VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3586

Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3586_0082 view scan ↗

English

Amboina notwithstanding I am confident that Your Right Honourable will not grant such. Nothing is heard of any Ceram smugglers either here or at Neussalauwt. With which I conclude this and remain with all due high respect. It was written below: Right Honourable Lord and highly respected Ruler! Lower: Your Right Honourable's very humble and dutiful Servant. It was signed: J. C. Cruijpenning. In the margin: Saparoua, the 9th of March, anno 1780. To the same Title as above. By this Your Right Honourable is respectfully brought into honored acquaintance that the person of Kobiaaij, as soon as I questioned him as to where the five abducted Anak Crains, namely Basso, Mannibangi, Doolo, Dawe, and Mengsoewana, are, immediately confessed to having done such, not to bring them into slavery, but rather to keep the said Anak Crains as a pledge until he, Kobiaij, has received satisfaction of his ransom, since the Saleijer Resident has not paid Kobiaij even a single stuijver for the ransom of the cited subjects of the Company. At the request of the said Kobiaij, I have permitted that his jonk cross over to Poeloe Gissen for a few days to fetch the aforesaid Anak Crains, having in the meantime kept him, Kobiaij, and two of his principal subordinates here in arrest. With which I conclude this and remain with all high respect. It was written below: Right Honourable Lord and highly respected Ruler. Lower: Your Right Honourable's very humble and dutiful Servant. It was signed: J. C. Cruijpenning. In the margin: Saparoua, the 10th of March, anno 1760. The expectations of Your Right Honourable contained in the honored separate letter dated yesterday, with regard to the established marks for the discovered genuine nutmeg trees at Hoamohel, have been duly observed by the commissioners for the extirpation work, and the further orders therein will also be observed; but I only bring to Your Right Honourable's attention at present the current difficulties in executing the bi-monthly visitation etc. of the same, this being the present rainy monsoon, which cannot be done without exposing the decimated people of Jha and Coelox or also those of Mamala, of whom at present no fewer than three to five or six individuals die daily, who would have to be employed for this purpose, to severe illnesses, indeed death itself, since besides this a severe illness is currently raging both in those and other villages of this post's district, and many are descending to the grave; furthermore, the Papuan raiders also absolutely require men to be able to counter their marauding in the event of an unexpected appearance. Thus I take the liberty to present the inconveniences respectfully before Your Right Honourable's eyes and at the same time to propose that the aforementioned order may remain suspended until after the rainy monsoon and the Right Honourable Lord! cessation of the illnesses currently prevailing here; while I in the meantime have the honour to subscribe myself with deep humility. It was written below: Right Honourable Lord. Lower: Your Right Honourable's very humble and obedient Servant. It was signed: M. Hartog. In the margin: Hila Amsterdam, the 18th of May, anno 1780. Right Honourable Lord! By this I have the honour to give respectful notice to Your Right Honourable of my return to this stronghold, as well as the receipt of Your Right Honourable's separate letter contained in the circular missive of the 27th of this month, and I shall, pursuant to that honoured dispatch as well as the successively reiterated orders written to that effect by Your Right Honourable, cause them to be dutifully observed; wherefore the postholders have anew been most earnestly ordered, together with the Regents, to be vigilant over their districts with redoubled zeal; and, in the event of an unexpected appearance of foreign vessels or other predatory marauders, to give notice thereof immediately; furthermore, accurately to endeavor to discover their strength and observe their route, whither that rabble is heading, or whether they might attempt a landing, so as to provide against it in time and convey information of their designs to Your Right Honourable with the greatest speed; ensuring to that same end, without making much noise about it, that the fearful native is not intimidated thereby, but under this and that pretext is urged to keep a good watch and an alert defense, so as not to be suddenly attacked and surprised; being

Dutch transcription

Amboina teegenstaande ik mij verseekere dat uwel Edele Agtb: sulx niet sal accordeeren van geen Ceramse smokkelaars verneeme men alhier nog op Neussalauwt waar meede deese sluijte en verblijve met alle verschuldigde hoog agting. /onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer en seer gerespecteerde Gebieder! /:lager:/ uwel Edele Agtb: seer ootmoedige en trouw„ „schuldige Dienaar /:was geteekend:/ J: C: Cruijpenning /:in margine:/ Saparoua den 9=e Maart a=o 1780: — Aan en Titel als vooren. Bij deese werd uwel Edele Agtb: Eerbiediglijk ter g'eerde kennisse gebragt, dat den persoon van ko„ „biaaij so dra als ik hem afvroeg, waar de vijf ge„ „roofde Anak Crains als Basso, Mannibangi, Doolo, Dawe en Mengsoewana, zijn, terstond beken„ „de sulx gedaan te hebben, niet om hunlieden in slaverneije te brengen maar wel om gemelde Anak Crains so lange in pand te houden, tot dat hij kobiaij voldoening van zijn Lospenningen ontfangen heeft also den saleijereese Resident, aan hem kobiaij voor de inlossing van geciteerde 'sComp=s onderdaanen, geen een stuijver betaald heeft Ik heb op versoek van gemelde kobiaij geper„ „mitteerd, dat zijn Jonke na Poeloe Gissen voor eenige dagen overtegaan ter afhaal van voorsz anak Chains, hebbende intusschen hem kobiaij en twee sijner voornaamste onderhoorige alhier in 57: Amboina in arrest gehouden. waar meede deese sluijte en verblijve met alle hoogen agting. /:onderstond:/ Well Edele Agtbaare Heer en seer gerespecteerde Gebieder /:lager:/ uwel Edele Agtb: seer. oodmoedige en Trouwschuldige Dienaar /:was getee„ „kend :/ J:r C:n Cruijpenning /:in margine:/ Saparoua den 10=e Maart ao. 1760: De verwagting van Uwel Edele Agtb: vervat bij g'Eerde apparte Missive van gisteren datum, met opsigt tot de gestelde kenmerken bij de ontdekte Egte Nooteboomen te Hoamohel, zijn door de gecommitteerdens tot het Exter„ „patiewerk behoorlijk nagekoomen zullende het daar bij verdere gelastede ook g'observeerd worden, maar brenge uwel Edele Agtb: thans slegts onder het oog de te„ „genswoordige beswaarnisse tot het doen uijtvroeren der tweemaandige visitatie &=a derselve, zijnde de presente Reegen mouson, die niet sonder het uijtgestorvene volk van Jha en Coelox of ook die van Mamala van welke thans niet minder dan drie tot vijf ses Coppen dage„ „lijks sterft, dat daar toe soude moeten g'emploijeerd worden, te exponeeren aan swaare siektens, ja de dood zelve, dewijl buijten des zo in die als andere Nego„ „rijen van dit Comptoir district tans eene swaare siekte grasseert en veele ten graave daalen, mitsg=s de Papoe„ „se Roovers ook absolut volk vereijscht, om hunne stroperijen bij een onverhoopt verschijn teegen te kun„ „nen gaan; zo neem ik de vrijheijd uwel Edele Agtb: met alle Eerbied de inconvenienten voor oogen te stel„ „len en teevens voor te dragen dat opgem:e ordre mag uijtgesteld blijven tot na den Reegen Mousson en 't Wel Edele Agtbaare Heer! Cesseeren Amboina besseeren der teegenswoordig hier heerschende siektens; terwijl ik mij intusschen vereere met diepen oodmoet te on„ „derschrijven /:onder stond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: zeer ootmoedige en gehoorsamen Dienaar /:was geteekent:/ M=s Hartog /:in margine :/ Hila Amsterdam den 18=e Maij a:o 1780: Wel Edele Agtbaare Heer! Bij deese heb ik de Eer Uwel Edele Agtb: van mijn terug„ „komst aan deese vastigheid Eerbiedig kennis te geeven, als den ontfangst uwer wel Edele Agtb: apparte Letteren vervat bij Circulaire Missive van den 27=e deeser, zullen„ „de ingevolge die g'eerde deschriptie als meede de suc„ „cessive gereitereerde beveelen ten dien opsigte door uwel Edele Agtb: aangeschreeven schuldpligtig doen observeeren; alwaarom de Posthouders de novo op het Ernstigste zijn gelast nevens de Regenten met een verdubbelde ijver op hunne districten te moeten waak„ „saam zijn; en bij onverhoopte verschijning van vreemde scheepen of wel andere Roofzieke Marodeurs daar van ten eersten kennes geeven; mitsg=s naauwkeurig trag„ „ten derselver sterkte te ontdekken en hunne vroute observeeren werwaards dat gespuijs het gemunt, of een landing zouden willen tenteeren, om bij tijds daar in te voorsien, en uwel Edele Agtb: ten spoedigste Informatie hunner desseijnen te doen geworden, zullende ten selven eijnde sorgen sonder daar van veel gerugt te maaken, den Vreesagtigen Inlander daar over niet geintimeerd worde, maar onder deese en geene Pretexten tot het houden van een goede wagt en een wakkere defensie worden aangespoord om niet onverhoeds overvallen en verrast te worden; zijnde

NL-HaNA_1.04.02_3586_0085 view scan ↗

English

59: Amboina herewith accompanying the garrison strength of this stronghold for the month of June; I have the honor to subscribe with deeply indebted submission. — below stood: Right Honorable Sir; lower: Your Right Honorable's very humble and obedient servant; was signed: N=s Galloo. in the margin: Laricque Rotterdam the 29=e Maij 1780: — Right Honorable Sir! Just as I was about to depart to carry out the inspection within this office's district, Your Right Honorable's revered circular orders were delivered to me, from which I gathered that the Papuan robbers were once again preparing to invade Bouro and Manipa jointly with a considerable multitude of Corre Corres, estimated at Three Hundred, and furthermore assisted by one or more foreign ships; thus, following the honored orders, I immediately had all the Regents come to me and earnestly recommended a redoubled vigilance and caution, likewise writing the same to the Postholder of Sawaij, with further orders to keep himself in a continuous state of defense, as well as to station some natives with an orembaij on the Zeeven Eijlanden to look out continuously from there for foreign sails and robber sloops, and upon discovery of either, to give notice directly here so as to report respectfully to Your Right Honorable in good time; subsequently everything at this office is ready for a brave resistance, and I shall not fail strictly to observe Your Right Honorable's secret orders, as well as take care against intimidating the natives, While I take the honor to subscribe with deep respect, below Amboina improvement of the diseases currently prevailing here; while in the meantime I have the honor to subscribe with deep humility. below stood: Right Honorable Sir; lower: Your Right Honorable's very humble and obedient servant; was signed: M=s Hartog; in the margin: Hila Amsterdam the 18=e Maij a:o 1780: Right Honorable Sir! Herewith I have the honor respectfully to inform Your Right Honorable of my return to this stronghold, as well as the receipt of Your Right Honorable's separate letters contained in the circular missive of the 27=e of this month, which I shall dutifully observe in accordance with that honored description as well as the successive reiterated orders written in that regard by Your Right Honorable; for which reason the Postholders, along with the Regents, have de novo been most earnestly ordered to be watchful over their districts with redoubled zeal; and in the unexpected appearance of foreign ships or other predatory marauders to give notice thereof immediately; as well as carefully try to discover their strength and observe their route, whither those scoundrels are heading or would attempt to make a landing, in order to provide against it in time and convey information regarding their designs to Your Right Honorable as speedily as possible; ensuring to that end, without causing much commotion, that the fearful natives are not intimidated by it, but are encouraged under various pretexts to keep a good watch and an alert defense, so as not to be ambushed and taken by surprise unawares; being f 59: Amboina herewith accompanying the garrison strength of this stronghold for the month of June; I have the honor to subscribe with deeply indebted submission. — below stood: Right Honorable Sir; lower: Your Right Honorable's very humble and obedient servant; was signed: N=s Galloo. in the margin: Laricque Rotterdam the 29=e Maij 1780: — Right Honorable Sir! Just as I was about to depart to carry out the inspection within this office's district, Your Right Honorable's revered circular orders were delivered to me, from which I gathered that the Papuan robbers were once again preparing to invade Bouro and Manipa jointly with a considerable multitude of Corre Corres, estimated at Three Hundred, and furthermore assisted by one or more foreign ships; thus, following the honored orders, I immediately had all the Regents come to me and earnestly recommended a redoubled vigilance and caution, likewise writing the same to the Postholder of Sawaij, with further orders to keep himself in a continuous state of defense, as well as to station some natives with an orembaij on the Zeeven Eijlanden to look out continuously from there for foreign sails and robber sloops, and upon discovery of either, to give notice directly here so as to report respectfully to Your Right Honorable in good time; subsequently everything at this office is ready for a brave resistance, and I shall not fail strictly to observe Your Right Honorable's secret orders, as well as take care against intimidating the natives, While I take the honor to subscribe with deep respect, below

Dutch transcription

59: Amboina zijnde hier bij versellende de guarnisoens sterkte deser vastigheid voor de maand junij; heb ik de Eer van met diepschuldige submissie te onderschrijven. — /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ Uwel Edele Agtb: seer oodmoedige en onderdanige Die„ „naar /:was geteekend:/ N=s Galloo. /:in margine:/ Laricque Rotterdam den 29=e Maij 1780: — Wel Edele Agtbaare Heere! zo eeven op mijn vertrek staande tot het doen der visite onder dit Comptoir district; wierd mij uw wel Edele Agtb: gevenereerde Circulaire ordres inhandigt, waar uijt ontwaarde dat de Papoese Roovers zig weeder gereed maakte, om met een considerable menigte van Corre Corres die begroot zijn op Drie Hondert en daar bij nog g'assisteert van een of meer vreemde schee„ „pen gesaamentlijk Bouro en Manipa te invadee„ „ren; zo hebbe na de g'eerde beveelen, inmediaat= alle de Regenten bij mij laaten koomen, en ernstelijk een verdubbelde waakzaamheid en hoeden gerecommandeert, ook sawaijs Posthouder 't zelve aangeschreeven, met verdere ordre zig in een geduursaame staat van defensie te houden, mitsg=s op de zeeven Eijlanden eenige Inlanders met een orembaij te plaatsen om geduursaam van daar naar vreemde zeijlen en Roofslooten uijttesien, en bij ontdekking van het een ander dit heen direct kennis te geeven om Uwel Edele Agtb: intijds Eerbiedig berigt te doen, vervolgens is ten deesen Comptoiren alles tot een dapperen teegenweer gereed, en ik= zal niet mankeeren UwelEdele Agtb: secreete orders stipt te observeeren als meede sorgelijk zijn voor 't intimideeren van den Inlander, Terwijle de Eere neeme van met diep ontsag te onderschrijven J:onder Amboina besseeren der teegenswoordig hier heerschende siektens; terwijl ik mij intusschen vereere met diepen oodmoet te on„ „derschrijven. /:onder stond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: zeer ootmoedige en gehoorsamen Dienaar /:was geteekent:/ M=s Hartog /:in margine:/ Hila Amsterdam den 18=e Maij a:o 1780: Wel Edele Agtbaare Heer! Bij deese heb ik de Eer Uwel Edele Agtb: van mijn terug„ „komst aan deese vastigheid Eerbiedig kennis te geeven, als den ontfangst uwer wel Edele Agtb: apparte Letteren vervat bij Circulaire Missive van den 27=e deeser, zullen¬ „de ingevolge die g'eerde deschriptie als meede de suc„ „cessive gereitereerde beveelen ten dien opsigte door uwel Edele Agtb: aangeschreeven schuldpligtig doen observeeren; alwaarom de Posthouders de novo op het Ernstigste zijn gelast nevens de Regenten met een verdubbelde ijver op hunne districten te moeten waak„ „saam zijn; en bij onverhoopte verschijning van vreemde scheepen of wel andere Roofzieke Marodeurs daar van ten eersten kennes geeven; mitsg=s naauwkeurig trag„ „ten derselver sterkte te ontdekken en hunne route observeeren werwaards dat gespuijs het gemunt, of een landing zouden willen tenteeren, om bij tijds daar in te voorsien, en uwel Edele Agtb: ten spoedigste Informatie hunner desseijnen te doen geworden, zullende ten selven eijnde sorgen sonder daar van veel gerugt te maaken, den Vreesagtigen Inlander daar over niet geintimeerd worde, maar onder deese en geene Pretexten tot het houden van een goede wagt en een wakkere defensie worden aangespoord om niet onverhoeds overvallen en verrast te worden; zijnde ƒ 59: Amboina zijnde hier bij versellende de guarnisoens sterkte deser vastigheid voor de maand junij; heb ik de Eer van met diepschuldige submissie te onderschrijven. — /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ Uwel Edele Agtb: seer oodmoedige en onderdanige Die„ „naar /:was geteekend:/ N=s Galloo. /:in margine:/ Laricque Rotterdam den 29=e Maij 1780: — Wel Edele Agtbaare Heere! zo eeven op mijn vertrek staande tot het doen der visite onder dit Comptoir district; wierd mij uw wel Edele Agtb: gevenereerde Circulaire ordres inhandigt, waar uijt ontwaarde dat de Papoese Roovers zig weeder gereed maakte, om met een considerable menigte van Corre Corres die begroot zijn op Drie Hondert en daar bij nog g'assisteert van een of meer vreemde schee„ „pen gesaamentlijk Bouro en Manipa te invadee„ „ren; zo hebbe na de g'eerde beveelen, inmediaat = alle de Regenten bij mij laaten koomen, en ernstelijk een verdubbelde waakzaamheid en hoeden gerecommandeert, ook sawaijs Posthouder 't zelve aangeschreeven, met verdere ordre zig in een geduursaame staat van defensie te houden, mitsg:s op de zeeven Eijlanden eenige Inlanders met een orembaij te plaatsen om geduursaam van daar naar vreemde zeijlen en Roofslooten uijttesien, en bij ontdekking van het een ander dit heen direct kennis te geeven om Uwel Edele Agtb: intijds Eerbiedig berigt te doen, vervolgens is ten deesen Comptoiren alles tot een dapperen teegenweer gereed, en ik= zal niet mankeeren UwelEdele Agtb: secreete orders stipt te observeeren als meede sorgelijk zijn voor 't intimideeren van den Inlander, Terwijle de Eere neeme van met diep ontsag te onderschrijven J:onder

NL-HaNA_1.04.02_3586_0088 view scan ↗

English

Amboina abatement of the illnesses presently prevailing here, while in the meantime I have the honor to subscribe myself with deep humility. Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's very humble and obedient servant. Was signed: Ms Hartog. In the margin: Hila Amsterdam, the 18th of May anno 1780. Right Honorable Sir! Hereby I have the honor respectfully to notify Your Right Honorable of my return to this stronghold, as well as the receipt of Your Right Honorable's separate letters contained in the circular dispatch of the 27th of this month; I shall, pursuant to that honored writing as well as the successive, reiterated orders written in that regard by Your Right Honorable, dutifully cause them to be observed; wherefore the Postholders have anew been most earnestly ordered, together with the Regents, to be vigilant in their districts with redoubled zeal; and, upon the unexpected appearance of foreign vessels or other predatory marauders, to give notice thereof at once; as well as accurately to endeavor to discover their strength and observe their route, whither that rabble is aiming, or whether they would attempt a landing, in order to provide against it in time, and to convey information of their designs to Your Right Honorable with the utmost speed; striving to the same end, without making much commotion thereof, that the timid Native be not intimidated thereby, but under these and other pretexts be encouraged to keep a good watch and a vigilant defense, so as not to be attacked and surprised unawares; being 59 Amboina being here attached the garrison strength of this stronghold for the month of June; I have the honor to subscribe myself with deeply dutiful submission. Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's very humble and submissive servant. Was signed: Ns Galloo. In the margin: Laricque Rotterdam, the 29th of May 1780. Right Honorable Sir! Just standing on my departure to make the inspection under this station's district, Your Right Honorable's revered circular orders were handed to me, from which I perceived that the Papuan robbers were preparing themselves again, with a considerable multitude of cora-coras, estimated at three hundred, and moreover assisted by one or more foreign ships, jointly to invade Bouro and Manipa; thus, following the honored orders, I immediately had all the Regents come to me, and earnestly recommended a redoubled vigilance and heed, likewise wrote the same to Sawai's Postholder, with further orders to keep themselves in a sustained state of defense, as well as to place some Natives with an orembai on the Seven Islands to look out continuously from there for foreign sails and robber vessels, and upon the discovery of anything to give direct notice here, so as to report respectfully to Your Right Honorable in time; furthermore, everything at this station is ready for a brave resistance, and I shall not fail strictly to observe Your Right Honorable's secret orders, as well as be mindful not to intimidate the Native. While I take the honor to subscribe myself with deep respect. Below Amboina abatement of the illnesses presently prevailing here, while in the meantime I have the honor to subscribe myself with deep humility. Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's very humble and obedient servant. Was signed: Ms Hartoo. In the margin: Hila Amsterdam, the 18th of May anno 1780. Right Honorable Sir! Hereby I have the honor respectfully to notify Your Right Honorable of my return to this stronghold, as well as the receipt of Your Right Honorable's separate letters contained in the circular dispatch of the 27th of this month; I shall, pursuant to that honored writing as well as the successive, reiterated orders written in that regard by Your Right Honorable, dutifully cause them to be observed; wherefore the Postholders have anew been most earnestly ordered, together with the Regents, to be vigilant in their districts with redoubled zeal; and, upon the unexpected appearance of foreign vessels or other predatory marauders, to give notice thereof at once; as well as accurately to endeavor to discover their strength and observe their route, whither that rabble is aiming, or whether they would attempt a landing, in order to provide against it in time, and to convey information of their designs to Your Right Honorable with the utmost speed; striving to the same end, without making much commotion thereof, that the timid Native be not intimidated thereby, but under these and other pretexts be encouraged to keep a good watch and a vigilant defense, so as not to be attacked and surprised unawares; being

Dutch transcription

Amboina besseeren der teegenswoordig hier heerschende siektens terwijl ik mij intusschen vereere met diepen oodmoet te on„ „derschrijven /:onder stond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: zeer ootmoedige en gehoorsamen Dienaar /:was geteekent:/ M=s Hartog, /:in margine :/ Hila Amsterdam den 18=e Maij a:o 1780: Wel Edele Agtbaare Heer! Bij deese heb ik de Eer Uwel Edele Agtb: van mijn terug„ „komst aan deese vastigheid Eerbiedig kennis te geeven als den ontfangst uwer wel Edele Agtb: apparte Letteren vervat bij Circulaire Missive van den 27=e deeser, zullen „de ingevolge die g'eerde deschriptie als meede de suc„ „cessive gereitereerde beveelen ten dien opsigte door uwel Edele Agtb: aangeschreeven schuldpligtig doen observeeren; alwaarom de Posthouders de novo op het Ernstigste zijn gelast nevens de Regenten met een verdubbelde ijver op hunne districten te moeten waak„ „saam zijn; en bij onverhoopte verschijning van vreemde scheepen of wel andere Roofzieke Marodeurs daar van ten eersten kennes geeven; mitsg=s naauwkeurig trag„ „ten derselver sterkte te ontdekken en hunne vroute observeeren werwaards dat gespuijs het gemunt, of een landing zouden willen tenteeren, om bij tijds daar in te voorsien, en uwel Edele Agtb: ten spoedigste Informatie hunner desseijnen te doen geworden, zullende ten selven eijnde sorgen sonder daar van veel gerugt te maaken, den Vreesagtigen Inlander daar over niet geintimeerd worde, maar onder deese en geene Pretexten tot het houden van een goede wagt en een wakkere defensie worden aangespoord om niet onverhoeds overvallen en verrast te worden; zijnde ƒ 59: Amboina zijnde hier bij versellende de guarnisoens sterkte deser vastigheid voor de maand junij; heb ik de Eer van met diepschuldige submissie te onderschrijven. — /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ Uwel Edele Agtb: seer oodmoedige en onderdanige Die„ „naar /:was geteekend:/ N=s Galloo. /:in margine:/ Laricque Rotterdam den 29=e Maij 1780: — Wel Edele Agtbaare Heere! zo eeven op mijn vertrek staande tot het doen der visite onder dit Comptoir district; wierd mij uw wel Edele Agtb: gevenereerde Circulaire ordres inhandigt, waar uijt ontwaarde dat de Papoese Roovers zig weeder gereed maakte, om met een considerable menigte van Corre Corres die begroot zijn op Drie Hondert en daar bij nog g'assisteert van een of meer vreemde schee„ „pen gesaamentlijk Bouro en Manipa te invadee„ „ren; zo hebbe na de g'eerde beveelen, inmediaat = alle de Regenten bij mij laaten koomen, en ernstelijk een verdubbelde waakzaamheid en hoeden gerecommandeert, ook sawaijs Posthouder 't zelve aangeschreeven, met verdere ordre zig in een geduursaame staat van defensie te houden, mitsg:s op de zeeven Eijlanden eenige Inlanders met een orembaij te plaatsen om geduursaam van daar naar vreemde zeijlen en Roofslooten uijttesien, en bij ontdekking van het een ander dit heen direct kennis te geeven om Uwel Edele Agtb: intijds Eerbiedig berigt te doen, vervolgens is ten deesen Comptoiren alles tot een dapperen teegenweer gereed, en ik= zal niet mankeeren UwelEdele Agtb: secreete orders stipt te observeeren als meede sorgelijk zijn voor 't intimideeren van den Inlander, Terwijle de Eere neeme van met diep ontsag te onderschrijven J:onder ƒ Amboina besseeren der teegenswoordig hier heerschende siektens terwijl ik mij intusschen vereere met diepen oodmoet te on„ „derschrijven. /:onder stond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: zeer ootmoedige en gehoorsamen Dienaar /:was geteekent:/ M=s Hartoo /:in margine :/ Hila Amsterdam den 18=e Maij a o 1780: Wel Edele Agtbaare Heer! Bij deese heb ik de Eer Uwel Edele Agtb: van mijn terug„ „komst aan deese vastigheid Eerbiedig kennis te geeven als den ontfangst uwer wel Edele Agtb: apparte Letteren vervat bij Circulaire Missive van den 27=e deeser, zullen „de ingevolge die g'eerde deschriptie als meede de suc„ „cessive gereitereerde beveelen ten dien opsigte door uwel Edele Agtb: aangeschreeven schuldpligtig doen observeeren; alwaarom de Posthouders de novo op het Ernstigste zijn gelast nevens de Regenten met een verdubbelde ijver op hunne districten te moeten waak „saam zijn; en bij onverhoopte verschijning van vreemde scheepen of wel andere Roofzieke Marodeurs daar van ten eersten kennes geeven; mitsg=s naauwkeurig trag„ „ten derselver sterkte te ontdekken en hunne vroute observeeren werwaards dat gespuijs het gemunt, of een landing zouden willen tenteeren, om bij tijds daar in te voorsien, en uwel Edele Agtb: ten spoedigste Informatie hunner desseijnen te doen geworden, zullende ten selven eijnde sorgen sonder daar van veel gerugt te maaken, den Vreesagtigen Inlander daar over niet geintimeerd worde, maar onder deese en geene Pretexten tot het houden van een goede wagt en een wakkere defensie worden aangespoord om niet onverhoeds overvallen en verrast te worden; zijnde ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3586_0091 view scan ↗

