kloek on account of the high cost of provisions, no gold or anything else has come in return, the amount of those goods having been settled privately by Kloek. Concerning the land of Succadana, which was ceded to the Company by the prince of Bantam, we can to Your High Nobilities for Since the provisions stipulated in the Deed of Investiture, which was agreed to by the prince contrary to expectations, appeared so advantageous to the first signatory that he could find nothing further to add to it, he has also, in accordance with the honored orders of Your High Nobilities, delivered the letters, the golden seal, along with the presents and the 5000 imperial dollars to Sareeph, and for which moneys the prince also promises to deliver jewels, gold, or wax to the Company within one and a half years. The recommendation of Your High Nobilities always to observe a cautious distrust regarding the conduct of the Buginese, we shall take as our guideline, and as far as possible keep a watchful eye on these nations, which the interests of the Company at this place principally require, for they are the ones who not only make the procurement of jewels possible, but also cause them to rise to enormous prices. The demand made upon us to investigate from whom the Sultan supposedly purchased a Company bark some time ago having been executed by the commissioner of Your High Nobilities, who also makes ample mention thereof in his report, we may be permitted to refer Your High Nobilities to it; noting however that regarding that matter as well as in many other matters, many untruths were stated to Your High Nobilities by the former Resident Nicolaes Kloek, as among others also that the difficulties that might arise from a longer stay of Gusty Oessen at the River Trap, and the retention by him of two pieces of cannon from the Landakkers, had been cleared out of the way; although the contrary is true, for Gusty Oessin still keeps house at Trap and still has the pieces of cannon in his power. The Landak Pangeran Sitja Nata and Raden Tommongong Arie Mankoepoenie express their humble obligation to Your High Nobilities for the honorary titles with which they have been favored by Your High Nobilities, and they have both received their certificates from the hands of the first signatory during his journey up to Landak. But for the 15 coyangs of salt and 3 coyangs of rice with which that prince was assisted by the Resident Kloek on account of the high cost of provisions, no gold or anything else has come in return, the amount of those goods having been settled privately by Kloek. Concerning the land of Succadana, which was ceded to the Company by the prince of Bantam, we can to Your High Nobilities for as yet give no favorable reports, since the prince reigning there will not listen in the least to any cession, and it also appears that he will not be persuaded to do so, unless Your High Nobilities, according to legal equity, compel him thereto with force. The letters from the Panembahan of Mampawa, which according to previous writings were to be sent over with the bark Den Arend, were not received at that time, and we are also still unable to offer them to Your High Nobilities, as none have come to us from him. But the blame that has been laid to the charge of the said Panembahan, that he was the cause of the diamonds having risen in price, is beside the truth, since this is to be blamed on no one other than the Buginese, and these nations are for that reason very pernicious here. The latter signatories will consider it a great honor if they may have the good fortune to succeed, in accordance with the honored pleasure of Your High Nobilities, in concluding contracts with the princes of Mampawa, Borneo, Sambas, and Matan to the exclusion of all nations other than the Netherlanders, for which purpose the letters have already been dispatched by the first signatory, but the emissaries from there have not yet returned.

Dutch transcription

91 wel als in meer andere zaken, door den geweesene Resident Nicolaes Kloek veele onwaerheeden. aen uw E Hoog Edelheedens zyn opgegeven: gelyk onder andere ook dat de swaerigheeden de er uit een langer verblyff van Gusty oessen aande Rivier Trap zoude ontstaen, en het aenhouden door hem van Twee stukken Canon van de Landakkers: ut de weg waren ge„ ruimt; schoon het tegendeel waer is want Gusty oessin nog op Trap huis houk en de stukken Lanon nog in zyn magt heeft Den Zandakschen Tangerang Sitja Nata en Ra„ deen Tommongong Arie Mankoepoenie, betuigen uwe Hoog Edelheedens hunne needrige verpligting voor de Eer tituls ge waer meede zy door Hoog Hd: deselve zyn begunstigd Geworden en hebben zij beide hunne actens uit handen van den Eerst geteekende ontfangen by zijne optogt naer Landak dan voor de 15 Coyangs zout en 3 Coyang & ryst waer mede dien Prins door den Resident Kloek uit hoofde vande duur te der Leevensmiddelen was geadsisteerd geworden is geen goud of iets ander voor inde plaats gekomen als zyn„ t „de 't bedraagen dier goederen door kloek particulier afgereekend Noopens het Land van Nhiccadana dat door Bantams vorst aende Maat„ schappen is afgestaen kunnen wy uw E Hoog Edelheedens voor F naer dien den Eerstgeteekende het bedongene bij de Acte van Investiture die teegens verwagting door den vorst is ingewel„ ligd, zoo voordeelig is voorgekomen dat daar niets meer heeft weeten by te voegen heeft hy ook ingevolge de geberde or„ dres van uw E Hoog Edelheedens de brieven 't goude Cachet nevens de geschenken en de 5000: — keyzers daelders aen Sareeph overhandigd, en voor welke Penningen de vorst ook belooft binnen Een en Een halff Jaer tyds Juweelen goud of wax aen de Compagnie te zullen leeveren De recommandatie uwer Hoog Edelheedens om steeds een omzigtig wantrouwen omtrent het gedrag der Boegineesen in agt te neemen, zullen wy ons tot een rigtsnoer laeten strekken, en zo veel als mogelyk is een waeksaem oog op deese Natien houden, het geen de belangens der Maatschappy ter deeser plaetse wel principaal vorderen want zy die geene zyn welke de bemagting van Juweelen niet alleen mogelyk maakt, maer deselve Ook tot Enorine prijsen doen stygen Het aen ons gedemandeerde om te ondersoeken van wie den sulthan voor eenigen tijd, een 's Comp=s Barcq zoude gekogt hebben door den Commissiant uwer Hoog Edel„ „heedens ter Executie gebragt zynde, de hier van ook by zyn berigt ampel mentie maakt, zoo zy het ons Geoorloofd uwE Hoog Edelheedens dezer heere over te wysen; onder aenmerking ecter dat diendwegen zoo wel 91 wel als en meer andere zaken, door den geweesene Resident Nicolaes Kloek veele onwaerheeden aen uw E Hoog Edelheedens zijn opgegeven: gelyk onder andere ook dat de swaerigheeden die er uit een langer verblyff van Gusty oessen aande Rivier Trap zoude ontstaen, en het aenhouden door hem van Twee stukken Canon van de Landakkers: uit de weg waren ge„ ruimt; schoon het tegendeel waer is want Gusty oessin nog op Trap huis hout en de stukken Lanon nog in zyn magt heeft Zandakschen Tangerang Sitja Nata en Ra„ deen Tommongong Arie Mankoepoenie, betuigen uwe Hoog Edelheedens hunne needrige verpligting voor de Eer tituls waer meede zy door Hoog Hd: deselve zyn begunstigd Geworden en hebben zij beide hunne actens uit handen van den Eerst geteekende ontfangen by zijne optogt naer Landak dan voor de 15 Coyangs zout en 3 Coyang t ryst waer mede dien Prins door den Resident Kloek uit hoofde vande duur te der Leevensmiddelen was geadsisteerd geworden is geen goud of iets ander voor inde plaats gekomen als zyn„ get „de 't bedraagen dier goederen door kloek particulier afgereekend Noopens het Land van Hiccadana dat door Bantams vorst aende Maat„ schappyn is afgestaen kunnen wy uw E Hoog Edelheedens voor Den voor als nog geen favorabele berigten geeven, nademael den daer regeerende vorst in het minst naar geen afstand doening wilt linsteren en scheent het ook wel, hyj daer toe niet zal te beweegen zyn, ten zyn UwE Hoog Edelheedens hem volgens regts billykheid daer toe met gemeld noodza„ ken De brieven van den Panumbehang van Mampawa, die navolgens voorig schryvens met de Barcq den Arend stont over te gaen is als toen niet ontfangen ^als en zyn wy ook nog oovermogend uwE Hoog Edelheedens die aen te bieden, als zynde ons geene van hem geworden: Dog de schuld die men gem: Panumbang heeft ten bas„ ten Gelegd, als dat hij oorsaek zoude weesen dat de Diamanten in prijs waeren gesteegen is bezeiden de waarheid naedemael zulx niemand dan de Boegineesen is te wyten en deese natien uit dien hoofde hier zeer verderfelyk is. De Laast getekendens zullen het zig eene groote Eere reekenen wanneer zy t geluk moogen hebben van te reuisseeren, om navolgens uwer Hoog Edelheedens geerd goedvinden met de vorsten van Mampawa, Barnes, sambas en Matham Contracten te sluiten te weenng van alle Natien buiten de Neederlanders waer toe de brieven door den Eertt getekende reeds zyn afgevaer„ digd, dan de zendelingen van daer nog niet geretour„ F neerd

NL-HaNA_1.04.02_3553_0117 view scan ↗

English

93. ...being combined, we cannot as yet furnish full information on this matter, but must postpone it until a closer opportunity. Meanwhile, we shall not lose sight of the fact that Succadana is exempted from this, being a lawful property of the Company. Regarding the principal article of trade to be conducted here by the Honorable Company, we find ourselves as yet unable to give Your High Noblenesses a sound report thereof with certainty; however, we hope in the meantime to be enabled to do so through experience. Meanwhile, we have taken note for our information that it has pleased Your High Noblenesses to leave the transportation of rice, salt, and other products open to private individuals. While the Sultan, in his humble submission now being dispatched to Your High Noblenesses, has specified the quantity of rice and salt which His Highness requires annually for his own use, the ten coyangs of rice and 15 coyangs of salt projected for that purpose, which were brought by the bark Den Arend, have been duly delivered. Instead of the sago sent previously, which accidentally became wet, we have laden onto the bark Den Arend Arend 25 picols of that sort, but we find ourselves obliged to inform Your High Noblenesses that the same is not to be obtained here for less than forty Spanish Reals per 4000 pounds, and that it was delivered by the Sultan at that price. Having made an investigation, we found it confirmed that Borneo produces an abundance of pepper, and that much of it is transported to China; but having also been informed that the English have established themselves there and erected a sort of factory, it is not to be thought that the people of Borneo will be willing to bring that product from Batavia or hither for six Spanish Reals. We have collected as many of the diamonds as could be obtained, and offer the same to Your High Noblenesses to the weight of 98¼ carats in a sealed box, the purchase costs of which, according to the enclosed invoice, amount to a sum of Spanish Reals 844: 42: 8, and we hope that these prices will give Your High Noblenesses greater satisfaction than those for which they were sent from here in the past year 1778. However, due to the severe drought, we have not yet been able to satisfy the demand of Your High Noblenesses for gold, regarding which 95. Your High Noblenesses are recommended in that regard, while we also express our humble thanks for the newly sent mark weight; however, we have not received the elucidating description of its parts, wherefore we take the liberty hereby to solicit the same, as well as a touchstone, needle, and some melting crucibles, in order to be able to send this metal to Batavia in small bars, in which case there will not be as much loss of weight as occurred on that sent most recently. The iron that Succadana produces, of which Your High Noblenesses were pleased to demand 25 picols, having appeared too high in price to us, we have suspended the purchase thereof in hope of Your High Noblenesses' approval, and have purchased only two samples, which have likewise been handed over to the officers of Den Arend; the picol of the parcel marked with Letter A comes to twenty Spanish reals, and that of Letter B likewise to forty such reals, and thus somewhat more than Your High Noblenesses were pleased to determine for it. The textiles which Your High Noblenesses were pleased to send as a small trial still lie entirely unsold, and we also strongly doubt whether we will be able to dispose of them, as they are sold here below the invoiced prices by the natives, owing to the large supply from Malacca and other surrounding places; and thus it appears clearly that what was alleged by the former Resident Kloek, namely that they were in great demand here, did not square with the truth at all, and we must suppose that the same will be the case with the received woolens, since no one has asked for them yet, although many Sangouwers are present here, and the same have also been offered to them. In order also to fulfill Your High Noblenesses' intention as much as possible to obtain some earth that might contain tin, the first signatory of this has sent his emissaries to Succadana and Candawangang to acquire the same, of which we take the liberty to offer Your High Noblenesses two small parcels in the custody of the master of the bark. Regarding the Private Navigation, we shall take the regulations determined in that regard for our guidance, and with respect to the Domains, we have already made a beginning with the levying

