Inventory 3619
Malabar · 338 pages · 201 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
972. will this journey amount to even more than last time, and once again without the slightest risk or use of the Company's money, because one can do this sufficiently in barter, provided one proceeds with deliberation. It is only a pity that Your Right Honourable Worships' reply has not yet arrived, and I am thus unaware to what extent Your Right Honourable Worships will be pleased to allow me leeway in this regard; for then I would have engaged the departing and arriving people somewhat more than last year right from the beginning of the open sailing season, and thus extended that trade much further already then, in order to be able to show thereby shortly that the necessary and unavoidable improvements to the town need not cost the Company a single doit, but can easily be covered from this. Extract of a separate letter written from Cochim to Batavia, 10 February 1775. It also rejoices me that the trial undertaken by me (namely, whether some trade might not be carried on in various articles to some advantage for the Company) was so pleasing to Your Right Honourable Worships. The yield of what was profited thereon in the most recent year, I have sent to Your Right Honourable Worships with my repeated respectful letter of 1 January. And although a good part of the navigable season had already passed when Extract of a separate letter written from Batavia to Cochim, dated 20 September 1775. from the received yield of the goods purchased and sold for the Company's account during the past trading season, it appears that, on a purchase amount of rop:s 133751. 21., an amount of rop:s 16760.— or ƒ20112. —. — has been profited, we hereby testify that this profit is agreeable to us, and we shall await the further pleasing consequences thereof, primarily because these advances are set aside as a fund for the necessary and unavoidable repairs of the town of Cochim, without expense to the Company. Extract of a separate letter written from Cochim to Batavia, dated 4 January 1776. Herewith I have the honour to present to Your Right Honourable Worships when I received Your Right Honourable Worships' approval in that regard, I nevertheless do not doubt that this year it will turn out even more to Your Right Honourable Worships' satisfaction, as I leave nothing unattempted to make the Company profit from all that it can profit here. 973. to present the yield of the merchandise purchased and resold for the Company's account in the financial year 1774/5, from which it appears that the Company has gained net thereby a sum of ropas 23348, which I hope will meet with Your Right Honourable Worships' approval. Extract of a separate letter written from Batavia to Cochim, dated 11 November 1776. Regarding the private trade conducted for the Company's account in the year 1774/5, it has appeared to our satisfaction from the yield received in that regard that, on a purchase amount of ropas 169287. 24. encumbered with all charges, an amount of ropas 23348. – or scarcely 13 1/16 per cent has been profited. Extract of a separate letter written from Cochim to Batavia, dated 2 January 1777. From the general letter Your Right Honourable Worships will see that the defects of this town have now been repaired, and I flatter myself that Your Right Honourable Worships will also be pleased that everything was finished just in time, and that such capital repairs cost the Company no more than rop:s 159882 7/18, as appears from the following demonstration: Anno 1773/4: r/ 16760. —. — Ditto 1774/5: 23348. —. — Ditto 1775/6: 18364. 12. — Together: Ropas 58472. 12. — so that there still lacks ropas 101409 4/42, and thus already a large third of the aforementioned expenses has been recovered, and these would have to be very unfortunate times indeed if within a few years the remaining two thirds were not found from that trade, unless one were pleased at the same time to take into consideration at how large a sum the work of Slooterdijk alone was calculated, and yet that same objective having been accomplished with 30500 rop:s, so that the aforementioned collective expenses would thus already from now on have been covered. Herewith I enclose the yield of the private trade of the past year; it amounts to rop:s 4983 39/180 less than last year, caused by the fact that the arrack has not yet been sold. Likewise I flatter myself that Your Right Honourable Worships will be no less pleased that, on the other hand, in compensation for those expenses, there has been net gained for the Company in the most recent three years with the private trade
Dutch transcription
972. zal deze reijse nog meer bedraagen als laatst, en al weeder zonder eenige de minste risico of gebruijk van 'sComp:s geld, om dat men zulx genoegsaam in ruijlinge kan doen, als men maar met overleg te werk gaat; Jam„ „mer maar, dat uw Hoog Edelheed=s rescriptie nog niet gekomen is, en ik dus egnorant ben in hoe verre uw Hoog Edelheed:s mij daar omtrend, zullen gelieven ruijmte te geeven, want dan zoude ik al met het begin van de openvaart de af- en aankomende Man wat meer als verleede Jaar g'engageerd, en dus dien Handel toen al veel verder g'extendeert hebben, om daar door bin„ „nen korten te kunnen toonen, dat de nodige en onver„ „nijdelijke verbeeteringe aan de stad de Comp: geen enkelde duijt behoefd te kosten, maar gemakkelijk daar uijt kan gevonden worden. Extract aparte missive van Cochim na Batavia geschreeven den 10 ' febr: 1775. Het verblijd mij ook dat de door mij Genomene preuve namendlijk of 'er in deeze en geene artikelen niet met eenig voordeel voor de comp: te handelen zij) uw Hoog Edelheed:s zo wel gevallig geweest is: Het Rendement van het geene in het jongste Jaar, daarop is Geprofiteerd, hebbe ik bij mijn meerm: eerbiedige van den 1. Janu: aan uw Hoog Edelheed=s gezonden. En schoon 'er reeds een goed gedeelte van de vaarbaare tijd verstreeken was, toen Gepasseerde Handel-tijd voor reek: van de Comp: ingekogte en ver„ dat „kogte Goederen, blijkende, op een inkoops bedraagen van rop:s 133751. 21. geprofiteerd is, een tantum van /ay 16760.— of ƒ20112. —. —. zo betuijgen wij dat die wingh ons aange„ „naam is, en wij de nadere gevallige gevolgen van dezelve verwagten zullen, voornamendlijk, om dat die advans gesteld worden, als tot een fonds voor de noodzaakelijk en onvermijdelijke van de stad Cochim, buijten kosten van de Comp: Extract aparte missive van Oo„ „chim na Batavia geschreeven, onder dato den 4. Janu: 1776. Hiernevens hebbe d'eere VW. Hoog Edelheed=s uijt het ontfangen Rendement van de in de jongst Extract Aparte missive van Batavia na Cochim gesch: onder dato den 20. 7ber: 1775. toen ik uw Hoog Edelheed=s genoegen derweegens ont„ „ting, zo twijffele egter niet, of het zal dezen Jaaren nog meer ten genoegen van uw Hoog Edelheed=s daar meede afloopen alzoo ik niets onbezogt laate om de Comp: te doen profiteeren van all' het geen zij hier profi„ „teeren kan. ik aantebieden 973 aantebieden het Rendement van de in het boekjaar 177 4/5. voor reek: van de Comp: ingekogt en weder verkogte Handelwharen, waar uijt Consteert, dat de Comp: daar bij zuijver gewonnen heeft, een somma van ro/as 23348. het geen ik hoope uw Hoog Edel„ „heed=s welgevallig zal te vooren komen. Extract aparte missive van Batavia na Cochim gesch: onder dato 11. ' 9ber: 1776. Nopens den Particulieren Handel voor reek: van de Comp: in A:o 177 4/5. gedreeven, is ons tot genoegen, uijt het des„ „wegens ontfangen Rendement gebleeken, dat op een inkoops bedragen van rocag 169287. 24. bezwaard met alle ongelden is geprofiteerd een tantum van rosos 23348. – of 13 1/16. p:r C=t schaars. Extract Aparte Missive van Corhim na Batavia geschreeven onder dato den 2. Janu: 1777. Bij de Gemeene briev zullen uw Hoog Edelheed=s zien, dat de gebreeken van deze stad nu hersteld zijn, en ik vlije mij dat uw Hoog Edelheed=s ook genoegen zullen hebben, dat alles nog effen in tijds klaar is gekomen, en dat zulke capitaale reparatien de Comp: niet meer r/ 16760. 23348. —. „ 18364. 12. — Tesamen Ro/as 58472. 12. zo dat 'er nog aan manqueerd rosag 101409 4/42. en dus al een Groot derde van de voorschreeve ongelden, uijtgewonnen is en het zoude al zeer ongelukkige tijden moeten zijn, indien binnen weinige Jaaren uijt dien handel het overige twee derde niet gevonden wierd, ten waare men hier bij teffens geliefde in aanmerkinge te neemen, op hoe groot eene somma het werk van slooterdijk alleen gecalculeert en egter aan dat zelfde oogmerk vol„ „daan zijnde met 30500. rop=s dat de voorschr: geza„ „mendlijke onkosten, dus dan van nu af, al zoude Hier nevens voege het Rendement van den par„ ticulieren Handel, des gepasseerden Jaars, het bedraagd rd„s 4983 39/180. minder als verleede Jaar veroorzaakt, om dat de Arrak nog niet verkogt is. gevonden zijn. Insgelijks vlije mij dat uw Hoog Edelheed:s niet minder genoegen zullen hebben, dat daar entegen ter goedmaakinge van die ongelden in de Jongste drie Jaa„ „ren met den particulieren Handel voor de Comp: zuij„ „ver gewonnen is Anno 177¾ d=o 177 4/5. ^ als gekoft hebben rop=s 159882 7/18. blijkens de ondervol„ „gende aantooninge gekort Extract 60 „ 177 7/16 - - - - - „
English
974. Extract of a Separate Missive written from Batavia to Cochin on September 30, 1777. With respect to the fortification works, it is pleasing to us that the defects of the city of Cochin have now been repaired, and everything was completed just in time, while the repairs and improvements carried out have cost quite a handsome sum of ropias f 159882 7/48, against which is credited the profit made with the private trade in the three book-years 1773/4, 1774/5, and 1775/6 to the amount of ropias 58472. 12., constituting a large third of those expenses, which is quite agreeable and gives us hope that the remaining two thirds, or ropias 101409 39/48, will within a few years also be found and made good out of this fund. Extract of a Separate Missive written from Cochin to Batavia on January 2, 1778. Meanwhile, I have the honor to present herewith to Your High Nobles the return of the private trade which I have again conducted for the Company in the most recently concluded book-year, and from which it appears that the Company has again gained purely a sum of ropias 17337. 46., or properly ropias 19319. 10. if the profit on the sandalwood and the arrack had been included therein, as is shown by a note at the bottom of that account; and if I had been able to obtain as much sugar in that year as the previous year, the profit would be even greater; but I fear that this year it will not be as much, because up to now I have not been able to obtain a single bag of sugar; however, I have obtained kapok, and I will leave nothing unattempted to pursue this trade further; indeed, there are also still four months of the good monsoon at hand, during which interval much opportunity may yet present itself. Extract of a Separate Missive written from Batavia to Cochin on September 15, 1778. The return of the private trade conducted for the Company in the most recently concluded book-year 1776/7 has been pleasing to us, as it appears therefrom that for the Company there has been purely gained an amount of ropias 17337. 46., or properly ropias 19319. 30. if the profit on the sandalwood and arrack had been included therein, as is shown by a note at the bottom of that account. Extract of a Separate Missive written from Cochin to Batavia under the date of January 5, 1779. I have also been pleased to see that the private trade conducted for the Company in the book-year 1776/7 was agreeable to Your High Nobles, and now I have the honor to present to Your High Nobles the return of the subsequent book-year, from which it appears that the Company has therein again gained purely and clear of money ropias 20686. 20. Agreed J:A: Damincken Le Crets 975. Extract from the Letter written from Batavia to Cochin on October 23, Anno 1763. While for Your Honour's information we note herewith that we, having found in Your Honour's trade books instead of the usual general account the Cochin office, which being contrary to reason and all practice must cease; that in the aforementioned books the Zamorin was debited for the true amount of the war expenses alone, and thus f 32032:4: - less than the contract dictates, and though by Your Honour it was rightly rectified, yet no mention thereof having been made in Your Honour's letters, this appears very reproachful to us, and Your Honour must therefore inform us what caused the one and the other; That we find the debts of the native princes excessive, in particular with respect to Travancore, whose delivery account alone in the Cochin books is encumbered with a considerable sum of f 538603: 6:8, besides that also in those of Porca f 17138:-: - and in those of Coilan f 4817:8:8 stand as an expense item on account of gifts provided upon delivery of pepper, and at the last-mentioned place also f 3286:14: 8 on account of His Highness himself, which makes the king's debt appear smaller at first glance than it truly is, without it appearing anywhere to us what reason motivated Your Honour to the one and the other, which we therefore expect in answer to this; and in the meantime recommend Your Honour the debts and advance provisions out of [illegible] 9.
Dutch transcription
974. Met adspect tot de Fortificatie werken is ons aangenaam, dat de gebree„ „ken van de stad Cochim nu herstelt zijn, en alles nog even in tijds klaar is gekomen, terwijl de gedaa„ „ne reparatien en verbeeteringen nog al een fraaije som van rosa ƒ 159882 7/48. gekost hebben, waar aan ten goede komt, het met den Particulieren Handel in de drie boekjaar 177¾. 7 4/5. en 7 5/6. geprofiteerde ten bedraage van roCog 58472. 12. uijt„ „maakende een groote derde van die ongelden, het geen nog al welgevallig is, en ons hoope doed hebben, dat de resteerende twee derdens of roCap 101409 39/48. binnen weinige Jaaren, mede uijt dit fonds zul„ ten gevonden, en goedgemaakt werden. Extract Aparte Missive van Cochim na Batavia ge„ „schreeven den 2. Janu: 1778. Intusschen hebbe d' eere uw Hoog Edelheed=s hier nevens aantebieden het Rendement van de particulieren Handel, die ik in het Jongst ge„ „passeerde boekjaar weder voor de Comp: gedreeven hebbe, en waarbij blijkt dat de Comp: weder Het Rendement van den Particulieren handel, in het Jongst gepasseerde Boekjaar 1776/7. voor de Comp: gedreeven, is ons aange„ „naam geweest, alzo daaruijt blijkt, dat 'er voor de Comp: zuijver is gewonnen een tantum van rop=s 17337. 46. of eijgendlijk rop:s 19319. 30. indien de winst op het zandelhout en Arak daarbij was gereekend, gelijk bij een Nota onder aan die reekening ver„ „toond word. Extract Aparte missive van Batavia na Cochim geschree„ „ven den 15. 7ber: 1778. — zuijver gewonnen heeft eene somma van ropias 17337. 46. of eijgendlijk ro/as 19319. 10. indien de winst op het zandelhout en de Arak daar bij geree„ „kend was geworden, gelijk bij een Nota onder aan die reekening vertoond word, en indien ik in dat Jaar zo veel zuijker had kunnen magtig worden, als het voorige jaar, de winst zoude nog Grooter zijn; dog ik vreese dat het dit jaar zo veel niet zal zijn, om dat ik tot nog toe geen Corl zuijker hebbe kunnen magtig worden; egter hebbe kapok gekreegen, en ik zal niets onbezogt laten om dezen Handel verder voorttezetten; Grouwens, daar zijn ook nog vier maan„ „den van de goede mousson voor handen, in welke tusschen tijd zig nog veel geleegentheijd kan op doen. Extract Aparte Missive van Batavia na Cochim geschreeven den 30. ' 7ber: 1777. zuijver Extract Handel in het boekjaar 177 6/7. voor de Comp: gedreeven uw Hoog Edelheed=s aangenaam is geweest, en tans hebbe d'eere uw Hoog Edelheed:s aantebieden het ren„ „dement van het daarop volgende Boekjaar, waar bij blijkt dat de Comp: daarin weder zuijver en vrij Ook hebbe mogen zien dat de partikulieren Extract Aparte Missive van Cochim na Batavia gescha: onder dato den 5. Janu: 1779. Accordeerd J:A: Damincken Le Crets geld gewonnen heeft rop=t 20686. 20. 975 Terwijl wij tot UE: narigt hier bij nog noteeren, dat wij bij UE: negotie boeken insteede van de gewoone Hoofd= „reekening 't Comptoir Cochim gevonden hebbende zulx als tegen de reeden en alle practijcq strijdende moet cisseeren, dat bij de even gem: boeken den sammorijn voor het waere bedraagen, der oorlogs onkosten alleen en dus ƒ32032:4. –. minder als het Contract dicteerd gedebi„ „teerden door UE: het zelve wel te regt geredresseert, dog daar van geen mentie bij UE: brieven gemaakt zijnde, dit ons zeer reprochabel voorkomt, en UE: dierhalven ons moeten berigten waar door het een en ander veroor„ „zaakt is, Dat wij de schulden van de Jnl: vorsten exces „sief vinden, in 't bijzonder ten opzigte van Trevancoor, wiens reekening van leverantie alleen bij de Cochimse boeken, met een aanzienelijke montant van ƒ538603: 6:8: bezwaart is, behalven dat meede bij die van Porca ƒ17138:-. -. en bij die van Coilan ƒ4817:8:8. op reek: van verstrekte schen„ „kagie op Leverantie van peper, en ter laast gem: plaatse nog ƒ3286:14: 8. op reek: van zijn Hoogheijd zelfs als een last post staan, en de schuld van den koning in den eersten opslag kleinder doet schijnen als zij waarlijk is, zonder dat ons ergens blijkt wat reden UE: tot het een en ander gemo„ veert die wij daarom in antwoord dezes verwagten, en inmid„ dens UE. recommandeeren de schulden en voor uijt verstrekking Extract uijt de Brief van Batavia na Cochim gesehr: den 23:' October A„o 1763. buijten 9.
English
not to increase without absolute necessity, on the contrary to reduce the same as much as is in any way possible, as well as to transmit to us a report of the dubious and desperate entries, showing the likelihoods that exist of collecting them, by whom, on what basis and with what qualification the loan was made, through which the debt originated. And regarding Your High Excellencies' further requisitions set down under this main section, both concerning making known the main account in the trade books, the failure to mention in the letters why the debit of the Zamorin has been adjusted in the books, likewise a report concerning the debts of Travancore and other native princes, further reinforced with the reasons and motives from which the same arose and originated, as well as another report of the dubious and desperate debts showing the likelihoods that exist of collecting them, by whom, on what basis and with what qualification the loan was made, and through what those debts originated, furthermore another report on how the agio on the salaries is calculated here, what the cashier withholds, both for himself and the Company, and what the servants receive after that deduction. Extract from the letter written from Cochin to Batavia on the 28th of March 1764: In order that these requisitions might be fulfilled as required and with the greatest accuracy, we assigned this commission, at the session of the 27th of December of last year, to the Senior Merchant and Second in Command Johan Anthonij Sweers de Landas, the Merchant and Fiscal of this Commandery Jacob van der Sleijden, the Junior Merchant and Salary Bookkeeper Hendrik Notermans, and the Junior Merchant Jean Rosier, with instructions to track down and investigate everything exactly in the past records kept both at the Political Secretariat and at the Trade Office, from where everything has its origin, and whatever else could serve to elucidate this matter, in order subsequently to present their findings in a specific and accurate written report. The aforementioned commissioners have executed this order, and that document was attentively resumed at our session of the 15th of February last, and a resolution was also taken to respectfully present the same in copy among the annexes of this to Your High Excellencies, whereunto we shall respectfully defer in all reverence, and here make mention only of some of the principal points that merit some elucidation and clarification. The first point that presents itself to us here, then, is that Your High Excellencies having observed that in the Cochin trade books, instead of the customary main account, the Cochin Office was found, and therefore pleased to order that the same be discontinued; but since the books of the year 1762/3 are already closed, this redress could not take place sooner than with the beginning of this current financial year, in which manner the same has also been properly redressed here according to Your High Excellencies' order. But we must serve for further elucidation regarding this that from of old until the 1st of September 1753 the customary general account or the General Office was used, but that this was changed then, because Their High Excellencies, according to their highly esteemed letter of the 6th of January of the said year, ordered here to conform henceforth in forming the trade books to a Negapatnam trade journal, sent over at that time and returned again on orders, in which the main account was the Negapatnam Office, for which reason since then the Cochin Office has also been used here instead of the General Office for the main account. Secondly, that in the aforementioned books the King Zamorin was debited only for the true amount of the war expenses and thus 32032:4:– guilders less than the contract dictates; and being rightly redressed by us, we can say no other with the aforementioned commissioners than that the trade bookkeeper had no knowledge of the contract, it having been secret, and therefore only proceeded according to the amount expended in the said war; and that this was only first discovered in the posthumous memoir of the former Commander De Jong, whereupon that error was redressed by order of the first undersigned. Extract from the General Letter written from Batavia to Cochin on the 24th of September 1764: With the receipt of the latest advices dated the And since Your High Excellencies, thirdly, are further pleased to be elucidated why the King of Travancore is charged in the Cochin trade books with such a considerable amount of 538603:6:8 guilders on the delivery of pepper, over and above the fact that there are still to be found in the books of Porca 17138:–:– guilders and in those of Quilon 4817:8:8 guilders on account of gifts provided, not counting at the last-mentioned place another 3286:14:8 guilders on the delivery of pepper, regarding which entries we take the liberty to report that the aforementioned commissioners, upon examining the trade books, found: Firstly, that the debt of the King of Travancore on the delivery of pepper in the financial year 1761/62 was only 80878:13:– guilders and not 538603:6:8 guilders. Secondly, that the 17138:–:– guilders at Porca and the 4817:8:8 guilders at Quilon stand recorded on account of gifts, both of which entries are being settled gradually upon the shipment of pepper pro rata of the quantities, and the pepper for the sake of which those gifts were made is debited therewith. And as to the third, or 3286:14:8 guilders at Quilon, that is an error of the officials there, because that sum ought to have been placed on the account of pepper tolls, since that amount was advanced on that and is also settled gradually.
