VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3575

Malabar · 1,024 pages · 189 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3575_0335 view scan ↗

English

and send some other vessels thither. It goes without saying that the retreat must remain a secret as long as possible, and that it should take place in silence, by night, and at falling water. Article 55: The success of the retreat depends on leadership, secrecy, discipline, and presence of mind; for all human wisdom and precaution can be frustrated by a slight accident or by something of which it was impossible to conceive, but that is when presence of mind must show itself. It is nevertheless necessary to make advance arrangements for this, even for all possible occurrences, but to prescribe them now would be useless. Article 56: That the enemy must be amused, both with fire and with other movements, goes without saying. The embarkation of the troops must take place according to the planned arrangements with the utmost vigor, and anyone who steps even a single pace out of his rank in order to be in the vessel sooner must be struck down underfoot without mercy or compassion, even if he were an officer. Article 57: The vessels must cross over to the first corner of Moetoecoenoe, lying barely a cannon shot from Cranganoor, where the able-bodied men are made to disembark and proceed on foot along Moetoecoenoe up to the outermost corner near Aijkotta, while the vessels are subsequently made to sail along Moetoecoenoe, thereby taking the troops aboard again at the corner of Aijkotta and bringing them to Aijkotta. And if there are vessels at Aijkotta itself, as are usually seen there, these can likewise be employed for the transport of the men. Article 58: All unmovable artillery at Cranganoor, and especially that which fires across the river toward Moetoecoenoe, must as far as possible be spiked and the ammunition ruined; and if one could blow up the powder house into the air after having evacuated it, that would be so much the better. But should this not be feasible without jeopardizing the safe retreat, then this must not be done, though the powder and ammunition must nevertheless be ruined. Article 59: One could, however, secretly have the powder magazine undermined and tell the masons employed for that purpose some pretext, for instance that a channel must be made to let in air from outside, ostensibly because the air in the place is too close. One should then have a hole 4 feet deep and 2 to 3 feet wide bricked out in the middle of the magazine, and form an inclined channel running deeper and deeper up to the outer wall, but closing it there with a small copper door and stationing a sentry there. During the retreat, one could place in that channel a sausage of sailcloth filled with combustible material and set up near the door a long fuse of slow-burning material, after having first packed the cellar full of powder in casks or cartridges, arranged closely together with the remaining ammunition on top. The man lighting it should have a good vessel ready so that, as soon as he has lit the fuse, he can cross straight over the river. It is true, this certainly requires a courageous man, but a bounty, advancement, etc., can achieve much. The effect, however, would be that the enemy would have nothing of the fort but a heap of stones. Article 60: The Chegossen must remain in the three paggers on Moetoecoenoe until further orders, leaving the drillmaster or another capable non-commissioned officer with each company, so that, in addition to 3 corporals, 12 privates, and 6 artillerymen—all being Europeans—there will be 300 Chegossen on Moetoecoenoe, who shall remain distributed among the paggers and must hold their post. Likewise, the military commandant and the other officers of the Cranganoor garrison must also remain at Aijkotta until further orders, or until one can see from the conduct displayed by the Travancore troops on that occasion whether, through the two Travancore gates, Coeriapallij and that situated opposite Paliaporte called Coenjietaije, as well as by sending sufficient troops, one can still prevent the enemy from penetrating further, or not; according to which measures will then have to be taken. Although I had previously thought that if one had to retreat from Cranganoor, one should also abandon Aijkotta, and I have also made this known in my separate letter to Batavia of 25 April 1779 concerning the defense of Malabar, yet at that time Travancore had not yet built a stone gate south of Moetoecoenoe along the river opposite Paliaporto to prevent further progress across the river in such an event, and at that time I had not yet constructed three paggers on Moetoecoenoe either, but had assumed that the enemy, once in possession of Cranganoor, would immediately cross over to Moetoecoenoe and attack our post at Aijkotta from the western corner. But now that we can hold out for a while on Moetoecoenoe with the Chegossen, I think that one could now also wait for the time being at Aijkotta with the Cranganoor garrison to see how the troops of Travancore conduct themselves, as there would always be time to retreat from Aijkotta with a combined force along the beach to the south point of Baijpin, in order to cross over from there under the cover of the guns of our town here. I say along the beach, because it is always more difficult through the interior.

Dutch transcription

155„ en eenig andere vaartuijgen derwaards zenden; Het spreekt van zelfs, dat de retinaite zo lange een geheim moet blijven als mogelijk is, en dat dezelve in stilte bij nagt en bij aflopende water diend te geschieden Aat:s 55: De goede uijtslag van de retiraite hangt af van het beleijd, desecretesse, discipline, en tegens„ „woordigheijd van geeft, of; want alle menschelijke wijsheijd en voorzorge kan door een gering voor„ „val of door iets, waar aan men onmogelijk heeft kunnen denken, ter leur gesteld worden, maar dan moet de tegenswoordigheijd van geeft zig vertoonen. Disposities voor uijt hier toe temaken, is egter noodzakelijk, en zelfs op alle mogelijke voorvallen, maar om ze nu voorteschrijven zoude onnut zijn art: 56: Dat de vijand moet geannuseert worden, zo met vuur als met andere mouvementen spreekt van zelfs. Het inscheepen van het volk moet na de ontworpene disposities met de uijtterste vigeur geschieden, en de geene die maar een tred buijten zijn gelid doed, om eerder in het vaartuijg tezijn, moet zonder genade en bormhartigheijd al was hij officier onder de voet gestooten worden. art:. 57. De vaartuijgen moeten oversteeken na de eerste hoek van Moetoecoenoe, leggende pas een Canon schoot van Cranganoor, alwaar men het gezonde volk doet uijtstappen en te voet langs Moetoecoenoo laat gaan, tot aan de laatste uijthoek bij Aijkotta, terwijl men de vaar„ „tuijgen vervolgens langs Moetoecoenoe heen laat vaaren, en daarmeede het volk op de hoek van Aijkotta weder inneemd en brengd op Aijkotta, en als 'er op Aijkotta zelvs vaartuijgen zijn, die men doorgaans daar ziet dan kunnen die teffens tot den overhaal van 't volk ook ge-emploijeerd worden. art: 58: All het intransportabel geschut te Cranganoor, en voornamentlijk het welk de revier over na Moetoecoenoe schiet, moet zoveel mogelijk vernageld en de ammonitie bedorven worden, en kon men het kruijthuijs, nadat men 'er uijt is, in de lugt doen vleegen, zulks zou zo veel te beeter zijn, maar indien dit niet doenlijk mogt zijn, zonder aan de veijlige retirade nadeelig te zijn, dan moet zulks niet geschieden, dog egter het kruijt en am„ „munitie bedorven worden art:l 57: art:l 59 156. art:o 59: Men zoude egter in het geheijm het kruijt maguazijn kunnen laten ondermeijnen en de metselaars, die men daar toe gebruijkt, iets wijsmaken b: v: dat 'er een kanaal tot inleijding van de lugt van buijten moet gemaakt worden, quasi, om dat de lugt in't poot te bedompen is: en dan zou men in de midden van het maguazijn een gat van 4: voet diep en 2: à 3: voet wijd moeten laten uijtmetselen, en een schuijns kanaal al dieper en diepen formeeren, tot aan de buijten muur, dog aldaar het zelve met een koper deurtje afsluijten, en met een schildwagt bezetten, terwijl men bij de retirade in dat kanaal zoude kunnen leggen een worft van zeijldoek gevuld met brandstoffe en bij het deurtje een lange zunder van een langzaam brandende stoffe regten, na alvoorens de kelder vol kruijt in vaatjes of kardoesen gevult, en de overige ammonitie boven op, digt in een gerangeert te hebben. De aansteeker zoude met een goed vaartuijg gereed moeten zijn, om zodra hij de zunder aangestooken had, regt over het revier te steeken: het is waar; hier behoort zeeker een Courogies man toe, maar een te een premie, avancement etc:a doen veel: de uijtwerking zoude egter zijn, dat de vijand niets aan het fort zoude hebben, als een steenhoop. aat: 60: De Chegossen moeten in de drie paggers op Moe„ „toecoenoe blijven tot nader ordre, bij ijder Compe„ „nie laatende den drilmeester of een ander be„ „quaamen onder officier, zodat 'er dan behalven 3: Corporaals, 12: gemeenen en 6: arthilleristen, zijnde alle Europeezen op Moetoecoenoe 300: Chegossen zullen zijn, dewelke op de Paggers verdeeld blijven en post moeten houden, gelijk dan ook de Militaire Commandant en de verdere officiers van de Cranga„ „noorse bezetting meede te Aijkotta moeten blijven, tot nader ordre, of tot dat men aan het gedrag dat Trevancoers volk bij die gelegentheijd zal zien, of men den vijand door de Trevancoorse twee porten Coeriapallij en dat over Paliaporte legd gen:t Coenjietaije, zomeede door het zenden van genoeg volk, het verder doordringen nog kan beletten, of niet, waar na men dan de maat regulen zal moeten neemen of schoon ik wel bevoorens gemeend had, dat als men van Cranganoor moet retireeren, men dan ook aijkotta diende 157. diende te verlaten en zulks ook bij mijne aparte briev na Batavia van den 25:' April 1779: nopens de defensie van de Mallabaar bekend gesteld hebbe, maar toen had Trevancoor bezuijden Moetoe „Coenoe aan de revier over Paliaporto nog geen steene port aangelegd, om in zo een geval den verderen voortgang over de Revier te beletten en toen had ik ook op Moetoecoenoe nog geen drie Paggers aangelegd, maar verondersteld dat de vijand Cranganoor inhebbende, ten eersten op Moetoecoenoe zoude overkomen en van de westelijke hoek, onze post Aijkotta attac„ „queeren, maar nu wij ons met de Chegossen op Moetoecoenoe nog wat konnen ophouden zo denk ik dat men dan nu ook met de Caan„ ganoorse bezettinge op Aijkotta voor eerst zoude kunnen wagten om tezien, hoe het volk van Trevancoor zig gedraagd, terwijl 'er dan altoos tijd zoude zijn om van Aijkotta met een geconbineerde magt langs strand tot na de zuijd-hoek van Baijpin te retireeren, om van daar onder het geschut van onze stad hier telaten overkomen, ik zegge langs het staand, om dat het altoos moeilijker is binnen door het

NL-HaNA_1.04.02_3575_0340 view scan ↗

English

to retreat inland, and the enemy usually seeks out woods and thickets in order to fire at our troops from all sides, whereas marching along the beach, on the contrary, one is clear of the sea side and furthermore has a wide view in all directions, in case the enemy should ever wish to pursue us, as became evident during the lifting of the siege of Chettua, when the return march to Cranganoor was also made along the sea beach, at which time the enemy dared to show himself only from afar, but not within musket range and even less within range of the field artillery. Article 61: All this is said in the confidence that AijCotta will then still be in our power and garrisoned with the Company's troops, just as it is also hardly possible that the enemy (as long as Cranganoor is in our power and our naval force is able to offer him resistance) on the other side of Aijkotta, in that interval while we are retreating from Cranganoor, could assemble so many vessels as to cross over with such a number of troops to Aijkotta who could undertake anything with any hope of success. 158. cross over, who could undertake anything with hope of success. Article 62: However, be it that this might nevertheless happen, and that Your Honours were informed by the appointed signal that Aijkotta was attacked and captured, then Your Honours (although not yet attacked yourselves) will have to abandon Cranganoor, after having spiked the artillery and ruined everything that is practicable, also if possible having blown up the powder magazine, and take their retreat with the vessels, not to Moetoecoenoe or Aijkotta (for there one would find the enemy) but via Peira de Alwa and Warapolij and thus along Bollogattij up to the corner of Cannetja and so to Cochim, since the Nawab's forces, upon capturing Aijkotta, would in a short time already be at the corner of Baijpin, right across from the city, in which case Your Honours would not be able to pass the river along Baijpin, at least not without being attacked; although I was previously of another opinion in this regard, namely that if we could not hold Aijkotta, one would then have to try to get from Cranganoor past Coereapallij or through the Travancore territory, in order to unite with the detachment from Aijkotta so as to reach the corner of Baijpin from there in a good retreat; but upon closer consideration it has occurred to me that if Aijkotta could no longer maintain itself, our troops stationed there would not be able to wait a single moment, but would immediately have to make their way to the south corner of Baijpin, at least not being able to wait for the Cranganoor garrison, who, arriving there too late, would fall into the hands of the enemy. Article 63: I have stated here before that if one must abandon Aijkotta, one would then, even though Cranganoor itself might not yet be attacked, nevertheless also have to abandon Cranganoor. I know that at first glance an objection naturally arises against this, especially when taking into consideration that Cranganoor is not only 159. of the utmost importance and indeed the key to our possessions, and that the further breakthrough of the enemy depends on the preservation of that fort; and it is also undoubtedly for that reason that Their High Mightinesses, upon my letter of 25 April 1779 regarding the defense of the Malabar, made that same objection in their rescript of 24 September following, being of the opinion that Aijkotta should first of all be withdrawn to reinforce Cranganoor and not only after retreating from there, in order to defend Cranganoor as long as can possibly be done. Cranganoor is certainly the key to our garrisons to the north, but Cranganoor alone is not that, but Aijkotta as well. Before Cranganoor the Nawab certainly suffered a setback, but also not before Cranganoor alone, but before Aijkotta as well; and from the papers of that time it appears that it came very close to the enemy crossing over to Aijkotta, since the Nairs of Travancore and Cochim who were stationed there were already giving way, had I not detached everything that could possibly be gathered together to Aijkotta, and sent our small vessel De Verwagting to the corner of Aijkotta, which detachment and small vessel arrived at that very moment at the place where they had to be, whereby the enemy ceased his undertaking and retreated, and why I have also entrenched Aijkotta since that time. But to be best convinced of the truth of my position, one only needs to examine the map annexed hereto, in which Aijkotta, the three paggers at Moetoecoenoe, and the Fort Cranganoor are drawn, together with the Travancore gates Coeriapalij and Coenjetaaij, from which one will then understand that if we must move from Cranganoor, we do not immediately have to abandon Aijkotta, but indeed that if we abandon Aijkotta, we must then also absolutely depart from Cranganoor, not only because the enemy would then, unhindered, south of the northern lines of Travancore, everywhere

Dutch transcription

het land te retireeren, en de vijand doorgaans bossen en ruijgtens zoekt, om daar uijt van alle kanten onze troupes te beschieten, daar men inte„ „gendeel langs het strand marcheerende, van de zeekant vrij is en voorts van alle kanten een ruijm gezigt heeft, ingevalle de vijand al eens ons wilde vervolgen, gelijk bij het opbreeken van het beleg van Chettua gebleeken is, toen men ook langs het zee„ „strand na Cranganoor de terugh. mansch deed, als wanneer de vijand zig van verre maar niet onder het bereijk van het geweir en nog minder onder het bereijk van de veld arthillerije durvde vertoonen art:l 61: Dit alles is gezegd in vertrouwen, dat AijCotta als dan nog in onze Magt en met sComp=s troupen bezet zal zijn, gelijk het ook niet wel mogelijk is dat de vijand (zolange Caan„ „ganoor in onze magt en onze zeemagt in staat is hem tegenstand te bieden / aan de over„ „kant van Aijkotta, in dien tussen-tijd dat retireeren, zo veel vaar„ wij van Cranganoor „tuijgen zoude kunnen bij een brengen, om daarmeede zo een aantal troupen, na Aijkotta aftesteeken 158. aftesteeken, die met hoope van succes iets zouden kunnen onderneemen. art: 62: Maar het zij nu dat dit egter mogt kunnen gebeuren, en dat VE: door het bestemde zeijn kennisse bekwamen; dat Aijkotta ge-attac„ queert en vermeesterd wierd, als dan zullen vE: (:schoon zelfs nog niet geattacqueert zijnde:/ Cranganoor, na het geschut vernageld en alles wat doenlijk is, bedorven ook des mogelijk het kruijthuijs te hebben laaten springen, moeten verlaaten en met de vaartuijgen hunne reti„ „raade neemen niet na Moetoecoenoe of Aijkotta (:want daar zoude men de vijand vinden:/ maar over Peira de Alwa en wa„ rapolij en zo langs Bollogattij tot op de hoek van Cannetja en zo na Cochim, vermits de Nababse Aijkotta vermeesterende in tot korten tijd op de hoek van Baijpin, vlak over de stad al zouden zijn, als wanneer VE:s de revier langt Baijpin niet zouden kunnen passeeren, ten minsten niet zonder g'attac„ „queert tewerden; alhoewel ik bevoorens ten dezen opzigte ook in een ander begrip geweest ben ben, namentlijk dat als we Aijkotta niet houde„ kunnen, men dan van Cranganoor langs Coerea„ „pallij of door het Trevancoorse heen, moest zien tekomen, om zig met het detachement van Aijkotta te vereenigen om van daar in een goede retiraite nade hoek van Baijpin te komen, maar bij nader inzien is mij voor„ „gekomen, dat als Aijkotta zig niet langer maintineeren kon, onze troupes die daar leggen, geen ogenblik zoude kunnen wagten, maar ten eersten dewijl na de zuijdhoek van Baijpin moeten neemen, ten minsten niet kunnen wag„ Cranganoorse bezittinge, die daar „ten na de telaat komende den vijand in de handen zouden vallen. Ik heb hier vooren gezegt, dat als men Aij„ „kotta moet verlaaten, men dan, schoon Cranga„ „noor zelvs nog niet geattacqueert mogt zijn, evenwel Crangemoor ook zouden moeten ver„ „laaten: ik weet dat in den eersten opslag natuurlijken wijze, bedenkinge hier tegen vald, voornamentlijk wanneer men in aan„ „merkinge neemt dat Cranganoor niet alleen art: 63: van 159. van de uijtterste aangelegentheijd en zelfs de sleutel van onze bezittinge is; en dat aan het behoud van dat fort, het verder doorbreeken van de vijand afhangt; en het is ook ongetwijf„ „feld om die reeden, dat Haar Hoog Edelheed:s op mijn briev van den 25:' april 1779:, no„ „pens de defentie van de Mallabaar, bij Der„ „zelver rescriptie van den 24:' 7ber: daar aan, die zelfde bedenkinge gemaakt hebben, als van begrip zijnde dat Aijkotta allereerst tot versterking van Cranganoor en niet eerst na het retireeren van daar zoude behooren inge„ „trokken teworden, ten eijnde Cranganoor, zo lange te defendeeren als met mogelijkheijd kan geschieden: Cranganoor is zekerlijk om de noord de sleutel van onze bezettingen, dog dat „alleen is Cranganoor „ niet, maar Aijkotta ook; voor Cranganoor heeft de Nabab zekerlijk zijn hoofd gestooten, dog almeede niet alleen voor Cran„ „ganoor, maar voor Aijkotta ook; en uijt „de papieren van die tijd; blijkt, dat het niet veel gescheelt heeft of de vijand was op Aij„ „kotta overgekomen, dewijl de Nairossen van Trevancoor en Cochim, die daar lagen, al aan het het wijken waaren, indien ik niet, all' wat er maar bij elkander tekrijgen was, naar Aijkotta gedetacheerd; en ons smalschip de verwagting na de hoek van Aijkotta gezonden had, welk detachement en smalschip op dat zelfde ogenblik ter plaats quamen, waar „re weezen moesten, waardoor de vijand zijne onderneeminge staakte en retireerde, en waarom ik ook zedert die tijd Aijkotta ge„ retrancheerd hebbe; maar om best over„ „tuijgt teworden, van de waarheijd mijner positie, zo behoeft men maar dekaart intezien dewelke hier nevens gaat, waar in Aijkotta„ de drie paggers op Moetoecoenoe en 't Fort Crangancor afgetekend zijn, benevens de Jrevan„ „coorse porten Coeriapalij en Coenjetaaij, waar uijt men dan begrijpen zal, dat als we van Cranganoor moeten verhuijzen, wij dan Aij„ „kotta Juijst nog zo aanstonds niet behoeven te verlaaten, maar wel, dat als wij Aijootta verlaaten, we dan ook absolut van Cranga„ „noor moeten vertrekken, niet alleen om dat de vijand als dan onbelemmert bezuijden de noorder linie van Trevancoor over al in

NL-HaNA_1.04.02_3575_0345 view scan ↗

English

160. can enter into the Cochin and Travancore territories, and thus not even trouble itself with Cranganoor anymore, but rather enclose that fort from the rear and cut it off from all provisions, whereby we would leave the fort and the garrison as a prey to the enemy, all the more so because the dimensions of the fort are so miserably small that there is hardly room, besides all the necessities of weapons and ammunition goods, to store the necessary provisions for a long time for such a large garrison as currently lies there, so that even the Company of Javanese must be lodged not in the fort, but on the east side of the fort against the river, in an apartment that in old times served as a pepper warehouse. art: 64: The very worst, therefore, that could happen to Cranganoor is that it might be enclosed from behind and before, that is by water as well as by land, although this is almost not possible as long as we have Aijkotta in our power, unless the enemy forced Cranganoor and Aijkotta simultaneously with superior force and desperate undertakings, and, capturing Aijkotta, immediately enclosed Cranganoor from the rear and prevented all supply before one could retreat from there; but this nevertheless happening, then there is nothing else for it than to fight one's way through to the vessels, and with the same seek a safe escape along peira de Alwa and warapolij: and then the encouragement of the Commandant must be brief, and on the one side the prospect of a certain outcome if one only has enough bravado, and on the other side a miserable martyr's death or slavery must be presented, with the encouragement that whoever still has any love for his honor, life, freedom, and the name of a brave soldier, has only to follow the Commandant, and that those who prefer a miserable death or slavery above an honorable name may remain behind as cowards: but if there should truly be any fearful enough to step out of line or argue, then one should without any consideration run such persons 161. through or shoot them in the head: however, the sortie must not happen in confusion, but every officer or non-commissioned officer must be assigned where he must attack and to which vessel he must retreat; for the rest it speaks for itself that when one has firmly resolved, Honor or death, the attack must occur unexpectedly and furiously. Now since I have spoken herefore of the Islands of Moetoecoenoe and the three palisades constructed thereon, which have proper communication with each other through dikes and bridges, Your Honor shall also have to ensure and see to it that those palisades, according to the regulation drawn up for them, are always properly manned, and that good oversight is maintained therein, for which purpose one may now and then at night send a quiet patrol across the river and by land from behind across the Islands themselves, in order to make the garrison not careless, but attentive and vigilant. art: 65: art: 66 art: 66: The purpose of the construction of these Palisades is because Cranganoor and Aijkotta lie fully one hour from each other, and a resolute enemy might sometimes undertake to cross over onto these Islands between Aijkotta and Cranganoor, beyond the reach of the cannon of those two posts. art: 67: These Palisades, the middle one named Petrus, that near Cranganoor Johannes, and that near Aijkotta Jacobus, do not need to be strongly garrisoned in the bad monsoon, because one then has no hostilities to expect there, but principally because those Islands are then virtually under water and the palisades stand only barely above the water, so that it is sufficient if a Corporal and a few Chegosses hold post on each palisade and patrol back and forth at night to observe what goes on upon the river at night, and which posts can then also, because of the unhealthiness caused by the water, be relieved every eight days. art: 68 162. art: 68: But in the good monsoon there ought to lie in each palisade: Europeans: 1: non-commissioned officer 4: privates and 2: artillerymen Chegosses: 33: or properly one third Company Field 40:— Thus across the whole: Europeans: 3: non-commissioned officers 12: privates 6: artillerymen Chegosses: 100: heads primo plan Together: 121: heads art: 69: Each Palisade is provided with a reasonably wide ditch, which ditches having connection with the river, are thus always full of water; and on each palisade is a long three-pounder, thus in total three long 3: lb-ers on light carriages, which ought to be positioned in such a manner that they can sweep the river everywhere as far as the shot carries. art: 70: A capable sergeant, or also if necessary an officer, shall hold post there, subordinate under Cranganoor, who thus shall also request the necessities and monthly supplies from Cranganoor, and obtain them from there. art: 71: This Postholder, or Commandant, must have knowledge of what the signals of Cranganoor and Aijkotta mean, and from his Post make a signal from the two outermost posts for Cranganoor and Aijkotta when an enemy is sighted or he is attacked: meanwhile the designated signals between Cranganoor and Aijkotta may remain. art: 72: The defense of the three posts on Moetoecoenoe does not permit of further specification; I trust that everyone will do his utmost duty; only the post that lies closest to Aijkotta can expect some support from Aijkotta, though only in the utmost necessity, which can hardly take place, because one can enfilade this post from Aijkotta with cannon; but if misfortune wills that the garrison of Cranganoor

