VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3586

Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3586_0954 view scan ↗

English

previous proceedings were clarified, as it was suspected that since the Governors in the Year 1683, as an accurate consideration of all that transpired at that time sufficiently shows, had dared to embezzle the letters from the Government to the Emperor Fsinaiosiho or Davri Saidai seagun Samma, a period when His Majesty himself governed the affairs of his Empire, bound thereto by his observations during the lifetime of his Brother, the previous Emperor Tenguin Samma, when he personally accepted and examined all petitions from his Subjects, when most of the Ordinary as well as Extraordinary Imperial Councillors and principal officials were either sent into Exile or sentenced to death for their previous malversations, and none but the most honest people were elevated to those considerable dignities after His Majesty's selection. contained mines, but the Lords of the Land covered this up by gifts at Court according to their means, out of fear that the Emperor would appropriate those lands to himself and bestow others of lesser value in their place, that this was the case in the nearby Province of Amera where a rich gold mine or mountain existed; that this took place even more in the Year 1734, when the Government rested for the most part in the hands of the Imperial Councillors, and especially at this time, when His Majesty's greatest pleasure, according to their own claims, consists in teasing and tickling his so-called favorites without caring in the slightest about the administration of his Empire; he testified that this was a matter between the former Nagasaki secretary Bingo and these Governors, about which he could not express himself without being exposed to the greatest misfortune; that the division and hatred among the interpreters was now so great that the slightest suspicion of having spoken about it placed his entire welfare in jeopardy, and he did his best to be discharged from his post as Sub-interpreter in order to support himself in Tedo by practicing medicine. if this statement serves in any way to confirm what has been maintained, we would flatter Your Right Honorable Sirs in vain with a return gift of Copper, and that one must solely await the pleasure of the Governors; and although some imprudence seems to be involved in trusting oneself so far to one of the interpreters, we judge that this cannot have any evil consequences, because even if he were to fulfill his oath to inform the Government of all that comes to their ears from us, which they must confirm annually with their blood, it is not ill-advised to suggest to the Governors from the side that we harbor a reasonable distrust regarding their proceedings and place little faith in the pretexts of the interpreters, returning from the court journey and requesting the said Sisnoshi a means to the

Dutch transcription

voorige behandelingen wierd opgehelderd, wijl het te vermoeden was, dat daar de Gouverneurs in het Jaar 1683 zo als een nauwkeurige over¬ „weeging van al het gepasseerde in die teid genoegsaam blijkt, hadden durven onderstaan de brieven der Regeering aan den Keyser Fsinaiosiho of Davri Saidai seagun Samma, te verduijsteren, een teidslip, doen zijn Maje¬ „steid self de zaaken van zijn Rijk bestierde daar toe verbonden door zijne opmerkingen ten teide van het leeven van zijn Broeder den voorigen Keijser Tenguin Samma, teen hij in Persoon alle de versoekschriften van zijne Onder¬ „daanen aan nam, en ondersogt, doen de meeste zoo Ordinaire als Extra Ordinaire Rijks Raaden P. en voornaamste bediendens over haare voorige malversatien of in Ballingschap versonden of ter dood verweesen, niet dan de eerlijkste lieden na de verkiesing van zijn Majesteid tot die aansienlijke waardig heeden wierden verheever dit 3 meinen inhielden dog de Lands heeren dit door spendatien ten Hoove na vermooge bedekten, uijt vreese dat den Keijser, zig die landen zou toeeigenen, en in der zelver plaats an¬ „deren van minder waarde schenken, dat e dit het geval was in het na bij geleegene Land„ schap Amera waar eer ruke roud mein dit te meer meest plaats hebben in het Jaar 1734. toen de Regeering ten meesten deele in berg de handen der Rijks Raaden beruste en wel voornamentlyk in deese teid, daar het grootste vermaak van zijn Majesteid na hun eigen voorgeeven bestaad in zijne zo genaamde bij¬ vrienden te plaagen en te Kittelen sonder zig in het geringste aan het bestier van zijn Rijk te laaten geleegen zijn, hij betuijgde dat dit een zaak tussen den voorigen Nangasackisen beschreiver Bingo en deese Gouverneurs was, waar over hij zig zonder aan het grootste onge„ „luk te zijn blood gesteld, niet mogt uijtlaaten, dat de verdeeltheid en haar onder de tolken thans zo groot was, dat het geringste vermeede van daar over te hebben gesprooken zijn geheele welvaard in de waagschaal stelde, en hij zijn best deed om van zijn bediening als Onder¬ „tolk te werden ontslaagen, om zig in Tedo met het oeffenen der geneeskunde te geneeren, ria den va Directeur indien wi 5 28 voorige behandelingen wierd opgehelderd, ee te vermoeden was, dat daar de Gouverne in het Jaar 1683 zo als een nauwkeurige „weeging van al het gepasseerde in die te ƒ genoegsaam blijkt, hadden durven onder de brieven der Regeering aan den Reys d Fsinaiosiha off Pairi Saidai Seegun Sam te verduijsteren, een teidslip, toen zijn A „steid self de zaaken van zijn Rijk bestied daar toe verbonden door zijne opmerking ten teide van het leeven van zijn Broeder voorigen Keijser Tenguin Samma, teen hi Persoon alle de versoek schriften van zijne d „daanen aan nam, en ondersogt, doen de m zoo Ordinaire als Extra Ordinaire Rijks Ro d. ent voornaamste bediendens over haare vo malversatien of in Ballingschap versond ter dood verweesen, niet dan de eerlijkst lieden na de verkiesing van zijn Majestei die aansienlijke waardigheeden wierden ve de 3 meinen inhielden dog de Landsheeren dit door spendatien ten Hoove na vermooge bedekten, uijt vreese dat den Keijser, zig die landen zou toeeigenen, en in der zelver plaats an¬ „deren van minder waarde schenken, dat e dit het geval was in het na bij geleegene Land¬ schan Amera waar eer ruke roud mair dit te meer meest plaats hebben in het Jaar 1734. toen de Regeering ten meesten deele in Berg de handen der Rijks Raaden beruste en wel voornamentlik in deese teid, daar het grootste vermaak van zijn Majesteid na hun eigen voorgeeven bestaad in zijne zo genaamde bij¬ den vrienden te plaagen en te kittelen sonder zig in het geringste aan het bestier van zijn Rijk te laaten geleegen zijn, hij betuijgde dat dit een zaak tussen den voorigen Nangasack isen beschreiver Bingo en deese Gouverneurs was, waar over hij zig zonder aan het grootste onge„ „luk te zijn blood gesteld, niet mogt uijtlaaten, dat de verdeeltheid en haat onder de tolken thans zo groot was, dat het geringste vermeede van daar over te hebben gesprooken zijn geheele welvaard in de waagschaal stelde, en hij zijn best deed om van zijn bediening als Onder¬ „tolk te werden ontslaagen, om zig in Tedo met het oeffenen der geneeskunde te geneeren, ria r Directeur indien 18 voorige behandelingen wierd opgehelderd, w„ te vermoeden was, dat daar de Gouverne in het Jaar 1683 zo als een nauwkeurige „weeging van al het gepasseerde in die de genoegsaam blijkt, hadden durven onder & de brieven der Reacorina aan den Kand indien dit gesegte eenigsints ter bevestiging van het gesustineerde strekt souden wij Uw Hoog Edele Groot Agtbaaren vrugteloos, met een Contra- geschenk van Kooper vlijen, n dat men alleen van het goedvinden der Gouverneurs moet blijven afwagten, en schoon er eenige onvoorsigtigheid in scheind opgeslooten met zig zo verre aan een der tolken te vertrouwen oordeelen wij dat dit van geene Kwaade ge¬ „volgen kan zijn, door dien ingevalle hij aan zijn Eed om het Gouvernement kennis te geeven van 41 het geene hen van ons ter ooren Komt die zij Jaarlijks met haar bloed moeten bevestigen al kwam te voldoen, het niet onge„ de 9 raade is de Gouverneurs van ter seide voor te houden, dat wij omtrend haare behandelingen, een billijk wantrouwe voeden, en aan de voor¬ „wendsels der tolken wijnig geloof slaan, van de hofrijs te rug koomende, en ge¬ melde Sisnoshi- versoekende, een middel aan de

NL-HaNA_1.04.02_3586_0959 view scan ↗

English

mines, but the lords of the land covered this up as much as possible through gifts to the Court, out of fear that the Emperor would appropriate those lands and give others of lesser value in their place; that this was the case in the nearby province of Amera, where a rich gold mine to lend a hand to be able to transport a greater quantity of bar copper this year, he answered that its scarcity did not permit the governors to do so, and that he fully trusted the rumors that the mines in some places could no longer be worked due to the welling water; that if the Company assisted them in this by sending water mills, this might have a desired effect, and it was already being discussed in the Government whether there were no means to find them in Batavia; whereupon he was presented with the argument that this could not be accomplished by water mills, but that fire pumps were required for this, of which one had been invented in the year 1754 that had been used with good success in the deepest mines; that these could only be obtained from Europe with great trouble and expense; that even if they were brought to Japan, there would still be a lack of people here who had the necessary knowledge had of previous dealings was elucidated, and it was to be suspected that since the Governors in the year 1683, as an accurate consideration of all that passed at that time sufficiently shows, had dared to intercept the letters of the Government to the Emperor had to make them work to the greatest advantage, and even if one assisted them in this through all possible instruction, it remained just as uncertain whether the Company would thereby be granted a greater transport; that it was surprising how in the previous year one had been able to inform us with such certainty of the discovery of a new mine, since it was noticed from the side that it promised little, and the output could not cover the costs of its working. He declared this to have been a pretense of Genni, who was used by the Court to track down new mines, had misled many lords of the land by pretending to have discovered rich gold and copper mines, and had used the sums of money advanced for their opening for his own benefit; that it was well known that various provinces contained both gold and copper mines. mines, but the lords of the land covered this up as much as possible through gifts to the Court, out of fear that the Emperor would appropriate those lands and give others of lesser value in their place; that this was the case in the nearby province of Amera, where a rich gold mine had been found, but the lord of the land had opposed this rumor with all his might in the beginning and managed to bring about so much through gifts that the further investigation was halted; that the lord of Amagasacki had thus had to lose Fiongo, one of the greatest merchant cities of the realm due to its favorable situation for navigation, for which the Emperor had given him a poor stretch of land in exchange, and this upon the instigations of the feared Bingo, which turned him from one of the richest into one of the poorest lords of the land; that such dealings made all lords of the land on their guard against trust, with the request to represent their bad treatments to the Governor, that they paid no heed to our complaints and either completely suppressed our writings to the Governor and Burgomasters or altered them according to their liking; that we also feared the falsification of the samples, so it was better that these were shown to us in the presence of one of the Burgomasters, as after the lapse of the discovery of new mines, because they cared less about the arrival of foreigners than about the preservation of their lands; that if one wished to make new attempts to obtain more copper this year, he had to await the arrival of the ships and then deliver a letter, written as if from the Lord Governor-General to the Governor of Nangasachij, into the hands of the Bangoosen; that even if it were returned, we had to persist continuously upon its receipt; that His Honour would ultimately not dare to refuse it, and consulting about the request for an increase of copper with the servants of the Money Chamber, one of them, being his relative, would persuade the others to consent thereto, but for which a special gift would have to be made, in which the secretaries shared; pointing out to him not to many lords of the land by pretending to have discovered rich gold and copper mines had misled, and used the sums of money advanced for their opening for his own benefit; that it was well known that various provinces contained both gold and copper mines to

Dutch transcription

3 meinen inhielden dog de Landsheeren dit door spendatien ten Hoove na vermooge bedekten, uijt vreese dat den Keijser, zig die landen zou toeeigenen, en in der zelver plaats an¬ „deren van minder waarde schenken, dat e dit het geval was in het na bij geleegene Land¬ „schap Amera waar eer rijke goud mein de hand te geeven, om dit Jaar een grooter quan„ „titeid staaf kooper te kunnen vervoeren, ant„ Berg woorde hij dat dies schaarsheid het de Gouver¬ „neurs niet toeliet, en hij op de gerugten dat de meinen op-sommige plaatsen door het opwel„ „lend waater niet meer konden bewerkt worden, den volkoome vertrouwde, dat zo de Comp: door het toesenden van waatermoolens hen hier in behulpsaam was, en dit moegelijk van een- ge¬ „wenscht effect eou zyn en er reeds in het Gouvernement wierd gesprooken off er geen middel was die op Batavia te vinden, waar op hem voorhield, dat dit door waatermoolens niet kon worden verrigt maar daar toe vuurpom„ „pen vereischt wierden, waar van er in het Jaar C 1754 een was uijtgevonden, die men met een goed gevolg in de diepste meinen gebruijkten, dat die niet dan met groote moeite en kosten uijt Europa te bekoomen waaren, dat zo die al in Japan wierden aangebragt, het hier nog aan lieden ontbrak, die de noodig kundigheid ria r„a Directeur hadden van voorige behandelingen wierd opgehielderd, en„ te vermoeden was, dat daar de Gouverne in het Jaar 1683 zo als een nauw keurige „weeging van al het gepasseerde in die te genoegsaam blijkt, hadden durven onde¬ de brieven der Regeerina aan den Kad hadden om die ten meesten voordeele te doen werken, en zo men hen door alle mooglijke onderrigten hier in behulpsaam was, het nogeven onseeker bleef, of de Comp daardoor een meer¬ „dere vervoer zou werden vergund, dat het te verwonderen was hoe men ons in het voorige Jaar, met zo veel seekerheid het ont¬ „dekhon- van een nieuwe mein had kunnen bedeelen, daar men van ter seide ontwaarde, dat die wijnig-beloofde, en het uijtgeleeverde de kosten van dies bewerking niet kon goed maaken, hij betuigde dit een voorgeeven van Genni geweest te zijn die door het Hoff tot het opspooren van nieuwe meinen gebruikt veele Landsheeren door het voorgeeven van rijke goud en kooper meinen ontdekt te hebben had mislied, en de sommen gelde tot der¬ „zelver opening geschooten tot zijn eigen behoeve gebruijkt, dat men wel wist dat verschoide Landschappen zo goud als Kooper meinen 3 meinen inhielden dog de Landsheeren dit door spendatien ten Hoove na vermooge bedekten, uijtvreese dat den Keijser, zig die landen zou toeeigenen, en in der zelver plaats an¬ „deren van minder waarde schenken, dat e dit het geval was in het na bij geleegene Land¬ „schap Amera waar eer rijke goud mein was gevonden, dog den Landsheer dit gerugt in den beginne met alle magt had teege gegaan ran Directeur en door spendatien zo veel weeten uijt te werken, dat men het verder ondersoek had gestaakt; dat den Landsheer van Amagasacki Verg dus Fiongo, een van de grootste Koopsteeden van het rijk door dies geleegenheid voor de scheepvaard had moeten missen, waar voor hem den Keijser een slegte streek Lands den had in ruijling-geschonken en dit op de inducties van den gevreesden Bingo, 't geen hem van een der rijksten tot een der ria armste Landsheeren maakte, dat dierge¬ „lijke behandelingen alle Landsheeren teegen 76 het vertrouwen, met versoek den Gouverneur haare slegte behandelingen te willen voorhouden, dat zij op onse Klagten geen agt gaaven en onse geschriften aan F den Gouverneur en Burgermeesters off geheel ver„ 6 „duijsterden of na hun goedvinden veranderden, dat wij meede voor het vervalschen der monsters vreesen dus het beeter was dat die ons in het bij zijn van een der Burgermeesters wierden vertoond, zo als na verloop van & rde, de 1 23 t ke het ontdek hen van nieuwe meinen deed op haar hoede zijn, wijl hen aan de komst der vreemdelingen minder, als aan het behou¬ „den haarer Landschappen geloegen lage, dat zo men nieuwe pogingen wilde doen, om dit Jaar meerder Kooper te erlangen hij de komst der Scheepen moest afwagten en dan een brief als door den Heer Gouverneure Generaal aan den Gouverneur van Nanga¬ „sachij geschreeven, de Bangoosen ter hand stellen, dat zo die al wierd te rug gegeeven, wij op dies ontfangst geduurig moesten aan¬ „houden, dat zEdle die ten laasten niet zou „durven wijgeren, en over het versoek tot vermeerdering van Kooper met de bedionden p p van de Geldkaamer raadpleegende, een der¬ zelven zijnde zijn bloedverwant de an¬ „deren zou overreeden daar in te bewilligen, dog waar voor een beisondere spendatie zou moeten geschieden, daar de secretarisseen in deelden, hem voorhoudende daar toe niet veele Landsheeren door het voorgeeven van rijke goud en kooper meinen ontdekt te hebben had misleid, en de sommen gelde tot der„ „zelver opening geschooten tot zijn eigen behoeve gebruijkt, dat men wel wist dat verschoide Landschappen zo goud als kooper meinen te - 2

NL-HaNA_1.04.02_3586_0963 view scan ↗

English

to be authorized and to wish to know how much this would amount to in order to inform Your Right Honorable Worships beforehand, he answered that he could not determine this, and that after accepting the letter one would have to enter into an agreement about it, because without this nothing could presently be obtained; that for his position as Under-Interpreter he had had to spend three hundred gold Coubangs; that the present Governor had appointed an ordinary merchant as Head of the Merchants, or Pancado, for five thousand Coubangs, over which there was great discontent among the foremost merchants, and which in everyone's opinion, if he did not timely prevent this by giving presents to [illegible], was likely to be taken very badly; since Your Right Honorable Worships, in your respected letters, do not please to insist on any increase of bar copper, we have made no further attempts in this regard, judging it inadvisable, at a time when the stock at the Capital was so large, to enter into a negotiation which at this time could have none but harmful consequences. Before the arrival of the ships, having been in negotiation regarding the price of the Camphor with the Town Burgomaster Fisamats Tekitaro Samma through an apprentice interpreter, His Honor requested to speak with us in private on 20 August. After the shutters and doors were closed, His Honor, accompanied by the aforementioned apprentice, came to our residence and informed us that the supplier who had delivered the Camphor to the Company in previous years had been excluded through the agency of the Chief Interpreters Josemon and Tisabro, and the supply entrusted to another, who paid them two hundred gold Coubangs annually for it; that the first had applied to His Honor with the request to be reinstated therein, under the promise of delivering the Camphor at a lower price and of just as good quality as in earlier years; that if we would consent to this, His Honor would try to effect this with the Governor; whereto we replied in answer that we were glad to embrace everything that could benefit the Company in its trade, and we requested His Honor that this might proceed as quickly as possible, provided the Camphor was of good quality, the tubs properly provided, and the charges falling thereon were not higher than customary. Since nothing more was heard of this matter owing to the disputes that occurred on the 23rd thereafter, the said apprentice came on 14 September in the name of the Burgomaster to inform us that the samples were to be shown to us within three days, but His Honor feared that the interpreters would adulterate them and present inferior ones; whereupon we let His Honor know that we could not trust any of the interpreters, with the request to please represent their bad conduct to the Governor, stating that they paid no attention to our complaints and either completely suppressed our writings to the Governor and Burgomasters or altered them according to their own pleasure; that we also feared the adulteration of the samples, so that it was better that these were shown to us in the presence of one of the Burgomasters, as after the lapse of time would inspire nothing but unfavorable ideas; that if our writings had been properly translated, our request and the price reduction granted thereon by the Governor would be clearly evident, but since they had withheld that translation from us in order to play their role all the better under the authority of the present [illegible], and had resorted to such underhand tricks; had deceived many lords of the land by pretending to have discovered rich gold and copper mines, and had used the sums of money advanced for opening the same for his own benefit; that one well knew that several provinces contained both gold and copper mines.