Dutch transcription

93. „neerd zijnde, zoo kunnen wij voor als nog diend weegen geen volleedig berigt suppediteeren maer moeten: het zelve tot nrade„ „re gelegendheid surcheeren, Jntusschen zullen wy niet uit oog verliesen dat succadana hier van werd uitgezondert als een wettig Eegendom der Maatschappy zynde Betreffende 't voornaems te articul vande door de E Comp: alhier te dryven Bandel, bevinden wy dos voor als nog niet Capabel uwE Hoog Edelheedens met Condament een Sulcenz berigtdaar van te geeven, egter hoopen wy onder tijd door ondervinding daer tooe te in staat gesteld te worden, Jntusschen hebben wy tot onser narig 't laeten stukken dat het uwE Hoog Edel„ heedens behaegd heeft den vervoer van Rist, zouk; en andere producten voor particuliere oopen te laeten Terwigl den Sulthan by zyne thans afgaende submisse aen uwE Hoog Edelheedens de quantiteit van Rysten zont bepaeld, die zijn Hoogheid tot eigen gebruk Jaer„ lyx noodig heeft, zynde de ten dien einde geprojecteer„ „de thien Coyangs lyst en 15 Coyangs zout, welke per de Barcq den Arend zijn aangebragt, behoorlyk afgegeeven In steede van de bevoorens gezondene en bij onge„ luk nat geworden sagoe hebben my inde Barcq den Arend Arend afgelaeden 25 picols van dien kort, dog virden wy ons verpligt uwE Hoog Edelheedens te bedeelen dat deselve hier niet minder dan teegen Veertig spaense Realen de 4000 ponden is te bekoomen; en deselve door den Sulthan voor die prys is geleverd Dat Barnes een meenigte van peeper op lideererd en dat daer van veel na China werd vervoerd, hebben wy na gedaen onderzoek bewaerheid gevonden dan ons teffens ook onderrigt zynde dat de Engelsche zig aldaar gevestigd en een zoort van factory hebben opgeregt, zoo is het niet te denken dat die van Barneo des product teegen ses spaense Realen van Batavia of herwaerds zullen wille brengen Van de Diamanten hebben wy zoo veel als te be„ magtigen zyn geweest ingesameld, en bieden uwE Hoog Edelheedens deselve ter swaerte van 98¼ Caraat deeze en een verseegeld Doosje aen komende dies in koops bedraegen volgens incrlosa factuur te staen op eene som ma van spaense Reaelen 844: 42: 8 en hoopen wy dat uwE Hoog Edelheedens deesen prysen meerder genoegen zullen geeven dan waer voor deselve in den gepasseerden Jaere 1778 van hier zyn Gezonden: Egter hebben wy door de swaere droogte nog niet kunnen voldoen den Eesch uwer Hoog Edelheedens aan goud waer omtrent v 95. uwE Hoog Edelheedens diendweegen aenbevolen, terwijl wy teffens onsen needrigen dank betuigen voort toegezondene Nieuws mark gewigt, egter hebben wy het Elucideerend byschrift der deelen van het zelve niet ontfangen, waerom wy de vrymoedigheid neemen by deesen daerom te sollici„ „teeren, als meede om een toetsteen, Naeld en eenige smelt„ „kroesen, ten einde dit Metael als dan in staefjes naer Batavia te kunnen zenden, wanneer 'er zoo veel minwigt niet als op het Jongst: gezondene zal vallen. Het ijzer dat Succadana opleveerd, en waer van uwE Hoog Edelheedens 25 picols hebben gelieven te Eisschen ons te hoog in prys zynde voorgekomen, zoo hebben wyj in hoope van Hoogst derselver goedheu„ ring des Jnkoop gestaekt, en alleen twee proefses en„ „gekogt die al meede de overheeden van den Arend zyn ter hand gesteld, komende 't picol van het pakje dat met L=a A is gemerkt te staen op Twintig spaanse realen, en dat van L=a B: mede op Veertig gelyke realen, en dus wy wat meerder dan uwE Hoog Edel„ heedens daer voor hebben gelieven te bepalen. omtrent wy ons tot narigt zullen laten strekken, &: door De Lijwaaten die uw E Hoog Edelheedens tot eene kleine preuve hebben gelieven te zenden, leg„ gen nog alle onverkogt, en twijffelen ook sterk off wy die wel guyt zullen kunnen raeken also deselve hier ƒ hier beneeden de aengereekende prysen door den Jnlanders werden verkogt, door den grooten aenbreng van Malacca en andere om dien ooit geleegene plaatsen, en dus blykt het klaerlyk dat 't door den geweesene Resident kloek voorgegevene als dat deselve hier zeer getrokken waeren, ganssch nuiet met de waerheid quadreed, en moeten wy suppo„ „neeren, het met de ontfangene laekens eeven zoo gesteld zal zyn, naer dien nog niemand naer deselve gevraegd heeft schoon er veel sangouwers hier present zyn, en desel„ „ve hun ook zyn Gepresenteerd. Om ook zoo veel moogelyk aen uwer Hoog Edel„ heedens intentie te voldoen, ten einde eenig Land dat Thin in zig zoude bevatten magtig te worden heeft den Eerste teekenaer deeses zijne zendelingen naer suc Cadana en Candawangang ter bemagtiging van 't zelve gezonden, en van welk wy de vryhied neemen uwE Hoog Edelheedens twee Pakjes onder berusting van den gezaghebber van de Barcq aen te bieden omtrent de Particulier Vaart zullen wy ons tot narigt laten strekken de Reglementen, diendweegen bepatd, en hebben wy met betrekking tot de. Domainen, reeds een begin gemaekt met 't heffen G

NL-HaNA_1.04.02_3553_0121 view scan ↗

English

levying of toll by collection according to the terms of the Batavia lease conditions, or six percent of all goods, except gold of which only one percent and diamonds of which half a percent shall be collected; however, little of this has yet been received, although this already commenced at the beginning of this month. Expressing our humble thanks for the favorable supply of goods specified in the invoice, we take the liberty at the same time to present to Your Right Excellencies the findings regarding the delivered cargo of the bark Den Arend, with a respectful request that the officers of that vessel may be debited on their salary accounts for the shortfall found therein, amounting according to the invoice to the reclaimed sum of ƒ 608: 5:—; and since we have thereby been brought into great embarrassment regarding several articles, and principally regarding provisions, iron, and gunpowder, we take the liberty respectfully to present to Your Right Excellencies an extraordinary requisition of such cash, merchandise, and other necessities as we think we shall still need for this year, wherefore we humbly solicit to be supplied with the same as soon as possible, so that we may also be enabled to keep in circulation the copper duiten that are very much in demand here among the native population; for as soon as these and other Company coin species were declared current in the Temple by the prince, the common man asked for nothing other than duiten. Regarding domestic affairs, we find ourselves obliged to inform Your Right Excellencies that the crew of the pantjallang De Valkenaer made a complaint against their commander, Ian Meindert Roos, that he had misappropriated the provisions and that little or nothing was left of them, as appears from the accompanying declaration; whereupon we had the same surveyed by commissioners and found their statements to be true. We take the liberty now to charge the shortfall of the said Roos by invoice to Batavia, under respectful request that he may be debited for this on his salary account; we have also placed him by warrant on the bark Den Arend for further accounting, in order to be conveyed therein under arrest to Batavia at the honored disposition of Your Right Excellencies; and, having made an accurate transfer, we have assigned the command of the pantjallang De Valkenaer to Thomas Meyer, the second mate stationed on the Snuffelaar, in whose place, because no mate was at hand, we have placed the boatswain of the Arend as commander on the last-mentioned vessel. The second humble signatory having received on 28 June last from the hands of Resident Nicolaes Kloek a proper transfer of the Company's cash and further effects, we take the liberty to present to Your Right Excellencies the inventory formed thereof; and he very humbly solicits from Your Right Excellencies that it may graciously please the same to confirm him in this service, which high favor he will strive to earn through the promotion of the master's interest. Having placed the said Kloek by warrant on the bark Den Arend to sail therewith to Your Right Excellencies, we take the liberty to note this hereby, as well as that Kloek, on the 27th of this month, by a petition which we respectfully present to Your Right Excellencies alongside our resolution taken thereon, addressed the first signatory with an urgent request to send the persons mentioned therein to Batavia for the investigation of an accusation that had supposedly been made against him by the mate Thomas Meyer; but since we—subject to the correction of Your Right Excellencies' much wiser judgment—supposed that he, Kloek, came far too late with these complaints, and that for the present nothing other than a vexatious lawsuit could arise from it, and furthermore that the Company's interests forbade stripping this office of its servants, we rejected this request of his and referred him to Your Right Excellencies; but Kloek, finding himself disappointed in his malicious intentions, expressed himself in such improper terms as the declaration to be found among the annexes dictates; and finding ourselves forced by this, in order to prevent all mischief, not to allow him to come ashore anymore, we ordered the ship's officers by letter—a copy of which likewise accompanies this—to convey him as a prisoner in the cabin to Batavia, at the honored disposition of Your Right Excellencies, respectfully requesting that the same will be pleased to confirm our handling of these matters with your highest approval. The first humble signatory having also abolished the custom of providing Sultan Sarieff with a corporal and six men for escort to the Temple, we take the liberty to inform Your Right Excellencies thereof, and that the sultan is given no other than the military honor and the march when the guard is passed; which we hope Your Right Excellencies will be pleased to approve. Your Right Excellencies' venerated circular letter of 3 November 1778, stating that a war would break out between the crowns of France and Great Britain, will also serve us for dutiful guidance.

Dutch transcription

97 heffen van Thol by Collectie na luid der Bataviasche Pagt conditien of zes percent van alle goederen Excepto 't goud van welk maer Een en van de Diamanten Een half percento zal ingevoordert worden, dog is hier van nog weinig ingekomen, schoon zulx reeds met het begin deeser maend Aanvang heeft genoomen glle Voor 't gunstige Gerief der goederen by factuur gespecifi„ „ceerd onze ootmoedingen dank afleggende, gebruiken wy tef„ fens de vryheid uwE Hoog Edelheedens aen te bieden de bevinding op de Uitgeleverde laeding van de Barcq Den Arend met Eerbiedige Instantie dat de overheeden van dien kiel voor het daer by te kort koomende en bij fac„ „tuur te rug gereekend werdende bedraegen van ƒ 608: 5:— op hunne Zoldy Reekeningen mogen werden belast; en wyl wy daer door en Groote verleegendheid van Verscheide Articalen zyn gebragt en prinicipaal van Randsoen Eyst en Bus„ kruit zoo gebruiken wy de vrymoedigheid uwE Hoog Edel„ heedens Eerbiedig aen te bieden een Extra Eisch van zodanige kontanten, koopmanschappen en andere benoodigtheeden, als wy denken voor dit jaer nog noodig te zullen hebben, waerom wy needrig sollici„ teeren met deselve zoo spoedig moogelyk te werden gereeft en wy ook instaat kunnen gesteld worden, om de hier by den Inlander zeer gewilde kopere duiten en trein te houden wrant want zo dra deselve en andere 's Comp=s Munt specin door den vorst in den Tempel gangbaar waeren verklaerd wat 't vrae„ gen van den gemeenen man na niets anders dan Duiten: Specteerende de Huizelyke zaaken vinden wij ons verpligt uwE Hoog Edelheedens te kennis te brengen, dat de Equi„ pagie van de Pantjallang de Valkenaer klagtig gevallen zynde over hunne gezaghebber Ian Meindert Roos, dat hij de Randsoenen had absent gebragt en 'er weing of niets meer van was te vinden, blykens de deese versellende ver„ sellende verklaering; waer op wy deselve door gecommitteer„ dens hebben laeten opneemen en hunne gezegdens bewaer„ „heids vonden. De te kort koming van gemelde Roos gebruiken wij de vrijheid thans per Factuur Batavia ten lasten te brengen onderige Jnstantie hij daer voor op zyne soldy reekening mag werden belast, ook hebben wy hem ter verdere verantwoording per ordonnantie op de Barcq qade Brgvon Den Arend, om daer meede in Arrest naer Bata„ „via ter geEerde dispositie van UwE Hoog Edelheedens te werden overgevoerd, mitsg=s naer gedaen af Curaat Trans„ „port het gezag op de Pantjallang de Valkenaer op gedrae„ gen aen den op de snuffelaar bescheiden onderstuurman Thomas Meyer in wiens steede: wy den Bootsman van den Arend, om reeden 'er geen stuurman aen handen was als GeBaghebber op laastgemeld kieltje hebben geplaast Den 99. „leeden uit handen van den Resident Nicolaes kloek behoorlyk Transport van 's Comp=s Contanten en verdere effecten ontfangen hebbende, zo gebruiken wy de vryheid UwE Hoog Edelheedens de daer van geformeerde overneem te presentee„ ren, en soliciteerd hy van uwE Hoog Edelheedens zeer na„ „derig dat het hoogst deselve goedgunstelyk moge behaegen hem in deese dienst te willen bevestigen, welke hooge gunst hy door de behartiging van 's Meesters Jntrest wij gem: kloek per ordonnantie op de Barcq Den Arend hebben geplaest, om daar meede na uwE Hoog Edelheedens over te vaeren zoo gebruiken wy de vryhied zulx byj deesen te noteeren, als meede dat kloek op den 27 deeser per request dat wylen dee„ „se nevens ons daer op genoomen besluit uwE Hoog Edel„ heedens Eerbiedig aanbieden, aen den Eerst geteekende zig had geaddresseerd met instantie om de daer by vermelde persoonen na Batavia te zenden, ten ondersoeking van Eene beschuldiging die hem door den stuurman Thomas Meyer zoude zyn gedaan, dan wyl wy /:onder Corectie van uwE Hoog Edelheedens veel wyjzer oordeel:/ supponeerden hij kloek veels te laet met deese klagten op het Tapyt is gekomen, en 'er ook voor eerst niet anders dat Een proces van fasurie uit konde voortsprinten, mitsg=s s Comps belangen voor derde dit Comptoir van zyne Dienaaren niet te ontblooten, zoo hebben wy dit versoek van den Den Tweede submissen teekenaer op den 28 Juny Jongst„ hand 99. hand geweesen; en hem aen uwE Hoog Edelheedens geren„ „voijeerd, dan kloek zig te leur gesteld vindende in zyne quaerdadige denkbeelden, liet hij zig en zodanige onbetamelijke 2 Termen uit als de onder de bijlagen te vindene verklaring dic„ teerd; en hier door ter voorkoming van alle onheilen ons genoodsaekt vindende hem niet meer van boord te laeten koomen, zoo hebben wij de scheeps overheeden per missive gelast /:waer van al meede Copia deese verseld:/ hem als arrestant inde kajuyt naer Batavia over te voeren, ter geeerde dispositie van uwE Hoog Edelheedens, van hoogst: deselve Eerbiedig versoekende onse gedaene behan„ deling in deese zaken met oogst derselver goedkeuring te willen bekragtigen Den Eersten submissen teekenaer ook afgeschaft hebben„ „de ons om sulthan sarieff een: Corporaël en zes man ter Co begeleeding naer den Templ meede te geeven, zoo gebruiken wij de vryjheid uwE Hoog Edelheedens zulx by desen te bedeelen, en dat den sulthan geen ander dan het mili„ taire honneur en de Marsch wanneer de wagt instantie passeerd word gegeven; het geen wy hoopen dat uwE Hoog Edelheedens zullen gelieven goed te keuren Tot schuldig narigt zal ons meede strekken uwer Hoog Edelheedens gevenereerde Circulaire Missive van den 3 November 1778 dicteerende dat een oorlog tusschen de kroonen van vrankryk en groot Brittanien zouden

