VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3618

Malabar · 330 pages · 108 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3618_0301 view scan ↗

English

to inform you of this, as well as that I received further news yesterday from Kolombo that the French fleet is expected at Kolombo within a few days, which must be very strong and powerful, because the French Agent at Ceilon, Sr. Louis Monneron, requested me to provide rice for ten thousand men. Your Honour can easily imagine that under these present circumstances I need all the cannons and mortars myself, of which the supply is no larger than what is required for the defense of this fortress. Nevertheless, I now comply with your request and send the previously requested two eighteen-pounder cannons with their carriages and loading tools, together with a fine metal mortar of the caliber according to the measure sent to me. The cannonballs of which Your Honour previously sent me a measure are eighteen-pounders, and thus just right for the two cannons that I am now sending, and because Your Honour has a large multitude of them, I have not sent any cannonballs, for that would only have been unnecessary trouble. I am sending the cannons and mortar to Kranganoor with orders to the chief officer there to deliver them to Your Honour's people against a written receipt; please therefore have them collected from there. How heavy the cannons are I cannot state precisely, but they weigh around five thousand four hundred pounds; the mortar weighs three hundred and seventy-eight pounds, and with the bed and loading tools costs four hundred and fifty-six and a half rupees. The cost of the cannons I have already communicated to Your Honour, being 1173 rupees, from which are now deducted 42 5/16 rupees for the cannonballs that are not sent because Your Honour has an abundance of them. If Your Honour nevertheless also desires our cannonballs, I shall send them to Kranganoor immediately upon your further writing. I shall write to the Lord Nabab according to your advice, but I nevertheless request Your Honour, according to the promises made to me, also to write beforehand to His Highness and to request authorization from the same to settle with me the disputes concerning Settua and the sandy land; the Lord Nabab and the Dutch Company now have the same interest, which is to subdue the English. We ought therefore to settle the differences that are an obstacle to that. I always remain ready to serve Your Honour, whom may God preserve for many years. Below was written: Your Honour's humble servant. Was signed: J. G. van Angelbeek. In the margin: Roetsiem, 21 December 1781. Agreed. Adriaan Poowlet Rgkloek No 19 To the Lord Johan Gerard van Angelbeek Governor of Cochim My Lord, I have received Your Right Honourable's letter of the 21st of this month, and therewith comprehended all that Your Right Honourable pleased to say, and I immediately put into execution what Your Right Honourable requested of me regarding writing to my sovereign lord Nabab. I thank Your Right Honourable very kindly for sending the 2 cannons and a mortar, and pursuant to Your Right Honourable's advice, I have already sent the necessary orders to go and fetch the same at Cranganoor from the chief officer there, being the place that Your Right Honourable mentioned to me in your letter. Now I desire to know from Your Right Honourable in what manner the payment of these costs might take place; if Your Right Honourable pleases to have it in pepper, I shall deliver it to whatever place Your Right Honourable pleases to have it across the river up to his borders, not only for that money but for as much as Your Right Honourable shall please to have; or if it pleases Your Right Honourable that I shall send money, I shall do so; or if Your Right Honourable would agree that I shall hand it over to Isaak Curion or to someone else, I shall do so. In these days I played a trick on the English, who had set fire to a mine that I had made, and then nearly half of the fort of Maijlon collapsed, where they had lost three cannons and a mortar, and everything that was inside took flight. On my side around forty men were killed, and had I wanted to take Talliseri, I would have become master of it long ago, but I have no orders from my sovereign to advance, and I cannot understand why those English cause so many people to be killed without any foundation in all places. The persons whom I am sending to collect the cannons and mortar are named Wencanaijk heijden and a Moor Markar; please send orders, Your Right Honourable, so that upon the arrival of these people no delay shall be suffered. The remaining notes I shall send Your Right Honourable later, for this is dispatched with haste in order to bring the cannons and mortar immediately. In the letter that Your Right Honourable writes to my sovereign, the Lord Nabab, please mention that Your Right Honourable has received a letter from me requesting two cannons and a mortar, which Your Right Honourable would remit immediately, but also everything that I required and therefore came to request, and that without any delay; and after that, please, Your Right Honourable, speak about the lands that Your Right Honourable presented to me, for I know that it is of no consequence to my sovereign, and I also write with much emphasis, and from the effect thereof Your Right Honourable will be convinced of my affection; and please send that letter, Your Right Honourable, hither, so that I may forward it immediately and procure the answer. Your Right Honourable shall shortly receive notice of my neighbour, the condition in which they find themselves, and that they will regret meddling in everything, and I shall write further to Your Honour shortly. I remain in everything at Your Right Honourable's service, whom may God preserve for many years. Below was written: Your Right Honourable's humble servant. Was signed: Sardarkan. In the margin: In the camp, 27 December 1781. Agreed. Adriaan Bortsbet Ryklek

Dutch transcription

686 hier van te verwittigen, als meede dat ik gisteren van kolom„ „bo nadere tijding hebben gekreegen dat de fransen vloot binnen weinig dagen te kolombo verwacht word, die heel sterk en machtig zijn moet, door dien de fransche Agent te Ceilon S:r Louis Monneron mij verzocht om rijs te bezorgen voor tien, duizend man uwEd:s kan ligt denken, dat ik in deeze tijds omstandig heeden alle kanons en Mortiers zelfs noodig hebbe, waar van de voorraad niet grooter is, dan tot de defensie van deeze vosting vereischt word. Niet te min voldoe ik thans aan uw verzoek en zende de bevoorens verzochte twee kanons van agtien pond met hunne affuiten en laadgereedschap, mitsgaders een fraie Me„ „taale Mortier van het Kaliber naar volgens de mij toegezon„ „dene maat. De koegels waar van UwEd mij zeeder een maat gezonden heeft, zijn agthien ponders, en dus net van pas voor de twee Kanons die ik thans zende, en wijl U Ed: daar van een groo„ „te meenigte heeft, zoo hebbe ik geene kogels gezonden, want dat zoude maar onnoodige moeite geweest zijn. Jn„ zende de kanons en mortier naar Kranganoor met last aan het opperhoofd aldaar, om ze aan UwEd: volk tegen een schriftelijk bewijs over te geeven gelieft dus dezelven van daar te laaten afhaalen. Hoe zwaar de kanons zijn kan ik niet net opgeeven doch ze weegen omtrend vijf duizend vier honderd pond de Mortier weegt drie honderd agt en zeeventig pond, en kost met de stoelen laadgereedschap vier hondert ses en vijftig en een halve ropij- het kostende van de kanons hebbe ik uwEd: reeds bedeeld zijnde 1173. ropijen waar van thans, afgaan 42 5/16. rop: voor de kogels, die niet gezonden worden, om dat UwEd: daar overvloed van heeft. - wie UwEd niet te min ook van onze kogels gediend zijn, zoo zal ik dezelven op uw nader schrijven ten eersten naar kranganoor zenden Jk zal volgens Uwen raad aan den Heer Nabab schrijven doch verzoeke UwEd: niet te min, om volgens de mij gedaane beloften ook voor af aan zijn Hoogheid te schrijven en van hoogstdezelve qualifikaatsie te verzoeken om de verschillen over Settua en het zandig land met mij af te doen, de Heer Nabab en de Hollandsche Komp: hebben thans eenerleij belang het welk is, om de Engelschen te onder te brengen. Wij dienen dus de verschillen bij te leggen, die daar aan hinder„ „lijk zijn. Ik blijve altijd bereid UwEd: te dienen die God, lange Jaare bewaare /:onderstond:/ UwEd: ootmoedige dienaar /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ Roetsiem den 21. december 1781 ik e Akkordeerd. Adriaan Poowlet Rgkloek N„o 19 687 Aan de Heer Johan Gerard van Angelbeek Gouverneur van Cochim Mijn Heer Ik heb uweledele agtb: brief van den 21. deezer ontfangen /r en daar by boogt alles wat uw Ed agtb gelieve te zeggen en ten eersten heb ik ter executie gelegt wat uw Ed agtb: mij versogt heeft, belangende het schrijven aan myn sou veraind heer Nabab, Jk bedanke uw Ed agtb seer vriende „ C= „lijk voor 't senden van de 2: kanons en een mortier en ingevol„ ven „ge uw Ed: agtb: advies, heb ik reets de noodige ordres gezonden om denzelven op Cranganoor te gaan soeken bij 't opperhoofd aldaar, zijnde de plaats die uw Ed agtb mij vermelt, heeft bij sijn brief, nu begeere ik van uw Ed agtb: teweeten op wat wijze de voldoening van dies kostende zoude konnen geschieden soo, uw Ed agtb: die aan peper gelieve te hebben zal ik te bezorgen ten wat plaatse die uw Ed agtb: gelieve te hebben over revier tot aan zijne limeeten niet alleen voor dat geld maar voor zoo veel als uw Ed: agtb: zal gelieven te hebben of behaag de uw Ed: agtb: dat ik geld zenden zal„ ik zulx doen, of wilde uw Ed: agtb: Consenteeren dat ik aan Isaak Curion zal overhandigen of aan ie„ „mand anders, zal ik zulx doen. Jn deeze dagen heb ik een stukje aan de Engelsche geplagt die een mein hadden in de brand gestooken die ik gemaakt had, en toen is er bij na de helfte van 't fort van Maijlon n ingestort 688 ingestort, alwaar zy verlooren hadden drie Canons, en een mortier, en alles wat daar in was nam de vlugten van myn kant zijn er omtrend veertig koppen gebleeven, en had ik Talliseri willen weg neemen, zoude ik, al lang daar mees, „ter van geworden zijn maar ik heb geen order van mijn souverain om te avanceeren, en ik kan niet begrijpen waarom dat die Engelschen soo veel menschen laten om het leeven brengen sonder eenig fondament op alle plaatsen. De perzoonen die ik sende om de Canons en mortier afte „haalen zijn genaamt Wencanaijk heijden, en een moor Markar, uw Ed: agtb gelieve ordre te senden om met de aankomst van die menschen geen tardance te laten wedervaaren, de overig en notitien zal ik uwEd agtb na „der senden, want deze werd met haast gerigt ten einde de kanons en mortier ten eersten tebrengen. Bij de brief die uw Ed agtb aan mijn souverein de Hier Nabab schryft gelieve te melde dat uw Ed agtb een brief van my ontfangen heeft, versoekende om twee kanons en een mortier dewelke uw Edele agtb ten eersten remitteeren zoude, maar ook alles wat ik benodigt was en daarom quam te versoeken ende sulx sonder eenige tardance, en daar na gelieve uw Ed agtb te spreeken over de landen die uw Ed agtb mij voorgehouden heeft, want ik weet dat het voor mij souverain niets van bedinden is, en Jk schryve ook net veel nadruk en uit het effekt van dien, zal uw Ed agtb overtuigen zyn van mijne genegentheid en die brief gelieve uweled: agtb herwaards tesenden, op dat ik ten eersten voortporten mag en het antwoord besorgen, uw Ed. agtb: zal van mijn buurman in 't kort notitie bekoomen, de tennen waar in zij zig bevinden, en dat het haar zal spijten zig te mesteeren in alles, en ik zal uweled: binnen korten nader schrijven, Blijve in alles wat van uw Ed: agtb: dienst die God bewaare lange Jaaren /:onderstond:/ uwel edele agtb ootmoedigen dienaar /:was geteekend/ Sardarkan /:in margine Jn 't kamp den 27. December 1781. Akkordeerd Adriaan Bortsbet 6= Ryklek van 2

