Inventory 3586
Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Boelecomba is also actually to happen, for I have already been asked more than once, Honorable Sir, what reward would be given if Sankilang were delivered alive into the hands of the Company or if he were killed, wherefore I would very much wish to know this, Honorable Sir. The people sent out by me, Honorable Sir, have not yet returned; as soon as they appear I will not fail to communicate the condition of the Rebels to Your Honor. While I now take the liberty, with all requisite respect and reverence, to call myself, was written below, Honorable Sir, lower, Your Honorable's humble and faithful servant, was signed, S. Monsieur, in the margin, Boelecomba in the Company's fortress the 17th of August A.D. 1780. To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet! In answer to Your Honor's question posed in a separate letter of the 17th of this month, namely what reward is offered if the Rebel Sankilang is delivered alive into the hands of the Honorable Company or happens to be killed, it serves to inform that Your Honor may freely promise a reward of two thousand Spanish Rixdollars to whoever can deliver him alive along with the royal ornaments taken from Goah, and half that amount if he is killed, provided that there is the clearest proof that it is the real Sankilang and no other, although it would be much more preferable to me if the former could take place, namely to capture him alive. Your Honor may also promise a general pardon to the people with him, provided that they immediately submit to us, in order thereby to encourage them all the better to deliver that Rebel into our hands or, by abandoning him, to provide others the opportunity to do so. After greetings, I remain, was written below, Your Honor's good friend, was signed, B. Reijke, in the margin, Maros the 23rd of August A.D. 1780. This 113 This letter is written out of pure high esteem and good affection by the Senior Merchant and Governor of Makasser, Barend Reijke, to his esteemed Brother, Maoelana Achmada Saleh Samsoedien, King of Bonie, with heartfelt wishes for all salvation, blessing, and prosperity, together with a long life on this earth. Furthermore, I inform my brother of how the increasing acts of violence and robbery by Arou Paling orang, who to the north not only plunders entire villages and prevents the people from plowing their fields, but moreover did not hesitate a few days ago to seize a Prauw Papalimbang in the river of Pankadjene belonging to Captain Lieutenant Rudolph, which had been sent thither to collect Paddy, with these punishable expressions when he was told to whom it belonged, that he did not care even if it belonged to the Governor of Makasser. Then, since such actions go far too far and could in time lead to bad consequences and disturb the peace of my Brother as well as mine, I most kindly request Your Highness that he, by his authority, not only cause this licentious and reckless Arou Paling-orang to be seized and thereby stop these acts of violence, but also that the aforementioned prauw Papalimbang may be restored to the owner and he be compelled to give proper satisfaction for his punishable expressions, since otherwise, however unwillingly, I will be obliged to have him punished as a villain and public robber myself. Furthermore, I inform my brother that I have learned that the dispute between the Adatoeang of Sideenreng on the one side, and the Datou of Soupa and the Bonian Prince Arou Ngatacka on the other side, is still far from settled, but that the same would now only truly break out into hostilities. Then, since this these doings are entirely contrary to the contents of the Treaty of Boengaija, according to which the lesser Allies are bound to present their mutual disputes to the Honorable Company and Bonij to be settled amicably by them, I still very kindly request Your Highness to urge the parties to submit their differences for decision to Your Highness alone, or else to both of us, and to refrain from all hostile aggressions against each other, under the threat that whoever might not wish to listen to this will be deprived of his rights, even if it were found that he had been wronged by his opposing party. And since I firmly trust that by Your Highness's presence here, when we can best speak with each other in person, all such disputes and discords as mentioned above can be settled and removed much better, it is my heartfelt wish that Your Highness return hither as soon as possible. Was written below, Written in the Castle Rotterdam the 30th of August A.D. 1780. This Letter is written out of pure high esteem and good affection by the Senior Merchant and Governor of Makasser, Barend Reijke, to his Brother, Macelana Achmada Saleh Samsoedin, King of Bonij, with heartfelt wishes for all salvation, blessing, and prosperity, together with a long life on this earth. Furthermore, I inform Your Highness that I have just received news from the Boelecomba Resident Monsieur that the ship Delfshaven coming from Ternaten perished in the bay of Bonij during the night between the 26th and 27th of August.
Dutch transcription
Boelecomba is ook weezentlijk zal geschieden, daar is mij E: E: Agtb: heer reets meer dan eens gevraagt wat voor belooning 'er op stond zoo men Tankilang leevendig in handen der Comp=e leeverde of deselve vermoorde, weshalven ik E: E: Agtb: heer zulks gaarn wel wenschte te weeten. 'T door mij uijtgezondene volk E:E: Agtb=re heer is nog niet te rug gekoomen, zoo dra die opdaagen zal ik niet ingebreeken blijven uE: E: Agtb: d' toestand der Rebellen te Communiceeren. Terwijl ik thans d' vrijheit neem met alle vereijschte agting en eerbied mij te noemen /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer /:lager/ UE: E: E: Agtb: onderdaanige en trouwschuldige Dienaar /:was„ „geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba in 's Comp„s vesting den 17=e Augustus A„o 1780. Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur, Resident aldaar. Eersame, vrome, Discreete! Jn andwoord op UE: gedane vrage bij aparte brief van den 17=e deser namentlijk wat voor belooning 'er opstaat zo men den Rebel sankilang levendig inhanden der Ed: komp=e leverd of denzelven komt te vermoorden, diend, dat UE: vrijelijk aan den geenen die hem levendig met de uit goah meede genomene rijks ornamenten kan leveren een premie van twee duijzend Rijksd„s spaans mag beloonen en dood zijnde gemaakt, zodanig dat 'er de allerduidelijkste bewijzen zijn dat het de wezentlijke sankielang en geen anderen is, de helfte schoon het mij veel liever zal zijn als het eerste plaats kan vinden namentlijk hem levendig te krijgen. ook kan UE: een generaal pardon belooven aan zijn bij hebbend volk, mits zij zig terstond onder ons komen te submitteeren; ten einde haar daar door des te beter aan te moedigen om dien Rebel in onse handen te leveren of door hem te doen verlaten andere daar toe gelegentheijd te verschaffen. Jk blijve na groete /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was get=d / B=s Reijke /:in margine:/ Maros den 23„e Augustus A„o 1780. — Deesen 113 Deezen brief word uijt een zuijvere Hoog ag„ „ting en wel genegentheijd geschreeven door den opperkoopman en gezaghebber van Makasser Barend Reijke aan desselfs waarden Broeder Maoelana Achmada Saleh Samsoedien, koning van Bonie, onder hertgrondige toe„ „wensching van alle heil, zegen en voorspoed, mitsgaders een lang leeven op deese aarde. wijders maake ik mijnen broeder bekend hoe dat de toeneemende geweldenarijen en roverijen van Arou Paling orang die om de Noord niet alleen geheele Negorijen afstroopt en de volkeren belet hunne vel„ „den te beploegen maar zig daar en boven niet ontzien heeft om voor eenige dagen in de rivier van Pankadjene weg te neemen een Prauw Papalimbang toebehoorende den Capitain Lieutenant Rudolph, die na derwaarts ter afhaal van Padij was afgesonden, met deeze strafwaardige uijtdruckingen wanneer men hem zeijde van wien dezelve was dat hem zulks niet scheelen konde al was het van den gouverneur van Makasser. Dan dewijl zulke bedrijven al te vergaan en in der tijd van quaede ge„ „volgen zoude kunnen zijn en de rust zo wel van mijn Broeder als van mijn zoude stooren, zo verzoeke ik uw Hoogheijd op het aller vriendelijkste als dat hij door zijn gezag niet alleen deezen ontbandigen en onbezonnene Arou Paling-orang doet opligten en daar door deeze geweldenarijen stuij„ „ten maar ook dat de voormelde prauw Papalimbang aan den Eijgenaar mag gerestitueerd en hij geconstringeerd worden om over desselfs straf„ „baare uijtdruckingen behoorlijke satisfactie te geeven, dewijl ik anders hoe ongaarne ook genoodsaakt zal zijn om hem als een booswicht en publicque rover zelfs te doen straffen. voorts maake jk mijnen broeder nog bekend als dat ik vernomen heb dat de twee spalt tusschen den Adatoeang van Sideenreng ter eenre, mits„ „gaders den Datou van soupa en den Bonische Prins Arou Ngatac„ „ka, ter andere zeijde nog in lange niet is bijgelegt, maar dat deselve als nu eerst regt tot daedelijkheden zoude doorbreeken. Dan dewijl dit o door dit gedoentens zijn regt strijdig tegens den inhoud van het Contract van Boengaija volgens het welke de mindere Bondgenooten gehouden zijn hun onderlinge verschillen bij de Edele komp=e en Bonij voor te dragen om door deezen in der minne beslist te worden, zo verzoek ik uw Hoogheijd als nog zeer vriendelijk bij de parthijen te doen ver„ „maenen om hunne verschillen ter beslissingen aan uw Hoogheijd alleen dan wel aan ons beijde voorte dragen en zig te wagten voor alle vijandelijke aggressien tegens elkanderen, onder bedreiging dat die geene welke daar na niet mogte willen luijsteren van zijn regt zal zijn verstooken, schoon hij bevonden mogt worden door zijn parthij beeedigt te zijn. En dewijl ik vast vertrouw dat door uw Hoogheijts presentie alhier, wanneer wij het best mondelings met elkanderen kunnen spreeken, alzulke verschillen en en eenigheden als hier boven vermeld vrij beter kunnen worden beslist en uijt den weg geruijmt, zo is mijn hertelijken wenschen dat uw Hoogheijd hoe eerder hoe liever na herwaarts terug keere. /:onderstond:/ Geschreeven in het kasteel Rotterdam den 30=e Augustus A„o 1780. Deezen Brief word uijt een zuijvere Hoog ag¬ „ting en wel genegentheijd geschreeven door den opperkoopman en gezaghebber van Makasser Barend Reijke, aan desselfs Broeder Macelana Achmada Saleh Samsoedin, koning van Bonij onderhert„ „grondige toewensching van alle heijl zegen en voorspoed, mitsgaders een lang leeven op deese aarde wijders maake ik uw Hoogheijd bekend als dat ik zo aanstonds tijding van den Boelecombas resident Monsieur gekreegen heb dat het van Ternaten komend schip Delfshaven 's nagts tusschen den 26:' en 27:e Aug„s in de bogt van Bonij gebleeven
English
115 is and that aboard it, besides the widow of the late Governor Thomassen and several crew members, various passengers, captured Ternatean princes, and Company slaves are said to be present. I therefore request Your Highness not only to provide these people with all possible help and assistance, but also to make every effort that may in any way serve the preservation of that vessel and the safeguarding of the Company's goods, as I am most willing to reward the efforts expended in that regard, while I assure Your Highness that you will thereby also give the Honourable Company exceptional pleasure. This is dispatched for Your Highness's information with the Honourable Company's envoy Daeng Mandjarekie, whom I request Your Highness, in this case, along with your own envoys, to employ for the aid and rescue of the aforementioned unfortunate crew members, and subsequently, upon the completion of affairs, to send back here. It read below: Written in Castle Rotterdam, the 1st of September, in the year 1780. Translation of a Buginese letter written by the King of Boni to the Right Honourable Lord Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of this Coast of Celebes, the contents of which read as follows. After the preceding compliments! Furthermore, I inform Your Honour, my brother, that I have received your letter in very good order and understood its contents, from which I, along with the grandees of the realm, was also very pleased to see that you, my brother, seek to make closer and strengthen the friendship between the Honourable Company and Boni. We also hope and pray that no cause for estrangement between the two of us may ever be given, just as it has been of old with our previous kings. Maccasser Furthermore, regarding the safe arrival of the factory ship Azia and the auspicious delivery of the Company's letter, I congratulate Your Honour, my brother, along with the Council, and declare that I am very eager to dispatch our letter with an envoy to Batavia if you, my brother, will follow the ancient custom of toll exemption; we will make preparations for the departure, which might perhaps still take place this year, but if not, then in the coming one, while Your Honour, my brother, is very well aware of how badly things stand with our country. Herewith I inform Your Honour, my brother, that Arou Betting has departed for Loewoe in order to attack there, and as I have learned, this is not with the consent of the Wajo people, but indeed on his own accord, and to that end he has taken only his own people with him; they have engaged in battle twice, but the Loewoe people were the strongest. I say to Your Honour, my brother, that ancient custom also dictates that when they come to request help, such must be strictly pursued by Boni. It read below: Written in Boni, the 28th of August 1780. To the Right Honourable, Respected Lord Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of the Coast of Celebes, etc., etc. Right Honourable, Respected Lord! I now take the liberty of replying to Your Right Honourable, Respected Lord's ever respected letter of the 23rd of August, to the effect that I have made known as far as possible to everyone the offer of money for whoever delivers Sankilang alive or dead, as well as the general pardon for those who promptly abandon him. I hope, Right Honourable, Respected Lord, that this may have the desired effect; as far as is learned here, that rebel is still in the same condition, though provided with a small force. Nevertheless, I shall not fail, Right Honourable, Respected Lord, to keep a watchful eye as far as possible on him and his followers, 117 Maros and should I learn anything, to report it immediately to Your Right Honourable, Respected Lord. While I now take the liberty, with all requisite respect and reverence, to style myself, It read below: Right Honourable, Respected Lord. Lower down: Your Right Honourable, Respected Lord's humble and faithful servant. Was signed: S. Monsieur. In the margin: Boelecomba, in the Company's fortress, the 7th of September, in the year 1780. To the Lieutenant of Artillery Christian Ferdinand van Alphen, commanding there. Valiant, pious, discreet, The Prince of Tanette, Arou Pantjana, being due to arrive at Maros shortly to execute a certain secret commission entrusted to him by me, Your Honour must let him go his way unhindered, and if requested, even assist him with one of our envoys. Nevertheless, Your Honour must not lose sight of a proper vigilance so as to always be on guard and constantly shielded against cunning plots that might sometimes be attempted, even by feigned friends. After greetings, I am, It read below: Your Honour's good friend. Was signed: B. Reijke. In the margin: Makasser, in Castle Rotterdam, the 16th of September 1780. To the Right Honourable, Respected Lord Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of this Coast of Celebes. Right Honourable, Respected Lord! In compliance with the order given to us by Your Right Honourable, Respected Lord on the 7th of this month to personally fetch Kraeng Barombong and bring him here in order to submit himself, we have the honour to inform Your Right Honourable, Respected Lord that we immediately undertook the journey
Dutch transcription
115 is en dat zig daar op buijten de weduwe van wijlen den Heer Gouverneur Thomassen en verscheidene scheepelingen, diverse Passagiers en gevangene Ternaatse Princen en Comp„s slaven zoude bevinden. Jk verzoeke dienthalven uw Hoogheijd om niet alleen deeze lieden alle mogelijke hulpe en assistentie te willen doen toebrengen, maar ook alles in het werk te doen stel„ „len wat maar eenigsints tot behoud van dien kiel en beveiliging van 's komp„s goederen dienen kan, alzo jk met alle bereidwilligheijd de moeite die daar omtrend word aangewend beloonen wil, terwijl ik uw Hoogheijd verzeekere dat dezelve daar meede d'Ed: komp=e een bijzonder genoegen geeven zal. Deezen gaat tot uw Hoogheits narigt af met 's Edele komp„s zendeling Daeng Mandjarekie die Jk verzoeke dat uw Hoog„ „heijd in dit geval nevens zijn aftezendene wil emploieeren tot hulp en redding der voorschreeven ongelukkige scheepe„ „lingen en vervolgens na verrigting van zaeken herwaarts te rug schicken. /:onderstond:/ Geschreeven in het Kasteel Rotterdam den 1=e september A„o 1780. Translaat Bougineese Brief geschreeven door den koning van Bonij, aan den wel Edele Heer Barend Reijke, opperkoopman en ge„ „zaghebber deezer Custe Celebes, welker inhoud luijdende, aldus. Na voorgaande Complimenten! wijders maake ik aan uEd: mijnen broeder bekend dat ik uwen brief zeer wel ontfangen en dies inhoud verstaan hebbe, uit dewelke Jk nevens de Rijksgrooten zeer verheugd waaren teffens te zien dat uuw mijnen broeder zoekt de vriendschap tusschen d' E: Komp=e en Bonij naeuwer te maeken en te versterken. wij hoopen en bidden ook dat nooijt geen oorsaeke van verwijdering tusschen onse beijde zoude mogen geeven, gelijk alle Maccasser gelijk als van ouds geweest is, bij onse voorige koningen. voorts over de behouden komst van het komptoirsschip Azia en de geluckige aangebragte Comp„s brief, feliciteere ik uE: mijnen broeder nevens de Raad, en betuijge zeer begeerig te zijn om onsen brief met afgezant na Batavia te depecheeren indien uw mijn broeder naar 't oud gebruijk van Thol vrijheijd wil volgen, zullen wij gereed„ „heijd maeken tot 't vertrek, zomwijlen zoude het dit Jaar nog al kunnen geschieden, dog zo niet dan in het aanstaande, terwijl UE. mijn broeder zeer wel bewust is, hoe slegt dat 't met ons Land gesteld is. Hier meede maeke ik uE: mijn broeder bekend dat Arou Betting, na Loewoe vertrocken is, om aldaar te attacqueeren, en zo als ik vernomen hebbe, dat het niet met bewilliging van de Towadjoreesen, maar wel uijt zijn eigen is, en ten dien eijnde heeft hij alleen zijn eigen volk meede genomen; zij zijn tweemaal 'slaags geweest, dog de Loewoenee„ „sen zijn de sterkste geweest. Jk zegge aan uE: mijn broeder dat 't al oude gebruijk meede brengt, dat wanneer zo om hulp komen ver„ „zoeken, zulks bij Bonij, volstrekt moet agtervolgd worden. /:onderstond:/ geschreeven in Bonij den 28=e Augustus 1780. Barend Reijke, Opperkoopman en gezaghebber der Custe Celebes. F„a &a E: E: Agtbaare Heer! Aan Den E: E: Agtbaare Heer K neem thans d' vrijheit op u E: E: Agtb: altoos gerespecteerde letteren de dato 23:e Augustus te rescribeeren als dat ik zoo veel mooglijk een ieder d' presentatie der penningen voor die geen die sankilang leeven„ „dig of dood leevert heb bekent gemaakt, als meede 't generaal pardon voor die geen die hem spoedig verlaaten, ik hoop E:E: Agtb: dat zulks van een gewenscht effect mag weesen zoo verre men alhier verneemt is die Rebel nog in deselfde toestand dog van een geringe magt voorzien egter zal ik E: E: Agtb: heer niet ingebreeken blijven om zoo veel mooglijk op hem benevens de zijne een waakendoog te houden 117 Maros houden en zoo ik iets verneem ten eersten u E: E: Agtb: zulks melden. Terwijl ik thans d' vrijheit neem met alle vereijschte agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer /:lager:/ uE: E: E: Agtb„s onderdaanige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba Jn Comp„s vesting den 7=e September A„o 1780:— Aan den aldaar in Commando leggende Luitenant der Arthillerij Christiaan Ferdinand van Alphen, Den Tanettes Prins Arou Pantjana eerstdaags op Maros zullende ko„ „mende om uit te voeren zekere hem door mijn opgedragene sekrete kommissie, zo moet uwE: denzelven ongestoort zijnsweegs laten gaan en des verzogt wordende zelfs met een onzer zendelingen assisteeren. Egter moet uwE: niet uit het dog verliesen een gepaste waakzaam, „heid om dus althoos op hoede zijnde steeds gedekt te weezen tegen listige aanslagen, die 'er zomwijlen zoude kunnen worden in het werk gesteld, zelfs door geveinsde vrienden Jk ben na groete /:onderstond:/ uw E: goede vriend, /:was geteekend:/ B=s Reijke, /in margine:/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 16=e September 1780. Aan den wel Edele Agtbaere Heer. Barend Heijke, Opperkoopman en Gezaghebber deezer Custe Celebes Wel Edele Achtbaere Heer! Jn Nakoming van uw wel Edele Achtb: aan ons gegeevene Last op den 7„e deeser, om Craeng Barombong in perzoon afte haalen en herwaarts te brengen ten eijnde zig in submissie te komen; zo hebben wij de eere uw wel Ed: Achtb: te berigten, dat wij terstond de reijse hebben Manhafte, vrome, Discreete ondernomen de Custe n„ eringe blijven oogte ier
English
