VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3653

Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3653_0078 view scan ↗

English

due to the unsuitability of that soil, we had to take such further resolution on that matter as will appear to Your High Mightinesses in our accompanying secret Resolution of the 14th of this month. We shall take our further measures in accordance with the outcome of the mission then decided upon and Your High Mightinesses disposition on our secret letters of the 14th and 15th of October, in the expectation that our conduct in this matter will be crowned with Your High Mightinesses approval. § 22. At the place where the small Fort stood, no people live; and if we had erected an attap house there for the Military who were to guard the Companys property by letting the Dutch flag fly, those people would sometimes have run the risk of being murdered by the robbers who frequently enter the river. We have therefore let them live in the settlement of the Laxamana, but, since they could not proceed daily with the flag from there to the said place to remain there until evening, we ordered them to set it up on a single day of the week. However, we shall instruct the Captain Commandant of the Militia Hensel, who according to our aforementioned Resolution of the 14th of this month is about to depart thither, to have the flag fly there daily henceforth, if he can arrange it so without any difficulty. § 23. Some of the garrison members who arrived from Pera having told us that the tools left behind by the English in the ruined small Fort had been brought to the King, without knowing what they consisted of, we therefore requested the King, in the event the English might not have taken the melting pans along, to let us have the same, but received nothing more in reply than 9 pieces of copper tin moulds, with 1 piece of an iron tripod, and an answer from His Highness that there were no melting pans left. § 24. The Laxamana is a man who has always meant well by the Company. We cannot therefore suspect, even if it were true that one of his Panglimas served as a Pilot to the English, that such occurred with his prior knowledge. We would rather believe that the Shahbandar of Pera, who possesses not an ounce of virtue and who sailed to the mouth of the river shortly before the arrival of the English privateer vessel, piloted the same over the bank or the reef. We have not yet been able to have an investigation made into it, but shall charge the said Captain Hensel, if he finds it to be so, to confer with the King about it; and although this will not be able to induce His Highness to punish such a traitor according to his deserts, since He is of a very indulgent nature, it will nevertheless be able to make the Commandant of the small Fort more vigilant in the future, when it is restored again. § 25. The Kings offer of 4000 Spanish reals for the artillery taken by the English from the Pera Fort was made, so it is said, with no other intention than to deliver it again to the Company at that price. § 26. Notwithstanding the granting of 34 Spanish reals for every bahar of tin that would be brought to us from Pera, it has remained at a single delivery, of which we have informed Your High Mightinesses, and the reason for this is to be derived from what was noted in our General Resolution of the 28th of February. § 27. Concerning the pay account of the faithless commandant Bartholomeus Meijer, we conform to the General Advices §47, and merely note herewith regarding his slaves left behind that they were sent over by the King, except for one maidservant whom His Highness has retained under the pretext that Meijer had indeed bought her from him, but had made no payment for her. § 28. If an opportunity should present itself to us again to enter into a similar agreement as we concluded with Captain Barbaron, we shall incorporate into it the conditions prescribed to us in Your High Mightinesses honored letter of the 12th of July; while we most submissively thank Your High Mightinesses not only for passing the monetary loans made to him, but also for the instruction given regarding the apportionment of the booty captured jointly with him. § 29. Regarding the message conveyed to Captain Barbaron before the capture of the English ship the Betseij by a Priest on behalf of the Regent of Iohor, we have not been able to obtain any further information than what we communicated to His Highness in our letter of the 20th of April 1782. The person who brought the said message to Captain Barbaron is known to everyone on Riouw, and would certainly have been executed with a kris had he abused the sovereigns name. We must therefore

Dutch transcription

„port wegens de onbekwaamheid van dien bodem 6 hadden zoodanig nader besluit op dat stuk te neemen, als uwer Hoog-Edelheden zal te vooren komen bij onze hier nevens overgaande secreete Resolutie van den 14: deezer. Wij zullen naar den uitslag van de toen gearresteerde bezending en de dispositie uwer Hoog-Edelheeden op onze secreete brieven van den 14: en 15: October onze verdere maatregelen neemen, in verwagting dat ons gedrag in deezen met uwer -Hoog Edel„ „heden goedkeuring zal worden bekroond. § 22. Op de plek, daar het Fortje gestaan heeft, woonen geene menschen; En andien wij daar een adappen huisse voor de Militairen, die Comp:s eigendom met de Hollandsche vlag te laaten waaijen bewaaren moesten, hadden laaten opreg„ „ten, zouden die menschen somtijds gevaar gelopen hebben van door de roovers, welke dikwils de revier inkomen, vermoord te worden. wij hebben hun daarom in de negerij van den Laxamana laaten woonen, dog, vermits zij zig van daar dage„ „lijks met de vlag naar de gemelde plek niet konden begeeven om daar tot den avond te blijven, hun het bijmaaken van dezelve op een enkelden dag in de week geordonneerd. Egter zullen wij den Capitain Commandant van de Militie Hensel, die volgens onze voorschreeven Resolutie van den 14. deezer naar derwaarts staat te vertrekken, gelasten om 'er voortaan dagelijks de vlag te laaten waaijen, indien hij het zonder eenige zwaarigheid zoo beschikken kan: § 23. Eenigen der van Pera aangekomen Bezettelingen ons verhaald hebbende, dat de door de Engelschen in het verwoeste Fortje agtergelatene gereedschappen bij den koning - gebragt waren, zonder niet te weeten waar in dezelven bestonden t 1 - 5. „ 1 64 62 derhalven vaststellen, dat zijne Hoogheid het neemen van „11 bestonden, hebben wij derhalven den koning verzogt, bij aldien de Engelschen de smeltpannen niet mogten hebben medegenomen, dezelve ons te laaten toekomen, dog daar op niets meer dan 9. – p=s koperen tinvormen, met 1. – p:s ijzeren drievoet, en van zijne Hoogheid ten antwoord gekreegen, dat 'er geene smeltpannen meer waren. § 24. De LaLamana is een man, die het altoos wel met de Compagnie gemeend heeft. wij kunnen daarom, zoo het al eens waar was dat een van zijne Panglimas den Engelschen tot Loots gediend heeft, niet vermoeden, dat zulks met zijne voorkennis geschied zal weezen. Liever willen wij gelooven; dat de sabandhaar van Pera, die geen greintse deugd bezit, en kort voor de komste van het Engelsche kaaper scheepje naar den mond van de rierer gevaren is, hetzelve over de bank of het rif gelootst zal hebben. Wij hebben 'er voor als nog geen onderzoek na kunnen laaten doen, maar zullen het den gemelden Capitein Hensel opdraagen, om het zoo be„ „vindende den koning daar over te onderhouden; En schoon dit zijne Hoogheid niet zal kunnen beweegen, om zulk een verraader naar verdienste te straffen, dewijl Hij zeer inschikkelijk van aart is, zal het egter in het vervolg, wanneer het Fortje weder hersteld wordt, der Commandant van het zelve oplettender kunnen maaken. § 25. 'S Konings aanbieding van 4000:—: sp:s reaalen voor het geschut, door de Engelschen uit het Perasche Fort genomen, is, zoo gezegd wordt, met geen ander oogmerk geschied, als om het weder tot dien prijs aan de Compagnie te bezorgen. § 26 Ongeagt de inwilliging van 34. – sp:s reaalen voor Elke baartins, die ons van Pera zoude worden aan„ „gebragt, is het bij eenen enkelden aanbreng, daar wij uwer- Hoog „ 10 n voor „port wegens de onbekwaamheid van dien bodem 5.„ tit mair Hoog-Edelheden kennis van gegeven hebben, gebleeven, en de reden daar van af te leiden uit het gene bij onze gemeene Resolutie van den 28: Februari is aangetekend. § 27. Belangende de soldij rekening van den trouloozen commandant Bartholomeus Meijer gedragen wij ons aan de Gemeene Adviesen §47, en merken bij deezen eenlijk wegens zijne agtergebleven slaaven aan, dat zij door den koning zijn overgezonden, op eene meid na, die zijne Hoogheid heeft aangehouden, onder voorwendzel dat Meijer dezelve wel van hem gekogt, dog 'er geene betaaling voor gedaan hadt. § 28. Bij aldien ons weder gelegenheid mogte voorkomen, om een soortgelijk verdrag aan te gaan, als wij met capitain Barbaron gesloten hebben, zullen wij 'er de conditien in laaten influeeren, die ons bij uwer Hoog-Edelheden geEerde missive van den 12. Iuli zijn voorgeschreeven; Terwijl wij Uwer Hoog- Edelheden onderdaanigst bedanken niet alleen voor het passee„ „ven van de geldleeningen, aan hem gedaan, maar ook voor de gegeven onderrigting nopens de repartitie van de met hem vereenigd behaalde beut. § 29. Nopens de boodschap, die aan Capitain Barbaron voor het neemen van het Engelsche schip de Betseij door een Priester van wegen den Regent van Iohor gedaan is, hebben wij geene nadere informatie kunnen bekomen, als wij aan zijne Hoogheid gecommuniceerd hebben bij onzen brief van den 20: April 1782. De persoon, die de gemelde bood„ „schap aan Capitein Barbaron gebragt heeft, is op Riouw bij een ieder bekend, en zoude wel gekritst zijn, indien hij 's vorsten naam misbruikt hadt. wij moeten derhalven

NL-HaNA_1.04.02_3653_0081 view scan ↗

English

therefore conclude that His Highness permitted the capture of La Betsij in order subsequently to demand a share of the Company's booty; but that he did not dare to come forward directly with this, so as not to embroil himself with the English. Section 30. The embarrassment in which he seemed to have been placed by this incident, and the assurance of his emissaries that he would have allowed the ship of Barbaron to sail away had no Company vessels arrived with it, together with the declaration made by the people of Riouw that they wished to remain on the side of the Company, gave us occasion to reassure him by offering the Company's assistance against the English, hoping that we would be enabled to do so by the arrival of the Company's warships to cruise in this strait. Section 31. Awaiting Your High Excellencies' disposition and orders regarding his conduct held against the Company since then, we transmit herewith to Your High Excellencies a list of names of those by whom, from 1 April to the last day of July 1782, about 30,000 pikols of tin from Banca have been imported to Riouw. The importers sell it themselves to the Imperials and Macaoese, as well as to the Chinese who arrived here this year with eight junks from Canton and Eijmui, at fifteen Spanish dollars per pikol; but those who cannot wait leave it to the people of Riouw for 12 or 13 Spanish dollars. Section 32. The ships de Dolphijn and 't Hof ter Linden, together with the grab de Snelheid, of whose departure to the Strait of Sincapoera to cruise for the English Your High Excellencies were informed by the undersigned Governor's separate letter of 23 February last, returned on the 1st of this month without having encountered anything. Since then, on the 11th, the grab was sent to Palembang to bring us news regarding the safety or insecurity of the Strait of Banca. Section 33. It having been taken into consideration at our session of the 29th whether we shall let the said two ships return to Batavia or retain them for some time to cruise this strait, it was considered that the Regent of Iohor, Radja Hadjie, has not yet dismissed all the crew and vessels with which he recently arrived at Moar, and a rumor is circulating among the common people on Riouw that he intends to attack this place as soon as the Company's ships have departed for Batavia; that the King of Slangenoor, who upon the news of the arrival of Radja Hadjie at Moar armed forty vessels to second him, will certainly do so when Radja Hadjie undertakes the intended attack, since they appear to be of one mind with each other to do us harm; that in the event of such an assault after the dispatch of the said ships, we shall not be able to answer before God or our authorities for having had the imprudence of exposing this place and its inhabitants to the disasters they would then have to endure; that we cannot doubt but that Your High Excellencies will authorize us to subdue Riouw by the Company's arms if we saw an opportunity to do so, but that we will not be able to effect this unless we still had the said ships here; that by continuing to cruise in this strait they will also sometimes have the opportunity to gain some advantage over the English, especially if they are retained until the month of September, since the English, who have now slipped through successfully two years in a row, will certainly venture again to sail along this strait to China. We have therefore resolved not to send the said two ships back to Batavia for the time being, nor the grab once it has returned from Palembang, but to have all of them cruise in this strait, trusting that Your High Excellencies will find the reasons arguing in favor of this weighty enough to approve this decision of ours. However, since the aforementioned vessels, besides the rations, will also need some equipment goods, etc., and we can accommodate them with the former for about three months (calculated from the middle of May), but with the latter not at all, we present herewith to Your High Excellencies the requisitions of necessities which we have had Captains Abo and Winterheim deliver to us, and most humbly request to satisfy them for as long a time as Your High Excellencies shall see fit to leave those vessels here, adding rations for another three months to serve as a replenishment of those we will meanwhile have provided here. We also request Your High Excellencies to be pleased to send us the required cash for the squadron, since it has appeared to us from the cash account of the same, delivered to us by Captain Abo and annexed hereto, that the remaining balance consists of a meager sum of 528:25 rixdollars. Section 34. On the occasion that Radja Hadjie was at Moar with a hostile intention, we resolved, according to our secret resolution of 16 October, to strip the five furthest redoubts on the northern sea-strand, which could not be properly garrisoned, of all cannon and other munitions of war, and to have each of them guarded until further notice only by a corporal's squad, in order sufficiently to reinforce the redoubt of Bouquitchina, the Frieschen berg, the line of the town, and other posts that were then of greater importance, together with the fortress; but on the other hand, for the protection of the beaches and the prevention of communication between Riouw and Slanganoor, to employ the

Dutch transcription

64 derhalven vaststellen, dat zijne Hoogheid het neemen van La Betsij toegelaten heeft, om vervolgens een deel in de buit van de compagnie te vraagen; dog dat Hij daar meede met directe„ „lijk heeft durven opkomen, om zig met de Engelschen niet te brouilleeren. § 30. De verlegenheid, waar in hij door dit geval scheen gebragt te zijn, en de verzekering zijner zendelingen, dat hij het schip van Barbaron zoude hebben laaten afloopen, indien met het zelve geene Comp:s vaartuigen gekomen waren, mitsgaders de betuiging, door de Riouwers gedaan, dat zij aan de zijde van de Compagnie wilden blijven, hebben ons aanleiding gegeven, om hem gerust te stellen met Comp:s bijstand tegen de Engelschen aan te bieden, hoopende dat wij daar toe in staat gesteld zouden worden door de komste van Comp:s ten oorloge toegeruste schepen om in deeze straat te kruissen. § 31. Op zijn sedert tegen de Compagnie gehouden gedrag de dispositie en orders van uwe Hoog-Edelheden inwagtende, laaten wij uwer- Hoog Edelheden hier nevens toekomen eene Naamlijste van de genen, door welken sedert den 1:' April tot den Laatsten Iuli 1782. omtrent 30'000:—: pikols tins van Banca op Riouw zijn ingevoerd. De aanbrengers verkoopen het zelfs aan de keizerlijken, en Macauwers, mitsgaders aan de Chineeschen, die 'er in dit Jaar met agt Jonken van Canton en Eijmui gekomen zijn, tegen vijftien spaansche reaalen het pikol; dog die 'e nut vertoeven kunnen laaten het aan de Riouwers over voor 12:- of 13: sp:s reaalen. § 32 De schepen de Dolphijn en 't Hof ter Linden, bene„ „vens de Goerab de snelheid, van welker vertrek naar de ontvangen de straat Sincapoera, om op de Engelschen te kruissen, uwer Hoog-Edelheden kennis gegeven is bij des ondergetekenden gouverneurs aparten brief van den 23:' Februari 12, zijn op den 1. deezer te rug gekeerd, zonder iets opgedaan sedert of g den 11: is de goerab naar Palem„ te hebben. „bang gezonden, om ons tijding te brengen wegens de vei„ „ligheid of onveiligheid van de straat Banca. §. 33. Ter onzer sessie van den 29:' in overweeging genomen zijnde, of wij de gemelde twee scheepen naar Batavia zullen laaten retourneeren, dan wel ter bekruissing van deeze straat eenigen tijd aanhouden! is geconsidereerd, dat de Regent van Iohor Radja Hadjie alle de manschap en vaartuigen, waar meede, hij onlangs op Moar gekomen was, nog niet heeft afgedankt, en onder den gemeenen Man op Riouw een gerugt loopt, dat hij deeze plaats denkt te attacqueeren, zoo dra Comp:s scheepen naar Batavia vertrekken zijn; dat de koning van Slangenoor, die op de tijding van het arrivement van Radja Radjie tot Moar veertig vaartuigen gearmeerd heeft, om hem te secondeeren, dit zekerlijk doen zal, wan„ „neer Radja Hadjie den bestemden aanval onderneemt, dewijl zij met elkanderen eensgezind schijnen om ons kwaad te doen; dat wij, ingevalle van zoodanig eene aanran„ „ding, na de afzending van de gemelde scheepen, nog aan God, nog aan onze overheid, zullen kunnen verantworden, dat 66 dat wij de onvoorzigtigheid gehad hebben van deeze plaats en haare bewooners bloot te stellen aan de rampen, die zij dan zouden moeten ondergaan; dat wij niet twijfelen mogen, of uwe Hoog-Edelheden zullen ons wel qualificeeren om Riouw door Comp:s wapenen t' onder te brengen, indien wij er kans toe zagen, dog dat wij zulks niet zullen kunnen werkstellig maaken, ten zij wij de gemelde schepen hier nog hadden; dat zij net in deeze straat te blijven kruissen somtijds ook gelegenheid zullen hebben, om eenig voordeel op de Engelschen te behaalen, vooral indien zij tot in de maand September worden aangehouden, alzoo de Engelschen, die nu twee Jaaren agter den anderen gelukkig doorgeslipt zijn, het zekerlijk weder waagen zullen langs deeze straat naar China stevenen. wij hebben derhalven besloten de gemelde twee schepen voor als nog niet naar Batavia te rug te zenden, gelijk ook niet de Goekab, als zij van van Palembang zal weezen wedergekeerd, maar alle dezelven in deeze staaat te laaten kruissen, vertrouwende dat uwe Hoog-Edelheden de daar voor pleitende rede„ „nen wigtig genoeg zullen bevinden, om dit ons besluit goed te keuren. Maar, vermits de voorschreven kielen, behalven de rantzoenen, ook eenige equipagie- goederen enz: zullen noodig hebben, en wij haar met de eersten voor een maand of drie, (gerekend van Medio Mai) dog met de anderen in 't geheil niet, gerieven kunnen, bieden wij uwer ontvangen worden, uwer Hoog=Edelheden hiernevens aan de Eisschen van benodigdheden die wij ons door de Capitains Abo en Winter„ „heim hebben laaten bezorgen, en verzoeken ootmoedigst dezelven voor zoo veel tijds te voldoen, als uwe Hoog= Edelheden zullen goedvinden die kielen hier te laaten„ met bijvoeging der rantzoenen voor nog drie maanden, om te dienen tot suppletie van die wij intusschen hier zullen laaten verstrekken. Ook verzoeken wij uwer Hoog-Edelheden ons te willen toezenden de benoodigde Contanten voor het Esquader, dewijl ons bij de kasse rekening van het zelve, door Capitein Abo aan ons overgegeven en deezen bijgevoegd, gebleken is dat het restant in een gering sommetje van rd:s 528: 25:—: bestaat. § 34. Bij gelegenheid dat Radja Hadjie zig met een vijandelijk oogmerk op Moaa bevondt, hebben wij, naar luid onzer secreete Resolutie van den 16: October, besloten de vijf verste Redouten aan het Noorder-zeestaand, die men niet naar behooren bezetten kon, van al het geschut en de verdere oorlogse-minutien te ontblooten, en welk van dezelve tot nader onder slegts door een Corporaalschap te laaten bewaaren, om de Redoute van Bouquitchina, den Frieschen berg, de Linie van de stad, en andere Posten, welke toen van meer aangelegenheid waren, benevens de Fortresse, genoegzaam te versterken dog daar„ „enteegen tot dekking van de staanden en verhindering van de correspondentie tusschen Riouw en Slanganoor te Emploijeeren het der raeven

NL-HaNA_1.04.02_3653_0085 view scan ↗

English

the ship de Jonge Hugo and the bark de Geertruijda Susanna, together with two sloops, two pantjallings, and one of the private Javanese vessels rigged according to the resolution of the previous day. And, although on the 19th thereof we received news of the departure of the said Prussian from Moar, we nevertheless had work proceed as well with the completion of the native redoubts, which they had begun to throw up here and there, as with the clearing away of all the brushwood within the range of the artillery of the city and fortress. § 35. Since then, or on the 31st of October, as appears from our resolution of that day, we persisted in the first-mentioned arrangement, notwithstanding the report received from Tranquebar that the English fleet under Admiral Hughes was about to arrive here, because we judged that native warriors alone, by means of the aforementioned five redoubts, could not prevent the enemy landing, and there were too few Europeans in the garrison and at the artillery to detach a sufficient number of them thither to support the said warriors. § 36. Having brought into question at our session of the 6th of November what should be done with the ships Europa and de Jonge Hugo, 1) if we received news of the arrival of the said English fleet in this strait, or 2) if it came into sight here without our having previously obtained any intelligence of its approach, we thought it proper, for reasons cited in our secret resolution, in the first case to lighten both of the said ships of their crew, artillery, gunpowder, and whatever else could be brought ashore, with the exception of a few men who were to keep watch on them, in order to set fire to those hulls upon the appearance of the enemy, and subsequently proceed ashore; but in the second case to have the ships run as high up onto the beach as would at all be feasible, in order also to sacrifice them to the flames, after the crew assigned to them had retired ashore and as much of the munitions of war had been salvaged as the circumstances of the time would then permit. § 37. Upon the request of John Mackenzie and Thomas Bainbridge, captains of the Imperial private ships the Prins van Kaunitz and the Graaf van Kolowrath, which arrived here on the 14th of November from an aborted voyage to China, to be permitted to bring their sick ashore for recovery and to remain here with the ships until the opportunity should allow them to resume the voyage to China, we granted them the same, though under such restrictions as are recorded in our secret resolution of the 16th of that month; from which it will also appear to Your High Excellencies that and why we did not proceed to this consent until after the said ships had been inspected and we had been reassured that we had no harm to fear from them. On the 17th of February both of them departed for Riouw in order to trade in tin there and proceed with it on their course to China. We have the honour to remain with the deepest respect, underneath was written: High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord, and Right Noble, Stern Lords; lower: Your High Excellencies' most obedient and dutiful servants; was signed: P. G. De Bruijn, J. A. Hensel, A. Couperus, [illegible] Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, and H. P. Wiederhold; in the margin: Malacca in the Castle, the 31st of March 1783. To His Excellency The High Noble, Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Right Noble, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies at Batavia. Separate. High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord and Right Noble, Stern Lords, § 38. The dispatch of the ship Europa to Batavia, instead of to Ceilon, affords me the opportunity hereby most humbly to reply to a few points in Your High Excellencies' most respected separate letters of the 24th of May, 10th of June, 12th of July, 1st and 8th of October, and 8th of November 1782, which have not yet been answered. § 39. I express to Your High Excellencies my owed gratitude for the encouragement of the commander on the Javanese private snow the Vrouwe Catharina, to transport its cargo of rice hither, as it indeed arrived here on the 15th of July, and for other favourable arrangements to preserve this place from a shortage of provisions, hoping that Your High Excellencies will continuously keep it in good remembrance. § 40. The ships from Bombay, for whose appearance I heartily wished to have been allowed to detain the fleet under Rear-Admiral Schrijver, actually passed by here on the 5th of September, to the number of five vessels, as was made known to Your High Excellencies in the General Advices of the 13th of that month, and they would not have conveyed to China the treasures with which, according to the reports I have thereof, they were laden, if the said fleet had been permitted to await them. § 41. Regarding the spices received for Ceilon with the ships the Dolphijn and 't Hof ter Linden, as well as the grab the Snelheid, referring myself to the General Advices of the 31st of March last, I deem it my duty hereby to communicate to Your High Excellencies that, pursuant to the resolution taken on the 29th of that month to let those hulls cruise here in the strait, and upon the news received the day before yesterday with the return of a Malacca private sloop from Palembang