English

59: Amboina herewith accompanying the garrison strength of this fortress for the month of June; I have the honor to subscribe with deeply indebted submission. — [was written below:] Right Honorable Worshipful Sir [lower down:] Your Right Honorable Worshipful's very humble and obedient servant [was signed:] N=s Galloo. [in the margin:] Laricque Rotterdam the 29th of May 1780: — Right Honorable Worshipful Sir! just standing on my departure to carry out the inspection in this trading station district; Your Right Honorable Worshipful's venerated circular orders were delivered to me, from which I gathered that the Papuan Pirates were again preparing to invade Bouro and Manipa jointly with a considerable multitude of Corocores, which are estimated at three hundred, and moreover assisted by one or more foreign vessels; so, following the honored commands, I immediately had all the Regents come before me, and earnestly recommended a redoubled vigilance and heed, likewise wrote the same to the Postholder of Sawaij, with further orders to keep themselves in a continuous state of defense, as well as to place some Natives on the Seven Islands with an orembaij to continuously look out from there for foreign sails and pirate craft, and upon discovery of anything to give notice directly here, in order to make a respectful report to Your Right Honorable Worshipful in time; furthermore, everything at this trading station is ready for a brave resistance, and I shall not fail to strictly observe Your Right Honorable Worshipful's secret orders as well as be mindful not to intimidate the Native, While I take the honor to subscribe with deep respect [was written below:] Amboina Amboina [was written below:] Right Honorable Worshipful Sir [lower down:] Your Right Honorable Worshipful's obedient and humble Servant [in the margin:] Manipa the 30 May in the year 1700: — [was signed:] J= knop. Right Honorable Worshipful Sir and much respected Ruler With the required respect Your Right Honorable Worshipful is informed that, through two commissioners, being Sergeant Hendrik Bernardt and Corporal Christoffel Andree, I had all the nutmeg trees inspected, both under the mountains of Oelat and Sorrij Sorrij, who reported to me upon their return that none of them are laden with fruit wherewith I conclude this and remain with all due high esteem [was written below:] Right Honorable Worshipful Sir and much respected Ruler [lower down:] Your Right Honorable Worshipful's very humble and dutiful Servant [was signed:] J: C: Cruijpenning [in the margin:] Saparoua the 1st of June 1780. Right Honorable Worshipful Sir! much respected Ruler! Your Right Honorable Worshipful's circular separate letter of the 27th of May of the past month having properly reached me, I take the liberty to reply to the same in all respect that, in accordance with the order received therewith, all humanly possible means will be employed by me towards a fitting redoubled vigilance, and in every way as a faithful and honor-loving servant I shall show that I look after and defend the interests of the Honorable Company, wherewith I finish this, and claim the honor to subscribe and call myself with all true high esteem. [was written below:] Right Honorable Worshipful Sir and much respected Ruler [lower down:] Your Right Honorable Worshipful's obedient and dutiful Servant [was signed:] C: Pds Treno [in the margin:] Haroeko Zelandia the 2nd of June 1780: — 61: Amboina Right Honorable Worshipful Sir! Amboina Having been handed Your Right Honorable Worshipful's revered writings of the 29th of April of the past month and the 27th of the current month at the same time, I take the humble liberty to reply that the tenor of those dispatches, and especially that of the last-mentioned date, will serve me for the strictest observance, intending to encourage the Regents (without intimidating them or their subordinates in any way) to a redoubled vigilance, also ensure that I have good spies at hand in order to be directly informed thereof in the unexpected event of the appearance of foreign ships or vessels, mandating them to ascertain most closely what courses are kept by them in order to be able to make a dutiful report thereof immediately to Your Right Honorable Worshipful, hoping in case of any attack, whether by foreign navigators or Papuan Pirates, to use the power entrusted to me on behalf of the Company in such a manner that neither the one nor the other may ever have reason to triumph over it, praying however that Heaven may rather graciously avert all disasters; while otherwise nothing remains but a brave, manful defense, for which I further request 5 to 600 lb of gunpowder, as the remoteness of this place makes me demand this as necessary in order to be provided therewith in time of need and to be able to show that I am with the deepest esteem and respect. [was written below:] Right Honorable Worshipful Sir [lower down:] Your Right Honorable Worshipful's very humble and dutiful Servant [was signed:] W=t J=s de Bourghelles [in the margin:] Bouro the 4 June 1780: — Right Honorable Worshipful Sir! and much respected Ruler! Having received Your Right Honorable Worshipful's very venerated circular separate letter under date of 27 May of the past month, I respectfully reply that I shall keep the honored commands contained therein in dutiful observance, having already at once carefully ordered the Postholders along with the Regents repeatedly, with the greatest attention to

Dutch transcription

59: Amboina zijnde hier bij versellende de guarnisoens sterkte deser vastigheid voor de maand junij; heb ik de Eer van met diepschuldige submissie te onderschrijven. — /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ Uwel Edele Agtb: seer oodmoedige en onderdanige Die„ „naar /:was geteekend:/ N=s Galloo. /:in margine:/ Laricque Rotterdam den 29=e Maij 1780: — Wel Edele Agtbaare Heere! zo eeven op mijn vertrek staande tot het doen der visite onder dit Comptoir district; wierd mij uw wel Edele Agtb: gevenereerde Circulaire ordres inhandigt, waar uijt ontwaarde dat de Papoese Roovers zig weeder gereed maakte, om met een considerable menigte van Corre Corres die begroot zijn op Drie Hondert en daar bij nog g'assisteert van een of meer vreemde schee„ „pen gesaamentlijk Bouro en Manipa te invadee„ „ren; zo hebbe na de g'eerde beveelen, inmediaat = alle de Regenten bij mij laaten koomen, en ernstelijk een verdubbelde waakzaamheid en hoeden gerecommandeert, ook sawaijs Posthouder 't zelve aangeschreeven, met verdere ordre zig in een geduursaame staat van defensie te houden, mitsg:s op de zeeven Eijlanden eenige Inlanders met een orembaij te plaatsen om geduursaam van daar naar vreemde zeijlen en Roofslooten uijttesien, en bij ontdekking van het een ander dit heen direct kennis te geeven om Uwel Edele Agtb: intijds Eerbiedig berigt te doen, vervolgens is ten deesen Comptoiren alles tot een dapperen teegenweer gereed, en ik= zal niet mankeeren UwelEdele Agtb: secreete orders stipt te observeeren als meede sorgelijk zijn voor 't intimideeren van den Inlander, Terwijle de Eere neeme van met diep ontsag te onderschrijven /:onder stond:/ Amboina Amboina /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heere /:lager:/ Uwel Edele Agtb: onderdanige en gehoorsaame Dienaar /:in margine:/ Mani„ pa den 30 Maij a:o 1700: — /:was geteekend:/ J= knop. Wel Edele Agtbaare Heer en seer gerespecteerde Gebieder Met de vereijste Eerbied werd uwel Edele Agtb: bedeeld, dat ik door twee gecommitteerdens, zijnde den sergeant Hendrik Bernardt en den Corporaal Christoffel Andree alle de No„ „teboomen zo onder de gebergtens van Oelat, als sorrij sorrij, heb laaten Visiteeren welke mij tot keer berigt bragte dat geen derselve met vrugten belaaden zijn waar meede deese sluijten en verblijve met alle verschuldige hoog agting /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer en seer gerespecteerde Gebieder /:lager:/ Uwel Edele Agtb: seer ootmoedige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ J: C: Cruijpenning /:inmargine:/ Saparoua den 1:' Junij 1780/. Wel Edele Agtbaare Heer! seer g'respecteerde Gebieder! Uwel Edele Agtb: Circulaire apparte Letteren van den 27:' Maij J= L mij wel geworden zijnde bevrijmoedige mij in allen Eerbied op de„ „zelve te rescribeeren over Eenkomstig d' daar bij bekoomen ordre alle menschmogelijke middelen door mij in 't werk zal gesteld worden tot eene gepaste dubbele waaksaamheijd, en alsints als een trouw en Eerlievend Dienaar zal toonen de belangens van D„ E„ Comp=e te behartigen, en voor te staan, waar meede deese fineeren, en mij d' Eere aanmatigen met alle waare Hoog ag„ „ting dese te subschribeeren en te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer en seer gerespecteerde Gebieden /:lager:/ uwel Edele Agtb: gehoorsaame en Trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ C: Pds Treno /:in margine:/ Haroeko Zelandia den 2:' Junij 1780: — wel S 1 61: Amboina Wel Edele Agtbaare Heer! Amboina Te gelijk mij inhandigt zijnde Uwel Edele Agtb: g'Eerbidigde schrijvens van den 29' April J: L: en 27: deeser neeme ik de ootmoe„ „dige vrijheijd te rescribeeren dat den teneur dier missives en in„ „sonderheijd die van laastgemelde datum mij tot een allerstrikste observantie zal strekken zullende de Regente (:zonder dezelve of haare onderhoorige eenigsints te intemideeren:/ en Courageeren tot een verdubbelde waakzaamheid, ook besorgen dat goede spions aan hande hebbe om bij onverhoopt verschijn van vreemde schee„ „pen of vaartuijgen direct daar van verwittigt te zijn haar in mandatis geevende ten naauwsten nategaan wat coursen bij haar gehouden worden om daar van aanstonds uwel Edele Agtb: schuldig verslag te kunnen doen, Hoopende ingeval van eenige attacque het zij door vreemde Naviganten of Papoese Roovers de magt die mij 's Comp=s weegen is aanbetrouwt zodanig te gebruijken dat nimmer de een of ander stoffe mag hebben daar over te zegenpra„ „len, biddende egter dat den Heemel liever alle onheijlen genadig afweeren; Terwijle anders niet overschiet dan een dapperen man„ „moedige defensie waar toe nog versoeke 5: â 600 lb Buspoeder doen„ „de de verheijd deeser plaats mij dit als noodsakelijk eijsschen om in tijd van nood daar van voorsien te zijn en te kunnen toonen dat ik met de diepste agting en ontsag ben. /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:Lager:/ uwel Edele Agtb: zeer onderdanige en Trouwschuldige Dienaar /:was geteekent:/ w=t J=s de Bourghelles /:inmargine / Bouro den 4 Junij 1780: — Wel Edele Agtbaare Heer! en seer gerespecteerde Gebieder! UWel Edele Agtb: zeer gevenereerde Circulaire apparte Letteren sub dato 27 Maij J: L: ontfangen hebbende rescribeere Eerbiedig dat ik de daar in vervatte g'Eerde beveelen in schuldige observantie zal houden, hebbende al aanstonds de Posthouders neevens de Regenten soigneuslijk bij herhaal gelast, met de meeste attentie op

NL-HaNA_1.04.02_3586_0094 view scan ↗

English

to be vigilant and on guard at their posts and districts, as well as, in the unexpected event of the appearance of foreign ships or vessels, or of the Papuan robber rabble, to observe accurately their number, strength, and route, and whither they might be aiming, in order to give Your Honorable Worship immediate notice thereof, not failing to encourage the fearful native under one pretext or another to a good watch and brave resistance so as not to be caught unawares, without intimidating them or instilling unserviceable notions, knowing by experience what faint-heartedness resides in the native. For the rest, I have the honor to conclude this and declare that I remain with great respect. below stood: Honorable Worshipful Sir and very respected Ruler lower: Your Honorable Worship's very humble and duty-bound servant was signed: J. C. Cruijpenning in the margin: Saparoua the 5th of June 1780. To the Honorable, Valiant, and Worshipful Sirs, the Governors and Directors of Banda, Ternate, and Makassar. Honorable, Valiant, and Worshipful Sirs! Pursuant to the orders of Their High Mightinesses taken by Their revered resolution of 9 September 1777 upon the considerations cited therein of His Excellency the present Right Honorable Governor-General De Klerk, delivered to me via Ternate in October last, to correspond with Your Honorable, Valiant, and Worshipful Sirs on such points as have been prescribed to us for mutual correspondence, which in my humble knowledge ought to contain the following. First: 63: First, the defensive state of the governments entrusted to us in case of unexpected hostile attacks, whether by European or native powers. Second, how one shall be able to give each other notice of the appearance of a hostile fleet as quickly as possible, as well as concerning the means to be employed to be timely informed of its arrival or appearance. Third, with what assistance of men, vessels, or other forces one might assist each other, and that in the different seasons of the year, as well as with such precaution for a safe transport that such relief does not fall into the enemy's hands. Fourth, to devise signals and flags for recognition and for Fifth or lastly, what capitulation ought to be stipulated in case of surrender. Concerning the first point, informing Your Honorable, Valiant, and Worshipful Sirs that I have recently demonstrated as clearly as possible to Their High Mightinesses in my secret considerations the poor situation of the extensive Castle Nieuw Victoria, and from the nature of the terrain the resulting poor defense against a European enemy, as well as proposed the prompt erection of two batteries at the narrows of the Bay, in order both to dispute the entry of ships, etc., and a landing, which is indeed the foremost requirement here, because at that elevation, due to fairly good anchorage and the flat stretch of the land, an invader has the best opportunity to land, and should they succeed in this, the Castle could soon be reduced to a heap of ruins by their heavy artillery, bombs, etc., from the elevated mountains situated on both sides, without without the most vigorous resistance being able to prevent it; but against this, I imagine that the Castle with its outworks is fully capable of turning away the boldest native force that one can expect in these quarters, on the condition, however, that it is provided proportionally to its extent with a sufficient garrison and artillerists, and is not kept restricted to the Memorie van Menagie that was established when the Castle was still of a small scale, and the numerous lookouts against the smuggling trade did not yet exist. Of the outer stations, because of the known defective redoubts and fortresses as well as the meager garrisons, I shall make no mention, being of the same opinion as the Governor of Makassar that it is in all respects sufficient to preserve the main stronghold, and not to lose everything at once by wishing to protect one thing along with the other; although I have nevertheless presented to Their High Mightinesses my misgivings regarding the stations of Hila and Laricque, situated on the Hitu coast, since a European enemy, out of fear of maritime perils inside the Ambon Bay, could easily resolve to attack the aforesaid districts, and having captured them, then attack the main fortress by the overland route, which is, however, easier to imagine than to execute, for even if the native should change sides and join the enemy, I consider it beyond possibility to bring the heavy artillery over the elevated mountains and through the formidable valleys with the help of those lazy and indolent people, so that the terrain in this case is to be regarded as favorable and beneficial, making no further mention of the Bay, as it is only too well known to us what advantages it has to frustrate the designs of the boldest undertaker. With

Dutch transcription

op hunne posten en Districten, waaksaam en op hoede te sijn, mitsg=s bij een onverhoopt verschijning van vreemde scheepen of vaartuijgen, dan wel het Papoese Roofgeboefte naauwkeurig, derselver getal en sterkte mitsg=s route te observeeren en wer„ „waards z 't opgemunt mogte hebben om daar van ten eersten uwel Edele Agtb: kennisse te kunnen geeven zullende niet man„ „keeren den vreesagtigen Inlander onder het een of ander pre„ „text aantemoedigen tot een goede wagt en dappere teegen„ „weer om niet onverhoeds overvallen te worden sonder dezel„ „ve te intimideeren ofte ondienstige Denkbeelden inte boese„ „men bij ondervinding weetende wat blohartigheid bij den Inlander resideert Overigens vereere ik mij deese te fineeren en betuijge dat ik met veel Eerbied verblijve. /:onderstond:/ wel Edele Agt„ „baare Heer en seer gerespecteerde Gebieder /:Lager:/ uwel Ede„ „le Agtb: seer oodmoedige en Trouwschuldige Dienaar /:was „geteekend:/ J=n C=s Cruijpenning /:in margine:/ Saparoua den 5:e Junij 1780: — Aan de Wel Edele Gestr: en Agtbaare Heeren Gouverneurs en Directeurs van Banda, Ternaten, en Maccasser. Wel Edele Gestr: en Agtbaare Heeren! Navolgens de ordres Hunner Hoog Edelens bij Hoog dersel„ „ver gevenereerd besluijt van den 9: Septemb: 1777: genoomen op de daar bij aangehaalde Consideratien van zijn Hoog Edel„ „heijd den presenten Hoog Edele groot Agtb: Heere Gouver„ „neur generaal De Klerk, in october passato over Terna„ „ten mij toegebragt, Uwel Edele gestr: en Agtb: sullende onderhouden over sodanige poincten als ons tot een onderlin„ „ge Correspondentie zijn voorgeschreeven vermeenen naar mijn geringe kennis deselve te moeten behelsen. Primo 63: Primo de Defensive staat der ons aanbetrouwde Gouverne„ „menten in Cas van onverhoopte vijandelijke aanvallen het zij door Europeese of Inlandse Mogentheeden. 2=e Hoe men Elkanderen van de verscheijning eener vijande„ „lijke vloot ten spoedigste zal kunnen kennis geeven, mitsg=s over de aantewendene middelen om tijdig van de aankomst of verscheijning derselver verwittigt te Met wat bijstand van volk vaartuijgen ofte andere Armade men elkander soude kunnen assisteeren, en sulks in de verschillende saisoenen des jaars, mitsg=s met die voorsorg van een veijlig Transport dat zo da„ „nig een secours niet in vijands handen vervallen: 4=e Seijnen en vlagge te beraamen ter verkenning en ten zijn. 5=e of laastelijk wat Capitulatie in Cas van overgaven zoude dienen te worden bedongen. Omtrent het Eerste poinct uwel Ed: gestr: en WelEd: Agtb: kennis gee„ „vende, dat ik Hunne Hoog Edelheeden jongst bij mijne se„ „creete Consideratien zo klaar mogelijk gedemonstreert hebbe, de slegte situatie van 't uijtgestrekte Casteel Nieuw Victoria, en naar de Landsgesteldheijd daar uijt volgende slegte de„ „fensie teegens een Europeese vijand, mitsg=s voorgedragen de spoedige Erectie van Twee Battarijen aan de Engte van de Baaij, om zo wel het binnen koomen van Scheepen &c=a als een debarquement te betwisten, dat alhier wel 't voornaam„ „ste vereijscht word, want op die hoogte door een tamelijke goede ankergrond en de vlakke strekking van 't land voor een Entrepeneur zig de beste geleegentheijd tot een Landing opdoet, en haar dit gelukt zijnde 't Casteel door hun grof geschut, Bommen &a van 't ter weederzijde geleegene Verheeven geberg„ „te al ras tot een puijnhoop gebragt zoude kunnen worden, sonder 3=e sonder dat de vigoreuste Resistentie sulks souden kunnen verhinderen; Dan hier teegens stelle ik mij voor, dat het Casteel met dies buijtenwerken volkoomen in staat is om de stoutste Inlandse magt die men in deese kwartieren kan verwagten aftekeeren onder die mits nogtans, dat men na rato der uijtgebreijdheijd van een toerijkend guarnisoen en Arthilleris ten voorsien is, en niet bepaald blijve bij de Memorie van Menagie die ingesteld is wanneer 't Casteel zig nog in een kleen bestek bevond, en de menigvuldige uijt„ „kijkposten teegens den Morshandel nog geen plaats hadden. van de buijten Comptoiren sal ik mits de bekende gebrekki„ „ge Redoute en Fortresse mitsg=s sobere besetting geen men„ „tie maaken, met den Heer Maccassaars Gouverneur van gevoelen zijnde dat 't allenthalve genoeg is, de Hoofd„ „vesting te bewaaren, en door het een met het anderen „te willen beschermen niet alles te gelijk quijt te raken, schoon ik eevenwel omtrent de Comptoiren Hila en Laric„ „que, op de Hitouese Cust geleegen mijn beswaar Hun Hoog Edelheeden hebbe voorgesteld, Terwijl een Europeese vijand uijt bedugting voor zeerampen binnen de Ambonse Baaij, ligtelijk soude kunnen besluijten tot den aanval op voorseijde districten, en die overmeesterd hebbende dan over den Landweg de Hoofdvesting te attacqueeren, 't geen egter beeter voortestellen is dan ter uijtvoer te brengen, want alschoon den Inlander al eens van Parthij veranderde en den vijand toeviel stel ik het buij„ „ten de mogelijkheid om door behulp van dat fatsig en Luij volk 't swaar geschut over 't verheeven gebergte en door de ontsaggelijke valleijen aantevoeren, zo dat de lands„ „gesteldheijd in dit geval als favorabel en heijlsaam aante„ „merken is, sullende van de Baaij geen aanhaaling doen als bij ons te overbekend zijnde wat voorregte die heeft om de oogmerken van de stoutste onderneemer te verlijdelen Met

NL-HaNA_1.04.02_3586_0097 view scan ↗

English

With regard to the Second point, I have already, by secret letters, instructed the chiefs, residents, and post-holders of Saparoua, Laricque, Bourd, Manipa, and Sawaij to continually send out small vessels within their districts to gather intelligence on foreign ships, and to keep a good watch at the lookout posts, as well as to inquire among the petty traders in the vicinity, being unable to devise a better means of obtaining prompt knowledge of the appearance of foreign ships or vessels; for the experience of many years has shown that there is no relying on the route taken either by the Englishman or the Frenchman, as the Governor of Maccassar rightly observes. Meanwhile, nothing will be neglected on my part to provide Your Right Honorable and Worshipful Honors with the earliest report, if possible directly from the subordinate office where the foreigner is discovered, and otherwise directly from here. However, as to how this can best be done from here in both the east and west monsoons, I have had the Master of the Equippage provide me with a report, which I hereby offer in copy to Your Right Honorable and Worshipful Honors, requesting that if you find anything to remark upon it, you will please communicate it to me. For the rest, it goes without saying that under the aforementioned circumstances we must do everything possible and provide each other with timely intelligence through whatever channel. For my part, I already have ready a sturdy orembaij with a fixed deck and Dutch rigging, in order to make use of it for the aforesaid ends whenever necessity might require. With respect to Maccasser, I shall observe the practice of ordering the masters of the vessels to touch at the posts of Saleijer or Boele Comba under the requisite precautions for reconnaissance, which I judge to be equally expedient under this Government at the office of Laricque, considering that all ships or vessels seeking to reach Ambon Bay from the north, west, or south can be discovered very far out at sea from the aforesaid fort, or rather from the elevated hill situated beside it, and such keels can also run quite close in sight of this office in order to deliver their dispatches there by a boat or other small vessel, the shores and shallows nevertheless being too dangerous for ships and other large vessels to anchor there. Regarding the Third point, the relief that could or should be detached from here to assist the Governments under the administration of Your Right Honorable and Worshipful Honors, I must for my part state with regret, at least according to the present condition of the garrison, that I am unable to offer the slightest aid, considering that 172 men among the rank-and-file soldiers are already lacking from the establishment, and among the present meager number of Europeans many old, decrepit, and infirm men are to be found. For the rest, half of the garrison consists of faint-hearted natives who, as sentries, still make some appearance, but would rather seek their safety toward the woods and mountains than be led into battle. Considering, furthermore, that for a proper garrison of Castle Victoria, its outworks, and other nearby posts in peacetime, a garrison of 600 men is inevitably required according to the plan, not including the subordinate offices, and the establishment against this for the entire province amounts to only 600 men, I therefore believe that even if this small establishment were complete, prudence would nevertheless not permit detaching anything from it in times of war, the less so as no aid is to be expected at this place from the otherwise reasonably numerous citizenry and native population, being together a cowardly and faint-hearted people whom I consider capable, at the mere rumor of an approaching small Papuan pirate fleet, of abandoning house and home with wife and children and making themselves invisible in the almost inaccessible mountains, as examples of this have been seen in earlier times. I also testify that neither citizen nor native, even for the highest pay, will be willing to enter service to assist another Government, speaking from experience in anno passato when I found myself obliged to assist Ternaten; which state of affairs I trust will sufficiently demonstrate to Your Right Honorable and Worshipful Honors how inadvisable it would be to send any relief from here. This could nevertheless be prevented if Their High Mightinesses were placed in a position, by a considerable reinforcement of men from the Netherlands, and should see fit, to establish a reserve corps here, in the manner I have proposed to Their Honors. Neither is any assistance of vessels to be counted upon, for the established two sloops and four pantjallings are cruise-patrolling the clove districts six months year in and year out, subsequently finding continuous employment both in collecting the cloves and timber, as well as in transporting rations, cash, etc., to the outer offices, so that in all respects I would not dare presume to detach the slightest relief, much less venture to offer any assistance, even assuming that Their High Mightinesses, through pressing necessity, resolved to provide a good relief here, it is for the present beyond possibility the magnitude

