Inventory 3653
Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Bima must give notice. With which I remain undersigned Your Honor's friend signed Bs Reijke in the margin Makassar in Castle Rotterdam the 6e Maij 1783. To the Junior Merchant Cornelis Meurs, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Since nothing has come to this day of the commission entrusted to Your Honor by letter of the 24e April 1782 and the execution subsequently promised thereto by Your Honor's letters of the 20e Maij to urge the rulers of Lambauwa and Salemparrang for the procurement of the seven pieces of cannon still lying at the last-mentioned place, I hereby order Your Honor to exert your utmost diligence to obtain the same and not to let it rest on mere promises, and also to think upon the occasion of those that are still lying on Bima and, according to orders already given, must be sent to the main place; whilst there also serves for Your Honor's information and observance that which was written to me by Their High Noble Excellencies by separate letters of the 21e December 1781 and 32e December 1782 regarding those of Salemparrang and Balij, authenticated extracts of which accompany this. After greetings I am undersigned Your Honor's good friend signed Bs Reijke in the margin Makassar in Castle Rotterdam the 12e Mai Anno 1783. To 89. Bima Makassar. Cornelis Meurs, To The Junior Merchant Resident there Honorable, Pious, Discreet. Since in a letter received late last year from the Goesti of Salemparrang Parang assang there appeared before me once more his continuous inclination to live in friendship with the Honorable Company, and I here from afar cannot judge so well the actual importance involved therein as Your Honor from close by, it will not be unserviceable that you communicate your considerations to me on this matter, the more so as Their High Noble Excellencies also seem to bear no disinclination toward this ruler. I enclose herewith the copy of the aforesaid his last letter written to me with the answer thereto, and after greetings I am undersigned Your Honor's good friend signed Bde Reijke in the margin Makassar in Castle Rotterdam the 15e Mai anno 1783. Honorable Sir. Right Honorable In reply to Your Right Honorable always highly respected letter dated 5e Maij which reached me in good order on the 12e, I now take the liberty to write back that I shall not fail to observe as much as possible the orders contained therein, whilst I furthermore have the honor to call myself with all due high esteem and respect undersigned Right Honorable Sir lower Your Right Honorable's humble and faithful servant signed Jn Monsieur in the margin Boelecomba in the Company's fortress the 17e Maij anno 1783. To The Right Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc. etc. Respectful Right Honorable Sir In observance of Your Right Honorable's honored order, I have, in the company of the commissioner from Boni, the Soelewatang of Matjege, betaken myself to the village Lan-nga to the Adatoang of Sideenreng present there, as also from there to Datu Soeppa and Aru Pantjana, whom I, with Your Right Honorable's greetings and in your name, have notified and kindly requested to lay down their arms against one another, and that they, according to the Bungaya Contract and their bounden duty, could address Your Right Honorable and submit their interests regarding the dispute, to be decided by the Honorable Company and Boni; whereupon I received as answer from the first-named that he must necessarily speak first with the ajatapparang about this and entertain your Right Honorable's desire with them before and prior to his being able to give us an answer, requesting to that end, if not two days, at least a single night's postponement, having, while we were still there, immediately dispatched his emissaries to summon those regents, just as the undersigned agreed thereto, except for the Soelewatang Matjege who was strongly opposed to it and would not tolerate it, but demanded that he should resolve at that moment to give answer whether he wished to obey in this or not. Whereat Datu Sideenreng was not a little vexed and became troubled, yet several times urged, prayed, and pleaded that he, Soelewatang, would not refuse him this his request, as it was not unreasonable, but he, Datu Sideenreng, seeing sufficiently that he remained unyielding on his point and would know of no postponement, gave him and the undersigned in brief not indistinctly to know that he, being placed as the head, considers himself obliged to fight for his subjects, so that they in Barend Reijke Governor and Director on the Coast of Celebes. Respectful Report To the Right Honorable Sir. future
Dutch transcription
Bima kennisse moet geeven. Waar meede blijve /:onderstond:/ uw E vriend /:was getee„ „kent:/ B„s Reijke /: in margine:/ Makassar in het kasteel Rotterdam den 6„e Maij 1783— Aan den onderkoopman Cornelis Meurs— Resident aldaar. Eerzame, vrome, Discrete Van de uwE bij brief van den 24„e april 1782. opgedragene Com= „missie en vervolgens bij uwE letteren van den 20„e Maij daar aan toegezegde uitvoering om de Vorsten van Lam„ „bauwa en Salemparrang aan te dringen op de be„ „zorging der op laastgemelde plaats nog leggende Seeven stuks kanons, tot heeden toe nog niets gekomen zijnde, zo gelaste jk uwE bij deezen om tot bekoming van dien desselfs uiterste vlijt aan te wenden en het niet bij enkelde belofte te laaten berusten, ook om bij geleegend= „heid te denken op die geene die nog op Bima leggen en volgens reets gegevene Ordre na de Hoofdplaats moeten gezonden worden.; Terwijl ook nog tot uwE narigt en observantie diend het door Hun Hoog Edel= „heedens aan mijn bij aparte letteren van den 21=e De= „cember 1781 en 32„e December 1782 geschreevene net op= „rigt tot die van Salemparrang en Balij, waar van g'authentiseerde Extracten hier neevens gaan. Jk ben na groete /onderstond:/ uw E Goede, vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in het kasteel Rotterdam den 12=e Mai Anno 1783—. Aan 89. Dima Makassar. Cornelis Meurs, Aan Den onderkoopman Resident aldaar Eerzame, Vroome, Discrete. Dewijl mijn bij een in het laatt van het voorige Jaar ont„ „fangene brief van den Gustij van Salemparrang Parang assang weder te vooren is gekomen desselfs aanhoudende ge„ „negentheid om met de Ed: komp:e in vriendschap te leeven, en jk hier van verre zo wel niet oordeelen kan van de wee„ „rentlijke aangelegentheid die daar in steekt als uwE van nabij, zo zal het niet ondienstig zijn dat uw mijn eens hier over zijn Consideratien suppertiteert te meer Hunne Hoog =Edelheedens ook geen ongenegentheid deezen vorst schijnen toe te dragen. Jk voege de Copij van voorsz: zijn laast aan mijn geschreeven brief met het antwoord daar op hier neevens, en ben na groete /:onderstond:/ uwE Goede vriend /: was geteekend:/ B„de Reijke /:in margine:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 15=e Mai anno 1783. Agtbaare Heer. welEdele Op uwwel Edele Agtbaare altoos hoog gerespecteerde Letteren dato 5=e Maij die mij op den 12=e wel zijn ge„ „worden, neem jk thans de vrijheid te rescribeeren als dat jk niet in gebreeke zal blijven om de daar in vervatte ordres zo veel mogelijk te observeeren, ter= „wijl jk verders de Eer heb met alle verschuldigde hoog- =agting en Eerbied mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uw wel Edele Agtb=s onderdanige en trouweschuldige Dienaar /was geteekend:/ J=n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in 'sComp=s vesting den 17=e Maij anno 1783. Aan Den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes, &=a &a Eerbiedig WelEdele Agtbaare Heer Jn observantie van uw wel Edele Agtbaare g'eerde ordre, heb„ jk in gezelschap van den Bonijs gecommitteerde den Soe„ „lewatang van Matjege mij begeeven naar de Negorij Lan-nga bij den aldaar present zijnde adatoeang van sideenreng, gelijk ook van daar bij Datoe Soeppa en Arou Pantjana, wien jk onder uwwel Edele Agtbaare groete, en uit naame aangezegt, en vriendelijk verzogt van zig de wapenen teegen elkander needer te leggen, en dat zij volgens het Bongaijs Contract en hun schuldige pligt by uwwelEdele Agtbaare konde addresseeren en haar belangen omtrend het geschil inbrengen, om door de Ed: komp„e en Bonij te kunnen worden gedesideert; waar op van de Eertgen: tot antwoord heb bekoomen dat hij noodzaekelijk eerst met den adja tamparang daar over diend te spreeken en haarlieden uwwel Edele Agt= „baare begeerte onderhouden voor en al eer hij ons be„ „scheid konde geeven, verzogtende ten dien einde zo niet twee daagen, ten minsten om een enkeld nagt uitstel„ hebbende hij terwijl we nog daar waaren mediatelijk zijne zendelingen afgezonden om dies Regenten te ontbie„ „den gelijk den ondergeteekende zulks heeft g'accordeert, Excepto den Soelewatang Matjege die daar in sterk tee= „gen hadde, en dat niet wilde gedoogen, maar begeerde dat hij op dat moment resolveeren zoude antwoord te geeven of hij hier inne gehoorzamen wilde, dan niet. waar over Datoea Sideenreng niet weinig deede ergeren, en moeijelijk werden, nogthans tot verscheide reise daar op aandrong, bid en smeekt dat hij Soelewatang hern dog dit zijn verzoek als niet onbillijk zijnde, niet wilde weigeren, dan hij Datoua Tideenreng; genoegzaam ziende dat hij onverzettelijk op zijn stuk bleef en van geen uitstel willende weeten, zo gaf aan hem en den onder„ „geteekende in 't kort niet onduidelijk te kennen dat hij als hoofd gesteld zijnde, verpligt agt voor zijne on„ =derdaanen te moeten strijen, op dat zijlieden in 't Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter kuste Celebes. Eerbiedig Rapport Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer. vervolge
English
could not reproach him afterwards, and therefore he finds it difficult to obey the admonition of Your Honorable Noble and of the King of Boni, notwithstanding that he would do so most gladly and with all willingness, but as far as the aforementioned contract is concerned, that is unknown to him. Having then also made known the reasons for my arrival and Your Honorable Noble's desire to the Datu of Soppa and Aru Pantjana, they showed themselves immediately prepared to obey it without the slightest opposition, but quite far from that, both having promised and agreed to demolish their benting and entrenchment at once as soon as it should be convinced that Datu Sidenreng will have abandoned his and laid down his arms, but that they do not consider it advisable to be the first to do so for fear that in that case, through Datu Sidenreng, they would be robbed of wife, children, and all the rest of their possessions, and plundered. The message that the undersigned received further from Datu Sidenreng upon departure was unalterable and consisted of the same wording as stated hereinbefore, however with the addition that he was very sorry about the refusal of the aforementioned Sulewatang, which, as I certainly maintain, was also surely the principal reason that he could not be brought to reconsider, or was unwilling to listen to any good advice and admonition. However, in so far as it appears to me, I could not perceive from the whole movement otherwise than that the Datu is well inclined to peace, all the more since I, while still being there, was informed that he has already had a fairly large number of horses summoned from his country for the transport of cargo, as also that his brother Aru Ngatakka, who was also present there, privately let the Sulewatang Matjege know that he could be assured that his brother Datu Sidenreng will indeed break camp shortly, and store the weapons. Wherewith I hope to have complied with the honored intention of Your Honorable Noble, so I have the honor to call myself with all high esteem and respect, was written below, Honorable Noble Sir, lower, Your Honorable Noble's very humble and obedient servant, was signed, A. Rhijts. In the margin: Makassar, the 27th of May Anno 1783. Statement made at the Secretariat of Police here by the King of Banggai named Seli Bandaria, by honored order of the Honorable Noble Sir Barend Reyke, Governor and Director of this Coast of Celebes, concerning his encounters on his intended journey from Batavia to Ternate, and for what reason he stayed at Bonthain, and from where he came hither. The King of Banggai, Seli Bandaria, mentioned above, relates that his departure in the past year from here to Batavia was principally to propose to His Honor the Lord Governor-General that he would submit to the Company in case it would restore him to his lawful Kingdom of Banggai and support him against his rivals. That in return he would then transfer into ownership to the Company a settlement named Pondi Pondi with its dependencies, to deal with as it pleases, besides also a quantity of cloves which he, the relator, says are found abundantly in that region, yet declared not to know that they were brought elsewhere for sale, but rather left on the trees just as they grow, and one hundred picols of wax yearly, as a token of homage; furthermore, to request His Honor that a lodge or small fort might be established on Banggai by the Honorable Company, upon which he undertakes to deliver to the Company two princes of his subordinate settlements, by name Bongang and Matjeenipae, both of whom incite the common people of Banggai against him, their lawful king, and brought the country into unrest. That His Honor, after having thanked him in so far for his offer, had said that he should simply depart for Ternate and from there subsequently return to his country, and that His Honor would write to the Governor at that place about this. That he, by order of His Honor, made the journey with a two-masted sloop the Manado which sailed to that Government
Dutch transcription
91 vervolg hem niet verwijten mogte en dierhalven hij zig be= „zwaart vind de vermaaning van uwwel Edele Agtbaare en Bonijs Koning te obedieeren, ongeagt denzelve dat zeer gaarne en met alle bereidwilligheid zoude doen, edog wat ge„ „zegde Contract aangaat, dat hem daar van onbekent is. Den Datoua Soepa en Arou Pantjana dan de reedenen mijner komst en uwel Ed: Agtb: begeerte bij de almeede te kennen gegeven hebbende, thoonde zij hun al ten eersten bereid dezelve te gehoorzamen zonder de minste teegenkanting maar wel verre van dat, die beide beloove en aangenoomen hebbende haare benting en beschansing ten eersten te zullen demolieeren zo ras maar overtuigt zoude zijn dat Datoea Sideemeng de zijne zal hebben verlaaten en de wapenen neederleggen, dog dat zij niet geraaden vinde de Eerste te zijn die zulks deede uit vrees dat zij in dat geval, door Datbia Tideeureng hun van vrouw, kinderen en verders al haar bezes, zoude beroofd, en geplunderd worden. Het bescheid dat den ondergeteekende op het afscheid nader van Patoea Sideenring kreeg, was onveranderlijk en bestond in dezelve bewoordinge alhier vooren gezegt, egter met bijvoeging dat hem zeer leet was het refus van voor= „melde Poelewatang, het geen /:zo als jk wel sustineere:/ ook zeekerlijk de voornaamste reeden geweest is dat hij tot geen inkeer te brengen was, of na geene goede raad en vermaa„ „ning heeft willen luisteren, Egter in zo verre het mij voor„ „komt; kon jk aan de geheele beweeginge niet anders mer„ ken of den Datoex is tot den vreede wel g'inclineert te meer jk, terwijl daar nog zijnde, ben onderrigt geworden als dat hij bereets een teemelijk groot getal paarden ter vervoer van vragt uit zijn land heeft ontbieden laaten, gelijk ook dat desselfs broeder Aroe Ngatakka /:die meede aldaar present was:/ den Soelewatang Matjege onder de hand heeft weeten laaten dat hij verzeekert konde zijn dat zijn Broeder Datoua Sideeureng wel binnen korten zal opbreeken, en de wapenen bewaare. Waar meede verhoope aan de g'Eerde Jntentie van Uiewel= =Edele Agtb: te zullen hebben voldaan, dus jk de Eer heb met cellen hoog-agting en respect mij te noemen /onderstond:/ welEdele Agtb: Heer /:lager:/ uwer welEdele Agtb=s zeer onder= „danige en ootmoedigen Dienaar /: was geteekend:/ A: rhijts /:in margine:/ Makassar den 27=e maij Anno 1783. — Jelaas gedaan ter Sekretarije van Politie alhier door den koning van Bangai Seli Bandaria genaamt ter g'eerde ordre van den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke O Gouverneur en Directeur deezer kuste bele= „bes, weegens zijne ontmoetingen op des= „selfs voorgenomene rheise van Bata= „via naar Ternaten, en om wat reeden hij op Bonthain is verbleeven, en van Waar herwaards gekomen. Den Koning van Bangaij Seli Bandaria bovengem:, Relateerd dat zijn vertrek in anno passato van hier na Batavia principaal geweest is, om aan zijn Edelheid den Heere Gouverneur Generaal voor te stellen dat hij zig aan de komp=e zoude onderwerpen ingevalle die hem in zijn wettig Rijk van Bangaij wilde herstellen en teegen zijn meede dingers ondersteunen. Dat hij daar voor als dan aan de Comp„e in Eigen= „dom zoude overgeeven een Negorij genaamt Pondi Pondi met dies ab-en=dependentie, om daar meede te handelen na welgevallen, beneevens nog een quantiteit Nagulen die hij Relatant zegt, dat in die Landstreek overvloedig gevonden werden, dog betuigde niet te weeten, dat ze na elders ten verkoop gebragt werden, maar wel zo als z' groeijen aan de Boomen gelaaten werden, en Een Hondert picols weex sjaars, tot een teeken van homagie; voorts om zijn Edelheid te verzoeken dat op Bangaij den Logie of fortje door de E Compagnie mogte aangelegt worden, wanneer hij aanneemt aan de Compagnie te leeveren twee Princen van zijn onderhoorige Negorijen, met naame Bongang en Matjeenipae, welke beide het gemeen van Bangaij teegens hem hun wettigen koning ophitsten, en het Land in onrust bregten. Dat zijn Edelheid na hem voor zijne presentatie in zo verre bedankt te hebben, gezegt hadde dat hij maar na Ternaten zoude vertrecken en van daar vervolgens na zijn Land te rug keeren, en dat zijn Edelheid den Gouverneur daar ter plaatse hier over zoude schrijven. Dat hij de Rheijse ter ordre van zijn Edelheid met een twee maste Chialoup de Manado die na dat Gouvernement 9
English
93. Government was destined, had assumed in the company of the former fiscal and the ensign, and that His Honour had said to him upon his departure that it was a Company's vessel and he would lack for nothing during the voyage. That after he had been on board for two days, the mate had also arrived there, asking him what business he had on board and who had ordered him to come there, with various threats that he would beat him with a rope's end. That on the voyage from Batavia to Bonthain, the mate had beaten his people and mistreated him, the deponent, in many respects by cursing, demanding that he eat with the sailors, but that he, refusing this, had his own rice cooked—which was given to him by the Lord Governor here upon his departure for Batavia—in order to eat thereof with his people, until that had run out, whereupon he, the deponent, requested rice from the mate, who at first refused to give him anything, but rather heaped insults upon him, yet by persistent praying and beseeching finally did so, and provided him with a bag of rice, making it known that this was from his own and that upon arriving at Ternaten he could tell the same to the Governor. That upon arriving in the roads of Bonthain, when the fiscal, the ensign, and the mate wished to go ashore, he, the deponent, escorted the gentlemen as far as the gangway, whereupon the mate asked him where he wanted to go, but was answered by him, nowhere, but out of politeness I wish to escort you along with the other gentlemen to the gangway, upon which the mate had cursed at him, saying among other things, your mother, etc. That in the afternoon, with the mate's consent, he also went ashore and having arrived there, had made known to the mate that he did not wish to depart with the sloop to Ternaten, since he could no longer endure his treatment, but rather wished to make the voyage with his own vessel that had remained at Makassar in the company of the sloop, and therefore requested the mate that he might depart hither to fetch his vessel, which was fully granted to him; that having been at Bonthain for 6 to 7 days, he requested the mate to allow his water pot, which he had inherited from his ancestors, to be retrieved from on board, which the mate permitted him, but his servant could no longer find it. That subsequently the interpreter of Bonthain at the sergeant's house asked him if he had not yet received his water pot from on board, to which he answered no, whereupon the interpreter said, then I shall go myself to the mate to ask for it, upon which the mate immediately had him called and asked why he had not told him yesterday that the water pot was missing; he, the deponent, had given as answer, but I did indeed do so, upon which the mate began cursing, threatening him with beatings, and that in the presence of a mate and his wife who is stationed here at Makassar. Furthermore, upon specific questioning as to what reason he went off board and did not depart directly with the sloop to Ternaten according to the desire of His Honour, the deponent said that he had left the sloop the Manado solely because he could no longer bear it with the mate due to the mistreatment suffered and on account of his bad conduct, and that moreover he feared he might mistreat him even more on the voyage or even throw him into the sea. That during his stay at Bonthain at the house of the interpreter, there was stolen from him a silver box set with gold flowers, alongside thirty Spanish dollars in cash, and that he presumed this to have been done by a native brother of the said interpreter, the deponent subsequently having departed from Bonthain with a servant belonging here, Poea wahe, and arrived here this morning, whereupon he was immediately sent by the Lord Governor to the Secretariat office to relate his experiences, all of which he affirmed to contain the pure truth. Was undersigned: Done at Makassar in Castle Rotterdam, the 8th of March, in the year 1783, in the presence of Johannes Arnoldus Geubels and Balthasar Ravensberg, clerks, as witnesses requisitioned hereto. The minute hereof is
Dutch transcription
93. Gouvernement gedestineerd was, in gezelschap van den ge= „weezen fiskaal en den veeandrig hadde aangenomen, en dat zijn Edelheid bij zijn vertrek teegens hem gezegd had, dat het een 'sComp„s Bodem was en hij aan niets gebrek zoude hebben geduurende de Rheijse Dat na twee dragen dat hij aan Boord geweest was, de Stuurman daar ook was gekomen, hem vragende wat hij aan Boord moest hebben en wien hem g'ordon„ „neerd had om daar te koomen? met verscheide dreijge„ „nienten van hem met een Eijntje te zullen kloppen. Dat op de Rheijse van Batavia tot na Bonthain den stuurman zijn volk geslaagen en hem Relatant in veele opzigten door schelden mishandelt had, begeerende dat hij met de Mattroosen moest beten, dog dat hij zulx weigerende zijn eigen Rijst die hem door den heer Gouverneur alhier bij zijn vertrek na Batavia geschon„ „ken is, heeft laaten kooken. om daar van met zijn volk te beten, tot dat die op was geraakt, wanneer hij Re= „latant den stuurman verzogte om Rist, die hem in het errst niets had willen geeven, maar wel scheldwoorden toegevoegd dog door aanhoudend bidden, en versmeeken zulks ten laasten hadde gedaan, en hem een zak Rijst verstrekt onder te kennen gave, dat zulks van zijn eigen wees, en dat hij op Ternaten komende het zeve aan den Gouverneur konde zeggen. Dat zij op de rheede van Bonthain komende de fiskaal de vaandrig en den stuurman na de wal wil= „lende gaan hij Relatant de Heeren tot aan de Veel= „reep bragte, wanneer den stuurman hem vroeg waar hij na toe wilde ? dog door hem ten antwoord wierd gegeven nergens; maar uit beleeftheid wil ik uw nee= „vens de andere Heeren tot bij de valreep brengen, waar op hem den stuurman hadde uitgescholden met te zeggen onder anderen jou moer enz: Dat hij snademiddags met bewilliging van de stuur= „man meede aan de wal was gegaan en daar gekomen zijnde, den stuurman te kennen had gegeven, van net de Chialoup niet na Ternaten te willen vertrekken, alzo hij de behandeling van hem niet langer konde verdragen maar liever met zijn eigen vaartuig dat op Makassar was gebleeven in gezelschap van de Chia„ „loup de rheijse wilde doen, en daarom den stuurman verzogte om herwaarts ter afhaal van zijn vaartuig te mogen vertrekken, 't welk door hem ten vollen wierd toegestaan ngeland toegestaan; dat hij 6 â 7 daagen op Bonthain zijnde, den Stuurman verzogte om zijn weeter Pott die hy van zijn voorouders had g'erft: van Boord te willen laaten af- „haalen, het welk hem den stuurman permitteerde dog dat zijn rendeling die niet meer gevonden had. Dat vervolgens den volk van Bonthain ten huise van den rergeant hem afvroeg of hij zijn water Pot nog niet van Boord gekregen had, door hem met Neen bant= „woord zijnde, den Tolk daar op zeide, ik zal dan zelve bij den stuurman gaan om die te vragen, waar op de stuurman hem voorts had laaten roepen, en gevraagt waarom hij hem gisteren niet gezegt heeft, dat de water Pet absent wes? hij Relatant ten antwoord gegeven hadde, jk heb 't immers gedaan, gaande den stuur= „man daar op aan het schelden hem dreigende met slaagen en dat in presentie van Een stuurman en zijn vrouw die hier op Makassar bescheiden is. voorts op Expresse afvraage; om wat reeden hij van Boord is gegaan, en niet direct met de Chialoup volgens de begeerte van zijn Edelheid na Ternaten vertrokken, zeide den Relatant van de Chialoup de Manado alleen te zijn afgegaan om dat hij het bij den stuurman niet langer konde houden over ondergaane mishandeling, en weegens zijn slegte gedoentens, en dat hij nog daar en boven vreesde dat hij hem op de Rheijse nog meer mogte mishandelen of gaar in zee werpen. Dat geduurende zijn verblijf op Bouthain ten huise van de Tolk van hem is gestoolen geworden, Een zilver doos bezet met goude bloemen, neevens Trentig spaans aan Contant, en dat hij presumeerde zulks door een Jnlands Broeder van gem: tolk gedaan te weezen, zijnde hij Relatant vervolgens met een alhier thuishoo= „rende rendeling Poea wahe van Bonthain vertroc= „ken en heeden morgen alhier g'arriveert, wanneer hij door den Heer Gouverneur terstond na't Secretarij Comptoir is gezonden, om zijn wedervaaren te rela= „teeren, welke een en ander hij betuigde de zuivere waarheid te behelsen. /:onderstond:/ Actum Makassar in het kasteel Rotterdam den 8=e Maart anno 1783. ter presentie van Johannes arnoldus Geubels en Batthahar Ravensberg Clerken als getuigen hier toe gerequireerd de minute dezes is
