Inventory 3581
Japan · 782 pages · 192 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
with the request to exile him as a deterrent to others. Upon the strong insistence of Maubara's King, we were forced in November to send a Sergeant and some volunteers over for his assistance, who in April last, on behalf of the King, requested more men and ammunition. This does not accord with the Company's interest. To deter his comrades who are already on that wrong path and to bring them to obedience, we did not consider it advisable to reject this, but send him hereby at Your Right Honourables' disposal. Concerning native affairs: Upon the repeated strong insistences of the King of Maubara, in order not to give any cause for a breach of the alliance, we were forced to send Sergeant Evert Maneveld, who has previously served there as an interpreter, with some voluntary native burghers and Mardijkers, to that place in the month of November last for the assistance of that Regent; but in the month of April of this year, the aforementioned Sergeant, by a letter on behalf of the King, requested more men and ammunition for the destruction of his enemies, reporting at the same time that since their stay there they had not yet accomplished anything against the so-called enemies due to a lack of courage, as the writer of the said letter could not lead them in this; and since that request was considered not to be in accordance with the Company's interest, as the Chief, through many years of experience, is all too well aware that at the end of the Timorese wars the Honourable Company has always had to bear the burden. Thus Ensign Minte was sent thither to bring that Regent to different thoughts, or indeed to sound out from what means, upon receiving assistance, he can indemnify the Company. The report made by the said Ensign is sent alongside this. Thus, aiming for peace as the best course, as our means also permit nothing else, we resolved to let the Military Ensign Jan Fredrik Minte, being a man of good conduct, depart thither to admonish the Regent of Maubara to reconcile himself with his enemies in the best possible manner, and, if needing the assistance of the Commissioner for that purpose, to stand by him; but in case of unwillingness, to sound him out as to how the Honourable Company can be indemnified when granting him the requested assistance, and upon receiving no satisfactory answer to that, to bring the frequently mentioned Sergeant with the men accompanying him back home here, under the guise that they must necessarily be employed for the cruising against the Macassarese sea rovers. The aforementioned Ensign, having departed from here on 27 April, returned again on 26 May, with a written report, which we have the honour to present to Your Right Honourables in copy attached hereto; meanwhile, the gifts of powder and flintlocks sent by Your Right Honourables to the aforesaid Regent in recompense for his wax have been delivered to him. Expected new request from that quarter. Thus awaiting Your Right Honourables' orders on how we are further to conduct ourselves, and in the meantime we shall assist the Regent with good advice without expense. Concerning the Amanubang murderers, only 2 persons judged to death by the collective regents. And as we do not doubt that we shall shortly receive another request for assistance, we request to be informed by Your Right Honourables how we are to conduct ourselves further in this, while in the meantime we shall also faithfully assist that loyal and Company-adhering ally, as he says, with good advice without expense, in the expectation that he will still reimburse the Honourable Company for the expenses incurred, both for the transport of the frequently mentioned Sergeant and native warriors, as well as the commission of Ensign Minte, all disbursed in the most thrifty manner, amounting to no more than 83:19:8 guilders. Regarding the murderers of Amanubang's defenseless women and children, it appeared before all the native chiefs together, since no more accomplices could be captured despite all efforts made, that of the five persons already apprehended, of whom one named Pieter Matthias managed to kill himself in his detention in the month of December last, only two of the principal authors and heads of that gang, namely Kato Bato Malo and Amboeka Amatotto, have deserved death.
Dutch transcription
21 „ „met verzoek hem ten afschrik van andere te Verbannen op sterke Jnstantie van Maubara's Koning genoodsaakt geworden. in novb=s Een Zergeant, en Eenige Vrijw: ter zijner assis„ „tentie overte zenden. die in April J: W: uijt naam des koning om meerder volk, & amunitie Versogt. — dat niet over Een komt met s' Comp=s Jntrest meede makkers, die reeds op dien dwaalweg zijn, daar door afteschrikken, en tot gehoorzaamheijd te brengen, hebben wij niet raadsaam g'agt, sulx van de hand te wijsen, maar sonae hem bij deesen over ter dispo„ „sitie Uwer Hoog Edelheedens. — Jnlandse zaaken betreffende; Hebben wij op de herhaalde sterke Jnstantien van den Kooning van Maubara, om geen oorzaak tot bond „breuk te geeven, genoodsaakt geweest, den zergeant Evert Maneveld, die daar bevoorens als tolk gebee„ „gen heeft, met Eenige Vrijwillige Jnlandse burgers en maraijkers in de maand november pass„o ter assistentie van dien Regent derwaarts te senden; dog in de maand April deezes Jaars door gedagte Zergeant bij een brieff uijt naam des koonings ver„ „zoek doende, om meerder Volk en amunitie ter Ver„ „delging zijner Vijanden, met berigt teffens dat zee„ „derd hun Verblijff aldaar nog niets hadden uijtge„ „voerd tegen de zoo genaamde Vijanden door mankement aan Couragie, daar den schrijver des gemelden nrieff haar niet konde in Voorgaan; En Vermits dat Versoek geconsidereert zijnde niet over Een komstig te zijn met s' Comp„s Jntrest, alzoo het opperhoofd door Veel Jaarige ondervinding alte wel 7 d 1d dus den Vaandrigh Minte derwaards gezonden, omdien regent tot andere gedagten te brengen. — dan wel te sondeeren, waar uijt bij bekom: assistentie de Comp:s kan schaedeloos stellen. het berigt gedaan, door ged=te Vaandrigh gaat bezijden deses over Wel bewust is, dat bij het uijt Einde der Timoreese oor„ „loogen D'E Comp:e altoos de last heeft moeten draagen; Dus Vreede Best betragtende, alzoo ons vermoogen ook niet anders permitteerd, hebben wij geresolveert den vaan„ „drig Militair Jan Fredrik Minte, als een man van goed be„ „lijd zijnde derwaards te laaten Vertrekken, om den regent Van Maubara aantemaanen, zig met zijne Vijanden op de bestmoogelijkste wijse te Concilieren, en de assistentie van den Commissiant daar toe nodig hebbende, hem bij te staan dog bij onwilligheijd deselve te sondeeren, waar uijt dE Comp: kan schadeloos gesteld werden, wanneer hem de Versogte assistentie Verleende, En daar op geen voldoe„ „nend andwoord krijgende, den zergeant meermeld met zijne bijhebbende manschappen, onder Vertoon quasie, dat die tot de bekruijsing op de maccassaarse zee swervers noodsakelijk moeten g'emploijeert wer„ „den, weder hier thuijs te brengen. — Den voorm: Vaandrigh den 27 april Van hier Ver„ „trokken zijnde, is den 26 meij weder gereverteerd, met schriftelijk berigt, die wij de Eere hebben uw Hoog Edelheedens annex deesen in Copia te presenteeren, ondertusschen zijnde geschenken, van kruijt, en sneijs„ „hanen door UW Hoog Edelheedens aan voorsz: regent in recompens voor zijn wes gezonden, hem bezorgt 2 Verwagte Nieuwe aanzoek Van die kant Dus haar H: Edelh=ds ordre hoe en zullen den regent zoo lang „ten assisteer. — Van de Amanoebangse moordenaars. door de gezamentlijke regenten maar 2 stukster dood g'oordeelt. besorgt geworden. - En alzoo niet twijffelen binnen Borten weder eenig aan om assistentie te sullen krijgen zoo versoeken wij uwHoog„ ons verder te gedragen afwagten w Edelhd„ds te moogen g'informeert worden hoedanig daar in Verder sullen gedraagen terwijl Wintusschen dien getrou„ met goede raad zonder Ros„ „ we en DE Comp: aankleevend bondgenoot / zoo hij zegt:/ met goede raad sonaer kosten ook getrouw sullen as„ „sisteeren, in Verwagting dat hij het bekostigde, zoo tot den Overbreng van meermelde Zergeant, en Jnlandse krijgers als de Commissie van den Vaan„ „drigh Minte alles ten zuijnigsten verlegt, niet meer Emporteerende als ƒ83:19:8 aan DE Comp: nog sal vergoeden. - Omtrend de moordenaars van Amanibangs weerboose trouwen en kinaeren, de gezamentlijken ƒ ve Jnlandse grooten voorgekoomen zijnde / Vermits geene meerder meede pligtige schoon allemoeite aangewend te bemagtige zijn:/ dat van reeds g'apprehendeerde Vijff stuks Waarvan Een Pie„ 9 „ter Matthias genaamd in de maand december passato in zine detentie zig zelfs heeft weeten om„ „tebrengen, maar twee der principaalste autheurs en hoofden van die bende met name kato Bato malo, en Amboeka Amatotto de dood Verdiend hebben, „ Z 43 3 1d do 8
English
acted on orders. And the fourth was not present at the murder, as appears from the report drawn up by the writer Kraijenhoff from those documents, annexed hereto. The execution of those two delinquents could take place. — For reasons as described. The collective kings request pardon for Daij Palo and Mannas-Cole, that the third prisoner acted only on have, since the third, named Daij Palo, acted only on orders of the aforementioned chiefs, and the once 7p. fourth, Mannassole, was not present at that scene of murder, as your High Noblenesses, if it please you, will further see from the annexed report, which has been extracted by the sworn writer and member of our council Kraijenhoff from the documents and charges against the prisoners and further accused. has nevertheless not yet proceeded. The execution of the aforementioned two delinquents has nevertheless not been able to proceed to date, for the reason that the king of Amanoebang (who is still occupied with gathering his scattered subjects and bringing them to peace) has not yet been able to appear here at Coepang, in order to be able to attend the administration of justice, of which he requested to be an eyewitness with his grandees of the realm, which however will not last much longer, as he is expected daily. While the other collective kings very urgently implore Your High Noblenesses' grace for Daij Palo and Mannassole, to the end that they may be released and pardoned from their prisons in which they have now sat for more than two years and 3 months; which we have undertaken to propose most humbly to Your High Noblenesses in the name of them all by Geelvinck 7 7 „ The restored regent of Oenale not yet fetched. Who nevertheless renders thanks alongside the regent of Seba, Dokko Lomie. The king of Amphoang Sabian here, and for Lolij on Rottij deceased. The eldest sons are proposed as the next in line for their succession. - herewith most humbly. Meanwhile, we shall henceforth proceed both regarding criminal delinquents and other matters concerning these and those that might come before us in such manner as the high orders of Your High Noblenesses dictated in the recently received honored missive, and we beg this time for forgiveness regarding the defectiveness of the submitted evidence. None of the regents of the west villages of the island of Rottij having as yet appeared here due to the strong persistent easterly winds, Sanda Naffie, who was restored by Your High Noblenesses to his regency of Oeijnale, has not yet been fetched; who, together with the young regent of Seba, Dokko Lomie, both present here, express their deepest gratitude for the received favors. Since the departure of our respectful letter of the previous year, the king of Amphoang Soibian, Tousala Taijbokko, and the regents of the villages of Denka and Lolij on the island of Rottij, Manusee Henok and Daniel Dauwmand, having successively died, we humbly propose to Your High Noblenesses the eldest sons of the deceased as being the next entitled to those dignities: Talnonie Tousala as king of Amphoang Sorbian, Andries 1 10 g eer The regents delivered their gifts. — Who are requested to be rewarded following the example of the previous year: — Those of Bilba request the release of one exiled to Ceylon, Petta Balo. Andries Paasee as regent of Denka, and Erasmus Laijpalladauw as regent of Lolij; but the latter being still a minor, that the authority be exercised by his second or regent of the realm in the meantime. — The gifts and letters to the present Timorese grandees having been delivered with the customary ceremonies, theirs are again transmitted herewith, which must consist of 6287½ lb of wax, and 24000 lb of catjang. And as we do not doubt the request for powder and muskets, which is after all their lifeblood, may it please Your High Noblenesses to allow satisfaction thereof to take place, as has now occurred for some years. The regent of Bilba, Solo Toepa, and his gommagons having requested us to make recommendation to Your High Noblenesses for one Petta Balo, who among others of their countrymen was sent from here in the year 1762 and exiled to Ceylon, that he through Your High Noblenesses' goodness (following the example of three of his companions who returned here in freedom in the year 1778) may be released from his exile and sent hither, we did not wish and received theirs in return: to fail 39 The and by the secunde T. Wanjon properly provided surety, who alongside the writer L. Kraijenhoff renders thanks for the favor of Your High Noblenesses. While an able youth and soldier, J. N. Malchouw, is favorably proposed as clerk. to fail to embrace that request, as we take the liberty to propose the same humbly to the Highest. Regarding the servants, the bookkeeper Thimotheus Wanjon, appointed by Your High Noblenesses as secunde in place of the deceased Jeha Tekenborgh, has arrived here safely, who herewith expresses his most humble gratitude for this bestowal of favor, alongside the sworn writer Kraijenhoff, who in accordance with Your High Noblenesses' letter has likewise been admitted to the Council; proper surety having been executed by the first-named for his administration. — Meanwhile, the able clerk and the promised three artisans not having arrived, we thank Your High Noblenesses for sending the requested 14 soldiers. And since among these troops was found a youth of 17 years old named Johan Nicolaas Malchouw of Hamburg, who arrived this year on the ship Willem Fredrik as a soldier at ƒ9, being very experienced in the art of reckoning, of which he has already given proof for some time. - o5„ wel„ ta 12 7 Gt id
Dutch transcription
ordre is te werk gegaan. En de Vierde niet bij de moord is present geweest blijkens berigt, door den Schriba Kraijenhoff uijt die stukken gesz: hier neevens gevoegd. De Executie dier beijde deling:en kunnen neemen. — Om reeden als beschr: staat. de gezamentlijke Koninge Verzoeken gratie voor Daij Pa„ „lo 2 Mannas- Cole dat de derde gev: niet danop hebben, alzoo den derde genaamt Daij Palo, niet „dan op ordre der gen: Hoofden is te werk gegaan, ende Eens 7p. Vierde Mannassole, bij dat moord Tonneel niet zit present geweest, zoo als uw Hoog Edelhd=s des be„ „haagende naader sullen blijken uijt het hier bij„ gevoegd berigt, dat door den gesw:e sriba, en Lid on„ „ser Vergadering kraijenhoff getrokken is, uijt de stukken en ben:t ten lasten der gev:, en Verder beschuldigde. heeft egter nog geen voortgang heeft nogtans de Executie der gem: twee delin„ „quanten tot dato nog geen voortgang kunnen hebben, om reeden Amanoebangs kooning (:die „zig nog bezighoud met zijne verstrooijde onderdaa„ „nen te Verzamelen, en tot rust te brengen :/ nog niet hier op Coepang heeft kunne verscheijnen, om de regte „pleeging daar hij verzogt heeft met zijne rijx„ „grooten oogt getuijgen van te zijn, te kunne bij „woonen dat egter niet lang meer aanhouden sal, alzoo men hem dagelijx verwagtende is Terwijl de andere gezamentlijke kooningen zeer instantig Uw Hoog Edelhd=s gratie Jmploreeren voor Daij Palo, en Mannassole, ten Eijnde deselve uij hunne gevangenissen waar in nu ruijm twee Jaaren, en 3. maanden gezeten hebben ontslaag en gepardonneerd te worden 't welk wij aange„ „noomen hebben uw Hoog Ed„s uijt hun aller naam bij Geelvinck 7 7 „ De herfelde regent van oinale nog niet afgehaalt. die Egter dank betuijging doed neevens den regent van Seba Dokko Lomie. De Koning van Ampho„ „ang sabian alhier, voor en Lolij op Rottij overleeden Werden de oudste Zoons, als de naaste tot dies opvolging voorgedraagen. - bij deezen op het needrigst voor te draagen, Ondertusschen sullen voortaan zoo omtrend Cremi„ ƒ „neele delinquanten, als andere zaaken, ten Las„ „ten van deezen, en geene, die ons mogten voorkomen zodanig te werk gaan als de hooge ordres uwer Hoog Edelhd=s bij Jongst ontfangene G'Eerde missive dicteerd, en bidden ditmaal om verschooning over de gebrekkelijkheijd der Overgezondene bewijsen. Geene der regenten van de west negorijen van het Eijland Rottij, door de sterke doorstaande Oostewinden als nog hier opgedaagt zijnde, is den door Uw Hoog„ „Edelhd=s in zijn regentschap van Oeijnale herstel„ „den Sanda Naffie nog niet afgehaalt geworden, die neevens den Jongen Regent Van Seba, Dokko Lomie beijde hier aanweesig hunne diepste dank„ „baarheijd betuijgen voor de ontfangene gunsten zedert het afgaan onser Eerbiedige van A=o p=o Successive overleeden zijnde den Koning Van Ampho„ en de regenten van Denka„ang Soibian, Tousala Taijbokko, ende regenten 7 van de negorijen Denka, en Lolij, ten Eijlande rottij Manusee Henok, en Daniel Dauwmand, zoo wa =draagen wij Uw Hoog Edelh=s needrig voor de oudste zoons der overleedene als de naaste tot die waardigheeden geregtigt zijnde - Talnonie Tousa„ „la als koning Van Anphoang Sorbian Andries 1 10 g eer De regenten hun geschenk: afgegeeven. — die versogt worden, na 't voorbeeld van de voorige Jaer te recompenseeren: — Die Van Brlba Verzoeken om gerelegeerde Petta Bald. Andries Paa see als regent Van Denka, en „mand Erasmus Laijpalladauw „ als regent van Lolij, dog deeze laatste nog minderjaarig zijnde, om het gesag door zijn tweede off rijx bestierder zoo lang waar genoo„ „men te werden — Geschenken, en Brieven aan de present wee„ „sende Julanase Grooten met gewoone Ceremoni„ veel afgegeeven zijnde gaande hunne hier bij we„ „derom over, die bestaan moeten in 6287½ lb Waxt, en 24000 „ Catjang En alzoo wij niet twijffelen aan het versoek om kruijt en snaphaanen, dat dog hun hart:ader is, zoo gelieven uw Hoog Edelh=ds de voldoening daar op te laaten ge„ „schieden, als nu zeeaert Eenige Jaaren is geschied. Den Regent van Bulba solo Toepa, en zijne Verlossing van eenen op Ceijlon Gommagons ons verzogt hebbende, om voorschr: aan Uw Hoog Edelh=s te doen voor Eenen Petta Balo, die onder meer andere hunner Landsgenoo„ „ten A„o 1762. van hier verzonden, en na Ceijlon ge„ „relegeert is, dat die door Uw Hoog Edelh=s goedheijd /:na het voorbeeld van drie zijner makkers die a„o 1778. hier weeder in Vrijheijd zijn terug gekoomen:/ van zijne ballingschap mag ontslagen, en her„ „waards gezonden werden, hebben wij niet willen en de haare Weder ontfangen: mankeeren 39 De en door den secunde T Wanjon behoorlijk borge gesteld, die neevens den Sriba L: Kraijenhoff, voor de Edelhds dank betuijge Terwijl Een beq: Jongeling, en soldaat S: N: Malchouw als vennist gunstig voorgedragen mankeeren, dat Verzoek te amplecteeren, gelijk wij de vrijheijd neemen Hoogst dezelve sulx ne„ „drig voorte draagen De Dienaaren aangaande is behouden allier overgekoomen, den door Uw Hoog Edelhd=s tot secunde gunst bewijsing Harer Hoog= in steede van den Overleeden Jeha Tekenborgh aangestelden boekhouder Thimotheus Wanjon, die zijne nedrigste dankbaaheijd voor de gunst bewijsing bij deezen komt te betuijgen, neevens den gesw: Julk raijenhoff die ingevolge uw Hoog Edelh=s aanschrijvens Jtem in Raade gegeeven is; zijn„ „de door den Eerst gen: behoorlijk borgtogt voor zijne administratie gepasseerd. - Ondertusschen den bequaame pennist, en de be„ „loofde Drie ambagtslieden niet aangekomen zijnde, bedanken wij Uw Hoog Edelh=s Voor de toezending van de Versogte 14: militairen, En dewijl onder deeze mansschappen bevonden is een Jonge„ ling van 17 Jaaren oud, genaamt Johan Nicolaas Malchouw Van Hamburgh, dezen Jaare per het schip Willem Fredrik, Voor soldaat met ƒ9. aangeland zeer ervaaren zijnde in de reekenkonst, Waar van reets blijken gegeeven heeft door eenige tijd. - o5„ wel„ ta 12 7 Gt id
English
and two of the newly arrived military men, being incurable, are sent up. The soldier J. Baptist, released from here. The Ensign J. F. Minte having passed away, an officer was requested in his stead. Two petitions of application by the sergeants Manseveld and Klok annexed hereto. Humble petition of the sworn clerk Kraijenhoff for a transfer to Java for reasons as described. Petition of the soldier Thomas Paaij to be reinstated as a native schoolmaster. No schoolmasters sent to us by the Board of Scholarchen. Supplication to Your Right Honourables for the required craftsmen. Expressions of thanks from the promoted persons. Humble petition of the Chief for the rank of merchant and a favorable recommendation to the Lords Majors. By the unexpected arrival of 3 Chinese vessels, the full demand of 600 piculs of wax is fulfilled. having served to satisfaction on probation at the Trade Office for a time; we thus take the liberty to implore Your Right Honourables' high favor for this zealous youth, that he may be promoted to junior assistant. On the other hand, we are sending back to the capital by ship, in the hope of Your Right Honourables' kind approval, two of these newly arrived military men who, according to the statement of the Chief Surgeon Alling, are incapacitated from performing any duty due to incurable ailments and thus only serve as a burden to this Office; along with another named Jan Baptist of Maastricht, who is released from here on account of the expiration of his contract and his unwillingness to enter into a new agreement. The Military Ensign Jan Fredrik Minte having passed away on the 10th of July of this year, we request Your Right Honourables for another officer in his place; while the two sergeants serving here in the military, Evert Maneveld and Jan Hendrik Klok, in the petitions accompanying this letter, apply for that vacancy. We submit to Your Right Honourables the humble request of the sworn clerk and member of our council, Louis Kraijenhoff, who continually suffers from illnesses and in these days finds himself very weakened by a consuming lung disease, without any of the efforts made toward a cure taking any effect; that it might favorably please Your Right Honourables, for the recovery of his ailments, which he hopes to obtain through a change of climate, to transfer him from here to the East Coast of Java, and to grant him there a livelihood for the maintenance of his household, for which he will show Your Right Honourables lifelong gratitude, and upon regaining his health, through zeal and vigilance, seek to make himself worthy of that great benefaction. Thomas Leasaaij of Amboina comes in submission to beg Your Right Honourables' grace, having formerly been a native schoolmaster at Batavia (though in the year 1775 sent to this Office as a soldier due to some misconduct), to be reinstated and employed again in his former post of schoolmaster. The provision of one or two schoolmasters for Timor, entrusted by Your Right Honourables to the Board of Curators and Scholarchen, not having taken place. May Your Right Honourables not take it amiss that we again repeat our frequent request for the so badly needed craftsmen, namely: A weapon room assistant, who is at the same time a gunsmith, A smith who is at the same time a locksmith, and A cooper, as well as A capable mason, and A gunner in place of the one who passed away here this year. Lastly, the persons promoted in rank and pay thank Your Right Honourables very humbly for that bestowal of favor. We dutifully subjoin hereto the brief list of personnel stationed at this Office as of today's date. The personnel stationed here at the Office as of today's date consist of the following 69 individuals in total, of which: 6 of the Civil Service, namely: 1 Junior Merchant and Chief 1 Bookkeeper and Second 1 Bookkeeper and sworn clerk 3 Clerks 6 of the Clergy, namely: 1 European comforter of the sick 1 Native ditto 4 Native teachers 2 of Surgery: 1 Chief Surgeon 1 Under-ditto 45 of the Military: 2 Sergeants 3 Corporals 39 Privates 1 Drummer 4 of the Artillery: 1 Gunner's Mate 3 Gunners 2 Craftsmen 4 Employed in diverse duties: 1 Assistant in the capacity of Interpreter on Roti 1 Corporal on Solor 1 Corporal on Savu 1 Corporal on Amarasi 69 individuals as above. The Chief van Este finally takes the boldness to supplicate Your Right Honourables for favorable recommendations to the Lords and Masters, so that he, who since the year 1749 and thus presently 31 years has served the Company zealously and faithfully, if not to the best of his ability, may, after the expiration of his contract as Junior Merchant, which will be on the 7th of February 1782, following the example of his predecessors, be favored with the rank and pay of Merchant; under the humblest assurance that this bestowal of favor will redouble his efforts to make this Timor Office, where he has already been stationed for nearly 28 years, through trade and the collection of required produce, as advantageous as possible for the Company; hoping Your Right Honourables will be pleased to grant him provisionally the title and rank as such with benevolence. These respectful letters having been brought this far in preparation, we have the fortune, through the return of three Chinese trading vessels that have been away on granted credit since the months of March and April, contrary to all expectation, Your
Dutch transcription