NL-HaNA_1.04.02_3618_0304 view scan ↗

English

No 20 689 To Mr Johan Gerard van Angelbeek Governor at Koetsum My Lord, and Friend I am obliged, in consideration of our good friendship, to communicate to Your Right Honourable that in these days there has arrived at Tallicherij a fleet of 15 siebares, two battelons and a Bombaij grab, and it is said that they have come to transport the goods from Tallicherij over to Bombaij, and I believe it, for in these days about 300 Naijros have run away from Tallicherij, and have gone to the forest near Cadarij Coenji naijro and now run like jackals in the wilderness without a fixed house or dwelling place, out of fear that they would be detained or surrounded; I find no difficulty in this, nor regarding the two sloops and two galliots of the English that are cruising at sea. I have received word that Your Right Honourable is beginning to withdraw the fort of Cranganoor; I do not believe that such would happen, but I inform Your Right Honourable that if Your Right Honourable might need anything by way of succour, Your Right Honourable can always let me know what you require, for constantly ready and prepared for that are Ramagerij, Chawakatto, Chettua, Pananij, Bardankan, Bagie, Ibram allij kan, and Bogei Jansin Chek, 690 Chek, with more than 400 horsemen, some sepoys with muskets, besides other native peoples, such as Naijros, Moors, and others, besides yet a chief with 2,500 men, named Seyed Abdulkader, all of whom are there to protect those lands as well as all the beaches, with orders to march at the slightest notice from Your Right Honourable to the place that Your Right Honourable desires and determines, for Your Right Honourable may please know that I am not apprehensive, and shall send as many men as Your Right Honourable wishes to have. Your Right Honourable must not think that I have not taken Tallischerij for lack of men, but it is because I do not wish to advance, because I have no orders to that effect from my Sovereign, but methinks that in these days I shall approach near Tallicherij, if it pleases God, for nothing can be done outside the appointed time, and the people of Tallischerij are very anxious and cannot get out or in there; so much powder, lead, provisions, and money have been expended there without any benefit; were it another land that yielded advantages, it would be another matter; I suppose that Your Right Honourable will shortly receive word that they have abandoned the place, and it may be that these vessels have come for their transport. It is true that I do not believe the report about Kranganoor, for there are no foundations for it, but one cannot stop the mouth of the informants, and I share everything with Your Right Honourable as my friend; I have sent Wanea, Naik, and the Moor Markar to the chief of Kranganoor to receive the two cannons and a mortar, and to pass a receipt, as Your Right Honourable wrote to me in the letter of the 21st of December past. If Your Right Honourable receives any news from Europe or other places, please share it with me, and I shall do the same. I wish Your Right Honourable health, and request to be honoured with your orders, whose person may God preserve, etc. Below stood: Your Right Honourable's humble servant and friend. Was signed: Pardarkan. In the margin: In the camp, the 3rd of January 1782. Lower: P.S. I have had those Naijros sought out, and every day 10 to 12 heads are brought in; our sovereign has war against no one else than against the English alone, and that will soon come to an end; and as regards the Naijros and the others who have been against our sovereign and against us, they shall be punished by God; the Naijros who assisted the English at Tallicherij will perish of themselves; there are no more Naijros at Tallicherij, and if there should be any, they will perish of themselves. Eyklerk. informants Agrees Adriaan Boolvhet No Secret 691 Mr Iman Willem Falck Ordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of the Island of Ceilon and the Coast of Madure To the Right Honourable, Grand-Venerable Lord etc. etc. Kolombo Right Honourable, Grand-Venerable Lord At present I have the opportunity to write with more confidence. Since my last, of the 19th of the past month of August, of which the duplicate is attached hereto, I have had a conversation with the agent of the Prince of Trevankoor, who has his permanent residence here, in which he wished to make me believe that his master in his heart bore more affection toward us than toward the English, but was compelled by circumstances to dissemble it. I know not whether he spoke for himself, or indeed by higher authority, yet I persist in my opinion that we cannot trust him, and would have nothing good to expect from him in case we were besieged by the English, but that he would much rather, if not openly, at least secretly grant assistance to our enemies. This makes me somewhat embarrassed concerning the treaty which I seek to conclude with the Nabob Haider Alichan, for the true and permanent interest of our Company

Dutch transcription

N„o 20 689 Aan den Heer Johan Gerard van Angelbeek Goeverneur te Koetsum Mijn Heer, en Vriend Jk ben verpligt uit, aanmerking van onze goede vriend= =schap uweledele agtb: te Communiceeren, dat in deezer daar =gen op Tallicherij zijn aangekoomen een vloot van 15: siebares, twee battelons en Bombaij goerab, en men zegt dat zij gekoomen zijn om de goederen van Tal= =licherij over te transporteeren, na Bombaij, en ik gelooven het, want in dezen dagen zijn van Tallicherij weg geloopen, omtrend, 300. Naijros, en naar het bos bij Cadarij Coenji naijro gegaan en loopen, nu als Jak= =halsen in de wildernisse sonder een vaste huis of verblijf plaats, uit vreeze dat zij zouden worden aan gehouden, off omcingelt; Ik vinde hier in geen swa= „righeijd nog omtrend de twee Chialoupen, en twee galoets van de Engelschen die op zie kruizen Ik heb notitie bekoomen dat uweledelen agtb: het fort van Cranganoor begint, intetrekken, ik geloove niet, dat zulx geschieden zoude, maar ik adver= „teere, uweledele agtb: dat indien, uweledele agtb: iets mog „te noodig hebben aan sekoers, kan uweledele agtb:e„ mij altijd laten weeten, wat dezelve van nooden heeft, want daar toe is steeds bereijd, en klaar, Ra= magerij, Chawakatto, Chettua, Pananij, Bardan kan, Bagie, Ibram allij kan, en Bogei Jansin Chek 690 Chek, met meer dan 400. Ruijters, eenige Siepaijs met geweiren, behalven andere lands volkeren, als naijros mooren en meer andere buiten nog een Hoofd met 2500. man, genaamd seijde abdulkader, welke alen daar zijn om die landen te bewaren als ook alle den stranden, met last, om op het minst advis van Uwel= „edele agtb: te marcheeren naar de plaats die uwel= „edele agtb: begeert en determineerd, want uweledelen agtb: gelieve te weeten dat ik niet bedugt, ben, en zal zoo veel volk senden, als uweledele agtb: hebben wil uweledele agtb: moet niet denken dat ik Talli scherij niet genoomen heb door gebrek aan volk maar het is om dat ik niet avanceeren wil, om dat ik daar toe, geen ordre van mijn Souverain heb, maar mij dunkt, dat ik in dezer dagen bij Tallicherij zal naderen, als het god behaagt want niets kan gedaan worden, buiten de gedetermineerde tijd en het volk van Tallischerij is seer benauwt en kan daar niet, uit, of in, men heeft daar zoo veel kruid, lood, vivres, en geld gespandeert, sonder eenig voordeel, was het een ander Land daar voordeelen gaf, was het wat anders, ik onderstelle dat uwel edelen agtb: binnen korten notitie bekoomen zal, dat ze de plaats verlaaten hebben en het kan zijn, dat deze vaar= „tuigen gekoomen zijn tot hun transport, het is waar dat ik de notitie van kranganoor niet en geloof, want daar zijn geen fondamenten, maar men kan de mond niet stoppen, van den notitanten, en ik make uweledele: agtb: alles deel= agtig als mijn vriend; Ik heb wanea, naik en den moor markar, naar het opperhoofd van kranganoor gezonden, om de twee kanons en een mortier te ontvan gen, en een bewijs te passeeren, zoo als uweledele agtb: mij geschreeven heeft, bij de brief van den 21 december pass=o Als uweledele agtb: eenige nieuws uit Europa, of andere plaatzen, krijgt, gelieve mij te bedeelen, en ik zal het zelve ook doen Ik wensche uweledele agtb: gesondheid, en versoeke mij met desselfs ordres te vereeren, wiens persoon God bewaaren &:a /:onderstond:/ uweledele agtb: ootmoedigen dienaar en vriend /:was geteekend:/ Pardarkan /:inmargine:/ In 't kamp den 3. Januarij 1782 /lager/ P: S: Ik heb die naijros laten opsoeken, en men brengt dagelijx 10 â 12. koppen, onse souverain, heeft, tegens nie„ =mand, anders den oorlog als teegen, de Engelschen al= „leen, en die zal haast een eijnde neemen, en wat belangt, de naijros, en de andere die tegens onze sou= verain zijn geweest, en teegen ons, zij zullen van God gestraft worden; de naijros zullen van zig zelfs ver= gaan, die de Engelsen op Tallicherij hebben, g'assisteerd, daar zijn op Tallicherij geen naijros meer, en zoo daar eeni„ ge mogte weezen, die zullen van sig selfs vergaan„ Eyklerk. notitianten Akkordeerd Adriaan Boolvhet N„o sekreet 691 M=r Jman Willem Falck Raad ordinair van Nederlands indien mitsgaders Goeverneur en Derekteur van 't Eiland Ceilon en de kuste Madure Aan den weledelen Groot achtbaaren Heer Xc &c: kolombo Weledele, Groot achtbaare Heer Thans hebbe ik geleegenheid om met meer vertrou„ „wen te kunnen schrijven. zeeder mijn laasten, van den 19=e der jongst verweekene maand august, waar van het dubbel hier neevens, hebbe ik met den zaakbezorger van den vorst van Trevankoor, die hier zijn vast verblijf houdt, een mondgesprek gehad waarin hij mij wilde doen gelooven, dat zijn Meester in zijn hart ons meer geneegenheid toedroeg dan den Engelschen, doch door de omstandigheeden genoodzaakt wierd, dezelve te ontveinzen jk weet niet, of hij zich zelve, dan wel op hooger last gesprooken heeft, doch volharde in mijn gevoelen, dat wij Hem niet vertrouwen kunnen, en van Hem niets goeds zouden te wachten hebben, in val wij door de Engelschen beleegerd wierden, maar dat Hij veel meer onze vijanden, zoo al niet opentlijk, ten minsten heimlijk onderstand verleenen zoude. Dit maakt mij wat verleegen, nopens het verdrag„ het voelb ik met den Nabab Haider Alichan zoeke te blyft te sluiten, want het waare en bestendige belang van onze komp:

NL-HaNA_1.04.02_3618_0307 view scan ↗

English

692 nevertheless continues to demand that Travancore be preserved and protected from the conquest of Haidar Ali Khan; but how shall I arrange this, now that the king himself shows himself not merely indifferent, but even averse to it, instead of cooperating toward that end: This has moved me to make another attempt with His Highness by means of a letter, the Dutch draft of which is enclosed herewith, to which I still await the reply; this makes me wish to be strengthened by your Right Honourable with good counsel on how best to handle this matter, should the prince of Travancore persist in his indifference, and I would consider myself doubly obliged if your Right Honourable would also be pleased to extend his advice to the main content of that treaty, since I learn that a convention has already been concluded with Haidar over there and at Nagapattinam, and I would not gladly depart from the plan that was laid down there as a foundation, although I think that, as far as the main point is concerned, I shall not differ much from your Right Honourable in this opinion of mine: that we ought not to involve and bind ourselves further or more closely with Haidar Ali Khan than is necessary for the present to secure ourselves against an enemy who is far more dangerous to our interests than He himself has been to us, or ever can become. I have already informed your Right Honourable in my private letters that, in order to be able to assist Ceylon with sepoys if necessary, we had arranged our recruitments on a much broader scale; we could presently spare two good companies and send them over at the same time with the Ceylon auxiliary troops; I therefore await the approval of your Right Honourable in this regard. If Ceylon cannot send any ships to collect these troops, my hope remains fixed upon the French warships, which surely must finally arrive from the islands sometime, and which, owing to the proximity of the bad monsoon on the Coromandel, will in all probability remain cruising off this coast and Ceylon before that time, and when they touch here will not refuse to take those troops along to Colombo; could I also send rice over with the transport ships belonging to their fleet, it would be a double convenience; possibly the fleet itself also needs rice, and the Admiral will then be all the more willing to grant our request if he is accommodated by us here; at least I shall also count upon this. However, as this is very uncertain, I shall not rely solely upon it, but have already had letters written to Goa to the wealthiest merchants who have their own vessels, to go to Colombo with rice on their own account, or if it pleases them, with passes of their nation made out for Coromandel, to come here and take rice for Colombo on freight. In previous letters from myself and the Council, we answered your Right Honourable's request to notify the ministers at Surat of the breach of peace that we could not comply with it, as the roads thither were closed; I now have the pleasure to inform your Right Honourable that I have received a letter these days from the Director there, by express couriers overland, dated 27 May, in which His Honour informs me that the news of the breach of peace had already been received at Bombay, but was still kept secret by the Secret Committee, so that the said ministers are prepared for the blow that is about to be dealt them. Why this war is kept secret at Bombay the Honourable Mr. van de Graaff does not write, but as the English army had returned shortly before the receipt of this news from an expedition against the Marathas, which turned out very unfortunately for the English, I presume as most likely that they are attempting to make peace with the Marathas, and foresee that the news of the war with us will make this nation unmanageable. Be that as it may, this reserve has had the consequence that the Second of Tellicherry, Michael Firth, Senior Merchant, arrived here these days with two shibars to purchase refreshments and other things, who was thus detained as a prisoner of war, the vessels with their appurtenances being sold and the money and property of the English Company confiscated, but with respect to the personal effects belonging to the said Firth and other private individuals, the Council has resolved to let the owners retain them. I have the honour to be with all high esteem, /:was below:/ Right Honourable Sir, your Right Honourable's very obedient servant, /:was signed:/ J. G. van Angelbeek. /:in the margin:/ Cochin, 4 September 1781. Agrees, Adriaan Pootsliet, Secretary. No. 22. Sheet 693 Cochin cover on the coast of Malabar. Joan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's trade and Honourable, Valiant, Manly; Wise, Prudent, Very Discreet! The thoughts which you were pleased to communicate by secret letter of the 4th of this month concerning Haidar Ali Khan and the king of Travancore agree entirely with mine, except in this one circumstance: that I consider the latter to be well-disposed toward us, if he dared to declare himself without fear of the outcome; but this he will not dare to do until he sees our naval and land forces prospering; and therefore one will now, as you are indeed doing, have to watch him with circumspection. The treaty with the Nabob Haidar at Nagapattinam To the Honourable Gentleman,

Dutch transcription

692 blijft doch wel vorderen, dat Trevankoor voor de overweldiging van Haider Alichan bewaard en behouden worde; doch hoe zal ik dit aanleggen, nu de koning zelve zich daar omtrend niet slechts onverschillig, maar zelfs afkeerig toond, in steede van daar toe meede te werken: Dit heeft mij bewoogen om bij zijne Hoogheid noch een nader tentamen te doen bij een brief, waar van het nederduitsch opstel hier nevens legt, waar op ik noch het antwoord te gemoet zie, dit doet mij wenschen om van uw weledele groot achtbaare gesterkt te worden met goeden raad, hoe dit stuk best te behandelen, indien de vorst van Trerankoor bij zijne onverschilligheid volharden mocht en ik zoude mij dubbeld verplicht achten; indien uwewele dele groot achtbaare zijne raadgeeving ook geliefde te extendeeren tot den hoofd inhoud van dat Traktaat„ doordien ik verneeme, dat ginter en te Nagapatnam reets eene konventsie met Haider geslooten is, en ik mij van het plan, het welk daar bij tot een grondslag gelegt is, niet gaarne wilde verwijderen, hoe wel ik denke dat ik, zoo veel de hoofdzaak aangaat, niet veel van uwe weledele groot achtbaare zal verschillen in dit mijn gevoelen: dat wij ons met Haider Alichan niet nader of verder dienen intelaaten en te verbinden, dan als voor het tegenwoordige nodig is, om ons te beveiligen, teegen eenen vijand, die voor onze belangen vrij gevaarlijker is, dan Hij zelve ons geweest is, of ooit kan worden, — Jk hebbe reets bij mijne partukuliere brieven aan uwe weledele groot achtbaare kennis gegeeven, dat wij, om Ceilon des noods met sipahis te kunnen bijspringen onze wer= „ringen zoo veel ruimer hadden aangelegt, wij zouden thans reets twee goede kompanien kunnen missen, en te gelijk met de Ceilonsche hulptroepen overzenden, ik verwachte derhalven dien aangaande het goedvinden van uwe weledele Groot achtb: Jndien Ceilon geene scheepen zenden kan om deeze troepen aftehaalen, zoo blijft mijne hoop gevestigd op de fransche oorlogs scheepen, die nu doch wel eindelijk eens van de eilanden dienen te koomen, en mits de nabijheid der quaade Mousson op kormandel, voor dien tijd, naar alle waarschijnlijkheid, onder deeze kust en Ceilon zullen blyven kruissen, en als ze hier aangieren niet zullen weigeren, om die troepen naar kolombo meede te neemen; kost ik met de transport scheepen tot hunne vloot gehoorende ook rijs overzenden, het zoude een dubbeld gerief zijn, mogelijk heeft de vloot zelve ook rijs noodig en zal d' Admiraal dan te eerder in ons verzoek bewilligen, als Hij hier door ons geriefd word, althans hier op zal ik meede seijfferen. - Doch ik zal het hierop, als zeer onzeeker zijnde niet laaten aankoomen, maar hebbe reets naar Goa laaten schrijven aan de vermogendste kooplieden, die eigene vaartuigen hebben, om met vijs voor eigene reekening naar kolombo te gaan, of als hun dat aanstaat met passen van hunne Naatsie naar kormandel luidende, hier te koomen en vijs voor kolombo op vracht te neemen; Bij voorige brieven van mij en den Raad hebben wij op uwer weledele Groot achtb: verzoek, om aan de Ministers te soevatte van de vreede breuk kennis te geeven, geantwoordt, dat wij daar aan niet kosten voldoen, door dien de weegen daar na toe geslooten waaren; thans hebbe ik het genoegen uw weledele Groot achtbaare te bedeelen, dat ik deezer daagen van den Heer Direkteur aldaar een briefje ontvangen hebbe, met expresse loopers overland, van den 27. Mai, waar bij zijn weledele Gestr: mij bedeeld, dat de tijding van de vreede breuk reets te Bombai ontvangen was, doch door het geheim Committe nog sekreet ge= „houden wierd, zoo dat gem=e Ministers voorbereidt zijn op den slag die hun staat toegebragt te worden, - waarom men deezen oorlog te Bombai geheim houdt schrijft d' Edele Heer van de Graaff niet, doch wijl het Engelsche leger, kort voor den ontvangst deezer tijding, te rug gekoomen was, van eene expediet„ „sie tegen de Maratten, die voor de Engelschen zeer onge„ der lukkig „dukkig is uitgevallen, zoo stelle ik voor 't naaste dat zij trachten met de Maratten vreede te maaken, en voorzien, dat de tijding van den oorlog met ons deeze Naatsie onhandel= „baar zal maaken. Hoe het zij, deeze achterhoudentheid heeft tot een gevolg gehad, dat de sekunde van Tellitseri Michael Firth Senior Marchand deezer daagen met twee sibaars hier gekoomen is, om verversching en andere dingen in te koopen, die dus als krijgsgevangen aangehouden is, zijnde de vaartuigen met hun toebehooren verkocht en 't geld en goed van de Engelsche komp=e aangeslaagen, doch nopens de goedertjes aan gemelden Firth en andere partikulieren toebehoorende, heeft den Raad verstaan, dezelve aan de Eigenaars te laaten behouden. Jk hebbe d'eere met alle hoogachting te zijn /:onderstond:/ wel edele Groot achtbaare Heer uwer weledele Groot achtb=s zeer gehoorzaame Dienaar /:was getz: :/ J: G van Angelbeek /:in margine:/ koelsiem den 4 September 1781— Akkordeert Adriaan Pootsliet Rgkloes N„o 22. Schreet 693 Koetsjien ommeslag ter kuste Mallabaar. Joan Gerard van Angelbeek, Kommandeur over 's komp. s handel en E: Erntfeste, Manhafte; Wijze, voorzienige, zeer Diskreete! De gedachten die vwEd: bij sekreeten van den 4. deezer omtrent Haider Alichan en den koning van Trevancoor gelieft meede te deelen, zijn volkomen met de mijne over„ eenkomstig, behalven in deeze eene omstandigheid, dat ik den laatste ons toegeneegen acht, zoo hij zich buiten vrees voor de uitkomst durfde verklaaren: maar dit zal hij niet durven doen, voor dat hij onzer zee-en land, macht voorspoedig zie; en daarom zal men hem tans, zoo als vwEd. werkelijk doet, met omzichtigheid moe„ „ten in 't oog houden. Het traktaat, te Nagapatnam met den Nabab Haider Aan den E: Heer,