English
has been duly signed by the Declarant and me, the Secretary, together with the Interpreter for the translation. Lower stood: which I attest. Was signed: J=n G: Budach, Secretary. To The Honorable, Respected Sir, Barend Reijke, Governor and Director of this Coast Edebet, etc., etc. Honorable, Respected Sir, Pursuant to the highly respected order to provide further elucidation, in accordance with the Extract letter from Their High Mightinesses dated 31=e xber of the past year given to me, regarding a supposedly large prahu laden with Opium, which had arrived at Sumbauwa during my presence there, having landed at Bancahoeloe under a foreign flag. The humble signatory has the honor to inform Your Honor that on the 2=e of April 1781, upon the increasingly spreading rumor that the Balinese, on account of the dispute between Tankat=o and Deman Croije, would launch an invasion of Sumbauwa, he departed from Binae at 9 o'clock in the evening and arrived at Laboeang in the river of Sumbauwa on the afternoon of the 4=e. That on the following day he summoned all the Nakhodas of the vessels present there to show their passes, which was done and all were found to be in order. That on the morning of the 7=e, an apparently large prahu, being completely empty, sailing under a blue and white flag, entered the river and passed by me. Upon seeing this, I immediately sent out my people to see where they were going and to summon the Nakhoda to me. Whereupon some natives also came to warn me that the prahu was heavily manned with crew, equipped with much ammunition, were probably pirates, and was supposedly loaded with Opium, a not unpleasant piece of news. But as it anchored close to me, I sent a couple of soldiers to watch that nothing could be taken out of the vessel. In the meantime, the people first sent out returned to report to me that the Nakhoda, being an envoy from Balij and Salempoerrang, had gone directly to the village of Groot Sumbauwa to the King, with a letter and a present of salted Balinese duck eggs. I immediately sent the Penghulu of the Malays to the King as well, to inquire after the truth and at the same time, according to Article 3 of the Contracts renewed in the year 1765 between the Honorable Company and the princes across the sea and the order from here by letter of the 29=e of July 1766, to demand the letter for reading. This was not only complied with, but I even obtained a copy of it and sent it to Your Honor. Upon the return of the Penghulu, the Nakhoda came, begging his pardon for not having come to me first, as he had known nothing of my presence, and he also brought me a few small packages of salted duck eggs, assuring me that he had nothing else on board, just as I, despite all watching and spying, was unable to detect anything else until his departure. Nor were there any weapons and ammunition, apart from a few blunderbusses and some Balinese pikes. On the 8=e at 10 o'clock in the evening I departed from there, as the envoy had done a few hours before. This is now the only vessel that arrived there during my four-day presence with a foreign flag and without a pass, and it was also the only time that I was on Sumbauwa as interim Resident. During my second presence there, to attend the loading of the ship Azia with the sappanwood prepared there by the realm, I arrived there on the 24=e of June in the evening at the roads or loading place. And after the arrival of Resident Meurs with the ship on the 26=e at four o'clock, I remained lying there until I saw that the aforementioned Resident did have a house on the shore prepared for the scribe, as he also did on Cambo, although contrary to custom on Sumbauwe, and none for me. Thus on the morning of the 28=e, out of embarrassment before the dignitaries of the realm and the natives, I went to lie in the river, where they nevertheless came to visit me, especially Nene Ranga. I saw vessels coming and going out there daily, but having no authority to interfere, indeed even my faithful warnings being heard with contempt and made ridiculous, I saw myself forced to disregard everything, lest I expose myself to the greatest affronts. I remained there until the
Dutch transcription
95 is behoorlijk door den Relatant en mij Secretaris neevens den Tolk voor de vertaaling geteekend. /: lager stond:/ quod Attestor /:was geteekent:/ J=n G: Budach Secretaris. Aan Den wel Edele Agtbaare Heer. Barend Reijke, Gouverneur en Directeur dezer kuste Edebet &=a &=a. WelEdele Agtbaare Heer Op de hoog gerespecteerde ordre, om volgens aan mijn ge„ =geven Extract missive van Hun Hoog Edelheedens de dato 31=e xber anno passato, weegens een op sumbauwe bij mijn aanweezen aldaar aangekomen zijn, zullende groote en met Amphioen op Bancahoeloe gelande praauw met een vreemde vlag, nader elucidatie te geeven. zo heeft den nedrigen teekenaar de Eer Uwwel Edele Agt= „baare te kennen te geven: dat hij den 2=e april 1781 op 't zig meer en meer verspuijtend gerugt, dat de Baliers wegens het verschil tusschen Tankat=o, en Deman Croije een inveel op Sumbauwa zoude doen, 's avonds om 9 uuren van Binae vertrokken en den 4=e Sagtermiddags op Laboeang in 't revier van Sumbauwa kwam: Dat hij 'sanderen daags al de Anachodas van de daar zijnde vaartuigen liet roepen haar Passen te vertoonen, 't welk ook geschied is en alle wel bevonden zijn. Dat den 7„e Pogtends een op 't oog groote praauw /:als heel leeg zijnde :/ met een blaauw en witte vlag binnen 't revier en mij voorbij gezeilt is, op wiens gezegt jk aan„ „stonds mijn volk uitzond te zien waar zij naar toe gingen en de Anachoda bij mij te roepen; waar op ook eenige Jnlanders kwamen mij waarschouwen, dat die praauw sterk met volk bemant, met veel ammuni= „tie voorzien, denkelijk zeerovers waren en met Amphioen zoude gelaaden zijn, een niet onaangenaame tijding. maar digt bij mij ten anker gaande, zond jk een paar zoldaaten om agt te geeven, dat er niets uit 't vaartuig konde gehaald worden. Jntusschen kwam 't eerst uitge= „zonde van gens ken, leen niet taag a= e el van berg dezes „zonde volk te rug mij verhaalen, dat den Anachoda, als een rendeling van Balij en Salempoerrang zijnde direct met een brief en een present van gehoute Balijse Entvogel eijeren na de Negorij Groot Sumbauwa bij den koning gegaan was. jk zond direct den Panghoeloe der Maleijers meede bij den koning om na de waarheid te verneemen en met een volgens Articul 3 Contracten in 't jaar 1765 tusschen de E Comp„e en de overwalsche vorsten vernieuwt en ordre van hier bij missive van den 29=e Julij 1766, de brief ter lectuure af te Eijsschen, zo als ook niet alleen van ge„ „volg geweest is. maar heb zelfs Copij daar van verkree= „gen en uwwel Edele Agtbaare overgezonden. Bij de te rugkomst van de Panghoeloe, k wam de Anachoda niet hem exceus verzoekende, dat hij niet eerst bij mijn ge„ „komen is, als niets van mijn aanweezen geweeten te heb= „ben en bragt mij meede een paar tampatjes gezoute Eentvo= „gel Eijeren, verzeekerende niets anders op te hebben, zo als jk ook tot zijn vertrek toe, al oppassens en spioneerens onge= „agt niet heb kunnen bespeulen; Gewerren en ammuni= „tie, buiten een paar Donderbossen en eenige balijse pieken waaren meede niet. den 8„e savonds om 10 uuren ver= „trok ik van daar, zo als de zendeling eenige uuren van te vooren deed. Dit is nu het eenigste vaartuig dat bij mijn vier dagen aanweezen met een vreemde vleeg en zonder pees daar aangekomen is en ook de ee= „nigste keer dat ik als prointerim Resident op Sum= „bauwa geweest ben. Bij mijn tweede aanweezen aldaar, om de beleeding van het schip Azia met het aldaar door rij. in gereedheid gebragte Sappanhout bij te woonen, kwam jk den 24=e Junij 'savonds aldaar op de rheede of laadplaats, en na de aankomst van den Resident Meurs net het schip den 26=e om vier uuren daar aan„ bleef jk nog aldaar leggen, tot dat jk zag, dat meerm: Resident wel een huis aan de raal voor den scriba, zo als hij meede op Cambo gedaan heeft, schoon op sum= „bauwe buiten gewoonte, liet klaar maaken, en voor mij niet, zo ging jk den 28=e Pogtens uit beschaamdheid voor de Rijxgrooten en den Jnlander in 't revier leggen, alwaar ze dog kwamen mij bezoeken, voor al Nene Ranga, jk zag daar dagelijks vaartuigen komen en buiten gaan, maar geen magt hebbende mij meede te bemoeijen, Ja zelfs mijn trouwe waarschouwingen met veragting aan= „gehoord en belachelijk gemaakt wordende, zo zag jk mij genoodzaakt van alles af te zien, zo jk mij niet aan de grootste apfronten wilde exponeeren. jk bleef daar tot den
English
97. on the 14th of July in the morning at 8 o'clock, when I, one to two hours after the sailing of the ship, also made my departure known to the Resident and set sail for Bima. Resident Meurs returned again to Sumbawa on the 26th of August with the ship De Wekerheid, and remained there until the loading of the same; could then in so much time nothing have become known of such matters, where the Resident kept such a sharp watch, that is impossible, and thus I must think that these are contrived matters. What reason that gentleman had for this and thus to seek quarrel with me, whereas I have never seen nor known him before, much less done and shown any harm contrary to all politeness, is as incomprehensible to me as that I, according to his allegation, could be slandered behind my back by Sumbawanese, so maliciously and defamatory, almost a year after my departure not from Sumbawa but from Bima, which was only on the 14th of October 1781. I have indeed learned that the Wajoese living between Great Sumbawa and Labuan take passes on Java for Banjar and instead of there, sail to Selangor, Riau, Kedah, of whose departure and arrival a Resident gets to know nothing; I therefore not only requested the Bandahara or Shahbandar to let me know of this as soon as possible upon their arrival in return for a good reward, but also offered money to other friends to do so; but having had to hand over the post and authority to the junior merchant Meurs a short time after that date, I could undertake nothing more in that regard. Hoping herewith to have complied with the highly respected order of Their High Excellencies and Your Right Honorable, I have the honor to call myself with the deepest respect. beneath was written: Right Honorable Sir lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant was signed: F: M.s Tuhrer in the margin: Makassar the 10th of May Anno 1783. Extract from an Edict renewed here in Anno 1773 on the 31st of March and published on the 19th of April thereafter, concerning the purchase and sale of slaves, what should be observed therein, as well as what punishments have been established to counter that illicit trade, in which among others also appears this following passage: That for the rest, those who anywhere offer for sale free persons or slaves who do not lawfully belong to them, shall be treated as slave thieves and accordingly be prosecuted by the fiscal before the Council of Justice; as well as those with whom any free persons or bondservants of others are found in their houses or vessels, where upon vehement suspicion the most unexpected search shall be conducted by order of the Governor. beneath was written: Agrees was signed: J.n G.l Budach secretary On this day the 10th of March Anno 1783: Appeared before me Bastiaan Steijns, Bookkeeper and First sworn clerk of Police of this Government, present the witnesses named below. The Captains of the Madurese Dramantaka and Lombo Kananga, the Lieutenant Kalla Siab and the Ensign Kartie Troena, the Lieutenant under the company of Captain Lombo Kananga, named Sila Baloe, and the Ensign Bangsatroena, the Captain of the Sumenepers Djalankarang, the Lieutenant Bangsa Troena and the Ensign Djajawangsa, the Lieutenant also of the Sumenepers and stationed under the company of Captain Braja Mangala, named Brajantaka, and the Ensign Joema Dijaija, who at the requisition of the Right Honorable Gentleman Barend Reijke, Governor and Director of this Coast Celebes, and in order to serve where and as it should, under 99. translation of the second sworn interpreter Diederik Deefhout, declared for the true truth, and this upon the express questioning of the Honorable Valiant Gentleman Johan Marthin Baserman, Captain and Head of the Militia here. That during the administration of the aforementioned Honorable Gentleman Requirant they have nothing to complain about, declaring all together to have been treated by His Right Honorable properly and to their complete satisfaction. Furthermore, they also declared together that they have nothing whatsoever to say or complain about the aforementioned Gentleman Baserman, nor any of the officers of the garrison here. Upon the express questioning by the said Gentleman Baserman as to what reason they had to request their release and discharge, they answered together for no other reasons than that they are very desirous to be with their wives and children, and also that with them it is the custom, when they have finished with the war, to have to request their departure again to their place of residence, the more so because they did not come here to conduct trade, but indeed to the assistance of the Honorable Company. The foregoing having been read out once again and explained to the declarants, they declared this to contain the pure truth, giving as reason of knowledge as in the text, and being prepared to further confirm the declared under oath if required. Thus done and declared at Makassar at the residence of the Honorable Gentleman Johan Marthin Baserman, date as above, in the presence of the said Gentleman Baserman Captain, Jacob Rudolph Captain Lieutenant, Joh: P: I: Dresser Lieutenant, Joh: C: Loore and H.k E. van Wechel Ensigns as witnesses, the minute of this is duly signed. beneath was written: quod Attestor was signed: B: Steijns First sworn Clerk Agrees Bodenpijl First sworn Clerk Copy Separate Letters from The Governor and Director of Java's Northeast Coast to Their High Excellencies At Batavia. for the Netherlands! No 13
Dutch transcription
97. den 14=e Julij Pogtens om 8 uur, wanneer jk een â twee uuren na 't zeijlen van 't schip de Resident meede mijn vertrek liit bekend maken en na Binae onder zeil ging. Den Resident Meurs is den 26=e augustus met het schip de weckerheid weerom na Sumbauwa gegaan, en tot de belaeding van 't zelve daar gebleeven; zoude daen in zo veel tijds van diergelijke zaaken niets bekend ge= „worden zijn, daar den Resident zo scherp heeft laaten oppassen, dat is onmogelijk, en dus moet jk denken dat het gezogte zaaken zijn. wat reeden dien Heer daar toe geheed heeft en mij zo te zoeken, daar jk hem nooit te vooren gezien nog gekend veel minder eenig kwaad, Contrarie alle beleeftheid gedaan en beweezen heb, zijn mij zo onbegrijpelijk als dat jk, volgens zijn voorgeeven, van Sumbauwareesen, zo kwaadvaardig en eerroovend, bijna een jaar na mijn vertrek niet van Sumbauwa maar van Bima dat den 14=e october 1781 eerst geweest is, agter den rug kan betasterd worden. wel heb jk vernomen, dat de tusschen groot sum= „bauwa en Laboeang woonende weedjoreesen op Java pas= „sen na Banjar zullen neemen en in steede van daar, naar Salangor, Rio, katta vaaren, van welkers ver= „trek en aankonst een Resident niets te weeten krijgt; jk heb dierhalven niet alleen aan de Bandhaar of Sja= „bandhaar verzogt, bij haar komst mij zulks teegens een goede belooning ten spoedigsten te willen laaten weeten, maar ook aan andere vrienden geld gebooden zulks te doen; dog korten tijd na dato de Post en het gezag aan den onderkoopman Meurs hebbende moeten over= =geven, konde jk niets meer daar omtrend onderneemen. Hier meede nu hoopende aan de hoog gerespecteerde ordre van Hun Hoog Edelheedens en uw wel Edele Agtbaare vol- „daan te hebben, zo heb jk de ber mij met de diepste Eer„ „bied te noemen. /onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwer welEdele Agtbaare onderdanige en Gehoorza„ „me Dienaar /:was geteekent:/ F: M„s Tuhrer /:in margine/ Makcassar den 10=e Maij Anno 1783. E E Extract tot Dat voor 't overige de zulke die vrije Perzoonen dan wel slaaven ergent te koop brengen, dewelke haar niet resettig toebehooren, als slaven dieven gehandeld en over- zulks door den fiscaal voor den Raad van Justitie zullen g'actioneerd worden; zo wel als die geene bij wien eenige vrije perzoonen of Lijfeijgenen, van andere in haare huijsen of vaartuigen gevonden worden, alwaar op vehemente suspicie ter ordre van den Gouverneur op 't onverwagtste onderzoek zal werden gedaan /onder stond:/ Accordeert /:was geteekent:/ J=n G„l Budach secret Op Heeden den 10„e Maart Anno 1783: Compa= „reerde voor mij Bastiaan Steijns Boekhouder en Eerst gezw: klerk van Politie deezes Gouvernements present de Getuigen nagenoemd. De Capitains der Madureesen Dramantaka en Lombo kananga, den Luitenant Kalla Siab en den vaandrig kartie troena, den Luitenaent onder de Comp„e van kapitain Lombo kananga, genaamt Sila baloe, en den vendrig Bangsatroena, Den Capitain der Sumanappers Djalankarang, den Luitenant Bang= sa troena en den vendrig Dja jawangsa, den buite= „nant meede der Sumanappers en bescheiden onder de Comp„e van den Capitain Braja Mangala, ge= „naamt Brajantaka, en den vendrig Joema dijaija, dewelke ter Requisitie van den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en Directeur deezer kuste bele„ „bes, en om te kunnen dienen daar en zo 't behoort, onder Extract uit een alhier in A„o 1773 den 31„e Maart gerenoveert en op den 19=e april daar aan gepubliceert Placaat, noopens het koopen en verkoopen van slaaven wat daar bij diend g'obser= „veerd te werden, mitsgaders wat straffen tot teegengang van dien on„ „gepermitteerden handel gesteld zijn, waar bij onder anderen ook voorkomt deze ondervolgende periode vertaaling 99. verteealing van den tweeden Gezw. tolk Diederik Deefhout, voor de waaragtige waarheid verklaarde, en zulks op Ex= „presse afvraage van den E Manhaften Heer Iohan Mar„ „thin Baserman, Capitain en Hoofd der Militie alhier. Dat zij geduurende het bestier van welmelden Agtbaren Heer Requirant niets te klaagen hebben, verklaarende alle gezaamentlijk van zijn wel Edele Agtbaare ordentelijk en met hun volle genoegen behandelt te zijn geworden. Voorts verklaarden zij almeede Gezaementlijk dat zij over welmelden Heer Baserman, nog geene van de officieren van het Guarnisoen alhier iets hoe genaeemt te zeggen of te klaagen hebben Op de door gedagte Heer Baserman Expres gedaane afvraage, wat reeden zij gehad hebben om hunne verlos= „sing en ontslag te verzoeken, zo antwoorde zij gezament „lijk om geen andere reedenen als dat zij zeer verlangende zijn bij hunne vrouwen en kinderen te willen weezen, en ook dat bij hun de gewoonte is wanneer zij met den Oorlog klaar hebben wederom hun vertrek naar der= „zelver woonplaats te moeten verzoeken, te meer wijl zij alhier niet zijn gekoomen om handel te drijven, maar wel tot adsistentie van de Ed. Compagnie. Het geen voorsz: staat de declaranten nogmaals voorgeleesen en te verstaan gegeven zijnde zo verklaarde zij zulks de zuijvere waarheid te behelsen, geevende voor reeden van weetenschap als in den text, en bereid zijnde het gedeclareerde des gerequireerd werdende met Eede nader gestaend te doen. Aldus gedaan en gedeclareert tot Makassar ten woon „huijse van den E Heer Iohan Marthin Baserman, dato voorsz:, ter presentie van gem: Heer Baserman Capi= „tain, Jacob Rudolph. Capitain Luitenant, Joh: P: I: Dresser Luitenant, Joh: C: Loore en H„k, E. van wechel vaan= drigs als getuigen, de minute deezes is behoorlijk geteekend /onderstond:/ quod Attestor /:was geteekend/ B: Steijns E g Clercq C Accordeert „ Bodenpijl. Grde gesw: Clercq t crad te onder le¬ Copia Aparte Brieven van Den Heere Gouverneur en Directeur van Java's Noord= Oost= Kust e Aan Hune Hoog Edelheeden Te O Batavia. voor Neederland! Z N=o 13
English
Samarang the 23rd of December Ao 1782. Page 1: Batavia. To his High Nobility. The High Noble, Stern, Most Honorable Lord. Willem Arnold Alting Governor General and the Right Honorable Stern Lords Councilors of the Dutch Indies; etc. etc. etc. High Noble Stern Most Honorable Lord and Right Honorable Stern Lords! The products and further goods which your High Nobilities, by honored separate missive of the 31st of October have pleased to order to be laden into the ship 't Buiten Leven destined for Amboina, shall be completely supplied, as is further evident from the general letter also departing from here today. That vessel is ready to undertake the voyage to that Government within a few days, unless the west monsoon, which has already commenced here, causes any hindrance therein, just as we have already been compelled, by the daily falling rains and strong drainage in the Samarang river, to suspend the work on the construction of dams and sluices for the gunpowder mill to be erected here, until such time and season when the opportunity therefor shall present itself more favorably. Proceeding Samarang the 23rd of December Ao 1782. Proceeding further to the reply to the respected missives of your High Nobilities of the 31st of October, 4th, 17th, 18th of November and 2nd of this month, I express in the first place my thanks, both for the most favorable report given regarding the small fleet designated by your High Nobilities for the cruising to be carried out along the south coast of Java, up to near or in the Strait of Bali, and for the sending of the copies of the Instructions for that small fleet and for the master of the cutter De Batavier, fitted out for privateering by private shipowners, of which mentioned expedition I have also given notice to the Surabaya administrator, Van der Niepoort, transmitting copies of those Instructions, with orders to show all possible help and assistance to the aforesaid vessels upon their appearance in the eastern corner, and to likewise send the necessary orders to that end to the trading posts of Banjoewangie, Sumanap, Passourouang, Grissee and also Madura; while I meanwhile, with further expression of thanks for the communication that your High Nobilities have pleased to grant to the masters of the two cruising pantjallangs destined for that bight 25 rixdollars, and to each of the command-bearing quartermasters on the four native cruising pantjallangs sent from here 10 Spanish reals as a monthly bonus, and that the aforementioned bonus has been provided to them in advance until the end of April next, hope and trust that the cruising will meet the great objective. Pursuant to the order of your High Nobilities to immediately seize and detain until further orders all vessels provided with Samarang the 23rd of December Ao 1782. page 3. Riau passes, since the ruler of Johor and Riau, Raja Haji, has declared an intention to commit open hostilities against the Company, circular letters have also immediately been sent from here to all the subordinate trading posts, with orders to the chief merchants, Residents, Regents, and other Chiefs to comply with the pleasure of your High Nobilities, should any of those vessels be found elsewhere within their jurisdiction, and above all to take care that neither rice nor anything else is transported from Java to Johor and Riau, before new permission therefor shall have been granted; and since it is apparent that if Raja Haji persists in the declaration of open hostilities against the Company, and consequently will have no supply of rice to expect, his subjects will seek out of rapacity to make the navigation along Java unsafe, the chief merchants and Residents have also been instructed from here to ensure that the private vessels coming to load along Java or seeking to transport provisions to this or that place are sufficiently manned and properly armed, in order to be resistant, as far as possible, against the undertakings of the Johorese. Meanwhile nothing as yet has occurred regarding any vessel from those aforementioned places being here on the coast, other than the one of which mention is made today in the general letter to your High Nobilities, which having recently arrived at Surabaya, has also been seized there, until we with further orders regarding