en 2 der nieuw aangek: militaire, als incurabel op„ „gezonden worden. — den sold=t J: Baptist, Van hier verlost. den Vaandrigh I: F: Minte overz=d twee requesten van solligitaties door de Zergeante Manseveld Nedrige Jnstantie van den gesw: Scriba Kraijenhoff om Verplaatsing naar Java tijd ter preuve op het Negotie Comptoir nagenoege dienst gedaan te hebbe; zoo neemen Wij de Vrijheijd uw Hoog Edelh=s, hooge gunst voor deze ijverigen Jongeling te Jmploreeren, om tot J„o adsistent bevorderd te Werden. - Daar en teegen laaten wij twee stux van deeze nieuw aangekomene militairen die volgens Verklaaring van den opperChiruurgijn Alling door ongeneeslijke quaalen buijten staat zijn eenig dienst te doen, en dus dit Comptoir maar tot Last= =post strekken, in hoope Uwer Hoog Edelh=ds Welduij„ „ding Weeder na de Hoofdplaats Overvaaren, met nog een gen=t Jan Babtist van Mastricht die mits tijds Expiratie, en geen nieuw Verband Wil„ „lende aanneemen van hier Verlost word. — Den Vaandrigh Militair Jan Fredrik Minte werd om een ander officier Versogt. Op den 10 Julij deezes overleeden zijnde; versoeken Wij UW Hoog Edelh=s, om een ander officier, in dies plaats; Terwijl de twee alhier Militeerende s klok hier neevens gevoegd. Zergeants Evert Maneveld, en Jan Hendrik Klok, bij requesten deser Versellde die Vacat:s besolliciteere Wij draagen Uw Hoog Edelh=ds voor het nedrig Ver„ 7 get „soek van den gesw: scriba en lid onser Vergadering Louis Kraijenhoff, die Continueel met ziet„ „tens om „ 7. 1 om reeden als beschreeven. — Suppliecq van den sold=t Ilaa„ Paaij, om tot Jnlands schorl„ m=s te werden hersteld „tens zukkeld, en in deese daagen door een uijt„ „teerende Long ziekte zig zeer verswakt vind; zonder dat alle aangewende moeite ter ge„ ze „neeting van Eenig Effect is, dat het uw„ „ Hoog Edelh=s gunstig mogte behaagen, hem d ter herstelling zijner quaalen, die hij hoopt en door Verandering van Climaat te Verkrij„ „gen, van hier naar Javaas Oost kust te Ver„ „plaatsen, en hem aldaar te gratificeeren, met een bestaan tot maintenue zijner huijshou„ „ding, zullende hij uw Hoog Edelh=s daar voor Leevenslang alle dankerkentenis betoonen, en bij bekoomene gezondheijd, door ijser en Vige„ „lantie, zig die groote Weldaad soeken Waar„ „dig te maaken. — komende in submissie uw Hoog Edelh=s gratie afsmeeken Thomas Leasaaij, van Amboina, bevoorens geweest Janlands behoolmees„ „ter te Batavia /:dog a„o 1775 over eenig wange„ „drag als soldaat na dit Comptoir gezonden, om in zijn voorige bediening van schoolmeester Weeder „ ¶d 2 N1 des geen Schoolm=s door het Colle„ „gie van scholarchen ons toe„ „gezonden. — Smeesen haar H=os Ed=s om de beuo„ „digde Ambagtslieden - - „Dank betuijging der Verbee„ „terde persoonen Weeder hersteld, en G'Emploijeert te werden. zijnde De Door uw Hoog Edelheedens aan het Collegie van Curatoiren, en scholarchen opge„ „draagene bezorging van Een â twee schoolmees„ „ters Voor Timor niet geschied. — uw Hoog Edelheedens gelieven ons niet ten quaaden te duijden, dat wij onse meermalig Versoek om de zoo zeer benoodigde ambagts„ „lieden weeder komen te herhaalen namentlijk. - Een Wappenkamers gast, die te gelijk een roersloo„ „temaker is, Een smith te gelijk huijsslootemaker zijnde, en Een Kuijper, zoo meede Een bequaame Metselaar, en Een Cannonier in steede van de deezen Jaare alhier Overleedene. — Laastelijk bedanken uw Hoog Edelheedens seer nedrig de in qualiteijt en gage Verbeeterde „perzoonen, voor die gunst bewijsing. - Wij Laaten hier pligtschuldig agtervolgen de korte sterkte Der Dienaaren, ten - deezen Comptoire onder heedigen Datum bescheijden. — De 1 „ 7 „ De Dienaaren onder heedigen Datum alhier ten Comptoire bescheijden, bestaan in de volgende 69 Coppen in 't geheel, waar van 6Van de Politie als 1. Onder koopman en Opperhoofd 1 boekhouder en secunde 1. boekhouder, en gesw:r scriba 3 pennisten 6 Van de klergie als 1 Europees krankbezoeker . _„o 1 Jnlands _„o Leermeesters 4 2 Van de Chirrurgie 1 opperchirurgijn 1 onder— 5 45 Van de Militie ƒ 2 Zergeants 3 Corporaals 39 gemeene ƒ 1 Tamboer 4 Van de Arthillerije 1 Constapelsmaat 3 busschieters 2 Ambagtlieden 4 Diverse Dienst doende 1 Adsistent in qualiteijt als Tolk op rottij 1 1 Corporaal - - - . „ „. - „ solor „ „ „ Saro „ 1 „ „ „ amarassie 69 koppen als booven Het 3 51 id 1 _ Nedrige Jnstantie van het opperhoofd, om de qualiteijt van koopman en favorable voorschr: aan de Heeren Majores. door de onderwagte aankomst Van 3 Chineese Vaartuijgen den Volle Eijsch met 600 pikols Wax Voldaan — Het opperhoofd van Este, neemt eijndelijk de Krijmoe„ „digheijd Uw Hoog Edelheed=s te suppliceeren, om favo„ „rable Voorschrijvens, aan de Heeren & Meesters 7 „ten eijnde hij die zeedert A„o 1749 dus thans 31 Jaeren DE Comp: ijverig, en getrouw, zoo niet beeter weet ge„ 7 „diena heeft, na Expiratie van zijn Onderkoopmans Verband dat den 7 febr: 1782 Weesen sal, naar het Voorbeeld zijner Antecesseuren, met de qualiteijt Een gage van koopman gefavoriseert mag werden, onder nedrigste Verzeekering, dat die gunst bewij„ „sing sijne poogingen sal verdubbelen, om dit Comp„ „toir Timor, daar hij reeds na bij 28 Jaaren bescheyden Legt, door den handel en inzaam van benoodigde producten, voor DE Maatschappij zoo Veel immers moogelijk voordeelig te maaken, Verhoopende Uw„ Hoog Edelh=ds sullen gelieven te behaagen, hem bij provisie de titul en rang als zodanig geneegentlijk toe te voegen. — Deeze Eerbiedige Letteren dus Verre ingereedheijd gebragt zijnde, mag ons het geluk gebeuren door de r terug komst van Drie Chineese handel Vaartuijgen 93 die zeedert de maand maast, en April op bekoomen „ne Crediet zijn uijtgeweest buijten alle Verwagting UW„
English
7 1 5. And the cash funds having been reduced thereby, 5000 rijxd=s are requested. — 2 picols of wax sent over by the king. — Of which one has been taken into the trade books and the other among the presents sent over — with a request to compensate this latter in muskets and powder — To satisfy Your Right Honourables' full demand of 600. picols of wax: And since our cash funds have been noticeably reduced thereby, we have been obliged to request Your Right Honourables kindly to provide this office with 5000 rijxd=s in Dutch gold ducats, or failing that, in whole and half silver milled ducatons, as both of these coin species are much sought after for the purchase of wax. With one of these returned vessels, we received 2 picols of wax as a gift from the King of Maubara to the Company, with a request for muskets, gunpowder, and bullets in return; but completely forgetting, as it seems, to send anything to make good the incurred expenses of ƒ83: 19: 8 already noted hereinbefore. And since this would fall entirely into oblivion through the passage of time, the First Signer has thought proper, in hope of Your Right Honourables' approval, to divide that wax in half; namely, to take one picol into the trade books for the benefit of the Company and ship it, and let the other picol of wax pass under the gifts, asking that we be compensated by Your Right Honourables for this only in muskets, gunpowder, and bullets. The cargo in the bearer of this consists of 81412½ lb of wax, namely: 75000 lb or 600 picols purchased to satisfy the demand. 6287½ lb delivered as a gift by the native chiefs. 125 lb from Maubara received extraordinarily to make good some incurred expenses. 81412½ lb of wax as stated. 24000 lb of catjang from the latest harvest, also delivered as a gift by the native chiefs. 600 lb of honey purchased in satisfaction of the demand of 150 lb for the medical shop. The entire invoice, with what further has been charged to the headquarters, mounts to ƒ43646: 5: 8. With which, with due respect, we subscribe. Was written below: Right Honourable, Right Venerable, Widely-Ruling Lord, and Right Noble, Stern Lords. Lower: Your Right Honourables' humble and obedient servants. Was signed: W: A: Van Este, J: Wanjon, A: Alhing, and L: Kraijenhoff, Member and Sworn Clerk. In the margin: Coepang on Timor, the 20th of September 1780. Agrees. D Kraijenhoff, Sworn Clerk. No. 3 Two years ago already, the Molonese and Amacooners having been strongly encouraged by the chief to work the gold-yielding rivers in their country again as before, and to deliver that mineral to the Company against payment, the first-mentioned were not very inclined thereto, but the latter, on the contrary, promising their willingness, they did not show this in deed until after the closing of this letter; by coming to offer the Company a small quantity of 2¾ reals of dust gold as proof of their new trial, with a request to have in return some muskets, gunpowder, and bullets to protect that work, as their neighbors the ill-disposed Molonese continually disturb them in that work, over which skirmishes have already arisen; making at the same time these good promises to increase the quantity thereof in the future as much as possible, and to bring it for sale to the Company as before. This offer having been suitably accepted, we did not wish to turn down their request either, but that dust gold having been valued at 10 rijxd=s the real weight, amounting to 27 rijxd=s 24, this was compensated for this time as an encouragement with muskets and gunpowder at cost price. We hope that Your Right Honourables may approve this course of action, while nothing will be neglected to encourage those people further through small presents that will cost the Company nothing. That small bottle wrapped in white linen and sealed is being sent herewith. No. 2 To His Right Honour, The Right Honourable, Highly Venerable, Widely-Ruling Lord Reijnier De Klerk, Governor General, Together with The Right Noble, Stern Lords Councillors Of Netherlands India. Right Honourable, Highly Venerable, Widely-Ruling Lord And Right Noble, Stern Lords, In obedience to the highly respected orders of Your Right Honourables, I have the honour to present to the same in the enclosure of this a short summary both of the Honourable Company's servants stationed here and of various ammunition, goods, and vessels. Wherewith I take the liberty with the greatest respect to remain in all high esteem. Was written below: Right Honourable, Highly Venerable, Widely-Ruling Lord and Right Noble, Stern Lords. Lower: Your Right Honourables' humble and dutifully faithful servant. Was signed: W: A: van Este. In the margin: Coepang on Timor, the 15th of September, in the year 1780. D Kraijenhoff. Agrees. G: Streva
Dutch transcription
7 1 5. En de geld kas daar door Vermindert, 5000 rijxd=s Versogt werden. — 2 picols Wax door den Koning overgezonden. — Waar van Een omgen: Leeden bij de boekjes is ingenomen en het andere onder de geschen„ UW Hoog Edelheedens Vollen Eijsch van 600. picols 7o wax te Voldoen: En dewijl onse geldzas, daar door merkelijk verminderd is, zijn wij genoodsaakt ge„ „worden UW Hoog Edelheedens te versoeken met 5000 rijxd=s aan Goude Nederlandse Ducaten aan Wel bij mankement van dien, aan heele en halve Ducatons zilvere gecartelde dit Comptoir gelieven te Voorsien, alzoo die beijde munt spetien tot den inkoop van Wax seer gesogt worden. e Met een dezer gereverteerde Vaarthuijgen ont„ 5o e Van Maubara ingeschenk Jangen Wij 2 pikols Wax van den Koning Van Maubara ingeschenk aan DE Comp: met verzoek om snaphaanen kruijt en kogels in recompens dog vergetende ten Eenemaal zoo het scheijnd, iets te zenden tot goedmaking der aangewende ce kosten van ƒ83: 19:8 hier vooren reets genoteert. En alzoo zulx door langheijd van tijd geheel in do 't Vergeet boek souden raaken, heeft den Eersten Tekenaar goedgevonden, in hoope uwer Hoog Edel„ „heedens approbatie, dat Wat op de helft te 70 Verdeelen; te Weeten Een picol bij de Negotie boekjes ten Voordeele van DE Comp: inteneemen ken werd overgezonden — en versenden, en het andere picol Wax onder de geschenken Laaten afgaan, ons door uw Hoog Edelh=s met versoek dit laatste in des 33 1d ating in snaiphaanen, en kruijt te recompenseeren— „des gelievende alleen met snaphanen, kruijt en kogels gerecompenseert te werden. — 7 Het Gelaadene in brenger deezes bestaat in 87472½ lb wax, te weeten. — 75000 lb off 600 picols ter voldoening Van den Eisch ingekogt. 6287½ lb door de Jnlancse Grooten in geschenk aangebragt 125 lb Van Maubara tot goed ma„ „king van Eenige aangewende Onkosten Extra= ordinair ingekomen. - # 7e 81412½ lb: Wax als gezegel 24000 lb Catjang van 't Jongste gewas, almeede door de Julanase grooten tot ge„ „schenk geleevert. — pC 600 „ Hoening ingekogt in voldoening op den Eisch van 150 lb, voor de medicinaale Winkel Monteerende het geheele factuur met het geen de Hoofdplaats verder aangereekend is. – ƒ43646:5:8 Waarmeede met verschuldigde Eerbied onderschrijven /onderstond:/ Hoog Edelen Groot Achtbaaren Wijdgebieden den Heer, en Wellaele Gestrenge Heeren, /:lager:/ UW Hoog Edelhee„ „dens onderdaenige, en gehoorzame Dienaeren /:was get:/ W: A: Van Este, J: Wanjon. ƒ id 12 „ 7. „ A: Alhing, en L: Kraijenhoff: Lid en gesw:r Scriba /:in margine:/ Coepang op Timor den 20: Septb„r 1780 Accordeert D Kraijenhoff. gesw: shiba N 3 gef ll P„r reets twee Jaaren geleeden, door het opperhoofdt, de Moloneesen, en Amacooners seer aangemoe„ „digt zijnde, om de goud geevende rivieren in hun land gelijk voor heen weeder te bearbeijden, en dat Mineraal aan DE Comp: teegens betaaling . ƒ te leeveren, Waeren de Eerstgemelde niet seer geneegen, daar toe, dog de laatste daar en tee„ „gen hunne bereijdwilligheijd beloovende heb„ ben zij egter, sulx niet eerder met die daad ge„ „toond, als na het sluijten deezes; door een ge„ „ring quantiteijtje van 2¾ reaalen stoff Goud„ 8 DE Comp: te komen aanbieden, ten blijken hun„ „ner nieuwe proefneeming, met versoek daar voor in recompens te moogen hebben eenige snaphaenen, buskruijt en koogels, tot dekking van dat werk, alzoo hunne nabuuren de qua„ „lijk gezinde Moloneesen hun indat arbeijd geduurig ontrusten, en waar over al scher mut„ „selingen zijn ontstaan, doende teffens deeze goede 53 37 goede beloften, om zoo veel moogelijk in het vervolg de quantiteijt daar van te vergrooten, en gelijk bevoo„ „rens, aan DE Comp: te koop te brengen Deeze offerte geschiktelijk g'accepteerd zijnde, hebben wij dan ook hun verzoek, niet willen vande hand wijzen, maar dat stoff goud gewaardeert zijnde op rd„s 10. de reaal swaarte, uijtmaekende rd„s 27: 24. is sulx ter aanmoediging voor ditmaal. gerecompenseert met snaphaenen, en buskruijt, Voor het inkoops kostende. Verhoopen de Uw Hoo„ „Edelhd=s deeze handelwijze moogen approbeeren, terwijl niets sal versuijmt werden, omdat Volk c Door kleijne geschenkjes die de Comp: niets sal kosten, Verder te animeeren. gaande dat flesje met wit linnen omwonden, en verzeegeld hier neevens over. — gen „ a ko „ - - „ No 2 Aan Zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijd gebiedende Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raden Van Nederlands India Hoog Edelen Groot Agtbaren wijdgebiedende Heer En Wel Edele Gestrenge Heeren In obedientie der Hoog Gerespecteerde beveelen uwer Hoog Edelheedens, hebbe ik de Eer Hoogst der zelven in Closa deeses aan te bieden Een korte Samen Stekking zoo der alhier bescheidene S: E Compagnies Dienaeren als diverse Amunitie Goederen en vaertuijgen Waer meede mij bevrijmoedige met het meeste respect in alle Hoog agting te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agtbaeren wijdge „biedende Heer en WelEdele gestrenge Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanigen en Trouw schuldigen Dienaer /: was„ „geteekend:/ W: A: van Este, /: in margine:/ Coepang op Jimor Den 15„e September A=o 1780. D Kraijenhoff Accordeert. G: Streva 3 :
English
F8 of the Civil Administration, up to the said Assistant, inclusive of Medicine - - - - of Diverse on duty - - - - of Artillery - - - - - - of Militia - - - - - - of Navigation - - - - - - of Ecclesiastical - - - - - - - of Trades - - - - - - Totalling - - According to the last determination - Whether now more - - - - Less - - - - - - 69 69 6 metal forecastle and iron mortars iron 37 metal cannons of various kinds 18 iron ditto in sort 185 muskets 81 cutlasses 1010 live long and round ammunition of various calibres 3747 lb gunpowder Barks – Sloops — Pantchiallangs — Chiampangs — Lighters — Punts 1 Longboat 1 Boat Ovenbays Coepang on Simao Roti 44 15 2 3 30 2 at this Office there are today heads among which native Mohammedans together European children and Sepoys Short summary of the Honorable Company's servants stationed here, as well as the metal and iron cannon, items of muskets, cutlasses, ammunition, gunpowder on hand, and the following vessels of various charters as. — the following servants being: thereof 1. Junior Merchant and Head, 1. Bookkeeper and Second, 1. Bookkeeper and Scribe, and 3. Clerks, 4 2 45 4 6 6 3 1 3 5 — — — — ditto 1 25. — 3 2 — 50 50 given number 1. Comforter of the Sick, 1. Reader, and 4. Teachers 1. Upper and Under Surgeons 1. Gunner's Mate, and 3. Gunners 2. Sergeants, 3. Corporals, 39. Soldiers, and 1. Drummer 2. Carpenters 1 Assistant as interpreter on Roti 3 Corporals, as [illegible] The 15 September 1760 D Kraijenhoff Agrees Linte F Tefelijn r C No. 3 I 6 Extraordinary Meeting Held Monday The 24 April A:o 1780. Communication of a letter from Maubara written by the interpreter Manneveld. — which because of its obscurity. — by order of the Head has been copied by the sworn scribe, as a report — In the text All present The Head informed the members that yesterday evening he received a letter from Maubara from the Sergeant and Interpreter there, Evert Manneveld, and had therefore expressly convened this meeting to take reading of the same; but since it was very unintelligible, as was evident to the members upon reading, he had ordered the Sworn Scribe and Member of this board to copy it out, and put the clear sense and meaning thereof on paper by way of a report, which being read now, was of the following content: To The Honorable Willem Adriaan Van Este Junior Merchant and Head of this Office and Jurisdiction thereof Honorable Sir Upon your Honorable's much respected order, I, the undersigned scribe, have reviewed as much as possible the letter written by the Interpreter of Maubara, Evert Manneveld, but having found the same very confused and unintelligible, I cannot produce to your Honorable any better translation thereof into the following brief phrasing, namely: That those of Maubara swear that they still wish to be and remain faithful Allies of the Honorable Company. — That they request more men and war supplies in order, if possible, to destroy their enemy, namely those of Luca, as they have already attempted to do without success with the Citizens and Mardijkers sent thither by your Honorable for assistance; the Regent of Maubara swearing that he will not make peace with those of Luca before and until he finds the Honorable Company's House and flagpole, which they burned, restored to their place. — That the Portuguese of Dili, notwithstanding that those of Luca have been there to request help and ammunition of war, are keeping out of the conflict. — That emissaries from Dirma, Waiwiku, and Wehale, who have long been apostate from the Honorable Company, have come to the Regent at Maubara to place themselves again under the Company's flag and to reconcile him with Luca; that the Regent, regarding the first matter, has sent some emissaries back to Dirma to bring those peoples back to the Company, but concerning peace with Luca, he will have nothing to do with it, and he shall, at an opportunity, let your Honorable know further through the Interpreter. Finally adding thereto that they have suffered a great lack of provisions during their stay there. — This being all that was possible for me to perceive from that letter, and hoping to have complied with your Honorable's command, I call myself with due respect below Honorable Sir lower your Honorable's faithfully obliged and humble Servant was signed L: Kraijenhoff sworn scribe in the margin
Dutch transcription
F8 van de Politie, tot d=o adsistent, Jn Clusive „ „ Geneeskunde - - - - „. Diverse dienst doende - - -- „ „ Arthillerij - - - - - - „ „ Militie - - - - - - „ „ Zeevaert - - - - - - „ „ kerkelijk - - - - - - - „ „ Ambagten - - - - - - Tesamen bedragende - - Volg=s de Laeste bepaling— of Nu meerder - - - - Minder - - - - - - 69 69 6 metaale voortooren en ijzere mortieren ijzere 37 metaale Canons diverse 18 ijzere _o in zoort 185 snaphaenen 81 Houwers 1010 scherp Lang, en rond diverse Call: 3747 lb kruyt Barcken – Chialoupen — Pantjallings — chiampangs — Ligters — schouwen 1 Boots 1 schuijt ovenbaijs Coepang op Sima Ra 44 15 2 3 30 2 op dit Comptoir zijn op heeden koppen te waer onder Inlandse Mahomettanen samen Europeesen kinderen en Zipaijs Kort Samen Trekking, zoo der alhier Bescheidene en ijsere Canon, Jtem snaphanen, Houwers, scherp, kruijt „ 4 2 45 4 6 6 3 1 3 5 — — — — da 1 25. — 3 2 — 50 50 g: Nuber scheiden 'sE: Comp=s Dienaers, als het aanhanden zynde Metaal, kruijt, ende volgende vaartuigen van diverse Charters als. — deni waere weesen de volgende Dienaaren daer van 1. onderz: en opperh: 1. boekl: en secunde, 1. boekt;, en scriba, en 3. pennitten, „ „ „ 1. krankbezoeker, 1. voorleezer, en 4. Leermeesters „ „ 1. opper en onder Chirurgijns „ 1. Constapels maat, en 3. busschieters „ „ „ 2. Zergeants, 3. Corporaals, 39. zoldaaten, en 1. Lamboer „ 2: timmerlieden „ 1adsitk: alstolk op rotij 3 Coporals, als oken of slon psao : o amai „ Den 15 September 1760 D Kraijenhoff Accordeert teren Op Linte F Tefelijn r C No. 3 I 6 Extra ordinaire Vergadering Gehouden Communicatie een brieff van manbara door den ven. — die om desselfs duijster„ op ordre van het opperh=d door den gesw: scriba bij copieert, als — =heid. — In den text Maandag Den 24 April A:o 1780. Alle present Het opperhoofdbedelde de Leeden, op Gisteren avond Een brief van tolk man eveld geschreef Maubara van den Zergeant en Tolk aldaar Evert Manneveld, ontfangen, en daarom deeze bij eenkomst Expresselijk belegt te hebben, om van dezelve Lecture te neemen, dog vermits zeer onverstaan bac„ was, /:gelijk de Leeden bij opleezing bleek:/ door den wijse van rapport is ges Geswoore Scriba, en Lid deezer tafel hadde Laeten uijt Copieren, en de klaare zin, en meening daar van bij wijse of ge van rapport ten papiere brengen, dat thans leezen werden „de, van de volgende Jnhoud was. Aan Den WelEdelen Heer Willem Adriaan Van Este Onderkoopman en Opperhoofd deeses Comptoirs en Resorte van dien WelEdele Heer Op uwelEd seer g' respecteerde ordre, heb ik ondergetekende scriba, de Brief, door den Tolk van Maubara Evert Mane„ „veld, Geschreeven, zoo veel mogelijk geresumeert, dog dezelve zeer verwarten onverstaanbaar bevonde hebbende, kan ik uwellde op N=o 3 ^vertaaling uwelEd: daar van Geene beetere ^ daar in de ondervolgende korte bewwoordinge produceeren, te weeten. Dat die van Maubara, sweeren als nog Getrouwe Bondge„ „nooten van DE Comp: te willen zijn en blijven- — Dat zij meerder volk, en oorlogs behoeftens vraagen, om was 't mogelijk hun vijand, te weeten, die van Lukzan, te verdelgen gelijk zij zulx ook reeds met de door uwelEd: tot assisten„ „tie daar gezondene Burgers, en mardijkers, dog zonder vrugt Geprobeert hebben; zweerende den Regent van Manbara, met die van Lukzan, geen vrede te willen maeken, voor, en alleer hij sComp=s Huijs, en vlaggestok, die zij verbrand hebben, weeder op zijn plaets vind. — Dat de Portugeesen van Dilie, niet tegenstaande, die van Luk zan, daar Geweest zijn, om hulp, en Amunitie van oor„ „log te verzoeken, zig buijten 't spelhouden- — Dat 'er zendelings van Dirma, waijwiko, en waijhale„ die van D E Comp: zeedert Lang zijn afvallig geweest, bij den Regent op Manbara, gekomen zijn, om zig weeder onder Comp: vlagge te begeeven, en om hem met Lukzan, te bevredi„ „gen; dat den Regent tot het Eerste Eenige afzendelinge na Dirma, heeft te rug gezonden, om die volkeren weeder tot de Comp: over te brengen, maer betreffende de vreede met Luk„ =zan, daar van wil hij niets weeten, zullende hij bij Gelee„ „gentheid, uw Ed: door den Tolk, nader kennis geeven Laaten. Eijndelijk daar bij doende, dat zij Groot Gebrek; aan Leevens middelen zeer hun aanweezen aldaar Geleeden hebben. — zijnde dit alles wat mij moogelijk geweest is, uijt die Brief te kunnen ontwaeren, en in hoope van aan uwel Ed: bevel voldaen te hebben, noeme ik mij met verschuldigde Eerbied /:onderstond:/ wel Edele Heer /:lager:/ uwel Edele trouw schuldigen en ootmoe„ „digen Dienaar /:was getekend:/ L: Kraijenhoff„ gesw: scriba in margine
English
63 In the margin: Coepang on Timor, 21 April Anno 1780. Whereupon, having deliberated, and it having been demonstrated by the Chief that it in no way accords with the interests of the Honorable Company, and particularly with this little-profitable small trading post, to incur such needless expenses as would notoriously result if the Regent's request were fully granted; that already in the month of October past, at the Regent's persistent request, the above-mentioned Sergeant with 25 native volunteers had been sent thither, although no other expenses were incurred for this than what served for their subsistence on the journey, consisting of some rice and arak, which necessarily had to be provided; and that at present it was most suitable to send someone thither who, with good management, might amicably urge the Regent of Maubara, who is still disinclined toward peace, to unity; all the more because the interpreter concerning the party of Lukzan did not seem displeased; as appears from the writing of the said Maneveld, who has already been there for 7 months with the men under his command without having accomplished anything of any importance. With which proposition the members fully concurred; and as the Ensign and Member of this assembly, J. F. Minte, offered his services for that commission, this was immediately accepted, and it was resolved to let him depart as soon as possible, with recommendations to look after the interests of the Honorable Company upon concluding a peace, and to ensure as far as possible that the expenses already incurred with the sending of the aforementioned Sergeant and native warriors, as well as of this commission, are reimbursed to the Honorable Company. Whereof this record is kept. Thus done and resolved at Coepang on Timor, date as above. Was signed: W. A. van Este, T. Wanjon, J. F. Minte, A. Alhing, and L. Kraijenhoff, Member and Sworn Secretary. Agrees: L. Kraijenhoff Sworn Secretary. No 11 Extraordinary Meeting Held on Monday, 10 July Anno 1780, In the morning at eight o'clock. Absent: The members Johan Fredrik Minte, Ensign, and Louis Kraijenhoff, Sworn Secretary, both due to indisposition. Today being the appointed day to effect the solemn presentation of our Supreme Ruler in these regions, His High Nobility, the High, Noble, Right Honorable, Widely-Ruling Lord Reijnier De Klerk, as Governor-General of the Netherlands Indies; Thus, upon the announcement thereof, at sunrise, a multitude of flags and pennants were hoisted, both from Castle Concordia and from the houses of the inhabitants, the Honorable Company's ship lying at the roadstead, and the burgher bark, as well as from the other vessels; And at the appointed hour, the Honorable Company's militia, the Corps of Burghers, and both companies of Mardijkers, all summoned thereto by the Chief, appeared under arms one after the other in rank and order, with beating drum and flying colors, first drawing up outside in front of the Honorable Company's residence, with the front toward the middle road, in order to pay the usual honor to the incoming Members of the Council, as well as to the Kings and Allies of Timor.