NL-HaNA_1.04.02_3618_0310 view scan ↗

English

concluded with Haidar, will already have been communicated to Your Honour by Mr. Mekern. Although some terms require further explanation, it is nevertheless clearly expressed that the mutually promised assistance shall only serve against the English, and shall cease with the war. Thus, what has been agreed does not concern any other power, and Your Honour may therefore, proceeding on the same footing, conclude with the army commander of the Nabob without naming anyone else than the common enemy and those who side with him. It is very unlikely that the war will last long, and when it ends, one will perhaps have to change measures entirely. I do not believe that the person with whom Your Honour must negotiate on the Nabob's behalf will have detailed full powers. It is not the custom of his master to entrust so much to others. They will probably only ask for help to capture Tellisjeri, and promise help against the English if they should come to besiege Koetszien. It seems to me we could, with this short-lived alliance, content ourselves with that, meanwhile keeping the King of Trevankoor under such close pressure that he offered no assistance against us if matters changed a little to our advantage, and he (as I suppose) could show more of his inclination toward us; then Your Honour might well persuade him to take the cannon of Anssengo into custody until after the end of the war, if we ourselves meanwhile had no opportunity to take possession of it. As soon as Your Honour finds an opportunity to send off the Sipais, I shall receive them with thanks, as well as the rice. The French fleet, when it touches at Koetsjien, will of itself be too encumbered to take anything along. I think, however, that it will not refuse convoy, and then we shall certainly send ships from here. Your correspondence with those of Goa is nevertheless the surest way, if only they do not delay too long after having made their promise. Our commissioners have reported from the Nabob's army that the Nabob and the French had news of the French fleet lying ready at Mauritius, which only had to wait for the Dutch warships. Could this news have been spread out of embarrassment over its long delay? Their lack of the most necessary naval stores was great, according to my latest news; but since an expedition will certainly have been dispatched from France to the islands at the beginning of this year, it ought to have arrived already in July, and one must therefore hear of this fleet somewhere one of these days, if it dares to come alone. I have the honour to be with all high esteem, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet, Your Honour's obedient servant, I: W. Falck. In the margin: Kolombo, 27 September 1781. Agrees: Adriaan Poolvliet, sworn clerk. No. 23 695 Draft letter written by the Honourable, Venerable Commander Johan Gerard van Angelbeek to the King of Trevankoor on 14 January 1782. Rumours have been circulating here for some time that troops from Palleamkotta and Jernevellij belonging to the English or the Nabob Machmed Alichan will march through Your Highness's land to the north, and although I do not wish to believe that Your Highness will permit this, since this would conflict with neutrality and with Your Highness's express promise, I am nevertheless obliged to address Your Highness on this matter, as these rumours grow greater daily and are almost general; even the places where these troops will pass through being named. I therefore request Your Highness, for the preservation of friendship, to set my mind at ease in this regard by Your Highness's answer; for, if Your Highness granted passage through your land to any troops of Mahmed Alichan or the English, as long as we are at war with them, or even merely permitted it as if compelled, under whatever pretext it might be, yes, even were it under the promise that this would not be directed against our Company, this would be regarded by our Company as an act of partisanship, whereby Your Highness would break the friendship that he is obliged to maintain with us according to the treaties. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Was signed: P: v: Tongeren. Agrees: Adriaan Poolvliet, sworn clerk.

Dutch transcription

694 Haidar geslooten, zal vwEd: door den Heer Mekern reets medegedeeld zijn. schoon sommige beding punten nadere uitlegging noodig hebben, is dit echter duidelijk uitgedrukt, dat de onderling beloofde bijstand alleen tegen de Engelschen moet dienen, en ophouden zal met den oorlog. Dus betreft het bedongene geene andere mogendheid, en vwEd: kan derhalven, op denzelfden voet te werk gaande, met het Legerhoofd van den Nabab sluiten zonder iemand anders te noemen, dan den Gemeenen vijand en de genen welken het met hem houden. Het is zeer onwaarschijnlijk, dat de oorlog lang duuren zal, en wanneer dit eindigt, zal men„ misschien geheel, van maatregelen moeten veranderen. Ik geloof niet, dat de gene, waarmede vwEd. van 's Nababs wegen handelen moet, omstandige volmacht zal hebben. Het is de gewoonte van zijner meester niet zoo veel aan anderen te vertrouwen. Men zal waar„ „schijnlijk alleen hulp vraagen tot vermeestering van Tellisjeri, en hulp belooven tegen de Engelschen, indien zij koetszien kwamen belegeren. Mij dunkt, wij konden ons, bij deeze kortstondige verbindtenis„ daar meede te vreeden houden, den koning van Trevan„ koor inmiddels het vuur zoo na aan de scheenen leggende, dat hij geen bijstand boodt tegen ons, als de zaaken een weinig ten onzen voordeele veranderden, en hij (zoo als ik onderstel) zijne neiging voor ons meerder konde laaten blijken; dan mogt vwEd: hem wel overhaalen om het kanon van Anssengo in bewaaring te neemen tot na geëindigden oorlog, zoo wij zelven inmiddels geen gelegenheid hadden om er ons van meester te maaken. zoo dra vwEd: gelegenheid windt om de Sipais af te zenden, zal ik ze met dank ontvangen, zoo wel als de rijst. De Fransche vloot, wanneer die koetsjien aandoet, zal van haar eigen te veel belemmerd weezen om iets mede te neemen. Jk denk echter, dat zij het kon„ „voi niet weigeren zal, en dan zullen wij wel scheepen van hier zenden. uwe briefwisseling met die van Goa is echter de zekerste weg, zoo zij maar niet te lang draalen, na gedaane belofte. Onze gekommitteerden hebben uit het leger van den Nabab bedeeld, dat Nabab en Franschen tijding hadden, van het gereed leggen der Fransche vloot op Mauritius, die alleen wachten moest na de Hollandsche oorlog¬ „schepen zoude deeze tijding it verlegenheid over haar lang uitblijven uitgestrooid zijn ? Hun gebrek aan de allerno„ „digste scheepsbehoeften was groot, volgens mijne Laatste tijding: doch wijl men uit Frankrijk voorzeker eene bezen„ ding, in 't begin van dit Jaar, na de eilanden zal gedaan heb„ „ben, behoorde die in Iuli reeds aangeland te zijn, en men moet dus deeze vloot eerstdaags ergens verneemen, zoo zij alleen durft komen. Ik heb de eere met alle hoog achting te zijn. (onderstond:/ E: E: Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzienige zeer Dis„ „kreete, uwer Ed: Dw. dienaar. (:was getekend:) I: W. Falck. (:in margine:/ kolombo den 27. September 1781. Akkordeert Adriaan Poobolez Egklork bewaaring N„o 23 695 De genietten loopen hier zeeder eenigen tijd, dat van Palleam„ „kotta en Jernevellij krijgs volk van de Engelschen of den nabab Machmed Alichan door het land van uwe hoogheid zullen maa„ „scheeden naar de noord en hoe wel ik niet wil gelooven dat uwe hoogheid dit zal toestaan door dien zulks strijden zoude met den neutraliteit, en met de uitdruklijke belofte van uw hoogheid zoo ben ik echter verpligt om uwe hoogheid hier over te onder„ „houden, wijl die genichten dagelijks grooter worden, en schier algemen zijn; wordende selfs de plaetsen genoemd daar die troepen zullen Jk verzoek derhalven uwe hoogheid tot konservaatsie van de vriendschap, om mij bij hoog desselfs antwoord hier omtrend ge„ „rust te stellen, want, indien uwe hoogheid aen eenig krijgs„ „volk van Mahmed Alichan of de Engelschen, zoo lange wij met hen in oorlog zijn, den doortocht door uw land vergunde of zelfs maar als gedwongen toeliet, onder wat voor een pre„ „tert het ook zijn mogt Ja al was het zelfs onder de belofte dat dit niet tegen onse kompanie zoude strek„ „ken, zoo zoude zulks bij onse kompanie aangemerkt worden als eene daad van partijschap, waar door uwe hoog„ „heid de vriendschap verbreeken zoude, die hij verpligt is, Concept briev door den Weledele achtb: Heer Kommandeur Johan Gerard van Angelbeek aan den Koning van Jrevan„ „koor geschr: den 14 Januari 1782. volgens passeeren. N„o 23 695 De genielten loopen hier zeeder eenigen tijd, dat van Palleam„ „kotta en Jernevellij krijgs volk van de Engelschen of den nabab Machmed Alichan door het land van uwe hoogheid zullen maa„ „scheeren naar de noord en hoe wel ik niet wil gelooven dat uwe hoogheid dit zal toestaan door dien zulks strijden zoude met den neutraliteit, en met de uitdruklijke belofte van uw hoogheid zoo ben ik echter verpligt om uwe hoogheid hier over te onder„ „houden, wijl die genichten dagelijks grooter worden, en schier algemen zijn; wordende selfs de plaetsen genoemd daar die troepen zullen Jk verzoek derhalven uwe hoogheid tot konservaatsie van de vriendschap, om mij bij hoog desselfs antwoord hier omtrend ge„ „rust te stellen, want, indien uwe Hoogheid aen eenig krijgs„ „volk van Mahmed Alichan of de Engelschen, zoo langen wij met hen in oorlog zijn, den doortocht door uw land vergunde of zelfs maar als gedwongen toeliet, onder wat voor een pre„ „tert het ook zijn mogt Ja al was het zelfs onder de belofte dat dit niet tegen onse kompanie zoude strek„ „ken, zoo zoude zulks bij onse Kompanie aangemerkt worden als eene daad van partijschap, waar door uwe hoog„ „heid de vriendschap verbreeken zoude, die hij verpligt is, Concept briev door den Weledele achtb: Heer Kommandeur Johan Gerard van Angelbeek aan den Koning van Jrevan„ „koor geschr: den 14 Januari 1782. volgens passeeren. P: v: Jongeren. uw hoogheid /:onderstond:/ zoodanig door mij in het malla„ „baars overgezet Cochim dato als booven /:was geteekend:/ volgens de traptaaten met ons te onderhouden, God bewaare Adriaan Poothet Egklerk Akkordeerd.