undertaken in the company of Craeng Data and the former shahbandar of Goah to Malewang, in order to proceed from there to Komara, where the aforementioned Craeng Barombong resides; having arrived at the last-mentioned place, we found him, and on the 13th brought him, along with his wife, children, and other households, comprising about 500 souls, to the Honorable Company's district of Malewang. Thereupon he requested us to return again and report thereon to Your Honorable Worship, and at the same time to request that he, along with his people, may rest there for a while, both out of fatigue and to arrange his goods in order; after that has taken place, he will send his envoy to Your Honorable Worship to learn when it may please Your Honorable Worship to receive him into submission. Meanwhile, he requested us to submit to Your Honorable Worship: that he left Sankilang 16 months ago and they have never seen one another since; during that time his thoughts have always been to seek an opportunity to enter into submission with the Honorable Company, as it has now for the first time been able to take place in Your Honorable Worship's time; God the Lord has had mercy on him that Your Honorable Worship has heard his prayer, which he also received very cheerfully and with great respect, notwithstanding that he had for so long a time greatly committed that crime. He therefore prays to God that he may henceforth always and forever remain faithful to the Honorable Company, as Your Honor harbors no hatred within yourself, much less seeks to take revenge on those who have offended against it, just as experience has now taught him that there is no one else in the world who is as magnanimous as the Honorable Company, who regards their welfare in general, and therefore no envoy of others whatsoever could have any effect in his mind other than the Honorable Company alone. Herewith we hope to have strictly and punctually followed and fulfilled the honored mandate of Your Honorable Worship, 119 Makasser and so we take the liberty to subscribe ourselves with all humble respect, /:was written underneath:/ Honorable Worshipful Sir. /:lower:/ Your Honorable Worship's humble and very obedient servants /:was signed:/ F. Theunisz, and with some Makassarese characters, next to which was written, set by Carre Mangale Ismael, /:in the margin:/ Makasser the 17th of September Anno 1780. To The Honorable Worshipful Sir Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of this Coast of Celebes. Honorable Worshipful Sir! On the second day after my arrival here, being the 19th of August, everything having been handed over to me by the clerk here, Bastiaan Steijns, and having been presented to the garrison, I immediately had accompanying letters prepared for the letters given to me for the Kings of Sumbauwa, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat; and on the 20th of the past month I sent the same overland via Corporal Spits. I have already received replies to all of them, except from Pekat and Sumbauwa, the former of which probably wishes to await a reply to Your Honorable Worship's letter from the last-mentioned. Both His Highness the King of Bima and his grandees, along with the Realm of Dompo, promise to deliver a good shipload of sappanwood next year, provided that they receive a good sum in small coin and the rest in milled ducatoons or struck rupees, as they otherwise suffer too much loss on the unmilled ones, and with regard to the former, seeing no way to divide or spend the same among their subjects, who receive everything in small amounts. Upon the rumor that the King of Sumbauwa was dead, the clerk Steijns wrote to the regent Neene Ranga and asked why the grandees there, according to order and custom, gave no report of this here, and received in reply that he, Neene Ranga, as well as Kalie Bala and Dipatie, had sent a letter of notification to Macasser via the anakhoda Njeka Boekal and jurumudi Sikawang, and would not fail, as soon as a king was appointed—who would probably be Datoe Jarewe—to give proper notice thereof here; as Your Honorable Worship will be able to see, if you please, from the accompanying original native letter. Furthermore, I have learned from the Bumi, Salankarang—who is sometimes used as an envoy, had been to Sumbawa for his private affairs, and arrived here only a few days ago—that on the 31st of July last the aforementioned Datoe Jarewe occupied the king's house and took over authority. I shall not fail, after having received a reply to Your Honorable Worship's letter and the election of a new king, to urge that His Highness, according to the order given to me, comes over to Macasser to renew and swear to the contracts with the Honorable Company. At the same time, there being nothing to report from here and other realms, or having occurred, I give myself the high honor to be with the greatest submission: /:was written underneath:/ Honorable Worshipful Sir, /:lower:/ Your Honorable Worship's humble and dutiful servant /:was signed:/ J. M. Fuchrer, /:in the margin:/ Bima in the Company's fortress, the 6th of September Anno 1780. Translation of a Malay letter written by the First and Second Regents, Nene Ranga and Nene Kalij Bala, as well as the Grandee Nene Adipati, to the
Dutch transcription
ondernomen in gezelschap van Craeng Data en de geweesene sjaban„ „dhaar van goah na Malewang, om van daar vervolgens na komara te begeeven, alwaar de gemelte Craeng Barombong zig onthoud, ter laastgemelde plaatse gekomen zijnde, troffen wij hem aan, en bragten op den 13=e nevens zijn wijf, kinderen en verdere huijsge„ „zinnen, die plus minus 500. koppen uijtmaekende zijn op sE, komp„s district Malewang, zo verzogte hij ons daar na om weeder terug te keeren en rapport aan uw wel Edele Achtb: daar van te doen, teffens te verzoeken dat hij nevens de zijne aldaar een wijle mogen uijtrusten zo wel uijt vermoeijtheijd als om zijne goederen in ordre te schicken, na zulx geschied zijnde, zal hij zijne zendeling tot uw wel Edele Achtb: te zenden, om te verneemen wanneer of het uw wel Edele Agtb: behaagd, hem in submissie te recipieeren; Jntusschen verzogte hij ons om aan uw wel Edele Achtb: voor te dragen: dat hij nu 16. maanden geleeden Sankilang verlaeten heeft en zedert nooijt weeder malkanderen gezien te hebben, geduurende die tijd zijne gedagten steeds geweest, om occagie te zoeken bij d'E: komp=e in submissie te komen gelijk nu eerst bij uw wel Edele Achtb: zijn tijd heeft kunnen geschieden, god de Heere heeft meedelijden met hem dat uw wel Edele Achtb: zijn beede verhoord heeft, 't geen hij zeer blijmoedig en met veel eer„ „biedigheijd ook ontvangen, niet tegenstaande hij zedert al zo lange tijd die misdaad grootelijks begaan hadde hij bidde God dierhalven dat nu voortaan altoos en voor eeuwig d'E: komp=e getrouw te mogen blijven, wijl haar Edele geen haat in zig op„ „voed, veel min wraake zoekt te neemen over de geene die tegen haar misdaan hebben, gelijk d' ondervinding hem thans ge„ „leerd heeft, dat niemand anders in de weereld is, die zo Edelmoedig als d' E: komp=e is, die het welweesen van hun in 't algemeen be„ „tragten, en over zulx geen zendeling van andere hoegenaamd eenige uijtwerking in zijn gemoed zoude plaats kunnen heb„ „ben, dan d' E. Komp=e alleen. Hier meede hoopen wij aan het g'eerde mandament van uw wel Edele Achtb: naauw punctelijk opgevolgd en voldaan te hebben, 119 Makasser hebben, zo neemen wij de vrijheijd ons met alle nedrige eerbied t' onder„ „schrijven, /:onderstond:/ wel Edele Achtbaere Heer. /:lager:/ uw wel Edele Achtb„s onderdanige en zeer gehoorsaeme Dienaaren /:was ge„ „teekend:/ F=a Theunisz, en met eenige macassaarse Carachters, waar e bij stond geschreeven, gesteld bij Carre Mangale Jsmael, /:in mar„ „gine:/ Makasser den 17:e September A„o 1780. Barend Reijke Aan Den wel Edelen Achtbaren Heer 6 opperkoopman en gezaghebber deser Custe Celebes. Wel Edele Achtbaare Heer! Den tweeden dag naa mijn komst alhier zijnde den 19=e Aug„s, door den scriba alhier Bastiaan Steijns, mij alles overgegeven, en aan de Besettelingen voorgesteld zijnde, heb ik aanstonds geleijde brief„ „jes van de mij meede gegeevene brieven aan de Koningen van Sumbauwa, Dompo, Tambora, sangar en Pekat, doen in ge„ „reedheijd brengen; en zond deselve den 20„e der verweekene maand overland per den Corporaal spits, weg; Jk heb op alle reeds ant„ „woord ontvangen, behalven van Pekat en Sumbauwa, welke eerste denkelijk, antwoord op uwel Edele Achtb:s brief van de laastgemelde zal willen afwagten. zo wel zijn Hoogheijd de koning van Bima, als zijne Rijksgroo„ „ten, nevens het Rijk van Dompo, belooven Een goede scheepsLa„ „ding Sappanhout, aanstaande Jaar te leveren. mits dat ze een goede somma aan Paijement en de Rest aan gecartelde Ducatons o of geraande Ropias ontvangen, als anders op d' ongecartelde te veel verlies hebbende, en nu aansiening van het eerste, geen kans ziende 't zelve onder haare onderdaanen, die alles, bij kleijnigheeden ont„ „vangen te kunnen verdeelen, of uijtgeeven. Den scriba steijns heeft op het gerugt dat de koning van sum„ „bauwa zoude dood zijn, aan de Rijksbestierder Neene Ranga geschreeven geschreeven en gevraagd, waarom de Rijksgrooten aldaar volgens order en gebruijk, alhier geen narigt van gaven, en daar op ten antwoord ontvangen, dat zo wel hij Neene Ranga, als Kalie Bala en Dipatie, een brief van bekendmaking naar macas„ „ser per den Anachoda Njeka Boekal en Joeroemoedie Sika„ „wang afgesonden hadden, en niet manqueeren zouden zo dra Een koning aangesteld wierd, dat denkelijk Datoe Jarewe zoude zijn; daar van behoorlijke kennisse hier te laten geeven; zo als uwel Edele Achtb:s uijt het nevens gaande origineele Jn„ „landse brief; des believende zullen kunnen b'oogen. Naader heb ik van den somtijds als zendeling gebruijkt wor„ „dende Boemie, Salankarang die om zijne particuliere af„ „faires op sumbawa geweest, en voor eenige dagen eerst hier gekomen is, vernoomen; dat op den 31=e Julij J: L: boven gemelde Datoe Jarewe, 's konings Huijs betrokken, en het gezag overgenoomen heeft: Jk zal niet manqueeren na antwoord op uwel Edele Achtb„s brief, en de verkiesing van Een nieuwe koning ontvangen te hebben, aan te dringen, dat zijn Hoogheijd, volgens aan mij gegeevene ordre na macasser overkomt; om de Contracten met d'E: Comp=e te vernieuwen en bezweeren. Teffens van hier en andere Rijken, niets te bedeelen val„ „lende, of voorgevallen zijnde, zoo geeve ik mij de hooge Eere met de grootste submissie te zijn: /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer, /lager/ uwel Edele Achtb„s oot„ „moedige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ J„n M„s Fuchrer, /:in margine:/ Bima in 's Comp„s vesting den 6=e September A„o 1780:— Translaat Maleijsche brief ge„ „schreeven door den Eersten en tweede Rijksbestierders Nene Ranga en Nene Kalij. Bala, mitsgaders Rijksgroot Nene Adipati, aan den
English
121 Maccasser After previous compliments. Furthermore, we, Nine Ranga, Kalij Bala, and Nene Adipatij, make known to you, our brother, that the letter brought by Boemie Teijpong has safely reached our hands, and having opened and read the same, we perceived from it with great joy and pleasantness of heart that you, our brother, on the occasion of the demise of the King of Sumbauwa, have been pleased to remind us of our duty, which we also immediately made known to the Governor at Oedjong Pandang through an emissary named Ajika Boekal, by a vessel whose helmsman is named Sikawang. Regarding the succession and election of another King in place of the deceased, as soon as we have agreed among ourselves who is the most legitimate for this, we shall not fail to give notice of that as well. Having nothing as a token of life but our cordial greetings. Below was written: Written in the land of Sumbauwa on Sunday the 8th of the month of Radjab in the year after the flight of our Prophet Mahomet, named Ha Barend Reijke, To the Honorable, Respectable Senior Merchant and Commander on the Coast of Celebes together with the Council. Honorable, Respectable Gentleman and Gentlemen! It was the day before yesterday, Honorable, Respectable Gentleman and Gentlemen, that the elders of Tiro came to inform me that their King had passed away the day before, for which loss I offered them my condolences, to the Bookkeeper and Scribe Bastiaan Steijns, acting in the vacant residency there, the contents of which read as follows: and ordered to choose as soon as possible at least two of the closest and most capable princes and come here with them, and then subsequently, taking a letter for their safe conduct, proceed to Your Honors. Having been unable to refrain from communicating this to Your Honors, I otherwise take the liberty to call myself, with all due esteem and respect, Below was written: Honorable, Respectable Gentleman and Gentlemen, lower: Your Honors' humble and faithful servant, was signed: S-n Monsieur, in the margin: Boelecomba in the Company's fortress, the 17th of September 1780. Translation of a Malay letter written by the regents and grandees of the realm of Sumbauwa, Nene Ranga, Nene Kalij Bala, and Nene Adipatij, to the Honorable, Respectable Governor and Council at Makasser, the contents of which read as follows. After previous compliments. Furthermore, we, Nene Ranga, Nene Kalij Bala, and Nene Adipatij, make known to the grandees at Oedjong Pandang that we had already previously dispatched these our emissaries, Njaka Boekal and Sikawong, to communicate on our behalf that your brother, our King, on the 8th of the month of Djumadul Achier, on Sunday afternoon at 1 o'clock, departed this transient world and passed on to eternity. However, because the vessel, which had reached well into the open sea, was so battered by a violent wind and driven toward the west, they were forced to turn back, on which account we had to provide them anew with this new letter, in order to make it known through this with what trouble and damage we make this mission to you, our brother. Furthermore, 123 Bima Furthermore, we request of our brother, in case these our aforesaid emissaries should lack anything, that you please favorably help and assist them, for even if others outside the Company had any power, we can nevertheless take our refuge in none other than the Honorable Company alone, and therefore having nothing as a token of life but to pray day and night that our friendship may remain inseparable. Below was written: Written in the land of Sumbauwa, the 6th day of the month of Ramalaan in the year after the flight of our Prophet Mahometh 1194, or by our reckoning the 6th of September, Anno 1780. To the Bookkeeper Johan Mattheus Fuhzer, Provisional Resident there. Honorable, pious. Having yesterday received from the emissary Njaka Boekal from Sumbauwa a letter from the collective grandees of the realm announcing the King's death, without them making any mention of a King to be elected, I herewith provide you, under transmission of a copy of that letter, with the required knowledge for your information, with the recommendation to neglect nothing that might serve to induce them to have the newly elected King come over here as soon as feasible to swear to the contract entered into by his ancestors and the Honorable Company, and I shall answer the letter sent by them upon the return of the emissary. After greetings, I am, below was written: Your friend, was signed: B-s Reijke; in the margin: Makasser in Castle Rotterdam, the 28th of September 1780. Makasser
Dutch transcription
121 Maccasser Na voorgaande Complimenten. wijders maeken wij Nine Ranga, kalij Bala en Nene Adipatij, aan uw onsen broeder bekend dat wij de brief die door Boemie Teijpong aangebragt heeft, zeer wel ter handen zijn gekomen, mitsga„ „ders deselve g'opend, geleesen en daar uijt met veel blijdschap en aange„ „naamheijd des herten ontwaard hebbende, dat uw onsen broeder mits 't overlijden van de koning van sumbauwa ons tot onse pligt heeft gelieve indagtig te maaken, 't geen wij ook ten eersten aan den Heer Gouverneur te oedjong Pandang kennisse hebben laeten geeven, door een zendeling genaamd Ajika Boekal, per een vaartuijg wiens roerganger genaamd Sikawang. betreffende de plaatsvulling en verkiesing van een ander Koning in steede van den overleedene, zullen w' zo dra met elkanderen over een gekomen zijn, wie de wettigste daar toe is, niet ingebreeke blijven er van insgelijks kennisse te geeven. Niets hebbende tot een teeken van leeven als onse hartelijke groete. /:onderstond:/ Geschreeven op 't Land Sumbauwa op sondag den 8„e van de maand Radjab in 't Jaar na de vlugt van onsen Pro„ „pheet Mahomet, genaamd Ha Barend Reijke, Aan Den E: E: Agtbaare Heer Opperkoopman en Gezaghebber ter Custe Celebes nevens Den Raad. E: E. Agtbaare Heer en Heeren! 'T was op Eergisteren E: E: Agtb: Heer en Heeren als dat d:' oudste van Tiro mij quaamen bekent maaken, als dat daags te vooren hun lieden koning overleeden was, over welk verlies ik hun lieden heb gecondoleert den Boekhouder en scriba Bastiaan steijns, als waarneemende de vacante Residentie aldaar, luijdende dies inhoud aldus en en g'ordonneert om zoo spoedig mooglijk ten minsten twee van de naaste en bequaamste princen uijt te kiesen en daar meede alhier te koomen en dan vervolgens een brief ten haare geleide meede neemende tot uE: E: Agtb: over te gaan, niet hebbende kunnen afzijn uw E: E„ Agtb: zulks te Communiceeren, zoo neem ik voor 't overige d' vrijheit met alle verschuldigde hoogagting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer en Heeren, /:lager. /. uE: E: Agtb: onderdaanige en trouwschuldige Dienaar, /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba Jn 's Comp„s vesting den 17=e September 1780. Translaat Maleijsche brief geschreeven door de Rijksbestierders en Rijksgroot te sumbauwa Nene Ranga Nene kalij Bala en Nene Adipatij, aan de wel Edele Achtbaare Heer Gouverneur en Raad te Makasser, welker inhoud luijdende, aldus. Na voorgaande Complimenten Wijders maeken wij Nene Ranga, Nene kalij Bala in Nene Adi„ „patij, aande grooten te oedjong Pandang bekend, dat wij bereeds vroeger deeze onze zendelingen Njaka Boekal en Sikawong had„ „den afgevaardigt, om de Communicatie te doen onzentwegen, dat uwen Broeder onzen koning op den 8=e van de maand Dju„ „madul Achier op sondag des agtermiddag ten 1. uur, deeze ver„ „ganckelijke weereld verlaeten heeft en na de eeuwigheijd is over„ „gegaan, dog dewijl 't vaarthuijg, dat genoegsaam tot in de diepte der zee gekomen was, zodanig door een geweldigen wind geslagen en na de westkant gedreeven wierd, zijn z: genood„ „zaakt geweest om zig terug te keeren, weshalven wij haar lie„ „den weeder met deeze nieuwe brief moesten laeten voorzien, ten eijnde hier uijt te doen ontwaeren met wat moeijte en schaede wij deeze bezending aan uw onsen Broeder doen. voorts 123 Bima voorts verzoeken w' aan onsen Broeder, bij aldien deeze onze ge„ „melde zendelingen iets mogten mancqueeren, haarlieder gun„ „stiglijk gelieven te helpen en bij te staan want schoon 'er an„ „deren buijten de Comp=e eenig vermogen hadden zo kunnen wij onse toevlugt egter tot niemand anders dan tot d'E: Comp=e alleen neemen en dierhalven niets tot een teeken van leeven hebbende, als dag en nagt te bidden dat onse vriendschap onafscheijdelijk moge blijven. /:onderstond:/ Geschreeven op 't Land Sumbauwa, den 6=e dag van de maand Ramalaan in 't Jaar na de vlugt van onsen Propheet Mahometh 1194. of bij ons den 6:' september Anno 1780. - Aan den Boekhouder Johan Mattheus Fuhzer, Provisioneel Resident aldaar. Eersame, vroome. Op gisteren per de sendeling Njaka Boekal van Sumbauwa, ontfangen hebbende een brief van de gezamentlijke Rijks„ „grooten ter bedeeling van 's konings overleiden, zonder dat zij eenig gewag maeken van een te verkiezene koning. zo geeve ik UE: onder oversending van een Copia van die brief daar van bij den tot desselfs narigt de vereijschte kennis met recomman„ „datie van niets te verzuijmen wat maar dienen kan om de„ „zelve daar toe te brengen dat zij de nieuwe verkooren koning tot het bezweeren van het met zijn voorzaten en d' Ed=e Komp=e aangegaene kontract, zo dra doenlijk herwaarts doen over„ „komen, zullende jk de door haar gezondene brief bij terug „kering vanden sendeling b'andwoorden Jk ben na groete /:onderstond:/ UE: vriend, /:was geteekend:/ B=s Reijke; /:in margine:/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 28=e September 1780. - Makasser
English
124: Maccasser To the Right Honourable and Respected Lord Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of the Coast of Celebes etc. etc. Right Honourable and Respected Lord! Referring to my previous letter of the 7th of this month, I now take the liberty to inform Your Right Honour that finally, yesterday, the three spies sent out by me returned, bringing the news that in the negorij Bonto zowe there was still residing Craeng Bonto Lancques, with a force of 20 heads; in the negorij Thasese, Batara goach, with an estimated force of 200 heads; and in the Parigie, Arou Mampou, Craing Candjilo, together with his son Craeng Sapanang, with an estimated force of 150 heads. Furthermore, the said spies reported, Right Honourable and Respected Lord, that everything there was in a very poor state, and that some were still trying to get away, as they were fearful of looting and stealing. I imagine, Right Honourable and Respected Lord, that if a head of the Makassarese were to come forward again, matters here might soon turn for the best. It seems, Right Honourable and Respected Lord, that the Bonians are pleased to see it remain as it is now; at least, I do not notice that any of them takes it to heart to bring an end to the matter. Jennang Boelecomba, Right Honourable and Respected Lord, who, as I wrote to Your Right Honour in my letter of 14 August of last year, departed on 9 August to the King of Bonij, has not yet returned to date; however, I look forward daily to his arrival as well as to an answer to my letter of 9 August written to that prince. As soon as I 125 receive an answer or learn one thing or another, I shall not fail to communicate this to Your Right Honour immediately: while I now take the liberty to call myself with all requisite esteem and respect. Below stood: Right Honourable and Respected Lord. Lower: Your Right Honour's humble and duty-bound servant. Was signed: S. Monsieur. In the margin: Boelecomba, in the Company's fortress, 26 September, Anno 1780. Barend Reijke, To the Right Honourable and Respected Lord, Senior Merchant and Commander of this Coast of Celebes etc. etc. Makasser I take the humble liberty to report most respectfully to Your Right Honour that, having arrived before Sandrabonij on the 23rd of this month, I wished at once to present myself to the king, not only to urge him to satisfy the outstanding national debts, but also to receive the annual tribute of two slaves imposed upon him; however, he had already departed for Thaing to be with his wife two days before my arrival. Thereupon I sent word to his mother, and had her informed that she might send someone to the king to make known my arrival and the reason for it. Meanwhile, turning the prow toward the river of Takalara, the Makassarese prince Craeng Mamampang came to me there. He expressed his sincere regret over his affiliation with the Company's enemies, as well as that he was exceedingly glad that the Honourable Company was willing to accept them back in submission. I provisionally assured him of the mercy of the Honourable Company, provided that his conduct in the future corresponded with his words. Furthermore, he said that two or three days after the end of the fasting Right Honourable and Respected Lord! month, he would appear before Your Right Honour to submit himself and plead for pardon, requesting that he might leave his wife and children at the negorij Sampoelongang until further orders from Your Right Honour. Having nothing further to report to Your Right Honour other than that everything here is in peace and quiet, I have the honour to conclude this and to sign myself with the greatest respect and high esteem. Below stood: Right Honourable and Respected Lord! Lower: Your Right Honour's humble and duty-bound servant. Was signed: G. Brugman. In the margin: TopeJawa, 27 September, Anno 1780. To the Right Honourable and Respected Lord Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of this Coast of Celebes. Right Honourable and Respected Lord! As the lieutenant of the Madurese garrisoned here is departing alongside this to go receive the pay for the said Company, I cannot fail to inform Your Right Honour of this, and at the same time to report that Prince Arou Pantjana arrived here yesterday afternoon with a large suite of praus and people, and now has his residence at a house here in the negorij Sorijeerang. His Highness, however, has to date let me know nothing of his arrival; but I have learned privately that he has already dispatched a large portion of his men via Baddo and Sodiang toward the mountains; for what reason is unknown to me, though I do not doubt it will be according to Your Right Honour's orders. For the rest, everything here is still in good order, and I know of no further particular news worthy of Your Right Honour's reflection to report; thus I take the honour herewith to sign with humble respect. Below stood: Right Honourable and Respected Lord. Lower: Your Right Honour's
