Inventory 3617
Malabar · 471 pages · 226 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
3 77 12 to 1 1730 77 to 5 ditto ditto from and to as above dated 1 May 1782. 7 Account of the Moorish Tindal Mangel Nanon regarding the battle of the English and French fleet off Pondicherry etc., dated 26 April 1782. 8 to 10 Original missive from the Commander van Angelbeek and the Council to the Commissioners for the Affairs of War, dated 18 May 1782. 17 Register of the secret papers sent to Batavia. 12 to 16 Copy of the secret missive from Commander van Angelbeek and the Council to the Governor-General and Council in Batavia, dated 1 May 1782. 17 to 24 ditto ditto ditto from the aforementioned Commander alone to the same as above, dated 2 May 1782. 25 to 26 ditto ditto ditto from the aforementioned Commander from and to the same as above, dated 5 May 1782. 27 to 65 Secret resolutions from 22 January to 11 April. 1 to 2 Original missive from Commander van Angelbeek and the Council to the Commissioners for the Affairs of War, dated 23 January 1782. Register of the letters and papers received from Malabar. First Volume 1733. 6. 1782 77 423. 66. Translation of an ola written by the King of Cochin to Commander van Angelbeek and received on 27 April 1782. 67 to 68 Two copy letters from the army of Bahadoor by J. D. Simons, one to Commander van Angelbeek and Council and the other to the aforementioned Commander alone, both dated 16 March 1782. 69 to 74 Declaration of various persons regarding the hostilities and what transpired with the English at Punnaikayal, Tuticorin, etc., dated 17 May 1782. Original missive from Commander van Angelbeek and the Council to the Assembly of the Seventeen, dated 18 May 1782. 76. ditto ditto from and to as above, dated 19 May 1782. 77 to 88 Copy of a missive from the same to the Governor-General and Council at Batavia, dated 5 May 1782. 89 to 94 Original missive from Commander van Angelbeek and the Council to the Commissioners for the Affairs of War, dated 17 March 1783. to 97. Original missive from Commander van Angelbeek to the Committee, dated 18 December 1781. 105. Secret resolution taken in the Council of Malabar on 19 July 1783 regarding provisions upon the news of the declaration of war by England against the Republic. 108 Original missive from Commander van Angelbeek and the Council to the Committee, dated 20 February 1782. 421 to 422. List of such merchandise, provisions, materials, etc., as were purchased from 1 September 1780 to the end of August 1781, with their quantities and prices. Yield of the traded merchandise in 1780 and 1781. 120 to 121. ditto ditto to the Governor-General and Council, dated 31 January 1781, with a postscript. 122 to 143. ditto ditto dated 18 April 1781. 143 to 144. ditto ditto from the outgoing Governor Moens and the incoming Commander van Angelbeek to the same as above, dated 18 April 1781. 145 to 215. ditto from Commander van Angelbeek and the Council to as above, dated 8 January 1782. 216 to 218. Separate missive from the outgoing Governor Moens and the incoming Commander van Angelbeek to the same as above, dated 18 April 1781. 219 to 234. Register of the resolutions taken in the Council of Malabar. 235 to 420. Resolutions taken in the Council of Malabar, beginning 6 January 1781 to 26 December 1781. 109 to 110. Missive from Commander van Angelbeek and the Council to the Assembly of the Seventeen, dated 24 October 1783. 111 to 113. Register of the papers dispatched to the Netherlands. 114 to 119. Missive from Commander van Angelbeek and the Council to the Assembly of the Seventeen, dated 8 January 1782. 75. 95 98 106 77 1 September 1780 to the end of August 1781 were purchased and sold on behalf of the Company. 424 to 425. Yield of such goods as from 1783. State of the accounts of this Commandery of 426 77 Patria. Note: no enclosures received with this letter. To the Right Honorable Gentlemen, Mr. Joan Graaffland Pietersz and the other Directors and Advocates of the Chartered East India Company commissioned for the Affairs of Peace and War, Amsterdam. Right Honorable Gentlemen, We have the honor to humbly offer to Your Right Honorable Lordships herewith the copies of our secret and separate missives of 24 November last and of the 22nd of this month, with the resolutions and further enclosures belonging thereto, all relating to the present war; the two plans of this fortress, mentioned among the enclosures of the first-named missive under numbers 8 and 9, have been packed in the paper box for the presiding chamber so as not to be damaged too much by folding, but as we do not know with to 1 77
Dutch transcription
3 77 12 ar 1 1730 77 a 5 dito dito van en aan als eeven in d:o 1 maij 1782. „ 7 Relaas van den moorschen Tandel Mangel Na„ „nonweegens 't gevegt der Engelsche & Fransche vloot op de hoogte van Tondicheri &, in dato 26 April 1782. 8 - „ 10 Origineele missive van den coopmandeur van angelbeek en den raad aan de gecommit„ „teerdens tot de zaaken van den oorlog in dato 18 Maij 1782 i7 - - - - Register der secreete Papieren na Bat:a gezonden 12. . a 16 Copie secreete missive van den Commandeur van Angelbeek en den Raad aan Gen:t & Raden te Batavia in dato 1 maij 1782. 17. —„ 24 dito dito dito van gemelde Commandeur alleen aan als eeven in dato 2 maij 1782. 25. . . „ 26 d o. . . d.o. . d:o van gemelde Commandeur van en in aan als eeven in dato 5 maij 1782 27. . . . 65 Secreete resolutien Seedert 22 Janúarij tot 11 april 1. . a 2 Origineele missive van den Commandeur van Angel, =beek en den raad aan de Gecommitteerdens tot de zaaken van den oorlog in dato 23 Janu no arij 1782. Register der Brieven en Papie. ren van Mallabaar overgekomen& Eerste Deel 1733. 6. 1782 77 423. 66. - - - . Translaat ola door den koning van Cochim ge„ „schreeven aan den Commandeur van Angel„ beek & ontfangen 27 april 1782 67. . . . a 68 Twee Copie brieven uit het leeger van Baha„ „doer door J: D: Simons, de eene aan den commandeur van Angelbeek & raad & de andere aangemelde commandeur alleen, beijde in dato 16 maart 1782. 69. - - -. . „ 74 verklaaring van diverse persoonen weegens de vijan„ „delykheeden der & 't gepasseerde met de Engel, „sche te Ponekail, Tutucorijn &ca: in dato 17 Maij 1782. origineele missive van den Commandeur van Angetbeek & den raad aan de vergadering van 17:ne in d:o 18 Meij 1782. 76. dito dito van & aan als eeven in do: 19 Maij 1782 77. . . a 88 copie missive van als eeren aan Generaal en Raaden te Batavia in d:o 5 Maij 1782 89 - - - „ 94 origineele missive van den Commandeur van Angelbeeck & den Raad aan de Gecommit„ „teerdens tot de zaken van den oorlog in dato 17 maart 1783. a 97. origineele missive van de Commandeur van An¬ gelbeck aan 't Committe in do. 18 december 1781. „ 105. secreete Resolutie genomen in Rade van mallabaar in do. 19e July 1783 wegens voorsieninge op de tyding der oorlogs declaratie door Engeland tegens de Republicq 108 Origineele missive van den Commandeur van An„ „gelbeek en de Raad aan 't Committé in dato 421. „ 422. Notitie van sodanige Koopmanschappen, provisien Materiaalen &c. als er zedert 1e septemb: 1780 tot ulto augs 1781 ingekogt zijn met dies quantiteit en prijzen Rendement van de Verhandelde negotieWaaren in 1780 en 1781. 120 „ 121. dito dito aan Gent: & Rad: in do: 31 Jan: 1781. met een P. S. 122 „ 143. dito dito in dato 18. April 1781. 143 „ 144. dito dito van den afgaande Gouverneur Moens. en aankomende Commandeur van Angelbeek aan als even in do. 18 April 1781. 145. „ 215. dito van den Commandeur van Angelbeek en den Raad aan als boven in d. o 8 Ian: 1782. 216 „ 218. Aparte misse. van den afgaande Gouverneur Moens en aankomende Commandeur van Angelbeek aan ald even in do. 18 April 1781. 219 „ 234. Register der Resolutien genomen in Raade van de Mallabaar 235. „ 420. Resolutien genomen in Rade van de Mallebaar beginnende met den 6 Jan: 1781. tot 26 Decemb: 109 a 110. Missive van den Commandeur van Angelbeek en den Raad aan de Verg: van 3evij e en do 24 Octob: 1783. 111 „ 113. Register der Papieren na Nederland versonden 114 „ 119. Missive van den Commandeur van Angelbeek en den Raad aan de Verg: van Dvij. in do. 8 Jan 1782. 75. „95 98 106 20 Feb. 1782. 1781. 77 1e September 1780 tot Ultimo aug: 1781 van Com¬ pagnies wege zyn ingekogt en verkogt 424 á 425. Rendement van zodanige goederen, als er zedert 178/3. Staat Reeckening deses Commandements van 426 77 Patria. NB. by deezen Brief geen bylaagen Ontvangen. Aan de weledele Groot achtbaare Heeren M„r Joan Graaffland Pietersz: en de verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de geoktwoieerde Oostindische komp:ie gekom„ mitteerd tot de zaaken van vreede en oorlog Amsterdam. Weledele Groot achtbaare Heeren! Sij hebben de eere uwe weledele Groot achtb: hier neevens onderdaanig aante bieden de afschriften van onze sekreete en aparte Missiven van den 24. e November Jongstleden en van den 22. ' dezer, met de resoluutsien en verdere bijlaagen daar toe gehoorende, allen betreklijk tot den tegenwoordigen oorlog; de twee plans van deeze vesting onder de bijlaagen van eerstgem: Missive sub N„o 8. en 9. vermeld, zijn om door het vouwen niet te veel beschadigd te worden, in de papiere doos voor de presidiale kamer afgepakt, doch wijl wij niet weeten met te 1# 77
English
by which opportunity our dispatches may be sent from Ceilon to Europe, so the Noble Lord Governor of Ceilon, Falck, is informed of these plans and requested to assess the available opportunity, whether to entrust the plans to it, and to leave them in the box or to take them out according to the circumstances. From these papers your Right Honorable Worships will see how matters stand with us here, and what has been decided and put into operation by us to defend and secure, as far as possible, the fortress entrusted to us against our mighty enemies. Enclosed herewith is also the duplicate of the separate dispatch from Commander van Angelbeek sent overland to your Right Honorable Worships, dated the 18th of December last. Yesterday evening arrived here, by a native vessel from Maskette, the Military Captain Georg Fornbauer with the honored dispatch from the Gentlemen Directors of the presiding chamber of Amsterdam, dated the 3rd of January 1781. The fellow Captain Fredrik van Sauer mentioned therein arrived here some days earlier by a vessel from Soeratte, but without the papers, as on the journey from Suez to Bombai he was forced to throw them into the sea so that they would not fall into the hands of our enemies. Both captains separated at Alexandria: van Sauer took the route via Grand Cairo to Suez and from there to Mocha, from where he had to go to Bombai for lack of other opportunity, whence he was sent by the English to Soeratte, and after being detained there for three months without being discovered, he received permission to depart hither. Fornbauer continued the journey via Aleppo, Bagdad, and Bassora to Maskette, and both met with great obstacles everywhere along their way on account of the English, who must have had knowledge of this mission, or at least suspected something of the kind, since all kinds of measures were taken everywhere by them against it, so that it was impossible for the aforementioned captains, who will draw up a detailed and precise report of their journey, to pursue their journey swiftly. Koetsiem, the 23rd of January 1782. The Noble Lord Falck will be consulted regarding their employment. We have the honor to be, Right Honorable Worshipful Sirs, Your Right Honorable Worships' humble and faithful servants, HG van Angelbeek AVHarn Fr: voor den Beesoly W:V: Haeften Our most recent respectful letter of the 16th of March last we had the honor to dispatch with the Portuguese ship Nossa Senhora d'Arabida addressed to Mr. Daniel Gildemeester. We hope that the same will reach your Right Honorable Worships in good order, and let this letter, which departs via Mauritius with a Portuguese snow named Nossa Senhora de Ziadade that called at this roadstead in passing, serve only to give humble notice to your Right Honorable Worships of what has since been performed by us in the service of the Company and of the most noteworthy events that have since come to our knowledge. and, accompanied by one or more French frigates, would have sent to Tuticorin to take possession of this place again, but what foundation these accounts have, we cannot Right Honorable Worshipful Sirs! Homeland To the Right Honorable, Worshipful Sirs, Mr. Johan Graafland Pietersz. and the other Directors and Advocates of the General Dutch Chartered East India Company commissioned for war affairs, residing in Amsterdam. Duplicate N: D V: K Deijt Jv: Sideb. As Cernede J: A Damicheus
Dutch transcription
273 met welke geleegenheid onze depeches van Ceilon naar Europa zullen kunnen afgevaardigd worden, zoo word de Edele Heer Ceilons Goever„ neur Falck van deeze plans verwistigt, en verzocht om de voorkoomende geleegenheid tewillen b'oordeelen, of de plans daar aan toe te vertrouwen, en dezelven inde doos te laaten of daar uit te neemen naar bevinding van zaaken. uit deeze papieren zullen uw weledele Groot achtb: zien, hoedanig het hier met ons gesteld is, en wat door ons beslooten en in het werk ge„ steld word, om de ons toe vertrouwde vesting tegen onze machtige vijanden, zoo veel mogelijk, te verdeedigen en te beveiligen. Ook gaat hier nevens over het Duplikaat van de aparte Missive van den Kommandeur van Angelbeek aan uwe weledele Groot achtb: overland afgevaardigd, gedateerd den 18. december J:o leden. Gisteren avond is hier, met een inlandsch vaartuig van Maskette aangekoomen de Kapitain Militair Georg Fornbauer met de g'eerde Missive van Heeren Bewindhebberen ter presidiale kamer Amsterdam van den 3. ' Januari 1781.; de daarbij vermelde mede Kapitain Fredrik van Sauer is eenige dagen vroeger hier aangelandt, met een vaartuig van soeratte doch zonder de perres, alzoo hij op de reize van zuiz naar Bombai genoodzaakt geweest is, dezelve in zee te smijten, om niet in de handen onzer vijanden te vallen. Beide Kapitains hebben zich te Ale„ „xandria gesepareerd: van sauer heeft de route genoomen over Groot kairo naar Suez en van daar naar Mocha, van waar hij naar Bombai heeft moeten gaan door gebrek van andere gelegenheid, van waar hij door d' Engelschen naar Soeratte gezonden wierd, en na daar drie maanden aangehouden te zijn, zonder ontdekt teworden, verlof kreeg naar herwaards te vertrekken. Tornbauer heeft de reize voortgezet over Aleppo, Bagdad en Bassora naar Maskette, en beiden hebben overal groote hindernissen op hunnen weg ontmoet door de Engelschen, die van deeze bezending licht moeten gehad, of ten minsten iets „diergelijks vermoest hebben, wijl daar tegen door henlieden overal allerlij maatregelen genoomen waaren, zoo dat het aan meermelde kapitains, die van hunne reize een omstandig en nauwkeurig bericht zullen opstellen, on„ doenlijk geweest is, hunne reize spoedig met voort 77 Koetsiem den 23. ' Januari voort tezetten. Over hun em ploi zal de Edele Heer Falck geraadpleegt worden. wij hebben d' eer te zijn Weledele Groot achtbaare Heeren! uwer weledele Groot achtb: onderdaanige en Getrouwe dienaar en HG van Angelbeek AVHarn Fr: voor den Beesoly W:V: Haeften Onze jongste eerbiedige van den 16. Maart laastleeden heb„ „ben we de eere gehad met het portugees schip Nossa Senhora d'Arabida onder addres van de Heer Daniel Gildemeester af te vaardigen. we hoopen dat dezelve uweledele Groot achtb: wel zal geworden, en laaten deezen, die afgaat over Mauritius met een Portugeese snaauw, genaamt Nossa Senhora de Zia„ „dade, die en passant op deeze Reede aangeloopen is, alleen dienen, om uweledele Grootachtbaare needrig kennis te geeven van het geen zeeder door ons in den dienst van de komp: is ver„ „richt en van het weetenswaardigste, dat zeeder tot onze kennisse gekomen is. en, verzelt van een of meer fransche fregatten, zoude gezonden hebben na Jutuko„ „rijn, om deeze plaats wederom in bezit te nemen, doch wat grond deeze vertellingen hebben, kunnen Weledele Grootachtbaare Heeren! Patria aan de weledele, Grootachtbaare Heeren M:r Johan Graafland Pietersz: en de verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de Generaale nederlandsche geoktroieerde oost indische komp:e gekommitteerd tot de oorlogs-zaaken resideerende binnen Amsterdam duplikaat N: D V: K Deijt Jv: Sideb. As Cernede J: A Damicheus we 1782. ovstrend 77
English
Regarding our operations, we request permission, owing to the shortage of time, to refer to our secret resolution of 11 April last, a copy of which is enclosed herewith. Work is progressing with all diligence on the further improvements to the fortifications decided upon therein, the supervision of which we have entrusted to Captain Johan George Tornbauer, who recently arrived here from the Netherlands; several matters arising therein we did not dare have undertaken until now, in order not to be surprised by the enemy in the middle of the work, but now that the bad monsoon is at hand, during which it becomes very difficult to besiege this city, we shall make use of this time in every possible way, and spare no expense to have everything done to the fortress that is deemed necessary for its further reinforcement. From the aforementioned resolution Your Right Honourable Nobilities will further see the grounds upon which it was judged that the Koetsiem garrison should be increased to 3500 men. The present strength thereof is entered in the resolution, and it is also indicated therein in what manner the augmentation of the native troops is to take place. In order to derive proper service from these, it is absolutely necessary that they be commanded by European officers, and on these grounds we have decided upon the promotion that is entered in the resolution. If matters could have brooked delay, we certainly would not have been permitted to proceed to this without having first requested the approval of Their High Nobilities, French frigates, had sent to Tuticorin to take possession of this place once again, but what foundation these reports have, can but in these times we hope that Your Right Honourable Nobilities will take it in good part that we dared to take the aforementioned promotion upon ourselves, and that we furthermore have put in hand and executed without delay everything that, to the best of our knowledge, we deem to serve for the preservation of this place. We had the honour to give respectful notice to Your Right Honourable Nobilities in our latest communication regarding the conquest of the Samorin's Kingdom by the English. The force that the English brought into that kingdom on that occasion consisted, according to the best reports that we have been able to obtain thereof, of 1500 Europeans and 4000 sepoys. In the latter part of the month of March, the English colonel commanding these troops intended, so we have been assured, to attack Koetsiem. He certainly could have added to this at will a multitude of armed Samorin Nayars and Moors, and perhaps he also counted on that with which the King of Travancore might have augmented this force, if he had been compelled by the English finally to drop the mask; however, the chief of Tellicherry, who had been requested by the aforementioned English colonel to lend a hand in this as well, and who, so it seems, had better understood the gravity of this enterprise, refused to interfere therein without special orders from Bombay, and thus this work remained stalled. Since then, the English have detached a corps of troops from Calicut, W: V: Haeften J: A: Dainicheus doch om 3a 77
Dutch transcription
Omtrend onze verrichtingen verzoeken we uit hoofde van de kortheid, des tijds, verlof, om ons temoogen gedraa„ „gen, aan onze sekreete resoluutsie van den 11. ' April jongstlee„ „den die in kopij hier neevens gaat. - Aan de daar bij beslootene nadere verbeeteringen aan de vestingwerken, waar over we het opzicht hebben opgedraagen aan den onlangs uit Nederland hier aangekoomen kapitain Johan George Tornbauer, word met alle naarstigheid gearbeidt; verschijde dingen, die daar bij voorkoomen, hebben we niet eerder dan nu durven laaten onder handen neemen, om niet in 't midden van het werk door de vijanden teworden overvallen, doch nu de kwaade mousson op handen is, waar in het zeer diffi„ „ciel word, om deeze stad te beleegeren, zullen we ons deeze tijd op alle mogelijke wijze ten uutte maaken, en geene kosten ontzien, om noch aan de vesting te laaten doen alles wat tot meerder vertterking daar van noodig geoordeeld word, Bij de voorschr: resoluutie zullen uweledele Groot achtb: voorts zien de gronden, waar op geoordeelt is, dat het koet„ siems garnisoen tot 3500. koppen diend te worden vergroot. De tegenswoordige sterkte daar van is bij de resoluutsie ingeschree„ „ven en daar bij is teffens aangeweezen, op wat wijze de augmen„ „tatie der Jnlandsche troepen staat te geschieden, Om van deeze de behoorlijke dienst te hebben, is het volstrekt noodig, datze door Europeesche Officieren worden gekommandeerd, en we hebben op deeze gronden beslooten, tot de promootsie, die bij de resoluutsie ingeschreeven is. — Jndien de dingen hadden kunnen uitstel veelen: zouden we zeekerlijk daar toe niet hebben moogen treeden, zonder daar op voor af te hebben gevraagt het goedvinden van Hunne Hoog edelheeden, transche fregatten, zoude gezonden hebben na Jutuko„ „rijn, om deeze plaats wederom in bezit te nemen, doch wat grond deeze vertellingen hebben, kunnen doch in deeze tijd hoopen we, dat uweledele Groot achtbaare het ons in het goede zullen afneemen, dat we de voorschr: promoot„ „sie hebben over ons durven neemen, en dat we voorts al het geene, dat we naar onze beste kennis meenen te dienen, tot behoud van deeze plaats, laaten te werk leggen en uit„ „voeren zonder uitstel. Van de vermeestering van het samorijnsche Rijk door de Engelschen hebben we de eere gehad, uweledele Groot achtb: bij onze jongste eerbiedige kennis te geeven. De magt, die de Engelschen ter dier gelegenheid in dat Rijk hebben gebragt, heeft volgens de beste berichten, die we daar van hebben kunnen krijgen, bestaan in 1500. Europeeschen en 4000. sipaijen. jn 't laast van de maand Maart was de Engelsche Kolonel, die deeze troepes gebied, voorneemens, zoo men ons verzeekert heeft, om koetsien te attakeeren. Hij zoude hier bij zeekerlijk naar willekeur noch een meenigte gewapende samorijnsche Nairos en Mooren hebben kunnen voegen, en misschien heeft Hij ook gereekend op het geen, waar mede de koning van Jrevankoor deeze magt zoude heb„ ben kunnen vermeerderen, indien Hij door de Engelschen genood„ „zaakt was geworden, om eindelijk het masker te ligten, doch het opperhoofd van Jallicherij, die door de voorschr: Engelsche kolonel verzocht was, om ook hier toe de hand te willen bieden, en welke, zoo het schijnt, het gewigt van deeze aanslag beeter hadde ingezien, heeft gewijgerd, om zich daar meede te bemoeien, zonder speciaale last van Bombai, en is dit werk dus blijven steeken, zeeder hebben de En„ „gelschen een korps troepen van kalikoet gedetacheerd, W:V: Haeften J: A Dainicheus doch om 3a 77
English
in order, as is said, to attack Calicut, a place of the Nabob Haidar Ali, but these troops have returned without having accomplished anything, except that not far from Calicut they had an engagement with some troops of the Nabob who, as they say, after having suffered considerable losses, were forced to retreat. Now recently there have arrived again at Calicut from Bombay 9 three-masted ships and 3 two-masted gurabs. It is said that a large number of Europeans were also brought with them, which some estimate at fully 2000 men; also brought with these ships to Calicut were another party of sepoys, the estimate of which we have not heard; a good portion of these troops has already been landed at Calicut. What the English intend with all these preparations is hitherto very uncertain. The passing of the monsoon and that they are landing these troops so far to the north makes us think that it is not aimed at Cochin, and it therefore seems not improbable to us that the English intend to march this force overland to the Coast of Coromandel, where their affairs, if one may believe the rumors, are in very bad condition. Among the aforementioned 9 ships currently lying at Calicut, there are, as we hear, 2 warships. The rest are presumably Company and transport vessels, of which it is claimed 8 pieces arrived at Bombay recently. The aforementioned 2 warships are most likely the same ones that had the intention this spring to head to the south, but which, as we indicated in our most recent humble message, turned back on the way upon hearing that the French fleet had arrived in the Indies. The squadron of the English Admiral Kempenfelt has, as far as we know, not yet arrived in these regions. We have received no direct news from the Coast of Coromandel since February 21st. Among various native tales that are heard from time to time about things from that side, the most probable has appeared to us to be a report from a native sailor who recently arrived here from Porto Novo, from whom we had a written account taken, of which we take the liberty of sending a copy herewith. Recently, a two-masted snow arrived here from Ceylon, sent by the French agent there, Mr. Monneron, to fetch provisions for the fleet. By the same vessel, which departed from Galle on March 13th, we have received no letters from the Ceylon Government, nor did the commander have anything extraordinary to recount to us, except that he said that upon his departure there lay in the bay of Galle two small French frigates which, as he believes, were separated from the fleet by mistake. There are rumors here that Governor Falck sent some of our vessels, accompanied by one or more French frigates, to Tuticorin to take possession of that place again, but what foundation these tales have, we cannot confirm. We expect shortly another Portuguese snow from Goa here, with which we shall have the honor to write further and more fully, for which the swift departure of the bearer of this presently leaves us no time. We have received no ship from Batavia this year, and thus also no trade goods. The High Government had therefore intended for us two hundred thousand guilders in money via Ceylon, but only a shipment of copper bars to the amount of 13566 rupees cost price and 63000 rupees in bills of exchange were received here, against which we had to make heavy purchases of rice and cowhides for that government. But a generous sale of fifty-two thousand pounds of cloves and over eight hundred and sixty-nine thousand pounds of pepper has not only enabled us to cover our expenses up to now, but also left a balance in our treasury as of today of around two hundred and eighty-five thousand rupees, so that we are in a position to purchase pepper anew and to further cover our expenditures. And although this item does not properly seem to belong in this description, we nevertheless felt obliged to note the same here, in order to reassure your Noble High Mightinesses in this regard. We commend your Noble High Mightinesses and the interests of the Company to God's merciful protection, and profess with all respect and true fidelity to be, Noble High Mighty Lords! Your Noble High Mightinesses' humble and faithful servants, H. G. van Angelbeek A. V. Harn P. v. den Busch N. W. K. Deijt H. H. Sael A. J. Vernede J. H. Dannicheus J. A. Cellarius Cochin, the 1st of May 1782.
