Inventory 3669
Malabar · 382 pages · 62 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Friday the 21 May 1784: Resolution to purchase pitch and tar. The Governor having proposed to the members by written inquiry to purchase from private individuals three barrels of pitch at fifty rupees per barrel, and four barrels of tar at forty rupees each, because these are in short supply, and on the requisition thereof nothing is to be expected from Kolombo before the autumn; it was, after deliberation, approved and agreed to purchase the said pitch and tar. Thus done, resolved and decreed in the Council of Mallabaar, in the city of Koetsiem, on the day, month and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van Spall, C: G: Seiffer, A: J: S: Vernede, and W: van Waeffen. Tuesday the 25: May 1784: in the forenoon at eleven o'clock. All present. 107 Tuesday the 25: May 1784: All present, absent the secretary Daimichen on account of indisposition. After the conclusion of the secret matters, a petition submitted by the bookkeeper Dirk Wolff was read, of the following content: To the Right Honourable, highly esteemed Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaar. Right Honourable, highly esteemed, wide-commanding Lord, Your Right Honourable's very obedient servant Dirk Wolff of Koetsiem very reverently makes known how he, petitioner, in the year 1770 was accepted into the Company's service as sailor at nine guilders, and in the year 1776 was promoted to bookkeeper at thirty guilders; but since the petitioner is currently troubled for most of the time by various ailments, whereby he is no longer capable of properly performing his duty, the petitioner therefore humbly turns to Your Right Honourable, with the humble request to discharge him from the Company's service with cessation of salary, while retaining his present quality. Awaiting hereupon a favourable and auspicious decision from Your Right Honourable's renowned goodness. Which doing. Was signed: D:k Wolff. In the margin: Koetsiem the 24: May 1784. Lower: Seen. Was signed: C: G: Seijffer. Still lower: for the extension 1783, was signed: I: A: Eversdijck, sworn clerk. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to discharge him from the Company's service with cessation of salary. On a submitted memorandum of write-off from the junior merchant and warehouse master Jan Lambertus van Spall regarding the pepper received and weighed out by him, 109 Tuesday the 25: May 1784: it was, after reconsideration of the same, approved and agreed to validate the permitted write-off, and to have the 2976½ lb noted therewith, which were delivered over and above the same, reimbursed from the Company's treasury at ƒ24:- per 100 lb, and to incorporate the memorandum herein. Memorandum of the permitted write-off on the undermentioned pepper received and weighed out again by the warehouse master; to wit: 1782: Received On the last of May from Cranganoor . . . lb: 1942:—. Ditto August from Porka - - 381761:—. Ditto February from Porka - 9117:— Ditto May from Cranganoor 450:— Ditto August from Cranganoor 116:— 1783. On the last of November from Cranganoor 165438:—. Ditto from Porka 131846:— 1784. Ditto from Kalikoilan 116434:—. Total: 807104:—. Weighed out On the 26: December per the ship Ceres sent to Kolombo - - - - 793249:— Thus weighed out less . . . lb: 13855:—. The permitted write-off amounts to: on 631983: lb over the year at 2¼ percent - - - - - lbs 14206¾ on 175121: lb within the year at 1½ percent - - - - - 2626¾ Total: 16831½ Thus due to the undersigned warehouse master - - - lb: 2976½. Which he humbly requests may be paid out to him at 20 rupees per 100 lb, and that against this the said 16831½ lb may be written off to profit and loss. Cochim the last of February 1784. Was signed: I: L: van Spall. In the margin: Seen. Was signed: R: van Harn. Lower: agrees with the regulation of the 15: August 1764. Was signed: I: A: Scheitz. There were inspected in Council two samples of