VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3653

Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3653_0148 view scan ↗

English

Ruler of the Realm, as well as of all others that are successively brought against me, that on the contrary mine and those of the Regents may find acceptance, regarding the far-reaching brutalities of the Bonians who daily seize and carry off the Company's subjects by force, just as yesterday Daang Cecila, son of Datoua Baringang, attempted to do to a subject of Boeloa sorting under the Lommo Maros. Noting here in continuation that the female person of whom Your Right Honorable has been pleased to make mention is a Company subject, being the one who aspired to the Regency of Balottje, currently usurping the governance over that district by force and unlawfully mistreating her brother, who was appointed as Praeng by Your Right Honorable, and moreover having him mistreated by his own subject, the Gallarang of Padatangang, with whom she, according to common rumor, commits adultery, and besides him with yet others, holding the Praeng's hands while giving her brother several blows, and then giving him, just as to the slaves, the leftovers of the food that she consumed with Poea Panghoke; it being to be feared that if this Maona remains any longer on Baleangien, the peoples of Balottje will defect from the Company and place themselves under the dominion of the Bonian princes, as is currently clearly evident in her conduct. As for the violent plundering, it cannot at all be proven against me, and with respect to the fine, I had her informed that if she and the Gallarang of Padatangan did not appear in person to clear herself of the offenses which her brother, the actual Karaeng, has three times in a lamentable manner reported to me against them, they would then have to pay the fine that is set for it and which both rightly deserve, and that I would give Your Right Honorable the requisite notice thereof, as I was also recently intending to do, since neither Maona nor the Gallarang of Padatangang will present themselves before me, notwithstanding that I have already summoned them up to three times; and were such conduct to exist among the Bonians, the entire family would be destroyed without mercy. It being only four or five days ago that the Karaeng, accompanied by the Soelewatang, again brought serious complaints against that imagined Regentess, namely: that she, assisted by one of her paramours, the ordinary envoy here, Poea Panghokie, has pawned eleven of the subjects at Makassar, the aforementioned Poea Panghokie being, besides an ordinary envoy, also the elder or Orang Tua of the village Soeroedjierang, who, instead of governing his village's people, abandons them and continues to live on Baleangieng, about whom the Orang Balottje also complains not a little, he seeming to govern together with Maona. Meanwhile remaining with all high esteem and due respect. Was undersigned: Right Honorable and Commanding Lord. Lower: Your Right Honorable's humble servant. Was signed: B. van de Walle. In the margin: Maros in fortress Valkenburg, the 8th of December 1782. Yet lower: PS: Beyond all the aforesaid, I can in truth testify on behalf of the Pouang of Balotje that, as young as he is, he is inspired with honest sentiments for the Company and his people, indeed inclined to peacefulness, and it were to be wished that all other Company regents might be endowed with those feelings, he preferring to be Your Right Honorable's cowherd rather than to have the name of Regent in such a manner. Makassar Saleijer Makassar To the Right Honorable Lord Right Honorable Lord The Bugis Opoerna Rappoeng is crossing over to Your Right Honorable, while this also serves to respectfully inform Your Right Honorable that the west winds are beginning to blow strongly, wherefore I fear that the cruisers will no longer be able to put to sea beyond the end of this month at the latest, on which account I request Your Right Honorable's favorable approval as to whether I shall, as in the past year, post good guards on the outer corners of this island, or rather at the required places, also requesting Your Right Honorable, if possible, to send me a vessel that can take some cargo this or the coming spring, in order to fetch a good cargo of timber, both teak and other, which latter I have had felled in such places where, according to reports, there was none, and the little that remained seemed impossible to bring here, whereas I nevertheless find myself in a position to let the Honorable Company and Your Right Honorable enjoy the true fruits thereof; for the rest recommending my person to Your Right Honorable's powerful protection, I have the honor to be with true high esteem. Was undersigned: Right Honorable Lord. Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: L. T. de Swart. In the margin: Saleijer, the 5th of December Anno 1782. To the Bookkeeper Ludovicus Theodorus de Swart, Resident there. In response to your request made by letter of the 5th of this month, to post good guards on the outer corners of your island or at the required places just as in the past year, since the cruisers, on account of the onset of the west monsoon, can no longer put to sea beyond the end of this month at the latest, I very gladly consent thereto, trusting that through your attention and care the best possible will be done to achieve what is intended thereby. Honorable, pious Barend Reijke. Governor and Director of the coast of Celebes.

Dutch transcription

„nies Rijxbestierder, als van alle andere, dewelke tegens mij successive werden ingebragt, dat daar en teegen de mijne en der Regenten: ingang, moge vinden, over de verregaande brutaliteiten van de Bomers dewelke da= „gelijx 's komp=s onderdaanen met geweld oppakken en vervoeren, zo als nog gisteren Daang Cecila zoon van Datoua Baringang heeft willen doen, aan een onderdaan van Boeloa zorteerende onder de Lommo Maros„ Ten vervolge hier noteerende dat het vrouwsperzoon waar van uwwel Edele Agtb=s heeft gelieven gewag te maaken, een 'sComp=s onderdaan is, zijnde de geene dewelke naar het Regentschap van Balottje heeft gestaan, haar tans het besteer over die Landstreek net geweld aanmatigende en haaren Broeder die door uw= wel Ed. Agtb: tot Preeng is aangesteld: ong'oorlooft mis„ „handelende, en daar en boven laat mishandelen door zijn eigen Onderdaan de glarrang van Padatangang niet denwelken zij volgens de algemeene praditie boeleert, en buiten die net nog meer andere, houdende de Praeng de handen vast wanneer te haaren broeder eenige mul= „peeren toedeelt, en dan word hem even als aan de Slaa= „ven het overschot der spijze die z' met Soea: Panghoke heeft genuttigd: gegeven, zijnde het te dugten wanneer deze Maora nog langer op Baleangien haar ver= „bijf houd, de volkeren van Balottje de kompagnie zullen afvallen, en haar onder de Heerschappij van de Bonische princen begeven, zo als tansten haaren oprigte evident Consteert. weet betreft de geweldadige plundering, zal mij min= „niet kunnen werden beweezen, en ten opzigte der boete heb jk haar laaten weeten, wanneer zij en de Glarrang van Padatangan niet in Perzoon kwamen, om haar te purgeeren over de plagten die haaren broeder den wezentlijken Cadeng „ drie maalen op een lamentabile wijze ten Lasten van hun lieden aan mij heeft te kennen gegeven, als dan de boete moesten betaalen, die er op staat en beide met regt meriteeren, en daar van aan Uwwel Ed: Agtbaare de verschuldigde kennisse zoude geeven, gelijk ook eerst= „daags van voorneemen ben geweest, vermits nog Ma= „ona nog de glarrang van Nadatangang haar voor mij willen vertoonen, des niet tegenstaande reets tot drie maalen heb ontbooden, en waare diergelijke gedoentens, onder de Bouiers g'exteert, zoude de geheele familie zouder 31 zonder Ginade verdelgt worden. zijnde pas vier 2 vijf daagen geleeden dat de Graen, verzelt. met de Soelewatang alweder grove klagten hebben ingebragt, over die imagineerde Regentesse, te weeten: dat ze g'assis= „teert met een van haare pollen den ord: zendeling alhier Poea Panghokie elf van de onderdaanen op Makassar heeft verpaend, zijnde even genoemde poece Panghokie behalven ordinaire zendeling nog de Oudste of Ourang toea van de Negorij Soeroedjierang denwelken insteede van zijn Nego= „rijs volkeren te bestieren, dezelve verlaat, en op Balean„ „gieng blijft woonen over wien Oraeng Beelettje almeede niet weinig klaagt met Maona te zamen schijnende te regeeren. midderwijlen met alle hoog-agting en verschuldigd res= „pect blijvende. /:onderstond:/ wel Edele Agtb: en Gebiedende Heere /:lager:/ uwer welEdele Agtb=s onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ B„s van de Walle. /:in margine:/ Maros in 't fortres valkenburg den 8=e Decembr: 1782: /: nog lager:/ pis: kunnende buiten alle het voorsz tot Pouangie van staen Balotje in waarheid betuigen, dat zo jong als hij is, voor de Compagnie en zijne volkeren met eerlijke sentimenten is= bezielt, ja tot vreedelieventheid geweigt, en het te wen= „schen, waare dat alle andere 'skomp„s regenten met die gevoelens mogte behebt weezen, wenschende liever koe- „wagter van uwwelEd. Agtb: te weezen, als in diervoegen de naeem van Regerst te hebben. Makassar Saleijer AMa Kassar Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Wel Edele Agtbaare Heer Den Boeginees Opoerna Rappoeng komt tot uwwel Ed: Agtb: over, wijl teffens ter g'eerde kennisse van uwwel Ed: Agtb: is dienende, dat de wette winden sterk beginnen te waaien, over zulks vreese dat de kruissers niet langer als uiterlijk derze maand zee duwen kiesen, weshalven uwwel Ed. Agtb=e gunstige approbatie verzoeke of jk zo als gepasseerde Jaar op de uithoeken deeses Eijlands dan wel op de benodigde plaat„ „sen goede wagten zal uitzetten, uwwelEd Agtb: teffens des doenelijk zijnde Jnsteerende mij een vaartuig dat wat laaden kan dit of aanstaande voorjaar te zenden ter afhaal van een goede Laading houtwerken zo Tatie als anders, welk lanste Jk het laaten kappen, op zodanige plaatsen als vol= „gens opgeven geen, en het weinige dat nog was onmo= „gelijk schren hier te kunnen brengen, daar jk mij egter in staat bevinde om d' Ed: kompagnie en uwwel Ed=e Agtb=e de waare vrugten als dan te kunnen laaten jouis= „seeren, overigens mijn perzoon in uwwel Ed. Agtbaare veel vermogende protexie recommandeere, hebbe de Eer van met waare hoog-agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:leeger:/ uw in wel Edele Agtb: onderdanige en gehoorzame; dienaar /:was geteekend:/ L T de Swart. /:in margine:/ Saleijer den 5=e December A„o 1782. — Aan den Boekhouder Ludovicus Theodorus de Swart. Resident aldaar. Op uwE bij brief van den 5=e deezer gedaan verzoek om even als in het gepasseerde Jaar op de uithoek uwes Eijlands dan wel op de benodigde plaatsen goede wrgten uit te retten, vermits de kruissers om de doorbraake der west= „mocissen niet langer als uiterlijk ultimo van deeze Maand zee duwen kiesen, Consenteere jk zeer gaarne daar in als vertrouwende dat door uw Pattentie en zorge het best mogelijke ter bereiking van het daar meede be Eerzame, vroue Barend Reijke. Gouverneur en directeur ter kuste. Celebes. „doeld

NL-HaNA_1.04.02_3653_0151 view scan ↗

English

33. intended purpose will be employed. While I will also send you as soon as possible the requested vessel for the collection of timbers. After greetings, I remain, your friend, signed: Barend Reijke. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 11th of December, in the year 1782. Barend Reijke. To the Right Honourable Sir, Governor and Director of this Coast of Celebes, Makassar. Right Honourable and Commanding Sir, Secretary Budach and the Pay Bookkeeper Van Diemeer, returning after executing their commission here, I take the liberty with due respect to present herewith to Your Right Honourable the report of Sergeant Lecerf, the interpreter Billet, and the Cannoneer Post, respectfully referring myself thereto in the hope and trust that thereby the elucidation demanded of me and still awaited regarding the complaints of the Madanrang on behalf of the female person Maoena will have been demonstrated to the utmost satisfaction of Your Right Honourable, and thus may carry your favorable approval. Kraeng Balottje having once again declared, in the presence of the Soelewatang and for the most part all his subordinate heads, that he would rather be a cowherd than be a Regent in such a manner, requesting that since neither his sister Maona nor the Glarrang of Padatangang appear, he may be permitted to come over to Your Right Honourable. It is far from the case that the people sent out by me have violently carried off the wife and many children of the brother of Kraeng Tanette. These are subjects of Pideng Belotte, who are bound and obliged to do corvée labor for the aforementioned Kraeng, Maona usurping that right and authority for herself, which is why they were brought hither in order the sooner to persuade her to appear in person before the Resident. For the rest, remaining with all high esteem and due respect, Right Honourable and Commanding Sir, Your Right Honourable's humble servant, signed: Bartholomeus van de Walle. In the margin: Maros, Fortress Valkenburg, the 14th of December, in the year 1782. Respectful Report to the Junior Merchant and Maros Resident, the Honourable Bartholomeus van de Walle, concerning the commission assigned to us, the undersigned, to the mountain village Balottje, to conduct an inquiry regarding the submitted complaints of Careng Badoltje about his sister Maona and the Glarrang of Padatangang, which reads as follows: Thursday the 14th of November: upon arrival at the village Baleanging, Maona, the Glarrang of Padatangang, and the Soelewatang of Balottje not being present, the first two mentioned, according to the general word of the Regents and several subjects, and particularly of the people from the village Lanteboeng, gave us to know that they had both departed the night before our arrival at moonset, without the prior knowledge of the Regents, nor did they know whither; but after further inquiry among the people of Lanteboeng, they declared that on the evening before the departure of the aforementioned Maona from there, they had heard from her own mouth that she wanted to go to Makassar to settle her debt to Miss Voll, the widow of the deceased Saleyer Resident Hendrik Jansz Voll. The Soelewatang, according to the statement of the repeatedly mentioned people, had gone to the village Banting Moeroeng to make offerings to his ancestors buried there. The house of the first mentioned was found uninhabited, but according to further inquiry it was learned that in that same house of Maona a female person named Amma Lautie had stayed with her four children, who shortly before our arrival there had departed from the house. Having searched thoroughly for them, the aforementioned female person with her

Dutch transcription

33. bedoeld wordende Oogmerk zal worden aangewend. . Terwijl jk uw ook zo dra mogelijk, zal doen toekomen het verzogte vaartuig ter afhaal van houtwerken. Jk ben na groete /:onderstond:/ uw E vriend /was getee= „kend:/ B„s Reijke. /:in margine:/ Makassar in het kas= „teel Rotterdam den 11„e December A:o 1782. Barend Reijke, Aen den welEdelen Agtbaaren Heer: Gouverneur en Directeur deezer kuste belebes. Makaessar. welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere Den Secretaris Budach en den zoldij Boekhouder van Die= „meer., na verrigting hunner Commissie alhier: retournee„ „rende, neeme met verschuldigde respect de vrijheid uw= „welEd: Agtb: hier neevens aan te bieden het berigt van zergeant Lecerf den tolk Billet en den Kanno= „nier Post, eerbiedig mij daar aan refereerende in hoope en vertrouwen dat daar bij de van mij gevorderde en nog verwagt wordende Elucidatie nopens de klagten van den Madanrang, voor het vrouwsperzoon Maoena ten ge= „noegen van hoogst uwwelEd: Agtb= zal zijn aangetoont en dus derzelvers gunstige approbatie mogen wegdragen, hebbende braeng Balottje andermaal in presentie van de Soelewatang en meerendeels alle zijne mindere onder„ „gestelde hoojden betuigd liever koewagter te willen weezen als indiervoegen Regent te zijn verzoekende dat vermits zijn zuster Macha nog de glarrang van Padatan= „gang niet te voorschijn komen het hem gepermitteerd mag worden tot UwwelEd: Agtb:s over te gaan; het is verre van dien dat de volkeren door mij uitgezonden op een geweldige wijze hebben meede gevoerd de vrouw en veels kinderen van de broeder van Eraeng Tanette dit zijn onderdaanen van Pideng Belotte, dewelke ge„ „houden en verpligt zijn bij even geciteerden berenghof= diensten te doen, nietigende Maona haar dat regt en gezag aan, alwaaromme herwaarts zyn gebragt ten eijnde haar des te eerder te persuadeeren om en perzoon bij den Resident te voorschijn te koomen. voor het overige met alle hoog-agting en verschuldigde te spect 1o respect blijvende /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare en Ge= „biedende Heere /:lager:/ uwer wel Edele Agtbaares on= „derdanige Dienaar /:was geteekend:/ B„s van de walle /:en margine/. Maros t: fortres Valkenburg den 14=e December A=o 1782 — Eerbiedig Berigt aan den onderkoopman en Maros Resident D' E Bartholo= „nieus van de watte weegens die aan ons ondergeteekende opgedraagene Com= „missie naar de Berg Negorij Balettje, om onderzoek te doen wegens de inge= „bragte klagtens van Careng Badoltje over zijn Ruster Maona, en de glax= „rang van Padatangang die Zuid als volgt. Donderdag den 14„e November: bij aankomst op de Negorij Baleanging: Maora, Glarrang Padatangang en de Soeleibatang van Ba= „lottje, niet present zijnde, de twee eerstgemelde volgens al= „gemeene traditie van de Regenten en verscheide Onderdaa= „nen en bijzonder van de volkeren uit 't Negorij Lante= „boeng, ons de weete gaaven dat zij beide snagts bevoorens onze aankomst met smaans ondergang waare vertrokken, zonder voorkennisse van de Regenten, ook niet weetende werwaards, dog na nader onderzoek bij de volkeren van Lanteboeng, verklaarde zij 's avonds bevooren voornoemde Maria haar vertrek van daar, uit monde van haar ge„ „hoort te hebben, dat zij naar Makassar woude gaan om haar Debet aan Mejupp„l voll de weduwe van den over= „leedene zaleijers Resident Hendk Jansz voll te voldoen Den Soekewatang volgens Gezegde van meermelde volkeren waar naar het negorij Banting Moeroeng om opperhande te doen aan zijne aldaar begravene voorouders; Het Huis van den eerstgemelde onbewoont bevonden, maar volgens nader onderzoek de weete heeft bekoomen, dat op het zelfde Huis van Maona zig een vrouws perzoon genaamd. Amma Lautie met haar vier kinderen heeft opgehouden, die kort voor onze arrive aldaar, uit het Huis waar ver„ „trocken, daar op best geogt, voormelde Vrouws perzoon met haare e

NL-HaNA_1.04.02_3653_0153 view scan ↗

English

her children, to detain them as a security and at the same time to obtain from her the best elucidation as to where the repeatedly mentioned Maona had departed, she claimed the same as the people of Lanteboeng, but with this exception, that the repeatedly mentioned Maona had said to her that she intended to spend the night at the negorij Bergina; we proceeded thither in the evening, but were unable to intercept the two first-mentioned persons. Friday the 15th of November, the interpreter with the soldier Hendrik Trouebach and some messengers went to the negorij Roembia to inquire after the repeatedly mentioned Maona and the glarrang of Padatangan, but all effort was in vain, the inhabitants of the aforementioned negorij having not seen them. Saturday the 16th, in the afternoon, an envoy with his retinue from the negorij Kassie, sorting under Aroe Radjoe, came to us, and in the name of the aforementioned Aroe asked us for what reason we had detained the aforementioned Amma Lautie with her children, since she is a Bonian native from the negorij Talankere. Whereupon our answer served, that we were not aware of having detained people or subjects of the Bougers, by whatever name called, but rather a Company's subject born under Tanette, sorting under the Craeng of Balottje, according to the unanimous testimony of the aforementioned female person and the regents. The aforementioned envoy thereupon informed us that Maona in person with her family is currently staying with the aforementioned Aroe Radjoe; we asked him whether the glarrang of Padatangang was also present there, to which he answered that he did not know or could not say for a truth, whereupon the envoy departed. The soelewattang of Balottje, after having been called twice, presented himself this evening, but since we could well perceive from his speech and further excuses for his absence that he is the principal intriguer in Maona's game against his superior Craeng, wherefore we, in order the more easily to get at the truth of all too far-reaching lies, seriously ordered him to dispatch an express messenger posthaste to Aroe Radjoe to urge him to restore the 7½ head of slaves whom Maona has taken with her, and who belong to her brother the lawful Craeng of Balottje, to him again, or else to deliver them to the Honorable Resident. Sunday the 17th, early in the morning, the soelewatang came to us, reporting that during the night a messenger of Maona named Pallo had come to him via Makassar and further via Maros, though not seen by us, and brought the news that he had delivered a letter from the Honorable Governor to the Honorable Resident, and that the aforementioned Resident had promised him to send an envoy to us to recall us, adding further that the Honorable Governor had ordered and said to Maona through the repeatedly mentioned messenger that she should go quietly to her dwelling house without being fearful of any insult. Shortly thereafter, before noon, Maona appeared at the negorij Lanteboeng, and she also forthwith sent a messenger to the soelewatang to make her arrival known to us through him, and at the same time to summon the soelewatang to her, which he, according to his words, refused, letting her know not to come to her without prior knowledge and order from us. Her arrival having been notified to us, we at the earliest summoned the four chiefs of Balottje, to wit the soelewatang, the second Craeng Boelottje, Craeng Beroanging and Craeng Merro, and asked them in the presence of their actual craeng or king as follows: 1: Who here is the lawful Craeng or king? To this served as answer from all of them: this actual one who is present here. 2: Who followed him to Macassar when he was chosen and confirmed as Regent of Balottje by the Honorable Governor? The soelewatang answered: we collectively. 3: Whether he, the soelewatang, and they had not made serious promises to the Honorable Governor to maintain this their Craeng and to grant him good counsel and deed in the administration of his regency until he reaches his years of majority? Thereto they answered: that we have promised and shall also endeavor to fulfill. 4:

Dutch transcription

35. haare kinderen, tot een verzeekering aan te houden en ge„ „lijkelijk om van haar de beste elucidatie te bekomen wer„ waards meermelte Maona wees vertrokken, zij voorgaf het zelfde als de volkeren van Lanteboeng, dog met die Exceptie dat meermelde Naona aan haar gezegd hadde. dat zij op het Negorij Bergina woude vernagten, ons 'savonds derwaarts vervoegt, dog de twee eerstgemelde Perzoo= „nen niet heeft kunnen onderscheppen. Vrijdag den 15=e November de tolk met den zoldaat Hendrik Troue „bach, met eenige sendelings naar de Negorij Roembia gegaan om na Meermelde Maora met den glarrang van Padatangan te verneemen, dog alle moeite te vergeefs, de inwoonders van voorm: negorij haarlieden niet gezien te hebben. Saturdag den 16„e Smiddags, is een zendeling met zijn gevolg uit 't Negorij Kassie zorteerende onder Aroe Radjoe; bij ons gekomen, en uit naam van voornoemden Aroe ons vragende uit wat reiden, dat wij die neermelden Amma Lautie met haar Kinderen heeft aangehouden, dewijl te een Bo= „nies inboorling is, uit het Negorij Talankere. waar op tot antwoord van ons diende, niet bewust te zijn, volke„ „ren of onderdaanen van de Bouers: hoe genaamt aange= „houden te hebben, maar wel een sComp=s onderdaan ge„ „booren onder Tanette, rorteerende onder de Praeng van Balottje, volgens eenstemmige Getuigenisse van voornoemde vrouwsperzoon en de Regenten, voormelde zendeling ons daar na verwittigde dat Maona in Perzoon met haar huis= „gezin zig tans bij voornoemden Aroe Laedjde ophoude, wij hem vragende of den glarrang van Padatangang daar ook present waar, hij antwoorde zulks niet voor de waar„ „heid te weeten of kunnen zeggen, den zendeling daar op vertrokken. Den soelewattang van Halottje na twee maalen geroepen te zijn heeft zig heeden avond ingevonden, maar dewijl wij door zijn reede en verdere Excuties van zijn ab= „sentie wel kunnen, bemerken dat hij den voornaamsten konkelaar is in het spel van Maona tegens zijn voorge„ „zette Erdeng waarom wij hem, om des te ligter agter de waarheid van alle te verregaande leugens te komen, hem ernstig gelast, rito zito een Expresse rendeling af te vaardigen aan Hroe Ladjoe om hem te onderhouden de 7½ oppen slaven dewelke Maona heeft meede genomn, en haar broeder den wettigen Eareng van Balottje toebehoorend weder om aan hem te restitueeren, of niet dan wel aan D' E Resident over te handigen. Zondag ƒ ƒ e = . met Zondag den 17„e Smorgens vroeg is de Soelewatang bij ons gekomen, be„ „rigtende dat 'sneegts een zendeling van Maona gen„t Pallo over Makassar en voorts over Maros bij hem waar gekomen /:dog van ons niet gezien:/ en de tijding gebragt, dat hij een brief van den wel Ed: Agtb: Heer Gouverneur aan D E: Resident hadde overhandigt, en dat welmelden Rresident aan hem heeft belooft, aan ons een zendeling te zenden om ons weder= „om te rug te doen roepen, nog daar bij voegende dat den wel Edelen Agtb: Heer Gouverneur aan Maona, door meerm: rendeling heeft laaten Ordineeren en zeggen, dat te haar gerust tot haar woonhuise zoude begeeven zonder voor eenige beleediging bedugt te zijn. Kort daar na des voordemiddaegs is Maona op 't Negorij Leeuteboeng opgedaagt, en heeft ze ook ipso een zen„ „deling aan den Poelewatang gezonden om door hem haare aankomst aan ons te doen bekend maaken, en den Poele„ „watang te gelijk bij haar te roepen, het welk hij volgens zijn gezegde heeft geweigert, haar laaten weeten. bij haar niet te komen buiten voorkennisse en ordre van ons, haare aankomst aan ons verwettigd hebben wij ten spoedigsten de Vier hoofden van Balottje, te weeten de Poelewatang, den tweeden Craeng Boelottje, Paeng Bero= „angieng en bareng Merro laaten roepen, en haar in proe= „sentie van haare wezentlijke kraeng of koning gevraagd als volgt. wie hier wettelijke Careng of koning is! „ Hier op diende tot antwoord van haar alle deeze wee„ „zentlijke en hier praesente: 2 wie hem naar Macassar heeft gevolgd, toen hij is verkooren en van den welEdelen Agtb: Heer Gouver= „neur tot Regent van Balottje is bevestigd. „De soelewaetang gaf tot antwoord wij gezamentlijk 3 /: of hij soekewatang en zijlieden niet serieuse beloftens aan den welEd: Agtb: Heer Gouverneur heeft gedaan, om deze haaren Cereng te mainetineeren en he goede raad en daad in het bestier van zijn Regentschap „te verleenen tot dat hij zijne mondige jaaren komt te bereijken. „Daar op hebben zij g'antwoord dat hebben wij belooft „en zal ook tragten naar te komen 4: ƒ 1: 1

