VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3653

Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3653_1352 view scan ↗

English

We, all the undersigned Salayer Regents, Deeng Madjannang, Chief Regent of Bontobango; Daeng Maladja, Regent of Tanette; Daing Maningallie of Gantoerang; Dain Sompa or Mamina, Regent of Laiolo; Daeng sitoejoe, Regent of Boekit; Daeng Mabro, Regent of Bonea; Daeng Manonjengang, Regent of Batta Matta; Dain Mabottro, Regent of Bonto Boris; instead of Dainen Manaupo, Regent of Beella Boelo, due to his indisposition, his Pongauwa Daeng Matallie; Daing Rappana, Regent of oppa oppa; Daen Matakko, Regent of Barang Barang; Daeng Makoeling, Regent of Mare Mare; Daeng oepoena Rimpa, Regent of Poeto bango; and Daeng Manroeppaij, Regent of Onto, declare, both jointly and each individually, that none of us has received any letters or matters of consequence, or anything that would incite us to disloyalty toward the Honorable Company, wherefore we very willingly submit ourselves, and indeed even request, that if it should be discovered today or tomorrow that one or another among us, whether he should make or have made himself guilty of disloyalty or have maintained any foreign correspondence of that nature with anyone, that the person who might be found guilty thereof may be punished by the Honorable Company or the Governor and Director of this coast most rigorously, indeed without the slightest pardon, since not the slightest reason is given to show disloyalty to the Honorable Company, but on the contrary we have reason to be satisfied, since the services that we are bound and obligated to perform are made as bearable to us as possible, and moreover our disputes are decided according to the laws of the land, not underhandedly, but in full assembly by ourselves; wherefore we also once again, as we have done repeatedly, solemnly promise to be and remain from now on faithful subjects of the Honorable Company, without the least appearance of disloyalty toward the Honorable Company arising in us, but always to be and remain faithful subjects of the Honorable Company forever and ever, which above statement we are prepared to confirm by oath, and have therefore signed this with our customary signatures. Below stood: Seeleijer, the 22nd of September Anno 1783. Was signed: with various native characters, being the names of the aforementioned Regents. Lower: in my presence. Was signed: Ls. S. Deswart. In the margin stood: for the translation. Was signed: Dirk Voll. Agrees: J. Bs. Bodenpijt, Sworn Clerk. Anno 1783. Friday the 15th, received a separate letter from the Salayer Resident Swart, dated the 11th of this month, communicating an intended Second set Register from the 1st of June to the 15th of October Anno 1783. Secret August 6 9 Anno 1783. August from Salayer Sunday the 1st A letter to Bima. English heard of. Wednesday the 11th to Visit from the Macassar King. Friday the 15th, received a separate letter from the Salayer Resident Swart, dated the 11th of this month, communicating an intended Continuation of the Daily Register. June Anno 1783. Monday 2nd, dispatched a separate letter to Bima to the Resident Meurs, containing orders to communicate as soon as possible, and if such be the case, to the main settlement that the crew of a vessel arrived here from Great Bali reported that our factory ship het Huis te Prooswijk was taken thereabouts by two English ships. Tuesday the 3rd Wednesday 4th Thursday 5th Friday 6th, dispatched the secret papers up to the end of last May, the original via the burgher Krookwits and the duplicate via the Malay Intje Tadong. Saturday the 7th, received a letter from Maros. Sunday 8th Monday 9th, the King of Boni informed me that he intended to go on an excursion tomorrow to Tanette, in order to return subsequently via Maros. Tuesday the 10th, received a letter from the Sergeant Beausamie stationed at Bouton, dated the day before yesterday, in which he communicated to me that up to this day nothing had been heard there or thereabouts of any English or other foreign ships. from: Tuesday 17th, nothing occurred, except only that on the first-mentioned date the King of Tallo, accompanied by the Old Shahbandar Praeng Palemba, paid a visit to me at my country estate Mariso, where I was then residing. Wednesday

Dutch transcription

wij alle ondergeteekende Salaijereese Regenten Deeng Madjannang hoofd Regentume van Bon„ „tobango, Daeng Maladja Regent van Tanette, Daing Maningallie van Gantoerang, Da in Sompa of Mamina Regent veen Laiolo, Daeng sitoejoe Regent van Boekit, Daeng Mabro Re„ „gent van Bonea Daeng Manonjengang Re„ „gent van Batta Matta Dain Mabottro Regent van Bonto Boris, Jnsteede van Dainen Manaupo Regent van Beella Boelo, mits jn„ „dispositie desselfs Pongauwa Daeng Matallie Daing Rappana Regent van oppa oppa, Daen Matakko Regent van Barang Barang; Daeng Makoeling Regent van Mare Mare Daeng oepoena Rimpa Regent van Poeto bango, en Daeng Manroeppaij Regent van Onto, ver„ „klaaren zo gezamentlijk als een ieder in het bezonder datter geene van ons alle eenige Brie„ „ve dan wel Contra van Belang of die ons tot ontrouwheid aan D E Comp„e zoude aanspooren ontfangen hebben, weshalven wij ons zeer gaarne onderwerpen ja zelfs verzoeke dat wanneer het heeden of morgen mogte ontdekt worden dat de Eenen of andere onder ons het zy dezelve zig aan ontrouwheid mogte schuldig maaken ofte gemaakt hebben dan wel eenige uitlandsche borresponden= „tie van die Natuur met de een of ander ge„ „houden hebbe dat de geenige die daar aan mogte schuldig gevonden worden door D E Comp„e ofte Gouverneur en Directeur deezer kuste ten rigoreus= „te ja zonder de minste verschooning mag ge„ „straft worden, wijl er geen de minste reeden daar toe gegeven word, om ontrouwheid aan D E. komp„e te bewijzen, maar ter Contrarie hebben Reeden van vergenoegt te weezen wijl ons de Dienste die wij gehouden en verpligt zijn te verd doen 113. doen zo dragelijk gemaakt worden als mogelijk is, daar en boven worden onze verschillen volgens 's Lands wetten niet onder de hand maar in volle vergadering door ons zelfs beslist, weshalven wij dan ook nogmaals zo als meermaalen gedaan hebben Heijliglijk belooven en van nu en Voortaan getrouwe onderdaanen van D' E komp„e te zijn en te blijven zonder dat in ons de minste schijn van ontrouwheid teegens D E Comp: zal opkoo„ „men, maar altoos ten eeuwigen dage te zullen zijn en blijven getrouwe onderdaanen van D Ed. Comp„e welke wij bovenstaande wij bereid zijn met Eede te bevestigen en hebbe dierhalven dit net onze gewoone hantteekening Onderteekent /:onderstont:/ Seeleijer den 22=e September A=o 1783. /:was geteekent:/ met Diverse Jnlandsche Ceeraders zijnde de naamen der voorenge= „melde Regenten /:lager:/ ten mijnen over„ „staan /:was geteekent:/ Ls S: Deswart /ter zijde stond:/ voor de vertaaling /:was geteekent:/ Dirk Voll. Accordeert J„ B„s Bodenpijt gesw: Clercq Ao. 1783. vrijdag den 15 Een apart brief van den saleijers Resident Swart ons„ „tangen de dato 11:e deezer bedeelende een voorgenomen Tweede stel Register van den Eersten Iunij tot den 15„e october A„o 1783. Secriel Augustus 6 9 Ao. 1783. Augustus ns van Saleijer zondag den 1=e Een Briefje na Bima. Engelschen vernomen. woensdag den 11„e tot visite van den Makassaarschen Koning. vrijdag den 15 Een apart brief van den Saleijers Resident Swart ont„ „fangen de dato 11„e deezer bedeelende een voorgenomen Vervolg van het Dag-Register. Junio Anno 1783. Maandag „ 2„e Een apart briefje na Bima aan den Resident Meurs„ afgezonden houdende ordre om ten allerspoedigsten mitsgaders het zo zijnde, na de Hoofdplaats te bedeelen dat hier door de scheepelingen van een van Groot Balij aangekomene vaartuig opgegeven is dat ons komptoir schip het Huis te Prooswijk daar omstreeks door twee Engelsche scheepen zoude zijn genomen geworden. Dingsdag den 3„e woensdag „ 4„e Enchil Donderdag „ 5„e vrijdag „ 6„e De sekreete papieren tot onder ultimo Maij per den Skraete papieren na vata,„ burger Krookwits in Originale en den Maleijer Intje =via Tadong in duplo afgezonden. Saturdag den 7„e Een briefje van Maros ontfangen. „ 8„e zondag Maandag „ 9„e liet mijn den koning van Bonij weeten dat van de koning van Bonij na Tanette voorneemens, was om op morgen een uitspanning na Tanette, te gaan neemen om zo vervolgens over Ma= „ros te rug te keeren. Dingsdag den 10„e Een briefje van den op Boutong leggende Sergeant op Bouton heeft men niets van Beausamie ontfangen gedateert op eergisteren, waar bij denzelven mij bedeelde dat men Lot heeden toe aldaar nog daar omstreeks niets van eenige Engelsche of andere vreemde scheepen vernomen had- van: Dingsdag „ 17„e viel niets voor, als eenlijk dat op eerstgemelde Da„ „tum den Koning van Ioah verzeld van den Ouden Sabandaar Praeng Palemba een vizite bij mijn af= „leide op mijn buiten plaats Mariso, alwaar jk mijn toen bevond. woensdag