Dutch transcription
Samarang den 23„e December Ao 178. Pagina 1: Batavia. Aan zijn Hoog Edelheed. Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere. A: Willem Arnola Atting Gouverneur Generaal en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie; en z: enz: enz: Hoog Edel Gestringe Groot Achtbaren vleere„ en Wel Edele Gestrenge Heeren! De Producten in verdere boederen, die uwe Hoog Edelheeden, bij geEerde Aparte Missive van den 31„e October hebben gelieven aan te schrijven, om in het naar Amboina gedestineerd ship 't Buij„ „ten Leeven afte hoeden, Compleet zullende worden voldaan, invoege nader Consteert bij de op heeden ook van hier afgaande gemeene brieff„ staat dien Bodem binnen weinige daegen de reise na dat Gouver„ „nement; aan te neemen, indien anders de hier bereeds doorgekoomen Westmoudson daarin geen kinder veroorsaakt, zoo als men bereeds door de daagelijks vallende teegens en sterke afwaeteringen in de Samarangsche rivier genoodsaakt is geworden, het werk tot het aan„ „maaken van Dammen en sluitsen, voor de hier opteregten kruit moo„ „len te moeten staaken, tot tijd en wijl de geleegentheid zich daar to0 sleeden stat favorabeler komt op te doen. — Voorts Samarang den 23„e December A:o 1732. Voorts tot de verdere beantwoording der gerepecteerde misives uwer Hoog Edelheeden van den 31„e October, Aten: 17„ 18. November en 2„e deever overgaande, betuig ik in de eerste plaats dank, zoo voor het gunstigst gegeeven berigt aangaande het door uwe Hoog Edelheeden gede „cerneert vlootje tot de te doene bekruijssinge, aan de zuidkunt van Iava, tot bij of in straat Balia, als voor de boesending der afschriften van de Instructien voor dat vlootje en voor den gesagvoerder van den door particulieren Rhueders ter kaap uitgeruste Cotter de Batavier, van welk gemelde expeditie ik den sourabaijas gesaghebber, van der Niepoort, onder toezending der afschriften van die Instructien, ook kennis heb gegeeven, met order, om bij verscheining van de woor„ „schreeven kieltjes in den oosthoek aan deselve alle moogelijke hulpe en adsistentie te bewijsen, en om daartoe insgelijks naar de Comptoir „ten Banjoenangie, Sumanap, Passourouang, Grissee en ook Ma„ „dura de noodige beveelen te laaten afgaan; Terwijl ik intutschen on„ „der verdere dankbetuiging voor de Communicatie, dat uwe Hoog Edelheeden aan de gesaghebbers van de Twee tot die bogt bestemde kruijd„ pantjallangs rd„s 25:, en aan ieder der Commando voerende quartiermees „ters op de van hier gesondene vier Inlandsche kruijspantjallangs 10. spaansche riaalen tot een mmaandelijks douceur, hadden gelieven toeteliggen, mitsgaders dat het eevengemeld douceur aan hun Lieden tot ultimo April aanstaande voor uit verstrekt was, hoop en ver- „trouw dat 'er met die bekruissinge aan het groot oog merk sal worden beantwoord. Ingevolge de order ouwer Hoog Edelheeden, om alle vaartuigen met Riouwer Samarang den 23:e December A„o 1782. pag„o 3. Riouwsche patsen voorsien, direct in beslag te neemen in te houden tot navere bevielen, vermits den regent: van Iohor en Riouw, Radja Hadjie verklaard has, openbaare vijandelikheeden tegens de Compagnie te willen pleegen, is 'er ook direct van hier Circulaire schrijvens na alle de onderhoorige staand Comptoiren, afgegaan, met Last aan de opper„ „hoofden, Residenten, Regentens en verdere Hoofden, om dan het goed= „vinden uwer Hoog Edelheeden te vorldoent, indien er zig elders onder hun resort eenige dier vaarthuigen mogten bevinden, en omn voor al ook te zorgens, dat nog Rijst nog iets anders van Iava naar Iohor en Riouw woord vervoerd, voor dat daartoe op 't nieuw permissie zal zijn Verleend; in vermits het apparent is, dat Hanneer Radja Hadje bij de verklaaring der openbaare vijandelijkheeden teegens de Compagnie persisteert, en dien gevolge geen toevoer van Rijst te wagten hebben zal, zijne onderdaanen de vaart op Iava door roofzugt onveilig zul„ „len tragten te maaken, is het van hier de opperhoofden en Residenten ook aangeschreeven te zorgen, dat de particuliere vaartuigen die lange Iava in Laading koomen te leggen of Leevensmiddelen naar deese of geene plaetsen tragten te overvoeren, genoegsaam bemand en behoorlijk gearmeerd worden, ten einde zoo veel doenlijk is bestand te zijn, teegens de onderneeminge der Iohoreesen. - Intusschen dat 'er Voor als nog nits voorgekoomen is, dan eenig zich hier ter kuste bevindent vaartuig van die plaatsen meermeld, als die waarvan 'er op heeden bij de gemeene brieff dan uwe Hoog Edelheeden gewag word gemaakt, die onlangs te sourabaija gearriveert zijnde, aldaar ook in beslag is genoomen, tot dat men met de nadere orders river
English
Samarang, the 23rd of December, Anno 1783: Your High Excellencies will have been informed. Upon receipt of Your High Excellencies' letter to the sultan, I forwarded it, adding a letter written by me to that prince, which I take the liberty of presenting to Your High Excellencies in copy, with the translation of the reply immediately received thereto, containing in substance a repetition of my letter, which I had framed according to the literal meaning of Your High Excellencies' reply to that prince on the subject of his made request for the return of his auxiliary troops, and then His Highness follows in reply that he was by no means intending to allow the least division or breach to come into the attached friendship and cordiality between the Company and them, but that the request for the return of the warriors was made because they had already been in Batavia for so long; and that meanwhile the habit of the Javanese would not be unknown to me, who, when long separated from their homes, sometimes some of them become differently disposed; but that notwithstanding all this, the Company would well be aware of what it must do. From this very brief and somewhat obscure-appearing reply, it nevertheless seems that that prince leaves the matter deferred to the discretion of Your High Excellencies and does not wish to insist further on having the men return, and therefore I have not replied otherwise to His Highness, according to the reply also accompanying this in copy, than the assurance of the Company's attached Samarang, the 23rd of December, Anno 1782 page 5: attached cordial friendship, and a complete adherence to contracts, and moreover that as the stay of His Highness's troops at Batavia goes hand in hand with the mutual interests of the Company and those of His Highness, the retention of those warriors would not take place longer than would be necessary. According to the testimony of the Grand Vizier Danoe Ridja to the Resident van Rhijn, that his prince had been struck by Your High Excellencies' writing, and therefore had decided not to reply to it, but to let it rest solely with the reply to me out of fear of otherwise expressing himself poorly in one way or another, I shall, if it pleases Your High Excellencies to approve, also make no mention regarding that writing to the sultan, nor seek to prompt that prince thereto, but leave the matter to take its course, as he is seldom or never to be dissuaded from his decisions. Expressing my gratitude for the favorable consideration that Your High Excellencies have been pleased to give to my recommendation for the promotion of the extraordinary artificer Strick to ordinary, and the bombardier Steinmets to extraordinary artificer, as well as Sergeant Prinsen to ensign, I have the honor to be with high esteem and most submissively, underneath stood: Title, lower: Your High Excellencies' humble and faithful servant, was signed: J. Siberg, in the margin stood: Samarang, the 23rd of December 1783. turn over. Samarang, the 23rd of December, Anno 1782. Copy translation of Javanese letter written by the Honorable Johannes Siberg, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, to the Sultan Hamengkubuwana I at Djokjakarta, dated Samarang, the 4th of December, anno 1782. Trusting that my last writing will have been received by Your Highness, I let this present one serve to transmit the letter that Their High Excellencies, the Honorable Governor-General and the Councilors of the Indies at Batavia, have sent to me for Your Highness, serving in reply to Your Highness's made request for the return to Djokjakarta of the chiefs and their subordinate one thousand warriors present at Batavia, from which copy of the letter sent to me I have seen and understood; that the Honorable Governor-General and Councilors of the Indies have been exceedingly astonished at Brother's decision now to request back again the troops that Your Highness had been pleased to grant in the past autumn for the assistance of the Company and for the security of the capital Batavia against the hostile attacks of the English, and that at a juncture in which the circumstances have not yet taken any other turn, but are the same as in the past year; that the Honorable Governor-General and Councilors of the Indies have also found the request strange, because Brother proceeded thereto so unexpectedly, without having previously conferred with me about it, which aforesaid Their High Excellencies, as little as the requested sending back itself, have been able to reconcile with the goodwill and friendship that Your Highness wished to demonstrate to the Company with the assistance of those warriors, and that in fulfillment of the contracts, just as Your Highness was pleased to declare yourself to the Honorable Governor-General and Councilors of the Indies by letter of the 11th of the month Zulkaidah. in
Dutch transcription
Samarang den 23„e December Ao 1783: uwer Hoog Edelheeden zal: zijn gemunieert. Bij ontfangst der missive van uwe Hoog Edelheeden aan den suls„ „chan, heb ik deselve voortgevonden, onder bijvoeginge van een van mij aan dien vorst teffens gerigte schrijven, die ik de vrijheid neem uwe Hoog Edelheeden in Copia aantebieden, met het Translaat van de daarop direct bekoomen antwoord, in substantie behelsende, eene repoetitie van mijn brieff, die ik geschoeid had na den lesterlijken zin van het antwoord uuwer Hoog Edelheeden aan dien vorst, op het sujet van zijn gedaan versoek tot te rug keering zijner Hulja „troupes, en dan laat zijn Hoogheid in antwoord volgen, dat hij gein„ „sints van Voorneemen was, om in de aankleevende vriendschapen harte= „lijkheid tuetschen des Comp:e ir hun, de minste scheiding off opening te laaten koomen, maar dat het versoek tot retourneeringe der krij„ „gers geschied was, om dat deselve bereeds zoo lange op Batavia geweest waaren; en dat intusschen mij de gewoonte der Iavaanen niet onbekend zoude zijn, die, wanneer lang van kunne huijsen zijn afgescheiden, Somwijlen sommige derselven anders gesind ƒ worden; doch dat niet teegenstaande dit alles, de Compagnie wil zoude bewust weesen, wat zij doen moet. uiit deese zeer: bekrogt ens wat duijster Voorkomend antwoord, scheint het doch dat dien voorst de zaak aan het goedvinden uwer Hoog Edelheeden gede= „fereerd laat, en er niet verder op aandringen wil, om de man„ „schappen te doen te rug keeren, en daarom heb ik zijn Hoogheid, volgens het in deese meede in Copia Versellend antwoord, niet anders gerepliceerd, als de verseekering van 'sComp:s aanklie„ „vende Samarang den 23„e December A:o 1782 ppag„a 5: „vende hartelijke vreendschap, en een volkoomen onverhouding en Con„ tracten, mitsgaders dat het verblijff van zijn Hoogheids troupes te Batavia met de belangens van de Compagnie en die van zijn Hoogheid Weederzeids gepaard gaande, de aanhouding dier kaijgers niet langer plaats zoude vinden als noodsaekelijk zoude zijn. - Volgens de getuigenis„ „se van den Rijks bestierder Danoe Ridja aan het opperhoofd van Rhijn, dat zijn vorst getroffen was geworden, door het schrijven uwer Hoog Edelheeden, en daarom beslooten had, daarop niet te zullen antwoorden, maar het alleen bij het antwoord aan mij te willien laaten berusten uit vreese van zig anders in het een of andere kwaelijk uut te drukken„ zal ik, indien het uuwe Hoog Edelheedens gelieven goed te keuren, ook geen gewag omtrent, die describtie bij den sulthan maaken, nog ook dien vorst daar toe niet tragten aan te zetten, maar de zaak op zijn be„ „loop laaten, wijl hij doet zelven of nooijt van zijne besluijten af te 1 leiden is. . door de gunstige reflectie die uwe Hoog Edelheden hebben villen slaan op mijn voordragt ter bevordering van den Extra ordinair duurwerker Strick tot ordinair, en den Bombardier Steinmets tot Extra ordinair Suurwerker, zoo meede den sergeant Prinsen tot Vaandrig, mijne verpligting betuigende, ub ik de Eer met Hoogagting em aller submist te zijn /onderstond:/ Titul /:lager:/ uwer Hoog Edelhed„ „dens, onderdanige en Trouwschuldige dienaer /:was getent/ J„s Siberg, /inmargine stond:/ Samarang den 23„e december 1703. — verte. Samarang den 23„e December A:o 1702. Copia Translaat Javaanshe brieff gechreeven door den heere Iohannes Siberg, Gouverneur en Directeur op en Langs Iavas Noord oost kust aan den sulthan AmingCoeboeana en 3: te djokjo Carta, gedateerd Samarang den 4„e december anno 1782. —. In vertrouwen dat mijn laaste schrijvens bij uw Hoogheid zal ontfangen zijn, soo laate ik deese thans dienen ter overbrenging van de brieff, die hunne Hoog Edelheeden, den Heere Gouverneur Generaal en Heeren Raaden van Indie te Batavia, aan mij Voor uw Hoogheid hebben toegesonden, dienende in antwoord op uw Hoogheids gedaan versoek tot de te rug keering naar Gjokjo Cartee van de Hoofden en hunne te Batavia sig bevindende onderhoorige Een duijsenid krijgers, ouit welkers mij toegesondene Copia des briefs ik gesien en verstaan heb; dat den Heere Gouverneur Generaal en Heeren Raaden van Indie, ten hoogsten verwonderd zijn geweest Over Broeders besluijt, oms de troupes, die uw Hoogheid in den voor„ „leeden Najaar ter adsistentie van de Compagnie en tot beveiliging van de Hoofdplaets Batavia, teegen de vijandelijke aanvallen der Engelschen had gelieven te verleenen, nu weederom te rug te versoeken, en dat wel in een tijdstip, in dewelke de omstandig= „heeden, nog geen andere keer genoomen hebben, maar deselfde zijn als in het gepasseerde Iaar; Dat ook den Heere bouver= „neur Generaal en Raaden van Indie het versoek vreemd hebben gevonden, om dat Bbroeder daartoe soo onverwagt is overgegaan, sonder mij daaromtrent alvoorens te hebben onderhouden, 't geen stelmelde Hunne Hoog Edelheeden, soo min als de versogte te rug„ sending zelvs hebben kunnen over Een brengen, met de welmee„ „nentheid en vriendschap, die uw Hoogheid met de adsistentie dier kuijgers aan de Compagnie hebt willen bewijsen, en dat wel in voldoening der Contracten, invoegen uw Hoogheid. zelvs aan den Heere Gouverneur Generaal en Raaden van Indie hebt ge„ „lieven te betuigen bij missive van den 11„e van de maand Sulchaida. in
English
page 7. Samarang, 23 December A:o 1782. in the year Alip 1747, and thus it was by no means foreseen, much less expected, that Brother, after granting assistance by virtue of those contracts, would request the troops back before the necessity ceased and before they could be spared, in order thereby to prevent the unfavorable perceptions that might otherwise arise from the contrary; and which might possibly consist of a notion as if a cooling had taken place in Your Highness's hitherto steadfast goodwill and friendship toward the Company, whereas it is nevertheless of the highest necessity, and mutual interests require, especially in the present state of affairs, to prevent all unfavorable suspicions and thus clear the way. - That furthermore, the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Indies cannot understand that the longer stay of Your Highness's troops at Batavia can cause them any concern, as they are well treated there and provided and cared for with what is necessary, and thus their said High Noble Honors believe they may not without reason expect that Your Highness, upon receipt of his letter, and upon further consideration and reflection, both on the present as yet unchanged circumstances and on the reasons pleading for it, will please postpone for the present the request for the return of the warriors, and allow them to remain at Batavia at least until the awaited ships and people from the Netherlands shall have arrived. - Their High Noble Honors, the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Indies, flatter themselves that Brother will deem the proposal fair and agree to it, and will not prematurely withdraw the service and assistance shown to the Company up to this point, but will rather wish to afford himself the satisfaction of having fully fulfilled the contracts, by providing help to the Company at Batavia for as long as it requires it, whereby the Lord Governor General and the Lords Councillors of Samarang, 23 December Ao 1782. the Indies assure Your Highness that the aforementioned troops at Batavia are not being kept needlessly, and that they will also be sent back as soon as they are no longer required there, and that if any of the chiefs should be inclined to return home for some time to attend to their affairs, the Lord Governor General and Councillors of the Indies will readily consent thereto, on such a footing and arrangement as Brother shall see fit, whether by sending other chiefs to Batavia or by entrusting the command to those who remain at Batavia. - But if, contrary to expectation, Brother should persist in the request made for the return of the warriors, the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Indies will, though reluctantly, comply with it and allow those troops to depart, although in that case it cannot be acknowledged that the Company has enjoyed the help and assistance in such manner as it might have expected according to the contracts and mutual obligations. The one and the other mentioned hereinbefore being the content of Their High Noble Honors' letter, I most urgently request Brother, upon considering what has been proposed, to take the most desirable and favorable decision, as I also hold myself assured that Your Highness, out of affection for the Company, will seek to do everything that most accords with the Company's interests, and thereby simultaneously show our enemies, the English, how firm and unchanged the friendship and unity between the Company and Your Highness are. I assure Your Majesty of my high esteem, and the Pangeran Adipati Anom of my love and affection; while the Ratu and the Ratu Bendoro are most amiably greeted by my wife; wishing that Heaven's bountiful blessing may steadfastly rest upon Your Majesty as well as his family for a length of days. /at the bottom was written:/ Written at Samarang, 4 December 1782. /:was signed:/ J. Siberg. —.
Dutch transcription
pag„o 7. Samarang den 23„e December A:o 1702. in 't Iaar Alieff 1747, en dus men geensints voorsien, veel min verwagt had, dat Broeder na deesen uit kragte van die Contrac= „ten verleende bijstand, de troupes soude te rug versoeken voor en al eer de noodsaekelijkheid ophield, en men deselve soude kunnen missen, om daar door voortekoomen de nadeelige denkbeelden, die an„ „ders bij 't Contrarie soude kunnen voortvloeijen; en moogelijk soude kunnen geleegen zijn, in een begrip als off 'er een verkoeling stoek had, in de tot hier toe zoo bestendige welmeenentheid en vriendschap van uw Hoogheid voor de Compagnie, daar het niet te min van de hoogste noodsaekelijkheid is, en het de Weederzeidsche bilangens vordert, om bisonder in de teegenswoordige toestand van zaaken, alle nadeelige vermoedens voortekoomen, en dut den weg te ruij „men. - Dat verder den Heere Gouverneur Generaal en Heeren Raeden van India niet kunnen begrijpen, dat het langer ver„ „blijff van uw Hoogheids troupes te Batavia, hun eenige bekom„ „mering kan verwekken, wijl deselve aldaar wel behandeld en van het noodige voorsien en versorgd worden, en dus dat welmelde kunne Hoog Edelheeden vermeenen niet sonder grond te moogen ver= „wagten, dat uw Hoogheid bij ontvangst van Hoogst desselvs brieff, en bij nadere insien en overweeging, soo van de teegenswoordige nog niet veranderde omstandigheeden, als van de reedenen die 'er Voor plijten, het versoek tot de te rug sending der krijgers voor Eerst zal gelieven oittestellen, en deselve ten minsten zoo lange de Batavia te laaten blijven, tot dat de overwagt wordende schee„ „pen en volk dit Neederland zullen zijn gearriveert. - Hunne Hoog Edelheeden den Heere Gouverneur Generaal en Heeren Raaa„ „den van Iuser vlegen sig, dat Broeder het gedaane voorstel zal billijke en toestemmen en den dienst en bijstand tot hier toe aan de Compagnie beweesen, niet werder zal intrekken, maar ver eer sig selve dat genoegen zal willen verschaffen van ten vollen aan de Contracten te hebben voldaan, door de Compagnie de Ba= „tavia soo lang hulp te bewijsen als zij deselve noodig heeft, Waar bij den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden Van G Samarang den 23„e December Ao 1782. van Indie, uw Hoogheid verseekeren, dat de meermelde man„ „schappen te Batavia niet noodeloos worden, aangehouden, en dat deselve ook zullen te rug gesonden worden, soo dra ze daar niet meer„ „der noodig zijn, en dat indien en eenige van de Hoofden mogten ge „neegen zijn, voor Eenigen tijds thuijs waards te keeren, ter verrig „ting hunner affaires, den Heere Gouverneur Generaal en Raden Van Indis, daar in gereedelijk zullen bewilligen, op soodaenigen voet en schikking, als broeder zal goedvinden, het sij om naar Bata„ „via andere hoofden te senden, off het Commando, aan die welke te Batavia blijven optedraegen. - Doch indien Broeder teegens Ver„ „wagting bij het gedaan versoek tot te rug sending der krijgers mogte blijven persisteeren, zoo zal den Heere Gouverneur Go„ „neraal en Heeren Raaden van Indie daaraan, hoe wel ongaarne, vol„ „doen en die volkeren laaten vertrekken, schoon in dat geval niet zal kunnen worden bakent, dat de Compagnie de hulp en adsistentie in diervoogen heeft genooten, als zij volgens de Contracten en weedersuidsche aankleeven had moogen verwagten. Het een en ander hier vooren gemeld, den inhoud des brieffs Hunner Hoog Edelheedens zijnde, versoeke ik soroeder seer instantig om bij Overweeging van het voorgestelde eene meest gewenschte en geneegendst besluijt te willen neemen, zoo als ik mij ook verseekert houde; dat uw Hoogheid uit startelijkheid voor de maatschappije alles zal soeken te doen, wat met 'sCompagnies belangens het meest over- Een komt, en om teffens daardoor aan onse vijanden de Engelschen blijken te geeven, hoe vast en onveranderd de vriendschap en Eens gesindheid tusschen de Compagnie en uw Hoogheid Sij. ae Ik verseekere uw Majesteit van mijne Hoog agting in den pangerang Adipattij Anom van mijne Liefde en toegeneegentheid; terwijl de Ratoe en de Ratoe Bendoro van mijne Huijsvrouw op 't aller min= „saamste word gegroet; onder toewenoching dat 's Heemels mila„ rijken zeegen, soo op uw Majesteit als desselvs familie, tot in Een kerigte van daegen bestendiglijk berusten mag. /onderstond:/ gesz: te Saimarang den 4„' december 1782. /:was getekent:/ J„s Siberg. —.