Dutch transcription

17 te zijn gemagtigd en gaarne te willen weesen d hoe veel die zou bedraagen om daar van UW Hoog Edele Groot Agtbaarens alvoorens kennisse te geeven antwoorde hij dit niet te kunnen bepaalen, en men na het acceptee¬ „ren van den brief daar over in accoord moest treeden, wijl sonder dit thans niets te obtineeren was, dat hij voor zijn plaats p als Ondertolk drie hondert goude Coulangs had moeten spendeeren, dat den presente Gouverneur een gemeen Koopman tot 786 Hoofd der Kooplieden of Pancado, voor 6 Berg vijf duijsend Coubangs had aangesteld, waar over onder de voornaamste Kooplieden een groot genior was, en het geen hem na aller vermoeden zo hij dit door geschenken te zedo niet teidig voorkwam zeer qualijk stond genoomen te worden, vermits Uw Hoog Edele Groot Agtbaarens, bij derzelver gevenereerde letteren op geen vermeerde„ ring van Staaf Kooper gelieven aan te dringen hebben wij daar toe ook geene verdere 18 vertrouwen, met versoek den Gouverneur haare slegte behandelingen te willen voorhouden, dat zij op onse klagten geen agt gaaven en onse geschriften aan F den Gouverneur en Burgermeesters of geheel ver„ 6 „duijsterden of na hun goedvinden veranderden, dat wij meede voor het vervalschen der monsters vreesten, dus het beeter was dat die ons in het bij zijn van een der Burgermeesters wierden vertoond, zo als na verloop via den v„e Directeur van dan ƒ G verdere ten taamens gedaan, ongeraade oordeelenden, in een teid dat de voorraad op de Hoofdplaats zo groot was ons in een onderhandeling in te laaten dien somteide niet dan van schaadelijke gevolgen zou Kunnen zijn. Voor de komst der Scheepen door middel van eene leerling schits voor den prijs der Compur met den gver. stads Burgermeester Fisamats Tekitaro Samma in onderhandeling geweest zijnde, versogt zEd„s op den 20 Aug„s ons in stille te spreeken na dat de Schuijven en deuren geslooten waaren, kwam zEdn van voor¬ „noemde Leerling vergeselt op onse wooning en gaf ons kennis, dat de Leverancier die in voorige Jaaren de Compur aan de Comp: had geleeverd, door beedoen van p van de Oppertolken hosemon en Tisabrd daar was uijtge¬ # „slooten, en die leverantie aan een ander opgedra„ „gen, die hen Jaarlijks twee hondertn goude Coubangs e daar voor afgaf, dat den eersten zig bij z Ed: had vervoegd, met versoek daar in te worden hersteld, d onder beloften, de Campur teegen een mindere prijs, in eeven deugdsaam als in vroegere Jaaren te zullen leeveren, dat indien wij daar in wilden bewilligen veele Landsheeren door het voorgeeven van rijke goud en kooper meinen ontdekt te hebben had misleid, en de sommen gelde tet der„ „zelver opening geschooten tot zijn eigen behoeve gebruijkt, dat men wel wist dat F verschoide Landschappen zo goud als kooper 8 meinen ƒ niets dan nadeelige denkbeelden zou in boesemen, dat indien onse geschriften behoorlijk waaren vertaald, ons versoek, en de daar op verleende prijs vermindering door den Gouverneur duijdelijk zou blijken, dog dewijl # zij ons dat translaat hadden onthouden, om onder het gesag van den teegenswoordigen te beeter haar rol te speelen, en tot diergelijke slinkse streeken toe„ 1 „ beeten hadden aaartenkele balie r„ Directeur bewilligen ZEdo dit bij den Gouverneur zou trachten uijt„ „tewerken, waar op in antwoord dienden, gaarne te willen amplecteeren, al het geen de Comp: in haaren berg handel kon bevoordeelen, en wij zEd: versogten dat 9 dit zo spoedig moogelijk mogt voortgaan indien de fampur deugdsaam de balies na behooren voorsien, en de daar op vallende ongelden niet hooger als na gewoonte waaren, sedert van deese zaak door de voor¬ „gevallene broullerien op den 23 daar aan niets meer verneemenden kwam gemelde sekits op den 14 Septbr: 1ij5 naam des Burgermeesters ons bekend maaken, dat de monsters ons binne drie dragen stonden te wor„ „den vertoond, dog zEd: bedugt was, dat de tolken die souden vervalschen, en slegter aanbieden, waar EEd: liefen aanzeggen, op geen der tolken te kunnen vertrouwen, met versoek den Gouverneur haare slegte 6 behandelingen te willen voorhouden, dat zij op onse Klagten geen agt gaaven en onse geschriften aan F den Gouverneur en Burgermeesters of geheel ver„ 6 9 „duijsterden of na hun goedvinden veranderden, dat wij meede voor het vervalschen der monsters vreesken, dus het beeter was dat die ons in het bij zijn van een der Burgermeesters wierden vertoond, zo als na verloop ria den 13 13 van van met den in en 8 „ „ 9 rijke en

NL-HaNA_1.04.02_3586_0966 view scan ↗

English

made further attempts, deeming it inadvisable, at a time when the stock at the Capital was so large, to enter into a negotiation that sometimes could only have harmful consequences. Before the arrival of the ships, which took place within two days, without, however, any stipulation being made regarding the price, Because we judged the camphor to be of the required quality, we agreed to its receipt, after which he visited us again in secret on the 23rd following and informed us that we had to submit a petition to him to reduce the price by one heavy tael of 48 stivers to 1: 8:— in the Company's light money, being thus one candareen per catty, which he would propose to the Governor, subsequently writing down the prices himself, both in our heavy and light money, in Japanese and with our cipher letters, in order not to be misled. We prepared this writing, after which, on the 28th, the Governor had a Japanese paper presented to us by the interpreters in the presence of the spy, stating that the Company would receive the camphor, both this year and in the future, at 21: 32:— light or 18: 8:— the Company's heavy money, thus making a difference of 1:- heavy or 1: 8:— light money per picul, for which favor we had our thanks expressed to His Honour, and ordered the interpreters to deliver to us a translation of this document, sealed and signed by them; because this dragged on until after the arrival of the new Governor, with whom they all colluded and through whose doing, after the transfer of authority, which took place a few days thereafter, would instill nothing but unfavorable ideas, that if our writings were properly translated, our request and the price reduction granted thereon by the Governor would be clearly evident, but since they had withheld that translation from us, in order to play their role better under the authority of the present one, and to resort to such underhand tricks wished to effect some change in this, we continually insisted on this document, which they postponed on various pretexts, and in the meantime let us know as if in confidence that the treasury was extremely pleased with the price increase, and would calculate these 18: 8:— in the settlement as Japanese heavy taels. Convinced of their roguery and seeing that we made no progress with our daily solicitations, because the apprentice interpreter along with the Burgomaster of the Island were kept away, we decided to present a document to the Governor, stating that the Company in previous years had received the camphor at the price of 23:— light or 19: 8:— the Company's heavy money of 48 stivers, that having requested its reduction, His Honour had informed us that the camphor, both in this year and in the future, would be delivered at 21: 32:— light money of 40 stivers or 18: 8:— the Company's heavy money and current with us of 48 stivers, but by the interpreters and treasury officials it was asserted that these 18: 8:— would be entered in the settlement as heavy Japanese taels, so we requested His Honour to give further orders in this matter to prevent the consequences, which made further attempts, deeming it inadvisable, at a time when the stock at the Capital was so large, to enter into a negotiation that sometimes could only have harmful consequences. Before the arrival of the ships, which document the first undersigned, upon presenting the gifts for the Governors, lay on the mats and subsequently offered to one of the secretaries, whereupon Your Honour requested them to wait in the Government office until this should be translated by the interpreters; since they had no knowledge of our intention, they were uneasy, put their heads together, and deliberated what to do in this matter, until the secretary, coming outside, ordered them to translate this document, which according to their assertion was done verbatim, after which the Governors had us informed that they would send us a further reply thereto. On the 18th thereafter, the entire College of Interpreters, accompanied by the ottonas and spy, came to make known to us in the name of the Governors that Their Honours did not want to quarrel with the Treasury, and since it insisted on its heavy taels, the Company was obliged, both now and in the future, to accept the camphor for 36: 16:—, to which we replied that with us no other taels were known than of 40 stivers the Company's light, and of 48 heavy or cambang money, which one could verify from our accounts both on behalf of the Company and privately, that this treatment conflicted with the good faith of the Japanese, and that the Government, which relied fully thereon,

Dutch transcription

verdere ten taamens gedaan, ongeraade oordeelenden, in een teid dat de voorraad op de Hoofdplaats zo groot was ons in een onderhandeling in te laaten die somteids niet dan van schaadelijke gevolgen zou Kunnen zijn. Voor de komst der scheepen daar m:dI. O van twee daagen geschieden, sonder dat egter weegens den prijs eenige bepaaling wierd gemaakt, 96 G9 Doordien wij de Campur van de vereijschte deugd oordeelden, bewilligden wij in dies ontfangst, waar na zld: ons op den 23 daar aan, weeder in stilte besagen en Kennis gaf, een versoek schrift aan hem te moeten indienen, om de prijs een swaar thaijl van 48 stx op /o 1: 8:— 's Comp„s ligh geld te vermindere, zijnde dus een Condergen per Cattie, 't geen zl: den Gouverneur zou voordraagen, schrijvende vervolgens zelf de prijsen zo van ons swaar als ligh geld, in het Japans, en miet onse Cijser letters op„ om niet misleid te worden, wij vervaardigden dit geschrift, waar na den Gouverneur ons op den 28, & door de tolken in het bij zijn van den Dwarskijker een Japans Pappier liet aanbieden, inhoudende dat de Comp„ zo dit jaar als voor het vervolg de Campur zou ont¬ „fangen teegen p/ 21: 32:- ligt of p:s 18: 8: 's Comp„s swaar geld, maakende dus een verschil van P. s:- swaar of ƒp 1: 8: — ligh geld per picol, voor welke ganst wij Z Ed„le onse dank lieten betuijgen, en de tolken gelasten ons een translaat van dit geschrift door hen gesgapl en geteekend aftegeeven; door dien dit tot na de komst van den nieuwen Gouverneur fraineerde, met wier zij alle heulen en door wiens toedoen, zij na het over¬ „neemen van het gesag, 't geen wijnige daagen daar na 1 niets dan nadeelige denkbeelden zou inboesemen, dat indien onse geschriften behoorlijk waaren vertaald, ons versoek, en de daar op verleende prijs vermindering de door den Gouverneur duijdelijk zou blijken, dog dewijl # zij ons dat translaat hadden onthouden, om onder het gesag van den teegenswoordigen te beeter haar rol- te speelen, en tot diergelijke slinkse streeken toe„ 8 1 „ harlooten hadden geen enkele balie na geschied hier in eenige verandering wilden bewer„ va Directeur „zen hielden wij geduurig om dit geschrift aan, het geen zij op verscheide voorwendsels uijtstelden, en Berg ons intussen als in vertrouwe lieten weeten; dat de geldKaamer ten hoogste over de prijs vermeerdering verblijd was, en deese ƒ 18: 8:- bij de afreekening voor Japanse Swaare thaijlen zou bereekenen Van haare schelmstukken overtuijgd en 9 sunden dat wij met onse daagelijkse sollicitatien niets vorderden, door dien den Leerling sehits neevens den e Burgermeester van het Eiland wierden geweerd, beslooten c wij een geschrift aan den Gouverneur aante bieden, in hou„ „dende dat de Comp: in voorige Jaaren de Campur had ontfangen teegen de prijs E:o 23:- ligt op ƒ 19: 8: — 's Comp„s swaar geld van 48 stver, dat wij om dies vermindering ver¬ de „sogh hebbenden zEd„ ons had laaten aanzeggen, dat de Camphur zo in dit Jaar als voor het vervolg zou¬ geleevert worden teegen ƒ 21: 32:— ligt geld van 40 stver op ƒ 18:8: 's Comp„s swaar en bij ons gangbaar geld van 48 stver, dog door de tolken en geldKaamer bediendens, wierd voorgewerd, dat deese p 18: 8: bij de afreekening voor swaare Japanse Thaijlen zouden worden opgebragt, dus wij zEd: versogten daar in tot voorkooming van de gevolgen nadere order te willen stellen, welk via den geschrift en den te deugd aan op een mp: aar p en komst wier over„ daar ƒ 13 ƒ verdere ten taamens gedaan, ongeraade oordeelenden, in een teid dat de voorraad op de Hoofdplaats zo groot was ons in een onderhandeling in te laaten die somteids niet dan van schaadelijke gevolgen zou Kunnen zin, Voor de komst der scheepen daar mn:dI. geschrifte den eerstgeteekende bij het presenteeren der geschenken voor de Gouverneurs op de matten lag, en vervolgens aan een der secretarissen aan bood, waar op UEd„le versogten in 't Gouvernement te willen vertoeven tot dit door de tolken zou zijn vertaald, dewijl zij van ons voorneemen geen Kennis hadden, waaren p E zij ongerust, staaken de hoofden bij elkander, en beraadslaagden wal hier in te doen, tot dan secretaris buijte koomende hun gelaste dit geschrift te vertaalen, het welk na hun voorgeeven woordelijk geschiede, waar na de Gouverneurs lieten aanzeggen ons daar op naader antwoord te zullen laaten toekoomen. Op den 18 daar aan Kwaam het geheele Tolken Collegie, door de Ottonaas en Dwarskeijker vergeseld ons uijt naam der Gouverneurs bekent maaken dat H Edles zig met de Geld Kaamer niet wilden broulleeren, en dewijl de zelve op haare swaare thaijsen aandrong de Comp: ver¬ „pligt was, zo nu als in het vervolg de Camsur voor ƒ 36: 16:— te moeten aanneemen, waar op in antwoord dienden, dat bij ons geene andere thaijlen als van 40 stx 's Comp„s ligh, en van 48 swaar of Cambang geld bekent waaren, 't geen men bij onse afreekeningen zo 's Comps weegen als particulier Kon nagaan, dat deese be¬ „handeling teegen de goede trouw der Japanders straed, en dit de Regeering die daar op volkoome berusten, niet 9 r0

NL-HaNA_1.04.02_3586_0969 view scan ↗

English

would inspire nothing but unfavorable ideas, that if our writings had been properly translated, our request and the price reduction granted thereupon by the Governor would clearly appear; however, because they had withheld that translation from us, in order to play their role better under the authority of the present one and resorted to such devious tricks, we had decided not to transport a single tub of Camphor. They sought to confront us with the consequences we had to fear from not selling Camphor; yet, upon our declaration that in fulfilling the orders of the Right Honorable High Indies Government to improve the trade to our utmost ability we had done our duty and feared no accountability, they departed to inform the Governors of our decision. This matter remained unresolved until the 23rd, when two city Burgomasters, after the departure of the outgoing Governor, came to us together with the College of Interpreters to review our calculation, and after lingering for about four hours and many debates, finally suggested that this difference was caused by a misunderstanding of Burgomaster Fisamats Tokitaro Samma, who had taken our heavy taels for Japanese ones. [illegible] to offer herewith a copy for consideration; furthermore, they said that those skins were plundered, and the Court had no knowledge of that matter as yet, but that the news from Jedo was expected daily, at which time they would give us a more accurate description of the ship and what had occurred. Questioning them about this plundering, they appeared dismayed and denied this. Although we demonstrated to them in the clearest manner that we never drew up our accounts according to their taels, of which we had no knowledge whatsoever, this could effect nothing. After a negotiation with the interpreters, they went to report their alleged finding to the Governor, who notified us on the 25th that because this dispute had been caused by a wrong calculation of the Burgomaster and a faulty translation by the interpreter, the Company had to accept the Camphor at the price of previous years. In this we had to acquiesce, after a translation of this order, chopped and signed by the interpreters, was delivered to our hands, on account of the approaching departure of the ships, and because no redress could be effected against this; and we considered ourselves fortunate to have presented the aforementioned writing to the Governors themselves, since if it had been delivered to the secretaries, they would have concealed it until after the departure day of the outgoing one, when they could pretend that no change was to be expected in this matter. Your Right Honorable Greatly Respected may please see from this entire course of affairs that nothing is to be achieved for us here, and the Company must resign itself to let everything proceed on the old footing. Later it was stated that we had to accept the Camphor, both now and in the future, for f 36: 16:—, to which we replied that to us no other taels were known than those of 40 stivers Company's light money, and of 48 heavy or Cambang money, which one could verify in our accounts, both on the Company's behalf and privately; that this treatment conflicted with the good faith of the Japanese, and that this did not reassure the Government, which relied completely upon it. Although the merchants complain bitterly about the conduct both of the Governors and of the Money Chamber, and have requested us to present a petition of complaint to the Emperor, our trade in this empire no longer seems of such importance as to resort to such extremes. Besides the slight effect this might have through the intervention of the grandees, whose hands are filled, it would expose us to many mistreatments and the Company to unavoidable obstructions, as fully appeared from the incident with Chief Factor van Sugtelen regarding the submission of a petition for an increase of copper at his appearance at Court in the year 1751. Because it pleased Your Right Honorable Greatly Respected to supply 10087 lb of Cloves upon our request, although the Japanese threatened us in the previous year that if more than the 3000 lb demanded by them were brought, they would lower the prices, we have, after submitting the invoices, been in daily negotiations with the officials of the Money Chamber who continued to appeal to that, and through a special gift to its overseers [illegible] to offer herewith a copy for consideration; furthermore, they said that those skins were plundered, and the Court had no knowledge of that matter as yet, but that the news from Jedo was expected daily, at which time they would give us a more accurate description of the ship and what had occurred. Questioning them about this plundering, they appeared dismayed and denied this.

Dutch transcription

niets dan nadeelige denkbeelden zou inboesemen, dat indien onse geschriften behoorlijk waaren vertaald, ons versoek, en de daar op verleende prijs vermindering door den Gouverneur duijdelijk zou blijken, dog dewijl # zij ons dat translaat hadden onthouden, om onder het gesag van den teegenswoordigen te beeter haar rol- te speelen, en tot diergelijke slinkse streeken toe„ „vlugt namen wij beslooten hadden geen en kele balie Camsur te vervoeren, sij sogten ons voor te houden, den gevolgen die wij door het niet vervenden van Campur te vreesen hadden, dog op onse betuijging dat wij in voldoening aan de orders der Edele Hoog Indiase Regeering om den handel na vermooge te verbeeteren, er 79 onsen pligt hadden betragt en voor geen verantwoor¬ „ding dugten, vertrokken zij om de Gouverneurs van 9 ons besluijt kennis te geeven: Deese zaak bleef die afgedaan tot op den 23, wanneer twee stads Burger¬ „meesters na het vertrek van den afgaanden Gouverneur den nevens het tolken Collegie bij ons kwaamer, om onse bereekening na te gaan en na circa vier uuren vertoe„ „vens en veele debatten, eindelijk voorstelden, dat dit verschil door een Kwalgh verstaan van den Burgermeester Fisamats Tokitaro Samma was veroorsaakt, die onse swaare thaijlen voor Japanse E ynrio neemen uw vooogt dese vroor ragto„ hier nevens een Copie tot speculatie aan te bieden, verder heiden zij dat die vellen waaren geplundert, en het Hoff 6 ƒ van die zaak nog geen kennis had maar men de tijding uijt zedo daagelijks te gemoed zag, wanneer zij ons een naauwkeuriger beschrijving van het schip en het voorgevallene souden doen, hen na dit psunderen ondervraagenden, scheenen zij onthust en onthenden V„ Directeur dit eeren willen dewijl ren 29 S taalen iede, waar naader tari wl bekent s Com se rs ruste treed, Comp„s 2 ƒ 16 via Japanse had genoomen: Schoon wij hen ten Klaarsten aantoonden, dat wij nimmer onse Reekeningen na haar thaijlen opmaakten, van welken wij in het geheel geen kennis hadden, kon dit niets uijtwerken, gaanden zij na een onderhandeling met de tolken, den hou„ „verneur van haar voorgewende bevinding verslag doen, die ons op den 25 liet aanzeggen, dat dewijl dit verschil door een kwaade bereekening van den Burgermeester en een verkeerde vertaaling van den tolk schits was veroorsaakt de Comp: de Campa teegen de prijs van voorige jaaren moest aanneemen waar in wij na dat ons van deese order een translaat door de tolken gesjapt en geteekend was ter hand gesteld om het naderend vertrek der scheepen, en wijl hier teegen geen redres te bewerken was moesten bewilligen e ons gelukkig reekenden het voorgemelde geschrift, de Gouverneurs zelven te hebben aangebooden, wijl indien dit aan de secretarissen was afgegeeven, deese het tot na den vertrekdag van den afgaanden zouden hebben verduijsterd, wanneer zij houden voorwenden, dat hier in geen verandering was te wagten; uw Hoog Edele Groot Agtb: gelieven uijt dit geheel beloop van Zaaken te zien dat hier voor ons niets is uijt te werken, en de Comp: zig moet laater F vare opnoom opligts was, zo nu als in het vervolg de Camsur voor § 36: 16:— te moeten aanneemen, waar op in antwoord dienden, dat bij ons geene andere thaijlen als van 40 stxer 's Comp„s ligh, en van 48 swaar of Cambang geld bekent waaren, 't geen men bij onse afreekeningen zo 's Comps weegen als particulier kon nagaan, dat deese be¬ „handeling teegen de goede trouw der Japanders straed, en dit de Regeering die daar op volkoome berusten, niet E S 9 3 laten welgevallen, dat alles op den ouden voet blijft voortgaan: schoon de kooplieden bittere klagten doen, over de behandelingen zo van de Gouverneurs als van de Geldkaamer, en ons versogt hebben, een l klangtschrift den Keijser te willen aanbieden, scheint onsen handel in dit rijk niet meer van dat aan be„ „lang om tot diergelijke uijterstens te koomen: Buij„ „ten den geringen invloed die dit door de tussen komst der grooten, wier handen gevuld worden, mogh uijt„ „werken, zou het ons aan veele mishandelingen en de Comp: aan onvermeidelijke traversen blood stellen, als aan het voorval met het opperhoofd van sugte„ „len over het indienen van een versoek schrift tot Berg vermeerdering van Kooper bij zijn verscheijning ten Hove in het Jaar 1751. ten vollen is gebleeken, Door dien het UW Hoog Edele Groot Agtbr:e behaagde op onsen Euch 10087 d Garrioffel Nagulen E te voldoen, schoon den japander ons in het voorige den jaar bedreigde, zo er boven de door haar gevorderde 3000 lb wierden aangebragt, de prijsen te zullen ver¬ „minderen, hebben wij na het opgeeven der Factuuren, 8. met de bediendens van de Geldkaamer die zig daar op bleeven beroepen dagelijks in onderhandeling ge„ 8 „weest, en door een bewonder geschenk aan dies Opsigters men en vooogedere voor rogtb„ hier nevens een Copie tot speculatie aan te bieden, verder heiden zij dat die vellen waaren geplundert, en het Hoff van die zaak nog geen kennis had maar men de tijding uijt zedo daagelijks te gemoed zag, wanneer zij ons een naauwkeuriger beschrijving van het schip en het voorgevallene souden doen, hen na dit psunderen ondervraagenden, scheenen zij ontkust en onthenden via v„ Directeur dit a2 na g haar heel n ten n steld dat ent omp„s be„ treed, e erus rs e s l ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3586_0972 view scan ↗

