Inventory 3619
Malabar · 338 pages · 201 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
had gone the old way; how His Highness, since then not living in good friendship with the late Honorable, had not wished to complain about it anymore, but had intended to counter it himself in one way or another; how His Highness, subsequently hearing that another Commander was due to arrive here, had exercised patience and waited until the Honorable Governor Senff should have departed, and thus also, shortly after that departure, repeatedly had his Honorable addressed on the matter; how his Honorable did not appear to have been inclined to prohibit the farmers from selling that tobacco, but always said that his Honorable could indeed forbid his farmers to go sell northern tobacco on the King's territory, but that His Highness could surely forbid his own subjects from entering our tax-farms and fetching northern tobacco there; and that if His Highness did that, our farmers would then only be able to sell their tobacco to the inhabitants of our tax-farms and not to the King's subjects, because the shopkeepers being in their shops cannot tell by the faces whether the buyers are the King's or the Company's subjects; how His Highness, in the hope that his Honorable would in time still issue the requested prohibition, in the meantime ordered his servants on that side to post guards everywhere and to forbid his subjects from buying northern tobacco in our tax-farms; how the King's guards, pursuant to this, recently wishing to prevent some of the King's subjects who secretly wanted to buy Palakkad tobacco in the tax-farms from doing so, had through a misunderstanding chased them a little too far, slightly over the King's borders, which in that pursuit they had not been able to distinguish so precisely; how the Company's people thereupon raised a great commotion, just as if something hostile were taking place, which in turn caused confusion and great agitation on both sides; on which occasion it may easily have happened that a coconut was plucked from a tree and a tobacco leaf was taken away; to all of which Ananda Mallen further added that if his Honorable would be pleased to have the matter investigated, he would also find it to be so, with the request to consider this incident indeed as a misunderstanding. To all this his Honorable said that Ananda Mallen seemed very well instructed by Coemara Poela or even very well trained himself to give the matter that twist, but that he might well have refrained from an expression that his Honor will never hear nor tolerate, namely that His Highness had at first intended to counter the sale of Palakkad tobacco himself in one way or another; that his Honor knows of no other way than the Company's prohibition, and that if the Company did not wish to prohibit it, his Honor would like to know what way of preventing it was then left. Hereupon Ananda Mallen resumed his speech, and testified that His Highness's intention had not been such during his Honor's time, but in the time of the Honorable Mr. Senff; but his Honor said, I know of no time of mine or of my predecessor, it was then time just as it is now and always, namely the Company's time; and his Honor purposefully pretended outwardly to be somewhat offended by this expression, until Ananda Mallen finally said that it was merely an incorrect expression of his, that he had meant by it that His Highness, from the change of administration, had hoped and expected for himself to effect some change in this respect with his Honorable, which, having first been obtained by His Highness from the Honorable Governor Senff and since then withdrawn again, he had not wanted to request from his Honorable a second time; that His Highness is still in that firm trust that his Honorable will yet please His Highness in this, and that it would therefore grieve His Highness himself to have to hear that this incident near Aroea, originated through a misunderstanding and without any intention, had caused his Honor so much displeasure. Thus his Honorable changed his tone somewhat, and then spoke a little more kindly, but nevertheless said that he could not accept the matter as such.
Dutch transcription
925 ouden Gang hebben gegaan; Hoe zijn ho:t 't zedert met wijlen zijn welEd. Agtb: in geen goede vriendschap levende, daar over niet meer heeft willen doleeren, maar voorgenomen had, zulx op de een of andere wijze zelfs tegen tegaan hoe zijn Ho: 't zeedert hoorende dat hier een ander Commandeur stond te komen daar meede patientie g'oeffend en gewagt heeft tot den welEd: Agtb: heer Gouverneur Senff vertrocken zoude zijn, en dus ook kort na dat vertrek, eens en andermaal zijn welEd: Agtb: daar over heeft laten onderhouden: hoe zijn welEd: Agtb: niet genegen schijnt geweest te zijn, om de pagters der verkooping dier tabak teverbieden, maar althoos zeijde dat zijn welEd: Agtb: zijne pagters wel kon verbieden om geen noordje tabak op 'tko:s territoir tegaan verkopen, dog dat zijn Ho:t desselfs onderdanen immers zelfs kon verbieden om in onze pagterijen tekomen, en daar noordse tabak tegaan halen; en dat als zijn ho:t dat deed onze pagters dan alleen maar aen de bewoonders van onze pagterijen en niet aen tko:s onderdanen hunne tabak zouden kunnen verkoopen, om dat de bouti„ „giers in hunne boutiquen zijnde, aan de aangezigten, niet kunnen weeten of de koopers sko:s of 'sComp:s onderdanen zijn, hoe zijn hooght, in hoop dat zijn welEd: Agtb: met 'er tijd het verzogte verbod nog wel zoude doen, Jntusschen zijne bedienden aan die kant ge„ „laft heeft om over al wagters te stellen, en zijne onderdanins te verbieden, om in onze pagterijen geen noordse tabak tegaan kopen: hoe 't ko: wagters ingevolge van dien, onlangs eenige van sko:s onderdanen, die hijmelijk in de pagterijen palacatcherijse tabak wilden gaan kopers, zulx hadde willen beletten, door een m is verstand hun wat teverre nageloopen hadden, een wijnig over sko: limieten, die zij in dat nalopen zoo net niet hadden kunnen onder„ „scheijden: hoe 'sComp:s volk daar op een Groot leven gemaakt heeft, even als of iets vijande„ „lijks geschiede, het geen dan weder zeijds. Con„ „fusie en Grooten ophet veroorzaakte; bij welke gelegentheid het ligtelijk kan gebrurt zijn, dat 'er een koker van een boom geplukt en een bladje tabak weggedaakt is; bij welke alles Ananda Mallen nog voegde, dat zijn zouden wel 926 welEd: Agtb: die zaak willen de laten onderzoe„ „ken, ook zodanig bevinden zoude, met versoek om dit geval tog als een wis verstand te conside„ „reeren. Zijn welEd: Agtb: zeijde op dit alles, dat Ananda Mallen zeer wel door Coemara Poela scheen g'instrueerd of ook wel zelfs zeer wel afgerigt te zijn, om de zaak, dien draaij tegeven, dog dat hij zig wel had mogen wagten van eene uijtdrukkinge, die zijn Agtb: nooijt hooren nog verdragen wil, namentlijk dat zijn ho:t eerst gemeend had de verkoop der palcat„ „cherijse tabak op de eene of andere wijze zelfs tegen tegaan, dat zijn Agtb: geene an„ „dere wijze kend, als 'sComp:s verbod, en dat als de Comp: het niet verbieden wilde, zijn Agtb: dan wel eens weeten wilde, welke wijze van beletten er dan over wat. Hier op hervatte Ananda Mallen zijn ge„ zegde, en betuijgde dat zijn ho=t voorneemen niet in zijn Agtb:s tijd zodanig was geweest, maar ten tijde van den welEd: Heer Senff maar zijn Agtb: zeijde, ik weet van geen tid van mij of van mijn Antecesseur, het wat toen tijd gelijk het nu en altoos is, namentlijk 'sComp:s tijd en zijn Agtb: hield zig over deze uijt„ „drukkinge expres uijtterlijk wat gebelgd, tot dat Ananda Mallen eijndelijk zegde, dat het maar een verkeerde uijtdrukkinge van hem wat, dat hij daar meede gemeend had, dat zijn ho=t uijt de veranderinge van regeeringe, eenige veranderinge in dit opsigt voor zig Gehoopt en verwagt had, bij zijn Edele Agtb: wel te zullen bewerken, het geen zijn ho=t eerst van den welEd: Agtb: heer Gouverneur serff verkreegen, en 'tzedert weder in„ „getrokken zijnde, andermaal van zijn wel Ed: Agtb: niet had willen versoeken, dat zijn ho=t als nog in dat vaste vertrouwen is, dat zijn welEd: Agtb: zijn ho=t hier in nog wel believen zal, en dat het daarom zijn ho=t zelfs spij„ „ten zoude, temoeten hooren, dat dit Geval bij Aroea door een mis-verstand, en zonder eeni„ „ge intentie g'exteerd, zijn Agtb: zo veel on„ „genoegen verwekt had. Dus veranderde zijn Edele Agtb: wat van toon, en spraak toen wat vriendelijker, dog zeijde egter, die zoek zoodanig niet te kunnen was accepteeren .
English
927 to accept, without having first conducted a closer investigation into it, as it was a matter of the utmost importance and of great consequence, which case His Honorable Worship depicted to Ananda Mallen as so thorny, so critical, and as a direct cause for open discord, just as if His Honorable Worship would not let the matter rest there, so that Ananda Mallen, who negotiates the daily affairs of his Travancore Highness here and still has much to do with us, most earnestly requested His Honorable Worship by no means to write to His Highness about this and to let the matter rest there for this time. Yet His Honorable Worship replied that he had no liberty to remain indifferent in this regard, that this was a matter concerning the respect and authority of the Company, and that before he could employ any compliance regarding it, he first had to order a closer investigation, and before he could consider it as a misunderstanding, promising however in the meantime to exercise patience for so long, wherewith Ananda Mallen also departed pleased, as he could bring this glad tiding to Coemara Poela. Another Extract from the aforesaid note: On Tuesday the 20th of February, His Honorable Worship, who in the meantime had secretly inquired through various persons how the case near Aroe was actually situated, ordered this matter to be investigated closely once more for the last time, and for that purpose sent the bearer of this together with the sworn clerk Poolvliet and the gatekeeper Stolsenberg to the lodgings of Coemara Poela, where according to agreement mutual witnesses, both of the Company's and of the King's people, had assembled and also arrived there; and whereas the Company's farmer had no impartial witnesses of importance who could demonstrate that the King's farmer had committed violence, and had fallen upon the tax farm in an unlawful manner, or had caused harassment there, Coemara Poela knew, through the multitude of witnesses on his side, to give the case about such a turn No. 2. 928 CLEMENS PP. XIV. to give as he had caused to be done through Ananda Mallen on the 30th of January past; however, one could at the same time gather from all circumstances that a certain Canarese and subject of Travancore, and former farmer of Aroe, was more or less also involved, and whereas it was enough for His Honorable Worship that Coemara Poela was so very embarrassed with the matter, and he continually had His Honorable Worship requested, both through the bearer of this and through the Company's merchant Daniel Cohen and other persons, to please let the matter rest there, under protestation that it had been nothing other than a misunderstanding, His Honorable Worship therefore let Coemara Poela know that he would let the matter rest there this time, without ordering further investigation into it, provided that he and all the King's servants must carefully guard that henceforth nothing of that nature should ever occur again; furthermore recommending the Company's farmer to return home again, and to take care that both in the sale of his tobacco and in other respects he should give the King's people no cause or reason for complaint, and as much as possible manage to sell Palghat tobacco to the King's people. Venerable Brother, health and apostolic Benediction. Concerning the energetic man, the Dutch Governor, concerning his zeal toward the Christians of those regions, and the remarkable efforts made by him for maintaining their tranquility, much has been related to us by our Beloved Son Stefano Borgia, secretary of our Congregation de Propaganda Fide. Since we consider a benefit of this kind conferred upon Christian men to pertain exceedingly to us, and that we are bound by the same, we greatly desire that at least these very sentiments of our grateful mind be known and perceived by the said Governor. Therefore, we have wished and do commit by these Letters to give you, Venerable Brother, this task of conveying our thanks to him on that account, as we do, so that you may declare our most favorable goodwill to him by the most abundant tokens and signify to him that we are bound all the more eagerly by this merit of his, the more we trust that he will continue to deserve well both hereafter of the Christians and even of ourselves. Finally, as a pledge of our Pontifical affection toward you, Venerable Brother, and to the peoples committed to your care, we most lovingly impart the apostolic Benediction. /:below:/ Given at Rome at Saint Mary Major under the ring of the Fisherman on the 23rd day of July 1772, in the Fourth year of our Pontificate. /:signed was:/ Benedictus Staij. And corroborated with the Seal of the Fisherman's Ring affixed on the back. Agrees. J: A. Dannichen Secretary 929 Notice of the Heathen Castes that are found on the Coast of Malabar, as follows: 1: Brahmins; these wear a cord, or a thread woven from several strands of yarn into one, over the left shoulder obliquely across the body, down to the right hip, and are divided into two sorts, namely Namboothiris and Pattars, and each of the same again into several degrees, as: 1. Namboothiris, being the first sort among whom are 9 degrees, to wit: 1st Ottenmaars; these are divided into 2 sorts, on account of the particular duties which they perform: the one, as said above, Ottenmaars, that is to say learned in the law, and the other Akkini Hothrigel or fire-sacrificers; and these latter are again called in sevenfold ways, from the names of each fire-sacrifice act that they perform, as these live the law, and perform fire-sacrifices; but the first or the Ottenmaars teach the law to instruct others therein, but may perform no fire-sacrifice for others, though indeed for themselves, although in general both are named Ottenmaars. 1: Miteri 2: Adetitere 3. Tjomadrie 4. Baijlpeera 5. Adhiraatreva 6. Paundderigrara 7. Bhattatiri No. 3
Dutch transcription
927 accepteeren, zonder alvoorens derwegens nadere ondersoek gedaan te hebben, als zijnde iets van het uijtterste belang en van groote consequentie, welk geval zijn welEd: Agtb: aan Ananda Mallen zo netelig, zoo criticq en als een directee aan„ „lijding tot een openbaere oneenigheijd afschilderde, evens eens als of zijn welEd: Agtb: het daar bij niet zoude laten, zoo dat Ananda Mallen die de dagelijkse voorvallen van zijn Joevan„ „coorse ho=t hier verhandelt en nog al veel met ons tedoen heeft, zijn welEd: Agtb: op het kragtigste verzogt, om tog aan zijn ho:t hier over niet te schrijven en de zaak ditmaal daar bij telaten. Dog zijn welEd: Agtb: antwoorde, dat hij hier omtrend geen vrijheid had onverschillig te blijven, dat dit een zaak was die 't respect en 't gezag van de Comp: aanging, en dat alvoorens hij daar omtrent eenige inschik„ „kelijkheid kon gebruijken, eerst nader on„ „dersoek moest laten doen, en hoe voore hij het als een misverstand konde aan „merken, beloovende egter intusschen zo lange patientie te zullen oeffenen, waar den 20. ' Februarij Dingsdag liet zijn wel Ed: Agtb:, die intusschen door deze en geene reets hijmelijk had laten ver„ met „neemen, hoe het effectief geleegen was, het geval bij Aroe, deze zaak voor het laatste nog eens nader te onderzoeken, en zond ten dien eijnde den „houder dezes nevens den gesw: klerk Poolvliet en den Boomteller stolsenberg na het logement van Cormara Poela, alwaar volgens afspraeke wederzijdse getuijgen, zoo van 'sComp:s als konings volk vergadert en daar ook gekomen waren, en dewijl 'sComp:s pagter geen onpartijdige getuijgens van belang had, dewelke konden aanthoonen dat 'skonings pagter geweld ge„ „pleegt had, en op een ongeoorloofde wijze in de pagterij gevallen was, of daar molest gedaan had, zoo wist Coemara Poela door de veel vuldigheit der getuijgens aan zijne zijde, het geval, omtrend zoo een en draeij Een ander Extract uijt voorm: aanteekening „ging„ wijl hij deeze meede Arianda Mallen verblijd heen blijde tijding bij Coemara Zoela kon brengen. „meede tegeven: N„o 2. 928 ClEMEAS PEXIV. tegeven als hij den 30: Januarij J:o leeden door Ananda Mallen had laten doen, egter kon men uijt alle omstandigheit teffens opmaken, dat zeker Cannarijn en onderdaan van Joevancoir, en vervi„ „ge pagten van Aroe min of meer mede in 't spel was, en dewijl het zijn welEd: Agtb: genoeg was dat Coemara Poela, zoo zeer verleegen was, met de zaak, en hij zo wel door den hou„ „der dezes als door 'sComp:s koopman Daniel Cohen en andere lieden zijn welEd: Agtb: bij „liet verzoeken continuatie om de zaak tog daar bij telaten, onder betuijginge dat het niet anders als een mis-verstand was geweest, zo liet zijn wel Ed: Agtb: Coemara Poela weeten, dat hij ditmaal de zaak daar bij laten zoude, zonder verder ondersoek daar na te laeten doen, mits hij en alle 's konings bediendens zig zorgvuldig moesten wagten, dat voortaan iets van die natuur nooit meer kwam te exteeren, recommandeerende voorts 'sComp=s pagter om weder na huijs te gaan, en zorg tedragen dat hij zo in den verkoop van zijn tabak als in andere opzigten, 'sko: volk geen aanstoot Afreden van klagen moest geven, en zig zoo veel mogelijk mena„ „geeven aan 'skonings volk palcatcherijse tabak te verkoopen. Venerabilis Frater salutem et apostolicam Benedictionem. De Strenuo viro Gubernatore Hollandico, de illiuserga Chris¬ „tianos istarum Regionum studio, atque egregia abeodem data opera pro tranquillitate uis obtinenda multa nobis fue= runt comme ata a Dilecto Filio Stephano Borgia, nostrae Con= gregationis de Propaganda fide secretario. Cum hujusmodi in Christianos homines Collatum beneficium ad nos maxime pertinere, nos que eodem devinetos esse Censea= mus magnopere cupimus saltem hos ipsos grati animi nostri sensus eidem Gubernatori esse Cognitos, atque per= „spectos. Jtaque hoc munus nostrae illi propterea referende gratiae tibi, Venerabilis Frater, dare hisce Literis volui= mus et Committere prout facimus ut quam uberrimis in= diciis nostram illi propenssissimam voluntatem declares eique significes tanto impensius etiam hoc illius men„ rito nos esse obstrictos, quanto magis confidimus illum ae que deinceps de Christianis atque ades de nobis ipsis be= nemereri perrecturum. Demum in nostri Pontificii in te animi pignus tibi Venerabilis Frater ac Populis curae Iuxtraditis apostolicam Benedictionem peraman= ter impertimuer. /:inferior:/ Datum Romae apud Sanc= „tam Mariam majorem sub annulo Piscatoris die XXIII: Julij XDCCLXXII: Pontificatus nostri anno Quarto. /: subscriptum erat :/ Benedictus Staij. At Corroboratum Sigillo Annuli Piscatoris in dorso apposito. Akkordeerd. J: A Dannichen Secreta 929 1: Bramineesen, deeze draagen een leijntje, of van verscheijde draden, gaaren tot een geweevene draad, over de linker schouder schuijns over het lijff, tot aan de regter heup en zijn in twee soorten verdeelt, als Namboeris en patareesen en ider derselve weder in verscheijde Graaden, als. 1. Hamboerijs, zijnde de eerste soort onder welke zijn 9: Graaden teweeten; 1.=sten Ottenmaars, deeze werden in 2: soorten verdeelt, om de wilse van de bijsondere pligtigheeden die ze waarneemen, D'eene als booven gesegt ottenmaars dat is wet geleerdens gezegt, en de Ander Akkini Notrigel of brand offe„ „raars, en deese laatste werden weeder op see„ venderlijwijse genoemt, waar de naamen van ieder brand offer hande, die ze doen als deese leevende wet, en doen brand 1: Miteri offer, maar d'eerste of d' ottenmaars 2: adetitere leeren de wet om anderen daar in 3. Tjomadrie te onderwijsen, dog moogen voor an„ „dere geen brand offer doen, maar 4. Baijlpeera. wel voor sig selve, hoewel en 't alge„ 5. Adhiraatreva meen worden. alle beijde ge„ 6. Paundderigrara. naamt ottenmaars 7. Bhattatiri „slagten, dewelke op de Custe van Mallabaar werden gevonden als volgt Notitie van de Heijelense Ge„ No. 3
English
930 2nd Tsjaterijer, these are astrologers; for themselves, they may learn the law and also make burnt offerings, but not to instruct others therein, nor make burnt offerings for them in like manner. The others may also study the science of the astrologers, but may not serve or instruct anyone therein; 3. Grisnadeesigel otherwise called Poelaraatjakaaren or peoples of Zelenga, these may also live the law, and make burnt offerings for themselves, but not teach others, nor sacrifice for others; their prayers they make in the forests, and secluded places, although the others can also do so, if they wish according to each one's devotion; from these three kinds the Proemoembis are chosen under the name of senaasi, that is High Supreme Priest; who may see no women, much less have any intercourse with them, to which end all such priests daily in the morning on an empty stomach use a kind of pills, which are prepared with gallnuts and several other ingredients, for the removal of the lust for women. Upon appointment to the said office, the small cord that they wear around the shoulder is broken off, and being married, they must leave their wives, although this latter seldom happens, or to say better, never, because the bramineesen take no married persons for this, but indeed such people who from their youth on have used the said pills of gallnuts, and thus have largely prepared nature for it, and in lack of such a person they take old and decrepit people. 4: Gramadeesigel, these are the Royal Castes or lineages, and those who are not Kings or Landlords, may learn the laws for themselves as has been said here before; this lineage, though having not a foot of land, is nevertheless titled with Royal titles. 5. Oerilepariza otherwise called Lazentulaiver, a lineage of this name, a certain person 931 person named Parasiraamen /:discoverer of the Malabar Coast according to the saying of the Heathens:/ brought here from the south, but these people, on account of and for fear of many snakes that were here, having departed again to their former dwelling place, some time thereafter, upon the news that they received, that the aforementioned Paraseraamen had brought other bramineesen from the North out of the Land ariachakoram, and had had the hair of their heads shaved off, leaving only a small tail on the front of the head, in order thereby to prevent that they should also go away again as the first had done, but remain here and settle themselves, came back again. Their livelihood consists in the performing of Ceremonies in the Pagodas. NB: the Heathens firmly believe according to the instruction of the Oracieneesen, that the aforementioned Paraseraamen was a Holy person, and that he here on the Coast made the sea, which is said to have extended to the foot of the mountains, retire backwards, and made those abandoned places of the sea into dry Lands. 6: Oerilapariza otherwise called Moesada, these are apostates from the Namboeris Caste or lineages, and this because they are said to have placed a heated copper cauldron upon the pate, or the head of their idol, to the end of preventing the idol from performing any more wonder or miracle, whereby their roguish deeds concerning the Pagoda's revenues would not be made public; nevertheless they are still placed among the number of the namboeris, but may not marry with the daughters of the namboeris, and during eating also not touch them. 7. Saastra or Doctors and Surgeons, these may not marry, nor mix, with the daughters of the first five kinds. Among the namboeris is a kind of abominable and shameful, yea Gruesome custom, to which they give the name of Randdaan Moertium Ceremony, consisting in this, that when a marriageable girl happens to die before her marriage, they may not burn that dead body, before and until a male person has carnally mingled with that dead body; for that purpose they choose a poor man and promise 932 him much money for the completion of that work; and when the deceased should have left no means; then many of their Castes join with one another; and give as much money as is necessary, to hire such a person for that gruesome work. 8. Wierakattij Nambeddijs, these are also apostates of the namboeris lineages, these being of the lineages that treacherously murdered the emperor Tjosaperoemaal who had arrived here on the Malabar Coast to replace the Emperor Tjeranperoemaal, nevertheless they are included under the number of the namboeris, but may not marry with the women of the aforementioned Namboeris, nor touch the men during eating, and as far as their Religion is concerned; it is of the same standing with the namboeris, the only difference that there is, between this, and the other Namboeris lineage, consists in that this one may wear no small cord, of this kind of namboerijs there are none other than the princes of Tallapellij naadeloe. 9: Aemboerij Nambeddijs these are of those kinds who have associated with the just-mentioned princes and eaten their food, but these wear small cords, and are servants of Kings and princes. 2: Latareesen; the second kind of bramineesen, also wear small cords, and are divided into two kinds, to wit; the first kind into 10: degrees and the second into 16: Degrees as follows: The first kind 1. Tjokleijen 2: wdezeijen 3. Enaijrataan 4. waddamen 5. Maathiaijnen 6. Brehas Jaraien 7: Mologoe brehas Jaranen 8. Gelingen 9. Canddaramaaniken 10. Aijenkaala The Second kind 1. Caneijen 2: Moecaneijen 3. Reesaijen 4. Sieva bramine 5. Therakowij 6. Bekres Jaranon 7. awastamber 8. Kizer 9 Tjollier 10. waagenaam 11. Kornaader 12 Taattuwaddij 13 Benjaller 14. Maapanier 15. Aria, and 16 Maharaastrara
Dutch transcription