Dutch transcription

68 het schip de Ionge Hugo en de Bark de Geertruijda Jusan„ „na, benevens twee sloepen, twee pantjallings, en een van de volgens Resolutie van den voorigen dag opgetuigde particuliere Iavasche vaartuigen. En, schoon wij op den 19. daar aan tijding kreegen van het vertrek des gemelden Pruisen van Moar egter zoo wel laaten voortvaaren met de voltooijing der inlandsche schanssen, die men hier en daar begonnen hadt op te werpen, als met de untvoeijing van alle de kreupelboschjes onder het bereikt van het geschut der stad en Fortaesse § 35. Sedert, of op den 31: October, hebben wij, blijkens onze Resolutie van dien dog, bij de eerstgemelde schikking gepersisteerd, niet tegenstaande het bekomen berigt van Tranquebar, dat de Engelsche vloot onder den Admiraal Hughes hier stondt te komen, dewijl wij oordeelden dat inlandsche krijgers alleen door middel van de voorschreeven vijf Redouten de vijandelijke landing niet konden beletten, en men te weinig Eeropeers in het Guarni„ „soen en bij de Anthillarij hadt, om een genoegzaam getal daar van ter ondersteuning van de gemelde krijgers derwaarts te detacheeren. § 36 Ter onzer sessie van den 6: November in omvraage gebragt zijnde, wat met de scheepen Europa en de Ionge Hugo, zoude worden gedaan s) wanneer wij tijding kreegen van de komste der gemelde Engelsche vloot in deeze straat, of 2) wanneer zij hier in het gezigt kwam, zonder dat wij van haare aannadering bevoorens eenige kundschap hadden erlangd. vonden wij, om reden bij onze secreete Resolutie ontvangen Resolutie aangehaald, goed in het eerste geval van beide de gemelde schepen te ligten het volk, geschut, buskreid, en al wat verder aan land gebragt kon worden, uitgeszondert eenige wijnige manschappen, welke ir de wagt op moesten houden, om bij verschijning van den vijand die kielen in den brand te steeken, en zig vervolgens naar Land te begeeven, dog in het tweede geval de ^als, maar immers doenlijk zoude zijn schepen zoo hoog op strand te laaten zetten, ^ om ze meede aan de vlam op te offeren, na dat de daar op bescheidene Manschappen aan land zouden geretireerd en van de oorlogs-minitien zoo veel geborgen zijn, als de tijds-omstandigheden het dan zouden permit„ „teeren. §: 37. op het verzoek van John Mackenzie en Thomas Baunbridge, Capiteins van de op den 14: November van eene verlorens reize naar China hier gearriveerde keizerlijke particuliere schepen de Prins van kaunitz en de Graaf van kolhowaath, om hunne zieken ter herstellinge aan land te mogen brengen, en met de scheepen hier vertroeken tot dat de gelegenheid hun zoude toelaaten de reize naar China te reëntameeren, hebben wij hun het zelve geaccordeerd, dog onder zoodanige restrictien, als bij onze secreete Resolutie van den 16: dier maand genoteerd staan; waar uit uwer Hoog-Edelheden ook nog zal blijken, dat en waarom wij tot deeze inwilliging niet zijn overgegaan, dan na dat de gemelde scheepen gevisiteerd en wij gerust gesteld derraeven 70 gesteld waren dat wij er geen kwaad van te dugten hadden. Op den 17 Februari zijn beide dezelven naar Riouw vertrokken, om 'er tin in te handelen, en daar mede naar China voort te steeven wij hebben de eere van met de diepste hoogagting te blijven, /:onderstond:/ Hoog Edele Groot-Agtbaare wijdgebiedende Neer, en wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager:/ uwer Hoog Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ P: G: De Bruijn, I: A: Hensel, A: Couperus, . - . Thierens, R: B: Hoijnck van Papendreek, en H: P: wiederhold, /: innaa„ „gine:/ Malacca in het Casteel den 31: Maart 1783. — Aan ontvangen st geru Apart. Batavia. M:r Willem Arnold Atting. Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indië Hoog Edele Groot Agtbaar wijdgebidende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren, §. 38. De depeche van het schip Europa naar Batavia, in plaatse van naar Ceilon, Geeft mij gelegen„ „heid om bij deezen onderdaanigst te rescribeeren op eenige weinige pointen in Uwer Hoog-Edelheden zeer gerespecteerde aparte brieven van den 24:' Mai, 10: Iuni, 12. Iuli, 1: en 8: October, en 8. November 1782, die nog niet beantwoord zijn. §39. Ik betuig uwer Hoog-Edelheden mijne verschuldig„ „de dankbaarheid voor de aanmoediging van den gezaghebber Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer op derraeven 80 de lussaen in dato 30: Iuni 1782) om van Sommige posten quitan op de Iavasche particuliere snaauw de vrouwe Cathari„ „na, om haare rijstlaading herwaarts te vervoeren, gelijk zij dan ook op den 15: Iuli hier gearriveerd is, en voor andere gunstige schikkingen, om deeze plaats te behoeden voor gebrek aan leevensmiddelen, hoopende dat uwe Hoog-Edelheden haarer steeds ten goede gedenken zullen. De scheepen van Bombaij, tot welker opdaa„ §40. „ging ik hertelijk gewenscht had de vloot onder den Heer scheut bij Nagt Schrijver te mogen aanhouden, zijn hier werkelijk op den 5. September gepasseerd, ten getalle van vijf stuks, zoo als uwer Hoog-Edelheden bekend gemaakt is bij de Gemeene Adviesen van den 13. dier maand, en zouden de schatten, waar meede zij naar de berigten, die ik 'er van heb, beladen waren, niet naar China hebben overgebragt, indien de gemelde vloot hun hadt mogen inwagten. §41. Belangende de voor Ceilon ontvangen spece „rijen met de schepen de Dolphijn en 't Hof ter Linden, mitsgaders de Goerab de Snelheid, mij gedragende aan de Gemeene Adviesen van den 31: Maart Laatstleeden, agt ik het van mijnen pligt Uwer Hoog-Edelheden bij deezen te Communiceeren, dat ik, ingevolge van het op den 29: dier maand genomen besluit om die kielen hier in de straat te laaten kouissen, en op de eergisteren met de wederkomste eener Malaccasche particuliere sloep van Palembang ontvangen 72 uldig

NL-HaNA_1.04.02_3653_0090 view scan ↗

English

Apart 4. Batavia. To His Excellency news received, both regarding the passage of the Chinese junks destined for Batavia, and the safety of the waters in that area, I have allowed the mentioned two ships to depart for the North for about a month or a month and a half, partly to capture, if possible, an English ship laden with opium lying in the bay of Oedjong salang, and partly also to have a message delivered in passing to the King of Pera, informing him that they are tasked with seeking out and capturing ships and vessels belonging to the Company's enemies, as I judged that this will cause alarm among the tin smugglers and bring about the success of the mission that is to be sent thither, according to the secret Resolution of 14 March. Section 42. Concerning Rombouw, I shall observe Your High Excellencies' recommendation to make use of any favorable opportunities that might arise to promote the settlement of disputes among the headstrong regents of that region and to increase the delivery of tin. Section 43. While I very humbly thank Your High Excellencies for confirming the son of Radja Ismael in the government of Siac, hoping that this Prince, just as he has done hitherto, will also continue to execute the contract which he recently had accepted and sworn to by his First Minister, as shown by the aforementioned General Advices. Section 44. As for the malicious Regent of Iohor, Radja Hadjie, I do not doubt that Your High Excellencies, from what has transpired between him and me since his accession to the government on Riouw and was successively communicated to Your High Excellencies, but especially from the evidence given a few months ago of his wicked design to surprise and massacre us, of which many of his friends speak even with abhorrence, will easily be able to conclude that he, far from having the least inclination to maintain the contracts existing between the Kingdom of Iohor and the Company, as he shamelessly wished to make both Your High Excellencies and me believe while he was engaged in the open violation thereof, on the contrary, as an enemy and ill-wisher of the Company, is merely waiting for an opportunity to lift the mask of friendship and goodwill under which he has hitherto managed to conceal himself. I therefore also hope that Your High Excellencies will give no credence to his protestations and promises which he might have made with the dispatch of an embassy to Batavia, but will be mindful of means Batavia To His Excellency Apart. mindful of means to rid the Malacca Colony of such a dangerous neighbor, and at the same time rid the Company of an arrogant competitor who advocates and nurtures the forbidden trade in many important branches thereof, in such a manner that the injured respect for the Company along this strait may be restored to its former luster; for which I think the occasion can never be more favorable than at this time, when he has no assistance to expect from his friends, the English. The arrival of the Company's warships from Batavia, and the rumor that immediately circulated that they had orders to seize all Riouw vessels they encountered and bring them here, of which Radja Hadjie quickly obtained knowledge, I may well consider the reason that he did not dare execute his design to come and storm us from all sides with a large force, since everyone believed that, after the failure of his first plan to surprise us, he had returned with no other intention. And it is known to the Omniscient what the said petty potentate, being certainly informed that there is only a small number of Europeans in the garrison, and obsessed with the delusion that the Malays will offer him no strong resistance, will yet undertake if we do not forestall him therein. This makes me look out daily for Your High Excellencies' decisions and orders concerning him. Section 45. The Malay Intje Camies, whom Your High Excellencies authorized me to induce with a small gift to give me information on what was taking place on Riouw in relation to the English, was found, after the arrival of Radja Hadjie at Moar, to be a thorough rogue who sought to insinuate himself into my confidence in order to favor the secret designs of his evil master. In vain have I endeavored to win over someone else on Riouw who could inform me of the most important matters, since everyone fears that the slightest suspicion of such correspondence would be enough to deprive him of his life. Consequently, I can learn nothing except through the channel of the common traders coming from there; but their reports are often so confused or contradictory to one another that I have difficulty drawing a proper conclusion from them. Nevertheless, I have learned enough to establish at least this, that Radja Hadjie has for a long time harbored hostile designs against this place. Section 46. If I could have foreseen that such violent proceedings would be conducted concerning the Danish private snow L' Antonette Marie, and that the Court of Justice would rule upon it so rashly and imprudently, as it appeared to me after I handed over the investigation of the declaration by the License Master Hoijnck van Papendrecht that the said snow and the greater part of its cargo belonged to one or more English subjects

Dutch transcription

Apart4. Batavia. Aan zijn Edelheid ontvangen tijding, zoo van het Passeeren der Chinasche Jon„ ken, die naar Batavia moesten, als van de veiligheid des vaarwaters aan dien kant, de gemelde tuce Scheepen voor een maandje of anderhalf naar de Noord heb laaten ver„ „trekken, deels om een Engelsch schip, dat met amfioen geladen in de baai van Oedjong salang legt, was het mo„ „gelijk, te neemen, en deels ook om en passant eene bood„ „schap te laaten doen aan den koning van Pera, dat zij belast zijn met het opzoeken en overmeesteren van scheepen en vaartuigen, aan Comp:s vijanden toebehoo„ „rende, dewijl ik oordeelde, dat zulks een schik onder de tinsmokkelaars zal verwekken, en het goed succes opereeren van de bezending, die derwaarts staat gedaan te worden, volgens de secreete Resolutie van den 14:' Maart. § 42. Omtrent Rombouw zal ik in agt neemen uwer Hoog-Edelheden recommandatie, om mij van de gunstige gelegenheden, die mij mogten voorkomen, te bedienen ter bevorderinge van de assopiatie der geschil„ „len onder de stijfhoofdige Regenten van dat landschap en vermeerdering van de tinleverancie. §43. Terwijl ik uwer Hoog-Edelheden zeer nedrig bedank voor de bevestiging van Radja Ismaels zoon in het bewind over Siac, hoopende dat dir Prins, gelijk 80 74. de sufpren in dato 30: Iuni 1782) om van sommige posten quitan„ gelijk hij het tot nu toe gedaan heeft, ook verder pres„ „teeren zal het contract dat hij onlangs door zijnen Eersten Minister heeft doen accepteeren en bezweeren, blijkens de gneergemelde Gemeene advisen. §44. Wat den malicieusen Regent. van Iohor, Radja Nadja, betreft, ik twijfel niet, of uwe Hoog-Edelheden zullen uit het gene sedert zijne komste aan het bestier op Riouw tusschen hem en mij verhandeld en successivelijk uwer Hoog-Edelheden gecommuniceerd is, dog inzonderheid uit de voor weinige maanden gegeven blijken van zijnen snooden toeleg om ons te overrompelen en te massacreeren, waar van bij veelen zijner vrienden zelfs met verfoeijing gesproken wordt, ligtelijk kunnen besluiten, dat- hij, wel verre van de minste geneigdheid te hebben om de contracten, tusschen het Iohorsche Rijk en de Compagnie subsisteerende, te onderhouden, gelijk hij zoo wel uwe Hoog-Edelheden als mij Schaamteloos heeft willen doen gelooven, terwijl hij met de openlijke overtreeding daar van bezig was, daaren tegen als een vijand en afgumsteling van de Compagnie maar na gelegenheid wagt om het masker van vriendschap en welmeenendheid af te Ligten, waar onder hij zig dus lang heeft weeten te verbergen. Ik hoop daarom ook, dat uwe Hoog-Edelheden aan zijne betuigingen en beloften, die Hij met de afzending van een gezantschap naar Batavia mogte hebben gedaan, geen geloof geeven, maar op middelen in Batavia Aan zijn Edelheid Apart. middelen bedagt. weezen zullen om de Malaccasche Colonie van zulk eenen gevaarlijken Nabuur, en de Compagnie teffens van eenen tootzen Competiteur, die den verbodenen handel in veelen wigtige takken van dien voorstaat en koestert, zoo„ „danig te debarasseeren, dat het gekrenkt ontzag voor de Com„ „pagnie, langs deeze straat in haaren ouden Luister kan worden hersteld; waar toe ik denk dat de occasie nimmer gunstiger kan weezen, dan in deezen tijd, dat hij van zijne vrienden, de Engelschen, geenen onderstand te wagten heeft. De komste van Comp:s oorlogs-scheepen van Batavia, en het gerugt, dat 'er aanstonds op rouleerde, dat zij order gehad hebben om alle de Riouwsche vaartuigen, die zij ontmoetten, te neemen en herwaarts op te brengen, waar van Radja Hadjie wel schielijk kennis kreeg, mag ik wel voor de oorzaak houden, dat hij zijn dessein, om met eene groote magt ons van alle kanten te komen bestormen, niet heeft durven uitvoeren, dewijl een ijder meende dat hij, na de mislukking van zijn eerste ontwerp om ons te overvallen, met geene ander intentie was te rug gekeerd. En 't is den Alweetenden bekend, wat het gemeld Lootentaatje, zekerlijk onderrigt zijnde dat men maar een klein getal Europeers in het Guarnisoen heeft, en ingenomen met den waan dat de Maleijers hem geen te sterken tegenstand zullen bieden, nog onderneemen zal, indien wij hem daar niet in prevenieeren- mogten. Dit doet mij dagelijks iitzien na uwer Hoog-Edelheden dispositien en orders ten zijnen op zigte. 545 80 de sufpren in dato 30: Iuni 1782) om van sommige posten quitan„ §45. De Maleijer Intje Camies, wien uwe Hoog-Edel„ „heden mij gequalificeerd hebben door een smal geschenkje te beweegen om van het geene op Riouw met relatie tot de Engelschen orging mij narigt te geeven, is na de komste van Radja Hadjie op Moar bevonden een doortoapten guit te weezen, die zig in mijn vertrouwen zogt te insinueeren, om de geheime oogmerken van zijnen boozen Meester te begunstigen. Te ver„ „geefs heb ik mij beneerstigd om iemand anders op Riouw te winnen, die mij van de aangelegenste zaaken informeeren kon, dewijl een ieder vreest dat het minste vermoeden van zulk eene correspondentie genoeg zoude zijn, om hem van het leeven te berooven. Ik kan derhalven niets te weeten krijgen, als door het canaal van de gemeene handelaars die van daar ko„ „men; dog hunne berigten zijn veeltijds zoo verwaad, of strijdig met elkanderen, dat ik moeite heb om 'er een goed facit op te trekken. Egter heb ik genoeg vernomen, om dit ten minsten te mogen vaststellen, dat Radja Nadjie van over lang vijandelijke aanslagen tegen deeze plaats in den zin gehad heeft. §46 Bij aldien ik had kunnen voorzien dat over de Deensche particuliere snaauw L' Antonette Marie zulke vio„ „lente procedures zouden worden gevoerd, en dat de Raad van Iustitie daar op zoo ligtvaardig en onvoorzigtig zoude disponeeren, als het mij, na dat ik het onderzoek der aangeeving van den Licent„ „meester Hoijnck van Papendrecht dat de gemelde snauw en het grootste deel haarer Laading aan een of meer Engelsche onderdaanen 76

NL-HaNA_1.04.02_3653_0094 view scan ↗

English

Apart 4. Batavia. To His Excellency belonged to subjects, had been handed over to the Fiscal, has proved to cause much chagrin, I would, notwithstanding my mistaken notion that that investigation had to be conducted by the Council of Justice, gladly have charged myself with it, in order subsequently to bring it before the Council of Policy for deliberation; just as I afterwards did in the case of the Portuguese snow Nossa Sinhora de Belem e I: Roza. But, since upon examination of the documents of the said Danish snow I had found them to be in order, I could expect nothing else than that the Council of Justice would also find them so, and accordingly would not trouble this vessel with any arrest or otherwise, unless one could contradict the validity of those documents with sufficient evidence. I promise Your High Excellencies that in matters of this nature I shall henceforth behave with greater circumspection, taking as my guide the instructions and orders which I have received in that regard from Your High Excellencies by esteemed letters of 1 October and 8 November 1782; while I heartily thank Your High Excellencies for the favorable indulgence regarding my error. Section 47. Mr. La Beaume, Supercargo of the aforementioned Danish snow, has been urged and encouraged by me in every manner to depart with the same for Batavia; but I have not been able to induce him to do so, nor could I compel him out of consideration, on the one hand, for his sickly physical constitution, with which he did not dare risk undertaking the journey thither, and 80 de Suffren dated 30 June 1782) to acquit of certain posts and, on the other hand, for the severity that would have resided in such coercion with respect to a person upon whom the bitterest vexations had been inflicted here. Section 48. I have notified Mr. La Beaume of Your High Excellencies' equitable decisions in favor of the aforementioned Danish snow and her cargo by the first opportunities that presented themselves to me, both to Bengal and to Tranquebar, and communicated the contents of Your High Excellencies' most esteemed dispatch of 8 October, in so far as it did not concern me in particular, to the Council of Policy at our session of 27 December, with a suitable recommendation to the Fiscal Couperus and associates and the License Master van Papendrecht, and subsequently had them refund in equal portions, or each for one-third, that which had been paid from the Company's treasury for the provisions supplied to the said snow since the arrest thereof, and for expenses incurred both for the unloading and loading of that vessel as well as otherwise, amounting to Spanish reals 4939 1/18; while the share of the Fiscal Couperus and associates in the prize ship La Betsey and her cargo remains in the Company's treasury pending the further pleasure of Your High Excellencies. Whereas by the said letter of Your High Excellencies the License Master van Papendrecht, together with the Fiscal Couperus and associates, both jointly and each individually, have been declared responsible for the damage and consequences that had already arisen from their conduct in the aforementioned affair the each the and, 78 have the required quality, and the prices can be stipulated below or in accordance with the determination, I shall purchase as much thereof as I can according to the supply of cash. Section 52. The owners of the privateer cutter De Onderneming have requested me to determine whether the Company's war squadron must also share in the booty captured by the said cutter within or out of sight thereof, when the squadron was not in a position to contribute anything thereto, and in what manner the confiscation should take place of prizes captured from native enemies. But, as I did not judge myself competent to decide or settle this, I permitted them to address Your High Excellencies in that regard; as they now do with a Petition, which is presented to Your High Excellencies among the Company's papers. I most humbly request Your High Excellencies to be pleased to decide thereon most favorably for the shipping company, in consideration of the service which the Company may derive from the said cutter. I have meanwhile the honor to be with the most perfect high esteem, was written below: High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, and Right Honorable, Stern Sirs; lower: Your High Excellencies' very obedient and faithful servant; was signed: P: G: De Bruijn; in the margin: Malacca in the Castle, 3 April 1783. Friday Secret 82 Friday, 14 March 1783. In the forenoon Meeting of Policy. All present. The Governor has read aloud to the assembly from the esteemed separate and secret letters of the Honorable High Indian Government of 24 May and 1 June 1782 their High remarks and orders with respect to the restoration of the Company's Fort at Perak, in order, after consideration of the arguments that militated for and against it, to take such a resolution as should be found to be most suitable for the interest of the Company; those remarks and orders being of the following content from the separate letter of 24 May 1782: While we meanwhile authorize Your Honor, on account of the doubtfulness into which the King of Perak, according to the further reports of March past, appears to have fallen concerning the re-establishment of Perak, not only to give the King positive assurance thereof in our name, but also to proceed directly to the restoration of that post in so far as Your Honor might be in a position to do so, and have the necessary means at hand, both for the garrisoning and re-establishment; we being destined from here, upon receipt of relief from the Netherlands, likewise to furnish what is necessary in due time. to under for said a anything and , and and: respect :