Dutch transcription
om, zoo gezegt is, zal katserij, eene plaats van den Nabab Haider Ali, aan te tasten, doch deeze troepes zijn, zonder iets te hebben verricht, te rug gekomen, alleen hebben ze niet verre van Kali„ „koet een engagement gehad met eenige troepes van den Nabab die, zoo men zegt, na vrij wat verlies te hebben geleeden, de wijk hebben moeten neemen. Nu weeder opt nieuw zijn in deezer daagen van Bombai op kalikoet aangekomen 9. drie mastige scheepen en 3. twee mastige Goerabs. zoo men zegt zijn daarmeede noch een groote partij Europeeschen aangebragt die door sommige wel op 2000. Man worden begroot, ook zijn met deeze scheepen te kalikoet aangebragt noch een partij sipaijen, waar van we de begrooting niet gehoord heb„ „ben van deeze troepes is reets een goed gedeelte te kalikoet aan de wal gezet. wat de Engelschen met alle deeze toerus„ tingen in den zin hebben, is tot noch toe zeer onzeeker. Het verloop van de mousson en datze deeze troepen zoo hoog om de Noord doen landen, doed ons denken, dat het niet op koetsiem gemund is, en het komt ons mits dien niet onwaarschijnlijk voor, dat de Engelschen voorneemens zijn deze macht overland te doen marcheeren na de Rust van Kormandel, alwaar hunne zaaken, zoo men de gerugten gelooven mag, zeer slegt staan. — Onder de voorschrree„ „ven 9. schepen, die thans te kalikoet leggen, zijn zoo we hooren 2. oorlogs schepen. De overige zijn vermoedelijk kom „panies en transport=schepen, waar van men wil dat 'er in deezer daagen 8. stuks te Bombai aangekoomen zijn. De voorschreeven 2. oorlogs schepen zijn naastdenkelijk de zelfde, die in dit voorjaar de wil gehad hebben naar de Zuid Haeften ƒ J: A Daiicheus doch die, zoo als we bij onze jongste eerbiedige hebben aan„ „geweezen, op den weg terug gekeerd zijn, op het hooren, dat de fransche vloot in Jndien gekoomen was. Het Es„ „quader van de Engelsche Admiraal Kampenfeld is, zoo veel we weeten, in deeze gewesten noch niet aangekomen. We hebben van de kust van kormandel geen direkte tijding Deeder den 21. ' febr: onder verscheide Jnlandsche vertellingen, die men nu en dan der Dinger van die kant hoord, is ons het waarschijnlijkste voorgekoomen een bericht van een jnlandsche Mattroos, die deezer daagen van Portonovo hier aangekoomen is, en die we daar„ „van hebben laaten geeven een schriftelijk relaas, waar, „van we de vrijheid gebruiken, een kopij hier neevens te zenden. Onlangs is hier aangekoomen een twee mostige snauw van Ceilon, gezonden door den franschen Agent aldaar d H:r Monneren, om provisien voor de vloot aftehaalen. Met dezelve, die den 13. ' Maart van gale vertrokken is, hebben we geen brieven van het Ceilons Goevernement ontvangen, ook heeft de Gezaghebber ons niets zonderlings weeten te verhaalen, alleen heeft Hij gezegt, dat 'er bij zijn vertrekt in de baaij van Gale laagen twee klijne fransche fregatten, die, zoo Hij meend, bij vergissing van de vloot zijn afgedwaalt. Daar zijn hier geruchten, dat de Heer Goeverneur Falck eenige van onze vaartuigen, verzelt van een of meer fransche fregatten, zoude gezonden hebben na Jutuko„ „rijn, om deeze plaats wederom in bezit te nemen, doch wat grond deeze vertellingen hebben, kunnen Patria Aan de Weledele Groot achtbaare Heeren M:r Johan Graafland Pietersz: 3 doch 77 Koetsiem den 1=te Mai om, zoo gezegt is, zal katserij, eene plaats van den Nabab Haider Ali, aan te tasten, doch deeze troepes zijn, zonder iets te hebben) Aan de Weledele Groot achtbaare Heeren verricht, te rug gekomen, alleen hebben ze niet verre van kali„ koet een engagement gehad met eenige troepel van de v we niet verzeekeren. – we verwachten binnen kor„ „ten hier noch een portugeesche snauw van Goa, waar„ „meede we de eere zullen hebben, naader en breeder te schrijven, waar toe het spoedig vertrek van den brenger deezes ons thans geen tijd laat. — Wij hebben dit jaar van Batavia geen schip en dus ook geene handelwaaren gekreegen. De Hooge Regeering had ons dus twee tonnen schats aan geld toegedacht over Ceilon, doch daarop is hier eenlijk eene partij staaf-koper ten bedraagen van 13566. rops inkoops en 63000. ropias aan wissels ontvangen, waar teegen wij voor dat goevernement zwaare inkoopen van rijs en koehuiden hebben moeten doen. Doch een ruime verkoop van twee en vijftig duizend ponden Nagelen en ruim agtmaal honderd negen en sestig duizend ponden peper heeft ons niet alleen in staat gesteld, om onze uitgaven tot nu toe goed temaaken, maar ook noch onder huidigen datum een restant van omtrend twee maal honderd en vijf en tachentig duizend ropijen in onze kassa gebragt, zoo dat we in staat zijn, om op 't nieuw inkoop van peper te doen en om onze uitgaven verder goed te maaken. en hoewel dit Artikel niet eigentlijk schijnt in deeze beschrijving te huis te hooren, zoo hebben wij echter gemeent, het zelve hier te moeten noteeren, om uw weledele Groot achtb: dien aangaan„ „de gerust te stellen. We beveelen uw weledele Groot achtb: en de belan„ „gens van de komp: in Gods genadige bescherming J. A. Cellarius eften 1 Uwer weledele, Groot achtbaare Onderdanige en Getrouwe dienaren HG van Angelbeek en betuigen met alle eerbied en waare trouwe te zijn. Weledele, Groot achtbaare Heeren! Patria M:r Johan Graafland Pietersz: AV Harn p: vden Busch N: W: K: Deijt H HHSael. v A J Verneae J: H Dannicheu. 1782. 77
English
in order, as it was said, to attack Calicut, a place of the Nabob Haider Ali, but these troops returned without having achieved anything, except that not far from Calicut they had an engagement with some troops of the [illegible] Account given by the Moorish Tindal Mangel Nanon That now four months ago he, the informant, arrived before Madras with the French fleet, thirty sail strong, from Mauritius, where at some distance away several English ships lay at anchor; that the following day the French fleet set sail to proceed to a place south of Pondicherry called Mamoedbander, being Porto Novo, and to put men ashore there, because Haider's army lay near there, whereupon the English fleet, consisting of twelve ships, also set sail and pursued the French, and arriving off Pondicherry, which was around four o'clock in the afternoon, both these fleets joined battle, and this lasted until six o'clock in the evening, when it grew dark and the ships could accomplish nothing more; that in this engagement the English ships were very badly damaged and many lost their masts; that the next morning the French missed one ship, which was the hospital for the sick, and later heard that it had been taken by the English, but no English ship was to be seen anymore; that thereupon the French fleet set sail that very same day to arrive at Mamoedbander, but due to a storm that raged on that day, whereby the ships had become separated from one another, it was forced to wait for the ships to rejoin and thus arrived at Mamoedbander two days later, and put several thousand men ashore, along with much ammunition and artillery goods, with the intention, as he, the informant, heard, first to go and take Cuddalore, and after that to advance toward Madras; that meanwhile an English warship, coming to spy on the fleet of the French, was captured by the French ships, as well as some other lesser private sloops and vessels, among others a small ship of Ada Raja of Cannanore; that he, the informant, stayed at Mamoedbander for about a month, and heard that three miles from there inland the army of Haider lay very strong, whither the French army also departed, and also at the departure of him, the informant, which is today the thirtieth day, he heard it said that both those armies were on the march to Cuddalore; the informant further relating that after the unloading of the ships, he obtained permission from his captain to go to his country, and thus came this way, and arrived here five days ago; having pursued his journey along Tinnevelly and through the country of the King of Travancore as a fakir or vagrant, finding all the lands in the realm of Muhammad Ali Khan severely destroyed and depopulated. Thus related within the town of Cochin, the 26th of April, Anno 1782, recorded by me, was signed Adriaan Poolvliet, sworn clerk. To the Noble and Most Honorable Gentlemen, Mr. Johan Graafland Pietersz. and the other Directors and Advocates of the General Chartered Dutch East India Company appointed to the affairs of war, residing at Amsterdam Noble and Most Honorable Gentlemen, With the last breath of the favorable monsoon, two snows arrive here from Goa, of which one, named Governo Felix, is bound for Europe, the other, named St. Anna e Almas, for the French Islands, and we make use of both to convey thereby to Your Noble and Most Honorable Excellencies, addressed to Mr. Daniel Gildemeester, Consul at Lisbon, and His Excellency Mr. Lestevenon van Berkenroode, Ambassador at Paris, the duplicate and triplicate of our latest respectful letters to Your Noble and Most Honorable Excellencies dispatched on the 1st of this month via the French Islands, to which we now also append the copies of our secret and separate letters of the 1st, 2nd, and 5th of this month to the Supreme Indian Government, with the annexes: a plan drawn up by Mr. Fornbauer of the fleche; copy translation-ola by the King of Cochin. Agreed, Ht. Saele, Sworn clerk.
Dutch transcription
om, zoo gezegt is, zal katserij, eene plaats van den Nabab Haider Ali, aan te tasten, doch deeze troepes zijn, zonder iets te hebben verricht, te rug gekomen, alleen hebben ze niet verre van kali„ koet een engagement gehad met eenige traepel van de val Aan de Weledele Groot achtbaare Heeren M:r Johan Graafland Pietersz: en de verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de generaale nederlandsche geoktroieerde oostindische kompanie gekommitteerd tot de zaaken Patria Dat nu vier maanden geleeden Hij Relatant met nen hier Gover„ de fransche vloot, sterk dertig zeilen, van Mauritius ae Alma, en ons gekoomen is voor Madras, alwaar wat verre van ede, onder daan eenige Engelsche scheepen ten anker laagen, il te Lis„ n Ber„ dat des anderen dags de Fransche vloot onder zeil is nen het gegaan, om op een plaats bezuiden Pondicheri, gen=t letteren. de fran„ Mamoedbander /:zijnde Portonovo:/ te gaan, en aldaar volk gen de den 1e aanland te zetten, om dat Haiders leeger daar bij lag, de wanneer de Engelsche vloot, bestaande uit twaalf schee„ lagen „pen ook onder zeil ging, ende Fransche vervolgde, en op de hoogte van Pondicheri koomende, dat omtrend gemaakt vier uur agtermidlag was, raakten die beide vlooten van slaags, en zulx duurde tot ses uur des avonds, wanneer hem) Relaas verleend door den moorschen Tandel Mangel Nanon het 77 rig. e om, zoo gezegt is, zal katserij, eene plaats van den Nabab Haider Ali, aan te tasten, doch deeze troepes zijn, zonder iets te hebben verricht, te rug gekomen, alleen hebben ze niet verre van kali„ koet een engagement gehad met eenige troepel van de val het donker werd, en de scheepen niets meer kosten ver„ „rigten; dat in dit ingagement de Engelsche scheepen zeer beschaadigd zijn geworden, en veele hunne mas„ „ten verlooren hebben, dat des anderen dags morgens de Franschen een schip, dat het hospitaal der zieken was, gemist hadden / en nader hand gehoord dat het door de Engelschen was genomen :/ doch geen Engelsch schip meer tezien was, dat daar op de fransche vloot dien eigensten dag onder zeil is gegaan, om op Mamoedban„ „der te koomen, doch door een storm, die op dien dag heeft gewoedt, waar door de scheepen van malkander waaren geraakt, genoodzaakt is geweest, om de scheepen weder intewagten en dus twee dagen daar na op Mamoed„ „bander is gearriveerd, en eenige duizend man aan de wal„ heeft gezet, nevens veele Amonietsie en Arthillerie goe„ „deren, met voorneemen, zoo als hij Relatant gehoord heeft, eerst Roedeloer tegaan neemen, en daar na naar Madras op te trekken, dat intusschen een Engelsch oorlogs schip, komende om de vloot van de Fran„ „schen te bespieden, door de Fransche scheepen genoomenrs, ook eenige ander mindere partikuliere sloepen en vaar„ „tuigen, Onder anderen een scheepje van Ada Ragia van Kannanoor, dat hij Relatant op Momoedbander heeft ver„ „toeft omtrend een maand lang, en gehoord heeft, dat drie men hier Gover„ mijlen van daar landwaards het leeger van Haider lag ae Alma, zeer sterk, werwaards het fransche leeger ook vertrok„ en ons „ken is, en ook bij vertrek van hem Relatant, dat heeden ede, onder ul te Lis„ de dertigste dag is, heeft hooren zeggen, dat die beide in Ber„ leegers in op togt waaren naar Roedeloer; relateeren, men het letteren. „de hij Relatant voorts, dat na het ontlaaden van de de fran„ scheepen, hij permissie van zijn kapitain heeft egen de den 1:e gekreegen om naar zijn land tegaan, en alzoo dit heen de is gekoomen, en voor vijf dagen hier is g'arriveerd; heb„ ijlagen „bende zijne reise vervolgd langs Ternewellie en door het land van den koning van Trevankoor als een fak„ gem aakt „kier of landlooper, vindende alle de landen in 't Rijk van makmet Alichan zar gede, van Patria Aan de Weledele Groot achtbaare Heeren M:r Johan Graafland Pietersz: en de verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de generaale nederlandsche geoktroieerde oostindische kompanie gekommitteerd tot de zaaken „schen „strueerd hem) 77 Patria om, zoo gezegt is, zal katserij, eene plaats van den Nabab Haider Ali, aan te tasten, doch deeze troepes zijn, zonder iets te hebben verricht, te rug gekomen, alleen hebben ze niet verre van kali„ koet een engagement gehad met eenige troepel van de val strueerd en onbevolkt. Aldus Gerelateerd binnen de stad Koetsiem den 26: April A:o 1782:, v „derstond/ aan mij opgegeeven /was gete/ Adriaan Poolvliet b: g: klerk, Aan de Weledele Grootachtbaare Heeren M:r Johan Graafland Pietersz: ende verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de generaale nederlandsche geoktroieerde oostindische kompanie gekommitteerd tot de zaaken van oorlog; resideerende te Amsterdam Weledele Grootachtbaare Heeren. Met het laaste hapje van de goede mousson koomen hier van Goa twee snauwen, waar van de eene, genaamd Gover„ „no Felix, naar Europa, d'andere, genaamd S:t Annae Alma, naar de Fransche Eilanden bestemd is, en wij bedienen ons van beiden, om uw' weledele Groot achtbaare daarmede, onder addresse aan den Heer Daniel Gildemeester, Konsul te Lis„ „sabon, en zijne Excellentsie den Heer Lestevenon van Ber„ kenroode Ambassadeur te Parijs, te laaten toekoomen het duplikaat en triplikaat van onze jongste eerbiedige letteren aan uwe weledele Groot achtb:r van den 1:e deezer over de fran„ „sche Eilanden afgevaardigd, waar bij wij nu ook voegen de afschriften van onze sekreete en aparte brieven van den 1:e 2:e en 5:e deezer aan de Hooge indische Regeering, met de bijlagen een- pian door den Heer Fornbauer opgemaakt van de fleche. kopij Translaat-ola door den koning van Akkordeerd Ht. Saele Gezwe: klerk koethem HI. 77
English
annexes mentioned in the register, with the exception of the plans of the fortifications, which, propter causas sonticas, remain behind. Your Right Honourable Sirs will observe therefrom that the Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies and former Director of Surat, Willem Jakob van de Graaff, who, according to the arrangement already communicated, was exchanged between us and the English Government of Bombay, arrived here on 7 March with a frigate of war from Goa, and departed again on the 7th of this month on a private Portuguese ship via Colombo for Batavia. The rumor communicated to your Right Honourable Sirs in our last preceding letter, that vessels had been sent from Ceylon to retake possession of Tuticorin, has since been found to be untrue; on the contrary, we are now informed that the Kattaponaik, to whom the Company's fort and the remaining goods had been delivered for safekeeping, first plundered from there and from the private houses whatever pleased him and subsequently surrendered the fort to the English, who took possession thereof on 19 February, and have since behaved there in such a shameful manner, with plundering, robbing, ruining, and other dishonorable outrages, as may be seen in more detail from the accompanying deposition obtained thereof here, to which we refer in this matter. We have, by the accompanying copies of letters to Their High Excellencies, given a detailed account of our situation, and of the condition and the intentions of our enemies in our vicinity, as well as of our measures and undertakings for the security, defense, and preservation of what has been entrusted to us, to which we respectfully refer, and to which we shall now add a short report of what has occurred and become known to us concerning matters of war since the 5th of this month. After the five English ships had departed southward from Calicut, the native vessels, which, according to the copy of the letter of the 2nd of this month, had lain around the Mud Bay for over a month and a half—according to the general and very probable rumor, in order to help the enemies from the ships ashore—also left their station, and at the same time the troops of Travancore, which according to the frequently mentioned copies of letters were encamped around there, also marched back inland; from which we therefore believe we may conclude with good reason that the aforementioned preparations of Travancore were indeed intended to assist our enemies against us, and that our enemies have for the present abandoned the siege of this fortress. Regarding the conduct of Travancore, the first signatory has expressed himself at length in the accompanying separate letter to the High Government of the 2nd of this month, to which he here refers; and with respect to the second matter, we furthermore find plausible reasons upon which we believe we may conclude that, as long as affairs remain in the present state, we have no siege of Cochin to fear. For, besides the fact that the rainy season has already actually broken out, whereby so complex an enterprise as a formal siege is rendered extremely difficult and almost impossible, many troops of the Nabob Haidar Ali Khan are also now arriving from time to time in the land of the Zamorin, against whom they will first have to employ their force to maintain themselves in the possession of Calicut and the other maritime places of that Realm. Indeed, according to the latest reports, they already decamped on the 9th of this month from Tanur, a maritime place on this side of Calicut, and marched toward Palakkad, a fortress in the land of the Nabob Haidar Ali Khan, and this with an army of twelve hundred Europeans, three thousand sepoys, and six thousand Nairs and Moors, which, owing to the illness of Colonel Humberston, who is suffering from the red flux, is commanded by Major Jameson; and as the troops of Haidar Ali Khan, under the command of one Ghulam Ali Khan, are estimated to be quite as strong, and according to the latest reports have advanced near Palakkad, we may in all probability expect daily the news of an engagement between both armies, which, in case it arrives before the departure of the bearers of this letter, we shall add at the foot. We shall employ the time that will thus in all probability be granted to us further with all diligence to carry out the intended improvements to our fortress. Of the military operations of the French sea and land forces and the considerable armies of the Nabob Haidar Ali Khan on the Coast of Coromandel, we have until now no certain reports, but it is probable that your Right Honourable Sirs will receive the same from time to time from France itself. With this, we commend your Right Honourable Sirs and the important interests of the Company to the protection of the Almighty and remain with all respect and loyalty. Right Honourable Sirs! Your Right Honourable Sirs' most humble and faithful servants, J. G. van Angelbeek R. V. Hearn Froda. Basch J. A. Dannekeu J. H. Cellarius W. V. Haetten A. W. L. Beijts D. D. Spall A. S. Vernede Cochin, 18 May 1782: Postscript: After the closing of this letter, the accompanying letters from the Nabob's army were received here.