NL-HaNA_1.04.02_3553_0125 view scan ↗

English

101. would have been declared. While we offer our humble thanks for the received sets of Banjarmassing Pay and Trade Books, and shall use the same as a model. The native Abdul Hamied having already arrived here, we, together with the prince, express our gratitude for the consideration Your High Noble Honours have been pleased to give to the request made, looking forward to the arrival of the Catiep Macasser residing in Bantam. Together with and on behalf of the servants who have been promoted by Your High Noble Honours, expressing our humble thanks, we take the liberty respectfully to insist that the servants specified on the attached note and still missing from the establishment here may be sent to us. And as, through the decease of the Corporal Christoffel Henzen, two corporals' posts have now become vacant, we take the liberty respectfully to nominate in his place and in place of the one still missing, to Your High Noble Honours, the military men Ian Baptist Caillet and Samuel Lambert Jansen specified on the included muster roll, as having already long performed that service here provisionally to great satisfaction; while in place of the of the lost Gunner we also take the boldness to nominate as such the Sailor Paulus Jacobs, and likewise implore the highest of the same favour for the Sailor Hans Pieters to the end that he may be promoted to quartermaster, being able to assure Your High Noble Honours that these persons are all of good conduct and diligent in the duties entrusted to them, wherefore we dare to solicit this with all the more urgency, as well as that the pay accounts mentioned on the enclosed note may be sent to us. We have the high honour, with true high esteem and due respect, very humbly to remain. below stood: High Noble, Severe, Highly Venerable and Far-Commanding Sirs, and Right Noble Severe Sirs. lower: Your High Noble Honours' humble, obedient and faithful servants. was signed: W: A: Palm, W H Stuart, I-s Klaagman. in the margin: Puntiana the 28 July A-o 1779. underneath: P. S. We also take the liberty to present to Your High Noble Honours the general muster roll as of the ultimate of June, alongside a packet of pay papers. 103. We, the undersigned, prompted by love of justice and truth, and to prevent all misfortunes that might arise from an incipient desperation, declare it to be true and truthful that yesterday, the 23rd of July, the retiring Resident Nicolaas Kloeck came to the first undersigned, I. Klaagman, Bookkeeper in the service of the Honourable Company, acting Resident here, where the second undersigned, Claas van Steenvoorden, under-surgeon in the aforementioned service, was also present. And that among other conversation, particularly regarding the request made by him, Kloeck, by petition to the Special Commissioner, to send the third mate Thomas Meyer along with some seamen to the main settlement, the first undersigned gave him for an answer that this request will never be granted to him, because that station could not be deprived of capable people, and the more so because there is no other steersman at hand to whom a Company vessel can be entrusted, and further that the seamen who were to serve him, Kloeck, as witnesses were rogues, because they did not give their testimony not at the place where this dispute could have been investigated, having only brought it up more than a year after the date, at a time and occasion when the aforementioned Kloeck had fallen into dispute and disagreement with Thomas Meyer. Whereupon the aforementioned Kloeck, lashing out, answered: if my request is not granted, I want to be sent in irons to Batavia, provided that Meyer and all the witnesses named in the petition are also sent over in irons. To which statement the first undersigned replied in substance: oh mate Kloeck, be wiser and do not make yourself miserable over such a trifle. Whereupon the said Kloeck rejoined: it has already gone so far, God damn it, if Meyer is not sent up, I will shoot him in the head, and even if there were another three or four of them; one must not drive me mad, otherwise I will show who Kloeck is, I have had patience long enough. Which statement, along with yet others, the undersigned listened to in silence, giving as reasons for their knowledge that it happened at the lodging of the first undersigned and was spoken to him, the second undersigned having been present 105. present there and having also heard everything. We undertake, if so required, to affirm this declaration at all times with a solemn oath. below stood: Puntiana, the 24 July 1779. was signed: Jacob Klaagman and Claas van Steenvoorden. We, the undersigned, stationed on the pantchiallang De Valkenaar, declare upon requisition: That we have had no rations since the 29th of May; thus we have applied for our necessary requirements to your Noble Worshipful Honour to assist us in this matter. We must also bring to your knowledge that at present there is no more arrack, wine or vinegar to be found, although we are reliably informed that the Company had our vessel victualled for six months. Wherefore we only most humbly request that this may be provided for by the high order of Your Honour, as we not only presume, but are also assured that the Company desires its servants

Dutch transcription

101. zouden zyn gedeclareerd Terwyl wy voor de ontfangene stel„ „len Banjermassingsche Zoldyen Negotie Boeken onsen submissen dank afleggen en deselve tot een model zullen gebruiken Den Jnlander Abdul Hamied alhier roeds aange„ komen zynde, bedanken wy met en beneevens de vorst Voor de reflexie die uwE Hoog Edelheedens op de geda„ ne Instantie hebben gelieven te slaen ziende den te Bantam woonagtigen Catiep Macasser nog te gemoed Met en voor de Dienaaren die door uwE Hoog Edelheedens bevorderd zyn, onse ootmoodigen dank afleggende, zoo hy het ons geoorloofd HoogHt deselve Eerbiedig te insteeren dat de op neevens leggende Notitie bekend gestelde en alhier nog aen de bepaeling manqueerende Dienaaren ons moogen werden toegezonden, en wyl door het over„ leiden vanden Corporael Christoffel Henzen thans twee corporaels plaetzen zijn koomen te vaceeren, zo gebrui„ „ke wy de vryhied in zyn steede en in plaets vande nog ontbreekende UwE Hoog Edelheedens Eerbiedig voor te draegen de op geincludeerde Naemrolle gespecificeerde Mili„ „tairen Ian Baptist Caillet en Samuel Lambert Jansen als hebbende dien dienst alhier provisioneel tot groot ge„ noegen reeds lange naergenoomen, derwyl wy int steede van van den verongelukte Canonier al meede als zoodaenig de hardiesse neemen voor te draegen den Mattroos Pau„ lus Iacobs en meede Hoogst derselver gunste Jmploreere voor den Mattroos Hans Pieters ten einde denselven tot quartiermeester weede bevorderd, als uw E Hoog Edelheedens kunnende verseekeren deese persoonen alle van een goed gedragen vlytig in de hun aen vertrouwde diensten zyn, waer om wy zulx met te meer empressement durve solli„ Citeere, zoo meede dat ons de op inleggende Notitie vermeld zol„ by reekeningen mogen werden toegesonden Wy hebben de hooge Eere met waere hoog agting en schuldige Eerbiedig en zeer submis te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge, Hoog Actbaere en wijdgebiedende Heeren en wel Edele Gestren„ ge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens onder„ danige Schoorsaeme en Trouw schuldige Dienaere /:was getekend:/ W: A: Palm, W H Stuart; I=s klaagman /:in margine:/ Puntiana den 28 Iuly A=o 1779 /:daar onder :/ P: S: nog gebruiken wy de vry„ heid uwE Hoog Edelheedens aen te bieden, de generaele monsterrol onder ult=o Junyj nevens een pacquet zolden papieren. 103 Wij ondergetekende, aangedreeven uijt leefde der geregtighedende waarheyd, ende tot voorkooming van alle onheylen die en soude kunnen ontspruijten uyt eene beginnende despe„ ratie verklaaren waar en de warhaftig te zyn, dat gisteren den 23 July den afgaan Resident Nicolaas Kloeck by den eerst ondergetekende I: klaagman: Boekh: in dienst der E Comp treede Resid=t alhier is gekoo„ men, alwaar meede Present was den tweede ondergetee„ kende Claas van steen voor den onderchirurgin in voorm: diensten dat onder andere Redens aan ten en wil Principaallyk, omtrent t door hem kloeck by Request aan de zeer Commissiant gedaane versoek aan den derdenaak Thomas Meyer benes„ „fens eenige zeevaarende naar de hoofdplaatse te versenden den Eerst ondergeteekende hem ten and„ woord gegeven dat die versoek hem Nooit zal toe ge„ staan worden terwyl men dat Comptoir niet van welk kende ontbooden, en te meer ter wijl en geen an„ „der stuurman voor handen is aan wien men een Comp boodem vertrouwen kan en de dat verders de zee„ varende die hem kloeck soude dienen als getuigen shurken waaren terwijl se hunne getuygenis niet ƒ niet hebben gegeven ter Plaatse daar deze questie had„ de kunnen ondersogt worden, waar ruym Een Jaar naer dato, eerst daar meede optapeyt gekomen in Een tijd en de ofcasie dat gem: kloeck met Thomas seijer in questie en oneeigheid geraakt waaren als waar op gem: kloeck uijtvallende ten aantwoord gaf, als myn versoek niet toegestand wierd so wel ik inde boey naar Batavia mits dat Meyer en alle de bij regueeste bekend gestelde getuygens al mede in de boey overge„ „sonden worden, op welk gezegde den eerst onderg:t Repliceerde in substantie ov maat kloeck, weest wyzer en maakt gee Niet ongelukkig om so een Beuseling waar op Gemelde kloeck Duppli„ ceerde 't is all zo verre God. Domme als meyer niet opgesonden wierd so schit ik hem voor de kop en als was het nog drie â vier daar by men moet my met Raasend maaken anders zal ik toonen wie kloeck is, ik heb lang genoeg gedult gehad 't welk gezegde met Nog meer andere ondergetek:t stilswygende hebbe aangehoord geevende voor reedenen van weetenschap de Eerst ondergeteek:t al te zynen logis geschied en teegens hem gesproo„ „ken zynde den tweede onder geteekende als daar by 105 by Present geweest in 't eenen andere meede aange„ hoort hebbende Neemende wy aan dus geraquireerd wierdende ten allen tyden: dit verklaarde met„ solomeneele Eede te affirmeeren /:onderstond:/ Pun„ tiana Den 24 July 1779 /:was getekend / Jacob klaagman en Claas van Steenvoorden Wy ondergeteekende bescheyden op de Peetjalling de Valkenaar verklaa„ „ren ten Requisitien Dat wy zedert den 29 mey geen Rantsoen hebben gehadt, zoo hebbe wy ons om de noodwendiger behoeftens ons versoegt by uw Ed: agtb: heer om ons in de ze zaak te assisteeren, moeten den uE ook ter kenissen brengen als dat er op haaden geen arak wyn off azyn meer te vinden is schoon wy in 't zeekere onderregt zyn de Comp: orsen bodem„ voor ses maanden heeft doen vertaljeeren den waar om wy alleen onderdanigst versoeken dat in deezen E door de hogen order van uwEd mag werden voorsien alsoo wy presumeeren niet alleen maar ook: verseekert zin de Comp: begeert haar dienae„ ren

NL-HaNA_1.04.02_3553_0130 view scan ↗

English

that nothing was provided which had been supplied for maintenance and is necessary, all of which we solely testify to contain the pure truth, and if required, we are prepared to confirm this with solemn oaths. Below stood was signed Harmen Ryke, Ian Smet, Schieensmaat, Christofels Gressirsgus, Nicolaas Kelder, Godlieb Moys, this is the mark + Barent Nieuwwaart, this is the mark X of C=s Knaap, this is the mark V of Valentyjn Stiefeler, this is the mark / Johann=s Eysham, this is the mark / Jan Ded=k Brons, this is the mark / P Partog. In the margin: Puntiana, 2 June 1779. Honorable, highly esteemed Sir, W: A: Palm, Commissioner of Their High Nobilities. Report: In accordance with Your Honor's orders, I proceeded to Batolaijang to inspect the petjalling De Snuffelaar, and having found that, as far as one could reach underwater, many worms, which due to the fresh water have eaten through the outer skin, I have decided to send the pantjallang De Valkenaar thither, in order to heave her off at high water, if possible to bring her up here; but if not possible, that one could careen her here and conduct a better inspection into the situation. Herewith I hope to have complied with Your Honor's wishes regarding the inspections, and I take the liberty to call myself, below: Honorable Sir, Your Honor's humble servant. Below stood was signed: P:s Lievien. In the margin: Batolayong, 1 July Anno 1779. To the commanders of the bark Den Arend. Valiant, honest men, Whereas, for weighty reasons and to prevent all misfortunes, we have seen fit no longer to permit the former Resident here, Nicolaas Kloeck, to leave the ship, we hereby notify Your Honors thereof, with orders not to let the said Kloeck leave the ship for any reason whatsoever, but to convey him as an arrestee in the cabin for further disposition by Their High Nobilities. Wherewith, after greetings, we remain. Below stood: Your Honors' good friends. Signed: W: A: Palm, W: M: Stuart, and B: Klaagman. In the margin: Puntiana, 24 July 1749. Below stood: agrees. Was signed: W M Stuart. Today, 22 July Anno 1779, The following request was presented by the outgoing Resident Nicolaas Kloeck to the Honorable Willem Adriaan Palm, Under-Merchant and Resident at Rembang, as well as Commissioner on behalf of the Company in the affairs of Puntiane, making a request as is stated therein, the request and petition being in content and matter as follows: To the Honorable Sir, The Honorable Sir Willem Adriaan Palm, Resident at Rembang and Commissioner on behalf of the Company at Puntiana. Honorable Sir, Respectfully the outgoing Resident Nicolaas van Gelukstad makes known how in the past year, around the month of June, he arrived at Samarang in the capacity of third Commissioner and scribe over the Landak affairs, where the petitioner encountered the third mate Thomas Meyer for the second time; and whereas the third mate not only had the insolence during the journey from Samarang to Rembang to accuse the petitioner of sodomy, but this was also maintained by the said third mate Meyer at Rembang, and indeed with the words that he was willing to die for it; and whereas the petitioner regards this matter as a crime of the first degree and one that cannot be settled here, the petitioner requests that not only the third mate Meyer, but also the quartermaster George Barsenius and the sailors Jan Liewes, Paulus Jacobs, Hans Pietersen, and Ian Hartman may be sent to the capital, in order that the petitioner may thereby be enabled to have this matter investigated by the Honorable Council of Justice, since to the petitioner too much depends on this point, indeed life itself; wherefore the petitioner persists in this request, meanwhile regarding the third mate Thomas Meyer as a dishonorable person who merits no belief in any matter unless he first proves with sound grounds this accusation cast upon the petitioner in the most slanderous manner. Herewith the petitioner takes the liberty to call himself, below stood: Honorable Sir, lower: Your Honor's humble servant, was signed: Nicolaas Kloeck. In the margin stood: On the bark Den Arend, 21 July Anno 1779. Before the apostil stood: Having reviewed the above request and having well considered the petition made therein as well as the complaint, and having found it to be of such nature that the undersigned, who is here on behalf of the Company as Commissioner to handle political matters and by no means to deal with judicial or criminal matters, much less to neglect and impair the Company's affairs, after mature deliberation has approved and decided to send the foregoing request and petition with all respect to Batavia to Their High Nobilities, so that a resolution may be taken there concerning it as deemed fit, to which end a copy both of the request and the apostil, accompanied by the Company's papers, shall be forwarded to the capital, and the petitioner mentioned in the request was likewise referred to their aforementioned High Nobilities. Below stood: Thus resolved at Puntiana, on this 22 July 1779. Was signed: W: A: Palm. After collation, the one and the other were found to agree with the original residing at the office of Puntiana. Below stood: Which I attest, was signed: J: Klaagman. Copy.