English

Overseers finally persuaded to accept them for this year at the usual prices, though we dare not flatter ourselves that we shall succeed in this for the future, we take the liberty to present to Your Right Honourable Worships in all reverence our reasonable apprehension concerning the poor showing this Factory will make if they refuse to accept any cloves beyond their quota, since this is the principal article for making good the expenses, and our profit account has already been disadvantaged by ƒ134:1:8 for the deceased through the reduced sale of 7726 1/8 lb compared to the previous year. We shall nevertheless attempt to dispose of the demanded quantity at the previous prices, but again request Your Worships' authorization to be allowed to send the surplus to Batavia at the slightest reduction in price. On 26 September the interpreters brought word that a foreign ship had arrived at the island of Rahusma, situated under the authority of Matsmai and lying between the same and the land of Jesso, the crew wearing European clothes and all having red hair; that the person considered to be the Chief wore a red scarlet coat, waistcoat, and breeches, and on his head an expensive gold [illegible], so both now and in the future the Camur must be accepted for ƒ36:16:—, to which served in reply that with us no other taels than of 40 stivers Company's light money and of 48 stivers heavy or Kambang money were known, which could be verified in our accounts both on the Company's behalf and privately; that this treatment conflicted with the good faith of the Japanese, and that the Government, which relied entirely upon it, had not [illegible] had and was seated upon a red scarlet cloth over which lay several pelts of Rokko, which were covered again with a cloth of expensive gold fabric; the awning of the vessel was made of canvas and appeared to be smeared with wax. In the beginning he behaved very politely, treated whoever came to him to sugar and preserves, and had sold some woollen cloth to the Lord of Matsmai and some clothes to the inhabitants of Jesso, in whose pockets stuck a writing which upon inspection was found to be a leaf from a book, very dirty and worn at the edges, which they requested us to translate. As it was written in Greek letters we flattered ourselves that we would succeed in this, but could not understand a single word, and supposed it to be the Russian language written in Greek characters, of which we take the liberty to offer Your Right Honourable Worships herewith a copy for consideration. They further said that those skins had been plundered and the Court had no knowledge of that affair as yet, but that news from Yedo was expected daily, when they would give us a more accurate description of the ship and what had occurred. Upon questioning them about this plundering they seemed uneasy and denied it. The following day the Chief Interpreter Hosemon requested to see our sea charts. We showed him a round map by Halley, in which he traced the crossing from Kamchatka to the land of Jesso, and pointed out the Staten Island as the place where the Rokko was obtained, being a fine sea animal whose pelt is highly esteemed by the Chinese, for which they pay up to 60 to 78 guilders, which were numerous here in earlier years, but since the Vries Strait has been navigated by Europeans have very much decreased. He said further that people were now apprehensive that they sought to erect a fortress here in order subsequently to seize the land of Jesso with greater ease. Inquiring after their religion, we informed him that they were of the Greek Church and quite as fanatical as the Spaniards and Portuguese, having in the year 1762 dethroned and subsequently put to death their Emperor, who wished to make some changes for the better in their religious practices. He promised to impart further news to us as soon as it arrived, but since then, notwithstanding all inquiries made, we have learned nothing, as they avoid as much as possible expressing themselves on this matter. We express to Your Right Honourable Worships our humble thanks for the settlement of the 700 piculs of bar copper sent in the previous year, which are now being conveyed divided again between both ships, and request in all reverence that you will be pleased to approve our proceedings favourably, under the assurance that we shall leave no means unattempted to improve the condition of this Factory to the best of our ability, however slender the prospect thereto may be. After wishing Heaven's dearest blessings upon Your Right Honourable Worships, your illustrious Government, and families, we remain with due high esteem, Right Honourable, Stern, Highly Respected, Valiant and Far-Commanding Lord and Lords, Your Right Honours' humble and most obedient servants, J. Sringh A. W. Beith Dejima, 5 November 1780

Dutch transcription

Opsigters hen eindelijk overreed, die nog voor dit jaar teegen de gewoone prijsen te ontfangen, daar wij ons egter niet durven vlijen, hier in voor het vervolg te zullen slaagen, neemen wij de vrijheid Uw Hoog Edele Groot Agtb„s in alle eerbied voor te houden, onse bil„ „lijke bedugting over de slegte vertooning die dit Comp„ toir zal geeven, indien zij geene nagulen boven haare bepaaling wilden aanneemen, wijl dit het voornaam¬ „ste articul tot goedmaaking der lasten is, en onse, winstreekening door het minder de biet van 7726 1/8 lb in vergelijking met het voorige jaar reeds ƒ134:1:8: voor do d benadeeld, wij zullen egter tragten de gevorderde quan„ „titeid teegen de voorige prijsen aff te zetten, dog versoeken weeder Hoogst Derzelver qualificatie om bij den geringste prijsvermindering, het meerdere na Batavia te moogen versenden. Op den 26 Septer: bragten de tolken boidring, dat er op het Eiland Rahusma, onder het gesag van Mati„ „mag, en tussen het zelve en het land van Iesso geleegen, een vreemd schip was aangekoomen, draa¬ „gende het volk Europeese kleederen, en hebbende allen rood hair, dat den geen die men voor het Opper¬ „hoofd hield, een roode Scharlaake rok, Camisool en broek, en op het hoofd een kootbaaren goed „pligt was, zo nu als in het vervolg de Camur voor ƒ 36: 16:— te moeten aanneemen, waar op in antwoord dienden, dat bij oms geene andere thaijlen als van 40 stver 's Comp„s ligh, en van 48 swaar of Cambang geld bekent waaren, 't geen men bij onse afreekeningen zo 's Comp„s weegen als particulier Kon nagaan, dat deese be¬ „handeling teegen de goede trouw der Japanders streed, en dit de Regeering die daar op volkoome berusten, niet had ƒ - F 9 3 21 parte Brieff en had, en geseeten was, op een rood scharlaake kleed, van Directeur waar over verscheide huiden van Rokho laagen, die weeder met een kleed van Kostbaar goud stoff overdekt waaren, de tent van het vaartuijg was van Zeildoek, en Berg 6 scheen met wax besmeerd, in den beginne gedroeg hij 9 zig zeer beleefde tracteerde die bij hem kwam op 87: suijker en Confituuren, en had eenige laakenen aan den ƒ9 Landsheer van Matsmaij, en eenige kleederen aan den inwoonders van Jesso verkogt, in welker Sakken een geschrift stak, 't geen bij besigtiging bevonden, een blad uijt een boek te zijn, zeer morsig en op de Kanten afgesleeten, 't welk zij versogten te vertaalen, doordien het met griekde letters was geschreeven, vlij den wij ons hier in te zullen slaagen, dog konder geen enkel woord verstaan, en veronderstelden het de russise taal in griekse Characters beschreeven te zijn, waar van wij de vrijheid neemen uw Hoog Edele Groot Agtb„e hier nevens een Copie tot speculatie aan te bieden, verder heiden zij dat die vellen waaren geplundert, en het Hoff van die zaak nog geen kennis had maar men de tijding uijt Tedo daagelijks te gemoed zag, wanneer zij ons een naauwkeuriger beschrijving van het schip en het voorgevallene souden doen, hen na dit psunderen ondervraagenden, scheenen zij ontkust en onthenden via den Copia dit dit jaar W Hoog onse bil, dit en re n„ e 1/8 lb d an„ ken n9 „ bb pper, voor rd 40 stver bekent 's Comp„s be„ straed, ruste, n an 726 Comp¬ 6 Opsigters hen eindelijk overreed, die nog voor dit jaar teegen de gewoone prijsen te ontfangen, daar wij ons egter niet durven vlijen, hier en voor het vervolg te zullen slaagen, neemen wij de vrijheid Uw Hoog Edele Groot Agtb„s in alle eerbied voor te houden, onse bil„ „lijke bedugting over de slegte vertooning die dit Corap„ toir zal geeven, indien zij geene nagulen boven haare dit, den volgenden dag versogt den Spertotk hosemon, onse zeekaarten te sien, toonden hem een ronde Kaart van Hallij, waar in hij de overvaart van Kamschatka na het land van Iesso naging, en het staaten Eiland aan duide als de plaats waar de Rokkio viel, /: zijnde een Zeedier fijn, van ragt door de Chineesen hoog geschat t geen zij tot 60. â 78 Bb betaalen:/ die hier in vroegere jaaren menig vul„ „dig waaren, dog sedert straat de Vries door Europeesen bevaaren wierd, zeer verminderden, verders zijde hij dat men thans bedugt wierd, dat zij hier een sterkte sogten op te regten om vervolgens met meerder gemak het land van Jesso weg teneemen, na haar gods dienst vraagende, onderrigten hem, dat zij van de griekse Kerk, en ruijm zo dweep ziek als de Spanjaarden en Portugeesen waaren, hebbende, in het jaar 1762. kunnen Keijser, die in haare Godsdienst reffeningen eenige verande„ „ringen ten goede wilde maaken ontroond, en vervolgens ter dood gebragt, hij beloofde zo raser naderteiding kwam„ ons die te zullen bedeelen, dog seedert hebben wij in weerwil van alle gedaane navorsingen niets vernoomen wijl zij zo veel moogelijk vermeiden, zig hier over uijt te laaten. Wij betuijgen Uw Hoog Edele Groot Agtb: onse nede„ „rige dank, voor de voldoening der in het voorige jaare versondene 700 Picols Staaf Kooper, die thans weeder op de beide scheepen verdeelt overgaan, en versoeken in alle eerbied, onse behandelingen gunstig te willen approbeeren D 5 v 23 Decima den 5 November 1780 parte Brieff en approbeeren, onder verseekering dat wij geene middalen zulx „len onbesogt laaten, om den staat van dit Comptoir hoe van Directeur „gering hot uijtsigt daar toe ook zijn mag na vermoogen te verbeeteren Berg Na toewensing van 's Heemels dierbaarste zee„ „gemingen over uw Hoog Edele Groot Agtb:, Derzelver luijsterijke Regeering, en Familien, verblijven wij met verschuldigde hoogagting. Hoog Edele Gestrenge, Groot Agtbaare, Manhafte en wijdgebiedende Heer en Heeren UW Hoog Edelheedens Onderdaanige en zeer gehoorsaame Dienaaren J Sringh AW Beith Copia i erkte mak dienst se n hunnen ande„ olgens Kwam, n en den via 8

NL-HaNA_1.04.02_3586_0976 view scan ↗

English

Overseers finally persuaded them to receive it for this year at the usual prices, though we do not dare flatter ourselves that we will succeed in this for the future, we take the liberty respectfully to submit to Your High Right Honourables our reasonable apprehension regarding the poor performance this office will show, if they [illegible] [illegible] Director [illegible] Copy Separate Letter 11 24 h./ E den berg 23 onie 1780: Overseers finally persuaded them to receive it for this year at the usual prices, though we do not dare flatter ourselves that we will succeed in this for the future, we take the liberty respectfully to submit to Your High Right Honourables our reasonable apprehension regarding the poor performance this office will show, if they [illegible] [illegible] Copy Separate Letter and Appendices Written and Sent By the Java's Governor Director Johannes Siberg To My High Honours Batavia Of 20 December 1780:— for the Netherlands Second [illegible] at Samarang, 20 December 1780. Copy. folio 1. To His High Honour The High Noble, Severe, Most Honourable Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor-General together with the Noble Severe Lords Councilors Of the Dutch Indies &c. &c. &c. High Noble, Severe, Most Honourable Lord Noble Severe Lords! I have deferred until today respectfully to inform Your High Honours of certain matters and occurrences that have existed here since the departure of my predecessor, the Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Mr Johannes Robbert van der Burgh, and which are customarily dealt with in separate letters, partly because the events were not of such weight that they demanded a speedy dispatch, and partly because in some matters I have been delayed by lagging reports and the conducting of a careful investigation at a juncture when, as a newcomer to the administration of Java, I had to act with greater circumspection, and regarding which delay, considering the reasons adduced, I am requesting Your High Honours' kind excuse. After which I have the high honour to report to Your High Honours that the dismantling of the post of Poeger or Klattak, situated in western Balemboang, requested in separate letters to Your High Honours of 15 September 1780, has already taken place upon my prior authorization issued for that purpose. 2 - E

Dutch transcription

Opsigters ten eindelijk overreed, die nog voor dit jaar teegen de gewoone prijsen te ontfangen, daar wij ons egter niet durven vlijen, hier in voor het vervolg te zullen slaagen, neemen wij de vrijheid Uw Hoog Edele Groot Agtb„s in alle eerbied voor te houden, onse bil„ „lijke bedugting over de slegte vertooning die dit Comp„ toir zal geeven, indien zij geene nagulen boven haare Raub aurdan Epxi eenob bnobs Neauq Sijxii attobettob en „hocueynno cannn verdsaduis noo begurobbut yenb endh d so ra ueremabkruttoro ocodbutored aurrix eboria 260 nia perminerer Iuacaiabunar nohohor maro ottero nhocmyna 12„ Ortro aurhen peauendn Ecsobbua Reauu Crrobbua &nr sourhese rnio des arnoctria end urxxtres mauoitr Ecuod n5 tok EEroaburanoboysex Emy ttrouas z t. rouodb. „hraguas sihontis Nrcadyznracq. , togEr Euk &ss E tD 2x110 auhan Txti phananda normio uz ontorrna Asgenx dechaanoreur drarten xrigber esyn skeh narocquen aucragnuz Aenrent indrapnda nuri do etgr rotyrit inxi 526 buhonacnia radabuet Jurisbesna luhgannicq Nachorag ber ette ghearnicq notthab rattony uanx te brgoiny do prdze eda d'inorda de Ndx nauxsyenis na des jrsres Macis encopes nswognrik harshyn kama beent uninarobnobandh aurron Jouni &hanuners nosehr Enco brenen As 2oo ighta rmb naich shijtbin edrabar pauruet xxnuais Wno uxad uhijusen idbeh. DaAbuo drxanib usbren anua seauthro Vogmig vror Elkobbieh keuhank sarang &norga besan doent garaix acmynaenen nuorga ber ehouinbnoh Adrahmcs radijssr shrararmen dunhahuz Ernvae drgenobosr solliru prbriix naiboninr dospor op raydu csorrs marhuenz Joncq Noo aurent Co eur Directeur lieden Opia parte Brief 11„„ 24 h./ E den berg 23 onie 1780: Opsigters hen eindelijk overreed, die nog voor dit jaar teegen de gewoone prijsen te ontfangen, daar wij ons egter niet durven vlijen, hier in voor het vervolg te zullen slaagen, neemen wij de vrijheid Uw Hoog Edele Groot Agtb„s in alle eerbied voor te houden, onse bil„ „lijke bedugting over de slegte vertooning die dit Comp„ toir zal geeven, indien zij geene nagulen boven haare /60 Drie mhoemabraer nocoper wraer kank onk 80h5 nuorga ss nopomhundr Eno itisi prbocis een bernhtn. ureenekz enhemastaberuo mo aurhas Exze mibou pears nien6 sosonhaen d'uy 2608 Nouhea raurdo 29b bch cbantri Siri classt A enhemikont nacita Agabitica segear toenort boek Asbeuer Embegamer Rydok rousz pres mana- nomub rex careobbna bha x preal ieer schademb neer sugrm2 iorhhe Debosethurareuz ozeus dokca ndo anrhrdn mbon Nharanchen wtersb isbeb reghof bosmeren bebor dien Ngderg 280s 8 bunous ndhock box 292 bchrga rosyteir Abeuoia bs graet. /. Emo Zexobeus do pruz ogabaurr aurrsy Saxhanhuul Ero donde reeb zztobriet autereda so pra Dosunter accoermanca a nosoliae cepster cis 2 ieborro phaharch es ceren pa Erga nobory moraboba en robry vdagarn „14„ bereer deora a eeder casubi ier, nanz harob buse normaanten 9 2 srs arrrsu Vora nanen 2 dure gas grette abiqua E zact16 noie2 25na. berds coge Ceterdz arsbor 2621 sucen zeuls nocumasera&= net cchaghrin bluura Laara srubi ttocanaber sricel chga pxn6e en ircks tegrenbest brigon gerterse 2xemk exubi voenooms ze en 16e brachk tighaten tzilk hy Heerik Exuk naszebasmcs karada aqhirdes arbrd nresag excs anresenag ne4no odora robertikus icha jenaemez t chrgses opbrahte Emoea da chrulda duresson E„ „13„ . Copia Aparte Brieff en Bijlaagen Door den Javas Gouverneur Directeur Johannes Siberg geschreeven en Gezonden Aan Muine Hoog Edelheeden Batavia Van den 20:e December 1780:— voor Neederland Tweede Htel te Samarang den 20:e December 1780. Copia. f=o 1. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel gestrenge groot Agtbaren Heere M:r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal beneevens de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden Van Nederlands Indië &:a &:a &:a Hoog Edel, Gestrenge Groot Agtbaren Heere Wel Edele Gestrenge Heeren! Ik hebbe tot op heeden uitgesteld om uw Hoog Edel„ „heeden van Eenige zaaken en voorvallen, zeedert het ver„ „trek van mijn praedecesseur den Heer Raad Extra or„ „dinair van Nederlands Jndie Johannes Robbert van der Burgh alhier g'Exteert, en die na gewoonte bij aparte brieven verhandeld worden Eerbiedig kennisse te geeven, Eensdeels om dat de gebeurtenisse niet waare van dat gewigt, dat de zelve Eene spoedige depeche vor„ 6 „derde, en ander deels om dat ik in zommige zaaken door agter blijvende berigten, en het doen van nauwkeu„ „zig onderzoek in Een tijdstip dat ik als een Nieuwe„ „ling in het Javas bestier met meerder omzigtigheid moest handelen, ben opgehouden geworden, en 't omtrent welke tardance uit aanmerking van de bij gebragte ree„ „dinen ik uw Hoog Edelheeden geneegene verschooning verzoekende ben. Waar na ik mij de Hooge Eere geeve uw Hoog Edel„ „heeden te melden als dat de bij aparte letteren aan uw Hoog Edelheeden van den 15:' september 1780. verzogte opbraake van de post Poeger off klattak ge„ „leegen in het wester Balemboangse op mij„ „ne daar toe voor affgegaane qualificatie bereeds heeft gevolg. 2 - E