Dutch transcription
976. buijten absolutie noodzakelijkheijd niet te vergrooten, integen„ „deel dezelve zo veel te verminderen als eenigzints mogelijk is, mitsgaders ons een berigt overtezenden van de dubieuse en desperatie posten, met aantooning van de apparentien die 'er zijn om dezelve in tepalmen, door wien, op wat fondament en welke qualificatie de beleening geschieden waar door de schuld voortgekomen is, En betreffende uw Hoog Edelheedens verdere requisiten onder dit hoofdeel ter neder gesteld, zo aangaande het bekent stellen van de hoofd reekening bij de negotie, boeken„ het versuim, om bij de brieven mentie te maken, waar om men het debet van den sammorijn bij de boeken heeft geredvesseert, item een berigt aangaande de schulden van Trevancoor en andere inlandsche vorsten meer gesterkt met de redenen en motiven waar uijt dezelve ontsprooten en herkomstig zijn, zoo meede nog een berigt van de dubieuse en disperaate schulden met aanthooning van de apparentien die 'er zijn om dezelve in te palmen„ door wien, op wat fundament en welke qualificatie de beleening geschied, en waar door die schulden voortgekoomen zijn, voorts nog een ander berigt hoe alhier het opgeld op„ de soldijen werd bereekent, wat den Cassier, inhoud, zo voor hem als de Comp: en wat de dienaaren na dies aftrek Extract uijt de brief van Cochim na Batavia geschreeven den 28:' maart 1764:— genieten, hebben wij op dat aan deeze requisiten na vereisch en met de meeste accuratesse mogt werden voldaan, ter sessie van den 27: xber: des verleeden Jaars, deeze Commissie opgedraagen aan den Opperkoopman en secunde Iohan Anthonij sweers de Landas, den koopman en fiskaal dezer Commanderije Jacob van der sleijden, den onderkoop„ „man en zoldij boekhouder Hendrik Notermans en den onderkoopman Jean Rosier, met last, om het een en ander Exactelijk op te speuren en nategaan bij de retroacten zoo ter secretarije van politie als ten negotie Comptoir berus„ „tende, van waar het een en- ander zijnen Oorspronk heeft, en 't geen verder tot opheldering van deeze materie dienen konde, om vervolgens van hunne bevinding te dienen van een specificq en accuraat berigt in scriptis, gem: gecommit„ teerdens hebben deezen last volbragt, en dat schriftuur is ter onzer sessie van den 15. februarij J„o leeden met attentie gerefumeert en teffens een besluijt, genomen, liet zelve onder de bijlagen deezes in Copia uw Hoog Edelhee„ „dens eerbiediglijk te presenteeren, wes wij ons daar aan en alle eerbied reverentelijk zullen gedraagen, en hier maar alleen mentie maken van sommige der voornaamste poincten die eenige elucidatie en ophieldering meriteeren, het eerste poinct dan dat ons hier voorkomt is, dat Uw Hoog Edelheedens geremarqueert hebbende, dat bij de Cochimse Negotie boeken in steede van de gewoone hoofd reekening 't Comptoir Cochim gevonden is, en dierhalven gelieven te ordonneeren om 't selve te doen cesseeren, dog vermits de boeken van A:o 176/3 al bereets geslooten zijn, heeft dit genieten redres 977. redres niet eerder plaats vinden kunnen als met het begin van dit lopend boekjaar, in welker voegen het selve hier ook volgens Uw Hoog Edelheedens ordre behoorlijk is geredresseert; Edog wij moeten dien aangaande tot nader Elucidatie dienen; dat men van ouds af tot p„mo 7ber: 1753:— de gewoone hoofd zeek of 't Comptoir generaal gebruijkt heeft, maar dat zulx toen verandert is, vermits Haar Hoog Edelheedens volgens hoog g'acht schrijvens van den 6. Janu: des gem: Jaars dit heen hebben g'ordonneert, om zig alhier voortaan bij het formeeren der negotie boeken te rigten na een als toen overgesonden en weder op bevel te rug gestuurt Nagapatnams negotie Journaal alwaar de hoofd reek: het Comptoir Nagapatnam is geweest, waarom men sedert dien alhier ook het Comptoir Cochim in sleede van het Comptoir generaal voor de hoofd reek: gestelt heeft; ten tweeden dat bij de even gem: boeken den koning Sammorijn voor het waare bedraagen der oorlogs onkosten alleen en dus ƒ 32032:4:–. minder als het Contract dicteerd, gedebiteerd is geworden; en door ons te regt geredvesseert, kunnen we met voorsch: Gecommitteer„ „dens niet anders zeggen, als dat den negotie boekhouder van het Contract /:als secreet geweest zijnde/ niet geweeten heeft gehad, en daarom ook maar te werk is gegaan naar het bedragen in gem: oorlog verbruijkt; en dat zulks maar eerst ontdekt is geworden bij de naargelatenie Memorie van den geweesen Commandeur De Jong als wanneer dat abuis ter ordre van den Eerst ondergetekenden geredresseert is geworden; en vermits uw Hoog Edelheedens ten derden Extract uijt de Gemeene brief van Batavia na Cochim geschr: den 24. 7ber: 1764: Met den ontfangst der Jongste advijsen gedateerd den alverder gelieven g'elucideert te weesen, waarom den koning van Frevancoor met zoo een aansienelijk montant van ƒ538603: 6: 8. bij de Cochimse Negotie boeken op leverantie van peper beswaart is, buijten en behalven dat nog bij de boeken van Porca te vinden zijn ƒ17138:-. -. en bij die van Coilan ƒ 4817:8:8. op reekening van verstrekte schenkagie ongereekent op de leverantie van peper, ter laast gem: plaatse nog ƒ3286. 14. 8. aangaande welke posten wij de vrijheijt nemen te dienen, dat voorsch: gecommitteerd:s bij het nagaan der negotie boeken bevonden hebben; Eerstelijk dat de schuld van den koning van Trevancoor op leverantie van peper in het boekjaar 1736/62. maar groot is geweest ƒ80878: 13:—. en niet ƒ538603: 6:8:, ten tweeden dat de ƒ17138:—. —. te porca ende ƒ 4817: 8:8: te Coilan bekent staan op reek: van schenkagie welke bijde posten al gaande weg bij versending van pper: na rato de quantiteij„ „ten werden vereffent, en de pper om welkers wille die schen„ kagies gedaan zijn daar meede beswaart werd, en wat ten derden ofte ƒ3286:14. 8. te Coilan aangaat, zulx is een fout vande bediendens aldaar, vermits die somma had moeten gebragt werden op reekening van peper thollen, alzo dat bedraagen daar op voor uijtgeschooten is en ook gaande weg vereffent werd. alverder
English
978. On 28 March last, among other things, the answer under the main section of the trade books caught our eye regarding the surprise expressed by us in our missive of 25 October of the past year concerning the considerable arrears of the Prince of Travancore on the delivery of pepper, stating that in the financial year 1761/1762 it amounted to only f 80878:13:— and not f 538603:6:8. Since we were certain, however, that the latter-mentioned sum, notwithstanding this denial, was truly to be found in the specification of the balances after the journal, or rather the balancing post of the said financial year and the account of that prince himself, this gave us cause to seek further elucidation from the report of the commissioners who declare to have examined this and other points of which we demanded disclosure, item the resolutions sent over and the trade books themselves; in which latter we then also finally discovered a considerable difference between the closing balances of 1761/1762 and the opening balances of 1762/1763, amounting to a very considerable capital of f 557250:2:—, without anything else appearing to us from the cited papers or a report submitted in that regard by the visitor general and his first assistant, other than that this f 557250:2:— was completely left out of the books, without any write-off, redress, or the slightest mention of reasons that could have given cause thereto. Wherefore from this and the openly and, as it appears to us, entirely inexcusable evidence of previously suspected conduct found since, we could conclude nothing else than that behind this evil display a detestable piece of roguery could be hiding, and that for that reason, setting aside the favorable sentiments we had held for so long for the outgoing commander and head administrator, we had to watch over the interest and indemnification of our dear paying masters. For that reason, on 20 August last, it was resolved by us to remove Commander Weyerman, together with the head administrator Sweers, from their respective posts, as well as to appoint in their places the Honorable Cornelis Breekpot as commander and the merchant Francois van Abkouw as head administrator and secunde, with full power to take and make all such measures, arrangements, and provisions as are prescribed to them in a separate instruction, or which they shall judge necessary upon further examination of the matters for the security of the Honorable Company and their own discharge. So that we hereby declare and confirm the aforementioned removal of Commander Weyerman and secunde Sweers, as well as the appointment of the Honorable Breekpot as commander and the merchant Van Abkouw as secunde, and consequently order that the outgoing Commander Weyerman and secunde Sweers shall have brought into the meeting the keys of the city, the gunpowder magazines, the large and small cash boxes, the warehouses and shops, the trade books of 1760/1761, 1761/1762, 1763, and 1763/1764, with the papers concerning the commission assigned to them by our secret missive of 8 May last year, and deliver all of this to the incoming commander and secunde, furthermore rise from their seats and place themselves under military arrest, the incoming commander and secunde also being instructed, on the basis of their aforementioned authorization, to begin de facto the execution of the instruction they have received with the securing of the persons and property of the aforementioned removed officials, while the other members having a seat in the council are ordered to take the customary oath of loyalty and obedience immediately to the Honorable Breekpot and to recognize, honor, and respect him as their commander and lawful ruler, all in conformity with the public commission granted to him, as well as to give him and the secunde Van Abkouw all elucidations, reports, and information demanded by them, without the slightest withholding or simulation, but to assist them in every respect and help ensure the Company's guarantee, indemnification, and security, as we shall not fail to show our resentment in the most severe manner in case of the contrary, and to pursue the Company's indemnification upon the persons and property of the person or persons who shall be found to have acted against this our explicit order, which we desire to be taken in the broadest sense, thereby not only to cut off the way to all wrong interpretations, but also at the same time to serve as a warning that no regard will be paid to that, nor to any other excuses. Extract of a letter from Cochin to Batavia, written 26 November 1764. The bearer of this, the ship Lapinenburg, having sailed from Kareek on 1 October last, and having arrived safely here in the roads on the 20th of the current month, its skipper, upon coming ashore, informed the first undersigned that he had put in here in passing, solely to provide himself with the necessary drinking water, in order to then proceed directly with the voyage to the capital of the Indies, so we deemed it our humble duty to make use of this first opportunity to bring respectfully to Your High Excellencies' knowledge that the two first undersigned, having arrived safely in the Cochin roads with their vessel on Sunday the 18th of the current month, having gone ashore and proceeding to the Commandery that same morning early in all possible silence, immediately made a request to Commander Weyerman
Dutch transcription
978. 28: maart laatstleeden, is ons onder het hoofd deel van de Negotie boeken onder anderen in het ooggevallen, het antwoord op de door ons bij missive van den 25. 8ber: A:o pass:o betuijgde bevreemding over het aansienlijke agterstal van den Crevan„ „coorsen vorst op leverantie van peper, inhoudende, dat het selve in het boekjaar 176½. maar groot is geweest ƒ 80878: 13: en niet ƒ538603: 6:8: Dewijl wij egter versekert waaren dat de laatst gem: somma niet tegenstaande deze ontkenning, waarlijk te vinden was bij de specificatie der restanten agter het Journael, of ergentlijk de fluijt post van het gem: boekjaar en de reek: van dien vorst zelfs zoo heeft ons zulx aanleijding gegeven, daar van nadere Elucidatie te soe„ „ken bij het berigt der gecommitteerd:s die dit en meer ander poincten waar van wij ouverture g'eijscht verklaren te hebben nagegaan, item de overgesondene Resolutien en Negotie boeken zelfs; bij welke laatste wij dan ook eijndelijk outdekken een Considerable verschil tusschen de na restan„ ten van 176½. en de voor restanten van 176 1/3. monteerende een zeer aansienelijk Capitaal van ƒ557250:2:—. zonder dat ons uijt de geciteerde papieren of een ten dien reguarde door den visitateur Generaal en zijn Eerste suppoost ingedient berigt iets anders is komen te blijken, dan dat die ƒ557250:2: ten eenemaal uijt de boeken gelaten zyn, zonder eenige af„ schrijving, redres of het allerminste gewag van redenen die daar toe zouden hebben kunnen aanleijding geeven. Des daar uijt en de zedert nog meer gevondene opentlijke en na het ons voorkomt ten eenemaal onverschoonelijk blijken van eerde suspectie handelwijse ook niets anders hebben kunnen opmaaken, dan dat agter deze kwaade vertooning een verfoeijlijk schelmstuk konde schuijlen, en dat wij uijt dien hoofde met ter zijde stelling van de favorabele gevoelens die wij dus lange voor den afgaanden Comman„ „deur en hoofd-administrateur gehad, moesten waaken. voor het Jnterest en de schaadeloos houding van onze dierbaare betaals Heeren. uijt dien hoofde is bij ons op den 20. ' aug„s laatst lieden g'arresteert den Commandeur Weijerman nevens den hoofd: administrateur sweers uijt hunne respective dien„ „sten te dimoveren, mitsgaders in hunne plaatsen aante„ „stellen den E: Cornelis Breekpol tot Commandeur en den koopman Francois van Abkouw tot hoofd-admini„ strateur en sekunde, met volkomene macht om te mogen nemen en maaken alle zodanige maatregulen, schikkin„ „gen en arragementen, als zij tot uijtvoering van het geene hen bij een aparte Jnstructie is voorgeschreeven of na bevinding van zaken nader tot securiteijt van de E: Comp: en hun eijgene decharge zullen nodig oordeelen. Jnvoegen wij de voorm: dimotie van den Commandeur Weijerman en sekunde Sweers, mitsgaders de aanstel„ ling van den E: Breekpot tot Commandeur en den koopman van Alkouw tot secunde bij dezen declareeren en Confirmeeren en dien volgende gelasten, dat den afgaande Commandeur Weijerman en secunde Sweers zullen laten in vergadering brengen de sleutels van de stad, de kruijt maguazijnen de groote van en d 979 en kleijne Cassas de Pakhuijsen en winkels, de negotie boeken van 176„e 176½. 1763. en 176 6/¾. met de papieren rakende, de hen bij ons secreete missive van den 8: meij J:o leeden opgedraagene Commissie, mitsgaders dit alles overgeeven aan den aankomende Commandeur en sekunde voorts van hunne zitplaatsen opstaan en zig begeeven in militair arrest, wordende den aan „komende Commandeur en Secunde -teffens aanbevoolen, op fundament van hunne voorm: authorisatie de facto de executie van hun ontfangene Jnstructie te beginnen, met de versekering van de personen en goederen der voorm: gedemoveerdens, terwijl de overige leeden in den raad sessie hebbende worden g'ordon„ „neert ten eersten den gewoonen Eed van trouw en gehoorzaamheid te doen aan den E: Breekpot en denselven voor hunnen Commandeur en wettigen gebieder te erkennen, Eeren en respecteeren, alles Conform de aan hem verleende opene Commissie, mitsgaders hem en den secunde van Abkouw te geeven alle door hen g'eijscht werdende Elucidatien, berigten en informatien, zonder de minste agterhoudentheyd of simulatie, maar hen in allen opsigte behulpsaam te zijn en meede te sorgen voor 'sComp:s guarand, schadeloos stelling en zekerheid, alzo wij het tegendeel niet zullen nalaten ons ressen „timent op de gevoeligste wijze te betoonen en 'sComp. s de domagement te vervolgen op de persoonen, en goederen van den ofde geene die bevonden zal of zullen werden te hebben gehandelt tegen deze onze Brenger dezes het schip Lapinenburg op den 1=te 8ber: Jongst leeden van kareek gezeilt, en op den 20: Courant behouden hier ter rheede g'arriveert zijnde, heeft dies schipper met zijn komst aan de wal aan den Eerst ondergeteekenden te kennen gegeven, hier en passant aangegiert te zijn, eenelijk om zig te voorzien van 't noodige drinkwater, om vervolgens de reise naar de Jndiase Hoofdplaats verder direct voort te zetten, zo hebben wij van onze onderdanige pligt g'agt ons van deeze eerste occasie te bedienen, om uw Hoog Edelheed:s proulabel eerbiediglijk ter kennisse te brengen, dat de twee eerst ondergeteekendens op Sondag den 18:' Courant met hun onderhebbende bodem behouden ter Cochimse rheede g'arriveert zijnde, die zelfden morgen vroeg in alle mogelijke stilte zig na de wal en voorts na- het Commandement begeven hebbende, terstond aan den Commandeur Weijerman hebben versoek gedaan Extract brief van Cochim na Batavia, geschr: den 26: 9ber: 1764. uijtdrukkelijke ordre, die wij begeeren, dat in de ruijmste zin zal werden genomen, om daar door niet alleen af te suyden den weg tot alle verkeerde interpretatien maar ook teffens te dienen tot waarschouwing dat daar op zo min als op eenige andere uijt vlugten eenige en reflectie zal werden geslagen. uijtdrukkelijke om Ns.
English
to have a Political Council meeting convened in order to make such opening of matters there as they have been ordered to do by Your High Nobilities; in pursuance of this, the meeting was assembled immediately, and after the packet containing Your High Nobilities' general rescription was opened by the Secretary of Police Samuel Constantin Saffin, and read out to the aforementioned Honorable Weyerman and Secunde Johan Anthony Sweers de Landas, the passage containing the reasons and motives why they have been dismissed from their respective offices by Your High Nobilities, furthermore the manner in which they would have to resign and surrender their administration and authority entrusted to them thus far, the one and the other immediately took effect according to the instruction of Your High Nobilities; after which the aforementioned dismissed persons stood up from their seats, each was placed under military arrest, and their goods were provisionally sealed and secured by commissioners expressly appointed in the meeting; while furthermore the members of the Council also immediately took the customary oath of loyalty and obedience with great willingness into the hands of the undersigned Commander; in the same manner, the public presentation of the first undersigned to the people took place in the afternoon at four o'clock; while with the investigation of matters with which Your High Nobilities were pleased to charge the first two signatories by secret instruction has now progressed so far that they have been enabled Extract of a letter from Cochin written to Batavia on February 22, 1765: the first two undersigned cannot fail to note here in passing that upon their arrival here they found everything in peace and quiet, as well as the state and establishment of this Commandery, as far as they have been able to observe in these few days, in a good condition, and have made a beginning with the commission imposed upon them, of which, after the work is done or as far as it will have progressed, they will have the honor to render a pertinent and respectful report to Your High Nobilities via Ceylon with the ship De Liefde, which also arrived from there today; and since the second signatory is apprehensive that he will have great need of the trade books of the years 1758, 1759, 1760 and 1761, namely the journals, ledgers, and cash books of Cochin, he very respectfully requests that it may please Your High Nobilities to send us the aforementioned trade and cash books with the first ship departing for Ceylon. to offer Your High Nobilities a pertinent report among the appendices hereof, and the retired Commander, the Honorable Godefridus Weyerman, and the Secunde Johan Anthony Sweers de Landas have properly and clearly transferred the Company's establishment here on the coast, as well as the signed and closed trade books of the recently completed financial year 1764, to the first two signatories, and thus no further reason obstructs why the bearer of this, the ship Kroonenburg, should be needlessly detained here any longer; thus, as appears from the secret resolution of the 7th of the current month, to be found among the secret appendices, we have made a decision to have this vessel now resume the return voyage, and at the same time let it serve for the transport of the aforementioned Honorable Weyerman and his family. With our respectfully transmitted report concerning the commission entrusted to us regarding the investigation of the suspicious conduct concerning the trade books and the Company's treasury here, a duplicate of which accompanies this, we promised Your High Nobilities to have an inquiry made and to send by the bearer of this a report on how Extract from the secret letter from Cochin written to Batavia on April 9, 1765: Your report with its appendices concerning the commission regarding the discovered discrepancies between the trade books of Malabar has been examined here by the Visitor and Bookkeeper General. Extract of a secret letter from Batavia written to Cochin on September 17, 1765: matters stand with the observed discrepancy between the Cochin main books and the Cranganore subsidiary books; but since this investigation could not yet take place because the collators have had the main books in hand until a few days ago, it has not been possible for us to fulfill that promise at present, for which reason we will only be able to send Your High Nobilities such a report in the month of July via the Coromandel Coast, which shall then also take place without fail. Meanwhile, we enclose herewith a copy of the power of attorney of the retiring Secunde Sweers de Landas, whereby he has appointed as his attorneys here the merchant and fiscal Jacob van der Sleijden and the bookkeeper and storekeeper Hendrik Dirksz, and qualified them to count into the Company's treasury the monies coming in on his Honor's account.