NL-HaNA_1.04.02_3653_1360 view scan ↗

English

Anno 1783. June. Wednesday the 18th. I received via a private note from the Bima Resident Meurs, dated 8th May past, news that on the opposite shore everything was in peace and quiet, and that in those parts along the coast nothing in the least was heard of the English anymore. Thursday the 19th. Nothing. Friday the 20th. I heard several complaints about the hostilities which the retinue of the King of Boni committed here and there in the villages to the north by plundering and stealing, even to such an extent that the people of Pankadjene, whose fruit trees were not spared, were afraid to hold their ordinary market day in order not to run the risk of getting buyers without money. Saturday the 21st. Nothing. Sunday the 22nd. Nothing. Monday the 23rd. Nothing. Tuesday the 24th. I dispatched a separate note to Bima to Resident Meurs, dated today, of such content as may be seen in the appendices hereto. Wednesday the 25th. I was told by a trusted person that the King of Boni intends, upon returning from Tanette, to call at Maros and there, as if out of shame, await the return of his envoys who still remain behind in Batavia, concerning whom I was also told that the King appeared very embarrassed. In order to cheer up His Highness somewhat, I sent him today, via one of the ordinary emissaries, some refreshments and delicacies, and had him informed at the same time of the safe arrival of the Company's vessel here, and likewise said that according to the statement of its skipper, the King's envoys, at the time of his departure from the main settlement or in the month of March, had not yet departed from Batavia. Thursday the 26th. Nothing. Friday the 27th. Nothing. Saturday the 28th. I received, via the Chinese and local resident Sauw Peko, who was blown entirely to Banda on his return journey from Bali to this place, a reply to my separate letter dispatched thither under date of 31st October of the past year to Governor Seidelman, and at the same time communication that in those regions no English ships had been heard of; as well as, via this Government, a note of 22nd November 1782 from the Timor Chief of Este, which was principally arranged to convey the secret signals for Anno 1783. Sunday the 29th to Wednesday the 2nd July. Nothing to note. Thursday the 3rd. Nothing. Friday the 4th. The Chief Interpreter Deefhout departed to Sandraboni to demand payment of outstanding debts and, at the same time upon his return, to collect the tithes from the Macassar Lands and simultaneously carry out the annual census at Glissong and Patalassang. Saturday the 5th until Sunday the 13th. Nothing to note, except for the departure of a certain confidant dispatched by me to the King of Boni, who is staying at Maros, on the 11th of this month. Monday the 14th. My confidant, who was dispatched on the 11th past to the King of Boni, returned from the north, who, accompanied by Aroe Tanette, handed me, under princely greetings along with a letter addressed to me in private, a missive from His Highness addressed to Their Right Nobilities in Batavia, which was of such content and serving such purpose as can be seen in detail in a separate bundle of papers entitled complaints made by Boni to Batavia etc. Tuesday the 15th. Received a separate letter from the Saleyer Resident Swart, dated the 11th of this month, communicating an intended... Wednesday the 16th. Nothing happened. Thursday the 17th. Nothing. Friday the 18th. Chief Interpreter Deefhout and companions, who had departed thither on the 4th of this month, returned from collecting the tithes of the Macassar Lands and from Sandraboni etc., submitting to me such a written report of their activities as can be seen under the appendices hereto, bringing along at the same time from Sandraboni the two homage slaves delivered again by that kingdom for this year. Saturday the 19th. Prince Aroe Pantjana informed me orally through an emissary that, having broken camp from before Soupa and having returned to Sageerie a few days ago, he wished to speak with me in person, and therefore intended to come over here. Whereupon I gave the envoy the answer that it was well. Sunday the 20th. I received a separate letter from the Bima Resident Meurs, dated the 14th of this month, containing principally his considerations regarding entering into an alliance with the prince of Karangasem. Monday the 21st. Nothing to note. Tuesday the 22nd. Nothing to note. Wednesday the 23rd. In the forenoon, after requesting an audience, Prince Aroe Pantjana, mentioned on the 19th of this month, came to visit me, who, having communicated to me his breaking camp from before Soupa and the further marching away of Dato Sideenreng, who had acted hostilely against him and those of Soupa, related that...

Dutch transcription

A„o 1783. Junie: van Engelschen. Donderdag den 19„e nchil het gevolg van Bonijs koning na Tanette bedrijven veel baldaadigheeden zondag den 22=e woensdag den 18=e Ontfing k per een partikulier briefje van den op Bima hoort men ook niet Bimas Resident Meurs de dato 8=e Maij passato, tijding dat op de overwal alles in Rust en vreede was en dat men daar ter kuste niets het allermins„ „te meer van de Engelschen vernam vrijdag den 20„e hoorde jk verscheidene klagten over de hostiliteiten die het gevolg van Bonijs Koning hier en daar op de Negorijen om de Noord met rooven en steelen pleegden, zelfs zodanig dat de lieden op Pankadjene„ wiens vrugtboomen niet gespaart wierden, bange waaren hunne ordinaire Markt-dag te houden om geen gevaar te loopen van kooppers zonder geld te zullen krijgen. nihil. Maandag den 23e Dingsdag „ 24„e zond jk na Bima aan den Resident Meurs af een apart briefje gedateert op heeden en van zoda= Een Briefje na Bima „nigen inhoud als het bij de bijlaagen deezes kan worden gezien. woensdag den 25=e wierd mijn door een vertrouwd perzoon gezegd dat de koning van Bonij van voorneemen is om van voorneemen van Bonijs koning Tanette te rug komende Maros aan te doen en aldaar als uit schaamte af te wagten de te rug komst van zijn nog van Batavia agterweegen blijvende Ge„ „zanten, over dewelke men mijn teffens zeide dat de koning zeer verleegen scheen. Om zijn Hoogheid nu eenigzints op te beuren zoud jk denzelven nog op heeden met een der ordinai„ Een bootschap aan hem gedaan „ te zendelingen eenige ververschingen en versnape= „ringen toe en liet hem teffens kennisse geeven van de behoude aankomst van 'Skomp„s Bodem alhier en te gelijk zeggen dat volgens opgave van dies schip„ ƒ „per Konings Gezanten, ten zijde van zijn depart Saturdag den 21„e van 9 Ao 1783. A„o 1783. Augustus ns van Saleijer in Banda heeft men geen En„ „gelschen vernoomen. ook niet op Timor die te rug komt. van de Hoofdplaats of in de Maand Maart, nog niet van Batavia vertrokken waaren. Donderdag den 26„e nihil Saturdag „ 28=e Ontfing k per den bij zijne te rug reize van Ba„ „lij na herwaarts geheel na Banda verdreevene Chi= „neer en jnwoonder alhier Sauw Peko antwoord op mijn sub dato 31=e october anno passato na derwaarts afgezondene apart schrijvens aan den Heer Gouver= „neur Seidelman, en Communicatie teffens dat in die gewesten van geene Engelsche scheepen ver= „noomen was Vrijdag - - „ 27„e zondag den 29=e tot woensdag den 2„e Iulie viel niets te noteeren. Donderdag den 3„e nihil Vrijdag den 4=e vertrok den Oppertolk Deefhout ter aanmaaning der uitstaande schulden na Sandrabonij en om met Sandrabonij om schulden aan„ eene in zijn te rug komst de Makassaarse Landen te verthiening der Makcassaarse verthienen en te gelijk de jaarlijkse zielbeschrijving op Glissong en patalassang te doen. van. Landen. Saturdag den 5„e tot op zondag „ 13„e viel niets te noteeren, als het vertrek van zeeker door Een bootschap aan den ko„ mijn afgezondene vertrouweling na de op Maros. zig bevindende Koning van Bonij op den 11„e deezer Maandag den 14:e kwam van de Noord te rug, mijne op den 11e passato na de koning van Bonij afgezondene vertrou= „weling die verzeld van Aroe Tanette mijn onder vorsten Groete neevens een aan mijn in het particu„ „lier gerigte brief ter hand stelde een missive van zijn Hoogheid aan Hunne Hoog Edelheedens te Ba= „ning van Bonij zo ook over dit Gouvernement een briefje van den 22„e November 1782 van het Timors opperhoofd van Este dat principaal ten geleide van de Secreete Sei= „nen voor Anno 1783. was ingerigt van vrijdag den 15 Een apart brief van den Saleijers Resident Swart ont„ „fangen de dato 11„e deezer bedeelende een voorgenomen Junie „tavia en ato, eed mins¬ iteiten en af da- kan an dat van en komst Ge¬ beuren inai¬ „ van schip„ a =gemaand. A„o 1783. Julie Donderdag „ 17„e Een bootschap van Aroe Pantjana Dingsdag woensdag Maandag den 21„e mondgasprek met Narie Pantja„ „na gehouden. „tavia g'addresseert, dewelke van zodaanigen inhoud en ten zodanigen einde dienende was, als bij een aparte „gedaan etca: bondel papieren, getituleert klagten door Bonijna Batavia in zijn om„ „stande te zien is. Dingsdag den 15=e woensdag „ 16:e passeerde niets. vrijdag - - „ 18=e Zwam van de verthiening der Makassaarse Landen Deefhout van Sandrabonij en van Sandrabonij etc te rug de na derwaarts den en de Makassaarse Landen 4„e deezer vertrokkene Oppertolk Deefhout C: S:, aan mijn overgeevende zodanig een schriftelijk verslag van hunne verrigtingen als onder de Bijlaagen deezes te zien is, te gelijk van Landraboni meede brengende de twee stuks door dat Rijk voor dit jaar weeder geleeverde Homagie slaaven. Saturdag den 19„e Liet den prins Aroe Pantjana mijn door een zen„ „deling mondelijk weeten dat hij, van voor Soupa op= „gebrooken, eenige daagen geleeden op Sageerie te rug gekomen zijnde, mijn gaarne zelfs wenschte te spree= „ken, en daarom van voorneemens was om na her= „waarts over te koomen. waar op jk die afgezon„ „dene ten antwoord gaf dat het goed was. Zondag den 20„e Ontfing jk een apart brief van den Bimas Resi= Een briefje van Bima„dent Meurs de dato 14=e deezer, houdende ten prin„ „cipaale zijn Consideratien omtrend het aangaan van een verbintenisse met de vorst van Karrang assang. „ 22„e Viel niets te noteeren. „ 23„e 's voordemiddags kwam na verzogte audientie ter visite bij mijn den prins Aroe Pantjang vermeld den 19„e deezer dewelke mijn gekommuniceert heb= „bende zijne opbraake van voor Soupa en het wijders afmaercheeren der teegens hem en die van Soupa vij= „andig g'ageert hebbende Dato Sideenreng, verhaalde te rug. dat

NL-HaNA_1.04.02_3653_1363 view scan ↗

English

Year 1783. August Writings from Saleijer 1783. Friday the 15th. Received a separate letter from the Saleijer Resident Swart dated the 11th of this month reporting an intended July that his brother, the King of Tanette, had committed many outrages and robberies among his people at Sageerie during his absence, and as he had heard, intended to commit even more; that he therefore intended to oppose this younger brother who provoked him in every way, and to punish him for this. Although this would not only be quite feasible for Aroe Pantjana, whose presence is feared everywhere, and it would also be the well-deserved reward for this wanton younger brother who governs the realm of Tanette contrary to all fairness, who had indeed long deserved a sensible correction from us as well, the present was entirely not the time to do so. For that reason, I firmly set him down with a warning that if he should act against my wishes, the Honorable Company would also withdraw its hand from him and leave everything that might arise from it to his own account. That he had to exercise patience until such time as the Company deemed it necessary to chastise Tanette's king for his all too great insolence, at which time I might possibly employ him together with our own forces for that purpose. Upon this, he wished that this might happen tomorrow already, but promised on his part to keep himself as quiet as possible, and departed reasonably satisfied back to Sageerie. Whither I also ordered Chief Interpreter Deefhout to cross over tomorrow, assisted by the Lieutenant of the Malays Intje Saleman and the Under-Interpreter Bewers, together with a good number of our subjects, in order to see to it that, as rumors coming from the side also reported, the Tanetterese commit no hostilities upon our lands or [illegible] Year 1783. July Tuesday the 15th addressed to Batavia, which was of such content and served such purpose as can be seen in a separate bundle of papers titled complaints by Bonij to Batavia. Wednesday the 16th. Nothing occurred. Thursday the 17th Friday the 18th. Chief Interpreter Deefhout and company, who had departed thither on the 4th of this month, returned from the inspection of the Macassar lands and from Sandrabonij etc., delivering to me such a written report of their activities as can be seen among the appendices hereto, bringing with them at the same time from Sandrabonij the two homage slaves delivered again by that realm for this year. Saturday the 19th. Prince Aroe Pantjana informed me orally through an envoy that, having broken camp from before Soupa and having arrived at Sageerie a few days ago, he wished to speak with me in person, and therefore intended to come over here. Whereupon I gave the envoy the answer that it was well. Sunday the 20th. I received a separate letter from the Bima Resident Meurs dated the 14th of this month, containing principally his considerations regarding the entering into an alliance with the ruler of Karangassang. Monday the 21st Tuesday the 22nd. Nothing to note occurred. Wednesday the 23rd. In the forenoon, after having requested an audience, Prince Aroe Pantjana came to visit me regarding the 19th of this month, who, having communicated to me his breaking camp from before Soupa and the marching off of Dato Sideenreng, who had acted against him and those of Soupa, departed back. Oral conversation held with Aroe Pantjana. That Year 1783. August Writings from Saleijer Year 1783. Friday the 15th. Received a separate letter from the Saleijer Resident Swart dated the 11th of this month reporting an intended July that his brother, the King of Tanette, had committed many outrages and robberies among his people at Sageerie during his absence, and as he had heard, intended to commit even more; that he therefore intended to oppose this younger brother who provoked him in every way, and to punish him for this. Although this would not only be quite feasible for Aroe Pantjana, whose presence is feared everywhere, and it would also be the well-deserved reward for this wanton younger brother who governs the realm of Tanette contrary to all fairness, who had indeed long deserved a sensible correction from us as well, the present was entirely not the time to do so. For that reason, I firmly set him down with a warning that if he should act against my wishes, the Honorable Company would also withdraw its hand from him and leave everything that might arise from it to his own account. That he had to exercise patience until such time as the Company deemed it necessary to chastise Tanette's king for his all too great insolence, at which time I might possibly employ him together with our own forces for that purpose. Upon this, he wished that this might happen tomorrow already, but promised on his part to keep himself as quiet as possible, and departed reasonably satisfied back to Sageerie. Whither I also ordered Chief Interpreter Deefhout to cross over tomorrow, assisted by the Lieutenant of the Malays Intje Saleman and the Under-Interpreter Bewers, together with a good number of our subjects, in order to see to it that, as rumors coming from the side also reported, the Tanetterese commit no hostilities upon our lands or [illegible]

Dutch transcription

9 Ao 1783. Augustus ns van Saleijer 1783. vrijdag den 15 Een apart brief van den Saleijers Resident Swart ont„ „fangen de dato 11„e deezer bedeelende een voorgenomen Julie dat zijn Broeder den Koning van Tanette veele bal= „dadigheeden en roverijen geduurende zijn absentie onder de zijne op Sageerie had aangerigt, en zo hij gehoord had van zints was nog meer aan te rigten, dat hij dienthalven van voorneemens was deeze hem alzints tergende Jonger Broeder te keer te gaan en hier over te straffen. schoon dit nu voor Aroe Pan„ „tjana, wiens presentie alomme gevreest is niet al„ „leen wel doenlijk zoude zijn en het zelve ook het verdiende Loon van deezen moetwilligen en teegens alle billijkheeden het rijk van Tanette bestierende Jonger Broeder zoude weezen, die zelfs van ons al lange een gevoelige Correctie had gemeriteerd, zo was het er thans gantsch de tijd niet toe zulks te doen, en daarom zette jk hem net ernst ter needer onder waarschuuwing dat bij aldien hij het zelve teegens mijn zin kwam te doen, de 'scomp=e dan ook de hand van hem zoude afhouden en alle het geene wat daar uit mogte voorkomen voor zijn eigen reekening zoude laaten. Dat hij geduld moest oepfenen tot tijd en wijlen de komp=e het nodig oordeelde Tanel„ „tes koning over zijne maar al te groote onverschil= „tigheid te kastijden, wanneer jk mogelijk als dan hem zelfs met de onze daar toe zoude emploijee„ „ren. Hij wenschte hier op dat dit op morgen al mogt geschieden, dog beloofde van zijn kant zig zo stil hem maar mogelijk te zullen houden en vertrok ree= „delijk vergenoegd na Sageerie te rug. werwaarts jk dan ook op morgen na derwaarts belaste over te gaan den Oppertolk Deefhout, g'assisteert met de Lui= „tenant der Maleijers Intje Saleman en den On= „dertolk Bewers beneevens een goed deel onzer onder„ „daanen, ten einde toe te rien dat, zo als de van ter zijde komende gerugten ook kwamen te melden, de Tanettereesen geen hostiliteiten op onze Landen of ƒ en rte den Een¬ op= rug spree= het = on¬ „ ang meld haalde te 5 A„o 1783. Julie Dingsdag den 15=e Donderdag „ 17„e Pantjana Dingsdag Woensdag mondgesprek met Naru Pantja„ „na gehouden. „tavia g'addresseert, dewelke van zodaanigen inhoud ten zodanigen einde dienende was, als bij een apa „gedaan etca bondel papieren, getituleert klagten door Bonij na Batavia „ in zijn „stande te zien is. woensdag „ 16:e passeerde niets. vrijdag. - - „ 18=e Zwam van de verthiening der Makassaarse Lar Deefhout van Sandrabonij en van Sandrabonij etc te rug de na derwaarts d en de Makassaarse Landen 4„e deezer vertrokkene Oppertolk Deefhout C: S:, da mijn overgeevende zodanig een schriftelijk verslag hunne verrigtingen als onder de Bijlaagen deeze zien is, te gelijk van Sandrabonyj meede brenge de twee stuks door dat Rijk voor dit jaar weed geleeverde Homagie slaaven. Saturdag den 19„e Liet den prins Aroe Pantjana mijn door een Een bootschap van Aroe „deling mondelijk weeten dat hij, van voor Soup „gebrooken, eenige daagen geleeden op Sageerie t gekomen zijnde, mijn gaarne zelfs wenschte te „ken, en daarom van voorneemens was om na „waarts over te koomen. waar op jk die af „dene ten antwoord gaf dat het goed was. Zondag den 20„e Ontfing jk een apart brief van den Bimas Een briefje van Bima „dent Meurs de dato 14=e deezer, houdende ten „cipaale zijn Consideratien omtrend het aangeed van een verbintenisse met de vorst van Kar„ assang. Maandag den 21„e „ 22„e Viel niets te noteeren „ 23„e 's voordemiddags kwam na verzogte audien ter visite bij mijn den prins Aroe Dantjang v den 19„e deezer dewelke mijn gekommuniceert „bende zijne opbraake van voor Soupa en het afmarcheeren der teegens hem en die van soupa „andig g'ageert hebbende Dato Sideenreng, ve te rug. dat Ao 1783. Augustus schrijvens van Saleijer A„o 1783. vrijdag den 15 Een apart brief van den Saleijers Resident Swart ont„ „fangen de dato 11e deezer bedeelende een voorgenomen Julie dat zijn Broeder den Koning van Tanette veele bal= „dadigheeden en roverijen geduurende zijn absentie onder de zijne op Sageerie had aangerigt, en zo hij gehoord had van zints was nog meer aan te rigten, dat hij dienthalven van voorneemens was deeze hem alzints tergende Jonger Broeder te keer te gaan en hier over te straeffen. schoon dit nu voor Aroe Pan„ „tjana, wiens presentie alomme gevreest is niet al„ „leen wel doenlijk zoude zijn en het zelve ook het verdiende Loon van deezen moetwilligen en teegens alle billijkheeden het rijk van Tanette bestierende Jonger Broeder zoude weezen, die zelfs van ons al lange een gevoelige Correctie had gemeriteerd, zo was het er thans gantsch de tijd niet toe zulks te doen, en daarom zette jk hem net ernst ter needer onder waarschuuwing dat bij aldien hij het zelve teegens mijn zin kwam te doen, de 'scomp=e daen ook de hand van hem zoude afhouden en alle het geene wat daar uit mogte voorkomen voor zijn eigen reekening zoude laaten. Dat hij geduld moest oeffenen tot tijd en wijlen de komp=e het nodig oordeelde Tanel„ „tes koning over zijne maar al te groote onverschil= „ligheid te kastijden, wanneer jk mogelijk als dan hem zelfs met de onze daar toe zoude emploijee„ „ren. Hij wenschte hier op dat dit op morgen al mogt geschieden, dog beloofde van zijn kant zig zo stil hem maar mogelijk te zullen houden en vertrok ree= „delijk vergenoegd na Sageerie te rug. werwaarts jk dan ook op morgen na derwaarts belaste over te gaan den Oppertolk Deefhout, g'assisteert met de Zui= „tenant der Maleijers Intje Saleman en den On= „dertolk Bewers beneevens een goed deel onzer onder„ „daanen, ten einde toe te zien dat, zo als de van ter zijde komende gerugten ook kwamen te melden, de Tanettereesen geen hostiliteiten op onze Landen of „ D d 5

NL-HaNA_1.04.02_3653_1366 view scan ↗

English

Year 1783. July. Thursday. A Madurese treacherously wounded by a Bonier. or against our subjects on the neighboring Sageerie, might commit under pretext of acting against Aroe Pantjana, or rob them of their paddy. Giving him therefore at the same time orders to collect the tithe from that district as soon as possible, and on his outward journey to put in at Maros in order to inform the King of Bonij of these matters in my name and to request the necessary commissioners for assistance. Towards noon, the Junior Interpreter De Graaf reported to me that one of the Madurese who was about to depart for Java, who had gone with some four of his companions to exchange doits at the front of the Kampong Boegis, had been very severely and treacherously wounded by a Bonier, and that the unknown perpetrator, having seized the doits, had immediately taken flight. That, as Captain Commandant Baserman also came to warn me at the same time, all the Madurese with their officers, numbering well over three hundred heads, were standing ready to fall upon the Kampong Boegis and take revenge for this, indeed that they were almost impossible to restrain. Upon this, I immediately summoned the officers of the Madurese themselves to come to me and spoke with them, and especially Captain Dramantacka, about such a reckless intention, and represented to them all at the same time the disasters that were to be expected from it; that even we, the perpetrator being unknown, had often had to turn a blind eye, and that for this reason such strict orders and penalties had been established for our people who dared venture to go to the Campong Boegis. And all this reassured them then; indeed, Captain Dramantacka admitted to having been somewhat too hasty and thanked me for the advice given to them all for the best. Year 1783. August. Tuesday. Report of Deefhout. Departure of the Chief Interpreter Deefhout to the North. A letter to Bima. And a secret letter to Batavia. Letters from the Princes of Salemparrang and Corang-assang. My departure for Maros. The King of Bonij requests an audience. Concerning Tanette etc. Letters from Saleijer. Thursday the 24th, towards evening, the Chief Interpreter Deefhout, mentioned yesterday, departed via Maros and Siang for Pageerie. Friday the 25th, nothing. Saturday the 26th, I dispatched a letter with a vessel returning to Bima to Resident Meurs there, serving in reply to his letter received on the 20th of this month. Furthermore, on Sunday the 27th, Monday the 28th, and Tuesday the 29th, nothing occurred. Wednesday the 30th, I dispatched with the Malay Intje Sale a separate missive to Their High Mightinesses in Batavia, relating to the historical accounts mentioned under the 14th of this month. Thursday the 31st, nothing happened. August. Friday the 1st, I received a letter from the Chief Interpreter Deefhout and the Junior Interpreter Bewers, in which they informed me of the outcome of their commission to Pageerie etc., mentioned under the 23rd of July last. Saturday the 2nd, I received from the Princes of Carrang-assang and Salemparrang such letters as can be seen under the appendices hereof. Carrang-assang is currently commonly called Little Bali. Those of Salemparrang wrested this Carrang-assang from the Sumbawarese, and since then one Gusti Meedde Carrang-assang has exercised authority there in the name of Gusti Maera Madde Carrang-assang, King of Salemparrang, both of whom wrote the letter to me. Those of Salemparrang of old stood under Great Bali, but since they wrested Carrang-assang from the Sumbawarese, they have gradually cast off that yoke, and from that arises the discord between Great and Little Bali. Sunday the 3rd, nothing. Monday the 4th, towards evening, I departed for Maros to carry out the tithe collection in the Northern Provinces and arrived there on Tuesday the 5th, in the forenoon. At noon, the King of Bonij requested an audience with me for tomorrow. Wednesday the 6th, I received His Highness, and we conversed with each other about Friday the 15th, received a separate letter from the Saleijer Resident Swart, dated the 11th of this month, communicating an intended Year 1783. August. Reception of the King, who among other things communicates his intention to return to Oedjoeng Pandang. His departure, and reception of the Northern Regents. The tithe collection scheduled. the poor condition of the crop, which made it appear even more meager than in the past year, and I also spoke with the Prince about the matter mentioned in the papers cited under the 14th and 30th of July. After this, His Highness made known to me that he intended to undertake the return journey to Oedjoeng Pandang tomorrow. Whereupon, after I had wished him a safe journey, he departed for his residence, being saluted from the Fort as usual with 9 cannon shots. Thursday the 7th, in the morning around seven o'clock, the King of Bonij departed for Makassar or Oedjong Pandang, being saluted again, according to custom, with 9 cannon shots as he sailed past the Fort. Subsequently, towards eight o'clock, the collective Regents of the Northern Provinces came to me, both to welcome me upon my arrival here and to make a report regarding the condition of the rice crop, which according to their statement looked better than in the past year, several fields being again dead and deserted and the husks of most paddy moreover half empty or not fully grown, so that the farmer, when pounding rice from two bundles, could scarcely obtain as much as usually from one. After this, I determined the sessions to be held and dismissed these people. Friday the 8th, nothing. Saturday the 9th, I began with the tithe collection at Maros. Sunday the 10th, Monday the 11th, Tuesday the 12th, Wednesday the 13th, Thursday the 14th, nothing. Friday the 15th.

Dutch transcription

A„o 1783. Een Madurees door een Roo„ of teegens onze onderdaanen op het naast hun aan„ „leggende Sageerie, onder protext van teegens Aroe Pantjana te ageeren kwaamen te pleegen, dan wel dezelve van hunne padij te berooven. geevende hem daaromme te gelijk ordre om de verthiening die streek uit maar ten eersten te doen, en in zijn heen reise Maros aan te gieren om den koning van Bonij van dit een en ander uit mijn naam kennisse te geeven en de nodige gecommitteerdens tot assistentie te verzoeken. Teegens de middag rapporteerde mijn de Ondertolk De Graaf dat er een van de op hun vertrek na Java „nier verzaderlijk gequest staande Madureese die met een stuk of vier van zijn makkers duiten had gaan wisselen, voor aan in de Kampong Boegis door een Bonier op een verraderlijke wijze zeer zwaar was gekwest geworden en dat de deeder onbekend zig Meester van de duiten gemaakt hebbende terstond de vlugt had genoomen. dat zo als mijn de Kapitain Commandant Baser= „man ook te gelijk kwam waarschouwen al de Ma= „dureesen met hun officieren ten getalle van ruein Drie Honderd koppen klaar stonden om in de kam= „pong Boegis te vallen en daar over revangie te neemen Ja dat zij genoegzaam niet te houden waaren. Jk liet hier op de officieren der Madureesen zelfs ten eersten bij mijn koomen en onderhield hun en wel bijzonder den Kapitain Dramantacka over zo een rukeloos voorneemen, en stelde hun allen teffens voor de onheilen die daar uit te verwagten zoude zijn, dat wij dit zelfs, de daeder Onbekend, dikwils hadden moe= „ten door de vingeren zien en dat er daarom zulke sterke Ordres en Straffe gesteld waaren voor de Onze die zig durven verstouten na de Campong Boegis„ te gaan. En dit alles stelde hun toen gerust ja kapitain Dramantacka bekende wat te haastig te zijn geweest bedankte mijn voor de raad hun allen ten besten gegeven. Ver Julie Donderdag ƒ E 9 A„o. 1783. Augustus Dingsdag Rapport van Deefhout „staat de oneenigheid tusschen groot en kleen Balig:. schrijvens van Saleijer A„o 1783 Donderdag den 24„e teegens den avond vertrok den op gisteren vermelden vertrek van den oppertolk Dee„ oppertolk Deefhout over Maros en Siang na Pageerie. fhout na de Noord. Vrijdag den 25„e nhil. Saturdag „ 26„e zond jk met een na Bima te rug keerend vaartuig na derwaarts af een briefje aan den Resident Meurs, Een briefje na Bema dienende in antwoord van zijn op den 20„e deezer Ontfan„ „gene schrijvens. voorts viel op Zondag den 27„e Maandag den 28„e en „ 29=e niets voor. Woensdag „ 30„e zond jk niet den Maleijer Intje Sale, af een aparte missive aan Hunne Hoog Edelheedens te Batavia, en Een sekreet na Bata„ relatie hebbende tot de onder den 14„e deezer vermel„ „de historiaalen Donderdag den 31„e passeerde niets. Vrijdag den 1„e Ontfing jk een brief van den oppertolk Deefhout en den ondertolk Bewers, waar bij zij mijn bedeelden den uitslag van hunne kommissie na Pageerie &=a vermeld onder den 23„e Iulie passato. Saturdag den 2:e Ontfing Jk van de Vorsten van Carrang-assang schrijvens van de Vorsten en Salemparrang /a:/ zodanig schrijvens als onder de van Salemparrang en bijlaagen deezes te zien is. Corang-assang zondag den 3„e rihil. Maandag „ 4„e Vertrok jk teegens den avond na Karos om de ver= mijn vertrek na Maros. - „thiening in de Noorder provintien te doen en kwam Dingsdag den 5=e svoordemiddags daar aan. Op de middag liet de Koning van Bonij acces de koning van Borij laat bij mijn verzoeken teegens morgen. acces verzoeken woensdag den 6„e recipieerde jk zijn Hoogheid, onderhielde elkander over de /:â:/ Carrang-assang word tans gemeenlijk klijn Baelij geheeten. dit Carrang-assang hebben die van de Satempartang van de Sumbauwareesen ontweldigt, en zeedert voert aldaar uit naam van Gusti Maera Madde Carrang-assang koning van salemparrang het gezag eenen guste meedde Carrang assang, welke beide de brief aan mijn geschreeven hebben. Die van salemparrang hebben oudzijds onder groot Balij gestaan, dog zeedert zij Carrang-assang van de sumbeuwareesen ontweldigt hebben, hebben hij langsamerhand dat Jok afgeworpen en daar uuit ont„ weegens Tanette etc: Augustus. vrijdag den 15 Een apart brief van den Saleijers Resident Swart ont„ „fangen de dato 11„e deezer bedeelende een voorgenomen -- Julie „ . . „ D „ „via. A„o 1783. Augustus Receiptie vande koning die onder anderen zijn voor„ „neemen om na oedjoeng Pandang te rug te keeren communiceert. zijn vertrek en receptie van de Noorder Regenten. de slegte gesteldheid van het gewas, dat zij nog schraalden dan Anno passato deed aanzien, en sprak teffens met de vorst over de affaire vermeld bij de onder den 14„e en 30„e Iulij aangehaalde papieren Hier na maakte mijn zijn Hoogheid bekend dat van voorneemens was op morgen de te rug reize na Oedjoeng Pandang weeder aan te neemen. waar na toe jk hem dan ook een behouden reize gewenscht hebbende dezelve na zijn wooning vertrok, wordende uit het Fort na gewoonte gesalueert met 9 schooten uit het kanon. Donderdag den 7„e Smorgens omstreeks zeeven uuren vertrok de Ko= „ning van Bonij na Makassar of oedjong Pandang, wordende in het voorbij vaaren van het Fort alweeder na den gebruike met 9 schooten uit het Kanon ge= „salueert. Vervolgens kwamen teegens agt uuren bij mijn de Gezamentlijke Regenten van de Noorder provintien zo om mijn met mijne komst alhier te verwelkom„ „men als verslag te doen nopens de gesteldheid van het rijstgewas dat na hunne opgave van een beetere aanschouw was dan in anno passato, zijnde alweeder verscheide velden dood en verlaaten en de boesters van de meeste padij boven dien half leeg of volwassen, zo dat den Landman bij stamping van Rijst van twee bossen naauwelijks zo veel kwam te krijgen als anders van een. Hier na bepaalde jk de te doene zitten en gaf deeze Menschen hun afscheid de verthiening bepaald. Vrijdag den 8„e nhil. Saturdag „ 9„e Benjk met de verthiening op Maros begonnen. „ 10„e zondag Maandag „ 11„e rihil. Dingsdag „ 12„e woensdag „ 13„e Donderdag „ 14„e Vrijdag e