Dutch transcription

„ren dat geene werd verstrekt 't welk tot onderhoud werd meede gegeven en noodigis, Twelke wy alleen getuygen te zuyvere Waarheid behelzen en dies gerequreert werden de met Zo„ lomeneelen eeden te bevestigen /:onderstond :/ was „getekend :/ Harmen Ryke, Ian, Smet; schieen „smaat, Christofels gressirs gus, Nicolaas kelder, Godlieb Moys, dis is 't merk + Barent Nieuwwaart dit is 't merk X van C=s knaap dit is 't merk ve valentyjn stiefeler des 't merk / Johann=s Eysham dit is 't merk/ Jan ded=k Brons dit istmerk / P Partog /:in margine/ Puentaaa den 2 Juny 1779 Wel Edele Gestr: Geer W: A: Palm Commissiant hunner Hoog Edelheden Berigt op uwEd geb: ordres heb ik myn verroegt na batolaijang om de Petjalling de Snuffelaar te vresenteeren en dezelve zoo verre men onder waater konde by koomen veel wormen dien door 't zoeten waater de buyten stuyd hebben deur ge„ vreeten gevonden heeft zoo heb ik 't besluyt van my daar over laaten gaan om de Pantj: De valkenaar na 107. na derw=s te laaten om by 't hooge waater dezelve daar aff te winden zoo t mogelyk was deselve hier boven te zien krygen maar zo niet en staat zynde men deselve wel hier konde „ hielen en beter ondersoek na de gesteldheid te verneemen Sier mede hoop ik aan uw Ed geboore, Inde vresentatien voldaan te hebben zoo neeme de vryheid myn te noemen /:lager:/ welEdel gebooren Heer Uwel Ed en gehoor„ saam Dienaar /onderstoond / was geteekend/ P:s Lie„ vien /in margine Bato layong Den 1 July A:o 1779 Aan de overheeden van de barq den Arend Manhafte Vroomen Dewyl wy ons gewigtig oorsaeke, en ter voorkominge van alle onheilen hebben goedgevonden den geweesene Resident alhier Nicolaas Kloeck niet meer van boord te laten zoo geeven wy uwE daar van by deese kem„ nisse met ordre gemelde kloek om geene reede„ nen hoe genaamd meer van boord te laaten maar den selven als arrestant inde kajuijt over te voeren ter nadere dispositie van hunne hoog Edelheedens Edelheedens waer meede na Groete bliven /:onderstond:/ uwE goede vrienden /:getekend:/ W: A: Palm W: M: Stuart en B: klaagman en /margine/ Puntiana den 24 July 1749 /:onderstond:/ accordeert /:was geteekend:/ W M Stuart. Op heeden den 22 July A=o 1779 Is door den afgaande Resident Nicolaas kloeck het ondervolgende request gepresenteerd aan den wel Ed=e heer Willem adriaan Palm onderk. en resident Te Rembang mitsg=s Commissiant van 's Comp: weegen in de zaaken van Puntiane doende verzoek als baar by Consteerd zynde het request en versoek van Inhoud en de materie als volgd Aan den welEd: Heer Den welEd: Heer Willem adriaan Palm Resident te Rembang en Commissiant s Comp: veegen te Puntiana Wel Edele Heer Reverentlyk geeft te kennen de afgaande resi„ dent Nicolaas van gelukstad, hoe hy in het gepasseerde Jaar omtrent de maand Iuny op sama„ rang is g'arriveerd in qualiteyt als derde Commissant en 109. en schriba over de Landukse zaaken, alwaar hy suppliceert den derde waak Thomas meyer voor de tweede maal heeft gerencontreerd en dewyl hy derdewaak zeg met alleen op de reyze van samarang na rem„ bang ontsien heeft den suppliant over sodomiterij te beschuldigen maar sulx is door gem: derde waak Meyer op Rembang nog staande gehouden en dat wel met de woorden van daar op te willen sterven en dewyl Den supp:t deeze zaak als een Crimineele van den eersten van aan meerkt en welke alhier niet kan bislist werden zoidt dat den supp=t verzoek dat alleen den derdewaak Meyer maar ook den quart=r m r George Barsenius en de matroosen Jan Liewes, Paulus Iacobs, Hans Pietersen en Ian Hartman na de hoofdplaats moogen ge„ sonden worden ten eynde den supp=t hier door in staat mag syn om deese zaak door den agtb: raad van Justitie te laaten ondersoeken dewyl hem supp:t te veel aan dit poinct geleegen is: Ja zelfs het leeven weshal„ ven den supp:t by dit verzoek blift persisteeren, houdende intusschende derde waak, Thomas Meyer Voor Eerloof die in geene zaak geloof meriteert, ten zy hy Eerst die beschuldinging de supp=t op de lasterlykste wyze nagegeeven met grond grond beweesen heeft hier meede gebruykt den supp=r de vy„ heid zig te noemen /: onderstond:/ wel Edele heer /:lager uwel Edele oodmidige Dienaar /:was geetek:d/ Nicolaas Kloeck /:in margine stond / Inde Barcq den arend den 21 July A. o 1779 /. voor apostil stond:/ het ommestande Request geresu„ meert ende 't daar by gedaane verzoek so wel als klagte wel overvoogen hebbende van dusdaanig materie bevonden als dat den onderg: de welke alhier sComp: weegen als Commissiant is omme de Politique zaaken te tracteeren en geen sijns om Justitieele of friminee„ „le zaaken te verhandelen veel min om 's Comp: affares te veragteren en te verswachen na ryper deliberatie goedgevonden en de gelucideert 't voorenstaan„ „de request en verzoek met alleen Eerbied naar bata„ via aan hun hoog Edelheedens te versenden omme aldaar naar goed bevinden daar over te worden ge„ resolveert ten welken einde Eene Copia so edel van 't request als appostie verselt by 's Comp papieren naar de hoofd plaats zal overgaan ende supp=t by request ver„ melde almeede aan voorwelmelde hun hoog Edel„ heedens wierd gerenvoyeert /:onderstond/ aldus geresolveert Puntiana ady 22 July 1779 /:was getek:d /: W: A: Palm na gedaane Collonie is 't een en andere accord bevonden met oreg: berus„ tende ten Comptoir Puntiana /:onders:/qoud attestr:/ was get:t/ J: klaagmen, Copia

NL-HaNA_1.04.02_3553_0135 view scan ↗

English

111. Copy Transfer of such cash and further merchandise as have been handed over and transferred by the outgoing Resident Nicolaas Kloeck to the residents Stuart and Klaagman, and which after collation of the trade books were found to agree, namely: 6 502 5/16 pieces Reals of eight 1 piece blanket cotton Elene 17 pieces salempores unbleached 8¾ pieces guineas medium bleached 20 pieces in roomals checkered red 2 pieces baftas Broach 120 jugs arrack apy 89 lb gunpowder 26 jars coconut oil Warehouse necessities 5 lb aqua fortis 1 piece fine balance with copper scales 1 standard Real weight of 32 mq: Gunner's tools: 1 barrel live cartridges 1 piece musket scraper 1 powder horn 1 bun barrel 1 copper powder lantern Materials and equipment goods 3 pieces lamps of various kinds 2 cook's axes 1 shackle bolt with 5 shackles 1 piece cable rope 1 piece cable rope 2 half leagers for water casks 1 binnacle compass was signed: Puntianaan and Carieph are passable the 28 June 1779 lower: as transfer was signed: Nicolaas Kloeck in the margin: as acceptors was signed: W M Stuart and J:s Klaagman was signed: agreed was signed: W: M Stuart To His High Excellency The High Noble Rigorous Highly Venerable Far-Ruling Lord Reijnier de Klerk Governor General Together with The Right Noble Rigorous Lords Councillors of Netherlands India etc. High Noble Rigorous Highly Venerable Far-Ruling Lord and Right Noble Rigorous Lords The bark Den Arend, which on the 28th of the past month of July undertook the voyage to Your High Excellencies, has on the 5th of this month arrived back at this roadstead, 113. and having, because of the fierce South-East winds that have raged though now seem somewhat to subside, lost three of its anchors off and on Crimata, as a result of which its officers found themselves compelled, because their rigging was severely damaged and they could no longer keep to the windward of this factory, to turn their bows directly back hither. Which we, dutifully, take the liberty to impart to Your High Excellencies, as also that we, in the hope of Your High Excellencies' approval, have provided that vessel here with two months of rations, because the commander Peeter Levien, by the copy of the report accompanying this, has informed us that the period for which the crew of the bark Den Arend was provisioned at India's capital was to expire at the end of this month and they would then suffer from a lack of provisions, at the same time requesting to be accommodated with what could be obtained here, to which we have then complied as far as possible, as appears from our provisions account accompanying this in all respect, amounting to f 856: 4: — Furthermore, we take the liberty to send the 625 pounds or 5 picols of wax, collected by us successively, by this opportunity to Batavia, costing, as appears from the invoice enclosed herewith in all respect, one hundred imperial dollars. Concerning the Leases and Customs, we can have the pleasure to communicate to Your High Excellencies that up to the end of August last 539 Spanish reals have been received from them, and in the hope of Your High Excellencies' approbation we have appointed two boom-watchers with an allowance of six Spanish reals each per month, in order that a careful watch be kept against defrauding the leases; we therefore most respectfully request to be permitted to write off this amount monthly against the account of the country's revenues. Regarding servants, we find ourselves obliged to inform Your High Excellencies that on the third of August the corporal Johannes Telker of Drysa passed away, in whose place we take the liberty to nominate to Your High Excellencies as such 115. the soldier Christoffel Fredrik Lindo of Potsdam. The soldier Fredrik Fokke of Amsterdam, as appears from the surgeon's certificate enclosed herewith, being very weak of sight and unable even by day to perform his duty, we have, in the hope of Your High Excellencies' favorable interpretation, placed him on the bark Den Arend in order to cross over with it to Batavia, humbly soliciting to be accommodated with another soldier in his place. With due respect, true high esteem, and deep awe, we enjoy the high honor to sign ourselves humbly, High Noble Rigorous Highly Venerable and Far-Ruling Lord and Right Noble Rigorous Lords, Your High Excellencies' humble, obedient, and loyal servant, was signed: W: A Palm; W M Stuart and J:b Klaagman in the margin: Puntiana the 25 September 1779 To the Bookkeeper and Resident The Honorable Walter Marcus Stuart Honorable Sir In compliance with my bounden duty, I the undersigned Claas van Steenvoorden, under-surgeon in the service of the Honorable Company, have examined the soldier Fredrik Focke of Amsterdam, and found him to suffer from a congenital weakening of the sight, whereby he is incapable of properly performing his duty by day, much less by night. wherewith I have the honor to sign myself, Honorable Sir, Your Honor's humble servant, was signed: Claas van Steenvoorden in the margin: Puntiana the 10: September 1779 To the Bookkeeper Walter Marcus Stuart First Resident here Honorable, Pious Sir Whereas the Honorable Company's vessel De Arend was victualed for six months at India's capital and this provision list comes to expire at the end of this month, I therefore request, for the reason that it is unknown to us how long the voyage may yet last, to supply the crew, consisting of 5 cabin passengers 7 deck officers 20 common Europeans with two months of rations