Dutch transcription
980 om vergadering van politie te laten beleggen om aldaar zodanige opening van zaken te doen, als waarmeede dezelve door Uw Hoog Edelheed:s gelast zijn, ingevolge van dien is de vergadering terstond gelegt, en na dat het paquet inhoudende uw Hoog Edelheed:s gene„ „raale rescriptie door den secretaris van politie Samuel Constantin Saffin g'opent was, aan voorsch: E: Weijerman en Secunde Johan Anthonij sweers de Landas voorgelesen zijnde, de periorde vervat„ „tende de redenen en motiven waarom dezelve, uijt„ hunne respective bedieningen door Uw Hoog Edelheed. s zijn gedimoijeert, voorts de maniere in welker voegen dezelve hun tot dus verre aanbetrouwt gesack en administratie zouden hebben afstand te doen en te resigneeren, zo heeft het een en andere ten eersten na volgens het voorschrift van Uw Hoog Edelheed:s effect gesorteert, waar na de voorsch: gedimoveerdens van hunne zitplaatsen opgestaan, ider in militair arrest gebragt, en derselver goederen door Expresse in= vergadering benoemde gecommitteerdens bij provisie verzegult en in verzeekering gemomen zijn; terwijl voorts de leden van de Raad almeede terstond den gewoonen Eed van trouw en gehoorzaamheid met veel bereidwilligheid in handen van den onderge„ teekenden Commandeur hebben afgelegt, in zelver voegen heeft de publique voorstelling van den Eerstondergetekenden aan het volk desna de middags te vier uuren haaren voortgang gehad; Terwijl men met het ondersoek van zaaken waarmeede uw Hoog Edelheed:s de twee eerste tekenaars bij een secreete Jnstructie hebben gelieven te belasten thans zoo verre gevordert is, dat dezelve in staat gesteld zijn Extract Brief van Cochim na Batavia geschr: den 22. febr: A„o 1765: de twee eerste ondergeteekendens kunnen niet nalaten hier nog en passant te noteeren, als dat dezelve met hunne komst alhier alles in rust en vreede mitsgaders den staat en ommeslag van dit Commandement voor zo ver„ ve dezelve in deeze weinige daagen kunnen ontwaaren in een goede staat gevonden, en met derzelver opgelegde Commissie een begin gemaakt hebben, waar van zij na gedaan werk of voor zo veel gevordert zullen zyn de Eere zullen hebben UW Hoog Edelheed:s over Ceilon met het heeden ook van daar g'arriveerde schip De Liefde een pertinent en eerbiedig verslag te doen, en dewijl den tweeden tekenaar bedugt is dat hij de Negotie boeken van de Jaaren 1758 1759: 17/60 en 176 / te weeten de Journaalen groot en kassa boeken van Cochim hoog benoodigt hebben zal, zoo verzoekt den selven zeer eerbiediglijk dat het Uw Hoog Edelheed:s behaagen mag de voorsch negotie en Cassa boeken, ons met het eerst na Ceilon vertrekkende schip te laten toekomen. — de N 981 om hoog dezelve onder de bijlagen dezes een pertinent verslag aan te bieden, en den afgetreeden Commandeur d' E: Godefridus Weijerman en den secunde Johan Anthonij Sweers de Landas van sComp:s ommeslag alhier ter kuste behoorlijk en lequid transport, mitsgaders geteekend en afgeslooten Negotie boeken van het Jongst afgeloopen boekjaar 176/4. aan de twee eerste teekenaars overgeleevert hebben, en dus geene reeden meer obsteert waarom men brenger dezes het schip Kroonenburg hier langer noodeloos zoude moeten ophouden, zoo hebben wij blijkens secreete Resolutie van den 7 ' Courant onder de secreete bijlagen tevinden een besluijt genomen, om deezen bodem als nu wederom de terug reijse te laaten aanneemen, en teffens te laaten dienen tot Transport van voorm: E: Weijer„ „man en desselfs familie Bij ons Eerbiedig overgesonden rapport wegens de aan ons opgedrage Commissie raakende het onderzoek der suspecte handel wijze omtrent de Negotie boeken en sComp Cassa alhier, en waar van het dupplikaat deezen verselt, hebben wij Uw Hoog Edelheed:s beloofd te zullen laaten ondersoeken en per brenger dezes toesenden een berigt hoedanig Extract uijt de secreete brief van Cochim na Batavia geschr: den 9:' April 1765:- UE: Rapport met dies bijlagen Concerneerende de Commissie nopens de bevondene verschillen tusschen de Negotie boeken van Mallabaar, is alhier door den visitateur en boekhouder Generaal g'examineert Extract Secreete Brief van Batavia na Cochim gesehir: den 17. 7ber: 1765: het met het ontwaarde verschil tusschen de Cochimse hoofd en Cranganoorse bijboekjes geleegen zij, dog nademaal dit ondersoek nog niet heeft kunnen geschie„ „den om dat de Confrontisten de hoofd boeken onder handen hebben gehad tot voor wijnige dagen, zo is het ons niet doenelijk geweest aan die promesse thans te voldoen, en waarom wij maar eerst in de maand Julij over de kust Cormandel Uw Hoog Edelheed:s zoodanigen berigt zullen kunnen laaten toekomen, het geen als dan ook sonder manque„ „ment zal geschieden— Jntusschen laaten wij dezen versellen, Copia procuratie van den afgaande secunde Sweeris de Landas, waar bij denselven tot zijn gemagtigdens alhier heeft aangesteld den koopman en fiskaal Jacob van dersleijden en boekhouder en dispon„ „cier Hendrik Dirksz: en hen gequalificeert om- de voor reek: van zijn E: binnen komende gelden. in sCompagnies kassa te tellen. het e en 8
English
982. and subsequently served in our meeting, alongside the report from the last mentioned; from both of these we have seen with regret that a considerable sum must have been embezzled from the Company, which we do not deem necessary to demonstrate, since this is no more called into doubt by your honors than by the visitor and bookkeeper general. Meanwhile, it would have been pleasing to us to already be able to put an end to this vexatious affair by a final resolution. But we find ourselves in no way enabled to do so by your honors. For although your honors assure us that the said Commander Weijerman and Secunde Sweers de Landas bear no guilt for the deceits committed, and we should also have to deduce as much from the accountability given by them regarding the accounts of Travancore's delivery, the Zamorin's debt, and the vendue book, there nevertheless remain far more entries for which we have no accounting, and which therefore could just as well have served the underhand practices of the fugitive Jzaaksz: and his accomplices during the time of the said persons as before. Besides this, notwithstanding the aforementioned defense of Weijerman and Sweers de Landas and your honors' cited testimony in their favor here, it has been demonstrated by the visitor and bookkeeper general that Sweers de Landas seems to have received 10,000 ropias less into the treasury than an ordinance issued to him by the former Commander De Jong dictates; and furthermore, it appears incomprehensible to us that the former Commander Weijerman, during all the time he held the administration on the Malabar Coast, noticed nothing of the scoundrelly acts committed from the lavish lifestyle of one or another person, and thus had the opportunity for an earlier discovery whereby the Honorable Company could have recovered what was stolen from it. Furthermore, one would have to deduce from the special report of the Secunde Van Abkouw that, since the smallest and largest differences are found in the years 1759, 1759/60, and 1760, the fraud was also committed in that timeframe; but your honors believe at the same time that the investigation should have already begun with the year 1730/31, and the visitor and bookkeeper general have greatly strengthened that position through a discovery that the statement of the balances accompanying the letters already in the year 1755 differed from those of the copybooks. Likewise, with respect to the presumably missing pepper, your honors have noted in favor of the warehouse master that the specification account of the receipts and deliveries in August 1759 was not signed by him, but solely by the former Commander De Jong; that in the very same month, on an ordinance likewise issued by the said Commander, 98,128 lbs were paid by the cashier without any proof of its receipt by the warehouse master; and that all this would give rise 983. to unfavorable suspicions. Yet those suspicions are not shared with us; Van Abkouw, regarding the matter as a delicate point, does not dare to commit it to paper, and your honors both subsequently say nothing other than that one should rather come to believe that Jzaaksz: knew how to mislead the governors or secundes, etc. In short, your honors have not demonstrated to us in such a manner by whom, when, and for how much the Company has been harmed, such that we could trace where we shall seek the Company's indemnity, and still less to whom compensation could justly be awarded. Your honors excuse yourselves on account of the diligence in your respective duties, but according to the report submitted by the visitor and bookkeeper general and our own findings, Van Abkouw has by no means done what we could reasonably demand of him; moreover, he gives every visible sign of punishable dissimulation and negligence, in no way corresponding with our intention in sending him thither and the good expectations we had of him in that regard; wherefore we cannot refrain from reminding him of his oath and duty and making our displeasure known in the most serious manner. To remove, then, all further exceptions, we are sending to your honors the required trade books since 1730, the report submitted by the visitor and bookkeeper general upon your honors' report, the provisional merchant Staal, the provisional junior merchant Zimmerman, and the assistants Konne and Tilkox, as this has been mentioned in our general missive together with what has been allocated in emoluments, etc.; which last-named persons shall examine the trade books beginning with 1762/63 back to 1730 under your honors' supervision, and make a written report to you both of their findings, to the end that your honors can present them to us after proper examination, together with their considerations; we continue to regard you, with the commissioners passing over to us, as those upon whom the matter principally rests, and from whom we not only require compliance with our orders, but shall also demand accountability and the charges in case any further neglect or dissimulation is found, just as has already been made sufficiently clear in our secret instruction issued to your honors, and is now further urged by us, to the end that your honors shall report without evasion or concealment how the matter in question truly stands, on pain that the loss which the Company might otherwise come to suffer will be placed to both your honors' accounts, just as we also, in accordance with the tenor of
Dutch transcription
982. en heeft vervolgens in onze vergadering gedient nevens het berigt van de laatst gemelde, uijt het een en ander hebben wij met leedweesen gesien dat de Comp: eene Considerable somma moet ontvreemd zijn, het welk wij niet nodig oordeelen te betogen, dewijl zulx zo min door UE: als den visitateur en boekhouder generaal word in twijffel getrokken, ondertusschen zoude het ons liefgeweest zijn reets een eijnde van die facheuse affaire te kunnen maken door eene finale dispositie, Maar daar toe vinden. wij ons geenzints door UE: in staat gesteld, want schoon UE: ons verzekeren dat de gem: Commandeur Weijerman en sekunde Sweers de Landas geene schuld hebben aan de gepleegde fourbereien, en wij zulx uijt hunne gegevene verantwoording ten opzigte der reekeningen van Trevancoors leverantie, 's samorijns schuld ende vendu vol ook zouden moeten opmaaken, zoo resteeren egter nog al veel meer posten waar van wij geene verantwoording hebben, en die dus zo wel in den tijd van ged=te personen als bevoorens konden gedient hebben tot de slinkse practijken van den gevlugten Jzaaksz: en zijn mede pligtige behalven dat niet tegenstaande de voorm: verantwoording van Weijer„ „man en sweers de Landas en UE: geciteerd getuijgenis ten hunnen voordeele alhier, door den visitateur en boekhouder generaal is aangetoont dat door sweers de Landas ropias 10'000: minder in Cassa scheijnen ontvangen te zijn, als eene op hem doorden geweesen Commandeur De Jong verliende ordonn:dicteert, en het ons boven dien onbegrijpelijk voorkomt dat de gew: Comman„ deur Weijerman in al dien tijd dat hij het bestier ter kuste Mallabaar gehad heeft, niets van de gepleegde schelm stukken aan de ruijme levens wijze van den een of ander gemerkt, en dus gelegentheid gehad heeft tot een tijdigere ontdekking waar door d' Ecomp weder aan het haar ontvreemde had kunnen geraaken; voorts zoude men uijt het bijzonder rapport van den secunde van Abkouw moeten opmaken, dat vermits de minste een grootste differenten in de Jaaren 1759: 17 69/60 en 176„e worden gevonden, ook het bedrog in dat tijd bestek ware gepleegt, maar UE vermenen teffens dat het ondersoek reets met het Jaar 173/31. moest werden begonnen, en de visitateur en boekhouder Generaal hebben die sustenue Grotelijx gesterkt door eene ontdekking, dat de opgave der restanten bij de brieven reets in de Jaaren 1755. met die van de Copia boeken hebben verschilt, insgelijks hebben UE met betrekking tot de presumtief ontbreekende peper ten voordeele van den pakhuijsmeester genoteert dat de specificatie reekening van de ontfangst en afgave in aug:s 1759. niet door hem maar alleen door den gew: Commandeur de Jong is getekent, dat in de even gem: maand op eene almeede door gedagte Comma„ „deur verleende ordonnantie lb: 98128: door den Cassier zijn betaalt zonder een blijk van dies ontfangst door den pakhuijsmeester, en dat dit een en ander aanleijding Commandeur zoude v 983 zoude geven tot nadeelige denkbeelden, dog die denkbeel „den worden ons niet bedeelt, van Abkouw durft de zaak als een delicaat poinct niet het papier be„ „trouwen, en UE: bijde zeggen vervolgens niet anders, dan dat men eerder moest overgaan om te geloven dat Jzaaksz: de gebieders of secundes heeft weeten. te misleijden etc:a Jn 't kort UE: hebben ons niet op een zodanige wijze aangetoont door wien, wanneer en voor hoe veel de Comp: is benadeelt, dat wij zouden kunnen na gaan waar wij het guarant van de Comp: zullen zoeken en nog minder wien eene vergoeding regtvaardig konde werden g'adjudiceert. UE: excuseeren zig met de volhardigheid in haar respective diensten, maar volgens het berigt door de visitateur en boekhouder generaal ingedient en onze eijgene bevinding, is door van Abkouw geenzints gedaan het geen wij billijk van hem konden eijschen, daar en boven geeft hij alle zigt„ „baare tekenen van een strafbaare agterhoudent, en nalatigheid, geenzinst over een komende met ons oogmerkt in zijne derwaards zending, en de goede verwagting die wij van hem daar omtrent hebben gehad, weshalven wij niet kunnen nalaa„ „ten hem zijnen Eed en pligt te hevinueren en ons ongenoegen op het serieuste te kennen te geeven. Om dan alle verdere exceptien weg te neemen laten wij UE: toekomen de g'eijschte negotie boeken sedert 173„e het door den visitateur en boekhouder generaal op UE: rapport ingediende berigt, den p:l koopman Staal den p:l onderkoopman Zimmerman en de assistenten konne en Tilkox gelijk zulx met het geen het aan Emolumenten etc: toegelegt is bij onze gemeene missive is gemeld, welke laatst genoemde persoonen de Negotie boeken beginnende met 176 6/3. tot 173„e zullen examinee„ „ven, onder UE: toezigt, en aan UE beijde schriftelijk rapport doen van hunne bevindingen, ten eijnde UE: die nabehoorlijke Examinatie ons konnen aanbieden, nevens haare Consideratien; blijvende wij met de tons overgaande gecommitteerdens, maar UE: aanmerken, als de geene die de zaak ten principalen incumbeert en waar van wij niet alleen de voldoening aan onze ordres begeeven maar ook in Cas 'er eenig verzuijm of agter houding verder word bevonden zullen eijsschen verant„ „woording en de Charge invoegen zulx reets bij onze op uE gedecerneerde secreete Jnstructie duijdelijk genoeg is te kennen gegeven, en tans nader door ons word aangedrongen, ten eijnde uE: zonder bewinpeling of verberging zullen berigten hoe het met de zaak in questie waarlijk is geleegen, op pone dat het nadeel het welk de Comp: anders mogt komen te leijden voor UE: beijder reek: zal werden gelaten, gelijk wij ook ingevolge van den teneur van laten. No het 08
English
the recently cited document of the Secunde Van Abkouw, whom we must assume to possess the required knowledge and dignity in mercantile affairs, shall be held specifically accountable for the form, clarity, and evidential value of the demonstrations that will be submitted to us, so that nevertheless the Honorable Company, notwithstanding the indefinite statements that have come to our hands thus far, may be secured as far as is practically possible. You are likewise ordered to have the administrators for those administrations to which the discovered differences have or may have any relation deposit sufficient sums, or otherwise provide sufficient sureties; provided also that you shall seize and, in the aforementioned manner, take into safe custody as a guarantee all monies and goods of the former Commanders and Secundes since 173[illegible], likewise of the fugitive Jzaaksz., in so far as any recovery can be found thereon on the Malabar coast, and this until our further orders. While at the same time it is necessary that you make all haste with the execution of your commission, to the end that the innocent are not troubled without necessity. Furthermore, we are surprised that you have let the matter rest with a note that Commander Breekpot wrote to the said Izaaksz. and the summons issued by the court, whereas other means might well have been applied, such as demanding that villain on behalf of the Company from the hands of the English, or, if this proved fruitless, promising impunity in case he should reveal the true circumstances of the frauds and the accomplices. At least you would then have done your best, which we cannot say at present; and since there is perhaps still a chance to do something, either toward capturing his person or obtaining information, you must by no means neglect the opportunity thereto. Passing over the remaining points of your report, we await elucidation regarding the discovered discrepancy between the original books of Cochin and Cranganore amounting to the sum of ƒ19963:9:-, and we are quite willing to permit that, in view of the confusion of the outstanding account of Adiragia and Colastry with the private affairs of the aforementioned Commander Weyerman, you place the entire debt of Colastry and Adivagia to the account of the aforementioned former Commander, in order, in compliance with our order given in the past year, to discharge the said princes in the Company's books; as also that you leave the further handling and settlement of that matter to the authorized agents of the said Weyerman, provided that you by no means withdraw your hand from it, but continue to regard the matter as the Company's own and cooperate in every part toward the collection of the outstanding funds; since these can be considered only as a guarantee for the Company, and it is not yet determined to what extent the Company might in time obtain a cause of action to appropriate the same. However, since Commander Breekpot says he believes that the aforementioned arrears of Colastry and Adiragia could long have been settled if Commander Weyerman had not sought and obtained his private profit therein, and perhaps the entire outstanding capital has since been gained privately three times over, and that these are Malabar tricks which are recorded under the name of industry and whereby the Company becomes the dupe of the affair, we therefore desire further elucidation, as the aforementioned expression appears to us too general. Meanwhile, we cannot refrain from expressing our heartfelt sorrow that our actions and the respectful report made concerning the commission entrusted to us, regarding the investigation of the discovered errors in the Malabar trade books, have not been deemed satisfactory, and have provoked Your High Excellencies' displeasure against us, to the extent that Your High Excellencies not only deign Extract of a Secret Letter from Cochin written to Batavia on 18 February 1766 to assume that we have not done what we might well have been able to do, but also that concealment had taken place. We can assure Your High Excellencies in all sincerity that we have investigated the matter according to our best knowledge, as it was to be traced in the trade books held here, and have also communicated to Your High Excellencies not only how we found that matter, but also in what manner we judged that those roguish acts had been committed, without any concealment. But who committed the same together with the absent transferor of trade Pieter Jzaaksz., and for what sum the Honorable Company has truly been injured, could not be traced in the trade books, because for some years, as we have said, they have been so corrupted that not the least reliance can be placed upon them, just as the subsidiary books and accounts are likewise falsified or defective or missing, of which Your High Excellencies will find glaring evidence in the general transfer sent over, and which will be further verified by sworn statements. It has therefore been impossible for us to declare upon any ground who is an accomplice to these sneaky dealings, and against whom compensation could rightfully be adjudicated, or against whom the Company should seek its guarantee, nor in what years that money or property was embezzled from the Company, just as to this day we are still not in a position to [illegible] any of the preceding points with
Dutch transcription
984 het even aangehaalde document der secunde van Abkouw, wien wij moeten onderstellen als de gere„ „quireerde kennis en waardigheid in het negotie werk te bezitten, in specie aansprekelijk zullen houden voor de form, duijdelijkheijd en blijkbaarheijd der aantoonigen die ons zullen worden gesuspediteerd op dat egter d E comp: niet tegenstaande d'onbe„ „paalde opgaven die ons als nog zijn ter hand gekomen zoo veel maar immers doenlijk is gesecureert werde, zo worde UE teffens gelast d'administrateurs voor de administratien waar op de ontdekte differenten eenige relatie hebben of kunnen hebben, te laaten namtiseeren toerijkende sommas, of anders suffisante borgen stellen, mitsgad:s dat UE: zullen arresteeren en op de voorm: wijze tot een guarand in verzekering neemen, alle gelden en goederen van de vorige Commandeurs en secundes zedert. 173 /e item van den gevlugten Jzaaksz: voor zo verre ter kuste Mallabaar daar op eenig verhaal te vinden is en zulx tot onze nadere ordre Terwijl het teffens nodig is dat UE: alle spoed maken met de vol„ brenging van haare Commissie, ten eijnde d'onschul¬ „digen niet zonder necessiteijt worden Lastig geval„ „len. — Wijders verwondert het ons dat UE het hebben laten berusten bij een briefje dat de Commandeur Breekpot aan ged:t Izaaksz: geschreeven en de gedane indaging door het gerecht daar nogtans nog wel andere middelen 't appliceeren waren geweest gelijk het eijschen van dien Bosewigt van wegens de maat„ schappije uijt handen der Engelschen, of wanneer dit zonder vrugt ware geweest het beloven van impuni„ „teijt, ingevalle hij den waren toedragt der fourberien en de deelhebbers kwame te ontdekken ten minsten UE: zouden dan haar best hebben gedaan, het welk wij thans niet kunnen zeggen; en dewijl 'er misschien nog kans is, iets te doen het zij tot bemagtiging van zijne perzoon of erlanging van- onderrecht, zo moeten UE: de gelegentheid daar toe geenzints verzuijmen. D'overige Poinclou van UE Rapport passeerende verwagten wij elucidatie nopens het ontdekte ver„ schil tusschen d' origineele boeken van Cochim en Cranganoor ten bedrage van ƒ19963:9:—: en mogen wel leijden, dat UE: mits de verwarring der uijtstaan„ „de reekening van Adiragia en Colastrij met des gen: Commandeur Weijerman particuliere affaires, de geheele schuld van Colastrij en Adivagia op reek: van den voorm: gow: Commandeur stellen, om tot voldoening aan onze in A:o pass:o gegevene ordre, gedagte princen bij 'sComp:s boeken 't ontheffen, gelijk meede dat UE: de verdere behandeling en afdoening dier zaak aan de gemagtigdens van ged:te Weijerman overlaaten, mits UE: daar van geenzints de hand aftrekken, maar de zaak blijven aanmerken als sComp:s eijgene en in- allen deele tot de meenig der uijtstaande penningen meede wel P werken; N 985 werken; alzo die niet anders dan als een guarant van de Comp: konnen werden geconsidereert, en het nog niet uijtgemaakt is in hoe verre de Comp: in der tijd actie mogt verkrijgen om dezelve 't eijgenen Dog nadien de Commandeur Breekpot zegt te geloven dat de voorn: agterstallen van Colastrij en Adiragia lang konden zijn verevent, indien den Commandeur Weijerman daar bij zyn particulier voordeel niet beoogten erlangt hadde, en mogelijk het gantsche uijtstaande Capitaal zedert particulier wel drie dubbeld gewonnen en dat dit Mallabaarse kunstjes zijn die onder den naam van industrie te boek gesteld werden en daar de Comp: de dupe der uijstorie van word, zo begeeven wij derwegen nadere elucidatie dewijl de voorm: uijtdrukking ons te generaal voorkomt. Intusschen kunnen wij niet afzijn ons hertelijke leed„ „weesen te betuijgen over dat onze verrigtingen en eerbiedig gedaan verslag omtrent de ons opgedraagen Commissie, raakende het onderzoek der ontdekte erreuren in de mallalaarse negotie boeken niet voldoende g'oor„ „deelt zijn, en UW Hoog Edelheed:s misnoegen over ons hebben verwekt, in zo verre dat hoog dezelve niet alleen gelieven Extract Secreete Briev van Cochim na Batavia geschreeven den 18. febr: 1766:— te veronderstellen dat wij niet nagedaan hebben, wat wij wel houden hebben kunnen, maar dat ook agter hou„ dentheid plaats zouden hebben gevonden, wij kunnen UW Hoog Edelheed:s in alle opregtheijd verzekeren dat de zaak zodanig als die in de hier berustende Ne„ „gotie boeken is na te gaan geweest, na onze beste kennisse hebben onderzogt en ook aan UW Hoog Edelheed:s gecommuniceert niet alleen hoe wij die zaak hebben bevonden, maar ook hoedanig wij oordeelden dat die fiellerijen zouden zijn gepleegt, zonder eenige agterhou„ „dentheijt, dog wien dezelve met den absenten Negotie overdraager Pieter Jzaaksz: te samen heeft gepleegd en voor hoedanige Somma de E: Comp: waarlijk is benadeelt, zulx is bij de Negotie boeken niet nategaan geweest, dewijl die eenige Jaaren, zo als wij gezegt heb„ „ben, zodanig bedurven zijn, dat 'er geen de minste staat op te maaken is, zo als ook de bijboeken en reekenings meede vervalt ofte defect of absent zijn, waar van Uw Hoog Edelheed:s doorstraalende blijken zullen vinden bij het overgesonden generaal Transport, en het welk nader geverificeerd zal worden door b'eedigde verklaaringe; het is ons derhalven onmogelijk geweest om ons op eenigen grond te kunnen declareeren wien aan deeze sliikse hande¬ „lingen meede pligtig is, en wien regtvaardig eene vergoeding konde werden g'adjudiceert ofte op wien de Comp: haar guarant zoude moeten zoeken, nog te in wat Jaaren. de Comp: dat geld ofte goed is ontvreemd, zo als wij ook tot heeden nog niet in staat zijn een der voorenstaande poincten te M met
English
to be able to communicate with any foundation of truth, but that all of this can only first be perceived upon a closer investigation now that the copy trade books and other papers have been brought here, to see whether it is possible to discover one thing or another, for which much time is required and even more effort must be spent. We indeed fear that this declaration may seem strange to Your High Nobilities, but this is nevertheless the pure truth, and the matter is represented not at all heavier than it is; and what further can we do in this than to inform Your High Nobilities to our best knowledge of the condition of the matter, which is without equal. How confused and corrupted the books of previous years are will, as we hope, appear sufficiently to Your High Nobilities from the report submitted by the commissioners who examined the difference between the Cochin main books and the Cranganore subsidiary books, and which now arrives in copy among the common papers. The commissioners, the provisional merchant Staab, the provisional junior merchant Zimmerman, and the assistants Konne and Filkox, are presently busy examining the trade books, but owing to the defectiveness and absence of the papers have been able to make little progress as yet, as they have made known to us in a report, and requested that they might obtain the warrants and papers that might still reside under the administrators. This we immediately granted them and authorized in writing to demand such papers from everyone, provided they issue a receipt for them, as appears from the accompanying copy of authorizations and report. For the rest, we respectfully assure Your High Nobilities that we will cooperate with all our strength to bring that commission to an end, if at all possible, and in the meantime to secure the Honorable Company as far as practicable through the administrators to whom the discovered differences relate or can relate, by having sufficient sums deposited or otherwise having sufficient sureties provided, which will take place immediately whenever we can maintain on even the slightest grounds that the present or former administrators or their heirs who might be present here are held to any compensation. However, seizing moneys and goods of the former Commanders and seconds since 173e will not be possible, as all of them have left neither money nor goods nor heirs here upon whom one could seek recourse; there being only present here a widow of the late Warnar Florijne, who was an heir for an eighth part of the deceased second Nicolaas Bowijn, who having these days also departed this temporal life, her estate will be secured by us for the Honorable Company in the most proper manner so that the Honorable Company might find its indemnity therein, the other heirs of the aforesaid Bowijn having long since departed for Batavia, of whom some will possibly still be present there. Of what the fugitive Pieter Jzaaksz left behind, only 101 rds and 7 1/2 stuijvers remain resting under the sequestrator, which will remain secured for the Honorable Company, and orders have already been given to the sequestrator to make no payment to his creditors, who are so numerous that they would have nothing from that small sum and therefore have also not yet wished to take any trouble in this regard. The aforesaid Jzaaksz will, according to the honored order of Your High Nobilities, be demanded from the English at Tellicherry on behalf of the Honorable Company, but according to our humble opinion it is not at all apparent that he will be returned, which is why we first employed the other means, namely the promise of impunity, provided he reveals the accomplices, and instructed the Cranganore chief Kroonenberg to correspond with him and to hear the sentiment of him, Jzaaksz, in this regard. We are expecting the answer any day, and if he should spurn this offer, we will demand him from the English on behalf of the Honorable Company, which we did not carry out first because if our competitors, as is apparent, refuse to hand him over, he, knowing himself secure and safe there, would then not listen to any offer of impunity. The commission entrusted to us concerning the investigation of the discovered villainies in the Malabar trade books, Extract from the Secret Letter written from Cochin to Batavia, the 15th of April 1766: How far we succeed in this regard will be dutifully shared with Your High Nobilities at the first opportunity, when the second signatory, with Your High Nobilities' favorable permission, will also account for that which was mistakenly charged to him in the submitted report of the Honorable Examiner and Bookkeeper General. He says, with due respect, mistakenly and that on good grounds, because his report submitted here could not be examined against the Batavia copy books, as those copy books do not agree with the originals here, and it is also certain his report could not correspond with the same. Meanwhile, it grieves him greatly that Your High Nobilities, on the foundation of that report, have pleased to place a distrust in his person, but he lives in the hope that Your High Nobilities will again please to honor him with your favorable trust, when he shall have brought his innocence to light before the eyes of Your High Nobilities.