Dutch transcription
63 Waar over geraadpleegt en door het opperh: vertoond dat het geenzins met ons den regent de vreede aanteraaden. zijn bij hebbende man was daer geweest, zonder waar meede zeij de Leeden Confirmeerden, en beslooten hem spoedig der waarts te laaten ver„ met recomm: te bezor gedaan waeren, en die nu mogte gedaan werden, vergoed wierden. — /:in margine :/ Coepang op Timor Den 21 April A:o 1780. ^zijnde Waar over gedelibereert, en door het opperhoofd vertoond, dat het geensints met de belangen der E Maatschappije, en in zonderheijd met dit wijnig winst Geevend Comptoirtje over Een komt, om al„ bij strookte, om noodeloo Te kosten te maeken, die „ sulke noode looze kosten, te doen, die wanneer men 's Regent ver„ uijt 's regent verzoek zoude kunnen voortko„ zoek, ten vollen inwilligde, daar uijt notoir zouden moeten resul„ me; En dat men reeds den gen: sergeant ma„teeren, dat men reets inde maand october passato op des regents aan„ neveld en 25. vrijwilli gers derwaarts hadde houdend versoek den zergeant Evengenoemd met 25: Inlandse vrijwil„ „ligers derwaards had gezonden, schoon daar toe geen ander onkosten gezonden, die men eg ter niet anders dan wat rijst, en arak ver, is gedaan als het geen tot hun Levens onderhoud op de rheijse be„ strekt heeft, tot hun Lee „staande in wat rijst, en arak, noodsakelijk heeft moeten geschieden vens onderhoud. Om En thans 't beste was, thans het Convenabelste was, iemand daar heen te zenden, die met iemand daer heen tezen goed belijd, den als nog tot de vreede ongeneegene Regent van van Maubara; in der minne tot Eendragt aan te spooren; te meer Vermits den tolk wat de Parthij van Lukzan, niet ongenoegen scheenen; Gelijk uijt het schappen reeds 7. maenden schrijven van gerepte Maneveld, die daar reeds 7. maanden, met zijn bij hebbende manschappen geweest is sonder iets van Eenig belang te hebben uijtgevoert, komt te blijken. Met welke propositie zig de Leeden volkomen Comfirmeerde, en dat den vaendrigh minte den vaandrigh en Lid deezer vergadering J: f:s Minte, zijn dienst zijn dienst aanbod wierd tot die Commissie aanbood wierd zulx terstond g'amplecteert, en zulx aangen: en beslooten, denselven ten spoedigsten te laaten vertrekken; met recommandatie, om bij 't treffen eener vreede, de belangen der E: gen dat de kosten die reeds Comp: te behartigen, en zoo veel moogelijk te bezorgen, dat de reeds Gedaene kosten met het senden van den voormelden Zergeanten Jnlandse krijgers, zo wel als van deeze Commissie aan DE Comp=e weder vergoed werde. — waar van deeze aanteekening gehouden word. Aldus Gedaan en Geresolveert tot Coepang de belange der E maatschap trekken. „ iets uit te voeren. op e den. — „ „ . - „ t slot 0 No 11 op Timor Dato voorsz: /:was geteekend:/ W: A: van Este, T: wanjon, J: F: Minte, A=n Alhing, en Accordeert P L Kraijenhoff g: Sribas L: Kraijenhoff, Lid, en Gesw: scriba. 6 Den bepaalden dag tot de plegtige voorstelling van zin hoog Edelh: den Hoog gebiedende Heer R: de in deeze gewesten verschee zijn op aankondiging daar van d' vlagge en win pels van 't casteel concordia nen het ter rheede Leg gends E Comp: schip en burger barcq. En verdere vaarthuigen uitgestooken. Maandag Den 10=e Iulij A=o 1780. Des morgens Ten agt uuren Absent De Leeden Johan Fredrik Minte, Vaandrig en Louis Kraijenhoff, Gesw: Scriba, beijde door Jndispositie Heeden den Bestemden dag zijnde, om de Plegtige voorstel„ Edelen groot agtb: wijd„ling van onsen oppergebieder in deese Gewesten, zijn Hoog„ klerk, gouverneur gen=l Edelheijd, den Hoog Edelen Groot Agtbaeren Wijdge„ biedenden Heere Reijnier De Klerk, als Gouverneur Generaal van Neederlands India te doen Effectueeren. zoo waeren op aankondiging van dien, met Cons op„ de huisen der ingezeete „ gang een menigte vlaggen, en wimpels, zo van 't Casteel Concordia, als de Huijsen der Jnwoonderen, het ter Er rheede Leggend sEComp schip, en burger Barcq, Jtem van de verdere vaarthuijgen uijtgestooken, — En op de bestemde uure sEComp=s Militie het Corps Burgers, terwijl sE Comp: militie de burgers en mandijters ende beijde Compagnien Mardijkers /: alle door Het opperhoofd, in rang en ordre in wap de daar toe bescheijden:/ den Een, na den anderen in Rang, en or„ nen verscheenen met vlie gende vaandels en slaan „dre met slaande Trom, en vliegende vaandels in de wapenen de trom. zig voor s' opperh: w00„ verscheenen, zig Eerst buijten voor 'sE Comp=s wooning met ning rangeerende om het stont na den middelweg gerangeert stellende, om aan de Leeden van den raad als ook de koningen en de binnen Komende Leeden van den Raad, als ook aan de bondgenooten, van timor bij 't binnen komg't gen: honneur te geeven. Koningen, en Bondgenooten van Timor het Gewoone Hon Extra Ordinaire Vergadering Gehouden neur op =ne.
English
After the said native grandees and the other invited guests here, various Honorable Company servants, the principal inhabitants, as well as the Chinese, had taken their seats in the front hall of the Chief's residence, and the common people had assembled in front of it; the Chief stepped into the meeting room with the members of the Council, where, after invoking the Lord's Most Holy Name, first the deed of authorization of the said His High Nobility, and after that the form of the oath was read aloud, first administered by the Chief into the hands of the Secunde, and thereafter by the members again into the hands of his Honour; subsequently having mutually wished heaven's precious blessing upon the person and the long-lasting reign of His High Nobility, the Chief and Council proceeded to the front of the steps, where below, the militia, burghers, and Mardijkers, who meanwhile had marched in with their weapons, stood drawn up in two ranks; and his Honour having delivered a well-suited and pertinent address both to the kings and to every person of the assembled community, the said deed of authorization and the form of the oath were also read aloud to the people, who, upon rising, by raising their two forefingers and with the shouting of vivat vivat, Long live His High Nobility, and the clerk came to express their joy. While first the militia, thereafter the burghers and Mardijkers in order fired three volleys from their muskets, which was answered each time with a salvo from the cannon of the castle, and subsequently up to 21 shots were fired from the bastions; whereafter the Honorable Company's small vessel lying at the roadstead, the Hoop, and a burgher bark discharged all their ordnance. Next, His High Nobility's health and successful supreme government having been drank to with good cheer by everyone, and thereupon 18 shots being fired from metal swivel-guns that stood mounted outside in front of the Chief's residence, the native grandees and the rest of the community took their leave, and the militia, burghers, and Mardijkers marched away again in order and rank. The members of the Council and some other company remaining for dinner with the Chief. Finally, at sunset, all the flags being hauled down, this joyful day also came to an end. Below stood: Thus done and presented at Coepang on Timor, dated as above. Signed: W: A: Van Este, T: Wanjon, and A:n Alhing. Agrees: L: Kraijenhoff, Sworn Clerk. No 11 Report of the military ensign Johan Fredrik Minte, concerning his commission executed at Maubara, to the Chief and Council upon his return: In observance of Your Honours' respected order, I, the undersigned, on the 27th of April of the past year, went on board the pantchiallang 's Fortuijn and by that vessel undertook the voyage from here to Maubara, where having arrived on the 10th of this month, I questioned the Head Regent Don Colletto, with his Second, named Lieutenant Corneli, alongside the neighboring village chiefs of Fatoe mole, Lankera, Fatoe borra, and Nussedila, through the interpreter Evert Manneveld, as to the reason for their request; who served in reply: that they wished to use the requested assistance, both of men and weapons, against their enemies Don Pauel, the Regent's uncle, and those of [illegible], to avenge themselves for insults inflicted and damages suffered, regarding the tearing down of the small fort, the burning of the houses that had stood inside it and the flagpole, besides various stolen goods and the Honorable Company's boundary stone, all committed on the occasion while the aforesaid Regent was with his people in the mountains to bury his father; for which reason he would make no peace with them before they had made full restitution for all this. However, in the absence of the Head Regent, I have, from the village authorities No 12
Dutch transcription
Die alle binnen met de principaalste in woon deren in de voorzaal plaat En den gemeenen man Taad het opperh: met de Leeden in de vergaderzaal hebbende. se genoomen. wierd de acte van au„ thorisatie en daar na het formulier van den bed opgeleezen door 't van den secunde en daar =den in landen van zijn E: zeegen over welmelde zijn „zelver regeering toe wen afgelegd. — de militie en burgerij schap toonden. doende de militie bur =gers en mardijkers in ordre 3. Clarges uit telkens met een salvo en vervolgens met 21. kan bolwerken wierd b'and„ woord. — Honneur te bewijsen. Waerna Gemelde Landsgrooten, en de verdere Genoodigde al„ „hier bescheijdene s EComp=s Dienaeren, de principaalste Jn„ zig voor deselve vervoegd„ woonderen, Jtem de Chineesen in de voorzaal van s' opperhoofds wooning plaats genoomen, En den Gemeenen man zig voor deselve vervoegd hebbende; Trad het opperhoofd met de Leeden van - den Raad in de vergader kamer, alwaar na het aanroepen, van des Heeren Alderheijligste Naam, Eerst de acte van autho„ „risatie van welmelde zijn Hoog Edelheid, en daer na het opperh: eerst in handen Formulier van den Eed is opgeleezen, Eerst door't opperhoofd in C na door de overige zee handen van den secunde, en daar na door de Leeden weeder in handen van zijn Ed wierd afgelegd, vervolgens reciproque malkanderen s Hemels S' Hemels dierbaaren Zeegen, over Persoon, en Langduurige Re„ hoog Edelh: en hoogst der „geering van zijn Hoog Edelheid toegewenscht hebbende begaf zig het opperhoofd, en Raad, voor aan de puije alwaar beneeden de Militie, Burgerij, en Mardijkers die in tusschen met hunne wapenen binnen Gemarcheerd waeren in Twee reijen Geschaart item de mardijkers in stonden, En zijn Ed: een wel gepaste en ter zaake dienende 2. reijen geschaart, zijn E: een wel gepasteree den voering tot de verga, aanspraak, zoo tot de koningen als tot Een ider der vergaderde derde gemeente deede; Gemeente Gedaan hadde; wierd gem: acte van authorisatie en vervolgens de acte van 't formulier van den Eed, den volke meede voorgeleezen, die authorisatie, met 't for mulier den volke voorge leezen zijnde, die met het opstond, met het opsteeken der 2 voorste vingeren, en het ge„ opsteeken hunner 2. vin geren, het uitroepen, vi „Juijg van vivat vivat Lang Leeve zijn Hoog Edelheid de Vat Vivat zijn hoog Edel klerk hun Genoegen Kwamen te betuijgen. heid de klerk hem blijd Terwijl Eerst de Militie, daer na de Burgers, en Mardijkers in ordre drie Charges uijt hunne musquetten deeden, dat hunne musquette dat telkens met een falvo uijt het Cannon van het Casteel beantwoord, en vervolgens tot 21. schooten van de bolwerken =non schooten der Casteels Gedaan wierden, waer na het ter rheede leggend scheepje Na aanroeping van gods Heiligste naam quamen het opperh: ende Leeden naer buijten alwaar en. schende. brandende de Hoop =de 67 ingehaalt zijnde, nan deese blijde dog hier mee de een binde. — brandende het sE Comp: schip, en ' burger barcq De Hoop, en burger Barcq al hun geschut Los brande meede alhen geschut Vervolgens zijn Hoog Edelheids gezondheid, en Gelukkig Los; Daer op Lustigende ge zondheid van zijn hoogEd opperbestier, door een ieder Lustig gedronken, en daer op 18 schooten en een Langduurige opper uijt metaale draaij bassen die buijten voor 't opperhoofds wooning bestier gedronken weezen „de volgde nog 18. schooten Geplant stonden Gedaan zijnde namen de Jnlandse Grooten en uit metaale draijbas sen, die voors opperh=d woo„ verdere Gemeente hun afscheijd, en maarcheerde de Militie, bur„ ning geplantslonden. — de Jul=s grooten hun af „gerij en Mardijkers, weeder in ordre, en Rang aff„ scheijd hier meede ne„ mende, marcleerderde Blijvende de Leeden van den Raad, en nog Eenig ander militie burgers, en mar het =dijkers weeder naar huijs. geseldschap bij opperhoofd ter maaltijd. in terwijle de Leeden van den E: raad en eenig geselschap Eijndelijk met sons ondergang alle de vlaggen ingehaelt zijnde, bij het opperh=d ter maal „ F tijd blieven. En met Nam deeze blijde dag hier meede Een Eijnde — zons ondergang de vlagge„ /onderstond:/: Aldus Gedaan, en voorgesteld tot Coepang op Timor, Dato voorsz: /:was geteekend:/ W: A: Van Este„ T: wanjon, en A:n Alhing. — Accordeert L: Kraijenhoff G: Scriba van ho„ in Re„ en N=o 11 „ 71 6n Rapport van den vaendrig Militair # d Johan Fredrik Minte, weegens ƒ. zijne Commissie op Maubara ge„ =daan aan het opperhoofd en Raad x bij zijn terughkomst: In opservantie van UwEd=s gerespecteerde bevel, hebbe ik ondergeteekende op den 27: april: J=o Leeden mij vervoegt, aan„ =boord van de Pantjalling 's Fortuijn ende per dat kieltje de reijse van hier naer Maubara ondernomen alwaar dat is 10=e deeses aangeland, hebbe den Hoofd Regent Don Colletto „ met zijn Tweede Tanentie Corneli gen=t neevens de nabuu„ 8 =rige dorp voogtjes van Fatoe mole, Lankera, Fatoe borra en Nussedila nae de reeden van haar verzoek door den Tolk Evert Manneveld gedaan ondervraagt, dewelke ten andwoord ƒ „ dienden; dat de versogte assistentie zoo van volk als waapens teegens haer vijanden Don Pauel des regents Oom en die van zoekzang wilden gebruijken, om zig weegens aangedaan hoon ƒ en geleeden schaaden te wreeken, over het afbreeken van 't Fontje, het verbranden van de daar binnen gestaan hebbende huijsen, en vlagge stok, beneevens diverse geroofde goederen en sE Comp=s merk steen alles gepleegt ter geleegentheid hij Regent voorn=t zig met de zijnen op het gebergte was bevindende om zijnen vaader te begraaven, dierweegens geen vreede met haer wil„ „de aengaan voor dat zijl=n dit alles hadden voldaan. Egter hebbe in absentie van den hoofd Regent, van de dorps overheeden N„o 12
English
To The Honorable Willem Adriaan Van Este Junior Merchant and Head of this Office and its Dependencies. Honorable Sir, In compliance with the standing order of Their High Mightinesses, the Noble High Indian Government, dated 18 July 1771: we the undersigned, upon your Honor's verbal order, have properly examined and verified the most recently closed Pay Books of this Office for the year 1779/1780 to discover whether any estates of deceased Company servants were administered by the Curator Ad Lites during the past financial year. Thus we have the honor to inform your Honor that we have found none under his administration. With which we, with due respect and true high esteem, have the honor to call ourselves, beneath stood, Honorable Sir, lower, your Honor's humble and obedient servants, was signed, J. F. Minte, and A. Alling, in the margin, Coepang on Timor, the 20th of July 1780. Agrees D Kraijenhoff G. Sluba No. 14 To The Honorable Willem Adriaan Van Este Junior Merchant and Head of this Office and its Dependencies. Honorable Sir, In compliance with the received orders of Their High Mightinesses, dated 18 March 1774, and your Honor's verbal order, we the undersigned commissioners have, with the required accuracy, compared the Muster Rolls as of the end of June with the Pay Books of this Office closed under that date, and found the same to agree with them in every respect. Wherewith hoping to have complied with the esteemed intention of your Honor, we call ourselves with due respect, beneath stood, Honorable Sir, lower, your Honor's humble and obedient servants, was signed, J. F. Minte, and A. Alling, in the margin, Coepang on Timor, the 20th of July 1780. Agrees L Kraijenhoff G. Sluba No. 15 To The Honorable Willem Adriaan van Este Junior Merchant and Head of this Office, and its Dependencies. Honorable Sir, The undersigned Clerk of this Office, pursuant to the most respected order of Your Honor, having reviewed and examined with all possible attention the court records concerning the Coepang historical events, and in particular the massacre committed therein upon a party of defenseless women and children of subjects of the Amanoebang King Jacobus, by Catoe Batoe Maloe, who set himself up as Captain of the Coepang warrior band, and his comrade Amboeka Amtotto, named Amdena, presently the Lord's prisoners, assisted by Poeties, and several other fellow Coepangese mentioned hereafter. He has the honor to report to Your Honor: That as well from the confession by Catoe Batoe Maloe himself, as from the depositions taken against him by the orderlies Gerrit Daniels, Jan Jonas, the Captain of the Mardijkers Frans Maucaan; the King of Coepang Naij Mannas, the Coepangese Daij Palo, Manas Fole, Bea, Pohon Lieskoin, and Mina Nietsaij; as well as from those of his accomplices Amboeka Amtotto, named Amdena; Manas Tangaij, Sobelias, Koko Atie, Boetie, and Kahoe, all delivered on different dates before Commissioners from the Political Council, and thereafter re-confirmed, it is most clearly and plainly established. That Catoe Batoe Maloe was the principal instigator and leader of the massacre that was committed; for Firstly, He admits in his confession to have known very well, and moreover to have been warned by Captain Frans, when he was in the field against the true rebels for the first time, and while he stayed with the aforementioned Frans at Oebeloe with Oltepat, and Daij Palo, passing himself off as Captain of the Coepangese warrior band, not to do those people any harm, as they were not enemies, but rather well-disposed Amanoebang subjects, their wives, and children, who by King Jacobus, because his stockade was hindered by them, were placed there under his supervision, and had already stayed there for a month. That furthermore, before the murder was committed, he spent one night with those people, gathering coconuts from the trees to give them to eat. Secondly, As this is, besides his own confession, also clearly evident from the statements given against him, principally by Captain Frans and the Coepangese Mannas Fole. Wherein it is described that Mannas Fole informed him, Catoe, on the day before the atrocities he committed, at Bisbouw, when he feigned ignorance to him, likewise of the residence of those well-disposed people. Although he nevertheless already at that time, with violence, along with Amdena, Poeties, Tangaij, and Latoe Pilie, wanted to go and murder those people without the slightest reason, but solely out of an evil intent; which he would also have done had he not been restrained by Mannas Fole. Thirdly, In proof thereof, saying with Poeties to Mannas Fole: here at Oebeloe are many Amanoebang people; let us just go and cut off heads, and by repeating such constantly, attempting to make him an accomplice therein. As that deposition also agrees with his own confession, which contains that he, together with Poeties, said to Mannas Fole: here close to Oebeloe in the forest are hostile Amanoebang people who commit all kinds of hostilities at night; come on, let us just go and kill them, thereby we can achieve renown for our Regent.
Dutch transcription
Aan Den WelEdelen Heer Willem Wel Edelen Heer In voldoening, aan de Permanente ordre Hunner Hoog Edelheeden, de Edele Hooge Indiasche Regering de d=to 18 Julij A=o 1771: hebben wij ondergeteekende, op uwel Ed=s mondeling bevel de Iongste Geslootene zoldij Boeken deeses Comptoirs d' A=o 17 3/80 be„ „hoorlijk g'Examineerd en nagegaan om te ontwaeren off er ook nalatenschappen van Compagnies overleedene Dienaeren door den Curator Ad= Lites in het gepasseerde boekjaer g'admi„ „niestreerd waeren. zoo hebben w' de Eer uwelEd: te berigten dat wij geene derselve onder zijne Adminiestratie hebben bevonden Waer meede wij met verschuldigt Respect en waere Hoog Agting; ons verEeren te noemen /:onderstond:/ Wel Edelen Heer /:lager:/ uwelEd: D: w: en ootmoedige Dienaeren /:was geteekend:/ J:s J: Minte, en A=s Alhing /:in margine:/ Coepang op Timor Den 20:e Julij A=o 1780. — Accordeert Adriaan Van Este onderkoopman en opperhoofd deeses Comptoirs en de Resorte van dien. — g: Hiiba D Kraijenhoff - - D Roet No. 14 Nagstien ƒ 73 Aan Den WelEdelen Heer Willem Adriaan Van Este onderkoopman en opperhoofd deeses Comptoirs en den Resorte van dien Wel Edelen Heer In nakoming der ontfangene ordres Haeren Hoog Edel„ „heedens, van den 18=e Maert A=o 1774 en UwelEd: mondeling bevel, hebben wij ondergeschreevene gecommitteerdens, met de nodige Accuratesse geconfronteert de Monster Rollen, onder ult=o Junij met de onder dien datum geslootene zoldij Boeken deses Comp„ „toirs en de zelve in allen deele daer meede Accordeerende bevonden. Waer meede verhoopen aan de g'Eerde Jntentie van uwelEd: voldaan te hebben noemen wij ons met verschuldigden Eerbied /:onderstond:/ welEdelen Heer /:lager:/ uwelEd: D: w: en oot„ „dige dienaeren /:was geteekend:/ I: F: Minte, en A=s Alling /:in margine:/ Coepang op Jimor den 20=e Iulij A=o 1780. Accordeert L Kraijenhoff g: Sliba N=o 15 Willem Adriaan van Este Onderkoopman en oppperhoofd deeses Comp„ „toirs, en Resorte van dien.— E: Heer Den ondergeteekenden Scriba deses Comptoire, ter zeer gerespecteerde ordre van UW E, met alle moogelijke atten„ „tie geresumeert, en nagegaan hebbende, de Proces stukken, raa„ „kende de Coepaneese Historiaalen, en in zonderheijd de daar in gepleegde massaacre, aan een parthij Wierloose vrouwen en Kinderen van Amanoebangs Koning Jacobus onderdanen, door den zig voor Capitain der Coepaneesen krijglende op geworpe„ „ne Catoe Batoe Maloe, en zijn makker Amboeka Amtotto; /:bij gen=t:/ Amdena, thans s' Heeren gevangenen, geholpen Door Poeties, en meer andere hier naten: meede Coepaneesen. Zoo heeft hij de Eere UWE te berigten; Dat zoo wel uijt de Confessie door Catoe Batoe Maloe, zelver; als uijt de teegens hem in gewonne verklaaringen, door Aan Den E Heer de 5 No. 16 de ordonnancen Gerrit Daniels, Jan Jonas, den Capitain der mardijkers Frans Maucaan; den koning van Coe„ „pang Naij Mannas, de Coepaneesen Daij Palo, Manas „ fole, Bea, Pohon Lieskoin, en Mina Nietsaij; gelijk meede uijt die zijner meede pligtige Amboeka Amtotto, /bij gen:/ Amdena; Manas Tangaij, Sobelias, Koko Atie, Boetie, en Kahoe, alle op differente datums voor Commis„ „farissen uijt den Politiecquen Raadg'passeert, En daar na gerecolleert, ten duijdelijkste, en klaarste constoert. — Dat Catoe Batoe Mailoe, den voornaamsten autheur„ en aanvoerder dier gepleegde massaacre geweest is; want Eerstelijk Bekend hij in zijn Confessie zeer wel geweeten te hebben, en ook door Capitain Frans /:toen hij de Eerste maal teegens de waere rebellen is te velde geweest, en hij bij gemelde Trans op oEbeloe met oltepat, en Daij Palo, zig heeft opgehouden, hem uijtgee„ „vende voor Capitain der Joepaneeneese krijgsbende :/ booven dien gewaarschuuwd te zijn, om die menschen geen Leed te doen, als zijnde geene vijanden, maar wel van de goede gezinde ama„ „noebangse onderdaanen, hunner vrouwen, en kinderen, die door Koning Jacobus, om reeden zijn Pagger daar meede belemmert was, onder zijn op=zigt aldaar besteld waaren, en reeds een maand hun verblijff gehouden hadden. — Dat hij buijten dien voor de begaane moord, eenen nagt bij die menschen heeft door gebragt, haelende Clappus van de boomen, om hun te Eeten te geeven. gelyk de 2=e - 77 Gelijk zulx buijten zijn Eigen belijden is, meede duijdelijk uijt de teegen hem gegeeven verklaringen principaal door Capitain Frans, en den Joepanees Mannas sole gepasseert komt te blijken. — Alwaar in beschreeven staat, dat Mannas Cole, hem Catoe daegs voor zijn gepleegde gruuwelen, /:op Bisbouw wanneer hij teegens hem den onweetende speelde:/ meede van het verblijff dier goede gezinde menschen onderrigt heeft Hoe wel hij al egter met geweld, neffens Amdena, Poeties, Tangaij, en Latoe Pilie, die menschen al op die tijd, zonder de minste reeden, dan alleen uijt Een boos voornoemen wilde gaan, vermoorden; dat hij ook zoude gedaan hebben, waare hij niet door Mannas Cole, teegen: Gehouden. 5de 5=de Tot bewijs daar van, met Poeties teegens Mannas fole, zegende hier op OEbeloe, zijn veele amanoebangers; Laat ons maar koppen gaan kappen, en door zulx telkens te her„ „haelen, hem daar in tragtende meede pligtig te maeken. — Gelijk die verklaring ook over een stead, met zijn Eigen Con„ „fessie, die behelft dat hij neffens Poeties teegens Mannas Cole, gezegt heeft; hier digte bij OEbeloe, zijn van de vijandelijke ama„ „noebangers in 't bos, die snagts alle vyandelijkheeden pleegen, kom aan, laat ons die, maar gaan afmaaken, daar meede kunnen wij den roem: van onsen Regent behaelen. De 3=oe - 1 6=de
English
No: 15 The Sonnebaijers having cut off heads of the enemy, and we Kupangese having been as far as OEzetta, must stand ashamed because we have gained nothing. Which was continuously discouraged to him by Mannas Cole, demonstrating that they were not enemies, but a group of defenseless women and children of the well-disposed Amanoebang subjects, and that if he nevertheless wished to proceed with violent beheadings, he first had to go to Kupang to inform their regent of the number and whereabouts of those people. Whereupon he answered: Amanoebang has cut off heads of our people in the past, and why should we not be allowed to take heads now? That at that time was still prevented by the good management of Mannas Sole. While after much discussion back and forth, he finally agreed to first go report to Kupang alongside Poeties. 10th Not without asking Mannas Cole, merely for form's sake, as it was already too well known to him, how many people were actually there that he had to report at Kupang, who answered him: there are 60 heads, and that number must also be given. Yet that was answered more to his liking by his companion Amtotto Amdena with: Yes, you must report fewer than there are, then we can hide some children. Which was once again contradicted by the aforementioned Mannas Sole, by saying to him: you must report as many as there are. Which he then also finally promised to do, and departed with Poeties for Kupang, yet forging in his heart, as appeared afterward, an entirely different wicked plan, since, arriving at Kupang and before their Regent, they reported not of women and children, but of 60 hostile Amanoebangers, among whom were 20 males, and 5 of them armed with snaphaunces. Thus to make his king, and through his ignorance also the Honorable Company, partners, if it were possible, in his intended murders. 15 As can be seen in further detail from all his actions, and principally when they had approached close to the place of those unfortunates; when he restrained the orderly, who still proposed to go ahead alone, and who had also been sent along by your Honor to prevent all disorder and mistreatment if those people did not resist and wished to come down willingly, and the better to deceive his king, 15th 16th And sent ahead ostensibly an emissary named Bea to call Mannas Sole, whom he claimed to have sent to his regent, and also to see at the same time whether those so-called enemies were still there. Who immediately returned with the answer that Mannas Cole had gone to his corn garden, but that those people were still there. To which he hastily, and before anyone else had heard the emissary, answered: it is well, I know it full well, it is hostile folk, I have spoken about it with Mannas Sole. Advising the orderly and his king, who were now truly misled and knew no better than that the enemy was there, to go above along the mountains, so as he claimed to cut off the enemy's route of escape, but in fact merely to get them out of the way. While he went below with his squad through the palisade of a certain Mardijker Poelang, where by being the first with his men, who simply attacked furiously, before the palisade of those people, he seized 12 women, who were brought to safety by him. While he thereby gave his companion Amdena the opportunity to likewise attack furiously from the other side with his subordinates. 18 Thus 17th 19th 20 21st 81 Thus, as has been said here before, he, Catoe Batoe Maloe, although it nowhere appears that he himself actually murdered, was not only the principal instigator and firebrand, but also the first leader. After which Amboeka, Amtotto, surnamed Amdena, appears as a second author and murderer of those defenseless people, according to his own confessed and recollected confession, as well as from the sworn statements obtained against him, delivered by the witnesses and accomplices mentioned here before. Since he also took part in the discourse held between Catoe Batoe Maloe and Poeties with Mannas Sole at Bisebouw, and notwithstanding that he himself confesses to have known very well that those defenseless souls were not enemies, but well-disposed subjects placed in that location by their regent. He nevertheless consented that Catoe Batoe Maloe should go with Poeties to Kupang to report those people as enemies, recommending to them himself to reduce the number in the report, so that he then intended to hide some children. 26 But not before he saw that through the obstruction of Mannas Cole, at that time, of the murdering, in which 22 23 24 25th 1
Dutch transcription
No: 15 De Sonnebaijers hebbende koppen van den vijand gekapt, en wij Coepaneesen zijn tot op OEzetta geweest, moeten beschaamd staan, om dat wij niets hebben opgedaan. — 'T geen hem geduurig, door Mannas Cole is afgeraaden, onder verthoon dat het geen vijanden, maar een parthij waerloose vrouwen en kinderen der goede gezinde amanoebangse onder„ „danen waaren, en dat bij aldien hij wanwel met geweld aan het kappen wilde, eerst op Coepang gaan moeste, om aan hun re„ „gent kennisse van het getal, en verblijff dier menschen te geeven„ Waarop hij andwoorde amanoebang, heeft wel Eer van ons volk gekapt, en waarom zouden wij nu niet kappen moogen. — Dat als toen door het goede belijd van Mannas sole nog is verhindert geworden. — Terwijl na veel over, en weer spreekens, hij Eindelijk aannam om neffens Poeties Eerst berigt op Coepang te gaan geeven. — 10=e Niet zonder quasi vero/: alzoo het hem te wel bekend was aan mannasCole te vragen, hoe veel menschen wel daar waaren, en hij op Coepang moeste aangeeven, die hem andwoorde, 60 koppen zijner, en moeten ook ^ gegeeven worden. — Dog dat door zijn matker Amtotto Amdena beeter na zijn zin, beandwoord is, met, Ja moet minder opgeeven als 'er zijn, 11=e 9e. dan 7 de 7=de 8 ie zuijer, dan kunnen wij Eenige kinderen verbergen. — 'T geene door gerepte Mannassole alweeder op nieuw wierd teegengesprooken, met teegens hem te zeggen, je moet met zoo veel opgeeven als 'er zijn. — 'T welk hij dan ook Eijndelijk beloofde te zullen doen, en met Poeties na Coepang vertrokken is, dog in zijn hart gelijk daer na bleek, een geheel ander boos voorneemen smeedende, alzoo zij op Coepang, en bij hun Regent komende, van geen vrouwen en kinderen, maar wel van 60 vijandelijke ama„ noebangers, waar onder 20. mans persoonen, en daar van 5. met snaphaenen gewaapent waaren, hebben berigt gedaan. Om dus zijn koning, en die onweetende, weeder, de E Comp: „deel genooten, /: in dien het moogelijk waare geweest:/ van zijn voorgenoomen moorderijen te maaken- — 15 Zoo als nader is te zien, uyt alle zijne gedoentens, en prin„ „cipaal, toen zij tot digte bij de plaats dier ongelukkige genaa„ „dert waeren; wanneer hij den ordonnans die nog proponeerde alleen voor uijt te willen gaan, En ook door uwE om alle disordre en mishandelinge te kinderen, indien die menschen zig niet te weer om stelde, en gewillig wilde afkomen was meede gegeeven, en zijn koning te beter te bedriegen, teegens hieuw 15= 16=e En quasi Een zendeling gen=t Bea, om Mannas sole die 14=e 13=e hem K=a 1 „ zijn, na zijn de, aar m is og No 15 hem zoo hij voorgaft, aan zijn regent hadde afgezonden te roepen en ook om met een te zien, off die zoo genaamde vijanden nog daar waeren; voor uijt zond.— Die ogen blikkelijk te rug kwam, met andwoord, dat Manna lb Cole naar zijn, Jagon thuijn was gegaan, dog dat die mensche nog daar waeren. — Hij daar haestig, en voor alEer een ander den zendeling ge„ „hoort hadde, op andwoorde, het is goed, ik weet het wel, het is vijandelijk volk, ik heb er met Mannasal over gesprooken Aanraadende den ordonnans, en zijn koning /:die nu weezent „lijk misleijd waeren; en niet beeter wisten, of de vijand was daar :/ om booven Langs het gebergte te gaan, om zoo hij voor gaff den vijand den Pas tot vlugten afte snijden / maar in der daat, om die maar van de hand te hebben. Terwijl hy beneeden met zijn rott, door de Pagger van zeekeren mardijker Poelang heen gong, daar hij door het eerste met zijn volk /:dat maar verwoed inviel/ voor de Pag„ „ger dier menschen te zijn, 12. vrouwe heeft opgedaan, die door hem in vijligheid gebragt zijn. — Terwijl hij zijn matker Amdena, daar door geleegentheid gaff, om met zijn onderhoorige aan den anderen kant meede verwoed in te vallen. — 18 Dus 17=e 19=e 20 21=e 81 „0 Dus zoo als hier vooren gezegd is, hij Catoe Batoe Ma„ „loe, hoewel nergens blijkt, hij Juijst zelver gemoord heeft, niet alleen den voornaamste aanlegger, en stokkebrand, maar ook den Eerste aanvoerder geweest is. Waar na Amboeka, Amtotto /:bijgenaamd, Amdena, als een 2=de autheur, en moordenaar, dier weerloose menschen, volgens Eigen beleeden, en gerecolleerde Confessie, als ook uijt de teegen hem in gewonnen, en b'Eedigde ver„ „klaaringen, door de hier vooren genoemde getuijgen, en meede pligtige gepasseert, voor komt. — Alzoo hij meede deel gehad heeft; in het gehoudene dis„ „Cours Tusschen Catoe Batoe, Maloe, en Poeties, met Manas sole, op Bisebouw, En niet teegenstaande hij zel„ „ver Confesseert zeer wel geweeten te hebben, dat die weerloose zielen, geen vijanden, maar wel goede gezinde onderdanen, aldaar ter plaatse door hun regent bestelt, geweest zijn. — Al Egter heeft toegestemd:, dat Catoe Batoe Maloe, met Poeties naar Coepang gingen, om die menschen voor vijanden aantegeeven; recommandeerende hun zelver om bij opgaave het getal daar van te verminderen, op dat dan eenige kinderen meende te verbergen. — 26 Maar niet voor dat hij zag dat door het teegenhouden van Mannas Cole, 'er op die tijd, van het moorden /:waar in 22 23 24 25=e heid 1
English
No 16 in which he showed great eagerness: nothing would come of it. just as upon the return of those messengers, he was also the first attacker, aggressor, and murderer; putting out of the way the mother of Raadja Taijbenoe with his own hands, and another 22 of those unfortunate ones by the incitement of his people, shouting and raging against them, attack Coepanese and satans, what are you standing there looking at, or do you want those people to be brought up alive, so that they will be distributed to you as slaves. — After which atrocious deed, he, with the bloodied garment, wrenched by him from that murdered woman, and thereafter placed as a cover on his horse: and in the one hand, and with the bare cleaver in the other hand, came dancing and leaping before his Regent, as imagining himself to have exerted himself very well Just as he also boasted against Atie Bemoesa of having chopped 2 heads, and against Batoe, of having chopped richly; although his confession speaks of only 2 heads, as is to be seen more broadly therein— And it appears to me in all respects that it must have been a prearranged work between him and the first villain Catoe. — 30th 29th 28 31 coming 27 10 83 Appearing as the 3rd rogue in those trial papers; the fellow messenger (: and not yet apprehended by your Honor :) Poeties; who deliberately went along to Coepang, in order to deceive his prince; and who thereafter also did his best to follow his predecessors Amtotto and Catoe Batoe Maloe in the chopping, although it is not known how many heads he chopped. Concerning the other accomplices such as Manas Tangaijsobelias, Koko Atie, Boetie, Kahoe, P: Matthias, who indeed confess to having chopped as well, but only upon the order of the 2 first scoundrels, without one however being able to ascertain how many heads they chopped along, except only of Manas Tangaij, and the already deceased P: Matthias, whose confessions state that the two of them decapitated a little girl. — Whereby the one, as well as the other, besides Daij Palo, Manassole, and Atie Bemoesa, and the other deponents, have made themselves more or less guilty of the shedding of innocent blood; and thus also worthy of all punishment, in proportion to their crime; concerning which your Honor will be able to judge with mature counsel— And hoping to have fulfilled your Honor's intention, I call myself with high esteem beneath was written Honorable Sir lower your Honor's humble and obedient servant was signed L: Kraijenhoff, sworn clerk in the margin Coepang on Timor the 15th of August 1780 32nd p L: Kraijenhoff sworn clerk Agrees — also A No 92 No. 13 No 15 No. 22 35 5 4 84 54 goods a Note of the defects of the Bottom: to be settled The artillery d where placed 8 sea point flag point Nt x 13 5 d C N30 3 3 per the 8 ƒ 5 G 8 8 78 the os d8 8 8 8 Ditto Ditto Ditto Ditto = Ditto Ditto around gt ft in 21 6 1/2 2 5 -1/12 1/3 1-11½ in st- in st in st in around 5- 2/3 13 2-4 1—11½ 1— ½ „ —2. 2 - 4 5- 2/3 1. 11½ 73 1-/2 2 —2 2 -4 1—½ 1 — 11½ 5- 1/3 13 2- 5 2- 7½ 2 - 2 2 - 1 6-¼ ¼ ¾ — 5 2- 72 2 -2 2 -1 6-¼ Per in 3 –½ 4 -2 3. 2½ 3 –½ 9-½ /6 3 —½ 4-2 3- 2½ 3—½ 9-½ 6 3 2. 10 1/3 8-½ 3-9 3 — ¾ 6-¾ 2- 5¼ 2 -4 3-3 13 3-3 2-¾ 2-4 6-¾ 1/3 2¼ 3- 3½ 2-5¼ 2- 4 6-¾ /3 3-3 2- 5¼ 2 -4 6-¾ 3/2 —2 3- 3 2-5 6-¾ 2-3½ 3/12 —2 st in 3- 3 2-5¼ 2- 3½ /12 6 -¾ —2 8½ 2- 8 1. 11½ 1 10¼ 5- 3/6 ¼ ƒ in st In F 1 ¼ 4 1/6 1½ 2- /6 1 6¼ 1 5½ —2 —2 11 —2 Feet Inches ditto 8 sea point flag point 2 23 16009 Ba ƒ 8 3 to 8 3 5 6 to 9 iron Metal Rhineland foot-measure, or Delft weight lb 25 5 3 ƒ 6 5 5 8 8 e e. fe 5 8 ƒ 5 8 9 Ft In Ft In 1— 5 Joan J: :t: 3= 7½ 1 — 4½ 2. nicolaas 1756 288 Derekhoorn J: 1 3: 11:8: 1756 288 3-7½ 1 — 4½ 2 G: :H: 295 3-7½ 1 — 4½ 2 1756 T: W: D: 3. 7½ 1 — 4½ 2 1:1:8: 1756 290 : lij 3 -7½ 1 —4½ 2 T: W: D: 1756 291 (:S:: S: 3- 7½ 1 — 4½ 2 F: W: D 1756 289 No J: Derogge 4. 1½ 1 —- 8 316 2 rotterdam 1686 1785 7. 3½ 3- 1½ 4 3 8 - 4 2 7. 6½ 9- 1½ 1810 8 3 1746 7. 4½ 3 1280 6- 6 2-5½ 3 900 6 — 2=2 3 2 2 2 2 2 2– : 2 V= C:C — 5 1. 4 3 2 - - 4 - 3 Timor in the Castle Cannon — 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 - 8 6 4 3 6 - 8 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 lb 427 e d E P ƒ 31 waf 3 ƒ 5 c 5 5 3 8 8 p Ao 1768 at the 5 F ps v o net ybu the & 3 v n 5 3 16 i 3 2 No. 22 F E0 G 2 98 3 Note J:: Of the defects of the Bottom to be settled feet Inches The artillery where placed sea point sea point flag point Flag point 3 3 S2S 6o aa 27 t 8 6 J. 5 8 8 8 8 F od 86 A 8 8 f D D D E Ft In D ft In 2 5-11 1 - 11 1-11½ 13 2 2-6½ 1/12 2 11 2 - 2 2- 4 5-2/3 1-11½ 1 1/12 /3 - 2 5- 2/3 1— ½ 1- 1½ 2 - 2 2 - 4 3. 4½ 2„ ƒ 2 1 ½ 1- 11½ 2-2 5 2/3 2-4 3. 4½ 2 4 ƒ t 3 2 — 1 2- 712 2—2 2 — 5 6 -¼ 4 4½ 2 3 4½ 2 2 - 5 2. 7½ 2 - 2 2 —1 6-¼ ¼ 3 9½ 4- 2 3. 2½2. 3-½ 2 3½ 1/6 ƒ 4 5 ƒ 4—2 3. 2½ 3 ½ 9½ 3½ 6 3 8½ 3- 9 3 — 2- 10 1/3 1½ 4 3 — 4 - 2 6 ¾ 2- ¼ 2- 4 2-2 3- 3 13 3 2 6 -¾ 2- 5¼ 2 -4 2 -2 3 -3 73 5½ 3 2 4 6 2- 2¼ 3 3½ 2- 5¼ 2 ¾ 3 9 24 6-¾ 2-5¼ N12 2-2 3 -3 6¾ 2—5 23½ 1/12 2-2 3 - 3 9 2. 5¼ 2- 3½ 6¾ 2- 2 3- 3 12 1 5- /6 148½ 2- 8 1-10¼ 1- 11½ ¼ 1 4 1/6 1-5 7/12 4 2. 1½ 2 1/6. 1-6¼ 9 Po —8 nbu 1½ 4 3 4½ 2. 4½. 2. Heads and 5 53 x Inches 2 25 E 15 x 3 8P _ C 3 6 6 F 60 5 S 1ot 3 name d 6 4 5 87 Main - 2 t iron metal Cannon Rhineland foot-measure, or Delft weight mogor the 4 e ƒ by 5 2 5 8 85 . 5 5 583 3 3 23 D:S 8p 6 8 8 1 ft In ft In Ao Jaan folio: 171: Nicolaas 288 3. 7½ 1 4½ 2 Derkhoorn 1756 (:H: T:N:D 288 3 -7½ 1756 1—4½ 2 S:W:D: 295 3 - 7½ 1-4½2 1756 5:1:D: 290 3. 7½ 1 4½ 2 1756 C:V C:1 I: N:D: 291 3. 7½ 4½ 1756 2 (:: 1 T:N:D 289 3- 7½ 1 4½ 1756 2 4o J: Deropge 2: 316 41½ rotterdam 1686 1 8 8 82 1785 7. 3½ 3. 1½ e 8 &c 1810 7. 6½ 3- 1½ 3 1746 7=4½ 3 - 4 4 1280 6 - 6 25½3 — 3 900. 6 3 — 2 2 D 1 — 760no JCP 5 1 8 1 / Timor in the Castle 1 1 — 1 1 — 1 1 — 1 1 1 1 1 — - - — 6 6 8 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 lb lb e 2 6 8 to 6 131 5 ƒ 8 8 5 2 ƒ 9 the 8 553 8 3 3 5 55 5 18 d 8 e 8 ƒ 3 ea 8 12 we 28 — — 2
Dutch transcription
No 16 in hij groote lust betoond heeft:/ nietskomen zoude. gelijk bij te rug komste van die boodschappers, hij ook den Eerste aan valler agresseur , en moorder geweest is; van kant helpende, de Moeder van Raadja Taijbenoe door Eigen handen, en nog 22: dier ongelukkige door het aan histen van zijn volk, roepende entierende teegens hun, val aan Coepanees en zeetans, wat staat JeLuij te kijken, off wil je hebben, dat die menschen Leevendig werden op„ gebragt, op dat ze je als slaaven werden uijtgedeelt. — Na welke gruweldaad, hij met het bebloede kleedje, door hem die vermoorde vrouw onttrukt, en daar na tot een „dekkleed op zijn Paard gelegt:/ en de Eene, en met de bloote houwer in de andere hand, voor zijn Regents is komen dan de en springen, als zig verbeeldende zeer wel uijtgeslooft te hebben Zoo als hij zig ook beroemd heeft, teegens Atie Bemoe„ „sa 2. koppen gekapt, en teegens Batoe, van rijkelijk ge„ „kapt te hebben; hoe wel zijn Confissie maar van 2. koppen spreekt, zoo als breeder daar bij te zien is— En het mij in allen deelen blijkt, dat het een afgesprooken werk tusschen hem, en den Eerste Fielt Catoe moet ge„ „weest zijn. — 30=o 29=e 28 31 komende 27 10„ 83 Komende als den 3=de schurk, in die Proces papieren voor; „den meede boodschapper (: en nog niet door uwE: magtig geworden zijnde / Poeties; die op zettelijk meede naar Coepang gegaan is, om zijn vorst te bedriegen; en die daar na ook zijn best gedaan heeft, om zyn voorgangers Amtotto, en Catoe Batoe Maloe in het kappen te volgen. schoon niet bekent is hoe veel koppen hij gekapt heeft Betreffende de overige meeder pligtige als Manas Tangaij„ sobelias, Koko Atie, Boetie, Kahoe, P: Matthias, die bekennen wel meede gekapt te te hebben maar niet dan op ordre van de 2: Eerste booswigten, zonder dat men Egter kan nagaan, hoe veel koppen zij meedegekapt hebben, dan alleen van Manas Tangaij, en den reeds overleedene P: Matthias, wiens Confessie spreeken, dat zij met hun beij„ „den, een kleijn meijsje hebben gedecapiteert. — Waar door den een, zoo wel als den anderen, buijten Daij Pa„ „lo, Manassole, en Atie Bemoesa, en de andere attestanten, zig meerder, of minder hebben schuldig gemaakt, aan het vergieten van onnozelboet; en dus ook alle straffe, waardig, na Eeven reedigheid hunnen misdaad; waar over uwE. met rijpe raade zal kunnen oordeelen-— En Hoope aan uwE Jntentie voldaan te hebben noeme ik mij met hoog agting /:onderstond:/ E: Heer /:lager:/. uwE: ootmoedige en gehoorsaeme Dienaar /:was geteekend:/ L: Kraijenhoff, gesw: scriba /:in margine:/ Coepang op Timor Den 15 aug=s 1780 32= p L: Kraijenhoff g: Scribag Accordeert — ooken A No 92 No. 13 N„o 15 No. 22 35 5 4 84 54 goder a Notitie der gebreeken van den Boodem: af te Reekenen Het geschut d waar geplaatst 8 zee punte vlaagg punt Nt x 13 5 d C N30 3 3 p de 8 ƒ 5 G 8 8 78 de os d8 8 8 8 D: D: D: D: = D: D: om gt ft dm 21„ 6 1/½2 2 5 -1/12 1/3 1-11½ dm st- du st d=m st d=m om 5- 2/3 13 2-4 1—11½ 1— ½ „ —2. 2 - 4 5- 2/3 1. 11½ 73 1-/2 2 —2 2 -4 1—½ 1 — 11½ 5- 1/3 13 2- 5 2- 7½ 2 - 2 2 - 1 6-¼ ¼ ¾ — 5 2- 72 2 -2 2 -1 6-¼ P=r dm 3 –½ 4 -2 3. 2½ 3 –½ 9-½ /6 3 —½ 4-2 3- 2½ 3—½ 9-½ 6 3 2. 10 1/3 8-½ 3-9 3 — ¾ 6-¾ 2- 5¼ 2 -4 3-3 13 3-3 2-¾ 2-4 6-¾ 1/3 2¼ 3- 3½ 2-5¼ 2- 4 6-¾ /3 3-3 2- 5¼ 2 -4 6-¾ 3/2 —2 3- 3 2-5 6-¾ 2-3½ 3/12 —2 st dm 3- 3 2-5¼ 2- 3½ /12 6 -¾ —2 8½ 2- 8 1. 11½ 1 10¼ 5- 3/6 ¼ ƒ dm s=t Dn F 1 ¼ 4 1/6 1½ 2- /6 1 6¼ 1 5½ —2 —2 11 —2 Voeten Duijmen do 8 zee punt vlaagge punt 2 23 „ 16009 Ba ƒ 8 3 aan 8 3 5 6 te 9 ijzer Metal Rhijnlandse voetmaet, of Delfs gewigt lb 25 5 3 ƒ 6 5 5 8 8 e e. fe 5 8 ƒ 5 8 9 V=e D=m V=n D=r 1— 5 Joan J: :t: 3= 7½ 1 — 4½ 2. nicolaas 1756 288 Derekhoorn J: 1 3: 11:8: 1756 288 3-7½ 1 — 4½ 2 G: :H: 295 3-7½ 1 — 4½ 2 1756 T: W: D: 3. 7½ 1 — 4½ 2 1:1:8: 1756 290 : lij 3 -7½ 1 —4½ 2 T: W: D: 1756 291 (:S:: S: 3- 7½ 1 — 4½ 2 F: W: D 1756 289 N=o J: Derogge 4. 1½ 1 —- 8 316 2 roterdam 1686 1785 7. 3½ 3- 1½ 4 3 8 - 4 2 7. 6½ 9- 1½ 1810 8 3 1746 7. 4½ 3 1280 6- 6 2-5½ 3 900 6 — 2=2 3 2 2 2 2 2 2– : 2 V= C:C — 5 1. 4 3 2 - - 4 - 3 Timor in 't Casteel Kanon — 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 - 8 6 4 3 6 - 8 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 lb 427 e d E P ƒ 31 waf 3 ƒ 5 c 5 5 3 8 8 p „ Ao 1768 aende 5 F ps v o net ybu de & 3 v n 5 3 16 i 3 2 No. 22 F E0 G 2 98 3 Notitie J:: Der gebreeken van den Boodem af te reekenen voeten Duijmen Het geschut waar geplaatst zee punt zee punte vlaagge punt Vlaagge punt 3 3 S2S 6o aa 27 t 8 6 J. 5 8 8 8 8 F od 86 A 8 8 f D D D E V=t D=n D v=a D=m 2 5-11 1 - 11 1-11½ 13 2 2-6½ 1/12 2 11 2 - 2 2- 4 5-2/3 1-11½ 1 1/12 /3 - „ 2 5- 2/3 1— ½ 1- 1½ 2 - 2 2 - 4 3. 4½ 2„ ƒ 2 1 ½ 1- 11½ 2-2 5 2/3 2-4 3. 4½ 2 4 ƒ t 3 2 — 1 2- 712 2—2 2 — 5 6 -¼ 4 4½ 2 3 4½ 2 2 - 5 2. 7½ 2 - 2 2 —1 6-¼ ¼ 3 9½ 4- 2 3. 2½2. 3-½ 2 3½ 1/6 ƒ 4 5 ƒ 4—2 3. 2½ 3 ½ 9½ 3½ 6 3 8½ 3- 9 3 — 2- 10 1/3 1½ 4 3 — 4 - 2 6 ¾ 2- ¼ 2- 4 2-2 3- 3 13 3 2 6 -¾ 2- 5¼ 2 -4 2 -2 3 -3 73 5½ 3 2 4 6 2- 2¼ 3 3½ 2- 5¼ 2 ¾ 3 9 24 6-¾ 2-5¼ N12 2-2 3 -3 6¾ 2—5 23½ 1/12 2-2 3 - 3 9 2. 5¼ 2- 3½ 6¾ 2- 2 3- 3 12 1 5- /6 148½ 2- 8 1-10¼ 1- 11½ ¼ 1 4 1/6 1-5 7/12 4 2. 1½ 2 1/6. 1-6¼ 9 Po —8 nbu 1½ 4 3 4½ 2. 4½. 2. Coppen en 5 53 x D=mm 2 25 E 15 x 3 8P _ C 3 6 6 F 60 5 S 1ot 3 uaam d 6 4 5 87 Hoof - 2 t ijzer metal Kanon Rijnlandse voetmaet, of Delfs gewigt mogor de 4 e ƒ by 5 2 5 8 85 . 5 5 583 3 3 23 D:S 8p 6 8 8 1 v=t D=r v=n D=n A=o Jaan ƒo: 171: Nicolaas 288 3. 7½ 1 4½ 2 Derkhoorn 1756 (:H: T:N:D 288 3 -7½ 1756 1—4½ 2 S:W:D: 295 3 - 7½ 1-4½2 1756 5:1:D: 290 3. 7½ 1 4½ 2 1756 C:V C:1 I: N:D: 291 3. 7½ „ 4½ 1756 2 (:: 1 T:N:D 289 3- 7½ 1 4½ 1756 2 4o J: Deropge 2: 316 41½ rotterdam 1686 1 8 8 82 1785 7. 3½ 3. 1½ e 8 &c 1810 7. 6½ 3- 1½ 3 1746 7=4½ 3 - 4 4 1280 6 - 6 25½3 — 3 900. 6 3 — 2 2 D 1 — 760no JCP 5 1 8 1 / Timor in 't Casteel 1 1 — 1 1 — 1 1 — 1 1 1 1 1 — - - — 6 6 8 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 lb lb e 2 6 8 te 6 131 5 ƒ 8 8 5 2 ƒ 9 de 8 553 8 3 3 5 55 5 18 d 8 e 8 ƒ 3 ea 8 12 we 28 — — 2
English
Note of defects, calculating from the bottom, for the inches, trunnions, feet, inches. Where the artillery is placed: Ravelin Land point Sea point Flag point Brass, iron Rhineland foot measurement, or Delft weight. lb lb Jan Verbruggen, Enkhuizen, 1754, 5-4, 566 Jan Verbruggen, Enkhuizen, 1754, 5-1½, 555 Ciprianus Fransz., Amsterdam, 1736, 5-10½, 637 Ciprianus Cransz., Amsterdam, 1736, 5-10½, 650 Ciprianus Cransz., Enkhuizen, 1734, 5-10½, 841 Ciprianus Fransz., Enkhuizen, 1734, 5-10½, 843 1760, 7-6½, 8 1760, 7-3½, 8 6-5 6-6 22-10, 6-6½ 90-18, 989, 5-10½ 900, 5-9 900, 5 5-8 466, 4-5 Joan Nicolaas Derck, Hoorn, 1734, 342, 5 Concordia, on the 20th of September 1780. Agreed. L. Kraijenhoff G. Scriba Table of all the brass and iron pieces of cannon, together with the cannonballs, as they are found both on the ramparts, works, inner and outer posts, as well as in the magazines on 15 September in the year 1780: Calibers | Serviceable | Defective | Total Brass cannons of 48 lb Iron ditto Brass cannons of 36 lb Iron ditto Brass cannons of 24 lb Iron ditto Brass cannons of 18 lb Iron ditto Brass cannons of 12 lb Iron ditto Brass cannons of 8 lb: 5 Iron ditto of 8 lb: 3 Brass cannons of 6 lb: 2 Iron ditto of 6 lb: 1 Brass cannons of 4 lb: 1 Iron ditto of 4 lb: 2 Brass cannons of 3 lb long: 7 Iron ditto of 3 lb: 1 Brass cannons of 3 lb short or field pieces: 3 Brass cannons of 2 lb short: 1 Iron ditto of 2 lb: 2 Brass cannons of 1 lb: 10 Iron ditto: 80 Brass cannons of ¼ lb: 16 Iron ditto of ¼ lb: 25, 9, 6 Calibers | Serviceable | Defective | Total Cannonballs of 48 lb Ditto of 36 lb Ditto of 24 lb: 1 Ditto of 18 lb Ditto of 12 lb: 126 Ditto of 8 lb: 116 Ditto of 6 lb: 341 Ditto of 4 lb: 174 Ditto of 3 lb: 375 Ditto of 2 lb: 437 Ditto of 1 lb: 14, 530 Ditto of ¼ lb Agreed. Kraijenhoff G. Scriba No. 23 No foreign ships or vessels have called here this year. Subscribed: Kupang on Timor, 20 September in the year 1780. Signed: Kraijenhoff Agreed. Kraijenhoff G. Scriba No. 24 Memorandum of all such remaining piece goods ongoing as of the end of August in the year 1780, which were brought this year by the small vessel De Hoop, namely: Pieces Cambays, fine red Coast: 17 Pieces Blankets, cotton ditto: 37 Pieces ditto ditto Surat Pieces Guinea cloth, common bleached: 43 Handkerchiefs, blue checkered large Pulicat of 1¼: 47 Pieces Salempores, brown blue third sort: 8 Ditto, common bleached: 415 Pieces Flag cloths Surat: 41 Subscribed: Timor, in Castle Concordia, date as above. Was signed: C. Wanjon Agreed. J. Kraijenhoff G. Scriba
Dutch transcription
6 8 8 Notitie Der gebreeken van den bodem af te Rekenen voor ter Duijmen Het geschut waar geplaatst Ravelin A Sal 8 6 3 8 van d3 x d de 5 3 88 5 1 e 3 2 8 5 Pappen 5 8 8 8 d 9 D D D D Voeten D=n ½ 1- 4½ 1 —7½ 2 7/12 1- 7¾ 5- /6 4-½ 1/6 ƒ ½ 1- 4½ 27½ 1 7¾ 4½ 7 /6 1—7½ 1/6 — 7½ 1 —4½ 2 7/12 1-7¾ 71/6 1—7½ 4½ 1/6 ½ 1 —4½ 2 1/12 1—-7½ 7 1/6 4½ 1-7¾ /6 7½ - 4½: 27/12 1- 7¾ 1-7½ 7/6 4½ /6 - 7½ 1-4½ 2 1/12 1-7¾ 4½ 1-7½ 71/6 /6 1-7 1½ 1 18 2¼ 1-7 2/3 6½ /6 4 1/12 5 3. 2½ 1 —2 3-½ 3½ 3-1 ½ 4 — 2 9½ 6 —2 ½ 3. 1½ 4- 2 3. 2½1 9½ 3½ 3/6 3-9— 3 — ½3 „ 2- 10 1/3 1 -/2 8½ 4 3 25½ 3-7½ 2- 8¼ 10 12 6 8/6 26½ 4 22 3-3 2 5¼ 9½ 2-4 24 3 16 o D=m V=n Den Concordia adij 20' Septb„r 1780 teel L: Kraijenhoff Accordeert Land punt So 10 8 5 5 8 5 5 ƒ ca en 553 1/60 i 5 so pe 8 - boden - e 3et 5 ber 8 8 P 50 „ G: Sriba Kannon d 5 10 ƒd zeepunt Vlaagg=p=t metal ijzer Rhijnlandse voetmaet, of selfs gewigt lb lb 2 Dor 85 der 8 8 5 d 5 5 on 5 85 L 5 8 8 3 D=e D= 5 - 4 566 - # A=o /12 Jan verbrug gen Enkhuij 5 -1½ 555 2 1754 sen 712 Ciprianus 5-10½ frans J: Z: 1736 637 # 2 amsterdam l 1/12 Ciprianus Crans J: Z 5- 10½ E 650 1736 2 7/12 amsterdam G Ciprianus Crans J: Z: 3 G 841 3 5- 10½ 434 1/12 Enkhuijsen 15 Cipriamis„ 12 17 frans J: Z E 843 3 3 5- 10½ 1734 1/12 57 Enkhuijsen 7-6½ 8 8 - - ¼ 8 7-3½ 2 1760 8 S - 6 - 5 - 6 — 6 2 - 6-6 3 9. 3 22- 10 6-6½ p½ 3 3 90 - 18 989 5- 10½ 3 3 3 l 900 5-9 3 - 3 - 900 3 5— - 3 5- 8 — - 3 3. 466 4 —5 Joan 5=s oras 342 1734 59 2 1 1 1 de n - 1 1 — 1 9 - 1 1 1 1 1 - „ —— 1 1 - 1 2 1 52 — — 5— 6 1 8 5 E O 3 2 an 3 8 2 8 o 5 a 5 ƒ 3x 5 c 5 ƒ e G 3 mot 5 ede 9 e 2 2 2 2 :- Notitie Der gebreeken van den Boodem af tereekenen Diameter voor De Het geschut waar geplaatst Land punt gt 33 verso 8 de e F d 5 F 3 5 8 5 5 3 5 357 Tappen 8 d d C 5 2 D: D: „ D=m Duijmen D: voeten 5-4 /12 1-7¾ 1-7½ 7 1/6 1/6 4 -½ 5- 1½ 7/6 1-7½ 712 1 -7¾ 4 —½ 1/6 5- 10½ 1-7¾ 4—½ 1 — 7½ 1/12 7/6 1/6 5- 10½ 72 1-7¾ 1 —7½ 7/6 1/6 4-½ 5- 10½ 1/6 4—½ 1—7½ 1/12 1 -7¾ 7/6 5- 10½ 1 —7½ 4-½ 1—7¾ 71/6 1/6 1/12 7-6½ 4.-½ 1- 7— 6½ 1-7 2/3 ¼ 1/6 7- 3½ 2 1 — 2 9-½ 3 -½ 3 - 2½ 3/6 6 — 5 3- 2½ 1 — 2 9-½ 2 3 —½ 5/6 6-6 8—½ 2- 10 1/3 1 - 1/12 ¾ 9 3 6-6½ ½ 8- 1/6 2-6½ 2:8¼ 10½ ¼ 5- 10½ 3 2 -4 6 -¾ 9-½ 2-5¼ 2/9 No 18 Concordia, adij 20' September 1780 Accordeert L: Kraijenhoff Ravelin 6. 3 27 8 5 6 5 5 8 8 D=t D=r ed 5 5 5 E B 5 2 pe En 3 Co ƒ 58 Not d op 8 6 e ƒ 1 g: Kriba 5 4 —5 5- 8 5— 5-9 00 5 5 „zee punt Rhijnlandse voet maet of Delfs gewigt Kanon metal ijser 5 3 3 etc 38 8 8 8 2„ D: lb: lb „ 566 — 5: 4 2. 2 l N=o Jan verbrug gen enk„ 5-1½ 555 2 1754 deil huijsen Ciprianus 5- 10½ 2 2 Crans: J: Z 637 E 1736 amsterdam ƒ Cipriamus frans: J: Z 5- 10½ 2 650 1736 2 amsterdam Ciprianus op phuijsen 1734 5= 10½ 3 841 57 Ciprianus Crans 3 843 5- 10½2 1734 Enkhuijsen t — 8 7-6½ 8 1760 7- 3½ vt 8 8 — 6 - 53 6 6 6 -6 - 2 3 22- 10 3 6-6½2 3 3 - 90 -18 989 — 3 5- 10½ 2 3 — & 900 5- 9 3 — 3 ƒ 900 5 — 3 3 - 5- 8 3 3 4 -5 — 466 2 Joan 5=o n Nicolaas 342 Derck 1734 G:: hoorn C:V: 2 1 2 8 1. 4 of 2 4 ƒ d 3 oL en 5 1 — 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 — 1 — — Vlaagg: p=t 3 3 2 2 de 8 3 pon end En E 5 ƒ E 3 15 de 681 Een x d 8 e C. 5 2 2 8 F 2 5 — 2 1 tm E 3013 3 5 d 823 875 D: 2 1 4 1½ 10½ 10½ 10½ 2 6½ 1 3½ -5 6— 6 2 6-6½ 2 5-10½ 2 5-9 5 5-8 4-5 5— 2 1 4 2 4 3 1 Totaal de fect bequaam kulierbers metaele kanons â 48. lb ijsere. . _o met: kanons á 36. lb ijsere _o met: kanons â 24. lb _o ijsere met: kanons â 18. lb ijsere _o met: kanons â 12. lb ijsere— _o met: kanons â 8. lb .5. ijsere _o „ 8. „ . met: kanons â 6. lb 2. ijsere _o - „ 6. „ 1 met: kanons â 4. lb 1. ijsere _o „ 4. „ - 2 met: kanons â 3. lb langs -. 7. _„o „ 3. „ - - ijsere. met: kanons â 3. lb korte of veldstukken 3. met kanons â 2 lb korte ijsere _ „ 2. „ 2. . 10. met: kanons â 1. ld- 80. ijsere _o met: kanons -. 16: - - - - - 9. à ¼. ld- 25. ijsere Totaal kalibers kan onkogel â 48. lb dito - - - - - - 36. 8b „ 24. lb dito - - - - - dito - - - - . „ 18. lb dito - - - - „ 12. 8 dito - - - - „ 8. lb. dito - - - - . 46. lb dito - - - - - - „k. lb dito - - - - „ 9. lb dito - - - - „1. 2. - lb dito - . . „ . ld dito - - - - „ 7/4. lb. Sabel, van alle de Metaale en ijsere stukken zig bevinden zo op de wallen, werken, Bu Op Den 15 September Ao 5. 3. 1. „ 1. 6 g6 stukken kanon; benevens de kanon kogels zodanig als deselve ƒ enBuijten Posten, als in de Magazijnen te ember A„o 1788: defect Bequaem Koged â 48. lb . . 36. 4 -„. 12. 4 126. –. „ 8. lb. 116. „ 6. lb. 341. 12. lb. . 174. .„ 9. lb. 375. „. 2. 18. 437. 14 - 530. „ /¾. lb. . Accordeert 18. l8 k @P Kraijenhoff G: Hiba - „ 24: lb 1 . .„ No. 23 32 Geene Vreemde Schee„ . pen, off Vaarthuijgen deesen Iaare alhier aangeweest /:onderstond:/ Ede„ „pang op Timor Den 20: Sep„ „tember A:o 1730 /: ageteken : Miaijenhoff er tata Accordeert hoff G: Sceben F Kraijenhoff Cs No 24 No. 23 422 Memorie van alle Zodanige onder ult=o Aug=s A=o 1730 per Restant Loopende Lijwaaten, die deesen Iaere P=r het scheepje De Hoop zijn aangebragt te weeten P=s Cambaijen fijne Roode Cust 17 — 37 „ Deekens Gecattoeneerde _„o — _„o _„o Zourats „ „ Guinees Gemeen Gebleekt Neusdoeken bl: Ger: Groote Paliacats van 1¼ @ „ „ salempoeris br: bl: derde Zoort _o Gemeen Gebleekt „ vlagge doeken Zourats 43 47 8 — 415 — 41 /:onderstond:/ Timor Jn 't Casteel Concordia Dato voorsz: /:was geteekend:/ C: Wanjon Accordeert o J: Kraijenhoff g: Scribas — — — — ƒ 3 „ lagg e N P N. 24 4 o Sa44 N„o 23 No. 35
English
11 423 Memorandum of all such Coins, Measures, and Weights as are in use here at the Office of Timor and dependent Islands, both on behalf of the Honourable Company and among the Natives, to wit: Silver milled Ducatoons - - - - - - - 4: —: — or Dutch 3: 6: — Ship Shillings - - - - - - - - - —: 7: 8 or Dutch —: 6: — New Dubbeltjes - - - - - - - - - - —: 2: 8 or Dutch —: 2: — Gold bordered Ducats - - - - - - - - - - pieces 6: 12: — or Dutch 5: 5: — Copper Doits - - - - - - - - - - - - - —: —: 4 or Dutch —: —: 2 Measures in use on behalf of the Company of 75, 40, 30, 13 1/3 and 10 Dutch Pounds Measures customary among the Natives of 30 catties or 37½ Dutch lb. of 25 catties or 31¼ Dutch lb. of 20 catties or 25 Dutch lb. Weights in use on behalf of the Company of 50, 25, 10, 5, 4, 3, 2, 1, ½, ¼, 1/8 Dutch Pounds Weights among the Inhabitants 1 Picul contains 125 Dutch lb. 1 Catty contains 1¼ lb. Native Gold Weights 1 Tael contains 10 mas or 1/16 Dutch lb. 12 1/100 Taels to one Dutch Pound Below was written: Kupang on Timor, the 15th of September Anno 1780. Was signed: C. Wranjon. Agrees, D. Kraijenhoff Sworn Clerk No. 23 No. 24 No. 35 442 101 Memorandum of all such Coins, Measures, and Weights as are in use here at the Office of Timor and dependent Islands, both on behalf of the Honourable Company and among the Natives, to wit: Silver milled Ducatoons - - - - - - - 4: —: — or Dutch 3: 6: — Ship Shillings - - - - - - - - - —: 7: 8 or Dutch —: 6: — New Dubbeltjes - - - - - - - - - - —: 2: 8 or Dutch —: 2: — Gold bordered Ducats - - - - - - - - - - pieces 6: 12: — or Dutch 5: 5: — Copper Doits - - - - - - - - - - - - - —: —: 4 or Dutch —: —: 2 Measures in use on behalf of the Company of 75, 40, 30, 13 1/3 and 10 Dutch Pounds Measures customary among the Natives of 30 catties or 37½ Dutch lb. of 25 catties or 31¼ Dutch lb. of 20 catties or 25 Dutch lb. Weights in use on behalf of the Company of 50, 25, 10, 5, 4, 3, 2, 1, ½, ¼, 1/8 Dutch Pounds Weights among the Inhabitants 1 Picul contains 125 Dutch lb. 1 Catty contains 1¼ lb. Native Gold Weights 1 Tael contains 10 mas or 1/16 Dutch lb. 12 1/100 Taels to one Dutch Pound Below was written: Kupang on Timor, the 15th of September Anno 1780. Was signed: C. Wranjon. Agrees, D. Kraijenhoff Sworn Clerk No. 23 ƒ 133 No. 14 No. 36 No. 23 No. Yield of the Merchandises Sold at the Office of Timor During the Financial Year 1779/1780 Cost Price, Sale Price, Per Cent, Profit 2 Arrack - - - - - - - - leaguers 508: — ƒ 119: 6: 8 ƒ 145: 13: — 22 1/16 more or less ƒ 26: 6: 8 4 Split rattan - - - - - - - - - bundles 10: — 3: 11: 8 5: 6: — 48 ¼ 1: 14: 8 5 Delft Butter - - - - - lb. 32: — 12: 8: 8 19: 16: — 59 1/3 7: 7: 8 — Beer Eenhoorn - - - - casks 1: 5 40: 4: — 60: 7: 8 50 3/16 short 20: 3: 8 7 Cinnamon - - - - - - lb. 1¼ —: 6: 8 6: 14: — 1961 ½ more or less 6: 7: 8 — Cambays fine red - - - - pieces 21: — 103: 12: — 171: 19: — 66 — short 68: 7: — 9 Cotton yarn Javanese No. 6 - lb. 132 ½ 26: 4: 8 54: 13: — 108 1/5 28: 8: 8 10 Coffee Beans - - - lb. 773: 13/8 81: —: — 127: 7: 8 57 ¼ more or less 46: 7: 8 12 Blankets cotton Surat pieces 17: — 96: 17: — 145: 4: — 49 15/16 48: 7: — — Ditto Coast - - pieces 1: — 4: 9: — 7: 7: 8 65 ¾ short 2: 18: 8 20 Mace - - - - - - - - - lb. 3: 5 1: 12: — 16: 10: — 931 ¼ 14: 18: — 22 Guinees Ordinary bleached . . . . pieces 110: — 1069: 4: — 1771: 18: 8 65 ¾ 702: 14: 8 — Gin - - - - - - - - - case 1: — 14: 1: — 21: 1: 8 50: —: — 7: —: 8 24 Hats Medium - - - - - - pieces 8: — 26: 18: — 40: 4: — 49 11/16 short 13: 6: — 25 Ditto Coarse - - - - - - pieces 14: — 11: 7: 8 11: 11: — 1 5/8 —: 3: 8 29 Lead in pigs and blocks - lb. 729: — 59: 9: 8 89: 5: 8 50 1/10 more or less 29: 16: — — Men's shirts Coast - - - pieces 44: — 64: 10: 8 65: 6: 8 1 ¾ short —: 16: — 30 Ditto Stockings coarse ditto pieces 42: — 56: 7: — 57: 3: 8 1 ½ —: 16: 8 33 Cloves - - - - - lb. 11: — 3: 15: 8 45: 8: — 1102 2/5 more or less 41: 12: 8 — Handkerchiefs blue 9/2 large Pulicat of 1¼ pieces 32: — 384: 2: — 636: 19: 8 65 24/25 252: 17: 8 34 Nutmegs - - - - - - - - - lb. 35: 4 4: —: — 81: 8: 8 1935 3/8 77: 8: 8 — Olive Oil - - - - - - - can 1: — —: —: — 1: 5: — 25: —: — —: 5: — 38 Pepper - - - - - - - lb. 135: — 16: 17: 8 33: 8: — 97 17/18 short 16: 10: 8 — Sheet Lead - - - - - - lb. 579 ¼ 60: 5: — 90: 12: — 50 1/8 30: 7: — 40 Rumals checkered large red of 1¼ - - pieces 97: — 466: 8: — 772: 5: — 65 2/5 305: 17: — 43 Salempuris brown blue 3rd sort - - - - pieces 293: — 1638: 18: 8 2709: 4: 8 65 1/3 1070: 6: — 44 Ditto ordinary bleached - - - - pieces 33: — 161: 19: — 269: 17: — 66 5/8 more or less 107: 18: — 48 Nails assorted - - - - lb. 578: — 73: 2: — 119: 4: 8 63 1/10 short 46: 2: 8 50 Tin Bangka - - - - - - lb. 106: — 26: 11: 8 41: 1: 8 54 2/5 14: 10: — — Wheat - - - - - - - - - - - - lb. 699 ½ 27: 8: — 41: 4: — 50 1/8 13: 16: — 55 Iron in bars - - - - - - lb. 40: — 4: —: — 6: 1: 8 51 7/8 2: 1: 8 56 Ditto in Rods - - - - - - lb. 11080: — 1062: 9: — 1502: 15: 8 41 7/16 more or less 440: 6: 8 — Soap Surat - - - - - - - cakes 27: — 3: 9: — 5: 7: — 55 5/16 1: 18: — 57 Sugar Candy - - - - - - lb. 394 7/8 51: —: 8 76: 13: — 50 1/5 25: 12: 8 Ditto Powder - - - - - lb. 358 ¼ 26: 1: 8 41: 19: — 60 9/10 per cent 15: 17: 8 Total ƒ 5802: 16: — ƒ 9292: 1: 8 ƒ 3489: 5: 8 Add 5802: 16: — The Cost price subtracted from the Sale price. Thus gained - - - - 3489: 5: 8 or on average roughly 60 1/8 per cent profit Agrees, D. Kraijenhoff Sworn Clerk No. 23 No. 29. Palembang Papers for the Netherlands Concerning the book year Anno 1780 Incoming Letter and Enclosures from Palembang Overcame 1781 10C
Dutch transcription
11 423 Memorie van alle Zodanig Munten Maaten, En Gewigten, als hier ten Comptoiren Timor en onder hoorige Eijlanden zoo sEComp=s weegens, als hij den Inlanden in Gebruijk zijn te weeten- Ducatons zilvere Gecartelde - - - - - - - „ Maaten 'sComp=s weegens in Gebruijk van 75:40: 30: 13: 1/3 en 10 Ponden Hollands Maaten onder den Inlander Gebruijkelijk van 30 kattjes of 37½ lb: Hollands „ 31¼ „ „ 25 „ 20 „ 25 „ Gewigten sComp=s weegen in Gebruijk van 50: 25:10:5:4:3: 2:1 ½¼ 1/8. Ponden Hollands Gewigten onder den Jngezeten 1 Picol Scheepjes Schellingen - - - - - - - - - „ Nieuwe Dubbeltjes - - - - - - - - - - „ —: 2: 8: „ „ Ducaten Goude Gerande - - - - - - - - - - tp=s Duijten Koopere - - - - - - - - - - - - - „ —: —: 4: „ „ —: —: 2 1 Hattjes houd - - - - - - - - - - - - - 1¼ lb Jnlandse Goud Gewigten 1 Thaijl houd 10 maas off 1297 lb Hollands 12 1/100. Thaijlen op Een Pond Hollands /:onderstond:/ Coepang op Simor den 15 september A=o 1780. /: was getee„ „kend:/ C: Wranjon. — Hollands 125 1 6: 12: — of Weed=s 5: 5:— 4:—: —„ „ 3: 6:— —: 6:— — 7: 8 „ „ —:2:— f D Kraijenhoff g: scriba Accordeert - No. 23 No 24 No. 35 442 101 Memorie van alle Sodanig Munten Maaten, En Gewigten, als hier ten Comptoiren Timor en onder hoorige Eijlanden zoo sEComp=s weegens, als hij den Inlanden in Gebruijk zijn te weeten- Ducatons zilvere Gefartelde - - - - - - - „ Scheepjes Schellingen - - - - - - - - - „ Nieuwe Dubbeltjes - - - - - - - - - - „ Maaten 'sComp=s weegens in Gebruijk van 75:40: 30: 13: 1/3 en 10 Ponden Hollands Maaten onder den Inlander Gebruijkelijk van 30 kattjes of 37½ lb. Hollands „ 25 „ 31¼ „ „ 20 „ 25 „ Gewigten sComp=s weegen in Gebruijk van 50: 25: 10:5: 4:3:2:1½¼ 1/8 Ponden Hollands Gewigten onder den Jngezeten 1 Picol 1 Kattjes houd - - - - - - - - - - - - - 1¼ lb Jnlandse Goud Gewigten 1 Thaijb houd 10 maas off 1297 lb Hollands 12 1/100. Thaijlen op Een Pond Hollands /:onderstond:/ Coepang op Simor den 15 september A=o 1780. /: was getee„ „kend:/ C: Wranjon. — Hollands 125 „ 3: 6:— 4: —: —„ „ —: 6:— 7:8 „ „ — —:2:— —: 2: 8: „ „ Ducaten Goude Gerande - - - - - - - - - - tp=s 6: 12: — of Need=s 5: 5:— Duijten Koopere - - - - - - - - - - - - - „ —: —: 4: „ „ —: —:2 D: Kraijenhoff g: scriba Accordeert - No. 23 ƒ 133 No 1 4 No. 36 No. 23 - No RRendement der Verkogte Koopmanschappen ten Comptoire Timor Geduurende Cto P=r C=t Jnkoops verkoop het Boekjaar 1713/30 22 1/16 r:m ƒ 26: 6:8 2 Aracij - - - - - - - - R=n„ 508: — ƒ 119: 6: 8 ƒ 145: 13:— 4 Bindrotting - - - - - - - - - boss„ 10: —„ 3: 11:8:„ 5: 6:-: 48:¼: „ „ 1:14:8 59 1/3: „ „ 7: 7: 8 19:16:— 5 Booter Delfse - - - - - lb„ 32:— „ 12: 8: 8„ — Bier Een Hoorn - - - - k=n„ 1: 5„ 40: 4: —„ 60: 7:8: 50:3/16: s=s „ 20: 3: 8 7 Canneel - - - - - - lb 1¼ „ 6: 8„ 6:14:- 1961:½: r=m 6: 7: 8 — Cambaijen sijne roode - - - - p=s 21 —„ 103:12: —„ 171: 19:- 66: —:8=s 68: 7:— 9 Cattoene gaeren Javaes L: 6. -„ 132:½„ 26: 4:8 54: 13: -: 108: 1/5: -„ „ 2:8: 8:8 773: 13/8 „ 81:—:—„ 127: 7:8: 57:¼: r=m 46: 7: 8 lb 10 Coffij Boonen - - - 17: —„ 96:17:—„ 145: 4:— 49 15/10: „ „ 48: 7:— 12 Deekens gecattoeneerde Zourats p=s — _„o _o Cust - - „ 1:-„ 4: 9: —„ 7: 7 8 65: ¾: s=s„ 2: 18:8 20 Foelij - - - - - - - - - lb 3: 5„ 1:12:—„ 16:10:- 931: 4: —„ 14:18:— 22 Guinees Gemeen gebl: . . . . p=s 110: —„ 1069: 4:—„ 1771:18:8„ 65:¾: „ „ 702:14:8 — Geneever - - - - - - - - - k=r 1: —„ 14: 1:—„ 21:1:8 30:—:—„ 7:—:8 24 Hoeden Middelbaere - - - - - - p=s 8: —„ 26: 18: —„ 40: 4:- 49: 1/16: s=s „ 13: 6: — 25 _„o Groove - - - - - - „ 14: -„ 11: 7: 8„ 11: 11: - 1: /8: „ „ —: 3:8 29 Lood in Zeugen en schuijten - lb 729: —„ 59: 9: 8„ 89: 5:8 50: 1/10: r=m 29: 19:— — manshembden Cust - - - p=s 44: —„ 64: 10: 8:„ 65: 6:8 1: ¾: s=s „ —: 16: — 30 _„o Koussen gr: _=o p„s 42: —„ 56: 7: —„ 57:: 3: 8 1:½: „ „ —:16:8 33 Nagulen - - - - - lb 11: -„ 3:15:8„ 45: 8:— 1102: 2/5: r=m 41: 12: 8 — Neusdoek=n bl: 92: groote PaliaC: van 1¼ pps 32:—„ 384: 2:—„ 6:36: 19:8 65: 24/5: „ „ 252::17:8 34 Nooten - - - - - - - - - lb: 35: 4 „ 4: —:—„ 81: 8:8: 1935:3/8:—„ 77: 8:8 — Olij Olijven - - - - - - - k=n - „ —: —„ 1: 5:— 25: —: —„ —: 5:— 38 Peeper - - - - - - - lb 135: —„ 16:17: 8 „ 33: 8:— 97: /18: s=s „ 16:10:8 — Plaat Loodt - - - - - - „ 579¼ „ 60: 5: —„ 90:12:— 50: 1/8 „ „ 30: 7:— 40. Roemaals ger gr: r: van 1¼ - - p„s 97: —„ 466: 8 —„ 772: 5:— 65: 2/5 „ „ 305: 17:— 43 salempoeris br: bl: 3=e zoort - - - - „ 293 —„ 1638: 18: 8 „ 2709: 4:8 65: 1/3: „ „ 1070: 6:— 44 _„o gem: gebl: - - - - „ 33:—„ 161:19:—„ 269: 17 — 66: 5/8 r=m 107: 18:— 48 spijkers in zoort - - - - lb: 578 —„ 73:2::—„ 119::4:8 63: 1/10: s=s „ 46: 2:8 50 Chim Bancas - - - - - - „ 106: —„ 26: 11:8 „ 41: 1:8 54: 2/5: „ „ 14: 10 —. Tarwe - - - - - - - - - - - - „ 699: ½ „ 27: 8:—„ 41: 4: - 50 1/8: „ „ 13: 16:— 55 ijser aan stoepen - - - - - - „ 40 -„ 4: —: —„ 6 1:8 51: /8:„ „ 2:1:8 56 „ „ Staeven - - - - - - „ 11080:—„1062:9:—„ 1502:15:8 4:1: 1/16: r=m„ 440: 6:8 1:18:— 55: 5/16: „ „ — Zeep Zourats - - - - - - - toll: 27 —„ 3: 9: —„ 5: 7: — 25:12:8 50: 1/5:„ „ 57 Zuijker Candij - - - - - - lb: 394 7/8 „ 51: —. 8: „ 76: 13:— 60 9/10„ p=s„ 15: 17 8 _„o Poeder - - - - - „ 358 ¼ „ 26: 1: 8„ 41: 19:— ƒ5802: 16:— ƒ9292: 1:8 - - - - - - ƒ3489: 5:8 Addeert „ 5802: 16:— Den Jnkoop van den verkoop gesubstrateert. - — Dus gewonnen - - - - 3489 5: 8 of door den anderen 60 1/8 p=r C=to ruijm winst Accordeert S Kraijenhoff G: Scriba — No 23 N=o 29. Dalemburngs Rapieren voor Neederland Betaeffende e betjaar Ao 140 Inkomendt, Briefft de Byjlagen van Zalembrng Overgak: 173 10C
English
1 Register of the papers contained herein for the Netherlands concerning the financial year 1779/80. No. 1. Dispatch addressed to Their High Excellencies by the Residents of this office, sent with the vessel De Kleijne Pallas and The Lighter Zwoll, dated 20 September 1779, with which was sent: A: Statement by the acting head surgeon here concerning the insanity of the house carpenter Johan Joachim Boonhoff, sent over with the aforementioned vessel, dated as above. Ditto concerning the prisoner Jan Babtist Colmer, departing with the aforementioned vessel, also dated as above. C. Report of the commissioners regarding the condition of the spars, as well as the standing and running rigging of the Lighter Zwoll, dated 5 May 1779. 2. Ditto addressed to and from as above per the bark of the former Radeen Tommongong of Tagal, dated 26 September 1779. 3. Ditto from as above per the Sumenep burgher Hendrik Hoffmeester, dated 23 November 1779. 4. Ditto from as above per The Pantjalling De Wolff, sent 11 December 1779. 5. Separate ditto as mentioned per the just mentioned Pantjalling, sent and dated as above, accompanied by: D: Short summary of the servants, as well as the ammunition stores on hand and the vessels present here, also dated as above. E. Resolution of this Residency of 19 October 1779, serving as proof that His Excellency was introduced here on that day as Governor-General of the Netherlands Indies. F. Report regarding the condition of the Pantjalling De Wolff. G: Report on the survey of the qualification of the aforementioned small vessel to make the voyage to the capital. H: Estates of the Honorable Company's servants deceased here in the financial year 1779. I. General inventory of all the Honorable Company's assets as of the last of August 1779. K. Short list of the amount of the same under the just mentioned date in the financial year 1778/9. Return of the merchandise sold. cruising vessels 7. Ditto O. General inventory of all the Honorable Company's assets, under With which was sent from as repeatedly mentioned per Peranakan Chinese Gd Gresing dated 20 March B: e 1 of all Salim in last of February 1780 Palembang e 1 Register of the papers contained herein for the Netherlands concerning the financial year 1779/80. No. 1. Dispatch addressed to Their High Excellencies by the Residents of this office, sent with the vessel De Kleijne Pallas and The Lighter Zwoll, dated 20 September 1779, with which was sent: A: Statement by the acting head surgeon here concerning the insanity of the house carpenter Johan Joachim Boonhoff, sent over with the aforementioned vessel, dated as above. Ditto concerning the prisoner Jan Baptist Colmer, departing with the aforementioned vessel, also dated as above. C. Report of the commissioners regarding the condition of the spars, as well as the standing and running rigging of the Lighter Zwoll, dated 5 May 1779. 2. Ditto addressed to and from as above per the bark of the former Radeen Tommangong of Tagal, dated 26 September 1779. 3. Ditto from as above per the Sumenep burgher Hendrik Hoffmeester, dated 23 November 1779. 4. Ditto from as above per The Pantjalling De Wolff, sent 11 December 1779. 5. Separate ditto as mentioned per the just mentioned Pantjalling, sent and dated as above, accompanied by: D: Short summary of the servants, as well as the ammunition stores on hand and the vessels present here, also dated as above. E. Resolution of this Residency of 19 October 1779, serving as proof that His Excellency was introduced here on that day as Governor-General of the Netherlands Indies. F. Report regarding the condition of the Pantjalling De Wolff. G: Report on the survey of the qualification of the aforementioned small vessel to make the voyage to the capital. H: Estates of the Honorable Company's servants deceased here in the financial year 1779. I. General inventory of all the Honorable Company's assets as of the last of August 1779. K. Short list of the amount of the same under the just mentioned date. L. Return of the merchandise sold in the financial year 1778/9. M: Statement of charges and profits in the financial year 1778/9. N. Memorandum of the condition of the cruising vessels belonging here from the financial year 1778/9. 6. Dispatch addressed to and from as above mentioned, sent per the Sheikh Salim, dated 10 March 1780. 7. Ditto from as repeatedly mentioned per the vessel of the Peranakan Chinese Gd Gresing, dated 20 March 1780, with which was sent: O. General inventory of all the Honorable Company's assets, as of the last of February 1780. B: e
Dutch transcription
1 Register der hier in vervatte Pa„ „pieren voor Neederland betreffende het boekjaar 17 3/80. N:o 1. Missive gerigt aan Haar Hoog Edelheeden door de Residen„ „ten deeses Comptoirs versonden met 't scheepje De Kleijne Pallas en De Ligter Zwoll gedateert 20. September 1779. waarmeede verzonden is A: verklaring van den alhier fungeerende opperchinua„ „gijn weegens de krankzinnig„ „heijd van de met voorm: scheepje overgesonden wordende Huijs¬ „timmerman Johan Joachim Boonhoff gedateert als eeven d=to Rakende den met voorn:t scheepje overgaande Arrestant Jan Babtist Colmer. meede gedateert als vooren C. Berigt der gecommitteerdens weegens de gesteldheijd, der rondhouten mitsgaders het staande en Loopend touwerk van de Ligter Zwoll ged:t 5:' Meij 1779. „ 2. d:o gerigt aan en van als booven p:r de Bark van den oud Ra„ „deen Tommongong van Tagal in dato 26. September 1779. „ 3. d:o — „ „ van als eeven p:r den Sumanapsburger Hen„ „drik Hoffmeester, gedateert 23:' 9ber: 1779. van als vooren p:r De Pantjalling D Wolff verzon „ 4. d=os _„ „ den den 11. December 1779. „„ als gem: p:r eeven gen: Pantj: versonden „ 5. Aparte d:to _: „ gedateert als eeven waar bij gepaart is D: Korte Samentrekking der Dienaaren mitsgaders de aan handen zijnde Ammunitie ga¬ „deren en de alhier aanweesende vaar„ „thuijgen meede ged:t als boven E. Resolutie deeser Residentie van den 19. 8ber: 1779. ten bewijse dan zijn Edelheijd, tot Gou„ „verneur Generaal van Needer „landsch Jndia, op dien dag al„ „hier is voorgesteld geworden F. Berigt weegens de gesteldheijd van de Pantj: de wolff „ bequaamkeuring van gem: kieltje tot G: — 't doen der reijse na de hooftplaatse H. —: —: „ Nalatenschappen van s'E: Comp:s alhier overleedene Dienaeren in 't boekjaar 1779 I. Generaale opneem van alle s' E: Comp:s Effecten onder ulto Aug„s 1779. K. kortelijst van 't beloop derselve onder eevengen: Datum in't boekjaar 1778/9. ment der verkogte handelwhaeren „ten- kruijsvaar„ „ 7. P=to O. Generale opneem van alle 's E: Comp:s Effecten, onder Waarmeede verzonden is — „ „ van als meerm:r per Parnackan Chinees Gd=Gresing ged:te 20 Mau„ B: e 1 vde van al Salim in ult:o febr: 1780 Palembang e 1 Register der hier in vervatte Pa„ „pieren voor Neederland betreffende het boekjaar 17 7/80. N:o 1. Missive gezigt aan Haar Hoog Edelheeden door de Residen„ „ten deeses Comptoirs versonden met 't scheepje De Kleijne Pallas en De Ligter Zwoll gedateert 20. September 1779. — waarmeede verzonden is A: verklaring van den alhier fungeerende opperchinuh„ „gijn weegens de krankzinnig„ „heijd van de met voorm: scheepje overgesonden wordende Huijs¬ „timmerman Johan Joachim Boonhoff gedateert als eeven d=to Rakende den met voorn' scheepje overgaande Arrestant Jan Babtist Eolmer meede gedateert als vooren C. Berigt der gecommitteerdens weegens de gesteldheijd, der rondhouten mitsgaders het staande en Loopend touwerk van de Ligter Zwoll ged:t 5:' Meij 1779. „ 2. d:o gerigt aan en van als booven p:r de Bark van den oud Ra„ „deen Tommangong van Tagal in dato 26. September 1779. „ 3. d=to _ „ „ van als eeven p:r den Sumanapsburger Hen„ „drik Hoffmeester, gedateert 23:' 9ber: 1779. „ 4. d=to _. „„ van als vooren p:r De Pantjalling De Wolff verzon den den 11. December 1779. „ 5. Aparte d:to _: „ „ „ als gem: p:r eevengem: Pantj: versonden gedateert als eeven waar bij gepaart is D: Korte Samentrekking der Dienaaren mitsgaders de aan handen zijnde Ammunitie ga¬ „deren en de alhier aanweesende vaar„ „thuijgen meede ged:t als boven E. Resolutie deeser Residentie van den 19. 8ber: 1779. ten bewijse dan zijn Edelheijd, tot Gou„ „verneur Generaal van Needer „landsch Jndia, op dien dag al„ „hier is voorgesteld geworden F. Berigt weegens de gesteldheijd van de Pantj: de wolff „ bequaamkeuring van gem: kieltje tot G: — 't doen der reijse na de hooftplaatse H. —: —: „ Nalatenschappen van 's'E: Comp:s alhier overleedene Dienaeren in 't boekjaar 1779 I. Generaale opneem van alle s'E: Comp:s Effecten onder ult=o Aug:s 179. K. kortelijst van 't beloop derselve onder eevengen: Datum 2. Rendement der verkogte handelwlaeren M: vertoog der Lasten en winsten in't boekjaar 177 8/9. N. Memorie van den staat der alhier thuijs hoorende kruijsvaar„ „thuijgen van 't boekjaar 177: 3/9: „ 6. Missive gerigt aan en van als opgem: versonden, per den Sech Salim in dato 10:' Maart 1780— — „ „ van als meerm:tr per 't vaarthuijg van den Parnackan Chinees Gd= Gresing ged:t 20 Maart 1780 Waarmeede verzonden is O. Generale opneem van alle 's E: Comp:s Effecten, onder „ 7. D=to ult:o febr: 1780 B: e
English
No. 8. Letter addressed to and from as mentioned on the other side, per the private bark De Jongevrouwe Catharina, dated 25 March 1780. No. 9. Ditto, from as above, accompanying three of the king's pepper and tin vessels, dated 5 April 1780. No. 10. Ditto, from as above mentioned, accompanying seven of the king's pepper and tin vessels, dated 28 April in the year 1780. No. 11. Ditto, from as repeatedly mentioned, sent per the Kheagus Rajon, also dated 28 April 1780. No. 12. Ditto, from as aforesaid, both accompanying the king's envoys and four pepper and tin vessels, dated 29 May 1780. No. 13. Ditto, from as aforesaid, accompanying the king's Juragan Soemahat, dated 19 June 1780. No. 14. Ditto, from as frequently mentioned, accompanying three of the king's pepper and tin vessels, dated 20 June 1780. No. 15. Ditto, from as frequently said, sent per the king's Juragan Rahim on 21 June 1780. No. 16. Ditto, from as frequently mentioned, sent per the king's Juragan Nahan, 30 June in the year 1780. wherewith P. Further requisition of necessities, dated as just mentioned. No. 17. Ditto, addressed to and from as above, per the bark De Geertruij Susanna, dated 29 July 1780. Wherewith was sent Q. Copy of a petition from the commander of the said small vessel, to be provisioned for two months, dated 13 July 1780. R. As just mentioned, to be allowed to receive an advance of cash here for his crew, dated 24 July 1780. No. 18. Ditto, addressed to and from as above, accompanying two of the king's pepper and tin vessels, dated 1 August 1780. wherewith S. Note of the pepper and tin conveyed to Batavia with 19 of the king's vessels, dated as just mentioned. No. 19. Note of all native vessels that have departed from here to various destinations during this financial year. No. 20. Ditto of vessels that have arrived here from various places during the aforesaid period. Palembang, 31 August in the year 1780. To His Honour Per the vessel De Kleijne Pallas and The Lighter Zwol Reinier de Klerk Governor-General together with The Right Honourable Council Members of the Dutch Indies Right Honourable, Highly Esteemed and Respected Sirs, and Honourable Sirs. On 10 May, 3 June, and the 6th of this month, we had the good fortune to receive your Honours' esteemed letters of 30 December 1778, 30 April, 7 and 11 May, as well as 25 June 1779. In response thereto, we take the honour to reply that, in drafting the letters and arranging the principal sections appearing therein, we shall not only observe what was ordered regarding this in your Honours' venerated resolution of 10 December 1778, but also dutifully attend to the speedier answering of the letters sent to us by your Honours. Concerning Ships and vessels, the submissive first undersigned expresses to your Honours his particular gratitude that your Honours were pleased to accept his justification regarding the poor condition of the pantjallings De Wolff and De Neptunus; while we furthermore shall not only strictly observe your Honours' order regarding the dispatching of vessels to the headquarters, should they not be properly repairable here, but also the further recommendations regarding the repairs to be made to them here upon the detection of minor defects, and likewise that, upon sending them to the headquarters, their defects shall not be reported to your Honours in an exaggerated manner. The vessel De Kleijne Pallas has duly delivered its cargo here, with the exception of: 2 wooden bowls, and 12 cartridge boxes of 1/2 lb, which the ship's officers state they did not receive; but since we are uncertain regarding the orders about the percentages to be charged when debiting ship's officers for shortfalls and underweight in cargoes, we have not charged the said ship's officers for this deficit, while we take the liberty in this regard not only to request your Honours that this may be done at the headquarters, but also that it may please your Honours to have the latest order concerning this article forwarded to us. The said vessel De Kleijne Pallas is now departing from here again with a cargo of: 2095 piculs of tin, and 10,000 pieces of cadjang mats, amounting according to the invoice, which includes some entries of debits and credits, to f 59,514:15:-. The large shipment of tin to the headquarters with the king's vessels, as a result of which nothing remained here in stock, caused it to have to wait for its cargo somewhat longer than usual; and the small supply of that mineral from Banca has kept us from daring to attempt to detain it here any longer to augment the cargo somewhat, while among the supply there is also no more pepper than 50 to 60 piculs, and that so dirty that he stated he did not dare to deliver it in such a state. Alongside the said vessel, the lighter Zwol is also now departing, of whose crew sent here one sailor has died in the meantime, whose place we have supplied with another. According to the report of the commissioners respectfully submitted herewith, virtually all new spars and whatever else pertains to rigging had to be supplied to this small vessel, which, along with the further repairs and provisions made to it, amounting to f 1691:16:-, is herewith charged to the headquarters. For the arming of that small vessel, we have taken four swivel guns from the cruising pantjalling De Neptunus; in which regard we most respectfully request that the same may be returned to us at the earliest opportunity. Concerning
Dutch transcription
No 8. Missive gerigt aan en van als ommegem: p:r de particuliere Bark De Jongvrouwe Catharina gedateert 25 Maart 1780 „ van als vooren ten geleijde van Drie 's konings Pee„ „ „ 9. d=o _: „per en Thin vaartuijgen ged:' 5 April 1780. van als opgem: ten geleijde van zeeven 's koningspeepe „ 10: d=to _: en Thin vaartuijgen in dato 28 April Ao 1780 „van als meerm:r verzonden per de Kheagus Rajon G meede den 28 April 1780 gedateert van als voorm:t zoo ten geleijde van 's Konings afgezanten, als vier Peeper en Thin vaar„ „thuijgen in dato 29:' Meij 1780 „ 13. d=to _ „ „ van als voorn:t ten geleijde van 's' konings Juh „gan Soemahat in dato 19:' Junij 1780. „ 14. d=o —: „ „ van als dikgem:t ten geleijde van Drie 's koning Peeperen Thin vaartuijgen gedat:t 20. Junij 1780. „ 15. d=to —: „ van als dikgezegt versonden p:r 's Konings Ju„ „jagan, Rahim: op den 21. Junij 1780. „ 16. d:o _ „ Van als dikgerept pr 's' Koning s Juragan Nahan versonden den 30 Junij Ao 1780. waar bij P. Nader Eijschje van benoodigtheeden gedateert als eeven„ d: to gerigt aan en van als vooren p:r de Bark De Geertruij Sie„ „ 17. „sanna, ged=t 29:' Julij 1780. Waarmeede versonden is „ 11. d=o _ „ „ 12. d=os _. „ voor twee maanden geproviandeert te worden in dato 13 Julij 1780 R. —: —: „ als eeven, om voor desselfs scheepelingen een verstrekking van Contanten alhier te mogen ontfangen, ged:t 24. Julij 1780 „ 18. d=o. gerigt aan en van als boven, ten geleijde van twee 's konings peer „per en Thin vaarthuijgen, ged:t 1 Aug:s 1780. waarbij S. Notitie der met 19 's konings vaarthuijgen na Batavia vervoerde Peeper en Thin gedateert als eeven. „ 19. Notitie aller inlandsche vaartuijgen, dewelke in dit boekjaar, van hier na diverse oirden vertrokken zijn, d=o vaartuijgen, dewelke in eevengen: tijd van divers E „ 20 d:o plaatsen alhier zijn aangekoomen, Palembang den 31' Aug:s A„o 1780, 2. Copia Request van den gezaghebber van gem: Kieltje, om „ Frlemmi „ „ G Aan zijn Edelheijd Pr het Scheepje De Kleijne Pallas en De Ligter Zwol Reinier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer„ en Wel Edele Heeren. Op den 10:' Maij, 3. Junij, en 6 deeser hebben wij het geluk„ gehad te ontvangen uwer Hoog Edelheedens geeerbiedigde van den 30: December 1778. 30 April, 7 en 11e Maij, mitsgaders 25' Junij 1779. waar op wij bij deesen ons de eergeeven te rescri„ „beeren, dat wij bij het inrigten der Brieven en de schikking der daar bij voorkoomende hoofd deelen niet alleen observeeren zullen het geordonneerde daar omtrent bij uw Hoog Edelheedens gevenereert besluijt van den 10:' December 1788. maar ook pligtschuldig het spoedi „ger beandwoorden van de door uw Hoog Edelheeden aan ons afgezonden wordende brieven Belangende Scheepen en vaarthuijgen betuijgt den submissen eerste te ke„ „naar uw Hoog Edelheeden zijne bijzondere dankbaarheijd voor dat Hoogst dezelve zijne verandwoording nopens de slegte gestoltheijd van de Pantjallings D' Wolff en de Nephunus hebben gelieven te Passeeren; terwijl wij voorts niet alleen stiptelijk in agt zullen neemen uwer Hoog Edelheedens ordre nopens het depecheeren der vaarthuij„ „gen na de Hoofdplaatse, bij aldien hier niet na vereijsch kunnen herstelt worden, maar ook het verder aanbevo„ „ene weegens de doene reparatien aan dezelve alhier Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer bij De No. 76 eert n zeer teert ers bij ontwaaring van geringe gebreeken, en zoo meede dat bij verzending na de Hoofdplaatse de defecten aan dezelve aan uw Hoog Edelheeden niet vergrootend worden opgegeeven. Het scheepje De kleijne Pallas heeft zijne Lading alhier behoorlijk uijtgeleevert; uijtgenoomen 2. houte Schaelen, en 12 _5 Cardoeskookers van ½ lb, dewelke de scheeps overheeden betuijgen niet ontfangen te hebben: dan na„ „demaal wij in het onzekere zijn nopens de ordre wee„ „gens de te bereekene p=r C=tos bij belasting der scheeps over„ „heeden bij min en onderwigten op de Ladingen, zoo hebben wij gem: scheepsoverheeden voor deeze te kortkooming niet belast, terwijl wij de vrijheijd hier omtrent neemen uw Hoog Edelheeden niet alleen te verzoeken, dat zulks op de Hoofdplaatse geschieden mag, maar dat het hoogst dezelve ook behagen mogen ons de Jongste ordre over dit Articul te willen Laaten toekoomen. Het gem: scheepje De Kleijne Pallas vertrekt thans weeder van hier met een Lading van 2095 p=ls Thin, en 10'000 p:s Cadjangmatten, bedragende de Factuur, waar onder eenige Posten van aan en terugreekeningen ƒ59514: 15: de groo„ „te verzending van thin met s' konings vaarthuijgen na de Hoofdplaatse, waar door hier niets per restant bleef, heeft veroorsaakt, dat het zelve eenige tijd Langer als nagewoonte na desselfs Lading heeft moeten blijven wagten, en de geringe aan voor van dat mineraal van Banca, heeft ons niet Durven doen onderwinden ter eenigzints vermeerdering der Lading het zelve alhier Langer aan te houden, terwijl er ook onder de Leeverantie geen meerder Peeper als 50. á 60 p:s is, en zoo vuijl, dat hij betuijgt heeft dezelve zoodanig niet te Durven Leveren. Neevens gem: scheepje vertrekt thans ook de Ligter zwol, van welks na herwaarts gezondene bemanning een Matroos intusschen overleeden is, welks plaats wij met een andere gesuppleert hebben: aan dit kieltje heeft volgens hier neevens in eerbied Leggend berigt van gecommitteerdens, genoegzaam alle Nieuwe rond„ „houten en wat verder ter toetuijging behoort moeten ver„ „strekt worden, het welke neevens de verdere daar aan gedaa„ „ne reparatien en verstrekkingen, groot ƒ1691:16:— bij deezen de hoofdplaatse word aangereekent. Ter armatire van dat kieltje hebben wij van de kruijs Pantjalling De Nepthunus geligt vier Draijbassen; waar omtrent wij eerbiedigst versoek doen, dat dezelve ons bij eerste geleegentheijd weeder mogen toegezonden worden, Betreffende
English
Regarding the Purchase, we have tried to the best of our ability to carry out Your High Nobilities order regarding the price of dragon's blood and the satisfaction of the demanded quantity of the same. To that end, we have had as many samples sent to us as possible and offered to take a considerable quantity. However, of all those samples, only one was satisfactory, and for that one, they were unwilling to part with the picul for less than thirty-five Spanish reals. This considerable price increase is said to be caused by news that this year, in the places where dragon's blood is in demand, it was highly sought after, and the picul was even sold for sixty rix-dollars. But besides that, we most respectfully request Your High Nobilities permission, as honor- and loyalty-loving servants, to assure Your High Nobilities not only that genuine, good dragon's blood truly cannot be obtained here in Palembang for the purchase price at the headquarters, and that its price falls or rises according to abundance, scarcity, or lack of demand, but also that this variety is very difficult to obtain here. For the genuine kind is never brought in from the highlands or the districts producing it without first being more or less adulterated there with dammar or a kind of redwood; and if one wants it purified of that, one is forced to boil it again in order to rid it of those foul substances. This is also the reason why the three piculs sent from here in the year 1778 ended up costing somewhat higher in price. For all of which reasons, we have furthermore not dared to presume to make any purchase of it for the time being, until a more favorable time presents itself, or until it pleases Your High Nobilities to provide us with further orders regarding that article. Regarding the Products, we make bold most respectfully to assure Your High Nobilities that it constitutes one of the foremost points of our attention and zeal to send considerable and timely deliveries thereof to Your High Nobilities. And it grieves us to the utmost that we cannot succeed better in this. What obstacles we encounter in this regard, and how we are thwarted in this by the cunning Court, will have already appeared to Your High Nobilities from our submissive letters of 3 April, 22 May, 15 June, and 20 July of this year, to which, in order to avoid repetitions, we most respectfully request permission to refer. Meanwhile, pursuant to Your High Nobilities order, we have not only made known to the King the arrival at and return departure from the headquarters of some of his vessels, but also that Your High Nobilities had granted permission to His Highness's envoy for the purchase on Java of the two vessels agreed upon in 1775, regarding which the prince requested us to convey his special gratitude to Your High Nobilities. On the occasion of the said notification, we also pointed out to the King how few products had as yet been brought to the headquarters with His Highness's vessels upon the departure of the small ship De Kleine Pallas, and what detriment this caused to the interests of the Company, because the ships intending for China had to be detained for it, and about which Your High Nobilities had so amiably conferred with him by letter of 18 August 1778. His Highness answered this with the customary compliment, namely that he hoped that the vessels that had already departed might have a somewhat speedier voyage, that he was doing his best to comply, and would endeavor in the future to arrange an earlier dispatch. Truly, High Noble Gentlemen, all urgent representations and arguments from our side seem to be fruitless to effect any change or dispatch in this regard, and we cannot be attentive enough to trace the intrigues of the Court grandees and to foil them to the best of our ability. With respect to the Fortifications and Buildings, we do not fail to bring the completion of the lodge to an end as quickly as possible; while we hereby express our obligation to Your High Nobilities for the favorable permission to build another galley behind the first resident's dwelling. Concerning the Entries and Write-offs, we have delivered in kind the 6403 roof tiles and 260 ridge tiles, and taken the same back into the books; while we have furthermore, pursuant to Your High Nobilities favorable permission, written off in the same the swivel gun that fell into the sea, along with the 1968 lb of rice found to be suffocated, and the loss incurred in the sale of 13875 lb of that grain, which was found to be spoiled. Regarding the Trade Books, we shall, pursuant to Your High Nobilities esteemed recommendation, not only endeavor to reduce the expenses of this office as much as possible through appropriate economy, but also increase the profits by all mercantile means. We express our gratitude to Your High Nobilities for satisfying our Requisition of cash and supplies received here with the small ship De Kleine Pallas, but whereas instead of the requested three whole rolls of that sheet lead of
Dutch transcription
5 Betreffende den Inkoop hebben wij na vermoogen getragt te volbrengen uwer Hoog Edelheeden ordre nopens De prijs van het Drakenbloed en de voldoening van den geeijschte quantiteijt van het zelve: wij hebben ten dien eijnde ons zoo veel maar mogelijk monsters Laaten toekoomen, en aangebooden een aan „zienlijke quantiteijt te zullen neemen, dog van alle die minsters heeft maar een voldaan, en daar van heeft men het picul voor niet minder als vijf en dertig spaan„ „sche reaalen willen afstaan, welke considerable prijs ver„ „hooging men zegt veroorsaakt te zijn door een tijding„ dat het zelve van dit Jaar op de het Drakenbloed trekken„ „de plaatsen zeer gewilt, en zelfs het picul teegen zes„ „tig rijgd:s verkogt was: dog behalven dat verzoeken wij op het eerbiedigste van uw Hoog Edelheedens verlof, om als eer en trouwlievende dienaeren Hoogst dezelve te mogen verseekeren, niet alleen, dat waarlijk alhier op Palembang het deugdzaam drakenbloed voor het ingekogte op de Hoofdplaatse niet te krijgen is, en de Prijs daar van daalt of rijst naar den overvloet, schaars„ „heijd of ongewiltheijd maar ook dat men die zoort alhier zeer schaars kan krijgen; want de egte word nooijt uijt de bovenlanden of het zelve uijtleeverende districten aangebragt, maar aldaar maer of minder eerst vervalk met Dammer of een zoort van roodhout, en wil men het daar van gezuijvert hebben, zoo is men genoodzaakt het zelve weeden op te kooken, om het van die vuijle stoffen te ontlossen, het welke ook veroorsaakt heeft, dat de in 't Jaar 1778. van hier gezondene Drie picols wat hooger in prijs hebben koomen te staan, om alle welke reedenen wijderhalven ook niet hebben durven onder„ staan om voor eerst er eenige inkoop van te doen, voor dat er zig een gunstiger tijd toe op doet, of dat het Uw Hoog Edelheeden behaagt om omtrent die articul nader met Hoogst derzelver ordres te munieeren, Nopens de Producten bevrijmoedigen wij ons uw Hoog Edelheeden eer„ biedigst te verzeekeren, dat het eene der voornaamste poincten onser attentie en ijver uijtmaakt om aan„ „zienlijke en vroegtijdige Leeverantie daar van aan uw Hoog Edelheeden te doen toekoomen, en het doet ons ten uijter „sten Leed, dat wij daarin niet beeter kunnen slagen, welke hinderpaelen ons hier omtrent voorkoomen, en hoe of wij hier in gedwarsboomt worden door het Listige Hof zal uw Hoog Edelheeden reeds gebleeken zijn uijt onse submisse Letteren van den 3e April, 22:' Maij, 15: Junij en 20 Julij deeses Jaars, waar aan wij ter vermijding van hertaalingen eerbiedigst verzoeken oms te mogen gedragen; terwijl ingevolge uwer Hoog Edelheedens ordre den kooning niet alleen hebben bekent gemaakt de aan„ „komst d effende „komst op en weeder vertrek eeniger zijner vaarthuijgen van de Hoofdplaatse, maar ook, dat uw Hoog Edelheeden aan zijn Hoogheijds zendeling permissie hadden verleend tot den Inkoop op Java van de twee in 1775. geaccorceerde vaartuijgen, waar omtrent den vorst ons verzogt heeft uw Hoog Edelheeden zijne bijzondere dankbaarheijd te willen betuijgen. Bij geleegentheijd van gemelde bekentmaking hebben wij teffens den Koning aangetoont hoe wijnig producten er nog met zijn Hoogheijds vaarthuijgen bij vertrek van het scheepje D' Kleijne Pallas op de hoofdplaatse waaren aangebragt, en welken nadeel zulks aan de belangens der Maatschappij toebragt, wijlde na china willende schee„ „pen er om moesten aangehouden worden, en waar over uw Hoog Edelheeden hem bij brieve van 18:' Augustus 1778. zoo vriendelijk onderhouden hadden: zijn Hoogheijd heeft zulks met het ordinair compliment beandwoord, namentlijk dat hij hoopte, dat de reeds vertrokkene vaarthuijgen eenige spoe„ „diger reijse mogte hebben, dat hij zijn best deede om te voldoen, en tragten zoude, in het aanstaande eene vroeger depeche te bezorgen: waarlijk Hoog Edele Heeren alle drang-en beweeg„ „reedenen van onse zeijde scheijnen vrugteloos te zijn, om hier omtrent eenige verandering of voortvaerentheijd te maaken, en wij kunnen niet genoeg attent zijn, om de in„ „triques der Hofsgrooten na te gaan en dezelve na ons vermo„ „gen te verijdelen. Ten opzigte der Fortificatien en Timmeragien Laaten wij niet na om de vol„ „toijing der Logie zoo spoedig mogelijk te volbrengen; terwijl wij uw Hoog Edelheeden voor de gunstige permissie ter op„ „bouwing van een andere Combuijs agter des eersten resi„ „dents wooning bij deeze onse verpligting betuijgen. Concerneerende de In- en Afschrijvingen hebben wij in natura voldaan de 6403. dak en 260. voostpannen, en dezelve bij de boeken weeder ingenoo„ „men, terwijl wij verders ingevolge uwer Hoog Edelheeden gunstige permissie bij dezelve hebben afgeschreeven de in zeegevallene draaijbas, neevens de 1968. lb verstikt bevonde„ „ne Rijst, en het verlies, gevallen bij verkoop van 13875. lb van dat graan, het welke bederven bevonden is. omtrent de Negotie Boeken zullen wij ingevolge uwer Hoog Edelheeden gueerde recommandatie de Lasten deeses Comptoirs niet alleen door eene gepaste menagie zoo veel mogelijk tragten te ver„ „minderin, maar ook door alle merkantle middelen de winsten te doen vermeerderen. Wij betuijgen uw Hoog Edelheeden onse dankbaarheijd voor de voldoening op onsen Eijsch van contanten en Benodigheeden met het scheepje De Kleijne Pallas alhier ontvangen, dan nademaal in Steede van de verzogte drie heele rollen dien Platlood van
English
of approximately 500 lb each, with the same have been brought here five pieces weighing together 1360 lb. Of which, except for one piece to cover the tower, the overseer of the works has declared that, on account of its thinness, he does not dare to use them for the gutters of the gate presently under construction, because according to him it would quickly be warped by the heat of the sun. Thus we take the liberty of sending back herewith four of the said five rolls of lead to the capital, while we have retained the other roll for the use of the tower. With respect to the appointments, we shall, in accordance with the tenor of Your High Nobilities' revered circular letter of 25 June last, perform shortly the public presentation of His High Nobility, the Right Honorable Lord Reynier de Klerk, in the high dignity of Governor-General of the Dutch East Indies. The master carpenter Willem Kettenis hereby conveys to Your High Nobilities his deep gratitude for the permission so favorably granted to him to send the adopted little daughter of the murdered quartermaster Lomeijer to the capital, just as, pursuant thereto, we now also address her, along with the few things belonging to her, to the deacons of the Reformed congregation. While with regard to this matter we take the liberty not only to petition Your High Nobilities for a similar permission regarding another little daughter and helpless orphan of the said Lomeijer still residing here, being a child estimated to be 4 years of age, but we also implore from Your High Nobilities' paternal compassion a favorable consent that henceforth there may always be sent from here to Batavia, for maintenance in the orphanage, such pitiable children begotten with slave women whose fathers have died, and especially the little daughters, because no good upbringing can be given to them in this place, and they therefore usually grow up in all shameful vices. The few monies belonging to the little daughter who is now being sent over have been duly counted into the Honorable Company's treasury here by the aforementioned master carpenter. Pursuant to the invoice, these are credited to the capital, in order to be paid out again there to the deacons, with the pleasure of Your High Nobilities. Concerning native affairs, it has pleased Your High Nobilities in this regard to require of the submissive first signatory the grounds on which he has called the Captain of the Chinese here a subject of the King, which revered order he now has the honor dutifully to fulfill according to his humble understanding, and to bring to Your High Nobilities' knowledge that he has posited this: because the said captain was born within the King's territory to a prominent Palembang Mohammedan mother, was raised there, and also resides there; because he was appointed by His Highness as Captain of the Chinese nation, which right the King appears to possess, although he must consult the Honorable Company's residents therein; because as such he holds authority over all Chinese living in the King's lands, and also punishes them in his name; because he is also a minister of the court, holds the rank of khedemang, and as such also bears the insignia of honor attached thereto; and also because he is in the service of the King and is his sole pepper supplier within this lodge, and likewise has the command and administration over a tin mine on the island of Banca. These were the reasons and grounds, Right Honorable Lords, why the submissive first signatory called the Captain of the Chinese a subject of the King. If he has erred or been mistaken in this regard, he not only submits himself to Your High Nobilities' far wiser judgment, but he also petitions for a favorable forgiveness regarding his error and expression, and that Your High Nobilities may be pleased to take into consideration that he judged these matters according to his humble understanding; while he further takes the liberty most submissively to assure and declare to Your High Nobilities that it was never his intention or entered his mind to interpret the contracts incorrectly and to the detriment of the Honorable Company's rights, but on the contrary, that he strives to adhere to them as strictly as possible, which has also caused him much trouble with and displeasure at the court. We thank Your High Nobilities very much for having been pleased to excuse the dispatch of the cruisers to the Strait of Malacca, while we take the liberty to assure Your High Nobilities that we strive to make as useful a deployment of them as possible in countering the smuggling trade, to which end we have also made known to the Sultan Your High Nobilities' satisfaction that the voyage to Riouw had been forbidden to his subjects in the past year, and which prohibition we requested might take place forever; however, it has pleased His Highness for the time being only to interdict this strictly for this year. Pursuant to Your High Nobilities' revered order, we have spoken seriously to the King about the foul practices of the Sayyids on the island of Banca, and their transport of tin from there to Riouw, regarding which His Highness declared that he was sorry to hear this, and that his orders in this regard were so poorly executed; more than once, Right Honorable Lords, have we already forcefully reminded the prince
Dutch transcription
van circa 500 lb ieder, met het zelve alhier zijn aangebragt vijff stukken te zamen weegenden 1360 lb. dewelke uijt„ „genoomen een stuk ter dekking van den toorn, den op„ „ziender der werken betuijgt heeft om derzelver dunheijd niet te durven gebruijken tot de gooten van de onder„ „handen zijnde Poort wijl het zelve volgens zijn zeggen door de hitte der zonne schielijk zoude opgetrokken worden, zoo neemen wij de vrijheijd om van gem: vijff rollen Loot by deesen vier weederom na de hoofdplaatse te rug te zenden, terwijl wij de andere rol ten dienste van de tooren aange„ „houden hebben. rijsselijke Bestellingen zullen wij na den teneur uwer Hoog Met opzigt tot de Edelheedens gevenereerde circulaire brief van den 25: Junij passato, de publicque voorstelling van zijn Hoog Edelheijd den Ha Hoog Edele Groot Agtb: Heer Reynier de Klerk in de Hooge waardigheijd van Gouverneur Generaal van Neederlandsch Jndie, eerstdaagst volbrengen, Den Meesterknegt der huijstimmerlieden willen kette„ „nis Legt bij deesen aan uw Hoog Edelheeden zijne Diepe verpligting af voor de hem zoo gunstig verleende permissie, om het door hem aangenoomene Dogtertje van den vermoor„ „den quartiermeester Lomeijer na de Hoofdplaatse te mo„ „gen zenden, gelijk wij ingevolge van dien haar ook thans met het weijnige, het geen haar toebehoort, aan Diaconen der Gere„ „formeerde gemeente koomen te addresseeren; terwijl wijl wij ten opsigte van dit aspect ons bevrijmoedigen niet alleen van uw Hoog Edelheeden te suppliceeren eene diergelijke vergunning omtrent een nog zig hier bevindende Dogterge en hulpeloose wees van gem: Lomeijer zijnde een kind van nagissing oud 4: Jaaren maar wij smeeken ook van uw Hoog Edelheedens vaderlijke meede dogentheijd een gunstige toestemming, dat voortaan van hier altoos na Batavia ter alimentatie in het weeshuijs mogen gezonden worden zodanige bij slavinnen geprocureerde en meedelijden waardige kinderen, waar van de vader overleeden zijn, en voornamentlijk de Dogtertjes, wijl 't aan dezelve ter deeser plaatse geene goede opvoeding kan, gegeeven worden, en zij daar door gemeenlijk in alle Schawelij¬ - „ke ondeugden opgroeijen, De wijnige het thans overgezonden wordende dogtertje toe „behoorende gelden, zijn door den voorgemelde Meester „knegt der Timmerlieden alhier behoorlijk in sE: Comp„s Cassa getelt: dezelve worden ingevolge Factuur de Hoofd„ „plaatse ten faveure gebragt, om aldaar met believen van uw Hoog Edelheeden aan Diaconen weeder uijtgekeert te worden Inlandsche zaaken betreffende, heeft het uw Hoog Edelheeden hieromtrent behaagt van den submissen eerste teekenaar te vorderen de gronden, waarop hij den Capitain der Chinee„ „schen alhier een onderdaan des Koningsgenoemt heeft, aan welke g'eerbiedigde ordre hij thans de eere heeft, pligtschil„ „dig na zijn gening begrip te voldoen, en ter uw Hoog Edel„ „hedens kennisse te brengen, dat hij zulks geposeert heeft. om dat gem: capitain uijt eene voornaame Palembangsche Ma„ „homethaansche Moeder in s' Koningsgebied gebooren, aldaar opgebragt mitsgaders ook woonagtig is; om n en om dat hij door zijn Hoogheijd tot Capitain der Chineesche natie is aangestelt geworden, welk regt den koning Schijnt te besit„ „ten, schoon hij er s'E: Comp:s residenten in kennen moet; om dat hij als zodanig het gezagt heeft over alle in s' Konings Landen woonende Chineeschen, en ook dezelve in zijn naam afstraft; om dat hij meede een Minister van het Hof is, den rang van khedemang heeft en als zodanig ook de daar aan geaccro„ „cheerde eerteekenen voert; mitsgaders om dat hij in dienst des Konings en zijn eenige Peeper Lee„ „verancier binnen deese Logie is, en zoo meede het gebied en de administratie heeft over eene thin mijn ten Eijlan„ „de Banca. Dit zijn de reedenen en gronden geweest Hoog Edele Heeren! waarom den Submissen eerste teekenaar den capitain der Chineeschen een onderdaan des Koning ge„ „noemt heeft: heeft hij hier omtrent gedwaalt, of zig mis„ „gist, hij onderwerpt zig niet alleen aan uw Hoog Edelhee„ „dens veel wijser oordeel, maar hij suppliceert een gunsti„ „ge vergeffenis omtrent zijne dooling en uijtdrukking, mitsgaders dat Hoogst dezelve in aanmerking gelieven te neemen, dat hij na sijn gering begrip gedagten geoordeelt heeft; ter wijl hij zig verders bevrijmoedigt uw Hoog Edel„ „heeden op het onderdanigste te verzeekeren en betuijgen, dat het nooijt zijne intentie is geweest of in zijne gedagten opge„ „koomen de contracten verkeert en ten nadele van s' E: Comp:s regt uijt te Leggen, maar wel inteegendeel, dat hij zig zoostreng mogelijk daar aan tragt te houden, het welke hem ook al vee„ „le moeijelijkheeden met en ongenoegen aan het Hofge„ „bragt heeft, Wij bedanken uw Hoog Edelheeden zeer voor dat de hebben gelieven te excuseeren het afzender der Kruijssers naar Straat Malacca, terwijl wij de vrijheijd neemen Hoogst dezelve te verseekeren, dat wij zoo veel mogelijk van dezelve een nuttig gebruijk tragten te maaken ter teegengang der sluijkhandel, ten welken eijnde wij ook den sulthan hebben bekent gemaakt uwer Hoog Edelheedens Contentement over dat aan desselfs onderda¬ „nen in het voorl: Jaar den vaart naar Riouw verboden had, en welk verbod wij verzogt hebben, dat voor altoosplaatsn mogte hebben, dog het heeft zijn Hoogheijd behaagt gehad zulken voor als nog maar voor dit Jaar scherpelijk te interdiceeren Ingevolge uwer Hoog Edelheedens gevenereerde ordre hebben wij den Koning Serieus onderhouden over de vuijle gedoentens der Saids op het eijland Banca, en de vervoer door dezelve van daar van het Thin na Riouw, waaromtrent zijne Hoogheijd betuijgde, dat het hem Leed was zulks te verneemen, en dat zijne ordres zoo slegt hier omtrent ten uijtvoergebragt wierden; meer als eens Hoog Edele Heeren hebben wij den vorst reeds nadruk„
English
and made emphatic representations and requested reflection upon our complaints regarding these foul practices of the saids, with which it swarms here and in these parts, and who truly are the greatest smugglers, yet it constantly remains with the usual promises; for since the said saids consider themselves descendants of Mahometh, that cunning and dangerous race has managed to acquire such fear and awe among the superstitious Palembang people through this, that the Palembang people do not dare to presume to resist them, but on the contrary, out of a fundamental religious principle and reverence for their descent, help them along as much as possible. Regarding the foreign nations, having already complied by our respectful secret letter of 15: June with Your High Noble Honours' venerated order with respect to the English Captain and adventurer Lindesaij, we most respectfully request the liberty of referring thereto, while with respect to the continuation of the history mentioned therein we hereby have the honour not only to bring to Your High Noble Honours' knowledge that through precautions taken by us and the occupation of Muntok by two cruisers we subsequently heard nothing more of the said illicit trader, but also that the principal instigators of the smuggling trade conducted with him, Abang Leeman, Abang Tawie, and Mang Tjilie, were removed from Muntok by order of the King, and have been punished here for their crimes. Concerning private navigation, we have, in accordance with Your High Noble Honours' command, informed the King of the convenience and assistance rendered to the shipping of Palembang, as well as of the moderation exercised regarding the juragans of his vessels destined for Java, should they, through inconveniences or maritime distress, miss Batavia and drift eastward: His Highness declared himself indebted with all gratitude to Your High Noble Honours for this, yet still equally dissatisfied he simultaneously added that he hoped from Your High Noble Honours' special favour and affection towards him that Your High Noble Honours would be pleased to alter again the order regarding the initial calling at the capital, and permit his vessels destined for Java to turn the prow directly from here thither as before. Among the servants released by Your High Noble Honours to the capital, one having in the meantime died, we were unable to persuade the remaining two house carpenters and two masons to enter into a new contract, but indeed with much difficulty to perform their service here for another year, however with the firm promise that they should depart for Batavia in the coming year, which we have assured them. With the vessel De kleijne Pallas, on the contrary, we are letting pass over to the capital the house carpenter Johan Joachim Boonhof of Mulhem, who, according to the respectfully enclosed declaration of the chief surgeon, at times shows fits of insanity and, due to a malice often accompanying it, would have caused accidents; likewise the Corporal Jan Baptist Colmer of Brussels, a man to whose charge we would have many accusations to bring, both with respect to his dangerous temper, brutalities, instigation of the common soldiers, and disobedience to the good orders, in which respect he lastly on the 22:nd of June past, when he had the guard, at eight o'clock in the evening, when he was to do the usual round along the walls, had such performed by a common soldier on his own authority, and when the commanding Sergeant came out upon it and asked for the reasons thereof, gave in reply that such had happened on his order and according to old custom, whenever the first resident happened to be outside the lodge on the pier, where the first draftsman was that evening, with which pretext he also, when the humble first draftsman spoke to him about it, sought to excuse himself and justify his conduct, notwithstanding it was shown to him that such an order (:as the respectfully enclosed declaration dictates:) was not known, and if there were one, the round at that hour should already have had to be done repeatedly by a common soldier instead of him and other Corporals, which his own previously performed duties in this regard came to contradict; but since repeatedly administered corrections and punishments to the said Corporal Colman appear fruitless in making him observe his duty, we take the liberty, in order to prevent consequences and to preserve peace among the soldiers, to send him up to the capital at Your High Noble Honours' disposal. In place of the said Colman, we most respectfully request of Your High Noble Honours' favour that there may again be appointed as Corporal: Daniel Gerard Peijs of Wismar, Soldier, and arrived in the Indies in the year 1776 with the ship Beekvliet as an ordinary seaman at ƒ8, who is a sober and capable subject. With the deepest respect and high esteem we honour ourselves to call, (:below stood:) High Noble Great Honourable Lord and Well-born Lords: (:lower:) Your High Noble Honours' most obedient and humble Servants (:was signed:) C:n De Vries and Ph:r Joh:s van der Stengs (:in the margin:) Palembang the 20:th September 1779.