Dutch transcription

111. Copia Transport na zodanige Contanten en verdere koopmansz: als er door den afgaande Resident Nicolaas kloeck zyn overgegeven en getransporteerd aan de re„ sidenten Stuart en klaagman en welke nageda„ ne Conforntatie der Negotie boekjes accord bevonden zijnals; 6 502 5/16 stuks Reaalen van agten 1. — P=s Deeke gecattoeneerd Elene 17— „ Saloem poeris ruwe 8¾ — „ guinees gem: gebl: 20: — „ in Roemaals geruyte roode 2 – „ Baftas Brotehia 120– kannen arak apy 89 — lb Buskruit 26 — h=n Clappus oly Pakhuys behoeftens 5: – lb Aqua Fortis 1 —. p=s fyne Balans met kopere schaalen 1 — Pijl Reaal Gewigt van 32 mq: Constapel Gereetsz: 1 vat scherpe Pattronen 1 p=s snaphaan kratzer 1 „ kruyt hoorn. 1 „ Beuns vaatje 1 „ kopere kruyt Lanthaaren Materiaalen en Eq: goederen 3 p=s Lampen in zoort 2 „ koks Bylen 1 „ Boey bout met 5 beugels V. Cabellouw F 1 – P=s Cabeltouw 2. – „ halve Leggers tot waater Vaaten 1 — „ Nagthuis Compas /:onderstond:/ Puntianaan en Carieph zijn Pas„ seerbaar den 28 Juny 1779 /:lager:/ als Transport /: was getekend:/ Nicolaas Kloeck /:in margine :/ als acceptanten /:was getekend:/ W M Stuard g J=s klaag„ man /onderstond:/ accordeert /:wasgetek:/ W: Mb tuart Aan zyn Hoog Edelheyd Den Hoog Edelen Gestr: Hoog Agtb: wyd Gebiedenden Heer Reijnier de Kierk Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestr: Heeren Raaden van Nederl: Jndia &a Hoog Ed=e Gestr: Hoog Agtb=ren wijd geb:s ere en Wel Edele Gestr: Heeren De Barcq den arend die den 28' der gepasseerde maand July de reise naar uwE Hoog Ed: heedens heeft ondernomen is op den 5 deezer wederom te deezer Rheeden F 113. rheede gearriveerd en heeft die kieltje door de gewoed heb„ bende selle dog thans eenigzints aan 't bedaaren schei„ nende te raaken Luyd Ooste winden, drie zyner ankers af en aan Crimata verlooren waar door dies over heeden zig genoodzaakt gevonden hebben om reeden hun tuijg zeer geontramponeerd was en zyt niet langer boven de wind van dit Comptoir konden houden direct weederom de steevenen Herwaards te wenden 't geen wy Pligt schuldig de vrymoedig heid nemen uwE Hoog Edelheedens te bedeelen zoo meede dat wy in hoope van hoogst derzelver goedkeu„ „ring dien bodem alhier hebben voorsien van twee maanden Randsoen wyl den gezaghebber Peeter Levien ons by 't deeze versellende Copia berigt heeft te kunnen gegeven dat den tijd waar voor de Equipagie van den Barcq den Arend op Indiaash hooftplaats was geproviemdeerd met Uld=o deesen quam te Expieeren en zy als den gebrek aan leevens middelen zouden hebben teffens verzoek doende om met 't geen alhier te krygen was te te werden gerieft waar aan wy dan ook zoo veel mogelyk hebbe voldaan blykens de dee„ ze in alle Eerbied versellende ons kost ree kening kening groot ƒ 856: 4: — Voorts gebruyken wy de vryheid de door ons suc„ „ciessiev ingesaamelde 625 ponden of 5 pic=s wax per deeze gelegendheid na batavia te zenden kostende blykens de deeze in alle eerbied byge„ voegde Factuur een hondert keyzer daalders Concerneerende de Pagten en Tholle kunnen wij 't genoegen heb„ ben uwE Hoog Edelheedens te Communiceeren dat tot ult=o aug:s J:L: daer van is Jngekomen spr realen 539 en hebben wy in hoope van uwEd: Hoog Edelheedens approbatie twee boom wagtersaan„ gesteld onder toelegging van ses spaanse reaalen ieder s maand ten eende zorgvuldig na werden gewaakt teegen t frondeeren der Pagten verzoe„ ken wy over sulx aller Eerbiedigt dit bedraagen s, maandelyks te mogen afschrijven op zeek:t van slands jn„ komsten Dienaaren betreffende vinde wy ons verpligt uwE Hoog Edelheedens te bedeelen dat op den der„ den Aug=s is koomen te overlyden den Coroporaal Johannes Telker van drysa en viens steede wy de vry heid neemen uwE Hoog Edelheedens als De zoodanig 7 ƒ 115. zoodanig voor te dragen de soldaat Christoffel Fredrik Lindo van potsdam Den soldaat Fred=k Fokke van amsterdam blykens de deeze by gevoegde Chirugieale verklaaring zeer zwaak van gesigt en niet instaat zynde zelfs by dag zyn dienst te doen zoo hebben wy in hoope van uwE Hoog Edelheedens gunstige wel duiding den selven op den Barcq den arend geplaats om daar meede over te vaaren na batavia solleciteeren wy ootmoedig met een ander militair in zyn stede te werden gerieft Met verschuldigde Eerbied waare hoogagting in diep ontzag, genieten wy de hooge Eere ons Ne„ dering te subsinqueeren /:onders:d:/ Hoog Ed. e Gestr: Hoog agtb: en wyd geb=e heere en wel Edele Gestr: Heeren /lager/ uwe Hoog Edelens onderdaani„ „ge Gehoorsaame en trouw schuldige Dienaar /:was geet:d:/ W: A Palm; w M Stuart en J=b klaagman /: in margine:/ Puntiana den 25 septemb: 1779 Aan den Boekt: en Resident DE Walter Marcus Stuart E: E Heer In Naar kooming myner schuldigen Pligtso heb„ be be ik ondergeteekende Claas van steenvoorden on„ der Chirurgijn Jn dienst: der E Comp den soldaat Fred:k 79 Focke van amst=m gevisiteerd, en de bevonden te Labo„ 9 teeren aan een aangeboore verswacking des gesigts waar 1n9 : door denselven buijten staat is om bij dag veel minkar nagt desselfs dienst naar behooren waar toeneemen nagt. /:onderst=d:/ waar meede de Eere hebbe my te teekenen 1 E: E: Heer /:Lager / uw Ed: onderdaanige Dienaar /:was geteek:d/ Claas van Steenwoorden /:in margine:/ Printiana den 10: Septemb: 1779 Aan den Boekhouder Walter Marcus Stuart Eerst Residens al hier Eersaamen Vroomen De wijl s Comp:s bodem de arend op Indiaas hoofd plaatse voor ses maanden gevitualjeert en deese lijst met ult=o Deezer komt te Expireeren so versoeke om reedenen wij onbewust is hoe lange de rijse nog kan duuren de Eq: bestaande in 5 kajuyjts gasten 7 deks officiers 20 gemeene Europeesen voor twee maanden randsoen te verstrekken ƒ ten . . . . : . .. 1 :

NL-HaNA_1.04.02_3553_0141 view scan ↗

English

117. lest a lack of provisions overtake us on our return voyage, with which I have the honor to call myself with all respect and reverence, /:below was written:/ Your Honor's obedient and humble servant /:was signed:/ P=r Livien /:in the margin:/: done on the Company's Arend the 15th 7ber 1779 /:undersigned:/ agrees /was signed/ J:s Klaagman To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable and Far-Ruling Lord, Reijnier de Klerk, Governor-General, Together with The Right Honourable Lords, Councillors of Netherlands India, &=a &=a Right Honourable, Right Noble, High and Far-Ruling Lords, and Right Honourable Lords, Since my return to Puntiana, several matters have occurred which I find myself obliged to bring to Your High Excellencies' knowledge, presenting along with them the charts and documents received regarding this matter, which have also compelled me to secure the quartermaster Daneel Voermans, who deserted from Radja Aly, and to send him over to Your High Excellencies under arrest with the bark Den Arend; whilst regarding the conduct of the former Resident Kloeck and the sergeant who was stationed at Puntiana, I likewise respectfully refer to the enclosed papers. I have the honour, with the deepest awe and due high respect, most humbly to subscribe myself, /:undersigned:/ High Noble, Right Honourable and Far-Ruling Lord and Right Honourable Lords, /:below:/ Your High Excellencies' humble, obedient and dutiful servant, /:was signed:/ W A Palm /:in the margin:/ Puntiana, the 30 September 1729. Account of what occurred both at Puntiana and on board the bark Den Arend on Tuesday and Wednesday, the 14th and 15th of September 1729. On Tuesday morning around 9 o'clock, the son of Sulthan Sarieff, named Pangerang Cassing, came to my house, informing Mr. Palm and me on behalf of his father that His Highness had been informed that a certain Portuguese in his service named Francois, who had become a fugitive about eleven months ago, was being kept hidden on the Company's bark Den Arend, requesting at the same time that this man, being the trumpeter of the prince, might be returned. We promised to have an inquiry made into this, and I left, together with the Malay Jutje Daut, who is now departing for Batavia as envoy of the Sultan, in the evening around nine o'clock in Mr. Palm's boat for the outer roads, arriving the next morning at 5 o'clock, on the 15th of September, on board Den Arend, where I informed the commanding officer Pieter Levien of the reasons for my coming, who immediately said that he had found a native, who claimed to be a Christian, in the boat the day after his departure from here, requesting us to wait until it was daylight, at which time he would have him follow and would himself also go ashore. Meanwhile, I went below into the cabin to Mr. Kloeck, asking after his health, and after having spoken about some indifferent matters, he complained bitterly about the treatment he had to endure on board. I replied that if he thought an injustice was being done to him, he could then bring his interests before Their High Excellencies, whom I did not doubt would do him justice. Upon this, he replied: "Yes, friend, if only I had gone on the bark with Mr. Palm, but Klaagman advised me against it, saying that they would do away with me there with poison; also, you know what rogues Lievien and Klaagman are, but I will send that to you in writing when an opportunity arises; but help me in one matter: see to it that Francois, who is here on the bark and of whom I have also informed Mr. Palm, is not murdered by Sarieph." I promised him to take care of this, assuring him that this man had nothing evil to fear and that I vouched for him. Kloeck said upon this: "Come on, mate, leave Francois here and say that you have not found him; I will make you a present of the gold watch for which you offered one hundred Spanish reals." I became somewhat angry at this and confronted Mr. Kloeck, asking whether he thought so little of me that I would weigh the Company's interests and well over sixty sail stationed on the coast against a gold watch, and whether I would not then give cause to the prince to think that the Company's servants were the first to seek to break the contracts recently concluded between the Company and His Highness. He answered nothing to this other than that he was sorry to have made me that proposition, and subsequently wished me a good journey. Thinking nothing other than that Francois was already in the boat, I stepped into it alongside the commander Levien, but did not find him there. I asked thereupon where he was, and the commander said to the crew who stood at the gangway that they should let Francois go into the boat, but no answer was given to this, which caused Mr. Levien and me to go back on deck, while I simultaneously asked the crew the reason why Francois was not made to follow. Sergeant Johan Martyn Korngebel, who stood forward on the forecastle, asked me upon this why I looked at him so, and whether I considered him the cause of this incident. I said upon this that it was all the same to me who

Dutch transcription

117. ten eynde gebrek aan Leeven middelen op onse te rug reijze overvallen waar meede de Eere hebbe myn met 1 alle agting van Eerbied te noemen /:lager stond/ uw E dw: en onderdanig dienaar /:was get:d:/ P=r Livien /: in margine:/: actum in 's Comp Arend den 15:' 7ber: 1779 /:onders:d:/ accordeert /wasget:t/ J:s klaagma„ Aan zyn hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestr: Hoog Agtb en Wydgebiede de Heer Reijnier de Klerk Gouverneur generaal Benevens De wel Edele gestr: Heeren Raaden van Nederl: India &=a &=a E Hoog Edele Gestr: Hoog achtb: en wyd„ gebiedende Heere en wel Ed Gestrker het myne te rug komst op Puntrana zig verscheide zaken hebben toegedraagen dik ik mij verpligt vinden uw Hoog Edelheedens ter kennisse te brengen met hoogst deselve de daar omtrent ingekoomen Chartres aan te bieden die ƒ ƒ .. die my dan ook hebben genoodzaakt om den van den radja aly overloopene Quartierm„r Daneel voer„ mans te secureeren en hem in Verseekering met den Barcq den Arend tot hoogst deselvs te la„ ten overvaaren terwijl my omtrent de gehoudene han„ „delwyze van den geweesene Resident Kloeck en den te Puntiana beschijden geweest zijnde serg=t al meede eerbiedig gedraegen aan JnClosa papieren Ik het de hoog Edde met 't diep ontzag en ver„ schuldige: hoog agting myj allernedrigst te onder teekenen /:onders:d/ Hoog Edele gestr: Heer achtb: en wyd gebiedende beere en wel Edele Gestr: Ree„ ren /:lager:/ uwer hoog Edelheedens onder„ danige gehoorsaame en trouwschuldige Dienaar /:was getek„d/ w A Palm /:in margine:/ Puntiana den 30 september 1729 Relaes van 't voorgevallen soo te Puntiana als aan boord vande Barcq den Arend op Dingsdag en woensdag den 14: 15 Septemb:r 1729 „Dingsdags morgens omtrent 9 uuren quam den zoon van sulthan Sarieff en naame Pange„ „rang Cassing ten myne huize aan de Heer Palm) . . : F 119. Palm en my uyt naam van zyn vader te kennen geevende dat zyn hoogheyd was geinformeerd ge„ worden dat zeekere in zyn dienst zijnde Por„ tugees gen=t francois die zig voor omtrent Elf maanden fugatief had begeeven op 's Comp: Barcq den arend vierd, verborgen gehouden doende teffens versoek dat deeze man als zynde de trompetter van den vorst mogte werden weeder gegeven wy beloofde hier na ondersoek te zullen laten daer en ging ik nevens den thans als afgezant van den sulthan na Batavia vertrekkende ma„ leijer Jutje Daut, des avonds Circa negen uuren met de schuit vande heer Palm na buyten koo„ mende des anderedaags morgens om 5 uuren of den 15 febr: aan boord van den Arend, alwaar ik den ge zaghebber Pieter Levien de reedenen myner komst te kennen gaf die ook direct zeede eer Jnlander dier voorgaf een Christen te zijn daags na zin vertrek van hier in de schuyt gevonden te hebben wij verzoe„ kende te willen wagten tot 't dag was als wanneer hij den selven zoude laten volgen en zelfs meede na de wal gaan In ging. intusschen beneeden inde kaput bij de heer Klock fe kloeck, vraagende naar zyn welstand, en na over eenig onverschillige zaaken gesprooken te hebben klaagde by bitterlyk over de behandeling die hy aan boord moest ondervinden ik repliceerde dat Jndien hy dagt hem onregt geschieden hy als dan daar omtrent zyn belangens bij hunne Hoog Edelheedens konde inbrengen die ik niet twyffelde of zoude hem regt doen needer vaaren hier op volgende hy Ja vriendhad ik . maar op de barcq byj de heer Palm gegaan dog klaagman heeft my zulx afgeraaden, zeggende dat men mij daar met vergeeft zoude van kant helpe L=o ook weet uwe met wat schurken lievien en klaagman zyn, dag dat zal ik uwe schriftelijk bij gelegendheid toe zen„ den maar heljxt mij in eene zaaken maakt dat Francois die hier in de barcq is en waar van ook kennis van de heer Palm heb gegeven niet door sarieph vermoord word ik beloofde hem hier voor te zullen zorg draagen onder verzeekering dien man niets quaats te vreesen had en dat ik voor hem instont kloeck zeiden hier op kom aan maat laat Francois hier en zegd dat uwe hem niet gevon„ den heeft ik sal uw 't goud orlog ie waar voor uwe een honderd spaense realen gebooden heeft Present doen ik wierd hier op een wynig driftig en voerde Dh=r Kloeck te gemoed of hy zo lang van my dagt dat 121. dat ik s Comp: belangens en Ruimsestig zeilen die aan de val bescheide waaren voor een goed orlogie inde weeg schaal zoude stellen en of ik als dan geen oorsaak aan den vorst zouden geeven om te denken dat 's Comp=s dienaaren 't eerste togten om de tusschen de maatschappyj en zyn zyn hoogheid nu Jongst geslootene Contracten te breeken bij antwoord hier op Niet anders dan dat 't hem leed deede my die Propositie te hebben gedaan, en wenste my vervolgens goe„ „de reis Niets beeter weetende of Francois was reeds in de schut, stapte ik nevens den gezaghebber Levien meede in dezelve dog vond hem daar niet ik vroeg her op waar hij was ende Gezaghebber zeide teegen 't volk dat aan de wal reep stont zy lieden francois inde schuid zoud laaten gaan dog hier op wierd niets geant„ woord t geen de heer Levien en my weeder na boven deed gaen vraagende ik teffens aan 't volk na de reeden waarom men francois met het volgen den Sergeant Johan martyn korngebel die voor op de bak stond vraagde my hier op waarom ik hem zoo aansag en of ik hem als de oorsaak van dit ge„ val Considereerde ik zeide hier op 't my even veel was wat 1