Dutch transcription
986 met eenige grond van waarheijd te kunnen Comminuceeren, maar dat alles nog maar eerst, nu de Copia negotie boeken en andere papieren hier aangebragt zijn bij een nader ondersoek zal zijn te ontwaaren ofte het mogelijk is het een ofte ander te ontdekken waar toe veel tijd vereijscht en nog meer moeite moet werden besteed, wij vreesen wel dat deeze verklaaring UW Hoog Edelheeds mogelijk vreemd zal scheijnen, maar dit is egter suij„ „vere waarheijd en word de zaak gantsch niet swaarder voor gesteld als ze is; en wat kunnen wij verder doen in deezen als Uw Hoog Edelheed:s nabeste kennisse te informeeren vande gesteldheijd der zake, die zonder weergade is, hoe verwart en bedorven de boeken van voorige Jaren zijn, zal Uw Hoog Edelheed:s zoo wij hoopen genoegsaam Consteeren uijt het berigt dat door de gecommitteerdens, die het different tusschen de Cochimse hoofdboeken en Cranganoorse bij-boeken ondersogt hebben, is ingedient, en het welk thans in Copia onder de gemeene papieren overkomt. De Commissianten den p:l koopman Staab. den p:l onderkoopman Zimmerman en de assistenten konne en Filkox zijn thans bezig om de negotie boeken te Examineeren, dog hebben weegens de defectheijd en absentie der papieren nog weinig kunnen vorderen zoo als ze aan ons bij een berigt hebben te kennen gegeven en versogt datze mogten erlangen de ordonnanties en papieren die als nog onder den administrateurs mogten berustende zijn, welk wy hen ten eersten hebben g'accordeert, en ingeschrift g'authoriseert om van een iders zodanige papieren te mogen opeisschen, mits daar van verleenende quitantie zo als blijkt bij nevensgaande Copia authorisatien en berigt: Voor 't overige versekeren wij UW Hoog Edelheedens eerbiediglijk, dat wij met alle onze kragten zullen meede werken om die Commissie, zo het anders mogelijk is ten einde te brengen, en intusschen zo veel doenelijk d' E Comp: te secureeren door de administrateurs waar op de ontdekte differenten betrekking hebben af kunnen hebben, toerijkende sommas te laaten nampliseeren ofte anders sufficante borgen te doen stellen, dat ten eersten plaats zal vinden, wanneer wij op eenige de minste gronden kunnen sustineeren dat de teegenwoordige ofte de= voormals geweest zijnde administrateurs ofte hunne Erfgenaam die hier present mogten weesen in eenige vergoeding gehouden zijn, dog te arresteeren gelden en goederen van de voorige Commandeurs en secundes zeedert 173„e zal niet kunnen geschieden, alzo alle dezelve hier geen geld nog goed nogte Erfgenaamen nagelaten hebben, waar op men verhaal zoude kunnen zoeken, zijnde alleen hier present een weduwe wijlen Warnar Florijne, die voor een agtste deel erfgenaam geweest is van den overleeden secunde Nicolaas Bowijn, die deezer dagen mede dit tijdelijke hebbende afgelegt zal derselver nalatenschap door ons voor d' E Comp: op de best voeglijkste wijze werden gesecureert, op dat d E: Comp: daar op haar guarand zoude kunnen vinden, g'accordeert zijnde ds e 987. zijnde de verdere erfgenaamen van voorsch: Bowijn voor„ „lange na Batavia vertrokken, waar van 'er mogelijk aldaar nog present zullen zijn. Van het geene den gevlugten Pieter Jzaaksz: agter gelaten heeft zijn alleen rd=s 101. en 7=½ stuijvers onder den sequester berustende, welke voor d' E Comp: zullen blijven gesecureert, en is reets ordre aan den sequester gegeven om geene betaling te doen aan zijne Credi„ „teuren, die zo veel zijn datze aan dat sommatje niets zouden hebben en daarom ook nog geen moeijte derwegens hebben willen doen. Voorsch: Jzaaksz: zal volgens de g'eerde ordre van uw Hoog Edelheeds van de Engelschen te Jallicherij van wegens d E Comp: werden g'eischt, dog is volgens ons gering gevoelen gantsch niet apparent dat hij zal te rug gegeven werden, waarom wij Eerst het ander middel namentlijk het belooven van impuniteijt hebben g'emploijeert, mits de meede pligtigen ontdekke en het Cranganoorse opperhoofd kroonenberg opge„ „draagen met denselven te Correspondeeren en het sentiment van hem Jzaaksz: der wegens te hooren het antwoord, zijn wij alle daagen verwagtende, en zo hij deeze aanbieding mogt versmaden zullen wij hem vande Engelschen van wegens d E Comp: eijsschen, dat wij niet eerst hebben bewerkstelligt om dat zoo onse Competiteuren gelijk apparent is, weige„ „ren hem over te leveren, denselven als dan secuur wetende hij daar verlig is na geene aanbieding De ons opgedraage Commissie raakende het ondersoek der ontdekte fielterijen in de Mallabaarse Negotie boeken, Extract uijt de Secreete Brief van Cochim na Batavia gesch: den 15. April 1766: — van impuniteijt zouden willen luijsteren, in hoe verre wij hier omtrent komen teslagen zal Uw Hoog Edelheed:s bij Eerste gelegentheijd schuldpligtiglijk werden bedeeld, wanneer den tweede tekenaar zig met Uw Hoog Edelheedens gunstige permissie ook zal verantwoorden, over het geene hem bij het ingediend berigt van den E: visitateur en Boekhouder Generaal abusivelijk is ten lasten gelegt, hij zegt onder welduijden abusive„ „lijk en zulx op goede gronden, om dat zijn hier inge„ „dient berigt tegens de Bataviase Copia boeken niet kon werden g' Examineert, alzoo die Copia boeken niet met de hier zijnde origineele accordeeren, het ook zeeker is zijn berigt met dezelve niet konde overeenkomen, intusschen smert het hem zeer dat Uw Hoog Edelheed:s op fondament van dat berigt een mistrouwen in zijn persoon hebben gelieven te stellen, dog hij leeff in die hoope dat Uw Hoog Edelheed:s hem weder met hoog derzelver gunstig vertrouwen zullen gelieven te vereeren, wanneer hij zijne onschuld onder het oog van Uw Hoog Edelheed:s zal hebben openge„ „ligt. van ps hoe
English
although we can truly give little further elucidation in that regard than we have already done in our letter of 18 February last. Therein we explained, in all reverence, how the books and papers are situated here; and that it will therefore require a great deal of trouble and labor to discover who those are who have harmed the Honorable Company, or are lawfully subject to a restitution. The commissioners, the provisional merchant Staal and provisional junior merchant Zimmerman, have since been occupied with that work, and we have recently had them serve a report of their proceedings thus far, and their delivered report is enclosed herewith in copy, together with three original lists of discrepancies between the original and copy Trade Journal and ledger, as well as between the original and copy Cash accounts of the year 1755, discovered by them, in which a multitude of errors or discrepancies are indeed shown, all of which, however, yields nothing decisive yet. Although the commissioners at the same time state in that report that they believe they will in time be able to explain themselves more certainly in this regard, and will obtain more light in this matter through the gathered warrants and be able to satisfy the intention of Your High Nobilities, whereto we on our part shall contribute everything that is in our power. Meanwhile, we are of the opinion, along with the commissioners, that one can, with little ground of reason, address or accuse any administrator concerning wrong or unfaithful conduct, since neither the warrants nor the administration books, which are mostly absent, have been signed for accountability, and also this evil, as is now clearly evident from the discovered discrepancies, has its origin already in earlier years, to which is added that the books have been formed not from the accounts and papers of the administrators, but largely from memory or at discretion, as it suited the convenience of the holder thereof; so that we have also communicated this to Your High Nobilities at the beginning in our sent report concerning this matter, with the notification that, for the aforementioned reasons, one has not been able to address any of the administrators concerning any compensation that might seem to incumbent upon them according to those corrupted books, for as long as one should have obtained no further light in this matter, until which time we shall then also supersede therewith for the present, in order not to bring harm to the honor or property of the innocent. We have, by our secret letter of 18 February last, respectfully brought to the knowledge of Your High Nobilities that we have entrusted the commissioner, the Cannanore Chief Kroonenborg, with the commission to induce the junior merchant and trade transferrer Pieter Jzaaksz, who has fled to Sallicherij, to come to him by promising impunity. We have until now looked forward to the answer in this regard, but have not yet received it, which may well be attributed to the invasion of the Colastry kingdom by the Nabob Ader Alij Chan that broke out shortly thereafter, in his war preparations and made progresses, through which the aforementioned Chief will have found so many occupations in that quarter that he has not yet been able to accomplish the commission with him, Jzaaksz. As soon as we have obtained an answer from Chief Kroonenberg in this regard, we shall take our measures accordingly and dutifully inform Your High Nobilities of the outcome of this matter in the sequel. Meanwhile, this is accompanied by a report from the second signatory, containing his defense to the submitted report of the Honorable Examiner and Bookkeeper General, by which we hope Your High Nobilities, if you please, will be able to observe that his formerly submitted report was properly drawn up according to the original books present here, and that everything has been done in that regard that was possible in such a short time and from the papers present here at that time; to which report, concerning the entries cited therein, we respectfully refer, and for the rest respectfully assure Your High Nobilities that we shall do everything in our power to help bring the matter to a good end as soon as possible. The examination of the Trade books has, to our regret, in the time of more than two years not yet progressed so far that we can decide with any fundamental certainty whether anything was embezzled from the Company during the administration of the former Commander Weijerman or not, for your declaration given in that regard was just as if you had someone to fear, and therefore did not dare utter the decisive word, devoid of a clear, positive, and convincing proof; and although we have made known our objections thereto, nothing has been supplied to us that gives us greater certainty. Only by the merchant and junior merchant who were sent thither to your aid and thus are your subordinates in the commission has greater light been promised to us, which appears very strange to us, since we decreed the commission not to them but to you, and what our intention was, we gave to understand very clearly by missive of 17 September of the past year; so that we know of nothing more to add thereto than solely to order you upon reiteration that you, and not your subordinates, shall give us beforehand as soon as ever feasible a positive declaration whether anything was embezzled from the Honorable Company under the administration of the aforementioned former Commander Weijerman or not, with the proofs. Extract of a Secret Letter written from Batavia to Cochin on 31 October 1766: Extract of Nt.
Dutch transcription
988 hoe wel wij waarlijk nog weijnige meerdere Elucidatie derweegens kunnen geeven, als wij reets bij brief van den 18:' februarij J:o leeden hebben gedaan, wij hebben ons daar bij in alle Eerbied verklaart, hoedanig de boeken en papieren hier gesteld zijn; en dat het derhal„ „ven zeer veel moeijte en arbeid zal verEijschen om te ontdekken wie de geene zijn, die d' E Comp: benadeelt hebben, ofte regtmatig Eene vergoeding subject zijn, de Commissianten den p:l koopman Staal en p:l onderkoopman Zimmerman zijn zeedert met dat werk bezig geweest, en wij hebben dezelve onderdaags van berigt laaten dienen van hunne verrigtingen, dus verre en hun overgeleevert Rapport komt in Copia hier nevens over, annex drie origineele lijsten van differenten, tusschen de Origineele en Copia Negotie Journaal en groot boek mitsgaders tusschen de origineele en Copia Cassa reekenings van A. o 1755. door hen ontwaard, waar bij wel een meenigte erreuren ofte differenten werden aangetoont dog al 't welke nog niets beslissende uijtleeverd, hoe wel de Commissianten teffens bij dat berigt zeggen, dat ze vermeenen in der tijd zig zekerder derweegens zullen kunnen verklaaren, door de ingesamelde ordonnanties meerder ligt in deeze zaak zullen beko„ „men en aan de intentie van UW Hoog Edelheed:s kunnen voldoen, waar toe wij van onzen kant alles wat in ons vermogen is zullen Ccontribueeren intusschen zijn wij met de Commissianten van gevoelen dat men met weijnig grond van reedenen eenig administrateur over verkeerde of ontrouwe handelinge kan aanspree„ „ken, ofte beschuldigen, alzo nog de ordonnanties nog de administratie boeken / die meest absent zijn:/ voor de verandwoording geteekend zijn, en ook dit kwaad, zo als nu duijdelijk Consteert bij de ontdekte differenten al van vroegeren Jaaren zijn oorsprong heeft, en waar bij nog komt dat de boeken niet uijt de reekeningen en papieren vande administrateurs maar grootdeels uijt het hoofd of na willekeur, zo als dat in de kraam van den houder derselve te pas gekomen is, geformeert zijn; invoegen wij dat ook al in den beginne aan Uw Hoog Edelheed:s hebben gecommuniceert bij ons overge„ „sonden rapport concerneerende deeze zaake, onder te kennen geving dat men om de voorschreeven zoedonen niemand der administrateurs heeft kunnen aanspreeken over eenige vergoeding die hen volgens die bedurve boeken mogt scheijnen te incumibeeren, voor zoo lange men nog geen nader ligt in deeze zaake zoude hebben bekomen, tot hoe lange wij dan„ daarmeede als nog zullen supercedeeren, om niet den onschuldigen, nadeel aan eer of goed toelebren „gen. Wij hebben bij onze secreete van den 18. febru: J:o leeden UW Hoog Edelheedens eerbiediglijk ter kennis gebragt, dat wij het Cananvos opperhoofd kroonenborg de Commissie hebben opdragen, om den na sallicherij geweeken onderkoopman en Negotie overdragen met 89 Pieter 8. 989 Pieter Jzaaksz: door het belooven van impuniteijt te beweegen dit hem te komen, wij hebben tot dus lange het antwoord derweegens te gemoet gezien, dog nog niet bekomen, dat men wel mag toeschrijven aan de kort daar op ontslaane invadering van het Colastrijs rijk door den Nabab Ader AlijChan in zijne oorlogs prepara„ tien en maakte progressen, waardoor het opperhoofd voorm: zo veele bezigheeden aandien kant zal hebben gevonden, dat de Commissie met hem Jzaaks: nog niet heeft kunnen volbrengen, zo dra wij derwe„ „gens antwoord van het opperhoofd Kroonenberg heb„ „ben erlangt, zullen wij daar na onze maatregulen neemen en Uw Hoog Edelheed:s den uijtslag deezer „zaake in het vervolg schuldpligtiglijk bedeelen. Jntusschen verselt deezen een berigt vanden tweeden teekenaar, vervattende zijne verantwoording op het ingediant rapport van den E: visitateur en boekhouder Generaal waar bij hoopen Uw Hoog Edelheedens des gelievende kunnen ontwaaren, dat zijn voormaals ingedient berigt deugdelijk na de hier zijnde Origineele boeken is op ge„ „maakt en daar omtrent alles gedaan is, wat in zoo een korten tijd, en uijt de hier te dier tijd zijnde papieren mogelijk is geweest, aan welke berigt wij ons aangaan„ de de daar bij aangehaalde posten reverentelijk gedraa„ gen en UW Hoog Edelheed:s voor het overige eerbiedig„ „lijk verseekeren, dat wij alles zullen doen wat in ons ver„ „mogen is, om de zaak zoo spoedig mogelijk tot een goed Eijnde te helpen brengen. Het ondersoek der Negotie boeken is tot ons leedwezen in den tijd van ruijm twee Jaaren nog niet zoo verre gevordert, dat wij met Eenige fundamenteele zeekerheid konnek ze decideeren, of geduurende liet bestier van den oud Commandeur Weijerman iets van de Comp: ontvreemd is, of niet, want UE: dien aangaande gege„ „vene declaratie was even als of UE: voor iemand te vree„ „zen hadden, en daarom het hoogste woord niet durfden uijtten, ontbloot van een duijdelijk positief en overtuijgend bewijs, en schoon wij onze bedenkingen daar over hebben. te kennen gegeven, is ons niets gesuspediteert dat ons meerdere zekerheijd geeft, alleen is ons door den koopman en onderkoopman die tot UE: adjude derwaarts gezonden en dus UE: suppoosten in de Commissie zijn een meerder licht beloofd, dat ons zeer vreemd voorkomt, daar wij de Commissie niet op hen maar op UE: gedecerneert en wat onze meenig was, bij missive van den 17: september A:o pass=o zeer duijdelijk hebben te verstaan gegeven, in voegen wij daar bij niet meer weeten te voegen, dan UE: alleen bij reiteratie te ordonneeren, dat uE: en niet UE: suppoosten, ons voor af zullen geeven zoo spoedig immers doenlijk een positive declaratie, of onder het bestier van den voorm: oud Commandeur Weijerman d' E Comp: iets is ontvreemd of niet, met de bewijsen Extract Secrede Brief van Batavia na Cochim geschreeven den 31. October 1766:— Extract van Nt.
English
990 of what has been said, that you and your subordinates must furthermore make all possible haste with the continuation of the Commission; that we expect at the end of this investigation a general report also from you, and not from your subordinates; that you must urge the attorneys of the aforementioned former Commander Weijerman and the late Second in Command Sweers to a prompt settlement of their affairs and assist them therein to the utmost of your ability; that you must immediately credit to Batavia all funds of the said Weijerman and Sweers that have come, or are yet to come, into the treasury; that you must make the former Cashier Notermans deposit, or provide security for, the 612 3/60 rupees wrongly charged to the account of the aforementioned Weijerman and Sweers, until he shall have demonstrated and proven to satisfaction that on the basis of the warrant for payment granted by the former Commander De Jong he actually paid the said 612 1/60 rupees, and to whom; and that you, in order to prevent unnecessary paperwork, questions and answers, debates, and our displeasure, must henceforth make use of no ambiguities, reservations, weak excuses, and similar circumstances that make the matter suspect, but rather present what you have to say plainly, without fear or partiality, in accordance with your oath and duty. The investigation of the trade books, which from the beginning of our arrival here and up to the present has caused us so much trouble and chagrin because we find ourselves unable to provide Your Right Honourables with the required satisfaction in that regard as is proper, has nevertheless remained in that same state of an unprovable nature. The Commissioners Staal and Zimmerman have until now been occupied with examining everything that was possible in order to find any proof of who had made themselves guilty of those frauds, and have finally progressed so far that they have delivered to us their reports and the numerous accompanying annexes, which we most respectfully submit in the original along with this to Your Right Honourables, and which have been examined by the last-signed and collated against the books and other papers, and from which such a report has been drawn up as also accompanies this in copy. From which, if it pleases Your Right Honourables, it will become evident that all those voluminous papers, as far as the brevity of time permitted, have been examined and checked by us, and we have thereby found: Extract from the Secret Letter from Cochin to Batavia, written the 6th of April 1767: Extract That 991. That in the cash accounts in the year 1757 an entry of ƒ 4800:–. – was entered for too little, and this is most respectfully left to the decision of Your Right Honourables. While we nevertheless for this amount shall have the widow of the then former Cashier Mattheus Hendrik Beijts, as executrix of the estate, deposit those funds into the Company's treasury, or else provide sufficient sureties for them. In the same manner shall also be dealt with the compensation of ƒ 186: 11:— for 50 9/10 corges of cowhides entered for too little in the year 1761, by the present Master of the Equipage Lourens Buijs, as heir of the then Master of the Equipage Jacob Harsing. However, the compensation of 287¾ pieces of Malabar garas to the amount of ƒ 2000:–. –, by which the Honourable Company was prejudiced in the year 1743, and which were indeed entered again in the books in the year 1756, but were not remaining in kind at the warehouses, and therefore embezzled again in the year 1760. And thus, as this prejudice was already caused in the time of the former Warehouse Master Gijsbert Jan Feijth, we shall in all respect also leave this to the decision of Your Right Honourables. While we shall, until further orders from Your Right Honourables, have the aforementioned present Master of the Equipage Lourens Buijs make a deposit for the redemption cost of the 61 stacks of firewood to the amount of ƒ 878: 8:—, or else have sureties provided for it. The two entries, the one concerning the jack-beams, and the other of a sum amounting to 91600 rupees, cannot be demonstrated as to how they were embezzled, or whether the Honourable Company was prejudiced thereby; everything in that regard is so confused and the books and papers so defective that no human being can find a calculation for it. Therefore we must leave this to the wiser judgment of Your Right Honourables. The aforementioned Commissioners also requesting in their report to be allowed to take all the original books and papers, defective as they are, along with them to Batavia, we have granted them this, and have had a specific statement made of which papers they desire and think to be necessary, which we then send off with them along with this in three crates, and of which the inventory accompanies this in original; against which we have retained here the books from the years 1730 to 1763 brought along by them from Batavia, packed in three chests, and which we shall then also forward to Batavia at the first opportunity by ship, in order not to risk both sets at the same time on one ship. Although the original books now come over to Your Right Honourables, we would nevertheless gladly wish to comply with your highly esteemed orders to declare ourselves positively whether under the administration of the former Commander Weijerman and the late Second in Command Sweers de Landas anything was stolen from the Honourable Company.