930 2=de Tsjaterijer, deese zijn astrologisten; voor sig selven, moogen deese de wel wel leeren, en ook brand offer doen, maar niet om andere daar in te onderwijsen, nog brand offer doen, in gelijker voegen. moogen de anderen ook in de weetenschap der astrologisten wel stu„ „deeren, dog niemand daar en bedienen of onderwijsen; 3. Grisnadeesigel anders gen=t Poelaraatjakaaren of volkeren van Zelenga deese moogen ook de wet leeven, en brandoffer doen, voor sig selven maar niet andere leeren, nog voor anderen offeren; hunne Gebieden, doen ze in de bossen, en af„ „gesonderde plaatsen, hoewel de andere ook zulks doen kunnen, in dien se willen na een ieders devotie; uijt deese drie soorten werden de Proemoem„ bis onder de naam van senaasi, dat is Hooge Opperpriester verkooren; dewelke geen vrouwen sien moogen, nog minder met haar eenige gemeenschap maaken ten welken Eende gebruijken alzulke priesters daagelijks smorgens met de nugtere maag, een soort van zillen, die met galrooten en meer andere ingredien„ „ten geprepareert worden, ter beneeming van de lust tot vrouwens, Bij aanstelling in gem: ampt, werd het leijntje, dat zij om de schouder draagen afge„ brooken, en getrouwt zijnde, moeten zij hun„ „ne vrouwen verlaaten, hoewel dit laatste selden Geschiet, of om beeter te seggen, nooit, om dat de bramincesen, daar toe geen getrouwde persoonen neemen, maar wel zulke lieden, die van Jongs af aan de gem: pillen van galnooten gebruijken, en dus de natuur veels daar toe geprepareert hebben, en bij manque„ „ment van zulke persoon neemen zij oude en afgeleefde menschen toe 4: Gramadeesigel, deese zijn de Koninglijke Casten of geslagten, en die Geen Koningen d'/ Landheeren zijn, moogen de wellen voor sig selven leeren gelijk hier vooren gesegt is; dit geslagt schoon geen voet land heeft, word egter met Koning„ „lijke tituls getetuleerd. Oerilepariza anders gen=t Lazentulaiver een geslagt van deesen naam, heeft zeeker 5 die persoon 931 perzoon gen=t Parasiraamen /:ondekker der Custe mallabaar volgens zeggen der Heijdenen:/ van de zuijt alhier gebragt, dog deese men„ „schen, om de wille en vreese van veele slangen die alhier waaren, weeder naar haare voorige woonplaats vertrokken zijnde, zijn eenigen tijd daar na, op de tijding dieze kreegen, dat voorm: Paraseraamen van de Noord uijt het Land ariachakoram andere bramineesen had ge„ „bragt, en het hair van hunne hoofden had La„ „ten afscheeven, laatende eenelijk een kleijn staartje voor het hoofd zitten, om daar door te be„ „letten dat zij ook niet zoude weder weg gaan gelijk de eerste gedaan hadde, maar hier blijven, en zig needersetten, weeder te rug gekoomen, de Kostwinning van hen bestaat in het verrigten van Ceremenien in de Pagooden NB: de Heijdenen Gelooven vast volgens de onderwijsing der Oracieneesen, dat voorm: Paraseraamen een Heijlig mensch is ge„ „weest, en dat hij alhier ter Custe de zee, die zig tot aan de voet der gebergte zoude gestrekt hebben, agterwaarts heeft doen retireeren, en die verlatene plaatzen der zee tot vaste Landen gemaakt. 7. Saastra of Doktooren en Chirurgijns, deese moogen met de dogters der vijf eerste soorten niet trou„ „wen, nog zig mengen. onder de namboeris is een soort van versoeij„ „elijk ent schandelijk, Ja Gruwelijk gebruijk, het welk zij de naam geeven van Rand„ „daan Moertium Ceremonie, bestaande hier en, dat wanneer een huwbaar Gewordene meijsje voor haar trouwen komt te sterven, vermoogense dat doodlijk niet verbranden, voor en al eer een manspersoon met dat dood lichaam zig vluschelijk gemengd heeft; daar toe kiesen zij uijt, een arm man en belooven 6: Oerilapariza anders gen=t Moesada, deeser zijne af„ „vallers van Hamboeris Casta of geslagten, en zulks om dat zij een warm gemaakte koope„ „re keetel, op de kop, of het hoofd van haare afgod zouden geset hebben, ten eijnde, den af„ „god te belelten, dat hij geen wonder of miraa„ „kelt meer bn zoude, waar door haare schelm stukken omtrend de Pagoods inkomsten niet openbaar zouden worden; egter werdense nog onder het getal der namboeris gesteld, maar moogen met de dogters der namboe„ ris niet trouwen, en onder het eeten ook neet aanraaken 6oeri hem 932 hem veels geld ter volbrenging van dat werk; en wanneer de overleedene geen middelen mogte hebben nagelaaten; dan voegen zig veele van haa„ „re Casten bij den anderen; en geven zoo veel geld als noodig is, om zoodanig een persoon te behooren voor dat gruwel werk. 8. Wierakattij Nambeddijs, deese zijn ook afvallers der namboeris geslagten, zijnde deeze van de ge„ slagten die verradelijks den keijser Tjosaperoe„ „maal die alhier ter Custe mallabaar aangekomen was, om den Keijser Tjeranperoemaal te vervan„ „gen, vermoord hebben, egter werdenze onder het getal der namboeris begreepen, maar moogen met de vrouwen der voorengemelde Namboeris niet trouwen, nog de mannen onder het eeten aanra„ „ken, en wat hunne Godsdienst betreft; is 't ge„ „lijkslandig met de namboeris het eenigste onder„ „scheijt dat er is, tusschen dit, en het ander Nam„ „boeris geslagt;, bestaat dat dit geen leijntje draagen mag, van deese soort van namboerijs is geen an„ „dere dan de vorsten van Tallapellij naadeloe. 9: Aemboerij Nambeddijs deese zijn van die soorten die met eeven gesegde vorsten verkeert en hun kost gegeeten hebben, maar dezen draagen leijntjes, en zijn bediendens van Koningen en vorsten. 2: Latareesen; de tweede soort bramineesen, draagen, ook De Tweede soort 1. Caneijen 2: Moecaneijen 3. Reesaijen 4. Sieva bramine 5. Therakowij 6. Bekres Jaranon 7. awastamber 8. Kizer 9 Tjollier 10. waagenaam 11. Kornaader 12 Taattuwaddij 13 Benjaller 14. Maapanier 15. Aria, en 16 Maharaastrara 1. Tjokleijen 2: wdezeijen 3. Enaijrataan 4. waddamen 5. Maathiaijnen 6. Brehas Jaraien 7: Mologoe brehas Jaranen 8. Gelingen 9. Canddaramaaniken 10. Aijenkaala De eerste zoort leijntjes, en zijn in twee soorten verdeelt, te wee„ „ten; de eerste soort in 10: graaden en de tweede en 16: Graaden als volgt leijntjes E
English
933. The mentioned patareesen are all foreigners and continually reside here in this country with concubines of the naijros castes, but in Palcatcherij some are still found who are married. The second sort may not touch the first sort while eating, but may sit and eat together in a row; likewise, the first sort of patareesen may not touch the namboeres while eating, but may sit and eat at the same level. And all these, as well as the namboerijs, may not eat except after having washed themselves. The difference between the patareesen and namboerijs regarding their marriage consists in this, that the namboerijs may not marry off their daughters except after they have become marriageable, whereas on the contrary the patareesen must have this done for their daughters earlier or before they become maidens, as otherwise the girls lose their caste. The legitimate children of the Namboeris and patareesen become heirs of their fathers. Furthermore, the bramineesen in general may consort with the naijros women, but the children born therefrom are not counted among the bramineesen, but continue to be reckoned among the number of the naijros. On the other hand, the naijros may not associate with the bramineesen women, the men on pain of capital punishment and the women on pain of the loss of their caste. This custom, introduced by the bramineesen among the naijros, is the reason why the naijros may not marry and make their own children their heirs. These in earlier years were allowed to marry and make their own children heirs, but no longer after the arrival of the aforementioned Parasiraamen here on the coast, for the reason that the mentioned parasiraamen had all the male persons of this caste murdered, whereupon the women engaged in carnal cohabitation with the bramineesen and begot children, who are now generally called Brema fetries, that is Bramineese Letries; thus their caste is now no longer as noble as it once was. Besides these two sorts, there are now two others of even lesser ranks, who are apostates of the above-mentioned first two fetris, namely: The livelihood of the patareesen consists in trading in linens, exchanging money, delivering letters, and recounting news. 2. Petries. These also wear cords, and in earlier years on this coast were of the noblest castes, consisting of two ranks, namely: 1. Suria Hetrie, and 2. Soma. 934. 1. Corwaller or Coraevoe ollawer, that is, fallen Hetries. These are apostates from the bramineese Letries or brema fetries because they ate the food of the below-named waijsen Letries. However, they wear cords, but may not mix with the women of the above-mentioned Brema Petris, nor sit and eat at the same level with the men. 2. Waijsen Letries. These are people who, coming before Parasiraamen, broke their cords and denied their caste of Letrie, whereby they preserved their lives and received the name of wijsen. They may wear no cord and may not touch the brema Letries. The Letries do not differ much from the namboeris regarding their religion, except that they may perform no ceremonies or sacrifices, and also may not marry. Therefore their manner of cohabitation consists of this: when their daughter has reached puberty, they must proclaim and announce this around a bonfire of joy. Thereupon a thread, on which is strung a small piece of gold in which one of the idols is engraved, is tied around the neck of that girl by a Namboerijs priest, which signifies that such a girl is made fit to be able to live with men. After that comes another namboerij, who has agreed with that girl and her parents a few days before, and offers her a single piece of white cloth with some sesame oil to rub on her body and afterwards to wash. Upon this offering being received by her, she proceeds to cohabit with him, and without these ceremonies the women may not live together with the men, on pain of the loss of their caste. But the children they get do not become heirs of the father, but rather of the mother and the mother's brother. 3. Ambala Waasigel, pagoda servants. These have 4 ranks, 2 of which wear cords, and 2 that wear no cords, namely: 1. Moesada, cord-wearers; these conduct the procession around the pagoda. 2. Loespawen or bramine patare, otherwise called Nambiachon, also cord-wearers; these provide flowers to the pagodas. 3. Waareijen, and 4. Rezaaradij. Both of these do not wear cords, but keep
Dutch transcription
933. De gem: patareesen zijn altemaal uijtlanders, en houden zig gestadig hier te lande of, met bijwijven van de naijrosse geslagten, maar op Palcatcherij, vind men nog sommige die getrouwt zijn. de tweede soort mag de eerste soort onder het eeten niet aanraaken, maar wel in een rije te gelijk setten Eeten, ingelijker voegen, moogen de eerste soort van de patareesen, de namboeres onder het Eeten niet aanraaken, maar wel egaal sitten eeten, en alle deese, als ook de namboerijs moogen niet eeten, dan na zig gewasschen te hebben, het onderscheid tusschen de palareesen en namboerijs aangaande hun huwelijk, bestaat hier in dat de„ „namboerijs moogen haare dogters niet uijthuwe„ „lijken, dand na dat zij huwbaar geworden zijn. waar in tegen de patareesen haare dogters vroeger of voor zij vrijster worden, zulx moeten laten geschie„ „den, wijl anders de meijsjes haare Caste verlie„ „sen; de egte Kinderen van de Namboeris en pa„ „tareesen worden erfgenaamen van hunne vaders, voorts de braurineesen in het Generaal moogen met de naijrosse vrouwen verkeeren, waar de kin„ „deren die daar uit voortkoomen, worden, onder de bramineesen niet gereekent, maar blijven onder het getal der naijros voortloopen, daar en tegen „ vermogen de naijrot zig met de bra„ deeze hebben in vroegere Iaaren moogen trouwen en eijge Kinderen Erfgenaamen maaken; maar na de komste van voorm Larasiraamen hier ter kuste niet meer, om reeden gem: parasiraamen alle de manspersoonen van deese Cast hebbende laaten vermoorden, daar op de wijven met de bra„ „minesen tot de vleeschelijke saamenleeving zig begeeven, en Kinderen hebben verwekt, die thans in 't algeemeen genaamt worden Brema fetries dat is Bramineese Letries dus hunne geslagt thans, zoo Edel niet meer is als 't geweest is; be„ „halven deele twee soorten zijn thans nog twee andere van nog mindere gradens, die afwval „mineesen vrouwen met inlaaten, de manen op hals straffe en de vrouwen op verlies van haa„ „re Casta, door dit gebruik door de bramineesen on„ „der de naijros ingevoert, is de reeden waarom de naijros met trouwen en eijgen kinderen geen erfge„ „naamen maaken moogen; De broodwinning der patareesen bestaat in het negotieeren van lijwaaten, geld verwisselen, brieven bestellen, en nieuwt verhaalen. 2. Petries deese draagen ook Leijntjes, en waren op deeze kuest in vroegere Jaren, van „e Edelste Castan, en bestonden in twee graaden als. 1. Suria Hetrie en 2. Soma _o mineese „lers 934 „ters zijn van boven gem: twee eerste fetris als 1: Corwaller of Coraevoe ollawer, dat is afgevalle He„ „tries, deeze zijn afvallers van de bramineese Le„ „tries of breura fetries, om dat zij de kost van de naar tenoemene waijsen Letries gegeeten heb„ ben, egter dragenze leijntjes dog moogen zig met de vrouwen van de booven gem: Brema Petris niet mengen nog ook met de mannen egaal sitten eeten. 2: Waijsen Letries deese zijn luijden die voor Zarasiraamen komende hunne Leijntjes gebrooken en hunne Caste van Lelrie ontkent hebben, waar door ze hunne leven hebben behouden, ende naam gekreegen van wijsen, zij moogen geen lijntge draa„ gen, en de brema Letries niet aanzaaken. De Letries omtrent haren Godsdienst scheelen niet veel van de namboeris, excepto dat zij geen ceremonien of offerhande moogen doen, en ook niet trouwen, over zulx bestaat haare saamen leevings= „manier, op deese wijse, wanneer haare dogter maagd geworden is, zoo moetense zulks onder een vreugde vier uitroepen, en verkondigen, daar op, word door een Per namboerijs een draatje, waar aan een stukje Goud, daar een der afgodsbeeld staat ingegraveert is gereegen, om den hals van dat meijsje gebonden, 't welk beteekent dat zodanig een meijsje bequaam gestelt is om met mannen te kunnen leeven, daar na komt een ander nam„ „boerij die met dat mijsje en haare ouders eeni„ „ge daagen bevoorens heeft afgesprooken, en bied haar aan een enkelde sluk wit kleetje met wat Jezelijn olij om haar lijff meede te smeeren, en daar na te wassen, welke aangeboodene door haar ont„ „fangen werdende, Gaat zij met hem tot de saamen„ „leeving over, en sonder welke Ceremonien moo„ „gen de vrouwens met de mannen niet samen woonen, op verlies van haar Casten, dog de kinde„ „ren die zij krijgen, worden geen erfgenaamen van de vader, maar wel van de moeder, en moeders 3: Ambala Waasigel Pagoods bediendens, deese hebben 4: graaden, daar van 2: die Leijntjesdragen, en 2. die geen lijntjes dragen als „ 1. Moesada leijntjes dragers deese doen de Processie om de Pagood. 2. Loespawen of bramine palare anders gen=t Nambi„ „achen meede leijntje dragers, deese besorgen bloe„ men aan de Pagooden. 3 Waareijen en 4: Rezaaradij deeze beide dragen geen Leijntjes, maar broeder neijsje houden
English
keep the Pagodas clean; they may also, in the absence of Poespawen, provide flowers to the Pagodas, but during meals they may not touch one another; their marriage customs are like those of the Letries, except the first named, Moesada, who are permitted to marry and make their children their heirs. 4: Paamendra Pariza. This caste is divided into 6 ranks. They may not wear a cord, but those among them who are inclined to wear a cord must first, through the performance of certain ceremonies which they call Herenia Gerpon, that is, being reborn out of a golden calf or out of a sort of water lily made of gold, be elevated above these. 1. Eraadde, the royal caste, to which belong the Kings of Trevancoor, Collastrij, Samorijn, Ballaatlatara, Olautta Nielasworam, Caddatanaaddo, as well as the displaced princes of Cottaaracarra and Signattij. Of all these Kings, the Trevancoor and Collastrij wear a cord. 2. Neddungaddo, lesser territorial princes. 3. Aaddeollij, free lords. 4. Walbollij. 5. Randdaan Braadde, or second Eraaddi, servants of the above-mentioned princes. 6. Landsaara, lesser servants of the mentioned princes. The customs of all these, both regarding marriage and otherwise, are like those of the Retries. Naattoe Pattare: these are country Patariesen; they wear a cord, yet they are not permitted to touch the other Patareesen; even the Naijros of the first class will not eat if they have touched them, without first washing themselves, which these Patareesen also do if they are touched by the Naijros. The country Patareesen have their origin from the fishermen, namely in this manner: that when the aforementioned Zarasiraamen wished to perform an important principal ceremony near Barsaloor, he, for lack of Brahmin fishermen, took them, placed cords around their shoulders, and elevated them to Brahmins, from whom these are descended. 6. Elladas: these are apostates from the Namboerijs caste, therefore they are not counted among the Namboerijs, but because they are priests of the Naijros, they wear cords. 7. Djakiaars: these are dancers of the Pagodas; they have no cord, and they are children of Brahmin women who have lost their caste. 8. Raddeoese wear a cord which they have borrowed from the caste Cosawar, or Potters; some among them marry and some do not, following the custom of the Letries; they are also dancers of the Pagodas. 9. Mizaawa: these wear no cord and follow the custom of the Letries, but when there is dancing before the Pagodas, these must play upon instruments. 10. Nambiaars: these wear no cord, but are landlords. This caste has its origin from the aforementioned Brema Letries, and their customs accord with those of the Letries; nevertheless, they may not touch the Letries during meals. Tjoetras or Naeijros consist of 16 ranks, namely: 1. Nabaanwittel Sjoetras: these train in the handling of weapons and go to war. 2. Belaalers. 3. Crima Sjoetras. 4. Kerion. 5. Watla Raatta: these are those who turn the oil mills themselves. 6. Tjallnde Waltakaalta: oil millers who have the same turned by oxen; these two sorts are also used for war, as well as those mentioned above. 7. Beliata, trumpeters. 8. Tjetiaanwaara, weavers. 9. Walata Tjettiaan Maara, merchants. 10. Palichiaan Maara, palanquin bearers. 11. Beliata, washers. 12. Beliatilla, also washers. 13. Sideijen, performers of mourning ceremonies. 14. Temiijen, a second ditto. 15. Naijkan Bambelijn, butchers. 16. Toenaaren, tailors. The customs of all these, both regarding cohabitation and heirs, are identical with the Letries. Sjoginmaara or Cegol have 4 ranks, namely: 1. Izaeer 2. Teijer 3. Maracoer 4. Wellakaadden The customs of the Cegossen consist of two manners: most who live south of Cranganoor maintain the customs of the Letries and Naijros, and all who live north of Cranganoor maintain marriage, and their own children become heirs. Among these there are some where both brothers live with one woman, of whom one is married to the mentioned woman; among the southern Cegossen there are also some who maintain marriage according to the northern manner and make their children their heirs. The Cegossen arrived here from Ceylon, whereof more will be given here near the entry of Naanga.
Dutch transcription
935 houden de Pagooden schoon zij moogen ook in ab„ „sentie van Poespawen, bloemen besorgen, aan de Pagooden, dog onder het eeten moogen deese malkan„ „deren niet aanzaaken, haare huwelijks gebruijk is, als die van de Letries, excepto de eerste gen=t moesada, die trouwen moogen, en kinderen erfge„ „naamen maaken. 4: Paamendra Pariza dit geslagt is verdeelt in 6. graaden mogen geen leijntje dragen, dog die Geneegen zijn onder hen een leijntje te voeren, moeten eerst door het verrigten van seekere Cevemonien die zij de naam geeven van Herenia gerpon dat is uijt een goude Kalf dan wel uijt een sort van walerbloem van goed gemaakt, hierbooven worden. 1. Eraadde het Koninglijke geslagt waar van zijn, de ko„ ningen van Revancoor, Collastrij, Sammorijn, Bal„ „laatlatara, olautta nielasworam, Caddatanaaddo mitsgaders de verdreevene vorsten Cottaaracarra en signattij, van alle deeze Koningene dragen de Treeancoor en Collastrij een leijntje. 2. Neddungaddo minder landsvorsten 3 Aaddeollij vrijheeren 4. Walbollij 5 randdaan braadde of tweede Eraaddi, bediendens, van boven gem: vorsten. 6. Landsaara minder bediendens van gem: vorsten, des gewoontens van alle deese, zoo weegens het huwe„ „lijk als Andersints, zijn als die van de Retries. Naattoe Pattare, deese zijn landspatariesen, draagen leijntje, egter vermoogen zij de andere patareesen niet aanzaaken; selfs de naijros van de eerste Classie zullen niet eeten zoo se haar aangeraakt hebben, sonder zig eerst te wassen, het geen deese patareesen ook doen als ze van de naijros aan ge„ „raakt worden. De landspatareesen, hebben haare oorspronk van de vissers, te weeten, in dezer voegen, dat toen voorm: Zarasiraamen omtrent Barsaloor een voor„ „naame Hoofd Ceremonden wilde verrigten heeft hij uijtgebrek van Bramineesen vissers genoomen leijntjes om de schouders gedaan, en ken tot bramineesen verheeven, welke deese afkomstig van zijn 6. Elladas deese zijn afvallers van namboerijs geslagt daarom worden zij onder de namboerijs niet gereekent, maer om dat zij preesters van de naijros zijn draagense leijntjes 7. Djakiaars deese zijn dansers van de Lagooden, zij hebben geen 5: 936 gein Leijntje, en zij zijn kinderen van de bramineese vrouwen, dewelke haar Cast verlooren hebben, 8: Radde oese dragen leijntje die zij ontleend hebben, van de Casta Cosawar of Pottebakkers sommige onder hen trouwen en sommige weeder niet en volgen het ge„ „bruijk van de Lolries na, zij zijn ook dansers van de Pagooden Mizaawa deese dragen geen leijntje envolgende gewoonte der Letries na, maar wanneer voor de pegooden gedanst worden moeten deese op instrumenten speelen. 10. Nambiaars deese dragen geen leijntje, maar zijn landsheeren deese Cast heeft zijn oorspronk van voorm: brema Le„ „tries en Haar gewoonte accordeerd met die van de fe„ „tries nogthans moogen deese de fetries onder het ee„ „ten niet aanraaken Tjoetras of Naeijros bestaan en 16: graaden als 1: Nabaanwittel sjoetras deese oeffent zig in den wapen han„ 2: belaalers — Gedel, en gaan naar den oorlog 3. Crima sjoetras - - 4. Kerion 5. watla Raatta deese zijn, die de olij molens selfs Traijen 6. Tjallnde waltakaalta, olij molenaars, die door ossen dezel„ „ve draijen laten, deese twee soorten worden ook tot den oorlog gebruijkt zoo wel als de bovenstaande 7: Beliata trompetters 8. Tjetiaanwaara weevers 9. walata Tjettiaan maara, koopluijden 12. Sjoginmaara ofte Cegol hebben 4: graaden als 1. izaeer 2. Teijer 3: maracoer 4. wellakaadden De Cegossen haare Gewoontens, bestaan in twee marrie„ „ren, als de meeste die bezuijden Cranganoor woonen on„ „derhouden de gewoontens van de Letries en naijros en alle die benoorden Cranganoor woonen, onderhouden, het Huwelijk eijgekinderen werden erfgenaamen, on„ „der deese sijn sommige die beijde broeders met een vrouw leeven, waar van een met gem: rouwe getrouwt is; onder de zuijderlijke Cegossen zijn ook sommige die het huwelijk onderhouden, naar de noordse ma„ „nier en Kinderen erfgenaamen maaken; De Cegossen zijn van Ceijlon alhier aangekoomen, waar van hier nader bij de post van naanga„ 10. Palichiaan maara, palen Rijndragers 11. beliata, wassers 12. Beliatilla, ook wassers 13. Sideijen, rouw Ceremonie verrigters 14. Temiijen, een tweede _=o 15. Naijkan bambelijn, slagers 16. Toenaaren, snijders de Gewoontens van alle dezen, zoo weegens de saamen leeving als erfgenaamen, zijn gelijkstandig met de Le„ „tries 10 Zalichaaan warnam 11. _=o
English
warnam to be treated 13. Tjaleijer or Chaliassen, these have three degrees, being 1. Jaleijer 2. herwera 3. Akijnij These people are game-hunters and reside north of Cranganoor towards the east. Their customs are like those of the northern Cegossen and they also have great fellowship with them. Of this caste is the King of Coddoewoemala or of the mountain range Coddowoe, otherwise named the King Laleriaan. 14. Malanaijer or mountain Nairs, these are of equal standing with the northern Cegossen, yet slightly differing from the Chaliassen. Their customs agree with those of the northern Cegossen and Chaliassen. The King of Paleatserij is of this caste; the Malabars call him Haroe Sevoroeceen. 15. Naangewarnam or craftsmen, these have 4 degrees, being 1. azaare, carpenters 2. moezaari, brass-founders 3. Perincolem, blacksmiths 4. Taltaan, gold- and silversmiths These castes, in earlier years at the time of the Emperor Tjeraanperoemaal, departed from here to Ceylon due to a certain incident arising with a washermaid, and some years thereafter were brought back by the merchant Thomas of Canaan at the request of the Emperor, at which time the Chegossen, being the bodyguards of the said craftsmen, also came along. Their customs are like the northern Cegossen, all the more because among these the wife of the eldest brother may cohabit with the other four brothers, if there should be such; likewise the wife of the other brothers may do so if one of them happens to marry in the meantime. To this caste belong four other sorts who differ from the others for the reason that they did not follow the Naangawarnams to Ceylon; therefore they are designated as a separate caste, as follows: 1. Jacker, woodcutters 2. Calazaars, masons and stonecutters 3. Canara, plate beaters 4. JJamboe talle, coppersmiths All these, their customs are like those of the first, except that these are not permitted to marry women of the first-mentioned sort, but the first sort may have carnal relations with the women of these, yet not marry. The first four sorts may use all kinds of royal instruments at their wedding feasts and carry a stalie, except for a sort of trumpet that is made from chanko, a sort of sea growth or sea shells, and is customary among the Namboothiris. The bridegrooms may wear a cord on wedding days only, like the Brahmins, and whenever any great disputes regarding caste should arise among them, the same must be settled by the Christian church ministers in the presence of the Cegossen, according to the privilege granted by the Emperor Tjeranparoemaal, as proof that the aforesaid merchant was the one who brought them back from Ceylon. 16. Caniaans, soothsayers 17. Larizacolen, debt-collectors 18. kolla goeripoe, bow and arrow makers 19. manaar, washers 20. Zaanen, singers All these maintain marriage, and their own children become heirs. These are obliged to show honor to the first four craftsmen, and may not sit in their presence unless they are told to sit down. 21. Cozawer, potters, these wore a cord in ancient times, but thereafter surrendered it to the aforesaid caste Siadi; they maintain marriage, and their own children become heirs. 22. Mocquassen or fishermen, of this there are 2 degrees, being 1. Caddel moequoor, sea fishermen; among these are two sorts, namely Waddakenbaager and Tekkenbaager, that is northern and southern. The distinction between the two consists only in honors, that one holds greater honor among them than the other; these are also named meende ilakaaren and naaloe ilakaran, that is people of the third and fourth tribal houses. 1. Caddel 2. soenanboe 23. Coloncorigel, or canal diggers, these maintain marriage and their own children become heirs. 24. Malel areijenmaara, these are people who dwell in the mountains; they agree greatly with the fishermen regarding marriage and heirs. 25. Korawas have 2 degrees, being 1. Kakaale Coraea, snake charmers and palmists or soothsayers, from which they tell of future matters; however, their women do such things, and the men make snakes and monkeys dance. 2. Baalen maara, river fishermen; the practice of marriage is maintained among them and their own children become heirs, and each may marry women of their own nation. In general the fishermen are named arreijenmaara, and they have arrived here from the Maldive and Laccadive Islands.
Dutch transcription
937. warnam staat verhandelt teworden 13. Tjaleijer of Chaliassen deese hebben drie graaden als 1. Jaleijer 2. herwera 3. Akijnij Deese volkeren zijn wiltschieters en houden zig be„ „noorden Cranganoor om het oost of, hunne gewoon„ „tens zijn als die van de noordse Cegossen en hebben ook een groote gemeijnschap met haar van deese Cast is den Koning van Coddoewoema„ „la of der gebergte Coddowoe, anders gen=t, den Koning Laleriaan 14. Malanaijer of bergnaijros, deese zijn met de noordse Ce„ „gossen gelijkstandig, dog een weijnig verschillende van de Chaliassen, haar Costumen accordeeren met die der noordse Cegossen, en Chaliassen de koning van Paleatserij is van deese Cast, de mallabaaren nee„ „men hem Haroe Sevoroeceen. 15. Naangewarnam of ambagtslieden deese hebben 4: graaden als 1: azaare, timmerluijden 2: moezaari, geelgieters 3. Perincolem, smets 4. Taltaan, goud en silversmits Deese Casten, zijn en vroegere Jaaren ten tijde van den Keijser Tjeraanperoemaal weegens zeeker geval met eene wassers meijd ontstaan, van hier naar Ceijlon weggegaan, en eenige Jaaren daar na door den koopman Somas van Canaan op versoek van den Keijser terrug gebragt, als wanneer de chegossen het lijfwagters van gem: ambagtslieden zijn meede gekoomen, haare Costumen zijn als de noordse Cegos„ „sen; temeer dat onder deese de vrouw van de oudste broeder met de overige vier broeders /:iedieenser mogte weesen:/ mag verkeeren, insgelijks ook mag de vrouw van de andere broeders soo de intussen een van haar komt te trouwen ook doen, bij deese Cast gehooren nog vier andere soorten die van de anderen scheelen, om ree„ „den zij de Naangawarnams naar Ceijlon niet meede gevolgt hebben, derhalven werden zij als een aparte Cast geteekent, als volgt. 1: Jacker, hout kappers 2: Calazaars, metselaaren en steenkappers 3. Canara, plaaten Clappers. 4. JJamboe talle, kooper slaagers alle deese, haare gewoontens zijn, als die der eerste excepto dat deeze met vrouwen van d'eerst gem: soort niet trouwen moogen, maar de eerste soort moogen met de vrouwen van deezen wel gemeenschap heb„ „ben, dog niet trouwen. De eerste vier soorten moogen bij haar huwelijks feest alle soorten van Koninglijke instrumenten gebruijken, en stalie voeren, behalven een soort Ceijlon van 938 van tromipet die van chanko:/ een soort van zee ge„ was of zee hoorns gemaakt wort:) en onder de namboe„ „ris gebruijkelijk, De bruijdegoms kunnen op de trouw„ „daagen alleen gelijk de bramineesen leijntje draagen, en wanneer onder haar eenige groote verschillen weegens de Cast mogten ontstaan, moeten deselve door de Chris„ „ten kerke dienaars ten bijweesen van de Cegossen afgemaakt worden volgens verleende vrijheijl van den keijser Tjeranparoemaal, tot een bewijs dat den voor segelen Koopman den geenen is geweest die hen van Ceijlon te rug gebaalt heeft 16: Caniaans, waarseggeis 17. Larizacolen, schulden maakers 18. kolla goeripoe, boog en pijlmaakers 19. manaar, wassers 20. Zaanen, sangers alle deese onderhouden het huwelijk een eijge kin„ deren werden erfgenaamen, deese zijn verschuldigt aan de vier eerste ambagtslieden, Eere te bewijsen en moogen in haare presentie niet sillen sonder datse gesegt word neder te zettene 21: Cozawer Lottibakkers, deese hebben in oude tijden leijntje gedraagen, maar na dato afgegewen, aan de voor„ „segde, Casta Siadi, zij onderhouden het huwelijk, en eijge Kinderen worden erfgenaamen 22: Mocquassen ofte vissers, hier van zijn 2: graaden als 23. Coloncorigel, of Langgraavers, deese onderhouden het huwelijk en eijge Kinderen worden erfgenaamen 24. Malel areijenmaara, deese zijn luijden die op de gebergtens woonen, Accordeeren Grootelijks weegens 't huwelijk en erfgenaamen met de vissers 25. Korawas hebben 2: graaden als 1. Kakaale Coraea, slangen dansers, en handen Keijkers of waarseggers waar uijt zij van de toekoomende zaaken verhaalen, dog zulx doen de vrouwen van hen en de mannen slangen en aapen dansen. 2. Baalen maara, rivier vissers, het huwelijks gebruijk worden bij haar onderhouden en eijge kinderen worden erfgenaamen, en ieder mogen trouwen met de vrou„ „wen van hun eijgen notie, en het algeemen worden de visschers gen=t arreijenmaara, en zij zijn van de maldivose en lacradivose eijlanden, alhier aange„ 1: Caddel moequoor Zee vissers, hier onder zijn, twee soorten, teweeten waddakenbaager en Tekkenbaager, dat is Noorderlijke en zuijderlijken het onder„ „scheijd dat onder haar beijde is, beslaat alleen in eerbewijsing, dat d'eene meerder eere heeft onder haar dan de andere, deese worden, ook gen=t meende ilakaaren en naaloe ilakaran dat is volkeren van derde en vierde stam„ 1. Caddel 2. soenanboe „huijsen komen.
English
939 2: Sjoenanboe Corawers, lime burners, having this name although there are many of other castes who also burn lime. Both types maintain marriage and their own children become heirs, but when they wish to marry, they must buy the women from their parents with money. 26 Paddana Canakas, salt makers; these also maintain marriage like the others, and their own children become heirs. Notwithstanding that among the heathens there are many who maintain marriage and whose own children become heirs, they may nevertheless marry as many women as they wish, and disinherit the children and make their sisters' children heirs. But the Brahmin women are not permitted to marry more than one man, and that for all their life; but the women of the other castes, if they are separated from the husband, may marry others again. Now follow the slave castes, or serfs. 27 Bettuas or Canakas; these exist in 2 grades, namely: 1: Namboe welluwer, tree climbers. 2: Parra [illegible], cultivators of the lands. 28. Poeliassen, have 2 grades, namely: 1: Colas maari pelaijer; these are again divided into three kinds, to wit, eastern, northern, and southern, though without any distinction in their customs. 2: Bettucaaren, otherwise called landda pelaijer; these are not permitted to wear a linen cloth, but indeed a woven straw cloth or mats. They are permitted to eat the meat of dead cattle. Their occupation is cultivating lands and cutting down bushes and turning them into useful lands. Now follow a kind of wild or forest peoples, who are lower in caste than the slaves, yet are free people, as follows: 29. Lareassen or paraijer, rattan basket and mat weavers. 30. Oeladdas or Naaddegel, beggars. Both of these are permitted to eat the meat of rotten or choked cattle. Among the slave castes as well as among the wild or forest peoples, marriage is maintained and their own children become heirs. All these castes must make way for one another, or keep to a certain distance; to wit, the Nairs may not touch the Brahmins and Chetries. The Cegos must keep 12 foot steps or paces away from the Nairs, and the other lower castes must do the same, though some somewhat further than the Chegossen. The Cannakas or salt makers may not touch the Cegossen. 940 touch. The Poeliassen must stand 42 foot steps away from the Nairs, and the Parreassen 52 feet away, and from the others who are lower than Nairs somewhat less. The Parreassen may not touch the Poeliassen and must also stand somewhat away from them. The Naaddigel must also yield to the Parcas. All these castes, whenever they might have approached or touched one another, those of higher castes must wash themselves and thereby become clean again; but the Brahmins and Chetries, even if the lower castes have approached or touched them or not, may not consume anything without first washing themselves. The Malabars have a proverb that on the coast of Malabar 72 kinds of lineages are to be found. Besides the aforementioned castes, some are still to be found here who have arrived here from the lands named Ikkery, Congen, Canara, and Barsaloor, and have settled, as follows: 1 Brahmins, otherwise called Zandiet; these believe in and worship the idol Shiva, and are regarded as priests among the Canarins and other nations of that kind. The mark that they have is some stripes across the forehead. 2: Brahmins or Conginegel, otherwise called Cannarijns; these worship the idol Vishnu, their mark is some stripes from above to below on the forehead. 3: Banians or Banyan. 4: Jogis, a kind of Brahmin travelers, under the name of vagabonds. 5: Rajputs; these are a kind of foreign Chetries, being warriors, of whom many are to be found among the sepoys. It is said that in the time of Cheraperumaal there were 64 families at Cranganore who had the name of Mallelmaara, lower in caste than the Nairs, who as judges settled all matters and disputes; that once a dispute arose among them over the burning of a corpse, about which they could not agree with one another, many of them became Christians, and that these people thereupon received the names of Tjameere. From this a proverb still remains in use among the Malabars, when a large assembly is held, that they then say.
Dutch transcription
939 2: sjoenanboe Corawers, Calkbranders, deese hebbende naam hoewel er veele zijn van andere lasten die ook Calk„ „branden. beijde de soorten onderhouden het huwelijk en eijge Kinderen werden erfgenamen, maar wanneerse trouwen willen, moeten zij de vrouwen afkoopen met geld van haare ouders 26 Paddana Canakas, zout maakers, deese onderhouden ook het huwelijk als de andere, en eijge Kinderen wor„ „den erfgenaamen schoongenoomen onder de Heijdenen veele zijn die het huwelijk onderhouden en eijge kinderen erfge„ namen worden, egter kunnen zij trouwen zoo veele vrouwen als zij willen en de Kinderen van de erf„ „fonisse afwijsen en susters Kinderen erfgenaam maaken maar de bramineese vrouwen mogen niet meer dan een man trouwen, en al haar lee„ „ven maar de vrouwens van de overige lasten zoo sij gescheijden worden van de man, kunnen weeder met andere trouwen Nee volgens de slaave Casten, of Leijfeijgenen 27 Bettuas of Canakas deese bestaan in 2: graaden, als 1: Namboe welluwer boomklimmers _=o Culliveerders der landerijen 2: Parra - 28. Zoeliassen, hebben L: graaden, als 1: Colas maari pelaeijer; deese worden weder en drie soorten verdeelt, teweeten, oost, noord, en zuijderlyjke dog son„ „der eenig onderscheijd in haare gewoontens. 2: Bettucaaren anders gen=t landda pelaijer deese moogen geen linne kleetje draagen, maar wel van stroo gevlogten kleetje of matten, zij moogen gekrappeer„ „de Koebeesten vlees eeten, haare handwerk is lan„ „derijen Cultiveeren en bosschagies kappen, en tot bruijkbaare landen maaken: Nu volgens een soort van wild of bosch volkeren, die laager zijn in de Cast dan de slaven, egter zijn vrijemenschen als volgt. Lareassen of paraijer, rottangs manden en matte vlegters, oeladdas of Naaddegel, beedelaars deese beijde moogen verrotte of verstikte Coebeesten vleesch eeten, onder de slaave Casten zo wel onder de wilt of bosch volkeren, worden het huwelijk onderhouden en eijge kinderen worden erfgenaamen. Alle deese Casten moeten de eene voort de andere uit de weg wijken, of gaan tot een seker destantie, te weeten de naij„ „ros mogen de braaineesen en Lelries niet aanraaken, De Cegos moeten van de naijros 12: voet stappen of passen verstaan, en de andere mindere Casten ook het selfde doen, dog sommige iets verder dan de chegossen, de cannakas of soutmaakers moogen de Cegossen niet aan „ cola vr raaken 29. 30. 940 raaken. De poeliassen moeten van de naijros 42: voet„ „slappen ver staan, en de parreassen 52: voeten verre, en van de andere dlie minder zijn dan naijros iets minder de parreassen moogen de poelliassen niet aanraaken en ook eenigsints van daan staan, ook moeten de naaddigel voor de parcas weijken, alle deese Casten wan „neer zij malkanderen mogte naderen of aange„ „raakt hebbens, dienen die van hoogere Kasten zig te wassen en daar door weder rein worden, maar de Oramineesen en Letries, schoon de Caagere Casten haar genaadert of aangeraakt hebben, dan niet moogen egter niets nuttegen sonder eerst zig te wassen De mallabaarens hebben een spreekwoord dat op de Cust van mallabaar te vinden zijn 72: soorten van geslagten Behalven de voorenstaande Casten zijn hier nog eenige te vinden die van de Landen gen=t T Keeri, Congen, Canara en Barsaloor alhier zijn aangekoo„ „men, en zig nedergeset hebben, gelijk volgt als 1 Braminees anders gen=t zandiet deese gelooven en aan„ bidden den afgod siven, en werden als priesters bij de Canarijns en meer andere naties van die soort gehou„ „den, het merkteeken dat zij hebben is eenige streepen langs het voorhoofd. 2: Baijsen of Banniaan 4: Jogies een soort van bramineese reijsegers, onder de naam van landloopers 5: rakapietren deese zijn een soort van uijtlandse vertries. zijnde oorlogslieden, van welke onder de sipaes veele te vinden zijn Men segt dat ten tijde van Cherauperdemaal op Cranganoor zijn geweest 64: huijsgesinnen, die de naam hadden van mallelmaara, laager van kast dan de naijrossen, dewelke als regters alle zaaken en verschillen afmaakten; dat onder hen eens een verschil over het verbranden van een lijk ontstaan zijnde, waar over zij het met mal„ Randeren niet eens hebben kunnen werden, veele vanchen Christen zijn geworden, dat deese men„ „schen hier op de naamen hebben gekreegen van tjameere, hier van blijft nog een spreek„ „woord ingebruijk onder de mallabaaren, als een groote bij eenkomst gehouden word, dat ze dan 2: Bramineesen of Conginegel anders gen=t Cannarijns deeses bidden den afgod wisnoe aan, hunne teeken is eenige streepen van booven, naar onder aan het voor hoofd. 2: Bramineesen seggen 31: 35: 34:
English
No. 4: 941 say the 64 are gathered together; of this Tjaneere caste, some are still to be found on Palcalcherij. 6: Among the Canarese there is another caste that is lower than the Conginigel and greater or higher than the Banyans, of which the silver- and goldsmiths are part. All the six aforementioned castes wear the sacred cord; maintain marriage, and their own children become their heirs. The men may marry more than one wife, but the women not more than one husband, and after the death of the husband, the women must remain widows for as long as they live. Said 6 castes, upon their arrival here on the coast, brought along with them as their servants a sort of Canarese of a lower caste, 37: called Koerambies, whom the Canarese are not permitted to touch, and they do not wear cords. These Koerambies consist of two grades, namely: 1: Coeranbies and 2: Tjeradda. The customs among the Koerambies are like those of the Canarese, but they may not marry anyone other than those of their own caste. In compliance with Your Right Honourable and highly esteemed order, contained in the written ordinance dated the ultimate of February of the past year, we, the undersigned, have repaired to the ramparts around this city and to the military guard posts upon the same, as well as to all the Company's residences and buildings within this city, and there accurately surveyed and inspected the present condition of the same, whereof we have the honour to present a specific demonstration below: Right Honourable, High and Mighty Lord. To The Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Wingurla. The Bay Gate This gate has been entirely renovated. A new drawbridge has been made in front of it, lying over the outer moat. The dilapidated bell tower that had stood above 36: 942 the gate was demolished in order to be able to transport the artillery over it to the bastion at the Government House. Bastion Gelderland. Is still solid and strong in its foundation. The merlons and breastworks have been renovated, and new banquettes have also been laid before them. In place of the steep stone stairs going down toward the Bay Gate, a new, convenient ramp has been made. Furthermore, the embrasures as well as the guardhouse and all that pertains to it are in good condition, and the floor, or ramp above the powder magazine between the bastions Gelderland and Holland, has been rammed down with broken stones. Bastion Holland. Is likewise solid and strong. The merlons and breastworks have been raised and new banquettes made; a new cavalier in the form of a half-moon has also been made here for a second tier of artillery. The embrasures are in good order, as is the guardhouse and whatever further belongs to it. Here, too, a convenient ramp has been made in place of a cramped staircase that was here. Bastion Zeeland Has likewise been put into good order, like the previous two, and the guardhouse here is also without defects, and so is The Galleon or Tenaille. Is also solid and strong. The breastworks and merlons here have also been properly renovated and raised, and are in good condition, and so is The New Sand Gate and the newly made rampart passage in the middle of it. Bastion Overijssel. Has been enlarged. The merlons and breastworks are new, and banquettes laid before them. The curtain from here Bastion Groningen Is likewise in such condition, where also a new convenient ramp has been made, in place of an old, decayed, and cramped staircase; noting only here that in some of the guardhouses standing on the bastions, the ground needs to be rammed down a little here and there. And with Bastion Friesland, also situated with Bastion Utrecht, Where everything has also been repaired and is in good condition as on the aforementioned bastions; the same has also been observed regarding 943 down to the River Gate has been widened, new, solid, and strong; however, the salient angle under this bastion in the river at the end of the inner moat has been undermined from below by the heavy current that runs here, and needs to be repaired. The River Gate Has been renovated and a new bridge made in front of it, crossing over the inner moat. The curtain from here down to Bastion Stroomburg has also been widened, renovated, and is in good condition. Bastion Stroomburg Is currently in good condition; however, care must be taken that beneath it in the river it continues to be filled up with old stones in order to break the heavy whirlpool that runs there, for the preservation of the foundation of this bastion and the foreshore that is currently there. The newly made ramp on the inner side of this bastion is solid and strong and in good condition. The Bastion at the Government House Is sound in its body and foundation, and all the defects that were previously to be found here have been restored and repaired. The Outer Rampart Wall. Needs to have the holes filled in several places and the joints of the stones plastered, to prevent water seepage. The salient angle of the berm beneath Bastion Zeeland, a section of about 20 feet, has collapsed, which is now under repair and being restored. The Moat Around the City, as well as The Covered Way and the Glacis, are in good condition, but both of these will continuously need to be maintained, and care taken that the sand of the glacis and of the edge of the moat does not slide off. The Curtain Wall Between Bastions Holland and Gelderland. Is in good condition, with all that pertains to it, except that the foundation of the stone bridge lying there across the moat has settled and has a crack on one side, because the current in the moat runs very strongly beneath it, which needs to be repaired. The New Work in Front of the Land Gate Has nothing amiss with it. However, the berm that lies at the base of the wall of this work, on the north side, has subsided, which needs to be rectified.
Dutch transcription
N„o 4: 941 seggen de 64: zijn bij een vergadert; van dit geslagte 'tjaneere zijn er eenige op Palcalcherij nog te vinden. 6: onder de Canarijns is nog een kast die laager is dan de Conginigel en meerder of hooger dan de banniaans, waar van de silver en goud smits zijn Alle de ses boovenstaande kasten draagen leijntje; onderhouden het huwelijk en eijge kinderen werden erf„ genaamen, de mannen kunnen meer dan een vrouw trouwen, maar de vrouwen niet meer dan een man en naar de dood van de maen, moeten de vrouwen zoo lang sij leeven, weduwe blijven. gem: 6: Castens hebben met hunne komste hier ter kuste tot hunne dienaars meede gebragt een soort van Canarijns van lager Kast. 37: Koerambies gen=t, die de Canarijns niet mogen aanraaken, en dragen geen Lijntjes, deeze Roerembies bestaan in twee graaden als. 1: Coeranbies en 2: Tjeradda de gewoontens onder de Coezembies zijn als die van de Canarijns, dog mogen met geen andere trouwen als die van hunne eigen geslagten. De Baaij Poort Dese poort is ten eenemaal vernieuwt, Een nieuwe valbrug voor deselve, over de buijten gragt leggende, gemaakt. De bouwvallige klokken thoven boven In naarkoming van Uw wel Edele Groot Agtb: hoog g'eerde ordre, vervat bij schriftelijke ordonnantie, de dato ult=o feb: J=o leeden, hebben wij ondergetekendens ons vervoegt op de wallen rondsom deser steede en in de militaire wagten op dezelve, zoo meede in alle 's Comp:s woningen en Gebouwen binnen dese stad, en aldaar nauwkeurig opgenomen en gevisiteert de tegenswoordige gesteltheijd derselve, waar van we de Eer hebben hier onder een specificque ver¬ „toninge te doen: Wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer. Aan Den Wel Edele Groot Agtb: Heer Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van nederlands Jndien Gouverneur en directeur der Kuste Mallabaar, Canara en Wingurla de 36: 942 de poort gestaan hebbende, afgebroken, om het geschut daar over na de punt aan 't Gouvernement, te kunnen voeren. De Punt Gelderland. Is in haar fondament nog hegt en sterk de marlens en borstweringen zijn vernieuwt, als ook nieuwe bankets voor deselve gelegt. In steede van de steijle steene trap¬ na de Baaijpoort heen afgaande, is een nieuwe ge„ „makkelijke april gemaakt, voorts zijn de walpoorten als ook de wagt en al wat daar aan dependeert in een goeden staat en de vloer, of april boven de kruijtkelder tusschen de punt Gelderland en Holland, met kapott-steenen aangestampt. De Punt Holland. Is meede hegt en sterk de marlosis en borstweeringen sijn verhoegt en nieuwe Bankets gemaakt ook is hier een nieuwe kat halve-maansgewijse, gemaakt, tot een tweede laag met geschut. De walpoorten zijn goed en wel, als ook de wagt en wat daar verder aangehoort. alhier is meede een gemakkelijke april gemaakt, in steede van een bekrompe trap, die hier was. De Sunt Zeeland Js insgelijks in staat gebragt, als de voorige twee, en de wagt alhier ook zonder manquementen, en zoo is 't T Galjoen of Senaille. Js ook hegt en sterk. De borstweerings en marlans alhier zijn ook na behoren vernieuwt en verhoogt, en in een goeden staat, en zoo is ook De Nieuwe Zandpoort en de nieuw gemaakte orrie, midden in dezelve De Punt Overijssel. Is vergroot. De marlans en borstweeringen nieuw, en voor deselve bankets gelegt- De gardijn van hier De Punt Groeningen Is het insgelijks zodanig gestelt, alwaar ook nog een nieuwe gemakkelijke april is gemaakt, in steede van een oude vervallen en bekrompen trap; Eenelijk hier noteerende, dat in sommige der wagten, op de punten staande, de grond hier en daar wat aangestampt diend te werden En met De Punt Vriesland ook gelegen met De Punt Utrecht. Alwaar ook alles gemaakt en in een goeden staat is als op de voorenstaande punten 't zelve is ook in agt genomen omtrent ook af 943 af na de Revier poort is verbreed, nieuw, hegt en sterk, dog de uijtspringende hoek onder dese punt in de Revier„ aan het eijnde van de binnengragt, is van onder uijt gehalft, door de swaare stroom die hier gaat, en diend gerepareert te werden. De Revier Poort Is vernieuwt en een nieuwe brug voor deselve, over de binnen gragt gaande, gemaakt. De gordijn van hier af, tot aan de punt stroomburg is meede verbreed, vernieuwd en in een goeden staat. De Print Stroomburg. stans in een goeden staat. dog diend gesorgd te werden, dat onder deselve in de Revier bij Continuatie met oude steenen opgevuld werde, om de swaare maalstraam die daar loopt te breeken, tot perservatie van 't funda„ ment van dese punt, en de voorgrond die er thans De nieuw aangemaakte april aan de binnen zeijde van dese punt, is liegt en sterk en in een goede staat. De Punt aan 'T Gouvernement Is in zijn lichaam en fundament bekwaam, en alle de gebreeken, die hier bevorens te vinden waren, her„ stelt en gerepareerd. De Walmuur buijten om. Diend op verscheijde plaatsen de gaaten geslopt ende voegen der steenen gepleijstert te werden, tot voorkominge van inwatering. De uijtspringende hoek van de Berm onder de pant Zeeland, is een stuk van omtrent 20. voeten ingestort, dat thans onder handen is en De Gragt Rondon de stad, als ook De bedekte wegende glascij, zijn in een goeden staat, dog aan welk een en ander bij Continuatie de hand zal dienen gehouden te werden, en gesorgt dat het zand van de gladeij; en van den Boord der gragt niet afvold. De Portij Tusschen de 6 Punten Hollanden Gelderland. Is in een goeden staat, met al wat daar aan dependeerd, uijtgenomen het fundament van de steene brug, die daar over de gragt legt, is gesakt en heeft aan de eene kant een scheur, door dien de stroom in de gragt daar onder zeer sterk door loopt, 't welke gerepareerd diend te werden. 'T Nieuwe werk voor de Landpoort Mankeert niets aan Dog de Berm die onder aan de muur van dit werk, aan de noordkant, legt, is afge„ „weeken, 't welke verholpen diend te werden. T Nieuwe herstelt is.
English
was repaired. The Berm below the bastion Groeningen and the projecting corner there has subsided over a length of fully 75 feet; as a part of it has already collapsed, and the remainder threatens to follow, but the same is already in hand and is being repaired. The Company's Buildings within the city Government House Has been put in very good condition, as also The Secunde's Residence completely renewed, with the Trade Office situated beneath it. The Ammunition House. Here the defects have been repaired and the same is now in good condition, along with everything belonging to it. And The Timber Yard Has likewise been put in good condition and the defects that were present there repaired. The Dispensary Here the floor of the grain magazine has recently sagged about one-third due to the breaking of several beams, and the wall towards the east side has yielded inwards: said floor is currently shored up, but a heavy load of Rice, such as has lain upon it, cannot be stored there unless a repair is first carried out for this purpose. The wall of the salt shed has, on the north side, a cross-crack from one another, about one and a half feet above the ground, and on the north-east side the same has partly caved in, which needs to be plastered. Above the dispensary gate in the back courtyard, there are two small cracks in the wall, running upwards, though as yet of little importance; for the rest, this building is in a reasonably good condition. The Flag Tower In which a new flagstaff was recently placed, only the upper floor of the tower needs to be caulked a bit. The Trade Warehouse. Nothing is lacking there. and The guardhouse at The River Gate Is in good condition, as also The Smithy, The Armory and The Overseer's House are all also in good condition, except for the Well situated by the house, which threatens to collapse, and thus can no longer remain standing, wherefore the same needs to be newly rebuilt. The Bangsaal on the North side for storing Materials. Has been restored from its defects, adapted as a sort of warehouse, and is in good condition. The Equipment Yard Here the roof frames of the Bangsaals on the east side need to be repaired, the roofs retiled, and the pillars plastered, as also The Equipment Lodge needs to be relathed and retiled. The Sailors' Loft. is currently being repaired of some defects and put into good condition. The Powder Cellars under the bastions are all provided with new doors, windows, hinges, and copper locks, and thus in condition to store powder therein in time of need, though the same are somewhat damp during the bad monsoon. The Prison. Has been repaired of its defects and is now in good condition. The Powder Mill. Needs to be retiled, and a door there repaired; the house of the master also needs to be retiled. The Powder Magazine near the bastion Utrecht. Is in good condition, as also The Powder Magazine near the bastion Holland. The Slave Quarters are now in good condition, and of that which stands against the rampart at the side, the floor is being repaired, the roof relathed and retiled, upon which that upper room will also be in good condition. The Boom Guard Is in good condition as also the Kitchen there, but the ground in the guardhouse needs to be tamped down a bit here and there. The Hospital In the sick ward, on the outside, the iron stanchions in the window frames have rusted away at the bottom, so the frames need to be lined at the bottom with wood 3 to 4 inches thick. In the mortuary, the wall on the north side has for a large part shifted out of alignment, where a new beam and anchors need to be placed, in order thus to keep the wall standing. In the Laboratory, two dilapidated furnaces and the hearths adjacent thereto need to be newly bricked up. The dwelling of the chief surgeon. The Main Guardhouse Is in good condition with the Bakery dependent on it. The Grenadiers' Guardhouse Has been newly fitted out and is in good condition. The Company's Outer Garden. Here all the buildings and whatever further depends on them are in good condition, except for the roofs of the back room and the front room or cross-house, the wall plates and laths of which, according to the statement of the house carpenter, need to be repaired as being invisible to the eye. The Company's Inner Garden The dwelling house here, as also the tiled and roofed kolf court, and the room adjacent thereto, together measuring a length of 145 feet, and wide 36 feet, Rhenish measure, are in good condition: Likewise is The Pay Office. Which is fitted out there and in good condition. The Secretariat. Is now in good condition and its hall completely supported with sufficient props. Beneath the said Secretariat is currently The Company's Stables and Coach House. In good condition with all that is further annexed thereto. Fishpond at Galvettij. The masonry Bangsaal has been repaired at its foundation and pillars, and is now in good condition. In the hope that we have properly fulfilled this our assigned Commission, we take the honor
Dutch transcription
944 herstalt werd De Berm onder de punt Groeningen en de uijtspringende hock aldaar, is, ter lengte van wel 75: voeten gesakt; dewijl daar van reets een gedeelte ingestort is, en 't overige dreijgt te volgen, dog het zelve is reets onder handen en word gerepareerd. SComps Gebouwen binnen de stad Gouvernement Is in een seer goeden staat gebragt, als ook De Secundes Wooning ten eenemaal vernieuwt met het daar onder zijnde Negotie Comptoir. Het Ammunitie Huijs. Alhier zijn de gebreeken gerepareert en het zelve is tans in een goeden staat, met het geene daar aan gehoord. En De Hout-Thuijn Is insgelijks in een goeden staat gebragt en de gebreeken, die daar aan geweest zijn, gerepareerd De Dispens Alhier is onlangs de zolder van het graan De Vlagge Thooren Waar in onlangs een nieuwe vlaggemast geset is, eenelijk diend de bovenste zolder van de thooren wat gecalfaat te werden. Het Negotie Pakhuijs. Daar aan mankeert niets. en De wagt aan De Revier=poort Is in een goeden staat, als ook Maguasijn, door het breeken van verscheijde balken omtrent een derde gedeelte doorgesakt en de muur na de oostkant binnenwaards geweeken: gem: zolder is thans onder stut, dog een swaare last van Rijst, zoo als er op gelegen heeft:/ zal daar op niet geborgen kunnen werden ten zij hier toe eerst een Reparatie geschiede De muur van het zout-hok heeft na de noord„ kant, een dwars-scheur van anderen, omtrent an„ derhalf voet boven de grond en aan de noordoost zeijde is dezelve voor een gedeelte uijtgekalft, 't welk gepleistert diend te werden. Boven de dispens poort op de agterplaats, zijn twee kleene scheuren in de muur, opwaards, dog als nog van weijning belang, voor 't overige is dit gebouw in een tamelijken goeden staat. Maguasijn De 5 ƒ 945 De Smitswinkel, De Wapenkamer en Het woonhuijs van den op„ ziender zijn alle ook in een goeden staat, uijtgenomen de Put bij het woonhuijs leggende, dewelke drijgd in te storten, en zoo niet langer kan blijven staan, waarom dezelve nieuw opgehaalt diend te De Bangsaal na de Noord„ kant tot het bergen van Mate„ „rialen. Is van zijne gebreeken herstelt, tot een zoort van pakhuijs g'approprieerd, en in een goeden staat. De Equipagie Werf Hier dienen de spanwerken vande Bangsalen na de oostkant gerepareert, de daken verdekt en de pilaaren gepleistert te werden, als ook dien De Equipagie Logie te werden verlat en verdekt. De Matrosen Zolder. word thans van eenige gebreeken gerepareert en in een goeden staat gebragt zijn alle met nieuwe deuren, vensters, hengsels en kopere slooten voorzien, en dus in staat om, in tijd van nood „schoon deselve in de kwaade mousson wat vochtig zijn:/ kruijt daar in te kunnen bergen. Het Gevangenhuijs. Is van zijn gebreeken gerepareerd en thans in een goeden staat De Kruijt Moolen. Diend verdekt, en een deur daar aangerepareert te werden; ook diend het woonhuijs van de baas te werden verdekte Het kruijt Maguasijn bij de punt Utrecht. Is in een goeden staat, zoo meede Het kruijt Maguasijn bij de punt Holland. De Kruijt Kelders onder de punten. De Slaven slokken zijn thans in een goeden staat, en van dat, dat ter zeijden tegen de wal staat, word de zolder gerepareerd, het dak verlat en verdekt, wanneer dat boven vertrek, ook in een goeden staat zal weesen. De Boomwagt Is in een goeden staat als ook de Combuijs aldaar, dog de grond in de wagt diend hier en daar wat aangestampt te werden. De Het werden. E 946 Het Hospitaal als voor 't oog onsigtbaar zijnde :/ gerepareerd dienen wooning van de oppermeester. Jn het siekenhuijs zijn, na de buijten kant, de ijsere stijlen in de venster Cousijns van onderen afgeroest, dus dienen de Cousijns van onderen, met hout van 3: â 4: d=m dik, belegt te werden Jn de dooden kamer is de muur, na de noord kant voor een groot gedeelte afgeweeken, alwaar een nieuwe balk en ankers diend gelegt te werden, om dus de mun staande te houden. In het Laboratoriuen dienen twee vervallen four nuijsen ende daar bij zijnde haardsteeden, nieuw opgemetselt te werden. De Hoofdwagt Is in een goeden staat met de Bakmeesterij daar aan dependeerende De Granadiers wagt Isnieuw geapproprieerd en in een goeden staat. 'sComp:s Buijten Thuijn. Alhier zijn alle de gebouwen en wat daar aan verde dependeerd in een goeden staat, uijtgenomen de daken van het agter-vertrek en het voor-vertre of kruijshuijs, welkers muurplaaten en latten volgens opgave van den huijs timmerman Vijverse op Galwettij. Is de gemetselde Bangsaal aan zijn fundament en - pelaaren gerepareerd, en thans in een goeden staat. In hoope we deze onse opgelegde Commissie na behooren hebben volbragt, matigen we de Eere Het soldij Comptoir. 'T welke aldaar g'appropriëerd en in een goeden staat is. De Secretarije. Is thans in een goeden staat ende zaal van dezelve ten eenemaal met suffisante stutten onderschraagt onder gem: secretarij is thans sComp„s Paarden-stal en Koets-Huijs. In een goeden staat met al het geen hier aan verder annex is. te werden 'sComp=s Binnen Thuijn 'T woonhuijs alhier, als ook de met pannen & verdekte kolf baan, en het daar annexe vertrek, te zamen ter lengte van 145:- voeten, en breed 36:- voeten, Rijnlandse maat, zijn in een goeden staat: Jnsgelijks is als aan ende F
English
947 Draft Conditions to call ourselves, with deeply due respect and awe, Right Honourable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honourable Esteemed entirely humble and obedient servants, was signed, F. V. den Busch, J. H. D. Stippe, I. V. Asbeek, A. van Eijk, J. van Blankenberg, C. L. G. van Krause, P. Schemering and Jacobo Vijverberg. In the margin, Cochim the 2nd of April Anno 1781. Adriaan Boolvliet Gauge Clerk The contractor shall be required to maintain everything in the good state as it is at present, such as the parapets, embrasures, cannon beds, banquettes, fences and gates of the ramparts, the inner and outer walls of the rampart, as well as the terrepleins of the bastions and curtains, so that they do not become hollow through the constant passage of the rounds and the people living on the bastions, whereby water in the heavy rainy season might penetrate into the foundations and cause cracking, but rather that the terrepleins retain their talus, and the water may have its run-off through the holes that have been expressly made for that purpose everywhere on the bastions and curtains on the city side: in sum, everything pertaining to the fortifications around the city, including also the outer work between the bastions Gelderland and Holland, and the outer work in front of the new gate. To tender the maintenance of the Cochim fortification works to the highest bidder. Agreed. The 948 2. The contracting shall take place for one full year, commencing on primo September and ending on ultimo August. 3. The agreed sums shall be paid twice a year, namely, the first half after the expiration of the first six months, and the second half after the expiration of the other six months. 4. The aforesaid payments shall not be made without having first been inspected, surveyed, and certified in writing every six months, namely after the end of the six months of the good monsoon and after the end of the six months of the bad monsoon, by expressly appointed commissioners, as to whether everything has been put into that good state as is recorded in the aforesaid General Report, and if any defect should be found, that the same must then be remedied at once, and such must also appear by a further written report before the payment is made. 5. If the contractor should fail to remedy in time the discovered defects, the same shall be caused to be done by another at his expense, and paid out of the agreed sums, and if those should not be sufficient, the remainder shall be furnished by the contractor or recovered from him and his guarantors. 6. The contractor shall be bound to provide two sufficient guarantors who bind themselves to indemnify the damage that might be caused by the non-fulfillment of the foregoing conditions, in case that recovery of damage could not be obtained from the contractor and his goods. 949 V. 6. Indication of which gardens and lands at present still belong to the Honourable Company on the Coast of Mallabaar, to wit: Island Bendoertij, lying half an hour south of this city, planted with 4990 fruit-bearing coconut and other trees, 314 parras of sowing land, and 9300 salt pans. A garden named David De Castellas on Aroe, lying approximately two hours southwards from this city, planted with 3275 fruit-bearing coconut and other trees, 490 parras of sowing land, and 2980 salt pans. A garden named St. Jago, lying near the third Roman church on the southern beach of Cochim, planted with 3116 pieces of fruit-bearing coconut and other trees, and 48 parras of sowing land. A garden named Hendrik De Silva on Motambellij, lying one and a half hours south of 950 south of Cochim on the seashore, planted with 1659 fruit-bearing coconut and other trees, and 728 parras of sowing land. The island Moettoe Coenoe, and two others belonging thereto, lying almost half an hour south of Orangenoor, all three planted with 3673 fruit-bearing coconut trees and other more, and on which 531 parras of sowing land. A garden named Illawada, situated to the west of the Company's outer garden on the seashore, planted with 1563 fruit-bearing coconut and other trees, 103 parras of sowing land. The island Calliacatte or Moorenbril, lying between Calicoilan and Coilang in the river, planted with 5462 fruit-bearing coconut and other trees, 41 parras of sowing land, and 1300 salt pans. Island Bettemennij, lying somewhat east of the aforementioned island Calliacatte, planted with 423 fruit-bearing coconut and other trees, and 2 parras of sowing land. A piece of land named Gasanij on Baipin, planted with 108 fruit-bearing coconut and other trees, and 225 parras of sowing land. A garden named Bellisior Rodrigus, situated one hour southwards of this city, planted with 195 fruit-bearing coconut and other trees, and 10 parras of sowing land. A garden on St. Andries, lying six hours from Cochim, planted with 983 fruit-bearing coconut and other trees, and 44½ parras of sowing land. A garden on Purpencarre named Anthonij Fernando Piloot, planted with 257 fruit-bearing coconut and other trees, and 22 parras of sowing land. A garden on Purpenearre named Matthijs Mendes, planted with 315 fruit-bearing coconut and other trees, and 4 parras of sowing land. A garden on Calicherij Bitsper, lying eight hours southwards of Cochim eastwards on the river, planted with 1570 fruit-bearing coconut and other trees, and 44½ parras of sowing land. A 12
Dutch transcription
947 Concept Conditien aan, van met diep schuldige Eerbied en ontsag, ons„ te noemen /onderstond/ Wel Edele, Groot Agtb:, Hoog Gebiedende Heer, Uw wel Edele Groot agtb: gants onderdanige en Gehoorsame Dienaren /was getekend/ F: V: den Busch, J: H: D: Stippe, I: V: Asbeek:, A: van Eijk. J: van Blankenberg, C: L: G: van Krause, P: Schemering en J„bo Vijverberg /in margine/ Cochim den 2: April A„o 1781. Adriaan Boolvliet Eyklerk De aanneemer zal alles moeten onderhou„ den, in dien goeden staat als het thans is, als de Borstweeringen, embrassures, kanon beddings, bankets, hekken en poorten der wallen, de binnen en buiten muuren van de wal, zoo meede de teneplains van de punten en Cor„ „tinen, op dat deselve door het gestadig gaan van de rondes, en 't volk dat op de punten woond, niet hol worden, waar door 't water in den zwaren regen tijd tot in de fundamen„ „ten dringt en een scheuringe kan veroorzaekt worden, maar dat de terreplains haare do„ ceeringe behouden, en 't water zijn afloop heb„ ben kan, door de gaaten die aan de stads zijde, over al op de punten en Cortinen daar toe expres gemaakt zijn: in somma alles wat de fortificatien Rondsom de stad behoort, daar onder ook begreepen het buiten werk tusschen de punten Gelderland en Holland en het buiten werk voor de nieuwe poort om het onderhouden der Cochim„ „se fortifikatie werken aan de meestbiedende aan te besteeden Accordeerd. De 948 De aanbesteedinge zal geschieden voor een rond jaar ingaande met primo 7ber en eindi„ „gende met ultimo augustus De bedonge penningen zullen tweemaal in het Jaar betaald werden, namentlijk, de eerste helfte na verloop van de eerste ses maan„ „den, in de tweede helfte na verloop van de andere ses maanden„ De voorschr: afbetaalingen zullen niet geschie„ „den zonder dat al voorens, alle ses maanden teweeten na het eindigen van de ses maanden der goede, en na het eindigen van de ses maanden der kwaader mousson, door Expresse gecommit„ „teerdens, zal nagegaan, opgenoomen in schrifte„ „lijk verklaart zijn, of alles in dien goeden staat is gesteld, als bij voorschr: Generaal Rapport bekent staat, en indien eenig manquement mogt bevonden worden, dat het zelve; als dan ten eersten zal moeten verholpen worden, en zulx almeede bij een nader schriftelijk rapport blijken, alvoorens de betalinge gedaan werd, De aanneemer zal gehouden zijn te stellen twee Indien de aanneemer in gebreeke mogt blijven, in het bij tijds verholpen der ontwaarde gebreeken, zal men het zelve ten zijnen kosten door een ander laaten doen, en betaalen uit de bedongepenningen, en zo die niet toerijkende mogten zijn, zal het resteerende; door den aanneemen moeten gefourneerd of op hem en zijne borgen verhaald werden, sufficante borgen, die zig verbinden, om te vergoeden, de schaade, die door het niet volbren„ „gen der voorenstaande Conditien mogt werden veroorzaekt, bij aldien die schaverhaalinge niet op den aanneemer en zijne goederen konde werden gevonden, sufficante . 3: 2: 4: 5. 6: 949 V„ 6. Eijland Bendoertij leggende een half uur besuij„ „den deese stad, bepland met 4990. vrugtdragende klapper en meer andere boomen. 314. Parras Zaaijland en 9300. zout Pannen Een Thuijn genaamt David De Castellas op Aroe leggende Circa twee uuren van deese stad Zuijd„ „waards bepland met 3275. vrugtdragende klapper en meer andere boomen. 490. Parras Zaaijland en 2980. zout Pannen. Een Thuijn genaamt S„t Jago leggende bij de derde Roomsche kerk, aan het zuijdelijk strand van Cochim bepland met 3116. stuks vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en 48. Parras Zaaijland Een Thuijn genaamt Hendrik De Silva op Motambellij leggende Een en een half uur „nen en Landerijen de E: Comp: ter Custe Mallabaar thans nog behooren, teweeten. Aanthooninge welke thuij„ bezuijden 950 bezuijden Cochim aan het Zee strand bepland met 1659. vrugtdragende klapper, en meer andere boomen, en 728. parras Zaaijland 'T Eijland Moettoe Coenoe; en daar bij behoorende twee an„ „dere, leggende bij na een half uur bezuijden Orange „noor, bepland alle Drie met. 3673: vougtdragende klapperboomen, en andere meer„ en waar op 531. Parras Zaaijland Een Thuijn genaamt Illawada geleegen ten westen van s Comp„s buiten Thuijn aan het zee strand be „pland met 1563. vrugtedragende klapper en meer andere boomen. 10.3. Parras Zaaijland 'T Eijland Calliacatte of Moorenbril leggende tusschen Calicoilan en Coilang in de rivier bepland met 5462. vrugtdragende klapper en meer andere boomen 41. parras Zaaijland en 1300. zout pannen. Eijland Bettemennij leggende wat oostelijk van gem: Eijland Calliacatte, bepland met 423. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 2. Parras Zaaijland. niet 108. vrugtedragende klappen, en meer andere boomen en 225. Parras Zaaijland Een Thuijn gen„t Bellisior Rodrigus gelegen een uur Zuijdwaards van deese stad, bepland met 195. vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en 10. Parras Zaaijland Een stuk land gen„t Gasanij op Baipin bepland Een Thuijn op S„t Andries leggende ses uuren van Cochim bepland met. 983. vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en 44½. parras Zaaijland. Een Thuijn op Purpencarre gen„t Anthonij Fer„ „nando Piloot bepland met. 257. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 22. Parras Zaaijland. Een Thuijn op Purpenearre gen„t Matthijs Men„ „des bepland met. 315: vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en 4. Parras Zaaijland. Een Thuijn op Calicherij Bitsper, leggende agt uuren zuijdwaards van Cochim oostwaards aan de revier bepland met 1570. vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en 44½. Parras Zaaijland. Een stel e - 12
English
951 The submerged Island situated to the northeast in the river before Cochim, on which are 14. parras of sowing land and 400. salt pans A small parcel of land on the beach south of the Company's outer garden, planted with 96. fruit-bearing coconut and several other trees, and 5. parras of sowing land. Eleven small parcels of land behind or beside the Banyan native village, planted with 177. fruit-bearing coconut and several other trees, and -½. parras of sowing land. Five small parcels of land situated west of the master boom of the Canarese Bazaar, planted with 34. fruit-bearing coconut trees, and 1. parra of sowing land. Two small gardens situated on the old creek of the Canarese Bazaar, planted with 213. fruit-bearing coconut and several other trees, and 300. salt pans. Ten small parcels of land situated between the two creeks on this side of the Canarese Bazaar, planted with 513. fruit-bearing coconut trees and 180. salt pans A piece of land at Paliaporto where the trees have been partly cut down and the lease revenues reduced, but currently still planted with 243. fruit-bearing coconut trees. The Island situated across the post of Aijcotta named Malliencarre, planted with 466. fruit-bearing coconut and several other trees, and 20. parras of sowing land A piece of land at Cattoer, planted with 166. fruit-bearing coconut trees. A piece of land measuring 1699. rods lying at Callewettij on this side of the creek of the Canarese Bazaar, planted with 112. fruit-bearing coconut trees and 10. parras of sowing land A piece of land situated north of St. Andries, planted with 289. fruit-bearing coconut trees and 2. parras of sowing land The flat land starting from the Company's garden up to Callewettij A piece of land lying across the post of Aijcotta named Malliencarre, planted with 487. fruit-bearing coconut trees and 25. parras of sowing land A garden lying east of the Company's outer garden, planted with 341. fruit-bearing coconut and several other trees, and 8. parras of sowing land. A A 80 952 A garden at St. Andries, planted with 298. fruit-bearing coconut trees and 5. parras of sowing land A garden lying at Carcarpallij, planted with 121. fruit-bearing coconut trees. A garden situated at Cherenmagalam, eight hours south of Cochim, planted with 69. fruit-bearing coconut trees A garden at Manicoorde, planted with 493. fruit-bearing coconut trees. A garden named Hendrik De Silva Pequena, planted with 1119. fruit-bearing coconut and several other trees, and 20. parras of sowing land A garden at Senhor De Laude, planted with 1222. fruit-bearing coconut and several other trees, and 29. parras of sowing land A garden at St. Louis, planted with 333. fruit-bearing coconut and several other trees, and 7. parras of sowing land The Mosquito Island across Cranganoor, planted with 297. fruit-bearing coconut and several other trees, and 562. salt pans A garden at Angecaimaal, planted with 82. fruit-bearing coconut and some other trees, and 98. parras of sowing land A garden named Catharina Cardoza at Irreweni, planted with 82. fruit-bearing coconut and some other trees, and 4. parras of sowing land A garden named Bollegattij, planted with 233. fruit-bearing coconut and several other trees, 308. parras of sowing land, and 108. salt pans The Paulist Island, otherwise named Wallarpart, planted with 676. fruit-bearing coconut and several other trees, 325. parras of sowing land, and 1324: salt pans A garden at Crus de Milager, planted with 100. fruit-bearing coconut and several other trees, and 2. parras of sowing land with A 953 A garden named Joan Correa de Silva, planted with 148. fruit-bearing coconut and some other trees, and 4. parras of sowing land A garden at Castella, one and a half hours south of Cochim, planted with 930. fruit-bearing coconut and several other trees, and 20: parras of sowing land A garden named Ilha de Lethij or Carmarta, situated near Cranganoor, planted with 338. fruit-bearing coconut and some other trees, and 80 parras of sowing land A garden named Domingo Fernando, situated one hour from Cochim, planted with 217. fruit-bearing coconut and some other trees, and 42. parras of sowing land. The Island of St. Domingo, situated half an hour northeast of Cochim, planted with 476. fruit-bearing coconut and several other trees, and 126. parras of sowing land, and 900. salt pans A garden at Hijcotta measuring 3. parcels or 21281½ rods, planted with 587. fruit-bearing coconut and some other trees, and 2. parras of sowing land A small garden situated around Callewettij, planted with 22 fruit-bearing coconut trees. A garden situated at Allepe or nine hours southwards A garden lying on the old creek of the Canarese Bazaar, planted with 66: fruit-bearing coconut and some other trees, and 1. parra of sowing land. Another garden at the aforesaid Hijcotta, or 4 parcels of land, planted with 182. fruit-bearing coconut trees. A garden at the aforesaid Aijcotta, or 2 parcels of land, planted with 359. fruit-bearing coconut trees. A garden at Aijcotta, or 2. parcels, planted with 631. fruit-bearing coconut trees, and 2. parras of sowing land A garden at Sijcotta, or 2. parcels, planted with 721. fruit-bearing coconut trees, and 6. parras of sowing land 587. F wards al. 1
Dutch transcription
951 Het verdronken Eijland gelegen ten noord oosten in de rivier voor Cochim, waar op 14. Parras Zaaijland en 400. Zoutpannen Een Perceeltje land aan strand bezuijden 's Comp„s buij„ „ten thuijn bepland met 96. vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en 5. parras Zaaijland. Elf Perceeltjes land agter of beszijden de Benjaanse Negerije, bepland met 177. vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en —½. parras Zaaijland. vijf Perceeltjes Land geleegen bewesten de ofser boom van de Canarijnse Basaar, bepland met 34. vrugtdragende klapperboomen, en 1. parra Zaaijland. Twee Thuijntjes geleegen aan de oude spruijt van de Canarijnse Basaar bepland met. 213. vrugtdragende, klapper en meer andere boomen, en 300. Zoutpannen. Thien Perceeltjes land geleegen tusschen de twee spruij„ ten aan dies zijde van de Canarijnse Basaar be„ pland met, 513. vrugtdragende klapperboomen en 180. Zoutpannen Een stuk land te Paliaporto waar op de boomen voor een gedeelte omgekapt en de pagt gelden vermin„ „dert zijn, dog thans nog bepland met 243. vrugtdragende klapperboomen. 'T Eijland geleegen over de post Aijcotta gin„t Malliencarre, bepland met 466. vrugtdragende klapper en meer ander boomen en 20. parras Zaaijland Een stuk Land op Cattoer bepland met 166. vrugtdragende klapperboomen. Een stuk Land groot 1699. roeden leggende op Calle„ „wettij aan dies zijde van de spruijt van de Ca„ „narijnse Basaar bepland met. 112. vrugtdragende klapperboomen en 10. parras Zaaijland Een stuk Land geleegen benoorden S„t Andries beplant met 289. vrugtdragende klapperboomen en 2. Parras Zaaijland Het vlakke Land beginnende van 's Comp„s thuijn tot aan Callewettij Een stuk Land leggende over de post Aijcotta gen„t Malliencarre bepland met 487. vrugtdragende klapperboomen en 25. parras Zaaijland Een Thuijn leggende b'oosten s Comp„s builen thuijn bepland met 341. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 8. parras Zaaijland. Een Een 80 „ 952 Een Thuijn op S„t Andries bepland met 298. vrugtdragende klapperboomen en 5. parras Zaaijland Een Thuijn leggende tot Carcarpallij bepland met 121. vrugtdragende klapperboomen. Een Thuijn gelegen op Cherenmagalam agt uu„ ren zuijdwaards van Cochim bepland met 69. vrugtdragende klapperboomen Een Thuin op Manicoorde bepland met 493. vrugtdragende klapperboomen. Een Thuijn gen„t Hendrik De Silva Pe„ quena bepland met 1119. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 20. parras Zaaijland Een Thuijn op Senhor De Laude bepland met 1222. vrugtdragende klapper en meer andere boomen. en 29. parras Zaaijland Een Thuijn op s„t„ Louis bepland met 333. vrugtdragende klapper en meer ande„ „re boomen en 7. parras Zaaijland Het Musquiten Eijland over Cranganoor bepland met 297. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 562. zoutpannen Een Thuijn op Angecaimaal beplant met 82. vrugtdragende klapper en eenige andere boo„ „men, en 98. parras Zaaijland Een Thuijn gen„t Catharina Cardoza op Ir„ „reweni bepland met 82. vrugtdragende klapper en eenige andere boomen, en 4. parras Zaaijland Een Thuijn genaamt Bollegattij bipland Het Paulisten Eijland anders gen„t Wallar„ „part bepland met 676. vrugtdragende klapper en meer andere boomen. 325. parras Zaaijland en 1324: zoutpannen Een Thuijn, op Crus de Milager bepland met 100. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 2. parras Zaaijland met 233. vrugtdragende klapper en meer andere boomen 308. parras Zaaijland, en 108. zoutpannen met Een . 953 Een Thuijn gen„t Joan Correa de Silva bepland met 148. vrugtdragende klapper en eenige andere boomen en 4. parras Zaaijland Een Thuijn op Castella een en een half uur be„ zuijden Cochim bepland met 930. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 20: parras Zaaijland Een Thuijn genaamt Ilha de Lethij of Car„ „marta geleegen bij Cranganoor bepland met 338. vrugtdragende klapper en eenige andere boomen en 80 parras Zaaijland Een Thuijn gen„t Domingo Fernando gelee„ „gen een uur van Cochim bepland met 217. vrugtdragende klapper en eenige andere boomen en 42. parras Zaaijland. Het Eijland S„t Domingo geleegen een half uur noord oostwaards van Cochim bepland met 476. vrugtdragende klapper en meer andere boomen en 126. parras Zaaijland en 900. zoutpannen Een Thuijn op Hijcotta groot 3. perceeltjes of roeden 21281½. bepland met Een Thuijntje geleegen omtrent Callewettij bepland met 22 „ Vrugtdragende klapperboomen. Een Thuijn geleegen op Allepe of Negen uuren Zuijd¬ Een Thuijn leggende aan de oude spruijt der Canarijnse Basaar bepland met 66: vrugtdragende klapper en eenige andere boomen, en 1. parra Zaaijland. Nog een Thuijn op gem: Hijcotta ofte 4 perceeltjes land bepland met 182. vrugtdragende klapperboomen. Een Thuijn op gem: Aijcotta ofte 2 perceeltjes land, be„ „pland met.. 359. vrugtdragende klapperboomen. Een Thuijn op Aijcotta ofte 2. perceeltjes bepland met 631. vrugtdragende klapperboomen, en 2. parras Zaaijland Een Thuin op Sijcotta ofte 2. perceeltjes bepland met. 721. vrugtdragende klapperboomen, en 6. parras Zaaijland 587. vrugtdragende klapper en eenige andere boomen, en 2. parras Zaaijland 587. F „waards al. 1
English
954 wards from Cochim planted with 76 fruit-bearing coconut and other trees, and 2 parras of sowing land A garden situated on the Vreede Island at Allepaar 2 to 3 hours northwards from Coilan planted with 265 fruit-bearing coconut and other trees, 30 parras of sowing land and 490 salt pans Two small pieces of land or sowing fields situated near Aijcotha measuring 32 parras of sowing Lands granted as benefices, namely A piece of land across from Aijcotta A piece of land near Manicoorde A piece of ground at the back near the beach at Nijcotta A piece of ground situated near Illewada A piece of ground on Sint Jago A piece of ground on Sint Andries A piece of ground on the north side of Kastella Two pieces of ground situated across from the post Aijcotta A piece of ground near Aijcotta A piece of ground also situated near Aijcotta A piece of vacant ground behind the post Aijcotta A piece of ground situated near the post Manicoorde at the sea beach A few small pieces of ground at Calicherij Bitsjoer A small piece of ground on the plain near the Company's outer garden A few small pieces of ground situated in the lease of Illewada A piece of land situated at Baliaporte A piece of land situated to the east of the Company's outer garden A piece of land situated next to the aforementioned A few 135 pieces of iron cannon, whereof 4 pieces of 18 lbs on the bastion Gelderland 12 13 Holland 18 4 12 12 18 12 8 18 12 8 10 2 10 4 4 8 12 12 12 18 4 18 curtain between Stroomburg and the Government the retrenchment outside between the bastion Gelderland and Holland the glacis, serving only to salute the ditto of the ships Stroomburg bastion Overijzel Vriesland Groeningen ditto the Galjoen or Panaile new work outside the land gate, being a Ravelin 8 ditto 3 4 2 6 1 6 2 6 4 are presently mounted on the bastions, as follows: Memorandum of all such cannon that here Zeeland on the cavalier below the ditto 15 5 2 10 1 1 1 3 6 6 12 12 8 12 4 1 ditto 8 955 No 7: 956 15 pieces of brass cannon, as follows: 12 on the bastion Holland on the cavalier 4 of 12 on the Galjoen or Genade on the cavalier 4 on the ditto Groeningen 4 pieces of 1 lb on the curtain between Gelderland and Holland 4 of 8 on the bastion of the Government In the Camp at Rijcotta 8 pieces of iron cannon, as follows: 3 pieces of 12 lbs 2 of 8 2 pieces of brass cannon of 2 lbs On the island of Moetoecoenoe 3 iron cannon of 3 lbs Fort Cranganoor iron cannon, as follows: 4 pieces of 12 lbs 12 Fort Coilan 14 pieces of iron cannon, as follows: 2 pieces of 36 lbs on the snow De Nehalenia 21 pieces of iron cannon of 4 lbs on the small vessel De Verwagting 14 iron cannon of 3 lbs brass ditto, as follows: 2 pieces of 2 lbs 10 of 1; these are swivel guns Cannon in reserve for the ammunition house brass, as follows: 6 pieces of 6 lbs with iron tillers, tails and springs, and Hand Mortars 10 pieces of iron, as follows: 2 pieces of 4 inches on the bastion Gelderland 4 on the ditto Holland 2 2 Zeeland 4 on Utrecht 4 on Vriesland 4 on Groeningen 2 the Galjoen 14 pieces, carried forward 1 of 9 1 1 7 pieces thereof ditto Holland Zeeland Utrecht Vriesland Groeningen the ravelin outside the land gate Brass howitzers on their carriages 4 pieces thereof 1 piece of 4 inches and 5 lines on the bastion Holland Groeningen 1 the Galjoen 1 piece of 5 inches on the bastion Gelderland 1 of 4 on the ditto Utrecht 6 4 be used Field Artillery 9 pieces of 3 lbs, 2 on carriages equipped with all their accessories of 2 2; these are mounted on rampart beds and not equipped with 1, all their accessories 1 on their carriages, placed on the curtain between the bastions Gelderland and Holland Brass mortars on the town bastions 3; these can also with the field artillery 24 pieces of brass, as follows: 18 pieces of iron, whereof 2 pieces of 8 lbs to serve as swivel guns 1 2 3 of 4 22 4 of 8 4 2 of 3/4 12 of 6 12 16 2 9 of 4 2 2 of 4 of 4 1 of 5 1 1 2 of 6 7½ 4 1 7 5 4 of 6 3 957 1 piece of brass of 4 inches on the bastion of the Government 34301 1983 14 pieces carried forward 1 of 14 inches on the bastion Overijzel Stroomburg Mortars in reserve in the ammunition house In Fort Cranganoor 6 brass mortars, as follows: 1 piece of 6 inches 3 The Camp at Aycolla iron hand mortar of 4 inches In Reserve: 107406 lbs of gunpowder contained in 1965 powder barrels 302 pieces of filled woolen cartridges, whereof 109 pieces with half charge of 3 lbs with grape of 3 lbs 227 pieces of filled linen cartridges with grape and a third charge thereof 4302 186 1897 5099 5809 8197 of 12 8758 pieces of langridge 1588 pieces of 18 lbs Carried forward 6½ Round shot, as follows: 3782 pieces of 18 lbs 65792 pieces of fixed cartridges 1 piece of brass of 4 inches 5162 1556 1333 561 114 114 147 pieces of lead grape shot, as follows: 50 pieces of 18 lbs 1025 589 597 1240 1630 1308 1423 of 1 13 pieces of iron grape shot of 8 lbs unfilled hand grenades 6064 ditto bombs, as follows: 7041 57 pieces of 9 inches 934 67 544 453 800 18; 16 of 93 On the town bastions 1390 pieces of round shot, as follows: 280 pieces of 18 lbs 750 180 30 80 30 6 of 4 and 5 lines 6 of 4 of 3 of 3 of 2 188 carried forward 3345 pieces of 12 lbs 1 of 4 of 4 4 iron 193 77 pieces of 3 lbs 150 of 1 8 6 4 2 1 1 4341 2271 of 3½ 4 5 6 of 7 7½ of 2 of 12 8 of 1 of 8 of 6 of 4 of 12 8 of 4 3 1 40
Dutch transcription
954 „waards van Cochim bepland met 76. vrugtdragende klapper en meer andere boomen, en 2. parras Zaaijland Een Thuin op het vreede Eijland tot Allepaar geleegen 2. a 3. uuren van Coilan noordwaards bepland met 265. vrugtdragende klapper en meer andere boomen, 30. parras Zaaijland en 490. zoutpannen Twee stukjes land of Zaaijvelden leggende omtrent Aijcotha groot 32. parras Zaaijens Ter benefisie gegevene Landen Te weeten Een stuk land aan de overkant van Aijcotta Een stuk land bij Manicoorde Een stuk grond agter aan strand bij Nijcotta Een stuk grond leggende bij Illewada Een stuk grond op S„t Jago. Een stuk grond op S„t Andries Een stuk grond, aan de Noordkant van kastella Twee stukken grond, leggende over de post aijcotta Een stuk grond bij Aijcotta Een stuk grond ook bij Aijcotta geleegen Een stuk leedige grond agter de post Aijcotta Een stuk grond, leggende bij de post Manicoorde aan zee„ „strand Eenige stukjes grond te Calicherij Bitsjoer Een stukje grond op de vlakte bij 's Comp„s baiten thuijn. Eenige stukjes grond in de pagt van Illewada geleegen Een stuk land leggende te Baliaporte Een stuk land boosten van 's Comp„s buijten thuijn geleegen. Een stuk land geleegen naast aan het even gem: Eenige 135. P„s isere kanons daar van 4: p„s van 18 st„s op de punt. Gelderland 12. 13: Holland 18 4. 12: 12: 18 „ 12 8 18. 12: 8. 10. 2. 10: „ 4. 4. „ 8. 12: „ 12. „ 12: 18. 4: 18. „ gardijn tusschen Stroomburg en t Gouvernement 't retranchement buiten tusschen de punt Gelderland en Holland „ 't glacie dienen alleen tot 't saliceeren „ d„o der scheepen Stroomburg punt overijzel Vriesland Groeningen d„ 't Galsoen of Panaile „ nieuwe werk buiten d' landpoort zijnde een Ravelijn 8 d„o 3. 4. 2: 6. 1 6. 2. 6. 4 thans op de Bolwerken gemonteerd zijn als. Memorie van alle zodanige Canons die alhier Zeeland op de kat beneeden d' d„o 15. 5. 2. 10. 1. 1. 1. „ 3. „ 6. 6 „ 12: ƒ 12: 8. 12: 4 1. „ d„o 8„ 955 No 7: 956 15: P„s Metaale kanons als „ 12. „„ „ punt Holland op de kat 4 „ 12. „ „ 't galsoen of Genade op d' kat „ 4. „ „ „ d„o Groeningen 4. p:s van 1: lb. s op de gordijn tusschen Gelderland en Holland 4. „ „ 8. „ „ de punt van het Gouvernement. In 't Camp Te Rijcotta 8. P„s ijzere kanons als 3: p„s van 12: lb„s 2. „ „ 8. - „ 2: P„s Metaale kanons van 2: At„o Op d' Eilande van Moetoecoenoe 3: „ ijsere kanons van 3: rd„s Het Fort Cranganoor. „ Yzere kanons, als 4 p„s van 12: r„s 12: „ Het Fort Coilan 14: P„s ijzere kanons, als 2. p„s van 36. lb:s op de snauw De Nehalenia 21: P„s ijzere kanons van 4: lt„s op het smal schip De Verwagting 14. „ ijzere kanons van 3: st„s „ metaale d„o als. 2: p„s van 2: H„s 10. „ „ 1. „ dit zijn draaij stukken Canons voor 't Amonitie huis in Reserff „ Metaale als 6. p„s van 6 s„s „ met ijzere krukken staarten en veeren, on Hand Mortiers 10 P„s yzere als 2:– p„s van 4: d„m op de punt Gelderland „ „ 4: „ „ „ d„o Holland 2 2: „ Zeeland „ 4: „ „ „ „ uitrecht „ 4: „ „ „ „ Vriesland „ 4: „ „ „ „ Groeningen 2. „ 't galjoen 14. P„s Die Transporteere „ „ 1. „ „ 9 1. „ 1. „ 7: P„s daar van„ d„o Holland „ Zeeland uijtrecht Vriesland Groeningen „ 't ravelein buiten de landpoort Metaale Haubitzen op hunne Affuiten 4: P:s daar van 1. – p„s van 4: d„m en 5 linies op d' punt Holland groeningen 1. „ 't gabjoen 1: p„s van 5: d„m op de punt Gelderland 1. „ „ 4. „ „ „ „ d„o uijtrecht 6. 4. gebruikt werden Veld Arthillerie 9: p„s van 3: lb:s 2 op affuiten voorzien met alhaar toebehooren „ „ 2. „ „ 2: „ deeze leggen op rampaarden en voorzien niet „ 1. „ 'T alle hen toebehooren. „ 1: „ op hunne affuiten staan geplaatst op d' gardijn tusschen de punten gelderland en Holland. Metaale Mortiers op de stads Bolwerken „ 3. „ deeze kunnen meede bij d' veld Arthellerij 24: P„s Metaale als 18: P„s ijzere daar van 2. - p„s van 8: tts te dienen tot draagbassen 1. 2: „ 3. „ „ 4: 22: 4.. „ „ 8. „ „ 4: 2: „ —:¾:„ . 12. „ „ 6. „ 12. 16 2: 9. „ „ 4: „ ƒ „ „ 2: „ 2 „ 4. „ „ „ 4. „ - - - „ „ 1. „ „ 5. 1. 1. 2 „ „ 6 7½. „ „ „ „ 4: „ 1 7. 5. 4„ „ „ 6. „ „ 3. „ „ „ ƒ 957. 1: P„s metaale van 4: d=m op de punt van 't Gouvernement 34301. 1983 14: P„s P„r Transport 1: „ van 14: d=m op de punt overeijsel Stroomburg Mortieren in 't Amonitie huis in Reserf In het Port Cranganoor 6. „ metaale mortiens als 1: p„s van 6: d:m 3. „ Het Camp te Aycolla yzere Hand mortier à 4 d=m In Reserf: 107406:-. lb: Buskruit beslooten in 1965: p„s kritvaeten 302:- P„s gevulde wolle Caidoesen, waar van 109. p„s met halve Lading van 3: l„s „ met drouwen van 3 lb 227: P„s gevulde linne Cardoesen met druien en een derde lading daar van 4302: 186. 1897:„ 5099 5809 8197: „ „ 12: „ 8758: P„s langscherp 1588: p„s van 18 lt„s Die Transporteere. 6½. „ „ Rondscherp als 3782: p„s van 18 s„s 65792:- P:s vaste patroonen 1. p„s metaale van 4: d„m 5162: 1556. 1333. 561: 114. 114: 147: P„s loode druiven als 50: p„s van 18 lt„s 1025: 589. §97: 1240. 1630. 1308. 1423: „ „ 1. „ 13: P„s izere druwen van 8 W„t „ ongevulde Hand granaten 6064: d„o Bomden als 7041. 57. p„s van 9 d:m 934: „ 67. „ 544: 453. „ 800. „ 18. 16. „ „ 93 Op de stads Bolwerken 1390: P„s Rondscherp als 280: p„s van 18: tt„s 750. 180: „ 30. „ 80. „ 30. „ 6: „ 4: en 5linees 6: „ 4: „ „ 3: „ „ 3. „ „ 2: „ 1:88: P„r Transport 3345. p„s van 12: lbs 1: „ — „ 4: „ „ 4: „ 4: „ izer 193:„ 77: p„s van 3: l„s 150: —„ „ 1. 8. 6: 4: 2: 1 „ 1 4341: „ 2271. „ „ „ 3½. 4: 5. 6. „ „ 7. „ „ 7½. „ 2: „ „ „ „ „ „ „ „ 12: „ 8. „ 1: „ „ „ „ „ „ „ 8. „ „ 6 : „ „ 4: „ „ „ 12: „ 8. „ „ 4: „ 3 „ 1. „ 40:
English
958 800 695 pieces of bar-shot, as follows: 140 pieces of 18 lbs 375 pieces of 12 lbs 90 pieces of 8 lbs 15 pieces of 6 lbs 40 pieces of 4 lbs 695 pieces of lead grape-shot, as follows: 140 pieces of 18 lbs 375 pieces of 12 lbs 90 pieces of 8 lbs 15 pieces of 6 lbs 40 pieces of 4 lbs 28 pieces of 3 lbs 308 pieces of filled bombs, as follows: 10 pieces of 9 inches 11 pieces of 8 inches 33 pieces of 7 1/2 inches 300 pieces of filled hand grenades Ditto cartridges thereof. 695 pieces for the cannons, as follows: 140 of 18 lbs 375 of 12 lbs 90 of 8 lbs 15 of 6 lbs 40 of 4 lbs 5 of 3 lbs 85 pieces for the mortars, as follows: 5 pieces of 9 inches 5 pieces of 7 1/2 inches 5 pieces of 6 inches 6 pieces of 4 inches and 5 lines 780 20 pieces carried forward Cochim, the last of March, Anno 1781 signed: I. Van Asbeek Agreed. 8 pieces of 8 inches 32 pieces of 6 inches 8 pieces of 7 1/2 inches 6 pieces of 1 inch 50 pieces of 4 inches 20 pieces for the howitzers, as follows: 5 pieces of 4 inches and 5 lines 15 pieces of 5 inches 256 filled canister-shot cases, as follows: 50 pieces of 18 lbs 780 20 pieces brought forward 15 pieces of 5 inches 15 pieces of 6 inches 20 pieces of 7 1/2 inches 1 piece of 8 inches 3 pieces of 7 inches 6 pieces of 1 3/8 inches 220 pieces of 12 lbs 11 pieces of 6 inches 11 pieces of 7 inches 11 pieces of 7 1/2 inches 1 piece of 8 inches 3 pieces of 3 inches 15 pieces of 15 inches 20 pieces of 12 inches 5 pieces of 6 inches 1 piece of 7 inches 1 piece of 38 inches 15 pieces of 15 inches 12 pieces of 12 inches 4 pieces of 4 inches 4 pieces of 4 inches 18 21 18 21 18 25 12 15 pieces 12 16 8 12 15 3 ditto 12 13 1/2 ditto 45 12 15 12 16 12 15 iron The curtain between Gelderland and Holland 1 1 1 1 1 1/2 copper 1 1 1/2 Gelderland 18 23 On the point Holland 18 18 23 18 24 18 19 18 22 lbs 18 22 ditto 18 23 388 18 22 1 9 1/10 5 9/10 19 1/10 found in good order. 1 9 1/10 5 1/10 19 1/10 this one also the same 1 9 1/10 5 7/10 19 ditto ditto 1 9 1/10 5 9/10 18 1/10 ditto 9 9/10 6 1/10 1 3/10 forward in the muzzle with small grooves, otherwise in good order 1 10 1/10 5 7/10 19 sound and in good order 1 9 9/10 5 9/10 19 8 ditto ditto 1 9 9/10 3 3/10 18 1/10 the touch-hole slightly burnt out, and forward in the muzzle 12 6 1/10 3 1/10 found in good order 12 6 1/10 31 1/10 this one also the same 12 9/10 6 pounds 31 1/10 ditto ditto 12 6 1/10 27 13/10 1 9 1/10 5 5/10 18 1/10 the touch-hole 3/4 inch burnt out, forward in the muzzle full of grooves, and a piece 1/2 inch deep chipped out 1 10 1/10 5 1/10 19 1/10 found sound and in good order 1 9 5 17/10 18 this one also the same 1 10 1/10 5 1/10 19 1/10 ditto ditto 1 10 1/10 6 18 16 inside full of flaws, and the touch-hole 3/4 inch burnt out 1 12 6 pounds 22 inside sound, but the touch-hole 4 inches burnt out 1 12 6 pounds 22 19/10 found sound and in good order 1 12 6 1/10 22 1/10 this one also the same 1 12 6 17/10 22 1/10 found in good order, but the touch-hole 1/4 inch burnt out 1 12 6 1/10 22 19/10 sound and in good order 1 11 7/10 6 22 8 this one also the same 1 12 6 1/10 22 1/10 ditto pointing straight true bell pull at the iron breech muzzle-length barrels as books 2 pieces pieces caliber firing quantity metal iron [illegible] 959 Memorandum alongside the condition of the cannons on the aforementioned bastions with small grooves. The point lbs: cannons muzzle 1 1 1 18 21 [illegible]
Dutch transcription
958 800 695. P„s Langscheip als 140 p„s van 18 l„s 375. 90 15. 40 „ 12: „ 8. „ 4 „ 695. P„s loode druwen als 140 - p„s van 18: lb: 4: „ 8 „ „ 6: „ 3. „ 308: P„s gevulde bomben als 10. p„s van 9 den 11. 33. „ 4: en 5: lienies 300 P„s gevulde Handgranaten O d„o Cardoeken daar van. 695: p„s tot de kanons als 140: van 18 N„s 90 /15. 40. 5. „ 375. „ 12: 4: „ 85 p„s tot de morties als 5: p„s van9 den 5: „ „ 7½. „ 5. 780: 20: p„s Die Transportiere „ 6. „ 6. „ „ 4: 375: 90. 15. 40. „ 28: —„ Cochim Den Laatsten Maart Ao 1781: /:was get/ I: Van Asbeek. Akkordeerd. 8: 32. „ 8. „ 6. „ 50: „ „ 4 20: p„s tot de Hutbetzen als 5: p„s van 4: d:m en 5: linces 256: — P„s gevulde schroot kokers als 50: P„s vion 18 st„s 780: - 20 P„r Transport 15. ps van 5 dm 15. „ 20.„ „ „ „ 1. „ 3: 6 „ 12: „ „ „ „ 15. „ 20. „ „ „ 1. „ „ „ „ „ „ 220. „ „ 11: 11. 11. „ 6. 7. 7½. „ „ 1 8. „ 3. „ „ „ 15. 20: 5 1 „ 7. 1. 38. 15: „ „ 12: „ „ „ 4: „ 4 18 21: 18 21. 18 25: 12 15 pc 12: 16: 8 12: 15: /3: _=o 12: 13½ _=o 45 12: 15 12: 16: 12: 15: E D gardijn tusschen Gelderlanden Holland 1. 1. I 1. 1. ½: C 1. 1½ Gelderland 18: 23: Op d' Punt Holland 18: 18 23: 18 24:— 18 19 — 18: 22:—. lb 18 22: — d=o 18 23. —. 388 18 22: 1: 9 1/10 5 9/10 19 /10 wel bevonden. 1. 9 1/10 5 1/10 19 1/10 dieze ook zoo 1: 9 1/10 5 7/10 19- _„o _o„ 1: 9 1/10 5 9/10 18 1/10 „ 9 9/0 6 1/10 1 3/10 voor in de mond met kleene groeven overigens wel 1. 10 1/10 5 7/10 19. -. gaaf en wel 1. 9 9/10 5 9/10 19 8 _o _„o 1. 9 9/10 3 3/10 18 /10 het sunt gat een weining uut„ gebrand en voor in d'mond 12: 6 /10 3 1/10 wel bevonden 12: 6 1/10 31:1/10 deeze ook zoo 12 9/10: 6 ld 31 1/10 _o _o 12. 6 1/10 27 13/1 1: 9 1/10 5 5/10 18 1/10 het suntgat ¾ d=m uitgebrand voor in de mond volgroeven en een stuk —½. d=m diep uitspron 1: 10 1/10 5: 1/10 19 1/10 gaaf en wel bevonden 1. 9/ 5 17/10 18 „ deeze ook zoo 1: 10: 1/10 5 1/10 19 1/10 d„o d„o 1. 10 1/10 6. —: 18 16 van binnen niet gallen en 't „sunt gat ¾ d=m uitgebrand 1 12:—: 6:/:d 22: /o van binnen goof dog 't sunt gat 4: d=m uitgebrand 1. 12:— 6 ld 22: 19/10 gaaf, en wel bevonden 1. 12:- 6/10 22:1/10 deeze ook zoo 1. 12: 6 17/10 22 1/10 wel bevonden dog 't sunt gat ¼: d:m uitgebrand 1. 12: 6 1/10 22: 19/10 gaaf en wel 1. 11 7/10 6: — 22: /8 deeze ook zoo 1. 12: — 6 1/10 22: 1/10 d„o_ kenen regt kloks trek bij d'yzer broek tromplengbe loopen ois boeken 2: P Ps P Cali „ schiel Kantie, Metaele izer om„ „ber 959 Memorie nevens de Constietutie van de Canons op voormelde Bolwerken met kleene groeven. — De Puit lb: Canons mond 1: 1. 1 18 21 „gen „
English
960 18 22: in the gorge under the said Kat on the Point Zeeland The Point uijtrecht 6 9 — books iron 18 22:—. 18 26 — 12: 14. 12: 14: 613 12: 13. ½. pch 1. 12: 14:— 8 12: 18 12: 14: 13/30 d 18 23:— 4: 5½. 12: 14 b 12: 14. ditto 12: 14 12. 16 6: 9 18: 25 12: 26 12: 15:½: pieces 12: 15. ditto 18: 23: — ditto 8 10 lb 8 11. ditto 12. 14 18: 22:— 18 24 8 12: 16 2: 12: 16½. 6 9½ 1: 12: 6 10 22: 1/10 1. 12: 6 1/10 22:1/10 1 12: 6 10 22. 1/10 1. 12:— 6:1d: 22:1/10 1 12:1/0 6 d 24 1/10 blown out a little in the muzzle. 1 9 1/10: 6 — 18 5/0 found sound 1 9¼ 5:1/10: 18 s sound inside but widely blown out 1 12:- 6 1d 22:1/10: with small grooves inside 1 12: 6: lb 23 1/10 found good, 1 9 1/10 5: 1b 18 — this one also thus 1. 12:- 61/1d: 22: 1/10 ditto 1 12: 6. — 22:1/10 1 12:- 6 1/10 22. 1/10 1: 9. 1/10 5: 1/10. 191/10. 1 9 1/10 6: —. 18 5/10 widely blown out and with grooves in the trunnion piece; 1 9 1/10 5 1/18 lb 14 this one also thus and full of grooves 12:— 6 lb 22:10 found good, 1 12 1/10 6 1o 22: 19/10 with small grooves inside The Smith 1 1½. 6 24 1/10 heavily blown out in the muzzle 1 12:— 6 9/10 24. 17/10 ditto ditto and full of grooves. 12: 19 12: 14: 12: 25. ditto 12: 20½. 12: 17:2. ditto 12: 14: -. ditto 12. 15. — 2 4: 5 ½: E: Groeningen 4. 4½. lb 12: 18½. 12: 15 The Point Vresland 4: 4:– 22 12: 18. —. 9 9/10 5: 1/10 18 1/10 inside front and back with pits, a piece of 1½ inches blown out in the muzzle, thus unfit 1: 9 1d 5. 1/10. 18 19/10 with small grooves inside 1: 9 1/10 5 1/10 19 9/10 found good 1. 12:1/0 6 ld 26:— this one also thus 1. 11 1/10 6 9/10 22:1/10 ditto ditto 1 12: —. 7 17/10 22 1/10 1: 11: 17/10 6 1/10 22: 1/10 10 1/10 5 1/10 22: 1/10 1. 12: —. 6 1/10 22:1/10 1: 11 1/10 6 1/10 23:1/10. 9 10 5: 19/10 19 1/10 found good 12: 13. — ditto 1: 11 1/10 6 1/10 22 1/10 straight bell draft open Breech, muzzle, length circumference of the metal at the 12. 18 12: 19 /2 12: 14 / 12. -. 16 12: 17: 12: 13: 12: 15. – ditto 18 22½. p 12. 15. 12 14: / 12: 14: — ditto 1. 11 17/10 6 o 22 9/10 full of grooves inside and heavily rusted in the muzzle and the vent hole 1 inch large 12: 6 1/t0 22:1/10 found good, 1 11 1/10 6 1/10 21 1/10 ditto ditto 1. 12: 6 1/10 26 1/0 inside still sound but the vent hole ¼ inch large 1: 11 1/10 6 lb 22 1/10 found good 1. 11 1/10 6 o 22: 1/10. this one also thus 1 9 1/10 5 13/10 18 9/10 the vent hole 1 inch large 1 11/10 6 0 24: - sound and good 1 12: — 6 0 22 1/10 this one also thus 1. 12: 6 0 22. 1/10 ditto ditto 1. 12 9/0 6 0 26. —. 1 11: 1/10 6. —. 23: 1/10. 1 11 17/10 6 0 22:—. full of grooves inside and the vent hole 4 inches large 1 12: 6 d 22:10 internally full of grooves, heavily blown out at the front and the vent hole 18 inches large 11: 17/10 b:/a 22:1/10 at the front in the muzzle a piece has broken out to the depth of ¼ inch inside and the trunnion piece with grooves 11: 1/10 6:1/0 26: id still sound inside but the vent hole burned out ½ inch 11. 7/10 6 d 22: 17/8 found good, 1. 12. 1/10 6. ld 23. 1/10 also with grooves inside, the vent hole 1 inch large, is unfit 1. 11. 17/10 6:10 22:—. as just mentioned 1 11: 1/10 6 1/10 22 1/18. inside still sound but the vent hole 1 inch large 1 12:—. 6 1/10 22. 1/10 found good. 1 11 1/10 6 1/10 23: 1/10 this one also thus 1 12: 9/0: 6: 1/10: 26 19/180 ditto ditto 10 1/10 5. 1/10 24:1/10 1. 12: —. 6 1/10 22: 15/10 12: pa/ 2 17/10 sound and found good, 1 12 3/10 6 1/10 20 1/10 ditto ditto 1. 1. 1/10 6 9/0 2 1/15 Caliber Shot markings Cannons Metal iron at the Bell books iron Pieces breech muzzle length circumference muzzle markings straight lb: 21: Caliber shot markings Cannons 16: iron 1. 1. muzzle 8 11 1 4 4 5:— 19. —. 1 12. 13½. D2 1 18 27: The Kat
Dutch transcription
960 18 22: in 't keelgab onder gemelde Kat op de Punt Zeeland De Punt uijtrecht 6 9 — boeken ijzer 18 22:—. 18 26 — 12: 14. 12: 14: 613 12: 13. ½. pch 1. 12: 14:— 8 12: 18 12: 14: 13/30 d 18 23:— 4: 5½. 12: 14 b „12: 14. _=o 12: 14„ 12. 16 6: 9 18: 25 12: 26 12: 15:½: p„s 12: 15. PpC=so 18: 23: — _=o 8 10 lb 8 11. d=o 12. 14 „ 18: 22:— 18 24 „ 8 12: 16 2: 12: 16½. 6 9½ 1: 12: 6 10 22: 1/10 1. 12: 6 1/10 22:1/10 1 12: 6 10 22. 1/10 1. 12:— 6:1d: 22:1/10 1 12:1/0 6„d 24 1/10 een weinig in de mond nu„ geschooten. 1 9 1/10: 6 — 18 5/0 gaaf bevonden 1 9¼ 5:1/10: 18 „s gaaf van binnen dog wijd uitgeschooten 1 12:- 6 1d 22:1/10: met kleene groeven van binnen 1 12: 6: lb 23 1/10 wel bevonden, 1 9 1/10 5: 1b 18 — deeze ook zoo 1. 12:- 61/1d: 22: 1/10 d„o 1 12: 6. — 22:1/10 1 12:- 6 1/10 22. 1/10 1: 9. 1/10 5: 1/10. 191/10.„ „ 1 9 1/10 6: —. 18 5/10 wijd uitgeschooten en in het Tappe stuk met groeven; 1 9 1/10 5 1/18 lb 14 diste ook zoo en vol met groev en „ 12:—„ 6 /lb 22:10 wel bevonden, 1 12 1/10 6 /1o 22: 19/10 met kleene groeven van binnen De Smit 1 1½. 6 24 1/10 sterk in d' mond uitgeschooten 1 12:— 6 9/10 24. 17/10 _„o _o no en vol met Groeven. 12: 19 12: 14: 12: 25. d=o 12: 20½. 12: 17:2. _=o 12: 14: -. _=o 12. 15. — 2 4: 5 ½: E: Groeningen 4. 4½. lb 12: 18½. „ 12: 15 De Punt Vresland 4: 4:– 22 12: 18. —. 9 9/10 5: 1/10 18 1/10 agter en voor binnen met pul„ „ten in de mond een stuk 1½ d=m „ uitgesprongen, dus onbeq: 1: 9 1d 5. 1/10. 18 19/10 met kleene groeven van binnen 1: 9 1/10 5 1/10 19 9/10 wel bevonden 1. 12:1/0 6 ld 26:— deeze ook zoo 1. 11 1/10 6 9/10 22:1/10 d„o d„o „ 1 12: —. 7 17/10 22 1/10 1: 11: 17/10 6 1/10 22: 1/10 10 1/10 5 1/10 22: 1/10 1. 12: —. 6 1/10 22:1/10 1: 11 1/10 6 1/10 23:1/10. 9 10 5: 19/10 19 1/10 wel bevonden 12: 13. — d=o 1: 11 1/10 6 1/10 22 1/10 regt klok yte trek 5open B: P: P„r broek tromp lengte bij d' W: kenen Metaale om„ 12. 18 12: 19 /2 12: 14 / 12. -. 16 12: 17: 12: 13: 12: -„ 15. – d=o 18 22½. p 12. 15. 12 14: / 12: 14: — d=o 1. 11 17/10 6 /o 22 9/10 van binnen vol met groev en voor in de mond sterk uitgeroest en het send gat 1 d=m groot 12: 6 1/t0 22:1/10 wel bevonden, 1 11 1/10 6 1/10 21 1/10 d„o d„o 1. 12: 6 1/10 26 1/0 van binnen nog gaaf dog het 5 sundgat: ¼ d=m groot 1: 11 1/10 6 /lb 22 1/10 wel bevonden 1. 11 1/10 6 /o 22: 1/10. deeze ook zoo 1 9 1/10 5 13/10 18 9/10 het suit gat 1. d=m groot 1 11/10 6 /0 24: - gaef en wel 1 12: — 6 /0 22 1/10 deeze ook zoo 1. 12: 6 /0 22. 1/10 d„o d„o 1. 12 9/0 6 /0 26. —. 1 11: 1/10 6. —. 23: 1/10. 1 11 17/10 6 /0 22:—. van binnen vol miet groeven en het smit gat - 4: d=m groot 1 12: 6„d 22:10 inwendig vol met groeven van vooren sterk uitgeschooten en het sunt gat 18 d=m groot 11: 17/10 b:/a 22:1/10 van vooren in de mond een stuk uitgesprongen, ter diepte van —¼: d=m van binnen en 't tap„ „pen stuk met groeven 11: 1/10 6:1/0 26: id nog gaaf van binnen dog het somt gat=s ½: d:m nitgebrand 11. 7/10 6 /d 22: 17/8 wel bevonden, 1. 12. 1/10 6. ld 23. 1/10 ook met groeven van binnen 't sunt gat 1 d:m groot, is onbeq: 1. 11. 17/10 6:10 22:—. als even gemeld 1 11: 1/10 6 1/10 22 1/18. van binnen nog gaf dog het sint gat 1. d=m gtroot 1 12:—. 6 1/10 22. 1/10 wel bevonden. 1 11 1/10 6 1/10 23: 1/10 deeze ook zoo 1 12: 9/0: 6: 1/10: 26 19/180 _„o _„o 10 1/10 5. 1/10 24:1/10 1. 12: —. 6 1/10 22: 15/10 „ 12: pa/„ 2 17/10 gaf en wel bevonden, 1 12 3/10 6 1/10 20 1/10 d„o d„o 1. 1. 1/10 6 9/0 2 1/15 Cabeb: Schiet kentee Canons Metaale yzer by de H: Klok boeken ijzer P s broek trmp lengte P. P omtrek mond kenen reg lb: 21: Calib„ schiet Kenta Edmons 16: Fer: 1. 1. mond 8 11 1 4 4 5:— 19. —. 1 12. 13½. D2 1 „ „ 18 27: „ De Kat
English
961 12. 14½ the galley on the cat 12. 10. ats 1. ment outside De Punt of the Government curtain between Stroomburg and the Government near the sea marks straight clocks breech barrel length a books pound: Per Pair manner metal; circumference muzzle 12: 14½. ditto 8 10. —. 12: 14. — lb 8. 10. -. 2¾ 12. 14½. lb 12: 14½. ditto 12 15. 8 10 12 14. ditto 12 14. 14/0 4. 3. _ 12: 13. ditto 12 13. ditto 12 13. — ditto 1. 12 19 2 12. 14: ditto 12 14:½. Landpoort 12. 14. —. 12. 14: 12 16. ½. 12: 15. 12: 15. 12. 14. 2. 12: 14:— 18 20 —. 5th floor 12: 14:2. 's Glacis 8. 102. 3. 4½. p 3. 4. ½. ditto 3. 4. ½. 3. 4. ½. ditto 3. 4. 3: 4: 4: 4: ½: 4: 4½. 4: 4½. 4. 4: —. 8. 10 — 8: 10. —. ditto 8. 11. — ¾ 8: 17. 2. lb vernment vernment 3. 3½. 9 9½ 9½. 8 9½: ditto 1 1. 11. 9/10 6 9/10: 22: 1/10. 1. 13 1/10 P d 23. 9/0 found still intact, however heavily worn. 1. 12:0 6. 22:1/10 found good 1 12: 5 1/10 22:1/10 this one also so 1. : 12: 6 1/10 26. ditto ditto 1. 12: 6. 2210. 1. — 12:10 6 10 25 1/10 1. — 12: 1/10 6:—. 25. 10 1 12: 19/10 5 lb 25 1/10 1 —. 12:1/10 p ditto 25. 10 1. . 12 1/10 5 10 22: 10 1 12:1/10 6 1d 24: 1/10 1 12 3/10 7 1/10 20 1/10 1: 12:10 7 1/10 20 1/10 1. 12:1d 7lb 20 9/1 1. 12: —. 6 1/0 18. — 1 12. —. 6 9/10. 18. —. 10 9/10 4/10 24: 1/10 10 10 /1 24 10. 10 6. —. 23. 10 10 1/10. 6. —. 23. 9/100 12: 7:lb 1810 ditto 18 21: ½: 3. 3½: 12. 15 12. 15½. d firing books 1 n Per Pair breech barrel length mark Metal iron circumference 1. 11 10 6:rld 23 1/10 found still intact, 1. 11 10 6/o 23 1/10 ditto ditto 1. 11 1/10 6 1/10 23 1/10 1. 11 1/10. 6 9/0 23 1/10 1 9/10 5 9/10 18 10 the touch-hole = ¾ inches wide at the front heavily burned out some pieces broken off 9 1/10 5 1/10 18 10 the touch-hole 1 inch wide on the inside with grooves and heavily burned out 9 1/10 C/0 19 9/0 found intact and good 11 1/10 ditto 1816 this one also so 1. 12. —. 6 1/lb 22 1/10. Found good 1. 12:. 6 22: 1/10 ditto 1 12:- 6 9/0 22:—. 1 11 17/10 6 1/10 22: 19/10 12: 6 - 22: 1/10 1 11: 1/10 6 1/10 23 1/10 1 12:—. 6 1/10 22: 19/10 1 11. 7/8. 6 /d 22: 19/10 1. 11 9/10 6 9/10 22: 19/10 1 12: —. 6 1/10 22 19/10 1 12. —. 6 9/10 22. 1/10 10 1/10 5 1/10 24 1/10 9 13/10 4 1/10 22 1/10 on the inside with small grooves, otherwise no defects 10 1/10 5 1/10 22 10 found good. 10 1/10 5 1/10 22: 10: this one also so 10 1/10 5 1/10 22 1/10 ditto ditto 1. 11 1/10. 6 9/10 22. 1/10 at the front with grooves and the touch-hole 1 inch wide 1 12:—. 6 ditto 22 1/10. at the front heavily burned out and Het Ritrandie the touch-hole 1 inch wide 1 11 1/10 6 1/10 22:10. found good 1 11. 10 6 10 22 3/10 ditto 1. 11. 1/10 6 1/10 22. 19/10. 1 12: 6 22: 10 1. 11. 10 6: 10 23 1/10 1 11 1/10 6 1/10 23 10 1 11 1/10 610 22:10 1 11 1/10 6 1/10 23: 1/10 1 11 1/10 6 1/10 23 10 1 11 1/10 6 1/10. 23:10 1 12:1/10 7 /10 21:— 1 11 1/10 6 —. 24 18 1 9 1/10 5. 9/10 21 1/10 12. —. 6 3/0 22. 10 1 9 1/10 5 5/10 21. — 1 12. 13/10 7 1/10 20 5/10 1 12:. 6 10 22. 1/10. Calibre: firing mark Cannons ditto Stroomburg De Punt 12: 16: 12: 15. 18 23½. 18 22. 45 3. 3. 2. the Baaipoort 8: 11:— 12: 7/0 18 9/10 4 4. —. 8 10½ r 4 4: 18 21½ 12. 14 –1 4 4: 12: 14: De Punt J R Vei galley 12 19 sea 2b: lb: marks straight clock Cannons
Dutch transcription
961 12. 14½ t galjong op de kat 12. 10. ats 1. ment buiten De Piub van het Gou 1gardyjn tiesschen Sroomburg en het Gouver„ bij de zea kenenregt kloks broek tromplengte a boeken fib: Pr P„r wys mdaale; zomtrek mond 12: 14½. d=o 8 10. —. 12: 14. — lb 8. 10. -. 2¾ 12. 14½. lb 12: 14½. _=o 12 15. 8 10 12 14. _=o 12 14. 14/0 4. 3. _ „ 12: 13. d=o 12 13. _=o „. 12 13. — _=o 1. 12 19 2 12. 14: _=o 12 14:½. „ Landpoont 12. „ 14. —. 12. 14: „ 12 16. ½. „ 12: 15. 12: 15. 12. 14. 2. 12: 14:— 18 20 —. 5vorij Zol 12: 14:2. 'S Glacie 8. 102. 3. 4½. p 3. 4. ½. d=o 3. 4. ½. 3. 4. ½. _o 3. 4. 3: 4: 4: 4: ½: 4: 4½. 4: 4½. 4. 4: —. 8. 10 — 8: 10. —. _=o 8. 11. — ¾ 8: 17. 2. lb vernement nement 3. 3½. 9 9½ 9½. 8 9½: d=o 1 1. 11. 9/10 6 9/10: 22: 1/10. 1. 13 1/10 P d 23. 9/0 nog gaaf bevonden dog „sterk verloopen. 1. 12:„0 6. 22:1/10 wel bevonden 1 12: 5 1/10 22:1/10 deeze ook zoo 1. : 12: 6 1/10 26. d„o d„o 1. 12: 6. 2210. „ 1. — 12:10 6 10 25 1/10 „ 1. — 12: 1/10 6:—. 25. 10 „ 1 12: 19/10 5 1b 25 1/10 „ 1 —. 12:1/10 p„o 25. 10 1. . 12 1/10 5 10 22: 10 „ 1 12:1/10 6 1d 24: 1/10 1 12 3/10 7 1/10 20 1/10 1: 12:10 7 1/10 20 1/10 1. 12:1d 71b 20 9/1 1. 12: —. 6 1/0 18. — 1 12. —. 6 9/10. 18. —. 10 9/10 4/10 24: 1/10 10 10 /1 24„ 10. 10 6. —. 23. 10 10 1/10. 6. —. 23. 9/100 12: 7:lb 1810 _„o 18 21: ½: 3. 3½: 12. 15 12. 15½. d schiet boeken 1„n P P„ broek tranplengte kenta Metaale ijzer omtrek 1. 11 10 6:rld 23 1/10 nog gaaf bevonden, 1. 11 10 6/o 23 1/10 d _„o _„o 1. 11 1/10 6 1/10 23 1/10 1. 11 1/10. 6 9/0 23 1/10 1 9/10 5 9/10 18 10 het suit gat= ¾: d:m groot van voor den sterk uitgeschoo ten eeenige stukken uitgesprongen 9 1/10 5 1/10 18 10 het suit gat 1: dm groot van binnen met groeven en sterk itgeschooten 9 1/10 C/0 19 9/0 gaaf en wel bevonden 11 1/10 rlo 1816 deeze ook zoo 1. 12. —. 6 1/lb 22 1/10. Wel bevonden 1. 12:. 6 „ 22: 1/10 _„o 1 12:- 6 9/0 22:—. 1 11 17/10 6 1/10 22: 19/10 „ 12:„ 6 - 22: 1/10 1 11: 1/10 6 1/10 23 1/10 „ 1 12:—. 6 1/10 22: 19/10„ 1 11. 7/8. 6 /d 22: 19/10 1. 11 9/10 6 9/10 22: 19/10 1 12: —. 6 1/10 22 19/10 1 12. —. 6 9/10 22. 1/10 10 1/10 5 1/10 24 1/10 „ 9 13/10 4 1/10 22 1/10 van binnen met kleene groeven ove„ gens geen gebreeken 10 1/10 5 1/10 22 10 wel bevonden. 10 1/10 5 1/10 22: 10: deeze ook zoo 10 1/10 5 1/10 22 1/10 d„o d„o 1. 11 1/10. 6 9/10 22. 1/10 van vooren met graeven en het sint gat 1 d=m groot 1 12:—. 6 „o 22 1/10. van vooren sterk uitgeschooten en Het Ritrandie het somt gat 1 dm groot 1 11 1/10 6 1/10 22:10. wel bevonden 1 11. 10 6 10 22 3/10 d„o 1. 11. 1/10 6 1/10 22. 19/10. 1 12: 6 „ 22: 10 1. 11. 10 6: 10 23 1/10 1 11 1/10 6 1/10 23 10 1 11 1/10 610 22:10 1 11 1/10 6 1/10 23: 1/10 1 11 1/10 6 1/10 23 10 1 11 1/10 6 1/10. 23:10 1 12:1/10 7 /10 21:— 1 11 1/10 6 —. 24 18 1 9 1/10 5. 9/10 21 1/10 „ 12. —. 6 3/0 22. 10 1 9 1/10 5 5/10 21. — 1 12. 13/10 7 1/10 20 5/10 1 12:. 6 10 22. 1/10. Cabil: schiel kente Canons „ „ Lo Stroomburg De Punt 12: 16: 12: 15. 18 23½. 18 22. 45 3. 3. 2. d' Baaipoort 8: 11:— 12: 7/0 18 9/10 „ „ „ „ „ 4 4. —. 8 10½ r 4 4: 18 21½ 12. 14 –„1 4 4: 12: 14: De Punt J R Vei galsoen 12 19 ze 2b: Tb: kenen regt kclok Canons „ „ „
English
962. Calibre shot identification Metal iron bell circumference muzzle arms or marks barrel wise Pound Pound breech muzzle length No: No: 1. 1 1. ditto 1. 1. 1. ditto 1. 1 1. ditto 1. 1. 1. ditto 1. 2. 2½. pb 1. 2: 2:½: ditto 2: 3. 20 2: 2: 2: 2: 2. ½. ditto 3: 3½. 3. 3½ 3. 3. ½ 3: 4. -. 1. 3 4. 3: 4:-:8 6: 7: p 1: 6: 7. ditto 1 6 7. ½ 6 7. -. 6 7. 6 7. 1 1. ditto 1. 1. 1 ditto 1 8. 11. 1 1 ditto 3. 3½. 1. 1. 1. ditto 1. 3. 3 2. 1. 1. 1 all found in good condition and are provided with each jacks Haarlem and fitted to serve 12. 12. 8. 12. ditto 12. A II 20 14/10 20: 1/10 20. 1/10 20 1/10 The Fort Cranganore In the Camp at Ayacotta 1. 11 10 6 1/0 21. 1d found in good condition, 1. 11 1/10 6 1/10 21. 1/10 ditto ditto 1 11 10 6 1/10. 21. 95/10. 1. 11 9/0 6 1/10 22. 1/18 1. 11 1/10. 6 7/10 26. 1/10 1. 11 1/10 6 1/10 26 1/10 1: 11 1/10 6 1/10 26: 1/10 1. 11: 14: 6 1/10 26: —. 9 1/10 6 1/10: 19 1/10 9 9/10: 6 1/10 19 1/18. 45 12: 12: 12. 12. – ditto 12. 12. 8. 8. -. 8. 8. -. 4. 4.. . 4. 4. -. 4 4.. 2. 2:. 6 8½. 6. 112. 4: 4½. 4 4½ 4 4½. 4 4½ 4 4½. 4½ p 3 4: 1¾ 3. 3 ditto 3: 3½ 3. 3. 6 8½. 3. 3. these lie on carriages, are provided with all their accessories for the service of the war vessels circumference muzzle 1 12 1/10 6 1/10 24 9/0 at the back near the touch-hole a small pit, otherwise still good 1 12: 9/10: 6 7/10 24 9/8 found in good condition 1. 12. 1/10 61l 24: 1/10 this one also thus 1 12: 9/0: 6 1/10 27: 17/10 on the inside behind the trunnions with a groove, forward in the muzzle with pits, worn. 1. 12:10 7: 21. —. found in good condition 1. 12:18. 7: — 21 ditto 1 12 1/10 7 21. 1 12. ditto 7. 21. — 1 12 1/10 7. 21. - 1 12: 1/10 6 10 25. 1 12: 1/10 6 1/10 25. 10 1. 12. 6 10 19 1. 12: 6 1/10 19 — 1. 12. 6 1/10 19. —. 1. 12. 6 1/10 19 8 arms marks barrel wise pieces breech muzzle length by the identification metal iron 1 12:-. 6 1/10 18 1/10: 12 6: — 22. - found in good condition, these lie on carriages, 20 are provided with all their accessories 12. 6.. 22: and are used on the war 12 6 22: vessels 11 10 6: 22: 11 1/10 6. — 22:10 12: - 6. — 21: /10 patched with an iron over, these lie after the on carriages and provided 11 1/10 6. —. 21 1/10 this one also thus as above and also serve for the 11. 1/10 6. 26: found in good condition war vessel 11. 9/10 5. 10 24 1/10 ditto ditto 11 10 5 1d 24: 10 11 9/10 6 10 20 - 11. 9/10 6 1/10 19 9/10 this is field artillery, 11 1/10 6 10 20 —. and provided with all their 11: 1/10 6 1/10 20. accessories 11 1/10 6 /0 20: 11. 9/10 6 1/10 26 9/10 1. 11 1/10 6 1/10 26:10. 1. 12:_. 6 10 28 10 11. 9/70 6 10 25. 10 11 1/0 6. 25:/80 11. 10 7:- 25. 10 11 1/10 5. 1/10 25. 10 11 1/10 6. —. 25. 10 11 1/10 6: 24: 1/10 11 1/10 6. 20 10 11 1/10 6. — 21. —. 11 1/180 5 1/10 21. — 1. 11. 7/10 6. 10 24. 10 still found intact ditto ditto 3: 4. -. 1. 11 1/10 6 1/10 26 1/8 1. 1 ditto 1. 11 1/10. 6. 20 1/10 1 1 - ditto 1. 11 1/15 6. 20 1/10 1. 1. ditto 1. 11 1/10 6. 20 1/10 1 1 — ditto 1. . 11 10 5 1/10 20 1/10 1. 1. ditto 1. 11 1/10. 5 1/10 21 1/10. 1. 1. - pieces 1. 11 1/10 5 1/10 21. — 12- 6. 22: ditto ditto 1. 1. — ditto 1. 11 10 6. 20. 10. swivel guns in the chamber with a small pit In stock — 1. 1. 1. 1 1 1. 1. 1. 1 12. - 6. 24. 1/10 88 ditto 8. 11 8 1. 1. 1. 1. 1. 1. 22 1/10 22. 3/10. ditto P P straight bell Cannons 20 N. 6. 8½. 3. 3. 2: 2: 1. Cannons 963 4 Calibre shot identification Metal iron circumference muzzle Pound Pound arms iron marks straight bell breech muzzle length barrel wise ditto ¼ ¾ ditto 1. 11 1/10 6/d 17 3/18 1 11. 1/10 6 3/10 18 1/10 1. 11 1/10 4 9/10 22 1/10 1. 11 1/10 3. 19/10 23. - 1. 12: 6. 23: 10 1 11 17/10 6 /8d: 23. 1 13. 1/10 6 1/10 30 1/10 1. . 12: 10 6 1/10 30:10 1 12:19/10: 6 :/1d: 23 1/18 1 12 1/10 6 1/10 22. 9/10 1 12 1/10 6 ld 22 1/10 1 12 1/10 6 1/80 21. 10 1. 11 1/10 6 1/10 22 9/10 1 12: —: 6 1/10 22. —. 1. 12. 7/10 6 /o 24 1/18 found in good condition on the smalschip De Verwagting 6. ditto 6 5. 6 The Fort Quilon 17. 17 7/10 17 1/10 17/0 19 17. 3/10 26 1/10 24. 26 1/10 26 1/10 26 1/10 at the 3. 3. —. 3. 3. — 3. 3. -. 3. 3. — 3. 3. 3: 3. — 3. 3. — 3. 3. -. 3. 3. 3. 3. — 3. 3. — 1. 1 ditto 8 1. 1. . E 1. 1. 8 45 1. 1. 1. – 2 E 1. 1. ½ 2. — 2. —. ditto 1. —. —. 10 1/10 6 18 18 9/8 2. 2. —. p/ 1. —. —. 10 1/10 6 1/10 18 1/18 1. 1. — 4. 4. - 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. —. 4. 4:—. The snow De Nehalenia 1. 12 1/10 6. 1/10 2 1/10. found in good condition, 1. 121/10. 6. 10. 2 0/10 ditto ditto 1. 12 3/10 6 1/10 20 5/0 ditto ditto 1. 12 3/10 6 1/0 21. -. 1. 12 3/8 6 1/10 21 1/10. 1. 12 3/10 6 1/10 21. –. 1. 12: 1/10 6 1/10 21. -. 1. 12: 1/10 6 1/10 21. —. 1. 12 1/10 6. 9/10 2010 these are 1 swivel pieces 1. 12. 7 1/0 18 1/18: found in good condition 1 11 1/10 17. 1/10 18 18 1. 12. -. 7. 1/10 1810 1 12: 7 18 18 1/10 1 12 — 7 17/10 18 5/10 1 11 10 7 7/18 18 1/10 1 12. 7 1/18 18 1/10 1. 11. 10. 7. 10 18 1/1 1. 12. 7 1/10 18 1/10 1. —. —. 11 5/0 6 /10 21 1/10. 1. —. —. 11 1/10 6. — 21. 17/10 1. —. —. 11 1/10 6. 22:1/10. 1. —. —. 11 1/10 6 1/10 22 1/10 1. —. —. 11 1/10 6. — 22:—. 1. —. 11 1/10 6. 21.10. 1. 11 1/10 7. 10 18 1/10 1. —. —. 10 1/10 6. 9/10 21. 19/10 1 12: 7 1/10 18 9/10 1. 1. d 1. —. —. 10 9/10. 6. —. 19 1/10: 1. 1. 2 1. — —. 11. 10 6. 21 10. 1. 12: 7. 10 18 ditto ditto arms iron marks barrel-wise breech muzzle length Calibre shot identification metal iron circumference, muzzle H: P: P: A 4. 4 4 4 4 4 4 4 4 4. 4 4. 4 E Slingelandt 36 ditto 6. 6. 6. 6. 5. 6 6. 6 6. 6: 6. 3. 3. 3. 3. 13 7/10 6 ld 25. 10 lo 4. 4 1. 1. 27 1. —. — 11 1/10 6 1/10 22:1/10 Cannons H: Ft: 3: 3. 22. 1/10 22. — 27. —. 26 1/10 1 1— 1. 1 1. 1. 1. 18. — 1 1 1. 1. 1. 1. Cannons 8. 8 A ditto 36.
Dutch transcription
962. Calib: schuet kente Metaele yzer klops omtrek mond boeken vr zeekenen loop wijs P„s P s broek tromp lengte Nb: 2b: „ 1. 1 1. _=o 1. 1. 1. _=o 1. 1 1. - _=o 1. 1. 1. d=o 1. 2. 2½. pb 1. 2: 2:½: o 2: 3. 20 2: 2: 2: 2: 2. ½. _=o 3: 3½. „ 3. 3½ „ 3. 3. ½ „ 3: 4. -. „ 1. 3 4. 3: 4:—:8 6: 7: p 1: 6: 7. _=o 1 6 7. ½ „ 6 7. -. „ 6 7. 6 7. 1 1. _=o 1. 1. 1 _„o 1 8. 11. 1 1 _=o 3. 3½. „ 1. 1. 1. _=o 1. 3. 3 2. „ 1. 1. 1 „ alle wel be„ „vonden en zijn voorzien met ider krikken Haerlem en vierd om te dienen „ 12. 12. 8. 12. _=o 12. . A II 20 14/10„ 20: 1/10 20. 1/10 20 1/10 Het Fort Cranganoor In 't Camp te Aijkotta 1. 11 10 6 1/0 21. 1d wel bevonden, 1. 11 1/10 6 1/10 21. 1/10 d„o _„o 1 11 10 6 1/10. 21. 95/10. „ 1. 11 9/0 6 1/10 22. 1/18 1. 11 1/10. 6 7/10 26. 1/10 1. 11 1/10 6 1/10 26 1/10 1: 11 1/10 6 1/10 26: 1/10 1. 11: 14: 6 1/10 26: —. 9 1/10 6 1/10: 19 1/10 9 9/10: 6 1/10 19 1/18. 45 12: 12: 12. 12. – _=o 12. 12. „ 8. 8. -. „ 8. 8. -. „ 4. 4.. . „ 4. 4. -. „ 4 4.. „ 2. 2:. „ 6 8½. 6. 112. 4: 4½. 4 4½ 4 4½. 4 4½ 4 4½. § 4½ p 3 4: 1¾ 3. 3 _=o 3: 3½ 3. 3. 6 8½. 3. 3. dese leggen op rampaar„ „den zijn versien, met alle „ hunne toebehooren „ ten dienste van de „ oorlogs gameel omtrek mond 1 12 1/10 6 1/10 24 9/0 agter bij het sumt gat een kleen groet overigens nog wel 1 12: 9/10: 6 7/10 24 9/8 wel bevonden 1. 12. 1/10 61l 24: 1/10 deeze ook zoo 1 12: 9/0: 6 1/10 27: 17/10 van binnen agter de tappen met een groef voor in d'emond met putten verlopen. 1. 12:10 7: 21. —. wel bevonden 1. 12:18. 7: — „ 21 d„o 1 12 1/10 7 21. 1 12. „d 7. 21. —„ 1 12 1/10 7. 21. - 1 12: 1/10 6 10 25. 1 12: 1/10 6 1/10 25. 10 1. 12. 6 10 19 „ „ 1. 12: 6 1/10 19 — „ 1. 12. 6 1/10 19. —. „ 1. 12. 6 1/10 19 8 boeken verzerkenen Coop wys ds broek tromp lengte bij de o: kente metaale ijzer 1 12:-. 6 1/10 18 1/10: 12 6: — 22. - wel bevonden deesen leggen op ram 20 paarden zijn voorsien met alle hun doedde: 12. 6.. 22: en werden op de oorlogs ga„ 12 6 22: „meelen gebruikt 11 10 6: 22:„ 11 1/10 6. — 22:10 12: - 6. — 21: /10 verbost m„t een ijzert ofer deese leggen na de op tampaa den en verzien 11 1/10 6. —. 21 1/10 deeze ook zoo als boven en di „ren meede voo 11. 1/10 6. 26: wel bevonden oorlogs gannl 11. 9/10 5. 10 24 1/10 d„o d„o 11 10 5 1d 24: 10 11 9/10 6 10 20 - „ 11. 9/10 6 1/10 19 9/10 „ dit is veld An 11 1/10 6 10 20 —. „thillerie, en. voor „zien net alle 11: 1/10 6 1/10 20. hun toebehooren 11 1/10 6 /0 20: 11. 9/10 6 1/10 26 9/10 1. 11 1/10 6 1/10 26:10.„ 1. 12:_. 6 10 28 10„ 11. 9/70 6 10 25. 10 „ 11 1/0 6. 25:/80 11. 10 7:- 25. 10 „ 11 1/10 5. 1/10 25. 10 „ 11 1/10 6. —. 25. 10 „ 11 1/10 6: 24: 1/10 „ „ 11 1/10 6. 20 10 „ 11 1/10 6. — 21. —. „ 11 1/180 5 1/10 21. — „ 1. 11. 7/10 6. 10 24. 10 nog gaaf bevonden d„o doga 3: 4. -. „ 1. 11 1/10 6 1/10 26 1/8„ 1. 1 _=o 1. 11 1/10. 6. 20 1/10 „ 1 1 - d:o 1. 11 1/15 6. 20 1/10 „ 1. 1. _=o 1. 11 1/10 6. 20 1/10 „ 1 1 — _=o 1. . 11 10 5 1/10 20 1/10 „ 1. 1. _=o 1. 11 1/10. 5 1/10 21 1/10. „ 1. 1. - p:s 1. 11 1/10 5 1/10 21. — „ „ 12- 6. 22: d„o d„o 1. 1. — _=o 1. 11 10 6. 20. 10. „ „ draaibassen ein de kamer met een kleesgra Voorraad — 1. 1. 1. 1 1 1. 1. 1. 1 12. - 6. 24. 1/10 88 do 8. 11 „ 8 „ 1. 1. 1. 1. 1. 1. 22 1/10 22. 3/10. „ „ „ d„o P P regt kloks Canons 20 N. 6. 8½. 3. 3. 2: 2: „ 1. Canons 963 4 Calib schiet kente Metaal ijzer omtrek mond Hb. db: boeken yzer kenen regt klek broek tromp lengte loop wys d=o ¼ ¾ _=o 1. 11 1/10 6„/d 17 3/18 1 11. 1/10 6 3/10 18 1/10 1. 11 1/10 4 9/10 22 1/10 1. 11 1/10 3. 19/10 23. - 1. 12: 6. 23: 10 1 11 17/10 6 /8d: 23. 1 13. 1/10 6 1/10 30 1/10 1. . 12: 10 6 1/10 30:10 1 12:19/10: 6 :/1d: 23 1/18 1 12 1/10 6 1/10 22. 9/10 1 12 1/10 6 ld 22 1/10 1 12 1/10 6 1/80 21. 10 1. 11 1/10 6 1/10 22 9/10 1 12: —: 6 1/10 22. —. 1. 12. 7/10 6 /o 24 1/18 wel bevonden op het smalschip De Verwagting 6. do 6 5. 6 Het Fort Coilan 17. 17 7/10 17 1/10 17/0 19 17. 3/10 26 1/10 24. 26 1/10 26 1/10 26 1/10 bij de 3. 3. —. 3. 3. — 3. 3. -. 3. 3. — 3. 3. 3: 3. — 3. 3. — 3. 3. -. 3. 3. 3. 3. — 3. 3. — 1. 1 do 8 1. 1. . E 1. 1. 8 45 1. „ 1. 1. – 2 E 1. 1. ½ 2. — 2. —. d=o 1. —. —. 10 1/10 6 18 18 9/8 2. 2. —. p/ 1. —. —. 10 1/10 6 1/10 18 1/18 1. 1. — 4. 4. - 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. —. 4. 4:—. De snauw De Nehalenia 1. 12 1/10 6. 1/10 2 1/10. wel bevonden, 1. 121/10. 6. 10. 2 0/10 d„o d„o 1. 12 3/10 6 1/10 20 5/0 d„o d„o 1. 12 3/10 6 1/0 21. -. „ 1. 12 3/8 6 1/10 21 1/10. „ 1. 12 3/10 6 1/10 21. –. „ 1. 12: 1/10 6 1/10 21. -. „ „ 1. 12: 1/10 6 1/10 21. —. „ 1. 12 1/10 6. 9/10 2010 „ deeze zijn 1 draaij stukken 1. 12. 7 1/0 18 1/18: Wel bevonden 1 11 1/10 17. 1/10 18 18 1. 12. -. 7. 1/10 1810 1 12: 7 18 18 1/10 1 12 — 7 17/10 18 5/10 „ 1 11 10 7 7/18 18 1/10 „ 1 12. 7 1/18 18 1/10 „ 1. 11. 10. 7. 10 18 1/1 „ 1. 12. 7 1/10 18 1/10 „ 1. —. —. 11 5/0 6 /10 21 1/10. 1. —. —. 11 1/10 6. — 21. 17/10 1. —. —. 11 1/10 6. 22:1/10. 1. —. —. 11 1/10 6 1/10 22 1/10 1. —. —. 11 1/10 6. — 22:—. 1. —. 11 1/10 6. 21.10. 1. 11 1/10 7. 10 18 1/10 „ 1. —. —. 10 1/10 6. 9/10 21. 19/10 „ 1 12: 7 1/10 18 9/10 „ 1. 1. d 1. —. —. 10 9/10. 6. —. 19 1/10: 1. 1. 2 1. — —. 11. 10 6. 21 10. „ 1. 12: 7. 10 18„„ d„o d„o boeken izer kenaloopens wijs broek tromp lengte Caisio schie kente metaal ijzer omtrek, mond„ H: P: P: A 4. 4 4 4 4 4 4 4 4 4. 4 4. 4 E Slingelianck 36 _=o 6. 6. 6. 6. 5. 6 6. 6 6. 6: 6. 3. 3. 3. 3. „ 13 7/10 6 ld 25. 10 lo 4. 4 1. 1. 27 1. —. — 11 1/10 6 1/10 22:1/10 „ „ „ „ „ „ „ „ „ 1 „ „ „ „ „ Canons H: Vt: 3: 3. 22. 1/10 22. — 27. —. 26 1/10 1 1— 1. 1 „ 1. 1. 1. 18. — 1 1 1. 1. „ 1. 1. Canons 8. 8 A d=o 36.
English
books iron barrel trunnion clock-wise straight caliber metal iron circumference 4 4 4 4 4 4 4 4 4 - 4 4 - 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 Cochim the last of March anno 1781 was signed J v Asbeek 1 12 1/10 6 1/10 20 10 1 12 1/10 6 1/10 21 - 1 12 10d 6 1/10 21 - 1 12 1/10 6 10 21 - 1 12 1/10 6 1/10 20 1/10 1 12 1/10 6 1/10 21 1 12 10 6 1/10 21 1 12 1/0 6/10 20 /8 1 12 10 6 1/10 20 17/10 1 12 10 6 10 21 found correct per breech muzzle length p 9 agreed J A Daimicheus J Secrets C Cannons Cannons ore mouth 1 1 2 1/10 6d 21 - 1 964 According to the proposal of the lord describer it has been approved and agreed to grant the commander two and the second in command one or both three percent of all sold as well as of all purchased goods with the exclusion only of spices, bar copper, and pepper to encourage the zeal of both of them in the faithful execution of the proposed remedies of redress provided both take an oath annually of faithful conduct and that they have engaged neither directly nor indirectly in private trade. That in order to oblige the commander and second in command all the more to a faithful and vigilant conduct of all purchase and sale except returns spices and Japanese copper a commission of 3 percent is granted being 2 for the first and 1 for the second provided they purge themselves with a solemn oath that they have conducted no private trade directly nor indirectly nor had it conducted for their account by others or favored it in any manner concerning that but have directed and arranged everything as they could have done in their own affairs. Extract of a separate letter written from Cochim to Batavia on 15 April 1766. Extract from the secret reflections of the Ordinary Councillor Schreuder concerning Malabar written on 16 December 1763. No 8 965 Your Right Honorables have been pleased to grant the commander 2 and the second in command 1 percent on all purchases and sales except returns spices and Japanese bar copper provided they engage in no private trade at all directly nor indirectly and purge themselves thereof annually by solemn oath. But whereas trade in all goods outside the aforementioned articles has been made free and open in Cochim and they deem negotiating in barter not advisable for the Honorable Company these granted percentages will amount to very little since sugar is virtually the only article that can be of note outside the exceptions and the sale of which due to private importation following the opened navigation will also decrease more or less so they will be able to profit little from this and be reduced to a very poor condition. Indeed their income will not be sufficient to live in accordance with the honor of the nation and their character which in this place that is frequented so much by foreign nations ought indeed to be maintained and preserved. For which reason they most humbly request Your Right Honorables to please allow them to retain the freedom to earn a penny through private diligence in order to trade equally with another in permitted goods and thereby if fortune favors also lay something aside for old age. They have proceeded all the sooner to present this humble request to Your Right Honorables and expect from your renowned goodness a favorable approval. Just as the oath of faithful conduct that we have imposed upon the commander and second in command namely that they have engaged directly or indirectly in no private trade also has solely the purpose to prevent that the commanders or seconds in command or both together could join with the one or two wealthy merchants and support maintain and favor with their wealth and interest the monopoly that is in the highest degree detrimental to the Company and sufficiently exposed. It is therefore on that account and because the declarations made against it etcetera did not appear valid enough to us that we still desire that Your Honors and all their successors shall take the aforementioned oath annually in full Council in the most solemn manner and that Your Honors with the required fidelity and zeal for the Company's welfare shall still make use of our aforementioned authorization as often as is necessary and practicable for the prevention of monopoly in trade. But also at the same time to remove Your Honors' complaints about the meager nature of what has been granted to Your Honors that is to say Extract of a separate letter written from Batavia to Cochim on 31 October 1766.
Dutch transcription
boeken yzer kenen loop wijs regt kloks bij de H Calib: schiet kente metaal ijzer omtrek 4: 4: 4. 4. 4. 4. 4 4. 4. - 4 4. - 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4 4. 4. 4 Cochim Den Laatsten Maart Anno 1781. /:was Getekend:/ J: v: Asbeek 1. 12: 1/10 6 1/10 20. 10. „ 1. 12: 1/10 6 1/10 21. -. „ 1. 12: 10d„ 6: 1/10: 21. —: 1. 12: 1/10„ 6. 10 21. —„ 1. 12. 1/10 6 1/10 20 1/10 1 12 1/10 6 1/10 21. 1 12:10: 6 1/10 21. 1 12 1/0 6/10 20 /8 1. 12. 10 6. 1/10 20 17/10 _„o _„o 1. 12. 10 6 10: 21. wel bevonden, P„r P„ P„s broek tromp lengte P 9 Akkordeerd J. A Daimicheus J SeCrets C Canons Canons H: Oer: mond 1 1:2 1/10. 6„d 21.— 1. 964. Volgens de propositie van den Heer Dat men om den Commandeur en Beschrijver is goedgevonden en verstaan, secunde tot een getrouwe en vigilan„ den Commandeur twee, en den sekuurde te behandeling te meer te ver„ Een, of beide drie ten hondert van het „pligten van allen in en ver„ verkogte zo wel, als van het ingekogte; „koop, excepto retouren, specerijen met uijtsluijting alleen van spece„ en Japans koper 3. p:r C:to provisie „rijen, staafkoper, en Peper, toete leg„ toegelegd, als 2. voor den Eersten, „gen, ter aanmoediging van Hun„ k voor den sweeden, mits zijn „ner beider ijver, in de trouwe zig met solemneele Eede komen executie van de voorgeslagene redres te zuijveren, dat direct nog in„ middelen; mits beiden Jaarlijks „direct geen particulieren Handel afleggen, den Eed van trouwe- be„ gedreeven of voor haare reekening „handeling, en dat zij zig nog direct door andere hebben laten drijven, nog indirect met particuliere dan wel daar omtrend op eenige Handel hebben opgehouden. wijze gefavoriseerd, maar alles zoda„ „nig gedirigeerd en Geschikt, als zij in hun eijgen zaaken zoude hebben kunnen doen. Extract Aparte Missive van Cochim na Batavia geschree„ „ven den 15. April 1766. „kingen van den Heer Raad ordi„ „nair Schreuder over de Malla„ „baar. geschreeven den 16. xber: 1763. Extract uijt de secreete Beden„ uw N„o 8. e 965 Uw Hoog Edelheedens hebben den Commandeur 2. en den secunde 1. p.r C=to gelieven toe teleggen van allen in- en verkoop, excepto retouren, specerijen, en Japans staaf koper, mits dan ook in het geheel geen particulieren Handel drijven, direct nog indirect, en zig jaarlijks der weegens met solemneele Eede zuijvere maar nademaal den Handel in alle wharen buij „ten de even gem: Articulen te Cochim vrij en open „gesteld is, en het negotieeren in trocque voor d' E: Comp: niet raadzaam oordeelen, zullen die toege„ „legde p:r C=to zeer wijnig kunnen bedragen, dewijl de zuijker genoegsaam het eenigste articul is, dat buijten de uijtgezonderde van naam kan zijn, en waar„ van den debiet door particulieren aanbreng, mits de opengestelde vaart meede min ofte meer zal ver„ minderen, dus ze hier door wijnig zullen kunnen profiteeren, en tot een zeer sober conditie gebragt werden, Ja hun inkoomen, niet toerijkende zijn om te kunnen leeven, zo als met honneur van de Natie en Hun Caracter overeenkomt, dat ter deeze plaatse, die de vreemde Natien, zo zeer frequenteeren, dog wel diend bewaard, en onderhouden te worden, waarom ze uw Hoog Edelheed=s op het onderdanigste zijn versoekende, hen de vrijheid, om door diligentie particulier een stuijver te winnen, te willen laaten behouden, om gelijkstandig met een ander ingepermit„ teerde whaaren te behandelen, en daar door zo de for„ „tuijn wil dienen, ook iets voor den ouden dag op Gelijk dan de Eed van trouwe behandeling, dien wij den Commandeur en sekunde hebben ge-imponeert, dat ze namendlijk: zig direct of indirect met geen particulieren Handel hebben opgehouden, ook alleen tot oogmerk heeft om te beletten:, dat de commandeurs of sekundes, dan wel beide zamen zig niet konnen voegen, bij de een à twee vermogende kooplieden, en het voor de Comp: ten hoogsten schadelijk en genoeg ontdekte monopolie met hun vermogen en belang te staven, mainctineeren en begunstigen; Het is derhalven uijt dien hoofde en om dat de daar tegen gedaane betuijging etc=a ons niet valide genoeg zijn voor„ „gekoomen, dat wij als nog begeeren, dat uE:s en alle hun„ „ne navolgens den voorm: eed jaarlijks zullen doen in vollen Raad op de solemneelste wijze, en dat VE: niet de vereijste trouwe en zugt voor 'sComp=s welvaart als nog zullen gebruijk maken van onze voorm: qualificatie, zo dikwils zulx tot weijring van monopolie in den Handel noodig en doenlijk is: Dog om ook teffens weg„ „teneemen VE:s klagten over de soberheid, van het vE:s Extract Aparte Missive van Batavia na cochim geschreeven den 31. ' 8ber: 1766. „teleggen, ze zijn te eerder getreeden om dit hun needrig versoek aan uw Hoog Edelheed=s voortedragen en ver„ „wagten van Hoog derselve beroemde goedheid, een gunstig fiat. „te zeggen toegelegde
English
966 Extract from the General Letter written by Their High Nobilities at Batavia to Mallabaar, dated 6 7ber 1769. We wish to hope that the sales will markedly increase. And trusting that Your Excellencies will employ all mercantile means to that end, we have seen fit to grant to the present titular Governor and the secunde at Cochim, and those who shall succeed them in time, as a means of subsistence, five per cent on the net yield of the merchandise which they happen to turn over, but not on the amount of the purchased [illegible] products, provided they annually take the oath of clearance, that they have directly nor indirectly engaged in any private trade, and have conducted that of the Company with the required fidelity. ...assigned means of subsistence, we have likewise seen fit to grant to you, for the present and until further disposition and order of the Lords Majors, instead of the previously fixed 3 per cent, now 5 per cent on the entire sale, that is from the profits on the sale of merchandise which Your Excellencies receive annually from here; as well as the sale of pepper at Cochim for the account of the Company, to wit 4 per cent for the Commandeur and 1 ditto for the secunde. Extract from the treatise of the late Mr. Senff under date 15 April 1770. The extraordinary favor which Your High Nobilities have shown to the two First Servants of this Commandment, by granting them 5 per cent on the sales, is certainly praiseworthy. And as I have already fulfilled my obligation in that respect by the recently sent General Letter, and now further fulfill it by this, so I shall by no means fail to take the required oath as soon as the Trade Books of Anno 1768/9 are closed, but I cannot however omit presenting in all respect to Your High Nobilities that this favor might well be increased with 5 per cent on the purchases. Extract from the Separate Letter written from Cochim to Batavia, 6 April 1767. We have, on 10 February, when Your High Nobilities' general rescription dated 31 8ber was dealt with, already declared in full Council to take the imposed oath annually according to the prescription of Your High Nobilities, and since then have refrained from all private trade; and conducted that of the Company alone in all uprightness, in order to be able to take the oath with a clear conscience and to merit the granted 5 per cent from the profits on the entire sale of the merchandise brought from Batavia and the sale of pepper here; for which favorable disposition we most humbly thank Your High Nobilities. Extract from the Separate Letter written from Batavia to Cochim, 25 7ber 1770. Section 107. Instead of granting 5 per cent on the purchases to the Commandeur and secunde as well as on the sales, it has been thought fit to revoke the last-mentioned gratuity entirely, and with the abolition of the oath introduced simultaneously therewith, to permit private trade once again to them, as well as to all other servants, with the exclusion of pepper, spices, and Japanese bar copper, which two last-mentioned articles, while the first remains entirely prohibited, shall if possible have to be sold directly to the arriving merchants. 967. Extract from the Separate Letter written from Cochim to Batavia, 1 May 1772. Hereby we take the liberty, in the hope of a favorable interpretation, most respectfully to address Your High Nobilities on the article of our revenues. The private trade granted to us by Your High Nobilities by separate letter of 25 7ber 1770, we reasonably regard as a proof of favor which obliges us to gratitude; but since the trade of the Company begins to be on such a good footing that, if our full demand could have been met, this year would have been very profitable for Her Nobility, and we flatter ourselves not without reason that the trade will increase more and more and improve in several articles, whereto the advantageous situation of this place gives very much hope, and we promise Your High Nobilities that we shall seek to contribute with zeal and fidelity, and thus also with renunciation of all self-interest, everything that is in any way dependent on us, we would rather not profit from Your High Nobilities' aforementioned proof of favor, just as the first signatory since his arrival here until now has made no use of it, so as to have no other interest than to promote the Company's interests to the utmost of our power. We therefore take the liberty very respectfully to request Your High Nobilities that we may once again enjoy the gratuity granted by Your High Nobilities by Resolution of 9 April 1764 to the commandeur and sekunde, and since increased to five per cent, whereby the interest of the two First servants of this Coast, who properly manage the trade of the Company, remains most closely tied to the interest of Her Nobility, and everything is prevented that can give rise to any separate interest, which cannot always be well combined with the interests of the Company. Furthermore, we request permission to show Your High Nobilities and conscientiously assure how the necessary and unavoidable expenses, in particular...
Dutch transcription
966 toegelegde middel van bestaan, zo hebben wij teffens goed„ Extract uijt de Gemeene briev, door Extract uijt de verhandeling „gevonden UE: voor eerst en tot nadere dispozitie, en order Haar Hoog Edelheed:s te Batavia na van wijlen den Heer Serff der Heeren Majores toeteleggen insteede van de bevoorens ge„ Mallabaar gescha: den 6. 7ber: 1769. onder dato 15. ' April 1770. „fixeerde 3. p:r C:to thans 5. p„r C.to op den geheelen verkoop dat is uijt de winsten op den verkoop van koopman„ Wij willen hoopen — dat de De biet De bijzondere Gunste die uw Hoog „schappen, die VE:s Jaarlijks van hier ontfangen; — merkelijk accresseeren zal. En in Edelheedens aan de twee Eerste Bedien„ mitsgaders den verkoop van peper te Cochim voor reeke„ vertrouwen dat VE: daar toe alle mer„ dens van dit Commandement bewee„ „ning van de Comp: teweeten 4. p:r C:to voor den Comman„ cantile middelen in 't werk stellen, zon hebben, met aan dezelve 5. p:r C=to „deur en 1. d=o voor den secunde. hebben wij — goedgevonden den paer op den verkoop toete leggen, is zeekerlijk „senten titulair Gouverneur en den dankens waard. En gelijk ik mijne secunde te Cochim, en die hem in verpligting ten dien opsigte bij de der tijd zullen succedeeren, tot een Jongst versondene Gemeene briev, be„ middel van bestaan toe teleggen, reeds volbragt heb, en thans nader vijf p:r C:t op het zuijver rendement volbaenge bij dezen, zo zal ik geen„ Wij hebben op den 10. februarij, wanneer over uw Hoog der koopmanschappen die zij komen zints in gebreeken blijven, den Edelheedens generaale rescriptie, de dato 31. 8ber:, is om tezetten —. maar niet —. gerequireerden Eed. afteleggen, zo dra gebesoigneert ons reeds in vollen Rade gedeclareerd van 't bedraagen der ingekogt uer„ de Negotie boeken van Anno 176/9. den opgelegden Eed; Jaarlijks na het voorschrift van „dende producten, mits jaarlijks afgeslooten zijn, maar ik kan egter uw Hoog Edelheed:s te zullen doen, en zeedert van allen den Eed van zuijvering afleggende, niet nalaaten, uw Hoog Edelheed:s particulieren Handel afgesien; en dien van de Comp: dat ze zig direct nog indirect met geen in alle eerbied voortedragen, dat in alle opregtheijd alleen gedreeven, ten eijnde met „nen particulieren handel hebben op „ deze gunste wel met 5. p:r C:to op den eene Geruste Consientie den Eed te kunnen afleg„ gehouden en die van de Comp: met de inkoop vermeerdert mogten worden. „gen en te meriteeren de toegelegde 5. p:r C=to uijt de vereijschte trouwe gedreeven. winsten op den geheelen verkoop van de van Batavia aangebragt werdende koopmanschappen, en den verkoop van peper alhier; voor welke gin„ „tige dispositie wij uw Hoog Edelheed=s op het nedrigste bedanken Extract Aparte missive van Co„ „chiin na Batavia geschreeven den 6. April 1767. In steede van op den inkoop aan den Com„ Extract Aparte Missive van Batavia na Cochim geschreeven den 25. 7ber: 1770. Extract „mandeur § 107. 967. mandeur en secunde, zo wel als van den verkoop 5. p:r C:to toetestaan, heeft men goedgevonden, het laatst gem: douceur in 't geheel intetrekken, en met afschaffing van den daar mede tegelijk in„ „gevoerden Eed weder aan dezelve, zo wel als aan alle andere dienaren den particulieren Handel toe te staan, met uijtsluijting van peper, specerijen, en Japans staaf koper, welke twee laatst gem: ar„ „ticulen, terwijl het eerste in 't geheel verbooden blijft, des mogelijk direct aan de aankomende Negotianten zullen moeten worden gedemanueert. Extract Aparte missive van Cochim na Batavia gescha: den 1. maij 1772. Bij dezen gebruijken wij de vrijheijd uw Hoog Edelheed=s in hoop van gunstige welduijdinge op 't eer„ biedigste te onderhouden over het articul van onze Jn„ „komsten. De door uw Hoog Edelheed:s ons toegestaane par„ „ticuliere Handel, bij aparte missive van den 25. 7ber: 1770. merken wij billijk aan, als een gunst bewijs, het welk ons tot dankbaarheid verpligt; dog wijl den Handel van de Comp: op zulken goeden voet begind testaan, dat indien onzen vollen Eijsch had kunnen voldaan werden, dit Jaar voor Haar Edele zeer voordeelig zoude geweest zijn, en w' ons niet Wij neemen dierhalven de vrijmoedigheijd uw Hoog Edelheed:s zeer eerbiedig te versoeken, dat wij wederom mogen genieten het douceur door uw Hoog Edelheid=s bij Resolutie van den 9. ' April 1764. aan den commandeur en sekunde toegelegd en zeedert tot vijf ten hondert vermeerderd, waar door het belang: van de twee Eerste bediendens dezer Custe, die eijgentlijk den Handel van de Comp: bestieren aan het intrest van Haar Edele op het naauwste verknogt blijft, en voorgekomen word, alles wat aanlijding geeven kan, tot eenig afzonderlijk intrest, het welk niet altoos met de be„ langen van de Comp: wel te Combineeren is. Nog versoeken we verlof uw Hoog Edelhed=s te mogen vertoonen, en na gemoede te verzeekeren, hoe de nodige en onvermijdelijke verteeringen, in„ zonder Grond vlijen, dat de handel meer en meer zal toe„ „neemen, en in verscheide artikelen verbeeteren; waar toe de voordeelige geleegentheid deezer plaats zeer veel hoop geeft, en we uw Hoog Edelheed:s belooven, dat we met ijver en trouwe, dus ook met afzien van alle eijge belang, daartoe alles zullen zoeken toetebrengen, wat maar eenigzints van ons afhangelijk is, zo willen wij van voorsch: uw Hoog Edelheed=s gunst bewijs liever niet profiteeren, gelijk dan ook den Eerstgeteekende 't zedert zijn komste alhier tot nog toe, daar van geen Gebruijk gemaakt heeft, om alzoo geen ander intrest te hebben, als 'sComp:s belangens naar uijtterste vermogen te bevorderen. zonder „zonderheid
English
Apart 968 of the first undersigned run quite high here, apart from the outward appearances which cannot be neglected without causing much offense, to which also contributes very greatly the constant arrival of foreigners, and among them often very respectable people, who are accustomed to being decently entertained, which does not happen without expense. One is even ashamed to present everything in this manner, but it is truly so. The allocated commission of 5 per cent on sales alone provides, in comparison, a very limited and, if we may say so, insufficient livelihood, as has already been shown to Your High Excellencies with the reasons thereof by the late Honorable Mr. Senff in his treatise on Malabar. And we hope that Your High Excellencies, in consideration thereof, will please not take it amiss that we take the liberty very humbly to request the same, that the granted commission on sales may, through the goodness of Your High Excellencies, also be extended to the purchase of pepper, in order to be able to subsist and not have need to occupy ourselves with anything other than fulfilling our duties toward the Company, which we hope, through our zeal to do well, will richly compensate for this in its greater profits. Having received the separate letter written to us by Your Honor and the secunde Van de Graaff concerning the article of their revenues, dated primo May 1772, containing the request to, instead of enjoying the private trade permitted by us in our separate letter of 25 September 1770, not only once again be allowed to enjoy the douceur that we allocated to the Commander and secunde by Resolution of 9 April 1764, to the amount of three per cent of what is sold with the exception of some articles, and which was since increased by Resolution of 27 July 1769 to five per cent, according to the tenor of our general rescription of 26 September following, and whereby in Your Honor's opinion the interest of the two first servants on Malabar, actually directing the Company's trade, will remain most closely connected to Your Honor's interest, and everything that could give occasion to any separate interest, which cannot always be combined with the interests of the Company, will be prevented, but also that the aforesaid 5 per cent commission on sales might be extended to the purchase of pepper, so have we, considering that the To the Honorable Adriaan Moens Commander at Cochin Honorable, Prudent, Discreet. Malabar Malabar necessary 969 necessary and unavoidable expenses there run quite high, and that the commission of 5 per cent on total sales does not give a sufficient livelihood for that purpose, been willing to defer so far to Your Honor's request, that we, abolishing the private trade permitted to the Commander and secunde, grant Your Honor to again enjoy henceforth alongside the secunde, not only five per cent of the net yield of the merchandise that is turned over by Your Honors together, namely of those alone upon which an actual advance of 25 and more per cent is obtained, and not of those that yield less or no 25 per cent profit, provided an annual oath of purgation is taken, that Your Honor and the secunde have not meddled directly or indirectly in any private trade, and have conducted that of the Company with the required fidelity, but also three instead of the requested five per cent of the pepper being purchased, both taking commencement with primo September of this year, or with the book year 1772/3, in order to have a better subsistence in the future, and not have need to apply oneself to anything other than the improvement of the Company's state and trade on the Malabar coast, so that from the expected greater profits the expenditure of this douceur may be richly compensated. Wherewith, after greetings, we remain, underneath stood, Your Honor's good friends, was signed, P. A. van der Parra, J. van Riemsdijk, R. De Klerk, M. Romp, Furthermore, it being taken into consideration that although one thing and another will still be possible to do without great expense through deliberation and frugality, in proportion to the necessity and importance thereof, it is nevertheless equitable Extract secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin, the 26 November 1773. Furthermore, I humbly give thanks that Your High Excellencies have pleased to grant the secunde and me, instead of enjoying the private trade lately permitted by Your High Excellencies, to once again enjoy the former douceur of five per cent on the sold merchandise, besides also three per cent on the purchase of pepper, commencing with the book year 1772/3, all under the same restriction as before. Extract of a separate letter written from Cochin to Batavia the 25 March 1773. P. Haaksteen, W. A. Alting, H. Breton, J. J. Craan, W. Fockens, D. Boelen, in the margin, Batavia in the Castle the 30 October 1772.
Dutch transcription
Apart 968 zonderheijd van den Eerstgeteekenden hier vrij hoog loopen, behalven de uijtterlijkheeden, die zonder veel opsien niet natelaaten zijn, waartoe ook zeer veel contribueert het gestaadig aankoomen van vreemde, en daar onder al veeltijds zeer ho„ „nette lieden, die gewoon zijn ordentelijk onthaals tewerden, het geen niet zonder kosten toegaat: Men is zelvs beschaamd, om dat alles zo te vertoonen, dog het is waarlijk zoodanig: De toegelegde pro„ „visie van 5. p:r C:to op den verkoop alleen, geeft in vergelijk daarvan, een zeer bepaald, en als wve het zeggen mogen, geen toerijkend bestaan, zo als zulx door wijlen den Edelen Heer senff bij desselfs verhandeling over de Mallabaar, met de reedenen van dien uw Hoog Edelheedens reeds vertoond is, en we hoopen dat uw Hoog Edelheid=s ons uijt consideratie van dien, zullen gelieven ten goede te houden, dat we de vrijheid ge„ „bruijken Hoogst Dezelve zeer ootmoedig te versoeken, dat de toegestaane provisie op den verkoop door de Goedheid van uw Hoog Edel„ „heedens ook tot den inkoop van de peper moge werden uijtgestrekt, om te kunnen bestaan, en niet noodig te hebben, ons niet iets anders te bemoijen, als met het volbrengen van onze pligten, omtrent de Comp:, die wij hoopen door onzen ijver om wel te doen, in haare meerdere winsten dit rijkelijk te zullen vergoe„ „den. Ontfangen hebbende de aparte briev door VE: en den secunde van de Graaff over het artikel van den„ „zelver Jnkomsten, aan ons geschreeven, in dato primo Maij. 1772. , houdende versoek om in plaats van te gau„ „deeren van den door ons bij aparte missive van den 25.' september 1770. toegestaane particulieren Handel; niet alleen wederom te mogen genieten het douceur dat w' den Commandeur in secunde bij Resolutie van den 9. ' April 1764. , tot drie ten hondert van het verkogte met uijtzondering van eenige artikelen toegelegt, en zedert bij Resolutie van den 27. ' Julij 1769. tot vijf, ten hondert vermeerderd hebben gehad, naar luijd onzer gemeene rescriptie van den 26. 7ber: daar aan volgende, en waar door naar VE: gedagten het belang der twee Eerste bediendens op Mallabaar eijgentlijk 's Comp=s Handel dirigeerende, aan Waar Ed:s interest op het nauwste verbonden zal blijven, en voorgekomen wor„ „den, al het geene dat aanlijding kan geven tot eenig afzonderlijk intrest, 't welk niet altoos met de belangen der Maatschappij te Combineeren is, maar ook dat de voorsz: 5. p:r C:to provisie op den verkoop tot den inkoop van de peper mogte worden uijtgestrekt, zo hebben wij uijt aanmerking dat de Aan den E: Adriaan Moens Commandeur te Cochim Erntfeste, voorzienige Discreete. Mallabaar Mallabaar noodige 969 nodige en onvermijdelijke verteeringen ginter vrij hoog loopen, en dat de provisie van 5. p:r C:t op den gehee„ „len verkoop daarvoor geen toeaijkend bestaan geeft, in zoo verre wel aan VE: versoek willen defereeren, dat w' den aan den Commandeur en sekunde Gepermitteerde particulieren Handel afschaffende, UE: weder toestaan om nevens den secunde voortaan te mogen genieten, niet alleen vijf p:r C:t van het zuijver Rendement der koopman „schappen, die door VE: tezamen worden ongezet, namelijk van de zulke alleen, waarop reëel 25. en meer p:rC: advans word behaalt, en niet van de Geene, die min„ „der of geen 25. p:r C:t winst afwerpen, mits jaarlijks den Eed van zuijvering doende, dat VE: en de se„ „cunde zig direct of indirect met geene particulie „ren Handel bemoeijd, en die van de Comp: met de vereijschte trouwe gedreeven hebben, maar ook drie in plaats van de verzogte vijf p:r C:t van de ingekogt wordende peper, beide aanvang neemende met primo september dezes jaars, of met het boek„ „Jaar 177 /3. , ten eijnde in 't vervolg een beeter bestaan, en niet nodig te hebben, om zig op iets anders toeteleg„ „gen als op de melioratie van 'sComp:s staat en Handel ter Mallabaarse kust op dat uijt de verwagt wer„ dende meerdere winsten rijkelijk moge werden vergoed, de afgave van dit douceur Waarmeede na Groete blijven /:onderstond:/ VE: goede vrienden /:was getekend:/ P: A: van der Parra, J: van Riemsdijk, R: De klerk, M:e Romp Wijders in aanmerkinge genomen zijnde, dat schoon dat een en ander door overleg en zuijnigheijd nog wel zonder Groote kosten zal tedoen zijn, naar proportie van de noodzaakelijkheijd en aangelee„ „gendheijd van dien, het nog tans billijk is Extract secreete Resolutie Genomen in Raade van Malla„ „baar ter steede Cochim, den 26. November 1773. Wijders bedanke ootmoedig, dat uw hoog Edelheed=s den sekunde, en mij hebben gelieven te accordeeren, om in steede van de door uw Hoog Edelheed=s laatst toe„ „gestaane particulieren Handel te gauderen) weder te mogen genieten het voorig douceur van vijf ten hondert, op de verkogte koopmanschappen, benevens nog drie p:r C:t op den inkoop van de peper, beginnen„ „de met het boekjaar 177 2/3. , alles onder dezelvde restrictie als bevorens. — Extract Aparte missive van Cochim na Batavia geschreeven den 25. Maart 1773. P: Haaksteen, W: A: Alting, H=k Breton, ., I: I: Craan, W: Fockens, D: Boelen, /:in margine:/ Batavia in het Casteel den 30. 8ber: 1772. ote dat
English
that one assists the Company, especially in times in which it has to bear greater burdens, by procuring for it all the advantages that it can reasonably enjoy; and since there are several articles here in which one can trade for Their Excellencies' account with a well-founded prospect of considerable profit, it has, upon the proposal of the Lord Commander, been further approved and agreed to make a trial of this for the present time, especially with the sugar and arrack brought here by private merchants, insofar as these can be negotiated at reasonable prices; with the understanding, however, that notwithstanding these purchases being made for the account of the Company, the usual import and export duties shall nevertheless be paid on them. From the often-mentioned secret Resolution herein, Your Right Excellencies will see that it was also decided thereby to make a trial to see whether one could not trade here in various articles for the account of the Company with some profit, in order to let the Company profit from everything that is in any way possible, and thereby simultaneously recover the expenses of various extraordinary though necessary works. And I have indeed already made a beginning with this, which has succeeded so well that I expect much good from it. At the close of this financial year, I shall have a separate return of profits drawn up and have the honor of transmitting the same to Your Right Excellencies, with which I then also hope to demonstrate, not merely on paper but with documentation, that the Malabar can effectively be more advantageous to the Company in several respects than it has been up to the present day. Extract of a Separate Missive written from Cochim to Batavia, dated 28 March 1774. With relation to the trade, a trial having been undertaken by Your Honour to see whether one could not trade yonder in various articles for the account of the Company with some profit, in order to let it profit from whatever is in any way possible, and thereby simultaneously recover the expenses of various extraordinary though necessary works, which has succeeded so well that Your Honour expects much good from it: we shall await the return of profits that was to be drawn up at the close of this financial year 1773/1774, in hopes of being permitted to see thereby that Malabar can effectively be more advantageous to the Company in several respects than that region has been up to the present day. Extract of a Separate Missive written from Batavia to Cochim, dated 30 September 1774. Above, I spoke of advantages that the Company has not been accustomed to having here, and which I nevertheless procure. By this, I mean that which was noted by me in my aforementioned separate letter of 28 March of this year, namely to make a trial to see whether one could not trade here in various articles for the account of the Company with some profit, in order to let the Company profit from everything that is in any way possible, and thereby recover the expenses of various extraordinary though necessary works. According to the promise made therein, I shall send over a specific return of profits at the close of this financial year; yet I have the pleasure of already being able to inform Your Right Excellencies hereby that the profit which the Company has gained thereby without any risk amounts to 16000 ropias, rather more than less, which this time is only as a trial, but will yield much more in the future. Extract of a separate missive written from Cochim to Batavia, dated 18 June 1774. While the advances already obtained on the trade in various articles commenced on a trial basis for the Company, amounting to 16000 ropias, are indeed pleasing to us, we shall continue to look forward to the promised return of profits at the closing of the Books of the Year 1773/1774. Extract of a Separate missive written from Batavia to Cochim, dated 16 December 1774. Pursuant to the promise at the end of my separate letter dated 18 June, I have the honour to present herewith to Your Right Excellencies the return of profits of such goods as I have purchased and sold for the account of the Company during the recently passed trading season or good monsoon, from which it appears that the Company has profited an amount of 16760.-.- ropias or ƒ 20112.-.-. I shall try this again this year, and although I shall once more do it only as a trial, I nevertheless do not doubt that the profit will Extract of a Separate missive written from Cochim to Batavia, dated 1 January 1775.
Dutch transcription
970 dat men de Compagnie inzonderheid in tijden, waar in zij grootere lasten tedragen heeft, daar in te„ „gemoed komt, door aan Haar te bezorgen alle de voordeelen die ze billijk genieten kan, en wijl hier verscheide artikelen zijn waarin met een gegrond voor uijtzigt van merkelijk voordeel voor Haar Ed=s reekening handelen kan, zo is op de propositie van den Heer Commandeur al verder goedgevonden en verstaan, daar van ditmaal een proefte neemen, in„ zonderheijd met de zuijker en arrak die door par„ „tikuliere Handelaaren hier aangebragt word, voor zo verre, men die tegens reedelijke prijzen bedingen kan, met dezen verstaande nogtans, dat niet tie„ „genstaande, deze inkoopen gedaan worden voor reek: van de comp:, nog tans de gewoone inkoo„ „mende en uijtgaande regten daar van zullen wor„ „den betaalt. Bij de in dezen meerm: secreete Resolutie zullen uw Hoog Edelheed=s zien, dat daarbij ook beslooten is, om eens een preuve te neemen, of men hier niet met eenig voordeel in deze en geene Artikelen voor reek: van de comp: zoude kunnen handelen; ten eijnde de comp: tog tedoen profiteeren van alles Extract Aparte Missive van Cochim na Batavia geschreeven onder dato 28. Maart 1774. Met relatie tot den Handel door VE: een preuv genomen weesende, of men ginter niet met eenig voordeel in deze en Geene artikelen voor reekening van de Comp: zoude kun„ „nen handelen, ten eijnde Haar tedoen profiteeren wat maar eenigsints mogelijk zij, en om daar door teffens de onkosten van deze en geene extra ordinaire dog nodige werken uijttewinnen, het geen zo wel gelukt is, dat UE: zig daar van veel goeds beloofd, zo zullen wij het Rendement Extract Aparte Missive van Batavia na Cochim gesz: onder dato den 30. ' 7ber: 1774. wat maar eenigsints mogelijk is, en om daar door de onkosten van deze en geene extra ordinaire dog nodige werken uijttewinnen; en ik hebbe daar meede reeds werkelijk een aanvang doen maaken, dat zo wel gelukt, dat ik mij daarvan veel goeds be„ „loove; Jk zal met het eijndigen van dit boekjaar daar van een apart Rendement doen opmaaken, en d'eere hebben uw Hoog Edelheid:s, het zelve dan toetezenden, en waarmeede ik dan teffens koope, niet op het papier, maar met de stukken te zullen toonen, dat de Mallabaar in meer opzigten effec„ „tiev voor de Comp: voordeeliger kan zijn, als tot hee„ „den toe geweest is. wat dat 971. dat met het eijndigen van dit Boekjaar 177¾. daar van stond opgemaakt teworden, blijven af„ „wagten, in hoopen van daar bij te zullen mogen zien, dat Mallabaar in mer opzigten effectief voor de Comp: voordeeliger kan zijn, als die lust tot heeden toe geweest is. Hier vooren sprak ik van voordeelen, die de Comp: niet gewoon is geweest hier te hebben, en ik even wel bezorge; hier meede bedoele ik het door mij genoteerde bij voorschr: mijn apparte van den 28. ' Maart, dezes jaars, namendlijk om eens een preuve teneemen, of men hier niet met eenig voordeel, in deze en geene artikelen voor reek: van de Comp: zoude kunnen handelen, ten eijnde de Comp: tog tedoen profiteeren, van alles wat maar eenigzints mogelijk is, en om daar door de on„ kosten van deze en geene extra ordinaire, dog nodige werken uijttewinnen; jk zal volgens het daar bij beloofde met het eijndigen van dit boek„ Jaar een specificq Rendement daar van over„ „zenden, dog ik hebbe het genoegen uw Hoog Edelheed=s bij dezen reeds te mogen bedeelen, dat de winst die de Comp: daar bij, zonder eenige Extract aparte missive van Cochim na Batavia geschreeven onder dato den 18. Junij 1774. Terwijl ons de reeds behaalde advancen op den ter preuve g'entameerden. Handel in deze en geene articulen voor de Comp: tot ro„ „pias 16000. wel gevallig zijn, en wij het beloofde rendement op het slot der Boeken van A:o 177¾. zullen blijven te gemoed zien. Extract Aparte missive van Cochim na Batavia geschreeven, onder dato 1. Januarij 1775. Volgens belofte aan het eijnde mijner oparte onder dato den 18. ' Junij, hebbe d'eer uw Hoog Edelheed:s hiernevens aantebieden het Rendement van zodanige Goederen, als ik in de jongst gepasseerde Handel tijd of goede mousson voor reek: van de Comp: ingekogt en verkogt hebbe, waar bij blijkt, dat de Comp: geprofiteerd heeft, een somma van ro/a 16760. –. of ƒ 20112. -. -. Jk zal dit jaar zulx nog eens probeeren, en schoon ik het alweder maar ter preuve zal doen, zo twijfele egter niet, of de winst Extract Aparte missive van Ba„ „tavia na Cochim geschreeven onder dato 16:' xber: 1774. risico Geprofiteerd heeft, bedraagt 16000 r7/o eer meer als min, het geen ditmaal maar ter preuve is, maar in het vervolg veel meer rendeeren zal. risico zal