Dutch transcription

160. in het Cochimse en Trevancoorse kan komen, en dus zig niet eens aan. Cranganoor meer stooren, maar veel eer, dat fort van agteren insluijten en van alle levens middelen afsuijden zoude, waar door we het port en de bezet„ „tinge ten prooije van de vijand zouden laaten, temeer het bestek van het fort, zo misrabel klijn is, dat 'er bij na geen plaats is, om behalven alle de noodzakelijkheeden van wapen en ammonitie goederen, de noodige provisien voor zo een groote bezittinge als 'er tans legd voor een langen tijd te bergen, zodat zelvs de Compenie Javanen niet in het fort, maar aan de oostzijde van het fort tegen de revier logeeren moet, in een vertrek, dat in oude tijden tot een peper pakhuijs gediend heeft. art: 64: Het aller ergste derhalven wat Cranganoor is zoude kunnen overkomen is, dat het zelve van agter en vooren, dat is tewater zo wel als telande ingeslooten mogt worden schoon uie zulx zo lange we Aijkotta in onze magt e„ hebben bij na niet mogelijk is, ten waare de vijand Cranganoor en Aijkotta tegelijk met overmagt te forceerde overmagt en desperate onderneemingen en Aijkotta bemagtigende, onmiddelijk Cranga„ „noor van agteren insloot en alle toevoer belette eer men van daar kon retireeren, dog dit evenwel geschiedende, dan is 'er niets anders op, als zig doorteslaan nade vaartuijgen, en met dezelve langs peira de Alwa en warapolij een goed heen komen tezoeken: en dan moet de aanmoediginge van den Com„ „mandant kort zijn, en aan de eene zijde het voor- uijtzigt van een vaste uijtkomst, zo men maar bravour genoeg heeft, en aan de andere zijde een elendige martelaars dood of slavering voorgesteld worden, met aanmoe„ „diginge, dat de geene, die zijne Eer leeven vrij„ „heijd, en de Naame van een braav zoldaat nog eenigsints lief heeft, den Commandant maar hebbe tevolgen, en dat de geene, die liever een elendige dood of slavernije boven een eerlijke Naam verkiesen, als lafhartige kunnen terug blijven: dog indien 'er wezent„ „lijk, eenige bang genoeg mogten zijn, om uit te treeden ofte raisonneeren, dan diend men de zulke maar zonder eenige Consideratie onder 161. onder de voet te steeken of voor den kop te „schieten: egter moet de uijtval niet in confu„ „sie geschieden, maar ider officier of onderoffi„ „cier moet aangeweezen worden, waar hij aanvallen en op wat vaartuijg hij retireeren. moet; voor het overige spreekt het van zelfs dat wanneer men vast beslooten heeft; Eer of dood, de aanval onverwagt en woedende geschieden moet. Dan dewijl ik hier vooren gesprooken hebbe van de Eijlanden Moetoecoenoe en de daar op aange„ „legde drie paggers, dewelke doordammen en bruggen met elkander behoorlijke Communicatie hebben, zo zullen VE ook moeten zorgen en toezien, dat die paggert, volgens de daar opgemaakte bepalinge, altoos behoorlijk bezet zijn, en dat 'er in dezelve goede toezigt gehouden word, waar toe men nu en dan des nagts over de revier en telande van agter over de Eijlanden zelve, wel eens een stille patrouie „lie kan zenden, om de bezettinge niet zorge„ loos, maar attent en waakzaam te doen zijn Aat: 65: art: 66 agt: 66: Het oogmerk van de aanleg dezer Paggers is om dat Cranganoor en Aijkotta wel een uur van elkander leggen, en een geresolveerde vijand, zomtijds zouden kunnen onderneemen, om tussen Aijkotta en Cranganoor buijten het bereijk van het geschut dier beijde posten, op deze Eijlanden overtekomen. art: 67: Deze Paggers, de middelste Petrus, die bij Cranganoor Johannes, en die bij Aijkotta Jacobus genaamd, zijn in de quade mousson niet nodig sterk bezet teworden, om dat men als dan daar geen vijandelijkheeden tewagten heeft, maar voornamentlijk om dat als dan die Eijlanden genoegzaam onder water en de paggers maar effen boven het water staan, zo dat het genoeg is, als op ider pagger een Corporaal en eenige wijnige Chegossen posthouden en 'snagts over en weder patrouilleeren om te observeeren, wat 'er op de revier snagts omgaat, en welke posten dan ook om de onge„ „zondheijd, die door het water veroorzaakt word, om de agt dagen kunnen afgelost worden. art:o 68 162. art: 68: Europeesen Chegossen Europeesen Chegossen egosfen Tesamen Maar in de goede mousson dienen in ijdere pagger te leggen. 1: onder officier 4: gemeene en 2: arthilleristen 33: of eijgentlijk een derde Companne feld 40:— Dus over het geheel 3:- onder officiers 12: gemeenen 6: arthilleriften 100: koppen primo plan 121: koppen art: 69: ijdere Pagger is voorzien van een tamelijke Connectie met breede gragt, welke gragten de revier hebbende, dus altoos vol water zijn; en op ijdere pagger is een lange drie ders ponder, dus in't geheel drie lange 3: lb=ens op ligte affuijten, dewelke zodanig dienen geplaatst teworden, dat zij derevier, voorzo verre dekogel draagd, over al bestrijken kunnen. aat: 70: Een bekwaam sergeant, of ook wel des noods een een officier zal 'er Posthouden, subaltern onder Cranganoor, die dus ook de benodigtheeden en maandelijkse verstrekkingen van Crangemoor verzoeken, en van daar erlangen zal. aat: 71: Deze Posthouder, of Commandant, moet kennisse hebben wat de zeijnen van Cranganoor en Aijkotta beduijden, en van zijn Post, een zeijn„ van de twee uijtterste posten, voor Cranganoor en Aijkotta doen, als bij vijanden ontwaard of ge-attacqueerd word: ondertusschen kunnen Cranganoor en de bepaalde zeijnen tusschen Aijkotta blijven De verdeediging van de drie posten op Moe„ „toecoenoe laat zig verder niet bepaalen; ik vertrouwe dat ijder zijn uijtterste devoir doen zal; alleenig kan de post, die het digste bij Aijkotta legd, eenig ondersteuning van Aijkotta verwagten, dog alleen maar inde uijtterste nood, het welk bij na geen plaats kan hebben, om dat men deze post van Aijkotta met kanons erfileeren kan, maar indien het ongeluk wild, dat de bezetting van art: 72: Cranganoor

NL-HaNA_1.04.02_3575_0351 view scan ↗

English

163. must retreat to Cranganoor, the Commandant of these posts will have to do his utmost to cover that retreat as far as possible, whereby it could be greatly facilitated, both to rally there again and await the stragglers, and to be able to retreat unhindered to Aijkotta, and to prevent the enemy from gaining a foothold on the said Island, in order to do the latter all the better, the Chegossen of Cranganoor, as has already been stated hereinbefore, must remain on Moetoecoenoe until further orders. Art: 73: Furthermore, your Honour must, both in case of defense and in case of retreat, adapt yourself according to the circumstances that arise; for it is not possible to go into further detail on this matter, because the slightest circumstance can render the best order useless. Yet with sound judgment, presence of mind, and adapting oneself to the circumstances of time, place, and persons, and above all with a steadfast determination rather to lose one's life than one's honour, very much can be achieved. Art: 74: Examined Finally, this Instruction, on account of various passages contained in it, must be kept secret and shown to no one; however, the senior officer who immediately succeeds the Commandant must be informed, in case the chief and the Commandant should be killed, where this Instruction may be found, which must then immediately be brought forth and observed, while it goes without saying that in such a case de facto notice must also be given to me thereof, in order to be able to make the necessary provisions at once. The 14th of August 1780: /: was Cochim signed: / A:n Moens. J: Schemering Agreed J: A Dannichen Lefret 164. Ever since the northern corner of the Island of Baijpin, known by the Name of Aijkotta, has become a post of importance, I have successively supplied the Commandants there well with the necessary orders on how they must conduct themselves in case of defense, as well as in the handling of the Military, the Artillery, and Weapons stores, all of which orders, in so far as they are still applicable, I consider as inserted herein; but because Moetoecoenoe has recently been reinforced with Three Paggers and thus the use of the war-gamels on that side has lapsed, as well as because, upon the change or relief of the Military Commandants there, I have more than once reflected that one understands the successive orders more clearly and knows better how to apply them to the intervening circumstances than another, I have judged it necessary to prescribe by way of Instruction the principal matters that a Commandant of Aijkotta must observe at his post. Art: 1. Instruction for the Commandant of Aijkotta. Aijkotta Art: 2. It cannot be unknown to your Honour how the Nabab Haijder Alijchan recently seized the Company's possessions north of Cranganoor and also attacked our Fort Cranganoor, but having bumped his head there, then attempted with a number of vessels, called Chamboks, crammed with people, to cross over to Aijkotta, in order thus to get south of Fort Cranganoor and thus also south of the northern line of Trevancoor, whereby, having then the country open before him, he would undoubtedly have caused dreadful devastation and continued his advances, which enterprise would also almost have succeeded for Him, as the Nairos of Trevancoor and Cochim who were stationed there were already giving way, had I not, out of a sort of premonition that the Nairos would not hold their ground, quickly sent overland a detachment with as many Military personnel as could possibly be spared from the town to Aijkotta, together with an armed sloop sent by sea to the mouth of the River of 165. Aijkotta, to prevent the enemy's vessels, upon being held off by our men at Aijkotta, from resolving to achieve their objective by sea; which met with such happy success that our detachment and our small vessel arrived at the very place where they were supposed to be at that exact moment, so that the enemy, who was already actually busy crossing over, retreated and abandoned his intention; so that it having then become evident that one could not rely on the Troops of Trevancoor and Cochim, I had Aijkotta entrenched with breastworks on the side of the River and provided with Cannon, and since which time, during the Good monsoon, as many armed vessels are continually kept at sea off Aijkotta as can be gathered together, in order also to prevent the enemy's enterprises on that side. Art: 3. From this your Honour now sees that Aijkotta, as well as Cranganoor, is the key to our possessions and the place where the enemy bumped his head and was prevented from advancing further

Dutch transcription

163. Cranganoor retireeren moet, dan zal de Com„ „mandant van deze posten, zijn uijtterst best moeten doen, om die retirade te dekken na mogelijkheijd, en waar door dezelve, veel zoude kunnen verligt worden, zo om zig daar weder tezetten, en de terug geblevene intewagten, als om ongehinderd na Aijkotta te kunnen retireeren, en om den vijand te beletten, dat wij niet opge„ „meld Eijland post vatte, om welk laatste des te beter te kunnen doen, de Chegossen van Cranga „noor, gelijk hier vooren reeds gezegd is, op Moe„ „toecoenoe moeten blijven tot nader onder. aat: 73: Voorts moeten VE:, zo in Cas van defensie als in cas van retiaade, zig schikken na mate van de omstandigheeden die zig opdoen; want ten dezen verder in detail te treeden, is niet mogelijk om dat de geringste omstandigheijd de beste order kan onnut maken: Dog met een gezond oordeel, presentie van geeft, en zig teschikken na de tijds, plaats, en perzoons om„ „standigheeden, en voor al met een stand vastig voorneemen om liever zijn leven, als zijn eer, te verliezen, kan men alzeer veel doen. aat: 74 dat 74: Nagezien Eijndelijk moet deze Jnstructie om de wille van deze en geene perioden die 'er in zijn, secreet gehouden en aan niemand vertoond werden, dog den oudsten officier, die onmiddelijk agter den Commandant volgd, moet gewaarschouwt wor„ „den ingeval het opperhoofd en de Comman„ „dant mogten sneuvelen, waar dan deze Jnstructie tevinden zal zijn, die dan ten eersten voor den dag gehaald, en tot obsedvantie genomen moet worden, terwijl het van zelfs spreekt dat in zo een geval mij ook de facto daar van ken„ „nisse moet gegeven worden, ten eijnde aan stonds de nodige voorzienige te kunnen ma„ ken den 14:' Augustus 1780: /:was, Cochim „getekent:/ A:n Moens. J: Schemering Accordeerd J: A Dannichen Lefret 1641 T zedert de noordelijke hoek van het Eijland Baijpin, bekend onder de Naam van Aijkotta, een post van aangelegentheid geworden is, zo hebbe ik successive de Commandanten aldaar wel gemunieerd, met de nodige ordres hoe ze zig moeten gedragen in cas van defensie, zo meede in de behandelinge van de Militairen, de Arthillerije en Wapen goederen, alle welke ordres, voor zo verre dezelve als nog applicabel zijn, ik bij dezen als g'insereert houde, maar om dat nu onlangs Moetoecoenoe met Drie Paggers versterkt en dus het gebruijk van de oorlogs-gamellen aan die kant vervallen is, zo meede, om dat ik bij veranderinge of aflossinge van de Militaire Commandanten aldaar, meer als eens gereflecteerd hebbe, dat de eene, de successive ordres duijdelijker begrijpt en beeter weet applicabel te maken op de tusschen ingekomene omstandigheeden als de andere, zo hebbe ik nodig g'oordeeld het voornaamste dat een Commandant van Art: 1. Instructie voor Den Commandant van Aijkotta. Nijkotta Aijkotta op zijn post diend in agt teneemen, bij wijze van Instructie voorteschrijven. Art: 2. va Het kan VE: niet onbekend zijn, hoe de Nabab Haijder Alijchan onlangs 's Comp„ers, bezittingen benoorden Cranganoor weggenomen en ons Fort Cranganoor ook g'attacqueert, dog daar voor zijn Hooft geslooten hebbende, toen getragt heeft met een partij vaartuijgen, Cham„ „boks genaamd, opgepropt met volk, op Aij„ „kotta overtekomen, om dus bezuijden het Fort Cranganoor en dus ook bezuijden de noorder lienie van Trevancoor te komen, waar door Hij als dan het land voor zig open gehad hebbende, ongetwijffeld een ijsselijke verwoestin„ „ge zoude aangeregt en zijn progressen vervolgd hebben, en welke onderneminge Hem ook bij na zoude gelukt hebben, alzo de Nairos van Trevancoor en Cochim, die daar laagen, al aan het weijken waaren, indien ik uijt een soort van voorgevoel, als of de Nairos geen stand zou„ „den houden, niet schielijk over land een de„ „tachement met zo veel Militairen, als maar eenigsints uijt de stad te missen waren, na Aijkotta, beneffens een g'armeerde sloep, over zee na de mond van de Revier van 165. van Nijkotta gezonden had, om te beletten, dat 's vijands vaartuijgen door ons volk te Aijkotta tegen gehouden wordende, niet mogten resol„ „veeren over zee hun oogmerk te bereijken, het geen van dat gelukkig succes was, dat ons detachement en ons smalschip juijst op dat zelfde ogenblek ter plaatse quamen, alwaar ze moesten weezen, zo dat de vijand„ die reets werkelijk bezig was, om overteko„ „men, retireerde en zijn voorneemen staakte, zo dat het toen gebleken zijnde, dat men op de Troupes van Trevancoor en Cochim geen staat kon maken, ik Aijkotta met borstweeringen, aan de zijde van de Revier, hebbe laaten retrancheeren en met Canon voorzien, en zedert welke tijd geduurende de Goede mousson zo veel g'armeerde vaartuijgen in zee op de hoogte van Aij„ „kotta bij continuatie leggen, als men bij elkander kan krijgen, om 's vijands onder„ neemingen aan die zijde ook te beletten. Art: 3. Hier uijt ziet VE nu dat Aijkotta zo wel als Cranganoor de sleutel van onze bezittinge en de plaats is, alwaar de vijand het hooft geslooten heeft, en belet is verder door

NL-HaNA_1.04.02_3575_0356 view scan ↗

English

to break through, so that Your Honour easily understands of what importance Aijkotta is, but I must besides this still remind Your Honour that so much depends on the preservation of Aijkotta, that if we must abandon Aijkotta, we must then also immediately move from Cranganoor, whereas on the contrary, having to abandon Cranganoor, we would nevertheless not yet need to retire from Aijkotta for the time being, but could first see there what the Trevancoor forts Coeriapalij and Coenjetail (lying behind the island Moetoecoenoe from where the same can be commanded) would do, as well as how the troops of Trevancoor and Cochim would behave. Art: 4. Aijkotta is strong by nature; for besides being retrenched at that place where the enemy could cross with vessels, and the river across which the enemy must come being very wide, so that, our cannon being well served, the river would first have to turn red with blood, and the enemy would have to be desperate in his enterprise if he nevertheless wanted to cross; so besides this, at the other part of Aijkotta, or properly from the place where the retrenchment ends, extending toward the mouth of the river and even along the beach for fully a good half hour southwards, landing is impossible, since everywhere there is such soft and deep muddy ground that even birds that feed on worms there sink through the mud; so that the enemy cannot easily cross to Aijkotta, unless he wanted to do so outside around the reef, further southwards, more over sea towards here, but against that, in the good monsoon, our armed vessels lie to prevent such. Art: 5. But it could happen that the enemy wanted to drag his flat-bottomed Chamboks over the reef (which extends from the opposite shore fully a half hour past the mouth of the river southwards) and then with these vessels (which, though they are full of people, draw not even two feet) move southwards inside the reef along the shore, between our vessels, out of the reach of their artillery, because even the least deep-drafting sloop, on account of the sloping ground, must lie quite some distance off the shore, so that the enemy might sometimes resolve to land somewhere between the mud of Aijkotta and the southern corner of the island Baijpin. Indeed, it could also happen that the enemy, going by night with his Chamboks out to sea to the north and out of sight of our vessels, and being to the south of them, would then at daybreak directly head for the shore between the mud of Aijkotta and the southern corner of Baijpin, to land there. I know well that this is not so easy to do, and that no preparations could at present be made for this on the enemy's side without one hearing of it beforehand, but we know that we have to do with an enterprising, but especially with a cunning enemy, who leaves nothing untried, and therefore it is best that one considers even the improbable cases as probable, in order to be prepared for everything in all cases. I have therefore also ensured that as soon as something of that nature is noticed from the beach

Dutch transcription

doortebreeken, zo dat VE: ligt begrijpt, van welke aangelegentheid Aijkotta is, dog ik moet VE: boven dien nog herinneren; dat aan het behoud van Aijkotta zo veel gele„ gen legd, dat als wij Aijkotta verlaaten moe„ ten, we dan ook ten eersten van Cranganoor moeten verhuijsen, daar we integendeel Cranganoor moetende verlaaten, dan even„ wel voor eerst nog van Aijkotta niet zou„ „den behoeven te retireeren, maar daar eerst kunnen zien, wat de Trevancoorse Forten Coeriapalij en Coenjetail /:leggende agter de Eijland Moetoecoenoe van waar dezelve kunnen bestreeken worden:/ zouden doen, zo meede hoedanig de troupes van Trevan„ „coor en Cochim zig zouden gedragen. Art: 4. Aijkotta is door de Natuur sterk; want behalven dat het geretrancheerd is aan die plaats, alwaar de vijand met vaartuijgen zoude kunnen overkomen, en de revier, waar over de vijand moet komen, zeer breed is, zo dat ons Canon wel bediend wordende, de revier eerst rood zoude moeten worden van bloed, en de vijand disperaat zoude moeten zijn in zijn onderneeminge, indien Hij evenwel 166. evenwel wilde overkomen; zo is buijten des, het andere gedeelte van Aijkotta, over eijgentlijk van de plaats, alwaar het retranchement eijndigd, strekkende na de mond van de revier en zelfs langs de strant, tot wel een groot halv uur zuijdwaarts, de landinge impossibel„ wijl aldaar over al zulke zagte en diepe modder grond is, dat zelfs vogels, die daar op wormjes aazen, door de modder heen zakken; zo dat de vijand niet ligt op Aij„ „kotta overkomen kan, ten waare Hij het buijten het ref om, verder Zuijdwaarts, meer hier na toe over zee wilde doen, dog daar tegen leggen in de goede mousson, onze g'ar„ meerde vaartuijgen om zulx te beletten. Art: 5. Maar het zoude kunnen gebeuren, dat de vijand zijne plat gebodemde Chamboks, over het rif /:dat van de over wal wel een halv uur voor bij de mond van de Revier Zuijdwaards strekt, :/ wilde heen slepen en dan binnen het rif met deze vaartuijgen, /:die schoon ze vol volk zijn, nog geen twee voet diep gaan :/ Zuijdwaards trekken langs de wal, tusschen onze vaartuijgen, buijten de forse van Hun geschut, om dat zelfs de doortebreeken, zo dat VE: ligt begrijpt, van welke aangelegentheid Aijkotta is, dog ik moet VE: boven dien nog herinneren; de aan het behoud van Aijkotta zo veel g gen legd, dat als wij Aijkotta verlaaten ten, we dan ook ten eersten van Cranga moeten verhuijsen, daar we integendeel Cranganoor moetende verlaaten, dan er wel voor eerst nog van Aijkotta niet „den behoeven te retireeren, maar daar kunnen zien, wat de Trevancoorse For Coeriapalij en Coenjetail /:leggende agter Eijland Moetoecoenoe van waar dezel kunnen bestreeken worden:/ zouden de zo meede hoedanig de troupes van Fred „coor en Cochim zig zouden gedragen. Art: 4. Aijkotta is door de Natuur sterk; behalven dat het geretrancheerd is aan plaats, alwaar de vijand met vaartuij„ zoude kunnen overkomen, en de revier, over de vijand moet komen, zeer breed zo dat ons Canon wel bediend worden de revier eerst rood zoude moeten worde van bloed, en de vijand disperaat zoude moeten zijn in zijn onderneeminge, indien evenwel 166. evenwel wilde overkomen; zo is buijten des„ het andere gedeelte van Aijkotta, over eijgentlijk van de plaats, alwaar het retranchement eijndigd, strekkende na de mond van de revier en zelfs langs de strant, tot wel een groot halv uur Zuijdwaarts, de landinge impossibel„ wijl aldaar over al zulke zagte en diepe modder grond is, dat zelfs vogels, die daar op wormjes aazen, door de modder heen zakken; zo dat de vijand niet ligt op Aij„ „kotta overkomen kan, ten waare Hij het buijten het ref om, verder Zuijdwaarts, meer hier na toe over zee wilde doen, dog daar tegen leggen in de goede mousson, onze g'ar„ meerde vaartuijgen om zulx te beletten. Art: 5. Maar het zoude kunnen gebeuren, dat de vijand zijne plat gebodemde Chamboks, over het rif /:dat van de over wal wel een halv uur voor bij de mond van de Revier Zuijdwaards strekt, :/ wilde heen slepen en dan binnen het rif met deze vaartuijgen, /:die schoon ze vol volk zijn, nog geen twee voet diep gaan :/ Zuijdwaards trekken langs de wal, tusschen onze vaartuijgen, buijten de forse van Hun geschut, om dat zelfs de de minst diepgaande Chialoup, wegens de schuijns aflopende grond, nog al wat uijt de wal moet leggen, zo dat de vijand zomtijds zoude kunnen resolveeren, om dan tusschen de modder van Aijkotta en de Zuijdelijke hoek van het Eijland Baijpin ergens te landen: Ja„ het zoude ook kunnen gebeuren, dat de vij„ „and 's nagts met zijne Chambokken benoorden in Zee en uijt het gesigt van onze vaartuijgen gaande, en bezuijden dezelve zijnde, als dan met het Lumieeren van den dag, dierect tusschen de modder van Aijkotta en de Zuij„ „der hoek van Baijpin, het na de wal wilde zetten, om daar te landen: ik weet wel dat dit zo gemakkelijk niet te doen is, en dat daar toe van 's vijands zijde, tans geen preparatie zoude kunnen gemaakt worden, of men zou er te vooren van hooren, dog we weeten, dat we met een ondernemende, dog voor al met een listige vijand te doen heb„ „ben, die niets onbesogt laat, en daarom is het best, dat men zelfs de onwaarschijnlijke gevallen, als waarschijnlijke aanmerke, om in„ allen gevallen op alles verdagt te kunnen zijn: ik heb daarom ook gezorgt, dat zo dra men van het strand iets van die natuur ontwaard

NL-HaNA_1.04.02_3575_0361 view scan ↗

English

167. is observed, Your Honour will be given notice of it immediately; and in case the enemy should attempt anything across the reef which could be seen by Your Honour's outguard, Your Honour must specially instruct the outguard to watch for that, and to make a report of it to Your Honour immediately. But Your Honour must, for greater assurance, also correspond about this with the one who holds command on the vessels, so that if he also observes anything, whether by day or by night, he may give a sign of it by a prearranged and clear signal, in which cases Your Honour must then send an officer with a detachment of ours, but reinforced with the greater half, if not fully two thirds, of the Travancore and Cochin troops, to the beach, in order to spread out along the beach as far as the enemy's small vessels might spread out, and to follow southward as long as the enemy's small vessels drift southward, even as far as here at the corner of Vypin across from this town, whereupon we will indeed observe them here; but in case they should resolve to land between the mud of Ayacotta and and the south point of Vypin, our detachment must then prevent them from that landing to the utmost of their ability, and the officer of that detachment must then put courage into the Travancore and Cochin troops, and make them understand that if one only stands firm, fires briskly away and hits well, the enemy cannot land, and even if they want to approach, they will be prevented by the surf itself from coming ashore alive. It is true, I have indeed admonished the King of Cochin to give orders, and His Highness has also assured me that he has given those orders to his subjects on the island of Vypin, namely, to be present at the beach immediately in such a case, and for which purpose he also has native guard posts from distance to distance, with such weapons as the inhabitants there have among them, for example pikes and bows, arrows, shields and swords, and for lack of sufficient weapons, even clubs and gaba-gabas of coconut trees, but it is well known how fearful trained, let alone untrained, Malabars are, and how swiftly, upon the firing of a few shots, they seek their salvation in 168. flight, and therefore Your Honour must rely little on that. Meanwhile, it goes without saying that in such a case our cruising vessels, whether ships or sloops, will also weigh their anchors, come as close as possible, and also follow the enemy as far as they can, as this has been prescribed to them once and for all in their instructions. Article 6. Ayacotta is currently garrisoned, besides a military commander with two ditto officers and an artillery officer, with: - 1/2 company of Europeans, which with non-commissioned officers and all is calculated at 60. - 1/4 company of artillerymen as above: 25. - 1 company of sepoys: 100. - 2 companies of native Christians at 100: 200. Besides the Nairs both of the King of Travancore and of the King of Cochin, who are not paid by us, but as auxiliary troops by their own sovereigns, and together make up a number of 800. Thus together: 1185. Article 7. Then, since this post is so situated that it cannot well be approached and overrun except by surprise, the commander should especially be mindful of that, and therefore always post: a. a post that overlooks Cranganore, Moetoecoenoe, and across the sandbank, with a good non-commissioned officer and some men, to report on everything that happens on the river between Cranganore and Ayacotta. b. a similar post further on, roughly in the middle of the north end of Ayacotta, or actually where the Travancore and Cochin Nairs are encamped, and where the entrenchment ends, which post must also observe everything that occurs on the river on that side, and immediately report on it. Article 8. Since the entrenchment lies somewhat lower in some places than the high banks of the opposite shore, fascines must always be kept in stock so that they can be used when necessary; and if one only has some thin sticks or bundles of branches collected daily and tied solidly together, 169. about one foot thick and 6 feet long, which are easy to handle, then one can quickly obtain a proper quantity and, through daily supervision, keep them together so as never to be at a loss, but when they must be used, they should be used double. Article 9. In the middle of the entrenchment there is an entrance to reach the river side, or actually to be able to maintain the entrenchment on the outside, that is on the river side, in a good state. This entrance should be made somewhat smaller, or at least revetted, so that it could in no way serve to the advantage of the enemy, and I even think that one should make that opening so narrow that only a single man, and that only sideways, can pass through it, and that this opening must always remain closed, either with a strong cheval-de-frise or with a couple of sufficient posts sharpened at the top, and may never be opened except at such time when one is working on the outside of the entrenchment.