Dutch transcription
990 van dit gesegde dat meede UE: en UE: suppoosten voorts alle mogelijke spoed moeten maken met het vervolg der Commissie, dat wij op het einde van dit onderzoek verwagten, een generaal Rapport mede van UE: en niet van UE: suppoosten, dat UE. de gemagtigdens van den meerm:, oud Commandeur Weijerman en den overleeden secunde sweers moeten aanzetten tot een spoedige ver„ evening hunner zaken en hen daar in na uijtterst ver„ „mogen behulpzaam zijn dat UE: alle gelden van ged:te Weijerman en Sweers in kassa gekomen zijnde, of nog komende ten eersten Batavia ten goede moeten, brengen, dat UE: de ten onregte op reek van de meerm: Weijerman en sweers gestelde rop:s 612. 3/60. door den gew: Cassier Notermans moeten laten namtiseeren of door hem daar voor Cautie stellen, tot dat hij ten genoegen zal hebben aangetoont en bewesen dat hij op fundament van de tot betaling verleende ordonnantie van den oud Commandeur De Jong ged:e vop:s 6121/60. waarlijk heeft betaald, en aan wien, en dat uE: tot voorkoming van onnodig schrijfwerk, vragen„ antwoorden, de battes en ons ongenoege zig voortaan van geene dubbel zinnigheeden reservatien, flauwe excusen en diergelijke de zaak suspect makende om „standigheeden moeten bedienen, maar het geen UE: te zeggen hebben onbewinpeld zonder vreese of belangen over eenkomstig met UE: Eed en pligt voordragen. — Het onderzoek der Negotie boeken dat van den beginne onzer komste alhier, en tot nog toe, ons zoo veel moeijte en Chagrijn gebaart heeft uijt oorzaake, wij ons buijten staat vinden, uw Hoog Edelheedens nabehooren, daar omtrent het vereijschte genoegen te kunnen toebrengen, is egter, noog al in dien selvden staat van eene onbewijs baare gedaan te gebleeven. De Commissianten Staal en Zimmerman hebben tot nu toe bezig geweest, met alles na tegaan wat mogelijk was, om eenig bewijs uijt te vinden wie aan die fourberien zig schuldig gemaakt hadden, en zijn eijndelijk zoo verre gevordert, dat ze ons hunne berigten, en daar bij behoorende menigvuldige bijlagen hebben overgelevert, en welke wij in Origineel, nevens deezen uw Hoog Edelheed:s zeer eerbiedig opdragen, en door den laast getekenden. g'examineerd, en tegens de boeken en andere papieren geconfranteert zijn, en daar van opgemaakt zodanig een berigt als deezen meede in Copia is versellende. Waar uijt Uw Hoog Edelheedens des behagende zal komen te blijken, dat alle die volumineuse papieren voor zoo verre de kortheijd des tijds gepermitteerd heeft door ons zijn g'examineert en nagegaan, en daar bij bevonden hebben. — Extract uijt de Secreete Mlis „sive van Cochim na Batavia gesch: den 6: April 1767: Extract Dat F - 991. Dat bij de Cassa reekenings in A:o 1757: een post van ƒ 4800:–. –. te min is ingenomen, en zulx aande decisie van Uw Hoog Edelheedens zeer eerbiedig overgelaten werd. Terwijl wij egter voor dit bedragen de weduwe van den toemaligen geweesen Cassier Mattheus Hendrik Beijts als boedelhoudster die penningen in sComp:s Cassa zullen laten nampliseeren, of wel sufficante borge daar voor stellen Jnselver voegen zal ook gehandelt werden met de vergoedinge van ƒ186: 11:—. wegens in A:o 176/ te min ingenome 50 9/0 Corg.s koehuijden door den tegenswoordigen Equipagie„ „meester Lourens Buijs, als Erfgenaam van den doenmaligen Equipagiemeester Iacob Harsing. Dog de vergoeding van 287¾ p. s garassen Mallabaars ten bedragen van ƒ 2000:–. – waar voor D E. Comp: in A:o 174/3 is benadeelt en welke in A:o 173/6. wel weder bij de boeken zijn ingenomen, dog niet en natura bij de pakhuijsen restant geweest, daarom in A:o 176/0. alweder verduijstert. En dus dit nadeel ten tijden van den geweesen Pakhuijs„ „meester Gijsbert Jan Feijth al is veroorzaakt, zullen wij in alle Eerbied dit al meede ter decisie aan UW Hoog Edelheed=s overlaten. Terwijl wij den voorm: tegenswoordigen Equipagiemeester Lourens Buijs voor het uijtkoops kostende van de 61: stapels brandhout, ten bedragen van ƒ 878:8:—: tot nader ordre van uw Hoog Edelheedens namptissement zullen laten doen, dan wel daar voor borgen laaten stellen. De twee posten de eene wegens de jekke balken, en de andere van een Somma Groot 91600. ropias, zijn niet te demonstreeren, hoe die zijn verduijsterd, of d' E Comp: daar bij benadeelt is, alles is daar omtrent, zo verwart en de boeken en papieren zodanig defect, dat geen mensch daar een facit op vinden kan. Daarom moeten wij zulx overlaten aan het Hoogwijzer oordeel van UW Hoog Edelheedens De voorm: Commissianten bij hun berigt ook versoek doende om alle de origineele boeken en papieren /:zo defect als ze zijn / na Batavia te mogen meede neemen zoo hebben wij hun zulx g'accordeert, en daar van een specifique op gava laten doen, welke papieren zij begeeren en denken noodig te zijn, die wij dan met dezelve, nevens deezen laaten afgaan, in drie kassen en waar van den inverta ris deezen in Origineel verselt, waar en tegen wij hier aangehouden hebben de door dezelve van Batavia mede gebragte boeken van Annis 173/e tot 176/3: afgepakt in drie kisten, en welke bij eerde scheepsgelegentheijd, dan ook na Batavia besorgen zullen, om niet beijde stellen tegelijk, op een schip te resiqueeren; Hoe wel nu de origineele boeken tot Uw: Hoog Edelheedens overkomen, zouden wij egter gaarne willen voldoen aan Hoog derzelven veel g'eerde ordre, om ons positief te declareeren, of onder het bestier van den oud Commandeur Weijerman en secunde sweers de Landas zalg:r d' E: Comp: iets is ontvreemd ordre F
English
or not, with the transmission of the proofs thereof, but regarding this we must again declare that this is impossible for us, because the original Trade books of the Years 1760 and 1761 are so spoiled and confused by erasures and alterations that we believe we cannot state on any basis whether anything was embezzled from the Honorable Company during the time of Their Honors' administration or not, much less that we could extract any proofs from those spoiled books to support it. We have handed over to the Commissioners Staal and Zimmerman regarding this an extract from Your High Excellencies' esteemed secret letter, in order that they might also make a declaration concerning this, whereupon they gave notice in writing that in that regard they abide by their report submitted under date of 2 February of last year and at the same time declared that, as far as was evident to them as commissioners, they cannot accuse the said former Commander Weijerman and associates of any frauds, since the corrupted state of the original Trade books of those years (due to erasures and alterations) is so great and confused that it is impossible to state anything about it with fundamental certainty, as Your High Excellencies, if you please, will be able to observe from the copy of that writing which is attached hereto in all deference, and with which we must align ourselves, because we cannot give a positive declaration on any grounds. We have urged the attorneys of the former Commander Weijerman and the late second-in-command Sweers to settle Their Honors' affairs, and have lent them a helping hand thereto. Last year there was counted into the treasury for the account of Mr. Weijerman ƒ 6424.6: 4. 8. and this book year ƒ 46721:-. -., for which his account has been duly credited, as appears from the accompanying account extracted from the Trade books here, whereby His Honor stands credited with ƒ 89223. 14:— at the balance. For the account of the deceased second-in-command Sweers no further monies have come into the Company's treasury, the Orphan Chamber of this city having taken over the affairs from his attorneys in order to manage them and to render account thereof to the Orphan Chamber at Batavia. His balance now stands at ƒ 4870: 16:—, as appears from the account also enclosed herewith, extracted from the Trade books of this Commandery, from which accounts, and the accompanying secret Resolution dated 28 February of last year, it will be evident to Your High Excellencies that, pursuant to Your High Excellencies' most esteemed order, we have discharged both Their Honors of the 6121 1/680 rupees and placed that sum to the account of the junior merchant Hendrik Notermans, as former interim Cashier and provider of those funds, since he, due to his known indigent condition, was unable to deposit that sum nor obtain guarantors for it, as he made known to us in a submitted petition, inserted in the aforesaid Resolution; wherein he also testifies that he truly paid out those funds from the Company's treasury to the emissaries of the king of Travancore on the basis of the warrant granted by the former Commander Casparus de Jong, but that due to the passage of time it has slipped his memory to whom he provided that money, citing the reasons which he believes he has for his exoneration, and adding a request for a favorable recommendation to Your High Excellencies for the remission of that charge. And since what has been brought forward by that man did not appear to us to be inadmissible, we take the respectful liberty of submitting his humble prayer for the remission of that charge to Your High Excellencies in all submission. Extract from the Secret Letter from Batavia to Cochin, written the 30th of September 1767. The deceit of Jzaaksz. not having been able to be discovered, regardless of the effort expended thereto there and here, there is nothing else to do than to inquire with the English Chief at Tellicherry after the answer from Bombay to his report of the claim made by Kroonenberg and to urge the surrender of the said fugitive, or, if this does not succeed, to try to persuade Mr. Reijleij Extract from General Letter from Batavia to Cochin, written the 30th of September 1767. that he find out who has or have shared the stolen funds with Jzaaksz. Regarding the very significant difference between the original Cochin Trade books and the copies thereof sent to us, amounting to ƒ 557250:2:— as of the last of August 1763, which has been treated of thus far in secret letters to and from the Commander and second-in-command, we have here demanded an accounting from the former Commander Weijerman, and since he has shown satisfactorily enough that the very same capital was embezzled from the company before he entered into the administration, we have resolved on the 15th of this month to have the said ƒ 557250: 2:— written off in the general books to the debit of the Honorable Company, and to declare the aforesaid former Commander Weijerman as well as the estate and inheritance of his former second-in-command and chief administrator, the senior merchant Jan Anthonij Sweers de Landas, free from any and all claims in this regard, and to declare said Weijerman employable again with the resumption of his salary, and moreover, as a consequence thereof, also to lift and withdraw the attachment placed, item the inventory and sequestration on the money and assets
Dutch transcription
792. of niet, net oversending der bewijsen van dien maar wij moeten dien aangaande al weder betuijgen dat ons zulx onmogelijk is, dewijl de origineele Negotie boeken- van A:o 176„e en 176½ doorschrapen en veranderingen zodanig bedurven en verwart zijn, dat wij vermeenen op geen fondament te kunnen zeggen of d' E: Comp: ten tijde van Haar E:s bestier, iets is ontvreemd, dan niet, veel min dat wij eenige bewijsen tot staaving vandien uijt die bedurve boeken zouden kunnen trekken Wij hebben de Commissianten staal en Zimmerman deezen aangaande Extract uijt uw Hoog Edelheedens g'eerde secreete missive ter hand gesteld, om zig ook derwegens te declareeren, waar op dezelve in geschrifte hebben te kennen gegeven, dat zig ten dien opsigte gedra„ „gen aan hun overgelevert berigt onder dato 2: febr: J„o leeden en teffens verklaart, dat zoo verre hen gecom„ „mitt:s gebleeken was, gemelden oud Commandeur Weijerman C: S: van geen fraudos kunnen beschul„ „digen vermits de bedurventheid, der origineele Negotie boeken van die Jaren /:door schrappen en veranderen/ zo groot en verwart is, dat 'er onmogelijk iets met fondamenteele secariteijt van gezegt kan werden zoo als uw Hoog Edelheedens des gelievende zullen kunnen ontwaren bij de Copia van dat schriftuur dat deezen in alle eerbied is bijgevoegd, en waarmeede wij ons moeten Confirmeeren, om dat wij op geene gronden, een positief declaratoir kunnen geven„ gemagtigdens van den oud Commandeur Weijerman en secunde sweers zalg:r hebben wij aangeset tot vereffe„ „ninge van Haar E:s zaaken, en dezelve daar toe de behulpsaame hand geloent, anno pass=o zijn voorden heer Weijermans reek: in Cassa geteld ƒ 6424.6: 4. 8. en dit boekjaar ƒ46721:-. -. waar voor desselfs reekening behoorlijk gecrediteert is blijkens overkomende reek: getrokken uijt de Negotie boeken alhier, waar bij zijn E: bij slot te vooren staat ƒ 89223. 14:— Voor reekening van den overleeden secunde sweers zijn geene penning en meerder in 'sComp:s Cassa gekomen, hebbende de weeskamer deezer steede de zaaken van desselfs gemagtigdens overgenomen om die te redderen, en daar van aan de weeskamer te Batavia rekenschap te doen; desselfs zeek staat thans te vooren ƒ4870: 16:—. zo als blijkt bij de meede hier bij gevoegde reekening, getrokken uijt de Negotie boeken dezes Commandements, bij welke reekeningen, en de overkomende secreete Resolutie in dato 28:' febr: J„o leeden Uw Hoog Edelheedens zal Consteeren dat wij op hoogst der selve veel g'eerde ordre beijde haar E:s ontheft hebben van de ropias 6121 1/680. en die somma gestelt op reek: van den onderkoopman Hendrik Notermans als geweesen prointerim Cassier en verstrekker dier penningen, vermits den selven mits zijn bekenden behoeftigen staat, die somma niet heeft kunnen namptiseeren, nog borgen daar voor bekomen, zo als den selven aan ons te kennen heeft gegeven bij een overgelevert request, ter voorschr: de Nt Resolutie 700 993 Resolutie g'insereert; waar bij ook betuijgt dat hij die gelden op fondament vande door den oud Commandeur Casparus de Jong verleende ordonnantie waarlijk uijt sComp:s Cassa heeft afgelangt aan de sondelingen van de koning van Trettancoor, dog dat het hem door langheid des tijds, uijt het geheugenis is geraakt, aan wien dat geld heeft verstrekt, met aanhalinge der reedenen, die bij vermeent ter zijner ontschuldiging te hebben, en bijgevoegt versoek om een gunstig voorschrijvens aan uw Hoog Edelheed:s ter ontheffing van die belasting, en nademaal het bijgebragte door dien man, ons niet verwerpelijk is, te vooren gekomen, zoo gebruijken wij de Eerbiedige vrijheijd desselfs onderdanige beede ter ontheffinge van die belasting, aan UW Hoog Edelheedens in alle submissie voortedragen. Extract uijt de secreete Brief van Batavia na Cochim geschr: den 30:' 7ber: 1767. De Tourberie van Jzaaksz: niet hebbende konnen ontdekt worden, onaangezien de moeijte die daar toe â Costij en hier is besteed, zo is 'er niets anders op dan bij het Engelschen Opperhoofd te Jallicherij te vernee„ „men na het antwoord van Bombaij op desselfs berigt van de door kroonenberg gedaane reclame en op de overgave van gedagte vlugteling aantedringen, dan wel als dit niet lukt m:r Reijleij trachten te persuadeeren Betreffende het dus lang bij secreete brieven aan en van den Commandeur en secunde verhandelt zeer aanmerkelijk different tusschen de Cochimse origineele Negotie boeken, ende daar van ons toegesonden Copijen, bedragende ult=o augustus 1763. ƒ557250:2:—. hebben wij hier g'eijscht verantwoording van den gew: Commandeur Weijerman, en nademaal dezelve voldoende ogenoeg heeft aangetoont dat het even= gem: capitaal voor dat hij in 't bestier getreeden de maatschappij ontvreemd is, zo hebben wij den 15. dezer verstaan ged:t ƒ557250: 2:—. ten laste van de E: Comp: bij de generaale boeken te laten afschrijven en den voorm: oud Commandeur Weijerman zoo wel als den boedel en nalatenschap van zijn geweesene secunde, en hoofd administrateur den opperkoopman Ian Anthonij Sweers de Landas derweegens van alle na en aanspraek vrij te kennen, en ged=e Weijerman weder emploijabel te verklaren met Cours neeming zijner gage, mitsgad:s als een sequeele van dien ook op te heffen en intetrekken het gelegt arrest, item de Jnventarisatie en sequistratie op de gelde en middelen Extract Gemeene Missive van Batavia na Cochim=-geschr: den 30:' 7ber: 1767. dat hij uijtvorsche wie met Jzaaksz: de gestolene penningen heeft of hebben gedeelt. dat N van c
English
of the aforementioned Weijerman and Sweers de Landas, amounting according to the statement and inventories drawn up thereof and sent hither from the first named to rop:s 313618:5:— and from the last named to rop:s 26395. 9/6, as well as the cash funds according to two accounts drawn up by the Head Administrator of Alkouw and recently received, mounting those of Weijerman to ƒ72381:7:— and of Sweers de Landas to ƒ4870: 16:—, to be reimbursed here from the treasury to the first named after deduction of what has already been enjoyed by him, as well as to the Orphan Masters as Administrators of the estate of the second named; you are for that reason ordered to send the jewels and trinkets held yonder belonging to the aforementioned Weijerman and the estate of Sweers de Landas hither by the very first opportunity in the most secure manner, or else to deliver those of the first to his authorized agents, and to credit the cash funds by invoice in favor of this main office in order to be charged again to Ceylon, but to send the money itself to Ceylon in order to be employed there according to necessity; likewise that you must release and reimburse the sureties posted on account of this affair and the consignments made regarding the aforementioned matter, as well as discharge the account of the junior merchant Notermans of the rop:s 6121/60 placed thereon and write off this amount. However, we desire that under this shall be included only such entries that have arisen from the discrepancy in the books, and by no means effective proven deficits, which is also why we shall have the ƒ2000: -. - on account of 287¾ p.s of Malabar fabrics, for which the Honorable Company was disadvantaged according to your statement A:o 1755 at the time of the former warehouse keeper Feith, paid into the treasury by the same. Extract of a Secret Letter from Cochin written to Batavia on the last of March 1768: While regarding the reclamation made with respect to the absconded junior merchant and former trade transferor Pieter Jzaaksz: we respectfully communicate to Your High Nobilities; that we have waited in vain for an answer from the Tellicherry chief, Mr. Rijlie, who, without being able to obtain the approval of Bombay in that regard, has been relieved and replaced from Tellicherry as chief by Mr. William Hornbij, from whom we have had the aforementioned Izaaksz: reclaimed through the departing Cannanore chief Kroonenberg, who upon his arrival from there on his way hither called at Tellicherry in order to insist on the surrender of the same, or else, should that not succeed, to try to investigate with whom this Izaaksz: shared the stolen funds; but he has not been able to succeed in either, as Your High Nobilities if it pleases you will be able to perceive from the written report that the aforementioned Kroonenberg delivered regarding this commission, which accompanies this in copy, to which for the sake of brevity we defer respectfully, and regarding this matter note only that it appears not unclearly therefrom that the English Gentlemen at Bombay and Tellicherry are not inclined to surrender the named Jzaaksz: to us; nor do they wish to provide the opportunity or cooperate to investigate from the same who participated with him in the embezzled funds; and although Mr. Hornbij did indeed undertake to persuade him, Jzaaksz:, to send a declaration in what manner and with whom he embezzled those monies of the Honorable Company, one can nevertheless, reflecting upon his former words, have little hope that this promise will be fulfilled. Extract of a Separate Missive written from Batavia to Cochin on the 26th of September 1768: Considering the remaining points concerning native affairs settled, we further also pass over the dispositions and resolutions that you have taken thereon and the outcome of which we shall look forward to, especially with regard to the further investigation: Extract from the Extract of the General Missive of the Gentlemen Seventeen dated 6 October 1766 inserted and answered in the Cochin letter written to Batavia on 31 March 1768: Whatever effort and labor has also been expended regarding the discrepancies found in the trade books of the six commanderies, it has nevertheless been impossible to discover who is an accomplice to the falsifications committed or has participated in the embezzled sum of money, why that you according to your writing of 8 March Although the English at Bombay and Tellicherry are not inclined to surrender Jzaaksz:, nor to provide the opportunity or to cooperate to investigate from him who participated with the same in the embezzled funds, you must nevertheless continue to insist upon one or the other and in case of further delay address yourselves directly to the English ministry at Bombay, as well as insist in friendly terms, yet at the same time with force and emphasis, upon the surrender of the person of the aforementioned Jzaaksz:, or else, if they are not inclined thereto, that the same may be constrained to give the required report.
Dutch transcription
994. van voorm: Weijerman en Sweers de Landas, bedra„ „gende volgens de daar van geformeerde en hierwaards overgesondene staat en Jnventarissen van de eerst „gem: rop:s 313618:5:—. en van den laast gem: rop:s 26395. 9/6. zoo meede de Contanten volgens twee door den hoofd Administrateur van Alkouw geformeerde en onlangs ontfangene reek: monteerende die van Weijerman ƒ72381:7:—. en van sweers de Landas ƒ4870: 16:—. alhier uijt Cassa te laten rembourseeren aan den eerst gem: na d' falcatie van het door hem reets genotene mitsgaders aan weesmeesteren, als Administrateurs der nalatenschap van den tweede gem: wordende UE: uijt dien hoofde gelast om de ginter berustende Juweelen en kleinodien aan voorm: Weijerman en de boedel van sweers de Landas gehoorende op de secuurste wijze bij de allereerste gelegentheijd herwaards te zenden, dan wel van den eersten aan zijne gemagtigdens overtegeven en de Contanten bij factuur deeze hoofd plaats ten favaure te brengen om Ceilon weder aangereekent te werden, dog het geld zelve na Ceilon te schikken ten eijnde aldaar na benoodigtheid te werden g'emploijeert gelijk meede dat UE: de borgtogten uijt hoofde van deeze affaire gesteld en de namptissemen„ „ten ter zaake voorschr: gedaan afgeven en rombour„ „seeren, mitsgaders de reek: van den onderkoopman Notermans van de daar op gestelde rop:s 6121/60. ont„ heffen en dit montant afschrijven moeten, egter Terwijl nopens het gedaan reclamnten opzigte van den g'affugeerden onderkoopman en geweesen Negotie overdrager Pieter Jzaaksz: Uw Hoog Edelheedens eerbiedig communiceeren; dat wij te vergeefs gewagt hebben na een antwoord van het Tallicherijs opper„ „hoofd de Heer Rijlie die zonder derweegens het goedvin„ den van Bombaij te mogen erlangen, van jallicherij verlost en vervangen is, als chef door M:r William Hoonbij, van wien wij de nood voorsch: Izaaksz: hebben laten reclameeren door het afgaande Cananoors opperhoofd kroonenberg, die bij zijn komst van daar na herwaards te jallicherij is aangegiert ten fine op de overleveringe van denselven aantedringen, dan wel zoo dat niet lukken wilde, zien uijttevorschen, met Extract Secreete Brief van Cochim na Batavia geschreeven op den laasten Maart 1768: begeeren wij dat hier onder alleen zullen werden begreepen zoodanigen posten die uijt het different der boeken gesprooten zijn; en geensints effective bewesene minderheeden, waarom wij ook de ƒ2000: -. - wegens 287¾. p. s gerassen mallabaars, waar voor de E: Comp: volgens UE opgave A:o 1755. , ten tijde van den gew: pakhuijsmeester Feith benadeelt is, door den selven in Cassa zullen laaten betalen. begeeren wien ea 995 wien deezen Izaaksz: de gestoolene gelden heeft gedeelt; dog den selven heeft in geen van beijden kun„ „nen. slagen, zo als Uw Hoog Edelheedens des gelievende zullen kunnen ontwaaren bij het schriftelijk rap„ „port dat voorschr: kroonenberg wegens deeze Commissie heeft overgelevert, en in Copia dezen is versel„ „lende waar aan ons kortheids halve reverentelijk gedragen en ten deesen belange alleen noteeren, dat daar bij niet onduijdelijk consteert dat de Heeren Engelschen te Bombaij en Tallicherij niet inclineeren om gem: Jzaaksz: aan ons uijt te leveren; nog ook gelegentheijd willen verschaffen of mede werken om van denselven te kunnen uijtvorschen, wien met hem in de ontvreemde gelden heeft gepartici„ „peert, en of schoon de Heer Hornbij wel aangeno„ „men heeft hem Jzaaksz: te persuadeeren, om een de Claratoir te senden op hoedanigen wijze en met wien die penningen van d' E Comp: heeft ontvreemd, zoo kan men egter /: op zijn voorig gesegde reflec„ „teerende :/ weinig hoope hebben, dat deeze belofte zal werden volbragt. Schoon de Engelschen te Bombaij en Tallickerij niet inclineeren om Jzaaksz: uijt te leeveren, nog gelegentheijd Extract Aparte Missive van Batavia na Cochim gesch: den 26: 7ber: 1768: De overige poincten de inlandsche zaaken Wat moeijte en arbeid ook aange„ „wend is nopens de bevondene diffe„ Concerneerende voor bedeelt houdende passeeren wij voorts ook de dispositien „renten in de negotie boeken de zos Commandements; zo is 't egter on„ en besluijten die UE: daar op hebben „mogelijk geweest te ontdekken genomen en waar van wij den uijtslag wien meede pligtig is aan de gepleegde zullen te gemoed zien, voor al met be„ fulciteijten of geparticipeert heeft „trekking tot het nader onderzoek: in de ontvreemde somma gelds waarom dat UE: volgens uw schrijvens van 8: Extract uijt het Extract â Extract uijt de Generaale missive van de Heer en Seventhienen de dato 6: 8ber: 1766: g'insereert en beantwoord bij Cochimse briev na Batavia gesch: den 31. Maart 1768: te suppediteeren of meede te werken, om van hem te kunnen uijtvorschen, wie met denselven in de ont„ „vreemde gelden heeft geparticipeert, zullen UE: egter nader op het een of ander moeten blijven aanhouden en bij verder dilaij zig direct addresseeren aan het Engelsch ministerie te Bombaij, mitsgaders in vriende„ „lijke termen, dog teffens met klein en nadruk moeten insteren op de overgave vande perzoon van voorsz: Jzaaksz: dan wel zoo ze daar toe niet in„ „clineeren, dat denselven mag worden geconstrin„ „geert tot hiet geeven van het gerequireerde berigt. M 0 maart
English
