VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3586

Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3586_0143 view scan ↗

English

111: they shall, even though they may be so-called envoys and possess Arabic passes, be intercepted and brought in under arrest; but if they resist and refuse to surrender, you shall sink them. Furthermore, the small-scale trader who is provided with a valid pass, after a strict search, and who holds no illicit goods, shall be permitted to continue his voyage unmolested, you taking care not to demand anything from such persons for the search, since you will be held primarily responsible for committing vexatious and wanton acts, and upon the discovery of anything of that nature you will be punished according to the exigency of the matter; leaving no vessels unsearched, and upon discovering spices, bringing such vessel and its crew immediately to Sawaij in order to be transported from there under a proper inventory here to the Main Castle; 8th. The needless firing and wasting of powder and shot I forbid you in the most serious manner, but upon approaching the said Papuan pirate vessels, to wait until they are within range of the artillery and can be engaged with grape shot and hand grenades, while taking care not to be surrounded or cut off by those ruffians, or in pursuing or attacking to expose your vessels to a lee shore, reefs, or shoals, recommending in all matters that you observe seamanship, prudent conduct, and bravery. And so that everyone may exert themselves all the more in intercepting and inflicting total harm upon the rovers and pirates, 6th Nussanieve and dependencies Oerimessing Seijlale and you are not only promised that whatever is captured from them shall remain with the captors, provided that the spices are surrendered to the Honorable Company at the purchase price and the munitions of war according to valuation, but moreover, for overpowering and bringing in a Papuan Corra Corra with its crew, a bounty of One Hundred Rijxdollars to be paid by the undersigned Governor out of his private purse. Lastly, upon receipt of this, you shall immediately set sail and steer directly for your place of destination and continue cruising there until the last of August next, or for as long as you are provided by me with contrary orders, or unless the order under Article 8 persuades you to abandon your cruising station. In conclusion, I wish you God's blessing on your voyage, as well as a fortunate success in all undertakings, and remain, underneath stood, your friend, was signed, Bs van Pleuren, in the margin, Amboina, Nieuw Victoria, the 27th of May 1780. List of the Corra Corras and Cruising Orembaijs, as the same are built and maintained by the Negorijs, the former specified in the surviving Memorandum of the Right Honorable and Strict Mister Willem Fockens and further in the Instruction for the Regents drafted by Mister Governor van der Voort, the latter after what was already put into effect fourteen years ago. Under the Main Castle: CorCoren Orembaijen Carried over. . . . . Hatoe - - - - 1: 1: 1: 113: Carried over. . . . . Zoija Booven Ahoesing and can with difficulty Halong and man a Corra Corra any longer Amanteloe. . . . . . . . . - - - - - - - - - -: have for some years sailed Pieroe and a Chiamp for the transport of the Company's Sago Kilang and dependencies Nako and Hatalaij -- Ema and Hoekorila Roetong and Latoehalat „ „ Mardijka also called gnatoedie and the Moors of the Roodenberg. . . . . . . . . . Groot Hoetoemoerij and Kleen - Groot Hative „ „ Loija beneeden and dependencies Amahoesoe - - - - - - - - - - - - - - - -: and Tawirij. . . . . . . . . . . . . . . . . .. Kleijn Hative. . . . - - - - - - - - - - . - : Leharie - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . . . . . . . . . can with difficulty man a Corcora Bagual - - - - - - - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _: Soelij. . . . . . . . . . - - - - - - - - - - -: Waij. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Alang. - . . . . . . . - - - - - - - - . Under the Station of Hila Hiela and.. Hietoelamas Caijtetoe. . . . . . . . . . . . . . . - - - . . . : Sanoenoe At the Station of Saparoua Ihamahoe belat and D„tawaka) crew together still - - - - - - - . . . Paperoe. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Tiouw and _o „ _„ _„ - - - - - - - - - - Saparoua) and the last two together - - - — —: Suhaha. - - - - - - - - - - - - - - - - _ Sirrij Sorrij. . . . . - - - - - - - - - - - - - Booij and - - crew together still - - - - - - - - . . . Haria - - - - - - - can no longer man a Corcorre Wackal - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -: Poorto - - - - - - - - - - - - - - - - - - Ouiw. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Nollot. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Negorij Lima. . . . . . . . . . . . . . . . .. Lillebooij. . . . . . . . . . . . . . . . . . .. zeijl. . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Liang. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Mamala. - - - - - - - - - - - - - - - - : — . . . . . . - - - - - . . . .. . . . . ..-: 1: Carried over. . . .. 1: 28: : 1: 1: 1: Cor Corren Orembaije possess no Clove trees ... ... . . . . - - „ „ - - 1: 1: 1: 1: 1:. 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: : 1 5 2: 1: 1. 1. 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: „ 1: : 1: 1: 1: 1: -: - - . . 33: 1: embaije n

Dutch transcription

111: zullen dezelve schoon ook zogenaamde afgesanten zijn, en Arabische pascedulle mogten hebben, ag„ „terhaald en in arrest opgebragt moeten worden, dog zig verweerende en hun niet willende overgeeven sal uwe zodanige in de grond moeten booren, voorts den smallenhandelaar die van een goede pas voor„ „sien is, naar districte visitatie, en geen ongeper„ „mitteerde goederen inhebbende, haare Rheijse ongemolesteert laaten vervolgen, zig wagtende de zulke iets aftevorderen voor de tvisitatie dewijl UE over het pleegen van Vexatoire en baldadige be„ „handelinge in de Eerste plaats responsabel gehou„ „den en bij ontdekking van iets diergelijks na exi„ „gentie van zaaken gestraft zullen worden geene vaartuijgen ongevissenteert te laaten, en specerijen ontdekkende zodanig vaartuijg en opvaarende ten eer„ „sten na Sawaij optebrengen om van daar onder een be„ „hoorlijke Inventaris alhier naar 't Hoofd Casteel= getransporteert te worden 8 't Het nodeloos schieten en verspillen van kruijt en scherp interdiceere UE op het ernstigste, maar denzelve Papoese Roofvaartuijgen naderende, te ver„ „toeven tot dat z' onder het bereijk van 't geschut zijn, en onder dezelve met druyven en handgranaden kan gespeeld worden, Edog sorg dragende van door dat geboefte niet omcingeld of beset te worden dan wel in 't najagen of attacqueeren UE Boodems te Exponeeren dan een Lager wal, kloppen of droog„ „tens omtrent alles uwe aanbeveelende d' Zeeman„ „schap, een voorsigtig beleijd en Dapperheijd in agt te neemen En op dat tot agterhaaling en het doen van alle afbreuk aan de swervers en Roovers een jeder zig des te meer bevlijtigen 6=e Nussanieve en onderhoorig Oerimessing zeijlale en bevlijtigen mag worde UE niet alleen beloofd dat al wat van dezelve agterhaald word, voor de agterhaalers zal blijven, mits de specerijen inkoopsprijs en d' ammunitie van oorlog teegens taxatie aan D. E„ Compagnie overleeve„ „rende, maar ook booven dien voor 't overmeesteren en Opbrengen van een Papoese Corra Corra met dies manschap Een premie van Een Hondert Rijxd=s door den onderge„ „teekende Gouverneur Prive Beurse te betaalen Laastelijk zal UE na den ontfangst deeser ten eersten onder seijl gaan en de steeven direct wenden na de plaats uwer destinatie en deselve blijven bekruijssen tot ult=o Augustus aanstaande of tot zo lange uE met Contrairie ordre door mij voorsien word dan wel dat de ordre bij Articul B: UE persuadeerde derselver kruijs besterk te verlaaten Ten besluijte wensch ik uwe Godes zeegen op haare Rheijse mitsg=s een gelukkig succes in alle ondernee„ „naings en blijve /:onder stond:/ UE vriend /:was geteekend:/ B=s van Pleuren /:in margine:/ Amboina Nieuw Victoria den 27=e Maij 1780: — Notitie van de Corre Corres en Kruijs¬ Orembaijen zodanig dezelve door de Ne„ „gorijen aan en onderhouden worden de Eerste gespecificeert bij de nagelatene Memo„ „rie van den wel Edele Gestrengen Heer Willem Fockens en hader bij de In¬ „structie voor de Regenten door den Heer Gouverneur van der Voort ontworpen de laaste na't reets voor veertien Jaaren in train gebragt Onder 't Hoofd Casteel CorCoren Orenbaijen Transporteere. . . . . Hatoe - - - - 1: 1: 1: 113: P=r Transport. . . . . Zoija Booven Ahoesing en kunnen beswaarlijk meer Halong en een Corra Corra bemannen Amanteloe. . . . . . . . . - - - - - - - - - -: voeren 't seedert eenige jaar„ „ren een Chiamp tot Transport Pieroe en van 's Comp=s Sagoe Kilang en onderhoorig Nako en Hatalaij -- Ema en Hoekorila Roetong en Latoehalat „ „ Mardijka ook gen=t gnatoedie en de Mooren van den Roodenberg. . . . . . . . . . Groot Hoetoemoerij en Kleen - Groot Hative „ „ Loija beneeden en onderhorig Amahoesoe - - - - - - - - - - - - - - - -: en Tawirij. . . . . . . . . . . . . . . . . .. Kleijn Hative. . . . - - - - - - - - - - . - : Leharie - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . . . . . . . . . kan beswaarlijk en Corcora bemannen Bagual - - - - - - - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _: Soelij. . . . . . . . . . - - - - - - - - - - -: Waij. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Alang. - . . . . . . . - - - - - - - - . Onder 't Comptoir Hila Hiela en.. Hietoelamas Caijtetoe. . . . . . . . . . . . . . . - - - . . . : Sanoenoe Ten Comptoire Saparoua belat en D„tawaka) scheppen te saamen nog - - - - - - - . . . Paperoe. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Tiouw en _o „ _„ _„ - - - - - - - - - - Saparoua) en de Laaste Twee te saamen - - - — —: Suhaha. - - - - - - - - - - - - - - - - _ Sirrij Sorrij. . . . . - - - - - - - - - - - - - Chamahoe Booij en - - scheppen te saamen nog - - - - - - - - . . . Haria - - - - - - - kan geen Corcorre meer bemannenz wackal - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -: Poorto - - - - - - - - - - - - - - - - - - Ouiw. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Nollot. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Negorij Lima. . . . . . . . . . . . . . . . .. Lillebooij. . . . . . . . . . . . . . . . . . .. zeijl. . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Liang. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Mamala. - - - - - - - - - - - - - - - - : — . . . . . . - - - - - . . . .. . . . . ..-: 1: Transporteere. . . .. 1: 28: : 1: 1: 1: Cor Corren Orembaije besitten geen Nagulboomen ... ... . . . . - - „ „ - - 1: 1: 1: 1: 1:. 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: : 1 5 2: 1: 1. 1. 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: 1: „ 1: : 1: 1: 1: 1: -: - - . . 33: 1: embaije n

NL-HaNA_1.04.02_3586_0146 view scan ↗

English

On the Island of Neussalauwt Carried forward Titawaij and provide together Siela Akoon and Nalahia Aboeboe and Leijnitoe Akoon and Siela Ameth Those of the outer Coast of Ceram must provide six Corra Corres, but of these one seldom sees more than one Mahoelij, and that only when conducting the outer Hongij, wherefore nothing is stated here. Oma Sameth Haroeko provide together also Hoelalieuw Karieuw Romonie Sial Toelehoe and Those of the inner Coast of Ceram must provide three Corre Corres, but of these one never sees a single one appear as was formerly the case, wherefore nothing is stated here. At the Office of Laricque Wassoe and provide together also: 1 Cailolo: - Cabauw: - Pelauw: - Aboro: - Tenga Tenga: - Oering and provide together also Assaloeloe The Islands of Boero and Amblauw must maintain and keep four Corte Corres, but on account of the weakened negorijen they cannot man them, and they find work in abundance on the newly built Fortress, wherefore nothing is stated here. On Manipa Tommelehoe, and Hatoepoetij Assahoedij and Waccasieuw Toeneware together Bonva Manipa Laricque Kelang Carried forward: 39: 64: 1: : 4: - 1: 1: 1: 2: At the Office of Haroeko also Corcorren orembaijen 28: 33 1 1: : : 1: 1: 1: 1: 1: 1. 1: 1: 1 1: 1: 1: 1: 1: 1. 1. 1. 1: — 1: —: 1: 1: -: - 1: 115 CorCorres: Orembaijn Batavia Toebang Massavooij and Bonoa the Admiral: 1 At zawaij Two Corre Corres, but of which upon an outer Hongij only two Mahoelijs are seen, wherefore nothing is stated here. 41: 66: In all Of which the cruising orembaijen of the clove districts must be ready for cruising the beaches during the clove harvest and for the small inspection done by the Chiefs, while those of Bouro and Manipa serve for defense against the Papuan pirates and small inspection under each jurisdiction. Below stood: Amboina Nieuw Victoria the 15th of Junij 1780. To His High Nobility The High Noble, Severe, and Mighty Lord Reijnier de Klerk Governor General together with The Right Honorable Severe Lords Councilors of the Dutch Indies High Noble, Severe, and Mighty Lords! and Right Honorable Severe Lords! Your High Excellencies having been dutifully informed by my respectful separate letter of 15th Junij last of an account given by a certain Manipees by the name of Karahita who escaped from the hands of the Papuan pirates, containing his encounter with a foreign ship at Great salwattij, the negotiation of the Captain with the petty pirate kings, Carried forward: Loehoe and maijen 1: - 1 2: E 1: 1: 1. 1. 1. 64: 1 1: 39: 64: and their intention; thus I consider myself obliged on this occasion to inform Your High Excellencies further that up to now I have received no report whatsoever either of foreign ships or of Papuan pirate fleets, and a certain native of Hatiling named Masapait, dispatched from Sawaij to Roemasoels, upon return has reported to me that in those regions nothing whatsoever was heard or perceived of foreigners or ships; further, that a Roemasoels petty king devoted to the Company (having formerly sailed to Sawaij to trade) had notified him, Masapait, that those of Pattanij together with some others were forging a plan to assemble a formidable pirate fleet among themselves, in order therewith not only to attack the Offices of Bouro and Manipa, but also to overpower all other small posts of the Company, and to bring Ceram's outer Coast back under the obedience of Tidor, in which undertaking the Senghadje of Pattanij would act as Admiral and the petty King of Salwattij as 2nd Commander; a report that once again redoubles vigilance and guard, which I heartily wish may be of no consequence, so that I may constantly approach Your High Excellencies with the more pleasant joyful news of a blessed rest and peace; meanwhile I have the honor to be with the utmost respect. Below stood: High Noble, Severe, and Mighty Lords; and Right Honorable Severe Lords; lower: Your High Excellencies' humble and obedient Servant; was signed: R: V: Pleuren; in the margin: Amboina Nieuw Victoria the 14th of Augustus Anno 1780.

Dutch transcription

Ten Eijlande Neussalauwt Transport Titawaij en scheppen te saamen. . . . . . . . . . . .... Siela. . . . . . Akoon en Nalahia). Aboeboe en _„o Leijnitoe. .. Akoon en _„o Siela. . . _o „ - - - - - - - - : . . . . .- Ameth. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . _ o „ - - - - - - - - : —: Die van de buijten Cust van Ceram moeten ses Corra Corres voeren dog daar van ziet men selden meer dan een Mahoe„ „lij en nog maar alleen bij 't doen van de buijten Hongij= waaromtrent hier niet bekend stellen Oma. . .. . . Sameth Haroeko. . scheppen te saamen nog. . . . . . . . . . . . . „ Hoelalieuw. . . Karieuw. - - - . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - —: Romonie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . . : —: Sial. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Toelehoe en. . . Die van de binnen Cust van Ceram moeten drie Corre Corres voeren, dog daar van siet men selven geen enkelde te voorschijn brengen gelijk voor lange heeft plaats gehad waarom hier niet bekend stellen. Ten Comptoire Laricque Wassoe en scheppen te saamen nog - - - - - - - - - - - - 1: Cailolo. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . —: Cabauw. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -: —: Pelauw - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -: —: Aboro - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — . _ „ _„o „ - - - - - - - - - Tenga Tenga. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . - - - - - - - - - - - - -—: Oering en. - scheppen te saamen nog - - - - - - - - - Assaloeloe. De Eijlande Boero en Amblauw moeten aan en onderhouden vier Corte Corres, dog kunnen dezelve door de verswakte Negorijen niet bemannen en vinden werk in overvloed aan 't Nieuw opgebouwd wordend Fortres waarom hier niet bekend stellen doog... Op Manipa Tommelehoe, en Hatoepoetij Assahoedij en Waccasieuw - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Toeneware te samen - - . . . . . . - . . . . . Bonva Manipa - - - - - - - - - - - - - - - - - - Laricque. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Kelang. . . . . . . . . . . . . . . . . . : Transporteere. . . . . „ 39: 64: 1: : 4: — 1: 1: 1: 2: Ten Comptoire Haroeko „ _o nog - - - - - - - - - - Corcorren orembaijen 28: 33 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 . . . . . . ... 1: : : 1: 1: 1: 1: 1: 1. 1: 1: 1 1: 1: 1: 1: 1: 1. 1. 1. 1: — 1: . . . . . . . . . . . . . . . . —: 1: 1: -: - 1: 115 CorCorres: Orembaijn Batavia Toebang Massavooij en Bonoa den Admiraal - - - - - - - - - - - - 1: Op zawaij Twee Corre Corres dog waar van bij een buijte Hongij maar twee Mahoelijs gezien worden waarom hier niet bekend stfelle 41: 66: In alles.. .. Waar van de Kruijs orembaijen der Naguldistricten tot de bekruijssing der stranden onder den Naguloogst en kleine visite door de Hoofden gedaan wordende moeten paraat zijn, terwijl die van Bouro en Manipa tot de„ „fensie teegens de Papoese Roovers en kleene visite onder jeders Re„ „sort dienen /:onderstond:/ Amboina Nieuw Victoria den 15=' Junij 1780. — Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heeren! en Wel Edele Gestrenge Heeren!. uw Hoog Edelheeden bij mijne Eerbiedige apparte van 15=e Junij J: L: schuldpligtig onder 't oog gebragt hebbende, Een Relaas gegeeven door seekere de handen der Papoese Rovers ontkoomene Manipees in naame Karahita, behelsende zijne ontmoeting van een vreemd schip op groot salwattij„ de onderhandeling van den Capitain met de Roofkoningjes, P=r Transport. . . . . : Loehoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - en maijen 1: - 1 2: E 1: 1: 1. 1. 1. 64: 1 1: 39: 64: en derselver voorneemen, zo agte mij gehouden bij deesen geleegendheid Uw Hoog Edelheeden nader te infor„ „meeren, dat ik tot hier toe zo min van vreemde schee„ „pen als Papoese Roofslooten eenig berigt hebbe inge„ „kreegen, en seeker Inlander van Hatiling in naame Masapait van Sawaij naar Roemasoels afgesonden, bij retour mij heeft gerelateert, dat in die Conterijen niets hoegenaamd van vreemdelingen of scheepen gehoord of vernoomen wierd, voorts dat een de Comp: toegedaan Roemasoels koningje /:voormaals wel op Sawaij ten han„ „del gevaaren hebbende:/, hem Masapait kennis had gegeeven, dat die van Pattanij met eenige anderen een ontwerp smeede om een ontsaggelijke Roof„ „vloot bij den anderen te brengen, ten eijnde daar meede niet alleen de Comptoiren Bouro en Manipa te attacqueeren, maar ook alle andere 'sComp=s kleene posten te overmeesteren, en Cerams buijten Cust weeder onder de gehoorsaamheijd van Tidor te brengen, over= welke onderneeminge den Senghadje van Pattanij als Admiraal en het Koningje van Salwattij als 2=e Bevelhebber soude ageeren; Een berigt= dat de waakzaamheijd en hoede al weeder doet ver„ „dubbele, dan 't welk hertelijk wensche van geen gevolg mag zijn, ten einde uw Hoog Edelheeden steeds met de meer aangenaamer blijmare van eene gezeegen„ „de rust en vreede voortekoomen: midlerwijl d'Eere hebbe met de volmaakste Hoogagting te zijn. — /:onderstond:/ Hoog Edele gestrenge Grootd Agtbaa„ „ren Heere; en Wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheeden onderdanige en Gehoorsaamen Dienaar /:was geteekent:/ R: V: Pleuren /:inmargine Amboina Nieuw Victoria den 14=e Augustus Ao 1780. zol

NL-HaNA_1.04.02_3586_0149 view scan ↗

English

To His High Excellency, the High Noble, Right Honorable, Highly Venerable Gentleman, Reijnier de Klerk, Governor General, together with the Honorable, Respected Gentlemen Councilors of the Netherlands East Indies. High Noble, Right Honorable, Highly Venerable Gentleman, and Honorable, Respected Gentlemen! Having no need to occupy Your Excellencies' honored attention on the occasion of this autumn mail with a copious description, since little of remark has occurred since my respectful spring report of affairs, it falls to me, firstly, regarding the concluded cruising along Ceram's North Coast, to impart that the pantjallings De Victoria and Delft, dispatched thither on the 2nd of June last, returned here to the main castle on the 2nd of this month without having encountered anything from there, and without having met anything in the slightest during their cruising, notwithstanding that they ran within sight of the islands of Roemasoal more than once, so that Your Excellencies may be pleased to see this from the written report of the commanders of the said cruising pantjallings, forwarded among the appendices to this under No. 5. Furthermore, two confidants whom I had subsequently dispatched thither having also returned from Roemasoal—the Imam of the village of Hatiling named Malessie, and the Captain of Groot Rottij, Laboeda Aba—these have been able to report to me that the Papuan pirate nests were virtually depopulated due to a summons with their chiefs to Tidor, and that they were expected back toward the end of the Mohammedan fast or New Year. Further, that they found no one, either on Sallawattij or Roemasoal, who had any knowledge of a foreign ship or lesser vessels, adding that they had heard or perceived nothing of such for several years. That, furthermore, a certain native of Roemasoal named Sinupa, brother of the well-disposed petty king of Roemasoal, is said to have declared to my aforementioned emissaries, in the name of his brother who had likewise departed for Tidor, that they would never cause any trouble to the Company and subjects under the jurisdiction of Ambon, and also, upon the discovery of foreign nations, would immediately give notice thereof to the Resident of Manipa or the postholder at Sawaij. Lastly, that he, Sinupa, had indeed heard some time ago of the preparation of a numerous pirate fleet by the people of Maba, Weda, Pattanij, and Sallawattij, but that the same had not been able to proceed due to their summons to Tidor, and that the principal leaders of the pirate fleets, who at the same time considerably extend their authority over the Papuans, were the Sangaji of Pattanij named Atta, together with the petty king of Sallawatty. Leaving this native account aside, it is enough for me for the present to be able to inform Your Excellencies that the alleged reports of invasions and hostilities have vanished into sheer smoke and vapor, hoping that my foresight and measures taken will not displease Your Excellencies. The cruising of the approaches and shores against the impending clove harvest having been regulated by separate resolution in the session of the 15th of this month upon my proposal with one sloop, five pantjallings, and thirty-eight orembaais, fully described in that resolution which accompanies the appendices of this under No. 13, I request, to avoid prolixity, to be permitted to refer to it. The chiefs of the cruising vessels shall be provided with the usual instructions, and the said six Company craft will be dispatched to their cruising grounds at the beginning of the coming month of October, whither the orembaais are to turn their bows upon the return of the Hongi fleet at the end of December. Noting here, however, that according to the favorable reports from among the ancient smuggling corners in South and East Ceram, one has no enterprise in illicit trade to fear, and this nation, otherwise so prone to smuggling, seems at last to have been deterred from it, which I most heartily wish may prove lasting. With respect to the nutmeg cultivation, having viewed its ever-sluggish progress with reluctance, I respectfully bring to Your Excellencies' notice that in the conference held with the native regents under the main castle on the 1st of August last, I vigorously urged those to whom the planting has been recommended.