Dutch transcription

167. ontwaard, daar van ten eersten aan VE: kennisse zal gegeven worden; en ingeval de vijand over het rif iets mogt onderneemen, het geen van VE: buijten-wagt zoude konnen gezien worden, zo moet VE: de buijten wagt wel speciaal recommandeeren, om daar op te letten, en ten eersten daar van aan VE: rapport te doen; Dog VE: moet ten overvloede met de geen die het Commando op de vaartuijgen heeft, daar over ook Correspondeeren, op dat Hij in 't een of ander geval ook iets ontwaarende, het zij bij dage het zij bij nagt, door een be¬ „raamd en duijdelijk zeijn een teeken daar van geeve in welke gevallen VE: dan een offi„ „cier met een detachement van ons dog gesterkt met de grootste helft zo niet wel met twee derde van de Trevancoorse en Cochimse Troupes na het strand moet zenden, om zig langs het strand te verdeelen, zo verre als de vijandelijke vaartuijgjes zig mogten ver„ „deelen, en zo lange zuijdwaarts volgen; zo lange de vijandelijke vaartuijgjes Zuijdwaarts afzakken, zelfs tot hier aan de hoek van Baijpin over deze stad, als wanneer wij Hun hier wel waarneemen zullen; maar ingevalle zij tusschen de modder van Aijkotta en en de Zuijder hoek van Baijpen mogten resolvee„ ren te landen, als dan moet ons detachement Hun die landinge na uijtterste vermoogen beletten„ en de officier van dat Detachement moet dan de Trevancoorse en Cochimse Troupes moed in het lijf spreeken, en Hun doen begrijpen, dat als men maar blijfd staan, fris weg vuurd en wel raakt, de vijand niet landen kan, en schoon al willende naderen, zelfs door de brandinge belet zal worden levendig aan: land te komen: 't is waar ik heb den koning van Cochim wel vermaand om ordres te geven en zijn Hoogheid heeft mij ook verzekert, dat Hij aan zijn onderdanen op het Eijland Baijpen die ordres gegeven heeft, namentlijk om in zo een geval zig ten eersten aan het strand te laten vinden en waar toe Hij ook van distantie tot distan„ „tie inlandse wagt posten heeft, met zulke wa„ pens, als de ingezeeten aldaar onder zig hebben, bij voorbeeld pieken en boogen, pijlen, schilden en swaarden, en bij gebrek van genoegsame wapenen, zelfs knuppels en gabe gabes van klapperboomen, maar het is bekend hoe vrees„ „agtig gedresseerde, laat staan ongedresseerde, Mallabaaren zijn, en hoe schielijk zij op het vallen van eenige schooten Hun heijl in de 168. de vlugt stellen, en daarom moet VE: daar op wijnig reekenen, intusschen spreekt het van zelfs, dat onze kruijs-vaartuijgen het zij schee„ pen of Chialoupen, in zo een geval ook Hun anker ligten zo na bij komen als mogelijk is en de vijand ook volgen zullen, zo verre ze kunnen, alzo hun zulx eens voor al bij Hun Jnstructie voorgeschreeven is. Art: 6. Dijkotta is thans bezet buijten een Mi„ „litaire Commandant met twee dito officiers en een Arthillerij officier met —½. Compenie Europeezen die met onder officieren en al berekene op - - 60. ¼. Compenie Arthilleristen als boven 25. 1. – Compenie Sipaijs - 2. –. Compenie Jnlandse Christenen à 100. 100: Behalven nog de Nairossen zo wel van den koning van Trevancoor als van den koning van Cochim, die niet door ons, maar als auxiliaire troupes door Hunne eijge vorsten betaald worden, en tesamen uijtmaken een getal van - 800:— Dies Tesamen 1185: 200: Art: 7. - Art: 7: Dan vermits deeze post zodanig gesituëerd datze niet wel anders, als bij surprisen kan genaderd en overrompeld worden, zo diend de Commandant voor al daar op verdagt te zijn, en derhalven altoos te plaatsen. a. een post die 't gezigt heeft na Cranganoor, Moetoecoenoe en over de zand plaat, met een goed onder officier en eenige manschappen, om van alles wat op de revier tusschen Crau„ ganoor en Aijkotta voorvald rapport te doen. 6. een diergelijke post verder op genoegsaam in 't midden van 't noord-eijnde van Aijkotta, of eijgentlijk waar de Trevancoorse en Cochim„ „se Nairossen Campeeren, en alwaar het retran„ „chement eijndigd, welke post ook alles moet observeeren, wat op de revier, aan die kant omgaat en daar van ten eersten rapport doen. Dewijl het retranchement op eenige plaat„ „sen wat lager legd, als de hoogeoevers van de overwal, zoo moeten er altoos fachinen in voorraat zijn, om als het nodig is, gebruijk te kunnen worden; en als men dagelijks maar wat dunne stakken of takke bossen laat vergaderen en massief bij elkander doed Art: 8. binden 169. binden, omtrent ter dikte van een voet en ter lengte van 6. voeten, die gemakkelijk te behan„ „delen zijn, dan kan men schielijk een behoor„ lijk quantiteijt bij elkander krijgen en door dagelijks toezigt, bij elkander houden, om nim„ „mer verleegen te zijn, maar als men ze ge„ bruijken moet, dienden ze dubbeld gebruijkt te worden. In het midden van 't Retranchement is een ingang om aan de revier kant te komen. of eijgentlijk om het retranchement aan de buijten kant, dat is aan de revier kant, in een goede staat te kunnen onderhouden: deze ingang diend wat verkleend, ten minsten ommanteld, te worden, op dat dezelve in geene deele tot nut van den vijand zoude kunnen strekken, en ik denke zelfs, dat men die openinge zo nauw diend te laaten, dat er maar een enkeld man, en dat nog maar op zijde, door kan, en dat die ope„ „ninge altoos, of met een sterke spaanse ruijter of met een paar suffiçante paalen van boven gescherpt moet geslooten blijven, en nimmer mag g'opend worden, als op dien tijd, dat men aan de buijten kant van het Art: 9. retran=

NL-HaNA_1.04.02_3575_0366 view scan ↗

English

work on the entrenchment: and on this occasion it also occurs to me, since the natives generally plant a kind of thorn in front of their strongholds that grows luxuriantly and can inflict very great harm upon an enemy who wished to storm them, whether one could not also have such thorns planted on the outside of this entrenchment; at least Your Honour could easily try it in places where there is some foreground. Article 10. Furthermore, the Commandant must maintain the entrenchment in the condition in which it is at present, and thus not let it be washed away by the rains in the bad monsoon, nor let it fall into decay through the rolling down of the sand in the good monsoon, and therefore he must plant the entrenchment with greenery or cover it with sods of grass so that the earth remains bound together by the roots, and also water the entrenchment with water now and then in the good monsoon so that the grass or the greenery does not wither: the so-called goats-feet, which grow wild everywhere at Aykotta, are the best for this purpose; at least they are used here in the moat and in the covered way against the glacis with great benefit, all of which, as well as the making of fascines, can and must be done with the permanent coolies whom Your Honour, according to regulations, has at the service of the camp. Article 11. The eastern island of Moetoecoenoe, upon which the stockade Iacobus lies and which can be swept by fire from Aykotta, must always be kept in view; also one or two cannons must always be trained in that direction, without however losing sight of the main objective, namely to defend one's own entrenchment therewith, although it is not to be thought that anything will be undertaken there, because that stockade lies within range of the artillery of Aykotta. Article 12. Meanwhile, the stockades of Moetoecoenoe serve to provide security for Aykotta in general, but also in particular if a retreat should ever have to be made from Cranganoor, because the Commandant of Aykotta then does not need to provide men to cover the Cranganoor retreat. Article 13. There is yet another matter that I must seriously commend to your attention, namely to take care that no difficulties arise between our troops and those of Travancore and Cochin, neither over the slaughter of cattle nor over the ridiculous manner in which our people sometimes treat the Nairs: Your Honour knows that these heathens are of high birth; it is known that the heathens not only abhor the killing of cattle as the greatest sin that can be committed in the world, but also, although they know it is permitted among us, regard it as the greatest affront when it occurs publicly; and regarding this they are so sensitive that they are under the impression that this is done on purpose to defy them, which cannot be talked out of their heads; and at the same time it cannot be unknown to Your Honour that the Nairs are a kind of nobility among the Malabars, and born to serve in war, which is the characteristic of their caste, and why one should not make this people sullen, since one would otherwise have much trouble with them; meanwhile the common man among us does not understand this, yes, at times there is no lack of mischievous people who regarding the slaughter of cattle, for the aforesaid reasons, not only use no discretion, but even make a game of laughing at the Nairs besides for their aversion in that regard, and for this reason I have issued orders against it from the beginning, but it appears that they have not been properly observed, because the ministers of Travancore and Cochin have complained to me about it more than once and warned that dangerous consequences are likely to arise from it, and that they cannot answer for it: I do not at all desire that our people, on our own territory, should not slaughter or eat cattle for the sake of the Nairs, but since they are our allied troops, and all difficulties and bitterness must be avoided as much as possible, I therefore absolutely desire that the necessary modesty and precaution will be used in that regard as long as one is encamped together, and to prevent all objections, I have deemed it necessary to prescribe the following, although trifles, yet as special orders. Article 14. That no cattle may be brought into the camp for slaughter or for sale, but only a little outside the camp. That the beasts must then immediately be placed in one of the stables which are abundant on that side, and may not be brought into the camp before evening, when it is dark, in order to be slaughtered then inside the house or in the backyards that one has. That the entrails or the offal of the slaughtered cattle must not be thrown into some corner, much less into the river, since the same, drifting outward with the ebb tide, usually at the bend of that curve, right where the camp of the Travancore and Cochin Nairs begins, sometimes remains swirling there in the water before the eyes of those people, and sometimes even washing ashore against the bank of the river, remains lying there, and why everything that falls from the cattle must be buried outside the camp in a hole under the ground and covered with sand. That

Dutch transcription

retranchement laat werken: en bij deze gele„ gendheid vald mij ook bij, /:dewijl de inlanders doorgaans voor Haare sterktens een soort van doorns planten die weelderig groeijen en den vijand, die storm wilde loopen, zeer veel quaat kunnen toebrengen:/ of men aan de buijten zijde van dit retranchement, ook niet zulke doorns zoude kunnen laaten planten ten minsten VE: kan het ligt eens beproeven op plaatsen alwaar wat voorgrond is. Art: 10. Voorts moet de Commandant 't Retranche„ „ment in dien staat onderhouden, waar in het tans is, en dus in de quade mousson door de regens niet laten verspoelen, zo min als in de goede mousson door het afrollen van het zand doen vervallen, en daarom diend Hij 't retranchement met groente te beplanten, of met zooden van gras te beleggen, op dat de aarde door de wortels aan elkander vast blijve, en ook het retranchement in de goede mousson nu en dan met water te begieten, op dat het gras of de groente niet verdorre: de zo genaamde bokke pootjes, die op Aijkotta over al in 't wilde groeijen, zijn de beste daar toe 170. toe; ten minsten dezelve worden hier in de Gragt en in de bedekte weg tegen het glasie met veel nut gebruijkt, welk alles zo wel als het maa„ ken van fachinen kan en moet gedaan worden met de vaste coelis, die VE:, volgens reglement, ten dienste van 't Camp heeft. Art: 11. Het oostelijke Eijland van Moetoecoenoe, waar op de pagger Iacobus legd en die van Nijkotta bestreeken kan worden, moet men al„ toos in 't oog houden; ook moet na die kant altoos een of twee Canons g'poincteerd worden, zonder egter het hoofd oogmerk, namentlijk om zijn eijge retranchement daar meede te verdedigen, uijt het oog te verliesen, schoon het niet te den„ „ken is, dat daar iets zal ondernomen worden, om dat die pagger, onder 't bereijk van het geschut van Aijkotta legd. Art: 12: Intussen verstrekken de paggers van Moetoecoenoe tot zekerheid voor Aijkotta in 't algemeen, maar ook in het bijzonder, indien er eens van Cranganoor moest geretireerd worden, om dat de Commandant van Aijkotta dan geen volk behoeft tegeven om de Cran„ „ganoorse retiraite te dekken. Art: 13. Art 13. Nog is er iets dat ik serieuslijk moet re„ commandeeren, namentlijk om te zorgen, dat er geen moeielijkheid ontsta, tussen onse troupes en tussen die van Trevancoor en Cochim, nog over het slagten van koebeesten nog over de bespottelijke wijze waar meede ons volk de Nacrossen zomtijds bejegend: VE: weet dat deeze Heijdenen zijn van een hoog geslagt; het is bekent dat de Heijdenen het dooden van koe„ „beesten niet alleen als de hoogste zoude, die in de wereld kan begaan worden, verfoeien, maar ook, schoon ze weeten dat het bij ons g'oorloft is, het als het grootste affront aan„ merken, wanneer het publik geschied; en hier omtrend zijn ze nog gevoelig, datze in begrip zijn, dat dit expres geschiet, om hun uijt te tarten, het geen Hun uijt het hoofd niet te praaten is; en het kan VE: teffens niet onbekend zijn, dat de Nairossen een zoort van Edellieden onder de Mallabaaren zijn, en gebooren om in den oorlog te dienen, het geen de eijgenschap van Hunne kasta is, en waarom men dit volk niet Curselig moet maken, dewijl men er anders veel moeijlijkhee„ den meede zoude hebben; intussen begrijpt de gemeene man bij ons zulx niet, ja zomtijds man= 171. manqueerd het niet aan baldadig volk, dat omtrend het slagten van koebeesten om voor„ „schreven reeden niet alleen geen minagiment gebruijkt, maar er zelfs een spelletje van maakt, om de Nairos over Hunne afkerig„ „heid daar omtrend, boven dien nog uijt te lach„ „gen, en hier om hebbe ik al van den begin af„ daar tegen ordres gesteld, dog het schijnt. dat dezelve niet behoorlijk g'observeerd zijn, om dat de ministers van Trevancoor en Cochim mij meer als eens daar over geklaagt en gewaarschouwt hebben, dat er hachchelijke gevolgen uijtgebooren staan te worden, en dat zij daar voor niet kunnen instaan: Jk begeere in 't geheele niet dat ons volk op ons eijge terretoir, om de wille van de Nairossen, geen koebeesten zoude slagten of eeten, maar dewijl zij onze g'allieerde troupes zijn, en alle moeijlijkheeden en verbitteringen zo veel mogelijk moeten vermeijd worden, zo begeere ik egter ab„ „solut, dat daar omtrend de nodige be„ „schijdenheid en voorzorge zal gebruijkt worden, zo lange men tezamen gecampeert is, en om alle excepties voortekomen, zo hebbe ik nodig g'oordeeld, om de ondervolgende Schoon schoon klijnigheeden, egter als speciaale or„ „dres voorteschrijven. Art: 14. Dat geen koebeest ter slagting of ter ver„ koop in 't Camp, maar wel een wijnig buij„ „ten het camp aangebragt mag worden. Dat de beesten dan onmiddelijk in een der opstallen dewelke aan die kant in overvloed zijn, moeten geplaatst en niet eer in 't Camp mogen gebragt worden, als des avonds, wanneer het donker is, om als dan in huijs of op de agterplaatsen die men heeft geslagt te worden. Dat het ingewand of het afval van de ge„ slagte koebeesten, niet ergens in een hoek, veel min de revier gesmeeten worde, dewijl dezelve met de ebbe na buijten drijvende doorgaans bij den zwaaij van die kromte, daar juijst het Camp van de Trevancoorse en Cochimse Nairossen begind, zomtijds voor het gezigt van dat volk daar in het water blijft leggen draijen, en zomtijds zelfs tegens den oever van de revier aanspoelende, daar leggen blijft, en warom alles wat van het koebeest afvald buijten het Camp in een huijl onder de grond begraven en met zant bedekt moet worden. Dat

NL-HaNA_1.04.02_3575_0371 view scan ↗

English

172. That there must be a permanent butcher who must have his premises somewhat at the back, at least out of sight of the camp of the Nayars. That the slaughtered beast must not be displayed outside, and even less should the pieces be carried away openly and uncovered, but that anyone desiring meat may have it brought to his dwelling lightly covered; for which purpose the mess stewards, who are generally the butchers themselves, must be given the necessary warning to observe this whenever they cook meat or pottage for the men. And since the native Christians lie closest to the aforementioned Nayars and, in this respect, act quite as indiscreetly as our Europeans, the necessary precautions must especially be taken against this in the camp of the native Christians. Article 15. At least the ministers of Trevancoor and Cochim have assured me that if these orders are observed, no difficulties are to be expected, all the more because the Nayars not only camp in a separate corner, but also, as a characteristic of their caste, keep away from our camp and do not come to look around or stroll there, as our men are indeed accustomed to do among them, which latter practice must also be prevented as much as possible; for a Nayar is defiled if he has merely been in a native village or a Christian neighborhood, and he would remain unclean if he did not wash himself immediately. These are trifles in themselves, but they must be observed in order to prevent great difficulties, and therefore the aforementioned must be observed without any deviation, as the Commander will otherwise be held accountable for it and corrected as for a fault in his duty, since it depends on him to give the necessary orders to that effect and to punish the offenders. Article 16. Regarding the defense of Aijkotta, one must take into consideration that musket fire is of no use there, or at least cannot be of use until the enemy, having dared and been able to endure the fire of the cannon, begins to approach so closely that one can fire with muskets from the entrenchment, so that the Commander can meanwhile and until that time employ a good portion of the infantrymen at the cannons, 173. cannons, so that our cannon may operate all the more swiftly and deliver both a continuous and terrifying fire, provided however that a few infantrymen keep watch here and there with their muskets along the entrenchment, besides the reserve corps, which can be strong here, but must always remain out of range. Article 17. As soon as our cannon begins to fire, Your Honour must ensure that one or two tubs of old tamarind water are at hand to cool the pieces with after they have been fired eight or ten times, which is why the necessary quantity of old tamarind was determined for that purpose by the regulation of 9 July of last year regarding the management of Aijkotta. Article 18. Furthermore, the entire entrenchment must be manned by the native troops, who, on account of the large number of the Trevancoor and Cochim Nayars, could make such an enterprise cost the enemy dearly enough should he come close, both by their firing and, if he attempts to scale the breastwork, with their bayonets (for the troops both of Trevancoor and of of Cochim stationed there have European muskets with bayonets, English as well as Dutch). Article 19. The Commander must know how to deal somewhat with the chiefs of the Trevancoor and Cochim people according to the custom of the country; he must also, with the aid of an interpreter, converse with them now and then about the danger that exists for the enemy in crossing over, provided that one merely stands firm and does not give way, as happened in the beginning when the enemy made an attempt to cross over. Article 20. Yet, in order not to make their retreating, indeed I may well say their running away on that occasion, serve as a reproach to them, because one must avoid all unpleasant treatment toward them, Your Honour may sort of gloss over the retreating of that time with the reminder that the Nayars were exposed then, since no breastworks with parapets had yet been erected along the river at that time, adding that, since Aijkotta is now entrenched at the place where there is no muddy ground, the enemy 174. enemy cannot possibly advance now, even if he had already approached before the breastworks, provided that one merely relies on one's bayonet alone and stands firm, besides the fact that the cannons from the flanks of the battery can still massacre everything that appears outside the breastwork with canister and grape-shot; I say this because in a certain sense it is also the truth, but principally because one can thereby encourage them, just as I, once speaking in that same manner with the ministers of Trevancoor and Cochim, had the pleasure of seeing them begin to speak fiercely and courageously, adding that they indeed wished that an attack might now be made again by the enemy on that side, that they would attend that action in person, and would instantly strike down the first Nayar who merely turned his head, let alone made a move to retreat, etc.; although I nevertheless believe that in a serious engagement one will have to be mindful to make the people of Trevancoor and Cochim stand firm, such discussions and conversations with them can, however, do no harm. Article 21.