996. 4 March 1769: were to do in March 1763, of the original trade books and appendices with the received copies having been sent from here to Batavia and the matter having been disposed of there by Their High Noble Lordships. and the report made to you by the Commander Breekpot and Secunde van Abkouw regarding the differences found between the Cochin closing balances of 1761/2 and the opening balances of 1762/3, as that work appears so dark and complicated to us that we can hardly form a proper conception of it, it nevertheless seems to appear quite clear that the Honorable Company has been noticeably disadvantaged through the unfaithful conduct of the servants at this office, and that several falsifications have been committed to cover this up, regarding which we wish that the authors and accomplices may soon be discovered and found, so that the guilty may be punished as required, the innocent justified, and the company indemnified. Regarding the absconded former trade transferor Pieter Jzaaksz, letters have been written several times to Tellicherry, and indeed the former Kannur chief Kroonenberg went on orders in person to Tellicherry to demand him, Jzaaksz, or to obtain elucidation as to who the accomplices are in the committed rogue tricks and who participated in the embezzled funds, upon which the chief at the time, Mr. Reijlij, also promised to write to Bombay about it, but until today no answer has been received to this, and the said Mr. Reijlij has been relieved from Tellicherry to Bombay and Mr. Hornbij has come in his place as chief at that office, and has also recently been replaced again by Mr. Draper; meanwhile it has become apparent, in this as well as in other matters, that the British gentlemen care little about letters, protests, or requests made to them concerning matters of that nature, which is why reprisals have often been taken in that manner and no reflection has been given to their requests either. Extract from the extract from Extract of the Letter from the Fatherland dated 5 October 1767: inserted and answered by Cochin Extract of secret letter written from Cochin to Batavia on the Letter P 997. Extract from the extract papers with them to Batavia Lastly, before stepping away from this matter, we cannot pass by expressing also our dissatisfaction with the little progress the ministers have made so far with the investigation demanded of them regarding the discovered differences between the original and copy trade books of this Commandery, as their conduct held in that regard does not at all answer to what they were obligated to do according to their duty. The undersigned Commander respectfully assures Your Honorable Grand Noblenesses that he, along with the secunde van Abkouw, has conducted himself as a respectful servant in the commission entrusted to him regarding the examination of the trade books, and that it has been impossible, on account of the defectiveness of the papers, to be able to discover the accomplices; the subsequent commissioners, the merchant Martinus Staal and under-merchant Frans Bernhardt Zimmerman, also had to experience this, and for further conviction all the books and We consequently also refer to what you have further written to the ministers in this respect, and expect that finally a conclusion will be made to that vexatious matter, so that you may be enabled to take such a final decision concerning it as you shall judge to be proper according to law and equity. letter written to Batavia the 11 March Anno 1769:— Extract of the Letter from the Fatherland written within Middelburg in Zeeland the 28 September 1768, and inserted in the Cochin letter written to Batavia under date of 15 March 1770: According to the reports that we received in the past year of the investigation made into the rogue tricks committed in the Cochin trade books, little progress had been made with that work at that time. The declaration of the bookkeeper Jzaaksz nevertheless seems to give occasion to be able to conduct that investigation fruitfully, and it still appears incomprehensible to us how it is possible that an important sum of over five tons of gold can have been embezzled from the Company, without this having been discovered at the handovers that were made from time to time to the commanders and chief administrators who were successively in this Commandery. sent
Dutch transcription
996. den 4:. Maart 1769: maart 1763: stonden te doen, van de Origineele negotie boeken en 't Rapport door den Commandeur bijlagen met de ontvangene Breekpot en Secunde van Abkouw Copijen van hier na Batavia zijn aan UE: gedaan, wegens de bevonde gezonden en over de zaak aldaar differenten tusschen de Cochimse na restanten van 176 /½. en de voor restanten van 176/3. alzoo dat werk ons zoo duijster en ingewikkelt voor„ komt dat wij daar van nauwelijk een regt denkleeld kunnen for„ „meeren dit scheijnt egter vrij klaar te blijken dat de E: Comp: door ontrouwe behandelingen van de bediendens ten deezen comptoir merkelijk is benadeelt, en dat ter bedekking van dien verscheide falciteiten zijn ge„ „pleegt, waar aan wij wenschen dat de auteurs en meede pligtige spoedig ontdekt en gevonden mogen werden, op dat de schuldig na vereijscht gestraft de onschuldige gejustificeert en de maatschappij schadeloos gesteld mogen werden. door Haar Hoog Edelheedens ge„ Nopens den g'auffugeerden geweesen Negotie over„ „drager Pieter Jzaaksz: heeft men te meer malen na Jallicherij geschreeven, Ja zelfs is het geweesen Cananoors opperhoofd kroonenberg op ordre in persoon na Tallicherij geweest, om hem Jzaaksz. op te Eijsschen, dan wel Elucidatie te bekomen, wien de meede pligtigen zijn, in de gepleegde fielterijen, en geparticipeert hebben- in de ontvreemde gelden, waar op den toenmaligen cheff M:r Reijlij ook geloofd heeft om deswegen na Bombaij te schrijven, dog tot heeden is daar op geen antwoord erlangt, en gem: M. r Reijlij is van jallicherij na Bombaij verlost en M:r Hornbij weder in desselfs plaatse als cheff ten dien Comptoire gekomen, en ook al weder onderdaags vervangen door M:r Draper intusschen is zoo wel in deeze als meer andere zaaken gebleeken, dat de Heeren Britten zig weinig laten gelegen leggen aanschrijvens, protestaties of versoeken die men bij hen doed over zaaken van die natuur waar„ „om men dan ook al dikwils op die manier represallie genomen en op hunne verzoeken meede geen reflectie geslagen heeft. Extract uijt het Extract à Extract Patriase Missive van dato 5: 8ber: 1767: g'insereert en beantwoord bij Cochimse Extract Secreete brief van Cochim na Batavia geschr: den N brief disponeert is. — P 997. Extract uijt het Extract papieren met hen na Batavia Laatstelijk kunnen wij alvoorens van Den ondergeteekende Commandeur ver„ deeze materie af te stappen niet „seekert uw wel Edele Hoog Agtb: eerbie„ diglijk, dat hij sig neevens den secunde van voor bij meede ons ongenoegen Abkouw als een Eerbiedend dienaar te betuijgen, over de weijnige voort„ in de hem opgedragen Commissie „gang die de Ministers tot hier nopens het onderzoek der Negotie boeken toe hebben gemaakt met het heeft gedragen, en dat het oudoenelijk is aan hun gedemandeerde onder„ geweest mits de defectheid der papieren, de Meede schuldigen te kunnen ont„ „zoek nopens de ontdekte verschillen „dikken, dit hebben ook de naader tusschen de origineele en Copia Commissianten den koopman Mar„ Negotie boeken van dit Comman„ „tinus staal, en onderkoopman „dement, alzo hunne behandelingen Frans Bernhardt Zimmerman daar omtrent gehouden geensints moeten ondervinden, en tot meerder beantwoorden, aan het geene zij volgens hunne pligt verschuldigt waaren te doen. Wij gedragen ons vervolgens ook aan het geene UE: de ministers op dit respect nader hebben aange„ schreeven, en verwagten dat eindelijk een afkomst van die facheuse zaak zal worden gemaakt op dat UE: in staat mogen worden gesteld, dien aangaande zoodanig finaal besluijt te neemen als UE: naar regten billijkheid sullen oordeelen te behooren overtuijging zijn alle de boeken en brief na Batavia geschreeven den 11:' Maart Anno 1769:— â Extract Patriase Missive ge„ schreeven binnen Middelburg in Zeeland den 28. 7ber: 1768. en g'in„ „sereert bij Cochimse brief, na Batavia geschr: onder dato 15: maart 1770: Volgens de Rapporten die wij in den voorleeden Jaare hebben ontvangen van het gedaane onderzoek nopens de gepleegde fielterijen in de Cochimse Negotie boeken, was men, ter dier tijd met dat werk nog weinig gevordert. De verklaaring van den boekhouder Jzaaksz: Schijnt egter aanlijding te geven om dat onderzoek met vrugt te kunnen doen, en liet komt ons nog onbegrijpelijk voor hoe het mogelijk is, dat aan de Comp: kan zijn ontvreemd een importante som van over de vijf thonnen gouds, zonder dat zulx is ontdekt bij de Transporten die van tijd tot tijd zijn gedaan aan de Comman„ deurs en hoofd administrateurs die successivelijk in dit Commandement zijn d versonden
English
We attach hereto an extract from the letter of the High Noble Lords Seventeen of 7 of the year 1769, in order not only to show you what Their Noble High Mightinesses have remarked and ordered with regard to the substantial damage inflicted upon the Company by a derelict of duty, through the alienation there to date of a considerable sum of f 597250: 2:—, but also what means they believe should still be undertaken to uncover, if possible, this extremely punishable villainy; and since we have accordingly deemed it proper to grant to the former trade conveyancer Pieter Jzaaksz, who has retired among the English, impunity from all his crimes committed against the Company, and moreover to award him a bounty of two thousand rupees if, being regarded as an accomplice in the aforesaid deed as well as one who will be fully aware of by whom, when, and how the aforementioned amount was stolen, we hereby order you immediately upon receipt hereof, if the said Jzaaksz should still be alive, to notify him in our name of the mentioned freedom from punishment and gratuity, and to encourage him to come over to Cochim, as well as to assure him that he may remain there and spend his days in peace without anyone being permitted to trouble him on that account, and after his arrival to employ all possible means to investigate from him the true course of these entire affairs, under the promise, as aforesaid, of remaining forever beyond any accountability and claim, and when that has been fulfilled in a satisfactory manner, to award him the aforementioned bounty; while you, beyond this, must leave nothing untried to put everything imaginable into effect to discover that which one seeks to bring to light through the channel of the said Jzaaksz, which could lead us out of that complete uncertainty in which one finds oneself in this regard, and if at all possible to recover, if not the aforementioned entire amount, then at least a part thereof, to which we therefore urge you with all earnestness by these presents. Extract of a Separate letter from Batavia written to Cochim on 3 August 1770 Extract of a Secret Letter from Cochim written to Batavia on 30 March 1771 The Governor immediately made Your High Noblenesses' pleasure known to the notorious Pieter Jzaaksz, and at the same time admonished him in the most earnest manner not stubbornly to reject the exceptional mercy currently offered to him. And this letter having been dispatched with a covering note to the governor at Tallicherij, both replied shortly thereafter, as appears from the four copies lying hereto in a separate bundle. However, that of Jzaaksz is not worth reading, for he certainly wants an act of impunity, but nevertheless flatly refuses to come to Cochim or to make any disclosure. And since nothing more was to be hoped from that quarter, the Governor investigated here locally whether someone could be found who could shed some light on this obscure matter. After much inquiry, two bookkeepers were named to him, Lambert Kellens and Johannes Benning, who had always written for Izaaksz; but these people initially also wished to know nothing, though having finally been persuaded by the promise that they would immediately enjoy a reasonable bounty and subsequently obtain a favorable recommendation to Your High Noblenesses, they began that very difficult work, and have already brought it so far that one can clearly see that the Honorable Company has been injured in the six years from the year 1746/7 to 1751/2, which they have only just completed, for a considerable sum of f 505640: 13:—, and that there participate in this fraud: The petty cash for f 412410: 18:— The small shop for 17564: 10:— The trade warehouses for 1321: 17:— The dispensary for 15089: 16:— The equipment wharf for 5122: 9: 8 The fortifications for 7579: 16: 8 The armory for 1258: 9: 8 The artillery for 977: 19: 8 The timber yard for 772: 14: 8 The fortress of Cranganoor for 44094: —: — And the ship expenses account for 277: 1: 8 Their demonstration consists solely in the discovered discrepancies, upon confrontation of the cash books and original specifications, so far as these could be found, against the Trade Books; and one cannot examine this without astonishment, when one considers how it was possible that Pieter Izaaksz, who must after all be regarded as the actual Trade Bookkeeper, was able to manipulate everything so unbelievably that he could, not merely in cash but even in many kinds of goods, at one time enter large sums extra and then in like manner write them off again. But this document being far too voluminous to be presented in its entirety to Your High Noblenesses now, we presently send only one year, namely that of the year 1751/2.
Dutch transcription
998. El Wij voegen hier nevens een Extract uijt het schrij„ „vens der Hoog Edele Heeren Seventhienen van den 7: des Jaars 1769: ten eijnde UE: niet alleen te doen zien het geene Haar Edele Hoog Agtb: komen te remarquee„ „ven en beveelen ten reguarde van de importante schade die de Maatschappij door Eer een pligtvergetene is toegebragt, door het vervreemden aldaar pro dato van een Considerabel somma van ƒ597250: 2:—. maar ook wat middelen dezelve vermeenen dat nog bij der hand genomen dienen te worden, om was het mogelijk dit ten uijttersten strafwaardig schelmstuk te kunnen ontdekken, en nadien wij dien conform hebben goedge„ „vonden den zig onder de Engelschen geretireerden gewesen Negotie overdrager Pieter Jzaaksz: te verleenen impuniteit van alle zijne tegens de Comp: begane misdaden, en boven dien hem toeteleggen een premie van twee duijsent ropias, indien hij als aangesien werdende zo wel voor een mede pligtige in het voorsz: bedrijf als voor de zodanige die ten vollen, bekent zal zijn door wie wanneer en hoedanig het meerm: montant is ontstolen gewor„ den, zo gelasten wij UE: ten eersten na den ontfangst Extract Secreete Brief van Cochim na Batavia gesch: den 30: Maart 1771: dezes indien gem: Jzaaksz: nog in het leven mogte zijn uijt onzen name hem van gementioneerde straf, vrijheijd en douceur kennisse te geven, en hem aan te moedigen om na Cochim over te komen, mitsgaders te verzekeren dat hij aldaar zonder dat iemand hem dierwegens zal mogen bemoeien zal mogen blijven en zijne dagen in ruste door brengen, en na zijne overkomst alle mogelijke middelen aan te wenden om van hem uijt te vorssen den waren toedragt dezer geheele affaires, onder toezegging gelijk voorzegt van voor altoos te zullen blijven buijten eenige verantwoor„ ding en aanspraak, en wanneer daar aan op een genoegdoende wijze zal wesen voldaan dezelve toe te„ leggen voorm: premie; terwijl UE: buijten des ook niets onbezogt moet laten, om alles wat maar uijtdenk „kelijk is in het werk te stellen ter ontdekking van dat geene wat men door het Cannaal van gem: Jzaaksz: tragt te brengen in dat ligt ons dat zoude kunnen brengen uijt die volslagen onzekerheijd waarinsie men dien aangaande verseert en bij maar eenige mogelijkheid recouvreeren kan, het niet zijn het voorschreeven geheel bedragen alwaar het dan ook maar een gedeelte van dien en waar toe wij UE: dierhal„ „ven met alle empressement aanmaanen bij dezen. zin geweest. Extract Aparte missive van Batavia na Cochim geschr: den 3:' Apug:s 1770: dezes F Aan P 999 Aan den berugten Pieter Jzaaksz: heeft de Gouverneur terstond Uw Hoog Edelens goedvinden bekent gemaakt, en hem teffens op de gemoedelijkste wijze vermaant gehad, de bijzondere genaade die hem thans aangebooden wierd niet hardnekkig van zig te stooten. En deeze brief met een geleijde lettertje aan den gouverneur te jallicherij verzonden zijnde, zo hebben beijde ook kort daar op geantwoord blijkens de vier afschriften, die in een aparte bondeltje hier nevens leggen. Dog dat van Jzaaksz: is niet waard, dat het geleesen, want hij wil wel eene acte van impuniteijt hebben, maar wijgert egter zond uijt op Cochim te komen, of eenige ontdekking te doen. En derhalven van die komt niets meer te hoopen zijnde, zo onderzogte de gouverneur hier ter plaatse of 'er niet de eene of ander te vinden was, die aangaande die duijstere zaak eenig ligt konde geeven, na veel vragens noemde men hem twee boekhouders Lambert Kellens en Johannes Benning, die althoos bij Izaaksz: geschr: hadden, maar deze menschen wilden in 't eerst ook van niets weeden, dog op 't laatste overgehaald zijnde, door de beloften, datse terstond eene reedelijke premie genieten en voor 't vervolg bij uw Hoog Edelens een favorabel voorschrijven erlangen zouden, zo hebben zij dat zeer moeijelijk werk begonnen, en het ook bereets zo verre gebragt, dat men duijdelijk zien kan, dat de E: Comp: in de ses Jaaren van A:o 1746/7. tot 175½ die zij nog maar eerst hebben klaar gekreegen voor een Considerable somma van ƒ505640: 13:—. benadeelt is, en dat in dit bedrog participeeren. ƒ 412410: 18. - De klijne kassa voor - 17564: 10:—. „ kleene winkel „ 1321:17:- „ Negotie pakhuijsen voor 15089:16:–. „ Dispens 51:2:2: 9: 8: „ Equipagie Werff „ „ 7579: 16:8: „ fortificatien „ „ 1258: 9. 8: „ Wapenkamer - - - „ „ 977: 19: 8: . „ Arthillerije 772: 14: 8: „- - - „ „ Houtthuijn „ 44094:–. – - „ fortresse Cranganoor „ 277: 1: 8 En „ scheeps onkosten reek:. „ „ Hunne aanwijzinge bestaat alleen in de ontdekte verschillen, bij Confrontatie der Cassa boeken en origineele specificatien voor zo verre die te vinden zijn geweest tegens de Negotie Boeken, en men kan niet zonder verwondering daar over het oog laaten gaan, als men in aanmerking neemt, hoe 't mogelijk is geweest, dat Pieter Izaaksz: die men tog voor den egter Negotie Boekhouder moet houden, alles zo ongeloofelijk heeft door hem kaspelen kunnen, dat hij niet simpel op de Contanten maar zelfs op veel derhande goederen, danr eens groote sommen meer heeft inneemen en dan in„ „gelijker voegen weder afschrijven kunnen: dog dit schriftuur al te volumineus zijnde, om nu al, in zijn geheel uw Hoog Edelhed=s aangeboden te werden, zo zenden wij thans alleen Een Jaar, en wel dat van eene Nss A„o 175/
English
1000 Concerning this, a detailed report is made in the separate letter now departing. Anno 1752, as the worst of the six, as proof, and for the rest we refer to a summary drawn up from it, since therein, besides the foregoing, it is also indicated at the same time to which persons the supervision over those administrations was entrusted at that time. Extract from the extract. Extract from a letter from the Fatherland written to Batavia under date 25 October 1769, inserted and answered by letter from Cochim written to Batavia on 31 March Anno 1771: Considering the other matters concerning this Commandement to be settled, there remains for us to discuss only your disposition regarding the difference found, according to the copy Trade Books of this Commandement, between the closing balances of the book year 1762 and the opening balances of 1762/63; but intending to explain ourselves on that point at the end of this letter, we shall pass over it here. Since it has appeared to us from Your Honour's separate letter of 30 March past that a fruitless attempt was made to persuade the former trade transferrer Pieter Jzaaksz, who is under English protection in Tallicherij, to return to Cochim and to disclose by whom, when, and in what manner the Company was robbed of the considerable amount of ƒ557250:2:—, or as much as the opening balances of the Trade Books of Anno 1762/63 were found to differ from the closing balances of Anno 1761/62, as he outright refused to come to Cochim or to make any discovery regarding the falsifications committed in the Trade Books. The former because he intended to end the remaining days of his life at Tallicherij, and the latter because, due to his weak memory and continual illnesses, he was not capable of making that disclosure, it being forty years ago, it will not be necessary for Your Honour to attempt anything further toward his coming over or shedding light on the villainy committed. Regarding the discovery by the bookkeepers Lambert Kellens and Johannes Benning that the Company, in the six years from Anno 1746/47 to 1751/52, with which they have only just finished, Extract from a separate letter from Batavia written to Cochim on 1 October 1771:— has 1601 has been defrauded for a considerable sum of ƒ505640:13:—, we have placed the extract from Your Honour's separate letter of 30 March last, together with the document received therewith from the aforementioned persons concerning the year 1751/52, it being the worst of these, into the hands of the Visitor-General Dormieux to examine and to provide us with advice as to which should be given the most credit, or what seems most acceptable to him, namely whether to the specifications or to the Trade Books, and upon whom consequently the compensation for the differences to the disadvantage falls, since the specifications are at times greater than what was written off for them in the Trade Books, and then again, or rather most of the time, what was written off in the Trade Books is greater than the specifications; while we approve the disbursement of 300 rupees to each of the aforementioned persons as a reward, in the expectation that they will continue their investigation and, if possible, bring it completely to an end before the return of the bearer of this letter from Your Honour's Commandement, and thus will also discover the cause of the ƒ51609:9:— still lacking to be traced of the aforementioned ƒ557250:2:—, recommending them to Your Honour for favor. Extract from a secret letter from Cochim written to Batavia on 7 January 1772:— The bookkeepers Kellens and Benning having been occupied with the trade work later than was expected, they were thus also able to begin later than was thought in our writing of 7 January last with continuing their commission regarding the fraud committed in the Trade Books by Pieter Jzaaksz. And as they were earnestly urged to a speedy settlement thereof, they seem in that work so much in comparison of Extract from the postscript of a separate letter from Cochim written to Batavia under date 1 May 1772:— While with regard to the discoveries made by the bookkeepers Kellens and Benning, and from whom Your Right Excellencies expect that they will continue their investigation and trace the missing ƒ51609:9:—, we must note that, since the trade work was in arrears, they had to work steadily through it, and during their work were continually, indeed most of the time, ill, and therefore could not proceed with the further searching; but now that the trade work is nearly even again, we shall have them put their hands to the work again, and send Your Right Excellencies their further discoveries. While thus past And
Dutch transcription
1000 Deesen aangaande werd breed„ „voerig verslag gedaan bij den thans afgaande aparte missive A:o 1752. als het slimste van de ses; ter preuve en gedraagen ons voor 't overige aan een daar uijt gefor„ „meert somma rium, alzo daar bij behalven het voorenstaande, ook teffens aangeweesen werd aan welke Personen toenter tijd het opzigt over die admi„ „nistratien is toevertrouwt geweest. Extract uijt het Extract â Extract uijt een Patriase missive na Batavia geschr: onder dato 25:' October 1769: g'insereert en b'antwoord bij Cochimse brief na Batavia geschr: den 31:' maart A:o 1771: De overige zaaken dit Commandement betreffende voor bedeelthoudende, blijft ons ter verhandeling nog alleen over, uwe dispositie nopens het verschil dat volgens de Copia Negotie boeken van dit Commandement is bevonden tus„ „schen de na restanten van het Boekjaar 1762: en de voor restanten van 176 63/3 maar voornemens zijnde aan het eijnde dezes ons over dat poinct te verklaaren zullen wij het zelve alhier passeeren. Aangesien ons uijt UE: aparte brief van den 30: maart pass.:o gebleeken is het vrugteloos gedaan tentaamen om den onder de Engelsche protectie te Tallicherij zig bevin„ „denden geweesen Negotie overdrager Pieter Jzaaksz: te permoveeren naar Cochim terug te komen, en te openbaaren door wien wanneer en op wat wijze de Comp: ontstolen zij het considerabel bedragen van ƒ557250:2:—- of zo veel de voor restante der Negotie boeken van A:o 1766/3. zijn bevonden te verschillen, met de na restanten van A:o 176½. alzo hij rond uijt geweijgert heeft op Cochim te komen of eenige ontdekkinge wegens de gepleegde falsiteijten bij de Negotie boeken te doen. Het eerste omdat van intentie was de overige dagen zijnes levens op Tallicherij te Eijndigen, en het laatste. dewijl hij door zijne swakke memorie en Continueele ziektens tot die openbaringe niet in staat was, als veertig Jaaren geleden zijnde zal het niet nodig zijn dat UE: verder iets tot zijn overkomst of ligt geving van het begane schelmstuk tenteeren. Wij hebben aangaande de ontdekking door de boek„ „houders Lambert kellens en Johannes Benning dat de Comp: in de ses Jaaren van A:o 174 5/7. tot 175½. met welke zij nog maar eerst klaar gekreegen hebben Extract Aparte missive van Batavia na Cochim geschr: den 1. 8ber: 1771:— voor 1601 voor een Considerabele somma van ƒ505640:13: —. bena„ deelt is, Extract uijt UE: aparte missive van den 30: maart Jongstleeden met het daar nevens ontfangen schriftuur der voorm: persoonen nopens het Jaar 175½. als wel het slimste van deses zijnde, gesteld inhan„ „den van den visitateur Generaal Dormieux om te examineeren en ons te dienen van berigt waar aan het meeste Credit dient gegeven te worden, of hem als het aanneemelijkst voorkomt namentlijk of aan de specificatien of aan de Negotie boeken en wien gevolgelijk de vergoeding van de differenten ten nadeele incumbeert wijl de specificatien dan eens groter zijn als het daar voor afgeschreeve bij de Negotie boeken en dan weder of wel meesten tijds, het afgesz: bij de Negotie boeken groter dan de specificatien, terwijl wij passeeren de afgave van 300: rop:s aan ieder der voornoemde perzoonen tot een praemie in verwagting dat zij hunne aanwij„ „sing vervolgen en des mogelijk voor het retour van brenger dezes uijt UE: Commandement Compleet ten eijnde brengen, en dus mede ontdekken zullen de oorzaak der aan voorsz: ƒ557250:2:—: nog ter opspeuring manqueerende ƒ51609. 9. —. hen aan UE: ten goede recommandeeren Extract Secreete briev van Cochim na Batavia geschr: den 7: Janu: 1772:— De Boekhouders kellens en Benning later als men gedagt had, met het negotie werk g'occupeerd geweest zijnde, hebben dus ook later als men bij ons schrijvens van den 7: Januarij J:o leeden gedagt had kunnen begin„ „nen met het vervolgen hunner Commissie nopens de gepleegde fraude bij de Negotie boeken door Pieter Jzaaksz: En de wijl tot een spoedige afdoeninge daar van met ernst aangemaand zijn, zo schijnen zij zig in dat werk zo zeer in vergelijk van Extract uijt de Postschriptum van een aparte brief van Cochim na Batavia geschr: onder dato 1:' Maij 1772:— Terwijl met betrekking tot de ontdekkingen door de boekhouders Kellens en Benning gedaan, en van wien Uw Hoog Edelheed:s verwagten dat zij hunne aanwijzinge zullen vervolgen en opspeuren de man„ „queerende ƒ51609: 9:—. moeten noteeren dat mids het verachterde Negotie werk deselve stijf door hebben moeten werken, en onder hun werk geduurig Ja de meeste tijd ziek geweest zijnde derhalven met het verder opzoeken niet hebben kunnen voort„ „vaaren; dog nu het Negotie werk weder bij na effen is, zullen wij ze weder handen aan het werk laaten slaan, en Uw Hoog Edelheed:s hunne verdere ontdekkingen laaten toekomen. Terwijl dos verleede En