Dutch transcription
124: Maccasser Aan Den E: E: Agtbaaren Heer Barend Reijke, opperkoopman en gezaghebber der Custe Celebes W: W: E: E: Agtbaare Heer! Mij aan mijne voorige van den 7=e deser refereerende, zoo neem ik thans d' vrijheid U. E: E: Agtb: te Communiceeren als dat einde„ „lijk op gister d' drie door mij uijtgezondene spions te rug quaamen tijding brengende als dat op de negorij Bonto zowe zig nog op hield Craeng Bonto Lancques sterk 20. Coppen, op de negorij Thasese Batara goach sterk na gissing 200. Coppen en in de Parigie Arou Mampou, Craing Candjilo, benevens desselfs zoon Craeng Sapanang sterk na gissing 150. Coppen. verders verhaalden gem: spions E: E: Agtb: Heer als dat alles daar zeer armoedig was en dat 'er nog sommige zogten weg te komen dewijl zij voor plunderen en steelen bevreest waaren. K verbeeld mij E: E: Agtb: heer dat zoo 'er weederom een hoofd der macassaaren mogt koomen dat de zaaken spoedig alhier ten besten zullen kunnen keeren. 't Schijnt E: E: Agtb: Heer dat de Boniers 't gaarn zoo als thans zien ten minsten ik merk niet dat 'er een van hunlieden is die 't ter herte neemt om een einde van de zaak te maaken Jennang Boelecomba E: E: Agtb: Heer die zoo als ik u E: E: Agtb: bij briev van den 14:e Aug„s J=o L: geschreeven heb, is den 9=e Aug„s na den koning van Bonij vertrok„ „ken dezelve is tot heeden nog niet te rug gekoomen, dog ik zie deselve dagelijks zo wel te gemoet als antwoord op mijn brief van den 9=e Aug=s aan die vorst geschreeven zoo dra e ik 125 ik antwoord krijg of 't een of 't ander verneem zal ik niet in„ „gebreeken blijven om UE: E: Agtb: zulks ten eersten te Com„ „municeeren: Terwijl ik thans d' vrijheit neem met alle ver„ „eijschte agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer /:lager:/ uE: E: E: Agtb: onderdaanige en trouw schuldige dienaar /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine./ Boelecomba Jn 's Comp„s vesting den 26=e Sep„ „tember A„o 1780. Barend Reijke, Aan den E: E: Agtbaaren Heer Opperkoopman en Gezaghebber deeser Kuste Celebes N: &. Makasser Neeme de needrige vrijheijd uw E: E: Achtbaaren op 't Eerbiedigst te berigten, dat ik op den 23„e deeser voor sandrabonij g'arriveert zijnde, mij ten eersten heb willen bij den koning vervoegen, om denselven niet alleen t' instringeeren tot voldoening der nog ag„ „terstallige Lands schulden, maar ook, om de hem opgelegde Jaar„ „lijkse tribut van twee slaeven t' ontvangen: dog was den„ „selven reeds twee dagen voor mijne komst na Thaing bij zijn vrouw vertrokken. Daar op heb ik bij zijn Moeder gezon„ „den, en haar laten zeggen, dat ze ijmand bij den koning mogte senden, om mijne komst, ende reeden daar van bekend te maken. Jntusschen de steeven na de Rivier van Takalara wendende„ is aldaar de Makassaarse prins Craeng Mamampang bij mij gekomen. Dezelve betuijgde zijn opregt leedweesen over zijne aankleeving aan 's komp„s vijanden, als ook dat hij ten hoogsten verblijd was, dat d'E: Komp=e hun weerom in submissie wilde accepteeren. Jk verzeekerde hem bij provisie van de genade van d' E: komp=e indien zijn gedrag in 't toeko„ „mende met zijne woorden over Een kwamen. voorts zegde hij, zoude hij twee a drie dagen na het Eijndigen van de vasten E: E: Achtbaare Heer! maand maand bij uw E: E. Achtb: verscheijnen, om sig te submitteeren en pardon te smeeken. verzoekende dat hij zijne vrouw en kin„ „deren op de negorij sampoelongang mogte laten tot nader ordres van uw E: E: Achtbaarens. Niets meer hebbende, om uw E. E. Achtbaaren te berigten als dat hier alles in rust en vreede is, so hebbe d' Eer deese te besluijten en mij met de meeste eerbied in hoog agting te teekenen. /:onderstond:/ E: E: Achtbaare Heer ! /:lager:/ uw E: E. Achtb=s ootmoedig en trouwschuldige dienaar /:was geteekend:/ G=t Brugman. /:in margine:/ TopeJawa den 27:' September A„o 1780. — Aan Den wel Edelen Agtbaren Heer Barend Reijke, E opperkoopman en gezaghebber deeser Custe Celebes. Wel Edelen Agtbaren Heer! Hier nievens vertreckende den luijtenant der alhier ter besetting leggende Madureesen om de gagie voor gemelde Comp:e te gaan ontfangen, soo kan niet manqueeren uw wel Ed: Agtb: hier van kennisse te geeven, en teffens te berigten dat den Prins Arou Pantjana op gisteren na mid„ „dag met een groote suite van prauwen en volk alhier is aange„ „komen, en heeft sijn verblijf tans op een huijs alhier in de ne„ „gorij Sorijeerang, sijn Hoogheijd heeft mij Egter tot dato van desselfs arrivement nog niets laten weeten, dog hebbe onderhands vernomen dat hij bereeds een groot gedeelte van sijn volk over Baddo en sodiang na de gebergtens heeft afgesonden; om welker oorzaak is mij niet bewust, dog twijffele niet of sal volgens uw wel Edele Agtb: ordres weesen overigens bevind sig alhier nog alles in goede ordre en weete wijders geen particuliere nieuws uw wel Ed: Agtb: reflectie waardig te berigten, soo neeme hier meede de Eere met oodmoedig respect te onderteekenen. /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaaren Heer /:lager:/ uw wel Edelen Agtbarens
English
117 Maros Honorable, humble, and obedient servant was signed P: F: van Alphen, in the margin Maros the first of October 1780. To the Lieutenant of Artillery stationed there in command, Christiaan Ferdinand van Alphen, Valiant, pious, discreet! Having received your letter of the 1st of October and considering what was imparted therein regarding Arou Pantjana to be communicated, you must meanwhile, without fail, have eight to ten horses held in readiness by the interpreter Israel for that Prince, in the event that he might come to you with a request for them, while after greetings I remain at the bottom Your good friend, was signed B:s Reijke, in the margin Makassar in Castle Rotterdam the 2nd of October 1780. Translation of a Bugis letter written by the King of Bonij to the Honorable and Respected Gentleman, Senior Merchant and Governor of this Coast of Celebes, Barend Reijke, the contents of which read as follows. After the usual compliments. Furthermore, I inform you, my brother, that I duly received your letter brought by Daeng Mandjarekie, and understood from its contents that since you, my brother, received news from the Resident of Bonthain that the Honorable Company's ship is stranded and in great danger on Limpoga, and requested my help for it, we declare to have been very alarmed by this, and have therefore immediately dispatched Daeng Mandjarekie thither, in company with my emissary Makassar. emissary Soeroe Laoedoe, in order to inquire there into the true and exact condition of that unfortunate vessel, and at the same time to issue orders to my subjects residing in that vicinity that, if the ship cannot yet be refloated, they are to provide all possible assistance toward the preservation of that Honorable Company's hull; but in case they should not be capable of carrying this out, they must at once come to report to me, whereupon I shall send the Tomilalang or the Madanrang thither. Such is the order I gave to Daeng Mandjarekie and Soeroe Laoedoe, in which the first-named was likewise instructed that, if matters should succeed according to wish, he should then return directly to Makassar, as I am informed that there is a better and easier passage from there than from here thither. at the bottom Written in the castle of Bonij the 18th of September 1780. Barend Reijke, To the Right Honorable Gentleman, Governor of the Coast of Celebes, etc. Right Honorable Sir! Since my last humble letter of the 6th of September, having received no answer either from Pekat, from where the letters were sent to Sumbauwa, nor from the aforementioned place, I again sent a soldier overland a few days ago to inquire what the reasons might be that my letters remained unanswered for so long, and also why the King of Pekat did not send the usual laborers. On the evening of the 18th, I received word that for two or three days already, two large vessels, presumed to be Ceramers, were tacking between Patoepa and Goenong Apij. That same night, I immediately sent Boemie Salankarang, accompanied 129 Boelecomba. by my people, whom I provided with firearms, out to sea to investigate the truth of the matter; they returned after three days with the news of having seen nothing but two buffalo proas from Galissong and Sandrabonij. Meanwhile, on the 25th of this month, I learned from the priest Haja Mohammoe, coming from Sumbawa, that those same two vessels were lying at anchor off the village of Katoepa, belonging to the district of Tambora. Immediately thereupon, I had that King requested to try to capture those sea rovers and send them over, but they had departed shortly before. Through the same guru I received word that Datoe Jerewee, on the 3rd of the fasting month, was chosen and consecrated as King, or as the natives here express it, washed, and that the King had already sent emissaries on the 13th of September, named Makal Sammade, Njaka Boekal, alongside the helmsman Sikawang, to Makassar to make his appointment known and to request approval; however, they have not been here to give notice of anything or to take out a pass. Awaiting Your Right Honorable's highly esteemed orders in this regard, I remain with the deepest respect. at the bottom Right Honorable Sir: lower Your Right Honorable's obedient and dutiful servant was signed Jn M:s Fuhrer, in the margin Bima the 27th of September Anno 1780. To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there Honorable, pious, discreet! The defecting to the Honorable Company of Crain Barombong with a retinue of fully 500 persons, and the presumed hope that Crain Candjilo will follow in his footsteps, might possibly cause the rebel Sankilang to resolve to seek his salvation in flight, whether further into the mountains or otherwise where he
Dutch transcription
117 Maros Agtbarens ootmoedigen en onderdanigen Dienaar /:was getee„ „kend. / P: F: van Alphen, /:in margine:/ Maros den Eersten october 1780. Aan den aldaar in Commando leggende Luitenant der Arthillerij Christiaan Ferdinand van Alphen, Manhafte, vrome, Discreete! uw E. brief van den 1:e october ontfangen hebbende en voor gecom„ „municeert houdende het daar bij bedeelde met opzigt tot Arou Pan„ „tjana zo dient dat uw E: intusschen zonder eenig manquement agt â thien stuks paarden door den tolk Jsrael moet doen ingereedheid houden voor dien Prins of het gebeuren mogte dat hij daaromme bij uwE. mogte kwam verzoek te doen, Terwijl ik na groete blijve /:onderstond:/ UE: goede vriend, /:was geteekend:/ B:s Reijke, /:in mar„ „gine:/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 2=e october 1780. Translaat Bougineesche Brief ge„ „schreeven door den Koning van Bonij, aan den E: E: Achtbaere Heer opperkoopman en gezaghebber deezer Custe Celebes Ba„ „rend Reijke, welker inhoud luijdende aldus. Na gewoone Complimenten. wijders maake ik aan uw mijnen broeder bekend dat ik uwen brief, die door daeng Mandjarekie aangebragt is, zeer wel ontfangen en uijt dies inhoud verstaan hebbe, dat vermits uw mijn broeder de tijding gekreegen had van den Resident van Bonthain dat 't 's E: komp„s schip vastzit en in groot gevaar leijd op Limpoga, en mij daar toe om hulpe versogt heeft, betuijgen wij 'er over zeer verschrikt te zijn geweest, en hebbe dierhalven terstond Daeng Mandjarekie naderwaarts gedepecheert in gezelschap van mijne zendeling Maccasser. zendeling soeroe Laoedoe, ten eijnde aldaar te informeeren na de waere en regte toestand van dien ongelukkige bodem en te ge„ „lijk ordre laeten stellen aan mijne onderdaanen die daar om„ „streeks leggende, wanneer 't schip nog niet vlot kunnen raeken, alle mogelijke adjude toe te brengen tot behoud van dien 'sE: komp„s kiel, dog zo bij aldien zij niet instaat mogte zijn om zulx ter uijtvoer te brengen, als dan moeten ze ten eersten mij rap„ „pert komen doen, wanneer ik de Tomilalang of de Madanrang 'er natoe zal zenden, zodanig is de ordre die ik aan Daeng Man„ „djarekie en soeroe Laoedoe gegeeven hebbe, waar bij aan de Eerst- „gemelde teffens belast om wanneer 't na wensch gereusseert mag„ „te worden, dat hij dan direct na Makasser maar zoude moeten retourneeren, terwijl ik onderrigt ben, dat vandaar beter en gemakkelijke passagie hebbende, dan van hier na derwaarts. /:onderstond:/ Geschreeven in 't kasteel van Bonij den 18=e Sep„ „tember 1780. Barend Reijke, Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Gezaghebber ter Custe Celebes &: W. zedert mijn laatste nedrige van den 6„e september zoo min van Pekat, waar van daan de brieven naar Sumbauwa verzonden zijn, als van evengemelde plaats nog geen antwoord ontvan„ „gen hebbende, zoo hebbe ik voor eenige dagen weeder een zol„ „daat over de wal gezonden, om te verneemen, wat de reeden mogten zijn, dat mijne missivens zoo lange onbeantwoord bleeven, en ook waarom de koning van Pekat 't gewoonlijke werks- „volk niet zond. Den 18=e 's avonds kreeg ik tijding, dat reets zedert drie of twee dagen, twee groote vaartuijgen, en naar gissing Ceram„ „mers, tusschen Patoepa en Goenong Apij laveerden. Jk zond dezelve nagt aanstonds Boemie Salankarang, verzeld wel Edele Agtbaare Heer! van 129 Boelecomba. van mijn volk, die ik met geweeren voorzag, na buijten, om na de waarheid te verneemen, dewelke na drie dagen weder terug komen, met de tijding niets als twee buffels praauwen van galissong en sandrabonij gezien te hebben. Jntusschen heb ik den 25=e deezer maand door den priester Haja mohammoe van sumbawa komende vernomen, dat dezelfde twee vaartuijgen, voor de Negorij Katoepa, behoorende onder 't district van Tambora, voor anker lagen. Jk liet zoo aanstonds daar op die koning ver„ „zoeken, die zee schuijmers te zien magtig te worden en ze op te zenden, maar ze waaren kort van te vooren vertrocken. Door dezelfde goeroe kreeg ik tijding, dat Datoe Jerewee, den 3=e van 't vasten maand tot koning verkooren en ingeweijd, of zoo als d' Jnlanders hier zig uitdrukken, gewassen is, en dat de Koning reets den 13:e 7ber: afgezanten gen=t makal Sammade, Njaka Boekal nevens den Joeroemoedie sikawang na macasser gezonden heeft; om zijn aanstelling bekend te maa„ „ken en approbatie te verzoeken, dog hier zijn ze niet geweest, om kennis van iets te geeven of een pas te neemen. Jk verblijve, na afwagting van uwel Ed: Agtb„s hoog g'eerde ordre hier op, met de diepste agting. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer: /:lager:/ uwel Edele Agtb: gehoorsaame en trouwschuldige dienaar /:was geteekend:/ Jn M=s Fuhrer, /:in margine:/ Bima den 27=e September A„o 1780. — Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur Resident aldaar De overkomst tot d' Ed: komp=e van Crain Barombong met een gevolg van wel 500. perzonen, en de presumtive hoope dat Crain Candjilo zijn voetstappen zal volgen, zoude mogelijk den Rebel sankilang doen resolveeren om zijn hul in de vlugt te zoeken het zij verder de gebergtens in dan wel andersints waar Eersame, vroome, Discreete! hij
English
he will be able to consider himself safe. It will therefore be Your Honour's duty to keep as much watch against this as possible and to encourage everyone by the stipulated reward to gain control of him, while Your Honour may assure all those who are of his following of a free pardon in case they quickly cross over here in submission to Your Honour. I hope that Your Honour will comply with this with all vigilance and diligence, while after greetings, I remain. Was undersigned: Your Honour's good friend; was signed: Bs. Reijke, in the margin: Makasser in Fort Rotterdam the 10th of October Anno 1780. This letter is written out of pure respect and affection by the Senior Merchant and Administrator of Makasser, Barend Reijke, to the Regents and Grandees of the realm in Sumbauwa, Nene Ranga, Nene Kalij Bala, and Nene Adipatij, with heartfelt wishes for all salvation and blessing on this Earth. Furthermore, I make known to you that I have received from the hands of the envoy Njaka Boekal your letter of the 6th of September 1780, and from it learned with regret of the passing of my brother, the King of Sumbauwa. And since I have learned here by rumor that the Datou Djerewe would again be appointed to this high dignity, I do not doubt that you, as well as the newly chosen king, following the contracts and ancient customs, will give proper notice to the Honourable Company here, as well as to the Resident residing on Bima on the Company's behalf, and will urge the prince to come hither to swear to the contracts, and thus to maintain the friendship between the Honourable Company and the Kingdom of Sumbauwa. Upon your request and out of affection for the Kingdom of Sumbauw, I have shown the aforementioned envoy Njaka Boekal all possible friendship, so that he has also been exempted from the payment of toll for the goods brought by him. Was undersigned: Written in Fort Rotterdam the 11th of October 1780. This letter is written out of pure high esteem and good affection by the Senior Merchant and Administrator of Makasser, Barend Reijke, to the Datou of Soping Mappa, with heartfelt wishes for all salvation, blessing, and prosperity, together with a long life on this Earth. Of the passing of the Honourable Governor van der Voort, and my provisional accession to the governance over this Coast of Celebes, I have given Your Highness notice according to our custom, in the confidence that Your Highness, following this, would not fail to likewise make the proper communication of the King's accession to the Throne in fulfillment of your duty and ancient custom, which has been postponed until now. But since this has been waited for in vain up to this day, and such has always been the duty of Soping if one wishes the Honourable Company to recognize him as a lawful king and on its part sacredly maintain the existing alliance, I hereby admonish Your Highness to comply with this as soon as possible, in order to maintain the mutual friendship between the Honourable Company and the Kingdom of Soping, to which I wish to contribute my part from the heart. Was undersigned: Written at Makasser in Fort Rotterdam the 12th of October Anno 1780. To Having been handed by Your Right Honourable the report of the Ambon Fleet Master Is. Hogerscheid, in order to state in accordance therewith in what manner one can sail from here at all times of the year to the three eastern governments of Ambon, Banda, and Ternaten, with the pantjallangs available here or the paduwakkangs known and most in use here, which latter would still have the preference over the former in the east monsoon for making a beat to windward, the following serves most respectfully for, or with regard to, the voyage from here to Ambon in the west monsoon. That, having left this roadstead, one should set the course along this coast and through Tannakeeke, and so along the south coast of Celebes to and through the Boeserons or the narrows between Celebes and Saleijer, and further to the Strait of Bouton or around to the south of it; if it is in any way practicable, and as one deems advisable, taking good care that one does not run so far north as to suffer any damage from the reef of the Cobeijne, and then set the course to the island of Boero, around to the north or to the west, as one finds suitable anchor ground there, and around that time ordinarily meets with a good wind in order to be able to sail into the Bay of Amboina. In the time of the east monsoon: Having left this roadstead, one must set the course between the shore and through the corner of Tannakeeke, and subsequently haul up so high as to reach the bight of Toratte, from where one can then cross over with tranquility to get above the Posteljoens Islands, and then subsequently close-hauled Right Honourable Sir To the Right Honourable Sir Barend Reijke, Senior Merchant and Administrator of this Coast of Celebes. over,
Dutch transcription