Dutch transcription

65: Met betrekking tot het Tweede poinct hebbe ik reets de opperhoofden Re„ „sidenten en Posthouder, van Saparoua, Laricque, Bourd, Manipa en Sawaij, bij secreete Letteren, Lastgegeeven, om geduursaam onder haare Districten kleene vaartuijgen op Informatie naar vreemde scheepen aftesenden, en op de uijtkijkposten goede wagt te doen houden mitsg=s om zig bij de smallehandelaars daar omtrend meede te In„ „formeeren, beeter middel niet kunnende uijtdenken om van de verschijning van vreemde scheepen of vaartuijgen= spoedig kennis te krijgen, want de ondervinding voor veele jaaren heeft doen sien dat 'er op de route zo van den En„ „gelsman als Fransman geen peijl te trekken is, in„ „voegen den Heer Maccassaars Gouverneur dit ten reg„ „ten aanmerkt; inmiddens bij mij niets versuijmt zal worden op het Eerste berigt uwel Edele gestr: en wel Edele Agtb: des mogelijk van onder 't Comptoir daar den vreemde„ „ling ontdekt word, en anders van hier direct narigt te „besorgen, dan hoedanig het zelve zo in de oost als west„ Mouson van hier best kan geschieden hebbe ik mij door den Equipagiemeester bij een Berigt laaten opgeeven, 't welk= uwel Edele gestr: en wel Edele Agtb: bij deesen in Copia aan„ „bieden, met versoek daar op iets te remarcqueeren vin„ „dende mij 't zelve te willen meede deelen, voor 't overige een selfs spreekende zaak zijnde dat men in voorseijde omstandigheid het mogelijke betragten en elkanderen 't zij door wat Canaal tijdig berigt besorgen, van mijne zijde reets een steevige Orembaij met een vast dek, en Hollandse Tuijgagie in gereetheijd hebbende om wanneer 't de Nood mogte vereijsschen daar van ter voorm=e eijnden gebruijk te maaken; ten opsigte van Maccasser in observantie sullende houden de voerders der vaartuijgen te gelasten de Posten Saleijer of Boele Comba, onder de vereijste — voorsorge ƒ voorsorge ter verkenning aan te doen, 't geen eeven zo dien„ „stig oordeele onder dit Gouvernement ten Comptoire La„ „ricque uijt aanmerking alle scheepen of vaartuijgen die uijt 't Noorde, Weste, of Duijde de Ambonse Baaij Soeken te bereijken van voorsz sterkte of eijgentlijk beseijde gelee„ „gen verheevene steuvel zeer verre in zee kunnen ontdekt worden, en zodanige kielen dit Comptoir vrij naauw mee„ „de kunnen in 't zigt loopen om haare depeches per een schuijt of ander kleen vaartuijg aldaar te besorgen; voor scheepen en andere groote vaartuijgen de stranden en gronden al egter te gevaarlijk zijnde om 'er voor anker te gaan Ten belange van 't Derde Poinct het secours dat van hier tot assistentie der Gouvernementen onder uwel Edele Gestr: en uWel Edele Agtb: bestier souden kunnen of dienen te worden afgestoo„ „ken, moet ik van mijne zijde met leetweesen betuijge immers naar den teegenswoordige toestand van 't guarni„ „soen, buijten staat te zijn de minste hulpe te kunnen bieden, geconsidereert 'er reets 172: koppen gemeene Mi„ „litairen aan de bepaaling mankeeren en onder 't aanwee„ „send sober getal Europeesen veele oude Caducque en ge„ „breckelijke zig laaten vinden; voor 't overige de helft van 't guarnisoen blohartige Inlanders zijn die als schilder„ „gasten nog al een vertooning maaken dog liefst Bosch en Bergwaarts hun heijl sullen soeken dan sig tot den strijd te laaten aanvoeren, hier bij eens aangemerkt dat 'er tot een behoorlijke besetting van 't Casteel Victoria, dies buijten„ „werken en andere nabijgeleegene Posten in vreedenstijd on„ „vermijdelijk vereijscht word Een guarnisoen van 600 koppen pmo plan, de subalterne Comptoiren niet meede gereekend en de bepaaling daar teegens over de gantsche Provintie maar 600: koppen uijtmaakt, zo vermeene dat al was deese geringe bepaaling Compleet, de voorsigtigheijd al egter in doorlogs= tijden 67 1 n. 1 =tijden niet zoude toelaaten daar van iets aftesteeken te min aan deese plaats geen hulpe te wagten is van den an„ „dersints reedelijk, talrijke Burgerij en Inlander, met den andere een Laf en blohartig volk die ik in staat kan, om op 't bloot gerugt van een naderend Papoes roofvlootje met vrouw en kinderen Huijs en Hof te verlaaten en hun in 't bijna ontoegankelijk Gebergte onsigtbaar te maaken, gelijk men daar van in vroegere tijden voorbeelden gesien heeft, ook betuijge ik dat nog Burger nog Inlander al„ „waar 't teegens de swaarste besolding zig zal laaten vin„ „den om ter assistentie van een ander Gouvernement - in dienst te gaan, bij ondervinding spreekende, in a:o passato wanneer mij verpligt vonde Ternaten te assisteeren; welke toestand vertrouwe dat uwel Ed gestr: en uwel Edele Agtb: genoegsaam sal consteeren hoe ongeraade 't soude sijn van hier eenig secours aftesenden, 't geen nogtans= voortekoomen is wanneer Hun Hoog Edelens door een aansienlijk renfort van volk uijt Nederland in staad mogte gesteld worden, en goedvonden alhier een Corps de= Reserve op terigten invoegen Hoog deselve hebbe voorgesteld Op den bijstand van vaartuijgen is meede niet te ree„ „kenen want de bepaalde Twee Chialoupen en vier Pant„ „jallings jaar in jaar uijt ses maanden in de bekruijs„ „sing der Naguldistricten zijn, vervolgens een Conti„ „nueel amploij vindende zo tot 't afhaalen der Nagulen als Houtwerken mitsg=s tot het overbrengen van de Randsoenen, Contanten &=a naar de buijten Comptoiren, zo dat ik in alles niet souden durven onderstaan het geringste secours aftesteeken, veel min wagen eenige assistentie te bieden dan aleens genoomen dat Hunne Hoog Edelheeden door de dringende noodsakelijkheid re„ „solveerden dit heen een goed ontset te besorgen, is 't voor 't teegenswoordige buijten de mogelijkheid de grootheijd

NL-HaNA_1.04.02_3586_0100 view scan ↗

English

size of the relief that Your Honor and the Right Honorable Gentlemen might be able to determine to deploy, should necessity require it. However, no matter how large or small it might be, there arises, according to my understanding, another difficulty in prescribing where such a relief force ought to arrive, for it is not to be expected that one will discover in time the enemy's objective, whether it be directly to attack the main fortress or rather first to overpower the subordinate factories. The latter being assumed will likely be given priority, partly to win over the native population more easily, and partly to be better able to enclose us. Therefore, in my humble opinion, I consider it inadvisable to prescribe the same in advance and prefer rather to rely on the signals to be devised, well-sailing vessels, capable and sober commanders, rather than to suspend the dispatch of a relief force until the time one is requested to do so, which I consider the most prudent course, in order to prevent such a relief force to be dispatched from falling into the enemy's hands. Concerning this, I request to be honored with the reflections of Your Honor and the Right Honorable Gentlemen. While further, with regard to the different monsoons in which a relief force can be sent from here, I must note that Macassar, in the west monsoon or from the month of November to April, can hardly be assisted from here in time, and can much more easily be aided from Java or the main settlement; I will not speak of Banda and Ternate, although the voyage from here to the first mentioned in the east monsoon, and in the west monsoon to the last mentioned government, is also not to be undertaken without danger, since Amboina is after all the closest at hand, and in time of need one must not fear the dangerous waters so greatly, also principally 69: principally coming down to this: that one is provided with sturdy, well-sailing vessels and sober, capable commanders. For the rest, I refer to the course description in the accompanying report already cited above. The fourth point consisting of devising the signals and regulating them among one another, I deemed that I ought not to delay in that regard, wherefore I hereby offer Your Honor and the Honorable Gentlemen the recognition letter under this government for the upcoming year, and shall look forward to receiving those of Your Honor and the Honorable Gentlemen, while I recently sent mine in copy to Their High Mightinesses. And hereby proceeding to the last or Fifth point, what capitulation ought to be stipulated in case of surrender, I declare that I share the opinion of the Governor of Macassar, that one would do best to stipulate to be transported to the main settlement, and this not only on the basis of the reasons alleged by His Honor, but also because a transport to one of the nearby Eastern governments that are not yet conquered could very easily result in the greatest embarrassment, if not misery, considering that the governments are not always provided with the necessary provisions a year in advance, much less being in a state to feed a double garrison. On the other hand, in times of war, supplies and relief cannot well be counted on or depended upon, as experience recently in Ternate has shown, so that such a burdened government, being likewise attacked and assaulted, though otherwise in a state to offer a brave resistance or to endure a long siege, would run the risk of having to surrender at mercy or unmercy due to famine. Yet however much I I in all this have been concerned with fulfilling the requisites and true intentions of Their High Mightinesses, I have nevertheless further proposed to them, according to my humble knowledge, such points of treaty as I hereby incorporate for the consideration of Your Honor and the Right Honorable Gentlemen, namely: Firstly, the free departure from Castle Victoria with full military honors, baggage, and all cash and effects belonging to the garrison, both sidearms and firearms; likewise, that the wounded or sick who might remain behind shall not be considered prisoners of war, but care shall be taken for their treatment, and after their recovery, they shall also be permitted to depart as above. 2nd. Upon surrender of the castle, in the presence of commissioners, under proper inventory, to make transfer to the victor or chief of the enemy army of the Company's magazines, artillery, weapons, and other effects, etc., signed by both sides; excepted, however, are the archives relating to the Company's administration and servants, which shall be left in the possession of the governor, or those who might be chosen for that purpose by him. 3rd. That the burghers and inhabitants shall be maintained and continued in their ancient privileges and freedoms, likewise not plundered or robbed of their cash, real and personal property, nor ousted from their trade and commerce, but maintained therein; and further, that they, no more than the Company's servants, shall be forced into any military service, at the same time also leaving them the freedom, if they so choose, to depart with their vessels and belongings to the

Dutch transcription

grootheid van 't secours Uwel Edele Gestr: en Wel Edele Agtb: de nood vereijssende bij tesetten te kunnen bepaa„ „len, Edog hoe groot of kleen het mogte zijn voordoet zig naar mijn begrip al weeder een swarigheijd in het voor„ „schrijven waar zodanig een secours diende aantekoomen want 't niet te denken is, dat men in tijds des vijands oogmerk 't zij direct de Hoofdvesting te attacqueeren of wel eerst de subalterne Comptoire te overmeesteren ontdecken zal, 't laaste supponeerende dat wel den voor„ „rang zal gegeeven worden, eensdeels om facilder den Inlander te gewinnen, en ten anderen om ons te beeter te kunnen insluijten, dus naar mijne geringe opinie ongeraade houde 't zelve voor uijt te beschrijven en zig Liefst te verlaaten op de te beraamene seijnen, wel „bezeijlde vaartuijgen, bequaame en Nugtere voerders, dan wel te supersedeeren met de afsending van een Se„ „cours ter tijd men daar toe versogt word, 't geene als 't voorsigtigste aanmerken, ter voorkooming dat zo„ „danig een aftesendene ontset niet valle in 's vajands han„ „den, waar omtrend versoeke met uwel Ed: gestr: en wel Edele Agtb: bedenkingen vereert te mogen worden: Ter„ „wijl nog met betrekking tot de differente Mousons = waar in van hier een secours kan afgesonden worden aantemerken hebbe, dat Maccasser in de Westmousson of van de maand November tot April beswaarlijk in tijds van hier te assisteeren is, en veel facilder van Iava of de Hoofd„ „plaats kan bijgesprongen worden; sullende van Banda, en Ternaten en Ternaten niet gewagen, of schoon ook de Rheijse van hier naar 't Eerstgem:te en in de Oostmouson, en in de Westmouson naar Laastgem=t gouvernement niet son„ „der gevaar te onderneemen is, nademaal Amboina dog het naast aan de hand Legt en men in tijd van nood zo zeer 't gevaarlijk vaarwater niet moet vreesen, ook ten principaalen 69: principaalen hier op aankoomende, dat men van steevige welbezeijlde vaartuijgen en Nugteren bequaame gezagvoer¬ „ders voorsien is, voor het overige mij gedragende aan de Cours beschrijving bij 't neevens gevoegd berigt reets hier vooren aangehaald Het vierde poinct uijtmaakende de seijnen te beraa„ „men en onder elkander te reguleeren, zo hebbe ik vermeend daar omtrend niet te mogen vertoeven, invoegen uwel Ed: Gestr: en Agtb: bij deese aanbiede de verken Brief onder dit Gouvernement voor a=o aanstaande, sullende die van Uw Wel Ed: gestr: en Agtb: blijven te gemoet zien, Terwijl de mijne in Copia aan Hun Hoog Edelens jongst afgezonden hebben, en hier meede tot het laaste of Vijfde poinct wat Capitulatie in Cas van overgaa„ „ve zouden dienen te worden bedongen overgaande, betuijge ik met den Heer Gouverneur van Maccasser van gevoelen te zijn, dat men best zoude doen te bedingen om naar de Hoofdplaats te worden getransporteert en sulks niet alleen op fundament van de door zijn Wel Ed: Agtb: g'allegueerde reedenen, maar ook om dat een Transport naar eene der nog onoverwonne nabij geleegene Oosterse Gou„ „vernementen zeer ligt de grootste verleegentheijd zo niet Elende ten gevolge souden kunnen hebben, geconsidereert de Gouvernementen niet altoos een jaar vooruijt van de nodi„ „ge vivres voorsien, veel min in staat zijn, een dubbelde besetting te spijsigen; ten anderen is 'er in oorlogstijden op toevoer en ontset niet wel te reekenen of staat te maaken, gelijk de ondervinding laast in Ternaten heeft doen sien, so dat zulk een beswaard Gouvernement meede aangeval„ „len en g'attacqueerd wordende, door Hongersnood schoon anders in staat van een dappere resistentie, of een lang beleg te kunnen verduuren, gevaar zouden loopen om zig op genaade of ongenade over te moeten geeven; dan hoe seer ik ik in allen deesen besorgt ben geweest over de voldoening aan de requisite en waare intentie Hunner Hoog Edelheeden, heb ik nogtans Hoog deselve naar mijne gevinge kennis= verder voorgesteld, zodanige Poincten van verdrag als ik ter speculatie uwel Ed: gestr: en WelEd: Agtb: bij deese in„ „lijven te weeten Eerstelijk, de vrije uijttogt uijt het Casteel Victoria met vol„ Militair honneur, Bagagie en alle aan de besettelingen toebehoorende Contanten en Effecten boven en ondergeweer„ als meede dat de gequetste of sieken welke te rug mogten blijven niet als krijgsgevangenen sullen geconside„ „reert, maar voor haare Cureering sorg gedragen en naar hunne herstelling meede als booven den uijttogt sal worden gepermitteert Bij overgaave van 't Casteel, ten overstaan van Commis„ „sarissen onder behoorlijke Inventaris aan den overwin„ „naar of Chef van 's vijands Leeger Transport te doen van 's Comp=s Maguazijnen, Arthillerij, wapenen, en andere Effecten &=a van weedersijde onderteekend, uijtgesondert nogtans de archiven betrecking hebben„ „de tot 'sComp=s ommeslag en Dienaaren, die in posses„ „sie sullen gelaaten worden onder den gouverneur, dan wel de geene die daar toe door denselve mogte verkosen worden 3=e Dat de Burgers en ingeseetenen bij haare oude Privile„ „gien en vrijheeden gehandhaafd en gecontinueerd mitsg=s niet geplundert, ofte van hare Contante, vaste en be„ „weegelijke goederen beroofd dan wel van haare Nee„ „ringe en hanteering verdrongen maar daar in gemain„ „tineert, en voorts dat deselve zo min als 's Comp=s Dienaaren tot geene krijgsdienst gedwongen zullen worden, tegelijk ook vrijheid te laaten om des ver„ „kiesende met haare vaartuijgen en ommeslag naar de 2=e

NL-HaNA_1.04.02_3586_0103 view scan ↗

English

to depart for the Capital. 4th. That the Company's servants shall be properly provided with provisions from the Company's warehouse, and with their baggage etcetera, as in Article 1, be granted transport to the Capital; but if there are no means at hand for this, that they shall then retain the unmolested freedom to settle in the city or in houses outside it until such time as the transport can take place, on condition of not commencing any rebellion or hostilities. 5th. That the fortifications and the Company's buildings shall be left in such condition as they are found at the time of surrender. 6th and lastly, that upon the marching into the Castle and the changing of the garrison, the Commander will be pleased to give the necessary orders to prevent all disorder and bitterness. It is nevertheless questionable whether all this could indeed be obtained, which I do not imagine to be so easy, for if the besieger knows that one has been brought to the utmost extremity and could not withstand an assault, we would certainly have to give way and conclude such capitulation as could best be bargained for, which I think cannot be prescribed in advance, since one does not know in what circumstances one will find oneself; truly in all respects a delicate draft, and with which I dare not imagine that the objective of Their High Excellencies will be completely fulfilled; yet having proceeded in this matter according to my best knowledge and abilities, I offer Your Right Honorable and Worshipful Sirs these my imperfect reflections, in the trust that the errors committed will find forgiveness. Ternate and concluding with this, I profess with all high esteem to be at your service. Below was written: Right Honorable, Valiant, and Worshipful Sirs. Lower down: Your Right Honorable and Worshipful Sirs' most willing servant and friend. Was signed: B. van Pleuren. In the margin: Amboina, the 12th of October, anno 1779. To the Right Honorable and Worshipful Sir, Master Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director there. Right Honorable and Worshipful Sir, Humbly offering thanks for the kind report regarding the dispatch of the Princes of Tidor and Batchian to India's Capital, and that of the Maguindanao sea-pirates, with which Your Right Honorable and Worshipful Sir has favored me by separate letter of 23 December past, I note further that to date, despite all efforts made, no certain news has yet reached me as to where the notorious villain Lokman and his brother Mamma are currently staying, for whose detection and apprehension I leave no means unattempted nor spare any expense, since by their capture those of Ceram's north coast would soon defect from the Tidore court and occupy themselves less, if not cease entirely, with the illicit navigation, as well as bind themselves more closely in obedience to the Company. Rumors are currently circulating that the aforementioned dangerous fellows are aboard a numerous pirate fleet at the hinterland of Bouro, which marauders, according to the reports received, consist of Tidorese, Maba, and Weda people, also some from Salwatti and North Ceram, with their main commanders over them being a certain Tidore Prince named Joseph and the Raja of Salwatti, one of the largest vessels flying a red flag from the topmast, and a second a white flag with a black cross, which pirate rabble first cruised the waters behind Manipa and Kelang, subsequently crossed over from there to Amblauw, and having burned the old post and villages there, sailed forth to the hinterland of Bouro, robbing and plundering whatever crossed their path; for their dislodgement and the curbing of those acts of violence, two expeditions have already been dispatched in vain by Bouro's Chief De Bourghelles, the last having returned with one dead and several wounded, so I have decided to have that pirate scum attacked from here by a substantial force, wherefore today I am sending against them twenty-four well-armed cruising orembays with a detachment of fifty soldiers under their officers, the necessary artillerymen, and furthermore all that I have deemed serviceable for a victorious execution against the aforementioned marauders, who are said to be fully a hundred kora-koras and other vessels strong, presumably the fleet of which the Chinese Lauw Lianko has given Your Right Honorable and Worshipful Sir an account. However that may be, one sees that the dispatch of the Princes of Tidor and Batchian, as well as other revolutions of affairs in the Moluccas, promises little peace for this province, and the robberies are undertaken with greater force than formerly; I pray to Heaven that it may turn out for the best and crown Your Right Honorable and Worshipful Sir's undertakings as well as my own with blessings. Meanwhile, I have the honor to remain with the highest esteem, Below was written: Right Honorable and Worshipful Sir. Lower down: Your Right Honorable and Worshipful Sir's very willing servant and friend. Was signed: Bernardus van Pleuren. In the margin: Amboina, the 29th of February, anno 1780. Ternate