Dutch transcription

117: d' stoffe ter verhandeling bekhopt, waar van eerst voorkomt t Rectand e bijde Pantjallings van hunne bekruijssing aan Cerams Noord Cust te hebben gelijk eeven zo de naar Roema„ vval nader afgesondene spions Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heere! Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heere! en Wel Edele Gestrenge Heeren. Niet noodig hebbende Uw Hoog Edelens g'Eerde attentie bij deese najaars geleegentheid met eene ampele beschrijving besig te houden, nademaal 't sedert mijn Eerbiedig voorjaars verslag van saaken, weijnig van remarcque is voorgevallen, valt mij Eerstelijk met betrecking tot de afgeloopene Bekruijssing aan Cerams Noordcust te bedee„ W„len, dat de op den 2„' Junij Laastl: naar derwaards gedepe„ „cheerde Pantjallings De Victoria en Delft, den 2:e deeser sonder eenige ontmoeting gehad van daar alhier aan 't Hoofd Casteel geretourneert zijn, sonder geduurende hunne bekruijssing, onaangesien meer dan een„ „maale in 't sigt van de Eijlanden Roemasoal geloopen zijn, iets het allergeringste ontmoet te hebben, invoegen uwe Hoog Edelheedens bij geliefte zullen kunnen sien, uijt het schriftelijk Rapport der gesaghebbers van gem=e Kruijspantjallings, onder de Bylagen deses sub= N=o 5 overgaande; vervolgens van Roemasoal al meede geretourneert k door hun gerelateerde beschreeven „lijkheeden van 't geen gevolg geretourneert zijnde, twee nader door mijn naar derwaards afgesondene vertrouwelingen den Iman van de Negorij Ha„ „tiling in naame Malessie en Kapitain van Groot Rottij Laboeda Aba, hebben deese mij weeten te relateeren dat de Papoese Roofnesten genoegsaam ontvolkt waaren, door een opontbod met haare Hoofden na Tidor, en dezel„ „ve terug verwagt wierden teegens het uijt eijnde der Ma„ „homethaanse vasten of Nieuwe jaar, wijders datse niemand so op Sallawattij als Roemasoal hadden gevon„ „den die eenige kennis droeg van een vreemd schip dan wel mindere vaartuijgen, onder bijvoeging 't seedert eenige jaaren daar van niets te hebben gehoord of vernoomen; dat voorts seekere Inlander van Roema¬ „soal in naame Sinupa Broeder van 't welgesind= Roemasoals koningje aan voormelde mijne zende„ „lingen uijt naam van zijnen Broeder die meede na Tidor vertrocken was, zoude hebben gedeclareert, de Comp=e en Onderdaanen onder 't Resort van Ambon nimmer eenige overlast te sullen doen, en ook bij ontdecking van vreemde Natien al aanstonds daar van zoude kennes geeven aan den Resident van Manipa, of Posthouder te sawaij, Laastelijk dat hij Sinupa voor eenige tijd wel gehoord hadde van de toterusting eener talrijke Roof„ „vloot door die van Maba, Weda, Pattanij en Sallawattij, Edog het zelve geen voortgang had kunnen hebben door hun opontbod naar Tidor, en dat de grootste aanvoerders der Roofvlooten die tegelijk hun gezag over de Papoen aanmerkelijk uijtbreijden den Senghadje van Pattanij in naame Atta neevens het koooningje van sallawatty waaren; welk Inlands Relaas daar laatende zij het d' pretense berigten van vijande mij genoeg Uwe Hoog Edelens voor 't teegenswoordige te mogen bedeelen, dat de voorgewende Berrigten van inpasien en 119: bekruijssing geduurende de op„ „handen zinde Nagulooges t gereguleert met 6 sComp=s kieltjes en 38 in„ „landse vaartuijgen de gewoone jnstructien voor„ „ssien worden derselver vertrek van hier d'Ceramse smockelhoeken ver„ „ting tot de spoedigen uijtbrijding der Noote plantagie den jnlander door buijtledoring van een primit g anc„ „meert en vijandelijkheeden in loutere Rook en Damp verdwee„ „nen zijn, niet willende hoopen mijne voorsorge en genoo„ „mene maatregulen Uwe Hoog Edelheeden mislagen De Bekruijssing der Avenuen en stranden teegens den ophanden zijnde Naguloogst bij appart Besluijt ter sessie van den 15=e deeser op mijnen voorstel gere„ „guleert zijnde met Een Chialoup vijf Pantjallings en Agt en Dertig Orembaijen, ampoel beschreeven bij die Resolutie welke onder No 13: de bijlagen deeses verseld, versoek ik ter voorkooming van wijd loopend„ de hoofden derselve sullen van „heijd mij daar aan te mogen gedragen, sullende de Hoofden der kruijs vaartuijgen van de gewoone In¬ „structien voorsien, en gem=te ses Comp=s kieltjes met 't begin van de aanstaande Maand October naar hun„ „ne kruijs bestecken afsenden, werwaards de Orem„ „baijen bij retour van de Hongij Vloot in 't Laast van December de steeven staan te wenden, eevenwel hier bij Noteerende dat men naar de favorable Berigten „seeren in rust en goede verwag„ van onder de aloude smockelhoeken op zuijd en Oost Ceram geene onderneeming van den morshandel te dugten heeft, en deese andersints zo sluijksieke Natie daar van eijndelijk eens scheijnt afgeschrikt te zijn, 't geen allerhertelijkst wensche bestendig mag be„ „vonden worden; ten opsigte der Note Plantagie den steeds tragen voort„ „gang met weersin beschouwd hebbende brenge Uw Hoog Edelens Eerbiedig onder 't oog, dat ik in de gehoudene Conferentie met de Inlandse Regenten van onder 't Hoofd Casteel op den 1=e Augustus L: L: de sulke die de aanplanting is aanbevoolen, met kragt hebben zullen. 8. 3

NL-HaNA_1.04.02_3586_0152 view scan ↗

English

expectation of a good success prepared nutmegs and mace sent further, as well as a sample of cacao from Macassar the Governor's secret codes or key, as well as the signal letter the list of arrivals sent over have encouraged the expansion, by means of an offer from my private purse of Rd:s 25 as a premium for such head dati-holders who will be able to demonstrate by the month of May of the coming year within the bounds of their dati lands to be the possessors of a number of fifty flourishing, growing young nutmeg trees, described in the minutes of the aforementioned conference inserted into the aforementioned resolution of the 12th thereof, presented to Your High Nobles under the general papers, not doubting in the least that my aforementioned established premium will well answer its purpose, while also resting in the hope that the same may serve as a proof of my true zeal and diligence for the execution of the venerable orders and intentions of Your High Nobles, further sending accompanied with this a small package of nutmegs and a ditto of mace prepared by the nutmeg limer, as well as for the speculation of Your High Nobles a small sample of cacao, which by experts who have roamed around in the West Indies is considered very good, as the cacao tree thrives well here, and would be no disagreeable cultivation for the native. Concerning the correspondence with the neighboring governments, I have already some days ago sent to Ternate the key of my secret code and secret signal letter should necessity require making use thereof, which shall shortly also be transmitted to Macassar and Banda, copies of which I respectfully offer to Your High Nobles under the enclosures of this departed vessels from Ceram in a separate envelope under No. 4, in such manner as this is also accompanied by the list of the Ceram vessels that arrived and departed again here in a full year, at the same time indicating what was brought in therewith and 121: having cruised, the pantchiallangs returned the report of the commanders produced contains no encounter with foreigners and exported again, marked on the register with No. 6. And proceeding herewith to the conclusion, I pray the Deity that it may graciously please Him to take Your High Nobles' illustrious persons, with the important interests of the Company under Your High Nobles' government, into His solely safe keeping and protection, while with the greatest respect and esteem I sign, below stood, High Noble, Severe, Highly Esteemed Lord and Well Noble, Severe Lords, lower, Your High Nobles' humble and obedient servant, was signed, B:s van Pleuren, in the margin, Amboina at Castle Nieuw Victoria the 20th of September Anno 1780. Friday the 15th of September Anno 1780. In the morning at half past eight o'clock, meeting of the Council of Policy, absent the heads of the four spice offices. The general matters having been dealt with, the Lord Governor communicated to the assembly that in fulfillment of the separate resolution of the 26th of May last, the pantchiallangs De Victoria and Delft, having cruised the waters between Saway, both on the north side of Ceram and Klein Hottij, the same had now returned; His Honor subsequently producing the report of what occurred on that cruise, dated the 4th of this month, by which it appeared that the aforementioned vessels had completed their cruise according to orders, yet during the same had learned nothing of foreign ships or vessels, nor of Papuan or other unpermitted rovers, even though they were driven even close under the islands of Roemasoal, the conclusion whereof a note was kept the cruising regulated of the avenues and beaches against the approaching clove harvest with 6 Company vessels and 38 native vessels their cruising beats determined had been driven, the Lord Governor at the same time testifying to have executed everything necessary to obtain intelligence or report of foreign vessels as well as of Papuan rovers, without having heard anything regarding this to this day, so it was understood to keep this note thereof. Due to the approaching clove harvest, and the necessity of cruising the beaches during the same, notwithstanding that last year not the least illicit spice trade or attempts thereto were heard of from the Ceramese, the cruising having been regulated by the Lord Governor for closing the avenues with: pieces one sloop, five pantchiallangs, and thirty-eight orembaais, in the following manner, to wit: The sloop Bataviaas Welvaaren, commanded by the second mate and commander Leendert Smit, to cruise the waters between Saparoua and Noessalaoet from the point of Ouw to the point of Titaway on the east side. The pantchiallang De Beschermer, commanded by the second mate and commander Christiaan Hendriks, in the waters of the south side from the point of Noessanive to the southeast point of Kial. The pantchiallang De Toesigt, commanded by the third watch and commander Johannes Arnoldus Leverant, in the waters below Haroeko from the south side of the point of Oma to the east side of the negorij Hoelalieuw. The pantchiallang De Victoria, commanded by the boatswain

Dutch transcription

verwagting van een goed succes g'oprepareerde Noote en foelie gaan prter, zo meede een Monster Cacoco van Macaassan Stan ven ondern worden 's Gouverneurs bedekte schrijf„ „wijsen of sleutel zo meede de zeijn 16rief d' Notitie der aangekoomeneen gaat over hebbe g'animeert tot de uijtbreijding, door middel eener uijt„ „looving prive beurse van Rd„s 25: tot eene Premie voor sodanige hoofd datijhouders welke teegens de Maand Meij A=o aanstaande sullen kunnen aantoonen binnen 't bestek, hunner datij landen. besitters te zijn van een vijftig Tal fleurig opwassende Jonge Noteboomen beschreeven bij de Notul van voorseijd Confferen¬ „tie g'insereerd ter gem=e Resolutie van den 12=e daar aan onder de gemeene Papieren UW Hoog Edelens aangebooden worden„ „de, geensints twijffelende of gem=e mijne gestelde premie sal wel aan 't oogmerk b'antwoorden, terwijle ook in de hoope verseere 't selve tot een bewijs mag strekken van mijne waare sugt en werksaamheid ter volvoering der gevenereerde be„ „veelen en intentie Uwer Hoog Edelens, laatende voorts deese verseld gaan van een Soakeltje Nooten, en een Dito Foelie door den Notekalker bereijd, zo meede ter speculatie uwer Hoog Edelens Een Monsterdje Cacao die door des kundigen welke in de Westjndien rondgesworven hebben voor seer goed gehouden word, willende den Cacao Boom hier wel voort, en soude voor den Inlander geen onangenaame Cultuure zijn De Correspondentien met de nabuurige Gouvernementen betreffende hebbe ik reets voor eenige dagen naar Ternaten de sleutel mijner bedekte schrijfwijse en Secreete zeijnbrief wanneer 't de Nood verEijschten daar van gebruijk te moeten maaken afgesonden, sullende Eerlangs meede naar Maccasser en Banda overgaan, waar van de afschriften uw Hoog Edelens onder de bijlagen deeses vertrockene vaartuijgen van ^ Ceram in een appart Couvert sub N=o 4: reverent aanbieden, in„ „voegen deese meede is versellende de Notitie der in een rond Jaar alhier aangekoomene en weeder vertrockene Ceramse vaartuijgen, te gelijk aanwijsende wat daar meede aangebragt en 1 121: gekruyst hebbende Pantjallinge geretoferneerd 't rapport van de gezaghebbers geproduceert behelst geen ontmoeting van vreemgelingen de en weeder uijtgevoerd is op Register gequoteert met N=o 6: en hier meede ten besluyte overgaande Bidde ik de Godheijd dat 't hem goedertieren, behaage uw Hoog Edelens Illlistre Persoonen met de Importante belangen der Maatschap„ „pij onder Hoog derselver Regeering te neemen in zijne alleen veijlige hoeden en Bescherming, Terwijle mij= met de meeste Eerbied en Hoogagting onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ Uw Hoog Edelens onderdanige en gehoorsaamen Dienaar /:was ge„ „teekend:/ B=s van Pleuren /:in margine:/ Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria den 20=e September a=o 1780: — Vrijdag den 15:e Septemb:r a=o 1780: 's' morgens ten half Neegen uuren ver¬ „gadering van Politie absent de Hoof„ „den der Vier specerij Comptoiren! De gemeene zaaken verhandelt zijnde, Communiceerde den Heer Gouverneur de vergadering dat involdoening aan het appart besluijt van den 26:' Maij J: L: de Pantjallings De Victoria en Delft het vaarwater tusschen Sawaij d' beijde aan d' N=: kant van Ceram en Klein Hottij bekruijst hebbende; deselve tans gere„ „tourneert waren; Produceerende zijn Ed: vervolgens het Rapport van het voorgevalle op die kruijs togt gedateert 4=e deeser, waar bij quam te blijken, dat voorsz vaartuijgen hunne bekruijssing na de ordre volbragt, dog geduurende dezelve zo min van vreemde scheepen of vaartuijgen als van Papoese dan wel andere ongeper„ „mitteerde swervers ietwes vernoomen hadden of schoon zij zelfs tot digt onder de Eijlanden van Roemasoal verdreeven 't slot waar van antekening getouden d' Bekruijssing gereguleert der aventien en stranden teegens de ophanden zijnde Nag veloogst met 6 sComp=s kieltjes en 38 Jnlandse vaartuijgen derselver kruijsbestekken bepaald verdreeven geweest waaren, betuijgende den Heer Gouver„ „neur te gelijk alle het noodige ter uijtvoer gebragt te hebben, om van vreemde vaartuijgen zo wel als van Japoese Roovers kundschap of narigt te bekoomen, zon„ „der tot heeden desweegen het een of ander te verneemen, zo wierd verstaan daar van deese aanteekening te houden Mits den ophanden zijnde Nagúloogst, en de noodsakelijkheid van de Bekruijssing der stranden geduurende deselve, onaangesien men voorleeden jare, van geen de minste Morshandel in specerijen off aanslagen daar toe, van den Cerammer vernoomen heeft, door den Heer Gouverneur tot sluijting der p:s avenuen met Een Chialoup Vijf Pantjallings en Agten Dertig Orembaijen die Bekruijssing gereguleert zijnde in volgender voegen te weeten: De Chialoup Bataviaas Welvaaren gevoerd door den On„ „derstuurman en gezaghebber Leendert Smit ter bekruijssing van 't vaarwaater tusschen Saparoua en Nússalaúwt van de hoek Ouw tot de hoek van Titawaij aan de Oostzeijde. De Pantjalling de Beschermer gevoerd door den on„ „derstuurman en gezaghebber Christiaan Hendriks in 't vaarwater van de zuijdkand van de hoek Nussa„ „nive tot de zuijdoosthoek van Kial. De Pantjalling de Toesigt gevoerd door den Derde„ „waak en gesaghebber Johannes Arnoldus Leverant in 't vaarwaater onder Haroeko van de Zuijdkant= van de Hoek Oma tot aan de Oostzeijde der Negorij Hoelalieuw. De Pantjalling De Victoria gevoerd door den Bootsman

NL-HaNA_1.04.02_3586_0155 view scan ↗

English

123: Boatswain and commander Dirk Quant in the fairway from the south side of the point Cowack up to the north point of Hatuane. The Pantjalling Delft commanded by the quartermaster and commander Lourens Pieterse in the fairway from the south side of the Point Sameth up to the north side of the Point Tial. The Chiampang de Manipees commanded by the quartermaster and commander Jurgen Cornelis in the fairway under Laricque from the south side of the Drie Gebroeders up to the Negori Lima, and from there up to the north side of the Drooge Rijsthoek. The Two Cruising Orembaais of Nussanive and Soija from the point of Nussanive to the east point of Hoetoemoerij, cruising against each other. The Two Cruising Orembaais of Soelij and Waij from the east point of Tial up to the west point of great Hoetoemoerij. The Two Cruising Orembaais of great Hative and the Pas from the south side of the point of Tial up to the north side of the hook of Hitoe, to and fro the point of Liang, and from there to beneath the Duijven Island. The Two Cruising Orembaais of Latuhalat and Hoetoemoerij from the south side of the point of Liang to the north point of Mamala, in order thus with the aforesaid Eight Cruising Orembaais to cover the south side of the Hitoe Land. The two Cruising Orembaais of Alang and Lillebooij from the inner point of Namakolij to the outer point of Wackasieuw. Six from under Hila, three of which from the east point of Mamala to before the fortress Amsterdam, and the other Three from there to the west point of Negorij Lima, so that they come to meet each other before the said fortress. Four from under Laricque, of which those of Oering and Assiloeloe, from the east point of Negorij Lima to the west side of Assiloeloe; those of Wackasieuw and Laricque from the east side of Assiloeloe up to the east side of Wackasieuw. Six cruising Orembaais from under Haroeko, of which Three from the North and Three from the South side alternating around the Island Oma, so that they touch the West side of the Duijven Island. Eight from under Saparoua, of which four around the East up to the point of Hatuano in the North, sometimes crossing over to the Negorij Leijnitoe on the Island Nussalauwt southeastwards, and the other four around the west to the point of Honimoa, and subsequently to the point of Hatuano in the east, each time meeting one another there. Four from under Nussalauwt, to wit Two from under Saparoua westwards up to the South point of Titawaij, and Two eastwards up to the west side of the point of Titawaij, thus around the Island. Furthermore, to arm each of the said cruising orembaais with two metal half-pound swivel guns, the necessary gunpowder and shot; alongside six fusilier guns with Twelve Dozen live Cartridges, item One common Soldier with full arms, and One Corporal over Each division. 125. Likewise to dispatch the aforementioned Company's vessels at the end of the coming Month of October, properly provisioned and victualed for Five Months; and the cruising orembaais according to their designated cruising stations upon the Return of the Hongi fleet, His Honour having already prepared the ordinary Instructions by which the said cruisers will have to regulate themselves; it was thus resolved to conform thereto, and to let the said Cruising take effect in the manner as aforesaid. Was underwritten: Thus done and Resolved at Amboina At the Castle: Nieuw Victoria, date as above. Was signed: R:s v: Pleuren, J: A:n Schilling, J:b Stephanus, W: Beth j:z, N:s Galloo, E:s J:s Beijnon, L:s J:o Haga. Separate Circular To the Right Honorable Gentlemen Governors and Directors of the Three Eastern Governments Banda, Ternate, and Macassar. Right Honorable Gentlemen. I consider myself fortunate to be able to inform Your Right Honorable that since my dutiful last of 26 May last, whereby I gave timely notice of the Report concerning the arrival of a foreign ship at Salwattij, with some hostile designs by the Papuan Pirates, following an Account given by a certain Manipee named Karahita who escaped from the hands of the Papuans, I have until now heard nothing of those alleged hostile attempts, and have been further informed how a certain well-disposed petty king of Roemasoal declared to two spies sent thither by me that he had no knowledge of the arrival of a foreign ship or ships at Salwattij and vice versa, and that the Reports thereof are purely fictitious; furthermore, without any encounter during their three-month cruise on the North side of Ceram, the two Pantjallings sent thither by me have returned, whose commanders had let them run into sight of Roemasoal more than once without discovering anything; having now to let the matter rest here, I further have the honor, pursuant to the revered order of our High Rulers, to prescribe to Your Right Honorable the Table or key to my cipher writing in case necessity should come to require it, to wit whereby the vowel letters are changed into [illegible] and from among the Consonants four into [illegible], wishing to hope that one will have no more need to make use of it than of the secret Signal letter of the recognition flags for the coming year, which I offer to Your Right Honorable in the Appendix of this; and cutting short herewith, after very friendly greetings, I testify to be with the highest esteem, was underwritten: Right Honorable Gentlemen, lower: Your Right Honorable very willing friend and Servant, was signed: B:s van Pleuren, in the margin: Amboina Nieuw Victoria the 20th September the year 1780. To [illegible]

Dutch transcription

123: Bootsman en gezaghebber Dirk Quant in 't vaar„ „waater van de Zuijdkant der hoek Cowack tot aan de Noordhoek van Hatuane. De Pantjalling Delft gevoerd door den quartier„ „meester en gesaghebber Lourens Pieterse in 't vaarwaater van de Zuijdkant der Hoek Sameth tot aan de Noordsijde van de Hoek De Chiampang de Manipees gevoerd door den quar„ „tiermeester en gesaghebber Jurgen Cornelis in 't vaarwaater onder Laricque van de Zuijdkant der Drie Gebroeders tot aan de Negori Lima, en van daar tot aan de Noordkant van de Drooge Rijsthoek. De Twee Kruijsorembaijen van Nussanive en Soija van de hoek van Nussanire tot de Oosthoek van Hoetoemoerij teegens den anderen inkruijssende De Twee Kruijsorembaijen van Soelij en waij van de Oosthoek van Tial tot aan de Westhoek van groot Hoetoemoerij De Twee Kruijsorembaijen van groot. Stative en de Pas van de Zuijdkant van de hoek van Tial tot aan de Noordkant van de hek Hitoe af en aan de hoek van Liang en van daar tot onder het duijven Eijland De Twee Kruijsorembaijen van Latuhalatden Hoetoemoe „rij van de zuijdkant van de hoek van Liang tot de Noordhoek van Mamala om dus met voorsz Agt Kruijsorembaijen de Zuydzijde van 't Hitoese Land te dekken De beijde Kruijsorembaijen van Alang en Lillebooij van de binne hoek van Namakolij tot de buijten hoek van wackasieuw ses Tial. „ting Ses van onder Hila, daar van drie van de oosthoek van Mamala tot voor 't fortres Amsterdam, en de ande„ „re Drie van daar tot de Westhoek van Negorij Lima zodanig dat ilkanderen voor gemeld fortres koomen te ontmoeten. Vier van onder Laricque daar van die van Oering en Assi„ „loeloe, van de Oosthoek van Negorij Lima, tot de Westkant van Assiloeloe; die van Wackasieuw en Laricque van de oostkant van Assiloeloe tot aan de oostkant van Wackasieuw Ses kruijs Orembaijen van onder Haroeko, daar van Drie van de Noord, en Drie van de Zuijd zijde bij verwisse¬ „ling rondsom 't Eijland Oma zodanig dat dezelve de Wastkant van 't duijven Eijland aandoen Agt van Onder Saparoua daar van vier om de Oost tot= aan de hoek van Hatuand in 't Noorden somtijds eens overleggende na de Negorij Leijnitoe op 't Eijland Nus„ „salauwt zuijdoostwaards en de andere vier om de west tot de hoek van Honimoa, en vervolgens tot de hoek van Hatuano in 't oosten, telkens elkander daar ontmoetende. Vier van onder Nussalauwt te weeten Twee van onder Sa„ „paroua westwaards tot aan de Zuijdhoek van Tita„ „waij, en Twee oostwaards tot aan de westkand der hoek van Titawaij dus rondsom het Eijland. hunne armade of toerus„ Voorts gemelde kruijsorembaijen ieder te armeeren met twee Metaale halfponder Draaijbassen, het noo„ „dige Buspoeder, en scherp; beneevens ses fusiliers ge „weeren met Twaalf Douzijn scherpe Pattroonen, item Een gemeene Militair met volle waapens, en Een Corpo„ „raal over Elk divisie Mitsgrs 125. tien voorsien neemen victualie en vertek van hier Mitsg=s opgemelde sComp=s vaartuijgen afte depecheeren in 't laast van de aanstaande Maand October, voor Vijf Maanden behoorlijk geproviandeert en gerictual ieert; en de kruijsorembaijen na hunne aangeweesene kruijs bestekken bij Rettour van de Hongij vloot, hebben„ met d' ordinaire Instruc, „de zijn Ed: reets de ordinaire Jnstructie waar na ged=e kruijssers zig zullen hebben te reguleeren in gereetheijd „gebragt; zo wierd verstaan zig daar meede te Confor„ zodanig gevolg te laaten „ meeren, en de gemelde Bekruijssing invoegen voorsz te laaten gevolg neemen, /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresolveert te Amboina Aan 't Casteel: Nieuw Victoria dato ut supra. /:was geteekent:/ R=s 1: Pleuren J: A:n Schilling, J=b Stephanus, W: Beth j=z N:s Galloo, E:s J:s Beijnon, L:s J„o Haga. Circulair Appart Aan de Wel Edele Agtbaare Heeren Gouverneurs en Directeurs van de Drie Oosterse Gouvernementen Banda, Ternaten, en Maccasser. Wel Edele Agtbaare Heeren. Gelukkig agte ik mij UwelEdele Agtb: tans te kunnen bedee„ „len dat 't seedert mijne gedienstige Laaste van 26: Maij: J: L: waar bij ik tijdig kennis hebbe gegeeven van 't Berigt noo„ „pens de aankomst van een vreemd schip op Salwattij, met eenige vijandelijke ontwerpen door de Papoese Roovers, na aanleijding van een Relaas, gegeeven door seekeren de handen der Papoen ontkoomene Manipees Karahita genaamt, tot hier toe van die voorgewende vijandelijke attentaten niets vernoomen hebbe, en nader g'informeert ben hoe seeker E seeker welgesind koningje van Roemasoal aan twee door mijn na derwaards afgesondene spions gedeclareert heeft, dat hij van de aankomst van een vreemd schip of scheepen op Salwattij en visa versa geen kennis had, en de Be„ „rigten daar van Louter verdigt zoude zijn; voorts zijn ook zonder eenige ontmoeting van hunne driemaandige bekruijssing aan de Noordkant van Ceram geretour„ „neert de twee door mij derwaards afgesondene Pant„ „jallings, welkers gezaghebbers het meer dan een maa„ „len in 't sigt van Roemasoal hebben laaten loopen, sonder iets te ontdekken, hier bij 't nu moetende laaten berusten, verEere mij verder Uwel Edele Agtb: naar 't gevenereert bevel onser Hooge Gebiederen voorteschrijven de Tafel of sleutel tot mijne bedekte schrijfwijse bij aldien 't de nood mogte koomen te vereijsschen te weeten waar bij de vocaal letteren in. . . . . . . . . . . en van onder de Consonanten vier in. . . . . . verandert zijn willende hoopen dat men daar van eevenmin gebruijk zullen behoeven te maaken als de secreete Seijnbrief van de verkenvlaggen voor a=o aanstaande die ik Uwel Edele Agtb: in Albsa deeses aanbiede; en hier meede bekorten„ „de betuijge ik na seer vriendelijke groete met de meeste Hoogrgting te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heeren /:Lager UWel Edele Agtb: seer bereijdwillige vriend en Dienaar /:was geteekent:/ B=s van Pleuren /:inmargi„ „ne:/ Amboina Nieuw Victoria den 20=e September a. o 1780. Aan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