hij zig veilig zal kunnen agten. Het zal dienthalven uwE: plig„ zijn om daar tegen zo veel mogelijk te doen waken en een ieder door de bepaalde praemie te animeeren om hem magtig te worden, terwijl uw E: alle die van zijn aanhang zijn een vrij pardon kunt verzee„ „keren bij aldien zij spoedig na herwaarts in submissie tot VE: kom overkomen. Jk wil hopen dat uw E: hier aan met alle vigilan „tie en vlijt zal voldoen, terwijl jk na groete ben. /:onderstond:) uE: goede vriend; /:was geteekend:/ B„s Reijke, /:in margine:/ Makasser in 't kasteel Rotterdam den 10=e october A„o 1780. — Deezen Brief word uijt een Zuijvere agting en genegentheid geschreeven door den opperkoopman en gezaghebber van Makasser Barend Reijke, aan de Rijks„ „bestierders en Rijksgroot te sumbauwa Nene Ranga, Nene Kalij Bala en Nene Adipatij, onder hart grondige toewensching van alle heijl en zegen op deeze Aarde. wijders maake ik uw bekend als dat ijk uijt handen van den zendeling Njaka Boekal ontfangen heb uw brief van den 6=e September 1780 en daar uijt met leedweesen vernomen het overlijden van mijn broeder den koning van Sumbauwa En nadien jk alhier per gerugte vernomen heb dat tot deese hooge waardigheijd weeder zoude benoemt worden den Datou Djerewe zo twijffele ik niet of uw zal zo wel als den nieuw verkooren ko„ „ning in navolging der kontracten en oude gebruijkelijkheden„ d' Ed: komp:e alhier, ook den op Bima 's Komp„s wegen leggen „de Resident de behoorlijke kennisse geeven en den vorst aan„ „spooren tot zijn komst na herwaarts om de kontracten te be„ „eedigen, en alzo t' onderhouden de vriendschap tusschen d'E: komp„e en het Rijk van sumbauwa. op uwe versoek en uijtgenegentheijd voor 't Rijk van sumbauw heb jk den voornoemde zendeling Njaka Boekal alle mogelijke vriendschap 131 vriendschap beweezen Jnvoegen den zelven ook vrij gelaten is van de betaeling van Thol voor zijne aangebragte goederen /:onderstond:/ Geschreeven in het kasteel Rotterdam den 11=e Octo„ „ber 1780. Deezen Brief word uijt een zuijvere hoog agting en wel genegentheijd geschreeven door den opperkoopman en gezaghebber van Makasser, Barend Reijke, aan den Datou van soping Mappa, onder hart grondige toewensching van alle heijl, zegen en voor„ „spoed, mitsgaders een lang leeven op deese aarde van het overleiden van den Achtbaeren Heer Gouverneur van der voort, en mijne Provisioneele optreeding in het Bestier over deeze kuste Celebes, heb jk uw Hoogheijd na den gebruijke bij ons ken „nisse doen geeven, in vertrouwen dat uw Hoogheijd in navolging van dien niet zoude ingebreeken blijve om insgelijks in nako„ „ming van desselfs pligt en al oude gewoonte de behoorlijke Com„ „municatie van 's konings komst tot den Throon te doen, het geene tot dus lange is uijtgesteld geworden. Dan nadien daar op tot heeden toe te vergeefs gewagt is en zulks altoos de pligt van soping is geweest wil men dat d' Ed=e Komp=e denzelven voor een wettig koning erkennen en van de haeren kant het subsis„ „teerende verbond heilig onderhouden zal, zo vermaane Jk bij dee„ „zen uw Hoogheijd om daar aan zo dra mogelijk te voldoen ten N5 einde alze te doen blijven stand houden d' onderlinge vriendschap tusschen d'Ed: komp=e en het Rijk van soping, waar toe jk van herten het mijne wil Contribueeren. /:onderstond:/ geschreeven te Makasser in het kasteel Rotter„ „dam den 12=' october A„o 1780. — Aan Mijn door uwel Edelen Agtbaaren ter hand gesteld zijnde het Berigt van den Ambons Equipagie op zigter I=s Hogerscheid, om in navolging van dien op te geven op wat wijse men van hier in allen tijden van het Jaar na de drie oostersche gouvernementen Ambon, Banda en Ternaten varen kan, met de hier aanhanden zijnde Pantjal„ „langs dan wel de hier bekende en meest in gebruijk zijnde Paduw ac„ „kangs welke laeste nog de preferentie boven de eerste in de oostmousson tot het doen van een ophaal togt zoude hebben, zo diend eerbiedigst voor, of met opzigt tot de reijse van hier na Ambon in de west„ „mousson. Dat men na deese rheede verlaaten hebbende de Cours diend te stel„ „len langs deese Custe en Tannakeeke door, en zo langs de zuijd Custe van Celebes na, en door de Boeserons of de Engten tusschen Celebes en Saleijer, En wijders na de straat Bouton of bezuijden dezelve om; soo het eensints doenlijk zij, en na men het raadsaam vindt, wel toesiende dat men soo Noordelijk niet en loopt als dat eenige schaade van 't rif van de Cobeijne komt te leijden, en alsoo dan de Cours stellen na 't Eijlandt Boero, benoorden of bewesten om, alsoo men daar bequaame anker grond vint, en tegens die tijd ordi„ „nair een goede windt komt aan te treffen om alsoo de Baaij van Amboina te kunnen bezeijlen. In den tijd van de Oostmoussen Deese rheede verlaaten hebbende moet men de Cours stellen tus„ „schen de wall in de hoek van Tannakeeke door, en vervolgens zoo hoog ophaalen tot de bogt van Toratte van waar van daan men dan met gerustheijdt kan oversteeken om de Posteljoens Eij„ „landen te booven te koomen, en dan vervolgens maar bij de windt E. E. Agtbaaren Heer Aan Den E: E: Agtbaaren Heer Barend Reijke, opperkoopman en gezaghebber deeser Custe Celebes. over,
English
133 over, in order to make Bima, continuing along the north side of the islands of Floris, Panter, Lombelle and Ombo, and striving to gain as much easting as is feasible, so as to pass with the southeast winds that blow there at that time either above or east of Boero, in order to thus proceed through the said fairway to reach the Malonko or Ternaten. But if the wind should not allow passing to the east of Boero, one must round it to the west and attempt, as stated, to make the voyage to Ternaten through the said fairway in order to enter the passage of Amboina, trusting that the currents will then assist in getting above Boero, with no doubt that one will be able to reach the island of Boero in this manner. Having reached Boero, one must endeavor to steer along it, keeping the north side as the best, towards Maniepa and rounding to the north of it, and thus seek to pass between the island of Kieling, and furthermore sail up Manelok's west side, when the passage of Amboina is easily gained, and then consequently continue the voyage under God's blessing. From here to Banda in the west monsoon. Having left this roadstead, one must set the course between the coast of Celebes and the point of Tannakeeke, then sailing along the south coast towards or through the Boesseroens, the strait of Celebes and Saleijer, to the front of the strait of Boutong, which one must not pass through except out of necessity if wind and weather permit, taking good care not to run too far north so as to suffer no damage on the reef of the Cobeijnen. Having passed Boutong's strait or Boelong, one must set the course towards Boero in order to run around it to the west or to the north, as there is suitable anchorage there, and by the time one arrives there, good wind will also be encountered, having drifted near the Bandanese islands to run south of Poeleron, so as not to be carried towards the coast of Ceram by the strong currents that run to the north, and thus be deprived of Banda. Arriving from above the Celebes. islands, between the mainland and the Goenoeng Apie, drop down past Lonter towards Neira to anchor before the castle Nassouw. In the time of the east monsoon. Having left this roadstead, one must set the course between this coast and the point of Tannakeeke, in order to beat up along this coast to the bay of Toratte, where one can cross over in the evening with the land breeze to get above the Postelpens Islands and subsequently tack close-hauled to reach the land of Bima, sailing further along the north side of the islands Floris or Panter, Tonbella, Omba, and as much east as is feasible, not leaving the islands or departing from the shore until one has obtained the desired east winds and until one has Perammatta or Dammer past or alongside. Having obtained that, Banda lies N.E. by N. or N.E. away, which can then be comfortably reached with an E.S.E. wind blowing through here in the east monsoon. From Maccasser to Ternaten in the west monsoon. Having left this roadstead, one must set the course between this shore and the island Tannakeeke, and subsequently maintain course along this coast and through the Boeserons or the strait of this coast and Saleijer, and then steer towards the strait of Boutong. Having passed its strait, one must head for the island of Boero. The island of Boero having been reached, one sets the course around its west, then bearing N.N.E. towards the strait of Baltjan, which is recognizable by the high mountain on the south point of Battjan called Labou, by which one must enter, leaving it on the starboard side, and sail past this mountain towards the N.N.E. and further N.E. and E.N.E., where one brings the little fort Barnefeld into sight, and towards which one then simply runs straight on in order to come to anchor there and deliver the received orders. In the east monsoon to Ternaten. Having left the Maccassar roadstead, one must set the course
Dutch transcription
133 over, om alsoo Bima te bezeijlen, voorts langs de Noordzijke der Eij„ „landen Floris, Panter lombelle en ombo, en soo veel oost tragten te kreijgen, als doendelijk is, om dan met de zuijd ooste winden, die daar in de tijd waijen booven of beoosten Boero te passeeren ten eijnde soo voorts door 't gemelde vaarwater de Malonko of Terna„ „ten te bekoomen, dog so de wind niet mogten toeboegen beoosten Boero te passeeren moet men bewesten het selve omloopen en zien als gezegt door 't gem: vaarwater de reijs na Terna„ „ten, te winnen om 't gat van Amboina te bezeijlen in dat vertrouwen dat de stroomen als dan behulpsaam zullen zijn om booven Boero te koomen twijffelende niet of men zal zo doende 't Eijland Boero kunnen bereijken, Boero gekreegen hebbende moet men tragten om daar langs heen /:de noord zijde als de beste zijnde houdende :/ Maniepa te besteeven en benoorden 't zelve om te loopen en zo tusschen 't Eijland Kie„ „ling, zien door te koomen en wijders Maneloks west zeijde op te zeijlen wanneer 't gat van Amboina gemakkelijk te kreij„ „gen is en dan volgens ook de reijse onder godes zeegen E Hier van daan na Banda in de west Mousson. Deese rheede verlaaten hebben moet men de Coers stellen tusschen de Cust van Celebes en de hoek van Tannakeeke door, zeij„ „lende dan voorst langs de zuijd kust na of door de Boesse„ „roens de Engte van Celebes en saleijer door tot voor straat Boutong, die men niet als bij Noodzakelijkheijdt moet door passeeren soo windt en weer sulks toelaat, wel toesiende dat men niet te noordelijk en loopt om geen schaade te leijden op 't riff van de Cobeijnen, Boetongs Engte of wel Boelong gepasseert moet men de Coers stellen op Boero aan om aldaar bewesten of benoorden heen te loopen alsoo daar een bequaame anker grond is en tegen men daar komt ook goede windt aantreft verdaegt zijnde als omtrent de Bandaneese Eijlanden bezuijden Poeleron te loopen, ten eijnde door de sterk stroomen die om de Noord loopen niet na de Cust van Ceram gezet en alsoo van Banda ontstooken te werden, koomende van boven de Celebes. de Eijlanden in tusschen het groote landt en de goenoeng Apie voor bij Lonter na Neira afsakken om voor 't kasteel Nassouw te ankeren. In den tijd van de Oostmoussen Deese rheede verlaaten hebbende moet men de Cours stellen tusschen deese Cust en de hoek van Tannakeeke door, om soo langs deese Cust het op te haalen tot de bogt van Toratte, alwaar men des avonds met de landt wind kan oversteeken om boven de Postel„ „pens Eijlanden te komen en daar vervolgens maar bij de wind over om het land van Bima te krijgen, zeijlende voorts langs de Noord zeijde der Eijlanden Floris of Panter Tonbella, omba en zoo veel oost als doenlijk is, moetende men de Eijlanden niet verlaaten of zig van de wall begeeven tot dat men de begeerde ooste winden zal bekoomen hebben en tot dat men Perammat„ „ta of Dammer voor bij of op zeijde heeft dat dan bekoomen hebbende, legt Banda N: O: ten N:s of N: O. af, dat dan met een O: Z: O: wind bequaamelijk, als hier in de oostmousson door waijende, kan aangezeijld werden. van Maccasser na Ternaten in de westmousson. Deese rheede verlaaten hebbende moet men de Cours stellen tusschen deese wall en 't Eijland, Tannakeeke door, en vervolgens Cours houden langs deese Cust en door de Boeserons door of de Engte van deese Cust en Saleijer, en vervolgens zetten naa straat Boutong, welkers Engte gepasseert zo moet men op 't Eijland Boero aan„ „houden het Eijland Boero bekoomen zijnde steld men de Cours daar bewesten om, gierende als dan om de N: N: O: na straat Baltjan, die aan de hooge berg op de Zuijdhoek van Battjan Labou genaemd, te kennen is, waar bij men in moet, laatende deselve aanstuurd boordt leggen en zeijld langs deese berg heen om de N: N: O: en voorts N: O: en O: N: O: alwaar men het fortje Barnefeld in 't gezigt kreijgt en waar op men dan maar regt op aan loopt om daar ten anker te koomen en de ontfangene ordres kan afgeeven. In de Oostmousson naa Ternaten. Maccassaarse rheede verlaten hebbende moet men de Cours stellen
English
set course between the Coast and the cape of Tannakeeke, and subsequently along this Coast up to the latitude of the bight of Toratte, from where one can cross over in the evening when the land breeze comes through with peace of mind in order to be able to make the bay of Biemen. Furthermore, one sails along the North side of the Island of Floris or Panter Tabele and ombaij, keeping it always close along the shore. The island of ombo having been passed, one must try to fetch the Miesa, Canabij, and Ter Alto. Having this abeam, one does not need to haul any higher up as the wind then ordinarily blows from the S.E., steering over then about the N.N.E. with full sails in order to fetch the Island of Boero. But if it should happen that the wind ran more easterly, then one must be well mindful not to throw it to the south again, as the currents run strongly around the N.W. Having gained the Island of Boero, one sets the Course westward around 1½ to 2 miles off the shore until one has the N.W. point east of oneself, and then further N.E. by N. from east of the Island of Sulabessie toward the Island of ambolato, which one must leave to starboard, bearing away around the N.N.E. toward the strait of Battjan along the high mountain on the South point where one must run close by and leave the same to starboard, and sailing all along this aforementioned mountain around the N.N.E. and further N.E. and E.N.E., where one gets the small fort Barnefeld in sight and as before can also come to anchor to deliver one's dispatches. And finally in the east monsoon from here north of the Coast of Celebes around to Ternaten. Having left this roadstead, one should set the Course along the North coast of Celebes up to Mandhar and then subsequently along this North Coast to Tontoolij and Bwool, and thus continue Course to Manadoe, where one can then deliver the Company's letter to arrive promptly in time at Ternaten. In the hope of herewith having satisfied the honored intentions of your Right Honorable Worships, I subscribe myself with respect, was written below: Right Honorable Sir! lower: your Right Honorable Worships' humble and faithfully dutiful servant, was signed: D:k Rinse, in the margin: Maccasser the 12th of October 1780. Before the reading G.E. Ctivalette Sworn Clerk W.B. Bodenpijl Agrees D.B.V. Bodenpijl Sworn Clerk 6s 1 Extract Letter from Pontiana dated the 16th of March 1780. A. Pontiana. Batavia. To his High Excellency! The High Noble, Valiant, High Honorable and Far-Commanding Lord! Reinier de Klerk Governor-General, and The Right Honorable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. etc. High Noble, Valiant, High Honorable, and Far-Commanding Lord, & Right Honorable, Valiant Lords! I find myself obligated to bring to your High Excellencies' highly honored knowledge that on the 24th of the past month, two junks coming directly from China presented themselves before this River, on which there were over Thirteen hundred Passengers, and which intended to enter here. But as soon as this news was brought to me, I went directly to Sultan Sarieph and requested His Highness that these vessels, which were already stuck on the Bank, be prevented from entering, since we were not permitted nor able to admit the same here, without offending against the honored orders of your High Excellencies and the Contracts recently concluded between The Honorable Company and him, the Sultan. His Highness showed himself very willing in this, and that very evening sent a vessel outside with orders to the nakodas of the Junks that they must depart immediately from this Roadstead, and if they did not obey this, he would find himself forced to compel them to do so. Which order was also of such effect that they departed from here, but put in at Mampawa, where there are currently already six, which have brought over four Thousand Chinese Newcomers. The number of Chinese who are in the Mampawa gold mines being estimated at ten Thousand souls, who care very little anymore about the Panumbahang, but do and refrain from whatever they please there. Then on the 28th of February, two Junks appeared once again before this River, and because I thereby found myself obligated to request an audience with the sovereign in the evening around ten o'clock, when this news was brought to me, and to solicit His Highness to reject these two as well; the sovereign immediately made known to me that the Inland peoples were very despondent, because he drove the Junks away and thereby forced them to purchase their tempayans, bowls, etc., which they cannot do without, from the Dayaks at the dearest prices, which would plunge them into the Greatest poverty, adding that they had come to him in whole crowds and had pleaded not to ruin them and to let the junks enter. I replied that the sovereign could not answer for such to your High Excellencies, but if he, the Sultan, was not inclined to do it, I would then go outside myself and turn them away. His Highness assured me upon this that if your High Excellencies wished to prohibit this trade for the time being, the Native in general would be deterred from here.
Dutch transcription
185 stellen tusschen de Cust en de hoek van Tannakeeke door, en vervolgens langs deese Cust tot op de hoogte van de bogt van Toratte van waar men der avonds als de land windt doorkomt met gerustheijdt kan oversteeken om de baaij van Biemen te kunnen bezeijlen voorts zeijld men langs de Noord zeijde van't Eijland van Floris of Panter Tabele en ombaij, houdende het altoos digt langs de wall het eijland ombo gepasseert zijnde moet men de Miesa, Canabij en Ter Alto aanboord zien te kreijgen het zelve op zijn hebbende behoeft men niet hooger op te haalen alsoo de windt dan ordinair uijt de Z: O: waeijt, steevende dan maar over om de N: N: O: met ruijme zeijlen om 't Eijlandt Boero aan boort te krijgen, dog als 't gebeuren mogt dat de windt oostelijker liep dan moet men wel verdagt zijn om het niet weederom om de zuijd te gooijen, alzo de stroomen sterk om de N: W: loopen, het Eijland Boero bekoomen zeijde zet met de Cours bewesten om 1½. â 2. meijlen buijten de wall tot dat men de N: W: hoek oost van zig heeft en dan voorts N: O: ten N: van beoosten 't Eijlandt Sulabessie na 't Eijlandt ambolato, dat men aan stuurboordt moet laaten leggen, gierenden om de N: N: O: na de straat Battjan langs de hooge berg op de Zuijdhoek daar men digt bij langs moet loopen en laaten deselve aanstuurd boord leggen en zeijlende allangs deese berg voorn: heen om de N: N: O: en voorts N: O: en O: N: O: alwaar men het fortje Barnefeld in 't gezigt kreijgt en als vooren ook ten anker kan koomen om zijn depeches aftegeeven. en Eindelijk in de oostmousson van hier benoorden de Cust van Celebes om na Ternaten. Deese rheede verlaaten hebbende, diend men de Cours te stellen langs de Noordkust van Celebes tot na de Mandhar en dan vervolgens deese Noord Cust langs na Tontoolij en Bwool, en soo vervolgens Cours houden na Manadoe alwaar men als dan 'sComp„s missive kan afte geeven om spoedig teijdig op Ternaten te kreijgen. Jn hoope van hier meede aan d' g'Eerde intentie uwel Edelen Agtbaren ƒ voor het opleesen Agtbaaren te zullen hebben voldaan zo noeme ik mij met eerbied, /:onderstond:/ E: E: Agtbaaren Heer! /:lager:/ uwel Edelen Agtbaaren onderdaanige en trouw schuldige dienaar, /:was geteekend:/ D=k Rinse, /:in margine:/ Maccasser den 12=e october 1780:— voor't nazien G„E„ Ctivalette Gesw: Cler W BBodenpijl Accordeert D„ B V: Bodenpijl gesten Clercq 6s 1 Exarle Brief van Pontiana gedateerd den 16. Maart 1780. A. Pontiana. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edelen Gestrengen, Hoog Achebaaren en wijd gebiedenden Heere! Reinier de Klerk Gouverneur Generaal, en De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indie &„a &„a & Hoog Edele Gestrenge, Hoog Achtbaaren, en Wijdgebiedenden Heere, & Wel Edele Gestrenge Heeren! Ik vinde mij verpligt uwe Hoog Edelheedens ter Hoog GeEerde kennisse te brengen dat op den 24„e En - der der Gepasseerde maand, zig voor deeze Rivier hebben vertoond, twee direct uit China koomende Jonken waar op zig ruim Dertien hondert Passagiers bevon„ „den, en welke voorneemens waaren hier binnen te loo„ „pen, dog zo drae mij deeze tijding wierd gebragt, heb ik mij direct bij sulthan Sarieph vervoegd, en zijn Hoogheid versogt, dat deeze vaartuigen, die reeds op de Bank vast zaaten, het inkoomen wierd belet, alzoo wij deselve hier niet mogten nog konden admitteeren, zonder te misdoen teegen de GeEerde beveelen van uw Hoog Edelheedens, en de Jongst tusschen De E: Maatschap„ „pij en hem sulthan Geslotene Contracten. - zijn Hoog„ „heid toonde zig hier in zeen bereidwillig, en zond dien eigen avond nog een vaartuig naar buiten, met ordres aan de anachodas der Jonken, zij direct van deese Rheede moesten vertrekken, en zoo zij hier niet aan obedieerden, hij zig Genoodzaakt zoude vinden hun daar toe te noodzaaken, welke ordre dan ook van dat effect is geweest, zij zig van hier hebben bege„ „ven, dog op Mampawa zijn binnen geloopen, alwaar zig ir thans reeds ses bevinden, die over de vier Duizend Chineese Nieuwelingen hebben aan„ „gebragt. wordende het getal den Chineesen die zig in de Mampawasche goudmijnen bevinden, begroot op thien Duizend zielen, welke zeer weinig meer om den Panumbahang geeven, maar daar doen en laaten wat zij goed„ 3 goed vinden. — Dan op den 28. februarij vertoonde zig ander„ „maal twee Jonken voor deeze Rivier, en wijl wij daar door verpligt vond, den vorst des avonds Circa thien uuren, wanneer mij deeze tijding Gebragt wierd, om audientie te laaten versoeken, en zijn Hoogheid te solliciteeren om deese twee meede af te wijzen; zoo gaff den vorst mij Jllico te kennen, dat de Boovenlandsche volkeren zeer mismoedig waaren, om reeden hij de Jonken weg Jaagde, en hun daar door noodzaakte, haare Tanpaijangs, kommen &„a die zij „niet ontbeeren kunnen van den Daijakken ten duursten in te koopen, het geen hun in de Grootste armoede zoude dompelen, onder bijvoeging dat zij met heele troepen bij hem geweest en Gebeeden had„ „den, hun dog niet te gronde te helpen, en de Jon„ „ken binnen te laaten. , Ik repliceerde, den vorst zulx niet bij uw Hoog Edelheedens te kunnen ver„ „antwoorden, dog wanneer hij sulthan niet geneegen was om het te doen, ik als dan zelvs naar buiten zoude gaan en hun afwijsen. zijn Hoogheid betuigde mij hier op dat indien uwE Hoog Edelheedens dee„ „se vaart voor Eerst nog wilde, beletten, den Jnlan„ „den in het generaal zoude werden afgeschrikt om hier .