NL-HaNA_1.04.02_3653_0155 view scan ↗

English

37. 4 7th: whether they were not aware that Maona mistreated her brother the Craeng or had him mistreated by the subjects, in such a manner as to have his hands held fast by the Glarrang of Padatangang so that she could all the more safely unleash her wrath upon him and execute it, namely giving him punches in his face so that his cheeks and mouth were swollen from it, and even after he took flight from the house she threw pieces of firewood after him, and whether they, by remaining silent about such mistreatment of their Craeng, fulfilled their promises made to the Right Honourable Lord Governor in such a manner, and for what reason she permitted such a thing. The Soelewatang gave as an answer: that is known to us, but we thought and sought to settle the dispute between the two of them and seek to reconcile them again with one another as brother and sister, which is why, after my last return from Makassar, I also earnestly reproached Maona for her bad mistreatment of her brother and continued conduct, and sought through my admonitions and reproaches to guide her to better sentiments, but alas, it is evident to see that she pays little heed to them. 5th: why he as soelewatang did not personally present himself before the Honourable Resident to put forward the complaints against Maona. He answered that he was not aware that the Craeng, his son, departed for Maros to lodge his complaint. This answer of the Soelewatang was contradicted by the craeng, declaring that he spoke to the soelewatang about it and gave him notice, but that the Soelewatang absented himself the day thereafter. 6th: whether they, according to the laws of the land, well knew what punishment was due to the person who raises or stretches out his hand to strike or mistreat his Craeng or King! Unanimously they answered: we know that. Hereupon the actual Craeng Balottje spoke with tears in his eyes, to the effect that if his sister Maona, who seeks to usurp the regency in a sinister manner, should continue at Baleanging, he would then most humbly plead with the Right Honourable Lord Governor for dismissal from the Regency, fearing not only that his sister Maona, the imagined Regentess, would incite the subjects to rebellion against him, but that he as well as his mother and sisters were not safe in their lives day and night from the evildoers of aforesaid sister's following. Furthermore, we gave the soelewatang and the Regents to understand that we were sent by order of the Honourable Resident to bring Maona together with the glarrang of Padatangang in person before the mentioned Resident, so that they might clear themselves of the complaints made about them by the craeng Balottje; if they did not consent to this, that the Honourable Resident would then make them pay the fine standing thereon of 88 Spanish rixdollars each, and would render a due report thereof to the Right Honourable Lord Governor. The Soelewatang, having gone to them to inform them of the aforesaid, gave us to understand upon his return from her that she had no intention of going to Maros, much less of paying a fine without the prior knowledge of Arou Ladjoe, adding further that if we did not ipso facto deliver Ammapantie with her children, the aforementioned Aroe would come hither with his force and compel us to it. The soelewatang was immediately sent back to her, having her informed that no Company's servant sent on the Company's business could be deterred from their resolve by the name of a Bonese Arou Ladjoe and his force, cost what it may even if it were life itself, and that the Honourable Company had provided no other servants than us, and that we were also ready to await and meet the aforementioned Arou, also having her invited through the Soelewatang in the friendliest manner to come to us in order to be able to conduct the aforementioned conversation with her, or whether she would prefer that we went to her residence, and that she should not fear any molestation or violence. Thereupon served as an answer from Maona that she would come to us, but in the meantime she saw fit to take to her heels to the settlement Malaengie, whither we had the soelewatang pursue her in order to persuade her once again to go with us

Dutch transcription

37. 4 7„e of het haarlieden niet bewust waar dat Maona „haar broeder den Coaing mishandelde of door de Onder= „daanen liet mithandelen, in maniere van hem de han„ „den door den Glarrang van Padatangang vast te laa= „ten houden op dat hij des te veijliger haar greemschap op hem kunnen oeppenen, en ten uitvoer brengen, te weeten vuistslagen te geeven in zijn gezegt dat zijne wangen en mond daar ovan opgezwollen waaren, en hem nog naar dat hij de Vlugt van het Huis nai met stuc„ „ken van brandhout agter na heeft gesuerten, en op zijlieden, met stilzwijgendheid over zulke mislande „ling teegens haaren Craeng hunne beloftens aan den wel Edelen Agtb: Heer Gouverneur gedaan op zulk reijze naarkwame, en uit wat hoofde dat zij zulks toeliet „ Den Soelewatang gaf tot antwoord, dat is ons be= „wust, maar wij hebben gedagt en getragt, die twee spall tusschen haar beiden te slegten en haar weder als broeder en zuster net malkanderen zoeken te veree= „nigen, waarom jk ook naar mijn laaste te rug komst van Makassar, Maona haar slegte mishandeling, ter= „gens haar broeder en voorgezette bedeng, ernstig heeft voorgehouden, en getragt door mijne vermaaninge en reproches tot beetere Sentimenten op te leijden, maar bijlaas het is evident te blijken dat ze aan dezelve weinig gehoor verleend. 5/ waaerom dat hij als soekewatang niet zelfs in Per= 4 „zoon zig bij de E Resident hadde vervoegt om de kleeg= „tens teegens Maonae voor te dragen. Hij antwoorde dat het hem niet bewust waar dan den Craerig, zijn zoon: naar Maros vertrok om zijn beklag te doen. Deeze antwoord van den Soelewatang wierd door den bereng gecontradiseert, declareerende dat hij den soekewatang daar over heeft gesprooken en kennisse gegeven, maar dat den Poelewatang zig 's anderen daags daar na heeft g'absenteert. 6: of zijlieden volgens 'sLands wetten wel wiste, wat straf den geenen toekwam, die zijn hand opligt of uitstrekt tot slaan of mishandelen van zyn Craene of Koning! Eenpaarig antwoorde zij, dat weeten wij met Hier op sprak den wezendlijken Craen detottje met de traanen in zijn oogen, invoegen dat in aldien zijn zuster Maora die zig op een simistre wijze het regentschap zoekt aantematigen aantemaatigen te Baleanging zoude Continueeren, hij dan op het allerdemoedigste den welEdelen Agtbaaren Heer Gouverneur, om ontslag van het Regentschaep woude smee= „ken, bedugt niet alleen dat zijn zuster Maona de imagi= „neerde Regentesse de onderdaanen tot opstand teegens hem zoude ophitsen, maar dat hij zo wel als zijn moeder en rus= „ters bi nagt en ontijde voor de quaaddoenders van voornoem„ „de zijn zusters aanlang haaleeven niet verzeekert waaren. Voorts gaven wij de soelereaitang en de Regenten te verstaan; dat wij uit ordre van D'E Resident gezonden waare om Maona met den glarrang van Padatangang in Perzoon, bij wemelden Resident te brengen, op diet zij hun tegens de van bareng Balottje over haar gedaane klagtens kunne purgeeren, zulks niet inwilligde, dat dan DE Resident hun zoude doen betaalen die daar op staande boete â 88 rd=s spaans ieder en daar van den wel E:delen Agtb: Heer Gouver= „neur verschuldigd verslag zoude doen. Den Poelewatang naar hun lieden gegaan om haar het voorsz: te verwittigen, gaf ons bij te rug komst van haar te verstaan dat hij niet g'intentioneerd was om na Maros: te gaan veel minder geld boete te betaalen zonder voerkennisse van Arou Ladjoe, nog daar bij voegende dat in aldien wij Amma pantie met haar kinderen niet ipso facto uitleeverde dat den voornoemden Aroe met zijn magt herwieards zoude komen; en ons daar toe doen dwingen. Den soekewatang aanstonds weder na haar gezonden haar latende zeggen dat te geen Comp„s dienaar gezonden in 's Comp„s affaires met de naam van een Boniese Arou Ladjoe en zijn magt van haar besluit kunnen afschrik= „ken, het mogte kosten wat het kost alwaar ook het leeven, en dat dE Comp:e niet meerder dienaar als wij voorzien waar, en dat wij ook gereed waaren voornoemden Trou af te wagten en te gemoed te gaan, haar ook door den Soelewatang op het vriendelijkste bij ons liet inviteeren„ om voornoemde gesprek met haar te kunnen voeren of dat hij liever zoude zien dat wij ons ten woonhuise van haar zoude begeven, en dat ze voor geen molest of gewel= „denarij bedugt zoude zijn. Daar op diende tot antwoord van Maona dat ze bij ons zoude komen maar intusschen tijd heeft ze goed gevon„ „den het hase pad te kiesen naar de Negorij Malaengie werwaards wij haar van den soelewatang heeft laaten agtervolgen om haar nog eens te persuadeeren om met ons ..

NL-HaNA_1.04.02_3653_0157 view scan ↗

English

to enter into conversation with us; the soelewatang sent us word that they would come to us the next day, but since we can place no faith in such promises, after the necessary warnings to the Soelewatang and the other Regents regarding their Craeng, to keep a watchful eye on him, we departed from there back to Maros on Monday the 18th. Meanwhile, remaining with due respect and high esteem, honorable sir, your honor's humble servants, was signed: C: Lecert, J.s Billet, and O: C: Post. In the margin: Maros, the 20th of November Anno 1782. Barend Reyke. To the Honorable, Venerable Lord Governor and Director of this coast of Celebes. Honorable Venerable Lord, Pursuant to your honor's esteemed written order of the 9th of this month, we, the undersigned express commissioners, accompanied by the sworn interpreter Diederik Steefhout, proceeded to Maros to conduct a careful investigation into the complaints submitted by Resident van de Walle concerning two Bonians who nearly murdered him in the presence of the five Company's Regents and the Iennang Maros, how the same occurred in its circumstances. We arrived there that same evening and handed over to the Resident there your honor's venerated letter given to us. The following day, we summoned all the chiefs of the Maros plains, together with the Jennang Maros or the head of the Bonians, as well as all such persons who were reported to us as having been present at the incident that befell the Resident during the meeting, all of whom appeared before us on the 11th, in the presence of the Bonian interpreter Piedé, who had also departed thither on this commission, and the Maros interpreter Jacobus Billet, under translation by the aforementioned interpreter Steefhout and in the presence of the Resident D.E. van de Walle. They all unanimously declared that this matter took place and occurred in such a manner as indicated by the minutes we kept on the said day to clarify this matter, which on the following day, or the 12th, were read aloud again to all the chiefs, who persisted therein. Therefore, in order not to make a duplicate account of this matter, we take the liberty of most humbly referring to it, and trust that your honor will clearly perceive therefrom the incident and what gave rise to it. Furthermore, we cannot fail to dutifully bring to your honor's esteemed knowledge that all the Maros chiefs have lodged very grave complaints about the excessive and daily increasing insolence and outrages of the Bonians in that district, and that the said Regents very politely requested us to present this to your honor, which we promised them we would fulfill, and pursuant thereto we take the liberty of setting down here this request made most humbly to us, in hope of a favorable interpretation. Also, the Resident D.E. van de Walle, who as said before was present at the investigation on the 11th of this month and of whom we requested further disclosure regarding this matter if he were aware of anything more concerning it, replied to us that he continued to refer to his letters already sent regarding this incident. Wherewith, hoping to have fulfilled the charge entrusted to us to your honor's satisfaction, we take the liberty to subscribe ourselves with the deepest respect and high esteem, honorable venerable lord, your honor's very humble and obedient servants, was signed: J.n G.d Budach, and P.ls van Diemar. In the margin: Maros, the 14th of December 1782. Wednesday

Dutch transcription

39 ons in gespaek te gaan, den soelewatang boodschapte ons dat ze anderen daags bij ons woude koomen, maar dewijl 7 wij op zulke beloftens geen geloof kunnen refereeren, zijn wij na benodigde vermeeningen aan den Soelewatang ende overige Regenten, ten opzigte van hunnen Craeng, om op hem 't wreakend oog te houden, zijn wij Maandags den 18=e van daar weder te rug na Marbs vertrokken. Terwijl intusschen met verschuldigde Respect en Hoog- agting blijve /:onderstond:/ welEdel Heer /:lager:/ uwer wel= Edelens onderdanige Dienaaren /: was geteekend:/ C: Lecert J„s Billet- en O: C: Post /:in margine:/ Maros den 20=e November A„o 1782. —. Barend Reyke, Aan Den welEdelen Agtbaaren Heer Gouverneur, en Directeur deezer kuste Celebes. WelEdele Agtbaare Heer Jngevolge de g'eerde schriftelijke ordre van uwwelEdele Agtbaare van den 9„e deezer, hebben wij ondergeteekende Expresse gecommit„ „teerdens verteld van den gezwooren tolk Diederik Deefhout ons begeeven na Maros, tot het doen van een naauwkeurig onderzoek na des Residents van de walle opgegevene klag= „ten, weegens Twee Boniers, die hem in presentie van de vijf 'skomp„s Regenten en den Iennang Maros bijna zouden hebben vermoord, hoedanig dezelve in zijn omstande is voor- „gevallen, alwaar wij dan dien zelfden avond g'arriveerd zijn, en uwelEdele Agtbaare gevenereerde ons meede gegevene Missive aan den Resident aldaar overhandigt hebben, San= „derendaags zijn door ons ontbooden geworden de gezament= „lijke Hoofden van de vlaktens Maros, neevens den Tennarg Maros of het Hoofd der Boniers, mitsgaders nog alle zoda„ „nige Perzoonen die ons zijn opgegeven bij het geval dat den Resident in de vergadering is overgekomen present ge= „weest te zijn, welke ook alle op den 11=e voor ons zijn gecompareerd, in presentie van den in deeze Commissie meede derwaards vertrokkene Bonijs Tolk Piedé en den Maros Tolk Iacobus Billet onder Vertaaling van gedagte Tolk steefhout en ten overstaan van den Resident DE. „ D E van de Wille, dewelke alle eenpaarig verklaard hebben dat deeze zaak zodanig in zijn verband lag en voorgevallen was, als de Notul welke wy opgezegde dag tot opheldering van deeze zaak gehouden hebben komt aan te wijzen, wel= „ke Seenderendaags of den 12=e aan de gezamentlijke hoof„ „den weederom is voorgeleesen geworden en welke daar bij zijn blijven perzisteeren, weshalven wij om geen dub= „beld verhaal van deeze zaak te doen de vrijheid nee„ =men ons daar aan ootmoedigst te refereeren, en vertrou= „wen dat daar uit uw welEd. Agtb=e klaarblijkelijk zal son„ „steeren het geval en wat daar toe heeft aanleiding ge= „geeven. Voorts kunnen wij niet afzijn uwwel Edele Agtbaare bij deezen schuldpligtig ter g'eerde kennisse te brengen, dat alle de Marosche hoofden, zeer groote klagten hebben inge„ „bragt over de verregaande en dagelijks horneemende stoutigheeden en geweldenarijen van de Boriers in die Landstreek, en dat gedagte Regenten ons zeer beleefdelijk verzogt hebben zulks aan uwwel Edele Agtbaare voor te draagen, het geen wij hun belooft hebben te zullen naar= „komen, en neemen ingevolge van dien de vrijheid dit hun ootmoedigst aan ons gedaan verzoek, in hoop van een gunstige welduiding hier ter needer te stellen. Ook heeft den Resident d E: van de Walle die bij het on„ „derzoek gelijk voorengezegt op den 11=e deezer preesent is geweest, en aan wien wij omtrend deeze zaak nader ope= „ning verzogten, zo hem nog iets dientweegen mogte bewust weezen ons ten antwoord gediend; zig te blijven refereeren weegens dit geval aan zijne reets. verzondene brieven. Waar meede verhoopende aan de ons opgedragene Last ten genoegen van uwwel Edele Agtbaare voldaan te hebben: neemen wij de vrijheid ons met den diepsten Eerbied en hoog-agting te onderschrijven . /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:laeger:/ uwer welEdele Agtb„s Zeer onderdani= „ge en gehoorzame dienaaren /:was geteekend:/ I=n G=d Budach, en P=ls van Diemar /:in margine:/ Maros den 14=e December 1782 —. Woensdag - .

NL-HaNA_1.04.02_3653_0159 view scan ↗

English

Wednesday 11 December Ao 1782 in the morning at half past ten o'clock appeared before us, the undersigned special commissioners, the following Company regents of the plains of Maros, the Lompo Maros, Glarrang of Bontog, Craeng Tanralilie, Craeng Simbang and Glarrang of Taukoeroe, constituting the heads of the native assembly of this province, together with the Jennang of Maros or the head of the Boneans, furthermore also the Soelewatang of Craeng Simbang, Glarrang Kassiedjala, the new and the dismissed, Glarrang Sangalea, Glarrang Baniaga, the envoys Eeere Manginrorroe, Radja, Caretoetolo, and the market sergeant Bapa Polie, who, through the interpretation of the sworn interpreter Deefhout, in the presence of the Maros interpreter Billet and Bone interpreter Piede, being questioned concerning the complaints brought forward by Resident van de Walle regarding two Boneans, Samahiela and Lanoezoe, who, supported by the son of Daeng Malimpo, would recently have almost murdered him in their presence, where this matter actually originated from and how it holds together in context, as they were all present at the time of the incident, for the investigation of which we have been commissioned by a written order from the Right Honorable Gentleman Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes, so they have unanimously declared the following to us in that regard and stated for the truth that it occurred as follows. That the Bonean Lanoezoe some time ago had taken a boy as a pledge in the Topbord, who was taken from him without knowing by whom; that thereupon Toea Koba, also a Bonean, was said to have told Lanoessoe, if you pay me for it I will tell you who stole your boy; whereupon Lanoessoe answered, it is well, I shall give you twenty riksdollars if you point him out to me, whereupon Toea Koba replied, Male bought him and Mania sold him, and he was transported to Makassar with my vessel. That upon the complaints brought by Lanoessoe to Datoe Baringang concerning this matter, the Datoe had sent an envoy to the interpreter Israel Pietersz at Maros to investigate the matter, and that according to Lanoessoe Israel had summoned Mania several times, but that he had not appeared, and that due to delays in this matter it had gone so far that the old Jennang Maros had meanwhile passed away and Israel was relieved from here. That Lanoessoe, seeing that no progress was made on his case, had gone himself to the settlement of Manappa belonging under Craeng Simbang, and had there taken away the wife of Maira along with her child, both being Company subjects, for his claim. That over this act Craeng Simbang had come to complain to the Resident, who thereupon immediately sent the interpreter Billet along with Hendrik Trouwerbagh to Lanoessoe to demand the return of those people, but that Lanoessoe answered the interpreter that he knew nothing of those abducted people, and that Samahiela might possibly have done it, though the claim was actually his, which the interpreter also reported. That the next day the Resident sent the envoy Pola Tjeemmoe to the Jennang of Maros to make the matter known and to claim those people for the Company, the said Jennang had answered that he had no power over those two insolent fellows Samahiela and Lanoessoe, and that he had been told that the abduction was said to have taken place on the order of Datoe Baringang, and therefore let it be known that it would be well if the Resident sent to Datoe Baringang to have those people demanded back there. That the Jennang came himself to the Resident the next day and, discussing this matter together, they thought it proper that each should send an envoy, namely from Bone Toborittoe and from the Company Kare Mangenroeroe, together with the Soelewatang of Craeng Simbang, to the Datoe to make the case known to him, as was also done, and whereupon the Datoe answered that he had never given orders for the abduction of those people, but had indeed referred Samaila to the interpreter Israel to seek his justice there,

Dutch transcription

41 woensdag den 11=e December A„o 1782 's voordemiddags om half Elf uuren verscheenen voor ons ondergeteekende Expresse gecommit= „teerdens; de volgende 's Comp„s Regenten van de vlaktens van Maros, Den Lomino Maros, Glarrang van Bontog, Craeng Tanralilie, Craeng:s Simbang en glarrang van Tau„ „koeroe, uitmaakende de Hoofden der Jnlandsche vergade= „ring van deeze provintie, mitsgaders den Jennang van Maros of het Hoofd der Bouiers, voorts nog de Soelewa= „tang van Craeng Simbang, Glarrang Kassiedjala, de nieuwe en de afgezette, glarrang Sangalea, Glarrang Baniaga, de zendelingen Eeere Manginrorroe, Radja, Caretoetolo en den zergeant passar Bapa Polie dewelke onder vertaaling van den gezwe Tolk Deefhout, ten over= „staan van den Maros Vlk Billet. en Bonijs Tolk Piede ondervraagt zijnde nopens de ingebragte klagten van den Resident van de Walle, weegens twee Boniers Samahiela en Lanoezoe die hem, gesterkt van de zoon van Daeng Malimpo in haar presentie onlangs bijna zouden hebben vermoord, waar uit deeze zaak eigentlijk herkomstig is en hoe dezelve in zijn verband legt, als alle te dier tijd bij het voorval present geweest zijnde, tot onderzoek van welke wij bij een schriftelijke ordre van den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke„ Gouverneur en Directeur deezer kuste Celebes gecommitteerd zijn, zo hebben zij het volgende dien aangaande aan ons eenpaarig opgegeven en voor de waarheid gedeclae= „reerd zig aldus te hebben toegedragen. Dat den Bonier Lanoezoe voor eenigen tijd Een Jonge in 't Topbord in pand genomen hebbende, die hem ont= „tooten is geworden, zonder te weeten door wie; Dat daar op Toea Koba ook een Bonier, teegen Lancessoe gezegd zoude hebben, jndien gij mij voor betaald zal jk uw zeggen wie uw jonge gestoolen heeft; waar op Lanoessoe antwoorde, het is goed jk zal uw Twen„ „tig Rijnde geeven, als gij mij dat aanwijst, waar op Poea koba repliceerde, Male, heeft hem gekogt en Manma verkogt en hij is met mijn vaartuig na Makassar getransporteerd geworden. Dat op de ingebragte klagten van Lanoessoe aan Datoe Baringang hier over gedaan, Datoea een sendeling aan aan den tolk Israel Pietersz na Maros had: ge= „zonden, om na de zaak onderzoek te doen, en dat Israel volgens het zeggen van Leenoessoe verscheide Rei„ „sen Mania had laaten, roepen dog dat die niet verscheenen was, en dat met talmen in deeze zaak het zo verre is geloopen, dat de Oude Jennang Maros intusschen is komen te overleiden, en Israel van hier verlost geworden. Dat Lanoessoe ziende geen werk van zijn zaaken maaken, zelf na de negorij Manappa gehoorende on„ „der Craeng Simbang, was gegaan en daar de vrouw van Maira neevens haar Rind zijnde beide 'sComp=s onderdaanen voor zijn pretensie haed weggenomen. 1 Dat over dat bedrijf Paaang Simbang, bij den Resi„ „dent was komen klagen, die daar op ten Eersten den Tolk Billet neevens Hendrik Trouwerbagh naar Pa= „noesse had gezonden om die menschen te reclameeren dog dat Lanoessoe hem tolk g'antwoord heeft. niets van die geroofde menschen te weeten, en dat moge= „lijk Samahiela het konde gedaan hebben, dog dat de pretensie eigentlijk de zijne is, het welk den Tolk ook gereepporteerd heeft. Dat 's anderen daags den Resident den rendeling Pola Tjeemmoe na den jennang van Maros gezonden heeft, om het geval bekend te maaken, en die menschen voor de Comp=e op te Eijsschen, gedagte Tennang g'ant= „woord hadde, geen magt over die twee brutaale knaapen Samahilee en Panoessoe te hebben, en dat hem gezegt is geworden, dat het wegvoeren, op ordre van Patoea Baringang geschied zoude zijn, en derhalven liet weeten dat het goed waare dat de Resident na Datoe Barin„ „gang zond, om daar die menschen te laaten afeijs= „schen. Dat den Pennang 's anderen daags zelfs bij den Resident is gekoomen en deze zaak verhandelende te zamen goed gevonden hadden, ieder een zendeling te weeten van Bonie Toborittoe en van de Comp=e hare Mangen= „roeroe neevens den soelewatang van Eraeng Simbang na den Deetoea te zenden om hem het geval bekend te maaken, gelijk ook geschied is en waar op Datoea g'antwoord heeft, nimmer ordre te hebben gegeven tot het wequeemen van die menschen, maar wel Samaila na den Tolk Israel geweezen te hebben om daar zijn Regt,