Dutch transcription

Wine de Hoofdplaats te vertrekken. 4=e Dat 's Comp=s Dienaaren behoorlijk van Vivres uijt 'sComp=s Maguazijn sullen moeten voorsien worden en met haare Begagie &=a als Articul 1: transport verleend worden naar de Hoofdplaats, dog hier toe geen geleegentheijd aan handen zijnde dat als dan ongemolesteert de vrijheijd behouden in de stad of buijten wooninge hun te mogen neersetten, ter„ tijd het Transport gevolg kan neemen, onder voorwaar„ „de geen opstand ofte vijandelijkheeden te sullen aan„ „vangen Dat de vestingwerken en 'sComp=s gebouwen sullen gelaaten worden sodanig dezelve bij overgaave zig bevinden, ten 6=e of Laastelijk dat den Chef bij de inrukking van 't Casteel en afwisseling der besetting de noodige ordre sal gelieven te stellen tot voorkooming van alle wan„ „ordre en verbitteringen Bedenkelijk is 't nogtans of dit een en ander wel verkreegen souden kunnen worden dat mij zo ligt niet voorstelle, — want de Beleegeraar kennis hebbende men tot het uijter„ „ste gebragt was, en geen storm konde weederstaan, zo zoude w' zeeker moeten toegeeven en zodanige Capitulatie dienen te sluijten als maar best te bedingen was dat ik denke niet voorteschrijven is, nademaal men niet weet in wat omstandigheeden men zig gebragt zal zien; waarlijk in alles een teeder ontwerp en waar meede mij niet durve voorstelle dat Compleet aan 't oogmerk van Hun Hoog Edelheeden zal zijn voldaan, dan naar mijn beste kenn is en vermogens daar omtrend te werk gegaan hebbende biede ik Uwel Ed: Gestr: en Agtb: deese mij„ „ne gebreckige bedenkinge aan, in vertrouwe dat de begaane feijlen wel verschooning zullen vinden en 5=e ƒ. Ternaten en hier meede besluijtende, betuijge ik met alle Hoog„ „agting gedienstig te zijn. //:onder stond:/ Wel Edele Gestrenge en Agtbaare Heeren /:lager:/ uwel Edele gestr en Agtb:) volvaardigen Dienaar en vriend /:was geteekend:/ B=s van Pleuren /:in margine:/ Amboina den 12=e October a=o 1779: — Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer! Mr. Jacob Roeland Thomaszen Gouverneur en Directeur aldaar Wel Edele Agtbaare Heer Voor het vriendelijk Berigt noopens de versending der vorsten van Tidor en Batahiang na Indias Hoofdplaats en dat der Mangindanauwse zee schuijmers waar meede uwel Edele Agtb: bij apparte Letteren van 23: xber passato mij heeft verlert oot„ „moedig dankzeggende noteere ik vervolgens dat mij tot hier toe schoon alle aangewende moeijte, nog geen zeeker narigt is toegekoomen waar teegenswoordig de berugte booswig te Lok„ „man met zijn Broeder Mamma hun zouden ophouden, tot welker opspeuring en apprehensie geene middele onbesogt laate nog kosten spaare nademaal door derselver agterhaling die van Cerams Noord Cust, 't Tidorse Hof al ras zoude af¬ „vallen en zig minder zo niet geheel met den ongepermit„ „teerden vaart ophouden mitsg=s hun ook nauwer onder de gehoorsaamheid van de Maatschappij verbinden, de gerug„ loopen tans dat opgem: gevaarlijke knapen zig zoude be„ „vinden op een talrijke Roofvloot aan 't agterland van Bouroe welke Marodeurs naar d' ingekoomene berigten bestaan uijt Tidoreese Maba en wedareesen item eenige van salwattij en Noord Cerammers tot Hoofdaanvoerders over deselve see„ „ker Tidors Prins in name Joeseph en den Radja van Sal„ „wattij eene der grootste vaartuijgen van de Toppe Mast een roode 73: roode en een tweede Een witte vlag met een swart kruijs voe„ „rende welk roofgeboefte eerst het vaarwater agter Manipa en kelang hebbe bekruijst vervolgens van daar over gestoo„ „ken naar Amblaauw en hier de oude Post en Negorijen verbrand hebbende zijn z' voortgesteevend na het agterland van Bouro, roofende en Plunderende wat hun is voorgekoo„ door „men tot delogement derselver en beteugeling dier geweldenarijen= Bouros Hooffd De Bourghelles reets twee Expedities vrugte„ „loos afgezonden zijnde de laaste geretourneert met een doode en eenige gekwesten ben ik te raade geworden dat roofge„ „spuijs door een aansienelijke magt van hier te laaten be„ „springen, Invoegen op heeden op dezelve afzende vier en„ twintig wel g'armeerde kruijsorembaijen met een Comman„ „do van Vijftig Militairen onder derselver Officieren de Noodige Arthilleristen en verder al het geene dat ik dienstig g'oordeelt hebbe tot eene victorieuse berechting van voorsz Marodeurs die men wil dat ruijm Hondert Corre Corres en andere vaartuijgen zoude sterk zijn, ver¬ „moedelijk de vloot waar van den Chinees Lauw Lianko Uwel Edele Agtb: relaas heeft gedaan dan hoe en welke het mogte zijn ziet men dat de versending van Tidors en Bat„ „chians vorsten, mitsg=s andere omwenteling van saaken in de Moluccos deese Provintie wijnig rust beloofd en de Roverijen met grooter magt ondernoomen word dan eertijds, den Heemel bidde ik dat het ten beste mag keeren en UWelEdele Agtb: neevens mijne onderneeminge met zee„ „gen bekroone Inmiddens d' Eere hebbe met de meeste Hoogagting te blijven /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: zeer bereijdwillige Dienaar en vriend /:was geteekend:/ Bernardus van Pleuren /:in margine:/ Amboina den 29=e februaij a=o 1780: — Ternaten

NL-HaNA_1.04.02_3586_0106 view scan ↗

English

Ternate To the Honorable Alexander Cornabé, Senior Merchant and Provisional Commander there. Honorable Sir! As a continuation of my separate letter of the 29th of the past month of February addressed to the Honorable Governor Thomaszen regarding the pirate fleets appearing in the local fairways, I deemed it not unserviceable to forward to you enclosed herewith the extracts from some letters written to me from both Bouro and Manipa in respect of the aforesaid pirate scoundrels, from which you will come to perceive the incursions and robberies committed by them in remote places under this Government, and can then deduce the pain inflicted thereby upon the poor inhabitants. It is therefore that, besides the means employed by me here to counter this, which may Heaven bless, I also earnestly request you to be willing to contribute everything possible by such means and ways as are necessary and best known to you there, to counter and, were it possible, prevent the harmful wandering and plundering of the Papuans here, to which end I deem necessary the arrest of the sangaji of Salwattij Atta with his accomplices, described in my separate letter under date of 10 October 1778, and thus consider the means thereto in the first place as beneficial, since these harmful rascals are truly the perpetual ringleaders of the robbery and murders committed by the Papuans in this district, for a better salvation of the poor, fearful Ambonese. I heartily hope that everything put to work to that end may be crowned with blessing and that finally the marauder may be brought down. Herewith concluding, I remain for the rest with all respect. Below stood: Honorable Sir. Lower: Your Honor's obedient servant and friend. Was signed: B. van Pleuren. In the margin: Amboina, 13 March 1780. To the same address and title as before. Honorable Sir! The expedition fleet sent from here after the Papuan pirates, who have appeared with a numerous fleet in the fairways under this Government, of which both my previous letters of 29 February and 13 March last make mention, returned home again on the 7th of April without having been able to encounter those scoundrels, although no means were left untried to that end, as they cruised around the large island of Bouro, the islands of Manipa and Amblauw, as well as the coast of Little Ceram. Nevertheless, these harmful scoundrels have not committed their latest robberies and murders in these regions entirely with impunity, since on Bouro's backland our men, with a small number of vessels, put fully fifty pirate cora-coras to flight, ran two of those vessels aground, captured as a prize one paduakan robbed by them near Bouton with rice and paddy, and on that as well as other occasions well over a hundred Papuans were killed, so that they took flight to the north coast of Ceram, plundered some settlements thereabouts, and the notorious rascal Sangaji Atta, the head of the fleet, with the Raja of Salawattij of Hatiling who was with him, made known to Sawaij's postholder that their so-called Hari Raya being over, they would come down with a formidable fleet of two hundred cora-coras to invade these coasts and islands, and sacrifice everything they encounter to fire and sword, as well as thus taking reprisals both for the aforesaid and on account of their king. How desirable would it not be to once be able to curb the cruel boldness and arrogance of those sea rovers, arising from the cowardice of the native known to them, so that their appetite would be taken away! Were His Highness the King of Ternate to be persuaded to assemble a force of his cora-coras, the most capable for this, and therewith root out the principal pirate nests of the Papuans, such might under the present circumstances be the most facile and advantageous means, but you will best be able to judge in this matter, on which I hope, and to which I gladly hold myself. While in the meantime I remain with much respect. Below stood: Honorable Sir. Lower: Your Honor's obedient servant and friend. Was signed: Bernardus van Pleuren. In the margin: Amboina, 4 May 1780. Makassar To the Honorable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director there. Honorable Sir and Friend! Since the receipt of your highly esteemed separate missive dated 30 November 1779, which was delivered to me on the 22nd of December following, having been honored with no further writing, I serve in friendly reply to the complaint brought forward by you regarding the conduct of the Orang Kaya of the island of Pulau Gisser named Kobiai, under and at the post of Saleyer, as well as the transport undertaken by him of five Anak Crains belonging to home

Dutch transcription

Ternaten Aan den Wel Edelen Heer Alexander Cornabé Wel Edele Heer! Tot een vervolg mijner apparte Letteren van den 29 der jongst gepasseerde Maand Februarij aan den wel Edele Agtb: Heer Gouverneur Thomaszen gerigt met opsigt tot de zig in de vaar„ „waters alhier vertoonende Roofvloots, agte ik het niet on„ „dienstig UwEd: in closa deses te laaten toekoomen de Extrac„ „ten uijt eenige Brieven die mij zo van Bouro als Manipa zijn geschreeven ten dspectte van voorsz Roofgeboefte waar uijt UwEd: zal komen te b'ogen de strooperijen en Roverijen door hun op afgeleegen Plaatsen onder dit Gouvernement gepleegt, en dan kunnen opmaken de smerte die den armen Ingeseetenen daar door werd toegebragt: het is mitsdien dat ik behalven de middelen die door mij tot teegengang van dien alhier in 't werk gesteld worden /:die den Heemel zeegene:/ uwEd: ook nog instantig versoeke door sodanige middelen en wee„ „gen als nodig en bij deselve aldaar best bekend zijn alles te= willen toebrengen wat mogelijk is om het schadelijk swerven en Rooven der Papoen alhier teegen te gaan en waare het mo„ „gelijk te beletten ten welken einde de opligting van den senghadja van Salwattij Atta met zijne Complices beschre„ „ven bij mijne apparte Letteren onder dato 10=' October 1778:— nodig oordeele en dus de middelen daar toe in de Eerste plaats als heijlsaam aanmerke also deese schadelijke deugenieten werkelijk de geduursaame Hoofd aanvoerders zijn van de Roof en Moordenarijen die door de Papoen on„ „der dit district worden gepleegt tot een bettere roeden van den armen vreesagtigen Amboinees. Ik hoope van herten dat alles wat ten dien eijnde in het werk gesteld word met zeegen bekroond en eijndelijk eens den Marodeur ten onder mag gebragt worden. Opperkoopman en Pr. Gezaghebber aldaar Hier 75: Ternaten Hier meede sluijtende blyve ik voor het overige met alle agting. /:onderstond :/ wel Edele Heer /:lager:/ UWelEd: DWD: en Vriend /:was geteekend:/ B=s van Pleuren /:inmar„ „gine:/ Amboina den 13=e Maart A=o 1780: — Aan en Titel als vooren Wel Edele Heer! De Expeditie vloot van hier afgezonden op de Papoese Rovers welke zig met een talrijke vloot in de vaarwaters onder dit Gouvernement hebben vertoond en waar van mijne beide voorige van den 29: februarij en 13 Maart jongstleeden ge„ „wagen, is op den 7: April daar aan weeder 't huijs gekoomen zonder dat geboefte te mogen ontmoeten, onaangesien daar toe geen middelen zijn onbesogt gelaaten, dewijl het groote Eijland Bouro, de Eijlanden Manipa en Amblauw rondsom mitsg=s de Cust van klein Ceram bekruijst hebben; nog„ „tans heeft dit schadelijk geboefte hunne Laaste Roverij„ „en en Moorderijen in deese Contrijen niet ten eenemaal straffeloos gepleegt, also aan Bouros agterland door de onse met een gering getal vaartuijgen wel vijftig Roof„ „corre Corren op de vlugt gejaagd, Twee dier vaartuijgen in de grond geboord, Een door haar onder Bouton geroof„ „de Paduakan met Rijst en Padij Prijs gemaakt en bij die mitsg=s andere geleegendheeden ruijm Hondert Papoen ge„ Sneuveld zijn invoegen zij na de Noord Cust van Ceram de wijk genoomen, daaromstreeks eenige Negorijen beroofd en den berugten Deugeniet Senghadja Atta het Hoofd der vloot met den zig daar bij bevonden hebbende Radja van Salawattij van Hatiling aan Sawaijs Posthouder= heeft weeten laaten dat haar zogendamde Harij Raaij voor bij zijnde, zij met een formidable vloot van Twee Htondert Corra Corren Maccasser Corra Corren zoude afkoomen om deese Custen en Eijlanden te invadeeren, en alles wat voorkomt aan het vuur en swaard op te offeren, mitsg=s dus doende zo wel van het voorsz als weegens hun koning represaille te neemen. Hoe wenschelijk zoude het niet zijn om de wreede stoutheijd en hoogmoet van die zeeschuijmers, ontstaande uijt de bij hun bekende Lafhartigheid van den Jnlander iens te mogen beteugelen dat hun de lust genoomen wierde ! was zijn Hoogheid den koning van Ternaten daar toe te persuadeeren, een magt van zijn Corra Corren, het best hier toe bequaam bij den te brengen, en daar meede de voornaamste Roofnesten der Papoen uijt te roeren, zulx zoude mogellijk in deese tijds omstandig„ „heeden het facielste en voordeeligste middel kunnen zijn dog UwelEdele zal het beste diend weegen kunnen b'„ oordeelen, op welke ik hoope, en waar aan mij gaarne houde. Terwijl inmiddens met veel agting blijve /:onderstond:/ Wel Edele Heer /:lager:/ UwelEd DW D: en Vriend /:was geteekent:/ Bernardus van Pleuren /:inmargine:/ Amboina den 4=e Maij a=o 1780:— Aan den Wel Edele Agtbaare Heer! Paulus Godofredus vander Voort Gouverneur en Directeur aldaar Wel Edele Agtbaare Heer en Vriend " 't zeedert den ontfangst van uw wel Edele Agtb: zeer g'agte ap„ „parte missive in dato 30 November 1779, die mij den 22 decem„ „ber daar aan is toegebragt met geen nader schrijvens ver„ Eert geworden zijnde, diene ik in vriendelijk antwoord op de door UWel Edele Agtb: voorgebragte klagte over 't ge„ „drag van den Orangkaij ten Eijlande P=lo gisser in name Kobiaij onder en ten Comptoire Saleijer, mitsg=s den door hem onderstaane vervoer van Vijff Anak Crains 't huijs hoorende 11

NL-HaNA_1.04.02_3586_0109 view scan ↗

English

belonging to the settlement BoneLowe, that I immediately had the aforementioned Regent come hither, with orders to bring the aforementioned five Saleijereesen along as well, as indeed took place; but upon interrogation having brought several excuses before me, which, in the absence of contrary evidence, I could not well consider unacceptable, I nevertheless deemed it necessary to have him judicially interrogated, just as the five transported Saleijereesen were also examined, both of which declarations I offer to Your Honorable Worships herewith in authentic copy, in order to be able to investigate further into the course of events, while noting herewith that I consider the frequently mentioned Paulo Gissers Orangkaij Robiaij to be one of the best and most faithful Ceramse Regents, and one who has been of no small service to me in tracing and recovering eight two-pounder pieces of iron cannon on the island Keij, which, in my presumption, without his discovery and demonstrated fidelity would never have been transferred to the Honorable Company, and which I think had long been considered lost, thus constituting a full proof of his attachment to the Honorable Company, and all the more so since he reported the aforementioned ordnance out of his own accord and brought it to light without fearing danger to his life or having any prospect of great reward, having also kept himself exceedingly well satisfied with a gift hardly worth mentioning, and during my administration never having allowed himself to be found among the cabal of illicit traders; which has moved me, after a short detention here at the main castle, to let that Regent go his way, though under such appropriately earnest admonition as I judged useful, while I let the five Saleijereesen named Basso, Mannibangi, Doolo, Doolo, Dawe, and Mengsoewana proceed to Your Honorable Worships via the private bark the Drie Gebroeders, commanded by the chief mate on discharged pay Pieter Tournier, without charging any expenses, since I personally provided those people with what was necessary during their stay here and for the voyage over there; and thinking to have satisfied Your Honorable Worships to your liking herewith, I continue merely to note that in obedience to the much-revered orders of Their High Mightinesses, I hope to have the opportunity in the coming month of September to offer Your Honorable Worships the secret code of signals, and a key to a concealed style of writing from my side, in case the circumstances of the times should come to require such; for the present everything here is in a desired state of tranquility and I perceive nothing of foreign ships or vessels; thus concluding this herewith, after salutary greetings, I declare myself to be with the greatest respect, was undersigned: Honorable Worshipful Sir and Friend lower: Your Honorable Worship's ready friend and servant was signed: Bernardus van Pleuren in the margin: Amboina, the 22nd of May Anno 1780. Circular To the Right Honorable, Stern, and Worshipful Lords Governors and Directors of the Three Eastern Governments: Banda, Ternaten, and Maccasser. Right Honorable, Stern, and Worshipful Lords! In observance of the orders of our illustrious rulers, I find myself obliged to inform Your Right Honorable, Stern, and Worshipfuls that yesterday there was sent to me by the Postholder at Zawaij a certain native of Manipa named Karahita, who had been abducted under the island Amblauw three months ago by Papuan pirates and transported to Salwattij, and who managed to escape from the hands of that thieving rabble, relating to me upon arrival that a foreign three-masted ship lay at anchor at Salwattij, carrying, according to his description, an English flag; that the captain had been in negotiations with the Radjas of Sadwattij and Roemasoal, and that the latter two had informed him, the informant, that four more ships were expected there shortly, which would then be reinforced with three hundred kora-koras from under Salwattij, Roemasoal, Pattanij, and other Tidorean pirate nests, with the aim of overpowering the trading posts of Roero and Manipa therewith, and that around the upcoming new moon or the 3rd of the next month of June, with further circumstances described in the annexed copy of the account, which at least regarding the description of the ship discovered at Salwattij does not seem improbable to me, but the objective or the planned undertaking of the aforementioned petty pirate kings I cannot penetrate; for Their High Mightinesses were pleased to inform me by their most recent separate letter under date 31 December past that nothing had yet been heard of a breach of peace or hostile action between the state of the United Netherlands and any of the European powers; nevertheless, it is not an impossibility, and matters could have changed their appearance since then; it is notorious how the English, without a declaration of war, fell hostiley upon the French in the west, so that one cannot observe sufficient caution and vigilance; which is why I have, with the utmost speed, two well-armed pantjallings to cruise near Watet between Zawaij and

Dutch transcription

77: to hoorende op de Negorij BoneLowe, dat ik voorseijde Regent al aanstonds naar herwaards hebbe laaten opkoomen, met last om gem=e vijf saleijereesen meede dit heen te brengen, gelijk zulx ook gevolg genoomen heeft, dan bij verhoor den„ „zelve verscheijde verschooningen bij mijn ingebragt hebbende wel„ „ke ik bij onstentenis van Contrarie bewijsen niet wel voor on „aanneemelijk konden houden agte ik nogtans noodsakelijk hem justitieel te laaten verhooren, gelijk de vijf vervoerde saleijereesen meede g'examineert zijn, welke beijde declaratoi„ „ren uw wel Edele Agtb: bij deese in Copia autenticq aanbie„ „den, ten eijnde in staat te zijn na den toedragt der saken nader ondersoek te kunnen doen, terwijl hier bij noteere dat ik den veelm=r P=lo gissers Orangkaij robiaij voor eene der beste en getrouwste Ceramse Regenten houde en die mij van geen kleene Dienst is geweest in de opspeu„ „ring en agterhaaling van 8 Twee ponders stukjes ijser Canon ten Eijlande keij, welke na mijn vermoeden buijten zijn ont„ „dekking, en betoonde trouwe nimmer bij D„ E„ Comp:s sou„ „de overgebragt zijn geworden, en die ik denke dat voor lan„ „ge verlooren g'agt zijn, dus een volle Preuve uijtmakende van zijne aankleeving aan D' E„ Comp=s, en wel te meer daar den„ „zelve voorsz geschut uijt eijgene motive aangegeeven en zonder gevaar van 't Leeven te ontsien ofte uijtsigt op groote belooning heeft te regt gebragt, hebbende zig ook met een niet naamwaardig presentse wonder wel te vreede gehou„ „den, en geduurende mijn Bestier hem nimmer onder 't Complot morshandelaaren laate vinden, 't geen mij dan ook bewoogen heeft dien Regent na een kort arrest alhier aan 't Hoofd Casteel, zijn weegs te laaten gaan, egter on„ „der zodanige gepaste ernstige recommandatie als ik oordeelde dienstig te zijn, terwijle de vijf saleijereesen in naame Basso Mannibangi Doolo Doolo Dawe en Mengsoewana per de Particuliere Bark de Drie Gebroe„ „ders gevoerd bij den opperstuurman met afgesz gagie Pie„ „ter Tournier tot uwel Edele Agtb: laat overgaan, sonder aanreekening van eenige ongelden also ik die menschen geduurende hun aanweesen alhier en voor de Rhijse na â Costij van het noodige Privé versorgt hebbe; en hier meede denkende uw wel Edele Agtb: na genoegen voldaan te hebben vervolge nog eenelijk te noteeren dat ik in obe„ dientie van de veel gevenereerde beveelen Hunner Hoog„ Edelens in de maand September aanstaande verhoo„ „pe geleegentheid te hebben om uwel Edele Agtb: te kunnen aanbieden de secreete Seijnbrief, en een sleutel tot een bedekte schrijftrant van mijne zijde, ingevalle de omstandigheeden der tijden zulks mogte koomen te vereijsschen voor 't teegenswoordige is hier alles in een gewenste Rust en van vreemde scheepen of vaartuijgen verneem ik niets dus deese hier meede besluijtende betuij„ „ge ik na salutaire groete met de meeste agting te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer en Vriend= /:lager:/ Uwel Edele Agtb: volvaardigen vriend en Dienaar /:was geteekend:/ Bernardus van Pleuren /:in margine:/ Amboina den 22:e Maij A=o 1780: Circulair Aan de Wel Edele Gestrenge en Agtbaare Heeren Gouverneurs en Directeurs van de Drie Oosterse Gouvernementen Banda, Ternaten en Maccasser Wel Edele Gestrenge en Agtbaare Heeren! In observantie der ordres onser Ilustre oppergebieders vinde ik mijn verpligt uwel Edele Gestr: en Agtb: te moeten bedeelen dat 79: dat mij op gisteren door den Posthouder te zawaij toegezon„ „den is zeekere voor drie maanden door de Papoese Roovers onder 't Eijland amblauw opgeligte en naar salwattij vervoer„ „de Manipees in naame Karahita welke de handen van dat Roofgeboefte heeft weeten te ontkoomen, bij aankomst mij relateerende dat op Salwattij een vreemd Driemast schip ten anker lag naar zijn beduijding Een Engelsche vlag voe„ „rende, dat den Capitain met de Radjas van sadwattij en Roemasoal in onderhandeling was geweest en de beijde laasten hem relatand hadde verwittigd, dat aldaar binnen korten nog vier scheepen verwagt wierden welke als dan versterkt zoude worden met Drie Hondert Corre Corres van onder Salwattij, Roemasoal, Pattanij en ande Tidorse Roofnesten met oogmerk omme de Comptoire Roero en Manipa daar meede te overmeesteren en dat wel teegens de aanstaande nieuwe Maan of den 3=e der naastkoomende maand Junij met meer andere omstande beschreeven bij het hier neevens ge„ „ Copia „voegde „ Relaas, dat mij ten minsten omtrend de beschrifving van 't op salwattij ontdekte schip niet onwaarschijndijk voor„ „komt dan 't oogmerk of de voorm=e Roofkoningjes voorge„ „stelde onderneeming kan ik niet penetreeren; want Hun Hoog Edelens mij bij Hoog dezelver jongst appart schrijven sub 31 Decemb: passato hebben gelieven kennis te geeven dat van een vreedebreuk of vyandelijke actie tussen den staat der vereenigde Neederlanden en Eene der Europeese Mogentheeden nog niets vernoomen was, evenwel is het geene ommogelijkheid en de saken souden 't seedert van aanschouw kunnen zijn verandert, overbekent is 't hoe de Engelse sonder declaratie van oorlog om de west de France vijandelijk op het Lijfgevallen zijn, dus men geene genoegsaame Hoede en Waaksaamheid kan in agt neemen, waarom ik dan ook ten spoedigste twee wel g'armeerde Pantjallings ter bekruijssing van 't naa Watet Lussen Zawaij en

NL-HaNA_1.04.02_3586_0112 view scan ↗

English

Amboina and Hottij, both to observe the unexpected approach of the aforementioned foreign ship or ships and to have timely notice thereof, as well as to foil the enterprises of the mentioned Papuan marauders, which latter, however numerous they may be, as experience has shown, do not dare to venture an attack on two well-armed pantjallings or to expose themselves to their fire. Upon the first further certain news of either matter, I shall inform your Right Honourable Sirs by an express messenger if necessary, although I presume that the Governor of Ternate will already have some report regarding the truth or falsehood of the foreign ship anchored at Salwattij; and this being so, I solicit elucidation in order to be enabled to remain vigilant and on guard for the interest of our Lords and Masters against all ill-boding enterprises of our competitors. Meanwhile, I conclude by assuring your Right Honourable Sirs that I remain with all sentiments of esteem, below stood, Right Honourable and Respected Sirs, lower, your Right Honourable Sirs' obliging friend, was signed, B.s van Pleuren, in the margin, Amboina at Castle Nieuw Victoria, the 26th of May 1780. To the Right Honourable Sir and Friend, Your Right Honourable's esteemed secret circular letter of the 12th of October last was well received by me, but owing to the sickly and weak condition in which I have found myself for some days, I am not at present in a condition To the Right Honourable Sir, Bernardus Van Pleuren, Governor and Director there to answer the same. I let this serve solely to inform your Right Honourable that I have been informed by the Resident of Saleijr that a vessel rigged in the manner of those of the Ceram people had arrived there in the regency of Tanette, bringing along eleven Saleijr people or subjects of Tanette, who departed for Bhima for trade in anno passato, but of whom it had not since been learned where they had ended up; and whom the head of the said vessel, named Kaweai according to his statement, Regent or Orang Kaya of the island of Kisser, dressed in Dutch fashion and carrying a rattan cane with a silver knob marked V, claimed to have ransomed on Ceram from the Papuan pirates for a certain sum. That the Resident thereupon had these people come to the post, and pursuant to orders received from me in the meantime to satisfy them for bringing these people back, gave them ten rixdollars per head as a reward. That they subsequently requested to be allowed to go to Tanette once more for a few days to collect their outstanding money for the merchandise sold there upon their arrival, consisting of baked sago, gabba-gabba chests, and lories, which the Resident permitted; but he was thereafter informed that, being unable to collect the same so quickly, five persons, all and principally the three first-named Anak Crains of the village of Bone Lowe, by name: Rasso, Mannibangi, Doolo, Dawe, and Mengsoewana, who had only come or been lured aboard their vessel to purchase something, instead, so they said, of Maccasser their outstanding money, were not only detained but tied to the mast and thus forcibly carried away by them. Wherefore I kindly request your Right Honourable to make as much inquiry as possible after the aforesaid five abducted or stolen persons, in order to gain control of them again and to have them conveyed hither, whereby your Right Honourable will further oblige him who, after friendly greetings, calls himself with all respect, below stood, Right Honourable Sir and Friend, lower, was signed, P. C. van der Voort, your Right Honourable's willing servant and friend, in the margin, Maccasser, the 30th of November anno 1779. To the Right Honourable Sir, Poulus Godefridus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honourable Sir, This serves solely to give your Right Honourable notice that on the 13th of this month, a vessel arrived at Tanette, rigged in the manner of those of the Ceram people according to the statement of the regent's messenger, bringing eleven subjects of Tanette who had gone to Bima for trade in anno passato, and since that time no one knew where they had ended up. So I immediately let the Regent know through the said messenger that the said vessel should come to the fortress, as the head of it had voluntarily offered to be brought to me, just as the same also came to me in person on the 16th, being a Mohammedan named Koweai, yet dressed in Dutch fashion, carrying a rattan cane with a silver knob with the letter E marked upon it, testifying to be the post-holder of the island of Kisser belonging under Ambon, and