Dutch transcription
bijlagen ten register vermeldt, uitgezonderd de plans van de fortifikaatsien, die, propter Canssas sonticas, achterblijven. uw weledele Grootachtbaare zullen daar bij ontwaaren, dat de Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien en geweezen Direkteur van soeratte willem Jakob van de Graaff die, vol„ „gens de reets bedeelde schikking, tusschen ons en het Engelsche Goevernement van Bombai, uitgewisseld is, op den 7=den Maart alhier met een oorlogs-fregat van Goa aangekoomen, en op den 7=den deezer met een partikulier Portugeesch schip wederom over kolombo naar Batavia vertrokken is. Het bij onzen jongst voorgaanden aan uw weledele Groot achtbaare bedeelde gerucht, dat van Ceilon zouden vaartuigen gezonden zijn, om wederom bezit van Tutukorijn te neemen, is zeeder onwaar bevonden, daar en tegen zijn wij thans on„ „derricht, dat de kattaponaik, aan wien 's komp:s fort en achter„ „blijvende goederen ter bewaaring waaren overgegeeven, eerst daaruit en uit de partikuliere huizen al wat hem aanstond geroofd en het fort vervolgens aan de Engelschen overgegeeven heeft, die daarvan op den 19:e februari bezit genoomen, en daar zeder op zulk eene schandelijke wijze huis gehouden hebben, met plunderen, rooven, ruineeren en andere onteerende bal„ „daadigheeden als nader tezien is bij de nevensgaande ver„ „klaaring, die daar van alhier is ingewonnen, waaraan wij ons ten deezen gedraagen. — wij hebben bij de nevensgaande kopij brieven aan Hunne Hoogedelheeden omstandig verslag gedaan van onze situaat„ „sie, en van den toestand en de voorneemens onzer vijanden in ons buurt, mitsgaders van onze maatregelen en ver„ een- pran door den Heer Fornbauer opgemaakt van de fleche. — kopij Translaat-ola door den koning van „richtingen ter beveiliging, verdeediging en behoudenis van het ons aan vertrouwde waar aan wij ons in eerbied gedraagen, en waarbij wij nu een kort bericht gaan voegen van het geen zeder den 5. ' dezer, met betrekking tot de oor„ „logs zaaken voorgevallen en ons bekend geworden is. Na dat de vijf Engelsche schepen van kalikut naar de zuid vertrokken waaren, hebben de inlandsche vaartuigen, die, vol„ „gens kopij brief van den 2:e deezer omstreep de Modderbai, ruim ander halve maand geleegen hadden, om volgens het algemeene en zeer waarschijnlijke gerucht, de vijanden van de scheepen aan land te helpen, hunne stand plaats ook verlaaten en ter zelver tijd zijn ook de troepen van Trevankoor, die blijkens meermelde kopij brieven, daar omstreep gekampeerd lagen, wederom landwaard in getrokken, waar uit wij dus met veel grond vermeenen te mogen besluiten dat de zoo eeven gemelde aanstalten van Trevankoor werklijk gedoeld hebben, om onze vijanden tegen ons bij te staan, en dat onze vijanden voor eerst van de beleegering deezer vesting hebben afgezien. Nopens het gedrag van Trevankoor heeft de eerste Teeke„ „ naar zich in 't breede uitgelaaten bij de nevensgaande aparte aan de Hooge Regeering van den 2=de deezer, waar aan hij zich hier gedraagd, en met opzicht tot het tweede stuk vinden wij buiten des noch aanneemlijke reedenen waar op wij mee„ „nen te mogen vast stellen, dat wij, zoo lange de zaaken in den teegenwoordigen toestand blijven, voor geene beleegering van koetsiem te duchten hebben. want, behalven dat de regen tijd reets werklijk door gebrooken is, waardoor eene zoo om„ „slagtige onderneeming, als een formeel beleg, ten uitersten moeilijk „richtingen koethem) „ „ 71. 77 Koetsiem den 18. ' Mai 1782: P: Na het sluiten deezes worden nevensgaande brieven uit 's Nababs leger hier ontvangen moeilijk en bij na onmogelijk gemaakt word, zoo koomen nu ook van tijd tot tijd veele troepen van den Nabab Haider Alichan naar het land van den samorijn af, waar tegen zij hunne macht voor eerst zullen moeten gebruiken, om zich in het bezit van kalikut en de verdere zeeplaatsen van dat Rijk te handhaaven. - zelfs zijn zij, volgens de Jongste berichten reets op den 9. ' deezer van Tanoer eene zee plaats aan deeze zijde van kalikut / op gebrooken, en op marsch gegaan naar Palikatscheerij, eene vesting in het land van den Nabab Hai„ „der Alichan / en zulx met een leger van twaalfhonderd Euro„ „peeschen, drie duizend sipahis en ses duizend Nairos en Mooren, het welk mits de ziekte van den kollonel Humberston, die aan de roode loop laboreerd, door den Majoor Iameson ge= „kommandeerd word; en wijl de troepen van Hoider Ali„ „chan, onder bevel van eenen Golaam Alichan, ruim zoo sterk geschat worden, en volgens de jongste berechten, omtrend Palikatscheerij geavanceerd zijn, zoo hebben wij naar alle waarschijnlijkheid dagelijx de tijding van een engagement van beide legers te wachten, die wij ingevalle ze noch voor 't vertrek van brengers deezer inloopt, aan den voet zullen wij zullen den tijd, die ons dus, naar alle waarschijnlijk„ „heid verder gelaaten zal worden, met alle neerstigheid be„ „steeden, om de voorgenoomene verbeeteringen aan onze vesting tot stand te brengen. van de krijgs bedrijven der fransche zee-en land-macht en der aanzienlijke legers van den Nabab Heider Alichan op de kuste van kormandel hebben wij tot nu toe geene bedeelen. — Weledele Grootachtbaare Heeren! uwer weledele Groot achtb=re onderdaanigste en getrouwe dienaaren J G van Angelbeek RVHearn Froda. Basch J:A Dannekeu een- pian door den Heer Fornbauer opgemaakt van de fleche. — kopij Translaat-ola door den koning van J. H. Cellarius W:V: Haetten zeekere berichten, doch het is waarschijnlijk, dat uw weledele groot achtbaare dezelve van tijd tot tijd uit Frankrijk zelve staan te ontvangen. Hiermeede beveelen wij uw weledele Grootachtbaare en de wigtige belangens der Maatschappije in de bescherming des Allerhoogsten en blijven met alle eerbied en trouwe. — A: W: L. Beijts D D. Spall. ƒ A SVernede zeekere koethem) „ 71. 10 77 een - pian door den Heer Fornbauer opgemaakt van de fleche. kopij Translaat- ola door den koning van „ 51. o. koetsem) 77
English
we respectfully request Your High Excellencies' approval. Reflections on the garrison at Koetsien: To properly defend this city in the event of a siege, a garrison of three thousand five hundred men is deemed necessary, and we had also counted upon this, since the King of Koetsiem had promised a battalion of sepoys, which had already been placed on a European footing by our officers a few years ago, to the first signatory; but when the unexpected circumstances Register of the secret papers that are now being dispatched to Their High Excellencies, the Supreme Government at Batavia, namely: Secret letter written by the Commander, Mr. Johan Gerard van Angelbeek, and Council to the aforementioned Their High Excellencies, dated the first of this month. B. Separate secret letter written by the aforementioned Commander to Their High Excellencies aforementioned, dated the 2nd of this month. C. Separate secret letter written by and to the same as above, dated today. D. Already sent duplicate secret letter written by the Commander to Their High Excellencies under date of 22 January of the past year. E. A bundle of copies of secret resolutions taken in the Council of Mallabaar on the 22nd of January, 18th, 19th, and 26th of February of the past year, item 11 April of the past year. Two plans drafted by the Honourable Brohier and Fornbauer of the covered way do not go over. A plan drafted by Mr. Fornbauer of the flèche. Copy translation of an ola written by the King of Koetsiem to the above-mentioned Commander and received on the 27th of April of the past year. Letter F already sent. A bundle of copies of secret papers that have successively been sent from here directed to the Netherlands, to the Secret Committee at Amsterdam according to the register sewn therein dated 16 March of this year. Koetsiem, the 5th of May 1782: Adriaan Poolvliet, first sworn clerk. Agreed, Adriaan Poolvliet, first sworn clerk. the garrison: a garrison of three thousand five hundred men is deemed necessary, and we had also counted upon this, since the King of Koetsiem had promised a battalion of sepoys, which had already been placed on a European footing by our officers a few years ago, Reflections on: To properly defend this city in the event of a siege, a garrison we respectfully request Your High Excellencies' approval. 14 77 we respectfully request Your High Excellencies' approval. Reflections on the garrison at Koetsiem: To properly defend this city in the event of a siege, a garrison of three thousand five hundred men is deemed necessary, and we had also counted upon this, since the King of Koetsiem had promised a battalion of sepoys to the first signatory, which had already been placed on a European footing by our officers a few years ago, but when the unexpected circumstances Batavia. To His High Excellency, the High, Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and the Honourable, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc. High, Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, Honourable, Stern Lords! Although our respectful secret reports of the 24th of November of the past year were dispatched in duplicate to Kolombo some time ago to Your High Excellencies, and have already been forwarded from there, and we thus trust that at least one set of them will have arrived safely, we nevertheless consider, in these critical times, due to the great uncertainty of travel and the weight of matters, that we do well to have a triplicate follow by this direct and safe opportunity with all the appendices belonging thereto, except for the plans mentioned in the register under numbers 8 and 9, which were dispatched together with the original. The improvements to the fortifications of this fortress indicated therein, and the further measures for its defence, have since been completed, and it may probably be attributed to this that we up to now not 12 14 77
Dutch transcription
wij uwer Hoogedelheeden approbaatsie in eerbied verzoeken. Bedenkingen over Om deeze stad, in kas van beleg, behoorlijk te verdeedigen word een, Gar„ „nisoen van drie duizend vijfhonderd Man nodig g'acht, en hier op hadden wij het garnisoen ook gereekend, door dien de koning van koetsiem een pattailjon sipahis, het te koetsien kan het welk reets voor eenige Jaaren door onze Officiers op Europeeschen voet is ge„ het erwachte om „ de register van de Sekreete papieren, die thans aan Hun Hoog Edelheeden de Hooge Regeering te Batavia worden verzonden, als. — Sekreete-brief door den Heer kommandeur Johan Gerard van Angelbeek. en Raad aan welm: Hun Hoog edelheeden gesch: ged=te eersten dezer. „ B. parte sekreete- brief door gem: Heer komman„ „deur aan Hun Hoogedelheedens welmeld geschreeven gedt: 2de dezer. Aparte -sekreete- brief door en aan als vooren gesch: ged=te heden. reets „ D. versonden Duplikaat - sekreete-brief door den Heer Komman„ „deur, aan hun Hoogedelheeden ge„ „schreeven onder dato 22 Jan: J=o leeden „ L. Een Bondel met kopij sekreete resoluutsen ge„ „noomen in Raade van Mallabaar op den 22e Jan: 18: 19: en 26 febru¬ „ari J=o leeden, Item 11 April J=o leeden. Twee -plans door Ed: Brohier en Fornbauer gaan opgemaakt van de bedekte-weg niet over Een - plan door den Heer Fornbauer opgemaakt van de fleche. kopij Translaat-ola door den koning van L. koethem HI. 14 77 koetsiem aan den h=r kommandeur hier boven gem: gesch: en ontvangen den 27 April J=o leeden. L=a t versonden Een Bondel met kopij sekreete papieren die sukcessive van hier verzonden zijn naar Nederland gericht, aan het geheim kommitté te Amsterdam volgens het daar voor in genaid register ged=t 16e Maart deezes Jaars. — Koetsiem den 5=e Mei 1782: Adriaan Poolvliet E: g: klerk. — Akkordeerd Adriaan Pootliet Eykwik het garnisoen nisoen van drie duizend vijfhonderd Man nodig g'acht, en hier op hadden ook gereekend, door dien de koning van koetsiem een pattailjon sipahis, het te het pretsien kan het welk reets voor eenige Jaaren door onze Officiers op Europeeschen voet is ge„ Bedenkingen over Om deeze stad, in kas van beleg, behoorlijk te verdeedigen word een, Gar„ - wij uwer Hoogedelheeden approbaatsie in eerbied verzoeken. „ 1 „achte om „ de 14 77 wij uwer Hoogedelheeden approbaatsie in eerbied verzoeken. Bedenkingen over Om deeze stad, in kas van beleg, behoorlijk te verdeedigen word een Gar„ nisoen van drie duizend vijfhonderd Man nodig g'acht, en hier op hadden wij het garnisoen ook gereekend, door dien de koning van koetsiem een pattailjon sipahis, het te koetsien kan het welk reets voor eenige Jaaren door onze Officiers op Europeeschen voet is ge„ beloofde Battasson trat aan den Eerstgeteekenden beloofd had, doch toen de onverwachte om„ de En staatgekende het Batavia. aan zijne Hoogedelheid den Hoogedelen Grootachtbaaren wijdgebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alling van wegen den staat der vrije vereenigde Nederlanden en de generaale nederlandsche geoktroieerde Oostindische kompanie Goeverneur Generaal De weledele Gestrenge Heeren Raaden. van Nederlandsch Jndiën &=a &r=a Hoogedele, Grootachtbaare wijdgebiedende Heer. Weledele Gestrenge Heeren! Hoewel onze eerbiedige sekreete advisen van den 24. ' November J:o leeden aan uwe Hoogedelheeden al voor eenigen tijd in duplo naar kolombo afgevaardigd, en van daar ook reets voorgeschikt zijn, en wij dus ver„ „trouwen, dat daar van ten minsten een stel zal zijn te recht gekomen zoo neemen wij echter, in deeze kritieke tijden, weegens de groote onzee„ „kerheid der reize, en het gewigt der zaaken, wel te zullen doen, dat Triplikaaten van wij met deeze direkte en veilige geleegenheid noch een triplikaat laa„ voorige papieren „ten volgen met alle de daar toehoorende bijlaagen, buiten de plans sub N„o 8. en 9. ten register vermeldt, die nevens het origineel ver„„ „zonden zijn. De daar bij aangeweezene verbeeteringen aan de Vestingwerken deezer ge„ den de verdere maatregelen tot derzelven defensie zijn zeder voltoid, en waarschijnlijk mag men daar aan toeschrijven dat wij tot nu toe de eerst beraamde vesting zijn voltoi niet de schreft 12 14 77 beeteringe
English
have not been besieged, for we have been informed through very reliable channels that the enemy actually made preparations for the siege of this fortress not only at the beginning of the good monsoon in Bombay, but also recently, in the month of March in Calicut; and one cannot imagine any other reason, so natural, why they abandoned that plan on two occasions, other than that they were repeatedly warned through good intelligence, which they do not lack and against which we cannot provide, that it would not be so easy to carry it into execution. One would, however, be sorely mistaken if one were to conclude from this that we had nothing to fear in the future. On the contrary, we believe we must naturally assume that our enemies have abandoned their design with no other intention than to resume it with greater force when they have more power at hand. The place itself, with everything in it; the mastery over the whole coast of Malabar; the pepper trade attached thereto; the convenience of grains and other provisions and necessities are already important advantages that they would gain through the conquest of this place. But the damage that they would thereby inflict on Ceylon and on our and the French fleets in these regions is of even greater importance. For that island would then be deprived of all help from here, and would have to expect all grains from Batavia alone, and the fleets would no longer have any place in these regions to supply themselves with rice, wheat, which is imported here from outside, and all kinds of other provisions and necessities, and thus be forced each time to return to Batavia and the French islands; and this would involve such inconveniences, uncertainty, and detrimental outcomes that the capture of the precious island of Ceylon would thereby be facilitated in every way for our enemies and greatly accelerated. These considerations and the lamentable examples of Nagapatnam and Trincomalee have caused us to decide not to be deterred by the expenses that will inevitably accompany any further fortification and necessary defense, judging it in any case to be better to sacrifice a part of what has been entrusted to us for the preservation of the whole, rather than to hasten the loss of everything through untimely timidity. With this aim, we have, at the session of 11 April last, after first deliberating on everything with the Honorable Mr. van de Graaff, resolved upon several further improvements to the fortifications and at the same time an augmentation of our militia, the reasons and motives for which are demonstrated at length in our accompanying secret resolution and the reports and opinions recorded therein. But since these troubled times, in which we are still daily, and even while writing this, threatened with a siege, cause a multitude of distractions and extraordinary orders, whereby we are prevented from devoting as much diligence and time to these our respectful reports as would be necessary to give Your High Mightinesses a detailed account of everything, we very respectfully request for this time, regarding our aforementioned decisions, to be permitted to refer to the said resolution and to suffice with a brief indication thereof. After prior consultation with the Honorable Governor of Ceylon, and upon the report and plan of the Captain-Engineer Brohier, as well as the written report and plan of the Infantry Captain Tornbauer, who arrived here from the Netherlands and is also experienced in military architecture, as well as upon the written advice of the Honorable Mr. van de Graaff, we have resolved to fortify the re-entering places of arms of the covered way before the curtains with ditches, storm palisades, and stockades; to have the salient angles, or the places of arms before the bastions, bonetted and mounted with all the cannon. The reports and opinions are recorded with the resolution, and plans accompany this under the custody of the Honorable Mr. van de Graaff, for which we respectfully request Your High Mightinesses' approval. To properly defend this city in case of a siege, a garrison of three thousand five hundred men is deemed necessary, and we had also counted on this, since the King of Cochin [illegible] a battalion of sepoys, [illegible] and the first signatory [illegible] 13 14 77
Dutch transcription