NL-HaNA_1.04.02_3653_0161 view scan ↗

English

to seek justice; and that he, Datoea, was in every way indignant about this conduct, because Samahila had thereby made himself guilty of an act that he was not permitted to do; that the Datoea had given them a letter about this matter to Jennang Maros, which letter contained an order to the Jennang to tell Samahila that those people had to be returned immediately, but until further notice were to remain in the custody of the Jennang. That Samahila had thereupon brought those people to the Jennang of Maros and had said, do you now want to have those people! He, Jennang, replied, wait a moment, I first want to speak with the Resident about this, as he also did, and told the Resident that he had received a letter from Datoea to receive those people from Samahila and to keep them with him until the matter should be investigated; the Resident thereupon immediately claimed the people on behalf of the Company, as this had to be so according to the existing laws between Boni and the Honorable Company. He, Jennang, had said he was afraid to hand over those people, and that, in order to avoid all disputes, he would rather go himself to Datoe Baringang to inquire further about this. That upon coming to Datoe Baringang he made the matter known to him, who thereupon answered, if the laws say so, then hand them over; which he, upon his return, made known to the Resident, and at the same time asked when they together should investigate and conclude this matter; who had replied thereto: in five days, further testifying to have sent those people to the Resident the day after. That having come to the Resident on the appointed day, the matter could not be investigated because the accused thief, according to the report of Craen Limbang, was ill, and that he, Jennang, at that time and subsequently several times, had requested the Resident, who expressly wished to have Samahila appear in the assembly, not to call Samahila and his brother into the assembly, because he was afraid of those insolent rogues, that sometimes, due to their evil nature, they might cause disturbances and affront the assembly, whereby he, Jennang, feared he would incur the displeasure of the King of Boni because he had brought such people into the assembly, but that the Resident thereupon said: Samahila must come here, for I must hear both the complainant and the accused, otherwise no matters can be settled if that does not take place. That upon the continuous insistence of the Resident to make Samahila appear in the assembly, the Chiefs of the plains of Maros together with the Interpreter Billet had thought fit, without prior knowledge of the Resident, in order to prevent all misfortunes, to have Jennang Maros requested to prevent Samahila from appearing in the assembly until one of the Bugis Chiefs or Datoe Baringang comes to Maros, because they are fearful of his bad nature for which he was known; he, Jennang, answered that he found difficulty in postponing the matter for so long, since he nevertheless had to investigate this matter even if Datoe Baringang comes; but that he sent a request that the interpreter should first investigate this matter of Samahila and subsequently make it properly known to the Resident, and if the Resident absolutely wants Samahila to appear in the assembly, and the Resident should perhaps address him angrily and harshly, or point with the finger, and he, Samahila, should then commit any insolence, he does not want to be held responsible for that, since for Boni as well as the Honorable Company he feared the consequences that might result therefrom; but that he was informed by the Interpreter Billet that Samahila had to appear because he is the claimant. That finally and at last he, Jennang Maros, was ordered by the Resident to bring Samahila along for the settlement of this matter; he, Jennang Maros, notwithstanding the repeated dissuasions to the Resident, appeared with him; that the Resident, upon his arrival, as soon as he saw Samahila, accompanied by Lapalajarang or the nephew of Daeng Malimpo, had asked: is that a prince? And he, Jennang, replied: he is not a prince or Daing, but my equal, yet I am always apprehensive of him because he is an extraordinarily insolent fellow; whereupon the Resident had ordered Samahila to speak and present his complaints, as Samahila then also did under translation of the envoy Lord Mangenroeroe, but that while the Resident was engaged with the claims of the parties

Dutch transcription

43. Regt te zoeken; en dat hij Datoea, over die handelwijze allezints vergaand was, dewijl Samahila zig daar van door schuldig gemaakt had aan een daad die hij niet de mogte doen, dat den Datoea ten haaren geleide Een een brief over die zaak aan Tennang Maros had meede ge„ „geven, welke brief ordre aan de Pennang inhield, om aan Samahila te zeggen dat ten eersten die menscheno moesten werden te brug gegeven, dog tot nader bliven „ onder bewaaring van de Tennang. Dat Samahila daar op bij den Iennang van Ma= „ros die menschen gebragt en gezegd had, wild gij nu die menschen hebben! Hij Jennang g'antwoord heeft, wagt nog iets, ik wil eerst de Resident daar over spree= „ken, gelijk hij ook gedaan heeft en aan den Resident gezegd heed, dat hij een brief van Datoea ontfangen had„ om die menschen van Samahila te ontfangen, en bij zig aan te houden tot de zaak zoude onderzogt zijn, den Resident hier op de menschen 'sComp„s weegen ten eersten opgeEijckt had, alze zulks volgens de subsisteerende wet=na „ten tusschen Bonij en d Ed: somp„e zo moeste weezen„ Hij Tennang gezegt had, bang te weezen om die menschen over te geeven en dat hij om alle Disputen„ te vermijden zig liever zelfs bij Datoe Boeringang zoude begeeven om die daar nader over te vraegen. Dat hij bij Datoele Baringang komende denzelven de zalk had te kennen gegeven, die daar op geant= „woord. heeft, als de wetten zo leggen, geeft ze dan over„ het welk hij bij zijn te rugkomst aan den Resident heed te kennen gegeven, en met een gevraagt, wan= „neer zij te zaamen deeze zaak zoude onderzoeken en afmaaken, die daar op g'antwoord hadde over vyf daagen betuigende voorts sdaags daar aan die nieu„ „schen aan den Resident te hebben gezonden Dat hij op den bestemden dag bij den Resident ge„ „komen zijnde de zaak niet heeft kunnen werden on„ „derzogt, dewijl de bezigte dief volgens Rapport van Eraen Limbang ziek was, en dat hij Pennang te dier tijd en vervolgens verscheide reijsen aan den Residentt, die Samahiela in de vergaderinig Expres wilde doen verscheijnen verzogt had, om Samahila en zijn broeder niet inde vergadering te willen roepen, dewijl hij voor die brutale snaaken bevreest was, dat t' somtijds door haaren qua„ „den jmborst, historiaalen mogten maaken en de ver„ „gadering affronteeren, wanneer hij Ternang vreesde zig de ongenade van den Koning van Bonij op den hals te zullen haalen om dat hij zulke menschen in verga„ =dering „dering gebragt heed, dog dat den Resident daar op gezegt heeft Samahila moet hier koomen, want jk moet zo wel den klaager als beklaagde aanhooren, anders kunnen geen zaaken worden afgedaan als dat geen plaats vind Dat op het geduurig aanhouden van den Resident om Sa„ „mahila in de vergadering te doen verschijnen, de Hoofden der vlaktens van Maros met den Tolk Billet goed gevonden hadden, zonder voorkennisse van den Resident, ter voor= „koming van alle ongelucken, den Iennang Maros te laaten verzoeken, dat hij wilde verhoeden dat Sama„ „hila niet komt te verscheijnen in de vergadering, tot dat een der Bouische Hoofden of Datoeae Baringang op Maros komt, dewijl ze bedugt zijn voor zijn quaad natuael waar voor be„ „kend stond, hij Jesinang g'antwoord heed, dat hij daar in zwaarigheid vond om de zaak zo lang uit te stellen, ver= „mits hij dog deeze zaak schoon Datoea Baringang komt; moets onderzoeken, dog dat hij liet verzoeken, dat de tolk deze zaak van Samahila eerst wilde onderzoeken, en die vervolgens aan den Resident behoorlijk te kennen geeven, en zo de Resident absolut hebben wil dat Pamahila in vergadering verscheind en de Resident hem zomtijds mog„ „te quaad en straf aanspreeken, of met de vinger wijzen, en hij Samahille als dan eenige assurantie be= „drijven, hij niet daar voor aanspreekelijk wil weezen ge„ „houden, vermits voor Bonij zo wel als d E Comp„e be„ „vreest was voor de gevolgen die daar uit konde voortsloeij= „en, dog dat hem door den Tolk Billet berigt is ge„ „worden dat Samahila moest verscheijnen dewijl hij pre= „tendent is. Dat Eijndelijk en ten laasten hij Tennang Karos door den Resident is g'appoincteerd geworden, om Samahila meede te brengen tot het afmaaken van deeze zaak, hij Jennang Maros; niet tegenstaande de herhaalde af= „raading aan den Resident met den zelven verscheenen was; Dat den Resident niet zijn komt zo dra hij Samahilae rag, verzeld zijnde van Lapalajarang of de Neef van Daeng Malimpo gevraagt hadde, js dat een prins. n Hij Jennang g'antwoord heeft het is geen prins of Daing, maar mijns gelijken, dog jk ben altoos voor hem bediegt om dat hij een buitengemeen brutale keerel is, waar op den Resident aan Samahila gelast hadde te spreeken en zijn klagten in te brengen, gelijk Samahila dan ook onder vertaaling van den zendeling heere mangenroeroe gedaan heeft, dog dat ter„ „wijl den Resident bezig was de pretensie van partijen J:s

NL-HaNA_1.04.02_3653_0163 view scan ↗

English

to write down, Lanoessoe came to ask in a very insolent manner whether the meeting was not yet over, saying according to the statement of the Jennang of Maros let the matter remain without further investigation; but the Chiefs of Maros and the emissaries say that Lanoessoe said if the meeting is not yet over, then I shall come to finish it, since the Thief and the Buyer are both upstairs. That the Jennang of Maros, rising from his seat upon this, said to Lanoessoe, what is the matter with you, the matter is indeed being investigated, keep quiet, after which Lanoessoe rudely sat down between the Craeng Simbang and Tauralitie, and after this small commotion was quieted, the investigation of the aforementioned matter was commenced anew, that while her mangeroeroe was busy therewith, Samaila struck Mallie on his knees with one hand, and with the other grasped the hilt of his kris, saying to Mallie aloud, speak now, what you have to say or are you afraid of Mamma, whereupon Lanoessoe also said speak up, that Mamma has stolen. That the Jennang, seeing this, had stood up again and had said to Samahila and Lanoessoe, Go away rather, what are you doing, your case is indeed being investigated, whereupon Samahila had said, let us go away because they dare not dispose over our case, they are afraid, and that coming down, Samahila while leaping had taken his handkerchief from his head, saying I am not afraid, I offer my life for sale. That the Resident thereupon wishing to have soldiers come from the Post, the Jennang had kindly requested him not to do so, which having then also been omitted by him, the two insolent rascals had gone away. That furthermore the Resident had requested the Jennang to be pleased to make the matter known in all its circumstances to the King of Boni, just as he, the Resident, would do to the Governor, in expectation of obtaining a commensurate satisfaction for this suffered affront that was thereby inflicted upon the meeting and the chiefs. Further, the Jennang of Maros said upon our interrogation that he did not know where those two men are, that they were people of Tatouae Baringang, and that he was afraid, even if those men were here, to make them appear before us. Yet that the Collective Chiefs and emissaries and the Jennang of Maros cannot say whether Samahila and Lanoessoe intended to murder the Resident, but refer themselves to what was said before, adding that this matter has arisen solely, according to their understanding, because for a long time no native assembly has been held between the Company's subjects and the Boniers concerning mutual claims, whereby for the most part all unrest exists and continues to persist, and the Boniers assume too much right and power for themselves. Furthermore, the Lommo of Maros declared that the day after that incident he was called to the Resident, who told him to go alongside the chiefs to Makassar to deliver a letter and to give a report of the incident, but that he, the Lommo, refused to do so, pretending that it was not the custom, though they would indeed go together in the retinue of the Resident, but that they did not request to go up to Makassar. Lastly, the collective Regents requested of us that we would please request the Honorable Governor in their name that commissioners might be sent hither for the settlement of the mutual disputes between the Company's subjects and the Boniers, because if that should not happen, they fear that the subjects will become dispersed, with which the Jennang of Maros also concurred and even wished for the same, which we have accepted and promised to propose to the Honorable Governor. The foregoing having been read out once again the following day to the aforementioned native chiefs and made understandable to them, they confirmed the same as containing the truth. Below was written: Thus done and recorded at Maros at the residence of the Honorable Governor, date as above, by, was signed, In Gs Budach and Gb van Dienaar, in the middle, for the translation, was signed, Dl Derfhout, in the margin stood, in our presence, was signed, Jn Billet and some native characters. Honorable, Pious, Discreet I would gladly do you the justice of believing that you are too well aware of how far the bounds of modesty extend so as not to exceed them, were it not that I was only too well convinced of the contrary, particularly now again in the case of Mamma, wherein you have exceeded them too much, for apart from and besides the dispatch of soldiers all the way to the mountains in the village of Balleangien, some hours away from our Post, which has never at any time been practicable, so as not to expose them to the bloodlust of the native, especially in a time like this, in which we are so sparsely provided with them, as according to the answer given by the Boni prince Arou Padjoe to Sergeant Lecerf little would have been lacking, so, since this was merely the work of an interpreter and native emissaries, one can brand that dispatch in itself with no other name than violent, the more so because the same occurred completely and entirely without my absolutely necessarily required prior consent, yes, I did not even have the slightest knowledge of this entire case; I will not speak of the intention, surely not unknown to you, of the Soelewatang to cause that dissension To the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle Resident there.

Dutch transcription

45. op te schrijven, Lanoessoe op eene zeer brutieale wijze kwam te vragen, of de vergadering nog niet uit was, zeggende volgens opgave van de Jennang Maros laat maar blijven de zaak verder te onderzoeken; dog de Hoofden van Maros en sendelingen zeggen dat Panoessoe gezegt heeft als de vergadering nog niet uit is, dan zal jk koo= „men om t' uit te maaken, dewijl de Dief en Kooper alle beide boven zijn. Dat jennang Maros hier op van zijn zitplaatse op= „staande teegen Lanoessoe zeijde, wat mankeert je de zaak werd immers onderzogt, houdje stil, waar na Lanoessoe zig onbeschoft tusschen den Craeng Simbang en Tauralitie gong nederzitten, en na dat dit kleyn oproea gesteld was, wierd met het onderzoek van gem: zaak op nieuws begonnen, dat terwijl hare mange= „roeroe daar meede bezig was Samaila op Mallie zijn knien met de eene hand sloeg, en met de andere de regt van rijn kuis vatte, zeggende teegens Mallie overluit, spreekt nu, wat je te zeggen hebt of ben je bang voor Mamma„ waar op Lanoessoe ook zeide spreekt op, dat Mamnia gestoolen heeft. Dat den Ternang zulks ziende weeder was opge= „staan en teegens Samahila en Lanoessoe gezegt hadde, Gaat liever heenen wat doet gij, men onderzoekt immers uw raak, waar op Samahila gezegt hadde, laat ons hee= „nen gaan want zij duaven over onze zaak niet disponee= „ren, zij zijn bang, en dat om laag komende, Sama= „hila al springende zijn neusdoek van de kop genoo= „men had, zeggende jk ben niet bang, jk heb mijn leeven veijl Dat den Resident daar op Manschappen uit de Post willende doen komen, den Pennang hem vriendelijk ver- „zogt haed, zulks niet te doen, dat dan ook door hem gelaa„ „ten zijnde, de twee brutaale snaaken waaren weggegaan Dat voorts den Resident aan den Tennang verzogt had, de zaak in zijn omstandigheeden aan Bonijs ko= „ning te willen bekend maaken, gelijk hij resident aan den Heer Gouverneur zoude doen, in verwagting over dit geleedene affoont, dat de vergadering en de hoofden daar door is aangedaan een overeenkomstige satisfactie te zullen erlangen Wijders zeide den Iennang Maros op onze afvraage dat niet wiste, waar die twee Menschen zijn dat zij volk van Tatouae Baringang waaren, en dat hij bang . bang was alwaaren die Menschen hier om die voor ons te doen verschijnen. Dog dat de Gezamentlijke Hoofden en zendelingen en den Jennang Maros niet weeten te zeggen of Sa„ „mahila en Lanoessoe van rints geweest zijn om den Resident te vermoorden, maar refereeren zig aan het vooren gezegde met bijvoeging dat deeze zaak eenelijk is voortgekomen volgens hun begrijp, dat dewijl in lange tijd geen inlandse vergadering tus= „schen Comp„s onderdaanen en de Bouiers is gehou= „den over de wederzeijdse pretensien, waar door mees„ „tendeels alle onlusten bestaan en nog blijven duuren„ en de Boniers zig al te veel regt en magt aan= „maatigen. voorts verklaarde den Lommo Haros dat hij sdaags na dat voorval bij den Resident is geroepen die hem gezegt heeft, om nevens de hoofden naar Makassar te gaan tot het overbrengen van een brief en om verslag van het geval te doen, dog dat hij Lommo zulks heeft geweijgert, voorgeevende, geen ge„ „woonte te zijn, maar wel dat zij te zaamen onder het gevolg van den Resident meede gongen, dog dat zij niet verzogt hebben om na Makas= „sar op te gaan. Laastelijk verzogten aan ons de gezamentlijke Regenten dat wij aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Gouverneur geliefden uit hunnen naam te ver= „zoeken, dat tot afmaaking van de onderlinge ge„ „schillen tusschen komp„s onderdaanen en de Boniers gecommitteerdens mogten werden herwaards ge= „zonden, dewijl, zo dat niet mogte geschieden, zij Treesten dat de onderdaanen tverstrooit zullen raaken, waar meede zig ook den Jennang Maros confirmeerde en zulks zelfs wenschte, het geen wij aangenoomen en beloofd hebben aan den wel Ede„ „len Agtbaare Heer Gouverneur te zullen voor= „draagen zijnde het voorenstaande aan de in Hoofde gem: Jnlandse Hoofden des anderen daags nogmaals voorgelesen en te verstaan gegeven zo hebben dezelve zig /: als de waarheid behelsende :/ daar meede gecon„ „firmeerd. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en opge„ noomen 47. Maros =noomen tot Maros op het woonhuis van den wel Edelen Agtb: Heer Gouverneur Datum uat Supra door /was geteekent:/ In G„s Budach en Gb van Dienaar /:in 't midden:/ voor de vertaaling /:was geteekend:/ D„l Derfhout /:ter zijde stond:/ ons praesent /:was geteekend. J„n Billet en. eenige Caracteus Eerzame, vrome, Discreete Jk zoude uEgaarne het regt willen doen van te ge„ „looven dat uE te wel bewust is hoe verre de paalen van bescheidentheid zig strekken om de zal„ „ve niet te buiten te gaan, waare het niet dat jk maar te veel van het Contrarie overtuigt was, bijzonders nu weder in het geval van Magna„ waar in uE dezelve te zeer hebt overtreeden, want buijten en behalven de afzending van Militairen geheel na het gebergte in de Negorij Balleangien eenige uuren ver van onze Post, dat nooijt of ookt practicabel is geweest, om dezelve niet aan de moordlust van den Jnlander byzonder in een tijd als deze, waar inne wij zo schraal, van dezelve voorzien zijn, bloot te stellen, gelijk volgens het antwoord van den Bonies prins Arou Padjoe aan den zergeant Lecerf gegeven, weinig gescheerd zou= „de hebben, zo kan nadien dit enkeld hettwerk van een tolk en Jnlandse zendelingen was, men die uitzen„ „ding op zig zelve met geen andere naam als gewel= „dig bestempelen, te meer daar dezelve geheel en al buiten mijn voor af absolut noodzakelijk erlangde toestemming is geschied Ja jk zelfs de minste ken„ „nisse van dit geheele geval niet heb gehad, jk wil niet spreeken van het bij uE zeekerlijk niet onbe„ „wust voorneemen van den Soelewatang om die Aan den onderkoopman Bartholomeus van de Walle Resident aldaar twee spalt

NL-HaNA_1.04.02_3653_0166 view scan ↗

English

to clear the dispute between this elder sister and younger brother out of the way. Also, the fine of 88 Spanish rd.s each, imposed without authorization from me upon this woman and the glarrang of Padatangang, was beyond your power, as a resident is not permitted to impose upon anyone a fine higher than 25 rd.s, provided that proper account thereof is still rendered, so that, however I view this matter, I cannot at all say that your honor acted therein with that moderation and circumspection as ought to have been done. Nevertheless, I shall let it pass as a settled matter, ordering your honor to make Eraeng Balotje, together with his soelewatang and other dignitaries of the realm, come hither, along with the female person taken from the aforementioned Negorij Balleangien with her four children, as I intend to settle the dispute between him and his sister amicably here myself, if possible. Regarding the insolences displayed by the Boniers Samahila and Lanoessoe, I shall complain about this to the Court of Bonij through commissioners to be expressly dispatched, and thus seek to bring it about that such wicked and insolent behaviors shall never occur again, at least not by these two. It stood below: After greetings, I am, lower: your honor's good friend, signed: N.s Reike. In the margin: Makassar in the Castle Rotterdam, the 16th of December 1782. 49. The Junior Merchant and Secretary of Police Johan Godfried Budach, and the Junior Merchant and Pay Bookkeeper Godlieb van Diemar, shall tomorrow, assisted by the second sworn interpreter Deeffhout, betake themselves to the Court of Bonij and there present to the King and the dignitaries of the realm the insolences committed in Maros in the full assembly of the native chiefs and in the presence of the Jennang there against the Resident of the Valle by the two Boniers Samahila and Lanoezoe, which are already known to your honor, and furthermore, on behalf of the Noble Company, request in a serious manner such appropriate satisfaction against these two insolent persons that others may henceforth be deterred from ever committing similar improprieties, to the detriment of our Residents as well as even of the Court of Bonij. It stood below: Makassar in the Castle Rotterdam, the 17th of December 1782, signed: B.s Reijke. To the Right Honorable and Worshipful Sir Right Honorable and Worshipful Sir Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Selebes, etc., etc. The undersigned express commissioners, having been ordered by written honored command of your Right Honorable and Worshipful Sir dated the 17th of this month, to lodge a complaint at the Court of Bonij with the King and dignitaries of the realm, accompanied by the sworn interpreter Diederik Deefhout, and in the name of the Noble Company to request appropriate satisfaction for the insolences committed by two Boniers, Samahiela and Panoezoe, at Meeros in the full assembly of the native chiefs and in the presence of the Tenna Maros against the Resident of the Wallé, have the honor to inform your Right Honorable and Worshipful Sir that yesterday morning we proceeded thither, where we found with His Highness the Madanrang together with the Soelewatang of Bontoalacq, and after we had presented our complaints in detail in the manner as aforesaid, and requested appropriate satisfaction for that misdeed, so that others might henceforth be deterred from ever committing similar improprieties to the detriment of our Residents as well as even of the Court of Bonij, the Madaurang answered first of all on behalf of the King and the dignitaries of the realm that it was solely to be attributed to the Resident that this incident had arisen, since the Jennang Maros declared that he had strongly advised the Resident against summoning these two scoundrels, to which we replied that the Resident had found himself obliged to have both the complainant and the accused appear in the assembly, and that this could not serve to excuse their crime, since they had been obliged to conduct themselves quietly in the assembly without creating a commotion, or otherwise they should rather have stayed away entirely. Upon this, the King added to us that it would have been good if they had both been killed on the spot, which they well deserved, as the Madaurang cited a case in which Governor Smout had encountered nearly the same, and the Bonier was struck down in the act. His Highness further said that he would consult further with his dignitaries of the realm about this case as to what punishment they have thereby deserved and that the Noble Company would obtain a satisfaction corresponding to the gravity of their crime, which His Highness requested us to report to your Right Honorable and Worshipful Sir for your information, for which goodwill we thanked His Highness and took our leave. Trusting that we have carried out this our charge to the satisfaction of your Right Honorable and Worshipful Sir, we take the honor to sign this with all respect and high esteem. It stood below: Right Honorable

Dutch transcription

Den twee spalt tusschen deze ouder zuster en Jonger Broeder uit den weg te ruijmen. ook is de, zonder qua „lificatie van mij deeze vrouw en de glarrang van Padatangang, opgelegde boete van rd„s 88 Spaans ieder buiten UE magt geweest, alzo een resident niemand geen hooger boete dan rd„s 25: vermag op te leggen, mits daar van dan als nog behoorlijke reekening doende, invoegen jk, hoedanig deze zaak beschouw gants niet zeggen kan daar inne door UE met die moderatie en omzigtigheid gehandeld te wee„ „ren als wel behoorde te zyn geschied. Egter zal jk het zelve als een gedaane zaak passeeren, uE gelasten„ „de om Eraeng Balotje neevens zijn soelewatang en verdere Rijxgrooten herwaards te doen opkomen, nee= „vens het van voorst Negorij Balleangien afgehaalde vrouwsperzoon met haar vier kinderen, alzo jk van voornemens ben het verschil tusschen hem en zijn zuster hier zelfs des mogelijk in der minne bij te leggen. Aangaande de betoonde brutaliteiten van de Boniers Samahila en Lanoessoe, hier over zal jk bij het Hof van Bonij door expresse af te zendene ge= „committeerdens doen doleeren, en alzo zien te be„ „werken dat zulke slegte en brutaale gedoentens nooit meerder, ten minsten door deze twee, zullen geschieden. . /:onderstond:/ Jk ben na groete /:lager uE goede vriend /:was geteekend:/ N„s Reike /in margine:/ Makassar in het kasteel Rotter= „dam den 16=e December. 1782.. 49. Den onderkoopman en Secretaris van politie Johan Godfried Budach, en ƒ Den onderkoopman en zoldij Boekhouder Godlieb van Diemar, zullen zig op morgen, g'assisteerd van den tweede ge= „twooren tolk Deeffhout, hebben te begeeven na het stof van Bonij en aldaar den Koning en Rijxgrooten voorhouden de door de twee Booriers Samahila en Lanoezoe op Maros in de volle vergadering der Ju¬ „landse Hoofden in ter presentie van den Jennang aldaar aan den Rresident van de realle gepleegde en uw E reets bekende brutaliteiten, mitsgaders deng over uit naam van de Edele Compagnie op een ernstige wijze verzoeken een zodanige gepaste satis„ „factie teegens deze twee bruteurs, dat daar door in het vervolg andere kunnen afgeschrikt worden om ooit diergelijke ombetaamlijkheeden zo tot de= „clin van onze Residenten als zelfs van het Hof van Bonij te pleegen /:onderstond:/ Makassar in het Casteel Rotterdam den 17=e December 1782 /: was ge= „teekent:/: B„s Reijke. Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer welEdele Agtbaare Heer De ondergeteekende Expresse gecommitteerdens bij schriftelijk g'eerde ordre van uwwel Edele Agtbaare in dato 17=e deezer gelast zijnde, om verzeld van den gezw: Tolk Diederik Deefhout aan het Hof van Bonij bij den Koning en Rijp= „grooten te doteeren, en uit naam van d' Ed=e EComp=e eene gepaste satisfactie te verzoeken over de gepleegde brutaliteiten door twee Boniers, Samahiela en Pa= „noezoe op Meeros in de volle vergadering der Jnlandse Barend Reijke Gouverneur en Directeur deezer kuste selebes &a &a Hoofden zuster Hoofden en ter presentie van den Tenna Maros aan den Resident van de wallé, hebben de Eer uwwelEdele Agtbaare te berigten, dat wij ons op gisteren morgen derwaarts hebben begeven, alwaar we bij zijn Hoogheid aantroffen, den Madanrang neevens den Soelewatang van Bontoalacq, en na dat wij onze doleancien in voegen als voorzegd in zijn omstande hadden voorge„ „draagen, en een gepasst Satisfactie over dat wanbedrijf verzogt, op dat andere in 't vervolg daar door zoude kunnen werden afgeschrikt, om boit diergelijke ombe= „taamlijkheeden zo tot declin van onze Residenten als zelfs van het Hof van Bonij te pleegen, Ant= „woorde den Madaurang uit naam des konings en de Rijxgrooten voor af, dat het alleen aan den Resi= „dent was toe te schrijven, dat dit geval g'exteerd was, vermits den Jennang Maros betuigd had, den Resi= „dent het ontbieden van deeze twee snaaken sterk te hebben afgeraaden, waar op wij repliceerden, Dat den Resident zig verpligt heeft gevonden zo wel klaager als beklaagde in de vergadering te laaten verscheinen, en dat dit niet tot verschooning van hunne mis= „daad konde strekken, dewijl zij verpligt geweest waaren zig in de vergadering stil te gedraagen, zon= „der opschudding te verwecken, of dat zij liever anders in 't geheel hadden moeten weg blijven, Hier op voegde ons den Koning toe dat het goed zoude geweest zijn, indien z' alle beide op de daad waaren vermoord ge„ „worden, 't geen zij wel verdiend hadden, gelijk den Madaurang een geval bijbragte, waar bij den Gouver= „neur Smout omtrend het zelfde ontmoet was, en den Bronier op heeterdaad ter neder was gelegd, voorts zeide zijn Hoogheid, dat over dit geval met zijne Rijxgrooten nader zoude raadpleegen, welke straffe zylieden daar door verdiend hebbenen dat d'Ed„en komp=e een met de grootheid van hun mis= „drijf overeenkomstige satisfactie zoude erlangen, het welk zijn Hoogheid verzogte aan uw wel Edele Agtbaare tot keer berigt te willen rapporteeren, voor welke toegenegendheid wij zijn Hoogheid bedankten en ons afscheid naamen Jn vertrouwen dat wij deeze onze Last na genoegen van uwwel Edele Agtbaare volbragt hebben, matigen we ons de Eere aan deezen met alle Eer= „bied en Hoog-agting te teekenen /: onderstond:/ welEdele

NL-HaNA_1.04.02_3653_0169 view scan ↗

English

Makassar. Honorable Sir, below, your Honorable humble and faithful Servants, was signed, J. G. Budach and G. van Diemar, in the margin, Makassar the 19th of December Anno 1782. To the Honorable Sir For the favorable indulgence regarding the transgression of my duty, I express hereby my gratitude, being able to assure your Honor in truth that with the decreed commission to Baleangien, I intended nothing else than not to trouble your Honor repeatedly and continuously with complaints; and, if it had been possible, to maintain the character and authority of the Craeng and Regent whom your Honor has been pleased to confirm, since he had not only been most grievously mistreated, but also subjected to all contempt and disgrace, besides reconciling him again with his sister Marra, as already occurred some months ago upon my friendly exhortation, on which occasion I emphatically reminded the Soelewatang of his promise so seriously made to your Honor, namely to offer his Craen all help and assistance during his minority, as well as to support him with good advice and deed, but it has been far from the case that he has fulfilled this promise, although he says that he wanted to pacify brother and sister, this young Regent having been forced to take his refuge with others; it paining me internally that the aforementioned mission or commission can be baptized by no other name than that of violence, since to my knowledge I was not possessed with that intention, nor did the postponement of self-interest take place, and had I known that the orders dictate that the resident may send none of his subordinates Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of this coast Celebes. than only the interpreter accompanied by the emissaries here to the upper lands, I would not have transgressed the same, for which reason I most humbly request that for guidance I may be provided with a further memorandum on what a resident has to do and to omit, so that he does not unwittingly bring upon himself the displeasure of his master, whether through negligence or through exceeding the bounds of modesty. Pursuant to your Honor's highly esteemed order, there arrive alongside this the summoned Careng of Balottje together with his soelewatang, and some grandees of the realm, likewise the female person with her four children, having under favorable interpretation to assume that the lesser chiefs remaining here of Padatangang, Tanette, Banti-Moeroeng, Parang Lombasa, Pa-nga, Malacca, Sero, Birao, Lawoe, and Bouto Masoegie, who all fall under the authority of the just-cited Craeng, care no more for any orders, since they have been invited several times by me and have not appeared, following the footsteps of Maona, thus more Bone-minded than Company-minded, for which reason I most respectfully request that these disobedient lesser chiefs, as a deterrent to others in the future, may be imposed such punishment or fine as your Honor shall find proper according to equity, especially the glarrang of Padatangang who is indeed the principal agitator according to what has been represented of him herebefore, who moreover still withholds from the Craeng his piken Tampeet sirih bearer, of old obligated and customary. There is due to follow in the coming days the female person named Gauw or Daeng Montjong, of whom your Honor makes mention in the letter of the 14th of September last, who is said to have been impermissibly appointed by the present adda Touang of Sidenreng as second regent of the village Tjamba, in place of her deceased sister Makoe, alias Arou Djalieeng, assisted by the Craengs Tjinrana, Laboeadja, and Beroeanging, with a multitude of their lesser chiefs, in order to demonstrate to your Honor the groundlessness of the report that she is not of the Bone lineage, and likewise not chosen and appointed by the aforementioned adda Tonang of Sidenreng, just as Arou parrang is not admissible, whom your Honor has confirmed as second Craeng, upon the satisfaction given hitherto to the present Regent of Ramba, his nephew. Meanwhile remaining with all high esteem and due respect, below stood, Honorable Sir, lower, your Honor's humble servant, was signed, B. van de Walle, in the margin, Maros in the fortress Valkenburg the 24th of December Anno 1782. Translation of a Buginese letter written by the old Datu of Poping, to the Honorable Sir Governor and Director of this coast Celebes, of the following content. My humble compliments to your Honor, and I inform your Honor that I have learned from an inhabitant of Parmana named Pasakirang, who recently returned from Riau, that the English had conquered Perak, Malacca, Padang, and Bengal, besides twelve other places of the Company whose names he does not know how to say; likewise the aforementioned Pasakirang also told me that the English were intending to attack Batavia and Makassar at the end of this west monsoon, the reasons why I write this to your Honor is because the Honorable Company has appointed me as its confidant, and I am also accustomed to walk with the Honorable Company whether in good or in evil, but the Lord God is Almighty. Further

Dutch transcription

51 Makassar. welEdele Agtbaare Heer /:lager:/ uwer welEdele Agt= „baare onderdanige en trouweschuldige Dienaaren /: was ge„ „teekend:/ J=n G=d Budach en Gd: van Diemar /:in margine:/ Makassar den 19=e December A=o 1782. Aan den welEdelen Agtbaaren Heer voor de gunstige inschicking ten opzigte het overtreeden van mijn pligt, betuige bij deezen mijne dankbaar= „heid, kunnende uwwelEd Agtb:s in waarheid vertee„ „keren, dat met de gedecerneerde Commissie naar Ba„ „leangien; niets anders heb bedoelt, als om Hoogst dezelve niet telkens ja tot volgens toe met klagten te ver= „moeijelijken; en om waare het mogelijk geweest, te ma= „instineeren het Caracter en gezag van den Eraeng en Regent die uwwelEdele Agtbaare heeft gelieven te bevestigen, alzo denzelven niet alleen ten uiter„ „sten mishandelt, maar ook alle minagting en smaad was aangedaan, buiten des om hem met zijn zuster Marra weder te verzoenen, gelijk reets voor eenige maanden op mijn vriendelijke adhortatie is geschied, bij welke gelegendheid den Soelewatang na= „druckelijk heb herinnert, zijne zo seriens gedaane be„ „lofte aan uwwel Edele Agtbaare, te weeten zijnen Craen geduurende dies minderjarigheid alle hulp en bijstand bie= =den, mitsgaeders met goede raad en daad te zullen ondersteunen, dog het is verre daar van af geweest, dat deze zijne belofte heeft naargekomen, schoon hij zegt dat Broeder en zuster heeft willen bevreedigen, zijnde dezen Jongen Regent genootzaakt geweest, zijn toevlugt bij andere te neemen; Smertende het mij innerlijk dat voorschreeven afzending of Commissie met geen ander naam kan gebaptiseerd worden, als met die van ge„ „weld, dewijl mijns weetens met dat vooruitzigt niet ben behebt geweest, ook post positie van eigen baat plaats heeft gehad, en had jk geweeten dat de or= „dres dicteeren, den resident niemand van zijn onderge= welEdele Agtbaare Heer Barend Reijke, Gouverneur en Directeur deezer kuste belebis. =stelde n = den en s= on= rs de ke gestelde dan alleen den tolk verzelt van de zendelingen alhier naar de bovenlanden mag stuuren, zoude de= „zelve niet hebben overtreeden, uit dien hoofde alleron= „derdanigst verzoekende dat tot narigt mag werden gemunieert, met een nadere memorie wat een re= „sident te doen en te laaten heeft, op dat hij niet onwee= „tende de misnoeging van zijn Gebieder op den hals haalt, 't zij door nalaatigheid, dan wel door het te buiten gaan van de paalen der bescheidentheid. Agtervolgens uw wel Edele Agtbaare hoog gevanrreerde ordre komen bezijden dezes over, den ontbooden Careng van Balottje neevens zijn soelewatang, en eenige rijx= „grooten, gelijkelijk het vrouws perzoon met haar vier Kinderen, onder gunstige welduiding moetende veron= „derstellen, dat de hier verbleevene mindere hoofden van Padatangang, Tanette, Banti-Moeroeng, Parang Lombasa, Pa-nga, Malacca, Sero, Birao, Lawoe en Bouto Masoegie /: die alle onder het gezag van even geciteerden Eraeng sorteeren:/ haar aan geene ordres meer krennen, vermits verscheide maalen door mij zijn g'inviteerd en niet verscheenen, het voetspoor van Maona volgende, dus meer Bonies als Comp=s gezint, alwaaromme eerbiedigst verzoeke dat deze dis-obedien„ „te mindere hoofden, tot afschrik voor andere in het vervolg: zodanige straffe of geld boete mogen werden op„ „gelegt, als zijn Edele Agtbaare na equiteit zal goed= „vinden, ja bijzonder de glarrang van Padatan= „gang denwelken wel de voornaamste bruteur is vol= „gens gezegde van zijn voorgesteld heeft, hier vooren, die daar en boven de Craeng nog onthoud, zijn piken Tampeet pienang drager van ouds er verpligt en gebrui„ „kelijk. staande eerstdaags te volgen, het vrouws perzoon genaamt Gauw of Daeng Montjong waar van uw= „wel Edele Agtbaare bij brieve van den 14=e September laastleeden mentie maakt, dewelke door den presen¬ „ten ada Touang van Sideenreng tot tweede regentesse van de Negorij Tjamba ongepermitteerd zoude zijn aangesteld, insteede voor haar overleedene zuster Makoe /:alias:/ Arou Djalieeng, g'assisteerd van de Craengs Tjinrana, Laboeadja, en Beroeanging, met een meenigte van derzelvers mindere hoofden, ten einde de onbestaanbaarheid van het gerelateerde aan 53. aan uw wel Edele Agtb:s aan te toonen dat zij van het Bonijse geslagt niet is, zo meede door opgemelde ada Tonang van Sideenring niet verkooren en aan„ „gesteld, gelijkelijk Arou parrang niet admisibel, die hoogst dezelve tot tweede Caaeng heeft bevestigd, op de tot nog toe gegevene genoegen aan den presenten Regent van Ramba zijnen Neef. Midlerwijlen met alle hoog-agting en verschul= „digd, Respect blijvende /onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /lager/ uwwel Ed: Agtb„s onderdanige dienaar /: was geteekend/ B„s van de Walle /in margine/ Maros in 't fortres valkenburg den 24=e Decembr A„o 1782: Translaat Boeginees Brief geschree„ „ven door den ouden Datou van Po= ping, Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Gouverneur en Directeur deezer kuste Celebes, van de volgende Jn= „houd. Mijne nedrige Compliment aan uwwelEd: Agtbaare, en maake aan uwwelEd: Agtb: bekend dat jk van een in„ „woonder van Parmana met name Pasakirang welke onlangs van Rio gereverteerd is, vernomen hebbe, dat de Engelsdeen Pera, malino, Poedang en Benga„ „len hadde overwonnen, benevens nog twaalf andere 's komp„s plaatsen die hij de naam er niet van weet te zeggen; als meede heeft mij gem: Pasakirang nog gezigt dat de Engelschen van intentie zoude weezen om met het afloopen van deze westmousson Batavia en Makassar te attacqueeren, de reedenen waarom dat jk deeze aan uwwel Ed Agtb: schrijve, is om dat de Ed komp„e mij als haare vertrouweling aangesteld heeft, en Ik ook gewent ben om met d Ed komp=e 't zij in het goede oft quaade te wandelen, dog God den Heere is Almagtig Wijders van en brui„ 6 1 e in va de

NL-HaNA_1.04.02_3653_0172 view scan ↗

English

Furthermore, I must also declare to Your Honorable, that although I am old and worn out, nevertheless, provided that during my absence no harm shall befall my wife and children as well as my lands, I am still ready to go to Batavia, if the Honorable Company wishes to send me there, provided that Your Honor pleases to provide me with the necessary vessels and ammunition, so that I shall not suffer want, in order to consult and unite with the Honorable Company, and Your Honorable need not doubt in that case, if God only spares my life, that one will never be able to conquer Batavia; Your Honorable may just ask my peers what kind of sincere heart and loyalty my ancestors have always had for the Honorable Company, who are accustomed to share good and bad together with Your Honors. Written at Sopeng, the 5th of December, Anno 1782. To the old Datu of Soping. From the letter sent to me by you, I have understood the news that you had received regarding the intention of the English. It is true that they have taken away some places from the Honorable Company, but how did this happen! In some places by superior force, as in Bengal and in Perak, where we had only a handful of people, and in others, as at Padang, through faint-heartedness, otherwise I assure you that they can never in the least stand up against the Dutch Nation, nor have they ever been able to do so, and that is why we are not in the least afraid of all those rumors, which the English certainly circulate themselves to frighten some people. Here not, because of the loyalty of the Honorable Company's allies, and at Batavia, because the capital is 55. Maros. so strong that they will never even dare to presume to come there. However, it was particularly pleasing to me to perceive once again the tokens of your affection for the Honorable Company, and I thank you for your willing and friendly offer, of which I will make the necessary use when occasion demands, and of which I shall not fail to inform His Excellency the Governor-General and the Councilors of the Indies at Batavia, to the glory of the Kingdom of Soping. Written at Makassar in the Castle Rotterdam, the 8th of January, Anno 1783. Bartholomeus van de Walle. To the Junior Merchant, Resident there. Honorable, Pious, Discrete! Daeng Balodje and his younger sister Maona having been satisfied by me here, are returning back to their residences. You will have to see to it that what has been stolen from Maona according to her declaration, mainly consisting of: Eighty Spanish rix-dollars in cash Two badjus Twelve handkerchiefs Two busu talangs One timbokang Two axes Three parangs One chisel One native adze and Four native pickaxes shall be promptly restored at once by those persons from that party whom you had sent to her and who have made themselves guilty thereof, as she will otherwise, on the contrary, have to retain her recourse against you as being the one who, through an imprudent and all too rash manner of proceeding, has been the cause of the loss of these funds and goods. Makassar After greetings, I am Your Honor's good friend. Was signed: B. Reijke. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 14th of January, Anno 1783. Barend Reijker. To the Right Honorable Lord Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Lord, With due respect I have the honor to inform Your Honorable that, according to annual custom, inquiring after the plowing of the paddy fields, the Company's regents here, upon my questioning, declared unanimously that they know of no reasons that could hinder them from proceeding early with that work, and that many of their people are already busy with it; once again most humbly beseeching Your Honorable that the Boniers, who have retained the usufruct of the paddy fields belonging to the Company's subjects for three consecutive years without permission, may be ordered to relinquish them without further delay, rendering the orders of their King in this regard illusory. For the rest, remaining with the greatest respect and high esteem, Right Honorable Lord, Your Honorable's humble servant. Was signed: B. van de Walle. In the margin: Maros, the Fortress Valkenburg, the 14th of January, Anno 1783. To

Dutch transcription

wijders moet ik ook uwwel Ed: Agtbaare verklaaren, schoon genomen jk oud en afgeslooft ben, egter des niet te min, ingeval er in mijn absentie mijne Vrouw en kinderen beneevens mijne Landen maar niets quaads mogte overkoomen, ik nog gereed ben om mij na„ Batavia te begeeven, zo d' Ed„e komp„e mij daar na toe wilde zenden, mits dat haar Ed=e mij met de nodige vaartuigen en Ammunitie gelieft te verzor= „gen, op dat jk geen gebrek kome te lijden, ten einde te raamen met d Ed„e Comp„e te vereenigen, en uw „wel Edele Agtbaare als dan in dat geval niet behoeven te twijffelen, als God mij maar in 't leeven laat„ dat 't' Batavia nooit zal kunnen overwinnen; uwwel Edele Agtbaare gelieft zulx maar van mijns ge„ „lijken te vragen wat voor een opregt gemoed en rugt mijne voorouders altoos voor d' Ed: komp=e gehad heeft, die met haar Ed=e gewoon zijn om het goede en quaade samen te deelen /onderstond. / Geschree„ „ven te Sopeng den 5=e December A„o 1782. Aan den ouden Datoua van Soping. uit de door mijn door uw toegezondene brief heb jk ver= „staan de tijding die uw ontfangen had wegens het voorneemen der Engelschen. Het is waar dat zij ee= „nige plaatsen van de Ed„e komp„e hebben weggenomen dog hoe is dit geschied! op zommige uit overmagt, zo als op Bengalen en op Pera, daar wij maar een handje volvolk hadden, en op andere, zo als op Pa„ „dang, door lefhartigheid, anders verzeeker jk uw dat zij nooit of boit teegens de Hollandse Natie opkunnen of zelfs nooit hebben gekend, en daarom is het dat wij voor al die gerugten, die de Engelschen zeekerlijk zelfs laaten uitstrooijen om rommige bang te maaken, in het minst niet vervaart zijn. hier niet om de getrouwheid van 'S E Comp„s Bondge„ „nooten en op Batavia om dat de Hoofdplaats to 55. Maros. zo sterk is dat zij zelfs nooit zullen durven onder„ „staan daar te komen. Egter is het mijn bijzonder aangenaam geweest de blijken van uw genegendheid voor d' Ed„e komp„en weder te moogen ontwaaren, en bedanke uwe dienthalven voor desselfs gewillige en Vrien„ „delijke aanbod, waar van Jk als het de gelegendheid vereischt het nodige gebruik zel maaken, en waar van jk niet mankeeren zal om tot roem van het Rijk van Soping zijn Hoogheid den Heere Gouverneur Ge= „neraal en de Heeren Raaden van Indien te Bee„ „tavia kennisse te geeven. /onderstond:/ Geschreeven tot Makassar in het kasteel Rotterdam den 8„e Janu„ „arij A„o 1783: — Bartholomeus van de walle, Aan den Onderkoopman. Resident aldaar. Eezame, vrome, Discrete! Edaeng Balodje en zijn onder zuster Maona door mijn alhier bevreedigt zijnde, keeren weder na hunne woonplaatsen te rug -„ zullende uE zorge moeten draagen dat het geene meri Maona volgens haar opgave ontrooft heeft en ten principaale bestaande is in Tagtig rijxd„s spaans aan Contanten Twee baatjes Twel neusdoeken Twee boesoe tallangs. Een Timbokang. twee beijlen. drie parrings. Een beijtel. Een Jnlandse Dissel en vier Jnlandse Houweelen ten eersten door die geene uit dat volk die uw E na haar toegezonden gehad heeft en zig daar aan schuldig hebben gemaakt, prompetijt worde geres= „titueert, alzo zij anders bij het teegendeel haar guarand op uwE zal moeten blijven behouden als de geene zijnde die door een onvoorzigtige en al te voorbaarige handelwijze Oorzaak van het wegraaken dier gelden en goederen zijt gewaest Makassar geweest. Jk ben na groete /onderstond:/ uw E Goede vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 14=e Januarij A=o 1783. — Barend Reijker, Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Gouverneur en Directeur. ter kuste belebes. welEdele Agtbaare Heer Met verschuldigd respect hebbe de Eer uwwel Ed: Agtb:s te bedeelen, dat volgens jaarlijks gebruik mij informeerende naar het beploe„ „gen der padij velden 'sComp„s Regenten alhier op mijne af= „vraage eenpaarig hebben verklaart, geene reeden hebben verklaart dewelke haar kunnen hinderen om vroegtijdig niet dien arbeid voort te vaaren en dat reets veele van hunne volkeren daar meede bezig zijn, andermaal uw= „welEdele Agtbaare aller de moedigst smeekende, dat de Boniers /:dewelke het usum fructum der padij velden sComp„s onderdaanen toebehoorende: nu drie jaaren na den anderen ongepermitteerd hebben behouden /mogen werden gelest daar van zonder verder ditaij afstand te doen, d' ordres van hunnen Koning diesweegen illus oir makende voor het overige met de meeste eerbied en Hoog-agting blijvende. /onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer /lager:/ uwer wel Edele Agtbaares onderdanige dienaar /:was getee= „kend:/ B„s van de Walle. /:in margine:/ Maro's 't fortres veelkenburg den 14=e Januarij A„o 1783. — Aan

NL-HaNA_1.04.02_3653_0175 view scan ↗

English

57. Maros. Upon the urgent request of the chiefs of the village of Tjamba, who presented themselves to me here, that they may have as their second Regentess, in place of the deceased Makkoe, her eldest sister by the name of Bedja, whom I have been further informed is a true subject of the Honourable Company; I have, since they have now personally nominated her to me, agreed to this, on the condition that upon a future vacancy not only of this second regent position, but even upon the decease of the first regent himself, Arou Paorang, previously appointed by me as a full nephew of the one currently serving and having given many proofs of good qualities, shall be obliged to occupy one of these two posts, so that he thus has the survivance thereof. All of which may serve for your information, as well as the fact that I have already on diverse occasions caused the King of Bonij to be urged to have the Boniers return to our subjects some of the paddy fields still in their possession, not merely for three years, but even since the time that Maros was recaptured by Datoe Baringang from the rebel Tankielang; and that under the present circumstances, wherein one can undertake nothing by force due to our own impotence, one must for the time being let the matter rest as it is. After greetings, I am, below stood, your good friend, was signed: B.s Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 16th of January A.o 1783. To the Honourable, Pious, Discreet Resident there, the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle. To the Right Honourable Sir Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honourable Sir, The undersigned having been sent by Your Right Honour to Tanette on the 7th of this month, the humble signatory hereby has the honour to report to Your Right Honour in all respect concerning his proceedings with the same: that pursuant to that highly esteemed order, upon his arrival at Mandalle he first sent an emissary to the Prince of Tanette to make known the undersigned's arrival and to request an audience, against which day His Excellency would be pleased to accept me. Whereupon he granted me an audience for the 12th of this month, and I accordingly departed at the appointed time for Pantjana, where His Excellency was residing. To whom, upon my arrival, after conveying the compliments of Your Right Honour, I made known that I had been sent expressly to communicate to him that Your Right Honour had learned with no small displeasure how His Excellency could have thought fit recently to send an emissary to the village of Patjero, in order to forbid the persons who cultivate the paddy fields lying thereabouts from proceeding any further with the cultivation of the same, under the threat that if they did not obey that order, His Excellency would have the said persons driven away by force with armed men. On which account Your Right Honour having ordered me to point out to His Excellency that his conduct in this regard appeared very absurd and unjust, for although it is well known that the said paddy fields belong under Tanette, it would nevertheless have been his duty to have presented his claim or pretension to Your Right Honour before the ploughing season, and he could have been assured on all accounts that Your Right Honour would have maintained him in all respects and given orders that His Excellency should have received his lands back again; but by no means to be his own judge, as His Excellency has shown in this matter. As also that he could not be unaware that there was a treaty between the Honourable Company and Bonij, namely that whenever anyone possesses paddy fields which have already been ploughed or planted by others, and the rightful owner appears in the meantime demanding his own back, his claim is in such a case provisionally suspended until the crop shall have been cut and the Honourable Company shall have received its lawful tithe thereof; thus that same rule ought to apply here as well. To which message the Prince of Tanette answered me that such was the truth, that His Excellency had indeed forbidden the labourers of the aforementioned paddy fields from further cultivating the same, because the time had arrived that he demanded his own back, as His Excellency wished to have them cultivated himself; furthermore, that he is also aware that such a treaty existed, and that Bonij has also left them the freedom to enforce their own country's laws. Saying further that if it had been subjects of the Honourable Company or Boniers who were cultivating the said fields, he would have had nothing against it, but that he would by no means permit the same to remain under Arou Pantjana or to be worked by his people; however, if the Honourable Company will not permit His Excellency to take back what is his, he would then give notice thereof to the Court of Bonij. Demanding, moreover, above and beyond this, the return of the paddy fields named Lapakanreang djoonga, and those of Datoua ri Tjittja, being the wife of His Excellency, situated near Patjonongang, both of which were likewise cultivated by the people of Arou Pantseena, together with other articles that are currently in the possession of the said Prince or detained by him, besides the buffaloes and horses that his people have robbed from the Tanetterese or taken in an illicit manner. Hereupon the humble signatory replied to the Prince of Tanette that if His Excellency had any pretension

Dutch transcription

57. Maros. Op de jnstantige beede van de alhier bij mijn aangeweest zijnde Hoofden van de Negorij Tjamba om tot hun tweede Regentesse in plaats van de overleedene Makkoe te moo= „gen hebben derzelver oudste zuster in name bedja, die jk nader g'informeert ben, een wezentlijke onderdann van d' Ed„e komp:e te zijn, zo heb jk, dewil z' die thans aan mijn perzoonlijk teffens voorgedragen hebben hier in g'ac= „cordeerd, onder die mits dat bij weder vacature niet al= „ben van deeze tweede regentsplaats maar zelfs bij af= „lijvigheid van den eersten regent zelfs, Arou Paorang bevoorens door mijn benoemd als een volle Neef van den thans present fungeerende zijnde en veele blijken, van goe„ „de hoedanigheeden gegeven hebbende, een dezer twee posten zal moeten bekleeden, invoegen hij dus daar van de sur= „vivanse heeft, het geen alles dienen kan tot uw E narigt zo wel als dat jk de Koning van Bonij reets diverse keeren heb laaten aanmaanen om door de Boniers aan onze onderdaanen te rug te doen geeven rommige van de nog /:niet zeedert drie jaaren maar zelvert de tijd dat Maros door Datoe Baringang van den Re„ „bel Tankielang heroverd is:/ onder haar berustende peedij velden, en dat men in deeze tijds gesteldheid, daar men door eigen onmagt niets met geweld onderneemen kan, het daar bij als nog moet laaten berusten. Jk ben na groete /onderstond/ uw E Goede vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /in margine:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 16=e Januarij A=o 1783. Eerzame, vrome, Discrete Resident aldaar Aan den onderkoopman Bartholomeus van de Walle, Aan Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur deezer kuste Celebes. wel Edele Agtbaare Heer Den ondergeteekende door uwwel Edele Agtbaare op den 7e deezer na Tanette gezonden, zijnde, zo heeft den nedrigen teekenaar bij deezen de Eer uwwel Edele Agtbaare van zijne verrigting bij denzee in alle Eerbied te berigten, dat hij, ingevolge van dat hoog g'eerd bevel, met zijne aankomst te Mandalle ten Eersten een zendeling na den vorst van Tanette gezonden, om des ondergeteekende arrivement bekend te maaken mitsgaders acces te verzoeken, tegens welken dag dat zijn Excellentie mij geliefd te acceptee= „ren, waar op denzelven mij teegens den 12„e deezer g'accor„ „deert heeft, en ik mitsdien mij dan ook ter bestender tijd na Pantjana ben vertrocken, alwaar zijn Excellen„ „tie was bevindende, aan wien jk bij mijn aankomst, na het afleggen van uw wel Edele Agtbaare groetenisse te kennen hebbe gegeven, dat jk expres gezonden was, om denzelven te Communiceeren; dat uwwel Edele Agtbaare niet veel ongenoegen had vernoomen, hoe dat zijn Excellen„ „tie had kunnen goedvinden, onlangs een zendeling na de Negorij Patjero te zenden, ten einde de perzoonen die de daar omtrend leggende padij velden bewerken, te laaten verbieden, dat zij met het verder bewerken dero= „zelve niet zoude hebben voort te vaaren, onder bedreij= „ging dat zo wanneer zij aan dat bevel niet kwaamen te gehoorzaamen; zijn Excellentie als dan ged„e perkoo= „nen door gewapende Manschappen met geweld zoude laaten wegjaagen: uit welken hoofde uwwel Edele Agt= „baare mij gelast hebbende om zijn Excellentie voor te houden dat zijn gedrag hier omtrend zeer ongerijmd en onbillijk te vooren gekomen is, schoon men wel weet dat gemelde padij velden onder Tanette gehooren, het egter van zijn pligt was geweest, voor de ploegtijd desselfs Eijsch of pretentie aan uwwel Edele Agtbaare konde heb= „ben voorgedraagen, en hij allenthalven verzeekerd konde weezen, dat uwwel Edele Agtbaare hem in allen deelen zoude 59 zoude hebben gemainctineerd en ordre gesteld, dat zijn Excellentie desselfs Landerijen wederom te rug hadde ge„ „kreegen; dog geenzints zijn eigen regter te moeten weezen, gelijk zijn Excellentie in deezen getoond heeft, als ook dat hij niet onbewuest konde weezen, dat het een verbond was tusschen d' Ed: komp=e en Bonij, na= „mentlijk dat wanneer iemand padij velden heeft de= „welke door anderen reeds waaren beploegd of beplant, den regten eigenaar intusschen komende opdaagen, en de zijne begeerde te rug te hebben, dan werd zijnen Eijsch in zulken geval bij provisie opgeschort zo lang tot dat het gewas zal gesneeden zijn, en de Ed„e komp„e desselfs geregtelijke Thiende daar van zoude hebben ont= „fangeri, dus dient dat zelfde regt hier meede plaats te hebben. Op welke boodschap mij den Vorst van Tanette ten andwoord gediend heeft, dat zulks de waarheid was, dat zijn Excellentie de werklieden der voorgemelde padij Velden, met het verder bewerken derzelve hadde laaten verbieden, vermits de tijd ver= „scheenen is dat denzelven de zijne weeder te rug be= „geerde te hebben, terwijl zijn Excellentie z' zelfs wilde laaten bewerken, voorts dat hij ook van bewust is dat er zodanige verbond lag, en dat Bonij haar ook de vrijheid gelaaten heeft om hunne Landswetten te mogen handhavenen: zeggende wijders dat wan= „neer het onderdaanen van de Ed„e komp„e of Boniers zijn die meermelde velden bewerkende, hij ir niets teegen zoude hebben gehad, maar geenzints te willen toestaan dat dezelve onder Arou Pantjana verbleef. of door zijn volk bewerkt wierden, edog indien d' Ede komp„e zijn Excellentie niet permitteeren willen. dat hij de zijne na zig wederom mogte neemen, hij er dan kennis aan het Hoff van Bonij zoude geeven; begee= „rende wijders nog daar en booven de te rug gave der Padij velden genaamt Lapakanreang djoonga, en die van Datoua ri Tjittja /:zijnde de vrouw van zijn Excellentie:/ geleegen bij Patjonongang, welke beide insgelijks door die van Arou Pantseena bewerkt wierden, benevens andere articulen die teegentwoordigh onder gem: prins zijn of door hem worden aangehouden, behalven de buffels en paarden die zijn volk van de Tanettereesen geroofd of op een ongepermitteerde wijze hebben genoomen. Hier op heeft den nedrigen teekenaar den Vorst van Ta= „nette te gemoed gevoerd, dat zo indien zijn Excellentie eenig pretentie om re en„ = en Agt

NL-HaNA_1.04.02_3653_0178 view scan ↗

English

claiming to have a pretension upon Arou Pantjana or upon that of his subordinates, that he could certainly submit this to Your Honorable Worships, in which case I did not doubt that Your Honorable Worships would grant His Excellency justice therein according to equity; wherefore I once again, in the name of Your Honorable Worships, recommended His Excellency to let the present possessors cultivate the disputed paddy fields undisturbed on the basis of the aforementioned alleged treaty; if not, that I was then ordered by Your Honorable Worships to protest against it; at the same time declaring to His Excellency in brief words that Your Honorable Worships would by no means tolerate any violence whatsoever being committed on the Honorable Company's territory, or inflicted upon those who are under the protection of the Honorable Company, as there are sufficient means at hand to be able to punish such persons exemplarily; and therefore, whenever the aforementioned paddy fields remained fallow or uncultivated, all the damage that the Honorable Company might suffer thereby would be imputed to no one else than His Excellency and the Kingdom of Tanette; furthermore, that I have at the same time received orders from Your Honorable Worships to command the laborers of all those fields that they shall proceed with the planting of the same, without concerning themselves about anyone else, while for that purpose I shall proceed to Sagerij to see who will have the audacity to disturb or forbid those people in their labor. Furthermore, I have also made known to the said ruler that I was also ordered to still demand from His Excellency the person of the Lommo of Siang, who fled in the past year and is being detained by him, in order to render account of his regency, which he deserted in a roguish manner and without having had the least reason thereto, as well as to give an accounting of the lands of the Honorable Company which he, in an irresponsible manner during his regency, pledged both to the Bonians and to others. The said ruler gave me no other answer to this than that the said fugitive is a Tanetterese by birth, notwithstanding that I asserted the contrary to His Excellency, namely that the said Lommo is a subject of the Honorable Company, and that His Excellency could be convinced by proofs, but that the said scoundrel was now pretending to be a Tanetterese in order to evade his well-deserved punishment. And with this I took my leave, after His Excellency first charged me to assure Your Honorable Worships of his manifold compliments; I likewise testified to him that I would supply a proper report of all these matters to Your Honorable Worships; subsequently I departed for Sagerij, where upon my arrival I immediately had all the Regents of the Honorable Company's districts summoned to me, and in the name of Your Honorable Worships ordered them that they shall have to take care that all the paddy fields situated under their districts are properly cultivated and planted, at the same time ensuring that the laborers are not hindered or disturbed in their activities by others, as well as preventing any hostilities or acts of violence from being committed on the Honorable Company's territory, and repelling with force those who wish to attempt such things. Wherewith the humble subscriber trusts to have fulfilled the highly honored command of Your Honorable Worships, thus presuming the honor to call himself with all submissiveness. Below stood: Honorable Worshipful Sir. Lower: Your Honorable Worship's submissive and faithfully bound Servant. Was signed: Diederik Deefhout. In the margin: Makassar, the 18th of February, Anno 1783. Boetong. Boetong. Boelecomba. To Sergeant Bosamie! I make use of this opportunity to charge you to give me, as speedily as possible even if a request to the king would have to be made for it, notice in the event that you might receive any report of English ships, or anything that has the very least relation thereto or to the war with them. I rely on the prompt execution of this order and remain, after greetings. Below stood: Your good friend. Was signed: B.s Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 22nd of February, Anno 1783. To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet! The former king of Bangaij who, according to your letter of the 28th of February past, let his vessel sail to Ternaten, or rather who, through the indifference of the master of the sloop de Manado, remained behind on Bouthain, you must, if feasible, cause to come hither with one of the pantjallangs at hand with you for the collection of rice, or by another good opportunity, since there will certainly arise no further opportunity for transporting him to Ternaten. I remain, after greetings. Below stood: Your good friend. Was signed: B.s Reijke. At the side stood: Makassar, in Castle Rotterdam, the 7th of March, Anno 1783. Makassar

Dutch transcription

pretentie op Arou Pantjana, dan wel op die van zijne on= „derhoorige vermeenende te hebben, dat hij die immers zulks aan uwwel Edele Agtbaare konde voordragen, als wanneer jk niet en twijffelde of uwwel Edele Agtbaare zal zijn Excel= „lentie daar in na de billijkheid regt doen erlangen, wes= „halven jk zijn Excellentie nogmaals uit naam van uwwel= „Edele Agtbaare recommandeerende om de questieuse padij velden door den tegentwoordige Possesseurs op fundament van het voorsz: g'allegueerd verbond, ongestoord te laaten b'arbeiden, zo niet dat jk als dan door uwwel Edele Agtb: gelast was, daar teegen te protesteeren; teffens zijn Excel= „lentie niet korte woorden te verklaaren, dat uweEEd: Agtbaare geenzints zoude dulden dat er eenige geweld hoe ook genaamt op 's Ed: komp„s grond gebied gepleegd, of den geenen die onder de protextie van haar Edele zijn, zou= „de worden aangedaan, alzo men middelen genoeg aan= „handen heeft om de zodanige voorbeeldelijk te kunnen straffen, en dierhalven zo wanneer de meergemelde Padij velden braak of onbewerkt bleef leggen, dat als dan alle de schaade die d'Ede: komp„e daar door kome te lijden, niemand anders zoude worden g'imputeerd als zine Excellentie en het Rijk van Tanette; voorts dat jk tes= „fens ordre van uw welEdele Agtbaare hebbe gekreegen om de werklieden van alle die velden te ordonneeren daet zij met het beplanten van dezelve, zullen hebben voort te vaaren, zonder zig aan iemand anders te bekreunen, terwijl jk ten dien eijnde mij na Sagerij zal begeeven, om te zien wie de stoutigheid zal durven gebruiken om die menschen in hun arbeid te stooren ofte verbieden. voorts heb jk welmelde vorst meede te kennen gegeven, dat jk ook last hadde om als nog van zijn Ex= „cellentie te reclameeren de perzoon van den in Anno passato gevlugte en door hem aangehouden werdende Lommno van Siang, ten einde van zijnen Regentschap, die hij op een schelmagtige wijze en zonder de minste reeden daar toe te hebben gehad, verlaaten heeft reeken= „schap te geeven, zo meede verantwoording te doen der Landerijen van de Ed„e komp„e die hij op een onveraent= „woordelijke wijze geduurende zijne Regentschap, zo aan de Booniers als aan andere verpand heeft: welmelde Vorst heeft mij hier op niets anders ten antwoord gegee= „ven als dat gem: vlugteling een Tanetterees van geboorte is, niet tegenstaande jk zijn Excellentie het tegendeel daar 61 daar van hebbe beweerd, namentlijk dat gem: Lommo een onderdaan van d' Ed:le komp„e, en dat men zijn Ex= „cellentie niet bewijzen konde overtuigen, maar dat gem: snaeak ter ontwijking van zijn wel verdiende straf= „fe, als nu voor een Tanetterees kwam uit te geeven: En hier meede heb jk mijn afscheid genoomen, na alvoo= „rens zijn Exellentie mij te hebben opgedraagen om desselfs veelvuldige Compliment aan uwwel Edele Agtbaare te verzeekeren; zo heb jk hem teffens betuigd dat Jk van het een en ander een behoorlijk Rapport aan uwwel= „Edele Agtbaare te zullen suppediteeren, vervolgens ben jk na Sagerij vertrokken, alwaar jk bij mijn aan= „komst ten eersten alle de Regenten van Ed„e kom„ „pagnies districten bij mij hebbe laaten ontbieden, en haar„ „lieden uit naam van uwwel Edele Agtbaare g'ordon= „neert hebbe dat zij zullen hebben zorg te draagen dat alle de padij velden die onder hunne districten zijn, na behooren worden bewerkt en beplant, teffens toe te zien dat de werklieden in haare beezigheeden niet door anderen worden verhindert of gestoort, mitsgaders te be„ „letten dat er op 's Ed„le komp„es Territoir geene hostili= „teiten of geweldenarijen gepleegd wierden, en die dat zulks willende tenteeren dezelve met geweld te keer te gaan. waar meede den nedrigen Teekenaar vertrouwd van aan het hoog g'eerd bevel van uwwel Edele Agtbaare te hebben voldaan, dus de Eer aanmaatigende zig niet alle onderdanigheid te mogen noemen /:onderstond:) welEdele Agtbaare Heer /:lager :/ uw wel Edele Agtbaare onderdanige en trouwschuldigen Dienaar /:was geteekend) Diederik Deefhout /:in margine:/ Makassar den 18e februarij Anno 1783. Boetong Boetong. Boelecomba. Aan den zergeant Bosamie! Jk bediene mij van deeze gelegendheid om uwE te gelasten van mijn ten allerspoedigsten /:al zoude daar toe verzoek aan de koning moeten worden gedaan :/ kennisse te geeven bij aldien uE het een of ander narigt van Engelsche scheepen mogte krijgen dan wel iets dat daar toe of tot den oorlog met hun maar de allerminste betrekking heeft. Jk geruste mijn in de prompte uitvoering deezer ordre en ben na groete /onderstond:/ UE goede vriend /was ge= „teekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in het Casteel Rotterdam den 22„en februarij A=o 1783 — Aan den onderkoopman M„r Simon Monsieur,— Resident aldaar. Eerzame, vroone, Discreete! De geweezene koning van Bangaij die navolgens uwE brief van den 28„e februarij passato zijn vaartuig na Ternaten heeft laa„ „ten vaaren, of liever die door de onverschilligheid van den ge= „reeghebber van de Chialoup de Manado op Bouthain ver= „bleeven is, moet uwE zo daa doenlijk met een der bij uw E ter afhaal van Rijst aanhanden zijnde pantjallangs of an„ „dere goede gelegendheid na herwaards doen opkoomen, terwijl er zeekerlijk geen gelegendheid meer tot transporteering van hem na Terniaten zal voorkoomen. jk ben na groete /:onderstond:/ uwE goede vriend. /: was geteekend:/ B„s Reijke. /:ter zijde stond:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 7„e Maart Anno 1783. Makassar

NL-HaNA_1.04.02_3653_0181 view scan ↗

English

63. Makassar. To the Honourable and Respected Lord Barend Reijker, Governor and Director of the coast of Celebes. Honourable and Respected Lord, Late in the evening of the 17th of this month, I received word overland from Sape that two days earlier three large English ships and a two-masted frigate had arrived and anchored far offshore there; that no one had yet come ashore, but that the interpreter at Sape was about to go on board their ships. I immediately requested an audience for the following morning with the king and the grandees of the realm. Arriving there, they asked me what they should do now, as they were at a loss in this matter, being unable to withstand such a force. I advised them to send someone there directly to speak with the English if they should come ashore, to ask them where they came from, where their destination was, and what they came to do here, and that it was best to accommodate them only with the bare necessities against payment if the English made their promise to depart as soon as they were provided with what was necessary. The Bimarese approved this and, while I was still with them, sent someone to Sape. But on the 19th I received word from Sape that the new guests there would hear nothing at all of paying, but took everything by force, and if anyone merely said "it is my property" or "pay me", they presented such persons with the pistol or the cutlass; that at Sape they chopped down and ruined all the gardens, etc., without restraint, and even added to all these and other hostilities the taking and carrying away of children; that all this caused total dismay among all the people of Bima, and especially among the inhabitants of Sape and its environs; that the latter had brought their women, children, and buffaloes all into the mountains. The English had also asked where the Company was here, but having a clever interpreter before them, he answered them that if they wished to go from there overland to the Company's post, in this time of year they would have a full month's work of it due to the mud and the overflowing of the rivers that they had to cross. Furthermore, they asked whether there were many Dutchmen, to which the Bima interpreter answered that due to the great distance he seldom came to the Company's lodge, but that he did know that there were no more than 10 Dutchmen, that all the rest had departed for Makassar because the Company kept no ships here, whereupon the English made no further inquiries concerning the Company. Upon this news, the Bimarese again had me asked what they should do now, since the English were ruining everything at Sape and carrying off their people besides. I then advised them again that they should once more send one of the grandees of the realm with a proper retinue, in the name of the king and grandees without loss of time, to ask the English, in somewhat firmer yet friendly terms, what they came to do, and to demand back all the stolen people in their name, and furthermore to ask the English in direct terms whether they had come to act hostilely against them; if so, that he would then report that to his monarch, and if not, that they should then deliver up the abducted people, and could then tell him what they needed, whereupon he would, to the best of his ability, provide them with everything against proper payment; also, he must make it known to them that more Englishmen had indeed come here to refresh themselves who were never mistreated by the Bimarese, and that they absolutely did not tolerate such treatment towards their own people either. The English pretend to want to go to China; others say again that their voyage is to Timor, so that one cannot rely on this with certainty, but they have appeared out of the north-west, and from where, is not yet known. I have drawn this up with the utmost haste to inform Your Honourable and Respected Lordship of this most important news as quickly as possible and with great respect, and have been obliged to hire the bearer of this, named Intje Manco, for 50 rixdollars, while I obtained the prahu and part of the crew from the Bimarese, in the hope that Your Honourable and Respected Lordship will be pleased to stamp this as well as my actions in this matter with Your Honourable and Respected Lordship's approval, looking forward with great longing to Your Honourable and Respected Lordship's highly respected orders in this regard. I also very humbly request that the bearer of this, in case of a long voyage and if they ask for it, may be provided at the post with rice for their return voyage, which I have promised them to request from Your Honourable and Respected Lordship in all respect. With the departure of the provision prahu, or if necessity should require it sooner, I shall report the outcome of whatever further may occur to Your Honourable and Respected Lordship as soon as possible, and since the persistent stormy weather absolutely does not permit it, I have not been able to give notice to Java of the arrival of these ships. Herewith I remain with the deepest respect and submissiveness, Honourable and Respected Lord, Your Honourable and Respected Lordship's humble and faithful servant, Signed: C. Meurs Bima, in the Company's fortress, the 20th of February, Anno 1788.

Dutch transcription

63. Makassar. ƒ Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijker. — welEdele Agtbaare Heer Den 17:e deezer 's avonds laat kreeg ik over land van Sape tij= „ding, dat aldaar twee daagen bevoorens verre uit de weel ten Anker waaren gekoomen drie groote Engelsche scheepen en een twee-mast fregat, dat nog niemand aan de wal was geweest, dog dat den tolk te soepe bij haar aan boord stond te gaan, ik liet aanstonds teegens morgen ogtend bij de ko= „ning en Rijxgrooten belet vraagen, daar komende, vroe„ „gen zij wij wat zijlieden nu doen zouden wijl zij als tee„ „gens ro een magt niet bestand in deezen reedeloos waa„ „ren, ik reedde haar doen em direct iemand derwaards te zenden om niet de Engelsche bij aldien zij aan de weel kwaamen te spreeken haar af te vraagen van waar zij kwaamen werwaards hunne destinatie was en wat zij hier kwamen doen, en dat het beste was haar teegens be„ „taaling slegts met het noodwendige te gerieven als zij Engelsche haar belofte deeden van ro haast zij van het nodige voorzien waaren te zullen vertrekken dit keur= „den de Bimaneesen goed en zenden terwijl, jk nog bij haar was iemand na Sape, dog den 19„e kreeg ik tijding van Sape, dat de nieuwe gasten aldaar in het geheel van geen betaalen wilden hooren maar alles met geweld weg„ „naamen en zo iemand maar zeij het is mijn goed of betaald mij dat zij de zulken de Pistool of de Houwer presenteerden, dat zij op sape alle de thuinen &=a onver kapten en ruineerden, ja zelfs bij alle die en meer andere hostiliteiten het wegneemen en vervoeren van kinderen voegden dat dit een en ander eenigansche verslaegendheid onder al 't volk van Bima en voor eel onder de in= „woonders van Sape en daar omstreeks verwekte dat laastgemelde hunne vrouw en kinderen en Buffels alle na 't gebergte hadden gebragt, ook hadden de Engelschen ge„ „vraagd waar de Compagnie hier was, dog een stimmer tolk voorhebbende antwoorde haar dat als zij van daar over land na de Comp„s post wilden, dat zij dan in dee„ „ze tijd van 't jaar door de modder en 't overloopen der Revieren die zij moesten passeeren wel een maand wark hadden, verders vroegen ze of er veel Hollanders Gouverneur en Directeur. ter custe Celebes. waaren was het. waaren, waar op den Bimat tolk andwoorde dat hij mee= „gens de verre afstand zelden in 'sComp„s Logie kwam, dog dat hij wel wist dat er niet boven de 10 man hollanders waaren, dat de rest alle na Makassar waaren vertrok= „ken wijl dog de Comp=e tons geen scheepen hier zoud, waar op de Engelschen verder zig na de Comp=e niet g'informeert. hebben, op deeze tiding lieten mij de Bimaneesen weeder vraagen wat zij nu zouden doen, daar de Engelsen alles te seepe ruineerden en haar volk er bij wegnaa= „men; ik raade haar dan op nieuw dat zij op nieuw een van de Rijxgroot met een goed gevolg uit naam van de koning en Rijxgrooten zonder tijd verzuim moesten derwaards zenden, om in wat cordater dog egter vriendelijke termen den Engelsch man af te vraagen weet hij kwam doen en uit naam van hun alle de gestoole menschen te rug eisschen en verders hun Engelschen in directe ter= „men moest afvraagen of zij gekoomen waaren om vijand= „lijk teegens hun te ageeren, zo ja dat hij dan daar van rapport zou doen aan zijn vorst en zo neem dat zij dan de weggenoomene Menschen zouden uitleeveren, en dan aan hem konden zeggen wat zij noodig hadden wanneer hij haar teegens ordentelijke betaaling dan na mogelijkheid van alles zou voorzien, ook moet hij haar te kennen gee„ „ven dat hier wel meer Engelschen zig hadden koomen ververschen die nooit door de Bimaneesen kwalijk waaren behandeld en dat zij zulks ook absolut aan de haaren niet tolloreerden. De Engelschen geeven voor na Phince te willen; ande= „ren reggen weer dat haar reijse na Timor is, zo dat men hier niet vast op aankan, dog hij zijn uit het Noord =westen koomen opdaagen en waar van daan weet men nog niet. jk heb deeze ten allerspoedigsten vervaardigt om uw wel Edele Agtbaare zo. schielijk mogelijk was van deeze aller impor= „tanste tijding zeer eerbiedig te informeeren en ben genood= „zaakt geweest brenger deezes Intje Manco genaamd voor 50 rijxd„s af te huuren, terwijl jk de prauw en een gedeelte van 't volk van de Bimaneesen heb gekreegen, in hoope dat uwwel Edele Agtbaare dit zo wel als mijne ver= „rigtingen in deezen met uwwel Edele Agtbaare goedkeuring wel zult willen bestempelen, uwwel Edele Agtbaare zeer gerespecteerde orders desweegens niet zeer veel verlan= „gen te gemoed ziende, verzoek jk teffens zeer nedrig dat brenger deezes ingevalle van een lange reijse en zo zij er om 65 om vragen â Postij met rijst tot hunne te rug reise moo= „gen voorzien worden, 't geen jk haar beloofd heb in allen Eerbied van uwwel Edele Agtbaare te zullen verzoeken; met het vertrek van de provisie prauw of zo 't nood eerder mogte vereijsschen, zal jk uwwel Edele Agtbaare den uitslag op 't geen verder mogte voorvallen ten spoedig= „sten verslag doen, en dewijl het aanhoudend storm= „weer het absolut niet permitteerd heb jk na Iava van 't arriveeren deezer scheepen geen kennisse kun= „nen geeven. Hier meede verblijf met het diepst respect en onder„ „danigheid /onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uw= „welEdele Agtbaare onderdanige en trouwschuldige dienaar /:was geteekend:/ C„l Meurs /: in margine:/ Bima in 's Comp„s vesting den 20„en Februarij A„o 1788. Aan. lke =

NL-HaNA_1.04.02_3653_0184 view scan ↗

English

Batavia. To His Excellency The Highly Honorable, Right Honorable, Strict and Widely Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Honorable, Strict Lords Councillors of the Dutch Indies, Highly Honorable, Right Honorable, Strict, Widely Commanding Lord, and Honorable, Strict Lords, With the vessels currently making a collection voyage to Iava to fetch rice, of which the inhabitants of this province have a great shortage, we avail ourselves of the opportunity to dutifully inform Your Excellencies of the arrival of three English ships and a two-masted frigate in the Sape Strait at Bima, together with the hostilities that they are committing there on the spot, as described in the accompanying authentic copy of the letter sent to us by the Resident of Bima, which we have just received and to which we very respectfully refer; as well as that we will order the Resident there to exercise all possible prudence further in this case by encouraging the collective regional rulers across the water in a friendly manner toward a steadfast loyalty to and defense of the Company's interests, and for the rest to comply with the orders already received from here and given by us in the year 1781 in the event that the Company's post should be hostilely attacked by the English. Furthermore, we also have the good fortune to inform Your Excellencies hereby that the Company's pantjallang De vreede, under the supervision of the Master De Pisoo, arrived here on the 3rd of this month, provided only with a cover letter and an invoice of reckoning, and that we still await the duplicate and original reply of Your Excellencies, as well as the Company's factory ship, and also that for the rest, through God's goodness, we find ourselves in undisturbed peace here at this place. We commend the precious persons of Your Excellencies and the weighty interests of the Company to the safe protection of the Almighty, and remain with all respect and high esteem, (was written beneath:) Highly Honorable, Right Honorable, Strict, Widely Commanding Lord and Honorable, Strict Lords, (lower down:) Your Excellencies' humble and dutiful servants, (was signed:) H. Reijken, Jan Martin Baeserman, J. W. H. van Rossum, J. L. de Vos, P. Bosch, J. E. Budach, and P. Baron van Diemar. (In the margin:) Makassar in Castle Rotterdam, 10 March Anno 1783. To the Senior Merchant Rudolph Florentius van der Niepoort, Commander over the Eastern Corner of Iava, Together with The Council! Honorable, Prudent, Discreet! We have the honor to politely request Your Honor to arrange a speedy and secure delivery for the enclosed letter to Their Excellencies and a ditto to the Lord Governor in Samarang, and remain in that expectation with all respect. (Was written beneath:) Your Honor's good friends, (was signed:) R. Reijke, Jan Martin Baterman, J. W. H. van Rossum, J. L. de Vos, P. Bosch, J. E. Budach, and G. Baron van Diemar. (In the margin:) Makassar in Castle Rotterdam, 10 March Anno 1783. Sourobaija. Samarang. Samarang. To the Honorable, Respected Lord Honorable, Respected Lord and Friend, With the vessels currently making a collection voyage to Iava to fetch rice, of which the inhabitants of this province have a great shortage, I have the honor to inform Your Honorable Respect of the arrival of three English ships and a two-masted frigate in the Sape Strait at Bima, together with the hostilities that they are committing there on the spot, as described in the accompanying authentic copy of the letter sent to me by the Resident of Bima, which I have just received and to which I refer for the sake of brevity, mentioning at the same time that on this occasion I have also conveyed the necessary information regarding this via Sourobalija to Their Excellencies in Batavia. For the rest, everything here being in undisturbed peace, I conclude this with my cordial greetings and profess to be with very much esteem, (was written beneath:) Honorable, Respected Lord and Friend, (lower down:) Your Honorable Respect's humble servant, (was signed:) B. Reijke. (In the margin:) Makassar in Castle Rotterdam, 10 March Anno 1783. Johannes Sieberg, Governor and Director there. To. Bima. In reply to your letter received of 20 February passed, reporting the arrival of three English ships and a two-masted frigate in the Sape Strait and the hostilities that they are committing there, it serves that, approving what has already been undertaken by you, I can, in these precarious circumstances of the time, give no other order in that regard than to exercise all possible prudence further in the case concerned, and to encourage the collective regional rulers across the water, especially the King of Sumbauwa who is not at all well-disposed to the Company, in a friendly manner to resist this common enemy jointly with steadfast loyalty and adherence to the Honorable Company's interests should he not cease committing his hostilities, and you must for the rest comply with the orders already established in the event that the Honorable Company's post should be hostilely attacked by the English. Wherewith, after greetings, I remain, (was written beneath:) Your Honor's good friend, (was signed:) B. Reijke. (In the margin:) Makassar in Castle Rotterdam, 10 March Anno 1783. Honorable, Pious, Discreet. Resident there. To the Junior Merchant Cornelis Meurs.

Dutch transcription

Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren, Gestrenge en Wijdgebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal Neevens. De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indiën Hoog Edele Groot Agtbaare, Gestrenge, wijdgebiedende Heere en. WelEdele Gestrenge Heeren, Met de thans naar Iava een ophaal togt doende vaar= „thuigen, ter afhaal van Rijst waar aan de Jngezeetene dezer Provintie groot gebrek hebben, bedienen w=' ons van de gelee„ „gendheid om uw Hoog Edelheedens zo wel schuldpligtig ken„ „nis te geeven, van de aankomst van drie Engelsche schee„ „pen en een twee mast Fregat in straat Iape op Bi= „ma, mitsgaders de hostiliteijten die dezelve daar ter plaatse ploegen, beschreeven bij het overgaande Authenticq Afschrijft van den Brief door Bimas Resident aan ons gezonden, die wij zo even ontfangen hebben en waar aan wij ons zeer Eerbiedig zijn gedragende; als dat wij den Resident aldaar zullen gelasten om alle mogelijke omzigtigheid in dat Cas verder te gebruiken door de gezamentlijke overwalsche vorsten op een vriendelijke wijze te animeeren tot een standveestige trouwe aan en bezettiging van 's komp„s belangens, en zig voor het overige te gedragen aan de reeds van hier in A=o 1781 Ontfangene en door ons gegeevene Ordres ingevalle 'sComp:s post door de Engelsche vijandlijk mogte werden aangetast. Voorts hebben wij nog het Geliek uw Hoog Edelheedens bij deezen te bedeelen dat 'sComp„s Pantjallang De vreede onder opzigt van den Gezaghebber De Pisoo op den 3„e deezer eenelijk verzien van een geleide Briefje en een Factuur van aanreekening alhier is g'arriveerd, en dat wij de du= „plicaat en Origineele Rescriptie uwer Hoog Edelheedens mitsgaders ƒ 67. mitsgaders 't Comptoir schip nog te gemoet zien, als ook dat wij ons voor het overige hier ter plaatse in een on= „gestoorde Ruste door Gods goedheid bevinden. wij beveelen de Dierbaare Perzoonen uwer Hoog= Edelheedens en 'sComp„s zwaarwigtige belangens en Podes„= veijlige Hoede en blijven met allen Eerbied en Hoog-ag= „ting /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare, Gestren= „ge, wijdgebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Hee„ „ren /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens onderdanige en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ H„s Reijken j:n M„n Baeserman, J: w: M: van Rossum, J: L: de id :vos, I„s Bosch, I. Budach en P: Baron van Diemar /:in margine:/ Makassar in 't kasteel Rotter= „dam den 10„e Maart Anno 1783 — Aan den opperkoopman Rudolph Florentius van der Niepoort, Gezaghebber over den Oosthoek van Iava Neevens. Den Raad! Erntfeste, voorzienige, Discreete! wij hebben de Eer uw wel Edele gedienstig te verzoeken om inleggende Brief aan Hunne Hoog Edelheedens en een dito aan den Heer Gouverneur te Samarang een spoedig en Secuur addres te willen doen erlangen en blijven in die verwagting met alle agting. /:onder- „stond:/ uwE: Goede vrienden /: was geteekend:/ R„s Reijke, J„n M„n Baterman, J: W: H: van Rossum, J: L de Vos, P„s Bosch, I E: Budach en G: B„re van Diemar /:in margine:/ Makasseer in het kasteel Rot= „terdam den 10„e Maart Anno 1783 Sourobaija Samarang „ Samarang. Aan den welEdelen Agtbaaren Heer welEdele Agtbaare Heer en Vrienct Met de tans na Iava een ophaal togt doende vaar= „tuigen ter afhaal van Rijst, waar aan de Jngezeetene dee„ „zer provintie groot gebrek hebben, heb jk de Eer uwwelEde„ „le Agtbaare kennis te geeven van de aankomst van drie Engelsche scheepen en een twee mast fregat in straat Sapé op Bima, mitsgaders de hostiliteijten die dezelve daar ter plaatse pleegen, beschreeven bij het overgaand Au= „thenticq afschrift van den Brief door den Bimas Resident aan mijn gezonden dien jk zo even ontfangen heb en waar aan jk mijn kortheids halven gedraagen met melding teffens dat jk hier van met deeze gelegend= „heid over Sourobalija ook de vereijschte kennisse aan Hunne Hoog Edelheedens te Batavia konie te geeven. voor 't overige hier alles in een ongestoorde Rust zijnde zo besluite jk deeze met mijne Hertelijke groe= „te en betuige met zeer veel agting te zijn /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer en Vriend /:lager:/ uw wel Edele Agtbaare onderdanige dienaar /:was geteekend:) B„s Reijke„ /:in margine:/ Maekassar in het kasteel Rotterdam den 10„e Maart Anno 1783. Johannes Sieberg Gouverneur en directeur aldaar. Aan. 69. Bima. Jn andwoord op uwE ontfangene brief van den 20„e febru= „arij passato bedeelende de aankomst van drie Engelsche scherpen en een twee mast fregat in straat Sape„ en de hostiliteiten, die dezelve daar pleegen, diend dat jk approbeerende het reets door uwE aangewende dezelve in die netelige tijds omstandigheid niets anders daar om„ „trend gelasten kan dan om alle mogelijke omzigtigheid in cas subject verder te gebruiken en de gezamentlijke overwalsche Vorsten, bijzonder de gantsch niet goed 'skomp=s Gezinden Koning van Sumbauwa op een vriendelijke wijze te animeeren om met een standvattige trouw en aankleeving van SEd:e Komp„s belangen dezen alge= „meenen vijand gezamender hand te keer te gaan wan„ „neer bij het plegen zijner hostiliteiten niet mogte koo= „men na te laaten, zullende uwE zig overigens moeten gedraagen aan de reets gestelde Ordre ingevalle 'S Ed Comp„s post door de Engelsche vijandlijk mogte worden aange„ waar meede jk na groete blijve /:onderstond:/ uw E Goede vriend. /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine) „Makassar in het Casteel Rotterdam den 10„e Maart Anno 1783. —. Eerzame, Vrome, Discreete. Resident aldaar. Aan den onderkoopman. Cornelis Meurs-. = e= le ij dam „last. Aan

NL-HaNA_1.04.02_3653_0188 view scan ↗

English

Makassar. To the Right Honorable and Venerable Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable and Venerable Sir, My respectful letter of 20 February written to Your Right Honorable I take the liberty of accompanying herewith in duplicate, while I have the pleasure to inform Your Right Honorable hereby that two of those English ships set sail on the 21st and the other two also two days thereafter, setting their course wide through the Strait of Sape, and as they, the English, pretended to want to go to Timor or Flores, I did my best to send that news as speedily as possible to the first-mentioned place, and have succeeded so far that on the 22nd of this month a vessel, with the enclosed which I also take the liberty of offering to Your Right Honorable in copy, sailed thither; and although otherwise no passage is open from here to Timor, I nevertheless thought the importance of the matter in this instance required an exception, and hope that I have not been mistaken herein, while I shall most humbly await Your Right Honorable's approval regarding this, or if to the contrary, let this serve as a guideline for me in the future. On 30 December of the past year I held a general native council here, where there were present the envoys of all the rulers except those of Pekat, who arrived too late because of their delay; here I settled to satisfaction all the disputes that had arisen between the respective rulers, except those of Sumbawa, as that ruler was pleased to send envoys who knew nothing of the matter and said they had received no order from their ruler to reply to anything, but that upon returning to Sumbawa they would make a report to the King and the dignitaries of the realm of what occurred here. The King of Dompo initially also seemed very disinclined to comply with and carry out the resolution taken in his regard concerning the extradition of the Sangarese subjects and slaves residing in his land, and in that period he wrote me very unfriendly letters, until I finally pointed out to His Highness in very cordially firm terms in the name of the Noble Company his improper actions, and had that letter brought to him by the Penghulu of the Malays, accompanied by an envoy on behalf of the King and dignitaries of Bima, and likewise one from those of Sangar; whereupon that ruler, perhaps understanding that the matter might now indeed become serious, sent me a very friendly answer requesting that I would permit him to come to speak with me in person about these various matters, which I allowed him; whereupon he arrived here on the 27th of last month and visited me in state on the 28th, having been with me several times since that time, while these negotiations achieved so much that this ruler asked the Honorable Company and me for forgiveness in direct terms for everything he might have done that could in any way work to the detriment of the Honorable Company, with a friendly request not to think any more of what had passed, and at the same time he promised that he would restore or compensate all the slaves and subjects of Sangar to their lawful ruler, as he has now already delivered to Sangar the child of the Sangarese Prince named Daeng Maleux, with the child's mother, and has also already delivered the value of 12 head of slaves to the satisfaction of Sangar, while he kindly requested me that the Company would accommodate him with a loan of 400 Spanish rixdollars so that he might be able to pay the remaining debt to Sangar for those slaves all at once; however, I answered that ruler that I would favorably present to Your Right Honorable at the first opportunity both this request of his and that the Company might accommodate him with 8 to 10 flintlocks against payment, since he claims to have suffered much damage to his firearms during the war before Gowa in the service of the Honorable Company and that many of them have become unusable, and his stock was already very small at that time; as I then take the liberty of doing so most respectfully herewith. Meanwhile I have had the said native resolution put in order and sent to all the rulers to confirm it with their seals; as soon as I receive it back I shall humbly present it to Your Right Honorable at the first opportunity and at the same time also implore Your Right Honorable's approval of these my actions. On the [illegible] I sent a friendly letter to the Gusti of Selaparang and His Highness on Your Right Honorable

Dutch transcription

Makassar. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en directeur ter Custe Celebes. welEdele Agtbaare Heer Mijne Eerbiedige in dato 20„e Februarij aan uwwelEd: Agtbaare geschreeven gebruik de vrijheid deezen in duplo te laaten ver„ „sellen, terwijl jk het genoegen heb uwwel Edele Agtbaare bij deezen te bedeelen, dat twee dier Engelsche scheepen op den 21e en de andere twee ook twee daagen daar na gezeild zijn, stellende hunne bours ruijd op door straat Iape, en wijl zij Engelschen voorgaaven na Timor of Phince te willen heb jk mijn best gedaan, die tijding ook ten al= „berspoedigsten na Eerstgem: plaats te zenden en ben in zo verre gereusseert dat op den 22„e deezer een vaartuig net neevensgaande die Jk de vrijheid gebruik uwel Edele Agtbaare almeede in Copia aan te bieden derwaards is gesteevend, en alhoewel van hier na Timor anders geen vaart open is, dagt jk egter het gewigt der zaake in dee„ „sen een Exceptie vereischte, en hoop dat mij hier in niet zal bedroogen hebben, terwijl ik desweegens uwwel Edele Agtbaare goedkeuring zeer needrig zeel blijven afwagten, dan wel bij Contrarie mij zulks voor het vervolg ten rigtsnoer laaten strekken. op den 30„e December Anno passato heb jk hier generaa„ „le Landsvergadering gehouden, daar teegentwoordig waa„ „ren de rendelingen van alle de vorsten behalven die van Pecat die door hun draalen te laat kwaamen, hier in heb jk na wensch alle de tusschen de respective Vorsten gereesene verschillen afgemaakt, behalven die van Pum= „bauwa, wijl dien vorst rendelingen heeft gelieven te renden die nergens van wisten en zeijden geen order van hun vorst te hebben ontfangen om op iets te and= „woorden, maar dat zij de koning en Rijxgrooten bij te rugkomst te Sambauwa van 't hier voorge„ bevallene verslag zouden doen; De koning van Dompo scheen in 't eerst ook zeer ongeneegen om 't besluit ten zijnen opzigte genoomen, aangaande de uitleevering van de zig op zijn Land ophoudende Pangareese„ onderdaanen en slaaven, na te komen en ter uit= „voer te doen brengen, en heeft mij, in die tijden al reer 71 zeer onvriendelijke brieven geschreeven, tot ik eindelijk aan zijn Hoogheid in zeer Cordeerte termen uit naam van de Edele Maatschappij hem zijn verkeerde demarches onder het oog bragt, en die brief liet jk hem brengen, door den Pam„ „hoeloe der Maleijers, verzeld van een zendeling van weegens de Koning en Rijxgrooten van Buna en zo meede een van die van Pangar, waar op die vorst, misschien begrijpende dat de zaak nu wel ernst kon wor= „den, mij een zeer vriendelijke andwoord zoud met verzoek dat jk hem wilde permitteeren mij hier in Perzoon over het een en ander te moogen koomen spreeken, het geen jk hem toestond, waar op hij den 27:e van voorleeden maand hier arriveerde, en den 28„e in statie bij mij kwam, zijnde na die tijd diverente maalen bij mij geweest, terwijl deeze onderhandelingen zo veel te weeg bragten dat dien vorst de Ed: komp„e en mij in directe termen vergeeving verzogt over al het geene hij mogte gedaan hebben dat eenigzints tot deelen van de Ed„s komp„e kon strekken, niet vriendelijk ver„ „zoek van niet meer aan het gepasseerde te willen denken, en teffens beloofde Hij alle de Slaaven en onderdaanen van Tangar aan hunnen wettigen vorst te zullen restitueeren, of vergoeden, zo als hij nu ook reeds aan Sangar heeft uit„ „geleevert het kind van den Sangareesen Prins genaamt Daeng Maleux, met 'S kinds moeder en ook al reets de waarde van 12 koppen slaaven ten genoegen van Sangar uitgeleevert, terwijl hij mij vriendelijk verzogt dat de komp„e hem ter leen wilde gerieven met 400 rijxd„s spaans op dat hij in staat mogt zijn de restand schuld aan Sangar weegens die slaaven nu in eens te voldoen; dan jk heb dien vorst g'antwoord dat jk uwwel Edele Agtbaare bij eerste occasie zo wel dit zijn verzoek als dat de komp„e hee met 8 â 10 snaphaanen teegens betaalen wilde gerieven, wijl hij voorgeeft voor Goa in den Oorlog ten dienste van de Ed„e komp„e veele schaade aan zijn geweeren geleeden 'E te hebben en dat er veele onbruikbaar van zijn geraakt, en zijn voorraad zo al te dier tijd zeer klein was, gunstig zoude voordraagen; gelijk jk dan de vrijheid ge„ „buuike zulks bij deezen zeer eerbiedig te doen. Jntusschen heb jk gem: Jnlandsche Resolutie in Ordre laaten brengen en aan alle vorsten gezonden om dezelve met hunne zeeguls te bekragtigen, zo haast jk dezelve waerom krijg zal jk ze uwwel Ed: Agtbaare bij eerste Occagie onderdaanig presenteeren en teffens ook Uuwel Ed: Agtbaare, approbatie op deeze mijne verrigtinge afsmeeken heb jk een vriendelijke brief verzonden op den aan den Gustij van Salemperrang en zijn Hoogheid op uwwelEdele

NL-HaNA_1.04.02_3653_0190 view scan ↗

English

Timor your Honorable Respectable qualification with the desired accommodation. Concluding, I commend your Honorable Respectable Illustrious Person and the Honorable Company's momentous interests to the safe protection of the Almighty, and remain with the requisite respect. was written below: Honorable Respectable Sir lower: your Honorable Respectable's Willing and very humble Servant was signed: Cs Meurs in the margin: Bima and the Company's fortress, the last of February Anno 1783. To the Merchant Willem Adriaan van Este, Opperhoofd, and Thimotheus Wanjon, Bookkeeper and Secunde on behalf of the Company there. Honorable, Pious, Discreet. Whereas on the 17th of this month I received news from Papé that two days prior three large English ships and a two-masted frigate had come to anchor there, who pretended to want to visit your Honor's regions, and others of their crew also said that their voyage was to China, and although this latter is not very credible and the former is by no means desirable, I have nevertheless done my best to inform your Honor of this most important news as soon as possible, as is done herewith, although otherwise no passage is open from here to your parts. Two of those ships already sailed yesterday and set their course southward through Sape Strait; it is to be wished meanwhile that they may sail past Kupang, of which I very kindly request to be informed upon the return of the bearer of this, who I hope, in case he should need anything, your Honor will have the goodness to provide with what is necessary for his return journey, as well as what your Honor might at times hear over there concerning that fleet. While 73. Batavia While I, after friendly greetings, am with very high esteem lower: Honorable, Pious, Discreet, lower: your Honor's Humble Servant, signed Cs Meurs in the margin: Bima in the Company's fortress, the 22nd of February Anno 1783. To his High Nobility: Mr Willem Arnold Alting, Governor-General. together with The Honorable Stern Gentlemen, Councilors of the Netherlands Indies. The High Noble, Highly Respectable, Stern, Widely Ruling Lord, High Noble, Highly Respectable, Stern, Widely Ruling Lord, and Honorable Stern Gentlemen. The soldier Coenraad Hermanus Steijns, who arrived here from Bima the evening before yesterday with the ordinary annual provisions prahu, having related that he had heard from a certain native, Intje Makka, who had come from Selaparang, that around Bima eastward twelve English ships were cruising and indeed intended to continue their course toward Lifau and further to Ternate, we therefore have the honor, as is our duty, to communicate this to your High Nobilities, transmitting that account and extracts from the letters received with him from the Resident of Bima, and to report that in this regard we have immediately notified the Ministers at Ternate and Amboina by an express vessel hired by us for one hundred and fifty rixdollars, with the friendly request to further inform the Amboina Ministry at Banda thereof, as the copies of letters dispatched thither respectfully enclosed herewith demonstrate, and to which we request leave to refer. We have the honor to call ourselves with the deepest respect and high esteem was written below: High Noble, Highly Respectable, Stern, Widely Ruling Lord lower: your High Nobilities' Humble and Dutiful Servants. was signed: B Reijke, Cs Kraane, Jn Mn Baserman, Jn Wm Hk van Rossum, Js Fs de Vos, Ts Bosch, Jn Gl Budach, Gd van Diemar. in the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 19th of March Anno 1783. To the Honorable Respectable Sir, Bernardus van Pleuren, Governor and Director, together with the Council there. Honorable Respectable Sir and Good Friends. By an express vessel hired by us, we have the honor to inform your Honorable Respectable of the intelligence we have received that around Bima twelve English ships were cruising, and indeed with the intention to continue their course toward Lifau and further to Ternate, which God forbid; as your Honorable Respectable will be able to see more fully from the accompanying account of the soldier Steijns who arrived yesterday from Bima with the annual provisions prahu, and to which, as well as to the enclosed extract letters from Resident Meurs dated the 20th and the last of February, and the first of this month, we refer ourselves, with the notice that the necessary information has been communicated by us to Ternate and by the Resident of Bima to Timor. We remain with high esteem was written below: Honorable Respectable Sir and Good Friends lower: your Honorable Respectable's Friends and Servants was signed: B Reijke, Cs Kraane, J: M: Baserman, J: W: H: van Rossum, Js Ls de Vos, Is Bosch, Jn G: Budach and Gbl van Diemar in the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 19th of March 1783. To 1

Dutch transcription

Timor uwwel Edele Agtbaare qualificatie met het begeerde ge= „riefd. Eindigende beveele jk uwwel Edele Agtbaare Jllustre Per= „zoon en 'sEd:e komp„s zwaarwigtige belangens in de veilige protexie des allerhoogsten en blijve met het vereijschte res= „pect. /onderstond:/ wel Edele Agtbaar Heer /:lager:/ uwer wel= „Edele Agtbaare Bereidwillige en zeer onderdanige Dienaar„ /:was geteekend:/ C„s Meurs /:in margine:/ Bema en 'sComp„s vesting ultimo februarij Anno 1783. Aan den koopman Willem Adriaan van Este, opperhoofd, en. Thimotheus wanjon Boekhouder en Sekunde 'sComp„s weegen aldaar. Erntfeste, Vrome, Discreete. Naardien op den 17„e deezer tijding heb bekoomen van Papé dat twee daagen bevoorens daar waaren koomen ankeren drie groote Engelsche scheepen en Een twee mast fregat die voorgaa„ „ven uw Ed: Contreijen te willen gaan bezoeken, en ook an„ „deren van hun volk zeijden dat hunne reijse na China was en schoon dit laaste niet zeer geloofbaar en 't eerste geensch niet te wenschen is, heb jk eder mijn best gedaan uw Ed: van deeze allerimportantste tijding zo spoedig doen„ „lijk was kennisse te geeven gelijk by deezen schoon anders van hier na kostij geen vaard open is, twee dier scheepen zijn reeds gisteren gezeild en hebben haar bours zuid op door Straat Iape gesteld, te wenschen is 't intusschen dat ze koupang mogen voorbij zeijlen, waar van jk zeer vrien= „delijk verzoeke met de te rug komst van den brenger deezes die Jk hoop dat uw Ed bij aldien iets nodig mogte hebben wel de goedheid zult hebben van met het nodige voor hunne te rug reise te voorzien, zo wel mag g'in= „formeert worden, als wat uw Ed„e zomtijds ginter van die vloot mogt verneemen. Terwijl 73. Batavia Terwijl jk na vriendelijke groete met zeer veel agting ben /: lager:/ Erntfeste, vroome, Discreete, /lager:/ uw Ed. Dre Dienaar geteek„t C„s Meurs /in margine:/ Bina in 'sComp:s vesting den 22„e Februarij Anno 1783. —. Aan zyn Hoog Edelheid: M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal. De wel Edele Gestrenge Heeren Raa„ „den van Nederlandsch Indiën. beneevens. Den HoogEdelen Groot Agtbaaren, Gestrenge, Wijdgebiedende Heere, Hoog Edele Groot Agtbaare, Gestrenge, wijdgebiedende Heere, en welEdele Gestrengen Heeren. Den opgisteren avond hier van Bima met de ordinaire Jaarlijk „se provisie prauw aangekomene zoldaat Coenraad Herma„ „nus Steijns gerelateerd hebbende, dat hij van een zeeker Jn„ „lander Intje Makka die van Salemparrang was gekoomen vernoornen had. dat omstreeks Bima Oostwaards Twaalf Engelsche scheepen zouden kruissen en wel niet voorneemens om hun cours naar Lifau en verders na Ternaten voort te zetten, zo geeven wij ons de Eere uw Hoog Edelheedens zulks volgens gehouden is schuldpligtig onder overzending van dat Relaas en Extracten uit de van Bima met hem ont= „fangene Brieven van den Resident te bedeelen, en dat wij ten dien opzegte de Ministers te Ternaten en Am= „boina met een Expres bij ons voor rijxd:s Een hondert en vijftig ingehuurd vaartuig ten eersten hebben kennis„ gegeven, met vriendelijk verzoek om daar van verder 't Ministerie ƒ Amboina Ministerie te Banda te willen verwittigen gelijk de deezen in Eerbied bijgevoegde Copia brieven na derwaards komen aan te wijzen, en waar aan wij verzoeken ons te mogen gedraagen. wij hebben de Eere met den diepsten Eerbied en Hoog-agting ons te noemen (:onderstond:) Hoog Edele Groot Agtbaare, Gestrenge, wijdgebiedende Heere /:lager:/ uw Hoog Edelheedens Onderdanige en trouwschuldige Dienaaren. /:was geteekend:/ B Reijke„ C„s kraane, J„n M„n Baserman, J„n w„m H=k van Rossum, j„s f„s de vos T„s Bosch. J„n G„l Budach, G=d van Diemar. /:in margine:/ Makasseer in het Kasteel Rotterdam den 19e Maart Anno 1783. Bernardus van Sleuren; Heen den welEdelen Agtbaaren Heer Gouverneur en Directeur Neevens. Den Raad aldaar. WelEdele Agtbaare Heer en E Goede Vrienden. Met een Expries bij ons ingehuurt vaartuig, hebben wij de Eere uw welEdele Agtbaare kennisse te geeven van de kundschap die wij erlangd hebben, dat omstreeks Bima twaalf En= „gelsche scheepen zoude kruissen, en wel met voorneemen om hunne Cours na Lifau, en verder na Ternaten /. het geen God verhoede:/ voort te zetten; Gelijk uwwel Edele Agt= „baare zulks uit nevensgaande Relaas van den op gisteren van Bima met de jaarlijkse provisie prauw gekoomene zoldaat Steijns breeder zult kunnen zien en waar aan wij ons zo wel als aan bijgevoegde Extract, Brieven van den Resident Meurs de datis 20„e en ultimo febru„ „arij, en Eersten deezer komen te gedraagen, met de ken= „nis geeving dat hier van door ons na Ternaten en door den Resident van Bima na Timor het nodi„ „ge is bedeeld geworden Wij blijven met veel agting /onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer en E Goede vrienden /lager/ uw wel Edele Agttb:, vriend en Dienaaren /:was geteek„t/ Bb: Reijke, C„s kraant, J: M: Baserman J: w: H: van Rossuu, J=s L„s de Vos, I„s Bosch, J=n, G: Budach en G=bl van Deemar /in margine:/ Makassar in 't Casteel Rotterdam d: 19e Maart 1783. Aan 1

NL-HaNA_1.04.02_3653_0193 view scan ↗

English

75. Boelecomba. Ternaten. To the Honorable and Worshipful Sir, Alexander Cornabe, Titular Senior Merchant and Authority, together with the Council there. Honorable and Worshipful Sir and friends! By an express vessel chartered by us, we have the honor to give Your Noble Worships notice of the intelligence we have obtained, that about Bima twelve English ships are said to be cruising, and indeed with the intention to continue their course toward Lifau and further to Ternaten (which God forbid), just as Your Noble Worships will be able to see more broadly from the accompanying report of the soldier Steijns, who arrived yesterday from Bima with the annual provision prahu, and to which, as well as to the enclosed extract letters from the Resident Meurs dated the 20th and the last of February and the 1st of this month, we refer, with the most friendly request at the same time to kindly inform the ministry at Banda of all this as quickly as possible. We remain with high esteem, (was below:) Honorable and Worshipful Sir and Friends, (lower:) Your Worships' friend and servants, (was signed:) R.s Beijke, C.s Kraane, Jn. M.rn Baserman, Jn. W.in H.k van Rossum, J:s L.s de Vos, P. Bosch, J.n G. Budach, and G.bl van Diemar. (in the margin:) Makassar, in Fort Rotterdam, the 19th of March anno 1783. Simon Monsieur. To the Junior Merchant, Resident on the Company's behalf there. Honorable, Pious, Discreet Sir. Since we have seen fit to have the Madurese who can presently be spared by you come up from there, you are hereby ordered to send them hither at the first opportunity. Furthermore, you are hereby given notice of the intelligence we have obtained, that about Bima eastward twelve English ships are said to be cruising, and indeed with the intention to continue their course toward Lifau and further to Ternaten, wherefore it is recommended to you to be on guard and vigilant, and, in case your post should be visited by our enemies, to conduct yourself according to the orders already given by us in the year 1781. For the rest, after greetings, we are, (below:) Your Good Friends, (was signed:) B.s Reijke, C.s Kraane, J:n M.n Baserman, J.m H. van Rossum, J: L.s de Vos, J.s Bosch, J.n G. Budach, and J.n G.b van Diemar. (in the margin:) Makassar, in Fort Rotterdam, the 19th of March 1783. Sourabaija. To the Noble and Worshipful Sir, Rudolph Florentius van der Niepoort, Senior Merchant and Authority there. Noble and Worshipful Sir and Friend, I very obligingly request Your Noble Worship to kindly ensure that the enclosed letter to Their High Nobles at Batavia and a ditto to the Lord Governor at Samarang obtain a speedy and secure dispatch. While, after conveying my greetings, I am with very high esteem, (below:) Noble and Worshipful Sir and friend, (lower:) Your Noble Worship's humble servant, (was signed:) B.s Reijke. (in the margin:) Makassar, in Fort Rotterdam, the 20th of March Anno 1783. Samarang. 77. Bima. Samarang. To the Noble and Severe Sir, Iohannes Sieberg, Governor and Director there. Noble and Severe Sir, and Highly Esteemed friend, Since the dispatch of my last of the 10th of this month, having received the accompanying report concerning the roaming of the English around this quarter, I cannot refrain from offering the same to Your Noble and Severe Honor for communication, and to testify that I am with all sentiments of high esteem, (below:) Noble and Severe Sir and Highly Esteemed friend, (lower:) Your Noble and Severe Honor's humble and obedient servant, (was signed:) B.s Reijke. (in the margin:) Makassar, in Fort Rotterdam, the 20th of March Anno 1783. To the Junior Merchant Cornelis Meurs, Resident there. Honorable, Pious, Discreet Sir, It is very pleasing to me that the dispute between those of Dompo and Sanger, which has dragged on for so long, has been settled to the extent that the former has already given a partial satisfaction to the latter. Yet to satisfy it completely, the Company cannot lend 400 rixdollars in specie to Dompo, at least as long as the war lasts and one cannot expect any ships for the collection of sappanwood, so that you must explain this to that ruler in a friendly manner. But to the requested 8 to 10 flintlocks against the stipulated payment, I can indeed agree, for the reasons given and especially because in these critical times one must be obliging to our allies more than to others. Accepting the remainder for communication and at the same time approving the dispatch of a vessel to Timor for the conveyance of the said news concerning the English, I remain after greetings, (below:) Your Good Friend, (was signed:) B.s Reijke. (in the margin:) Makassar, in Fort Rotterdam, the 27th of March Anno 1783. Saleijer. To the Bookkeeper Ludovicus Theodorus de Swart, Resident there. Honorable, Pious, This serves to give you notice of the intelligence that has been obtained here, that about Bima eastward twelve English ships are said to be cruising, and indeed with the intention to continue their course toward Lifau and further to Ternaten, wherefore it is once again recommended to you to be in every way on guard and vigilant, and, in case your post should be attacked by the superior force of our enemies, to conduct yourself according to the orders already given by us in the year 1781, namely to seek a safe retreat hither with the Company's men and goods. After greetings, I am, (below:) Your Good friend, (was signed:) B.s Reijke. (in the margin:) Makassar, in Fort Rotterdam, the 27th of March Anno 1783.

Dutch transcription

75. Boelecomba. Ternaten. Aan den E Agtbaaren Heer. Alexander Cornabe! Opperkoopman tit: en Gezaghebber. neevens. Den Raad aldaar. E Agtbaare Heer en vrienden! Met een Expres bij ons ingehuurt vaartuig, hebben wij de Een uw wel Edele Agtbaare kennisse te geeven van de kundschap die wij erlangd hebben, dat omstreeks Binia twaalf Engelsche scheepen zoude kruissen, en wel met voorneemen om hunne Cours na Lifau verder naTernaten /:het geen God verhoede) voort te zetten, Gelijk uwwelEdele Agtbaare zulks uit neevensgaande Relaas van den op gisteren van Bima met de Jaarlijxe provisie prauw gekomene zoldaat Steijns breeder zult kunnen zien en waar aan wij ons zo wel als aan bijgevoegde Extract Brieven van den Resident Meurs de datis 20„e en ult„o februarij en 1 deezer koomen te gedragen, met allervriendelijkst verzoek teffens„ om van dit een en ander ten spoedigsten kennisse aan het mi= „nisterie te Banda, te willen geeven wij blijven met veel agting /:onderstond:/ E Agtbaare Heer en Vrienden /:lager:/ uE Agtbaare vriend en Die= „naopen /:was geteekend:/ R„s Beijke, C„s kraane, Jn M„rn Baserman, Jn, w in H„k van Rossum, J:s L„s de Vos P„ Bosch, J„n G„ Budach en G„bl van Diemar /in margine:) Makasser in het kasteel Rotterdam den 19„e Maart anno 1783 Simon Monsieur Aan den onderkoopman Resident 'Skomp„s weegen aldaar. Eerzame, Vroome, Discrete. Vermits wij goed gevonden hebben, de bij uwE thans wel te missene Madureesen van daar te laaten opkoomen, zo word uwE gelast dezelve bij eerste gelegendheid herwaards te zenden, voorts word uw E. bij deezen kennis gegeven van de kund= Schap aan ing ge ge Eere chap En=s men het Agt - eren mene. en bru„ riend erman Maart 1783. G=b Sourabaija „schap die wij erlangd hebben, dat omstreeks Dima Oost= „waards Twaalf Engelsche scheepen zouden kruissen en wel met voorneemen om hun bours naar Lifau en verder na Ternaten voort te zetten weshalven UE rekommandeeren op hoede en waakzaam te weezen, en zig in gevalle uwE Comptoir door onze vijanden mogt worden aangedaan te ge= „deragen aan de reeds in a„o 1781 door ons gegevene Ordres. wij zijn voor 't overige na groete. /onderstond/ uw E Goe= de vrienden /:was geteek:d/ B„s Reijke, C„s kraane, J:n M=n Baseruen, jm H van Rossum, J: L„s de Vos J„s Bosch J„n G„ Budach en J=n G=b van Diemar /:in margine:/ Ma„ „kassar in 't Casteel Rotterdam den 19=e Maart 1783. Aan den welEdele Agtbaare Heer Rudolph Florentius van der Niepoort Opperkoopman en Gezaghebber aldaar. WelEdele Agtbaare Heer en Vriend. jk verzoek uwwel Edele Agtbaare zeer gedienstig om ingeslootene brief aan Hunne Hoog Edelheedens te Batavia en een dito aan den Heer Gouverneur te Samarang een spoedig en secuur addresse te willen doen erlangen. terwijl jk na af= „legging mijner groete met zeer veel agting ben /:onderstond:) welEdele Agtbaare Heer en vriend /lager:/ uwer welEdele Agtbaare onderdanige Dienaar /:was geteekent:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in het kasteel Rotterdam den 20„e Maart Anno 1783. Samarang 77. Bima. Samarang. Aan den welEdelen Gestrengen Heer Iohannes Sieberg, Gouverneur en Directeur aldaar. welEdele Gestrenge Heer, en Hoog G'agten vriend zeedert het afgaan mijner laaste van den 10„e deezer het bij= „gevoegde Relaas wegens het rondzwerven van de Engelschen om deezen Oord gekregen hebbende, zo kan jk niet afzijn uw welEdele Gestrenge het zelve ter Communicatie aan te bieden en te betuigen dat jk niet alle gevoelens van Hoog- „agting ben. /onderstond:/ wel Edele Gestrenge Heer en Hoog g'agten vriend /:lager:/ uwer wel Edele Gestrenge onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 20„e Maart Anno 1783. —. Aan den onderkoopman Het is mijn zeer aangenaam dat het zo lange getraineerd hebben„ „de disput tusschen die van Dompo en Sanger voor zo verre is bijgelegd. dat de eerste aan de laaste reets een gedeeltelijke voldoening gegeven heeft. Dog om het geheel te voldoen kan de Komp„e aan Dompo geen 400- rd„s sps leenen ten minsten zo lange den Oorlog duurt en men geen scheepen ter af= „haal van Sappanhout te verwagten heeft. zo dat uwE dit dien vorst op een vriendelijke wijze ontleggen moet. Dog in de verzogte 8 â 10 snaphaanen teegens de bepaalde be= „taaling kan ik om de gegevene reedenen en bijzonder om dat men in deze hoogelijke tijden onze Bondgenooten weet meer dan andere te wil diend te zijn, wel toestem„ „men. Het overige voor Communicatie aanneemende en teffens approbeerende de afzending van een vaartuig na Timor Eerzame, vrouwe, Discrete. Cornelis Meurs, Resident aldaar. ter. Saleijer ter overbreng van de bewuste tijding der Engelschen, zo blijve Jk na groete /:onderstond:/ uwE: Goede Vriend /:was geteekent. B„s Keijke /:in margine:/ Makassar in het kasteel Rotterdam den 27„e Maart Anno 1783. — Aan den Boekhouder Ludovicus Theodorus de Swart, Resident aldaar. Deeze diend om uwE kennisse te geeven van de kundschap die men alhier erlangd heeft, dat omstreeks Bima Oost= „waards twaalf Engelsche scheepen zouden kruissen en wel met voorneemen om hun Cours naar Lifau en verder na Ternaten voort te zentten weshalven uE nogmaals gerecom„ „mandeerd word om alzints, op hoede en waakzaam te weezen, en zig ingevalle uwE Comptoir door de overmagt on„ „zer vijanden mogt worden aangedaan te gedragen aan de reets in a„o 1784 door ons gegevene ordres namentlijk om met 'sComp„s Manschappen en Goederen een goed heen komen na herwaards te zoeken. jk ben na groete /:onderstond:/ UwE Goede vriend (was geteekent:) B„s Reijke. /:in margine) Makassar in 't Kasteel Rotterdam den 27„e Maart Anno 1783. Eerzame, Vrome Aan

NL-HaNA_1.04.02_3653_0197 view scan ↗

English

Makassar. Barend Reijke, To the Right Honorable and Venerable Lord. Governor and Director of the coast of Celebes etc. etc. Right Honorable and Venerable Lord. I would not have failed to obey your Right Honorable and Venerable order contained in the letter of 17 March, which reached me today, had it not been that the former King of Bangaij had already crossed over to your Right Honorable and Venerable self several days ago with a vessel, which only reached my ears yesterday. For the rest, I take the liberty to call myself, with all due esteem and respect, (below stood:) Right Honorable and Venerable Lord, (lower:) your Right Honorable and Venerable's humble and faithful servant, (was signed:) Simon Monsieur (in the margin:) Boelecomba in the Company's fortress, the 10th of March Anno 1783. Translation of a Malay letter from the Sultan of Banjermassing, Soeleman Saij Dulla, to the King of Bonij. Compliments as customary! I hereby make known to my brother, the King of Bonij, that I let this serve as a conduct for my envoy named Andian Baadjo, whom I have expressly sent off to deliver this my friendly letter to my brother, and containing no other purpose than that I kindly request my brother to please send me fine horses that are large and well trained for hunting hart beasts. Furthermore, I also request my brother to please assist my said envoy Andian Baadjo should he require one thing or another, and I send herewith as a token of life a pair of rings each set with seven diamond stones, a round shield inlaid with gold and silver, a pair of silk patolas, and a pair of silk embroidered handkerchiefs. (below stood) Written at Banjermassing on the . . . . . day of the month Rabiol Achier on a Wednesday in the year 1197, being according to our reckoning the 12 March Anno 1783. Today, the 15th of April 1783, there arrived here in the roads the vessel of the Malay Jntje Samauw, commanded by the Company's subject Rade, who related the following: That about three months ago, he, the declarant, came to anchor at Salemparang close inshore at the east point, and having lain there for two months, he saw two English ships also come to anchor there, far offshore. That these two ships immediately caused chase to be given by six large vessels, which were estimated to be manned with forty men each, to a gonting of a Wadjoese named Borahima, which lay further from the shore than the declarant. That when they had brought this gonting under their artillery, after hoisting a blue flag, which the Wadjoese flew in imitation of them, they immediately fired upon him. That thereupon the Wadjoese, seeing he could not escape them, also formed into battle array, and after having been engaged with them for four hours, subsequently lowered his blue flag and hoisted a Prince's flag in its stead. That the English, seeing the Prince's flag flying from the gonting, fired upon him even more heavily than before. Lastly, the declarant stated having heard from the Wadjoese Borahima that during the fight, which lasted until sunset, he had lost only one man, but that on the side of the English three had been killed and four wounded, and that when the Wadjoese had gone to lie close inshore, they sailed back aboard with their boats, and shortly thereafter both ships also weighed anchor and got under sail, without being able to say where they intend to steer. (below stood) Makassar, date as aforesaid. Morning 1 Makassar To the Right Honorable and Venerable Lord, Barend Reijke Governor and Director of the coast of Celebes, Together with The Council. Right Honorable and Venerable Lord, and Gentlemen. Having received this morning a letter dated 1 May from the Bonthain sergeant and postholder Johan Georg Smidt, I have not dared to delay in sending your Right Honorable and Venerable an extract from it herewith as soon as possible. While for the rest I take the liberty to call myself with due high esteem and respect, (below stood:) Right Honorable and Venerable Lord and Gentlemen! (lower:) your Right Honorable and Venerable's humble and faithful servant, (was signed:) Simon Monsieur (in the margin:) Boelecomba in the Company's Fortress, the 2nd of May Anno 1783. Extract from a letter written by the sergeant and postholder of Bonthain, Johan Georg Smidt, to the junior merchant and Resident of BoeleComba and Bonthain, the Honorable Simon Monsieur, dated Bonthain the 1st of May 1783, wherein among other things is written: With regret I must report not good news to your Honor from the watch prahu received this evening, which brought information that it had spoken with a Buginese prahu that came from Mandhar, stating that at the Mandhars they saw 7 English captains, even went on board one of them, and bought half a picol of opium there; the Buginese having now learned that the fleet intends to veer in here or go directly to Makassar. I communicate this to your Honor just as those cruisers have reported to me, and furthermore requested to make it known to your Honor as soon as possible, and thus at 7 o'clock this evening prepared my letter to your Honor etc. and sent it off by the Company's subjects. I hope not; should such be the case, I shall not fail to act according to the secret letters sent to me by your Honor, or await further orders from your Honor. (below stood) Agrees (was signed:) P: S: G: Doser, sworn clerk. -. Sunday 83. 2

Dutch transcription

Makassar. Barend Reijke, Aan den welEdelen Agtbaaren Heer. Gouverneur en Directeur ter kuste Celebes &=a &=a. WelEdele Agtbaare Heer. Jk zoude niet in gebreeke gebleeven zijn om aan uwwel Edele Agtbaare order vervat bij brief van 17„e Maart die op heeden mij geworden is te obedieeren was 't niet dat de geweezene Koning van Bangaij reets voor eenige daagen met een vaar„ „tuig tot uwwelEdele Agtbaare was overgegaan 't geen wij niet eerder als gister ter ooren is gekoomen. Voor 't overige neem jk de vrijheid met alle vereischte hoog-agting en Eerbied mij te noemen /onderstond:) wel „Edele Agtbaare Heer /:lager/ uwwel Ed: Agtb: onderdanige trouwschuldige Dienaar /:was geteek„t:/ S„n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in Comp„s vesting den 10=e Maart. Anno 1783. — Translaat Maleijtse Brieff van den sulthan van Banjermassing soe„ „leman Saij Dulla aan den koning van Bonij Compliment na gewoonte! Jk maake bij deezen aan mijn Broeder den Koning van Bonij bekend dat jk deeze laaten dienen ten geleide van mijne zendeling genaamt Andian Baadjo die ik expres hebbe afgezonden om deezen mijnen vriendelijken brief aan mijn Broeder over te brengen en dezelve tot geen andere oogmerk behelsende dan dat jk mijnen Broeder N Broeder vriendelijk verzoekende van mij gelieve toetezenden mooije„ Paarden die groot zijn, en wel gedresseert tot de harte beeste Jagt wijders verzoeke ik mijnen Broeder ook om gem: mijne zen„ „deling Andian Baadjo zo hij het een of het andere mogte benoo„ „digt hebben, gelieve te assisteeren, en zende hier neevens tot een teeken van leeven Een paar Ringen ieder met soven Diamante steenen bezet, Een ronde schild belegt met goud en zilver, Een paar- zeijde pathoolen, en Een paar zeide gestikte Neusdoeken. /onderstond/ Geschreeven te Banjermassing op den. . . . . . dag van de maand Rabiol Achier op eenen woensdag in 't Jaar 1197. zijnde na onze Reekening den 12 Maart Ao 1783. Op Heeden den 15e. April 1783. arriveerde alhier ter rheede het vaarthuijg van den Maleij„ „er Jntje Samauw gevoerd door den sComp„s onderdaan Rade, dewelke het ondervolgende relateerde Dat nu Circa drie maanden geleesen hij declarant op salem„ „parang digt onder de wal aan de oosthoek ten anker is gekoomen en aldaar twee maanden geleegen hebbende, hij gesien heeft twee Engelse scheepen daar meede ver buijten de wal ten zanker komen Dat deeze twee scheepen direct ses groote vaarthuijgen welke na Gissing ieder met veertig man bemand waaren op een gonting van eene wadjorees in name Borahima welke verder als den declarant van de wal lag hadde Jagt laaten maken Dat N 81 Dat toen zij deeze Gonting onder hun geschut hadde gekreegen na het op heijsen van een blauwe vlag, die den wadjoreer in na„ „volging van hun liet waijen direct op hem hadde vuur gegeeven. Dat vervolgens den roadjoreer ziende hun niet te kunnen ont„ „vlugten zig meede in slag ordre hadde gesteld, en na vier uure lang met hem 'slaags te zijn geweest vervolgens zijne blauwe vlag hadde neder gelaate, en daar en teegen een prince vlag opgeheijst. — Dat de Engelsche de Prince vlag van de Gonting ziende waijen nog veel sterker dan te vooren op hem geschooten hadde Laastelijk verklaarde den declarant van de wadjorees Bora „hima gehoort te hebben, dat geduurende het gevegt dat tot Jons ondergang geduurt heeft, hij maar een Man hadde verlooren, dog dat 'er aan de kant van de Engelse drie waren gesneuveld en vier gequest, en dat zij toen den wadjoreer ligt onder de wal is gaan legge, zij met hunne booten weeder na Boort waare geseijlt, en kort daar op ook de beide scheepen het anker hebbe geligt en onderzeijl zijn gegaan, zonder te kunnen zeggen waar zij van sints zijn na toe te steevenen /onderstond/ Maccasser dato voorsz: Mane 1 Maccasser Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer; Barend Reijke Gouverneur en Directeur der zuste Celeber Neevens Den Raad. WelEdele Agtbaare Heer, en Heeren. Heeden morgen een brief gedatteert 1 Mai van de Bonthainse sergeant en Posthouder Johan Georg smidt ontfangen hebbende zo heb jk niet durven afzijn zo dra mogelijk uwelEd: Agtb: een Ex„ „tract daar uijt bij deezen toetezenden. terwijl jk voor 't overige de vrijheijd neem mij met vershul„ „digde Hoog=agting en Eerbied te noemen. /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer en Heeren ! /:lager:/ uwel Edele Agtbaares onderdanige en Trouwschuldige Dienaar /was geteekend:/ S=n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in 'sComp„s Fortres den 2„e Maij A:o 1783. — Extract Extract uijt een Brief geschreeven door den zergeant en Posthouder van Bonthain Iohan Georg Smidt aan den onder„ „koopman en Resident van BoeleComba en Bonthain dE: Simon Monsieur gedateert Bonthain den 1„e Maij 1783. alwaar onder anderen staat. Met Leijdweesen moet jk uwEd„, een niet goede tijding melden van die van dezen avond ontfangen wagt Prauw, die narigt heeft gebracht met een Boggeneese Prauw van Mandhar gekoomen gesprooken heeft, als dat zij op de Mandars 7. Engelschen schipper heeft gezien, selbst aan een van den „zelven aan Boord geweest, en daar een halven Picol oppium gekogt, den Boggenees thans vernoomen hebbende, die vloot gesint is, om hier aan te gieren of direct naar Maccayer te gaan, bedeele uwEd„s zulx zo als wie mijn die kruijtsers berigt hebben, en daar bij verzogt om zo spoedig als mogelijk uwEd=s bekent te maken, zoo ook om 7 uuren deezer avond mijn brief aan uwEd„s vervaardigt &„a per Comp„s onderdaanen weggezonden, Jk hoop niet, indien zulx zo weesen mogte, zal Jk niet man „keeren om mij naar UwEd„s aan mijn gestuurde secreete brie„ „ven te gedragen, of nadere ordres van uwEd„s afwagten /:onderston Accordeert /:was geteekend:/ P: S: G: Doser getw: scriba -. Sondag 83. 2

NL-HaNA_1.04.02_3653_0202 view scan ↗

English

Sunday the 4th of May Anno 1783. In the afternoon at half past three o'clock all present. Upon a packet just received from Boelecomba, in which, according to a letter from the Resident Monsieur dated the 2nd of this month and an enclosed extract of a missive from the sergeant stationed at Bonthain, Johan George Smidt, dated the day before, it is reported that a Buginese coming from Mandhaer had reported to the cruisers that seven English ships were anchored at Mandaar, intending to direct their course to Bonthain or directly here, the Lord Governor called this extraordinary meeting at once in order to inform the honorable members of this, as well as to give notice that His Right Honorable had provisionally informed the King of Bonij of the matter, to be on guard and watchful, and also to put everything in readiness, on our side as well as his, for a necessary defense in case of attack; the Lord Governor also having undertaken to quietly inform our allies and friends the princes Arou Pantjana and Datoe Sideenring of this, so that upon the first summons they may be able to come here with the necessary assistance of men. In order to avoid all unnecessary commotion that such rumors might cause, it was approved to send a vessel immediately from here to Mandhaer with the under-interpreter Bewers, our ordinary emissary Carre Mandjarekie, and some of our trusted subjects, in order to inquire into the received news, whether and to what extent it might be true or not, so that further necessary measures in that case can be planned on solid ground. At the same time, upon the proposal of His Right Honorable, it was agreed to propose to His Highness the King of Bonij to send one of his emissaries alongside one of ours as deputies to Mandhaar, in order to remind the princes there, in our name and the King's, of the contents of the treaties formerly concluded and entered into with the Company, and by virtue thereof, should the English arrive there, not only to give them not the least assistance even in the most indifferent matters, but also, if possible, to repel and drive them away. Furthermore, His Right Honorable inquired whether the honorable members knew of anything else that could be done with benefit in this matter, besides what has just been proposed and the measures already put into effect so far, to which they all answered in the negative, declaring that for the present nothing more could be done than what has been done thus far, and will now be done. Below stood: Thus done and decreed at Maccasser, at the residence of the Right Honorable Lord Governor on the date aforesaid. Signed: B.l Reijke, Claas Kraane, J.n M.n Baserman, J.n W.m H.k van Rossum, J.s L.s De vos, J.b Bosch, J.n G.t Budach, P.s van Diemaer. Boelecomba. Today, the 5th of May Anno 1783, arrived in the roads the Malay Daijen Padjonie, residing here, who, by the undersigned Shahbandar under the esteemed order of the Right Honorable Lord Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes, was asked whether, during his stay on Mandhaar, where he departed five months ago to conduct small-scale trade, he had not seen or heard of any English ships having landed there. To this, the said Daijn Padjonie answered that during that time he sailed up the Mandarese Coast, and even went as far as the furthest corner, named Bone Mamanjang according to his statement, but heard neither word nor sign of English, and further that he left that coast six days ago and, without having heard anything along the way, arrived here today as aforementioned. Signed: J.s L.s de vos, Shahbandar. To the junior merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Upon receiving your letter accompanying an extract missive from the Bonthain Sergeant Smidt, regarding the rumor of seven English ships intending to head here, although one can hardly believe it, I have immediately put everything necessary into effect here, in case it should sometimes be true. And it would be desirable if one could gently bring that Buginese or henceforth such bringers of news here, so that, if found to be lying, they may be punished according to their merits as an example to others, toward which you must also see to putting the necessary into effect. Meanwhile, concerning your subordinate posts in time of need, you must still adhere to the orders already received. I remain, after greetings, below stood: Your Good friend, signed: B.s Reijke, in the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 5th of May Anno 1783. Saleijer. To the Bookkeeper, Ludovicus Theodorus De Swart, Resident there. Honorable, Pious. Their High Excellencies having entirely waived the long pepper grown on Saleijer, according to their esteemed letter of the last of December 1782, because enough of it can be obtained on Java, this will serve for your information. Since the soldier Albregt, mentioned in your private letter of the 14th of April, refuses to reform himself, you may just send him here; however, due to our own shortage, we cannot supply the missing number. As the Saleijerese will be very much needed here upon the arrival of the Company ship to help clean it, I shall detain them for that purpose as long as necessary, of which you will inform the Bonto Bango in a friendly manner.

Dutch transcription

Sondag den 4„e Maij A„o 1783. 's agtermiddags om halff vier uuren alle Present. Op Een zo even van Boelecomba ontfangen Paket waar bij volgens schrijven van den Resident Monsieur de dato 2„e deezer en een daar bij gevoegd Extract missive van den te Bonthain Post houdende sergeant Johan George Smidt gedateert 'Jdaags bevoorens ge„ „meld word, dat door Een Boeginees van de Mandhaer komende aan de Kruijssers gerapporteerd was, dat er seeven Engelsche schije„ „pen op de Mandaar zouden leggen, met voorneemen om hun Cours na Bonthain of direct hier na toe te neemen, heeft den Heer Gouverneur deeze Extra ordinaire vergadering ten Eersten doen beleggen ten Eijnde de Heeren Leeden hier van zo wel te adverteeren als kennisse te geeven, dat zijn welEdele Agtbaare bij Provisie den koning van Bonij daar van het noodige had laaten weeten, om op hoede en waakzaam te weesen, mitsgaders alles zoo wel van onzen als zijnen kant in gereedheid te brengen tot eene noodige defensie in tijd van aanval; zijnde door den Heer Gouverneur teffens aangenomen om onze Bondgenooten en vrienden de vorsten Arou Pantjana en Datoe sideenring hier van /:egter in alle stilte:/ ook kennisse te zullen doen brlangen, om op het Eerste op ontbod na herwaarts instaat te kunnen zijn van met de noodige Assistentie van Manschappen hier te koomen. Ter vermijding van alle onnoodige beweeging, die zoortgelijke gerugten tot gevolg kunnen hebben, is goedgevonden ten Eersten Een vaartuijg van hier na de Mandhaer te zenden met den onder„ „tolk Bewers onzen ordinairen zendeling Carre Mandjarekie en Eenige onzer vertrouwde onderdaanen, ten Eijnde zich na de Jngekoomen 85. Jngekoomen tijding te inquireeren of en in hoe verre die in waar„ „heijd mogt bestaan dan niet, op dat men als dan het verder noodige in dat Cas met gegrondheijd kan beraamen. Teffens is ook op de prpositie van zijn wel Edele Agtbaare ver„ „staan zijn Hoogheijd den Koning van Bonij te proponeeren om een zijner zendelingen neevens een van de onze als gecom„ „mitteerdens na de Mandhaar te zenden om aan de vorsten aldaar uijt onze en 's konings Naam te herinneren den Jn„ „houd der Tractaten bertijds met de Compagnie geslooten en aangegaan, en uijt kragte van dien zoo de Engelschen daar mogten aankoomen, dezelve niet alleen geen de minste Assistentie zelfs niet in de onverschilligste zaaken te bewijzen, maar dezelve ook is het mogelijk te repousseeren en te ver„ „drijven. — voorts wierd door zijn welEdele Agtbaare in omvraage gebragt of de Heeren Leeden ook nog iets anders wisten dat buiten het zo even geproponeerde en de reets tot hier toe in het werk gestelde middelen in deezen met nut gedaan kon„ „de worden, hebben dezelve gesamentlijk van Neen g'antwoord met betuijging daar in voor Eerst niets meer konden worden „dan gedaan „ tot nog toe geschied is, en nu gedaan zal worden. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gearresteert tot Maccasser, ten woonhuijse van den wel Edelen Agt= „baaren Heer Gouverneur Dato voorsz. /:was getee= n „kent:/ B„l Reijke, Claas Kraane, J„n M=n J1 LS Baserman, J„n W=m H„k van Rossum, J:s De vos, J„b Bosch, J„n G„t Budach, P„s van Diemaer. op Op Heeden den 5„e Maij Anno 1783. arri„ Boelecomba. „veerde ter Rheede den alhier te huijs hoorende Maleijer Daijen Pa„ „djonie welke door den ondergeteekende Siabandhaar ter g'Eerde ordre van den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur in Directeur deezer zuste Celeber is afge„ „vraagd of den zelven op Mandhaar alwaar hij voor vijf maanden na toe is vertrocken ter drijving van smallen handel, niet gesien of vernoomen heeft dat daar Engelsche scheepen zijn aangeland, zo diende den gemelde Daijn Padjonie tot antwoord, dat hij geduurende die tijd de Mandareese Cust opgevaaren, en zelfs tot de uijterste hoek volgens zijn opgaave genaamt Bone Mamanjang geweest is, dog geen taal of teeken van Engelsze gehoort te hebben, vervolgens dat hij over ses dagen die Cust heeft verlaaten en zonder onderweegen iets vernoomen te hebben, op heeden voormeld g'arriveert is. /:was geteekend:/ J„s L„s de vos siabandhaar Aan den onderkoopman M„r Simon Monsieur, Resident aldaar. Eerzame, Vrome, Discrete. Op uwE ontfangen briefje ten geleide van een Extract Missive van den Bonthains Zergeant Smidt, aangaande het gerugt van Seeven Engelsche scheepen die de wil na herwaards zoude hebben, heb jk, schoon men bij na geen geloof aan het zelve kan slaan hier ten eersten al het nodige, of het zomtijds waar mogte weezen in het werk gesteld. En het waare wel te wenschen dat men die Bougineesch of 87. Saleijer of voortaan zulke aanbrengers van nieuws op een zagte wijze na herwaards konde overkrijgen, om ze, leugenagtig bevon= „den wordende, eens na merite, ten Exempel van anderen te kunnen straffen, waar toe uwE dan ook het nodige moet zien in het werktestellen. Terwijl uwE zig aangaande desselfs onderhoorige Posten in tijd van noot als nog gedragen moet aan de reets ontfangene Ordres. Jk blijve na groete /:onderstond:/ uwE Goede vriend, /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 5„e Maij A„o 1783. —. Eudovicus Theodorus De Swart, Aan den Boekhouder. Resident aldaar. Eerzame, Vrome. Hun Hoog Edelheedens van de op Saleijer vallende lange peeper volgens Hoog Derzelver g'eerd schrijvens van ult„o December 1782 ten eenemaale afgezien hebbende wijl daar van op Iava genoeg te bekomen is, zo diend dit tot uwE narigt. De bij uwE particuliere briefje van den 14„e april ver= „melde zoldaat Albregt zig niet beteren wildende kan uwE maar dit heen zenden, egter kan men mits eigen gebrek het mankeerende getal niet suppleeren. De Saleijereesen hier bij opdaging van het Comptoir schip om het zelve te helpen rossen zeer benodigt zullende weezen, zal jk ten dien einde zo lange aanhouden, waar van uwE den Bonto Bango op een vriendelijke wijze kennisse

← previousnext →