VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3575

Malabar · 1,024 pages · 189 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3575_0225 view scan ↗

English

granted. carelessness fined in one month's salary for the military treasury. month of April 1777, and only then departed for Aijcotta, and that the same then had her full complement of firearms, so that this company must have received other firearms in place of those handed over, which could not have been supplied from anywhere else than from the Cochin armory, which was then also further confirmed by the submitted warrant for credit to him, wherefore we on that day thought fit to relieve him, Van Eijk, of the accounting for those 72 firearms, and to authorize the chief administrator to write them back into the books, yet also considered that solely through the incorrect statement of him, Van Eijk, all this trouble and paperwork was caused, and that if he, moreover, had not neglected, at his Some surpluses and deficits at Aijcotta discovered upon transfer. first request, to submit the aforementioned warrant, one would have been able even then finally to dispose thereof, and therefore him, Van Eijk, to encourage better attention to duty, fined with a penalty of one month's salary for the benefit of the military treasury here. In our session of 13 October anno passato, the chief administrator made known by a report that, upon confrontation of the transfer made of the camp at Aijcotta against the trade books, by Lieutenant Justinus Andreas Nachtrab to Lieutenant Jacob Bernhard Weinsheimer, various differences were observed, and therewith Wherefrom such arose. Disposition thereof. Some musket balls and bundles of fixed cartridges observed there in excess and deficit balanced against each other. demonstrated that these arose for the greater part because Lieutenant Nachtrab sent no memorandum of write-offs for the supplied provisions, etc., hither; and others because the specification accounts were not properly formed; we disposed hereupon on the same day, and validated the customary write-offs for the supplied provisions, drinks, and oil, and whatever then might still be accounted for as less or more, to have compensated by purchase, or also to have credited. Among the ammunition goods, 444 pieces of musket balls and 137 7/12 bundles of loose cartridges were transferred in excess, but against this 50 1/12 bundles of fixed cartridges less, which latter were received back from a company of sepoys and were probably unserviceable, so that from this arose the balls found in excess, and the powder, or the loose cartridges, may be among the loose cartridges found in surplus; although the latest order regarding the ammunition goods states that those found in surplus shall be taken into the Company's favor, and those accounted for in deficit shall be compensated by purchase to the Company, we nevertheless considered that this order cannot well be made applicable in this case, because these surpluses and deficits evidently arose because the specifications were not kept in proper order, and such cannot so very much and 157 pieces of balls that were moreover still lacking compensated by purchase. About the supplies now coming over. be demanded of a military person; wherefore, subject to the esteemed approval of Your High Nobilities, we have had the deficit of 50 5/12 bundles of fixed cartridges balanced against the surplus of 444 musket balls and 137 7/12 bundles of loose cartridges, yet charged Lieutenant Nachtrab to compensate by purchase the 157 pieces of balls then still accounted for in deficit. Under this heading we may conveniently note that Chief Administrator Reijnier van Harn, on 13 October, submitted in our meeting a report taken, and therewith made known that in the past book year was supplied to the Moorish sailors successively taken into service here for Batavia and sent thither via the ships Honkoop and the Concordia, The further write-offs occurred in accordance with the regulations. a sum of ƒ2984. 8. —, as well as that upon discharge, was paid off to the Moorish sailors who returned from Batavia with the last-mentioned vessel Concordia, for the wages they had been entitled to, ƒ1574. 6. 8; which sums he, the chief administrator, requested to be allowed to charge to Batavia, which we granted him, and of which the account now comes over. The further entries and write-offs are ordinary, and upon them, as well as upon the findings of the delivery of Cape provisions brought by the ships the Ganges and Amsterdam, as well as the sloop Sunda, disposition was made in accordance with the The trade books of ditto 1779/80 were found correct upon audit. regulations; the same may be seen in our resolutions of 17 February, 25 March, 5 August, 13 October, 17 November, 6 and 27 December last, to which we shall respectfully refer, in order to avoid a rambling account, which to Your High Nobilities, in your weighty business, can be nothing but disagreeable. The trade books of this office for the past book year of 1779/80 were properly audited by specially appointed commissioners and found without errors, according to the report submitted thereon inserted into the resolution of 27 December last; we have the holder

Dutch transcription

101 toegestaan. oloftzaamheid bekeurt in een maand gagie voor de krijgs katsan. maand April 1777. en als toen eerst na aijcotta is vertrokken, en dat de „selve als toen haar volle geweer heeft gehad, zoo dat die Compagnie andere geweiren in de plaats van de afgege„ „ven moest hebben ontvangen welke nergens anders als van de Cochimse wapenkamer konden verstrekt zijn, het welk dan ook door de overgelegden zijn aan hem ter te goeddiening ordonnantie nader wierd bevestigt, waarom wij dan ten dien dage goed„ „gevonden hebben hem van Eijk van de verantwoording dier 72. geweiren te ontheffen en den hoofd=administrateur te qualificeeren, die weder bij de boeken te rug te schrijven, dog ook geconside reert, dat alleen door verkeerde dog goulde van lijk over die onge opgave, van hem van Eijk alle deese moeijelijkheijd en schrijfwerk is veroorsaakt, en dat zoo hij daar en boven niet versuijmt had, bij zijn Eenige mees en minderheeden op aij„ zijn eerste gedaan versoek de voor„ „melte ordonnantie overteleggen, men als toen al in staat zoude ge„ „weest zijn, daar op finaal te dis„ „poneeren en daar omme hem van Eijk, ter opwekkinge tot een beeter attentie in den dienst, bekeurt in eene boete van een maand ga„ gie ten behoeve van de krijgs- kassa alhier. ser onser sittinge van den 13. oc„ cetla bij transport ontdekt „ tober annopassato, heeft den hoofd„ administrateur bij een berigt te kennen gegeven, dat bij Confron„ „tatie van het gedaan transport van het Camp te Rijkotta tegens de Negotie boeken, door den Lieute „nant Justinus Andreas Nacht rab aan den Lieutenant Jacob Bernhard Weinsheimer diverse differenten ontwaard zijn, en daar bij 2 102. waar uit zulx s emstaan dipositie daar Eenige snaphaan kogels en bossen vaste pattroonen meerder en minder aldaar ontwaard zijn tegens malkanderen geresiontreert. bij vertoond, dat, die voor het mee„ „rendeel ontstaan zijn, door dat den Lieutenant Nachtrab geene memorie van afschrijvinge, op de verstrekte provisien enz:, heeft herwaarts geson„ „den; en andere, door dat de speci„ „ficatie reekeningen niet nabehooren zijn geformeert; wij hebben hier op ten zelve dage gedisponeert, en de gewoone afschrijvingen op de ver„ „strekte provisien, dranken en olij, gevalideert en wat als dan nog minder of meerder mogt zijn ver„ „antwoord, uijtkoops te laaten ver„ „goeden, of ook laaten te goed doen. Onder de ammunitie goederen zijn aaa. stuks snaphaan-kogels en 137 /2. bossen losse patroonen meer„ „der getransporteert, dog daar tegen 50 1/12. bossen vaste pattroonen min„ „der, welke laaste van een Compag„ „nie. „nie sipaijs zijn te rug ontvangen en denkelijk onbequaam geweest zijn zoo dat daar door de meerder be„ vondene kogels zijn ontstaan en het kruijt, of de losse Pattroonen, onder de te veel bevondene losse pattroo„ „nen kunnen zijn, hoe wel nu de laaste ordre betrekkelijk tot de am„ „munitie goederen luijd dat de over bevondene ten voordeele van de Comp: zullen werden ingenomen en de te min verantwoorde uijtkoops aan de Compagnie vergoed zoo heb„ ben wij egter vermeend; dat deese ordre in dit geval niet wel toe„ passelijk kan werden gemaakt dewijl deese meer en minderhee„ den baarblijkelijk ontstaan zijn, door dat de specificaties niet in behoorlijke ordre zijn gehouden, en zulks van een militair persoon niet 103. en 157. stuks kogels die booven dien nog manquesen uitkoops vergoed. ent het verstrek„ thans over geeat niet zoo zeer kan werden gevergt waarom wij op de g'eerde approba„ „tie van UW Hoog Edelheedens de te min bevondene 50 5/12. bos vaste pattroonen, tegens de overbevondene 444 snaphanen kogels en 137 7/12. bos losse pattroonen hebben laa„ „ten rescontreeren dog de als dan minder verantwoorde 157. stuks kogels ter vergoeding, uijtkoops aan den Lieutenant Nagtrab opgelegd. Onder dit hoofd deel zullen wij gevoeglijk kunnen noteeren, dat Hoofd=administrateur Reijnier van Harn, den 13. october in on„ „se vergadering heeft overgelegt een „ genomene berigt, en daar bij te kennen gege„ „ven, dat in het gepasseerde boek„ „jaar aan de hier voor Batavia successive in dienst genomene en per de scheepen Honkoop en de Concordia de verdere afschrijvingen zijn over eenkomstig de reglementen geschied Concordia na derwaarts versonde„ ne moorse zeevaarende verstrekt was eene somma van ƒ2984. 8. —. mitsgaders dat aan de, met laast gemelten bodem Concordia, van Batavia te rug gekomen moorse zee„ „vaarende bij afdanking, aan de te goed gehad hebbende soldijen afbe „taalt was ƒ 1574: 6. 8. welke som„ „mas hij Hoofd- administrateur versogt, Batavia te mogen aanree„ kenen, het geen wij denselven heb„ ben g'accordeert, en waar van de aanreekeninge thans overkomt. De verdere in en afschrijvingen zijn ordinair en daar op, als ook op de bevindinge van de uijtleeve „ring. van Caabse Provisien met de scheepen de Ganges en amsterdam, mitsgaders de Chialoup Sunda aangebragt, is overeenkomstig met de 104. de negotie boeken van d:o 17 3/80. zijn bij visitatie regtig bevonden. de Reglementen gedisponeert, dezel„ „ve zijn te zien bij onse Resoluties van den 17. februarij, 25. Maart, 5. augustus„ 13. october, 17. November„ 6: en 27. December Jongstleeden, waar aan wij ons eerbiedig zullen ge„ „dragen, om te vermijden een wijd„ loopig verhaal, dat UW Hoog Edel„ „heedens, in derselver gewigtige be„ „sigheeden, niet dan onaangenaam kan zijn. De Nego Boeken ie deeses Comptoirs van het afgeloo„ 7/80. zijn behoor„ „pen boekjaar van 17 „lijk gevisiteert door Expresse ge„ „committeerdens en zonder erreu„ „ren bevonden, uijtwijzens het der„ „wegens ingekomen rapport ter re„ „solutie van den 27. xber: J„o leeden g'insereert; wij hebben den hou„ „der

NL-HaNA_1.04.02_3575_0232 view scan ↗

English

the balance sheet accompanies this. Display of the debits and profits. 217639. 3. 8. of the books were authorized on that day to proceed with the closing of the books, in order to be able to dispatch the same to Your High Nobilities at the first direct opportunity. Meanwhile, accompanying this is the balance sheet, drawn from the aforementioned trade books, demonstrating that this book-year has borne in debits and profits, to wit: In Debits ƒ 377918. 4. -. In Profits ƒ 162654. 8. -. In Revenues ƒ 54984:15: 8. The lesser profits and revenues being subtracted from the greater debits, it thus appears that the debits exceed the profits and revenues by ƒ 160279. —. 8. 105. How much more the Company has fallen in arrears in the past book-year than the previous year. Reasons. Farming out. By comparison now of these with the debits and profits of the previous book-year of 1778/79, which amounted to: In Debits ƒ 489645. 7. - In Profits and Revenues ƒ 414971. 16. 8. It appears that in the recently closed book-year of 1779/80, less profit was made by ƒ 197338: 13. —. And that there were fewer debits by ƒ 111727. 3. -. Consequently, this Office, in the recently closed book-year, by comparison with Ao 1778/79, has fallen further in arrears by ƒ 85611. 10. —. The lesser profits are caused by a lower turnover of trade goods and the lesser debits are to be attributed to the fact that a smaller number of sepoys and other native military personnel were Everything is being done to make the burdens bearable. How large the general balance is. in service than the book-year before, as a result of which the account of war expenses amounted to ƒ 108978. 14: 8 less than previously; we do everything possible to make those heavy burdens more bearable and also hope that through the breaking up of the camp before Cranganore and the further arrangements made, both there and at Rijkotta, the objective will be achieved to a good extent, but to bring it down to the sum determined in the memorandum of retrenchment is not possible as long as we have the Nabob as a dangerous neighbor. The General Balances that continued in the books up to the end of August anno passato, amounting to the sum of ƒ 1007427. 5. 8, consist of the following items: 106. Cash - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 197891. 5. 8. Homeland merchandise - - - - - - - - „ 2247. 17. —. Indian merchandise - - - - - - - - - - „ 16972. 16. -. Writing and bookbinding tools - - - - - - - - „ 370. 10. 8. Gift goods - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 494. 1. 8. Goods for use - - - - - - - - - - - - - - „ 2369. 6. 8. Grains - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2051. 1. -. Weights and scales - - - - - - - - - - - - „ 14530. 12. -. Cooperage - - - - - - - - - - - - - - - - „ 23957. 3. -. Equipment goods - - - - - - - - - - - - - „ 592. 9. -. Gunpowder - - - - - - - - - - - - - - - - „ 12655. 7. 8. Cannons - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6787. 14. -. Mortars - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 18860. 1. 8. Blacksmith shop and craft tools - - - - - - „ 6648. 8. -. The shipyard - - - - - - - - - - - - - - „ 1771. 1. -. Assayers' tools - - - - - - - - - - - - - „ 101. 9. 8. The Debtors - - - - - - - - - - - - - - - „ 294056. -. -. The outstanding accounts - - - - - - - - „ 51771: 6. —. The Timber Yard - - - - - - - - - - - - - „ 435. 7. 8. Gold and silver works - - - - - - - - - - „ 1084. —. 8. Provisions - - - - - - - - - - - - - - - „ 52602. 7. 8. Armory - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 81824. 6. 8. Returns - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 133532. 6. 8. Ammunition goods - - - - - - - - - - - - „ 83741. 18. 8. Bondservants - - - - - - - - - - - - - - - „ 77. 19. —. Sum ƒ 1007427. 5. 8. How much less than anno passato. Some incorrectly entered entries in trade are rectified upon the request of the Head Administrator. In the books of anno 1778/79 the balances upon closing amounted to ƒ 1064182. 3. –, thus in the now closed books ƒ 56754. 17. 8 less than in the book-year 1778/79. In our session of the 17th of November passato, the Head Administrator Reijnier van Harn made known by a written report how in the trade books of 1777/78, when entering the cash account, erroneously 108 cans of arrack were booked for ƒ 75. 12. 8 instead of 182 cans for ƒ 75. 1. 8, and therewith made a request for authorization to rectify this error after all, by booking the 74 cans of arrack that were charged too few to the debit of Cranganore and in favor of the general account, and to charge the ƒ —. 11. - 107. Pay books are examined and found without error. The general muster took place properly. to the debit of the Cash in favor of Cranganore, which request was granted to the Head Administrator. The Pay Books of this Office have been examined by specially appointed commissioners and found without error, as evidenced by our resolution of the 27th of December last and the report appearing therein. The General Muster of all the Company's permanent servants was properly performed up to the end of June anno passato, the report received whereof is inserted in the Resolution of the 5th of August last, wherein the commissioners and the fiscal declare that ƒ

Dutch transcription

de staat reek e verzel deensen verkooning van de lastenen winsten. 217639. 3. 8. der der boeken ten dien dage gequa„ lificeert om met het sluijten der boeken voorttevaaren, ten eijnde deselve bij eerste directe gelegent„ „heijd aan UW Hoog Edelheedens te kunnen versenden. Jntusschen verselt deesen De staat Reekening, getrokken uijt voormelte Negotie boeken, aan„ „toonende, dat dit boekjaar aan lasten en winsten gedraagen heeft, te weeten „ Aan Lasten ƒ 377918. 4. -. Aan Winsten ƒ162654. 8. -. Aan Jnkomsten „„ 54984:15: 8: De mindere winsten en Jnkomsten, van de meerdere lasten afgetrokken zijnde, zoo blijkt, dat de lasten, de winsten en Jnkom„ sten surmonteeren - - ƒ16. 0279. —. 8. Bij 105. hoe veel de Comp: in 't afgeloopen boek„ Jaar meer ten agteren is geraakt als 't voorig Jaar. redenen verpagtering die Bij vergelijk nu van deeze met de lasten en winsten van het voorige boekjaar van 17 2/9., welke beslaan hebben. Aan Lasten ƒ489645. 7. - 16. 8. 41497 Aan winsten en inkomsten„ Consteert dat 'er in het jongst af„ „geloopen boekjaar van 17 23/80, min„ ƒ 197338: 13. —. der is geprofiteert En dat 'er minder las„ --„ 111727. 3. -. ten zijn geweest Gevolglijk dit Comptoir, in het jongst afgelopen boekjaar, bij ver„ 7/79. , meerder ten „gelijk van Ao ƒ 85611. 10. —. agteren is geraakt De mindere winsten zijn ver„ oorsaakt, door een minder verthier van Negotie wharen en de min„ lasten, hier aan toeteschrij„ dere ,dat er minder getall sipaijs andere Jnlandse militairen in men steld alles in het werk om de lasten dragelijk te maken. Hoe groot het generaal restant in dienst zijn geweest, als het boek„ Jaar bevoorens, waar door de Reeke„ ning van oorlogs ongelden ƒ108978. 14: 8. minder heeft beloopen, als bevoorens; wij doen alles wat mogelijk is, om die swaare lasten draagelijker te maaken en hoopen ook, dat door het opbreeken van het Camp voor Cranganoor en de verder gemaak„ „te schikkingen, zoo daar als te Rij„ „kotta, het oogmerk voor een goed gedeelte zal werden berijkt, dog om het te brengen op de somma, bij de memorie van menage be„ „paalt, is niet mogelijk zoo lange wij den Nabab tot eenen gevaarlij „ken buurman hebben De Generaale Restanten die onder ultimo augustus anno passato bij de boeken hebben voortgeloopen ten bedrage van ƒ1007427. 5. 8. bestaan is. 106. - - - - „ 494. 1. 8. bestaan in de volgende articulen. Contanten - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ197891. 5. 8. Vaderlandse koopmanschappen - - - - - - - . . . „ 2247. 17. —. Jndiase koopmanschappen - - - - - - - - - - „16972. 16. -. schrijf en Boekbinders gereedschappen - - - - - - - - „ 370. 10. 8. Geschenk goederen - Goederen tot Gebruijk . . . . . . - .. Graanen Gewigten en balancen kuijpers winkel - - - Equipagie Goederen - - - Buskruijt - - - Canons Mortiers- „ # Smitswinkel en Ambagts gereedschappen - „ 6648. 8. -. De scheeps Jimmerwerf - – – - – - – - - - - - „ 1771. 1. -. Essaijeurs gereedschappen - - - - De Debiteuren „ De Jen agteren staande Reekeninge - - - - „ 51771:6. —. De Houtthuijn - - - - - - Goud en zilver werken - - - - - - - - - - - „1084. —. 8. .. .. Provisien. . . . . . . Wapenkamer - - - - - - - Retouren - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 133532. 6. 8. Ammunitie goederen - - - - - - - - - - - „ 83741. 18. 8. Somma. . . . . ƒ1007427. 5. 8. LijfEijgenen - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 77. 19. —. - - - - „ 2369. 6. 8. - - - - - - „ 2051. 1. -. - - - - „ 14530. 12. -. - - - - „ 23957. 3. -. - - - - - „ 592. 9. -. - - - - - „ 12655. 7. 8. - - - - - „ 6787. 14. -. - - - - - - „ 18860. 1. 8. - - - - „ 81824. 6. 8. - – – –„ 101. 9. 8. - - - - - 294056. -. -. - - - - - - - - - „ 435. 7. 8. - - - - - - - - „ 52602. 7. 8: Bij - - . - „ 2 . - - - -- 6 - -- - 1 hoe veel minder als „p pastato eenige verkeedelijk ingenoomene pos„ ten bij de negotie zin op het verzoek Part. Bij de boeken van anno 17 27/39. heb¬ ben de restanten onder het sluij„ „ten bedragen ƒ1064182. 3. –. , dus bij de nu geslootene boeken ƒ56754. 17. 8. minder als in het boekjaar 17 23/9. ser onser sitting van den 17. No„ „vember passato heeft den Hoofd= administrateur Reijnier van Harn bij een schriftelijk berigt te kennen gegeven, Hoe bij de Negotie boeken van den hoofd administrateurs geredres,„ van 17 27/78. bij het inboeken der Cassa reekening abusieve 108. kan„ „nen arak met ƒ 75. 12. 8. in steede van 182. kannen met ƒ75: 8. geboekt zijn, en daar bij versoek gedaan om qualificatie van dit abuijs, als nog te mogen redressee „ren, met de temin belaste 74. kan „nen arak ten lasten van Eranga„ „noor en ten faveure van het generaal intenemen en de ƒ —.11. - ten 107. „zoldij boeken zijn gevesiteert en onder erveuren bevonden. de generaale en onsteringe is behoor„ lsk geschied ten laste der Cassas in faveur van Cranganoor te brengen, welk versoek den hoofd administrateur is g'accordeert De Boeken. Soldij deeses Comptoirs zijn door Expres„ „se gecommitteerdens gevisiteert en zonder 'erreuren bevonden; uijt wijsens ons besluijt van den 27. December jongst Leeden en het daar in voorkomend rapport. De Generaale Monsteringe van alle 's Compagnies permanen„ te dienaren is onder ultimo Ju„ „nij anno passato na behooren ge„ „daan waar van het ingekomen rapport, ter Resolutie van den 5 Augustus Jongstleeden is g'in„ „sereert, waar bij gecommitteer„ „dens en de fiskaal verklaaren dat ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3575_0238 view scan ↗

English

The muster rolls will be sent by the ship Compagnies Welvaren, verified against the pay books. Six salaried individuals did not appear at the muster, but they have very good knowledge that they are still alive and failed to appear only on account of indisposition. The muster rolls are now arriving, having been compared with the pay books and found to agree, as evidenced by the note in the aforementioned resolution of 5 August passato. Our requisition of merchandise and necessities can only be presented to Your High Nobilities upon the departure of the ship Compagnies Welvaren; meanwhile, this conveys a copy of the requisition we recently sent to the Gentlemen Majors. Our supply of rice and paddy consists of 3000 lasts of rice and 2729 lasts of paddy. Domestic affairs: The camp before Cranganoor now being withdrawn, its operational establishment has ceased, and Fort Cranganoor is now reinforced from within with as many militia troops as its compact space can accommodate, namely with half a company of Europeans, 20 to 25 artillerymen, and a company of Malays of 100 men, while two companies of Chegossen, also of 100 men each, camp outside the fort within range of the artillery. The remaining military personnel who were stationed in the camp have been recalled. The large establishment of Cranganoor, which had to be maintained there since the hostile invasion of the Nabab's troops, is greatly reduced by this; however, the household establishment and the number of military personnel there remain much larger than previously established according to a fixed regulation under the resolution of 16 September 1772, according to which the Cranganoor specifications and accounts were then examined. This increased establishment will absolutely have to continue for some time yet, at least as long as the Nabab remains in possession of the so-called Sandy Land, namely the Cranganoor, Paponetty, and Chettua districts. For this reason, it was deemed necessary to draft a temporary regulation for the present establishment at Cranganoor, against which the monthly accounts being checked, the slightest arbitrariness and excesses in provisioning can be detected at a glance. This regulation shall, however, lapse again as soon as the present establishment is reduced as circumstances dictate, or even entirely restored to its former footing, whereupon the old regulation will take effect again automatically. And since, following the invasion of our possessions by the Nabab, a post was also established at Aykotta, and consequently a household establishment had to be maintained there as well, which for the time being cannot well be more or less than it is at present, consisting of half a company of Europeans, 20 artillerymen, a company of sepoys of 100 men, and two companies of Native Christians, also of 100 men each. Which establishment at Aykotta must absolutely remain in place just as long as the present establishment at Cranganoor, because this post is so closely linked to that of Cranganoor that the preservation of the one place depends on the preservation of the other, and because these two are the keys to the north of our present possessions, as well as the only two places where the Nabab was stopped in his advance. Thus we have also deemed it necessary to draft a temporary regulation for Aykotta, in order to examine the monthly accounts against it for as long as Aykotta must remain occupied in its present state. To this end, two regulations were drafted, previously read among us, and further reconsidered during the session of 15 June anno passato, when we judged that Cranganoor and Aykotta are sufficiently garrisoned according to the present situation, and it was then unanimously resolved to give effect to these regulations, to send them to the servants at Cranganoor and Aykotta, and also to deliver them to the trade servants: to the former to govern themselves accordingly, and to the latter to examine the specifications against them.

Dutch transcription

de monstes rollen tegens de zoldij zal per 't schuip Comp:s welbaaren werden betoret dat ses gegagieerde persoonen bij de monsteringe niet zijn ver„ „scheenen, dog dat ze zeer goede kennisse draagen dat deselve nog in leeven en mits indispositie niet verscheenen zijn. De Monster stollen, komen boeken gecexporteerd inde komen thans over, en zijn tegens de zoldij boeken geconfronteert en accordee„ „rende bevonden, blijkens het aan„ „geteekende ter even gem: Resolutie van den 5: Augustus passato Onsen Eijsch van Koopman„ schappen en Benodigtheeden en iso van koopm en bindig heden zullen wij maar eerst bij ver„ „trek van het schip Comp:s welvaa„ ren UW Hoog Edelheedens kun„ „nen aanbieden, intusschen ver„ selt over. 108 gent in Copia over voorraad van rijst Het Camp te Cranganoos is inge„ trokken en hoe sterk het fort aldaar thans bezet is. dien wij Jongst aan de heeren Majo„ „res hebben laaten afgaan. Onsen voorraad van Rijst en Nelij bestaat 2729 3000. lasten Rijst en da Nelij. de isch an de heeren apor gedaan,„ selt deesen een Copia van den Eijsch Huijselijke Bestellingen: Het Camp: voor Cranganoor thans ingetrokken zijnde, zoo is de omme„ „slag van het zelve vervallen en het Fort Cranganoor nu van binnen met zoo veel militie versterkt, als het zelve na zijn beknoptheijd inhou„ „den kan, namentlijk met een halve Compenie Europeesen, 20. a 25. arthil„ „leristen en een Compagnie maleijers van 100. man, terwijl er nog twee Compenien Chegossen, ook ieder van 100. man; buijten het fort onder het be„ reijk ver„ „ De ommeslag aldaar is wel vermindert, dog niet sodanig als het reglement, bij resolutie van den 16. xber: g'inse„ reert dicteert. Het moet ze bljicop in de sabab meester van 't Tiettuase paponet„ „reijk van het geschut Campeeren, de overige militairen die in het Camp ge leegen hebben zijn opgeroepen. De groote ommeslag van Cranga„ noor, die zedert den vijandelijken inval van snababs troupes daar heeft moeten plaats hebben is hier door wel zeer vermindert, egter de huijshoudinge en het getal der mi„ „litairen aldaar als nog veel grooter als dezelve bevoorens, na een vast reglement, ter Resolutie van den 16. September 1772, gesteld is, waar na de Cranganoorse specificaties en Reekening toen g'examineert wier„ tijse en brangan oorse discriet is „ den deese meerdere ommeslag zal ook absoluit nog eenigen tijd moeten plaats hebben, ten minsten zoo lang de Nabab blijve in de possessie van zoogenaamde Zandigland, na„ „mentlijk het Cranganoorse, Paponet„ Jaa „tijse 109 „tijse en Chettuase district. om de tignomdig ommettais, n ton fodriel regebirenrt aakt tgeen vervallen zoo dra de zaaken men. sterkte op de post Waarom men dan nodig g'oordeelt heeft een temporeel reglement te formeeren, op de tegenswoordige huijs„ houdinge te Cranganoor, waar na de aandelijkse reek: geconfronteert werdende, met een opslag van het oog de geringste willekeurigheijd en Ex „cessen in de verstrekkinge kunnen ont„ „waard worden, dat egter weder verval„ „len zal, zoo dra de tegenswoordige ommeslag na bevind van zaken ver„ mindert, of ook wel ten eenemaal weder op den voorigen voet zal ge„ bragd worden; wanneer het oude reglement als dan weeder van grijpen. zelfs zoude stand En dewijl zedert de inval van den Nabab in onse bezittingen, te Aijkotta ook een post gelegd is, en gevolgelijk daar ook een huijshoudinge heeft moe„ post aijkot „ten met betrokking o rangan oos. voor aijcotta is ook een temporeel lling „ten plaats hebben, die tot als nog niet wel meerder of minder kan zijn, als ze tans is, bestaande in een halve Compenie Europeesen, 20. Arthil„ „leristen, een Compenie sipail van 100. man, en twee Compeniën Jnlandse Christenen, ook ijder van 100. man. welke ommeslag te Aijcotta abso„ de onrsakelijkheid van deke post, leit even zoo lange, als de tegens„ woordige omslag te Cranganoor, moet blijven plaats hebben, alzoo deese post zoo zeer aan die van Cran„ „ganoos g'accrocheerd is, dat het be„ „houd van de eene plaats van het be„ „heud van de andere afhangd, en dat de„ „se beijde de sleutels zijn om de noord, van onse tegenswoordigen bezit„ „tinge, zoo wel als de twee eenigste plaatsen, alwaar den Nabab in zijn regliment gemaakt tot den hushon, vaart gestuijt is, zoo hebben wij almeede nodig g'oordeelt, ook een temporeel 110 ten zijn g'appobeert de bediendens op branganoor en aijotta„ ook die van het negotie Comptoir zijn aanbevoolen na dezelve zig te reguleeren temporeel reglement voor Rijkotta te formeeren, om de maandelijkse ree„ kening daar na te kunnen exami„ neeren, tot zoo lang aijkotta in zijn tegenswoordige staat zal moe„ „ten bezet blijven, waar toe dan twee reglementen ontworpen, bevoorens onder ons geleesen, en ter sitting in welke resolutie de te regenen vaan den 15. Junij anno passato na „der geresumeert zijn, wanneer we g'oordeelt hebben, dat Cranganoor en aijkotta na de tegenswoordige toe„ „stand, sterk genoeg bezet zijn, en als toen unanimiter goedgevonden, deze reglementen te laaten stand grijpen, dezelve den bediendens te Cranganoor en aijcotta toe te sen„ „den, en ook aan de Negotie bedien„ dens te laaten afgeven, aan de eer„ „ste, om zig daar na te reguleeren en de andere, om daar na de specifi„ „catie

NL-HaNA_1.04.02_3575_0244 view scan ↗

English

also a regulation has been formed for the military, artillerymen, seafaring [illegible] to confront and examine accounts, and upon discovery of more funds or goods brought in than the regulation dictates, to give notice thereof to the governor, which regulations are inserted in the aforementioned Resolution, and to which we respectfully conform. The dangerous circumstances of the times in this city in case of alarm urgently requiring that the necessary orders be established and arrangements made in everything in good time, a general order, or regulation, has been formed for the military, artillerymen, seafaring personnel, Company clerks, craftsmen, and burghers, to regulate themselves accordingly in case of alarm, a similar regulation having indeed been drafted here in former times, but which through time needed change and improvement, which improved regulation was adopted after resumption in our meeting of the aforementioned 15 June, and incorporated there. The administration of the Timber Yard, or actually the administration over the general works together with the masonry and house carpentry work, was for some time, in order to reduce the administrations as much as possible, joined to the administration of the shipyard which is outside the city on Calvetti, but since it has since been found that the overseer of the shipyard cannot well and conveniently be away from the yard every time, and also the present overseer cannot manage the masonry and house carpentry work very well, house carpenter Job Vijverberg was generally allowed to assist with that work, from which, however, many difficulties and headaches have arisen, because continually differences and misunderstandings arose between the overseer of the shipyard and the said Job Vijverberg; to remove which and to allow the work to proceed, we have deemed it necessary to separate the administration of the Timber Yard again from the shipyard, and to assign it as an administration to the frequently mentioned Job Vijverberg, who is a skilled craftsman and alert, to which we then decided at our session of 6 March anno passato. In the Council of Justice, this change has occurred, that the bookkeeper and former provision-master Hendrik Dirksz has been dismissed from it, and in his place the bookkeeper and beach warden Johannes Bos has again been appointed as a member, as is noted in our Resolution of 17 November anno passato; and the changes made in the minor colleges can be seen in Resolutions of 8 January, 25 March, and the aforementioned 17 November Ao passato. The Curator ad lites has not taken on any estates in the past financial year. The Secretaries of Justice and the Orphan Chamber have properly rendered account, proof, and balance of the funds administered by them, as shown by the reports inserted in the Resolutions of 25 March and 10 September anno passato, in which latter resolution was also recorded a report from the Chief Administrator Reijnier van Harn, containing notification that the auction account balanced as of the last day of August in the year 1779, and that the auction moneys of what was sold in the past financial year 1779/80 have properly come in, amounting to Rupees 12450.- for the sold ship of Ade Ragia, and Rupees 16.- for some unusable timber that was sold. Divine service is properly performed here by the Reverend Pieter Cornelisz, who has judged the former Syrian Priest Georgius Carolus of Candanate capable of taking his examination, for which reason, by letter of 30 September anno passato, we requested the Noble Lord, Ceylon's Governor Mr. Jman Willem Falck, to please commission one of the Ceylon ministers and send him hither to attend the examination and ordination of this clergyman on behalf of the Ceylon church council; the Ceylon ministers, by letter of 28 October, promised us to send a minister hither at the first opportunity, this not having been able to happen with the pepper ship because that vessel was too crammed with passengers, having taken on and transported military personnel for Tuticorin. The Deacons of the Reformed Congregation and Outside Regents of the Leper House at Paliaporto have, according to annual custom, in public in the presence of two members from our Council, rendered account of the poor and leper funds, during

Dutch transcription

ook is een reglement geformeert voor de militairen, Arthilleristen, zeevarende „catie reekeningen te Confronteeren en te examineeren, en bij ontdekking van meerder opgebragte gelden of goederen, als de bepaalinge dicteert, daar van aan den gouverneur kennisse te geven, welke reglementen, ten voor„ mette Resolutie zijn g'insereert, en waar aan wij ons eerbiedig gedragen De Dangereuse tijds-omstandighee„ ant in dete stad is Casvan allam „ den ten hoogsten vereijsschende, dat op alles bij tijds de nodige ordres gestelt en schikkingen werden gemaakt, zoo heeft men geformeert een gene„ rale ordre, of reglement, voor de mi„ litairen, arthilleristen; Zeevaart, Compagnie pennisten, ambagtslieden en burgers, om zig, in cas van al„ larm, daar na te reguleeren, zijnde hier wel in voorige tijden een zoda„ nig reglement ontworpen, maar 't welk door den tijd veranderinge en verbeeteringe 111 nadministratie van de houtthuin„ is van de scheeps timmerwerf gescheiden gedragen. verbeeteringe nodig had, welk verbe„ tert reglement in onse vergaderinge van voormelten 15. Junij na re„ sumptie is g'arresteert, en al daar ingelijkt. D'administratie van de Hout„ thuijn, of eijgentlijk de administra„ tie over de algemeene werken bene„ „dn huistimmerman Job ijverberg „ vens het metzel en huijstimmerwerk, voor eenigen tijd, om de administra„ ties zoo veel mogelijk te verminde„ ren gevoegd bij de administratie van scheepstimmerwerf die buijten stad op Caluettij is, maar dewijl men zedert bevonden heeft dat de opsiender van de scheepstimmer„ werf, niet wel voegelijk telkens van de usif kan afzijn, en ook de te genswoordige op ziender met het met„ zel en huijstimmerwerk niet zeer wel kan omgaan, zoo heeft men de den huijstimmerman Job Vijverberg doorgaans bij dat werk laaten assisteeren dog waar uijt veele moeielijkheeden en hoofdbreekens zijn ontstaan, door dat bij Continuatie verschil en mit ver„ stand ontstond, tusschen den opsiender der scheepstimmerwerf en gemelde Job Vij„ verberg, om dewelke wegteneemen en het werk voortgang te doen hebben, wij nodig g'oordeelt hebben, de administratie van de Houtthaijn weder te separeeren van de scheepstimmerwerf, en als een administratie op tedragen aan meerm=te Job Vijverberg, die een kundig ambagts„ „man en allert is, waar toe wij dan, ter onser sitting van den 6. maart annopassato, hebben beslooten. In den Raad van Justitie is dese veranderinge voorgevallen dat den boekhouder en geweesen Dispen„ cier Hendrik Dirksz daar uijt is ontslagen 112. uit den raad van Justitie is den gewesen Dispencier Dirksz als lid ontslagen en gestel De verschantingen in ndere Colle„ nes gemaak, en welke resoluties te vinden De Curator adlites en de secretarissen van Justitie en weeskamer hebben reek: bewijs en reliqua gedaan. vende Com: zijn behoolijk binnen komen. ontslagen en in desselfs plaats wee„ den Strandwagter Bos in dier plaatsaam, „ der als lid daar in gesteld den boek„ „houder en staandwagter Johannes Bos, zoo als aangeteekent staat bij onse Resolutie van den 17. Novem„ „ber annopassato en de verschansin„ „gen in de mindere Collegien gemaakt zijn te zien bij Resoluties van den 8. Januarij, 25. maart en voorm=te 17. 9ber: A„o passato. De Curator adlites, heeft in het verloopen boekjaar geene boedels aanvaart en De Secretarissen van Iustitie en Weeskamer hebben behoorlijk Ree„ „kening, bewijs en reliqua gedaan van de gelden door hen g'administreert, uijtwijsens de Rapporten, ter Resolu„ „ties van den 25: maart en 10. Zep„ „tember annopassato g'insereert, bij welke laatste resolutie ook inge„ „schreeven en Gedent werd da behovren vergt van den Suriaansen Tot de ordening priester 9 orgeis Carolus en van Calen en predikant guij schreeven is, eens berigte van den Hoofd= administrateur Reijnier van Harn hou„ „dende te kennen gevinge, dat de vendu Reek: met ultimo augustus anno 1779. heeft effen gestaan, en dat de vendu penningen van het verkogte in het 79 afgeloopen boekjaar 17 3/80. , behoorlijk zijn binnen gekomen met Rop:s 12450. –; voor het verkogte schip van Ade Ragia, en met Ropias 16: van eenige onbequa„ verkogte houtwerken. me De Godsdienst, word hier na be„ „hooren verrigt door den Predikant Pieter Cornelisz die den geweesen suriaans Priester Georgius Carolus van Candanate in staat geoordeeld heeft zijn Examen te doen, waarom wij bij briev van den 30. September annopassato, den Edelen Heer Ceilons gouverneur M:r Jman Willem Falck hebben versogt, een der Ceijlonse Pre„ „dikanten 413. de Diaconen hebben arme prosen middelen bewijs gedaan gedaan ijsge „dikanten te willen Comitteeren en her„ waarts zenden om de Examinatie en ordining van deese geestelijke, van we„ „gens den Ceijlonse kerkenraad, bij te„ „woonen; de Ceijlonse ministers hebben bij brief van den 28. october ons daar aan beloofd, een predikant bij eerste gelegentheijd te zullen her„ waarts zenden, hebbende zulx met het peper schip niet kunnen ge„ „schieden, om dat dien bodem te veel is opgepropt geweest met Passagiers, als hebbende militairen voor Jutu„ corijn op gehad en overgebragt De Diaconen der Gereformeerde Le„ Gemeente en Buijten Regenten van Leprosen huijs te Paliaporto hebben, na Jaarlijkse gewoonte, in het open„ „baar ten overstaan van twee leeden uijt onsen Raad, bewijs gedaan van de arme en Leprose middelen, ge„ „duurende

NL-HaNA_1.04.02_3575_0250 view scan ↗

English

During the census of the households, three native persons were found infected with leprosy. administered by them during the book year 1779/80, of which the submitted report is inserted into the Resolution of 17 November of the past year; Showing how large their capital was, that the capital of the poor as of the last day of August of the past year amounted to Ropias 14000. –. –. And that of the Lepers - - „ 6009. –. —. During the annual census and inspection of the households within this city by two members of the Fire and Ward Masters, assisted by the chief surgeon Harmanus Leitner, and the native physician Gansina Tandiet, three persons, namely a free Malay named Meij, a slave boy named Fortuijn, belonging to Sergeant Nederschild, and a slave boy named September, belonging to the timber measurer Jan Bartels, were found infected with the grievous disease of leprosy, Those people have been placed outside the Company's limits. The Roman Catholic Bishop Francisco de Sales has departed from this coast, and Bishop Fra Carlos Vanischt has taken his place. The correspondence maintained as required which infected persons were immediately transported outside the city and from the Company's limits, with the prohibition to re-enter, as the leper house at Paliaporto has so little income that those among the Company's servants who are afflicted by this grievous disease and are placed there can barely be maintained. Regarding the Roman Catholics, we have only to report that the old Bishop at Warapolij, Francisco de Salis, has departed from this Malabar Coast, and Bishop Fra Carelos Vanischt, who has taken his place, resides at Warapolij. The correspondence with the western offices has been maintained as required, but offers no matter 114 In which resolution the price current of the goods to be purchased is inserted Native affairs The King of Trevancoor has requested 130000 Ropias. to make special mention thereof in this document. The price current, according to which the administrators are inclined and have agreed to provide the necessities in their administrations for the book year 1780/81, was reviewed and approved in our meeting of 13 October of the past year, and recorded in the resolution of that day. Native Affairs The King of Trevancoor requested in the month of August of the past year the advancement of a sum of 130000 Ropias upon his pepper already delivered at that time, and since His Highness had already delivered well over 800000 lb of pepper at Porca and had also brought in more or less 115. And since a large portion of pepper had already been delivered, that amount was handed over to His Highness. The account of the King of Cochin has been closed, and what he had to his credit was advanced to him, as appears from the transmitted account. 200000 lb at Calicoclan, which was stored in the drying warehouse, we decided, at our session of 5 August of the past year, to have this sum paid out, to be settled upon the completion of the annual account with the delivered pepper, at which time His Highness himself will still have something to his credit. The account of the King of Cochin was closed as of the last day of August of the past year; therewith the amount of the revenues from the Coesipallijse lands was debited to His Highness and settled, leaving His Highness still having to his credit on account of customs duties Ropias 11273. 43. -, as appears from the account accompanying this, How much the gifts amount to, and how much less than the previous year. which amount was handed over to the Envoys of the King against a receipt. Regarding gifts, from the first of January to the last day of December of the past year, gifts were made to the sum of ƒ 637: 12: 8 at cost, and ƒ 1029: 8: 8 retail, and thus ƒ 274: 7: 8 at cost and ƒ 447: 14: 8 retail less than the preceding year, as is further evidenced by the following presentation. Cost price Retail price In April, to the Envoys of the King of Trevancoor who came here for the closing of the pepper account ƒ 336: 4: 8 ƒ 387: 7: 8 In June, gifted at the wedding feast of the princess of the Cochin Kingdom ƒ 187: 15: 8 ƒ 426: 10: – In August, gifted at the funeral ceremonies of the Paliat Achan ƒ 97: 19: 8 ƒ 158: 12: – On 20 October, gifted to the Paliat Achan upon his first entry ƒ 15: 13: – ƒ 56: 19: – Total ƒ 637: 12: 8 ƒ 1029: 8: 8 Gifted last year ƒ 912: –: – ƒ 1477: 3: – Thus less ƒ 274: 7: 8 ƒ 447: 14: 8 116. Foreign Nations. The hostile actions of the Nawab Hyder Ali against the English have already been reported. The English have suffered great damage and lost many men on the coast. The Nawab Hyder Ali Khan has attacked the English on the Coromandel Coast and also here at Tellicherry in a hostile manner; this has already been mentioned in our dispatch written to the Fatherland under the date of 30 September of the past year; what has happened since on the Coromandel Coast we have not been able to learn with certainty, but according to the general reports, the English are said to have suffered a great loss, which is estimated at 5 to 6000 men, because the Nawab cut off a corps of troops of 4000 men that was to unite with the main army of the English, and defeated it after brave resistance, after this corps still and

Dutch transcription

Bij den opneem der huid gezinnen zijn drie inlandze perzoonen besmet met de lazernije bevonden. geduurende het boekjaar 17 3/80. bij hen g'administreert, waar van het ingeko„ Resolutie van den „men Rapport, ter 17. November anno passato is g'insereert; Hoe goot hunne Captaalin zijn aantoonende dat het Capitaal der armen onder sultimo „ augustus anno geweest, is Ropias 14000. –. –. passato groos En dat van de Leprosen - - „ 6009. –. —. Bij den Jaarlijksen opneem en visi„ „tatie der huijsgesinnen binnen deser steede door twee leeden van Brand en Wijkmeesteren, g'assisteerd door den opperchirurgijn Harmanus Leit„ ner, en den Jnlands geneesmeester Gansina Tandiet zijn drie persoonen een als een vreije maleijer gen„t Meij, slaave Jongen gen„t fortuijn, toebehooren„ Nederschild, en Een „de den sergeant slave Jongen gen„t september toebehoo„ rende den balkmeeter Jan Bartels, met de bedroefde ziekte van La„ „sernije die menschen zijn buiten s Comp: li„ nieten gesteld. De roomse bisschop Francisco de Sales is van deze kust vertrokken en den Bitschop Tre Carlos vanischt in zijn plaats ge„ treeden. den Cormspondantie onderhouden jsch sernije besmet bevonden, welke be„ „smette personen ten eersten getrans„ „porteert zijn buijten de stad en van 's Comp:s limiet, met verbod daar weeder inne te koomen, heb¬ „bende het leprosenhuijs te Palia„ „porto zoo weijnig inkomen; dat de geene, die uijt 's Comp:s dienaren deese bedroefte ziekte overkomt en daar geplaatst werden naauwlijks kunnen werden onderhouden. van De Roomsgesinden valt„ ons alleen te melden, dat den ouden Bisschop te Warapolij Francisco De salis van deese mallabaarse Cust is vertrokken, en den in zijne plaats getreedene Bisschop Tre Carelos vanischt te Warapolij verblijf houd. De Correspondentie, met de wes„ „tersche Comptoiren is na vereijsch onderhouden, dog levert geene stoffe uijt 114 Jn welke resolutie de prijs Courant der intekopene goederen is g'insereert inland de koning van Jrevancoor heeft om 13000. ross laten verzoek doen. uijt om in deesen daar van specia„ „ler te gewagen. Prijs Courant, na dewelke de De De administrateurs genegen zijn en aangenomen hebben de benoodigt administratien heeden in hunne 17 8/4 te besorgen voor het boekjaar is in onse bij eenkomst van den 13. october passalo geresumeert en g'approbeert en in de resolutie van dien dag ingeschreeven. — Zaaken Inlandze Trevancoor heeft Den koning van augustus anno passato in de maand om verstrekkinge van een somma van 130'000. . Ropias laten versoeken op zijn toen reeds geleverde peper en ver„ mits, zijn Hoogheijd toen reets te Porca ruijm 800'000. –. lb: peper geli„ vert en te Calicoclan ook min a meer Hoeg lazen 115. en wijl een goed deel peper reeds was gelevert, is dat bedragen aan zijn hoogheid afgelangt . de Reek: van den koning van hun is geslooten, en wat denselven te goed had, aan hem verstrekt blijkens overkomende reek: meer 200000. lb: had laaten aanbren„ „gen, die in het broeijhok was opge„ legt, zoo hebben wij, ter onser sit „ling van den 5. augustus anno passato, beslooten, deese somma te laaten afgeven, om bij het afma„ ken der Jaarlijkse Reekening met de geleverde peper verEfsent te werden, als wanneer zijn Hoog„ heijt dan zilvs nog wat te goed zal hebben. De Reekening van den ko„ Cochim, is onder ulti„ augustus anno passato geslooten; daar bij is het bedragen van de Re„ venuen van de Coesipallijse landen, laste gebragt en zijn Hoogheijd ten zijn hoog„ verreekent, wanneer zijn aandeel in tol„ „heijd, nog wegens ro p:s 11273. 43. - stond len te blijkens reekening deesen versel „lende, Hoe veel het verschonkenen be„ Hor draagt en hoe veel minder als 's jaars. bevoorens In de lende, welk montant aan de Ten„ delingen van den koning quitantie is afgelangd. Geschenken, zijn zedert pri Januarij tot ultimo decem„ „mo „ber anno passato gedaan ter som„ ma van ƒ637: 12: 8. in, en ƒ1029. 8. 8. uijt„ „koops, en dus ƒ274. 7. 8. in, en ƒ447. 14. 8. uijtkoops minder, als het voorgaan„ de Jaar, zoo als nader Consteert bij de volgende vertooninge. Inkoops uijtkoop aand April aan de Zendelingen van den koning van Jrevankoor die tot het sluiten van de peper reekening alhier zijn gekomen ƒ 336. 4. 8. ƒ 387. 7. 8. Junij op de trouwfeest van de ƒ princes van 't Cochimse rijk ƒ 426. 10. -. 187. 15. 8. „ verschonken. aug:s op de rouw feesten van 158. 12. -. de paljetter verschonken - „ 97. 19. 8. „ =o 8ber: aan den paljetter op des„ 56. 19. selfs eerste binne komst verschonken „ 15. 13. —. „ 8. 8. Teld - - - ƒ 637. 12. 8. ƒ 1029. vergangen jaar is verschonken - - - „ 912. —. –. „ 1477. 3. —. Dus minder - - - ƒ 274. 7. 8. ƒ 447. 14. 8. Vreemde 116. Vreemde Natien. de vijandelijke bedrijven van den Nabab Heijder Alij tegens de En„ gelschen is reeds bedeelt de geleden en veel volk verlooren op de kust De Nabab Heijder Alij Chan heeft Engelschen ter Custe Corman„ de del en ook hier te Jallicherij vijandelijk aangetast, hier van is reets gewaagd bij onse na het Patria, onder dato 30. 7ber: an„ no passato geschreevene missive; wat zedert ter Custe Corman„ del is voorgevallen, hebben wij niet met zekerheijd kunnen vernee„ men dog volgens de algemeene de Engelsman hebengote schaen gerigten, zouden de Engelschen een groot verlies, dat op 5. a 6000. mannen word geschat, geleeden hebben door dat den Nabab een Corps troupen van 4000. mannen dat met de hoofd armee der En„ gelschen zoude Conjungeeren: heeft afgesneeden, en na dappere tegen weer geslagen, na dat dit Corps nog en

NL-HaNA_1.04.02_3575_0256 view scan ↗

English

the city of Arkaddoe and the Carnatic country have been conquered by Heijder from the land side. At sea, some English ships relieved the place. About 2000 men from the main army had also been sent as relief, of which 6000 men little or nothing arrived properly, but most of them were killed or taken prisoner, and following this, the surrender of Arkaddoe, the capital of the Carnatic realm, to Heijder Alij Chan is said to have ensued. Jallicherij remains still besieged by land, and the English are increasingly hard-pressed there. A fleet of 9 to 10 ships of that nation, coming undoubtedly from Madras, sailed along this Coast in December and called at Jallicherij, but was unable to help raise the siege, although it provided an opening for Jallicherij by sea and drove away the Nabob's vessels, just as it also, north of Cannanoor, according to received reports, encountered a part of the Nabob's naval force and dealt it a sensitive blow by capturing its largest ship and sinking several vessels. Concerning the foreign ships and vessels that have called here, the list is transmitted among the appendices, wherein is noted whence they came and whither they departed, to which we reverently refer. Private Trade Private Dutch vessels have called here. The grab De Snelheijd, coming from Batavia and intending to go to Souratta, arrived here on 1 February of last year and departed again on the 3rd following, but instead of to Souratta, went to Bombaij, whence that keel appeared again in this roadstead on 7 April, and on the 11th following sailed on to Batavia; in November, or on the 25th of that month, this bottom arrived once again in this roadstead from Maskattij and subsequently sailed into the river to be repaired of some defects. The ship De Hercules arrived here from Maskettij on 29 March anno passato and departed on the 5th of April following for Batavia; on the 23rd of October following, the same arrived here once again from Maskettij and on 31 October sailed on to Batavia in company with the private ship De Concordia, which had arrived here in the roadstead on the aforementioned 26th of October from Bombhaij. From Cochim, three two-masted private Dutch vessels currently sail to Mocha, Maskattij, Cormandel, and Bengale: one belonging to the Jewish merchant Eliko Rabbij, one to the Jewish and Company merchant Efrahim Cohen, and one to the Banyan and Company merchant Nanoe Chettij. Servants The first signatory expresses his humble gratitude to Your High Noblenesses for the honorable manner in which Your High Noblenesses have been pleased to relieve him from the Malabar administration in order to assist at the High Table; he is awaiting his successor, Mr. van Angelbeek, and will meanwhile have everything prepared that is necessary for making the transfer, as well as, according to the much-honored order of Your High Noblenesses, deliver a Memoir to his Honor, and thereafter proceed on the journey to Your High Noblenesses. The merchant and fiscal appointed by Your High Noblenesses for this factory, Mr. Nicolaas Wendelin Beijts, is expected by us via Ceijlon; meanwhile, the departing merchant and fiscal Samuel Constantin Sassin expresses his humble gratitude to Your High Noblenesses for the obtained discharge and deliverance to the Indian headquarters; his transport will be provided either via Ceijlon or with one of the Sourat ships to Batavia, and his office will be administered in the meantime by another. The extraordinary lieutenant of artillery Andries van Eijk and ensign Johan Philip van Koldewij also thank Your High Noblenesses most humbly for their obtained promotions, with the humble assurance that they will strive to make themselves worthy of this favor through faithful and diligent service, while Lieutenant Johan Fredrik van Struve is still expected from Souratta. The bookkeeper and former provision-master Hendrik Dirksz has requested by petition to be discharged from the Company's service on account of poor physical health, which we granted him at our session of 17 November anno passato.

Dutch transcription

de stad arkaddoe en het Carnatise et door sleijsder verovert de land kant. ter zee hebben eeige Engelse schee„ pen de plaats ontzot nog circa 2000 mannen van de hoofd armee was tot secours gesonden, van welke 6000: mannen weijnig ofte niet te regt is gekomen, maar 7 zijn meest alle gesneuvelt of ge„ vangen geraakt en hier op zoude de overgave van Arkaddoe, de hoofd stad van het Carnaticase rijk, aan Heijder Alij Chan gevolgd zijn; Ja„ lecherij blijft als nog te lande bele„ talicherij blijt nog belegert aan „ geret en de Engelschen raaken daar hoe langer hoe meer in het naauw: Eene vloot van 9. a 10. scheepen van die natie komende ongetwijffeld van Madras in in december langs deese Custe geseijlt en heeft Jallicherij aangedaan, dog het beleg niet kun„ nen helpen opslaan hoe wel het Jallicherij ter Zee openinge heeft be„ „sorgt en snababs vaartuijgen verdre„ „ven gelijk deselve ook, benoorden Can„ nanoor 117. de deel van slay En lijt van hier vreem„ de scheepen = particuliere Hollands goeras de en na Banbhaij vertokken nanoor, volgens ingekomene berigten, een deel van snababs zeemagt en dezelve een gevoelige neep toegebragt door het grootste schip daar van te neemen en eenige vaartuijgen in de grond te schieten. Van de vreemde Scheepen en vaartuijgen die hier aangeweest zijn, komt de lijste onder de bijla„ „gen over, waar bij aangeteekent staat, van waar deselve gekomen, en werwaarts vertrokken zijn. waar aan ons reverentelijk ge„ „dragen. Particuliere Handel Particuliere Hollandse vaartuij helhed is van batavia hier gekomuw„ gen zijn Hier aangeweest. Goerab De snelheijd komende van Batavia en de wil hebbende na vervolen hiet ender akamngn tij thans in de revier Htet particulie schip de lescules van matquette alhier twee keeren „torkken. na souratta, zijnde den 1. februarij des vergangen jaars hier aange komen en den 3. daar aan weder vertrokken, dog int steede van na souratta na Bombaij, van waar dien kiel den 7. April weder hier ter rheede 's verscheenen, en den 11. daar aan, na Batavia is voortgezeijlt, in November ofte den 25. dier maand, is deesen bodem van Maskattij andermaal op deese rheede gekomen en vervolgens de revier bin„ „nen gezeijlt, om van eenige gebreeken verholpen te werden Het schip De Hercules is den 29. maart anno passato van Mas„ aangekomen en na Batavia ver, „kettij hier aangekomen en den 5. April, daar aan na Batavia ver„ „trokken den 23. october daar aan is het zelve andermaal van Mas„ „kettij hier ge-arriveert en den 31. october 118. komste alhier en vertrek van drie particuliere hollandse ren van Cochim dankbetuiging van de heer gou„ verneus voort het g'obtineerde ontslag 31: october na Batavia voortgezeijlt, in gesel„ het particulier schip de Con„schap van het particulier schip De Concordia, dat den 26. october voormelt van Bombhaij hier ter rheede was aangekomen. Van Cochim vaarens thans Drie twe twee mastige vaartuigen vaa „ mastige particulaire Hollandse vaar„ „tuijgen na Mocha, Maskattij, Corman„ „del en Bengale, een toebehoorende aan den Joodskoopman Eliko Rabbij, een aan den Joods en 's Compagnies koopman Efrahim Cohen en een aan den Ben„ „jaans en 'sCompagnies koopman Nanoe Chettij Dienaaren Den Eerste teekenaar betuijgt aan UW Hoog Edelheedens zijne ootmoedige dankbaarheid, voor de zo Honorable wijze waar meede UW Hoog Edelhee„ „dens Hem uijt het Mallabaars bestier hebben gelieven te ontslaan om aan de rij cordia zal volgens ordre bij vertrek een reremorie afgeven than men verwagt over Ceilon den nieu„ wen fiscaal ten vervanger van sassin die dankbetuigt voor het erlangt ontslag de fiscaal, Cassin over Ceilon of tavia vertrokken de Hooge Tafel te assisteeren; Hij is zijn vervanger den heer van Angelbeek verwagtende en zal intussen alles laaten klaar maken, wat tot het doen van Transport nodig is, zo meede, vol„ eerde Hoog Edelhedens veel geerde W veel gelrd dre, een Memorie aan zijn Ed: overgeven en daar na de reijse tot UW Hoog Edel„ heedens vervorderen. Den koopman, en door UW Hoog Edel„ heedens voor dit Comptoir aangestelden fiskaal M:r Nicolaas Wendelin Beijts ver„ „wagten wij over Ceijlon intusschen betuijgt de afgaande koopman en fiskaal Samu„ le Constantin Sassin, zijne nedrige dank„ baarheijd aan UW Hoog Edelhedens voor het g'obtineert ontslag en verlossing na de Jndiase Hoofdplaatse; den zelven zal met een souratt schip na Ba, Transport of over Ceijlon, of met een der souratse scheepen na Batavia besorgd, en zijn bedieninge zoo lange door een ander verd 119. n kzeging van den Eetr ordi„ nair lesiten, des arthillerie van lijk en vaendrig van Coldewij voor de bij hen g'obineerde advance„ nog van souratta n gewesen dispencies Dirkd is p zijn versoek uit 's Comp:s dienst ontslagen aender waargenomen werden. + Den Extra ordinair lieutenant der Ar„ thillerije Andries van Eijk en vaen„ drig Johan philip van Koldewij be„ danken UW Hoog Edelhedens meede op het nedrigste voor hunne g'obtineer„ advancementen onder ootmoedige verseekering dat ze zig deese gunste door getrouwe en ijverige dienste zul„ „len tragten waardig te maken nt van truwe ver„ werdende den Lieutenant Johan Fredrik van Struve van Souratta verwagt Den boekhouder en voormaals gewe sen dispencier Hendrik Dirksz heeft bij request versoek gedaan, om, mits gebrekkige lichaams gesteltheid, uijt sComp:s dienst te mogen werden ont„ „slagen, het welk wij hem ter onser sittinge van den 17. November annopas„ „sato, hebben g'accordeert Den meenten p

NL-HaNA_1.04.02_3575_0262 view scan ↗

English

Captain Lieutenant Guinot has passed away. The bookkeeper and resident of Calicoilan has passed away, and in his place the shahbandar Coenraadsz has been appointed. In place of Coenraadsz, Bos has been appointed as shahbandar. Captain Lieutenant Elieme Quinot passed away on 25 November of the past year. He had transferred from the Ceylon military to the Cochin garrison and was supernumerary, which is why we nominate no other in his place. The bookkeeper and resident of Calicoilan, Hendrik Anthonij Medeler, passed away on 28 October, and in his place on the 29th following, the bookkeeper and shahbandar Iacobus Coenraadsz was appointed as resident, who submitted a request for it and possesses the required ability and knowledge for it. The post of shahbandar has again been filled with the bookkeeper and sworn clerk Johannes Bos, who merits this post very well through the satisfaction he has given during his eight years of service under the First Draftsman. In fulfillment of the esteemed order: 120. The considerations concerning the conditions in the military service will be provided at a further opportunity. Coast demonstrated. Order contained in the extract from the minutes of the resolution in the Council of India on 11 September 1780, we shall, at a further opportunity, lay before Your High Nobilities our humble considerations regarding on what basis we, subject to correction, believe that some improvement can and ought to be made in the conditions of the military service, and specifically in those of the soldiers, for which other pressing business, in the short time since the ship arrived, has granted no time. Meanwhile, in compliance with Your High Nobilities' much esteemed order, the number of servants present here is noted, with each person's profession and rank, as they truly are as of the date of this document, indicating in a separate column the number determined for this station by Your High Nobilities. Actually present here / According to the establishment / More / Less Of the Administration and Commerce: 1 Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director: 1 / 1 / — / — 1 Senior Merchant, Chief Administrator, and Second: 1 / 1 / — / — 1 Merchant, Fiscal, and Cashier: 1 / 1 / — / — 6 Junior Merchants, of whom 1 Titular: 3 / 6 / — / 3 4 Bookkeepers with Junior Merchant emoluments: 4 / 4 / — / — 28 Clerks, as: 15 Bookkeepers, of whom 1 is Under-Interpreter, 1 Chief Interpreter: 20 / 15 / — / 5 10 Assistants: 8 / 10 / 2 / — 1 Junior ditto: 1 / 1 / — / — 3 Junior Clerks: 3 / 3 / — / — 23 Clerks Ecclesiastical Servants: Minister: 1 / 1 / — / — Comforters of the Sick: 2 / 2 / — / — Military: Captain: 1 / 1 / — / — 2 Captain Lieutenants: 2 / 2 / — / — 2 Lieutenants: 4 / 2 / — / 2 6 Ensigns, of whom 1 is Adjutant: 3 / 6 / 3 / — 3 Under-Adjutants: 8 / 3 / — / 5 26 Sergeants: 18 / 26 / 8 / — 26 Corporals: 31 / 26 / — / 5 Commander: 1 / 1 / — / — 121. According to the establishment / More / Less 26 Corporals: 10 / 26 / 16 / — Drum Major: 1 / 1 / — / — 1 Drum Major: — / 1 / 1 / — 3 Captains of Arms: 2 / 3 / 1 / — 14 Pipers and Drummers: 14 / 14 / — / — 229 Privates, as: 199 Europeans 30 Natives 229 Privates: — / 229 / 229 / — Eastern Military: 1 Captain: — / 1 / 1 / — 2 Lieutenants: — / 2 / 2 / — 2 Ensigns: — / 2 / 2 / — 9 Sergeants, of whom 1 is a European Drillmaster: 3 / 9 / 6 / — 2 Pipers and Drummers: — / 2 / 2 / — 10 Corporals: — / 10 / 10 / — 93 Privates: — / 93 / 93 / — Sepoys: 3 Captains: — / 3 / 3 / — 4 Lieutenants: — / 4 / 4 / — 5 Ensigns: — / 5 / 5 / — 17 Sergeants, of whom 7 are European Drillmasters: 5 / 17 / 12 / — 9 Pipers and Drummers: — / 9 / 9 / — 31 Corporals: — / 31 / 31 / — 53 Privates: 2 / 53 / 51 / — Marines, both on land and on the chaloups and smaller vessels, as: 1 Master Mate and Equipment Master: 1 / 1 / — / — Lieutenant and Equipment Master: — / 1 / 1 / — 3 Boatswains: 3 / 3 / — / — 8 Quartermasters: 6 / 8 / 2 / — 1 Master Sailmaker: 1 / 1 / — / — 1 Under-Sailmaker: 1 / 1 / — / — 2 Coopers: 2 / 2 / — / — 76 Ordinary Sailors: 50 / 76 / 26 / — 75 Sailors: 75 / 75 / — / — 2 Tandels: 2 / 2 / — / — 2 Lascars: 2 / 2 / — / — Artillerymen: 1 Captain Lieutenant: 1 / 1 / — / — 1 Extraordinary Lieutenant: 1 / 1 / — / — 1 Ordinary Fireworker: 1 / 1 / — / — 1 Extraordinary Fireworker: 1 / 1 / — / — 3 Bombardiers: 3 / 3 / — / — 4 Gunners: 4 / 4 / — / — 15 Helpers: 15 / 15 / — / — Servants of Medicine and Surgery: 2 Master Surgeons: 2 / 2 / — / — 2 Surgeons: 2 / 2 / — / — 4 Under- and Third-Surgeons: 4 / 4 / — / — 1 Sailor at the hospital: 1 / 1 / — / — Artisans: 1 Overseer of the House Carpenters: 1 / 1 / — / — 122. Artisans: Actually present here / According to the establishment / More / Less 1 Overseer of the Shipyard: 1 / 1 / — / — Master of everything: — / 1 / 1 / — 7 Ship Carpenters: 7 / 7 / — / — Carpenter: 1 / 1 / — / — 5 Masons: 5 / 5 / — / — 1 Glazier: 1 / 1 / — / — 13 Smiths: 13 / 13 / — / — 1 Brass Founder: 1 / 1 / — / — 2 Coppersmiths: 2 / 2 / — / — 1 Saddler: 1 / 1 / — / — Ditto and Leather Dresser: — / 1 / 1 / — 3 House Carpenters: 3 / 3 / — / — 2 Gunstock Makers: 2 / 2 / — / — 1 Turner: 1 / 1 / — / — Blockmakers: 2 / 2 / — / — 3 Cartridge-Pouch and Scabbard Makers: 3 / 3 / — / — In Various Services: 1 Court Messenger: 1 / 1 / — / — Messenger and Bookbinder: 1 / 1 / — / — 1 Surveyor and Extraordinary Fireworker: 1 / 1 / — / — 1 Provost: 1 / 1 / — / — 1 Head Mandor: 1 / 1 / — / — 2 Gun-Carriage Makers: 2 / 2 / — / — 1 Bookbinder: 1 / 1 / — / — 1 Trumpeter: 1 / 1 / — / — Military from Colombo detached to the city: 1 Captain: 1 / — / 1 / — 2 Lieutenants: 2 / — / 2 / — 1 Ensign: 1 / — / 1 / — 4 Sergeants: 4 / — / 4 / — 1 Captain of Arms: 1 / — / 1 / — 4 Corporals: 4 / — / 4 / — 3 Fifers and Drummers: 3 / — / 3 / — 76 Privates: 76 / — / 76 / — Artillerymen: 2 Helpers in the Hospital: 2 / — / 2 / — At Cranganore: 1 Junior Merchant: 1 / 1 / — / — 1 Lieutenant: 1 / 1 / — / — Ensign: — / 1 / 1 / — Bookkeeper: 1 / 1 / — / — 1 Extraordinary Fireworker: 1 / 1 / — / — 1 Gunner: 1 / 1 / — / — 2 Sergeants: 2 / 2 / — / — Corporals: — / 2 / 2 / — Drummers and Pipers: 2 / 2 / — / — 3 Privates: 3 / 3 / — / — Helpers: 2 / 2 / — / — 1 Third Surgeon: 1 / 1 / — / —

Dutch transcription

den Capitain luitenant guinot is overleden. den boekhouder en resident van Cali„ coilan is overleden en in zijn plaats aangesteld den sabandaas Coen„ in plaats van Coenraadsz is bos als sabandaar aangesteld. Den Capitain lieutenant Elieme Qui„ „not is den 25. Novb:r A„o passato overleeden; denselven was van de Ceijlonse militie in het Cochims guarnisoen overgegaan en supernumerair, waarom wij geen ander in zijn plaats voordragen. Den boekhouder en Calicoilans resident Hendrik Anthonij Medeler is den 28. 8ber: overleden, en in zijn plaats den 29. daar aan als Resident aangestelt den boek„ „houder en Sabandaar Iacobus Coenraad s:z die daarom versoek heeft gedaan en daar toe de vereijschte bekwaamheijd en kundigheijt bezit; den dienst van sa„ bandaar is weder vervult met den boekhouder en geswoore schriba Johan nes Bos die deese post zeer wel meri„ „teert, door het genoegen dat hij gegeven heeft in zijn agt Jarige dienst doening bij den Eerste teekenaar. Jn voldoening aan de g'eerde ordre raadsz. 120. De consideratien omtrend de Conditien nader gelegentheid suppediteeren kuste werd aangetoond. ordre vervat bij Extract uijt de Na„ in het militaire weesen, zal men bij „ tulen van het geresolveerde in Raade van Jndia op den 11. 7ber: 1780. zul„ „len wij bij een nader gelegentheijd on„ „se nedrige Consideratien, op wat voet, wij, onder verbeeteringe, vermeenen ƒ dat in de Conditien van het mili„ „taire wesen en speciaal in die der zoldaten eenige verbeetering kan en UW behoort te werden gemaakt, voor Hoog Edelheedens openleggen, waar toe andere prestante bezigheeden, in den korten tijd dat het schip g'arriveert ƒ is, geen tijd hebben vergunt. Jntusschen word in opvolging van Het getal der Dienaren hee ter UW Hoog Edelheedens veel g'eerde ordre in deesen genoteert, het getal der aan„ „weesende dienaaren met ieders beroep en qualiteijt, zoo als dezelve onder dato deeser in waare weezen zijn, met aantooning in een aparte Colom„ het Alhier in weesen. het getal, dat door UW Hoog Edelhee dens voor dit Comptoir is bepaalt „ volgens de bepaling, Meer. Minder van de Politie en Commercie als 1. Raad Extra ordinair van Nederlands india gouver„ neur en Directeur. . . . . . . . . . . . . 1. opperkoopman hoofd administrateur en seamde 1. koopman fiskaal en Cassier 6. onder kooplieden, daar van 1. -. Titulair - - „ 3. 4. Boekhouders met onderkoopmans Emolumenten 28. Pennissen als 15. Boekhouder daar van 7. ondertolk 10. adsistenten = 1. Jong d„o 3: Jong 8 23. pennisten kerkelijke Bediendens als Predikant krankbesoekers Militairen kapitain 2. kapitain Luijtenants 2. Luijtenants 6. vaandrigs daar van 1. adjudant - - - - 3. onder adjudants - 26. Zergiants Commandeur - - - - - - 1. hoofd Tolk - - - 20. 8. . .- 26. Corporaals „ . .- „ 1. —. 1. 1. 1. —. 1 —. —. 3. — 4 — -„ 1. —. - -- 1. —. 2. 1. . . . . 2. —: ƒ 2. 4. —. 3. — 8. 18. 31. 1. 121. bepaling Meer Minder 26. Corporaals Jamboer Majoor 1. 3. Capitain des armes - 14. pijpers en tamboers 29: gemeenen als 199. Europeesen 30. inlanders 229: gemeenen Oostersche Militairen 2. Luitenants- . 9. Zergiants daar van 1. Europeese dril„ meester 2. pijpers en Jamboers - - - 10. Corposaals - - - - 93. gemeenen - - - - - - - - 1. Capitain. . . . . . . . . . . . . . 2. vaandrigs. . . . . . . . . 3. Capitains - - 5. vaandrigs 17. Zergiants daar van 7. Europeese dril meesters - - 9. pijpers en tamboers - - - 31. Corporaals - - - - - 4. Luitenants - - - - - . 53. gemeenen - - - - - - - 9 10. —. — 2. —. – – – – – – – – – - —. 14. —. volgens de Sipaijen Marines sen de — 3. :: : . . . . . . . . . . — .. . . . — 2. —: —. — - 5 .- .. - - -- 2 Alhier in Marines soo aan Land als op de Chialoupen en minder vaartuijgen als 1. opperstuurman en Equipagiemeester p —. Luitenant en Equipagiemeester --- 3. Boodslieden. . - . 8. quartiermeesters - - 1. opperseijlmaker 1. onder 2. kuijpers - - 76. gemeene o 75. maltroosen - - - - 2. Tarangs - - - - - - - - - . 2. handels - - - - - - - - - Arthilleristen 1. Capitain Luitenant - - - 1. Extra-ordinair Luitenant 1. ordinair vuurwerker - - - - - - 1. Extra ordinair vuurwerker. - - 3. bombardiers 4. Cannoniers - 15. handlangers -- Bediendens van de Geneeskunde en Chirurgie 2. oppermeesters. . . . . 2. Chirurgijns - - - 4. onder en derde Chirurgijns - - - 1. mattroos bij de Ambagtslieden 1. —. —. 1. 50. 26. —. 6 2. volgens de bepaaling Meer Minde„ Mooren weesen. -- - - ... . - - - - - - - — .. - - .. _o — 25 4. —. 1: „ „ — - 1 . - - - volgens de 122. „ Ambagtslieden meer alhier in weesen 1. opsiender der huistimmerlieden _o „ scheepstimmerwerf —. baas over alles 7. scheepstimmerlieden - - - - . timmerman 5. metselaars 1. glasemaker 13: Smits - 1. geelgieter 2. koperslager 1. sadelmaker —. _=o en leertouwer - 3. huijstimmerlieden 2. Lademakers - - - 1. draijer - - - - - - blokmakers - - - - - - 3. pattroontas en scheedemakers - -. In diverse Diensten 1. geregts boode - - - - boode en boekebinder - - - 1. landmeester en Extra ordineir vuurwerker 1. geweldiger 1. oppermandoor - - - - - - - - -. 2. affuitmakers - - - - - - - -- 1 boekebinder - - - - - - - - 1. trompetter - - - - - - - - - - 9. bepaling Minder —. 1. — Militairen .. - — - - .. - -- -- - „ - „ - Alhier in 1. Capitain 2. Luitenants 1. vaandrig 4. zergiants 1. Capitain des armes - 4. Corporaals 3. fluijters en tamboers - - - 76. gemeenen. Arthilleristen 2. handlangers in 't Hospitaal - Te Cranganoor. 1. onderkoopman 1. luijtenant vaandrig boekhouder 1. Extra. ordinair vuurwerker. 1. kannonier 2. Zergiants - - —. korporaals - - tamboers en pijpers 3. gemeenen -handlangers- 1. derdemeester.. Arthilleristen volgens de bepaling meer de stad gedetacheerd als Militairen van Colombo in alhier minder weesen . - - - 2 - - - 2 - -

NL-HaNA_1.04.02_3575_0269 view scan ↗

English

123 Artillerymen from Colombo according to the establishment More Less present here detached there as 1 Bombardier 4 gunners 13 assistants Soldiers from Colombo detached there as: 1 ensign 2 sergeants 1 captain of arms 5 corporals 1 drummer 55 privates At Aycotta Soldiers of the garrison 1 ensign 4 sergeants 1 gunner 2 privates 8 assistants 3 third surgeons Artillerymen from Colombo detached there as: 1 extraordinary lieutenant 8 gunners 10 assistants 1 bombardier 3 bombardiers ... 1 2 European 10 8 ... ... ... ... 8 2 ... 5 5 2 1 ... present here according to the establishment more less European soldiers detached from Colombo as lieutenant sergeants corporals 1 piper 42 privates Sepoy soldiers captains lieutenants 4 ensigns 2 European drillmasters sergeants 11 14 corporals 1 drummer privates 124 At Coulang 1 under-merchant merchant 1 bookkeeper clerks ... ... present here 124 according 90 59 clerks visitor of the sick assistant surgeon gunner gunners 7 assistants ensign sergeants 5 corporals drummer 31 privates as 27 in the fort 1 at Great Aywika 1 at Tengapatnam 1 at Calicoulang piza 31 privates At Calicoulang bookkeeper At Porca 1 bookkeeper to the establishment more less Pensioners 2 1 ... 2 Pensioners how many pensioners there are among whom a sergeant who recently was pensioned their request for continued payment seven lepers are still maintained These consist of a number of 28 persons as shown by the accompanying nominal roll, among whom is included Sergeant Frans van Mulser, who because of his long-standing good service, advanced age, and bodily infirmities, as per resolution of August 5th anno passato, has been placed among the retired servants with ƒ12.-.- per month; all of these request the continued enjoyment of their pension. Lepers At Paliaporto 7 infected persons are maintained, of whom the nominal roll accompanies this. Deserters from primo January to ultimo December 125 December 1780, as shown by the accompanying how many persons deserted roll, Company servants of this coast deserted to others: 12 persons as: 11 European soldiers and 1 native soldier. We have the high honor to remain with the utmost respect and high esteem, [below stood:] Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Honorable Sirs, Your High Honors' humble and obedient servants [was signed:] A. Moens, R. van Harn, J. C. Sassen, J. L. van Spall, E. G. Seijsser, A. J. S. Vernede, W. van Haeften, and J. A. Paimechen [in margin:] Cochin the 6th of January 1781. Agreed J. A. Daminckeu de Coets 126 Register of copies of secret papers which are now sent from here to Ceylon to be forwarded from there to the Netherlands to the Amsterdam Chamber. No. 1: Copy of separate letter written by the Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of this coast, Adriaan Moens, to their High Honors at Batavia, dated 27 October 1780: Annex, as enclosures: No. 1: Account concerning the English sloop Bombay Marce, taken by the French. No. 2: Copy of instructions for the chief and the commander of the militia at Cranganore. No. 3 No. 23: Copy of instructions for the commander at Aycotta. No. 17: Copy of separate letter written by and to as above, under today's date. Cochin the 6th of January Anno 1781. 127 Batavia. Separate copy. To His High Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Reijnier De Klerk, Governor-General, together with The Honorable, Right Honorable Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Honorable, Right Honorable Sirs! On the occasion of the private ship De Hercules, belonging to Batavia, calling here from Muscat to depart for yonder, I could not fail to inform Your High Honors how the Nabob Hyder Ali Khan, recently eastward around behind, and through the mountains, with two armies has unexpectedly fallen upon the Carnatic and Madurai kingdoms, fallen upon, of which first army a detachment has already plundered the Company's residency of Porto Novo and carried the Resident off to the camp, whereby everything in the Carnatic and Madurai is in an uproar, out of fear of further adverse consequences, to such extent that the Ceylon ministers, upon those tidings, already sent two and a half companies of Malays and sepoys to Tuticorin, and have granted authority to the servants there to demand from us the two weak Ceylon European companies remaining here, together with the few remaining artillerymen, and which servants, pursuant to this, at first requested one company of Europeans and the artillerymen, which we were not in a position to satisfy, since all that was sent to us from Ceylon after the enemy invasion had already been reclaimed and sent back, except for the artillerymen, who numbered barely 40 men primo plan, so that we could spare them, as little as the two weak Ceylon companies that still remain here from earlier times, or we would have exposed the Company's possessions here to the utmost danger, which we believed we ought not to do for the sake of Fort Tuticorin; it is true that of native soldiers we are fairly well provided, whom we have enlisted successively, for besides two companies of Malays, we have five companies of sepoys and seven companies of native troops, consisting of Christians and Chegos, but of Europeans

Dutch transcription

123 Arthillerisen van Colombo volgensde bepaling Meer Minder alhier in wesen aldaar gedetacheerd als 1. Bombardier 4. kannoniers 13. handlangers - - Militairen van Colombo aldaar gedetacheerd als. 1. vaandrig 2. Zergiants 1. Capitain des armes - 5. Corporaals - 1. tamboer - - 55. gemeene - Te Hijcotta Militairen van 't Guarnisoen 1. vaandrig 4. Zergiants. . . 1. kannonier 2. gemeenen - 8. handlangers 3. derde Chirurgijns- Arthilleristen van Colombo aldaar gedetacheerd als. 1. Estra ordinair luitenant. . . . . 8. kannoniers 10. handlangers - - - - - - - t. bombardier- - - - - - - - - - 3. bombardiers - - - - - - - - - - - - - -: ... 1. 2 Europese 10. 8. „ - „ - - - - . .- „ . - - - - :. . . .. .- - .. .. —. — . 8. 2 — 5. 5 2. 1. ..- alhiert waw eesen volgens de bepaling meer minder Europese Militairen van Colombo geddacheerd als Luijtenant zergiants Corporaals 1. pijper 42. gemeenen Sipaijs Militairen Capitains Luitenants 4. vaandrigs 2. Europeese drilmeesters Eergiants 11. 14. Corporaals 1. Jamboer gemeenen 124 t Coilan 1. onderkoopman koopman 1. Boekhouder schribenten ... „ alhier in 124. weesen volgens 90. 59 schribenten krankbesoeker ondermeester Constabel- kannoniers 7. handlangers vaendrig Zergiants 5. Corporaals- Jamboer 31. gemeenen als 27. Jn 't fort 1. tot groot aijwika 1. „ tengapatnam 1. „ Calicoilan piza 31. gemeenen Te Calicoilan Boekhouder - - Te Porca 1. Boekhouder de bepaling meer minder Gegagieerdens 2. 1. —. 2 Gegagieerdens hoe velgegagieren hit zen waar onder een zergeant die Jongst„ gegageert is hun verzoek om verder genot seven leprisen werden nwog onder„ houden. Dezelve bestaan in een getal van 28. koppen uijtwijsens de overkomende Naamlijste, waar onder begreepen is, den Zergeant Frans van Mul„ ser, die om zijne lang jarige goede dienste Hoogen ouderdom en lichaams gebreeken, blijkens resolutie van den 5. Augustus anno passato, on„ „der de rustende Dienaren is gestelt met ƒ12. -. ter maand; alle dezelve verzoeken om het verder genot van hunne rust gagie Leprosen Te Paliaporto worden 7: besmette„ „lingen onderhouden, waar van de Naamlijst deezen verselt. Deserteurs zedert primo Januarij tot ultimo December 125. December 1780. zijn blijkens overkomende hoe vee personen adicteerd zijn naamlijste ter deeser Custe van 's Com„ „pagnies dienaaren tot anderen overgeloopen. 12. koppen als. 71. Europeeze zoldaaten en 1. Jnlandse zoldaat Wij geven ons de hooge Eere van met de uijtterste Eerbied en Hoog agtinge te blijven /: onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijd=gebiedende Heer en wel Edele Heeren, UW: Hoog Edel „hedens onderdaniege en gehoorsame dienaaren /:was get:/ A: Moens, R: van Harn, I: C: Sassen, I: L: van Spall, E: G: Seijsser, A: J: S: Vernede, W: van Haeften en I: A: Paimechen /:in margine:/ Cochim den 6. Januarij 1781. Accordeerd J: A Daminckeu de Coets 126. Register der Copia G Secreete Papieren welke thans van hier na Ceilon werden verzonden om van daar na Nederland aan de kamer Amsterdam te werden voortge„ „schikt. N„o 1: Copia Aparte brief door den Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien, mitsgaders Gouverneur en directeur deser kuste Adriaan Moens, aan hun hoog Edelheedens te Batavia geschreeven onder dato 27: 8ber: 1780: Annex, als Bijlagen. N„1: Relaas weegens de door de fransche genoomen Engel¬ se Chialoup Bombay Marce N„o2: Copia Instructie voor het opperhoofd, en den Comman„ dant der militie te Cran, „ganoor N„o 3 No 23: Copia Instructie voor den Commandant te Aijcotta, N:o 17: Copia Aparte brief door en aan als vooren Geschr: onder hedigen datum Cochim den 6 6„e Januari Anno 1781. 127. Batavia. Copia Apart. Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden, van Nederlands India. Hoog Edele, Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij geleegendheijd het particulier schip De Hercu„ „les, te Batavia tehuijshoorende, van Maskatte hier aangierd om na ginter te vertrekken, hebbe niet mogen manqueeren, uw Hoog Edelheedens kennisse te geven, hoe de Nabab Haijder Alij Chan, onlangs oostwaards agterom, en door het Gebergte heen, met twee Legers op het onverwagts in het Carnatise en Madureese Rijk gevallen gevallen is, van welk eerste een detachement 's Comps Residentie Porto-novo reeds geplundert en den Resident naar het Lager gevoerd heeft, waardoor het in het Carnatise en Madureeze alles in repenroer is, uijt bedugtinge voor verdere nadeelige gevolgen, in zoo verre dat de Ceilonse Ministers, op die tijdinge, al twee en een halve Compenien Malijers en Sipaijs na Tutucorijn gezonden, en den Bediendens aldaar qualificatie verleend hebben, om van ons de hier nog resteerende twee zwakke Ceilonse Europeeze compenien, benevens de resteerende wijnige Artil„ „leristen te vragen, en welke bediendens, ingevolge van dien, voor eerst om de eene Comp: Europeezen en de Artilleristen verzogt hebben, waaraan wij niet in staat geweest zijn te voldoen, vermits alle wat ons van Ceilon, na den vijandelijken inval gezonden was, reeds weder terug ge-eijscht en terug gezonden is, uijtgenomen de Arthilleristen, die maar pas 40: Man primo plan uijtmaakten, zo dat wij dezelve zo min, als de twee zwakke Ceilon„ „se Compenien, die hier nog van vroeger tijd over zijn, niet konden missen, of wij zouden 'sComp:s bezit¬ „tingen hier aan het uijtterste gevaar g'exponeerd hebben, hetgeen wij meenden, dat we, om de wille van het Fort Tutucorijn, niet mogten doen; 't is waar van Jnlandse Militairen, zijn wij ta„ melijk wel voorzien, dewelke wij successive aangeworven hebben, want buijten twee Com„ „penien Malijers, zo hebben wij vijf Compenien sipaijs en seven Compeniën Lands-troupes, be„ „staande uit Christenen en chegossen, maar van europeezen

NL-HaNA_1.04.02_3575_0279 view scan ↗

English

128. We are very poorly provided with Europeans, not to mention many decrepit and defective ones among them, who are scarcely capable of standing sentry duty, and whom one nevertheless, as the saying goes, cannot drive onto the dike, all of which can be seen more clearly in the annexed Copy of the Secret Resolution of the 10th of September last, and the Copies of our letters written concerning this to Colombo and Tutucorijn, to which I respectfully refer, and from which it also appears that, in order nevertheless to do everything possible from our side, we have sent a fourth part of the Ceylon Artillerymen present here to Tutucorijs, though with the intention of regaining them as soon as this will be possible. The great shortage of Europeans, and the difficulty that still seems to exist in replenishing that shortage from the Netherlands as quickly as is necessary and desirable, but above all the danger to which the Company's possessions are thereby exposed, not to mention the impossibility of concealing our weakness from the European Nations and the Native princes, who are becoming increasingly aware of it, and which latter might very easily be tempted by this alone to strip the Company of one thing after another, have led me to give this matter my serious and earnest consideration, principally (since we must after all make a virtue of necessity and must absolutely make use of native troops) to derive at least all the utility from them that can in any way be derived, just like the English, who achieve very much here in the Indies with their sepoys, which cannot be denied by anyone acquainted with the west of the Indies. However, their organization is different from ours, and it is on account of the high necessity that exists to make the required redress in that matter speedily, that I find myself obliged to confer with Your Right Excellencies on this occasion about this and to request authorization to arrange our combined native troops on that footing according to my following Project. With us, in every Company of Natives (apart from the officers and non-commissioned officers of that same people) one has only one European non-commissioned officer under the name of Drillmaster, who has the special supervision over such an entire Company, from the officers down to the Privates, exercises them daily in the use of arms, and must teach them the further military duties that they require. This is completely impossible for one Man alone. Two non-commissioned officers have work enough merely with the daily supervision over that people, and since they do not, like other non-commissioned Officers in European Companies, now and then have a relief or a day of rest, but must always be at hand and at work, it is also natural that unless the non-commissioned Officers are animated by extra remuneration, the least of them are placed with that people only with great reluctance, and most prefer to serve among their equals, whereas on the contrary, through extra remuneration, they would solicit it of their own accord and consider such, so to speak, as a good post, and instead of merely trying to get away from it, on the contrary strive through diligence and attentiveness to be allowed to remain with that people, with the prospect of even becoming an officer in it one day, and specifically in that same Company, as I shall presently have the honor to show in more detail. Of these two non-commissioned officers, in order not to make them equal, one could be a sergeant and the other a Corporal, which Corporal should then also be the next in line for sergeant in case of a vacancy; but these two non-commissioned officers are also still not enough to exercise authority and Command over such an entire Company, besides the fact that (with relation to the sepoys), if they are of the right sort, they are a people of a good Caste (a matter that one must never lose sight of with the Native) and also a people of ambition, who view it only with great reluctance that the Command and higher authority over the entire Company, that is from officers down to the Privates, is deferred to a European non-commissioned Officer. Therefore, in every Company separately there should also be a European officer, either a Lieutenant or ensign, as permanent Commandant, just as in Europe in the imperial service with the Croats and Calmucks, and in

Dutch transcription

128. Europeezen zijn wij zeer gering voorzien, Gezuijge van veele Caduke en gebrekkige onder dezelve, die pas in staat zijn een schild wagt te doen, en die men egter, gelijk men zegt, niet op den dijk kan Jagen, ^ ander welk een en ^ nader te zien is, bij de hier nevens„ „gaande Copia Secreete Rezolutie van den 10: 7ber: J=t leeden, en de Copias van onze brieven na Co„ „lombo en Tutucorijn daarover geschreeven, waer aan mij eerbiedig refereere, en waar bij teffens blijkt; dat we, om van onze zijde egter alles te doen wat mogelijk is, een quart gedeelte van de hier zijnde Ceilonse Arthilleristen na Jutucorijs gezonden hebben, egter om weder terug te erlan„ „gen, zo dra zulks mogelijk zal zijn. Het groot gebrek aan Europeezen, en de moeijelijkheijd die 'er tot als nog schijnd plaats te hebben, om dat gebrek uijt Nederland, zo spoedig te suppleeren, als wel nodig en te wenschen is, maar voor al het gevaar, waaraan 's Comp=s. bezittingen daar door g'exponeerd worden, gezwij„ „ge van de onmogelijkheijd om onze zwakheijd te verbergen voor de Europeeze Naties en de Jnlandse vorsten, die daar van hoe langer hoe meer kennisse dragen, en welke laatste veel ligt daar door alleen wel zouden belust worden, om de Comp: maar het eene voor, en het andere na afteneemen, zo heb ik hierover mijne ge „dagten ernstig en serieus laten gaan, voorna„ „mendlijk (dewijl we tog van de nood een deugd dienen te maken, en ons wel absolut van in„ „landse troupes moeten bedienen) omper dan ten minsten minsten all' dat nut van te trekken, wat er maer eenigzints van te trekken is, even gelijk de En¬ „gelsen die met hunne sipaijs hier in Jndiën al zeer veel uijtvoeren, het geen door niemand, die om de west van Jndien bekend is, kan ontkend worden, dog hunne inrigtinge is anders als de onze, en het is uijt hoofde van de hooge noodzaa„ „kelijkheijd, die er is, om in dat articul spoedig het vereijschte redres te maken, dat ik mij ver„ „pligt vinde, uw Hoog Edelheedens bij deze gelee„ „gendheijd hier over te onderhouden en qualificatie te verzoeken, om volgens mijn ondervolgend Project, onze gezamendlijke inlandse troupes op dien voet te schikken. Bij ons heeft men bij ijder Comp: Jnlan„ „ders (behalven de officiers en onder officiers van dat zelfde volk) maar een Europees onder offi„ „cier onder de naam van Drilmeester, die over zo een geheele Comp:, van de officiers af, tot de Gemeene toe, het speciaal opzigt heeft, Hun dagelijks in den Wapenhandel exerceerd, en den verderen militairen dienst, die ze nodig hebben moeten aanleeren: dit is volstrekt onnoge„ „lijk voor een Man alleen; Twee onder offi„ „cieren hebben alleen aan het dagelijks toezigt over dat volk werks genoeg, en dewijl zij niet, gelijk andere onder Officieren, bij Europeeze Compenien nu en dan eens een aflossinge, of een dag ruste hebben, maar altoos bij de hand en in het labeur moeten zijn, zo is het ook na „tuurlijk, dat indien de onder Officieren niet door 129. door extra belooninge g'animeerd worden, de min„ „ste niet als ongaarne bij dat volk geplaatst worden, en de meeste liever onder Hunsgelijken willen dienst doen, daar zij integendeel, door extra belooninge, van zelfs daarom zouden solliciteeren, en zulks, om het zo uijttedrukken, als een baantje aanmerken, en in steede om 'er maar van aftekomen, integendeel tragten door vlijt en oppassens, bij dat volk te mo„ „gen blijven, met uijtzigt om 'er zelvs eens officier op te worden, en wel bij die zelvde Comp:, zo als ik aanstonds d' eer zal hebben nader te vertoonen: van deze twee onder officiers, om Hun niet eguaal te doen zijn, zoude de eene zergeant en de andere Corporaal kunnen zijn, en welke Corpe„ „raal dan ook bij vacature de naaste tot serge„ „ant diende te zijn; maar deze twee onder offi„ „ciers zijn ook nog niet genoog, om het gezag en het Commando over zo een geheele Comp: te voe„ „ren, behalven dat (met relatie tot de sipais) deze indien ze van de regte zoort zijn, een volk is van een goede Casta (een articul dat men bij de Jn„ „lander nimmer uijt het oog moet verliezen) en ook een volk van ambitie, dat niet dan zeer on„ „gaarne ziet, dat het Commando en hooger gezag over de geheele Comp:, dat is van officiers tot de Gemeene toe, aan een Europees onder Officier gedefereerd word, derhalven diende ook bij ijder Comp: afzonderlijk nog een Europees officier het zij Lieutenant of vaandrig als vast Com„ „mandant te zijn, gelijk in Europa bij de keij„ „zerlijke, van de kroaten en kalmukken, en bij de pes tie minsten all' dat nut van te trekken, wat er eenigzints van te trekken is, even gelijk de „gelsen die met hunne sipaijs hier in Jndiën zeer veel uijtvoeren, het geen door niemand om de west van Jndien bekend is, kan ont„ worden, dog hunne inrigtinge is anders al onze, en het is uijt hoofde van de hooge nood „kelijkheijd, die er is, om in dat articul spoe het vereijschte redres te maken, dat ik mij „pligt vinde, uw Hoog Edelheedens bij deze g „gendheijd hier over te onderhouden en qualifi te verzoeken, om volgens mijn ondervolgen Project, onze gezamendlijke inlandse trou„ op dien voet te schikken. Bij ons heeft men bij ijder Comp: Jn „ders (behalven de officiers en onder officiere dat zelfde volk ) maar een Europees onder „cier onder de naam van Drilmeester, over zo een geheele Comp:, van de officiers a„ de Gemeene toe, het speciaal opzigt heeft, dagelijks in den Wapenhandel exerceerd, en verderen militairen dienst, die ze nodig heb moeten aanleeren: dit is volstrekt onnog „lijk voor een Man alleen; Twee onder op „cieren hebben alleen aan het dagelijks toe over dat volk werks genoeg, en dewijl zij gelijk andere onder Officieren, bij Europees Compenien nu en dan eens een aflossinge, een dag ruste hebben, maar altoos bij de en in het labeur moeten zijn, zo is het ook „tuurlijk, dat indien de onder Officieren nie doo

NL-HaNA_1.04.02_3575_0283 view scan ↗

English

be encouraged by extra rewards, the least among them are placed with those people only with reluctance, and most would rather serve among their equals, whereas on the contrary, through extra rewards, they would apply for it of their own accord, and regard it, so to speak, as a good post, and instead of trying merely to get rid of it, would on the contrary strive through diligence and attentiveness to be allowed to remain with those people, with the prospect of even becoming an officer there one day, and indeed in that very same company, as I shall presently have the honor to demonstrate further. Of these two non-commissioned officers, in order not to make them equal, one could be a sergeant and the other a corporal, and which corporal should then also, in the event of a vacancy, be the next in line for sergeant; but these two non-commissioned officers are also not yet enough to exercise authority and command over such an entire company, besides the fact that, with relation to the sipais, if they are of the right sort, these are a people of a good caste, an item that one must never lose sight of with the native, and also a people of ambition, who look with great reluctance upon the command and higher authority over the entire company, that is from officers down to the common soldiers, being deferred to a European non-commissioned officer. Therefore, with each company separately, there should also be a European officer, either a lieutenant or ensign, as permanent commander, just as in Europe with the Imperial troops regarding the Croats and Calmucks, and with the Russians regarding the Cossacks, no doubt that benefit would not be derived from them as is now derived, if no German or other civilized officers had command over them. This officer and non-commissioned officers should always be present with their company, at least as a rule. Above all, these officers should exercise their men daily with the assistance of the non-commissioned officers; this they would also do with pleasure, knowing that they are their permanent companies. Indeed, every officer, out of love for his own company and out of ambition or honorable jealousy toward the officers of the other companies, would strive to make his company excel above the others. Everyone would boast of his company, and one would not want to yield anything to another company in activity, neatness, the execution of maneuvers, and in the matter of discipline, and meanwhile the companies together would thereby compete to be the best trained and thus improved in value. This officer and non-commissioned officers would thus also, through daily interaction with those people, learn to know each fellow closely enough, know the strength of their men, and even imperceptibly learn their language, at least as far as the service is concerned, an item that is truly invaluable with relation to native troops. These officers and non-commissioned officers marching into the field with their own companies would also always be able to know what they can demand of their men, and how far one can rely on them; but then these officers must also be rewarded proportionately well, so that, as they say, it is worth their while to apply themselves to those people as prescribed above, to have the command over them, and to remain with them. At least in this manner it is arranged among the English with the sipais. In one place their establishment is indeed a little different from another place, and so it is also with the gratuity, both of which depend on the high or low cost of living, or also the taste of the military chiefs, but as I have specified here, namely with a European officer as commander, and with two European non-commissioned officers to assist them, and a decent gratuity added to each according to his rank, is properly the establishment of the English. Indeed, whoever has even the slightest concept of military service and of the native troops in this country readily understands that this establishment is considerably better than ours, and that the English therefore discipline their sipais better than we do, and can accomplish more with them than we with ours. The English also have in their establishment that they form battalions out of their native companies, and then over each battalion have again a European captain as commander of such a battalion, and so on up to regiments; however, this is in my opinion not necessary, if each company is only well disciplined as prescribed above, and should the forming of battalions be absolutely necessary

Dutch transcription

129. door extra belooninge g'animeerd worden, de min„ „ste niet als ongaarne bij dat volk geplaatst worden, en de meeste liever onder Hunsgelijken willen dienst doen, daar zij integendeel, door extra belooninge, van zelfs daarom zouden solliciteeren, en zulks, om het zo uijttedrukken, als een baantje aanmerken, en in steede om 'er maar van aftekomen, integendeel tragten door vlijt en oppassens, bij dat volk te mo„ „gen blijven, met uijtzigt om 'er zelvs eens officier op te worden, en wel bij die zelvde Comp:, zo als ik aanstonds d'eer zal hebben nader te vertoonen: van deze twee onder officiers, om Hun niet eguaal te doen zijn, zoude de eene zergeant en de andere Corporaal kunnen zijn, en welke Corpo„ „raal dan ook bij vacature de naaste tot serge„ „ant diende te zijn; maar deze twee onder Offi„ „ciers zijn ook nog niet genoog, om het gezag en het Commando over zo een geheele Comp: te voe„ „ren, behalven dat (met relatie tot de sipais) deze indien ze van de regte zoort zijn, een volk is van een goede Casta een articul dat men bij de Jn„ „lander nimmer uijt het oog moet verliezen/ en ook een volk van ambitie, dat niet dan zeer on„ „gaarne ziet, dat het Commando en hooger gezag over de geheele Comp:, dat is van officiers tot de Gemeene toe, aan een Europees onder Officier gedefereerd word, derhalven diende ook bij ijder Comp: afzonderlijk nog een Europees officier het zij Lieutenant of vaandrig als vast Com„ „mandant te zijn, gelijk in Europa bij de keij„ „zerlijke, van de kroaten en kalmukken, en bij de de Russen van de Korzakken ook ongetwijffeld, dat nut niet zoude getrokken worden, als er van ge„ „trokken word, indien 'er geen Duijtse, of andere beschaafde, officiers het Commando over hadden: deze Officier en onder officiers zouden altoos bij hunne Comp: moeten prezent zijn, ten minsten doorgaans„ voor al zouden deze Officiers Hun volk dagelijks, met behulp der onder Officiers, moeten exenceeren; dit zouden ze ook net plaizier doen, als ze weeten dat het hunne vaste Compenien zijn, Ja een ijder officier zoude uijt liefde voor zyne eijge Comp: en uijt ambitie of honette Jalougie op de officiers van de andere Compenien, tragten zijne Comp: boven de andere te doen uijtmunten, ijder zou„ op zijn Comp: roemen, en de een zou de andere in activiteijd, properheijd, het doen van de man„ heuvres, en in 't stuk van de dicipline een an„ „dere Comp: niets willen voorgeeven, en intussen zouden hier door de gezamendlijke Compeniën omstreijd het best geleerd en daar door in waarde verbeterd worden: Deze officier en onder officieren zouden dus ook door den dagelijkse omgang met dat volk ijder kerel genoegzaam van na bij leeren kennen, de force van hun volk weeten, Ja zelvs hunne taal, ten minsten zo veel den dienst aangaat ongevoelig aanleeren (een articul dat met relatie tot Jnlandse troupes waarlijk onbe„ „taalbaar is) deze Officiers en onder officieren met hunne eijge Compenien te velde trekkende, zouden ook altoos kunnen weeten, wat ze van hunne volk kunnen vergen, en hoe verre men zig 130. zig op hun kan verlaaten; maar dan dienen deze officiers ook na proportie zo wel beloond te worden, dat het, gelijk men zegt, voor hun de moeijte waard is, zig op dat volk als voorschr: toeteleggen, het Com„ „mando over het zelve te hebben, en er bij te blijven: ten minsten op deze wijze, is het bij de Engelse met de sipais geschikt, op de eene plaats is Hunne in„ „rigtinge wel een wijnig anders als op de andere plaats, en zo is het ook met het douceur, welk een en ander afhangd van de duurte, of goedkoopheijd, of ook wel de smaak der Militaire Chefs, maer zo als ik hier opgegeven hebbe, namendlijk met een Europees officier als Commandant, en met twee Europeeze onder officiers, tot hun hulp, en aan ijder na zijn qualiteijd een ordentlijk Douceur toegevoegd, is eijgendlijk de inrigtinge van de Engelsen; trouwens die maar het gering„ „ste denkbeeld van de militairen dienst en van„ de inlandse troupes hier te lande heeft, begrijpt ligt, dat deze inrigtinge vrij beter is, als de onze en dat de Engelse, daarom hunne sipais, beter diciplineeren als wij, en 'er meer meede kun„ „nen uijtvoeren, als wij met de onze: De Engelsen hebben ook nog bij hunne inrigtinge, dat zij uijt hunne inlandse Compenien, Bataljons for„ „meeren, en dan over ijder Batalijon weder een Europees Capitain als Commandant van zo een Bataljon hebben, en zo vervolgens tot Regimen„ „ten toe; dog dit is mijn bedunkens niet nodig; als ijder Comp: maar wel gediciplineerd is, als voorschr: en het formeeren van Bataljons absolut nodig mogt „

NL-HaNA_1.04.02_3575_0286 view scan ↗

English

might be, then such could always be arranged in the field before that time. Your High Honours will possibly ask whether our sipaijs are not drilled by officers; to this I can safely answer yes, and that according to the number of our ordinary European officers here, I have even assigned to them the supervision not only over the Sipaij Companies, but even over those of the native Christians and Chegossen, but this is merely their secondary duty, and even serves to increase their burden of service; moreover, this cannot have the same effect as when they are permanently appointed over such a Company, and remain permanently with such a Company, not to mention that each European Officer has work enough with his own Company, and also, in case of marching or detaching, must remain with his own Company: the English have, besides the sipaij Captain, only two subaltern sipaij Officers instead of three as we have, and thus they save one subaltern officer, which we could also do: The English have two European non-commissioned officers to assist the officer, both sergeants in rank; We have only one sergeant and my proposal is to add one Corporal thereto, and then the whole difference would only consist of our having one European Officer and Corporal more, and one subaltern sipais officer less than otherwise; for the sake of clarity, I request permission to let follow below, first a specific demonstration of how the Companies of sipais are currently arranged with us, a second demonstration of how the Companies of Sipais with the English are organized in general, and finally a third demonstration, as I take the liberty to propose to Your High Honours, which will also show what each establishment actually costs. With the Dutch Company. Europeans 1: sergeant as Drillmaster receiving, besides his wages and board money, as a bonus, per month - - ro/a: 4 2/5. Natives 1. soebedaar or Captain – – – – – – – – – – 26: —. 2. ensigns at 16. rop:s each, together – – – – – – 32: —. 6. sergeants at 12½. rop:s each - - - - - - - - 75: — 8. Corporals at 10½. rop:s each - - - - - - - 84: —. 1. Lieutenant – – – – – – – – – – – – – 20: —. 1. piper – – – – – – – – – – – – – 6: —. 1. drummer – - - - - - - - - - - - 6: —. 1. Private - - - - - - - - - - - - 6: —. Together - - - - - r o/a: 259 4/5. With us, each sipaij is also provided monthly with a parra of Rice, but not with the English, who on the other hand give the Commandants, besides the wages, a fixed sum of money to keep the men in uniform, so that the men know no better than that they receive a free uniform, which amounts to virtually the same thing, since with us each man pays for his uniform himself and thus also knows down to the last penny what it costs, and also saves it as much as he can: The European sergeant or Drillmaster truly has too small a bonus; for 4 4/5. rop:s he can barely pay for his Boots or shoes, for such men must always be at labour; the Captain or soebedaars also receive too little, in proportion to the subaltern officers: they are after all Captains of their Companies: on the other hand our non-commissioned officers, the Obeldaars and Ameldaars, receive too much in proportion to the Privates: we could also manage just as well with 4 instead of 6 sergeants, like the English. With the English Europeans 1: European subaltern officer, either Lieutenant or ensign as Commandant of the Company, receiving, besides his ordinary wages and Emoluments, as a bonus, per month - - - - - - - - - - - ro/a: 60: — 2. sergeants as Drillmasters, besides their ordinary wages and board money, each 16: rop:s, together - 32. Natives 1. soebedaar or Captain – – – – – – – – – – – 50: — 2. Jemedaars or subaltern officers at 14. ro/a: each, together – – – – – 28: — 4. obeldaars or sergeants at 10: rop:s each, together — 40: — 8: Ameldaars or Corporals at 8: rop:s each – 64: — 1. fifer - - - - 6: — 1. Drummer - - - - 6: — 1. standard bearer - - - - 4½ 1. water carrier – – – – 7½ 1. Privates - - 6: — together ro/a: 304: — The bonus to the English European officers and Drillmasters is, in my opinion, far too much, although possibly adapted to their expensive way of living, or because living is expensive in Bengale, at Madras, Bombaij and souratta: at least our officers can manage with considerably less, yet it should also not be too little, for otherwise it would not, as they say, be worth the trouble for them to aspire to the troublesome Command over a people with whom one has so much headache and must exercise so much patience: our sipaij Captains can also manage with less pay than those of the English; a standard bearer and water carrier, who are with the English, we can also dispense with. My Project. Europeans 1. European subaltern officer, either Lieutenant or ensign as Commandant of the Company, as a bonus besides his ordinary wages and Emoluments, per month - - - - - — - - ro/a: 20: —. 1. sergeant as Drillmaster, besides his ordinary wages and board money – – – – – – – – 8: —. 1. Corporal as second Drillmaster, besides his ordinary wages and board money, per month – - - - 5: —. Natives. 1. soebedaar or captain - – – – – – – – – – – 30: —. 1. first Jemedaar or Lieutenant - - - - - - 20: —. 1. second Jemedaar or ensign - - - - - - 16: —. 4. Sergeants at 10: rop:s each - - - - - - 40: —. 8: Corporals at 8: rop:s each - - - - - - 64: —. carried forward rop: 203: —.

Dutch transcription

mogt zijn, dan zoude zulks altoos voor dien tijd in 't veld wel kunnen geschikt worden. uw Hoog Edelheedens zullen mogelijk vragen of onze sipaijs dan niet door officiers g'exerceerd worden; Hier op kan ik gerust antwoorden van Ja„ en dat ik zelvs na maate van het getal onzer ordinaire Europeeze officieren alhier, aan dezelve ook wel het toezigt niet alleen over de Sipaijse Compenien, maar zelvs over die der inlandse opgedragen Christenen en Chegossen hebbe, dog dit is maer hun bijwerk, en zelvs tot verzwaringe van hun„ „nen dienst; buijten des, zo kan dit zo geen effect hebben, als wanneer ze vast over zo een Comp: gesteld zijn, en bij zo een Comp: vast blijven, gezwijge dat ijder Europees Officier zijn werk genoeg heeft, bij zijn eijge Comp:s, en ook in Cas van marcheeren of detacheeren, bij zijn eijge Comp: moet blijven: de Engelse hebben buijten de sipaijse Capitain in steede van drie subal„ „tern sipaijse Officiers, gelijk wij hebben, maer twee, en dus winnen zij een subaltern. officier uijt, hetgeen wij ook zouden kunnen doen: De Engelsen hebben twee Europeeze onder offi„ ciers tot hulp vanden officier, beijde zergeants in qualiteijd; Wij hebben maar een zergeant en mijn voorstel is, om daarbij nog een Corporaal te voegen, en dan zou het geheele different maer bestaan, dat wij een Europees Officier en Corpo„ „raal meer, en een subaltern sipais officier minder zouden hebben als anders; ik verzoek verlof duijdelijkshalve hier onder te laten volgens 131. volgen, eerst een specifick aantooninge hoe de Compe„ „nien sipais tans bij ons geschikt zijn, een tweede aantoo„ „ninge hoe over het algemeen de Compenien Sipais bij de Engelsen ingerigt zijn, en eijndelijk een derde aantoo„ „ninge, zo als ik de vrijheijd gebruijke uw Hoog Edel„ „heedens voortedragen, waar bij teffens blijken zal, wat ieder inrigtinge eijgendlijk kost. Bij de Nederlandse Compagnie. Europeezen 1: zergeant als Drilmeester genietende buijten zijn gagie en kostgeld voor een douceur, smaands - - ro/a: 4 2/5. Inlanders 1. soebedaar of Capitain – – – – – – – – – – „ 26: —. 2. vaandrigs á 16. rop:s ijder, tezamen – – – – – – „ 32: —. 6. sergeants „ 12½. „ —„ - „ - - - - - - - - „ 75: — 8. Corporaals „ 10½. „ - „ - „ - - - - - - - „ 84: —. 1. Luijtenant – – – – – – – – – – – – – „ 20:—. 1. pijper – – – – – – – – – – – – – – – „ 6: —. 1. tamboer – - - - - - - - - - - - - „ 6: —. 1. Gemeene - - - - - - - - - - - - 2 6: —. Tezamen - - - - - r o/a: 259 4/5. Bij ons word nog aan ijder sipaij 's maands een parra Rijst verstrekt, dog niet bij de Engelse, die daar en tegen aan de Commandants buijten de gagie nog een vast geld geven, om het volk in monteering te houden, zo dat het volk niet beter weet, of het krijgd vrije monteeringe, het geen genoegzaam op het zelve uijtkomt, dewijl ijder man bij ons zijn mon¬ teeringe zelvs betaald en dus ook tot op een penning toe weet, wat ze kost, en dezelve ook spaard zo veel Hij kan: De Europeeze sergeant of Drilmeester heeft waarlijk waarlijk te wijnig douceur; voor 4 4/5. rop:s kan Hij effen zijn Laarsen of schoenen betaalen, want zulke lieden moeten altoos in 't labeur zijn; de Capitain of soebedaars genieten ook te wijnig, na proportie van de subalterne officieren: ze zijn tog Capitains van hunne Compenien: daar en tegen genieten onze onder officiers, de Obeldaars en Ameldaars weder te veel na proportie van de Gemeene: ook zouden wij he zo wel met 4. in steede van met 6: zergeants af kun „nen als de Engelsen. Bij de Engelse Europeesen 1: Europeeze subaltern officier, het zij Luijtenand of vaa „drig als Commandant van de Comp:, genietende be „halven zijne ordinaire gagie en Emolumenten als een douceur, 's maands - - - - - - - - - - - ro/a: 60: 2. sergeants als Drilmeesters buijten hunne ordi¬ „naire gagie en kostgeld ied:r 16: rop:s tezamen - „ 32. Inlanders 1. soebedaar of Capitain – – – – – – – – – – – „ 50: — 2. Jemedaars of subaltern officiers â 14. ro/a:o ieder tezamen – – – – – „ 28: — 4. obeldaars of zergeants â 10: rop:s ied:s, tezamen — „ 40:— 8: Ameldaars of Corporaals â 8: „ - - „ —, — „ — — „ 64. - 1. fluijter - - - - 1. Jamboer - - - - 1. vaandel drager 1. waterdrager 1. Gemeenen- 6: in tezamen ro/a: 304:— Het douceur aan de Engelse Europeeze officiers -– – – „ 6. 6:— - - - - „ 4½ en – – – – „ 7½ „ 182. in Drilmeester, is mijns bedunkens al te veel, schoon mogelijk geschikt na Hunne kostbaare wijze van leven, of om dat in Bengale, te Madras, Bom„ „baij en souratta, een duurkoop leven is: ten min„ „sten onze officiers kunnen het met vrij minder af, dog het diend ook niet al te wijnig te zijn, wants anders zou het voor Hun, gelijk men zegt, de moeijte niet waard zijn om het lastige Commando te am„ „bieeren over een volk, waarbij men zo veel hoofd„ „breekens heeft, en zo veel geduld moet oeffenen: ook kunnen onze sipaijse Capitains het wel met minder gagie stellen, als die der Engelsen; een vaandel drager en waterhaalder die bij de Engelse zijn, kunnen wij ook wel missen. Mijn Project. Europeezen 1. Europeeze subaltern officier het zij Luijtenant of vaandrig als Commandant van de Comp: tot een douceur buijten zijne ordinaire gagie en Emolumen„ „ten, 's maands - - - - - — - - ro/a: 20: —. 1. sergeant als Drilmeester buijten zijn or„ „dinaire gagie en kostgeld – – – – – – – – „ 8: —. 1. Corporaal als tweede Drilmeester buijten zijn ordinair gagie en kostgeld 's maands – - - - „ 5: —. 8 Jnlanders. 1. eerste Joniedaar of Luijtent – - - - - - „ 20:—. 1. tweede Jemedaar of vaandrig - - - - - - „ 16: —. 4. Zergeants â 10: rop:s ieder - - - - - - „ 40: —. 8: Corporaals „ 8: „ - - „ - - - - - - - 1. soebedaar of capitain - – – – – – – – – – – „ 30: —. 64: —. transporteere rop: 203:—.

NL-HaNA_1.04.02_3575_0290 view scan ↗

English

Brought forward: ro/a: 203:— 8,, 6:—. Together ro/a:o 221. — I could well place two ensigns here instead of a lieutenant and an ensign, as with the English, and thereby save four rop:s, but having a lieutenant awakens ambition and hope in the ensign to become a lieutenant. – – – – – – – „ 6:—. From this it appears, then, that a company of Sepoys, according to my proposal, would not only cost less than with the English, but even less than a company costs in the manner it has been organized among us up to now; however, because the salary, board money, and emoluments of a European ensign and a European corporal are not included here—both of which these two actually receive from the Company beyond the aforementioned statement, for which I calculate: The Ensign: in Salary ƒ 40: or - - ro /a: 20: — Board money - - - - - - „ 7: —. House rent - - - - - - „ 4 9/5. Emoluments – – – – – „ 6:–. The Corporal: Salary ƒ 14. or - „ 7 Board money - - - - „ 2:– one parra of rice calculated at - - - - - - - - - „ 1: —. 1: Piper - - - - - – – – – – – – „ 1 3/8: 1: drummer - - 1. Privates- Together ro/a: 43¾. Which I carry forward 133. Brought forward roa/a:o 43¾: and added hereto the aforementioned - - - - - --„ 221: —. ro/a: 264¾. thus it appears nonetheless that my proposal --- ƒ 259 /5. would cost not a full 5: ropias, but actually Ro/a= 4 1/20: more than our old establishments. If our native companies were to be organized in this manner, I do not doubt that we would be able to accomplish considerably more with our native troops than otherwise, and since the improvement in that article is presently so highly necessary that it cannot be introduced soon enough, I shall, in hope of Your High Noblenesses' favorable approval, already make an immediate start with the sepoys to organize our companies according to my proposal, but with respect to the land troops, namely the native Christians and chegossen, wait until I shall be further authorized thereto by Your High Noblenesses, unless in the meantime circumstances should make such an organization unavoidable, in which case I flatter myself that Your High Noblenesses would even expect that I, having the critical and anxious circumstances of the time here firsthand, and also being able to see the urgent necessity coming earlier than Your High Noblenesses, would do what is necessary, instead of neglecting the necessary through a mistaken scrupulousness under the pretext of needing to have orders first. Among necessities of that nature, I have also understood to be a very slight increase ƒ :20:— 4 2/5. increase in the pay of our country troops: at the first recruitment, in order to arrange everything on my part as economically as possible for the Company, I engaged these men and managed to satisfy them with 3¾: rop: a month even without Rice, which I must attribute to their initial zeal and willingness, but it has become clearly evident to me that this is too little, for they can now undertake no other livelihood and must live solely from these 3¾. rop:: most of them have wives and Children; there is far too much difference between a sepoij and them, the former receiving not only 6: ropijen, but also in addition one parra of rice; to this is also added that now Paponettij, our former granary, is in the hands of the enemy, and the monthly provision of Rice to the Garrison is now considerably larger than before, whereby Rice, the principal part of the provisions here, becomes daily more expensive, and those people, however willing they may otherwise be, must make do in far too straitened circumstances; I have also noticed that their spirit was soon beginning to fail them, and that it was also beginning to become rather difficult (when some die, in order to keep the companies full) to engage others voluntarily in their place; this became even more apparent to me during the recent bad monsoon, and since I feared that these people might imperceptibly slip away from me, I was brought by the conviction that they truly deserve more, and also ought to receive more, into the necessity to give them 134 give them ¼: ropij more, and that under the name of an extraordinary mark of favor: they are willing men, who are concerned for the safety of their own Country, and from whom one has no desertion to fear; they are already so far practiced in the use of arms that they not only perform all Garrison duties daily, but also already know all the maneuvers with the musket and exercise annually in the general drill of our combined troops, Europeans as well as Natives, just about as well and as smartly as the sepoijs: with this slight increase of ¼. ropij these men have become so content and cheerful that if it were necessary, as could very easily happen, to recruit still more of those men, I would now succeed therein more easily than otherwise. Herewith I have the honor to present to Your High Noblenesses a Report of the 7th of this month, from which it appears that here two French privateers from Mauritius took on the 6th preceding a two-masted English vessel carrying with its cargo and Cash around 4. Lakh ropias, which also still linger off this Coast: When they had put the Passengers ashore here, they departed southwards again for Ansjenga, and there with a vessel (which came to hail them) sent two English mates ashore; I have taken care that this might be made known at once on Ceilon and Cormandel; the two-masted one stays so far off the coast that one barely in clear weather to me other

Dutch transcription

p:r transport - - - ro/a: 203:— –– – 8„ 6:—. tezamen ro/a:o 221. — Jk zoude hier wel kunnen stellen twee vaandrigs in steede van een Luijtenand en een vaandrig, gelijk bij de Engelsen, en daar door vier rop:s uijtwinnen, maar als 'er een Luijtenand is, dat verwekt zulks bij den vaandrig ambitie en hoop om Luijtenand te worden – – – – – – – „ 6:—. Hier uijt blijkt dus, dat een Comp: Sipais, vol„ „gens mijn voorstel niet alleen minder zoude kosten als bij de Engelse, maar ook zelvs nog minder dan een Comp: te staan komt, op die wijze als tot dus verre bij ons is ingerigt; dan dewijl hier onder niet gereekend is, de gagie, kostgelden en Emolumen„ ten van een Europeeze vaandrig en een europeeze Corporaal, welk een en ander die twee, buijten voorschreeve opgave, van de Comp: ook effectiev ge„ „nieten, waar voor ik reekenen. De vVaandrig aan Gagie ƒ 40: of - - „ kostgeld - - - - - - „ Huijshuur - - - - - - „ Emolumenten De Corporaal. „ Gagie ƒ 14. of - „ kostgeld - - - - „ een parra rijst bereekend op - - - - - - - - - „ 1: —. – – – – – – – „ 1 3/8: tezamen ro/a: 43¾. Die transporteere – – – – – – – – „ 7: —. – – – – – – – „ 4 9/5. — – ro /a: 20: — – – – – – „ 6:–. 1: Pijper - - - - - 1: tamboer - - 1. Gemeenen- – – – – – – „ 7 – – – – – – „ 2:– 133. p„r transport roa/a:o 43¾: en hier bij gevoegd de voorschreevene - - - - - --„ 221: —. ro/a: 264¾. zo blijkt evenwel dat mijn voorstel --- ƒ 259 /5. geen volle 5: ropias, maar eijgendlijk Ro/a= 4 1/20: meer zoude kosten als onze oude inrigtingen. Jndien dan onze inlandse Compenien op deze wijze mogten ingerigt zijn, dan twijffele ik niet, of we zouden met onze inlandse troupes vrij meer kun„ „nen uijtvoeren als anders, en dewijl de verbeeterin„ „ge in dat artikul tans zo hoog noodzaakelijk is, dat dezelve niet vroeg genoeg kan ingevoerd worden zo zal ik, in hoop van uw Hoog Edelheedens gunstig approbatie, met de sipaijs reeds dadelijk een begin maaken, om onze Compenien na mijn voorstel in„ „terigten, dog met betrekking tot de Land-troupes namendlijk de inlandse Christenen en chegossen, wag„ „ten tot dat ik van uw Hoog Edelheedens daar toe nader zal gequalificeerd zijn, ten waare intussen de omstandigheeden eene zodanige inrigtinge on„ „vermijdelijk mogten maken, in welk geval ik mij vlije, dat uw Hoog Edelheedens zelfs zouden ver„ „wagten, dat ik, die de critique en zorgelijke om„ „standigheeden des tijds, hier uijt de eerste hand heb„ „bende, en ook vroeger dan uw Hoog Edelheedens de dringende nood kunnende zien aankomen, het nodige zoude doen, in steede van door eene verkeerde schrupuleusheijd het nodige te verzuijmen, onder pre„ „tert van eerst order te moeten hebben. Onder noodzaakelijkheeden van die natuur hebbe ik ook begreepen te zijn, een zeer geringe ver„ „meerderinge ƒ :20:— 4 2/5. „meerderinge in de bezoldinge van onze lands trou„ „pes: bij de eerste aanwervinge heb ik Hun, om aan mijne zijde alles voor de Comp: op het zuijnigste te overleggen, deze menschen ge-engageerd en te vree „de weeten te stellen met 3¾: rop: 's maands zelvs zonder Rijst, het geen ik moet toeschrijven aan kunnen eersten ijver en willigheijd, dog het is mij duijdelijk gebleeken, dat dit te wijnig is, want zij kunnen nu geen andere kostwinninge bij de hand neemen, en moeten alleen van deze 3¾. rop: leeven: de meeste hunner, hebben wijven en Kinderen; Het is al te veel onderscheijd tussen een sipaij en Hun, welke eerste niet alleen 6: ropijen, maar ook boven dien nog een parra rijst krijgd; Hier bij komt ook, dat nu Paponettij, onze voorige koorn- schuur, in handen van de vijand is, en de maandelijkse verstrekkinge van Rijst aan het Guarnizoen, nu, vrij grooter als bevoorens is, waardoor de Rijst, het voornaamste gedeelte der levensmiddelen alhier, dagelijks duur¬ „der word, en die menschen, hoe willig zed anders ook zijn, zig al te bekrompen moeten behelpen; Jk heb ook gemerkt, dat hun de lust haast begon te ontgaan, en dat het ook al wat moeijelijk begon te worden (wanneer 'er eenige sterven, om de Compenien vol te houden ) andere in dies plaats vrijwillig te engageeren; dit is mij in de Jongste quaade mousson nog nader gebleeken, en dewijl ik bedugt was, dat dit volk mij ongevoelig mogt ontvallen, zo ben ik, uijt overtuijginge dat ze¬ waarlijk meer verdienen, en ook meer dienden te genieten, in de noodzaakelijkheijd gebragt, om Hun 134 Hun 4: ropij meer te geven, en dat onder de naam van een zonderling gunst bewijs: Het zijn gewillige men„ eijge „schen, die voor de vijligheijd van Hun ^ Land bezorgt zijn, en van de welke men geen dezertie te wagten heeft; ze zijn reeds zo verre in den wapenhandel ge-oeffend, dat ze niet alleen alle Guarnizoens diensten dagelijks mede doen, maar ook alle de manheuvres met het ge„ „weer reeds kennen en Jaarlijks bij de generaale exer„ „citie van onze gezamendlijke troupes, zo wel Euro„ „peezen als Jnlanders mede exerceeren, genoegzaam zo goed en zo fluks als de sipaijs: met deze geringe vermeerderinge van ¼. ropij zijn deze menschen zo ver„ genoegd en opgeruijmt geworden, dat als het nood„ „zaakelijk was, gelijk dat zeer ligt zou kunnen exteeren, om nog meer van die menschen te werven ik nu gemakkelijker, daarin zoude reuseeren als anders. Hiernevens hebbe d'eere uw Hoog Edelheedens aantebieden een Relaas van den 7. dezer, waaruijt blijkt, dat hier twee franse kapers van de Mauri„ „tius den 6:de bevoorens een twee mastig Engels scheepje bedraagende met de in hebbende Lading en Contanten omtrend 4. Lak ropias genomen hebben, dewelk ook tot als nog zig voor deze Cust ophouden: Joen ze de Passagiers hier afgegeven hadden, zijn ze weder zuijd„ „waards na Ansjenga vertrokken, en hebben daar met een vaartuijg (dat Hun quam verpraijen) twee Engelse stuurlieden aan de wal gezonden; Jk heb ge„ „zorgd, dat dit ten eersten op Ceilon en Cormandel bekend mogt worden; die met twee masten, houd zig op zo verre uijt de wal, dat men effen bij helder weer mij and

NL-HaNA_1.04.02_3575_0294 view scan ↗

English

weather, one can see the topmasts, and the three-masted one again so far seaward of the first that they can nevertheless warn each other with signals if they see anything. Off Coilan, the two-masted one was also passed by a fishing vessel under an English flag. There he presented himself as an English snow coming from Bombaij and intending to go to Bengale. He also asked the fishermen if they did not know what kind of ship that three-masted vessel was that appeared deeper seaward from him, and whether they knew if French ships had also been seen along this coast, to which the fishermen answered no. The passengers and the English mates who were put ashore here and at Ansjenga have since related that not only were there very many Caffres aboard, but also, besides the French crew, several fortune-seekers, even Dutch and English ones. Nevertheless, I think that they will no longer dare to linger around here, because on the 15th of this month the bad monsoon begins on Chormandel, and the naval force of the English that lies there must then come to Bombaij and would encounter them, unless the expected French fleet should yet arrive, which however, as far as I know, has not yet appeared in the Indies, although there is much talk of it, and the Nabab Haijder Alij Chan must at least have had assurances of it, as he invaded the Carnatic and Madurese territories precisely at the time that the same was expected; and also some time before had the English fort Tallicherij attacked openly and with so much force that, if Tallicherij had not been strongly reinforced with men during the past good monsoon, it undoubtedly would have surrendered already, whereas it still holds out up to now, although the English are already beginning more or less to doubt holding it much longer. At least that the Nabab must have assurances of the arrival of a French fleet has become even clearer to me, because I have been informed by a very good source not only that the rice to the north is being stored up and its transport made difficult, but also that the Nabab has sent orders to Mangaloor to hold together a lakh, that is one hundred thousand packages of rice of 80 lb, NB: for the French fleet. I also make use of this opportunity to present to Your High Nobilities copies of two instructions which I recently gave concerning the defense of our posts Cranganoor and Aijkotta to the chief and the commanders there, from which it appears that if those posts, as they are now fortified and retrenched (if only they are well defended and the commanders guard against all surprises), can give the enemy quite some work, especially when one takes into consideration that, situated only half a day, or actually about six hours from here, one can always immediately send assistance of men who (although Cranganoor, as a small fort, cannot contain much more men) would nevertheless in case of need and for that time still find room in it, if only to relieve the exhausted men and to supply the fort in their stead with fresh and rested men. Meanwhile I have the high honor to remain with the greatest respect. Underneath stood: High Noble, Greatly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Well Noble, Right Honorable Lords! Lower: Your High Nobilities' humble and obedient servant (was signed) A:n Moens. In the margin: Cochim the 27th of October 1780. Still lower: L: S. It also occurs to me that the necessity to put our country troops on the same footing as the sepoys now becomes all the greater on account of the hostilities undertaken by the Nabab Haijder Alij Chan against the English and their Nabab Machomed Alij, for if these do not end quickly, then Machomed Alij as well as the English will have to recruit very many sepoys, and in order to get many together quickly, offer unusually high pay or also bounty money according to their custom, whereby we might experience a shortage of sepoys here, and therefore I think that a good arrangement regarding our own troops is now all the more necessary. The English seem not to have finished with the Marathas either; they do disseminate that they will become the masters and will be able to bring their client Ragobaij to the Maratha throne, but from various circumstances one must deduce that they have not reached their objective by far, and it is even believed that they have indeed received orders to now only come to terms with the Marathas as best they can, which strongly offends the ministry of Bombaij (with whom the project to place Ragobaij on the throne was formed). Twilight Agreed A Dannicheus Le Crets Examined del Account of the freeman Alexander Michiel, resident of Calcatte in Bengale, and having sailed as a private merchant on the English two-masted sloop named Bombaaij Marce, commanded by Captain Cherles Wartwij. The declarant declares that on the 2nd of January of this year, with the aforesaid sloop Bombaaij Marce, he sailed from Bengale as a private merchant, and in that bottom loaded 40000 ropias worth of goods on freight for Bassara. That on the 9th of May thereafter he arrived safely at Bassara and sold his goods, though without profit, and approximately at cost, and loaded the money that came from the goods into the aforesaid sloop, with which on the 4th of August last he departed from Bassara for Bousscheer, and from there to Masquette; that on the 15th of September he departed from Masquette and the day before yesterday at ¼ 9¼

Dutch transcription

weer, de stengen zien kan, en die met drie masten we„ „der zo verre zeewaards van de eersten, dat ze elkander egter met zeijnen kunnen waarschouwen als ze iets zien: voor Coilan is die met twee masten ook verpreijd, onder een Engelse vlag, door een vissers vaartuijg: daar gaf Hij zig uijt voor een Engelse snaauw komende van Bombaij en de wil hebbende na Bengale: Hij vroeg ook aan de vissers, of ze niet wisten, wat voor een schip die drie masten was, die zig van Hem dieper Zeewaards vertoonde, en of ze niet wisten of 'er ook franse scheepen onder deze kust gezien waaren, het geen de vissers met neen beantwoordeden: De passagiers en de Engelse stuur¬ „lieden die hier en te Ansjenga aan de walgezet zijn„ hebben 't zederd verhaald, dat 'er niet alleen zeer veele kaffers, maar ook buijten de franse beman„ „ninge, ook verscheide fortuijn zoekers, zelvs van Hollandse en Engelse op waaren, egter denk ik dat ze nu niet langer hieromstreeks zig zullen durven ophouden, om dat den 15. dezer, de quade mousson op Chormandel begind, en de zee magt van d' Engelsen, die daar legd, dan na Bombaij moet komen, hun rencontreëren zoude, ten waare de verwagt werdende franse Vloot nog mogt komen, dewelke egter, zo weel ik weet, nog in Jndien niet verscheenen is, schoon 'er veel van gesprooken word, en de Nadab Haijder Alij Chan ten minsten toezegginge daar van moet gehad hebben, alzo hij juist tegen die tijd, dat dezelve verwagt wierd, in het Carnatische en Madureesche gevallen is; en ook eenigen tijd bevoorens het Engelse 135. Engelse fort Tallicherij opendlijk en met zo veel geweld heeft laten attacqueeren, dat indien Tallicherij in de ge„ „passeerde goede mousson niet sterk met volk was voor„ „zien geworden, het zelve ongetwijffeld al zoude over„ „gegaan zijn, daar het egter zig tot nog toe staande houd, schoon de Engelsen aan het langer houden van het zelve al min of meer beginnen te twijffelen; ten minsten dat de Nabab toezegging van de komst van een franse vloot moet hebben, is mij nog nader gebleeken, om dat ik door een zeer goede hand g'informeerd ben, niet alleen dat de Rijst om de Noord opgelegt en den ver„ „voer van dezelve moeijlijk gemaakt word; maar ook dat de Nabab na Mangaloor order gezonden heeft om een Lak, dat is Honderd duijzend pakken Rijst van 80: lb: bij een te houden, NB: voor de franse vloot Ook bediene mij van deze geleegendheijd om uw Hoog Edelheedens aantebieden, Copia van twee Jnstructies, die ik onlangs nopens de defentie van onze posten Cranganoor en Aijkotta aan het opper„ „hoofd en de Commandants aldaar verleend hebben, en waarbij blijkt, dat als die posten, zo als ze nu ver„ „sterkt en geretrancheerd zijn (indien ze maar wel gedefendeerd worden, en de Commandants voor alle surprisen zorgen / de vijand al vrij wat werks geven kunnen, voor al wanneer men in aanmerking neemt, dat ze maar een halve dag, of eijgendlijk een uur of ses van hier leggende, men altoos ten eersten assistentie kan zenden van volk, dat (schoon Cranganoor als een klijn fortje niet veel meer volk in zig bevatten kan) zig egter in Cas van nood en voor dien tijd daarin nog wel plaats zoude vinden vinden, al was het ook maar alleen om het verzwa „te volk aftelossen en het fort in dies plaats met ver en fris volk te voorzien Inmiddels hebbe de hooge eere met de meeste ee „bied te verblijven. / onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijd gebiedende Heer, en Wel Edel Gestr: Heeren ! /:lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzame Dienaar (was geteek:td A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 27. octobr 1780: /nog lager :/ L: S. Mij vald nog bij, dat de nood „zaakelijkheijd, om onze Lands troupes ook op dien voet te brengen, als de sipais, tans des te grooter word wegens d' ondernomene vijandelijkheeden van den Nabab Haijder Alij Chan, tegens d' Engelse en Hunne Nabab Machomed Alij, want indien dezelve niets spoedig eijndigen, dan zal Machomed Alij zo wel als de Engelse zeer veel sipais moeten werven, en om 'er spoedig veele bij elkander te krijgen na Hun gewoonte extra hooge bezoldinge, of ook wel hand „geld aanbieden, waar door wij hier gebrek aan si„ „paijs zoude kunnen krijgen, en daarom denk ik dat een goede inrigtinge omtrend onze eijge trou„ „pes, tans des te noodzaakelijker is. De Engelsen schijnen met de Maratters ook niet gedaan te hebben; ze spargeeren wel, dat ze het Mees„ „ter zullen worden, en Hun Client Ragobaij op den Maratse Chroon kunnen brengen, maar uijt ver„ „scheide omstandigheeden, moet men aflijden, dat ze op verre na Hun oogmerk nog niet berijkt hebben, en men maend zelfs, dat ze in der daad order zouden erlangd hebben, om zig tans maar met 136. met de Maratters te verdragen zo goed ze kunnen, het geen het Ministerie van Bombaij (bij de welke het project om Ragobaij op den throon te brengen, gefor„ „meerd is ) zeer tegen de borst stoot. Schemering Accordeerd A Dannicheus Le Crets Nagezien del 137. Relaas van den vrijman Alexander Michiel, in woonder te Calcatte in Bengale, en als par„ „ticulier koopman Gevaren hebben„ de op de Engelsche Twee mastige Chialoup Genaamt Bombaaij Marce; Gecommandeert bij Capitain Cherles Wartwij. Den Relatant, Relateert dat Hij op den 2. Januarij deeses Jaar, met voorsch: Chialoup Bombaaij Marce, van Bengale is gevaren, als een par¬ „ticulier koopman, en in dien kiel Geladen heeft voor 40000. ropias aan Goederen op vragt voor Bassara. Dat Hij den 9: Maij daar aan be„ houden te Bassara is g'arriveert en zijne goederen heeft verkogt dog sonder winst, en naast en bij voor het kostende, en het geld, dat van de goederen gekomen is, gelaaden heeft in de voorschreven Chialoup, waar meede hij den 4„ August j:o leeden van Bassara is vertrokken na Bousscheer, en van daar na Masquette, dat hij den 15. 7ber: van Masquette is vertrokken en op eergisteren op ¼ 9¼

NL-HaNA_1.04.02_3575_0300 view scan ↗

English

Having arrived at 9¼ degrees north latitude, early in the morning, two sails were seen by the captain of the shallop and the officers, which were afterwards recognized to be a ship and a shallop, and at noon they came alongside them under an English flag, but immediately struck the English flag and hoisted the French flag, and gave them a broadside from their artillery; whereupon the captain of the English shallop struck his flag and surrendered; this shallop having carried only 10 pieces of cannon, and having had no more than four Englishmen on board with him, the deponent. Furthermore, the deponent relates that these were French privateers, and that the French ship was mounted with 32 pieces of cannon, and the French shallop with 16 cannons; that on the English shallop there was to be found more than three lakh in cash and that the vessel with its cargo is also worth one lakh of rupees, and everything together amounts to 4 lakh of rupees; which vessel the French have manned with their own people, and have sent to Mauritius with the English captain and his two officers, just as it was, with cash and cargo; but they kept the deponent on board with some Armenian people, in order to set them ashore, just as he, the deponent, was also set ashore yesterday with the same people in the vessel that had come from the shore, and thus arrived here in this land. The deponent further relates that on board the French vessel he had been able to notice that they had recently come from Mauritius and intended to remain around here for another week or two to cruise for Englishmen who might pass back and forth along this coast with the opening of the fair monsoon, as well as that there were many ships and people at Mauritius, and that ships were about to come here from Mauritius, without however knowing whether this is indeed so. Cochim, the 7th of October, Anno 1780. Instruction for the Chief and the Commander of the Militia at Cranganoor Article 1. Although I have already on several occasions issued orders concerning the administration, the garrison, and the defense of Cranganoor: I have nevertheless deemed it necessary to prescribe further to Your Honors by this instruction how Your Honors shall have to conduct yourselves in case of an enemy attack, and what arrangements ought to be made at that time; while with regard to the precautions concerning the powder magazine, the artillery, the gun carriages, and the other ammunition as well as weapons, also regarding the treatment of the military, both Europeans and natives, and what more pertains thereto, I refer to that which I have successively recommended regarding this by letters, all of which orders, in so far as they still ought to take place, I hold to be inserted herewith, including also those that have been written to the successive commanders of the Company and, since the camp was withdrawn, were delivered in the port. Article 2. Your Honors know that Cranganoor has been reinforced and placed in its present state of defense against the hostile undertakings of the Nabab Hayder Allychan, who made himself master of the post of Chettua and of the entire region between Chettua and Cranganoor, and thereupon immediately, though fruitlessly, attacked the fort of Cranganoor, having now become a dangerous enemy to the Company's possessions on this coast: so that it is utterly necessary to be always on guard against that formidable and cunning enemy. Article 3. When one observes well the manner of warfare of the native, it is not likely that the Nabab's forces will besiege Cranganoor, or erect batteries with heavy cannon and mortars before it, and shoot down or destroy the fortification; but it is much rather to be expected that they will try to make themselves master of it by surprise and through cunning: therefore, one must not only continuously at fixed, but also at uncertain hours, have rounds and patrols made, to keep the watches and posts alert, and not entrust any posts of importance to native soldiers alone. Article 4. And since a native enemy is also often accustomed to alarm his opponent, in order to cause both ammunition and men to be wasted, for which he can always use fresh troops on his side; one must therefore not let oneself be misled by any false attacks, whereby one shows one's strength and dispositions too much to the enemy. Article 5. Above all, one must see to it that one knows the sinister designs of the enemy, and also where he will actually make the attack; indeed, one must even see to it to guide and compel the enemy to attack there where one would most prefer to see him attack, which at Cranganoor (where the perimeter of the terrain towards the side of the Fort always becomes narrower and narrower) is still quite feasible, both with caltrops and small boards with nails (of which there are plenty in stock there) and by laying fougasses here and there, or at least working at such places at unseasonable hours, as if in secret, yet in such a manner that it must nevertheless become known, just as if one were making fougasses there, so that in the assault the enemy would avoid those places and come where one wants to have him. Article 6.

Dutch transcription

9¼. graaden noorder breette gekomen zijnde, 's mor„ „gens vroeg, bij den Capitain van de Chialoup en de officieren gesien zijn twee zeijlen, die na„ derhand verkent zijn voor een schip en Chialoup en op de middag bij hen op zij zijn gekomen met een Engelse vlag, dog aanstonds de En„ „gelse vlag hebben gestreeken en de Franse vlag opgehaalt, en hen de laag uijt het geschut heeft gegeven; waar op de Capitain van de Engelse Chialoup zijn vlag heeft gestreeken en zig overgegeven; hebbende deese Chialoup maar gevoerd 10. stukken Canon, en niet meer als vier Engelse met hem Relatant aan boord gehad. verder relateert den Relatant, dat deese franse Capers zijn, en het Franse Schip Gemonteert is geweest met 32. stukken Canon, en de franse Chialoup met 16. Canons; Dat in de Engelse Chialoup zijn te vinden geweest meer als Drie Lak Contanten en het vaartuig met zijn inliaeding ook een lak Ropijen waardig is, en alles te samen 4. Lak ropijen bedraagt; welk vaartuig de Franschen met volk van hun hebben bemand, en met den Engelse Capitain en 138. en zijn twee officieren, zoo als het Geweest is, met Contanten en Lading na Mouritius gesonden; dog den Relatant bij zig aan boord gehouden met eenige Armeense lieden, om hen aan de wal te setten Gelijk Hij relatant, dat ook gisteren „verpraij met deselve in het vaartuig dat van de wal was gekomen, zijn geset en zo hier te land gekomen. ƒ Nog verhaald de Relatant, dat hij aan boord van de francen had kunnen merken, dat zy jongst van de Mouritius gekomen en voorneemens waaren hier omstreeks zig nog een week of twee op te houden om te kruijsen op Engelschen die niet het openen van de goede mousson deese kust heen en weer mogten passeeren, zoo mede dat er op Mouritius veel scheepen en volk was, en dat er scheepen van de Mouritius dit heen stonden te komen sonder echter teweeten of dit in der daad zoo zij. Cochim den 7. october A. o 1780. — mor is. r se 139. Instructie voor het Art: 1. Hoewel ik reeds bij verscheijde Gelegentheeden ordre gesteld, hebbe, nopens de Huijshoudinge, de be„ „zettinge en de Defentie van Cranganoor: zo heb ik egter nodig ge-oordeelt, VE:s bij deze Jnstructie nader voorteschrijven, hoedanig VE:s zig in cas van een vijandelijke attacque zullen hebben te gedragen, en welke schikkingen als dan dienden„ te werden gemaakt Jerwijl ik nopens de voorzorge omtrent het kruijthuijs, het geschut, de affuijten en de verdere, zo ammonitie als wapen goederen, zo meede aangaande de behandelinge van de Militairen, zo Europeezen als jnlanders, en wat dies meer zij, mij refereere, aan het geen ik derweegens successive bij brieven Gerecommandeerd hebbe, alle welke ordres, voor zo verre dezelve als nog dienen plaats te hebben, ik bij dezen houde voor ge-insereert, en daar onder ook de zulke die aan de successive Commandanten van het Comp Geschree„ „ven, en zedert het Camp ingetrokken is, in het port afgegeven zijn opperhoofd en den Commandant der Militie te Cranganoor Aat 2. Art: 2. VE:s weeten, dat Cranganoor versterkt, en in zijnen tegenwoordigen staat van defentie gesteld is, tegens de vijandelijke onderneemingen van den Nabab Haijder Alijchan, die zig van 't pout Chettua en van de geheele Landstreek tussen Chettua en Crangawoor meester gemaakt, en daarop het fort Cranganoor ook dadelijk, dog vrugteloos g'attacqueerd hebbende, tans een gevaarlijke vijand voor 'sComp:s bezittingen ter dezer Custe is geworden: zo dat het teid uijttersten noodzakelijk is, tegen dien geweldigen en listigen vijand altoos op hoede te zijn. art: 3. Als men de wijze van oorlogen van den Jnlander geede slaat, is het niet apparent, dat de Nababse Cran„ „gansor zullen beleegeren, of daar voor Batterijen met zwaar kanon en Mortiers opwerpen, en de fortificatie om verre schieten of vernielen maar veel eer is te denken, datze zig bij verrassinge, en door„ list daar van zullen tragten meester temaken: derhalven moet men niet alleen bij continuatie op vaste, maar ook op onzeekere uuren Ronden en Patrouiljes laten doen, om de wagten en posten allert tehouden, en geen posten van aangelegentheid aan Jnlandse, Militairen alleen toever„ „trouwen. Art: 4. 140. Art: 4. En dewijl een inlandse vijand, ook veel tijds gewoon is zijn parthij te allarmeeren, om zo wel de Am„ „monitie, als het volk te doen verspillen, waar toe Hij van zijne zijde altoos vers volk kan ge„ „bruijken; zo moet men zig door geen valsche attacque laten wislijden, waar door men zijne force en dispo„ „zities te veel aan den vijand laat zien. aat: 5. Maar voor al moet men zorgen, dat men de naare desseinen van den vijand weet, en ook waar Wij eijgendlijk de attacque zal doen, Ja zelfs moet men zien, om den vijand te leijden en te noodzaa„ „ken, daar te attacqueeren, alwaar men liefst zien zoude, dat Hij attacqueerd, het geen te Cran„ „ganoor (alwaar de kring van het terrain na de zijde van het Fort, altoos naauwer en naauwer word / nog wel te doen is „ zo met voet angels en plankjes met spijkers, (die daar genoeg in voorraad zijn. / als door hier en daar flodder mijnen aan te„ „leggen, ten minsten bij ontijden op zulke plaatzen quasie in 't geheijm dog zodanig, dat het egter moet „bekend worden/ te laten werken, even als of men daar tloddermijnen maakte op dat de vijand in den aanval, die plaatzen zoude meijden en komen, waar men htem hebben wild art: 6.

NL-HaNA_1.04.02_3575_0306 view scan ↗

English

If it is nevertheless possible, one must see to laying real mines where one actually expects the enemy, either between the palisade and the first glacis, or on or near the first glacis itself, and then use the necessary precaution in that regard, especially that one detonates them at the right time, that is when some people are already near or around them, and the following troops are crowding to follow them. Article 7. It goes without saying that the cannon on the ramparts must presently always be loaded with live ammunition, and inspected every day to see whether any defect might have occurred to them, so that the cannon are always in such a state that one can be assured that they will not misfire, but will go off at the first fire, for although I have previously supposed that one has no formal siege with cannon and mortars to expect from an indigenous enemy, one must nevertheless not rely on that, but on the contrary prepare oneself as if one actually has such a siege to expect, all the more as it is known that the Nabab has Europeans in his service. Article 8. The garrison for the defense of Cranganoor presently consists of: Europeans: 2 officers 4 sergeants, among whom 1 orderly sergeant 6 corporals, among whom 1 orderly corporal 2 drummers 50 to 60 privates 25 artillerymen Malays: 100 heads according to the primary plan Chegosses: 200 heads, presently indeed circa 300 heads there, but of which in the good monsoon 100 heads or one company must cross over to the Islands of Moetoe Coenoe, into the three paggers constructed there. Total: 389 heads. Article 9. I specify here 50 to 60 European privates, but by this is properly meant half a company of 140 men according to the primary plan, just as the Ceylon companies are when they are nominally at full strength; but because the companies, both on account of the deceased and those sailing home, are often not complete, I therefore specify 50 to 60 privates; but that number must then also always be maintained, at least in the good monsoon. Article 10. In the fort. From the European infantry, in case of a siege, 10 men can be added to the artillery, and then 40 men remain for the infantry service. Article 11. With this we judge that the fort can be defended against an enemy force, at least against such as the Nabab Haijder Alijchan presently has in these lower lands; besides that the fort, being situated on the outermost corner of the district, and thus forming roughly a triangle, is so small and cramped that no more troops can properly be stationed in it without obstructing one another. Article 12. The daily duty shall be arranged in the following manner. On the right wing of the fausse braye: 1 sergeant, 1 corporal, 4 privates, Europeans 1 sergeant, 1 corporal, 8 privates, Orientals Together 16 men. By day: 1 corporal, 4 privates, Europeans 1 corporal, 8 privates, Orientals By night: To set posts along the river: 8 Chegosser privates. On the left wing of the fausse braye: By day: 1 sergeant, 1 corporal, 8 privates, Orientals By night: 8 Chegosser privates, for the same purpose as on the right wing. From the front in the inner ditch near the second glacis or former entrenchment: By night: Right wing: 1 small moepa, 8 Chegosses In the center: 1 small moepa, 4 Chegosses Left wing: 1 large moepa, 12 Chegosses Article 13. On the Mosquito Islands a guard must also be stationed at least by night on both sides of the chapel, in order to observe what is going on there on the river, and to make everything that passes there come to and be inspected. Article 14. Cranganoor, which as said is virtually a triangle, is protected on two sides by a large river, so that the fort can be approached by land from only a third part, which is called the plain. Just outside the fort, in the beginning of the disturbances, an entrenchment with a dry ditch behind it was constructed across the plain up to the river, to serve as a secure camp for our troops who were stationed there then; but since the camp has been withdrawn, the entrenchment consequently had to be altered in such a manner that the enemy could not make use of this entrenchment together with its dry ditch. Thus that dry ditch was filled up, and with the remainder of the earth of the parapets and banquettes a kind of glacis was formed, though much lower than the glacis that is before the ditch of the fort; but because this latter glacis or the former entrenchment was now not high enough to fire from it at the enemy with small arms while being simultaneously covered, a narrow trench was made at the foot of the same, in which the Chegosses, standing, can shoot over the glacis and yet be covered, so that Cranganoor, so to speak, is now provided with two covered ways. Article 15. Of the garrison of Cranganoor, whether Europeans or Orientals, no one must go far beyond the second glacis, but the Chegosses, because they live on the plain outside the second glacis, and are also truly naturally suited and fit to guard against the desertion of the Europeans and Malays, may go as far as the field guards, but no further; even the chief and the military commander or other officer may not go further than the field posts stand, which is hereby expressly forbidden. The misfortunes that could follow upon the capture of one of the first-mentioned are great, especially if Cranganoor were immediately attacked upon this. Article 16. Our field posts do not need to stand further than at the end of our boundary, in order to prevent all difficulties.

Dutch transcription

Indien het egter mogelijk is, moet men wee„ „zendlijke mijnen zien aan te leggen, waar men de vijand effectief te verwagten heeft, het zij tussen het stekwerk en het eerste glasie, of wel aan - of bij - het eerste Glasie zelfs, en dan daar omtrent de nodige precautie ge„ „bruijken: inzonderheid dat men ze ter regter tijd laat springen, dat is als 'er reeds eenig volk bij of omtrend is, en het agterkomende volk, zig opdringd oms te volgen. dat: 7. Het spreekt van zelfs, dat het Canon op de wallen tans altoos met scherp Gelaaden moet zijn, en alle dage gevisiteerd worden, of 'er ook eenig manquement aan mogte gekomen zijn, op dat het Canon altoos in zoda„ „nigen staat zij, dat men zig verzeekerd kan houden„ dat het niet weijgeren, maar met het eerste vuur los zal gaan, want schoon ik hier vooren wel verondersteld hebben, dat men van een inlandse vijand geen formeel beleg met Canon en Mor„ „tiers te verwagten heeft: zo moet men egter daar geen staat op maaken, maar integendeel, zig prepareeren als of men weezendlijk een diergelijk beleg tewagten heeft: temeer het bekend is, dat de Nabab, Europeezen in zijn dienst heeft. art: 6. Art: 8. 141. Art: 8. Europeesen Maleijers chegossen De bezettinge tot verdeediginge van Cran„ „ganoor bestaat tans in 2. officiers 4. Zergeants, waar onder 1. order sergeant 6. Corporaals _=o 1. order Corporaal 2. tamboers 50. â 60 Gemeenen 25. Arthilleresten 100. koppen primo plan 200. koppen, zijnde tans wel cinca 300. koppen daar, dog waar van in de goede mousson 100. koppen ofte een Compearie na de Eijlanden Moetoe Coenoe, in de drie daar gemaakte paggers moeten overgaan. Gotaal 38. 9. koppers Ik stelle hier 50 àn 60. Gemeene Europeezen, dog hiermeede word eijgentlijk een halve Componie Ge„ „meend van 140. man princo plan, gelijk de Ceijlonse compenien zodanig zijn, als te, nandendlijk voltallig zijn: dog om dat de compenien, zo wegens de overleedene als tehuijs vaarende, veel tijds niet Compleet zijn: zo stelle ik daarom 50. â 60. Gemeene; dog dat getal moet dan ook altoos vol gehouden worden, ten minsten in de Goede mousson Art: 10. w and k cert: 9. In 't Fort Van de Europeeze jnfanterie kunnen, in cas van beleg, 10. Man bij de Arthuillerij gevoegd werden, en dan blijven 40. Man voor de jnfanterie dienst aat: 11: Hier meede oordeelen wij, dat het port gedefendeert kan werden, tegens een vijandelijke magt ten minsten tegens zodanige als de Nabab Hlaijder Alijchan tans in deeze beneeden landen heeft; behalven dat het Fort, als leggende op het uijtter„ „ste hoekje van de landstreek, en dus omtrend, een drie hoek uijtmakende, zo klijn en bekrompen is, dat 'er niet welvoegelijk meer volk in leggen kan, zonder elkander te belemmeeren. art: 12. De Dagelijkse dienst zal in volgender, voegen dienen ingerigt tewerden. 1. sergeant 4. gemeenen 1. sergeant 1. Corporaal Coosterlingen 8. Gemeenen te zeemen 16. Man op den regter vleugel der fausse Oraij 1. Corporaal C Europeezen Ant: 10. bij 142. bij dag 1. Corporaal Europeezen 4. gemeenens 1. Corporaal oosterlingen 8. gemeenen Om langs 't revier post te zetten bij nagt 8. Mhegosseer Gemeenen Op de Linker vleugel der fausse braij bij dag 1. sergeant 1. Corporaal Coosterlingen 8. Gemeenen bij nagt 8. Ggemeene Mhegosseer tot het zelfde oogmerk als op den regter vleugel. Van vooren in de binnen Gragt bij het tweede Glacis of geweezene Retranchement bij nagt regte vleugel 1. kleene moepa 8. chegossers in 't Centrain 1. kleene moepa 4. Chegossen Linker vleugel 1. Groote moepa 12. Chegossen art: 13. Op het Muskieten Eijlanden diend ook ten minsten. van en minsten snagts, aan beijde de zijden van de kapel, een wagt te leggen, om te observeeren, wat daar op de revier omgaat, en alles wat 'er passeert, te doen aanleggen en visiteeren. aat: 14. Cranganoor, dat gelijk gezegt, genoegzaam een drie hoek is, word van twee zijden door een Groot revier beveijligd: zo dat het fort telande, maar voor een derde gedeelte kan genaderd worden, het week de vlakte genoemd word: Effen buijten het Fort, heeft men in den begin van de onlusten, een Retranche„ „ment met een drooge Gragt, daar agter aangelegt, over de vlakte heen, tot aan de revier, om te dienen tot een verzekert Camp voor onze troupes, die daar toen lagen; maar 't zedert dat het Camp ingetrocken is, moest derhalven het retranchement zodanig veran„ „dert worden, dat de vijand, dit Retranchement, bene„ „vens zijn droge gragt niet te baat kon neemen: dus is die drooge gragt gedempt, en met het restant van de aarde der borstweeringen en bankets deen zoort van Glasie geformeerd, egter veel lager als het glasie, die voor de gragt van het fort is, dog om dat dit laatste glasie of het geweese Retranchement nu niet hoog genoeg was, om den vijand daar uijt, met handgeweer beschietende, teffens gedekt te zijn: zo 143. zo is aan de voet van dezelve een smalle groef ge„ „maakt, waar in de chigossen staande, over het glasie heen kunnen schieten, en even wel gedekt zijn, zo dat Cranganoor, om zo te spreeken, nu voorzien is, met twee bedekte weegen. Van de bezittinge van Cranganoor het zij Europee„ „zen of oosterlingen moet niemand verre buijten het tweede glasie gaan, maar de chegossen, om dat die op de vlakte buijten het tweede glasie woonen, en ook regt ge-aard en geschikt zijn, om tegen de Dezertie der Europeezen en Maleijers tewaken mogen gaan tot de veld wagten, egter niet verder; zelvs mag het opperhoofd en de Militaire Commandant, of ander officier niet verder gaan, als de veldposten staan; het welk bij dezen wel expresselijk werd verbooden: de on„ „heijlen, die bij opvatting van een der eerstgemelten, zouden kunnen volgen, zijn groot; voornamentlijk als Cranganoor hier op eens ten eersten wierd g'attacqueerd. Onze veldposten behoeven niet verder testaan als aan 't eijnde van onze limiet, om alle moeijelijkhee„ „den voortekomen. art: 16. aat 173 zo art: 15.

NL-HaNA_1.04.02_3575_0312 view scan ↗

English

As soon as report is received that the enemy is about to come to Cranganoor, one must announce to the women and children, both of the Chegossen and of the easterners, to betake themselves from there to the Island Moctoecoenoe, and should they be unwilling, even compel them thereto; and in case they, upon an unexpected advance of the enemy, as they say, might wish to retreat in the crowd into the fort, such shall also not be tolerated, but one shall direct them to the Island Mortoecoenoe, where they can easily arrive, as most of them have small mansjouws and thus can cross over by themselves, and send the vessels back again to bring over also those who might have stayed behind, and subsequently upon returning, to be detained, because it is absolutely necessary to have some mansjouws together. art: 18: The Chegossers must distribute themselves in the second covered way, and then delay the enemy there with their firing, yet not too long, and even less so upon seeing that the enemy advances strongly and in good order, so that it is better that the chegossen retreat somewhat too early rather than too late, provided they do not do so in heaps, but at the same time also not to the first covered way, but to the fausse braij, and indeed in such a manner that one third part betakes itself to the center, and the two other parts to the right and left wings of the fausse braij, from where they must help shoot at the enemy when he comes upon the glacis within the range of their musket; which must all be clearly pointed out to them, so that it does not go into confusion, and thus it will be necessary that they, as well as the entire garrison, be exercised in everything once or twice during a false alarm, so that in case of earnest, no confusion takes place. art: 19. A musket shot outside the so-called second covered way, a sort of palisade was made of coconut wood when we had to break up the relief of Chettua, because at that time, and not without reason, it was feared that the enemy, with the troops which he had then received for assistance, would come to surprise Cranganoor out of retaliation; this work cannot stand very long because of the white ants, with which the plain of Cranganoor swarms, which quickly destroy the best timber, let alone brittle coconut wood; yet as long as the same stands, use must nevertheless be made of it, because it is still more or less good for the first attack, and I have therefore ordered the overseer of the timber yard to keep the same standing as long as possible, and even to maintain it by setting in new coconut poles now and then: as long, therefore, as this palisade still stands, the chegossen who are lodged near the same, together with the chegossen who leave their field posts upon the approach of the enemy, must not retreat to the second covered way before they have first delayed the enemy somewhat behind that fence with their fires and inflicted loss, provided they also retreat from the palisade in good time and in good order to the second covered way; yet if the palisade should disappear in time, then this conditional order also lapses of itself, and then the chegossen, as aforementioned, must immediately retreat to the second covered way. art: 20. Of the Chegossen of the outposts and of the rest, I count on 150 who must occupy the inner ditch and the second glacis, because one must keep a small reserve of them to send to those places where the greatest danger is; and nevertheless only chegossen should be employed for the defense of that so-called second Glacis. art: 21. Meanwhile, as the outposts retreat to the chegossen who hold the guard at the second Glacis, then the chegosse guards at the left and right wings as well as in the center must be pulled down as much as possible, or set on fire, by the Chegossen inside them, which can happen quickly enough, because they are only made of olas, so that the enemy cannot conceal himself behind them, and in order not to hinder the use of the cannon, which, however, must only happen when the enemy truly arrives so strong that he wants to attack Cranganoor, but not when sometimes a troop of soldiers might appear, as has happened more than once. art: 22. When the chegossen now retreat to the fausse-braij, then the right and left wings of the same, manned by 10 Europeans and 20 Javanese, including the daily guard, must, as much as possible, cover the retreat of the chegossen with their fire, as well as with the small mortars and cannons of the said wings, without injuring them; I say, without injuring them, because I fear that the chegossen, whatever trouble one might take

Dutch transcription

30 dra men berigt erlangd, dat de vijand stoat na Cranganoor te komen, dan moet men de vrouwen en kinderen; zo van de Chegossen als aan de oosterlingen, aankundigen, om zig van daar te begeeven na het Eij„ „land Moctoecoenoe, en zo zij onwillig mogten zijn, Hhun selvs daar toe noodzaaken, en ingevalle te bij een onverwagte aannadering van den vijand, gelijk men zegt onder den hoop meede in 't fort mogten willen wij„ „ken, zo zal stun zulks ook niet getollereerd moeten worden, maar men zal hun na 't Eijland Mortoecoenoe moeten overwijzen, alwaar ze gemakkelijk kunnen konsen, alzo de meeste voonr Hun kleine Mansjouws heb„ „ben, en dus zig zelvs kunnen overzetten, en de vaartuij„ „gen weder terug zenden, om die agter gebleeven mogten zijn, ook daar meede overte brengen, en vervolgens terug komende, aangehouden te werden, om dat het absolut nodig is „ eenige mansjouws bij elkander te hebben. art: 18: De Chegossers moeten zig in de tweede bedekte weg verdeelende, en den vijand dan met hun schieten al„ „daar ophouden, dog niet al te lang, en nog minder als te zien, dat de vijand sterk en in order aannadert„ zo dat het beter is dat de chegossen wat te vroeg als te laat retireeren, mits zij niet bij hoopen maar tegelijk ook niet na d' eerste bedekte weg, maar 144. maar na de fausse Oraij retireeren en wel zodanig dat een derde deel na het midden, en de twee andere deelen na de regter en linker vleugel der fausse braij zig begeeven, waar uijt ze den vijand moeten helpen beschieten, als hij op het glasie onder het bereijk van Hun geweer komt; welk een en ander hun duijdelijk moet aangeweezen worden, op dat het daarmeede niet in 't hondert gaa, en dus zal het nodig zijn, dat zij, zo wel als het geheele guarnisoen, eens en andermaal bij een blinde Allarm in alles ge-excerceerd worden, op dat in cas van ernst, geen confusie plaats hebben. art: 19. Een snaphaan schoot, buijten de zo genaamde tweede bedekte weg, is een zoort van stekwerk van klapperhout gemaakt, toen we het ontzet van chettua moesten op„ „breeken, om dat men te dier tijd, en niet zonder reeden, bedugt was, dat de vijand met de troupes, die Hij toen tot hulp gekregen had, uijt weer-waak Caan„ „ganoor zoude komen overvallen; Dit werk kan niet zeer lange blijven staan, om dewille van de witte mieven, waar van het op de vlakte van Cranganoor krield, die het beste timmerhout, laat staan het brosse klapperhout, ras vernielen; dog zo lange het zelve staat, moet daar egter gebruijk van gemaakt worden worden, om dat het tog min of meer Goed is voor den eersten aanval, en ik heb daarom den opziender van de Houtthuijn gelast, om het zelve zo lang mogelijk is, te doen staan blijven, en zelfs te onderhouden, met nu en dan nieuwe klapperpaalen intezetten: zo lang dan derhalven dit stekwerk nog staat; moeten de chegossen, die bij het zelve logeeren, beneffens de chegossen, die op het vaderen van den vijand, Haare veldposten verlaten, niet eer na de tweede bedekte weg retireeren, voor datze eerst den vijand agter dat hekwerk met hun vuuren nog wat opgehouden en verlies toegebragt hebben, mits ze van het stekwerk ook op zijn tijd en in goede order na de tweede bedekte weg retireeren, dog als het stek„ „werk met 'er tijd mogt weg-raken, dan vervald ook van zelfs deze conditioneele order, en dan moeten de chegossen, als voorsz:; maar ten eersten na de tweede bedekte weg retireeren. art: 20. Van de Chegossen der veldwagten en van d' overige reekene ik op 150. die de binnen gragt, en het tweede glasie moeten bezetten, om dat men van Hun eene kleene reserve diend te houden, om na die plaatsen te zenden, waar het meeste gevaar is; en even wel dienen tot defentie van dat zo genaamde tweede Glasie alleen maar chegossees ge-emploijeert teworden. art: 21. 1 145. art: 21. Intusschen dat de veld-wagten retireeren na de chegossen, die de wagt aan het tweede Glasie hebben, dan moeten de chegosse wagten aan de linker en regter vleugel als ook in 't centrum, door de daar in zijnde Chegossen zo veel mogelijk om verre gehaalt, dan wel in brand gestooken werden, het geen schielijk Genoeg geschieden kan, om datze maar van olassen Gemaakt zijn, op dat de vijand zig daar agter niet kan verschuijlen, en om niet hinderlijk te zijn in het gebruijken van het Canon het welk egter alleen maar moet geschieden, als de vijand waarlijk zo sterk aankomt, dat hij Cranganoor wild attacqueeren, maar niet wanneer zig zomtijds een hoop troupes mogt vertoonen, zo als wel meermalen is geschied. art: 22. Als nu de chegossen na de fause-braij retireeren, dan moeten de regter en binker vleugels van dezelve, bezet met 10. Europeezen en 20. Javanen /:waar onder gereekend de dagelijkse wagt:/ door hun vuur, bene„ „vens de kleene mortiers en canons van gemelte vleugels, zo veel mogelijk is, de retiraade van de chegossen dekken, zonder hun tekwetsen, jk zegge, zonder hun te kwetsen, om dat ik bedugt ben, dat de chegossen, wat moeijte men ook mogte doen

NL-HaNA_1.04.02_3575_0316 view scan ↗

English

will not retreat in order or in closed ranks, but rather scatter across the entire glacis. Article 23. The covered way thus remains unoccupied, not only because the situation of the faussebraye and the covered way at Cranganore is such that from the faussebraye one can do practically the same as what can be done from the covered way, but also because the men standing in the covered way could be harmed from the faussebraye and its wings, as the faussebraye is not so high that one would not have to aim very accurately from it to constantly shoot just above a man's head without some bullets flying into the covered way and thus injuring the men in it; furthermore, the covered way was only thrown up for the preservation of the faussebraye, which, not being very strong and having fallen into ruin of old, was only repaired as well as possible, partly because it was already there, and partly because it is situated in such a way that it can not only lay down a dense crossfire of horizontal shots over the plain and glacis, but also, should an enemy already be in the covered way, greet him from all sides and in all corners, even into the ditch, and indeed right up to the berm against the wall of the faussebraye, partly with grapeshot and canister and partly with muskets and blunderbusses. Article 24. The remainder of the garrison thus remains in the fort, where one must show as little to the enemy as possible, in order to spare the men and preserve them for the time of need. Article 25. In the counterscarp, the second officer must hold the subaltern command as soon as the retreat to the faussebraye takes place, and if a third officer is still needed, then one can be requested from Ayacotta in haste by a signal; besides, Cranganore lies only about six hours from here, by which means one can always quickly send more men and officers from here to Ayacotta if necessary, so that Ayacotta could assist Cranganore all the better and with greater ease of mind. Article 26. The cannons from the fort must fire upon the enemy as he approaches in number and in closed ranks, but not at a handful of men; rather, only when there are so many men together that it is worth a shot, for by firing from afar and hitting few men, the enemy only gains courage and one wastes one's ammunition; and the closer the enemy approaches, the more handily one must use the lightest ordnance and then only let the large cannons fire apropos, but when the enemy is so close that one can inflict damage upon him from the fort and from the wings with ricochet shots, one must above all take care to do so on that occasion, because those shots do the most damage and cost little powder, which is also particularly to be understood of the mortars. Article 27. I noted above that one must fire with the cannon from the fort according to the quantity and density with which the enemy approaches, but not at a handful of men, and I must therefore dwell on this a little further. Article 28. It seems that it is a general custom to discharge the artillery at the enemy from a very great distance, but it seems to me that the cannonballs, after having already roared or whirred through the air for some distance, reach the enemy weakened, without being able to do him any harm, and it even seems to me, as has already been said in passing above, that the enemy, especially a native enemy, thereby gains a sort of courage, so as no longer to fear the artillery so much. Article 29. The custom of the Indian cavalry is to arrive at a gallop at the place they wish to reconnoiter and where they wish to make a stand; they therefore do not move in closed ranks, but generally disperse from one another on purpose so as not to be hit by the fire of the place they intend to attack. It is therefore worth considering whether it might not be better, instead of firing at the enemy from afar, to let him come somewhat closer and not fire a single shot until he has formed up in proper ranks, in order to first give him a low opinion of our strength and encourage him to act boldly, provided that one then also seizes that moment to fire upon him so fiercely and powerfully that a heap of men falls at once, and the enemy has no time to recover, but rather takes flight and loses heart; yet this is something that I do not strictly prescribe, but rather leave to the consideration and judgment of a capable commandant. Article 30. At least in order not to miss the first shots above all, but to hit the enemy soundly, there is in my opinion nothing better than, as soon as the enemy emerges from the woods and approaches, to pay close attention to where the densest crowd is heading, and then to aim several cannons in advance at a place that is somewhat closer than where the enemy is still presenting himself, and as soon as the advancing enemy steps onto that place, or is about to step onto it, to give fire, at which time the shots must absolutely hit, carry away a heap of men, and strike terror into the enemy. Article 31. But if the enemy holds his ground, makes entrenchments, and opens trenches in a regular manner to throw up batteries, and having done so, has his pieces brought up, then it is the duty of the officer to give proof of his conduct and courage and to expose himself like a common soldier, so as to inspire great confidence in the men, to win their affection, and to make them faithful. Article 32.

Dutch transcription

doen, niet in order of geslooten zullen retireeren, maar veel eer zig over het geheele Glasie verspreijden. aat: 23. De bedikte weg, blijft dus onbezet, niet alleen om dat de situatie van de fausse braij en de bedekte weg te Crangeman zodanig is, dat men uijt de fous„ „se braij Genoegzaam het zelve kan doen, het geen men uijt de bedekte weg kan doen, maar ook, om dat het volk in de bedekte weg staande, uijt de fausse braij en haare vleugels, zoude be„ „schadigt kunnen worden, alzo de fausse braij, niet zo hoog is, of men zoude uijt dezelve al zeer accuraat moeten mikken om juijst altoos boven een manshoofd heen te schieten, zonder dat 'er niet eenige kogels in de bedekte weg zouden vliegen, en dus het volk in dezelve quaad doen, alzo de bedekte weg, maar opgenorpens is, tot behoud van de fausse braij, die niet zeer sterk en van ouds vervallen zijnde, maar opgehaald is zo goed men kon, deels om dat ze 'er reeds was, en anderdeels, om dat ze zodanig Gesi„ „tueerd is, datze niet alleen over de vlakte en Glasie een stock kruijs vuur van horisontaale schooten kan maaken, maar ook een vijand al eens in de bedekte weg zijnde, van alle kanten en in alle hoeken, zelfs tot in de gragt, ja tot op de berm tegen 146. tegen de muur van de fausse braij toe, gedeeltelijk met druijven en schroot en gedeeltelijk met hand geweer en donderbussen begroeten kan. art: 24. In 't Fort blijft dus het overschot van het guarni„ „zoen, waar dan men zo weijnig aan den vijand moet laten zien, als mogelijk is; om het volk te spaaren, en om voor den tijd van nood te bewaaren. art: 25. Jn de Conterscherp moet de tweede officier het su„ „balterne Commando hebben, zo dra de retirade na de fausse braij geschiet, en als men nog een derde officier nodig heeft, dan kan die van Aijkotta met een zeijn in der haast gevraagt worden: behalven dat Cranganoor maar omtrend ses uuren van hier legd, waar door men altoos meer volk en officiers als 't nodig is van hier schielijk na Aijkotta zenden kan, op dat Aij„ „kotta des te beter en te geruster Cranganoor zoude kunnen assisteeren. De Canons uijt het port moeten na mate de vijand in Getal en gesloten naderd op hen vuuren, dog niet op een handje vol volks, maar wel als 'er zo veel volk bij elkander is, dat het een schoot waard is, want niet van verre te schieten en wijnig volk te raaken art: 26. krijgd krijgd de vijand maar moed, en verspild men zyn ammunitie, en hoe meer de vijand nadert, hoe meer men het ligtste geschut handig gebruijken en dan de groote Canons, maar à propos moet laten vuur geven, dog als de vijand zo na is, dat men uijt 't port en van de vleugels hem met Ricochet schooten Kan schaave toebrengen, dan moet mien voor al bedagt zijn, om zulx in die gelegentheijd als dan tedoen, om dat die schooten het meeste quaat doen en wijnig kruijt kosten, het welk van de mortiers voornamend„ „lijk meede te verstaan is. art: 27. Ik noteerde hier boven, dat men met het Canon uijt het port moet vuuren, na maate de vijand in quan„ „titeijt en qualiteijt nadert, maar niet op een handje vol volk, en ik moet daarom hier bij nog een wijnig stil staan. Het schijnd, dat het een algemeen gebruijk is, om het geschut op een zeer groote afstand op den vijand te lossen, dog mij dunkt, dat dan de kogels, na dat ze al eenige rijsen geraasd ofgesnord hebben, ver„ „zwakt bij den vijand komen, zonder hem eenig kwaad te kunnen doen, en mij dunkt zelfs, gelijk reeds hier boven empassant al gezegd is, art 28. dat 147. dat de vijand, inzonderheijd een Jnlandse vijand, daar door, een zoort van moed verkrijgt, om het geschut zo zeer niet meer tevreezen. aat: 29. De Gewoonte van de Jndiase Ruijterij is, om rennende ter plaatse tekomen, dewelke te wild ontdekken, en alwaar ze stand wild houden dezelve gaat dus niet met gesloote geleederen, maar verwijdert zig doorgaans van elkanderen expres om van het vuur van de plaats, die men meend te attacqueeren niet te worden geraakt, Het heeft derhalven zijne bedenkinge of het niet beter zoude zijn, dat men den vijand in steede van verre al, te beschieten, liever wat nader laate komen, en geen een schoot doe, voor dat Hij zig in goede reijen geplaatst had, om hem eerst een gering denkbeeld van onze magt tegeven en aantemoedigen, om den stouten te speelen, mits dat men dan ook dat ogenblik waarneeme, om hem als dan zo vining en geweldig te beschieten dat 'er aanstonds een hoope volk vald, en de vijand geen tijd hebbe om zig te herstellen, maar veel eer de vlugt neeme, en den moed verlieze, dan dit is iets, dat ik zo zeer niet voorschrijve maar 8 waar wel aan de bedenkinge en het oordeel van een kundig Commandant overlaate. act: 30. sen minsten om de eerste schooten voor al niet te doeis missev, maar den vijand als dan van deeg te raaken, is 'er mijns bedunkens niet beter, als dat men, zo dra de vijand uijt het bosch komt, en naderd„ wel oplette, werwaards de dikste hoop zig na toe werd, en men dan al in voorraad eenige Canons rigte, na een plaats die wat nader is, als de vijand zig nog vertoond, en zodra de vijand naderende die plaats betreed, of staat te betreeden dan vuur geeve, als wanneer de schooten absolut raken een hoope voek wegnemen, en den vijand een schrik aanjagen moeten. art: 31. Maar indien de vijand stand houd, verschans in „gen maakt, en loopgraaven op een regelmatige wijze opent, om Batterijen optewerpen, en zulks gedaan zijnde, zijne stukken laat aanvoeren dan is het de pligt van den officier, blijken van zijn beleijd en moed tegeven en zig als een Gemeen bloot te stellen, om dus het volk een groot vertrouwen inteboezemen, hunne liefde te verkrijgen en hun getrouw te doen zijn. aat: 32.

NL-HaNA_1.04.02_3575_0321 view scan ↗

English

148. Article 32. Then certainly the heaviest cannon at Cranganoor must also be used as vigorously as possible in order to destroy the raised batteries, and to fire far, in order at least to give the enemy as much trouble and keep him as far away from oneself as one can, for time gained is much gained here, because the Nabab Haijder Alijchan, as an usurping prince, has many enemies, and may easily be attacked on this or that side and thereby be forced to recall his troops from these lowlands to the up-country. Article 33. Yet if the enemy, advancing steadily closer, should advance under the fort, and come between the former entrenchment and the fort, then he is also exposed to all fire; and if he then wishes to make a forced attack with a multitude of men, then your honors must maintain a ceaseless fire from the cannon from the fort, which will cost the enemy very many men, and if he wishes to spare his men even somewhat, then he can lie long before Cranganoor without advancing. Article 34. Meanwhile care must be taken and seen to it that no vessels, especially no covered vessels, pass Cranganoor from the north, lest sometimes enemy men might be packed therein, who, landing at night and untimely hours somewhere near the fort, could surprise the Chegosses in the faussebraye, or if not that, at least manage to get south of Cranganoor; for in this regard I must remind your honors that the land of the King of Cochin extends fully twelve hours north of the lines, and that all the nelij from that district, from which that king virtually finds his annual contribution to the Nabab, is brought down from that side in a multitude of vessels, generally covered above against rain or wind, along the river past Cranganoor; what I actually mean here, namely, that the enemy might sometimes, during the time that most of the nelij is brought down, send off a party of vessels with men under that guise, in order to get south of Cranganoor by that ruse. It is true, I have indeed prescribed the necessary precautions against this in several letters, whereby, among other things, such vessels must first moor at a certain distance north of Cranganoor to be inspected, and I have also warned the King of Cochin that all vessels belonging to His Highness and having to come from the north may not approach Cranganoor, much less pass by, without having first moored at our post, which is placed on the river north of Cranganoor expressly for that purpose, and having allowed themselves to be inspected there; but it might sometimes happen that the enemy impresses the successive descending nelij vessels of the Cochinner to the north between Chettua and Paponettij, unloads the nelij, and having crammed all those vessels together with his vessels full of men, sends them off, and at night in silence or by bribing our outpost, and if that does not succeed, then just rows through by force and risks the shooting to the bottom of a party of vessels thereby: and therefore I cannot sufficiently recommend vigilance against this. Article 35. The building between the inner and outer gate, in which the company of Orientals is currently lodged, called the half ship, is very well suited to prevent the descent of vessels: for that reason I had a pair of small cannon placed there, both to fire upon the river and upon the entrance of the outer gate, for which two embrasures have been made in the wall toward the north side and closed with wooden shutters, which, when necessary, can immediately be taken out of there, of which building your honors must make use as prescribed above. Article 36. However, if it should also happen that the enemy managed to slip through on the river with some vessels, and gathered behind that building, since the same stands right against the river, where they would then be safe from the artillery from the fort, then not only have small loopholes been made in all the eastern wall of that building, which forms the length of the same, to be able to shoot out of it with small arms, but in a small stone apartment, barely fifty feet south of this building, somewhat further east or actually over the water, standing for the service of the men, and thus sweeping the entire eastern side of that building, two embrasures have likewise been made, also with wooden shutters, into which the aforesaid two small pieces can immediately be placed, so that one can then quickly destroy the vessels that might have managed to get behind the frequently mentioned building, if the aforesaid 2 pieces are well served, to which your honors must pay special attention. Article 37. If, through the falling away of the merlons from the rampart, or through the falling out of pieces of the rampart wall, or through the breach of the wall of the faussebraye, even the men in the faussebraye should no longer be able to hold out; then one must certainly withdraw the men, but then occupy the flanks of the faussebraye all the more strongly and maintain a continuous crossfire. Article 38. As much as circumstances will allow, no more than one third of the garrison must be employed for the actual defense, one third for the picket, and one third be off duty. Above all, it must be ensured that the men can eat well at least once in 24 hours. One must also try to arrange it so that not the entire third whose turn it is to be under arms stands under arms at the same time, but of this third, for example, half from the evening after sunset, because in general in the evening one has fresh men advance, both in the approaches and in the besieged place, until 2 or 3 o'clock in the morning, the other

Dutch transcription

148. art: 32. Als dan moet zeekerlijk ook het zwaarste Canon te Cranganoor, zo sterk all mogelijk is, gebruijkt wer„ „den, ten eijnde de opgeworpene Batterijen te vernie„ „len, en om ver te schieten, om ten minsten, den vijand zo veel werk tegeven, en zo verre van zig afte houden als men kan, want tijd gewonnen, is hier veel gewon„ „nen, om dat de Nabab Haijder Alijchan, als een op„ „geworpen vorst, veele vijanden heeft, en ligt aan dezen of geenen kant kan aangetalt en daar door genood„ „zaakt worden, zijne troupen uijt deze beneeden lan„ „den na boven te ontbieden. art: 33. Dog zo de vijand algaande weg nader, onder het port mogt advanceeren, en komen tot tusschen het ge„ „weezen Retranchement en het Forto, dan is Hij ook voor alle schooten bloot gesteld; en als Hij dan met een meenigte menschen een geforceerde attacque wild doen, dan moeten vE„s uijt het fort een onophou„ „delijk vuur uijt het Canon maaken, wanneer het den vijand zeer veel volk zal kosten, en als Hij zijn wlk maar eenigsints menageeren wild dan kan wij lange voor Cranganoor leggen zonder te vorderen. art: 34. Jntusschen dient gelet en gezorgt te werden, dat er geen vaartuijgen voor al geene bedekte voor„ „tuijgen „tuijgen Cranganoor van de noord passeeren, op dat daar in zomtijds geen vijands volk mogt zijn gepakt, die bij nagt en ontijden ergens aan het fort landende, de Chegossen in de fause braij konde overvallen, of zo dat al niet, ter minsten bezuijden Cranganoor wist tekomen; want ten dezen opzigte moet ik VE:s herinneren, dat het land van den koning van Cochin benoorden de linie zig wel twaalf uuren uijtstrekt, en dat all' de Nelij uijt dat district (waar uijt die koning genoegzaam zijne jaarlijkse contributie aan den Nabab, vind) van die kant in meenigte van vaar„ tuijgen (doorgaans van boven voor regen of wind bedekt) langs de revier voorbij Cranganoor afgebragt word; het geen ik eijgentlijk hier bedoele, nament¬ „lijk, dat de vijand zomtijds in den tijd dat de meeste Nelij afgebragt word, onder dien schijn, een paathij vaartuijgen, met volk zoude kunnen afzenden, om door die list, bezuijden Cranganoor te komen, 't is waar ik hebbe bij verscheijde brieven de nodige precauties daar tegen wel voorgeschreeven, waar door onder andere, zulke vaartuijgen op een zeekere distantie benoorden Cranganoor eerst moeten aan„ „leggen, om gevisiteerd teworden, en ik hebbe den koning van Cochim ook gewaarschouwt, dat alle vaartuijgen, zijn Hoogheijd toebehoorende, en van de noord 1 149. noord, moetende komen, Cranganoor niet mogen naderen, veel min voorbij passeeren, zonder datze alvoorens op onze post, die aan de revier benoorden cranganoor expres daartoe geplaatst is, aangelegd, en zig daar hebben laten visiteeren; maar het zoude zomtijds kunnen gebeuren, dat de vijand de successive afkomende Nelij vaartuijgen van „den Cochimer om de Noord tusschen Chettua en Paponettij presse, de Melij ontlosse, en alle die vaar„ tuijgen met zijne vaartuijgen tesamen, vol volk gepropt hebbende, afzende, en des nagts in stilte of door het omkopen van onze buijten post, en als dat niet wild lukken, dan maar met ge„ „weld door-roeije en het in den Grond schieten, van een parthij vaartuijgen daar aan resikeer: en daarom kan ik de waakzaamheid hier tegen niet genoeg recommandeeren. aat: 35. Het gebouw tusschen de binnen en buijten. poort waar in de compenie oosterlingen tans logeerd genaamt het halve schip, is zeer geschikt om het afzakken van vaartuijgen te beletten: om die rees „den heb ik daar een paar klijne Canons in laaten leggen, zo om de revier, als den ingang van de buijten poort te beschieten, waar toe twee ambra„ „suren „suren in de muur na de noord kant gemaakt en met houtte luijken geslooten zijn, die als het nodig is, aanstonds daar uijt kunnen genomen worden, van welk gebouw, VE: zig als voorschree„ „ven moeten bedienen. aat: 36. Maar of het ook mogt gebeuren, dat de vijand op de revier met eenige vaartuijgen wist door te„ „slippen, en zig verzamelde agter dat gebouw (dewijl het zelve vlak tegen de revier aanstaat/ alwaar Wij dan bevreijd zouden zijn van het geschut uijt het port, zo zijn niet alleen in de oostelijke muur van dat gebouw, die de lengte van het zelve uijtmaakt, sin alle schietgaaten gemaakt om 'er met handgeweer uijt te kunnen schieten, maar men heeft ook, in een steene apartementje / pas vijftig voeten bezuijden dit ge„ bouw wat oostelijker of eijgentlijk over het water, ten dienst van het volk staande, en dus de geheele ooste„ „lijke zijde van dat gebouw bestrijkende :/ insgelijks twee ambrasuren almeede met houtte luijken laaten maaken, waar in de voorschreeve twee stukjes, ten eersten kun „nen geplaatst worden, zo dat men dan de vaartuij„ „gen die agter meermelde gebouw mogten hebben weeten te komen, daar spoedig vernielen kan, als de voorschrel„ „ve 2. stukken wel bediend worden, en waar op UE:s wel 150. wel speciaal moeten letten. aat: 37. Indien door het afvallen van de merlond van de wal, of door het uijtvallen van stukken van de wal„ „muur, of door het inschieten der muur van de fause braij, zelfs het volk in de fause braij het niet langer mogt kunnen houden; dan moet men het volk zeeker terug trekken, maar dan zo veel te sterker de vleugels van de fouse braij bezetten„e een continueel kruijsend vuur, onderhouden. aat: 38. Zo veel als de omstandigheeden willen toelaten, moet 'er niet meer als een derde van de bezetting werkelijk tot de defensie, een derde voor het Pi„ „quet ge-emploijeerd worden, en een derde vrij zijn, voor all moet gezorgt worden, dat het volk op zijn minst, eens in de 24. uur wel eeten kan, ook moet men het zien te schikken, dat niet 't geheele derde, wiens beurt het is, om onder de wapens te zijn te gelijk onder het geweer staa. maar van dit derde B: v: de helft, van 'savonds na sons ondergang, om dat men in 't gemeen 'savonds versch volk, zo wel in de appro„ „chen, als in de belegerde plaats laat optrek„ „ken, tot in den morgen 2 of 3. uuren de andere

NL-HaNA_1.04.02_3575_0326 view scan ↗

English

other half, from 2 o'clock in the morning until the changing of the guard, these hours ordinarily being those which an enemy chooses for one undertaking or another. Article 39. A good spyglass is also very necessary to discover the works of the enemy; by this means one can detect and observe the changes which he causes to be made, whether his intention is to approach the place, or whether he wishes to undertake the crossing of the river to cut off communication with Cochim, which is not precisely to be expected, because recently on Moetoecoenoe between Aijkotta and Cranganoor, three batteries have been constructed in such a manner that one can support each other along the river from Cranganoor to Aijcotta; but if the enemy should nevertheless undertake such a thing, then the execution of his intention should be prevented with all the artillery that can be directed against him from Fort Cranganoor. Article 40. Yet this can only be done from the demi-bastions of the lower rampart; but if one discovers that the enemy is making a raft of manchwas or light wood, and launches the same onto the water, then one can support the matter from the bastions of the place itself with the 12-pounder pieces, and thereby make his undertaking cost him dearly. Article 41. That which is most to be feared at Cranganoor would be a battery of 5 or 6 mortar kettles of 6 or 7 inches, although among the native inhabitants and even under Haijder Alijchan no bombs of importance are used; however, because he has European artillerists, it would not be impossible, wishing to undertake something serious against Crangenoor, that he would bring the same along; yet in such a case, on the rampart and in the fort, the ground that is now packed down must be dug up about two or one and a half feet deep and made crumbly, so that the bombs falling into it might burrow and have less effect upon bursting than otherwise; furthermore, the rice which is above in the chambers on the rampart must also be transferred somewhere below; and then, indeed as soon as Cranganoor is actually besieged, one must cause the women, children, and further unserviceable persons, of whatever condition they may be, to depart for Cochim, for they cause an officer only trouble and make a soldier melancholy. Article 42. If people should be wounded during the siege, it would be best to send such persons immediately to Aijkotta, to proceed subsequently to Cochim, and to have others sent in their place, for the reason that in such a place the garrison cannot be anything other than weak, and that an unfortunate man who is wounded screams and laments, which takes away the courage of the other soldiers; besides, out of humanity, one is obliged to give him some of his comrades for assistance, and this weakens the garrison even more. Article 43. On the bastions and the flanks of the faussebraye there must be water casks in which one puts old tamarind water to cool the pieces every eight to ten shots that they have fired, and therefore, by the regulation of the 8th of July last year concerning the disbursements of Cranganoor, special care has indeed been taken that there may always be old tamarind in stock. Article 44. One must also take care that gabions, sandbags, and the necessary sand are always at hand in supply. Article 45. The coconut trees lying on the parapets appear to be somewhat too long; if they are shorter, they are easier to handle and one can then transport them more easily to where they are needed, and in case of an assault, a man alone can throw the same onto the heads of the enemy. Article 46. Likewise, the storming forks must be brought forth immediately, so as to be at hand if any scaling ladders are brought up, in order to be able to push them off or overturn them. Article 47. The cartridges that were fired the previous day and night should be refilled precisely at 12 o'clock noon, for at that hour the enemy rests, and this should therefore also be the moment to open the powder house to take out the powder that one needs. Article 48. In case of necessity, some relief may be demanded from Aijkotta by displaying signals, but for this there must be sound reasons and the prospect that the enemy can then be repulsed, for otherwise it would only serve to cause more men to fall or to let them fall into the enemy's hands. Article 49. This relief can now easily be sent via Moetoecoenoe, because the road thither has been made serviceable from stockade to stockade, and bridges have been laid across the streams, so that the relief would only have to be transported with manchwas from the last stockade to Cranganoor. Article 50. The signals which Cranganoor and Aijkotta make to each other with flags must also be made in the redoubts or stockades on Moetoecoenoe (because the colors might sometimes not be distinguishable due to the great distance between Cranganoor and Aijkotta, or also due to calm and overcast skies); therefore, when a flag is displayed at Cranganoor, the first stockade on Moetoecoenoe, subsequently the second stockade, and thereafter the third stockade must also show the same flag, by which means one can then see that signal very clearly at Aijkotta, even though it might be calm or murky weather, and likewise from Aijkotta back to Cranganoor, for which the necessary small flags have been provided at Moetoecoenoe; but in the evening or at night the signals shall be made with cannons, but during or under the attack with rockets, since during the attack one would not be able to rely on cannon shots, all in the following manner. At

Dutch transcription

andere helft, van 2. uur 'smorgens tot de aflossing, zijnde deze uuren, ordinair de Geene, die een vijand tot de een of andere onderneeming verkiest. aat: 39. Een Goede verrekijker, is ook zeer noodig, om de werken van den vijand te ontdekken, men kan daar door de veranderinge, die Hij laat maaken, ontwaaren en opmerken, of zijn voornemen is de plaats te naderen, dan wel of Hij de overtogd over de revier wild onder„ neemen om de Gemeijnschap met Cochim aftesnijden, het geen juijst niet te denken is, om dat nu onlangs op Moetoecoenoe tusschen Aijkotta en Cranganoor, drie Laggers zodanig aange„ „legd zijn, dat men van Cranganoor tot Aij„ „cotta, langs de revier elkander secundeeren kan, dog als de vijand zulx egter wiede on„ „derneemen, dan diend hem het uijtvoeren van zijne voorneemen belet te worden, met al het geschut, dat van het Fort Cranganoor tegen bem aangerigt kan worden. art: 40. Dog zulx kan maar geschieden door de halve bolwerken van de laage wal, maar als men ont„ „dekt dat de vijand een vlot van mansjouws of ligt 7 151. ligt hout maakt, en dezelve op het water brengt, dan kan men van de bolwerken van de plaats zelve de zaak ondersteunen met de stukken van 12. lb=dens en hem hier door zijne ondernieming duur doen testaan komen. art: 41. Het geen te Cranganoor het meest tevreezen is, zou eene schietschans zijn van 5. of 6. mortier ketels van 6. of 7. duijm, alhoewel bij de Jnlander en zelfs bij Haijder Alijchan geen bommen van belang gebruijkt worden; egter om dat Hij Europeeze Arthilleristen heeft, zou het niet onmogelijk zijn, dat Hij iets met ernst tegen Crangenoor willende onderneemen, dezelve meede bragt, dog bij zo een geval moet men dan op de wal en in 't port de Grond, die nu aangestampt is, omtrent twee of anderhalf voeten diep laten omgraven en mullig ma„ „ken, op dat de bommen daar in vallende, zouden kun„ „nen woelen, en bij het springen minder effect doen als anders; voorts moet men dan ook de rijst die boven in de kamers op de wal is, na beneden ergens overbrengen, en dan moet men, Ja zelfs zo dra Cranganoor al belegerd word, de vrouwen kinderen en verdere ondienstige per„ „zoonen van wat staat dezelve zijn, na Cochim doen vertrecken, want ze geven een officier maar moeite en maaken een zoldaat weemoedig art: 42. Als 'er Geduurende de belegering volk mogt gekwets gekwelst worden, zoude het best zijn, om de zulke maar ten eersten na Aijkotta tezenden, om vervolgens na cochim tegeraaken, en andere in dies plaats gezonden teworden, om reeden dat in diergelijke een plaats de bezetting niet anders als zwak kan zijn, en dat een ongelukkige, die gekwest is, schreeuwt en zig be„ „klaagd, het welke de moed van de andere zoldaten wegneemt, boven dien is men uijt menschlievend„ „heijd verpligt, hem eenige van zijn makkers tot bijstand tegeven, en dit verzwakt de bezetting nog meer. art: 43. Op de Bolwerken en de vleugels van de fause braij moeten water vaaten zijn, waar in men oude Jam„ „merinde water doet, om de stukken ijdere agt a thien schooten die ze gedaan hebben, te verkoelen en daar „om is bij het reglement van den 8„' Julij J:o leeden, omtrend de ongelden van Cranganoor wel speciaal gezorgd, dat 'er altoos oude Jammerinde in voorraad kan zijn. art: 44. Ook diend men te zorgen, dat 'er schans-korven, zandzakken en het nodige zand altoos in voorraad bij de hand zijn. art: 45. De klapperboomen die op de borstwerings leggen, schijnen wat te lang, als ze korter zijn dan zijn 152. zijn de Gemakkelijker te behandelen en dan kan men ze ligter overbrengen, waar dezelve nodig zijn, en ingeval van Storm, kan een man alleen dezelve op de Hoofden van de vijand Godijen. art: 46. Insgelijks moeten de storm-vorken al ten Eersten ten voorschijn werden gebragt, om bij derhand te zijn, als er eenige storm ladders werden aangebragt, om die te kunnen af, of om werpens. art: 47. De kardoesen, die de voorige dag en Nagt verschooten zijn, dienden ten 12. uuren smiddags, precies wederom gevult teworden, want op dat uur rust de vijand uijt, en dit dient dus ook het ogenblik te zijn, om het kruijthuis te openen om 'er het kruijt, wat men nodig heeft, uijtteneemen. art: 48. In Cas van noodzakelijkheid, kan eenig secours van Aijkotta werden ge-eijscht, door het vertoonen van zeij„ „nen, maar hier toe moeten grondige reeden en voor uijtzigt zijn, dat als dan de vijand kan werden afge„ „weert, want anders zou het alleen dienen, om meer volk te doen sneuvelen ofte in 's vijands handen te laaten vallen. art: 49. Dit secours kan thans gemakkelijk over Moetoe „coenoe „coende gezonden werden, om dat de weg daartoe van pagger tot pagger bekwaam Gemaakt is, en over despruijten, brug„ „gen Gelegd zijn, zo dat het secours van de laatste pagger maar alleen met mansjouws na Cranganoor Getransporteerd zoude moeten werden. art: 50. De zeijnen die Cranganoor en Aijkotta met vlaggen aan elkander doen, dienen in de redouten of Paggers op Moetoecoenoe ook gedaan teworden /:om dat de Col„ „leuren door de verre distantie, tusschen Cranganoor en Aijkotta of ook wel door stilte en betrokken lugt, zom„ „tijds niet zouden te onderkennen zijn:/ als derhalven te Cranganoor een vlagge vertoond word, zo moet de eerste Pagger op Moetoecoenoe, vervolgens de tweede pagger, en daar na de derde pagger, dezelfde vlag ook toonen, waar door men dat zeijn dan zeer duijdelijk te Aijkotta zien kan, schoon het ook stil of duijster weer mogt zijn, en zo ook van Aijkotta weder na Cran„ „ganoor, waar toe de nodige vlaggetjes op Moe„ „toecoenoe bezorgd zijn, dog des avonds of snagts zullen de zeijnen met Canons, maar geduurende, of onder, de attacque met vuurpijlen geschieden, dewijl men onder de attacque op geen kannon schooten zoude konnen staat maaken, alles op de ondervolgende wijze. Bij

NL-HaNA_1.04.02_3575_0331 view scan ↗

English

153. By day with flags Cranganoor signals to Aijkotta If it is attacked, until the same flag flies from Aijkotta and 3 cannon shots have been fired, with Red. Acknowledges that the signal has been seen with Red and with 3 cannon shots. If it requests a reinforcement of troops, until as long as mentioned above regarding the flag and 3 cannon shots, with Blue, White, and Red. Acknowledges that the signal has been seen with Blue, White, and Red, and with 3 cannon shots. If it requests vessels for assistance, until as long as above, with which flag in sjouw also flies as long as above, with Blue and Red reversed. Acknowledges that the signal has been seen with Blue and Red, and with 3 cannon shots; but in case of inability to comply, to let the flag fly at half-mast in sjouw. If it asks for an officer, with White and Red. Acknowledges that the signal has been seen with White and Red, and with 3 cannon shots; but if Aijkotta cannot comply with this request, it likewise lets the flag shown by Cranganoor fly reversed, with Red and White. If one must retreat from Cranganoor, until as long as above, with Blue, Red, and White. Acknowledges that the signal has been seen with Blue, Red, and White, and with 3 cannon shots; but if Aijkotta cannot comply with the request, it lets those colours fly reversed instead of red and white, thus White and Red. Aijkotta signals to Cranganoor If it is attacked, until the same flag flies from Cranganoor and 3 shots have been fired, with Blue. Acknowledges that the signal has been seen with Blue and with 3 cannon shots. If one is retreating from Aijkotta, until the same flag flies from Cranganoor and 3 shots have been fired, with White and Red. Acknowledges that the signal has been seen with White and Red and with 3 cannon shots. By Night Cranganoor signals to Aijkotta If it is attacked, 3 rockets and with each rocket a cannon shot. Acknowledges that the signal is understood with 3 cannon shots, 4 burning torches, and 6 rockets; but unable to comply with the demand, 4 rockets and after each rocket 1 fireball, and thus 4 rockets and 4 fireballs; however, the 3 cannon shots must be fired. If it requests a reinforcement of troops, 2 burning torches on the flagpole and 2 cannon shots. Acknowledges that the signal is understood with 3 cannon shots and 2 burning torches; but unable to comply with the demand, 2 rockets and after each rocket 1 fireball, thus 2 rockets and 2 fireballs; however, the 3 cannon shots must be fired. If it requests vessels for assistance, 2 burning torches on the Bastion where the bell stands, and 2 at the flagpole, and 6 rockets. Acknowledges that the signal is understood with 3 cannon shots and 3 rockets. 154. If it asks for an officer, 1 cannon shot, 1 rocket, and 1 burning torch. Acknowledges that the signal is understood with 3 cannon shots, 1 rocket, and 1 burning torch; but upon inability to comply, 1 rocket and 1 fireball; however, the 3 cannon shots must be fired. If one must retreat from Cranganoor after the Prince's flag has flown during the day, namely, if one has already resolved upon that retreat by then, at night about a couple of hours before the departure, 6 burning torches, 6 rockets, and 6 fireballs. Acknowledges that the signal is understood with 3 cannon shots, 6 burning torches, 6 rockets, and 6 fireballs. Aijkotta signals to Cranganoor If it is attacked, 4 rockets and with each rocket 1 cannon shot. Acknowledges that the signal is understood with 3 cannon shots and 4 rockets. If one is retreating from Aijkotta, 5 burning torches, 5 rockets, and 5 fireballs. Acknowledges that the signal is understood with 3 cannon shots, 5 burning torches, 5 rockets, and 5 fireballs. Article 51: In case of an attack and where firing is taking place at one place or another, at which point the cannon shots can no longer serve as signals, then both by day and by night the aforementioned signals must only take place without the cannon shots. Article 52: The signals for reinforcements and vessels must, if possible, be made around the time that the tide can be favorable for a prompt transport from Aijkotta. Article 53: All these aforementioned signals must be read over continuously, so that one has them firmly fixed in mind; and in order that the same can de facto be observed and no errors may take place, a capable non-commissioned officer must be specially appointed and stationed for that purpose with a telescope at hand, to watch for the signals and to report immediately thereon. Article 54: However, if it should happen that the enemy, through great strength and strongly forced attacks, makes it completely impossible to defend the post any longer, Your Nobilities must consider a retreat, in order at least to preserve the remaining troops. The retreat from Cranganoor is rather difficult and cannot be carried out without capable vessels; and since these will not be obtainable at Cranganoor, as soon as notice of the attack is received here, I will send two gamels and

Dutch transcription

153. Bij dage met vlaggen- Cranganoor doet zeijn aan Aijkotta schooten met - - - - - - - - - Als het vaartuijgen tot assistentie en wite vraagd tot zo lange als boven met Clan waaijt als boven met - - - - - - - Als men van Cranganoor moet re„ Rood Als het ge-attacqueerd word, tot Doet bewijs dat het zein gesien is met /:hoon zo lange dezelvde vlag van Aijkotta en met 3. canon schooten waaijt en 3: Canon schooten gedaan zijn met - - - - - - - - /Rood Als het secours van volk vraagd, tot zo lange als boven gezegd is nopens de vlag en 3: Canon welke vlag in souw ook zo lange Als het om een officier vraagd „tineeren, tot zo lange als boven blaauw Doet bewijs dat 't zein gezien is met en met 3: Canon schooten; dog in cas van onvoldoening de vlag halver stok in sour te laten waaijenƒ Blaakw Doet bewijs dat 't zein gezien is met wit en Rood en met 3: Canon schooten. Blaam Doet bewijs dat 't zein gezien is met d en met 3: Canon schooten, maar als Aijkotte aan dit verzoek niet voldoen kan; dan laat het insgelijks de van Cranganoor vertoonde vlag ook verkeert waaijen met - - - nin Blaauw Rood Doet bewijs dat het zein gezien is met en wite en met 3: canon schooten, maar als Aijkotta aan het verzoek niet voldoen kan, dan laat het in steede van rood en wit, die coleuren wit verkeert waaijen aldus en Rood wit en Rood Aijkotta en wit 7 Aijkotta doet zeijn Aan Cranganoor Als het ge-attacqueerd word tot zo Doet bewijs dat 't zein gezien niet /:laauw/ lange dezelfde vlag van Cranganoor en met 3: canon schooten waaijt en 3: schooten gedaan zijn met : laa ec. Alser van Aijkotta geretireerd word tot zo lange dezelfde vlag van Cranganoor waaijt en 3: schooten gedaan Aijkotta Cranganoor doet zeijn aan Als het geattacqueerd word 3: vuur„ „pijlen en bij ider vuurpeijl een Canon Als het secours van volk vraagd 2: brandende toorsen aan de vlogge „stok en 2: Canon schooten. Als het vaartuijg tot assistentie vraagd 2: brandende toonsen op het Bastion daar de klok staat en 2: bij de vlagge„ „stok en 6: vuurpijlen. Doet bewijs dat het zeijn verstaan is met 3: canon schooten en 4: brandende toorsen en 6: vuurpijlen; dog niet aan den eijsch kunnende voldoen 4: vuurpijlen en agter ider vuurpijl 1: lingtbal en dus 4: vuurpijlen en 4: lugtballen; egter moeten de 3: canon schooten gedaan worden. Doet bewijs dat het zein verstaan is met 3: canon schooten en 2: brandende toorsen; dog niet aan den eijsch kunnende voldoen 2: vuurpijlen en agter ider vuurpijl 1: lugtbal, dus 2: vuurpijlen en 2: lugtballen, egter mooten de 3: Canon schooten gedaan worden. Doet bewijs dat 't zien verstaan is met 3: canon schooten en 3: vuurpijlen. Bij Nagt Doet bewijs dat 't zein gezien is met i n Rood en met 3: Canon schooten Als zijn met - - schoot 154. word 5: brandende toorsen, 5: vur „pijlen en 5: lugt ballen. 1: Canon-schoot, 1: vuurpijl en Als het om een officier vraagd 1: brandende toons Als men van Cranganoor moet reti„ „reeren nadat op den dag depainse vlag zal gewaaijt hebben teweeten, indien men toen al zig tot die retiracten bepaald heeft, als snagts omtrent een paar uuren voor den afmansch 6: brandende toorsen 6: vuur pijlen en 6: lugtbalen. Cranganoore Aijkotta doet zeijn aan Doet bewijs dat het zein verstaan Als het ge-attacqueerd word 4: vuur„ is met 3: canon schooten en 4: „pijlen en bij ider vuurpijl 1: canon vuurpijlen Doet bewijs dat het zein verstaan is Als en van Aijkotta geretireerd, met 3: canon schooten, 5: brandende, toorsen 5: vuurpijlen en 5: lugtballen art:e 51: Ingeval van Attacque en dat 'er op de een of andere plaats geschooten wierd, als wanneer dan ook de Canon schooten niet meer tot zeijnen kunnen strekken, dan moeten zo bij dag, als bij Nagt de voorschreeve zeijnen maar alleen plaats hebben zonder de canon schooten Doet bewijs dat het zeijn verstaan is met 3: Canon schooten 6: brandende toorsen, 6: vuur pijlen en 6: lugtballen Doet bewijs dat het zein verstaan is met 3: canon schooten 1: vuur pijl en 1: brandende toors, dog bij onvol„ „doeninge 1: vuurpijl en 1: lugtbal„ egter moeten de 3: canon schooten gedaan worden. art: 52 schoot -. De zeijnen voor secours en vaartuijgen, moeten zo het mogelijk is gedaan worden, tegen den tijd, dat het water tot een schierlijk transport van Aijkotta kan dienstig zijn art:l 53: Alle deze voorsz: zeijnen moeten geduurig nagelezen worden, op dat men ze vast in het Hoofd hebben; en op dat dezelve de facto gezien zoude kunnen worden en 'er geene abuijzen bij„ mogen plaats hebben, zo zal een bekwaam on„ „der officier speciaal daar toe gesteld en ge„ plaatst moeten worden met een verrekijker bij zig, om op de zeijnen tepassen en deflecto. rapport daarvan tedoen. art: 54: Maar indien het egter mogt gebeuren, dat de vijand, door groote sterkte en sterk geforceerde aanvallen het volstrekt onmogelijk maakte om het port langer te kunnen defendeeren, zo moeten VE: op de retiraite denken, om ten minsten nog het overige volk te bewaaren: de retiraite is van Cranganoor vrij ongemakkelijk en kan niet zonder bekwame vaartuijgen gedaan werden; en wijl die op Cranganoor niet te krijgen zullen zijn, zal ik zodra men hier van de attacque kennis krijgt, twee gamellen Ant=s 52: en

← previousnext →