English
page 9 without brother having conferred with me about it Samarang, the 23rd of December in the year 1782. Copy translation of a Javanese letter written by the Sultan Hamengkubuwono residing at Djokjakarta, to Mr. Johannes Siberg, Governor and Director of and along Java's Northeast Coast, received at Samarang on the 17th of December in the year 1782. I have duly received brother's agreeable letter and completely understood its contents, which stated that brother, trusting that his latest letter would be well received by me, was now forwarding to me the letter that my grandfather, the Governor General, and the Council of the Indies had sent to brother for me (which I have also duly received); and that this served in reply to my request made for the return of my chiefs and their subordinate 1100 warriors; as well as that brother had understood from the received copy of that letter that my grandfather, the Governor General, and the Council of the Indies had been very surprised at my decision now to request back the troops whom I had been pleased to provide last autumn for the assistance of the Company and for the defense of the capital Batavia against the hostile attacks of the English, and that too at a time in which the circumstances had not yet changed but were still the same as in the past year. And that my grandfather, the Governor General, and the Council of the Indies had also found that request very strange, because I had proceeded to it so unexpectedly without prior consultation, which the aforementioned High Authorities, as well as the requested return, could not even reconcile with the goodwill and friendship that I had shown to the Company through the assistance of those warriors, and that too in fulfillment of the contracts, as I myself had been pleased to testify to my grandfather, the Governor General, and the Council of the Indies by letter of the month of Dhu al-Qadah of the year Alip, and that one had therefore not in the least Samarang, the 23rd of December in the year 1788. foreseen, much less expected, that after this assistance granted pursuant to the contracts I would request the troops back again before and until the necessity ceased and one could dispense with them, in order thereby to prevent the unfavorable impressions that might arise from the contrary and might possibly consist of a notion that a cooling had taken place in the hitherto so constant goodwill and friendship on my part toward the Company, regarding which the mutual interests required, especially in the present state of affairs, that all unfavorable suspicions be prevented and cleared away. As well as that my grandfather, the Governor General, and the Council of the Indies could not comprehend that the longer stay of my troops at Batavia could cause them any concern, since they were treated well there and provided with everything necessary. And that the aforementioned High Authorities believed they might expect, not without reason, that upon receipt of that letter and upon closer examination and consideration both of the present, not yet changed circumstances and of the reasons requiring it, I would for the present still postpone the request for the return of those warriors, and would at least let them remain at Batavia until the expected ships and men from Holland should have arrived. Furthermore, that their High Excellencies, my grandfather the Governor General and the Council of the Indies, flattered themselves that I would approve and agree to the proposal made, and would not withdraw the help and assistance shown to the Company up to this point; but that I would much rather wish to give myself the satisfaction of having fully fulfilled the contracts by showing help to the Company at Batavia for as long as it should still need it; and that, in addition, my grandfather the Governor General and the Council of the Indies assured me that my aforementioned troops were not being needlessly detained at Batavia, just as they, as soon as they there
Dutch transcription
pag:o 9: ^ zonder broeder daar „ben onderhouden, Samarang den 23„e December A:o 1782. Copia Translaat Iavaansche Brieff, geschreeven door den sul„ „than AmingCoeboe aria w„: te djockjo Carta; aan den Heere Iohannes Siberg, gouverneur en directeur op en langs Iavas N„s d„t kust,; ontvangen „te Samarang den 17„e december Ao 1782. Broeders aangenaame missive hebbe ik wel ontvangen en dies inhoud volkomentlijk verstaan, dewelke behelsde dat Broeder, in ver„ „trouwen dat desselvs laetste Brieff, bij mij wel ontvangen soude sijn thans aan mij toezond, de brief die mijn groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Indie, aan Broeder Voor mij hadden toegesonden. /:welke ik ook behoorlijk hebbe ontvangen:/ en dat deselve in antwoord diende op mijn gedaan versoek tot de terug keering van mijne Hoofden en hunne onderhoorige 1100: koppen krij= „gers; mitsgaders dat Broeder uit de ontvangene Copij van dien brieff verstaan had; dat mijn Groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van India seer verwonderd waaren geweest, over omijn besluijt, om de trouper, die ik in den voorleeden Na= Jaar, ter adsistentie van de Comp: en ter beveiliging van de hoofd= „plaets Batavia teegen de vijandelijke aanvallen der Engelschen had gelieven te overleenen, nu weeder te rug te versoeken, en dat „kel in Een tijdstip in 't welk de omstandigheeden nog niet ver= „andert maar nog deselfde waaren als in het gepasseerde Iaar En dat mijn grootvader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Indie, dat versoek ook sier vreemd hadden gevonden, over alvoorens te heb„ om dat ik soo onverwagt daartoe was overgegaan ^ het welk wel„ „melde H: H: E: soo min als de versogte te rug sending, selvs had= „den kunnen over Een brengen met de welmeenendheid en vriend„ „schap die ik, met de adsistentie dier krijgers aan de Compagnie had beweesen, en dat wel in voldoening der Contracten, invoegen ik selvs aan mijnen Groot vader den Heere Gouverneur Generaas en de Heeren Raaden van Indie had gelieven te betuigen bij mis„ „sive van de maand dulchaida des Iaars Alieff, en dat men dus geensink 1 Samarang den 23„e December ao 1788. geensints voorsien, veel min verwagt had, dat ik, na deese duijt kragte der Contracten verleende bijstant, de trouper weeder zoude te rug versoeken, voor en al Eer de noodsaekelijkheid ophield en men deselve zoude kunnen missen, om daar door voor te koomen de nadeelige denkbeelden, die bij het Contrarie soude kunnen ont„ „staan en moogelijk souden kunnen geleegen zijn en een begrijp als off 'er een verkoeling plaets had, in de tot hier toe soo bestendige welmeenentheid en vriendschap van mij voor de Comp=te waar om= „trent het de weederzijdsche belangens vorderde, om bijsonder in de teegenswoordige toestand van zaaken, alle nadeelige vermoedens Voortekoomen en uit den weg te ruijmen. —. mitsgaders dat mijn groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Indie niet konden begrijpen, dat het langer verblijff van mijne troupes te Batavia hun eenige bekommering konde verwek„ „ken, aangesien deselve aldaar wel behandeld en van al het noodige ovoor„ „sier wierden. En dat welwelde H: H: E: vermeenden niet sonder grond te moogen verwagten, dat ik bij ontvangst van dien brief„ en bij nader insien en overweeging soo van de teegenswoordige nog niet veranderde omstandigheeden, als de reedenen die sulx vorderen, het versoek van de te rug zending dier krijgers, voor Eerst nog soude uitstellen en deselve ten minsten te Batavia soo lange laeten blijven soude, tot dat de verwagt wordende scheepen en volk uuit Holland zoude zijn aangekoomen. - Voorts dat Hunne Hoog Edelheedens, mijn groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Indie sig vleijden, dat ik het gedaene voorstel zal billijken en toestemmen, en de hulp en bijstand aan de Compagnie tot hier toe bewee„ „sen niet weeder soude intrekken; maar dat ik mij veel eer dat ge= „noegen soude willen verschaffen van ten vollen aan de Contracten te hebben voldaan, door de Compagnie te Batavia, soo lange hulpo te bewijsen, als sij deselve nog komt noodig te hebben; en dat daar bij mijn groot vader den Heere Gouverneur Generaal, en de Heeren Raaden van Jndia mij verseekerden dat mijne meermelde manschappen te Batavia niet nodeloos wierden aangehouden, gelijk deselve ook soo drae sij daar net
English
Samarang the 23rd of December in the year 1783: page 11.— would no longer be needed, they would be sent back; as well as that, should any of the Chiefs be inclined to return home for a time to attend to their affairs, my Grandfather the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Indies would then readily consent thereto, on such terms and arrangements as I myself should find fitting, whether by sending other Chiefs to Batavia, or by transferring the command to those who shall have remained at Batavia. —. However, that if, contrary to reasonable expectations, I should persist in the request made for the return of my troops; then my Grandfather the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Indies would comply therewith, albeit reluctantly; although in that case it could not be acknowledged that the Company had enjoyed the help and assistance from me in such manner as it might have expected according to the Contracts and mutual adherence. Furthermore, that this aforesaid being the contents of the letter from Their High Excellencies at Batavia, Brother most urgently requested me, upon consideration of the proposal, to take the most desirable and favorable decision; just as Brother held himself assured that, out of cordiality for the Company, I would seek to do everything that most accords with its interests, and thereby also give proof to our enemies the English how firm and unaltered the friendship and unity between the Company and me is, to all of which I serve in reply that I by no means intend to let the least division or opening come into the continuing friendship and cordiality between the Company and me; but I have therefore made request to my Grandfather the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Indies for the return of my troops, for reasons that they have already been at Batavia for a long time. Meanwhile, Brother will also be well acquainted with the custom of the Javanese, that when they are separated from their homes for a long time, some of them sometimes become otherwise disposed, but concerning all this, the Company will not be unaware. Samarang the 23rd of December in the year 1782. [illegible] until she gives up. — For the rest, Brother is most amiably greeted by me and the pangerang Adipattij Anom Hangcoenogorro and Madame Brother's consort by the Ratoe and the Ratoe Bendoro, with wishes of lasting blessings and prosperity. Below stood: written at Djokjocarta on Monday the 10th of the light soero in the year Gjemee 1709. Lower: translated by me. Was signed: J: P:n Rothenbuhler, sworn translator. —. Copy Translation of a Javanese letter from the Lord Governor and Director written to the aforementioned Sultan, dated Samarang the 21st of December in the year 1782. Your Highness's pleasant and amiable letter of the 10th of the light soero 1709 having been well received and the contents understood, I thereby assure Your Majesty of the Company's continuing cordial friendship and a complete observance of the Contracts, as well as that the stay of Your Highness's auxiliary troops at Batavia is mutually linked with the interests of the Company and of Your Highness, and that the retention thereof shall take place no longer than will be strictly necessary for the furtherance of those mutual interests. —. I presently have nothing to offer Your Majesty as a token of my sincere heart and fervent friendship, but my wife presents herewith to Your Highness's consort the Ratoe and the Ratoe Bendoro four pieces of Chintz and requests a favorable acceptance thereof. From the bottom of my heart I greet Brother and our beloved son pangerang Adipattij Anom Mancoenagara, as also does my wife the Ratoe and Ratoe Bendoro, together with all the further children of Brother, with wishes of everything that is salutary and precious, for a length of days. Below stood: written at Samarang the 21st of December 1782. Was signed: J:s Siberg. — page 13. Samarang the 22nd of February in the year 1783. Copy To His High Excellency. The High Noble, Valiant, Most Honorable Lord, Mr. Willem Arnold Alting Governor General and the Noble Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. Batavia. High Noble, Valiant, Most Honorable Lord, and Noble Valiant Lords! From the general letter presently departing, Your High Excellencies will observe that the four native Pantjallangs sent back from the capital, which were not able to withstand the strong currents and high seas to continue the cruise to the South coast of Java with the rest of the small fleet, have arrived here and have also already been sent homeward long ago, while in humble response to the very respected separate missive of Your High Excellencies of the 14th of January I must express my regret that the objective regarding the aforesaid four small vessels did not succeed, they apparently having already been overtaken by the westerly winds, the more so because I judge that they would have been very necessary for that cruise, to search for the pirates keeping themselves hidden in the bays or inlets on the South coast of Java, who apparently, as they cannot be pursued or detected therein by larger vessels, have the opportunity to. G
Dutch transcription
Samarang den 23„e December Ao 1783: pag„o 11.— noet meer noodig sijn, souden worden te rug gesonden; mitsgaders dat indien 'er Eenige der Hoofden mogten geneegen weesen om voor eenige tijd te huijswaerds te keeren, ter verrigting hunner affaires, mijn Groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raeden van Indie als dan daar inne gereedelijk souden bewilligen op soodae„ „nigen voet en schikking als ik selvs souden koomen goed, te vinden het zij om na Batavia andere Hoofden te zenden, of het Commando op t draa„ „gen aan de heene die te Batavia sullen gebleeven zijn. —. Dog dat indien ik teegens de billijke verwagting, bij het gedaane versoek tot de te rug zending van mijne troupes mogte blijven persisteeren; soo soude mijn Groot vader den Heere Gouverneur Generaas en de Heeren Raaden van, Indie daaraan, hoe wel ongaarne voldoen; schoon in dat geval niet soude kunnen worden erkent, dat de Compagnie de hulpe en bijstant van mij in diervoegen had genooten, als zij volgens de Con= „tracten en de weederzeidse aankleeving had kunnen verwagten. wijders dat het hier vooren gemelde den inhoud des briefs van hunne Hoog Edelheedens te Batavia zijnde, Broeder mij seer instantig versogt„ om bij overweeging van het voorgestelde, een meest gewenscht en ge„ „neegendst besluijt te willen neemen; gelijk vroeder sig selvs ver„ „seekert hield; dat ik uit hartelijkheid voor de Compagnie alles soude zoeken te doen wat met derselver belangens meest over Een komt, en om daar door teffens aan onse vvijanden de Engelsche blijken te geeven. hoe vast en onveranderd de vriendschap en Eens gesindheid tusschen de Compagnie en mij is, op welk aller ik ten antwoord diene, dat ik geen „sints van voorneemens ben, om in de aankleevende vriendschap en hartelijkheid tussen de Compagnie en mij de minste scheiding off opening te laaten koomen; maar ik heb daarom aan mijnen groot „Vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren raaden van Jndia Versoek gedaan tot de te rug sending van mijne troupes, om reedenen deselve reeds lang te Batavia zijn geweest. Intusschen zal broeder de ge„ „woonte der Javaanen meede wel bekend zijn, dat wanneer dezelve lang „somwijlen van hunne Huijsen zijn afgescheiden, er „ sommige van deselve anders gezind worden, maar aangaande dit alles, zal de Comp: niet onbewust weesen . Samarang den 23„e December A:o 1702. welgen otdat zij gven moet. — Voortoverige word Broeder door mij en den pangerang Adipattij Anom Hangcoe Nogorro en Mevrouwe Broeders gemalinne door de Ratoe in de Ratoe Bendoro op het minsaamste gegroet, onder toewenching van Eene bestendige zeegens, en woorspoed. . /:onderstond:/ geschreeven te Djokjocartes op maandag den 10: van het Ligt: soero in 't Jaar Gjemee 1709. /:lager:/ getranslateert door mij /:was geteekent:/ J: p„n Rothenbuhler geswoore translateur. —. Copia Translaat Javamnoha briff: van den Heer Gouver„ „neur en directeur, aan den Sulthan voormeld geschreeven, gedateert Samarang den 21„e december Anno 1782. Duw Hoogheids aangenaame in minsaeme Brieff van den 10. van het ligt soero 1709: wel ontvangen en den inhoud verstaan hebbende, soo verseekere ik uw Majesteit van 'sComp:s aankleevende hartelijke vriend„ „schap en eene volkoomene onderhouding der Contracten, mitsgaders dat het verblijff van uw Hoogheids hulptroupes te Batavia met de belan„ „gens van de Compagnie en van uw Hoogheid weederbeids gepaart gaat„ en dat de aanhouding derselver niet langer plaets zal hebben als tot be„ „vordering van die weeder beidse belangens volstrekt noodsaekelijk zal zijn. —. Ik hebbe thans niets om ouuw Rajerteit tot een teeken van mijn opregt haat en vuurige vriendschap aantebieden, maar mijn huijsvrouw prosen= „teert uwe Hoogheids gemalinmo de Ratoe en de Ratoo Bendoro nee„ „vens deese aan vier stukjes Chitso en versoekt daar voor eene geneegene Acceptatie. Van Ianscher Harte groete ik Broeder en onse geliefde zoon pangerang Adipattij Anom Mancoenagara, 3oo als meede doet mijn Huisvrouw de Ratoe en Ratoe Bendoro, neevens alle de verdere kinderen van broeder onder toewensching van alles opat Heilsaam en dierbaar is, tot in een Eengte van dregen. /:onderstond:/ geschreeven te Samarang den 21. e de= „cember 1762. /:was getekent:/ J„s Siberg. — pag„a 13. Samarang den 22=e februarij A:o 1783. Copia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, gestrenge Groot Agtbaren Heere, M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaas in de wel Edele gestrenge Hheeren ghaaven van Neederlands Indie &„a No d„a Batavia. Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaren Nere, en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij de thains afgaande gemeene brieff, zal uw Hoog Edelhede ontwaaren, dat de van de Hoofdplaats te rug gesonden vier Inlandje Pantjallangs, die niet bestand geweest zijn teegens de sterke Aroomen en Hooge ziin, met het overige vlootje de kruijstogt na de Zuid„ „kant van Iava te vervolgen, hier aangekoomen, en ook bereeds lange thuijswaards gesonden zijn, intusschen dat ik in needrigst de= „scribt op de zeer gerespecteerde aparte missive uwer Hoog Edelhee„ „den van den 14. Jan: mijn Ludwiesen moet betuigen, van in het- oog= merk, omtrent de voorschreeven vier kieltjes, door de hun appa= „kent. bereeds overvallen weste winden, niet te zijn gereuseert, te meer, wijl ik oordeel dat deselve tot die kruijstogt zeer nood„ zaakelijk zouden zijn geweest, ter opspeuringe van de in de Boaijen off Inhammen aan de Zuidkant van Iava Zich Thuijl houdende hieroovers, die in apparent als daarinne van Grootere vaartuigen niet kunnende werden vervolgd nog ontaeckt, geleegentheid hebben, om. G
English
Samarang the 22nd February Anno 1788. to escape; while in the meantime I hope that the intended purpose with the remainder of the small cruising fleet may be achieved, all the more so since they seem to have gotten outside the Sunda Strait without incident, as they have already appeared on the South side of Java at the latitude of Tjelatjap under the territory of the emperor, and have been seen by the peoples keeping watch thereabouts. I already gave notice in the month of November last to the emperor and also to the head of Soura Carta of the cruising to be carried out on the South side of Java, with a request to His said Highness to issue the necessary orders against the pirates, in case they might attempt to escape into the creeks and bays or also onto land, just as the necessary troops have since been stationed there for that purpose, who, in order to avert a landing to be initiated by the pirates, have erected a benting at Tjelatjap equipped with the necessary artillery, and keep good watch there. Your High Excellencies' pleasure concerning the ample collection and shipment of Javanese products in general, and especially of rice, in the past year to the headquarters, serving to my great satisfaction, I hope after the recommendation this year to be no less able to answer to the expectation and trust of Your High Excellencies, if only Heaven is favorably pleased to bestow its generous blessings thereto; and although for some time, due to the drought that continued in the month of January as well as in the beginning of this month of February, fears were entertained for a very poor rice crop, it has nevertheless remarkably changed for the best through the rains that have fallen daily of late, whereby one has only now become able to plow the fields hereabouts, in the hope that Heaven will further also bestow suitable rains for sowing and planting the fields. Thus, as Your High Excellencies, on account of the considerable remainder of rice at the headquarters, have been pleased to see fit to desist from all further purchase of that grain until such time and while it shall please Your High Excellencies to give a statement of the required quantity, the necessary orders have already been given everywhere to that end; which I have let take effect all the more calmly because it will appear to Your High Excellencies from the enclosures to the general letter that the remainders across the combined coastal offices currently still amount to a quantity of 3493 5/8 coyangs, and added thereto the contingent that is to come in this year from the upcoming new crop, if the same succeeds, up to 5380:—: coyangs, or after deducting 500:—: coyangs that are calculated for Java's own requirement, then per resto 4880:—: ditto, so that there will be in stock for the Company this year 8373 5/8 coyangs, over and above the remainder that is still on hand at the headquarters; which altogether will apparently be sufficient both for consumption at the headquarters and for shipment to Ceylon, Malacca, and the French fleet. fleet; but as a considerable quantity will also have to remain on hand both for our own use here in Java and for shipment to the Eastern Governments, and it is undoubtedly also Your High Excellencies' desire that a good stock be stored in Batavia for the following year, I request Your High Excellencies' decision as to whether purchases should be made for the Company from the upcoming crop, and the quantity that Your High Excellencies will be pleased to determine for that purpose. The shipping space that will be required initially and as soon as possible for the collection of a portion of the remainder of the rice at the respective offices, and indeed first of all from Sourabaija and Grissee, being stated in the general letter of today, I take the liberty to refer thereto, while action will be taken according to Your High Excellencies' pleasure to send the rice that cannot be collected with the Company's ships successively to the headquarters with private vessels on freight at 5 rixdollars per coyang. The Grissee Resident Fockens will be written to that, as the trial made with the timber raft sent to the headquarters in the previous year succeeded rather well, it is Your High Excellencies' desire that such be resumed if the monsoon permits it, and provided the native is not too much burdened; with further instructions at the same time to then send from time to time the notes of the timber transported therewith in duplicate to the headquarters. Samarang the 22nd February Anno 1788. To