NL-HaNA_1.04.02_3553_0146 view scan ↗

English

what he thought, but that I, in the name of the Company and the monarch, was demanding Francois, and that if anyone had objections to this, they could then submit their interests in writing. The quartermaster Daniel Voorman of Duinkerken, a deserter from Radja Alie, who was sitting on the capstan, began to weep at this and said to the crew, "What do you have to say now? Stand not as if your mouth were full of teeth, and show that you are not cowardly lads, for it is not permitted that a Christian be handed over to the Mohammedans as a slave," and more such terms. The crew upon this all came before the quarterdeck and wished to be heard one by one, having the sergeant Korngebel at their head. I then reached out paper, pen, and ink to them, requesting that they submit their interests in writing, giving them all, however, the consideration that if they knew of nothing substantive to put forward, how such conduct of theirs would be taken by Their High Excellencies. They all went under the quarterdeck upon this; shortly thereafter the writing instruments were brought back again, and no one had muttered anything else other than that it was impermissible that this man was handed over. I ordered him hereupon to keep quiet, since otherwise I would be necessitated to use harsher means, but one from the ship's crew nevertheless had the address to say that Francois was being handed over to be murdered; yet I promised them to take care for this as much as my ability allowed, and if it should please Their High Excellencies to summon him, that I would then try to persuade the monarch to surrender him, subsequently letting him step into the boat. While I was busy with the crew, the young sailor Pieter Brinkman of Amsterdam brought a letter or paper from the waist to the Lord Kloeck, and from His Honour in turn delivered one from the sergeant, but this young lad declared he did not know what its contents contained. The Lord Kloeck also having communicated to the Lord Palm that the crew of the Arend intended to lodge a complaint at Batavia regarding the treatment by their commanding officer, I had them all come before the bow and asked them whether, since I have special orders thereto from the Lord Palm, they had anything to say regarding the conduct of the Lord Leveen, but they all declared having no complaint against him; on the contrary, they said that he provided more rations than were due to them, and that they would consider anyone a scoundrel today who could say that they had intended to complain about him. Subsequently I went into the boat, the crew having already been brought to calmness, and brought Francois this evening to the Sultan, who treated him in the most friendly manner, His Highness requesting me at the same time to take him into my house, in which service I agreed, Francois having told me on the way that he had been seduced by a European soldier to run away, and had been kept concealed on Batoelaijang by the Lord Kloeck, and also that he was not forced to have himself circumcised, but that such had been his own wish. Being required thereto, I am prepared to confirm all the foregoing with a solemn oath. Done at Puntiana the 15th of September 1729. Was signed by W. M. Stuart. Account given by Francois de Lieve of Ponte Cheie, aged [illegible] years. Francois de Lieve of Ponte Cheie recounts that now about 12 years ago by Sultan Sarief (at that time known under the name of Pangeran), the French ship named Lepreuve, commanded by Captain Marcie, coming from Bengal and cruising around Borneo, was captured, whereby he, alongside 24 more of his comrades, came into the hands of the monarch under promise that when they had brought the ship to Banjer, he would then let them go; but this not having been done, they departed with Sarief to Mampouwa and subsequently settled down here, where the Sultan always left him his freedom of religion until now about 3 years ago, when, having engaged intimately with a female servant of Sultan Sarief and the monarch being angry about this, His Highness [said] that if he wanted to have a Mohammedan woman, he must be circumcised, which was accepted by him, the relator, whereupon he was circumcised ten days after this proposal was made to him and married the abovementioned female person; that then nothing occurred until the time and moment the Europeans broke up their garrison from the Dalam; when he, alongside more others of the Sultan's people, was ordered to make a palisade around the houses of the Company's servants in the Chinese Campong, the soldier Ryke came to him, asking whether he wanted to go along with them, which at first was refused by him for the reason that he thought the resident was unaware of it, but being assured by Ryke that it happened with the prior knowledge of the Lord Kloeck, he resolved to abandon Sarief and went that same night with all the Europeans to Batoelayang, where he was kept concealed by Kloeck until the arrival of the Company's bark, whereto he was brought by Kloeck's crew and hidden in the cable-tier; but it being said that the bark would be inspected, he had gone into the woods with a small prahu, keeping himself hidden there until the bark departed, when he went outside with his vessel and lay by night in a boat, where the ship's crew found him the following day and took him on board; that, when they were unable to make the voyage, having returned to this roadstead, from where he was taken from on board by the resident Stuart and brought to the Sultan, who not only treated him friendly, but also permitted him to live at the house of the mentioned resident without anyone doing him harm. Agrees, S. a Etwijk Register of Puntiana. 6 October to [illegible] December 1730.

Dutch transcription

wat hy dagt maar dat ik francois uit naam vande Comp en de vorst afvorderd en Jndien Jmander iets teegen had zy als dan hunne belangens schrif telyk konde overgeeven den quart=r m=r Daniel voorman van duinkerken, overloper van radja Alie die op 't spil zat begon hier op te weenen en zeide teegens 't volk wat hebben je nu te zeggen staat nu met ofje de bek vol landen hebt, en toond dat Je geen laffe Iongens bent, want het is niet ge„ permitteerd dat een Christen aande mahomet„ raenen als slaaf werd overgegeven en meer dierge„ lyke termen t volk quam hier op alle voor 't half dek en wilde een voor een gehoord worden hebbende den sergeant korngebel aan hun hooft ik Reikte hun vervolgens Papier, pen en inkt over een versogt dat zy haar belangens schriftelyk wilde overgeeven hun egter alle en bedenking geevende dat zoo zy niets zaakelyks weste in te brengen hoe„ danig hune handelwyse door haar hoog Edel„ heedens zoude werden opgenoemen zij gingen hier op alle onder 't half Dek, kort hier na wierden de schijfgereedschappen weeder„ om gebragt en Niemand had iets anders mom„ pelde als 't ongepermitteerd was dien man wierd over„ 123. overgegeeven ik ordonneerde hem hier op zig stil te hou„ den dvant dat anders genoodsaakt zoude weesen harder middelen te gebruyken dog een uit scheeprolk hadeg„ ter de adresse van te zeggen; dat Francois wierd overgeleverd om vermoord te werden dog ik beloofde hun hier voor zo veel myn vermogen toe liet te zullen zorg draagen en indien 't hunne Hoog Edelheedens mogte behaagen hem op te ontbieden dat ik als dan den vorst zoude tragten te persua„ deeren hem over te leveren laatende hem ver„ volgens inde schuit stappen. Cd. Geduurende ik met 's volk beesig was heeft den Jong„ matroos. Pieter Brinkman van amst=m een Briev of Papier uit de kuyl na de heer Heer Kloeck gebragt in van Ed: weederom eenvanden sergeant besteld dog betuygd deeze Jongeling niet te weeten wet dies jnhoud be helste De heer Kloeck ook aan de heer Palm gecommuni„ seerd hebbende dat de Equipagie van den Arend voornee„ „mens was over de behandeling van hunne gezaghebber op Batavia klagtig te vallen liet ik haar alle voor de boog koomen en vraagde hun of als daar toe spe„ Ciale ordre van de heer Palm heb, of zy iets omtrent de heer Leveen zyn Condute hadden te zeggen dog zy betuigden alle niets over hem klaagen 4 te hebben inteegendeel zeiden zy dat hy meer vand„ soen als hun toekwam verstrekte en dat zy voor een Canaille heeden die zeggen kon, zy voornemends waaren geweest over hem te klagen Vervolgens ging ik en de schuit, als zynde 't volk reeds tot bedaaren gebragt en bragt Francois hede avond nog by den sulthan, die hem op 't aller vriendelykste behandelde verzoekende zyn hoog„ heid my teffens hem by my in 't huis te neemen waar in dienst bewilligde hebbende Francois my onderwegen gezegd hy door een Europees soldaat was verlied geworden om weg te loopen en door de heer kloeck op batoelaijang was van verbor„ „gen gehouden ook dat hy niet gedwongen was om zig te laten besnyden, maar zulx zyn eigen be„ lieven is geweest Des gerequireerd werden de ben ik beried al 't voorstaande met solemneele Eede gestand te doen /:onders=o / gegeven te Puntiana den 15 september 1729 /:was getekend:/ door W=r M. Stuart Francois de Lieve van Punte Chirie oud et Jaa„ Belaes gegeven door Francois de Lieve van Ponte Cheie ren 125 ren retaleerd dat nu omtrent 12 Jaaren geleeden door sulthan saries /: toen ter tyd bekend onder de naam van Pangerang /: L: France schiep gen=t Lepreuve gevoerd door Capitien Marcie, komende van benga„ „le en kruisende Rond borneo is verwerd, waar door hy neevens nog 24 zyner makkers in hande van den vorst is geraakt onder belofte wanneer zy 't schip op Banjer hadden gebragt hun als dan te zullen laten gaan; dog dit niet gedaan hebben„ de zyn zy met Sarief na mampouwa ver„ trkken en vervolgens herw=s zig ter needer gezet alwaar den sulthan hem altoos zyn vryheid van god dienst heeft gelaten tot nu omtrent 3 Jaaren geleeden wanneer hy met een meid van sulthan sarief zig gemeen hebbende gemaakt en den vorst hier overquad zynde zyn hoogheid dat als hy een mahomettaanse vrouw wilde hebben hy besneeden moest werden 't geen door hem relatant werd aange„ noomen werdens hy vervolgens thien daagen na hem deese Propositie was gedaan besneeden en trouwde met boven gem: vrouw perzoon dat en toen niets in voorgevallen tot tyd en wyl de Europeeze hun„ „ne besetting uit de dalm op braaken; wanneer hy neevens G neevens meer andere van sulthan volk werd geordon„ „neerd, een Pagger om de huizingen van s'Comp: Dienaaren in de Chineese Campong te maaken als toe quam den soldaat Ryke by hem vraagende of hij met hun meede wilde gaan 't geen door hem eerst wierd gewygert om reede dat hy dagt den resident zulx onbewust was, dog door ryke geregte zynde 't met voorkennis van de Heer Kloeck geschiede resolveerde hy om sarief hy om sarief te verlaaten en ging dien nagt nog met alle de Europeezen na Batoelayang daar hy daar kloeck is verborgen gehouden tot de aankomst van s Comp Barcq alwaar hy door 't welk van kloeck na toe is gebragt en in 't Cabel gat verstooken geworden dog gezeg werdende dat d' barcq zoude werden gevisiteerd was hy met een kleine Praauw Ge na well in't bosch gegaan houdende zig daar schul tot de barcq vertrok, wanneer hy met zyn vaartuigge naar buyten „ging zig snagts in schuit lieden alwaar 't scheeps volk hem 's'anderendags vond en binnen boord namen Dat toen zy de reis niet hebbende kunnen krygen weederom deeze rheede hebbende verzeld van waar hy door den resident Stuart van boord is gehaald by de sulthan gebragt sie hen Niet alleen vrindelyk heeft bejeegent maar ook gepermitteerd ten hunde van gem: resident te wonnen zonder men Accordeert S: a Etwijk arjlyk. 127. Nagugister van Puintiana. raats den 6e: Octebe ten te. cmbr . 1730

NL-HaNA_1.04.02_3553_0153 view scan ↗

English

1779 129 Daily Register kept by the Bookkeeper and Commissioner of the Landak mission Nicolaas Kloeck, who presently at Pontianak in the Landak River exercises authority until further orders from Their High Nobles, beginning with Tuesday, 6 October: After I had returned from the bark Den Arend and had accompanied Sarieph and his son thither, I gave the men remaining here half a month of rations and board money, calculated from today until the 20th of this month. For the rest, nothing remarkable occurred. The password was: To Batavia. Wednesday, 7 ditto: Nothing notable occurred. Our password was: Departed. Thursday, 8 ditto: The penjajap arrived in the river, which the undersigned immediately ordered to go and lie in the mouth of the Landak River, and not to let any vessels of whatever kind pass or repass unless they first showed a pass, and if they did not have one, to bring the juragan of that vessel to the undersigned, yet all in an amicable manner, since by gentle means I wished to bring it into custom to sail with passes. Today there also came 3 Landakers who 1779 wished to depart for Landak. I also wrote to Saaidja Natta to provide the descending vessels with a letter of passage, so that one might know from this whether the vessels departed with or without his consent, and that we also wished by this means to prevent the river from being navigated by pirates. I granted the passes provisionally for free, as I shall continue to do until seals are received from Batavia. Sarieph also had everyone warned today to beware of harm when going up the Landak River. Nothing else occurred today that merits attention. Our password was: Meddlesome. Friday, 9 September: Sarieph went to the temple at 11 o'clock and received proper honors. As he returned from there, I received him and accompanied him into his dalem, where he reported to me that he had commanded in the temple that no one should venture to navigate up the Landak River without a pass, and that otherwise they must expect to be detained by the penjajap. Today I granted 12 passes to sail to Landak, being mostly laden with rice, salt, and tobacco. Further, nothing remarkable occurred. Our password was: Trap. Saturday, 10 October: Today 4 passes were granted to Landak and 3 vessels were detained which had no passes, but these were released because they were Landakers and had not known that they were not allowed to sail without passes. 1779 131 Yesterday and today I received news that Gusti Oessing refused to leave Trap and Tambangan and also would not return the 2 cannons; wherefore I also sent word by a native to Saaydja Natta in Landak to have the cannons and the Landakers fetched from Trap and Tambangan as soon as possible. Furthermore, let no rice or salt pass to Trap and Tambangan, in order to compel Saaydja Wangsa or Gusty Oessim by this means. Our password was: Tambangan. Sunday, 11 October: Nothing remarkable occurred. The password was: Hoort de Compagnie. Monday, 12 ditto: I let Sarieph know that I wished to sail a little way up the Sanggau River to see whether I could dispose of some merchandise there, either for cash [illegible] knowing that I should not undertake such a thing without his consent and that he would not give his consent to it, but that I was at liberty to trade here as much as I wished. I had to bear this with patience, well knowing that it was not advisable to contradict him. Meanwhile, the Javanese and Chinese are constantly running to my house to help them get the money that Sarieph owes them, but I find myself compelled to say nothing of this to Sarieph, because I fear that he will make the complainants feel his displeasure over this; yet these poor people 1779 appeal to the right that they have as subjects of the Company, since they claim to have no help to expect from anyone except the Company. I asked them repeatedly what then moved them to travel hither, since they were assured beforehand that Sarieph is unable to pay; they replied that this was indeed true, yet the hope of a good profit alone forces them to come hither, and that although they dispose of their merchandise with a good advance, the long absence from home, which is sometimes calculated at 2 to 3 years, greatly diminishes their profit, and that staying away from home so long causes their wives to divorce them, whereby they also suffer sufficient damage. Meanwhile, the only comfort I could give these people was to excuse myself as having no power to do anything in this matter, but that I will not fail to help them as soon as I receive news from the main settlement, and with this the good people were content. Our password was: Novelty. Tuesday, 13 October: Saaydja Natta sent a friendly request to me for 5 koyans of rice and another 5 koyans of salt. We were embarrassed by this request, as we were not provided with those provisions, and we judged it not advisable to refuse it, because