NL-HaNA_1.04.02_3618_0314 view scan ↗

English

No 24. 696 Translation of an ola written by the King of Cochin to the Right Honourable Lord Commander Johan Gerard van Angelbeek, received 21 January 1782. Your Honour will have already heard that Sardar Khan, who stood with his army before Tellicherry, has been attacked by the English and the Nairs of Kottayam, Kadathanadu, Kolathunad who were in that vicinity, together with and alongside some Moors of Ali Raja of Cannanore, which attack was of such consequence that the Nabob's troops have suffered great losses; and that Sardar Khan and the other military commanders have been made prisoners of war, and further that the English have made themselves masters of the fortresses of Kottakkal, Dharmapatnam, Mahe, and other places that belonged to the Nabob, just as Your Honour will have seen from the news sent from here; the commanders of the fort of Kallayi named Aromogan and Ramagely Killedar, with the cavalry and foot soldiers who were posted under them, have retreated from there and gone to Tirunavaya after they had previously transferred that fort to a certain commander of the cavalry named Kudiratanjor, the troops of the Nabob who were at Ponnani, Chavakkad and the sandy land of Chetwai have retreated from there and marched off along the road of Palakkad to the east, so the English troops will reinforce themselves in those fortresses and make themselves masters of them; the Zamorin is a hereditary enemy of ours, and when the English establish themselves in those lands, he will unite with them, whereby our northern lands, which border on them, run great danger of being invaded and molested, so I do not know in what manner I should behave in this; therefore I request Your Honour to take these matters into consideration and to send me an answer hereupon. Lately Your Honour told me that upon the declaration of war between England and Holland, some warships were to come out from the Netherlands to Batavia, and subsequently to Cochin. I request to be allowed to know how matters stand therewith, and what news there is at present. Signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: P. van Tongeren, Adriaan Boot, first clerk. Agrees. 697 No 25. Draft ola by the Right Honourable Lord Commander Johan Gerard van Angelbeek written to the King of Cochin, 21 January 1782. I have read Your Highness's letters and the account concerning the great change that has occurred in these days to the north. It is not without reason that Your Highness is apprehensive that the Zamorin, who now returns again for a short time to his kingdom, will invade and molest Your Highness's northern lands, and therefore I have already, upon the first news, advised Your Highness through Anta to have all rice and paddy removed from there as swiftly as possible, and this I now recommend further once again, but then Your Highness must not lose a single moment's time, for it is likely that the English, who know very well that they have only little time left, will make all possible speed to establish themselves firmly in the Zamorin's territory. Furthermore, I advise Your Highness to address yourself at once to the King of Travancore and to request him to do his best both with the English and with the Zamorin to bring it about that Your Highness's lands 698 in these troubles remain spared by their people. There is no doubt that all these disturbances will cease and the Nabob will again become master of the country as soon as the French and Dutch fleets appear, against which the power of the English cannot stand; but since it is impossible to know beforehand how long this may yet take, and the English, as long as they still have free hands, will advance further from day to day to conquer all that they can, I advise Your Highness, upon their approach, to take refuge with Your Highness's family and best effects to the land of Travancore, to wait there in safety until matters change for the better again. If Your Highness desires it, I shall write a letter about this at once to the King of Travancore, so I request that Your Highness's pleasure be communicated to me hereupon at once, and thereby to state to me how Your Highness desires that I should write about this. Lastly, I request Your Highness to make all possible speed with the fascines, and furthermore to concentrate at once the battalion of sepoys, of which until now only a good three hundred men are stationed at Cochin, so that the remaining men may also be trained; this is a principal point, on which much depends for me. I think that the French fleet will presently already be at Ceylon, and from there will immediately seek out and defeat the English fleet, and that also the land force coming over with it will attempt to unite with the army of Hyder or otherwise make a diversion, and that everything will then change for the better again. As soon as I receive any news in that regard, I shall communicate the same to Your Highness. God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated by me into Malayalam, Cochin, date as above. Was signed: S. van Tongeren, Adriaan Boot, first clerk. Agrees.

Dutch transcription

N„o 24. 696 Een Uweledele achtb: zal reets gehoord hebben dat Sardan Chan die met zijn leger voor Talliserri stond geattakqueert is geworden, door de Engelschen en de nairos van Kottatta kaddatenado, Kolastrij die zich daar omstreeks bevonden met ende benevens eenige mooren van Adij Ragia te Kannanoor welke attacque is van zoodanig gevolg geweest dat de Nababse troupes groote schaade geleeden hebben; en dat sarder Chan en de verdere krijgshoofden krijgsgevangen gemaakt zijn, en voorts dat de Engelschen zig meester gemaakt hebben van de fortressen van Korretje, Dar„ „mapatnam Mahe, en andere plaatsen, die onder de eijgendom van den Nabab zijn geweest, gelijk dwel„ „edele achtb: zal gezien hebben, bij de nouvelles van hier gezonden; de hoofden van het fort van Kallimoet genaamt Aromogan en Ramagelij Willedaar, met de Ruiters en voetvolkeren die onder hun bescheiden waaren, zijn van daar geretireerd en naar Tieroenawai gegaan na dat zij alvoorens transport van dat fort Translaat ola door den Koning van Koetsiem geschreeven aan den Weledele achtb: Heer Kommandeur Johan Gerard van Angelbeek ontvangen den 21. Januari 1782. gedaan gedaan hadden aan zeeker hoofd van de Ruiters genaamt koediratanjor, de troupes van de Nabab, die op Pananij, Sa„ „wakattij en het zandigland van settua, zijn geweest zijn van daar gereptipeerten afgeproffen, lang den weg van priets Joek naar het oosten dus zullen de Engel„ „se troepen zich in die fortressen versterken, en daar mees„ „ter van maaken; De Sammorijn is een Erfvrijand van ons en wanneer de Engelsen zich in die landschappen neder zetten, zal hij met haar vereenigen, waar door onze noord„ „se landen, die daar aan grensen groot gevaar loopen van geinvadeerd en gemollesteerd te werden, dus weet ik niet op wat wijze ik mij hier in gedraagen zal, over zulx ver„ „zoeken uweledele achtb: die zaaken in overweeging teneemen en mij hier op een antwoord te senden Laatst heeft uwel edele achtb: mij gesegt dat op de de klaxaatsie van den oorlog tusschen Engelanden Holland uit Nederland eenige oorlogscheepen stonden uit te komen op Batavia, en vervolgens op koetsiem Jk verzoeke te moogen weeten hoedanig het daar meede geleegen is, en wat nieuws er thans is Geteekend bij zijn hoogh=t /:onder„ „stond:/ voor de Translaatsie Roetsiem dato als booven /:was geteekend:/ P: v: Jongeren Adriaan Poothet Egklerk Akkordeerd 697 N„o 25. Jk hebbe de brieven van uwe Hoogheid en het re„ „laas geleezen raakende de groote verandering, die deezer daegen om de noord is voorgevallen. Hel is niet zonder reeden dat uw Hoogheid be„ „ducht is dat de sammorijn die nu wederom voor een korten tijd in zijn rijk komt de noordsche landen van uwe hoogheid zal invadeeren en molesteeren en daarom hebbe ik uwe Hoogheid reets op d' eerste tijding door Anta laaten raeden om ten spoedig„ „sten alle rijs en neli van daar te laten afbren„ „gen en dit raade ik nu nochmaels nader aan doch dan moet uw hoogheid geen ogenblik tijd verzunnen want het is denkelyk dat de Engel „schen die zeer wel weeten dat ze noch maar weinig tijd over hebben alle mogelijke spac spoed zullen maken om zich in 't sammo„ „rijnsche vast te zetten. Wijders raad ik uw Hoogheid om zich ten eer„ sten aan den koning van Trevankoor te addres „seeren en denzelven te verzoeken dat hij zyn best doe zoo wel bij de Engelschen als bij den Samorijn om te bewerken, dat de landen van uw Hoogh Johan Gerard van Angelbeek gesch: aan den koning van koet, „Edele Agtb: heer kommandeur Conceptola door den Wel„ „siem den 21: Janu: 1782. in 698 in deeze stribberingen door hun volk verschoond blijven Daar is geen twijfel aan of alle deeze beroerten zullen ophouden en den Nabab zal weer meester worden van 't land zo dra de franschen en hol„ „landsche vlooten opdagen waar teegen de macht der Engelschen niet kan bestaan doch wijl men onmogelijk voor af kan weeten hoe lange dit noch kan duuren, en de Engelschen zoo lan„ „ge zij noch vrye handen hebben van dag tot dag verder zullen voort gaan om al wat zy kunnen tevermeesteren, zoo raade ik uw Hoogh„d op hunne aan nadering de wyk teneemen met hoog desselfs familie en beste effekten naar het land van Trevankoor om daar in veiligheid afte wachten tot dat de zaeken wederom ten goeden veranderen: Indien uw Hoogheid het begeerd zo zal ik hier over ten eersten een brief aan den koning van Trevancoor schrijven dus verzoeke ik, mij hier op uw Hoogheid goed vinden ten eersten te bedeelen en mij daar bij op te geeen hoedanig uw Hoogheid begeerd dat ik hier over schryven zal Laastelijk versoeke ik uw Hoogh„d om alle moge„ „lijke spoed met de faschienen temaken en wijders om het battaljon sipahis waar van tot nu toe maar groote drie honderd man te koertje leggen ten eersten te zaamen te trekken op dat 't overige Akkordeerd volk meede geverceerd worde, dit is een voornaam artikel, waar aan mij grootelyks geleegen legt Ik denke dat de fransche vloot teegenwoordig al op Ceilon weezen en van daar ten eersten de Engel„ „sche vloot zal opzoeken, en overwinnen, en dat ook de land macht die daar meede overkomt zal trach„ „ten zich met het leeger van Reeder te vereenigen of anders eene divers, te maaken en dat als dan alles wederom ten goeden veranderen zal zo dra ik eenige tijding dien aangaande krijge zal ik de zelve aan uwe Hoogheid melde deelen Pod beware uw hoogh /:onderstond/ zoodanig door my in 't mallab„s overgezet Cochim dato als boven /was gete:/ S: van Tongeren. Adriaan Boor lert Egklerk Voth