noomen worden: lon en de vlooten waar door debelee, niet belegerd zijn, want, dat de vijanden, niet alleen in 't begin van de goede ontdenin m sal wat mogelijk wi hetere vordere verdooking en postendigen g ar med is achter gebleeven mousson te Bombai, maar ook noch onlangs eerst in de maand Maart te kalikut, werklijk toe bereidzelen tot de beleegering van deeze vesting onvermeidelijk verzeldt gaan, te laaten afschrikken, oordeelende het in gemaakt hebben, daar van zijn wij, langs heel zeekere wegen, onderricht, allen gevalle beeter te zijn, een gedeelte van 't geen ons is toevertrouwd, en men kan geene andere zoo natuurlijke reeden uitdenken, waarom zij dat tot het behoud van het geheel op te offeren, dan door ontijdige beschroomd„ ontwerp tot tweemaal toe zouden gestaakt hebben, dan dat ze door goede „heid het verlies van alles te verhaosten. kundschap (:waaraan het henlieden niet ontbreekt, en waarteegen wij Met dit oogmerk hebben wij, ter sessie van den 11.' April J:lo:, na ons eerst niet voorzien kunnen:) telkens gewaarschuwd zijn, dat het zoo mak zich aan de resolue ver alles met den Edelen Heer van de Graaff beraaden te hebben verscheidene „lijk niet gaan zal, om het ter uitvoer te brengen. nadere verbeeteringen van de vestingwerken en teffens eene augmentaatsie Men zoude zich echter deerlijk bedriegen indien men hier uit wilde onzer Milietsie gearresteerd, waar van de redenen en moliven bij onze thans dra mogelijk onder opmaaken, dat wij ook in 't vervolg niets te vreezen hadden. Jn tegen„ overgaande sekreete resoluutsie en de daar bij ingeschreevene berich„ „deel meenen wij, natuurlijker wijze, te moeten vast stellen, dat „ten en advisen in 't breede betoogd zijn. Doch dewijl deeze onrustige tijden onze vijanden hun toeleg met geen ander oogmerk gestaakt hebben, dan daar wij noch dagelijx, en zelfs onder het schrijven deses, met ten belee„ om het zelve, als zij meer macht aan handen krijgen, met de grooter „gering gedreigd worden, eene meenigte afleidingen en buiten gewoone be„ nadruk te hervatten. „stellingen veroorzaaken waar door wij belet worden, aan deeze onze eerbie„ De plaats zelve met het geen daar in is; het Meesterschap „dige advisen zoo veel vlijt en tijd te besteeden als noodig zijn zoude, om aan and daar door behaaover de heele kust Malabaar; de daar aan geaffekteerde peperhaudel; uwe Hoogedelheeden van alles omstandige reekenschap te doen: zoo verzoeken ,het gerief van graanen en andere levensmiddelen en behoeften zijn reets wij zeer eerbiedig voor ditmaal, nopens onze voormelde besluiten, aan wigtige voordeelen, die zij door de verovering dezer plaatse zou„ gemelde resoluutsie temoogen gedraagen en met een korte aanwijzing en wat nadeel leij den verkrijgen. Doch het nadeel, dat ze daar door aan Ceilon van dezelven temogen volstaan. daar bij lijden en aan onze ende fransche vlooten in deeze gewesten zouden Na voorafgegaane raadpleeging met den Edelen Heer Ceilon goeverneur toebrengen, is van noch meerder gewigt. want dat Eiland zoubesluit om dew apen „de als dan van alle hulpe van hier verstooken zijn, en alle graa elesten wig te port gelheevan de verbeetering en door battrescharpe, en op het door de „nen van Batavia alleen moeten verwachten, en de vlooten zou„ficeeren. „richt en plan van den kapitain Jngenieur, Brohier, mitsgaders „den geene plaats meer in deeze gewesten hebben, om zich van het schriftelijk bericht van play van den uit Nederlands hier rijs, tarwe, die hier van buiten word ingevoerd, en aller lij aangekoomenen Jnfanterij: kapitain Tornbauer die in de krijgs= andere levensmiddelen en noodwendigheeden te voorzien, en dus bouwkunst meede ervaaren is, mitsgaders op het schriftelijk advis genoodzaakt zijn telkens naar Batavia en de fransche Eilan„ van den Edelen Heer van de Graaff hebben wij beslooten, de insprin„ „den terug te keeren, en dit een en ander zoude aan zulke onge„ „gende wapenplaatsen van den bedekten weg voor de gordijnen met grachten stormpaalen en pallissaaden, te fortificeeren, de „makken, onzeekerheid en nadeelige uitkomsten vast zijn, dat de uitspringende hoeken, of de wapenplaatsen voor de Bastions, te vermeestering van 't kostelijke Eiland Ceilon daar door op aller„ laaten bonnetteeren en al het kanons te bezetten; De berechten en „lij wijze voor onze vijanden gefaciliteerd en veel verhaast zoude advisen zijn bij de resoluuitsie ingeschreeven en plans gaan hier nee„ ee„ Deeze overdenkingen en de beklaaglijke voorbeelden van „vens onder berusting van den Edelen Heer van de Graaff Ook is, op het schriftelijk berecht en plan van eevengem: Tornbaier worden. deerde besluit. Nagapatnam en Trinkenemale hebben ons doen besluiten wat voordeel de vij„ wij uwer Hoogedelheeden approbaatsie in eerbied verzoeken. Bedenkingen over Om deeze stad, in kas van beleg, behoorlijk te verdeedigen word een, Gar„ „nisoen van drie duizend vijfhonderd Man nodig g'acht, en hier op hadden wij ook gereekend, door dien de koning van koetsiem een pattailjon sipahis, het te eoide Maten on taat an van ens e eken e oeos aen oe oe eeen wat is „ en de Eerstgeteekende het garnisoen om Konform „en zouden. het daar opge 13 14 77
English
we respectfully request your High Excellencies' approval. To properly defend this city in case of a siege, a garrison of three thousand five hundred men is deemed necessary, and we had also counted upon this, because the king of koetsiem had promised the First Signer a battalion of sipahis, which had already been brought onto a European footing several years ago by our officers; however, when the unexpected revolution took place in the realm of the Samorin, concerning which the First Signer made a detailed report to your High Excellencies in his respectful separate letter of 22 January of this year, the prince informed us that he dared not assist us with any men at present, partly because he himself needed them to protect his northern provinces against the Samorin's Nairs, and partly because the English, being now masters in the realm of the Samorin and thus his closest neighbors, would then have a pretext to attack him hostily. We have therefore resolved to resume the suspended recruitment, to bring the sipahis up to two battalions, and to raise a second battalion of the so-called kristanten, from whom one can obtain just as much service on this coast as from sipahis, and who earn less pay. But the pay that these people earn is already very low compared to the sipahis, and moreover they receive no rice; we have therefore, in accordance with the advice of the Honorable Mr. van de Graaff, granted them two parras of paddy per month, and at the same time resolved to distinguish them henceforth by the name of koetsiemsche sipahis. Furthermore, upon the advice of the frequently mentioned Honorable Mr. van de Graaff and in accordance with the written report of the commandant and other committee members, the native troops have been divided into battalions; a subaltern officer and a sergeant have been placed with each company, and a captain as commandant over each battalion, which arrangement is judged absolutely necessary if one wishes to derive proper use from them, especially in a siege, where fierce fighting must often take place in many locations at once. The officers are everywhere, but especially then, the soul of the entire military service, and a common soldier will not stand firm during a violent assault if he is not led, encouraged, and held to his duty by them; especially from native troops one can expect little if they are not led by Europeans. In accordance with the advice of the highly esteemed Mr. van de Graaff, it was resolved to have the cavalier on the bastion Holland dismantled and to restore the same to its former state, as well as between the same [illegible] and the plan was delivered to the repeatedly mentioned Honorable Gentleman. In like manner it has been resolved to have the parapets on the bastions repaired, and instead of the stone platforms, whereby the destruction from the enemy's cannonballs and bombs becomes noticeably greater, to have others made of wood, and to have a start made with both of these works on the bastions Holland and Zeeland. The river between this city and the island of Baipien is in some places not even ninety rods wide, so the city can easily be fired upon and bombarded from there, and the trees and houses, as well as the Roman church standing on the beach of that island, would favor this hostile enterprise and hinder us from properly repelling the same. The Honorable Mr. van de Graaff is therefore of the opinion that the trees must be felled and the harmful buildings torn down, whereupon we have resolved to have the timber cleared away immediately, and to clear the ground, but first to have the houses and church inspected and appraised by delegates, and then also to take the necessary decisions regarding them. Furthermore, it has been judged necessary to raise the bastion overijssel and the curtain between it and stroomburg, which are so low that they can easily be scaled by surprise, generally by four feet, and to dig a small ditch in front of the same, as well as to place a retrenchment with two cannons at both ends of the curtain. We have also resolved on the aforesaid day to purchase the necessary timber for making barracks and for securing the small powder magazines on the bastions, as well as thirty-six [illegible] of Angelika wood for making pontoons in the city moats; and to be assured that all these improvements are properly carried out, we have entrusted the supervision thereof to the aforesaid Captain-Military Fornbacier; to all of which resolutions we respectfully request your High Excellencies' approval. Our situation remains equally uncertain and worrisome, because our enemies near our borders not only remain stationed in the land of the Samorin, but also grow stronger daily, of which I [illegible].
Dutch transcription
wij uwer Hoogedelheeden approbaatsie in eerbied verzoeken. Bedenkingen over Om deeze stad, in kas van beleg, behoorlijk te verdeedigen word een, Gar„ „nisoen van drie duizend vijfhonderd Man nodig g'acht, en hier op hadden wij ook gereekend, door dien de koning van koetsiem een pattailjon sipahis, het te koetsien van het welk reets voor eenige Jaaren door onze Officiers op Europeeschen voet is ge„ het „bragt, aan den Eerstgeteekenden beloofd had, doch toen de onverwachte om„ de beloofde Battaljo „wenteling in het samorijnsche Rijk voorviel, waar van de Eerstgeteekende bij zijne eerbiedige aparte van den 22. Januari deses Jaars aan uwe Hoog „edelheeden omstandig rapport gedaan heeft, liet de vorst ons weeten tot niewassirk konform het advis van hoog gedachten Heer van de Graaff beslooten dat hij ons thans met geen volk durfde bijspringen, eensdeels, wijl hij Holland te sloo„den kavalier op het bastion Holland te laaten afbreeken en het zel„ het zelve zelfs noodig had tot bescherming zijner noordelijke provincien „ve in zijn voorigen staat te herstellen, mitsgaders tusschen het zelve tegen de Samiorijnsche Nairos en anderdeels, om dat de Engelschen an leck an te tege van het zelve, het berecht is aandeggen de reslemitsie wardeldiging thans Meesters in het Rijk van Sammorijn en dus zijne naaste buuren zijnde, als dan een voorwendzel zouden hebben, om hem vijandig aan te vallen. en het plan aan meermelden Edelen Heer afgegeeven. Jnzelver voegen is beslooten, de borstweerings op de bolwerken te laaten beeferenons te v= verbeeteren en in steede van de steene beddings, waar door de verwoesting De wening te her„ wij hebben dus beslooten de gestaakte werving te hervatten, en de sipahis tot twee battaljons toevallig te maaken mitsgaders van de zoo genaam„ houte beddingste van de vijandige kogels en bommen merklijk grooter word, anderen van vatten. „de kristanten van welken men op deeze kuste eeven zoo veel dienst kan heb„ hout te laaten maaken en met dit een en ander op de bolwerken Holland nog een battaljon ben, als van sipahis en die minder gasie winnen een tweede Battaljon op te richten. Doch de gasie die dit volk wint, is in vergelijking van de Sipahis en Zeeland telaaten beginnen. kristanten op te De rivier tusschen deeze stad en het eiland Baipien is op zom„ reets zeer gering, en daar bij genieten ze geene rijs wij hebben dus, konform rigten. Bripin te laaten, mige plaatsen nog geene neegentig roeden breed, dus kan de stad van daar gemaklijk beschooten en gebombardeerd worden en de boo„ aan denzelven swaan het advis van den Edelen Heer van de Graaff aan dezelven 'smaands twee parras Neli twee parras Nelie toegelegt, en teffens beslooten om ze voortaan met den dat Eiland staande, zouden deeze vijandige onderneeming begun, en denaam van koet raam van koetsiemsche sipaties te distinqueeren en de kompanien op den „men en huizen mitsgaders d' Roomsche kerk, aan het strand van te geeven Voorts zijn op het advis van meergem: Edelen Heer van de Graaff en „stigen en ons hinderen; om dezelve behoorlijk te keer te gaan. De Edel tevoegen Heer van de Graaff is dus van gevoelen, dat de boomen gevelt en verdeeling van d' in het schriftelijk bericht van den kommandant en verdere gekommitteerde de schaadelijke gebouwen afgebrooken moeten worden, waar op wij de kerken huizen te beslooten hebben het geboomte ten eersten te laaten weg-kappen en op landsehe troepen officieren inlandsche troepen verdeeld in Battaljons, bij ider kompanie is een in pattaljons subaltern officier en een serjant geplaatst en over elk Battaljon een kapi„ opneemen en taxeeren mitsgaders als dan ook daar omtrend het bij de companien „ tain als kommandant, welke inrichting volstrekt noodig g'oordeeld en kompanien. ruimen, doch de huizen en kerk eerst door gekomitteerden te laaten is, als men van dezelven behoorlijk nut wil trekken, voor al in eene belee„ kap=n geplaast „ gering, daar dikwils, en op veele plaatsen te gelijk, scherp gevochten moet officiers bij de battalsons noodige te besluiten. worden; De officiers zijn over al, doch voornaamlijk als dan, de Ziele„ het bolwerk overijssel Wijders is noodig g'oordeelt, het bolwerk overijssel en de gordijn kus„ van den heelen Militairen dienst, en een gemeen soldaat zal bij een ge„ waar van reedenen en de gordijn tussen schen het zelve en stroomburg die zoo laag zijn, dat ze maklijk „weldigen aanval geen stand houden, als hij niet van dezelven aange„ burg te laaten verkoo„ bij surprise kunnen beklommen worden doorgaans vier voeten „voerd, aangemoedigden tot zijnen plicht gehouden word: voor al heeft te verhoogen, en voor dezelve een kleen grachtje te trekken mits„ men van inlandsche troepen weinig te verwagten, als ze niet door „gaders aan beide enden van de gordijn eene afsnijding met twee Europeesche kanons teleggen. Noch hebben wij ten dage voorschreeven beslooten het noodige houtwerk houtwerk voor de tot het maaken van barakken en tot beveiliging van de kleene kruitma„ „zijntjes op de bolwerken te laaten inkoopen, gelijk ook ses en dertig mans „ onze vijanden wor„ „ten, en om verzeekerd te zijn, dat alle deeze verbeeteringen behoorlijk werken aan kap=n gemaakt worden, hebben wij het opzicht daar over opgedraagen aan den niet geeven. Wornbaur op te voorm: kapitain Militair Fornbacier; op alle welke besluiten het garnisoen van den nadeerigen wooren op onse ortangen samorijn dagelijk vijanden, digt op onze grensen niet alleen blijven posthouden, ee„ maar ook dagelijx sterker worden, waar van ik hier „jouws van Angelika hout, tot het maaken van ponten in de stads-grach,„ den in 't land van blijft onze toestand even onzeeker en zorglijk, door dien onze wi eene „pen. de borstweerings op leggen opruimen laaten opneemen. belegering in te koopen. het op zicht over draagen. sterken gegeeven worden. 14 77
English
15 timber for the making of barracks and for securing the artillery. Continuation are led by European officers, for which reason the English, who achieve virtually the same results with their sepoys as others do with Europeans, place a great number of European officers and non-commissioned officers among them. The Honorable Mr. Moens had already demonstrated the necessity thereof in a separate secret letter of 27 October 1780 to Your Right Honourables; the words with which this was done then apply all too well to our present situation not to bring them back to the memory of Your Right Honourables here. If then our native companies could be organized in this manner, I do not doubt that we would be able to accomplish far more with our native troops than otherwise, and as the improvement in that matter is now so highly necessary that it cannot be introduced soon enough, I will, in the hope of Your Right Honourables' favorable approval, already make an immediate start with the sepoys to organize our companies according to my proposal, yet with regard to the land troops, namely the native Christians and Chegos, wait until I shall be further authorized thereto by Your Right Honourables, unless in the meantime circumstances should make such an arrangement unavoidable, in which case I flatter myself that Your Right Honourables would even expect that I, having first-hand knowledge of the critical and alarming circumstances of the times here, and also being able to foresee the pressing necessity earlier than Your Right Honourables, would do what is necessary, instead of neglecting what is required through a misplaced scrupulousness under the pretext of first having to receive orders. When the Honorable Mr. Moens wrote this, His Honour probably had his sights set solely or principally on the unrest with the Nawab Hyder Ali Khan and not on a war with the English. At least the circumstances could never become more critical, never more alarming, never make the aforementioned organization more necessary or unavoidable than at present, since we are dealing with a European enemy among whom this arrangement is already in actual practice. We have therefore proceeded with the appointment of Captain von Sauer, who was still present here, as commander over a battalion of sepoys, and three French officers, who arrived here from Goa and could find no opportunity to travel to Coromandel, named Louis Alexander Michel Chevalier De Lormier, captain, Pierre Burguez, and Louis de Paradis, lieutenants, engaged to serve during their stay here with our native troops, in their capacity and for the salary and emoluments established for that purpose with us, the first as commander of the battalion of Cochin sepoys and the other two with as many companies, whereby just as many permanent appointments have been saved, and from which we, in case of a siege, promise ourselves much good, as they are very experienced officers accustomed to fire, and moreover speak the native languages. Likewise, we have not wished to make any appointments in the two Ceylon companies, and have therefore limited ourselves only to the following. The three senior lieutenants, Godlieb Georg Gebhard, Jakob Bernhard Weinsheimer, and Justinus Andreas Nachtrab, have been appointed captain-lieutenants; the first is stationed with the staff company, the second as commander with the second battalion of sepoys, and the third with the newly established company of Topasses; appointed as lieutenants are the ensigns Jan George Muller, Johan Andries Lintzer, Wilhelm Krans, Louis van Mander, and Johan Fredrik André, as well as appointed as ensigns the sub-adjutants Daniel Bakker and Johannes Nikolaas Bisschop, together with the sergeants Fredrik Treiter, Gerrit van der Voort, Jakob Reemer, Gerrit Eernink, Koenraad Stelling, Hendrik de Leder, George Wilhelm Frikke, Pieter Joseph according to the pay books, but rightly named Pieter Josef De Kant, Johan Kasper Schoeman, Frans Willem Sonborn, Jurgen Jailinger, Cristiaan David Milius, and Johan Ernst Faber, together with sergeant Jakob Keizer and corporals Jan Adolf Alles, Nikolaas Roose, and Jan Baptist Coint appointed as sub-adjutants. The artillery, in a siege a matter of the very greatest weight, is very weakly staffed here, as Your Right Honourables know; we have therefore, as much for its encouragement as out of the necessity of having more officers, provisionally appointed thereto Lieutenant Jakob Kraus, to whom [illegible] to purchase wood of Angelica timber for the making of pontoons in the town moat, our situation remains just as uncertain and alarming, since our enemies, close to our borders, not only continue to hold their posts, but also grow stronger daily, of which I here [illegible] Captain Militair Fornbacier; upon all which decisions [illegible] from the Zamorin daily [illegible] in the land of [illegible] to entrust the supervision thereof to the aforementioned Captain Military Fornbacier; upon all of which resolutions [illegible] received by us [illegible]