Dutch transcription

1779 129 Dag Register gehouden door den Boek„ houder en Commissiant der Landaksche besending Nicolaas Kloeck wel„ „ke thans te Puntiana in de Landaksche Re„ vier het gesag tot na„ „der ordre van Junne Hoog Edelheedens waarneemt be„ ginnende met Na dat ik weder geretourneerd was, van de Bark den Arend Dingsdagden bosctob: en Sarieph zyn soon:t na derw=s geleijd had; gaf ik aan de alhier verbleevene manschappen Randsoen en kostgeld voor ½ maand zynde gereekent van heeden tot den 20: dezer maand, voor 't overige viel 'er niets aanmerkens waardig voor de Parool was na Batavia Niets dat annroseerens ovaardig was voorgevallen, onse Woensdag,„ 7 d=o parool luyden, vertrokken Arriveerden de Pantjallang in de Reveeren welken den Donderdag „ 8 d=o teekenaer ter stond ordre gaf om in de Mond van de Lan„ daksche Revier te gaan leggen; en geene vaartuigens hoe ge„ naamt laaten passeeren of repasseeren ben zy deselve eerst een pas vertoont hadden en deselve niet hebbende, bij den teekenaer den Juragan van dat vaartuijg te brengen, dog alles minelyke, dewyl ik met sagte middelen hier door wilde bewerken dat het in 't gebruyk rakte om met passen, te vaaren heeden kwaam en er ook 3 Landatkers welke om 1779 om na Landak te vertrekken, Ik schreef ook aan saaijdja Natta om aan de afkoomende vaartuigen 1 een geleyde brieff meede te geven, op dat men hier door konde weten, of de vaartuygen met of sonder zyn Consent vertrokken, en dat wy hier door ook wilden voor„ koomen dat de Revier door geene Roovers bevaaren wierden, ik verleende de passen by provisie voor niet dewyl ik daar by zal blyven Continueeren tot dat 'er zeguls van Batavia ont„ fangen werden, sarieph liet heeden ook een ieder waar„ schouwen om zig voor schade te hoeden in het na booven gaan van de Landaksche revier; mits ander is heeden voor„ gevallen dat attentie meriteit onse Parool was bemoey ziek Vryjdag den 9 7ber: Sarieph ging om 11 uur na den Tempel en ontrng behoolyk honeur uit denselven wederom retourneeren de ontving ik hem en geleyde hem tot in zyn Dalm, alwaar hy myn Exaporteerden dat hy in den Tempel belast had, dat niemand zig onderstaan zoude om sonder pas de landaksche revier booven te scheppen dat zy anders verwagten moesten dat zy door de Pant„ „jallang aangehouden werden; heeden verleenden ik 12 passen om na Landak te vaaren, zynde meest met ryst, zout, en Tobak geladen voorts viel er niet aanmerkelyks voor„ onse Carool was, Trap Zatudag en odoten Reeden merden er 4: passen verleend na Landak en 3 vaartuygen aangehouden dewelke geene passen hadden, dog deeze wierden las gelaten dewyl t' Landatkers waaren en niet geweten hadden dat sy sonder passen niet mogten vaaren; 979 131. Waaren, ik otving gisteren en heeden tyding, dat gusti oessing van Trap en Tambangen niet wilde vertrekken ook de 2: Canons niet te rug geven; weshalven ik ook met een Jnlander na Landak aan SaayjdJa Natta heb laaten weten, om de Canons en de Landakkers, op Trapen Tambang en te laaten haalen hoe eer hoe liever voorts laat sn geen Rijst of zout na Trapen Tambangan passeeren, om saaydja wangsa of gusty oessim door dit middel te dwin„ gen - onse Parrool was Pambangan Niets merkwaardigs voorgevallen de Parool was Hoord de Sondag den 11 8ber: Comp:e Liet ik aan sarephe weten dat ik de Sanganosche Revier en Maandag „ 12 d=o wijnig welde op scheppen om te sien of ik aldaar met eenige koopmansz: van de hand konde setten het zij voor Contant we„ ten dat ik zulx niet zoude onderneemen buyten zyn Condent en dat hy dit daar niet toe zoude geven, dog dat 't my vry zoude staan om hier te Negotieeren zoo veel als ik wilde - ik heb dit met geduld moeten verdragen wel weetende dat het niet raadsaam was, om hem teegen te spreeken, Jn„ tusschen loopen de Javaanen en Chineesen my het Huis af om haar dog aan haar geld te helpen het geene sarieph aan haar schuldig is, dog ik vinde mij genoodzaakt om niets hier van te spreeken tegen Sarieph dewyl ik vreese dat hy synen gevoeligheyd hier over aan de klaagers zal laaten ondervinden dog deeze arme lieden 1779 lieden beroepen zig op 't regt dat zy als onderdaanen van de Comp hebben, dewyl zy voor geven von niemand geene hulp te wagten hebbende als van de Comp ik heb haarlieden een en andermaal ondervraagd wat hun dan bereegt om zig hier na toe te begeeven dewijl zy voor af versekert zyn dat Larieph ommagtig is om te betaalen, zy geven ten antwoord dat dit wel waar was, egter de Hoop van een goede winst dwingt se alleen om herw=s te koomen, dat zy haare koopmansz wel met een goede advands Verdebiteeren dog 't lange van Huys blyven dat somtyds tot 2 â 3 Jaer uitgerekent werd, doed haer de winst veel verminderen, en dat het lange van huys blyven veroorzaakt dat haare vrouwen zig als dan laaten schijden; waer door zy ook genoegsaame schaade lyden Intusschen is het de eenigste troost die ik deeze lieden kon geeven, van my te ontschuldigen geen magt te hebben om hier iets in te kunnen doen dog dat ik niet in ge„ „bruke zal blyven om zoo draa ik tyding ontvang von de Hoofdplaats haar te sullen helpen en hier zyn de goede menschen meede te vreeden - onse Parool was Nieuwigheyd Dingsdag den 3 8ber: Tet Saaydja Natta mij vriendelyk versoeken om 5 Coings 4 Ryst en nog 5 Coyangs zout, wy waaren, over dit versoek verleegen dewijl wij van die Provisie niet voorsien waere; en het te wygeren, oordeelden wy niet raadsaam dewyl

NL-HaNA_1.04.02_3553_0157 view scan ↗

English

1779 because by the latter the Landakkers would be displeased, because the famine was general. In the meantime, we requested Sarieph to lend the aforementioned rice and salt, which he did very willingly, because his warehouses are crammed with this sort of provision. However, Saaydja Natta promised to provide diamonds in return for this upon the return of the Company's vessels. Furthermore, I had myself informed by the Landakkers how matters stood with the diamond mines there and how the working of the same was carried out. I was informed regarding this that there were several pits in which there was 9 fathoms of water, and that they first had to scoop this empty to a depth of 3 to 4 feet, and then the earth was gathered up by them into baskets, among which diamonds were found; and furthermore, that everyone was free to dig, down to the lowest slave. However, I was assured that there was a certain cave, named Goudan or 't Pakhuijs; in this, a multitude of diamonds was found, but many perished by making defective scaffoldings, for which reason little was extracted from it. In my opinion, the aforementioned stones could be fetched from that cave much more easily, for if one had 40 slaves who were under an absolute command, I would undertake to extract a good quantity annually with certain machines made for that purpose, which would cost little in maintenance, indeed less than 400 reales a year. 133 1779 people appeal to the right that they have as subjects of the Company, because they profess to have no help to expect from anyone except from the Company. I have repeatedly questioned them as to what then moves them to come here, since they are assured beforehand that Sarieph is unable to pay. They reply that this was indeed true, yet the hope of a good profit alone compels them to come hither; that they indeed sell their merchandise with a good advance, but the long absence from home, which is sometimes calculated at up to 2 to 3 years, greatly reduces their profit, and that the long absence from home causes their wives then to divorce them, whereby they also suffer considerable damage. In the meantime, it is the only comfort that I could give these people, to excuse myself for having no power to do anything in this matter, but that I shall not fail to help them as soon as I receive word from the headquarters, and with this the good people were content. Our watchword was Nieuwigheyd. Tuesday the 3rd of 8ber. Saaydja Natta made a friendly request to me for 5 koyang of rice and another 5 koyang of salt. We were embarrassed by this request, as we were not provided with those provisions, and to refuse it we judged not advisable, because 1779 because by the latter the Landakkers would be displeased, because the famine was general. In the meantime, we requested Sarieph to lend the aforementioned rice and salt, which he did very willingly, because his warehouses are crammed with this sort of provision. However, Saaydja Natta promised to provide diamonds in return for this upon the return of the Company's vessels. Furthermore, I had myself informed by the Landakkers how matters stood with the diamond mines there and how the working of the same was carried out. I was informed regarding this that there were several pits in which there was 9 fathoms of water, and that they first had to scoop this empty to a depth of 3 to 4 feet, and then the earth was gathered up by them into baskets, among which diamonds were found; and furthermore, that everyone was free to dig, down to the lowest slave. However, I was assured that there was a certain cave, named Goudan or 't Pakhuijs; in this, a multitude of diamonds was found, but many perished by making defective scaffoldings, for which reason little was extracted from it. In my opinion, the aforementioned stones could be fetched from that cave much more easily, for if one had 40 slaves who were under an absolute command, I would undertake to extract a good quantity annually with certain machines made for that purpose, which would cost little in maintenance, indeed less than 400 reales a year. 133 1779 Wednesday the 1st of 8ber. Early in the morning came the Captain with another two Chinese with him, who earnestly requested me to arrange with Sarieph today that he return the bar gold, consisting of 12 reales in weight, which he had taken from them with force, or else the value thereof; whereby they declared that they all wished to place themselves under the protection of the Company, which they came to offer not merely in name, but for the entire nation. Upon this, I sent an envoy to Sarieph, with a friendly request to hand the aforementioned bar gold back to the Chinese this day. He promised me that he would comply if only the Chinese would come to him. Upon this report, I sent the same with the envoy to Sarieph, but as soon as they had left my house, Sarieph's slaves were already waiting, seized the two Chinese, and dragged them in a tyrannical manner outside the gate of the benteng, where a cage of heavy teak planks of about 4 feet square stands. Under this, those two Chinese were placed, during which the foot of one was also crushed in a pitiable manner. Furthermore, the Chinese Captain was fined 25 lb of wax candles and forbidden to present himself. a year, but a smith and a carpenter are necessary for this. Our watchword was Baard ongenoegen. in