English
1002. having hurried last year, that after this had already been prepared they submitted their report, which appeared to us all too hasty, the more so as they demonstrated therein that in the financial years from 175 2/3 to 1762 a considerably greater difference was found between the trade books and the specifications of various administrators than in the previous years, namely more in the books than in the specifications, with the declaration that they could not show by how much the Company was genuinely disadvantaged in those years, because the books were not only poorly kept, counted, carried forward, and balanced, but had also, as well as the specifications, been so scraped and personally altered by Pieter Jzaaksz, while several books and papers were absent and misplaced, that there is no possibility of unraveling this tangled affair, and that anyone else had a part in it other than the said Jzaaksz; and since, besides the aforesaid general expressions, it immediately struck our eye that they had neglected to confront the booklets of the outer stations against the books of Cochim and the account of the petty cash, we therefore deemed it best to return that report to their hands, in order to examine everything afresh with greater accuracy, to the end that this thorny matter might not be made more disagreeable by confusion and faulty reports. Since the bookkeepers Kellens and Benning, according to your writing of 1 May last, having been occupied later than was expected with the trade work, and thus also having been able to start later with the continuation of their commission concerning the fraud committed in the trade books by Pieter Jzaaksz, appear to have hurried so much in that work compared to last year that after the preparation of the aforementioned letter they submitted their report, which appeared to you too hasty, the more so because they demonstrated therein that in the financial years from Anno 175 2/3 to 176 1/2 a considerably greater difference was found between the trade books and the specifications of various administrators than in the previous years, namely more in the books than in the specifications, with the declaration of not being able to show by how much the Company was genuinely disadvantaged in those years, because the books were not only poorly kept, counted, carried forward, and balanced, but had also, as well as the specifications, been so scraped and personally altered by Pieter Jzaaksz, while several books and papers were absent and misplaced, that there was no possibility of unraveling that affair, and that Extract of a Separate missive from Batavia to Cochim, written 25 September 1772. 1003. anyone else had a part in it other than the said Izaaksz, you did well, since besides the aforesaid general expressions it immediately struck their eye that the said bookkeepers had neglected to confront the booklets of the outer stations against the books of Cochim in the account of the petty cash, to return their report to them, in order to examine everything afresh with greater accuracy, to the end that this thorny matter might not be made more disagreeable by confused and faulty reports, the outcome of which we shall await. Extract of a Secret Letter from Cochim to Batavia, written 25 March 1773: The bookkeepers Kellens and Benning, pursuant to what was noted in the postscript of my respectful letter dated 1 May, have begun their commission regarding the fraud committed in the trade books afresh; but instead of fulfilling the actual intention and true purpose, their performance and method of investigation was now even more flawed and even more confused than the previous one, and it appeared to me that those men, however willing they are to complete that commission satisfactorily, become more and more confused therein, nearly losing their wits in the work, and so that they might not entirely fall into a chaos of confusion, and the last error might not be worse than the first, I have therefore, in order to finally bring it to a good conclusion, proposed to the head administrator Van de Graaff, as the keeper of the books here, whether he could not spare some time for it; who then also willingly took it upon himself to take that commission in hand personally, and has already made a beginning with it; and thus I now have hope of soon supplying Your Right Excellencies with a better and clearer report, upon which Your Right Excellencies will be able to proceed with greater assurance in that delicate and critical case. Extract of a Separate Missive from Batavia written to Cochim, 30 September 1773: Regarding the fraud committed in the trade books, we shall eagerly look forward to the report of the head administrator Willem Jacob van de Graaff, to whom, instead of the bookkeepers Kellens and Benning, for reasons mentioned in your writing of 25 March last, the investigation thereof has been assigned, and also await it with respect to the
Dutch transcription
1002. verleede Jaar verhaast te hebben, dat zij na dat dezen reeds vervaardigt was hun rapport ingaven, het geen ons al te schielijk voorquam, temeer ze daar bij aanthoonden dat in de boekjaaren van 175 2/3. tot 1762. een Considerable grooter verschil gevonden was tusschen de Negotie boeken ende specificaties van diverse administrateurs, als in de vorige Jaaren, te weeten meerder bij de boeken, als bij de specifica„ „ties, met betuijginge niet te kunnen aantoonen, voor hoe veel de Comp: wezendlijk in die Jaaren bena„ „deelt is om dat de boeken niet alleen qualijk gehou„ „den, geteld, overgedragen en afgesloten, maar ook zo wel als de specificaties door Pieter Jzaaksz: zodanig geschraapt en eijgenhandig verandert, mitsgad:s verscheijde boeken en papieren, absent en te soek ge„ bragt zijn, dat 'er geene mogelijkheid is die verwar„ de affaire uijttepluijsen en daar aan iemand an„ „ders deel heeft als gem: Jzaaksz:, en dewijl ons behalven voorsz: generaal uijtdrukkingen al ten eersten in 't oog viel dat zij verzuijmd had„ den de boekjes van de buijten Comptoiren tegen de boeken van Cochim en de reek: van de kleene Cassa te Confronteeren, zoo hebben wij best geoor„ „deelt, dat rapport aan hun weder ter hand te stellen, om het een en ander met meerder accuratesse op nieuw na te gaan, ten eijnde die neetelige zaak door geen confuzie en viteuse rappoorten misselijker te maken. — Dewijl de boekhouders kellens en Benning naar luijd UE: schrijven van den 1:' Maij Jongstleeden later als men gedagt had met het negotie werk geoccu„ „peert geweest zijnde, en dus ook later hebbende kunnen beginnen met het vervolgen hunner Commissie nopons de gepleegde fraude bij de negotie boeken door Pieter Jzaaksz zig zo zeer in dat werk schijnen gehaast te heb„ „ben in vergelijking van het voorleden Jaar, dat zij na vervaardiging der voorm: brief hun rapport ingaven het geen UE: te schielijk voorkwam te meer, om dat zij daar bij aantoonden dat in de boekjaaren van A.:o 175 2/3: tot 176½. een Considerabel grooter verschil gevonden was tusschen de Negolje boeken en de specificatien van diverse administrateurs, als in de voorige Jaaren teweeten meerder bij de boeken als bij de breker als bij de specificaties met betuijging van niet te kunnen aantoonen voor hoe veel de Comp: wezendlijk in die Jaren benadeelt was, om dat de boeken niet alleen qualijk gehouden, geteld overgedragen, en afgesloten, maar ook zo wel als de specificaties door Pieter Jzaaksz: zodanig geschraapt, en eijgenhandig verandert, mitsgaders verscheide boeken en papieren absent, en te zoek gebragt waren, dat er geene moge„ „lijkheijd was die affaire uijt te pluijsen, en dat daar Extract Aparte missive van Batavia na Cochim geschr: den 25: 7ber: 1772. Extract aan N 0 1003. aan iemand anders deel had als gem: Izaaksz: zo heeft UE: welgedaan, vermits hen behalven de voorsz: generaale uijtdrukkingen al ten eersten in 't oog viel dat ged:e boekhouders verzuijmt hadden de boekjes van de buijten Comptoiren tegen de boeken van Cochim in de reek: van de kleene Cassa te Confronteeren, aan dezelve hun rapport weder ter hand te stellen, om het een en ander met meerder accuratesse op nieuw nategaan, ten einde deeze netelige zaak door geen confuse en vitieuse rapporten misselijker te maken, waar van wij den uijtslag zullen afwagten. Extract Secreete Brief van Cochim na Batavia geschreeven den 25: Maart 1773: De boekhouders kellens en Benning hebben ingevolge het genoteerde bij postschriptum, van mijne eerbiedigen gedateert den 1: maij, derzelve Commissie nopens de gepleegde vrude bij de Negotie boeken weder op nieuwe begonnen, dog insteede datze aan de eijgentlijke intentie en het waare oogmerk zouden voldaan, zo was hunne verrigtinge en manier van onderzoek, nu nog al visieusen en zelfs verwaarder als de voorige, en het quam mij voor dat die menschen, hoe gewillig zij ook zijn, om die Com„ „missie ten genoegen te volbrengen, daar in meer en meer Coufus, in het werk schier bijster worden en op dat zij dus niet ten eenemaal in een Chaos van Belangende de gepleegde fraude bij de Negotie boeken zullen wij het berigt van den hoofd administrateur Willem Jacob van de Graaff aan wien insteede van de boekhouders kellens en Benning om reeden vermelt bij UE: schrijvens van 25: Maart laastleeden, het ondersoek daar na opgedragen is, met verlangen. te moet zien, en ook afvragten ten aanzien van de Extract Secreete briev van Cochim na Batavia Extract Aparte Missive van Batavia geschr: na Cochim den 30:' 7ber: 1773: verwarringe mogten geraaken, en de laatste dwvalinge niet erger mogte zijn als de eersten, zo hebbe, om tog eenmaal een goed eijnde daar daar aan te brengen, dan hoofd administrateur van de Graaff als houder der boeken alhier voorgehouden of hij daar toe geen tijd zoude kunnen afbreeken, die dan ook gewillig op zig genoomen heeft die commissie zelfs onder handen te neemen, en daar meede reets een begin gemaakt heeft: en dus hebbe nu hoope UW Hoog Edelheed=s eerlang een beter en duijdelijker berigt te zullen suppediteeren waar op uw Hoog Edelheedens in dat neteligen Corticq geval, met meer gerustheid zullen kunnen te werk gaan. verwarringe P geschr: ed
English
1004. Written on the 28th of March 1774: The Secunde van de Graaff has, pursuant to the commission entrusted to him by me, delivered the report concerning the frauds committed in the trade books, which is transmitted herewith along with the appendices. In doing so, it appears to me, he demonstrates on reasonably good grounds that the Company has thereby been genuinely defrauded, from the year 1746/7 to the year 1766, of a sum of ƒ570895: -: -, apart from the profits on the trade goods that were embezzled from the Company and which, in addition, should have been credited. His time has not permitted him to demonstrate across all administrations how this capital was embezzled from the Company, and he has therefore for this time had to limit himself solely to the cloth shop and the trade warehouse, in both of which administrations it appears that the Company in the aforesaid period was genuinely defrauded of money and goods to an amount of ƒ385772: -: -. The method he followed to demonstrate this seems to me the simplest and perhaps the only way in which this is feasible from such defective papers as are available here. I have therefore ordered him to continue on that basis, and shall at a further opportunity have the honor of sending Your High Noblenesses the reports of his further findings. But who, besides Jzaaksz:, made themselves guilty of this, meanwhile remains a sort of The report that the Head Administrator Willem Jacob van de Graaff has delivered concerning the fraud committed in the trade books, in which he demonstrates on reasonably good grounds that the Company, from the year 1746/7 to 1766, was genuinely defrauded of a sum of ƒ570893: -: -, and of that, solely in the administrations of the cloth shop and the trade warehouse, an amount of ƒ385772:12:-, apart from the profits on the trade goods that were embezzled from it and which, besides that, should have been credited, Extract of a separate missive from Batavia written to Cochim on the 30th of September 1774: problem, and I know little else to say about it beyond what is indicated in the aforesaid report, other than what van de Graaff himself remarks in his report about it: namely, that it is very difficult, among several possible causes, to determine precisely which one was the true one. This much, however, is certain: that Pieter Jzaaksz: could not have done it alone, and that with all his writing he could neither make the money disappear from the shop nor the goods from the warehouse. Meanwhile, this is further accompanied by the report of the bookkeepers Kellens and Benning, with the continuation of the extracts made by them of the discrepancies between the trade books and the accounts of the different administrations of Cochim. 1005. credited, we have, for the reason that according to your declaration it still remains a sort of problem who, besides the notorious Pieter Jzaaksz:, made themselves guilty of this, caused it with its appendices to be placed into the hands of the Examiner and Bookkeeper-General Dormieux and Pilliettaz, to be examined by them as soon as possible and, if possible, to demonstrate who is liable for the restitution of the specified items, in order to be able to give notice thereof to the Gentlemen Majores before mid-October next; which examination having been completed and an ample report having been furnished in that regard by the said officials before the dispatch of this, we herewith send the same to you and the Secunde van de Graaff, with orders that, when both of you can proceed positively upon the authenticity of the books, accounts, warrants, and further related documents available there concerning the two said administrations, and can judge on a secure footing that the restitution of the ƒ385772:12:- lost therein is well-founded and to be firmly drawn up against the persons already specified, you are then to affirm such, and to send copies of those proofs hither, with the further advices of the remaining investigation regarding the other administrations, in order that everything may be further examined and decided here. The Secunde van de Graaff has delivered to me his further report in the case of Jzaaksz:, with the appendices belonging thereto, among which are also the authentic proofs that were required by Your High Noblenesses to be found here, which papers I have the honor of presenting herewith to Your High Noblenesses. Concerning the short accounting of the shopkeepers demonstrated by van de Graaff from their own accounts and books, there can certainly be no doubt about that, and since it thus appears that the shopkeepers, at least as far as these entries are concerned, acted together in this with Jzaaksz:, who arranged this for them in the trade books, this certainly also gives a strong presumption regarding other entries that are less proven. Regarding the entries of the petty cash indicated by van de Graaff: one cannot doubt that the Company was defrauded by the cashiers with respect to everything they counted too little in the receipts and too much in the expenditures; at least this is proven by all such sheets in which no forgery was committed and from which it appears that the cashiers, according to the tally made therein, closed their balance and accounted for it. Concerning the charges that van de Graaff points out Extract of a separate missive from Cochim written to Batavia on the 12th of May 1775:
Dutch transcription
1004. geschreeven op den 28:' Maart 1774: De secunde van de Graaff heeft ingevolge de door mij, aan hem opgedraagene Commissie overgegeven 't berigt nopens de fraudes bij de Negotie boeken begaan, het geen met de bijlagen hier nevens overgaat= wij wijst daar bij zo het mij voorkomt, op reedelijke goede gronden aan, dat de Comp: hier door van het Jaar 174 6/ tot het Jaar 17 6de werkelijk verkort is eene somma van ƒ570895: —. –. buijten de winsten op de Negotie goederen, die aan de Comp: zijn ontvreemd, en boven dien had„ „den moeten worden goedgedaan, zijn tijd heeft met toegelaaten om door alle administratien hier aante wijsen hoe de Comp: dit Capitaal ontvreemd is, en wij heeft zig dus voor ditmaal alleen moeten bepaalen aan de kleede winkel en het Negotie pakhuijs, op welke beijde administratien het blijkt, dat de Comp: in voorsz: tijd aan gelden, en goederen werkelijk ver„ kort is een bedragen van ƒ385772:–. —. De Methode die Hij om dit aantewijsen gevolgt heeft, schijnt mij de eenvoudigste en misschien de eenigste te zijn waar op dit uijt zulke gebrekkige papieren, als daar van voorhanden zijn doendelijk is; Jk hebbe hem dier„ „halven gelast om op dien voet voort te gaan, en zal bij nadere gelegentheijd d' eere hebben uw Hoog= Edelheed=s van zijne verdere bevindingen de rapporten te zenden, dog wie zig buijten Jzaaksz: hier aan hebben schuldig gemaakt, blijft ondertusschen nog een zoort Het berigt dat de Hoofd administrateur Willem Jacob van de Graaff nopens de begane fraude bij de Negotie Boeken overgegeven heeft, waar in hij op redelijke goode gronden aanwijst, dat de Comp: van het Jaar 174 6/7. tot 176„e werkelijk verkort is, een somma van ƒ570893:-.:- en daar van alleen op de administratien van de kleede win„ kel en het Negotie pakhuijs een bedragen van ƒ385772:12-: buijten de winsten op de Negotie goederen die haar zijn ontvreemd en buijten dien hadden moeten worden Extract Aparte missive van Batavia geschr: na Cochim den 30:' 7ber: 1774:— van problema, en ik weet daar van buijten het aange„ „weezene bij voorsz: berigt niet veel anders te zeggen, dan het geen van de Graaff zelve bij zijne rapport daar over aanmerkt dat het namentlijk zeer moeijelijk is, om onder verscheijde mogelijke oorzaken Juijst die geen te bepaalen, welke de waare geweest is, zo veel is ondertusschen zeker, dat Pieter Jzaaksz: het niet alleen heeft kunnen doen, en dat Hij met al zijn schrij„ „ven nog het geld uijt de winkel nog de goederen uijt het pakhuijs kan doen verdwijnen. Jntusschen ver„ zeld dezen nog het rapport van de boekhouders kellens en Benning, met het vervolg der door hun gemaakte uijttrekselen, van de verschillen tusschen de negotie boeken in de reek: van de differente administratien van 60 goedgedaan P 1005 goedgedaan, hebben wij om reeden dat het naar UE: betuijging nog een soort van probbema blijft wie zig buijten den berugten P:r Jzaaksz: daar aan hebben schuldig gemaakt, met dies bijlagen doen stellen in handen van den visitateur, en boekhouder Generaal Dormieux ende pilliettaz om ten spoedigste door hen g'examineert en des mogelijk aangetoont te wor„ den wie de vergoeding van de opgegevene posten incum„ „beere, ten eijnde daar van nog onder medio october aanstaande aan de Heeren Majores kennis te kunnen geven, welke examinatie volbragt en dien aangaande door ged: bediendens nog voor het afgaan deses gedient wezende van een ampel berigt, zo laaten wij UE: en den secunde van de Graaff het zelve hier bezijden toekomen met bevel, om wanneer UE: beijde op de egtheijd der ginder aan handen zijnde boeken, reeke„ „ningen ordonnantien en verdere daar toe relative documenten, betreffende de twee gezegde administratien positief te werk gaan, en op een zekeren voet oordeelen kunnen, dat de vergoeding der daar in benadeelde ƒ385772: 12:—: door de reets opgegeevene persoonen gegrond en als vast optemaken zij als dan zulx te affirmeeren, en die bewijsen in Copia herwaarts over te zenden, met de verdere advijsen van het overig onderzoek wegens de andere administratien, ten eijnde alhier alles nader g'examineert en gedecideert te worden Extract Aparte missive van De secunde van de Graaff, heeft mij zijn nader berigt in de zaak van Jzaaksz: overgegeven, met de daar toe behoorende bijlaagen waar onder ook de authentie„ „que bewijsen, die door UW Hoog Edelheed.s gerequireerd hier te vinden zijn, welke papieren ik de eere hebbe= uw Hoog Edelheed=s hier nevens aantebieden. Wat aangaat de door van de Graaff aangetoonde te kort verantwoordinge van de winkeliers uijt Hun„ ne eijge reekeningen en boeken, daar over valt zekerlijk geen bedenkinge, en wijl het dus blijkt, dat de winke„ „liers, ten minsten zoo veel deeze posten aangaat met Jzaaksz: die dit voor hun bij de Negotie boeken plooijde hier in hebben te zamen gedaan, zo geeft dit zekerlijk ook een groote presumptie, omtrent andere posten, die minder bewezen zijn. Betreffende de posten van de kleene kas, door van de Graaff aangeweezen: Men kan niet twijffelen of de Comp: is door de Cassiers verkort, wegens al het geen zij in den ontvangst te min en in de uijtgaves te veel geteld hebben, ten minsten dit bewijzen alle zulke vellen, waar in geen vervalsig is gepleegd en waar van het blijkt, dat de Cassiers volgens de daar bij gedaane telling, Hun restant afgeslooten en verant„ woord hebben. Wat aangaat de belastingen, die van de Graaff Cochim na Batavia geschreeven den 12:' meij 1775: - Cochim aanwijsd P
English
1006. indicates that from the Year 1751 to the Year 1759/5 inclusive, they were made to Ezechiel's account. One cannot deny that the Warehouse Master of that time falls under suspicion in this matter, and it is indeed incomprehensible how Izaaksz could have committed this fraud without his participation, unless the Cashier was not more or less involved in it, as one seems obliged to conclude from the correspondence of Ezechiel's notes with the Cashier's monthly accounts. For although the evidence for this is only drawn from a Memorial, and such daily notes certainly do not possess an equal credibility with an ordinary Trade Book, these notes, however simply they were kept, nevertheless acquire a high degree of probability through the exact correspondence of the entries recorded therein, both in the quantities and in the prices of the goods, with the Cashier's monthly accounts. Furthermore, the aforesaid debits are in themselves extremely suspicious, and that separate money was sometimes received for them may easily be a consequence solely of Izaaksz's arrangements, without anything positive being concluded from that regarding the legitimacy of these debits. The discrepancies in the auction account were probably received, as van de Graaff indicates, through Izaaksz's thefts alone without other help. On the other hand, it is again utterly impossible that Izaaksz's false write-offs (for the amount of the goods that, beyond what was written off to Ezechiel's account and the auction account, are still missing in the Warehouse) could have had any actual effect, unless the Cashiers or the Warehouse Masters had agreed with him in this matter. However, the dispute over this between these administrators cannot be settled owing to the defective documents, at least not to the extent that one can yet convince either the one or the other of it with fully certain proof. Thus, if any further recovery is to be sought beyond the other entries of Han, such can only be done by way of conviction of those for whom it becomes evident from visible documents that they participated with Izaaksz in this fraud. But how far the Cashiers fall under suspicion in this matter is uncertain; however, since the alterations and falsifications in the monthly accounts of the petty cash remained without consequence for the Cashiers, this is perhaps an additional reason to suspect them in this matter less than others. It also appears to me likewise that one cannot hold the Warehouse Masters, solely on the evidence that can be drawn from the deficits established in their time according to the Trade Books and the monthly accounts of the petty cash, as fully proven accomplices of Izaaksz, in order to demand compensation from them on that basis, unless it appears from elsewhere that they were effectively of one mind with Izaaksz and thus are guilty together with him. 1007. As for the management of the main cash, the demonstration that van de Graaff provides shows that the false entries and write-offs, as far as they can be traced, never had any actual consequence; and as for the uncertain entries that relate to the missing Cash accounts, the reasons upon which van de Graaff bases his opinion regarding them also appear acceptable to me. Regarding the remaining administrations, he demonstrates that no further confrontation can be made, and so I hope that he has given Your High Nobilities satisfaction with this work of his and, as far as there was any possibility of doing so, has fulfilled the objective to the extent that it has indeed been fulfilled. A Secunde who diligently assists the Commander here in trade, as van de Graaff truly does, has occupation enough with that alone, not to mention that as chief administrator and Trade bookkeeper he also finds his work; and since I assigned him the aforesaid investigation and strongly encouraged him to do it, just as he was often obliged to purchase hours for it that are normally granted for rest, I hope all the more that Your High Nobilities will be pleased with his work. We furthermore await the report regarding the further extracts made between the trade books and the administration accounts. Extract from the Extract: Extract from a Homeland letter to Batavia written on 8 October 1774, inserted and answered in the Cochin letter to Batavia written on 4 January 1776: Meanwhile, one will await with the ship De Princes van Orange the promised report from the Secunde van de Graaff regarding the frauds committed in the Trade Books in question by the well-known Pieter Izaaksz, together with Your Honor's considerations alongside it on the report of our visitateur and bookkeeper-general Dormieux and Filliettaz. Extract from a Separate letter from Batavia to Cochin written on 20 September 1775.