Dutch transcription
Samarang den 22„e Februarij ao 10. van het te ontkomen; terwijl ik ondertusschen hoop dat het bedeeld oogmerk met het overige der kruijsvlootje mag worden bereijkt, te meer daar deselve zonder toevallen buijten strat Sunda scheinen geraakt te zijn, alsoo zij zeg bereeds aan de Zuidkant van Iava op de hoogte van Tjelatjap onder het gebied van den keijser, vertoend hebben, en door de aldaar omstreeks wagthoudende volkeren gesien geworden zijn; Den keijser en ook het soura Cartas opperhoofd heb ik bereeds in de maand November Jongstleeden, kennisse gegewen van de aan de Zuidkant van Iava te doene bekruijssinge, met versoek aan gemelde zijn Hoogheid tot het stellen van de noodige beveelen teegen de zeeroovers, indien deselve tragten mogten om het in de kreeken en baaijen of ook val te land te ontkoomen, zoo als siedert daartoe ook de noodige manschappen aldaar zijn geplaetst „dia ter wiering van den door de Boeroovers te entameeren Landing, te Tjelatjap een Benting voorsien van het noodig geschut, hebben opge„ „rigt, en aldaar goede wagt houden. Het genoegen uwer Hoog Edelheeden over den ruijmen Inzaams in afschoep der Iavasche Producten in 't algemeen, en insonderheid van Rijst, in het gepasseerde Iaar na de hoofdplaats, mij tot zeer 1 dees satisfactie strekkende, hoop ik na de recommandatie in dit t Jaar niet minder in staat te zullen zijn aan de verwagting en het vertrouwen van Hoogst deselve te zullen moogen brantwoorden, indien hiet anders den Heemel gunstiglijk behaagd daar toe zijne milde zeegeningen te schenken; En hoewel er sudert eenigen tijd, door de in de maand Januarij als ook in den beginne van deese maand. Samarang den 22„' Februarij A:o 1708. pag„s 15 maard Februari gecontinmeerd hbbende voogtens, berugting is geso „lideerst, voor een=e seer Fiber Rijst gewas, is het Eijker door de om onlangs daagelijks gevallene Reegens merkelijk ten besten ver anderd, waar door men thans eerst in staat geraakt is, de Velden hier omstreeks te konnen beploegens, in hoope, dat den Hemel ver„ 1 4 „der ook tot bezaagjing in beplanting der Akkers gedeilaare Reegens zal schenken. Dns dat uwe Hoog Edelheeden uit hoofde van het aansienlijke Restant rijst ter Hoofdplaatse, hebben gelieven goed te vinden van alle verdere Inkoop van dat wedsel aftesien, tot tijd en wijle het Hoogst deselve behaagen zal om van de benoodigde quantiteit eene opgave te doen, is daartoe ook bereeds alomme de noodige order gesteld; 't geen ik om zoo veel te geruster hib laaten gevolg neemen wijl het uwe Hoog Edelheeden uit de onder de bijlaagen van de gemeene brieff, blijken zal„n dat de Restanten Over de gesamentlijke strand Comptoiren Actuel nog bedraagen eene quantiteit van 3493 5/8. Coij=s lin daar bij gevoegd het Contingent, dat in dit Jaar van het aanstaande nieuwe gewasch, indien hetselve wil„ slaagd, staat intekoomen tot Coijangs 5380:—: of na af„ „trekk van Coijs 500. –. die gecalculeerd worden, voor Jaras Eijgen: benoodigtheid dan wel per resto---. 4880. —. d„o du 'er voor de Comp:e in dit Jaar in voorraad zijn zall: 8373 1/3: Cop=:s buijten en behalven het restant dat 'er nog ter Hoofplaatse aan heem „den is; welk een en ander apparent zoo tot Consumptie ter Hoofd „plaatse als tot versending na Ceilon, Malacca in de fransche Vloot. vloot voldoende zijn zal, doch wijl 'en ook zoo wel tot eigen gebruijk hier js Iara, als ter versending oa de Oostersche Gouvernementen eene tamelijke quantiteit zal deenen aan handen te blijven, en het sonder twijffel ook de begeerte uwer Hoog Edelheeden is, dat er te Bater= vria voor het volgende Jaar ook eene goede vooraad werd opgeschurd; versoek ik de dispositie uwer Hoog Edelheeden, of er voor de Comp:s Van het aanstaande gewash zal dienen ingekogt te worden, en de quantitit, die uw Hoog Edelheeden, daartoe zullen gelieven te bepaalen. — De scherps ruimte die er voor eerst en zoo dra moogelijk is, tot den afhaal van een gedeelte der Restant Rijst op de respective Comptoiren, en wel het allen Eerst van Souranbaija en Frissee, benoo„ digd zullen zijn, bij de gemeene brieff van heeden opgegeven wor„ „dende, neem ik de vrijheid mij daaraan te refereeren, terwijl 'er na„ goedvinden uwer Hoog Edelheeden zal worden gehandeld, om de Rijst, die niet omet 's Comp:s scheepen kan worden afgehaald successive met particuliere Vaartuigen op vragt teegens 5. rijked:s per Cooijang na de Hoofdplaats te Linden. — Den Fisses Resident Fockens zal het worden aangeschreeven, dat wijl het met de gemaakte preuve, met het in den voorleeden Jaars „na de Hoofdplaets gesonden Houtvlot damelijk wel was gevlaagd het de begeerte uwer Hoog Edelheeden is, dat zulke word hervat, zoo de mousson het toelaat, en mits den Inlander niet te zer beraand voord; onder verder aanschrijven teffens, om als dan van tijd tot tijd de Notitien der daarmeede vervoerd wordende Houtwerken, dub„ „belvoudig na de Hoofdplaets te zenden. de Samarang den 22:en Februarij A„o 1733. Aan
English
Samarang the 22nd of February Anno 1783. page 17. The recommendation to be attentive and to ensure that private traders do not transport the rice they take on in Java to overseas places instead of conveying it to Batavia, in the manner some of those traders managed to practice in the past year, shall be observed as far as practicable. From the hydraulic land surveyor Vetter, I have already repeatedly demanded the report on his considerations concerning the outcome of the commission for which he is here, in order to be able to supply the same to Your Right Nobles and to inform whether there is a prospect and whether means can be found to successfully remedy the shallows or mudbanks before the Samarang River; however, not yet having succeeded therein, he has nonetheless undertaken to deliver the report regarding this matter within a month's time. Expressing my dutiful gratitude for Your Right Nobles' favorable promise to have the ammunition and other goods, which could not be fulfilled on the demands due to our own shortage, supplied upon any relief to be obtained from the Netherlands, and in particular also to provide Java then as much as practicable with personnel, I hope that the relief, already so long awaited, may appear before long. To investigate to what extent the Regent of the Island Lubok or the Baviaan fulfills his engagement, I have some time ago sent a Company pantjallang thither alongside a private vessel, provided with the necessary armament and Samarang the 22nd of February Anno 1783 fleet will be sufficient, but since a reasonable quantity will also need to remain on hand both for our own use here on Java and for dispatch to the Eastern Governments, and it is without doubt also the desire of Your Right Nobles that a good stock be stored at Batavia for the following year, I request the disposition of Your Right Nobles as to whether purchases should be made for the Company from the upcoming crop, and the quantity that Your Right Nobles shall be pleased to determine for that purpose. The shipping space that will be required initially and as soon as possible for collecting a portion of the remaining rice at the respective offices, and first of all from Sourabaija and Grissee, being stated in today's general letter, I take the liberty of referring thereto, while action shall be taken according to the pleasure of Your Right Nobles to send the rice that cannot be collected with the Company's vessels successively with private vessels on freight at 5 rijksdaalders per cooijang to the capital. The Grissee Resident Fockens shall be written to that, since the test made with the timber raft sent to the capital in the past year succeeded reasonably well, it is the desire of Your Right Nobles that this be resumed if the monsoon permits, and provided the native population is not too greatly burdened; with further instructions at the same time to send the lists of the timber transported therewith in duplicate to the capital from time to time. To Samarang the 22nd of February Anno 1783. page 17. The recommendation to be attentive and to ensure that private traders do not transport the rice they take on in Java to overseas places instead of conveying it to Batavia, in the manner some of those traders managed to practice in the past year, shall be observed as far as practicable. From the hydraulic land surveyor Vetter, I have already repeatedly demanded the report on his considerations concerning the outcome of the commission for which he is here, in order to be able to supply the same to Your Right Nobles and to inform whether there is a prospect and whether means can be found to successfully remedy the shallows or mudbanks before the Samarang River; however, not yet having succeeded therein, he has nonetheless undertaken to deliver the report regarding this matter within a month's time. Expressing my dutiful gratitude for Your Right Nobles' favorable promise to have the ammunition and other goods, which could not be fulfilled on the demands due to our own shortage, supplied upon any relief to be obtained from the Netherlands, and in particular also to provide Java then as much as practicable with personnel, I hope that the relief, already so long awaited, may appear before long. To investigate to what extent the Regent of the Island Lubok or the Baviaan fulfills his engagement, I have some time ago sent a Company pantjallang thither alongside a private vessel, provided with the necessary armament and
Dutch transcription
Samarang den 22„' Februarij A:o 173. pag:o 17.— Aan de re commandatie, om astent te zijn, en te zorgen, dat door pan„ ticuliere Handelaers de Rijst, die zij op Iara inneemen, deselve niet na de overwalsche plaetsen brengen, in steede van die van Batavia te vervoeren, invoege sommage dier handeloers in 't gepasseerde Jar sulx hebben weeten te practiseeren, zal zoo veer doenlijk is worden geobserveert. —. van den water werkkundigen Landmeeter Vetter, heb ik bereeds te meen malen gevorderd, het berigt op zijne Consideratien omtrent den dut„ slag der Commissie, waartoe hij sig hier bevind, ten einde deselve aans duwe Hoog Edelheeden te konnen supperiteeren en te bedeelin of 'er apparentie is en middelen te vinden zijn, om met succes de on„ dieptens of modderbanken voor de Samarangse Rivier te kunnen verhelpen, doch voor als nog daarinne niet gereusseert zijnde, heeft denselven egter aangenoomen het berigt dien aangaande binnen een maand tijds te zullen overgeeven. —. Voor de gunstige toesegginge uwer Hoog Edelheeden, om de Ain= munitie en andere goederen, die op de Eijsschen, door eigen gebeek niet hebben kunnen worden voldaan, bij eenig te bekoomen ontset uit Neederland te laaten voldoen, en insonderbeid ook Iavo als dan zoo veel doenlijk is met manschappen te voorsien, mijne schuldige dankbetuigende, hoop ik dat het bereeds zoo lang verwagt ontset ee alang mag koomen opdaegen. — deer te ondersoeken in hoe verre den Regent van het Eijland Lubok of de Baviaan aan zijne verbintenisse komt te voldoen, heb ik voor danigen tijd en Compagnies Pantjallang neevens in particulier vaartuig derwaerds gesonden, voorsien met de noodige armatire in Samarang den 22„en Februarij Ao 103 vloot voldoende zijn zal, doch wijl in ook zoo wel hot eijen gebruijk hier op Iava, als ter versending opa de Oostersche Gouvernementen, eene tamelijke quantiteit zal dienen aan handen te blijven, en het sonder twiffel ook de begeerte uwer Hoog Edelheeden is, dat er te Bater= 8 vrede voor het volgende Iaar ook een goede voorraad werd opgeschurd versoek ik de dispositie uwer Hoog Edelheeden, of er voor de Comp: Vanr het aanstaande gewasch zal dienen ingekogt te worden, en de quantiteit, die uuw Hoog Edelheeden, daartoe zullen gelieven te bepaalen. — De scheeps ruimte die 'er voor eerst en zoo dra moogelijk is, tot den afhaal van een gedeelte der Restant Rijst op de respective Camptoiren, en wel het allen Eerst van Souranbaija en Grissee, benoo „digd zullen zijn, bij de gemeene brieff van heeden opgegeeven wor„ „dende, neem ik de vrijheid mij daaraan te refereeren, terwijl 'er na„ goedvinden uwer Hoog Edelheeden zal worden gehandeld, om de Rijst, die niet omet 't Comp:s scheepen kan worden afgehaald, successive met particuliere Vaartuigen op vragt teigens 5. rijked:s per Cooijang 9 na de Hoofdplaats te Linden. — Den Frissees Resident Fockens zal het worden aangeschreeven daa wijl het met de gemaakte preuve, met het in den voorleeden Jaar na de Hoofdplaets gesonden Houtolot damelaijk wel was gelaag het de begeerte uwer Hoog Edelheeden is, dat zulks word hervat, zo de mousson het toelaat, en mits den Inlander met te zier bemaand voord; onder verder aanschrijven teffens, om als dan van tijd tot tigd de Notitien der daarmeede vervoerd wordende Houtwerken, dub „belvondig na de Hoofdplaets te zenden. de Aan Samarang den 22„' Februarij A:o 1783. pag:o 17. Aan de recommandiatie, om astent te zijn, en te zorgen, dat door pan„ „ticuliere Handelaers de Rijst, die zij op Iarde inneemen, deselve nit na de overwalsche plaetsen brengen, in steede van die na Batavia te vervoeren, invoege sommage dier handeloers in 't gepasseerde Jar sulx hebben weeten te practiseeren, zal zoo veer doenlijk is worden geobserveert.—. Van den water werkkundigen Landmeeter Vetter, heb ik bereeds te meer „malen gevorderd, het berigt of zijne Consideratien omtrent den dut„ b. „slag der Commissie, waartoo hij sig hier bevind, ten einde deselve aan uuwe Hoog Edelheeden te konnen suppediteeren en te bedeelin of er apparentie is en middelen te vinden zijn, om met succes de on„ „dceptens of modderbanken voor de Samarangse Rivier te kunnen verhelpen, doch voor als nog daarinne niet gereusseert zijnde, heeft denselven egter aangenoomen het berigt dien aangaande binnen een maand tijds te zullen overgeeven. —. Voor de gunstige toesegginge uwer Hoog Edelheeden, om de Am- „munitie en andere goederen, die op de Eijsschen, door eigen gebrek niet hebben kunnen worden voldaan, bij eenig te bekoomen ontset uiet Neederland te laaten voldoen, en insonderbeid ook Iavo als dan zoo deel doenlijk is met manschappen te worsien, omijne schuldige dankbetuigende, hoop ik dat het bereeds zoo lang verwagt ontset eerlang mag koomen opdaegen. — Deste ondersoeken in hoe verre den Regent van het Eijland Luibok of de Baviaan aan zijne verbintenisse komt te voldoen, heb ik voor denrigen tijd een Compagnier Panjallang neevens in particulier vaartuig derwaerds gesonden, voorsien met de noodige armatiere in
English
Samarang, the 22nd of February A:o 1783. and troops, also for the purpose of tracking down the pirates and smugglers who at times conceal themselves there and around the Kangean Islands, belonging under Sumenep, of whose findings I shall have the honor to inform Your High Excellencies further as soon as they have returned from that expedition. With His Highness the Emperor, as well as with the Resident van Strahlendorff, I have repeatedly conferred in serious terms concerning the Bagelen Regent, the Tumenggung and Wedana Arung Binang, who fell into disgrace and was subsequently sent into exile, pointing out that one cannot always place complete reliance upon such declarations as were given to his charge; but the ruler initially being too overly governed by his passions, the representations seemed to find no influence. However, having subsequently considered the matter somewhat more maturely, and very likely also having found that the declarations were not to be accepted as entirely orthodox, the ruler released that Regent from his exile and let him return to Surakarta, where a good residential house was assigned to him for his lodging; and the future will have to show whether that gray-haired man will be capable of regaining in time the trust and the affection of His Honor. The Surakarta Pangeran Ngabei, whom the Emperor has appointed as successor in the Bagelen Regency of the aforementioned Arung Binang, is good and yielding in his character, arising from the innate idle and sluggish nature of the Javanese, of which the Emperor also being quite convinced, has provided the aforementioned Pangeran Ngabei with good chiefs in the Bagelen Regency in such a manner that one harbors no misgivings regarding the administration and good direction there; and although it certainly previously, before the division of the Javanese uplands took place between the rulers, gave cause for misgivings to place the ruler's blood relations in such Regencies as the Bagelen and others, I believe nevertheless that, because the joint lands and Regencies are so vastly divided among the rulers, and the Emperor as well as the Sultan rarely cede the full administration, nor even the revenues of one of the Regencies, to a single one of their court dignitaries, but also favor for a part the court servants or Dalem Tumenggungs, so that they may derive their living therefrom, as one can reckon that the Surakarta Pangeran Ngabei also has only a quarter part of the Bagelen district in administration, one therefore also does not have to fear any faction being formed or disadvantageous consequences. Expressing my obligation for the order issued by Your High Excellencies to Makassar for the return of the Madurese auxiliary troops still located there, with the Company's ship, as well as for the notification that the followers of the pretended Panembahan Mas Willis, together with the fanatic Koplik, were relegated to Ceylon; I also most respectfully inform Your High Excellencies by this that the Samarang Chief Regent Adipati Surodimongolo some time ago, out of his own motives and affection, requested permission to be allowed to enter into a marriage with the daughter of the former First Surabaya Regent Raden Tumenggung Tjondronegoro, otherwise in common parlance called Bapa Tumenggung; this daughter of his being the widow of the late Panembahan of Madura, with whom in the past year the Ponorogo Regent, son of the Surakarta Pangeran Adipati Mangkunegara, likewise wished to enter into a marriage, but which I had turned down in accordance with my respectful separate missive of the 22nd of June 1782; I have consented to the aforementioned marriage with the Samarang Chief Regent, and since the same has also already been celebrated here on the 17th of this month, I trust at the same time that it will carry the approbation and approval of Your High Excellencies; giving me further the high honor with much veneration and true high esteem to remain respectfully. Title Your High Excellencies' humble and very obedient servant was signed J:s Siberg in the margin was written Samarang the 22nd of February A:o 1783. Samarang the 8th of March A:o 1783. Page 25. To His High Excellency Batavia The High, Noble, Stern, and Greatly Respected Lord, M:r Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable and Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies; etc: etc: etc. High, Noble, Stern, and Greatly Respected Lord, and Right Honorable and Stern Lords. With the most respectful deference to my latest submission of the 22nd of the past month of February, I have since, upon receipt of the esteemed missive of Your High Excellencies of the 14th of the past month, had His Highness the Emperor at Surakarta sounded out by the Resident van Strahlendorff as to whether any misgivings of disadvantageous consequences might obstruct the return of the three wives and six children, among them three sons, of the Pangeran Purbamaya who died in exile in Ceylon, upon which His Highness expressed that he would not gladly see the aforementioned persons return to Surakarta, because the same would serve for nothing there but much nuisance; just as several other children located in Surakarta of ill-disposed and rebellious princes, of whom currently the son of the one at the Cape of Good Hope is located
Dutch transcription
Samarang den 22„e Februarij A:o 1733. en manschappen, ter opspeuringe teffens van de aldaar en omstreeks de Cangiangsche Eijlanden, onder Sumanap behoorende, zig somwijlen schuijthoudende Roovers en smakkelaars, van welkers bevinding ik de Een hebben zal uwe Hoog Edelheeden maader te onderhouden soo„ „dra deselve van die expeditie te rug gekoomen zijn zullen. — Bijn Hoogheid, den klijker zoo wel als het opperhoofd van Stralendorff„ heb ik iteratijff in Serieuse termen onderhouden, over den in dis= gratie geraakte en vervolgens in bellingschap vere onden Beueguleens Regent, den Tommagong en wedono Arong Binang, niet voor= houding dat omen mat altoos op zulken verklaaringen, als ten zijnen laste gegeeven zijn, volkomen staat kan maaken, maar den vorst in den beginne te zeer door zijne passies overkeercht zijnde, schee„ nen de voorstellen geen invloed te vinden, doch vervolgens de zaak wat rijper in overwieging genoomen, en seel ligt ook wel bevonden hebbende, dat de verklaringen miet als geheel orthodere aanneeme„ „lijk waaren, heeft den vort dien Regent uut sijne bellingschap ontsloegen en na souracarta te rug laaten koomen, alwaar hem een goed woonhuijs tat verblijff is aangeweesen; en het gevolg zal moeten leeren, of dien grijsaart in staat zijn, zal, om in der tijd weeder dit vertrouwen en de geneegentheid van zijn watb. te kunnen gewinnen. Den Soura Cartas pangering Ingabeij die den keijser als opvol„ „ger in het Bagaleeus Regentschap van gemelde Arong Binang gesteld heeft, is in zijn Caracter goed en toegevend, Voortkomende in't de aangebooren werkloosen en vadsigen Aart der Iavaanen, waar vanr den keijser oek wes overtuigd zijnde, gemelden pan gerang Ingebeij van 20 Samarang den 21„e Februarij A:o 17833: pag„ta 19 Van goede Hoofden in het Bagaleene Regentschap heeft voorsien van diervoegen, dat men geen bedenking voed, omtrent de bestiering en goede directia aldaar; en hoewel het siekerlijk bevoorens, eer de Verdeeling der Iavasche bovenlanden tussen de vorsten plaets vond„ bedenking gaf, om 's vorsten bloetverwanten in zoort gelijke Re„ „gentschappen, als de Bagaleen en andere te plaetsen, meen ik egter„ dat, om de gesamentlijke Landerijen en Regentschappen zoo zeere ander de vorsten zijn verdeeld, en den keijzer zoo wel als den sulthan, zelden het volle bestier, nog ook de inkomsten van een den Regentschappen, aan een enkelde hunner hofgrooten ofstaan, maar en voor een gedeelte de Hofbediendens off Dalm Tommongongs meede faroriseeren, om daar uit hun bestaan te hebben, zoo als men ree„ „kenen kan, dat den soura Cartas pangerang, Ingebeij ook maar een quart gedeelte van het Bagaleens district in bestuering heeft„ men oversulks ook niet heeft te vreesen voor eenige te maken aanhang of nadielige gevolgen. Voor de door uwe Hoog Edelheeden gestelde order na Macusser hot te rug zending van de zig aldaar nog bevindende Madureese hulp troupes, met 't Compagnies schip, mijne verpligting zoo wel betuijgende, als voor de kennis gewing, dat de aanhange „lingen van den gewaanden Samumbahan Haas willis, mits gaeders ook den dweepen koplik na Ceilon gerelegeerde waaren; geve ik uwe Hoog Edelheeden ook bij deese eerbiedigst kennisse„ dat den samarangs Hoofd Regint Adipattij Soero de mongollo„ vaij voor eenigen tijd geleeden, duit eigen motiven en genegentheid, permissie Samarang den 22„e Februarij A:o 1783— permissie versogt heeft, een huwelijk te moogen aangaan met de Dogter van dn bevoorens geweesen Elrste Aurabaijas Regent Ra„ „den Tommongong Sjondro Nogoro, anders in de wandeling go= „nuarant Bo: pa. Tommongong; zijn de deese zijn dogter de weduwe van den laast overleedenen Sanumbahan van Madura, met wien in den Voorleeden Jaara den Pronorogos Regent, zoon van den Soura Cartas Pangerang Adipattij Mansoenagara insgelijks een huwelijk heeft willen aangaan, dog 't geen ik volgens mijn eerbiedige sparte mos„ „sive van den 22„e Iunij 1782. van de hand- geweesen had; Ik heb in het huwelijk voormeld met den Samarangs Hoofd Regent be„ „willigd, een vermits het selve dan ook bereeds den 17=e deeser alhier vol„ „toekken geworden is, vertrouwe ik teffens dat het de approbatie en goedkeuringe uwer Hoog Edelheeden zal wegdraegen; geevende mij overigens de Hooge Eers met veel veneratie en waare hoog agting reverentelijk te blijven. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens onderdanigeen zeer gehoorzame dienaar /: was ge„ „teekent:/ J:s Siberg /: in margine stond/ Samarang den 22„e fo„ „bruarij A„o 1783: —. Samarang den 8:' Maart A:o 173— Pag: 25. F Aan zijn Hoog Edelheid Batavia Den Hoog Edel gestrenge Groot Achtbaren Hiere, M:r Willem Arnold Atting, Gouverneur Generaal, en de wel Edise ge„ strenge Heeren Raaden van Needer= „lands Indië; enz: enz: enz Hoog Edel, Gestrenge Groot Agtbaren seere„ en Wel Edele Gestrenge Heeren. Met eerbiedigst defert: tot mijne Iongste submissi van den 22: der verweeken maand Februarij, heb ik seedert bij ontfangst ƒ ƒ der gelende missive uwer Hoog Edelheiden van den 14=e beroo= „kens, zijn Hooghuid, den keijzer te Soura Carta, door het opperaa ƒt „hoofd van Stralendorff laten sondieren, offen ok eenige bedenk „kingen van nadeelige gevolgen zouden kunnen obesteeren, in de te rug komste der drie vrouwen en ses kinderen, daar onder drie zoons, van den te Ceilon in ballingschap overbeedenen pangerang Pareminata, waar op zijn Hoogheid zig heeft uitegelaaten, van niet gaarne te zien, dat gemelde persoonen ona Soura Carta te rug keerden wijl deselve aldaar niet dan tot veel overlast strekken zouden; eeven als verscheidene anderen zig te souracarta bevinden „des kinderen, van kwaad gesande en oproerig geweest: zijnde prin= „cem, vant wien zig thans de zoon, van den Aan Cabo den Goede Hoop zig ƒ
English
Samarang the 8th March Anno 1783. finding himself Raden Mas Kretta found locked up in a prison; His Highness saying further that from such children on Java no good is to be expected, but they are to be regarded as ill-disposed; and that furthermore Pangerang Adipati Mangkunegara had several times petitioned the prince to have his brother Kretta, formerly from the Cape, return, which however has consistently been turned down by the prince, so that the one and the other will further appear to Your High Nobilities from the accompanying extract from the letter of the Chief Van Stralendorff, under the date of the ultimate of February recently past, for which reasons I then also submit that it may please Your High Nobilities not to permit the return to Java of the aforementioned wives and children of Pangerang Boeminata, to prevent unpleasant consequences as well as to comply with the request of the Emperor in this regard. The 600 Rixdollars for the annual support of the former Surakarta Prime Minister Raden Adipati Sasradiningrat, residing in Batavia, paid by the Emperor and brought into the Company's treasury by me, I take the liberty to present to Your High Nobilities a bill of credit for it, with the request that these monies may be paid out to the said Sasradiningrat; remaining with much respect and true high esteem, beneath stood, Your High Nobilities' humble and very obedient servant, was signed, J. Siberg. Samarang the 8 March Anno 1783 page 23. Extract from the letter of the Senior Merchant and Surakarta's First Resident, Fredrik Christoffel van Stralendorff, written to the Honorable Johannes Siberg, Governor and Director of Java's North East Coast, dated Surakarta, ultimate of February Anno 1783. Copy of the letter from His High Nobility I have well received. Yesterday was at court, conveyed Your Honorable and Right Honorable's compliment, informed His Highness that Pangerang Boeminata, who died in exile on Ceylon, left behind 3 wives and 6 children among whom 3 sons, His Majesty was requested whether they may come hither. Friendly requested, the prince cannot accept; several princes' children of the rebels were here, from which he had much nuisance; at present one is sitting in the prison, son of Raden Mas Kretta from the Cape, is of an ill disposition; that sort of children do no good here on Java, at any upcoming occasion they will directly join the evil troop; besides that another difficulty, Mangkunegara had already several times requested to let his brother Kretta return from the Cape, which had been refused; could not agree to this request either. The 600 Rixdollars, granted by the Emperor to Sasradiningrat for a livelihood, remitted by Your Honorable and Right Honorable to Batavia, I have credited to Your Honorable and Right Honorable and debited to myself. Batavia. To His High Nobility, The High, Noble, Stern, and Great Honorable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable, Stern Lords Councilors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. High, Noble, Stern, Great Honorable Lord, Right Honorable, Stern Lords. I present to Your High Nobilities herewith two letters, one from the Emperor and one from His Highness's son the Crown Prince, containing communication on the celebration of the intended marriage with the daughter of the Pamekasan Regent, the Raden Tumenggung Cakradiningrat, toward the month of May next; the said Pamekasan Regent and wife, alongside the latter's mother the Old Ratu of Madura, are already present at Samarang to depart within a few days to Surakarta to attend the wedding ceremonies. Regarding the rice crop, I can at present also inform Your High Nobilities with pleasure that the fields are planted everywhere, Samarang the 21st March 1783 and the daily falling rains make the grain stand so luxuriantly that, if the rains may continue for some time yet, one may under God's blessing hope for an adequate harvest; nevertheless that, although it should certainly succeed, will mature somewhat later than usual and likely will not come in before the months of July and August, because due to the preceding droughts one could start work later than usual. I have the high honor with much veneration and true high respect to remain, beneath stood, Your High Nobilities' very humble and thoroughly obedient servant, was signed, J. Siberg, in the margin stood, Samarang the 21st March Anno 1783. Batavia. To His High Nobility, The High, Noble, Stern, Great Honorable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable, Stern Lords Councilors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. High, Noble, Stern, Great Honorable Lord, Right Honorable, Stern Lords. Having just received from Surabaya the accompanying packet addressed to Your High Nobilities, which was brought into the Eastern Salient with vessels that were sent from the Makassar administration to collect rice, of which sustenance, according to the letter sent to me by the Honorable Makassar Governor Reijke, the inhabitants in Makassar had a great shortage, I have the honor to present that packet to Your High Nobilities, and at the same time to report that just upon the delivery of the papers the vessel of the Bookkeeper Van Harling lay in the Eastern Salient laden with rice ready to sail, which then immediately undertook the voyage to Makassar to relieve the shortage there. Samarang the 29th March Anno 1783
Dutch transcription
Samarang den 8=e Maart A:o 1783. zig bevindende Radeen maar Kretta in een gevangen huijs opgeslooten bevond; zeggende zijn Hoogheid seiders, dat 'er van zoortgelijke kinderen op Iava niet goede te wagten, maar als bwaad gesinden aan te merken waaren; en dat daar en boven pan„ „geraing de pattij Man Coe Nagara bij den vorst te mier„ „maalen aansoek gedaan had, om zijn broeder kretta voor „meli, van de Caab: te rug te doen koomen, 't geen egter van tijde door den vorst is van de hand geweesens, invoege het ten en Ander uwe Hoog Edelheeden nader blijken sal, bij het veragaand Extract, dit de brieff van het opperhoofd van Stralendorst, sub dato ult„o Februarij Jongstleeden, om welke reedenen ik den ook insteen, dat het uwe Hoog Edelheedens behaagen mag„ de voorschreeven vrouwen en kinderen van pangerang Boo= „minatae de te rug komst na Iava, niet te permitteeren, ter voorkoominge, zoo van Onaangenaame gevolgen, als daar om„ „trent aan het oversoek van den keijzer te voldoen. De 600. —: Rijxd=s, tot het Iaarlijks Onderhoud van den geweesen en zig te Batavia bevindende soura Cartashe Rijkbestierder Radiam de pattij Sasra diningrat, door den klijzer voldaan, en a lier door mij i 'sComp:s kassa overgebragt zijnde, niem ik de vrijheid uwe Hoog 4. Edelheeden daar voor Een factuurtje van ten goede brenging dan te bieden, met versoek dat die gelden aan gemelde Sasra diningrat moogen worden ditgekeerd; blijvende met veel eerbied en waare hoag agting /:onderstond:/ Tetul /lager, Uwer Hoog Edelheiden onderdang en see geborz: dieaer /:was gtetent 29 nmagn / amade a 11 verte 8: Samarang den 8 Maart A=o 1783— pag„oa 23. Extract uit de brieff van den opperkoopman zen Soura Cartas Eerste Resident. Fredrik Chris- „toffel van Stralendorff, geschreeven aan den Heere Iohannes Siberg, Gouverneur en directeur op en Lange Iavas Noord oostkust: gedateert Soura Carta ult: febr: Anno 1783. — Copige Prieff van zijn Hoog Edelheid, heb wel ontvangen gisteren den ten hove geweest, duwEd=e gestr: Achtb: Compliment afgelegt, Deb zijn Hoogheid kennis gegeeven, den Pangerang Boeminata dien tot Ceilon in ballingschap Overleeden, 3. vrouwen en 6. kinderen wagr onder 3 zoons nagelaaten, zijn Majesteit versogt wierd, na herwaerts te moogen koomen vriendelijk versogt de vorst, niet te konnen accepteeren, verscheiden princen kinder, van de rebellen, hier en waeren, daar veel Overlast valn en had, sittende thans Een, in 't gevangen huijs„ zoon, van den Raden maas kretta van de Caab, is van den kwaad hirineur; die zoort kinderen, hier op Iava niet goed doen, bij voorkoo= „mende geleegentheid, zig direct bij den quair troup zullen voegen, boven dien nog een swaarigheid, Mansoenagara, had al verscheiden maal, versogt, zijnen broeder kretta, van de Caab te rug te laaten kro„ „man, sulks had geweigert, ook in dit versoek, niet konde toestemmen. De Rd„r 600. –. door den keijzer, aan Sasra diningrat, tot een bestaan toegevoegd, door uw Ed: gestr: Achtb: naar Batavia geremitteert, heb op uw Ed: gestr: Aeltb: Credit, en op mijn debet gesteld. —. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel: gestrenge groot Achtbaeren Heere, A: Willem Arnola Alting, Gouverneur Generaal en de wet Edele gestrenge Heeren Raaden van Niederlands Indie; enz: enz: enz: Hoog Edel Gestrenge Groot Aelbaren Wane„ Wel Edele Gestrenge Heeren. I presentere uwe Hoog Edelheeden hier neevens twee brieven, als eene van den Keijzer in eene van zijn Hoogheids zoon den Kabonprins, inhoudende Communicatie, tot voltrekking van het voorgenoomen Huwelijk met de dogter van den pama„ „Catsangs. Regent den Radeen Tommangong Tjacra Din in- „grat, teegen de maand van Meij aanstaande; bevindende ge= „melde Sama Catsanger en vrouw, beneevens der Laast gemeldend mmoeder den Oude Ratoe van Madura, sig. reeds op Samarang aanweesend, om binnen weinige daagen na Soura Carta te vertrekken, ter bijwooning van de trouws plegtigheeden: — Omtrent het Rijst gewas, kan ik uw Hoog Edelheeden tans ook met heit genoegen melden, dat de velden Alomme beplant Samarang den 21„e Maart 1703 zijn en E pag„a 255 Samarang den 21„e Maart 1713. zijn, en de daegelijks vallende Reegen, het graan dus fleunig 1: wel staan, dat men 300 de Reegens nog eenige tijd moogen aanhouden, onser Goots zegen op een voldoende Oogst. hoopen mag igter zal die ofrschien allie wis gelukt; wat laater dune Ordinair, in denkelijk vlet, voor de shaanden van Iulij en Augustus inkoomen, om dat men door de voor- afgegaane droogtens G. leerten dien gewoonlijk, met den Arbeid een begin heeft kunnen maaken. —. Ik heb de hooge eere met veles vineratie en waare hoog eerbiedig: te blijven /onderstond:/ Petus. /: Laagen:/ uwer Hoog Edelheeden zeer onderdanige en gansch gehoorzamen dienaer /was geteekent:/ J„s Siberg /:in margine /tond:/ Samarang den 21„e Maart Anno 1:o 183:—. . Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge groot Achtbaaren Heere; M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal en den wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indie &. &. &. Hoog Edel, Gestringe Groot Achtbaren Hare„ ens Wel Edele Gestrenge Heeren soo even van Sourabaija ontfangen hebbende het neevens„ „gaande pacquetje aan uwe Hoog Edelheeden gerigt, die in den Oosthoek is aangebragt, met vaartuigen welke van het Maccassaars ministerie ter afhaal van Rijst gezon„ „den zijn, en aan welk voedsel, volgens het schrijven van den beer Maccassaers Gouverneur Reijke aan mij gedaan de Ingezeetenen te Macasser groot gebrek hadden, heb ik de dr dat pacquetje uwe Hoog Edelheeden aan te binden e en teffens te berigten, dat Juict bij den aanbreng der peapieren P. het vaartuig van den Boekhouder van harling in den Oosthoek met Rijst belaaden zeijlrhee lag, die dan ook aanstonds de Reijse na Macasser heeft aangenoomen, om het gebrek aldaar te vervullen. Samarang den 29='n Maart A„o 1783
English
fo 27. Samarang the 29th of March Anno 1782. Governor Reijke informs me by letter of the 16th of this month, sending along a copy of a letter from the Resident at Bima, containing a report of the arrival in Sape Strait, on the 15th of the past month of February, of three large English ships and a two-masted frigate, as well as the hostilities they committed there at that place; I maintain that those ships, coming from China through the said strait, will direct their journey to continue to Europe. I remain otherwise with all high esteem, most submissively, was written below Titus, lower your High Noble Lordships' humble servant, was signed, Js. Siberg. In the margin was written: Samarang the 29th of March Anno 1783. Batavia. To his High Nobleness. The High Noble, severe, right Honorable Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the right Noble severe Lords Councillors of the Dutch Indies; etc. etc. etc. High Noble, Severe, Right Honorable Lord; and Right Noble Severe Lords. Having received, with the ships De Zilveren Leeuw and Pompenburg which arrived here on the 6th and 7th of this month, the respected separate letters of your High Noble Lordships of the 21st and 25th of March last, I shall have the honor to reply to them as soon as the matters arising therein have received the necessary disposition, and taking the liberty herewith solely to give your High Noble Lordships notice of an event at Djokjo Carta which, on account of its gravity and the unpleasant consequences that could have resulted therefrom, I deemed myself obliged to bring to the attention of your High Noble Lordships, although the matter was subsequently turned to the best by the measures taken and arrangements made. His Highness the Sultan having appeared in public before his Kraton or Alun-alun on the 15th of February, in order to celebrate the so-called Samarang the 14th of April Anno 1783. page 29. Samarang the 14th of April Anno 1783. feast of Mulud in state according to custom, that solemnity was also performed there to the satisfaction of the monarch and everyone who attended it; but His Highness being on his way to return home, and the Captain of the Company Dragoons, Burgermeester, wishing to move forward a little, in order to lead the crown prince inside by the hand according to custom, one of the Sultan's shield-bearers, being the Raden Sasra Amidjojo, dared to give a push to the said Captain Burgermeester, who apparently came rather close to his body due to the press of the crowd, and subsequently to inflict a stab with his cutlass in his buttock or thigh, which wound also in the beginning seemed not to be without danger, and from which the patient suffered for some 3 to 4 weeks. The Sultan, receiving notice of this occurrence, immediately had the perpetrator disarmed, with the promise to investigate the matter carefully, and in the meantime sent to the Chief Jan Reijn on a silver salver a small bag of money, containing about 40 to 50 Reals, to which the crown prince had added another 20 similar Reals, in order to have the patient cured therewith; but the Chief van Reijn having refused to accept this money before he should first of all be provided with my approval, the Sultan showed, when the Chief went to meet him in the afternoon, his displeasure at the refusal of the money, which he said he had sent out of good Samarang the 14th of April Anno 1783. intentions, and that upon investigation of the event, the perpetrator was prepared to confirm under oath that the incident had not occurred deliberately, but that Burgermeester, stepping backwards, had pushed himself into the cutlass; the monarch further adding that, considering the occurrence as accidental, he did not desire to make any further commotion about it, no more than regarding the incident with one of his grand mantris who, when I was at Djokjo Carta, on the occasion that that monarch had granted permission, both to his own chiefs and to those who were among my retinue, to shoot down a party of deer in His Highness's pleasure garden, was unfortunately struck by a musket shot in such a manner that he died of it the next day, without it being known, however, by whom that shot had been inflicted on him. As soon as the Chief van Reijn had given me notice of what happened with Captain Burgermeester, by his letter of the 15th of February, I expressed in the answer of the 17th following my regret over the incident itself, the more so because I saw from the context and course of the matter that one would not obtain without much trouble and grief that required satisfaction which necessity came to demand; under further deduction that since the matter was so delicate, and would in future give occasion to further similar undertakings, it was thus also impossible
Dutch transcription
fo 27. Samarang den 29„e Maart A„o 17432. Den Heer Gouverneur Reijke besuld mij bij brieff van den 16„e deeser onder toesending van een Copia brieff van den Resident te Pima, inhoudende berigt van de aankomst in straat Sape, op den 15„en der gepasseerde maand februarij van drie groote Engelsche scheepen en een twee maste fregel mitsgaders de hostiliteiten die deselve daar ter plaatse pleeg„ „den; Jk sustineur dat die scheepen uit China koomende door gemelde straat hunne reise vaa Europa, zullen regten. te vervolgen. —. Ik verbere omij Overigens met alle Hoog agting aller Sub„ 9 „mist te zijn /:onderstond / Titus /:lager uwer Hoog Edel „heeden onderdanige dienaer /:was geteekent:/ J„s Siberg /:in margine stond:/ Samarang den 29=e Maart A„o 1783. 2 Batavia. an sijn Hoog Edelheid. Den Hog Edele, gestrenge, groot Agtbaaren Heere, A: Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal en de wel Edele ge„ „strenge Heeren Raaden van Heeder„ „lands Indie; enz: enz: en 3: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Actobaren Mene; en el Edele Gestrenge Heeren. Met de alhier op den 6„e en 7. deeser aangekoomen scheepen De Zilver Lieuw en Pompenburg ontfangen hebbende de gereopec= „teerde Aparte missives uwer Hoog Edelheeden van den 21. en 25.:e Muart Jongstleeden, zal ik de Eer hebben op deselve te antwoor= „den, zie daag de daar bij voorkoomende zaaken het noodig beslag zullen hebben erlangd en bij deese de vrijheid neemende Uwe Hoog Edelheeden eenelijk kennisje te geeven, van een gebeur„ „te te Djokje Carta, die ik, uiit hoofde van desselvs gewigt, en de onaangenaame gevolgen, welke 'er ouit hadden kunnen dezultee„ „ren, diermeen gehouden te zijn onder het oog uwer Hoog Edel„ „heeden te moeten brengen, schoon de zaak vervolgens door de aangewende beschickinge en genoomene maatregulen ten besten is gekeerd. — zijn Hoogheid den sulthan op den 15„e febr: in het publicq voor sijn Craton of Lamadoer verscheenen zijnde, om na gewoonte het zoo genaamt Samarang den 14„' April A:o 1743. Heeft E pag:a 29: Samarang den 14„e April Ao 1740. gest van Moeloet in statie te Celibreeren werd die pelegtigheid aliaar ook tot genoegen van den vorst en een ieder die het selve bij woonde volbragt, drch zijn Hoogheid zig op weg bevindende, om thuijsevaards te keeren; en den Capitain van 'sCompagnie Dragonders Burgermeester zig wat voor uit willende begeeven, ten einde den kroonprins volgens gebruik bij de hand one„ binnen te geleiden, verstoute zig een van 's sulthans schild draegers, zijnde den Radeen Sassra Amidjoijo, gemelde Capitain Burgermeester, die hem apparent door het gedrang van 't volk: wat digt op het Lijf quam, den stoot te geeven en hem vervolgens een steek met sijn Houwer in de Bil off Deije toeto= „brengen, welke wond in den beginne ook niet zonder gevaar scheen te zijn, en Iaar aan den Zijder wes 3. â 4: weeken ge= „laboreert heeft. —. Den sulthan van dit gevale kennis krijgende liet aanstonds den daader ontwapenen, met beloften de saak naauwkeurig te zullen ondersoeken, en zoud intusschen aan het opperhoofd Jan Rhijn op een silver schinkbord een sakje met geld, Circa 40: d„: 50. Reaalen inhoudende, waar bij den kroongerins nog 20. gelijke reaalen gevoege had, om daarvoor den Lijder te Laaten geneesen, maar het opperhoofd van Rhijn geweigerd hebbende dit geld te accepteeren voor en al der eerst met het goedvin= „den van mij zoude zijn gemunieert, betoonde den sulthan, wan„ „neer het opperhoofd hem 'snamiddage ging ontmoeten, zijn onge„ „noegen over de weigering van het geld, die hij seide uit wel mee„ „hentbeid. Samarang den 14„e April A:o 1743. „nendheid te hebben gesonden, en dat bij ondersoek van het gebeurde, den daader bereid was met Eede te bevestigen, dat het geval niet opdestelijk was geschied, maar dat Burgemeester agterwaerds stappende, zelve in de Houwer gestooten had; wa„ „gende den wast 'er wijders nog bij, dat hij het gebeurd als toe= „wallig aanwierkende daar over geene verdere beweeginge be„ „geerde te maaken, deven zoo min als omtrent het geval met een zijner groot mantrier, dien toen ik omij te djokjoCarta bevond, bij geleegentheid dat dien vorst vrijheid gegeeven had, zoo wel aan zijne eigene stoofden, als aan die, welke zig onder het gevolg van mrij bevonden in zijn Hoogheids Siergarten een parthij Aarte 2 „leesten ter needer te vellen, op een ongelukkige wijse door een snaphaan schoot zoodanig getroffen wierd, dat hij 'sanderen= „diags daar van is koomen te overlijden, zonder, dat men egter wrist, door wie hem die schoot was toegebragt. — Zoo dra het opperhoofd van Rhija, mij van het gebeurde met dan Capitain Burgermeester kennis gegeeven had, bij zijn brieff van den 15„e februarij, betuigde ik bij het antwoord van den 17. daar aan, mijn Leedweesen over het geval zelvs, te meer om dat ik uit den Paamenhang en beloop der zaake zag, dat men derwee= „gen niet sonder vees moeite en verdriet, verkrijgen zoude, die zo dovende Satisfactia, als wel de noodsaekelijkheid kwam te E vorderen; onder verdere deductie, dat vermits de zaak soo reeder was, en in het vervolg aanliedinge tot meerder wortge „lijke ondernieminge geeven zoude, het zelve dus ook onmoogelijk 16
English
Samarang the 14th of April Anno 1783. page 31. could be treated and dismissed as indifferently as the Sultan seemed to understand it, and therefore, under the assumption that the declaration of Burgermeester, in which he says that the act was committed intentionally, was given without passion and in good faith, I not only approved the refusal made by Chief van Rhijn to accept the offered money, but also that he urged the prince to obtain a resounding satisfaction, in such a manner as one might expect from his goodwill toward the Company and its servants; while I moreover ordered the aforementioned Chief to continue to persist therein, and to present His Highness with, among other things, the following points; namely: 1. The declaration of Captain Burgermeester, which maintains that the act occurred intentionally. 2. The necessity of an appropriate punishment, if one is otherwise to hope and rely in the future on a desired harmony between the Company's servants and the subjects of His Highness. 3. That the Prince should take into consideration the time and the place where the incident occurred, and that in consequence thereof no officer would be able to perform service near His Highness with any peace of mind if they remain exposed to such incidents, and that even in the presence of the prince himself, for whose person one ought to show all respect. 4. That if and when the incident concerning the first officer is not Samarang the 14th of April Anno 1783. punished according to merit, such will incite the common Javanese to greater excesses, and none of the Europeans there will consider themselves safe any longer; and that besides these points, also: No reflection could be made upon the oath that the perpetrator of the committed act had already taken, because, not being admissible thereto in his own case, it is certain that he sought thereby to escape punishment, and that the Sultan would certainly agree that the honor of an honest and brave officer, who holds the rank of Captain, is to be preferred far above that of a prince's Panakanang or shield-bearer. Furthermore, that the comparison made by the Sultan between the case of Captain Burgermeester and that of the prince's great mantri, which occurred during my presence in Djokjocarta, was to be regarded as very groundless, because the former was intentional, and the latter not only very accidental, but moreover the perpetrator thereof has remained unknown, who might just as well have been one of the Sultan's own people as anyone else, and which moreover was to be attributed to nothing other than a careless handling of the weapon; however, in case the Prince might be convinced of the contrary in this latter case, and could name someone to me who is to be accused of the deed in like manner as in the case of Captain Burgermeester, that I was then prepared to let His Highness have the required satisfaction for the time being. The Chief van Rhijn having made the aforementioned representations to the Samarang the 14th of April Anno 1783. page 93. Prince in writing, they also had that desired influence, so that the Sultan, being convinced of the fairness and necessity, gave a sufficient satisfaction to Captain Burgermeester, who was cured of his wound, and indeed in this manner: that he had the detained perpetrator brought before him in public on the paseban, announcing to him that he would be punished with death on account of what was committed, for the execution of which His Highness also gave the necessary orders; but Chief van Rhijn having requested and obtained a pardon for him, the Prince ordered the detainee to prostrate himself before Captain Burgermeester and to beg him for excuse and forgiveness; this having been performed, not only he, but also every one of the Javanese present, was earnestly admonished by the Prince not to commit the slightest excess against the Europeans henceforth, under threat of otherwise being punished with death for it. After which the Sultan, instead of the pardoned detainee, whom he then set at liberty again, had a fight take place between a tiger and a buffalo, giving to understand that the detainee would have had to perform this work if no pardon had been requested for him. With all this, according to the writing of Chief van Rhijn by letter of the 20th of March, and also according to the verbal report of the one serving in the Samarang garrison
Dutch transcription
Samarang den 14=e April A:o 1783. prg: 31. zoo onverschillig konde worden behandeld en afgevaan, als het den suilthan wel scheen te begrijpen, en derhalven, in supositie dat die verklaairing van Burgermeester, waar bij hij sigd dat het feit opsestelijk is gepleegd, zonder passie en ten goeder trouwe gegeeven was, approbeerde ik niet alleen de door 't opperhoofd van Rhijn gedaane Weigering tot acceptatie van het aangeborden geld, maar ook dat hij bij den vorst aanhield tot erlanging van eene eclatante Satisfactie, in diervoegen als men van zijne welmet nendheid omtrent de Compagnie en haare dienaeren mogt ver„ „wagten, Terwijl ik het meermeld opperhoofd daaren boven gelastenen W. om daar bij te blijven persisteeren; en zijn Hoogheid daar toe onder anderen meer, de ondervolgende poincten voor te houden; als.— I. De Verklaering van den Capitain Burgermeester, waar bijblijft dat de daad opsettelijk is geschied. —. 2. De noodsaekelijkheid van een gepaste Straffe, zal men an„ „ders in het vervolg op une gewenschte harignie tusschen 'sCompagnies Dienaeren en de onderhoorigens van zijn hoogheid„ hoopen en staab maaken. —. I. Dat den Vorst in Overweeging diende te neemen, de tijd ten be„ plaats alwaar het geval is geschied, en dat bij vervolg van Dije geens officier met eenige geruotheid den dienst bij zij hoogheed zoude kunnen verrigten, indien zij aan zulks gevallen bloot ge„ „steld blijven, en dat zelvs nog wel in presentie van den vorst zelvs, voor weens persoon men alle Eerbier behoorde te betoonen. — . 4: Dat zoo en wanneer het gebeurde Aan den Eersten officier niet naar Samarang den 14=' April A„o 1733. naar verdienste word gestraft, zulk de gemeene Javannen tot meerder excessen zal aansetten, en geene der Europeesen zig daar ter plaatse meer veilig sullen agter, en dat behalven deede porincten en ook: — Op den Eed die den Raader van het gepleegde feit bereede gedaan ed, gein teflictie konde worden geslagen, wijl daartoe in zijn eigen zaak niet admitsibel zijnde, het seeker is, dat denselve getragt heeft, daar door de strafje te ontgua, en dat den sulthan wel zoude willen toestemmen, dat den Eer van een honnet en braaff officier, die den Rang van Capi= „tain bekleed, verre booven die van Borsten Panakanang off schilddraeger te profereeren is. e—. Dat voorts ook de door den Sulthan gemaakte overlenbren„ „ging tusschen het geval van den Capitain Burgermeester 67 en die van Tvorsten groot mantare, bij mijn aanweesen de djokjo= „Carra g'exteerd, als zier ongegrond aantemerken was, wijl het Eerste opsettelijk in het laaste niet alleen seer toevallig, maar daar en booven hier van den daader onbekent is gebleeven, die zoo wel een van ssulthans eigen volk als iemand anders heeft kunnen zijn, en 't welk daar en booven aan niets anders toetechry„ „ven was, als aan een onvoorsigtige behandeling van het geween; Doch ingevalle den vorts van het teegendeel en dit laatste geval mogte sijn overtuigd, en mij iemand wist te noemen, die in geleijker voegen van de raad te beschuldigen is als in de zaak van den Capitain Burgemeester, dat ik als dan bereed was, zijn Hoogheid voor als nog de verEijscht wordende satisfactie te laaten toekoomen. —. daet opperhoofd van Rhijn de opgemelde worstellingen bij den vorst. Samarang den 14:' April Ao 1703. pag:o 93 Vorst in scribtis gedaan hebbende, hebben deselve dan ook die gewenschte invloed gevonden, dat den sulthan van de billijk heid en noodsaakelijkheid overtuigd zijnde een voldoende satis aen „factie den van zijn wond gecureerden Capitain Burgermeester gegeeven heeft, en wel in deeser voege, dat hij den in arrest zig be= „vindende daader voor zig in het publicq op de patseerbaaan liet brengen, hem aankondigende, dat hij weegens 't gepleegde met de dood zoude worden gestraft, hot welkers Executie zijn Hoogheid dan ook de noodige orders gaff, doch het opperhoofd van Rhijn voor denselven pardon versogt en verkreegen hebbende, ordon„ „neerde den vorst den arrestant, voor den Capitain Burgemeestre een voetval te doen en van hem Excuus en vergeffenis te versoc„ „ken, dit verrigt zijnde, woerd denselven niet alleen maar ook den ijgelijk der aanweesende Javaanens, door den vorst ernstigt gerecommandeert, voortaan geene de minste Exces meer aan den Europees te pleegen, onder bedrijging anders dan daar over met de dood te sullen worden gestraft. — Waar na den Sulthan in steede van den gepardonneerden arrestant, deen hij toen weeder op vrije voeten stelde, eer gevegt tusschen een Tijger en een Breffel geschieden liet, onder te kennen geeven„ dat den Arrestant dit werk soude hebben moeten verrigten, indien 'er voor hun geen gratie versogt geworden was. —. Met een en ander, volgens het schrijven van het opperhoofd van Rhijn bij brieff van den 20. Maart, en ook volgens het mondelijks Raport van den in 't samarange guarnisoen bienst doende
English
Samarang the 14th April Anno 1708: acting Military Captain Hoffmann, whom I had commissioned to attend the same to Djokgocarta, it having been performed, I have accepted satisfaction in that given by the Sultan, as appearing to me to be sufficient for the maintenance of the Company's authority and luster and for the reparation of the insulted honor of the victim; both in consideration of the preceding circumstances, and the nature of the matter itself, as well as especially for the sake of the family relations and the prestige of the perpetrator: to Rovo. I hope that your High Nobilities, approving of my maintained conduct, will also be pleased to rest content therewith; while I further note that the Sultan, to prevent further disorders in the future and for the maintenance of the Company's and his own luster, as well as for the attainment of a good harmony on both sides, has drafted such orders and regulations, and caused them to be made known everywhere in his lands, as the accompanying draft dictates. I have the high honor to remain with the greatest submission and high esteem. underneath stood: title lower: your High Nobilities' very humble and obedient servant was signed: Is Siberg in the margin: Samarang the 14th April Anno 1703. page 35. Samarang the 14th April Anno 1703 Extract from the letter written by the Senior Merchant and First Resident at GokpoCcitie Jan Matthijs van Rhijn, to the Honorable Johannes Siberg, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, dated Djokjo Carta the 15th February 1783- Today the feast of Aveloet, which to my regret I cannot report to have ended completely to satisfaction (although His Highness amused himself most desirably until past eleven o'clock and remained on the Lamadoehoer), on account of an accident that occurred as the enclosed narrative contains. The Sultan, being very sensible of it, at my requisition immediately had the offender disarmed upon his arrival in the kraton and expressed in sincere emotion his regret over the incident, and said to me: I pray God the Lord Captain is given the best medicine for his recovery, but the cause of his misfortune is unknown to me, I shall immediately conduct an inquiry, which I on my part also assured. The consternation that was caused when I had seen Lord Burgermeestre's wound immediately wrapped with handkerchiefs, and sending him home with the carriage, caused the merriment not to be as usual, especially when the Kliwon of the Prince came inside with a tray upon which was a small bag of money containing 40 to 50 matten, which His Highness sent to buy medicine, and the Crown Prince immediately wanted to add 20 reals to serve the same purpose. I refused this generosity in amiable terms, as I was not yet informed of the cause of the incident, the condition of the wound, and the constitution of the same regarding Lord Captain Burgermeestre, and I thereafter had to implore the orders of Your Honorable Greatly Esteemed; much difficulty was made over this refusal, but adding thereto that I would wait upon His Highness myself this afternoon, apparently at the tournament entertainment, to explain the propriety in this matter more closely, Diepanagara went in person to see the Sultan to moderate the anger thereover if possible, but letting this bounce off of me; thus his message to us was that there was a general gusar in the Kraton. Which I hope to repair this evening, and I shall provide a closer report thereof. Postscript: The Sultan, having just been waited upon after the tournament entertainment, repeated his regret over the incident, adding his astonishment that the token of his good intention in the money for medicine which he had sent had been returned; reasoning with His Highness over this, he gave me this reply: Rhijn Parnakkan wishes to clear himself with propriety, that he did not inflict a wound upon the Captain with malice; but that the Captain, stepping backward, had struck into his cleaver, and thus a celaka, over which he therefore wants no long bicara. When the Noble Lord was here, a great mantri of mine was shot dead by the Company's people, the Captain sakit hati, well, the Company's ganti; His Highness's anger having somewhat ceased, I gave the return of the medicine money a different appearance, in terms that if this money had been immediately accepted, it could have caused great displeasure with my Superior, and could also be noted that His Highness's subject had inflicted the wound with premeditation. And therewith I brought His Highness into a less vehement state of mind, so that when the Captain had no celaka from his wound, to think and act regarding this with Danoeredja in the very best way. Everything upon Your Honorable Greatly Esteemed's respected orders, which I so greatly implore, hoping that all the action taken will be approved. Today the fifteenth of February Anno 1703. I, Abraham Gobius, Second Resident and sworn scribe here, betook myself, assisted by the Pangeran copy Samarang the 14th April Anno 1708: Dupanagara
Dutch transcription
Samarang den 14:e April A„o 1708: doende Capitain militair Hoffmann, din ik tot het bijwoonen van het zelve na djokgocarta gecommitteerd had, tverrigt zijnde heb ik in de door den Sulthan gegeeven satisfactie genoegen ge„ „noomen, als mij toescheinende voldoende te weesen tot mainctenne van s'Comp:s gesag en Luijster en tot deparatie den beleedigde bere van den Leijder; soo uuit aanmerking der voor afgegaan hebben de omstandigheeden, en=t den Aart van de zaak zelvs, als bijzonder oms de wille van de familie betrekking en het ansien van den dadi„ „ger: ten Rovo. Jk hoope dat uwe Hoog Edelheeden mijn gehoudene gedrag approbeerende, daar inne meede miet genoegen zullen gelieven te berusten; Terwijl ik nog anoteere, dat den Suilthan tot voorkoo„ „ming van verdere dis ordres in 't vervolg en tot mainctenue van sComp=s en zijn Eeigene Luister, mitsgaders ter balanging van een goede harimonie van weeder zijden, zoodanige ordres en Reglementen heeft ontworpen, en alomme in zijne Landen doen bekend mae„ „ken, als het neevens gaande ontwerp dicteert. —. —. k. heb de hooge eere met de meeste submissie en hoog agting te blijven. /: onderstond:/ titul /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden zeer onder„ „danige, en gehoorzamen dienaer /: was geteekent:/ I=s Siberg /:inmargine/ Samarang den 14:' April A„o 1703. — pag„s 35. Samarang den 14„e April A„o 1703 Extract ouit de Brieff geschreeven door den Opperkoopman en Eerste Resident te GokpoCcitie Jan Matthijs van Rhijn, aan den Heere Johannes Siberg, gouverneur, en Directeur op en Langs Java's Noort oost- Rust, gedateert djokjo Carta den 15=e februarij 1783- Deeden het feest van Aveloet het welk volkomen ten genoegen afge= „loopen te weesen /:alhoewel zijn Hoogheid sig tot over Elff uuren aller gewenscht amuseerde en op de Lamadoehoer bleeff / tot mij Leedweesen niet kan berigten, door een ongeval dat sig soodanig toedroeg als het inleggend verhaal behelst.. De Cultaam daar aan seer senjibel deed op mijn requiriet de belee„ „diger defacto ontwapenen bij sijn komst in de kraton en be„ „tingde in finceere aandoening zijn leedweesen over het voorval„ en seide mij ik bid bod, de Heer Capittain de beste obat voor sijn genersing geeft, dan de oorsaak van zijn orheil is mijn on„ „bekent, ik zal dadelijk ondersoek doen, het welk ik van mij kant ook verseekert hebbe. —. De Consternatie die gecauseert was, als ik de Heer Burger„ „meestre illico zijn wond met de neusdoeken onwonden had gesien, en met het rijting dees thuijsbrengen, maakte de Oroolijkheid niet na gewoonte was, vooral als de Cliwongs van de vorst binnen kwaamen, met een schenkbord, waar op een sakje „geld, inhoudende 40. d 50. matten: dat zijn Hoogheid zond, om me= „dicijn te koopen in de kroonprins daar bij dadelijk 20. reaalen wilde voegen om ten selven zinde te dienen, Jk deese genereuss= „teit in amiabele termes refuseerde, alsoo ik van de oorsaak van het geval, de voistand der wond, en de Constitutie over de „selve van de Heer Capitain Burgermeestre nog niet geinfor„ „meerd, was. En ik daarna de beveelen van uw Ed: gr: Agtb: te emploreeren had; men maakte veel swaarigheid over dit refuus, maar daarbij voegende, dat ik deese middag zijn hooghid opperent. apparent bij het tournooij vermaak zelvs opwagten zoude„ om het betaamelijke in deese nadere te Expliceeren, ging Diepa„ nagara in persoon de sulthan vinden om des moogelijk het solair daar over te modereeren, dog dit op mij laatende aff„ „stuijten; zoo was zijn boodschap dan ons dat 'er een generaal goesar in de Craton was. Dat ik hoop deese avond te repareeren, ben daarvan naeder verslag sullende doen. de. P: /: De Sulthan, soo eeven ona het tournooij vermaak op gewagt heb= „bende, herhaalde zijn Lietweeren, over het geval, met bij voeging sijns verwondering, dat het teeken sijner goede meening in het geld voor medicijn, dat gesonden had, was gerenvooijeerd; hier over sijn Hogheid ter reeden stellende, gaf mij deese replicque: Rijn Parnakkan, wil sig met zede purgeeren, met moedwil den Capitain geen wond heeft toegebragt; maar dat de Capitain Agterwaerds te rug stappende in sijn houwer had gestooken, en dus een Tjelakka, daar dus geen lang bitjaeren op wil hebben, — Toen D'Edele Heer hier is door Comp=s volk mij een groot mantrie dood geschooten Capitain sakriet atie, baaij Comp=s gantie; sijn Hoogheids Collaix wat gecesseerd. gaf ik het renvooij der obat penningen een andere gedaante, inter„ „mes dat soo dit geld dadelijk aangenome was, bij mijn Supo„ „tieur groot ongenoegen konde hebben gegeeven; en ook aange„ merkt worden, dat zijn Hoogheids onderdaan met voor= „dagt de wond had toegebragt: En daarmeede bragt ik zijn Hoogheid in minder driftige positie, om wanneer de C=lo „pitain aan zijn wonde geen Tjelakka had daar over met Danoeredja ten aller beste te zullen denken en handelen. Alles op uwEd go: Achtb: geEerbiedigde beveelen, die soo seer imploriere, alles verhoope de gedaene verigting approbeere zal. - Heeden den vijftiende Februarij Ao 1703. vervoegde ik mij Abraham Gobius, tweede Resident en geswooren scriba, alhier, geadsisteerd met den pangerang copia Samarang den 14„e April A„o 1708: Dupanagara
English
Samarang the 14th April Anno 1783. page 37. Diepanagara, Radeen Tommongong Mangoendrisjo, besides the crown prince his pepatih Radien Ingebeij Soemodiwirio, and the delegates to be named hereafter. At and in the house of the Honorable Valiant Diederik Christiaan Burgermeestre, Captain of the Dragoons here, finding his Honor lying in bed, whom I, by special order of the First Resident here, the Honorable Jan Matthijs van Rhijn, asked in what manner his Honor had received the stab in the right thigh, to which he replied to me the following, namely: That the moment the sultan stood up and was to be escorted from the Lamadoehoer inside by the senior merchant and First Resident, the Honorable Jan Matthijs van Rhijn, his Honor had gone ahead with the intention of escorting the crown prince into the Dalm. That one of the ten Radiens or parnakkans named Casra Admidjoijo, walking ahead in the cortege of the monarch armed with shield and cutlass, had pushed his Honor back. That his Honor had thereupon asked why he did so, upon which the said parnakkan dealt his Honor a stab fully four inches deep, according to the examination made and testimony of the chief surgeon Jaaij Claas Hendrik Vos, with a curved Company cutlass; that his Honor immediately showed this to the crown prince (who was closest thereto), subsequently to the monarch and other gentlemen, whereupon the Assistant Spanjert immediately rushed over and bound up his Honor's wound with nose- or pocket handkerchiefs, being thereafter immediately, by order of the chief, brought home in the carriage of the monarch, nothing more, which he is prepared to confirm by oath. Underneath stood: Thus done and declared at the Dutch Factory Djongo Carta, date as above. Below that: signed: D: C: Burgermeestre. Lower: In my presence, was signed A: Gobius, sworn scribe. In the margin stood: As delegates, was signed H: Spanjert and J: A: Ham. Still lower stood: Agrees, was signed A: Spanjert B: Clercq. Samarang the 14th April 1783. Copy I, the undersigned Chief Surgeon here, Caaij Claas Hendrik Vos, having been ordered thereto by the First Resident, the Honorable Jan Matthijs van Rhijn, declare in favor of the truth that this morning around half past eleven o'clock I was called in haste by the adjutant of the said Mr. van Rhijn to the house of the Captain of the Cavalry here, Diederik Christiaan Burgermeestre, finding his Honor lying wounded in bed, which wound I, after examination made, found to be three fingers' breadth below the right buttock, or properly speaking the thigh, pierced through with a curved cutlass, passing from the rear along the pubic bone to the external coverings inwards, with such an outflow of blood from the wound, which appeared to be fully 4 inches deep, that I found it necessary to stanch it with haste, in which I succeeded, the symptoms being of concern as the patient complains greatly of pain and as if the leg were practically numb. Underneath stood: Djokjo Carta the 15th February Anno 1783. Was signed: C: C: H: Vos. Lower stood: Agrees, was signed: H: Spanjert, B: Clercq. Extract from a letter from the above-mentioned Lord Governor and Director to the senior merchant and First Resident of Djokjocarta aforesaid, dated Samarang the 17th February Anno 1783. The unpleasant incident with Mr. Burgermeestre at the feast Roeloet, treated at length in your Honor's letter of the 15th of this month and the declarations annexed thereto, grieves me to the utmost, on the one hand for the sufferer himself and on the other hand because I see from the context and course of the matter that one will not, regarding this, without excessive trouble and grief, obtain that page 39. Samarang the 14th April Anno 1783. that sufficient satisfaction which the luster of the Company and the honor of our people in these regions so necessarily demands. The matter is delicate and cannot possibly be treated indifferently or settled in the manner that the sultan seems to understand, if the declaration given by Mr. Burgermeestre is in all respects without passion and in good faith, since it appears therefrom that the wound inflicted upon him occurred not by accident but intentionally, and it is on that ground also that I fully approve the refusal by your Honor to accept the cash offered by the sultan and the crown prince, and that your Honor urged the monarch for that sufficient, striking satisfaction that one may expect from his goodwill toward the Company and its servants and from his known justice; and in order to persuade His Highness thereto by force of reason, it will be necessary to keep the following before his eyes: Firstly, the declaration of Mr. Burgermeestre himself, which if necessary must be sworn to, demonstrating that the incident occurred intentionally. Secondly, that punishment must necessarily follow if one is to hope in the future for a desirable harmony between the people of the Company and those of His Highness, since our people will undoubtedly continually clamor for satisfaction over this insult; Thirdly, that the monarch ought to take into consideration the time and the place where the incident occurred, and that henceforth no brave and honorable officer can keep guard over His Highness with any peace of mind if they must be exposed to the insults and the violence of his panakawangs in the presence of the monarch himself, whose place one ought to respect as sacred out of regard for His Highness's person. Fourthly, that if and when this crime committed against a senior officer is not punished according to its merits, this will lead the common Javanese to greater outrages
Dutch transcription
Samarang den 14„e April A:o 1783. pag: 37. Diepanagara, Radeen Tommongong Mangoendrisjo, nee„ „wens de kroonprins zijn pepattij Radien Ingebeij Soemo diwirio, en de Na te noemene gecommitteerdens. Bij en ten Huijse van den E: Manhaften Diederik Christo= „aan Burgermeestre, Capitain der Dragonders alhier, vinde sijn E: te bedde leggen, dewelke ik op speciaale Last van den Eerste Resident alhier den E: Jan Matthijs van Rhijn hebbe gevraagt, in welker voege zijn E: aan de seek in de Regter Deije was gekoomen, waar op mij 't volgende repliceerde namentlijk. Dat ogenblikkelijk de sulthan opstaande en van de Lamadoehoer na binnen zoude geleid worde, door den opperkoopman en Eerste Resident den E Jan Matthijs van Rhijn, zijn E: was voor= „uitgegaan, met inzigt de kroonprins tot in de Dalm te begeleiden. - Dat een der tien Radiens off parnakkans genaamt Casra Admidjoijo, in de statie van de vorst voor opgaande met schild en Houuwer gewaapend, zijn, E had te rug gestooten. Dat zijn E: daarop had gevraagd, waarom hij sulx deede waar op gemelde parnakkin zijn E een steek wel vier duimen diep, volgens gedaane ondersoek en getuigen van den oppercuirur= „gijn Jaaij Claas Hendrik Vos; met een kromme Com= „pagnies Houwer hadde toegebragt, dat zijn E: zulks direct aan de kroonprins /:die daar het digste bij was:/ vervolgens aan de vorst en verdere Heeren had vertoont, waar op den Adsis„ „tent spanjert direct: was toegesprongen en zijn E: met Neus off-zakdoeken de wond had toegebonden. wordende daar na direct op last van 't opperhoofd met het Rijting van de vorst na huijs besorgd, zonder meer, 't welk te bebedigen bereid is. /:onderstond:/ Aldus gedaan en verklaard ten Neederlands Comptoir Djongo Carta Dato voorsz: / daaronder :/ geteekent:/ D: C: Burgermeestre : /:lager:/ in kannasje van mij /:was geteekent/ A: gobius, gesw: scriba /:inmarginestend:/ als gecommitteerdens /:was geteek:„d/ H: Spanjert en J: A: Ham /: nog lager stond:/ Accordeert /:was geteek:t/ A: Spanjert B: Clercq: —: verste . 1 Samarang den 14„e April 1723. Copia Ik ondergeschreevene Opperchirurgijn alhier, Caaij Claas Hen„ drik Vos, als door den Eerste Resident den E: Jan Mat= „thijs van Rhijn, daartoe gelast zijnde, verklaare ten faver „ke, der waarheid, dat ik van deese morgen Circa ½. twalff uuren, door den Adjudant van gemelde Heer van Rhijn in haast ben geroepen, ten huijse van den Capitain der Ca= „vallerij alhier Diederik Christiaan Burgermeestre, vindende zijn E: gewond te bedde leggen, welke wonde ik naar gedaane Examinatie bevonden hebbe, drie vingers breed on„ „der de regter bil, of eigentlijk de deije te zijn, door stooken met een kronime Houwer, doorgaande van agteren langs het peub-been, tot aan de uitwendige bekleedsels binne= „waards, met zoodaenige autpersing van bloede der wonde die wel 4: duijm diep scheens, dat ik noodsaekelijk vond, zulks met 'er haast te stille, zoo als mij dat gelukt is, zijnde de toevallen van bedenking alsoo de patient seer „klaagt over pijn en off het been als vieel verdoofd is. /onderstond/ D Jokjo Carta den 15=e februarij A=o 1783. /:was geteekent:/ C: C: A: Vos /:lagerstond:/ Accordeert /: was geteekent:/ H: Spanjert, B: Clercq. — Extract uit een brieff van owelmelden Heere Gouverneur en Directeur, aan den opperkoopman en Eerste Resident de djokjo= „cartie voorgemeld; gedateert Samarang den 17„e februarij Anno 1783. — Het onaangenaame voorval met de Heer Burgermeester op het feert Roeloet in het breede verhandeld bij wE brieff van den 15=e deeser en de daar neevens gevoegde verklaringe 'smert mij ten uitterste, Eensdeels om den lijder selvs en anderen deels om dat ik uit den samenhang en loop der zaake sie, dat men derweegens niet sonder overs moeijte en Verdried, en langen zal, die. p„r 39. Samarang den 14„e April A:o 1732 die voldoende satisfactie als de Luister van de Compagnie en de Eere der onse in deese gewesten soo noodsaekelijk vorderd: De zaak is teeder en kan onmoogelijk onverschillig behandeld off afgedaan worden, in diervoegen als den sulthan scheint te begrijpen, soo de Verklaaring door de heer Burgemeester gegeeven, in alles sonder passie en ten goeder trouwe is, wijl daar uit blijkt dat de aan hem toegebragte wonde, niet bij toeval maar opsestelijk is geschied, en op die grond is het dan ook dat ik volkomen approbeere, de door uwEd: geweigerde accep„ „tatie der aangeboodene Contanten door den Sulthan en den kroon„ „prins, en dat uwE bij den vorst aanzond op die voldoende belatan„ „te satisfactie als men van zijne welmeenendheid omtrent de Comp„e en haare dienaeren en van zijne bekende regtvaardigheid verwagten mag, en om zijn Hoogheid daartoe door kragt van reeden te persuadeeren zal het noodsaekelijk zijn van hem het volgende voor oogen te houden: Eerstelijk de verklaaring van den heer Burgermeestre selvs die des noods zijnde moet beEedigd worden der betooging dat het geval opsettelijk is geschied. — Ten tweeden dat de straffe noodsaekelijk behoort gevolg te neemen zal men in 't vervolg op eene wenselijke harmonie tusschen het volk van de Comp=e en die van zijn Hoogheid mogen hoopen, daar de onse ongetwijffeld bij aanhoudendheid om vol„ „doening over die beleediging schreuwen zullen; Ten derden dat den vorst: in overweeging behoort te neemen de tijd en de plaatse alwaar het ongeval is geschied, en dat bij vervolg geen braaff en honnet officier met eenige gerustheid de wagt over zijn hoogheid houde kan, als sij moeten bloot staan Voor de Insuttes en 't geweld van zijne panakawangs, in 't bij= weesen van den vorst selvs, wiens plaets men uit aanmerking Van zijn hoogheids persoon als heijlig behoorde te Eerbiedigen. — p Ten vierden, dat soo en Wanneer dit misdrijff aan een Eerste officier gepleegt met na merite word gestraft, zulks de ge„ „meine Iavaanen tot grooter buijten spoorigheid zal aan„ „voeren 8 E E
English
Samarang the 14th of April 1788. lead to, and one may in the future be certain, that the common soldier will daily be exposed to all unheard-of conduct from the Sultan's people. I hope that this, and whatever Your Honour may be able to add to it, will convince the prince of the necessity to do proper justice in this matter, without me having to address His Highness by direct letters, which I certainly must do if he refuses the demanded administration of justice, since I cannot and will not expose myself to the rightful complaints of the Europeans who were there, of not having looked after their affairs conscientiously. To the oath which the panakawan or perpetrator has already taken before the Sultan in his own exculpation, no regard at all can be paid, as it is not admissible in his own case, and I expect His Highness will understand this just as well, as he will be willing to agree that the oath of a respectable and honest officer, who holds the rank of Captain with the prince, is far to be preferred above that of one of his panakawans; and if Your Honour takes the trouble, I also do not doubt whether the prince will be completely convinced of the truth of the case by further obtained declarations, since at the time of the event there certainly will have been enough [illegible] and witnesses. The comparison made by His Highness between the case that occurred in my presence and that of Mr. Burgemeester is groundless, void, and untenable; the first is certainly accidental, and no one knows the perpetrator except by general suspicion, and which is also mostly to be blamed on the clumsy and rash manner of shooting of his own people; but if the prince can convince me of the contrary just as well, that this was done deliberately by our people, as one can do in the case of Burgemeester, then I am still prepared to render such justice to the Sultan as I currently expect from him in the present case. turn over page 41. Samarang the 14th of April Anno 1703 His Highness the Sultan having announced that he wished to appear today on the throne for the Diet, had me requested to also bring along the insulted Captain, together with the second Resident, Captain Hoffman, and whomever else I might please; the court kliwons having made the customary escort, I proceeded to the Sultan's, accompanied by the aforementioned as well as those officers who had been present at the Garebeg Mulud feast, leaving the Commander and the officer on duty in the fort. We met the prince between the first gate, and he had us approach one by one with all signs of friendliness, and he treated the insulted Captain Burgemeester as follows: while demanding his proximity by extending his right hand, His Highness laid his left hand on the Captain's shoulder, openly expressed regret over the misfortune that had struck him, and said, God bless you with a long life, and further commanded me and those present with me to escort His Highness to the throne; having sat down here, His Highness assumed his customary stately posture, waited for a considerable time until everything among the militia as well as the ministers was arranged and regulated in perfect order, and no drum nor any sound was heard anymore; immediately ordering two of the first dalem tumenggungs to summon the Regent Danureja with all sentanas, wedanas to the top of his throne from before the Siti Inggil, who then having come in such posture first at a distance and upon further order closer to the other patihs, from there caused to approach close to the first step of the throne Pangeran Ngabehi, Raden Adipati Danureja, Pangeran Dipanagara, and Raden Ronggo Prawiradirja, whom he let sit for a while as if bowed down to the earth, Extract from the letter of the aforementioned Resident to the repeatedly mentioned Governor and Director; dated Jokjakarta the 20th of March Anno 1783. ordering
Dutch transcription
Samarang den 14„e April 1788. „voeren, en omen in 't vervolg seeker stelle mag, dat den gemeene soldaat voor alle ongehoorde handelwijse van Sulthans volk dae„ „gelijks zullen weesen geExponeerd. Jk hoope dat dit en het geene UwE: daar bij nog zult kunnen voegen, den vorst van de nood= „saekelijkheid zal oetuigen, om in deese behoorlijk regt te doen, sonder dat ik mij bij directe Briever aan zijn Hoogheid behoeven te addresseeren, het geene ik seeker doen moet soo hij de geEijschte regtpleeging Weigert, wijl ik mij niet kan of wil Eeeponeeren aan de regt matige klagten der Europeese die „waaren, van hunne zaaken niet na gemoede behartigt te hebben. — Op den Eed die den panakawan off misdadiger ter zijner veront= „schuldiging bereets bij den Sulthan gedaan heeft, kan in 't geheel geen resfleckie worden geslaagen, als daar toe in zijne bijge„ „ne zaak niet admissibel zijnde, en dit verwagte ik dat zijn hoogheid eeven soo wel begrijpen zal, als dat hij sal willen toestem„ „men, dat den Eed van een honnet en Eerlijk officier, die bij de vorst den rang als Capitain bekleed, verre booven die van een zijner pana„ „kawane te prafereeren is, en als uwE de mooijte neemt, soo twijffele ik ook niet off den vorst zal door nadere ingewonnen wordende Verklaaringe, van de Eyheid van het geval volkomen te overtuigen weesen, dewijl 'er den tijde der gebeurtenisse, see„ „ker dog en dor getuijgen genoeg geweest zullen zijn. —. Des door zijn Hoogheid gemaakte over Eenbrenging tusschen het ge„ „sal bij mijn aanweesen geExteert, en dat van de heer Burge.- „meester is ongegrond, nietig en onbestaanbaar, het eerste is see„ „kerlijk toevallig en niemand weet den daader dan bij suspicie in 't generaal, en welke ook nog wel het meest aan de lompe en voldriftige wijse van schieten, zijn Eijgen volk is te wijten, dan soo den vorst mij van het Contrarie soo wel kan overtuijgen, dat zulks door de onse opsettelijk is ge= „schied, als omen in het geval van Burgemeestre doen kan, dan soo ben ik als nog bereid, om aan den sulthan dat regt te doen weeder„ „vaaren, als ik thans van hem in 't passente geval verwagtende ben. – verte p=o 41. Samarang den 14„e April A„o 1703— Sijn Hoogheid den Sulthan= heeden Rijksdag op den Throon te te willen verscheinen aangesegt hebbende, deet mij versoeken den beleedigde Capitain meede te willen brengen met den tweede Re„ „sident, den Capitain Hoffman en wien mij verder mogt behae„ „gen, de Hoff Cliwongs, na gewoonte afhaaling doende, begaf ik mij vergeselt der bovengemelde als ook die officieren; welke op„ het feest moeloet padsent waaren geweest; na den sulthans, laatende den Commandant en wagt hebbende officier in het fort. t men ontmoete de vorst tusschen de Eerste poort en deet ons een voort een met alle teekenen van vriendelijkheid naderen, en den beleedigden Capitain Burgermeestre bejeegende hij aldus, als met toerijking van zijn regterhand de nabijheid vorderde, leide zijn Hoogheid sijn linkerkand op den schouder van den Capitain, betuigde opent„ „lijk leedweesen over het hem getroffen onheil, en seide God: wil uw met een lang leeven Reegenen, en gelaste mij voorts net mijne aanweesende sijn Hoogheid op den troon te begelijden, hier geseeten zijnde, nam sijn Hoogheed: sijn gewoone statelyke hou„ „ding aan, wagte een geruime tijd, tot dat alles in volkoomen ordere soo bij de militie als de ministers geschikt en gereeguleerd was„ en geen trom nog eenig geluit zig meer deet hooren; beveelende Itraks twee der Eerste dalins Tommongongs den Rijksbestierder Danoeridja met alle sentonos, wedsnos, booven aan zijn troon van voor de Lamadoehoer te ontbieden, die dan ook in sulke houding eerst verre en op nadere last digter omtrent de andere Pepaties gekoomen weesende, van daar tot digt aan de eerste trap der troon deet naderen, Pangerang Jngebeij, Radeen Adipattij Danderidja, Pangerang Diepanagara en Radeen Rongo Prowi„ „rodridja, dewelke als ter aarde gebukt, een wijle tijds liet sitten, Extract uit den brieff van voorgenoemde Resident, aan den Heere gouverneur en Directeur meermeld; gedateert dokjoCarte den 20„e Maart A:o 1783. —. gelastende O - „ .
English
Samarang the 14th of April Anno 1783. ordering Raden Sasra Adinidjoijo to be brought into the presence; who immediately, like a criminal, was held by the hands by two Troendjoijos, escorted by two sentries armed with drawn cutlasses to a distance from the Throne, where he was ordered to bow down, and everything was kept in a deep silence; His Highness raised his voice with a stern countenance toward the criminal Sasra Adinidjoijo, saying thus: Danoredja, I desire Sasra Adinidjoijo to be punished with death as an example to all my people, and when he had answered to His Highness, Inggih sendika, or your will be done; I took the liberty to stand up and ask His Highness for a pardon for Sasra Adinidjoijo, but he remained seated for a while without answering, and gave me to understand, as if with a glance, to repeat my request through the mouth of Danoredja, this I did in emphatic terms aloud to that minister, that my master, nor also Captain Burgermeestre, was by no means served with the death penalty, but indeed with a fair satisfaction. Danoredja, very confused, could not carry out his proposal to the prince, but was assisted therein by Raden Rongo Prowirodirdja; whereupon His Highness, after a long silence, answered this: to this gentleman I shall grant mercy, but in the future none of my subjects shall experience that for such a crime. And Sasra Adinidjoijo was first permitted to come within some proximity, and subsequently crawling up to the feet of the prince, which he embraced and having kissed the sole of the foot, received this order from His Highness himself: go to Captain Burgermeestre and say that I have pardoned you, and also beg him for forgiveness: this happened aloud, and in such a solemn manner as could ever be desired; this then having been done, Sasra Adinidjoijo returned before the prince, released by those who held him, and was signaled to depart for the time being with his escorts; thereupon I had Captain Burgermeestre position himself before the Sultan, and having saluted him with his broadsword, he went page 43. Samarang the 14th of April Anno 1783. to the front of his corps, which paraded just behind us. Come on, the Sultan thereupon continued, I will now, having forgiven and forgotten the crime, place it between the tiger and the buffalo, and thereby consider that reconciliation to have preceded, and I shall present the Captain with a fine horse from my stable and two hundred round reals for an equipage, and reward his physician with sixty similar reals: thereupon letting all ministers, sentanas and wedanas return to the Pagelaran, having his militia march off in the most proper order, and thereafter went himself, having invited us together to watch, to the Bangsal Pangrawit, and from there in front of the combat cage, in which the tiger was immediately released upon the buffalo, and had a fierce fight with that animal, so that both, exhausted, would attack no more, the prince returned to his throne, and shortly thereafter went to the amphitheater to hold a rampok of two small and three large tigers! All of which being executed with promptitude and pleasure; the defroiement was done, and after some appropriate toasts having been drunk, His Highness again, accompanied by us, went to his Kraton, where he was complimented by me, with Captain Hoffman, for the satisfaction given and further courtesies. Copy. I, Sultan Hamengkubuwana Senapati Ingalaga Abdul Rachman Sayidin Panatagama Khalifatullah, ruling on the island of Java, grant this written order, with the desire that the contents thereof become known to Raden Adipati Danuredja, together with all my subjects here at Djokjo Carta Adiningrat; containing the contents of the same: the respect that Europeans, both persons of high and low standing, shall have to show to my subjects, and my subjects, both persons of high and low standing, in turn to the Europeans: I having this
Dutch transcription
Samarang den 14„e April Ao 1783. gelastende den Radeen Sasra Adinidjoijo in teegenwoordig= „heid te brengen; soo als ook dadelijk als een misdadige door twee Troendjoijos aan de handen vast gehouden, begeleid door twee met blanke houwers gewapende schildwagten tot op een afstand van den Troon, alwaar needer te bukken gelast, en alles in een diep stil swij- „gen gehouden wierd; verhefte zijn Hoogheid met een dergrand aan„ „gesigt op den misdadiger Casta Adinidjoijo, aldus sijn stemma; Da„ noredja, ik begiere Casra Admidjaijo met de dood gesthraft wade„ tot een voorbeeld voor al mijn volk, en als die aan sijn Hoogheid, Jnge sendiko, of uwe wille geschiede geantwoord hadde; nam ik de vrijheid. op testaan en sijn Hoogheid om pardon te vraagen voor Sasva Admidjoijo, maar bleeff sonder te antwoorden een wijle tijde sitten, en gaff mij als met Een oogen opslag te kennen mijn versoek door de mond van Danoredja te herhaalen, dit deet ik in termes van na„ „druk over liid aan dien minister, dat mijn gebieder nog ook den Capitain Burgermeestre, met de dood straffe geensints, maar wel met een billijke satisfactie gedient was. Danoeredja seer Confuns, konde zijn voorstel aan de vorst niet volvoeren, maar wierd daarin geadsisteert door Radien Rongo Prowirodridja; Waarop sijn Hoogheid na een lang stilswijgen dit antwoorde, deese heer sal ik genaade geeven, maar in het vervolg zal niemand van mijn onderdaanen over sulke misdaat dat weedervaeren. en Sasra Aomidjoijo wierd eerst in eenige nabijheid, en ver„ „volgens al kruipende tot de voeten van de vorst toegelaaten, die hij omvat en de voet Tolo gekust hebbende, van sijn Hoogheid zelvs deese last kreeg, begeeft uw na den Capitain Burgermeestre en segt dat ik uw gepardonneert hebbe, en bid hem ook om vergeeving: dit geschiede overluid, en op sulke plegtige wijse, als ooijt kan begeert worden; dit dan geschied zijnde, keerde saora Ad= „midjaijo voor de vorst te rug, los gelaaten; van die hem vast hielden, en wierd gewenkt sig ter Tijden met sijn geleiders te begeeven; Hier op deet ik den Capitain Burgermeestre sig in postuur stellen voor den Sulthan, en die met zijn pallas gesalueerd hebbende, begrf zig pag„s 43. Samarang den 14„e April A:o 1783. zig voor het front van zijn Corps, dat eeven agter ons paradeerde. kom aan vervolgde daarop den Sulthan, ik zal nu den misdaad ver„ „geeven en Vergeeten hebbende, die leggen tusschen den Tijger en den Buffez, in daarmeede die versoening voorafgedaan houden, en den Capitain sal ik met een fraaij paard van mijn stal en twee Honderd Ronde Reaalen tot een Equipagie beschenken, en zijn geneesheer met sestig gelijke reaalen beloonen: laatende hier op alle minis„ „ters, sentouos en wedonos na de Paggelaaang te rug keeren, sijn mi„ „litie in de geschikste ordre afmargeeren, en begaf sig daarna selvs, ons gesamentlijk ter aanschouw genoodigt hebbende, na de Bang„ sal Pangrawit, en van daar voor het kamp hok, waarin den rijger dadelijk op den Buffel los geloeten wierd, en met dat dier een hee= „vige strijt had, soo dat beide afgemat niet meer attacqueere wilde, de vorst wa sijn throon te rug keerde, en kort daarop sig na het ampheteater begaff, om Rampok van twee kleine en drie groote Iijgers te houden! al het welke met wel promptibude en genoegen g'Excuteerd zijnde; defroijement wierd gedaan, en na eenige gepaste Conditien gedronken sijnde, begaff sig sijn Hoogheid encor, van ons verseld, na sijn Cadaton, alwaar door mij, met den Capitain Hoffman, voor de gegeeven satisfactie en verdere tij beleeftheeden gecomplimenteerd wierd. e. -. Copia. Ik Sulthan AmangCoekoeana Senopattij, Ingoo„ „laga: Abdul Rachman Sahiedien Panatagama, ka„ „lifattholah: Regeerende op het Eijland Java; verleene dit Bevel schrift, met begeerte dat den Jnhoud van dien, aan den Radeen Adipattij Danoeredjo, neevens alle mijne onderdae„ „nen alhier te Djokjo Carta Admingrat bekend worde; behel„ „sende de inhoud: van het zelve de Eerbied die Europeesen zoo wel hooge als laage standspersoonen, aan mijne onderdaenen en mijne onderdaenen, soo wel hooge als laage standspersoonen, weeder aan de Europeesen, zullen moeten betoonen: hebbende ik deese