NL-HaNA_1.04.02_3653_1369 view scan ↗

English

Year 1783. August. Letter from Saleijer. Report from Deefhout. Letter sent to those of Salemparrang and companions. Departure for Siang. Friday the 15th. Received a separate letter from the Saleijer Resident Swart, dated the 11th of this month, reporting an intended uprising among some of the Regents there, upon which I put what was necessary in order and with the pantjallang De Maria, Saturday the 16th, gave the appropriate reply. Today arrived back here at Maros, from Sageerie etc., the Chief Interpreter Deefhout mentioned under the 23rd of July past, reporting that everything there had ended reasonably well. Friday the 22nd. The tithing at Maros was finished. Saturday the 23rd. Entrusted the collection of the tithes to the Resident and made ready for departure to Siang. Today, also sent a letter with the returning anakhoda Baepa Sajatie to the rulers of Karrangassang and Salemparrang, serving as a reply to the one received from there on the 2nd of this month. Sunday the 24th. Departed in the evening by sea from Maros for Siang. Monday the 25th. Arrived there at twelve o'clock noon, meanwhile a start was made with the tithing at Labakkang. Wednesday the 27th. Received via the returned Butonese interpreter Intje Kama a letter from Sergeant Bosamie, sent out there last year for the spice extirpation, dated the 12th of this month, in which he informed me that since his presence there nothing had been heard of foreign ships, but on the contrary the burgher Goedvriend, who had landed there, had told him that on Bouro he had heard Resident Bugelles relate as the truth that a French ship, or one from the number of twelve ships that had made sail for fourteen Englishmen, was said to have made landfall on Ceram, but that in the meantime all or both of these fleets had become scattered. The improbability of this, Pantjana ceased their hostilities against each other, I immediately made known to the Senior Merchant Kraane, as there was otherwise nothing to be done in this matter hereabouts, for having received no knowledge of this case from Ambon, one had to be content in this, namely that the news of this story had already, according to the letter of the oft-mentioned Sergeant Bosamie, been carried to Java itself by the aforementioned burgher, and thus would certainly have been reported from there further to the main seat of government. Saturday the 30th. At nine o'clock in the morning, Soeroe La-Esa, envoy of the King of Tanette, came to me, announcing to me in the name of his master that he intended to depart for Sageerie to take back into his possession the paddy fields belonging under Tanette as well as those of Tjitta, which had long remained under the Prince Aroe Pantjana, and that he wished to undertake this journey with armed men in order to be able to defend himself in case there were sometimes people who wanted to prevent him and his from doing so. I had him served with the answer in response that I was, on the one hand, pleased that the King gave notice of this intention of his well in advance, but that on the other hand it was not at all appropriate to trouble me now with such matters while I was engaged in the tithing of the Company's lands, much less to wish to undertake such a thing while these tithes still had to be collected. That His High Nobility the Lord Governor-General of Batavia has appointed us here as Governor of Makassar in the confidence that the welfare of the country will be looked after to the best of our ability, and that as I will certainly do this, the King of Tanette must look well into this matter, as the damage that might be caused today or tomorrow to the Company's lands through his actions would have to be compensated by the land of Tanette. That I therefore advised him to wait with this matter until I should have returned to Makassar, when he could then send to me, and I shall also be ready to advance his claim, if it is legitimate. After this, the following day towards evening, when the tithing at Siang was finished, I sent the Chief Interpreter Deefhout, accompanied by the old Intje Sadulla, to the King of Bonij to bring to His Highness's knowledge, in the name of the Honorable Company, this absurd message from Tanette's King and my answer applied thereto, together with the compliance that had always and repeatedly been shown toward him, and at the same time what might result from this if it took its course, so that in case of necessity he could pretend no ignorance of the insolence of this petty king, and by no means evade the duty that lies upon Bonij as our premier ally to help maintain the Honorable Company against such arrogant actions etc. Sunday the 31st. The tithing at Siang finished, and Chief Interpreter Deefhout and companions returned with the answer from the King that upon my return to Makassar he would send his commissioner together with mine to Tanette to settle the matter amicably if possible. Tuesday the 2nd of September. Received a letter from the King of Tanette and answered it. Wednesday the 3rd. At six o'clock in the morning, started the tithing at Labakkang overland. Pantjana ceased their hostilities against each other. Friday

Dutch transcription

A„o 1783. Augustus schrijvens van Saleijer Rapport van Deefhout schrijvens aan die van Sa= „lemparrang C: s: afgezonden vertrek na Siang. vrijdag den 15 Een apart brief van den Saeleijers Resident Swart ont„ „fangen de dato 11„e deezer bedeelende een voorgenomen opstand onder zommige der Regenten aldaar, waar op jk het nodige in ordre stelde en met de pantjallang De Maria Saturdag den 16„e het gepaste antwoord gaf. op Heeden kwam bij mijn hier op Maros van sageerie etc te rug de onder den 23=e Iulie passato vermelden oppertolk Deefhout (:S: niet berigt dat daar alles redelijk wel was afgeloopen. Vrijdag den 22„e De verthiening op Maros afgeloopen. Saturdag „ 23„e Het inzamelen van de verthiening den Resident opgedraagen en klaarigheid tot vertrek na Siang ge„ „maakt. Op Heeden ook met de retourneerende anachoda baepa Sajatie een brief aan de vortten van Karrang assang en Salemparrang afgezonden, in antwoord die„ „nende op de van daar den 2=e deezer Ontfangene. zondag den 24„e savonds over zee van Maros na Siang vertrokken. Maandag „ 25„e middags ten twaalf uuren daar aangekoomen in't us= met de vertiening begonen, „schen dat met de verthiening op babda een begin wierd gemaakt. woensdag den 27„e Ontfing k per den geretourneerden Boetonse Tolk Jn„ schrijvens van Boetoeng, tje kama een brief van den aldaar in anno passato ter specerij Extirpatie uitgezondene zergeant Bosamie ge„ „dateerd den 12„e deezer, waar bij denzelven mij bedeelde dat men zeedert zijn aanweezen aldaar niets van vreem„ „de scheepen vernoomen had dog dat daar en teegen den aldaar vervallene Burger Goedvriend hem gezegd had dat Hij op Bouro van den Resident Bugelles voor de waarheid had hooren verhaalen dat op Ceram vervallen zoude weezen geraakt Een frans schip of een uit het getal van twaalf scheepen die op veerthien Engelschen hadden segt gemaakt, dog dat ze inmid„ „dens alle of deeze beide vlooten waaren verstrooit geraakt. De onwaarschijnelijkheid hier van gaf Pantjana hunne vijandelijkheeden teegens elk ander k gestaakt 9 ƒ A„o 1783. lb Augustus d Saturdag brutaale boodschap van antwoord hier op woenvvag Donderdag „ 14„e jk aanstonds den opperkoopman kraane te kennen, dewijl er buiten des hier omtrend niets in deezen te doen veel, want van Ambon geen kennisse van dit geval gekreegen hebbende, zo moest men zig hier in gerusten, namentlijk dat de tyding van dit ver„ „haal reets volgens het schrijven van meermelde sergeant Bosamie per voorsz Burger zelfs na Iava was overgebragt en dus zeekerlijk van daar ver„ „der na de Hoofdplaats zoude zijn bedeeld gewor= „den. den 30„e Smorgens te Neegen uuren kwam bij mijn Soeroe La-Esa afgezondene van den koning van Pa= den Koning van Tanette nette, mijn uit naam van zijn Heer aanzeggende dat denzelven van zints was na Sageerie te vertrec„ „ken om de Padij velden die onder Tanette gehoor= „den zo meede die van Tjitta dewelke voor lange onder den Prins Aroe Pantjana waaren verbleeven weeder na zig te neemen en dat hij die reise net gewapende Manschappen wilde onderneemen om inge„ „val er zomtyds Menschen waaren die hem en de zijne zulks wilde beletten zig te weer te kunnen stellen, jk liet hem hier op ten antwoord dienen dat jk aan de eene kant verblijd was dat de Koning ruijn voor af van dit zijn voorneemen kennisse gaf, maar dat het teffens aan de andere kant niet wel voegde om mijntans met zulke zaaken, als bezig zijnde met het verthienen van 's komp„s Landen, lastig te vallen, veel min daar die thiendens nog ingezaameld moe¬ „ten worden zulks te willen onderneemen. Dat zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal van Batavia wij alhier aangesteld heeft als Gouverneur van Makassar, in dat vertrouwen om 's: Lands wel„ „vaaren na mogelijkheid te zullen behartigen, en dat jk dit ook doen zullende hij koning van Tanette deeze zaake wel moett inzien, alzo de schaade die heeden of morgen door zijn toedoen aan 'sCompagn„ landen mogte worden veroorzaakt door 't Land van Vrijdag c0 de - A„o 1783. Augustus waar van jk ook kennisse aan de koning van Bonij gegeven heb. de verthiening op Siang afgeloopen. van Tanette zoude moeten worden vergoed. Dat jk dierhalven hem te raaden, was om met deeze zaak zo lange te wagten tot dat jk op Makassar zoude te rug gekoomen weezen, wanneer hij als dan bij mij kon zenden en jk ook gereed zal weezen om zijne pretentie, zo die regtmaatig is, te bevorderen. Hier na zond jk 'sanderen daags teegens den A„ vond wanneer de verthiening op Siang was afgeloo= „pen, den Oppertolk Deefhout verzeld van den ouden & Intje Sadulla na den koning van Bonij om zijn Hoogheid uit naam van de Ed: komp„e ter kennisse te brengen deeze ongerijmde bootschap van Tanettes koning en mijn antwoord daar op toegepast mitsga„ „ders de inschickelijkheid die altoos en te meermaa„ „len ontrend hem was gebruikt geworden en teffens te gelijk wat hier uit, zijn gang gaande zoude kun„ „nen voortkoomen, ten einde ingeval van noodzaa„ „kelijkheid geen ignorantie te kunnen pretendeeren van de wrweligheid van dit vorstje en zig geensints te kunnen onttrecken de pligt die op Bonij als eerste Bondgenoot van ons legt om de Ed„e kom„ „pagnie teegens zulke brutceale gedoentens te hel„ „pen mainctineeren etc: Zondag den 31„e De verthiening op Siang afgeloopen en te rug ge„ „koomen de oppertolk Deefhout C: L: met het ant„ „woord van den koning dat hij met mijn te rug komst op Makassar zijn gekommitteerde nee= „vens de mijne na Tanette zoude afzenden om de zaake des doenelijk in der minne bij te leggen: Dingsdag den 2„e September Een brief van den koning van Ia„ „nette ontfangen en b'andwoord. woensdag den 3„e Smorgens te ses uuren de verthiening op La= labakkang vertiend. „ backang over land begonnen Pantjana hunne vijandelijkheeden teegens elk ander gestaakt— Vrijdage „

