Inventory 3568
Coromandel · 402 pages · 52 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
as well as take possession of that place, as of Chelembron and Boneiriepatnam. Because it is a custom on such occasions to have to present gifts to such a chief, in which we, for the interest of the Company, did not find it advisable to be the first. Thus there is currently nobody left at Portonovo except the flag watcher and two peons, to preserve the Company's right to the factory there. Since the plundering of Portonovo, our chiefs of Sadras and Palleacatta have also been in the utmost distress over a visit from Haider Alichan, especially when a part of his army had approached close to Madras; yet he has, so far as we know, left them unmolested until now. Checked J Luyken 137 After we, in accordance with the resolution of the 28th of July, had given them notice of the fall of Portonovo, with instructions to bring the Company's cash, spices, linens, and other important effects in good time or at the slightest appearance of danger into chelingas or other vessels, and to send them hither, in order to make the damage as small as possible in the event of an unexpected surrender, they also gave us communication thereof, namely those of Palleacatta by secret letter of the 24th of July, and those of Sadras by separate letters of the 25th and 31st of July. Whereupon we resolved on the 11th of August to take the two first-mentioned letters merely as communication. But because the Sadraspatnam servants in their last-mentioned letter not only further requested to be reinforced in their weak garrison with some soldiers and artillerists, together with the necessary ammunition, etc., but moreover emphatically implored to be provided from here with positive orders as to how they should behave if it should please the Nabob Haider Alichan to send a well-trained force thither to demand the fort, we resolved on the 11th of August, as our own weak condition did not allow us to offer them any assistance from here, to authorize the chiefs to enlist 25 sepoys and 50 coolies into service to reinforce their weak garrison, in order thereby to put them at least in a state to Checked J Luyken 138 ward off a hostile raiding party, which number we have since, or according to the resolution of the 26th of August, further increased from here with 1 sergeant, 1 corporal, and 10 private soldiers, with authorization to the chiefs to moreover augment their garrison with 25 sepoys, while we subsequently also assisted them, and the Palleacatta chiefs, with money, ammunition, and powder, as appears from our secret resolutions of the 11th of August and the 15th of September. And since both those factories have thereby been put somewhat into a state of defense, we trust that Your Right Excellencies will be pleased to approve the measures taken by us in this matter, as well as the means of defense that the Palleacatta chiefs have put into effect and which are described in our secret resolution of the 26th of August. But considering that the chiefs of Sadras, no less than those of Palleacatta, would not be able to withstand a formal siege, we have, in response to the second question of the Sadraspatnam chiefs described hereinbefore, instructed them that in that case we can give them no other orders than to take care in good time that first all the goods of the Company that are of any importance are secured in the vessels on hand there, and that they subsequently, if Haider Alichan should attack their fortress with such force that they must reasonably judge to have to yield to that power, to endeavor then to enter into an advantageous capitulation with that prince, Checked F Luyken 139 arranged so far as this can take place regarding Sadras after the example of the French at Pondicherry, or otherwise, if the said prince should not desire to conclude on such a footing, then to enter into as advantageous a treaty as possible. An order truly to which necessity has forced us. But which we since, or according to our resolution of the 19th of August, have also been obliged to dispatch to Palleacatta. May God only grant that it may not be necessary! Although we meanwhile, both by hiring private vessels and sending ours thither, have provided the chiefs of those two factories, who after all, if it comes down to it, will suffer the first blow, with the necessary means to take flight with the Company's effects if necessary, of which use has already been made by the Palleacatta chiefs to such an extent that they have sent hither with a private dhoni all the linens that were on hand there, along with the spices and the Japan bar copper. Thus much of Sadras and Palleacatta. Now as regards our northern factories: the same are likewise not out of danger, if the private reports that we have received from the Jagannathapuram Secunde De Ravallet and the Palicol chief Van Haeften are true; they mainly contain that according to rumor, a large body of Maratha horsemen had gathered at Cuttack and had the intention to march into the Vizianagaram lands, while another corps of 3000 horses belonging to the army of Haider Alichan was only three leagues or Checked F Luyken
Dutch transcription
zoo wel bezit van die plaats, als van Chelembron en Bonei„ riepatnam te neemen. trant het bij diergelijke geleegend„ „heeden een gebruijk is, zoo een Hoofd te moeten laaten beschen„ „ken, waar in wij, voor het be„ lang van de Compagnie, niet raadzaam vonden, de eerste te weesen. Dus er tans niemand meer op Portonovo legt als de vlagge¬ wagter en twee Pions, om Com„ pagnies regt op de Loge, aldaar te bewaaren. Seedert het plunderen van Portonovo, zijn onse opper„ „hoofden van Sadras en Pal„ leacatta ook in de uijterste weeze geweest voor een bezoek van Haider Alichan. voor„ al toen een gedeelte van zijn armé, tot kort bij Madras ge„ „naderd was, dog hij heeft hun egter voor zoo ver wij weeten„ ttot nog toe ongemoeijt gelaaten Na. Nagesien J Luyken 137 Na dat wij hun volgens be„ sluijt van den 28. Julij ken„ nis gegeven hadden van het ge„ „val van Portonovo, onder„ aanschrijving, om tog bij tijds of op den minsten schijn van ge„ vaan, Compagnies Contanten, specerijen, Lijwaaten, en verdere voorname effecten, in Chialen„ „gen of andere vaarthuijgen te ben„ „gen, en herwaarts te zenden, ten eijnde bij een onverhoopte over„ „gave, de schaade zoo gering te maaken als mogelijk was, ga„ ven zij ons daar van ook Com¬ „municatie, als die van Pallea„ catta bij Secreeten brief van den 24. Iulij en die van Sadras bij aparte brieven van den 25. en 31. Iuli. Waarop wij op den 11. augustus besloten de twee eerst gemelde brieven slegts voor Communi¬ „catie aanteneemen. Maar wijl de Sadraspat„ „namsche Bediendens bij hunne laast laast gemelden brief niet alleen nader verzogten om tot verster„ „king van hun zwak Guarnisoen„ met eenige Militairen en Antil„ „leristen, mitsgaders met de noo„ „dige ammunitie ensz: te mogen worden voorzien, maar daar en boven nog met nadruk im¬ ploreerden om van hier met positive ordres te mogen worden voorzien, hoedanig zij zig zou„ „den, hebben te gedraagen, zoo het den Nabarb Huider Ali„ „chan eens behaagen mogt een wel gedresseerde magt, derwaards te zenden om het fort op te Eijs„ „schen, beslooten wij op den 11:e augustus, uijt hoofde onzen eijgen zwakken toestant niet soeliet hun van hier eenige assistentie te bieden, de apper„ „hoofden te qualificeeren om tot versterking van hun Zwak guarnisoen 25. Sipaijs en 50. koelies in dienst te neemen, ten eijnde hun daar door voor„ het minste in staat te stellen tot Nagesien J Luyken 138 tot het afkeeren van een vijande„ lijke roofbende, welke getal wij Seedert of volgens besluijt van den 26. Augustus nog van hier ver„ „meerderd hebben met 1. Zergeant 1. Corporaal, en 10. gemeene, Militairen, met quali„ „ficatie aan de opperhoofden om daaren „boven haar Guarnisoen nog met 25. Sipaijs te augmenteeren, Terwijl wij hun, en de Palleacatse opperhoofden, vervolgens daar en boven ook met geld, ammu¬ „nitie en kruijt geassisteerd heb„ „ben; blijkens onse Secreete Re„ „solutien van den 11. augustus en 15. September. En dewijl die beijde factorijen daar door eenigsints in Staat van defensie gesteld zijn, vertrouwen wij dat uwe Hoog Edelheedens, onse genome maatregelen, in deesen zoo wel zullen gelieven te approbeeren, als de middelen van defensie die de Palleacatse opperhoofden in het werk gesteld heb 8 hebben, en beschreeven staan bij onze Secreete Resolutie van den 26. augustus. Dan gemerkt de opperhoof„ „den van Sadras zoo min als die van Palleacatta, in staat zouden weesen een formeele belee„ „gering uijttestaan; hebben wij op de tweede waag der Sadras„ patnamsche Opperhoofden, hier vooren beschreeven, hun aange¬ schreeven, dat wij haar in dat geval geen andere ordres kunnen geeven als om bij tijds zorg te dragen dat eerst al de goederen van de Comp:, die maar van eenig belang zijn, in de daar aan han„ „den zijnde vaartuijgen geborgen worden, en dat zij vervolgens zoo Haider Alichan hun for„ „tres met zoo veel gewelt mogt koomen te attacqueeren, dat zij met reeden moesten oordeelen voor die magt te moeten buk„ „ken, om als dan te tragten een voordeelige Capitulatie met dien Prins. Nagesien F Luyken 13 13 139 Prins aan te gaan, geschikt voor zoo ver, dit omtrent Sadras kan plaats hebben na het voor„ „beeld der Franschen op Son„ „dicherij, of anders, zoo gemelden Prins op zodanig een voet, niet zou begeeren te sluijten, dan maar zoo voordeelig een verdrag aan te gaan als mogelijk Een ordre waarlijk, waar toe ons de nood gedwongen heeft. Dog die wij seedert, of volgens ons besluijt van den 19. augustus ook verpligt geweest zijn na Palliakatta aftevaardigen, Godt geeve maar! dat ze niet mag noodig weesen, schoon wij ondertusschen zoo door het inhuuren van particu„ „liere vaartuijgen, als het derwaarts zenden van de onze, de opper„ „hoofden van die beijde factorijen, die tog, zoo het er op aankomt, den eersten aanstoot zullen leijden, de noodige middelen bezorgt hebben om des noods met Comp: effecten de vlugt te kunnen neemen, waar van door de is. Palliacatsche Palliacatsche Opperhoofden bereeds voor zoo ver gebruijk gemaakt is, dat zij al de daar aanhan¬ „den geweest zijnde Lijwaaten, neevens de specerijen en het Sa„ pans Staafkoper, met een par„ „ticuliere Thoni, na herwaarts ge„ zonden hebben. Dus veel van adra en Palleacatta. wat nu onse noordelijke factorijen betreft. De„ „zelve zijn almeede niet buijten gevaar, zoo de particuliere berig„ „ten die wij van den Paggen„ naijkpoerams Secunde De Ravallet, en het Palicols opperhoofd van Haeften, ontvangen hebben waar zijn; zij behelsen hoofdzaakelijk, dat volgens gerugt, er een groot lighaam Marrattijsche Ruijters te Katek bij een vergaderd waren, en het voor„ „neemen hadden om in de Visianaga„ „ramsche Landen te trekken, terwijl een ander Corps van 3000. paarden behoorende tot de Armé van Hai„ „der Alichan Slegts drie korgies of Nagesien F Luyken
English
or 1½ miles on this side of the River Kistna, intending to cross it, because through this all the land from Bimilipatnam down to Palicol and beyond would be exposed to general plundering. This having been deliberated by us and having simultaneously considered the weak condition in which Bimilipatnam and Iaggernaijkpoerai find themselves, being virtually without a garrison and artillerymen, while Palicol is entirely destitute thereof; we have thus judged it necessary not only to recommend prudence to the servants of the two first-mentioned factories, but also to order them, as was done by letter of 17 September, to secure immediately, at the slightest appearance of danger, all Company cash, spices, linens, merchandise, and further prominent assets directly into the vessels of the Company at hand there, or otherwise to hire private dhonies for that purpose. While we have ordered the Chiefs of Palicol, being a place that is entirely defenseless, that if the aforementioned rumors are further confirmed, they are immediately and without the least delay to send directly to Narsapoer, and from there in hired dhonies hither, all the cash, linens, and further prominent assets which they shall have at hand there, in order thereby to prevent as much as possible that the Company should suffer any, or at least any great, damage in an unexpected surprise attack. With which orders we hope that Your Right Noblenesses will be pleased to be satisfied, as well as with the arrangements provisionally made by us for the defense, as far as is possible, of Nagapatnam, Palleacatta, and Sadras. Examined J Luyken As far as the state of Haider Ali Khan and the English is concerned, the weak condition in which the latter still find themselves makes the circumstances on this coast even more dangerous. Especially now that Haider Ali Khan, on the 10th of September last, had the fortune to totally defeat Colonel Baillie, who was on the march from Mazulipatnam with a corps of troops of 6000 men, among whom were at least 600 Europeans, to join the grand army of General Munro, indeed in such a manner that this entire corps, which might rightly be called the elite of the English army, was either killed or taken prisoner; and among the latter is the brave Colonel Baillie, along with forty-six of his officers, all of whom, except one, are wounded along with him. A blow that has struck the English in such a manner that they immediately recalled their grand army, which is estimated at 16000 men, back to Madras. Near which place, or not far from there, it is currently encamped. Thus Haider Ali, who stands with his grand army before Arcot, is currently master of the field, and can thus plunder, raid, and burn undisturbed. The English war fleet, commanded by the Knight Edward Hughes, strong five ships of war and three frigates, was here in the month of August to take in some arrack, after which the same departed again for Madras in September after a stay of nineteen days. Of a French war fleet, of which there was much talk here some months ago, nothing has yet been heard, as far as we know, anywhere in the west of the Indies; as soon as we hear anything of it, we shall seek an opportunity to report it to Your Right Noblenesses immediately, because we then expect matters of weight. Wherewith, while praying for God's precious blessing upon Your Right Noblenesses' illustrious persons and weighty deliberations, we take the liberty to remain with the greatest respect and the highest esteem, High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lords, and Noble Lords, Your Right Noblenesses' very humble and obedient servants. Was signed: R: van Vlissingen, P: O: Dormieux, J: E: G: Haselman, S: Mossel, P: E: van Halm, I: D: Simons, M:s Stoffenberg, and F: W: Bloeme. In the margin: Nagapatnam in the Castle, the 15th of October 1780. Batavia. Examined F Luyken Copy. To His Right Nobleness, the High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Batavia, together with the Noble Lords, Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lords, and Noble Lords! Concerning the invasion of Haider Ali Khan into these Carnatic lowlands, and of his military operations up to the battle between a part of his army and a corps of English troops commanded by Colonel Baillie, which occurred on the 10th of September 1780, we have given communication to Your Right Noblenesses as detailed as was possible for us by secret missive of [illegible] October. Of which we respectfully offer the duplicate to the same by the private bark De Hoop. We have also on that occasion informed Your Right Noblenesses of the resolutions taken by us, both for the defense of this capital and of the offices Sadraspatnam and Palleacatta against an enemy attack, which we hope that both Examined Luyken