English
to bring their products here, but that they would transport them all through the uplands to Mampawa, whereby this newly established trading post would be completely ruined; that he had already made known this fear of his concerning this article to Your High Mightinesses' Commissioner at the signing of the contracts, but that the latter had then made him make a promise which he only now found could be maintained by him with difficulty, if not being impossible. I thereupon took leave of His Highness, saying that I was bound by oath and duty to follow the revered orders of Your High Mightinesses, and therefore he should not take it amiss that the following day I would go outside with the Company's pantjallang to tell them they were not allowed to enter here. I subsequently had everything made ready to set sail, but at the break of dawn His Highness already summoned me to court, where I found a crowd of Sangouwers, Taijangers, etc., who had all come to beg the ruler please to permit the junks to enter. His Highness said he was not allowed to break his promises made to the Company, and that these dictated not to admit any Chinese here; that he could not grant this request of theirs without first having further orders from Your High Mightinesses, and that I found myself in the same situation. I thereupon tried to satisfy the people by promising them that there would be no lack of Chinese merchandise here, but that Your High Mightinesses would take care that everything was brought from Batavia. But this could not help; they all persisted in badgering the ruler so long until he finally brought me into one of the innermost chambers, and finding myself there alone with His Highness, he said: You see how these people are troubling me, indeed they virtually compel me to grant their request. Inform Their High Mightinesses of this; I will also write a letter and request Their Most High to kindly pardon this action of mine, as having been necessitated thereto. Do not go outside, for otherwise all the people will run off, and nothing whatever will be obtainable here anymore; it is surely better that the Company derives benefit from it than that they all go to to bring their products here, but that they would transport them all through the uplands to Mampawa, whereby this newly established trading post would be completely ruined; that he had already made known this fear of his concerning this article to Your High Mightinesses' Commissioner at the signing of the contracts, but that the latter had then made him make a promise which he only now found could be maintained by him with difficulty, if not being impossible. I thereupon took leave of His Highness, saying that I was bound by oath and duty to follow the revered orders of Your High Mightinesses, and therefore he should not take it amiss that the following day I would go outside with the Company's pantjallang to tell them they were not allowed to enter here. I subsequently had everything made ready to set sail, but at the break of dawn His Highness already summoned me to court, where I found a crowd of Sangouwers, Taijangers, etc., who had all come to beg the ruler please to permit the junks to enter. His Highness said he was not allowed to break his promises made to the Company, and that these dictated not to admit any Chinese here; that he could not grant this request of theirs without first having further orders from Your High Mightinesses, and that I found myself in the same situation. I thereupon tried to satisfy the people by promising them that there would be no lack of Chinese merchandise here, but that Your High Mightinesses would take care that everything was brought from Batavia. But this could not help; they all persisted in badgering the ruler so long until he finally brought me into one of the innermost chambers, and finding myself there alone with His Highness, he said: You see how these people are troubling me, indeed they virtually compel me to grant their request. Inform Their High Mightinesses of this; I will also write a letter and request Their Most High to kindly pardon this action of mine, as having been necessitated thereto. Do not go outside, for otherwise all the people will run off, and nothing whatever will be obtainable here anymore; it is surely better that the Company derives benefit from it than that they all go to to Mampawa, whereby the Chinese wares would enter the country anyway, and Pontiana would be ruined. I replied to the sulthan that it was better that he first requested Your High Mightinesses' pleasure regarding this, and in the meantime had to try to satisfy the native population; but he declared to me that he had done everything that had been possible, and thus requested me to allow the junks in, until further orders from Your High Mightinesses. May it then be permitted to me to solemnly assure Your High Mightinesses that I have done everything in my power to turn away the junks, but considering the request of sulthan Sarieff and the plea of all the uplanders, who must make trade flourish here, I have been able to find no other amicable way out than to let these two junks enter, and regarding that to await the honored pleasure of Your High Mightinesses. May Your High Mightinesses then permit me to state briefly and humbly here that everything put forward by the ruler rests on grounds of certainty, for if Their Most High take into favorable consideration,
Dutch transcription
hier hunne producten te brengen, maar dat zij dezelve alle door de boovenhanden na Mampawa zoude vervoeren, waar door deese Nieuw opgeregte Negotie plaats heel en al te gronde zoude gaan, dat hij deese zijne bedugting omtrent dit articul den Com„ „missiant uwer Hoog Edelheedens ook reeds te kennen had Gegeeven, bij 't teekenen der Contracten, dog dat deese hem als toen eene belofte had doen, passeeren, die hij thans Eerst ondervond, dat bezwaarlijk zoo niet onmoogelijk bij hem konde onderhouden werden, ik nam hier op afscheid van zijn Hoogheid, zeggende : dat ik volgens hed en pligt gehouden was, de Gevenereerde beveelens van uw Hoog Edel„ „heedens te agtervolgen, en dus mij niet qualijk ge„ „liefde te nemen, ik des anderen daags met s' Comp„s Pantjallang naar buiten zoude gaan, om hun te zeggen zij hier niet binnen mogten koomen. Ik lit vervolgens alles in gereedheid maaken om af te drijven, dog met het aanbreken des Dage„ „raads liet mij zijn Hoogheid reeds ten hoove ontbie„ „den, alwaar een meenigte van sangouwers, Taij„ „angers, &„a vond; die alle den vorst quamen smeeken dog te willen toelaaten de Jonken binnen mogte komen. zijn Hoogheid zeide hij zijne aan de Comp„e gedaane beloften 5 beloften niet mogte breeken, en dat deese dicteer„ de om geene Chineesen hier te admitteeren, Dat hij dit hun verzoek niet konde toestaan, zonder alvoorens naedere ordre van uwE: Hoog Edelheed„s te hebben, en dat ik mij in het zelvde geval bevond; k tragte hier op de menschen te vreede te stellen met hun te belooven, en geen gebrek aan Chinaasche koop„ manschappen hier zoude weezen; maar dat uwE: Hoog Edelheedens wel zoude zorgen, alles van Bata„ via wierd aangebragt; dog dit konde niet hel„ pen, zij hielden alle aan met den vorst zoo lang te plaagen, tot hij eindelijk mij in een der binnen„ ste vertrekken bragt, en mij aldaar alleen met zijn Hoogheid bevindende zeide hij ! Uwe ziet hoe mij die menschen lastig vallen, Jadat zij mij als verpligten om hun versoek toe te staan, geeft Hunne Hoog Edelheedens hier van kennis„ ik zal ook een briev schrijven en Hoogst dezelve versoeken, dit mijn gedoente, als daar toe Geneces„ siteerd zijnde Goedgunstelijk te willen pardon„ „neeren, gaat niet naar buiten, want anders zal al het volk verloopen, en niets hoegenaamd hier meer te krijgen zijn, het is immers beeter de Com„ pagnie daar voordeel van heeft, als dat zij alle naar hier hunne producten te brengen, maar dat zij dezelve alle door de boovenhanden na Mampawa zoude vervoeren, waar door deese Nieuw opgeregte Negotie plaats heel en al te gronde zoude gaan, dat hij deese zijne bedugting omtrent dit articul den Com„ „missiant uwer Hoog Edelheedens ook reeds te kennen had Gegeeven, bij 't teekenen der Contracten, dog dat deese hem als toen eene belofte had doen, passeeren, die hij thans Eerst ondervond, dat bezwaarlyk zoo niet onmoogelijk bij hem konde onderhouden werden, ik nam hier op afscheid van zijn Hoogheid, zeggende ! dat ik volgens hed en pligt gehouden was, de Gevenereerde beveelens van uw Hoog Edel„ „heedens te agtervolgen, en dus mij niet qualijk ge„ „liefde te nemen, ik des anderen daags met s' Comp„s Pantjallang naar buiten zoude gaan, om hun te zeggen zij hier niet binnen mogten koomen. Ik liet vervolgens alles in gereedheid maaken om af te drijven, dog met het aanbreken des Dage„ „raads liet mij zijn Hoogheid reeds ten hoove ontbie„ „den, alwaar een meenigte van sangouwers, Taij„ „angers, &„a vond, die alle den vorst quamen smeeke„ dog te willen toelaaten de Jonken binnen mogte kome„ zijn Hoogheid zeide hij zijne aan de Comp„e gedaan beloften beloften niet mogte breeken, en dat deese dicteer„ „de om geene Chineesen hier te admitteeren, Dat hij dit hun verzoek niet konde toestaan, zonder alvoorens naedere ordre van uwE: Hoog Edelheed„s te hebben, en dat ik mij in het zelvde geval bevond; ik tragte hier op de menschen te vreede te stellen met hun te belooven, en geen gebrek aan Chinaasche koop„ „manschappen hier zoude weezen; maar dat uwE: Hoog Edelheedens wel zoude zorgen, alles van Bata„ „via wierd aangebragt; dog dit konde niet hel„ „pen, zij hielden alle aan met den vorst zoolang te plaagen, tot hij eindelijk mij in een der binnen„ „ste vertrekken bragt, en mij aldaar alleen met zijn Hoogheid bevindende zeide hij ! Uwe ziet hoe mij die menschen lastig vallen, Jadat zij mij als verpligten om hun versoek toe te staan, geeft Hunne Hoog Edelheedens hier van kennis„ ik zal ook een briev schrijven en Hoogst dezelve versoeken, dit mijn gedoente, als daar toe Generes„ „siteerd zijnde Goedgunstelijk te willen pardon„ „neeren, gaat niet naar buiten, want anders zal al het volk verloopen, en niets hoegenaamd hier meer te krijgen zijn, het is immers beeter de Com„ „pagnie daar voordeel van heeft, als dat zij alle naar naar Mampawa Gaan, waar door dog de Chinasche whaaren in het Land koomen, en Pontiana te gronde zoude raaken. Jk heb den sulthan hier op geant„ e „woord dat 't beeter was hij Eerst uwer Hoog Edel„ „heedens welbehaagen daar omtrent versogt, en den Jnlander zoo lange te vreede moest zien te stellen; dog hij betuigde mij alles wat mogelijk was geweest te hebben gedaan; en dus mij versogt de Jon„ „ken binnen te laaten, tot naadere ordre van uwE: Hoog Edelheedens. — Het zij mij dan gepermitteerd uwE: Hoog Edel„ „heedens heilig te verassureeren, ik alles in vermoogen heb gesteld, om de Jonken af te weeren, dog nagaande 't verzoek van sulthan Sarieff en de beede van alle boovenlanders /:die de Negotie hier moet doen slo„ „reeren :/ zoo hebbe geenen anderen uitweg in 't vriende„ „lijke konnen vinden, dan deeze twee Jonken binnen te laten, en daar omtrent uwE: Hoog Edelheedens Geherd welbehaagen op in te wagten, dan uwE: Hoog„ Edelheedens Gelieve mij te vergunnen dat ik hier kortelijk humbel poseere; al het door den vorst bijgebragte op gronden van zeekerheid steund, want als Hoogst dezelve in gunstige Consideratie neeme,
English
assume that if there are no Chinese here, no gold or jewels will be dug either, because the Dayak is too lazy for that, and from this it will certainly follow that trade here will come to a complete standstill, and thus little or nothing from the farm leases will be collected. The junks arrived on the 6th of this month, and I immediately placed eight trusted natives aboard them, with orders not to permit anything to be taken off board before and until the same had been inspected by me; with which I was occupied from the 7th to the 11th of this month, and found such goods therein as are specified on the enclosed two notes. Lastly, may I be permitted to inform Your Right Noble Lordships that from the 1st of September to the last of February of last year, the maritime tolls have amounted to: For incoming duties, 1195 Reals, 22 stivers; Outgoing, 66 Reals, 3 stivers; and from the 1st of January to the last of February, the inland duties have also yielded 67 Reals, 4 stivers, or together collected in lease money over 6 months: 1328 Reals, 27 stivers. I enjoy the high honor of subscribing myself most dutifully, with deeply owed respect and awe. Below stood: Right Noble, Valiant, Highly Honorable and Wide-Ruling Gentlemen, and Noble Valiant Gentlemen! Lower stood: Your Right Noble Lordships' dutiful, obedient, and loyally bound servant. Was signed: W. H. Stuart. In the margin: Pontiana, the 16th of March, Anno 1780. Agrees, D. Van Haak, First sworn clerk. Examined, J. W. De Witt. Note of such goods as are laden in a junk coming directly from Canton in China, 60 feet long and 20 feet wide, commanded by the Nakhoda Kok Leon qua: 10 rolls of silk fabric 3 tubs containing some manufactured copper works 24 small chests of tea 54 packs of Chinese tobacco 18 tubs of yellow paint 7021 pieces of saucers in 57 varieties 955 large platters 268 plates 1900 coarse bowls 252 bowls with lids 8 sets of sambal saucers 232 pieces of milk jugs 62 soup bowls 138 teapots 600 chocolate jugs 1980 pairs of ordinary tea sets 3697 pairs of long tea sets 675 pieces of fine bowls 300 arak jugs 350 tempayans or water jars 16 pieces of tempayans with lids 16 butter tubs 20 carafes 600 sousons iron pans 7 packs of joss paper 18 small chests of Chinese incense 31 tubs and chests with dried fruits 100 pairs of large mules 100 small ditto 15 tubs of powdered sugar 12 candy ditto 17 packs of Chinese medicines 7 packs of coarse paper 6 cases of fine paper 100 pieces of Chinese hats 2 cases of laksa 180 pieces of parasols of various sorts Below stood: Pontiana, the 15th of March, Anno 1780. Was signed: W. H. Stuart. In the margin stood: Taken in our presence. Was signed: C. Meijer and C. v. Steenvoorden. Agrees, D. Van Haak. Examined. Palembang Amsterdam Separate Reinier de Klerk, Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of Dutch India. Right Noble, Highly Honorable Lord and Noble Lords, Giving myself hereby the honor of answering most respectfully to Your Right Noble Lordships' venerated separate letter of the 14th of September last; in accordance with Your Lordships' recommendation, I shall not fail to do my utmost endeavor to promote the cultivation and delivery of pepper as much as possible, for which purpose I not only continually encourage the King on every occasion, but also earnestly bring to his attention that it will be one of the greatest proofs of his goodwill toward the Company if he would please focus his attention on increasing this cultivation. However, Right Noble Lords, I fear that the delivery of that grain in the coming year will again make no great showing; since at the beginning of this monsoon a band of 5 to 600 men, consisting of Malays belonging under Bancahouloe and Limoenders, subjects of the Emperor of Maningcabo, invaded the King's upper lands, where they took many lives and looted, ruined several villages, and besides several pepper plantations utterly burned and destroyed fourteen other such gardens lying along a river. That band, upon the approach of the armed force sent up from here, To His Honor, The Right Noble, Highly Honorable Lord
Dutch transcription
neeme, dat als hier geen Chineese zijn, er ook geen goud of Juweelen gegraven werden /:doordien den Daijakker daar toe te luij valt:/ zoo zal daer uit zeeker voortvloeijen, dat de Negotie hier heel en al zal stilstaan, en dus weinig of niets van de pagten zal inkomen. — De Jonken zijn den 6„e deeser binnen gekomen, en heb ik direct agt vertrouwde Jnlanders op deselve geplaatst, met ordre van niet te permit„ vSinelanditg - „teeren 'er iets van boord Ging, voor en al een de„ „selve door mij waaren Gevisenteerd; waar meede van den 7. tot den 11„e deeser ben bezig geweest, en zoo„ 15 „daanige Goederen daar in Gevonden, als op inneleg„ g „gende twee Notitie staan gespecificeerd. — Laastelijk zij het mij Geoorloofd UwE: Hoog Edelheedens te bedeelen, dat zeedert p„o september tot ult„o februarij J: L: de Zeetollen hebben bedragen; als aan Jnkoomende Regten - - Realen 1195: 22: — UUitgaande —„ 66: 3: — „ en zeedert p„o Januarij tot ult„o feb„r de binnelandsche geregtig„ „heeden ook - - - - - - - - „ 67: 4: hebben 6 6 gerendeerd, ofte zamen aan pagtpen, ningen in 6. maanden is ingekoomen Reaalen 1328: 27: — Ik Ik geniet de Hooge Eere van met diep verschul„ „digde Eerbied en ontzag mij aller onderdanigst te subsingneeren. - /:onderstond:/ Hoog Edele Ge„ „strengen, Hoog Achtbaaren en wijdgebiedende Hee„ ren! en wel Edele Gestrenge Heeren /. /:laager:/ UwE Hoog Edelheedens onderdaanige Gehoor„ „saamen en Trouwschuldigen Dienaan /:was getek„d/ W H: Stuart /:in margine:/ Pontiana den 16„e Maart A„o 1780. — Accordeert D„ Van Haak E. geza: kl. Nagezien J„ W„: De Witt. Notitie van zoodanige Goe„ „deren als 'er Gelaaden zijn in Een direct van Canton in China koo„ „mende Jonk, lang 60: Voeten, en breed 20. voeten, Gevoerd bij den Anachoda kok Leon qua. 10. rollen zyde stof 3. balijs waar in eenige Gemaakte kooperwerken, 24. kisjes thee 54. pakken Chineese Tabak 18. Balijs geele verw 7021. pees pierings in 57. Zoorten 955. „ Groote schootels 268. „ assietten 1900. „ Groffe kommen 252. „ kommen met dekzels 8. stellen sambal pierings 232 p„s melk kannetjes 62. „ sopkommen 138. „ thee potten 600. „ Chocolade kannetjes 1980. paren ordinair thee goed 3697. paren lang - „ 675. p„s fijne kommen 300. „ Tjeeuw kannetjes 350: „ Tanpaijangs of water potten 16. 16 p„s Tanpaijangs met dekzels 16. „ Booter vaafjes 20. „ Carassen 600. sousons ijzere Pannen 7. pakken offer papier 18. kisjes Chineese Doepa, 31. balijf en kisten met gedroogde vrugten 100. paren Groote muilen 100. „ kleene _o 15. balijf poeder zuiker 12. „ kandij _ 17. pakken Chinasche medicamenten 7. „ Grof Papier 6. kasten fijn 100. p„s Chineesche hoeden 2. kasten Laksaaij 180. pees. Paijongs in zoort /:onderstond:/ Pontiana den 15„e Maart A„o 1780. . /: was getek„d: / W: M: Stucort, /:in margine stond:/ ter onsen Presentie opgenoomen /:was getek„d:/ C=n Meij„„ „en C: v: steenvoorden. EAccordeert D. D. Van Haal ¶gezieke. „ Nogetien. H: e erict Palembang Ge H Amsterdam voor Apart Reinier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands c India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en WelEdele Heeren Mij bij deezen de eere gevende eerbiedigst te andwoorden op uw Hoog Edelhedens gevenereerde Aparte brief van den G 14 September passato; zoo zal ik ingevolge Hoogstaer„ „zelver recommandatie niet Nalaten mijn uijterste devoir te doen, om de calture en Leverantie der peper zoo veel mogelijk te bevorderen, waar toe ik ten dien eijn„ „de den Koning bij alle gelegentheijd niet alleen onophou„ „delijk aanmoedige, maar ook ernstiglijk onder het oogbreng, dat het eene der grootste blijken zijner welmenentheijd voor de Comp:e zal zijn, zoo Hij zijne attentie op het vermeerde„ „ren van deeze Culture gelieft te vestigen Dan Hoog Edele Heeren ik vroese, dat de Leverantie van die Korl in het aanstaande Jaar weder geene groote vertooning zal maaken; nademaal in het begin van dit nagaat eene bende van 5. a 600. man, bestaande in onder Bancahouloe gehoorende Maleijer, en Limoenders, onder„ „danen des Keijsers van Maningcabo in de bovenlanden des Konings gevallen zijn, alwaar zij veele menschen om het Leven gebragt en gerooft; eenige negorijen geruineert, en buijten verscheijdene Peper plantagien nog veerthien andere diergelijke aan een revier leggende thuijnen ten eene„ „male verbranden vernielt hebben, die bende is op het aan„ „naderen van het van hier na boven gezonden gewapent volk Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agt„ „baaren Heer e 1
English
have indeed retreated, but through their proximity they still keep the highland peoples in anxiety. The King has informed the respectful undersigned of this incident, and at the same time requested not only to communicate the same to Your Right Noblenesses, but also to request in his name that it might please Your Highest Selves favorably and kindly to address the Bengkulu Ministry regarding this action of their subordinates, and at the same time to request that they issue the necessary orders so that such does not happen again, because His Highness would then be compelled to use the right of reprisal, which for the sake of peace as well as to prevent consequences, as he says, he would not gladly resort to. Besides the aforesaid incident in the highlands, approximately one hundred Mongers also invaded the province of Commorijn this autumn, and in the district of Borne, after murdering two men, kidnapping a woman and her little son, along with goods to the value of one hundred Spanish reales, they burned down and devastated a pepper plantation situated there, on which there were a number of twenty thousand pepper vines, the fruits of which were already beginning to ripen. To investigate the matters and what might have caused this conduct of the Mongers, the King sent to that province the head residing here over that district, and also had the respectful undersigned requested to give his envoy a letter to the Resident of Lampong Toulang Bouwang, in order to investigate and settle the matters together. To this, in the hope of Your Right Noblenesses' favorable approval, I consented, and to that end wrote a letter to the aforementioned Resident, in which I informed him of what had happened, and at the same time submitted for consideration whether, if circumstances of time and affairs might require it and he could justify it, he might deem it fit, either separately or with the King's commissioner, to inquire into what might have given rise to this action of the Mongers, and subsequently, according to the findings, to decide the matter and clear it out of the way, in order to prevent grievous disputes and controversies, just as former cases between the subjects of the King here and the Lampongers have more often resulted in. That there is some truth to the two incursions described above and the consequences resulting therefrom is certain, Right Noble Sirs! Yet I am also inclined to believe that the reported damages and losses have been notably exaggerated by the cunning Court, in order thereby to gloss over its ill disposition regarding the pepper cultivation, and to have ample opportunity to excuse itself with what happened regarding the upcoming, apparently meager delivery. By respectful general letter of 20 September last, Your Right Noblenesses were informed that the chiefs who