cardamom, whereof the supplier undertakes to deliver ten to twelve thousand pounds in the coming month of February; and after deliberation it was approved and agreed to enter into further negotiations with the supplier concerning the delivery of the white sort, and thereby, if possible, to stipulate that the same be delivered in the month of December. On the request of the head surgeon of the Company's hospital here, Joseph Dupietz, who has earned thirty-six guilders since the year 1775, for an increase in salary, it was approved and agreed 141 Tuesday the 25: May 1784: agreed to grant him according to the regulation ƒ45: per month under a contract of five years. Thus done, resolved and decreed in the Council of Mallabaar, in the city of Koetsiem, on the day, month and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, I: L: van Spall, C: G: Seiffer, A: J: S: Vernede, and W: van Waeffen. Resolution by way of inquiry on Tuesday the 8: June 1784: All present, except the Honourable Coenraad George Seiffer and Abraham Jean Scipion Vernede, being on a commission. Owing to a lack of writing materials, it was, upon the proposal made to that end by the Governor by written inquiry, approved and agreed to purchase eight reams of small format paper from
Dutch transcription
Vrijdag den 21 Mai 1784: besluit om pik en theer intekoopen. De Heer Goeverneur bij schriftelijke rondvraage den leden geproponeerd hebbende om van partikulieren in te koopen drie vaten pik tegen vijftig ropijen het vat, en vier vaaten theer tegen veertig ropijen ider, door dien men daarom verleegen is, en op den eisch daar van, van kolombo niet eer dan in het najaar ietste verwachten heeft, zoo is na Deliberaatsie goedgevonden en ver„ staan gem: pik en theer in te koopen. Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede koetsiem, ten daage, maand en Jaare voorm: /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van Spall, C: G: Seiffer A: J: S: vernede, en W: van Waeffen. Dingsdag den 25: Mai 1784: des voormiddags te elf uur Alle Prezent. alle 107 Dingsdag den 25: Maij 1784: Verzoek van den Boekhou„ zijn request alle Prezent, absent de sekre„ „taris Daimichen mits indispo„ sietsie. Na het afloopen der sekrete zaaken is „der Dirk Wolff om ont„ Geleezen een request door den boekhouder Dirk Wolff ingediend van inhoud als volgd. Aan den weledelen groot achtb: Heer, Johan Gerard van Angelbeek Raad extraordinair van Neder„ „landsch Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar. Weledele Groot achtbaare, wijdgebiedende Heer heeft seer reverentlijk te kennen uwel edele groot Achtb: zeer gehoorzame Dienaar Dirk Wolff van Koetsiem, hoe dat hij supp:t in 't Jaar 1770. in kompanies dienst N is aangenomen geworden voor matt.s met negen guldens en in het Jaar 1776: bevordert tot Boekhouder met dertig Guldens, dog dewijl de supp:t thans mees„ „slag uit 'skComp:s dienst ten besluit zijn verzoek toete„ staan. besluit op de uit het pak„ huis hier geleverde peper de gewoone afschrijving te valideeren, en de over bevondene te vergoe„ den Dingsdag den 25: Mai 1784:— meesten teijd geincommandeert is met verscheidene gebreeken, waar door hij niet in staat is zijn dienst na behooren langer te kunnen waarnemen, dierhal„ ven keerd de supp:t de moediglijk tot uweled: groot Achtb: met needrig ver„ zoek hem uit komp:s dienst met stilstand van gagie te ontslaan, behoudens zijn presente qualiteit„ verwagtende hier op van uweled: groot Achtb: beroemde goedheid een gunstig en favorabel appostie /onderstond:/ 'T welk Doende / was geteekend:/ D:k Wolff /in margine: Koetsiem den 24: Mei 1784: /:lager: / gezien:/ was geteekend:/ G: Seijffer /nog lager (voor de extensie 1783 /was geteekend:/ I: A: Eversdijck gezw: klerk. Waar op na deliberaatsie goedgevonden en verstaan is hem met stilstand van gasie uit 'skomp:s dienst te ontslaan. op een ingediende memorie van afsch: van den onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van Spall op de door hem ontvangene en afgewoogene peper is 109 Dingsdag den 25: Mai 1784: 1782: ontvangen Adij ult:o Mei van Cranganoor is na resumsie derzelve goedgevonden en verstaan de gepermitteerde afsch: te valideeren, en de daar bij bekend staande 2976½ lb: die boven dezelve uitgeleeverd zijn uit skomp:s kassa tegen ƒ24:- de 100: lb: te laaten voldoen en de memorie hier intelijven. Memorie van de Gepermitteerde afsch: op d'onderstaande Peeper die door den Pakhuismeester ontvan„ „gen en weder afgewoogen is; te weeten . . . lb: 1942:—. - - „ 381761. -. -„ 9117:— 450: — 116:— „ „165438:- 807104:–. - -- „ 131846:— „ - - lbs 14206¾ 16831½. De Gepermitteerde afsch: bedraagd als Cto op 631983: 4: over 't Jaar geeft 2¼. p:r C Dus den ondergeteekende Pakhusmeester ten goede komt - - - lb: 2976:½. — 175121: „ binnen „ „ „ 1½. „ - - - - - „ 2626¾. „ d„o „ Aug.:s „ feb: „ Mei d=o. Augs „ Gber Porka Porka. - - Cranganoor - - - Cranganoor - - Cranganoor Porka Afgewoogen Adij 26: xber: p:r 't schip Ceres na Kolombo verzonden - - - - „ 793249:— Dus minder afgewoogen. . . lb: 13855:—. Kalikoilan - - - - -„116434:—: . - -- „- „ . . - 6 Die „ „ „ d=o 1783. Adij „ 1784. „ Dingsdag den 25.:' Mai 1784:— examinaatsie en besluit 10. a: den opperchirurgijn Dupietz 4 verweeterd tot ƒ45. smaands Die denzelven Ootmoediglijk verzoekt, dat aan hem teegens rop:s 20: d' 100: lb: uitkoops moogen voldaan werden en daar en tegen de gem: 16831½. lb: op winst en verlies te mogen afsch: Cochim den Laatsten Februari 1784: / was geteekend/ I: L: van Spall / in margine:/ gezien :/ was getekend:/ R: van Warw /lager:/ accordeert met 't reglement van den 15:' aug„s 1764. /was geteekend/ I: A: Scheitz: zijn in Raade bezichtigt twee monsters 12000: lb: kardamom te koopen Kardamom waar van de Leverancier aan„ neemt in de aanstaande maand feb: tien tot twaalf duizend pond te bezorgen, en is na deliberaatsie goedgevonden en verstaan met den Leverancier over de leverantie van de blanke zoort in nadere onderhan„ deling te breeden, en daar bij des mooge¬ „lijk te bedingen dat dezelve in de maand December geleeverd worde. Op het verzoek van den opperchirur„ „gijn van 'skomp:s Hospitaal alhier Joseph Duppietz die seder 't Jaar 1775: ses en dertig guldens gewonnen heeft, om verbee„ tering in gasie is goedgevonden en verstaan 141 besluit agt riemen kleen Dingsdag den 25: Maij 1784: verstaan aan hem volgens 't reglement toe te leggen ƒ 45: smaands onder een verband van vijf Jaaren Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede Koetsiem, ten daage, maand en Jaare voorm: /was geteekend:/ I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, I: L: van Spale„ C: G: Seiffer, A: J: S: vernede, en W: van Waesten. Resolutisie bij wege van rondvraage op„ Dingsdag den 8. Juni 1784: alle Present demptis DE:s Coen„ raad George Seiffer, en Abraham Jean Scipion vernede als zijnde in kommissie. Mitsgebrek aan schrijf gereedschap, is op de daar toegedaane proposietsie van den Heer Goeverneur bij schriftelijke formaat pappier in te koopen rondvraagers, goed gevonden en verstaan van rs
English
Tuesday the 8th of June 1784: to purchase from the Jewish merchant Samuel Abrahams eight reams of small-format writing paper at sixteen rupees per ream, being the amount he paid for it according to an account sent to him from Bombay and produced. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, I: L: van Spall, W: van Haeften, and I: A: Daimichen. Resolution by way of circular query on Monday the 28th of June 1784: All present except the Honorable Coenraad George Seiffer and Abraham Jean Scipion Vernede, being on a commission, and the secretary Daimichen. Shortage of equipment goods; proposal to purchase them. Monday the 28th of June 1784: Daimichen due to indisposition. Owing to the lack in the Company's warehouses of certain necessary equipment goods, which are still required during this bad monsoon, both for the repair of the vessels and for the annual distributions due at the end of August next, the Governor proposed by written circular