NL-HaNA_1.04.02_3618_0318 view scan ↗

English

699 No. 26. To The Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's interests and business, together with the Council. Honorable Sir and Gentlemen, It will undoubtedly be known to your Honors that the first signatory, along with the junior merchant Pieter Willem Geeke, was sent by the Coromandel Government in the month of March of this year as commissioners to the Lord Nawab Hazaret Haider Ali Khan Bahadur to learn what His Highness's desires were. We would gladly render a brief account to your Honors of our fortunes and what we have performed here with the Lord Nawab on behalf of the Company since the declaration of war between Their High Mightinesses the Lords States-General and England, but since we are not assured whether this writing of ours will be properly delivered, we dare not risk it; we solely consider ourselves obliged, to our bitter regret, to bring to your Honors' esteemed notice that Nagapatnam surrendered to the English by capitulation on the 12th of this month, after the trenches before the city had been opened on the 3rd prior. Cochin Malabar To the 8 700 We have not yet received any written report of this from anyone, and thus also do not know the contents of the capitulation, but according to the verbal account of a Malabar who came from there, the garrison was made prisoners of war and transported to the nearby Nagore to be embarked; that the Nawab's auxiliary troops who were in the city had obtained the freedom to depart without guns or weapons, except for the commanders, who were said to be under arrest; that the city was not plundered, but everyone remained undisturbed in their possessions, but that the two Malabar chief servants of the Governor, Company merchants, and the principal natives have been arrested because they declared their inability to raise three lakhs of pagodas which the English demand from them, under threat that if they remain further obstinate, they would be compelled to do so by sjambok lashes. The Lord Nawab dispatched 1,000 horsemen from here on October 29th past under a prominent chief to take over command of his observation army in the Principality of Tanjore, to march with the same to Nagapatnam, and to relieve the city. The aforesaid Geeke followed this relief force on the 31st in the morning before dawn and reached the same on the second day, but it seems that thereafter, despite the strict orders of the Nawab, they did not make great haste, as due to the failure of that relief to appear in time, the city surrendered to the enemy. Geeke is expected back here. The second signatory was sent hither by the Governor and Council of Nagapatnam as titular junior merchant and Resident on behalf of the Dutch Company to remain residing with the Lord Nawab and to relieve us; he also arrived in this camp on the 25th of last month and has already been introduced as such to His Highness. But since news of the siege of Nagapatnam arrived here in the meantime, the Nawab refused to dismiss the first and third signatories—the latter being the sworn clerk and scribe of the Commission—and detained them until he should see how it would end with that siege. Thus we have remained in his power without knowing what our fate will be, for if the Dutch fleet does not arrive on this coast in the coming year, or together with that of the French, we have reason greatly to fear some mistreatment, to say nothing of any other demands he might make. Of all this, we deemed it necessary to give respectful notice to your Honors as well as to the Most Honorable Governor of Ceylon, Mr. Falck, and at the same time urgently to request you to assist us as soon as possible with your Honors' wise counsel as to how we are further to conduct ourselves in these delicate circumstances, with the further urgent plea to forward the enclosed letter addressed to the said Governor of Ceylon thither safely at the first opportunity. While commending your Honors and the Company's precious interests to the sole safe keeping of the Almighty, we have the honor to be with all high esteem, underneath stood: Honorable Sir and Gentlemen, your Honors' very humble and obedient servants, was signed: Joan Daniel Simons, Joh: Joach: Hasz, and Isaak Reinier Simons. In the margin: Camped in the army of Bahadur, lying near Arcot, the 26th of November 1781. Agrees. With respectful notification that the second signatory returned here to the camp on the 2nd of this month, after his efforts to throw the relief force brought with him into Nagapatnam were thwarted by the surrender of the city and fortress to the enemy; we let this primarily serve to bring to your Honors' attention the lack of money in which we find ourselves for covering our expenses. We have made such a reduction in our expenditures as has been possible for us, but since we are compelled to follow the army, where everything is equally dear and expensive, we are utterly unable to cover our costs any longer, in case we are not assisted from elsewhere. Honorable Sir and Gentlemen. Cochin. To The Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's interests and business, together with the Council. Malabar. Adriaan Poolvliet, First Clerk. To Men To

Dutch transcription

699 N„o 26. Aan Den Weledele Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek kommandeur over skomp„s belangen, en omme, „slag nevens den Raad Weledele Achtbaare Heer, en Heeren 't zal uw Ed agtb ongetwyffeld bekent weezen, dat den eerstgeteekende nevens den onderkoopman Pie„ „ter Willem Geeke door de Cormandelsche Regeering in de maand maart dezes Jaars, als gekommitteer „dens aan den heer Nabab Hazaret Haider Alichan Bahadour gezonden zijn om te verneemen wat van zijn Hoogheids begeerte was, wij zouden gaarne aan uweled: achtb een kort verslag willen doen van ons wedewaa „ren en het geen wij zedert de declaratie des oorlog tus„ „schen Haar Hoogmogende de Heeren Staaten Generaal en Engeland voor DE komp alhier bij den Heer Na „bas verrigt hebben, maar dewijl wij niet versekerd zijn of dit ons schrijvens rigtig zal besteld worden zo duwen wij het niet waagen eenelijk achten wij ons tot om bitter ladweezen verpligt om ter uwer Weledele Achtb: g'eerde kennisse te brengen dat Na gapatnam den 12: deser bij Capitulatie aan de Engelschen overgegaan is, na dat den 3„e bevoorens Cochim Mallabaar Te de 8 700 de loop graaven voor de stad waren g'opend, wij heb„ „ben hier van nog van niemant eenig schriftelijk berigt erlangd, en weeten dus ook den inhoud niet van de capi„ „tulatie maar volgens mondeling verhaal van een Mal labaar die van daar gekomen is zou het gamesoen krijgs gevangen gemaakt, en naar het bijgelegen Naver vervoerd weezen om ingescheept te worden, Dat des Nababs hulptroupen die in de stad waren, Vrijheid hadden erlangd om zonder geweir of wapen temogen vertrekken; behalven de Commandanten die in arrest zouden zitten: Dat de stad niet beroofd maar een ieder ongestoord in zijne bezitting gebleeven is, dog dat de twee Mallabaarsche hoofd bediendens van den heer Gouverneur sComp„s kooplieden en de voornaamste Inlanders g'arresteerd zijn om dat ze hun onvermogen betuigd hadden om drie lak pagooden die de Engelschen van haar vraagen, op te brengen onder bedreiging dat ze verdere halstering blijvende door 'sjanbokslagen daar toe gedwongen zouden worden, De Heer Nabab e den 29 oktober p„o van hier 1000 ruiters onder een voornaam hoofd afgezonden om 't Commando over zijn observations Armee in het Vorstendom Tansjour overteneemen, met dezelve naar Nagapatnam optetrekken en de stad te ont „zetten, DE Geeke is den 31 smorgens voor dag en dauw dit secours gevolgd en by het zelve den tweeden dag aan„ „gekoomen, dog het schijnt dat men verder ondanks de strikte bevelen van den Nabab zich niet zeer ge„ „haast heeft wijl door het niet tijdig op dagen van dat ontzet de stad aan den vijand overgegaan is Geeke word hier te rug verwacht. Den tweede tekenaar is door den heer Gouverneur en Raad van Nagapatnam herwaards gezonden, als titulaire onderkoopman en Resident van wegen de hollandsche Comp: om bij den heer Nabab te blijven resideeren en ons aftelossen die ook den 25: der vergange maand in dit leger g'arriveerd en ook als zodanig reeds bij zijn Hoogheid g'introdiceerd is. Maar vermits intusschen tijding der belegering van Nagapatnam alhier ingekomen is zo heeft den Nabab den eersten en derden tekenaars zijnde den laasten gesw klerk en scriba van de Commissie hun afscheid niet willen geeven maar hen aangehouden tot dat hij zoude gezien hebben hoedanig met die belegering zoude afhoopen Dus zijn wij in zijne magt gebleeven zonder dat wij weeten wat ons tot zal zijn, want komt de hollandse vloot in 't aanstaande Jaar of met die der franschen niet hier ter kuste zo hebben wij reden om voor se„ „nige mishandeling geswegen nog van eenige andere vorderingen die hij misschien maaken zal groo„ „telijks te vreezen Van dit een en ander hebben wij nodig g'oordeeld uweled: agtb zo wel als den Weledelen Groot Achtb heer Ceilons gouverneur Falk Eerbiedig kennisse te geeven, en teffens instantig te verzoeken om ons zo spoedig doenlijk met uwel Ed: agtb wijze Raad haast 701. te willen bijstaan hoedanig wij in deeze netelige om„ „standigheeden ons verder zullen hebben te gedraagen onder wijdere instantie de ingeslooten brief aan gem Edelheer Ceilons Gouverneur gerigt ten eersten secuur derwaards voor 'tteschikken Terwijl wij uweled: Achtb in 'sComp„s dierbaare belangens in de alleen veilige hoede des Allerhoogsten beveelende d'een hebben met alle hoog achting te zijn /:onderstond:/ Weledele achtb Heer en Heeren uw weledele Achtb Zeer nedrige en Gehoorsame diena ren /was geteekend/ Ioan Daniel Simons, Ioh: Ioach: Hasz, en Isaak Reinier Simons /:in margine:/ Jn het leger van Bahadour gecampeerd leggende bij Arkat den 26: November 1781. Apkordeert Onder eerbiedige Communicatie dat den tweeden tekenaar den 2. dezer alhier in het leger, te rug ge= „koomen is, na dat zijne pogingen om het meede ge „noomen, sekoers binnen Nagapatnam te werpen, door het overgaan van de stad, en vesting aan den vijand verijdeld, geworden zijn; Laaten, wij deezen ten principaale dienen om uweled: achtb: onder het oog te brengen het geld, gebrek; waar in wij verzeeren ter goedmaaking onzer ongelden wij hebben in onze uitgiften, zodanig eene demunitie gemaakt, als ons mogelijk is geweest; maar vermits wij genoodzaakt zijn om het Leger te volgen, daar alles even duur en kostbaar is, zoo zijn wij volstrekt niet in staat om onze onkosten langer, goedtemaa „ken, in gevalle wij niet van elders geassisteerd, werden WelEdele Achtbaare Heer en Heeren Cochim Aan Den wel Edelen Achtbaaren Heer Iohan Gerard van Angelbeek Commandeur over sComp=s belangen en ommeslag nevens den Raad Mallabaar Adriaan Poolrket Egklerk A Men Te