Dutch transcription
wel terug geweeken, dog houden de bovenlandsche volkeren door haare Nabijheijd nog in ongerustheijd. Den Koning heeft van dit voorval den Eerbiedigen teke„ „naar kennes gegeeven, en teffens verzogt, het zelve niet alleen aan Uw: Hoog Edelheden te bedeelen, maar ook uijt zijn naam te versoeken, dat het Hoogst dezelve gunstig en genegentlijk mogte behagen hest Bancahoulous Mi„ „nisterie over dit bedrijf haare onderhorigen te willen on„ „derhouden, en teffens versoeken de nodige ordres te willen stellen, dat zulks niet wederom komt te gebeuren, wijl zijn Hoogheijd als dan genoodzaakt zoude zijn het regt van represaille te gebruijken, waar toe Hij vrede lievens halven zo wel, als ter voortkoming van gevolgen /:zo Hij zegt:/ niet gaarne toe overgaan zoude willen Buijten het voorsz: geval in de bovenlanden zijn er ook in dit najaar omtrent hondert Mongers in de provintie com„ „morijn gevallen, en hebben in het district Borne na vermoording van twee manspersoonen, roof van een vrouw en haar Zoontje mitsgaders aan goederen ter waarde van een honderd spaansche realen, verbrand en verweest eene aldaar Leggende Peperplantagie, waar op zig een getal van twintig duijzend peper ranken, welkers vrugten reeds rijp begonnen te worden, bevonden: de Koning heeft ter onderzoek van zaaken, en wat tot deeze handelwijse der Mongers oorsaak mogte gegeven hebben, na die provintie het alhier remoreerend Hoofd over dat Landschap afgezon „den, en den eerbiedigen teekenaar teffens laaten verzoeken, om zijne zendeling eene brief aan den Resident van Lam„ „pong Toulang Bouwang te willen mede geeven, ten eijnde de zaaken te zaamen te onderzoeken en vereffenen, waar in ik, in hoope van Uw Hoog Edelhedens gunstige goedkeuring heb gewilligt, en ten dien eijnde een brief aan gem: Resident geschreven, waar in hem het voorgevallene heb bekent gemaakt, en teffens in overweging gegeeven, of„ na omstandigheijd vant tijd en zaaken het mogte komen te vereijsschen, en hij het verandwoorden konde, zoude kunnen goedvinden, het zij apart dan wel met s' Konings gecommitteerde„ zig te informeeren wat tot dit bedrijf der Aongers aanleij„ „ding mogte gegeeven hebben, en vervolgens na bevinding van zaeken het te beslissen en uijt den wegte ruijmen, ter voorkoming van verdritige historialen en disputen, gelijk voormalige gebeurde gevallen tusschen onderdanen des konings alhier en de Lampongers wel meer tot een gevolg ge„ „had hebben. Dat aan de hier voorbeschreevene twee invallen en de daar uijt voortgevloeijde gevolgen eenige waarheijd is, is zeeker Hoog Edele Heeren! dog ik ben ook niet vreemd van te geloven, dat de opgegevene schadens en nadeelen door het Listige Hof merkelijk zijn vergrood geworden, om hier meede desselfs quaade gezintheijd omtrent de Peeper Culture te vernissen, en bij de aanstaande na oogenscheijn schraale Leverantie een ruijm veld te hebben, van zig met het voorgevallene te verschoonen. Bij eerbiedige gemeene letteren van den 20. September Jongst„ „leeden is uw: Hoog Edelheden bedeelt geworden, dat de Hoofden„ dewelke
English
3 who had conducted illicit trade on Muntok with Captain Lindesaij, were removed from there by the king's order, and had been punished for their crimes; which punishment, which was kept very secret, consisted, as the respectful signatory was subsequently informed, in a mild and pleasant exile; but shortly before the receipt of this respected separate letter from Your High Nobilities, which is now being answered, the undersigned was informed that the said chiefs had in all silence been transported back to Muntok, and lived there in all freedom as before, which a few days later was confirmed by a Muntokker, whom the undersigned casually asked how Alang Lemang's illness, who has become paralyzed on one side, was faring, who informed him thereupon, and further recounted without any suspicion, that Mang Tawi and Abany Tjili were once again in their former freedom on Muntok. Therefore, in order to test whether this was with the king's foreknowledge, or rather a doing of his much-beloved mignon the kiaij Ranga Astra diradja, on whose country estate the said chiefs had ended their pleasant exile, the undersigned, at an audience held shortly near the receipt of the aforesaid Separate Letters, took the liberty to ask His Highness on behalf of Your High Nobilities what punishment the said chiefs had undergone; which the King feigned not to understand, and subsequently thereafter, after this had been further elucidated by the undersigned, answered with a sullen face and a harsh tone, I am not accustomed to punish people without proof of their accusation; to which the respectful signatory replied with a serious attitude, that it was far from him and also not his business to interfere with the authority of the king, or to prescribe laws to His Highness as to how He should punish his delinquent subjects, but that with us Europeans it was also not the custom to punish the accused without proof, and in such a case search was first made for such documents in order to be able to sentence the accused according to findings, but that this was now strange at the Palembang Court, because all crimes, if it agreed with its interests, might be committed with impunity, even if one had such strong proofs, and demonstrated the matter as clearly as the sun was visible in the Sky; after which the king began to calm down and acted friendly again, but did not mention a word further about the said Chiefs, while the undersigned also left it at that, because he was sufficiently convinced that the aforesaid sending back to Muntok had taken place with His Highness's consent. This is not the only case; the following, which occurred in the month of October last and a few days before the receipt of Your High Nobilities' Separate letter, will demonstrate even more closely to Your High Nobilities [illegible]
Dutch transcription
3 dewelke op Muntok met Capitain Lindesaij morshandel ge„ „dreven hadden, van daar op s'konings ordre afgenoomen, en over haare misdrijven afgestraf waeren geworden; die straf de„ „welke zeer geheijm gehouden wierd, heeft gelijk den eerbiedigen tekenaar naderhand geinformeert wierd, bestaan in eene zag„ „te en aangename ballingschap, dog kort voor den ontvangst van deese thans beandwoord wordende g'eerbiedigde aparte brief van UW Hoog Edelheden wierd den ondergeteken„ „den berigt dat gemelde hoofden, in alle stilte weeder na Mun„ tok overgevoert waeren, en aldaar als voorheen in alle vrijheijd Leefden, het welke eenige dagen daar aan bevestigt wierd door eene Muntokker, aan den welken den ondergeteegenden guasi vraagde hoe het met Alang Lemangs ziekte /:dewel„ „ke aan de eene zeijde beroert is geworden: / was, dewelke hem daar op berigtede, en verders zonder eenige erg verhaalde, dat Mang Tawi, en Abany Tjili wederom in voorige vrijheijd 1 om derhalven te beproeven of dit met s' konings voorwee„ op muntok waeren. ƒ „ten was, dan wel een bedrijf van desselfs zoo zeer geliefde mignon den kiaij Ranga Astra diradja /: op wiens buijten, goed gem: hoofden haare aangename ballingschap geeijndigt hadden:/ zo nam den ondergeteekende, bij eene kort bij den ontvangst van voorm: Aparte Letteren gehad hebbende Audientie de vrijheijd zijn hoogheijd uijt naam van Uw Hoog Edelheden te vragen, welke straffe gem hoofden on„ „dergaan hadden, het welke den Koning veijnsde niet te verstaan, en vervolgens naderhand, na dat hier omtrent nader door den ondergeteekenden geëlucideert was, met een norsch gezigt en barsche toon beandwoorde, ik ben niet gewoon menschen zonder bewijs tan haare beschuldiging te straffen, waar op den eerbiedige tekenaar met eene ernstige houding repliceerde, dat het verre van hem en ook zijn zaak niet was van zig met het gezag des konings te bemoeijen, zijn hoogheijd wetten voor te schrijven hoe of Hij zijne misdadige onderaanen moeste straffen, maar dat het bij ons Europeeschen ook in geen ge„ „bruijk was beschuldigden zonder bewijs te putieeren, en in zulk een geval eerst na zodanige stukken gezogt wierd, om den geaccuseerde na bevinding te kunnen von„ „nissen, dog dat dit thans bij het Palembangsche Hof vreemd was, wijl alle misdaden, als het met desselfs belangens over„ „kenkwam, straffeloos mogten gepleegt worden, tl was het ook dat men nog zulke sterke bewysen had, en de zaak zoo klaar aantoonde, als de zon aan den Hemel zigbaar was, waarna den koning begon te bedaaren en zig weederom vriendelijk aanstelde, dog geen woord verder van gem: Hoofden repte, terwijl den ondergeteekende het hier ook bij liet blijven, wijl hij genoeg overtuijgt was dat de voorsz: te rug zending na Muntok met zijn Hoogheijd bewilliging geschiet was, Dit is het eenigste geval niet, het ondervolgende het wel„ „ke in de maand october Jongstl: en eenige dagen voor den ontvangst van uw Hoog Edelhedens Aparte brief is voor„ „gevallen, zal uw Hoog Edelhedens nog nader aantoonen de ken„ en, ge aan ne of „ n innen tteerde leij„ ding lijk d s ge„ daar Hoog oven t desselfs en, en ruijm nen. Jongst„ Hoofden welke ge ter ƒ s te
English
the unwillingness of the King, pursuant to his obligation under the Contract, to punish his subjects for smuggling. A foreign merchant, who had sought to obtain a pass for his vessel in the name of Sulthan Rathoe, but had been prevented therein by the undersigned, had nevertheless afterward in a fraudulent manner, through the help of one of the King's heads of the clergy here, the Said Abo Bakker Minschap, together with one Radeen Mochamat, managed to obtain not only such an instrument but also a quantity of pepper, which product, however well concealed under the other cargo, was nevertheless discovered upon inspection by the cruising pantjallang De Snoek lying at the salt river, which thereupon seized that vessel and sent a sailor upriver here to inform the undersigned of it; but the prahu crew, instead of bringing that sailor to the Lodge, conveyed him in the dark to the residence of the said Radeen Mochamat, who detained him the entire night, first attempting to bribe him with money so that he would not go to the undersigned, but this failing, subsequently had him taken back downriver by force; and thereupon followed with the said Said Abo Backer Minseach and several other persons of rank, who at the break of dawn, with three large and several smaller armed vessels, along with fully eighty men, surrounded De Snoek, while on the bank of the shore a multitude of men and prahus were also gathered to assist them if necessary. The said Said and Radeen, having boarded the cruising pantjallang before the encirclement and unexpectedly, and surprising the commander, who was aware of nothing because they had given orders not to bring the sailor who had been taken downriver on board for the time being, but to sail up and down with him, first sought to bribe that commander with money in order to release the vessel, and this not succeeding, they threatened him that since he was trying to make them unfortunate, he would therefore also share in their fate, and they would first take their revenge on him for it; but the commander remaining steadfast through all this until late in the afternoon, they came to the ultimate extremity and presented him with the choice that he must either choose or divide, or else they would begin the attack, for which they actually gave orders and prepared themselves, which was reported to the commander by an enslaved woman on board who understood the Palembang language, whereupon he asked his crew whether they were inclined to await the utmost with him, to which they declared themselves quite willing, but at the same time answered that with their small number they could not withstand such a force, and thus all saw their death before their eyes, on which account the commander, seeing no hope of a way out and not wishing recklessly to risk his men, was indeed compelled to release the detained vessel and let it depart
Dutch transcription
de ongeneijgtheijd des Konings, om ingevolge zijne gehoude „nisse aan het Contract, zijne onderdaanen over het Smok„ „kelen te Strafen. - O Een uijtheemsche handelaar, dewelke voor zijn vaarthuijg een pas op den naam van Sulthan Rathoe had zoeken te verkrijgen, dog daar in door den ondergeteekenden belet was, had des niet temin naderhand op eene bedriegelijke wij„ „se door hulp van s' konings eene hoofd over de geestelijkheijd alhier den Said Abo Bakker Minschap mitsgaders eene Radeen Mochamat niet alleen zodanig een instrument maar ook een quantiteijt peeper weeten magtig te worden, welk product, hoe zeer ook onder de andere Lading verborgen, ech„ „ter bij visentatie door de aan de salser Leggende kruijspant„ „jallang De Snoek ontdekt wierd, die dat vaarthuijg daar op aanhielt, en een matroos herwaarts na boven zond, om den ondergeteedenden 'er kennis van te geeven, dog het prauw „volk in stede van die matroos aan de Logie te brengen, werden hem in het donkere na de woning van gem: Radeen Mochamat, die hem de gantsche nog ophielt, eerst met geld ondernam te paaijen, dat hij bij den ondergeteekenden niet zoude gaan, dog dit mislukkende vervolgens met ge„ „weld weederom nabeneden liet voeren; en daar op met gem: Said Abo Backer Minseach en nog eenige andere personen van rang volgden, dewelke in het krieken van den morgenstont met drie groote en eenige kleijndere schep vaarthuijgen, benevens ruijm lagtig man de snoek omsingelden, terwijl aande oever van de wal nog een meenigte manschappen en prauwen vergadert waeren, om haar desnoods te assisteeren. Gemelde Saiden Radeen voor de omcingeling en verwagts= op de kruijspantjallang overgestapt zijnde, en de gezaghebber overvallende, dewelke nergens van kundig was, wijl zij ordre gegeeven hadden na beneden vervoerde matroos voor eerst nog niet aan boord te brengen, maar 'er mede op en neer te vaeren, zoo zogten zij die gezaghebber eerst met geld omte„ „koopen, ten eijnde het vaarthuijg te Largeeren, en dit niet vlottende, zoo drijgden zij hem, dat nademaal hij haar onge„ „lukkig tragtede te maaken, hij derhalven mede in haar Lot zoude deelen, en zij voor af haare wraak aan hem er overneemen zouden, dog de gezaghebber met dit alles standvastig blijvende tot laat in den agtermiddag, zoo kwaa„ „men zij tot het uijterste en stelden hem voor dat hij kie„ „sen of deelen moest, of dat zij anders den aanval zoude be„ „ginnen, waar toe zij ook wesentlijk ordre gaaven en zig ge„ „reedmaakten, het welke door eene aanboord zijnde en de Palembangschetaal verstaande slavin, den gezaghebber aangebragt wierd, waar op hij zijn volk vraagde of zij ge„ „negen waeren met hem het uijterste aftewagten, daar zij zig wel bereijdwillig toe verklaarden dog teffens aantwoor„ „den, dat met haar kleijn getal teegen zulk een magt niet gestand waeren, en dus alle haar dood voor oogen zaken, weshal¬ „ven de gezaghebber, geen hoop van uijtkomst ziende, en zijn volk niet reukeloos willende wagen, wel genoodzaakt was het aangehoudene vaarthuijg te Largeeren en Laaten vertrek„ „ken
English
which, according to the news received from Riouw, subsequently ran aground on a reef close to that island and perished without anything besides the crew being able to be saved. As soon as the respectful subscriber received news of this incident and had gathered the necessary information concerning it, he notified the King of it and not only recounted the matter to him in detail, demonstrating that there were now enough proofs and witnesses for confirmation, which had hitherto always been clamored for, but also demanded, because of the insult done to the Company, that His Highness be pleased to investigate the matter, for which I offered the crew of the Snoek, together with exemplary punishment and such orders to his subjects that they would no longer undertake such actions against the Company's cruisers, which he was also obligated to protect. His Highness seemed to take this matter to heart and said that he would send his First Minister, the Kiaij Maas Tommongong Carta Nagara, to me in order to investigate this incident together and subsequently decide upon it. But instead of that, two days later his favorite, the Kiaij Ranga Astra Diradja, came in his name, who attempted to treat and smooth over the matter in a gentle manner, to which the undersigned pretended to lend an ear somewhat, without however giving a decisive answer, because it is dangerous to conclude and settle matters with this Minister, for he often conveys things as they are most pleasing to his sovereign. But in order to make the undersigned's intention known to the King once again, he invited the aforesaid favorite and aforementioned First Minister to him two days thereafter, to whom he made known his surprise that the King had not yet had these affairs investigated, and at the same time declared that he still persisted in what he had demanded of the King in this respect, or that he would otherwise, in the opposite case, be compelled to bring everything in detail to the notice of Your Right Noblenesses. The aforementioned Ministers thereupon requested a few days' postponement in order to propose it to the monarch and then bring back an answer. But no matter how the First Minister might point out to the King—as he had already done previously after I had left the audience—that this matter could result in Your Right Noblenesses' highest displeasure if His Highness did not deign to conduct an investigation into it and apply the necessary punishment, since this conduct was insulting to the Company and a public infraction of the contracts, all those representations were able to accomplish nothing. The King's so dearly beloved favorite knew how to place the matter in another light by showing that it was not so important, that the undersigned would not carry out his threat since he would not wish to seek the detriment of the Realm, and that he therefore only did it to increase his power, using this means for that purpose to make the King afraid, and more other arguments, which on the one hand reassured His Highness, and on the other
Dutch transcription
5 „ken, het welke volgens de ingekomene tijding van Riouw, vervolgens digt bij dat eyland op een klip gestooken, en zon„ „der dat 'er iets buijten de scheepelingen, heeft kunnen geborgen worden, vergaan is, zoo dra den eerbiedigen teeke„ „naar van dit geval tijding gekregen, en de nodige in„ „formatien desweegens genoomen, had, gaf 'er den Koning kennis van, en verhaalde hem niet alleen omstandig de zaak met aantooning, dat 'er nu genoeg bewijsen en getuij„ „gen, daar men thans altijd om schreeuwden, ter bevestiging waaren, maar eijschten ook om de choon de Comp aangedaan, dat zijn Hoogheijd de zaak geliefde te onderzoeken, waartoe ik het scheepsvolk van de Snoek aan bood, mitsgaders eene voorbeeldige staafoefening, en zodanige ordre aan zijne onderdaanen, dat zij zulks niet meer aan s' Comps kruijs„ „sers, dewelke Hij meede verpligt was te beschermen, kwaamen te onderneemen zijn Hoogheijd scheen deeze zaak ^ aan te trekken, en zeijde, dat Hij desselfs eerste Minis„ „ter den Kiaij Maas Tommongong Carta Nagara bij mij zou„ „de zenden, om dit geval te zaamen te onderzoeken, en vervol„ „gens te beslissen, dog in steede van dat kwam twee dagen naderhand uijt desselfs naam zijne gunsteling den kiaij Ranga Astra Diradja, dewelke de zaak op eene zagte wijse tragtede te behandelen en te ploijen waar aan den ondergeteekende zig geliet het oor wat te Leenen zonder echter een decisief andwoord te geeven, wil het met deese Minister gevaarlijk is zaaken aftemaaken en te schikken want hij is dikwils, en zoo als zijne vorst het aangenaamst is, overbrengt, dog om den Konings des ondergeteekende's intentie nogmaals te doen weeten, zoo verzogt hij twee dagen daar aan voorsz: gunsteling en gem: Eerste Minister bij zig, aan dewelke hij zijne verwondering te kennen gaf, dat de Koning deeze affaires nog niet Liet onderzoeken, en teffens verklaarde als nog te blijven persisteeren bij het geene ten deesen op zigte van den koning g'eijscht had, of dat hij anders in cas van het tegendeel genoodzaakt zoude zijn het een en ander breed„ „voerig ter uw Hoog Edelheedens kennisse te brengen: gem: Ministers verzogten daar op eenige dagen uijtstel, ten eijnde den verst het voorte dragen en dan bescheijd wederom te bren¬ „gen, dog hoe of den Eerste Minister den Koning onder het oog„ mogte brengen /:gelijk hij reeds te vooren, na dat ik van de audientie gegaan was, medegedaan had:/ dat deese zaak Uwer Hoog Edelhedens hoogste misnoegen ten gevolg konde heb„ „ben, zoo zijn Hoogheijd er geen onderzoek na geliefde te doen en de nodige straf te appliceeren, wijl dit bedrijf hoonende was voor De Comp:e en eene publique infractie op de Con„ „tracten, alle die vertoogen hebben niets kunnen uijtmerken deskonings, zoo zeer geliefde mignon wist de zaak in een anderligt te stellen met te toonen, dat ze zoo wigtig niet was, dat den ondergeteekende zijne bedreijging niet zoude ten uijtvoer brengen, wijl hij het nadeel van het Rijk niet zou„ „de willen zoeken, en het derhalven alleen deede om zijn magte vergrooten, waar toe hij dit middel gebruijkte om den koning bevreest te maken, en meer andere argumenten, dewelke aan de eene zeijde zijn Hoogheijd gerust stelden, en aan de andere trek en
English