Dutch transcription
1006. aanwijsd, dat van het Jaar 1751e tot het Jaar 175 9/5. ingeslooten op Ezechiels reekening gedaan zijn: Men kan niet ontkennen dat de Pakhuijsmeester van die tijd daar in onder verdenking legd, en het is zelfs niet te begrijpen, hoe Jzaaksz: dit bedrog buijten zijn parlicipatie zoude gepleegd hebben, in„ „dien de Cassier daar in niet min of meer is gemengt geweest, gelijk men uijt de overeenstemming van Exec„ „hiels aanteekeningen met 'sCassiers maand reekenin„ „gen scheijnd te moeten opmaken, want of wel het bewijs hier toe maar ontleend word uijt een Memoriaal en dat zulke dagelijkse aanteekeningen zekerlijk niet hebben een gelijke geloofwaardig „heid met een gewoone Negotie boek zo krijgen egter deeze aanteekeningen hoe eenvoudig ze ook gehouden zijn, een hooge graad van waarschijnlijk„ „heid, door de nette over een stemming der daar bij genoteerde posten, zo wel in de quantiteijten, als in de prijzen der goederen met 'sCassiers maand reekeningen, boven dien zo zijn de voorsz: gedaane belastingen, op zig zelve ten uijttersten verdagt, en dat daar voor zomtijds appart geld inge„ „komen is, kan ligtelijk een gevolg zijn alleen. van Jzaaksz: Schikkingen zonder dat daar uijt voor de wettigheijd van deze belastingen iets positievs te besluijten valt. — De verschillen in de vendu reekening zijn waar„ schijnlijk ontfangen, zo als van de Graaff dat aanwijsd door Jzaaksz dieverijen alleen zonder andere hulp daar en tegen is het weder volstrekt onmogelijk dat Jzaaksz valse afschrijvingen (voor het beloop der goederen, die in het Pakhuijs buijten het geen Ezechiels reekening. en de reekening van vendutie afgeschreeven is, nog te kort komen, eenig werkelijk gevolg kanden gehad hebben, indien de Cassiers op de Pakhuijs„ „meesters het hier in met hem niet waaren eens geweest, dog het geschil hier over tusschen deeze admini„ strateurs kan mits de gebrekkige papieren niet wor„ den beslist, ten minsten in zo verre dat men nog den een noy den anderen met volkomen zeker bewijs daar van overtuijgen kan, zo dat indien er buijten de andere posten van Han, nog eenig verhaal zal worden gezogt, zulks alleen zijn kan, bij weege van overtuijginge der geene, dit uijt zigtbaare stukken komen te blijken, dat zij met Jzaaksz: in dit bedrog hebben geparticipeert: dog hoe verre de Cas„ „siers hier in onder verdenkinge leggen, is onzeker dan dewijl de verdervingen en vervalsingen in de maand-reekeningen van de kleene kas, voor de Cassiers buijten gevolg gebleven zijn, zo is zulx moge„ „lijk wel een reede te meer om hun daar in minder als andere te verdenken. ook komt het mij insgelijks voor dat men de Pakhuijsmeesters eenelijk uijt het bewijs, dat men trekken kan, uijt de tekort koningen in hun tijd opgemaakt volgens de Negotie boeken, en de door M maand G 1007. Dewijl de boekhouders kellens en maand reekeningen van de klijne kas, voor geen volkomen bewijzene mede pligtige van Jzaaksz: houden kan, om daar op van hun vergoedinge te vorderen, indien niet van elders blijkt dat zij effectiev: met Izaaksz eens gezind geweest, en dus met hem te zamen schuldig zijn. Wat voorts de behandeling van de groote kas aangaat; de aanwijzing die van de Graaff daar van doet toond aan dat de valse in een afschrijvin„ „gen, zo verre ze nategaan zijn, nooit eenig dadelijk gevolg gehad hebben, en wat de onzekere posten aangaat, die haare relatie hebben tot de ont„ „breekende Cassa reekeningen, de reeden waar op van de Graaff zijne meenig derweegens grond, komen mij meede aaneenmelijk voor. Van de overige administratien toond Hij aan dat ir geen verdere Confrontatie te doen vald, en dus hoope ik dat hij, Uw Hoog Edelheeds met deezen zijnen arbeid genoegen gegeven, en voor zo verre daar toe maar eenige mogelijkheid geweest is, maar aan het oogmerk voldaan zal hebben als 'er nog aan voldaan is: Een secunde die den Hoofd ge„ bieder hier in den handelnaarstig assisteerd, gelijk van de Graaff waarlijk doet, heeft daar meede alleen occupatie genoeg, geswijge dat wij als hoofd administrateur en Negotie boekhouder almeede zijn werk vind, en vermits ik hem voorsz: onder„ „zoek opgedragen, en daar toe sterk aangemoedigt Wij blijven voorts afwagten het berigt, weegens het verder gedaan Benning hun gemaakte uijttreksels tus„ „schen de negotie boeken ende administratie Extract uijt het Extract â Extract uijt eene Patriase missive na Batavia geschr: den 8: October 1774: g'insereert en be„ „antwoord bij Cochimse brief na Batavia geschr op den 4 Januarij 1776:— Intusschen zal men met het schip De Princes van orange verwagten het beloofd berigt van den Sekunde van de Graaff aangaande de gepleegde. fraudes in de bewuste Negotie Boeken door den bekenden Pieter Jzaaksz: met UE: Consideratien daar neevens op het rapport van onzen visitateur en bolkhouder generaal Dormieux en Filliettaz. Extract Aparte missive van Batavia Cochim geschr: den 20:' 7ber: 1775: hebbe, gelijk hij dan ook daar in menigmaal uuren heeft moeten uijtkopen, die voor die rust gegund zijn, zo hoope ik des te meer dat uw Hoog Edelheed=s in zijn werk genoegen zullen neemen hebbe reekeningen onder
English
1008. Instead of having brought together this remaining sum between the trade books and the administrators' accounts to the detriment of the Company, in order to pretend to show that there was no possibility of untangling that confused affair, the sum missing from the balances, according to the report showing that Jzaaksz had so greatly falsified and ruined the trade books and administrative accounts from the years 174 4/8 to 17 14/12, according to which their first and second extracts were drawn up, that the matter was thereby brought into an insurmountable confusion, especially as they could not point out who had shared with Izaaksz in these falsifications, the large size of the discovered sum alone had to make one suspicious of this work. Thus, it was also thought that they, through the strong encouragement to complete this work, had hurried. It seemed almost impossible that the Company, in a household such as it has here, could have been shorted so much over 17 consecutive years without it having been noticed during all that time. Upon the mere reflection of the Company's state in this place, this must have been discovered. It was therefore more than probable that a multitude of these falsifications in the books and accounts were made by Jzaaksz alone in order to cover his unfaithful dealings and make them untraceable. It was judged, however, not to leave it at this, but to have a matter of that importance further re-examined. Thus, this was presented to the aforementioned bookkeepers with the order to try to see whether there was any possibility of distinguishing, among the multitude of falsifications committed in the books and accounts, those by which the Company had actually been harmed, from those which appear to have been used by Izaaksz solely as aids to keep the matter in a sort of balance. But after taking the work in hand once again, they declared that this was impossible for them, that nothing could be said of it except by far-fetched guesses, and that in this way they could get no well-founded insight into the matter. Thus, they continued to persist that out of the investigation to trace the ƒ51609: 9:— which, according to the previous report of the bookkeepers Kellens and Benning, was still alone missing from the ƒ557250:—:–, nothing could be concluded with any basis from the books and accounts ruined and falsified by Jzaaksz, because they were handed over without declaring, as they subsequently did, that from them no one else would have had a part in the ruined and falsified state in which the Company was so shamelessly defrauded than the notorious fugitive bookkeeper Pieter Jzaaksz. However, since the aforementioned Kellens and Benning had immediately untangled that botched work since 174 2/7 to 175½, and within a small amount of ƒ51689:–. –. demonstrated where the difference between the trade books of 176/ and 176 2/3 had arisen, we will for the present make no further remarks on the handling of that case, but awaiting the result of that further investigation, we wish in the meantime to rest assured that the Commander Moens will not allow himself to be deterred by the difficulties raised, but will cause the investigation, already conducted with so much fruitful diligence, to be completed in like manner. Nevertheless, it gives plenty of material for reflection that the said Kellens and Benning, who during the administration of Mr. Senff and under his eye began that investigation with so much diligence, accuracy, and fruit, proceeded so slowly and inattentively after his departure; that the report submitted in this regard, as a confused, flawed, and utterly useless writing, had to be returned to them. It is especially noteworthy that the said bookkeepers, in that submitted report, seem to have made use of the very same reasons and arguments that the servants previously employed in that work had used. At that time, the difference was regarded as a representation of what was stolen from the Honorable Company in the aforementioned years, because by those extracts it was also shown in which administration and under which administrators differences were found. For they thought they had found, to within an amount of ƒ51609: 9:— that was still lacking from the correct extracts made, after which it was assumed that in the following years from 175 2/3 to 176 2/3 such differences would also be found. Thus, the aforementioned bookkeepers Kellens and Benning in the year 1772 presented a further finding, in which they pointed out that from the year 17 3/3 to 176 1/3 they had found an amount of ƒ26'11066: 4:—, which, together with the first found sum, amounted to ƒ3116706:17:—. And now, with those extracts, they also submitted a report enclosed under N P G F.
Dutch transcription
1008. som uijt d' restanten manqueerde, de„ Jn steede nu van deze restant som¬ lussen de negotie boeken en administra„ teurs reek: ten nadeele van de Comp: rapport ter aantkoning dat Jzaaksz de negotie hebben bij gebragt, om quasie aante„ reekeningen van de Jaaren 174 4/8 tot 17 14/12: onderzoek ter opspeuring van de boeken en administratie reekeningen waar na hunne toonen, dat 'er geen mogelijkheid was overgegeven hebben zonder te verklaaren, gelijk ƒ 51609: 9:— die blijkens het voorige eerste en tweede uijttreksels zijn opgemaakt zo zeer ver„ die verwarde affaire uijttepluijsen. ze vervolgens hebben gedaan, dat daar uijt Rapport van de Boekhouder „valscht en bedorven had, dat d' zaak daar door gebragt en dat aan deselve niemand anders kellens en Benning nog alleen was in een ondoorkomelijk verwaring insonderheid ontbreeken aan de ƒ557250:—:–. datze niet: konden aanvijsen wie met Izaaksz te deel zoude hebben gehad als den verdorvenen en vervalschten staat waar samen in deze valciteijten deel gehad hadden, donmaatige voortvlugtigen boekhouder Pieter de Compagnie zoo schaamteloos groote der bevondene som alleen moest dit werk doen Jzaaksz. — ontvreemd dan het geeft inmid„ „bragt zijn, zo heeft men hun bevonden verdenken, dus meede men datze door de sterke, aan„ Daar egter de voormelde kellens verschil te dier tijd aangesien voor een dels vrij wat stoffe tot beden„ „moediging ter absolveering van dit werk zig ver„ verthooning van het geen d' E Comp: in en Benning dat morswerk zee„ king dat gemelde kellens en „ haaft hadden, het scheen bij na niet mogelijk dat de voorsch: Jaaren was ontvreemd, wijl nu Benning die geduurende het Compagnie in Een huijshouding als ze hier heeft „dert 174 2/7 tot 175½. daadelijk, bij die uijttreksels teffens wierd aan„ bestier van den Heer senff en in 17: Jaaren aan malkanderen zo veel kan zijn ver, hebben uijtgeploosen, en op gering „getoond in welke administratie en onder kort, zonder dat het in aldien tijd zoude zijn gemerkt; bedraagen na van ƒ51689:–. –. . onder zijn oog met zoo veel Bij het enrkeld nadenken van 'sComp:s staat te deezer werden, zoo meed en men toen ook te heb„ aangetoond waar uijt het verschil vleijt accuuraatheijd en vrugt plaatse moest dit zijn ontdekt, Het was dus tusschen de negotie boeken van dat ondersoek hebben begon„ meer dan waarschijnelijk dat een meenigte deezer vervalschingen bij de boeken en reekeningen door 176/ en 176 2/3. gesprooten was, „nen, daar meede na het ver„ Jzaaksz alleen gedaan waaren om sijn ontrouwe verdere remarques zullen wij „welke men veronderstelde, dat in de vol„ trek van dien zoo traag en handel te bedekken en onnasporlijk te maaken, men voor het teegenwoordige op de in-attent zijn voortgegaan; oordeelde egter het hier bij niet te moeten laaten, maar behandelinge dier zaake niet dat het des weegens ingedien„ een zaak van die aangelegentheid nader te doen oversien maaken, maar den uijtslag van de Rapport, als een Confis vi„ dus wierd dit aan voorsch: boekhouders vertoond met last om togte zien of er geen mogelijkheid was, om dat nader ondersoek afwagtende, „tieus en gantsnutteloos geschrift onder den meenigste gepleegde valciteijten bij de willen wij intusschen ons versee„ aan hun heeft moeten werden te boeken en reek: zulke waar door de Comp: met der „kert houden dat de heer rug gegeven, het is voor al van daat is benadeelt te onderscheiden, van die geenen Commandeur Moens zig door veel opmerking, dat gemelde welke door Izaaksz: alleen gebesigt schijnen, als hulp middelen om de zaak in een soort van ballans die gemaakte, swaarigheeden boekhouders bij dat ingediend rapport schijnen te hebben gebruijk te kouden, dog ze verklaarden na het werk andermaal niet zal laaten afschrikken, te hebben ter hand genomen dat dit hun ondoenlijk was, maar het reets met zoo veel gemaakt van dezelve redenen daar van niets dan bij verre gesogte gissingen te vrugt gedaan ondersoek op gelijke en argumenten die de bevoorens zeggen viel, en ze op die wijze geen gegrond doorsigt tot dat werk g'emploijeerde bediends in de zaak konde krijgen: Dus bleeven zij percisteeren wijze zal doen volbrengen, die uijttreksels gemaakt waaren na den in de boeken en Reek: door Jzaaksz ge„ welke administrateurs verschillen gevonden ben, want men sogt op een bedraagen na van ƒ51609: 9:—. dat nog aan de geregte met geen grond iets te besluijten was, om dat „gende Jaaren van 175 2/3. tot 176 2/3 zoude zoo bragten de voorsch: boekhouders eene nadere bevindinge waar bij ze aanweesen datse van 't Jaar 17 3/3 tot 176 1/3 Kelleus en Benning in A:o 1772. uijt ƒ26'11066: 4:—. zijnde met d'eerst bevonden ingeslooten, nog aan zulke verschillen. som te zamen ƒ3116706:17:—. als nu leijden gevonden hadden een bedraagen van rapport hebben N P bij ten G F gevonden werden. zij bij die uijttrekfelstevens over een 1
English
1009. to the end that, in a matter of that importance and upon which we continue to keep our eyes fixed, he gives no less satisfaction to us than his predecessor has done. by the report previously submitted by them, and the matter, however one looked at it, remained just as confused and uncertain. One owes these people, however, the justice of acknowledging that they did not make their investigations unwillingly, which, however, merely consist of indications of differences between the trade books and the administration accounts, so that with all that, one had made no progress in that main objective which one had hoped to achieve thereby, namely, what the Company has actually lost by this, in particular how it was purloined from it, and whether any compensation was to be expected; and as these people declared they knew no other way than the one they had taken both in their first and second investigation, so, in order to give all possible satisfaction in this matter, one had this attempted once again and commissioned that work further to the Head Administrator van de Graaff, who thereafter delivered two reports of his performance, which with the appendices were sent by our letter to the High Government, along with the report and the further findings of the aforesaid bookkeepers; and we do not doubt that Your Right Honorable Worships will already have been informed by the High Government that the investigation of the Head Administrator van de Graaff was done and executed upon better grounds and has shed much more light on this matter than that of the aforementioned bookkeepers, and that Their High Noble Worships have thereby been enabled to take the necessary disposition in that regard. Extract of a missive from Batavia to Cochin, written on 6 March 1776: The examiner and bookkeepers-general Dormieux and Fillietaz, in compliance with our resolution of 7 December 1775—whereby they were ordered, after an accurate examination of the further report received from Malabar from the Secunde van de Graaff concerning the investigation made into the monies and goods purloined from the Company, together with the relevant appendices and authentic documents, to serve a report on their findings, and thereby also to demonstrate as precisely as possible upon whom the compensation of the entries pointed out in the previous and the aforementioned further report should be incumbent—having served a report at our session of 12 January 1776, it was decided by us on the last-mentioned day: 1. To charge the estates or the heirs of the respective late cashiers at Cochin in 1747, 1754, 1758, and 1760 with the restitution of f 11,124:8:8, or as much as the Company was shortchanged in the small treasury, either through bad additions or through the improper carryover of balances and transfers, namely: from the cashier in 1747, Nicolaas Bowijn: f 1,924:8:8 from the cashier in 1754 and 1758, Matthijs Hendrik Beijts: f 8,200:—:— and from the cashier in 1760, Hendrik Notermans: f 1,000:—:— Summing as above: f 11,124:8:8. 2. Further, to have recovered from the estate or by the heirs of the aforementioned Nicolaas Bowijn: f 10,464:—:—, being the amount of an assignation to the amount of f 9,600:—:— in 1753 on behalf of the Company and charged to the small treasury, granted to the authorized agents of Captain Tempesel to be paid in the Netherlands, together with f 864:—:— for which the profit account was credited, since this money, although counted in the small treasury, was nevertheless not accounted for by him in his accounts, and f 4,800:—:—, or as much as he received from Ezekiel Rabbi, but neglected to make known in his cash accounts to the benefit of the Company. To have recovered from the estate of the late first vendue master of this city, Gijsbert Jan Feijth: f 5,566:18:—, or as much as he, as shopkeeper at Cochin in 1749, accounted too little for to the Honorable Company, and f 3,000:—:— cash or f 4,000:—:— salary money written off by him in his monthly accounts of December and January 1760 more than the disbursements in those months actually amounted to. 1010. Extract of a separate missive from Batavia to Cochin, written on 11 November 1776: Upon the further report of the Secunde and Head Administrator Willem Jacob van de Graaff regarding his investigation into the frauds committed by Pieter Isaaksz in the trade books from anno 1747 to 1769, having already communicated our disposition to you by general letter of 6 March last, solely expressing in this regard our satisfaction at present. To have recovered from the estate or by the heirs of the late shopkeeper at Cochin, Harmanus van der Steeg: f 730:—:— cash or f 1,000:—:— salary money, since the remaining balance of the shop in December 1758, having actually amounted to f 12,843:5:—, was brought forward in his subsequent accounts as only f 11,843:5:—:—. Totalling together: f 35,705:6:8, of which sum it was decided to have the f 27,138:8:8 mentioned in the first, second, and fourth paragraphs charged to Malabar to be collected there, to which end the debit invoice goes out to you herewith.
Dutch transcription
1009. ten eijnde in een zaak van dat bij hun bevoorens ingediend Rapport en de zaak hoe men ze ook bekeek bleefeven verwarden onzeker. aanbelang en waar op wij het Men is deeze luijden egter het regt schuldig van te erkenvan datse niet weren willigheid hunne nasporin oog gevestigt blijven houden, geen „gen gedaan hebben, dewelke agter maar bestaan in een aanwijsingen van verschillen tusschen de minder genoegen aan ons te gee„ negotie boeken en administratie Reekeningen zo dat men net dat alles niets gevordert was, in ven dan zijn predecesseur heeft dat hoofd oogmerk dat men gehooft had, daar gedaan. door te zullen verkrijgen, namentlijk wat de Compagnie werkelijk hier mede verlooren heeft, insonderheid hoe het haar is ontdraagen, en of 'er eenige schaa vergoeding te wagten was, en wijl deeze luijden verklaarden geen andere weg teweten dan ze zoo bij hun eerste als tweede ondersoek inslagen hadden, zo heeft men om in deesen alle mogelijke genoegen te geven, zulx nog eens doen beproeven en dat werk nader opgedragen aan den Hoofd administrateur van de Graaff, die daar na van zijne verrigting twee berigten overgegeven heeft, die met de bijlaa„ zijn aan de hooge Regering benevens het Rapport en de nadere bevin„ onden sond gen door onggeschrf dinge van de „ boekhouders: en wij twijffele niet of uwel Edele hoog agtb: zullen reets door de hoge reegeringe g'informeert zijn, dat het ondersoek van de Hoofd administrateur van de Graaff op beetere gronden is gedaan en verrigt en veel meerder ligt in deeze zaak gegeven heeft, als dat van meerm: boekhoud:s en dat Haar Hoog Edelheed:s daar door in staat zijn gestelt om de noodige dispositie daar omtrent te kunnen neemen Door den visitateur en boekhouders Generaal Dormieux en Fillietaz ter voldoening aan onze resolutie van den 7: december 1775: waar bij hun gelast was, om na eene naauwkeurige examinatie van het van de Mallabaar ontfangen nader berigt van den secunde vande Graaff nopens het gedane ondersoek na de gunster vande Maatschappen ontdragene gelden en goederen, nevens de daar toe gehoorende bijlaagen en authenticque stukken wegens hunne bevinding te dienen van berigt, en daar bij ook Extract Missive van Batavia na Cochim geschr: den 6: maart 1776: zoo na immers mogelijk aantetoonen, wien de vergoeding zoude incumbeeren van de in het voorige en het gemelde nader berigt aangeweesen posten, ter onser sessie van den 12: Januarij 1776: gedient zijnde van berigt, is ten laastgemelde daage bij ons verstaan. 1. De boedels of de Erfgenaamen van wijlen de respective kassiers te Cochim in 17 4/7., 17 5/4, 17 5/80. en 17 90/0. op teleggen de vergoeding van ƒ11124:8:8 of zoo veel als aan de Compagnie in de kleijne kassa 't zij door quaade optelling of door het quaalijk overdraagen, der restanten en transporten te kort gedaan is namelijk 16 van den kassier in 174/47: Nicolaas Bowijn. . ƒ 1924: 8: 8: van den kassier in 17 15/4. en 17 15/8. Matthijs Hen„ En van den Kassier in 1700 Hendrik Notermans - - - - - „ 1000: —. — Sommeerende als boven - ƒ 11124: 8. 8. 2. Nog uijt den boedel of door de Erfge„ „namen van gemelden Nicolaas Bowijn te laten vergoeden. „ 10'464:—. —. zijnde het bedragen eener assignatie tot ƒ9600:—. –. in 17 2/3. ten behoeve van de Comp: en ten laste van de „drik Beijts. . . . . . ƒ 8200: —: —. zoo N Kleine r 1010 kleine kassa aan de gemagtigden van den Capitain Tempesel verleend om in Nederland voldaan te worden nevens ƒ864:—:—. waar voor de winst reekening gecrediteerd is, alzoo deze penningen of schoon in de kleijne kassa geteld egter door hem bij zijne reekening niet opgebragt zijn, en ƒ4800:—. —. of zoo veel hij van Ezechiel Rabbi ontvan„ „gen dog verzuijmt heeft bij zijne kassa reekening ten voordeele van de Comp:s bekent te stellen uijt den boedel van wijlen den eersten vendumeester dezer steede Gijsbert Jan Feijth te laten vergaeden „ 5566: 18:—. of zoo veel hij als winkelier te Cochim„ in 174 6/9. aan d' E Comp: te min verantwoord heeft, en „ 3000: — —. kas of ƒ 4000:—: —: zoldij geld door hem bij zijn maand reekeningen van December en Janu: 1730/0. meer afgeschreven, dan de verstrekkingen, in die maanden bedragen heb„ uijt den boedel of door de Erfgena„ men van wijlen den winkelier te Cochim Harmanus van der steeg Op het nader berigt van den secunde en Hoofd administrateur Willem Jacob van de Graaff wegens desselfs onderzoek na de begane fraudes door Pieter Jzaaksz: in de Negotie Boeken van A:o 174 6/7. tot 176„/ uE onze dispositie bij gemeene letteren van den 6: maart J„o leeden reets hebbende gecommuniceerd, eenelijk te dien belange bij dezen nog ons genoegen betoonende Extract Aparte missive van Batavia na Cochim geschreeven den 11: 9ber: 1776: te laaten vergoeden ƒ730:—: —. kas of ƒ1000:—. —. zoldij geld dewijl het restant van de winkel in december 1723/58. eijgentlijk bedragen hebbende ƒ1284:3 zo bij zijn volgende reekening maar overgebragt is met ƒ11843:5: —. —. Beloopende te zamen „ 35705: 6: 8: van welke somma verstaan is de in de Eerste tweede en vierde parragraaph vermelde ƒ27138: 8: 8: naar malla„ „baar te laten aanreekenen om daar te worden ingevordert, ten welken einde de factuur van aanrekening nevens dezen tot UE: afgaat — te over ben: