VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3627

Japan · 538 pages · 335 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3627_0505 view scan ↗

English

14 that a large crowd stood there in front of that house, where many lights were kindled, and where against the wall hung the aforementioned image of Christ, painted on oiled linen; and that, because he, the Fiscal, did not see that any religious reverence was being paid, but rather that unrestrained merriment, laughter, and other such excesses were being committed, his Honor, in order to remove the offense to passers-by, sent the court officers at about eight o'clock in the evening to remove that printed image from there and bring it to him; That the court officers, having arrived at that house, waited until midnight, twelve o'clock, when most people had left, because they feared that they would be hindered in the removal since a large crowd was present there at the time; and that they then, with drawn cutlasses, removed that printed image from that house and took it with them, which they kept in safe custody and brought in the morning to the Fiscal, who also received it from them; That several persons, having assembled upon the violence that followed that removal, requested one Ioaquim Cardozo to go with them to the Captain of the Burgher Guard, Abraham de Wind, to inform him of this incident, but that this Cardozo refused this; after which, however, several men and women went that same night after one o'clock to report this to the aforementioned de Wind, who rebuked them and ordered them to go away, with instructions to come to him the following day if they had anything to say; That on Saturday morning, the 30th of March, several men and women came to the aforementioned de Wind, with a plea to request on their behalf from the Lord Fiscal that they might receive their image back, which the aforementioned de Wind promised them, saying: you people just go away, and let Cardozo (who in the meantime had arrived) remain here; when the Council of Policy meeting is over, I will go with him to the Lord Fiscal; That Commandant Hensel, at the request of a party of Portuguese soldiers, sent Adjutant Willner to the Lord Fiscal that morning to request on their behalf that his Honor would please return the image, and that the Fiscal answered that the image had been removed by his order, and that he would speak further with him, the Commandant, about it. That because the meeting had ended and the Lord Fiscal had not come home, the aforementioned de Wind went to the Castle and met him, the Fiscal, at the house of Commandant Hensel, where he, de Wind, requested him, the Fiscal, to be pleased to return the image, but that his Honor answered: I cannot return it, but if they want to have one, I will have one made by Master Rasmus, which will be so heavy that they will have no difficulty with my people taking it away; or that his Honor could not return this image because it was contrary to the orders, but if they wanted to have an image, that they could then have one made by Master Rasmus, for which he would pay half the expenses, because then they would not be able to carry it around; That the Honorable Wind, regarding this reasoning as raillery, after several exchanges of words requested his Honor once again for the image; but as he made no progress with this, he went to his house and told Cardozo that he had petitioned on their behalf, referring him to the Honorable Ioost Koek, former Captain of the Burgher Guard, father-in-law of the Honorable Cauperus, so that he too might petition on their behalf, to whom Cardozo went directly, and who appointed him to return in the afternoon; That Cardozo, returning also in the afternoon, received in answer from the Honorable Koek that he had already requested the Fiscal that they might receive their image again, but that he would make further requests; and that he, Cardozo, was to return the following afternoon; That Cardozo also came on the 31st of March to the Honorable Koek for an answer, but that he received the very same answer as the day before, with a deferral until Monday afternoon, the 1st of April; That on the afternoon of the 1st of April, Cardozo received in answer from the Honorable Koek, in the presence of the Honorable de Wind, that the Fiscal did not want to return the image; That Cardozo went home with de Wind, and that Cardozo then asked de Wind for advice on how they should now conduct themselves; that de Wind answered that both he and the Honorable Koek had made requests for them in vain, and he supposed that the Fiscal was waiting for them to come and request it themselves, wherefore he and some of his nation ought to go to the Fiscal themselves to request their image back; That on the morning of the 2nd of April, Cardozo came to the Honorable de Wind to ask where he should go first to request the image, whether to the Right Honorable Lord Governor or to the Lord Fiscal; that de Wind answered him in substance: go first to the Lord Fiscal and make the request yourself, his Honor probably expects you to come and ask yourself, and if you do not get your image then, come back to me, and I will go with you to his Honor; That Cardozo subsequently went to the house of the Fiscal, being followed by the crowd that had gathered in front of the house of de Wind, but because he did not find the Fiscal at home, he waited on the steps of and at the house of the Honorable Koek, while the crowd that followed him (which was estimated to have grown to nearly two hundred persons) stood before it, whereupon some time later the Fiscal arrived driving up; That Cardozo then went up to the Fiscal on the steps, the crowd remaining below them, and that Cardozo subsequently besought the Fiscal to grant them forgiveness for this time, and to be pleased to return the print to them, subjecting themselves to

Dutch transcription

14 dat aldaar veel volk voor dat huis stond, daar veel ligt aangestoken was, en alwaar aan de wand hong het voorsz: Christus-beeld op geolijd linne geschilderd, en dat dewijl hij Fiscaal niet zag dat 'er eenige Godsdienstige eerbewijzinge, maar wel een ongebonden vrolijkheid gelach en andere diergelijke uitspoorigheden gepleegd wierden, zijn E. om aanstoot voor de voorbijgangeren te be„ „neemen; de Geregtsdienaars des avonds circa agt uuren heeft gezonden, om dat printen beeld van daar weg te haalen; en bij hem te brengen; Dat de Geregtsdienaars aan dat huijs geko„ „men zijnde gewagt hebben tot middemagt twaalf uuren toen de meeste menschen weg waer„ „ren, dewijl zij vreesde dat zij in de wegneeming belet zoude werden, doordien 'er toen veel volks zig aldaar bevonden; en dat dezelve toen met bloote houwers dat printe beeld uit dat huis weggehaald en met zig genomen hebben, het„ „welk zij bewaard, en des morgens aan den Fiscaal hebben gebragt, die het ook van hun heeft ontvangen; Dat verscheide persoonen, op het geweld dat op die wegneeming volgde, tezaam gekomen zijnde, aan eene Ioaquim Cardozo verzogte om met hun na den Capitein der Burgerij Abraham de Wind te gaan, om denzelven van dit voorval kennis te geeven, maar dat deeze Cardozo dit heeft gewijgerd; waar na egter verscheide mannen en vrouwen zulks die zelfde nagt na een uur de gemelde de Wind zijn gaan aandienen diet hun be„ „strafte, en bevool om weg te gaan, met last 's anderen daags bij hem te komen als zij iets te zeggen hadden; Dat op Saturdag den 30. Maart des morgens, verscheide mansen vrouws persoonen bij gemelde de Wind zijn gekomen, met beede om voor hun bij den Heer Fiscaal te verzoeken, dat zij hun beeld te rug kreegen, het welke gemelde de Wind hun beloofde onder het zeggen, gaat gij lieden maar heen, en laat Cardozo (die intusschen aan„ „gekomen was) hier blijven, als de Vergadering van Politie uit is, zal ik met hem bij den Heer Fiscaal gaan; Dat den Commandant Hensel den Adjudant Willner, op 't verzoek van een partij portugeese Militairen na den Heer Fiscaal dien morgen heeft gezonden, om voor dezelve te verzoeken dat zijn E. het beeld te rug wilde geeven, en dat den Fiscaal geantwoord heeft, dat het beeld op zijn order was weggehaald, en hem Comman„ „dant daar over nader zoude spreeken. Dat dewijl de Vergadering uitgegaan, en de Heer Fiscaal niet t' huis gekomen was ge„ „melde de Wind na het Casteel is gegaan, en hem Fiscaal ontmoet heeft ten huize van den Commandant Hensel, alwaar hij de wind hem Fiscaal verzogt heeft het beeld te rug te willen geeven, dog dat zijn E. geantwoord heeft, ik kan het niet wederom geeven, maar willen zij hebben dan zal ik een door Baas Rasmus laaten maaken, zoo dat zwaar zal zijn dat zel„ zij geen zwaarigheid zullen hebben dat mijn volk het zal weghaalen; of dat zijn E. dit beeld niet weder te rug konde geeven, dewijl het tegen de orders streed, dog bij aldien zij een beeld hebben 8 wilden H 3 - 6 wilden dat zij dan een door Baas Rasmus konde laaten maken, waar toe hij de helfte onkosten zoude betaalen, want dat zoude zij dan niet konnen ronddraagen; Dat de E. WWind deeze redeneering voor raillerie aanmerkende, zijn E. na verscheide woordewisseling nogmaals verzogt heeft om 't beeld; dog dewijl hij daar mede niet vorderde, hij na zijn huis is gegaan en aan Cardozo gezegd heeft, dat hij voor hun lieden hadt verzogt, hem renvoijeerende „ de E. Ioost Koek, oud Capitain der Burgerij, schoon„ „vader van de E. Cauperus, op dat die ook voor hun zoude verzoeken, waar na toe hij Cardozo direct is gegaan, en dewelke hem bestemde, des agtermiddags weder te komen; Dat hij Cardozo ook 's agtermiddags wederko„ „mende, van de E. Koek ten antwoord bekomen heeft, dat hij den Fiscaal bereeds hadt verzogt, dat zij hun beeld weder zoude krijgen, dog dat hij nader zoude verzoeken; dat hij Car„ dozo de volgende namiddag zoude wederkomen Dat hij Cardozo ook den 31. Maart bij de E. Koek om bescheid is gekomen, maar dat hij eeven gelijk antwoord bekwam als daags bevoorens, met renvooij tot maandag den 1. April 's agtermiddags; Dat Cardozo, den 1. April 's agtermiddags, van de E. Koek, ten bijweezen van de E. de Wind, ten antwoord bekomen heeft, dat den Fis„ „caal het beeld niet te rug geeven wilde; Dat Cardozo met de Wind na huis is gegaan en dat Cardozo toen aan de Wind om raad heeft gevraagd hoe zig nu te moeten gedraa„ gedraagen! dat de Wind geantwoord heeft dat hij en de E. Koek beide vrugteloos verzoek voor hun hadden gedaan, en vermeende, dat den Fiscaal wagtede dat zij zelve zoude komen verzoeken, weshalve hij en eenige zijner Natie zelve bij den Fiscaal moeste gaan om hun beeld te rug te verzoeken; Dat Cardozo 's morgens van den 2. April bij de E. de Wind is gekomen, om te vraagen waar hij eerst zoude gaan om het beeld te verzoeken, 't zij bij den Wel-Edel Gestr. Heer Gouverneur dan wel bij den Heer Fiscaal: dat de Wind hem in substantie geantwoord heeft gaat eerst bij den Heer Fiscaal en verzoekt zelve, denkelijk wagt zijn E. dat gij zelfs komt verzoeken, en bij aldien gij dan uw beeld niet krijgt, komt dan weder bij mij, zoo zal ik met u bij zijn Wel-Edel Gestr. gaan; Dat Cardozo vervolgens naar het huis van den Fiscaal is gegaan, wordende van de meenigte die voor het huijs van de Wind gekomen waren gevolgd, maar dewijl hij den Fiscaal niet te huis vond, hij op de stoep van en bij de E. Koek heeft gewagt, staande de hem gevolgde meenigte (die na gissing tot bijna twee honderd koppen aangroeijde) voor dezelve, waar op eenige tijd daar na den Fiscaal is komen aanrijden; Dat Cardozo toen bij den Fiscaal op stoep is gegaan, blijvende de meenigte beneden dezel„ „ve, en dat hij Cardozo vervolgens den Fiscaal gesmeekt heeft, om hun voor deeze reis ver„ „giffenis te verleenen, en hun de print te rug te willen geeven, haar onderwerpende „gen aan H

NL-HaNA_1.04.02_3627_0507 view scan ↗

English

to all equitable punishment if it should happen again; That the Fiscal asked Cardozo does it belong to you: to which Cardozo answered, no, not to me; That the Fiscal directed him, Cardozo, to come back at half past ten or eleven o'clock, but alone, saying, what kind of story is this, why the devil so many beasts, at the same time raising the sjambok with which he struck into the crowd, and hitting the Portuguese Andre de Cotta and Antonij Baas, in order thus to drive them from his porch; That then some of the crowd rushed forward, seized the Fiscal by the hair and by the throat and threw him to the ground; of whom the Portuguese Alexo de Rosaijro, commonly called Alexander, was said to have been one; That subsequently several people sprang to the aid of him, the Fiscal, and rescued him from the hands of his assailants; That, on the other hand, the Portuguese Alexo de Rosaijro, whom he, the Fiscal, had seized by the hair from among the crowd, and whom he presumes to have been one of his assailants, was kept in his Honor's house until he was fetched and, on account of some sustained wounds, was transferred to the Company's Hospital; That on this occasion several persons received some injuries; That the said Cardozo, as the Fiscal struck among the people to drive them from his porch, went away in consternation; That Cardozo, having been to the Lord Governor, the Portuguese Izaak Verbrugge, as he was descending the stairs of the Government House, handed him a sjambok or whip, which he had found on the road in front of the Fiscal's residence, and that Cardozo brought it directly to the Right Honorable Lord Governor, being followed by many, and that he went directly to the house of the frequently mentioned de Wind, and from there to the Right Honorable Lord Governor, to report on what had happened, with a plea to kindly prevent all further mischief; That several of the people also called upon the Captain of the Burgher Guard Abraham de Wind with a confused shouting, of which he, de Wind, could understand nothing, except only from the Portuguese Adriaan Danker, who, while putting down a cane with which he had received some blows, said, is that a way to be treated, we are going to the Lord Governor; That several Portuguese who are in Military service addressed Commander Hensel at the Main Gate, to request the Right Honorable Lord Governor to give orders for the return of their image, since, as long as they did not get it back, they would not have a peaceful hour, and would rather die than have to do without this image; who also made this request directly to the Lord Governor; being given 81 83 delivered. It subsequently became known to the undersigned that the Adriaan Danker mentioned herein has stated that he gave the Surgeon Feijdel a kick to the chest in that riot, for which reason he requested and obtained Ratification of apprehension and Civil detention both for the same and for the aforementioned Alexo de Rosaijro. The undersigned hopes hereby to have fulfilled the intention and order of your Right Honorable, and has the honor to call himself with due respect. (below stood) Right Honorable Lord and Gentlemen (lower) Your Right Honorable's humble Servant (Signed) F. Thierens (in the margin) Malacca the 6th of May 1782 The Provisional Merchant and cashier Couperus, upon the announcement of the Lord Governor that it would now be decided upon, withdrew from the Meeting, after having presented to his Honor a petition of the following content: The undersigned Merchant, and Fiscal of this Government, has the honor hereby to declare that, although he now realizes in retrospect that in the case in question, concerning the disagreements between him, the Officer of Justice, and some Roman Catholic residents here, through a somewhat overzealousness in respect of his actions in this suspected case, and principally regarding the provisional Restitution to the said Roman Catholics of a print of a so-called Saint confiscated by him, the Officer of Justice, he committed an omission, he, the undersigned, can nevertheless sacredly testify that therein no evil intention resided in him, much less any the slightest thought of opposing the orders of your Right Honorable; he, the undersigned, therefore requests that this his serious declaration may plead for his innocence with your Right Honorable, and may remove all the displeasure that the aforementioned conduct of his might occasionally have caused. Having the honor to call myself with dutiful respect, who am (below stood) Right Honorable Lord (Lower) Your Right Honorable's dutiful Servant (signed) A.s Couperus (in the margin) Malacca the 1st of July 1782. To the Right Honorable Lord Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of this City and Fortress The Lord Governor advised in this matter in writing as follows: The gathering of Roman Catholics in one or another house outside the city, to practice their Religion, has long been tolerated here by connivance. And after the Honorable High Indian Government had noted by missive of the 22nd of October 1746 that it would permit the Roman Catholics to practice their Religion covertly, provided that they contented themselves with a native Priest, and all public offenses were prevented, the erection of a Chapel outside the City was permitted, in order to practice their Religion therein.

Dutch transcription

aan alle billijke straffe als het weer zoude gebeuren; Dat den Fiscaal aan Cardozo gevaagd heeft behoort ze uw: hetwelk Cardozo beantwoorde, neen mij niet; Dat den Fiscaal hem Cardozo bescheiden heeft op half elf of elf uuren te rug te komen, dog alleen, zeggende, wat is dat voor een historie, om een duivel zoo veel beesten, teffens de sjam„ „bok opheffende waar mede onder den hoop sloeg, en de Portugeezen Andre de Cotta en Antonij Baas raakende, om hun dus van zijn stoep te verdrijven; Dat toen eenige der meenigte toegeschoten waren, den Fiscaal bij de hairen en bij de keel gevat en op de grond gegooijt hebben; waar van de Portugeesch Alexo de Rosaijro, in de wandeling genaamt Alexander, gezegd werd een geweest te zijn; Dat vervolgens verscheidene tot hulp van hem Fiscaal zijn toegesprongen, en hem uit handen zijner bespringeren hebben gered; Dat daarentegen de Portugees Alexo de Ro„ „saijro, die hij Fiscaal van onder den hoop bij de hairen heeft gevat, en die hij vermeent eene van zijn bespringers te zijn geweest, in het huis van zijn E. is bewaard, tot dat dezelven afgehaald, en in Comps. Hospitaal, om eenige bekomene wonden, is overgebragt;— Dat bij deeze gelegenheid verscheide persoonen eenige quetzuuren hebben ontvangen; Dat de gemelde Cardozo, zoo als den Fiscaal onder het volk sloeg om hun van zijn stoef te verdrijven, in ontsteltenis is weggegaan, Dat Cardozo bij den Heer Gouverneur geweest zijnde, den portugees Izaak Ver„ „brugge, hem in 't afgaan der trap van 't Gouvernement heeft overgegeven een sjambok of zweep, die hij op de weg voor des Fiscaals wooning gevonden hadt, en dat Cardozo dezelve direct aan den Wel-Edelen Ge„ „strengen Heer Gouverneur heeft gebragt en wordende van veele gevolgd, en dat hij direct na het huis van meergemelde de Wind, en van daar na den Wel-Edelen Gestrengen Heer Gouver„ „neur is gegaan, om van het voorgevallene berigt te doen, met smeeking, om alle verdere onheilen te willen verhoeden; Dat verscheiden van het volk ook aangeweest zijn bij den Capitein der Burgerij Abraham de Wind met een verward geschreeuw, waar van hij de Wind niets kon verstaan, dan eenlijk van den Portugees Adriaan Danker, die on„ „der 't nederzetten van een rotting, waar mede hij eenige slaagen had gekregen, gezegd heeft, is dat manier om zoo behandeld te worden, wij gaan naar den Heer Gouverneur; Dat verscheide Portugeesen die Militairen dienst doen, den Commandant Hensel aan de Groote Poort hebben aangesproken, om den Wel-Edel Gestr. Heer Gouverneur te verzoe„ „ken orders te stellen tot de teruggave van hun beeld dewijl zij, zoo lang zij hetzelve niet te rug bekwaame geen gerust uur had„ „den, en liever sterven wilde als dit beeld te moeten missen; dewelke dit verzoek ook direct bij den Heer Gouverneur heeft gedaan; wordende gegeven 81 83 afgegeven. Den ondergetekende is vervolgens bekent ge„ „worden, dat de in deezen genoemde Adriaan Danker zig uitgelaaten heeft den Chirurgijn Feijdel, in dat oproer een trap op de borst ge„ „geven te hebben, waarom hij Rat.:a off e appre„ „hensie en Civile gijzeling zoo wel op denzelven als op de voorwaards gemelde Alexo de Rosaijro verzogt en verkregen heeft. Den ondergetekende verhoopt hier mede aan de in„ „tentie en order van uwel Edel Gestrengen te zullen heb„ „ben voldaan, en heeft de eene zig met verschuldigt ontzag te noemen. (onderstondt) Wel-Edel Gestrenge Heer en Heeren (lager/ Uwel Edel Gestrengen onderdaanige Dienaar (Getekend) F. Thierens (in margine) Malacca den 6. Mai 1782 De Pl. Koopman en kassier Couperus heeft, op de aanzegging van den Heer Gouverneur, dat er tans op gedisponeerd zoude worden, zig uit de Vergadering bege„ „ven, na aan zijn Ed. te hebben gepresenteerd een suppli„ „catie van den volgenden inhoud De ondergetekende Koopman, en Fiscaal deezes Gou„ „vernements, heeft de eer bij deezen te declareeren, dat, ofschoon hij nu van agteren begrijpt, dat hij in het bewuste geval, raakende de oneenigheden tusschen hem R. O. en eenige Roomschgezinde inge„ „zetenen alhier, door eene wat te verre gaande ijver, in opzigt van zijne behandelingen in cas Aan den Wel-Edel Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur deezer Stad en Fortresse De Heer Gouverneur heeft in deeze zaak schrifte„ „lijk geadviseerd gelijk volgt. De zamenkomste van Roomschgezinden in het eene of andere huis buiten de stad, ter verrigtinge van hunnen Godsdienst, is hier sedert langen tijd bij conniventie toegelaten. En na dat de Edele Hooge Indische Re„ „geering bij missive van den 22. October 1746 hadt aangemerkt wel te mogen lijden, dat de Roomsch„ „gezinden hunnen Godsdienst oogluikende oefenden, mits dat zij zig met een inlandsch' Priester te vrede hielden, en alle publique ergemissen geweerd wierden, heeft men gepermitteerd de stigting van eene Capelle buiten de Stad, om daar in hunne susp. t en principaal omtrent de provisioneele Restitutie aan gemelde Roomschgezinden, van eene door hem R. O. aangehaalde prent van eene zoo ge„ „naamde Heilige heeft geommitteerd, hij ondergete„ „kende nogtans heijliglijk betuigen kan, dat daar omtrent, geen kwaad oogmerk bij hem heeft geresideert, veel min eenige de minste gedagten, om zig te opponeeren tegens de beveelen van Uwel Ed: Gestr. hij ondergetekende verzoekt derhalven dat deeze zijne serieuse betuiging bij uwel Edele Gestr. , voor zijne onschuld pleiten; en dezelve weg„ „neemen, mag, al het ongenoegen, dat voor„ „melde zijn gedrag, somwijlen mogte hebben te weege gebragt. De eer hebbende met pligtschuldige hoogag„ „ting mij te noemen, die ben (onderstondt) Wel Edel Gestrenge Heer (Lager) UwelEdele Gestr.: s pligt„ „schuldige Dienaar (getekend) A. s Couperus (in mar„ „gine) Malacca den 1. Iuli 1782. suspt Religie

NL-HaNA_1.04.02_3627_0509 view scan ↗

English

to exercise their religion freely, as they have also done up to now whenever they had a priest; yet many of them, especially old and infirm or sick people, have been accustomed to assemble on Good Friday and several subsequent days in the evening at the house of a certain woman living in the Bandailhera, to bring candles with them, and to light them in honor of the person whose likeness she exhibited there in a painting belonging to her. The previous Fiscals have always allowed them to engage in this superstitious devotion, since the mere lighting of a few candles by a painting in a house with open doors and windows can offend no one, and even Pagans and Mohammedans living in the city are permitted to illuminate their dwellings on their feast days. The Roman Catholics, following the aforementioned custom, assembled again at the prescribed house on last Good Friday, or the 29. March, and perhaps in greater numbers than usual, because they then had no priest who could conduct the service in their chapel. But Fiscal Couperus, seeing this, sent his Caffres or the court officers thither, and had the aforementioned painting removed by force, and furthermore kept it in his possession until the 2. April, without giving notice of this his unqualified conduct either to the undersigned Governor or to the Honorable President of the Court of Justice. And when a crowd of Roman Catholics, with the burgher Ioaquim Cardozo at their head, came to him on the morning of the 2. April to beg him that he would please return the aforementioned painting to them, he struck among them with a whip, snarling these words at them, what kind of business is that, so many beasts for a devil, as is cited from the obtained statements in the report of the Fiscal Pro interim Thierens. Fiscal Couperus defends himself in this regard in his account presented at the session of the 3. April in the Council of Policy. And since it is inserted in the resolution of that day, I deem it unnecessary to repeat its contents herewith; yet I cannot refrain from remarking on that defense, That Fiscal Couperus is sorely mistaken in asserting that rigorous laws have been enacted here against the public practice of the Roman faith, since not a single law is found in the statute book of this government that forbids Roman Catholics the public practice of their religion. That, even if such laws had been made here, and the Fiscal had been ordered thereby to prevent the public practice of the Roman religion by taking away the statues or paintings that they honor, and by treating them in a contemptuous manner to mock the aforementioned religion, Fiscal Couperus still could not justify his aforementioned conduct thereby, inasmuch as he himself confesses not to have seen any religious homages paid before the aforementioned painting, and after obtaining that painting not to have regarded the conduct of the Roman Catholics concerning it as an actual religious practice; while his detention of the aforementioned painting, without instituting any action against any of those who were present at the public display of that painting, also sufficiently proves that he did not believe he was permitted to take action against them. That it therefore remains a riddle what kind of offense it may have been that Fiscal Couperus says he wished to remove by depriving the Roman Catholics of the aforementioned painting. That, if the public road had truly been obstructed by the confluence of people before the aforementioned illuminated house, which I nevertheless find confirmed in none of the obtained statements, not even from those who passed by there with Fiscal Couperus, he could easily have prevented it without having the aforementioned painting removed; yet, if the offense on the other hand was caused by the merriment of the assembled crowd, which Fiscal Couperus calls licentious, but of which likewise not the slightest evidence is found in the aforementioned statements, he certainly had no right to disturb it, no matter how exuberant that merriment had been, provided that no one was insulted or inconvenienced thereby. That Fiscal Couperus, having seized the aforementioned painting without any lawful reasons, ought to have returned it upon the solicitations made to him on that account by various persons, instead of answering one of them that he would have a statue made by Rasmus the master mason, so heavy that the Roman Catholics need have no fear of his people carrying it away, thereby indicating not obscurely that in depriving the Roman Catholics of their painting he had no other aim than to mock their religion. That he might at least have refrained from calling people beasts and turning them away with lashes of a whip, people whom he had already caused so much grief, and who nevertheless, after having in vain engaged this and that person to intercede with him, preferred to address him directly together with a humble petition to obtain their painting back, rather than coming to complain about the deprivation thereof to the undersigned Governor. If one now takes into consideration with all this, that no officer of justice may molest anyone in his person or goods

Dutch transcription

83 Religie vrijelijk te exerceeren, gelijk zij het ook tot hier toe gedaan hebben, wanneer zij een Pries„ „ter hadden; dog veelen hunner, inzonderheid oude en gebrekkelijke of zieke menschen, zijn gewoon geweest op op stillen Vrijdag en eenige volgende dagen 's avonds ten huize van zekere vrouw, in de Bandailhera woonende, zamen te komen, kaar„ „zen mede te brengen, en die aan te steeken ter eere van den Persoon, wiens afbeelding in eene schilderij, haar toebehoorende, zij daer ten toon stelde: De voorige Fiscaals hebben hun met deeze bijgeloovige devosie altoos begaan laaten, dewijl het aansteeken slegts van eenige kaarzen bij eene schilderij in een huis met open deuren en vensters niemand ergeren kan, en zelfs aan Heidenen en Mahomethaanen, die in de stad woonen, toegestaan wordt op hunne hoogtijden hunne wooningen te illumineeren. 6 De Roomschgezinden zijn in navolging van de gemelde gewoonte op den voorledenen stillen vrijdag, of den 29. Maart, ten huize voorschreven weder vergaderd geweest, en misschien in een groote getal dan anders, dewijl zij toen geenen Priester hadden, welke den dienst in hunne Capelle kon waarneemen. Maar de Fiscaal Couperus, dat ziende, heeft zijne Kaffers of de Geregtsdienaaren derwaarts gezonden, en de gemelde schilderij met geweld laaten wegneemen, mitsgaders dezelve onder zig gehouden tot den 2. April, zonder van dit zijn ongequalificeerd bestaan, nog aan den ondergetekenden Gouverneur, nog aan den E. Pre„ „sident van den Raad van Iustitie, kennis te geeven. En toen eene meenigte van Roomsch„ gezinden, met den Burger Ioaquim Cardozo aan hun hoofd, op den 2. April 'sogtends bij hem gekomen was, om hem te smeeken dat hij hun tog de gemelde schilderij wilde wedergeeven, heeft hij 'er met eene zweep onder geslagen, hun deeze woorden toegrauwende, wat is dat voor eene historie, om een duivel zoo veel beesten. gelijk dat bij het Berigt van den Prointerim Fiscaal Thierens uit de ingewonnen Verklaaringen is aangehaald. De Fiscaal Couperus verantwoord zig dientwe„ „gen bij zijn ter sessie van den 3. April in Raade van Politie gepresenteerd Relaas. En dewijl het bij de Resolutie van dien dag geinsereerd is, agt ik onnoodig dies inhoud bij deezen te herhaalen; dan ik kan mij nogtons niet onthouden van op die verantwoording te remarqueeren, Dat de Fiscaal Couperus zig zeer abuseert met voor te brengen, dat hier ter plaatze tegen de publique oeffening van het Roomsche Geloof ri„ „goureese wetten gestatueerd zijn, dewijl in het Placaat-boek deezes Gouvernements geene enkelde wet gevonden wordt, die aan de Roomsch„ „gezinden de publique oefening van hunnen Gods„ „dienst verbiedt. Dat, indien hier al zulke wetten gemaakt waren, en den Fiscaal daar bij last gegeven was, om de openlijke oeffening van den Room„ 6 „schen Godsdienst te beletten met de beelden of schilderijen, die zij eeren, weg te neemen, en dezelven op eene veragtelijke wijze te behan„ „delen tot bespotting van de gemelde Religie„ de Fiscaal Couperus nogtans zijn voorschre„ „ven bestaan daar mede niet zoude kun„ „nen regtveerdigen, nademaal hij zelf bekent voor de gemelde schilderij geene Godsdienstige eerbewijzingen te hebben zien doen, en na hun P de 81 de erlanging van die schilderij het gedrag der Roomschgezinden omtrent dezelve nog niet te hebben beschouwd als eene reële Godsdienst-ofe„ „ning; terwijl de aanhouding door hem van de gemelde schilderij, zonder eenige actie te institueeren tegen iemand van de genen, welke bij de openlijke vertooning van die schilderij present geweest zijn, ook genoegzaam bewijst, dat hij niet vermeend heeft tegen hun te mogen ageeren. Dat het overzulks een raadzel blijft, wat het voor een aanstoot geweest zijndien de Fiscaal Couperus zegt te hebben willen wegneemen door de Roomschgezinden van de meergemelde schilderij te berooven. Dat, indien 's Heeren weg door de conflu„ „entie van menschen voor het gemelde geillu„ „mineerd huis weezenlijk belemmen was ge„ „worden, hetgene ik egter in geene van de in„ „gewonnen Verklaaringen, zelfs niet van de genen, die 'er met den Fiscaal Couperus d 6 gepasseerd zijn, bevestigd vind, hij zulks wel ligtelijk hadt kunnen tegengaan, zonder de gemelde schilderij te laaten weghaalen; dog, zoo de aanstoot daaren tegen gegeven was door de vrolijkheid van de vergaderde mee„ „nigte, die de Fiscaal Couperus ongebonden noemt, dog waar van mede geen het min„ „ste blijkt in de gemelde verklaaringen ge„ „vonden wordt, dat hij immers geen regt 6 hadt van dezelve te stooren, al was die vrolijkheid nog zoo uitgelaten geweest, in„ „dien er maar niemand door beledigd of geincommodeerd wierdt. Dat de Fiscaal Couperus, zonder eenige wetti„ „ge redenen, zig van de gemelde schilderij meester gemaakt hebbende, dezelve hadt moeten te rug geeven op de sollicitatien, die hem daar om gedaan waren door verscheiden persoonen, in plaatze van aan één derzelven te antwoor„ „den, dat hij door Rasmus den Baas der Metze„ „laaren) een beeld zoude laaten maaken, zoo zwaar dat de Roomschgezinden geene vrees be„ „hoefden te hebben van dat zijn volk het zoude wegvoeren, geevende daar door niet onduidelijk te kennen, dat hij met de ontneeming aan de Roomschgezinden van hunne schilderij geen ander toelog hadt, als om met hunne Gods„ „dienst den spot te drijven. Dat hij zig ten minsten gewagt mogte hebben om menschen, welken hij reeds zoo veel spijds gedaan hadt, en die egter, na dat zij te vergeefs deezen en geenen in de ar„ „men genomen hadden om hunne voorspraa„ „ken bij hem te zijn, liever verkozen hebben zig gezamenlijk tot hem zelf te adresseeren met eene ootmoedige supplicatie van hunne schilderij weder te mogen erlangen, dan over de berooving daar van bij den ondergetekenden Gouverneur te komen klaagen, voor beesten uit te schelden en met zweepslagen af te wijzen. Neemt men nu bij dit alles in conside„ „ratie, dat geen officier van de Iustitie ie„ „mand in zijn persoon of goederen vermag geincommodeerd E te

NL-HaNA_1.04.02_3627_0511 view scan ↗

English

to incommode, much less to enter his house, without first having obtained from the Judge of the place where he officiates a provisional order of justice, unless in capital crimes, in which case he still remains obliged immediately after the execution has taken place to give notice thereof to the Council of Justice, and to request from the same the necessary approval and qualification to proceed further; but that Fiscal Couperus observed not this, and by the retention of the painting taken from the Roman Catholics for three days and nights, after the same had been for half a night under the guard of his kaffirs, as also by cursing and striking people who exercised more forbearance toward him than he, had he reasoned sensibly, could have expected from them, has embittered them to such a degree that the consequences thereof could have been far worse than they were: so I do not doubt that it will be agreed with me that Fiscal Couperus exceeded the duties of his office and thereby made himself subject to correction. As for the conduct of the Roman Catholics toward him, although they came to him unarmed, thus not with the intent to commit violence, but to humbly ask him for forgiveness for whatever they might have done wrong and for restitution of their painting, as one of them, namely the aforementioned Cardozo, did for himself and the entire congregation by holding his hat at the feet of Fiscal Couperus; and although it was consequently solely the mistreatment by Fiscal Couperus by which their minds, already affected by the contempt and removal of their painting, which they valued as holy above their lives, were brought to a ferment, causing some of them to let themselves be carried away to the actual physical assault on the Fiscal; they are nonetheless also culpable, since Justice as well as the Fiscal has been injured by them, and both must have satisfaction. Fiscal Couperus, having been cruelly thrown to the ground by his attackers, having narrowly escaped the danger to his life, and having now been suspended from his aforementioned office for three months, according to the Resolution of the 3. of April, has thus, in my opinion, atoned enough for his far-reaching dereliction of duty and imprudent passion. Who his attackers actually were is hitherto unknown, and will also be difficult to investigate; but even were this otherwise, the circumstances, both of the present time and of the aforementioned assault, which does not directly fall under the terms of high violence, would in no way permit us to have them prosecuted criminally, considering that a native riot could arise therefrom due to the multitude of Roman Catholics, even among the European soldiers in the garrison here. The two apprehended persons were among the unruly crowd, and may on that basis according to law be held as socii delicti or accomplices. If one lets these, without embarking on the ordinary course of proceeding with them, pay for the offense of all with a punishment which, although not proportionate to that offense, can nevertheless be sufficient to instill a dread of the same, and thus answer the purpose of disciplinary punishments, no one will judge this unjust, nor too lenient, since severity is not always necessary. I am therefore of the opinion that one could reinstate Fiscal Couperus into that office, while remonstrating him for his committed errors and recommending that he henceforth observe his duty as an Officer of Justice more strictly; but have the two aforementioned prisoners punished by the Civic Guard with running the gauntlet and then go their way. Requesting that this my Opinion, because of the considerations appearing therein, may be inserted into a secret Resolution, which could also contain the ruling upon the same. (Signed) P. G. de Bruijn. — Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to conform with the opinion of the Governor, and consequently to reinstate the Provisional Merchant and Cashier Couperus into the exercise of the office of Fiscal, under remonstrance to him of his errors and recommendation to henceforth observe his duty as an officer of Justice more strictly; but to have the two imprisoned native Portuguese, Alevo de Rosairo and Adriaan Danker, punished by the Civic Guard with running the gauntlet and go their way. And it is hereby noted that the aforementioned Provisional Merchant Couperus, having been summoned again into the Assembly, his reinstatement into the office of Fiscal was made known to him, under such remonstrances and recommendation as stated hereinabove. Malacca in the Castle, date as above written. (Signed) P. G. de Bruijn; A. A. Werndlij, I: A. Hensel, A: Couperus; F. Thierens, and R. B. Hoijnck van Papendrecht. Agrees, J. Mures.

Dutch transcription

6 83 te incommodeeren, veel min in zijn huis te vallen, zonder alvoorens van den Regter der plaatze, daar hij fungeert, te hebben verkree„ „gen provisie van Iustitie, ten zij in capi„ „tale middaaden, wanneer hij nog verpligt blijft direct na de gedaane executie kennis daar van te geeven aan den Raad van Iusti„ „tie; en van denzelven daar op te verzoeken de benoodigde approbatie en qualificatie om verder te ageeren, dog dat de Fiscaal ^ net Coupenus dit ^ dit geobserveerd, en door de aan„ d „houding van de aan de Roomsch gezinden ontnomen schilderij geduurende drie etmaa„ „len, na dat dezelve een halven nagt onder de bewaaring van zijne kaffers was geweest, gelijk ook door het schelden en slaan op menschen, die meerder menagements omtrent hem gebruikt hebben, als hij van hun, indien hij verstandig geredeneerd hadt, verwagten kon, hun daar dermaaten verbitterd heeft, dat de gevolgen „ van e veel erger hadden kunnen weezen, als zij geweest zijn: zoo twijfel ik niet, of men zal mij toe„ # „stemmen, dat de Fiscaal Couperus de pligten van zijn ampt overtreden en zig aan correctie dientwegen onderhevig gemaakt heeft. Wat het gedrag der Roomschgezinden tegen hem betreft, schoon zij ongewapend bij hem geko„ „men zijn, dus niet met oogmerk om geweld te pleegen, maar om van hem demoediglijk vergiffenis van hetgene zij misdreven mogten hebben en restitutie van hunne schilderij te verzoeken, gelijk een van hun, of de ge„ „melde Cardozo, met zijnen hoed aan de voeten van den Fiscaal Couperus te houden, voor zig en de gansche Gemeente gedaan heeft, en schoon het gevolgelijk de kwaade behandeling van den Fiscaal Couperus alleen geweest is, waar door hunne gemoederen, reeds aangedaan over de versmaading en wegneeming hunner schilderij, die zij als heilig boven hun leeven waardeerden, aan het gisten gebragt zijnde, eenigen hunner zig hebben laaten vervoeren tot de feitelijke aanranding van den Fiscaal, zij zijn daarom ook niet te min strafschuldig, nademaal de Iustitie zoo wel als de Fiscaal door hun gelederd is, en beiden satisfactie moe„ De Fiscaal Couperus, door zijne aanval„ „lers wreedelijk op den grond gesnieten, ter nauwer nood het leevens-gevaar ontkomen, en nu drie maanden van zijn gemeld ampt gesuspendeerd geweest zijnde, volgens Resolutie van den 3. April, heeft dus, mijnes bedun„ „kens, genoeg geboet voor zijne verregaande pligts-overtreeding en onvoorzigtige driftig „heid. Wie eigenlijk zijne aanvallens ge„ „weest zijn is tot nog toe onbekend, en zal ook moeijelijk uit te vorschen weezen; dog al was dit anders, de omstandigheden, zoo van den tegenwoordigen tijd, als van de gemelde aanranding, die niet direct vaet in de ter„ „men van geweld, zouden ons geenzins gedoo„ „gen hun crimineelijk te laaten actioneeren, gemerkt daar uit eene inlandsche beroerte zoude kunnen ontstaan wegens de meenig„ „ten hebben. „melde „te 5 2 - - 6 - - 6 - 6 2 6 - 6 - „te van de Roomschgezinden, zelfs onder de Europesche Militairen in het Garinsoen alhier. De geapprehendeerde twee persoonen hebben zig onder den onstuinigen hoop bevonden, en mogen op dat fundament naar Regten voor Socii delicti of medepligtigen gehouden worden. Laat men deezen, zonder met hun den ordinairen weg van procedeeren in te slaan, het misdrijf van allen ontgel„ „den met eene straffe, die, hoewel niet ge„ „evenredigd naar dat misdrijf, egter toereij„ „kende kan zijn om een afschrik van hetzelve te verwekken, en dus aan het oogmerk van straf-oeffeningen te beantwoorden, niemand zal dit onregtveerdig keuren, nog te zogt, nadien de gestrengheid niet altoos noodzaa„ „kelijk is. Ik ben derhalven van Advies, dat men den Fiscaal Couperus, onder voorhouding aan denzelven van zijne gecommitteerde mis„ „slagen, en recommandatie om zijnen pligt als Officier van de Iustitie voortaan naua„ „keuriger te betragten, in dat ampt zoude kunnen herstellen, dog de twee meergemelde gevangenen door de Burgerschutterij met de .G spitsroede laaten afstraffen en zoo hunnes weegs gaan. Verzoekende, dat dit mijn Advies, om de daar in voorkomende bedenkingen, bij eene secreete Resolutie, die ook de dispositie op hetzelve zoude kunnen inhouden, moge worden geinsereerd. (Getekend) P. G. de Bruijn. — Waar op gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan zig met het advies van den Heer Gouverneur te conformeeren, en dienvolgens den Pl. Koopman en Cassier Couperus, onder voor„ „houding aan denzelven van zijne misslagen en recommandatie om zijnen pligt als offi„ „cier van de Iustitie voortaan nauwkeuri„ „ger te betragten, en de exercitie van het ampt van Fiscaal te herstellen; dog de twee gevangen inlandsche Portugeeschen Alevo de Rosairo en Adriaan Danker door de Bur„ „gerschutterij met de spitsroede te laaten af„ straffen en hunnes weegs gaan. En wordt bij deezen genoteerd, dat den gemelden Pl. Koopman Couperus weder in de Vergadering ontboden zijnde, hem zijne herstel„ „ling in het ampt van Fiscaal bekend ge„ „maakt is, onder zoodanige voorhoudingen recommandatie, als hier boven gemeld staat. Malacca in het Casteel dato voorschreve (Getekend/ P. G. de Bruijn; A. A. Werndlij, I: A. Hensel, A: Couperus; F. Thierens, en R. B. Hoijnck van Papendrecht. Accordeert J Mures E worden icrits 1 335 - 5 2 6

NL-HaNA_1.04.02_3627_0514 view scan ↗

English

To the Commander of the Company's ships cruising in the Strait of Bangka Honorable, Pious, Discreet Sir, The captains of two Macanese ships, captured in the Strait of Bangka by Captain Mackelerij, commanding the English privateer Dedalus, have related to Joseph Rodrigos Gonzalvos, captain of the Portuguese snow that arrived here on the 14th of this month, who met them on the aforementioned English ship not far from Cape Rachado, and from him I have learned, that Captain Mackelerij, upon seeing the approach of four Dutch ships, had fled from the Strait of Bangka with his said prizes. I do not know whether these are ships bound for this place, or merely sent out to cruise in the Strait of Bangka; but having to presume the latter, since they could otherwise have been here already, I thought it proper to write Your Honor this letter to inform Your Honor of the state of affairs, and to make a proposal in the service of the Company. The Company's ship Mars arrived here on its return from Japan, and, upon the received news that Captain Mackelerij, who had departed from China with the design to take the ship Mars, was lingering in the Strait of Bangka or thereabouts robbing and plundering, it was unloaded to be detained until it could be dispatched to Batavia with peace of mind. Since then, that vessel, equipped for war, was sent to cruise in this strait together with the French privateer La Sainte Thérèse against the English ships; from which they have brought in one, named the Betsy, which among other things was laden with 1152 chests of opium. And although Captain Mackelerij, together with another English privateer that destroyed the Company's fort at Perak, and the two aforementioned Macanese prize ships, passed by here on the 9th of this month, after he and the said privateer had engaged in battle with the ship Mars and two French ships lying in the roadstead, but were severely battered, I nevertheless cannot yet approve having the ship Mars take in its cargo for dispatch to Batavia until I have received ships from there that could convoy it thither, because I have been informed that, besides the English ship laden with 2000 chests of opium for China, which has already arrived at Queda, another is expected from Bengal with the same merchandise, both equipped for war, though for the greatest part manned with Moors and other fainthearted folk, and Captain Mackelerij has told Captain Gonzalvos that he will return hither with the first-mentioned of those two ships in order to recover the aforementioned English prize ship Betsy. Mr. Barbaron, captain of the French privateer La Sainte Thérèse, is indeed about to depart for Batavia with that vessel and the aforementioned English prize ship, which he bought at public auction; but for good reasons I dare not entrust the ship Mars, with its rich Japanese cargo and half of the confiscated opium, to the assistance of those keels, nor can I man that vessel strongly enough for its dispatch thither to be able to defend itself properly against enemy ships. I therefore submit to Your Honor's consideration whether Your Honor could not resolve to come hither with the ships under Your Honor's command, or at least with the strongest two of them, in order to attack the said English ships together with the ship Mars, which might otherwise carry off the vessels lying here in the roadstead, to overpower them upon encounter, and to return with them as well as with the ship Mars, as Your Honor will then bring considerable benefit to the Company. However, whether Your Honor can resolve to do so or not, I request Your Honor to inform the High Government of this proposal of mine at the first opportunity, presenting my letter enclosed herewith; but to let the sloop with which it is sent return immediately. I wish Your Honor the best success on your cruise, and remain with respect, Your Honor's willing friend, Signed: P. G. de Bruijn Malacca, in the Castle, 17 April 1782

Dutch transcription

Aan den Heer Commandant van Comps. schepen, kruis„ „sende in de straat Banca Eerentfeste, Vroome, Discreete, De Capiteins van twee Macausche schepen, door Capitein Mackelerij, commandeerende het Engelsche kaapeschip Dada„ „loij in de straat Banca genomen, hebben aan Ioseph Ro„ „drigos Gonzalvos, Capitein van de op den 14. deezer hier gearriveerde Portugesche snauw, die hun op het gemelde Engel„ „sche schip niet verre van de Caap Ratjado ontmoet heeft, verhaald, en van hem heb ik verstaan, dat Capitain Mac„ „kelerij, op het zien aankomen van vier Hollandsche schepen, met zijne gemelde prijzen uit de straat Banca, gevlugt was. Ik weet niet of dat schepen zijn, naar her„ „waarts gedestineerd, dan wel eenlijk uitgezonden om in de straat Banca te kruissen; dog het laaste moe„ „tende veronderstellen, dewijl zij anders al hier hadden kunnen weezen, heb ik goedgedagt UwEd. deezen brief te schrijven, ons UwEd. van den staat der zaaken te verwitti„ „gen, en een voorslag te doen ten dienste van de Maatschappij Comps. schip Mars is bij wederkeering van Iapan hier aan„ „gekomen, en, op de ontvangen tijding, dat Capitein Macke„ „lerij, die van China vertrokken was met een dessein om het schip Mars te neemen, zig in de straat Banca of daar omtrent met rooven en plonderen ophieldt, ontladen, om aan„ „gehouden te worden tot dat men hetzelve met gerustheid naar Batavia kon depecheeren. sedert heeft men dien e 83 g dien bodem, ten oorloge toegerust, met het Fransche kaaper„ „schip la S. Therese in deeze straat laaten kruissende op de Engelsche schepen; van dewelken zij een opgebragt hebben, la Betseij genaamd, dat onder anderen beladen was met 1152. –. kassen amfioen. En schoon Capitein Mackelerij met nog een Engelschen Kaaper, die Comps. Fort op Pera gedestrueerd heeft, en de twee voorschreven Macausche prijs- schepen op den 9. deezer hier gepasseerd is, na dat hij en de gemelde kaaper met het schip Mars en twee op de reede leggende Fransche schepen slaags geweest, maar dapper gehavend waren, kan ik egter nog niet goedvinden het schip Mars ter depeche naar Batavia zijne laading te doen inneemen, voor dat ik schepen van daar gekre„ „gen heb, die hem derwaarts zouden kunnen convoijeeren, dewijl mij berigt is dat, behalven het met 2000. –. kas„ „sen amfioon voor China beladen Engelsche schip, dat 0 reeds tot Queda gearriveerd is, nog een met dezelfde koop„ „waar uit Bengale verwagt wordt, beiden ten oorloge geëquipeerd, dog voor het grootste deel met mooren en ander bloohartig volk bemand, en Capitein Mackelerij aan Capitein Gouzalvos gezegd heeft, dat hij met het eerst„ „gemelde van die twee schepen naar herwaarts zal we„ „derkeeren, om het voorschreven Engelsche prijs-schip la Betseij te herwvinnen. De Heer Barbaron, Capitein van het Fransche kaaperschip la S. Therese, staat wel met dien bodem en het voorgenoemde Engelsche prijs schip, dat hij bij publique opveiling gekogt heeft, naar Batavia te vertrekken; dan aan den bijstand van die o kielen durf ik om goede redenen het schip Mars met Ordonnancie voor den Gezaghebber van de sloep zijne rijke Iapansche laading en de helfte van de aangehaal„ „de anfioen niet toevertrouwen, en kan ook dien bodem ter afzendinge naar derwaarts niet sterk genoeg bemannen, om zig zelf tegen vijandelijke schepen naar behooren te kunnen defendeeren. Ik geef UoEd. derhalven in consideratie, of UwEd: niet zoude kunnen besluiten om met de schepen onder UEd. bevel, of ten minsten met de sterkste twee van dezelven, herwaarts te komen, ten einde met het schip Mars op de gemelde Engelsche schepen, die anders de hier ter reede leggende vaartuigen zouden kunnen wegneemen, los te gaan, dezelven bij ontmoeting te overmeesteren, en daar mede zoo wel als met het schip Mars te rug te keeren, alzoo UwEd. dan aan de Maatschappij mer„ „kelijk veel voordeels zal toebrengen. Maar, 't zij UwEd. daar toe besluiten kan of niet, ik verzoek UwEd. om bij eerste gelegenheid aan de Hooge Regeering kennis te geeven van deezen mijnen voorslag, onder aanbieding mijnes briefs, hier nevens overgaande; dog de sloep, waar mede dezelve wordt afgezonden, ten eersten te laaten retourneeren. Ik wensche UwEd. de beste successen van Uwld. kruis„ „togt, en blijve met agting d (Onderstondt) UwEd. dienstwillige Vriend (Getekend/ P. G. de Bruijn (In margine) Malacca in het Casteel den 17. April 1782: zijne de

NL-HaNA_1.04.02_3627_0516 view scan ↗

English

34. Setting sail at the first favorable opportunity, you must direct your course toward the Banka Strait, in accordance with the Sailing Orders that I hand to you. If ships approach you, you must venture to run so close alongside them that you can identify them, in order to hear from them, if they are Dutch, whether their destination is Malacca, and, if so, to return with them; but, meeting a single ship off Malacca, and learning from its captain, upon inquiry in my name, that Company ships are cruising in the Banka Strait, you must continue your voyage thither with all possible speed, and deliver to the Commander of those ships the letter that I provide you; after which you must return, unless the said commander should see fit to send you to Batavia, and you may hope, from the winds you find blowing in the said strait, to be able to accomplish the voyage thither in a month or six weeks, as you must then do so according to the instructions that will be given to you regarding the best course to reach Batavia quickly. But, if you should meet any Company ships neither on your way nor in the Banka Strait, and you find the opportunity favorable to proceed toward Batavia, you shall decide upon this without the slightest delay, retaining the freedom, however, to abandon that voyage subsequently whenever wind and current should be against you, as this is better than struggling at sea for a long time. Upon your arrival at Batavia, you must deliver the said letter and this Ordinance to His Excellency, the Right Honorable Governor-General; but, if you find that the ships you took for Dutch are enemy vessels, you must, if you cannot escape them, throw the aforesaid letter into the sea. I enjoin upon you in all this the utmost vigilance and the most prudent deliberation, wishing you from the bottom of my heart a blessed and prosperous voyage. Malacca, in the Castle, 17 April 1782. Was signed: P. G. de Bruijn. the Ciceroar, Jochem Hendrik Tessonsoln. To the Right Honorable Jan Diederik Schrijver, Rear Admiral and Master of the Equippage in the service of the General Dutch East India Company. Right Honorable Sir and Friend, The lighter Windhond arrived here yesterday with a letter from the Honorable High Indian Government for Your Right Honorable. Desiring, in the best interest of the Company, to know whether Your Right Honorable's destination was hither, I opened that letter, but obtained no clarity from it. And since I think that Your Right Honorable will have steered toward Riouw in pursuit of enemy hulls, I shall, as soon as the captain aboard her, Bosman, has somewhat recovered from his illness, dispatch the lighter with the said letter to the Governor or Singapore Strait to search for the ships under Your Right Honorable's flag, and, failing to meet them there, to return again to the Banka Strait; while I send the duplicate of this with the French ship la Betsey departing for Batavia. In case Your Right Honorable should be in the first-mentioned strait or elsewhere on this side of Palembang, I hope that Your Right Honorable will take heed of the difficulties and the proposal cited in my letter of the 17th of this month, if only to escort the ship Mars safely to Batavia. I wish Your Right Honorable Heaven's blessing and much prosperity in your undertakings, professing with respect to be, Beneath stood: Right Honorable Sir and Friend, Lower: Your Right Honorable's humble Servant and Friend, Signed: P. G. de Bruijn, in the margin: Malacca, in the Castle, 27 April 1782. Beneath stood: P.S. I have already given notice of the opening of the said letter and of my writing to Your Right Honorable to the Honorable High Indian Government. Instructions for the Captain on the ship Mars, Hermanus Siedenburg. Whereas we, upon receiving news that five ships are lying in the Kelang Strait, which we must determine to be English ships, have resolved, for the preservation and security of the vessel under your command, to have you depart from the roads: so we order you to accompany the lighter Windhond, on which there is a letter for the Right Honorable Rear Admiral Schrijver, and which is now also being dispatched to the Singapore Strait, as far as will be necessary, and subsequently to proceed through the Durian Strait to or beyond the Calantigas, in order to overtake the Company's ships that might be there or in the Banka Strait. Upon meeting them, you must deliver to Rear Admiral Schrijver, as Commander over that fleet, the letter that we provide you herewith, and, if His Honor sees fit to come hither, return under His Honor's flag; but not meeting the said ships, or learning after meeting them that Rear Admiral Schrijver cannot decide to come hither, you must return alone. Meanwhile, we wish to remind you of the orders that you received in writing on the occasion when you were sent out to

Dutch transcription

34. Bij de eerste goede gelegenheid onder zeil gaande, moet gij uwen cours rigten naar de straat Banca, volgens de Zeilaas-ordre, die ik u ter handen stelle. Komen u schepen te gemoet, dan moet gij het waa„ „gen dezelven zoo na aan boord te loopen, dat gijze verkennen kunt, om, als het Hollanders zijn, van hun te hooren, of hunne destinatie naar Malacca is. en, zoo ja, met hun te rug keeren; dog, een en„ „keld schip voor Malacca ontmoetende, en van dies schipper, op afvraag uit mijnen naam, verneemende dat in de straat Banca Comps. schepen kruissen, moet gij uwe reize naar derwaarts met allen moge„ 6 lijken spoed voortzetten, en aan den Commandant van die schepen bestellen den brief, welken ik u medegeeve; waar na gij te rug moet komen, ten H zij de gemelde commandant mogte goedvinden u naar e Batavia te zenden, en gij naar de winden, die gij in de gemelde straat bevindt te waaijen, verhoopen kunt de reize naar derwaarts in een maandje of ander„ „half te zullen kunnen volbrengen, alzoo gij dan zulks doen moet naar de onderrigting, die u zal gegeven worden nopens den besten cours, om Batavia schielijk te bereiken. Maar, indien gij, nog op uwen weg, nog in de straat Banca, eenige Comps. schepen ontmoeten mogt, en gij de gelegenheid gunstig bevindt om naar Batavia voort te stevenen, zult gij daar toe zonder het minste Aan den Wel-Edelen Agtbaaren Heer Jan Diederik Schrijver Schout bij Nagt en Opper-equipagemeester in dienst van de Generale Neder„ „landsche Oostindische Com„ „pagnie. Wel-Edele Agtbaare Heer en Vriend, De ligter de Windhond is hier gisteren gear„ „riveerd met een brief van de Edele Hooge uitstel moeten besluiten, behoudens de vrijheid egter om vervolgens van die reize af te zien, wanneer wind en stroom u mogten tegen weezen, dewijl zulks beter is, dan lang op zee te sukkelen. Bij uwe aankomst te Batavia moet gij den gemelden brief en deeze Ordonnancie overgeeven aan zijne Hoog-Edelheid, den Hoog-Edelen Groot Agt„ „baaren Heer Gouvenneur Generaal; dog, bij bevin„ „ding dat de schepen, die gij voor Hollanders hebt aangezien, vijandelijke schepen zijn, moet gij, in„ „dien gij hun dan niet ontloopen kunt, den meer„ „gemelden brief in zee werpen. Ik beveel u in allen deezen de uiterste oplet„ tendheid en het voorzigtigste beraad, wenschende u van harte toe eene gezegende en gelukkige reize. Malacca in het Casteel den 17. April 1782 (was getekend/ P. G. de Bruijn. de Ciceroar, Jochem Hendrik Tessonsoln. uitstel Indische „ 58 Indische Regeering voor Uwe Wel-Edele Agtb. Begeerig om ten meesten dienste van de Compagnie te weeten, of Uwer Wel-Edele Agtb: destinatie naar herwaarts was, heb ik dien brief geopend, dog geen ligt daar uit ge„ „kregen. En dewijl ik denk dat uwe Wel-Edele Agtb: met het vervolgen van vijandelijke kielen naar Riouw gestevend zal weezen, zal ik den ligter, zoo dra de daar op zijnde schipper Bosman van zijne ziekte wat ge„ „beterd is, met den gemelden brief naar de straat Gouverneur of Sincapoera depecheeren, om de schepen onder Uwer Wel-Edele Agtb. vlagge op te zoeken, dan, dezelven daar niet ontmoetende, naar de straat Banca weder te keeren; terwijl ik het duplicaat deezes met het naar Batavia ver„ „trekkende Fransche schip la Betseij afzende. Bij„ 0 „aldien Uwe Wel-Edele Agtb. zig in de eerstgenoemde straat of elders aan deeze zijde van Palembang mogte bevinden, hoop ik dat uwe Wel-Edele Agtb: op de zwaarigheden en het voorstel, bij mijnen brief van den 17. hujus aangehaald, agt zal geeven, al was het maar om het schip Mars in zekerheid naar Batavia te geleiden. Ik wensche Uwer Wel-Edele Agtb. 's Hemels zegen en veel voorspoeds in zijne onderneemingen, be„ „tuigende met respect te zijn, (Onderstondt) Wel-Edele Agtbaare Heer en Vriend, (Lager) Uwer Wel-Edele Agtb: ootmoedigen Dienaar en Vriend (Getekend) P. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 27. April 1782 Instructie voor den Schip„ „per op het schip Mars, Hermanus Siedenburg Nademaal wij, op bekomen tijding dat vijf schepen in de straat Calang leggen; die wij moeten vaststellen Engelsche schepen te zijn, besloten hebben, tot behoud en zekerheid van UwE. onderhebbenden bodem, Uw E: van de reede te laaten vertrekken: zoo beveelen wij Uw E. om den ligter de Windhoud, waar op een brief is voor den Wel-Edelen Agtbaaren; Heer Schout bij Nagt schrijver, en die daar mede tans afgezonden wordt naar de Straat Sincapoera; tot zoo ver het noodig zal weezen te verzellen, en vervolgens door de straat Drioens voort te stevenen tot aan of buiten de Calantigas, ten einde de schepen van de Compagnie, die zig daar of in de straat Banca mogten bevinden, op te loopen. Bij ontmoeting van dezelven, moet uwE. aan den Heer Schout bij Nagt Schrijver, als Bevelhebber over die vloot, bestellen den brief, welken wij UwE. hier nevens medegeeven, en, wanneer zijn Ed. Joedvindt herwaarts te komen, onder zijn Ed: s vlagge te rug keeren; dog de gemelde schepen niet ontmoetende, of na derzelver ont„ „moeting verneemende, dat de Heer Schout bij Nagt schrijver niet besluiten kan herwaarts te komen, moet UwE: alleen retourneeren. Ondertusschen willen wij Uw E, ervinnerd hebben de orders, die UwE. schriftelijk heeft medegekregen bij gelegenheid dat UwE: uitgezonden wierdt om daar onder stondt) P. S. Ik heb van de opening des gemelden briefs en van mijn schrijven aan Uwe Wel-Edele Agtb. reeds kennis gegeven aan de Edele Hooge Indische Regeering. daar d in . -

NL-HaNA_1.04.02_3627_0518 view scan ↗

English

101 to cruise in this strait, in order to regulate himself strictly according to the same, insofar as those orders may also be valid and must be followed in the present case: Besides some seafarers, as well as a Bombardier and six gunners, we have also placed on the ship Mars fifty-five soldiers, consisting of Europeans, Sepoys, and Malays, fully armed, under the command of the Ensign Godhart Diedenhoven, who, on the other hand, shall be under Your Honour's command during this expedition. Also appointed to that vessel are the Merchant Dirk Vinkemulder, to act as Secretary in case of actions occurring with the enemy, and the Assistants Hendrik Ras, Coenraad Jonas, and Lambertus van der Biesen, to function as ship's officers, the latter three with the rank next to the third mates; while the said Merchant Vinkemulder shall have the second vote, and the commanding Officer of the Soldiers the third vote in the ship's council whenever it is convened: We wish Your Honour Heaven's bountiful blessing on your voyage and undertakings, and remain, (underneath stood) Your Honour's benevolent Friends. (signed) P. I. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. Hensel, A.:s Couperus, I.:s Thierens and R: B. Hoijnck van Papendrecht (in the margin stood) Malacca in the Castle, 30. April 1782. Instruction for the Bookkeeper Iacob Rappa, and the Malays Lebi Moehit and Achmat, who are to depart on an embassy to Riouw. Upon your arrival at Riouw, you must present the Company's letter and gifts, which are given to you, to the Regent Radja Hadjie, with assurances of the Company's sincere friendship and the particular high esteem of myself and the Council; furthermore, requesting His Highness to be pleased to grant you an audience again after reading the said letter, in order to disclose the charge which you have received from me. When His Highness has then appointed a day to hear you, and you come before Him, you must likewise make known to Him that I have learned with very great astonishment that the Captain of the French ship la S. Therese, sent out with Company's cruisers to cruise in this strait, had dared to attack and capture the English ship la Betsey in the river and under the cannon of Riouw; since I had both requested him to commit no hostilities in the ports of Riouw, and had expressly forbidden the same to the Company's cruisers; but that the said French Captain, having been questioned about this, excused himself in such manner as will appear to you from the Extract of the letter to 103 to Radja Hadjie, which is attached hereto for your inspection. If the prince replies to you that he sent no Priest or anyone else on board the French ship, nor received such a message from its Captain as will appear to you in the aforementioned Extract, then you must answer: that I am quite willing to believe this, but that I can now do nothing else in this matter than submit it to the Honourable High Government of the Indies, since the Captain of the French Ship is not a subject of the Dutch Company and therefore also not obliged to give an account of his conduct to the same. The Prince's Envoys have assured me that He would not have permitted the Captain of the French ship to take the English ship la Betsey in his harbor if He had not seen Company vessels with him. You must therefore express my gratitude to His Highness on that account, adding that I note this demonstrated respect for the Dutch flag, and do not doubt that it will also be regarded by the Honourable High Government of the Indies as irrefutable proof of the Prince's sincere friendship towards the Company. If His Highness asks whether I have requested the aforementioned High Government to make a fair disposition in this matter, you must answer that I shall do so with all emphasis at the first opportunity, since the prince's compliance merits this; but unasked you must mention nothing of it. I do not doubt that His Highness will be eager to know how He should declare himself to the English, if they should address Him regarding the permitted capture of the aforementioned English ship. You can in this case say that His Highness could indeed answer them that His Highness did not know, nor could have thought, that any French ship would come to commit hostilities against the English in the harbor of Riouw; that His Highness, being warned by the report of it, could not place himself in a position so quickly to prevent the undertaking of the French ship that captured la Betsey; that, since Company vessels were with the French ship, His Highness wrote to me about it, but that I replied that the Captain of the French ship is not under the Company's command. The Prince has in his latest letter to me repeatedly affirmed that he will not deviate from the alliance concluded with the Company, but has nevertheless not expressed himself specifically on my request to treat the English, who are now the Company's enemies, as enemies of His Highness, and to assist the Company whenever they might need the help of His Highness. You must therefore ask His Highness whether He now wishes to remain neutral, or whether He wishes to [illegible] the Company against the English

Dutch transcription

101 in deeze straat te kruissen, ten einde zig naar dezelve, voor zoo verre die orders in het tegenwoordige geval ook van kragt kunnen zijn, en opgevolgt moeten worden, stiptelijk te requleeren: Behalven eenige Zeevaarenden, benevens een Bom„ „bardier en zes Busschieters, hebben wij op het schip nog Mars„ geplaatst vijf en vijftig Militairen, bestaande in Europiers, Sipais, en Maleijers, met volle wapens, on„ „der het bevel van den H: Vaandrig Godhart Dieden„ „hoven, die daarentegen staan zal onder Uw E. commande„ „ment geduurende deezen togt. Ook zijn op dien bodem gesteld de Koopman Dirk Vinkemulder; om bij voorvallende actien met den vijand als Secretaris, en de Adsistenten Hendrik Ras, Cenraad Jonas, en Lambertus van der Biesen, om als scheeps-officieren te fungeeren, de laaste drie met den rang naast de Derdewaaken; terwijl de gemelde Koopman Vinkemulder, de tweede, en de com„ „mandeerende. Officier van de Militairen de derde Stem zal hebben in den scheepsraad, wanneer die belegd wordt: Wij wenschen UwE. op zijne reize en onderneemin„ „gen 's Hemels milden zegen, en blijven, (onderstond) UUE. goedwillige Vrienden. (getekend) P. I. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. Hensel, A.:s Couperus, I.:s Thierens en R: B. Hoijnck van Papendrecht (in margine stand) Malacca in het Casteel den 30. April 1782. Instructie Wanneer zijne Hoogheid dan een dag be„ „paald heeft, om u te hooren, en gij bij Hem komt, moet gij Item te kennen geeven, dat ik met zeer veel verwondering vernomen heb, dat de Capitein van het Fransche schip la S. Pherese, met Comps. Kruissers uitgezonden om in deeze straat te Kruis„ „sen; onderstaan hadt het Engelsche schip la Betseij in de rivier en onder het geschut van Riouw te attaqueeren en te veroveren;, dewijl ik hem zoo wel verzogt had geene vijandelijk „heden in de havens van Riouw te pleegen, als ik hetzelve aan Comp.:s kruissers wel uitdrukke„ „lijk had verboden; dog dat de gemelde krous„ Capitein daar over onderhouden zijnde zig indiervoegen verontschuldigd heeft, als u blijken zal uit het Extract van den brief Bij Uwe aankomst op Riouw moet gij Comps. brief en geschenken, die u worden mede„ „gegeven, aan den Regent Radja Hadjie presen„ „teeren, onder verzekering van Comps. opregte vriendschap en de bijzondere hoogagting van mij en den Raad; voorts zijne Hoogheid verzoeken„ om na het leezen van den gemelden brief u weder audientie te willen verleenen, ten einde den last te openen, welken gij van mij ontvan„ „gen hebt. Instructie voor den Boek„ „houder Iacob Rappa, en de Maleijers Lebi Moehit en Achmat, die in Dezantschap naar Riouw staan te ver„ „trekken. aan : 103 aan Radja Hadjie, dat tot uwe speculatie hier nevens gevoegd is. voert de vorst u daar op te gemoet, dat hij geen Priester of iemand anders aan boord van het Fransche schip gezonden; nog ook zulk eene boodschap van dies Capitein ontvangen heeft, als u bij het gedagte Extract zal voorkomen dan moet gij antwoorden; dat ik zulks wel gelooven wil, dog dat ik nu in deeze zaak niet anders doen kan, als dezelve aan de Edele Hooge Indische Regeering voor te draagen, nadien de Ca„ „pitein van het Fransche Schip geen onderdaan is van de Nederlandsche Compagnien en overzulks ook niet verpligt rekenschap van zijn gedrag aan dezelve te geeven. 'S Vorsten Zendelingen hebben mij verzekerd; dat Hij den Capitein van het Fransche schip niet zoude toegelaten. hebben het Engelsche schip la Betseij in zijne haven te neemen, in„ „dien Hij geene Comps. vaartuigen bij hem gezien zij moet derhalven mijne erkentenisse hadt. dientwegen aan zijne Hoogheid betuigen, met bijvoeging, dat ik deeze betoonde agting voor de Hollandsche vlag aanmerke, en niet twij„ „fele of zij zal bij de Edele Hooge Indische Res„ „geering ook aangemerkt worden, als een onweder„ „spreekelijk bewijs van 's Vorsten opregte vriend„ „schap omtrent de Compagnie„ Vraagt zijne Hoogheid, of ik de welgemelde Hooge Regeering verzogt heb, om in deeze zaak naar de billijkheid te disponeeren! dan moet gij antwoorden, dat ik het bij eerste gelegenheid met allen nadruk doen zal, dewijl 's korsten toegeevendheid zulks meriteert; dog ongevraagd moet gij er niets van reppen. Ik twijfel niet of zijne Hoogheid zal begeerig zijn te weeten, hoe Hij zig aan de Engelschen ver„ klaaren moet, wanneer zij Item wegens de toege„ „laten, wegneeming van het meergemelde Engelsche omen schip mogten „ aanspreeken! Sij kunt in dit ge„ „val zeggen, dat zijne Hoogheid immers hun zoude kunnen antwoorden, dat zijne Hoogheid niet heeft geweten, nog denken kunnen, dat eenig Fransch schip in de haven van Riouw vijande„ „lijkheden zoude komen pleegen tegen de Engelschen, dat zijne Hoogheid, met den slag daar van gewaar„ „schouwd wordende, zig zoo schielijk niet in staat heeft kunnen stellen om de onderneeming van het Fransche schip, dat la Betleij veroverd heeft, te keer te gaan; dat, vermits. Comps. vaartuigen bij het Fransche schip geweest zijn, zijne Hoog „heid daar over aan mij geschreven heeft, dog dat ik geantwoord heb, dat de Capitein van het Fransche schip niet onder Comps bevel staat. De Forst heeft in zijnen jongsten brief aan mij bij herhaaling betuigd niet te zullen afwijken van het met de Compagnie gesloten, verbond, maar zig egter niet bepaaldelijk uitgelaaten op mijn verzoek om de Engelschen die nu Comps. vijanden zijn, als vijanden van zijne Hoogheid te behandelen, en de Com„ „pagnie bij te staan, wanneer zij de hulpe van zijne Hoogheid mogte noodig hebben. zij moet derhalven aan zijne Hoogheid vraagen, of Hij nu onzijdig wil blijven, dan of Hij de Compagnie tegen de Engelschen toegeevend„ wil

NL-HaNA_1.04.02_3627_0520 view scan ↗

English

105 wishes to help, whenever such might be necessary. If the Prince says that He will be on the side of the Company, and assist her, you may answer that with an assurance that the Company will then also endeavor to protect His Highness against enemy attacks by virtue of the said Alliance. In the event that the Bookkeeper Rappa clearly perceives in this conference that the Prince is well-intentioned toward the Company, and is not inclined to show any friendship to the English to the detriment of the Company, he, Rappa, having obtained permission from His Highness to be allowed to speak a word in private to Him, must ask His Highness in the Company's name whether His Highness would be willing to permit the Company's ships and lesser vessels to come attack and seize the English ships lying in his harbor! But if His Highness is not inclined to do so, whether His Highness would not at least, whenever the Company's ships arrive off Riouw at a time when any English ship or lesser vessel is lying within the harbor, be willing to force the same to sail outside, so that the Company's ships could engage it outside and take it as prize; under the promise that the Company, in either of these cases, will give a third part of the prizes which are thus made through the Prince's permission or cooperation to His Highness in recognition of his faithful assistance. If the Bookkeeper Rappa finds that the Prince is content with this proposal, let him then request His Highness to send one or two of his most trusted Db Rappen Inquire also at Riouw whether one could not, as often as one needs it, obtain from there a small vessel capable of making the journey to Batavia, in order to convey the Company's letters to Batavia for a reasonable payment; and, if so, how much one would have to pay for each journey thither and back. While I, expecting from you the most punctilious execution of these my orders, wish you a prosperous journey, and remain very gladly; (below stood) Your affectionate Governor (signed) P: I: de Bruijn, (in margin) Malacca in the Castle, the 20. April: 1782. (underneath) By order of the Noble Governor and the Council (signed) I:s Thierens Sec:s (below stood) Agrees (was signed) C. G. Baumgarten, E: G. Clerk. — Ministers, provided with proper credentials, hither, in order to conclude a written contract with the Company in his name regarding this matter. But if the Bookkeeper Rappa perceives that the Prince will not listen to this, he must then most earnestly request His Highness to reveal this secret to no one; just as Rappa himself will also have to take care that the same does not become known, whether the Prince approves or disapproves of the said proposal. Agrees. Baumgarten W. Gkleey Examined Pursuant to Your Right Honorable and Worshipful Honors' highly respected order, we have the honor, concerning our proceedings regarding the commission to Radja Hildjie, Regent at Riouw, to which it has pleased the Very Same to elect us, to report herewith in all humility, That on the 21: April last, after having received our dispatches from Your Right Honorable and Worshipful Honors, we immediately went on board the kakaps lying ready for that purpose and set sail, setting our course to the South. That on our journey we encountered nothing worthy of Your Right Honorable and Worshipful Honors' attention until the 30. April, being then at the latitude of Riouw, at which time we discovered three ships besides a lesser vessel near Tanjong: Pinjingas, which were lying at anchor there, and about an hour later we heard some shots fired from these ships, whereupon those who were in Company with us and belonged at Riouw To the Right Honorable Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of this city and Fortress, along with the other Worshipful Gentlemen Members of the Honorable Council of Policy of this Government. Right Honorable Sir and Worshipful Gentlemen. Sheet 10

Dutch transcription

105 wil helpen, wanneer zulks mogte noodig weezen. zegt de Vorst dat Hij aan de zijde van de Com„ „pagnie zal weezen, en haar bijstaan, gij moogt dat beantwoorden met eene verzekering, dat de Compagnie dan ook zijne Hoogheid tegen vij„ andelijke aanvallen zal tragten te beschermen uit hoofde van het gemelde Verbond. Bij aldien de Boekhouder Rappa in deeze con„ „ferentie duidelijk bemerkt, dat de Vorst het met de Compagnie wel meent, en niet gezind is aan de Engelschen eenige vriendschap te bewijzen ten nadeele van de Compagnie, moet hij Rap„ „pa, van zijne Hoogheid permissie verkregen „ Hem hebbende om „ een woordje in vrijheid te mogen spreeken, aan zijne Hoogheid uit Comps. naam vraagen, of zijne Hoogheid zoude willen gedoogen, dat Comps. schepen en mindere vaartuigen de Engel„ „sche schepen, die in zijne haven leggen, komen attaqueeren en neemen! dog indien zijne Hoog „heid daar niet toe genegen is, of zijne Hoogheid niet ten minsten, wanneer Comp:s schepen buiten Riouw Komen in een tijd dat eenig Engelsch schip of minder vaartuig binnen de haven-legt, hetzelve zoude willen noodzaaken om naar buiten te zeilen, op dat Comps. schepen het buiten zouden kunnen aantasten en prijsmaaken. onder toezegging dat de Compagnie in het eene en andere van die ge„ „vallen een derde, deel van de prijzen, welke dus door 's Vorsten toelaating of medewerking gemaakt worden, aan zijne Hoogheid zal geeven in erkente„ „nisse van zijnen getrouwen bijstand. Bevindt de Boekhouder Rappa, dat de Vorst met deezen voorslag content is, hij verzoeke dan aan zijne Hoogheid om een of twee van zijne vertrouwd, Db Rappen Verneemt nog op Riouw of men niet, zoo dikwils men het noodig heeft, van daar zoude kunnen krijgen een klein vaartuig, dat in staat is tot de reize naar Batavia, om voor eene raisonable betaaling Comps: brieven naar Batavia over te brengen: En, indien ja, hoe veel men voor elke reize naar derwaarts en te rug zoude moeten betaalen. Terwijl ik, van u verwagtende de nauwkeu„ „rigste volbrenging van deeze mijne beveelen, u eene gelukkige reize toewensche, en zeer gaarne blijve; (onderstond) Uw toegenegene Gouverneur (getekend) P: I: de Bruijn, (in margine) Ma„ lacca in het Casteel den 20. April: 1782. (daar onder) Ter ordonnancie van den Edelen Heer Gouverneur en den Raad (getekend./. I:s Thierens Sec.s (onder„ „stond) Accordeert (was getekend) C. G. Baume„ „garten, E: G. Klerk. — „ste Ministers, met behoorlijke Gehoofsbrieven voorzien, herwaarts te zenden, ten einde dientwegen in zijnen naam een schriftelijk ontract met de Compagnie te sluiten. Maar bespeurd de Boek„ „houder Rappa, dat de Vorst daar niet na hooren wil, dan moet hij zijne Hogheid op het kragtig„ „ste verzoeken, om dit geheim aan niemand te openbaaren; gelijk Rappa zelf ook zal moeten zorg draagen, dat hetzelve niet bekend worde, 't zij dat de Vorst het gemelde voorstel goed op afkeurt. Accordeert. „ste Saumgarten W . Gkleey Nagesien Ingevolge Uwer wel Edele Gestrenge en E. E. Heeren zeer gerespecteerde ordre, hebben wij de eere nopens onze verrigtingen betreffende de commissie bij Radja Hildjie. Regent te Riouw, waar toe het Hoogst Dezelve bekaagt heeft, ons te verkiezen, bij deezen in allen ootmoedt te berigten, Dat wij ons op den 21: April laastleden, na van Uwel Edele Gestr. en E. E. Heeren Onze depeches ontvan„ „gen te hebben, direct aan boord van de ten dien einde gereed leggende kakaps begeeven hebben en onder zeil gegaan zijn, zettende de cours om de Zuid. Dat wij op onze reize niets Uwer Wel Edele Gestr: en E: E. Heeren attentie waardig ontmoet hebben tot op den 30. April, bevindende ons toen op de hoog„ „te van Riouw, als wanneer wij drie schepen be= „nevens een minder vaartuig bij Tanjong: Pinjingas ontdchten, dewelke aldaar ten anker lagen, en omtrent een uur later hoorden wij van deeze schepen eenige schooten doen, waarop de zig bij ons in Compagnie bevindende en te Riouw thuis Wel=Edele Gestrenge Heer, en E. E. Heeren. Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur deezer stad en Fortresse, benevens de verdere E: E. Heeren Leden in den Agtbaaren Raad van Po„ „litie deezes Gouvernements. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heere hoorende Screet 10

NL-HaNA_1.04.02_3627_0523 view scan ↗

English

103 hearing Intje Zelesan and Intje Camis make known to us their apprehension that these ships might well be English, it was unanimously approved by us in that uncertainty for the time being to drop anchor at that place where we found ourselves, and to let Intje Telesan, who offered himself for that purpose, depart with a proa for Riouw, both in order to learn what kind of ships they were, and also at the same time to inform Radja Hadjie of our embassy and arrival, whereupon the said Intje Zelesan also departed for Riouw without loss of time. Our people returned to us with the aforementioned proa before noon on the 1. Mai, Intje Felesan having remained at Riouw on account of the good news, with the report that they were ships of the Dutch East India Company, whereupon we immediately weighed anchor and set sail again, and had subsequently already approached into the mouth of the river of Riouw, when the said Intje Telesan came to meet us with a vessel, having been sent by the Regent Radja Hadjie to bring us to his Highness, with which we subsequently arrived at Riouw towards evening, stepped ashore, and immediately went to his Highness, made our arrival known to the same, and at the same time notified his Highness that we were sent by Your Right Honourable and Esteemed Gentlemen, in order to compliment his Highness in the name of Your Right Honourable and Esteemed Gentlemen, and to hand over a letter, together with some presents brought along for his Highness: Having left the reception of both to the discretion of his Highness, the time for that was set for the 2. Mai in the afternoon towards one o'clock. The 2. Mai and the appointed hour having arrived, the Shahbandar, Intje Felesan and Intje Camis came to us in great state, to the sound of music, to collect the Company's letter and presents in the name of his Highness: Having subsequently come to his Highness, we handed over most solemnly the letter, together with the presents from Your Right Honourable and Esteemed Gentlemen, under assurance of the Company's sincere friendship and the particular high esteem of Your Right Honourable and Esteemed Gentlemen, both being received by his Highness with all reverence and esteem; and after the letter had been read aloud, the artillery was fired off, first from the fort and afterwards from the vessels that lay thereabouts in the river, and furthermore, after the ceremonies had ended, we took our leave again and departed. On the 3. Mai we enquired when we might meet his Highness again, whereupon was determined the 5. Mai. Having then appeared before his Highness, we made known to him that we had orders from Your Right Honourable and Esteemed Gentlemen to confer further with his Highness on behalf of the Company regarding certain matters, whereupon his Highness saw fit to appoint the following day, or the 6. Mai, for that purpose. Having come to an audience with his Highness on that day, we opened our commission, and first brought up the first item of the contents of our instructions, making known to his Highness that Your Right Honourable had with great astonishment

Dutch transcription

103 hoorende Intje Zelesan en Iutje Camis ons hunne bedugting te kennen gaven dat deeze schepen wel Engelsche zouden kunnen weezen, wordende in die onzekerheid door ons eenpariglijk goedgevanden voor eerst op die plaatse, daar wij ons bevanden, ten anker te gaan, en Intje Telesan die zig zelfs daar toe aan presenteerde, met een prauw naar Riouw te laaten vertrekken, ten einde zoo wel te verneemen wat het voor schepen waren, als ook teffens om Radja Hadjie van onze Ambassade en komste te verwilligen, gelijk dan ook gemelde Intje Zelesan zonder tijds verzuim naar Riouw vertrok. komende ons volk den 1. Mai met de voorschrevene prauw voor de middag weder bij ons te rug zijnde Intje Felesan wegens de goede tijding op Riouw verblee„ „ven) met berigt dat het schepen van de Nederlandsche Oostindische Compagnie waren, waarop wij immediaat anker ligteden en weder onder zeilgingen, en waren vervolgens al reeds tot in de mond van 't rivier van Riouw genadert, wanneer ons gemelde Intje Telesan met een vaartuig te gemoet kwam, zijnde door den Regent Radja Hadjie afgezonden, om ons bij zijn Hoogheid te brengen, waarmede wij vervolgens tegen den avond te Riouw arriveerden, aan de wal stapten, en ons immediaat bij zijn Hoogheid be„ „gaven, onze arrive aan Denzelven beseut maakten, en teffens zijn Hoogheid notificeerden dat wij van Uwel Ed. Gestr. en E. E. Heeren gezonden waren, omme zijn Hoogheid uit naam van Uwel Edele Gestr. en E. E. Heeren te complimenteeren, en over te geeven een brief, benevens eenige Geschenken voor zijn Hoogheid mede gebragt: Het recipieeren van het een en andere aan het goedvinden van zijn Hoogheid overgelaaten hebbende;, wierdt de tijd daar toe bepaald op den 2. Mai 'smiddags tegen een uur. Den 2. Mai en het bepaalde uur verschenen zijnde, kwam de Sabandaar, Intje Felesan en Intje Camis, onder 't geluid van musiek, in groote staatsie bij ons, om Comp:s brief en geschenken uit naame van zijn Hoogheid afschaalen: Vervolgens bij zijn Hoogheid gekomen zijnde, over„ „handigden wij op 't plegtigste den brief, mitsgaders de geschenken van Uwel Ed. Gestr: en E. E: Heeren, onder verzekering van 's Comps. opregte vriendschap, en de bij„ „zondere hoogagting, van Uwel Edele Gestr. en E. E. Heeren, wordende 't een en andere door zijn Hoogheid met allen eerbied en „ agting gerecipieert; en na dat de brief overluid op gelezen was, wierd eerst van 't Fort en naderhand van de vaartuigen, die daar omtrent in het rivier lagen, het geschut los gebrand„ en namen voorts na de g'eindigde plegtigheden we„ „der onzen afscheid en vertrokken. Den 3. Mai lieten wij verneemen wanneer wij zijn Hoogheid weder zouden kunnen ontmoeten, waarop bepaald wie vet den 5. Mai„ Bij zijn Hoogheid toen verscheenen zijnde, gaven wij dan hem te kennen dat wij last hadden van Uwel Edele Gestr. en E: E. Heeren, Compagnies wegen zijn Hoogheid nog nopens het een en andere te on„ „derhouden, waarop zijn Hoogheid goed vond ons den volgenden dag of den 6. Mai daartoe te bepaalen. Op dien dag bij zijn Hoogheid ter audientje ge„ komen zijnde, openden, wij onzen last, en bragten voor eerst de eerste post van den inhoud onzer In„ „structie op het zapijt met aan zijne Hoogheid te kennen te geven, dat Uwel Ed. Pestr. met groote Lijn verwondering A

NL-HaNA_1.04.02_3627_0524 view scan ↗

English

had learned with astonishment that the Captain of the French ship la S. Therese, together with the Company's cruisers sent out to cruise in this Strait, had dared to attack and carry off the English ship la Betley in the river and under the artillery of Riouw; here His Highness interrupted us, and gave us a sign not to speak of it any more, as it was a past and settled matter, since His Highness considered it forgotten and wished to hear nothing more of it; so that we had to be content with that, and were forced to break off from it. But regarding the further charge contained in our Instruction, we asked His Highness whether he now wishes to remain neutral, or whether he wants to help the Company against the English, whenever that might be necessary. To this His Highness made known that both the English and the Company were great Powers, and he, in contrast, small, being unable therefore to meddle, and would thus rather remain neutral, but, on the contrary, would always assist the Company against native Princes whenever required, under the assurance of never deviating from the treaty concluded with the Company. Requesting therewith, however, that in the future the Company might no longer act in such a manner as had occurred through the French ship; Furthermore, His Highness declared that if it should happen that Malacca were attacked by the English, he would not fail to come here and assist the Company as much as was in his power. We further asked His Highness whether one might not, as often as needed, obtain from Riouw a small vessel capable of the voyage to Batavia, in order to convey Company letters to Batavia for a reasonable payment. To which His Highness replied that none of his people would dare to undertake this, for fear of the English privateer Macklerij wandering in the strait, since it was already sufficiently known from experience that many native vessels had been plundered by him and the people put to death in an inhuman manner. Since the first undersigned could clearly perceive the Prince's affection toward the Company in this conference, he asked His Highness, pursuant to the Instruction, for permission to speak a word with Him in confidence, for which His Highness appointed the 7. Mai. That day having arrived, he then presented himself again to His Highness, and proposed to Him in the Company's name whether His Highness would tolerate that the Company's ships and lesser vessels come to attack and take the English Ships lying in his port; yet if His Highness were not inclined to do so, whether His Highness would not at least, whenever Company ships came outside Riouw at a time when any English ship or lesser vessel lay inside the port, compel the same to sail outside, so that Company ships could attack it outside and make it a prize; with the promise that the Company, in either of those cases, would give a third part

Dutch transcription

111 verwondering hadde vernomen, dat de Capitein van het Fransche schip la S. Therese, met Compagnies Kruissers, uitgezonden in deeze Straat te Kruissen, onderstaan hadt het Engelsche schip la Betleij in de rivier en onder het geschut van Riouw te attaqueeren en te vervoeren; hier viel ons zijne Hoogheid in de rede, en gaf ons een teeken daar van, als eene gepasseerde en afgedaane zaak, niet meer te reppen, als merkende zijn Hoogheid zulks aan als vergeeten, en willende verder daarvan niets meer kooren; zoo dat wij daar mede genoegen moesten neemen, dne genoodzaakt waren daarvan daarvan af te breeken. Maar aangaande den verderen last bij onze In„ structie vervat hebben wij aan zijne Hoogheid gevraagt, of hij nu onzijdig wil blijven, dan of hij de Compagnie tegen de Engelschen wil helpen, wan„ „neer zulks mogte noodig weezen„ Hier op heeft zijne Hoogheid te kennen gegeeven, dat zoo wel de Engelschen als de Compagnie groote Mogentheden waren, en hij daarentegen klein, hun„ „nende zig dierhalven niet in mergen, en zoude dus liever onzijdig blijven, maar in tegendeel tegen inlandsche Vorsten altoos de Compagnie te zullen adsisteeren, wanneer zulks vereischt word, onder ver„ „zekering van nooit te zullen afwijken van het met de Compagnie geslooten verbond. Verzoekende egter daar bij, dat de Compagnie in 't ver„ „volg niet meer zoodanig mogte handelen, als door het Fhansche schip geschied was; Voorts verklaarde zijn Hoogheid, dat wanneer het mogte gebeuren dat Malacca door de Engelschen aangetast wierd, hij niet in gebreeke zoude blijven van hier te komen en zoo veel in zijn vermogen was de Compagnie bij te staan. Wij hebben wijders aan zijne Hoogheid gevraagd, of men niet, zoo dikwils men het nodig had, van Riouw zoude kunnen krijgen een klein vaartuig, dat in staat is tot de reize naar Batavia, om voor een rai„ „sonnable betaling Comps. brieven naar Batavia over„ te brengen. Waarop zijn Hoogheid repliceerde, dat niemand van zijn volk zulks zoude durven onderneemen, uit vrees van den in de straat Zwervende Engelsche Kaaper Macklerij, dewijl men al genoegzaam bij onder„ „vinding hadt, dat al veele inlandsche vaartuigen door hem geplonderd en het volk op eene onmeu„ „schelijke wijze waren om het leven gebragt. Dewijl de eerst ondergetekende in deeze Conferentie 's Vorsten toegenegentheid omtrent de Compagnie dui„ „delijk kon bespeuren, zoo vroeg hij ingevolge de Instructie aan zijne Hoogheid permissie om een woordje in vrijheid met Ilem te mogen spreeken, waartoe zijn Hoogheid den 7. Mai bestemde. Dien dag gekomen zijnde, vervoegde hij zig dan weder bij zijn Hoogheid, en stelde, Hem in Comps. naam, voor of zijne Hoogheid zoude willen gedoo„ „gen, dat Compagnies schepen en mindere vaartuigen de Engelsche Schepen, die in zijne haven lagen, ko„ „men attaqueeren en neemen! dog indien zijne Hoogheid daar niet toe geneegen was, of zijne Hoog „heid niet ten minsten, wanneer Compagnies sche„ „pen buiten Riouw kwamen in een tijd dat eenig Engelsch schip of minder vaartuig binnen de ha„ „ven lag, hetzelve niet zoude willen noodzaaken om haar buiten te zeilen, op dat Compagnies sche„ „pen het buiten zouden kunnen aantasten en prijs maaken! Onder toezegging dat de Compagnie in het eene en andere van die gevallen een derde was deel

NL-HaNA_1.04.02_3627_0525 view scan ↗

English

part of the prizes, which would thus be taken through the Prince's permission or cooperation, would be given to His Highness, in recognition of his loyal assistance. Whereupon His Highness replied to the first subscriber that his request to the Company was not to come and attack the English ships in his port, but if the Company's ships or vessels were lying outside, he would compel the English to depart for the outside, further assuring me that he would shortly send one of his most trusted Ministers to Malacca to negotiate further on this matter and, regarding this point, to conclude a Contract with Your Right Honourable Sirs and Honourable Gentlemen on behalf of the Company. Furthermore, we have the honour to report that on the 2nd of May, this day being appointed by His Highness for our first audience, a boat came to us in the morning, in which were, as appeared to us afterwards, the Captain of the ship of the Right Honourable and Respected Rear Admiral Jan Dirk Schrijver, the Secretary of the Fleet Welgevaare, along with another Gentleman unknown to us, who had been to the Regent Radja Hadjie, and asked us where we came from and what business we had on Riouw, desiring at the same time that we should also go on board with the Rear Admiral. The first subscriber therefore made known to Their Honours that His Highness Radja Hadjie had appointed to receive the letter of Your Right Honourable Sirs and Honourable Gentlemen, together with the presents, this afternoon, and we sought as far as possible to excuse ourselves for that day on account of the aforementioned audience; but as this could not avail, we were compelled to comply with Their Honours' desire and sail along on board. Having arrived on board with the Right Honourable and Respected Rear Admiral Schrijver, His Honour asked us what business we had in Riouw, to which the first subscriber replied that he had been sent by Your Right Honourable Sirs and Honourable Gentlemen on behalf of the Company with a letter and presents for the Regent Radja Hadjie, whereupon His Honour let us depart again with the request to come back on board with His Honour after the delivery of the letter and presents, which we accepted most willingly. Just as we, after having had the audience with the Prince, did not fail to sail back on board with the Right Honourable and Respected Rear Admiral Schrijver, and upon inquiry to notify His Honour that we were received with all possible honours and courtesy, and that the letter and presents were accepted with much splendour and satisfaction, His Honour thereupon asking the first subscriber whether he did not know what the contents of the letter comprised, to which he replied that the Company requested assistance from the prince against the English. Furthermore, His Honour made known to us that the Prince had not wished to let His Honour's boat pass upstream, and also had not provided provisions, which His Honour had nevertheless requested from the Prince; To which I replied again that it was not to be thought that it had happened intentionally, but much rather, as the first subscriber could well comprehend himself, out of a certain fear of the ships; and because they were in doubt as to how they stood with regard to it

Dutch transcription

113 deel van de prijzen, welke dus door 's Vorsten toelaating of medewerking gemaakt zouden worden, aan zij„ „ne Hoogheid zoude geeven, in erkentenisse van zijnen getrouwen bijstand. Waarop zijn Hoogheid den eersten tekenaar ten antwoord diende, dat zijn verzoek aan de Compagnie was om de Engelsche schepen niet in zijne haven te komen attaqueeren, „ dog Compagnies schepen of vaartuigen buiten leggende, zoude hij de Engelschen noodzzaken om naar buiten te vertrekken, vezeke„ „rende mij voorts dat hij een zijner vertrouwdste Mi„ „nisters in 't kort naar Malacca zoude zenden; om verder daarover te handelen, en wegens dit poinct met UwelEd. Gestr. en E. E. Heeren, Compagnies wegen een Contract te sluiten. Voorts hebben wij nog de eere van te berigten, dat op den 2. Mai, zijnde deeze dag door zijn Hoogheid tot onze eerste audientie bestemt, 's morgens een schuit bij ons kwam, waarinne zig bevonden, gelijk ons. naderhand bleek, de Capitein van het schip van den Wel-Edele Agtb: Heer Schaut bij Nagt Ian Dirk Schrijver, de Heer Secretaris van de Vloot Welge„ „vaare met nog een ander „ Heer ons onbekent, dewelke bij den Regent Radja Madjie waren, geweest, en ons vroegen waar wij van daan kwamen en wat wij op Riouw te verrigten hadden, begeerende teffens dat wij mede aan boord, van de Heer Schout bij nagt zouden, gaan, de eerste tekenaar gaf derhalven aan Hun E: E: te kennen dat zijn Hoogheid Radja Radjie, bepaald hadt om de brief van Uwel Edele Gestr: en E. E. Heeren, benevens de geschenken, heden middag te recipieeren, en zogten ons dan zoo veel mogelijk voor dien dag uit hoofde der voorschreven audientie te verescu„ „leeren; maar zulks niet kunnende baten waren wij genoodzaakt Hun E. E. begeerte op te volgen en naar boord mede te vaaren. Aan, boord van den Wel Edelen Agtb. Heer Schout bij Nagt schrijver gekomen zijnde, vroeg zijn Ed. ons wat wij te Rieuw te verrigten hadden, waarop de eerste tekenaar repliceerde, door Uwel Edele Testr. en E. E. Heeren Compagnies wegen met een brief en geschenken voor den Regent Radja Hadjie gezon„ „den te zijn, waarop zijn Edele ons weder liet vertrek„ „ken met verzoek om naar de overgaave van den brief en geschenken weder aan boord bij zijn Ed. te komen, hetwelk wij zeer bereidwillig aannaamen selijk wij dan ook naar de gehad hebbende au„ „dientie bij den Vorst niet in gebreeke zijn gebleeven, van weder naar boord van den Wel Edelen Agtb Heer Schout bij Nagt schrijver te vaaren, en zijn Ed. op gedaane afvraage te notificeeren, dat wij met alle mogelijke eerbewijzen en heuschheid ontvangen en de brief en geschenken met veel luister en genoe„ „gen geaccepteert waren, vraagende zijn Edele den eersten tekenaar overzulks of hij niet wist wat den inhoud van den brief behelsde, waarop hij ten antwoord gaf, dat de Compagnie ten vorst om adsistentie verzogt tegen de Engelschen. Voorts gaf ons zijn Edele te kennen, dat de Vorst zijn Ed. naar boven gezondene schuit niet hadde willen laaten, passeeren, en ook geen levensmiddelen had laaten toekomen, waarom zijn Ed. egter den Vorst hadde laaten verzoeken; Waarop ik weder repliceerde, dat het niet te den„ ken waer dat het met opzet geschied was, maar veel meer; gelijk de eerste tekenaar zelfs wel bezeffen kon uit een zekere vrees voor de schepen; en dewijl zij in twijffel stonden hoe zij het daarmede hadden wij en .

NL-HaNA_1.04.02_3627_0526 view scan ↗

English

115 and concerning the refreshments, the first subscriber could likewise testify to having learned that nothing was to be had at this place, but that he nevertheless knew that the Prince had sent to a few other surrounding islands to procure some refreshments, in order to accommodate His Honour's fleet therewith as far as possible. Meanwhile, while the first subscriber was aboard the said ship of the Right Honourable Rear Admiral, a vessel belonging to the Prince arrived there, bringing in the name of His Highness a buffalo, along with some refreshments consisting of pumpkins, fokkefokke, pineapples, bananas, coconuts, etc., as a present to His Honour and for his fleet; understanding, moreover, from the people of the Regent who came with it, that His Highness had himself received that buffalo as a gift from Padang, and that His Highness had kept it for himself for a certain feast, since they were unobtainable in Riouw; the Right Honourable Rear Admiral having his clerk thank the Prince most kindly for what was sent, and furthermore request the Regent to have 100 pigs purchased and delivered for the fleet, just as the first subscriber also heard upon his return from aboard that the Regent Radja Hadjie had summoned some Chinese to him and ordered them to search here and there for the requested 100 pigs for the fleet. That they also did their best in accordance with that order, but having procured no more than 20 pigs in haste, and wishing to bring the same aboard the fleet on the 4th of May, had discovered that the ships had already set sail, and it was thus too late. Lastly, we still have the honour to report that we further inquired of His Highness when it would please him to grant us our dispatch so that we might depart again for Malacca, whereupon His Highness fixed Friday the 10th of May. And having presented ourselves to His Highness on that day towards evening, the appointed time, His Highness let us depart with many compliments to Your Right Honourable and Honourable Sirs, and assurances of his high esteem and friendship towards the Company, saying at the same time that he would send the letter for Your Right Honourable and Honourable Sirs to us directly, just as Intje Telesan then shortly afterwards came to us, bringing along the mentioned letter from His Highness. Because of adverse current and wind, we remained lying at anchor that night, undertaking the journey hitherward on the 11th of May, in the company of 2 kakaps belonging to Padang, but which were expressly ordered by the Regent Radja Hadjie to convoy us to Poelo Katapan, and arrived here again on the 18th of May. Trusting hereby to have complied according to our ability with the highly revered order and with the first subscriber's special commission entrusted to us by Your Right Honourable and Honourable Sirs, we have the honour to call ourselves with the utmost respect and high esteem, was signed: Right Honourable and Honourable Sirs, Your Right Honourable and Honourable Sirs' humble and faithful servants, signed: I. S. Rappa, and further set down therewith in Malay letters by Lebi Moehit and Achmat. In the margin: Malacca, the 8th of June 1782. Agrees, signed: Jngaete 8 11 To the Right Honourable Sir, The undersigned master of the ship Mars, arrived here from Japan through the Governor's Strait, having been ordered by Your Right Honourable to report in writing whether, at the latitude of Tanjong Boeroe, he had a sharp lookout kept for the two Company vessels cruising there, whether he also caught sight of the same, acted according to the order of the Noble High Indian Government, and attempted to run up to those vessels, or else to await them by shortening sail or anchoring, in order to obtain Your Right Honourable's orders; he thus takes the liberty to request that he may be permitted, instead of a brief and direct answer thereto, most respectfully to report: That on the 31st of December last, in the afternoon, having approached Pedra Branco at the distance of about two miles, we found lying anchored there a ship which first showed a Portuguese, but shortly thereafter, having set sail and approached us somewhat, Right Honourable Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca with the dependencies thereof a

Dutch transcription

115 en betreffende de ververschingen kon de eerste teke„ „naar insgelijks betuigen vernomen te hebben, dat niets op deeze plaats te krijgen was, maar dat hij egter wist dat de Vorst op andere paar omtrent leggende eilsenden, gezonden hadt om eenige ver„ „verschingen op te doen, ten einde de vloot van zijn Edele naar mogelijkheid daar mede te ge„ „rieven. Middelerwijlen de eerste tekenaar op het ge„ „melde schip van den Wel Ed: Agtb: Heer Schout bij Nagt was, kwam een vaartuig van den Vorst aldaar aan, brengende uit naam van zijn Hoogheid een buffel; benevens eenige ververschingen, bestaande in pompoenen, fokkefokke; Annanassen, piezang, Klappers enz. tot present aan zijn Eele en voor Des„ „zelvs vloot; verstaande nog daarenboven van het daarmede gekomen volk van den Regent; dat zijn Hoogheid dien buffel zelfs van Padang tot geschenk had gekregen, en dat zijn Hoogheid dien„ tot zeker feest, voor zig bewaard hadt, dewijl ze te Riouw niet te bekomen waren; Laatende zijn de Heer Wel Ed: Agtb:„ kchout bij Nagt: Schrijver den Vorst voor het toegezondene op het allervriendelijkste be„ „danken, en voorts den Regent verzoeken, om vertiens voor de Vloot 100. – „ te laaten inkoopen en bezorgen, gelijk de eerste tekenaar ook bij zijn terugkomst van 1 boord gekoort heeft, dat de Regent Radja Hajdjie eenige Chineezen, heeft bij zig ontbieden laaten en hun gelast om de verzogte 100: –. varkens. hier en daar voor de vloot te zullen op zoeken. Dat zij ook ingevolge die order hun best ge„ „daan, maar in haast niet meer dan 20. barkens opgedaan hebbende, en dezelve den 4. Mai naar boord van de bloot willende brengen ontdekt had„ Vertrouwende hiermede aan de veel guerde ordre en aan des eerstgetekenden bijzondere Commissie door Uwel Ed: Lestr. en E. E. Heeren heire opgedraagen naar vermogen te zullen hebben voldaan, hebben wij de eere van ons met de uitterste eerbied en hoogag„ „ting te noemen„ „onderstond) Wel Edele Gestrenge Heer en E. E. Heeren den, dat de schepen al onder zeil waren gegaan, en het dus te laat was: Laastelijk hebben wij nog de eere te berigten, dat wij voorts bij zijn Hoogheid lieten verneemen, wanneer het Hem zoude behaagen ons onze depeche te doen erlangen omme weder naar Malacca te kunnen ver„ „trekken, waarop zijn Hoogheid, Vrijdag den 10: Mai bepaalde. En dien dag tegen den avond de bestemde tijd, ons bij zijn Hoogheid vervoegd hebbende, liet ons zijn Hoogheid onder veele Complimenten aan Uwe wel- Ed: Gestr. en E: E. Heeren en verzekering van Deszelfs hoogagting en vriendschap tegens de Compagnie, vertrekken, zeggende teffens den brief voor Uwel Ed. Gestr. en E. E. Heeren ons direct te zusten toezenden zoo als dan ook vervolgens Intje Telesan Kort daarop bij ons kwam, brengende de gementioneerde brief van zijn Hoogheid mede.. Wegens tegenstroom en wind, bleven wij dien nag't jeanhert leggen, neemende de reize naar herwaarts den 11. Mai kan, in gezelschap. van 2. Kakaps, te Padang 'thuis hoorende, dog die expres van den Regent Radja Hadjie geordonneert. waren om ons tot Poelo Ka„ „tapan te convoijeeren, en arriveerden den 18. Mai weder alhier. „den (lager/ (lager) Uwer Wel Edele Gestr: en E. E. Heeren onderdaa„ „nigen en trouwschuldige Dienaaren: (etekend:) I„s Rappa, en voorts met maleidsche Letteren, daarom ge„ „schreven gesteld bij Lebi Moehit en Achmat: (in mar„ „gine) Malacca den 8. Iuni 1782. Accordeert eg: Jngaete 8 11 Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Den ondergetekenden schipper van het uit Japan door straat Gouverneur alhier gearriveerde schip Mars, door uwe Wel-Edele Gestr. gelast zijnde schriftelijk te berigten, of hij op de hoogte van Tanjong Boeroe wel scherp heeft laten uitzien na de twee Comps. vaartuigen die daar kruissen of hij dezelven ook in het gezigt gekregen, naar de order van de Edele Hooge Indische Regeering sei gedaan en ge„ „tragt heeft om die vaartuigen op te loopen, dan wel met het minderen van zeilen of ankeren hun in te wagten, ter erlanging van uwer Wel-Edele Gestrenge order: zoo gebruikt hij de vrijheid te verzoeken dat het hem gepermitteerd moge zijn in plaatze van een kort en direct. antwoord daar op eerbiedigst te berigten Dat wij op den 31 December laastleden 's agter„ „middags Pedra Branco op de distantie van omtrent twee mijlen genadert zijnde aldaar geankerd vonden leggen een schip hetwelk eerst een Portugeesche dog kort daar op onderzeil gegaan en ons iets genadert zijnde Wel-Edele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca met den ressorte van dien een 3

NL-HaNA_1.04.02_3627_0529 view scan ↗

English

showed a French flag, hoisting the last-mentioned flag while firing a shot with live ammunition across our bow, and which shot was followed by a second around our stern, notwithstanding that we had likewise secured our flag with a shot of live ammunition after the first one. We therefore shortened sail and continued our course under single courses; but noticing that this ship made little headway with all its sails set, and still suspecting the same, we resolved to sail on; but having crowded on sail, we first received a shot with live ammunition along the side of the ship, and subsequently two cannonballs over the tops of the masts, which appeared to be aimed at the topgallant masts, on account of which we shortened sail again and turned downwind, at the same time preparing everything required to offer a courageous resistance. Lying thus, the said ship showed from its foretop a signal unknown to us, then ran around our stern downwind, and hailed us at eight o'clock in the evening. Having been informed that that vessel was fitted out for privateering against English ships and was commanded by one Mathurim Barbaron; that there were many sick on board, and that they had a shortage of provisions, we dropped our anchor following his example, and upon the request made to that end, we sent the boat with the chief mate thither, which returned very quickly in the company of the boat of the French ship, wherewith its First Lieutenant came on board with us, who gave us an explanation of the breach of peace between England and the state of the United Netherlands, the hostilities committed by the former, and whatever else was known to them concerning the state of affairs, along with an offer of his convoy through the Governors Strait, which we accepted. Having set sail on the morning of 1 January, we continued our journey in the company of the aforementioned ship, and on 2 January at three o'clock in the morning came to anchor between the point of Tanjong Boesoe and the island of small Cardamon. Looking out most carefully for the cruisers, we discovered at daybreak under the island of small Cardamom three vessels, which made sail and steered toward Drioens Strait, and although these vessels were at such a great distance from us that neither side could make out a signal, we nevertheless hoisted a pennant at the foretop, let it fly, and remained anchored in expectation that the said vessels would approach us until nine o'clock, when, after the frequently mentioned French ship had saluted with 17 cannon shots and we had thanked with 15, we made sail and tacked toward the island of small Cardamom, while the aforementioned three vessels, from one of which we could see the Prince's flag flying, entered Drioens Strait. The sea breeze subsequently coming through, we tacked onto the other board and came to anchor at five o'clock in the afternoon near the point of Boerong. Having obtained assurance of the breach of peace between England and our Republic, reasonably fearing that Banca Strait was made unsafe by some privateers of our enemies, and on the other hand being informed that we had nothing to fear in the fairway to Malacca, it was unanimously decided to steer onward to the last-mentioned place, as we then, God be thanked, arrived here in the roads on the 6th of this month. While the humble signatory finds himself greatly honored to be with respect, Honorable and Stern Sir, your Honorable and Stern's humble servant, was signed F J:s Siedenburg. In the margin: Malacca, the 14th of January 1782. Pieter Gerardus de Bruijn, Checked. To the Honorable and Stern Sir, Honorable and Stern Sir, Governor and Director of this City and Fortress with the jurisdiction thereof. The undersigned commanders of the sloops de Goede Trouw and Aiceroa, having been ordered by your Honorable and Stern Sir to report in writing why they were not stationed at the point of Tanjong Boeroe, as was ordered to them by Ordinance of the 22nd of November last; why, upon catching sight of a ship on the 2nd of this month, they sailed away from it instead of trying to approach it in order to be identified; and what vessel they had with them at that time, take the humble liberty to reply thereto: That on the 30th of December they sailed from the said point out of concern for the English ships that were daily expected from China, since, lying at the point of Tanjong Boeroe, they would not have had the least retreat if any enemy ship had appeared and approached them in the dark. That they therefore moved into the middle of the fairway, from where they had a clear view not only, as at Tanjong Boeroe, of Governors Strait, but also of Drioens Strait and Malacca, the second signatory lying with his Agrees. W aungarten clerk J: Rojus.

Dutch transcription

113 een Fransche vlag toonde, de laastgemelde vlag op hij zen„ „de onder het doen van een schoof met scherp voor ons over„ en welke schoot door een tweeden agter ons om gevolgt wierdt, niet tegenstaande wij na den eersten onze vlag ins„ „gelijks met een schoot met scherp verzekerd hadden, wij minderden derhalven zeil en vervolgden onzen Cours voor de enkelde manszeils; dog ontwaarende dat dit schip met zijn volle zeilen weinig avanceerde en het zelve ook nog mistrouwende, wierden wij te raade door te zeilen; maar kragt van zeil gemaakt hebbende, kregen wij eerst een schoot met scherp langs de zijde van het schip, en ver„ „volgens twee kogels over de toppen der masten, die de bramstengen scheenen te bedoelen, weshalven wij weder zeil minderden en onder den wind draaiden, teffens alles in gereedheid brengende wat tot het bieden van eene man„ „moedige resistentie vereischt wordt. Dus leggende toon„ „de het gemelde schip van zijne voortop een ons onbekend sem, liep vervolgens agter ons om beneden de wind, en praai„ „de ons 's avonds te agt uuren. Onderrigt zijnde dat die bodem te kaap van Engelsche schepen geequipeerd was en gecommandeerd wierdt door eenen Mathurim Barbaron; dat er veele zieken aanboord waren, en dat zij gebrek aan levensmiddelen hadden, lieten wij, op zijn voorbeeld, ons anker vallen, en zouden op het daar toe gedaan verzoek de schuit met den opperstuurman naar derwaarts, Den 1 Ianuari 'smorgens onder zeil gegaan zijnde vervolgden wij in geselschap van het meergemelde schip onze reize, en kwamen den 2 Ianuari 'Smorgens om drie uuren tusschen den hoek van Tanjong Boesoe en het eiland klein Cardamon ten anker. Op het naauwkeurigste naar de krussers uitziende ontdekten wij met het aanbreeken van den dag onder het eiland klein Cardamom drie vaartuigen, dewelke zeil maakten en naar straat Drioens stevenden, en of schoon deeze vaartuigen op zoo een verten afstand van ons waren dat men over en weder geen sein verkinnen kon, heezen wij egter aan den voortop een wimpel, lieten den„ „zelven waaijen, en bleeven in verwagting dat de gemelde vaar„ „tuigen ons zouden naderen, geankerd leggen tot negen uuren, wanneer wij, na dat het dikwils gewaagde Fransche schip met 17 Canon schooten gesalueerd, en wij met 15 bedankt had„ „den, zeil maakten en naar het eiland klein Cardamom boegden, terwijl de meergemelde drie vaartuigen van welke een wij de Prince vlag konden zien waaijen, straat Drioens welke zeer spoedig weder te rug keerde in geselschap der schuit van het Fransche schip, waar mede de Eerste Luitenant van hetzelve bij ons aan boord kwam, die ons elucidatie gaf van den vreede„ „breuk tusschen Engeland en den staat der Vereenigde Nederlanden de gepleegde vijandelijkheden door de eerstgemelden, en hetgene hun verder van den staat der zaaken beekend was, met presentatie teffens van zijn Convooi door straat Gouverneurs, het welk wij accepteerden. binnen welke 121 Pieter Gerardus de Bruijn, Nagezien binnen liepen; de Zeewind vervolgens doorkomende wen„ „deden wy het over de andere boeg en kwammen 's agtermid„ „dags te vijf uuren bij den hoek van Boerong ten anker Verzekering erlangd hebbende van den vreede breuk sulphen Engeland en onze Republicq, met reden bedugt dat straat Banca door eenige armateurs onzer vijanden onveilig gemaakt wierdt, en daaren tegen onderrigt zijnde dat wij in het vaarwater naar Malacca niets te vreezen hadden, wierdt eenpaarig beslooten naar laastgemelde plaatze voort te stevenen, gelijk wij dan ook Gode zij dank op den 6 deezer ter reede alhier arriveerden. Terwijl den nedrigen tekenaar zig grootelijks vereerd vindt met ontzag te zijn /:onderstond/ wel Edelen Gestrengen Heer, /:lager:/ uwer welEd: Gestr: ootmoedigen Dienaar /:was geteekend:/ F J:s Siedenburg /:in margine:/ Ma„ „lacca den 14 Januari 1782 De ondergetekende Gezaghebbers van de sloepen de Goede Trouw en Aiceroa door uwe Wel-Edele Gestr. gelast zijnde, schriftelijk te berigten waarom zij niet gelegen hebben aan de hoek van Tanjong Boeroe, gelijk hun bij Ordonnancie van den 22 Novem„ „ber laastleden geordonneerd is! waarom zij op den 2 deezer een schip in het gezigt krijgende, van het zelve zijn afgeseild in plaatze van te tragten om hetzelve te naderen, ten einde verkend te worden? en wat vaartuig zij toen bij hun gehad hebben zoo nemen zij de ootmoedige vrijheid daar op te antwoorden Dat zij den 30 December van den gemelden hoekgezeild zijn uit bezorgheid voor de Engelsche schepen die dagelijks uit China verwagt wierden, nadien zij aan de hoek van Tanjong Boeroe leggende geen de minste retracte zouden gehad hebben wanneer het een of andere vijandelijke schip was op gedaagt, en hun in het donkere genadert. Dat zij derhalven zig midden in het vaarwater begeeven hebben, van waar zij niet alleen, als bij Tanjong Boeroe een vrij gezigt op straat Gouverneurs maar ook op straat Drioens en Malacca hadden, leggende den tweeden tekenaar met Wel Edele Gestrenge Heer, Gouverneur en Directeur deezer Stad en Fortresse met den ressorte van dien Accordeert. W aungarten kleerk J: Rojus. zijn Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer

NL-HaNA_1.04.02_3627_0531 view scan ↗

English

423 anchored the vessel under his command about one mile from Tanjong Boeroe and one and a half miles from Little Cardamom, bearing the first N. & E. and the last-mentioned island W. by N., well as far W. That on the 2nd of this month, in the morning around four to five o'clock, he was warned by the watch that a ship lay anchored close to the second signatory. That he, the second signatory, coming outside, perceived that this ship had a flag flying at the top of the mainmast, and had therefore judged that it was the French privateer Le S. Therese, and had therefore remained lying quietly until day broke and they could clearly see that both the aforementioned top flag and the flag then being hoisted on the flagpole were Dutch flags, while yet a second ship, of which they could make out no flag, lay anchored further from them against the islands of the Strait of Gouverneurs. That seeing not the slightest signal made by the first-mentioned ship, nor any shot fired to confirm the authenticity of the flag being displayed, notwithstanding that they could not fail to have been seen, they mistrusted the said flags and imagined that it was an English ship which wished to mislead them, and therefore weighed their anchor and sailed toward Strait Drevens. That the aforementioned ship thereupon also got under sail, and like the ship anchored further from them, having fired seventeen cannon shots, pursued them for some time, but subsequently went about and, crossing over toward the Malay coast, was lost from their sight. The humble signatories plead that they may suffice with what is set down here, though simple, yet according to truth; and being in their conscience convinced that they have not been guilty of any neglect of duty, That they were strengthened by this change of course in their presumption that it was an enemy ship, and therefore considered it their duty to save themselves as best they could with the vessels entrusted to them, with which they were unable to fight against a ship. That the second signatory lay closer to this ship than to the sloop de Goede trouw, and therefore believed that it was in the highest degree imprudent to approach it any further against wind and current before the signal prescribed to them was made. That being under sail they hoisted the Dutch flags. And that they had no vessel whatsoever with them at that time. they consider it to be their greatest fortune. Was underneath: Right Honorable Sir. Lower down: Your Right Honorable's most humble and dutiful servants. Was signed: Jochem Hendk Tessensoon and Willem Hagedoorn. In the margin: Malacca, the 15th of January 1782. 125 Sir, Examined I have the honor to inform you that being anchored under the island Carree at the mouth of the Strait of Gouverneur, I sent my boat on the 16th at 5 o'clock in the morning to the south side of that island to scout. Having scarcely arrived there, it discovered 2 boats, one near Viole and the other near the Island of the Passage, without being able to see ships in the strait. My boat returned on board, and I sent out my two armed boats to scout again between the island Carree and the island Caijmant, which at 7 o'clock in the morning discovered three ships in a line of battle. I prepared for battle, and my boats being back on board, I got under sail. At 8 o'clock we saw 3 ships with 3 masts each, which appeared to us to carry 18 guns each, among which two also had guns on the quarterdeck. A 4th ship that we also discovered, although having only 2 masts, was of equal force. The 4 ships, then in order of battle, doubled their sails, and I went toward them with an English flag. The ship with 2 masts sent a boat to us, on the persuasion of their black sailors who said that we were a Moorish ship. I placed the officer with 7 blacks who were in it in irons, and a quarter before 9 o'clock, being only a musket shot away from the 4 ships, I struck the English flag and hoisted the French flag and pennant, with 2 shots of live ammunition that I fired with the chase guns of the forecastle at the On board La St. Therese, the 20th of January 1782. Agreed. J Blaumgarten Mli Js: Rojus.

Dutch transcription

423 zijn onderhebbend bodemptje geankerd omtrent een mijl van Tanjong Boeroe en een en een halve mijl van klein Cardamom, den eersten N. & O. en het laastgemelde eiland W. A N. wel zoo W. pijlende Dat den 2. deezer 's morgens omtrent vier a vijf uuren door het wagthebbend volk gewaarschouwd is dat een schip digt bij den tweeden teekenaar geankerd lag. Dat hij tweede tekenaar buiten komende, ont„ „waarde dat dit schip een vlag aan de top van de groote mast hadt waaijen, en derhalven geoordeeld hadt dat het de Fransche Kaper Le S. Therese was, en derhalven gerust wa„ „ren blijven leggen tot dat het dag wierdt en zij duidelijk konden zien dat zoo wel de gemelde topvlag als de aan de vlaggestok toen opgeheezen wordende vlag Hollandsche vlaggin waren, terwijl nog een tweede schip waar van zij geen vlag konden bekennen verder van hun tegen de eilanden van straat Gouver„ „neurs geankerd lag„ Dat zy van het eerstgemelde schip geen het min„ „ste sein ziende doen nog ook eenigen schoot tot verzekering van de deugdelijkheid der vertoond wordende vlag, niet tegen„ „staande het niet missen kon of zij moesten gezien zijn, dezelve vlaggen mistrouwd en zig verbeeld hadden dat het een Engelsch schip was, het welk hun wilde misleiden, en der„ „halven hun anker geligt en naar straat Drevens gezeild waren Dat het meergemelde schip daar op ook onder„ zeil gegaan zijnde, en gelijk het verder van hun geankerd De nedrige tekenaars smeeken dat zij met het in deezen hoewel eenvoudig dog naar waarheid ter nedergestelde volstaan mogen; en in gemoede overtuigt zijnde zig aan geen pligt verzuim te hebben schuldig gemaakt, leggende schip Zeventien kanonschooten gedaan heb„ „bende, hun een tijdlang gevolgd, dog vervolgens over„ „staag gegaan en naar de Maleitsche kust oversteekende hun Lieden uit het gezigt geraakt. is Dat zij door deeze verandering van cours in haare presumtie dat het een vijandelijk schip was versterkt zijn en het derhalven van hun pligt geagt hebben zig met de hun aanvertrouwde bodemptjes, met de„ „welke zij buiten staat zijn tegen een schip te slaan, zoo goed zij konden te salveeren Dat den tweeden tekenaar nader bij dit schip als bij de sloep de Goede trouw gelegen heeft, en der„ „halven vermeend heeft, dat het ten hoogsten onvoorzigtig was tegen wind en stroom het zelve nog verder te naderen, bevoorens het hun voor„ „geschreeven sein gedaan wierdt. Dat zij onder zeil zijnde de Hollandsche vlaggen hebben opgeheezen. En dat zij toen geen een vaartuig bij zig gehadt hebben. leggende agten 125 Mijn Heer, Nagezien agten zij het voor hun grootste geluk te zijn (:onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer /lager:/ Uwer Wel-Edele Ge„ „strenge aller ootmoedigste en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend/ Jochem Hendk Tessensoon en Willem Hagedoorn. /:in margine/ Malacca den 15 Ianuari 1782 Ik heb de eer van UWE. t' informeeren dat g'ankert zijnde onder het ijland Carree bij de mond van straat Gouverneur, zoo zond ik op den 16: om 5. uuren 's morgens mijn schuijt naar de Zuidkant van dat Eijland om te bespieden, nauwelijks daar gekomen zijnde ontdekte hij 2. schuiten de eene bij Viole en de andere bij het Eijland der passagie zonder scheepen in de straat te kunnen zien, mijn schuit kwam wederom aan boord, en ik sond mijn twee gewaa„ „pende Booten uit om weederom te gaan bespieden tusschen het eijland Carree, en het Eijland Caijmant dewelke om 7: uuren 's morgens ontdekte drie schepen op eene Ligne van Bataille, ik maakte mij gereed tot het gevegt, En mijne booten wederom aan boord zijnde ging ik onder zeil, om 8. uuren zaagen wij 3. scheepen met 3. masten ieder die ons toescheenen ijder 18. stukken te voeren, waar onder twee ook stukken op de Compagne hadden, Een 4=de schip dat wij nog ontdekte schoon maar 2. masten was van gelijke force, de 4. scheepen toen in order van Bataille verdubbel„ „den hunne zeilen, en ik ging op hun af met eene Engelse Vlag het schip met 2. masten zond eene schuit naar ons, op per„ „suasie van hunne swarte matroozen die zeiden dat wij een moors schip waren, ik sloot den Officier met 7. swarten die 'er in was in de bouten, en een quartier voor 9. uuren, zijnde maar een geweerschoot van de 4. scheepen af, streek ik de Engelse Vlag, en plante de Frans Vlag en Wimpel, met 2. schooten met scherp die ik met de jagers van de Bak op Aan Boord van La St. Therese den 20. Janu: 1782. Acgordeert. J Blaumgarten Mli Js: Rojus. de

NL-HaNA_1.04.02_3627_0533 view scan ↗

English

gave to the two foremost ships, which two ships answered me directly by both giving me their broadside, along with several shots from small arms. I had the sails braced to present my side to them and to approach them even closer, and after nine o'clock, having them on the starboard side, I engaged in battle. The two rearmost ships, which had all their sails set, were quickly separated by the violent currents from the two we were fighting against. At ten o'clock, the flagship having also become separated from the other, we kept engaged with him until half past ten, when, our eye-bolts and gun tackles being shot to pieces, I turned about to present my other side to him, which was still fresh, with which I fought against him for about an hour. But as the current pushed us both onto Red Island, to which we were already close, I turned my starboard side toward him again. The fire from that ship was already almost completely extinguished, but upon a signal of a blue flag, the three other ships bore down again in order of battle. Then the flagship, named the Rombole, hoisted a red flag, and all sailed course to enter the Governor Strait again, continuously firing at us in their retreat, which I answered with my chase guns. At half past eleven I ordered the fire to cease, and I sailed course again to my anchorage under the island of Carree. With the topsails and staysails we could not reach that place before half past three to block their passage there again. The four enemy ships cast their anchors under the island of Saint Jan. At five o'clock, the gunner having assured me that I could still fire 300 cannon shots, I weighed my anchor with the current, fearing that they would pass during the night without me being able to see them. But the current having pushed me toward the shallows near Boompjes Island, I was forced to anchor at eleven fathoms at half past two in the morning. On the 17th in the morning we had rain and light wind. At seven o'clock we saw the four ships under sail, which appeared to us to set course toward Rio. I had an exact inspection made of the ammunition I had left, whereupon I found I still had 40 cartridges of my powder, and another 100 pieces of poor powder from a Portuguese ship, which made me directly decide to return to Malacca to be supplied with it, and to enable myself to capture one of those four ships. If there were a ship of only 20 guns at Malacca that they would give me to accompany me to encounter the four ships, we would certainly be able to capture all four in less than an hour of fighting, for they will surely pass by Malacca. Two are for Bombay and two for Bengal. The two-masted ship has little or no cargo in her. The Rombole is very rich and for Bengal; the Cartier and Chanberingoo for Bombay are also richly laden, especially the first-named. We have one dead and 10 wounded. My rigging is severed; the flagpole, the main topmast, and three yardarms have been shot to pieces; I have received 20 cannonballs and much grape-shot in the hull of the ship. The Rombole has her bowsprit and [illegible] heavily damaged, and is the ship that has suffered the most. I enclose herewith a list of my urgent necessities. I have the honor to be with much respect, beneath stood, Sir Plaintiff, Your Honor's humble and obedient servant, was signed, Barbaron, beneath it, for the translation, signed, R. B. Hoijnck van Papendrecht. Agrees, Naumearten, kley, ilee.

Dutch transcription

124 de 2: voorste scheepen gaff, Die twee scheepen beantwoor„ „den mij direct met mij beide hun volle laag te geeven, met nog verscheide schooten uit het handgeweer, ik lied brassen om hun mijne zijde te presenteeren, en hun nog beeter te naa„ „deren, en na 9. uuren hun aan stuurboord hebbende, en„ „gageerden ik het gevegt, de twee agterste scheepen die al hunne zeilen bij hadden, waaren schielijk van die 2: daar wij tegen vogten gesepareerd, door de violente stroomen, om 10. uu„ „ren het Commandante schip ook van het andere geraakt zijnde zoo hielden wij ons aan hem tot half Elf, wanneer onze ringbouten, en geschuttaalies aan stukken waaren wen„ „den ik mij om hem mijne andere zijde die nog vars was te presenteeren met dewelke ik omtrent een uur teegens hem sloeg, maar vermits de stroom ons beide op het roode Eijland zette dat wij al„o na waaren, wende ik hem wederom mijne stuurboord zijde toe; het vuur van dat schip was al bijna heel uit maar op eene zein van eene blauwe vlag kwaamen de drie anderen scheepen in order van Bataille wee„ „derom opzetten, toen heijsten het Commandante schip (:de„ Rombole genaamt :) een roode Vlag en alle zeilden cours om wederom straat Gouverneur in te zeilen, ons in retraite con„ „tinueel, beschietende, dat ik met mijn jagers beantwoorden om half twaalf liet ik het vuur ophouden, en ik zeilde wederom Cours naar mijn ankerplaats onder het eiland Carree, met de mars en tok zeilen konnen wij niet voor half vier die plaats krijgen om 'er wederom de passagie te beletten, De 4: vijandelijke scheepen, smeeten hun anker onder het Eijland S=t Jan, om 5. uuren den Constapel mij verzekrt hebbende dat ik nog 300- Canonschooten kon doen, zoo ligten ik met de stroom mijn anker, bevreest zijnde dat zij 'snagts zouden passeeren zonder dat ikze zoude kunnen zien, maar de stroom mij naar den drooge bij boomtjes Eijland geset heb„ „bende was ik genoodzaakt op Elf raam t' ankeren 's nagts om half drie uuren, den 17: 'smorgens hadden wij reegen en wei„ „nig wind om 7: uuren zaagen wij de 4. scheepen zeilen die ons toescheenen Cours naar Rio te neemen ik liet eene exacte Vesete doen van d' amunitie die ik nog overhad, toen bevond ik nog 40. Cardoesen t' hebben van mijn kruijt, en nog 100: - p=s van slegt kruit van een Portugeese schip, het geene mij direct deed besluiten naar Malacca te keeren om 'er van voorzien te wor„ „den, en mij in staat te stellen om een van die vier schee„ „pen te neemen; zoo 'er op Malacca een schip maar van 20. stukken was, dat men mij wilde mede geeven om de „ 4 scheepen te gemoed te gaan, wij zoudenze voor vast alle 4. kunnen neemen in minder dan een uur vegtens, want zij zullen voor zeeker voor bij Malacca koomen; 2: zijn voor Bombaij en 2. voor Bengalen, het schip met 2. masten heeft weinig of geen laading in, de Rombole is zeer rijk en voor Bengalen, de Cartier en Chanberingoo voor Bombaij zijn ook rijk gelaaden voornaamentlijk de Eerstgenoemde, wij hebben een doode en 10. geblesseerden, mijn touwwerk is doorsneeden, de vlaggestok, de groote steng drie buiten enden zijn aan stukken geschooten, 20. kogels en veel schroot hebbe ik, in het Lighaam van het schip bekoomen het de de Rombole heeft zijn boegspriet en fakkeraar sterk beschaadigt, en is het schip dat het meeste geleden heeft, Ik voege hier nevens eene Lijst van mijne dringende benoodigheden, Ik hebbe de eere met veel Eerbied te zijn (:onderstond:/ Mijn Heer Cla„ „ger:/ UwE: onderd: en Gehoorz: Dienaar /:was getekend:/ Barba„ „ron (:daar onder / voor het Translaat (:getekend:/ R. B. Hoijnck van Lapendrecht. Accordeert Naumearten kley ilee

← previous