Inventory 3586
Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
I shall also inform myself further in that regard, Honorable Sir, and then write to Your Honorable Respects; while I now take the liberty, with all due high esteem and respect, to call myself, Honorable Sir! Your Honorable Respects' humble and obedient servant, was signed S:n Monsieur, in the margin: Boelecomba the 14th of April Anno 1780. Translation of a Malay letter written by Siri Sultan Kaimoedin together with his Grandees of the Realm to the Honorable Governor and Council at Macasser After preceding compliments. Thus Siri Sultan Kaimoedin, together with the Grandees of the Realm, makes known to the Honorable Governor and Council that the land of Bouthon presently finds itself in great anxiety, because we have learned that the Papuas, with a force of three hundred kora-koras under the command of eight Tidorese captains, together with a great multitude of foreign eastern peoples, threaten to make an invasion into the Kingdom of Bouthon, and to that end have dispersed themselves upon the surrounding islands here, and commit all manner of hostilities, as they have already pillaged and burned the settlements of Binonko, Timo, Iongano, yea even Mandati and Wantje, murdering some of the inhabitants and carrying others away. Upon this sorrowful news we find ourselves utterly at a loss, as we entirely lack the power to be able to withstand these furious enemies, by reason that our vessels were ruined in the war of Woena, and our weapons have for the greatest part become unserviceable; the more so as we have learned that the enemy has presently gathered at an island situated opposite Binonko and, according to some escaped prisoners, is making preparations to come directly hither and invade our country. Therefore we, Siri Sultan Kaimoedin, together with the collective Grandees of the Realm, after ripe deliberation, have thought fit and unanimously resolved—since we have placed our trust and hope in none other than the Honorable Company, and to whom we are also obliged to present our sorrow—to dispatch our Lieutenant Laija together with two interpreters to Your Honorable Respects, with the humble request to be pleased to accommodate us in that regard with the necessary assistance by sending guns, gunpowder, and lead, we having then only to care for the necessary vessels. Furthermore, we take the liberty in all respect to make known to Your Honorable Respects that here on the reef of Karan Poelo Bonerate, a burger chaloup belonging to [illegible] was wrecked by a severe storm in tempestuous weather. The same was coming from Batavia and was destined for Ternaten. Nothing of the cargo was saved, but the crew members, together with the wife of the skipper, made their way hither with a sampan, whom we have entertained to the best of our ability and provided with the necessary assistance. These persons have waited here for a long time, though in vain, for the Ternate ship, there having been only a Bandanese ship here. Therefore, we now have the honor to send the same over to Your Honorable Respects, since they will have better opportunity there to be able to continue their journey and be transported to the aforementioned place. Underneath stood: Written on Bouthon in the King's Dalam on Sunday the 11th of the month Rabil Aher 1194, or the 18th of April 1780. To the King and Grandees of the Realm of Bouton, After the customary greetings. Furthermore, we make known that we have duly received Your Highness's letter, brought hither with your envoy, Lieutenant Laija, from which it has appeared to us with much sorrow that not only the Kingdom of Bouton and subordinate lands were threatened with an invasion by the Papuas, but that the same had already overrun and pillaged several islands, and partially murdered and partially plundered the inhabitants. For that reason, and to give Your Highness and the Grandees of the Realm a full token of the Company's friendship and desire to promote the prosperity of Bouton, we could not decline the requested assistance, but therefore let this be accompanied, under the delivery of the aforementioned envoy, by: One hundred muskets Two hundred pounds of gunpowder in four barrels Two hundred pounds of lead Four thousand sharp cartridges Three hundred flints: costing together at purchase price 424 Rixdollars 29 stuivers. With which we hope that Your Highness will be able to manage to courageously repel the aforementioned rovers, which it will be very pleasant for us to learn in due time; while in the meantime we shall anticipate the payment or settlement of the aforementioned sum of 424 Rixdollars 29 stuivers in money or else in slaves at forty Spanish Rixdollars per head. For the sending hither of the Ternate burger Christoffel and his men, who, having had the misfortune of losing their chaloup, arrived on Bouton, and for the conveniences shown to them, we thank Your Highness kindly, intending in similar unexpected cases concerning Your Highness's subjects to conduct ourselves reciprocally. Underneath stood: Written at Macasser in Castle Rotterdam the 2nd of May 1780. I, the undersigned Lieutenant Leija, sent as envoy to Macasser by the King of Boutong and the Grandees of the Realm.
Dutch transcription
9 ik zal mij wel Edele Agtbaare Heer meede daar omtrent nader infor„ „meeren en dan uwel Ed=e Agtb:s schrijven: Terwijl ik thans de vrij„ „heijt neem met alle verschuldigde hoog agting en eerbied mij te noe„ „men. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer ! /:lager:/ uwel Ed„e Agtb„s onderdaanige en gehoorsaame Dienaar, /:was geteekend./ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba den 14=e April A. o 1780. — Translaat Maleijdsche brief geschreeven door Siri sulthan Kaimoedin nevens deszelfs Rijksgrooten aan den wel Edele Achtbaare Heer gouverneur en Raad te Macasser Na voor afgaande Complimente. So maaken den siri sulthan Kaimoedin, neevens de Rijksgroo„ „ten aan den wel Edele Achtb: Heer Gouverneur en Raad bekend, dat het land van Bouthon zig thans in een groote bekommernis bevind, wegens dat wij vernoomen hebben, dat de Papous met eene magt van drie hondert kora koras onder Commando van agt Tidoreese Capitains beneevens nog eene groote meenigte vreemde oosterse vol„ „keren dreijgen eenen Jnval in 't Rijk van Bouthon te doen, en tot dien eijnde sig op de hier omleggende Eijlande verspreijd, en allerhand soorten van vijandlijkheeden pleegen: gelijk ze reeds de negorijen Binonko, Timo, Iongano Ja zelfs Mandati en wantje uijtgeplundert en verbrand de Jnwoonders deels ver„ „moord, deels weg gevoert hebben. Op deese bedroefde tijding vinden wij ons ten eenemaal raadeloos wijl het ons volstrekt aan magt ontbreekt om deesen woedenden vijanden het hoofd te kunnen bieden, om reeden onse vaarthuij„ „gen in den oorlog van woena geruineert, en onse wapenen voor 't grootste gedeelte onbequaam geraakt zijn: te meer wijl wij vernoomen hebben, dat de vijand sig teegenswoordig versaamelt heeft bij een Eijland over Binonko geleegen en en volgens van Eenige g'Echapierde gevangene toestel maakt, om direct na herwaarts te koomen, en ons land te Jnvadeeren Dierhalven hebben wij Sieri sulthan Kaimoedin nevens gesament„ „lijke Rijksgrooten na reijpe overleg goedgevonden en eenpaarig beslooten, wijl wij op niemand ons vertrouwen en hoop meer ge„ „vestigt hebben, dan op de E: Comp=e en aan welke wij ook verpligt zijn onse bedroeftheijd voor te dragen, onsen luijtenant Laija neevens twee tolken aan uw wel Edele Achtb=s te depecheeren, met ootmoedig verzoek om ons daar omtrent met de nodige assistentie te willen gerieven met het toesenden van geweeren, kruijt en loot, hebbende wij dan maar alleen voor de noodige vaar„ „thuijge te sorgen. voorts neemen wij de vrijheijd uw wel Edele Achtb=s in alle eerbied te kennen te geeven dat alhier op 't Rif van Karan poelo bonerate een burger Chialoup toebehoorig aan - - - - - - - - - - door swaare storm in onweer verongelukt is. Het selve kwam van Batavia en was na Ternaten gedestineerd van de lading is niets gesalveert, dog de scheepelingen neevens de vrouw van den schip„ „per hebben zig met een Champang na herwaarts te begeeven, die wij na alle vermoogen onthaalt ende nodige adsistentie verleend hebben Deese hebben hier eene tijd lang hoewel te ver„ „geefs na 't Ternaatse schip gewagt, zijnde alleenig een Ban„ „danees schip hier geweest Dierhalven wij thans d'Eer hebben, deselve aan uw wel Edele Achtb=rne over te zenden vermits ze daar beeter geleegentheijd sullen hebben, hun Reijse te kunnen continueeren en na gemelde plaats te werden getransporteerd. /:onderstond:/ geschreeven op Bouthon in 's Konings Dalam op sondag den 11:' van de maand Rabil Aher 1194. of den 18:e April 1780. Aan den Koning en Rijksgrooten van Bouton, Naar gewoone begroetingen. wijders maken wij bekend dat wij wel ontfangen hebben uw Hoogheijts brief „zeggen 61 brief met haaren gezant den Lieutenant Laija alhier aangebragt, uijt dewelke ons met veel leedweesen is gebleeken dat niet alleen het Rijk van Bouton end' onderhoorige Landen met een invasie van de Papouers wierd gedreijgd, maar dezelve ook reets verscheijde Eijlanden hadden afgelopen, uijtgeplundert en de Jnwoonders gedeeltelijk ver„ „moord en gedeeltelijk berooft. wij hebben uijt dien hoofde en om uw Hoogheijt en Rijksgrooten een volkomen blijkt te geeven van 's Compagnies vriendschap en zugt tot bevordering van den welvaart van Bouton, niet mogen van de hand wijsen de verzogte assistentie maar laten dierhalven deesen verzeld gaan, onder be„ „stelling van gemelden gezant van Een hondert snaphanen Twee hondert ponden buskruijt in vier vaaten Twee hondert ponden loot vier duijsend scherpe pattroonen drie hondert vuursteenen: kostende te samen inkoops prijs Rijxd=s 424. 29. — waarmeede wij verhoopen dat uw Hoogheijt het zal kunnen stellen om de voorschreeven Rovers kloekmoedig af te wee„ „ren, het geen ons zeer aangenaam zal weesen in der tijd te mogen verneemen, terwijl wij inmiddens de betaling of vol„ „doening der opgemelde somma van Rd„s 424: 29. in geld dan wel inslaven tegen veertig rijxd„s spaans de kop te gemoet zullen zien. voor de herwaarts zending van den Ternaats burger Christoffel en zijne manschappen, die het ongeluk gehad hebbende hun Chialoup te verliesen, op Bouton terhouw gekomen zijn, en voor de gerieflijkheden hen beweesen bedanken wij uw Hoog„ „heijt vriendelijk, in gelijke onverhoopte gevallen, omtrend uw Hoogheijts onderdanen, ons reciprocque zullende gedragen /:onderstond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 2=en Maij 1780. — Jk ondergeteekende Lieutenant Leija door den koning van Boutong en de Rijksgrooten als gezant na Macasser gezonden. direct van heijts
English
sent, acknowledge to have received in that capacity from the Right Honorable Governor and Director there, Paulus Godofredus van der voort, and the Honorable members of the Council: One hundred muskets two hundred pounds of gunpowder in four barrels two hundred pounds of Lead four thousand sharp cartridges three hundred flints, for delivery to my aforementioned Lords and Masters. Of this, two duplicates have been made. At the bottom stood: Macasser in Castle Rotterdam the 2nd of May 1780. This Letter is written out of pure high esteem and affection by the Governor and Director of Macasser, Paulus Godofredus vander voort, to his worthy brother the King of Bonij, with heartfelt wishes for all salvation, blessings, and prosperity, together with a long life on this earth. Furthermore, I make known to my Brother that I have received with great joy the news of his safe arrival in the inland regions and his continued good health; but that, due to a severe and lingering illness, I was prevented from writing sooner than now to congratulate Your Highness in that regard, which I now hereby do, while I nevertheless find myself obliged to remind Your Highness of his promise to return here soon, which I greatly desire, since Your Highness's presence would be of considerable help to me in completely restoring tranquility, which, still being disturbed by the persistent attempts of the ill-disposed, could easily cause disadvantageous effects both for the Honorable Company in the Kingdom of Bonij and for the other Allies devoted to us, however little reason one otherwise has to fear any undertakings by such people. I must also add here that it has come to my ears that not only has discord arisen between the Adatouang of Sedeenring on the one hand, and the Datou of Soupa and the Bonian Prince Arou Ngatacka on the other, but that the two last-mentioned have already actually sent out troops to attack Sedeenring, in direct conflict with the contents of the Treaty of Boengaija, according to which the lesser Allies are required to bring their mutual disputes before the Company and Bonij to be settled amicably by them; for which reason I request Your Highness to have both parties admonished and warned to refrain from hostile aggressions against each other, under threat that those who might not wish to listen will even be opposed with weapons and thus indeed be forced to abandon their undertakings, with the additional forfeiture of their rights even if they should be found to have been wronged by their opponent. Due to the delay of the expected ship, I have thus far remained deprived of the letters from Their High Mightinesses and therefore am still unable to communicate to Your Highness their orders concerning the matter of the toll; nevertheless, I have private word that Their High Mightinesses are still of the same opinion in that regard as previously, and which Your Highness's grandfather Matinroa Rimalimongan also held, namely that it is incompatible with the dignity of envoys to be traders at the same time, although I nevertheless remain prepared to let a portion of the goods go free if Your Highness should wish to send envoys this Year, which seems to me only too necessary in order not to reinforce Their High Mightinesses in the idea that Bonij, completely forgetting its obligations to the Company, is disregarding them, which Your Highness will easily perceive could have disadvantageous consequences, even for Your Highness's own interests, for which reason I, as a faithful Brother, advise Your Highness to dispatch an embassy as soon as possible. At the bottom stood: Written at Macasser in Castle Rotterdam the 6th of May 1780. Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of this Coast of Celebes, etc. Right Honorable Sir. I hereby have the honor to communicate to Your Right Honorable in all subservience that on the 7th of this month I arrived directly here at Pattallassang, but having barely set foot on land, news arrived that the enemy fled from the Negorij Baroanging. Upon this, I immediately made preparations to pursue him, and to that end had all chiefs summoned together with their troops, who were also joined by a reinforcement sent to me by Craeng Sandrabonij and Jipang. But from the glarrang of Montjoncomba I received further intelligence that the enemy had ordered the ganrang to be beaten at Malolo, gathered his people, and had departed directly for Tasesse; rumor has greatly exaggerated the number of the Rebel, as at the highest estimate he is only a few hundred men strong. Company subjects have indeed also been with him and have provided him with provisions, but I cannot yet discover what chiefs have actually conspired with him, into which I [illegible] close inquiry To the Right Honorable Sir
Dutch transcription
gezonden, bekenne in die kwaliteijt van den wel Edelen Achtb: Heer Gouverneur en Directeur aldaar Paulus Godofredus van der voort, en de Heeren leeden van den Raad ontfangen te hebben. Een hondert snaphanen twee hondert ponden buskruijt in vier vaten twee hondert ponden Loot vier duijsend scherpe patroonen drie hondert vuursteenen, ter bestelling aan opgemelde mijne Heeren en Meesters. zijnde hier van gemaakt twee eensluij„ /:onderstond:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 2„e Maij 1780. „dende. — Deesen Brief word uijt een zuijvere hoog agting en toegenegentheijd geschreeven door den Gouverneur en Directeur van Macasser Paulus Godofredus vander voort, aan desselfs waarden broeder den Koning van Bonij, onder hert gron„ „dige toewensching van alle heijl, zegen in voorspoed, mitsgaders een lang leven op deese aarde. wijders maake ik mijnen Broeder bekend hoe ik de tijding van desselfs geluckig arrivement in de binnen landen en aanhoudende welstand met veel blijdschap vernomen hebbe; dog dat ik door eene swaare en langduurige ziekte ben belet geworden vroeger als nu te schrijven om uw Hoogheijt dierwegens te vergelucken het geen ik dan als nog kome te doen bij deesen, terwijl ik mij egter tevens verpligt vinde uw Hoogheijt te moeten herinneren zijne belofte om spoedig weeder herwaarts te keeren waar na ik grootelijks verlange vermits uw Hoogheijts tegenwoordig„ „heijt mij merkelijk te stade zoude komen om de volkomene ruste weder te herstellen die door de aanhoudende pogingen der 60 der kwalijk gezinden, als nog gestoord blijvende, zo voor d'E. Compagnie in het Bonijs Rijk als de verdere Bondgenooten die ons zijn toege„ „daan nog ligtelijk nadeelige uijtwerkels zoude kunnen veroor„ „saken, hoe weijnig reeden men ook anders heeft voor eenige on„ „derneemingen van de zulken te vreesen. Ook moet ik hier bijvoegen hoe mij ter ooren gekomen is dat 'er niet alleen tweespalt zoude weesen ontstaan tusschen den Ada„ „touang van Sedeenring ter eenre, mitsgaders den Datou van Soupa en den bonijs Prins Arou Ngatacka ter an„ „dere zijde, maar de beide laatstgemelde reets werkelijk trou„ „pen hadden uijtgezonden om sedeenring t'attacqueeren, regelregt strijdende tegens den inhoud van het Contract van Boengaija volgens welke de mindere Bondgenooten gehou„ „den zijn hunne onderlinge verschillen voor te dragen bij de Compagnie en Bonij om door deese in der minne beslist te worden; alwaar om ik uw Hoogheijt verzoeke beide par„ „thijen te doen vermaanen en waarschouwen om zig voor vijandelijke aggressien tegen elkander te wagten, onder be„ „dreiging dat men die geene welke daar na niet mogte willen luijsteren selfs met de wapenen te keer gaan en dus wel nood„ „saken zal van sijne onderneminge afte zien met verlies daar en boven van zijn regt wanneer hij al bevonden mogt worden door zijn parthij beledigt te zijn. Door het agterblijven van het verwagt wordend schip ben ik tot dus verre verstoken gebleeven vande brieven hunner Hoog Edelens en dus nog buijten staat uw Hoogheijt haare ordre omtrend het stuk van de thol meede te deelen; nog„ „thans: hebbe ik particuliere tijding dat Haar Hoog Edelhedens daar omtrend als nog van het zelve gevoelen zijn als bevoo„ „rens en waar in ook uw Hoogheijts groot vader Matinroa Rimalimongan is geweest, dat het zelfs met de waardig„ „heijt van gezanten niet bestaan kan teffens kandelaars te weesen hoe wel ik des niet te min als nog bereid blijve om een gedeelte der goederen vrij te laten als uw Hoogheijt gezan„ „ten Makasser „ten dit Jaar mogte willen zenden het geen mij voorkomt maar „Edel al te zeer nodig te weezen om Haar Hoog hedens niet in het denkbeeld te sterken, dat Bonij haare verpligting tot de Com„ „pagnie geheel vergetende het zelve in den wind komt te slaan, het geen uw Hoogheijd ligtelijk zal beseffen, dat van nadeelige ge„ „volgen zouden kunnen wezen, zelfs voor uw Hoogheijds eijgen belangen om welke reeden ik uw Hoogheijd als een getrouwe Broeder rade om hoe eer hoe liever een gezantschap afte vaardigen. /:onderstond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 6„e Maij 1780. Paulus Godofredus van der Voort Gouverneur en directeur deeser Custe Celebes &. W: : wel Edele Achtbaare Heer. Mits deesen hebbe d'Eer uw wel Edele Achtb=r in alle onderdaenigheijd te Communiceeren, als dat ik op den 7=e deeser, direct alhier op Patta„ „lassang g'arriveert ben dog pas een voet aan de wal geset hebbende, quam de tijding dat den vijand zig van de Negorij Baroanging op de vlugt begaf. Hier op maakte ik terstond aanstalt om hem na te zetten, en liet ten dien eijnde alle hoofden met hun manschap„ „pen bij malkander roepen, bij welke zig ook eene versterking ver„ „voegte die mij door Craeng sandrabonij en Jipang toegesonden waa„ „ren. maar van glarrang Montjoncomba kreeg ik voor nadere tijding, als dat de vijand op Malolo de ganrang hadde laten slaan, zijn volk vergadert, en direct na Tasesse was vertrokken, het gerugt heeft het getal van de Rebel al te vergroot, mits hij op zijn hoogst genoomen, maar eenige hondert man sterk is. ook zijn wel 'sComp„s onderdaanen bij hem geweest en hebben provisie aan hem besorgt, dog kan nog niet daar agter koomen, wat voor hoofde eijgentlijk met hem t'zamen gespannen hebben, waarna ik nauwkeurig Aan den wel Edele Achtbaare Heer onderzoek
English
65 Patalassang Maccasser investigation during that time that the enemy was at the aforementioned place, a part of the subjects had no rest from him day and night. This is what I have the honor to communicate to your Right Honourable, awaiting your respective orders in that regard, furthermore taking the liberty to sign with due respect and high esteem. It was undersigned: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's most humble and most dutiful Servant, was signed: G:t Brugman, in the margin: Patalassang the 9th of May Anno 1780. To the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman, from your letter of yesterday I have seen, so far, with pleasure that the Rebel took flight to Berooanging upon your arrival at Patalassang, but whether one may safely rely on the report of glarrang Montjonkomba that he should already have returned from there to Tasese appears doubtful to me, and therefore you will have to try to obtain more reliable reports in that regard in order not to be misled. Meanwhile, I await the outcome concerning the recommended investigation into the suspicious chiefs of the subjects, further ordering you to remain until further orders so as to keep a watchful eye against all ambushes both of the Rebels and our apparent friends. While for the rest I remain undersigned: Your friend was signed: P: G: vander Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 10th of May 1780. To the Right Honourable Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc. Right Honourable Sir! My last to your Right Honourable was of the 14th of June last, Honorable, pious! where N. V: V: 66 to which I take the liberty to refer. Jennang Boelecomba, Right Honourable Sir, who has returned from the Bonese Boelecomba, is as usual sickly again, but it is said for certain that he will manage affairs there as chief until the envoys who were sent collectively by the Boelecombers to the Bonese monarch return; the aforementioned Jennang, Right Honourable Sir, who claims that on account of his illness /although I have kindly had him requested several times to come to me in person/ he is unable to come, let me know of his return through Daeng Pagoeli, being his son-in-law, and also let it be known that he had orders from the King of Bonij to compel those Buginese who were customary to pay the Company's tithe to do so. I then told Daeng Pagoeli, Right Honourable, that it pained me that such tricks were being used to deprive the Company of its lawful tithe, that I also did not know that anyone besides the King of Bonij was exempt, indeed that the King's paddy increased yearly and that always, whether the crop was good or bad, the King's glamplarijs were fully provided for; I have also pointed out to that Daeng Pagoeli, Right Honourable Sir, that he was there in person when I tithed the paddy other than that of the King, and that it therefore appears incomprehensible to me that, if they judged they were being wronged, they not only allowed but approved of such, and lastly that those 790 gantings absolutely had to be paid, because otherwise I would leave the consequences to his account, which I believe, Right Honourable Sir, was the reason that on the 6th of this month he sent to me Goeroe Lompo, being the father-in-law of the Chief of Anke /since Daeng Pagoeli, surely because he was ashamed, claimed to be sickly/; that Goeroe Lompo, Right Honourable Sir, brought a letter written by the Mandanrang to Jennang Boelecomba, which contained that he, Jennang, should take care that the tithes came in, from which, Right Honourable Sir, I hope for good success; the Mandanrang, Right Honourable Sir, further wrote in that letter that he, Jennang, should request of me that I so
Dutch transcription
65 Patalassang Maccasser onderzoek doe die tijd dat de vijand op voorn: plaats gewerst is, hebben een gedeelte van d' onderdaanen dag en nagt geen rust voor hem gehad. Dit is het geene, wat ik voor Eerst d' Eer hebbe uw wel Edele Achtb=s te kunnen meede deelen, verwagtende daar omtrent hoogst derselver respective beveele, neemende voorts de vrijheijd mij met verschuldige eerbied en hooge agting te teekenen. /:onderstond:/ wel Edele Acht„ „baare Heer. /:lager:/ uw wel Edele Achtb=s ootmoedigste en trouw„ „schuldigste Dienaar, /:was geteekend:/ G=t Brugman, /:in margine:/ Patalassang den 9=e Maij Anno 1780. — Aan den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman, uit uE: schrijvens van gisteren hebbe ik, in zo verre, wel met genoe„ „gen gezien dat den Rebel opstond van uE. komst te Patalassang de vlugt genomen had na Berooanging, maar of men zig wel ge„ „rust verlaten mag op het berigt van glarrang Montjonkomba dat hij van daar reets na Tasese zoude weesen te rug gekeert komt mij bedenkelijk voor en dierhalven zal uE: daar omtrend zeekerder berigten moeten tragten te bekomen om niet misleijd te worden. Ondertusschen wagte ik den uijtslag nopens het aanbevolene onder„ „soek na de suspecte hoofden der onderdanen, UE: wijders gelasten„ „de om tot nader ordre te blijven ten einde tegen alle lagen zo der Rebellen als onse schijn vrienden een wakend oog te houden. Terwijl voor het overige blijve /:onderstond:/ UE: vriend was getee„ „kend:/ P: G: vander Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 10=e Maij 1780. - Aan den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der voort, Gouverneur en directeur der Custe Celebes W: wel Edele Agtbaare Heer! Mijne laaste aan uwel Edele Agtb: was van den 14=e J=o leeden Eersame, vroome! waar N. V: V: 66 waar aan d' vrijheit neeme mij te refereeren. Jennang Boelecomba wel Ed=e Agtb=r Heer, die van 't bonijse Boele„ „comba terug gekoomen is, is na gewoonte weeder zieklijk dog men zegt voor zeeker als dat hij de zaaken als hoofd aldaar zoo lang zal waarneemen tot dat d' zendelingen die gezamentlijk door d' Boe„ „lecombers na d' bonijse vorst gezonden zijn retourneeren: genoemde Jennang wel Edele Agtb: Heer die voorgeeft door zijn ziekte /schoon ik hem verscheidene reise in 't vriendelijke heb laaten ver„ „zoeken om in perzoon bij mij te koomen /niet te kunnen koomen liet mij door Daeng Pagoeli zijnde zijn schoon zoon zijn terug„ „komst bekent maaken; en teffens weeten als dat hij order van d' Koning van Bonij had om die boegineesen die gewoon waaren Comp„s thiende te betaalen daar toe te noodzaaken, ik heb toen aan daeng Pagoeli welEd=e Agtb: gezegt als dat 't mij leet deet als dat 'er diergelijke streeken ge„ „bruijkt wierden om d' Comp=e van zijn wettige thiende te berooven, dat ik ook niet wist dat 'er iemand buijten d' koning van Bonij vrij was, Ja dat konings padij Jaarlijks nog vermeerderde en dat altoos schoon 't Gewas goed of kwaad was d' konings glamplarijs vol op voorzien waa„ „ren, ik heb die Daeng Pagoeli wel Ed:e Agtb„se heer meede voor gehouden dat hij in persoon 'er geweest is toen ik d' padij buijten die van d' Ko„ „nings verthient heb, en dat 't mij dierhalven onbegrijplijk voor„ „komt dat zoo zij oordeelden ongelijk aangedaan te worden zulks niet alleen hebben toegestaan maar goedgekeurt, en Laaste dat absoluut die 790. gantings betaalt moesten worden, dewijl ik anders d' gevolgen voor zijn reekening liet, 't geen ik geloof wel Ed=e Agtb: heer dat de reeden geweest is dat hij op den 6=e deeser Goeroe Lompo: zijnde de schoon vader van 't Hoofd van Anke mij toezond /: dewijl Daeng Pagoeli zeekerlijk om dat hij beschaamt was, zieklijk zegde te zijn die Goeroe Lompo wel Ed:e Agtb:re heer bragt een brief door d' Mandan„ „rang aan Jennang Boelecomba geschreeven die behelsde als dat hij Jennang zorge zoude hebben te draagen als dat die ver„ „thiening in quam, waar van ik wel Ed=e Agtb„rs heer een goed succes verhoope d' mandanrang wel Ed=e Agtb: heer schreef ver„ „ders in die brief dat hij Jennang aan mij zoude verzoeken dat ik zoo
English
would be so good as to reveal who the informant was that those 790. gantings did not belong under the king's paddy, and because, Right Honorable Sir, I had promised that man not to disclose it, I informed the Madanrang that this had been reported to me by one of the eight European guards. On the 4th of this month, Right Honorable Sir, which was further confirmed on the 7th of this month, I received tidings from Bonthain that Arou Mampoe and Craeng Sapanang were present at the negorij Bonto Lowee, and also that they were still siding with Sankilang and Craeng Patton, who were staying at the negorij Kaballookkang, which negorij lies close to Tasese, where the aforementioned Sankilang has long resided, and that their forces were supposedly as many as 2000. men strong. Craeng Bonthain, Right Honorable Sir, requested of me to go there in person to ascertain whether those rumors agreed with the truth, but because, Right Honorable Sir, I judged that Craeng Bonthain's person is necessary whenever there is something to be done, I thanked him for his generous offer, the more so because I judged that he is far too well known there and that he would not go there except with many people, which it seems to me would be necessary not for spying, but indeed for attacking. I immediately, Right Honorable Sir, informed Craing Bonthain and Anrong goeroe Tompo Boeloe, who promised me to do so and have already done it: to have their people properly guard outside the bentings, to give immediate notice if anything occurs, and to take care as much as possible that those vagabonds do not plunder here on the Company's land, as they have done at the negorij Bonto Lowee. I have likewise, Right Honorable Sir, sent two trusted men from Tompoboeloe as well as from Bonthain, the first two of whom returned with business unaccomplished due to illness; but it was on the 10th of this month, Right Honorable Sir, that the two spies sent by Craeng Bonthain came to report to me in person that they had been to the negorij Bonto Lowee, and had found there Arou Mampou, Craeng Craeng pattong, Craeng mamampang, Craeng Palimbang, Craeng Boengeijia, Craeng Bonto Lancques, Craeng Bonto Nompo, Craeng Sapanang, and Craeng Mandelli, their forces being estimated at approximately three hundred heads strong and having the intention to go to the negorij Marana lying close to Polembanking, because Sankilang was already present there to carry out a promise; according to rumors, Sankilang was said to be still about 500 heads strong. Anrong goeroe Tompoboeloe, Right Honorable Sir, who did not know that I had already sent two men from Bonthain, informed me that instead of the two who returned due to illness he had sent two others; but I, Right Honorable Sir, have nevertheless again requested of Craeng Bonthamn to send anew two men upon whom he can rely, to ascertain whether the statements agree with those who have now returned, as well as to learn as much as possible what their true objective is, and I shall not fail to report such further to Your Right Honorable at the first opportunity. Arou Cajou, Right Honorable Sir, having departed on the 22nd ult. and three days thereafter Iosarassa having departed across the sea to the interior, I take the liberty to inform Your Right Honorable of this at present; both promised upon their departure that they would write how affairs stand there, but, Right Honorable Sir, I have not yet heard anything of their arrival there. As soon as I learn further of one thing or another, I shall not fail to inform Your Right Honorable thereof at once, while I now take the liberty to call myself with all due high esteem and respect. Was written below: Right Honorable Sir! Lower: Your Right Honorable's humble and faithful servant, was signed: Jn Monsieur, in the margin: Boelecomba in the Company's fortress the 11th of May Anno 1780. — Translation of a Buginese letter written by the Adatouang of Sidenreng to the Right Honorable Lord Governor and Director at Macasser. Furthermore, I make known to the Lord Governor that the son of Arou Betting has burned and plundered a small negorij belonging under Sidenreng, and moreover murdered two of its inhabitants and cut off their heads, without my knowing that I had any dispute with them; for that reason, I request His Right Honorable to please provide me with his highest counsel therein, because we do not have the power to undertake such hostilities, much less to carry them out; moreover, I also do not know which side my brother Arou Ngatacka will take; but those who have remained steadfastly adhering to my side until now are the following, namely my brother Arou Barantie, those of Sidenreng, of Pamana, of Maurwa, and those of Sawitto. I therefore request once again that His Right Honorable please advise me therein, for I do not know that I have given any, even the slightest, reason for dissatisfaction or unfair treatment to their people, namely the Wadjorese, to treat me in such a manner; His Right Honorable need only take into consideration that one requires many requisites to wage a war; therefore, His Right Honorable cannot be unaware that we do not have the power to undertake anything hostile, nor is it even my intention to entangle myself in a war, provided they only leave me in peace; but in the contrary case, I would be forced to protect and defend myself. To the Right Honorable Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes etc. etc. Right Honorable Lord! at Macasser Compliments as usual. After
Dutch transcription
67 zoo goed wilde weezen om te openbaaren wie d' aanbrenger geweest is dat die 790. gantings niet onder konings padij behoorde, en om reeden wel Ed=e Agtb: heer ik die man belooft heb om zulks niet te ontdekken heb ik d' Madanrang laaten weeten dat zulks mij door een der agt Europeese wagthouders wat aangebragt. Op den 4=e deeser wel Ed=e Agtb: Heer 't geen op den 7=e deeser nader be„ „vestigt wierd kreeg ik van Bonthain tijding als dat zig op de Negorij Bonto Lowee bevonden Arou Mampoe en Craeng Sapa„ „nang als meede dat die 't nog hielden met Sankilang en Craeng Patton: die zig ophielden op d' negorij Kaballookkang welke negorij digt bij Tasese Legt daar gem: sankilang zig lang opgehouden heeft en dat zij lieden nog wel 2000. manschappen sterk zoude weezen. Craeng: Bonthain wel Ed=e Agtb: heer verzogt mij om in persoon daar natoe te gaan om te verneemen of die gerugten met d' waar„ „heit accordeerde, dog om reeden wel Ed=e Agtb: Heer ik oordeelde dat Craeng Bonthain zijn Persoon wanneer 'er iets te doen valt noodzaakelijk is, heb ik hem voor zijn gulle aanbieding bedankt te meer daar ik oordeelt dat hij daar al te wel bekent is en dat hij daar niet na toe zoude gaan dan met veel volk, 't geen mij dunkt niet om te spioneeren maar wel om te attacqueeren noodzaaklijk zoude weesen. Jk heb ten eerste wel Ed=e Agtb=e Heer aan Craing Bonthain en Anrong goeroe Tompo Boeloe laaten weeten die mij zulks belooft en ook reets gedaan hebben: om hun lieden buijten bentings wel te laaten bewaaken: zoo 'er iets voorvalt ten Eersten kennis te geeven en zoo veel mooglijk zorge dragen dat die vagebonden alhier niet op 't Comp„s Land rooven, zoo als zij lieden op d' negorij Bonto Lowee ge„ „daan hebben. Jk heb teffens wel Ed=e Agtb: heer zoo wel van Tompoboeloe als Bonthain twee vertrouwde gezonden welke twee eerste door ziekte onverrigter zaaken zijn terug gekoomen: dog 't was op den 10=e deeser wel Edele Agtb: Heer dat d' twee van Craeng Bonthain gezondene spions mij in persoon kwaamen rapporteeren, als dat zij lieden op d' negorij Bonto Lowee geweest waaren, en aldaar gevonden Arou Mampou, Craeng Craeng pattong, Craeng mamampang, Craeng Palimbang, Craeng Boengeijia, Craeng Bonto Lancques, Craeng Bonto Nompo Craeng Sapanang en Craeng Mandelli, zijnde zij lieden na gissing Circa drie hondert koppen sterk en zijnde van voorneemens om nad' negorij Marana leggende digt bij Polembanking te gaan, om reeden Sankilang zig reets tot 't uijtvoeren van een belofte aldaar bevond volgens gerug„ „ten zoude Sankilang nog Circa 500: Coppen sterk weesen. Anrong goeroe Tompoboeloe wel Ed:e Agtb: heer die niet geweeten heeft dat ik twee bonthainders reets gezonden had, heeft mij laaten weeten als dat hij insteede van d' twee door ziekte te rug gekoomene twee andere had gezonden, dog ik heb wel Ed=e Agtb: heer egter wederom aan Craeng Bonthamn verzogt om op nieuw twee menschen waar op hij staat kan maaken te zenden om te verneemen of d' gezegdens met d' thans te rug gekoomene accordeeren, als meede om zoo veel mooglijk te verneemen wat hun waare oogmerk is, zullende ik niet ingebreeken blijven om ten eersten uwel Ed=e Agtb: zulks dan nader te berigten. ArouCajou wel Ed=e Agtb: heer op den 22„e J: L: en drie dagen daar na Io„ „sarassa over zee na d' binnelanden vertrokken zijnde neem ik d' vrij„ „heit uwel Ed=e Agtb: thans zulks te bedeelen die beide hebben bij hun vertrek belooft te zullen schrijven hoe d'zaaken aldaar gestelt zijn dog ik heb wel Ed=e Agtb: heer van hun arrivement aldaar nog niets vernoomen. zoo dra ik 't een of 't ander nader verneem zal ik niet ingebreeken blij„ „ven om uwel Ed=e Agtb: zulks ten eersten te verwittigen, terwijl ik thans d' vrijheijt neem met alle verschuldigde hoogagting en Eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer! /:lager:/ uwel Ed=e Agtb: onderdaanige en trouwschuldige Dienaar, /:was geteekend:/ I=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba in Comp„s vesting den 11=e Meij Anno 1780. — Translaat Bougineese Brief geschree„ „ven door den Adatouang van Siden„ „reng, aan den wel Edelen Agtbaaren, Heer Gouverneur en Directeur te Macasser Wijders maak ik den Heer Gouverneur bekent dat de zoon van Arou Betting Een van onder sidenreng gehoorende kleijne negorije ver„ „brand en uijtgeplundert heeft, mitsgaders Twee van dies bewoonders vermoord en het hoofd van hun afgeslagen zonder dat ik weet eenig verschil met hen te hebben gehad; uijt dien hoofde versoek ik zijn Edele Agtb: om mij met hoogst desselfs Raad daar in ge„ „lieven te voorzien, omreeden wij 't vermogen niet hebben om diergelijke vijandlijkheeden te onderneemen, veel minder om het zelve ter uijtvoer te brengen, daar en boven zo weet ik ook niet aan wat zijde mijnen broeder Arou Ngatacka zal houden; dog den geenen die tot nog toe standvastig aan mijne zijde blijven aankleeven zijn de volgende, namentlijk mijne broeder Arou Barantie, die van Sidenreng, van Pamana, van Maurwa en die van Sawitto, jk verzoek dierhalven nogmaals dat zijn Edele Agtb: mij daar in gelieft te raaden, want ik weet niet dat ik eenig de minste reeden van ongenoegen dan wel onbillijke behan„ „deling aan haarlieden /:namentlijk de wadjoreesen /gegeven hebbe, om mij op zodanige wijse te behandelen; zijn Edele Agtb: gelieft maar zelfs in bedenking te neemen, dat men tot het voeren van Een oorlog veele vereijschtens benodigt; dierhalven kan zijn Ed=e Agtb: niet onbewust weesen, dat wij het vermogen niet hebben om iets vijandelijks te kunnen onderneemen, ook ben ik zelfs niet van intentie om mij in Een oorlog in te wikkelen, ingevalle zij mij maar in rust laten, dog bij 't teegendeel zo zou ik genood„ „zaakt moeten zijn, om mijn zelfs te beschermen en defendeeren. Aan den wel Edele Achtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en directeur deber Custe Celebes W. W. : wel Edele Achtbaare Heer! te Macasser Compliment na gewoonte. Na : 69
English
After the honored receipt of your Right Honorable highly respected letter dated the 10th of this month, I proceeded to Malewang, and there further inquired regarding the whereabouts of the Rebels. However, all incoming reports regarding this matter confirm the first report of glarrang Montjonkomba, with this difference however, that he had taken up his residence at Manoedjoeng. Furthermore, I have conferred in secret with Craeng Anabadjing regarding the suspect chiefs of the subjects, and especially regarding glarrang Montjonkomba. But he assured me of the loyalty of the glarrang's person, but that a part of his family had already from the beginning joined Ranga, and especially a king alias Daeng Mare, who is married to a niece of the soelewattang of Anabadjing, being an illegitimate brother of the late Craeng Barombong, in whose place he was appointed as king by sankilang. This man, along with the son of Daeng kassie named Roemalang and Koele, have roamed about at Anabadjing and several other places in order to mislead the subjects. They are now no longer on the land of Poelembankeeng, but are staying with the Rebels. Craeng Anabadjing further said that not one of the chiefs had correspondence with the enemy, but indeed that some subjects had delivered supplies and provisions to them, without him being able, however, to point out the persons. For the present, all chiefs and also a multitude of the subjects are staying here with me, full of fear, being under the firm impression that your Right Honorable is about to come here with a force of Europeans. Furthermore, I have been to Craeng Sandrabonij in order, according to your Right Honorable honored order, to press him to the payment both of the first term and of the promised annual tribute in slaves, and also regarding the making of a Contract, as the time was now approaching to write to Their High Mightinesses at Batavia. To this he answered me: we most humbly request that the Honorable Company please exercise consideration, as we are doing our utmost to pay off our debts. If the Honorable Company insists on having it immediately, we will certainly be forced to give away our subjects as slaves. And as soon as this trouble concerning the Rebel shall have passed, we will immediately proceed to Makassar to make and swear to the Contract. With this I have the honor to conclude this letter and to sign with the utmost respect and high esteem. Below was written: Right Honorable Sir. Lower: your Right Honorable's most humble and dutiful servant. Was signed: G.t Brugman. In the margin: Pattalassang the 18th of May 1780. To the same as before. I have the honor to inform your Right Honorable in all respect that Craeng Anabadjing passed away early this morning around half past four from a fever followed by shortness of breath. The sub-chiefs of Malewang immediately gave me notice of this death. Upon this I at once repaired thither, where I found the subordinate chiefs gathered together, who communicated to me that they had found it fit to choose the son of the deceased Regent, named Tango or Daeng Manjauroe, who is married to a daughter of the late glarrang Bontokadatta, in place of the deceased, and to most humbly request the favorable approbation thereof from your Right Honorable, as he is the most legitimate to succeed to that dignity. I gave them as an answer that I would give dutiful notice of this to your Right Honorable and communicate your highest honored order to their people. With this I have the honor to conclude this letter and to sign with dutiful respect and high esteem. Below was written: Right Honorable Sir. Lower: your Right Honorable's most humble and dutiful servant. Was signed: G.t Brugman. In the margin: Malewang the 19th of May Anno 1780. To
Dutch transcription
Na g'Eerde ontfangst van uw wel Edele Achtbaren hoogst gerespec„ „teerde letteren, gedateerd den 10=e deeser; heb ik mij na Malewang be„ „geeven, en mij aldaar nader g'informeert nopens den openthoud der Rebellen. edog alle dien aangaande inkoomende berigte be„ „vestigen het eerste van glarrang Montjonkomba, met die diffe„ „rentie egter, als dat denselven op Manoedjoeng zijn verblijf plaats genoomen hadde. Nog heb ik Craeng Anabadjing in 't geheijm onderhouden, wegens de suspect zijnde hoofden der onderdaanen, en besonders weegens glar„ „rang Montjonkomba: dog deselve verzeekerde mij van de getrouwig„ „heijd van des glarrangs perzoon, maar dat een gedeelte van zijn familie zig al van begin aan onder Ranga begeeven hadden. en besonders eenen koning alias Daeng Mare, die met een nigte van den soelewattang van Anabadjing getrouwt is, zijnde een onegte broeder van den overleeden Craeng Barombong in wiens plaats hij door sankilang als koning aangesteld is. Deese neevens de zoon van Daeng kassie genaamt Roemalang en Koele, hebben op Anabadjing en meer andere plaatsen om gesworven, om de onderdaanen te verleijden, ze zijn thans niet meer op 't land van Poelembankeeng, maar houden zig bij de Rebel„ „len op. voorts zegde Craeng Anabadjing nog, dat 'er geen een van de hoofden met de vijand Correspondentie hadde, maar wel dat eenige onderdaenen denselven toevoer en provisie geleevert hadden, sonder dat hij egter de persoonen konde aanwijsen. voor het teegenswoordige houden zig alle hoofden en ook eene meenigte der onderdaenen hier bij mij op, vol van schrik, als zijnde in de vaste verbeelding, als dat uw welEdele Achtb: met eene magt van Europeesen staat hier te komen. Nog ben ik bij Craeng Sandrabonij geweest, om volgens uw wel Edele Achtb: g'Eerde bevel, denselven te Jnstringeeren tot de voldoening so wel van d' Eerste termijn, als ook van de belofte Jaarlijkse tribut aanslaeven en ook wegens 't maaken van een Contract, wijl thans de tijd herbij naderde om „ om aan Haar Hoog Edelhedens te Batavia te schrijven. Hier op gaf hij mij ten antwoord wij verzoeken op 't needrigst, dat d' E: Comp„e Consi„ „deratie gelieve te gebruijken, wijl wij al ons uijterste aanwenden om onse schulden afte leggen. wanneer d'E: Comp= het stante pede wil hebben, so sijn wij zeeker genoodsaakt, om onse onderdaenen voor slaeven heenen te geeven. En sodra deese strubbeling weegens de Rebel zal voor bij zijn, zullen wij ons ten eersten na Makas„ „ser begeeven om den Contract te maken en b'Eedigen. Hier meede hebbe d' Eer deese te besluijten en mij met verschuldigste Eerbied en hoog agting te onderteekenen: /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer /:lager:/ uw wel Edele Achtb=s ootmoedigste en trouwschuldigste dienaar /:was geteekend:/ G=t Brugman. /:in margine :/ Pattalassang den 18=e maij 1780. Aan als vooren. Ik hebbe d' Eer uw wel Edele Achtbaaren in alle eerbied kennisse er te geeven, als dat Craeng Anabadjing heeden vroeg omstreek van half vijf uuren aan eene Coorts en daar op gevolgde benauwtheijd is komen te overleijden. De onderhoofden van Malewang hebben n„ mij van dit sterfgeval terstond kennis gegeeven. Hier op heb ik 'tb„s mij ten eersten na derwaarts vervoegt, alwaar ik de onderhoorige/ hoofden bij malkander vergadert rond, die mij Communiceerden, dat ze goedgevonden hadden, de zoon van den overleeden Regent genaamt Tango of Daeng Manjauroe, /:die getrouwt is met eene dogter vanden overleeden glarrang Bontokadatta /in plaats n van den overleeden te verkiesen en desselfs gunstige approbatien„ van uw wel Edele Achtb: op 't needrigst te verzoeken, wij dezelve en de wettigste is, om die waardigheijd te kunnen succedeeren. Jk heb hun ten antwoord gegeeven, hier van schuldige kennisse te geeven aan uw wel Edel Achtb=e en hoogst derselve g'Eerde bevel in aan hun lieden meede te deelen. Hier meede hebbe d' Eer deese besluijten en mij met verschuldige Eerbied en hoog agting te teekenen, /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer : /lager:/ uw wel Ed: Achtb„s ootmoedigste en trouwschuldigste dienaar /:was ge„n„ „teekend:/G„t Brugman, /: in margine:/ Malewang den 19=e Maij A„o 1780. — Aan
English
To the same as above. My last to Your Right Honorable, to which I take the liberty to refer, was of the 11th of this month. It was, Right Honorable Sir, the day before yesterday that Daeng Magassing, being the son of the late Craeng Bonthain and residing there, came to tell me that on the 12th of this month, when he was in Turatte to purchase horses, Sankilang, accompanied by 40 mounted men, arrived there toward the evening and went directly inside the pagger of Craeng Binamo, whereupon that Craeng, not knowing what was happening, immediately did his best to call his men together to attack Sankilang, who, as was said, had come there for no other reason than to win Craeng Binamo over to his side. Sankilang is then said to have fled to the village of Poenjonga. Craeng Bonto Majennang, being the son of the late Tomilalang of Goach, who for some time, Right Honorable Sir, has stayed with Craeng Binamo and, as is said, is still there, is said to be the reason why Sankilang was not wounded by the men summoned by Craeng Binamo, because he called out to them that they must not do so, since he with his native cap was Batara Goach. Soeroe Loudoe, Right Honorable Sir, who arrived here on the 16th, told me that he had a letter from Your Right Honorable to deliver quickly to the ruler of Boni, to which place he already departed the day before yesterday. Having nothing further to report to Your Right Honorable at present, I take the liberty, with all due high esteem and respect, to call myself, underneath was written: Right Honorable Sir, lower: Your Right Honorable's humble and dutiful servant, was signed: S:n Monsieur, in the margin: Boelecomba in the Company's fortress, the 19th of May, Anno 1780. To the same as above. Taking the liberty to refer to my previous letter of the 19th of this month, this now serves to communicate to Your Right Honorable that the two men sent out on reconnaissance by Anrong goeroe tompo Boeloe came to me yesterday and reported that, four days ago, when they were in the village of Bonto Lowee, they were told there that Aroe Mampou along with his people had departed from there two days prior, after having plundered and taken with him a household consisting of 8 heads, being Macassars. The said Arou Mampou had then departed again for Parigie. What those people told me, they said, Right Honorable Sir, to have heard from two Macassars who claimed to be bodyguards of Sankilang, who said they had remained there to impress water buffaloes and horses for transporting paddy to the village of Thasese, because Sankilang intended to hold a celebration there, as one of his wives had given birth. As soon as the Bonthain people sent out by me, Right Honorable Sir, have returned, I shall not fail to communicate this to Your Right Honorable, while I now take the liberty, with all requisite high esteem and respect, to call myself, underneath was written: Right Honorable Sir, lower: Your Right Honorable's humble and dutiful servant, was signed: S:n Monsieur, in the margin: Boelecomba in the Company's fortress, the 22nd of May, Anno 1780. To the same as before. Taking the liberty to refer to my previous letter of the 22nd of this month, this serves to communicate to Your Right Honorable that the two men sent out by Craeng bonthain came to me yesterday, reporting that Craeng Pattong, approximately 200 heads strong, is currently staying in the village of Bonto Lowee. In Parigie are said to be Arou Mampou, Craeng Candjilo, and the so-called Tomilalang of Goach, also with a good number of heads. At Thasese are said to be staying Sankilang, Craeng Barombong, Craeng Cattappang, and Craeng Bonto Nompo, likewise with a large number of people. Furthermore, Right Honorable Sir, to my regret I received news from Bonthain that Craeng Bonthain, who has been ill for some days, is
Dutch transcription