Dutch transcription

Amboina en Hottij sal afzenden om zo wel de onverhoopte aannaa„ „dering van voorengem=e vreemd schip of scheepen te obser„ „veeren en daar van tijdig kennis te hebben als de entrepri„ „ses van gerepte Papoese Marodeurs te verlijdelen welke laaste hoe zalrijk ook zo als de ondervinding heeft doen zien, niet durven onderstaan twee wel g'armeerde Pantjallings te attacqueeren of wel aan t' vuur derselve zig te wagen, sullende op de Eerste nadere seekere Tijding van 't Een of ander UwelEd gestr: en Agtbaare per eens Expresse des nodig zijnde Informeeren schoon ik vermoede dat den Heer Ter„ „naats gezaghebber reets omtrent de waar of onwaarheid vreemd van 't op Salwattij g'ankert leggend schip wel eenig be„ „rigt zal hebben en dit zo zijnde, solliciteere ik om Elu„ „cidatie ten eijnde in staat gesteld te kunnen worden voor het belang onser Heeren en Meesters teegens alle niet veel goeds voorspellende entreprises onser Compe„ „titeuren waaksaam en op hoede te zin, Intussen UwelEd: gestr: en Agtbaren ten besluijte verseekere dat met alle gevoelens van agting ben: /:onder stond:/ Wel Edele Gestrenge en Agtbaare Heeren /:lager:/ Uwel Edele gestr: en Agtb: Dienstvaardigen Vriend /:was geteekend:/ B=s van Pleuren /:inmargine:/ Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria den 26„ Maij 1780: — Aan den Wel Edele Agtbaare Heer en Vriend! Uwel Edele Achtb: g'agte Cierculaire secreete Brief van den 12: October jongstleeden mij wel geworden, dog door de ziekelijke en swakke toe„ „stand waar in ik mij seedert eenige dagen bevinde tans niet in Wel Edele Achtbaaren Heer Bernardus Van Pleuren Gouverneur en Directeur aldaar staat 81 staat zijnde dezelve te b'antwoorden, laat ik deesen eenelijk dienen, om UwelEdele Achtbaare te verwittigen hoe mij door den Resident van Saleijr is berigt geworden dat aldaar in het Regentschap van Sanette aangekoomen was een vaartuijg toegetuijgd op de wijse van die der Cerammers meede brengende Elf Saleijereesen of onderdanen van Tanette, dewelke in A:o passato na Bhima ten handel vertrocken dog waar van men seedert niet vernoomen hadde waar beland waaren, en die het hoofd van gemeld vaartuijg gen=t kaweai (:volgens zijn zeggen:/ Regent of Orangkaija van 't Eijland Kisser, in het Hollands gekleed en een rotting met een silvere knop gemerkt V dragende, voorgegeeven hadde op Ceram van de Papoese Roovers voor seekere somma te hebben uijtgelost. Dat de Resident haar lieden hier op aan de Post heb„ „bende laten koomen, en op mijn intussen ontfangene ordre om hun voor de opbrenging deeser Menschen te Contenteeren, aan dezelve zien Rijad=s voor jeder kop tot een belooning hadde gegeeven. Dat z' vervolgens versogt hebbende om nog eens voor eenige dagen na Fanette te mogen gaan om hunne uijtstaan„ „de penningen voor de aldaar bij hun aankomst verkogte Negotie goederen, bestaande in gebakke sagoe gabba gabba kisten en Loeries in tevorderen, den Resident sulx toegestaan hadde, dog daar na onderregt was geworden dat z' dezelve zo spoedig niet hebbende kunnen inkrijgen vijf persoonen alle en principalijk de drie eerstgemelde Anak Crains van de Negorij Bone Lowe in naam Rasso Mannibangi Doolo Dawe en Mengsoewana, die alleen op hun vaartuijg gekoomen of gelokt waaren om iets te koopen, in steede zo zij zeijden) van Maccasser van hunne uijtstaande penningens niet alleen aangehouden maar deselve aan de Mast vastgebonden en z' dus ge„ „weldadig weggevoert hadden Weshalven ik UwelEdele Agtbaare vriendelijk ver¬ „soeke om na voorm:de vijf vervoerde of geroofde persoonen zo veel mogelijk recherge te doen om dezelve weeder mag„ „tig te worden en herwaards te willen besorgen, waar door uwel Edele Agtb: tot verder dienst verpligten zal de geene die zig na vriendelijke groete met alle agting is noemende /:onderstond:/ Wel Edele Achtbaare Heer en Vriend /:lager:/ „was geteek:/ P: C: van der voort UwelEdele Agtb=s bereijdwilligen Dienaar en Vriend=n /:in margine:/ Maccasser den 30=' November A=o 1779:— Aan den Wel Edele Gestrenge Agtbaaren Heeren Poulus Godufredus van der Voort Gouverneur en Directeur deeser Cust Celebes Wel Edele Gestrengen Agtbaaren Heere! Deese Dient eenelijk om UwelEdele Gestrenge Agtb: kennisse te geeven, dat op den 13=e deeser op Tanette, een vaartuijg en vol„ „gens segge van de regent sendeling op de wijse als die van de Cerammers toegetuijgt aangekoomen, aanbrengende Elff Onderdanen van Tanette, dewelke in A=o passoto na Bima ten handel geweest en het seedert dien tijd niemand geweeten waar denzelve beland zijn, zo heb ik ten eersten den Regent door gem=e sendeling laten weeten gem=e vaartuijg aan de vesting, also de Hoofd vrijwillig aangeboode hebbe om bij mij gebragt te werden so als den selve ook op den 16 in persoon bij mij quam synde en Mahumetaan gen=t koweai egter in 't Hollands gekleed dragende een Rotting met silvere, knop„ staande daar op gemerkt E, betuijgende de waghouder te weesen van 't Eijland kisser onder Ambon gehoorende en

NL-HaNA_1.04.02_3586_0115 view scan ↗

English

83: Amboina and had arrived here specially to deliver eleven individuals, subjects of the Company, whom he had ransomed on Ceram from the Papuan pirates for a certain sum of money, as the aforementioned Tanetterese also testified had been abducted on the island of Bawoelang by the aforementioned Papuan nations, and that he furthermore had nothing else on board other than baked sago, some sets of gabbe-gabbe chests, and some lory birds for trade, requesting from me a written certificate upon departure from here to show on Ambon, requesting orders in this regard from Your Right Honourable Sir as to how I shall conduct myself, while for the rest I subscribe myself with all submission, was undersigned, Right Honourable Sir, lower, Your Right Honourable Sir's humble servant, was signed, Jan Hendrik Voll, in the margin, Saleijer the 17th of September Anno 1779, lower, Agrees, signed, H: Breemer, provisional secretary. To the Right Honourable Sir Bernardus van Pleuren Governor and Director there Right Honourable Sir! By my secret letter of the 15th of July of this year I have already informed Your Right Honourable Sir of the arrest of the King of Batchian, and now I have the honour to communicate that the same, who was not sent on the ship Westfriesland or the younger Samuel because he had an uncomfortable ailment at that time, was given passage on the 10th of October with the pantjalling de Kaneelboom, although still somewhat indisposed, though by far not as sick as he had feigned out of fear of having to depart for Batavia, since I judged it in no way advisable and far too dangerous to detain that cunning and crafty enemy of the Company here for another year. Besides the above-written, not much else of importance has occurred here, except that in the month of August last, word was received from Gorontalo that the Magindanaos were cruising back and forth off Cape Falso and before the river mouth there, as well as that the said rabble had steered in the month of May with a strong fleet toward the Strait of Bouton to cruise against the Batavian and Ternatan vessels, without however having heard of any bad consequence from that up to now. In the vicinity of this island, or of Manado, and even in any very large number around Gorontalo, the said pirate rabble has not shown itself this year, which makes me presume that, being afraid of a visit in their own country, they are fortifying themselves there to the utmost in their own manner in order to withstand our power; while the Tidores and Batchians, at least until further orders from Their High Mightinesses, stand fully under the Company's authority and obedience, which I hope to be able to communicate shortly of the Papuans as well, just like those of Maba, Weda, and Pattani. In answer to Your Right Honourable Sir's esteemed secret letter of the 12th of August, and namely regarding what was mentioned therein concerning the two notorious instigators, Lokman and Mama, who were declared outlaws long ago, I cannot refrain from further reporting by this that in the same month of August I was informed by the Postholder of Battjan that a certain Radja Walli, a native Batchian, but always employed by the deported king to sail back and forth to Papua in order 85: to carry out his treacherous designs, and who therefore also stayed mostly on Mixoul, had appeared at Laboea with a small paddling prahu manned with seven paddlers, and had made known there that he had been to Kasiroeta to visit his wife, but she having died shortly before, and not finding his principal, he had come down to the aforementioned post, with further communication that as many as three hundred Papuan vessels were about to come thither to place themselves under the protection of Batchian's king, because the King of Tidore, along with his son, had been sent to Batavia, and that along with the said vessels there would also be ten Ceram jonks under the command of the two aforementioned rascals; all of which he also recounted to me in like manner upon his arrival here, with a reduction however of the number of the vessels of the Papuans to one hundred and thirty, which however have not appeared up to now and will likely stay away; just as a certain Chinese residing here, named Laulianko, having returned with his pantjalling a few days thereafter from Papua, likewise informed me that the Papuans had indeed been of the intention to steer directly for Tidore with a large fleet accompanied by ten Ceram jonks, upon the summons of the King and Crown Prince of that realm in the past and more than once this year; but having heard that the same had already been sent to Batavia, they had dispersed from one another again and each had returned to their own negorij; while Lokman and his brother Mama, after having traded in Papua for some time, had also returned to Ceram; so that I shall shortly have the pleasant

Dutch transcription

83: Amboina en Expres alhier was aangekoomen om Elf stuks sComp=s onderdanen die hij Ceram van de Papoese Rovers voor seekere somma hebbe uijtgelost aantebrengen, so als gem=te Tanettereesen meede getuijgde door voorsz papoese Natien op het Eijland Bawoelang geroofd, en dat hij voorts niets anders aan boord hebbende als gebakke Sagoe, eenige stellen gabbe gabbe kisten, en wat Loerie vogels voor Nego„ „tie, versoekende van mij een handschrift wanneer van hier vertrek om op Ambon te vertoonen, versoekende hier„ „omtrent orders van uwelEdele gestr: Agtb: hoedanig ik mij gedragen sal, terwijl ik voor 't overige mij met alle onderdanigheijd noeme /:onderstond:/ WelEdele Gestrenge Agtb: Heere /:lager:/ Uwel Edele Gestr: Agtb: onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ Jan Hendrik voll /:in margine:/ Saleijer den 17=e September A=o 1779: — /lager/ Accordeert /:geteekent:/ H: Breemer p:l Sicret=s Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur aldaar Wel Edele Agtbaare Heer! Bij mijnen secreeten brief van den 15: Julij deses jaars heb ik uw Wel Edele Achtbaare ook reets kennis gegeeven van de arrestee„ „ring van den koning van Batchian, en tans heb ik de Eere te bedeelen, dat denzelve, die niet met het schip Westfries„ „land of de jonger Samuel is versonden, wijl hij ter dier tijd= eene ongemakkelijke kwaal had, op den 10=e October, schoon nog wel eenigsints onpasselijk, dog op verre na zo siek niet zijnde, als hij zig uijt vrees van naar Batavia te moe„ „ten vertrekken, wel heeft aangesteld, met de Pantjalling de Kaneelboom is transport gegeeven vermits ik in geenen deelen raadsaam en al te dangereus heb g'oordeeld, om om dien arglistigen en doortrapten Comp:s vijand hier nog een jaar aantehouden Buijten het voorschreevene, is alhier niet veel anders van gewigt gebeurt, als dat men in de Maand Augustus laastleeden van Gorontalo berigt heeft ontfangen, dat de Mangindanauwers af en aan kaap Falso, en voor de qual aldaar kruijsten, zo meede dat gemeld Geboefte in de maand Meij met een sterke vloot naar de straat Bouton was gesteevend, om op de Bataviasche en Ternaatsche vaartuijgen te kruijssen, zonder egter daar van tot nog toe enig kwaad gevolg vernomen te hebben. In de nabijheijd van dit Eijland, of van Mana„ „do, en zelfs ook in een zeer groot aantal omtrent Gorontalo, heeft zig ged=e Roofgespuijs van dit jaar niet vertoond, 't welk mij doet presumeeren, dat z' bevreest voor een besoek in hun eygen land zynde, zig aldaar naar hunne manier ten sterkste fortificeeren om teegen onse magt bestand te zijn; Terwijl de Fi„ „doreesen en Batjanders altans tot nader order van Hun Hoog Edelheeden, volkoomen onder 'sComp=s gezag en gehoorsaamheijd staan, 't geen ik verhoope binnen sorten ook van de Papoen, even als die van Maba„ Weda en Pattanij, te zullen kunnen bedeelen. In andwoord op Uwer WelEdele Agtb: g'agte secree„ „te Letteren van den 12 Augustus, en wel voornamelijk nopens het daar bij vermelde, ten aansien der twee berug„ te voor lange vogelvrij verklaarde Roervinken Lokman en Mama, kan ik niet afzijn bij deesen nog te melden dat mij in deselfde maand Augustus door den Posthou„ „der van Battjan is berigt, dat zeekere Radja Walli een gebooren Batjiander, dog door den versonden koning altoos g'emploijeert over en weeder na de Papoe le vaaren, ten 85: ten eijnde zijne ontrouwe desseijnen ter uijtvoer te bren„ „gen, en zig daarom ook meest op Mixoul onthield„ met een kleine scheppraauw bemand met seeven schep„ „pers op Laboea was verscheenen, en aldaar te kennen gegeeven had, dat hij op Kasiroeta. was aangeweest om zijn vrouw te besoeken, maar die kort te vooren overleeden zijnde, en zijn Principaal niet vindende, naar de gemelde Post was afgekoomen, met verdere Communicatie, dat wel drie Hondert Papoese Vaar„ „tuijgen derwaarts stonden te koomen, om zig onder de bescherming van Batchians koning te begeeven, wijl die van Tidore, neevens zijn zoon, naar Batavia waren versonden, en dat bij de ged=te vaartuijgen zig teffens zouden bevinden tien Ceramse jonken onder het bevel van de twee voorschreevene Booswigten; welk een en ander hij alhier, bij zijn overkomst, mij almeede in diervoegen heeft verhaald, met vermindering nogtans van het getal der vaartuijgen van de Papoen tot Een Hondert dertig stuks, die egter tot nog toe niet verscheenen zijn, en ook wel sullen wegbleijven; gelijk seekere hier thuijs horende Chinees Laulianko, met zijn Pantjalling eenige dagen daar na uijt de Papoen gereverteert weesende, mij ins„ gelijks heeft g'informeert, dat de Papoen wel van intentie waren geweest met een groote vloot velseld van tien Ceramse Jonken, direct na Tidore te steevenen op het ontbod van den koning en kroonprins van dat Rijk in het gepasseerde en meer dan eens in dit jaar; maar gehoord hebbende dat dezelve reets na Batavia waren versonden, zij zig weeder uijt elkanderen en jeder naar hunne eygene Negorij hadden begeeven; terwijl Lokman en zijn Broeder Mama, na eenigen tijd in de Papoe genegotieert te hebben ook weeder naar Ceram waaren terug gekeerd; zo dat ik binnen korten de aangenaame

NL-HaNA_1.04.02_3586_0118 view scan ↗

English

I hope to receive agreeable news from Your Honorable Worship that those harmful subjects and disturbers of the peace there have been caught in the trap, and are already in our power. Meanwhile I have the honor to remain, with the highest esteem, Honorable Worshipful Sir, Your Honorable Worship's very willing servant and friend. Was signed: C: R: Thomassen. In the margin: Ternate, in Castle Orange, 23 December 1779. Extract from a letter written to the Honorable Worshipful Sir Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province of Amboina, by the Junior Merchant and Head at Haroeko, Carel Fredrik Treno, dated 23 April Anno 1780: Having further the honor to bring to Your Honorable Worship's honored attention, during the recent clove harvest no Cerammers, nor any other smugglers, have been perceived or discovered in this district, nor have any the least intentions of the aforementioned hostile attempts been noticed. Extract from a letter written to the same as above, by the Head of Laricque, the titular Junior Merchant Nicolaas Galloo, dated Laricque, 24 April 1706: While further I have the honor respectfully to inform Your Honorable Worship that during the present clove harvest in this district no Cerammers or other smugglers have been discovered, and likewise until now no hostile attempts by the Cerammers or any of their intentions have been perceived and observed. Extract from a letter written to the same as above, by the Head of Hila, the Merchant Mattheus Hartog, dated Hila, 27 April Anno 1780: I have respectfully to note herewith: that here at the office and its further clove-bearing districts during the recent clove harvest, no Cerammers or other smugglers have been perceived or discovered, nor have any hostile attempts or intentions of the Cerammers been noticed. Extract from a letter written to the same as aforementioned, by the Head of Saparoua, the Merchant Iohan Constantijn Cruijpenning, dated Saparoua, 8 May 1780: Proceeding to answer Your Honorable Worship's much respected letter, I testify in the first place that during the recent clove harvest, here and throughout this entire district, no smugglers have been perceived, and also that no attempts have been made by the Cerammers that in any way smack of hostilities; but I have heard this from various Cerammers, that all the Cerammers among themselves have sworn not to occupy themselves with any more clove smuggling, as they are afraid that they will undergo the same fate, if doing so, as Zeilox and other negorijs experienced with the Hongi of Anno 1778 for their unfaithfulness. Below stood: Agrees. Was signed: L:s J:n Haga, Secretary. Today, 23 March Anno 1780, appeared before the officiating members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Castle Nieuw Victoria, in the presence of the Junior Merchant and Provisional Fiscal of this Province, the Honorable Willem Beth Jacobsz: Janis Makailapessij, Christian Native of the negorij Tuchaha, aged by appearance 30 years, who, at the requisition of the aforementioned judicial officer, declared for the pure truth that while he, the declarant, was still very young, he and four other of his companions, each in a small prahu, were scooped up from Hatuana toward the Pia to fish for ikan komo or skipjack; that at that altitude he was overtaken and captured by the Papuans, and subsequently transported by them to Tobo and there bartered to the elder of that hamlet, named Souwiel, for a small rantak and gum; that the Papuans departed from there again, and he, the declarant, heard nothing more of them. Upon specific questioning by the said Honorable Officer, the declarant testifies that he has never seen any clove or nutmeg tree on Tobo; furthermore, that the vessels that arrive there for petty trade are usually those from Keffing, Oerong, Affan, Davang, Goram, Hatumetting, Werinama, and Hatuhahu. Furthermore, that he, the declarant, after having been there for many years, was circumcised and had his hair cropped by order of his aforementioned master, and was subsequently married to a Tobonese woman, by whom he, the declarant, has fathered three children since the time of that marriage; that during all that time he sought ways of escape, and devised all means to get away or to reach his negorij, but that all his applied efforts and diligence thereto were in vain, as those people had him watched far too closely. Where

Dutch transcription

aangenaame tijding van UwelEdele Agtb: hoope te vernee„ „men, dat die schadelijke subjecten en Rustverstoor„ „ders aldaar in den knip gekreegen, en reeds in onse magt sullen weesen. Intusschen heb ik de Eer met de meeste Hooagting te blijven /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer: /: Lager:/ UWel Edele Agtb: zeer bereijdwillige Dienaar en vriend. /:was geteekend:/ C: R: Thomassen /:in margine:/ Ternaten in 't Kasteel Orange den 23=' December 1779: Extract uijt een Brief geschreeven Aan Den Wel Edele Agtbare Heer Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur deser Provintie Amboina door den onderkoopman en Hoofd te Haroeko Carel Fredrik Treno geda¬ „teert 23e April A=o 1780: — Hebbende wijders de Eere UwelEdele Agtbaare ter g'Eerde ken„ „nisse te brengen, er geduurende de jongsten Naguloogst geen Cerammers, dan wel eenige andere smokkelaars on„ „der dit district zyn vernoomen of ontdekt, dan wel Eenige de minste voorneemens van opgem:e vijandelijke attenta„ „tien zijn bespeurd. Extract uijt Een Brief geschreeven aan als booven, door Laricques Hoofd den onderkoopman tit: Nicolaas Galloo gedateert Laricque den 24=e April 1706: — Terwijl verder de Eere heb Uwel Edele Agtb: Eerbiedig te Be„ „rigten dat geduurende de presente Naguloogst onder dit district geene Cerammers of wel andere smokkelaars, ont„ „dekt, mitsg=s tot nog toe eenige vijandelijke attentaten van de Cerammers of derselver voorneemens bespeurd en ontwaard zijn Extract 87: heb ik hier bij Eerbiedig te noteeren: dat hier ten Comptoire en dies verder Nagulgeevende Districten geduurende den Jongsten Naguloogst, geene Cerammers dan wel andere Smokkelaars vernoomen of ontdekt zijn, nog van der Cerammers vijandelijke attentaten of ook voorneemens bespeurt hebben. Extract uijt een Brief geschreeven Aan als meermeld, door Saparouas Hoofd den Koopman Iohan Constantijn Cruijpenning gedateert Saparoua den 8„e Maij 1780:— Ter b'antwoording van voormelde UWel Edele Agtb: veel ge„ „respecteerde Missives treedende, betuijge ik in d' Eerste plaat„ „se, dat geduurende de jongste Naguloogst, alhier en onder dit gantse district, geen smockelaars vernoomen zijn ge„ „worden en ook dat geen attentaten door de Cerammers gedaan is, die eenigsints na vijandelijkheeden sweemt, maar dit heb ik van diverse Cerammers gehoort, dat al„ „le de Cerammers onder haar lieden geswooren hebbe om sig met geen Nagul smockelarijen meer op te houden also zij lieden bevreest zijn, dat zij lieden die selfde, Lot / dat doende :/ ondergaan sulle, als zijlox en andere Negorijen, die met de Hongij van A=o 1778: over haare ontrouwigheijt; ondervonden hebbe. — /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekent :/ L:s J:n Haga sec=s Heeden den 23=e Maart Ao. 1780: Compareerde voor de vaceerende Leeden uijt den E: Agtb: Raad van Extract uijt een Brief geschreeven Aan als vooren door Hilas Hooffd den Koopman Mattheus Hartog ged=t Hila den 27:e April A=o 1780: — Justitie Justitie deses Casteels Nieuw Victoria ten overstaan van den onderkoopman en p=l Fiscaal deeser Provintie D„ E„ Willem Beth Jacobsz: Janis Makailapessij Christen Inlander van de Negorij Tuchaha oud na aansien 30 jaaren den„ „welke ter requisitie van den Iustitieelen officier voor„ „noemd voor de zuijvere waarheijd kwam te declareeren dat terwijl hij declarant nog zeer jong zijnde hij met nog vier andere zijner makkers ieder in een kleijn spraauwtje, van Hatuana, na de Pia geschept zijn, om ikan komo of springers te visschen; dat hij op die hoogte door de Popouen is agterhaald en vast gehou„ „den, en vervolgens door dezelve na Tobo vervoerd en aldaar verruijld aan de oudste van dat gehugt genaamt sou„ wiel voor een kleijne rantak en gom, dat de Papoen weeder van daar vertrokken zijn, en hij declarant niets meer van hun vernoomen heeft, op Expresse afvrage van gem=e E„ Officier betuijgd den declarant dat hij nimmer op Tobo eenig Nagul of Noteboom heeft gezien, wyders dat de vaar„ „tuijgen die daar ter smallenhandel aankoomen, gemeenlijk zijn die van Keffing Oerong, Affan, Davang, Goram Hatumetting, Werinama, en Hatuhahu„ Voorts dat hij declarant na lange jaaren daar geweestte zijn op last van zijn Lijfheer voorn=t is besneeden en het Hair ge„ „kort geworden, vervolgens getrouwd is aan een Tobonee„ „se Vrouw bij welke hij declarant zeedert den tijd van dat Huuwlijk drie kinderen heeft verwekt; dat hij in al dien tijd uijtkomsten heeft gesogt, en alle middelen bedagt om dit heen dan wel na zijn Negorij te geraaken, maar dat alle zijne aangewende pogingen en vlijd daar toe te vergeefs is geweest, also die volkeren te veels op hem hebben laten passen. —. Waar