NL-HaNA_1.04.02_3618_0321 view scan ↗

English

702 Indirect offers have been made to us on behalf of the Lord Nabob to advance us as much money as we shall require; however, because this expedient might in time have disadvantageous consequences, we have preferred to have recourse to Your Honorable Worships as being the nearest to whom we can apply for and on behalf of the Honorable Company; earnestly and kindly requesting Your Honorable Worships to be so good as to remit to us three thousand star pagodas, or the value thereof, in order to settle the expenses that we, as deputed commissioners of the Coromandel Government, are obliged to incur here, undertaking and binding ourselves, as soon as we shall be relieved from here, to render an account and report thereof and of our further activities to our superiors. On 29 October we drew a bill of exchange in the amount of 4000 star pagodas on the Governor and Council of Nagapatnam; but as the city was in the meantime besieged and subsequently surrendered, it returned unpresented, whereby we have been placed under the obligation to refund the money received, which has caused the predicament that now troubles us. We are informed that in the city of Cochin Your Honorable Worships have a gomasta or factor of the sowcar or banker Anandala Chitty, who also has a boutique or counting-house here in the army; through which channel Your Honorable Worships, if it pleases you, could remit a bill of exchange for the aforementioned requested amount. In case Your Honorable Worships should see fit to place two pairs of pattammars or letter-carriers with us, we will be able from time to time to inform Your Honors of what occurs here, and write with greater freedom, requesting, in the meantime, to make occasional use of the post of the Lord Nabob, in order to deprive His Highness of all suspicion, with a further humble request to give favorable consideration to the petition of the resident J: J: Hasz, which we must justify in every respect. While commending Your Honorable Worships and the precious interests of the Honorable Company to God's protection, we have the honor to remain, with all high esteem, /below stood:/ Right Honorable Sir and Sirs, Your Honorable Worships' very humble and obedient servants /was signed:/ J. D. Simons and P: W: Geeke, /in the margin:/ In the Army of Bahadoor near Arkat, 5 December 1781. Agrees Adriaan Booteliek Clerk 703 Malabar. To the Right Honorable Sir Johan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's important trade and establishment, together with the Council at Cochin Right Honorable Sir and Sirs, In the hope that Your Honorable Worships will have duly received the letter which, together with Messrs. Joan Daniel Simons and Isaak Reinier Simons, I had the honor to write under the date of 26 November last, and have seen therefrom that I have been sent by the Coromandel Government as titular Junior Merchant and Resident on behalf of the Dutch Company here to the Nabob Hazereth Hyder Ali Khan Bahadoor, I take the humble liberty to address this principally to request most humbly of Your Honorable Worships favorably to assist me for the payment of my unavoidable expenses here on account of 704 of the Honorable Company with one thousand star pagodas. The reason why I take the liberty to make this request of Your Honorable Worships is that, upon my departure from Nagapatnam, no more than 750 pagodas could be furnished to me from the Company's treasury for my equipment etc., since the great scarcity of money there did not permit a greater provision; which amount I have used not only for that purpose, but also during my journey for their pay and daily batta or subsistence money to the detachment of sepoys given to me for escort, being 1 sergeant, 2 corporals, and 24 privates, as well as to my other servants and coolies, and the gentlemen commissioners here, Joan Daniel Simons and Pieter Willem Geeke, have declared to me upon my request that, owing to their own lack of cash, they cannot assist me for the further settlement of my expenses. And since, through the capture of Nagapatnam, I know of nowhere else better to address myself than to Your Honorable Worships, I hope that Your Honors will be pleased favorably to grant me this my petition, in which case I bind myself to render an account to our superiors of the aforementioned amount of one thousand star pagodas as well as of that which, as aforesaid, I received at Nagapatnam for my equipment. For the rest, after having first commended Your Honorable Worships and the Company's precious interests to the protection of the Almighty, I have the honor to call myself, with the greatest respect and high esteem, /below stood:/ Right Honorable Sir and Sirs, Your Honorable Worships' very humble and obedient servant /was signed:/ Joh: Joach: Hasz /in the margin:/ In the army of Bahadoor encamped lying near Arkat, 6 December 1781. Adriaan Booteliek Clerk Agrees

Dutch transcription

702 Men heeft ons van ter zijden, wel aanbieding gedaan van wegen den Heer Nabab, om aan ons zoo veel geld te verschieten, als wij benodigen zullen, dog dewijl dit Expedient in der tijd van nadeelige gevolgen zoude konnen weezen, zo hebben wij lieven onze toevlugt tot uweled: achtb: willen neemen als de naaste zijnde, bij wien wij voor en van weegen d'E: Comp: vervoegen kunnen; uweled: achtb: ernst vriendelijk verzoekende aan ons Drie duizend sterre pagoden, of de waarde van dien, te willen overmaaken, om de ongelden die wij, als afgezondene gecommitteer= „dens der Cormandelsche Regeering genoodzaakt zijn hier te doen, goedtemaaken, aanneemende en ons verbindende, om zoo dra wij van hier zullen, ver „lost worden, daar van en van onze verdere verrigtingen reekening en verslag te doen aan onze superieuren wij hebben op den 29 October een wissel groot 4000. ster= =re pagooden, op den heer gouverneur en Raad van Nagapatnam getrokken; dog de stad intusschen be= „legerd, geworden en vervolgens overgegaan zijnde, is zij onaangepresenteerd, weder te rug gekoomen, waar door wij in de verpligting geraakt zijn, om het ontfangen geld weder uittekeeren, waar uit de ongeleegenheid veroorzaakt is, die ons nu kwelt Wij zijn onderrecht dat bij uweled: agtb: in de stad cochim een Gomasta of factoor is, van den saukar of bankier Anandala Chitty, die hier in de armee„ ook een bouticq of Comptoir heeft; door welk canaal uweled: agtb: des behagende een wissel van het voorschr: verzogt bedragen zoude kun overmaken Ingevalle uweled achtb: kan goedvinden bij ons twee stellen patamars of brieve dragers te plaatsen, zullen wij van tijd tot tijd aan Hoogst denzelve kennisse kunnen geeven van het geen hier voorvalt, en met meerder vrijheid, schrijven, biddende, intusschen, nu en dan gebruik te maaken van de post van den Heer Nabab, om zijn Hoogheid, alle argwaan te beneemen, met verdere nederige instantie om een gunstige reflexie te slaan op het verzoek van den resident J: J: Hasz welk wij in alle opzigten moe= =ten billijken terwijl wij uweled: agtb: en de dierbaare belan= gen van d' E: Maatschappij in godes bescherming beveelende, de eere hebbe, met alle hoog achting te verblijven /:onderstond:/ weledele achtbaare Heer en Heeren, uweled: agtb: zeer nedrige en gehoorza= =me Dienaaren /:was geteekend:/ I D' Simons en P: W: Geeke, /:in margine:/ In het Leger van Baha =dour bij Arkat den 5 December 1781:— Akkordteert Adriaan Booteliek Eyklork uweled 703 Mallabaar. Aan den weledelen Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek kommandeur over 't kompagnies importanten Handel, en ommeslag nevens den Raad. Je Koetsiem Weledel Achtbaar Heer, en Heeren In hoope dat uwe weledel Achtb: de brief die ik nevens de Heeren Joan Daniel Simons, en Isaak Reinier Simons de eer heb gehad onder dato 26. November jongstleeden te schrijven, rich„ tig zullen ontvangen en daar uit gezien heb„ ben, dat ik door de Cormandelsche Regeering als titulair Onderkoopman en Resident van wegen de Hollandsche kompanie alhier bij den Nabab Hazereth Maider Alichan Ba„ hadoer gezonden ben, neem ik de nedrige vrijheid deezen ten principaalen te richten, om uwe weledele Achtbaare ootmoedigst te verzoeken, mij tot het doen van mijne on„ vermijdelijke ongelden alhier voor reekening van 704 van DE: komp: gunstiglijk te willen assisteeren met een duizend sterre pagooden. De reeden waarom ik de vrijheid neeme dit verzoek bij uwe weledele Achtbaarens te doen, is, om dat mij bij mijn vertrek van Nagapatnam uit 's kompagnies Kassa voor mijne uitrus„ „ting etc: niet meer als 750. pagooden hadt konnen verstrekt worden, wijl het groot gebrek dan geld aldaar geen meerdere verstrekking gepermitteerd heeft; welk bedragen ik niet al„ „heen ten dien einde maar ook geduurende mijn vertrek aan de mij tot bedekking meede gegeevene kommando sipais, als 1. serjant, 2. kor„ „poraals en 24. gemeene mitsgaders aan mijne overige bediendens en koelis tot hunne besol¬ „ding en dagelijksche battam of teergeld ge„ „brukt heb, en de Heeren gekommitteerdens alhier Joan Daniel Simons, en Pieter Wil„ len Geeke mij op mijn verzoek betuigd heb, ber, mits eige gebrek met geen kontanten tot verdere goedmaaking mijner kosten te kunnen bij staan. Jan dewijl ik door de verovering van Naapatnam mij nergens anders biter weet te addresseeren dan bij uwe weledele Acht, „baarens, zoo hoope ik dat Hoog dezelven mij deeze mijne instantie gunstiglijk zullen gelie„ „ven te accordeeren, in welk geval ik mij ver „binde, van het voorschreeven bedraagen van een duizend sterre pagooden zo wel als van het geen ik gelijk voorzegd op Nagapatnam voor mijne uitrusting genooten heb, reekenschap aan onze superieuren te doen. Terwijl ik voor het overige de eere hebbe, na alvoorens uwe weledele Achtbaarens en 's kom„ „panies dierbaare belangen in de beschermin„ „ge des Allerhoogsten aanbevolen te hebben, mij met de meeste eerbied en hoog agting te noe„ „men /:onderstond:/ weledele Achtbaar Heer en Heeren uwe weledele Achtbaarens zeer onderdanigen en gehoorzaamen Dienaar /:was getc:t/ Ioh: Ioach: Hasz /:in margin:/ In het leger van Bahadoer gekampeerd leg„ „gende bij Arkat den 6. December 1781. —. Adriaan Boo Eyken Nit Akkorteert weet