Dutch transcription
15 houtwerk voor de tot het maaken van barakken en tot bevettiging van de reeene d' Artillerij. Vervolg Europeesche Officiers bestierd worden, weshalven de Engelschen, die met hun „ne sipahis genoegzaam het zelve uitrichten, wat anderen met Europee wat de Ed: Heer schen doen, bij dezelven eene meenigte Europeesche Officiers en onder officiers revens hier rak geschreven plaatsen. De Edele Heer Moens heeft de noodzaaklijkheid daar van reets bij aparte sekreete Missive van den 27. oktober 1780. aan uwe Hoogedel„ „heeden betoogd, de woorden, waarmeede dit toen geschied is, passen te zeer op onze tegenwoordige situaatsie, om ze hier niet weer in het geheugen van uwe Hoogedelheeden te verteegenwoordigen. „ Jndien dan onze inlandse compenien op deze wijze mogten ingericht „ zijn, dan twijffel, ik niet, of we zouden met onze inlandse troepen vrij „ meer kunnen uitvoeren als anders en wijl de verbeteringe in dat ar„ „ticul tans zoo hoog noodzaakelijk is, dat dezelve niet vroeg genoeg „ kan ingevoerd worden, zoo als ik in hoop van uw Hoog Edelheedens „ gunstig approbatie met de sipahis reets dadelijk een begin maaken, om „ onze Compenien, na mijn voorstel interigten, dog met betrekkinge „ tot de land troupes namentlijk de Jnlandse Christenen en Chegossen, „ wagten tot dat ik van uw Hoog Edelheedens, daar toe nader zal vervolg „ gequalificeerd zijn, ten waare intussen de omstandigheeden een zoda„ „nige inrigtenge overmijdelijk mogten maaken, in welk geval ik mij „vlije, dat uw Hoog Edelheedens zelfs zouden verwagten, dat ik, die „ de Critique en zorgelijke omstandigheeden des tijds, hier uit de eersie „hand hebbende, en ook vroeger dan uw Hoog Edelheedens de drin„ „gende nood kunnende zien aankoomen, het nodige zoude doen, in „steede van door eene verkeerde schrupuleusheid het nodige te ver„ „zuimen onder pretext van eerst onder te moeten hebben. Goen de Edele Heer Moens dit schreef zag zijn Edele waarschijnlijk den zijn vel drij , alleen of voornaamlijk, op de onlusten met den Nabab Halder Alichan en niet op een oorlog met de Engelschen, Ten minsten de omstandigheeden kon„ den nait kritieker, noit zorglijker worden, noit de voorsz: inrichting nood„ „zaaklijker of onvermeedelijker maaken dan tegenwoordig, daar wij met een Europeeschen vijand te doen hebben, bij wien deeze inrichting reets werklijk standgrijpt. – Wij hebben derhalven tot de aanstelling kapitain von sauer die zich noch hier bevond tot kommandant benoemd over een Battaljon Sipahis en drie faansche Officiers, die de nodije Copfen van de hier tot noodiee ficiens moeten treeden, doch om dit met het meerte Avonceenent bij en dit departement is hier, gelijk uwe Hoogedelheeden weeten zeer „zijntjes op de volwerken te laaten inkoopen, gelijk ook ses en dertig mans„ onze vijanden wor„ „ten, en om verzeekerd te zijn, dat alle deeze verbeeteringen behoorlijk werken aan kap=n gemaakt worden, hebben wij het opzicht daar over opgedraagen aan den sterken Wornbaur op te voorm: kapitain Militair Fornbacier; op alle welke besluiten van den nadeenigen woorden op ons ontangen samorijn dagelijk vijanden, digt op onze grensen niet alleen blijven posthouden, maar ook dagelijx sterken worden, waar van ik hier „jouws van Angelixa hout, tot het maaken van ponten in de stads-grach, den in 't land van blijft onze toestand even onzeeker en zorglijk, door dien onze van Goa hier gekomen waaren en geene geleegenheid naar kormandel vin „den kosten met naamen Louis Alexander Michel Chevallier De Lormier, kapitain, Pierre Burguez en Louis de Para„ de „dis, Luitenants, geengageerd, om, geduurende hun verblijf alhier, bij het onze inlandsche troepes, in hunne qualiteit en voor de gasie en emo„ „lumenten bij ons daar toe staande, te dienen d' Eerste als komman„ „dant van het Battaljon koetsiemsche sipahis en de twee anderen bij zoo veel kompanien, waar door zoo veel vaste aanstellingen uitge„ „wonnen zijn en waar van wij ons, inval van beleegering, veel goeds belooven, door dien zij zeer bedreevene en aan 't vuur gewoone Officiers zijn, en daar bij de inlandsche taalen spreeken. ook hebben wij bij de twee Ceilonsche kompanien geene aanstel„ „lingen willen doen, en ons dus alleen bepaald tot de volgenden. De drie oudste Luitenants, Godlieb, Georg, Gebhard, Jakob Bern„ „hard Weinsheimer en Justinus Andreas Nachtrab zijn benoemd tot kapitain Luitenants, d'eerste is bij de stafkom„ „pance, de tweede als kommandant bij het tweede Battaljon sipahis, en de derde bij de nieuw opgerigte kompanie Toepas ge„ „plaast; Tot Luitenants zijn benoemd de Vaandrigs Jan George Muller, Johan Andries Lintzer, Wilhelm krans, Louis van Mander, en Johan Fredrik André, mitsgaders tot vaandrigs der onder-Adjudanten Daniel Bakker en Johan„ „nes Nikolaas Bisschop, mitsgaders de serjants Fredrik Treiter, Gerrit van der Voort, Jakob Reemer, Gerrit Eernink koenraad stelling, Hendrik de Leder, George Wilhelm Frikke, Pieter Joseph volgens de soldij boeken, doch te recht genaamd Sie„ ter Josef De kant, Johan kasper Schoeman, Frans wil„ „lem Sonborn, Jurgen Jailinger, Cristiaan David Milius, en Johan Ernst Faber, mitsgaders de serjant Jakob Keizer en de korporaals Jan Adolf Alles, Nikolaas Roose en Jan Bap„ „tist Coint tot onder-adjudanten. De Arthillerij heeft, bij eene belegering eene allergewigtigste saak zwak besteld; wij hebben derhalven, zoo veel tot aanmoediging van het zelve als uit noodzaakelijkheid van meerdere officiers, daar bij provisioneel aangesteld Den Luitenant Jakob Kraus, aan w7P eene „gendaa. cieren. belegering in te koopen. het op zicht over de draagen. van vervolg vervolg 77 e w
English
timber for the construction of barracks and for the covering of the... to whom, at the session of 19 July 1781, the supervision of the ammunition house and the powder magazines, as well as the command over the artillerymen, was provisionally entrusted: to Captain Lieutenant and Commander; the extraordinary Lieutenant Andries van Eijk to ordinary Lieutenant; the ordinary fireworkers Jan Hendrik Voogt and Leopold Beijer to extraordinary Lieutenants; the extraordinary fireworkers Jan Diderik Pas and Karel Lodewijk Godlob von Krause to ordinary fireworkers; and the Bombardier Adriaan Snell, together with the gunners Pieter Elstendorp and Jan Jakob Greesing, as having the greatest competence for it, to extraordinary fireworkers. Request for approval. We very respectfully implore Your High Excellencies favorably to approve all these appointments, as having been made out of pressing necessity and for the preservation of this place, and we simultaneously take the liberty to bring to Your High Excellencies' attention how, in these times when one has to expect foreign and our own warships and entire squadrons, an Equipage Master here should at least have some rank to be properly employed in his department, and on that account to recommend our Equipage Master Johannes van Blankenberg, who is diligent in his service and gives satisfaction, to the favor of Your High Excellencies for promotion to skipper, of which title and rank have been granted to him pro interim in the hope of your high approval. Concerning the powder mill. We have, in our respectful letter of 24 November, informed Your High Excellencies that, in order to provide ourselves with more gunpowder, we had brought the old powder mill back into a condition to grind. However, we have encountered much adversity in this, for the entire mill seems from the beginning not to have been constructed in the best manner, and was besides now also old and dilapidated, so that it constantly broke down and had to be repaired, during which times the work stood still for so long; moreover, it delivered only poor powder, which upon proof barely reached sixty feet high, notwithstanding that the sulfur and saltpeter were accurately refined, which latter defect also seemed to be the result of the poor construction of the mill. We therefore began to have the powder stamped in hand mortars by the coolies who were assigned to the mill, and in that simple manner we obtained about two thousand pounds a month of excellent powder rising over one hundred feet high. We have thereupon abolished the entire machine and now have the powder prepared in that simple manner, as the natives everywhere do here, and have, as appears from the aforementioned secret resolution, doubled the number of coolies and enlarged the necessary implements accordingly, with which we hope daily to make one hundred and ninety pounds of powder, not doubting that this will be pleasing to Your High Excellencies. purchasing of timber for the fortifications in the event of a siege, as well as thirty-six manjouws of angelica wood for making pontoons in the city moats, and to be assured that all these improvements are properly made, we have entrusted the supervision thereof to the aforementioned military Captain Fornbacier; to all which resolutions... Regarding the state of the war and the native princes, the undersigned Commander has taken it upon himself to report to Your High Excellencies in a separate missive, to which we therefore respectfully refer, while we remain with the purest sentiments of respect and loyalty. Below stood: High Noble, Highly Honorable, Widely Commanding Sir, and Honorable, Stern Sirs! Your High Excellencies' humble and faithful servants. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. van Harn, J. van den Busch, N. W. Beits, J. L. van Spall, A. J. S. Vernede, J. A. Cellarius, W. van Haeften, and J. A. Daimichen. In the margin: Cochin, 1 May 1782. Agreed. H. Sael Sworn Clerk our enemies grow stronger in the land of the Zamorin daily, our situation remains just as uncertain and anxious, because our enemies not only continue to hold their posts close to our borders, but also become stronger daily, of which I here...
Dutch transcription
pagiemee houtwerk voor de tot het maaken van barakken en tot oeverteging van de reeene wien ter sessie van den 19. Juli 1781. tot opzicht over 't ammonietsie-huis en de kruid- magazijns mitsgaders het kommando over de Arthilleristen proviji„ „oneel was opgedraagen tot kapitain Luitenant en kommandant den extra ordinair Luitenant Andries van Eijk tot ordinair Luitenant; de ordi„ „naire vuurwerkers Jan Hendrik Voogt en Leopold Beijer tot Extra ordi„ „naire Luitenants; de extra ordinaire Vuurwerkers Jan Diderik Pas en karel Lodewijk Godlob von krause tot ordinaire vuurwerkers, en den Bombardier Adriaan Snell mitsgaders de kanoniers, Pieter Elstendorp en Jan Jakob Greesing als daar toe de meeste bequaamheid hebbende tot Extra-ordinaire vuurwerkers verzoek om op „ bij imploreeren uw Hoog Edelheeden zeer eerbiedig alle deeze aanstel„ probaatsie. „ lingen als uitdringende noodzaaklijkheid en ter behoudenis van deeze plaats gedaan zijnde gunstig te approbeeren, en bevrijmoedigen ons teffens, om onder het oog van Hoogst dezelven te brengen, hoe in deezen tijd, daar men vreumde en eigene Oorlogs scheepen en heele Esquaders te wachten heeft een Equipassemeester alhier ten minsten eenigen rang diend te hebben, voordragt van om in zijn departement behoorlijk te kunnen worden gebruikt, en ter tot schipper om uit dien hoofde onzen Equipagiemeester Johannes van Blan„ „kenberg, die in zijn dienst Vrgitant is en genoegen geeft, in de gunst van uw Hoogedelheeden te rekommandeeren, ter bevordering tot schipper waar van hem de titel en rang in hoope van hooge welduiding pro interim is toegevoegt. Wij hebben bij onze eerbiedige van den 24. ' November aan uwe aan de kruitmer og edelheeden kennis gegeeven, dat wij, om ons van meerder bus„ „kruit te voorzien, de oude kruitmoolen wederom in staat gebragt hebben om te maalen. Doch hier in hebben wij veel tegenspoed ontmoet, want de heele moolen schijnt van den beginne afaan niet naar de beste wijze gekonstueerd geweest te zijn, en was buiten des nu ook oud en bouwvallig zoo dat ze geduurig onklaar raakte en gerepareerd moest worden wan„ „neer het werk zoo lange stil stond, daar en boven leverde ze maar slegt kruit uit het welk bij de proef nauwlijx sestig voeten hoog sloeg niet tegenstaande de zwavel en salpeter nauwkeurig geraffineerd waa„ ren, welk laaste gebrik meede scheen het gevolg te weezen van de quaade konstruksie der Moolen, wij begonnen dus het kruit, door de koelies die op de Moolen, bescheiden waaren, in hand blokken stampen, en kreegen op die eenvoudige wijze 'smaands omtrend twee duizend pond, kostelijk bedogering in de zijntjes op de volwerken telaaten inkoopen, gelijk ook ses en dertig mans „ onze vijanden wor„ „ten, en om verzeekerd te zijn, dat alle deeze verbeeteringen behoorlijk werken aan kap=n gemaakt worden, hebben wij het opzicht daar over opgedraagen aan den „jouws van Angelika hout, tot het maaken van ponten in de stads-grach„ den in 't land van blijft onze toestand even onzeeker en zorglijk, door dien onze Wornbaur op te voorm: kapitain Militair Fornbacier; op alle welke besluiten van den nadeenigen woo ooningen samorijn dagelijk vijanden, digt op onze grensen niet alleen blijven posthouden, kostelijk kruit over de honderd voeten hoog slaande, wij hebben daar op de heele machine afgeschaft en laaten thans het kruit op die eenvoudige wijze bereiden, zoo als de inlanders hier over al doen, en hebben de blijkens meerm:e sekreete resoluutsie het getal der koelies verdubbeld het en het noodige gereedschap naar maate vergroot, waar meede wij de dagelijx hoopen honderd en negentig pond kruit aan temaaken, niet twijfelende of dit zal uwe Hoogedelheeden aangenaam zijn. Nopens den toestand des Oorlogs en de Jnlandsche vorsten, heeft de ondergeteekende kommandeur op zich genoomen aan uwe Hoog „edelheeden bij eene aparte Missive rapport te doen, waar aan wij ons dus in eerbied gedraagen, terwijl wij met de Zuiverste gevoelens van eerbied en trouwe blijven. /:onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer, en Weledele Gestrenge. Heeren! uwer Hoogedelheedens onderdaanige en getrouwe dienaaren. /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek R: van Harn, J: van den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall A. J: S: vernede, J: A: Cellarius, w: van Haef„ „ten en J: A: Daimichen /in margine:/ koetsiem den 1. Mai 1782: — Akkordeerd. H Sael (Gezwe: klerk:) wis eene den Eg verbeeteringen ben. het op zicht over de draagen. 8 sterken maar ook dagelijx sterken worden, waar van ik hier 16 77 ging van de reeete o van den naoeengen houtwerk voor de tot net maanen „zijntjes op de bolwerken te laaten inkoopen, gelijk ook ses en dertig mans„ onze vijanden wor„ belegering in te blijft onze toestand even onzeeker en zorglijk, door dien onze „jouws van Angelixa hout, tot het maaken van ponten in de stads-grach„ den in 't land van Samorijn dagelijx „ten, en om verzeekerd te zijn, dat alle deeze verbeeteringen behoorlijk vijanden, digt op onze grensen niet alleen blijven posthouden, sterken werken aan kap=n gemaakt worden, hebben wij het opzicht daar over opgedraagen aan den maar ook dagelijx sterken worden, waar van ik hier Wornbaur op te voorm: kapitain Militair Fornbacier; op alle welke besluiten koopen. het op zicht over de draagen eene 77
English
and in order to be assured that all these improvements be properly made, we have entrusted the supervision thereof to the captain military Fornbacier; to all which resolutions To Batavia To His Right Honourable The Right Honourable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Chartered East India Company, and The Honourable, Highly Esteemed Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Honourable, Highly Esteemed Gentlemen! Since my last respectful separate letter of 22 January, of which the duplicate is enclosed herewith, wherein I informed Your Honours among other things of the unexpected revolution in the Zamorin's Realm and of its adverse influence on our interests in the land of the Zamorin, our situation remains equally uncertain and precarious, because our hereditary enemies not only continue to maintain their posts close to our borders, but also grow stronger daily, of which I shall give a brief account here. At the beginning of January, three or four warships of Johnstone's fleet, with a multitude of transport ships and three thousand Europeans under General Medows, arrived at Bombay. The warships immediately went to Coromandel, and on 7 February seven three-masted ships sailed past here towards Anjengo, which we later understood to be English, and specifically transport ships of Johnstone's fleet packed with European soldiers. Without doubt, this transport was intended to support the hostile operations on Ceylon; but before Anjengo they received news from a Portuguese ship, the Nossa Senhora da Arrabida, which had come from Europe and called at Mauritius, that on 7 December a powerful French fleet had set sail from the latter island for these regions, whereupon they immediately turned back to the north. In this way, the mere report of the arrival of the French fleet has already had a fortunate effect for Ceylon, and I hope and wish that this fleet, now that it has actually landed, will foil all further designs of our enemies. We, on the other hand, have thereby acquired a great superiority of forces in our neighborhood, as most of the troops have been put ashore at Calicut, amounting according to accurate reports to about two thousand men. Calicut itself had already been captured beforehand by the English, and the Nairs had taken possession of Chetwai and Pappinivattom; and since then rumors became general that they intended to besiege us during this very monsoon. To that end, the European troops with the ships were to be put ashore between St. Andrews and Manicode, six hours south of Cochin, and the native troops were to advance overland from the north. This became very probable because the King of Travancore had a great quantity of provisions, not only of rice but also of pigs, goats, chickens, etc., gathered from his country at the aforementioned place, and because first his troops, and subsequently also the Paliat Achan's troops, who had hitherto been quartered with us at Ayacotta, departed quietly and without warning. This made a great change in our previous resolution—which I have already had the honor to communicate—to abandon Cranganore and Ayacotta upon the approach of the enemies; for I now realized that we ought to hold off the native troops of the enemies, who were to come from the north, for as long as possible, until the rainy season should make the siege of our city impracticable. To that end, as appears from secret resolutions of 19 and 26 February last, transmitted among the enclosures to this letter, we decided to have Cranganore defended. Lieutenant Nachtrab has been installed there as commander; the garrison has been reinforced with twenty-five European privates and a company of sepoys, and provided with everything necessary for defense, to the satisfaction of the aforementioned commander. That his king had immediately written an ola to the English colonel and to the King Zamorin to postpone the enterprise against Cochin a little longer, but that they would not listen to it because we had no power at all.
Dutch transcription
„ten, en om verzeekerd te zijn, dat alle deeze verbeeteringen behoorlijk werken aan kap=n gemaakt worden, hebben wij het opzicht daar over opgedraagen aan den houtwerk voor de tot het maaken van oncurpen en voo vorueging van de rreete, va sterken Batavia Aan zijne Hoogedelheid Den Hoogedelen groot achtbaaren wijdgebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting van weegen den staat der vrije vereenigde Nederlanden en de Generaale Geoktroieerde oostindische kompanie Goeverneur Generaal De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën. Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer! en Weledele Gestrenge Heeren! zeeder mijne laaste eerbiedige aparte letteren, van den Inleiding 22. ' Januarij waar van de weedergaade hier neevens, waar bij ik uw Hoogedelheeden onder anderen berecht gaf, van de onverwachte omwenteling in het samorijnsche Rijk en van den nadeeligen invloed van dezelve op onze belangen samorijn dogelijk vijanden, digt op onze grensen niet alleen blijven poosthouden, maar ook dagelijx sterken worden, waar van ik hier „jouws van Angelika hout, tot het maaken van ponten in de stadsgrach,„ den in 't land van blijft onze toestand even onzeeker en zorglijk, door dien onze er belegering in te zijntjes op de volwerken te laaten inkoopen, gelijk ook ses en dertig mans „ onze vijanden wor„ Wornbaur op te voorm: kapitain Militair Fornbacier; op alle welke besluiten „na luisteren, om dat wij geheel geen vermoogen hadden. „ Dat zijn koning ten eersten eene ola aan den Engelschen kol„ de „lonel en aan den koning samorijn geschreeven had, om de het 6 ketsiem noch wat uittestellen, doch de w7P eene L=a A. en en Apart en sekreet 21 77 koopen. het op zicht over de draagen Johustones vloot schepen met Mi„ „lietsie naar de tijding van de dus keerden terug te kalikut aan te versterken. gemoor te behou „heid van dien. eene korte aanwijzing zal doen. Jn 't begin van Januari zijn drie of vier oorlogs schee„ met Milietsie „ pen van Johnstones vloot met eene meenigte transport hun voorneemen scheepen en drie duizend Europeschen onder generaal zijn ten eersten naar kormandel gegaan en op den 7. febr: zeilden hier zeeven driemastige scheepen voor bij naar Ansjengo, die wij zeder verstonden Engelschen te zijn, en wel transport scheepen van Johnstones vloot opgepropt hun voorneemen met Europeesche soldaaten, Buiten twijfel heeft dit trans„ „port zullen dienen, om de vijandige operaatsien op Ceilon te ondersteunen, doch voor Ansjengo kreegen zij van een fransche vloot Europa gekoomen en te Mauricius aangeweest was, de tijding, den, en dat van laastgem: Eiland op den 7. ' december eene machtige vloot naar deeze gewesten was onder zeil gegaan, waar op naar de Noord. zij ten eersten naar de noord terug keerden. — op deeze wijze heeft de bloote tijding van de aankomst der fransche vloot, reets eene gelukkige uitwerking gehad voor Ceilon, en ik hoope en wensche, dat deeze vloot, nu ze werklijk aange„ „landt is, alle verdere desseinen onzer vijanden zal veriedelen wij daar en teegen hebben hier door eene groote overmacht in„ zetten de troepen onze buurt gekreegen, alzoo de meeste troepen te kalikut aanland gezet zijn, volgens nauwkeurige berichten om„ „trend twee duizend Man bedraagende. - kalikut zelve was reets bevoorens door de Engelschen veroverd en van settua en Paponettij hadden de Nairos bezit geno „men, en zeeder wierden de geruchten algemeen, dat men ons geruchten van noch in deeze mousson beleegeren wilde; tot dat einde zouden tegen koetsiem de Europeesche troepen met de scheepen tusschen S:t Andries en Manikoorde, ses uuren bezuiden koetsien, aan de wal „land aanrukken, en dit werd zeer waarschijnlijk, door dien de koning van Trevankoor ter eeven gem: plaatse een groote meenigte leevensmiddelen, niet alleen van rijs maar ook van varkens, Bokken, hoenders enz:, uit zijn land bij een brengen liet en door dien eerst zijne, mitsgaders daar na ook 's Pallietters troepen, die tot dus verre met ons tezaamen te Aikotta geleegen hadden, zonder waarschu„ „andering in ons voorig besluit, het welk ik reets de eere gehad hebbe te bedeelen, om kranganoor en Aikotta, bij aan„ „naderinge van de vijanden, te verlaaten, want nu begreep ik, dat wij de inlandsche troepen van de vijanden, die van de noord koomen zouden, zoo lange behoorden op te houden, als mogelijk zijn zoude, tot dat de regentijd het beleg van onze stad ondoenlijk maakte. – Tot dat einde hebben wij dus, blijkens sekreete resoluutsien van den 19. ' en 26:' febr: J:o leeden, onder de bijlaagen dezes overgaande, beslooten, kranganoor te laaten verdeedigen; de Luitenant Nachtrab is 'er als kommandant ingelegt, het garnisoen is met vijf en twin„ nevens Aikotta tig Europeesche gemeenen en een kompanie sipahis ver„ „sterkt en van al het noodige tot de defensie voorzien, ten genoegen van eeven gem: kommandant. Als een d'oorlogs scheepen Meddouws te Bombai aangekoomen.— De oorlogs scheepen waarschijnlijk „ gezet worden, en d' inlandsche troepen van de Noord over„ word verideld door Portugeesch schip, Nossa senhora de Arabida, het welk uit besluit om kran„wing en in stilte vertrokken. Dit maakte een groote ver„ „na luisteren, om dat wij geheel geen vermoogen hadden. „ Dat zijn koning ten eersten eene ola aan den Engelschen kol„ „lonel en aan den koning samorijn geschreeven had, om de het de eamina teeaen koetsiem noch wat uittestellen. doch de de „men gevolg de schepen van komen te Bomba gaan naar kor„ „mandel zeeven transport Ausjengo tegen Ceilon. land. La 21 18 77
English
As a consequence of this decision, Aikotta also had to be reinforced, the more so because the troops of the native princes had abandoned that post. Whether the reinforcement of Kranganoor and Aikotta, or rather the news of the approach of a detachment of the Nabob Haider Alichan, brought about a change in the intention of our enemies, I do not know; but this much is certain: that the same was halted, and that of the provisions which Trevankoor had collected, the rice was transported back inland and the livestock was for a large part brought to our market for sale. Since that time, our enemies in the land of the Samorin have reinforced themselves more and more with the Nairs of that realm and of the neighboring lands of Koteate or Kottatte, Kolastri, and several others, as well as with the Moors of Sawekattij under the notorious chiefs Aidros Koeti and Midien Moepen, and from time to time made such movements from which one had to conclude anew that a siege of this city was intended. I do not wish to wear out the attention of Your High Noblenesses fruitlessly with a detailed account of all occurrences and appearances of that nature. The Noble Lord van de Graaff, who during his presence witnessed the manifold reports, rumors, and appearances thereof, can testify that they almost never ceased; nevertheless, I believe I should specifically report the following concerning this. In the latter part of March, the English Colonel commanding the troops in the land of the Samorin—his name is unknown to me, but he recently arrived from Europe with his regiment in the Company's service—again made immediate preparations to come and besiege us. I had already been warned beforehand from more than one source that this was his intention, and shortly thereafter I received concurring reports that the artillery, ammunition, and further army supplies were being loaded into the English ships lying there, and into a multitude of shibars, bombaras, and other native vessels that were hired and partly pressed for that purpose. The plan, as the first time, was to transport the European militia by sea to the Mud Bay, or near St. Andries, and have them land there, while the native troops would advance overland. The ruler of Trevankoor was to facilitate the landing, and for that purpose had not only permitted a large multitude of ballongs to be kept ready in his land around St. Andries, which were ostensibly sent there from Ansjengo, but had also, just as the first time, again gathered a large supply of rice, live cattle, and other provisions to entertain these guests well upon their arrival. He had also sent a regiment of sepoys thither and readied other troops, probably to cover the landing or to join the enemies, although until now I have not been able to obtain certainty regarding the actual objective of this latter action, because we had absolutely no means to investigate. That his king had immediately written an ola to the English Colonel and to the King Samorin to postpone the undertaking against Koetsiem a little longer, but
Dutch transcription
d' Engelschen maa„ ken op 't nieuw aanstalt tot de gevolg van dit besluit moest ook Aikotta versterkt wor„ „den, te meerwijl de troepen van de inlandsche vorsten die post verlaaten hadden. — of de versterking van kranga„ „noor en Aikotta, dan wel de tijding van de aannadering van een detachement van den Nabab Haider Alichan, in het voorneemen onzer vijanden verandering te weege gebragt hebbe, weet ik niet, doch zoo veel is zeeker, dat het zelve is blijven steeken, en dat van de provisien die Tre„ hun voorneemen, van koor verzameld had, de rijs weer landwaards in vervoerd, en het vee voor een groot gedeelte op onze Markt zeeder dien tijd hebben onze vijanden in het samorijnsche beweegingen in 't land zich met de Nairos van dat Rijk en van de nabuurige Landen van Koteate of Kottatte, kolastri en meer anderen, mitsgaders met de Mooren van sawekattij, onder de be„ „ruchte hoofden Aidros Koeti en Midien Moepen, meer en meer versterkt en van tijd tot tijd zulke beweegingen ge„ „maakt, waar uit men op het nieuw besluiten most dat het op eene beleegering van deeze stad gemunt was. Jk wil de opmerkzaamheid van uwe Hoogedelheeden niet vruchtloos afmatten met een omstandig verhaal van alle voorvallen en vertooningen van dien aart. - De Edele Heer van de Graaff, die geduurende zijn aanweezen de meenigvuldige berichten, geruchten en apparentsien daar van bijgewoond heeft, kan getuigenis geeven, dat dezelven haast nimmer hebben stil gestaan echter meene ik het volgende daar van speciaal te moeten melden. te koop gebragt is. Samorijnsche land Jn 't laast van Maart maakte de Engelsche Kollonel, die de troepen in het Samorijnsche land kommandeerd / zijn Naame is mij onbekend, doch hij is onlangs eerst net zijn Regiment in 'skomp:s dienst uit Europa gekoomen /:op het nieuw dadelijke aanstalten, om ons te koomen beleegeren. — voor af was ik reets van meer dan eene hand gewaarschuwd, dat dit zijn voorneemen was, en kort daar aan kreeg ik over- eenstemmende berichten dat de Arthillerij, ammunietsie en verdere Leger: behoeften afgescheept wierden, in de Engelsche „scheepen, die daar lagen, en in een menigte sibaars, Bombaras en andere inlandsche vaartuigen, die daar toe ingehuurt en gedeeltelijk geprest waaren; Het plan was gelijk 't eerste maal om de Europeesche Milietsie over zee naar de Modderbai, of bij s:t Andries te brengen, en daar te doen landen, terwijl de inlandsche Troepen overland zouden aanrukken. De vorst edrag van Tre„ van Trevankoor zoude de landing bevorderen, en had daar toe niet alleen gepermitteerd, dat omtrend s:t Andries in zijn land eene groote meenigte van ballongs gereed gehou„ „den wierden, die daar quanswijs van Ansjengo gezonden waaren, maar ook, eeven gelijk het eerstemaal, wederom een grooten voorraad van rijs, leevendig vee, en anderen leef„ tocht verzameld, om deeze gasten bij hunne aankomst wel te onthaalen; ook had hij een regiment sipahis daar na toegezonden en andere troepen in gereedheid gebragt waarschijnlijk, om de landing te dekken, of zich bij de vij„ „anden te voegen, hoewel ik van het eigentlijke oogmerk van dit laaste tot nu toe geene zeekerheid hebbe kunnen „na luisteren, om dat wij geheel geen vermoogen hadden. „ Dat zijn koning ten eersten eene ola aan den Engelschen kol„ de „lonel en aan den koning samorijn geschreeven had, om de „ onderneeming teegen koetsiem noch wat uittestellen, doch het Jn bekoomen La 1. blijft steeken gun van Koor. beleegering 21 de 77
English
chief at Tellicherry. They take the gear ashore again against a crowd of people. Digression concerning Travancore. A message sent regarding this finds belief in neutrality. This plan was obtained. But this plan was once again foiled, because the chief or the so-called governor of Tellicherry refused to lend a hand to it, and even would not allow the Company's frigate the Bombay Grab and other Company vessels to be used for it, pretending to have no orders for that purpose from the government of Bombay. The artillery and other loaded siege goods were thus taken ashore again and the hired and pressed vessels discharged. Since then, the rumors were, at one time, that they expected orders and reinforcements from Bombay, and at another, that the matter was postponed until after the rainy season, and in the meantime they undertook an expedition against a detachment of troops of the Nabob, Hyder Ali Khan, who had come down in the interim and were now defeated and scattered by them. Encouraged by this new success, they undertook a second expedition of greater importance, to capture the fortress of Palakkad, which is said to be the key to the Kingdom of Mysore on this side. But this attempt failed them, and they returned with losses because the place was too strongly garrisoned, and they were overtaken on the march by heavy rains and at the same time by the violent epidemic, of which our general letter of the 5th of this month made mention, and which, according to the latest reports, is causing great devastation among Europeans and sepoys in their army and among all the inhabitants of the country. Here I must allow myself a digression regarding the Prince of Travancore. In the beginning of the war, he had promised to remain neutral, and the Honorable Mr. Falck as well as I tended to the notion that, out of fear of the English and the Nabob, Muhammad Ali Khan, he had to conceal his greater affection for us. Because of this, and because of the outward cordiality with which he had urged the King of Cochin to lend us a regiment of sepoys, I was moved in my previous address to present him to Your Excellencies in such a favorable light, and I was subsequently further strengthened in this opinion because, in response to my letter to him of the 19th of January, of which Your Excellencies recently received a copy, he sent his prime minister to me on the 5th of February with the strongest protestations of his affection and with promises of the strictest neutrality. And although several of his actions did not fully correspond with this, I nevertheless viewed them more as results of his dependence on Muhammad Ali Khan and of his fear of the English than as acts of voluntary partiality. But by his behavior described above, when he considered the siege of our city and our downfall here to be certain, he has unmasked himself too much to be considered loyal and neutral any longer. Nevertheless, when the plan came to a standstill, he sought anew to give me the appearance of goodwill and attachment, for on the 10th of April last, he informed me through his agent here, Ananda Mallan: That his king had immediately written an ola to the English colonel and to the King Zamorin to postpone the undertaking against Cochin for a little while, but that they would not listen to it because we had no power at all.
Dutch transcription
„hoofd te Tallischeni zij neemen het ge tuig weder aan land be tegen een hoop volk Digressie over Trevankoor. ine desweegen daane boodschap vindt geloof van onzijdigheid Dit ontwerp word bekoomen. — Doch dit ontwerp werd wederom veriedeld, te Tallitscherij, weigerde de hand daar toe te leenen, en zelfs door dien 't opper„ het kompanies fregat the Bombai-goerab en verdere niet wil meede kompanies vaartuigen daar toe te laaten gebruiken voor„ „geevende, daar toe van het goevernement van Bombai geen order te hebben. — De artillerij en verdere goederen „laadene belegerings wierden dus wederom aan land genoomen en de gehuurde en gepreste vaartuigen ontslagen. - zeeder waaren de geruct „ten, nu eens, dat men ordres en versterking van Bombai verwachtede, dan eens, dat de zaak uitgesteld was tot na den hunne expedietsie regentijd, en tusschen beiden deeden zij eene expedietsie tegen eene partij troepen van den Nabab, Naider Alichan, die middelerwijle afgekoomen waaren, en nu door henlieden geslaagen en verstroid wierden; Door dit nieuwe sukces aangemoedigd, ondernaamen ze eene tweede expedietsie van tweede expedietsie van meer gewigt, om de vesting Palikatseeri te verovere die gezegt word, de sleutel van het Maisoersche Rijk van en ze zijn met verlies terug gekoomen door dien de plaats te sterk bezet was, en zij op den marsch overvallen wier „den van Zwaare-regens en teffens van de heevige epide wil weder gewaagt, en die, volgens de Jongste berichten, onder Eur „peeschen en sipahis, in hun leger en onder alle jnwoon „ders van het land, groote verwoesting aanricht. Hier moet ik mij eene digressie veroorloven, nopen„ het welk op de vlucht ziekte, onder hun ^ mie, waar van onze gemeene brief van den 5=den deeze utraal schijnen„ maskerd om hem langer voor getrouw en onzijdig te houden. evonden. den vorst van Trevankoor. - Wij had in den beginne van den zoo wel als ik, neigden tot de denkbeelden, dat hij, uit vreeze voor d' Engelschen en den Nabab, Mahmed Alichan, zijne meer„ „dere geneegenheid voor ons most verbergen; Hier door, en door de uiterlijke hartlijkheid, waar meede hij den koning van koetsiem aangezet had, om ons een Regiment sipahis te lee„ „nen, werd ik bewoogen, hem bij mijnen voorgaanden aan uwe Hoogedelheeden in zulk en voordeelig dagligt te vertoonen, en ik werd in dit gevoelen zeeder, noch gesterkt, door dien hij op mijnen brief aan hem van den 19. ' Januarij waar van uw Hoogedelheeden jongst een afschrift bekoomen hebben, zijnen eersten Minister op den 5:' februari bij mij zond, met de sterk„ „ste betuigingen van zijne toegenegenheid, en met de beloften van de stiptste onzijdigheid; en hoewel daar meede verschei„ „dene handelingen van hem niet ten vollen overeenstemden zoo zag ik dezelven echter meer dan voor uitwerkzelen van zijne afhanklijkheid van Mahmed Alichan en van „lige een zijdigheid. Doch door zijn voorwaards beschreeven gedrag, toen hij de beleegering van onze stad, en onzen on„ „dergang alhier voor zeeker hield, heeft hij zich, te zeer ont„ Niet te min zocht hij, toen het ontwerp bleef steeken, zich op het nieuw bij mij het aanzien van welmeenendheid en aankleeving te geeven, want den 10. ' April Jongstleeden liet hij mij door zijnen Agent alhier Ananda Male, weeten: door dien het opperhoofd, of de zoo genaamde goeverneur van en gelofte oorlog beloofd, onzijdig te zullen blijven en de Edele Heer Falck, deezen kant, teweezen. Dan dit toeleg is hen mislukt ook word valsch zijne vreeze voor de Engelschen dan voor daaden van vrijwil„ „na luisteren, om dat wij geheel geen vermoogen hadden. „ Dat zijn koning ten eersten eene ola aan den Engelschen kol„ de „lonel en aan den koning samorijn geschreeven had, om de het „ onderneeming teegen koetsien noch wat uittestellen, doch de den dat weder verijdeld. werken. seg van den Neebab. gedreeven word. tegen palikatseri mislukt. „ne troepen. La A. 20 21 77
English
21 that he would send his prime minister to me in a couple of days to speak about a letter from Madras of great importance, and thus requested that he be granted an audience as soon as possible. And on the 15th following, Ananda Male came with the following message: The prime minister had intended to come in person to speak about a letter which the king, his master, had received ten days ago from the Nabab Machmet Alichan, but was restrained by the fear that the English would become suspicious of this, and had therefore sent him, Ananda Male, to inform me that the English were about to arrive to besiege the city, and had requested the king to assist them with troops and provisions; that His Highness had refused this, but that the English continued to insist upon it. That the Nabab Mahmed Alichan had also requested the same in a letter, of which he showed me a copy, which had been left unanswered until now; and that the king was at a loss as to how to conduct himself in this matter, as he gladly wished to remain neutral, but that he would thereby draw upon himself the wrath of the English and expose his country to destruction, since we had no force of troops or ships at all to protect him; and that even if he wished to take the risk, the estates of his kingdom would not want to listen to it, because we possessed no power at all. That his king had immediately written an ola to the English colonel and to the king Samorin, in order to postpone the undertaking against Koetsiem a little longer, but did not know whether he would succeed in this request. That the second in command of Ansjengo had also recently been to see the king to persuade him to provide the desired assistance, and had cited thereto that we were assisting Haider Alichan, who was the king's enemy, with powder and lead; that we had repeatedly, and most recently at Koeriapulla, committed hostilities against the king, but the English never, and that they alone were capable of protecting him against Haider Alichan; but that the king had nevertheless continued to excuse himself, yet was now at his wit's end as to how to conduct himself further. I had a translation made of the letter which the Nabab Mahmet Alichan was said to have written to the king, by the first interpreter Van Tongeren, which, because it is very short, I shall insert here. I hear that the English troops have marched out to capture the city of Koetsiem. Your Highness is hereby requested to assist them with troops, powder and lead, provisions, and other necessities, as well as everything required for the taking of that city. I am obliged to Your Highness for the attention Your Highness has shown regarding the sending of some men to Tirnawelij to [illegible]
Dutch transcription
21 „ dat hij over een paar dagen zijnen eersten minister bij „ mij zenden zoude om te spreeken over eenen brief van „ Madras van groot gewigt, en dus verzocht, hem ten eer„ „„sten gehoor te verleenen. — en den 15:' daar aan quam Ananda Male met de volgende boodschap „ D'eerste Minister was willens geweest in perzoon te koo„ „men spreeken over eenen brief, die de koning zijn Mees„ „„ter voor tien daagen ontvangen had van den Nabab Mach„ „„ met Alichan doch werd wederhouden door de vreeze, „ dat de Engelschen hier over argwaan scheppen zouden en „ had daarom hem /: Ananda Male /gezonden om mij ken „„nis te geeven, dat de Engelschen stonden aftekoomen, om „ de stad te beleegeren, en den koning verzocht hadden, „henl: te assisteeren met volk en leevensmiddelen, dat „zijn Hoogheid zulx geweigerd: had, doch dat de Engelsche „ daar op bleeven aandringen. „ Dat de Nabab Mahmed Alichan dit zelfde ook ver „„zocht had bij een brief waar van hij mij een kopij ver „toonde, die tot nu toe onbeantwoord was gelaaten, en dat „ de koning raadeloos was hoe zich hier in te gedraagen „ alzoo hij gaarne neutraal wilde blijven, doch dat hij „ daar door den toorn van de Engelschen op zich laaden en „ zijn land aan verwoesting bloot stellen zoude, wijl wij „ in 't geheel geene macht van volk of scheepen hadden, on„ „ hem te beschermen, en dat al wilde Hij het er op aan laats „koomen, de staaten van zijn Rijk daar niet zouden willen „na luisteren, om dat wij geheel geen vermoogen hadden. „ Dat zijn koning ten eersten eene ola aan den Engelschen kol„ de „lonel en aan den koning samorijn geschreeven had, om de het „ onderneeming teegen koetsiem noch wat uittestellen, doch „ niet wist, of hij in dit verzoek zoude slaagen. Dat de „ sekunde van Ansjengo ook onlangs bij den koning geweest „ was, om hem tot de begeerde assistentsie te beweegen en „ daar toe aangehaald had, dat wij Haider Alichan die 'sko„ „nings vijand was met kruit en lood assisteerden, dat „ wij te meermaalen en noch laast te koeriapulla tegen „den koning vijandigheeden gepleegd hadden, doch de Engel„ „schen noit, en dat zij alleen in staat waaren, om hem tegen „Haider Alichan te beschermen, doch dat de koning zich „ niet te min was blijven verschoonen, maar nu te einde „raad was, hoe zich verder te gedraagen. Jk liet van den brief, die de Nabab Mahmet Alichan aan den koning zoude geschreeven hebben, eene overzetting neemen door den eersten Tolk van Tongeren, die ik, om dat ze heel kort is hier zal insereeren. „ jk hoore dat de Engelsche troepes opgetrokken zijn om „de stad koetsiem te vermeesteren uwe Hoogheid word „ bij deezen verzocht, haar te assisteeren met volk, kruid „ en lood, provisien en andere benodigtheeden, mitsgaders „ alle het geene wat tot het inneemen van die stad ver„ „„eischt word, ik ben uw Hoogheid verplicht voor de at„ „„tentsie, die uw Hoogheid gebruikt heeft omtrend het zen„ „„den van eenige manschappen naar Tirnawelij om na teegens L=a ƒ vervolg vervolg. 3 vervolg 77
English
Reflections thereon. sentiments and reply to act against our enemy, whereby Your Highness has greatly obliged me to a reciprocal service, and Your Highness will experience the proofs thereof in due course. If there is anything here of service to Your Highness, please let me know, as also the outcome of the undertaking of the English, etc. The Honorable Mr. van de Graaff, who attended the conference, judged with me that it was best for the time being not to reveal that we were so well informed of all the foregoing, and consequently suspected the Prince of partiality and his message of dissimulation, for then he would have entirely cast off the mask and used no further management, with which he now, as long as he believed he was not yet discovered, at least had to continue to act. Thus, while van Tongeren and Ananda Male were occupied with the translation, I drafted my reply to the message, and at the same time a written reply for the King to the Nabab, had both translated by van Tongeren, and handed to the envoy, in order to prevent all flawed or ill reports. The first contained: That I kindly thanked the Balliasarewaddikariakaren for the well-meaning message and warning, and requested him to reassure his Master that everything required for a vigorous defense of this fortress had been done on our side, and I thus hoped effectively to repel the enemies who might wish to attack us. That I expected of His Highness that on such an occasion he would adhere to the strictest neutrality and thus render not the least assistance to our enemies, neither with provisions nor men or ammunition; that this was the only means to preserve His Highness's country from disaster, to which he would unfailingly expose himself and his country should he choose to abandon neutrality and break the treaty with our Company; that His Highness could rest assured that he would suffer no trouble from Naider Alichan as long as the Dutch Company remained established here, since we would advocate the interests of Travancore with the Nabab, but that the King had firmly to reckon that his downfall would soon follow upon ours. The reply which I had drafted to the Nabab's letter, with the request to dispatch it accordingly, contained: That the King was in a close alliance with the Dutch Company, just as much as with the English Company and with the Nabab, and therefore could choose no party without acting against that alliance. That His Highness had therefore already from the beginning of the war declared and promised, both to the English and to the Dutch, that he would remain neutral, and therefore requested that no troops be sent through his country, and no soldiers to continuation. to continuation 22 77
Dutch transcription
Bedenkingen dien aangaande. „voelen en antwoord „teegens onze vijand te ageeren, waar door uw Hoogheid „ mij tot weder dienst grootelijx verplicht heeft, en de „ blijken daar van zal uw Hoogheid in der tijd ondervin„ „den, Hier iets van uw Hoogheids dienst zijnde, gelieve „ mij te laaten weeten, als ook den uitslag van de onder„ „neeming van de Engelschen &:a D'Edele Heer van de Graaff, die de konferentsie bij„ woonde, oordeelde met mij best, om voor eerst noch niet te laaten blijken, dat men van al het voorgaande zoo wel g'informeerd was, en den vorst mits dien van een zijdigheid, en zijne boodschap van geveinstheid verdacht hield, want dan zoude hij het masker geheel afgelegt en geen menagement meer gebruikt hebben, waar meede hij nu, zoo lange hij geloofde noch niet ontdekt te zijn, ten minsten moest blyven handelen: dus stelde ik, terwijl van Tongeren en Ananda Male met de overzetting beezig waaren, mijn ant„ des schrijvers ge„woord op de boodschap, en teffens een antwoord voor den koning aan den Nabab ingeschrifte, lief het een en ander door van Iongeren overzetten en aan den zendeling ter hand stellen; om alle gebrekkige of quaade rapporten te voorkoomen. Het eerste behelsde. „ Dat ik den Balliasarewaddikariakaren vriendelijk dank „„te voor de welmeenende boodschap en waarschuiing en „hem verzocht, zijnen Meester gerust te stellen, dat van „ onze zijde alles gedaan was, wat tot eene wakkere defen„ „sie van deeze vesting vereischt wierd en ik dus hoopte, de „ vijanden die ons zouden willen aantasten, met nadruk in 't geheel geene macht van waer op van hem te beschermen, en dat al wilde Hij het er op aan laats koomen, de staaten van zijn Rijk daar niet zouden willen „ te zullen afwijzen. — Dat ik van zijne Hoogheid ver„ „ wachtede, dat hij in zulk eene geleegenheid zich bij de „stiptste neutraliteit zoude houden en dus aan onze vij„ „anden geen de minste hulpe bewijzen, zoo min met „leevensmiddelen als volk of ammunietsie, dat dit het „ eenigste middel was, om zijn Hoogheids land voor onheil „ te bewaaren waar aan hij zich en zijn land onfeilbaar „zoude bloot stellen indien hij de neutraliteit wilde ver„ „laaten en het verbond met onze kompanie verbreeken, Dat „zijne Hoogheid gerust kost zijn, dat hij van Naider Alichan „ geen last zoude lijden zoo lange de Hollandsche kompa„ „ nie hier gezeeten bleef alzoo wij de belangens van „ Trevankoor bij den Nabab zouden voorstaan, doch dat hij „koning vast most reekenen, dat zijn ondergang op die „ van ons dra zoude volgen. Het antwoord, het welk ik op 's Nababs brief opgesteld had met verzoek om het zelve indiervoegen aftevaardi„ „gen, behelsde: „ Dat de koning met de Hollandsche kompanie in eene „ nauwe verbintenis stond, eeven zoo zeer als met de „ Engelsche komp: en met den Nabab, en overzulx geene „ partij kost kiezen, zonder teegen die verbintenis te „handelen, Dat zijne Hoogheid daar om reets van den „ beginne van den oorlog af aan, zoo aan de Engelschen „ als Hollanders verklaard en beloofd had, dat hij neu„ „traal zoude blijven en daarom verzocht, dat geene troepen door zijn land gezonden, en geen krijgs volk na vervolg. te vervolg 22 77
English
23. 9 thus Travancore is must join. dependence of Travancore remarkable example. 7 Company's ships sent to at Bombay are eight ships from Europe king or war material were unloaded in his country, that he hoped the Nabab would find this fair, the more so because the king, by breaking the neutrality, would expose his country to ruin. From this Your High Excellencies see what we have to expect from this prince, if we are besieged by the English. And although the good king of Cochin is heartily devoted to us, because he expects from our Company protection against the further oppression of Travancore and possibly, with a change of times, also his restoration, he would nevertheless, if it should come to a siege of this city, be compelled, in order to prevent his downfall, to join our enemies, or at least to look on favorably while the besiegers make themselves masters of coolies, rice, and other foodstuffs, as well as all further army necessities in his country. For besides the fact that the English would use means of violence for this, which he would not be able to resist, he would also be forced to this by Travancore, upon whom he is so very dependent that he must accommodate himself to its will in virtually all matters, or against whose will he at least dares undertake nothing of importance, which has just now become apparent to me while writing this from the following incident. He had let me know a few days beforehand that he wanted to write a letter to Your High Excellencies on this occasion and make a request to send ships and men for the salvation of Malabar, and he had already had gilded paper fetched for that purpose, but in the meantime the first Minister of Travancore, who has already been staying in these parts for some weeks, came to His Highness, with whom he still is at the time of writing this, and then I received a letter from him, the translation of which is enclosed herewith, in which he requests that the Honorable Mr. van de Graaff be pleased to do this orally, which request he has since urged further upon His Honor through a solemn deputation, from which I believe I must infer that he did not dare to carry out his intention to write to Your High Excellencies himself, out of fear that Travancore would discover it and take it amiss. And now I return again to our enemies in the Zamorin's Kingdom and to their activities and further intentions. At Bombay in the month of March another eight Company as well as transport ships with troops from Europe have landed, whereupon immediately a considerable reinforcement was sent to Calicut again. According to the latest reports, there are currently two warships, seven both Company and transport ships, and three snows lying there. The number of the most recently brought troops has not yet become completely clear to me, those who two thousand Europeans discovered well-disposed. 77
Dutch transcription
23. 9 dus is Trevankoor moeten voegen. „heid van Trevankoor merkwaardig voorbeeld. 7. komp:s scheepen gezonden is naar te Bombai zijn agt schepen uit Europa koning „ of oorlogstuig in zijn land ontscheept wierden, dat hij „hoopte, dat de Nabab dit zoude billijk vinden, te meer, „wijl de koning door het verbreeken van de neutrali„ „„teit zijn land aan onheil zoude bloot stellen. Hier uit zien uwe Hoogedelheeden wat wij van deezen vorst te wachten hebben, indien wij van de Engelschen bele„ koetsiem schijnt „ gerd worden. — En hoewel de goede koning van koetsiem ons van harten toegedaan is, (:wijl hij van onze kompanie brief van den bescherming tegen de verdere onderdrukking van Tre„ „ van koor en mogelijk, bij verandering van tijden, ook wel zijne herstelling verwacht:) zoo zoude dezelve echter„ Doch zal zich wel indien het tot eene beleegering van deeze stad mogt koo„ „men, wel genoodzaakt weezen, tot voorkooming van zijnen ondergang, zich bij onze vijanden te voegen, of ten minsten met goede oogen aantezien dat de Belegeraars zich van koelies, rijs en andere levensmiddelen mits„ „gaders alle verdere leger behoeften in zijn land Meesters maakten. want behalven dat de Engelschen hier toe middelen van geweld zouden gebruijken, die hij niet zijne afhanklijk „ zoude kunnen te keer gaan: zoo zoude hij hier toe wel genoodzaakt worden, door Trevankoor, van wien hij zoo zeer afhanklijk is, dat hij zich naar desselfs zin genoeg„ „zaam in alle zaaken moet schikken, of tegen wiens zin hij ten minsten niets van belang durft onderneemen, het welk mij noch eerst onder het schrijven dezes is ge„ „bleeken aan het volgende geval. dat Hij had eenige dagen bevoorens aan mij laaten weeten, mitsgad: 3. snauwen toe niet recht gebleeken, de geenen, die twee duizend kalikut „ in 't geheel geene macht van war op „ hem te beschermen, en dat al wilde Hij het er op aan laats „koomen, de staaten van zijn Rijk daar niet zouden willen dat hij met deeze geleegenheid eenen brief aan uwe Hoogedelheeden schrijven en verzoek doen wilde, om, tot red„ de „ding van de Mallabaar, schepen en volk te zenden, en hij had het daar toe reets verguldt papier laaten haalen, doch midde„ „lerwijle quam de eerste Minister van Trevankoor (die zich nu al eenige weeken hier omstreeks ophoudt:/ bij zijne Hoog„ „heid bij wien hij zich onder het schrijven dezes ook noch bevindt, en toen kreeg ik van hem eenen brief, waar van de overzetting hier neevens gaat, waar bij hij verzoekt, dat de Edele Heer van de Graaff dit mondeling geliefde te doen, welk verzoek hij zeeder door eene plechtige bezen„ „ding aan zijn Edele heeft nader aangedrongen, waar uit ik meene te moeten opmaaken dat hij zijn voorneemen om zelve aan uwe Hoogedelheeden te schrijven, niet heeft durven ter uitvoer brengen, uit vreeze dat Trevankoor daar achter koomen en zulx quaalijk neemen zal. En nu keere ik wederom, te rugge tot onze vijanden in het samorijnsche Rijk en tot hunne bedrijven en verdere voor„ weder Te Bombai zijn in de maand Maart wederom agt kom„ gekomen met troepen„ panies als transport scheepen met troepen uit Europa aan„ „gelandt waar op ten eersten wederom eene aanzienlijke versterking naar kalikoet gezonden is volgens de Jongste waar op versterking berichten leggen daar thans twee oorlogs scheepen zeeven zoo kompanies als transport scheepen en drie snauwen daar leggen 2. oorlogs Het getal van de Jongst aangebragte troepen is mij tot uw neemens. na Europeeschen ontdekt wel gezint. 77
English
24 the number of plan remains to upon which everything depends. which in the text is demonstrated. European troops given, speak certainly with great exaggeration; and in our secret resolution of 11 April last demonstrated, to which I here defer with respect; probably one may imagine half of it, perhaps the I shall receive before the closing of this, more accurate reports In all probability they shall in the month of the /for on this no money is spared/ and these I shall then one hopes to September or October begin this. I hope then to be in a defend. communicate at the foot of this. state to receive the enemies properly, and conjecture regarding Their intention seems for the present not against us directed to defend the fortress so long until the expected to be, which I guess, partly because the bad monsoon until relief relief of men and ships, both from Europe as from Batavia, is at hand, which would make the siege almost impossible, at appears, on which the preservation, not only of this least extremely difficult; and partly upon which the preservation place, but also of Ceylon, and even of all of Dutch because they have disembarked their troops so far to the North. India shall depend, for although Ceylon this time through Rather I believe that the same serves to relieve the arrival of the French fleet alone, has been happily preserved, their countrymen on Coromandel, who in all probability yet one cannot in the future rely on it alone, on land and at sea are very hard-pressed, and it is besides doubtful whether it either that they limit themselves to an invasion alone will be able to stand against the English when into Mysore and other lands of Haidar Ali Khan, the ships with which Admiral Kempenfelt is also expected, or that they even venture to penetrate over the mountains into the have joined with the fleet of Admiral Hughes, Kingdom of Carnatica. It is true, this for then the French latter design might appear desperate to many, fleet could be forced to leave these regions considering the great difficulties that naturally and seek reinforcement at the Islands. Nothing is in pertain to it, and through the monsoon become almost insurmountable, such an unexpected event more certain than that Haidar yet to me it would not appear very strange Ali Khan and the Marathas at that same moment make from a people that shrinks from nothing, and presently is in the position to peace, and then the entire power of the enemy falls on have to shrink from nothing. Ceylon and on Cochin, with a force that we cannot their principal But however this may be, their firm intention resist, and if we lose the west of India, us as soon as possible is and remains to besiege Cochin as soon as possible; then the French fleet cannot proceed further there, and to besiege, The reasons why I state this with certainty are in the remain, finding nowhere refuge or the necessary refreshments; secret letter from me and the Council of the 1st of this month, consequently our enemies can then use their troops is unknown entire their design. comes 29 The 22 January 1782. entire power, which through our losses would be further augmented, against our eastern factories. If on the contrary the expected aid appears quickly, then it is almost certain that we, together with the French and Haidar Ali Khan, can bring our enemies under. And so long as our and the French fleet are on the west of India, the enemies dare not contemplate attacking our possessions in the east, since they must then guard their own establishments, so that a relief of men and ships to the west of India is at the same time the most powerful means to secure and preserve our possessions in the east against our enemies. Herewith I commend Your High Honors and the weighty interests of the Company to God's holy protection and remain with all respect and fidelity, underwritten: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Right Honorable, Stern Lords! Your High Honors' most humble and faithful Servant, was signed: J. G. van Angelbeek; in the margin: Cochin the 2 May 1782. altogether no power of wherewith to protect him, and that even if He wished to risk it, the estates of his Kingdom would not consent thereto, from Palayamkottai and Tirunelveli troops of the English or the Nawab Muhammad Ali Khan through the land of Your Highness shall march towards the Agrees J. d. Spael, sworn clerk towards 25 77
Dutch transcription
24 het getal der projekt blijft om van alles afhangt. het welk in den text betoogd word. Europeeschen opgeeven, spreeken zeekerlijk zeer bij vergroo„ en bij onze sekreete resoluutsie van den 11:e April Jongst¬ „leeden betoogd; waar aan ik mij hier in eerbied gedraage „ting, waarschijnlijk mag men er de helft voorstellen, veel de licht krijge ik voor het sluiten dezes, nauwkeurige berich¬ Naar de meeste waarschijnlijkheid zullen ze dit in d' maand het „ten /want hier aan word geen geld gespaard:/ en die zal ik dan men hoopt zichte september of oktober beginnen. Jk. hoope als dan in defendeeren. staat te zijn, om de vijanden behoorlijk te ontvangen, en aan den voet dezes bedeelen. — de vesting zoo lange te defendeeren, tot dat het verwachte vermoeden nopens Hun voorneemen schijnt voor eerst niet tegen ons gericht te zijn 't geen ik gisse, eensdeels, om dat de quaade mousson tot dat er sekoers sekoers van volk en scheepen, zoo uit Europa als van Ba„ „tavia, opdaagd, waar van het behoud, niet alleen van deeze voor handen is, die de beleegering bij na onmogelijk, im= „mers ten uitersten moeilijk maaken zoude; en anderen waar van 't behoud plaats, maar ook van Ceilon, en zelfs van heel Nederlands deels, om dat zij hunne troepen zoo hoog om de Noord ont„ Indien zal afhangen, want hoewel Ceilon ditmaal door de aankomst der fransche vloot alleen, gelukkig bewaard scheept hebben. - Eer geloove ik, dat het zelve strekt, om hunnen Landslieden op kormandel, die naar alle waar„ is, zoo kan men het doch in 't vervolg op haar alleen niet „schijnlijkheid telande in ter zee zeer geprangt worden, we„ laaten aankoomen, en het is daar bij twijfelachtig, of zijn alleen teegen d' Engelsche zal bestaan kunnen wanneer „.derom lucht temaaken, het zij, dat zij zich tot eenen inval in Maisoer en andere landen van Haider Alichan bepaalen, de scheepen daar d' Admiraal Kampenfeld meede ver„ „wacht word, zich met de vloot van Admiraal Hughes of dat zij zelfs wel, bestaan, om over het gebergte tot in 't Rijk van karnatika door te dringen. Het is waar, dit gekonjungeerd hebben, want als dan zoude de fransche laaste ontwerp mogt veelen als wanhoopig voorkoomen, vloot kunnen genoodzaakt worden, deeze gewesten te ver„ gemerkt de groote zwaarigheeden, die 'er van natuur „laaten en op d' Eilanden versterking te zoeken, Niets is in aan vast zijn, en door de mousson schier onoverkoomlijk zulk een onverhoopt geval zeekerder, dan dat Haider worden, doch mij zoude het niet heel vreemd voorkoomen Alichan en de Maratten op dat zelfde oogenblik vreede van een volk, dat niets ontziet, en thans in 't geval is, om maaken, en dan valt de heele macht van den vijand op niets te moeten ontzien. — Ceilonen op koetsiem aan, met een geweld, dat wij niet hun voornaamste Doch hoer het hier meede ook gaa, hun vaste voornee„ wederstaan kunnen, en verliezen wij de west van Jndien, ons zoo dra mogen„ men is en blijft, om koetsiem, zoo dra mogelijk, te beleege„ dan kan de fransche vloot daar niet verder koomen, en sit „lijk te beleegeren, ren; De redenen, waarom ik dit vast stelle, zijn bij den en blijven, als nergens toevlucht of de noodige verversching sekreeten brief van mij en den Raad van den 1ste deezer, vindende; gevolglijk kunnen onze vijanden als dan hunne troepen is onbekend „ in 't geheel geene maeht van war „ hem te beschermen, en dat al wilde Hij het er op aan laats „koomen, de staaten van zijn Rijk daar niet zouden willen na heele hun toeleg. koomt 77 29 Den 22. Januarij 1782. heele macht die door onze verliezen noch vergroot zoude zijn tegen onze oostersche kantooren gebruiken. — komt daar en tegen de verwachte hulpe spoedig op daagen dan is het bij na zeeker, dat wij, met de Franschen en Haider Alichan tezaamen, onze vijanden te onder kunnen brengen. En zoo lange onze en de fransche vloot om de west van Jndien zijn: durven de vijanden niet in hunne gedachten neemen, om onze bezit„ „tingen om de oost aan te tasten, wijl ze dan hunne eigene etablissementen bewaaren moeten, zoo dat een sekoers van volk en scheepen naar de west van Jndien teffens het kragtigste middel is, om onze bezittingen om de oost tegen onze vijanden te bevei„ ligen en te behouden. Hier meede beveele ik uwe Hoogedelheeden en de wig „tige belangen der Maatschappije in Godsheilige bescher„ „ming en blijve met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer en weledele gestrenge Heeren! uwer Hoogedelheeden onderdanigste en getrouwe Dienaar /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek /:in marigine/ Koetsiem den 2=de Mai 1782: in 't geheel geene maeht van waarop hem te beschermen, en dat al wilde Hij het er op aan laats „koomen; de staaten van zijn Rijk daar niet zouden willen van Palleam kotta en Ternevellij krijgsvolk van de Engelschen of den Nabab Mahmed Alichan door het land van uwe Hoogheid zullen marcheeren naar de Akkordeert J:d: Spael. gez: klerk na 25 77
English
29 The 22nd of January 1782. would use their whole force, which would be further augmented by our losses, against our eastern trading posts. If, on the other hand, the expected assistance appears soon, then it is almost certain that we, with the French and Haider Alichan at Batavia To His Right Honourable The Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Mr Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Chartered East India Company, Governor-General, and The Honourable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Honourable, Stern Lords! Because the ship has remained at anchor for a few more days, I direct this letter to impart to Your Right Honours the reports collected in the meantime. The English colonel is named Humberston and was located on the 2nd of this month at Tanoer, south of Kalikut, with eight hundred Europeans, fourteen hundred sepoys, and a large multitude of Moors and Nairs. At Pananij, likewise south of Kalikoet, was then located Major [illegible] from Palleamkotta and Ternevellij troops of the English or the Nabob Mahmed Alichan will march through the land of Your Highness to the 25 separate Letter B. Major [illegible] 8 77 29 The 22nd of January 1782. would use their whole force, which would be further augmented by our losses, against our eastern trading posts. If, on the other hand, the expected assistance appears soon, then it is almost certain that we, with the French Major Jeamson with a captain of the artillery, six subaltern officers, and two hundred sepoys. At Settua lies a European commander with fifty Topasses. At Papanganware, one mile from Settua, lie two European officers and two hundred sepoys. At Kalikut, in the absence of Major Abington, Captain Lindrown exercises the command provisionally; the garrison consists of seven hundred Europeans and two hundred sepoys. In addition, five hundred Europeans have arrived these days with the ships from Bombay, among them three hundred sixty Highlanders, and fourteen hundred sepoys. This intelligence comes from very good authority; nevertheless, it cannot be so precise regarding the number of officers and common soldiers that some error might not reside therein, but this will not be great, and consequently one can estimate the military force of the enemy in our vicinity with the greatest probability at: 2000 Europeans and 3500 Sepoys and Topasses together, 5500, besides the artillerymen, of whom I have not been able to obtain an exact statement. Of the ships off Kalikut, the five largest have departed to the south, presumably to reinforce the fleet of Admiral Hughes. I have therefore immediately given notice thereof to the French Admiral Suffren and at the same time detailed the above circumstantially to the Nabob Haider Alichan. I have also previously written at length to the French commissioner in the Nabob's army, Mr Liveron, and to the colonel of the French Corps in Haider's service, demonstrating how necessary it is to offer resistance to the enemy in the Zamorin's country, wherein I have also not failed to argue how important the preservation of Koetsiem is to the Lord Nabob and the French fleet, in order to come to our aid in the event of a siege. The remaining transport ships were preparing to return to Bombay, and the troops were to winter around Kalikut. Your Right Honours see from this in what situation we presently find ourselves, and that it is in the highest degree probable that such a considerable military force, which can be reinforced at any moment with many thousands of Nairs and Moors, and to which Travancore can also add a few thousands, is left in our vicinity, primarily with the intention of attacking us as soon as possible. We shall therefore double our zeal in fortifying this place, and apply thereto all that is possible. The garrison appears of good cheer and determined upon a brave defence, and I hope that everyone as an honest man will do his duty. from Palleamkotta and Ternevellij troops of the English or the Nabob Marmed Alichan will march through the land of Your Highness to the Admiral. I 26 7 77 The 22nd of January 1782. would use their whole force, which would be further augmented by our losses, against our eastern trading posts. If, on the other hand, the expected assistance appears soon, then it is almost certain that we, with the French I have the honour to be with all respect and fidelity, was written below: Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord! and Honourable, Stern Lords! Your Right Honours' most humble and faithful servant, was signed: J. G. van Angelbeek in the margin: Koetsiem, the 5th of May 1782. from Palleamkotta and Ternevellij troops of the English or the Nabob Marmed Alichan will march through the land of Your Highness to the Agreed. C. Salle, Sworn Clerk. 77 29 The 22nd of January 1782. would use their whole force, which would be further augmented by our losses, against our eastern trading posts. If, on the other hand, the expected assistance appears soon, then it is almost certain that we, with the French I have the honour to be with all respect and fidelity, was written below: Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord! and Honourable, Stern Lords! Your Right Honours' most humble and faithful servant, was signed: J. G. van Angelbeek in the margin: Koetsien, the 5th of May 1782. from Palleamkotta and Ternevellij troops of the English or the Nabob Marmed Alichan will march through the land of Your Highness to the Agreed. C. M. Malles, Sworn Clerk. 77
Dutch transcription
29 Den 22. Januarij 1782. heele macht die door onze verliezen noch vergroot zoude zijn tegen onze oostersche kantooren gebruiken. — komt daar en tegen de verwachte hulpe spoedig op daagen; dan is het bij na zeeker, dat wij, met de Franschen en Haider Alicha te H M:r Willem Arnold Alting. van weegen den staat der vrije vereenigde Nederlanden en de generaale g'oktroieerde oostindische kompanie, Goeverneur Generaal en De weledele, Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndiën Hoogedele, Grootachtbaare, wijdgebiedende Heer, en Weledele Gestrenge Heeren! wijl het schip noch een paar dagen is blijven leggen: zoo richte ik deeze, om aan uwe Hoogedelheeden de midderwijle verzamelde berichten te bedeelen. De Engelsche kolonel heet Humberston en lag den 2. dezer te Tanoer, bezuiden kalikut, met agt honderd Europeeschen, veertien honderd sipahis en een groote meenigte Mooren en Nairos Te Pananij, meede bezuiden kalikoet, lag toen de Batavia Aan zijne Hoogedelheid Den Hoogedelen, Groot achtbaaren, wijdgebiedenden Heer, van Palleamkotta en Ternevellij krijgsvolk van de Engelschen of den Nabab Mahmed Alichan door het land van uwe Hoogheid zullen marcheeren naar de 25 apartesseerite L=a B. Majoor eandtam 8 „ 77 29 Den 22. Januarij 1782. heele macht die door onze verliezen noch vergroot zoude zijn tegen onze oostersche kantooren gebruiken. komt daar en tegen de verwachte hulpe spoedig op daagen; dan is het bij na zeeker, dat wij, met de Franschen Majoor Jeamson met een kapitain van d' Artillerij ses subalterne officiers en twee honderd sipahis. Te settua legt een Europeesche kommandant met vijftig Toepas. Te Papanganware, een mijl van settua, leggen twee Europeesche officiers en twee honderd sipahis. Te kalikut voerd, mits absentsie van den Majoor Abington, prointerim het kommando de kapitain Lindrown, het garnisoen bestaat uit zeeven honderd Europeeschen en twee honderd sipahis. — Hier bij zijn deezer daagen met de scheepen van Bombai aangekoomen vijf honderd Europeeschen en daar onder drie honderd sestig Bergschotten en veertien honderd sipahis. — Deeze tijding is van zeer goeder hand, echter kan ze zoo nauwkeurig niet zijn omtrend het getal van officiers en gemeenen, of er kan wel eenig abuis in resideeren, doch dit zal niet groot zijn, en dienvolgende kan men de krijgs„ macht der vijanden in onze buurt met de meeste waar„ „schijnlijkheid stellen op 2000. Europeeschen en 3500. Sipahis en Toepassen tezaamen 5500, buiten de Artilleristen waar van ik geene nette opgave heb kunnen machtig worden. van de scheepen voor kalikut zijn de vijf grootsten naar de zuid vertrokken, denkelijk om de vloot van Admiraal Hughes te versterken, jk hebbe dus daar van ten eersten bericht gegeeven aan den Franschen Admiraal suffren en teffens den Nabab Haider Alichan het bovenstaande omstandig bedeeld ook hebbe ik bevoo„ „rens reets aan den franschen kommissaris in 's Nababs leeger M:r Liveron en aan den kolonel van het fransche Corps in Haiders dienst omstandig geschreeven en aange„ „toond, hoe noodzaaklijk het is, om de vijanden in het sa„ morijnsche land tegenstand te bieden, waar bij ik ook niet verzuimd hebbe, te betoogen, hoe veel den Heer Nabab en de fransche vloot aan 't behoud van koetsiem geleegen legt, om ons, in val van belegering, te hulp te koomen. De overige transport scheepen maakten zich gereed om naar Bombai terug te keeren en de troepen zouden omstreeks kalikut overwinteren. — uw Hoogedelheeden zien hier uit, in wat situaatsie wij ons tegenwoordig bevinden, en dat het ten hoogsten waarschijnlijk is, dat zulk een aanzienlijke krijgs macht (: die zich alle oogenblikken met veele duizend Nairosen Mooren kan versterken en waar bij Trevan„ „koor ook eenige duizenden kan voegen:/ in onze buurt gelaaten worde, voornaamlijk met het oogmerk om ons, zoo dra mogelijk aan te tasten. wij zullen derhalven onzen iever in het versterken deezer plaatse verdubbelen, en daar toe, al wat moge„ „lijk is aanwenden, Het guarnisoen schijnt wel gemoet en tot een dappere verdeediging gedetermineerd te zijn, en ik hoope, dat een iegelijk als een eerlijk Man zijne plicht zal doen. van Palleamkotta en Ternevellij krijgsvolk van de Engelschen of den Nabab Marmed Alichan door het land van uwe Hoogheid zullen marcheeren naar de Admiraal Ik 26 7 77 Den 22. Januarij 1782. heele macht die door onze verliezen noch vergroot zoude zijn tegen onze oostersche kantooren gebruiken. — komt daar en tegen de verwachte hulpe spoedig op daagen; dan is het bij na zeeker, dat wij, met de Franschen Jk hebbe de eere met alle eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare wijdgebieden„ „de Heer! en weledele Gestrenge Heeren! uwer Hooge„ „delheeden onderdanigsteen getrouwe dienaar /:was getee„ „kend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ koetsiem den 5=de Mai 1782. van Palleamkotta en Ternevellij krijgsvolk van de Engelschen of den Nabab Marmed Alichan door het land van uwe Hoogheid zullen marcheeren naar de Akkordeerd C„ SAlle Gez: klerk 77 29 Den 22. Januarij 1782. heele macht die door onze verliezen noch vergroot zoude zijn tegen onze oostersche kantooren gebruiken. — komt daar en tegen de verwachte hulpe spoedig op daagen„ dan is het bij na zeeker, dat wij, met de Franschen Jk hebbe de eere met alle eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare wijdgebiede „de Heer! en weledele Gestrenge Heeren! uwer Hoog „delheeden onderdanigsteen getrouwe dienaar /:was get: „kend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ koetsien den 5=de Mai 1782. van Palleamkotta en Ternevellij krijgsvolk van de Engelschen of den Nabab Marmed Alichan door het land van uwe Hoogheid zullen marcheeren naar de Akkordeerd C MMalles Gez: klerk 77
English
29 The 22nd of January 1782. use their entire force, which would be further enlarged by our losses, against our eastern establishments. If, on the other hand, the expected help appears soon, then it is almost certain that [illegible] La C. Tuesday, the 22nd of January, in the year 1782. Present: The Right Honourable Commander and Governor Johan Gerard van Angelbeek, The Honourable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honourable Major and Chief of the Militia Fredrik von den Busch, The Honourable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beits, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, The Honourable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Peyffer, The Honourable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede, The Honourable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honourable Junior Merchant and Secretary of Policy Johan Andries Daimichen. Victory achieved by the English over the Nabob's army before Tellicherry. Upon the news received that the English at Tellicherry, reinforced by three hundred Europeans and three battalions of sepoys from Bombay, and through secret collusion with the Nairs of the Zamorin, Kottayam, and Kolattiri, made a sortie during the night between the 7th and 8th of this month, and surprised, defeated, and utterly destroyed the army of the Nabob Hyder Ali Khan under the command of his General Sardar Khan, and since then have planned to restore the old rulers of the Zamorin's land—who had been expelled by the aforementioned Nabob and had since been in hiding in Travancore—to their hereditary realm, undoubtedly with the political objective of thereby binding the inhabitants to themselves and better securing supreme authority over everything for themselves; Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin: It was submitted for consideration to the members by the Commander in this meeting specifically convened for that purpose: That this unexpected revolution was very disadvantageous to the interests of the Honourable Company on this coast, as its enemies, the English, were thereby poised to become masters of the entire Zamorin's Kingdom, and undoubtedly also of the lands of Chetwai, Pappinivattom, and Cranganore recently occupied by the Nabob Hyder Ali Khan, from where they would be able to attack the Company's possessions with much less difficulty and greater success than before, when they would have been obliged to undertake a landing somewhere here in the vicinity; Cranganore in danger; resolution to abandon that fort for now in its present state upon the enemy's descent: And that in particular Fort Cranganore would then run a great risk of being lost, as it lies on the borders of the last-mentioned lands; for although it might rightly be called strong against an indigenous enemy who did not know how to make proper use of artillery in a siege, it would nevertheless not be able to defend itself for long against a European enemy, being—to say nothing of other defects—so small in perimeter and so densely built-up that it could be forced into surrender by a few bombs; and that, moreover, the circumstances of this principal fortress of Cochin, with regard to the strength of the militia and the supply of gunpowder and further ammunition, did not permit reinforcing the repeatedly mentioned Fort Cranganore with as many men and providing it with as much artillery, powder, and other war supplies as would be indispensably required for a vigorous defence; which, besides, did not seem advisable because the repeatedly mentioned fort, for the reasons stated above, no matter how amply it might be supplied with everything, would nevertheless have to surrender, and one would thus lose the men and the presently so precious ammunition. Upon which, having maturely deliberated, it was approved and resolved by unanimous vote to leave Fort Cranganore garrisoned for the present on its current footing, because it was not yet certain whether the new conquerors would not first attempt to wrest the land of Kolattiri, which had also been overrun some years ago by the repeatedly mentioned Nabob, back from him, and meanwhile a change might very easily occur through the early appearance of the French fleet; but if it should be perceived that the enemy came descending toward this side and intended to attack the repeatedly mentioned Fort Cranganore, then to abandon it in good time, and at the same time also to evacuate Ayacotta, so as not to weaken the Company's military force and war supplies any further through dispersal, with the risk of losing everything by wishing to retain everything. And to that end, it was further resolved [illegible] of Palayamkottai and Tirunelveli troops of the English or the Nabob Muhammad Ali Khan through the land of your [illegible] The 22nd of January 1782. 28 77
Dutch transcription
29 Den 22. Januarij 1782. heele macht die door onze verliezen noch vergroot zoude zijn tegen onze oostersche kantooren gebruiken. — komt daar en tegen de verwachte hulpe spoedig op daagen„ dan is het bij na zeeker dat aii met de trnel La C. Dingsdag den 22. Januarij A. o 1782. — Present De weledile achtb: ver kommandur en oppergebieder Iohan Gerard van Angelbeek, D' E: Heer Opperkoopman sekunde en Hoofd: administrateur Reinier van Harn, De E: Majoor, en Hoofd der Milietsie Fredrik von den Busch, D' E: koopman Fiskaal en kassier M:r Nikolaas Wendelin. Beits, De E: Onderkoopman en pakhuismeester Ian Lambertus van Spall, De E: Onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Peijffer, De E: Onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion vernede, De E: Onderkoopman— Willem van Haeften,) en De E: Onderkoopman en Seceetaris van Polietsie Johan Andries Daimichen Op de bekoomne tijding, dat de Engelschen te Tellit¬ behaalde overwinning door de Engelschen op s Tababs leeger scheri versterkt door drie honderd Europeeschen en drie battal„ voor Tellitscheri. Jons Sipahis van Bombai, en door geheime verstandhouding met de Nairos van Samorijn, kotatte en kolastri snachts tusschen den 7. en 8:en deezer een uitval gedaan en het Leger van den Nabab Hlaider Alichan, onder bevel van zijnen Generaal Pardarchan overvallen Geslaagen en ten eenemaal ver„ nield hadden, en zeder toeleg maakten om de oude vorsten het land van den saummorijn van het Pamorijnsche land die door voorm: Nabab verdree„ „ven waaren en zich zeeder in Trevankoor schuilhield en Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Mallabaar ter Steede Koetsiem van Palleamkotta en Ternevellij krijgsvolk van de Engelschen of den Nabab Marined Alichan door het land van uwre Haarheid zullen marchaae naar der Wederom 27 77 Den 22. Januarij 1782. deelig schijn voor besluit dat fort als noch in den teegenwoordigen stand heele macht die door onze verliezen noch vergroot zoude zijn tegen onze oostersche kantooren gebruiken. — komt daar en tegen de verwachte hulpe spoedig op daagen dan is het bij na zeeker dat 1 8 – –„ 4 den 22. Januarij 1782. wederom in hun Erfrijk te herstellen, buiten twijfel met 't staat„ kundige oogmerk, om daar door de Jngezeetenen aan zich te ver„ „binden, en zich zelven van het opperste gezach over alles te beeter te verzeekeren werd door den Heer kommandeur in deeze daar toe expres belegde vergadering aan de Leeden in overweeging gegeeven Dat deeze onverwachte staat wisseling zeer nadeelig was voor „de belangen der E: komp: op deeze kuste, alzoo haare vijanden, d' Engelschen, daar door stonden Meesters te worden, van het heele sammorijnsche Rijk, en buiten twijfel ook van de Jongst door den Nabab Haider Alichan geokkupeerde landen van settua Paponettij en kranganoor, waar van daan zij 's komp bezittingen met veel minder moeite en meer suk„ ces zouden kunnen aantasten dan voorheen, toen zij genood„ „zaakt zouden geweest zijn, daar toe eene landing hier ergens en kaanganoor in gevaar in de buurt te onderneemen, en dat in zonderheid het Fort kranganoor als dan groot gevaar zouden loopen van verlooren te gaan, als leggende op de bimieten van de laast gemelde Landen, want dat het zelve hoewel het doc be kowwars af zakking teegen een inlandschen vijand met recht sterk genoemd moge abandonneeren worden, die geen behoorlijk gebruik van d' Artillerij in beleegering wist te maaken, zich echter niet lange zoude kunnen verwee„ „ren teegen een Europeeschen vijand, als zijnde (:om van andere gebreeken te zwijgen:) zoo kleen van omtrek en zoo digt bebouwt dat het door weinig bommen tot de overgaave zoude kunnen Genoodzaakt worden, en dat daar en booven de omstandigheede van deeze Hoofdvesting koetsiem, met betrekking tot de sterkte van de Milietsie, en tot den voorraad van het kruit en verdere ammunietsie niet toeliet om het meermelde fort kranganoor met zoo veel volk te versterken, en van zoo veel Artillerij kruit en verdere oorlogs behoeften te voorzien, als tot eene vigoureuse defensie noodzaakelijk zoude vereischt worden het welk buiten des ook niet raadzaam scheen door dien het meermelde fort, om reeden voormeld onaangezien het zelve noch zoo ruim van alles mocht voorzien zijn, zich doch zouden moeten overgeeven en men dus het volk en de thans zoo kostbaare ammunietsie quijt raaken. Waar op rijpelijk gedelibereerd zijnde, zoo werd met een paarige stemmen goedgevonden en verstaan het fort kranganoor, voor eerst wel op den teegenwoordigen voet bezet te laaten, door dien 't noch niet zeeker was, of de nieuwe overwinnaars niet eerst zouden trachten het land van kolastri het welk meede voor eenige jaaren door den meermelden Nabab overmeesterd was, hem wederom te ontweldigen, en er middelerwijle veel licht door de ver„ ste scheining van de fransche vloot verandering koomen kort, doch wanneer bespeurd mocht worden, dat de vijand naar deezen kant quamen afzakken en het voorneemen hadde om het meermelden fort kranganoor aan te tasten„ het zelve als dan bij tijds te abandonneeren, en ter zelver tijd ook Aikotte te verlaaten, ten einde 's komp„s krijgsmacht, en oorlogs voorraad, door verdeeling niet meer te verzwakken, met gevaar om alles te verliezen door alles te willen behouden. —. En werd tot dat einde ver„ van Palleamkotta en Ternevellij krijgsvolk van de Engelschen of den Nabab Maried Alichan door het land van uure Haenld 4 da den 22. Januarij 1782. „der dat een nade ons geeft te laaten 28 77