NL-HaNA_1.04.02_3586_0159 view scan ↗

English

1274 To the Right Honorable Sir Bernardus van Pleuren Governor and Director of this Province with its Dependencies Right Honorable Sir! In dutiful observance of Your Right Honorable's highly venerated order, we the humble undersigned take the liberty most respectfully to present to Your Right Honorable a brief extract from our kept journal of the principal matters that occurred during our cruise along the north side of Ceram between Sawaij and small Hottij, or from the Seven Eijlanden to the Tanjong Lingoea; on Saturday the 3rd of June last, having received our instruction from Your Right Honorable, we weighed anchor in the morning of the 4th of the same, set sail, setting our course for our cruising station mentioned at the head hereof; however, compelled by contrary wind and current to anchor off the Poeloe Sikus; having cut a little firewood there, we set sail again and subsequently arrived on the 17th of the same, after first having fired two shots for towing vessels, to anchor at the roadstead of Sawaij; there inquiring of the postholder, pursuant to Your Right Honorable's highly respected order mentioned in the instruction, whether any rovers or foreign ships had been in sight; the said postholder of Sawaij replied in answer that nothing of the sort had been heard of to this day; having here provided ourselves with water and firewood, we thereupon weighed the anchors, then towed outside in calm but high surging seas toward our designated cruising place, when on the 24th of June we tacked in the evening with a north-northeasterly wind to the north-northeast and, due to the strong northerly current, were set close under the shore of the islands near Roemasval, being by estimation the next day 1½ miles off the nearest shore, tacking with a northerly wind to the south, and by sunset were back under the coast of Ceram, having in the meantime inspected a small Ceramese junk, commanded by a native of Hatieling named Massapait, having a proper pass from the resident of Manipa and carrying nothing but provisions, proceeding on toward the coast of Roemasval; continuing to cruise this fairway until the 2nd of July, we were compelled by tempestuous weather and wind as well as heavy seas to drop anchors at the roadstead of Hattilen, when on the 8th of the same, the weather and wind having somewhat abated, the anchors were weighed, sailing with a light breeze and calms to and off the Seven Eijlanden, keeping back and forth there; on the 12th of the same at two o'clock in the afternoon, a native appeared at sea in a small prahu who paddled toward us; having approached the side of the pantjalling, we questioned him as to who he was, whence he came, and whither he was going; whereupon he gave answer that he came from Hottij, was a native of Bonoi, carried off by the Papuans, sold at Kellemoerij, and had fled from there; that having arrived at Hottij, he had received a prahu from the orangkaya of that negorij to continue his flight; having received this report, we let him 129: continue his voyage therewith; furthermore, we set our course for the roadstead of Sawaij to take in firewood and water, being in want of the same, and upon firing a signal shot, were towed to the roadstead by three prahus of the said post, arriving there on the 13th of the same. Having been provided with the said fuel as well as drinking water, we towed outside the bay toward our cruising station, nothing of any note worthy of Your Right Honorable's attention presenting itself to us until the 22nd of the same, when in the evening, having approached to the latitude of Hottij, we tacked to the east with a stiff east-northeasterly land breeze, being set once again by the current close under the islands of Roemasoal, to such an extent that at daybreak we could clearly see the white sand of the beach, estimating ourselves to be a scant mile off the nearest shore, discovering neither ships nor vessels, nor any movement of people on shore; tacking with a northerly wind to the south, we were subsequently under the coast of Ceram in the afternoon. The following day, being the 24th of the same, we saw a Ceramese sail crossing over toward us off the latitude of Roemasoal, and ran up to it, found it manned with 20 heads, as chiefs a certain Malissie, brother of the orangkaya of Hatiling, and the captain of Hottij Laboeda aba, provided with a pass from the resident of Manipa Knop, who informed us that he had been dispatched by the said resident to Roemasval to investigate foreign ships and Papuan pirate vessels, and had now returned from there; but had not heard of any ships or pirates; whereupon the vessel was inspected by the quartermaster and corporal, and having found nothing therein

Dutch transcription

1274 Aan den Wel Edele Agtbaaren Heer Wel Edele Agtbaare Heer! In schuldige observantie van Uwel Edele Agtb: seer gevene„ „reerde ordre, gebruijken w' neederige Teekenaars de vrijheijd uw wel Edele Agtb op 't Eerbiedigste uijt ons gehouden Jour„ „naal een kort uijttreksel aantebieden der voornaamste zaaken welke ons zijn voorgekoomen in onse kruijs „togt van de Noordkant van Ceram tussen Sawaij en klein Hottij of van de Leeven Eijlanden tot de Tanjong Lin„ „goea; op Zaturdag den 3=e Junij J:L onse Instructie van UWelEd: Agtb: ontfangen hebbende, ligten in de morgenstond den 4: dito 't Anker, leijden 't onderzeijl, Cours stellende na ons kruijs bestek in hoofde deeses genoemd, dog door Contrarie wind en stroom genootsaakt ten anker te koomen voor de Poeloe Sikus; aldaar een weijnig brand„ „hout gekapt hebbende leijde het weeder onder zeijl en quaamen den 17=e Dito vervolgens /:na alvoorens twee schooten te hebben gedaan om boeg seer vaartuijgen :/ ter Rheede van Sawaij ten anker; aldaar aan den Posthou„ „der ondersoek doende navolgens UWelEdele Agtb: zeer ge„ „respecteerde ordre bij Jnstructie gemeld, of 'er geen swervers dan wel vreemde scheepen in 't gesigt waren geweest; gem=te Sawaijs Posthouder in antwoord diende, daar van tot heeden niets vernoomen wierd; ons alhier Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur deeser Provintie met de Resorte van dien van - van water en Brandhout voorsien hebbende, ligten daar na d' Ankers, boegseerden vervolgens na buijten met stilte dog hooge aanschietende zeen na onse bepaal„ „de kruijsplaats, wanneer w' op den 24=e Junij 't met een Noord Ooste wind des avonds overlijde om de Noord Noord oost en door de sterke Noordelijke Stroom digt onder de wal van de Eijlanden bij Roemasval wierde gezet, na gissing des anderen daags 1½ mijl uijt de naaste wal zijnde, leggende 't met een Noordelijke wind over om de zuijd, en waaren met sons ondergang weeder onder Cerams kust, ondertusschen gevisitteert hebbende een kleene Ceramse jonk, gevoerd door een Hatielinger Massapait genaamt, hebbende een behoorlijke Pas van Manipas Resident en niets dan Leevens be„ „hoeftens in, settende 't door na de wal van Roemasval 't vaarwater alhier blijvende bekruijssen tot den 2=e julij moest men door onstuijmig weer en wind mitsg=s swaare zeen de Ankers laaten toegaan ter Rheede Hattilen wanneer op den 8:e Dito het weer en wind eenigsints bedaard de Ankers wierden geligt, zeijlende met Labber koelte en stilte tot af en aan de seeven Eijlan„ „den, aldaar 't over en weeder houdende, vertoonde zig den 12:e Dito des 's middags om twee uuren per praauwtje in zee Een Jnlander welke na ons toeschepte; op zij van de Pantjalling genadert zijnde, ondervraagden w' denselven wie hij was, van waar hij quam en werwaards hij heenen wilde! daar op tot antwoord gaf van stottij te koo„ „men, een Bonoir te zijn, door de Papoen weggevoert, op Kellemoerij verkogt, en van daar weggevlugt, dat op Hottij aangekoomen en van den Orangkaij dier Negorij een Praauw gekreegen had ter voorstsetting van zijn vlugt; Dit Rapport bekoomen hebbende Lieten w' denselven daar 129: daar meede zijne Rheijse vervolgen voorts stelde onse Cours na de Rheede van Sawaij om Brand„ „hout en waater in te neemen hebbende aan 't zelve gebrek„ en op een gedaane seijnschoot wierden door Drie Prauwen van gem=te Post geboegseert na de Rheede arriveerde aldaar den 13=e Dito. van gem=e Brandstoffe als meede Drinkwater voorsien geworden zijnde, boegseerden buijten de Bogt na ons Kruijs„ „bestek, koomende niets van eenige remarcque Uwel Edele Agtb: attentie waardig ons te vooren tot den 22 Dito, wan„ „neer w' des avonds tot op de hoogte van Hottij genadert met een stijve Oost Noord Ooste Landwind overleijde om de Oost, werdende door de stroom andermaal geset tot onder de Eijlanden van Roemasoal, in so verre dat w' met het aanbreeken van den dag duijdelijk het witte sand van 't strand sien konde, giste een kleijne Meijl uijt de naaste wal te zijn ontdekkende nog scheepen nog vaartuijgen, ofte eenige beweeging van volk aan wal leggende het over met een Noordelijke wind, om de Zuijd„ en waaren voorts in d' agtermiddag onder Cerams Cugst. Daags daar aan zijnde den 24=e Dito zagen een Cerams zeijl op de hoogte van Roemasoal naar ons over„ „steeken, en liepen 't zelve op, bevonden 't bemand met 20 kop„ „pen als Hoofden eene Malissie Broeder van Hatilings Orangkaij, en den kapitain van Hottij Laboeda aba, voor„ „sien met Een Pas van den Resident van Manipa Knop welke aan ons te kennen gaf door gem=e Resident na Roemasval afgesonden te zijn, ter ondersoek van vreemde scheepen en Papoese Roofslooten, en als nu van daar was te rug gekeert; dog geen scheepen of Roovers vernoomen, had; werdende hier op door den quartiermeester en Corpo„ „raal 't vaartuijg gevisiteert en daar in niet gevonden hebbende

NL-HaNA_1.04.02_3586_0162 view scan ↗

English

having contrary to the Company's Instructions, we let the same continue its voyage! Subsequently we were forced by heavy weather on the 28th ditto to come to anchor in the roads of Hatilen; from where we weighed anchors, as the weather and wind had somewhat abated, and returned to our cruising station, touching at the post Sawaij now and then for information. The three-month orders for cruising having come to an end, without having seen, discovered, or heard of any foreign vessels, Papuan pirates, or unpermitted rovers, set course for the Main Castle where on the 2nd of this month we dropped anchors; furthermore, no other matters of any note having occurred to us during this cruise worthy of Your Honorable's attention, we hope to have dutifully complied with the orders herewith, and take the liberty in the most respectful manner to sign ourselves with the greatest deference, underneath stood, Right Honorable Worshipful Sir, lower, Your Right Honorable Worshipful's humble and obedient servants, was signed, Dirk Quant and Louwrens Pieterse, in the margin, Amboina the 4th of September 1780. List of such vessels as have arrived here from Ceram's south coast from the first of September 1779 until the last of August 1780, and have departed thither again, with specification of that which has been imported and exported by the same. Anno 1779 September 2. The 2nd Stem of Laimoe named Panglagalla with another 19 persons of his negorij arrived here by junk, bringing along 100 toemangs of sago flour; and On the 9th ditto departed again for his negorij with 3 pieces of coarse bleached percale, 10 pieces of cambays, 5 axes, and 10 pieces of parangs. Anno 1779 September 3. The native Sikoe, with another 21 persons from Aepa, arrived here by junk, bringing along 700 toemangs of sago flour, and On the 10th ditto returned back to his negorij, taking along 11 pieces of linens of the Company's assortment, 20 pieces of parangs, 15 pieces of axes, and 5 measures of rice. Anno 1779 September 10. The native Saleman, with another 11 persons from Hatoemetting, arrived here by junk for trade, bringing along 300 pieces of ceiling planks, 4 pieces of lingoa ditto, 10 bundles of sassafras, 2 pieces of lories, 60 toemangs of sago flour, and one female slave, and On the 21st ditto departed again for his negorij, taking along 0 pieces of linens of the Company's assortment, 1 Coast cloths, 5 Macassar cloths, 14 pieces of parangs, 3 pieces of axes, 3 steel pans, 30 plates, 15 measures of rice, 3 handkerchiefs, 2 Macassar trousers, and 5 knives. Anno 1779 September 10. Kiaij, with another 12 persons from Hatoemetting, arrived here by junk for trade, bringing along 350 pieces of ceiling planks, 10 pieces of lingoa ditto, 3 pieces of lories, 100 toemangs of sago flour, and for defense 1 piece of musket and half a bottle of powder, and On the 21st ditto departed again for his negorij, taking along 6 pieces of linens of the Company's assortment, 15 pieces of Macassar trousers, 10 pieces of Javanese cloths, 10 Macassar handkerchiefs, 20 parangs, 2 axes, 1/2 dozen knives, 12 bowls and plates, 15 measures of rice, 1 steel pan, and for defense 1 piece of musket and 6 live cartridges. Anno 1779 September 10. The native Jacob, with another 22 persons from Hatoemetting, arrived here by junk for trade, bringing along 500 pieces of ceiling planks, 10 pieces of lingoa ditto, 130 toemangs of sago flour, 8 lories, 1 cockatoo, item for defense 1 piece of musket and 1 piece of live cartridge, and Anno 1779 September 21 departed again for his negorij with 15 pieces of linens of the Company's assortment, 10 pieces of cloths assorted, 1 piece of chintz, 1 piece of songket, 10 pieces of trousers, 10 pieces of handkerchiefs, 20 pieces of bowls and plates, 3 pieces of axes, 20 pieces of parangs, 20 measures of rice, 10 pieces of knives, and 5 steel pans, item for defense 1 piece of musket and 6 pieces of live cartridges. September 10 ditto. The native Djoemat, with another 20 persons from Aepa, arrived here by junk, bringing for trade 3 pieces of cockatoos, 800 toemangs of sago flour, 3 pieces of lories, and 4 pieces of book wood, and On the 22nd ditto returned from here to his negorij, taking along 7 pieces of axes, 20 pieces of parangs, 4 pieces of coarse bleached guinees, 3 measures of rice, 3 pieces of dungarees, 10 pieces of handkerchiefs, and 5 fathoms of brown blue salempores. September 14 ditto. Arrived here by junk from Tobo, the Raja of that negorij Waijlessie with another 16 persons, bringing along 400 pieces of ceiling planks, 200 toemangs of sago flour, 30 pieces of lingoa planks, and 1 Papuan female slave, item for defense 10 pieces of musket and 12 live cartridges, and On the 24th ditto departed again for his negorij, taking along 5 pieces of coarse bleached salempores, 3 pieces of ditto brown blue, 5 measures of rice, 1 piece of sarassa cloths, 5 pieces of parangs, 4 pieces of axes, 4 pieces of knives, and 10 pieces of bowls, for defense 1 piece of musket, 12 shots of powder and lead. September 14 ditto. The native Kawa, with another 11 persons from Tobo, arrived here by junk, bringing along for trade 50 pieces of ceiling planks, 50 pieces of lingoa ditto, 100 toemangs of sago flour, and 3 pieces of book wood, item for defense 2 pieces of muskets and 4 pieces of live cartridges, and On the 24th ditto departed again for his negorij, taking along 3 pieces of coarse bleached guinees, 10 pieces of dungarees, 3 pieces of sarassa cloths, 10 pieces

Dutch transcription

hebbende strijdig sComps Instructie, lieten w' 't zelve Reijs vorderen! Vervolgens wierden genootsaakt door swaar weer den 28=e Dito ten anker te koomen ter Rheede van Hatilen; van waar w' de ankers /: also weer en wind eenigsints bedaard was :/ ligten, en onse kruijsplaats weeder betrokken, doende de Post sawaij nu en dan eens aan op informatie De driemaandige ordres ter bekruijssing ten eijnde geloopen zijnde, sonder vreemde vaartuijgen, Papoese Roo„ „vers of ongepermitteerde swervers gesien ontdekt of vernoomen te hebben, stelde Cours na 't Hoofd Casteel alwaar op den 2. ' deeser de Ankers lieten toegaan; voorts in deese onse kruijstogt geen andere zaaken van eenige aanmerking als voorsz ons voorgekoomen zijnde Uwel Ede„ „le attentie waardig, hoopen w' hier meede aan de ordres schuldpligtig voldaan te hebben gebruijken w' op 't Eer„ „biedigste de vrijheijd ons met de meeste onderdanigheid te onderschrijven /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uw welEdele Agtb: onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekent:/ Dirk quant en Louwrens Pieterse /:in margine:/ Amboina den 4=e Septemb: 1780: Lijst van zodanige vaartuijgen als 'er van Cerams zuijd„ Cust zeedert Primo September 1779. tot ultimo Augustus 1780: alhier aangekoomen en weeder derwaards vertrocken zijn met specificatie van het geene door dezelve is in en uijt¬ „gevoert a=o 1779: 2: Septemb: Den 2=e Stem van Laimoe Panglagalla gen=t met nog 19: koppen zijner Negorij is per sonk alhier aangekoomen, meede brengen„ „de 100: Ioemangs zagoemeel; en Weeder na zijn Negorij vertrocken met 3: p„s parcallen gemeene gebl: „ _„o 9: „. 131: a=o 1779: a=o 1779: 10: A:o 1779: 10: gebt 10 p=s Cambaijen 5 beijlen en 10 p=s parrings 3: Septemb: Is den Inlander Sikoe, met nog 21: Coppen van Aepa alhier per jonk aangekoomen meede brengende 700 Loemans zagoe„ „meel, en „ _„o 10: _„o weder na zijn Negorij te rug vertrocken meede neemende 11: p=s Lijwaaden van 'sComp=s sorteering, 20 p=s Parrings: 15: p„s beijlen en 5 Maaten Rijst _„o Is den Inlander Saleman, met nog 11 Coppen van Hatoe„ „metting alhier per Jonk aangekoomen ten handel meede brengende 300 p=s zolder planken 4: p=s Lingoa d=o 10 bossen sassefras 2: p„s Loeris 60 Toemangs zagoemeel en Een sla„ „vinne, en „ _„o 21: _„o weder na zijn Negorij vertrocken meede neemende 0 p=s Lijwaa„ „den van 'sComp=s Sorteering, 1: Cust kleedjes, 5 Maccassaarse kleedjes 14=e p=s Parrings, 3 p=s beijlen, 3 staale pannen 30: pierings 15: maaten Rijst 3: Neusdoeken 2: maccassaar„ „se broeken en 5: messen Kiaij, met nog 12 koppen van Hatoemetting, is per jonk alhier aangekoomen ten handel meede brengende 350: p„s solder planken 10 p„s Lingoa d=o 3 p„s Loeris, 100 toenangs zagdemeel, en tot defensie 1: p„s snaphaan en een half bottel kruijt en „ _o 21: _„o weder na zijn Negorij vertrocken meede neemende 6: p=s Lij„ „waden van 'sComp=s zorteering 15: p=s maccassaarse broeken 10 p=s Javaese kleedjes, 10 maccassaarse neusdoeken 20:— parrangs 2: beijlen ½ doussijn messen, 12 kommen en Pierings 15 maaten Rijst 1 staele pan en tot defensie 1 p=s snaphaan en 6: scherpe pattroonen A=o 1779: 10: _„o Is den Inlander Jacob. met nog 22 Coppen van Hatoemetting per Ionk alhier g'arriveert ten handel meede brengende 500 p=s solder planken, 10 p=s Lingoa d=o 130: toemangs= zagoemeel _„o e a:o 1779: 21: Sept=r „ _„o 14„ „ _„o 24: zagoemeel 8 Loeries, 1: Kakatoea, item tot defensie 1 ps„ snaphaan en 1 p„s scherpe pattroon en weeder na zijn Negorij vertrocken met 15 p=s Lijwaaden van sComp=s zorteering, 10 p„s kleedjes in z=t 1 p:s Chits 1 p„s sonkit 10 p=s broeken 10 ps Neusdoeken 20 p=s Commen en pierings 3: p=s beijlen 20: p=s parrings 20 maaten Rijst 10 p=s messen en 5 staale pannen, item tot defensie 1 p„s snaphaan en 6: p=s scherpe Pattroonen „ _„o 10: _„o Den Jnlander Djoemat, met nog 20 Coppen van Aepa, is per jonk alhier g'arriveert, ten handel aanbrengende 3 ps kakatouas 800: Toemangs zagoemeel 3: p„s Loeris en 4 p=s boeken hout en _„o weder van hier na zijn Negorij geretourneert, meede neemende 7 p=s beijlen 20 p=s Parrings 4 p=s guinees gem: gebl: 3 maten rijst 3 p„s dongrissen 10 p s neusdoeken en 5 vadems salemp:s bruin bl: _„ Isp=r jonk van Tobo alhier g'arriveert, den Radja dier Negorij Waijlessie met nog 16: koppen, meede brengende 400: p=s Solder planken: 200 Loemangs zagoemeel 30 p„s Lingoa planken en 1 papoese slavinne, item tot depensie 10 p=s snaphaan en 12: scherpe pattroonen en _„o weder na zijn Negorij vertrocken meede neemende 5: p=s salemp:s gem: gebl: 3 p=s d=o br: bl: 5 maaten Rijst 1: p=s sarassa kleedjes 5: p=s Parrings 4: p=s beijden 4: p=s mes„ „sen, en 10: p=s Commen, tot defensie 1 p=s snaphaan, 12 schooten kruijt en Lood. „ _„o 14: _„o Is den Inlander Kawa, met nog 11 koppen van Tobo per Ionk alhier aangekoomen, ten handel meede brengende 50: p=s solder planken 50 p=s Lingoa d=o 100 Toemangs za„ „goemeel en 3 p=s boeken hout item tot defensie 2 p„r snap„ „haanen en 4 p„s scherpe Pattroonen en _„o weeder na zijn Negorij vertrocken meede neemende 3: p„s„ guin:s gem:t gebl: 10: p:s dongrissen, 3: p=s sarasse kleedjes 10: ps „ _„o 22: „ _„o 24:

NL-HaNA_1.04.02_3586_0165 view scan ↗

English

133: 10 pieces axes, 15 pieces parangs, 2 pieces patola cloths, and 2 measures of rice; for defense 2 pieces flintlocks and 6 pieces live cartridges. Anno 1779, 14 September: Today the native from Tobo named Battilisa, manned with 7 more hands, arrived here by junk, bringing for trade 100 pieces loft planks, 5 pieces lingoa ditto, 100 tumangs sago flour, and 10 bundles sassafras; and On the 24th departed again to his negorij, taking along 2 pieces guinees commonly bleached, 2 pieces patolas, 2 pieces sarasses, 3 pieces salempores commonly bleached, 15 pieces axes, 3 pieces pans, and 3 pieces loyangs; for defense 2 pieces flintlocks, 20 shots powder and lead. Ditto 14 ditto: The native named Kodjalilie, with 14 more hands from Tobo, arrived here by junk, bringing for trade 200 pieces loft planks, 20 pieces lingoa planks, 100 tumangs sago flour, and 10 bundles sassafras; and On the 24th ditto departed again to his negorij, taking along 4 pieces salempores commonly bleached, 4 ditto broad bleached, 2 measures of rice, 1 piece silk fabric, 4 pieces axes, and 6 pieces parangs. Anno 1780, 2 April: Arrived here by junk from Amahey the native Stephanus Kaboro with 14 more hands, bringing along 800 tumangs sago flour and 9000 pieces baked sago breads; and Ditto 10 ditto departed back from here to his negorij, taking along 6 pieces linens of the Company's assortment, 2 pieces gingham, 9 pieces assorted cloths, 1 piece cast net, 8 Macassar trousers, 10 pieces parangs, 1 piece axe, and 0 pieces handkerchiefs. Ditto 2 ditto: The native Isaac Toepimahoe, with 11 more hands from Amahey, arrived here by junk, bringing for trade 600 tumangs sago flour and 10,000 pieces baked sago breads; and Ditto 9 ditto departed again to his negorij, taking along 8 pieces linens of various sorts of the Company's assortment, 8 pieces Cambay cloths, 2 pieces Bouton cloths, 30 pieces parangs, 2 pieces striped cloths, and one cast net. Turn over Anno 1780, 19 April: The native Philip Mendes, with 22 more hands from Elopapoetij, arrived here by junk, bringing along 1230 tumangs sago flour, and for defense 4 pieces flintlocks and 6 pieces live cartridges; and Ditto 29 ditto returned again to his negorij, taking along for trade 5 pieces assorted linens of the Company's assortment, 1 piece black half-baftas, 11 pieces sarasse cloths, 0 pieces Javanese chelloes, 3 ditto handkerchiefs, 10 Macassar trousers, 20 pieces knives, 40 pieces parangs, 1 piece axe, 4 pieces cast nets; and for defense 4 flintlocks and 1 dozen live cartridges. Ditto 27 ditto: The native Johannes Watkanma, with 13 more hands from Elipapoetij, arrived here by junk, bringing for trade 300 tumangs sago flour; for defense 1 piece flintlock and 4 pieces live cartridges; and On 6 May departed again to his negorij, taking along 3 pieces guinees commonly bleached, one sarasse cloth, 35 pieces parangs, 2 pieces axes, and several fathoms of assorted linens; for defense 1 piece flintlock and 6 pieces live cartridges. 13 July: The native Rohoban, with 21 more hands from Sepa, arrived here by junk, bringing along for trade 1050 tumangs sago flour, 5 pieces dulangs, 3 pieces cockatoos, and 4 pieces lories; and Ditto 22 ditto returned again to his negorij, taking along for trade 16 pieces assorted linens of the Company's assortment, 2 pieces sarasses, 10 fathoms assorted linens, 10 pieces assorted handkerchiefs, 10 Macassar trousers, 6 measures of rice, 2 pieces axes, 15 pieces parangs, and 3 pieces knives. Ditto 22 ditto: The native Saleman from Hatoemetting, with 19 more hands of his negorij, arrived here by junk, bringing along 960 tumangs sago flour, 12 lories, 1 piece cockatoo, 20 bundles sassafras, 25 pieces dulangs, 3 pieces lingoa planks; and for defense 1 piece flintlock, 2 bottles powder, and 80 pieces bullets; and Ditto 27 ditto returned again to his negorij, taking along for trade 40 pieces 135: Anno 1780, 23 July 40 pieces assorted linens of the Company's assortment, 6 pieces Macassar cloths, 3 Javanese ditto, 1 chintz, 6 Javanese chelloes, 2 Coast cloths, 10 handkerchiefs, 15 measures of rice, 5 axes, 6 parangs, 20 plates and bowls, with the same ammunition goods for defense. The native Soemaat, with 21 more hands from Sepa, arrived here by junk, bringing along 740 tumangs sago flour, 2 pieces lories, 2 pieces white cockatoos, and 5 loft planks; and Ditto 2 August departed back from here to his negorij, taking along 4 pieces assorted linens of the Company's assortment, 30 fathoms assorted linens, 10 pieces handkerchiefs, 25 pieces Macassar trousers, 30 pieces parangs, 2 pieces axes, and 40 pieces plates and bowls. Soemate, native from Sepa, arrived here by junk manned with 7 more hands of his countrymen, with 200 tumangs sago flour; and Ditto 24 July departed again to his negorij, taking along 2 pieces guinees commonly bleached, 2 fathoms salempores broad bleached, 1 piece oeti oeti cloths, 5 pieces Macassar trousers, and 3 measures of rice. Ditto 27 July: The native Sieka, with 18 more hands from Sepa, arrived here by junk, bringing along 700 tumangs sago flour; and Ditto 4 August departed back from here to his negorij, taking along 2 pieces dongrees bleached, 4 pieces guinees commonly bleached, 20 fathoms salempores broad bleached, 12 fathoms chelloes, 10 pieces handkerchiefs, 7 pieces axes, 25 pieces axes, 25 pieces parangs, and 2 measures of rice. Ditto 20 July: The native Jacob, with 18 more hands from Hattoemetting, arrived here by junk, bringing along 800 tumangs sago flour, 2 pieces lingoa planks, 13 pieces lories, 35 bundles sassafras; and for defense 2 pieces flintlocks, 1 bottle powder, and 50 pieces bullets; and Ditto 2 August returned again from here to his negorij, taking along 25 pieces assorted linens of the Company's assortment, 1 piece silk striped gingham, 10 pieces handkerchiefs, 10 Javanese cloths, 24 pieces parangs, 2 pieces axes, 16 measures of rice, 10 Macassar trousers, and 12 knives, with the said ammunition goods. Turn over

Dutch transcription

133: 10 p=s Beijlen 15: p=s parrings, 2: p:s patolassen kleedjes en 2 maaten Rijst, tot defensie 2: p=s snaphaanen en 6 p=s scherpe pattroonen a=o 1779: 14: Septemb: Op heeden is den Inlander van Tobo Battilisa gen=t en be„ „mand met nog 7 koppen per jonk g'arriveert, alhier ten handel aanbrengende 100 p=s solder planken 5: p=s Lingoa d=o 100:: toemangs zagoemeel en 10 bossen sassafras; en _„n weeder na zijn Negorij vertrocken, meede neemende 2: p=s qui„ „nees gem gebl: 2 p:s pattolasse, 2: p=s sarassen, 3 p:s salem p=s gem gebl 15 p. s beijlen 3 p. s pannen en 3 p=s Loijangs, tot de„ „fensie 2 p=s snaphaanen, 20: schooten kruijd en Lood „ _„o 14:' _„o: Den Inlander kodjalilie gen=t met nog 14 Coppen van Tobo, is per jonk alhier aangekoomen, ten handel aanbrengende 200: p=s solder planken, 20 p„s Lingoa planken 100 toemangs zagoemeel en 10 bossen sassafras en Weeder na zijn Negorij vertrocken meede neemende 4 p=s Sa„ „lempoers gem: gebl: 4: d=o br: bl 2: maaten Rijst 1: p=s zeijde stof 4: p=s beijden en 6 p=s Parrings A=o 1780: 2: April Is per Jonk van Amaheij alhier g'arriveert den Inlander = Stephanus Kaboro met nog 14 koppen meede brengende 800 toemangs zagoemeel en 9000: p=s gebaeke zagoe broodjes, en „ _„o 10: _„o weeder van hier na zijn Negorij terug vertrocken meede neemen„ „de 6: p=s Lijwaden van sComp=s zorteerings 2: p=s gingan 9 p„s kleedjes in z=t 1 p=s werpneth 8 maccassaarse broeken 10 p„s parrangs 1: p=s bijl, en 0 p=s Neusdoeken. _„o Den Jnlander Isaac Toepimahoe, met nog 11 Coppen van Amaheij, is alhier aangekoomen per jonk, ten handel aanbren„ „gende 600: toem:s zagvemeel en 10'000 ps gebaeke zagoebroodjes; en „ _„o: 9:' _„o weeder na zijn Negorij vertrocken meede neemende 8 p=s Lijwae„ „den in zoort van sComp=s sorteerings 8: p=s Cambaijen kleedjes 2 p„s boeton kleedjes 30 p=s Parrings 2: p=s gestreepte kleedjes en Een werpnet. verte „ _„o 24: „ _„o 24: _„o „ „ _„o 2: A=o 1780: 19. April Den Inlander Philip Mendes met nog 22 koppen van Elopa„ „poetij is alhier per jonk g'arriveert meede brengende 1230: toemangs zagoemeel en tot defensie 4 p=s snaphaanen en 6. p:s scherpe pattroonen en _„o weeder na zijn Negorij geretourneerd neemende tot negotie meede 5: p=s Lijwaeden inz=t van 'sComp=s zorteering 1 p=s baf„ „tas zwarte halve 11 p=s sarasse kleedjes 0 p=s javase Chelas„ „se 3: d=o neusdoeken 10 Maccassaarse broeken 20 p=s messen 40: p=s Parrings 1: p=s beijl 4: p=s werpmetten, en tot defensie 4: „ snaphaanen en 1: doussijn scherpe pattroonen. „ _„o 27: _„o Is den Inlander Johannes Watkanma, met nog 13: koppen van Elipapoetij, per Jonk alhier g'arriveerd, ten handel aan„ „brengende 300 Toemangs zagoemeel tot defensie 1 p=s snap„ „haan en 4: p=s scheepe Patthoonen en 6: Maij weeder na zijn Negorij vertrocken meede neemende 3 p=s guinees gem: gebl Een sanassa kleedjes 35 p=s parrings 2 p=s beijlen en eenige vadems Lijwaden in't tot defensie 1 p=s snaphaan en 6 p=s scherpe Pattroonen 13: Julij Is den Inlander Rohoban met nog 21 Coppen van Xepa p=r Jonk alhier g'arriveert ten handel meede brengende 1050 toem=s Zagoemeel 5: p=s doelangs, 3: p=s kakatoeas en 4: p=s Loeris en „ _„o 22: _„o Weder na zijn Negorij geretourneert neemende tot negotie meede 16 p=s Lywaeden in z=t van sComp=s sorteering 2 p=s saras„ „sen, 10: vadems Lijwaden in z=t 10 stuks neusdoeken in Z=t 10: Mac„ „cassaarse Broeken 6 maaten Rijst 2 p=s beijlen 15 ps parrings en 3 p=s messen „ _„o 22: _„o Is den Inlander Saleman van Hatoemetting met nog 19 Cop„ „pen zijner Negorij per jonk alhier g'arriveert meede brengen„ „de 960 Loemangs zagoemeel 12: loeris 1 p=s kakatoea 20 bos„ „sen Sassafras 25 p=s doelangs 3: p=s Lingoa Planken, en tot defensie 1: p=s snaphaan 2 bottels kruijt en 80 p=s kogels; en _„o 27: _„n weeder na zijn Negorij geretourneert neemende meede tot Negotie 40: p=s „ _„o 29: _o „ „ _„o 2 135: a=o 1700: 23: Julij „ _o 2: Aug=s „ _„o 27 Julij „ _„o 4: Aug=s 40 p„s Lijwaaden in z=t van sComp=s sorteering, 6 p=s maccassaarse kleedjes 3: javase d=o 1: Chits: 6: javase Chelasse 2 Custkleedjes 10: neus„ „doeken 15 maten Rijst 5 beylen 6 parrings 20 pierings en Commen met gelijke Ammunitie goederen tot defensie den Inlander Soemaat met nog 21 Coppen van Aepa, is per jonk al„ „hier g'arriveert meede brengende 740: Loemangs zagoemeel 2 p=s Loeris 2. p=s witte kakatoeas en 5 solder plankens en weeder van hier na zijn Negorij te rug vertrocken meede neemende 4 p=s Lywaeden in z=t van sComp=s zorteering 30 vadem Lijwaden in z=t 10 p„s Neusdoeken 25 p=s maccassaarse broeken 30 p=s parrings 2 p=s bijlen en 40 p=s Pierings en kommen. soemate Inlander van Xepa is per jonk bemant met nog 7 Cop„ „pen zijner Landslieden alhier aangekoomen met 200 Loemangs zagoe„ „meel, en „ _„o 24: Julij weeder na zijn Negorij vertrocken neemt meede 2 p=s guinees gem: gebt 2 vadem Salempoeris br: bl 1 p=s oetij Oetij kleedjes 5 p=s Mac„ „cassaarse broeken en 3 maaten Rijst Is den Inlander Sieka met nog 18 Coppen van Aepa per jonk alhier g'arriveert meede brengende 700: toemangs Zagoomeel: en Weeder van hier na zijn Negorij terug vertrocken neemt meede 2: p=s d'ongrissen gebl 4: p=s guinees gem gebl 20 vadems salemp=s br bl 12: vadems Chelassen 10 stux neusdoeken 7: p=s beijlen 25 p„s beijlen 25: p=s Parrings en 2: maaten Rijst Den Inlander Jacob, met nog 18 Copjoen van hattoemetting is per Jonk alhier aangekoomen meede brengende 800 Toemangs zagoe „meel 2 p=s Lingda planken 13 p=s loeris, 35 bossen sassafras en tot defensie 2 p„s snaphaanen 1 bottel kruijt en 50: p=s koogels; en Weeder van hier na zijn Negorij geretourneert neemt meede 25 p=s Lij„ „waden in Z=t van sComp=s zorteering 1: p=s zijde gestreepte gingan 10: p„s neusdoeken 10 javaese kleedjes 24 p=s parrings 2: p=s beijlen 16 ma„ „ten Rijst t0: Maccassaarse broeken, en 12: messens met gesegde ammunitie goederen: — „ _„o 2: Aug=s „ _„o 2: Aug=s „ _„n 20: Julij verte ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3586_0168 view scan ↗

English

Year 1700, 27 July Ditto, 4 August Ditto, 3 August Ditto, 28 July Ditto, 3 August Arrived here by conk from Hatumetting the native of Siwabessie, manned with 10 more heads of his countrymen, bringing along for trade 500 tomangs of sago flour, 18 pieces of Lingao planks, 7 bundles of sassafras, and for defense 1 piece of musket, half a bottle of powder, and 10 pieces of bullets, and departed back again to his aforementioned settlement, taking along 6 pieces of bleached ordinary Guineas, 5 pieces of red karrikans, 1 piece of bleached dongris, 1 piece of bateksen cloths, 4 fathoms of bleached ordinary Guineas, 6 measures of rice, 0 pieces of parangs, 2 pieces of axes, and with the said ammunition goods. Ditto, 27 July. The native Kaiai, with 17 more heads from Hattumetting, arrived here by jonk, bringing along 900 tomangs of sago flour, 7 pieces of Lingao planks, 13 pieces of lories, 3 pieces of cockatoos, 30 bundles of sassafras, and for defense 2 pieces of muskets, 1 piece of swivel gun, 1 bottle of powder, 30 pieces of musket bullets, and 20 pieces of swivel gun bullets, and departed back from here to his settlement, taking along 6 pieces of bleached ordinary Guineas, 5 pieces of black baftas, 30 pieces of red karrikans, 5 pieces of bleached dongrises, 2 pieces of brown-blue salempores, 20 measures of rice, 10 pieces of bowls and saucers, 4 pieces of axes, 10 pieces of handkerchiefs, 5 pieces of Macassar cloths, 1 dozen knives, and with the said ammunition goods. The native Patti Radja with 20 more heads from Hatoemetting arrived here by conk, bringing along 900 tomangs of sago flour, 31 pieces of planks, 16 bundles of sassafras, 2 pieces of boxwood, 6 pieces of lories, and for defense 2 pieces of muskets, 2 bottles of powder, and 15 bullets, and returned from here back to his settlement, taking along 2 pieces of bleached Guineas, 9 pieces of red karrikans, 7 bleached dongrises, 1 piece of Surat cloths, 2 pieces of Parong ditto, 1 piece of Javanese chelas, 1 piece of gum, 1 piece of copper sampat sirih, 1 kettle, 15 parangs, 3 pieces of axes, 16 measures of rice, 3 pieces of knives, 2 large bowls, and with the said and with the said ammunition goods. Ditto. The native Lasiatta, with 10 more heads from Poeloesaij, arrived here by jonk, bringing along 400 tomangs of sago flour, 7 pieces of lories, 1 piece of white cockatoo, and for defense 1 piece of pistol and 4 pieces of sharp cartridges, and overleaf Ditto 16 137 Ditto 1700, 19 August departed back from here to his settlement, taking along 14 pieces of assorted linen from the Company's assortment, 5 fathoms of assorted linen, 2 pieces of chelas, 6 measures of rice, 6 pieces of handkerchiefs, 1 piece of axe, 8 pieces of parangs, and with the said ammunition goods. Underneath stood: Amboina at Castle Nieuw Victoria, the last day of August, Year 1740. Lower was signed: V. Beth, son of Pieter, provisional fiscal. Collated: G. aga Secretary 145 be for the garrison; so that, if your high [illegible] around the Guandamsche Banda Secretary 8. 145 8. Secret for Netherlands be for the garrison; so that, if your high [illegible] old Guandamsche To His Excellency The Right Honorable, Far-Ruling Lord Reijnier de Klerk Governor-General Together with The Honorable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Far-Ruling Lord, Honorable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen. Most respectfully replying to your utmost venerated separate letter of 26 November 1779, the second submissive signatory shall not fail to maintain the most meticulous correspondence with the neighboring 138 neighboring governments, and when the secret manner of writing has been established on a firm footing on both sides, then to deliver the key thereof to Your Excellencies in the most cautious manner. Likewise, furthermore, in case of unexpected hostile attacks by foreign powers, everything will be accomplished that can possibly be done with the present extraordinarily weakened garrison; further, having arrived at the utmost extremity in such case, taking as a basis the Capitulation of Pondicherry sent to us. More than once has one assured Your Excellencies with earnestness that Banda is held suspected of no certainty of spice smuggling, and one may do so with all the more boldness, now that the nutmeg plantations hereabouts are almost entirely destroyed, in addition to which a particular speculation to the charge of the Ceram people appears in the answers given on 13 January 1700 at Castle Orange in Ternate 145 Neijro, 5 August 1780. be for the garrison; so that, if your high [illegible] around the Guandamsche to the questions by the Caudipanger Mokobohan, recently sent to us from there by the ministry. We subscribe this in the most humble capacities of, Right Honorable, Far-Ruling Lord! Honorable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen, Your Excellencies' loyal and dutiful, obedient servants. 140 Aaas L. Liderman 8. 145 be for the garrison; so that, if your high [illegible] around the Quandaarsche 8. 145 be for the garrison; so that, if your high [illegible] around the Guandamsche Ternate and Macassar secret letters, cited in the letter now departing of October 1780. No. 14 8. 145 8. be for the garrison; so that, if your highness might once proceed around the Quandangsche 141 To His Excellency The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Lord Reinier de Klerk, Governor-General, Beside The Honorable, Valiant Gentlemen, Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord And Honorable, Valiant Gentlemen! Before making a report to Your Excellencies of some points that were deemed strictly necessary to bring beforehand to your highly honored knowledge, although the received secret letters of 31 December of the preceding year and 26 February last past cannot yet possibly be answered as required due to their late delivery, this serves in all respect beforehand for information that the first signatory, for the reasons set forth by Your Excellencies at the beginning of the first secret letter, has proceeded to appoint the Fiscal Hemmekam as the first political servant

Dutch transcription

a:o 1700 27: Julij „ _„o 4: Aug=s „ _„o 3: Aug=s „ _:o 28: Julij „ _„o 3: Augs Is per Conk van Hatumetting alhier g'arriveert den Inlander van siwabessie en bemand met nog 10 Coppen zijner Landslieden, ten handel meede brengende 500 toemangs zagoemeel 18 p=s Lingoea planken 7 bossen sassafras, en tot defensie 1 p=s snaphaan ½ bot„ „tel kruijt en 10: p=s koogels en weeder na zijn voorsz Negorij te rug vertrocken, neemt meede 6: p=s guinees gem: gebl: 5: p:s karrikans roode, 1 p:s dongris gebt 1 p=s bateksen kleedjes 4: vadems guinees gem: gebl: 6: maaten rijst 0 p=s Parrings 2: p=s beijlen, en met gesegde Ammunitie goederen „ _„o 27: Julij Is den Inlander Kaiai, met nog 17. koppen van Hattumetting per jonk alhier g'arriveert, meede brengende 900 Loemans zagoe„ „meel, 7 p=s Lingoa planken 13 p=s Loeris, 3 p=s kakatoeas, 30: bossen sassafras en tot defensie 2: p=s snaphaanen 1: p=s draaijbas 1: bottel kruijt 30 p=s snaphaan koogels en 20 p=s draaijbas Cogels en weeder van hier na zijn Negorij terug vertrocken neemt meede 6: p=s guinees gem: gebl 5: p=s baftas swarte 30 p=s karrikams roode 5: p=s don„ „grissen gebl 2 p=s salemp=s br: bl: 20 maten Rijst 10 p=s kommen en pierings 4: p=s beijlen 10: stux Neusdoeken 5 p=s maccassaarse kleedjes 1oouzijn messen en met gesegde ammunitie goederen. Den Jnlander Patti radja met nog 20 Coppen van Hatoemetting is per Conk alhier aangekoomen, meede brengende 900 toemangs zagoemeel 31 p=s planken, 16 bossen sassafras 2 p=s boeken hout 6 p=s Loeris en tot defensie 2 p=s snaphaanen 2 bottels kruijt en 15 kogels, en weder van hier na zijn Negorij geretourneert neemt meede 2. p=s guinees gebl: 9 p=s karikams roode, 7: dongrissen gebl: 1 p=s souratse kleedjes 2 p=s Parongse Dito 1: p=s Javase Chelasse 1: p=s gom 1: p=s koopere Sampat sirie 1: ketel 15: parrings 3. p=s beijlen 16 maten rijst. 3 p=s messen 2 groote kommen en met gesegde en met gesegde ammunitie goederen _„o Den Inlander Lasiatta, met nog 10 koppen van Poeloesaij per jonk alhier g'arriveert meede brengende 400 toemangs zagbemeel 7. p=s Loeris 1 p=s witte kakatoea en tot defensie 1 ps pistool en 4: p„s scherpe Pattroonen, en verte „ _o 16: 137: d:o 1700: 19: Aug:s weeder van hier na zijn Negorij terug vertrokken, neemt meede 14: p=s Lijwaeden in z=t van sComp=s sorteering 5 vadem Lijwaaden in zoort 2 ps Chelassen 6 maaten Rijst 6 p=s neusdoeken 1: p=s beijl 8. p=s parrings en met gesegde ammunitie goederen /:onderstond:/ Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria adij Ult=o Augustus A=o 1740.: /:lager was geteekent:/ V Beth- ptz. pot fiscaal Gecorteert G aga Secret.:s 145 voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog tanmgen omde Guandamsche n Banda Sectr 8. 145 8. Sicruet voor Neeslamt voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog tmaen oude Guandamsche m Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen wijdgebiedende Heer Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal De wel Ed: gestr: groot Agtb: Heeren Raaden van Beerlands India Hoog Edelen wijdgebiedende Heer Wel Edele gestr: groot Agtb: Heeren. Eerbiedigste antwoordende op hoogst derselve sier gevenereerde apparte lettere van den 26: 9ber: 1779 sal den tweede Submissin tekenaar niet versuijmen met de Benevens 138 nabuurige nabuurige gouvernemente eene allernauw keurigste brieff wisseling te onderhouden en wanneer de Secrete Schrijftrant van weerskante op eenen vaste voet beraamd is als dan de sleu„ „tel van dien uw hoog E„s op de voosgtigste maniere besrag„ Gelijk dan verders in Cas van onverhoopte vijandelijke aantas„ „tingen door vreemde mogentheeden alles sal bewerkstelligt worden wat met eenige mogelijkhijt door het aanweesige buij„ „ten gemeen verswakte guarnisoen kan geschieden, voorts op het uijterste gekomen sijnde in sulke geval tot een basis„ te neumen de ons toegesondine Capitulatie van Pondesherijf Meer dan eens heeft men UW Hoog Edelheedens met impressement betuijgt dat Banda met geene sekerheijt van specerij sluijkerij verdagt gehouden word, en men mag het met des te meerder vrijmoedigheijt doen, nu dat de nooten plantagies hier om streeks genoegsaam tot aliter verwoest sijn, waar te boven eene bijsondere speculatie ten laste der Cerammers voorkomt, bij de in dato 13 Januarij 1700 op Ternate ten Casteele Orange 145 Neijro den 5: August 1780. voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog mort mmaren omde Guandamsche m b'antevoorde vragen door den Caudipanger Mokobohan ons daar het ministere aldaar onlaangs toegesonden. wij ondertekene dese in de allernedrigste hoedanig heede van Hoog Edele wijdgebiedende Heer! Wel Edele gestr: groot Agtb: Heeren w hoog Edelheedens trouw „schuldige en onderdanige dienaeren. 140 Aaas L Liderman /8. 145 voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog mort aren omde quandaarsche m 8. 145 voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog en mart anmaren omde Guandamsche Ternaatse en Maccassaarse secrete Brieven, bij de tans afgaande Brief van 8ber. 1780. geciteerd. No. 14 8. 145 8. voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog „delheden eens mogte overgaen omde Quandangsche 141 Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen groot Agtbaren wijd gebied: Hoea Reinier de Klerk Gouverneur Generaal. Nevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands Indie Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Heer En Een Wel Edele Gestrenge Heeren! Alvorens uwe Hoog Edelheeden verslag te doen van eenige poincten, die volstrekt noodzakelijk werden geagt praelabel ten hoog g'eerde kennis van Hoogst dezelven te brengen, schoon de ontvangene secrete brieven van den 31. December aop:o en 26. februarij Jo leden nog onmogelijk naer vereisch kunnen werden beantwoord, door denzelven laaten aen„ breng diene in alle eerbied voor af tot na rigt, dat de Eerste tekenaer, om de door uale Hoog Edelheeden bij het begin des eersten secreten nedergestelde motiven, overgegaen is om den fis„ kaal Hemmekam als de eerste politicque bediende

NL-HaNA_1.04.02_3586_0182 view scan ↗

English

servant next to him, to be chosen to share in the knowledge of Your Right Honourable's intention to command regarding secret matters, and at the same time to co-sign the secret letters, in the humble expectation that this step will not be disapproved. And coming to the matter at hand, we have the honour to initially communicate to Your Right Honours that the ship Delfshaven, together with three of the four korra-korras that accompanied it, returned here to the roadstead on 4 January, without having encountered any Maguindanaos or other pirates during this entire voyage, which costs the Company a considerable sum of ƒ 19985. 3. 12., while the fourth, on the journey from Manado to Guandang during strong winds, fell under the ship which was underway at full speed, and met with an accident. The people were nevertheless all fortunately saved, but on that occasion the following munitions of war were lost: 1 piece snaphaunce 1 piece cartridge pouch 4 pieces bayonets 1 piece barrel of gunpowder 2 pieces round shot of 1 lb 5 pieces long shot 10 pieces grape shot ½ 30 pieces round shot 10 pieces long shot ½ 10 pieces grape shot ½ and 1 ladle and pig's tail, all of which was written off in the secret session of 14 March, because we considered that the King of Ternate could not be charged for effects lost through his subjects without their fault. Three of the principal orders given to the Commissioners by the Governor Thomaszen deceased, having consisted: first, in the inspection of the Palicas gold mines and the selection of the most suitable place there for the erection of a fort; secondly, in the apprehension of a certain ndliamarang Sharif Haffil residing at Dondo; thirdly, in the seizure and arrest of the two Maguindanao and Buol princes Manuel Manappen and Macadompis, who have already caused much commotion; so the two Commissioners Duur and De Koning, in fulfilment of the first two points, have surveyed these and all the surrounding mines, according to their report, with the greatest accuracy, as well as the most favourable location for the erection of a fort, and have also settled with the chiefs of the Buol people in a meeting held, that four delegates would follow the Commissioners to Dondo within a few days, and then travel further with them to Ternate to present their petition to the Moluccan government. However, they have not yet appeared to this day and will probably not appear at this castle anytime soon, certainly for fear of one or another correction on account of deceiving the Commissioners and the Governor and Council on the one hand, and on the other hand because of the jealousy among the four principal chiefs, who all have a right to the vacant regency and fear that one will be preferred over the other, and for those reasons hold each other back and divert from the intended voyage. However, in this regard, we are (under correction) of the opinion that little is lost by the said Buol delegates staying away, since we are fully convinced that Your Right Honours will hardly resolve to establish another post at Palila, and our men, who in these times cannot possibly be sent thither in sufficient numbers, would be exposed here to depletion, as well as to becoming victims of roaming pirates and gold smugglers, besides the fact that the gold which the Buol people dig can easily be brought by them to Quandang, and one can nevertheless, unless one had an abundance of men, by watching, much less prevent, even if there were a garrison at Palila, that gold be concealed and alienated by the natives, as they have all kinds of means and ways to do so, unless a chief were stationed there who had resided long in Celebes and was not ignorant of their tricks. Nevertheless, according to the testimony of some people familiar with that region, a post there would be quite as advantageous as at Quandang, which is also a very poor place for the Company, and just as safe and much healthier for the garrison; so that, if Your Right Honours might ever proceed to relocate the Quandang residency to Palila, for we well know that it is now no time to make proposals regarding the establishment of new posts, and if a capable resident familiar with that region were then stationed there, the Company might sometimes obtain more gold than at present, while that of Quandang, which to our regret is very little annually, could be brought with little trouble for bartering to Gorontalo. Yet we only set this down here as our thoughts, based on the reports received, and for the highly esteemed consideration of Your Right Honourable and Worshipful, since we are well convinced that if the establishment of such a new post were not provided with the requisite qualities, the relocation would sometimes cause more harm than good, besides the fact that the King of Limboto would undoubtedly be entirely disturbed by the removal of the garrison from Quandang, to which he would nevertheless have to resign himself and consider such as a reward for the poor compliance with the contracts regarding the delivery of gold. In the seizure of the aforementioned Sharif ordered to the Commissioners, they have not acquitted themselves as well as on the first point, at least the outcome has subsequently been confirmed from all sides. Entirely

Dutch transcription

bediende naast hem, te verkiezen tot het mede ken nis dragen van Hoogst derzelver intentie te be„ veel en omtrend secreete zaken en teffens tot het mede tekenen der secreete brieven in nedrige ver wagting dat dese stap niet zal werden Gedis approbeert. En hier mede ten zaeke tredende hebben wij de Eere uwe hoog Edelheeden ten beginne te Com„ municeeren dat het schip Delfslaven nevens drie der wier hem verzeld hebbende Korra Korras of den 4. Januarij alhier ten rheede is terug Geko„ men, zonder Maguidanauwers of andere Ro„ vens op dezen geheelen togt die de Comp: op eene aen zienlijke somme van ƒ 19985. 3. 12. komt te staan te hebben ontmoet, terwijl de mende, op de reize van Manado naer Guandang bij sterken wind onder het schip dat in volle waert was geraekt en aen ongelukt is. Het volk wierd nogten allen geluk gened maer vande ammunitie van oorlog zijn bij die gelegenhe vermist. 1 p. s snaphaan 1. „ patroontas 4: „ bajonetten 1. „ vat buskreut 2. „ rondscherp van 1. lb 5 „ lang _o 10 „ druiven ½. 30 „ rond scherp 10 „ lang _o „ ½. „ 10 „ druiven . „ ½. „ en 1. Lepel en vaerkenstaart, welk een en ander ten secreete sessie vanden 14. Maert ten afschrijvin 1: 145 8. voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog delheden eens mogte overgaen omde Quandangsche is Gepasseert, om dat wij Considereerden, dat Ternaetsch koning niet konde werden belast voor Effecten, door zijne onderdanen; zoude hun toedoen, verloren geraakt Drie der voornaemste en aan de Commissianten door den heer Gouverneur Thomaszen /z: gege„ vene ordres, bestaan hebbende, Eerstelijk inde visitatie der Palicasche Goud mijnen ende ver„ kiezing van de bekwaamste plaats aldaer, ter opregting van Een fort, Tweedens in het oppakken van zekeren te Don de zig ophoudende ndliamarangsche sarieff Haffil, derdens in de opligting en arresteering der beide reeds veel gerigt gemaekt hebbende Magondsche en Boelangsche Princen Ma„ nuel Manappen Macadompis zo hebben de twee Commissianten Duur en de koning in voldoening der twee eerste poincten deze en alle de daer omstreeks leggende mijnen volgens hun berigt met de meeste accuratesse opgenomen zo wel als de fovorabelste gelegenheid ter crec„ tie van een fort zo mede met de hoofden den Bwoloreezen in eene gehoudene vergadering uitgemaakt dat vier Gecommitteerden, den Commissianten binnen weinige dagen naer Doudo volgen en dan, verder mede naer Ternaten ven„ trekken zouden ten openlegging van hunne instantie aan de Moluksche regering Dezel„ ven zijn egter tot heden nog niet opgedaegd en zullen denkelijk thans soospoedig niet aan dit kasteel verschijnen, in't bedugting zekerlijk voor de eene of andere Correctie en. 143 weegens het duperen der Commissianten en van den Gou„ verneur en raad eensdeels, en anderdeels in't hoofde den Jalousij van vier den voornaemste hoofden, die alle recht tot het vacante regentschap, hebben en vree„ sen dat den een den anderen zal werden voorgetrok ken, en om die redenen elkanderen ophouden en vande Eerwaerds reize diverteeren wij zijn egter ten dezen opsigte (onder correctie) van gevoelen, weinig en aan verbeurt te wezen dat ged: Bwoloncesche gecommitteerden zijn uit gebleven, wijl wij ten vollen overzuigd zijn, dat uwe hoog Edelheden dog munnen zullen re„ solveren, om weder een Post op Paclilla aen te leg„ gen en onze manschappen die indeze tijden vol„ strekk niet in een genoegzaem aenzal naer der waerds kunnen gezonden werden zouden ons hier te ontbloken, als ten slagt, off en van 'z wer„ derde rovers en goud smokkel aens te exponeeren, behalven dat het goud 't welk de Bwoloreesen gra„ ven gemakkelijk door hen naer quandang kan werden gebragt en men en dog, ten zij men over„ vloed van manschappen hadde, met oppassen, veel minderbeletten kan, al was eene bezetting te Palhila, dat door de Jnlanders Goud verduisterd en vervreemd, werde als daar toe allenhande middelen en uit wegen hebbende ten ware en een Hoofd bescheiden lag die lange op defelebes verkeerd, hadde en van hunne kunst greepen niet onkun dig ware Evenwel zoude een Post aldaer volgens het Getuigenis van zommige en dien land streeks bekent zijnde lieden, ruim, ze voordeelig als te quandang t welk ook een zeer slegte plaets is voor de Comp: en even zo veilig en veel gezonden voor 145 8. voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog Edelheden eens mogte overgaen omde Quandangsche residentie naer Pallila te verplaetzen, want om propositien wegens aenleg van nieuwe Posten te doen wet en wij wel dat het nu geen tijd is en er als dan een bekwaam en om dien ooird bekenden resident te stellen de Comp: zomwijlen meerder Goud dan tegenwoordig zoude kunnen bekomen terwijl het Quandangsche 't geen tot ons leed„ wezen zeer weinig Jaarlijx is, zouden veel moeite ter trocque naer Esorontalo zoude kunnen werden Gebragt. Dog wij stellen dit hier maer als onze ge„ dagten, op de ontvangene berigten en als ter hoog g'eerde speculatie van uwe Hoog Edele Groot, Agtbaren ten neder vermits wij wel overtuig zijn dat indien de aenleggen van zodanige nieuwe Post, niet met de vereischte qualiteiten voorzien was, de verplaetzing zomwijl en meer quaad als goed zoude te weege brengen, behalven dat Limibots koning buijten t wijffel gansch gestoord, over de weg„ neeming der bezettelingen der Quandang zoude wezen waren hij zig egter zoude moeten getrooken en zulks aanmeeken als eene belooning voor het slegt nakomen der Con„ tracten omtrend de Goud levenantie. Inde aande Commissianten Geordonneerde opligting vanden voornoemden Sariel hebben zig dezelven niet zo wel als van het eerste po„ niet Gekweeten ten minsten de uitslag is daer na van alle kanten bevestigt. Gansch

NL-HaNA_1.04.02_3586_0186 view scan ↗

English

because of the deception of the Commissioners, and of the Governor and Council on the one hand, and on the other hand because of the jealousy among the four principal chiefs, all having a right to the vacant regency and fearing that the one will be preferred over the other, and for those reasons delaying one another and diverting the Reverend's journey. We are nevertheless in this regard, under correction, of the opinion that little has been lost by the said Bwolonese commissioners remaining away, as we are fully convinced that Your Right Excellencies will not resolve to establish a post at Pachilla again and our troops, who in this region currently cannot be sent thither in sufficient numbers without stripping us bare here, exposed as targets to stray robbers and gold smugglers, besides the fact that the gold produced by the Bwolonese can easily be brought by them to Quandang and one can nevertheless, unless one has an abundance of troops on watch, little prevent, even if there were a garrison at Palhila, the gold from being hidden and alienated by the natives, as they have all means and evasions for this, unless a chief were stationed there who had resided long on Celebes and was not ignorant of their tricks. However, according to the testimony of some persons acquainted with that district, a post there would be far more advantageous than at Quandang, which is also a very bad place for the Company, and just as safe and much more advantageous for the garrison; so that, if Your Right Excellencies should ever decide to move the Quandang residency to Pallila—for we well know that now is no time to make proposals regarding the establishment of new posts—and then appoint a capable resident acquainted with that area, the Company might sometimes obtain more gold than at present, while that of Quandang, which to our regret is very little annually, could without much trouble be brought in barter to Gorontalo. Yet we put this forward merely as our thoughts, based on the reports received, and for the highly esteemed consideration of Your Right Honorable Excellencies, since we are well convinced that if the establishment of such a new post were not provided with the requisite qualities, the relocation would sometimes bring about more harm than good, besides the fact that the King of Limbotto would undoubtedly be quite disturbed over the withdrawal of the garrison from Quandang, which he nevertheless would have to endure and take as a reward for the poor fulfillment of the contracts regarding the gold delivery. In the apprehension of the aforementioned Sarief ordered to the Commissioners, the same have not acquitted themselves as well as on the first point; at least the outcome has not been at all favorable, which is true. The Commissioners lay the blame, and not without reason, upon the Ternatans or properly Makianese, who instead of keeping the house of the Sarieff surrounded, went to the beach when they learned that he would be seized if he would not go along voluntarily, and otherwise showed him much respect, which however ceased as soon as he had escaped by flight, upon which report they immediately plundered his little hut of the mats, pots of rice, and other trifles, and brought them to their corocoras, notwithstanding all the remonstrances of the Commissioners and of the clerk Tataha, who with the three of them were utterly unable to oppose their greed for plunder without fear of mutiny. Outside the river of Toutolij, the Commissioners overtook some of the booty taken by the Ternatans and brought hither eight slaves of the aforementioned Sarief, of whom one has died and one has run away, with six remaining here. Then, as it appears more or less from the reports received from Gorontalo that it would have been better had the order for the apprehension of that Sarief never been given, and we judge that it would also have been very unreasonable to arrest someone who cannot be accused of any misdeeds or demonstrated hostility against the Company, the first measure resolved upon is to return the six remaining slaves to the Sarief at the first opportunity with a friendly letter, in the hope that this will meet with Your Right Excellencies' favorable approval, once Your Excellencies have examined the enclosures accompanying this under Numbers 2, 3, and 4, to which we humbly refer regarding this matter and all else that occurred on that expedition and is of little consequence, only noting further that to the Commissioners, upon their instance for restitution and demonstration that it was impossible to avoid the following expenses, subject to the highly esteemed approval of Your Right Excellencies, has been furnished: Rds. 190. 45 in cash 4 pcs. Guinees, common bleached 8 pcs. brown-blue 6 pcs. bunting, assorted 60 lbs. nails 38 lbs. wax candles, and 250 cans of arrack The third order regarding the Duke and the King having been left by the Commissioners to Resident Koenes for execution, he did not arrest these aforementioned Princes, but, having been to Boelang himself, took them along to Manado at their own request and had them depart hither on the ship, offering a report of the true state of this affair, announcing that the said two Princes were innocent and this, just like the previous matter, was misdirected. This was afterwards confirmed from all sides.

Dutch transcription

weegens het duperen der Commissianten en van der verneur en raad eensdeels, en anderdeels in't ho den Jalousij van vier den voornaemste hoofden, alle recht tot het vacante regentschap, hebben en sen dat den een den anderen zal werden noord ken, en om die redenen elkanderen ophouden vande Eerwaerds reize diverteeren wij zijn egter ten dezen opsigte (onder Corr van gevoelen, weinig en aan verbeurt te dat ged: Bwoloncesile gecommitteerden 2 uit gebleven, wijl wij ten vollen over zuigd dat uwe hoog Edelheden dog munnen zulle solvenen, om weder een Post op Pachilla aen gen en onze manschappen die indeze tijd strekk niet in een genoegzaem aenzal in der waerds kunnen gezonden werden zou„ hier te ontbloten, als ten slagt, offen van z„ derde rovers en goud smokkel aens te exp behalven dat het goud 't welk de Bwolorde ven gemakkelijk door hen naer Guandan werden gebragt en men en dog, ten zij men vloed van manschappen hadde, met oppassen, minderbeletten kan, al was eene bezettin Palhila, dat door de Jnlanders Goud ver„ en vervreemd, werde als daar toe allen Ed middelen en uit wegen hebbende ten ware en Hoofd bescheiden lag die lange op defelebes ver hadde en van hunne kunst greepen niet dig ware Evenwel zoude een Post aldaer volgens Getuigenis van zommige en dien landstr bekent zijnde lieden, ruim, ze voordeel„ te quandang 't welk ook een zeer slegt is voor de Comp: en even zo veilig en veel voor 145 8. voorde bezettelingen wezen; zo dat, als uwe hoog Edelheden eens mogte overgaen omde Quandangsche residentie naer Pallila te verplaetzen, want om propositien wegens aenleg van nieuwe Posten te doen wet en wij wel dat het nu geen tijd is en er als dan een bekwaam en om dien ooird bekenden resident te stellen de Comp: zomwijlen meerder Goud dan tegenwoordig zoude kunnen bekomen terwijl het Quandangsche 't geen tot ons leed„ wezen zeer weinig Jaarlijx is, zouden veel moeite ter trocque naer Gsorontalo zoude kunnen werden Gebragt. Dog wij stellen dit hier maer als onze ge„ dogten, op de ontvangene berigten en als ter hoog g'eerde speculatie van uwe Hoog Edele Groot Agtbaren ten neder vermits wij wel overtuig zijn dat indien de aenleggen van zodanige nieuwe Post, niet met de vereischte qualiteiten voorzien was, de verplaetzing zomwijl en meer quaad als goed zoude te weege brengen, behalven dat Limbots koning buijten t wijffel gansch gestoord, over de weg„ neeming der bezettelingen der Quandang zoude wezen waren hij zig egter zoude moeten getrooken en zulks aanmaeken als eene belooning voor het slegt nakomen der Con„ tracten omtrend de Goudlevenantie. Inde aande Commissianten Geordonneerde opligting vanden voornoemden Sarief hebben zig dezelven niet zo wel als van het eerste po„ niet Gekweeten ten minsten de uitslag is daer na van alle kanten bevestigt. Gansch Gansche niet favorabel geweest 't Jel waar, de Commissianten leggen deschuld, en niet zonder reden op de Ternatanen off Eigentlijk Mac¬ quiandeus die in stede van het huis van den sarieff om zingeld te houden, zig naer strand be„ gaven, wanneer zij vernamen, dat hij zoude wer„ ken opgepakt, indien hij niet goeden niet mede wilde Gaen en betoonden hem overigens veel eerbied, welke egter ophield, zodra hij met de vlugt g'echapeerd was, als op welk berigt zijl: aenst onds deszelfs Hukje vande matjes, protjes rijs en andere niet noemens waerdige dingen beroofden en naer hunne korraskorras bragten niet tegenstaende alle de remonstratien den commissianten en vanden schrijven Tataha„ welke met hun drieen onmogelijk in staat waren om hunne buit gierigheid tegen te gaen zouden vreese van opstand. E Duiken de door de Ternatanen gemaekte voor de revier buit zijn door de Commissianten „ van Toutolij nog agterhaald en herwaerds Gebragt agt Lijfei„ genen van meermelte Sarief, waer van een over„ leden en een gedrost wezende, en nog zes alhier overblijven. 9 Dan de wijl uit de van Goront als ontvangene berigten meer of min blijkt dat het beter ware geweest, dat de order, ten opligting van dien sa„ rieff nimmer ware gegeven, en wij oordeelen, dat het ook zeer onredelijk zoude zijn geweest, om iemand op te pakken die men van geene wanbedrijven nog betoonde, vijandschap tegens de Comp: kan beschuldigen, is de eerste teken aen is voor de Comp: en even to vertrgen voor te 147 te rade geworden omde zes nog overgeblevene Lijfeijge„ nen bij de eerste gelegentheid met een vriendelijken brieff weder aen den Sarieff te renvoijeeren in Eope dat dit uwer Hoog Edelheeden gunstige goedkeuring zal wegdragen, als hoogst dezelven, de dezen on„ der Numeris 2. 3. 4. verzellende bijlagen zul„ Een hebben geresumeert aan welke wij ons zoo omtrend dieswegens, al het verder op dien Togt voorgevallene en van weinigen aenmenking zijnde, een biediglijk refereeren eenlijk nog noterende dat aande Commissianten op hunne instantie tot restitie tie en dentoning dat t' onmogelijk de oudenvol„ gende bekostigingen hebben kunnen verwijden, mitsgaders de veel g'eerde approbatie uwer Hoog Edelheden is verstrekt. Rd. s 190. 45 aan Contanten 4 p:s guinees gem: Gebl:t _o bruin blauw 8 6 „ vlagge doeken in zoort 60 lb spijckers 38. „ waxkaersen en 250. kannen arap apij Her derde bevel, door de Commissianten den hartog ende koning aan den Resident Koenes ten uitvre„ ring overgelaten zijnde, zo heeft deeze voormelte Pricen niet opgepakt, mar, zelfs op Boe„ lang geweest zijnde, op hun eigen verzoek naer Manado mede genomen en met het schip naer herwaerds laten vertrekken, onder aen bod van een berigt vande wezentlijke Gesteldheid dezer affaire, aankoning dat ged: twee Princen onschuldig waren en dit zo wel als het vorig Mins„ leijd was. daer na van alle kanten bevestigt: Dit -

NL-HaNA_1.04.02_3586_0190 view scan ↗

English

We have considered this report with all exactitude in our session of 5 February, and subsequently found the conduct of Koenes in this matter to be very equitable and just. And as we have on that occasion also observed in what manner the present so-called Marcus Manoppo, but actually Papoetoengang, was appointed king over the Kingdom of Boelang and Mogondo instead of the lawful claimant Manuel, and that the previous ministry in this regard, by the former resident of Manado, Wenthold, and the bookkeeper De Koning—with what intentions is unknown to us—was most shamefully misled; and at the same time taking into consideration the conduct displayed by that usurper for some time now, the said Koenes was authorized by us in the same session to have Papoetoengang apprehended, if this could be done without commotion or expense, and to send him hither under the seizure of his effects on account of his debts to the Company, which the grandees of the realm have already paid him twice over in gold, and in the meantime to retain Prince Manuel under good promises. This order has also already been carried out, for a few weeks ago the First Signatory was informed that Papoetoengang is already under arrest at Manado and only a fitting and safe opportunity is awaited to send him to Ternate; your Right Honourables being able, if it pleases you, to see at large in the report transmitted under No. 5 what intrigues the said Windhold and De Koning have used to cause the Moluccan Government at that time to agree to their proposal. If Koenes has given us satisfaction with an ample elucidation concerning the case just described, he has on the other hand again highly displeased the First Signatory and further council members with his unauthorized arrests and sending up of eight Hoekums, and with his expedition to Timoehoen, the one as well as the other described at large in the bundle offered to your Right Honourables under No. 6, upon the resumption of which we do not doubt in the least that your Highest Selves will be pleased to observe with us that Koenes acted far too rashly in this matter, without deliberation and consideration of the consequences, for before proceeding to the arrest of those people and to an expedition to Toudano, he ought first to have given us knowledge of what had occurred and then his considerations, but not to have begun without our prior orders, since there was nothing here that required haste. The aforementioned eight Hoekums were for that reason, after we had first examined and admonished them pro forma in our meeting, and so as not to make them too bold, to be respectful and obedient to a resident henceforth, sent back again to Manado, and Koenes was most sharply ordered in writing to treat the natives with forbearance and amicability, and furthermore to reconcile himself as soon as possible with the Toudaners, even though they might bear some guilt, as this is not the time to have to deal with domestic enemies in addition to foreign ones. From the reports subsequently received from Manado we must gather that Koenes obeyed our representations and complied with our orders, since he reports that he strictly observed the orders of the government, and that all is in full quiet at Manado, concerning which period we have nonetheless demanded an extensive explanation, though not yet received it due to the non-appearance of private vessels. We think that it will also not be out of place here in passing to mention an incredible, utterly simple-minded, most absurd accusation brought by the resident Winthold against the bookkeepers Duur and De Koning, as if they had robbed an amount of more than 200,000 rixdollars, and that in cash, at Dondo. And although we were fully convinced that this, and also that the said Sarieff wished to avenge himself immediately with a considerable fleet on that account, was an absolute falsehood, we and the other members of the council nonetheless had Duur, who is present here, as well as the clerk Taka Ea and the heads of the cora-coras answer to this accusation and substantiate their apology under oath, but at the same time seriously reproached Wenthold for the little respect he bears this government by continually hindering it in its weightier occupations with worthless news reports, in which for the most part there is not a true word and which are commonly only idle talk from natives, and causing new and verge-like griefs to your Right Honourables as well as to us without first informing himself of the reality of the reports brought to him. Copies of both matters are transmitted under No. 7, as well as of another piece of news concerning the infidelity and evil intention of the Buginese, to which we can also give no credence unless Wenthold, by his poor deliberation, all too hasty fear, and the resulting capture and arrest of two nakhodas and Captain Poananauw, had himself encouraged the Buginese to revenge; for judging that he would have acted much more prudently and surely in such cases to follow in the footsteps of his predecessors, among others the residents Uttewaal and Mol, instead of indulging his own caprice, we have also left the further course of this affair to his discretion, with the authorization, however, not to send the arrested persons hither to answer for themselves except in case of absolute necessity and conviction of infidelity or evil intentions, but otherwise to release them again with friendly words and by an amicable manner.

Dutch transcription

Dit berigt hebben wij ten onzen sessie van den 5 febr met alle exactitude over wogen en vervolgens zeer billijk en regtvaerdig bevonden de behandeling van koenes in dezen. En terwijl wij al mede bij die Gelegenheid hebben ontwaerd, op wat wijze de tegen„ woondige zo genaamde Marcus Manoppo dog eigentlijk Papoetoengang tot koning over het Boe„ lang en Mogondosche Rijk in stede vande wette ge Pratendent Manuel, is aengesteld en het vori„ ge Ministerie ten dezen opsigte doorden gewezene Manadoschen resident wenthold en den boekhouder De koning in't welke inzigten is ons onbe„ kend op het schandelijkste om den Tningeleid„ en te gelijk in Consideratie genomen het zedert Eenigen tijd gehouden gedrag van dien usurpa„ teur, zo is gem koenes door ons ten selven sessie Gequalificeerd, om Papoetoengang, indien zulks zonder opschudding ofkosten konden Geschieden, te laten opligten en onder in beslag neeming zij„ nen effecten uit hoofde zijner schulden aande Comp die rijxgroten aan hem reeds tweemalen ruim ab„ gelegd hebben in goud, herwaerds te zenden en in„ tusschen, onder goede beloften Prins Mhanuel aen te houden. — Aandeze order is ook reeds voldaen want voor eenige weken is de Eerste Tekenaer ven„ wittigt, dat Papoetoengang al op Manado in arrest zit en eenlijk naar bekwaame en vei„ lige occasie gewagt word, om hem naer Ternaten te verzenden, kunnende uwe hoog Edelheden bij het onder N. 5. – overgaand berigt des behagende in't breede zien, welke intrigeus de ged: windhold ende koning hebbe gebruikt is voor de Comp: en even noorwy voor om 149 om de Moluksche Regeering te dien tijd hunne propositie te doen agreeren. Heeft Scoenes ons met eene ample elucida tie omtrend het zo even beschreven geval genoegen Gegeven hij heeft daer en tegen den Eersten te leenaer en verdere raadsleden ten hoogsten weder mis„ noegd gemaakt, met zijne ongequalificeerde ar„ resteeringen op zending van agt Hockums en met zijnen Togt naer Timoehoen het een zo wel als het andere in 't vreede beschreven, bij den on„ den N. 6. uwe hoog Edelheeden geoffereert wordende bundel, nu welkens resumtie wij in genendele twijffelen of Hoogst dezelven zullen met ons wel gelieven aan te merken Dat koenesal te voor „barig, zonder overleg en overweging den ge volgen, in desen is te werk gegaen, want hij al vorens tot de arrestering dien menschen en tot eenen op togt naar Toudand overtegaen, ons eerst hadde behooren kennis van het voorgevallene en dan zijne Consideratien te geven, dog niet te beginnen zouden onze voorafgaande bevelen, vermits hier niets was dat verhaasting vereischte De voormelde agt Hoekums zijn uit dien hoofde nadat wijze alvorens in onze ver„ gadering proforma en om ze ook niet al de stouk te maken, onderhouden en vermaand hadden om voort aen eerbiedigen en gehoorza„ men Jegens een resident te wezen weder naer Manado te rug Gezonden en Koenes is op t scherpste aangeschreven om verdrag en min„ zamen met den Jnlanden om te gaen en voorts daer na van alle kanten bevestigt. ten ten spoedigsten zig weder met den Toudaners, te verzoenen, schoon zijl: al eenigen schuld mogten hebben, wijl het nu den tijd niet is, om behalven met de buitenlandsche ook nog met binnen„ landsche vijanden te doen hebben. uit de Naderhand van Manado ontvangene berigten moeten wij opmaken dat koenes aen onze vertogen g'obedieert heeft en onze beveelen is nagekomen, vermits hij meld, dat hij den rege ring orders stipt nagekomen, en dat alles te Manado in volle rust is, omtrend welke perio de wij egter breedvoerigen verklaring hebben G'eischt, dog nog niet bekomen door het niet op dagen van particuliere vaertuigen. Wij denken dat het hier almede niet mala propos zal komen en passant en te halen eene door den resident winthold tegens de boekhou dens Duur, en de Koning ingebragte ongeloofd felijke allen onnoselften, absurste beschuldi ging even als of deze op Dondo een bedragen van ruim 200'000 rd:s en wel aen Contanten, zouden hebben Geroofd, En of schoon wij vol„ komen overtuig waren dat dit en teffens ook dat ged Sarieff met eene Considerabele vloot zig aanstonds dies wegens revengeeren wil„ de eene volstrekte onwaerheid was hebben wij ende verdere leden des raeds even wel Duur die hier present is zo mede den schrijver Taka Ea en de hoofden der Korra korras rig op deze occusatie, laten verankwoorden en hunne appologie met hede doen staven, dog teffens warthold ernstig gereprocheert over zijne is voor de Comp: en even aoveweg weinige voor 151 wenige agting die hij deze regeering toedraagd, met dezelve bij Continuatie door niets waerdige nieuwstijdingen aan welke den meesten tijd geen naer woord is en 't geen door den bank eenlijk „lofs uit strooijschen van Jnlanders zijn, in hun „ne gewigtigere bezigheden te beletten en uwe hoog Edelheeden zo wel als ons zonder zig alvorens vande wezentlijkheid den aen hem aangebragt wordende berigten, te toen in for„ meeren, maer nieuwen en vergenschen kom„ men te baren gaande van het een en ander onder N7. Copijen over zoo mede van eene andere tijding nopens de ontrouwe en het kwaad voorne„ men der Boegineesen aan welke wij ook onmo„ gelijk geloof kunnen debereeren ten zij dat went hold door zijn kwaad overleg al te voorbarige creese en daer uit oorspronkelijke opvatting en arreestvering van twee annachodas en den Capitein Poananauw, de boegineesen zelfs tot wraake aengemoedigt hadt, want oordeelende dat hij veel verstandigen en zekerder zoude heb„ ben gedaen, om indiergelijke gevallen de voet„ stappen zijner voorzaten en onder anderen den residenten wttewaal, en Mol, in plaats van zijn eijgene Caprice te voegen, hebben wij het verder beloop van deze abfaire ook aan zijn beleid over„ Gelaten, met qualificatie, om egter niet dan bij absolute noodzakelijkheid en overtuiging van ontrouwe of kwade voornemens de gearres„ teerden herwaerds ter verantwoording te zenden dog de zelven anders weder te langeren en met vriendelijke bewoordingen en door een min„ ma daer na van alle kanten bevestigt. 1 saem

NL-HaNA_1.04.02_3586_0194 view scan ↗

English

joint conduct, to make the insult inflicted upon them forgotten. We expect the best from this notification, but can report nothing otherwise or positive because the Resident Wenthold, against our express order and threat, detains under all sorts of frivolous pretexts three successive vessels that departed for Gorontalo since the month of October, thereby plunging us into the utmost embarrassment. At the same time as the ship Delfshaven, but on a separate vessel, twelve persons who fled from the Magindanauwers arrived here from diverse regions, among whom two were abducted along with the crew members of the bark the Ida from one of Wolf's paduackangs, but the other ten on diverse occasions and at different times. In addition to these, there also unexpectedly appeared here in the month of April a quartermaster and four sailors, namely Johannes Post, Herman Laijs, Dirk Janszen Deventer, Pieter Johannes Lansen, and Coenraad Boos, likewise taken prisoner with the said bark and escaped in the month of February of last year from Xullok in a small prahu. The late Governor Thomaszen had the first interrogated on question points, and by the latter the first signatory had a narrative given, which papers are now presented to Your Right Excellencies under Nos. 9, 10, and 11; and the same is furthermore respectfully informed that in emulation of Your Right Excellencies' very wise management, three have again at their request been taken into service in their previous capacities with the wages earned before their capture, and each of them has been granted fifteen rijksdaalders as a gratuity in consideration of their great poverty and lack of clothing; but the quartermaster Post and sailor Laijs, likewise upon their requests, were granted burgher freedom. Of the twelve who arrived first, two, namely the Kaidipanger Kokobohan with his brother, had been planned by His Late Honorable Most Worshipful to be sent over to Your Right Excellencies, which is why at that time each of them was provided with a soldier's hat and a niguanias, along with monthly 3 rijksdaalders and 40 pounds of rice, of which arrangement the first signatory was unaware and was only accidentally informed thereof a few weeks ago; and furthermore being of the opinion that this would be entirely unnecessary because those people have already declared everything known to them, he has for that reason abandoned that dispatch, which would only create needless expenses, ceased the monthly provisions, and granted the said two persons freedom to return to their birthplace, Kaidipang. This narrative would almost have distracted us into forgetting to elucidate Your Right Excellencies regarding the sending back of three Ternatean kora-koras done by the Resident Roenes. And we take the liberty in this regard to state that the commissioners, the Duke, and the King, together with the said Resident, because of the return of the Magindanauwers to their country and to avoid greater expenses, resolved to let the said three vessels return to Ternate, without the Resident properly considering that the kora-koras destined for Manado, whether they were present or absent there, cost the Company money, and that providing the fixed yearly linens to them mattered least of all. This error was nevertheless redressed in the month of April by dispatching new kora-koras with Alfoors to Manado, though that sending back might perhaps also be attributed—although Roenes does not explicitly express himself on this—to the manning of the first-mentioned vessels with Makianese instead of Alfoors, whom the King of Ternate could not assemble so quickly at that time as they were requisitioned by the late Governor. On the afternoon of 23 May, we received news from Makian that seventeen Magindanao pirate prahus had appeared near the island of Latta Latta, situated on the west side of Bacan, and that three hundred vessels, both large and small, had departed from Maguindanao. That this unexpected news surprised us, yet at the same time seemed incredible, Your Right Excellencies can very easily imagine; we nevertheless by no means followed it blindly, and we fully trust that Your Right Excellencies will not easily accept it, because it did not agree at all with the opinion of the said five crew members. We could not, however, sit idly by upon receiving such reports, which, although somewhat improbable, might still be true. Therefore, in a meeting held that very same evening, it was resolved to dispatch ten well-equipped Ternatean kora-koras as quickly as possible, accompanied by some small advice prahus, in order to make further inquiries in those parts, and finding it to be true, to send immediate notification to us as well as to the King of Ternate, so that according to the agreement an equal force might be sent by the King of Ternate against that rabble. However, to our complete satisfaction, this arrangement proved unnecessary because the said kora-koras returned on 2, 3, and 4 June without having seen the slightest sign of Magindanauwers, notwithstanding that according to their report they sailed entirely around Bacan and visited all the inlets. If this news was, to our satisfaction, untrue, the report received on 10 February of last year from the Highness of Ternate through his Jogugu, that a large Papuan fleet had appeared near the Sula Islands and had already committed some acts of mischief, was found to be all too true, and was confirmed to us some time thereafter from all quarters.

Dutch transcription

saam gedrag, den hun aangedanen hoon te doen ver„ geten wij ver wagten. het beste van deze aenschrij„ ring, dog kunnen niets anders of positief mel„ den wijl de resident Wenthold drie successive zedert de maand octoben naer Gorontale vertrokkene vaertuigen tegens onze expresse order en bedreiging onder allerhande frivole pretecten aenhoud en ons daerdoor inde uitterste verlegentheid dompel Te Gelijk met het schip Delfshaven dog op een apart vaertuig zijn hier aangeland twaalf vande Magindanauwers ontvlugte perzonen van diverse Landstreken waer onder twee te Gelijk met de schepelingen vande Baak de Jda van een van wolfs Paduackaus zijn genoofd dog de andere kien bij diverse Gelegen„ heden en op differente tijden; zijnde behalven deze inde maand april alhier op het onver„ wagste nog verschenen een quartiermeester en vier Matroosen in namen Johannes Post, Herman Laijs, dirk Janszen Deventer, Pieter Johannes Lansen en Coenraad Boos, ook met ged: Bank gevangen genomen en in de maand Februarij J:o L. van xullok geachapeert met een klein prouwtje De overleden Heer Gouverneur Thomaszen heeft mee vande eersten op vraag poincten laten ho„ ren en door de laatsten heeft de eerste Tekenaen een relaas laten geven, welke papieren uwe Hoog Edelheeden thans onder N. 9. 10. 11. werden aangeboden en Hoogst Dezelven voorts nog eerbiediglijk verwittig dat in na volging is voor de Comp: en even en ven voor uwen 153 uwer hoog Edelheden zeer wijze behandeling, drie weder op hun verzoek, in hunne vorige qualiteijten met de voor hunne gevangen neming gewonnene Gagien zijn in dienst genomen, mitsgaders aan ieden den zelven tot een douceur afgegeven vijftien w:s uit aanmerking hunner groote armoede en gebrek aan lijfdekking dog de quantiermeester Post en matroos Laijs, insgelijks op hunne instantien, en burger vrijdom Gesteld vande twaalff eerst gekomenen waren twee als de Candiepanger kokobohan met zijnen broeder door zijn uwel Ed: hoog agtb: /Z:) geprojecteert om tot uw hoog Edelheedens overgezonden te werden waer om dan ook te dien tijd aan hun beiden ieder een soldate hoed en een Niguanias, mitsgaders naaendelijx 3. rd=s en 40. zouden rijst verstrekt is welke schikking den Eerst en tekenaer onbe„ wust en daer van eerst voor eenige weken tijd by geval geinformeert en voorts van sustenue zijnde dat dit ten eene male onnood zakelijk zou de wesen wijl die menschen reeds alles, wat hen be„ kenk was, hebben Gedeclareert zo heeft hij om die reden ook vandie verzending welke maer nodelose kosten zoude baren, afgezien ende maandelijk„ sche verstrekking doen Cesseren mitsgaders aen ged: twee perzonen vrijheid gelaten om naer hun geboorte plaats Caudipang te retourneren Dit verhaal zoude ons by na hebben afgeleiden doen vergeten, uwe hoog Edelheden te elucideeren nopens de doorden resident Roenes gedane te nig zending van drie Trnaatsche maer il te waer gevonden en ons eenigen tid daer na van alle kanten bevestigt. Korra s olging Korra Korras en wij gebruiken de vrijheid ten dezen reguarde te bedeelen, dat de Gecommitteer den den Hartog ende koning te zamen met ge„ melden resident, wegens het retour der Magin danauwers naer hun Land, en tot vermijding van guotere kosten, tot het besluit zijn overge„ gaan, om ged: drie vaertuigen naer Ternaten te laten wederkeeren, zonder dat de resident re„ Keulijk heeft bedagt, dat de voor Manado Gedestineerde korra Korvas, t zij z' aldaer present of absent waren, de Comp: geld kosten, en dat de verstrekking vande Jaerlijksche bepaalde Lijwaten aan dezelven het weinigste uitmaekte Deze faut is egter in de maand april door de depeche van nieuwe korra korras met Alfoe„ ren naen Manado gered resseert, zijnde zouwijlen die terug zending ook wel te attribueeren/ schoon koenes zig daer over Juist niet uitlaat:/ aen de bemanning der eerst gem: vaertuigen met Mac„ quianders, in plaats van alfoeren, die Ternaets Koning te dier tijd zo schielijk niet bij elkande ren konde krijgen als dezelve doorden heer Gou verneur /Z. / wierden Gerequireert. Op den 23: meij ontvingen wi 's namiddags de tijding van Macquian dat seventien Magiin¬ danauwsche Roofprauwen zig bij het Eyland zatta Latta gelegen aan de werstkant van Batchian verthoond en dat drie hondert zoo groote als kleine vaertuigen van Maguidanao waren uitgelopen dat dit onverwagt nieuws ons surpreneerde dog te Gelijk ongeleoflijk voor kwam, kunnen uwe hoog Edelheeden zig zeer is voor de Comp: en even „ voor ligt 26 wij egter volstrekt niet obedieeren en wij ven trou„ wen volkomen, dat uwe Hoog Edelheden de niet ligt voorstell en wijl het gansch niet Guadreerde met de sustenue vande ged: vijf schepelingen. wij konden egter even wel met de handen niet in den schoot blijven zitten bij diergelijke berig„ ten, die, schoon eenigzinks onwaerschijnlijk tog waar zonden wezen en daerom wierd in eene op dien zelven avond nog gehouden vergadering beraamd om mien wel toegeruste Ternaatsche korra Korvas. verzeld van eenige kleine ad„ vijs prauwen, ten spoedigsten der waerds te depe„ cheeren ten einde zig hier omtrend nader te in„ formeeren, en zulks waerheid bevindende ons zo wel als den koning van Ternaten ten eersten narigt te doen toekomen om volgens het aange„ nomene door Tennaaksch. koning eene even„ redige magt tegen dat Gespuis aan te zenden Dog deze schikking is tot onze volkomene vergenoeging onnodig Geweest door dien ged: korra korras. op den 2. 3. en 4. Junij zijn gerl verteert zouden den minsten schein van Ma„ quidanauwers gezien te hebben, niet ten staende zijl: volgens hun rapport, geheel Bakchian zijn rondgeschept en alle Jnhannen hebben gevi siteerd. Is deese tijding, tot ons genoegen onwaer ge„ weest het op den 10 febr: J=ol. ontfange berigt van Ternaats Hoogheid door desselfs D jo„ Goegoe dat zig een groote Papoesche vloot bij de xullasche dilander hadde laten zien en ook reeds eenige baldadigheden Gepleegt is maer al te waer bevonden en ons eenigen tid daer na van alle kanten bevestigt. 155.

NL-HaNA_1.04.02_3586_0198 view scan ↗

English

korra-korras, and we take the liberty to inform you in this regard that the Commissioners, Den Hartog and Koning, together with... His Highness at that time, with the consent of the First Signatory, immediately dispatched four well-manned and armed korra-korras thither, for the protection of his lands and also to search for those marauders, on one of which vessels, at his own strong insistence, a soldier was placed in order to be an eyewitness to everything that might occur according to His Highness's desire, and to be able to make a sincere report of everything; we having received from that man since that time until now two letters, which are transmitted herewith under No. 13 for Your Right Excellencies' perusal. Just now we said that the rumor concerning the wandering of the Papuans was confirmed to us shortly after receiving the report from the King of Ternate, and Your Right Excellencies will be able, if you please, to see this very clearly from the accounts transmitted under No. 14, and at the same time see from them what damage has been inflicted upon the poor inhabitants of this Colony by a general piece of misfortune this year, for those rapacious people have not hesitated to rob the traders of everything and on top of that to capture the vessels of some, so that those truly deplorable people must still count it a fortune that their lives were spared. Concerning Corporal Jacob Semet, who was sent on a commission to Maba, Weda, Patani, Gebe, and the Papuans in the past year by the Governor (deceased), no news has arrived here since the end of November. Only a certain person recently arrived from the last-mentioned places with a vessel alongside a certain Chinese, Thankinhian, a returned Tidorese interpreter named Kitchie Massa, who reported to us on the 15th of this month that the said Semet was still alive and that he had seen him on Salawati together with the Wedanese Sangaji Batji, that they had departed from there, and that a large fleet, manned by Papuans, was poised to come down this way in order, according to their statement, to pay homage to their regent, which does not agree well with their intention of wanting to take revenge for the deportation of the Tidore King, and therefore seems somewhat incredible to us. Even closer and more circumstantial are the acts of violence and outrages of the Papuans, accompanied by the people of Maba, Weda, Patani, and Gebe, confirmed to the First Signatory by three communications received from Amboina dated 29 February, 13 March, and 5 May of last year; but since the Governor of Amboina, Van Pleuren, will have already entertained Your Right Excellencies extensively regarding the appearance of that thieving rabble, a needless repetition would only weary Your Right Excellencies, for which reason we shall also omit it and only communicate that the said Governor considers it a very commendable matter if the King of Ternate could be moved to equip a substantial fleet of korra-korras and dispatch them to their lands to curb the robbers. In order to make the King resolve upon this quickly and without a request from this government, the people of Maba and Weda have themselves given new cause by murdering some Ternatean subjects at Gammeknorra, Galela, and Cauw, as Your Right Excellencies can perceive from the report transmitted under No. 16, and this prince, on the very occasion of communicating this, at the same time let the First Signatory know that he wished the audacity of those robbers might be swiftly curbed. Since this desire of the King was very fair and legitimate, we approved in the secret session of the 14th of this month to have His Highness notified that he could well employ his manned and armed korra-korras to protect his lands against the invasions of the aforementioned scoundrels, the more so as we had also learned that those peoples and also the Patanese were preparing to come to Ternate shortly with a large fleet, without our being able to fathom their objectives thus far; with the assurance at the same time to that prince that he would be assisted by the Company as far as possible if the enemies should at times become too bold or approach too strongly, for which offer His Highness expressed his thanks and immediately promised the First Signatory to contribute everything from his side toward curbing those bloodthirsty and murderous people. By a letter from the ensign and postholder of Bacan, Roksien, dated 24 June and received here on the 4th of this month, being informed that the Jogugu of the said kingdom was having an affair with a sister of the Crown Prince and had intended to escape with her and his own sister, and certainly proceed to one or another hostile nation, and that he, the postholder, was of the opinion that the Crown Prince himself was colluding therein and was letting him depart quietly, the First Signatory had him come to him that very same day and questioned him in the most serious manner; but the said prince has strongly and firmly denied knowing anything about this entire affair and offered, in demonstration of his innocence, to depart directly for Bacan to fetch not only the Jogugu and his sisters, but also...

Dutch transcription

Korra Korras en wij gebruiken de vrijheid ten dezen reguarde te bedeelen, dat de Gecommitteer den den Hartog ende koning te zamen met ge„ zijn Hoogheid heeft tedien tyd met bewilliging vanden herft en tekenaer aanstonds vier wel bemande en gewopende korra korras naer der waerds afgevaerdig, ter beveiliging zijnen Landen en ook tot opzaeking dier Marodeues op eene van welk van welke vaertuigen op des„ selfs kragtige instantie, een militair is ge„ plaatst om van alle het voort te vallene vol„ gens zijne Hoogheid begeerte, oog getuige te we„ zen en van alles een opregt verslag te kunnen doen; hebbende wij zedert dien tijd tot heden van dien man twee brieven ontvangen, welke hier nevens onder N 13. tot uwer hoog Edelheden speculatie overgaen. zoo even hebben wij gezegd, dat de mare ns pens de randzwerving der Papoen ons kort na het ontvangene berigt des konings van Ternaten nader is bevestigt, en dit zullen Hoogst dezelven bij onder No 14. overgaende relaezen, des gelievende zeen klaer kunnen beoogen en teffens uit dezelve zien wat schade de arme ingezetenen dezer Colonie door eene guuneel stukken van dit Jaer is toe gebragt want die roofgierigen hebben zig niet ontzien de handelaers van alles te beroven en nog doen en boven de vaertuigen van zom„ mige afte lopen, moet ende die inder daad be„ klagenswaardige menschen het zij nog voor een geluk rekenen, van het leven en te blij ven afgebragt. van 26 wij egter volstrekt niet obedieeren en wij ver trou„ ven volkomen, dat uwe Hoog Edelheden de niet 157 vanden Horporaal Iacob Semet die in den voorleden Jare door den heer Gouverneur (Z.) in Commissie naer Maba weda Pattanij Gebe ende Papoeas is verzonden, is hier zedert het laast van November geen tijding ingekomen Eenlijk heeft zekere kortelings vande laast gemelde plaatzen met een vaertuig nevens zekere Chinees Thankinhian, gereventeerde Tidoreesche Tolk, kitchie Massa genaamd, ons op den 15. dezer berigt, dat de Ged: Semet nog in 't leven was en dat bij den zelven op sal wattij te zamen met den wedaschen Senghadje Batji gezien had, dat de zelve van daer ver trokken waren en dat een grote vloot, met Papoen bemand stond herwaerds afte zakken om naer hunl: zeggen, hunnen regent hemage te doen, 't welk niet wel over een komt met hunne inting van zig wegens het versenden van Tidorsch koning te willen wreken en ons daerom ook wat ongelooflijk voor Komt. Nog nader en omstandiga zijn te strape„ rijen en geweldenarijen der Papoen, verzeld van Maba, weda, Pattanij en geberezen, den Eersten teekenaer geconfirmeert bij drie van Amboina ontvangene in dato 29 Febr:, 13. Maert en 5. Maij J L: dan vermits de Heer Ambonsis Gouverneur van Pleuren uwe hoog Edelheeden omtrend de verscheining vandat noofgespuis reeds breedvoerig zal heb„ ben onderhouden zoude eene nadelose repetitie Hoogst Korra Kouras en wij gebruiken de vrijheid ten dezen reguarde te bedeelen, dat de Gecommitteer den den Hartog ende koning te zamen met ge„ Hoogst dezelven maer en muijeren, om welke reden wij het ook zullen agterlaten en eenlijk bedeelen dat wel melde Heer Gouverneur het als eene zeer kokelijke zaak aanmerkt, in dien de koning van Ternaten te bewegen waere om een aenzien lijke Korra Korras vloot uit te rusten en ten beteugeling den rovers, naer hunne Landen afte zenden. om den koning hier toe schielijk en zonder verzoek vandeze regeering te doen resolveeren, hebben de Maba en weda deesen zelve opnieuw aanleiding Gegeven door het vermoorden van Eenige Ternaatsche onderdanen op Gamme knorra Gallila en Cauw, zo als uw hoog Edelheeden uit het onder N 16. overgaandrap„ port kunnen ontwaren, en deze vorst heeft bij die zelve Gelegenheid dat hij dit liet Communi„ ceeren den Eersten tekennen te Gelijk laten weten dat hij wenschte dat de stoutheid dien rovens spoedig mogte werden betengeld. vermits nu deze begeerte des konings zeer billijk en regtmatig was, hebben wij ter secrete sessie van den 14. dezer goedgevonden zijn Hooghid te laten aenzeggen, dat hij zijne bemande en gewopende korra Korras maer konde emploijeeren tot dekking zijne Landen tegens de invasien van meer meld geboefte te meer wij ook hadden ver„ nomen dat die volkeren en ook de Patta wijresen zig gereedmaakten binnen korten met een groote vloot naer Ternaten te komen 26 wij egter volstrekt niet obedieeren en wij ven trou„ wen volkomen, dat uwe Hoog Edelheden de niet komen zouden dat men hunne oogmerken tot nog toe konde doorgronden; met verzekering teffens aandien vorst van door de Comp: naer mogelijkheid te zullen werden Geassisteerd indien de vijanden zomtijds te stout wezen of te sterk naderen mogten, voor welke aanbieding zijn hoogheid dank betuigd en met eens den Eersten Tekenaer beloofd heeft van alles van zijn kant, tot beteugeling dier roof en moordgeevigen te zullen Contribueren Bij brieff vanden vaendrig en Batchians Posthouder Roksien, in dato 24. Juni en allien op den 4. dezen ontvangen, g'infor„ meert zijnde, dat de DJogoegoe van gem Rijk met eene suster van den Kroon prins boeleerde en voornemens was geweest met dezelve en zijn eigene susten te echaperen, en sig zekerlijk naer een de of andere vijandelijke natie te begeven en dat hij Posthouder van sustenue was dat de kroonprins zelve daer onder heulde en hem zomwijlen in stilte liet vertrekken zo heeft de Eerste Tekenaer den zelven nog dien zelven dag bij zig te hebben laten komen over ten ernsteg sten onderhouden; dog welmelde vorst heeft fort en feamen onder leden gere„ Geert iets van dit heele geval te weten en aangeboden, om tot aenkoning van zijne onschuld, direct naer Batchian te willen vertrekken, ten afhaal niet alleen van den 2 Jogoegoe en zijn zusters maer ook van 159

NL-HaNA_1.04.02_3586_0202 view scan ↗

English

Kora-koras, and we take the liberty in this regard to state that the commissioners, the Duke, and the King, together with some of the other grandees of the realm, had all complained to Hoksien about the regent. In fulfillment of this promise, the Crown Prince, who had departed the very next day, returned again after the passage of eight days, having brought along the aforementioned persons. Subsequently, on the 21st of this month, he caused to be handed over to the first signatory the paper transmitted under No. 17 together with an extract letter from Roksien. The contents thereof were discussed on the 23rd, and at that time it was resolved, at the urgent insistence of the Batchian court and on account of his repeated acts of disloyalty committed against the Company, to arrest the Jogugu Naim and to let him be transported across, subject to the highly esteemed disposition of Your Right Excellencies; while Priest Jonan and Writer Saideman, who were nominated to us as Jogugu and Secretary, were confirmed that same day. The 18th of this month having been appointed for the introduction and presentation of a new King over the realm of Batchian, and as we knew of no one closer and more legitimate to the throne than the Crown Prince, all the more so because since the departure of his uncle we had nothing to object to his conduct, the said prince was introduced and presented on the appointed day with all solemnity under the name of Paduka Sri Sultan Muhamad Sirajudin Mukaram Sjah Al Rahim Biawah Miril Asjah Kitjil Iskandar Alam, after he had first agreed strictly to fulfill in all respects what was stipulated in the deed of investiture sent hither by Your Right Excellencies. And this he, as well as the grandees and princes of the realm, had confirmed by signature, seal, and solemn oath, as Your Right Excellencies will perceive from the one offered to the same under No. 18 enclosed herewith. In recommending Obi as the most convenient place and where the fattest and best nutmegs grew, the Governor was not entirely mistaken; yet His Honorable Worship undoubtedly held better expectations of it than the outcome has given the first signatory. Upon the return of Ensign Eberhard, who had departed for Obi in the month of November of the past year expressly for the gathering of mace and nutmegs, he received no more than barely 1½ lb. of mace and the corresponding nutmegs to the quantity of 2¼ lb., which are now forwarded in a sewn and sealed chest. And from the report of that military officer, which accompanies his narrative and instructions under No. 19 enclosed herewith, it was seen that, although it was not the true harvest time, which is in the months of August, September, and November, one should nevertheless never entertain the notion that on Obi so much mace could be gathered yearly, prior to regular cultivation, as Your Right Excellencies might require in these times. This, compared with the expenses, which cause the mace and nutmegs to cost very far above the estimate made by Your Highnesses, deters us hitherto from recommending Obi any further, and much less Batchian. For the truth of this matter Your Right Excellencies will see most clearly from the 24 nutmegs with the mace around them, likewise offered to Your Highnesses, and the report accompanying this under No. 20 from the aforementioned Eberhard, who, upon receipt of Your Right Excellencies' highly venerated secret letters, was immediately dispatched to the places cited in the journal of himself and Weijdemuller, and only returned after several days. However, in order to leave nothing untried and to be able to state positively in the coming year how much mace and nutmegs on average could be supplied yearly from Obi if one observes the true harvest time, and how much each lb. of mace would then come to cost the Company, we shall, toward the end of this month or in the beginning of the next, send a competent person thither once more, with strict orders to make every effort and leave nothing unvisited that might in any way serve to achieve Your Right Excellencies' objective. To Your Highnesses' order to procure Maba nutmegs this year as well, we can however by no means obey, and we fully trust that Your Right Excellencies will not

Dutch transcription

Korra Korras en wij gebruiken de vrijheid ten dezen reguarde te bedeelen, dat de Gecommitteer den den Hartog ende koning te zamen met ge„ vande verdere rijxgrooten als die zig alle over den rijxbestierder bij hoksien beklaegd hadden. E In nakoming dezer belofte is de kroon prins die daer op den anderen dag vertrokken den an„ deren dog vertrokken was, na verloop van agtdagen weder all en Gereverteerd en heeft de bovengenoemde perzonen medege bragt en naderhand, of op den 21. dezer aen den Eerst getekende doen overhandigen, het on den N. 17. nevens Een extract brief van Rok sien overgaand Papier over den inhoud van het zelve is den 23. daar aan gebesogneert en te dien tijd goedge vonden om den B Jogoegoe Naim op de kragti„ „ge instantie van Batchians voorts en wegen zijne menigvuldige gepleegde ontrouw aen d' Comp: te arresteeren en thans, ten zeer g'eer de dispositie van uwe hoog Edelheedens te laten overvaren tenwijl de aen ons als DJogoegoe en secretaris voorgedragene Priesten DJoenan en schrijven Saideman dien zelfde dag zijn bevestigt Den 18. deser bepaald weezende tot de aen en voortstelling van een nieuwen koning over het rijk van Batchian en wij geen wetende die naden en wettigen tot den throon als de kroonprins was te meer wij zedert het vertrek zijn 's ooms niets tegens zijn gedrag weten in te brengen zo is welmelde vorst ten bestemden dage met alle plegtigheid onder den naam van Paduka sia sultha 163 26 wij egter volstrekt niet obedieeren en wij ven trou„ ven volkomen, dat uwe Hoog Edelheden de niet „ 7. 00 14 Kuhamat Liaoedien Mukaram Tjab. Al„ kahim Biawah Mirilas Tjahkitchil Iskan„ dan Alam, aan en voorgesteldt nadat hij eerst hadde aengenomen het bij de door uwe hoog Edel heeden herwaerds Gezondene acte van Inres„ titure bedongene in allen deelen stipt na te komen en zulks zo wel als de rijksgroten en Prinsen met ondertekening bezegeling en so„ lemneel en Eede hadde bekragtigd, zo als uwe Hoog Edelheeden uit eene bij dezen aan Hoogst dezelven onder N. 18. aangeboden wordende zullen ontwaren. In de aenprijzing van onbij als de gelegenste plaats en alwaer de vetste en beste Noten groeij den, heeft de Heer Gouverneur (Z) zig niet ten eenemaale misgrepen, dog zijn wel Ed: Agtb: heeft en zouden twijffel betere Gedagten van gehad als de uitslag den Eersten Tekenaer gegeven heeft vermits hij bij retour van den vaandrig Eberhard die in de maand November Ao p. o expres ter inzameling van Foelij en no„ ten naer oubij vertrokken was niet meer als schaars 1½. lb. Foelij ende daertoe behoren de Note Muschaten ter quantiteijd van 2¼. lb die 'thans in een benaaijd en verzegeld kasse over„ gaan, heeft ontvangen, en uit het berigt van dien militair 't geen nevens Dog verhaal en Jn„ structie onder N. 19. hier nevens gaat gezien, dat schoon het de regte oogstijd, als die in de maanden augustus, september en November is niet was geweest, men egter nimmer in het denkbeeld moeste gemaken dat op oubij zo veel Foelij Jaerlijx, zouden voor afgaande Culture „ on Koura Korras en wij gebruiken de vrijheid ten dezen reguarde te bedeelen, dat de Gecommitteer den den Hartog ende koning te zamen met ge„ Culture zoude inte zamelen, zijn als uwe Hoog Edelheeden, in deze tijden wel zouden requireeren Dit vergeleken met de ongelden, die de Toelij en Noten zeer venre boven de door Hoogst dezelven gemaakte bepaling, komen doen staan, schrik ken ons tot nog toe af, om onbij nader aen te recommandeeren en nog veel minder Batchian„ want wat hier van is, zullen uwe Hoog Edel heden ten klaersten zien bij de aan hoogst de„ zelven almede aangeboden wordende 24 Note musschaate, met de Foelij daerom en het dezen onder N. 20. verzellend Berigt van evengemel den Ebenhand, die op het ontvangen van uwe hoog Edelheeden zeer gevenereerde secrete letteren aenst onds naer de, bij het Dag register van hem en weijde mullen, aangehaalde plaatzen Gede pecheerd en naer eenige dagen eerst weder gene verteerd is. Edog om niets onbeproefd te laten en in 't aan„ staende Jaer positief te kunnen bedeelen hoe veele Foelij en Noten Jaerlijx door den bank van oubij kunnen Geleverd werden, als men de regte oogst tijd waernaemt en op hoe veel ieder lb foelij als dan voor de Comp. zoude te staan komen, zullen wij uit laast vandeze of in 't begin vande andere maand, nog eens een bequaam perzoon naer der waerts zenden, met stricte or„ den om alles aen te wenden en niets onbezogt te laten wat maer eeniger maken kan dienen te bereiking uwer hoog Edelheeden doel wit Aan Hoogst derzelven bevel, om van dit Jaer insgelijks Mabasche noten te bezorgen kunnen wij

NL-HaNA_1.04.02_3586_0205 view scan ↗

English

we however absolutely cannot obey, and we fully trust that Your High Excellencies will also graciously pardon the non-compliance thereof as soon as the reports concerning that unworthily scum and their neighbors shall have been read by Your High Excellencies, who have made it impossible to dispatch anyone thither for the gathering of a quantity of those spices. Said Eberhard, who was also requested to survey the Oubij, where a Company Post could best and most safely be established again, has indicated in his first-mentioned report that the old site is the most favorably situated, being on a lookout point and beside a fine river, but that the so-called fortress, overrun by the Magindanaoers, is of not the least defense and merely a square wall 24 feet long, 16 high, 3 feet thick below and 2½ feet thick above, and without the least space or shelter inside, and therefore wholly unfit for a garrison. Should it thus please Your High Excellencies to also place an occupation on Oubij, which certainly would not be bad at all, the more so because Xullabessij has been broken up, then we request that a capable person may be sent to us for the erection of a new fortress there, so that the costs one would have to incur for the construction of a new Post may not again be squandered to no effect. To conclude this matter, we must further report that to Ensign Eberhard some trifles stated in the report and annexed accounts have been validated, and further paid out to him four schellingen a day for 4 mercenaries whom he employed on his expeditions, in the hope that Your High Excellencies will favorably please to pass this expenditure. The resolution taken by Your High Excellencies concerning Mono Arfa was made known to that little rascal the day after the receipt of the secret dispatches, and at the same time, under receipt and in the presence of the commissioners Van Deijk and Wijdmuller, who had also been present at the inventory, all his effects that had been stored in the large Trade Warehouse were delivered to him. The Burgher Captain Van den Plas has likewise been informed of the complaints lodged against him by the Ternate King to Your High Excellencies, and most earnestly admonished to discourse in the future with more discretion of His Highness than he had done in the past year, which order this officer has promised to comply with strictly, and to give His Highness no substantial reason for complaint, expressing nevertheless his great astonishment at these complaints, for which he did not know he had given any cause, and even more at the solemn assurances of His Highness, at the time he had paid his compliments to the same upon his return from Batavia, that he had written nothing concerning his person in the past year, and that those from whom he had heard such, both here and at Batavia, were great liars. Likewise, to provide Calaba nuts we can From the report under No. 22 transmitted by the Translator Van Dijk, it will clearly appear to Your High Excellencies that the Third Mate Dekker, who already departed in anno passato for the Chief Place of the Indies, duly justified himself in writing before his departure from here regarding the complaint of the Ternate King; that this justification was translated into Malay by order of the Lord Governor (deceased) and its contents communicated to His Highness; and furthermore that he professed himself fully satisfied with the same and let the aforementioned His Honorable Worship know that this matter was thereby settled and that no further trouble needed to be made about it, which will certainly also be the reason why the Lord Governor (deceased) did not wish to trouble Your High Excellencies with this matter, which he considered concluded; wherefore we are also very much surprised that His Highness of Ternate nevertheless addressed Your High Excellencies regarding it, while we regret very much not having been able to find the original justification of that Pilot among the papers of the Lord Governor. In order not to have another such case as the previous one, since it appears from the same that His Highness sometimes forgets his words, it may serve for the highly esteemed information of Your High Excellencies that a few weeks ago he strongly complained about the Ensign Rauck, and also wished to observe that Kamaloeoien

Dutch transcription

26 wij egter volstrekt niet obedieeren en wij ven trou„ ven volkomen, dat uwe Hoog Edelheden de niet nakoming vandien ook, wel gratieuselijk zullen Gelieven te pardonneeren zo ras de berigten omtrend dat ontwaerd gespuis en derzelven na buren door Hoogst dezelven zullen wezen gelezen die onmogelijk toegelaten hebben iemand, ter in za„ meling van een quantiteijd dien specerijen, naer derwaerds abte vaerdigen Ged: Eberhard aan wien ook Gedemandeert is geweest, om de oubij op te nemen, waer het best en veiligst weder een Comp Post zoude kunnen werden aangelegd, heeft bij zijn Eerstgem: berigt te kennen gegeven dat de oude plaats de wel gele„ genste als op een uikhoek en naast een schoone revier zijnde is dog dat het doorde Maginda nauwer's afgelopene zo genaemde fortres niet vande minste defensie en maer een vierkan te muur van 24. voeten lang 16. hoog, van orderen 3. en van boven 2½. voeten dik en zonder de minste ruijmte of lijfberging van binnen en dierhalven ten eenemale onbekwaam voor bezettelingen is. Mogte het uwe hoog Edelhedens, dus behagen, om meden eene bezeking op oubij te laten plaetzen 't welk zekerlijk gansch. niet siwaad zoude wezen te meer Xullabessij opgebroken is, dan verzoeken wij, dat ons een bequaam perzoon tot erectie van een nieuw fortres aldaer, mag werden toegezonden, op dat de kosten, die man voor den opbouw van een nieuwen Post zoude moeten doen, niet weder onuit werden verspild. Ten besluite dezer stoffe moeten wij nog mel den en ook bemerken wilde, dat Kamaloeoien dat uit dat aen den vaendrig 2 den hard eenige kleinigheden op de aende berigt en Geannexeerde rekeningen be¬ kent Gesteld; zijn gevalideert en nog aan hem afge geven vier schellingen daags voor 4. huurlingen die Eij op zijne Togten heeft gebruikt in hope dat uwe hoog Edelheden deze afgave goedgunstigu Een gelieven te passeeren uwer Hoog Edelheeden genomene dispositie omtrend Mono Arfa is aan dat foustje des anderen daags na het ontvangen des secreten bekent gemaakt en te Gelijk onder Quitantie en in presentie vande gecommitteerden van Deijk en wijdmullen die ook bij de inventarisatie waren tegenwoordig geweest aan hem afgegeven alle zijne in 't groot Negotie Pakhuis gesepo„ neerd geweest zijnde Effecten. De Burger kapitein van den Plas is nis„ gelijx verwittigt van de tegens hem door Ternaet„ sche koning ingebragte klogten bij uwe hoog Edelheeden, en ten eenstigsten vernaamd, om in 't vervolg niet meer bescheidentheid van zijn Hoogheid te discoureeren als hij in den gepasseerde Jare hadde gedaen, welke ouder deze officier beloofd heeft stipt nate komen, en zijn Hoogheid „ninnen wezentlijke reden tot klagen te zullen geven, onder betuiging nogthans zijner grote venwondening wegens deze klagten, waer toe hij niet wiste eenige reden te hebben gegeven en nog meer over de duure verzekeringen van zijn Hoogheid, ten tijde hij bij Denzelven zijn Compli„ meut bij zijn retour van Batavia hadde af„ gelegd, dat hij in den Gepasseerden Jare niets omtrend zijn perzoon had Geschreven en dat die gene waar van hij zulks zoo hier als te bate via had vernomen, grote leugenaers waeren insgelijks kabasche noten te bezorgen kunnen wij 165 28. uit het onder N. 22. overgaende berigt van den Translateur van Dijk zal het uwe Hoog Edelheeden duidelijk blijken, dat de in a. o pass:o naer Jndias Hoofdplaats reets vertrokkene Derde waak Dekken zig voor zijn depart van hier op de klagte van Ternaatse E koning, behoorlijk ingeschrifte heeft verantwoord dat die verantwoording ter ordre vanden heer Gouverneur (Z:) in't maleijtsch getranslateerd en dies inhoud aan zijn hoogheid Gecommu„ niceert is, mitsgaders dat zij met dezelve zig ten vollen vergenoegd heeft gehouden en aan welmelde zijn wel Ed: Achtb: heeft laten weten dat deze zaek hier mede uit de wereld was en dat eee geen verder water om ruil be„ hoefde te werden gemaekt 't welk dan zeker lijk ook de reden zal wezen, dat d' heer Gou„ verneur (z:) uwe hoog Edelheedens met dese die hij voor afgedaane heeft gehouden, niet heeft willen lastig vallen, weshalven wij ons ook zeer verwonderen, dat zijn hoog heid van Ternaten des net tegenst aende hoogst dezelve daerover heeft onderhouden; ten wijl het ons zeer smert onder de papieren vanden Heer Gouverneur de origineele ver„ antwoording van dien Piloot niet te hebben kunnen vinden. om niet weder een diergelijk geval als het vorige, te hebben, vermits uit het zelve blijkt dat zijn Hoogheid zijne woorden zomwijlen wel eens vergeet, diene ten hoog g'eerde na„ rigt van uwe hoog Edelheden, dat Hij voor eeni„ ge weken sterk over den vaendrig Rauck heeft en ook bemerken wilde, dat Kamaloeoien laten uit

NL-HaNA_1.04.02_3586_0208 view scan ↗

English

complained to the First Signatory regarding all kinds of insolence which the said officer had inflicted upon the eldest Prince Aharal and two servants of the royal house, whereupon the officer was immediately placed under house arrest by him and the other day the matter was investigated, and Rauch, upon the finding that he was not innocent, was removed from the King's guard and the Ensign Eberhard, according to His Highness's own choice, was reinstated. He did not let the matter rest there, as Your Right Nobilities can observe from the enclosed Instruction and report under No. 23, but letting His Highness know—notwithstanding that Rauch had brought forward in his defense the poor treatment he had been subjected to by some of the King's servants after His Highness had become indisposed, and also that Prince Aharal had thwarted him in every respect in collecting the debts, to the sum of as much as 3000 rixdollars, which he had lent out among the Ternatans without the prior knowledge of the Sultan—that, in order to show how ready he was to punish the insult done to His Highness, he was willing to place the said Ensign in the hands of the Fiscal or send him to Batavia at the disposal of Your Right Noble Great Reverences. At the same time, however, he had it put before His Highness (as if without his knowledge) whether sending Rauch to Manado might not suffice, in view of his six years of service in the King's guard and out of consideration for his wife and little children, with instructions to the deputies that if His Highness showed any inclination toward this, they should try to persuade him to send deputies to the First Signatory to make this request to him himself. This subsequently took place, and after displaying some difficulty, he finally granted the King's request, so that Rauch is to cross over within a few days to Manado to relieve Ensign Vegele, which arrangement we hope Your Right Nobilities will be pleased to approve. On that same occasion, the King was addressed concerning the monopoly that his subjects maintain in foodstuffs to the great inconvenience of the common people, and His Highness promised to have the necessary provisions made in this regard. While we shall communicate the outcome of the Sangir Commission to Your Right Nobilities in the reply to your most respected secret letters, we must also, to our deepest sorrow, inform Your Right Nobilities about an occurrence which will be no less disagreeable to you than it has caused us grief and embarrassment, although we hope its consequences will be entirely frustrated through our taken measures and the blessing of Heaven; at least on our part, everything has contributed toward that end. Your Right Nobilities will please be informed that as soon as Prince Regent Gaijgira—whose demise was noted at the end of the month of April—had died, the Tidorese Jogugu Rahasoean and Hukum Padjoe came to the First Signatory and requested that, if a new regent had to be chosen, they requested Prince Kamaloedien, son-in-law, or Prince Noekoe, son of the banished King, with an offer of eight hundred rixdollars on behalf of Kamaloedien, if he could become Sultan, or otherwise for the time being only regent. The First Signatory, who had already inquired upon the death of Prince Regent Gaijgira into the qualities of the Tidorese Princes who were not of the family of the banished King, and was informed that Patra Alam, eldest son of the recently deceased, took after his father in all respects, already selected this Prince in his thoughts as successor; but meanwhile, expecting daily Your Right Nobilities' disposition, he left the realm of Tidore to be governed by the remaining regents, and at the same time had the Ensign and Postholder Gebhard keep a watchful eye on the conduct of the Tidorese, which officer, after a period of about ten days, reported to him that many intrigues were going on in Tidore to obtain the regency, so that we had to resolve, although we had not yet received any orders, to proceed with the election of a new regent, just as this took effect at the session of 16 May last, when the aforementioned Prince Alam, on account of the favorable testimony of his good qualities and of his descent from Gaijgira, who had shown himself to be completely right-minded and well-meaning, was elected as regent, with the addition of the Sultan's dignity.

Dutch transcription

laten klagen bij den Eersten Tekenaer wegens allerhande insoletien, die ged: officier den oud steen Prins Aharal en twee dienaren van het koning lijke huis hadt aangedaan waerop dan dezelve door hem ook aenstonds in Huis arrest gezet en den ande ren, dog de zaak onderzogt is en Baucb. daerop na bevinding, dat hij niet onschuldig was, uit des konings is wagt genomen en de vaendrig lberhaud, volgens zijner Hoogheid eigen keuse weder doen in gesteld! Hij heeft het hier bij niet laten berusten, gelijk uwe hoog Edelheeden uit de ouden N 23. over„ gaende Instructie en rapport kunnen beogen, maer zijn Hoogheid onder kennis geving, egter, echter dat Rauch tot zijne verontschuldiging hadde ingebragt de slegte behandeling die hij van zondinge uit s' konings dienaren, na dat zijn Hoogheid onpasselijk geworden is, hadde moeten ondergaen, en ook dat hem prins tharal in het in palmen zijner niet voorkennis van den sulthan onder de Ternatanen uitge„ zette schulden ten Zomma van wel 3000. rd:s en allen deele dwars boomde, laten weten, dat om te tonen hoe gereed hij was, om den aan zijn Hoogheid aangedanen hoon te straffen den ged: vaendrig in hauden vande Fiscaal wilde stellen of ten dispositie van uwe hoog Edele Groot Agtb naer Batavia verzenden. Teffens heeft bij zijn Hoogheid egter nog even als buiten zijn weten) laten voorhouding ofde verzending van Rauch naer Manado uit hoofde van zijnen sesjarigen dienst in de konings wagt en uit aanmerking van zijn vrouw en leven insgelijks Mabasche noten kindeotjes wij 167. 30. kindertjes niet zoude kunnen volstaan, met inductie aan de gecommitteerden, dat indien zijn hoog heid daer toe inslduatie betoonde zijl: hem moesten tragten over te halen tot het zenden van gecommit„ teerde aan den Eersten Teekenaer om deze instantie aan hem zelve te doen. Dit is daer op geschied, en na betooning van eenige zwarigheid, heeft hij eindelijk het verzoek des konings ingewilligd, zoo dat Raucs bin„ nen korte dagen, naer Manado ten aflossing vande vaendrig vegele staat over te varen, welke schikking, wij verhopen dat uwe hoog Edelheeden zullen gelieven te passeeren. Bij die zelve Gelegenheid is ernaats is koning onderhouden over de Monopolie die zijne onderda nen in de levensmiddelen, tot groot ongerief dan gemeene lieden, drijven in zijn Hoogheid heeft beloofd van in deze de nodige voorzieninge te zullen laten doen. Den uitslag der Sangirsche Commissie aan uwe hoog Edelheeden, bij de rescuptie op Hoogst denzelven zeen gevenereerde secreete brieven, zullen de bedeelen, moeten wij uwe Hoog Edelheeden nog tot ons innarlijkst hout zeen onderhouden over eene gebeurtenus, die niet minder onaange naem voor Hoogst Dezelven zal wezen als z' ons komnen en verlogenheid heeft gebaard dog welkers gevolgen, wij egter hopen dat door rouse genomen maat regulen en s Hemels zegen ten eenemale verijdelt zullen zijn, ten minsten van onze zijde is alles daer toe gecondubueert uwe Hoog Edelheeden gelieven dan te weten, dat zoo dra de Prins regent Gaijgira, wiens over Eij„ den in't laast van de maand April G'ecteerd is dood was, De Tidorsche Djogoegoe Rahasoean en ook bewerken wilde, dat Kamaloeoien en uit en Hockum Padjoe, dienbij den Eersten tekenaer kwamen en verzogten, dat indien en een nieuwe re„ gent moeste werden verkoren, zij lieden als dan om den Prins Kamaloedien schoon zoon of Prins Noekoe, zoon des verzonden konings versog ten met ombod van agt hondert rijxdaalders uit naam van Kamaloedien, als zij sulthan of anders voor eerst maen regent konde werden De Eerste Teekenaer die zig aenstonds al bij het overlijden vanden Prins regent Gaijgina geinformeert hadde naer de qualiteiten der Tidorsche Pruisen die niet van het Geslagt vandes verzonden konings waren en onder regt was, dat Patra Alam oud ste zoon des jongst versturven, in allen opzigten naer zijnen raden aarde, verkoor dezen Prins reeds in zijn Gedagten tot successeur dog liet in tusschen als dagelijks uwe hoog Edelheeden dispostie te gemoet ziende het rijk van Tidor door de over rige regenten bestieren en teffens den vaendrigen Posthouder Geblard een wakend ook op het gedrag der Tidorlesen houden welke officier hem na verloop van een dag of tien berigste dat op Tidore veele kuiperijen ter obtenue van het re„ gentschap waren zo dat wij moesten resolveeren schoon nog geene orders hadden ontvangen, tot deelectie van een nieuwen regent over te gaen gelijk zulks ook ten sessie vanden 16. Meij JL: ge„ volg nam wanneer wel melde Prins Alam, uit hoofde van het favorabel getuigenis zij„ ner goede hoedanigheeden en van zijne abstan„ ming vanden zig volkomen regt gezuid en wel meenend getoond hebbende Gaiggira tot re„ gent onder toevoeging van sulthans houbewij insgelijks Mavasche noten te, zingen wij

NL-HaNA_1.04.02_3586_0211 view scan ↗

English

169 32. possessions in his own country, was appointed to gain greater esteem. That this arrangement of ours has caused some dissatisfaction among the followers of Kamaloedien and Noekoe, Your High Excellencies may easily suppose, but the same would nevertheless never have broken out into the open had the two emissaries of the deposed king of Tidore D'jamaloedien, who still occupies himself with intrigues and sinister plots, namely Moehiboedien and Abdul Rachman, not appeared here. For these men had only arrived here a few days, as well as crossed over to Tidore, and had, as we only learned afterwards, delivered the letters they brought along to certain grandees of the realm and princes, and at the same time spread all kinds of rumors and made the common man believe that the old sultan would occasionally still return and was being royally entertained at Batavia. Whereupon the ill-disposed began first to show all kinds of insolence to the garrison members, according to the report of the Postholder Gebhard, and afterwards openly to show disobedience to the new regent and dignitaries in the main village, and thereafter to conspire at Toloa, so that the regent, no longer considering himself safe and seeing himself abandoned by almost all his people, gave us notice of his deplorable condition by a letter dated the 27th of the recently passed month of June, and requested some assistance. Finding this regent's plea very reasonable and any delay in this matter very detrimental, a meeting was held that very same evening and in the same resolved 2 resolved to dispatch to Tidore, under the supervision of the Secretary of Police De Chalmot, one sloop and two pantjallings, as well as a detachment of one ensign, sergeant, corporal, drummer, and twenty-four privates, along with one Balinese ensign, sergeant, two corporals, and twenty-four privates, for the protection of the prince regent, while the two pantjallings would serve to patrol off and towards the villages of Toloa and Togohia. Meanwhile, the commissioner De Chalmot was to make every effort to entice the princes and apostate grandees of the realm, who had gone to the said village, to the main village and to the regent, and then further persuade them to appear with the same at this castle, in order to hear there the orders received from Your High Excellencies. From this commissioner, however, the First Signatory received on 1 July a detailed report concerning the situation on Tidore, and quickly understood from everything that the rebellious grandees of the realm—among whom in particular the Djogoegoe, the Hoekums, the Sowose, both the Sangajis of Toloa, the Imam Mardadi, and Quimalaha Bagoe showed themselves as the foremost—as well as the princes, and principally Kamaloedien and Noekoe, who, in order to give a pretext to their departure to Toloa, had had themselves, their effects, women, and children taken away quasi by force by the people of Togohia and Toloa, would never appear before the regent, much less on Ternate, as long as they were not compelled to come forward by coercive means. 179 42 175 171 has been undertaken and done; to which we further add that the king of Ternate nothing for the supplied men. He therefore accepted the proposal of the said De Chalmot, and the next day dispatched four well-manned and armed korra-korras, also provided with 24 Balinese under their officers, which the king of Ternate had ordered to be prepared at the first request, under the command of the Second Signatory directly to Toloa, to ferret out the princes and grandees of the realm who had shown unheard-of insolence toward the Company and their regent, of which the requisite notice was then also given to the repeatedly mentioned De Chalmot as soon as possible. Now, instead of the friendly remonstrances of the Second Signatory bringing these rebels to a standstill and making them realize their mistake, they immediately declared flatly that they wished to see the present regent neither here nor on Ternate; that they had sworn unwavering loyalty for three years to the banished king, and that, if they absolutely had to have another sultan or regent, they recognized no one for this other than Prince Kamaloedien, whom they had chosen and accepted for that purpose. Offering to the Second Signatory sixteen hundred rix-dollars if he would promise and also bring about that Kamaloedien 34.

Dutch transcription

169 32„ zingen op zijn eegen Land, tot bekoming van meer„ den aenzien wierd aengesteld. Dat deze onze schekking eenig misnoegen bij de aenhangers van Kamaloedien en Noekoe verwekt heeft, kunnen uwe Hoog Edelheeden ligt ven onderstellen, maer het zelve zoude egter noit in't openbaer uit gebroken wezen waren de twee zendelingen vanden zig nog al met draije„ rijen en simistre steeken ophoudende gen koning van Tidore d' jamaloedien in name Moehiboe dien en Abdul Rachman hier niet verscheenen. want deze waren hier pas eenige dagen g'arri veert mitsgaders naer Tidore overgegaen en hadden hunne mede gebragte brieven zo als wij naderhand eerst hebben vernomen, overhandigd, aan zammige Rijksgrooten en Pruicen, en teffens allerhande gerugten uitgestrooid en den gamenen man diets gemaakt dat de oude sulthan zomtyds nog wel zoude te rug komen en te Batavia vorste lijk geregaleerd wierde of de kwaad gezinden begonnen allerhande brutaliteijten eerst aen de Bezettelingen te tonen blijkens berigt van den Posthouder Gebhard, en naderhand opent lijk desobedientie aanden nieuwen regent en hobiliteiten in de hoofd Negorij te laten blijken en zig daer na op Toloa te Complotteren zo dat deze zig niet langen veilig agtende en zig bij na van alle de zijnen verlaten ziende ons bij brief in dato 27. der Jongst Gepasseerde maand Junij kennis van zijnen beklagelijken toestand gaf en eenige assistentie verzogt Dit Regents instantie zeer billijk in allen uitstel in dezen zeer nadeelig bevindende is dien zelven avond nog vergadering gehouden en in dezelve en ook bewerken wilde, dat Kamaloedien Geresolveert uit 2 geresolveert om, onder opzigt vanden secretaris van Politie de Chalmot Een sloep en twee pantjallings zo mede een detachement van Een vaendrig sergeant Corporaal „ Tamboer en vier en Twintig Gemeenen, mitsgaders nog van Een Balijsch en vaendrig „ Sergeant twee Corporaals en vier en twintig gemeenen, naar Tidore te depechee ren ter beveiliging vanden Prins regent ter wijl de twee pantjallings zouden dienen ter aff en aankruissing der Negorijen Tolor en Togohia„ moetende de Commissianten de Chalmot in„ tusschen alle pogingen doen omde naer gemelde Negorij soldat gegane Princen en afvollige Rijksgroten op de Hoofd Negorij en bij den Regent te lokken en als dan verder tot de verscheining met den zelven aen dit 'kCasteel, over te halen, om daer, de van uwe Hoog Edelheeden ontvangene beveelen aen te hooren van desen Commissiant ontvongt de Eerste Tekenaer egter P:mo Julij een wijdlopig berigt wegens de Gesteldheid op Tedore, en begreep schielijk uit alles, dat de rebellerende rijks groten waer onder inzonderheid de Djogoegoe de Hoekums, de sowose, de beide senghadjis van Toloa, de Jman Mardadi en quimalaha Bagoe zig als de voornoemsten deden zien, zoo mede de Princen en voornamelijk Kama loedien en Nolkoe, die om aen hun vertrek naer insgelijks Mavascte noten 9 Toloa wij 179 42 175 171 is ondernomen en gedaan; waer bij wij nog volgen, dat Ternaatsch koning niets voorde geleverde manschap„ Toloa een kleur te geven, zig door het volk van Togohia, en Toloa, quasi met geweld, nevens hun„ ne Effecten vrouwen en kinderen hadde laten weg„ nemen nimmer, bij den regent, veel minder op Ternaten zouden verschijnen zo lange zij net door Contringerende middelen tot de opkomst wierden Genoodzaekt Hij amplecteerde dierhalven depropositie van Ged:t de Chalmok, en vaerdigde den anderen dog vier wel bemande en gearmeerde, ook nog niet 24. Balijers onder hunne officieren, verstrekte korra Korras, welke de koning van Ternaten op het eerste verzoek ingereedheid hadt laten brengen, onderbevel vanden tweden Tekenaer regel regt naar Toloa ap, ter ophussching der zig Jegens de Compagnie en hunnen regent ongehoort aen getoond hebbende Princen en rijksproten, waer van dan ook de vereischte kennis aan meermelte de Chalmot ten spoedigsten wierd gegeven. Inplaats nu dat de vriendelijke vertogen van den tweeden Tekenaer deze oproerigen tot stilstand zoude hebben gebragt en hunnen mislag doen in zien, zoo verklaerden zij aenstonds ronduit dat zijl: den tegenwoordigen regent nog hier nog te Ternaten wilden zien; dat zij den verzon„ den koning dree Jaren lang onwinkbare trouwe hadden gesworen en dat, bij aldien zijl: volstrekt een anderen sulthan of Regent moesten hebben zijl: daer nie mond voor erkenden als Prins ka„ maloedien, welk en zij daertoe verkoren en aange nomen hadden biedende aen den Tweeden Teekenaer sestien hondert rijxdaalders, zo hij beloven en ook bewerken wilde, dat Kamaloedien „ 34. uit

NL-HaNA_1.04.02_3586_0214 view scan ↗

English

resolved to, under the supervision of the secretary of Police de Chalmot, a sloop and two pantjallings as well as a detachment of. was confirmed in Castle Orange, after which written assurance from the Commander and Council, and not earlier, they were prepared to go along to the Main Negorij Goasio and also to Ternate, and would not abandon their intention, even if it cost them their heads. The Second Signatory, finding it entirely ill-advised, although he had immediately been reinforced by the Commissioner de Chalmot with some soldiers and Balinese, to act hostiley with his small force against more than 3000 armed Tidorese who had assembled at Toloa, put them off for the time being with ambiguous words and the statement that he would inform the Moluccan government of their will, and immediately informed the First Signatory of everything that had occurred through the bookkeeper Weijdemuller, who was with him. Never had the First Signatory, nor any of the Council members with him, also thought that the rebels would have dared to write a letter to the King of Ternate to be supported by him in their project, and would be so obstinate against the Company and at the same time so confident in their expressions, as was shown to the Second Signatory first alone, and afterwards again to him and the secretary de Chalmot together, who on the 3rd of this month had sailed to Toloa with seven more armed Europeans to confer with the Second Signatory on what further was to be done, for the second time publicly on the sea shore, where they arrived at nightfall with a large crowd of doubly and cross-armed Tidorese, among whom the emissary Mohiboedien stood out; becoming bolder as the evening began to fall, during which a rain shower also came up, so that the said two Commissioners had to employ all their eloquence, in expectation of receiving night assistance, to make them return to the Negorij Toloa, which lies somewhat higher up, after the prior promise, however, that they would be spoken to early the next day, provided that they would then all appear without exception and unarmed, as friends, immediately. Meanwhile, the First Signatory resolved, in order to let no grass grow under these dealings and to make an end of these vexatious stratagems, to come to the aid of the Second Signatory himself with effective assistance. He therefore went immediately upon the reports received from Weijdemuller to the Ternatean Highness, and after having requested and obtained a number of korra-korras, he departed in the evening, after handing over authority during his absence to the outgoing fiscal Johnson, accompanied by Captain Henrich and First Clerk Durr, in the country boat for Toloa, while skipper Den Hartog with his ship's boat and some selected seamen, and the korra-korras with seventy soldiers, thirty-six Balinese, and fifty Siauese followed, and all arrived before Toloa on the 4th of this month around two o'clock in the morning. After he had summoned the Commissioners Hemmekom and Chalmot, which latter had remained there at the request of the former to await new orders from Ternate, and had been informed by them of what had further occurred since Weijdemuller's departure, he went ashore with all the soldiers and the greater part of the Alfurs, and at daybreak had them take up positions according to the constitution of the place, and shortly thereafter had a letter from him and the council and another from the well-intentioned King of Ternate, in answer to theirs, brought by the Second Signatory and the secretary de Chalmot, accompanied by the translator Van Dijk, First Sworn Clerk Durr, and the Arabian writer Jahaja Ramalang, and furthermore invited all the grandees of the realm and princes present at Toloa to come down to the beach, to present there the reasons for their dissatisfaction against the present regent and also why they absolutely wanted Kamaloedien in his place, whereupon the First Signatory, with the Council members present with him, would consider everything and decide the matter according to the utmost equity, while in case of unwillingness and disobedience to the equitable orders of the Company, they would have to answer for the consequences of such conduct, and have the blood of many innocents to be shed on their account in case of further opposition. These representations, which were made with all emphasis and seriousness, it was hoped would have a good effect, but it seemed indeed that through the friendliness on our side they became even prouder and more stubborn, for the Jogugu and Hukum Tadjoedien, who were still in the negorij alongside a

Dutch transcription

geresolveert om, onder opzigt vanden secretaris van Politie de Chalmot Een sloep en twee pantjallings zo mede een detachement van. in't kasteel orange wierd bevestigt, na welke schriftelyke verzekering vanden Gezaghebber en Raad en niet eerden, zij bereijd waren om naer de Hoofd Negorij Goasio en ook naer Ternaten mede te gaen, en niet van hun voornemen afstappen, al koste het hunne Koppen. De Tweede Tekenaer gansch ongeraden vindende schoon hij nog door den Commissiant de Chal„ „mot met eenige militairen en balijers aenstonds versterkt was, om vijandelijk met zijn weijnige magt tegens ruim 3000. te Toloa zig verza meld hebbende gewapende Tidoreesen te ageren, spijse hun voor eerst met dubbelziinige bewoor„ dingen en dat hij de Moluksche regeering van hun wil verwittigen zoude, af, en het van al het voorgevallene, door den Oij hemr zijnde boek„ houden weijde mullen, ten stond kennis aan den Eersten Teekenaer geven. Nuumen hadde hij eerste Teekenaer en geene den Raadsleden met hem, oik gedagt, dat de afgevalle„ ne een brief aen den Koning van Ternaten om in hun project van hem ondersterd te werden, zouden hebben durven schrijven en zoo halften zig tegens de Compagnie en teffens zo assurant in hunne autdrukkingen zouden wezen, al zo aen den Tweeden Teekenaer eerst alleen en naderhand nog aen hem en den secretaris de Chalmot te za men die den 3. dezen met nog zeeven gewa„ pende Europesen naer Toloa was geschept om met den Tweede Teekenaen te overleggen wat verder te doen stond ten tweeden male in't openbaer aan zee strand alwaer ze met een groote menigte dus„ beld en d warsgewapende Tidoresen onder welke de ƒ 179 42 173 is ondernomen en gedaan; walr bij wij nog volgen, dat Ternaatsch koning niets voorde geleverde manschap„ de zendeling Mohiboedien uitblonk, in't vallen van den avond kwamen hebben betoond; wordende naer mate de avond begon te vallen waer bij teffens nog een regenbuij op kwam, stouten, zo dat de ged: twee Commissianten al hin welspreeken„ heid moesten emploijeeren, om ze in verwagting vandes nagt secours te zullen, krijgen, naer die Negorij Toloa, die iets bovenwaerts legt, te doen terug keeren na voorafgaande belofte egter van han des anderen daags vroeg te woord te zullen staan mits ze als dan alle zonden iit zou dering en ongewapend, als vrienden, aensthand verschenen. Middelen wijl nam de eerste Teekenden zig voor ten einde geen gras onder deze gedoentens te laten groeien en een einde van deze verdrie„ tige list drie te maken omden Troeden Teeken aen met kragtdadige adsistentie zelve te hulpe te komen. Hij ging dierhalven op de van weijdeemuller ontfangene berigten aenstonds naer Ternaatsch Hoogheid en na nog een aental korra Korras verzogt en geobtineert te hebben, vertrok bij des avonds, na opdraging van 't gezag, gedurende zijne absentie vanden afgaenden fiscaal Johnson verzelds vanden Capitein Henrich, en Eerste klerk Durr met de Landschuit naer Toloa ter wijl de schipper den Hartog met zijn scheepboot en le„ nige uitgelesene zeevarende, ende Korra korras met seventig militairen ses en dertig Balijers en vijftig Chiauweresen volgden en alle den 4. desen circo twee uuren smorgens voor Toloa aen„ Kn:amen. Na dat hij de Commissianten Hemmekom ende Chalmot ings 175 36 geresolveert om, onder opzigt vanden secretaris van Politie de Chalmot Een sloep en twee pantjallings zo mede een detachement van. Chalmot welke laatste op verzoek des eersten al„ daer verbleven was ten afwagting van nieuwe or„ dens van Ternaten, bij zig hadde laten komen en van het, zedert weijdemuller de part nader voor gevallene onderrigten ging hij met alle de mili„ tairen ende grootste helft den Alfoeren naer de wal en liet ze bij het aenbreken vanden dag naer de Constitutie vande plaats post vatten en kort daer op een brieff van hem en den raed en een anderen van den wel menender koning van Ternaten, in ant woord op de hunne doorden tweeden Teekenala en den secretaris de Chalmot verzeld vanden Trans lateur van Dijk, Eersten gezworen klerk Dura en arabischen schrijven Jahaja Ramalang„ brengen en voorts alle de op soloa zijnde rijksgroten en Priisen ten afkoming aanstrand, in viteren om aldaer de redenen van hun misnoegen tegens den presenten regent inte brengen en ook waer om ze volstrekt Kamacoedien in zijn plaats wilden hebben wanneer de Eerste Teekenaer met de bij hem zijnde raadsleden alles zoude over wegen en de zaek naer de uitterste billijkheid desideren terwijl ze bij onwilligheid en ongehoorzaemheid aande billijke beveelen vande Compagnie, de gevolgen van diergelijke gedrag zouden moeten verantwoorden en het te vergietiene bloed van vele onnoselen, bij verdere oppositie voor huune reekening hebben. Deese vertogen, die met allen nadruk en ernst wierden gedaan hoopte men dat van een goede uit werking zouden zijn dog het leek wel dat ze door de vriendelijkheid van onze zijde nog trotze en halsteruigen wierden, want de DJogoegoe en Hoekum Tadjoedien, die nog in de negarij nevens een

NL-HaNA_1.04.02_3586_0217 view scan ↗

English

179 42 175 has been undertaken and done, to which we also add that the King of Ternate nothing for the delivered men were a great crowd of assembled people, while the others had certainly already retired at night to the first benting; they stood their ground and offered as their excuse that they could not possibly come to the shore alone, and therefore had to wait first for the other chiefs, who were currently absent. Hereupon the interpreter Van Dijk was sent once more to the settlement to invite the chiefs, of whom however no one but the Jogugu was met by him, for the last time to the beach, and to announce that if they continued to persist in their obstinate disobedience, they would be dealt with according to their deserts and treated as public enemies of the Company. Yet this helped just as much as the previous attempt, since the Jogugu gave as his answer that he could not help what might come of it, and also could not come to the shore alone, and thereupon went away to the first benting, leaving the interpreter standing alone among a crowd of armed people. As soon as this report arrived, it was deemed proper by the First Signatory to keep his word and to make the Company's arms fall upon the enemies, because a retreat without having first routed them could have had the most pernicious consequences for our men; after which, at the given signal, the Alfurs began the attack, and were seconded by the European and Balinese soldiers, as well as by the skipper Den Hartog with his accompanying seamen. 38. 2 resolved to, under the supervision of the Secretary of Police De Chalmot, a sloop and two pantjallangs seamen were seconded. The first attack was fierce, but the enemy's courage gradually weakened in proportion as that of our men was rekindled, so that after the lapse of a few hours, two bentings were lost, as well as many goods that were taken as booty by the soldiers and Alfurs; the third benting, to which the enemy had retired and which lay very high in the mountains, could not be attacked owing to the fatigue of our men, who had already been forced to climb steeply; for which reason the First Signatory, the more so as it was already late in the afternoon and the men had not yet eaten, ordered the signal for the retreat to be given, and thereupon, around two hours after all the houses had first been burned and the kora-koras and smaller prows dragged into the sea or smashed to pieces, embarked with the Commissioner Hemmekam and all the men brought along, and dispatched Secretary De Chalmot with his men back to the main settlement of Tidore, with the recommendation to be well on his guard and to transmit prompt reports of all incoming news, and furthermore to inform the Prince Regent Alam of all that had happened that morning, and to urge him no longer to sit idly by, since the Company had devoted so much expense and effort to the maintenance of His Highness and authority, but immediately to dispatch trusted men to track down the discontented. 179 42 has been undertaken and done, to which we also add that the King of Ternate nothing for the delivered men 0 klve As he, the First Signatory, was now of the opinion that, notwithstanding that the rebels were for the present deprived of vessels on Tidore, they would nevertheless devise some means or other to escape, he immediately upon his return ordered the Tidorese land from Tomalou to beyond Mareku to be encircled and kept enclosed by Ternatan kora-koras, which the King very readily provided, and thereafter entrusted the execution of the further commission, namely the capture and sending hither of the rebels, to the Bookkeeper Weijdemuller, since he could no longer spare Secretary De Chalmot, because the ship Delfshaven was on the point of departure. The latter has successively sent hither to us, alongside other notables, the three-day Sultan, Prince Kamaluddin, the Sabahiya Tahawig, the envoy Abdul Rachman, and the sowole along with his two sons, the notorious Lieutenant Salabuddin, and his brother, the fellow envoy Mohibuddin. And since no positive information could be obtained concerning the others, such as Prince Nuku, the Jogugu, the two Hukums, the two Sangajis of Toloa, the Quimelaha Bagae, and Imam Mardadi, the Regent had the aforementioned Weijdemuller convey an urgent request to us to be allowed to come up with him and the other state notables present; which request having been granted, the Regent appeared here on the 16th of this month, and the following day with the same solemnities 42 miss.

Dutch transcription

179 42 175 is ondernomen en gedaan; waer bij wij nog volgen, dat Ternaatsch koning niets voorde geleverde manschap„ een groote menigte geropend volk waren, ter wijl de overigen zig snagts zekerlijk reets naer de eerste Beutink hadden geretireerd; bleven bij hun stuek en bragten tot hunne verontschuldiging bij dat zijl onmogelijk alleen aenstrand konden komen, en dierhalven op de andere hoofden, die thans absent waren, eerst wagt en moesten Herop wierd de Translateur van Dijk nog maals naer de Negorij gezonden, omde hoofden, waer van egter niemand als de Djogoegoe men door hem aangetroffen wierd, ten laatsten male aen„ strand te nodigen en aen te zeggen dat bij aldien zijl„ langen in hunne obstinatie ongehoorzaemheid bleven volharden, zijl naer merites zouden Ge„ handelt en als publicque vijanden vande Comp:e Getracteerd werden. Dan dit hielp even, zoo veel, als het vorige vermits de D'jogoegoe ten antwoord gaf en niet voor te kunnen wat en van kwam, en ook niet alleen aan strand te kunnen komen, en daerop weg en naer de eerste Benting ging, latende dien Taalsman alleen staan tusschen een menigte gewapend volk zoodra dit keen berigt kwam, wierd door den Eersten Tekenaer goedgevonden woord te houden ende vijanden om reden eene ret raite zouden ze eerst verjaagt te hebben vande permcieuste gevolgen voor onze manschappen hadde kunnen weezen, Comp:s wapenen te doen gevallen, waer na op het Gegeven teken, de Alfoeren den aanval begonnen en door de Europeaansche en Balijsche militairen, mitsgaders door den schipper den Hartog met zijne bij hebbende Zeevarenden 38. 2 geresolveert om, onder opzigt vanden secretaris van Politie de Chalmot Een sloop en twee pantjall ingg zeevarenden wierden gesecundeert. De eerste attacque was hevig, dog des vijands moet verflauwde allengstens, naer mate dat die der onzen op wakkende zodat te naer verloop van eenige uuren twee Bentings en veele goederen die doorde militairen en alfoeren buit gemaekt wierden, verloren; kunnende de derde benting, op welke de vijand zig geriteerd hadde en die heel hoog in't Gebergte lag, door de mattigheid den onzen die reeds sterk hadden moeten klin„ men niet werden aangedaan; waerom dan de Eerste Teekenaer, te meer het reeds laat op den middag was ende manschappen nog niet genuttigd hadden het zein tot de extracte liet geven en zig daer op omstreeks twee uuren nadat eerst alle de Hui sen verbaand inde korrakorras en mindere prouwen in zee gehaald of aen stukke Geslagen waren, met den Commissiant Hemmekahu en alle de mede gebragte manschappen in scheepte ende secretaris de Chalnot met de zijnen weder naer de Hoofd Negorij van Tidor depe ceerde met recommandatie om wel op zijn roede te wezen en van alle inte komene tydingen ten eersten na rigt te doen er langen, en voorts den Prins Regent Alam van alle het dien morgen gebeurde kennis te geven en den zel„ ven aen te sporen, om als nu ook niet verder niet te handen in den schoot te leggen, daar de Compa„ „gine zoo vele kosten en moeijte tot ophouding van zijn hoogheid en gezag aan wensde, maer aen„ stonds vertrouwelnegen ter opspeuring der malcontenten afte vaerdigen 179 42 is ondernomen en gedaan; waer bij wij nog volgen, dat Ternaatsch koning niets voorde geleverde manschap„ 0 klve wijl hij eerste Teekenaer nu van gedagten was dat niet tegenstaende de rebellen voor eerst van vaertuigen op Tolor ontbloot waren, zij even wel het een of ander middel, om te ontsnappen, zouden uit denken liet hij bij zijn retour aenstonds het Tidorse land van Tomolauw of, tot voor bij Marieko door Ternaatsche Korra kor„ „ras, welke de koning zeer gereedlijk gaf, om rin„ gelen en ingesloten houden, en droeg daer na de uitvoering der verdere Commissie, of de oppak„ king en herwaerds zending der Rebellen, den Boekh ouder wij de mullen op, wijl bij den secre„ taris de Chalmot, om reden het schip Delfs haven op het vertrek stond niet langer konde Deze heeft ons successive, nevens andere gro„ ten dit heen gezonden den driedagigen sulthan, Prins Kamaloedien, den Sabahiehaen Taha wig, den sendeling Abdul Rachman en den sowole nevens desselfs twee zoonen, den berugten luijte naat salaboedien en desselfs broeder, den mede zendeling Mohiboedien En van mits men geen positieff na regt den overigen als vanden Prins Noekoe den Djogoegoe, de beide Hoekums de twee senghadjes van Toloa, den Qui melaha Bagae en Iman Mardadi heeft kunnen bekomen, liet de regent ons doorgemelde weijde mullen op het instandigste verzoek doen, om met den zelven, ende overige presente rijxgroten te mogen op komen, welke instantie geaccordeert zijnde is de regent alhier op den 16. dezen ver„ schenen en den volgenden dag met dezelve solan niteijten „ /42 missen.

← previousnext →