NL-HaNA_1.04.02_3586_0121 view scan ↗

English

89: 9 Wherewith the Declarant came to end this his Declaration, giving as reason for knowledge as in the text. Was written below: Thus done and declared at Amboina at Castle Nieuw Victoria in the Ordinary Council Chamber of Justice, on the date aforesaid, in the presence of Fredrik Ostrowskij and Hendrik van Wieringen, both Members from the Honorable Council aforesaid, who have signed the minute hereof together with the Declarant and me, Secretary. Lower: In my knowledge. Was signed: An Rijkschroef, Secretary. Still lower: Agrees: An Rykschroef, Secretary. Today, the 25th of March in the year 1780, appeared before the officiating Members from the Honorable Council of Justice of Castle Nieuw Victoria in Amboina, in the presence of the Junior Merchant and Provisional Fiscal of this Province, the Honorable Willem Beth Jacobsz, The Appearer mentioned in the foregoing declaration, to whom the same was now read aloud anew by way of re-examination and made clearly understandable in the Malay language, wherefore the re-examined person fully persisted therein. Was written below: Thus done and re-examined in the Ordinary Council Chamber of Justice, date as above. Was written below: A cross and written beside it: placed by Janis Makailapessij. Lower: In my knowledge. Was signed: An Rijkschroef, Secretary. In the margin: Present before us, and signed: F: Ostrowskij, Hk van Wieringen. Today, the 23rd of March in the year 1780, appeared before the officiating Members from the Honorable Council of Justice of this Castle Nieuw Victoria, in the presence of the Junior Merchant and Provisional Fiscal of this Province, the Honorable Willem Beth Jacobsz, Balij of Mandhar, about 30 years of age by appearance, Mohammedan, who at the requisition of the judicial Officer aforesaid came to declare the following: That that being still very young, he was transported to Tobo by his countrymen, the Mandarese, where he was traded by the eldest Brother of the present Radja of Tobo, named Maitoena, for two small Papuan boys; that the vessel with which he, the declarant, landed at Tobo was manned by 23 souls, the Head of which was named Poengoe Tanda, bringing along for trade some Saleyer cloths and other Macassar linens, which they traded for Massooy and Trepang; furthermore that the vessel departed and he, the Declarant, was brought further into the mountains in order to work native gardens there. That after the passage of several years he married there, and with that wife fathered four children; that since his presence there he has never heard or seen himself, but has heard it said, that once again a vessel from Mandhar was said to have touched at Tobo for the trading of cloves, but that the Radja of that hamlet caused the Head of that vessel with one other to be detained and arrested, and subsequently sent over hither; and that the others fled from there with their vessel; furthermore that according to hearsay vessels from Oerong are also said to have touched there. Furthermore that he, the Declarant, with his Head or Master, was himself indeed in Goram, Keffing, Poeloe Gisser, and Korraij for trade, to exchange linen for their clothing for sago, and that also vessels from those places arrived there again to likewise trade their small wares or trifles in that same manner. Upon express inquiry by the officer aforesaid, the Declarant testified that no tree whatsoever of nutmegs or cloves is to be found on Tobo, and also 91: that on Tobo no Christian resided other than the one who is now brought along here and is named Janis Makailapessij, of Tuhaha, who was brought thither by the Papuans and was ransomed by those of Tobo; that the said Christian subsequently had himself circumcised and according to his recollection ran about for fully a year before he married there, with which wife he then also fathered three children. Wherewith the declarant came to end this his declaration, giving as reason for knowledge as in the text. Was written below: Thus done and declared at Amboina at Castle Nieuw Victoria in the Ordinary Council Chamber of Justice, on the date aforesaid, in the presence of Fredrik Ostrowskij and Hendrik van Wieringen, both Members from the Council aforesaid, who have signed the minute hereof together with the declarant and me, Secretary. Lower: In my knowledge. Was signed: An Rijkschroeff, Secretary. Still lower: Agrees. Was signed: An Rijkschroeff, Secretary. Today, the 25th of March in the year 1780, appeared before the officiating Members from the Honorable Council of Justice of Castle Nieuw Victoria in Amboina, in the presence of the Junior Merchant and Provisional Fiscal of this Province, the Honorable Willem Beth Jacobsz, The Appearer mentioned in the foregoing declaration, to whom the same was now read aloud anew by way of re-examination and made clearly understandable in the Malay language, wherefore the re-examined person fully persisted therein. Was written below: Thus done and re-examined in the Ordinary Council Chamber of Justice, date as above. Signed with Arabic characters and written beside it: placed by Balij. Lower: In my knowledge. Was signed: An

Dutch transcription

89: 9 Waar meede den Declarant deese zijn Declaratie quam te eijndigen gevende voor Reeden van weetenschap ut intextu /:onder stond:/ Aldus gedaan en gedeclareert tot Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria ter Ord=e Raad kamer van Justitie dato voorsz ter presentie van Fredrik Ostrowskij en Hendrik van Wieringen beijde Leeden uijt den Agtb: Raad voorn=t die de minuto deeses neevens den Declarant en mij secret:s hebben ondertee„ „kend /:lager :/ in kennisse van mij. /: was geteekend:/ A=n Rijkschroef secuet= / nog Lager:/ Accordeert :/ A= r Rykschroef sect=t ƒ Heeden den 25=e Maart ao 1780: Compareerde voor de vacee„ „rende Leeden uijt den Agtbaaren Raad van Iustitie des Casteels Nieuw Victoria in Amboina, ten overstaan van den onderkoop„ „man en p=l Fiscaal deeser Provintie D„ E„ Willem Belf J=z Den Comparant in de ommestaande verklaaring ver„ „meld, aan denwelke deselve tans de novo bij forma van Recollement voorgehouden en in de Malteijdse spraak duij„ „delijk te verstaan gegeeven zijnde zo bleef den Recollant daar bij ten vollen persisteeren /:onderstond:/ aldus gedaan en gerecolleerd ter ord=r Raad kamer van Justitie datum ut Supra /:onderstond :/ een kruijsje en daar bij gesz gesteld bij Janis Makailapessij /:lager:/ in kennisse van mij /: was geteekend:/ A= Rijkschroef, secret=s /:in margine:/ ons present /: en geteekent F: Ostrowskij, H k van Wieringen Heeden den 23e Maart Ao. 1700: Compareerde voor de vaceerende Leeden uijt den E„ Agtb: Raad van Iustitie deses Casteels Nieuw Victoria ten overstaan van den onderkoop„ „man en p=l Fiscaal deeser Provintie D, E„ Willem Beth Jacobsz Balij van Mandhar oud na aansien 30 jaaren Mahumetaansch, dewelke ter requisitie van den Justitie„ „eelen Officier voornoemd het volgende quam te verklaaren dat dat hij nog seer Jong zijnde door zijn Landlieden de Madaree„ „sen na Tobo is vervoerd geworden, alwaar hij door de oudste Broeder van den teegenswoordigen Radja van Tobo gen=t Maitoena is ingeruijlt voor twee kleijne papoese jonget„ „jes; dat het vaartuijg waar meede hij declarant op Tobo is aangeland bemand is geweest met 23: koppen waar van het Hoofd gen=t was Poengoe Tanda meede brengende tot Negotie Eenige zaleijereese kleedjes en andere Mac„ „cassaarse Lijwaaden meer, het geen zijl=n verruijld hebben teegens Massooij en Taripangs; wijders dat het vaar„ „tuijg vertrocken en hij Declarant verders in het geberg„ „te gebragt is om aldaar Inlandsche Tuijnen te bewer„ „ken: Dat hij na verloop van Eenige jaaren al„ „daar getrouwd is, en bij die vrouw vier kinderen heeft ver„ „wekt; dat hij nimmer zeedert zijn aan weesen aldaar heeft vernoomen of selve gesien maar wel gehoord te heb„ „ben dat nog eens Een vaartuijg van Mandhar op Tobo zoude zijn aangeweest ter inruijling van Nagulen dog dat den Radja van dat gehugt, het Hoofd van dat vaar„ „tuijg met nog Een anster heeft doen vasthouden en Ar„ „resteeren, vervolgens herwaards op gezonden; en dat de overige met hun vaartuijg van daar gevlugt zijn wijders datt volgens hooren seggen aldaar ook vaartuijgen van Oe„ „rong zoude aangeweest zijn Voorts dat hij Declarant met zijne Hoofd of Lijf„ „heer, zelve wel na Goram, keffing, Poeloe gisser en korraij= ten Handel zijn geweest, om Lijwaad tot hun dekzel voor sagoe in te ruijlen en dat ook weeder vaartuijgen van die plaatsen aldaar zijn aangekoomen om meede hun goe„ „dertjes of kleijnigheeden op die zelve wijse te verruijlen. Op Expresse afvrage van den officier voorn=t be„ „tuijgde den Declarant dat er geen Boom hoegenaamd van Nooten of Nagulen op Tobo te vinden is, mitsg=s dat 91: dat ir op Tobo geen Christen meederhuijs veste dan den geene die tans dit heen meede gebragt en gen=t is Janis Makai„ „lapessij; van Tuhaha, welke van de Papoen derwaards ge„ „voerd en door die van Tobo ingelost is dat geme Christen zig voorts heeft laaten besnijden en na zijn gedagten nog wel een Jaar heeft geloopen eer denzelven aldaar ge„ „trouwd is. bij welke vrouw hij dan ook drie kinderen verwekt heeft. Waar meede den declarant deese zijne declaratie= quam te Eijndigen geevende voor reeden van weetenschap ut in Textu /:onderstond:/ Aldus Gedaan en gedecla„ „reert tot Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria ter Ord=e. Raadkaamer van Justitie dato voorsz ter presentie van Fredrik Ostrouwskij en Hendrik van Wieringen beij„ „de Leeden uijt den Raad voorn=t die de minute deeses nee„ „vens den declarant en mij Sec=s hebben onderteekend= /:lager:/ in kennisse van mij /:was geteekend A=n Rijkschroeff Rd=s /: nog lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ A:REijt schoeff sec= Heeden den 25=e Maart Ao 1780: Compareerde voor de vaceerende Leeden uijt den Agtb: Raad van Justitie des Ca„ „steels Nieuw Victoria in Amboina, ten overstaan van den Onderkoopman en p=l Fiscaal deeser Provintie D„ E„ Willem Beth Jz. Den Comparant in de ommestaande verklaring vermeld, aan denwelke deselve tans de novo bij forma van Recolle„ „ment voorgehouden en duijdelijk in de Maleijdse spraak te verstaan gegeeven zijnde zo bleef den Recollant daar bij ten vollen persisteeren /:onderstond:/ Aldus gedaan en en gerecolleert ter ord=e Raadkaamer van Iustitie datum ut supra /:geteekent met Arabische Caracters en daar bij gesz ge„ „steld bij / Balij /: Lager:/ in kennisse van mij /: /was geteekent:/ A=n

NL-HaNA_1.04.02_3586_0124 view scan ↗

English

A. Rijkschroeff, Secretary. In the margin: present before us, was signed I. Ostrouwskij, H. v. Wieringen. Today, the 11th of April, Anno 1780, appeared before the acting members of the Honorable Council of Justice of the Castle Nieuw Victoria in Amboina, in the presence of the Principal Fiscal of this Province, the Honorable Willem Beth Jacobsz: Kobiaij, Orang Kaya of Poeloe Gisser, of the Mohammedan religion, aged by appearance over 50 years, who, at the requisition of the judicial officer aforementioned, related the following: That he, with eighteen more men of his subordinates, sailed in a junk to Rarakit; that he found there six Papuan kora-koras from Great Salawattij; that he, the deponent, ransomed from the chief of the kora-koras eleven Salayerese from the settlement of Tanette, who had been captured by them on Poulo Bawalowang, giving for each person one thail of gold, valued by him, the deponent, each thail at 12 heavy schellingen, or together in Ceram currency six hundred and sixty heavy rix-dollars; that he, the deponent, after a stay of one day, sailed back to Poeloe Gisser, and there refitted his junk, subsequently setting sail for Saparoua to request a pass from the chief there to go to Saleijer, and at the same time to give notice of his eleven ransomed Salayerese; but having been unable to reach that trading station due to heavy contrary wind and current, he fell before this inlet, but again due to heavy contrary wind, current, and lack of provisions, was forced to bear away again and seek a good refuge elsewhere; but that the nakhoda of the Salayerese, Sepattij, assured him that on Saleijer a Resident was stationed on behalf of the Company, and that it would be best, as the wind was favorable thereto, to steer thither; that he, the deponent, also succeeded within the span of fourteen days in casting anchor before the island of Kabaijena, having taken on water there and refitted the rigging, sailed directly from there to Saleijer, and the next day came to anchor before that trading station. That he, the deponent, went with the Nakhoda Sepattij to the chief, made his arrival known, and briefly related his ransoming of the eleven Salayerese; that the Resident reassured him and said that he should return the next day; that he went to speak to the Resident again the next day, and after many exchanges of words they finally agreed that he would receive ten rix-dollars for each person, but that this would be paid in Salayerese value, namely calculated at 36 stuivers per piece of linen. That he, the deponent, was continually stalled by the Resident until the time that the Resident departed with his pantchiallang for Maccasser, but having previously assured him, the deponent, that the Sergeant would hand over to him the said ten rix-dollars per person in linens; but that the Sergeant, just like the Resident, placated him with delays; and that all requests made by him were in vain, until he, the deponent, was finally forced to request to go to Tanette himself, which was granted to him, the deponent, by the Sergeant. That he, the deponent, thereupon did not fail to sail directly to the settlement of Tanette, which he reached in the evening; that thereupon, the next day, he went to speak to the young Raja of that hamlet; that this Raja also directly reassured him, the deponent, but with words without deeds, as after a stay of five days, in the evening, he received on board his junk a youth who warned him to leave immediately, as the Raja had forged a plan to have him, the deponent, along with his crew, put to death; that he, the deponent, cared little about this and remained at anchor; the next morning, wishing to go speak to the Raja, he, the deponent, met along the way two females, being a mother and daughter, who in Malay also warned him concerning the plot forged against their lives, declaring that it was not safe to proceed further, as the men designated for the purpose were already prepared in the houses standing nearby to carry out their murderous plan. That he, the deponent, thereupon did not deem it advisable to proceed further, and as quickly as possible reached his junk and gave orders to set sail; that in the meantime he found on board five Salayerese who brought two cast nets for sale; that he, the deponent, detained those five persons and thus brought them away to compensate somewhat for his losses. That he, the deponent, also immediately upon his arrival at Gisser made a report of his experiences to the chief of Saparoua, as he, the deponent, had at the same time been summoned by that chief on behalf of the Company. Lastly, upon express interrogation by the officer aforementioned, the deponent declared not to have taken the least trade goods whatsoever from Poeloe Gisser for sale, and to have brought nothing back from Saleijer.

Dutch transcription

A=n Rijkschroeff Sec=s /:in margine:/ ons present /:was geteekent I: Ostrouwskij, H=k v: Wieringen Heeden den 11 April Ao. 1780: Compareerde voor de vaceerende Leeden uijt den Agtb: Raad van Justitie des Casteels Nieuw Victoria in Amboina ten overstaan van den p=l Fiscaal deeser Provintie D„ E„ Willem Beth Jacobsz Kobiaij Orangkaij van Poeloe Gisser van de Ma„ „hometaansche Godsdienst oud na aansien ruijm 50 jaaren, dewelke ter Requisitie van den Justitieelen Officier — voorn=t het volgende relateerde; Dat hij met nog ag„ „tien koppen van zijn onderhoorige, met een jonk na Ra„ „rakit is geschept, dat hij daar heeft gevonden ses pa„ „poese Corre Corres van groot. Salawattij; dat hij Re„ „latant van 't Hoofd der Corre Corre heeft ingelost Elf„ door hunlieden op Poulo Bawalowang geroofde Saleij„ „ereesen van de Negorij Tanette, geevende voor jeder Persoon Een thail goud bij hem Relatant gewardeert ie„ „der thail op 12: schellingen swaar, ofte te saame aan Cerams geld ses Hondert en sestig Rijxd=s swaar geld; dat hij Relatand na een Dag verstoevens weeder na Poeloe gisser is geschept, en aldaar zijnen jonk in staat gesteld, vervolgens na Saparoua onderseijl ge„ „gaan om aan het opperhoofd aldaar een pas te ver„ „soeken, na Saleijer; en teffens kennisse te geeven van zijn Elf ingeloste saleijereese, dog door swaar tee„ „gen wind en stroom dat Comptoir niet hebbende kun„ „nen bereijken, vervallen is voor deesen Inham, dog weeder door swaare teegenwind, stroom en gebrek aan leevensmiddelen is genoodsaakt geworden weder af 7 93: af te houden en elders een goed heen koomen te soeken dog dat de ankoda van de saleijereesen Sepattij hem verseekerde dat op Saleijer Een Resident sComp=s weegen daar lagen het best zoude zijn also de wind daar toe voordeelig was, na toe te steeven; dat het hem relatant ook gelukte binnen den tijd van veertien dagen het anker te werpen voor het ijland Kabaijena, hebbende aldaar water ingenoomen en het touw„ „werk voorsien, direct van daar na Saleijer geschept en des anderen daags voor dat Comptoir te anker gekoomen is Dat hij Relatant met de Anekoda Sepattij na het Opperhoofd is gegaan zijn arrivo bekent gemaakt en in kor„ „te voorgehouden zijn inlossing van Elf saleijereesen; dat den Resident hem heeft te vreeden gesteld en gesegd dat 's anderen daags soude weeder koomen, dat hij des anderen daags weeder den Resident is gaan spreeken en na veele woordewisselingen Eijndelijk te saamen zijn over een gekoo„ „men vooor ieder kopte zullen genieten sien Rds dog dit zoude bestaan in zalaijereese waarde te weeten gereekent jeder stuk Lijwaad op 36: stuijvers Dat hij Relatant door den Resident gaande weg is opgehouden tot tijd en wijle dat hij Resident met zijne Pantjalling na Maccasser is vertrokken, dog hem Relatant alvoorens betuijgd hebbende dat den Zerg=t hem den genoemde Tien Rd„s voor ieder kop aan Lijwaden zou„ de ter hand stellen dog dat de serg=t evengelijk de Resident hem paaijde met uijtstel; en alle versoeken door hem te ver„ „geefs in 't werk gesteld wierde tot dat hij Relatant eijnde„ „lijk genootsaakt is geworden om te versoeken selver te gaan naar Tanette, het welk hem Relatant door den sergeant ingewilligt wierd Dat hij Relatant daar op niet versuijmde direct na de Negorij Tanette te schoppen het welke hij 's avonds was 's avonds bereijkte; dat daar op 's anderendaags den jongen Radja van dat gehugt is gaan spreeken dat dien Radja hem Relatant ook direct te vreeden stelde, dog met woorden, sonder daaden also hij na verblijf van vijf dagen, 's avonds aan zijn jonk aan Boord kreeg een jongeling die hem waarschouwde om illico te vertrekken also den Radja een voorneemen had gesmeed om hem Re„ „latant met zijn Massenaijers om 't leeven te doen brengen dat hij Relatant zig daar wijnig aan bekreunde is blij„ „ven leggen; 's anderen daags ogtens den Radja wil„ „lende gaan spreeken hem Rel=t onderweg ontmoetende twee Vrouwspersoonen, zijnde Moeder en Dogter welke hem in 't Maleijds ook waarschouwde weegens den ge„ „smeeden toeleg op hun leeven met betuijging dat het niet seeker was om verder te gaan, alsoo de daar toege„ „projecteerde Manschappen, bereets in de daar omtrend staande huijsen gereed waaren om hun moordadig voor„ „neemen ter uijtvoer te brengen Dat hij Relatant daar op niet Raadsaam oor¬ „deelde verder te gaan, en zo gaauw mogelijk was zijn Jonk bereijkte en ordre stelde om onder zeijl te gaan, dat ondertussen aan Boord vond Vijf saleijereesen, welke te koop bragten twee werpnetten dat hij Relatant die Vijf Persoonen vast heeft gehouden en also dit heen gebragt om zijn schaade eenigsints te vergoeden. Dat hij Relatant ook aanstonds bij zijn arrivo op gisser, heeft Rapport gedaan van zijn weerdervaaren aan de Hoofd van Saparoua, also hij Relatant teffens door dat Opper„ „hoofd 'sComp=s weegen was opgeroepen Laastelijk op Expresse affrage van den Offi„ „cier voornoemd betuijgd den Relatant geen de winste Negotie hoegenaamd van Poeloe Gisser ter koop meede genoomen te hebben, en weeder van Saleijer niets te rug

NL-HaNA_1.04.02_3586_0127 view scan ↗

English

95: brought back except only the Saleyerese found on board with the cast nets they had brought along; while he was so shamefully treated by the Resident Sergeant of Saleyer and the Radja of Tanette concerning the exchange of his linen cloth for the eleven Saleyerese redeemed from the Papuans. Wherewith the relator concluded this his statement, giving as the reason for his knowledge that which is stated in the text. Below stood: Thus related in the ordinary council chamber of Justice, date as above, in the presence of Jn Janszen and Gt Wildschut, both members of the Honorable Council aforesaid, who signed the minute hereof along with the relator and me, the Secretary. Lower stood: In witness of me. Was signed: An Rijkschroeff, Secretary. Today, the 12th of April Ao. 1700: Appeared before the sitting members of the Honorable Council of Justice of Castle Nieuw Victoria in Amboina, in the presence of the provisional Fiscal, the Honorable Willem Beth Jacobsz: The appearer mentioned in the preceding relation, to whom the same was now read again de novo by way of verification and made clearly understood in the Malay language, whereupon the recollant fully persisted therein, without desiring the least alteration. Below stood: Thus done and verified in the ordinary council chamber of Justice, date as above. Below stood and marked with a cross: written next to it: made by the relator Cobiai. Lower: In witness of me. Was signed: An Rijkschroeff, Secretary. In the margin: Present before us as commissioned members. Was signed: J: Jansz: and Gst Wiltschut: Today Today, the 15th of April Ao. 1700: Appeared before the sitting members of the Honorable Council of Justice of this Castle Nieuw Victoria in Amboina, in the presence of the Junior Merchant and provisional Fiscal of this Province, the Honorable Willem Beth Jacobsz: Maningbalij, aged by outward appearance 45, Dolo 15, Basoe 11, Minsoanna 8, and Docahie also 8 years, all from the Negorij Tanette, under the district of Saleyer, Mohammedan; who, at the requisition of the judicial officer aforementioned and also in favor of the sincere truth, declared and related through the interpretation of the free burgher Mattheus Dam, that, being unable to specify the exact time when they were carried off from their negorij by the Ceram Orangkaij of Poeloe Gisser named Maba, but that this occurred on the occasion when he came to anchor before their negorij with his vessel, and they had brought on board his vessel to sell two cast nets, along with a rope belonging thereto; that while they were engaged in bartering, after staying some time, they were tied up by the crew of that vessel by order of the said Orangkaij Maba; that he furthermore set sail immediately, and thus brought them bound to the Negorij Poeloe Gisser. That according to their estimation, after a stay of three months at Poeloe Gisser, they were summoned by the chief of Saparoua together with the Orangkaij, and were sent over here; the relators further requesting to be sent back to their birthplace Saleyer. Upon the express questioning by the Honorable Officer aforementioned, they 97: unanimously testify to having suffered not the least mistreatment from the aforementioned Orangkaij Maba, and thus also know to bring not the least complaints against him, other than only their abduction from Saleyer. Wherewith the relators concluded this their relation, giving as the reason for their knowledge as in the text. Below stood: Thus related in the ordinary council chamber of Justice, date as above; in the presence of Jan Jansz and Geerlof Wiltschut, both members of the Honorable Council of Justice, who signed the minute hereof along with the relators and me, the Secretary. Lower: In witness thereof. Was signed: An Rijkschroeff, Secretary. Today, the 17th of April Ao. 1700: Appeared before the sitting members of the Honorable Council of Justice of this Castle Nieuw Victoria in Amboina; in the presence of the Junior Merchant and provisional Fiscal of this Province, the Honorable Willem Beth Jacobsz: The relators mentioned in the preceding relation, to whom the same was now read again de novo by way of verification, and, in the presence of the Orangkaij of Poeloe Gisser Maba, alias Cobiaij, through the interpretation of the free burgher Mattheus Dam, made clearly understood; whereupon the relators fully persisted therein. Below stood: Thus done and verified in the ordinary council chamber of Justice, date as above. Was signed: all with a cross, and written next to it: made by Maningbalij, made by Dolo, made by Basoe, made by Minsoanna, made by Docahie. Lower: In witness of me, was