other side rose up against the undersigned which had long been the pursuit of that favorite after which the prince refused to hear this matter spoken of any further, and let it take its course under the frivolous and invalid pretext that the evidence was not strong enough because they had nothing in hand belonging to the aggressor with which they could convict those people; and as if this protection were not yet enough, the king has also recently desired that, contrary to ancient custom, none of his subjects, whether commanding authority or stationed on a suspect vessel, shall be detained during the investigation, which he made known to the undersigned during a similar case a few days ago, with the addition that I could act according to my discretion with foreign traders, to which I simply answered that I would conduct myself in this regard according to the state of affairs. Thus the door is opened by the King for his subjects to smuggle with impunity, and when things begin to pinch they can hope for his protection, and thereby the respect for the Company and its Residents among private individuals is also utterly destroyed, which the aforementioned Saio Abo Bakker Minschap recently made known in no uncertain terms when, to someone who advised him not to appear so publicly in the songiauwer, he gave the reply: what do I care about the Company's chief, he complained to the king about me and Radeen Mochamat, but what came of it, and therefore what do I care about him now. The King, who, now that he is established in his realm, sheds the fox skin and gradually begins to show that he still possesses the same evil qualities which shone so clearly in him as crown prince, and which he knew how to conceal so masterfully for some time, is further confirmed in his bad opinions more and more by his two favorites, the aforementioned Kiaij RangaAstra Diradja and the Said All Minsich, also one of the two heads over the clergy here; two subjects whose brains are extremely fertile in inventing all wicked practices and varnishing them, who constantly incite his highness against the Company and teach him that he must maintain his independence by opposing everything that comes from the Company's side, and are moreover very hated by most of the great and humble, both because they build up their power and greatness to the detriment of the Realm and the inhabitants, and because they have astonishingly managed to captivate the prince in such a way that he will lend his ear to no advice other than theirs. It does not become me, as a humble servant, to propose measures which, according to my limited knowledge, might be useful to bring the king to other thoughts and to smother the rising evil at its birth, but it is my duty to depend on Your High Noble's profound wisdom in this; yet I cannot hide from Your High Noble that I fear, if the king continues in that manner as he now sets it up, it will in time lead to grievous histories and disadvantageous consequences for the Palembang Realm
Dutch transcription
andere kant tegens den ondergeteekenden op restide /:het welk al lang het zoeken van die gunsteling was geweest:/ waar na den vorst niet meer van deese affaire heeft willen hooren spreeken, en deselve op zijn beloop gelaaten onder het frivool en nietig pretext, dat de bewijsen niet sterk genoeg waaren, om dat men niets in handen had van het geen de aggresseur toebehoorden, om haar lieden daar meede te kunnen overtuijgen; en of deese protezie nog niet genoeg was, zoo heeft den koning en langs begeert, dat, teegens de alsoude gewoonten aan, geene van zijne onderdanen, het zij 't gezag voerende of be„ „scheijden op een suspect vaarthuijg, staande het onderzoek zullen gesecureert worden, het geene Hij bij een eenige dagen geleden diergelijk geval den ondergetekenden heeft Laaten bekent maaken, met bijvoeging, dat ik met vreemde handelaars na mijn goedvinden konde handelen, waar op ik eenvoudig heb geandwoord, dat ik mij hier omtrent na bevin„ „ding van zaaken zoude gedragen. Dus word de Deur door den Koning opengezet voor zijne on„ „derdaanen, om ongestraft te smokkelen en als het begint te nijp en kunnen zij op zijne protexie hoopen, en hier door word ook het ontzag voor de Comp:e en derselven Residenten onder de particulieren, den bodem ingeslagen, het welke de voorver„ „melde Saio Abo Bakker Minschap kortelings niet onduij„ „delijk te kennen gaf, wanneer hij aan iemand, dewelke hem af„ „raade zoo publicq in de songiauwer niet te verschijnen, ten andwoord gaf, wat raakt mij Comp:s opperhoofd, hij heeft over mij en Radeen Mochamat bij den koning geklaagt, dog wat is er van gekomen, en derhalven wat geef ik nu om hem. Den Koning, die, hij nu in zijn Rijk bevestigt is, het vossevel aflegt, en langsaamerhand begint te toonen dezelve quaade hoedanigheden nog te bezitten, dewelke in hem als kroonprins zoo hebben doorgestraalt, en die hij zoo meesterlijk eenige tijd heeft weeten te ontreijnsen, word in zijne slegte opinien nog meer en meer gestijft door zijne twee gunstelingen den voor„ „gem: Kiaij RangaAstra Diradja, en den Said All Minsich mede eene der twee hoofden over de geestelijkheijd alhier; twee sub„ „jecten, welkers brein ten uijterste vrugtbaar is in het uijtvinden van alle snoode praetijken en ze te vernissen, die zijn hoogheijd bij aanhoudentheijd tegens De Comp:e op hitsen, en Hem Leeren zijne onafhangelijkheijd te moeten handhaeven, door zig te ver„ „setten teegens alles wat van Comp„e weegen komt, mitsgaders bij de meeste Grooten en geringen zeer gehaat, zoo om dat zij haar vermogen en grootheijd ten nadeele van het Rijk en de ingesete„ „nen opbouwen, als om dat zij den vorst tot verwonderings toe zoodanig hebben weeten in teneemen, dat Hij na geene anderens raad als die van haar het oor Leenen wil. Het betaamt mij niet als een gering dienaar middelen voor te stellen, dewelke na mijne geringe kundigheijd dienstig zou„ „de kunnen zijn, om den koning eens tot andere gedagten, te bren„ „gen, en het opkomend quaad in desselfs geboorte te smooren, maar het is mijn pligt, in deesen van UW Hoog Edelhedens diepe wijsheijd aftehangen; dog ik kan voor uw Hoog Edelheden niet verbergen, dat ik vreese, wanneer de koning op die wijze voortgaat, gelijk hij het nu instelt, het als dan in der tijd ver„ „drietige histoerialen, en nadelige gevolgen voor 't Palembangse Rijk
English
Realm, just as, according to the respectful subscriber's humble understanding, Your High Nobilities' revered secret letter of 21 September 1762 regarding this king, then still being the crown prince, had already predicted. The king's First Minister, the Kiaij Maas tommongong Carta Nagara, who, since he has gotten the worst of it and sees that the king now wishes to establish his reign on this footing, is very much on the side of the undersigned, has often complained to me about the treatment by His Highness, both with respect to the Company and his Realm, and has also consulted whether there was no means to redress this. He and a few court dignitaries, who being convinced that the well-being of the Realm of Palembang depends on the Company's protection, which they also dare to testify to wholeheartedly, and unable to look with indifferent eyes upon the unthinkableness which the king shows and will show even further to the Company for the services which it has rendered to His Highness's predecessors, through which he came to the Crown, are of the following opinion, which I take the liberty to present most submissively to Your High Nobilities herewith, and also pursuant to their request. They think that cruising in Straat Banca, as formerly, would be useless, because behind that Island, from where the greatest smuggling trade also occurs, there are sufficient places to be able to carry on that illicit dealing; but they are of the opinion that, if Your High Nobilities could approve it, a very sharp and threatening letter from Your High Nobilities, paired with a demand for a sufficient punishment for what was committed against the cruising pantjallang De Snoek, will indeed bring the king to other thoughts and into a tight corner. And of this I have no doubt, since the king is a true coward whom mere suspicion alone, a simple rumor, can strike with the greatest terror. This I perceived most clearly at the time when the bark De Nagelboom was recently present here, for the charting by that vessel of the reef of Bato Carrang, and the sounding upon the same, had caused such a fear in the monarch for his jewel, the island of Banca, that the undersigned was pestered every day by his emissaries, and principally his beloved Kiaij Ranga Astla Diradja, who continually asked what on earth that charting meant, whether the Company perhaps had some intention toward Banca, and that if they had given any displeasure to Your High Nobilities, of which they were ignorant, one should only say so, whereupon the king would then seek to redress it and give all satisfaction. And truly, Most Noble Gentlemen! By such a heroic nature are most Palembangese also driven. I would wish to leave it at this, were I not compelled in fulfillment of my duty to bring yet another malicious piece of work of this deceitful Court to Your High Nobilities' venerated notice, namely the troublesome and covert inciting of the Javanese against the Company, since they reproach those traders in a mocking manner that, as slaves of the Company, they are indeed compelled to submit to Your High Nobilities' order to have to call at Batavia first when returning to their places of residence, but that they, as independent persons, however much against the inclination of the Palembangese inhabitants and private traders, [illegible]
Dutch transcription
Rijk zullen veroorsaaken, gelijk, nadie eerbiedigen teeke„ „naars onderwerpend begrip, uwer Hoog Edelheedens geëerbie „digde Secreete brief van den 21 September 1762 omtrent deese koning, toen nog kroonprins zijnde, alreeds voorspelt heeft. Des konings Eerste minister, den Kiaij Maas tommongong Carta Nagara, die, zeedert hij in het onderspit geraakt is, en ziet dat den koning op deese voet zijn regeering nu wil instellen, zeer op de zijde van den ondergeteekenden is, heeft mij dikwils geklaagt over de behandeling van zijn Hoogheijd zoo ten opzigte van de Comp„e als zijn Rijk, mitsgaders ge„ „raadpleegt of 'er geen middel was om zulks te redresseeren: hij nog eenige weijnige Hofsgrooten, die overtuijgt zijnde, dat het wel zijn van het Palembangsche Rijk van s' Comp:s bescher„ „ming afhangt, het welke zij ook volmondig durven betuijgen„ en met geene onverschillige oogen kunnende aanzien, de on„ „denkbaarheijd, die den koning bewijst en nog verder zal be„ „weijsen aan de Maatschappij voor de diensten, die deselve aan zijn Hoogheijds voorzaten, waar door hij tot den Chroon ge„ „koomen is, beweesen heeft, zijn van het volgende gevoelen, het geen ik de vrijheijd neem UW Hoog Edelheden bij deezen onderda„ „nigst en ingevolge ook haar versoek, voorte dragen. zij denken, dat eene bekruijsing in Straat Banca, gelijk voor„ „maals onnut zoude zijn, wijl agter dat Eijland van waar ook de grootste smokkelhandel geschiet, genoegsaam plaatsen zijn, om dat morschwerk te kunnen drijven, maar zij zijn van gevoelen, dat, als UW Hoog Edelhedens het konden goedvinden, eene zeer scherpe en bedreijgende brief van uw Hoog Edelheden, gepaart met eene eijsch van eene voldoende strafoevening over het gepleegde aan de kruijspantjallang De Snoek, den koning wel tot andere gedagten en in het nauw zal brengen, en hier aan twijffeleik niet, wijl de koning een regte bloedaart is wien de enkelde argwaan alleen, een blood gerugt de grootste schrik op het Lijf kanJaagen, Dit heb ik ten klaarsten bespeurt ten tijde wanneer de bark De Nagelboom hier jongst aan weesig was, want het op neemen door dat vaarthuijg van het rif van Bato Carrang, en de peij„ „ling op het zelve, had in den vorst zulk een vrees voor zijn kleij„ „nood het eijland Banca veroorsaakt, dat den ondergeteekende alle dagen geplaagt wierd door zijne zendelingen, en voorna„ „mentlijk zijn geliefde Kiaij Ranga Astla Diradja, dewelke geduurig vraagden wat of dog dat opneemen beduijde, of de Comp:e ook eenige intentie op Banca Egd, dat als zij eenig Misnoegen, daar zij onkundig van waeren, aan Uw Hoog Edelheden gegeeven hadden, men het maar zoude zeggen, wanneer den koning als dan zoude zoeken te redresseeren en alle genoegen te geeven: en waarlijk Hoog Edele Heeren! van zodanig een heldenaard worden, ook de meeste Palembangers gedreven. Ik zoude het hier bij wel willen Laaten berusten, waar ik niet ter voldoening aan mijne pligt genoodzaakt nog een quaad„ vaardigstukje van dit valsche Hofter uwer Hoog Edelhe„ „dens gevenereerde kennisse te brengen, te weeten het Lestig en als onder de hand op stooken der Javaenen tegens de Comp:e wijl zij die handelaars op eene schampere wijze verwijten, dat deselve als slaven der Maatschappij welgenoodzaakt zijn zig te onderwer„ „pen aan uw Hoog Edelheedens ordre, van bij het terug keeren naar haare woonplaatsen eerst batavia te moeten aandoen, maar dat zij als onafhangelijk zig /: hoe zeer ook tegens den zin der Palembangsche ingesetenen en particuliere handelaars:/ daar aan i heden k
English
would not submit to, this arrogance has received a very great blow; for upon the return of the Envoys, the court had certainly expected Your High Noble Lordships' permission for the same to be allowed to sail directly to Java again as before. In that expectation, it had already boasted of it to the Javanese, in order to triumph over those peoples with it as a sign of the independence of Palembang as soon as the confirmation of it had arrived. And from this source it also arises that the King has not wished to embrace the remedial measures proposed by Your High Noble Lordships to chop through some pieces of tin, and to make known the number of loaded pieces alongside the picols on the pass. It is not because he judges it useless or impracticable, but out of a stubbornness of his and of most of his Court Dignitaries, for they would think that an infringement upon their so-cherished independence had already been made if they gave even the appearance that they had received any orders from Your High Noble Lordships. And this even goes so far that, as the First Minister has informed me, the King has not even had an investigation made, as the respectful signatory had requested of him, as to whether the considerable shortage on the vessel of Juragan Abdul Wahit was to be attributed to any cause here. In the beginning of the recently concluded month of November, the English bark Juno, commanded by Captain W: G:t Scott, came to anchor before the shallows of this river. By letter, he gave notice thereof to the undersigned and at the same time requested to be allowed to come ashore to him, since he was sent by Captain Parks to settle the affair concerning the tin taken by the latter in the year 1777 from the vessel of Kiai Mas Braham. I declined his request and further wrote back that it would be pleasing to me to be able to settle this matter at last, that this could well be done by letters, and therefore requested him to give me disclosure of the orders he had brought along, in order afterward to be able to send someone to receive that money; while I furthermore had a cruiser lie on guard duty by him, through which the outgoing and incoming letters passed, to prevent collusion with the Palembanger. A few days thereafter, Captain Scott sent me, alongside my reply, a letter from Captain Parks, in which the latter informed me that, on account of the complaints made by Your High Noble Lordships to the English Ministry in Bengal, he had dispatched the said Scott to settle this notorious affair with me, but that because of the distressing news between the French and English Crown he came to offer, not cash, but as the only safe means of payment, bills of exchange on the owner of the ship Favourite, who according to Captain Scott's further letter is Mr. Herbert Harris in Calcutta. This manner of payment appearing strange to the respectful signatory, and it occurring to his mind that Captain Parks' intention was either to put this matter off even further into the future under the pretext of his readiness to pay, or, if the undersigned accepted the bills of exchange, to hold him responsible for that money, and if he wished to have payment, to compel the ship Favourite to be helped to a cargo of tin by means of the Palembanger; I have therefore, as well for these reasons as not to help the Palembangers to any new correspondent, rejected this offer, and requested Captain Scott, if he had no other orders, then the sooner the better to depart again and go fetch others from his principal, upon which he also set sail again toward the North on the 18th of the same month. The respectful signatory, having submitted himself according to the submissive collective letter of June 9 to Your High Noble Lordships' venerated desire to continue remaining in this residency for some time yet, now finds himself compelled to turn again in this regard to Your High Noble Lordships, and most respectfully to show that this autumn he received letters from the Netherlands in which he is not only informed that it has finally come to the lawsuit so long feared and foreseen by him, but also that through the death of the person to whom he had entrusted the execution of this affair, matters were going into the uttermost confusion, and if he did not promptly establish order and personally come over, everything would turn out to his greatest injury. However gladly he wishes to sacrifice his meager abilities to the Service of the Company, these entirely unforeseen and unexpected circumstances nevertheless persuade him to fix his attention on his own interests and, as far as possible, to prevent his considerable disadvantage and ruin as much as possible; wherefore he takes the liberty to beseech Your High Noble Lordships once again herewith in the most submissive manner for his discharge from this residency, and relief toward the Netherlands with the first return fleet sent thither of the year 1780. With the deepest respect and submission, I have the honor to call myself, Below stood: High Noble Great Honorable Lord, and Well-Noble Lords. Lower: Your High Noble Lordships' very obedient and humble Servant. Was signed: C: De Vries. In margin: Palembang, the 11th of December 1779. Agrees, Wemms
Dutch transcription
aan niet willen onderwerpen, deese verwaantheijt heeft eene zeer groote krak gekregen; want het hof had met de te rugkomst van de Gezanten voorzeeker verwagt uwer Hoog Edelhedens vergunning aan het zelve om weeder als te vooren direct op Java te mogen vaaren: in die verwagting had het zelve er al med bij de Javaanen gepronkt, om over die volkeren, zoo dra de beventig „ging 'er van gekomen, was daar meede als een teeken van de on„ „afhankelijkheijd van Palembang te triumpheeren: en uijt dee ze bron komt ook voort, dat de koning niet heeft willen omhelsen de door uw Hoog Edelhedens voorgestelde redresmiddelen, om zommige stukken thin door te kappen, en het getal der inge„ „leedene stukken, nevens de picols op de pas bekent te stellen, het is niet om dat Hij het onnuttig of onuijtvoerlijk oordeelt, maar eene stijfkoppigheijd van Hem en zijne meeste Hofsgroo„ ten, want zij zouden denken, dat 'er al een inbreuk op haare zoo geliefkoosde onafhangelijkheijd gedaan was, als zij maar scheijn gaaven, dat van Uw Hoog Edelhedens eenige ordres ontvangen hadden, en dit gaat zelfs zoo verre, dat, zoo als de Eerste minister mij berigt heeft, den koning niet eens, gelijk den Eerbiedigen tekenaar Hem verzogt had, zelfs onderzoek heeft Laaten doen, of de Considereble te kortkoming op het „vaarthuijg van Juragan Abdul Wahit aan eenige oorzaak alhier te attribueeren was„ In het begin van de Jongst afgelopene maand November is voor de banken deeser rivier ten ankergekomen de Engelsche bark Juno, gecommandeert door Capitain W: G:t Scott, ten welkeper missive den ondergeteekenden daar van kennis gaf, en teffens verzogt aan de wal bij hem te mogen koomen; wijl hij van Capitain Parks gezonden was, om de Affaire over het door laastgem: en A:o 1777. uijt het vaarthuijg van Kiaij Maas Braham genomene thin afte„ maken: zijn verzoek heb ik gedeelineert, en verders te rugge¬ „schreeven, dat het mij aangenaam zoude zijn deeze zaak einder „lijk eens te kunnen vereffenen, dat zulks wel door brieven kende geschieden, en hem daarom verzogt, mij opening van zijne medegekregene ordres te willen geeven, om naderhand als dan iemant ter ontvangst, van dat geld te kunnen afzenden; ter„ „wijl ik verders bij hem een kruijssers op brandwagt liet Leggen, door welke de afgaande en aankomende brieven, ter voorkoming van konkalerij met den Palembanger geschiede: weijnig dagen daarna Zond mij Capitain Scott nevens mijn andwoord een brief van Capitain Parks, welke laatsgem: mij bedeelde, dat hij wegens de door UW Hoog Edelhedens gedane klagten aan het Engelsch Ministeris in Bongale gem: Jcoft had afgezon„ „den om met mij deeze bewuste affaire aftemaken, dog dat hij om de wille der verdrtige tijding tusschen de fansche en Engelsche kaoon geen Contanten, maar als het eenigste veij„ „lige middel in betaling kwam aantebieden wissels op den eigenaar van het schip favourita, dewelke volgens Capitain Joost zijn nader schrijven is de Heer Herbert Harriste Cal„ „catta. 1 Deese manier van betaling den eerbiedigen teekenaar vreemd voorkomende, en na zijne gedagten geschiedende, dat Capitain Barks voorneemen was of om deeze zaak onder scheijn van zijn be„ „rijdwilligheijd ter betaling nog verder op de Lange bank te schrijven, of zoo den ondergeteekenden de wissels accepteerde hem verandwoordelijk voor dat geld te stellen, en indien be„ „taling wilde hebben te Constringeeren door middel van den Palembanger en Palembanger het schip Favourite aan een Lading thin te helpen; zoo heb ik zoo wel om deese redenen, als met de Salem„ „bangers aan geene nieuwe Correspondent te helpen, deeze aanbieding van de hand geweesen, mitsgaders Capitain scott verzogt zoo hij geene andere ordres had als dan hoe spoldiger hoe liever weder te willen vertrekken en andere van zij¬ „ne Principaal te gaan haelen, waar op hij ook den 18 van dezelfde maand wederom na de Noord onder zeijl gegaan is. Den Eerbiedigen tekenaar blijkens submisse gemeene let„ „teren van den 9 Junij zig onderworpen hebbende aan UW Hoog Edelhedens gevenerende begeerte, van nog eenige tijd in deeze residentie te blijven continueeren; zoo vind hij zig thans ge„ „noodzaakt van zig ten deesen opzigte wederoms tot uw Hoog Edelheden te moeten wenden, en eerbiedigst te vertoonen, dat hij in dit najaar brieven uyt Neederland ontvangen heeft, waar in hem niet alleen bedeelt word, dat het eijnde„ „lijk tot het door hem zoo Lang gevreest en vooruijtgezien proces gekoomen is, maar ook dat door het overlijden der per„ „soon, aan wien hij de uijtvoering deezer affaire had toever„ „trouws, de zaken in de uijterste verwarring gingen, en zoo hij niet spoedig ordre stelde en zelfs overkwam, het een en ander niet als tot zijn grootste schaede zoude uijtvallen. Hoe gaarne hij ook zijne geringe vermogens aan den Dienst der Maatschappij op offeren wil, zoo persuadeeren hem echter dee„ „ze gantsch onvoorsiene en onverwagte omstandigheden, des„ „selfs attentie op zijne eijgene belangens te vestigen, en om na mogelijkheijd zijn aanmerkelijk nadeel en huin zoo veel mogelijk voortekoomen; weshalven hij zig bevrijmoedigt van UW Hoog Edelheden wederom bij deezen op het onderda„ „nigste om zijn ontzlag uijt deeze residentie, en verlossing na Nederland met de eersteretourbesending na derwaarts van het Jaar 1780. te suppliceeren. Met de diepste eerbied, en onderwerping vereere ik mij te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Meer; en Wel Ede„ „le Heeren. /:Lager:/ UW Hoog Edelhedens zeer gehoor„ „same en ootmoedige Dienaar /:was geteekent:/ C: De Vries, /:in margine:/ Palembang den 11:e December 1779., Accordeert Wemms Aan den tin rks be¬ e be„ den e banger
English
To His Honour, The High Noble Great Right Honourable Lord, Separate. By the Chinese Juragan Tjekam Reijnier de Klerk, Governor-General, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble Great Right Honourable Lord, and Right Honourable Lords. With the departure of the bearer of this, I have the honour to inform Your High Noble Excellencies that, in view of the uncertainty of the news received by me from the north, as if the State of the United Netherlands had assisted the Crown of England, and following the rumours that two or three French warships might be cruising in the Strait of Banca, together with some bold, undermanned pirates, belonging to Malano and Tedong, who have committed many violent acts in that strait and on the island of Banca, I have dispatched an express messenger downriver with orders to make inquiries regarding all the aforesaid as accurately as possible. The said envoy has informed me by a letter received today that, according to the accounts arriving as news at the Sousang, the aforesaid ships are likely English, which were cruising in the Strait of Banca, showing now an English and then again a French flag; furthermore, that the number of the pirates' vessels was reportedly as strong as twenty, of which two had landed at Songie Leat, being a tin mine on Banca, and from there, after killing and injuring some Chinese, had stolen 3000 pieces of tin. The said envoy was to go further out to sea to make more positive and precise inquiries regarding this and that, of which news I hope to have the honour to inform Your High Noble Excellencies by the next opportunity. Meanwhile, with the vessels that departed for Batavia, I have sent along a letter for the cruising pantjallang expected from the capital, to be delivered to the same upon encountering that vessel, wherein I have warned the master of that craft, on account of the aforesaid circulating rumours, to be on his guard. The delivery of pepper and tin is progressing very slowly; of the vessels that obtained their passes for the capital on the 5th of this month, only one had arrived at the Sousang by the 16th of this month. On the 15th of this month, during an audience with the king, I once again urged with all emphasis a speedy progress of that work, and, according to custom, I was dismissed again with the greatest promises and strongest assurances of goodwill. At present, so far as there is positive news, thirteen vessels, both large and small, with tin have arrived within this river, and some of them have already reached the upper river, which are transferring their cargo to the craft destined for Batavia, of which, so it is said, four or five are expected to request their passes within a few days. I am with the deepest respect and the greatest esteem. Below stood: High Noble Great Right Honourable Lord, and Right Honourable Lords. Lower: Your High Noble Excellencies' most humble and obedient servant. Was signed: J: De Vries. In the margin: Palembang, the 18th of April 1780. Agrees By the Kheagus Rajong To His Honour, The High Noble Great Right Honourable Lord, Reijnier de Klerk, Governor-General, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Separate. Palembang High Noble Great Right Honourable Lord, and Right Honourable Lords. In continuation of my respectful separate letter of the 18th of this month, I have the honour to inform Your High Noble Excellencies that the news of the French warships cruising in the Strait of Banca has been found to be entirely false, but on the contrary, that they are English ships to the number of two to three, which display now an English, then a French, and then a Dutch flag, and which vessels, it is thought, linger in that strait possibly to conduct smuggling, which the respectful signatory will endeavour to counter with the cruising vessels at hand; while the king has promised to have his vessels, which are out at sea and cruising the river, watch against it as well. With deep respect and humility, I have the honour to call myself. Below stood: High Noble, Great Right Honourable Lord, and Right Honourable Lords. Lower: Your High Noble Excellencies' very obedient and humble servant. Was signed: J: de Vries. In the margin: Palembang, the 20th of April 1780. Agrees Separate. To His Honour, The High Noble Great Right Honourable Lord, Reijnier de Klerk, Governor-General, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble Great Right Honourable Lord, and Right Honourable Lords. In respectful reply to Your High Noble Excellencies' honoured separate letter of the 3rd of June ultimo, we have the honour to write in reply that, through our ceaseless urging and exhortations to the king, beyond our expectations, the delivery of pepper and tin has nevertheless risen to 4300 picols of the former, and 23200 picols of the latter product, for which in the beginning, especially with respect to the pepper, there truly appeared not the slightest prospect; and therefore, in order to seize everything that might appear and deliver the same into the lap of the Company, we have taken the liberty, based on Your High Noble Excellencies' favourable authorization to use some moderate leniency with the issuance of passes after the appointed time of the end of April, and in the hope of approval, to allow the deliveries to continue until the 1st of August ultimo. In order to encourage the king as much as possible in the cultivation of pepper and a generous delivery of the products, we have set before that monarch Your High Noble Excellencies' affection for the peace and prosperity of his realm, and at the same time communicated the measures employed by the same, both in respect of the violent acts committed by the Malays and Limoenders in his realm, as
Dutch transcription
Heer. P:r den Chineescho Juragan Tjekam Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De wel Edele Heeren Raden van Neederlandsch India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer„ en WelEdele Heeren Met het vertrek van brenger deeses heb ik de eer uw Hoog Edelheden te bedeelen, dat vermits de onzekerheijd der bij mij van de noord ontvangene tijding, als of Den staat der vereenigde Neederlanden den Kroon van Enge„ „land bijgesprongen was, ik op de gerugten dat er twee al Drie Fransche oorlog schepen in straat Banca zouden kruijssen, mitsgaders eenige stoudmoedige onsterk beman„ „de zeerovers, op Malano en Tedong 't huijshoorende, in die engte en op het Eijland Banca veelegewildenarijen pleegden, een expresse na beneden hebgezonden met last, zig na al het voorenstaande zig zoo nauwkeurig mogelijk te infor„ „meeren, Gemelde zendeling heeft mij bij brief op heeden ont„ „vangen bedeelt, dat, volgens de beschrijvingen inkomen„ „de tijding aan de sousang, voorgemelde Schepen Engelschen zoude zijn, dewelke in straat Banca kruijsden, en dan een Engelsche, en dan weeder een Fransche vlag vertoonden, mits„ „gaders dat het getal der Rovers wel twintig vaartuijgen zoude sterk zijn, waar van er twee op Songie Leatg: zijnde een thin meijn op Banca :/ geland waeren, en van daar, na ombrenging en quetsing van eenige Chineeschen, 3000 stuk„ „ken thin zouden gerooft hebben, die zendeling zoude na buijten zeewaarts gaan om zig na het een en an„ „der nader en posetief te informeeren, waar van Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren of Apart. ik de tijding per naaste gelegentheijd de eere hoop te hebben uw Hoog Edelheden te kun„ „nen bedeelen. Intusschen heb ik met de na Batavia vertrokken vaarthuijgen een brief meede gegeven aan den van de Hoofdplaats verwagt wordende kruijspantgal„ „lang, om bij ontmoeting van dat vaartuijg aan hetzelve afgegeven te worden, waar in ik de gezag„ „hebber van dat Kieltje, om de wille van voor„ „gemelde Loopende gerugten, heb, om op zijn hoede te zijn. Met de Peper en Thin Leverantie gaat het zeer schoor„ „voetende; van de vaartuijgen, de welke den 5 dee„ „zer haare Passen na de Hoofdplaats gehaalt heb„ „ben, was 'er den 16. deeser nog maar een tot aan de Sousang gekoomen: den 15 deeser heb ik bij den koning in eene audientie nog met alle nadruk op eene spoedige voortgang van dat werk aange„ „drongen, en ben volgens gewoonte met de grootste belofte en sterkste verzekeringen van welme„ „mentheijd weder afgescheept geworden: thans zijn 'er /:zoo verre expositive tijding is:/ derthien zoo groote als kleine vaartuijgen met thin binnen deeze rivier gekomen, en ook eenige er van al boven, dewelke haare Lading aan de voor Batavia ge„ „destineerde kieltjes overgeven, waar van /:zoo gezegt word:/ binnen weijnige dagen vier of vijf om haare passen staan te vraagen. Ik ben met de diepste eerbied en het meeste ontzag. /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en WelEdele Heeren. /:Lager:/ uw Hoog Edelhedens onderdanigste en gehoorsaamste Dienaar /:was getee„ „kent:/ J: De Vries /in margine:/ Palembang den 18 April 1780. Accordeert t Plemms Aan t e„ den man„ die n, g in 6 2 for„ „ en„ he een nde - 7 P=r den Kheagus Rajong Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en te Wel Edele Heeren Ten vervolge van mijn eerbiedig Apart Schrijvens van den 18 Deeser, heb ik de eer uw Hoog Edelheden te bedeelen, dat de tijding van de in straat Banca kruijsende Fransche oorlogschepen gantsch valsch bevonden is, maar wel en tegendeel, dat het En„ „gelsche schepen ten getalle van twee à drie zijn, dewelke dan een Engelsche, dan een Fransche en dan een Hollandsche vlag vertoonen, en welke kielen na gedagten zig in die engte ophouden, om des mogelijk smokkelhandel te drijven, het welke de Eerbiedige tekenaar met de aan handen zijnde kruijsvaartuijgen zal tragten tegen te gaan; terwijl de koning belooft heeft door zijne buijten zijnde, en op de rivierskruijssende vaartuijgen, 'er mede tegen te zullen Laaten waeken. Met diepe eerbied en ootmoet overeere ik mij te noeme. /:onderstond:/ Hoog Edel, Groot Agtbaar Heer, en wel Edele Heeren. /:Lager:/ UW Hoog Edelhedens zeer gehoorsaame en onderdanige Dienaar, /:was„ „geteekent:/ J: de Vries, /:in margine:/ Palembang den 20 April 1788 Accordeert Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Heeren Raden van Neederlandsch Indias Apart Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Plemm Aan Apart Reinierde Kiem Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Heeren Raden van Neederlandseh India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en Wel Edele Heeren. In Eerbiedig andwoord op uw Hoog Edelhedens gevene „reerde Aparte Letten van den 3. Junij Passato, hebben wij de eer te rescribeeren, dat door onse onophoudelijke aandrang en adhortatien bij den koning boven onse verwagting de Hei„ „verantie van Peeper en thin nog tot op 4300. picals, van het Eerste, en 23200. p:s van het Laatste product is geclommen, waar toe waarlijk in het begin, voornamentlijk ten opzigte der peper geene de minste aparentie zig opdeed, en derhalven om maar alles te vangen wat zij kwam op te doen, en zulks in den schoof der Maatschappij te bezorgen, hebben wij, op uw Hoog Edelhedens gunstige qualificatie, om met afgave der passen naar de bepaalde tijd van ult:o April eenig temparamenten oogluij „king te gebruijken, de vrijheijd genoomen, in hoope van goed„ „keuring, de Leverantie tot den 1: Augustus passato te Laaten voortlopen Om den koning zoo veel mogelijk tot de peperculture en een ruijme Leverantie der producten te animeeren, hebben wij dien vorst voorgehouden, uwer Hoog Edelhedens genegentheijd tot de rust en welvaart van zijn Rijk en teffens bedeelt de door Hoogst dezelve in het werk gestelde middelen zoo met opzigt tot de gepleegde ge„ „weldadigheden door de Maleijers en Limoenders in zijn Rijk, Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer als part 13 an
English
as well as regarding the actions of the Abongers in the province of Commorijn, whereupon His Highness requested us to assure Your High Nobles that he will always be attentive to show Your High Nobles as much as possible the tokens of his gratitude for this very affectionate care; while with respect to the Mongers we have the honor to inform Your High Nobles that we have received no further reports concerning that matter: only, upon the return here of the Chief sent thither by the king over the province of Commorijn in the month of April passato, a letter from the Lampong Toulang Bouwangs Resident was delivered to us, dated 15 December A:o passato accompanied respectfully herewith in which he informs that he would make inquiries after the perpetrators. Your High Nobles remark and recommendation with respect to the punishment inflicted by the king upon the Chiefs at Muntok because of the illicit trade carried on with Captain Lindesaij, we have kindly presented to His Highness, but the king seemed unwilling to give ear to it, and to adhere to his answer regarding that matter, mentioned in our humble separate letter of 11 December 1759. We also have the honor to inform Your High Nobles that the payment, so long delayed, for the tin taken by Captain Parks from the vessel of Kiaij Maas Braham, was finally completed in the month of Junij passato: an English Captain William Gordon brought the money, and after he had given notice thereof, in order not to trust the Palembangers alone with that Briton, we sent alongside them a trusted court servant outward to the English ship, who, alongside the Palembang emissaries, received that money, and after which Captain Gordon, upon our notification, immediately set the prow to the North and departed. We honor ourselves with the deepest awe and the most respect to be, underwritten High Noble Right Honorable Lord, and Honorable Lords, lower Your High Nobles most humble and obedient servants: was signed: I: De Vries, and G:t Hemmij in margin Palembang the 13:th September A:o 1783. Agreed, Klimm. Japan Secret Director To His Nobility, The High Noble, Valiant, Right Honorable Lord Rijnier de Klerk, Governor-General, together with The Honorable Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Valiant, Right Honorable, Brave, and Far-Ruling Lord and Lords, With particular pleasure we have learned from Your High Noble Right Honorable separate letter of 20 Junij of this year the favorable approval of our conduct, together with your respected decision to refrain from sending a letter to the Lords Imperial Councillors, since this would only be presented by the Governors at Court as a token of the satisfaction that the Company expressed regarding the treatment by the Nangasachij Regents, without obtaining any change for the better therefrom. We have made every effort to fathom the true cause of the sending back of the Emperor letter, and have presented our reflections to the Under-Reporter [illegible], one of the most competent of the college of interpreters, regarding the gift of 500 Picols of bar copper that the Emperor in the year 1778 was said to have presented to the Company for the two Persian horses brought in 1771, telling him that from the whole course of affairs it appeared that this was a special arrangement of the Nangazachise Governors, since 500 picols of bar copper could not be considered an Imperial gift for animals that cost the Company such large sums, that it seemed as if the Governors, by having such a gift made to the Company from time to time, tried to keep it in the belief that their conduct was completely justified by the Court, and that the Emperor thereby showed he was always well-disposed to the Company; so that in this confidence one continued the trade always in the hope that a change for the better would one day arise, but was disappointed therein from year to year; and that also all the mysteriousness regarding the letter sent by the Government in the previous year as a token of gratitude, which we had to carry back to Batavia, was so great to us from their previous [illegible], that the slightest suspicion of having spoken about it would jeopardize his entire prosperity, and he was doing his best to be discharged from his post as Under-Interpreter, in order to earn a living in Tedo by practicing medicine, if [illegible].
Dutch transcription
als met betrekking van het bedrijfder Abongers in de pro„ „vintie Commorijn, waar op zijn Hoogheijd ons verzogt heeft uw Hoog Edelheden te betuijgen, dat Hij steeds attent zal zijn, om zoo veel mogelijk uw Hoog Edelheden de blijken zijn „ner dankbaarheijd voor deese zoo genegene zorge te toonen; terwijl wij ten opzigte der Mongers de eere hebben UW Hoog Edelheden te bedeelen, dat wij dienaangaande geene nade„ „re berigten ontvangen hebben: eenlijk is met de te rugkomst alhier van het door den koning na derwaarts gezondene Hoofd over de provintie Commorijn in de maand April passato ons ter hand bestelt een brief van den Lampong Toulang Bouwangs Resident, ged:t 15 December A:o passato /:deezen in eerbied versel„ „lende /:/ waar bij hij bedeelt, dat zig na de daders zoude informeeren, uw Hoog Edelhedens aanmerking en recommandatie ten op„ „zigte der Strafoeffening door den koning de Hoofden op Muntok aangedaan, weegens de gedrevene morschhandel met Capitain Lindesaij, hebben wij zijn Hoogheijd in het vriendelijke voorge„ „houden, dog de koning scheen daar aan geen gehoor te willen Leenen, en zig te houden aan zijn andwoord dienaangaande, vermelt bij onse submisse aparte Letteren van den 11. December 1759. Wij hebben nog de eer uw Hoog Edelheden te bedeelen, dat de zoo lang getraineerde betaling van de door Capitain Parks uijt het vaarthuijg van Kiaij Maas Braham genomens thin, eijndelijk in de maand Iunij passato is volbragt geworden: eene Engelsche Capitain William Gordon heeft het geld gebragt, en nadat hij ter kennis van gegeeven had, hebben wij om de Palem„ „bangers niet alleen bij dien brit te vertrouwen, nevens de„ „zelve een vertrouwt hierop eeschdienaar na buijten na het Engelsche schip gezonden, dewelke nevens de Palembangsche zendelingen, dat geld heeft ontvangen, en waarna Capitain Gordon op ons aanzeggen ten eersten den Steeven na de Noord gezet heeft en vertrokken is, wij vereeren ons met het diepste ontzagen de meeste- Eerbied te zijn, /:onderstond:/ Hoog Edel groot Agtbaar Heer, en welEdele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelhedens onderdanigste en gehoorsaamste die„ „nuaren: /: was geteekent:/ I: De Vries, en G:t Hemmij /:in„ „margine:/ Palembang den 13:' September A„o 1783 Accordeert Klimm e Hoofd ter angs sel„ en„ op„ tok n d at e voor Japan secreet Directeur daar over te hebben gesprooken zijn geheele welvaard in de waagschaal stelde, en hij zijn best deed om van zijn bediening als Onder¬ „tolk te werden ontslaagen, om zig in Tedo met het oeffenen der geneeskunde te geneeren, indien V en ra Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer ge „ Rijnier de Klerk Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Groot Agtbaare Heeren ren Directeur 6 Raaden van Neederlands India. Berg Hoog Edele heserenge Groot Agtbaare, Manhaffe, en Wijdgebiedende Heer en ria Met een beisonder genoege is ons uijt Vaw Hoog Edele Groot Agtbaarens aparte litteren 8 zo groot was, dar nor gemye daar over te hebben gesprooken zijn geheele welvaard in de waagschaalstelde, en hij zijn best deed om van zijn bediening als Onder¬ „tolk te werden ontslaagen, om zig in Tedo met het oeffenen der geneeskunde te geneeren, van den Heeren indien van den 20 Junij deeses Jaars, de gunstige Apro¬ „batie onser behandelingen te vooren gekoomen, neevens derzelver g'eerd goedvinden om van het zenden van een brief aan de Heeren Rijks Raaden af te aien, wijl deese alleen als een blijk van het genoege dat de Comp: over de be¬ „handelingen van de Nangasachijse Regenten betuijgde, door de Gouverneurs ten Hoove zou¬ H worden voorgedraagen, sonder daar uijt eenige verandering ten goeden te erlangen: Wij hebben alle pogingen aangewend om de waare oorsaak van het te rug senden van 't Keijsers brief te doorgronden, en den Onder rapporteur sitsnossd„ een- der geschicksten van pot lolken Collegie, onse bedenkingen voorgehouden, weegens het geschenk van 500. Picols staaf Kooper dat den Keijser in het Jaar 1778 , voor de twee persiaanse Paarden in 1771 aangebragt, den Comp: zou hebben vereerd, hem zeggenden dat het uijt het geheel beloop van Zaaken voorkwam F voor kwam, dat dit een beisondere schikking van de Nangazachise Gouverneurs was, wijl 500 picols staaf kooper, geen Keijserlijk geschenke, . houden gereekend werden, voor dieren die de Comp: sulke groote Sommen te staan Kwaa¬ „men, dat het scheen of de Gouverneurs door de Comp: van teid tot teid zodanig een geschenk & te doen, haar in het denkbeeld trachten te houden, als of haare behandelingen door het Hoff volkoome wierden gebillijkt, en den Keijser daar meede toonde, de Comp: steede 9 geneege te zijn dat men in dit vertrouwe den handel bleef voortzetten altoos in hoope dat er eens een verandering ten goeden zou ontstaan, dog daar in van Jaar tot Jaar wierd te loor gesteld, dat eek al het misten „ „rieuse nopens den brief door de Regeering in het voorige Jaar als een blijk van dank¬ „baarheid gesonden, dog die wij na Batavia hadden moetent te rug voeren, ons uijt haare voorige zo groot was, dat net geringste vermoeo daar over te hebben gesprooken zijn geheele welvaard in de waagschaal stelde, en hij zijn best deed om van zijn bediening als Onder¬ „tolk te werden ontslaagen, om zig in Tedo met het oeffenin der geneerkunde te geneeren, ria eden berg ra Directeur indien 3 d en