NL-HaNA_1.04.02_3586_0982 view scan ↗

English

Samarang the 20:th December A:o 1780: consequence was taken, as appears from a respectfully accompanying copy of a separate missive marked Lit:a A, written by the Passourouang Commandant Reijke on the 3:rd November last to the Governor of the Oosthoek, and referring to me herein, so I hope simultaneously that your High Nobilities will be pleased to approve this, even though your highest agreeing reply had not yet arrived, because the represented difficulties in continuing the occupation there any longer, due to the increasingly rising diseases and deaths, required a speedy execution. Which, if one had waited longer, could not have taken place until after the lapse of many months, seeing that some goods that were found at Poeger and were superfluous at Pamadjang had to be transported around Java's south-east corner to Sourabaija, and this would have been impossible in the bad monsoon, just as it has now also cost much effort on account of the strongly blowing westerly winds. Before the evacuation of the post of Klattak, the island of Noessa having been inspected by the said Commandant Reijcke according to his aforementioned letter, the same was found entirely overgrown, full of wild bushes, trees, and shrubs, as well as without the least signs that more people presently land there or come to stay there. A request having been made to me by the Panumbahan of Madura, as appears from the respectfully accompanying letter marked Lit:a B dated 13:th November last, to lend him a helping hand so that the Madurese who were at Maccasser, after having accomplished their business there, might return homewards again, and also that his brother Radeen Arija Panoelar, his brother-in-law Soera Notto, and uncle Wira Diningrat might return from Ceijlon, I have replied to this worthy prince as shown by the respectfully attached letter marked Lit:a C, promising therein to present his request to your High Nobilities, as I also respectfully take the liberty of doing, in so far regarding the Madurese warriors when they can be spared at Maccasser, and with respect to his family relegated to Ceilon if your High Nobilities find no difficulty enclosed therein, and under respectful correction might be of the opinion with me that, now that the eldest brother, the present Panumbahang, is in government, and thus the thorn in their side and the reason why they were removed from Madura in the year of 1771 has been taken away, and having at the same time tasted a ten-year banishment, they will in future surely desist from further turbulent thoughts and intentions. The envoys of the Balinese petty prince Gusti Moera Caleerang of Badong, mentioned in the previously cited separate letter to your High Nobilities of the 15:th September 1780, still continuing to await your High Nobilities' disposition on the request made on behalf of their king, the Banjoewangie Commandant Mierop has in the meantime again received several requests, both written and oral, from another Balinese Gusti named Moera Djembrana, who tries every possible tack to gain entrance into Balemboeang. His written requests contain little in themselves, as appears from two copies of his letters respectfully attached hereto under Lit:a D: and E, but those made orally on his behalf, namely the granting of passes to his subjects and the conducting of trade in Balemboeang, being of a further-reaching perspective, the said Commandant Mierop has, as appears from the copy of a letter by him on the 9:th November last to Governor van der Niepoort to be found among the appendices under Lit:a F, answered so well as I hope may be to the satisfaction of your High Nobilities, while he, Gusti Moera Djembrana, from this polite refusal, will also be able to conclude that there is no intention to become particularly involved with him. A pleasant and quiet peace reigning in the uplands and everywhere under the Company's jurisdiction, I have the glad pleasure to inform your High Nobilities thereof, also that the Emperor's sister, the Radeen Aijoe Pringgo diningrat, as well as the sister of the Sultan, the Radeen Aijoe Poeroboijo, having passed away successively one after the other, I was informed thereof by both Princes, each separately in a friendly manner, to which the latter, or the Sultan, also added for information the elevation of two of his

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A:o 1780: — gevolg genoomen, blijkens eene deeze onder L=a A: in Eer„ „bied verzellende Copia aparte Missive door den Passou„ „rouangs Commandant Reijke op den 3:' November Jongstleeden, aan den gezaghebber in den Oosthoek ge„ „schreeven, en hier aan mij gedragende, zoo hoope ik 't ef„ „fens dat uw Hoog Edelheeden, dit wel zullen gelie„ „ven te approbeeren, off schoon hoogst der zelver toe„ „stemmend antwoord nog niet was ingekoomen uit hoof„ „de dat de voortgedragene zwaarigheeden in het langer aanhouden, der bezitting aldaar door de meerdere toe„ „neemende ziektens en sterftens eene spoedige Executie ver Eijschte, het geene zoo men langer hadde gewargt niet dan na den verloop van veele maanden had kunnen geschieden, gemerkt Eenige goederen der zig tot Poeger bewonden en op Pamadjang over„ „boodig waren Iava's zuid=oost=stoek om na Soue„ „rabaija moeste worden vervoert, en zulks in de kwaa„ „de mousson onmogelijk zoude zijn geweest, gelijk het thans ook door de sterk gewaaijd hebbende Wes„ „telijke winden al veel moeijte heeft gekost. Voor de opbraak van de post klattak door den gemelde Commandant Reijcke na luijd voorsz: zijne brieff 't Eiland Noessa gevisiteert weezende, is het zelve bevonden ten Eenemaale verwilderd, vol wilde struike Boomen en Heesters, mitsgaders zonder de minste teekenen, dat aldaar thans meerder menschen aanlanden ofte zig zoude komen op te houden. Door den Panumbahan van Madura, blij„ „kens de onder L=a B: in Eerbied neevens gaande brieff in dato 13:' novemb:r Jongstleeden, aan mij verzoek gedaan zijnde, om hem de behulpzame hand te bieden, ten Einde de Madureese die zig tot Maccasser bevonden, na verrigter zaaken aldaar, weeder 't huijs„ waards. fo. 3. Samarang den 20:e December 1780. „waards mogte keeren, en ook dat zijne broeder Radeen Arija- Panoelar, zijne Zwager: Soera Notto en Oom Wira Diningrat van Ceijlon mogte rethour„ „neeren, zoo hebbe ik deeze braave vorst blijkens de on„ „der L:a C: in Eerbied hier nevens leggende brieff geant„ „woord, en daar bij belooft van zijn verzoek uw Hoog Edelheeden voor te dragen, gelijk ik zulks ook Eer„ „biedig de vrijheid neemen te doen, in zoo verre ten opzigte van de Madureese krijgers, wanneer zij tot Maccas„ „ser kunnen worden gemist, en ten aanzien van zijne na Ceilon gerelegeerde familie zoo uw Hoog Edelhee„ „den daar inne geene zwaarigheid vinde opgeslooten, en met mij onder Eerbiedige Correctie mogte van gevoelen weezen, dat daar nu de oudste broeder den praesente Panumbahang aan de regeering zijnde, en dus de =doorn die hun in 't oog stak en Waaromme zij in den Jaare van 1771: van: Madura zijn verwijderd is weg genoomen; en teffens Een thien Jaarig bannisse„ „ment gesmaakt hebbende, zij. . voor 't vervolg wel zullen afzien van verdere onrustige gedagten en voorneemens. De affgezante van het Balijsch vorsje Gusti= Moera Caleerang van Badong vermeld bij voor„ „waards geciteerde Aparte aan uw Hoog Edelhee„ „den van den 15:e September 1780. nog blijvende af„ „wagten uw Hoog Edelheeden dispositie op de van weegens hun koningse gedaane instantie, zoo heeft den Banjoewangies Commandant Mierop intus„ „sen weeder verscheidene zoo schriftelijke als mondelings verzoeke ontvangen van een ander Balijs Gusti in Samarang den 20:e December 1780: — in name Moera Djembrana wien het over alle boeghen wend om tin het Balemboeangse ingang te Krijgen. zijne schriftelijke verzoeke behelzen, op zig zelfs weinig, gelijk blijkt uit twee zijne in Eerbied hier nevens leggende Copia brieven sub L=a D: en E, maar die bij monde voor hem gedaan als voornamentlijk het verleenen van: passen aan zijne onderdanen en het drijven van handel in het Balemboeangse van een verder uitzigt zijnde, heeft den gemelde Com„ „mandant Mierop blijkens Copia brieff door hem op den 9:' November Jongstleeden aan den gezagheb„ „ber van der Niepoort te vinden onder de Bijlaa„ „gen met L=a F zoo wel beantwoord als ik hoope mag tot genoegen van uw Hoog Edelheeden te zijn, terwijl hij Gusti Moera Djembrana uit ddeeze beleefde weigering, teffens wel zal kunnen besluiten dat men niet van voorneemens is om zig met hem bizonder in te laaten.. In de booven landen en alomme onder sComp„s re„ „sort eene aangenaame en stille rust heerschende, zoo hebbe ik het blijde genoegen uw Hoog Edelheeden daar van kennisse te geeven, ook dat des keijsers zus„ „ter de Radeen Aijoe Pringgo diningrat, zoo meede de zuster van den Sulthan de Radeen Aijoe Poeroboijo successive na den anderen overlee„ „den weezende, mij daar van door beide de Vorsten ieder afzonderlijk op eene Vriendelijke wijze is kennisse gegeeven, waar bij den laaste ofte den sulthan nog tot narigt gevoegd heeft, de verheffing van twee zij„ „ner.

NL-HaNA_1.04.02_3586_0985 view scan ↗

English

folio 5. Samarang the 20th of December 1780. his sons Kie Soerdiejo and Kie Adie to Pangerang, the first under the name of Diepo Ponto and the other under that of Notto Coessoemo. The Emperor having again made a request to me through the resident of Surakarta to be accommodated on behalf of the Company against payment with 100 pieces of carbines, 100 pairs of pistols and 6 pairs of copper drums, I take the liberty of presenting the Monarch's urgent request to Your High Mightinesses most favorably in order to obtain complete satisfaction, to which I feel all the more emboldened since these will serve to equip the subjects of a well-intentioned Monarch who is in all respects faithful to the Company, from whom one may well expect assistance in times of need, and this being a well-known fact on Java, the Emperor's formidable power simultaneously serves as a deterrent to others who might wish to initiate any hostilities to disturb the desirable peace of this land. When my aforementioned predecessor, the Councillor Extraordinary Johannes Robbert van der Burgh was still present here, three of the Sultan's subjects who were guilty of robbery and housebreaking at Caliwoengo were apprehended there and sent up to Samarang, and, in order to obtain a fair execution of justice, were forwarded with the depositions against them to Djokjo Carta, with orders to resident Van Rhijn to continue to insist that the execution folio 6. Samarang the 20th of December 1780: of justice take effect and not be omitted. He having negotiated on this matter with the Sultan's Grand Vizier, the Radeen Adipattij Danoeredja, for almost two months in vain, I finally received from this cunning minister of state a letter written in the name of his Monarch and respectfully annexed under Letter G, in which he informed me that the execution of punishment could not take effect as long as the accusers and those seeking justice were not present, or a firm arrangement had to be made regarding this matter, by which sentences would henceforth be pronounced upon depositions and one's own confession. Thereupon, bypassing the Grand Vizier who in all his dealings seeks delay, I wrote directly to the Sultan, as appears from the extract letter respectfully annexed hereto under Letter H, and presented to this monarch that such a custom cannot result in anything other than the free, unpunished practice of evil and an ever-increasing number of malefactors, since the accusers and those who must seek justice, merely out of fear of traveling so far from home in that case and thereby neglecting their affairs, will let the evildoers go, and let them continue undisturbed in their actions without apprehending them, and that for this reason, to check evil and reassure the good inhabitants, it would be best to abolish that custom, and henceforth, both on the part of the Company and that of the Sultan, to sentence delinquents folio 7. Samarang the 20th of December 1780. upon the depositions obtained and recollected against them, as well as the subsequent confession of their own, without the witnesses or those seeking justice strictly needing to be present, unless voluntarily, and that this could then also take place by way of a mutual agreement which I had already drafted for that purpose and sent to the Sultan for consideration to better understand my meaning, according to which one should proceed in legal actions henceforth. The Sultan, having deliberated for some time, finally declared to his Council of State in the presence of the First Resident Van Rhijn that, however much the proposal conflicted with the laws according to which the ecclesiastical judge operated, he nevertheless, out of consideration for the good intentions it had as its objective, did not hesitate to agree to it, as he further explained to me in his letter, an extract of which is respectfully attached hereto under Letter I; and while this will not only serve to better counter evil, but also, as a consequence of the proposal made and accepted, has already had the effect that the evildoers apprehended at Caliwoengo have been executed by the Sultan, I respectfully hope that Your High Mightinesses will be pleased to approve the contract concerning the matter of justice entered into between the Company and the Sultan, respectfully annexed hereto under Letter K, as I also

Dutch transcription

f:o 5. Samarang den 20:de December 1780. „ner zoonen Kie Soerdiejo en Kie Adie tot Pange„ „rang de Eerste onder de naam van Diepo Ponto en Ede andere onder die van Notto Coessoemo. - Den Keijzer mij weeders door het opperhoofd van stralend orff. verzoek hebbende laaten doen om sComp:s weegen teegens betaaling te moogen worden geriefft met 100. stuks Carbijnen, 100. paar pistoolen en 6. paare Koopere trommels. zoo neeme ik de vrijheid des Vorsten Instantie uw Hoog Edelheeden ten favorabelste voor te dragen ter Erlan„ „ging van eene Compleete voldoening, waar toe ik mij te meerder bevrijmoedige alzoo de zelve zullen dienen tot 6 Wapenrusting der onderdaanen van een Welmeenend en de Compagnie in allen opzigte getrouwe Vorst, van wien men wel verwagte mag dat ons in tijde van nood zal bijspringen, en dit op Iava eene beken„ „de zaak zijnde, zoo diend dan ook teffens des Keij„ „zers redoutabele magt tot afschrik van andere die Eenige Vijandelijkheeden mogte willen aanregten om de wenselijke Trust, van dit Land te Stooren. Toen welmelde mijne praedecesseur, den heere raad Extra ordinair Johannes Robbert van der Burgh alhier nog aanweezig was wierden 'er drie van des sul„ „thans onderdanen die zig tot Caliwoengo aan rooffen huijsbraak hadde schuldig gemaakt aldaar geappre„ „hendeerd, en na Samarang opgezonden; mitsgaders ter Erlanging van eene billijke straff oeffening met de verklaaring ten hunne Lasten na Djokjo Carta Voortgeschikt, met ordre aan het opperhoofd van Rhijn om daar op te blijven aandringen, dat de te regt stel„ „ling. . ƒ Samarang den 120:e December 1780: — „ling gevolg nam en niet agter weegen bleeven. Deeze daar over met des sulthans Rijksbestierder den Radeen Adipattij Danoeredja bij na twee maanden te vergeefs gehandeld hebbende zoo ontving ik Eindelijk van deeze doorsleepene staats minister een brieff uit naam van zijne Horst geschreeven en onder L=a G: in Eerbied geannexeerd waar bij hij mij te kennen gaff dat de straff oeffening geen gevolge konde neemen zoo lange de beschuldigers en die regt verzoeke niet aanweezig waaren, off daar omtrent moest eene vaste schikking worde, gemaakt waar door men op verklaa„ „ringe en Eigene Confessie voortaan de vonnisse zoude uit„ „spreeken. — Ik hebbe daar op met voorbij gaan van den rijkbestier„ „der die in al zijn doen het liedje van verlange zoekt direct aan den Sulthan geschreeven blijkens de in Eerbied onder L=a H: hier snevens gevoegde Extract brieff, en deeze vorst voor oogen gesteld. dat die gewoonte niet anders kan ten gevolgen hebben dan Eene vrije on„ „gestraffe oeffening van het kwaad en het meer en meer„ „der toeneemend getal van boosdoenders aangezien de beschuldigers en die regt moeten verzoeken, Enkeld uijt vreese van zig ten dien gevalle zoo verre van huijs te begeeven, en daar door hunne zaaken te verwaarloosen de kwaad doenders zullen laaten loopen, en in hunne be„ „drijven zonder op te vatten: ongestoord laaten voortgaan, en dat het uit dien hoofde ter weering van het kwaad en ter gerust stelling van de goede ingezeetenen best waare die gewoonte aff te schaffen, en voortaan zoo van de zijde van de Compagnie als die des sulthans de„ „ linquanten. ..: G f:o 7. Samarang den 20=en December 1780. „linquanten te vonnissen op de tot hun laste ingewonnene en gerecolleerde verklaaringen, mitsgaders daar op gevolg„ „de Eigene Confessie, zonder dat Juijst de getuigen off die regt verzoeke ten zij vrijwillig behoorend aanweezend te zijn, en dat zulks dan ook zoude kunnen geschieden bij wee„ „gen van Eene weederzijdse Over-Eenkomst die ik ten dien Einde bereeds hadde ontworpen en aan den sulthan ter specula„ „tie toezond om mijne meening des te beeter te bevatten, waar na men voortaan in 't procedeeren zoude behooren te werk te Den sulthan zig eenige tijd beraaden hebbende, verklaar„ „de zig Eijndelijk aan zijne Rijksraaden in 't bijweezen van den Eersten Resident van Rhijn dat hoe zeer het voorstel d ook was strijdende teegens de wetten waar na den Geestelij„ „ke Regter te werk ging, hij egter uit overweeging van de goede oogmerken die het zelve ten doelwit hadde, niet hasiteerde daar inne toe te stemmen, gelijk hij mij zulks nader verklaard bij zijne brieff waar van Extract onder L=a I. in Eerbied hier neevens legd; en terwijl, dit niet alleen zal strekken om het kwaad meerder te kunnen teegen te gaan, maar ook als een gevolg van het gedaane en geamplecteerde voorstel bereets van die uijtverking is geweest dat de tot Caliwoengo geapprehendeerde kwaad„ „doenders door den sulthan zijn te regt gesteld, zoo hoope ik Eerbiediglijk dat uw Hoog Edelheeden het hier in Eerbied onder L=a K: nevens leggende Contract. tussen de Compagnie en den sulthan op het stuk van Justi„ „tie aangegaan zullen gelieve te approbeeren, gelijk ik gaan. — 6 meede

NL-HaNA_1.04.02_3586_0988 view scan ↗

English

Samarang the 20th of December 1780. I also trust to obtain Your High Noble Lordship's approval concerning my conduct in a second case with the Sultan on the occasion that once again two young men, being musicians of the Pangeran Mangkunegara, had defected to Yogyakarta under the protection of the Sultan; and whom, upon the first receipt of news, although Mangkunegara still appeared to be ignorant of it, at least we had not corresponded with him about it, I had demanded through the First Resident van Rhijn with such success that they were not only removed from the Dalam, under the assurance that they had entered it against the Sultan's will and desire; and furthermore granting the freedom to apprehend and arrest them wherever they might be found or encountered, as the aforesaid Resident van Rhijn has informed me thereof in his letter dated the 7th of November 1780, of which an extract is respectfully enclosed herewith under Letter L. Furthermore, I find myself obliged to furnish Your High Noble Lordships that the aforesaid Pangeran Mangkunegara, or Mas Said, requested of me in a letter respectfully enclosed herewith under Letter M, among other things, the elevation of his grandson Raden Mas Sadat to Pangeran under the name of Surya Mataram, meaning one who seeks to make himself very illustrious in the Mataram, and furthermore to be allowed to freely dispose of his goods to the benefit of this said grandson, in which, according to the reports of Chief van Stralendorff, the ruling Emperor seemed not disinclined to agree. Thereupon, through the said Chief, I had the Emperor informed privately of the consequences that might arise from granting the request, if and whenever any political intentions were concealed beneath it; and this being further considered by the Emperor, he thanked me for the instruction, with the request to reject the instance of Mangkunegara, as was then done by me in a friendly manner in a letter, a copy of which is respectfully enclosed herewith under Letter N, making it clearly known to him, Pangeran Mangkunegara, that another title should be chosen, as this honorary name is unknown and would cause much offense, and that his desired testamentary disposition or last will could not extend beyond all the immovable property belonging to him in ownership, with the dwelling house and the fencing, without including therein in the slightest part the people living thereon and nearby, the lands and what else belongs to the fief that he holds from the Emperor, and over which the Prince, just as the Company over the Mataram, always retains the disposal for himself, under the assurance that the Company would certainly care for him and his, and that he, further relying on that and on the arrangements of Heaven, must be content therewith, as he has indeed testified to me in a brief letter that he remains satisfied in every respect. About fourteen days ago, Raden Mas Mangunkusumo, son of the Pangeran Purbaya and first cousin to the Emperor, having absented himself from the Emperor's Court, thereupon betook himself into the lands of the Sukowati belonging under the Emperor; where, after having armed himself with three hundred men and having plundered and burnt down three distinct villages, he was overtaken by the Emperor's people and fell in a second encounter. The report of his death I received when I had already written this respectful letter of mine up to this point; wherefore I considered it my duty to inform Your High Noble Lordships thereof, transmitting a copy of the report touching upon this case, respectfully submitted under Letter O; and respectfully referring to this, I further take the liberty to add hereto under Letter P an extract from a letter from Chief van Stralendorff, which not only confirms the death of that rebel, but also, describing his condition and way of life, found that this death of his is very fortunate for the preservation of rest and peace on Java, which I hope and wish that Heaven may grant there in mercy for many years to come. Having this day also received a letter from the Sultan. Samarang the 20th of December 1780.

Dutch transcription

Samarang den 20: December 1700:— meede vertrouwe uw Hoog Edelheeden goedkeuring te zullen Erlangen, omtrent mijn gehoudene gedrag in een twee„ „de geval met den Sulthan bij geleegentheid dat wee„ „der op nieuws twee Jongelingen Musicanten zijnde van den Pangerang Mancoenagara na Djokjo Carta onder bescherming van den sulthan waaren overge„ „loopen; en die ik op de Eerst ontvangene tijding of schoon Mancoenagara daar van nog injorant scheen te weezen ten minsten wij daar over niet hadde onderhouden met dat succes door den Eerste Resident van Rhijn hebben doen op Eijsschen dat dezelve niet alleen zijn uijt den Dalm gezet onder verzeekering van teegens den zin en wille van den sulthan daar binnen gekoomen te zijn,; en wijders met vrijheid laating van hun waar zij ook mogte te vinden off aan te treffen zijn te apprezendee„ „ren en op te ligten, zoo als den voorsz: Resident van Rhijn mij daar van kennisse heeft gegeeven bij zijn brieff in dato 7: November 1780. waar van Een Extract in Eer„ „bied hier neevens onder L=a L. gevoegd is. — Voorts vinde ik mij nog verpligt uw Hoog Edel„ „heeden te moeten suppediteeren dat den Voorschreevene Pangerang Mancoenagara off Maas sait mij bij een brieff onder L=a M:t in Eerbied hier neevens leggende onder anderen heeft verzogt, om de verheffing van zijn Klein zoon Radeen Maas Sadat tot Pangerang onder de naam van Soerp Mattarm, beteeke„ „nende iemand die zig zeer doorlugtig in de Mat„ „tarm zoekt te maaken, en voorts om over zijne goe„ „deren. 9. Samarang den 20:e December 1780: — „deren vrij williglijk te moogen beschikken ten voordeele van dieze zijne gemelde klein zoon, waarinne volgens de berigten van 't opperhoofd van Stralendorff den toe„ „grevende keijzer niet ongeneegen scheen te willen boestem„ „men. — Ik hebbe daar op door het gemelde opperhoofd den Keij„ „zer onder de hand doen informeeren van de gevolgen die uit het verzoek bij toelaating konde voortkoomen, zoo en wanneer daar onder eenige staatkundige inzigten verborgen lagen, en dit door den Keijzer dan ook na„ „der overwoogen zijnde, bedankte hij mij voor de onderrig„ „ting met verzoek om de Instantie van Mancoenagara van de hand te slaan gelijk zulks dan ook door mij op eene vriendelijke wijse is geschied bij een brieff waar van Copia onder L=a N. in Eerbied hier nevens legd, onder duijdelijke te kennen gaave aan hem Pangerang Mancoenagara dat voor deeze Eere naam als niet bekend zijnde en veel aanstoot zullende gee„ „ven een ander diend gekoosen te worden en dat zijne begeert wordende testamentaire dispositie off uitterste wille niet verder konde gaan, dan over alle des zelfs in Eigendom toebehooreede onroerende goederen, met het woonhuijs en de Ompaggering, zonder daar onder in het moenste gedeelte te begrijpen de daar op en bij woonen„ „de menschen, de Landerijen en Wesmeer behoorende tot het leen dat hij van den Keijzer bezit, en waar over. G: over de vorst eeven als de Compagnie over de Mat„ „tarm, altoos de beschikking aan zig houd, onder ver„ „zeekering dat de Compagnie voor hem en de zijne wel zoude zorgen en zig voorts daar op en op 's Heemels schikkingen verlaatende, daar meede moeste genoegen neemen, zoo als hij mij dan ook bij een kort briefje heeft getuigd: zig in allen deelen te vreede te houden. — „omntrent veertien dagen geleeden, zig van Keijsers Htoff geab„ „senteert hebbende den Radien Maas Mancoecoessoemo zoon van den pangerang Porboijo en volle neeff van den keijser, begaff die zilg daar op in de landen van het Soekowattise sorteerende onder den keijser; alwaar hij na Dig met drie Hondert koppen gewapend en drie onderscheidene: vlekken gespouljeert en affgebrand te hebben, door keijsers volk agterhaald en in een tweede rencontre gesneuveld is, het narigt van zijn dood ontving ik toen ik deese mijne Eerbiedige letteren bereeds tot dus verre hadde afgeschreeven Weshalven mij verschuldigd agte uw: Hoog Edelheeden daar van kennis te moeten geeven onder overzending van een Copia Relaas tou„ „cheerende dit geval en Eerbied onder L=a O: overgaande, en hier aan mij Eerbiedig gedraagende, zoo neeme ik verders nog de vrijheid hier bij onder L:a P: te voegen Een Extract uit Een brieff van t het opperhoofd van Stralendorff die niet alleen de dood van dien: oproermaker bevestigt maar teffens zijn stand en Leevenswijse beschrijvende, aantvond„ dat deese zijn dood zeer gelukkig is tot Conservatie van de rust en vreede op Java, die ik hoope en wensche dat den Hemel daar nog lange Jaaren in genaaden schenken mag„ Op heeden nog ontvangen: hebbende Een brieff van den Samarang den 20:' December 1780: — sulthan.

NL-HaNA_1.04.02_3586_0991 view scan ↗

English

Samarang, the 20th of December 1780. the Sultan, wherein he requests me to solicit from your Right Noble Honours a loan of 10000:- Spanish rix-dollars from the Company, in order to bring his country in order therewith, I have the honour to present to your Right Noble Honours a copy of the said letter annexed hereto under Letter G, further mentioning that, having been notified of this request five days earlier by the Chief of Rhijn, I caused the Prince to be informed that there were still another 5000: — Spanish dollars charged against him, the time for the settlement of which had almost expired, and this, together with that which is now being requested, would amount to a total of 15000:- Spanish dollars, constituting a very large capital, which was something the Company was rarely and almost never accustomed to entrust. However, the Sultan having replied to this that he continued to make his request to your Right Noble Honours for it and would gladly retain it for four years, provided that, as and when the time for payment of the previously borrowed 5000: — Spanish dollars arrives, the settlement shall then take place, I find myself obliged to submit this request to your Right Noble Honours herewith, just as I also take the liberty to respectfully present the request received today from the Pangerang of Sumanap, that if and when the people of Sumanap presently at Maccasser can be spared there in any way, they may then be permitted to return to Sumanap to their friends and kin. Whereafter. 43 Samarang, the 20th of December 1780: — Whereafter I have the high honour and deep respect to remain, with the highest esteem. was written below: Title lower: Your Right Noble Honours' humble and very obedient servant was signed: I:s Siberg. in the margin: Samarang, the 20th of December 1780: — Agreed. — Varkeij. 13 Samarang, the 20th of December 1780. Annex Letter A: Copy of a copy of a separate letter written by the Commander of Passourouang, Adriaan van Reijke, dated 3 November 1780: - To the Senior Merchant and Authority at Sourabaija, Rudolff Florentius Van der Niepoort. Pursuant to your Esteemed and Honourable's ever-honoured orders contained in your venerated separate letter of the 13th of October of the current year, I proceeded from here via Banger and Lamadjang to Poeger, and broke up the garrison stationed there except for two corporals and 8 privates, likewise took into my custody the Company's effects from Sergeant Reickman, and transported them to Lamadjang, because upon arriving there, the Company's two small pantjallangs had already been dispatched from there to Costij. Furthermore, having previously demolished the former small redoubt at Batoe beloe and likewise conveyed its garrison from there to Lamadjang; I have left at the last-mentioned place as garrison: 1 Sergeant 5 Corporals, who shall take turns relieving at Batoe oeloe. 1 Drummer. 30 Privates, 8 of whom shall serve at Poeger on rotation. 1 Surgeon's Mate 1 Gunner 2 Matrosses. Thus 41 heads in total: and under your Esteemed and Honourable's favourable approval, I have given orders for the rebuilding of that field redoubt, which is entirely destroyed and decayed, which shall take effect shortly, and provided the same with four one-pounder cannon pieces, likewise as much serviceable ammunition as was on hand, given the garrison the most serviceable weapons, and am letting the unserviceable ones, with the surplus servants, 2 Samarang, the 20th of December 1780:— Annex Letter B: servants and effects, sail over thither. Prior to having departed from Klattak, I sent Sergeant Reickman and two privates, likewise as many natives as the jukung which I had to use for lack of other vessels could carry, over to the island of Koessa for inspection, who brought me report that the said island is entirely overgrown and that he found no fruit-bearing trees there, for the reason that they had previously already been cut down to the ground, and some sprouting again were being smothered by the wild shrubs, trees, and bushes; nor were the least signs of humans, fire, or landing found there. Furthermore, I have appointed Sergeant Reickman as postholder at Lamadjang and its subordinate post Poeger, who thereupon took over the Company's effects current there from me again. The districts belonging under the Regent of Poeger are all except for Sabrang in a bad condition, the people mostly fled, but it is thought now that they have fewer burdensome posts they will surely recover. Having thought to have satisfied your Esteemed and Honourable in these above-mentioned points to the best of my ability, I returned hither again, whereupon I arrived on the 2nd of this month with the military personnel and goods; was written below: Agreed was signed: R: F: Van der Niepoort. Extract from a translation of a Javanese letter written by the Panumbahan Adipattij Tjacra Deningrat, Regent at Madura, to the Right Honourable and Valiant Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, received at Samarang on the 13th of November 1788:—

Dutch transcription

Samarang den 20:' December 1780. sulthan waar bij den zelven mijn verzoekt om Rijxd=s spaans 10'000:- ter leen van de Comp: bij uw Hoog Edel„ „heeden te besolliciteeren ten einde daar meede zijn land in ordre te brengen, zoo geeve ik mij de Eere uw Hoog Edel„ „heeden den gemelde brieff in Copia onder L=a G: hier nee„ „vens aantebieden, met verdere melding, dat ik Vijff dagen be„ „voorens van deeze instantie verwattigt zijnde door het op„ „perhoofd van Rhijn den vorst hebbe doen aanzegge dat 'er nog andere spaans 5000: — tot lasten van den zelven waa„ „re, waar van de tijd tot voldoening bij na verstreeke was en deeze met de thans verzogt wordende een montant van spaans 15000:- zoude uitmaakende een zeer groot Capi„ „taal, was dat de Comp: zeldzaam en bij na nooijt gewoon was te fieeren, dog den sulthan hier op geantwoord heb„ „bende dat hij uw Hoog Edelheeden daar om bleeff ver„ „zaek doen en 't gaarne voor vier Jaaren wilde onder zig houden, mitsgaders, dat zoo en wanneer den tijd van betaa„ „ling der bevoorens geleende spaans 5000: — daar was de voldoening als dan zoude geschieden, zoo vinde ik mij verpligt die Jnstantie uw Hoog Edelheeden bij deesen te moeten voordraagen, gelijk ik meede nog de vrijheid neeme in Eerbied te doen, het op heeden ingekoomene Verzoek van den Pangerang van Sumanap om zoo en wanneer de tot Maccasser zig bevindende Sumanappers aldaar maar Eenigzints kunnen wor„ „den gemist, de zelve als dan na Sumanap tot hun„ 6 „ne Vrienden en maagen te moogen rethourneeren Waar. 43 Samarang den 20:' December 1780: — Waar na ik mij de Hooge Eere geeva en diepe Eerbied met de meeste Hoog agting te blijve. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en zeer ge„ t hoorzame dienaar /:was geteekend:/: I=s Siberg. /:in margine:/ Samarang den 20:e december 1780: — Accosdeert. — Varkeij . 13 Samarang den 20:e December 1780. Copia â Copia Aparte missive geschreeven door Bijlage L:a A: den passourouangs Commandant Adriaan van Reijke in dato 3. November 1780: - Aan den opper„ „koopman en gezaghebber te sou„ „rabaija Rudolff Florentius Van der Niepoort. Volgens uwel Ed: agtb: steeds g'eerde beveele vervat bij zelfs gevenereerde Aparte lettere van den 13:e october A:o stanti hebbe ik mij van hier over Banger en Lamadjang naar Poeger begeeve, en daar leggende bezetting opgebroo„ „ke tot op twee Corporaals en 8. gemeene na, item de Comp: Effecte van den Zergeant Reickman ter mijner verantwoording overgenoome, en naar Lamadjang ver„ „voert, dewijl daar koomende de twee Comp:s pantjallang„ „tjes beroets van daar naar Costij verzonden waaren. Wijders naar alvoorens de geweesene Bentingtje te Batoe beloe gedemolieert en dies bezetting van daar meede naar Lamadjang gevoert; zoo hebbe op laast. gen: plaats tot bezitting gelaaten. 1. Zergeant 5. Corporaals, die bij beurte te Batoe oeloe zullen aflossen. 1. tamboer. 30. gemeene, waar van 8. te Poeger bij verwisseling zullen dienst doen. 1. ondermeester 1. Cannonier 2. handlangers. Dus 41. Coppen te zaamen: en hebbe onder uwel Ed: Agtb: gunstige approbatie die veldschans, die ten Eenemaale verdistroueert en vervallen is, tot het vernieuwen ordres gesteld, dat binnen korte Effect sorteere zal, en de zelfe voorzien met vier een ponder stukjes Ca„ „nons, item Ammunitie zoo veel bequaame als aan handen is geweest, de bezitting de bequaamste wapens gegeeven. en laat de onbequaame met de overtollige dienaaren. 2 Samarang den 20:' December 1780:— Bijlig L=a B: dienaaren en Effecten derwaarts over te steevenen. Naar alvoorens van klattak geschieden te zijn, hebbe ik zergeant Reickman, en twee gemeene, item zoo veel Jnlanders, als de Jochem /:die hebbe moete gebruike„ uit gebrek van andere vaartuigen :/ draagen konde naar 't Eiland Koessa tot visitatie overgezonden, en die mij rap„ „port bragt, 't zelve Eiland ten Eenemaal verwilldert te zijn, en geene vrugt dragende boomen, daar gevonden te hebben, uit reeden die te voorens bereets tot de grond toe waaren af„ „gehouden, en zommige weeder uitspruitende wierden verdrukt, door de wilde struiken boomen en Heesters, ook is 'er geen de minste teekens gevonden van menschen en vuur of aan„ „landing. Voorts hebbe den Zergeant Reickman, als posthouder te Lamadjang en dies onderhoorige post poeger ge„ „steld die daar op de Comp: Effecten daar loopende van mij weeder overgenoomen: De Districties onder den regent van Poeger gehoo„ „rende zijn alle /:op Sabrang naar :/ in een slegten toestand het volkje meest verloopen, dog gedenkt nu minder Lastposten hebben wel weeder zullen opluijken. gedagt hebbende in deese bovengem: poinct naar vermoo„ „gen uwEd: Agtb: te zullen hebben voldaan, begaff mij weeder na herwaarts, waar op den 2:e deezer met de militairen en goederen aanquam; /:onderstond:/ Accor„ „deert /:was geteekend:/ R: F: Van der Niepoort. Extract uit een Translaat Javaansche brieff, geschreeven door den Panumba„ „han Adipattij Tjacra Deningrat Regent te Madura Aan den wel Edele gestr: Heer Johannes Siberg gouverneur en Directeur van Java's Noord oost Cust, ontvangen te samarang den 13:' November 1788:—

NL-HaNA_1.04.02_3586_0995 view scan ↗

English

45 Samarang the 20th December 1780. Appendix Letter C: Regarding the Madurese who are still in Maccassar or have been there, I most kindly request brother that it may please the same to lend me a helping hand so that, whenever they may have completed their affairs there, they may return to Madura, as I likewise urgently do for the radeens Arija Panoelar, Soero Notto and Wiro Demingrat who were sent to Ceilon, so that they may return hither. Extract from the letter written by the Right Honorable Sir Iohannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, to the aforementioned Panumbahang Adipattij Tjacra Deningrab; dated Samarang the 28th November 1780. I am on the other hand prepared to give brother as much satisfaction as is possible for me, intending for this purpose at the very first opportunity to make a request to His High Excellency, the Lord Governor-General and the Council of the Indies, that the Madurese who are still in Maccassar may return, provided these brave warriors can indeed be spared; and also that the radeens Aria Pandelar, Soero Notto, and Wiria Diningrab who are on Ceilon may return again, in case there is nothing more to fear therefrom, or that the pleasant peace and quiet that brother currently enjoys under his present rule might in any Samarang the 20th December 1780. Appendix Letter D: Appendix &c. E: way be disturbed thereby, regarding which I request beforehand that brother please communicate his thoughts to me. Copy of a copy translation of a Balinese ola letter, written by the Gusti Moera Djembrana, to the Commandant at Banjoewangie Pieter Mierop, presented at Sourabaija to the Senior Merchant and Commander in the Eastern Salient Rudolph Florentius van der Niepoort, on the 15th November 1780. Since brother wishes to live in good friendship with me, I kindly request brother to purchase there for me ten reals worth of wax, even if it were somewhat more; but please be so good, brother, as to advance that cash, I shall send it over when opportunity arises; I also request brother for 48 pieces of Jati wood, to make a sitting bench or Ballee Ballee, and please take nothing amiss of me regarding this. It was written below: End. Lower: Translated by me according to the statement of the Malay, Intje Smailmana. Was signed: I: F: Buse sworn translator. Below that: Agrees. Was signed: I: F: Buse sworn translator. Another, from and to the same, as mentioned above. Since brother wishes to live in a good friendship with me, I request brother to send over on loan an eminent goldsmith, as I have some work for him here, and I at the same time request brother to be pleased not to take anything amiss concerning this request. It was written below: End. Lower: Translated by me according to the statement of Intje Smailmana. Was signed: J: F: Bousa sworn 17 Samarang the 20th December 1780. Appendix Letter F: sworn translator. Lower: Agrees. Was signed: I: F: Buse sworn translator. Copy of a copy missive written by the Banjoewangie Lieutenant and Commandant Pieter Mierop, dated the 9th November 1780, to the Senior Merchant and Commander in the Eastern Salient Rudolph Florentius van der Niepoort. Justi Moera of Djembrana has sent me these two enclosed olas, which I have the honor hereby to present to Your Right Honorable, from which Your Right Honorable will please observe that that Gusti comes to request wax and Jati wood from me, which I answered verbally, since I currently have no Javanese writer, who has gone along with the regent, that as far as the wax was concerned I would have it bought up, but as for the teak wood, that I cannot oblige therein, since the Company had placed a prohibition on felling such, and as regarding the silversmith whom the Gusti requested, that I could not compel him to go to Balij, yet if Gusti Moera had anything to make he could just send it to me, then I would have it made for him. I hope that these actions of mine will obtain Your Right Honorable's approbation, as well as that the three vessels that Gusti Moera sent hither with a pass from him to have another pass from me to navigate on Java, Samarang the 20th December 1780. Appendix Letter I: I immediately allowed to depart with this answer, that they had a pass from their Gusti, they could sail at their pleasure, whereupon they immediately departed from here, having according to their stated intention the will to go to Grissee. Gusti Moera also had me asked whether his subjects might not sail here to Balemboangang for trade, which I answered that this country was as yet sparsely populated, and thus little rice was planted, and the Company did not like to see much traffic here, by which much rice would be exported, and we Europeans would then suffer shortage; with this I dismissed the envoys; while further having the honor to sign this with respect. It was written below: Title. Lower: Your Right Honorable's obedient servant. Was signed: P:r Mierop. In the margin: Banjoewangie the 9th November 1780. And below that: P: S: I most respectfully request to be allowed to obtain the translations of both olas. Lower: Agrees. Was signed: R: Fr: van der Niepoort. Extract from a translated Javanese letter written by the Radeen Adipattie Danoeredja in Djokjosarta, to the Right Honorable Sir Iohannes Seberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, received at Samarang the 26th October 1780: The thieves who belong under Djokjo Carta Adiningrab and have been sent hither cannot be punished, because the accusers and those who seek justice. E