query to the members whether, in view of the great necessity, they could agree with his Honor to make the purchase of: twelve barrels of tar at 35 rupees per barrel two barrels of pitch at 48½ rupees per barrel two candies of dammar at 85 rupees per candy twenty-four rolls of European sailcloth at 42 rupees per roll of 46 ells fourteen rolls of European gray canvas at 20 rupees per roll of 46 ells two rolls of wide European duck cloth at 60 rupees per roll of 46 ells ten pieces of European lines at 2½ each piece, the tar and the pitch being necessary for the annual distributions and for the repair of the vessels, and the dammar to dilute the pitch and to grease the vessels therewith; after which at best one and a Decision to make the purchase thereof. Monday the 28th of June 1784: half barrel will remain for daily contingencies; whilst the sailcloth of that sort is especially necessary for a suit of new sails for the coaster De Verwachting, which without it can sail no longer. Whereupon, having deliberated and taking into consideration that although a promise was made from Ceylon to send equipment goods with the opening of navigation, that cannot be awaited, because the usual distributions must take place in August and above all the vessels must be repaired in the bad monsoon, and that whatever is to be received then will be needed for the distributions in the coming year, it was unanimously approved and agreed to effect the purchase of the said equipment goods as soon as possible at the prices stated therewith. Thus Monday the 28th of June 1784: Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek, R: v: Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, I: L: van Spall, and W: van Haeften. Resolution taken by way of circular query on Thursday the 8th of July 1784: All present, absent the Honorable Seiffer and Vernede, being on a commission. It having been made known by written circular query by the Governor to the members that the King of Travancore had made a request for seventy-five or at least fifty thousand rupees against the delivery of Decision on the request of the King of Travancore to advance 50,000 rupees. Thursday the 8th of July 1784: pepper; and a proposal having been made therewith by his Honor whether one should allow the last-mentioned sum to be delivered to his Highness, considering that all pretexts for a meager delivery of pepper would thereby be cut off; the members fully concurred therein, and it was accordingly resolved to have fifty thousand rupees advanced to the said prince on the pending delivery of pepper. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, I: L: van Spall, W: van Haeften. Tuesday the 13th of July 1784: Reluctance of the house owners to pay the three-quarter month house rent; decision to compel them thereto by immediate execution. Report of the general muster held. Forenoon. Present all, except the Honorable Messrs. Seiffer, Vernede, and Daimichen, the first two on an embassy and the latter due to indisposition. It having been complained by the wardmasters that several owners of houses in the city, despite repeated warnings, remain negligent in paying the three-quarter month house rent for the cleaning of the streets, etc., it was approved and agreed to enjoin prompt payment by notices, and to compel those who do not pay during this month thereto by immediate execution, without form of trial. After resumption of the written report of the commissioned members of Justice concerning the annual muster of Insertion thereof. Tuesday the 13th of July 1784: of the pensioners here, it was approved and agreed to insert the same here. To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Malabar Coast and its dependencies. Right Honorable, highly commanding Sir! Pursuant to the resolution taken in the Council of Malabar dated the 13th of August 1772, we, the undersigned judicial members, have the honor herewith to present a written report that the annual general muster was conducted by us in the presence of the merchant and fiscal Mr. Nikolaas Wendelen Beijts, and therein not
Dutch transcription
Dingsdag den 8. ' Iunij 1784: van den Joods koopman Samuel Abrahams inte koopen, agt riemen kleen formaat schrijf papier teegen sestien ropijen het riem, zijnde zoo veel als hij daar voor heeft betaald volgens eene van Bombai aan hem toegezondene en geproduceerde reekening Aldus Gedaan, Geresolveerd en g'arresteerd in Raade van Malla„ baar ter steede Koetsiem, ten daage, maand en Jaare voormeld /was geteekend:/ I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, I: L: van Spale, W: van Haeften, en I: A: Daimichen Resoluutsie bij wege E van rondvraage op Maandag den 28. ' Junij 1784:- alle Prezent demptis DE: Coenraad George Seiffer en Abraham Jean Scipion vernede, als zijnde in kommis sie en den sekretaris Daumnichen 113 gebrek aan Equipasie goederen proposietsie die in te koopen Maandag den 28. ' Iuni 1784: — Daimichen door indisposietsie. Mits ontstentenis in 's komp:s Magazijnen van eenige noodzaakelijke Equipasie goederen, die in deeze quaade mousson noch benoodigt zijn, zoo wel tot de reparaatsie der vaartui„ „gen als tot de Jaarlijxe verstrekkingen onder ult=o Aug=o aanstaande, propo„ „neerde de Heer Goeverneur bij schrifte„ „lijke rondvraage den Leden of ze met zijn om de groote noodzaakelijkheid Ed: konden goedvinden den inkoop te doen van twaalf vaaten teer. . . â 35: rop:s 't vat twee vaaten Pik - „ 48½: „ „ twee kandijlen Dammer „ 85. - „ „ kandijl vier en twintig rollen Europeesch zeildoek â 42: rop: d' rol van 46: ell: Veertien rollen Europeesch Grauwdoek â: 20: rop:s d'dol van 46: ell: twee rollen breed Europeesch Everdoek â 60 rop: de rol van 46: ell: tien stux Europelsche Lijnen â 2½. ider stuk, zijnde de teer en het pik noodig tot de Jaarlijxe verstrekkingen, en tot de reparaatsie van de vaartuigen, en de Dammer om het pik te verlengen, en de vaartuigen daar meede te smeeren: waar na op zijn best ander besluit ia koop daar van te doen Maandag den 28. ' Iuni 1784: ander half vat overschieten zal, tot dage„ „lijx voorvallen: terwijl het zeildoek in„ zoort voornaamlijk noodzaakelijk is tot een stel nieuwe zeilen voor het smalschip De verwachting, het welk zonder dat. niet langer vaaren kan waar op gedelibereerd en in aanmerking genoomen zijnde dat van Ceilon wel belofte gedaan is, met de opene vaart Equipasie goederen te zullen zenden, doch dat daar na niet kan gewackt worden, om dat de gewoone verstrekkingen in Aug=s dienen te geschieden en voor al de vaartuigen in de quade mousson moeten gerepareerd wor„ „den, en dat het geen men als dan staat te ontvangen, wel noodig zal weezen tot de verstrekkingen in 't aanstaande Jaar, zoo is met een paarigheid van stemmen goed ge„ „vonden en verstaan den inkoop van gemelde Equipasie goederen ten eersten te laaten geschieden voor de prijzen als daar bij gesteld zijn. Aldus 115 Maandag den 28:' Iuni 1784: Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar„ ter steede koetsiem, ten daage, maanden Jaare voorm: /was geteekend:/ I: G: van Angelbeek, R: v: Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, I: L: van Spall en W: van Haeffen. Resoluuitsie Genoomen bij wege van rondvraage op Donderdag den 8. ' Julij 1784: alle prezent, apsent D E= Seiffer en Vernede, als zijnde in kom¬ missie Bij schriftelijke rondvraage door den Heer Goeverneur aan de Leden te kennen gegeeven zijnde, dat de koning van Trevankoor verzoek had laaten doen om vijff en zeeventig- of ten minsten vijftig-duizend ropijen op leverantsie van aar de besluit op het verzoek van„ den koning van Trevankoor 50'000 ropijen, te verstrekken Donderdag den 8. ' Iulij 1784: van peper; en daar neevens door zijn Edelen proposietsie gedaan, of men de laastgemelde Som aan zijne Hoogheid zoude laaten afgeeven, uit aanmer„ king om daar meede alle voorwendzels van een geringe peper leverantsie afte„ snijden; zoo hebben de Leden zich daar in volkomen toegestemt en is dienvol„ gende beslooten, vijftig duizend ropijen aan gemelden vorst op de onderhanden zijnde leverantsie van peper, te laaten verstrekken. Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Malla„ „baar, ter steede Koetsiem, ten daagen maand en Jaare voormeld /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijls, I: L: van Spall, W: van Haesten Dingsdag. 117 Dingsdag den 13. ' Iuli 1784: traagheid van de eigenaars der huisen om de drie quart maand huis huur te betaalen besluit hen bij parate opekutsie daar toe te nood„ zaaken Rapport van de gedaane Generaale monstering. voormiddags. Present alle, excepto DE:s Seiffer, vernede en Daimichen, de twee eersten in Ambassade en de laaste door indisposietsie. Door wijkmeesteren geklaagd zijnde, dat verscheidene Eigenaars van huizen in de stad, teegen herhaalde aanmaaning, nalaatig blijven, in het opbrengen van de drie quart maand huishuur voor het schoonhouden van de straaten enz: zoo is goedgevonden en verstaan, de prompte betaaling bij biljetten te injungeeren, en de geenen die in deeze maand niet betaalen, daar toe door paraate exckuur sie, zonder forme van proces te kon„ „stringeeren. Na resumsie van het schriftlijk rapport van gekommitteerde Leden van Justietsie nopens de Jaarlijxe monstering van en Insertsie van 't zelve Dingsdag den 13. ' Iulij 1784. van de gegasieerden alhier, is goedgevon„ den en verstaan hetzelve hier te inseree„ ren, Aan den weledelen Groot achtbaaren Heer, Johan Gerard van Angelbeek: Raad extra ordinair van Nederlands Jndia, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar en dies onderhoorig„ heeden. — Weledele, Groot achtbaare, Wijdgebiedende Heere! Ingevolg het genomen besluit in Raade „van Mallabaar de dato 13. ' august 1772: „hebben wij ondergeteekende Justitieele Leden „de eere bij dezen van schriftelijk rapport „te dienen, dat door ons ten overstaan van „den koopman en fiskaal M:r Nikolaas „Wendelen Beijts de Jaarlijkse Gene„ „„raale Monstering is geschied, en aldaar niet
English
119 Tuesday the 13th of July 1784: the following persons have not appeared, namely: Pensioned due to Illness: The former Lieutenant Philippus van der Kruijsen the former Ensign Hendrik Joseph Vaakum the former Johan Philip Kring Hendrik Duuring Sergeant Ian Lodewijk Htolsenberg However, we have good knowledge that all these persons are still alive. Seafaring personnel on the small vessel De verwagting, who have departed for Colombo, namely: Arnoldus Messemaker, Boatswain Cornelis Zijbrands, Quartermaster Apsol Bartels, Sailor Harmanus Bagh, Sailor John Schelling, Sailor Willem Lipree, Sailor Iacobus Goliat, Sailor Arend Zas, Sailor Pieter Report on the condition of the vessels and flag tower. Tuesday the 13th of July 1784: Pieter de Rosairo, Sailor Marrik de Costa, Sailor Bastiaan Ferdinando, Sailor Bastiaan de Costa, Sailor, and Pedro Fernando, Sailor Hoping to have carried out this commission of ours according to the honored intentions of your Right Honorable, we take the honor of being, with the utmost respect, below stood, Right Honorable, widely commanding Lord, your Right Honorable's humble and faithful servants, was signed, W: V: Haeffen and Iohannes Wolff, in the margin, Cochin the 30th of June 1784, lower, In my presence, was signed, N: W: Beijts. Was read the submitted written report of the Equipment Master Iohannes van Blankenberg, Boatswain Ian Smit, and Master Craftsman of the shipwrights, Ian de Lange, concerning the inspection of the Company's 121 Insertion of the report Tuesday the 13th of July 1784: Company's vessels and flag tower, reading as follows: To the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable, widely commanding Lord. Pursuant to your Right Honorable's highly esteemed orders, we have closely inspected the vessels to be named and discovered the following defects, as we have the honor to show in all humility that: The Cargo Lighter No 1 needs nothing but two new bollards and a mast, Tuesday the 13th of July 1784: mast, further caulking and greasing. The Cargo