Dutch transcription

1779 dewyl door laatste der Landatkers misnoegd zouden zyn de„ wyl den Hangesnood algeem was, Jntusschen hebben wy Sarieph versogt om gem: ryst en zout te leenen dewelke dit zeer gewillig gedaan heeft dewyl zyne pakhuysen op gepropt zyn van dese zoort provisie, egter heeft saaydja Natta beloofd om by retour van 's Comp vaartuygen Diamanten daar voor te besorgen - Voorts hebbe ik my van de Landakkers laaten onder regten hoedanig 't met de Diamanten mynen aldaar gesteld was en hoe bewer„ „ken van deselve in't werk ging, my werd hier op onderrigt dat er verschyde groeven waaren waar in 9 vadems waater was en dat zy deeze eerst ledig moesten scheppen ter diepte van 3 â 4 voet en dan weerd door haarleden de Aarde opgeneept in maanden waar onder diamanten gevonden wierden, en voorts dat het een Jder vry stond om te graven tot de minste slaaf toe, egter wierd my versekert dat 'er een seker Hal was, goud an of 't Pakhuijs genaamt hier in wierden een menigte diaman„ „ten gevonden dog veele verongelukten met de gebreklyke stellagies te maaken weshalven 'er wynig uitgehaald wierd, myns beduckens zouden gem:e steenen uit dat Hol vrij gemaklyker te haalen zyn, want zoo men 40 slaaven had, die onder een volstrekte Comando waaren zoude ik pans sien om s jaars een goede quantiteit op t haalen met sekere daar toe gemaakte machiemen dewelke wynig van onderhoud kosten zouden ja minder als 400 reaalen sjaars 133 p 1779 lieden beroepen zig op 't regt dat zy als onderdaanen van de Comp hebben, dewyl zy voor geven von niemand geene sulp te wagten hebbende als van de Comp ik heb haarlieden een en andermaal ondervraagd wat hun dan beweegt om zig hier na toe te begeeven dewijl zy voor af versekert zyn dat Larieph ommagtig is om te betaalen, zy geven ten antwoord dat dit wel waar was, egter de Hoop van een goede winst dwingt se alleen om herw=s te koomen, dat zy haare koopmansz wel met een goede advands Verdebiteeren dog 't lange van Huys blyven dat somtyds tot 2 â 3 Jaer uit gerekent werd, doed haer de winst veel verminderen, en dat het lange van huys blyven veroorzaakt dat haare vrouwen zig als dan laaten schijden; waer door zy ook genoegsaame schaade lyden Intusschen is het de eenigste troost die ik deeze lieden kon geeven, van my te ontschuldigen geen magt te hebben om hier iets in te kunnen doen dog dat ik niet in ge„ „bruke zal blyven om zoo draa ik tyding ontvang von de Hoofdplaats haar te sullen helpen en hier zyn de goede menschen meede te vreeden - onse Parool was Nieuwigheyd Dingsdag de 3 ber: Dit Saaydja Natta mij vrendelijk versoeken om 5 Cojing 8 Ryst en nog 5 Coyangs zout, wy waaren, Over dit versoek verleegen dewijl wij van die Provisie niet voorsien waeren en het te wygeren, oordeelden wy met raadsaam dewyl 1779„ dewyl door laatste der Landakkers misnoegd zouden zyn de„ „wyl den Hanges rood algeen was, Jntusschen hebben wy Sariep h versogt om gem: ryst en zout te leenen dewelke dit zeer gewillig gedaan heeft dewyl zyne pakhuysen op gepropt zyn van dese zoort provisie, egter heeft saaydja Natta beloofd om by retour van 's Comp vaartuygen Diamanten daar voor te besorgen - Voorts hebbe ik my van de Landakkers laaten onder regten hoedanig't met de Diamanten mynen aldaar gesteld was en hoe bewer„ „ken van deselve in't werk ging, my werd hier op onderrigt dat er verschyde groeven waaren naar in 9 vadems waater was en dat zy deeze eerst ledig moesten scheppen ter diepte van 3 â 4 voet en dan wierd door haarleeden de Aarde opgeneept in maanden waar onder diamanten gevonden wierden, en voorts dat het een Jder vry stond om te graven tot de minste slaaf toe, egter wierd my versekert dat 'er een seker Hal was, goud an of 't Pakhuijs genaamt hier in wierden een menigte diaman„ „ten gevonden dog veele verongelukten met de gebreklyke stellagies te maaken weshalven er wynig uitgehaald wierd, myns beduckens zouden gem:e steenen uit dat Hol vrij gemaklyker te haalen zyn, want zoo men 40 slaaven had, die onder een volstrekte Comando waaren zoude ik hans sien om s jaars een goede quantiteit op t haalen met sekere daar toe gemaakte machiemen dewelke wynig van onderhoud kosten zouden ja minder als 400 reaalen sjaars 133 1779 Woensdagen lber: Kwraamen 'S morgens vroeg den Capitain met nog twee Chi„ neesen by hem; dewelke my instandig versogten van dag by sarieph te willen bewerken dat hij het staf goud /:bestaande in 12 realen swaarte :/ het welke hij haar met gemeld af„ genomen had wederom te geven dan wel de waarde van dien waarby zy zig verklaarden al temaal onder de bescher„ ming van de Comp te willen begeven dat zy dik niet niet naam den Gansch Natie kwaamen aanbieden; jk heb hier op een sendeling aan Sarieph gesonden, met vriendelik versoekt om de Chineesen het staff goud voorm: dag wederom ter hand te stellen; Hy liet my belooven van te voldaen dat de Chineesen maar by hem zouden koomden ik sond deselve op dit rapport met den sende„ „ling by Sarieph dog zoo draa deselve uit myn huys gegaan waaren stonden sareph zyn slaaven reeds JV gereed, pakten de twee Chineesen aan een sleepten dezelve op een Tiranische wyse tot buyten de poort vande Bending alwaar een kast van swaake Jatty Planken omtrent 4: voet in't vierkant staat onder deeze wierden die twee Chineesen geset waar by den eenen de voet nog op een deerlyke wyse gekreust wierd, voorts wierd den Capitain Chinees in de boete geslagen voor 25 lb: waxkaarsen en verbodenden zig 's Jaars, dog Een smid en een Timmerman is daar toe nodig onse Parool was, Baard ongenoegen. in

NL-HaNA_1.04.02_3553_0161 view scan ↗

English

1779 135 in the future not a single Chinese was to be found with me on forfeit of 4 reals of staff gold. I had to let this pass unnoticed and feign my displeasure about it; however, I made the same known to him in the following case. At 2 o'clock in the afternoon 12 to 13 Landakkers arrived at my dwelling to make their recent arrival known to me as obedient Company subjects and also to bring the greetings of Saaydja Natta with some refreshments, requesting rice and wood; and after they were kindly entertained, they departed at around 4 o'clock. This annoyed Sarieph, because those people did not come to pay their respects to him as well, wherefore he immediately went outside onto the parade ground where he has a guard, and he had the one who stood guard thrown into the water, and further ordered the rest in future not to allow more than 2 to 3 at a time to come to me in the benteng, so that I should not stretch myself too far. And upon this he immediately sent orders to the vessels arriving from Java that in the future not one should dare to come to me, nor surrender any passes to me; that I had nothing to say here, and that I was merely a single hostage for his son. These various things his own subordinates made known to me. 1779 Whereupon I immediately summoned several anaknodas from Java to investigate the truth of this, but they all refused to come. Wherefore I myself went to Sarieph and addressed him in all friendliness regarding the disobedience of the Javanese Company subjects, but he objected to me that he could do nothing in this matter. Thereupon I warned him that I would have a dwelling built for myself outside the Benteng, where I would keep my stay during the day in order to receive the Landakkers there, the more so because I saw that he took displeasure in letting them inside the Benteng. But he flatly refused me the dwelling outside the Benteng, as well as the Landakkers coming into the benteng. Upon this I showed as if I took displeasure at this answer, and objected to him with a kind of contempt whether he imagined that we would tolerate such treatment from him, rather wishing to lose our lives than do anything that was too base for the Company; and I added to this that we wished to go immediately with our men onto the pantjallang, and upon this saying I left without taking my leave, to load our guns with whole and chopped bullets. Immediately he sent two messengers after me with the request not to be angry, that he did this for my best, that he was afraid if I were outside the Benteng I might be murdered, and if many Landakkers came into the benteng they might put me and him to death and overrun the benteng; a poor excuse, because not a single Landakker dares to come to me with a kris or any weapon. However, I pretended to accept this and let myself be satisfied with it. He also let me know that he would allow everything if I would not report this incident to Their Excellencies. I made him promise it, but nevertheless we remained on our guard and the guns loaded. Further, I do not go out unless I am armed with a good kris and 1 pistol. The parole was: But Cunning. Thursday, the 15th of October. Towards noon some Bugis came to bring me 4 sailors whom they had rescued, and who had been on the verge of drowning, but that they had not been able to prevent 3 from drowning, of which report was also immediately made to me by the commander of the pantjallang, this disaster having occurred with the capsizing of the vessel. Our parole was: Will it improve. Friday, the 16th ditto. Little occurred, but the Javanese still remained in default of showing their passes to us; indeed, they even refused to come to us. Our parole was: Embarrassed. Also the three drowned sailors were recovered and buried. Saturday, the 17th ditto. On Saturday the 17th I sent for the brother-in-law of Sarieph to come to me and urgently requested him to arrange with Sarieph that he allow me to erect a small shelter outside the Benteng to receive the Landakkers, since they were not permitted by Sarieph's guard to come to me in the benteng; and if such were no longer permitted, that I would then be compelled to write about this to Their High Excellencies, as well as that all arriving vessels must show their passes to me; and if such did not happen, that I would then enforce it by violence; that Sarieph should imagine he had to deal with Dutchmen and not with Frenchmen; that the former would fight like furious men, yea, so that we with our ten were not afraid against his 3000; that he should guard himself very carefully against insulting us. To this I added several more threats. The brother-in-law of Sarieph requested me to calm down and not become rash, and that he would do his best to obtain my request. Upon this he departed. We had for our parole: Is He. Sunday, the 18th ditto. In the morning Sarieph's brother-in-law came to my dwelling and reported to me that he had urged everything to Sarieph that could add weight to my request, but that he had made promises according to his usual manner, yet he did not believe they would be kept; to which he further added that all hin

Dutch transcription

1779 135 in 't vervolg geen een Chinees by my zoude laaten vinden op de verbeurte van 4 realen staff goud - Jk heb dit ongemerkt voor by moeten laaten gaan en vynsen myn ongenoegen hier over; egter heb hem het zelve te kennen gegeven in 't volgende geval - om 2 uuren in de namiddag arriveerden 'er 12 â 13 Lan„ „dakkers in myn wooning om my als gehoorsaame sComp onderhoorige haar omtrent arrivement bekend te maaken en tef„ fens de groetenis van Saaydja Natta te brengen met eenige verversing versoekende om ryst en hout, en na deselve min „nelyk onthaald waaren vertrokken deselve omtrent tee„ gens 4 uuren; dit ergenden Iarieph dat die menschen by hem haar Compliment ook niet kwaamen afleggen, wes„ halven Hy sig terstond na buyten begaf tot op de Passeer„ baan alwaar een wagt van hem is en liet dien welken de wagt had in 't waater smyten en belaste voorts de overige van in 't vervolg niet meer als 2 â 3 gelyk by my in de bending te laten dat ik myn maar niet te ver moeste uitstrekken - en hier op heeft bry terstond ordre na de vaartuygen die van Java koomen gesonden dat zig in 't vervolg geen een moeste onderstaan om by my te koomen ook geene passen aan my af te geven dat ik niets alhier te seggen had dat ik maar een enkeld Pand voor zyn zoon was = Dit een en ander hebben my zyn egen onderhoorige bekend gemaakt waar ƒ 1779 waar op ik terstond eenig annakkodas van Java liet roepen, om de waarheyd hier van te ondersoeken, dog alle hebben zy gewygerd om te koomen - weshalven ik zelfs by sareph den gegaan en hem in alle vriendelyk onderhouden over de ongehoorsaamheyd der Javaanen sComp onderhoorige dog hy voerde mij te gemoed van niets hier in te kunnen doen, daar op heb ik hem gewaarsshoud, dat ik my een wooning buyten de Bending zoude laaten maaken alwaar ik mijn verblyf over dag zoude houden om den Landatkers hier in te ontvangen, te meer dewijl ik sag, dat ongenoegen schepte in dezelve bin„ „nen de Behending te laaten — dog de wooning buyten de Bending sloeg hy mij ten eenenmaale af als ook 't in de bending koomen van de Landakkers- Hier op toonden ik my als of ik ongenoegen en dit antwoord nam en voerden hem met een zoort van veragting N te gemoed of hy zig dan verbeelde dat wy diergelyke be„ „haandeling van hem wilde verdragen ijlieves ons leven wilde verliesen, als iets doen dat te laag voor de Maatschappy was, en voegden hier by van terstond met onse manschap„ pen op de Pantjallang te willen gaan, en ging op dit zeggen sonder myn afscheyd te neemen van haar gewieren te laden, in 't heele en vgekapte koegel, terstond sond hy my twee sendelingen na met versoek dog met kwaad te zyn, dat hy dit tot F myn 1779 137 mijn best dede dat hy bevreest was indien ik buyten de Eending was, ik vermoord mogte en indien 'er veele landakkers inde ben „ding kuamen zij misschien my en hem om 't leeven brengen en loopen de bending af een blauw Excus want geen een Landakker durf met een krist of eenig geweer by my koomen, egter toon„ „den ik dit aan te neemen en liet my hier mede te vreeden stellen hy het my teffens weten van alles te zullen toestaan in dien ik van dit voorwaal aan Hunne Edel„ heedens niet wilde milde ik heb het hem laaten belooven eg„ ter blyven my op onse haedden en de geweeren geladen voorts gaan ik met uit of ben met een goede Crist en 1 pistool gewaapend, de Parool was /:Dog List waamen my tegens den middag eenige Boegneesen 4 Donderdagden 15 8ber: matt=s brengen dewelke zy goed hadden, en welke, op ' Eomet ge„ staan hadden van verdrinken dog dat zij niet hadden kunnen beletten dat er 3 verdonken waaren, van welks my ook terstond rappoort door den gesaghebber van de Pantjallang gedaan merd zynde deeze verongelutking bij 't onslaan van 't vaartuig geschied, onse Parool was, zal 't verbeteren did 'er wynig voor, dog de Javaanen bleeven als nogingebe, rydag „ 16 d=o ke om haare Passen aan ons te verthoonen Ja zelfs wy„ „geerden zy, om by ons te koomen onse Parool was verleegen ook wierden de drie verongelukte matroosen op gevischt en begraaven Saturdag L sondag, 18 d=o Saturdag den Wolem heb ik de Zwaager van Sariep h by myn versoeken en versogt hem instandig van by Sarieph te bewerken dat hy mij toestand om buyten de Bending een kleyne passelrbaan op te slaan om den Landakker te ontvangen dewyl haar niet gepermitteerd wrierd door sarieph zyn wagt om by my in de bending te koomen en zoo zulx meer toegestaan wierd dat ik dan genoodzaakt was om over dit aan hunne Hoog Edelheedens te schryven als meede dat alle aankoo„ „mende vaartuigen haare passen aan my mogten verthoonen en zo zulx niet geschieden dat ik 't dan met geweld zoude ten uitvoer brengen dat sarieph zig verbeelden moeste met Hollanders maar met geen Fransche te doen te hebben dat de Eerste als verbitteerde zouden regten Ja zoo dat wy met onsto tegens zyn 3000 met vervaert waaren dat hy sig moet Corgvuldig zoude wagten van ons te beledingen hier by voegden ik nog verschyde dry gemeenten, De swaager van Sarieph ver„ sogt my om te bedaaden en niet drieftig te werden dat hy zyn best zoude doen ons myn versoek te verkrygen hier op vertrokken hy wij hadden voor onse parool Is Hy S morgens kwam Sarieph zijn swaager in mijn wooning en berigten my, dat hy by Sarieph alles had by ge„ „vraagd 't geene myn versoek kragt had kunnen by setten, dog dat hy volgens zyne gewoone manier belofte gedaan had egter dat hy niet geloofde dat de zelve na gekomen wierd, waar by hy nog voegden dat alle hin

next →