Dutch transcription

172. Dat er een vaste slagter moet zijn die zijn opstal wat agter af, ten minsten buijten het ge„ „zigt van 't Camp der Nairossen moet hebben. Dat men het geslagte beest niet buijten ten toon hange en nog minder de stukken opent„ „lijk en bloot wegdrage, maar dat de geene die vlees begeerd het zelve ligtelijk bedekt na zijn wooning kan laten halen, en waar toe aan de schafbaazen, die doorgaans de slagters zelfs zijn, de nodige waarschouwinge moet gedaan worden, om wanneerze voor het volk vlees of poespas koken, zulx te observeeren. En dewijl de inlandse Christenen het naaste bij de voorsch: Nairossen leggen en zij ten dezen opzigte al ruijm zo onbeschijden handelen als onze Euro„ „peeren, zo moet voor al in 't Camp van de inlandse Christenen, de nodige voorzienige daar tegen gedaan worden. Art: 15. ve Ten minsten de Ministers van Trevancoor en Cochim hebben mij verzekert, dat als deeze orders g'observeerd worden er dan geene moeije „lijkheeden te wagten zijn, temeer om dat de Nairossen niet alleen in een afzonderlijke hoek Campeeren, maar ook zelfs als: een eijgenschap van Hunne Casta, zig van ons ons camp onthouden en niet daar komen kijken nog wandelen, gelijk ons volk wel gewoon is bij Hun te doen, welke laatste ook zo veel mogelijk moet belet worden; want een Nacro is ontheijligt, als Hij maar in een negerij of een Christen buurt geweest is, en Ilij zou onzijn blijven, als Hij zig niet aanstonds wasse: het zijn op zig zelfs klijnigheeden, maar men moet ze in agt neemen, om groote moeijelijkheeden Geelvn voorttekomen en darom moet het voorsch: zon„ der eenige afwijken g'observeerd worden, alzo de Commandant anders daar voor aansprekelijk gesteld en als een fout in zijn dienst, gecorri„ „geerd zal worden, dewijl het van hem dependeert, om de nodige orders daar toe te geven, en de over„ treders te straffen Art: 16. Nopens de defensie van Aijkotta moet men in aanmerking neemen, dat het mushet-vuur daar van geen nut is, ten minsten niet eer van nut kan worden, voor dat de vijand, het vuur van het Canon hebbende durven en kun„ nen uijtstaan, zo na bij begind te naderen, dat men uijt het retrauchement met geweer vuuren kan, zo dat de Commandant een goed gedeelte van de infanteristen intussen en tot zo lange bij de Canons 173. canons emploijeeren kan, op dat ons Canon des te geswinder ageere en zo wel een continueel als verschrikkelijk vuur geve, mits egter eenige in„ fanteristen hier en daar met het geweer langs het retranchement oppassen, behalven het Corps de reserve, het welk hier sterk wezen kan, dog altoos buijten schoot moet blijven. Art. 17. Zo dra ons canon begind te vuuren moet VE: zorgen dat er een of twee balijs met oude tamme„ „rinde water bij de hand zijn, om de stukken na dat dezelve agt of thien maal zijn afgeschooten, daarmeede te verkoelen, en warom bij reglement van 9. Julij J„o leeden op de huijshoudinge van Aijkotta daar toe de nodige quantiteijt oude tammerinde bepaald is. Art: 18. Voorts moet het geheele retranchement door de inlandse troupes bezet worden, die om de wille van het groot getal der Trevan„ „coorse en Cochimse Naijrossen, den vijand wanneer, Hij na bij mogt komen, met hun schieten en bij het openteren tegen de borstweeringe met Hunne bajonets, zo eene onderneminge, nog duur genoeg betaald zouden kunnen zetten /:want de troupes zo wel van Trevancoor als van van Cochim die daar leggen, hebben Europeeze geweeren met bajonetten, zo wel Engelse als Hollandse:/ Art: 19. De Commandant moet met de hoofden van het Trevancoorse en Cochimse volk, na slands wijze, wat weeten omtegaan, hij moet Hun ook door behulp van een Tolk nu en dan eens onderhouden, over het gevaar, dat er voor de vijand is, om overtekomen in„ „dien men maar blijft staan, en niet wijkt, gelijk in het begin, toen de vijand een tentamen deed om overtekomen. Art: 20. Dog om Hun het retireeren, ja ik mag wel zeggen, het weg loopen bij die gelegentheid, niet als een verweijt te doen strekken, om dat men alle ongaarne bejegeningen met Hun diend te vermijden, zo kan VE: het retireeren van dien tijd, guasie bewinpelen, met de herinneringe, dat de Nairossen toen daar blood stonden, dewijl er toen nog geene borst„ „weeringen met parapets langs de revier opgehaald waaren, met bijvoeginge, dat de„ „wijl Aijkotta nu Aijkotta geretrancheerd is, ter plaats, waar geen modder grond is, de vijand 174 vijand nu onmogelijk opdringen kan, al was hij al voor de borstweeringen genadert, indien men maar zelfs alleen zig op zijn bajonet verlaat en staan blijft, behalven dat de Canons uijt de flanken van de Batterije met schroot en druijven, alles wat zig buijten de borstweering vertoond, nog kan massakreeren; ik zegge dit om dat het in zekere opzigt ook de waarheid is, maar voornamentlijk, om dat men hier meede Hun een riem onder het hart kan steeken, „gelijk ik met de ministers van Prevancoor en Cochim, op die zelfde wijze eens sprekende, het vermaak had, om te zien, datze vuurig en coeragieurs begonden te spreeken, met bijvoeginge, dat ze wel wenschten dat er nu maar aan die kant weer eens een attacque door de vijand mogt gedaan warde, datze zelfs in perzoon die affaire bijwoonen, en de eerste naijros die maar de kop omdraijde, laat staan beweging maakte van te retireeren, op het ogenblik onder de voet zou„ „den steeken etc:, schoon ik evenwel geloove, dat men in een serieuse affaire bedagt zal moeten zijn, om het volk van Trevancoor en Cochim te doen staan, dog diergelijke onderhan„ „delingen en gesprekken met hun kunnen egter geen kwaat zijn. Art: 21. 2 als

NL-HaNA_1.04.02_3575_0376 view scan ↗

English

Article 21: If therefore Aijkotta should be attacked, the non-commissioned officer of that guard stationed near and around the Trevancore and Cochin troops must watch closely whether disorders and fear take place, without however doing anything against it himself, but immediately notifying the Commandant, who, when he notices that they are beginning to run amok, must send a detachment there, have them encouraged not to lose heart, adding that there is no difficulty and that they will be helped; but if the Commandant sees that such persuasions and encouragements will not help, then he should rather let them go than, through their cowardice, cause our native troops also to waver, and defend themselves to the utmost, in which case it would still cost the enemy enough trouble to cross over and board against the entrenchment, because the enemy is then exposed to everything, and a number of 350 men, both with their muskets and with cannon standing behind the parapet, can make it hot enough for an enemy who must approach over the water with small vessels. Article 22: Yet, by whatever chance it might happen that the Commandant cannot hold off the enemy, but must absolutely retreat, he must nevertheless not retreat without first having warned Cranganoor thereof with a signal, because upon the loss of Aijkotta also depends the loss of Cranganoor, and the Commandant of Cranganoor can then take his measures accordingly. Article 23: During the retreat, the Commandant will also have to ensure that the artillery which he cannot take along is spiked and the gun carriages are rendered unusable, but above all he must take care to conduct the retreat along the beach, from where the mud on the beach begins to cease. Article 24: Furthermore, I attach hereto some extracts from the instructions for the chief and the Commandant of Cranganoor, and especially those that speak of the mutual signals and of the retreat, to serve for Your Honour's information and which I therefore regard just as if they were inserted verbatim herein. Article 25: Finally, this instruction must be kept secret, and no one except the senior officer after Your Honour may know where it lies, in order that he would be able to find it and immediately read it in case something should happen to Your Honour. Cochin, the 14th of August Anno 1780. Signed: A: Moens Checked and agreed: J: A Damnichen Secret: J Schemering Separate. No: 14 Batavia To His High Honour, The High Noble, Right Honourable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable, Right Respected Lords Council of the Dutch Indies. High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord, Right Honourable, Right Respected Lords. By the ship 's Compagnies Welvaaren, I had the honour to receive Your High Honours' separate letter, addressed to me and my successor, to whom, upon his arrival here, I shall immediately give a reading thereof, and which I now, on the dispatch of the general description of this trade post, have the honour to answer beforehand. In accordance with Your High Honours' esteemed intention, I immediately made the necessary arrangements to obtain once again a parcel of cardamom plants, which properly should be collected during the rainy season and kept ready for the good monsoon. I am already engaged in the recruiting of the 300 sepoys requested by Your High Honours, and hope, with shipping opportunities, to be able to supply the greater part thereof, and possibly the full 300, within this navigable season under the conditions that Your High Honours have been pleased to send hither. I write this nevertheless in this separate missive in order, especially under the present circumstances here, to make it as little public as possible and to keep hidden from the native that one is so greatly in need of men in Batavia. Since my last letter, which I had the honour to write to Your High Honours, dated 27 October 1780, sent both in original and duplicate by the private ships De Hercules and the Concordia, the Nabob Haijder Alij Chan appears still to be making progress in the Carnatic, as is further reported in the general letter of today. Meanwhile, this invasion has had no favourable influence on this side up to now, as the Nabob does not yet reduce his force which is in these parts. The Zamorin Nairs have recently shown themselves again, and as I hear, they are now being encouraged and even supported by the English. The reminder which Your High Honours gave me regarding them, namely not to involve ourselves further with them than the utmost prudence allows, and especially if any appearance of peace negotiations should arise, will be observed with all care, which matter I flatter myself to have handled here as prudently as is intended

Dutch transcription

Art: 21: Indien dus Aijkotta mogt g'attacqueert worden, zo moet de onder officier van die wagt die bij en omtrend de Trevancoorse en Cochimse troupes legd, wel toezien, of er disor„ ders en vreeze plaats hebben, zonder egter zelfs daar tegen iets te doen, maar ten eersten daar van aan den Commandant laaten kennisse geven, die als Hij gewaar word, datze beginnen in het hondert te loopen, een Commando daar na toe moet zenden, Hun laten aanmoedigen, om den moed niet telaaten zakken, met bijvoe„ „ginge, dat er geen swarigheid is, en dat men Hun helpen zal; maar als de Commandant ziet, dat diergelijke persuatiën en aanmoedi„ gingen niet helpen willen, dan moet zij Hun liever maar laten heer gaan, als door hunner Laciteijt onze inlandse troupes ook maar aan het wankelen te brengen, en zig zelfs tot het uijtterste verweeren, als wanneer het den vijand nog moeijte genoeg zou kosten om overtekomen, en tegen het retranchement opte„ enteren, om dat de vijand dan aan alles blood gesteld is, en een getal van 350 koppen zo met Hun geweer als met Canon, agter de borstweeringe staande, een vijand die over het water moet aankomen, met klijne vaar„ „tuijgjes 175. „tuijgjes, het heet genoeg maken kan. Art: 22: 1u9 Dog het zij nu door welk toeval het mogt zijn, dat de Commandant de vijand niet afhou„ „den kan, maar abzolut retireeren moet, zo moet Hij egter niet retireeren, zonder alvoorens met een seijn Cranganoor daar van gewaarschouwt te hebben, om dat aan het verlies van Aijkotta, teffens het verlies van Cranganoor afhangt, en de Commandant van Cranganoor, als dan zijne maatregelen daar na nemen kan Art: 23: Bij de retiraite zal de Commandant ook dienen te zorgen, dat het geschut, het geen Hij niet meede kan neemen, vernageld en de affuijten onbequaam gemaakt worden, maar voor al moet Hij verdagt zijn, om de retiraite langs het strant teneemen, van daar, alwaar de modder aan het strand begind op te houden. Art: 24. Wijders voege ik hier bij, eenige Extracten uijt d' Jnstructie voor het opperhoofd en den Commandant van Cranganoor, en wel voorna„ „mentlijk, die van de wederzijtse seijnen en van de retiraite spreeken, om te dienen tot VE: narigt en dewelke ik daarom houde even als als ofze bewoordelijk in dezen g'insereert zijn. Art: 25. Eijndelijk moet deeze Jnstructie geheim gehouden worden en aan niemand als de oudste officier na V.E: mag weeten, waar dezelve legd, ten eijnde Wij dezelfde zoude kunnen vinden en ten eersten gaan leezen, ingevalle VE: iets mogt overkomen. van Cochim Den 14. Augustus Ao 1780. /:was getekend:/ A: Moens Nagezien Accorbeert J: A Damnichen SeCrets J Schemering Apart. 176 No: 14 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren. Per het schip 's Compagnies welvaaren, hebben de der gehad te ontfangen uw Hoog Edelheedens Aparte, gerigt aan mij en mijn Successeur, aan wien en Benevens en wien ik met Deszelvs komst alhier, daarvan ten eersten lectura zal geven; en dewelke ik tans bij het afgaan van de Generaale beschrijvinge dezes Comptoirs, d' eer hebbe, prealabel te beantwoorden. Ingevolge uw Hoog Edelheedens ge-eer„ „de intentie, heb ik onmiddelijk, de nodige bestel„ „linge gedaan, om weder nog een parthij Carda„ „mom plantjes magtig te worden, die eijgendlijk in den regen tijd dienen verzameld en klaar gehouden te worden, tegen de goede Mousson. Met het aanwerven van de door uw Hoog Edelheedens gerequireerde 300: sipaijs, ben. ik reeds bezig, en hoope bij scheeps geleegendhee„ „den, het grootste deel daarvan, en mogelijk wel de volle 300: in deze vaarbaare tijd nog te zullen kunnen bezorgen op de conditie, die uw Hoog Edelheedens herwaards hebben gelieven te zen„ „den, Jk schrijve dit egter als nog bij deze aparte missive, om voor al in deze tijds om„ „standigheeden alhier, zo min mogelijk pui„ „blik te maken en voor den Jnlander ver„ „borgen te houden, dat men te Pa„ „tavia zo zeer om volk verleegen is. zedert 177. zedert mijn laatste, die ik d' eer had aan uw Hoog Edelheedens te schrijven, gedateerd den 27. October 1780:, zo in origineel als Dupli „caat per de particulieren scheepen De Hercules en de Concordia afgezonden, schijnd de Nabab Haijder Alij chan in het Carnatische tot als nog progressen te maken, gelijk bij de Gemeene briev van heden nader gemeld word. Jntussen heeft deze invasie tot als nog geen influentie ten goede aan deze kant, alzoo de Nabab zijn magt, die hier omstreeks is, nog niet vermindert. De Sammorijnse Naerossen, hebben on„ „langs zig weder laten zien, en zo als ik hoore, worden ze nu door de Engelsen aangemoedigd en zelfs ondersteund: De herinneringe die uw Hoog Edelheedens mij nopens hun doen, namendlijk om ons met hun niet verder intelaaten, als de uijtterste voorzigtigheijd toelaat, en bijzonder, als er eenige apparentie tot de vreedenshandelinge zig mogt opdoen, zal met alle zorgvuldigheijd, in agt genomen worden, welk articul ik mij flatteere hier zo voorzigtig behandeld te hebben, als met de in„ „tentie t

NL-HaNA_1.04.02_3575_0382 view scan ↗

English

intention of your High Noblenesses agrees, and that the same will in no way serve as the least hindrance in the so greatly hoped-for settlement of affairs; toward the achievement of which aim I have left nothing unattempted, but have found to my sorrow and regret that all my endeavors have turned out to be fruitless, that everything comes down to cunning and deceit, and that the Nabab's intention hitherto is not only to keep what he has, but also, if he only sees a chance, to take even more in the future than he has, unless he is in one way or another reduced, or should finally come to die. I have nevertheless, under the present circumstances and his invasion into the Carnatic, and now that he is engaged with the English, made an attempt to see whether he might not now come to terms; for as his General and Governor of the conquered kingdoms and lands in these parts, the well-known Charder Chan, happened to have returned from Tallicherij to Calicoet to make some arrangements there, I attempted (in consideration of the assurances of the Nabab that he wants no war with the Company, and while demonstrating that he indeed had orders to settle matters, but had perhaps delayed so long due to other occupations) to move him now to a negotiation, but upon this, just as with other previous attempts made both with the courtiers at Seringapatnam and with this commander himself, I see nothing follow. From today's outgoing general letter it appears that the Nabab's naval force has been dealt a sensible blow by the English: if this is the truth, then his naval force would be greatly diminished, at least his best vessels gone, except for those still lying here and there in his harbors, and two new small vessels that are under construction at Calicout and Baijpour; so that besides these, his remaining vessels would then only consist of some palen and galwets: the first a kind of two-masted grab that lies low in the water, and the latter merely single-masted vessels that sail fast and can also row, though not drawing much water, can creep very close under the shore, but carry no more than a single piece or chase gun forward; and thus I will now indeed be in a position to cover Baipin with a ship and our two cruising vessels and to protect the bombards coming from sea to the roads, unless I should be assured that the loss of the Nabab's vessels might not be as great as the account of the English dictates, who have more than once been found to tell their affairs in the finest light, or unless necessity might require it and I might foresee such with some certainty, in which case I shall then correspond with the Governor of Ceylon, Mr. Falck, about another ship or two armed sloops, just as at the end of the past bad monsoon, learning of such preparations at Calicoet and in the harbors of the Nabab that made me fear they intended to undertake something with the opening of the good monsoon, I requested an armed chaloup from Ceylon, which until now is not yet necessary. It is meanwhile probable that the English will undertake something against the Nabab on this side during the present good monsoon; it is still believed to be very well known that the English have orders to make peace with the Marattas at all costs, which their interest now also requires. However, I have received news these days that they have reportedly taken Bassain; it is therefore apparent that, in order to make Haijder Alij chan evacuate the Carnatic, they will soon make a diversion here, for if the English are done with Bassain, they could very easily take away Mangaloor with their ships and troops, in which case the Canarese Empire would lie open to them, which is the richest and best land of Haijder Alij Chan's conquered realms, and then he would certainly have to go home: to which is also added that if it is true that the English have Bassain, which they absolutely want to have in order not to let the French nestle in that harbor, it is then very apparent, as I have moreover understood here in discourse from some Englishmen, that only then will they really set to work on peace with the Marattas, even if they were to give them back a good deal of what they have taken from them; at least it is believed that within a few weeks we shall hear of some change in one respect or another, especially if the French should not come out in the meantime, in which case affairs could certainly take a different and more disagreeable turn. Regarding the correspondence between Haijder Alij Chan and the Candian Court, nothing further has appeared to me since, and my emissaries who were at Seringapatnam for the last time have also heard nothing further about it; while the French officer, with whom I, according to the

Dutch transcription

„tentie van uw Hoog Edelheedens overeenkomt en dat het zelve tot geen de minste hinder zal kunnen strekken, in de zo zeer verhoopte afdoe„ „ninge van zaaken; ter berijking van welk oog„ „merk ik niets onbezogt gelaten, dog tot mijn verdriet en leedweezen ondervonden hebben, dat alle mijne tentamens vrugteloos uijtgevallen zijn, dat alles op list en bedrog uijtkomt en dat ' Nababs intentie tot als nog is, om niet alleen te houden het geen Hij heeft, maar ook, als wij er maar kans toe ziet, in 't vervolg nog meer ten neemen als wij heeft, indien Hij op d' eene of an¬ „dere wijze niet klijnder word, of eijndelijk eens mogt komen te sterven Ik heb egter van de tegenswoordige omstandigheeden, en van zijne invasie in het Carnatise, en nu wij met de Engelsen aan den gang is, een preuve genomen, of Hij nu nog niet wild bijkomen; want bij geleegendheijd zijn Generaal en Bestierder der overheerde Rijken en Landen hier omstreeks, de bekende Charder Chan, van Tallicherij na Calicoet was terug gekomen, om daar eenige bestel„ „linge te doen, zo heb ik (uijt aanmerkinge van 178. van de verzeekeringe van den Nabab, dat Hij met de Comp: geen oorlog wild hebben, en on„ „der vertooninge, dat Hij wel order, om de zaa¬ „ken aftedoen gehad, dog mogelijk mits occu„ „paties zo lange getraineerd zal hebben) getragt htem als nu tot een onderhandelinge te be„ „weegen, dog ik zie hier op, zo min, als op an„ „dere anterieure tentamens, zo bij de Hove„ „lingen te Seringapatnam, als bij dezen Veldheer zelvs gedaan, niets volgen. Bij de heeden afgaande Gemeene briev blijkt, dat 's Nababs zee-magt, door d'Engelsen een gevoelige slag is toegebragt: indien dit de waarheijd is, dan zou zijne zee magt zeer ver„ „minderd, ten minsten zijn beste vaartuijgen weg zijn, uijtgenomen, die nog hier en daar in zijn Havens leggend, en twee nieuwe scheepjes die te Calicout en Baijpour onder handen zijn; zo dat buijten deze, zijne ove„ „rige vaartuigen dan nog maar zouden be„ „staan in eenige palen en Galwets: de eerste een zoort van twee mastige Goerabs, die laag op het water leggen, en de laatste slegs een mastige vaartuijgen, die snel zeijlen zeijlen en teffens roeijen kunnen, dog niet die gaande, zeer naa onder de wal kunnen kruij¬ „pen, maar niet meer dan een enkel stuk of Jager voor uijt voeren; en dus zal ik nu wel in staat zijn, om het met een schip en onze twee kruijsvaartuigen Baipin te dekken en de Bombarassen, die uijt zee na de rheede komen te bevijligen, ten waare ik mogt verzeekerd worden, dat het verlies van 's Nababs vaartuigen zo groot niet mogt zijn, als 't verhaal der Engelsen dicteerd die meer als eens, bevonden zijn, Hunnen zaaken op zijn schoonst te verhaalen, of dat de noodzaakelijkheijd het mogt vereijschen, en dat ik zulx maar met eenige zeeker¬ „heijd vooruijtzien mogt, als wanneer ik dan over nog een schip, of twee g'armeerde sloepen, met den Heer Ceilons Gouverneur Falck Correspondeeren zal, gelijk ik in 't laatste van de gepasseerde quade mousson te Calicoet en in de Havens van de Nabab zulke preparaties verneemende, die mij deeden dugten, dat men daar voorneemens was, om met het openen van de goede Mousson 179. mousson iets te onderneemen, een g'armeer¬ „de Chialoup van Ceilon verzogt hebbe, dewelke nu tot als nog niet nodig is. Het is intussen waarschijnlijk, dat de Engelsen in de presente goede mousson aan deze zijde wel iets tegen den Nabab zullen onderneemen; Men meend als nog, zeer wel teweeten, dat de Engelsen order hebben, om absolut met de Maratters vreede te maken, het geen ook hunne zaak tans mede brenged egter erlange ik dezer dagen tijdinge, dat ze Bassain zoude ingenomen hebben; dus is het apparent, dat ze om Haij„ „der Alij chan, het Carnatische te doen ruijmen, hier wel haast een afwendinge zullen maken, want zo de Engelsen met Bassain klaar hebben, zouden ze met Hun scheepen en troupes Mangaloor veel ligt kunnen wegneemen, als wanneer het Cannareeze Rijk voor Hún open lag, dat het Rijkste en beste Land van Haijder AlijChans geconquesteerde Rijken is, en dan zou Hij wel na Huijs moeten: waer bij ook komt, dat als het waar is, dat de Engelsen Engelsen Bassain hebben, het geen ze abso„ „lut willen hebben, om de fransen in die haven niet te laaten nestelen, het dan zeer apparent is, gelijk ik zulks buiten des hier, van eenige Engelsen discursive verstaan hebbe, dat ze als dan eerst, regt zullen gaan arbeiden aan den vreede met de Ma„ „deel „ratters al zouden ze Hun ook een goed„ wederom geven, van het geen ze Hun afge„ „nomen hebben; ten minsten men meend, dat we binnen eenige weeken, wel eenige veranderinge in het een of andere opzigt zúllen hooren, voornamendlyk, indien de Fransen intussen niet mogten uijtkomen, in welk geval de zaaken, zeekerlijk een andere en misselijker keer zouden kun¬ „nen neemen Nopens de correspondentie tussen Haijder Alij Chan en het Candiasche Hoff, is mij zedert niets nader gebleeken, en mijn zendelingen, die voor de laatste maal te Peringapatnam geweest zijn, hebben ook daarvan niets nader gehoord; terwijl de Franse Officier, met wien ik volgens het

NL-HaNA_1.04.02_3575_0387 view scan ↗

English

180. the recorded person, with whom I have been in correspondence as per my separate letter of the 7th of May last, has also departed with the Nabob to the Carnatic, and is therefore not in Seringapatnam, from whom I have thus far also been unable to learn anything; as soon, however, as I should hear anything again of that nature, I shall at once give notice thereof to Ceylon, being convinced that this is now even more necessary than when I thought, in my separate letter of the 7th of May, that he could directly do no harm to Ceylon for the present, as long as Mahomed Alij is in his way; since he is now already not only actively engaged with the English, but also attacks Mahomed Alij in his realm with such earnestness and success, as your Right Honours have already foreseen, and therefore remind me of what far-reaching consequences it would have, if Mahomed Alij should once not be able to hold out against Haijder Alij Chan. With the King of Travancore I maintain I maintain, up to the present, an amicable and close understanding, and His Highness also does not fail to impart to me, through his agent, the slightest news that he hears, and at the same time continually has me asked what news we have here, which I then also communicate to him each time. I have, among other things, since the Nabob's invasion of the Carnatic, made His Right Honour understand repeatedly to what danger his realm would be exposed if Mahomed Alij cannot hold out, and Haijder Alij Chan thus also penetrated into the Madura region, pointing out that he therefore needs to take care not only for his northern, but also for his southern line, so that Haijder Alij Chan might not break through there either; and this he has solemnly promised me; for although matters have not yet reached the point where Haijder Alij Chan has conquered the Carnatic and Madura realms and maintains himself therein, Haijder Alij Chan might in such a case find it less troublesome to get through Travancore's southern line 181. line, than through his northern line near Cranganore, since we would not be able to assist him at his southern line situated near Cape Comorin. He therefore has his southern line reinforced here and there, and besides this, for greater security, also has a fort thrown up. And as regards The King of Cochin, I continually make him understand, and he is now also very willing to believe, that his preservation depends on a faithful alliance with the Company and the King of Travancore, while I can assure your Right Honours for your peace of mind that taking cognizance of the principal state affairs of that prince through one of his ministers of state is intended for no other purpose than in so far as it can serve for our information and relates to the present circumstances of the times, because the King of Cochin, being by no means a shrewd prince, might at times not be well advised by his court grandees. Indeed, Indeed, he is also willing to know that this is a proof that the Company is sincere with him, and thereby shows that it takes a great interest in his welfare, without my being able to perceive thus far that, however suspicious the Malabars may be, the courtiers have any suspicion that the Company seeks thereby to intrude into their private affairs and interests, against which care shall also further be taken, in accordance with the warning given by your Right Honours in that regard, although it is nevertheless necessary to quietly keep an eye on his courtiers without their needing to notice it. Regarding Fort Chettua, whether to demolish it or let it stand in case of restitution, I shall speak further and seriously with my successor upon his arrival here, while in the meantime I refer to what has been set down in that regard by me and the Council in the answered extract from the Fatherland of the 7th of October 1779 now being sent over, in which 182. in which our Lords and Masters have written specially about that matter. The fortifications are now all in good condition, and it is not to be thought that for the present much more expense of importance will need to be incurred for their improvement, except that care must be taken not to let them fall into decay, which also costs more or less money, unless some other necessities should be found of which I have not thought, or which, according to the slight knowledge I possess, might have escaped my attention, as has happened since I informed your Right Honours that I thought nothing more was now to be done at Cranganore, since an absolutely necessary improvement then still occurred to me, and on account of which I did not dare to wait a moment to put it into execution, namely a compact and bomb-proof gunpowder cellar instead of the powder house that stands therein. The location of Cranganore, together with the danger of a powder house, and that in such a small fort that there is barely room for the present garrison, pleads so strongly for the necessity of such a powder cellar, that I flatter myself that your Right Honours will be pleased to approve the construction of the same. It will be finished at the end of this month, and will cost only about 1500, say fifteen hundred, rupees, as the cellar neither could nor needed to be large. Furthermore, the instructions recommended by your Right Honours regarding the administration of the Roman churches that stand under the Company here, especially in these present circumstances of the times, will be strictly observed. But to bind the Moorish sailors, who from the beginning have only wanted to engage themselves for a short time, right now to an engagement of three years, will be somewhat difficult; I