Dutch transcription
140 of 1½. mijlen aan deeze zijde van de Rivier de Kistna stondt, van mee„ ning zijnde om die over te trekken, want hier door al het Land van Bimilipatnam af tot Palicol toe en verder, voor een algemeene uijtplundering zou bloot leggen. Dit door ons overwoogen en teffens geconsidereerd zijnde, den zwak„ „ken toestand waar in zig Bimi„ „lipatnam en Iaggernaijkpoerai bevinden, als zijnde genoegzaam zon„ „der guarnisoen en Arthilleristen, ter„ „wijl 'er Lalicol ten eenemaal van ontbloot s. zoo hebben wij het noodsaake„ „lijk geoordeeld de Bediendens van de twee eerst gemelde Factorijen niet alleen de voorzigtigheijd te recom„ „mandeeren, maar ook te gelasten zoo als bij brief van den 17. Sep„ „tember geschied is, om op den min„ „sten, schijn van gevaan, alle Comp:s Contanten, specerijen, lijwaaten, koop„ „manschappen en verdere voorname effecten, direct in de daar aan han„ „den zijnde vaartuijgen van de Comp: - te te bergen of 'er anders particuliere To„ niet toe in te huuren. Terwijl Wij de Opperhoofden van Pa„ „licol, als een plaats zijnde die ten eenemaal weerloos is, gelast hebben, om zoo de opgemelde gerugten naden geconfirmeerd worden, ten eersten en zonder het minste Uijtstel direct na Narsapoer, en van daar in afgehuurde Thonies herwaarts te zenden alle de Contanten, Lijwaaten en verdere voorname effecten, die zij aldaar zullen aan handen hebben, ten eijnde daar door voor zoo veel zulks mogelijk is voor te koomen dat de Maatschappij bij een onverwagte overrompeling geen, of immers geen groote Schaa¬ „de worde toegebragt. Met welke Ordres wij hoo¬ „pen, dat uwe Hoog Edelheedens zoo wel genoegen zullen gelieven te nee„ „men, als met de Schikkingen door ons bij provisie gemaakt, tot verdee„ „diging voor zoo ver zulx moge„ „lijk is van Nagapatnam, Pallea„ „batta, en Sadras wat Nagesien J Luyken + 141 Wat nu den staat van Hai„ der, Alichan en de Engelsche betreft. Den zwakken toestand, waar in zig de laaste tot nog toe bevinden maaken de omstan„ „digheeden ter deeser kuste nog dangereuser Voor al nu Haider Ali„ chan, op den 10=e September Iongstleeden, het geluk gehadlt heeft, Collonel Bailli, die met een Corps troupes van 6000. man, waar oneer, ten minsten 600. Europeeschen wa„ ren, van Mazulipatnam in aanmarsch was, om zig bij de groote Arme van den Generaal Monro te voegen, totaliter Ia zodanig te slaan, dat dit gantsche Corps, het geen men wel met regt het puijk der der Engelschen Arme mogt noemen, of gesneuveld, of ge„ vangen genomen is; En onder de laaste bevind zig den Braa„ ven Collonel Baillie, nee„ vens Ses en veertig van zij„ ne Officieren, die alle, op een na, neevens hem gekwest zijn. Een slag die de En„ „gelschen zodanig getroffen heeft, dat zij direct hun groote Armé, die op 16000. man gesteld wordt, na Ma„ „dras te rug geroepen hebben. Bij welke plaats, of 'er niet ver van daan, zij tans ge„ Campeerd Staat. Dus Hai„ „der Ali, die met zijn groote Armé voor Arca¬ doe Nagesien J Luyken 142 doe, staat, tans meester van het veld, is en dus ongestoort plunderen, roren en branden kan. De Engelsche Oorlogs vloot; gecommandeerd door den Rid„ „der Edwart Hughes, Sterk vijf Oorlog scheepen en drie fregatten; is in de maand Au„ „gustus hier geweest, om wat ar„ rak in te neemen, waar na deselve in September na een verblijf van negenthien dagen weeder na Madras vertrokken is. Van een fransche Oorlogs vloot, waar van hier voor eenige maanden sterk gesproo„ „ken wierdt, word voor zoo verre wij weeten, nog nergens in de west van Indien iets vernomen, zoo dra wij er iets van verneemen, zullen wij occagie zoeken, om het uwe Hoog Hoog Edelheedens ten eersten te melden. want wij dan zaa„ ken van gewigt verwagten. Waarmeede onder toebidding van Gods dierbaaren zeegen, over uw Hoog Edelheedens illustre Persoonen, en gewigtige Deliberatien, wij de vrijheid neemen met de grootste Eerbied en de meeste hoog agting te blijven /:onder„ stond:/ Hoog Edele Groot Agtbare wijd Gebiedende heere, en welEdele Heeren! Uwe Hoog Edelheedens zeer oot „moedige en Gehoorzaame Die„ „naaren /:was geteekend:/ R: van vlissingen, P: O: Dormieux J: E: G: Haselman, S. Mossel, P: E: van Halm, I: D: Si„ „mons, M:s Stoffenberg, en F: W: Bloeme /: in margine:/ Na„ „gapatnam In't Casteel den 115:e october 1780. Batavia Nagesien F Luyken - 143 Copia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd Gebiedende Heer M=r Willem Arnold Atting, Gouverneur Generaal. Batavia Beneevens. De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch India. Hoog- Edele Groot Agtbaare wijd Gebie= „dende Heere, en Wel-Edele Heeren! Aan den inval van Haijder Ali„ „chan, in deeze Carnaticasche Secreet beneeden - beneeden Landen, en van zijne krijgs-opperatien tot op den veld„ „ slag tusschen een gedeelte van zijn Armee en Een Corps Engelsche troupes, gecommandeerd door den Collonel Belli op den 10e Sep¬ tember 1780. voorgevallen, hebben wij aan uwe Hoog Edelhee„ „dens, zoo omstandig als ons mo„ „gelijk was Communicatie gegeven bij Secreete missive van den „ d'Eerhapiden October. Waar van mij „ het Du„ „plicaat Hoog dezelven per d' particuliere barcq d' Hoop, Eerbiedig aan„bieden. Ook hebben wij bij die geleegendheid aan Uwe Hoog Edelheedens kennis gegeeven van de besluijten bij ons genomen, zoo tot defenie van deeze Hoofd- plaats als van de Comptoiren Sadraspatnam en Pallea „catta teegen een vijandelijke aan„ Die wij hoopen dat zoo „val. wel Nagesien Luyken 8
English
will be approved, as will the orders dispatched from here, both thither and to Paggennaikpoeram, Lalicol, and Bimilipatnam, to secure the Company's most principal effects in time in case of an enemy attack. And passing in this confidence to a further description of matters that have occurred since on this coast between the warring parties, we have the honor to impart that the Nabab Haider Alichan Bahadoer took Arcadoe, the capital of Carnatica, by storm on the 1st of November last, but took the fort by capitulation; having, according to the advice of the chiefs at Palleacatta in a secret missive of the 10th of November, which is inserted in our Secret Resolution of the 28th of that month, granted by capitulation to the Commander Mr. Lendigras and all the Europeans under him to the number of 146 men, to be permitted to march under an escort of 1000 of his horsemen to the camp near Madras, provided they should not serve against him during the present war. A conduct truly on the part of Haider Alichan that deserves very much praise; at least it indicates a generous character in him. Which is augmented even further by his conduct maintained at the capture of Arcadoe: for on that occasion he not only forbade plundering, but also had 200 horsemen beheaded who had made themselves guilty of robbery against this order. Since some small places situated close to Arcadoe have also been captured by him, Checked J Luyken he, or actually his son Tipu Sahib, has laid siege to Veloer, which is still being continued; while the English, under the orders of General Coote, with an army of nine thousand men, both European and native troops and 50 pieces of cannon, have taken up positions at the Mount, a place situated close to Madras, according to private reports from the merchant Blaaukamer written to the first signatory of this. Intending to take a chance against Haider Alichan. Thus, if the aforesaid reports correspond with the true intentions of the Government of Madraspatnam, we expect news of a battle one of these days, upon the outcome of which the fate of Madras will certainly depend. And having herewith described as concisely as was possible for us the state of war between the Nabab Haider Alichan Bahadoer and the English, we proceed to a description of what has since been performed and put into effect, both by us and our respective chiefs, especially those of Sadras and Palleacatta, for the preservation of the Company's possessions on this coast. Then, in order to maintain a coherent sequence of matters in this as far as possible for us, we shall make a beginning by reporting to Your Right Excellencies what has been answered by us to certain propositions presented to us in the name of the Nabab. Checked F Luyken Jn In our letter of the 15th of October, we already gave prior notice to Your Right Excellencies how we would answer those proposals, and at the same time that we would endeavor on that occasion, through the offering of some gifts, to effect the Nabab's friendship for the Dutch Company and the liberty of Topander. In order then to procure both the one and the other, we wrote to him at length on the 14th of November last. And among other things, to effect the release of Topander, we made use not only of the most friendly and obliging terms, but also of more emphatic expressions, for we also urgently requested His Highness to consider, if only for a moment, that neither Topander nor nor the clerks captured with him could in any way be regarded as prisoners of war; seeing that a war was required beforehand for that, and we had the good fortune of living in peace and friendship with His Highness. With the further declaration that we at least, for our part, could declare before God that we had never given His Highness the least reason to treat the Company's possessions or its servants in a hostile manner. While we furthermore, regarding the proposed offensive and defensive alliance, wrote in substance to the said prince: "that we, exceedingly sensible of the affection and esteem which His Highness had demonstrated thereby to bear toward the Dutch Company, had also not neglected for a moment to give notice thereof to Your Right Excellencies, Checked F Luyken 37 from whom we expect orders with the ships of this year, which we would immediately impart to His Highness; with the further addition that we, no less than any other ministers of our Company, were qualified to enter into negotiations with His Highness or any other princes on matters of that nature without the special consent of Your Right Excellencies, and that we consequently trusted that His Highness would kindly excuse us for so long from entering into conference with the same regarding the aforesaid proposals, for reasons that we would therein transgress against the orders of our Company, which we, according to our oath,"
Dutch transcription
144 wel zullen worden goed gekeurd, als de van hier afgevaardigde ordres, zoo na derwaarts als na Paggen„ „naikpoeram, Lalicol, en Bi„ „milipatnam, om ingeval van een vijandelijken Aanval Compagnies, voornaamste effecten bij zijlts te bergen. En in dit vertrouwen over„ „gaande tot een verdere beschrijving van zaaken seedert ter deezen, kuste voorgevallen, tusschen de oorlogende partijen, hebben, wij de Eere te bedeelen dat den Na„ „bel Haider, Alichan Baha„ „doer, op den 1: November Jongst „leeden Arcadoe, hoofd-stad van Carnatica Stormenderhand, dog het fort bij Capitulatie inge„ „noomen heeft; Hebbende, vol„ „gens het geadviseerde door de Val„ leacatsche opperhoofden, bij Secree„ „te, missive van den 10:' November, die bij onze Secreete Resolutie van den 28. dier maand is g'insereerd, aan aan den Commandant M:r Lendi„ „gras, en alle zijne onderhebbende Europeeschen ten getalle van 146. man, bij Capitulatie geaccordeerd, om onder een Excorte van 1000. van zijne Ruijters na het Camp bij Madras te mogen marchee„ „ren, mits zij geduurende den pre„ seijten oorlog niet teegen hem zou„ „den dienen. Een gedrag waarelijk aan de zeijde van Haiden Alichan dat zeer veel lof verdiend, Ten minsten het duijd een Edelmoe„ „dig Caracten in hem aan. Het geen nog vergroot wordt door zijn gedrag bij het inneemen van Arcadoe gehouden: want hij bij die geleegendheijd niet alleen het plunderen verbooden heeft, maar ook 200: Ruijters, die zig teegens deeze ordre aanschuldig gemaakt hadden, aan Roof, heeft doen ont„ „halken Deedert door hem nog eenige klijne plaatsjes, digt bij Ancadoe geleegen Nagesien J Luyken 145 geleegen bemagtigd zijnde, heeft hij of eijgentlijk zijn zoon Tipij- Saijb het beleg voor veloen geslagen waarmeede tot nog toe gecontinueerd wordt,; Terwijl de Engelschen on„ „der de ordres van den Generaal Cout, met een Arme van negen duijsend man, zoo Europeesche als Inlandsche troupes en 50. stukken Canon aan de groote „mont, een plaats digt bij Ma„ dras geleegen post gevat hebben, volgens, particuliere advisen van den Koopman Blaaukamer aan den Eersten teekenaar deeses geschreeven. voorneemens zijnde om met Haijder Alichan een kans te wagen. Dus wij zoo de voorschreeve berigten, met de waare meening van de Madras„ „patnamsche Regeering over een„ „stemmen, eerst daags tijding van een veldslag verwagten, van welkers uijtkomst zeekerlijk het noodlot van van Madras zal afhangen. En hiermeede zoo beknopt als ons mogelijk was, beschreeven hebbende, den staat van Oorlog tusschen den Nabab, Haiden Alichan, Bahadoer en de En„ „gelschen; gaan wij over tot een beschrijving van het geen Seedert, zoo door ons als' onze respec„ „tive opperhoofden, voor al die van Sadras en Palleacatta verrigt, en in het werk gesteld is, tot behoud van Compagnies pos„ „sessien ter deeser kuste. Dan om in deesen, voor zoo ver ons mogelijk is een aaneen„ „schaakeling van zaaken te be„ waaren, zullen wij een begin maaken met aan uwe Hoog „ Edelheedens verslag te doen van het geen door ons geantwoord is, op zeekere propositien aan„ ons, uijt naam van den Nabab voorgesteld. Nagesien F Luyken Jn 146 Di onzen brief van den 15:e ƒ october, gaven wij aan Uwe Hoog„ „Edelheedens bereeds bij voorraad kennis, hoedanig wij die voorsla„ „gen zouden beantwoorden, en met„ „den teffens, dat wij bij die gelee„ „gendheid zouden tragten om door het aanbieden van eenige Geschen„ „ken, de vriendschap van den Nabab voor de hollandsche Com„ „pagnie, en de vrijheijd van Sopan„ „der te bewerken. Om dan dit een en ander te procureeren, hebben wij aan hem op den 14. November Iongstleeden, in het breede geschreeven. En ons onder anderen om het ontslag van Topanden te bewer„ „ken, niet alleen van de vriende„ „lijkste en verpligtenste termen bediend, maar ook van nadruk„ kelijker bewoordingen, want wij zijn Hoogheijd teffens, met empressement verzogt hebben, om slegts voor een Ogenblik te Considereeren, dat, nog Iopander nog - nog de met hem gevangene Pennisten op eenigerlij wijze konden worden aangezien voor krijgsgevangenen; gemerkt daar toe voor af een Oorlog verEijscht wierdt, en wij het geluk hadden van met zijn Hoogheijd in vreede en vriend„ schap te leeven. Onder betuijging wijders dat wij ten minsten van onse zijde, voor Godt verklaa„ „ren konden, dat wij nooijd de minste reeden aan zin Hoog„ „heijd hadden gegeven. Om Com„ „pagnies bezittingen of haare dienaa„ ren vijandelijk te handelen. Terwijl wij voorts, noopens de voorgeslagen of en defensive Al„ „liantie, aan den gemelden vorst in substantie geschreeven hebben„ „ dat wij, ten uijttersten gevoelig „ van de toegeneegentheid en agting „die zijn Hoogheid daar door „betoont hadt de hollandsche „Compagnie toe te dragen, ook „geen Ogenblik hadden verzuijmd, daar Nagesien F Luyken 37 147 „daar van aan uwe Hoog Edelhee„ „dens kennis te geeven, van wien „wij met de scheepen, van dit Iaar „ ordres verwagten, die wij zijn Hoog„ „heijd immediaat zouden bedee„ „len; Onder bijvoeging verder, dat „ wij zoo min als eenige andere „ Ministers van onse Compagnie „gequalificeerd waren om buijten „speciaal Concent van Uwe „ Hoog Edelheedens met zijn „ Hoogheid of eenige andere vorsten „over zaaken van die natuur „in, onderhandeling te treeden, en „dat wij mits dien vertrouwden „dat zijn Hoogheijd ons wel „zoo lang zou gelieven te Excu„ „seeren, om met Hoog denzelven „over de voorschreeve voorslaa„ „gen in Conferentie te treeden, „om reedenen wij daar „ zouden „misdoen, tegen de ordres van „onse Compagnie, welke mij volgens Eed
English
were bound by oath and duty to observe sacredly. With this letter, which was concluded with the customary compliments, we dispatched at the beginning of the month of December the servant of the first signatory of this, named Troelappa (or the same who made the aforementioned proposals to us on behalf of the Nabab), to the Nabab Haider Alichan Bahadoer, with a substantial gift to the value of pagodas 560. 15, with which we had hoped to procure the friendship of His Highness for our Company, and the release of the unfortunate Jopander. Whether we shall succeed regarding the first, time must reveal to us; but the second does not yet seem willing to succeed. At least, we must deduce such from the letter that we received a few days ago from Troelappa. For he reports to us therein, among other things, that the Nabab claims 10,000 pagodas for the release of Jopander. However, since we must speak in further detail presently of what was further reported by that servant, we step away from it for a moment to inform Your High Nobilities of what has since occurred concerning Sadraspatnam and Palleacatta. Shortly before the departure of the ship Hoorn, the Chief of Sadraspatnam, Mr. Iacob Pieter de Neijs, by his secret letter of the 15th of September, gave us detailed notice of the battle that took place on the 9th and 10th of that month between the army of Colonel Belli and that of Tipu Saijb, eldest son of the commander Haider Alichan, with further communication of the total defeat of the English. Subsequently, he requested orders from us as to how he should conduct himself if the Nabab Haider Alichan, having conquered Arcot, should have himself proclaimed as Nabab of the Carnatic. And he furthermore asked us what he should do if the Nabab were to demand the recognition monies that are paid annually in installments to the Nabab of the Carnatic for Sadraspatnam. Both questions were truly of very great weight. However, for the preservation of the Company's possessions on this coast, which could not well be defended against a hostile attack due to the small force that we have on hand, especially at the respective factories, we approved by a unanimity of votes on the 29th of September to write to Chief de Neijs regarding the first point, as has since been done: to have the person who might come to make the proclamation on behalf of Haider Alichan, concerning his taking possession of the Carnatic lands, met with politeness if he were a man of distinction or a leader of a band of 2 to 3,000 horsemen; and on that occasion, according to the custom of the land, to have a gift offered to him on behalf of the Company of some yards of red cloth, some sandalwood, and rosewater. While with respect to the second question, we authorized him that when the Nabab Haider Alichan might come to demand the usual annual installment and the time for payment had elapsed, to hand it over to him or his servants, provided that beforehand the marks of possession had been set up everywhere and the proclamation had been made throughout the entire land. With which resolutions we hope that Your High Nobilities will be pleased to be satisfied, for the weighty reasons that prompted us thereto. We subsequently received, at the beginning of the month of November, a further secret letter from Chief de Neijs dated the 12th of October, whereby he gave us detailed notice of the robbing and plundering of some houses in the Company's villages of Edde-oer and Sadras on the 3rd and 6th of that month by a band of horsemen of Haider Alichan, citing further that for the defense of the honor of the flag and the expulsion of that rabble, he had caused some cannon shots to be fired at them, by which some horsemen were shot dead. We deliberated over this letter on the 14th of November, at which time we saw fit fully to approve the conduct maintained by Chief de Neijs on that occasion, because the honor of the Dutch flag absolutely demanded of him to take reprisal when the aforementioned horsemen, although warned beforehand, were bold enough to dare to plunder in the Company's village of Sadras in sight of the fort. And we also hope that Your High Nobilities will be pleased to approve this conduct of his, and what was further performed by him on that occasion, all this being further described in his aforementioned letter of the 12th of October, of which the copy is forwarded herewith. The textiles robbed on that occasion from the Company's merchants amounted, according to the statement of Chief de Neijs, to a sum of pagodas 324 1/2. Yet, although the said Chief had requested orders from us in his just mentioned letter as to how he should deal with that item, we nevertheless resolved on the aforementioned 14th of November to leave this loss to the account of the merchants, because those textiles, although gathered for the Company, had not yet been delivered and accepted; seeing that the same, prior to that time, could not be considered as textiles belonging directly to the Company.
Dutch transcription
„ Eed en pligt gehouden waren hij„ „liglijk na te komen. Met deezen brief welke met de gewoone Complimenten be„ slooten is, hebben wij den Dienaar van den eersten teekenaan deeses in name Proelappa (:of den zelf„ „den, die aan ons de voorschree„ „ve voorslagen uijt naam, van den Nabab gedaan heeft:) in het begin van de maand December afgezonden aan den Nabab Hai„ der Alichan Bahadoen, met een aanzienlijk geschenk ten waar„ „de van pag„a 560. 15. waarmeede wij gehoopt hadden de wiend„ „schap van zijn Hoogheijd voor onse Compagnie, en het ontslag van den ongelukkigen Jopan¬ „der, te bewerken. Of wij omtrent het Eerste slaagen zullen moet ons den tijd ontdekken; dog het tweede schijnt nog niet te willen lukken. Ten minsten wij moeten zulks opmaaken uijt Nagesien P Luyken 148. uijt de brief die Wij voor eenige dagen van Troelappa ontvangen heb„ „ben. want hij ons daar in onder anderen melt, dat den Nabab voor het ontslag van Jopan„ „den pretendeerd 10'000 pagooden Dan wijl wij Straks naden moeten spreeken van het geen door dien dienaar wijders is ge„ meld, stappen wij daar van af voor een ogenblik om aan Uwe Hoog Edelheedens kennis te gee„ „ven van het geen 'er Seedert om„ „trent Sadraspatnam en Palleacatta gebeurt is. kort voor het vertrek van het schip Hoorn gaf het opperhoofd van Sadraspatnam M:r Iacob Pieter de Neijs, bij zijnen secreeten brief van den 15. September, aan ons in het breede kennis, van den veld„ „slag op den 9. en 10. van die maand voorgevallen tusschen de Armee van den Collonel Belli en die van Tipij Saijb, oudsten zoon van van den veldheer Haider Alichan met Communicatie verder van de totaale nederlaag der Engelschen. vervolgens versogt hij ons om ordres, hoedanig hij zig zou heb„ „ben te gedragen, wanneer den Na„ „bab Adider Alichan, Arca„ „doe overwonnen hebbende zig als Nabab van Carnatica liet pro„ „clameeren. En vroeg ons voorts wat hij zou hebben te doen zoo den Nabab kwam te vorderen de recognitie penningen die Iaarlijx in termijnen aan den Nabab van Carnatica betaald worden, voor Sadraspatnam: Beijde vraagen waarlijk van zeer veel gewigt Dan wij hebben egter tot Conser„ „ratie van Compagnies bezittin„ „gen ter deeser kitste, die door de geringe magt, welke wij voor al op de respective factorijen aan handen hebben, niet wel teegen een vijandelijken Aanval zou„ „den kunnen worden gedefendeerd, 90 Nagesien J Luyken 149 op den 29. September met een pa„ righeid van Stemmen goed ge¬ „vonden het opperhoofd de Neijs„ nopens het eerste poinct aan te schrijven; zoo als seedert is ge„ „schied, om den persoon, die uijt naam van Haider, Alichan de Proclamatie mogt komen te doen, van de door hem genomen posses„ „sie van de Carnaticasche Landen met beleefdheijd te laaten ont„ „moeten zoo het een man van aanzien of een hoofd van een bende van 2. â 3000. Ruijters was; en hem bij die geleegendheijd na 's Lands gebruijk uijt naam, van de Compagnie een geschenk te laaten aanbieden van eenige ellen rood laaken, wat zandel hout en Roozen water Terwijl wij hem met opzigt tot de tweede vraag gequalifi„ ceerd hebben, om wanneer den Na„ „bab Haider Alichan, het gewoon Iaarlijks termijn mogt komen afte 1 aftevorderen, en den tijd van be„ „taaling verstreeken was het aan hem of zijne bediendens afte gee„ „ven, mits van te vooren de teekenen van Possessie alom„ „me opgezet en de proclamatie door het gansche land zouwee„ „sen geschied Met welke besluijten wij hoopen dat uwe Hoog Edelhee„ dens genoegen zullen gelieven te neemen, om de gewigtige reede„ nen die 'er ons toe bewogen hebben wij hebben vervolgens in het begin, van de maand November ontvangen, eene nadere Secreete„ missive van het opperhoofd de Neijs gedateerd den 12. october, waar bij hij aan ons in het breede kennis gaf van het beroven en uijtplunderen van eenige huij„ „zen in Comp:s Dorpen Ed de oer en Sadras op den 3. en 6. van die maand door een bende Ruijters van Nagesien F Luyken 8 150 van Haijder Alichan, onder aanhaling wijders dat hij tot verdeediging van de eer der vlag„ en verdrijving van dat Root„ „gespuijs, 'er eenige Canonschooten op hadt laatten doen, waar door eenige Ruijters dood geschooten waaren. Over deezen brief delibe„ „reerden wij den 14. November, wan„ neer wij goedvonden het gedrag„ door het opperhoofd de Neijs bij die geleegendheid gehouden, vol„ „komen te approbeeren, uijt hoof„ „de de Eer van de Nederlandsche vlag volstrekt van hem vorderde, represalje te neemen, toen de voor„ „schreeve Ruijters, Schoon van te vooren gewaarschuwt, stout genoeg waren, om in het gezigt van het fort in Compagnies Dorp Sa„ „dras te durven plunderen. En wij hoopen ook, dat uwe Hoog „Edelheedens dit zijn gedrag, en het geen door hem verder bij die geleegendheid verrigt is zullen gelieven O „ gelieven te approbeeren staande dit een en ander nader beschree„ „ven bij zijnen voormelden brief van den 12. October, waar van de Copie bij deesen overgaat. De lijwaaten bij die ge„ leegendheid van Compagnies Koop¬ „lieden geroofd, hebben volgens op„ „gave van het opperhoofd de Neijs bedragen eene Somme van pag: 324. ½. Dog Schoon het gedagte opperhoofd bij zijnen even gemelde brief van ons versogt hadt, om ordres, hoedanig hij met die post, zou moeten handelen, hebben wij egter op den voorschreeven 14. 9ber beslooten deese schaade voor„ reekening van de kooplieden te laaten, uijt hoofde die Lywaa„ „ten, Schoon voor de Compagnie ingezameld, nog niet geleeverd en geaccepteerd geworden waren; gemerkt deselven, voor die zijd, niet konden worden geconside„ „reerd als Lijwaaten de Compagnie direct Nagesien F Luyken
English
directly belonging to. Furthermore, we have received from the said Chief de Neijs two secret letters, dated 24 October and 18 November. And whereas in the last letter he only gives communication of the capture of Arcadoe, in that of 24 October he gives a detailed description of the barbarous conduct pursued by the roaming horsemen of Haider Alichan in the surrounding villages, which they had utterly devastated, further reporting that, in the name and by order of the Commander-in-Chief Haider Alichan, toornams or signs of possession had been hung up in the Company's village of Arealcherij, against which he had had a protest lodged. And whereas this was all he could do, we resolved on the aforementioned 14 November not only to approve this conduct of his, but also, in response to the question raised by him in relation to Sadraspatnam, agreed to write to him and order him, as has since been done, that if anyone should also wish to fasten such signs of possession at Sadraspatnam, merely to have a protest lodged against it, as was done at Arealcherij, without preventing the hanging up of the aforementioned signs of possession by force; especially now that the said commander-in-chief has made himself master of the capital city of Arcadoe. We subsequently answered his second question posed in the above-mentioned missive, namely: what he should do if Haider Alichan were to come and demand from him the annual lease monies of Sadraspatnam, that in such a case he should regulate himself strictly according to what we wrote to him following the resolution of 29 September in our letter of 1 October. And whereas we have just spoken of that at length, citing the motives that persuaded us thereto, namely, the weakness of our forces to properly defend ourselves, we hope that Your Right Excellencies will be pleased to be satisfied with this last resolution as well as with the previous one. Principally when Your Excellencies deign to consider how little respect his horsemen, who roam around the country, bear toward the Dutch flag. We have already seen this with respect to Sadras. As for Palleacatta; on 15 October last, they also made an incursion there into the Company's villages of Mangiewake, Canantorre, and Aurewaké, and not only robbed and plundered everything there, but also miserably wounded many people. All of this is described in detail in the letter of the chiefs dated 10 November, in which they at the same time gave notice of what had been carried out and put into effect by them on that occasion for the defense, in case of need, of their fort and for the recovery of the cattle and other stolen goods from the villages. Yet, because the account thereof is too extensive to be able to speak of it more circumstantially herein, we take the liberty of referring to the said missive, which is inserted in our Secret Resolution of 28 November, trusting that the conduct of the chiefs will be approved by Your Right Excellencies, as well as the purchase of a leaguer of arrack for the men against 37 star pagodas; and this because those people, who then had to be on the bastions practically night and day, certainly needed some refreshment of strong drink. After we received notice on 28 November of the incursion into the Company's villages at Palleacatta, we received on the last day of that month a further letter from the Sadraspatnam Chief Mr. Jacob Pieter de Neijs, dated 22 November; accompanied by a translation of a Persian missive written to him by the Nawab Haider Alichan Bahadoer, with his answer to the same: the letter of the Nawab containing principally a two-fold requisition, namely, not to assist the English, with whom His Highness was at war, with any foodstuffs or instruments of war, and to send a capable wakiel or envoy to His Highness without delay; and that of Chief de Neijs being a request for orders as to how he should conduct himself regarding the Nawab's desire for the sending of a wakiel. Concerning this, we held a meeting on 1 December, and on that occasion resolved to authorize Chief de Neijs to send a so-called courier, under the title of wakiel, to the Nawab Haider Alichan, with a small present to the value of 50 to 60 pagodas. As for the reasons that moved us to this resolution: We considered, first of all, that in former times it was always customary for such a person to reside on behalf of the Company at the Court of Arcadoe as long as the Nawab Mahomet Alichan resided in that capital, which is now captured by Haider Ali; and furthermore considered that, in taking a contrary resolution, we might expose the trading posts
Dutch transcription
151 direct toebehoorende. voorts hebben wij van het ge„ „melde opperhoofd de Neijs nog ontvangen twee Secreete brie„ „ven gedateerd den 24. October en 18:e November. En dewijl hij bij den laasten brief eenlijk Communicatie geeft van het inneemen van Arca¬ „doe, doet hij bij die van den 24=e october een omstandige beschrij„ ving van het barbaars gedrag, dat door de rondswervende ruij„ „ters van Waider Alichan in de dorpen daarom Streeks, die zij ten eenenmaal verwoest hadden, gehouden was, onder kennis geeving wijders, dat en„ uijt naam en last van den Veldheer Haider Alichan Toornams, of tekens van posses„ sie in Compagnies dorp Are„ „alcherij opgehangen geworden waaren, waar tegen hij haert laaten protesteeren. En dewijl dit al was wat hij hij doen kon, hebben wij op den voorschreeven 14. November niet alleen goedgevonden dit zijn ge„ „houden gedrag te approbeeren, maar ook, op de dierwegens geda¬ „ne vraag met relatie tot Sa„ „draspatnam verstaan hem aan te schrijven, en te gelasten, zoo als seestert geschied is, om zoo men ook diergelijke teeke„ nen van possessie op Sadras„ „patnam zou willen aanbinden, daar zeegen eenlijk maar te laaten protesteeren, zoo als op Arealcherij geschied is, zon„ „der het ophangen van de voor„ „schreeve teekenen van possessie met gewelt te beletten; voor al nu gemelden veldheer zig van de hoofd Stad Arca„ „doe meester gemaakt heeft. Wij hebben vervolgens op zijn tweede waag bij den opgem: missive gedaan, namentlijk: wat hem zou te doen staan zoo Haider Alichan eens van hem Nagesien F Luyken 152 hem kwam af te vorderen de Taar„ „lijksche pagt penningen van Sa„ „draspatnam, geantwoord om zig in zodanig een geval stip„ „telijk te reguleeren na het geen wij hem volgens besluijt van den 29. September bij brief van den 1:e October hebben aan„ „geschreeven, En dewijl wij daar van zoo even breedvoerig gesproo¬ „ken hebben, onder aanhaling van de motiven die en ons toe hebben over overgehaald, naa„ mentlijk, zwakheijd van magt= om ons behoorlijk te kunnen defendeeren hoopen wij dat uwe Hoog Edelheedens zoo wel met dit laaste, als met het voorige besluijt genoegen zullen gelieven te neemen. Principaal wanneer Hoog¬ „deselven gelieven te overweegen, hoe wijnig respect zijne Ruij„ „ters, die het Land rond Swerven„ de - de Hollandsche vlag toedraagen Bereeds hebben wij dit met opzigt, tot Sadras ge„ zien, wat nu Palleacatta betreft; op den 15. october Jongst„ „leeden, hebben zij daar ook een inval gedaan in Compagnies Dorpen Mangiewake, Canan„ torre, en Aurewaké, en er niet, alleen alles geroofd en geplunderd, maar 'er ook veel menschen elendig gekwest. Ge„ lijk dit een en ander omstandig beschreeven, staat, bij der opper „hoofden brief van den 10. No„ vember, waar bij zij teffens ken„ nis gaven van het geen door hun bij die geleegendheijd verrigt en in het werk gesteld was, tot defensie (:desnoods:) van hun fort en te rug erlanging van het vee en de verdere ge„ „roofde goederen uijt de Dor„ pen. Dan wijl het verhaal daar van al te wijdloopig is, om er Nagesien F Luyken 3 6/. 153 er in deesen omstandiger van te kunnen spreeken, neemen wij de vrijheijd, ons aan den gemelden missive die bij onse Secreete re„ solutie van den 28. November is g'insereerd, te refereeren, in ver„ „trouwen dat het gedrag den opperhoofden, door Uwe Hoog Edelheedens zoo wel zal worden goed gekeurd als den inkoop van een Legger ar„ „rak, voor het volk teegen 37. sten pagooden; en zulks, uijt hoofde die menschen, welke toen genoegsaam nagt en dag op de punten moesten weezen, wel eenige verkwikking van sterken drank noodig hadden. Nadat wij op den 28. No„ vember kennis gekreegen hadden, van den inval in Compagnies Dorpen te Palleacatta ontvin„ „gen wij op den laasten van die maand een naderen brief van het Sadraspatnams opperhoofd M=r M:r Jacob Pieter de neijs, gedateerd den 22. November; ven„ zeld van een Translaat Per„ „siaansche missive door den Nabab Haider Alichan Bahadoer aan hem geschreeven met zijn antwoord op denselven: behelzende den brief van den Nabab ten principaalen eene twee„ leedige Requisitie om nament¬ lijk de Engelsche waarmeede zijn Hoogheijd in oorlog was met geen Eedtwaaren off oor„ logs gereedschappen te adsistee¬ „ren! en om ten eersten een bekwaam wakiel of zendeling aan zijn Hoogheid te zenden; en die van het opperhoofd de Neijs ver„ zoek, om ordre hoedanig hij zig omtrent de begeerte van den Nabab in het Zen„ „den van een makiel zouheb„ ben te gedragen. Hier over hebben wij op den Eerste. Nagesien F Luyken 1 - 154 Eersten December vergadering ge„ „houden, en bij die geleegendheijd beslooten om het opperthoofd de Neijs, te qualificeeren tot het zen„ „den van een zoo genaamden Cou„ rantier, onder den naam van wakiel aan den Nabab Haiden Alichan, met een klijn geschenk ter waarde van 50. â 60. pagooden. Betreffende nu de ree„ „denen die ons tot dit besluijt bewogen hebben! Wij hebben voor „eerst aangemerkt, dat het in voorige zijden althoos een gebruijk geweest is, dat zig een dierge„ „lijke persoon, van weegen de Compag„ „nie aan het Hof van Arcadoe heeft opgehouden, zoo lang den Nabab Machometh Alichan in die hoofdstand (:welke tans door Haider Ali is ingenomen:) re„ sideerde; en voorts geconsidereerd dat wij mogelijk bij het neemen van een Contrarie besluijt de Comp„ toiren
English
factories, Sadraspatnam and Palleacatta, to the utmost danger, because it was more than probable that the Nabab Haider Alichan, who is a very haughty prince, would consider such a refusal, no matter how politely framed, as a slight. Both reasons appeared so weighty to us that we proceeded to the aforementioned Resolution. We hope that it may satisfy your Right Excellencies, along with the further arrangements regarding the sending of a vakil devised by us on the aforementioned First of December. We also hope, as the chief de Neijs had to spend N: N: po/ 24. 1¼ for the maintenance of 20 horsemen who delivered the letter from the Nabab Haider Alichan, that your Right Excellencies, considering that this expenditure could not have been avoided, will kindly agree to the write-off granted by us of the aforementioned amount under extraordinary gifts. Furthermore, we have recommended the said chief to exercise above all caution and to observe the strictest neutrality between the warring parties. Since or on the 11th of December, we also received a similar letter, as just mentioned, from the Nabab Haider Alichan Bahadoen. The Palleacatta chiefs have also, along with their secret letter of the 4th of December, sent hither a similar missive from the Nabab, accompanied by a second letter written to the servants by a certain prominent chief of his army named Lalla Chabeleram. However, since we are now speaking of Palleacatta, in order to better maintain a coherent account of affairs, we will first report to your Right Excellencies what was communicated by the chiefs there in their aforementioned letter of the 4th of December, and what was resolved by us, before we proceed to imparting some particulars concerning Nagapatnam. And proceeding to this, we communicate to your Right Excellencies that the Palleacatta servants, in their just-mentioned missive of the 4th of December, have informed us that a certain envoy of the Nabab Haider Allichan, named Saijidoe Badderoe Dama Sahib, arrived at Palleacatta on the 20th of November last with an escort of circa 1000 horsemen, and after prior friendly communication to the chiefs, took possession of the outer town in the name of the Nabab Haider Alichan without the slightest act of violence, whereafter the old kavalgar of Mahomet Alichan immediately fled from there. Having imparted this beforehand, the chiefs further communicated to us that the said envoy, having entered the fort the following day, handed over to them the aforementioned two letters from the Nabab Haijder Alichan and his army chief Lalla Chabeleram; upon the receipt of which, or rather upon opening the Nabab's letter, they had eleven cannon shots fired from the ramparts of the fort, which we hope will be as well approved by your Right Excellencies as the further conduct maintained by the chiefs toward that envoy. The two letters just spoken of principally contain: firstly, communication of the capture of Arcadoe; secondly, a requisition not to send any provisions, gunpowder, or cannonballs to Madras; and thirdly, a request for a vakil. The chief Fadama answered the same in very polite terms, as your Right Excellencies may be pleased to see from the copies transmitted herewith, and consequently we have also approved this answer of his, yet at the same time noted that we would have wished that he, following the congratulations extended to his Highness on the capture of Arcadoe, had not added the words: "All your Highness's enemies must be defeated and destroyed," because such words are by no means fitting in the mouth of neutrals. However, as we have at the same time recommended him to be somewhat more circumspect in this regard in the future, we trust that such rash steps will no longer be found in his letters. Following the arrival of the aforementioned envoy, according to the further information communicated in the chiefs' letter of the 4th of December, of which a copy is also transmitted, the aforementioned chief of the Nabab's troops, Lalla Chabelleram, arrived at Palleakatta on the 25th of November. Upon his arrival at Palleacatta, the chiefs sent the Company's interpreter, together with the Mullah and some peons, ahead to meet him with the Company's flag, and furthermore saluted him with some honorary shots upon his entry into Palleacatta, which we have approved not only because of the distinguished character held by him; but we have also approved the deputation sent to him since upon his urgent insistence (under threat of otherwise actually having the town plundered) to compliment him on his arrival at the divan, which was carried out by the scribe Beggle and the chief surgeon Jansz, because the chiefs by that act just barely prevented the general plundering of Palleacatta, which had been threatened upon a longer refusal to send deputies. And although, according to the servants' further advices, the said field commander Lalla Chabeleram, contrary to his own assurances that the Company would never be prejudiced in its ancient privileges, already the following day the Company's
Dutch transcription
toiren, Sadraspatnam en Pallea„ catta aan het uijtterste gevaar zouden kunnen blootstellen, uijt hoofde het meer dan waarschijnlijk was, dat den Nabab Haider Ali„ „chan, die een zeer hoogmoedig vorst is, zodanig een wijgering, hoe Civiel ook ingerigt, voor klijn ag„ „ting zou opneemen. Beijde reedenen die ons zoo gewigtig zijn voorgekoomen, dat wij tot de voorschreeve Re„ solutie zijn overgegaan. Wij hoopen dat ze aan uwe Hoog Edel„ „heedens voldoen mogen, neevens de verdere Schikkingen, met op„ „zigt tot het zenden van een wa„ „kiel door ons op den voorschreeven Eersten December beraamd. Ook hoopen wij, wijl het opperhoofd de Neijs, N: N: po/ 24. 1¼. heeft moeten bekostigen voor onderhoud van 20: Ruijters die den brief van den Nabab Haider Alichan hebben overgebragt, dat uwe Hoog Edelheedens uijt Con„ „sideratie dat die uijtgave niet 1 heeft Nagesien F Luyken 155 heeft kunnen worden vermeijdt, zig wel zullen gelieven te Conformeeren, met de door ons verleende afschrij„ ving van het voorschreeve bedraa„ gen op extra ordinaire Schenkasien. Terwijl wij voorts het gemelde op„ „perhoofd gerecommandeerd hebben om voor al de voorzigtigheijd te be„ tragten en de Strikste neutrali„ „teijt tusschen de Strijdende pan„ „tijen te observeeren. Seedert of op den 11. e Decem„ „ber, hebben wij ook een diergelijken brief, als waar van zoo even gesprooken is van den Nabab Hai„ „der Alichan Bahadoen ont„ „vangen. Ook hebben de Pallea„ „cattasche opperhoofden, neevens hunnen Secreeten brief van den 4. December, herwaarts gezonden een diergelijke missive van den Na„ bab, verzeld van een tweeden brief door zeeker voornaam opperhoofd van zijn Armee in naame Lalla Chabeleram aan aan de Bediendens geschreeven. Dan nadien wij tans van Pal„ „leacatta spreeken, zullen wij om des te beter een aaneenschakeling van zaaken te bewaaren, eerst aan Uwe Hoog Edelheedens verslag doen, van het geen door de op„ „perhoofden aldaar bij haaren op„ „gemelden brief van den 4. Decem„ „ber gecommuniceert, en door ons beslooten is, een wij overgaan tot het bedeelen van eenige bijzonder„ „heeden, Nagapatnam Concen„ „neerende. En hier toe overgaande Communiceeren wij uwe Hoog„ Edelheedens, dat de Lallca„ „cattasche bediendens bij haaren zoo even gemelden missive van den 4. December, aan ons Com„ „municatie gegeeven hebben; dat zeeker zendeling van den Nabab Haider Allichan, in naame Saijidoe Badderoe Dama Sahib op den 20. November Jongst „leeden, met een escorte van Circum Circa Nagesien F Luyken 156 circa 1000. Ruijters op Pallea„ „catta aangekomen zijnde, na voorafgaande vriendelijke Com„ „municatie aan de opperhoofden, zonder de minste geweld pleeging possessie van de buyten stad ge„ „nomen heeft, uijt naam van den Nabab Haider Alichan Waar na den ouden Kaweldhaar van Mahomet Mlichan, direct van daar gevlugt is. Dit voor af bedeeld hebbende, Communiceerden, ons de Opperhoof„ „den verder dat den gemelden zen„ „deling 'Sdaags daar aan in het fort gekomen weezende, aan hun overgegeeven hadt, de opgemelden twee brieven van den Nabab Haijder Alichan, en zijn le„ „ger hoofd Lalla Chabeleram; bij welkers receptie of eijgentlijk bij het openen van Sarababs brief, zij elf Canon Schooten, van de wallen van het fort had¬ „den laaten doen, het geen wij hoo„ „pen dat door uwe Hoog Edel„ „heedens zoo wel zal worden geapprobeerd, als het verder ge„ „drag door de opperhoofden, omtrent dien dien zendeling gehouden. De twee brieven waar van zoo even gesprooken is, behelsen ten principaalen; Eerstelijk Com„ „municatie van het inneemen van Arcadoe: ten tweeden requisi„ „tie om geen randzoenen, kruijt of kogels na Madras te zen„ „den; en ten derden versoek om een wakiel. Het opperhoofd Fadama, heeft deselven in zeer beleefde termen beantwoord, gelijk uwe Hoog Edelheedens des behaa„ „gende gelieven te zien, uijt de daar van overgaande Copien, en dienvolgende hebben wij ook dit zijn antwoord geapprobeerd, dog, daar bij teffens aangemerkt dat wij wel gewenscht hadden, dat hij op de felicitatie aan zijn Hoogheijd gedaan weegens het inneemen van Arcadoe niet hadt laaten volgen de woorden Alle Uwe Hoogheijds vijanden moeten verslagen en verdelgt worden, uijt hoofde diergelijke woorden Nagesien F Luyken 8ƒ 157 woorden geensins, voegen in den mond van nutralen. Dan dewijl wij hem daar bij teffens gerekommandeerd hebben om daar omtrent in het vervolg wat omzigtigen te zijn, vertrou„ „wen wij dat diergelijke onbedagt„ „zaame Stappen, niet, meer in zijne brieven zullen gevonden worden. Na de aankomst van den - opgemelden zendeling, is ook, vol¬ „gens het verdere gecommuniceerde, bij der opperhoofden brief van den 4. December, waar van de Copie almeede overgaat, op den 25. November, op Palleakatta aan„ „gekoomen het opgemelde hoofd over 't Nababs troupes Lalla Chabelleram Bij zijne aankomst op Pal„ „leacatta, hebben de opperhoofden hem Comps Tholk neevens den Molla en eenige Pions, met Comp:s vlag vooruijt te gemoet gezonden, en hem voorts bij het intreeden van Palleacatta met eenige Eere Schooten gesalueerd, dat wij niet 6 niet alleen, om het aanzienlijk Caracter, dat door hem wierdt bekleed geapprobeerd hebben; maar wij hebben ook goedgekeurd, de Seedert op zijn dringend aanhou„ „den, (onder bedrijging van anders de Stad de facto te zullen laa„ „ten plunderen:) aan hem gedaane bezending, om hem over zijn aankomst op den Duan te koo„ „men Complimenteeren, die bekleed geworden is door den Scriba Beggle, en den oppermeester Iansz: uijt hoofde de Opperhoofden door die daad nog even zijds, ge„ „noeg voorgekomen hebben de Gene„ „raale plundering van Pallea„ „catta, die bij een langer wijgering om gecommitteerdens te zenden, gedreijgt was. En Schoon, volgens der Bediendens verdere advisen, den gemelden veld oversten Zalla Chabeleram, teegens zijne eijge verzeekeringen aan, dat de Com„ pagnie in haare oude voorregten nimmer zou benadeeld worden. bereeds den volgenden dag 's Comp Nagesien F Luyken