NL-HaNA_1.04.02_3618_0324 view scan ↗

English

No 27. 705 Johan Jacob Hass, titular Junior Merchant as well as Resident in the army of the Lord Nabab Hasareth Harder Alichan Bhadoer, To the Honorable Johan, Daniel Simons, Merchant, and Pieter Willem Geeke, Junior Merchant, Commissioners. Honorable, Pious, Discreet, Your letters of 26 November and 5 and 6 of this month have been properly delivered to us by the King of Cochin. The loss of Nagapatnam is certainly an unfortunate event, but it ought not to make us fainthearted; the French and Dutch fleets, which are expected daily in Ceylon, can easily restore our affairs. That the English in Bombay are doing their best to persuade the Marathas to peace is true, but it is not probable that they will succeed; at least, the latest news from that quarter indicates the contrary. In particular, the rumor that the 706 the English had offered five crore or fifty million rupees to the Marathas is utterly false; they suffer, not only in Bombay, but also in Madras, a great shortage of money, so much so that they can no longer pay their troops on time. The treasury in Bengal is also empty, so that it would be utterly impossible for them to raise even half a crore. On the contrary, it is highly probable that, if the war continues a little longer, they will, through lack of money, become incapable of prosecuting it properly. We are therefore quite willing to believe that they would like to make peace with the Lord Nabab Haider Alichan at this time, but we are also well assured that this would only be to get rid of him for now, and later, if they should obtain peace with us and the French, to attack him with all the greater force. We hope, therefore, that the Lord Nabab will not let himself be caught in the net that is being spread for him, but that His Highness will remain steadfast until the relief with the ships arrives, when it can hardly fail that we shall bring down the common enemy by joint action. We do not wish to leave your Honors entirely in distress, and therefore qualify your Honors to draw bills of exchange upon us for such sum as your Honors shall absolutely need, which will be paid here at sight; and your Honors may draw those bills in Surat rupees, Mangalore pagodas, or Venetian ducats. But now that Nagapatnam is lost, and the government on which your Honors depend and by which your Honors were commissioned is extinguished, your commission is also thereby lapsed and nullified, so that your Honors now have nothing further to execute in the army of the Lord Nabab. Wherefore we know no other advice to give your Honors than that your Honors convey this to the Lord Nabab and request His Highness for safe transport hither, as the only Dutch establishment to which your Honors can travel by land, and from where your Honors, as soon as Nagapatnam shall have been retaken, can depart again for your designated post. Wherewith, after friendly greetings, we remain below Honorable, Pious, Discreet, lower Your Honors' willing friends and servants was signed J: G: van Angelbeek, R: v: Haan, J: van den Busch, N: W: Beits, J. L: v: Spael, C: G: Seijker, A: J: S: vernede, W: van Hoesten, and J: A. Daunichen in the margin Cochin, 27 December 1781. Agreed for Adriaan Poobrkes Eyklert No 28. No 28.

Dutch transcription

N„o 27. 705 Johan Jacob Hass, titulair Onderkoopman mitsgad:s Resident in 't leger van den Heer Nabab Hasareth Harder Alichan Bhadoer, Aan d„ E„ E„s Johan, Daniel Simons, koopman en PPieter Willem Geeke, onderkoopman gekommitteerden Eerzaamen, vroomen, Diskraten, Uwe brieven van den 26. November en 5. en 6. deezer, zijn door den koning van koethem aan ons richtig bezorgt. het verlies van Nagapatnam is zeeker een ongelukkig geval, doch het zelve behoord ons niet kleenmoedig te maaken; de fransche en Hollandsche vlooten die dagelijx op Ceilon verwagt worden; kunnen onze zaaken ligt Dat de Engelschen te Bombai hun best doen, om de Maratten tot den vreede te beweegen, is de waarheid, doch het is niet waarschijnlijk dat ze renisseeren zullen, altans de laaste tijdingen van dien kant duiden het teegendeel aan. jnzonderheid is het gerucht, dat de herstellen 706 de Engelschen aan de Maratten vijf karoer of vijftig Millioenen ropijen zouden gebooden hebben, ten eenemaal valsch; zij lijden, niet alleen te Bombai, maar ook te madras groot gebrek aan geld, zelfs zoo zeer, dat zij hunne troepen niet meer op zijn tijd betaalen kunnen de schat-kist in Bengale is ook leedig, zoo dat het henl: volstrekt onmoogelijk zijn zoude, ook maar een half karoer op tebrengen, intee„ „gendeel is het ten hoogsten waarschijnlijk, dat zij ingevalle de oorlog nog wat voortduurd door gebrek aan geld buiten staat zullen raaken, om denzelven behoorlijk voort tezetten. Wij willen daarom ook wel gelooven, dat zij in deezen tijd met den Heer Nabab Haider Alichan wel zouden willen vreede maaken, doch wij zijn ook wel verzeekerd, dat dit maar zijn zoude, om nu van hem ontslaagen te raaken, en hem naderhand, als zij met ons en de franschen vreede mogten krijgen, niet te grootere macht op het lijf te vallen. wij hoopen derhalven, dat de Heer Nabab zich in dat net, het welk hem gespannen word, niet zal laaten vangen, maar dat zijn Hoogheid stand vastig blijven zal, tot dat de hulpe met de scheepen opdaagd, wanneer het bij na niet missen kan, of wij zullen den algemeenen vijand gemeenzaamer hand te onder brengen. Wij willen uw ld. s niet geheel verleegen laaten, en qualificeeren uwEd. s derhalven, om op ons wissels te trekken voor zoodanige som als uw Ed. s volstrekt zullen noodig hebben, die hier op zicht zullen voldaan worden, en kunnen uwEd. s die wissels trekken in souratsele ropijen, Mangaloorsche pagooden, of ve„ „neetsiaansche dukaaten. Doch nu Nagapatnam verlooren, en het Goevernement waar van uwEd. s dependeeren en door het welk uwEd.s gekommitteerd geweest zijn, ge-exstingueerd is: zoo is uwe kom „missie ook lo ipso vervallen en te niet gegaan, zoo dat uw Ed: thans niets verders in 't leeger van den Heer Nabab te verrichten hebben, weshalven wij uw Edelen ook geen anderen raad weeten te geeven, dan dat uw Ed. s dit den Heer Nabab te verstaan gee„ ven en zijne Hoogh:d verzoeken om een veilig taans„ „port naar herwaarts, als het eenigste Nederland, „sche kantoor, waar na toe uwEd:s ziel over land begeeven kunnen, en van waar uwEd:s zoo dra Na„ „gapatnam hernoomen zal zijn, weederom naar uwe bescheidene post kunnen vertrekken waar meede na vriendelijke groete blijven /:on„ „derstond:/ Eerzaamen vroomen, Diskreeten, /:lager:/ uw Ed dienstwillige vriend en dienaaren /:was getekend:/ J: G: van Angelbeek, R: v: Haan, J: van den Busch, N: W: Beits, J. L: v: Spael, C G: Seijker, A: J: S: vernede, W: van Hoesten en J: A. Daunichen /:in margine:/ koetsiem den 27. december 1781. akkordeerd voor Adriaan Poobrkes Eyklert N„o 28. N„o 28.

← previous