Dutch transcription

180. het genoteerde, bij mijn aparte van den 7. Meij Jongst leeden in Correspondentie ben, met de Nabab meede na Carnatika vertrokken, en dus niet in seringapatnam is, van wien ik dus tot nog toe ook niets verneemen kan, zo dra ik egter maar iets van die natuur weder mogt hooren, zal ik ten eersten na Ceilon daarvan kennis geven, als over„ tuijgt zijnde, dat dit nu nog te noodzaa¬ „kelijker is, als toen ik bij mijn aparten van den 7=de Meij meende, dat Hij Ceilon voor eerst direct geen quaad kan doen, zo lange Mahomed Alij Hem in den weg is; alzoo Hij nu reeds niet alleen met de Engelsen werkelijk aan den gang is, maar ook met zo veel ernst een succes Maho„ „med Alij in zijn Rijk aantast, gelijk uw Hoog Edelheedens zulks reeds voor„ „uijtgezien hebben, en mij daarom teteselkve ^ van herinneren ^ welke uijtzigtelijke gevol¬ „gen het zouden zijn, indien Mahomed Alij het eens tegen Haijder Alij Chan niet houden kon. Met de koning van Trevancoor houde houde ik tot als nog, een minnelijke en nauwe verstandhoudinge, en zijn Hoog„ „heijd manqueerd ook niet, de minste tij„ „ding, die Hij hoord, door zijn Agent mij te bedeelen, en mij teffens ook geduurig te laten vragen, welke tijding wij hier hebben, die ik hem dan ook telkens bedeele: Ik heb zijn HoogEd onder andere, 't zedert 's Nababs inval in het Carnatische, eens en andermaal doen begrijpen, aan welk ge„ „vaar zijn Rijk g'exponeerd zoude zijn, in„ „dien Mahomed Alij geen stand kan houden, en Haijder Alij Chan dus in het Madu„ „reesche ook doordrong, met aantooninge ^ voor zijne Noorder, maar ook dat Hij derhalven niet alleen voor zijne zuijder Lienie, diend te zorgen, op dat Haij¬ „der Alij chan, daar ook niet doorbreeken, „heeft en dit „ hij mij plegtig beloofd; want schoon het nog niet in die termen is, dat Haijder Alij Chan het Carnatische en Madu„ „ressche Rijk overheerd heeft, en er zig in soutineerd, zo zou Maijder Alij Chan in zo een geval mogelijk minder werk vinden om door Trevancoors zuijder linie te komen 181. komen, als door zijne Noordse linie bij Cran„ „ganoor, alzoo wij Hem bij zijne zuijder lienie als bij Caap Commorijn leggende, niet zouden kunnen bijspringen; Hij laat derhalven zyne zuijder lienie hier en daar versterken, en doed buijten dezelve ten over„ „vloede, ook nog een sterkte opwerpen; En wat betreft De Koning van Cochim dezen doe ik bij continuatie begrijpen, „nu en Hij wild het ^ ook zeer wel gelooven, dat zijn behoud afhangt van een getrouwe ver„ „eeniginge met de Comp: en den koning van Trevancoor, terwijl ik uw Hoog Edelhee„ „dens tot geruststellinge verzeekeren kan, dat het kennis neemen, der voornaamste Rijkszaaken van dien vorst, door een van zijn staats Ministers niet anders bedoeld, als voor zo verre ons tot narigt kan strekken, en op de prezente tijds omstandigheeden relatie hebben, om dat de koning van Co„ „chim, op verre na geen schrander vorst zijnde, zomtijds door zijn Hofs Grooten niet wel zoude kunnen geraaden worden; trou„ „wens „wens Hij wild ook wel weeten, dat dit een be„ „wijs is, dat de Comp: het met hem meend, en daar door toond, in zijn belang grootelijks deel te neemen, zonder dat ik tot nog toe kan bemerken, dat hoe agterkousig de Malla„ „baaren ook zijn, de Hovelingen eenig ver„ „moeden, hebben, als of de Comp:, hier door in Hunne bijzondere zaaken en belan„ „gens zoekt intedringen, en waar voor ook verder gezorgt zal worden, ingevolge de door uw Hoog Edelheedens ten dien opzigt ge„ „daane waarschouwinge, schoon het egter noodzaakelijk is, om op een ongevoelige wijze zijn Hovelingen in de kaart te zijn, zonder dat ze het behoeven te bemerken. Nopens het Jort Chettua om het„ „zelve in Cas van restitutie, te demolieeren of te laaten staan, zal ik met mijne suc¬ „cesseur hier komende, nader en serieus spreeken, terwijl ik mij intussen refe„ „reere, aan het geen derweegens door mij en den Raad ter nedergesteld is, bij het tans overgaande beantwoord Patriasche Extract van den 7de: October 1779; waar bij 182. bij onze Heeren en Meesters speciaal daar over geschreeven hebben. De Fortificatien zijn nu alle in een goede staat, en het is niet te denken, dat er voor eerst veel meer ongelden van belang ter verbetering van dezelve zullen behoeven gedaan te worden, uijtgenomen dat 'er de hand aan zal moeten gehouden worden, om dezel¬ „ve niet te doen vervallen, het geen ook min of meer geld kost, ten waare er nog eenige noodzaakelijkheeden, mogten bevonden worden, waaraan ik niet gedagt hebbe, of die mijn attentie, volgens de geringe kennisse, die ik hebbe, mogten ontslipt zijn, gelijk plaats gehad heeft, zedert ik uw Hoog Edelheedens bedeeld hebbe, hoe ik meende, dat 'er nu aan Cranganoor niet meer te doen was, alzoo mij toen nog eene absolute noodzaa„ „kelijke verbeteringe is bijgevallen, en waar „meede ik uijt hoofde van dien, geen ogen„ „blik hebbe durven wagten, om hetzelve werkstellig te maken, namendlijk een Compendieuze en bomvrije kruijtkelder, in steede van het kruijthuijs, dat er in staat: de De aangeleegentheijd van Cranganoor, bene„ „vens het gevaar van een kruijthuijs, en wel in een zo klijn fort, dat 'er maar effen plaats is voor de tegenswoordige bezettinge, plijt zo zeer voor de noodzaakelijkheijd van zo een kruijtkelder, dat ik mij flatteeren dat uw Hoog Edelheedens de aanmakin„ „ge van dezelve, wel zullen gelieven goed te„ „keuren: dezelve zal in 't laatst van deze maand klaar komen, en omtrend maar 1500: /:zegge:/ vijfthien honderd ropias komen te staan, alzoo de kelder niet groot heeft kunnen, nog moeten zijn. Wijders zal het door uw Hoog Edelhee„ „dens gerecommandeerde nopens het be„ „stier der Roomse kerken, die onder de Comp: alhier staan, voor al in deze tijds omstandigheeden, stipt g'observeerd worden, Maar om de Moorse Mattroosen, die zig al van den beginne af, maar voor een kor„ „nu „te tijd hebben willen engageeren, al „ aan„ „stonds tot een verband van drie Jaaren te bepalen, zal wat moeijelijk zijn; ik

NL-HaNA_1.04.02_3575_0393 view scan ↗

English

183. I shall, however, also attempt to satisfy Your High Nobilities in this regard, at least to bring matters so far that, if they cannot be persuaded this time to a period of three years, they will then be willing to engage themselves for the present for two years, in order to bring them in the future the more easily to three years: I promise Your High Nobilities to do everything in this regard that in any way depends on me. In my last separate letter, I had the honor to inform Your High Nobilities that I would immediately organize the sepoys according to the proposal I made therein, and in continuation thereof, I now have the honor to inform Your High Nobilities that this has also already been concluded; but because we also at the same time have so few artillerymen (apart from the few who are still detached here from Ceylon, upon whom one cannot always rely, especially if they should be requisitioned back), I have, in order to make a virtue of necessity in this respect during these critical circumstances of the times, tested whether one could not also make a kind of artillerymen from the natives, and employ the same just as one employs them for military service, provided they are not sepoys, because these are a people who, belonging everywhere around the west of the Indies, now and then change masters, which is not so much to be expected from the natives and inhabitants of this country, and even less from the Malabars, who, far more than any other native nation, are very devoted to their native land, and will not leave a country, indeed even a district in which they were born, unless forced: I have organized this corps more or less as the sepoys are organized, and for this purpose I found a good opportunity by placing our surveyor Krause as Commander over them, who not only served in the artillery in Europe, but has also made the Malabar language so much his own here 184. that he can speak about everything with the soldiers and also knows how to manage them properly, and to whom I have also added a gunner, being a Topas, who was long stationed as such at Nagapatnam, and having come here from there as a gunner also understands the Malabar language; and if I see that this goes well and that they apply themselves to the service, and that one can have a substantial service from them, then I shall increase that corps, which now already consists of 25 men, and receives only as much pay as those who perform military service, according to necessity, and for which plenty will be found, just as the aforesaid 25 from among those who served here in the military volunteered for the artillery service: I say expressly, from among those who performed service here in the military, because I allow no others to transfer to the artillery but such, because these are already disciplined by the military service and accustomed to being under strict command, all the more as it is good in any case that an artilleryman also understands the handling of the musket; but if I see that the kite will not fly, and that they do not meet the good intention, then I shall have them return again to the military service, although I, as well as the officers here who know these people, have good expectations of them. In the meantime, I have the high honor to remain with the greatest respect, /was written below/ High Noble, Grandly Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Noble, Severe Lords: /lower:/ Your High Nobilities' humble and obedient Servant /:was signed:/ A:n Moens /:in the margin:/ Cochin the 6th of January 1781. —. Agrees A Dannichen Secretary 185. Register and short summary or summary contents of the resolutions successively taken in the Council of Malabar concerning various matters and affairs relating to the service of the General Company, beginning the 2nd of January 1780 and ending the 29th of December thereafter The 2nd of January Resumption and signing of the general letter for Batavia. as well as one pro patria, one for Colombo, and one for the Cape of Good Hope, and one for Gale - - folio 2 The Lord Governor and Secunde take the oath of purge - folio 3 Dismissal of Major Wohlfarth as a member from this meeting folio 3 The same is about to depart via Ceylon for Batavia folio 3 Congratulations on the capture of the city of Cochin - - folio 4 The 8th ditto Introduction of Major Englert as a member of policy folio 5. The same takes the oath framed for that purpose - - folio 5. Resumption of the specification of the respective colleges folio 6. Appointment of Leitner instead of Martinsart to that of the Orphan Masters — folio 6. Continuation of the members of the Church Council - - - - folio 6. The collective collegians take the annual oath and are exhorted to the observance of their duties - folio 6. The burgher officers are notified that they will continue in their respective posts folio 6. Production of a report regarding various credit-running entries in the camp at Cranganore - - - - folio 14. Insertion of the report - — - folio 14. The 17th of February Thereby is made known what caused this excess — folio 14. Decision to have those goods with their amounts entered to the credit of the camp of Cranganore - - folio 15. Production of a report regarding various entries charged from Batavia - folio 16. Insertion of the report folio 16. Decision to enter and write off the same in the books folio 16. Production of a report concerning coffins and hospital expenses charged back from Ceylon to here to the amount of ƒ736: 7: - folio 21. Decision to have that amount charged to Cochin folio 21.

Dutch transcription

183. Ik zal egter hier omtrend uw Hoog Edelhee„ „dens ook tragten genoegen te geven, ten minsten, het zo verre zien te brengen, dat zo ze alditmaal niet tot een tijd van drie Jaa, „ren te beweegen mogten zijn, ze als dan nu„ voor eerst voor twee Jaaren zig willen verbin„ „den, om hun in 't vervolg des te gemakkelijkert tot drie Jaaren te brengen: Jk beloof uw Hoog Edelheedens hier omtrend, alles te zul „len doen, wat van mij maar eenigzints afhangt. Bij mijn laatste Aparte, heb ik d' eer gehad uw Hoog Edelheedens te bedeelen, dat ik de sipais al ten eersten op mijnen daar bij gedaanen voorstel zoude inrigten, en ik heb ten vervolg van dien, nu d' eere uw Hoog Edelheedens te bedeelen, dat zulx ook reeds zijn beslag erlangd heeft; maar om dat w' ook teffens zo wijnig Arthilleris„ „ten hebben (buijten de wijnige die van Ceilon hier nog gedetacheerd zijn, waar op men niet altoos reekenen kan, voornamendlijk, wan„ „neer dezelve terug gerequireerd mogten wor„ „den / zo heb ik, om in deze critique tijds om„ „standigheeden n „standigheeden ten dezen opzigte ook van de nood een deugd te maken, eens beproevd, of men van de Inlanders ook geen zoort van Arthilberisten zoude kunnen maaken, en de„ „zelve gebruijken, zo wel als men ze tot de militairen dienst gebruijkt, mits geene si¬ „pais, om dat dit een volk is, dat als hier om de west van Jndien over al te„ huijs hoorende, ### nu en dan wel eens van meester veranderd, hetgeen men van de Na¬ turellen en Inwoonders dezes Lands, zo zeer niet te wagten heeft, en nog minder van Mallabaaren, die veel meer als eenige an¬ „dere inlandse Natie, aan Hun geboorte Land, zeer verslaaft zijn, en niet als ge„ „forseerd een Land, Ja zelvs een distrikt, waer in ze gebooren zijn, zullen verlaaten: ik hebbe dit Coor ingerigt min of meer zo als de sipais ingerigt zijn, en daartoe heb ik een goede ge¬ „leegendheijd gekreegen, met onzen Landmee„ „ter Krause, als Commandant over Hun te stellen, die niet alleen, in Europa bij de Arthillerij gediend heeft, maar ook zig— hier de Mallabaarse taal zo eijgen gemaekt heeft 184. heeft, dat hi met de Militairen alles spreeken en ook met hun regt weet omtegaan, en waar bij ik ook een Cannonier gevoegd hebbe, zijnde een Joepas, die lange zodanig te Nagapatnam beschijden geweest is, en van daar hier als Can„ „nonier gekomen zijnde ook de Mallabaarse taal verstaan en als ik zien, dat dit wel gaat en dat ze zig op den dienst toeleggen, en dat men van Hun een wezendlijken dienst kan hebben, dan zal ik dat coor dat nu reeds uijt 25. Man bestaat, en maar evenveel bezol„ „ding krijgd, als die den militairen dienst doen, na maate van noodzaakelijkheijd ver„ „meerderen, en waar toe 'er zig genoeg zullen vinden, gelijk de voorsz: 25. uijt de geene, die hier bij het Militaire dienden, zig vrij„ „willig tot d' Arthillerij dienst aangebooden hebben: Jk zegge expres, uijt de geene, die hier bij het Militaire, dienst deeden, ver„ „mits ik 'er geen andere tot de Arthillerij late overgaaan, als de zulke, om dat die reeds door de militairen dienst gediciplineerd en gewoon zijn, onder stipte Commando te staan, temeer het in allen gevalle goed is, dat kan dat een Arthillerist ook de behandelinge van het Geweer verstaat; maar als ik zie, dat de vlieger niet op wild, en dat de„ „zelve aan het goede oogmerk niet voldoen, dan zal ik ze weder tot de Militairen dienst laten overgaan, schoon ik zo wel als de hier zijnde officieren, die dit volk kennen, goede verwagting van Hun hebben. Jnmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te verblijven /onderstond/ Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heer en WelEdele Gestrenge Heeren: /lager:/ uw Hoog Edelheed=s onderdanige en gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ A:n Moens /:in margine / Cochim den 6. Januarij 1781. —. Accorde A Dannichen Secrets 185. Register en Korte 2:' Janu: Den tesamentrekking of sommie„ „ren inhoud van de Resolutien successier over verscheide zaa„ „ken en Affaires Concerneerende den dienst van de Generaale Compagnie Genomen in Rade van Mallabaar beginnende den 2: Januarij 1780. en Eijn„ „digt den 29=e december daar aan Resumptie en tijkening van de generaale briev voor Batavia. zoo meede van Een propatria, een voor Colombo, en Een vor de Cabo de goede Hoop, en Een voor - - „ 2 gale de Heer Gouverneur en Secunde presteeren den „ 10 - bed van purge- ontslaging van den majoor Wohlfarth als led „ 3 uit dese vergadering den selven staet over Ceijlon na batavia te vertreken „— geluikwenschingen over de verovering vande stad Cochem do Introductie - „ 4 8 d Jntroductie van den majoor Englerd als lid van f=o 5. - politie- denselven, presteert den Eed daar toe beraamt - - „ Resumtie der specificatie van de Respective Collegie „ 6. aanstelling van Leitner in plaats van Martinsart in dat van weesmeesteren — Continuatie der leeden van den kerken Raad - - - - „ —. de Gesamentlijk Collegianten presteeren de Jaarlijk se bed en werden g'adhorteert tot het waarneemen van hunne „ plichten - de burger officieren werden g'adverteert dat ze in hunne respective blijven Continueeren — productie van een berigt nopens diverse Credit lopende posten in 't Camp te Cranganoor - - - - „ Insertie van 't berigt - — - daar bij word te kennen gegeven waar door die meer„ „derheijd veroorsaakt is — besluijt die goederen met hun bedragen ten voordeele van 't Camp van Cranganoor te laten inneemen - - „ 15. productee van een berigt nopens diverse van batavia aan„ „ „gereekende posten - besluijt deselve bij de boeken in te neemen en af te schrijven 16„ Jnsentie van 't berigt productie van een berigt wegens van Ceijlon na herwaards terug Gereekende dood kisten en hospitaals ongelden „ 21. ten bedragen van ƒ736: 7: besluijt dat bedragen ten lasten van Cochim te loten brengen„ —. - - - – – – – „ 14. 17. feb: Den Insortie - — „ - — - „ -

NL-HaNA_1.04.02_3575_0401 view scan ↗

English

folio 21. 186. Insertion of the report Production of a petition from the overseer of the armory van Eijk and an ordinance to demonstrate that 72 guns were mistakenly charged to his administration and that he had truly provided others in exchange Demonstration thereof Resolved to discharge the said van Eijk of those 72 guns and to fine him, van Eijk, in order to encourage better attention, with a penalty of one month's salary for the military treasury Insertion of the petition Production of the findings regarding the Cape provisions brought by the ship de ganges The deficits are written off Insertion of the findings Sale of the mortgaged ship of adij Ragia The same was sold with all its equipment for 12450 Rupees Resolved to credit Batavia with the amount exceeding 9000 Rupees The King of Trevancoor has made a request for 50000 Rupees, 700 flintlocks, and 1500 lb of Japanese bar copper Resolved to have both provided The Governor makes known that the covered way and glacis could fall into disrepair if maintenance is not kept up, and that the house carpenter vijverberg had offered to maintain the same for the lowest price He wishes, with 12 coolies daily, to maintain and keep clean the covered way, the glacis, and the 6th of March also at the same time the ramparts Deliberation and remark thereupon Resolved to have both done by the aforesaid Vijverberg, and to grant him 12 coolies daily and 432 Rupees annually for that purpose, provided he supplies the associated necessities under the restrictions mentioned in the text The six permanent coolies with the artillery for keeping the ramparts clean are abolished The Governor makes known the unreasonable behavior of the coolies who carry palanquins His Honour produces an advertisement in which their wages are determined Resolved to let the provisions made in the advertisement take effect Insertion of the draft Production and reading of a report on the tarring of the gun carriages, wheels, cannons, etc. Receipt and reading of the duplicates of the general and secret Batavia dispatches of the 24th of September 1779 Some time ago the administration of the timber yard was joined to that of the shipyard The present overseer is not well suited to handle masonry and house carpentry work The house carpenter Vijverberg assists in that work Proposal 187 Proposal to separate the timber yard again from the shipyard and to let it be administered on its own by Job vijverberg The members concur with that proposal The 25th of March. Reading of two received dispatches from Colombo and Tutucorijn The Ceylon ministers request that the ship Concordia call at Ceylon upon departure in order to ship coir there for Batavia And the Tutucorijn officials request to have the said vessel head to ponnecail to take in a cargo of rice for Ceylon Resolved to dispatch the ship upon departure to ponnecail to proceed from there with the rice to Ceylon Reading of a further Ceylon dispatch in which 100000 lb of gunpowder and 3000 lb of rock sugar are requested Resolved to send the powder sugar to Ceylon with the aforementioned ship, the rock sugar being sold out and none having been brought with Concordia Resumption of the findings regarding the delivered cargo of the ship Concordia Insertion of the same Resumption of the findings regarding the delivered provisions and guns of the sloop Sunda Insertion of the same Resumption of a report of pepper received and shipped by the warehouse master van Spall Resolved to approve the usual 1½ percent and to pay out of the treasury for the unaccounted 707 lb of pepper purchased at 24 Dutch florins per 100 lb, folio 52. Insertion of the report Resumption of a report of pepper received and shipped at Calicoilan Resolved to approve the usual 1½ percent write-off, and accordingly to pay the Resident out of the treasury for the surplus delivered 2022½ lb of pepper at 24 Dutch florins per 100 lb Insertion of the report Resumption of the reports of the curator ad lites and of the secretaries of justice and the orphan chamber Resumption of the report on the stamped papers Insertion of the 3 reports and the report The administrator of the timber yard Job vijverberg is appointed as a member of the Board of Fire and Ward Masters in place of Paulus Kip The 29th of April. Resumption of a Colombo letter The Colombo ministers request to send the ship Concordia with pepper to Gale And the sloop Sunda with sugar to Ponecaal for the collection of rice They also request 50000 Rupees Resolved to dispatch Concordia to Gale with the remaining pepper and required sugar And to let the sloop Sunda depart for Tutucorijn with the pepper on board To excuse the shipment of specie because it is needed here itself

Dutch transcription

fo 21. 186. Jnsertie van 't berigt productie van een Reg=t van den opziender der wapenka„ „mer van Eijk -- - - en een ordonnantie ter aanthoning 72: geweeren abusive ten lasten van zijne administratie ingenomen zijn en hij waarlijk andere in ruijling verstrekt heeft - - - - „ — aanwijsinge van dien besluijt Gem: van Eijk van die 72: Geweeren te ontheffen„ en hem van Eijk tot opwekking van een betere attentie te be„ „keuren in eene boete van een maand Gagie voor de krijgskasse Insertie van 't Request productie van de bevinding van de per 't schip de ganges aangebragte Caabse provisiën de minderheeden worden afgeschreeven Insertie van de bevinding verkoping van het veronderpande schip van adij Ragia - - „ — 't zelve is met al zijn toebehoren verkogt voor Ro=s 12450: - - „ 32. besluijt het meerdere bedragen dan Rop=s 9000 batavia ten goede te brengen „ de koning van Trevancoor heeft verzoek laten doen om 5'0'000: Rop=s 700: snaphanen en 1500: lb: Japans staaf keper - „ — Besluijt het een en ander te laten verstrekken – – – - – „ 33 de Heer Gouverneur geeft te kennen dat de bedekte weg en glasie zoude kunnen vervallen indien er de hand niet aanehouden aar „ en dat de huijstimmermaer vijverberg zig aangeboden had om 't zelve voor't minst geldende te onderhouden - - - „ 34. wil met dagelijks 12: Coelijs de bedekte wy en deglasie en - - - „ 30. -- - - „ 25. - - - - - – „ 23 ---„ — - - „ 31. - - - „ 24. ook 1 -- — „ - Den 6 Maart ook teffens de wallen onderhouden en schoon houden deliberatie en aanmerking daar over - - - - - „ 35. besluijt het een en ander door voorsch: Vijverberg te laten doen, en hem 12: Codlijs sdaags en daar voor Rop=s 432: sjaert toe teleggen- mits besorgende de ter seijden slaande benoodigtheeden onder de in den text gemelde Restrictien – - - „ 36. de ses vaste Coelijs bij de arthillerij tot schoon houden -„ der Wellen afgeschaeft de heer Gouverneur geeft het onreedelijk gedoente van de Coelijs, die palindijns dragen te kunnen – – - „ 37. zijn Ed produceerd een advertissement waar bij der„ „ „selver loonen bepaald werden — besluijt de bepalingen bij het advertissement gemaakt te laten stand grijpen. — Insertie van 't Concept productie en lectura van een raport van de tee„ „ringe van de affuijten wielen Canons enz: - - „ ontvangst en lectura van de duplicaaten der gemeene en secreete bataviase missives van den 24: 7ber 1779 „ 42. voor eenigen tijd is de administratie van de houtthuijn ge voegt bij die van de scheepstimmerwerf „ de tegenwoordige opziender niet wel met het metzel en huijstimmerwerk omgaan - - - - - - - „ 44. de huijstimmerman Vijverberg is bij dat werk assisteerende propositie - - „ 38. fo 34. 5 - „ Den „ —. 187 propositie om de houtthuijn woeder van de scheepstimmerwerf te separeeren en door sob vijverberg op zig zelfs te laten ad„ ministreeren - - - - de leeden confirmeeren zig met dien voorstel - - - - „ Den 25. Maart Lectura van twee ontvangene missives van Colombo en Tutucorijn de Ceijlonse ministers versoeken om het schip Concordia bij vertrek Ceijlon te laten aangieren om daar in Caijer voor Batavia af te scheepen – - – – – - – - - -„ en de Tutucorijnse bediendens versoeken om gem: bodem na ponnecail te laten steevenen om een lading rijst voor Ceijlon in te neemen - besluijt het schip bij vertrek na ponnecail te depecheeren om van daar met de Rijst na Ceijlon over te steevenen Lectura van een nadere Ceijlonse misseve waar bij verzogt word om 100'000: lb: poeder en 3000: lb: Candij zuijker - - „ besluijt met voorm: schip de poeder zuijker na Cerlooe te versenden zijnde de Candij zuijker uijt verkogt en met Concordia geene aangebragt Van de Resumptie van de bevinding ( uijtgeleverde lading van het schip Concordia - - Insertee van deselve — Resumptie van de bevinding op de uijtgeleverde provisien en geweiren van de chialoup Sunda - - - - - - - „ 50. Insertie van deselee - Resumptie van een memorie van ontvangen en afgescheepte peper door den pakhuijsmeester van spall - - - - „ 52. besluijt de gewoone 1½ prC=o te valideeren en de als dan nog - - - - - „ 45. - - -fo 14. -„ 46. - - - „ 47. -- - - „ — „— te -- -- - „ de mije verandwoorde 707: lb: paper uijtkoops tegens ƒ 24: Nederlands de 100. lb: in Cassa te laten betalen. . . . f=o 52. Jnsertie van de memorie Resumptie van een memorie van ontvangene en afgescheepte peper te Calicoilan - - - - - -„ 53 — besluijt de gewoone 1½: pC=o afschrijvinge te valideren, en de vol„ „gens dien over uijtgeleverde 2022½. lb: peper aan de Resident uijt Cassa tegens ƒ 24: Nederlands de 100, lb: lasten betalen - - - „ 54. Insertie Van de Memorie Resumptie van de Raporten van den Curator- adlites en van de Secretarissen van Iustitie en de waskamer — – – - „ 55. Resumptie van 't berigt van 't berigt van de zegul papieren - - „ 56 Insertie van de 3: raporten in 't berigt den administrateur van de Houtthuijn Job vijverberg als lid in 't Collegie van brand en wijkmeesteren aangestelt Den 29. April Resumtie van een Colombose briev de Colmbose ministers verzoeken om het schip Concordia met peper na gale te zenden en de Chialoup Seonda met zuijker na Ponecaal ten afhaal van Rijst verzoeken ook om 50'000: rop=s besluijt Concordia na gale met de Restant peper in g'eischte zuijker te depecheeren en de sloep sunda met de inhebbende peper na Tutucorijn -- „ - te laten vertrekken - de verzending van Contanten te excuseeren om dewille men deselve hier selfs benoodigt heeft - - „ 67 insteede van Pauluk Kip - - - - - - - „ „ --- „ — „ „64 „ 65 de „ „

NL-HaNA_1.04.02_3575_0405 view scan ↗

English

188. several necessities for the vessel under his command - folio 68. The master of the equipage of Blankenberg found that several items are required, except 3 pieces of flag bunting; resolved to let everything proceed according to the report of the master of the equipage. Insertion of the petition. Insertion of the report. Resumption of the current account of the King of Travancore - folio 75. The above balance has been delivered to his highness's envoys - folio 76. Insertion of the account. An ensign is missing in the Cochin garrison - folio 78. Proposal to appoint the under-adjutant Coldewij as commanding sergeant and to nominate him for advancement to ensign. Confirmation of the members regarding this. Dispatch to Batavia of another 100 spars. The lieutenant of the company of Captain Leever and Hofman will depart in command of this - folio 79. To nominate in his place to Their Right Excellencies as lieutenant for that company the ensign at Ceylon, Ian Christoffel Groos. And in place of the aforementioned Groos to nominate as ensign the under-adjutant Aldebijl. May. Resumption and signing of a letter for Batavia - folio 80. The skipper of the ship Concordia requests to - folio 72. Resolved to let the same depart. The 15th of June. And to dispatch the ship Concordia at once - folio 81. Reading of a Colombo letter dated 6th of May last. Grievance of the ministers regarding the 4 percent loss deducted from bills of exchange drawn here on Ceylon - folio 82. Citation of the Batavia orders whereby 2 percent are stipulated. The trade officials are ordered to provide information regarding this. They comply with this. Insertion of the information. The Batavia orders in this regard are consulted - folio 84. And it is found that the stipulation is in fact only 2 percent on bills of exchange from here to Ceylon, and that 4 percent only applies regarding bills of exchange to Batavia - folio 85. Resolved henceforth to have the bills of exchange for Ceylon calculated at 2 percent, and to credit Ceylon with the 2 percent overcharged on three bills of exchange. Report of the annual inspection of the vessels here, demonstrating their defects. Bad condition of the flagpole. Resolved to have the vessels repaired at once. To sink an old vessel under the point Stroomburg - folio 87. And to have a new flagpole erected. Insertion of the report. Report of the tarring of gun carriages belonging to the arsenal - folio 91. 189. Notice that the lease term of the Company's domains is due to expire on the ultimate of August - folio 91. Resolved to hold the leasing thereof on the 3rd of August next. The Lord Governor informs that the camp at Cranganore has been withdrawn, and the garrison of Cranganore has been reinforced - folio 92. How the expenditure there is currently greater than was determined by the regulation of 16 September 1772 - folio 93. And that it should remain so as long as the Nabab's troops are in the vicinity - folio 93. That care has been taken thus far that nothing was entered into the specification except what was necessary. Yet deemed it necessary to draw up a new regulation for Cranganore. Indication of the size of the garrison at Ayacotta. Connection of this post with Cranganore. Necessity to also establish a regulation for the management - folio 94. Production of two regulations for Cranganore - folio 95. and Ayacotta - folio 96. Confirmation of the members with the arrangement made in that regard by the Honorable Governor. Resolved to bring the same into effect and to provide extracts to the officials there and of the trade office for their information. Insertion of those regulations. Production of a general order in case of alarm - Number 97. The members confirm this as well and resolve to distribute extracts thereof to the heads of the corps and others - folio 106. Insertion of the aforementioned general order. Receipt of a packet of papers from the Fatherland - folio 121. The same was opened and therein found a missive from the Gentlemen Mayors, and further enclosures. The orders and remarks contained therein shall serve for observation and guidance. Production of a report of the general muster here in this town. Likewise one of the completed comparison of the muster roll against the pay books. Insertion of both reports. At the request of the King of Travancore, 130000 rupees advanced to his highness for the delivered pepper. The 5th of August. Reading of a report of the census of households, and - folio 126. of one of the inspection conducted by the chief surgeon Leitner and the native physician. Three persons were found infected with leprosy. The Governor has given orders to transport them outside the town from the Company's boundary. Insertion.

Dutch transcription

188. eenige noodwindigheeden voor zijn onderhebbende -. --r=o 68. bodem - - - - - - - de Equipagie opziender van Blankenberg heeft bevonden dat het Een en ander benoodigt excepto 3: p:s vlag gedoeken„ besluijt het een en ander telaten Geschieden na het Rap„ „port van den Equipagie opziender Jnsertie van het Request Insertie van het Rapport Resumtie van de Reek: Courant van den koning van „ 75 Trevancoor het tevooren staande saldo is aan zijn hoogheid sendelingen „ afgelangt „ 76. Jnsertie van de Reek Een vaandrig: manqureert in het Cochims Guarnisoen. „ 78. propositie om den onder asjudant Coldewij tot Commandeerende sergeant aan te stellen en voor te dragen om het vaandrig g'advanceert te werden Confirmatie der leden daar omtrend. sending na Batavia van nog 100 spars daar over zal als Commandant vertrokken den Lieutenant van de Comp: van Capitain Leever en Hofman - - - - „ 79. indies plaats aan haar hoog Edelheedens voor te dragen als laule„ „nant tot die Comp: den vaandrig te Ceijlon Ian Christoffel groos en inplaats van gem: Groos voortedragen tot vaandrig den onder adjudant Aldebijl en -- onder n Maij Resumtie en tijkening van Een briev voor Batavia - - „ — de schipper van het schip Concordia verzoekt om - – – – „ 72 - . . „ — „ 80. .. . besluit - - - „ „ -„ — „ - besluit deselve telaten afgaan Dend 15: Junij en het schip Concordia ten eersten te depecheeren - - - - - - - „ lectura van Een Colombose briev gedateerd 6: Meij Hleden - - - - „ beswaarnisse der ministers over dat 4: pC=o verlies opwissels die hier op Ceijlon werden getrokken is gekort — — - - - „ 82. aanhaaling van de Bataviase ordres waar bij 2: prC=o zijn de negotie bediendens gelast derweegens ten dienen van bericht dezelve voldoen daar aan Insertie van het bericht men ziet de Bataviase ordres ten dien aspecte na - - - „ 84. en bevind dat de bepaaling weezentlijk maar is 2: pC=o op wissels van hier na Ceijlon en dat 4: p=rC=to alleenlijk plaats heeft omtrend wissels na Batavia - bepaalt –„ besluijt voortaan dewissels voor Ceijlon met 2: pC=o telaten bereekenen ende teveel bereekende 2: pC=o van drie wissels Ceilon ten goede te laten brengen - - - „— Rapport van de Jaarlijkse visitatie der vaartuigen hier aanthooning der gebreeken die deselve hebben - - - - „ —. slegte gesteldheid van de vlaggemast- besluit de vaartuigen ten eersten telaten verhelpen - – - „ —: – d'en bekwaame schouwd onder de punt stroombeurg te en een nieuwe vlagge mast te laten opzetten - - - - Insertie van het Rapport -- „ Rapport van de gedaane Theering der Canons afsinten inz - „ 91 thuijs hoorende - - -- laten zinken – - - - - - - - - - - „87. -- - - - – „ — - - - „ 86. -- - -„ 85. „— „ fo. 81. kennis - - „ -- . . „ —. - - — 189 Kennis Geeving dat den verpagtings tijd van sComp:s domainen met ult=o Aug=s stoat te Expi„ besluit de verpagting daar van tehouden op den 8. Aug=s aanstaande 3 de Heer Gouverneur Geeft te kennen dat het Camp te Cranganoor ingetrocken, ende bezitting van Cranganoor versterkt is — „ 92. — Hoe de ommeslag aldaar thans grooter is als bij het reglement van 16. 7ber 1772: is bepaald - -„ en dat die soedanig diend te blijven zoo lange s Nababs troupen daar om her zijn - - - - - - „ 93. dat tot dus lange sorge is Gedraagen dat niets bij de specificateer is opgebracht dan wat noodsaakelijk fo 91. „reeren - - - was –„ maar evenwel nodig agte een nieuw reglement te formeeren voor Cranganoor- - - - aantooning hoe groot de bezetting op aijcolta is - - „ — Connexie van deeze post met Cranganoor Noodzaakelijkheid om ook een Reglement tot de huijshouding te formeeren - — — — — „ productie van twee Reglementen voor Cranganoor - - - - „ 95. Confirmatie der leeden met de schikking door den E. gouverneur daar omtrend gemaakt - -„ besluit deselven te laten stand-grijpen ende bedien„ dens aldaar en van het negotie Comptoir tot hun naricht extracten te besorgen- en Aijsotta - - - – – – – – „ 96 „ 94. Insertie Insertee van die Reglementen productie van een generaale ordre in Cas van . - - - -„ Alarin deleeden Confirmeeren zig daar meede en besluit daar van extracten telaten afgeeven aan de hoofden der Corpsin en andere - - - „ 106. Insertie van gem: Generaale ordre - - - - - „. ontvangst van een pacquet patriase papieren - „: 121: 't zelve werd g'opent en daar in bevonden een missive van de Heeren Mapres, en verdere bijlagen : de ordres en Remarquees daar bij vervat zullen hot observantie en narigt strekken - - - - „ productie van een Raport van de generaale monste„ „ „ring hier ter steede - Insgelijks van een van de gedane Confrontatie der monster rolle tegen de soldij boeken - - „ Insertee van beide Raporten „ op het verzoek van den koning van Trevancoor 130000: ropias op de geleverde peper aan zijn hoogh=t ver„ strekt Lectura van een raport van den opneem der huijs„ -„126 „gesinnen en - van een van de visitatie door den opperChirurgijn Leitner en Jnlands Geneesmeester gedaan - - - - - „ drie personen zijn met laserneij besmet bevonden - - „ de Gouverneur heeft ordre bestelt om deselve buijten de stad van CComp:s Limiet te Transporteeren - - „ „ -- - -„ Den 5 Aug=s N=o 97. Insertie

NL-HaNA_1.04.02_3575_0409 view scan ↗

English

6 190. 8. August The Insertion of both Reports folio 127. Resumption of a memorandum of received and shipped Pepper by the warehouse master of Spall – - - - - folio 129. how much received and how much less he shipped – - - folio 130. decided to validate the customary 1½ percent write-off and to have the 99½ lb of Pepper, still unaccounted for, paid into the Treasury at cost price - - - - - - – - - folio — Insertion of the memorandum - - - - folio — Resumption of a memorandum of received and shipped Pepper at Porca — — - - - - - - - - - - folio 131. the Resident requests that the customary write-off be validated and that 9776 lb of pepper be reimbursed to him at cost price folio 132. decided to let him enjoy the same out of the Treasury at Porca at 24 guilders Dutch — — — — — — — — - folio 1 Insertion of the memorandum - folio — The sergeant Frans van Mulseren requests employment - - folio 133. decided to grant his request and to engage him at 12 guilders per month - - – folio 134. Insertion of his Petition and the attestation – - - - - - - - folio — Auction and leasing of the Company's domains - - - - folio 138. the same have yielded 2000 rupees more than last year - folio 141. for the duty on the export of slaves nothing was bid folio 10 Insertion of the Yield - To examine and confront the notes against the issued transport permits for slaves, appointed the members Vernede and van Haeften — — — - - - folio — Report regarding the confrontation carried out on the transport 7 September permits for slaves - - - - - - folio 139. how how much more has been received in respect thereof than last year . . . folio 141. Insertion of the Report Report of the Curator ad lites that he has accepted no estate - - - - - - - – – – – folio 144. Two reports regarding proof provided by the secretaries of Justice and the Orphan Chamber folio 145. Notice from the chief administrator regarding the stamped paper - folio 142. Insertion of the Reports and Notice - Notice that the auction moneys of the sold goods have come in - - - – – folio 152. Insertion of the notice - – – – folio —. Report of the inspection and visitation of the covered way, the 13 October glacis, and the walls —— - – –– folio 154. decided to have the work contracted for their maintenance fulfilled - -- folio 155. Resumption of a finding of discovered shortages in the delivery and transport of goods from and to the outer Offices in the past financial year - - - - - - folio 156. decided to place the dispositions in the margin thereof and to insert this Reading of a notice concerning differences discovered in the Transport from the Ayacotta Camp - - - - folio 164. Insertion thereof with the decision thereon - - - - - folio 165. Notice regarding provisions to Moorish sailors and request of the chief administrator to be allowed to charge the provisions to Batavia - - - folio 170. decided to grant the aforementioned request - folio 170. Insertion of the notice Resumption and approval of a Price Current for the financial year 1780/81 - folio 172. decided to lease anew 27 pieces of the Company's gardens and lands - folio 177. Announcement of the death of the Coilcoilang Resident Medeler folio 178. and that the Shahbandar Coenraadsz has applied for that post - folio 1. decided to appoint the applicant Coenraadsz as Resident of Coilcoilang — - folio — Proposal of the Lord Governor to appoint in place of Coenraadsz as Shahbandar the bookkeeper Bos - - - - folio 179. is agreed to by the members - folio — Notice from the chief administrator regarding an error in the trade books of 1777/78 committed – – folio 180. request of the same for authority to be allowed to rectify the same folio 181. decided to grant such - folio — Insertion of the notice - folio — Resumption of various papers of write-off on account of shortages discovered by the administrators – – folio 182. decided to insert all those papers herein and to make known the dispositions thereon in the margin – – folio 183. Insertion of the same Notice from the chief administrator wherein he requests, for the amount of the merchandise brought by the Concordia and taken over by the merchants, an an Account to be allowed to enter in the books – – – folio 193. observation of the Council thereon folio 194. decided to grant that request - - folio — Insertion of the Notice. — Request of the former provisions master Dirksz to be allowed to be discharged from the Company's service with cessation of salary folio 195. decided to grant the request and to have his salary written off as of today's date folio 196. Insertion of the Petition Appointment of the beach warden Bos as member of Justice in place of Dirksz – — — — — folio 197. The bookkeeper Willem vander Sloot becomes member of the Orphan Chamber in place of Dirksz aforementioned - - - folio — Reading of a report regarding the rendered Account of the poor funds by the deacons of this city — - folio 198. Insertion of the Report Resumption of a finding of the delivered Camp's provisions brought by the ship Amsterdam folio 200. the dispositions made thereon placed in the margin of the same — - –– folio 201. Insertion of the same Finding of repairable and unusable goods discovered during the inventory – – folio 202. A piece of broadcloth damaged with moth holes — — — folio — decided to sell the broadcloth by auction folio 203. and to place the dispositions on the other goods in the margin of the finding folio 203. Insertion of the finding - - - folio — Notice 191. 29. October The 17 November December

Dutch transcription

6 190. 8. Aug=s Den Insertie van beide Raporten Resumtie van een memorie van ontvangen en afgescheepte Peper door den pakhuijsmeester van spall – - - - - „ 129. hoe veel ontvangen en hoe veel minder afgescheept heeft – - - „ 130 besluijt de gewone 1½. pr C=to afschrijving te valideeren en de als dan nog te min verandwoorde 99½ lb: Peper uijt koops in Cassa te doen betalen - - - - - - – - - „ — Indertie van de memorie - - - - „. — Resumtie van een memorie van ontvangen en afgescheepte Peper te Porca — — - - - - - - - - - - „ 131. de Resident verzoekt dat de gewone afschrijving gevalideert en aan hem 9776: lb: peper uijtkoops mag vergoed:t werden / 132 besluijt hem deselve tegen ƒ 24: Nederland:s te porca uijt Cassa 1 te laten genieten — — — — — — — — - „ „ Insertie van de memorie- den zergeant frans van Mulseren verzoekt om gagement - - „ 133. besluijt zijn verzoekt toe te staan en hem te gagieeren met - - – „ 134. - ƒ12: per maand Insertie van disselvs Req= en d'attestatie – - - - - - - - „ — opveijling en verpagting van sComp: domainen - - - - „ 138 deselve hebben 2000: rop„s meer gerendeerd dan a pass=o - „ voor de geregtigheijd van den uijtvoer van slaven is niets geboden/ Insertie van 't Rendement- Tot het Examineeren en Confronteeren der aanteekeningen te„ „gens de verleende vervoerschrieven van slaven benoemt de leeden vernede en van Haeften — — — - - - „ Rapport weegens de gedaane confrontatie van de vervoer brie„ 7ber ven van slaven - - - - - - „ 139 -f=o 127. hoe ---„ 141. .. 10 hoe veel derweegens meerder is ingekoomen als verleeden . . . - =o 141. Iaar Insertie van het Rapport Rapport van den Curator adlities dat geen boedel heeft – – – – „ 144. aanvaard - - - - - - - - Twee rapporten weegens gedaan bewijs door de secreta„ „ „rissen van Justitie en weeskamer bericht van den hoofd administrateur van het zegul papier - „ „ 145. Insentie der Rapporten en Bericht— Bericht dat de vendue penn: van de verkogte goederen bin„ - - - – – „ 152. „nen gekomen zijn - – – – „ —. Insertee van het bericht Rapport van de bezigtiging en visitatie van de bedekte roeg de 13 8ber - – –– „ 154. glasis en dewallen —— - besluit het tot onderhoud daar voor bedongene te laten vol„ - --„ 155. doen Resumtie van Een bevinding van ontwaarde minder„ „heeden bij aanbreng en vervoer van goederen van en na de buuten Comptoiren in't afgeloopen bockjaar - - besluit de disposities in margine van deselve te stellen en deezen te insereeren lectura van een bericht wegens ontdekte differenten bij het Transport van het aijkottase Camp - - - - „ 164. Insertee daar van met de besluijt daarop - - - - - „ 165. Bericht nopens verstrekking aan moorse mattroosen en verzoek van den hoofd administrateur het ver„ strekte Batavia temogen aanreekenen - - - „ 170. besluijt het gem: verzoek te accordeeren - - - - „ 156. -– – – „ 142. Insertie den den 191. 29. 8ber den 17 9ber Intertie van het bericht Resumtie en approbatie van Een prijs Courant voor het boekjaar 17 8/81- besluijt 27: stuks s Corap tuijmen in landerijen op nieuws te -- „ 177 verpagten bekent maaking van het ovelijden van den Colicoelause „ 178 Resident Medeler en dat den sabandaar Coenraadsz om die post versoek heeft „ gedaan - - 1 besluijt het verzoek van Coenraadst tot Resident van Colicoi„ „- „lan aantestellen — propositie van den Heer gouverneur om in steede van Coenraadsz als Sabandaar aantestellen de boekhouder Bos - - - - „ 179 -„— word door de leeden toegestamt berigt van den hoofd administrateur wegens een abeuies. bij – – „ 180 de negotie boeken van 17 7/8 bejaan verzoek van den selven om qualificatie het selve te mogen „ redresseeren besluit zulks te accordeeren Intertie van het bericht Resumtie van diverse papieren van afschrijving wegens ontwaarde minderheeden bij de administrateurs – – „ 182 besluit alle die papieren in dezen te insereeren en de despoositeis daarop in mergine bekent te stellen – – „ 183 Instrtie van deselve berigt van den hoofd administrateur waar bij verzoekt voor hat bedraagen van de korpmanschappen per Concordia aangebracht en door de hooplieden over genoomen „172 .„ 181 - f=o 170 een „ „- xber een Reek bij de boeken temogen geven – – – f=o 193 aanmerking van den Raad daar over besluijt dat versoek toetestaan Insertie van het Bericht. — verzoek van den geweesen dispencier Dirksz om met stelstand van gagie in't sComp: dienst te moogen ontslagen „ 195 besluijt het verzoek toetestaan en zijn gagie onderheidigen datuum te laten afschrijven Insertie van het Request aanstelling van den strandwagter Bos tot lid van Justitie in steede van Dirksz – — — — — „ 197 de boekhouder willem vander sloot werd lid van de weeskamer in plaats van dirksz voorm - - - „ - - lectura van Een rapport wegens gedaane Reet der arme middelen door diaconen deser steede — - „ „ 198 Insertie van het Rapport Resumtie van Een bevinding van de uijtgeleeverde Camps proviseen per 't schip amsterdam aangebragt „ 200 de disposities daarop gevallen in margine van deselve - ––„ 201 gesteld — Insertie van deselve Bevinding van Reparable en onbekwaarne goederen bij - – „ 202 den opneems ontwaard Een stuk laken met metgaatjes geraakt — — — „ — besluit het laaken per vendutie te verkoopen ende disposeties op d' andere goederen testellen inmargine van de bevinding susertie van de bevinding -- - „ 203 „ „ 203 „ „ 196 - -„ 194. „ Berigt - „ --

NL-HaNA_1.04.02_3575_0413 view scan ↗

English

192. Report from the head administrator regarding discovered surplus and deficit balances in the camp at Cranganoor folio 229 how much these surpluses and deficits amount to folio 229 observation concerning this and opinion that the deficits should be offset against the surpluses folio 230 decision to balance the surpluses and deficits to the credit and debit of war expenses folio 230 Insertion of the report folio 231 production of a list of all purchased goods in the financial year 17 79/80 folio 239 decision to send a copy thereof to the Netherlands and Batavia folio 239 observation that concerning the purchased 12 pieces of cannons the necessary explanation has already been given folio 240 Insertion of the list folio 240 the members Saffin and Vernede appointed to examine the trade books of the year 17 79/80 folio 244. appointment of the members Vernede and Van Haesten to inspect the pay books folio 245 resumption of the closed account of the King of Cochin folio 245 decision to insert the same herein folio 245 leasing of 27 items of gardens and lands folio 246 how much this lease yielded less than in 1780 folio 247 Insertion of the yield folio 247 note that five gardens were destroyed because of the hostilities of the Nabob folio 250 and that on the other hand six leases were added folio 250 of which one had just run on for eight months folio 250 and now that lease will be paid for that elapsed time folio 250 how much the destroyed leases brought in and how much those leased since then have produced folio 251 the substantial lower yield of the leasing folio 252 reasons for the lower yield folio 252 Arrival of the ship Company's Welvaren folio 253 receipt and reading of Their Right Excellencies' general letter of reply of 30 September of this year folio 254. decision to take the remarks and orders contained therein as a guide and for observation folio 255 in a circular letter of 5 September 1780 is reported the death of His Right Excellency Reinier de Klerk folio 255 and that in his place has been chosen as Governor-General the Honorable First Councillor and Director-General Mr. Willem Arnold Alting folio 255 order to publicly present His Right Excellency the same in that high office folio 255 condolences and congratulations were exchanged on that account folio 256 and the junior merchants Van Spall and Vernede commissioned to draft a plan for the presentation folio 256 decision to notify the subordinate offices of this folio 257. and resolved to enter deep mourning in the assembly for six weeks folio 257 agreed to require the boards to submit nominations of a double number of persons folio 258 likewise the Church Council folio 258 193. 1 27 February Resumption and approval of the submitted plan for the presentation of His Right Excellency Mr. Willem Arnold Alting folio 259. scheduling of the presentation for the 29th of this month and decision to appear on that day in colored clothes folio 259. Resumption of the report and a representation of the inspection of the trade books folio 260. as well as of a report from the head administrator folio 260. decision to authorize the bookkeeper to balance the books folio 260. Insertion of the reports and the representation folio 260. Resumption of the report of the inspection of the pay books folio 270. authorization to close the same folio 270. Insertion of the report folio 271. the Honorable Head Administrator gives notice by a report of some credit running items folio 274. is authorized to balance the same on the general ledger folio 274. Insertion of the report folio 274. production of three security bonds of administrators for their offices folio 276. decision to deposit the same with the other security bonds folio 276. Resumption of a report of inspection of the cannons, gun carriages, vessels etc. folio 276. whereby it appears that the same was properly done folio 277. the Honorable Governor and Second took the purgatory oath folio 277. 29 February Presentation of His Right Excellency Mr. Willem Arnold Alting as Governor-General of the Dutch East Indies folio 279. reading of the circular letter, act of authorization and the oath form folio 280 Insertion of the said act and the form folio 280 the Honorable Governor and the members took the oath folio 28 1/2 appearance of the board members and further persons before the assembly folio 288. the act of authorization and the form are read out to them and announced that they will continue in their functions on the oath they have taken folio 288. the Honorable Governor and Council go to the balcony and publish the act of authorization and the form of the oath to the public folio 289 address by His Honor to the assembled crowd concerning this event folio 289 was answered by the same with a joyful vivat and the artillery was discharged all around the ramparts folio 290. congratulations on this presentation folio 290. promotion of the sailor assigned to the pen Willem Rissel to junior assistant folio 290.

Dutch transcription

192. Berigt van den hoofd administrateur nopens ontwaarde meer en minder Restanten in het Camp te Cranganoor f=o 229 hoe veel die meer en minderheeden bedragen – – – - „ — aanmerking daar omtrend en oordeeling dat de mindere met de meerdere dienen tewer„ „ 230 den gerescontreert besluijt de meer en minderheeden ten faveure en nadeele van oorlogs ongelden te laten vrreffenen - – – „ — Insertie van het berigt productie van een Noletie van alle ingekogte goederen – – – – „ 239 in het boekjaar 17 39/0— besluit dezelve in Copia na nederland en batavia te zeenden - - „ — aanmerking dat wegens de ingekogte 12: p=s Canons reets de noodige elucidatie es gegeven Insertie van de notitie de leeden saffin en vernede benoemt tot het Examineeren der negotie boeken van ao 17 3/80 benoeming van de leeden vernede en van Haesten tot het visiteeren der soldij boeken — resumtie van de geslooten Reek van den koning van Cochim besluijt dezelve in dezen te insereeren verpagting van 27 stuks thuijnen en landerijen - - - „ 246 hoe veel deeze verpagting minder heeft gerendeert als 1760. - . „ 247 Insertie van het Rendemnt annotatie dat vijfthuijnen vernietigt zijn om de wille van - - „ 250 de vijandelijkheeden van den Nabab en dat er daar en teegen weder set pagten zijn bij gekomen„ — waar van Een al agt maanden zoo maar heeft voortgeloopen ---„— — „ 240 „ –„ 245 - „ 231 „ 244. „ en -– „— — 20: xber den en nu die pagt voor die verloopen tij kal voldaan weerden f=o 250 hoeveel de vernietigde pagten hebben opgebragt en hoeveel dat - – – – – „ 251 sedert verpagte hebben af geworpen — het weesentlijk minder Rendement der verpagting – – „ 252 --„— redenen van het mindere Rendement Arrivement van het schip Comp=s welvaren — — — „ 253 ontvangst en lectura van haar hoog Edelhedens generaale Rescriptie van den 30: 7ber deeks Jaars – – – – „ 254. besluijt Remarques en ordres daar bij vervat tot nergt en obser van tie te laten strekken— „ bij een Circulaire missive van den 5: 7ber 1780 word gemeld het overlijden van zijn hoog Edelhed=s Reinier de klerk - - „— en dat in desselvs plaatse tot gouverneur generaal verkormn is den heer Eersten Raad en directeur generaal M=r Willem Arnold Alting order om in die hooge waardigheid zijn hoog Edelheijd denvelke publecq voor te stellen de Condolaantie en felicitatien werden derwegens over en weder „ 256 afgelyt en de onderhooplieden van spall en vernede gecommitteerd om te formeeren een ontwerp tot de voorstellinge - - - - besluyt hier van na de subelterne Comptoiren in kennisse — „ 257. te geven en goedgevonden den swaren rouw bij den vergadering voor ses weeken aan te neemen verstaan de Collegies te laten dienen van nominatien van een dubbeld getel perzoonen „ zeer mede den Berkenraad – – – „ 255 den „ 258 - - - —. „ 193. 1 27: feber 29 Resumtie en goedkeuring van het ingediend ontwerp tot de voorstelling van zijn hoog Edelheijd M=r Willem fo 159. Arnold Alting bepaling van de voorstelling op den 29: deser en besluijt om dien dag in gekleurde kleederen te verschijnen - - „ Resumptie van 't beryt anna een vertoog van de vi„ „sitatie der negotie boeken – — — - - - - -„ als mede van een berigt van den hoofd administriteur „ besluijt om den houder der boeken tequalificeeren de boeken tesluijten — Insertie van de bergten in't vertoog— Resummtie van 't Raport van visitatie der soldij boeken „ 270. qualificatie om deselve te sluijten — — — - - - „ —. Insertie vant Raport - - - - - - - - - „ 271. den E: hoofd administrateur geeft bij een berigt kennis van eenige Credit lopende posten - - - - - - - „ 274. werd gequalificeerd deselve op 't generaal te verevenen - - „ —. -- . „ —. Insertee van 't berigt — productie van drie borgtogten van administrateurs voor „ 276. haar bedieningen — -— besluijt deselve bij de andere borgtogten te leten seponeeren „ — Resumtie van een Raport van deteeringe der Canons, affuijten, vaartuijen inz - - - - — — „ daar bij blijkt dat deselve na behooren is gedaan – – – „ 277. de heer gouverneur en secunde pristeerenden Eed van purje - — — _=o voorstelling van zijn hoog Edelheijd M=r Willem Arnold Alting als gouverneur generaal van nederlands Indie — —„ 260. - - - - „ 279. lecturen den 255 „ - lectura der Circulaire missive, acte van authorisatie en 't formalier van den Eed - f=o 280 Insertie van gem: acte in 't formelier - - - - „ de heer gouverneur ende leeden presteerenden bed - - „ 28 1/12 verschijning van de Collegeanten en verdere persoonen de vergade de acte van authorisatie in 't formulier word deselve voorgele sen en aangekindigt datze op hunne gedanen eed in derselve functien blijven Continueeren de heer gouverneur en Raad begeven zij na 't balcon en publicaren de acte van authoritatie in't formulier van den bed aan 't gemeen aanspraak van Rijen Ed aan de vergaderde menig te weyen dit evenement werd met een vrolijk vevat door de selve b'antwoord en't geschut om de wellen gelost filicatatie over dese voorstelling bevordering van den mattroos bij de pen willem Rissel tot Jong assistent Ainis resum raale „ 289 „ - - -„ 288. rin - — - „ 290. „ „ 6

NL-HaNA_1.04.02_3575_0417 view scan ↗

English

Page 194 Resolution Resumption and signing of the general letter for Batavia, as well as a letter for the Fatherland, one for Good Hope, and one for Galle The Governor and Second perform the oath of purgation Sunday, 2 January 1780. Present The Right Honorable, Highly Esteemed Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director Adriaan Moens, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Major and Head of the Militia Christiaan Constantin Wohlfarth, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Samuel Constantin Saffin, The Honorable Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Provisional Junior Merchant and Secretary of Policy Johan Andries Daimichen. Absent The Honorable Junior Merchant and City Architect Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay-Bookkeeper Coenraad George Seyffer, and The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, the first being on a short excursion to Ceylon and the latter two on a commission to Porca. The Governor having convened the members of this council, taken in the Council of Malabar in the city of Cochin, to resume and sign with them the annual general rescript for Batavia, it was found, after this took effect, that a proper report was given of everything that occurred and was accomplished here in the service since the last rescript. Furthermore, a letter to the Fatherland, serving to accompany the ordinary annual enclosures, was resumed, as well as a letter for Colombo, one for Cape of Good Hope, and one for Galle, the latter also serving to accompany the papers for the Fatherland and Batavia, which it was agreed to forward to Galle on the ship De Ganges, in order to be dispatched from there to Europe with the later ships. Next, the Governor and the Honorable Second van Harn indicated that they were willing and prepared to take the oath for the past financial year regarding loyalty in the trade of the Honorable Company, and they declared, one by one or one after the other, that during Page 195 Sunday, 2 January 1780. Dismissal of Major Wohlfarth as a member of this council; the same is to depart via Ceylon for Batavia the recently concluded financial year of 1778/9 they conducted no private trade, and conducted that of the Honorable Company with the required fidelity, both with regard to the goods the Company sent here for sale, and those purchased and resold by them privately for the Company, which declaration they confirmed, each individually, with a solemn oath, of which it was resolved to make this record. Whereupon the Honorable Major and former Head of the Militia of this Coast, Christiaan Constantin Wohlfarth, was honorably discharged from this council, with friendly thanks for his advice given and assistance rendered thus far during his sitting in this council, in order to depart on the ship De Ganges for Ceylon and obtain further transport from there to Batavia, with which this meeting was adjourned. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, in the city Congratulations on the conquest of the city of Cochin Sunday, 2 January 1780. of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: Moens, R: v: Harn, S: C: Saffin, A: J: S: Vernede, J: A: Daimichen. Saturday, 8 January 1780. All Present. Also the Honorable Major Johan George Englert. Except the Honorable Jan Lambertus van Spall, being on a short excursion to Ceylon. Whereas it is today 117 years since this city of Cochin was conquered by the Noble Dutch Company from the Portuguese, the usual congratulations were exchanged back and forth on that account, wishing God's blessing upon this and all other establishments Page 196 Saturday, 8 January 1780. Introduction of Major Englert as a member of Policy; he performs the oath prescribed for this purpose of the Dutch Company. After this, the Governor announced that the Honorable Major Johan George Englert, appointed by Their High Noble Excellencies as head of the militia here, who arrived here on 16 December last on the ship De Ganges, in place of the discharged Honorable Major Wohlfarth, ought to be given a seat in this council, and that His Honor had already appointed him thereto, at the same time proposing to have him invited into the council by two members of this board. The members having fully concurred, the members Vernede and the Honorable van Haeften were appointed to fetch the said Major from the Governor's residence and conduct him into the council chamber. This was done, whereupon he took the oath prescribed for members of Policy, with

Dutch transcription

P= de: 194 RResolutie resumptie in tijkening van de gene„ raale briev voor batavia Sondag Den 2. Januarij 1780. Present Den Wel Edelen Grool Achtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands India, Mitsgaders Gouverneur en Directeur Adriaan Moens, Den E: Heer opperkoopman, secunde en Hoofd administ: Reinier van Harn, „ E: Heer Majoor en Hoofd der Militie Christiaan Constantin Wohlfarth, „ E: Koopman fiscaal en Kassier Samuel Constantin Saffin, „ E: onderkoopm: en Dispencier Abraham Iean Scipion vernede, „ E: p:l onderkoopm: en secretaris van politie Iohan Andries Daimichen, Absent Den E: onderkoopman in dak huijsmeeken Ian Lambertus van Spall „ E: onderkoopman in zoldij boekouder C:oenraad George Seijffer, en „ E: onderkoopman Willem van Haeften als zijnde de Eerste voor een sprengtogt na Ceijlon en de twee Laatste in Commissie na Porca Den Heer Gouverneur de Leeden deser vergadering hebbende laaten Convoceeren om de Iaarlijkse Generaale rescriptie voor Batavia genomen in Raade van Mallabaar ter steede Cochim met op zoo meede van een propatria, een goede hoop, en ben voor gale de H=r gouverneur en sec inde pres„ teeren den bed van purge Sondag den 2:' Januarij Ao 1780. met dezelve te resumeeren en tekenen, zoo is zulx, effect sorteerende, bevonden dat 'er een be„ „hoorlijk verslag is gedaan,„ van al het geen zeedert de laatste rescriptie hier in den dienst voorgevallen en verrigt is. Wijders is geresumeert een briefje Pro voor Colombo en den voor de Crbo de Patria, dienende ten Geleijde van de ordinaire Jaarlijkse bijlaagen, een brief voor Colombo, Een dito voor Caabo de Goede Hoop en een voor gale, de laaste meede dienende ten Geleijde van de papieren voor het Patria en Batavia, dewelke verstaan is, met het schip De ganges na Gale voort tesenden, om van daar met de na-scheepen na Europa voortgeschikt te werden. Vervolgens is door de Heer Gouverneur en E: secunde van Haria te kennen gegeven dat ze genegen en bereijd waren, den Eed, voor het afgeloopen boekjaar, te praesteeren, voor de getrouwigheid in den Handel van d EComp: en hebben dezelve, een voor een, of na den anderen, verklaard, dat zij geduurende het § 195. Sondag den 2:' Januarij Ao 1780. mitslaging van den Mejor wohl. „parth als lid van dese vergadering den selve stat over Ceijlon na Ba„ tavia te vertrokken het Jongst afgelegde boekjaar van 177 9/9. geen particulieren Handel gedaan, en dien van d E: Comp: met de vereijschte trouwe gedreeven hebben, zoo ten aansien der Goederen die de Comp: hier ten verkoop heeft gesonden, als die door hen, voor de Comp: particulier ingekogt en weder verkogt zijn, welke verklaaringe dezelve, ider in het bijsonder, met solemnee„ „len Eede hebben bevestigt, en waar van ver„ „staan is, deeze aanteekening te houden. Waarna den E: Majoor en geweesen Hoofd der Militie dezer Custe Christiaan Constanten Wohlfarth, uijt dese vergadering is ontslaagen, onder vriendelijke dank-betuijging voor des„ „selfs tot dus verre gegevene advisen en be„ „wesene assistentie geduurende zijne sittinge in deze vergadering, ten eijnde met het schip De Ganges na Ceijlon te vertrekken en van daar verder transport na Batavia te erlangen, en waar meede deze vergaderinge is gescheiden. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Ge„ „arresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede geluk wenschingen over de ver„ overing van de stad Cochim Sondag den 2:' Januarij Ao 1780. steede Cochim ten dage, maand en Jaaren voormeldt /was geteekent/ A: Moens, R: v: Harn, S: C: Saffin, A: I: S: vernede, I: A: Daimichen. Saturdag den 8.' Januarij 1780: Alle Present. Zoo meede D E: Majoor Johan George Englert. Dempto D E Ian Lambertus van Spall, als zijnde voor een sprintogt na Ceilon. Nademaal het heeden 117: Jaeren zijn, dat deese stad van Cochim, bij de Edele Neder„ „landse Maatschappije van de Portugeesen is verovert, zoo zijn dierwegens de ge„ „woone Geluk - wenschingen, over en we„ „der afgelegd, onder toewenschinge van Gods zeegen, over dit, en alle andere, sta„ „blissementen £ 196. Saturdag den 8.:' Januarij Ao 1780. Jntroductie van den majoor buylerd als led van politie den selven presteert den Eed door toe beraamt „blissementen van de Nederlandse Compagnie„ ent Hier na Gaf de Heer Gouverneur te ken„ nen, dat den, door Haar Hoog Edelheedens hier tot hoofd der militie aangestelden E: Majoor Iohan George Englert, op den 16: December Joleeden met het schip De Ganges hier g'arriveert, in steede van den ontslagen E: Major Wohlfarth. in deese vergaderinge sitting behoorde te werden Gegeven, en dat zijn Edele den„ selven daar toe riets had g'appoincteert, teffens voorstellende om den selven door Twee leeden deeses raads, in de vergade„ „ringe te laaten noodigen; waar meede de leeden zig ten vollen geconfirmeert hebbende, zijn de leeden vernedr, en E: van Haeften benoemd om gem: Majeor uijt de wooning van den Heer gouverneur aftehaalen en in de verga„ „der-zaal te Conduijseeren; zoo als ook is geschied, en wanneer den selven den Eed, voor de leeden van Politie beraamd, met

NL-HaNA_1.04.02_3575_0422 view scan ↗

English

Saturday the 8th of January Anno 1780. Resumption of the specifications of the respective Colleges. Appointment of Leitner in place of Martinsart in that of the orphan masters. having taken with all willingness, and taken a seat at this Table. After which, having resumed the received specifications and nominations of the respective Colleges of orphan masters, small and matrimonial affairs, as well as fire and ward masters, it was resolved to make no change in the Council of Justice, in the College of Civil, as also in that of Fire and Ward Masters, but from that of orphan masters to discharge, upon his request made, the chief surgeon Louis Gerinten Martinsart, and in his place to reappoint the chief surgeon Harmanus Leitner. Likewise was resumed an extract of a church resolution dated 21 December of the past year, containing the made nomination of new elders and deacons, together with a request that the present members may continue, so it was resolved to grant the same, and to give notice thereof to the said College by extract hereof. Continuation of the members of the church council. Subsequently. Saturday the 8th of January Anno 1780. All the colleges to execute to the observance of their duties. The burgher officers were notified that they continue in their respective charges. Subsequently, the Council of Justice and the above-mentioned Colleges of orphan masters and small and matrimonial affairs were called in one after the other, and the annual oath framed for each College having been taken by them with willingness, they were thanked for their services rendered in the past year, and exhorted to apply their further good offices to the promotion of the affairs of their respective Colleges. Lastly, the principal officers of the European and Topas burghery were admitted, who, with the announcement that they are continued in their respective charges, were exhorted to faithful and strict adherence to the instructions and ordinances delivered into their hands, which they accepted with much willingness and promised to do; whereupon they were thanked for their previous services and dismissed. Credit-running entries in the Camp at Cranganore. Saturday the 8th of January Anno 1780. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. Moens, R. V. Harn, I. P. Englert, S. C. Saffin, C. S. Seijffer, A. I. S. Verneede, W. V. Haesten, and I. A. Daimichen. Thursday the 17th of February Anno 1780. All present. Except the Honorable Gentlemen van Spall and Verneede, the first being on a cruise to Ceylon, and the other through indisposition. Production of an account regarding various. In compliance with the resolution of this table of the 28th of December last, concerning the annual report of debtors and creditors, as well as accounts in arrears and in advance carried forward in the books, Thursday the 17th of February Anno 1780. Insertion of the report. the Honorable Chief Administrator Reinier van Harn has submitted the following report, regarding the credit balance of various items in the Camp at Cranganore: To the Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies, together with the Honorable Political Council. Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, and Gentlemen! The undersigned, having been instructed by resolution of the 28th of December of the past month to demonstrate from where it has arisen that the Camp at Cranganore runs so much in credit, as well as what these credit-running entries actually consist of and how they ought to be settled, and also to request the disposition of Your Right Honorable thereon, in order that the settlement may take place in the new books. Thursday the 17th of February Anno 1780. Has, in fulfillment thereof, the honor to submit that the credit-running entries have arisen from the fact that, during the course of the past financial year 1778/9, the undermentioned goods were supplied, consumed, and sent hither in the said Camp more than are carried forward in the remaining balances; and probably some of them are among those that have already been written off, according to the resolution of the 17th of March 1779, as consumed, lost, or gone missing in the expedition to Chettua, because they were not found to be missing during the inventory of the last of August 1778. They consist of the following: 2 pieces copper ladles of 8 lb. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 9. —. — 3 cartridge boxes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7. —. — 91 powder barrels of 50 lb . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115. —. 8 4 match pouches . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65. 4. 8 4 adjusting wedges . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2. 2. — 950 bomb fuses . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11. 10. — 18 vents . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. —. 8 6 wooden mallets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3. 15. — 17 canvas cannon aprons . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8. 4. 8 1 leather fire bucket . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. 3. 8 4 ditto jackets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6. 12. — 11 cannon caps . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6. 12. — Carried forward . . . ƒ 237. 4. 8

Dutch transcription

Saturdag den 8:' Januarij A:o 1780. Resumtie der specificaties van de respective Collegien aanstelling van Leetner in plaats van Maltinsart in dat van wees misteren met alle bereijdwilligheijd heeft afgelegd, en zit plaats aan deese Tafel genomen. Waar na geresumeert. zijnde, de ingekomen specificaties en Nominaties van de Respective Collegien van weesmeesteren, kleijn en Huwe„ „lijkse zaaken, mitsgaders brand- en wijkmeeste „ren, zoo is verstaan in den raad van Iustitie in het Collegie van Civiel als ook in dat van Brand en wijkmeesteren geene veranderinge te maken, dog uijt dat van weesmeesteren op sijn gedaan versoek te ontslaan, den opperchi„ „rurgijn Louis Gerinten Martinsart, en in zijne plaatse weder aantestellen den opperchirur„ „gijn Harmanus Leitner, Insgelijks is geresumeert en Extract kerkelijke Continuatie der leden van den kerken Resolutie de dato 21. ' December J=o leden vervaltende de gedane nominatie van Nieuwe ouderlingen en Diaconen, benevens een versoek, dat de Pre„ „sente leeden mogen Continueeren, zoo is verstaan het zelve te accordeeren, en aan gemelte Collegie bij Extract dezes, daar van kennisse te geven. vervolgens raad. # 197 Saturdag den 8.:' Januarij Ao 1780 de gesamentlijke Collegien ten presteeren tot het waarnemen van hunne plickten de burger officieren werden g'advor„ teert dat de in hunne respective charges blijven Continueeren vervolgens den Raad van Justitie en de de Jaarlijksen bed en werden geadtorteert boven, gem: Collegies van weesmeesteren en klijn en Huwelijkse zaaken na den anderen bin„ „nen Geroepen, en den Eed van Lurge- voor ieder Collegie beraamt, door deselve met bereijdwilligheid afgelegd zijnde, zoo zijn deselve voor hunne Gepresteerde diensten in het gepasseerde Jaar bedankt, en ver„ „maand hunne verder goede officiën te willen aanwenden, tot bevorderinge van de zaaken hunner Respective Collegien. Laatstelijk zijn nog binnen gelaaten de voornaamste officieren van de Europeese en Toepasse Burgerije, dewelke, onder be„ „kent making, dat ze in hunne Respective „chargies zijn gecontinueerd, vermaand wier„ „den tot trouw en stiptelijke opvolginge der= Instructie in ordonnantie, hen ter hande ge„ steld, het welk deselve met veel bereijdwil„ „ligheijd aangenoomen en beloofd hebbende te doen, zoo zijn ze voor hunne voorige dien, sten bedankt en weeder buijten gelaa„ „ten Credit lepende posten in 't Comp tehan. „ganon Saturdag den 8:' Januarij Ao 1780 „ten. Aldus Gedaan Geresolv eerd en Ge„ „arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Cochim ten dage, maand en Jaare voormeldt /was geteekent/ A: Moens, R: V: Harn, I: P: Englert, S: C: Saffin, C: S: Seijffer; A: I: S: Verneele, W: V: Haesten 188 en I: A: Daimichen. Donderdag den 17.' feb Ao 1780 Alle Present. Demplis DE:s van spallen vernede, de eerste als zijnde voor een springtogt na Ceijlon, en den ander door indispo„ „setie. productie van enbuijt nesens diverse Involdoening van het besluijt deser tafel van den 28. ' xber: Jongst leeden, gevallen op het Jaarlijks berigt van de debiteuren en crediteuren, mitsgaders ten agteren en tevoren staande reekeningen bij de boeken voortloo„ „pendi 3 In # 198. Donderdag den 17:' feb Ao 1780 — Insertie van 't berigt „pende, heeft den E: hoofd administrateur Reinier van Harw Gedient van het onder„ „volgend berigt, nopens het Credit lopen van diverse posten, in het Camp te Cranganoor Nan den Wel Edelen Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands India, mitsgaders Gouverneur en directeur der kuste Mallabaar, met den Resorte van dien, bene„ „vens den E: polictiquen Raad. Wel Edele, Groot Agtbaare, Hoog Gebiedende Heer, en Heeren"! Den ondergeteekende, bij besluijt van den 28 December der gepasseerden maand opgedraagen zijnde, om aan te thoonen, waar uijt het ontstaan= is, dat het Camp te Cranganoor zo veel Credit loopt, als ook waar in deese Credit lopende pos„ „ten eijgentlijk bestaan, en vereffent dienen te werden, zoo meede, daar op de dispositie van Uu wel Edelen groot Agtbaaren te versoeken, ten einde Een de vereffening bij de nieuwe boeken plaats kan vinden. Donderdag den 17:' Feb Ao 1780, Heeft in voldoeninge van dien d'eere hier op he avanceeren, dat de Credit lopende posten ontstaa zijn, uijt hoofde geduurende den loop van het gepasseerde Boekjaar 1778/9:, in gem: Camp de na te meldene Goederen verstrekt, verbruijkt en na herwaards gesonden zijn, meer als er bij de Restanten voortloopen, en denkelijk eenige van die geene zijn, welke reets, volgens besluit van den 17. Maart 1779:, als in de Expeditie na Chettua verbruijkt, verlooren of absent geraakt„ afgeschreeven, om dat deselven bij den opneem van ultimo Aug=s 1778. niet minder bevonden zijn, deselve bestaan in als volgd. 2: P:s Kopere schutlepels van 8: lb. . . - - ƒ 9: —. 3: „ Cardoes kisten - 91: „ kruijtvaatjes van 50. lb - - - - „ 115. — 8 4: „ Espolet tassen - 4: „ stelhouten - 950: „ bombuijsen - -- 18: „ wind kroppen - - - 6: „ houtte kloppers - - - 17: „ Zeijldoekse kanon kleppen - - - „ 8. 4:8 1: „ Leere brand Emmer - - - - - „ 1: 3. 8 4: „ _=o Jassen – – – – – – „ 6. 12: — 11: „ schut Capellen - - - - -. - „ 6. 12:— 7. — — Transporteere . . . ƒ 237: 4:8 - - - „ 65. 4. 8 - -„ 2: 2:— – – – – – – – „ 11. 10. — - - – – „ 1. – 8 - - - . „ 3:15:— vinden. -. -. „

NL-HaNA_1.04.02_3575_0427 view scan ↗

English

199. Thursday the 17th of February Anno 1780 2 iron hammers - - 1 tin pitcher - - - - 6 bandage boxes - 3 braces with drill bits - 45 try squares - - - 25 filled shells of 6 inches 9 fitted yokes - 3 water buckets - 1 Malabar bellows - - - - ƒ 1. 10.— 3 saw-files with frames - - - - - ƒ 1. 4.— 10 bolts for the yokes - - - ƒ —. 10.— 27 assorted files - - - - - - ƒ 20. 14. 8 8 assorted chisels - - - - - ƒ 3. 18. 8 1 anvil - - - - - - - ƒ 4. 2. 8 3 riveting hammers - - - - - - ƒ 2. 8.— 1 hand vice - - - - - - - ƒ 1. 4.— 1 wrench - - - - - - - - ƒ 1. 2. 8 2 7/8 lb sewing thread - - - - - - ƒ 1. 2.— 3 plane chisels - - - - - - ƒ —. 9.— 2 small scrapers - - - - - - - ƒ —. 2.— 1 ditto - - - - - - - ƒ —. 1.— 3 water tubs - - - - - - ƒ 8. 7. 8 1 bending pliers - - - - - - ƒ —. 19.— 1 round iron - - - - - - - ƒ 1. 6.— 2 knives - - - - - - - - - - ƒ —. 7.— 6 lead sinkers - - - - - - - - ƒ 3. 13.— Brought forward . . . . ƒ 237. 4. 8 ƒ 1. 19.— ƒ 45. 2. 8 ƒ 18.—.— ƒ 4. 1.— ƒ 23. 4. 8 ƒ 6. 4. 8 Carried forward - - ƒ 391. 13.— ƒ —. 4.— ƒ 2. 12. 8 Thursday the 17th of February Anno 1780. Brought forward . . ƒ 391. 13.— 1 bickern - - ƒ 7. 3.— 1680 lb horse beans - - - ƒ 40. 6.— 1 bellows - - - - ƒ 24.—.— 1 nail header - - - - ƒ —. 9.— 2 mess tubs - - - - - ƒ 9. 5.— 1 carving knife - - - ƒ 45. 2. 8 43 double yokes - - - - - ƒ 139. 18. 8 1 tool chest - - - ƒ 4. 4.— 2 bench vices - - - - - - ƒ 34. 10.— 6 drift punches - - - - - ƒ 7. 6.— 1 tripod - - - - - ƒ 13. 19.— 7 iron thimbles - - - - - ƒ —. 6. 8 9 powder barrels of 100 rixdollars - - - - ƒ 59. 9.— 5 attachment blocks - - - - - ƒ —. 4.— 8 drawhooks - - - - - - - ƒ —. 5.— 4 lath timbers of 18 feet - - - ƒ 26. 4.— 2 planks of 10 feet - - - ƒ 3. 2.— 11 tow ropes with their hooks and thimbles ƒ 5. 10.— 2 beams of 10 feet - - - - ƒ 3. 10. 8 1 beam of 36 feet - - - - ƒ 43. 4.— 1 detachable chamber - - - - - - - - - ƒ —. 19. 8 8 sail needles - - - - ƒ 1. 5.— 1 soldering iron - - - - - - ƒ —. 2. 3 3 cutting irons - - - - - - - ƒ 4. 12.— 6 3/4 lb sheet copper - - - - - - ƒ 2. 1. 8 23 3/4 lb iron - - - - - - - - ƒ 1. 6.— Carried forward - - - ƒ 871. 18. 8 49 200. Thursday the 17th of February Anno 1780. Brought forward . . ƒ 871. 18. 8 1 drill - - ƒ 19.—.— 1 wooden brace - - ƒ 4. 12.— 10 cross-timbers - ƒ 3. 19.— 2 troughs - ƒ 80.—.— 2 fire tongs - - ƒ 46. 4.— 4 wooden skids - ƒ 33. 12.— 23 unfitted yokes - ƒ —. 3.— 2 limbers with 1 lb wheels . ƒ 94. 16.— 8 wooden binnacles - ƒ —. 4.— 349 filled cartridges of 3 lb with 1/3 charge ƒ 164. 4.— 2 foot measures - - - ƒ —.—.— 1 tar barrel - - - ƒ —.—.— 21 iron hoops from the chevaux de frise - - ƒ —.—.— 247 flat caltrops - ƒ —.—.— 669 round ditto - ƒ —.—.— 122 bayonet scabbards - - - - ƒ 26. 10.— 7 lances with chains - - - - - ƒ —.—.— 2 ditto tar brushes - - - - - - - - ƒ —. 5.— 1 small fire shovel - - - - - - ƒ 1.—.— 1 field cart - - - - ƒ 72. 3. 8 Total - - - - ƒ 1418. 11.— And as for how its settlement ought to take place, the undersigned is, subject to the correction of your Right Honorable wiser judgment, of the opinion that in order to prevent all further errors, Thursday the 17th of February Anno 1780. Herein is indicated what caused that surplus. to prevent the said camp from being credited again for the aforesaid goods, and the settlement thereof should be postponed until all remnants thereof will have been sent hither, as it is assumed with certainty that even more of the goods already written off by the aforementioned resolution will appear, and conversely others will again be found wanting. Hoping herewith to have fulfilled the intention of Your Right Honorable, he calls himself with all respect, below was written, Right Honorable, Highly Commanding Sir and Sirs, Your Right Honorable very obedient and bounden servant, was signed, R: V: Waren, in the margin, Cochin the 31st of January 1780. Which having been read, and it having thereby appeared that he indicates therein that in the past financial year in the aforementioned camp, of some types of goods, 201. Thursday the 17th of February Anno 1780. Resolution to have those goods with their amounts entered to the benefit of the Camp of Cranganore. Production of a report regarding various items charged from Batavia. types of goods were issued and sent from there to Cochin in larger quantities than remained as remnants, and that this was likely caused by the fact that the inventory taken under the last of August 1778 was not done well, or accurately, and thereby more goods were written off by resolution of this board of the 17th of March 1779 as consumed, lost, and missing in the expedition to Chettua than were actually expended for that expedition or lost therein, it was thus resolved and agreed to have these surplus goods specified in the report, with their amounts, entered again to the benefit of the Camp of Cranganore, and to approve the further proposal of the said Chief Administrator. After this was read and summarized a report of the said Honorable Chief Administrator, containing notification that from Batavia, by invoice dated the 31st of August 1779, this office has been charged with various items

Dutch transcription

#. 199. Donderdag den 17:' feb A„o 1780 2: „ ijzere hamers - - 1: „ blikke kan - - - - 6: „ verband doosjes - 3: „. omslagen met booren- 45: „ winkelhaaken - - - 25: „ Geveelde bommen van 6: d=m 9: „ beslaagen Jokken - 3: 1 water Emmers - 1: „ mallabaarse blaasbalg - - - - „ 1. 10:— 3: „ snijvijlen met boogen - - - - - „ 1. 4:— 10: „ bouten voor de Jokken - - - „ —. 10. — „ 27: „ vijlen in soorten - - - - - - „ 20. 14. 8 8: „ bijtels in soorten - - - - - „ 3. 18. 8 1: „ Ambeeld - - - - - - -. „ 4. 2:8 3: „ Klinkhamers - - - - - - „ 2. 8. — 1: „ handschroef - - - - - - - „ 1. 4. — 1: „ wrengijser - - - - - - - - „ 1. 2:8 2 /8 lb: naaijgaaren - - - - - - „ 1: 2:— 3 - p=s schaaf bijtels - - - - - - „ —: 9: — 2: „ kleene Kratzers - - - - - - - „ —. 2:— 1: „ _=o musse - - - - - - - „ —. 1. — Jmn 3: „ water balijs - - - - - - „ 8. 7: 8 1: „ buijgtang - - - – – – – – - „ —. 19:— 1: „ Rond ijser. - - - - - - - „ 1. 6. — 2: p=s Messen - - - - - - - - - - „ — 7. — 6: „ deklooden - - - - - - - - „ 3: 13:— P=r Transport. . . . ƒ 237: 4: 8 1. 19. — - -„ 45: 2:8 „ Een — „ 18. —. — - - -„ 4. 1:— -„ 23. 4:8 - -. „ 6. 4. 8 Transporteere - - ƒ 391:13: — - - „ — 4:— - - - „ 2. 12:8 — zijn. - - .. „ - — Feb Ao 1780. Donderdag den 17 P=r Transport. . ƒ 391:13: — 7: 3: — 1: p=s speerhaak -- „ 40: 6:— 1680: lb: paarde boonen - - - . . „ 24: —. — 1: p=s Blaas balg - - - - - 1: „ Nagel ijser - - - - —. 9. — 9. 5: — 45. 2: 8 2: „ poespas balijs - - - - - 1. 6. — 1: „ snijmes - - - 43: „ dubbelde zokken - - - - - „ 139. 18. 8 1: „ kist met gereedschappen - - - „ 4. 4. — 2: „ bank schroeven - - - - - - „ 34. 10. — 6: „ deurslagen - - - - - „ 7. 6. — 1: „ drievoet - - - - - „ 13 19. — 7: „ ijsere kousen - - - - - „ — 6. 8 9: „ kruijtvaatjes van 100 rd:s - - - - „ 59. 9. — 5: „ aanset klossen - - - - - „ —. 4: — 8: „ Trekhaaken - - - - - - - „ —. 5: — 4: „ lattijhouten van 18. voeten - - - „ 26: 4. — 2: „ planken van 10: voeten - - - „ 3. 2: — 11: „ Trektouwen met hun haken en kousen „ 5. 10. — 3. 10. 8 2: „ balken van 10 voeten - - - - „ 4. 12: — 2. 1:8 1:– p=s balk van 36: voeten. - . - - „ 43 4: — Transporteere - - - ƒ 871: 18:8 - - „ 2 3: 8 1: „ Zetkamer - - - - - - - - - „ — 19. 8 8: „ Zeijlnaalden - - - - -. . . „ 1. 5:— 1: „ zoldeer bout - - - - - - „ 3: „ snij ijsers - - - - - - - „ 6¾. lb: plaat koper - - - - - - „ 23¾ „ ijser - - - - - - - - „ .„ „ „ : .- . 49 2oo Donderdag Den 17:' Feb Ao 1780. 1: L:s Drilboor 1: „ houlte omslag - - 10: „ swalpen - 2: „ vreetbakken 2: „ vuurtangen - - 4: „ leggers - 23. „ onbeslage Tokken 2: „ voorwagens met wielen van 1: lb. . „ 94. 16:— 8. „ Houlte Nagthuijsen - 349: „ Gevulde Cardoesen van 3: lb met 1/3. lading „ 164. 4. — 2: „ voetmaten - - - 1: „ sheer vat - - - 21: „ ijzere banden van de spaanser ruijters - - „ —. —. — 247: „ platte voet angels 669: „ ronde _=o 122: „ bajonets scheeden - - - - „ 26. 10. — 7: „ lencen met Kettings - - - - - „ —. —. — 2: d=o Theerquasten - - - - - - - - „ 1: „ kleene vuurschop - - - - - - „ 1. —. — 1: „ Veldkar. . . - -. - - „ 72: 3. 8 Somma - - - - ƒ 1418. 11:— En wat betreft, hoe dies verEffening dient te geschieden, is d'ondergeteekende, onder Correc„ „tie van vw wel Edele Groot Agtb: wijzer oor„ „deel, van gevoelen, dat om alle verdere abuijsen 19. — — 4. 12:— 3. 19. — 80. —. — 46. 4. — 33. 12:— — 3. — — 4: — - . . „ — - — -„ — — — -. . . . „ —. — P=r Transport. . ƒ 871: 18: 8 voor ... „ —. 5. — „ „ „ . .. - . - .. „ „ „ - „ - - —— — Donderdag den 17.' daar bij word te kennen gegeven waar door die meerdheijd veroorsaakt is feb Ao. 1780 voor te komen gem: Camp voor voorsz: goe„ „deren wederom diend Gecrediteert en de verlffe„ „ning daar van uijtgesteld te werden tot dat alle Restanten daar van sullen na herwaards gesonden zijn, vermits vast onderstelle, dat nog meerder van, dan bij voorm: besluijt reets afgeschreeven goederen, te voorscheijn sullen komen, en daar en tegen andere wederom te kort bevonden werden. Heer meede aan d' intentie van uw wel Ed: groot Agtb: verhoopende voldaan te hebben noemt hij sig met alle eerbied /(onderstond/ wel Edele, groot Agtb: Hoog gebiedende Heer en Heeren vw wel Edele groot Agtb zeer ge„ „hoorsame, en Trouwschuldige Dienaer /was getekend/ R: V: Waren /in margine/ Cochim den 31. ' Ianu 1780:— Waar van lectura genomen, en daar bij gebleeken zijnde, dat den selven daar bij te kennen geeft, dat in het afgeloopen boekjaar in het voorm: Camp van eenige soorten goederen 201. Donderdag den 17. ' Feb Ao 1780. besluijt die goederen met hun bedragen ten vorordele van't Comp van Chanjanoor te laten inneemen productie van een berigh nopens di„ verse van batavia aangereekende posten soorten Goederen meerder verstrekt en daar uijt na Cochim versonden zijn, als 'er van restant hebben geloopen, en dat dit denkelijk veroorzaakt is, door dat de opneeming onder ultimo Aug=o 1778. niet wel, ofte accurant is gedaan, en daar door meerder goederen, bij besluijt deezer tafel van den 17: Maart 1779:, als in de Expeditie na Chettua ver„ „bruijkt, verlooren en absent geraakt, afge„ „schreeven zijn, als tot die Expeditie zijn veroörbert, ofte daarin te zoek geraakt zoo is Goedgevonden en verstaan, deeze bij het berigt gespecificeerde meerder bevon„ „dene goederen niet hun bedragen, weder ten voordeele van het Camp van Cranganoor te „laaten inneemen, en den verderen voorstel van Gemelte hoofd-administrateur te approbee¬ „ren. Hier na is geleezen en Geresumeert een berigt van gem: E: Hoofd-administrateur, houdende te kennen geving, dat van Bata„ via, bij factuur gedateert 31:' aug=s 1779:, dit Comptoir ten lasten gebragt zijn, diverse posten

NL-HaNA_1.04.02_3575_0432 view scan ↗

English

Thursday the 17th Feb Ao 1780 decides to enter the same into the books and to write them off. Insertion of the report. items, with request for authorization, to enter the one and the other into the books and to write them off, to the account mentioned in the report, upon which it was understood, to grant the request of the head administrator, as it lies, and to insert the report herein. To the Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord Adriaan Moens, Councilor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, with the Dependencies thereof. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! The undersigned has the honor to provide your Right Honorable with a report, that recently from Batavia by an invoice, dated 31st August 1779, this government 202. Thursday the 17th Feb Ao 1780, was debited with the following items, with a humble request to authorize him that the one and the other may be written off to the debit of the accounts to be named, to wit: To the Debit of the General Account on account of that which the Indian headquarters, by an invoice received from Ceylon dated Colombo the 25th August 1778, has charged back, this amount being, among other items on the Batavia invoice of the ultimate of August 1777, charged to the said Government for a 1/8th share out of f13750. 15.—, or as much as was imposed as compensation on the estate and heirs of the Cochin cashier Nicolaas Bowijn in the year 1746, on account of what the Company was shorted during his administration through bad additions and carryovers, to be refunded to the Company by the children of the widow Johanna Cornelia Brug as heirs of the estate of the said Thursday the 17th feb Ao 1780. estate of the said Bowijn, one of them being the bookkeeper and Resident of Kaits Anthoni Mooijaard, for a one-third share out of f 178:17:— Dutch money; but whereas the just-mentioned Mooijaar has demonstrated in Ceylon, as appears by a baptism certificate submitted there, not to be a son of Johanna Cornelia Brug but indeed of her sister Alletta Brug, and thus was not an heir of the aforementioned estate, they have from there, conformable to the Colombo council resolution of the 19th June 1778, caused this amount to be debited again to the Indian headquarters, in order to deal therewith as Their High Mightinesses see fit; upon this subsequently being disposed by Their High Mightinesses, it was for the cited reasons, and since the statement of Mooijaard was checked here in the books of the Orphan Chamber and found to agree with the truth, according to the proposal of the Senior Merchants of this 19 203 Thursday the 17th Feb Ao 1780. of this Castle Georgius Theoheeren and Gerrardus van Groll, as appears by the invoice submitted by their Honors and answered in the margin, decided to debit the aforesaid charge again to the government of Mallabaar, where these incorrect heirs were reported, in order to be written off there; which hereby is done with. Item the amount paid out of the Honorable Company's treasury there to the former Resident of Paponelly, Joost Breekpot, to serve as formal compensation for the 990 rupees 17 advanced by him on the delivery of Pepper here under the ultimate of August 1776, which amount having been refunded to him pursuant to Their High Mightinesses' resolution of the 19th July last, this government is charged with rixdollars 1243 5/6, making 746 9/80 pieces of ducatoons, which at f3:6.— each amounts to - - - f 2462:16:— for 3 1/3 percent discount - - - f 74:12:— f 2388. 4. —. f2961. 3:— on prior-year Charges and incidental expenses f 572. 19. — for feb Ao 1780 Thursday the 17th for the amount charged in excess of the value found there on various ammunition goods recently brought there by the ship De Mentor from this government, which amounts, pursuant to Their High Mightinesses' resolution of the 19th August last, were charged back, to wit: Entered on the invoice: 328 pieces of Empty powder kegs in 138 bundles, among which 146 pieces with copper hoops. . f 693. 2. 8. 3 pieces of Bombs or mortar shells of 6 inches - - - - - f 3. 13. 8. 2 pieces of Bombs or mortar shells of 7 inches - - - - - f 3. 5. — For 2 percent incidental expenses f 14. 9. 8. f 714. 11. — And found there: 12 pieces of powder kegs of 100 lb Empty f 179. 4. — 81 lb old copper obtained from 146 pieces of copper hoops. . . . . . . f 26. 19. — 216 pieces of Empty powder kegs, being unusable f —. —. — 3 pieces of Bombs or Mortar shells of 6 inches unusable - - - - f — — — 2 pieces of bombs or Mortar shells of 7 inches - - - - - - - f —. —: — f 206. 3. — Which amount being deducted from the above, there results a lesser amount of a sum of - - f 508. 8. — Earlier He has the honor to be with the greatest respect, (below stood) Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, your Right Honorable's humble and obedient servant, (was signed) R: v: Haren (in the margin) Cochin the 31st January Ao 1780:—

Dutch transcription

Donderdag den 17:' Feb Ao 1780 besluijt deselve bij de boeken in te nee„ men en af te schrijven Jnsertie van 't berigt posten, met versoek om qualificatie, van het een en ander, op de bij het berigt, vermelte reekening bij de boeken, temogen inneemen en afschrijven, waar op verstaan is, het ver„ „zoek van den hoofd-administrateur, zo als het legd, te accordeeren en het berigt in dee„ „zen te insereeren. Aan den wel Edele groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands India, Mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe Mallabaar, met den Resorte van dien Wel Edele, Groot Agtbaare, A17 Hoog Gebiedende Heer! Den ondergeteekende heeft d' Eere vwel Edele groot Agtb: van berigt te dienen, dat Jongst van Batavia bij ben factuur, gedateert 31: Aug=s 1779:, dit gouverne„ „ment 202. Donderdag den 17:' Feb Ao 1780, „ment ten lasten gebragt zijn, de volgende posten met nedrig verzoek om hem te qualifi„ „ceeren dat het eenen ander ten lasten der te noemen Reekeningen moogen afgeschree„ „ven werden, teweeten Ten Lasten van 't Generaal weegens het geene de Indiase Hoofd plaats bij eens ontfangene factuur van Ceijlon geda„ „teert Colombo den 25. Aug=s 1778. is terug gereekend, zijnde dit bedraagen onder meer andere posten bij Bataviase factuur van ult„o Aug=o 1777:, gem: Gouvernement aangereekend geweest voor 1/8 gedeelte uijt ƒ13750. 15:—. , of zo veel den boedel en Erfgenaamen van den Cochimse kas„ „sier Nicolaas Bowijn in ao 174 6/. ter vergoeding is opgelegd, wegens het geene de Compagnie geduurende zijn administra„ „tie door quaader optellingen en overdraa„ „gen is te kort gekomen, om door de kin„ „deren van de weduwe Johanna Corne„ „lia Brug als Erfgenamen des boe„ dels dien Donderdag den 17:' feb Ao 1780. „dels van gedagte Bowijn, zijnde een van dezelve den boekhouder en Resident van Kaits Anthoni Mooijaard, voor een derde gedeelte uijt ƒ 178:17:— Nederlands geld aan de Compagnie gerestitueerd te werden, dan dewijl Even gemelde Mooijaar te Ceijlon heeft aangetoond, blijkens ginter overgelegd doop-Bewijs, geen zoon te zijn van Johanna Cornelia Brug maar wel van haar Zuster Alletta Brug, en dus geen Erfgenaam van meerm: boedel is geweest zo heeft men van daar, Conform Colombos raads besluijt van den 19: Iunij 1778. , dit mon„ „tant de Jndiase hoofd plaats weder ten lasten doen brengen, om daar meede, na het goed vin „den van Hunne Hoog Edelheedens, ter wer„ „llen gehandelt, hier op vervolgens door Hoog deselve gedisponeerd zijnde, zo is om de aangehaalde redenen en vermits de opgav van Mooijaard alhier bij de weeska„ „mers boeken nagesien en met de waar „heid over- een-komstig is bevonden na den voorstel der Heeren opperkooplieden deses 19 203 Donderdag den 17:' Feb Ao 1780. dezes Casteels Georgius Theoheeren en Gerrar„ dus van Groll blijkens de door hun Ed„s inge„ „diende, in margine beantwoorde factuur, beslooten voorsz: belasting het gouvernement Mallabaar, alwaar deeze verkeerde Erfgenamen is opgegeven weder ten Lasten te brengen om ginter afgesch tewerden; 'twelk bij dezen geschied met. Item het betaalde uijt sE Comp Cassa aldaar, aan den geweesen Paponellijse Resident Loost Breek„ „pot, om te dienen tot formeele schadeloos stelling voor de door hem onder ult:o aug=s 1776: op leveran„ „tie van Piper alhier voor uijt verstrekte rop„s 990 17: walk mon„ „tant aan hem ingevolge Haar Hoog Edelheedens besluijt van den 19. ' Iulij Hleeden gerestitueerd zijnde, dit gouvernement werd aangereekent met rijxd:s 1243 5/6. uijtmaakende 746 9/80. stux du„ 9 „catons die ƒ3:6. —. ider be„ - - - ƒ 2462:16:— „draagd voor 3 1/3 p=rC=o rabat - - - „ 74:12:—„ 2388. 4. —. ƒ2961. 3:— op voorjarige Lasten en ongelden ƒ 572. 19. — voor feb Donderdag den 17.:' voor het meerdere aangereekende dan de aldaar bevondene waarde op diverse am„ „monitie, goederen Jongst per 't schip De Mentor van dit geuevernement aldaar aangebragt, welk bedraagen, ingevolge Haar Hoog Edelheed„s besluijt van den 19. augj=s vleeden, weder terug gereekend teweeten. Bij 't factuur aangeschreeven. 328: p=s Leedige kruijtvaatjes aan 138: schooven, waar onder 146: p„s met kopere hoepels. . ƒ 693. 2. 8. 3: „ Bommen of mortier grana. „ten van 6: d=m - - - - - „ 3. 13. 8. 2: „ Bonnen of mortier granaten van 7. d=m - - - - - „ 3. 5. — Voor 2: pC=o ongelden „ 4.: —. — ƒ 714. 11. En aldaar bevonden „12: p„s kruijtvaten van 100: lb: Leedige ƒ 179. 4. — 81: lb: oud koper bekomen van 146 p=s kopere hoepels. . . . . . . „ 26. 19. — 216. p=s Leedige kruijtvaatjes, is onbequaam „. —. —. — 3: „ Bommen of Mortier granaten van 6: d=m onbequaam - - - - „ — — — 2: „ bommen of Mortier granaten Welk montant van de bovenstaande afge „trokken zijnde, komt voor 't minder Een somma van - - ƒ 508. 8. — Bij heeft d' Eer met de meeste Hoog agting te zijn (onderstond/ wel Edele Groot Agtb: hoog Gebiedende Heer va wel Ed: groot Agtb:s onderdanige en Gehoorsaame dienaar /was getekend/ R: v: Haren /in margine/ Cochiem den 31: Januarij Ao 1780:— van 7: d=m - - - - - - - „ —. —: — „ 206. 3: Aleerder Ao 1780

← previousnext →