English
has violated the lawful privileges of the Company, not only by preventing fishing in the sea and river, but also by ordering all the catamarans and chelingas of Palleacatta etc. to be brought to the diwan, without since being willing to permit that they be fetched from there or used; against which the servants did not resist in the least; which conduct we, at our session of 15 December, not only fully approved, but we have moreover written to them that the gentler and more yielding they conduct themselves in the future during these and other occasions, the better they will satisfy our expectations and the interest of the Company, further mentioning that this interest in the present time absolutely required of its servants not to give the least cause for discrepancy. And since immediate occasion for this could be given by not sending the requested wakil, on which, according to the servants' reports, the aforementioned Lala Chabeleram had most strongly insisted, we also resolved on the aforementioned 15 December to authorize the Palleacatta chiefs to dispatch a capable native in the name of the Company to His Highness with a gift to the value of 50 to 68 pagodas. Which we likewise hope will be favorably approved by your High Noble Lordships on account of the critical situation in which we find ourselves, as this truly demands all compliance. And having herewith described as briefly as was possible for us what has happened regarding Sadraspatnam and Palleacatta since our last secret letter, it only remains for us to note with respect to the first-mentioned factory that the chief de Neijs, having since made use of our secret orders to secure the Company's principal effects at the least appearance of danger, has sent hither at the end of the month of October with the pantjalling De Goede Verwagting and the thoni De Johanna Maria all the bales of linen, spices, and the Japanese bar copper that was in stock there. Which we likewise approved, on account of the trade there being at a complete standstill during the present war troubles. What now concerns the occurrences with respect to Nagapatnam, we shall now have the honor to communicate. Shortly before or just after the departure of Irlappa with our letter to the Nabob Haider Ali Khan Bahadur, the first signatory of this received a letter from the prince of Tanjore and one from his regent, both dated 17 November. Which we found, especially the prince's letter, to be of a very dubious content. For after he had said by way of introduction that to his greatest astonishment he had heard indirectly that we were intending to assist Haider Ali Khan from here not only with gunpowder, bullets, and other ammunition goods, but also with cash, he subsequently points out the friendship that had existed between our Company and the Tanjore Realm in former years, and draws from this the conclusion that since Nagapatnam is a sea place belonging under his realm, we by right, in all cases, ought to support him, and not his enemies. Subsequently coming closer to his objective, he points out his obligation to acknowledge to the English Company for his restoration to the throne of his ancestors, further making mention of the part that he consequently took in their prosperity and adversity, saying in that respect that their opponents had to be regarded as his own enemies. And having said this, he continues that since the Nabob Haider Ali Khan, whom he merely calls Khan, had become an enemy of the English, we, by all fairness, ought to show him and his allies, namely the English, all help and aid; considering not only that we depended on him, but were also his good friends. After which, while demonstrating that we were in no way bound to assist Haider Ali with bullets or gunpowder etc., he concludes his letter with a sort of threat of war in case we acted contrary to his opinion. Concerning this letter and that of the regent, which was of virtually the same content, we deliberated with all attention on 28 November. Yet because we have never been of the mind to render any assistance of that nature to Haider Ali, we immediately held the contents of that letter suspect, the more so because the first signatory of this had been informed that it was written at the instigation of the English. And therefore we resolved, upon the proposition of the undersigned Governor, to answer the aforementioned letters only briefly: 1st, to assure the prince of Tanjore and his regent that everything they had been informed of concerning the succor of gunpowder, bullets, ammunition goods, and cash that supposedly would be sent from here to the Nabob Haider Ali Khan contained an absolute untruth; and 2nd, to add thereto that during the present wartime circumstances we would act not only according to all fairness and justice, but also hold ourselves accountable to our superiors.
Dutch transcription
158 152 'S Compagnies wettige voorregten geschonden heeft, door niet alleen het visschen in de Zee en Revier te beletten, maar ook te gelasten dat al de Cattemarauws en Chia„ „lengen van Palleacatta ensz: op den Duan zouden worden ge¬ „bragt, zonder seedert te willen permitteeren dat ze van daar gehaalt of gebruijkt mogten won„ „den; hebben de Bediendens zig daar zeegen in het minste niet verzet; welk gedrag wij ter onser sessie van den 15. December niet alleen volkoomen geapprobeert hebben, maar we hebben hun daaren boven aangeschreeven, dat hoe zagten en toegeevenden zij in het vervolg bij die en andere gelee„ „gendheeden zig gedraagen zullen, hoe beeter zij zullen voldoen aan onse verwagtingen het belang van de Compagnie, onder aanhaling verder dat dit belang in den Zee„ „genwoordigen tijd van haare Die„ „naaren volstrekt vorderde om de minste oorzaak niet te geven tot discrepantie. En nadien hier toe al aan„ Stonds 8 stonds aanlijding zou kunnen gee„ „ven, het niet afzenden van den verzogten wakiel, waar op, vol„ „gens der Bediendens berigten, den voormelden Lalla Cha„ „beleram allen sterkst hadt aan„ gedrongen, hebben wij op den voor¬ schreeven 15. December ook be„ slooten, de Palleacattasche opperhoofden te qualificeeren om éen bekwaam, Inlander uijt naam van de Compagnie, aan zijn Hoogheid af te vaardigen met een geschenk ter waarde van 50. â 68. pagooden. Het geen wij almeede hoopen dat door uwe Hoog Edelheedens gunstig zal worden geapprobeerd uijt hoofde van den Critiquen toestant, waar in wij ons bevinden. want die waarlijk alle toegee„ „rendheijd verEyscht. En hiermeede zoo beknopt als ons mogelijk was beschree„ „ven hebbende, wat 'er Seedert ons laast Secreet schrijvens om„ trent Sadraspatnam en Palleacatta gebeurt is, Schiet ons Nagesien F Luyken 159 ons nog maar over om met opzigt tot de eerstgemelde factorij te noteeren, dat het opperhoofd de Neijs, Seedert gebruijk ge„ „maakt hebbende van onse Se„ „creete ordres, om bij den minsten schijn van gevaan Compagnies voornaamste effecten te bergen; in het laast van de maand oc„ tober met de Pantjalling de Goede verwagting en de Thonij De Johanna Maria her„ waarts gesonden heeft, al de Lijwaat pakken, specerijen en het Iapans Staafkoper dat aldaar in voorraad was. Het geen wij almeede goedgekeurd hebben, uijt hoofde den vertier aldaar geduurende de tegenwoor¬ „dige oorlogs troublen stokstil staat. wat nu het voorgevallene met opzigt tot Nagapatnam betreft zullen wij tans de Eere hebben te bedeelen. kort voor of even na het ver„ trek van Irlappa met onsen brief brief aan den Nabab Haider Alichan Bahadoer, ontving den eersten zeekenaar deeses een brief van den vorst van Tans„ „jour en een van zijnen Albeschik, beijde gedateerd den 17. Novem„ „ber. Die wij, voor al 's vor„ „sten brief van een zeer bedenke„ „lijken inhoud bevonden hebben. want na dat hij bi wijse van inleijding gesegt hadt tot zijn grootste verwondering van ter zijden gehoort te hebben, dat wij voorneemens zouden weesen om Haider Alichan„ van hier niet alleen met kruijt kogels en andere ammunitie goederen, maar ook niet Con„ „tanten te assisteeren, toond hij vervolgens aan de vriend¬ schap die 'er tusschen onse Com„ pagnie en het Tansjoursche Dijk in vroegere Jaaren hadt plaats gehadt, en maakt daar uijt dit besluijt op, dat wijl Nagapatnam een zeeplaats is Nagesien F Luyken 2 160 is onder zijn rijk sorteerende, wij volgens regt, in allen gevallen hem, maar niet zijne vijanden moesten Lecondeeren. vervolgens nader tot zijn oogmerk komende, toond hij aan, zijne verpligting aan de Engelsche Compagnie voor zij¬ „ne herstelling op den Throon„ zijner voorvaderen, onder te kennen, geeving wijders van het deel dat hij dienvolgende in hunnen vooren teegenspoed nam: zeggende ten dien op zig„ ten dat hunne tegen partijen moesten worden aangemerkt als zijne eijge vijanden. 0 En na dit te hebben gesegt, vervolgd hij dat wijl den Nabab Haider Alichan welke hij slegts Chan noemd; een vijand van de Engelsche geworden was, wij na alle bil¬ lijkheijd hem en zijne bondge„ „nooten namentlijk de Engelschen alle hulpen adjude bewijzen moesten moesten; uijt aanmerking niet alleen dat wij van hem depen¬ „deerden, maar ook zijne goede vrienden waren. Waar na hij, onder aantoo„ „ning dat wij geensints gehouden waaren Maijder Ali te assisteeren, met kogels of kruijt en 'sz: zijn brief met een soort van oorlogs-bedrijging in Cas wij Contrarie zijn mee¬ „ning handelden, eijndigt. Over deezen brief en die van den Albeschik, die genoegzaam van den eijgen in¬ „houd was, hebben wij op den 28. November met allen aan„ „dagt gedelibereerd Dan wijl Wijnimmer van gedagten geweest zijn, om eenige assistentie van die natuur aan Huider Ali te bewijsen, hebben wij direct den inhoud van dien brief sus„ fect gehouden, te meer wijl den. Nagesien F Luyken 10 „ 161 den Eersten teekenaar deeses g'in „formeerd geworden was, dat die op Instigatie van de Engelschen was geschreeven. En derhalven beslooten wij op propositie van den on„ „dergeteekende Gouverneur, om de voorschreeve brieven slegts kortelijk te beantwoorden 17. Den vorst van Tansjour en Zij„ „nen Albeschik te verzeekeren dat al het geen men aan haar hadt berigt van het secours van kruijt, kogels, ammuni¬ nitie goederen en Contanten die van hier aan den Nabab Huider Alichan zouden gesonden worden eene volstrek¬ te onwaarheid bevatten; En 'er ten 2) bij te voegen, dat wij geduurende de presente oorlogs omstandigheeden niet alleen naar alle billijkheijd en regt„ „vaardigheijd, maar ons ook verantwoordelijk voor onse Superieuren 10
English
superiors, without expressing ourselves in any way regarding the further contents of those letters. Since this has been carried out by the undersigned Governor in very polite terms, we trust that Your High Excellencies will be pleased to be satisfied with this our decision, in consideration of the reasons that have moved us thereto, which are the following: The undersigned Governor was, as we have mentioned above, informed that this letter from the prince of Tansjoun was written at the instigation of the English, and therefore we supposed that they might thereby be seeking to discover whether we would observe neutrality during the present war, or that they otherwise sought, through the aforesaid letter of the prince as lord of the land, to inspire some fear in us. Moreover, we were also afraid to declare ourselves more candidly in the said letter, out of apprehension that the English might thereby seek to play us some trick or other, whether by inciting the prince of Tansjour or the Nabab Haider Alichan against us, seeing that on the one hand we considered that, upon a declaration that we would conduct ourselves according to the circumstances of the time with respect to Haiden Alichan, this would exasperate the prince of Tansjour and could give the British an opportunity to traverse the Company in one way or another in its present possessions and trade, principally at this capital place; while on the other hand we remarked that, upon a declaration that we would show no assistance of whatever kind to Haiden Alichan, the prince of Tantjour or his ministers, or else the English, could make a detrimental use of that letter by giving notice thereof to Haider Alichan, by sending a copy or otherwise. And what a desired means would this not have been in the hands of the English to shift the power of Haider Alichan partly from their neck onto ours, since that general, getting such a letter into his hands, would discover all too soon what answer he had to expect from Your High Excellencies to the proposals of Prlappa. Which has fortunately been prevented thereby, without having had any disadvantageous consequences from the side of Tansjour. At least, up to now we have received no further writing from the said prince or from his prime minister concerning it. But on the other hand, as we have already had the honor to report above, we received on the 11th of December last a letter from the Nabab, Haiden Alichan Bahadoen, dated 9 November 1780. Containing, like those written by His Highness to Sadras and Palleacatta, mainly the following, namely: 1) communication of the capture of Arcadoe on the 1st of November; 2) demand that during the present war between him and the English, no powder, cannonballs, nor any other goods be sent to Madras, under threat of sending his army hither in the contrary case; and 3) request to dispatch a good and capable vakil or envoy to His Highness at the earliest opportunity. Concerning this letter we subsequently deliberated on the 15th of December, when we observed with respect to the first two points that, without violating the neutrality that is observed here between the Nabab Haider Alichan and the English, we furthermore, in answer to the two aforesaid points, might well congratulate His Highness on the capture of Arcadoe, expressing joy and wishing glory, fame, and honor upon his arms, on the grounds that such a congratulation could be taken for nothing other than a polite compliment, to which we were obliged on account of the reverence that is due to letters of princes; while secondly we judged that, without violating neutrality, we could and might give His Highness the strongest assurances that during the present war between His Highness and the English, neither powder, nor cannonballs, nor artillery, nor any other ammunition of war or military arms would be transported from here to Madras, or any other place of the English Company on this coast; and this on the grounds that the Company, if requested, was not obliged to render such assistance, and the private transport of such goods, if there were anyone here who traded in them, would nevertheless have to be prevented. And consequently we also resolved on the aforesaid 15th of December to answer the two aforementioned points on such a footing. While with respect to provisions, which the Nabab seems to want to indicate by the words "nor any other goods," we thought fit to make no mention thereof at all in the outgoing letter, on the grounds that the dispatch of the same to Madras, as long as that place is not actually besieged, could not well be prevented without violating neutrality, because such a prohibition could be regarded by the English as partisan. After making the aforesaid two resolutions, we entered into conference concerning the third point of the Nabab's letter, namely concerning the request of His Highness to send him a capable envoy at the earliest opportunity. Then, as the undersigned Governor on that occasion presented two copy letters from Messrs. De Luijmorin, French Lieutenant, and Rousseau, chief in service.
Dutch transcription
superieuren zouden gedragen, zon„ „der ons over den verderen inhoud van die brieven eenigsints uijt„ telaaten. Dit Seedert door den ondergeteekende Gouverneur in zeer beleefde zermen verrigt zijn, „de, vertrouwen wij dat uwe Hoog Edelheedens met dit ons besluijt genoegen zullen gelieven te neemen, uijt aanmerking van de reedenen die 'er ons toe bewa„ „gen hebben, zo zijn de volgende Den ondergeteekende Gouverneur was, gelijk wij hier boven heb¬ „ben gemeld, geinformeerd, dat dien brief van den vorst van Tansjoun, geschreeven was op instigatie der Engelschen en derhalven Supponeerden wij dat zij daar door moge„ „lijk zogten te ontdekken of wij geduurende den presenten oorlog wel de neutraliteit in agt zouden neemen: of dat zij anders, door den voorsz: brief Nagesien F Luyken 162 brief van den vorst als Land„ „heer, ons eenige vrees zogten aan te Jaagen. Boven dien waaren wij ook bevreest om ons bij den ge„ „melden brief rondborstiger te verklaaren, uijt bedug„ „ting dat de Engelschen, zom„ „tijcts daar door tragten zou„ „den ons de een off andere part te speelen, het zij door den vorst van Tansjour dan wel den Nabab Haider Alichan tegen ons op te zetten, gemerkt wij aan de eene zijde Consi„ „dereerden, dat bij eene verklaaring dat wij ons na geleegendheijd des tijds met opzigt tot Haiden Alichan Zou„ „den gedraagen, dit den vorst van Tansjour in het harnas Saagen en den Britten geleegendheijd zou kun„ „nen geeven om de Compagnie op de een of andere wijse, in haare presente bezittingen en handel, principaal ter deeser hoofdplaatse, te tra„ verseeren; terwijl wij aan den ande„ ren - ren kant remarqueerden, dat bij een verklaring, dat wij geen assistentie hoe ook genaamd aan Haiden Alichan zouden bewijsen, den vorst van Tantjour of zijne Ministers dan wel de Engelschen een nadeelig gebruijk van dien brief zouden kunnen maaken, door daar van aan Haider Alichan, door toezending van Copie als ander„ zins kennis te geeven. En wat een gewenscht middel zou dit dan niet in de handen van de Engelschen geweest zijn, om de magt van Haider Alichan gedeeltelijk van haaren hals op den onsen te schuijven, nademaal dien veldheer, zoodanig een brief in handen krijgende maar al te vroeg ontdekken zou wat ant„ woord hij van Uwe Hoog Edel„ „heedens te wagten hadt, op de propositien van Prlappa Dat hier door gelukkig voorgekoomen is, zonder eenige nadeelige gevolgen van de zijde van Tansjour gehadt te hebben. Ten minsten wij hebben tot nog toe van Nagesien J Luyken 11 163 van den gemelden vorst of van zijnen Al„ „beschik daar omtrent, geen nader Schrij„ „ven ontvangen. Maar daar en teegen hebben wij zoo als wij bereeds de Een gehadt hebben hier boven te melden, op den 11:e December Iongstleeden ontvangen een brief van den Nabab, Haiden Alichan Bahadoen gedateerd 9. November 1780. Behelzende, zoo als die welke door zijn Hoogheijd na Sa„ „dras en Palleacatta geschreeven, zijn, hoofdzakelijk het volgende, als 1) Communicatie van het innee¬ men van Arcadoe op den 1e No„ vember, 2, vordering om geduurende den presenten Oorlog tusschen hem en de Engelschen, geen kruijt, ko„ „gels, nog eenige andere goederen na Madras te zenden; onder bedrij„ „ging om bij het tegendeel zijn legen herwaarts te zullen zenden, en 31. versoek om ten Spoedigsten een goed en bekwaam wakiel of zen„ „deling aan zijn Hoogheijd af te vaardigen. Over deesen brief hebben wij vervolgens. 11. vervolgens op den 15. December, gedeli„ „bereerd; wanneer we omtrent de twee eerste poincten aanmerkten, dat we zonder te misdoen, tegen de mi„ traliteijt, die alhier tusschen den Nabab Haider Alichan en de Engelschen werdt geobserveert, wij voorts in antwoord, op de twee voorschreeve poincten, zijn Hoog„ „heijd wel zouden mogen felicitee„ „ren met het inneemen van Ar„ cadoe, onder betuijging van blijd„ schap en toewensching van glorie, roem en Eer over zijne wapenen, uijt hoofde zulk een felicitatie nergens anders voor kon gehouden worden, als voor een wellevend Compliment, waar toe wij ver„ „pligt waren, uijt hoofde van de Reverentie die men aan brie„ ven van vorsten schuldig is; terwijl wij ten tweeden oordeel „den, dat wij zonder tegen de nutraliteijt te misdoen aan„ zijn Hoogheijd de kragtigste verzeekeringen zouden kunnen en Nagesien F Luyken 164 en mogen geven, dat er geduurende den presenten Oorlog tusschen zyn Hoogheijden de Engelschen van hier nog kruijt, nog kogels, nog geschut, nog eenige andere Am„ „munitie van Oorlog of krijgs geweer na Madras, of eenige andere plaats, van de Engelsche Compagnie ter deeser kuste, zou„ werden vervoerd; en zulks uijt hoofde de Compagnie, tot het bewijzen van een diergelijke as„ sistentie, zoo 'er om verzogt wierdt niet verpligt was, en den par„ ticulieren vervoer van diergelijke goederen, zoo hier al iemand was die 'er in negotieerden, tog zou moeten worden belet. En dienvolgende hebben we ook op den voorschreeven 15. Decem„ „ber bestooten, de opgemelde twee poincten op zodanig een voet te beantwoorden. Terwijl wij met opzigt tot pro„ visien, die den Nabab door de woorden, nog eenige andere goederen, Schijnt schijnt te willen aanduijden, goed„ „gevonden hebben, daar van in het minste geen gewag te maaken bij den afgaanden brief, uijt hoofde het verzenden van dezelven na Madras, zoo lang die plaats niet werkelijk beleegerd is, niet wel zou kunnen worden belet, zonder tegen de nutraliteijt te misdoen, uijt hoofde zodanig een verbod door de Engelsche voor partijdig zou kunnen wor„ „den aangemerkt. Na het neemen van de voor„ „schreeve twee besluijten traden wij in Conferentie over het derde poinct van Tsababs brief, na„ „mentlijk over het versoek van zijn Hoogheijd, om hem ten eersten een bekwaam zendeling toe„ te zenden. Dan wijl den ondergetee„ kende Gouverneur bij die geleegend„ „heijd overlei, twee Copie brieven door de heeren De Luijmorin, „-hoofd den Franssephen Luijtenant in „en Rousseau, dienst. Nagesien F Luyken 12
English
service of the Nabob Haider Alichan, written to the chief of Sadraspatnam de Neijs, from which it appears not unclearly that the Nabob expects no native envoy, but indeed a servant of distinction from here, we have therefore, as well as in consideration that the Governor and Council of Tranquebar had already resolved to dispatch their Secretary to the Nabob, also resolved to dispatch two members from our midst, namely the titular merchant Joan Daniel Simons, and the junior merchant Iohannes Accama, as commissioners on behalf of this Government to the Court of the Nabob Haider Alichan, to learn what proposals His Highness will have to put before us. Which resolution we hope, as well as the two previous ones, will be approved by Your High Nobilities, considering that the interest of the Company requires of us not to give him the least reason for displeasure. That would certainly happen if, instead of the aforementioned commissioners, we were to send one or more natives, while the Government of Tranquebar dispatched their secretary to him. For he would regard such an act as a lack of respect toward him, and as arrogance on our part, which could not fail to cause bad blood. In accordance with the aforementioned resolutions, the letter from the Nabob having since been answered with a request to send over the necessary safe-conducts for the aforementioned commissioners, we expect them daily, upon which, if matters do not change in the meantime, we shall send them directly to Arcot to learn what His Highness will have to propose. On which occasion we shall also instruct them to insist with emphasis, yet in a friendly manner, on the release of Topanden and the clerks Wulick and terft imprisoned with him. However much we try to observe the strictest neutrality here between the warring powers, and however much we have also given proof of this during the presence here in the month of August of the English fleet under the command of Admiral Edward Hughes, indeed, however much we have constantly tried through daily proofs of friendship and helpfulness to convince the English of our sincerity, nevertheless the simple receipt of the aforementioned missive from the Nabob Haider Alichan has aroused disadvantageous presumptions with the chief on behalf of the English Company at Nagore, Mr. John Huddleston. Hardly had he received word, though from whom is unknown to us, that we had received a letter from Haider Ali and had thereupon resolved to dispatch commissioners to him, or he immediately saw fit to write a letter to us, in which, in the name of the English Company and the Secret Committee of Fort St. George at Madras, he put several questions to us, both with regard to that missive and with relation to the resolutions taken thereon. As Your High Nobilities may be pleased to see further in our Secret Resolution of the 20th of December, into which his letter is inserted. Deliberating on this, we indeed understood that we were not obliged to answer that letter, since we do not have to disclose our correspondence with native princes to anyone other than Your High Nobilities. But we simultaneously observed that such a refusal in the present case could not fail to arouse disadvantageous suspicions among the English, and that it was therefore better, especially because the Nabob's letter and the resolutions taken thereon by us contained nothing that needed to be kept secret, to disclose it for this time to the aforementioned Chief of the English at Nagore, in order thereby to remove from the Madraspatnam Government all grounds of suspicion that we might at times have resolved anything to the disadvantage of their Company. And in conformity with these considerations, we subsequently saw fit to answer affirmatively the question put by the aforementioned chief, whether we had recently received a letter from the Nabob Haider Alichan; but to mention at the same time that it was an absolute untruth that we were thereby required, as had been alleged by him, to recognize him as Nabob of the Carnatic, as well as to prepare ammunition and war supplies for his service: but that on the contrary the only thing the aforementioned commander had demanded of us consisted of a request not to assist his enemies during the present war and to send him an envoy from here. This having subsequently been communicated to him, we added to it, in conformity with the further resolutions of that day, that having resolved upon these various matters, one or two members from our Council (though not in the character of ambassadors, as had been wrongly reported to him, but indeed as commissioners from here) would be sent to Haider Alichan in the near future to learn what matters His Highness would have to propose. And although we might have considered Mr. Huddleston's letter fully answered with this, we nevertheless thought it proper, in order to remove all doubt from both the Government of Madras and him, to furthermore assure him that during the present war between the warring parties we would observe the strictest neutrality until such time as our superiors [illegible] otherwise.
Dutch transcription
165 dienst van den Nabab Haider, Alichan, aan het opperhoofd van Sadraspatnam de Neijs geschreeven, waar uijt niet on„ duijdelijk blijkt, dat den Nabab geen Inlandsch zendeling, maar wel Een Bedienden van aan„ „zien van hier verwagt, zoo hebben wij zoo daar om, als uijt aan„ „merking dat den heer Gouverneur en Raad van Tranqueban bereeds beslooten hadden haaren Secretaris aan den Nabab af te vaar„ „digen, ook beslooten, twee Leeden uijt het midden van ons, nament„ lijk den koopman titulain Joan Daniel Simons, en den onderkoop„ „man= Iohannes Accama, als Gecommitteerden van weegen deese Regeering na het Hof van den Nabar Huider Alichan afte„ vaardigen, om te verneemen wat propositien zijn Hoogheijd aan ons zal hebben voortestellen. welk besluijt wij hoopen, dat zoo wel als de twee voorige door uwe Hoog Edelheedens, zal worden geapprobeerd, uijt aanmer„ king „king het belang van de Compagnie van ons vorderd, om aan hem geen de minste reeden van mis„ „noegen te geeven. Dat zekerlijk geschieden zou„ zoo wij in plaats van de gemelde gecommitteerdens, een of meer In„ landers zonden, terwijl de Regee„ „ring van Tranquebaar haaren se„ „cretaris aan hem afvaardigden. want hij zodanig een daad voor min agting ten aanzien van hem, en voor grootshartigheijd met betrekking tot ons, beschouwen zou: dat niet zou kunnen na„ „laaten kwaat bloet te zetten. Ingevolge de voorschree¬ „re besluijten, den brief van den Nabab Seedert beantwoord zijnde, met versoek om voor de voor„ „schreeve gecommitteerdens, de noo„ „dige brieven van vrijgelijde over„ „tezenden; verwagten wij die dagelijks, wanneer we, zoo de zaaken inmiddens niet van ge„ daan te veranderen, haar direct na Arcadoe zullen afzenden, om Nagesien J Luyken 166 om te verneemen wat zijn Hoog„ „heijd zal hebben voor te dragen. Bij welke geleegendheid wij haar teffens zullen gelasten om met nadruk, dog op eene vriendelijke wijse, te insteeren op het ontslag van Topanden, en de met hem gevangen Pennisten Wulick en terft. Hoe zeer wij hier, ook tragten de Stipste nutraliteijt te observee„ „ren tusschen de oorlogende Mogend„ „heeden, en hoe zeer wij hier van ook blijken gegeeven hebben bij het aanweesen alhier in de maand Augustus van de Engelsche vloot, onder de ordre van den Admiraal Edward Hugus, Ja, hoe zeer mij door dagelijksche bewijzen van vriendschap en gedienstigheijd steeds getragt hebben de Engelschen van onse Opregtheijd te over„ tuijgen, heeft egter den eenvoudi„ „gen ontvangst van den opgemelden missive van den Nabab & Haider Alichan, nadeelige presumtien verwekt bij het opperhoofd van wee„ „gen de Engelsche Compagnie te Naoer den heer John Audleston Naauwlijks. Naauwlijks hadt hij, dog door wie is ons onbekend, tijding gekreegen, dat wij een brief van Haider Ali ontvangen en daar op beslooten hadden, om gecom„ „mitteerdens aan hem aftezenden, of hij vond aanstonds goed aan ons een brief te schrijven, waar bij hij uijt naam van de Engelsche Compagnie en 't Secreet Committe„ van het fort St George te Ma¬ „dras, aan ons verscheijde waa„ „gen deed, zoo met opzigt tot dien missive, als met relatie tot de besluijten daar op genomen. Gelijk uwe Hoog Edelheedens, nader gelieven te zien bij onse Secreete Resolutie van den 20:e December waar bij zijnen brief is g'insereerd. Wij hier over delibereerende begreepen wel dat wij niet ver¬ pligt waren op dien brief te antwoorden, uijt hoofde mij van onse Correspondentien met Inlandsche Vorsten aan niemand opening Nagesien J Luyken 167 opening hoeven te geeven als aan uwe Hoog Edelheedens dan wij merkten teffens aan dat zoo„ „danig een wijgering in het presente geval niet zou kunnen na laaten nadeelige suspicien te verwek„ „ken bij de Engelschen, en dat het derhalven, voor wijgering in het presente geval niet zou kunnen nalaaten nadeelige Suspicien te verwekken bij de Engelschen, en dat het derhalven, voor al, wijl, 's Nababs brief, en de besluij„ „ten daar op door ons genomen niets inhielden dat behoefden te worden gesecreteerd, beeter was daar van voor deese keer opening te geeven aan het voor„ „schreeve Opperhoofd den Engelschen te Naoer, ten eijnde daar door aan de Madraspatnamsche Regeering alle reedenen van ver¬ „denking, of wij Zomtijds iets ten nadeele van haare Com„ pagnie mogten besloten hebben te beneemen. En Conform deese bedenkingen vonden 13½ vonden wij vervolgens goed, de waag door het gemelde opperhoofd ge„ daan, of wij onlangs een brief ontvangen hadden van den Nabab Haider Alichan! affirmatief te beantwoorden; dog daar bij teffens aantehaalen dat het eene volstrekte onwaarheijd was, dat daar bij, gelijk door hem geavanceerd was, van ons zou gevorderd weesen om hem voor Nabab van Carnatica te erkennen, mitsgaders om ammu „nitie en Oorlogs behoeftens tot zijnen dienst in gereedheijd te bren¬ „gen: dan dat daan en teegen het eenigste wat gemelden veld„ „heer van ons gevorderd hadt, bestondt in een versoek om zijn vijanden geduurende den presenten oorlog niet te assisteeren en hem van hier een zendeling toe te zenden. Dit hem vervolgens ge communiceerd zijnde, hebben wij Conform Nagesien F Luyken 3 168 Conform de verdere besluijten van dien dag, er bij gevoegd, dat wij tot dit een en ander beslooten hebbende, er eerst daags een of twee Leeden, uijt onsen Raad (: dog niet in het Caracter van Ambassadeurs, zoo als men aan hem ten onregten gemeldt hadt:) maar wel als gecommitteerdens van hier na, Haider Alichan zouden wor„ „den afgesonden, om te vernee„ „men, wat zaaken zijn Hoog„ „heijd zou hebben voortestellen. En Schoon wij hiermeede den brief van de heer Hudleston voor volkomen beantwoord had¬ „den kunnen houden, vonden wij egter nog goed, zoo om de Regeering van Madras als hem alle Zwijfeling te beneemen, van hem daaren boven nog te ver¬ „zeekeren, dat wij geduurende den presenten oorlog tusschen de vor„ „logende partijen de stipste mi„ „traliteijt zouden observeeren tot zoo lang het onze superieuren an„ ders.
English
might come to order. And whereas this has since occurred, by letter of 21 December, we trust that Your Right Excellencies will be pleased to be as satisfied with this our answer as with that which we have given to his letter of 18 December, concerning the reclamation of some sepoys who were said to have deserted from Vaoer to this place, although we have politely declined this request of his, because we were obliged neither by cartel nor custom to grant that request, and moreover it was not known to us that we had taken on any English sepoys, as further appears from our Secret Resolution of 20 December, to which we respectfully refer. Checked: J Luyken However much we might conclude from the letter written to us by the Nabob Haider Alichan and from his conduct maintained hitherto toward our offices of Sadraspatnam and Palleacatta, where since the invasion of which we have spoken above no hostilities have occurred, that he had not until now aimed at the Company possessions along this coast, we have nevertheless been warned by a certain letter written by the merchant Blaaukamer on 31 October 1780 to the undersigned Governor to arm ourselves, and particularly to put this capital in a state of defense. A certain English gentleman, he says, who had expressed to him much cordiality for our nation, had informed him of this during an express visit he paid him for that purpose, further showing that in his opinion there would be no ready means for this other than the summoning of sufficient troops from elsewhere, and the digging of a ditch around the outer city. And since the warning that a certain French officer in the army of Haider Alichan, named Rousseau, whom we all know, had conveyed to Captain-Commandant Gijsbertus Zegelaar through the mouth of a peon of the latter, who was in the camp to inquire after some news of Topander, fully agreed with this warning, we have begun to give somewhat more credence to the first news, for the said peon, in the name of the aforesaid French officer, not only warned Captain Zegelaar no longer to stay at night in his garden situated outside the China Gate, or to leave any goods there, but moreover advised him to send his valuable furniture elsewhere, because the Nabob Haider Alichan was little to be trusted. Furthermore, the said peon added in the name of Mr Rousseau that his master should inform his good friends of this, and that it would be very good and necessary to have the ditches of the outer city deepened, in order to make them impassable for cavalry. This important warning having been communicated by Captain Zegelaar to the undersigned Governor, we conferred about this and about the advice of the merchant Blaaukamer on 11 December. And since, according to the aforesaid warnings, which deserve all the more credit because they come from two distinct individuals, this city does not seem to be out of danger of being attacked by a corps of troops of Haider Alichan, we found it necessary to place ourselves in a better posture of defense, and consequently we resolved on 11 December: 1. To have the ditch of the outer city deepened three roods deep from the bastion Hollandia to Duurstede. 2. To have the earthen parapets of the points Purmerent, Duurstede, and Orange, which were in such disrepair that the ordnance was entirely exposed, repaired at once by throwing up new earthen parapets covered with green sods. 3. To place a wooden gate on the bridge of the China Gate, in order to cover that gate against an attack by night or at an unseasonable time. 4. To have the line and earthen battery on the sea side thrown up in the year 1773, which has since fallen into disrepair, thrown up again, and subsequently to place there a good number of sepoys alongside some artillerymen, with 6 brass cannon of 4-pounder balls, in order to cover the city from that side against an unexpected attack; and 5. To enlist, over and above the 250 sepoys already taken into service, another 171 men, in order thereby to bring that corps to 700 men, who are strictly necessary to man the most critical posts. And since this has since been executed or put into effect, we trust that Your Right Excellencies will be pleased to conform with our aforesaid decisions, in consideration of the necessity we are under to put ourselves into a state of defense. Since or after the taking of the aforesaid decisions, we received news here from Tranquebar that on the 15th of that month some troops of Haider Alichan had fallen upon a village named Pierocoedie, situated barely an hour's walk above that place, and had burned everything there. And since one might from this Checked: J Luyken
Dutch transcription
ders mogten komen te ordonneeren. En dewijl dit een en ander See„ „dert geschied is, bij brief van den 21. December, vertrouwen wij dat Uwe Hoog Edelheedens met dit ons antwoord zoo, wel genoegen zul„ „len gelieven te neemen als met dat het geen wij gegeeven hebben op zijnen brief van den 18. Decem¬ „ber behelzende reclame van eenige Sipaijs die van Vaoer na hen„ waarts zouden gedeserteerd zijn, Schoon wij deese zijne instantie beleefdelijk van de hand geweesen hebben. want wij tot het in„ „willigen van dat versoek nog volgens Cartel nog gebruijk verpligt waren, en ons boven„ dien niet bekend was, dat wij eenige Engelsche Sipaaijs had„ „den aangenomen: zoo als dit na„ „der blijkt bij onse Secreete Re„ solutie van den 20. December waar aan wij ons met Eerbied refereeren Nagesien J Luyken e 169 refereeren Hoe zeer wij ook uijt den brief door den Nabab Haider Alichan aan ons geschreeven en uijt zijn gedrag, tot nog toe omtrend onse Comptoiren Sadraspatnam en Palleacatta gehouden, al„ „waar seederd den inval waar van wij hier boven gesprooken hebben, geene vijandelijkheeden ge¬ „beurt zijn, zouden mogen op„ „maaken, dat hij het Dot nog toe niet tegen Compagnies be„ „zittingen ter deeser kilste gemunt hadt; zijn wij egter door zeeke„ „ren brief van den koopman Blaaukamer op den 31. october 1780. aan den ondergeteekende Gouverneur geschreeven, gewaar„ schouwt geworden om ons te wa„ „penen, en voornamentlijk deese hoofdplaats in staat van Zee„ „genweer te brengen; zeeker En„ „gelsch heer zegt hij (: die aan hem betuijgd hadt veel hartelijk„ heijd 4./. heijd voor onse natie te hebben:) hadt hem dit te kennen gegeeven in een, expres bezoek dat hij hem ten dien eijnde gaf, onder vertoning ven„ „der dat daar toe na zijne ge„ „dagten geen gereeden middel zou weezen, als het ontbieden van genoegsaame troupes van elders, en het delven van een gragt om de Buijtenstaet En nadien met deese waar„ schouwing volkoomen over een¬ „stemd, die welke zeker frans officier in het Leger, van Hai„ der Alichan in naame Rous„ „sean, welke wij alle kennen, aan den Capitain Comman„ „dant Gijsbertus Zegelaar heeft laaten doen, door den mond van een Pion van den laaste, welke in het legen was, om na eenige Lydting van Topander te verneemen, heb„ „ben wij aan de Eerste tijding wat Nagesien F Luyken 170 wat meerder geloof beginnen te de„ „fereeren: want gemelden Pion, heeft uijt naam van den voor„ schreeven Franschen officier, niet alleen den Capitain Le„ „gelaan gewaarschouwt, om zig des nagts niet meer in zijnen thuijn (:buijten de Poort China staande:) te onthouden of er eenige goederen in te laaten, maar hem boven dien nog aangeraaden om zijne pretieuse meubelen naar elders, te ver„ „zenden, om reeden den Na„ „bab Haider Alichan wij„ „nig te vertrouwen was. Voorts heeft gemelden Sion er uijt naam van d' heer Rous„ „sean nog bij gevoegd, dat zijn heer hier van zijn goede vrien„ „den moest verwittigen, en dat het zeer goed In noodzaake„ „lijk weesen zou, om de gragten, van de Buijten stad uijt te laaten diepen, ten eijnde die onwaatbaan te maaken voor de Cavallerij. van van deese gewigtige waarschou„ „wing, door den Capitain Zege„ „laan kennis gegeeven zijnde aan den ondergeteekende Gouver„ „neur, hebben wij daar over en over het geadviseerden door den koopman Blaaukamer geconfereerd op den 11. December: En nadien volgens de voorschreeve waarschouwingen, die om dat ze van twee bij zon„ „dere persoonen zijn, des te meen geloof verdienen, deese stad niet, buijten gevaar Schijnt te zijn om door een Corps troupes van Haider Alichan ge„ „attaqueerd te worden, vonden wij het noodsaakelijk ons in een beeter postuur van defensie te stellen, en dienvolgende resol„ veerden wij op den 11. December. 1; om de gragt van de buijten stad van de punt Hollandia af tot Duursteede toe, drie roe¬ „ten diep uijt te laaten diepen. 27. Om de aarde borstweeringen van de Lunten Punmerent, Duursteede Nagesien J Luyken 9 171 Duursteede, en Orange, (:die zodanig vervallen waren, dat er het geschut ten eenemaal blootstond:) ten eersten te laaten herstellen, door het ophaalen van nieuwe aarde borstweerin„ „gen met groene Looden gedekt. 3, Om op de brug van de Poort China, een houte hek te plaatsen, om die poort voor een aanval bij nagt of ontijde te dek„ „ken. 4. om de in anno 1773. opge„ „haalde Linie en aarde batterij aan de Zeekand (:welke seedert, vervallen is:) weeder te laaten ophaalen, en er volgens een goed getal Sipaaijs neevens eenige Artilleristen, met 6. Stuks metaal kanon van 4. lb bals te plaatsen, ten eijnde de stad van die kant voor een onven„ „wagten aanval te kunnen dek„ „ken; en om boven de bereeds in dienst genomen, 250. Sipaijs, nog 171. koppen in dienst te nee„ „men, om daar door dat Corps No op 700. Koppen te kunnen brengen die 'er tot het bezetten van de hoognoodsakelijkste posten volstrekt nodig zijn En nadien dit een en an„ „der, seedert uijtgevoerd of in het werk gesteld is, vertrou„ nen wij, dat uwe Hoog Edel„ „heedens zig met onse voor„ schreeve besluijten wel zul„ „len gelieven te Conformeeren, uijt aanmerking van de nood„ saakelijkheid waarin wij zijn om ons in staat van defensie te stellen. Seedert of na het neemen ƒ van de voorschreeve besluijten, ontvingen wij hier tijding van Tranquebar dat 'er op den 15. van die maand eenige trou„ pes van Huider Alichan in een Dorp, Pierocoedie genaamd, pas een uur gaans bo¬ „ren die plaats geleegen, geval„ „len waaren, en er alles ver„ „brand hadden. En nadien men hier uijt met Nagesien J Luyken
English
172 had ground to conclude that his bands of robbers were descending more and more towards the southern places, the undersigned Governor, having considered this, deemed it necessary, in order not to be surprised by such a troop either by day or night, to draw up a certain order according to which everyone would have to conduct themselves in case of alarm. With which order, which served at our session of 20 December, we hope that Your High Honours will also be pleased to conform. We also hope that the arming of our Company of Clerks and Burghers, as well as the further arrangements regarding the aforementioned Company made by us on the aforementioned 20 December, will likewise merit the approval of Your High Honours. As will also the distribution made of the artillerymen to the respective points of the city, and the planting of boundary flags on our villages; for reasons more fully mentioned in our aforementioned Resolution of 20 December, to which we take the liberty to refer. After the undersigned Governor had accurately surveyed the entire able-bodied force to be found here, we saw, from a specific list thereof received at our meeting of 20 December, that in time of need we could bring into arms no more men, whether white or black, burgher or soldier, than 1406 men. Then, because that force is somewhat Examined J Luyken too 173 too weak to be able properly to cover the walls of the outer city of Nagapatnam in case of an enemy attack, especially as the curtains between the bastions are too long to be defended from the bastions alone, we have resolved, in confidence of a favourable approval, to augment the Corps of Sepoys to 1000 men, on condition that the last granted increase of 300 heads be revoked again as soon as the fear of the arrival of the troops of Haider Alichan in these southern quarters shall have disappeared. In which posture of defence we shall remain until we shall have received an answer from Your High Honours to our humble secret letters of 29 July and 15 October 1780, which we await with the utmost eagerness. We mentioned above in a single word the receipt of a letter from Proelappa, servant of the first signatory of this letter, dispatched by us with a letter and some gifts to the Nabab Haider Alichan. After the said servant had informed the undersigned Governor of his arrival at Arcot, and of the handing over of the Company's letter and the gifts to His Highness Haider Alichan, which appear to have been received with affection, he subsequently mentions that after the handing over of the gifts, the Nabab had directly asked him whether his letter had already been received at Nagapatnam, and whether the commissioners requested therein had already departed. From which we are all the more confirmed in the thoughts that we had already formed, that Haider Ali expects from here not natives, but indeed Examined F Luyken 174 indeed two commissioned European servants of the Company. Subsequently, the said servant requests, in the name of His Highness, that as soon as French ships might arrive here, that prince be immediately informed thereof, and furthermore says that the said prince had threatened that if we were to proceed from Nagapatnam, Portonovo, Sadraspatnam, or Lalleacatta to assist the English with a small piece of straw, these are his own words, or to grant them shelter, we would have to undergo much. A threat, truly, that causes us no small concern. For if we assist the English from here with arrack and other provisions, we run the danger of being hostilely attacked by Haider Alichan. And if we prevent the same, then it is likely that we shall shortly become embroiled with the English. In both of which cases, our factories Sadras and Lalleacatta would immediately be in turn to be overwhelmed. Thus we truly do not know what to do or leave undone in this matter. The more so, because we, or actually the undersigned Governor, obtained information through a private letter written to his Honour by the merchant Blaaukamen, who is presently at Sadras, that the English at Madras are said to have received news from Europe that in the month of June or July 1780, the Parliament of England had declared by unanimous vote all the treaties existing between that crown and our Republic to be null and of no value. Especially Examined J Luyken 175 especially because there was added thereto that it was rumoured at Madras that the government there had received orders from Europe to immediately take possession of Sadras and Lalleacatta upon receipt of that news. It is true that the English presently have no opportunity for this, as Haider Ali is everywhere so closely on their heels that they can achieve little outside their strongholds. Yet if it should nevertheless happen that another pitched battle were risked by the English against Haider Ali, as it is said will happen shortly, and they remained victorious, those places would lie exposed to their force, of which we trust they would make immediate use if they only thought they had the
Dutch transcription
172 met grond moest opmaaken dat zijne Roofbenders meer en meer na de Zuijdelijke plaatsen kwa„ „men afzakken, heeft den onder„ geteekende Gouverneur (:dit over„ woogen hebbende:) noodsake„ „lijk geoordeeld, om niet door zo„ danigen troep het zij bij dag of nagt overvallen te worden, zee„ „kere ordre op te stellen waar na zig een ieder in Cas van alarm zou hebben te gedragen. Met welke ordre, die ter onser sessie van den 20: December gediend heeft, wij hoo„ „pen dat uwe Hoog Edel„ „heedens zig ook zullen gelieven te Conformeeren. Ook hoopen wij dat het wapenen van onse Com„ „pagnie Pennisten en Burgers, mitsgaders de verdere schikkin„ „gen omtrent de voorschreeve Com„ „pagnie door ons gemaakt op den voorgewaagden 20. December, almeede de approbatie van uwe Hoog Edelheedens verdienen zal zal. Gelijk meede de gedaane verdeeling van de Arthilleriste, op de respective punten van de stad, en het planten van Li„ „miet- vlaggetjes op onse Dor„ pen; om reedenen bij onse voor„ schreeve Resolutie van den 20. December breeder vermeld, waar aan wij de vrijheid neemen ons te gedragen. Na dat den ondergeteekende Gouverneur naauwkeurig hadt laaten opneemen de gansche weer„ „baare magt die alhier te vinden was, hebben wij, uijt een daar van ter onsen bij een komste van den 20. December ingekome, speci„ „fique notitie gezien, dat wij in tijd van nood, niet meer man„ schappen, het zij blanken of Zwarten, Burger off Soldaat, in de wapenen zouden kun¬ nen brengen als 1406. man„ Dan wijl die magt wat Nagesien J Luyken te 173 te zwak is om de wallen den Nagapatnamse buijten Stad bij een vijandelijken aanval be„ „hoorlijk te kunnen dekken, voor al daar de gordijnen tus¬ „schen de bastions al te lang zijn, om van de bolwerken alleen ge¬ „defendeerd te kunnen worden, hebben wij in vertrouwen van een gunstige approbatie be„ „slooten, om het Corps Li„ paaijs tot 1000. man te augmen„ „teeren, mits de laaste geaccor„ „deerd vermeerdering van 300. koppen, zoodra weer worde ingetrokken, als de vrees, voor„ de komst der troupen van Haider Alichan, naar deese Zuijdelijke Contrijen, zal ver„ „dweenen weesen. In welk postuur van defensie - wij zullen blijven, tot wij ant„ woord van uwe Hoog Edel¬ „heedens zullen ontvangen hebben, op onse needrige Secree¬ „te brieven van den 219. Julij en 15. 8ber 1780. , die wij met het uijterste verlangen te gemoet zien 16./. zien. we hebben hier booven met een enkeld woord gemeld van den ontvangst van een brief van Proelappa, dienaar van den Eersten Teekenaar deeses, door ons met een brief en eenige ge„ Schenken aan den Nabab Hai„ „der Alichan afgesonden. Na dat gemelden Dienaar aan den ondergeteekende Gou„ verneur kennis gegeeven hadt van zijn aankomst op Arca„ „doe, en van het overgeven van Compagnies brief en de geschen„ ken aan zijn Hoogheijd Huider Alichan, die met toegeneegendheid schijnen ontvan„ gen te zijn; haald hij vervol¬ gens aan, dat na het overgee„ ven van de geschinken, den Nabab hem direct hadt gevraagd of zijnen brief op Nagapatnam al ontvangen was, en of de daar bij gevraagde gecommitteerden al vertrokken waren. waar uijt wij des te meer worden beves¬ „tigt, in de gedagten die wij reeds geformeerd hadden, dat Haider Ali van hier geen inlanders maar wel Nagesien F Luyken 174 wel twee Gecommitteerde Euro„ peesche Dienaaren van de Com„ pagnie verwagt. vervolgens versoekt den gemelden Dienaar uijt naam van zijn Hoogheijd, om zoo dra hier fransche scheepen mog„ ten aankomen, om 'er dien vorst, direct kennis van te geeven, en zegt wijders dat gemelden vorst gedreijgt hadt bij aldien wij mogten overgaan om van Naga¬ „patnam, Portonovo, Sadras„ patnam, of Lalleacatta, de Engelschen met een klijn stuk¬ „je stroo, dit zijn zijne eijge woor„ „den te assisteeren, of hun Lijf berging te verleenen, wij veel zouden moeten ondergaan. Een bedrijging waarlijk die ons vrij wat bedenking baart. want assisteeren wij de En„ „gelschen van hier met arrak en andere leevensmiddelen, zoo loopen wij gevaar van door Haider Alichan vijandelijk geattacqueerd te worden. En beletten wij het zelven, zoo zoo staat het geschaapen; dat wij eerst daags met de Engelschen zullen gebroulleerd raaken. In beijde, welke gevallen, onse factorijen Sadras en Lal„ leacatta, al aanstonds aan de beurt leggen om overrompeld te kunnen worden. Dus wij waarlijk niet en weeten wat ons in deesen te doen of te laaten staat. Te meer, wijl wij, of eijgentlijk den ondergeteekende Gouverneur, bij een particulieren brief, door den koopman Blaaukamen, die tans op Sadras is, aan zijn Edele geschreeven narigt erlangd heeft, dat de Engelschen op Ma„ „dras, tijding uijt Europa zouden ontvangen hebben, dat in de maand Junij of Iulij 1780, het Par„ lement van Engeland met unanimme Stemmen zouheb„ ben verklaard, alle de Tractaa„ „ten tusschen die kroon en onse Republick existeerende, voor nulen van geenen waarde. vooral Nagesien J Luyken 175 vooral wijl daar bij nog gevoegd is, dat men op Madras debi„ teerden, dat de Regeering al„ „daar ordre uijt Europa zou bekomen hebben, om op den ont„ vangst, van die zijding, zig aanstonds meester te maaken van Sadras en Lallea„ catta. Het is wel waar, dat de Engelschen daar toe tans geen geleegendheijd hebben, al zoo Haider Ali haar over al zoo naauw op de hielen zit dat zij buijten haare vastigheeden wijnig kunnen uijtvoeren. Dog zoo het even wel eens gebeurde, dat door de Engelschen nog een veldslag tegen Haider Ali gewaagd wierdt, zoo als gesegt wierdt, zoo als gesegt wordt dat eerst daags zal ge„ schieden, en zij overwinnaars bleeven zouden die plaatsen voor haar gewelt bloot leggen, waar van wij vertrouwen, dat zij direct gebruijk zouden maa¬ ken, zoo zij maar meenden er de: 17.
English
to have the least reason for. Yet since we shall, as far as it depends on us, take as much care for this as will accord with our own safety in the Company's interest, we request Your High Nobilities, with as much emphasis as the gravity of the matter demands, to furnish us as soon as possible with positive orders on how we and our chiefs shall conduct ourselves with respect to the demand of Haider Alichan not to assist the English in any way. Wherewith, after having wished Heaven's most salutary blessings upon Your High Nobilities' precious persons and Checked F Luyken 176 and weighty deliberations, we have the honor to remain with deep respect, beneath stood, Right Noble, Highly Honorable, Widely Commanding Lords and Honorable Sirs, lower, Your High Nobilities' humble and very obedient servants, was signed, R: van vlissingen, P: I: Dormieux, D: E: G: Hazelman, S: Mossel, P: E: van Halm, I: D: Simons, M:s Stoffenberg, F: W: Bloeme, and I:s Accama, in the margin, Nagapatnam in the Castle, the 27th January 1781. Agrees J: V: Vassingen Checked Jn Luyken Checked Jn Luyken Checked Jn Luyken N: 3 Checked J ƒ
Dutch transcription
de minste reeden toe te hebben. Dan wijl wij daar voor voor zoo ver het van ons depen„ „deeren, zal, zoo veel zorg zullen zien te draagen, als met onse eijge vijligheijd in Compagnies belang zal over een stemmen, versoe„ „ken wij Uwe Hoog Edelhee„ „dens met zoo veel nadruk als het gewigt der zaak verEijscht, om ons zoo spoedig als maar mogelijk is, met positive ordres te munieeren, hoe wij ons, en onse opperhoofden zig gedraagen zul„ „len, met opzigt tot den Eijsch van Haider Alichan, om de Engelschen nergens meede te adsisteeren. Waarmeede na S Hemels Heilreijkste Zegeningen, gewenscht te hebben, over uwe Hoog Edel„ „heedens dierbaare Persoonen, en Nagesien F Luyken 176 en gewigtige Deliberatien wij ons de Eere geven met diep ontzag te blij„ ven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijd Gebie„ „dende Heere, en Wel Edele Heeren! /:lager:/ Uwe Hoog„ Edelheedens ootmoedige en Leen Gchoorsaame Dienaaren /: was ge„ „teekend:/ R: van vlissingen, P: I: Dormieux, D: E: G: Ha„ zelman, S: Mossel, P: E: van Halm, I: D: Simons, M:s Stoffenberg, F: W: Bloeme, en I:s Accama, /:in mangine:/ Nagapatnam In't Cassteel den 27: ' Ianuarij 1781. Accordeert J: V: Vassingen Nagesien Jn Luyken Nagesien Jn Luyken Nagesien Jn Luyken N: 3 Nag J ƒ