Inventory 3619
Malabar · 338 pages · 201 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1011. about the zeal and diligence that the said van de Graaff has applied and devoted to that work, and for which we have not been ungrateful by elevating him to Director of Souratta, in the confidence that in the administration there he will likewise give us the required satisfaction and fulfill the ideas that we have formed of his capacities, in order to restore the decayed trade in that directorate to the greatest benefit of the Company. Extract of the general letter from Batavia written to Cochim, September 30, 1777: Concerning the charges and reimbursements charged to Cochim to the amount of ƒ27138: 8: 8, in order to be collected there, pursuant to our missive of March 6, 1776, from the estates of the former cashiers in the years 1746/7, 175¾, 1755/8, 1770: Nicolaas Bowijn, Mattheus Hendrik Beijts, Hendrik Notermans, and of the shopkeeper Harmanus van der Steeg, you have done well by having the share of the persons still living there, namely: Rachel Augustina van der Sloot, widow Beijts, the junior merchant Abraham Jean Scipio Vernede, and the late aforementioned Notermans, together amounting to ƒ6808: 7:— Indias, paid into the treasury, and to account back to this head office that of the present administrator at Bantam, Mr. Nicolaas Wendelin Beijts, together with the portions of the deceased persons and those departed hither or elsewhere, of whom no more heirs are to be found on Mallabaar, whereupon such disposition has been taken by us as will appear to you from the resolution of August 12 last accompanying this in extract. Extract from a Patria missive written to Batavia under date of October 8, 1777, inserted and answered by the Cochim letter to Batavia written on January 5, 1779: Section 436: Having been received and examined by us, the further information requested by you on the subject of the discovery made of the falsifications committed in the trade books of this office, with the relative full report thereto from the secunde van de Graaff, we have accurately examined the one and the other, and must give this praise to the achievements of the said secunde, that by his simple and clear manner of working, a matter hitherto confused and entirely obscure has been much more unraveled, and thereby so much light has been shed upon it, as the defective condition of the books and papers of which he availed himself can permit. Although it can now be sufficiently gathered from the transmitted documents, to our regret, that there will be little to recover of the important capital of fully six tons of gold, which the aforementioned secunde has demonstrated to have been embezzled from the Company, this nevertheless detracts nothing from the merits of the labor that has been bestowed by him, and we have now obtained the required certainty that the investigation into the true state of this matter—which had already been abandoned by you, but which the late Councillor Extraordinary Senff, to our particular satisfaction, had managed to set in motion again—has been brought to such perfection as was possible according to the nature and circumstance of the subject. Meanwhile, in our opinion, it is evident that the far-reaching infidelity and sinister practices, which were committed during a series of years by the former and fugitive trade bookkeeper Izaaksz and his accomplices, to the great damage of the Company, could not have remained unnoticed for so long if such supervision had been maintained over the respective departments of this office as ought to have place in a well-regulated administration. Section 436: It pleases us greatly that the labor which the former secunde van de Graaff has performed here in discovering the frauds committed in the trade books, provides so much satisfaction to your Right Honorable Worships, and therefore the first signatory does not regret that he excused the commissioners Kellens and Bekning, who had worked incorrectly and finally declared they knew no other way than the one already entered upon, from that investigation and entrusted the same to his Honor, who then truly accepted it with all willingness and, during his spare hours, untiringly carried it out, without which this investigation undoubtedly would not have reached its conclusion yet. No. 3.
Dutch transcription
1011. over den ijver on werkzaamheid, die ged: van de Graaff tot dat werk heeft g'appliceert, en besteed, en waar aan wij niet onerkenlijk zijn geweest met hem te elogeeren tot Directeur van souratta in vertrouwen dat hij in het bestier aldaar ons mede het vereischte contentement geven en beantwoorden zal aan de denkbeelden, die we van desselfs capaciteijten hebben opgeval, om den vervallen handel in die directie weder te herstellen ten meesten voordeele van de Compagnie Extract Gemeene brief van Batavia na Cochim geschr: den 30:' 7ber: 1777: Aangaande de de Belastingen, en vergoedingen Cochim aangerekent ten bedrage van ƒ27138: 8: 8: om ingevolge ons aanschrij„ „ven van den 6:' maart 1776: aldaar ingevordert te worden van den boedels van de geweesene Cassiers in A:o 174 6/7 175¾ 175 5/8. 17 7/0: Nicolaas Bowijn Mattheus Hendrik Beijts Hendrik Notermans, en van den winkelier Harmanus van der steeg, hebben UE: wel gedaan met het aandeel van de ginter nog in weesen zijnde persoonen te weeten. Rachel Augustina van der Sloot weduwe Beijts, § 436: Bij ons ontvangen en g'examineert § 436: Het verheugd ons zeer dat den ar„ zijnde, de door UE: gerequireerde „beid die de geweese secunde van de Graaff nadere informatien op het sub„ alhier gedaan heeft tot het ontdekken der ge„ ject der gedaane ontdekking „pleegde frandes bij de Negotie boeken, uw wel Edele Hoog Agtb: tot zoo veel genoegen van de gepleegde falsiteijten sterkt, en dus berouwd het den eerst ge„ in de Negotie boeken van „teekende, niet, dat hij de gecommit„ dit Comptoir met het daar toe „teerdens kellens en Bekning dewelke verkeert gewerkt hadden, en eijndelijk ver relative volledige berigt van den „klaarden geen anderen weg te weeten, dan Extract uijt het Extract à Extract uijt Een Patriase Missive na Batavia gesch: onder dato 8: october 1777: g'insereert en b'antwoord bij Cochimse brief na Batavia geschr: den 5: Januarij 1779: den onderkoopman Abraham Jean Scipio vernede en wijlen voornoemden Notermans tesamen bedragende ƒ 6808: 7:—. Jndias, in Cassa te laaten voldoen en dat van den teegenwoordigen administrateur op Bantam M:r Nicolaas Wendelin Beijts, benevens de porties van de overleedene en herwaards of elders vertrokkene persoonen, waar van op Mallabaar geene Erfgenaamen meer te vinden zijn, na deeze hoofd plaats te rug te rekenen, waar op bij ons zo„ „danige dispositie genomen is als uE: zal te vooren komen bij het dezen in Extract verzellende resolu„ tie van den 12:' Augustus Jongstleeden. den P de secunde 1012. zoude Erlangt hebben. de reets ingeslagene, van dat onderzoek secunde van de Graaff, hebben. g'excuseert en het selve zijn Edele opge„ wij het een en andere naauwkeurig „ragen heeft die het dan ook waarlijk met alle gewilligheijd aannam, en bij g'examineert, on moeten aan de zijne snipper uuren, onvermoeijt uijtge„ verrigtingen van gem: secunde „voord heeft zonder welk ongetwijffelt dek Lof geeven, dat door zijne een voudige en klaare wijs van wer„ „kon Een zaak tot hier toe ver„ „ward en ten Eenemaal duijster veel meer ontswagteld, en daar door zo veel ligts over dezelve verspreijd is, als de gebrekkige gesteldheijt der boeken en papieren waar van hij zig heeft bediend kan toelaaten. dit ondersoek zijn beslag nog niet Of schoon nu uijt de overgesondene stukken, tot ons leedweesen, genoegsaam is afteneemen, dat er weijnig te Recon„ „vreeren zal zijn van het importante Capitaal van ruijm sestonnen Gouds, die voornoemde secunde heeft aange„ „toont de maatschappeje te zijn ontdraa„ „gen derogeert zulx egter niets aan de merites van den arbeid die door denselve is besteed, En wij hebben als nu gekreegen de verEijschte zeekerheid dat het onderzoek na de waare geschapendheid deezer zaake„ 't geen door UE: reets was gabondon„ „neert, dan 't welk wijlen den heer Raad Extra ordinair Seuff, tot onse bijzondere satisfactie weeder had wee„ „ten aan den gang te krijgen, tot zoodanige volkomentheid is gebragt, als na den aart en omstandigheijt van het onder„ „werp mogelijk is geweest. Het blijkt inmiddels onzes bedun„ „kens evidontelijk, dat de verre gaande ontrouw en sinister practijken, die door den geweesen en voortvlugtigen Negotie overdrager Izaaksz: en zijne meede standers, tot groote schaade van de Comp: geduurende een reeks van Jaaren zijn gepleegd niet zoo lang ongemerkt souden hebben kunnen blijven, wan„ „neer over de respective departementen van dit Comptoir, zoodanig toesigt was gehouden als in een wel gere„ „geld bestuur plaats behoort te hebben. =zeekerheijd N„o 3.