Dutch transcription

Apart4. Batavia. Aan zijn Edelheid onderdaanen toebehoorden, aan den Fiscaal had opgedaagen, tot veel chagrijns gebleken is, ik zoude, niet tegenstaande mijn abusief begrip dat dat onderzoek bij den Raad van Justitie moeste worden gedaan, mij zelfs daar gaarne mede gechargeerd hebben, om het vervolgens in den Raad van Politie ter deliberatie te brengen; Gelijk ik het naderhand gedaan heb in de zaak van de Portugeesche snauw Nossa Sinhora de Belem e I: Roza: Maar, dewijl ik bij examen der bescheijden van de gemelde Deensche Snauw Dezelven goed be„ „vonden had, heb ik niets anders kunnen verwagten, dan dat de Raad van Iustitie dezelven ook zoo bevinden, en dit vaartuig overzulks met geen arrest of anderzins bekommeren zoude, ten zij men de deugdelijkheid van die bescheiden met voldoende bewijzen kon tegenspaeeken. Ik beloof uwer Hoog-Edelheeden, dat ik in zaaken van die natuur mij voortaan omzigtiger gedragen zal, tot mijn naaigt laatende strekken de onderregtingen en orders, welke ik dien aangaande van uwe Hoog Edelheden ontvangen heb bij geeerde brieven van den 1: October en 8: November 1782; terwijl ik uwer Hoog-Edelheden hartgaondiglijk bedank voor de gunstige inschikking van mijnen misslag. § 47. De Heer La Beaume, Zuppercarga van de meergemelde Deensche snauw, is op allerlei wijze door mij aangezogt en geani„ „neerd, om met dezelve naar Batavia te vertrekken; dan ik heb hem 'er niet toe beweegen, nog ook verpligting kennen uit Consideratie aan de eene zijde van zijn ziekelijk lighaams-gestel, waar meede hij het niet waagen durfde de reize naar derwaarts te onderneemen, en 80 de Suffren in dato 30: Juni: 1782) om van sommige posten quitan„ en aan de andere zijde van de hardigheid, die in zulk eenen devang zoude hebben geresideerd ten aanzien van een persoon, welken hier de betterste kwellingen waren aangedaan. §48. Ik heb van uwer Hoog-Edelheden billijke dispositien in faveure van de voorschreeven Deensche snauw en hare laading den heer La Beauwe verstendigd bij de eerste mij voorgekomen gelegenheden, zon naar Bengale, als naar Franquebar, en den inhoud van uwer Hoog-Edelheden zeer geagte missive van den 8: October, voor zoo verre die niet mij in 't bijzonder betoof, den Poli„ „ticquen Raad gecommuniceerd, ter onzer sessie van den 27 Decemb:, onder eene gepaste recommandatie aan den Fiscaal Coupeaus c: s: ƒ en den Licentmeester van Papendrecht, mitsgaders vervolgens door hun in egale portien, of ieder voor een derde, laaten restituee„ „van het gene uit Comp:s kasse betaald was wegens de verstrekte provisien aan de gemelde snauw sedert het arresteeren derzelve, en wegens kosten, zoo tot het lossen en Laaden van dat vaar„ „tuig, als anderzins gedaan, bedraagende Spaansche reaalen 4939 1/18: terwijl het aandeel van den Fiscaal Couperes c: s: in het prijsschip La Betseij en haare Laading ter nadere dispositie van uwe Hoog= Edelheden in Comp: kasse blijft. Bij den gemelden brief van uwe Hoog-Edelheden den Licentmeester van Papendrecht, benevens den Fiscaal Coupe„ „rus C: S: zoo t' zamen, als ieder in 't bijzonder, responsabel verklaard zijnde voor het nadeel en de gevolgen, zoo die uit hun gedrag in de voorschreven affaire reeds ontstaan waren de elke de en, 78 vereijschte qualiteit hebben, en de prijzen beneden of conform aan de bepaaling bedongen kennen worden, ik zal 'er zoo veel van inhandelen, als ik naar den voorraad van Contanten doen kan. § 52. De Reeders van de kaap geëquipeerde Cotter de onder„ „neemen hebben mij verzogt, dat ik bepaalen wilde of Comp:s oor„ „logs-esquader ook moeste deelen in den buit die door de gemelde Cotter in of buiten het gezigt daar van behaald wierd, wanneer het Esquader zig niet in de mogelijkheid bevondt om 'er iets toe te kunnen bijbrengen, en hoedanig de Confiscatie geschieden zoude van plijzen, op Inlandsche vijanden veroverd. Maar, vermits ik mij niet bevoegd oordeelde om dit te beslissen of te ontwinden, heb ik hun toegestaan zig dientweegen aan uwe Hoog Edelheeden te adresseeren; gelijk zij tans doen met een Request, dat uwer - Hoog Edelheeden, onder Comp:s papieren wordt aangeboden. Ik verzoek uwer Hoog-Edelheden ootmoedigst daar op ten favrabelsten voor de Reederij te willen disponeeren, uit aanmerking van den dienst, welken de Comp: van de gemelde Cotten hebben kan. Ik hebbe intusschen de Eere van met de volmaaktste hoogagting te zijn, /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer, en wel Edele gestrenge Heeren /:Lager:/ uwer Hoog Edelheeden seer gehoorsaamen en „trouwschuldigen Dienaar /:was get:t:/ P: G: De Bruijn /:in margine:/ Malacca in het Casteel den 3: April 1783. Vrydag Secreet 82 Vrijdag den 14:' Maart 1783. 's voormiddags Vergadering van Politie. Alle present. De Heer Gouverneur heeft uit de geëerde aparte en secreete brieven der Edele Hoog Indiasche Regeering van den 24: Ma= en 1. Iuni 1782. aan de vergadering voorgeleezen Hoog derzelver remarques en orders met opzigt tot de restauratie van Comp:s Fort te Pera, om na overweeging van de redenen, die 'er voor en tegen militeerden, zodanig een besluit te neemen, als voor het belang van de Maatschappije bevonden zoude worden het convenabelste te weezen; zijnde die de marques en orders van den volgendem inhoud uit den aparten brief van den 24: Mai 1782: Terwijl wij Uw E: intusschen qualificeeren, om wegens de twijffel„ moedigheid, waar in Peraas koning, volgens de nadere berigten van Maart passato, geraakt schijnt te zijn, omtrent het restabileeren van Pera, den koning derhalven daar van niet alleen uit onze naam de positive verzekering te geeven, maar ook; om direct tot de herstelling van die post over te gaan in zoo verre uwE: daar toe in staat mogten zijn, en het noodige, zoo ter bezatting, als aestabi„ „leering, aan handen hebben, zullende wij van hier bij ontvangst van ontzet uit Nederland, mede het noodige in der tijd fournee„ „ren. tut onder„ oor„ emelde een iets en , en et: gt :

NL-HaNA_1.04.02_3653_0098 view scan ↗

English

from the secret letter of 1: June 1782. Nevertheless, we are also of the opinion that the re-establishment of Perak is necessary, both to prevent the Bugis from settling in that realm, the more so because the tin delivery has increased for some time, and on account of the relations which the Company has had for so long with that realm and its king, alongside the preservation and the expectation of the present monarch in that regard, just as your Honours are in the meantime also already authorized thereto, if your Honours in the present situation find yourselves in a position to take and carry out suitable measures to that end, and this can be done with peace of mind, because we for the present cannot supply from here what is required for it; otherwise, your Honours must for the present suspend the restoration, but give the king the absolute promise that it will take place in due time, and as soon as possible, and further encourage him to a lasting fidelity, as well as in all cases deliberate with His Highness by what means the objective can best be achieved. The reasons for the restoration of that Fort, which were now taken into consideration, were these: That the king, having had not the least part in the perfidy of the former Commandant Bartholomeus Meijer, and even no prior knowledge of his treacherous design, consequently by virtue of the friendship maintained for a long time with the Company, and the alliance subsisting between both, could rightfully demand, as he also has done, that the Fort be erected again, and he thus be secured against his enemies; That this Fort, being provided with all that is necessary for defense and placed under an alert Commandant, on account of its good situation, would be sufficiently able to resist even two such vessels as the privateer ship was, with whose Captain the aforementioned Commandant Meijer capitulated in the most shameful manner, in such a way that they would be forced to surrender themselves, according to the 10th article of the Contract concluded with him on 20: December 1773, if the Company's Garrison only somewhat assisted him; That it was not apparent that the English would come there with more small vessels (large ships being unable to get over the reef that lies at the mouth of the river); That one could not expect of the king, who is indeed well-disposed to the Company, but not courageous enough to assert himself against his realm's grandees who for the greatest part are of one mind with the Bugis, that he would be willing or able to oblige them to deliver the tin to the Company for the price of 32. Spanish reals per bahar determined in the aforementioned Contract, as long as there was no Garrison that could keep the Perakians in awe of the Company, since they received from the Bugis, as is noted from the Daily Register of the Assistant Bodenstein sent thither at the general Resolution of 28: February last, 36. and 37. Spanish reals per bahar; That a long suspension of restoring the Fort would not only give the Bugis opportunity to deprive the Company entirely of the tin trade in that realm, but also cause the same to become a hiding place for robbers and murderers, who through their outfittings at sea would make the strait as unsafe as it had ever been. But on the other hand, it has also been considered that from Batavia indeed 16 pieces of iron cannons of 4 and 2 lb. had been received for Perak, but no gun carriages for the same, and also no relief of Military personnel; That although one could employ some of the gun carriages present here for the aforementioned artillery, and add some more cannons of 3 and 2 lb. thereto, the required men could nevertheless not be spared without weakening the Garrison of this Government too much; That the Fort at Perak in these times ought indeed to have thirty-six Military personnel, not counting the non-commissioned officers, and among them at least twenty Europeans, besides some Artillerymen, but that it would conflict with the rules of prudence now that one could be attacked not only from the side of the English, but also by the Bugis of Riau and Selangor, and had a large number of native troops in arms.

Dutch transcription

uit den secreeten brief van den 1: Iuni 1782. Nogtans zijn wij mede van begrip, dat Peras restabilee„ „ring noodzaakelijk is, zoo om te beletten, dat de Boegineeschen in dat Rijk niet komen te restelen, te meer daar de tinleverancie„ sedert eenige tijd, geaccresseerd is, als om de betaekking, welke de Compagnie zoo lang op Leaas Rijk en desselfs koning heeft gehad, nevens het behoud en de verwagting van den presenten vorst daar omtrent, gelijk uwE: daar toe intusschen ook reeds gequalificeerd zijn, indien uw E: in de presente ge„ „steldheid zig in staat bevinden gepaste maatregulen daar toe te neemen en uit te voeren, en zulks met gerustheid kan geschieden, wijl wij voor als nog van hier het daar toe verEischt wordende niet kunnen fournaeren; anders moeten UE: de herstelling voor eerst. surcheeren, dog den koning de absolute toezegging geven, dat die in der tijd, en zoo spoedig doenlijk, zal geschieden, en denzelven verder animee„ „ren tot een bestendige getrouwheid, mitsgaders in alle gevallen met zijn Hoogheid overleggen, door welke middelen het oogmerk best kan berijkt worden. De redenen voor de herstelling van dat Fort, welke tans in aanmerking genomen wierden waren deeze: Dat de koning, geen het minste deel in de trouwloosheid van den geweezen Commandant Bartholomeus Meijer, en zelfs geene voorkennis van zijn verraaderlijk op zit, gehad hebbende, gevolgelijk ui't hoofde van de vriensschap, sedert lang met de Compagnie ondrhouden, en de 2 Secreete en Aparte Brieven ontvangen van Malacca, ged. 31. Maart en 3. April 1783. en Secrete Resolutien van den 14. Maart 1783. van den tusschen in 84 en het verbond, tusschen beiden subsisteerende, met regt vorderen kon, gelijk hij ook gedaan heeft, dat het Fonrt weder opgeregt, en hij dus beviligd wierdt tegen zijne vijanden, Dat dit Fort, met al het noodige tot defensie voorzien en onder een wakkeren Commandant gesteld zijnde, wegens dies goede situatie, genoegzaam in staat zoude weezen om wel twee zulke vaartuigen, als het kaaperscheepje geweest is, met welks Capitein de gemelde Commandant Meijer op de aller schandelijkste wijze gecapituleerd heeft, zoodanig te kunnen resisteeren, dat zij genoodzaakt wierden om zig zelfs over te geeven, volgens het 10=de articul van het op den 20: December 1773. met hem geslooten Contract, Comp:s Bezet„ „ting maar eenigzins bijstondt; Dat het niet apparent was, dat de Engelschen daar met meerder kleine vaartuigen (kunnende groote scheepen onmoge„ „lijk over het rif, dat aan den mond van de rivier legt, ge„ „raaken) komen zouden; Dat men van den koning, die wel der Compagnie toege„ „daan, dog niet moedig genoeg is om zig tegen zijne voor het goootste deel met de Boegineeschen eensgezinde Rijksgrooten te doen gelden, niet verwagten kon, dat hij hun zoude willen of kunnen verpligten om het tin voor den bij het voorschree„ „ven Contract bepaalden prije van 32. – sp:s reaalen voor de baar aan de Compagnie te leveren, zoo lang er geene Bezetting lag, die de Peracers en ontzag voor de Compagnie kon houden, dewijl zij van de Boegineeschen, gelijk uit het Dagregiste„ van L van den derwaarts gezondenen Adsistent Bodenstein bij de gemeene Resolutie van den 28: februarij laatstleeden is aange„ „toekend, 36. en 37. Sp:s reaalen voor de baar kreegen. Dat eene lange opschorting van het Fort te herstellen niet alleen. aan de Boegineeschen gelegenheid zoude geeven, om de Compagnie van den tinhandel in dat Rijk geheel te versteeken, maar ook hetzelve eene schuilplaats doen worden van verders en moorden aars, die door hunne uit„ nustingen ter zee de straat zoo onverlig zouden maaken, als zij nog oort geweest was. Maar daaren tegen is ook geconsidereerd, dat men van Batavia wel 16: — p:s ijzeren Canons van 4: = en 2: lb: voor Pera ontvangen hadt, dog geene rampaarden voor dezelven, en ook geen ontzet van Militai„ „ben; Dat schoon men eenigen van de hier zijnde aampaarden voor het gemelde geschut zoude kunnen Emploijeeren, en 'er nog eenige Canons van 3: — en 2 lb: bijvoegen, de benoodigde manschap nogtans niet kon gemist worden, zonder het Garnisoen deezes Gouverne„ ments te veel te verzwakken; Dat het Fort te Zear in deezen tijd wel zes en Dertig Mil„ „tairen, de onder officieren ongereekend, diende te hebben, en daar onder ten minsten twintig Europiers, behalven eenige Arthilleriten, dog dat het nu men niet alleen van de zeide der Engelschen, maar ook door de Boegineeschen van Rieuw en Slanganoor, kon worden aangevallen, en een groot getal van inlandsche troupes in de wappens hadt, met de regels van voorzigtigheid strijden zoude Zoo

NL-HaNA_1.04.02_3653_0105 view scan ↗

English

86 to send away so many men; That, even if this were not an obstacle, one might still reasonably doubt whether the king would indeed come to the aid of the Company's garrison if it were attacked again by enemies, since his declaration that he could surrender the tin to the Company for no less than 34 sp:s raalen, his expressed unwillingness to make any further small cash advances to the soldiers stationed there, notwithstanding that the same had always been promptly reimbursed, and that which was further cited in the aforementioned Resolution of 28 February, served as clear proof that his friendship toward the Company was waning, and out of greed he allowed himself to be misled by the Buginese, without reflecting on what the fate of him and his subjects would be if they became total masters of the situation there; That one might therefore well fear that a king and grandees of the realm, if, after the reconstruction of the Fort, a proposal were made to them by the Buginese to help storm it, under the promise 88 of letting them share in the booty, would easily be persuaded to agree to it by this, as well as by the hope of always being able to sell their tin to that people at higher prices than to the Company, and the Company's garrison would thus be exposed to the utmost danger. Besides these reasons, for and against the restoration of the Perak Fort at the present time, it was noted: That, if it should please the Noble Supreme Government of the Indies to authorize and enable this Administration to attack the people of Riau, in which case the Selangorians could not be spared either, since they had forty armed vessels ready when Raja Haji arrived at Muar to facilitate his design against this place, the Buginese would then have far too difficult a time to do any further harm to the Company in its tin trade, and the people of Perak, consequently being obliged to deal solely with the Company, would be glad to obtain 32 sp:s reaalen per bahar again, whereas now, on the contrary, it was very uncertain whether one could induce them by any kind of representations to fulfill the Contract, since the king, having been disposed to accept that price only with difficulty and threats, had repeatedly tried since then to obtain from the Company an increase to 34 sp:s reaalen, which had formerly been paid for it; That, in the meantime, one could choose no safer course than to have the tin fetched continuously from Perak with the Company's vessels, even if one should have to pay 34 sp: reaalen for the bahar, since one could then still sell it with a sufficient advance, provided that this were arranged on a footing that gave the Company some security that it would be preferred over the Buginese; That, 88 That, should this be successful, one could continue with that navigation and trade until one was better able and less uneasy to have the Fort restored, having in the meantime prepared what is required for it. All of which being maturely considered, and having regard to the above-inserted letter of the aforementioned Noble Supreme Government of the Indies in the esteemed missive of 1 June 1782, it was unanimously approved and agreed, subject to the hoped-for approval of the same, to postpone the restoration of the Perak Fort until it can be undertaken with sufficient tranquility, without prejudice to the preparation of what is necessary for it, and in the meantime, since one now has no enemy privateers to fear in this strait, to have the tin fetched from there with the Company's vessels, whether at the price determined by the Contract, or for thirty-three or thirty-four Spanish dollars the bahar, as can be agreed with the king, and also to send the Captain Commandant of the Militia Johan Andreas Hensel, who was stationed there for some years as Commandant of the Dutch possession and acquired a thorough knowledge both of the state of affairs in that Realm and of the character of the people of Perak, among whom he has always been very well liked and held in high credit, as the Company's Envoy thither, in order to try whether 2 whether he could not induce the king and his grandees of the realm to cede the tin to the Company at the price of thirty-two sp:s reaalen for the bahar determined by the aforementioned Contract, but at the same time to grant him authorization, upon finding that his efforts are fruitless, to agree to thirty-three or thirty-four sp:s reaalen for the bahar, on the condition that all that is collected will be delivered to no one other than the Company, and for that purpose to make such arrangements in consultation with the king as he shall deem to accord with the interest of the Company, while nevertheless pointing out to His Highness and his grandees of the realm that the king's refusal to fulfill the Contract is the reason that the Fort is not being restored, as would otherwise have been done, and that, in case the Noble Supreme Government of the Indies should not see fit to be satisfied with the aforementioned price increase of the tin, the Company is released from all its obligations to the Realm of Perak, and thus the measures devised by him, Hensel, will be of no longer effect than until the receipt of Their Honors' decision, since a proposal of that nature, made in a serious manner, might sometimes have a good effect in making the people of Perak abandon trade with the Buginese, whom many of them do not trust anyway. On this occasion it was also decided to send the Military Ensign Johan

Dutch transcription

86 zoo veel volks van de hand te zenden; Dat, zoo dit al niet eens obsteerde, mien tog met reden twifelen mogt of de koning wel Comp:s Bezetting, wanneer die weeder vijandelijk wierdt aangerand, te hulp zoude komen, dewijl zijne verklaaring van het tin voor niet minder dan 34. sp:s raalen aan de Compagnie te kunnen afstaan, zijne betuigde ongeneigheid om een gering verschot van Contanten aan de daar zijnde Mili„ „tairen verder te doen, niet tegenstaande het zelve altoos pcompt gerestitueerd was, en het gene verder bij de voorschree„ „vens Resolutie van den 28:' Februarij is aangehaald, ten duidelijken bewijzen strekten, dat hij in zijne vriendschap om„ „trent de Compagnie verflauwde, en uit winzugt zig door de Boegieneeschen verleiden liet, zonder na te denken wat het lot van hem en zijne onderdaanen zoude zijn, als zij daar het spel geheel meester wierden; Dat men derhalven wel vreezen mogt, dat een koning en Rijksgrooten, bij aldien hun, na de opregting weder van het Fort, een voorslag door de Boegineeschen wierdt gedaan om het zelve te helpen afloopen, onder toezegging 88 van hun in den buit te zullen laaten deelen, daar door, en door de hoop van hun tin aan dat volk tot hooger prijzen dan aan de Compagnie altoos te zullen kunnen verkoopen, ligtelijk zouden worden overgehaald, om daar in te bewilligen, en Comp:s bezetting dus aan het uiterste gevaar zoude weezen blootgesteld. Behalven de den a„ L Behalven deeze redenen, voor en tegen de herstelling van het Perasche Fort in den presenten tijd, is opgemerkt, Dat, zoo het der Edele Hooge Indische Regeering behaagen mogte dit Ministerie te qualificeeren, en in staat te stellen, om de Riouwers op het lyff te vallen, wanneer de slangensaschen ook niet zouden kunnen worden verschoond, dewijl zij, toen Radja Nadjie op Moar was gekomen, veertig gearmeerde vaartuigen gereed„ gehad hebben, om zijnen toeleg tegen deeze plaats te faciliteeren de Boegineeschen het dan veels te kwaad zoude krijgen, om de Compagnie in haaren tinhandel verder eenige afbreuk te doen, en de Peraiers gevolgelijk bij de Compagnie alleen te maaken moetende komen, blijde zouden zijn 32:— sp:s reaalen voor de baar weeder te kunnen erlangen, daar het nu in tegendeel zeer onzeker was of men door eenige rlei vertoogen hun tot de prestatie van het Contract zoude kunnen beweegen, nadien de koning, niet dan met moete en bedreigingen tot de acceptatie van dien prijs gedisponeerd, sedert bij herhaaling getragt hadt dies verhooging tot 34:— sp:s reaalen, welke er bevoorens voor betaald zijn, van de Compagnie te verkrijgen; Dat men ondertusschen geene veiliger partij kiezen kon, dan het tin telkens met Comp:s vaartuigen van Pera te laeten afhaalen, al zoude men voor de baar 34- sp: reaalen moe„ „ten betaalen, dewijl men het dan nog met een toereikend aans verkoopen kon, mits dat zulks ingerigt wierdt op een voet, die aan de Comp: eenige zekerheid gaf dat zij voor de Boegineeschen geprefereerd zoude worden; Dat 88 Dat, zoo dit van succes mogte zijn, men met die vaart en handel zoude kunnen Continueeren tot dat men beter in staat en minder ongerust was om het Fort te doen restau„ „neeren, laatende bij provisie in gereedheid brengen tegen daar toe vereischt werdt. Al het welke rijpelijk overwogen, en gelet zijnde op het hier vooren geinsereerd aanschrijven der welgemelde Edele Hooge Indische Regeering bij geagte missive van den 1: Juni 1782, is op verhoopte approbatie van Hoog dezelve eenpaarig goedgevonden en verstaan met de restauratie van het Perasche Fort te supersedeeren tot dat dezelve met genoeg„ zaame gerustheid kan worden ondernomen, onverminderd de vervaardiging van het geene daar toe nodig is, en intusschen, dewijl men nu voor geene vijandelijke kaapers in deeze straat te dugten heeft, het tin met Comp:s vaartuigen van daar te laaten afhaalen, 't zij tot den prijs, bij het Contract bepaald, dan wel voor drie of vier en dertig spaansche reaalen de baar, zoo als dat met den koning zal kunnen worden verdra„ „gen, mitsgaders den Capitein Commandant van de Militie Johan Andreas Hensel, die 'er eenige Jaaren als Commandant van de Nederlandsche bezitting gelegen, en eene goondige ken„ „nis verkregen heeft, zoo van de gesteldheid der zaaken in dat Rijk, als van de geaartheid der Zeraiers, bij dewelken hij ook altoos zeer bemind en in groot Credit geweest is, als Comp:s Afgezant derwaarts te zenden, ten einde te beproeven of 2 of hij den koning en zijne Rijksgroten niet zoude kunnen beweegen, om het tin tot den bij het meergemelde Contract bepaalden prijs van twee en dertig sp:s reaalen voor de baar aan de Compagnie afte staan, dog hem teffens qualificatie te verleenen, om, bij bevinding dat zijne poogingen vrugteloos zijn, drie of vier en dertig sp:s reaalen voor de baar te bespreeken, onder Conditie dat al het gene ingezameld word aan niemand anders als aan de Compagnie zal worden geleverd, en daar toe te gelijk met overlag van den koning zoodanige schikkingen te maaken, als hij ver„ „meenen zal met het interest van de Compagnie over een te komen, onder voorhouding nogtans aan zijne Hoogheid en zijne Rijks„ „grooten, dat de weigering van den koning om aan het Contract te voldoen oorzaakt is dat men het Fort niet laat her„ „stellen, gelijk men het anders gedaan zoude hebben, en dat, bij aldien de Edele Hooge Indische Regeering niet mogte goedein„ „den met de gemelde prijs-verhooging van het tin genoegen te neemen, de Compagnie van alle haare verbintenissen aan het Perasche Rijk ontslagen, en dus ook de door hem Hensel beraamde maatregulen van geen langer gevolg zullen weezen, als tot den ontvangst van Hoog derzelver dispositie, dewijl een voorstel van dien aart, op eene ernstige wijze gedaan, somtijds van goed effect zoude kunnen zijn, om de Zeraeers van den handel met de Boegineeschen, die veelen hunner tog niet vertrouwen, te doen afzien Bij deeze gelegenheid is nog besloten den vaandrig Militair Johan

NL-HaNA_1.04.02_3653_0109 view scan ↗

English

90 Iohan George Wilner, who has been in Pera for some time, is skilled in the Malay language, and is an officer to whom the fort that is to be erected may be safely entrusted, to let him depart for Pera alongside the said Captain Hensel, in order to confer and determine with one another, as well as to report in writing upon return, how that fort may be constructed at the lowest cost, and made sufficiently formidable against both European and native enemies? Malacca, in the Castle, date as above. /signed:/ P: G: de Breijn, I: A: Hensel, A:s Couperus, F: Thierens, R: B: Hoijnck van Papendrecht, H: I: Weederholden, C: G: Baumgarten, provisional secretary /:below stood:/ Agrees /:was signed:/ P: G: De Bruijn. C. G. Baumgarten, provisional secretary. Agrees D.D. Van Haak Checked M. van Haak Copy. Secret Appendices from 9 October Anno 1782 to 31 May Anno 1783. Register of the Appendices belonging to the separate letter of the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched on 31 May Anno 1783. Letter from the Lord Governor to the Maros Resident van de Walle dated 31 October 1782 - folio 1 Letter from the same as just mentioned to the Governor of Ambon, van Pleuren, date as just above - folio 2 Letter from the same as above to the Governor of Banda, Seidelman, date as before - folio 2 Letter from the same as before to the Commander at Ternate, Cornabé, date as above mentioned - folio 3 Letter from the Bulukumba Resident Monsieur to the Lord Governor dated 27 October 1782 - folio 3 The reply thereto to the said Resident dated 5 November - folio 4 Letter from the Bima Resident Meurs to the Lord Governor dated 31 October 1782 - folio 5 Copy of a letter from the same as above to His High Nobility the Lord Governor-General and the Council of the Indies at Batavia without date - folio 6 Malay translation. Letter written by the King and Nobles of the Realm of Bima to the Lord Governor and Council dated 26 October 1782 - folio 8 The reply thereto to the said King of Bima and His Nobles of the Realm dated 9 November of the past year - folio 10 Report in the form of a Daily Register of the chief interpreter Gerrit Brugman regarding his commission to the Court of Boni dated 11 November 1782 - folio 10 Letter from the Bulukumba Resident Monsieur to the Lord Governor dated 11 November 1782 - folio 12 Letter from the Lord Governor to the King and Nobles of the Realm of Buton dated 12 November 1782 - folio 13 Instruction for Sergeant Pieter Bousamie departing on a commission to Buton for the eradication of the clove and nutmeg trees dated 12 November 1782 - folio 15 Extract from the kept notes of the assistant interpreter Jacobus de Graaf dated 16 November 1782 - folio 17 Malay translation. Letter written by Gusti Made Murah Karang-Asem at Selaparang to the Lord Governor without date - folio 18 The reply thereto to the same dated 2 December 1782 - folio 21 Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor dated 30 November 1782 - folio 22 The reply thereto to the said Resident dated 6 December 1782 - folio 24 Declaration of the female person Maona dated 2 December 1782 - folio 25 Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor dated 7 December 1782 - folio 27 The reply of the Lord Governor to the Maros Resident van de Walle dated 8 December 1782 - folio 28 Instruction for the junior merchants Budach and van Diemar departing on a commission to Maros to investigate the submitted complaints of the Resident van de Walle dated 9 December 1782 - folio 29 Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor dated 8 December 1782 - folio 32 Letter from the Salayar Resident de Swart to the Lord Governor dated 5 December 1782 - folio [illegible] The reply of the Lord Governor to the said Swart dated 11 December 1782 - folio [illegible] Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor dated 14 December - folio 33 Report from Sergeant Carel Lecerf and associates to the Resident at Maros, van de Walle, regarding their investigation into the complaint of Karaeng Balotje under the date of 20 November 1782 - folio 34 Report of the junior merchants Budach and van Diemar regarding the proceedings carried out during their commission to Maros to investigate the incoming complaints of the repeatedly mentioned Resident dated 14 December 1782 - folio 39 Declaration of the Tomalomo of Maros and associates taken by the said junior merchants concerning the complaint of the Resident there dated 11 December 1782 - folio 41 Letter from the Lord Governor to the Resident van de Walle dated 16 December 1782 - folio 47 Instruction for Messrs. Budach and van Diemar, assisted by the second interpreter Dirk Diefhout, to present to the King and Nobles of the Realm of Boni the insolences committed by two Bugis, Samahiela and Lonozo, against the Resident van de Walle, dated 17 December 1782 - folio 49 Report regarding their executed commission to the Court of Boni concerning the insolences of the said Bugis dated 19 December 1782 - folio [illegible] Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor here dated 24 December 1782 - folio 51 Buginese translation. Letter written by the old Datu of Soppeng to the Lord Governor here dated 5 December 1782 - folio 53 With the reply from the Lord Governor to the said Datu of Soppeng dated 8 January 1783 - folio 54

Dutch transcription

90 Iohan George Wilner, die eenigen tijd op Pera geweest, der Maleitsche taale kundig, en een officier is, aan welken het Fort„ dat men zal laaten opregten, onbekommerd kan worden toever„ „trouwd, nevens den gemelden Capitein Hensel naar Pera te laaten vertrekken, om met elkanderen te overleggen en vast te stellen, mitsgaders bij terugkomste schriftelijk te berigten, hoedanig dat Fort met de minste kosten aangelegd, en redoutabel genoeg gemaakt kan worden, zoo wel voor Europesche als voor inlandsche vijanden? Malacca in het Casteel dato voorschreeven. /getekend:/ P: G: de Breijn, I: A: Hensel, A:s Couperus, F: Thierens, R: B: Hoijnck van Papendrecht, H: I: weederholden C: g: Baumgarten P:d sec=s /:onderstond:/ Accordeert /:was getee„ „kend:/ P: G: De Bruijn. C. G. Baumgarten p=r s: Accordeert DD. Van Haak byke 2 litaia Nagezien M vantsaak Copia. Sekreet Bijlaagen zeedert den 9=e October A„o 1782. tot den 31=e Mai anno 1783. 2 ƒ Register der Bijlaagen ge= Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros Resident van de walle - . . . fo„ - de dato 31„e October 1782 Brief van als evengem: aan den Heer Ambons Gouverneur van Sleuren de dato als even. . . . Brief van als boven aan den Heer Bandas Gouverneur Seidelman .. . de dato als vooren Brief van als vooren aan den Heer Gezaghebber te Ternaten Cornabé de dato als bovengem. Brief van den Boelecombas Resident Monsieur aan den Heer Gouver„ „neur de dato 27„e October 1782. - - - „ Het antwoord daar op aan gem: Resident de dato 5„e November - „ 4. Brief van den Bimas Resident Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 31„e October 1782 Copia Brief van als boven aan zijn Hoog Edelheid den Heere Gouver„ „neur Generaal en de Raaden van Jndiën te Batavia zonder Translaat Maleijdsch. Brief geschreeven door den Koning en Rijxgrooten van Binae aan den Heer Gouverneur en Raad — de dato 26„e 8ber: 1782. Het antwoord daar op aan even gem: Koning van Bima en Desselfs Rijxgrooten de dato 9„e November Aino passato Rapport bij forma van Dag-Register van den oppertolk Gerrit Brugman weegens desselfs Commissie na 't Hof van Bonij de dato 11„e 9ber: 1782.. Brief van den Boelecombas Resident Monsieur aan den Heer Gouver„ „ 12 „neur de dato 11 9ber 1782. Brief van den Heer Gouverneur aan den koning en Rijxgrooten -„ 13 - van Boutong, de dato 12 9ber 1782 Instructie voor den zergeant Pieter Bousamie vertrekkende in Com„ „missie na Boutong ter uitroeijing van de Nagul en Noote „ 15 .. . Boomen de dato 12 9ber. 1782. . . . . Extract uit de gehoudene aanteekening van den Ondertolk Jaco- „ 17. „bus de Graaf de dato 16„e 9ber 1782.. Translaat Maleijdsch Brief geschreeven door den Gustij Made Moera Carang - Assang te Salemparrang aan den Heer Gouverneur „ 18 „ — zonder datum - Het antwoord daar op aan denzelven de dato 2„e December 1782. „ 21 Brief van den Maros Resident van de walle aan den Heer „ 22. . . . Gouverneur de dato 30„e November 1782. Het antwoord daar op aan evengem: Resident de dato 6xber 1782. . „ 24. „ Datum. . . . - - hoorende tot de aparte Brief van het Dag=Register des Kas- „teels Rotterdam afgezonden den. 31=e Maij Anno 1783. —. Verklaaring O - . . . . „ . . .. „ „ - Verklaaring van de Vrouws-perzoon Maona de dato 2„e December 1782 fo 25 Brief van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouver= „neur de dato 7:e December 1782. . . . . . . . - „ 27. Het antwoord van den Heer Gouverneur aan den Maros Resident van de walle de dato 8=e December 1782. . . . . . . . . „ 28. Instructie voor de onderkooplieden Budach en van Dumar vertrec= „kende, in Commissie naar Maros ter onderzoeking van de opgegeve„ „ne klagten van den Resident van de walle de dato 9 xber: 1782 „ 29 Brief van den Haros Resident van de walle aan den Heer Gou„ „verneur de dato 8=e December 1782. . . .. Brief van den Saleijers Resident de Swart aan den Heer Gouver„ „neur de dato 5=e December 1782. . . . . Het antwoord van den Heer Gouverneur aan evengem: Swart de dato „ - 11„e December 1782. .. - Brief van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur de dato 14=e December. . . . . . - - - - - „ 33. Berigt van den Sergeant Carel Lecerf Es. aan den Resident te Maros van de walle wegens hun gedaane onderzoek op de klagte van Eraeng Balottje sub dato 20=e November 1782. - - - - - - „ 34. Rapport van de onderkooplieden Budach en van Diemar wee= „gens gedaane verrigtingen in hunne kommissie na Maros tot onderzoek op de ingekomene klagten van meerm: Resident dato 14=e xber 1782 „ —. E verklaaring van de Lomimo Maros C: s: opgenoomen door evenge„ „melde onderkooplieden op de klagte van den Resident aldaar de dato 11=e xber 1782. . . . . . . . . . „ 41 Brief van den Heer Gouverneur aan den Resident van de walle Instructie voor de Heeren Budach en van Diemar om g'adsis= „teerd van den tweede tolk D=k Diefhout den koning en Rijx= „grooten van Bonij voor te houden de gepleegde brutaliteiten door twee Bouiers Samahiela en Lonoezoe aan den Resi= „dent van de walle de dato 17 December 1782. . . . . . „ 49. Berigt weegens hunne gedaane kommissie na 't Hof van Bonij over de brutaliteiten van gem: Bouiers de dato 19=e December. de dato 16=e December 1782. . . - - - - - - - „ 47. „ 39. 1782. . . . . . . . - Brief van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur alhier de dato 24=e December 1782 - - - - - - „ 51 Translaat Boeginees Brief geschreeven door den ouden Da= „touang van Soping aan den Heer Gouverneur alhier de dato 5=e December 1782. . . . . . . . . . . . . „ 53. Met antwoord van den Heer Gouverneur aan gem: Datoua van Soping de dato 8=e Januarij 1783. . . Brief - - - - - „ 54. - - - - „ 32. . 2 „ . . . . . . . . . . . . . . . . . .. „ — . - ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3653_0115 view scan ↗

English

Letter from the Governor to the Maros Resident van de Walle dated 4 January 1783 folio 1 Letter from the Resident at Maros van de Walle to the Governor here dated 14 January 1783. Letter from the Governor to the aforesaid Resident dated 16 January 1783. 5 Report from the second interpreter Deefhout giving an account of his commission to Tanette dated 18 February 1783. Note from the Governor to the Buton Spice-Extirpator P: Bosamie under date of 22 February 1783. Letter from the Governor to the Bulukumba Resident Monsieur dated 7 March 1783. Letter from the Bima Resident Meurs to the Governor dated 20 February 1783. Letter from the Governor and Council here to Their High Excellencies in Batavia dated 10 March 1783. 61 Letter from the Governor to the Ministers in Surabaya dated 10 March 1783. Letter from the Governor to the Semarang Governor J:s Sieberg dated 10 March 1783. The reply from the Governor to the Bima Resident Meurs dated 10 March 1783. Letter from the aforesaid Resident to the Governor dated the last of February 1783. 70 Copy of a letter from the aforesaid Resident Meurs to the servants of Timor dated 22 February 1783. 72. Letter from the Governor and Council here to Their High Excellencies in Batavia dated 19 March 1783. 73. Letter from the as well-mentioned to the Ambon Governor van Pleuren and Council dated 19 March 1783. 74. Letter as aforesaid to the Commander in Ternate, A Cornabe and Council dated 19 March 1783. 75. Letter from as aforesaid to the Resident of Bulukumba C:n Monsieur dated 19 March 1783. 76. Letter from the Governor here to the Commander in Surabaya van der Niepoort dated 20 March 1783. 77. Letter from the aforesaid to the Semarang Governor J:s Sieberg dated 20 March 1783. Letter from as aforesaid to the Bima Resident Meurs dated 27 March 1783. Letter from as above to the Salayar Resident Swart dated as aforesaid. 78. Letter from the Bulukumba Resident Monsieur to the Governor dated 10 March 1783. 79. Malay translation of the letter from the Sultan of Banjarmasin Sulaiman Saidullah written to the King of Boni dated 12 March 1783. Account given by the Company's subject Rade dated 15 April 1783. 80. Letter from the Bulukumba Resident Monsieur to the Governor here dated 2 May. 82. Extract of a letter written by the Sergeant and Postholder at Bonthain Johan George Smidt to the Bulukumba Resident Monsieur. folio 83. Resolution taken in the Council of Policy on Sunday 4 May 1783. 84. Declaration of the Malay Daeng Padjonie dated 5 May 1783. 86. Letter from the Governor to the Bulukumba Resident Monsieur dated 5 May 1783. Letter from as aforesaid to the Salayar Resident Swart dated 6 May 1782. 87. Letter from and to the Bima Resident Meurs, dated 12 May. 88. Letter from the Governor to the Resident in Bima C:s Meurs dated 15 May 1783. 89. Letter from the Bulukumba Resident Jan Monsieur to the Governor dated 17 May 1783. Report from the former Salayar Resident A: Whijts concerning his commission carried out to the North under date of 27 May 1783. 90. Account given by the Prince of Banggai of 8 March 1783. 92. Accountability of the aforesaid interim Resident of Bima, Juhaer, concerning a certain vessel that arrived in Bima. Declaration given by various Madurese officers and non-commissioned officers dated 10 March 1783. Extract from an edict published here concerning the buying up of free people etc. 99. Maros. To the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle, Resident on the Company's behalf there. Honorable, Pious, Discreet! This serves solely to accompany the second interpreter Diederik Deefhout, who was sent by me expressly, to depart from there together with the Boni envoy to the mountain village Patoekoe, in order to hand the same over again to the mountain Regent, Karaeng Laja, wherefore Your Honor must provide the aforesaid interpreter with the necessary horses, people, and a guide, so that he may carry out his commission as expeditiously as possible. I remain meanwhile, after greetings, /:below stood:/ Your Honor's Good friend /:was signed:/ B: Reijke /:in margin:/ Makassar in Castle Rotterdam, 31 October 1782. Amboina. To the Right Honorable Sir Bernardus van Pleuren. Governor and Director there. Right Honorable Sir! With the return of my express messenger, I had the honor on 29 August last to receive Your Right Honorable's friendly letters of the 20th preceding, together with the appended signals for Your Right Honorable's Government and the also supplied considerations of the Banda Governor Seidelman, which precisely agree with the method observed by me here from the beginning, and which will also be best to continue following in order to prevent confusion. Regarding any news of our British enemies or the arrival of their ships in these regions, I refer most humbly to the reports received here on 27 September and the 14th of this month appended hereto, which in my opinion speak of one and the same ships, which were likely China traders that, out of want in said places,

Dutch transcription

Brief van den Heer Gouverneur aan den Maeros Resident van de Walle de dato 4„e Januarij 1783 fo. Brief van den Resident te Maros van de walle aan den Heer Gouverneur alhier de dato 14=e Janu: 1783. Brief van den Heer Gouverneur aan evengem: Resident dato 16 Janu: 1783„5 Berigt van den tweede tolk Deefhout doende versleeg van zijn kommissie na Tanette de dato 18=e febr: 1783. Briefje van den Heer Gouverneur aan den Boetongs Specerij-Extirpateur P: Bosamie sub dato 22=e febru: 1783. Brief van den Heer Gouverneur aan den Boelecombas resident Monsieur : de dato 7„e Maart 1783 . . .- Brief van den Bimas resident Meurs aan den Heer Gouverneur dato 20e februarij 1783 .. . . - Brief van den Heer Gouverneur en Raad alhier aan Huine Hoog= „Edelheedens te Batavia de dato 10=e maart 1783. - . . . „ 6 Brief van den Heer Gouverneur aan de Ministers te Sourabaija de dato 10=e maart 1783. . Brief van den Heer Gouverneur aan den Heer Samarangs Gouver„ „neur I:s Sieberg de dato 10=e Maart 1783 Het antwoord van den Heer Gouverneur aan den Bunas Resident. . Meurs gedateerd 10e maart 1783 . ... . : Brief van evengem: Resident aan den Heer Gouverneur dato ult„o febru: 1783 „ 70 Copia Brief van evengem Resident Meurs aan de bediendens van Timor de dato 22=e februarij 1783. . . . „ 72. - Brief van den Heer Gouverneur en Raad alhier aan Hunne Hoog= Edelheedens te Batavia de dato 19=e maart 1783 „ 73. Brief van als welmeld. aan den Ambons Gouverneur van Pleuzen en Raad dato 19=e Maart 1783. Brief als evengezegd aan den Heer Gezaghebber te Ternaten, A Corna„ „be en Raad dato 19=e Maart 1783 . - Brief van als voorengezegd aan den Resident van Boelecomba Cn Monsieur dato 19=e Maart 1783.. Brief van den Heer Gouverneur alhier aan den Heer Gezaghebber te Sourabaija van der Niepoort dato 20=e Maart 1783 Brief van evengem: aan den Heer samarangs Gouverneur I„s Sieberg daet 20=e Maart 1783. . . . . Brieff van als evengezegd aan den Bimas Resident Meirs de dato 27=e Maart 1783. . . - Brief van als even aan den saleijers Resident swart dato als evengezegd . „ 78. Brief van den Boelecombas Resident Monsieur aan den Heer Gouver= „neur de dato 10=e Maart 1783. - .. . . - -„ 79. . „ . Translaat Maleijts Brief van den Sulthan van Banjermassing Soele„ „man Sandulla gesz: aan den koning van Bonij de dato 12=e „- Maart 1783 .ƒ . Relaas gedaan door den 'sComp=s onderdaan Rade dato 15=e april 1783„ 80. Brief van den Boelecombas Resident Monsieur aan den Heer Gouver= „neur alhier de dato 2=e maij. .. „ 58. „ 74. - - - - - - -„ 82. Extact 25 . .. 1 „ . - - - „ 63. „— - - - „ 62. 7. . - . „ 7. . „ 76. . „ 77. .„ „ 75. . Extract Brief geschreeven door den zergeant en Posthouder te Bontham Johan George Smidt aan den Boelecombas Resident Monsieur. f„o 83. Resolutie genoomen in Raade van Politie op Sondag den 4=e maij 1783. - „ 84. verklaaring van den Maleijer Daeng Padjonie de dato 5=e maij 1783 „ 86. Brief van den Heer Gouverneur aan den Boelecombas Resident Mon= „sieur de dato 5=e Maij 1783 - - Brief van als evengem: aan den Saleijers Resident Swart de dato . 6„en Maij 1782. . . „ 87. : : Brief van en aan den Binces Resident Meurs, de dato 12=e Maij - „ 88. Brief van den Heer Gouverneur aan den Resident te Brma C„s Meurs de dato 15„e Maij 1783. . . . - - - - „ 89 Brief van den Boelecombas resident Jan Monsieur aan den Heer Gouverneur de dato 17en Maij 1783. . . . . . . . „ _„o Berigt van den oud Saleijers Resident A: whijts weegens zijn kommissie om de Noord gedaan sub dato 27=e Maij 1783. . . „ 90. Relaas gedaan door den vorst van Bangaij van den 8=e maart 1783. - - - - „ 92. verantwoording van den gem: prointerim Resident van Bima, Iuhaer 8 weegens zeeker op Bima aangekomen vaartuig Extract uit een alhier gepubliceert plakaat weegens het opkoopen van vrije Verklaaring gegeven door diverse Madureese officieren en onder officieren de dato 10=e Maart 1783. Menschen etc . . . . . . . „ „ 99. „ .. . Amboina Aan Den onderkoopman Bartholomeus van de Walle, Resident 'Skomp„s wegen aldaar. Deezen dient eenelijk ten geleide van den tweeden tolk Diederik Deefhout, die door mij expres werd afgezonden, om van daar benevens den Bonijze zendeling na de Berg Negorij Pa= „toekoe te vertrekken, ten einde dezelve weder over te gee„ „ven aan den Berg Regent: Praeng Laija, dierhalven moet uw E gem: tolk met de nodige paarden, volk en weg= „wijzer voorzien, op dat hij zijne Commissia ten spoedigsten kan volvoeren. Jk ben jntusschen na groete /:onderstond:/ uw E Goede vriend /:was geteek:d / B: Reijke /:in margine:/ Me„ „kassar in het Casteel Rotterdam den 31:=e October 1782. Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer wel Edele Agtbare Heer! Met de te rug komst van mijne expresse afgezondene heb jk den 29„e augustus passato, de Eere gehaed te ontfangen uwer wel Edele Agtbaare vriendelijke letteren van den 20„e bevoorens neevens de daar bij gevoegde Seinen voor uwwelEdele Agtbaare Gouvernement en de teffens gesuppediteerde consideratien van den Heer Bandas Gouverneur Seidelman, die juist met mine van het begin af aan hier omtrend g'observeerde methode overeenkomt en ook ter voorkoming van verweerring het best zeel weezen te blijven opvolgen.- Aangaande eenige tijding van onze Baitsche Vyanden of de komst hunner scheepen in deze gewesten, refereere jk mijn nedrigst aan de dezen bijgevoegde hier op den 27=e Septem¬ „ber en 14„e deezer ingekomene berigten die mijnes bedunkens van een en dezelvde scheepen spreeken, die denkelijk hinas vaarders zullen geweest zijn, dewelke gedagte plaatsen uit Gernartus van Sleuren. Gouverneur en Directeur aldaar. Eerzame, vrome, Discrete! gebrek Haros. 1 O C ƒ „

NL-HaNA_1.04.02_3653_0118 view scan ↗

English

Extract of a letter written by the sergeant and Postholder at Bontha Johan George Smidt to the Boelecomba Resident Monsieur. folio 1 Resolution taken in the Council of Policy on Sunday the 4th of May 1783. Declaration of the Malay Daeng Padjonie dated the 5th of May 1783 Letter from the Honorable Governor to the Boelecomba Resident Monsieur dated the 5th of May 1783 Letter from the same aforementioned to the Saleijer Resident Swart dated the 6th of May 1782. Letter from and to the Brinces Resident Meurs, dated the 12th of May. Letter from the Honorable Governor to the Resident at Bima C.s Meurs dated the 15th of May 1783. Letter from the Boelecomba resident Jan Monsieur to the Honorable Governor dated the 17th of May 1783. Report from the former Saleijer Resident A. rehijts regarding his commission around the North, performed under the date of the 27th of May 1783. Account rendered by the prince of Bangaij of the 8th of March 1783. Accountability statement of the aforementioned interim Resident of Bima, Iuhaer, regarding a certain vessel that arrived at Bima Declaration given by various Madurese officers and non-commissioned officers dated the 10th of March 1783. Extract from an ordinance published here regarding the purchasing of free persons etc. Amboina To the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle, Resident there on behalf of the Honorable Company. Honorable, Pious, Prudent! This serves solely to escort the second interpreter Diederik Deefhout, who was expressly dispatched by me, to depart from there together with the Bonijze envoy to the mountain village Patoekoe, in order to hand the same over again to the Mountain Regent Praeng Laija; therefore, you must provide the aforementioned interpreter with the necessary horses, people, and a guide, so that he can carry out his commission as speedily as possible. In the meantime, after greetings, I remain /signed below:/ Your Good Friend /was signed:/ B. Reijke /in the margin:/ Mekassar in Fort Rotterdam, the 31st of October 1782. Maros. To the Right Honorable Sir Gernartus van Sleuren. Governor and Director there. Right Honorable Sir! With the return of my express messenger on the 29th of August past, I had the honor to receive Your Right Honorable's friendly letters of the 20th preceding, along with the signals enclosed therewith for Your Right Honorable Government, and the considerations additionally supplied by the Governor of Banda, Mr. Seidelman, which precisely agree with the method observed by me here in this regard from the beginning and will also be best to continue following to prevent confusion. Regarding any news of our British enemies or the arrival of their ships in these regions, I refer most humbly to the reports enclosed herewith, received here on the 27th of September and the 14th of this month, which in my opinion speak of one and the same ships, which were likely China traders, who called at said places due to lack of provisions and out of fear of rejection reported themselves to be stronger than they actually were. I declare to be with all respect, /signed below:/ Right Honorable Sir /lower:/ Your Right Honorable's obliging friend /was signed:/ B.s Reijke /in the margin/ Makassar in Fort Rotterdam, the 31st of October 1782. Banda. To the Right Honorable Sir Iohan Libregt Seidelman, Governor and Director there. Right Honorable Sir. With the return on the 29th of August past of my dispatched express messenger, I have duly received Your Right Honorable's considerations forwarded to me concerning the covert style of writing in case of necessity; and since the same conforms to the method observed by me in this regard from the beginning of this war, I shall thus all the more abide by it in order to prevent confusion. Regarding any news of our British enemies or the arrival of their ships in these regions, I refer most humbly to the reports enclosed herewith, received here on the 27th of September and the 14th of this month, which in my opinion speak of one and the same ships, which were likely China traders, who called at said places due to lack of provisions and out of fear of rejection reported themselves to be stronger than they actually were. I declare to be with all respect /signed below:/ Right Honorable Sir /lower:/ Your Right Honorable's obliging friend /was signed:/ B. Reijke /in the margin:/ Makassar in Fort Rotterdam, the 31st of October Anno 1782. To

Dutch transcription

Extract Brief geschreeven door den zergeant en Posthouder te Bontha Johan George Smidt aan den Boelecombas Resident Monsieur. f„o„ Resolutie genoomen in Raade van Politie op Sondag den 4=e maij 1783. -„ verklaaring van den Maleijer Daeng Padjonie de dato 5=e maij 1783 Brief van den Heer Gouverneur aan den Boelecombas Resident Mon= „sieur de dato 5=e Maij 1783 : Brief van als evengem: aan den Saleijers Resident Swart de dato .: . - 6„e Maeij 1782. .. Brief van en aan den Brinces Resident Meurs, de dato 12=e Maij. Brief van den Heer Gouverneur aan den Resident te Bima C„s Meurs de dato 15„e Maij 1783. . - - - - - Brief van den Boelecombas resident Jan Monsieur aan den Heer Gouverneur de dato 17en Maij 1783. . . . . . . „ Berigt van den oud Saleijers Resident A: rehijts weegens zijn kommissie om de Noord gedaan sub dato 27=e Maij 1783. . . Relaas gedaan door den vorst van Bangaij van den 8=e maart 1783. . . . - verantwoording van den gem: prointerim Resident van Bima, Iuhaer 1 weegens zeeker op Bima aangekomen vaartuig Extract uit een alhier gepubliceert plakaat weegens het opkoopen van vrije Verklaaring gegeven door diverse Madureese officieren en onder officieren de dato 10e Maart 1783. Menschen etc. . . . . . . . „ F . . . „ Amboina Aan Den onderkoopman Bartholomeus van de Walle, Resident 'Skomp„s wegen aldaar. Eerzame, vrome, Discrete! Deezen dient eenelijk ten geleide van den tweeden tolk Diederik Deefhout, die door mij expres werd afgezonden, om van daar benevens den Bonijze zendeling na de Berg Negorij Pa= „toekoe te vertrekken, ten einde dezelve weder over te gee„ „ven aan den Berg Regent Praeng Laija, dierhalven moet uw E gem: tolk met de nodige paarden, volk en weg= „wijzer voorzien, op dat hij zijne Commissie ten spoedigsten kan volvoeren. Jk ben jntusschen na groete /onderstond:/ uwE Goede Vriend /:was geteek:d /: B: Reijke /:in margine:/ Me„ „kassar in het Casteel Rotterdam den 31:=e October 1782. Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer wel Edele Agtbare Heer! Met de te rug komst van mijne expresse afgezondene heb jk den 29„e augustus passato, de Eere gehaed te ontfangen uwer wel Edele. Agtbaare vriendelijke letteren van den 20„e bevoorens neevens de daar bij gevoegde Seinen voor uwwelEdele Agtbaare Gouvernement en de teffens gesuppediteerde consideratien van den Heer Bandas Gouverneur Seidelman, die juist met mijne van het begin af aan hier omtrend g'observeerde methode overeenkomt en ook ter voorkoming van verweerring het best zeel weezen te blijven opvolgen.- Aangaande eenige tijding van onze Baitsche Vyanden of de komst hunner scheepen in deze gewesten, refereere jk mijn nedrigst aan de dezen bijgevoegde hier op den 27e Septem¬ „ber en 14„e deezer ingekomene berigten die mijnes bedunkens van een en dezelvde scheepen spreeken, die denkelijk Chinas vaarders zullen geweest zijn, dewelke gedagte plaatsen uit Gernartus van Sleuren. Gouverneur en Directeur aldaar. gebrek Maros. ƒ 1 C 1 „ Banda. gebrek aan levensmiddelen aangedaan en uit vreese van afwij= „zing zig sterken opgegeven hebben dan zij waarlijk waare. jk betuige net alle agting te zijn. /onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer /:lager:/ uwwel Edele Agtbaare Dienstvaardigen vriend /:was geteekent:/ B„s Reijke in margine/ Makassar in 't kasteel Rotterdam den 31=e october 1782. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Iohan Libregt Seidelman, Gouverneur en directeur aldaar. Met de te rug komst op den 29„e augustus passato van mijn afgezondene Expresse heb jk zeer wel ontfangen uwer welEdel Agtbaare mijn toegeschikte Consideratien over de bedekte schrijf- „trand in kas van nood, en dewijl dezelve Conform is, de door mijn hier omtrend van den beginne dezer Oorlog af aan g'observeerde methode, zo zal jk mijn dus des te meer ter voorkoming van verwarring daar na gedragen. Aangaaende eenige tijding van onze Britsche vijanden of de komst hunner scheepen in deze gewesten, refereere Jk mijn nedrigst aan de dezen bijgevoegde hier op den 27=e September en 14„e deezer ingekomene berigten die mijnes bedunkens, van een en dezelfde scheepen spreeken, die denkelijk Chinaas vaarders zullen geweest zijn, dewelke gedregte plaatsen uit gebrek aan Levensmiddelen aangedaan en niet vreese van afwijzing zig sterken opgegeven hebbe dan zij waarlijk waare. jk betuige met alle agting te zijn /:onderstond:/ welEde: „le Agtbaare Heer /:laeger:/ uwer welEdele Agtbaare, Dienst„ „vaardigen vriend /:was geteekend:/ B„ Reijke /: in margine:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 31„e October: A„o 1782. welEdelen Agtbaaren Heer. Aan 1 „

NL-HaNA_1.04.02_3653_0121 view scan ↗

English

Ternaten. Makassar. Alexander Cornabé. To the Honorable, Respectable Sir, Senior Merchant and Commander there. Honorable, Respectable Sir, Having had the honor on 29 August past to receive via Amboina your Honorable, Respectable favor of 15 April prior, this serves both to acknowledge receipt thereof and to transmit the enclosed reports received here on 27 September and the 14th of this month regarding the arrival of some English ships near the village of Laboeadja, around Salemparrang, and at Boutou, although it appears to me that both accounts speak of one and the same ships, which were likely China traders that called at said places due to a lack of provisions and, for fear of rejection, presented themselves as stronger than they truly were. I declare with all respect to be, /underneath was written:/ Honorable, Respectable Sir /lower:/ your Honorable, Respectable obliging friend /was signed:/ Bs Reijke /in margin:/ Makassar in Fort Rotterdam, 31 October 1782. To the Honorable, Respectable Sir, Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc., etc. Honorable, Respectable Sir! It was this morning that I received a letter from the Bonthain postholder J. G. Smith; due to the shortness of time, I find myself obliged to forward the same herewith to your Honor. As soon as I received that letter, Honorable, Respectable Sir, I wrote to said postholder that he should, as soon as possible, in a friendly but serious manner, in my name, warn Praeng Bonthain and Ant. Goer. Tompoboloe to take care as far as possible that the enemy stayed away from the country; and also that he should order the Captain of the Javanese to ensure that his people were not dispersed but always in readiness; and furthermore, Honorable, Respectable Sir, I recommended all caution and vigilance to the aforementioned postholder. Not having dared to neglect giving your Honor notice hereof as soon as possible, I otherwise take the liberty to call myself, with all requisite high esteem and respect, /underneath was written:/ Honorable, Respectable Sir /lower:/ your Honor's humble and faithful servant /was signed:/ Sr Monsieur /in margin:/ Boelecomba in the Company's Fortress, 27 October Anno 1782. To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Prudent! Only this morning did I receive your private letter of 27 October past concerning the intention that Tankielang was said to have to attack the post of Bonthain. I shall not comment on the more than too frequently displayed unnecessary fear of that rebel, who, destitute of everything, surely cannot be capable of undertaking anything of importance against posts which, besides the gunner's mate and artillerymen, are garrisoned by 34 European soldiers and provided with the necessary cannon and firearms, not to mention a number of sixty Javanese warriors and the assistance of our subjects and those of the Boniers, of which latter the King has indeed sent open letters of assurance. And consequently, I merely recommend to you to maintain a vigilant and cautious conduct, especially regarding our own men, that they remain constantly sober and not wander about here and there away from their posts; furthermore, that the pieces of cannon and everything required for them be kept always in a proper state of use, since, if this is done, one will always be sufficiently capable of resisting a larger native force, let alone a party of marauders and vagabonds who are sometimes forced by hunger to emerge from their hiding places. This being all that I can for now order you in reply to your aforementioned letter, I remain meanwhile, with greetings, /underneath was written:/ your Good Friend /was signed:/ Bs Reijke /in margin:/ Makassar in Fort Rotterdam, 5 November 1782. To the Honorable, Respectable Sir, Barend Reijke, Governor and Director on the Coast of Celebes. Makassar. Honorable, Respectable Sir! Having duly received your Honor's most revered letter of 17 September past, I express my thanks for the translated letter from the Gusti of Barrang-Assang. I shall do my best to accommodate said prince, who seemingly is well-disposed toward the Honorable Company, with what was requested, and will shortly send a couple of envoys thither again. While furthermore, in very humble reply to your Honor's further letter of 20 September, it serves to report that I too have received private, though very conflicting, reports concerning those English ships; also, during the month of September, two large ships showing no flag were seen along here and not very far offshore by various prahu masters. However, no ship has passed through the Sape Strait this year, but very likely through the Bali Strait, for the Sumbawanese do not care enough about the Honorable Company, whether I ask them once or six times, to let me know of such matters; but the inhabitants of Sape, being Bimangese, are differently disposed and send

Dutch transcription

Ternaten. Makassar. Alexander Cornabé. Aan den welEdelen Agtbaaren Heer. Opperkoopman en Gezaghebber aldaar. Wel Edel Agtbaare Heer. Den 29„e Augustus passato mij over Amboina vereert ge= „vonden hebbende met uw welEdele Agtbaare vriendelijke van den 15„e april bevoorens zo diend dezen zo wel ter kennisgeving van dien als ter aanbieding van bijgevoegde hier op den 27„e September en 14„e deezer ingekomene berigte„ wegens de komst van eenige Engelsche scheepen bij de Ne„ „gorij Laboeadja omstreeks Salemparrang en op Boutou, schoon het mijns bedunken voorkomt dat beide de relaaten van een en dezelfde scheepen spreeken, die dankelijk Chinees vaarders zullen geweest zijn, dewelke gedagte plaet„ „sen uit gebrek aan levensmiddelen aangedaan en uit vrrese van afwijzing zig sterker opgegeven hebben dan zij waarlijk waare. jk betuige met alle agting te zijn. /onderstond:/ welEdel Agtbaare Heer /:laeger:/ uwer welEdele Agtbare Dienstvaar= „digen vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ MMakassar in het kasteel Rotterdam den 31„en October 1782. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer. Barend Heijke„ Gouverneur en directeur deezer kuste Celabes. &a &a. WelEdele Agtbaare Heer! T wees heeden morgen dat jk een briev van de Bonthijnse posthouder J: G: Smith ontvang, door de kortheid, des tijds vind jk mij genoodzaakt dezelve uwwel Edele Agtbaare bij deeze toe te zenden. zo dra jk die briev ontving welEdele Agtb: Heer! heb jk gem Posthouder geschreeven, als dat hij zo dra mogelijk in 't vriendelijke dog ernstige uit wy- i Edel f s die ke daan e hebben Welsde Dienst in der i 3. Boelecomba. uit mijn naam Praeng Bonthain & Ant. Goer. tompoboe= „loe moest waarschuuwen dat zij zo veel mogelijk zorgden, dat de Vijand van 't Land beev; en teffens dat hij aan de Capitain der Javaanen zou gelasten om te zorgen dat zijn volk niet verstrooijt maar altoos in gereedheid was„ en verders welEdele Agtbaare Heer voornoemde Posthou„ „der alle voorzigtigheid en waakzaamheid aanbevoolen Niet hebbende durven afzijn uw welEd: Agtb: hier veen zo dra mogelijk kennisse te geeven, zo neem jk voor 't overige de vrijheid met alle vereischte hoog-ag= „ting, en Eerbied wij te noemen. /onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwer welEdele Agtbaare onder= „daanige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ S„r Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in 'sComp„s Vesting den 27=e October Anno 1782. — Aan den onderkoopman M„r Simon Monsieur Resident aldaar. Eerzame, vrome, Discrete! Heeden morgen ontfang jk eerst uwE aparte brief van den 27=e october passato wegens het voorneemen dat Tankielang zoude hebben de Post Bouthain aan te doen. Jk zal mijn niet uitlaaten over de meer dan te veelmaalen betoonde on„ „nodige vrrese voor die Rebel, die van alles ontbloot immers niet in staat kan zijn iets van aanbelang te onderneemen teegens Posten die buiten de Constapelsmaat en bosschieters. met 34 Europeese militairen bezet, en van het nodige ge= „schut en geweiren voorzien zijn, uitgenomen nog een aan- „tel van Sestig Javaanse krijgers en de adsistentie onzer onderdaanen en die der Boniers, van welk laaste de koning immers opene brieven van verzeekering afgezonden heeft. En dientvolgende uw E maar rekommandeeren om een waakend en voorzigtig gedrag te houden, bijzonder omtrend. onze eigene manschappen dat die steeds nugter blijven en niet van hunne Posten verwijdert, hier en daar rond dwaa„ „len voorts dat de stukken kanons en alles wat daar „len. toe nodig is altoos in een behoorlijke staat van gebruik gehouden werden, dewijl dit geschiedende men eelthoos ge= „norgzaam tegens een grootere Jnlandsche magt, jk ge= „ruijge teegens een parthij stroopers en vagebonden, die zomtijds door horger genoodzaakt werden uit hun schuilnesten te komen, bestaanbaar zal weezen. Dit dan al het geene zijnde wat jk uwE voor eerst in antwoord van desselfs voorschreevene brief gelasten kan, zo blijf jk intusschen na groete /onderstond:/ uwE Goede Vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in het kasteel Rotterdam den 5=e November 1782. Barend Reijke, Aan Den welEdelen Achtbaaren Heer Gouverneur en Directeur ter kiste belebes. Makassar. wel ontfangen hebbende uw wel Edele Achtbaare zeer gevene„ „reerde van den 17„en September J:o verweeken betuig Jk dank voor de translaat brief van den Gustij van barrang -as= „sang, jk zal mijn best doen om dien zo 't schijnt de Ed sComp„e wel toegenegene vorst met het verzogte te gerie„ „ven en eerstdaags op nieuw een paar zendelingen dir= „waards zenden, Terwijl al verder in zeer nedrig ont= „woord op uwwelEd: Agtb: nadere van den 20=e Septembr. diend, dat jk almeede onderhands omtrend die Engelsche scheepen differente dog zeer verschillende berigten heb gekree„ „gen, ook zijn hier langs en niet zeer verre uit de wal in de maand September door differente prauwhoerders twee groote scheepen gezien die geen vleeg toonden, dan door Straat Sape is van 't jaar geen schip gepasseert, maar door straat Balij zeer apparent, want de Sumbauwa„ „reesen laaten zig aan de Ed„e komp„e of jk het hun eens of ses maal verzoek zo veel niet geleegen leggen om mijn zulks te laaten weeten, dan de Jnwoonderen van Sape zijn als Bimaneesen anders Gezint en zond Wel Edele Achtbaare Heer! my e - . „ ek. ing „ - n taend. dwaa¬ e 5

NL-HaNA_1.04.02_3653_0124 view scan ↗

English

brought such immediately to my attention, but on that same day, or on the afternoon of the 17th of this month, there arrived here in the roads to take in refreshments the Lieutenant of the indigenous navy at Banda, named Cornelis Willemsz, who was destined for the transport of the Company's papers from that Government to Batavia or Samarang, which favorable opportunity I did not dare let pass without also very respectfully informing Their High Nobles of the appearance of those keels, as appears from the enclosed copy of the letter which I present to Your Honorable in all respect, while I hope for Your Honorable's favorable interpretation thereof. Furthermore, I have the honor to inform Your Honorable that the bearer of this, being the emissaries from the King and grandees of Bima, who are crossing over to make known to Your Honorable how the Boniers, having as leaders Daeng Maroudo and Daeng Parota, have made an incursion at Potta on the Mangarij; they also request that the Honorable Company may accommodate them with some firearms, gunpowder and lead. This being all that I have to communicate most humbly to Your Honorable at this time, I take the liberty, concluding with deep respect and submission, to call myself, was underwritten: Honorable Sir, lower: Your Honorable's very humble and ready servant, was signed: C. Meurs in the margin: Bima in the Company's Fortress, the 31st of October Anno 1782. To Batavia. To His High Nobility, The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies etc., etc., etc. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Right Honorable Lords! Whereas on the 17th of this month, by separate letter from the Honorable Lord Governor of Makassar dated the 28th of September last, there was sent to me an enclosed authentic copy of the report concerning the English ships found on Salemparrang or in the Laboeadja Roads by the declarants mentioned therein; and just on that same day there arrived here to take in refreshments from Banda the Lieutenant of the Indigenous Navy, Cornelis Willemsz, destined for Samarang for the transport of the Company's papers; I deemed it my duty to communicate this to Your High Nobilities. Wherefore I also take the liberty to present in all respect to Your High Nobles the aforementioned authentic declaration together with this, in the hope that Your High Nobilities will not take this liberty of mine amiss, believing such to be my duty; while I can give Your High Nobilities no other information concerning those ships except that they have departed, and from over there they are unable to give me any certain report as to where they actually intended to go. Having commended Your High Nobilities' illustrious persons, together with the Company's weighty interests, to the protection of the Almighty, I call myself, with the greatest respect, due high esteem, and deep deference, was underwritten: High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Right Honorable Lords, lower: Your High Nobles' obedient and dutiful servant, was signed: C. Meurs. Translation of a Malay Letter written by the King and Grandees of Bima To the Right Honorable Lord, Barend Reyke, Governor and Director of this Coast of Celebes, Together with The Council. After preliminary compliments. We hereby make known to the Lord Governor that we have expressly sent the Boompriesie to Your Honorable to inquire after the well-being of Your Honorable, and at the same time to communicate regarding the poor situation of the Mangarij: that there are actually enemies there under the command of the Boniers Daeng Marandoe and Daeng Parota, who have engaged in combat there with the Bimarese residing at the village of Pota, with a request for the necessary assistance, the more so because we have no other refuge than in Your Honorable, who always seeks to look after the welfare of us and our land, and as our previous kings have always done. Thus we request Your Honorable to be pleased to show us compassion and lend a helping hand, to send us hither gunpowder, lead, and muskets, as much as Your Honorable thinks would be sufficient to hold out against the enemy at the aforementioned village of Pota. Furthermore, we recommend into Your Honorable's good favor our emissary sent thither, the aforementioned Boompriesie, and request that it may please Your Honorable to let them continue their journey hither as soon as possible with the requested assistance, for which we long with anguish. Written in the King's Palace at Bima, the 19th day of the month Djoelkaieda after the flight of Mahometh in the year 1196, being according to our reckoning the 26th of October Anno 1782.

Dutch transcription

O mij zulks onmiddelijk ter kennisse gebragt hebben, dan ten dien zelfden dage of op den 17e deezer 'Sagtermiddags kwam hier ter rheede om zig te ververschen den Luijte„ „nant der jnlandsche marine te Banda genaamt Por„ „nelis Willemst, die ter overbreng van Comp„s Papieren van dat Gouvernement na Batavia of Samarang was gedestineerd welke gunstige geleegendheid jk niet heb durven laaten voorbijgaan, om Hunne Hoog Edel= „heedens van 't verschijnen dier kielen ook zeer eerbiedig kennisse te geeven, blijkens incose Copia brief welke jk uwwel Edele Agt= „baare in allen Eerbied presenteer, terwijl jk hoope op uwwel= Edele Agtb: welduiden desweegens Overigens heb jk de Eer uwwel Edele Achtbaare te bedeelen dat brenger deezes / zijnde de Sendelingen van den Koningen Rijxgrooten van Biniae, die overvaaren om uwwel Edele Acht„ „baare bekend te maaken hoe de Boniers tot hoofden hebben „de Daeng Moroudo en Deelnig Parota een inval hebben gedaan te Potta op de Mangarij, ook verzoeken zij dat de Ed: Comp„te haar mag gerieven met eenige Geweeren kruid Dit alles zijnde wat ditmaal aan uwwelEd: Achtbaare allerneedrigt te bedeelen hebbe, gebruik jk de vrijheid mij ein= „digende met diep respect en onderdaanigheid te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer /:lager:/ uwer welEdel„ „le Achtbaare zeer onderdanige en bereidvaardigen Dienaar /:was geteekend:/ C„s Meurs /:in margine:/ Bima in 's komp„s Vesting den 31=e October A:o 1782. Aan. en Lood. 1 1 2 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere. H„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal. Neevens. De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indië etc, etc, etc; Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere, en welEdele Gestrenge Heeren! Nadien mij op den 17:e deezer bij aparte brief van den Achtb: Heer Makeessers Gouverneur gedateerd 28=e Septembr: jongstleeden is overgezonden inclose Copia Authenticq relaas omtrend de door daar in vermelde declaranten op Salem„ „parrang of ter Rheede Laboeadja gevondene Engelsche Scheepen en net ten dien zelfden dage hier om zig te ververschen van Banda aankwam den Luitenant der Jnlandsche Marine Cornelis Willemsz gedestineert na Samarang ter overbreng van 'SComp„s Papieren, zo heb jk het van mijnen pligt ge= „agt uw Hoog Edelheedens dit te moeten medeelen, waarom Jk, dan ook de vrijheid gebruike uw Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare gemelde Authenticque verklaaring neevens deze in alle Eerbied aan te bieden, in Hoope dat duw Hoog= „Edelheedens deze mijne vrijheid /:als meenende zulks van mijnen pligt te zijn:/ niet euwel zullen dunden, terwijl Jk uw Hoog Edelheedens geen ander narigt omtrend die scheepen kan geeven als dat ze vertrokken zijn, en men van ginter mij geen zeeker Bericht weet te geeven waar zij eigendlijk de wille na toe hadden. Na uw Hoog Edelheedens Jllustre perzoonen neevens Comp„s zwaarwigtige belangens in de Proterie des Aller„ „hoogsten aanbevoolen te hebben, noem jk mij met de meeste Eerbied en verschuldigde hoog-agting en diep ont„ „zag /onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare wijdgebiedende Heere en welEdele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edele Gestr: Groot Agtbaere Gehoorzame en trouwschuldige Dienaar /:was geteek:d/ C„l Meurs. an te„ Pok„ 1 ang dags en cht de are = elEde„ Comp„s 7. ranslaat Maleijdsch. Brief ge= „schreeven door den Koning en Rijx „grooten van Bima Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer. Barend Reijke, Gouverneur en Directeur deezer kuste Eelebes Neevens Den Raad. na voorafgigane Complimenten. zo maaken wij den Heer Gouverneur bekend als dat wij eene„ „lijk den Boompriesie aan uwwel Edele Agtbaare hebben afgezonden om de wetstand van uwwel Ed: Agtbaare te verneemen en met eenen te communiceeren weegens de slegten toestand van de Mangarij dat daar wezentlijk vij= „enden zijn, onder het beleid van de Boniers Daeng Ma„ „randoe en Saeng Parota die aldaar slaags zijn geweest met de Binaneesen die op de Negorij Pota woonagtig zijn, met verzoek om de nodige assistentie, te meer wil wij geen andere toevlugt hebben dan tot uwwelEd: Agtbaare die altijd het welweezen van ons en ons land zoekt te be= „hartigen en dat onze voorige koningen altijd zulks ge= „daan hebben. zo verzoeken wij uwwel Edele Agtbaare van net ons de mededogentheid te willen gebruiken en de behulpzame hand te willen verleenen, ons herwaards toe te zenden kruid, Lood en snaphaanen zo veel als uwwelEdele Agtbaare denkt dat toereijkende zoude kunnen zin, om tegens den vijand op gem: Negorij Pota te kunnen bestand houden. Wijders te kommandeeren wij in uwwelEd: Agtbaare goede genegendheid onze derwaards afgezondene zendeling Boompriesie voormeld en te verzoeken dat het uwel: „Edele Agtbaare behaagen mogte hunne reise na her= „waards hoe eerder hoe lieven te laaten vervolgen net de verzogte adsistentie daar wij met smerte na verlan„ „gen. Geschreeven in 's konings Paleis te Bima den 19„e dag van de Maand Djoelkaieda na de Vlugt van Maho= =meth jn het Jaar 3196, zijnde na onze Reekening den 26=e October Anno 1782.— Aan

NL-HaNA_1.04.02_3653_0127 view scan ↗

English

9: To The king and Grandees of Bima after customary Compliments. By the emissary Boemi Priesie ka-e, named Oesoe, dispatched hither by express, we have received your Highness's and the Grandees' letter and learned from it, with displeasure, the hostile incursion of certain Bugis under the leadership of Deetig Marandoe and Daing Paroka upon the Manggarai village Pola. The continued affection of your Highness and Grandees for the Honorable Company, as Resident Meurs assures us, has also immediately caused us to resolve to accommodate your Highness and Grandees with two small barrels of gunpowder and one pikol of lead at the cost of rd. 41 1/2 Spanish, which can always be settled against the delivery of sappanwood, while the Governor in the meantime will also not fail to address the Court of Bony with earnestness regarding the unreasonable actions of Daeng Marandoe and associates aforementioned. But concerning the firearms, we cannot accommodate your Highness and the Grandees this time, because due to the shipment this year of a lot of surplus we now have on hand no more than what is absolutely required for ourselves. Written in Makassar at Fort Rotterdam, the 9th of November Anno 1782. Report To the Right Honorable Worshipful Lord Barend Reijke, Governor and Director of this coast, made by the undersigned Chief Interpreter Gerrit Brugman, concerning his commission to the Court of Bony, in the form of a Daily Register. Sunday, the 10th of November, I was sent by the Lord Governor to the King of Bony, in order to notify His Highness, under the customary compliment of greeting, that his Right Honorable Worship had now again received letters from the Lord Governor of Ambon with a vessel sent by express to collect the goods of the Ambonese who fell victim at the village of Soepa or Neepo and were plundered there by the inhabitants, and that the Lord Governor, despite having already made representations to the King about this several times, has found everything to be in vain up to this day; therefore he once again requests that His Highness might bring about this satisfaction as soon as possible so that an end may finally come to that troublesome matter; for when the Lord Governor-General learns of these procrastinations, he will burden no one else with that charge or guilt other than the Kingdom of Bony alone, since those hostilities took place on its subordinate land and thus, as it were, were committed by its own subjects. That the King replied to this that he had already sufficiently urged his Grandees and still urged them daily to make restitution of those plundered goods, but that the cause of this satisfaction lagging so long behind may possibly be attributed to the disputes and dissensions that have arisen among themselves in the north, which has hindered it; that he requested that the Lord Governor might have the goodness to send one of the Company's interpreters to the Madanrang to urge him as well to make satisfaction of the aforementioned goods, so that he could execute the orders of the Lord Governor all the sooner. Furthermore, by order of the Lord Governor, I represented to His Highness the acts of violence committed by some Bonese against the guards on the island Poeloe Laija, to which His Highness gave as an answer that he had already long since ordered an investigation into this, but that the King nevertheless had not been able to obtain proper information to this day as to who committed this and where the vessel might have been secured, although the King will spare no further effort in this matter to obtain further information. After this, I further told the King in the name of the Lord Governor that the day before yesterday two Chinese children had been transported to the Bugis kampong by a certain Lampe and his wife, who had sold them to a certain Bugis named Latoewo for 40 Spanish rix-dollars, concerning which actions the Lord Governor likewise requested that the King would have the goodness to have the said Latoewo (who is not only guilty of this deed, but also previously murdered a Macassar at the Malay kampong, of which the King was also already notified and his person demanded) arrested, either alive or dead, as well as the transporter of the said Chinese children, Lampe, whom he would also wish to have delivered alive if possible; all of which the King promised to carry into effect and, if both are caught alive, to send them to the Lord Governor, to which end the King immediately gave orders to take them alive; whereupon I took my leave and departed. Underneath stood: Makassar, the 11th of November Anno 1782. Was signed: G. Brugman.

Dutch transcription

9: Aan Den koning en Rijxgrooten van Bima na gewoone Complimenten. Per de Expres na herwaards afgezondene zendeling Boemi Priesie ka-e, in name Oesoe, hebben wij uw Hoogheids en Rijxgrooten brief ontfangen en daar uit niet ongenoegen, ver= „noomen den Vijandelijken inval van zommige Bougineese onder beleid van Deetig Marandoe en Daing Paroka op de Mangareijse Negorij Pola, De aanhoudende genegend„ heid van uw Hoogheid en Rijxgrooter voor de Ede. kompe gelijk ons den Resident Meurs verzeekert, heeft ons ook diend„ „halven terstond doen besluiten om uw Hoogheid en Rijx= „grooten, te gerieven met twee vaatjes buskruid en Een pikol Lood voor het kostende van rd„ 41 ½, spaans dat bij de Leverantie van Sappanhout altoos kan gevonden worden terwijl den Gouverneur inmiddens ook niet zal nalaten om het Hoff van Bonij over de onredelijke gedoen„ „tens van Daeng Marandoe C: s: voormeld met erkst te onderhouden. Dog aangaande de geweiren daar mee„ „de kunnen wij uw Hoogheid en Rijxgrooten ditmaal niet gerieven, dewijl wij door de bezending in dit jaar van een parthij overtollige nu niet meer dan de absolut beno= „digde voor ons zelve aanhanden hebbe. Geschreeven te Makassar in het kasteel Rotter= „dam den 9=e November A„o 1782— Rapport A ƒ te een be S met rijn, geen die Ma„ Vij= E a e g ho en Sondag den 10„e November wierd jk door den Heer Gouverneur na den Koning van Bonij gezouden, ten einde zijn Hoogheid onder het gewoone Compliment van begroeting aan te zeggen. dat zijn welEd: Agtb: nu wederom schrijvens had ontfangen van den Heer Ambonsch Gouverneur met een Expres Ge„ „zouden vaartuig om af te haalen de goederen van de Am„ „boneesen die op de negorij Soepa of Neepo zijn vervallen geweest en aldaar door de inwoonders weezen geplundert geworden, en dat den Heer Gouverneur ongeagt al bereeds tot verscheide maalen den Koning daar over heeft doen onderhou„ „den, alles egter tot heeden vrugteloos geweest is, dierhalven nogmaals komt te verzoeken dat zijn Hoogheid dog zo spoedig doenlijk dies voldoening wilde te weege brengen op dat van die moeijelijke zaak dog eens een eijnde koome; want dat den Heere Gouverneur Generaal deze talmoeg= „tigheeden verneemende niemant anders met die Last of schult zal bezwaaren dan alleen 't Rijk van Bonij wijl die hostiliteit op zijn onderloorige Land en dus als door zijne onderdaanen zelve gepleegd zijn. Dat hier op den koning repliceerde van bereets genoegzaam zijne Rijksgrooten te hebben aangespoort en nog dagelijks aan„ „spoorde tot restitutie dier geplunderde goederen, maar dat de Oorzaak van deze zo lang agter blijvende voldoe= „ning, mogelijk toe te schrijven zij aan de geschillen en oneenigheeden welke tusschen haarlieden zelfs om de Noord„ zijn gereesen, dat zulks heeft doen verhinderen, dat hij verzogt dat den Heer Gouverneur de goedheid geliefde te hebben door een van 'S komp„s Tolken bij den Madanrang te zenden om hem meede aan te spooren tot voldoening van meergem: Goederen, op dat hij des te eerder de be„ „veelen van den Heer Gouverneur ter uitvoer konde bren„ „gen. Hebbe wijders op Last van den Heer Gouverneur gen zijn Hoogheid voorgehouden wegens de door eenige Bomers gepleegde geweldenarijen aan de wagthouders op 't Eijland PoeloeLaija, op dewelke zijn Hoogheid tot antwoord Barend Reijke, Gouverneur en directeur deezer kuste, gedaan door den ondergeteekende Oppertolk Gerrit Brugman, wegens desselfs Commissie na het Hoff van Bony, op Rapport bij forma van Dag Register Aan den welEdelen Agtbaaren Heer. gaf 4 gaf, dat bereets laenge hier na onderzoek hadde laaten doen dog dat egter den Koning tot heeden daar van geen regte narigt konde erlanigen door wie zulks gepleegd is, en waar dog het vaartuig mogt geborgen zijn, hoewel dat den Koning verders in deeze geen moeite zal spaa¬ „ren tot een nader informatie. Hier na zeide jk den Koning alverder uit naame van den Heer Gouverneur dat eergisteren twee Chineese kinderen na de kampong boeg is waare vervoerd geworden door eenen Lampe en zin wijf, die zij aan zeeker boe= „ginees Latoewo genaamt hadde verkogt voor rijxdaalders 40 Spaans - welke gedoentens den Heer Gouverneur al„ „meede verzogt dat den Koning de goedheid wilde hebben gem: Latoewo /:dewelke niet alleen aan deeze feijt schul„ „dig gemaakt, maar ook bevoorens Een Rasser aan de kempong Maleijer heeft vermoord, waar van den koning ook bereeds verwittigd was en zijn perzoon opg'eijscht/ te laaten oppakken 't zij levendig of dood, zo meede den vervoek der van gem: Chineese Kinderen Lampe die zo het mogelijk is leevendig meede te willen doen bezorgen, van welk een en ander beloofde den Koning te zullen werkstellig maaken, en zo te beide leeven= „dig gekreegen worde, aan den Heer Gouverneur te Een= „den, wager toe den Koning ook ten eersten Ordre gaf om te levendig te krijgen, waar op mijn afscheid nam en vertrok /:onderstond/ Makassar den 11=e Novembr. anno 1782 /:was geteekent:/ G„t Brugman — Aan ster gedaan Gerrit sie oning t A v llen tot s op aan„ ldoe= en Noord hy g g e gr rs land oord e aar

NL-HaNA_1.04.02_3653_0130 view scan ↗

English

Makassar. To the Honorable, Respected Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable, Respected Sir! In response to Your Honor's always much-respected letter dated the 5th of this month, which reached me yesterday, I have the honor to reply that I shall not fail to comply as much as possible with the orders contained therein. That I reported nothing to Your Honor concerning the rebel Sankielang was solely because I feared that Your Honor, learning such news from others, might hold it against me; concerning his situation, I am receiving news this very moment from Bonthain via this accompanying letter, to which I take the liberty of referring. I declare to Your Honor that I am not aware of having ever harmed the Company's subjects and their chiefs, such as Javanese and Buginese, and my fear of that rebel is therefore not so great. Indeed, I flatter myself that through God's undeserved goodness we shall remain preserved from that quarter. Furthermore, I take the liberty of sending Your Honor an apprehended boy who, according to a letter from the sergeant of Bonthain dated the 3rd of this month, is said to be a spy for Sankielang. However, the said boy, Honorable Sir, declares to me that he is innocent, and that he only confessed as much out of fear to the said sergeant, who had held a pistol to his chest. I have had no opportunity to send the said boy forward until now. For the rest, I have the honor to call myself, with due esteem and respect, was signed, Honorable, Respected Sir, lower, Your Honor's humble and dutiful servant, signed, S.n Monsieur. In the margin: Boelecomba, in the Company's fortress, the 11th of November, Anno 1782. Letter Letter from the Honorable, Respected Sir Barend Reijke, Governor and Director at Makassar and its dependencies, together with the Council, to Sultan Daimoedien, King of Boutong and its dignitaries, after customary greetings. With the arrival of Your Highness's envoys and our returned commissioners for the extirpation of spice trees, Sergeant Bosamie and associates, we have received the three letters sent to us by Your Highness and the dignitaries, as well as, via the envoys the Mantrie Rakia and associates in the past month of October, a further letter escorting the crew of the Company's wrecked sloop De Jonge Bernerd and reporting the arrival at Boutong of two English ships; in reply to all of which this serves. That, expressing our thanks for the transport provided to the aforementioned crew, we are pleased with the assurances given by Your Highness and the dignitaries regarding their unawareness of the arrival of smugglers in the harbors of Boutong, in the hope that they will also continue to guard against these practices, which are entirely contrary to the treaties. Regarding the complaints made to us by Your Highness and the dignitaries concerning the encroachment of the Bone people into Woena, and Your Highness's and the dignitaries' intention to address this with the King of Boni through an embassy, etc., we must say that this is well and good so far, and that the Governor will gladly add his support to it. However, we must also remark that, as we are assured, the Boutonese themselves are largely the cause of this by having permitted the son of Woena's king to marry a sister of the Boni Prince Arou Tanette, since it is notorious that his encroachment into Woena has thereby become even stronger. Therefore, Your Highness and the dignitaries will do well in the future to strictly forbid all marriages of Bouton subjects, and especially of dignitaries, with foreigners or other nations, as this will greatly serve the welfare of the Kingdom of Boutong and the prevention of such embroilments.

Dutch transcription

Makassar. Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en Directeur der kuste belebes. Wel Edele Achtbaare Heer! Op uwel Edele Achtbaares altoos veel gerespecteerde Letteren de dato 5„e deezer die mij op gisteren geworden zijn heb jk de bet te rescribeeren als dat jk niet in gebreeke zal blij= „den, om de daar in vervatte ordres zo veel mogelijk na te komen. Dat jk uwwel Edele Achtbaare omtrend de Rebel San„ „kielang dat geen heb gemeld is enkel geschied om reeden jk bevreest was dat uw wel Edele Achtbaare zomtijds die tijding van anderen verneemende mij zulks kwalijk zoude neemen, omtrend dies gesteldheid krijg jk op 't oogen„ „blik tijding van Bonthain door deeze neevensgaande brief waar aan jk de vrijheid neem mij te refereeren. Jk verklaar uwwel Ed: Achtbaare als dat jk niet weet mmer S komp„s onderdaanen en hunne hoofden als Iavaanen en Bougineesen geledeert te hebben, en mijn vrees voor dien Rebel is dierhalven zo groot niet, Ja flatteer mij dat wij door Gods onvertiende goedheid van die kant behouden zullen blijven. verder neem jk de vrijheid uwwel Edele Achtbaare een onde afgeliefde jonge toe te zenden die volgens schrijven van den zergeant van Bonthain bij brief van den 3„e deezer, een spion van Tankielang zoude weezen, dog gemelde Jonge welEdele Achtbaare Heer verklaart mij onschuldig te weezen, maar dat hij uit benaauwtheid aan gemelden rergeant, die hem de Pistool op de borst gezet had, zulks had bekent, jk heb geen gelegendheid gehad om gemelden jonge eerder als tans op te zenden. voor 't overige heb jk de Eer mij met verschuldigde Hoog- „agting en Eerbied te noemen /:onderstond:/ welEdele Achtbaare Heer. /:lager:/ uwwel Edele Agtbares onderdeenige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ S„n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in 'sComp„s fortres den 11=e November A„o 1782. - Brief Brief van den wel Edelen Agtb: Heer. Barend Reijke Gouverneur en Directeur te Makassar en dies Resorte neevens den Raad aan Sulthan baimoedien koning ven Boutoug en desselfs Rijxgrooten na gewoone Groete. . Met de komst uwer Hoogheids gezanten en onze te rug gekomene kommissianten ter untroeijing der specerij Boo= „men den rergeant Bosamie C: S. hebben wij ontfangen uw Hoogheids en Rijksgrooten ons toegezondene drie brie„ „ven als meede per de Gezanten den Mantrie Rakia C: I. in de J„o gepasseerde maand October een nadere brief ten geleide van de scheepelingen van 'Skomp„s veronge„ „lukte Chialoup de Ionge Bernerd en ter bekendmaa= „king van de aankomst op Boutong van twee Engelsche scheepen, in andwoord van alle dewelke diend. Dat wij dank betuigende voor het verleende trans= port dier voormelde scheepelingen ons vergenoegen in uw Hoogheids en Rijxgrooten gedaane verzeekering weegens derzelver onbewustheid van de aankomst van Smocke„ „laars in de havens van Boeton, in hoope dat dezelve ook teffens Continueeren zullen om te waaken teegen dee„ „ren alzints tegens de Contracten strijdende gedoentens. Aangaande uw Hoogheids en Rijxgrooten aan ons geda„ „ne klagten weegens den indrang der Boniers in woena„ en uw Hoogheids en Rijxgrooten voorneemen om den Koning van Bonij daar over door een gezandscheep te onderhouden etc: moeten wij zeggen voor zo verre wel te zijn en dat den Gouverneur gaarne het zijne daar zal bijvoegen, dog wij moeten ook teffens remarcqueeren, dat gelijk ons verzeekert is de Boutouders zelve hier veel oorzaak van zijn door te hebben toegestaan dat de zoon van woenas koning met een zuster van den Bonijs Prins Arou Tanette is getrouwt, dewijl daar door no= „toir hem indrang in Woena nog sterker is geworden en dierhalven zal uw Hoogheid en Rijksgrooten in het vervolg wel doen alle Huwelijken van Boutons onder= „daanen en bijzonder van Grooten niet uitlanders of andere Natien finaal te verbieden, alzo zulks groote= „lijks tot welzijn van het Rijk van Boutong en ter voorkoming van diergelijke brouwlerien strekken zal„ De en na e e n dog ij eid borst he den. d - ge ieur D 13.

NL-HaNA_1.04.02_3653_0132 view scan ↗

English

We have most respectfully requested the decision or ruling from Their High Excellencies the High Indian Government in Batavia regarding the reclaimed cannon pieces from successive ships left at Bouton, and we shall have to conduct ourselves accordingly. However, we request Your Highness and the Grandees of the Realm to act with somewhat more speed henceforth in assisting our commissioner than happened last year, as it took almost a whole month before he was enabled to begin the extirpation or eradication of these spice trees, as well as to treat him with somewhat more courtesy than seems to have taken place anno passato, whilst, as a token of our heed to the request made by Your Highness and the Grandees of the Realm, we shall no longer send the Ambonese Jacob to Boutong. The eleven slaves sent over in reduction of the Realm's debts, who were not of the best quality and of whom one died immediately shortly after their arrival, we have nevertheless accepted against the ordinary price of 40 Spanish rixdollars per head, in the hope that the remaining debit to the amount of fourteen Spanish rixdollars will be paid completely and entirely in the coming year. The arrival of two English ships in the roadstead of Bouton has greatly astonished us, and even more so that they were not only accepted at once by Your Highness and the Grandees of the Realm without turning them away, but also that they were immediately supplied with what they desired; however, since Your Highness and the Grandees of the Realm declare having done so out of fear of them, we shall, as far as it concerns us (for we cannot know how this will be received by our High Masters the Illustrious Government in Batavia), let the matter rest here, in the hope that a true fear—and no goodwill—toward that nation will indeed have been the cause of this conduct. Presently, Sergeant Pieter Bosamie is crossing over again to Bouton in the company of Your Highness's and the Grandees' returning envoys, with an escort of two common soldiers and an Ambonese woodsman, for the eradication of all the spice trees to be found under Your Highness's jurisdiction, to whom we have likewise handed the usual recognition monies for Your Highness and the Grandees to the sum of one hundred and fifty Spanish reals, trusting that Your Highness and the Grandees of the Realm, pursuant to the contents of the contract, yet as already requested somewhat more expeditiously than anno passato, will provide him the necessary assistance for that work and give strict orders that he be brought to all places where any spice trees grow, and thus the objective of this commission be fulfilled, after the completion of which we then also expect and request Your Highness and the Grandees of the Realm to dispatch him back here at once and indeed before the onset of the west monsoon. Below stood: Written at Makassar in the Castle Rotterdam the 12th of November Anno 1782. Was signed: B. Reijke. Instruction for Sergeant Pieter Bousamie, departing in the company of two common soldiers, alongside an Ambonese woodsman, to Boutong for the eradication of the clove and nutmeg trees that are to be tracked down everywhere in that Realm and subordinate islands. Honorable, pious. Since we have seen fit to send you to Bouton this year again, though somewhat earlier than otherwise, for the aforementioned purpose, we have prepared this instruction to serve for your information and observance. In the first place, you are commanded, upon your arrival at Boutong, to the King with the offering of

Dutch transcription

De decisie of uitspraak weegens de te rug gevorderde stucken kanon van Successive bij Bouton gebleevene scheepen, hebben wij van Hunne Hoog Edelheedens de Hooge Jndische Regee„ „ring te Batavia op het aller Eerbiedigst verzogt en daar na zullen wij ons dienen te gedragen. Dog wij verzoeken uw Hoogheid en Rixgrooten om voortaan, zo wel wat meerder spoed in het voorthelpen onzer„ Commissiant te willen doen maaken dan in het voorleeden jaar is geschied, dewijl het bijna een maand lang geduurt heeft eer denzelven in staat gesteld geweest is om met de Extirpatie of uitroeijing dese specerij boomen te beginnen, als ook om denzelven met eenige meerdere bescheidentheid te handelen dan er in anmo passato schijnt plaats gehad te hebben, Terwijl wij ten blijke onzer attentie op uw Hoogheids en Rixgrooten gedaan verzoek den Ambonies jacob niet meer na Boutong zullen zenden. De inmindering der Rijks schulden overgezondene Elf stuks slaaven, die niet van de beste zijn geweest en waar van kort na hun aankomst al aanstonds Een gestorven is, hebben wij egter teegens de ordinaire prijs van uijxd„ 40 Spaans de kop g'accepteert, in hoope dat het restand Debet ten bedraagen van rijxd„e veertien spaans A„o aan„ „staande geheel en al voldaan zal worden. Grootelijks heeft ons verwondert de aankomst van Twee Engelsche scheepen op de rheede van Bouton en nog grooter dat dezelve niet alleen ten eersten door uw Hoog= „heid en Rijksgrooten zonder dezelve af te wijzen zijn ge„ „accepteerd:, maar ook dat zij terstond met het begeerende zijn gerieft geworden, dan nadien Uw Hoogheid en Rijx= „grooten betuigen zulks uit bevreestheid voor dezelve te hebben gedaan, zo zullen wij in zo verre ons aangaat /:want wij kunnen niet weeten hoe dit bij onze Hooge Gebieders de Jllustre Regeering te Batavia zal opge„ nomen worden:/ het hier bij berusten laaten, in hoope dat daen ook werkelijk eene vreese - en geene goede gezint= „heid - voor die Natie de Oorzaake van deeze handel„ „wijze geweest zal zijn. Tans vaart in Gezelschap van uw Hoogheids en Rijxgrooten te rug keerende gezanten weeder na Bou= „ton over den zergeant Pieter Bosamie met een Ge= „volg van twee gemeene Militairen en een Ambonse Bosch-ganger ter uitroeijing van alle de onder uw Hoogheids ƒ 15 Hoogheids Junisdictie te vindene specrij- boomen, den wel= „ken wij teffens ter hand gesteld hebben de gewoone re= „cognitie penningen voor uw Hoogheid en Vergrooten ter Somma van Een Hondert vijftig Spaanse reaalen, in vertrouwen dat uw Hoogheid en Rijxgrooten na= „volgens den inhoud van het kontract, dog zo als reets verzogt wat Spoediger dan in anno passato, hem de nodige assistentie tot dat werk verschapfen en scherpe Or= „der stellen zullen dat hij op alle plaatsen daar eenige specerij boomen groeijen, gebragt en dus aan het oog= „merk dezer kommissie voldaan werde en na welkers volbrenging wij dan ook verwagten en uw Hoogheid en Rijxgrooten verzoeken om hem ten eersten en wel voor het doorbreeken der west mousson weder herwaards te depecheeren. /:onderstond:/ Geschreeven te Makassar in het kasteel Rotterdam den 12=e November A:o 1782. /:was geteekend:/ B„s Reijke -. Jnstructie voor den zergeant Pie= „ter Bousamie, vertreckende in ge„ „zelschap van twee Gemeene Mili= „tairen, neevens Een Amboneese Bosch-ganger na Boutong ter uit= „roeijing van de Nagul en Noote= boomen, die alomme in dat Rijk en onderhoorige Eijlanden op te speu„ „ren zijn. Eerzame, vrome. Nadien wij goed gevonden hebben uE dit Jaar weder dog wat vroeger dan wel anders na Bouton ten einde voormeld te zenden, zo hebben wij dezen Jnstructie in gereedheid gebragt om te doen dienen tot uwE narigt en observantie Jn de eerste plaats word uwE dan gelast om bij des „selfs komst op Boutong den Koning onder aanbod van ken hebben „ na E on onzer leeden. uurt heid had uw es Elf waar orven ix stand aan„ 9 ende Rijx= te Hooge oge„ hoope Zint- andel„ en Bou= Ge„ bonse w s t e zi d„

NL-HaNA_1.04.02_3653_0134 view scan ↗

English

of the customary recognition money in the sum of One Hundred fifty Spanish Rixdollars, which are given to you as usual, to request earnestly that you be brought to all places under the jurisdiction of that Realm where any Clove or Nutmeg trees are found, or suspected to be found, in order to eradicate them root and branch and destroy them by fire, and to be better able to fulfill this charge, there are also attached hereto again the copies of the usual appendices, consisting of an extract from the contract between the Honourable Company and the Realm on which the commission rests, and an Extract from the description of Dominus Valentijn, paired with Six distinct drawings, from which the Clove and Nut trees can be recognized, and which upon discovery can also be pointed out by the Ambonese wood-ranger sailing across with you, recommending you de novo to take pains, together with him and the two Private Soldiers also sailing across to assist you, to acquire the required knowledge thereof, so that you will be able to perform this work in the future yourself without the help of these people. Furthermore, you receive alongside this also again twenty-five Rixdollars for distribution to the Wood-rangers, of which, as usual, proper record must be kept in the Report to be delivered here upon your return, which we expect will be before the breaking of the West Monsoon, and on which you must therefore insist in the earnest terms with the King, as we also do in our letter now crossing over with his envoys. Another principal point of this commission being to be informed of what is happening at Bouton, in a time when navigation is open, with regard to the arrival and admission of all sorts of smugglers and illicit traders, it goes without saying that you must use every effort to discover this, and also whether at times any ships or vessels of Foreign European Nations arrive there, or have been there, as recently with the two English ships; if so, you are to inquire accurately into the trade carried on by them, or the purpose of their arrival, also about the masters of such vessels and whether they have been accommodated with one thing or another, against all which doings, occurring during your presence there, or having taken place, you will then have to protest in our name in the strongest terms, as being contrary to the content of the Contracts, and in particular the navigation or the admission there of Cerammers with spices. For the rest, only repeating once more our frequently given order not to commit any nuisance or violence against the Petty traders, or the Inhabitants of the Negorijen where you might arrive; under penalty of the utmost indignation and Strict Punishment; and lastly that in case of your demise the Commission shall devolve upon one of the two most capable soldiers also given to you for that purpose, we recommend to you in conclusion the required vigilance and prudence, and remain. It was underwritten: your friends. It was signed: M. Reijke, C. Kraane, J. M. Baserman, Mr. Jan Willem Hendrik van Rossum, I. P. de Vos, J. Bosch, J. G. Budach, and G. van Diemar. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam the 12th November Anno 1782. Extract from the Journal kept by the Assistant Interpreter Jacobus de Graaff. Saturday the 16th November Anno 1782. His Honourable Esteemed has sent me to the Madanrang to request him to be of assistance in the recovery of the goods plundered at Neepoe from an Ambonese vessel, regarding which His Honourable Esteemed had already several times made a request to His Highness the King of Bonij, and now recently had received the reply that His Highness would gladly see His Honourable Esteemed also confer with the Madanrang about it, which His Honourable Esteemed now, while a Sloop from Ambon had arrived to collect those plundered goods, came to do, requesting the Madanrang's assistance in this matter. Hereupon the Madanrang replied that His Honourable Esteemed must still have a little patience, as those of Soupa were at War with those of Neepoe over that incident, and one must see here how this would turn out, especially since those of Neepoe have placed themselves under the Datu of Tidenreng, who not only assists them but has also undertaken to urge those People to satisfaction, after which he would then send his envoy down. It was underwritten: Makassar the 16th November Anno 1782. It was signed: P. De Graaff. Translation. Malay Letter written by the Gusti Mada Mura barrang-assari at Salemparrang. To my Brother The Right Honourable Esteemed Sir. Barend Reijke Governor and Director on the coast of Celebes after preceding manifold Compliments. The Great Creator of the Universe has created us solely to live together in peace and alliance, and on that foundation I have solely hoped to maintain an eternal good understanding with Your Right Honourable Esteemed, just as we, knowing no better, have always sought to cultivate our predecessors before, and we are still doing; so this serves solely to make known that His High Esteemed previously sent a letter to my former deceased Brother the Gusti Wayang Tagga by the then Commander

Dutch transcription

van de gewoone recognitie penningen ter Somma van Een Hondert vijftig Rijxds Spaans, die uwE na den ge„ „bruike worden meede gegeven, ernstig te verzoeken om uir op alle plaatsen onder het Gebied van desselfs Rijk te doen brengen, daar eenige Nagul of Noote muscaat boomen gevonden, dan wel vermoed worden dat te vine= „den te zijn ten einde met wortel en Tak uitgeroeit en door het vuur vermilt te worden, en om aan dezen Last des te beeter te kunnen voldoen, worden hier bij ook weder gevoegd de afschriften der gewoone Bijlaagen, be„ „staande in een uitzeeksel uit het kontract tusschen D'E komp„e en het Ryk waar op de kommissie berust, en Een Ex= „tract uit de beschrijving van D„s Valentijn, gepaard van Ses onderscheidene afteekeningen, uit welke de Nagul en Noote boomen kunnen gekend, en die bij ontdecking ook nog door de met uwE overvaarende Amboneese bosch„ „ganger zullen kunnen aangeweezen worden, uw Ede Novo rekommandeerende om zig nevens denzelven en de tot uwE assistentie weder overvaarende twee Gemeene Militairen hun meede te bevlijtigen daar van de ver= „eischte kennis te verkrijgen, op dat uwE in staat ge„ „raaken, dit werk in het toekomende zonder behulp van deze lieden zelve te kunnen verrigten. Voorts krijgt uwE neevens deezen ook weder meede vijf en twintig Rijxdaalders ter uitdeeling aan de Bosch- „loopers waar van na gewoonte behoorlijke aanteekening zal, moeten worden gehouden in het Rapport alhier te doen bij uwE te rug komst, het geen wij willen verwagten dat voor het doorbreeken der Westmousson zijn zal, en waar op uwE dierhalven bij den Koning in de ernstigste termen zal moe„ „ten aandringen, zo als wij meede komen te doen bij onzen thans met zijne gezanten overgaande brief. Een ander principaal poinct van deze kommissie zijnde om g'informeert te worden wat er te Bouton omgaat, in een tijd dat de vaart open is, met opzigt tot de komst en admissie van allerleij sluijk en morshandelaars, zo spreekt het van zelve dat uwE alle devore diend aan te wenden om zulks te ontdekken, en zo meede of er zom„ „wijlen geene scheepen of vaartuigen van Vreemde Eu= „ropeesche Datien aldaar aankomen, of er geweest zijn gelijk jongst met de twee Engelsche scheepen, zo ja, ike E nauwkeurig te informeeren na hun gedreven handel, dan wel het oogmerk hunner komst, ook na de voerders van zodanige vaartuigen en of re met het een ofte aender 17 ander zijn gerieft geworden, tegen alle welke gedoentens, bij desselfs aanweezen aldaar voorvallende, of geschied zijnde, rue8 als dan uit onzen name op het kragtigste zal moeten protesteeren, als strijdig met den inhoud van de Kontrac„ „ten, en inzouderheid de vaart of het admitteeren aldaar van Cerammers met specerijen Voor het overige nog eenelijk herhaalende onze meermaa„ „len gegeven ordre, om geen overlast of geweld te pleegen omtrend de Smalle handelaars, of de Jnwoonders van de Negorijen, daar uwE mogte aankomen; : sub pene van de uiterste indignatie en Strenge Straffe en laastelijk dat in kas van uwE overleijden de Kommissie zal desolveeren op een der twee kundigste uwE ten dien einde almeede gegevene militairen, recommandeeren wij in uE ten besluite de vereischte waakzaamheid en voorzig „tigheid, en blijven. /:onderstond:/ uw E vrienden /:was geteekend:/ M„s Reijke, C:s Kraane: J„n M„n Baserman M„r Jan Willem Hendrik van Rossum, I„s P:s de Vos, J„s Bosch, J„n G„s Budach en. G:b van Diemar. /:in margine/ Makassar in het kasteel Rotterdam den 12=e 9ber A=o 1782.. Extract uit de gehoudene Aanteeke= „ning van den Ondertolk Iacobus de Graaff. Saturdag den 16=e November A„o 1782. heeft zijn Ed: Agtbaare mijn gezon„ „den na de Madanrang om dezelve te verzoeken behulpzaam te weezen in de te rug erlanging van de te Neepoe geplun„ „derde goederen van een Amboneesch vaartuig waar toe zijn Ed„e Agtbaare ook riets al aan zijn Hoogheid de Koning van Bonij verscheide keeren verzoek had gedaan, en nu laastelijk ten andwoord bekomen had dat zijn Hoogheid gaarne zoude zien dat zijn Ed: Agtb: den Madamang daar over ook geliefde te doen, onderhouden, Dat zijn Ede Agtb: nu, terwijl een Chialoup van Amibon was gekomen om die geplundende goederen af te haalen, kwam te doen, met verzoek van des Madanrangs adjude in dezen. Hier van ge¬ Re staat vre= hoeit dezen ook D'E Ex= van agul king bosch. de eene Ver= ge„ van Bosch voor op UE t zen moe¬ zijnde at komst te zom„ Ee ha te del, en k om 5 Hier op repliceerde de Madanrang dat zijn Ed: Agt„ „baare nog eenige reeinige patientie moest houden alzo die van Soupa met die van Neepoe over dat geveel in Oor= „log tegens den anderen waaren en men hier moest hoe dat dit zoude afloopen te meer die van Neepoe zig onder den Dato van Tideenreng begeven hebben, die haar niet alleen assisteert maar ook aangenomen heeft om die Menschen aan te spooren ter voldoening, wanneer hij als dan nader zijn zendeling na beneeden zoude zen„ den /:onderstond:/ Makassar den 16„e November A=o 1782 /:was geteekend:/ P„s De Graaff. Translaat. Maleijdsch Brief geschael„ „ven door den Gustij Mada Moera. barrang-assarig te Salemparrang Aan mijn Broeder Den welEdelen Agtbaaren Heer. Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter kuste Pelebes na voorafgaand veelvuldige Complimenten Den Grooten schepper van het Heel-al heeft ons gescheea„ „pen eenelijk om in vreede en verbintenisse te ramen te leeven en op dat fundament heb jk eenelijk gehoopt met uwwel Ed. Agtb: een eeuwige goede verstandhouding te houden, gelijk wij niet beeter weetende altoos onze pradecesseuren te vooren hebben zoeken te cuttineeren. en wij nog zijn doende.; zo diend deezen eenelijk ter bekendmaaking als dat zijn Hoog Edelheid te vooren aan mijn voorige overleeden Broeder den Gustij waijang, tagga Een brief door den toenmaligen Comman„ dant G . W

NL-HaNA_1.04.02_3653_0137 view scan ↗

English

commandant at Bima Alexander Lecerf, accompanied by an envoy whom he was pleased to send, has observed that time to bind himself in the closest manner to live in good friendship with the Honourable Company, and told the said Lecerf that he would endeavor to assist, and that the subordinate lands of the Honourable Company as well as ours should seek to look after the interests of the one as well as the other, and faithfully help each other in times of need; and that the said Gustij Waijang Tagga also made this known to the late Gustij Moera Madde Garrang Asjang, whereupon the said Lecerf immediately made known to the late Governor Van der Voort that His Honour had also informed Their High Mightinesses of this matter. That Their High Mightinesses were pleased at that time to order the said Governor Van der Voort that His Honour should instruct the said Lecerf to confer in person about this with the Gusty Moerae Madde Garrang Asjang, which did not take place because the said prince passed away, and when I, not my brother at that time, had assumed the realm, I spoke again about this with the said Lecerf regarding the alliance that we intend to keep with the Honourable Company, in accordance with the promise made by the Gustij Waijang Tagga. We are therefore greatly astonished that we have received no further tidings regarding this affair either from Their High Mightinesses the Honourable High Indian Government at Batavia, or from the Governor at Makassar, alongside the Resident of Bima, for which we have longed with heart and soul. For that reason we have resolved to send Your Right Honourable this letter of ours by a paduackang proa under the supervision of the juragans Intje Titang and Matib Ambab, as we are afraid that we might transgress our pledge to live in peace with the Honourable Company, all the more because we mean it out of a pure condition. We now most humbly make known to Your Right Honourable in this letter that some time ago two English ships arrived here at Salemparrang and requested to purchase from us eighty lasts of rice, along with buffaloes, chickens, and ducks, which we did not permit in the least, because we had already bound ourselves to live in an alliance with the Honourable Company; that shortly thereafter two other English ships arrived here and also requested to purchase 100 lasts of rice from us, which we likewise did not permit, since they themselves informed us that they wished to continue their voyage to Timor to meet their enemies there, and that we have learned privately through the envoy of the Resident of Bima who arrived here that the English intend to live in enmity with the Company, and that this is indeed the greatest reason why I have dispatched my most trusted juragan Intje Titang to Your Right Honourable, to inquire about this news whether it accords with the truth, because if it is so, it weighs heavily on our hearts. We also make known to our brother the Governor that we are presently in discord with the Dewa Manggis, which has already lasted four years and is not yet at an end, which is very hard on us since there are already many dead and wounded, but we have received some relief again by capturing one large and two small settlements of the Dewa Manggis. However, we cannot refrain from requesting Your Right Honourable to lend a helping hand to our juragan Intje Titang, whom we have instructed to purchase 35 pikols of iron and 16 pikols of lead, since we need it to make munitions of war from it. And to that end I have loaded my vessel with trade goods consisting of 10 koyangs of rice and 5 pikols of cotton in the hands of the said juragans, in order to sell the same there at current prices, so that I most humbly request that Your Right Honourable, after the completion of his affairs, let him resume his course hither as soon as possible, lest the west monsoon set in too fiercely and he encounter an obstructed fairway. Furthermore, since it might happen that the money from the sold trade goods is not sufficient to purchase the said iron and lead, I most humbly request Your Right Honourable to assist my said juragan with money, and with the first approaching east monsoon I shall

Dutch transcription

19 „dant te Bima Alixtan der Picerf verzeld van een zaal huen heeft gelieven toe te zenden, dat hij dien tijd waargenomen, heeft zig op het nauwste te verbinden on met de Ed komp„e in een goede vriendschap te leeven en tegens gem: Lecerf gezegt te zullen tragten te adsisteeren en dat de onderhoorige Landen van de Ed„e Eomp„e zo wel is als de onze en ouze te wel als d' Ed komp„e moest zoeken te behertigen en malkanderen, in der Noot trouw behulpzaar te zijn, en dat gem: Gustij waijang tagga zulks meede bekend gemaakt heeft aan den voorige over „liedene Gustij moeta Madda Garrang-afsang, wan= „nier gem Eecerf terstond aan den overleedene Heer Gou„ „verneur van der voort hadde bekend gemaakt, dat zijn Ed: Agtb: Hunne Hoog Edelheedens deeze zaak meede hadde te kennen gegeven. dat Hunne Hoogsdelhee„ „dens toen ter tijd gem Gouverneur van der voort hebben gelieven te gelasten, dat zijn Ed: Agtb: gem Lecerf moest opdraagen om zelfs met den Gusty Moerae Madde garrang asjang daar over te onderhouden, dat niet geschied is, wijl gem: vorst overlieden is, en jk niet mijn Broe„ „der toert ter tijd het Rijk hadde aangevaart, daar over weder met gem Lecerf hadde gesprooken weegens de verbintenisse die wij met de Ed: komp„e van rins zijn te houden, gelijk de bekoftenisse gedaan door den Gustij waijang Tagga. wij zijn daarom grootelijks verwondert dat wij zo wel van Hunne Hoog Edelheedens de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia als den Heer Gouverneur te Makassar nevens den Resident van Bima geen na= „dere tijding daar van hebben ontfangen aangaande deeze affaire daar wij met sant en ziel na hebben ver„ „langd, uit die reeden heeft ons doen besluiten uwwel= Edele Agtb tans met een praauw paduackang onder opzigt van de Juragans Intje Titang en Matib„ ambab deezen onzen Brief laaten toekomen, wijl wij bevreesd zijn dat wij ons gedaane belofte om met de Ed: komp:e in vaerde te leeven, niet mogte te buiten gaan te meer wij het uit zuijver staate mee= „nen Wij maaken uwwel Ed: Agtb: tans in deezen op 't nedrigt bekend dat voor eenige tijd geleeden hier op Salemparrang twee Engelsche scheepen zijn aangekoo= „men en van ons verzogt hebben om aggentig lasten Rijst a„ te Gustij man„ ƒ G Rijst in te koopen neevens Bussels, Hoenders en Eendvogels die wij in het minst niet hebben toegestaan om reeden wij ons bereeds hebben verbonden om met de Ed: kompe in ver„ „bintenisse te leeven, dat kort daar op nog twee andere Engelsche scheepen hier zijn aangekomen en meede van ons verzogt hebben om 100 Lasten Rijst in te koopen die wij meede niet hebben toegestaan vermits zij ons zel= „vert te kennen hebben gegeven dat de hunne Reise na Timor willen vervolgen om aldaar hunne vijanden te ontmoeten, en dat wij met de alhier overgekomene zendeling van den Resident van Bira onderhands hebben vernomen dat de Engelschen van zins zijn met de d komp„e in vijandschap te leeven, en dat dit wel„ de grooste reeden is waarom jk mijn vertrouwsten Juragaen Intje Titang bij uwwelEd: Agtb: heb afge= „vaardigt om na deeze tijding te verneemen of het zulks met de waarheid over een komt, wijl als het zo is ons zeer ter Herte gaat: Ook maaken wij onzen Broeder den Heer Gouverneur bekend dat wij tegenswoordig in tweedragt zijn met den Derva Mangis dat nu vier jaaren bereeds geleeden en nog niet ten einde is die ons zeer zwaar valt vermits al veele dooden en gekwetsten zijn maar weder eenige verligting hebbe gekreegen met het veroveren van Een groote en twee kleene Negorijen van den Deira Mangis egter kun„ „nen wij niet afzin uw wel Ed: Agtbaare te verzoeken onze Juragan jntje jitang die wij opgedraagen hebben om 35: pikols ijzer en 16 pikols Loot en te koopen, de behulpza„ „me hand te bieden dewijl wij het nodig hebben om Am= „munitie van Oorlog daar van te maaken, en heb ten dien einde mijn vaartuig met Negotie gelaaden bestaande in 10. kooijangs Rijst en 5 pikols Catoen in handen van gem: Juraegeens om het zelve door het geldende aldaar te verkoopen, dat jk nedrigst verzoeke dat uwwel Ed. Agtb: na verrigting zijner affaires, hoe eerder hoe liever zin Eours herwaards laat vervolgen een dat de westmouscor te fel doorkome en hij een belemmert vaarweeter zal aan= „tressen. Dan dewijl het mogte gebeuren dat het geld van de verkogte Negotie niet toerijkende is om gem: YJzer en Lood in te koopen dan verzoek jk uwwel Edele Agtbaare nedrigst om mijnen gem: Juragan met geld te assisteeren, zullende Jk met de eerstvoorkomende Oostmous„ sou

NL-HaNA_1.04.02_3653_0139 view scan ↗

English

and will promptly return them with thanks to Your Right Honourable. Lastly, I humbly request Your Right Honourable to purchase there for my account: armozeen silks of various colours such as purple, green, yellow, and red, three pieces of each sort, as well as a corge of fine black cassay nabungees, a pair of Dutch mirrors, a pair of large Dutch glass hanging lanterns, which I shall also return with thanks to Your Right Honourable at the first opportunity along with the others. To Den Gustij Made Moera Parrang-assang at Salemparrang. After the customary compliments. I have safely received Your Highness's friendly letter sent to me via Juragan Intje Titang, together with the present of half a coyang of rice. From it, to my particular joy, I have learned of Your Highness's continuing inclination to live in friendship with the Honourable Company, just as Your Highness has already given immediate proof of goodwill upon the arrival of the two English ships in your harbour, which nation has now become an open enemy of the Honourable Company; thus, by turning them away, Your Highness has placed us under the utmost obligation. For this reason, I have not only already instructed the Bima Resident Meurs to thank Your Highness most emphatically on behalf of the General Dutch East India Company, but also to continue to maintain all possible friendship and correspondence with Your Highness, whilst this spring I shall submit to Their High Honours the Honourable Supreme Government of the Indies at Batavia Your Highness's proposal for a closer alliance with the Honourable Company. To Your Highness's envoy, the aforementioned Juragan Intje Titang, I immediately upon his arrival here rendered all possible aid and also had assistance provided in selling the rice sent hither at forty Spanish rixdollars per last and purchasing with the proceeds the specified iron and other goods, in so far as they are currently obtainable here. The requested ironwood, being the only good piece I have on hand here, goes herewith as a small present from me, accompanied by the necessary wood for three krises, of which I could obtain no more than this among the Madurese, and even that with great difficulty. For this time, I have also exempted Your Highness's envoy from the lease of import and export duties, which otherwise must always be paid by vessels coming here to trade, exempting therefrom only embassies that arrive here solely with letters from their rulers and without carrying on any trade to that end. Written at Makassar in Fort Rotterdam, the 2nd of December in the year 1782. Was signed: Rd Reijker. To the Right Honourable Sir Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honourable Sir, During my recent presence at the post and since I returned to my post, so to speak, not a single gantang of rice nor a bundle of good paddy has been delivered, the natives claiming that the paddy for which tithes are due has mostly dried up and burned due to the heat of the sun; that in previous years they obtained roughly eight pounds of clean rice from one bundle and now scarcely four. The peoples of the Mandanlang as well as those of Anrongguru Salinko and various others, wishing to settle with the like, I have turned away, so that in the hope of a favourable interpretation I have had to accept money, since the stubborn Bonians cannot easily be forced to deliver their tithes in kind. Along with this, Your Right Honourable receives with the soldier Johannes Specht 50 Spanish rixdollars or 62½ Dutch in rupees for 1,000 bundles, respectfully requesting that the account still to be rendered by me in this regard may be credited for that amount. The remainder is largely outstanding under Datu Baringang, whose people give to know that they have orders from their principal to deliver nothing to the Resident, hoping upon the arrival of the vessel to have the pleasure of being able to account for the remainder of my administration regarding the collection to the satisfaction of His Right Honour. The tithe of Bado Tanralili has not yielded much, the fatigue and trouble endured in executing it having hardly been worth it, as the peoples of five nearby villages in these parts did not plough their paddy fields at all, and thus did not sow them either, according to their statement out of fear of fruitless labour, as has also, alas, proved evident throughout the entire district of Maros for the most part due to the continuous heat and drought that was experienced this year. Meanwhile remaining with all high esteem and due respect, Right Honourable Sir, Your Right Honourable's humble servant, was signed: Bs van de Walle. In the margin: Maros, in the fortress Valkenburg, the 30th of November in the year 1782.

Dutch transcription

21. sen uwwel Edele Agtb: in dank prompt weder restitueeren Laastelijk verzoek jk uw wel Ed: Agtb: nedrig voor mijn reekening, aldaar te willen inkoopen, Armozijnen van diverse koteuren als Purper, groene, geele en roode van ieder zoort drie stukken als meede Een borgie mooije fijne zwarte Cassainaboengee, Een paar vaderlandsche spiegels, Een paar vaderlandsche groote glaase hanglanthaarns, ziel= „lende jk meede met de Eerste gelegendheid benevens de andere uwwrel Ed: Agtb: ten dank weder restitueeren. Aan Den Gustij Made Moera Parrang-assang te Salempar„ „rang. na de gewoone Complimenten. UW Hoogheids mijn per den Iuragan Intje Iitang toegezon„ „dene vriendelijke brief neevens het present van Een halve Coijang Rijst heb jk zeer wel ontfangen. Jk heb uit de „zelve tot mijn bijzondere blijdschap mogen verneemen de aanhoudende genegendheid van uw Hoogheid om met de Ed: komp„e in vrundschap te leeven zo als uw Hoogheid ook reets dadelijke blijken van welmeenentheid gegeven heeft bij aankomst der twee Engelsche scheepen en desselfs haven, welk Natie tans een openbaare vijand van d'Ed: kompe geworden is en met welke dus af te wijzen uw Hoogheid ons ten uitersten verpligt, heeft en waar voor jk dan ook den Briinas Resident Meurs niet alleen reets gelast heb uw Hoogheid op het allerkragtigste uit naam van de Ge„ „neraale Nederlandsche Oost-Jndiasche Compagnie te bedanken maar ook om met uw Hoogheid te blijven on„ „derhouden alle mogelijke vriendscheep en Correspondentie, terwijl jk in dit voorjaar aan Hunne Hoog Edelheeden de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia zal voor= „draagen uw: Hoogheids gedaane voorstel tot eene nau„ „weke verbintenisse met de Edele kompagnie. Uw Hoogheids afgezondene, den Iuragan Intje Fi= „tang voormeld, heb jk terstond met zijn aankomst alhier alle mogelijke hulpe beweezen en ook assistentie doen zlk us ma ƒ Makaessar. doen bieden inde omzetting van de dit heen gezondene Rijst teegens veertig rijxd:s spaans het Last en inkoop daar voor van het opgegevene Yjzer en andere goederen, en zo verre die thans hier te krijgen zijn; gaande de verzogte beijsser „leij, als de eenigste goede die jk hier aan handen heb tot een kleen presentje van mijn intusschen hier neevens verzeld van het nodige hout voor drie stux kritsen waar van Jk niet meer als dit en dat nog met veel moeite onder de Madureesen heb kunnen opdoen. Jk heb ook voor ditmaal uw Hoogheids afgezondene vrijgehouden van de pagt der in en uitgaande regten, die anders, altoos voldaan moet worden door de hier ten han„ „del komende vaartuigen, zijnde daar van maar een= „lijk uitgezondert gezandschappen die enkeld met brieven van hunne vorsten en zonder eenige Negotie te drijven ten zodanigen einde hier aankomen. /onderstond:/ Geschreeven te Makassar in het Kasteel Rotter= =dam den 2=e December A=o 1782 /:was geteekend:/ R=d Reijker- Aan Den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en Directeur deezer kuste Celebes. wel Edele Agtbaare Heer Geduurende mijne jongste aanweezen â bostij en zeedert: op rijn Post ben geretourneert, is om zo te zeggen: geen gan„ „tings Rijst, nog bos goede Padij geleeverd, d' Jnlanders voorwendende dat de Padij waar voor verthiend zijn ge„ „worden: meerendeels door de hitte van de zou is verdroogt en verbrand, dat in voorige Jaaren uit een bos rui agt ponden schoone rijst hebben gehad en nu pas vier, de vol= „keren van de Madanlang zo wel als die van anron= „goeroe Salinko en nog verscheidene andere, met zoort „gelijke willende voldoen, heb dezelve van de hand gewee„ „zen, zo dat /:onder hoope van gunstige weldiiding:/ geld heb moeten accepteeren, dewijl de Bijfkoppige Boniers niet wel te noodzaaken zijn, om haare verthiening in natuura te leeveren. Bezijden 2 - 23. Bezijden dezes bekomt uwwelEdele Agtbaare met den zoldaat Iohannes Specht 50 rijxd=s spaans dan wel 62½: hollandsch aan Ropijen, voor 1000 bossen, eerbiedig verzoekende de nog door mij te verantwoordene reekening diesweegen: daar voor mag worden gecrediteerd, het resteerende staat meerendeels uit, onder Datoua Baringarig, wiens volkeren laaten weeten, dat ze Ordre van hunne principaal hebben, om niets aan den Re„ „sident te leeveren, hoopende bij overkomst d' Ex en het ge= „liek te hebben ten genoegen van Hoogst zijn Ed:e Agtb„s ver= „antwoordinge van mijne verdere administratie wegens den inzaam te zullen kunnen doen. De verthiening van Bado Tanralilie, heeft niet veel op= „geworpen, zijnde de uittestaane fatiques en moeite bij het verrigten derzelve bij na niet waardig geweest, alzo de volke= „ren van vijf deser omstreeks leggende Negorijen haare Padij velden in het geheel niet hebben beploegd, dus ook niet be„ „raaid, volgens haar zeggen, uit bedugting voor vrugteloesen arbeid, gelijk ook door de continueele hitte en daoogte die men dit Jaar heeft gehaed, in den ganschen omtrek van Maros voor het grootste gedeelte, eijlaas, eviderit is ge= „bleeken. Medlerwijlen met alle hoog-agting en verschuldigd respect blijvende. /onderstond:/ wel Edel Agtbaare Heer /:lager:/ uwwel Edele Agtb: onderdanige dienaar /:was ge„ „teekend:/ B„s van de Walle/ /:in Margine:/ Maros in 't fortres Valkenburg den 36=e November A„o 1782. — Maeros

NL-HaNA_1.04.02_3653_0142 view scan ↗

English

To the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle Resident there. Honorable, Pious, Discreet! Whereas very severe complaints have been brought before me by the Madanrang or First Minister of the Court of Bone, stating that you caused a certain woman named Maona at the village of Baleangin to be plundered in a violent manner, and moreover condemned her to a fine of two kati and two thay, amounting to a sum of 176 Spanish rixdollars, and all of this on your own authority without having given me the slightest notice of this history, whatever its context may be, as you were bound to do, while on top of that the wife and four children of the brother of Kraeng Tanette are said to have been violently carried off by the men sent out by you; you are therefore hereby ordered to elucidate to me as soon as possible how this matter stands, so that it may be decided upon in accordance with equity. Below stood: I am, after greetings: Your Good Friend. Was signed: R. Reijke. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 6th of December 1782. Maros. 25. Today, the 2nd of December 1782, there came before the first sworn interpreter Gerrit Brugman, the Bone interpreter Piede, bringing with him a certain female person named Maona, being the sister of the present mountain regent of Balotje, sent by the Madanrang, in order to inquire what the said Maona might have done wrong, that her goods were plundered by the men sent by the Maros Resident, as the said Maona on one side is a subject of Bone; whereupon the said Chief Interpreter, questioning her as to the reasons thereof, she thereupon declared the following: That a few months ago, when her brother, being the present Karaeng Balottje, came to her and asked why she had not wanted him to marry a certain female person named Djema. That she answered him: why should I forbid you to marry her, and what reason would I have to do so, for I wish nothing else than to see you married. Yet that Karaeng Boelottjie, not being satisfied with this answer, threatened her with the kris, while uttering several other improper expressions, and also ordered her to leave the land of Balottje, as she was only a Bone subject on one side; yes, even upon leaving, he repeated this prohibition several times to her. Yet that she thereupon said to him that she would not leave the land of Balottje unless she were ordered to do so by higher authority, since I do not know that I have done anything wrong, why you should treat me thus, for I have always done my best to seek your well-being; but what shall I say, you have now found other and better advisers than me; but Karaeng Balottje always threatened to set fire to her house. That after the lapse of a few days, without having any suspicion, unexpectedly the Maros sergeant accompanied by the interpreter of Maros along with three other Europeans, assisted by about 40 armed natives, having been sent by the Resident, came to her at the village of Baleangin and first asked for Maona, where she was. That the inhabitants of the said village answered them that they themselves did not know where the said Maona had gone, but that the sergeant together with the interpreter strictly threatened them to tell them where she had gone, that he absolutely needed her; yet that they, not being satisfied with that answer, went to the neighboring village of Malaghi and searched there for Maona, but not having found her there either, went back to Baleangin and plundered the house of Maona in the said village, the plundered goods consisting to her knowledge of 2 shirts, 2 kerchiefs, 80 Spanish rixdollars in cash, 1 copper sirih platter, 2 coconut water-vessels, 1 small betel box, 2 axes, 3 machetes, 1 chisel, 1 native adze, and 4 native picks, along with several other goods which she could not list because she was not present there at that time, but had fled in fear to another village; yet that the said Maona, after the plundering, came to the village to look for her goods, and arriving there, met an emissary of the Resident, who asked her why she had fled, to which she answered that she had been afraid. That the said emissary thereupon told her that she had moreover been fined by the Resident for 2 kati and 2 thay, amounting to 176 Spanish rixdollars. That to that sentence she answered that she appealed to the Governor and the Madanrang, whereupon the said emissary replied to her that if she did not immediately satisfy the said sum, he, the emissary, had orders to bring her directly to the post in Maros, for which reason she took flight hither for the second time; on which account the men sent by the Resident moreover carried off the wife and four children of the brother of Karaeng Tanette, because they had not been able to find Maona. Below stood: Makassar the 2nd of December, Anno 1782. Was signed: in characters written by Maona. In the margin: In our presence. Was signed: G. Brugman, Chief Interpreter, and D. Deefhout, Second Sworn Interpreter.

Dutch transcription

Aan den Onderkoopman Bartholomeus van de walle Resident aldaar. Eerzame, vrome, Discrete! Nadien mijn door den Madanrang of Eerste Rijxbestierder van het Bonische Hof te vooren gebragt zijn, zeer heevige klagten als dat uE zeeker vrouwsperzoon met name Mac= „na ter Negorij Balleangien op een geweldeidige wijze zoude hebben lasten plunderen en daar en boven nog gecondemneerd had in de boete van Twee katij en twee Thay, uitmaakende Eene somma van rijxd„s 176 spaans, en dat alles op eigen authoriteit zonder mijn van dit Historiaal hoedanig het ook in zijn ramenhang mag zijn, na gehoudenisse de al= „lerminste kennisse te hebben gegeven, terwijl nog boven dien door uw uitgezonden volk op een geweldadige wijze zoude zin meede gevoerd de Vrouw en vier kinderen van de broeder van Kraeng Tanette, zo word uw E bij deezen gelast om mijn ten allerspoedigsten te eucideeren hoedanig het met die zaak geleegen is, ten einde daar op na bil= „lijkheid te kunnen disponeeren. /:onderstond:/ jk ben na groete:/: uwE Goede Vriend :/ was geteekend/ R=s Reijke //:in margine:/ Makassar in het kasteel Rotterdam den 6„e December 1782. —. Maros. 25. Op Heeden den 2„e December 1782. kwam bij den Eerst gezie tolk Gerrit Brugman, den Bonies Tolk Piede, meede brengende zeeker Vrouwsperzoon, met naame Maona„ zijnde de zuster van de presente berg regent van Balotje, gezonden door de Madanrang, ten einde, te jnformeeren wat gemelde Maoria mogte misdaan hebben, dat haar Goe= „deren geplundert zijn geworden door de afgezondene van den Maros Resident alzo gedagte Maoria aan haar eene kant een Bonies onderhoorige zij, waar op gemelde Opper tolk de reeden van dien, haar ondervraegende, die daar op verklaarde het volgende. „Dat nu eenige maanden geleeden wanneer haar broeder „zijnde de presente Paarng Balottje, bij haar was ge„ „komen en gevraagt waarom dat zij niet hadde wil= „len hebben dat hij met een zeeker vrouwsperzoon „genaamt Djema zoude trouwen. „ Dat zij daar op had g'antwoord, waarom zou jk uw „verbieden om met haar te trouwen, en wat voor ree„ „den rou jk er toe hebben, want jk wensch niets an= „ders als dat jk rue getrouwt zag, „ Dog dat Eraeng Boelottjie met dit antwoord niet „te vreede wetende, zo had hij haar met de Rrito „gedreigd, onder het uiteri van verscheide andere onbe= „taamlijke Expressien, en nog haar fordonneert hebben„ „de dat zij het Land van Balottje zoude verlaaten, alzo „z' maar een Bonier aan de eene kant was, ja zelfs „in het heen gaan haar verscheide maalen, dit zijn „verbod herhaald. „ Dog dat zij daar op tegens hem heed gezegd dat zij „het Land van Balottje niet zoude verlaaten ten Eij„ „zij van hooger hand daar toe g'ordonneert, wierd, „dewijl Jk niet weet dat jk iets misdaan heb, waarom „dat ui mijn zo zoude behandelen, want jk althoos „mijn best gedaan heb om het welweezen van uw te „zoeken, dog wat zal jk zeggen, uw heeft nu andere „en beetere raadslieden gekreegen dan jk, maar kraeng „ Balottje heeft altijd gedreigt van haar Huis in den „brand te steeken. Dat na verloop van eenige daagen zonder eenige Ver„ „moeden te hebben, op 't onverzienst den Marosse „zergeant verzeld met den tolk van Maros benevens „drie andere Europeesen, g'adsisteert met ru vn 40 „ Verklaering van Maona. gewaapende = „gewaapende Jnlanders, bij haar op de Negorij Baleangin „gezouden zijnde door den Resident, ten eersten na Meona„ „gevraagt hadden waar zij zig bevindende was „ Dat de jnwoonders van gem: nagorij haar ten antwoord „hadden gegeven, dat zij leden zelfs niet wisten waar ge= „melde Maoria na toe was gegaan, maar dat den Serge„ „ant neevens den tolk haar lieden op het scherpste gedaugd „heedde om hun te zeggen waar dat zij heen was, dat 3 „hij haar absolut moeste, dog dat zij lieden met gene ant= „woord niet te vreeden zijnde na de naastgeleegen Nego„ „rij Malaghi gegaan waaren, en aldaar na Magna „gezogt hadden, dog haar daar ook niet gevonden hebbende „weder te rug na Baleangen gegaan waaren, en het „stuit ven Maoria op gem negorij gepliendert hadden, „bestaande met haar weeten de geplunderde goederen „en 2 baatjes, 2 Neusdoeken, 80 rijxd=s Spaans aan Con= „tant, 1 koopere Sieree talleeng, 2 Boesoe tallangs, 1 kin„ „bokan, 2 Beijlen, 3 parrings, 7: beijtel, 1 jnlandsche „Dissel en 4: Jnlandsche houweelen, neevens meer andere „goederen die hij niet hadden kunnen opgeven om reeden „zij die tijd daar niet present was geweest, maar uit be= „naauwtheid na een andere negorij was gevlugt, dog „dat gem: Maona na de plunderinge na de Negorie „wees gekomen om na haar goederen te zoeken, en daar „komende, een zendeling van den Resident had aange„ „troffen, die haar gevraagd hadde waarom dat zij gevlugt „was, zij daar op had g'antwoord dat zij bang was geweest. „ Dat gem: zendeling daar op teegens heer heed gezegd „dat zy daar en boven door den resident in de boete was „geslagen voor 2 kati: en 2 thaij uitmaakende rijxd=s „ 176: spaans. Dat zij op die Pondemnatie had g'antwoord dat hij zig „op de Heer Gouverneur en Madaurang had beroepen, waar „op gem: zendeling haar tot antwoord had gegeven zo zij „gemelde Somma niet ten eersten kwam te voldoen, dat „hij zendeling, als dan order hadde om haar direct na Ma= „ros inde post te brengen, waarom zij voor de tweede „maal de vlugt na herwaards had genoomen, weshalven „hadde de uitgezoudene van den Resident nog daar en „boven meede genoomen de vrouw en Vier kinderen van „de Broeder van Caaeng Tanette, om reeden dat zij lie „den Maiona niet hadden konnen vinden /:onderstond „ Makassar den 2„e December Anno 1782 /:was getee= „kent:/ met Eeracters gesteld door Maona /:in meergine:) ons present /:was geteekend:/ G„t Brugman oppertolk en D„k Deefhout tweede gezw: tolk. Aan „ ƒ A

NL-HaNA_1.04.02_3653_0145 view scan ↗

English

27. Makassar To the Honorable, Respected Mr. Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable, Respected and Commanding Lord, For weighty reasons, upon the repeated urging of the five Company regents, I am compelled to request Your Honor to come over in person together with them, in order to make a verbal report on the incident that occurred the day before yesterday, during which the undersigned was unexpectedly nearly murdered in their presence and that of the Penna Maros of the King of Boni, without having had any suspicion of it, by two Boni people named Samahielae and Lanoezoe, assisted by the son of Daeng Malimpo, both residing around a nearby Company post, the first belonging under Datoua Baringang, and the second under Arou Radja, being a slave according to tradition of Poea Balisa, the Janua of Datou Baringang here, this being an incident that has never happened for as long as the Company has had possession of Maros, consequently awaiting in all reverence Your Honor's honored orders regarding this. While remaining with all high esteem and due respect, Honorable, Respected and Commanding Lord, Your Honor's humble servant, signed, B. van de Walle In the margin: Maros in the fortress Valkenburg, the 7th of December 1782. Maros 7. Maros: To the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle, Resident there. Honorable, Pious, Discreet! Having learned from Your Honor's letter of the 7th of this month of the accident that nearly befell you, and as I judge it not expedient to continually deprive the Post of Maros of a Resident, and also having no authority to summon the Tenna Maros here as a witness thereto, I have deemed it best, before causing any stir about this, to dispatch thither as quickly as possible two members of the Council of Policy, being the Secretary Budach and the Pay Bookkeeper van Dieman, in order that, assisted by the second interpreter Deefhout and an interpreter of the King of Boni who has already departed at my request, they may record exactly from Your Honor and from those who have knowledge of those matters how the incident mentioned in that letter took place in its circumstances, so that necessary measures can then be taken concerning that as well as regarding the further requested elucidation still awaited by me concerning the complaints of the Madanrang on account of a certain woman named Maona. Which may serve both for Your Honor's information and to offer the aforementioned commissioners the required assistance in conducting the necessary investigation, and to receive them according to the character they hold. Herewith, after greetings, I remain, Your Honor's good friend, signed, B. Reijke In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 8th of December Anno 1782. 1 29. Makassar. The Junior Merchant and Secretary of Policy Johan Godfried Budach, and The Junior Merchant and Pay Bookkeeper Godlieb van Dieman. are hereby ordered to proceed immediately with the vessel already prepared to Maros, in order there, assisted by the second sworn interpreter Derfhout who is crossing with them, and an interpreter of the King of Boni who has already departed, to conduct a meticulous investigation into the complaints submitted by the Resident van de Walle regarding two Boni people named Pamahila and Panoezoe, who, supported by the son of Daeng Malimpo, were said to have nearly murdered him in the presence of the Five Company Regents and the Tenna Maros, as well as to serve me with a written report of their findings as to how far this matter lies in its true context, while for Your Honors' information I append hereto a copy of the letter written to me by the Resident on this subject, together with the answer thereto. Makassar in Castle Rotterdam, the 9th of December Anno 1782. To the Honorable, Respected Mr. Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable, Respected and Commanding Lord, Late yesterday evening, Your Honor's highly esteemed letter of the day before was duly received by me. I will hope, with favorable interpretation, that Your Honor will do me the justice of believing that I am aware of how far the bounds of discretion extend, and therefore will not knowingly and willfully overstep them; and since in my humble writing of yesterday I requested to come over together with the five Company regents, that I will then satisfactorily demonstrate the invalidity of the complaints of the Madanrang, or first Boni

Dutch transcription

27. Makassar Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en Directeur. ter kuste Cetebes. wel Edele Agtbaare en Gebiedende Heer On gewigtige reedenen ben jk op de Iterative, instantie van de vijf 'skomp„s regenten genoodzaakt, Uwwel Edele Agt= „baare te verzoeken om in perzoon te gelijk met haar over te komen, ten einde van het op eergisteren g'exteerde gevel mondelings verslag te doen bij welke gelegendheid den on„ „dergeteekende onverhoeds bij na moordang om het Leeven is gebragt, in haar lieden presentie en die der Penna Ma= „ros van Bonies Koning, zonder dat van ergwaan heb„ geweeten, door twee Roomers met naame Samahielae en Lanoezoe g'assisteert van de zoon van Daeng Ma= „limpo bijde woonagtig om een nabij 'skomp„s post, den eersten gehoorende onder Datoua Baringang, en den bes- „ten onder Arou Radja zijnde een Slaaf volgens tree= „ditie van Poea Balisa de Janua van Datou Barin= „gang alhier, zijnde een geval dat zo lang de Comp=e posessie op Maros heeft gehaed ninmer is geschied, gevolg= „lijk in alle Eerbied hier op verwagtende Hoogst uw wel= „Edele Agtb:s g'eerde ordre. Terwijl met alle hoog-agting en verschuldigd respect blijve /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare en Gebiedende Heere /:lager:/ uwer welEdele Agtb=s onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ B„s van de Walle /:in margine:/ Maros in 't fortres valkenburg den 7=e December: 1782. Maros „ a . . . 7. Maros: Aan den Onderkoopman Uit uw E brief van den 7„e deezer vernomen hebbende het denzelven bij na overgekomen ongeval, zo heb jk als niet dienstig oordeelende de Post Maros telkens van een Resident te ontblooten en ook geen magt hebbende om den Tenna Maros als getuigen daar van herwaards op te ontbieden, best g'agt alvoorens hier over eenige beweeging te maaken, ten spoedigsten twee Leeden van Politie zijnde den Se= „cretaris Budach en den zoldij Boekhouder van Dieman na derwaarts te doen overgaan, om g'adsisteert van den tweeden tolk Deefhout en een van 's konings van Bo= „nijs reets op mijn verzoek vertrokkene tolk exactelijk van uw E en van die geenen die van die taaken kennisse hebben op te neemen hoedanig het geval bij die brief ver „meld in zijn omstende is voorgevallen, ten einde daar op als dan zo wel als op de nog bij mijn verwagt worden„ „de gevorderde elucidatie nopens de klagten van den Madanrang weegens zeekere Vrouwsperzoon in naame Maona de nodigt dispositien te kunnen neemen. Het geene dan strecken kan zo tot uw E narigt als om voorsz gekommitteerdens tot het doen van het nodige onderzoek de vereischte hulpe te bieden en hun na het Caracter dat zij bekleeden te ontfangen: Hier meede blijve jk na groete /: onderstond :/ uw E: Goede Vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in mar= „gene:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 8:e December Anno 1782. — Eerzame, vrome, Discrete! Bartholomeus van de Walle„ Resident aldaar. Den 1 29. Makassar. Den onderkoopman en Sekreteris van Politie Johan Godfried Budach, en Den onderkoopman en zoldij Boekhouder Godlieb van Dieman. worden bij deezen gelast om zig ten eersten met het ingereed- „heid reets gebragte vaartuig na Maros te begeeven, om aldaar g'assisteert van den meede overvaarende tweede gezw: tolk Derfhout, en een van 's konings van Bonij reets vertrokkene tolk een naauwkeurig onderzoek te doen na des Residents van de walle opgegevene klegten wee„ „gen twee Boniers in name Pamahila en Panoezoe die hem, gesterkt van de zoon van Daeng Malimpo in presentie van de Vijf Skomp„s Regenten en den Teuna Maros bijna zoude hebben vermoord, mitsgaders van der„ „zelver bevinding in hoe verre deeze zaake in zijn wee= „rentlijk verband tegt, mijn te dienen van schriftelijk berigt, terwijl /8 tot narigt van uwE hier neevens voege Een afschrift van 'S Residents dientweegen aan mijn geschreevene brief net het antwoord daar op /:onderstond) Makassar in het Kasteel Rotterdam den 9=e December A„o 1782. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijken, Gouverneur en Directeur ter kuste Celebet. WelEdele Agtbaare en Gebiedende Heere Gisteren avond laat is, mij zeer wel geworden uwwelEd=le Agtb„s hoog g'agte brief van daags bevoorens, jk wil /:onder gunstige welduiding:/ hoopen hoogst dezelve mij het regt zal doen van te willen gelooven, dat bewust ben hoe verre de paalen van bescheidentheid strekken, dierhalven niet willens weetens zal te buiten gaan, en dewijl bij mijn Submissie schrijvens van gisteren hebbe verzogt, om te gelijk met de vijf 'sComp=s regenten over te koomen, dat als dan Satisfactoir zal aantoonen de nulliteit der klagten zo wel van de Madanaang, of eerste Bo= nies

← previousnext →