Dutch transcription

45 Samarang den 20:e December 1780. Bijlage L„r C: Aangaande de Madureesen die zig nog te Maccas„ „sar bevinden of bevonden hebbe, verzoeke ik broeder zeer vriendelijk dat het zelve gelieft te behaagen mij de be„ „hulpsaame hand te bieden op dat zij wanneer aldaar haare zaaken mogten verrigt hebben na Madura mogen te rug keeren, gelijk ik meede instantig doe voor de ra„ „deens Arija Panoelar, soero Notto en Wiro De„ mingrat die na Ceilon verzonden zijn, op dat zij her„ „waarts mogen rethourneeren. Extract uit de brieff geschreeven door den wel Edele gestr: Heer Iohannes Siberg, gouverneur en directeur van Javas Noord oost kust, aan den gem: Panumba„ „hang Adipattij Tjacra Denin„ „grab; gedatbert samarang den 28: November 1780. — Ik ben daar en teegens bereid om aan broeder zoo veel genoegen te geeven als mij mogelijk is, zullende ik daartoe bij de aller eerste geleegentheid bij zijn Hoog Edelheid, den Heere gouverneur generaal en de raa„ „den van Indien verzoek doen, dat de Madureesen die zig nog tot Maccassar bevinden moogen te rug kee„ „ren, zoo men deeze braave krijgers immers kan missen; en ook dat de zig op Ceilon bevindende ra„ „deens Aria Pandelar, Soero Notto, en Wiria Diningrab weeder moogen rethourneeren, ingevalle men daar van niets meer te dugten, ofte dat de aangenaame rust en vreede die broeder thans onder zijn teegenwoordig bestier geniet, daar door eenig„ „ Zints. Samarang den 20:' December 1780:— Bijlage L: D: Bijlage &:a E: „zints mogte worden gestoort, waar omtrent ik voor aff verzoeke dat broeder mij zijne gedagte gelieft meede te dee„ Copia â Copia Translaat ola Baliesche brieff, geschreeven door den Gusti Moe„ „ra djembrana, aan den Commandant te Banjoewangie Pieter Mier op verthoont 'te Sourabaija aan den opperkoopman en gezaghebber in den Oosthoek Rudolph florentius van der Niepoort, op den 15: November 1780. Dewijl broeders met mij in goede vriendschap wil leeven, zoo verzoeke Broeder vriendelijk aldaar voor mij reaalen thien aan wax in te kooppen, al was 't ook wat meer; dog gelieft broeder dan zoo goet te weesen, die Contanten, voor te schieten, ik zal dezelve bij geleegentheid overzenden, ook verzoeke broeder om 48 stukken Jatij hout, om een zit bank off Ballee Ballee te maaken, en gelieft mij deesen aangaande niets qualijk te neemen /:onderstond/ Einde /:lager :/ getranslateert door mij volgens opgave van den Malaijer, Intje Smail mana, /:was getee„ „kend / I: F: Buse gesw: translat=r /:daar onder :/ accor„ „deert /:was geteekend:/ I: F: Buse gesw: translat=r. Een ander, van en aan de zelve; als bovengemeld. Dewijl broeder met mij in een goede vriendschap wil leeven zoo verzoeke broeder een voornaam goudsmit terleen over te zenden wijl ik hier eenig werk voor hem heb, en verzoeke broeder teffens weegens dit verzoek niets qualijk te willen neemen /:onderstond:/ Einde /:lager / getranslat„t door mij volgens opgaave van Intje Smailmana, /was geteekend:/ J: F: Bousa Gesw: „len. 17 Samarang den 20:' December 1780:— Bijlage L=a F: gesw: translat: /:lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: f: Buse gesw: Transl: — Copia â Copia missive geschreeven door den Banjoewangies Luijte„ ^ en Commandant „nan Pieter Mier op, ge„ „dateert den 9:' November 1780. aan den opperkoopman en gezag„ „hebber in den Oosthoek Ru„ „dolph florentius van der Niepoort. Justi Moera van Djembrana, heeft mij deese twee neevens gaande olas toegezonden, die de Eere hebbe uwEd: Agtb: bij deese aante bieden, waar uit uw Ed: Agtb: zult gelieve te beoogen; dat dien gusti mij om wax, en Iatij hout komt te verzoe„ „ken, het welke ik mondelijks heb beantwoord /: vermits thans geen Javaanse schrijver hebbe, die met den regent meede is:/ dat wat het wax aanging ik het zoude laaten op koopen, maar wat het Cojaa„ „ten hout belangde, dat ik niet daar in gerieven kan, dewijl de Comp: daar een verbod opgesteld hadde om zulks te kappen, en wat de zilver smit betrefde die de Gusti verzogt, dat ik dien niet dwingen kon om naar Balij te gaan, egter zoo gusti Moera wat te maken hadde hij zulks maar mij zenden kon, dan zou Jk het voor hem laaten vervaardigen. Ik hoope dat deese mijne gedoentens vuEd: agtb: approbatie zullen erlangen, als ook dat ik de drie vaartuigen dien Gusti Moera met een pas van hem herwaards gezonden, om van mij een andere pas te hebben om op Java te na„ „Vigeeren. - Samarang den 20: December 1780: Bijlage L:a I: „vigeeren, direct heb laten vertrekken, met dit ant„ „woord, dat zij een pas van hun Gusti hadde, zij konden zeilen na hun wel behaagen, waar op zij ten Eersten van hier vertrokken, volgens hun opgee„ „vende wil naar Grissee hebbende. Gusti Moera heeft mij ook laaten vraagen, off zijne onderdanen niet hier op Balemboangang ten handel mogte vaaren, het welke ik beantwoord hebbe, dat dit land nog weinig bevolk was, en alzoo weinig rijst geplant wierd, en de Comp:e niet gaarne zag hier veel vaart op was, waar door veel rijst zou vervoert worden, en wij Europeaanen als dan gebrek zoude leeden, hier meede heb ik de zendelingen aff„ „gescheept; terwijl voorts d' Eere hebbe deese met Eerbied te onderteekenen /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwEd: Agtb: gehoorzaame dienaar /:was getee„ „kend:/ P=r Mierop /:in margine/ Banjoewan„ „gie den 9:e 9ber: 1780: - /:en daar onder:/ P: S: de Translaaten van de beide Olas verzoeke zeer Eerbiedig te moogen Erlangen. /:lager:/ Accordeert /:was geteekentd:/ R: Fr: van Ider Niepoort. Extract, uit een Translaat Javaansche brieff geschreeven door den Radeen Adipattie Danoeredja te djokjosar„ „ta, aan den wel Edele gestr: Agtb: Heer Iohannes Seberg, gouverneur en directeur van Java's Noord oost„ „kust, ontvangen te Samarang den 26:' october 1780: — De dieven die onder Djokjo Carta Adinin„ „grab gehooren en herwaarts gezonden zijn niet straffen kan, om dat de beschuldigers en die regt ver„ „zoeken. E

NL-HaNA_1.04.02_3586_0999 view scan ↗

English

9 13 Samarang the 20th of December 1780: Appendix Letter H: are not sent along, because the Jaksa and high priests cannot pronounce a sentence unless the Honorable Governor so arranges it, for the reason that the Company and the Princes cannot determine what sentence they will proclaim in such a case; since the evildoers who have been examined along the coasts or at the courts, one may firmly believe their statements and confessions, while my Prince has the sentence determined by the Jaksa and high priest, and leaves the execution thereof to me. Extract from a letter written by the Right Honorable, Strict Sir Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, to Sultan Hamengkubuwana etc. at Yogyakarta, dated Samarang the 2nd of November 1780. Before this, Your Highness's Grand Vizier Danureja having expressed to me his difficulty regarding the trial of the thieves caught here and recently sent to Yogyakarta upon the return of the Chief van Rhijn, because, as he says, the accusers and those who seek justice are not present at the same time: this consideration, not only in this instance, but in most cases in which justice must be maintained, will arise so long as one cannot always, without doing great injustice, compel accusers and complainants to travel so far from home and neglect their affairs; and to oblige them to do so by means of force will have no other consequence than a free, unpunished practice of evil by an ever-increasing number. Samarang the 20th of December in the year 1780: Appendix Letter I. number of evildoers, since from now on, solely out of fear of having to accompany them, people will not only let them go, but will let them proceed in their deeds undisturbed and without apprehending them. Thus, being convinced of Your Highness's good sentiments in upholding law and justice, wherein the well-being and diligence of the subjects are contained, I have thought it good to confer with my brother thereon, and under the certain assumption that Your Highness will not refuse to devise with me the necessary means to, if not completely eradicate the increasing evil, at least resist it more and more, have already to that end drafted the contract or agreement which I offer to Your Highness herewith, consisting of five articles founded on reason and equity, on the part of the Company as well as Your Majesty on an equal footing, namely that henceforth all evildoers, solely and exclusively upon the statements obtained against them and confirmed by solemn oath by the accusers, and the own confession following thereupon, shall be sentenced and punished mutually according to the laws of the land; which contract I request that Your Highness, having found it as I have to be most beneficial to the common good, may be pleased to ratify. Extract from a translated Javanese letter written by Sultan Hamengkubuwana etc. at Yogyakarta to the Right Honorable, Strict, Venerable Sir Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, received at Samarang the 15th of November 1780. Regarding the criminals whom my brother requested. 21 Samarang the 20th of December 1780: Appendix Letter K. that they should be dealt with as the contents of the contract, consisting of five articles, dictates, I acknowledge that I agree with my brother therein, whereby the number of evildoers may be eliminated and they may be punished according to the custom of the law to the terror of the remaining wrongdoers; regarding then the delinquents spoken of recently, the instigator named Singowongso can have the right hand chopped off, and the remaining three be whipped with twenty-five lashes. Copy of the contract between the Honorable East India Company on the one part, and the Sultan in the Mataram Hamengkubuwana Senapati Ingalaga Abdul Rachman Sahidin Panatagama Khalifatullah on the other part, according to which both sides shall strictly conduct and govern themselves regarding the handing over and trying of criminal delinquents. Article 1. If it should happen that with the Honorable Company one or more subjects of the Sultan should be taken into detention on account of criminal offenses, the prisoner or prisoners shall be examined directly, the witnesses and accusers heard, their declarations verified, and all documents gathered that are in any way necessary to complete the trial. Article 2.

Dutch transcription

9 13 Samarang den 20:' December 1780: Bijlage L:a H: „zoeken niet meede gezonden zijn, om reedenen de Ja„ „xas en opperpriesters geen vonnis kunnen uitspreeken„ als d' Edele heer Gouverneur zulks niet schikt, om reedenen de Comp: en de Vorsten niet kunnen bepaalen wat vonnis zij in zodanige zaak zullen uitroepen; Alzoo de boosdoenders die aan de stranden, dan wel die aan de hooven geExamineerd zijn, men haare ver„ „klaarings en Confessie voor vast gelooven mag, ter„ „wijl mijn vorst het vonnis door de Jaxas en opper„ „priester doet belaggen, en mij an het zelve laat ten uitvoer brengen ^ geschreeven Extract uit een Brieff door den wel Edele gestrengen Heer Johannes Siberg, Gouverneur en directeur van Javas Noord oost kust, Aan den sulthan Aming coeboeana enz: te Djokjocarta gedateert Samarang den 2:e November 1780. „ oor meermelde uw Hoogheids Rijksbestier„ E „der Danoeredja mij zijne zwaarigheid te kennen gegeeven zijnde omtrent het regt stellen van de dieven alhier agterhaalt en Jongst bij rethour van het opper„ „hoofd van Rhijn na Djokjocarta gezonden, om dat zoo als hij zegt de beschuldigers en die regt verzoeke niet te gelijk aanweezig zijn: deese be„ „denking niet alleen in dit, maar in de meeste voor„ „vallen, waar in het regt diend gehandhaaft te wor„ „den zullende plaats hebben zoo lange men niet altoos beschuldigers en aanklaagers sonders groot ongelijk aan te doen kan noodzaaken om zig dus „vekre van huis te begeeven en hunne beezigheeden te verwaarloosen en met hun hier toe door mid„ „del van dwang te verpligten, geen ander gevolg zal hebben dan een vrije ongestraffte oeffening van het kwaad in het meer en meerder toeneemend getal. ƒ Samarang den 20:' December a:o 1780: Bijlage L:a I. getal van boosdoenders, dewijl men die voortaan enkeld uit vreese van te moeten verzellen, niet alleen zal laa„ „ten loopen, maar in hunne bedrijven zonder op te vatten en gestoort zal laaten voortgaan. zoo hebbe ik uit overtuiging van uw Hoogheids goede gevoelens in het handhaaven van regt en ge„ „regtigheid waar inne der onderdaanen wel weezen en bevlijtiging legt opgeslooten, goed gedagt om broe„ „der daar over 't zelve te onderhouden, mitsgaders in die zeekere veronderstelling dat uw Hoogheid niet zal weigeren om met mij de noodige middelen te beraa„ „men, om het toeneemend kwaad zoo niet geheel en al uitteroeijen ten minsten meer en meerder teegen te gaan, bereets ten dien einde den Contract off overeen„ „komst ontworpen die ik uw Hoogheid hier neevens aanbiede bestaande in Vifff artikulen gegrond op reeden en billikheid zoo van de zijde van de Comp: als van uw Majesteit op een Eevengelijk voet namentlijk dat voortaan alle boosdoenders Eeniglijk en alleen op de tot hun laste ingewonnene en met solemneele Eede door de beschuldigers bevestigde verklaaringe en daar op gevolgde Edigene Confessie over en weeder na de wetten van den lande zullen gevonnist en gestraft worden, en welk Contract ik verzoeke dat uw Hoog „heid als zulks met mijn ten meeste nutte van het algemeen bevonden hebbende te behooren gelieven te ratificeeren Extract uit een Translaat Javaanse brieff geschreeven door den Sulthan Aming Koeboeana &:a te djokjo Carta, Aan den wel Edele gestr: Agtb: Heer Johannes Siberg gouverneur en Directeur van Javas Noord oost Cust, ontvangen te Samarang den 15: november 1780. — wat aangaande de misdadigers die broeder ver„ „zogt. 21 amarang den 20:' December 1780:— Bijlage L=a K. „dat met haar gehandeld wierd, als den Jonhoud van „tract, bestaande in vijff artikulen dicteert, be„ ik, dat ik met broeder daar in over een koome, daar door het getal der Boosdoenders vernietigt en men haar na het gebruik der wette straffe„ tschrik van de nog overige kwaad doenders; be„ „de dan de de linquanten waar over Jongst ooken is, kan tden aanleider in naame singo voorgso, de regterhand affgekapt, en d'overige drie met vijff en twintig slaagen gegoeselt worden. Copia Contract tusschen d: Ede„ de oost Jndische Compag„ „nie ter Eenre en den sul„ „than in de Mattarm Haming Coeboeana Seno„ „pattij Ingalaga Abdul Rachman Sahidien pana tagama Kalifatholach ter andere zijde, waarna men over en Weleder, zig omtrent het overgeeven en beregten van Crimineele delinquan„ „ten stiptelijk houden en gedragen zal. Art: 1. aldien het mogte gebeuren dat bij de Ed: Comp: een meer onderdaanen van den sulthan uit hoofde Crimineele delieten in detensie mogten geraa„ zoo zal men direct den gevangen of gevange„ Examineeren, de getuigen en beschuldigers hoo¬ hunne declaratien doen recolleeren en alle stuk„ in winnen wat Eenigzints tot Complaeteering den processe noodig is. Art: 2. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3586_1002 view scan ↗

English

Samarang the 20th December in the year 1780. Appendix Letter I. number of evil-doers, because henceforth, merely out of fear of having to accompany them, one will not only let them go, but let them continue in their activities without apprehending or disturbing them. Thus, being convinced of Your Highness's good sentiments in upholding law and justice, wherein the subjects' well-being and diligence are enclosed, I have thought fit to confer with brother about this, as well as under that certain assumption that Your Highness will not refuse to devise with me the necessary means to counter the growing evil more and more, if not to eradicate it entirely, already to that end having drafted the contract or agreement which I hereby offer to Your Highness, consisting of five articles based on reason and equity, both on the part of the Company and of Your Majesty on an equal footing, namely that henceforth all evil-doers shall be sentenced and punished mutually according to the laws of the land solely and only on the basis of the statements gathered to their charge and confirmed with solemn oath by the accusers, and followed by the sworn confession; and which contract I request that Your Highness, having found this along with me to be most proper for the general benefit, may be pleased to ratify. Extract from a translation of a Javanese letter written by the Sultan Hamengkubuwana etc. at Yogyakarta, to the Right Honourable, Respected, Esteemed Mr. Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, received at Samarang the 15th November 1780. Concerning the criminals that brother requested 21 Samarang the 20th December 1780. Appendix Letter K. that they should be dealt with as the content of the contract, consisting of five articles, dictates, I confess that I agree with brother therein, so that the number of evil-doers may thereby be destroyed and that they be punished according to the custom of the law, to the terror of the remaining wrongdoers; concerning then the delinquents recently spoken of, the leader named Singowongso can have his right hand chopped off, and the other three be flogged with five-and-twenty lashes. Copy of the Contract between the Honourable East India Company on the one part, and the Sultan in the Mataram Hamengkubuwana Senapati Ingalaga Abdul Rachman Sayidin Panatagama Khalifatullah on the other part, according to which both sides shall strictly keep and conduct themselves regarding the surrender and trial of criminal delinquents. Art: 1. If it should happen that one or more subjects of the Sultan should fall into detention by the Honourable Company on account of criminal offences, the prisoner or prisoners shall be examined immediately, the witnesses and accusers heard, their declarations re-examined, and all documents obtained that are in any way necessary for completing the trial. Art: 2. Samarang the 20th December in the year 1780. Appendix Letter I. number of evil-doers, because henceforth, merely out of fear of having to accompany them, one will not only let them go, but let them continue in their activities without apprehending or disturbing them. Thus, being convinced of Your Highness's good sentiments in upholding law and justice, wherein the subjects' well-being and diligence are enclosed, I have thought fit to confer with brother about this, as well as under that certain assumption that Your Highness will not refuse to devise with me the necessary means to counter the growing evil more and more, if not to eradicate it entirely, already to that end having drafted the contract or agreement which I hereby offer to Your Highness, consisting of five articles based on reason and equity, both on the part of the Company and of Your Majesty on an equal footing, namely that henceforth all evil-doers shall be sentenced and punished mutually according to the laws of the land solely and only on the basis of the statements gathered to their charge and confirmed with solemn oath by the accusers, and followed by the sworn confession; and which contract I request that Your Highness, having found this along with me to be most proper for the general benefit, may be pleased to ratify. Extract from a translation of a Javanese letter written by the Sultan Hamengkubuwana etc. at Yogyakarta, to the Right Honourable, Respected, Esteemed Mr. Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, received at Samarang the 15th November 1780. Concerning the criminals that brother requested 21 Samarang the 20th December 1780. Appendix Letter K. that they should be dealt with as the content of the contract, consisting of five articles, dictates, I confess that I agree with brother therein, so that the number of evil-doers may thereby be destroyed and that they be punished according to the custom of the law, to the terror of the remaining wrongdoers; concerning then the delinquents recently spoken of, the leader named Singowongso can have his right hand chopped off, and the other three be flogged with five-and-twenty lashes. Copy of the Contract between the Honourable East India Company on the one part, and the Sultan in the Mataram Hamengkubuwana Senapati Ingalaga Abdul Rachman Sayidin Panatagama Khalifatullah on the other part, according to which both sides shall strictly keep and conduct themselves regarding the surrender and trial of criminal delinquents. Art: 1. If it should happen that one or more subjects of the Sultan should fall into detention by the Honourable Company on account of criminal offences, the prisoner or prisoners shall be examined immediately, the witnesses and accusers heard, their declarations re-examined, and all documents obtained that are in any way necessary for completing the trial. Art: 2.

Dutch transcription

Samarang den 20:' December a:o 1780:— Bijlag: L:a I. getal van boosdoenders, dewijl men die voortaan enkel# uit vreese van te moeten verzellen, niet alleen zal la „ten loopen, maar in hunne bedrijven zonder op te vatte en gestoort zal laaten voortgaan. zoo hebbe ik uit overtuiging van uw Hoogheid goede gevoelens in het handhaaven van regt en ge„ „regtigheid waar inne der onderdaanen wel weezen en bevlijtiging legt opgeslooten, goed gedagt om broe„ „der daar over 't zelve te onderhouden, mitsgaders in die zeekere veronderstelling dat uw Hoogheid niet zal weigeren om met mij de noodige middelen te beraa „men, om het toeneemend kwaad zoo niet geheel en al uitteroeijen ten minsten meer en meerder teegen te gaan, bereets ten dien einde den Contract off overeen„ „komst ontworpen die ik uw Hoogheid hier neevens aanbiede bestaande in vijff artikulen gegrond op reeden en billikheid zoo van de zijde van de Comp: als van uw Majesteit op een Eevengelijk voet namentlijk dat voortaan alle boosdoenders Eeniglijk en alleen op de tot hun laste ingewonnene en met solemneele Eede door de beschuldigers bevestigde verklaaringe en daar op gevolgde Edigene Confessie over en weeder na de wetten van den lande zullen gevonnist en gestraft worden, en welk Contract ik verzoeke dat uw Hoog „heid als zulks met mijn ten meeste nutte van he algemeen bevonden hebbende te behooren gelieven te ratificeeren Extract uit een Translaat Javaanse brief geschreeven door den Sulthan Amin Koeboeana &:a te djokjo Carta, Aan den wel Edele gestr: Agtb: Heer Johannes Tiberg gouverneur en Directeur van Javas Noord oost Cust, ontvangen te Samarang den 15:' november 1780. O G wat aangaande de misdadigers die broeder ver„ „zogt. 21 amarang den 20:' December 1780:— Bij lage L=a K. „dat met haar gehandeld wierd, als den Johoud van „tract, bestaande in vijff artikulen dicteert, be„ ik, dat ik met broeder daar in over een koome, daar door het getal der Boosdoenders vernietigt en men haar na het gebruik der wette straffe„ tschrik van de nog overige kwaad doenders; be„ „de dan de de linquanten waar over Jongst ooken is, kan Eden aanleider in naame singo voorgso, de regterhand affgekapt, en d' overige drie met vijff en twintig slaagen gegeeselt worden. Copia Contract tusschen d:' Ede„ de oost Jndische Compag„ „nie ter Eenre en den sul„ „than in de Mattarm Haming Coeboeana Seno„ „pattij Ingalaga Abdul Rachman Sahidien pana tagama kalifatholach ter andere zijde, waarna men over en Weleder, zig omtrent het overgeeven en beregten van Crimineele delinquan„ „ten stiptelijk houden en gedragen zal. Art: 1. aldien het mogte gebeuren dat bij de Ed: Comp: een meer onderdaanen van den sulthan uit hoofde frimineele elieten in detensie mogten geraa„ zoo zal men direct den gevangen of gevange„ Examineeren, de getuigen en beschuldigers hoo¬ hunne declaratien doen recolleeren en alle stuk„ in winnen wat Eenigzints tot Compleeteering den processe noodig is. Art: 2. Samarang den 20:' December a:o 170 Bijlagi L:aI. getal van boosdoenders, dewijl men die voortaan uit vreese van te moeten verzellen, niet alleen „ten loopen, maar in hunne bedrijven zonder op en gestoort zal laaten voortgaan. zoo hebbe ik uit overtuiging van uw Hoog goede gevoelens in het handhaaven van regt „regtigheid waar inne der onderdaanen wel en bevlijtiging legt opgeslooten, goed gedagt o „der daar over 't zelve te onderhouden, mitsg in die zeekere veronderstelling dat uw Hoogh zal weigeren om met mij de noodige middelen „men, om het toeneemend kwaad zoo niet ge al uitteroeijen ten minsten meer en meerder teeg gaan, bereets ten dien einde den Contract off ov „komst ontworpen die ik uw Hoogheid hier aanbiede bestaande in Vijff artikulen gegrond en billikheid zoo van de zijde van de Comp: al uw Majesteit op een Eevengelijk voet namentl dat voortaan alle boosdoenders Eeniglijk en op de tot hun laste ingewonnene en met solem„ Eede door de beschuldigers bevestigde verklaa en daar op gevolgde Edigene Confessie over en weed de wetten van den lande zullen gevonnist en gesi worden, en welk Contract ik verzoeke dat uw „heid als zulks met mijn ten meeste nutte algemeen bevonden hebbende te behooren te ratificeeren. Extract uit een Translaat Javaans geschreeven door den Sulthan Koeboeana &:a te djokjo Carta, en wel Edele gestr: Agtb: Heer Jor Siberg gouverneur en Directeur Javas Noord oost Cust, ontvang Samarang den 15:' november O wat aangaande de misdadigers die broed „zoo 21 amarang den 20:' December 1780:— Bijloyg L=a K. „dat met haar gehandeld wierd, als den Jonhoud van „tract, bestaande in vijff artikulen dicteert, be„ ik, dat ik met broeder daar in over een koome daar door het getal der Boosdoenders vernietigt en men haar na het gebruik der wette straffe„ 'tschrik van de nog overige kwaad doenders; be„ „de dan de de linquanten waar over Jongst ooken is, kan Eden aanleider in naame singo voorgso, de regterhand affgekapt, en d' overige drie met vijff en twintig slaagen gegeeselt worden. Copia Contract tusschen d: Ede„ de oost Jndische Compag„ „nie ter Eenre en den sul„ „than in de Mattarm Haming Coeboeana Seno„ „pattij Ingalaga Abdul Rachman Sahidien pana tagama kalifatholach ter andere zijde, waarna men over en Weleder, zig omtrent het overgeeven en beregten van Crimineele delinquan„ „ten stiptelijk houden en gedragen zal. Art: 1. aldien het mogte gebeuren dat bij de Ed: Comp: een meer onderdaanen van den sulthan uit hoofde Crimineele delieten in detensie mogten geraa„ zoo zal men direct den gevangen of gevange„ Examineeren, de getuigen en beschuldigers hoo¬ hunne declaratien doen recolleeren en alle stuk„ sen winnen wat Eenigzints tot Compleeteering den processe noodeg is. Art: 2.

NL-HaNA_1.04.02_3586_1006 view scan ↗

English

Samarang the 20th December in the year 1780 Appendix Letter I. number of malefactors, since henceforth, out of fear of having to accompany them, people will not only let them run, but will allow them to continue in their pursuits without being disturbed. Thus, being convinced of Your Highness's good sentiments in upholding law and justice, in which the welfare and diligence of the subjects are enclosed, I have thought fit to consult with Your Highness about the same, in the certain assumption that Your Highness will not refuse to take the necessary measures with me to, if not entirely eradicate the growing evil, at least check it more and more; already having drafted to that end the contract or agreement which I herewith offer to Your Highness, consisting of five articles founded on equity both on the part of the Company and Your Majesty on an equal footing, namely that henceforth all malefactors shall solely and only be sentenced and judged mutually according to the laws of the land based on the statements obtained against them and confirmed by the accusers with a solemn oath, followed by their own confession; and which contract I request that Your Highness, having found this along with me to be of the greatest general utility, should ratify accordingly. Extract from a translated Javanese letter written by the Sultan Hamengkubuwana etc. at Djokjakarta, to the Right Honourable Strict Respected Sir Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, received at Samarang the 15th November 1780. Regarding the criminals whom my brother wished 21 Samarang the 20th December 1780 Appendix Letter K. wished to be dealt with as the contents of the contract, consisting of five articles, dictates: I declare that I agree with my brother therein, so that the number of malefactors may thereby be eradicated, and they may be punished according to the custom of the laws as a deterrent to the remaining evildoers; concerning then the delinquents spoken of recently, the ringleader named Singo Diwongso may have his right hand chopped off, and the remaining three may each be whipped with twenty-five lashes. Copy of the contract between the Honourable East India Company of the one part, and the Sultan in the Mataram, Hamengkubuwana Senapati Ingalaga Abdul Rachman Sayidin Panatagama Khalifatullah of the other part, according to which both parties shall strictly abide and conduct themselves concerning the extradition and trial of criminal delinquents. Article 1. In case it should happen that one or more subjects of the Sultan should be detained by the Honourable Company on account of criminal offenses, the prisoner or prisoners shall be examined directly, the witnesses and accusers heard, their declarations verified, and all documents obtained that are in any way necessary to complete the trial. Article 2. Samarang the 20th December in the year 1780 Appendix Letter L. Likewise and in the same manner, the Sultan binds himself to do on his part, in case there shall be apprehended by His Highness such delinquents as might fall under the jurisdiction of the Honourable Company. Article 3. Furthermore, that both parties vice versa expressly bind and oblige themselves, when the proceedings shall have been brought to such a state that principal judgment can be pronounced thereon, to send such delinquents, together with the documents gathered against them, to the place where they ought to be judged. Article 4. That both parties mutually bind themselves, upon such arrived and verified declarations and confessions against such criminals, to administer justice each according to his own laws, without entering further into any other or more detailed proceedings in that regard. Article 5. The above shall be observed and complied with in all exactitude, and both parties shall contribute with well-meaning zeal to everything that will promote and serve right and justice for everyone in this matter. Thus done and contracted. Extract from the missive written by the Senior Merchant and First Resident at Djokjakarta, Jan Matthijs van Rhijn, to the Right Honourable Strict Sir Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, dated Djokjakarta the 7th November 1780. Beginning 23 Samarang the 20th December 1780 Appendix Letter M. Beginning with the new runaways, the Solo trumpeters, that they were put out of the Dalem by order of Mangundipuro, and that in conferring with me about this, our First Courtier assured me that they had been brought in against the mind and will of the Sultan, that they were given their departure, and that if he had known that I would raise the objection presented to him, instead of letting them go, he would have handed them over to me; that if they were still hiding here or there, I requested: so I now have free rein, and my spies are out; if I discover them, I shall have them apprehended at once and sent to Your Right Honourable Strict Worship. Extract from a translated Javanese letter written by the Pangeran Adipati Mangkunegara at Surakarta; to the Right Honourable Strict Sir Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast; received at Samarang the 18th October 1780. I very kindly request of the Company, with the help of Your Right Honourable Strict Worship, that Your Right Honourable Strict Worship approves elevating my son Raden Mas Sadat to Pangeran, under the name of Suryo Mataram; the reasons for this being that I am already old, and in case I should happen to pass away, who would then look after my remains and property, and who knows whether he will be elevated in my place.

Dutch transcription

Samarang den 20:e December a:o 17 Bijlag: L:a I. getal van boosdoenders, dewijl men die voortaar uit vreese van te moeten verzellen, niet alleen „ten loopen, maar in hunne bedrijven zonder en gestoort zal laaten voortgaan. zoo hebbe ik uit overtuiging van uw Ho goede gevoelens in het handhaaven van reg „regtigheid waar inne der onderdaanen wel en bevlijtiging legt opgeslooten, goed gedagt „der daar over 't zelve te onderhouden, mits in die zeekere veronderstelling dat uw Hoog zal weigeren om met mij de noodige middelen „men, om het toeneemend kwaad zoo niet ge al uitteroeijen ten minsten meer en meerder te gaan, bereets ten dien einde den Contract off o „komst ontworpen die ik uw Hoogheid hier aanbiede bestaande in Vijff artikulen gegrond en billikheid zoo van de zijde van de Comp: uw Majesteit op een Eevengelijk voet nament dat voortaan alle boosdoenders Eeniglijk en op de tot hun laste ingewonnene en met solem„ Eede door de beschuldigers bevestigde verkla en daar op gevolgde Eigene Confessie over en weer de wetten van den lande zullen gevonnist en gese worden, en welk Contract ik verzoeke dat uw „heid als zulks met mijn ten meeste nutte algemeen bevonden hebbende te behooren te ratificeeren. Extract uit een Translaat Javaan geschreeven door den Sulthan Koeboeana &:a te djokjo Carta, N wel Edele gestr: Agtb: Heer Jor Siberg gouverneur en Directeur Javas Noord oost Cust, ontvang Samarang den 15:' november 1 wat aangaande de misdadigers die broed „zog 21 Samarang den 20:' December 1780:— Bijlag L=a K. „zogt, dat met haar gehandeld wierd, als den Jonhoud van het Contract, bestaande in vijff artikulen dicteert, be„ „tuige ik, dat ik met broeder daar in over een koome, op dat daar door het getal der Boosdoenders vernietigt wierd, en men haar na het gebruik der wette straffe„ ten affschrik van de nog overige kwaad doenders; be„ „treffende dan de de linquanten waar over Jongst gesprooken is, kan Eden aanleider in naame singo Diwongso, de regterhand affgekapt, en d'overige drie ieder met vijff en twintig slaagen gegeeselt worden. Copia Contract tusschen d:' Ede„ de oost Jndische Compag„ „nie ter Eenre en den sul„ „than in de Mattarm Haming Coeboeana Seno„ „pattij Ingalaga Abdul Rachman Sahidien pana tagama kalifatholach ter andere zijde, waarna men over en Weleder, zig omtrent het overgeeven en beregten van Crimineele delinquan„ „ten stiptelijk houden en gedragen zal. Art: 1. Bij aldien het mogte gebeuren dat bij de Ed: Comp: een ofte meer onderdaanen van den sulthan uit hoofde van Crimineele elieten in detensie mogten: geraa„ „ken, zoo zal men direct den gevangen of gevange„ nen Examineeren, de getuigen en beschuldigers hoo„ „ren hunne declaratien doen recolleeren en alle stuk„ „ken inwinnen wat Eenigzints tot Compleeteering van den processe noodig is. Art: 2. ƒ Samarang den 20:' December a:o 1780: — Bijlage L:a L. Eeven en inzelver voegen verpligt zig den sulthan van zijn kant te doen, in gevalle bij zijn Hoogheid geappre„ „hendeert zullen werden, zoodanige delinquanten welke mogten sortoeren onder de Judicateure van d' E: Comp: Voorts dat men vice versa zig wel uitdrukkelijk verbind en verpligt omme wanneer de procedures in zodanige staat zullen gebragt zijn, dat daar op ten principaale regt kan werden gesprooken, zoo„ „danige delinqwanten, beneevens de ingewonnene do„ „cumenten ten hunnen lasten overte zenden naar de plaats daar zij behooren geregt te werden. Dat men over en weeder zig verbind om op zodanige aangekoomene gerecolleerde verklaaringen en Con„ „fessien, teegen zodanige misdadigers, een ieder naar volgens zijne wetten regt te spreeken, zonder daar omtrent verder in eenige andere of meerdere wijdloo„ „pigheeden te treeden Het Bovenstaande zal in alle Exactitude geob„ „serveerd en naargekoomen, mitsgaders over en wee„ „der met een welmeenende ijver gecontribueerd werden tot alles wat in deesen, voor een ieder die regt en de geregtigheid bevorderen en dienstig weezen zal Aldus gedaan en gecontracteerd. Art: 4:— Art: 5. Extract uit de Missive geschreeven door den opperkoopman en Eerste resident te djokjo Carta Jan Matthijs van Rhijn, aan den wel Edele gestr: Heer Johannes Siberg Gouverneur en directeur van Java's Noord oost Cust, ge„ „diteert djokJocarta den 7:' November 1780:— Beginnende Art: 2. Art 3: 23 Samarang den 20:' December 1780: Bijlage L:a M: Beginnende met de nieuwe drossers de soloree„ „se trompetters, dat die op last van Mangoen dieporo zijn uijt den Dalm gezet, en dat doo„ „over „ze Eerste Hooveling hier onderhoudende mij ver„ „zeekert heeft, teegen de zin en wille van den sul„ „than zijn binne gebragt, dat hun vertrek is gegeeven, en dat zoo hij geweeten had; dat ik de hem voorgestelde bedenking maakte, in plaats van de zelve weg te laaten gaan, aan mij zoude hebben overgegeeven, dat ik als hier of daar nog schuil„ „den verzogt: zoo hebbe ik nu vrij veld, en mijn verspieders zijn 'er op uit zoo ik de zelve ondek zal ik hun ildoen ligten, en uw Ed: gestr: Agtb: toe zenden Extract uit een Translaat Javaanse brieff geschreeven door den pange„ „rang Adipattie Amangkoena„ „gara te soura carta; aan den wel Edele gestr: Heer Johannes Siberg, gouverneur en directeur Van Java's Noordoost Cust; ont„ „vangen te samarang den 18:' Octo„ „ber ƒ 1780:— Verzoeke ik zeer Vriendelijk aan de Comp: met behulp van uwel Ed: gestr:, dat w'wel Edele gestr: goed„ „keurd, mijn zoon Radeen maas Sadat tot Pangetrang, onder de naam van Soerio Mattarm te verheeven, de reedenen daar van zijn, dat ik reeds oudben, en ooff ik zomwijlen mogte koomen te overleiden, en wie zoude dan op mijn Lijk en goed passen„ En wie weet off hij wel in mijn plaats verheeven worden zal .

NL-HaNA_1.04.02_3586_1010 view scan ↗

English

Samarang the 20:' December 1780: — Enclosure L:a N: Extract from the missive written by the Right Honorable Sir Iohannes Siberg Governor and Director of Java's Northeast Coast, to the Pangerang Adipattie Amangkoe Nagara at Soura Carta, dated Samarang the 30: October 1780: Could I to that end fully consent to your Highness's request to elevate his grandson to pangerang under the name of Soerio Mattarm, I would do so without the slightest objection, but since that title of honor has never before been known in the Mattarm, and will on that account cause much offense, I therefore request that brother take this into closer consideration, and departing from it, choose another title of honor for this darling upon his elevation to pangerang, in which case I am quite willing to lend my good offices with the emperor for the granting and confirmation thereof, the more so because your Highness regards this grandson as his heir, and upon his death, which God forbid, wishes to bequeath unto him all the goods belonging to brother in full ownership, and in which testamentary disposition I also fully concur, as it depends on brother's own choice and can legally be disputed by no one, trusting that brother's intention concerning this bequest does not extend further than to all his movable goods, with the dwelling house and the enclosure, without including therein the people living on and about it, the lands, and whatever else belongs to the fief that brother holds from the Emperor 25 Samarang the 20:' December 1780. Enclosure L:a O: emperor, and over which his majesty, just like the Company over the Mattarm, always retains the disposal. Regarding this latter matter, however, brother must not become faint-hearted or despondent, but trust in my solemn assurance that the Company, which bears a true esteem and pure affection for brother, will surely provide for the best therein, and also take care that it will always go well with brother's descendants after his death, and resting therein, resign himself further to heaven's pleasure. — Copy translation of Javanese report given by the Mantri Soeto wiedjoijo of Pattij, received at Samarang the 12:' December 1780. — The relator recounts that on the 11:th of this month Bezaar around 7. o'clock in the morning, armed people from Solo had arrived at Madjenang /:where he also was located/ in order to seek out the Radeen Mancoe Coesoemo, the leaders thereof being named Maas Ingebaij Rongo Lelono, Radeen Carto Coesoemo, Radeen Mangoen djoijo and Jngebeij Probo Keso, that they, being there, had heard that the aforementioned Radeen Mangcoe Coessoemo was in the Dessa Modjo, under the Pangerang Adipattij Mangcoe Nagara, for which reasons they had proceeded thither where they immediately clashed with him, and he also being wounded by the said Mangoen djoijo with his pike, the rest of his people, except for 36., had taken to flight, which last 36 then ran amok. That he, the relator, wishing to go home, but arriving at Seselo under Djokjo, had been told by the Javanese Bongso djoedo that Radeen Mangcoe Coesoemoe Samarang the 20:' December 1780:— Enclosure L: P: was already deceased, of which he, the relator, is also an eyewitness, since he had gone along with Bongso djudo to see his corpse. Furthermore, the relator recounts that he heard from the side that the Radeen Ongko widjoijo, together with his three mothers, two educators by name Djo Lengkoro, Djo dipo, and two Panakawangs, having been summoned by the regent of Grobogang, were subsequently apprehended by him when they appeared, as well as that he had also summoned another educator of the Radeen Mangcoe Coesormo named Petro mongollo, who was at Seselo and had been watching over the corpse of his master, but this Cetro Mongollo not wishing to appear, they had forced him to do so, whereupon he, Petro Mongollo, alongside his son and two Panakawangs, had run amok, for which reasons the emissaries of the Grobogang regent had massacred them, thereafter cut off their heads and brought the same to their regent, 7. of the Grobogang people having been wounded on that occasion. Finally, he, the relator, also recounts that the Radeen Mangcoe Coesoemo lies buried in the Dessa Tadjen situated under Grobogang, southwest of Seselo. /:was written below:/ translated by me. /:was signed:/ A: Bilstein, provisional translator. Extract of missive written by the senior merchant and first resident at Soura Carta Fredrik Christoffel van Stralendorff to the Right Honorable Sir Johannes Siberg, Governor.