NL-HaNA_1.04.02_3653_1372 view scan ↗

English

Year 1783. September. The tithe-collection in the North completed. Saturday the 6th and the return journey to Makassar undertaken. sent. learned of the English. Friday the 5th. The tithe-collection on Labakkang and throughout the entire North ended, amounting, beyond the expectation that I initially had in Maros on account of the poor condition of the fields and the unfavorable rumors, to 76 3/8 Lasts of Rice and 6310 bundles of Paddy, being 15 1/4 Lasts of Rice and 605 bundles of Paddy more than in anno passato, when the entire tithe-collection amounted to 61 1/8 Lasts and 5705 bundles of Paddy. Sunday the 7th. Prepared for departure to Makassar. Monday the 8th. In the afternoon the return journey to Makassar was undertaken, and en route a letter from Bima was received. Tuesday the 9th. Arrived there, whereof following custom the King of Boni and that of the Makassarese were notified through an under-interpreter. Arrival there. Wednesday the 10th and Thursday the 11th. Nil. Friday the 12th. I dispatched, in accordance with the King of Boni, our and Boni's commissioners to Tanette with written orders to take down from the King there the claims that he supposed to have against his Brother Aru Pantjana, mentioned under the 30th and 31st of August passato, in order that, these having been heard in opposition by those same commissioners, their dispute might be decided and settled by the King of Boni and myself, according to what is stipulated in Article 25 of the Bongaas Contract. Commissioners dispatched to Tanette. Saturday the 13th. Nothing was to be noted, except that at my request, accompanied by the under-interpreter Tabia Theunisz, the Makassarese Prince Craeng Data and Shahbandar Craeng Palemba came to me, to whom I presented the necessity of presenting their King, which they, however, postponed again due to the lack of many requirements that absolutely belonged to this ceremonial. Sunday the 14th. The advice vessel dispatched from here thither under the 22nd of March returned from Ternate, bringing letters from there stating that in the Moluccas everything was still in good condition, and that nothing had been heard of the English. Letters from Ternate, where also no English have been heard of. Wednesday Thursday the 14th Friday 29 N 18 Year 1783. September Monday the 15th Tuesday the 16th. Nil. Letter from Maros: regarding the bad behavior and insolence of certain Boni princes. Wednesday the 17th. An original and duplicate secret letter of the 12th of this month dispatched to the Lord Java's Governor Siberg regarding the rulers of Klein Bali. Thursday the 18th. I received, with a letter from the Maros Resident Brugman dated yesterday, again a series of complaints about the insolence of the Boni Princes, namely firstly regarding the intention of Aru Nanka and Aru Palingorang to go and help the King of Tanette against Aru Pantjana, contrary to the agreement between myself and Boni's King; secondly, about the violent abduction of a female person by the son of the King of Tanette named Sakutta from our settlement Neppa; and thirdly, about the violence committed by a brother of Matoa Wage in our settlement Talaka by murdering two of our subjects there, severely wounding two, and subsequently setting fire to a House in which lay a quantity of Paddy. I immediately had the King of Boni notified of this through the sworn interpreter Beers; but insolent as the Boni people are, His Highness appears to become equally indifferent regarding matters of that nature or regarding outrages that the Princes of the Blood come to commit. For to have it known that he could not prevent Aru Nanka and Aru Palingorang, as blood relatives of Tanette's King, in their intention, and that there might possibly have been reasons given for the deed of the Brother of Matoa Wage, denotes nothing other than that he either approves of their bad actions or that he does not possess enough power to counter the same. Whereof the King of Boni is notified, who does not heed it. Pantjana ceased their hostilities against each other. O 1b Year 1783. September Friday the 19th Saturday the 20th Sunday the 21st Monday the 22nd Tuesday the 23rd Wednesday the 24th Thursday the 25th Friday the 26th Nil, except that on the 23rd the duplicate of the original letter to Bima mentioned under the 18th of this month was dispatched. Saturday the 27th. The commissioners who departed thither under the 12th of this month returned from Tanette, handing over to me such a written report of their executed commission as can be found under the separate appendices; whereof I then also immediately notified the King of Boni through the chief interpreter, with a request to know when it would be convenient for His Highness to come to me to settle this matter in question between the Tanette King and his younger Brother Aru Pantjana, which he postponed until the recovery of his wife, who according to his statement was sickly. See Deefhout's written report, likewise to be found under the separate appendices. Sunday the 28th Monday the 29th Tuesday the 30th. Nothing was to be noted in these matters. Today I also dispatched a separate letter to the Bima Resident Meurs dated the 12th of this month, which was principally intended to notify him regarding the letter received from the Rulers of Klein Bali, etc. October Friday 3

Dutch transcription

A„o 1783. September. De verthiening om de Noord afgeloopen. Saturdag den 6„en en de terug reize na Makas„ „ser ondernoomen. „zonden. schen vernoomen heeft. Vrijdag den 5„e De verthiening op Labackang en om de geheele Noord g'eindigd, bedraagende buiten de verwagting die jk er in het begin op Maros weegens de slegte gesteld„ „heid der Velden en de nadeelige gerugten van had, 76 3/8. Lasten Rijst en 6310 bossen Padij, zijnde 15¼ Lasten Rijst en 605: bossen Padij meerder dan in anno passato, wanneer de geheele verthiening be„ „droeg 61 1/8 Lasten en 5705 bossen Padij zondag „ 7„e klaarigheid gemaakt tot vertrek na Makassar. Maandag den 8„e snamiddags de te rug reize na Makassar ondernoo= „men en onderweegs schrijvens van Bima ontfangen. Dingsdag den 9„e aldaar g'arriveert - waar van na gebruik de koning van aankomst aldaar. Bonij en die der Makassaaren door een ondertolk liet kennisse geeven. woensdag den 10„e en Donderdag „ 11:e nihil. vrijdag den 12„e zond jk in overeenkomst met de Koning van Bonij onze en Bonijs gecommitenzer beide gekommitteerdens na Tanette met schrif= „teerdens na Tanette afge„„telijke ordre om van den koning aldaar op te neemen. de pretentien die hij op zijn Broeder Aroe Pantjana vermeld onder den 30 en 31:e augustus passato vermeende te hebben, ten einde deeze daar teegens door diezelfde ge¬ „kommitteerdens gehoort zijnde, hun dispuut die de Koning van Bonij en mijn, navolgens het bepaalde bij het Bongaise Contract articul 25 te kunnen wor„ „den beslist en afgedaan. saturdag den 13„e viel niets te noteeren, als dat op mijn verzoek onder ge„ „leide van den ondertolk Tabia Theunisz bij mijn kwaa= „men de Makassaars Prins Eraeng Data en Saban== =daar Craeng Palemba dien Jk voorhiel de noodzaake„ „lijkheid van het voorstellen hunner Koning, dog het geene zij weeder door gebrek aan veele vereischtens die tot dit Ceremonieel absolut hoorde, kwaamen uit te stellen. zondag den 14„e reverteerde van Ternaten terug het onder den 22„e Maart schrijvens van Ternaten van hier na derwaarts afgezondene advis vaartuig meede brengen„ daar men ook geen Engel„ „ de schrijvens van daar dat in de Kolucces alles nog in een goede welstand was woensvag1 Donderdag „ 14„e Vrijdag 29 N 18 A„o 1783. September Maandag den 15=e Dingsdag „ 16„e brief van Maros: wergens het slegt gedrag en bru„ taliteiten Van eenige Bonische princen Bonij kennisse gegeeven word. die er zig niet aan stoord wees en men van de Engelsche niets vernoomen had nchil. woensdag „ 17„e Een Origineel en Duplicaat sekreet briefje van den 12=e deezer aan de Heer Iavas Gouverneur Siberg omtrend de vorsten van Klein Balie afgezonden Donderdag den 18„e Ontfing jk bij een brief van den Maros Resident Brugman gedateert op gisteren weeder een reeks van klagten over de brutaliteiten der Bonische Prin= cen en wel eerstelijk omtrend het voorneemen van Aroe Nanka en Aroe Palingorang om teegens de overeenkomst tusschen mijn en Bonijs koning den Koning van Panette teegens Aroe Pantjana te gaan helpen, Sweedens over het geweldadig schaaken van een vrouwsperzoon door de zoon van den Koning van Tanette genaamt Sakoetta op onze Negorij Neppa en derdens over het gepleegd geweld door een Broeder van Matoce wage op onze Negorij Talaka met twee onzer onderdaanen aldaar te vermoorden, twee zwaar te kwetsen en vervolgens Een Huis waar op een me¬ „nigte Padij lag in brand te steeken. Jk liet hier van ten eersten de Koning van waar van de Koning van Bonij door den gezwooren tolk Bewers kennisse geeven. dog zo brutaal als de Boniers zijn even zo onverschillig schijnt zijn Hoogheid ook te worden om„ # „trend zaaken van die natuur of omtrend envel= „daaden die de Princen van den Bloede komen te pleegen, want niet te laaten weeten dat hij Aroe Nanka en Aroe Palingorang als bloedverwanten van Tanettes Koning in hun voorneemen met konde beletten en dat tot het bedrijf van den Broeder van Matoa wage mogelijk reedenen zou„ „de gegeven zijn, denoteerd niets anders dan dat Hij het zij hunne slegte gedoentens goedkeurt of dat Bij geen vermogens genoeg heeft dezelve tegen te gaan. Pantjana hunne vijandelijkheeden teegens elk ander O gestaakt lb Ao 1783. September zondag den 28„e avensong Donderdag „ 14„e Saturdag „ 20„e „ 21:e zondag Maandag „ 22„e Dingsdag „ 23„e E woensdag „ 24„e Donderdag „ 25=e Vrijdag - - „ 26„e Vrijdag den 19„e Saturdag den 27„e reverteerde van Tanette te rug de onder den 12„e deezer na derwaarts vertrokkene gecommitteerdens, mij overgeevende zodanig een schriftelijk verslag hun„ „ner uitgevoerde Commissie als onder de aparte Bij= „laagen te vinden is- waar van jk dan ook ten eersten den koning van Bonij door den oppertolk kennisse gaf met verzoek om te moogen weeten wanneer het zijn Hoogheid geleegen zoude koomen bij mijn te koomen om deeze zaak in questie tusschen den Tanetterees Koning en zijn onder Broeder Vrou Pantjana af te maaken, het geen hij uitstelde tot de beeterschap van zijn vrouw die volgens zijn zeggen ziekelijk was. Vide Deefhouts schriftelijk Rapport almeede onder de apart bijlaagen te vinden. Maandag „ 29„e viel in deezen niets te noteeren Dingsdag „ 30„e nihil, als dat op den 23„e het duplicaat van het onder den 18„e deezer vermelde origineele schrijvens na Bima afging. Op heeden zond jk ook een apart briefje af aan den Bimas Resident Meurs de dato 12„e deezer dat ten principaale ingerigt was om hem kennisse te geeven nopens het van de Porsten van klein Balie ontfan„ „gene schrijvens etc: October Vrijdag 3

NL-HaNA_1.04.02_3653_1375 view scan ↗

English

15 Anno 1783: October Wednesday the 1st, nothing happened. Thursday the 2nd, secret writings from the Governors at Ambon, Banda, and Ternate were brought to me by the burgher Willem Hendrik Tiel, who arrived from Amboina though he lost his barque near Bouton and was sent from there, the contents of which are to be found in the secret letter book. Friday the 3rd, I received tidings by an express messenger sent by Aroe Pantjana that Aroe Tanette, notwithstanding all friendly admonitions made by me, had begun to commit hostilities on the Company's territory. Whereof I, see today's secret resolution, gave notice to the Council of Policy, which I had caused to be convened concerning this affair, and whereabout the necessary decisions were made. Saturday the 4th, again a meeting of the Council of Policy on this same matter, and a letter was sent by me to the Maros Resident Brugman, whereby, because of the aforesaid violence by Aroe Tanette etc., I recommended him to be on his guard and vigilant. Sunday the 5th, further deliberation held in the Council of Policy concerning this affair, see today's secret resolution. Monday the 6th, today the Lieutenant of the Malays came to report to me that the Captain of the Malays, who had just come from Saboetoeng, had assured him that Aroe Nanka had fallen in battle, and that Aroe Pantjana had driven off the Tanetterese, though no further than from the Company's land, and that several Tanette subjects had fled to Saboetoeng, and also that several negorijen of Tanette were burned down. Tuesday the 7th, I caused the King and Grandees of the Makassars to be notified in secret in order to cause no commotion through the junior interpreter Fabia of the events in the north, and at the same time gave orders to be on guard and vigilant in every respect regarding the Boniers. At twelve o'clock at night a heavy fire broke out here in the Campong Melayo, probably caused by some malicious Bonier in order to satisfy their lust for plunder. With great difficulty it was extinguished toward morning, when it was seen that thereby fully three hundred houses as well as botiekas or stalls of our residents were laid in ashes. Wednesday the 8th, two commissioned Grandees of the King of Boni, being the Soelewatang and the Glarrang Bontoala, were received in the assembly with the King's answer to the protest sent yesterday by the commissioners, see today's secret resolution. In the afternoon, I took a ride on horseback with Captain Commandant Baserman to the Campong Melayo, or the place where the fire had been yesterday. Arriving there, I found the King of Boni accompanied by Datoe Baringang, both also on horseback. We greeted one another back and forth and remained for a while thus, somewhat distant from each other, onlookers of the burned houses. But thinking that this would draw too much attention from the native and be regarded as an open estrangement if we did not speak to each other as usual, I sent the chief interpreter Deefhout, who was with me, to the King and had him inquire after His Highness's health, whereupon he immediately came to me himself and, both still sitting on horseback, offered me his hand. Shortly thereafter he proposed that I take a little ride further along. I chose for that purpose the road to the Company's garden, from where, returning, we called at my house. The King drank a few cups of tea and then, to the surprise of many, departed well contented back to the Campong Boegis. Thursday the 9th, in the afternoon our commissioners departed for Tanette with those of the Court of Boni to bring the affairs between the King of Tanette and Aroe Pantjana to a standstill. Friday the 10th, I assisted the King and Grandees of the Makassars at their request with 12 pieces of flintlocks, 24 bundles of live cartridges, 12 pieces of cartridge pouches, and 25 flints, since they took it upon themselves to drive off upon his appearance the rebel Sankielang, who it was said had come out of his hiding place again to wander about here and there plundering, and in which I received assurance that the King of Sanraboni would faithfully assist them, as I also have no reason to doubt. In the same manner, I assisted Craeng Annabadjeng, or the head of our subjects at Patelassang, who came in person to request it with his Glaxrange express, with some live cartridges. Saturday the 11th, Sunday the 12th, Monday the 13th, there was nothing to note. Tuesday the 14th, I received tidings by a letter from the junior merchant van Diemar, who had departed on commission to Tanette and Sageerie, that the King of Tanette and Aroe Pantjana had ceased their hostilities against each other, and the first-mentioned had already provisionally vacated the Company's territory, etc., all to be seen more fully in the letter itself to be found under the secret appendices. Whereof I immediately caused the King of Boni to be notified through the junior interpreter De Graaf, and asked whether His Highness now wished to conclude the matter further with me for a decision, or first await the return of the commissioners, which latter His Highness preferred. Whereof, in answer to the aforesaid letter, Wednesday the 15th, or the day thereafter, notice was given to the junior merchant van Diemar aforementioned by a dispatch signed by me and the entire Council. Also received today a letter from Saleijer.

Dutch transcription

15 A„o 1783: October woensdag den 1„e passeerde niets. Donderdag „ 2„e wierd mijn door den van Amboina gekomene dog zijn bark omstreeks Bouton verloorene Burger ^ van daar toegezonden willem Hendrik Tiel, Sekreet schrijvens van de Sou= „verneurs te Ambon, Banda en Ternaten age „bragt, welkers inhoud bij het sekreet brief boek te vinden is. Vrijdag den 3„e Ontfing jk met een afgezondene Expresse van. Aroe Pantjana tijding dat Aroe Tanette niet teegenstaande alle vriendelijke aanmaaningen door mijn gedaan, begonnen had vijandelijkheeden op 'sComp„s Territoir te pleegen. waar van jk vide de Sekreete resolutie van heeden de vergadering van Politie die Jk over deeze affaire had doen beleggen, kennisse gaf en waar over het noodige beslooten wierd. Saturdag den 4„e Ook weeder vergadering van Politie over dit zelfde historiaal en is door mijn afgezonden een briefje aan den Maros Resident Brugman, waar bij jk hem om voorsz: geweldpleeging van Aroe Tanette etc: rekommandeerde op hoede en waakzaam te zijn. zondag den 5„e Nadere deliberatie in Raade van Politie gehouden over deeze affaire vide de sekreete Resolutie van heeden. Maandag den 6„e Heeden kwam den Luitenant der Maleijers mijn rapporteeren dat den Capitain der Maleijers die zo even van Saboetoeng gekoomen was hem voor vastgezegd had dat Aroe Nanka gesneuveld was, en dat Aroe Paentjana de Sanettereesen verjaagt heed, dog niet verder dan van 'sComp„s Land en dat er verscheide Tanetse onderdaanen na Saboetoeng gevlugt waaren en ook dat er ver„ „scheide Negorijen van Tanette verbrand zijn. Dingsdag den 7„e heb jk door den ondertolk Fabia den koning en Pantjana hunne vijandelijkheeden teegens elk ander Rijxgrooten, gestaakt— Ao 1783 October Rijxgrooten der Makassaaren in Stilte /:om geen opschudding te verwecken:/ laaten kennisse geeven van de toedragt om de Noord en te gelijk last gegee„ „ven om alzints op hoede en waakzaam omtrend de Bouiers te zijn. snagts ten twaalf uuren ontstond hier in de Kampong Maleijo een zwaar brand - denkelijk door den een of ander moedwillige Bonier veroorzaakt om hunne Roof-zugt te kunnen voldoen. met veel moeite is dezelve teegens den morgen geblust, wanneer men zag dat hier door wel Drie Honderd zo huisen als botiekas of kraamptjes onzer ingezee„ „tenen in de assche waren gelegd. Woensdag den 8„e twee gekommitteerde Rijxgrooten van den Koning van Bonij zijnde de Soelewatang en de Glarrang Bontoala in vergadering ontfangen met het ant= „woord des Konings op het gisteren door gekommitteer„ „dens afgezondene protest - vide sekreete resolutie van heeden. In de agtermiddag deed jk met de Kapitain Com„ „mandant Baserman een tour te paard na de Campong Maleijo of ter plaatse waar gisteren de brand geweest was Daar koomende vond jk de koning van Bonij verzeld van Datoe Baringang beide ook te paard — wij groetede elkander over en weer en bleeven zo een poos, wat ver van den, an„ „deren af, aanschouwers van de afgebaande Huisen. dog denkende dat dit te veel oog voor den Jnlander zoude geeven en als een opentlijke verwijdering aan„ „gemerkt worden bij aldien wij elk ander niet na gewoonte aanspraaken, zond jk den bij mijn habben„ „de oppertolk Deefhout na den koning en liet na zijn Hoogheids redelstand vragen, waar op hij ten eersten zelfs bij mijn kwam en mijn /:beide nog te paard zittende :/ de hand bood. kort daar aan Donderdag „ 14„e Vrijdag proponeerde October. A„o 1783. Saturdag den 11„e rondag - - „ 12„e en Aparte Papieren die van hier voor Neederland en Register den Aebbelodig op groot Tormant Gesclreerende proponeerde hij mijn een tourtje verder op te doen. jk koos daar toe de weg na de komp„s thuin, van waar wij te rug keerende bij mijn aan Huis aangier„ „de. De Koning dronk een paar koppjes thee en ver= „trok als doen tot veeler verwondering wel vergevoegd na de bampong Boegis te rug Donderdag den 9„e 'Sagtermiddags vertrokken na Tanette onze ge= „kommitteerdens met die van het Hof van Bonij om de zaaken tusschen de Koning van Tanette de en Aroe Pantjana tot Stilstand te brengen. Vrijdag den 10„e Heb jk de Koning en Rijxgrooten der Makassaa„ „ren op hun verzoek g'assisteert met 12 p„s snaphaanen, 24 bossen scherpe pattroonen, 12 p„s pattroontassen en 25 Vuursteenen alzo zij op zig naamen om den Re„ „bel Sankielang, die men wilde dat weeder uit zijn Schuilnst te voorschijn zoude gekoomen weezen om hier en daar op roof rond te dwaalen, bij opdaging te verdrijven en waar in Jk verzeekering kreeg dat de Koning van Sanrabonij haar getrouwelijk, zo als jk ook geen reeden heb te twijffelen, zoude as= „sisteeren. jnzelver voegen heb jk Craeng Annabadjeng of het hoofd onzer onderdaanen op Patelassang die met zijn Glax- „range Expres in perzoon daar toe verzoek kwam te doen, met eenige scherpe patroonen g'assisteert. Maandag „ 13„e viel niets te noteeren. Dingsdag den 14=e Ontfing k bij een brief van de in kommissie na Tanette en Sageerie vertrokkene onderkoopman van Diemar tijding dat de Koning van Tanette en Aroe Pantjana hunne vijandelijkheeden teegens elk ander gestaakt 1 „ ƒ A„o 1783 Ao. 1783. October gestaakt en de eerstgemelde reets 'sComp=s Grond gebied bij provisie verlaaten had etc, alles breeder bij de onder„ de sekreete bijlaagen te vindene brief zelve te zien. waar van jk den Koning van Bony door den onder„ „tolk De Graaf ten eersten liet kennisse geeven en vraagen of zijn Hoogheid de zaak nu met mijn verder ter beslissing wilde afmaaken, of eerst de gecommitteer„ „dens te rug verwagten welk laaste zijn Hoogheid ver„ =koot. wordende hier van in andwoord van voorsz: Brief. woensdag den 15=e of 's daags daar aan kennisse gegeven aan den onder„ „koopman van Diemeer voorm bij een door mijn en den geheelen Raad onderteekende Missive. Ook op heeden een brief van Saleijer ontfangen. Rijxgrooten der Makassaaren in Stilte /:om geen hennisse geeven October Registen den Aicbelordig op goot Tormat Gescheeren en Aparte Batavia vervonden ^. werden: Namentlyk Papieren die van hier voor Neederland

NL-HaNA_1.04.02_3653_1380 view scan ↗

English

High dignitaries of the Macassars in secret /: in order not to give knowledge Anno 1783 October Papers that were sent from here for the Netherlands to Batavia, namely: and Separate Secret Papers Missive from both residents here to their High Nobilities, dated 5 November 1782, sent with the bark den Arend. Ditto and to the same, sent with the chaloup d'Vryheid on the 15 September of this year. Annex: Copy of the missive from the Governor and Council at Malacca to the Residents here, dated 31 July of this year. Separate Papers: Ditto from the undersigned sent to their High Nobilities with the bark den Arend under 6 November 1782. Ditto and to the same, dispatched with a native vessel commanded by the Juragan Arem Needien on the 15 February 1783. Annex: Copy of the missive from the Governor at Malacca to the undersigned, dated 31 December 1782. Ditto to and from the same aforesaid, sent with the small ship d'Ionge Ian on the 6 April 1783. Annex: Copy of the missive from the Malacca Council to the residents here, dated 21 October 1782. Ditto ditto from the Governor at Malacca, dated 11 March 1783, to the undersigned. From the undersigned to the said Governor of Malacca, dispatched with Juragan Talip on the 15 March. Ditto ditto to and from the same, sent with the gurab de Snoek on the 28 March of the current year. Missive addressed to their High Nobilities by the undersigned, sent on the 15 September of the current year past per the chaloup d'Vryheid. Register of the [illegible] written. Ditto ditto. Anno 1783 October Copy of notes on the route from Palembang by river and overland to Banca Hoeloe. Ditto to and from the same, sent on the 22 October of the current year past per a private chaloup of the burgher Jacob van Garling. Annex: Copy of the missive from the Malacca Council to both residents here, dated 6 October 1783. Ditto ditto from the undersigned to the Governor and Council at Malacca, dated 20 October of the current year past. Ditto ditto to the Governor there, dated as above. Ditto translation of a Malay letter from the King of Iamby to the Residents here. Ditto ditto letter from the Padoeka Pangeran Poerba Nagora at Jamby to the same. Ditto letter from the undersigned to the King of Jamby. Ditto ditto to the said Pangeran at Jamby. Palembang, the 23rd December 1783. was signed: G. Hemmy. Annex v Singelandt

Dutch transcription

Rijxgrooten der Makassaaren in Hilte /:om geen hennisse zeeven Ao. 1783 October Papieren die van hier voor Neederland na en Aparte Batavia verzonden werden: Namentlyk Secrete Papieren Missive van beide residenten alhier aan haar Hoog-Edelhoedens in dato. 5 Novemb 1782 met de Bark den Arend verzonden dito „ en aan als even met de Chaloup d'vryheid op den 15 Septb deezes Iaars verzonden: Anea Copia Missive van dan Gouverneur en land te Malockkea aan den Residenten alhier in dato 31 Iuly deeses Jaars Sparte Papieren dito van den ondergesoekende aan haar Hoog Edelheedene verzonden met de Bask den Arend onder 6 Novemb 1782 dito „ en aan ak oven afgevaardigt met een Inlands vaarthuig gevoerd by den Iuragan Arem. Needien op dan 15 febr 1783: Anex Copia Missive van den Gouverneur te Malacca van den ondergeteekende in dato 31 Decemb 1782 dito van en van als meerm: met 't scheepje d' Ionge Ian verzonden op den 6 April 1783 Anex Copia Missive van 't Malasksche Ministerium van de residentien alhier Gedateerd 121 Octo 1782 3 den Gouverneeur te Malacca onder 11 maart dito d„o 1783 Gedateerd aan den Ondergeteekende „ „ Ondergeteekende aan gedrgte Gosverners de Brssin met Iuragan Talip op den 15 Maart afgezonden dito d=o „ en aan als even met de Goerap d' Snoth verzonden op den 28 maart Jo Missive aan haar Hoog Edelheedens gerigt door den ondergeva„ Op den 15 Septemb J=o Leeden P=r de Chaloup d Bryheid verzonden Register den Anbelhardig ge geet Tormant Geschreren dito d=o A:o 1783 October Copia Anateekoning der houte van Palambang p=r R Rivier en over Land na Banca Hoeloe dito aan en van als even Verzonden op den 22 Octb Ho leeren p=r een particuljere Chaloup van den Burger Jacob van Garling! Anex Copia Missive van 't Malakische Ministerisem aan beide residenten alhier in Dato 6 Octb. 1788 dito d=o „ den Ondergeteekende aan den Gouverneur en land te Malakka in Aato 20 Octob I=o Leeden dito d„o „ als even aan dan Gouverneur aldaar Gedateerd als even dito Translaat Malayse brieff van de Coning van Iamby aan de Residenten alhier Brieff van de Perdoeka Pangersmi d=o dito d=o Poerba Nagora te Jamby aan als even dito Brieff van den Ondergeteekende aan den Comina¬ van Jamby dito d=o „ als eeven aan Gedagte Pangerang te Jamby Palembang den 23en Decemb=r 1783 was geteekend :/ G Hemmy. Anea vSingelandt

← previous