Dutch transcription
& nadrukkelijke vertoogen gedaan en reflexie op onse klag¬ „ten verzogt gehad, over deese vuijle bedrijven der saids, waar van het hier en hier om streeks krielt, en die waar„ „lijk de grootste smokkelaars zijn, dog het blijfte steeds bij de gewoonlijke beloften; want wijl gem: saids zig af„ „stammelingen van Mahometh reekenen, zoo heeft dat Listig en gewaarlijk geslagt zig onder den bij geloo„ „vigen Palembanger hier door zodanig eene vreesen ontzag weeten te verwerven, dat de Palembangers zig niet durven onderstaan haar te weederstreeven, maar wel inteegendeel uijt een Godsdienstig grond begint„ „zel en eerbied voor haare afkomst zoo veel mogelijk voort te helpen. omtrent de vreemde Natien bij onse eerbiedige secrete Letteren van den 15: Junij reeds voldaan hebbende aan uw Hoog Edelheedens gevenereerde ordre ten opzigte van de Engelsche Capitain en avanturier Lindesaij, zoo verzoe„ „ken wij eerbiedigst de vrijheijd te mogen hebben van ons daar aan te gedragen, terwijl wij ten opzigte van het vervolg van het daar bij gemeld historiaal bij dee„ „zen de eer hebben ter uw Hoog Edelheeden kennisse niet alleen te brengen, dat door ons genomene precua¬ „tien en het bezetten van Muntok door twee kruijsers wij naderland niets meer van gem: morsehandelaar hebben vernoomen, maar ook dat de voornaamen te drij„ „vers van de met hem gepleegde smokkelhandel Abang Leeman, Abang Tawie, en Mang Tjilie op s'konings ordre van Muntok afgenoomen, en alhier over haare misdrijven zijn afgestraft geworden. Belangende de Particuliere vaart hebben wij ingevolge uwer Hoog Edelheedens bevel den Koning geinformeert van de geriefelijkheijd en hulpe, dewelke aan den vaart van Palembang beweesen word, mits„ „gaders van de gebruijkt wordende moderagie omtrent de Jura„ „gans zijner na Java willende vaerthuijgen, indien zij door in„ „convenienten of zeenood Batavia voor bij raakte en oost„ „waards kwamen te verdrijven: zijne Hoogheijd betuijgde hier voor alle verpligting aan uw Hoog Edelheeden ver„ „schuldigt te zijn, dog nog eeven misnoegt voegde hij ^ tef„ „fens bij, dat van uwer Hoog Edelheeden bijzondere gunst en geneegentheijd te zijn waards hoofte, dat Hoogst dezel„ „ve de ordre omtrent het eerstaandoen van de Hoofdplaatse zouden gelieven weeder te altereeren, en zijne na Java wil„ „lende vaarthuijgen permitteeren, den steeven als voor„ „heen direct van hier na derwaarts te wenden. Onder de door uw Hoog Edelheeden na de hoofdplaatse verloste: Dienaaren een intusschen overleeden zijnde zoo hebben wij de overige twee huijstimmerlieden en twee Metselaars niet kunnen overhaelen tot het aangaan van een Nieuw verband, W. k„ verband, maar wel met veele moeijte om nog een Jaar alhier haare dienst te verrigten, echter met vaste belofte dat zij in het aanstaande Jaar na Batavia zoude vertrekken, het geene wij haar verzeekert hebben. Met het scheepje De kleijne Pallas Laaten wij inteegen „deel na de Hoofdplaatse overgaan den Huijstimmerman Johan Joachim Boonhof van Mulhem dewelke volgens hier neevens in eerbied Leggende verklaring van den opper„ „chirurgijn zomwijlen vlagen van krankzinnigheijd toont„ en door eene dikwils daar meede vergeselt gaande quaad¬ „aardigheijd ongelukken soude veroorzaakt hebben; zoo meede den Corporaal Jan Babtist Colmer van brussel, een man ten welks Lasten wij veele beschuldigingen zouden hebben in te brengen zoo ten op zigte van zijn gevaarlijk heumeur, brutaliteijten, opstoking van de gemeene militai„ „ren, als disolidientie aan de goede ordres, ten welken opzig„ „ten hij Laastelijk op den 22:' Junij passato, wanneer de wagt had, der Avonds om agt uuren als de gewoone ronde Langst de wallen moeste doen zulks door eene gemeene militair op zijn eijgen gesag heeft Laaten verrigten, en wanneer de commandeerende Sergeant daar op uijtkwam en na de reedenen daar van vraagde ten andwoord gaf, dat zulks op zij„ „ne ordre en volgens oude gebruijken geschied was, wanneer den eerste resident zig buijten de Logie op het hoofd, alwaar den eersten teekenaar dien avond was, kwam te bevinden, met welk pretext hij zig ook bij den Nedrigen eerste teeke„ „naar, wanneer hij er hem over onderhielt, tragtede te ontschul„ „digen, en zijn gedragte regtvaardigen, niet teegenstaande hem aangetoont wierd, dat er zulks een ordre /:gelijk de hier nee„ „vens en eerbied leggende verklaaring dictecrt:/ niet bekent was, en zoo er een was de ronde op dat uur al meermalen door eene gemeene intsteede van hem en andere Corporaals hadd moeten gedaan zijn geworden, het geene zijn te voeren gedaa„ „ne verrigtingen hier omtrent zelve kwaamen teegen te spree„ „ken; dan nademaal meermalen gedane Correctien en be„ „straffingen, aan gem: Corporaal Colman vrugteloosscheij„ „nen, om hem zijn pligt te doen betragten, zoo nemen wij ter voorkoming van gevolgen, en om derust onder de militai„ „ren te bewaaren, de vrijheijd hem ter dispositie van UW Hoog Edelheeden na de hoofdplaatse op te zenden. In plaatse van gem: Colman verzoeken wij eerbiedigst van uw Hoog Edelheedens gunst, dat weeder tot Corporaal mag aangestelt worden. Daniel Gerard Peijs van Wismar, Soldaat, en in A:o 1776 met het schip Beekvliet als Jonk matroos met ƒ8 in Jndie aange„ „land, het welke een nugteren bequaam Subject is. Met de diepste eerbied en hoogagting vereeren wijnste noemen, /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer en wel Edele Heeren: /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens gehoorsaamste en ootmoedigste Dienaaren /:was geteekent:/ C:n De Vries en Ph„r Joh:s van der Stengs /:in margine:/ Palembang den 20' Septem„ „ber 1779. Ik
English
J:A: B: I, the undersigned Chief Surgeon, acknowledge and declare at the requisition of the Honorable Jan De Vries, Merchant and Head of this Trading Post, how one of the Honorable Company's house carpenters named Johan Joachim Boonhof of Mullem, being of a melancholic temperament, monthly around the full moon walked about with swollen veins and a flushed face, and resorted to all manner of desperate acts, so that his comrades at times had to flee from him, whereupon I took him into the hospital and applied all necessary medications, but without effect. So that I declare him here in this place unfit for the Honorable Company's service; which I acknowledge to attest with truth, and if necessary to affirm further in all respects. Below stood: Palembang the 20th of September 1779. Was signed: C:s Los. We, the undersigned, Jan David Witter, Sergeant, Johannes Riel, and Jacob Seeltje, Corporals, together with Johan Nicolaas Mulder, Soldier, declare hereby at the requisition of Mr. Jan De Vries, Merchant and First Resident at this Trading Post, that as long as we have been stationed at this Trading Post, being from the years 1766, 1776, and 1765, we have no knowledge nor awareness that an order has been given, nor have we ever heard that previously there was such an order, that if the First Resident finds himself outside the Lodge in the evening, the Corporal on guard must then not perform the usual eight o'clock round, but must have this done by a common soldier on guard; while we further declare that during our presence here, we know nothing other than that the said round at that hour, according to the old and existing order, has always been performed by the Corporal on guard, whether the First Resident was inside or outside the Lodge. Below stood: Palembang the 20th of September 1779. Was signed: Jan David Witter, Johannes Riel, P:s Seeltje, and Johan Nicolaas Mulder. To [illegible] 14 C: Jan de Vries To the Honorable Sir The bark of the former Raden Tommangon of Tagal Hadsie Abdul Adsie Pursuant to your Honor's esteemed order, we, as expressly appointed commissioners, have proceeded on board the Honorable Company's lighter Zwoll lying here, and upon careful examination and inspection found that its mast, boom, and gaff, as well as the foresail yard, are so rotten and decayed that they can no longer be used in service with any safety, and likewise that the standing and running rigging of that small vessel is also completely unfit. We hope hereby to have complied with your Honor's esteemed order, while we call ourselves with all respect, Below stood: Honorable Sir, Lower: Your Honor's humble and obedient servants, Was signed: C=n Bot, Cornelis Frak, Martinus Zelkemeet, and a cross mark set by Jan Hendriks. In the margin: Palembang the 5th of May 1779. To His Excellency The Right Honorable, Most Venerable Lord Reijnier de Klerk Governor-General together with The Honorable Councilors of the Dutch East Indies Right Honorable Most Venerable Lord, and Honorable Sirs. The small vessel mentioned in the margin, having been repaired of its defects and provided with the necessities, now departs from here again to Your Excellencies' capital, with which Honorable Sir Merchant and Head here we No. No. 2 2 13 we have the honor to offer the same a quantity of 8000 pieces of cadjang mats. To the former Raden Tommongong we have, upon his request, delivered from the Honorable Company's stock, in hope of Your Excellencies' venerated approval: ½ barrel of tar 1½ barrel of rosin ½ barrel of pitch and 1 roll of sailcloth, and had him pay the amount of both, according to the orders, with a capital advance into the Company's treasury. Regarding the departure of this small vessel, we had some difficulties with the Court, which for insignificant reasons wished to detain the same strictly against the will and desire of the Raden Tommongong until after the end of the Mohammedan fast or the present Puasa: in the beginning we made friendly remonstrances against this, but instead of making progress with that, the Court not only employed tricks to achieve its purpose, but also began to issue commands to that end. For this reason we were compelled, both to counter the pride of the Court and to maintain the Company's rights, and to demonstrate that the said Raden Tommongong, as a subject of the Company, consequently had no orders to await from the Court in this matter, not only to declare that we could not and would not condescend to the postponement of the departure of this bark, but we also, in order to make an end of matters, notified the Raden Tommongong in the name of Your Excellencies that he would have to depart on the date hereof, without concerning himself further with the Court, whether it be pleased or displeased. With the deepest respect and the greatest deference we profess to be, Below stood: Right Honorable Most Venerable Lord and Honorable Sirs, Lower: Your Excellencies' very obedient and humble servants, Was signed: S:n De Vries and PH:r Joh:s van der Steng. In the margin: Palembang the 26th of September 1779. To
Dutch transcription
J:A: B: Ik ondergeteekende opperchirurgijn, bekenne en verklaare ter requisitie van den E: d: Heer Jan De Vries Coopman en opperhoofd deeses Comptoirs. hoe dat een van s'E: Comp:s Duijs¬ „timmerlieden genaamt Iohan Joachim Boonhof van Mullem, eene Melancolishen tempermente, dewelke maandelijks teegen den vollen Maand, met volle opgeloo„ „pene Aders en vuerig in 't Aangezigt Liep, en tot alle ver„ „weegere zaken greep, zoo dat zijne maats ten tijden voor hem vlugten moesten daar op ik hem in 't hospitaal ge„ „noomen, en alle benodigde medicamenten geaplieert, dog zonder effect. sodat ik hem hier ter plaatse voor s'E: Comp:s dienst onbequaam verklaare; het welk met waar„ „heijd bekenne te attesteeren, en bij allen het noodig sijnde het naader te affirmeeren /:onderstond:/ Pelembang den 20: September 1779. /:was geteekent :/ C:s Los, wij ondergeteekendens Jan David Witter, Sergiant, Johannes Riel, en Jacob Seeltje, Corporaals mits¬ „gaders Iohan Nicolaas Mulder, Soldaat, verklaa„ „ren bij deezen ter requisitie van den Heer Jan De Vries, koopman en Eerste Resident ten deesen comptoire, dat zoo Lange wij op dit Comptoir bescheij„ „den zijn geweest, zijnde van de Jaeren 1766. 1776. en 1765. wij geene kennis nog weetenschap peb„ „ben, dat er eene ordre gegeeven is nog ook nooijt ge„ „hoort hebben, 'er van te voeren, zoodanig een ge„ „weest is, dat als de Eerste Resident zig des Avonds buijten de Logie bevind, de wagt hebbende Corpo„ „raal als dan de gewoonerende ten agt uuren niet moet verrigten, maar zulks door een gemeene wagt hebbende Militair moet Laaten doen, terwijl wij al verders verklaaren, dat geduurende ons aan weesen alhier wij niet beeter weeten, als dat gemelde ron„ „de op dat uur volgens de oude en subsisteerende ordre altijd, het zij den eerste Resident binnen of buijten de Logie was, door de wagt hebbende corperaal is verrigt geworden. /:onderstond:/ Palembang den 20e September 1779. /:was geteekent:/ Jan David Witter, Johannes Riel, P:s Seeltje, en Johan Nicolaas Mulder. Aan ee„ en Hoog J es stem„ 14 /:C:/ Jan de Vries Aan Den WelEdelen Heer : de Bark van den oud Radeen Tommangon van Tagal Hadsie Abdul Adsie Ingevolge uwel Edelens g'eerde ordre hebben wij als expres„ „se gecommitteerdens ons vervoegt aan boord van de alhier Leg„ „gende 's E: Comp„s Ligter zwoll en bij nauwkeurige Examinatie, en visentatie bevonde, dat desselfs mast, Giek, en Gaffel, mitsgaders fokke rhaa, zodanig verrot, en vervuurt zijn, dat dezelve met geen gerustheijd meer ten dienste kunnen ge„ „bruijkt worden, zoo meede dat het staande en Loopende touwerk van dat kieltje ook ten eenemaale en bequaam is. wij verhoopen hier meede aan uwel Edelens g'eerde ordre te hebben voldaan, terwijl wij ons met alle eerbied noemen. /:onderstond:/ wel Edelen Heer, /:Lager:/ uwel Edelens onderda„ „nige en gehoorsaame dienaaren /:was geteekent:/ C=n Bot, Cornelis Frak, Martinus Zelkemeet, en een kruijsje om„ „schreeven gestelt bij Jan Hendriks /:in margine:/ Palembang den 5: Meij 1779. Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en Wel Edele Heeren. Het in margine gemelt kieltje, van zijne gebreeken her„ „stelt en het noodige voorzien zijnde, vertrekt thans weeder van hier naar uwer Hoog Edelheedens Hoofdplaatse, waarmeede Wel Edelen Heer Koopman en opperhoofd alhier wij No No. 2 2 13 wij de eers hebben Hoogst dezelve aan te bieden een quantitijt van 8000. p:s Cadjangmatten, Aan den oud Radeen tommonging hebben wij op zijn versoek uijt s'E: Comp:s voorraad, in hoope van uw Hoog Edelhee„ „dens gevenereerde goedkeuring, afgegeeven ½ vat Theer 1½ _ harpuijs ½ — Piek en 1. rol zeijldoek, en hem 't bedragen van het een en ander, volgens de ordres, met een Capitaal Advands in Comp:t Cassa Laaten betaalen. over het vertrek van dit kieltje hebben wij eenige moeijt „lijk heeden met het hofgehaed, het welk om niets te beduij„ „den hebbende reedenen het zelve teegens zin en wil van den Radeen Tommongong tot na het eijndigen van de Maho„ „methaansche vasten of den teegens woordigen Poassa volstrekt wilde aanhouden: wij hebben in 't begin daar teegen vriendelijke vertoogen gedaan, dog insteede van daar meede te vorderen, heeft het hof niet alleen Listen in het werk gestelt, om haar oogmerk te berijken, maar ook ten dien eijnde beginnen te gebieden, weshalven wijgen ood„ „zaakt zijn geworden, zoo ter teegengang van de hoogmoet van het hof, als maintien van s'Comp:s regt, en aantooning, dat gem: Radeen Tommongong als een onderdaan van de Maat„ „schappij derhalven ook in dit stuk van het hof geene bewe„ „len had afte wagten, ons niet alleen te verklaaren, dat wij in de opschonting van het vertrek van deese Bark niet en konden nog en zouden condescendeeren, maar wij hebben ook om een eijnde van zaaken te maaken den Radeen Tommon„ „gong uijt naam uwer Hoog Edelheeden aangezegt gehad, dat hij op dato deeses zouden hebben te vertrekken, zonder zig verder aan het Hof, het zij het vergenoegt of misnoegt was, te Stooven, Met de diepste eerbieden het meeste ontzag betuij„ „gen wij te zijn /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens zeer gehoorsaame en ootmoedige Dienaeren, /:was geteekent:/ S:n De Vries en PH:r Joh:s van der Steng /: in margine:/ Palembang den 26 september 1779 Aan
English
By a private bark commanded by the Sumenep citizen Hendrik Hoffmeester, or the pantjalling De Welf. Reijnier de Klerk, Governor-General, together with the Right Honorable Gentlemen, Members of the Council of the Netherlands Indies. Right Honorable and Most Esteemed Sir, and Right Honorable Gentlemen! A number of 3100 pieces of cadgang mats having been dispatched for the Honorable Company in the bark mentioned in the margin to be conveyed to the capital, we have the honor to have this serve to accompany the same. While we honor ourselves with the deepest respect and the greatest esteem to call ourselves, Below stood: Right Honorable and Most Esteemed Sir, and Right Honorable Gentlemen. Lower stood: Your Right Honors' most humble and obedient servants. Was signed: J. de Vries and B. Joh.s van der Stengs. In the margin: Palembang, the 23rd of November 1779. Number 4. To His Honor, the Right Honorable and Most Esteemed Sir, Reinier de Klerk, Governor-General, together with the Right Honorable Gentlemen, Members of the Council of the Netherlands Indies. Right Honorable and Most Esteemed Sir, Right Honorable Gentlemen! With the return of the King's Envoys on the 4th of November last, we had the happiness to receive Your Right Honors' revered letters of the 14th and 28th of September last. But above all, before we give ourselves the honor of presenting Your Right Honors our humble reply thereto, we shall first, according to orders, proceed to respectfully answer the recently received and herein inserted Extract from the General Missive written by the Right Honorable, Most Esteemed Gentlemen, the Committee of Directors from the Assembly of Seventeen in the Homeland to Their Right Honors the Governor-General and the Council of the Indies, dated Amsterdam, the 25th of September 1778, containing the matter of Palembang: Paragraph 112. The letters written by the servants to You in the year 1776 having reached us as little as those from the Banjarmasin Residents, we find ourselves thereby unable to treat fully of all the points that were dealt with between You and the first-mentioned servants in the aforementioned year. Paragraph 143. From what was noted both in your letter to the Residents of the 26th of June and in your general advices to us of the 31st of December, we have learned only with great displeasure of the important increase in expenses during the book-year 1774/5, as they exceeded those of the previous year by a sum of ƒ28765: 19: 8, and amounted to ƒ32444: -- more than that stipulated for those expenses by the Memorandum of Management. The important increase in expenses, and the exceeding of the Memorandum of Management, predominantly proceeding from the unavoidable costs which the construction of the new lodge caused; so we take the liberty, regarding the ordinary and household expenses of this settlement, to respectfully assure you that we observe the strictest frugality regarding them, and try to keep them as much as possible even below the stipulated limit. However, You, for the reasons given by the servants thereof, having accepted that excess, we must acquiesce therein, and we do the same regarding your remark concerning the too great claim made by the Residents regarding the increase in profits to the amount of ƒ2289: 10: --. Meanwhile, we can, from earlier advices and what was already noted regarding this in Paragraph 1830 of our latest General Missive,
Dutch transcription
Pr: een Particuliere Bark gevoert door den Sumanaps burger Hendrik Hoffmeester O de Pantjalling DWelff Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en Wel Edele Heeren! In de in margine gemelde Bark ter overbreng naar de Hoofd„ „plaatse voor D' E Comp:e afgestooken zijnde een getal van 3100. p:s Cadgangmatten, zoo hebben wij de Eer deezen te Laaten die„ „nen ten geleijde van dezelven Terwijl wij met de diepste eerbieden het meeste ontzagons vereeren te noemen De /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en wel Edele Heeren. /: La„ „ten „ger:/ uw Hoog Edelheedens onderdanigste en gehoorsaamste Dienaeren, „rie //:was get:t/ J=r de Vries, en B:n Joh:s van der stengs, /:in margine:/ Palembang den 23e: November 1729. No: 4 Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reinier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, Wel Edele Heeren! Met de te rugkomst van s' konings Gezanten op den 4: November passato, hebben wij het geluk gehad te ontvangen uwer Hoog Edelheeden gevenereerde brieven van den 14: en 28 September Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Aan zijn Edelheijd Jongstleeden N 5 & „vla ƒ „trent de ordinaire en huijshoudelijke Las„ „ten van dit Comptoir eerbiedigst te verzeeke„ „ren, dat wij daar omtrent de strikste zuijnig„ Jongstleeden, dog vooral eer wij ons de eergeeven uw Hoog Edel„ „heeden onse onderdanige rescriptie daar op aan te bieden, zullen wij voor af volgens de ordre treeden ter eerbiedige beandwoording van het Jongst ontvangene, en in deezen geinsereert Extract Generaale Missive geschree„ „ven door de wel Edele Hoog Agtb: Hee„ „ren gecommitteerde Bewindheb„ „beren, uijt de vergadering van 17:e en 't Patria aan Hunne Hoog Edel„ „heeden den Gouverneur Generaal en den Raaden van Indie, gedateert Amsterdam den 25 September 1778. vervattende de Materie van Palembang 1112. De brieven door de bezienden in den Jaare 1716. aan UE: geschreeven ons zoo min zijnde toegekoomen, als die van Bangermassingsche Residenten, vin „den wij ons daar door buijten staat om over alle de Poincten, welke tusschen UE: en eerstgem: bediendens in voorm: Iaere zijn verhandeld, volkome te kun„ „nen verhandelen. §143 uijt het genooteerde zo bij uwen brief aan de Residenten van den 26 Junij als bij uwe generale adviesen aan ons van zeer ongaarne vernoomen de importante vermeerdering der Lasten geduurende het boekjaar 177 24/5. als welke met een zom van ƒ28765: 19: 8 die van 't voorige Jaar te boven zijn gegaan en be„ dragende ƒ32444::— meerder dan het ie voor die Lasten bepaalde bij de Memo„ „rie van menagie. „vloeijende uijt de onvermijdelijke onkosten den den 31. December, hebben wij niet dan Dan UE: om de reedenen door de be„ „diendens daar van gegeeven zig die meer, „derheijd hebbende laten welgevallen, moe„ ten vrijdaar in berusten, en wij doenz te zelfde ten aanzien uwer remarque weer„ ke„ „gens den te grooten op het die door de Residenten is gemaakt, nopens 't ac¬ „cres in de winsten ten bedraagen van ƒ 2289:10: Intusschen kunnen wij uijt vroeger ad¬ „viesen en het desweegen reeds genoteerde bij de 1830 van onse Jongste Generaale De inportantes vermeerdering der Las„ „ten, en het te bovengaan derzelve van de Memo„ „rie van Menagie voornaamentlijk voort„ „welke dan opbouw der Nieuwe Logie veroor„ „needen de bepaling tragten te houden, „zaaken; zoo neemen wij de vrijheijd om„ „heijd behartigen, en dezelve zoo veel mogelijk zelfs be„ Mis „ , 13
English
complied with. The mentioned recommendation is, according to our obligation, most respectfully [illegible] being craftsmen, and if no new missive is prepared, that to the aforesaid increase of the burdens will have contributed the amount written off for the costs of the New Lodge. 1114. It having been remarked by your aforesaid missive of 26 June that the Residents made an exorbitant money demand of 100,000 Spanish reals, with the addition that by themselves the requirement for one year was amply estimated at no more than 49,000 reals, we see from the repeatedly mentioned writings that your Honors have decided to satisfy of the aforementioned demand only 30,000 pieces of that specie. We find, however, noted in your subsequent missive of 9 October that your Honors, moreover, with the small vessel D' Adriana Cornelia within a few days were about to dispatch 50,000 Spanish reals, as this has since, according to your missive of 22 November, immediately taken effect, so that the specie with which your Honors in 1776 found it necessary to provide this Residency has together amounted to a quantity of 80,000 pieces of reals. 1115. With pleasure we have observed your attention to the end that the number of servants appointed to this office does not exceed the limit drawn up in the memorandum of management, and we shall expect from the residents the compliance with your recommendation not to make any proposals that are contrary to that memorandum. 1116. As the King as well as the court dignitaries feign ignorance of the running off of a Company's boat, more broadly mentioned in our missive of 8 October 1777, there is little likelihood that the Company will ever obtain any compensation for damage, or reparation for the suffered injustice. 1117. Expecting with your Honors that the Residents, in fulfillment of their promises, will apply themselves to proceed with the projected work of the Lodge as expeditiously as possible, we approve that your Honors have decided to provide them with lime from Batavia, since the delivery at Palembang was obstructed by the King's troubles, though we think for the present still to be able to obtain the necessary lime here, although it is sometimes scarce, caused by the great necessity of that material for the construction of the King's new court. §118. And it was agreeable to us that since, pursuant to the order they had, your intention regarding the northern point of the Lodge was expressly made known to the King by the Residents, nothing more was said of its demolition, while your remark that one must sometimes use hateful language with the princes is extremely well-founded. And insofar as the Resident Carpenter van Westerbeek with respect to the aforementioned Lodge has followed that course, his conduct certainly deserves approval. §119. The contract of 15 June 1763 regarding the delivery of tin and pepper to the Company having been renewed with the princes, without one having been able to make any change therein, we hope that the same will be better observed by them than has been done hitherto, however much we fear to our regret that for the present there is little likelihood thereof. §120. And we approve your recommendation to the residents to always inquire accurately and in time with the princes after the number of vessels that they intend to send each time to the main place, as well as after the calculated quantity of the pepper and tin to be laden therein, so that notice hereof could subsequently be given to your Honors immediately. The meager delivery of pepper seems to be attributed to a prolonged drought in the uplands, whereby several pepper vines were destroyed. But that of the tin to the bad manner of trade of the prince's favorites and the faithlessness of his subjects. §121. The supply of both of these articles at Batavia in 1776 has again been small, while, moreover, the dispatch has been carried out very sluggishly.
Dutch transcription
nagekoomen. De gemelde recommandatie word volgens onse gehoudenisse eerbiedigst „den zijnde Ambagtslieden, en zoo er geen Nieuwe Missive op maaken dat tot de voorsz: ver„ „meerdering der Lasten zal hebben ge„ „contribueert het afgeschreevene voor het bekostigde aan de Nieuwe Logie. 1114. Bij voormelde uwe Missieve van 26 Junij geremarqueert zijnde der Residen„ „ten Exerbitanten geld Eijsch van 100'000 sp:r reaalen met bijvoeging dat door hun zelve de benoodigdheijd voor een Jaar op niet meer dan 49000 -: reaalen ruijm ge„ „steld was, zien wij uijt meergemelde schrijvens, dat uE: hebben beslooten opgem: Eijsch E maar 30'000 ps van die specie te voldoen, wij vinden egter bij uuwe volgende Missive van den 9 october genoteert dat uE: boven dien met het scheepje D' Adriana Cornelia binnen weijnige daagen stonden afte„ „zenden 50'000 sp=s realen, gelijk zulks see„ „dert blijkens uwe missive van 22:e 9ber: dade„ „lijk gevolg genoomen heeft, zoo dat de specie waar meede uE: in 1776. nodig hebben ge„ „vonden deeze Residentie te voorzien, te zaamen een quantiteijt van 80'000 p realen heeft bedragen. 1115. Met genoegen hebben wij beschouwd uwe attentie ten eijnde het getal der Dienaaren ten deezen comptoire bescheijden niet Excedeeren de daar opgemaakte be„ „paling bij de memorie van menagie, en wij zullen van de residenten verwag¬ „ten de nakooming uwer recommandatie om geene voordragten te doen, welke met die Memorie zijn Strijdig. 1116. De Koning zoo wel als de Hofsgrooten zig onkundighouden, van het afloopen van een comp„s boot breeder vermeld bij onse missive van 8. 8ber 1777. 187. 3. is er weij„ „nig apparentie, dat de Comp:e hier voor emmer eenige schavergoeding, of reparatie van het geleeden ongelijk zal verkrijgen. Het geprojecteerde werk der Nieuwe Logie werd F=r 17. Met uE: verwagtende, dat de Residenten ter spoedig maar mooglijk is voortgezet met de aan han „ voldoening hunner beloften, zig zullen bevlijti„ strubbelingen met 't hof op koomen, zoo vermeenen wij „gen om 2 geprojecteerde werk der Logie zo sper„ door de strubbelingen van den Koning te veel voor eerst nog de benodigde kalk alhier te zullen kun„„dig mogelijk voort te zetten; Approbeeren wij „nen bekomen, schoon het zomtijds schaars is, veroorsaakt dat uE: hebben beslooten hun van Batavia met door de groote benodigheijd dier stoffe tot den op bouw van kalk te voorzien, also de Leeverantie op Palembarg belemmert wierd, 8113. 's Konings Nieuwe Dalm - - - - - - E Eerbiedige onderwerping gezegt :/ ten uijterste moe„ nog verzeekering te geeven van de quantiteij„ edvinden verandering er in te kunnen maa„ verdan thin in dit Jaar met 's konings vaarthuijgen dat dit wel eenig genoegen zal gegeeven hebben, ter„ dat de trage versending der producten aangaat nspooringen en reedeneeringen desweegens bij het gte loosscheijmen, om het zelfs tot eenige meerdere §118. En was 't ons aangenaam, dat seedert door de Residenten ingevolge den Last, die zij hadden, aan den koning omtrent de Noor„ „derpunt der Logie uwe intentie uijt„ „drukkelijk te verstaan was gegeeven, men van desselfs afbraak niets meer gerept had, terwijl uwe aanmerking, dat men bij de vorsten zomtijds eens hatelijken taal moet voeren, ten uijtersten gegrond is, En in zoo verre de Resident Carpentern van westerbeek met opsigt tot voorm: Lo„ „gie dat spoor gevolgd heeft, verdient zijn„ gedrag zeekerlijk goedkeuring. §119. Het Contract van den 15 Junij 1763. raken„ „de 't Leeveren van Thin en Peeper aan de Maatschappij met de vorsten, vernieud zijnde, zonder dat men daar in eenige verandering heeft kunnen maaken, hoopen wij dat het zelfde van hunne beeter zal werden nagekoomen, dan zulx tot hier toe is gedaan hoe zeer wij tot ons Leedweesen veesen, dat daar toe voor als nog weijnig Apparentie is. §120. En approbeeren wrij uwe recommandatie aan de residenten om steeds nauwkeu„ gevenereerde recommandatie is /: het zij net om na te komen, wijl het een gedeelte der Pa„„rig en in tijds bij de vorsten zigte infor„ angsche staatkunde uijt maakt geene ope„„meeren na het getal der vaarthuijgen, die een er en Thin, dewelke verzonden staan te men telkens na de hoofdplaats denkt „ten eijnde het dus in haare magt te hebben te zenden, mitsgaders nade Calculatie„ n hoe veel staat er op het gezegde van het hof „ve quantiteijd van de daar in afte La„ egens te maaken is, blijkt ten op zigte van de „dene Peeper en thin, ten eijnde ver„ bij onse afgegane submisse secreete Lette„ „ volgens hier van aan UE: terstond zou kun„ in Haar Hoog Edelheedens van den 15 Junij 1779. „ nen worden kennis gegeeven. De schraale Leeverantie van de Peeper schijnte rigte van de schraale peeper leeverantie in dit Jaar toegeschreeven te worden aan een Langduu„e „rige droogte in de boovenlanden, waardoor wij eerbiedigst de vrijheijd van ons aan de boe„ verscheijde Peeper ranken, waaren vernield. elde secreetebrief van den 15 Junij te gedragen. Dog die van 't thin aan de slegte handel wijse van s' vorsten gunsten „lingen ende trouwloosheijd zijner onderdaanen. § 121: Den aanvoer van die bijde articulen n hebbende een quanteteijd van ruijm 28000. p:s zoo vlijen te Batavia in 1776. is weederom gering„ geweest terwijl men boven dien de verzending niet aan zeer traaglijk gedaan heeft. 1722. 14 rentheijt te beweegen.