Aan als Even. Mijne laatste aan uwel Ed=e Agtbaare waar aan d' vrijheit neeme mij te refereeren was van den 11=e deeser 't was wel Ed=e Agtb: heer op eergister dat Daeng Magassing zijnde de zoon van d' overleedene Craeng Bonthain en aldaar woonagtig mij kwam verhaalen als dat op den 12=e deeser wanneer hij zig tot 't in„ „koopen van paarden op Turatte bevond, Sankilang verzelt van 40. man te paard tegens den avond aldaar was gekoomen en zig direct binnen d' Pagger van Craeng Binamo had begeven, als wanneer die Craeng niet weetende wat 'er te doen was ten eersten zijn best deed om zijn manschappen bij malkander te roepen om sanki„ „lang te attacqueeren, die zoo als gezegt wierd nergens anders om aldaar gekoomen was als om Craeng Binamo op zijn zeijde te krijgen, sankilang zoude toen gevlugt weezen na d' negorij Poenjonga, Craeng Bonto Majennang zijnde d' zoon van d' overleedene Tomilalang van Goach en die zeedert eenige tijd wel Ed=e Agtb: heer zig bij Craeng Binamo opgehouden heeft en zoo als gezegt word er nog is zoude de oorzaak weezen dat Sankilang door 't ge„ „roepene volk van Craong Binamo niet gekwest geraakt is dewijl hij hun lieden toeriep van zulks niet te moeten doen de„ „wijl die met zijn Jnlandse mutsje Batara Goach was. — Soeroe Loudoe wel Ed=e Agtb: heer die alhier op den 16=e g'arriveert is heeft mij gezegt als dat hij een brief van Uwel Ed=e Agtb: had om spoedig aan Bonijs vorst te brengen waarna toe hij op eergister reets vertrokken is. thans uwel Ed=e Agtb: niets meer weetende te be„ „rigten zoo neem ik d' vrijheijd met alle verschuldigde hoog agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer, /:lager:/ uwel Ed=e Agtb„s onderdaanige en trouwschuldige Die„ „naar /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecom„ „ba in 's Comp„s vesting den 19=e Maij Anno 1780. Aan als boven d' vrijheit neemende mij aan mijne voorige van den 19=e deeser te re„ „fereeren, zo dient deese thans om uwel Ed=e Agtb: te Communi„ „ceeren als dat d' twee manschappen door Anrong goeroe tompo Boeloe 73 „Boeloe ter spioneering uijtgezonden op gister bij mij quamen en verhaalden als dat nu vier dagen geleeden als wanneer zij zig op d' negorij Bonto Lowee bevonden hun lieden aldaar verhaalt was dat Aroe Mampou benevens d'zijne twee dagen te vooren van daar was vertrokken, nadat hij een huijshouding bestaande in 8. Coppen zijnde macassaaren geplundert en meede genoomen had, gen: Arou Mampou was weederom toen na d' parigie vertrokken, 't geen die menschen mij verhaalden zeiden zij wel Ed:e Agtb: heer gehoort te hebben van twee macassaaren die zig uijtgaven lijfvolk van sankilang te weezen, die zeide aldaar gebleeven te zijn om buf„ „fels en paarden te pressen tot 't vervoeren van padij na d' ne„ „gorij Thasese om reeden sankilang van voorneemens was om een festiviteijt aldaar aante rigten: alzo een zijner vrouwe in de kraam gekoomen was. zoo dra d' door mij uijtgezonden Bontheinders wel Ed=e Agtb: heer terug zijn gekoomen zal ik niet in gebreeken blijven uwel Ed=e Agtb: zulks te Communiceeren terwijl ik thans d' vrijheit neem met alle vereijschte hoog agting en eerbied mij te noemen, pon„ „derstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb„s onderdanige en trouwschuldige Dienaar, /:was geteekend. / S=n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in 's Comp„s vesting den 22=e Maij Anno 1780. Aan als vooren d' vrijheit neemende mij aan mijne voorige van den 22=e deser t' refireeren zoo dient deese om uwel Ed:e Agtb: te Communiceeren, als dat d' twee man„ „schappen door Craeng bonthain uijtgezonden op gister bij mij quamen verhaalende als dat thans op d' Negorij bonto lowee zig op hield Craeng Pattong Circa 200. Coppen sterk. Jn d' Parigie zonder zig bevinden Arou Mampou, Craeng Candjilo end' zoo gen: Tomilalang van goach ook met een goed gedeelte Coppen. opehasese zouder zig op„ „houden Sankilang, Craeng Barombong, Craeng Cattappang, en Craeng Bonto Nompo meede met een groot gedeelte volk, verders kreeg ik wel Ed:e Agtb: heer tot mijn Leedweesen van Bon„ „thain tijding, als dat Craeng bonthain die zeedert eenige dagen ziek is
English
found himself in a very bad state, indeed that there was little hope for his recovery, he having already transferred authority to his own brother Daeng Mamakassi. The Company, Right Honorable Lord, would lose a loyal regent therein, which loss would become all the greater if one considers the circumstances of the times: should he unexpectedly happen to pass away, Right Honorable Lord, then I hope that Daeng Mamakassi will follow in his brother's footsteps, and that he may rule in peace, so that he may not only be troubled by the enemy, but also by various pretenders who perhaps imagine themselves to be, if not closer, at least as close to it, among whom, however, Right Honorable Lord, there are those who do not deserve it at all and are also not to be trusted. Not having dared to neglect informing Your Right Honorable of all this, I further take the liberty to call myself, with all required high esteem and respect, /:was written below:/ Right Honorable Lord, /:lower:/ Your Right Honorable's humble and faithful servant, /:was signed:/ Sn Monsieur, /:in the margin:/ Boelecomba in the Company's fortress, the 25th of May, Anno 1780. — To the Tanete Prince Arou Pantjana. After friendly greetings. With the utmost reluctance I learn that many of my son's subjects still continue to refuse the payment of their owed tithe, notwithstanding the promise made to me by you two months ago, which I firmly expected would have been fulfilled, all the more as I have never doubted my son's gratitude for the tokens of my esteem and affection which I have always shown and intend no less to observe in the future for the best benefit of his person and family. I therefore request once again to give orders to his people to pay the tithe, in order that I may be done with this matter and can let the Europeans return who have now already remained at Sagerie for nine months, which has never happened before. — /:was written below:/ Written at Macasser in Castle Rotterdam, the 30th of May 1780. To the Adatouang of Sedeenring After usual greetings. Furthermore, I make known that I have duly received your letter and have seen from it with regret how one of the sons of Arou Betting has plundered and burned a certain Sedeenring village and murdered two of the inhabitants; and all that without the slightest reason or cause having been given thereto on your part, whereby you would certainly have a right to take reprisals for it; but since I cannot think that the Wajo people themselves would have had a hand in it, it seems to me entirely unadvisable to enter into a dispute with them over the aforementioned incident, even if it were the case that no satisfaction could be obtained by an amicable way, for once the fire of war starts burning, it is not only very difficult to extinguish again, but it also remains a certain truth that even the victor, in the outcome, finds himself to have gained more damage than advantage. Upon the news that Arou Ngatacka and others supposedly intended to attack Sedeenring, I wrote long ago to the King of Boni to earnestly admonish his people to refrain from all hostile aggressions against your realms, and I flatter myself that His Highness will indeed prevent them from doing so, and you will therefore be left in peace, which I wish with all my heart. /:was written below:/ Written at Macasser in Castle Rotterdam, the 31st of May 1780. — To the Tanete Prince Arou Pantjana. After usual greetings. Since I have obtained information that a certain European named Carel Fredrik Nicolaas Vis is with the Maradia of Malewang Madjene, I kindly request my son, whether by a letter or by sending an emissary thither with the bearer of this, Bappa Bijndong, to effect that this unfortunate man may be released from slavery, whereby a very great pleasure will be done to me, while I shall gratefully pay the costs of his ransom and whatever more it might be. /:was written below:/ Written at Macasser in Castle Rotterdam, the 2nd of June 1780. To the chief interpreter Gerrit Brugman, and the under-interpreter Iacobus de Graaf, Honorable, pious! In view of the report received from the first-named at the head of this regarding his severe indisposition and his request to be allowed to come up, I let the second depart under escort of this in order to take over authority over the troops until further orders. On this occasion, answering at the same time to your letters of the 18th and 19th ultimo, I must initially observe regarding the Rebels how I have been informed by the Boelecomba Resident that, not counting Arou Mampoe and others, Sankilang has appeared in the Tourattea region and would even have been in person with Craeng Binamoe, to show how little reliance is to be placed on the reports when one does not send out some spies who do not know of each other, as I have ordered several times and also expect without fail for the future. Meanwhile, I will hope that the outcome may confirm the late Craeng Anabadjing's assurance regarding the loyalty of the lesser chiefs and their abstention from all correspondence with the Rebels, to which I agree with you that their expectation of my arrival may well contribute much, in which sentiment you may indeed keep them, though not to strike terror into them thereby.
Dutch transcription
is zig zeer slegt bevond, Ja dat 'er weinig hoop tot zijn herstelling wat hebbende hij reets 't gezag aan zijn eigen broeder Daeng Mamakas„ „si opgedraagen. de Comp=e wel Edele Agtb: heer zou daar een trouw regent aan verliesen, welk verlies nog te grooter zoude wor„ „den indien men aanmerkt d' tijds omstandigheedens: zoo hij on„ „verhoopt mogt komen te overlijden wel Ed=e Agtb: heer dan hoop ik dat Daeng Mamakassi 't voetspoor van zijn broeder zal op„ „volgen, en dat hij in ruste mag regeeren, op dat hij niet alleen gequelt worden door d' vijand maar ook door verscheidene prae„ „tendentin die zig mooglijk verbeeldens daar zoo niet nader ten minsten zoo natoe te zijn dog waar onder wel Ed=e Agtb: heer er zig bevinden die 't in 't geheel niet meriteeren en ook niet te vertrouwen zijn„ Niet hebbende durven afzijn uwel: Ed=e Agtb: van dit een en ander ken„ „nis te geeven, zoo neem ik voor 't overige d'vrijheit met alle vereijsch„ „te hoog agting en eerbied mij te noemen, /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Ed=e Agtb: onderdaanige en trouwschul„ „dige Dienaar /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba in 's Comp„s vesting den 25=e Maij A„o 1780. — Aan den Tanets Prins Arou Pantjana. Na vriendelijke begroetingen. Met d' uijterste weerzin verneeme ik dat veele van mijn zoons onder„ „hoorigen als nog blijven weijgeren de voldoening van hunne ver„ „schuldigde tiende niet tegenstaande de mij door UE: gedaane toezeg„ „ging voor twee maanden gedaan, welke ik vast verwagt hadde dat nage„ „komen zoude zijn, te meer ik nooijt getwijffeld hebbe aan mijn zoons erkentelijkheijd voor de blijken mijner agting en genegentheijd die ik steeds betoond hebbe en in het vervolg niet minder voorneemens ben te betragten ten meeste beste van zijn perzoon en famille. Jk versoeke dierhalven dan nogmaals order aande zijne te geeven, om de tiende te voldoen, ten einde ik eens van die zaak af en d' Europeesen kan laeten te rug komen die nu al negen maanden op Sagerie geblee„ „ven zijn dat bevoorens nooijt gebeurd is. — /:onderstond:/ geschree„ „ven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 30=e maij 1780: Aan 75 wijders maake bekend dat ik uwen brief wel ontfangen en daar uijt met leedweesen gezien hebbe hoe een der zoonen van Arou Betting zeekere sedeenringse negorij uijtgeplundert en verbrand en twee van de bewoonders vermoord heeft; en dat alles buijten de minste reden„ of oorsaake daar toe aan uw kant gegeeven, waar door uw dan ook zeeker regt zoude hebben daar over represaille te neemen; maar aan„ „gezien ik niet denken kan dat de wadjoreesen daar in zelfs de hand zouden hebben gehad, zo dunkt mij dat het gantsch niet ge„ „raden zij om over het voormelde geval, met hun in oneenigheijd te komen, alwaar het schoon dat 'er door een minlijken weg, geen voldoening te krijgen was, want als het vuur des oorlogs eens aan het branden raakt is het niet alleen zeer moeijelijk weeder te blus„ „sen, maar het blijft ook aan zeekere waarheijd dat zelfs den over„ „winnaar, bij d'uijtkomst ontwaard meer schaede dan voordeel te hebben behaald. Jk hebbe op de tijding dat Arou Ngatacka en anderen van voor„ „neemen zouden hebben om sedeenring t' attacqueeren al voor lange aan den koning van Bonij geschreeven om de zijne ern„ „stig te vermaanen zig te wagten voor alle vijandelijke aggres„ „sien tegen uwe Rijken en ik vlije mij dat zijn Hoogheijd hen zulks ook wel beletten en uwe dierhalven wel in rust zal gelaeten worden dat ik van herten wensche. /:onderstond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 31=e Meij 1780. — Aan den Tanets Prins Arou Pantjana. Na gewoone begroetingen. Dewijl ik narigt bekomen hebbe dat zig zeeker Europees genaamt Carel fredrik Nicolaas vis bij den Maradia van Madjene bevind versoeke ik mijn zoon vriendelijk om het zij door een brief het zij door het derwaarts zenden van een sendeling Aan den Adatouang van Sedeenring Na gewoone begroetingen. met en schree„ Malewang met brenger deeses Bappa Bijndong uijt te werken dat dien ongeluckigen man uijt de slavernij geraake zullende mij daar door zeer veel plaisir gedaan worden, terwijl ik de kosten van zijn uijtruijling en wat dies meer mogte zijn in dank voldoen zal. /:onderstond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotter„ „dam den 2=e Juni 1780.. Aan den oppertolk Gerrit Brugman, en den ondertolk Iacobus de Graaf, Mits het bekomen berigt van den eerstgemelde in hoofde deses we„ „gens zijne swaare dispositie en desselfs versoek om op te mogen komen laat ik den tweede onder geleide deeses vertrecken ten eijnde het gezag over de troupen over te neemen tot nadere ordre, ik bij deese occasie teffens antwoordende op uE: schrijvens van den 18=e en 19=e passato moet ik aanvankelijk nopens de Rebellen aanmerken hoe mij door den Boelecombas Resident bedeelt is dat ongereekend Arou Mampoe en anderen sanki„ „lang zig in het Tourattease vertoond en zelfs in persoon bij Craeng Binamoe zoude geweest zijn, ten blijke hoe weijnig staat er te maken zij op de berigten, wanneer men niet eenige spions uijtzend die van elkander niet weeten, zo als ik meer, „malen gelast hebbe en voor het vervolg ook sonder faut verwagten: Ondertusschen wil ik hopen dat de uijtkomst bevestigen mag wijlen Craeng Anabadjings verzeekering weegens de trouwe der mindere hoofden en hun onthouding van alle Correspondentie met de Rebellen waar toe ik met UE: van begripben dat hunne verwagting van mijne komst wel veel kan Contribuee„ „ren ik in welk sentiment UE: deselve dan ook wel houden mag dog niet om hun daar door een schrik op het lijf te Eersame, vroome! Jagen —
English
77 Boelecomba. to chase, since that would have a perverse effect, but to make her understand that I, as much as is ever possible, only strive for the well-being of the subjects and to restore peace once more, as well as to entirely destroy the Rebels, who, as they must surely realize, will not be able to hold out much longer. The sudden passing of the aforementioned Craeng Anabadzing, however painful for the Company's interests, must be borne with patience in the hope that his son, in whose appointment as his successor I shall acquiesce as soon as the glarrangs come to request his approval, may follow in his father's footsteps. Regarding the admonition given to Craeng Sandrabonij for the clearing of the debt and the delivery of slaves as a contribution, as well as to come hither together with the grandees of the realm according to my order, you will have to insist once more on the latter point, informing him that, in my judgment, the troubles can be no reason to postpone this any longer, since Sandrabonij has nothing to fear from the Rebels, especially as long as the Company's troops are located in the Poelembankeense district. Wherewith I remain, was below written, your friend, was signed: P: G: van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 2nd of June 1780. To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there Honorable, Pious, Discreet. In reply to your letters dated the 14th of April, 11th, 19th, 22nd, and 25th of May last past, it serves initially to state that I may well permit the use of severe measures when there might otherwise be no chance to compel the unwilling payers of tithes thereto, in the expectation that these may meet with success. Regarding the Regency of Boni's Boelecomba, it seems best to me for the present to await the decision of the court of Boni and to let that matter take its course, in order subsequently to be able all the more to bind to us whomever may be appointed thereto; but on the other hand, it appears to me that if Craeng Bonthain, contrary to my hope, were to pass away, no ways or means should be spared regarding the succession of his brother Mamakassie, which I expect in such a case from your attentiveness and vigilance. Acknowledging for communication the reports relative to the roaming of the Rebels still scattered here and there, and of what is going on in the interior among the Boniers, and constantly looking forward to the outcome thereof, I must in the meantime express my satisfaction with your praiseworthy precaution in admonishing Craeng Bonthijn and Androngoeroe Tompoboeloe to keep well on their guard and to have their bentings properly watched in order to prevent any invasions of the aforementioned rabble into the Company's territory; which I therefore hope they will properly fulfill, likewise expecting no less from the garrisons both at Boelecomba and Bonthijn so as not to be taken by surprise, expecting, whenever you deem it necessary or should emergencies arise, the speediest report thereof in order to send some troops thither for the assistance of the Posts. Wherewith, after greetings, I remain, was below written: your good friend, was signed: Js Is van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 3rd of June 1780. Translation 79 Translation of a Bugis letter from Poeanna I-Asia, to the Right Honorable Lord Governor. Compliments beforehand. Furthermore, I make known to your Right Honor that I have received your Right Honor's letter. Thereupon, I immediately dispatched the former Pabitjara of Tanette named Lamoed, who is currently with me, accompanied by the son of Poea Alang together with your Right Honor's envoy, to the Mandhaar district and instructed them to request the Maradia to surrender to me the European staying with him, stating that I would gladly pay for his ransom. And to that end, I have also recommended the abovementioned envoys to return quickly so that your Right Honor might learn at the earliest whether the said Maradia was willing to surrender that European or not. In the latter case, it seems better to me to go down in person and request him for it, and await what decision he will give in that regard, whether to surrender the said European or not. So that I only look forward to your Right Honor's orders in that respect. The reason why I do not come up in person is that something might occasionally happen on the Company's ground and soil, and I might not be present at such a time. Therefore, I only send your Right Honor's female slave Poeanna I-Asia to bring this letter to your Right Honor. Was below written: Written on Saturday the 10th of June Anno 1780. This letter is written out of pure high esteem and benevolence by the Senior Merchant and Governor of Makasser, Barend Reijke, to his worthy Brother Ma-oelana Achmada Saleh Samsoedin, King of Bonie, with heartfelt wishes for all salvation, blessing, and prosperity, together with a long life on this Earth. Furthermore
Dutch transcription
77 Boelecomba. Jagen, dewijl dat van een verkeerd uijtwerkzel zoude zijn, maar om haar te doen begrijpen dat ik zo veel immer doenlijk alleen der onderdanen wel zijn betragt en om de ruste weder te herstel„ „len, mitsgaders de Rebellen geheel te vernielen, die zij im„ „mers dog wel kunnen beseffen dat het niet veel langer zul„ „len kunnen uijthouden. Het subit afsterven van voormelden Craeng Anabadzing, hoe smertelijk ook voor 's Comp„s belangen dient men zig te getroosten in hoope dat zijn zoon, in wiens benoeming tot desselfs opvolger ik Condescendeeren zal zo dra de glarrangs zijne approbatie zullen komen versoeken, de voetslappen zijns vaders zal mogen volgen de gedane aanmaning bij Craeng sandrabonij om d' afleg, „ging der schuld en levering van slaven tot een Contribut mitsgaders om nevens de Rijksgroten herwaarts te ko„ „men volgens mijne ordre zijnde zullen UE: op het laatste poinct nogmaals moeten aandringen, onder te kennen gave dat, mijns oordeels, de strubbelingen geen reedenen kunnen zijn om zulks langer uijt te stellen, vermits San„ „drabonij niet voor de Rebellen te vreesen heeft, voor al zo lange 's Comp„s troupen zig in het Poelembankeen„ „se bevinden. waarmeede blijve /:onderstond:/ UE: vriend, was geteekend:/ P: G: van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 2=e Juni 1780. — Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur, Resident aldaar Eersame, vroome, Discreete. Jn antwoord van UE: brieven de datis 14=e April, 11, 19: 22, en 25„e meij Jongstverweken dient aanvankelijk dat ik het gebruijken van ernstige middelen wel lijden mag wanneer 'er anders geen kans toe d n toe mogte weesen om de onwillige betaalders van tiende daar toe te constringeeren, in verwagting dat die van succes mogen zijn. Nopens het Regentschap van Bonijs Boelecomba dunkt mij als nog het best de decisie van het Bonijs hof afte wagten en die zaak op zijn beloop te laten om vervolgens den geene die daar in mogte worden gesteld des te meer aan ons te kunnen verbinden; dog daar en tegen komt het mij voor dat wanneer Craeng Bonthain tegens mijne hoope mogt komen te overlij„ „den tot de successie van desselfs broeder Mamakassie geen wegen of middelen ongespaard behoren gelaten te worden, het geen ik in zodanig geval van uwe attentie en vigilantie verwagte. De berigten zo betreckelijk tot het swerven der hier en daar nog ver„ „strooijde Rebellen en van het geene er in de binnen landen onder de Boniers omgaat voor Communicatie aanneemende en daar van steeds het gevolg te gemoed ziende moet ik ondertusschen mijn ge„ „noegen betuijgen over uwe prijsselijke voorsorge in het verma„ „nen van Craeng Bonthijn en Androngoeroe Tompoboeloe om zig wel op hoede te houden en hunne bentings behoorlijk te doen be„ „waken in alle invasien van het voormelde gespuijs op 'sComp=s territoir te beletten; het geene ik dierhalven hopen wil dat zij behoorlijk zullen nakomen het zelve teffens niet minder verwag„ „tende van de bezettelingen zo te Boelecomba als Bonthijn ten einde niet onverhoeds overvallen te worden, zullende ik wan„ „neer UE: het nodig agten of de nood aan de man komen mogt daar van ten spoedigsten berigt verwagten ten einde eenige manschap ter assistentie vande Posten derwaarts te zenden. waar meede na groete blijve: /:onderstond:/ UE: goede vriend /:was geteekend:/ J„s I:s van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotter„ „dam den 3=e Juni 1780. - Translaat 79 Translaat Bougineese brief van Poeanna I- Asia, aan den wel Edele Achtb: Heer gouverneur Complimente voor af. wijders maake ik aan uw wel Ed: Achtb=re bekend; als dat ik de brief van uw wel Edele Achtb: ontfangen hebbe. Hier op heb ik terstond den thans bij mij zijnde, geweesene Pabitjara van Tanette genaamd Lamoed die verzeld van de zoon van Poea Alang benevens de sendeling van uw wel Edele Achtb: na de Mandhaar gebonden en hun belast, den Maradia te verzoeken, van de zig bij hem ophoudende Europees aan mij over te geeven so met dat ik voor zijne uijtlossing gaarne wilde betaalen. En tot dien eijnde hebbe ik teffens de booven gem: afgesondene gerecommandeert om spoedig wee„ „der terug te koomen op dat uw wel Edele Achtb: ten eersten konde ervaaren, of gedagte Maradia dien Europees wilde overgeeven, dan wel niet - Jn het laaste geval, dunkt het mij beeter te zijn om zelfs na beneeden te gaan en hem daarom te verzoeken, en afte „wagten, wat hij daar omtrent voor besluijt zal geeven, 't zeij gem: Europees overtegeeven dan wel niet. so dat ik alleenlijk de ordres van uw welEd: Achtb=r dientweegen te ge„ „moedt zie. De reeden waarom Jk niet zelfs in perzoon opkoome zijn, dat 'er somtijds iets mogte voorvallen op 's Comp„s grond en boodem, en ik als dan niet present zijn mogte. Dierhalven sende Ik alleen uw wel Ed: Achtb=s Slavin Ioeanna I- Asia om desen brief aan uw wel Edele Achtb: te brengen /:onderstond:/ Geschreeven op Saturdag den 10:' Junij A:o 1780. — Deesen Brief word uijt een zuijvere Hoog agting en welgenegentheid geschreeven door den opperkoop, „man en gezaghebber van Makasser Barend Reijke aan desselfs waarden Broeder Ma-oelana Achmada saleh Samsoedin koning van Bonie, onder hert grondige toewensching van alle heijl, zeegen en voorspoed, mitsgaders Een lang laeven op deese Aarde. voorts
English
Furthermore, I make known to my Brother how it has pleased God Almighty to take away from this world, and as we hope to convey into His Eternal Glory, the Honorable Governor and Director of Makasser Paulus Godofredus van der voort, on the 16th of this month of June in the evening at the clock of half past seven, and that thus the governance and authority over the Company's interests on this coast has been entrusted to me, pending the further approval of Their High Excellencies, the Honorable Supreme Indian Government at Batavia. I therefore commend myself to Your Highness's brotherly friendship, which I for my part shall endeavor to cultivate for the benefit of the Honorable Company and the Kingdom of Bonij. It is also by this that I come to remind Your Highness most amicably of the request made earlier by the late Honorable Governor van der voort for a speedy return hither, for which I, as well as His late Honor, greatly long, while Your Highness's presence would be of considerable help to me in restoring a complete peace, which still remains disturbed by the continuous attempts of the ill-disposed. Meanwhile, I also do not doubt that Your Highness, pursuant to the request made by the late Honorable Governor van der voort, will have already settled amicably the dissension that arose between the Adatoeang of Tidenreeng on the one hand, and the Datoea of soupa and the Bonian prince Arou Ngatacka on the other, and admonished both parties to refrain from hostile aggressions against each other in the future under such threats as His Honor was pleased to make against it, and which I then shall also be obliged to put into effect. To conclude this, with regard to the dispatch of Your Highness's envoys to Batavia, I refer to what the late Honorable Governor van der Voort wrote to Your Highness in that regard as a faithful Brother in His Honor's letter of the 2nd of May, and advised for the best of the Kingdom of Bonij. Written in Castle Rotterdam the 22nd of June 1780. To the Honorable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes etc. etc. Honorable Sir! It was on the 8th of this month that I received overland Your Honor's ever-respected letter of the 3rd of this month, to which I now take the liberty to reply that, concerning the not yet received gantings of the Company's tithe, I have again sent a letter to the Bonian ruler, containing that it appears most clearly that Jennang Boelecomba seeks to embezzle that tithing for his own benefit, since the people who must pay it appeal to him, saying that as soon as he orders it, it will be done, and also as I have already written to Your Honor by letter of the 11th of May that he Jennang sent goeroe Lompo to me, and let me know through the same that he had orders from the Madanrang to take care that the tithing came in, and that he, now feigning sickness again, had let me know through the same goeroe Lompo that those 790 gantings were of the king's paddy: I have once again taken the liberty, Honorable Sir, to remind the Bonian ruler that for His Highness, besides these 790 gantings of rice, 28177 bunches of paddy were still declared, and for Jennang Boelecomba 15005 bunches, which latter are tithed for paddy, that I therefore requested, in order to avoid all misfortunes that might arise therefrom, that His Highness would be pleased to give orders that both those 790 gantings and the remaining 510 gantings of Jennang Laijpia be delivered; before, Honorable Sir, I shall resolve to use more serious measures, I will wait until I receive an answer from His Highness regarding that matter.
Dutch transcription
voorts maake ik mijnen Broeder bekend hoe het god Almagtig behaagt heeft om op den 16:e deezer maand Junij des avonds de klocke half agt uuren uijt deeze waereld weg te neemen en zo wij hoopen in zijn Eeu„ „wige Heerlijkheid over te haalen den Agtbaaren Heer Gouverneur en Directeur van Makasser Paulus Godofredus van der voort en dat dus het bestier en gezag over 's Comp:s belangen te deeser kuste tot nadere goedkeuring Hunner Hoog Edelhedens de Edele Hooge Jndiasche Re„ „geering te Batavia aan mij is opgedragen Jk beveele mijn dus in uw Hoogheids broederlijke vriendschap, die Jk van mijnen zijde ten voordeele van de Edele komp:e en het Rijk van Bonij zal tragten te Cultiveeren. Het is dan ook bij deesen dat jk uw Hoogheid op het vriendelijks te kome te herinneren het bevorens door wijlen den Agtbaaren Heer Gouverneur van der voort gedane verzoek tot een spoedige te rugkeering na herwaards waar na jk zo wel als zijn wel Edele zaliger grootelijks verlangende ben, terwijl uw Hoogheids tegenwoordigheid mijn merklijk te stade zoude komen tot wederherstelling van een volkomene rust die door de aanhoudende pogingen der qualijk gezinde als nog gestoort blijft. Jntusschen dat jk ook niet twijffel of uw Hoogheid zal reets op het gedane verzoek van wijlen den wel Edelen Agtbaaren Heer Gou„ „verneur van der voort de ontstaane twee spalt tusschen den Adatoeang van Tidenreeng ter eenre, mitsgaders den Datoea van soupa in den bonisch prins Arou Ngatacka ter andere zijde in der minne beslist en beide Parthijen vermaand hebben om zig in het vervolg voor vijandelijke agressien teegen elkanderen te wagten onder zodanige bedreijging die zijn wel Edele daar tegens heeft gelieve te doen en jk als dan ook genoodzaakt zal zijn in het werk te stellen. Tot slot deeses refereer jk mijn omtrend het afzenden van uw Hoogheids gezanten na Batavia aan het geene wijlen den wel Edelen Agtbaaren Heer gouverneur van der Voort, uw Hoogheid dientwegen als een getrouw Broeder bij zijn wel „Edelens brief van den 2=e maij geschreeven en ten besten van 81 Macasser van het Rijk van Bonij aangeraden heeft. /:onderstond:/ Geschreeven in 't Kasteel Rotterdam den 22=e Junij 1780. Aan den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur der Custe Celebes &: &: Wel Edele Agtbaare Heer! 't was op den 8:e deser dat ik uwel Ed: Agtb: altoos gerespecteerde letteren van den 3„e deeser over land ontving, waar op ik thans de vrijheijd neem te rescribeeren dat ik omtrent d' nog niet ingekoomene gantings van Comp„s thiende, weederom nad' bonijse vorst een briev heb gezonden, be„ „helsende dat 't ten klaarsten blijkt dat Jennang Boelecomba die verthiening ten zijne voordeelen zoekt te verduijsteren, dewijl de menschen die dezelve moeten betaalen zig op hem beroepen, met te zeggen dat zoo dra hij 't ordonneert dat 't zal geschieden, en ook /:zoo als ik uwel Ed: agtb: bij briev van den 11:e meij reets geschreeven heb:/ als dat hij Jennang mij goeroe Lompo heeft toegezonden, en door dezelve mij laaten weeten als dat hij ordre van de Madanrang had om zorg te draagen dat d' verthiening in quam, en dat hij zig nuuw weeder zieklijk houdende mij door deselve goeroe Lompo had laaten weeten dat die 790. gantings van konings padij waaren: ik heb nogmaals de vrijheit gebruijkt wel Edele Achtb: Heer om d' Bonijse vorst te erinneeren dat voor zijn Hoogheit buijten deze 790. gantings Rijst nog 28177. bossen Padij waaren opgegeeven, en voor Jennang Boe„ „lecomba 15005. bossen, welk laatste voor padij verthient zijn, dat ik derhalven verzogt om alle onheijlen die daar uijt voort mogte koomen te vermijden dat zijn Hoogheit order geliefde te stellen dat zoo wel die 790. gantings, als d' nog resteerende 510: gantings van Jennang Laijpia geleevert wierden; eer 'er alvoorens wel Ed: Agtb: heer, ik zal resolveeren om ernstiger middelen te gebruijken zal ik afwagten dat ik antwoord van zijn Hoogheid daar omtrent krijg.
English
It was, Honorable Sir, on the 30th of last month that I received a letter from Arou Cajou, in which he requested me, as I also take the liberty of doing by this letter, to ask your Honor to arrange for him to be allowed to return soon from the interior and take up his residence here as before. He also informs me, Honorable Sir, that he hopes his request will succeed, all the more so because at the request of your Honor and with the permission of the court of Bonij he had received permission to continue living here, and for the reason that your Honor had promised him that you would regard him just as a Company subject. To which, Honorable Sir, I answered him that I would write to your Honor concerning his request, and upon receiving an answer, would write to him further. Regarding Bonijse Boelecomba, Honorable Sir, it serves to report that up to this day just as little haste is being made by the court of Bonij as by the people of Boelecomba themselves to elect a new king. It is said here, Honorable Sir, that Jennang Boelicomba, who says he is sickly and who always resides in the village of Sapi Sapire located about one hour from this post, yet nevertheless holds authority over Bonijse Boelecomba, is also doing his best to be elected to it. The aforementioned Jennang, Honorable Sir, sent Daeng Pagoeli thither on the 12th of this month to prevent further disputes that currently exist there between Arou Nanka, being the son of the deceased King of Bonij, and the people of Boelecomba, over the desire to take away several people and forty Spanish rixdollars in cash. However, Honorable Sir, although Jennang Boelecomba is doing his utmost to gain power over that kingdom, I nevertheless do not believe that he will be appointed to it, for the reason that there are several pretenders and, moreover, he is of low birth. Craeng Bonthain, Honorable Sir, who for several days lay almost beyond hope, is through God's goodness on the mend, though still very weak. If he should unexpectedly pass away, Honorable Sir, I shall take care as much as possible that no one other than Daeng Mamakassi succeeds him. I shall not fail, Honorable Sir, to continually urge both the Europeans and the natives to their duty, and by being well on guard, take care as much as possible that we at least are not surprised unexpectedly. Your Honor was pleased to write that if I should deem it necessary, I was to inform your Honor thereof as soon as possible, whereupon your Honor would send some troops to assist the posts. However, with the present strong easterly winds, Honorable Sir, it is not well possible to come here quickly with a vessel from Macasser. This being prepared thus far, Honorable Sir, the spies sent out by me returned, reporting that at the village of Bonto Zowee there were staying Craeng Pattong, Craeng Mandalle, and Craeng Bonto-Lanques, together numbering about 200 heads; in the Parigie, Arou Mampoe and the so-called Tomilalang, together numbering about 1000 heads; at Thasese, Batara Goach, Craeng Bonto Nompo, Craeng Candjilo, and Craeng Barombong, together estimated to be about 2000 heads strong. Furthermore, they reported, Honorable Sir, that Batara Goach intended to go to the Sarigie to have his son shaved there and to hold a feast. They also reported having heard there that the village of Barana had been burned by the Chief Interpreter, and lastly they said, Honorable Sir, that they had learned from the people of Batara Goach that as soon as the monsoon permitted it, he intended to attack Maros or one of these posts. It was on the 19th of this month, Honorable Sir, that I received news from Bonthain that Glarrang Bato Poeti had related as the truth to Craeng Bonthain that Batara Goach, as soon as his festivities are finished, intends to call upon Bonthain. That Glarrang Bato Poeti, who is currently ill, but whom I have sent word to come to me as soon as possible, is the very one, Honorable Sir, about whom I wrote in the letter of January 18th last. Although it is not to be thought, Honorable Sir, that all those sayings are true,
Dutch transcription
't was wel Edele Agtb: Heer op den 30:e J: l: dat ik een brief van ArouCajou ontving, waar in hij mij verzogt zoo als ik bij deese ook d' vrijheit neem om te doen. / dat ik uwel Ed: agtb: zoude verzoeken, om voor hem uijt te werken dat hij spoedig uit d' binnen landen mogt retourneeren en alhier als vooren zijn verblijf houden, hij melt mij teffens wel Ed: Agtb: Heer als dat hij hoopt dat zijn verzoek hem zal gelukken, te meer daar hij op verzoek van uwel Ed: Agtb: met toestemming van 't hof van Bonij permissie had gekreegen om alhier te kunnen blijven woonen, en om reeden uwel Ed: agtb: hem belooft had om hem even als een Comp„s onder„ „daan te willen aanmerken. waar op ik wel Ed: Agtb: Heer hem g'antwoord heb als dat ik omtrent zijn verzoek uwel Ed: Agtb: zoude schrijven en antwoord krijgende hem dan nader schrijven omtrent 't Bonijse Boelecomba wel Ed: Agtb: heer dient als dat er tot heeden nog zoo min door 't Bonijse hof als door d' Boelecombert zelve haast tot 't verkiesen van een nieuwe koning gemaakt word, men zegt alhier wel Edele Agtb: heer als dat Jennang Boelicomba die zegt zieklijk te zijn en die zig altoos op de negorij sapi sapire leggende Circa een uur van deese post bevind, dog egter 't Gezag over 't Bonijse Boelecomba heeft, meede zijn best doet om daar toe verkooren te worden, gem: Jen„ „nang wel Ed: Agtb: heer heeft op den 12:' deeser Daeng Pagoeli na derwaarts gezonden ter voorkoming der verdere disputen die aldaar thans zijn tusschen Arou Nanka zijnde d' zoon van d' overleedene Koning van Bonij en Boelecombers over 't willen wegneemen van eenige menschen en veertig rd„s spaans aan Contanten, dog schoon wel Ed: Agtb: heer Jennang Boelecomba zijn uijterste best doet om dat rijk magtig te worden, geloof ik egter niet dat hij daar toe benoemt zal worden om reeden er verscheiden praetendenten zijn, en hij bovendien van een laage geboorte Craeng Bonthain wel Ed: Agtb: heer die eenige dagen bij na buijten hoop gelegen heeft is door gods goedheid aan de beeter hand, dog nog zeer zwak zo hij onverhoopt wel Edele Agtb: heer mogt koomen te overlijden, zal ik zoo veel mogelijk zorg dragen dat niemand dan Daeng Mamakassi hem succedeert. k zal niet in gebreeken blijven wel Ed: Agtb: Heer om zo wel d' Europee„ „sen 83 „sen als d' Jnlanders geduurig tot hun pligt aan te maaken, en door wel op hoede te weezen zoo veel mooglijk zorge draagen dat wij ten minsten niet onverwagst overvallen worden. uw Ed: Agtb: gelieft te schrijven zoo ik 't noodig mogt agte dat ik ten spoedigsten uwel Ed: Agtb: daar van zoude berigten, als wanneer uwel Ed: Agtb: eenige manschappen ter assistentie der posten wilde zenden, dog met d' thans sterke ooste winden welEd: Agtb: heer is 't niet wel mooglijk om spoedig met een vaartuijg van Macasser alhier te koomen. Deese tot dus verre in gereedheid zijnde wel Ed: Agtb: heer quamen d' door mij uijtgezondene spions te rug, verhaalende als dat op d' negorij Bonto Zowee zig ophielden Craeng Pattong, Craeng Mandalle, Craeng Bonto- Lanques te zamen Circa 200. Coppen sterk in d' Parigie Arou Mampoe en d' zoo gen: Tomilalang te zamen Circa 1000. Coppensterk. op Thasese Batara goach, Craeng Bonto Nompo Craing Candjilo en Craeng Barombong te zamen na gissing Circa 2000. Coppen sterk. verders verhaalden zij wel Edele Agtb: Heer all dat Batara goach van voorneemens was om na d' Sarigie te gaan om aldaar zijn zoon p te laaten scheeren en tractatie te houden, zij verhaalden aldaar ook gehoort te hebben als dat d' negorij Barana door d' Oppertolk verbrandt was en Laastelijk zeiden zij wel Edele Agtb: heer van 't volk van Batara goach vernoomen te hebben als dat hij zoo draad' mousson 't permitteerde van voorneemen was op Ma„ „ros dan wel een deeser posten te attacqueeren. 't was op den 19=e deser wel Edele Agtb: heer als wanneer ik van Bon„ „thain tijding kreeg als dat glarrang Bato Poeti voor d' waarheid aan Craeng Bonthain verhaalt had als dat Batara goach zoo dra zijn festiviteijt g'eindigt is van voorneemen is om Bonthain aan te doen die glarrang Bato Poeti die thans ziek is, dog die ik heb laaten weeten om zoo dra mooglijk bij mij te komen is dezelfde wel Edele Agtb: Heer waar over ik bij brief van den 18=e Januarij J: L: geschreeven heb. schoon 't niet te denken is wel Ed: Agtb: heer dat al die gezegdens waar Schoon ropee¬ 1
English
will be true, it is nevertheless most clear that the Rebels do not yet abandon their evil intention, and I imagine, Honorable Sir, that some Buginese as well as Turattereese are not ill-disposed toward them. The Chiefs of the Company's subjects, Honorable Sir, whom I hope will remain loyal, I daily remind that it is as much to their own benefit as to ours that they ensure those Rebels stay off the land and do not achieve their objective, indeed that if misfortune would have it (which God forbid) that these posts were lost, according to all presumption most of their houses, goods, and paddy fields would be ruined. I imagine, Honorable Sir, that if the Buginese or Turattereese meant well with the Company, the matter would soon come to an end, but as long as affairs remain this way, it causes an uneasy life here. I will do, Honorable Sir, whatever is in my power in the hope that God grant that matters may turn out for the best, while I now take the liberty, with all due high esteem and respect, to call myself, (was below:) Honorable Sir, (lower:) Your Honor's humble and duty-bound servant. (was signed:) S:n Monsieur, (in margin:) Boelecomba the Company's fortress the 22nd of June Anno 1780. — Translation of a Malay letter written by the King of Bima and his Grandees of the Realm to the Honorable Governor and Council Compliments as usual. Further, the King of Bima and his Grandees of the Realm make known to the Honorable Governor and Council that the envoy Boemie Kele is departing thither with an interpreter to appear before the Lordship of the Honorable and Council, also to make known that a misfortune has befallen us, namely that it has pleased God to make the Junior Merchant and new Resident here, Mr. Alexander Rosselet, exchange the temporal for the Eternal, which death occurred on Thursday the 13th of the month Jumadil Awal (or according to our style the 18th of May). However, what can one do against it, his time appointed by God was up, and we are all mortal men. The King and Grandees of the Realm, having placed their support, hope, and trust in no one else than solely in the Honorable Company, the Honorable Governor and Council, to provide for their prosperity and that of the land, have seen fit to implore the favor of the Honorable Governor and Council, if Your Honors would please have compassion with the Kingdom of Bima and its Allies, that the clerk present here may indeed be appointed as Resident in place of the deceased, for reasons that he is already accustomed to us, and we hope to be able, communicatively with him, to work for the prosperity and good harmony of the land of Bima, as in the time of the recently deceased Commandant here. We have nothing else to send as a token of life to Your Honor but only eight tampatten with kadjang, eight pieces of chickens, and eight tampatten with ajeuw. Also to the chief interpreter three tampatten of kadjang, three pieces of chickens, and three tampatten with ajeuw. (was below:) Written in the land of Bima on Saturday the 7th of the month Jumadil Ahera 1194, or the 10th of June 1780. — To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Your Honor's separate letter of the 22nd of this month of June, addressed to the late Governor vander Voort, having been duly delivered to me, it serves in reply to the same, first with regard to the tithes still to come in and the suspicious conduct maintained in that respect by the Jannang of Boelecomba, that Your Honor did very well, before using more serious means for their complete seizure, to first await the reply of the King of Bonij to the representations sent by Your Honor in that regard, which in these times is also the most advisable. While in the meantime I am willing to condescend to the request presented by Your Honor from the Arou Cajou to be allowed to stay with his residence at Boelecomba as before, provided that it does not tend to any prejudice to our people, and that, with Your Honor keeping a watchful eye on him, he conducts himself in all respects as a subject of the Honorable Company. Concerning the Regency of Bonij's Boelecomba and the succession of Craeng Bonthain, I abide by what was written to Your Honor in that regard by the late Governor van der Voort by letter of the 3rd of June last. Regarding what was communicated by Your Honor in relation to the Rebels, I would wish to be able to send back thither the Europeans recently recalled from there, to cover or reinforce Boelecomba and Bonthain; but since such cannot be demanded of those men at this time, as they would have to make such a great march overland, I have deemed it best to send to Your Honor by the overland route a number of one hundred and four Sumanappers under the worthy Lieutenant Brajan Takka, the Captain Bardja Mangala having remained here for the time being on account of his illness, not doubting that these warriors, who have already pursued the Rebels several times, will, reinforced by our post-holders and loyal subjects, be capable enough to stand up to them upon any undertaking of hostilities. Besides this accompanying name list of the aforementioned Sumanappers, who upon their departure were properly paid up to the ultimo of May and, beyond the muskets also made known on the name list, are each provided with 12 sharp cartridges, I have for Your Honor's information also enclosed herewith a notice of what they monthly receive from the Honorable Company. where
Dutch transcription
84 waar zullen zijn, blijkt 't egter ten klaarsten dat de Rebellen van hun boos voorneemen nog niet afzien, en ik verbeeld mij wel Ed: Agtb: Heer dat zoo wel zommige boegineesen als Turattereesen hun lie„ „den niet ongeneegen zijn. d' Hoofden der Comp„e onderdaanen wel Edele Agtb: heer, die ik hoop dat getrouw zullen blijven houd ik daagelijks voor dat 't zoo wel tot hun eigen best als dat van ons is, dat zij zorgdraagen dat die Rebellen van 't land blijven en hun oogmerk niet bereiken, Ja dat zoo 't ongeluk wilde /:dat god verhoede :/ dat deese posten verlooren raakte, na alle praesumptie d' meeste hunner huijsen, goederen en padij velden zouden geruineert weezen. ik verbeeld mij wel Edele Agtb: Heer zoo d' Boegineesen of Turatteree„ „sen 't wel met d' Comp=e meenden, dat d'zaak spoedig een einde zoude neemen, dog zoo lang d zaaken zoo blijven geeft 't alhier een onge„ „rust leeven. K zal aldoen wel Edele Agtb: Heer wat in mijn vermogen is in die hoope dat god geeve dat de zaaken ten besten moogen uijtvallen, terwijl ik thans de vrijheit neem met alle ver„ „schuldigde hoog agting en eerbied mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Ed:e Agtb„s onder„ „daanige en trouwschuldige dienaar. /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba d' Comp„s vesting den 22„e Junij A„o 1780. — Translaat Maleijdsche brief geschreeven door den Koning van Bima en desselfs Rijks„ „grooten aan den wel Edele Agtbaare Heer Gouverneur en Raad Complimente na gewoonte. wijders maakt den koning van Bima en deszelfs Rijksgrooten aan den wel Edele Achtb: Heer gouverneur en Raad bekend, als dat den sendeling Boemie Kele met een tolk na derwaarts vertrekt, om voor de Heerlijkheijd van den wel Ed: Agtb: Heer en Raad te verschijnen, teffens 85 Boelecomba teffens bekend te maaken, dat ons een ongeluk is overgekoomen, namentlijk dat het God behaagt heeft, den onderkoopman en nieuwen Resident alhier d' Heer Alexander Rosselet het tijdelijke met het Eeuwige te doen verwisselen welk sterfgeval op Donderdag den 13=e van de maand Jumadil Awal / of na onse stijl den 18:e maij: /. is voorgevallen. Egter wat zal men daar tegen doen, zijne van god be„ „stemde tijd is uijt geweest, en wij zijn alle sterffelijke menschen. Den Koning en Rijksgrooten op niemand anders hun steun, hoop en vertrouwen gesteld hebbende dan alleen op d' E: Comp=e den wel Edele Achtb: Heer en Raad om hunne welvaart, en die van het land te be„ „sorgen, hebben goedgevonden, de gunst van den wel Edele Agtb: Heer Gouverneur en Raad te smeeken, indien Hoogst deselve meede doogen gelieven te hebben; met het Rijk van Bima en deszelfs Bondgenoo„ „ten, dat dog den alhier zijnde scriba als Resident in steede van den overleedene mooge aangesteld werden, om reedenen, dat denselven reeds met ons gewend is, en wij verhoopen in staat te zijn, om Communi„ „catief met denselven de welvaart en goede harmonie van het land van Bima te bewerken, gelijk ten tijde van den onlangs overleeden Commandant alhier wij hebben niets anders tot een teeken van leeven aan uw wel Ed: Agtb: te senden als alleenig agt tampatten met kadjang, agt pees hoenders. en agt tampatten met ajeuw. Nog aan den oppertolk drie tampatten kadjang drie pees hoenders en drie tampatten met ajeuw. /:onderstond:/ Geschreeven op 't land van Bima op Saturdag den 7=e van de maand Jumadil Ahera 1194. of den 10=e Junij 1780. — Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur, Resident aldaar. Eersame, vrome, Discrete. UE: aan wijlen den Heer Gouverneur vander voort apart gerig„ „ten brief van den 22=e deeser maand Juni mij zeer wel inhandigt zijnde, zo dient in antwoord op dezelve voor eerst met opzigt tot de nog esting eer 86 nog in te komene verthiening en het daar omtrent gehouden wordende suspecte gedrag van den Jannang Boelecomba, dat uE: zeer wel gedaan hebt om, voor af ernstiger middelen tot dies Compleede inpalming te gebruiken, eerst het antwoord des konings van Bonij op de dientwegen door UE: afgesondene vertoogen af te wagten, het geen in deze tijden ook het raadzaamste is. Terwijl ik inmiddens wel wil Condescendeeren in het door uE: voorge„ „draa gene verzoek van den Arou Cajou om als vooren met zijn woon op Boelecomba te mogen verblijven, mits dat het niet kome te strekken tot eenig nadeel voor de onze en dat, uE: een wakend oog op hem houdende, Hij zig in allen opzigte als een onderdaan van de Ed: komp=e komt te gedragen. Omtrend het Regentschap van Bonijs Boelecomba en de successie van Craeng Bonthain gedrag Jk mijn aan het uE: dientwegen door wijlen den Heer Gouverneur van der Voort aangeschreevene bij brief van den 3=e Juni Jongstleeden. Belangende het gecommuniceerde door uE: met relatie tot de Rebellen zo wenschte jk wel in staat te zijn om tot dekking of verster„ „king van Boelecomba en Bonthain de onlangs van daar terug geroepene Europeesen weder derwaarts te zenden, dan dewijl zulks van die menschen in dezen tijd, daar z:o een grooten marsch over land zouden moeten doen, niet te vergen is, zo heb jk best g'oordeelt UE: over den Landweg toe te zenden een aantal van Een hondert en vier Sumanappers onder den braven Luijtenant Brajan Takka, zijnde den kapitain Bardja Mangala om zijn ziekte hier voor eerst gebleeven, niet twijffelende of deze krijgers, die de Rebellen reets diverse malen hebben nagezeten, zullen gesterkt door onze postelin„ „gen en trouwe onderdanen instaat genoeg zijn om dezelven bij onder„ „neming van eenige vijandelijkheden het hoofd te bieden. Behalven dezen verzellende naamlijst van bovengemelde sumanappers, die op haar vertrek tot ultimo Mai, behoorlijk afbetaald en buiten de op de Naamlijst teffens bekend gestelde geweeren voorzien zijn ieder met 12. scherpe pattroonen, heb jk tot UE: narigt hier nevens ook gevoegd een Notitie van het geene zij maandelijks van de Ed: komp:e genieten. waar
English
87 Makasser with which, after greetings, I remain, was below, Your Honor's good friend, was signed, Barend Reijke, in the margin, Makasser in Castle Rotterdam, 1 July Anno 1780. Whereas it has been reported to me by the Malay and resident here, Intje Raha, that ten days ago near Sumbawa, off the village of Oetang, a large ship was seen by him, appearing to him to be headed for Bima, Your Honor, departing from here immediately, will have to set your course thither and in my name ascertain what kind of ship it is, and also, should it be a Company vessel, to render all assistance that is at all possible to advance its journey. was below, Makasser in Castle Rotterdam, 10 July 1780. was signed, Barend Reijke. Barend Reijke. To The Honorable, Respected Sir, Senior Merchant and Commander of the Coast of Celebes, etc., etc. Honorable, Respected Sir! It was on the 8th of this month that I received Your Honorable Respect's always highly respected letter dated 1 July, the Company's Sumenapers having all arrived safely at Bonthain the previous evening at seven o'clock, and I intending to proceed thither in the next few days. Honorable, Respected Sir, as soon as I receive an answer from the King of Boni regarding the seven hundred and ninety gantangs of rice not yet delivered, I shall not fail to communicate this to Your Honorable Respect, and continually do my best to coax them in a gentle manner, at least for the time being. To my regret, I must inform Your Honorable Respect that the chief of the of the Bugis, namely Jennang Boelecomba, as well as Daing Pagoeli, being the one who otherwise always acted for him in his absence, have already gone to Boni Boelecomba some days ago without giving me notice thereof according to old custom, as I presume, Honorable, Respected Sir, with no other purpose than to secure the vacant Kraeng's post, if he cannot obtain it himself, for someone who suits him best, of which I shall also inform Your Honorable Respect as soon as I have further elucidation. Concerning Arou Cajou, Honorable, Respected Sir, I take the liberty once again to request that his petition be granted to him. I imagine, Honorable, Respected Sir, although one cannot know people internally, that no detrimental consequences for the Company are to be expected from this at this time, though I shall not fail, according to Your Honorable Respect's writing, to keep a watchful eye on him at all times. I thank Your Honorable Respect for the auxiliary troops sent and hope that they will be effective. Now, Honorable, Respected Sir, without speaking ill of the good, the so-called faithful Company subjects can no longer offer frivolous excuses when I urge them to repair the posts. Those warriors, Honorable, Respected Sir, have come to set matters right in case of need; indeed, I flatter myself that they are sufficient enough to cover the posts, but God grant, Honorable, Respected Sir, that affairs finally turn for the best, so that the Honorable East India Company may be relieved of that heavy burden, and we may once again live here as before in a desired peace. I thank Your Honorable Respect both for the muster roll sent and for the note sent therewith of what those troops receive monthly from the Honorable Company, and I shall not fail to give them such as long as there is money and rice. Your Honorable Respect's letter having, so far as I am aware, been answered up to this point, I now have the honor to communicate to Your Honorable Respect that on the 4th of this month two men were sent to me by Kraeng Bonthain, the one named Gjonda and the other Basso, whom I now take the liberty to send to Your Honorable Respect. Kraeng Bonthain, Honorable, Respected Sir, also sent me the head of the fallen Macassar named Malilleng, the 89 Makasser. The first mentioned, Honorable, Respected Sir, says he is a brother, and the other a slave boy of the deceased. That Malilleng, Honorable, Respected Sir, had claimed that he had already killed fifteen Europeans and that he had also deprived Ensign Burghof of his life; indeed, that he was a well-known champion of Arou Mampou. By this incident, Honorable, Respected Sir, two Company subjects were wounded, though of little consequence, and I have paid 12½ Dutch rixdollars both for that head, which I have had buried in the earth, and for expenses for these two now being sent over, which I hope I may enter into the usual specification. It was also, Honorable, Respected Sir, at that same time that the spies sent out by me, being people of Kraeng Bonthain, returned and related to me that at present Kraeng Pattong was staying at the village of Bonto Lowe with a force of circa 200 men. In the Parigie there are said to be staying Arou Mampou, Kraeng Candjilo, and the former Tomilalang, with a force of circa 2000 men, and at Tasese, Batara Gowa, Kraeng Bonto Nempo, Kraeng Pattong, and Kraeng Barombong, with a force of circa 3000 men. Although I believe, Honorable, Respected Sir, that this number is markedly exaggerated, and moreover that there will be many defenseless and unwilling persons among them, I shall nevertheless always have the outer redoubts guarded as much as possible so that we are not surprised unexpectedly. As soon as I hear anything, Honorable, Respected Sir, I shall not fail to communicate such to Your Honorable Respect, while I now take the liberty to style myself, with all requisite respect, was below, Honorable, Respected Sir, lower, Your Honorable Respect's humble and faithful servant, was signed, Jean Monsieur, in the margin, Boelecomba in the Company's fortress, 13 July Anno 1780. To the Right Honorable Sir, Fcuilus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Sir! This serving only to inform Your Right Honor that to me privately
Dutch transcription
87 Maccasser waar meede na groete blijve, /:onderstond:/ UE: goede vriend /:was getee„ „kend:/ B=s Reijke, /:in margine:/ Makasser in het kasteel Rotter, „dam den 1=e Iuli Anno 1780. . Dewijl aan mijn door den Maleijer en Jnwoonder alhier Intje Raha gerapporteert is geworden dat nu thien dagen geleeden door hem bij sumbauwa voor de Negorij oetang gezien is Een groot schip, de wil, zo hem voorkwam, na Bima hebbende, zo zal uE: ter„ „stond van hier vertrekkende de Cours na derwaarts hebben te zetten en uit mijn naam verneemen wat voor een schip het is, ook bij aldien het een komp=s bodem mogte zijn alle hulpe toe te brengen die tot het vervorderen zijner reize maar mogelijk is. /:onderstond:/ Makasser in 't Casteel Rotterdam den 10:e Julij 1780. — /:was geteekend:/ B=s Reijke. Barend Reijke. Aan Den E: E. Agtbaare Heer Oppercoopman en gezaghebber der Custe Celebes &„a &„a E: E: Agtbaare Heer! 'T was op den 8=e deser dat ik uE: E: Agtbaare altoos hoog gerespec„ „teerde letteren d' dato 1=e Julij ontving, zijnde d' Comp: Sumanappers des daags te vooren d' savond om zeeven uuren alle behouden op Bonthain g'arriveert, en ik van voorneemens om mij eerstdaags daar na toe te begeeven. Jk zal E: E: Agtbaare heer zoo dra ik antwoord van de koning van Bonij omtrent d' nog niet ingekomene sevenhondert en Negen„ „tig gantings rijst krijg niet ingebreeke blijven om u E: E: Agtbaare zulks te Communiceeren, en geduurig mijn best doen om die op een zagtzinnige wijze /:ten minste voor als nog :/ in te palmen. Tot mijn leetweesen moet ik uE: E: Agtbaare bedeelen dat 't hoofd der der boegineesen namentlijk Jennang Boelecomba zig zoo wel als Daing Pagoeli zijnde die geen die 't anders in zijn absentie altoos voor hem waar„ „genomen heeft reets eenige dagen zonder mij volgens oud gebruijk daar van kennisse te geeven na 't Bonijse Boelecomba gegaan zijn, na ik presumeer E: E: Agtb: heer met geen andere oogmerk dan om d' vacante Craengs plaats zoo hij die zelvs niet kan obtineeren aan iemand te be„ „zorgen die hem 't best aanstaat, waar van ik u E: E: Agtb: zoo dra ik nader Elucidatie heb meede zal informeeren. Omtrent Arou Cajou, E: E: Agtb: heer, neem ik nogmaals de vrijheit te ver„ „zoeken dat zijn verzoek hem toegestaan worden, ik verbeeld mij E: E: Agtb: heer schoon men de menschen inwendig niet kan kennen dat daar uijt in deesen tijden geen nadeelige gevolgen voor de Comp=e te wagten zijn, zullende ik egter niet ingebreeken blijven om volgens uE: E: Agtb: schrij„ „vens altoos een waakend oog op hem te houden. ½k bedank uE: E: Agtb: voor d' toegezondene hulptroupen en hoop dat die van effect zullen weesen, nuuw kunnen E: E: Agtb: heer d' zoo genaamde getrouwe Comp: onderdaanen d' goede niet te na gesprooken geen frivoole uijtvlugten meer bij brengen wanneer ik hunlieden tot reparatie der posten aanmaan Die krijgers E: E: Agtb: heer zijn gekoomen om des noods te regten, Ja ik flatteer mij dat die voldoende genoeg zijn om d' posten te dekken, dog god geeve E: E: Agtb: heer dat d'zaaken eindelijk eens ten beste keeren; op dat d' E: O: J: Comp=e van die zwaare last ontslaagen word, en wij wederom alhier als voor deesen in een gewenschte vreede leeven. Jk bedank uE: E: Agtb: zoo wel voor d' toegezondene naamlijst als voor de daar bij gezondene notitie van 't geen die troupen 's maandelijks van d' E. Comp:e genieten, zullende ik niet ingebreeken blijven om zoo lang 'er geld en rijst is hunlieden zulks te geeven. U: E: E: Agtb: briev zo verre mij bewust tot dus verre b'antwoord zijnde, zoo heb ik thans d'Eer UE: E: Agtb: te Communiceeren, als dat op den 4=e deeser mij door Craeng Bonthain wierden toegezonden twee manspersoonen d'eene gen=t Gjonda en d' andere Basso; welke ik thans de vrijheit neem. UE: E: Agtb: toe te zenden, Craeng Bonthain E: E: Agtb: heer zond mij ook d' kop van d' gesneuvelde macassaar Malilleng genaamt de 89 - Macasser. d' Eerste genoemde E. E. Agtbaare heer zegt een broeder, en d'andere Een slave Jonge van de gesneuvelde te weezen. Die Malilling E: E: Agtb: heer had zig uijtgegeven dat hij reets vijfthien Europeezen om 't leeven had gebragt en dat hij d' vendrig Burghof meede van 't leeven had berooft, Ja dat hij een wel bekende voorvegter van Arou Mampou was. Door dit geval E: E: Agtb: heer zijn twee Comp„s onderdaanen gekwest dog van weinig belang en ik heb zoo wel voor die kop die ik onder de aarde heb laten sloppen als aan onkosten voor deese twee thans over„ „gaande 12½. rijxd=s hollands betaalt, 't geen ik hoop dat ik bij de gewone specificatie mag opbrengen :t was ook E: E: Agtb: heer op die zelfde tijd dat de door mij uijtgezon„ „dene spions, zijnde volk van Craeng Bonthain terug quamen en mij verhaalden als dat thans op de negorij Bonto Lowe zig ophielt Craeng Pattong sterk Circa 200. koppen Jn de parigie zoude zig ophouden, Arou Mampou, Craeng Candjilo en d' geweezene Tomilalang sterk Circa 2000. Coppen en op Tasese Batara goach, Craeng Bonto Nempo, Craeng Pattong en Craeng Barombong sterk Circa 3000. Coppen. Schoon ik geloof E: E: Agtb: hier dat dit getal merkelijk vergroot is en boven dien dat 'er veele onweerbaare en onwillige onder zullen weezen, zal ik egter altoos zoo veel mooglijk d' buijten bentings laa„ „ten bewaaken op dat wij niet onverziens overvallen worden. zoo dra ik E: E: Agtb: heer iets verneem zal ik niet ingebreeken blijve om u E: E: Agtb:s zulks te Communiceeren, terwijl ik thans d' vrijheit neem met alle vereijschte agting mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer: /:lager:/ UE: E: E: Agtb„s onderdaanige en trouw„ „schuldige Dienaar /:was geteekend:/ I„n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba in Comp„s vesting den 13=e Julij Anno 1780.. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Fcuilus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes. wel Edelen Agtbaaren Heer! Deese alleenlijk dienende om uwel Ed: Agtb: bekent te maaken, dat mij particulier g zoo naamt
English
Boelecomba privately, yet reported as the truth, that the king of sumbauwa died very suddenly at the beginning of last month, and furthermore that Datoe Jarewe is presumed to be the most legitimate successor. However, since to this day no announcement in this regard has been made here from sumbauwa, I have, in the hope of your Right Honorable's favorable interpretation, dispatched an envoy thither with a letter to the First Regent Nene Ranga and other notables there, and therein not only reproached them for their negligence in this matter, but also warned them that this must be done by an embassy to your Right Honorable, also to request and propose the nomination of a new king. While I shall not fail upon the return of the said envoy to give your Right Honorable further notice hereof, with which having the honor to subscribe myself with all submission. was written below: Honorable and Respected Sir, lower: your Right Honorable's very submissive and obedient servant was signed: Bn Steijns, in the margin: Bima In the Company's fortress the 10th July Anno 1780. — To the junior merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there Honorable, pious, discreet! Your letter of the 13th of this month I have received and have seen therefrom with pleasure the speedy and safe arrival of the Sumenepers dispatched from here to reinforce Boelecomba and Bontham, so that the subjects who previously served to cover the posts can now be urged to repair the same. The quiet departure of Jannang Boelecomba and Daeng Pagoeli to the Bonese Boelecomba without giving you the proper notice thereof according to custom must not be allowed to pass unnoticed, and you can make known to them, and if practicable even to the king, my displeasure thereabout. To the request of Arou Cajou I have already consented in my previous letter of the 1st of this month, so that he may remain residing at Boelecomba as before, and in case it is necessary that his return from the interior must be arranged with the king, I am well content that you have a request made to that monarch on my behalf to that end. Much pleasure was given to me by the slaying of Arou Mampos champion the Makassarese Malilling, who had boasted of having already killed fifteen Europeans, and that you had disbursed for his head, as well as for those of the captured Tjonda and Basso, 37½ rixdollars Dutch in total, which you may enter in the usual specification, as well as 25 rixdollars Dutch for disbursed spy funds. Although I share your opinion that the power of the rebels is nowhere near as great as that rabble spreads about, one must nevertheless always remain just as cautious and guard the outer bentings as much as possible so as not to be ambushed unexpectedly. Would to God that we could get their chief the renowned Sankilang into our hands, one would certainly soon see an end to all these troubles, and therefore I recommend you to devise along with me all possible means thereto and see to put them into effect. I remain after greetings was written below: your good friend, was signed: Bs Reijke, in the margin: Makasser in Castle Rotterdam the 21st July Anno 1780. - To the Honorable and Respected Sir Barend Reijke, Senior merchant and Commander of the Coast of Celebes etc. etc. Honorable and Respected Sir! Taking the liberty to refer to my previous letter of the 13th ultimo, this serves as an escort for the assistant interpreter Cornelis Pietersz. and the Company's envoy Daeng Manambong, who have served to conduct the Company's Sumenepers hither for the security of these posts; and since, Honorable and Respected Sir, it is a difficult journey overland, and in this monsoon that voyage hither by sea can last very long, it is not to be thought that the captain, who remained behind on account of his illness, will undertake that journey without absolute necessity, and I also doubt with the Honorable and Respected Sir whether that brave lieutenant will, if necessary, be able to perform that work alongside his men. I have, Honorable and Respected Sir, received to date as little news from the interior as from the Bonese Boelecomba; upon receiving such, I shall not fail to communicate it to your Honorable and Respected. The rumor runs here, Honorable and Respected Sir, that the rebels are still staying in the same places as I mentioned in my previous letter, but that Arou Manpou wanted to have revenge for the murder of his champion named Malliling; although I do not believe, Honorable and Respected Sir, that he will undertake such a thing, a watchful eye will nevertheless be kept on him as well as the others. I imagine, Honorable and Respected Sir, that it is only too true that those rebels are supported by Buginese, Towadjorese, and Turattereans alike; I have all the more reason, Honorable and Respected Sir, to think so because according to the rumors the greatest part of the men of Arou Mampon consists of them, the number of the Makassarese being very small. Daeng Nooro, being the former Craeng of Binamo, has for reasons unknown to me, Honorable and Respected Sir, been deposed by some of his people, and by those same people Craeng Bonto-tange has been appointed Craeng of Binamo. Daeng Nooro, although he is not a subject of the king of Bonij, went to the interior some time ago, in the hope that that monarch will order or arrange for him to be restored, but because this takes very long, I fear, Honorable and Respected Sir, that if it happens at all, it will cause much mischief, although it were to be wished that this change had never happened, for according to the rumors one cannot on this present Craeng
Dutch transcription
Boelecomba particulier, doch egter voor de waarheijd berigt gedaan is, dat den koning van sumbauwa in den beginne der voorleedene maand seer subit is komen te overlijden, voorts dat Datoe Jarewe, gepresu„ „meerd word als de wettigste den opvolger zal zijn. Dan vermits tot heeden nog geen bekendmaking dierweegens van sumbauwa alhier gedaan is geworden, zo heb ik in hoope van uw wel Edele Agtb: gunstige welduijding een sendeling na derwaards gezonden met Een brief aan den Eersten Rijksbestierder Nene Ranga, en verdere grooten aldaar, en daar bij hun lieven niet alleen wegens derzelver nalatigheijd in deesen gereprocheerd, maar ook gewaarschouwd dat zulks door een gezantschap aan uwel Edele Agtbaare moet werden gedaan teffens om de benoeming van Een Nieuwen koning te verzoeken, en voor te draagen. Terwijl ik niet zal mankeeren bij retour van gemelde zendeling uwel Edele Agtb: hier van nader berigt te geeven waar meede d'Eer hebbende mij met alle onderdaanigheijd te onder„ „schrijven. /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaaren Heer, /:lager:/ uw wel Edelen Agtb: zeer onderdaanige en gehoorsaame Die„ „naar /:was geteekend:/ B=n Steijns, /:in margine:/ Bima Jn 's Comp„s vesting den 10=e Julij A„o 1780. — Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur, Resident aldaar Eerzame, vrome Discrete! UE: brief van den 13=e deser heb jk ontfangen en daar uit met genoegen gezien de spoedige en behoude aankomst van de ter versterking van Boelecomba en Bontham van hier afgezondene Suma„ „nappers, kunnende als nu de onderdanen, die bevoorens tot dek„ „king van de Posten hebben gedient, tot reparatie van dezelve worden aangemaand. Het stil vertrek van Jannang Boelecomba en Daeng Pagoeli na het Bonijse Boelecomba zonder uE: daar van na den gebruijke 9 91 Makasser gebruijke de behoorlijke kennisse te geven moet niet ongemeerkt ge„ „passeert werden en uE: kan hun daar over en al was het des doenlijk den koning mijn ongenoegen te kennen geven. Jn het verzoek van Arou Cajou, heb jk reets geconsenteert bij mijn voorige van den 1=sten deeser, invoege hij als vooren met zijn woon op Boe„ „lecomba zal mogen verblijven, en ingevalle het nodige is dat zijn terug komst uit de binnen Landen bij den koning moet bewerkt worden, zo mag jk wel leiden dat uE: daar toe bij dien vorst mijnentwegen versoek laat doen. veel genoegen heeft mijn gegeven het ombrengen van Arou Mampos voorvegter den makassaar Malilling, die zig beroemt had gehad reets vijftien Europeesen om het leeven te hebben gebragt en dat uE„ voor zijn kop zo wel als voor die van de opgevatte Tjonda en Basso uitgeschooten had rd„s 37½. hollandsch te zamen, die uE: bij de ge„ „woone specificatie zal mogen opbrengen. gelijk als ook rd:s 25:— hollands voor uitgeschootene spions gelden. schoon jk met uE: van begrip ben dat de magt der Rebellen in lange na zo groot niet is als dat gespuis wel doet spargeeren, zo dient men egter altoos even voorzigtig te blijven en de buiten bentings zo veel mogelijk te bewaeken om niet onvoorziens overvallen te worden. Gave God dat wij hun Hoofd den vermaarden Sankilang inhan„ „den konden krijgen men zoude zekerlijk spoedig een einde van al die strubbelingen zien, en dienthalven recommendeere Jk uE. om nevens mijn alle mogelijke middelen daar toe uit te denken en te zien werkstellig te kunnen maken. Jk blijve na groete /:onderstond:/ uE: goede vriend, /:was geteekend:/ B=s Reijke, /:in margine:/ Makasser in het Casteel Rotterdam den 21=e Juli Anno 1780. - Barend Reijke, Aan den E: E: Agtbaare Heer Opperkoopman en gezaghebber der Custe Celebes &„a &a. E: E: Agtbaare Heer! d' vrijheit neemende mij aan mijne voorige van den 13:e J: L: te refe„ „reeren „reeren, zoo dient deese ten geleide van den ondertolk Cornelis Pietersz. en den Comp„s zendeling Daeng Manambong die gedient hebben om de Comp:e sumanappers ter beveiliging deeser posten na herwaarts te geleiden: en dewijl 't E: E: Agtb: heer overland een moeijelijke Reise is, en in deese Mouson die reise na herwaarts over zee zeer lang kanduuren, is 't niet te denken dat d' kapitain die om zijn ziekte gebleeven is die reis buijten hooge noodzaekelijkheit zal onderneemen, en ik twijf„ „fel ook met E: E: Agtb: heer of die brave Luijtenant zal benevens d'zijne des 'snoods dat werk wel kunnen verrigten. ½ heb E. E. Agtb: heer tot heeden zoo min uijt de binnelanden als van 't Bonise Boelecomba tijding gekregen zulks krijgende zal ik niet in gebreeken blijven om 't uE: E: Agtb: te Communiceeren. Alhier loopt 't gerugt E: E: Agtb: heer als dat de Rebellen zig nog op desselfde plaatsen zoo als ik in mijn voorige gemelt heb ophouden, dog Arou Manpou revensie wilde hebben over 't vermoorden van zijn voorvegter Malliling gen:, schoon ik niet geloof E: E: Agtb: heer dat hij zulks zal onderneemen, zal men egter zoo wel op hem als de andere een waakend oog houden. k verbeeld mij E:E: Agtb: Heer als dat 't maar al te waar is dat die Rebellen, zoo wel door Boegineesen, Towadjoreesen en Turattereesen ondersteunt worden, ik heb te meer reeden E: E: Agtb: Heer om zulks te denken om reeden volgens d' gerugten 't grootste gedeelte der manschappen van Arou Mampon daar uit bestaat zijnde 't ge„ „tal der Macassaaren zeer gering. Daeng Nooro zijnde de geweezene Craeng van Binamo is om ree„ „den mij onbekent E: E: Agtb: heer door zommige der zijne afge„ „zet, en door die zelfde is Craeng Bonto-tange tot Craeng van Binamo benoemt, Daeng Nooro is, schoon hij geen onderdaan van d' koning van Bonij is zedert eenige tijd na d' binne landen gegaan, in die hoope dat die vorst zal ordonneeren of bewerken dat hij herstelt word, dog om reeden zulks zeer lang duurt vrees ik E: E: Agtb: heer dat zulks zoo 't al geschiet veel onheilen zal baaren, schoon 't te wenschen was dat die verandering nooit gebeurt was want volgens d' gerugten kan men op deese tegens woordige Craeng
English
93 place little trust in Craing Binamo. Knowing nothing more worthy of Your Honorable Worships' attention, I further take the liberty, with all requisite esteem and respect, to call myself, underneath stood: Honorable Worshipful Sir, lower down: Your Honorable Worship's humble and faithful servant, was signed: S=n Monsieur, in the margin: Bonthain in the Company's fortress, 19=e Julij A=o 1780. Translation of a Buginese letter written by Paduca Sierij Sulthan Achama di saleh Samsoedien, King of Bonij, to his brother, the Honorable Worshipful Mr. Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of this Coast of Celebes. Customary compliments. Furthermore, I make known to my brother that his letter has safely reached me, from the contents of which I learned that it has pleased Almighty God to take my brother, the Right Honorable Worshipful Governor and Director of this Coast of Celebes, from this temporal life into His Eternal Glory; a mournful event, entirely unexpected, and one which has touched me with the utmost sensitivity. I do not doubt that my brother will rest assured of the part I take in mourning this death, and therefore nothing remains for us but to submit to the will of God. Furthermore, I have also learned with great joy and satisfaction from Your Honorable Worship's esteemed letter that Your Honorable Worship has been appointed Commander of this Coast of Celebes by unanimous votes of the Council members, all the more because we are already accustomed to Your Honorable Worship; therefore we also do not doubt that Your Honorable Worship will grant us the ancient customs that the Honorable Company has always accorded to our previous kings. For the notice given of these matters, and especially for the assurance that Your Honorable Worship was pleased to provide in your esteemed letter, I express my sincere thanks, testifying that we and all the Boniers were exceedingly rejoiced at this, with the further assurance that I too shall make my utmost effort to cause the bonds of mutual brotherly friendship to take firmer and firmer hold, and further to cultivate the brotherly friendship that has hitherto so happily subsisted between the Honorable Company and Bonij, while likewise exerting myself in whatever might serve the peace and quiet of Celebes; I therefore recommend myself to Your Honorable Worship's brotherly friendship and affection. As for the further contents of Your Honorable Worship's esteemed letter regarding the repeated reminder of my promised return to Macasser, I reply friendly that I have not forgotten what I had already promised to my deceased brother, and I even intend to return to Macasser at the earliest opportunity, but I must postpone this for a little while because I am busy gathering together the scattered Boniers who have become dispersed here and there through the wicked doings of ill-disposed persons, and also because I intend to have my children and brothers circumcised. Regarding the request made to me by my deceased brother, which has been renewed by Your Honorable Worship, namely that I should admonish the disputing parties, being the Adatoeang of Sidenreng on the one side, and Datou Soepa on the other, not to commit hostilities against each other; serving as an answer thereto, I have not yet undertaken this, because when I received the letter from my deceased brother, Datou Sidenreng was present in Bonij, and gave us no other notice than merely that Arou Betting burned down one of the small villages that belonged under Sidenreng. But with regard to Arou Souppa, I must testify that since he was admonished by both our envoys, being at that time the interpreter Blij on behalf of the Honorable Company and the Soero Laoedoe on behalf of Bonij, not to undertake any more hostilities against those of Sedenreng, this was obeyed by those of Soupa, and he immediately ceased all hostilities. And since that time we have also not heard that he has had any dispute or quarrel of importance with anyone, both of these persons having come here to the aid of both of us in the late war and having remained until the very end; but as I see it, Sidenreng has not yet returned the villages Baatjoe kikie and Bojo to Soupa, and I fear that they might in time still come to trouble us about this, because those two villages are a lesser ally of Souppa, and Sidenreng has already been admonished to restore them to Soupa, but to this day he has not complied. Regarding the admonition given to me by Your Honorable Worship concerning the sending of my envoys to Batavia, I take the liberty to reply that the Bonian envoys were already prepared at that time to depart for Batavia, but because there was a desire to levy toll on their goods, which is contrary to the ancient custom granted to us by the Honorable Company, we had to postpone that mission until such time as the Honorable Company should again grant us the freedom that the goods, according to ancient custom, should be free of toll. underneath stood: Written in my place of residence Bonij, the 13=e Julij Anno 1780. This letter is written out of pure high esteem and good affection by the Senior Merchant and Commander of Makasser, Barend Reijke, to his brother, Magelana Achmada Saleh Sam soedin, King of Bonij, with heartfelt wishes for all salvation, blessing, and prosperity, together with a long life on this Earth. Furthermore, I make known to Your Highness that your letter has reached me in very
Dutch transcription
93 Craing Binamo weinig vertrouwen stellen. Niets meer weetende U E: E: Agtb: attentie waardig zoo neem ik verders d' vrijheit met alle vereijschte agting en eerbied mij te noemen /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer, /:lager:/ uw E: E: Agtb„s onderdaanige en trouwschuldige dienaar /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in mar„ „gine:/ Bonthain in Comp„s vesting den 19=e Julij A„o 1780. -. Translaat Bougineese Brief geschreeven door Paduca Sierij Sulthan Achama di saleh Samsoedien Koning van Bonij, aan desselfs Broeder den E: E: Achtbaaren Heer Barend Reijke, opperkoopman en gezaghebber te dezer Custe Celebes. Compliment na gewoonte wijders maak ik mijnen broeder bekend dat mij desselfs brief wel is geworden, uijt welkers inhoud ik ontwaard hebbe dat het God Almachtig behaagt heeft mijnen broeder den wel Edelen Agtb=r Heer gouverneur en Directeur dezer Custe Celebes, uijt dit tijdelijke in zijn Eeuwige Heerlijkheid over te haalen; een treurgeval gantsch onverwagt; en die mij dan ook niet dan met de uijterste gevoelig„ „heid getroffen heeft, ik twijffele niet of mijnen broeder zal zig ver„ „zeekert houde, van het aandeel dat ik mij in dit sterfgeval deelnee„ „me, en dierhalven valt ons niets over dan aan de wille Gods te onderwerpe: voorts hebbe met veel blijdschap en vergenoeging almeede uijt E: E: Agtb: g'Eerde letteren vernoomen dat uE: E: Agtb: met rinanime stemmen der Raadsleeden tot Gezaghebber dezer Custe Celebes, is aangesteld, te meer omdat wij reets met u EE: Agtb: gewend zijn; dierhalven twijffelen wij ook niet of uE: E: Agtb: zal ons doen geworden, de oude gebruijken die d'E. Comp:e altijd aan onse voorige koningen hebben verleend. voor de gegevene kennisse van 't een en andere, en inzonderheid voor de verzeekering die uE: E: Agtb: bij desselfs g'agte letteren, hebben gelieven uren, 6 en gelieven te doen; betuijge dierwegens mijne opregtelijken dank, onder betuiging dat wij en alle de Boniers daar over ten uijtersten verblijd zijn geweest, met verdere verzeekering dat ik almeede mijne uijterste pooging zal aanwenden om de banden der onderlinge broederlijke vriendschap hoe langer hoe vaster te doen standgrijpen, en verders de tot dus verre zo gelukkig gesubsisteerde broederlijke vriendschap tusschen dE: Comp: en Bonij Cultiveeren, teffens mij te zullen beijveren wat tot rust en vreede van Celebes zoude konnen strekken; ik recommandeerd mij dierhalven in uE: E. Agtb: broederlijke vriens„ „schap en genegentheid: wat den verderen inhoud van u. E: E: Agtb: g'Eerde schrijvens betreffende, ten aanzien vande herhaalde herinnering van mijne beloofde te rug komst na Macasser, daar op vriende„ „lijk zeggende dat ik zulks niet vergeeten hebbe 't geen ik be„ „reeds aan mijn overleedenen broeder beloofd heeft, en ik ben zelfs van intentie om met den Eersten weeder na Macasser te keeren, dog ik moet zulks nog wat uijtstellen om reeden ik beezig ben om de verstrooijde boniers, welke door 't quaad bedrijf der qua„ „lijk gezinden persoonen, hier en daar verspreijd zijn geraakt, bij een te verzamelen mitsgaders dat ik ook van voornee„ „mens ben om mijne kinderen en broeders te laten besnijden. Het door mijnen overleedenen broeder aan mij gedaan verzoek, 't welk door u E: E: Agtb: gerenoveert is, namentlijk dat ik de twis„ „tende parthijen, /zijnde den Adatoeang van Sidenreng ter Eenre, en Datou soepa ter andere zijde :/ zoude vermaanen om tegens mal„ „kanderen geene vijandelijkheeden te pleegen; dienende daar op in antwoord, dat ik zulks nog niet heb ondernomen, want toen ik de brief van mijnen overleedenen broeder ontfing, is Datou Sidenreng in bonij present geweest, en ons niets anders heeft kennis gegeven als eenelijk dat Arou Betting eene der kleijne negorijen die onder sidenreng gehoorden, verbrand heeft, dog ten aanzien van Arou souppa zo moet ik betuijgen, dat zeedert men hem door onze beijde zendelings zijnde die van d'E: Comp=e toen ter tijd geweest den tolk Blij en dat van Bonij den soero Laoedoe, heeft 95 heeft doen vermaanen van geene vijandelijkheeden tegen die van seden„ „reng meer zoude hebben te onderneemen; het welk door die van soupa was geobideert geworden, en ten eersten alle vijandelijkheeden gestaakt heeft. en zeedert die tijd hebben wij ook niet meer vernoomen dat hij met iemand verschil of twist dat van belang is, gekreegen heeft zijnde die beijde perzoonen in den Jongsten oorlog tot ons beijder hulpe hier geko„ „men en tot op het laatste toe zijn gebleeven; maar zo als ik zie zo heeft sidenreng nog niet aan soupa weder te rug gegeven de negorijen Baa„ „tjoe kikie en Bojo, en ik vrees dat z:' ons in der tijd nog daar over zoude komen lastig vallen, om reeden dat die beijde negorijen een mindere Bondgenoot van souppa zijn, en dat men sidenreng bereeds ver„ „maand heeft, dat hij dezelve aan souppa weder zoude restitueeren, maar tot heeden door hem niet nagekomen is. De door u E: E: Agtb: aan mij gedaane vermaaning, ten aanzien van het zenden mijner gezanten na Batavia; daar op neem ik de vrijheid te antwoorden, dat de bonische gezanten te dier tijd bereeds klaar waren geweest om na Batavia te vertrekken, dog om de wille men haare goederen had willen vertollen dan zulks strijdig zijnde, tegens het oud gebruijk die d'E: komp=e ons vergund heeft, hebben wij die be„ „zending moeten uijtstellen, tot 'er tijd dat d' E: Comp:e ons de vrijheid weeder verleende dat de goederen volgens oud gebruijk vrij van Col zoude weesen. /:onderstond:/ Geschreeven in mijn Residentie plaats Bonij den 13=e Julij Anno 1780. Deesen Brief word uijt een zuijvere Hoog 4 agting en welgenegentheijd geschreeven door„ den opperkoopman en gezaghebber van Makas„ „ser Barend Reijke aan desselfs Broeder Magelana Achmada Saleh Sam soedin Koning van Bonij, onder hertgrondige toewen„ „sching van alle heijl, zeegen en voorspoed, mits„ „gaders een lang leeven op deese Aarde wijders maake jk uw Hoogheid bekend als dat desselfs brief bij mijn zeer
English
was received very well. I therefore thank my brother for the kind congratulations on my provisional assumption of the administration, and at the same time wish that the good harmony between the Honorable Company and Bonij may always remain enduring, toward which I will apply all my powers from my side, in the hope that Your Highness will also endeavor to contribute everything from your side in that regard. I was very pleased to learn of Your Highness's intention to return to Makasser at the earliest opportunity, and I wish that this may soon take effect. With the arrived ship Azia, I received letters from Their High Noble Excellencies, the Supreme Government of the Indies at Batavia, stating that Their High Excellencies fully approve the actions of the late Honorable Governor van der Voort with respect to the toll exemption that Your Highness's envoys requested, as fully conforming with the intention of the Honorable Company and the opinion of Your Highness's grandfather Matinroa Ri Malimongang, namely that it is incompatible with the dignity of a King's envoys to be traders at the same time, so that I must submit to this. However, out of a brotherly affection for Your Highness, and also just as the late Honorable Governor van der voort was willing to do, I am willing to undertake to exempt a portion of the goods, should Your Highness wish to send envoys to Batavia, which appears to me to be more than utmost necessary, both for the welfare of Your Highness's own interests and so as not to provoke the wrath of Their High Noble Excellencies by absolutely showing the opposite, that Bonij entirely forgets its obligation to the Honorable Company. written below: written in Fort Rotterdam on the 25th of Julij 1780. To the Bookkeeper Iohan Mattheus Fuhrer, Designated Resident, and Bastiaan Steijns, Bookkeeper and sworn clerk there Honorable Bima 97 Since I have learned from the rumors already circulating here, and more specifically from the recently received letter from the clerk steijns dated the 10th of this month, of the death of the King of Sumbauwa, and that the Datoe Iarewe would presumably be chosen as his successor as the most legitimate one, and this being so, might now present a good opportunity not only to point out to the grandees of the realm their demonstrated negligence in bringing the deceased ruler over here in order to swear, pursuant to the accord concluded last on the 18th of Maij 1766 with the late commissioner voll at this castle, the contracts so sacredly entered into with the Honorable Company and his ancestors, but also to provide the best opportunity to urge this most strongly upon the election of a new king. I thus consider it very well done that the clerk steijns had already dispatched an emissary thither with a letter to the Prime Minister Nene Ranga and the other Sumbawan grandees to admonish them to that end, while I meanwhile hope that this encouragement may have a good result, since you must otherwise not only urge this upon them anew most strongly, but also if necessary protest against the consequences that may arise therefrom to their disadvantage. The enclosed letters for the Kings of Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat, of which the copies accompany this, as well as the one for Sumbauwa, which was expressly still addressed to the previous ruler and likewise contains nothing other than the provisional change in the administration here, you must have delivered in the customary manner as soon as possible. The ship Azia having arrived here too late to cross over to you this year to take in sappanwood, you will have to inform the rulers and grandees of Bima, Dompo, and Sumbauwa, as well as wherever else it might be necessary, of this, and at the same time encourage them to gather and collect Honorable, pious. of 1780. a good quantity for the coming year, when I think that one will certainly have on hand two shiploads full of that dyestuff, and of which you will then also have to give the necessary notice in good time. What was ordered by the late Governor van der voort, by letter of the 22nd of october 1779, especially with respect to Sumbauwa, must be complied with by you in so far as it has not yet been done, and the Designated Resident Fuhrer must constantly endeavor and bear in mind, through friendly intercourse with the rulers, to keep the Company's affairs on the opposite shore on a good footing. After greetings, I am, written below: your good friend: was signed. Bs Reijke, in the margin Makasser in Fort Rotterdam on the 31st of Juli in the year 1780. This serves to make known to Your Highness that it has pleased God Almighty to take away from this world on the 16th of the past month of Juni, and as I hope to receive into His Eternal glory, the Honorable Governor and Director of Makasser Paulus Godofredus van der voort, and that the administration and authority over the Company's interests on this coast has therefore been entrusted to me under the title of Commander, pending the further approval of Their High Noble Excellencies, the Supreme Government of the Indies at Batavia. I therefore commend myself to Your Highness's brotherly friendship, which I for my part shall endeavor to maintain and further pursue to the benefit of the Company and the Kingdom of Bima. Furthermore, I have duly received Your Highness's letter via the envoy Boemi keli, and I thank Your Highness for the communication provided regarding the death of the Resident there, Alexander Rosselet, in whose place we, subject to the favorable approval of Their High Noble Excellencies, have appointed again the steward here, Johan Mattheus Tuhrer, who will shortly thither To the King of Bima. After the customary greetings shall
Dutch transcription
zeer wel ontfangen is geworden. Jk bedanke dienthalven mijn broeder voor de genegene filicitatie met mijne provisioneele optreeding in het Bestier, en wensche teffens dat de goede harmonie tusschen d' Ed: komp:e en Bonij steeds bestendig moge blijve, waartoe jk van mijne zijde alle mijn vermogens zal aanwenden in hoope dat uw Hoogheid daar omtrend van zijne kant alles meede zal tragten te Contribueeren. Iwe Hoogheid intentie om met den Eersten weder na Makasser te keeren is mijn zeer lief geweest te mogen verneemen en jk wen„ „sche dat zulks een spoedig gevolg mag neemen. Met het g'arriveerde schip Azia heb jk schrijvens van Hun Hoog Edelheeden de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia ontfan„ „gen, als dat Hoog dezelve volkomen goedkeuren de behandeling van wijlen den Agtbaren Heer Gouverneur van der Voort met op zigt tot de thol vrijheid die uwe Hoogheids gezanten hebben begeert als volkomen over een komende met de intentie van d' Ed: komp=e in het ge„ „voelen van uw Hoogheids groot vader Matinroa Ri Malimongang, namentlijk als dat het met de waardigheid van gezanten eens Konings niet kan bestaan teffens handelaars te weesen, invoegen jk mijn daar aan moet onderwerpen. Egter wil jk uijt een Broederlijke genegent„ „heid voor uw Hoogheid en ook even als wijlen den Agtbaren Heer Gouverneur van der voort heeft willen doen, wel op mij neemen om een gedeelte der goederen vrij te laten, indien uw Hoogheid gezanten na Batavia mogte willen afzenden, dat mijn voor„ „komt meer dan ten hoogsten noodzaakelijk te wezen, zo tot wel„ „zijn van uw Hoogheids eigen belangen als om Hunne Hoog Edel„ „hedens, door het tegendeel absolut te doen zien dat Bonij haare verpligting tot d' Ed: komp=e geheel en al vergeet, niet tot toorn te verwekken. /:onderstond:/ geschreeven in het kasteel Rotterdam den 25: Julij 1780. Aan den Boekhouder Iohan Mattheus Fuhrer, g'Eligeert Resident en Bastiaan Steijns, Boekhouder geswooren scriba aldaar Eerzame Bima 97 Dewijl jk uit de hier reets geloopene gerugten en nog nader uit het Jongst ontfangene schrijvens van den scriba steijns de dato 10=e deeser vernomen heb het overlijden van den koning van Sumbauwa, en dat den Datoe Iarewe presumtief als de wettigste, tot zijn opvolger zoude verkoren zijn, en dit zo zijnde nu mogelijk een goede gelegentheid zoude kunnen geven om de Rijksgrooten niet alleen voorte houden haare betoonde nalatigheid in het na herwaards overbrengen van den overleedene vorst om, ingevolge het nog laast den 18=e Maij 1766. met wijlen den kommissiant voll geslootene accord, aan dit kasteel te bezweeren de met de Ed: komp=e en zijne voorzaten zo Heilig aangegaane kon„ „tracten, maar ook, als dan de beste gelegentheid suppediteeren om daar op bij verkiezing van een nieuwe koning ten aller sterkste aan te dringen. zo merk jk als zeer wel gedaan aan dat den scriba steijns al reeds een zendeling na derwaarts had afgezonden met een brief aan den Eersten Rijksbestierder Nene Ranga en verdere sumbauwareese grooten om hun daartoe aan te maanen, terwijl jk intusschen hoope wil dat deeze aansporing van een goed gevolg mag zijn, alzo uE: anders op nieuw daar toe ten allersterkste niet alleen moet aan„ „dringen maar ook des noods protesteeren tegens de gevolgen die daar uit ten hunnen nadeelen kunnen ontstaan. Jngeslotene brieven voor de koningen van Dompo, Tambora, Sangar en Pekat, waar van de Copia hier nevens gaan moeten UE. zo wel als die van sumbauwa die expres nog aan den vorigen vorst is ingerigt en meede niets anders als de provisioneele verandering in het bestier alhier behelsd, nade gewoone wijze zo dra moge„ „lijk doen bezorgen. Het schip Azia hier te laat opgedaagd zijnde om dit Jaar tot uE: ter inneming van sappanhout over te varen, zo zullen uE: hier van de vorsten en grooten van Bima, Dompo en Sum„ „bauwa mitsgaders waar het verder nodig mogte zijn, moeten verwittigen en hun teffens aanspooren tot het op en inzamelen Eerzame vroome. van 1780. van een goede quantiteid tegens het aanstaande Jaar, wanneer Jk denk dat men wel twee scheepsladingen vol van die verf stof zal aanhanden hebben en waar van UE: als dan ook tijdig genoeg het nodige berigt zal dienen te geven. Aan het g'ordonneerde door wijlen den Heer Gouverneur van der voort, bij brief van den 22=en october 1779. bijzonder met opzigt tot sum„ „bauwa moet door UE: in zo verre nog niet is geschiet voldaan en door den g' Eligeerde Resident Fuhrer steeds getragt en in het oog gehouden worden om door een vriendelijke omgang met de vorsten, 's komp„s zaken aan de overwal op een goeden voet te houden, Jk ben na groete /:onderstond:/ UE: goeden vriend: was geteekend./ B=s Reijke, /in margine/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 31:e Juli A„o 1780. Dezen diend om uw Hoogheid bekend te maken dat het god Al„ „magtig behaagd heeft om op den 16=e der Jongst verweekene maand „Juni uit deeze wereld weg te nemen en zo Jk hoopen in zijn Eeuwige heerlijkheid over te halen den Agtbaaren Heer gouverneur en directeur van Makasser Paulus Godofredus van der voort, en dat dus het bestier en gezag over 's komp„s belangen te dezer kuste tot nadere goedkeuring Hunner Hoog Edelhedens de Hooge Jndische Re„ „geering te Batavia onder, den titul van gezaghebber aan mijn is op gedragen. Jk beveele mijn dus in uw Hoogheids broederlijke vriendschap, die Jk van mijne zijde ten voordeele van de kompagnie en het Rijk van Bima zal tragten te onderhouden en verder voort te zetten. voorts heb jk uw Hoogheids brief per den gezant Boemi keli wel ontfangen en bedanke uw Hoogheid voor de gegevene Com„ municatie wegens het overlijden van den Resident aldaar Ale„ „xander Rosselet in wiens plaats wij onder de gunstige appro„ „batie Hunner Hoog Edelhedens weder benoemt hebben den dispen„ „cier alhier Johan Mattheus Tuhrer, die eerstdaags na derwaarts Aan de Koning van Bima. Na gewoone begroetingen zal
English
99 will sail across, which we do not doubt will give us and your Highness the required satisfaction. Meanwhile, the scribe Steijns has been recalled by us hither to perform the service of sworn clerk at the Political Secretariat and the office of Secretary of Matrimonial and Petty Judicial Affairs here. Below was written: Written at Makasser in Fort Rotterdam, the 14th of July, Anno 1780. To the kings of Bouthong, Sumbauwa, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat. After customary greetings. This serves to inform your Highnesses that it has pleased Almighty God to take away from this world on the 16th of the recently passed month of June, and, as I hope, to receive into His eternal glory, the Honorable Governor and Director of Makasser, Paulus Godofredus van der Voort, and that consequently the administration and authority over the Company's interests on this coast, pending the further approval of Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia, has been entrusted to me under the title of Commander. I therefore commend myself to your Highnesses' brotherly friendship, which I, for my part, shall endeavor to maintain and further advance to the benefit of the Company and the realms of Bouthong, Sumbauwa, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat. Furthermore, it serves for your Highnesses' information that, in place of the deceased Resident Rosselet, subject to the favorable approval of Their High Excellencies, we have again appointed as such the storekeeper here, Johan Mattheus Fuhrer, with whom we hope your Highnesses and state dignitaries will live in good friendship, as we do not doubt that he will, for his part, make every effort toward that end, just as we have also instructed him. Below was written: Written at Makasser in Fort Rotterdam, the 14th of July, Anno 1780. Today, the 31st of July, Anno 1780. There appeared here in the assembly hall of Fort Rotterdam the King of Sandrabonij, named Dewagon Moehamma Kalieb, accompanied by the Sandrabonese state dignitaries: who, with expressions of genuine sorrow regarding their share in the defection of the Makassarese and the resulting allegiance to the rebel Sankilang, sincerely declared that they submitted entirely and completely to the Honorable Company, humbling themselves beneath it and seeking pardon for their crime, which is hereby granted to them, under the condition, in accordance with their offer, that they henceforth sacredly fulfill and observe the following points. Firstly, that they renounce, forsake, and abjure all superiority of the Makassarese, and most particularly that of the rebel Sankilang, as well as of any others whomever it might be, and that they will henceforth hold and acknowledge the Honorable Company here as their only lawful lord. Secondly, that they shall be friends of the Honorable Company's friends, and enemies of the Honorable Company's enemies, and that they bind themselves to help the Honorable Company wage war against all who might undertake anything against it. Thirdly, that they shall forever renounce all engagements and intermarriages, as well as correspondence with the princes and peoples of the opposite shores, especially with the Sumbawanese. Fourthly, that they shall receive no letters nor any envoys from the same, but shall be bound to give notice thereof to the Honorable Company immediately. Fifthly, that they shall renounce all navigation to the opposite shores as well as to all other places not belonging under the jurisdiction of Celebes, whereas otherwise, upon being overtaken, they may be treated as sea rovers. Sixthly, that they shall hand over to the Honorable Company as soon as possible and without any evasions all the Sumbawanese who may still be with them at Sandrabonij or elsewhere, as well as all slaves belonging to the residents here, whether of Europeans or of others, even
Dutch transcription
99 zal overvaaren in die wij niet twijffelen of zal ons en uw Hoogheid het vereijschte genoegen geven. zijnde inmiddens door ons na herwaarts verlost den scriba steijns om den dienst van geswooren klerk ter secretarij van Politie en het ampt van Secretaris van Huwelijk, „se en kleene gerigts zaken alhier waarteneemen /:onderstond:/ geschreeven te Makasser in 't Kasteel Rotterdam den 14=e Julij Anno 1780. - Aan de koningen van Bouthong, Sumbauwa, Dompo, Tambora, sangar en Pekat. Na gewoone begroetingen. Dezen diend om uw Hooghedens bekend te maken dat het God Almagtig behaagd heeft om op den 16=e der Jongst verwekene maand Juni uit deze wereld weg te neemen en zo jk hoopen in zijn Eeu„ „wige heerlijkheid over te haalen den Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur van Makasser Paulus Godofredus van der Voort, en dat dus het bestier en gezag over 's komp„s belangen te dezer kuste tot nadere goedkeuring Hunner Hoog Edelhedens de Hooge Jndische Regeering te Batavia onder den titul van gezag„ „hebber aan mijn is opgedragen. Jk beveele mijn dus in uw Hooghedens broederlijke vriendschap, die jk van mijne zijde ten voordeele van de komp=e en de Rijken van Bouthong, Sumbauwa, Dompo, Tambora, Sangar en Pekat 6 zal tragten te onderhouden en verder voort te zetten. Terwijl voorts nog tot uw Hooghedens narigt diend dat wij in plaats van den overleedene Resident Rosselet op de goedgunstige appro„ „batie Hunner Hoog Edelhedens weder als zodanig hebben aangesteld den dispencier alhier Johan Mattheus Fuhrer, met welke wij wil„ „len hoopen dat uw Hoogheden en Rijksgrooten in een goede vriendschap zullen leven, alzo wij niet twijfelen of hij zal van zijne zijde al het moge„ „lijke daartoe aanwenden, zo als wij hem ook hebben aanbevoolen. /onder „stond:/ Geschreeven te Makasser in het kasteel Rotterd=m den 14:e Juli A„o 1780. op Op Heeden den 31=e Iulij Anno 1780. verscheen alhier ten kasteele Rotterdam in vergadersale, den koning van sandrabonij in naame Dewagon Moehamma kalieb, ver„ „zeld van de Sandrabonische Rijksgrooten: dewelke onder betuij„ „ging van een waaragtig leedweesen over hunne aandeel in den afval der Makassaaren en daar uijt voortgevloeijden aanhang aan den Rebel Sankilang opregtelijk verklaarde zig geheel en al aan de Edele kompagnie te onderwerpen, haar onder deselve te verneederen en over haar misdrijf pardon te versoeken, het geen haar bij dee„ „sen word g'accordeert, onder voorwaarden Conform hunne aanbie„ „ding, om voortaan de ondervolgende poincten heijliglijk natekoo„ „men, en t' onderhouden. Eerstelijk, dat zij renuncieeren versaaken en afsweeren alle superiori„ „teijd der makassaaren, en wel voornamentlijk die van den Rebel Sankilang, mitsgaders van alle andere wie het ook zoude mogen weezen, en dat zij d'Ed: Komp=e alhier voortaan voor haar lieder alleen wettigen Heer zullen houden en erkennen. Ten Tweeden, dat zij zullen zijn vrienden van 's E: komp„s vrienden, en vijan„ „den van 'sE: komp„s vijanden, en dat zij zig verbinden om d' E: komp=e te helpen b'oorlogen teegens alle die teegens deselve iets mogten onderneemen. Ten Derden dat zij voor althoos zullen afzien van alle engagement en on„ „derlinge huwelijken mitsgaders Correspondentie met de overwalsche vorsten en volkeren insonderheijd met de sumbauwareesen. Ten vierden dat zij geene brieven ook geene zendelingen van dezelve zullen ontfangen maar gehouden zijn daar van aan d' E: komp:e terstond kennisse te geeven. Ten vijfden, dat zij zullen afzien van alle vaart van de overwal mits„ „gaders alle andere plaatsen, niet onder het ressort van Celebes gehoo„ „rende, terwijl men haar anders bij agterhaaling als zee Rovers zal mogen handelen. Ten sesden dat zij aan d'E: komp:e ten aller Eersten en sonder eenige uijt„ „vlugten zullen overgeeven alle de sumbauwareesen die zig op san„ „drabonij of elders nog onder haar mogten bevinden, ook alle slaeven der Jngeseetenen alhier, het zeij van Europeesen of van anderen, zelfs
English
101 even those that might later fall into their hands. Seventh, that they shall admit no vessels of the Honorable Company's enemies into their ports, nor any Mandharese, Wadjorese, or highlanders, but that they shall cause them to depart at once or surrender them to the Honorable Company. Ninth, that they promise to appoint no king or regents without the approval of the Honorable Company, which shall at all times have the power to depose them again if they fail to conduct themselves properly according to the contents of this contract. Tenth, that they shall live in constant friendship with the Honorable Company's subjects on Poelembankeng and Glissong and shall cause them no annoyance. Eleventh, that no Sandraboners shall ever be permitted to settle anywhere other than in Sandrabonij itself, and thus not in any of the Honorable Company's provinces to the north or south. Twelfth, that they shall therefore cause those who are elsewhere to move and join them, while the borders shall be determined anew by commissioners from both sides in order to prevent and settle all disputes. Thirteenth, that if it should unexpectedly happen that they at one time or another rise again against the Honorable Company and are defeated, their lands shall then be declared forfeited forever, without them ever being able to reclaim the same. Fourteenth, that for the expenses of the war, insofar as they are the cause thereof, they shall pay to the Honorable Company twenty thousand Spanish rixdollars, which they shall pay in installments as soon as practicable, as far as anything is still lacking. Fifteenth, that as homage or as a token of gratitude that the Honorable Company makes peace with them again and thus returns the entire realm freely without any tax in tithes or other contributions, they shall deliver annually six slaves, or the value thereof at forty Spanish rixdollars each. Maccasser Sixteenth. That they shall subsequently, if possible this autumn or at the latest in the coming spring, dispatch a distinguished embassy of their people to Batavia, in order there not only to solicit and request from His High Nobility the Lord Governor-General and the Honorable Grand Councilors of the Dutch Indies the approval of this contract, but also to humble themselves and give thanks for the pardon so graciously granted to them. Of this, three identical original copies have been made, one for Their High Nobilities in Batavia, the second for the Honorable Company's ministers here, and the third for His Highness and the grandees of the realm mentioned in the heading of this document. Underneath stood: Thus contracted, promised, and sworn on the day, month, and year aforesaid, in the presence of the Bonian Commissioners, who signed this (the seal of the realm being with the king in the interior) with their customary signature, and the King and Grandees of Sandrabonij have stamped it with their seal. Was signed: B.s Reijke, I.n M.n Baserman, C.s Kraane, J.s L.s De Vos, I. Bosch, B.s van de Walle, and G. Bremer. In the margin stood: The Company's seal pressed in red wax, under which was written: By order of the Honorable Worshipful Lord Commander and Council on this Coast of Celebes. Was signed: G.s Bremer, secretary. To The Honorable Worshipful Lord Barend Reijke, Senior Merchant and Commander of the Coast of Celebes, etc., etc. Honorable Worshipful Lord! Referring to both my previous letters of the 13th and the 19th of this month, I now take the liberty to inform Your Honorable Worship that the emissaries sent by me on June 20th to the 102 103 Bonian monarch returned from there on the 20th of this month. That monarch, Honorable Worshipful Lord, informed me by a letter dated July 13th that he had ordered Jennang Boelecomba to pay the remaining 790 gantings of rice. I have already, Honorable Worshipful Lord, although I am aware that the Jennang also received a letter about this from the king, informed Jennang Boelecomba of this, and hope that he will finally comply with the king's order. The returned emissaries, Honorable Worshipful Lord, report that festivities are being held daily in the interior. The people sent out by me, Honorable Worshipful Lord, to discover where the enemies are staying and what their intentions are, have not yet returned. As soon as they appear, I shall not fail to write further to Your Honorable Worship, while for the rest I now take the liberty to style myself with all requisite esteem and respect. Underneath stood: Honorable Worshipful Lord. Lower: Your Honorable Worship's humble and faithful servant. Was signed: I.n Monsieur. In the margin: Bonthain, in the Company's fortress, July 24th, Anno 1780. On this day, August 2nd, Anno 1780, appeared here at Castle Rotterdam in the council chamber the former grandees of the realm of Tello, which has fallen to the Honorable Company both through the direct cession made to the Makassars in Anno 1686 and most recently in Anno 1777 by the present former Queen Sittie Salle, and by the right of war through the conquest of Goach, namely: I- Hadie, glarrang of Parang Lowe Achama, glarrang of Rappo Kalling I. Anta, glarrang of Bone Lenga I- Tatoe, glarrang of Kapasa I. Soesoeng, glarrang of Bonto Lowe Soemailie, glarrang of Daja J. Borra, glarrang of Bira I- Mangi, glarrang of Pao Pao I- Rappa, glarrang of [illegible]
Dutch transcription
101 zelfs die naderhand nog in hunne handen mogten geraken. Ten sevende dat zij geene vaarthuijgen van 's E: komp„s vijanden in haare havenen zullen admitteeren, ook geene mandhareesen wadjoree„ „sen of overwalders, maar dat zij dezelve ten eersten zullen doen vertrekken of overgeeven aan d' E: kompagnie. Ten Negenden, dat ze belooven geen koning of Reijksbestierders te zul„ „len aanstellen sonder approbatie van d' E: komp=e die ten allen tijden de magt zal hebben, om 's weeder aftesetten, indien ze zig niet wel af teegen den Jnhoud van dit kontract komen te gedragen. Ten Thienden, dat zij met 's E: Komp„s onderdaenen op Poelembankeng en glissong in een gestadige vriendschap leven en dezelve geen over„ „last zullen aandoen. Ten Elfden; dat geen sandraboniers zig ooij t ergens zullen mogen nee„ „dersetten als in sandrabonij zelfs, en dus ook niet in eenige van 's E: komp„s provinzien om de noord of Zuijd. Ten Twalfden: dat zij de sulke die zig elders bevinden dierhalven zullen doen verhuijsen en bij hun opkoomen, terwijl de grensen door wee„ „der zeijdse gecommitteerdens op nieuw zullen worden bepaald tot voorkooming en afdoening van alle disputen Ten Derthienden: dat zo het onverhoopt mogte gebeuren, dat ze weeder den een of anderen tijd teegen d' Ed: komp=e opstonden en over„ „wonnen wierden, dat haare Landen als dan voor althoos verbeurd zullen zijn verklaard; zonder dat ze dezelve ooijt ofte ooijt weeder kunnen Eijsschen. Ten veerthienden dat zij voor onkosten van den oorlog in zo verre zij daar van oorzaak zijn aan d' Ed: komp:e zullen opbrengen Twintig duij„ „zend Rijksdaalders spaans die zij voor so veel daar nu nog aan man„ „keert in termijnen zullen afleggen, zo dra doenelijk. Ten vijfthienden, dat ze tot homagie of als een blijk van erkentelijk„ „heijd, dat d'E: komp=e weeder vreede met haar maakt en dus het gantsche Rijk vrij sonder eenige belasting aan Thiende of andere Contributien weeder overgeeft, Jaarlijks zullen leeve„ „ren ses stuks slaeven, dan wel de waarde van dien teegens veertig Rijksdaalders spaans ieder Ten en deren, en Maccasser Ten Sesthiende. Dat zij vervolgens is, het doenelijk in dit na-dan wel ten langsten in het aanstaande voorjaar decerneeren zullen Een aanzienelijke gezandschap uijt de haare na Batavia, om aldaar van zijn Hoog Edelheijd den Heere Gouverneur Generaal en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India niet alleen te besolliciteeren en te verzoeken approbatie van dit kontract, maar ook om haar selven te verootmoedigen en te bedanken voor het hun so genadig verleend pardon. Hier van zijn gemaakt drie eens luijdende origineele afschriften, het Eene voor Hunne Hoog Edelheedens te Batavia, het andere voor 's E: komp„s Ministers alhier en het derde voor zijne Hoogheijd en Rijksgrooten in den hoofde deeses gemeld. /:onderstond:/ Aldus gecontracteert, beloofd en beswooren ten daage, maand en Jaare voorschreeven, ter presentie van de Bonische Gecommitteerdens, die deesen /:als zijnde het Reijks= „zegul bij den koning in de binnen landen :/ met hunne ge„ „woone handteekening en de Koning en Grooten van San„ „drabonij met hun zegul bestempeld hebben. /:was getee„ „kend:/ B=s Reijke, I:n M:n Baserman, C=s Kraane, J=s L„s De Vos, I: Bosch, B„s van de walle en G= Bremer, /:ter zeijde stond:/ 's Comp„s Cachet in roode Lacque gedrukt, waar onder, geschreeven stond:/ Ter ordonnantie van den E: E: Agt„ „baare Heer Gezaghebber en Raad te dezer Custe Celebes /:was geteekend:/ G=s Bremer secretaris Aan Den E: E: Agtbaare Heer Barend Reijke, opperkoopman en gezaghebber der Custe Celebes &„a &a E: E: Agtbaare Heer! Mij zoo wel aan mijne vorige van den 13:e als 19:e deeser refereerende zoo neem ik thans d' vrijheijt uE: E: Agtb: te Communiceeren, als dat d' door mij op den 20=e Junij gezondene zendelingen van de Bonijse 102 103 Bonijse vorst den 20=e deeser van daar weeder zijn terug gekoomen, die vorst E: E: Agtbaare Heer liet mij door een brief ged:t 13:' Julij weeten als dat hij Jennang Boelecomba gelast had om d' nog uijtstaande 790. gan„ „tings rijst: te voldoen, ik heb reets E: E: Agtb: heer schoon mij bewust is dat die Jennang ook een brief daar over van d' koning gekreegen heeft zulks aan Jennang Boelecomba laaten weeten en hoop dat hij eindelijk aan d' konings order zal voldoen: die terug gekoomene zendelingen E: E: Agtb: verhaalen als dat in d' binne Landen daaglijks festivi„ „teiten gehouden worden. 't door mij uijtgezondene volk E: E: Agtb: heer om te verneemen waar zig d' vijanden ophouden en wat hun oogmerken zijn, zijn nog niet te rug gekoomen, zoo dra die opdaagen zal ik niet in gebreeken blijven om u E: E: Agtb: nader te schrijven, terwijl ik voor 't overige thans de vrijheijt neem met alle vereijschte agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer /:lager:/ uw E: E: Agtb„s onderdaa„ „nige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ I=n Monsieur, /:in margine:/ Bonthain in Comp„s vesting den 24=e Julij A o 1780. Op Heeden den 2=e Augustus A„o 1780. verschienen alhier ten kasteele Rotterdam in vergaderzaal de gewezene Rijksgrooten van het zo door den in A„o 1686: en nu Jongst in A„o 1777. door de presente geweese koninginne Sittie salle aan de Makassaaren gedaanen directen afstand als door het Regt des oorlogs door de overwinning van goach, aand Edele komp=e vervallene Rijk van Tello met name. I= Hadie glarrang Parang Lowe 4=o Bira Achama d=o Rappo Kalling I. Anta d=o Bone Lenga I- Tatoe d=o Kapasa I. Soesoeng do Bonto Lowe soemailie G„o Daja J. Borra I. - Mangi Pao Pao I- Rappa d:o
English
104. Glarrang I-Rappa ditto I-Sappara I-mangaleang ditto I-Anta who, begging for a merciful pardon and expressing a true regret over their faithless conduct toward the Honorable Company and their conspiracy with the rebel Sankilang, sincerely declared and promised: Firstly, that they renounce, forsake, and abjure all superiority of Goa, and most especially of the rebel Tankilang. Secondly, that from now on they accept and recognize the Honorable Company here solely as their sovereign overlord, under the promise of willingly and sincerely fulfilling and obeying its commands and orders at all times as faithful subjects. Thirdly, that they will consequently also be obedient to the one whom the Honorable Company shall appoint from among their own as Regent over them and their lands that have devolved to the Honorable Company. Meanwhile, the collective glarrangs shall be permitted, always with the prior knowledge of the Governor, to elect one from among themselves as Regent, subject to the approval of the Honorable Company. Fourthly, that they shall be friends of the Honorable Company's friends and enemies of the Honorable Company's enemies. Fifthly, that all the lands of Tello shall be inhabited by the Telloese themselves and not by Thainders or any other peoples without prior specific consent obtained from the Honorable Company, as those discovered doing so shall be forcibly dislodged from there; also that from now on they shall no longer be allowed to maintain any correspondence or exchange of letters with any other rulers. Sixthly, that they shall deliver and supply to the Honorable Company the proper tithes of all the paddy planted in the southern districts of Tello placed under the jurisdiction of the chief interpreter, as well as of that part which lies on the north side of the river of Patjerackang Boewoeng Pamandjengan ditto Sodiang, Tello 105 Macasser Tello and extends to Maros and will henceforth fall under Maros, and over which, subject to the approval of the Honorable Company, they may also elect a special head from among themselves. Seventhly, that the Honorable Company, besides the right to construct salt pans, also reserves for itself the right to place seros in the mouth of the river of Tello and to fish in them once every week. Below stood: Thus contracted, promised, and sworn on the day, month, and year aforesaid, in the presence of the Bonese commissioners, who have properly signed this alongside the former Telloese magnates mentioned at the head hereof. Was signed: B: Reijke, I: M: Baserman, C:s Kraane, I:b L: de vos, T: Bosch, B:s van de walle, and G:e Bremer. To the side stood: The Company's seal stamped in red wax, under which was written: By order of the Honorable Authority and Council of this Coast of Celebes. Was signed: G:l Bremer, Secretary. Reijke, Barend Senior Merchant and Authority of the Coast of Celebes, etc., etc. To the Honorable Sir. In the hope that my previous letters of 13, 19, as well as 24 July, to which I refer, will have arrived safely, I now take the liberty to inform Your Honor that on 28 past the three natives whom I had sent out on reconnaissance returned, reporting that Craeng Bonto Lancques and Craeng Pattong were still staying in the village of Bonto Lowee, that they were only a few heads strong, and intended to proceed to the village of Jenne Ponto, belonging to Turatte, for the reason that the Craeng of Jenne Ponto was a nephew of Craeng Patton. Craeng Mandalle, Honorable Sir, who had also stayed for some time in Bonto Honorable Sir! Lowee 106 Lowee, had already departed for Bankala, the rumor there being that those three Craengs intend to abandon the rebel. In the Parigie, Honorable Sir, Arou Mampou, Craeng Candjilo, and the so-called Tomilalang, being Craeng Sapanang, are said to still be staying, who are losing many of their people caused by plundering, of which Arou Mampoe is the principal one; many of those people, Honorable Sir, are taking flight to the interior of Turatte as well as elsewhere, the more so since they have learned that the Sumanappers are here, which has given them the idea that they will be attacked from the side of Macasser as well as from here. On Thasese, Honorable Sir, Batara Goach, Craeng Bonto Nompo, and Craeng Barombong are said to still be staying, but the number of their men is also noticeably diminished, both through stealing and robbing and through the fear caused them by the arrival of the Sumanappers. Although it currently seems, Honorable Sir, that matters are arranging themselves for the best, at least for these posts, it nevertheless seems to me that those auxiliary troops here are most necessary, the more so as within two months I must send out eight European guards to prevent the transport of paddy as much as possible, and besides my old and nearly incompetent men I currently have three disabled ones. Jennang Boelecomba, Honorable Sir, regarding whom I wrote to Your Honor in the letter of the 24th past, promised then that he would order those people to pay the 790 gantings of rice, and now he excuses himself again that he first wants to go speak in person with the King of Bonij, but I have, Honorable Sir, let him know, though to which I have not yet received an answer, that if he does not see to it that those 790 gantings are promptly paid, I shall again lodge my complaints anew with the Bonese ruler. Knowing nothing more worthy of Your Honor's attention, I take leave
Dutch transcription
104. Glarrang I- Rappa d„o I- Sappara I- mangaleang d=o I- Anta dewelke onder afsmeeking van een genadige Pardon en betuijging van een waaragtig leedweesen over hunne trouwloose handelwijze met d'Edele Komp=e en hunne t' samen spanning met den Rebel Sankilang, opregtelijk verklaarden en beloofden. Eerstelijk Dat zij renuntieeren, verzaaken en afsweeren alle superioriteit van Goa en wel voornamentlijk van den Rebel Tankilang Ten Tweeden Dat zij van nu voortaan d'Edele komp=e alhier alleen voor haar lieder souveraine opperheer aanneemen en erkennen, onder belofte van Derzelver geboden en beveelen ten allen tijden als ge„ „trouwe onderdaanen gewilliglijk en opregtelijk te zullen nakomen en gehoorsaamen. Ten Derden Dat zij mits dien ook gehoorzaam zullen zijn den geene welke D' Ed: komp:e uijt den haare als Regent over haar en haar aan d' Ed: komp=e vervallene Landen zal kome aan te stellen. Terwijl het de gezamentlijke glarrangs zal vergunt worden om althoos met voorkennis van den Heer Gouverneur een uijt de Hunne tot Regent op approbatie van d' Ed: komp=e te mogen verkiesen. Ten vierden Dat zij zullen zijn vrienden van 's Ed: komp=e vrienden en vij„ „anden van 's Edele komp=s vijanden. Ten vijfden Dat alle de Landen van Tello door Telloneesen zelfs en niet door Thainders of eenige andere volkeren zonder voor af„ bekomene speciaale Consent van d' Ed: komp:e zal worden be„ „woond, alzo men dit ondekkende de zulke met geweld daar uijt zal doen delogeeren ook dat zij van nu voortaan geen Corres„ „pondentie nog briefwisseling meer met eenig andere vorsten zullen mogen houden. Ten sesden Dat zij aan D' Ed: komp:e zullen opbrengen en leveren, de behoor, „lijke Thiendens van alle de Padij die in de onder de Jurisdictie van den oppertolk gestelde zuijder districten van Tello word geplant. ook van dat gedeelte dat aan de noordkant van de rivier van Patjerackang Boewoeng Pamandjengan d=o Sodiang, Tello 105 Macasser Tello legt en aan Maros strekt en voortaan ender maros zal sortee„ „ren, en waar over zij op approbatie van d' Ed: komp=e ook een bijzonder Hoofd uijt de haare zullen kunnen verkiesen. Ten sevende Dat d'Ed: komp„e ook behalven het regt om zoutpannen aan te leggen voor zig behoud om in de mond van de Rivier van Tella Seros te stellen en ieder week eenmaal in dezelve te doen vissen. /:onderstond:/ Aldus gecontracteert Beloofd en Beswooren ten Dage maand en Jaare voorschreeven ter presentie van de Bonijsche ge„ „committeerdens die dezen nevens de in den hoofde deses gemelde geweese Tellose Rijksgrooten behoorlijk hebben onderteekend. /:was geteekend:/ B: Reijke, I: M: Baserman, C„s Kraane, I„b L: de vos, T: Bosch, B„s van de walle en G=e Bremer, /:ter zeijde stond/ 's Comp„s Cachet in roode Lacque gedrukt, waar onder geschreeven stond:/ Ter ordonnantie van den E: E: Agt„ „baren Heer Gezaghebber en Raad te dezer Custe Celebes, /:was geteekend:/ G=l Bremer Secret=s Reijke„ Barend opperkoopman en gezaghebber der Custe Celebes &„a &a Aan Den E: E: Agtbaare Heer Jn die hoope dat mijne voorige zoo wel van den 13=e 19. als 24:' Julij waar aan mij refereeren wel zullen zijn te regt gekoomen. zoo neem ik thans d' vrijheijt uw E: E: Agtb: te Communiceeren als dat op den 28; J: L: d' drie Jnlanders die ik ter spioneering had uijtgezonden te rug zijn gekomen verhaalende als dat op d' Negorij Bonto Lowee zig nog ophielden Craeng Bonto Lancques en Craeng Pattong, dat zij lieden nog maar weinig Coppen sterk waaren, en van voornee„ „mens om zig na d' Negorij Jenne Ponto gehoorende onder Turatte te begeeven om reeden d' Craeng van Jenne Ponto een Neef van Craeng Patton was. Craeng Mandalle E: E: Agtb: Heer die zig meede eenige tijd op Bonto E: E. Agtbaare Heer! Lowee wijze welke il en „ van . 106 Zowee had opgehouden was reets na Bankala vertrokken zijnde volgens d' aldaar zijnde gerugten die drie Craengs van voornee„ „mens om den Rebel te verlaeten. Jn d' Parigie E: E: Agtbaare zoude zig nog ophouden Arou Mam„ „pou, Craeng Candjilo en d' zoo genaamde Tomilalang zijnde Craeng sapanang welke veel van hun volk verliesen veroorsaakt door het plunderen, waar van Arou Mampoe d' voornaamste is, veele dier menschen E: E: Agtb: Heer neeme d' vlugt zoo wel na d' binne lan„ „den Turatte als elders te meer daar zij vernoomen hebben dat de sumanappers alhier zijn 't geen hunlieden in d' verbeelding ge„ „bragt heeft dat zij zoo wel van d' kant van macasser als van hier zullen geattacqueerd worden. op Thasese E: E: Agtb: heer zoude zig nog op houden Batara goach, Craeng Bonto Nompo en Craeng Barombong dog 't getal dier manschappen is meede merkelijk vermindert zoo wel door 't steelen en roven als door d' schrik die d' komst van de sumanap„ „pers hunlieden heeft toegebragt. schoon 't thans schijnt E: E: Agtb: heer dat d' zaaken ten minsten voor deese posten zig ten besten schikken dunkt mij, egter dat die hulptroupen alhier hoognoodzaaklijk zijn, te meer daar ik binnen twee maanden agt Europeesen wagthouders om 't ver„ „voeren van Padij zoo veel mooglijk te beletten moet uijtzen„ „den, en buijten mijne oude en bij na onbequaame thans drie impotenten heb. Jennang Boelecomba E: E: Agtb: heer waar omtrent ik u E: E: Agtb: bij brief van den 24=e J=o Leeden geschreeven heb beloofde toen dat hij die menschen zou gelasten om de 790. gantings Rijst te voldoen en thans behelpt hij zig weeder dat hij eerst in perzoon d' koning van Bonij wil gaan spreeken, dog ik heb E: E: Agtb: heer hem laaten weeten dog waar op ik nog geen ant„ „woord heb, dat zoo hij niet zorgdraagt dat die 790. gantings spoedig voldaan worden ik wederom op nieuwe mijne klagten bij d' Bonijse vorst zal inbrengen. Niets meer weetende UE: E Agtb: attentie waardig, zoo neeme voor
English
107 Boelecomba for the rest take the liberty to call myself, with all required esteem and respect, was written below, Honorable, Respectable Sir, lower, Your Honorable Respectable's humble and dutiful servant, was signed, Simon Monsieur, in the margin, Boelecomba in the Company's fortress the 6th August, Anno 1780. To the Junior Merchant Master Simon Monsieur, Resident there. Honorable, pious, discreet! What was communicated in your letter regarding the decline of Sankilang's faction was very agreeable to me. In the meantime, you must do your best to make the rebels further believe that the rumors that they will be attacked from the side of Makassar as well as from Boelecomba are all too true; when I am ready with the collection of the tithes, then it will be seen what is to be done about them. You can, in the meantime, retain the auxiliary troops not only for that long, but even as long as necessity shall demand, while I have also dispatched them out of necessity. Regarding the 790 gantings of rice in dispute with the Jennang of Boelecomba, you may indeed confer again with the King of Boni, even in my name. After greetings, I am, was written below, your good friend, was signed, Barend Reijke, in the margin, Maros the 10th August 1780. We, the undersigned joint regents in the Honorable Company's Northern Provinces, having been provisionally relieved, through the singular goodness of the late Right Honorable Respectable Governor Paulus Godofredus van der Voort, of the tribute of timber, namely beams and planks for the jetty around Castle Rotterdam and palisades for the maintenance of the fortress at Maros, on condition that, instead of that delivery, we should jointly or with each other pay every year in cash money 108 a sum of five hundred fifteen Spanish rixdollars, do hereby promise to the Right Honorable Respectable Barend Reijke, Governor of this Coast of Celebes, along with the Council, that we will not only willingly observe and fulfill these conditions, but also that we thereby, for ourselves and in the name of our subjects as well as our successors in time, bind ourselves to contribute and raise as much for this purpose as is expressed here below after each person's title and name, and this annually in two installments, each of six months, of which the first began at the beginning of February 1780, and the following one in this month of August thereafter, so that just before each collection of tithes an entire year or two installments must have been paid to the Resident or Postholder at Maros or to whoever is qualified to receive it. Glarrang Tankoeroe - 15 Spanish rixdollars Craeng Mangaloeng - 12 Spanish rixdollars Craeng Marrang - 22 Spanish rixdollars Lolo van Kaloekoea - 12 Spanish rixdollars The Lommo Maros - 25 Spanish rixdollars Crain Tanralili - 25 Spanish rixdollars Glarrang Bonto - 25 Spanish rixdollars Craeng Simbang - 15 Spanish rixdollars Arou Manlawa - 70 Spanish rixdollars Arou Bengo - 34 Spanish rixdollars Arou Laija - 34 Spanish rixdollars Arou Laboeadja - 34 Spanish rixdollars Craeng Labackang - 30 Spanish rixdollars Lommo Siang - 30 Spanish rixdollars Arou Tjamba - 40 Spanish rixdollars Arou Balotje - 40 Spanish rixdollars Arou Tjinrana - 40 Spanish rixdollars Craeng Tjilallang - 12 Spanish rixdollars written below 109 Makassar was written below, Thus done and contracted at Maros the 11th August Anno 1780 by the joint regents aforementioned, who have ratified this with their signatures, was signed, Barend Reijke, in the margin, signed with several native characters, next to which was written, placed by Lommo Maros, Craeng Tanralili, Glarrang Bonto, Glarrang Tankoeroe, Craeng Simbang, Arou Manlawa, Arou Tjamba, Arou Balotje, Arou Tjinrana, Arou Bengo, Arou Laija, Arou Laboeadja, Craeng Labackang, Lommo Siang, Craeng Mangaloeng, Craeng Marrang, Lolo van Kaloekoea, and Craeng Tjelallang, lower, in our presence, was signed, Gerrit Brugman, chief interpreter, and Dirk Deefhout, second interpreter. To the Honorable, Respectable Sir Barend Reijke Senior Merchant and Governor of the Coast of Celebes, etc. etc. Honorable, Respectable Sir! Referring both to my previous letters of the 19th and 24th of July as well as the 6th of this month, I shall now take the liberty to reply to your Honorable Respectable's much respected letter of the 21st of July, which reached me on the 12th of this month, that I daily, and particularly on Bonthain, urge the chiefs to further repair the post. I shall not fail, Honorable, Respectable Sir, according to the permission obtained, both to request of the Bonese monarch that Aron Cajou may come to live here again, as well as to submit the legitimate complaints about the conduct of the Bonese Jennang of Boelecomba to His Highness. I remain most obliged to your Honorable Respectable for being allowed to raise the advanced funds, and I shall not fail always to observe proper frugality therein. Although the number of rebels, Honorable, Respectable Sir, is now greatly reduced according to general rumors, there seems nevertheless to be little hope that Sankilang will be captured, because he
Dutch transcription
107 Boelecomba 't overige d' vrijheijt met alle vereijschte agting en Eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer /:lager:/ uE: E: E: Agtb=s onderdaanige en trouwschuldige Dienaar, /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba in 's Comp„s vesting den 6„e Augustus A„o 1780. Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur Resident aldaar. Eerzame, vrome, Discreete! Het bedeelde bij uE: brief met opzigt tot het verval van sankilangs aanhang is mijn zeer aangenaam geweest. UE: moet intusschen maar zijn best doen om de Rebellen verder in de waan te doen bren„ „gen dat de gerugten als dat zij zo wel van de kant van Makasser als van het Boelecombase g'attacqueert zullen worden, maar met dan al te waar zijn als jk hun met de verthiening klaar ben dan zal men zien wat 'er omtrend hun te doen is: UE: kan inmiddens de hulptroupen niet alleen zo lange maar zelfs zo lang aanhouden als de noodzakelijkheid zal komen te vereischen, terwijl jk noodza„ „kelijkshalven ook afgezonden heb. over de met de Jennang Boelecomba in questi zijnde 790: gantings Rijst kan UE: den Koning van Bonij wel op nieuw zelfs uit mijn naam onderhouden. Jk ben na groete /:onderstond:/ UE: goede vriend; /:was geteekend:/ B=s Reijke, /:in margine:/ Maros den 10=e Augustus 1780: — Wij ondergeteekende Gezamentlijke Regenten in 's Edele komp=s Noorder Provintien door de sonderlinge goedheid van wijlen den wel Edelen Agtbaaren Heer Gouverneur Paulus Godofredus van der voort, Provisioneel ontheven zijnde van het Tribut van Hout „werken te weten Balken en swalpen voor het zeehoofd om„ „trent het Casteel Rotterdam en Palisaden tot onderhoud van de vesting tot Maros onder Conditie dat wij in steede van die le„ „verantie gezamentlijk of met den anderen alle Jaaren in Contanten gelden 108 gelden zouden voldoen Een somma van Rd=s vijf hondert vijftien sp=s Beloven als nu bij deezen aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gezaghebber dezer Custe Celebes nevens Den Raad. Dat wij niet alleen deze Conditien gewillig zullen onderhouden en nakomen maar ook dat wij mits dien zo voor ons zelven en uijt naam onzer onderdaanen mitsgaders op volgeren in der tijd ons verpligten om daar toe zoo veel te zullen Contribueeren en opbrengen, als hier onder agter een ieders qualiteit en naam bij deesen staat uijt „gedrukt en zulks Jaarlijks in twee termijnen, ieder van ses maanden, waar van de Eerste een begin genomen heeft in 't begin van Februarij 1780. en de volgende in deze maand Augustus daar aan, zo dat even voor ieder verthiening een geheel Jaar of twee termij„ „nen zal moeten wezen voldaan, aan den Resident of Post„ „houder te Maros dan wel den geene die tot den ontfangst: ge„ „qualificeert is. glarrang Tankoeroe - - - - - - - - - - „ 15: _„o Craeng Mangaloeng - - - - - - - - - - - „ 12. _o Craeng Marrang - - - - - - - - - - „ 22: _o Lolo van kaloekoea - - - - - - - - - „ 12 _o Den Lommo Maros - - - - - - - - - - - - Rd=s 25: spaans. Crain Tanralili - - - - - - - - - - - - - „ 25: _„ Glarrang Bonto - - - - - - - - - - - - - „ 25: _„o Craeng Simbang - _ _ _ _ _ - - - - - - - - „ 15: —. Arou Manlawa _ – – – – – - - - - - - „ 70: _ Arou Ben-ngo - - – - - – - - - - - „ 34: _ Arou Laija _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 34. _„ Arou Laboeadja - - - - - - - - - - - - „ 34. _„ Craeng Labackang – – - - - – – - - „ 30 —„ Zommo Siang. . . . . – – – – – „ 30: —„ Arou Tjamba _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 40: _o Arou Balotje. . . . . . . _ _ . . - - „ 40: —. Arou Tjinrana _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 40: — Craeng Tjilallang _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 12. _„o /onderstond:/ M 109 Maccasser /:onderstond:/ Aldus Gedaan en gecontracteerd te Maros den 11=e Augustus A„o 1780. door de gezamentlijke Regenten voormeld, die dezen met hunne handteekening hebben bekragtigt, /:was ge„ stond, „teekend:/ B:s Reijke, /:in margine:/ geteekend:/ met Eenige Jnlandsche Caracters, waar bij stond geschreeven, gesteld bij Lommo Maros, Craeng Tanralili, glarrang Bonto, glarrang Tankoeroe, Craeng Simbang, Arou Manlawa, Arou Tjamba, Arou Balotje, Arou Tjinrana, Arou Bengo, Arou Laija, Arou Laboeadja, Craeng Labackang, Lommo Siang, Craeng Mangaloeng, Craeng Marrang, Lolo van Kaloekoea en Craeng Tjelallang, /:lager:/ ter onser presentie /:was geteekend:/ G=t Brugman oppertolk en D„k Deefhout tweede tolk. Barend Reijke Opperkoopman en gezaghebber der Custe Celebes &„a &„a Aan Den E: E: Agtbaare Heer Mij zoo wel aan mijne voorige van den 19:e en 24=e Julij als 6:= deser re„ „fereerende zoo zal ik thans d' vrijheit neeme om op uw E: E: Agtb: veel gerespecteerde letteren van den 21=e Julij die mij op den 12=e deser geworden zijn, te rescribeeren als dat ik dagelijks en wel voorn: op Bonthain d' hoofden aanzet tot 't verder repareeren der Post. Jk zal niet ingebreeken blijven E: E: Agtb: Heer om volgens bekoomene per„ „missie zoo wel bij d' bonijse vorst te verzoeken dat Aron Cajou alhier weeder mag komen woonen, als ook d' billijke klagten over 't gedrag van d' bonijse Jennang Boelecomba bij zijn Hoogheit inbrengen. K blijf u E: E: Agtb: ten hoogsten verpligt voor 't mogen opbrengen der verschootene penningen, zullende ik niet ingebreeken blijven om altoos een gepaste zuijnigheit daar in te houden. schoon 't getal der Rebellen E: E: Agtb: Heer volgens de algemee„ „ne gerugten thans zeer vermindert is, schijnt 'er egter weinig hoope te weezen dat sankilang gevangen zal geraaken om reeden E: E: Agtbaare Heer! en sp=s aan den, , spaans. hij
English
110 he is on his guard as much as possible and, in case he should be attacked, he will always know a place to which he can flee. With my last letter dated the 6th of this month, I took the liberty of informing Your Honourable Nobility that I had notified Jennang Boelecomba that if he did not ensure that those 790 gantings of rice were paid promptly, I would lodge my complaints again with the King of Bonij. The day after dispatching that letter, Honourable Respected Sir, that cunning Jennang informed me that he could not give me any definitive answer, but that he intended to go to the King in person, whither he has indeed departed on the 9th of this month. And for the reason, Honourable Respected Sir, that I imagine he might approach the King with untruths, I, in the hope that Your Honourable Nobility will not take it amiss, wrote a letter on that same day to the Bonij monarch, containing that I thanked His Highness for the order he had been pleased to give for the payment of the 790 gantings of rice, but that Jennang Boelecomba, although he had previously said that he would order the people who had to pay it to do so, now nevertheless resorted to saying that he could not give me any definitive answer before and until he had spoken to the King. I have also brought to that monarch's attention, Honourable Respected Sir, that Jennang Boelecomba—although I have more than once politely asked him to come to me to speak about this matter—always puts forward a frivolous excuse, namely his illness, but that I give little credence to this, since he has been to Bonijse Boelecomba more than once and has now been able to undertake the journey to the interior. Furthermore, Honourable Respected Sir, I reported to that monarch that I would rather believe Jennang Boelecomba does not come in person because he might be afraid that I will again confront him with how His Highness comes by such a considerable number of 28177 bundles of paddy which he, the Jennang, has declared, and which will certainly be more rather than less; indeed, that he might be embarrassed if I were to confront him 111 Maccasser confront him with the fact that he, the Jennang, had declared 15005 bundles of paddy in his own name, which certainly was also rather less than more, and that those 15005 bundles of paddy, although his predecessors, namely the former Jennangs of Boelecomba, were always tithed in rice, have merely been tithed in paddy, and that it was never expected that, in return for that favour, he, the Jennang, would moreover seek to deprive the Company of its due in an indirect manner. Indeed, that I had never expected such a thing from him, the more so because at the time when the tithing took place, he spoke nothing of it. And lastly, Honourable Respected Sir, I requested that monarch that he might be pleased to order once again that both those 790 gantings as well as the remaining 510 gantings of Jennang Laijsija, now more than three years ago, be paid. As soon as I receive an answer to this or hear one thing or another, I shall not fail to communicate this to Your Honourable Nobility, while for the rest I take the liberty to call myself with all required respect and esteem. At the foot: Honourable Respected Sir. Lower: Your Honourable Nobility's humble and faithful servant. Signed: In Monsieur. In the margin: Boelecomba in the Company's fortress, the 14th of August Anno 1780. Barend Reijke To the Honourable Respected Sir, Senior Merchant and Governor of the Coast of Celebes, etc. Honourable Respected Sir! Taking the liberty of referring to my letter of the 14th of this month, this serves to communicate to Your Honourable Nobility that it was on the 15th of this month that I received Your Honourable Nobility's always highly respected letter dated the 10th of August, to which this serves in reply that I shall not fail to continue making the rebels believe that they will be attacked from Maccasser as well as from here, and I hope that, if necessary, this
Dutch transcription
110 hij zoo veel mooglijk op zijn hoede is en altoos wel wanneer hij mogt ge„ „attacqueert worden een plaats zal weeten waar na toe hij zal vlugten. Bij mijne laaste d' dato 6:e deser heb ik d' vrijheit gebruijkt uE: E: Agtb: te melden dat ik Jennang Boelecomba had laaten weeten dat zoo hij geen zorge droeg dat die 790. gantings rijst spoedig voldaan wierden ik wederom mijne klagten bij d' koning van Bonij zoude inbrengen, daags na 't depecheeren dier briev E: E: Agtb: heer liet die gerafineer„ „de Jennang mij weeten dat hij mij geen uijtsluijtzel konde geven, dog dat hij van voorneemens was om in perzoon na d' Koning te gaan waar na toe hij ook weezentlijk op den 9=e deeser vertrokken is: en om reeden E: E: Agtbaare Heer dat ik mij verbeeld dat hij zomtijds de koning met onwaarheeden zoude voorkoome heb ik in die hoope dat u E: E: Agtb: zulks niet qualijk zal neemen dien zelfde dag Een briev aan d' Bonijse vorst geschreeven behelsende dat ik zijn Hoogheid bedankte voor de ordre die hij had gelieve te stellen tot 't doen betaalen der 790. gantings rijst, dog dat Jennang Boele„ „comba schoon hij van te vooren gezegt had als dat hij die men„ „schen die 't moesten betaalen zulks zou gelasten, egter thans zig behielp met te zeggen dat hij mij geen uijtsluijtsel konde geeven voor en al eer hij d' Koning gesprooken had. k heb E: E: Agtb: heer die vorst meede onder 't oog gebragt als dat Jennang Boelecomba /:schoon ik hem meer dan eens in 't vriendelijke heb laaten verzoeken om bij mij te koomen over die zaak te spreeken, / altoos een onnoosel excuus bij brengt namentlijk zijn ziehte, dog dat ik daar weinig geloof aan slaa dewijl hij meer dan eens na 't Bonijse Boelecomba geweest is en thans d'reis na de binnen landen heeft kunnen onderneemen. k heb verders E: E: Agtb: heer aan die vorst gemelt dat ik eerder wil gelooven dat Jennang Boelecomba in perzoon niet komt om reeden hij mooglijk bevreest zal weezen dat ik hem op nieuw zal voorhouden hoe zijn Hoogheid aan zoo een Considerabel getal van 28177. bossen padij die hij Jennang opgegeven heeft en dat zeekerlijk eerder meerder als minder zal weezen, komt, Ja dat hij mooglijk verleegen zoude weezen wanneer ik hem eens voorhield 111 Maccasser voorhield dat hij Jennang op zijn naam 15005. bossen padij had opge„ „geven 't geen zeekerlijk meede eerder minder als minder is geweest, en dat die 15005. bossen padij schoon zijne voorzaaten namentlijk de vorige Jennangs van Boelecomba altoos voor rijst verthient zijn geworden slegts voor padij verthient zijn, en dat nimmer gedagt had dat hij Jennang voor die gunste d' Comp=e nog daar en boven op een in directe wijze van 't zijne zoude zoeken te berooven. Ja dat ik zulks nimmer van hem gedagt had te meer daar hij ten tijde toen de verthiening geschiede daar niets van gesprooken heeft en Laastelijk E: E: Agtb: heer heb ik die vorst verzogt dat hij nogmaals ordre geliefde te stellen dat zoo wel die 790. gantings als d' nog 510. gantings van Jennang Laijsija nieuw ruijm drie Jaaren geleeden voldaan wierden. zo dra ik hier op antwoord krijg of 't een of 't ander verneem zal ik niet ingebreeken blijven om u E: E: Agtb: zulks te Communiceeren, terwijl ik voor 't overige d' vrijheit neem met alle vereijschte agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Agtbaare Heer /:lager:/ u E: E: Agtb„s onderdaanige en trouwschuldige Dienaar, /:was getee„ „kend:/ I=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba Jn 's Comp„s vesting den 14„' Augustus Anno 1780. — Barend Reijke Aan Den E: E: Agtbaare Heer opperkoopman en gezaghebber der Custe Celebes &„a W„ E: E: Agtbaare Heer! D' vrijheit nemende mij aan mijne letteren van den 14=e deser te re„ „fereeren, zoo dient deese om uE: E: Agtb: te Communiceeren als dat 't was op den 15:e deeser dat ik UE: E: Agtb: altoos veel gerespecteerde let„ „teren d' dato 10=e Aug=s ontving, waar op in antwoord dient dat ik niet ingebreeken zal blijven te continueeren om de rebellen in d' verbeel„ „ding te doen brengen als dat zij zoo wel van Maccasser als van hier g'attacqueert zullen worden en hoope dat zulks zoo 't noodzaaklijk is