Dutch transcription

Samarang den 20:' December 1780: — Bijlage L:a N: Extract uit de missive gesz: door den wel Edele gestr: Heer Iohannes Siberg Gouverneur en directeur van Java's Noord oostcust, aan den Pangerang Adipat„ „tie Amangkoe Nagara te soura„ „Carta, ged:t Samarang den 30: octo„ „ber 1780: Ronde ik ten dien einde volkoomen in uw Hoog „heids verzoek om des zelfs klein zoon tot pange„ „rang onder den naam van Soerio Mattarm te verheffen, bewilligen, ik deede zulks zonder de mins„ „te bedenking, dog alzoo die Eer naam nooit bevoo„ „rens in de Mattarm is bekend geweest, en over zulks veel aanstoot lijden zal, zoo verzoeke ik dat broeder, dit eens nader in overweeging neeme, en daar van afziende een andere Eere naam voor deeze Lieveling bij zijne verheffing tot pangerang te wil„ „len verkiesen, wanneer ik ter bewilliging en bevestiging van dien mijne goede dienste bij den keij„ „zer wel wil ten kosten leggen te meer daar uw Hoogheid deese klein zoon als zijne Erfge„ „naam aanmerkt, en bij overleiden, dat God ver„ „hoede op hem alle de goederen die broeder in Eigen„ „dom zijn toebehoorende vermaaken wil, en in wel„ „ke bij uitterste wille te doene beschikking ik ook als van broeders verkiesing zelfs affhangende, en door niemand wettiglijk kunnende worden tee„ „gen gesprooken, volkoomelijk toestemmen als ver„ „trouwende dat broeders voorneemen omtrent die vermaaking niet verder gaat dan over alle deszelfs roerende goederen, met het woonhuijs en de ompagge„ „ring, zonder daar onder te begrijpen de daar op en bij woonende menschen, de Landerijen en Wesmeer behoorende tot het Leen dat broeder van den Keijzer 25 Samarang den 20:' December 1780. Bijlage L:a O: „keijzer bezit, en waar over zijn majesteit Even als de Comp: over de Mattarm altoos de beschikking aan zig houd, omtrent dit laaste moet broeder egter net kleinhertig off Zwaarmoedig worden, maar vertrou„ „wende op mijne plegtige verzeekering dat de Comp: die broeder Eene waare agting en Zuivere geneegent„ „heid toedraagd, daar inne wel ten beste zal woor„ „zien, en ook zorge draagen, dat het broeders nage„ „slagt na des zelfs dood altoos welgaa, en daar in berustende zig overigens aan 's Heemels wel behaa„ „gen onderworpen. — Copia translaat Javaanse Relaas gegee„ „ven door den Mantri Soeto wiedjoijo van pattij ontvangen te samarang den 12:' december 1780. — Den relatant verhaald dat den 11:e deezer maand Be„ „zaar smorgens circa 7. uuren gewapend volk van solo te Madjenang was aangekoomen /:alwaar hij zig ook bevond/ ten einde den Radeen Mancoe Coesoemo op te zoeken, zijnde de hoofden daar van genaamt Maas Ingebaij Rongo Lelono, radeen Carto Coesoemo, Radeen Mangoen djoijo en Jngebeij Probo Ke„ „so, dat zij aldaar weesende gehoord hadden, dat zig gemelde radeen Mangcoe Coessoemo in de Dessa Modjo, onder den pangerang Adipattij Mang„ „coe Nagara bevond, om welke reedenen zij zig der„ „waards hadden begeeven alwaar zij direct met hem waaren slaags geraakt, gelijk hij dan ook door genoemde Mangoen djoijo met zijn piek gekwets zijnde, het overige volk van hem op 36. na, waaren aan 't loopen gegaan welke laaste 30: daar op Ammok gemaakt hadden Dat hij relatant zig na huijs willende begeeven, dog te seselo onder djokjo koomende, had hem den Javaan Bongso djoedo verhaald dat radeen Mangcoe Coesoe„ „moe: Samarang den 20:' December 1780:— Bijlage L: P: „moe bereeds overleeden was, waar van hij relatant meede, oog getuigen is, alzoo hij met Bongso djudo meede gegaan was om zijn Lijk te zien. Verders verhaald den relatant dat hij van ter zijde heeft hooren verhaalen, dat den radeen ongko widjoijo, beneevens zijne drie moeders, twee opvoeders in name Djo Lengkoro, djo dipo, en twee Panakawangs door den regent van Grobogang geroepen zijnde, daar na wanneer zij verscheenen door hem opgevat waaren, als meede dat hij nog een opvoeder van den radeen Mangcoe Coesormo. genaamt Petro mon„ „gollo die zig te seselo bevond, en op het lijk van zijn heer past had laaten roepen, dog deeze Cetro Mongollo niet willende verscheinen, hadden zij hem daar toe gedwongen, waar op hij Petro Mongollo nevens zijn zoon en twee Panakawangs had Amok gemaakt, om welke reedenen de sendelin„ „gen van den Grobogangse regent haar had„ „den gemassacreert, daar na haare hoofden aff„ „gekapt en de zelve bij haaren regent gebragt, zijnde bij die occagie 7. der Grobogangse Volke„ ren gekwets geworden. Eeindelijk verhaald hij relatant nog, dat den radeen Mangcoe Coesoemo, in de Dessa Tadjen onder Grobogang geleegen, Zuid west van Sesels be„ „graven leid /:onderstond:/ getranslateert door mij. /:was geteekend:/ A: Bilstein, prov: trans„ „lateur. Extract Missive geschreeven door den opperkoopman en Eerste resident te Soura Carta Fredrik Christoffel van Stralendorff aan den wel Ede„ „len gestr: Heer Johannes Siberg. Gouverneur.

NL-HaNA_1.04.02_3586_1013 view scan ↗

English

Samarang the 20th December 1780 In answer to Your Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable letters of the 11th and 13th of this month, serving briefly as a reply to the first, I come to congratulate Your Right Honorable and Venerable on the eradication of the rebel Radeen Mancoe Coesoemo, now that everything is once again at peace. Previously it was feared that other malcontents would have joined him; according to all received reports, there has been no one who wanted to conspire with him, he having relied solely on his boldness and high birth to make his arms somewhat more feared over time. This has failed him, and it cost him his life. Yesterday I received from Mr. van Rhijn an order from the Raden Adipati Danureja 70, containing orders to the Regent of Grobogan, Sosro Negoro, to hand over the body of Mangcoe Coesoemo to the Tumenggung Mancoe Judo. This order, together with a letter sent directly to the said Tumenggung Mancoe Judo by the Raden Adipati Sasra Diningrat, contained instructions to have it brought here as swiftly as possible. The Emperor has ordered the said Tumenggung to return home with his people; the Ngabehis Brodjo Musti and Brodjo Dinto must remain to search for the fled common rabble of the rebels. Serving in reply to that of the 13th, Your Right Honorable and Venerable wished to be informed as to what degree the Raden Mancoe Coesoemo was related to the Emperor, this Governor and Director of Java's Northeast Coast, dated 15 December 1780: Mancoe Coesoemo. Samarang the 20th December 1780 Mancoe Coesoemo is a legitimate son of the Pangeran Purbaya the eldest, half-brother of the Emperor. The mother of the Raden Mancoecoesoemo is a daughter of Amangkurat, who was made Emperor of Java by the Chinese under the name of Susuhunan Anom, and who was later apprehended by the Honorable Company and sent to Ceylon. In the time of my predecessor, Mr. Beuman, a prince named Pangeran Anom fled from this court; he was a full brother of the mother of Mancoe Coesoemo, so that he is of one of the foremost houses or lineages that have always been inclined toward rebellion. Purbaya, when she was pregnant with this Raden, let his wife go. She gave birth at the house of the Pangeran Adipati Mangkunegara. The daughter of Mangkunegara, who had previously been married to the Pangeran Anom, adopted the child as her own and gave him the name of Raden Mas Somplo. The mother then went to the Mataram and remarried there with a Tumenggung named Martoloyo. From his youth, he was bold and mischievous, taking from many people what was theirs by force on the country roads and also out of the houses. He was often punished for this by the Pangeran Adipati Mangkunegara with arrest, and also had beatings with a stick. It went well for a short time; however, the older he grew in years, the worse his temper became. Mangkunegara let him go to seek his own livelihood. His robberies often came to my attention. On an occasion, I informed the Emperor of this, and requested His Majesty to please take Raden Mas Somplo into His Majesty's service and grant him an annual livelihood, as otherwise things would never go well with this Raden and many unpleasantries were to be expected. The sovereign took him into his service, well clothed, Samarang the 20th December 1780 clothed and given 200 Spanish dollars annually for his livelihood. He conducted himself well for over two years. His mother, as I have understood, passed away about four months ago. After that time he resumed his trade. Likely hearing that the Emperor had gained knowledge of this, he absented himself from here and took his march. I had already prepared this when the Tumenggung Mancoe Judo arrived this afternoon at half past three, together with his Kliwon Marto Widjojo and further Mantris and Ngabehis, with the body of the Raden Mancoe Coesoemo. I had the coffin opened and inspected the body with the Raden Adipati Sasradiningrat, the Tumenggung Mancoe Judo, Mr. Schwenke, Mr. Harrar, and Ensign van As. It was still recognizable: on his chest, he had several yellowish spots in his lifetime, and in addition was very pockmarked, which could still be seen clearly. The stab wound was in the left side just beneath the ribs. That heavy thrust was given to him by Mangun Joyo, son of Wiraguna, Kliwon of the Raden Tumenggung Tjokro Deporo. The Pepatih of Raden Mancoecoesoemo is Setro Judo of Domas, a subject of the Sultan. This Setro Judo, with his father and brother, and another who is unknown, were the four principal leaders of this Raden, but unfortunately all four were killed at Selo. However, they also killed one of the Selo people and wounded nine, according to the report taken from there. The account of the Mantri Suta Widjojo of Pati, says the informant, but

Dutch transcription

27 Samarang den 20:' December: 1780: In antwoord op uwEd: gestr: groot Agtb: veel g'eerde letteren van den 11. e en 13:e deezer, op den Eersten korte„ „lijks diena, koome uwEd: gestr: groot Agtb: geluk wen„ „schen met het uijtroeijen van den rebil Radeen Man„ coe Coesoemo nu alles weeder in rust bevoorens was zoude bedugt dat andere misnoegdens zig bij deesen „ vervoegt hebben naar alle ontvangene rapporten is 'er niemand geweest die met hem heeft willen aanspannen zig alleen op zijn stoutheid en hooge geboorte ver„ „trouwt te hebben; zijn wapens door den tijd wat bedugter te doen worden; is hem mislukt en het leeven daar bij ingeschooten, gisteren heb van de heer van Rhijn een beveel schrift van het radien â de Apattie. Danoerie d 70 ontvangen, waar in die beveelen waaren vervat aan den Grobogan„ „ser regent Sosro Negoro het lijk van Mangcoe Coesoemo aan den tommongong Mancoe Judo over te moeten geeven, dit bevel schrift/: met een brieff zoo direct aan den gemelden tommogong Mancoe Judo door het raden â de pattij Sasra Diningrat toegezonden met last ten spoedigsten na herwaarts te laaten brengen den keijser heeft gelast gemelde tommongong met zijn volkeren den te huijs te koomen, moeten blijven: de Jngebaijs Brodjo Musti en Brodjo Dinto ter opzoeking van het gevlugte gemeene peupel van de rebellen. . Diene op dien van den 13:e vwed: gestr: groot Agtb: wilde gaarn g'informeert weesen in wat graad den radeen Mancoe coesoemo aan den keijser vernamaagschap te zijn, deesen gouverneur en directeur van Ja„ „vas Noord oost Cust, ged:t den 15: december. 1780: —. Mancoe Coesoemo Samarang den 20: December 1780: Mancoe Coesoemo is een wettig zoon van den Pange„ „rang Porboijo den oudsten, half broeder van den Keijser, de moeder van den raden Mancoecoesoemoe is een dog„ „ter van Aman Coerat die van de Chineesen tot Keijser op Java is gemaakt met den naam van soesoehoe„ „nang Anum, die naderhand door de E: Comp: ge„ „apprehendeert en naar Ceilon verzonden, ten tijde van mijn voorzaat de heer Beuman is van dit hoff een pangerang gevlugt namens Pangerang Anum, die was een lijffelijke broeder van de moeder van Mancoe coesoemo zoo dat deesen van een der voornaamste huij„ „zen of stammen is die altoos tot rebellie geneegen zijn geweest, Porboijo heeft zijn trouw toen zij Zwan„ „ger/was met deesen raden laaten gaan zij heeft bij den pangerang â de pattie Mancoe nagara gekraamt het kind heeft de dogter van Mancoe nagara die be„ „voorens met den Pangerang Anum getrouwt ge„ „weest voor haar kind aangenoomen en de naam van Radeen Maas somplo gegeeven, de moeder is toen na de Madarm gegaan en aldaar hertrouwt met een tommogong genaamt Morto Lojo. van zijn Jeugt af is hij stout en ondeugent geweest veele menschen het haare met geweld op de land straaten ook uijt de huijsen ontnoomen, dikwils door den Pangerang â de patti Mancoe nagara daar over gestraft met arrest; ook wel stok slaagen ge„ „had, is voor een korten tijd wel geweest, egter hoe ouder van Jaaren hoe quader van humeur heeft hem Mancoenagara laten gaan zijn kost zelfs te zoeken, zijne roverijen mij dikwels ter voren gekoomen heb bij geleegentheid den keijser kennis, van gegeeven, zijn Majesteit verzogt radoen Maas Gomplo in zijn majesteits diensten te willen neemen een Jaarlijx bestaan te geeven, anders het ooit goed met deesen raden zoude gaan, veel onaangenaamheedens te verwagten was, heeft den vorst hem in zijn diensten genoomen, wel gekleet: 33 Samarang den 20:e December 1780:— gekleet en Jaarlijx 200: - matten tot bestaan gegee„ „ven heeft, hij ruijm twee Jaaren wel gedragen, zijn. moeder is voor een maand of vier als verstaan heb overleeden, na die tijd heeft hij zijn ambagt weeder hervat; denkelijk gehoort de Keijser daar van kennis had gekreegen, heeft hij zig van hier ge„ „absenteert en zijn marsch genoomen Deese had reets vervaardigt, zoo komt den tom„ „mogong Mancoe Judo met zelfs kliwon Mor„ „ to Wiedjojo en verdere mantries en Jngebaijs heeden agtermiddag ten half vier uuren met het lijk van den radden Mancoe Coesoemo gearriveert heb de kist laten openen het lijk bezien met den raden â de pattie Sasra Deningrat den tom„ „mongong Mancoe Judo, de heer Schwenke, de Heer Harrar en den vaandrig van As; het was nog te kennen op zijn borst bij zijn leeven had hij verscheide plekken die in het geel vallende daar bij zeer pokkendaalig nog duedelijk te zien, waaren de steek was in de linker zeij kort on„ „der de ribben dien zwaare steek heeft hem ge„ „geeven Mangoen Jojo zoon van Wierogoene Kli„ „won van den raden tommogong Tjokkro Depo„ „ro, de pepattij van raden Mancoecoesoemo is settro Judo van Domas onderdaan van den sul„ „than, deesen Settro Judo met zijn vader en broeder, nog eenen die onbekent zijnde, vier Voornaamste hoofden van deezen raden geweest, maar ongelukkig alle vier tot Selo gesneuvelt, egter hebben zij ook een van de felose volkeren gedoot en negen gequest volgens berigt dat men daar helft genoomen, het relaas van de mantrie Soeto Wiedjojo van Patti zegt de relatant maar. -.

NL-HaNA_1.04.02_3586_1016 view scan ↗

English

Samarang, the 20th of December 1780: but of seven wounded, the said informant also says that the rebel MancoeCoesoemo is in the desa Modjo belonging under Pangeran Adipati Mancoe Nagara; that is an error, Mancoenagara has no lands there, the said desa Modjo belongs to Pangeran Praboe Admiedjojo, son of Mancoenagara. The account agrees in other respects according to the news had here. The corpse will be buried tomorrow at old Soura Carta behind the pond on mount Wiedjil near Pitjes; his grandfather and his maternal uncle, who were also rebels against this court, are buried there as well. Copy Translation of a Javanese letter written by Sultan Haming Coeboeana etc. to the Right Honorable Johannes Siberg, Governor and Director of Java's Northeast Coast, received the 20th of December 1780: I very kindly request brother's assistance in this matter, as I would gladly borrow 10,000 Spanish rix-dollars from the Honorable Company, intending to use the said amount to put my land Djokjo Carta Adiningrat in order; wherefore I request once more that brother may be pleased to submit this request of mine to my grandfather, the Lord Governor-General and the Council of the Indies. Furthermore, brother is very warmly greeted by me and Pangeran Adipati Anom Amang Coenagara, as is brother's wife by the Ratoe and Ratoe Bendoro, wishing God's precious blessing for length of days. Written at Djokjo Carta Adiningrat on Thursday the 17th of the month Bezaar in the year Jimaker 1706. Translated by me, was signed, A. Bilsteijn, provisional translator. Samarang, the 20th of December 1780. Agrees. Markeij

Dutch transcription

Samarang den 20:' December 1780: — maar van Seeven gequeste ook zegt dien relatant dat den rebel MancoeCoesoemo in de Dessa Modjo onder den pangerang â de patti Mancoe nagara behoorende; dat is abuijs Mancoenagara heeft daar geene landen de gemelde Dessa modjo behoort den Pangerang Praboe Admiedjojo. zoon van Mancoenagara het relaas komt in het andere overeen volgens de tijding die men hier heeft„ het lijk zal morgen naar oud soura Carta agter de Vijver op den berg Wiedjil bij Pitjes begraa„ „ven worden, daar ligt zijn groot vader ook zijn moeder broeder begraaven die meede rebellen van dit hoff zijn geweest. Copia Translaat Javaanse brieff, gesz: door den sulthan Haming Coeboeana enz: aan den wel Edelen gestr: Heer Jo„ „hannes Siberg, Gouverneur en directeur van Javas Noord oost Cust, ontvangen den 20:' december 1780: Ik verzoeke broeder zeer Vriendelijk deszelfs hulp bij deesen, alzoo ik gaarne van d' E: Comp: 10'000:— rijxd:s spaans wilde leenen, van voorneemens zijnde met gemelde montant mijn Land Djokjo Carta Adinin„ „grab in ordre te brengen, weshalve verzoeke ik ander„ „maal dat broeder dit mijn gedaane verzoek mijn groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de raden van Jndië gelieft voor te draagen. Werdende Broeder voor het overige door mij, en den pan„ „gerang Adipattie Anom Amang Coenagara, beneevens Mevrouw broeders gemalinne door de ra„ „toe en ratoe Bendoro zeer hertelijk gesalueert, on„ „der toe wensching van Godes dierbaare Zeegen tot lengte van dagen. /: /onderstond:/ gesz: te djokjo„ „ Carta. L: A: „ Carta Adiningrat op Donderdag den 17:e van de :maand Bezaar in 't Jaar Jimaker 1706. /daar /onder :/ getranslateert door mij /:was geteekend:/ A=n Samarang den 20:' December 1780:— Accoreert. — Markeij - va . . . Bilsteijn prov: translateur- . - 31

← previous