Dutch transcription

95: rug gebragt dan alleenlijk de aan boord gevondene Saij„ „laijereesen met hun meede genoomene werpnetten; ter„ „wijk hij door den Resident Serg=t van Saleijer en de Radja van Tanette so schandelyk is te keur gesteld omtrent zijne in ruijling van zijn Lijwaad tegens de van de Papoen ingeloste Elf saleyereesen. Waar meede den Relatant dit zijn Relaas quam te eijndigen, geevende voor Reeden van weetenschap als in den text /:onderstond:/ Aldus gerelateerdt ter ord=e Raadkamer van Iustitie datum ut Supra ter presentie van J=n Janszen en Gt Wildschut beijde Leeden uijt den Agtb: Raad voorn=t die de minute deeses Neevens den Relatant en mij Sec=s hebben on„ „derteekend /:Lager:/ in kennissen van mij /:was geteekend:/ A=n Rijkschroeff Sec=s Heeden den 12e April Ao. 1700: Compareerde voor de vaceerende Leeden uijt den Agtb: Raad van Iustitie des Casteels Nieuw Victoria in Amboina, ten overstaan van den p=l Fiscaal D„ E„ Willem Beth Jacobsz: Den Comparant in het ommestaande Relaas ver„ „meld, aan denwelke het selve tans de Novo bij forma van Recollement voorgehouden en in de Maleijdse spra„ „ke duijdelijk te verstaan gegeeven zijnde, zo bleef den Recollant daar bij ten vollen persisteeren, zonder de minste verandering te begeeren /:onder stond:/ aldus ge„ „daan en gerecolleert ter ord=e Raadkamer van Justitie datum ut Supra /:onder stond en geteekend met een kruijsje:/ daar bij geschreeven gesteld bij den Relatant Cobiai /lager:/ in kennisse van mij /:was geteekend:/ A=n Rijkschroeff: sec=t /:inmargine:/ ons present als gecommitteerde Leedent /: was geteekend :/ J: Jansz: en Gst Wiltschut: Heeden Heeden den 15e April Ao. 1700: Compareerde voor de vaceerende Leeden uijt den Agtb: Raad van Justitie deeses Casteels Nieuw Victoria in Amboina, ten over„ „staan van den onderkoopman en p=l Fiscaal deeser Provintie D' E„ Willem Beth Jacobsz: Maningbalij, oud na uijterlijk aansien 45: Dolo 15: Basoe 1/12: Minsoanna 8: en Docahie meede 8 jaaren alle van de Negorij Tanette, onder het district vand Saleij„ „er Mahometaansch; dewelke ter requisitie van den Justitieelen officier voornoemt en teffens ten faveure van de opregte waarheijd verklaarde, en relateerde bij ver„ „tolking van den vrijburger Mattheus Dam, dat zij l= de natte tijd niet kunnende bepaalen, wanneer zijlieden door den Cerams Orangkaij van Poeloe Gisser genaamt. Maba, van hun Negorije zijn vervoerd geworden maar dat zulx geschiet was bij geleegentheijd denselven met zijn Jonk voor hun Negorij is ten anker gekoomen, en zijlleden aan boord van zijn jonk te koop gebragt hadden twee werpnetten, neevens een daar toe ge„ „hoorende touw; dat zijl=e daar meede in ruijling waaren na eenige tijd vertoekens door de volkeren van dat vaartuijg op order van gem=e Orangkaij Maba zijn vastgebonden geworden; voorts direct onderzeijl gegaan is, en hun also gekneeveld op de Negorij Poeloe gisser overgebragt Dat zijl=n na hun gedagten na drie maandens ver„ „blijf te Poeloe gissir, door het opperhoofd van Sapa„ „roua neevens den Orangkaij zijn opgeroepen, en dit heen overgezonden geworden; Versoekende zij Relatanten voorts om na hun geboorteplaats Salleijer weeder te rug gesonden te mogen worden Op Expressien afvrage van den E„ Officier voorn=d betuijgen 9:7 betuijgen zijl=k eenpariglijk geen de minste mishande„ „ling van den meerm:t Orangkaij Maba ondergaan te hebben en dus ook geen de minste klagten teegens denselven weeten in te brengen dan alleen hun hervoer van Saleijer Waar meede de Relatanten dit hun Relaas quaa¬ „men te eijndigen, geevende voor reeden van weetenschap ut in Textu, /:onderstond:/ Aldus gerelateerd ter ordinaire Raadkaamer van Justitie, datum ut supra; ter pre„ „sentie van Jan Jansz en Geerlof Wiltschut beijde Leeden uijtt den Agtb: Raad van Iustitie die de minute deeses, neevens de Relatanten en mij Sec=s hebben onderteekend: /:lager:/ Dit getuijgd / was getee„ „kend :/ A=n Rijkschroeff Sec=s Heeden den 17:e. April a o. 1780: Compareerde voor de vaceerende Leeden uijt den agtb Raad van Justi„ „tie deeses Casteels Nieuw Victoria in Amfoina; ten overstaan van den Onderkoopman en p=l Fiscaal deeser Provintie, D„ E„ Willem Beth Jacobsz: De Relatanten in het voorenstaande Relaas ver„ „meld aan dewelke het selve tans de novo bij forma van Recollement voorgehouden en in face van den Orangkaij van Poeloe Gisser Maba /:alias:/ Cobiaij, bij vertolking van den vrij Burger Mattheus Dam, duijdelijk te ver„ „staan gegeeven: zijnde; zo bleeven zij Relatanten daar bij ten vollen persisteeren /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd ter ordinaire Raadkaamer van Justitie Datum ut Supra: /:was gete„ „kend :/ alle met een kruijsje /:en daar bij gesz:/ gesteld bij = Maningbalij, gesteld bij Dolo, gesteld bij Basoe, gesteld) bij Min Frama, gesteld) bij Docahie /:lager:/ in kennisse van mij was

NL-HaNA_1.04.02_3586_0130 view scan ↗

English

Signed: A:n Rijkschroeff, Secretary. In the margin: Present as commissioner members, signed: J: Jansz: and G:t Wiltschut. Lower down: For this translation, signed with a cross and recorded as drawn up by Mattheus Dam. Today, the 25th of May 1780, appeared before me, Lambertus Jansz Haga, Junior Merchant and Secretary of Police for this Government, in the presence of the witnesses named below: Karahita, native of Manipa Loehoe, by appearance about forty years old, of the Mohammedan religion, who, at the requisition of the Right Honorable Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province, related and declared as true and truthful: that more than three months ago, he was sent by the Resident of Manipa together with another native by prahu to the island of Amblauw to inspect the aforementioned Resident's chiampang; that he, the narrator, was abducted there by the Papuans of Salawattij; and, after having first touched at Goram, where the raiders sold several prisoners, and where the Rajas of Salawattij and Roemasoal were present, was conveyed further and subsequently sold by those of Salawattij to the Raja of Roemasoal named Mangoe, for whom he, the narrator, acted as panassie of the boeboes. That having been at Roemasoal for almost one month, the Raja of Roemasoal, his master, was invited by the Raja of Salawattij to come there and attend the circumcision of his son; whereupon the Raja of Roemasoal also went thither, and he, the narrator, had to accompany him in person. That he, the narrator, having thus arrived at Salawattij, saw lying there at anchor a three-masted ship, almost as large as a Company vessel, flying a red flag with a white and blue cross in the corner thereof, which he was able to inspect more closely; and he also saw that the captain went ashore twice to the Raja of Salawattij, without many of the crew showing themselves on land, though a very few came to trade linens for sago, yet to his knowledge they brought no firearms or gunpowder from on board. That after the passage of a few days, the Raja of Salawattij and the Raja of Roemasoal traveled on board with the captain of the aforesaid ship in his boat, and he, the narrator, was also taken along by the Raja of Roemasoal; and subsequently he saw that this ship carried two tiers of guns, and the shrouds of the rigging were covered half-way with copper; and that the captain was dressed in a red waistcoat, and the common crew in red short coats, the latter being barefoot, wearing a knitted cap on the head, and all being fair-skinned. That while the aforementioned two Rajas were in conversation with the captain of the ship, the latter made use of an interpreter belonging on board, who was somewhat dark-skinned and spoke broken Malay; while the discussions were held separately, and he, the narrator, thus obtained no direct knowledge of them, except only from the said Rajas that four more ships were expected there shortly, and that the intention was to overpower the islands of Bouro and Manipa therewith; for which purpose these ships would be reinforced with three hundred kora-koras from Salawattij, Roemasoal, Pattanie, and other settlements belonging under Tidore, just as during the narrator's presence on Salawattij two kora-koras had been dispatched, one to Pattanie and the other to Oening, to invite those peoples thereto. That subsequently, on board the said ship, he, the narrator, was asked by the said Rajas of Roemasoal and Salawattij whether he saw a way and would undertake to bring those ships into the roadstead of Bouro and Manipa and serve them as a guide; which, upon repeated inquiries, he accepted, whereupon it was further promised to him by these Rajas that if one of those settlements were overpowered, they would appoint him, the narrator, as a reward, as captain over the Papuans. That upon asking when this undertaking would commence, the appearer learned that this was to take place with the coming new moon, he, the narrator, by his best estimate, having been 20 days away from Salawattij. Furthermore, the narrator declared that he had heard or learned nothing more of the aforesaid ships or anything else regarding this matter, nor of the gathering of the kora-koras, remarking that they would hardly be able to bring together this large number of 300 vessels, and moreover in so short a time, assuming therefore that this number must have been exaggerated. Further,

Dutch transcription

/:was geteekend:/ A=n Rijkschroeff secret:s /:in margine:/ ons = present als gecommitteerde Leeden /:was geteekend:/ J: Jansz: en G:t= Wiltschut /:lager:/ voor dies vertooking /:geteekend. met een kruijsje en daar beschreeven Gesteld bij Mattheus Dam Op Heeden den 25e Maij 1780: Compareerde voor mij Lambertus Jansz Haga Onderkoopman en Secretaris van Politie ten deesen Gouvernemente present de Getuijgen nagenoemd Karahita Inlander van Manipa Loehoe oud na aansien omtrend veertig jaaren van de Mahume„ „taanse Religie, dewelke ter requisitie van den Wel Ede„ „le Agtbare Heer Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur deeser Provintie relateerde en als waar en waaragtig verklaarde; dat hij ruijm drie maanden geleeden door den Resident van Manipa met nog een Inlander per praauw na het Eijlland Amblauw afgesonden is om gem=te Residents Chiampang te besien, hij relatant aldaar door de Patpoen van Sa„ „lawattij gerooft, en na alvoorens op goram te hebben aangeweest, alwaar de Roovers verscheijde gevangene verkogt hebben; en den Radjas van Salawattij en Roemasoal present geweest zijn, verder vervoert mitsg=s naderhand door die van Salawattij aan den Radja van Roemasoal Mangoe genaamt verkogt is, bij wien hij Relatant als Fanassie van de Boeboes= g'ageert heeft „Dat hij bijna Een Maand te Roemasoal aange„ „weest zijnde, den Radja van Roemasoal zijn meester, door den Radja van Salawattij genoodigt is om daar te koomen en de besnijdenis van desselfs zoon bij „ 2 99: bij te woonen, gelijk den Radja van Roemasoal zig ook derwaards begeeven en hij Relatant hem zelfs heeft moeten versellen. Dat hij Relatant in diervoegen op salawattij gekoomen zijnde, aldaar heeft ten anker sien leggen Een Driemast schip bijna zo groot als een 's Comp=s voerende een Roode vlag met een wit en blaauw kruijs in de agterkant van dezelve, gelyk hij sulx nader naauw„ keurig heeft kunnen besigtigen, en ook gezien heeft dat de kapitain tweemaal bij den Radja van Sala„ „wattij aan Land geweest is zonder dat zig egter veel scheepelingen aan de wal hebben vertoond, terwijl ee„ „nige weijnige Lijwaten voor sagoe kwamen ruijlen dog zo ver het hem bekent is geen schietgeweer of kruijt van Boord bragte Dat na verloop van weijnige dagen den Radja 1 van Salawattij en den Radja van Roemasoal met de Capitain van het voorsz Schip in desselfs schuijt na Boord gevaaren zijn, en hij relatant door den Radja van Roemasoal derwaards meede genoomen is, mitsg=s vervolgens gesien heeft dat dit schip twee laag geschut voerde, en de Hoofdtouwen van het wand tot hal„ „verweeg met kooper bekleed waaren, en dat de Capitain met een Rood kamisool en de gemeene scheepelingen met roode korte Rokjes gekleed mitsg=s de laaste bloots voets waaren, hebbende een gebreijde muts op het Hoofd en alle blank van Vel. Dat voorm=de twee Radjas met den Capitain van het schip in gesprek zijnde den laaste zig bediende van een Tolk daar aan Boord horende, zijnde iets bruijn van vel, spreekende gebrekkig Maleijds, terwijl de samen„ „spraaken appart gehouden wierden en hij Relatant dus daar van geen kennis deng bekoomen heeft, als alleen van s van ged=te Radjas, dat aldaar binnen kort nog vier scheepen verwagt wierden, en het voorneemen was om aldaar meede de Eijlanden Bouro en Manipa te overmees„ „teren, ten welken eijnde deese scheepen zouden worden versterkt met Drie Hondert Corre Corren van Sala„ „wattij, Roemasoal, Pattanie en andere onder Tidor gehoorende Negorijen, gelijk bij des Relatants aanwee„ „sen op salawattij twee Corre Corren, als een na Patta„ „nie en de ander na Oening afgezonden waren om die volkeren daar toe te nodigen Dat vervolgens hij Relatant aan Boord van het ge„ „melde schip door ged=t Radjas van Roemasoal en Salla„ „wattij gevraagd is of kans zag, en aannam die scheepen op de Rheede van Bouro en Manipa te brengen en hun als wegwijser te dienen, het welk hij op de herhaal„ „de vragen aangenoomen hebbende hem door deese Radjas wijders toegesegt wierde dat bij aldien een van die Comptoiren overmeesterd wierde zij hem relatant tot een belooning als Capitain over de Papoen zouden aanstellen Dat den Comparant op de vrage wanneer die ondernee„ „ming zoude aangevangen worden vernoomen heeft, dat zulx stond gevolg te neemen met de aanstaande nieuwe maan hebbende hij Relatant na zijn beste gissing na 20: dagen van Salawattij geweest Voorts verklaarde den relatant van voorsz scheepen of iets anders dien aangaande niets meer gehoort of vernoomen te hebben, ook niet van de versaameling der Corre Corres, aanmerkende dat zij dit groot getal van 300 stuks beswaarlijk bij den ander sullen kunnen brengen, en dat buijten dien nog in een zo korten tijd,= stelende dus dato dit getal bij vergrooting zal genoemd zijn: — Alverder

NL-HaNA_1.04.02_3586_0133 view scan ↗

English

The appearer further related that, having asked the said Radjas on a certain occasion why they would not attack Sawaij first, they replied thereto that this was fish in the pot, as long as they were masters of Bouro and Manipa. The appearer further relates that he saw seven Papuan kora-koras depart from Roemasoal towards the direction of Sawaij, probably to commit piracy, just as he, having shortly thereafter obtained the opportunity to escape by proa from Roemasoal—whither he had returned with his Radja—together with three other Bouronese, learned at P:lo Tikus from Bonoers that those robbers had passed there and were behind Kelang. That the appearer, having fled in the manner aforesaid, arrived at Holtij, and subsequently at Htatiling, and the Orangkaij of the latter negorij had him brought to Sawaij by a mestizo soldier named Abraham, while in the meantime the three Bouronese, his companions, one a native of Massarette and the two other Alfurs of that negorij, deserted him and sought a safe refuge, whereas the appearer was sent hither by Sawaij's Postholder with the second vote of that negorij, and, out of fear for the Papuans, arrived here from and around Poelo Tikus or from Patolla via the overland route to Pieroe, subsequently to Loehoe, and thus via Hiela. Herewith the appearer ended this his account, giving as the reason for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same under oath if required. Below was written: Thus done and related in Amboina at Castle Victoria on the date aforesaid, in the presence of Elias Mazel and Daniel van Rijswijk, clerks, as witnesses, who signed the minute hereof along with the relator and me, the secretary. Lower: Which I attest. Signed: L:s C:n Haga, secretary. Report of the Right Honorable Lord Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province. Right Honorable Lord! In respectful compliance with your Right Honorable’s venerated order, according to the instructive ordinance dated 23 November of the past year delivered to us by the merchant and Head of this office Mattheus Hartog, we, the undersigned, have discovered in the forests and on the mountains at Hoamohel or Little Ceram, and spared from eradication, as well as placed marks on the site thereof, a number of one hundred forty-five genuine nutmeg trees, to wit: On the Olatoe Mountain Adult: 3. Half-grown: 3. Young: 3. Total: 9. The adult estimated at a length of 4 to 7 fathoms and the thickness in circumference from 13 to 18 inches, the half-grown 1½ fathoms long, 4 inches thick, and the young saplings at a length of 1½ fathoms and thickness of 1½ inches. On Mount Sapinaloe Adult: 52. Half-grown: 23. Young: 14. Total: 89. The adult from 3 to 11 fathoms long and thick from 12 to 40 inches; half-grown from 1½ to 2½ fathoms long and 7 to 10 inches thick; young from 1½ to 3 feet long and 1 to 1½ inches thick. On the Erang Papinaloe Mountain! Adult: 10. Half-grown: 0. Young: 0. Total: 10. At a length of 6 to 9 fathoms and thickness of 19 to 31 inches. On the Oniboroe Mountain! Adult: 7. Half-grown: 0. Young: 0. Total: 7. At a length of 7 to 13 fathoms and thickness of 14 to 50 inches. On the Batoeboelang Mountain Adult: 7. Half-grown: 11. Young: 12. Total: 30. The adult at a length of 5½ to 13 fathoms and thickness of 23 to 42 inches; half-grown 2 to 2½ fathoms long and 8 to 10 inches thick; young saplings 1½ to 3 feet long and 1 inch thick. Total: Adult: 79. Half-grown: 37. Young: 29. Total: 145. That is to say: One hundred forty-five genuine nutmeg trees in total, which are fairly flourishing and growing well. Wherewith, under respectful offering of the 17 pieces of ripe fruit found and picked by us, we have the honor to subscribe ourselves with highly due respect. Below was written: Right Honorable Lord. Lower: Your Right Honorable's very humble and dutiful servants. Signed: A: de Cocq, Philip van der Caas, and Adriaan De Haan. In the margin: Hiela Amsterdam, the 13th of April A:o 1780. Report to the Right Honorable Lord Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province. Right Honorable Lord, To comply with the honored order of your Right Honorable contained in the instruction of 31 January of the current year delivered to us, we, the undersigned, have betaken ourselves to the negorijen belonging under that Main Castle, and have there, as well as in the dusuns, gardens, yards, and lands, of servants, burghers as well as Chinese, surveyed and counted such quantity and species of nutmeg trees as were effectively found by us to exist, namely: Fruit-bearing / Half-grown / Young / Summary Total In the Negorij Nussaniere: 1 / 2 / 13 / 16 In the Negorij Hatoe: 1 / 0 / 1 / 2 In the Negorij Shoesing: 2 / 3 / 84 / 89 In the Negorij Groot Hative: 1 / 12 / 25 / 38 In the Negorij Sawierie: 0 / 0 / 0 / 0 In the Negorij Zeijlale: 0 / 3 / 38 / 41 In the Negorij Oerimessing: 2 / 0 / 9 / 11 In the Negorij Kielang: 4 / 1 / 2 / 7 In the Negorij Hatalaij: 4 / 5 / 59 / 68 In the Negorij Soija: 14 / 28 / 251 / 293 In the Negorij Nako: 1 / 1 / 22 / 24 Carried forward: 31 / 55 / 504 / 590

Dutch transcription

101: 101 Al verder relateerde den Comparant dat hij bij seekere geleegentheid ged=e Radjas vragende, waarom datse Sawaij niet eerst zouden aantasten, zij daar op g'antwoord hebben, dat dit vis in de Pot was, in diensen maar Bouro en Manipa magtig waaren. relateerende den Comparant wijders dat hij see„ „ven Papoese Coirre Corren van Roemasval heeft sien ver„ „trecken na de kant van Sawaij, waarschijnelijk om te rooven, gelijk hij, kort daar na geleegentheijd bekoomen hebbende om neevens nog drie Bouroneesen, van Roe„ „masoal werwaards met zijn Radja weeder gekeerd was, peer praauw weg te vlugten, bij P=lo Tikus van Bonoers vernoomen heeft, dat die Roovers daar ge„ „passeert en agter kelang waaren Dat hij Comparant invoegen voorsz gevlugt zijn„ „de te Holtij; en vervolgens te Htatiling aangekoomen is, en den Orangkaij der laaste Negorij hem door een Mixties soldaat Abraham genaamt na Sawaij heeft laten bren„ „gen, hebbende inmiddens de drie Bouroneesen zijn Confraters eene Een Jnlander van Massarette en de Twee andere Alphoeren van die Negorij hem verlaaten, en een goed heen koomen gesogt, terwijl hij Comparant door Sawaijs Posthouder, met de tweede stem dier Negorij herwaards geschikt, en uijt vreese voor de Pa„ „poen af en aan de Poelo Tikus of van Patolla over de Landweg te Pieroe vervolgens te Loehoe en zo over Hiela hier aangekoomen is Hier meede eijndigde den Comparant dit zijn Re„ „laas geevende vooor reeden van weetenschap als in den text, bereid zijnde het zelve des verEijscht wordende met Eede te bevestigen /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerelateert te Amboina aan Egte Nooteboomen son„ Sum„ wassene Jnge marium volpwassene half aan 't Casteel Nieuw Vectoria dato voorsz ter presen¬ „tie van Elias Mazel en Daniel van Rijswijk Clerc„ „quen als getuijgen die de minute deeses neevens den Relatant en mij secretaris hebben onderteekend /:lager:/ Quod Attestort /:was geteekent:/ L:s C:n Haga, secrets: Rapport van den Wel Edelen Agtbaaren Heer Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur deeser Provintie Wel Edelen Agtbaare Heer! In Eerbiedige opvolging van uwel Edele Agtbaare geve„ „nereerde ordre bij de door den koopman en Hoofd deeses Comptoirs Mattheus Hartog aan ons ter hand gestelde Jnstructive ordonnantie sub 23 9ber a=o p=o hebben wij ondergeteekende in de Bosschen en op de Gebergtens te Hoamohel of klein Ceram ontdekt en van de uijtroeijing= gestaakt, mitsgaders kenmerken op de plaatse dersel„ „ver gesteld Een aantal van Een Hondert Vijf en Veer¬ „tig Egte Noote Boomen te weeten Op 't Gebergte Olatoe 3: 9: de volwassene na gissing ter lengte van 4: tot 7: vademen en de dikte in der„ zelver Corcumferentie van 13 tot 18 duijm de halfwassene van 1½ vadem lang 4 d=m dik en de Jonge Basmpjes ter lengte van 1½ radem en dikste van 1½ d=m Op de Berg Sapinaloe 52: 23: 14: 89: de volwassene van 3: tot 11: v=m lang en dik van 12: tot 40 d=m „ half wassene „ 1½ „ 2½ „ „ „ „ 7: „ 10: „ Jonge „ 1½ „ 3: voeten „ „ „ „ 1: „ 1½ „ Op 't Gebergte Erang Papinaloe! 10: —: —: 10: telengte van 6: tot 9: vadem en dikte van 19: tot 31 duijm Op 't Gebergte Oniboroe! 7: —: —: 7: ter Lengte van 7: tot 13: vademen en dikte van 14: tot 50: duijm. Op 't gebergte Batoeboelang 11: 12: 30: de volwassene ter lengte van 5½: tot 13: vadem en dikte van 23 tot 42 duijm — „ Half wassene „„ „ 2: „ 2½ „ „ „ „ 8 „ 10 _=o „ Jonge Boomptjes „ „ 1½ „ 3: voeten „ „ „ 1 duijm 79: 37: 2: 14:/:zege:/ Een Hondert vijf en Veertig Egte Nooteboomen te samen die 3: 3: „ 7: = 1 1 103: die tamelijk fleurig en wel opwassende zijn. Waar meede onder Eerbiedige aanbieding van de door ons gevondene en geplukte 17: stuks rijpe vrugten, hebben wij d' Eere ons met Hoog verschuldige Eerbied te onderschrij„ „ven /:onder stond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager /:/ Uwel Edele Agtbaare zeer onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend A: de Cocq, Philip van der Caas en Adriaan De Haan /:inmargine:/ Hiela Amsterdam den 13e April A=o 1780: — Rapport aan Den Wel Edelen Agtbaaren Heer! Bernardus van Sleuren Gouverneur en Directeur deeser Provintie Wel Edele Agtbaaren Heer Om te voldoen aan het g'Eerde bevel uwer Wel Edele Agtb: vervat bij de ons ter hand gestelde Instructie van den 31 Januarij h„o a=o, heb„ „ben wij ondergeteekendens ons vervoegd op de onder dat Hoofd Cas„ „steel gehoorende Negorijen en aldaar zo wel als in de dou„ „songs Thuijnen, Erven en Landerijen, zo van Dienaaren Bur„ „gers als Chineesen, opgenoomen en nageteld, zodanige quanti„ „teit en zoorten van Nootenboomen, als deselve door ons ef„ fective in weesen bevonden zijn, als„ In de Negorij Nussaniere- - - - - - - - - - - „ „ „ Hatoe - - - - - - - - - - - - - - „ „ „ Shoesing - - - - - - - - - - - „ „ „ Groot Hative - - - - - - - - - 1: 12: 25: 38: „ „ „ Sawierie - - - - - - - - - - - - - „ „ „ Zeijlale. . . . . . . . . . . . . . —: 3: 38: 41: „ „ „ Oerimessing. - - - - . . - - - - - - 2: —: 9: 11: „ „ „ Kielang - - - - - - - - - - - - - - 4: 1: 2: 7: „ „ „ Hatalaij - - - - - - - - - - - - 4: 5: 59: 68: „ „ „ Soija - - - - - - - - - - - - - 14: 28: 251: 293: „ „ „ Nako . . . . . . . . . - - - 1: 1: 22: 24: half „ jongen Summa„ vrugt„ dragende wassene Boomen „rium 1: 2: 13: 16: 1: —: 1: 2 2: 3: 84: 89: Transporteere - - : 31: 55: 504: 1090 Heer der„ dik men 1: - —: —: 1:

NL-HaNA_1.04.02_3586_0136 view scan ↗

English

Transported: fruit-bearing, half-grown, young trees, summary the Negorij Latoehalat: 31, 55, 504, 1090 the Negorij Amahoesoe: 3, 13, 116, 132 the Negorij Ema: 1, 4, 26, 31 the Negorij Hoekoerila: 7, 20, 172, 199 the Negorij Halong: 2, 21, 24 the Negorij Hoekonaloe: 3, 3, 6, 12 Furthermore, in the yards and gardens of the Servants, Burghers, and Chinese, to a general number of: 1, 5, 6 36, 112, 234, 86 or together amounting to a Tantum of: 133, 133, 462, 1220 which we found all pure and clean, yet on the other hand noticed that of the young nutmeg trees planted in the previous year, several have failed and perished; namely: In the Negorij Nussanire: 2, 2 In the Negorij Kilang: 1, 1 In the Negorij Hatalaij: 3, 3 In the Negorij Soeija: 1, 1 In the Negorij Groot Hative: 3, 3 In the Negorij Amahoesoe: 1, 1 In the Negorij Ema: 20, 20 In the Negorij Hoekoerila: 7, 7 In the Negorij Hoekonalo or the Driehuijsen: 3, 1, 38, 42 In the Yards and Gardens of the Company's Servants, Burghers, and Chinese: 2, 2 Or together: 105 Wherewith hoping to have fulfilled the honored intention of Your Right Honorable, we take the liberty and honor to subscribe ourselves with the deepest respect. Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's very obedient and bounden servants. Was signed: Hk Graaff, Wm As Geerenbeek, Pr Sahetapij. In the margin: Amboina the 16th of May 1780. Instruction for the Commander of the Chaloup De Batavier, Hendrik De Lange, to serve for his information and guidance during the cruising in the waters from the Corner of Ouw to the Corner of Titawaij on the East side. Although one cannot doubt that the Ceramese was too severely chastised during the recent large Hongi and Expeditionary Voyage for that nation to forget it within a few years, and that this, if it has not brought about true repentance regarding the violation of the contracts sworn by them, will at least have increased their fear, as has recently been shown by the inhabitants of the Negorij Ceijlor, chastised on the aforesaid occasion, who have come hither, expressed repentance over the unfaithfulness of some among them, subsequently begged for pardon, and upon their persistence and good promises have been received back into favor; nevertheless, experience has shown all too often that the vile nature is rooted too deeply in that nation to entirely abandon the illicit trade in its precious spices, which is so harmful to the Company, and it is thus always to be feared that they will seek opportunity among some treacherous subjects to achieve their foul objective, particularly during this opulent clove harvest; against which, therefore, all vigilance and attentiveness must be exercised, to which end I also dispatch you under today's date with your assigned chaloup to cruise the waters named at the head hereof, wherein you will chiefly have to observe: First, to keep the shores and avenues of the Clove Districts within the cruising range just indicated as closely in sight as possible, and to observe carefully all hiding and anchoring places where opportunity exists for the Ceramese or other rovers to execute their harmful designs; subsequently, upon discovering said bold entrepreneurs, to leave nothing untried to overtake and overpower them, and succeeding herein according to wish, in so far as you capture one or more of their vessels, vessel and cargo shall have to be brought up to the Main Castle under a proper inventory drawn up by you; yet with regard to the people sailing thereon, you are permitted, in the event of an overwhelming force of those rovers to be feared whereby they might escape, to rid yourself of them and punish them with death as spice thieves, taking care, however, that no cruel tortures offensive to Christians take place therein. Just as all caution will have to be observed in this regard, so I order you to proceed with no less exactness regarding all small merchant vessels which, upon meeting, even if provided with a proper Pass, remain subject to inspection; wherein if any spices are discovered, the vessel, cargo, and crew must be sent to the nearest office, and from there hither for further disposition, and this also as aforesaid under a proper inventory; on the contrary, you shall allow them to continue their voyage unmolested and will have to be carefully on guard against extortion, by which I mean demanding any reward for the trouble of inspecting, as such will be punished most rigorously. Yet you are in this matter expressly ordered, in case you encounter one or more vessels subject to Tidore

Dutch transcription

P=r Transport. - . vrugt half„ de Negorij Latoehalat - - - - - - - - - - - - - - „ „ Amahoesoe - - - - - - - - - - - - - „ „ Ema - - - - - - - - - - - - - - - - „ „ Hoekoerila - - - - - - - - - - - - „ „ Halong - - - - - - - - - - - - -- „ „ Hoekonaloe - - - - - - - - - - - - - - Voorts nog in de Erven en Thuijnen der Dienaren Bur„ „gers en Chineesen tot een generaale getal van . . . . . 36: 112: 234: 86 of met den anderen uijtmakende een Tantum van . 133: 133: 462: 1220: die wij alle suijver en schoon bevonden hebben dog daar en teegen ontwaard dat van de in a=o p=o aangeplante jonge Nootenboompjes verscheijde van deselver uijtgegaan en versturven zijn; als In de Negorij Nussanire. . . . . . . . . . . . . . - - „ „ „ Kilang - - - - - - - - - - - - - - - - - - —: —: 1: 1: „ „ „ Hatalaij - - - - - - - - - - - - - - - - —: —: 3: 3 „ „ „ Soeija - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: —: —: 1: „ „ „ Groot Hative - - - - - - - - - - - - - - —: —: 3: 3 „ „ „ Amahoesoe - - - - - - - - - - - - - - —: —: 1: 1: „ „ „ Ema. . . . . . . . . - - - - - - - - - —: —: 20: 20: „ „ „ Hoekoerila - - - - - - - - - - - - - - - —: —: 7: 7: „ „ „ Hoekonalo of de Driehuijsen. - . . . . . „ „ Eiven en Thuijnen van ' Comp:s Dienaars, Burgers, en Chineesen Of te saamen. Waar meede verhoope aan d' g'Eerde intentie van Uwel Edele Agtb: voldaan te hebben zo matigen wij ons de Eere aan, van met de diepste Eerbied te mogen onderschrijven. /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer :/Lager:/ UwelEdele Agtb: zeer gehoorsaame en Trouwschuldige Dienaaren /was geteekend:/ H=k Graaff, W=m A=s Geerenbeek, P=r Sahetapij /:in margine:/ Amboina den 16: Maij 1780:— Instructie voor den Gezaghebber van De Chialoup De Batavier Hendrik De Lange om te dienen ten zijner narigt en opvolging in de Bekruijssing in 't vaarwaater van de Hoek 3: 1: 38: 42: —: —: 2: 2: 31: 55: 504: 1090: 3: 13: 116: 132: 1: 4: 26: 31: 7: 20: 172: 199. „ 2: 21: 24: 3: 3: 6: 12: 1: —: 5: 6: jongen Summa„ dragende „ wasse Boomen „ rium Ouw -- - - - 2: -: —: 1: 1: 1 3: 105: Alschoon men niet mag twijffelen of den Cerammer is onder de jongst gedaane groote Hongij en Expeditie Togt te gevoelig gecastijdet, dat die Natie zulx in eenige jaaren het geheugen zal ontgaan, en dit zo geen waar berouw wee„ „gens de overtreeding der door hun beswoore Contracten te weege gebragt hebbende ten minsten haare vreese zal hebben vergroot, gelijk dit onlangs gebleeken is aan de Inwoonderen van de bij voorsz geleegentheijd gecastijde Negorij Ceijlor die herwaards opgekoomen zijn berouw be„ „tuijgt hebben, weegens de ontrouwe van eenige onder haar vervolgens om pardon gebeeden, en op hun aanhouden en goede beloften weeder in gratie aangenoomen zij; zo heeft egter de ondervinding maar al te dikwerff doen zien dat den snooden aard bij die Natie te diep inge„ „worteld is, om ten eenemaal van den voor de Maat„ „schappij zo schadelijken Morshandel in derselver dier„ „baare specerije af te sien, en het dus altoos te dugten is, dat zij bij sommige trouweloose ondersaaten na gelee„ „gentheijd zoeken zullen om haar vuijl oogmerk te be„ „reijken, bijzonder in desen opulenten Naguloogst; waar teegens dus alle waarzaamheijd en oplettendheijd moet bewerkstelligd worden, ten welken eijnde dan ook uw met zijn onderhebbende Chialoup onder heedigen datum afzende, ter Bekruijssing van het vaarwater in Hoofde deeses genoemd waar bij uw Hoofdzake„ „lijk in agt zal moeten neemen Eerstelijk, de stranden en Avenuen der Nagul„ Districten onder het eeven aangeweesen kruijs bestek zo na mogelijk in 't zigt te houden, en alle schuijl en Ankerplaatsen naauwkeurig te observeeren alwaar Oúw tot de Hoek van Titawaij aan de Oostzijde voor ma„ 234: 22 2: 1: 3 1: 3 1: 20: 7: 1 3: 2: - voor den Cerammer ofte andere Swervers geleegentheijd is hunne schadelijke oogmerken te volvoeren, vervolgens bij ontdekking van gemelde stoute entrepreneurs niets onbesogt laaten om deselve te agterhaalen en te over„ „meesteren, en hier inne na wensch reusseerende, in zo verre uw Een of meer van hunne 'tVaartuijgen be¬ magtigde, zal vaartuijg, en lading aan it Hoofd„ Casteel onder een behoorlijke door uw geformeerde In„ „ventaris moeten opgebragt werden, edog met betrek„ „king tot het daar opvaarende volk aan uw gepermit„ „teert zijn, om bij een te dugte overmagt van die swervers waar door z' zouden kunnen ontsnappen zig van hun te ontdoen, en dezelve als specerij dieven met de dood te straffen nogtans zorgelijk zijnde dat daar bij geen Christen voelgende wreede tormenten plaats— hebben Gelijk nu hier omtrent alle voorsigtigheijd in agt genoomen zal moeten worden zo beveele ik uw met niet minder naauwkeurigheid te werk te gaan omtrent alle smallen Handel vaartuijgen die bij ontmoeting, schoon van een behoorlijke Pascedul voorsien de visitatie subject blijven, waar in eenige specerijen ontdekt, het vaartuijg, Lading, en Manschappen aan 't vaast ge„ „leegen Comptoir en van daar ter nader dispositie her„ „waards moet gezonden worden en zulx almeede als voorsz onder een behoorlijke Inventaris, bij het teegen„ „deel zal uw dezelve ongemolesteert hunne Reijse laaten vervolgen en zig zorgvuldig hebben te wagten voor knevelarijen, ik meene het afvorderen van eenige belooning voor de moeite van het visiteeren, terwijl zulx ten regoureusten zal gestraft worden Dog UE: word in deesen wel speciaal gelast om bij aldien dezelve een of meer vaartuijgen van onder Tidor

NL-HaNA_1.04.02_3586_0139 view scan ↗

English

107: should happen to encounter Tidorese, even if they should be provided with a pass or token from that monarch or from his grandees of state, to bring the same regardless to this main Castle, or in case of resistance to sink them, to which measure, however, in this case recourse must not be had except in case of extreme necessity. Expecting the prompt performance of your duty in this matter, it shall, however, serve as a reward that everything that is captured from the aforementioned illicit traders shall belong to the conqueror, except for the spices, which must be delivered to the Company at the ordinary purchase price, and the munitions of war by valuation, for distribution among you and the men under your command, each pro rata. Besides these instructions, there is handed to you a sealed packet containing one protest written in Dutch and one in the French language, which, in the unexpected event of meeting a foreign European ship or lesser vessel, must be used and then opened, and the aforementioned protests, after filling in the date, must be delivered to such foreign vessel by the quartermaster or another capable person appointed for that purpose, and handed over to the commanding officer. Lastly, upon receipt of this, I order you to weigh anchor and turn the prow toward the place of your destination mentioned in the heading of this document, and to continue cruising the same until you shall have received contrary orders from me, commending you to conduct yourself as a brave, faithful, and honor-loving seaman, seaman, and above all to be sober and vigilant, so that you may achieve a desired outcome in all undertakings. To this end, I wish you God's blessing and remain, below stood: your Friend, was signed: B: van Pleuren. In the margin: Amboina, in Castle Nieuw Victoria, the 20th of October, Anno 1779. The pantjalling De Beschermer, commanded by the master Christiaan Hendriks, in the fairway from the south side of Cape Nussanieve to the point of Tial in the southeast. The pantjalling De Toesigt, commanded by the master Leendert Smith, in the fairway from the south side of Cape Oma up to the east side of the settlement Hoelalieuw. The pantjalling De Victoria, commanded by the master Dirk Quant, in the fairway from the south side of Cape Cowack up to the north side of the Cape of Statuane. The pantjalling Delft, commanded by the master Louwrens Pieterse, in the fairway from the south side of Cape Samet up to the north side of Cape Tial. The champan De Manipees, commanded by the master Iurgen Cornelis, in the fairway from the south side of the Drie Gebroeders to the settlement Lima, and from there up to the north side of the Droge Rijsthoek. All of these of the same tenor. 109: Instruction for the Masters of the pantjallings De Victoria and Delft, Dirk Quant and Laurens Pieters, for their information and observation while cruising the fairway between Sawaij, the small Hottij, or actually from the seven islands to Tanjong Lenqua. Instruction for the Masters: Whereas a few days ago report was received that among the Papuan islands, Salawattij, Roemasval or Micol, Oni, Maba, Weda, and Pattanij, a numerous fleet of kora-koras is being prepared by that rabble of robbers and that they are busy assembling the same together, with the intention of descending upon the stations of Bouro and Manipa, to attack them and if possible overpower them, and they have also purported to put to sea from the aforementioned nests of robbers with the coming new moon, or the 3rd of June, and that they would be supported in this undertaking by one or more foreign ships; it is therefore that you, with the small vessels under your command, well-armed, victualed for three months, and each reinforced with one corporal and six common soldiers, are hereby sent out to cruise the fairway mentioned in the heading, as experience has shown that the Papuan robbers commonly come down along the aforementioned fairways and touch at the settlement Hottij, in which cruising you shall have to observe: 1st. A strict day and night watch, and continuously keep a lookout from the top of the mast for the aforementioned robber fleet or foreign ships, lookout, as well as not staying in any rivers or other hiding places, in order not to be surprised or unexpectedly ambushed. 2nd. Discovering the robber fleet without a foreign ship or ships, you shall have to await them under easy sail, or if possible give chase to them, attack, sink them by shooting, or overpower them; and if this latter succeeds, you shall not, for lack of an adequate and secure place of confinement, encumber yourself with prisoners, but punish such as robbers with death, without however giving way to any tyranny or torments unbefitting a Christian. 3rd. In the unexpected event that you should discover one or more foreign ships, you shall only have to content yourself with identifying their flags, without coming under their fire, and then leave the fairway with all speed, turning the prow, De Victoria to Bouro and Delft to Manipa, in order to give timely notice at those stations of what has happened to you, and thereupon, when the fairway is still safe, return directly back here. 4th. Meeting no foreign ships or robber vessels, or getting sight of none, you shall now and then touch at the post Sawaij and apply to the postholder for information as to whether it might have happened that any news has arrived there concerning the known marauders or foreign rovers, in order to take your measures accordingly. 5th. Discovering in your cruising area Tidorese without a proper Dutch pass, or other rovers, you shall

Dutch transcription

107: Tidor mogten koome te rencontreeren of schoon ook met= een pas of Teeken van dien vorst, dan wel van zijne Rijksgrooten voorsien mogten zijn deselve des onaan„ „gesien aan dit Hoofd Casteel op te brengen of bij tee„ „genweer in de grond te booren, waar toe egter in — dit geval niet dan bij hoog noodsakelykheijd moet getreeden worden. De prompte naarkooming van uwen pligt in deesen, verwagtende, zal egter tot belooning hebben dat al het geene op de voormelde Morshandelaars agterhaald word, voor den overwennaar zal zijn uijtge„ „sondert de specerijen die teegens den gewoonen Jn„ „koopsprijs en de Ammunitie van oorlog per taxatie aan de Comp=e geleevert zullen moeten worden, ter verdeeling onder Uw, en onderhebbende Manschappen, je„ „der na rato Behalven deese Instructie word Uw Lans inhan„ „digt een gesloote Pacquet, vervattende een Neder„ „duijtsch en Een in de France Tale geschreeven Pro„ „test, waar van bij onverhoopte ontmoeting van een vreemd Europisel schip dan wel minder vaartuijg gebruijk gemaakt en als dan het zelve g'opend, mits„ „gaders de voormelde Protesten naar invulling van den datum op zodanige vreemde Roodem door den quartiermeester of ander daar toe bequaam persoon be„ „steld en aan den Commandeerende Officier moeten= overgegeeven worden Laastelijk beveele ik UE op den ontfangst deeses het Anker te ligten, en de steeven te wenden naar de plaats uwer destinatie in den Hoofden deeses ge„ „noemt, en dezelve te blyven bekruijssen tot zo lange van mij Contrarie ordre zal bekoomen hebben UW recom„ „mandeerende zig als een braaf trouw en eerlievende Zeeman Zeeman te gedraagen, en voor al nugteren en waaksaam te zijn, op dat Uw: in alle onderneemingen een gewenschte uijtslag moogt erlangen Hier toe wensche ik uw Godes zeegen en blijven /:onder stond:/ uw Vriend /:was geteekent:/ =s van Pleuren /:in margine:/ Amboina in 't Casteel Nieuw Victoria den 20=e October A=o 1779: — De Pantjalling De Beschermer gevoerd door den gezaghebber Christiaan Hendriks in 't vaarwa„ „ter van de zuijdkant van de Hoek Nussanieve tot de Hoek van Tial in 't Zuijd oosten De Pantjalling De Toesigt gevoerd door den gezag„ „hebber Leendert Smith in 't vaarwater van de Zuijdkant van de Stoek Oma tot aan de oostzijde der Negorij Hoelalieuw De Pantjalling de Victoria gevoerd door den gezag„ „hebber Dirk Quant in 't vaarwater van de 2=d kand van de hoek Cowack tot aan de Noordkand der Hoek van Statuane De Pantjalling Delft gevoerd door den gezaghebber Louwrens Pieterse in 't vaarwaater van de 2=d kant der hoek Samet tot aan de Noordkant van de hoek Tial De Champang de Manipees gevoerd door den gezag„ „hebber Iurgen Cornelis in 't vaarwater van de z: kant van de Drie Gebroeders tot de Negorij Lima en van daar tot aan de Noordkant van de Droge Rijsthoek: deese alle van Eenen Inhouds 109: van de Pantjallings De Victoria; en Delft, Dirk Quant en Laurens Pieters, ter hunner narigt en obser¬ „vantie in de bekruijssing van 't Vaar„ „water tussen Zawaij den kleen Hottij ofte eijgentlijk van de zeeven Eijlan¬ „den tot Tanjong Lenqua Instructie voor de Gezaghebbers Nademaal voor wijnig dagen het Berigt is ingekoomen dat onder de Papoese Eijlanden, Salawattij Roemasval of Micol, Oni, Maba, Weda, en Pattanij, door dat Roofgeboefte eene talrijke Corre Corre Vloot in gereetheijd gebragt word en besig zijn dezelve bij den andere te ver„ „samelen, met oogmerk om de Comptoiren Bouro en Manipa aftekoomen, die te attacqueeren en des moge„ „lijk te overmeesteren, en dezelve ook voorgewend hebben om met de aanstaande Nieuwe Maan of den 3=e Junij van voormelde Roofnesten in zee te sullen streken mitsg=s dat z' in deese haare onderneeming ondersteund zouden worden van een of meer vreemde Scheepen, zo is 't dat UE met derselver onderhebbende kieltjes wel g'ar„ „meerd, voor Drie maanden gevictualieert en jever ver„ „sterkt met een Corporaal en ses gemeene Militairen bij deesen afgezonden word ter bekruijssing van 't vaarwater in hoofde gemeld terwijl de ondervinding geleert heeft dat de Papoese Roovers gemeenlijk langs voorseijde vaarwaters koomen afsakken en den Negorij Hottij aandoen in welke Bekruijssing uE ba„ in agt sal hebben te neemen P=mo Een naauwkeurige Dag en Nagtwake en geduur„ „saam van booven van de Mast na voorseijde Roofsloot of vreemde scheepen te laaten= uijtkijken m te ren ag„ 1: uijtkijken, mitsg=s zig in geen Rieviren of ande„ „re schuijlhoeken op te houden ten eijnde niet ver„ „rast of onverwagt overvallen te worden 2=e De Roofsloot ontdekkende zonder vreemd schip of scheepen zal UE dezelve met klein zeijl moeten inwagten, of des mogelijk op hun jagt maken attacqueeren, in de grond schieten of overmeesteren en dit laaste gelukkende zal UE bij manquement van een toerijkende en secure Bergplaats zig niet hebben te belemmeren met gevangene; maar zoda„ „nige als Roovers met de Dood te straffen zonder even wel daar bij geene Christen betaamende Fi„ „rannie of Tormenten plaats te geeven. 3=e Ingevalle UE: onverhoopt Een of meer vreemde scheepen mogte ontdekken zal UE zig eenlijk heb„ „ben te vergenoegen met derselver vlaggen te ver„ „kennen, zonder onder haar geschut te naderen en als dan met alle spoed het vaarwater verlaa„ „ten de steeven wendende, De Victoria na Bouro, en Delft na Manipa ten eijnde op die Comptoi„ „ren tijdig kennis te geeven van UE weedervaaren en hier op wanneer het vaarwater nog veijlig is direct te rug keeren na Hterwaards Geene vroemde scheepen of Roofvaartuijgen ont„ „moetende dan wel in 't sigt krijgende zal UE nu en dan de Post sawaij moeten aandoen en zig bij den Posthouder addresseeren op informatie of het gebeuren mogte dat aldaar eenige tijding van de bekende Marodeurs dan wel vreemde Swervers mogte zijn ingekoomen, ten eijnde daar na Uwe meseures te neemen 5=e In uw Kruijs bestek sonder een behoorlijke Hol„ Tidoreese „landse Pascedulle of andere swervers ontdekkende 4=o zullen

← previousnext →