Lighter Letter F likewise needs nothing but a mast, caulking and greasing. The Cargo Lighter Letter L needs nothing but some repair to the ceiling, new rubbing cleats, and a rudder, which are also only trifles, further caulking and greasing with lime and fish train oil. The town's water lighter requires a major repair this year, such as some new planks in the outer hull, futtocks, rubbing cleats, and gunwale caps, further caulking, doubling, and greasing with lime and fish train oil. The barge Kranganoor should have a new bottom and be provided with a thin doubling, and greased. The barge Nijkolta needs nothing but a new knee here and there, some repair to the ceiling, further caulking, doubling, and greasing. The 723 Tuesday the 13th of July 1784: The Medium barge needs nothing but four new knees and a new pangaay, further caulking and greasing. The small barges are completely worn out and unfit due to age and prolonged use. The vessel De vliegende vis does not need much besides a new rudder, a yard, and placing a patch in the vessel here and there, further greasing. The Postlooper or sailing boat needs nothing but to be caulked and greased and two new masts. In the flag tower the stairs and the upper loft are very poor, and it is no longer trusted to bear the topmast, wherefore the stairs and the upper loft must be completely renewed. Wherewith we have the honor to call ourselves with all humility, below stood, Right Honorable, widely commanding Lord, your Right Honorable's humble and very obedient servants, was signed, I: van Blankenberg, I: Smit, and Ian de Lange, in the margin, Cochin the 15th of June Anno 1784. Whereupon having deliberated, it was approved and agreed to have the repairs specified therein carried out on the lighters and three barges, as well as on the sailing boat the Postlooper and on the pattamar boat the Vliegende Visch, and to have the two condemned barges dismantled, but to first have the flag tower further inspected by the aforementioned commissioners and by the overseer and head supervisor of the Timber Yard, Job Vijverberg and Manuel Nunis, who shall provide a further report of their findings, containing not only a specification of the defects, but also an indication of what is required for the repair, in order 125 to offer to the Ministers of Ceylon to grant eighty rupees for four years Tuesday the 13th of July 1784: to be guided thereby in the contracting out of the same. And since the Vliegende Visch is presently of little or no use here, it was approved and agreed to offer the same to the Ministers of Ceylon, or if it is not of use there either, to sell it for the current value. Upon the representation of the Land Surveyor Karel Lodewijk Godlob van Krause that no stationery had been supplied to him in the last four years due to a shortage in the Company's warehouse, and that he nevertheless during that time had to draft very many plans and drawings for the new fortifications and buy the necessary paper for that purpose from private individuals at excessive prices, it was, after deliberation, approved and agreed to grant him twenty rupees per year for stationery, and thus eighty rupees for four years.
Dutch transcription
119 Dingsdag den 13. ' Julij 1784: „niet verscheenen zijn, de ondervolgende „perzoonen; te weeten Gegasieerdens door Siekte Den geweezen Luitenant Philippus van der Kruijsen v=o vaandrig Hendrik Joseph Vaakum _=o Johan Philip Kring Hendrik Duuring sergeant Ian Lodewijk Htolsenberg Doch wij dragen goede kennisse dat alle „ deeze perzoonen nog in leeven zijn. Zevaarende bescheiden op 't smalschip De verwagting dewelke naar Kolombo vertrokken zijn, als: „ Arnoldus Messemaker Boodsman „ Cornelis Zijbrands. - . quartiermeester „ Apsol Bartels - Mattroos „Harmanus Bagh _o „ John Schelling - - - _=o „ Willem Lipree „ Iacobus Goliat „Arend Zas - Pieter — _o ._o -_o - Rapport van de gesteldheid der vaartuigen en vlagge tooren. Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: Pieter de Rosairo - - . Mattroos _=o Marrik de Costa Bastiaan Ferdinando _=o Bastiaan de Costa - . d=o en Pedro Fernando - -- _o Verhoopende deeze onze kommissie nade g'eerde intentsie van uweledele groot „achtb: te hebben volbragt, zoo matig en wij „ons de eere aan van met verschuldigste „respekt te zijn /:onderstond:/ weledele „groot achtbaare wijd gebiedende Heere „uweledele groot achtbaares onderdanigen „en trouwschuldigen Dienaaren /(was „geteekend:/ W: V: Haeffen en Iohannes „wolff /in margine/ Koetsiem den 30. ' „ Junij 1784: /lager:/ Ten mijne overstaan „ /was geteekend:/ N: W: Beijts. Is geleezen het ingekoomen schrift„ „lijk rapport van den Equipasiemeester Iohannes van Blankenberg, Boots„ man Ian Smit, en Meesterknecht der scheepstimmerlieden, Ian de Lange, nopens de visitaatsie van s'komp:s 121 Insertsie van 't rapport Dingsdag den 13. ' Iuli 1784: sComp:s vaartuigen en vlaggetooren, luidende aldus Aan den wel Edele groot Achtb: Hee Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Nederlands 89. 8 Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur der kuste mallabaar, met de Resorte van dien Wel Edele, Groot Achtbaare weijd gebiedende Heere. Ingevolge van uw wel Edele Achtb: hoog geachte ordere hebben wij de natenoemene vaartuigen naauwkeurig besigtigt en de volgende gebreeken ondekt gelijk wij de ee hebbe in alle onderdanigheid aan te toone dat De Los Gamel N=o 1: heeft niets noodig als twee nieuwe polders en een mast en s Dingsdag den 13. ' Iulij 1784:— mast, voorts kalffaaten en smeeren De Los gamel L:r F: heeft meede niets noodig als een mast, kalffaaten en smeeren De Los Gamel L:r L: heeft niets noo„ „dig als de buijkdelling, wat repareeren nieuwe vrijf klampen en een Roer 't welke meede maar kleijnigheeden zijn, voorts kalffaaten en smeeren met kalk en vistraan: De stads water gamel heeft van dit Jaar noodig een groote reparatie als, in de vaste huijd Eenige nieuwe plan„ „ken kromhouten vrijf klampen en pod= „deksels, voorts kalffaaten, verdubbelen en smeeren met kalken vistraan De schouw Kranganoor, dient een nieuwe vlak te hebbe en met een dunne verdubbeling versien te werden en smeeren De schouw Nijkolta, heeft niets noodig als hier en daar een nieuwe knie, de buijkdelling wat repareeren, voorts kalffaa„ „ten, verdubbelen en smeeren De 723 Dingsdag den 13. Iulij 1784: De Middelbaare schouw heeft niets noodig als vier nieuwe knies en een nieuw pangaaij, voorts kalffaaten en smeeren De kleijne Schouwen zijn ten eenemaal af en onbeq: door ouderdom en lang duerig gebruijk. Het vaartuig De vliegende vis, heeft niet veel noodig als een nieuwe Roer, een Rhaa en in het vaartuijg hier en daar een Lap in setten, voorts smeeren De Postlooper of Zeijlschuijt, heeft niets noodig als gekalffaat en ge„ „sineert te werden en twee nieuwe mastx in de vlagge thooren de trappen en de boovenste sonder is zeer slegt, en is niet meer vertrouwd om den steng te kennen draagen, dies dient de trapper en de boovenste solder ten eenemaal vernieuw te worden. Waar meede wij de eer hebbe met alle onderdanigheid te noemen (onderstond) wel Edele groot Achtbaare weijd gebiedende Heere uw weledele Achtb onderdanige s n en e aa de gamels en de vliegende vis te laten geschieden twee schouwen te sloopen laten opneemen. Dingsdag den 13. Julij 1784:— onderdanige en zeer Gehoorzaame Dienaaren /:was geteekend:/ I: van Blankenberg, I: Smit en Ian de Lange /in margine:/ koetsiem den 15. Junij A„o 1784: Waar op gedelibereerd zijnde: zoo is goedgevonden en verstaan, de daar bij besluit de reparaatsie aan opgegeevene reparaatsien aan de Gamels en drie schouwen, mitsgad„s aan de zeilschuit de Postlooper en aan de patamaar bood de vliegende visch te laa„ „ten geschieden, en de twee afgekeurde schouwen te laaten sloopen, doch den vlaggetoorn eerst nader te laaten bezichti„ en de vlagge tooren nader te egen, door de gekommitteerden voor„ „noemd, en door den opziender en opper„ mandoor van de Houttuin Job vijver„ „berg en Manuel Nunis, die van hunne bevinding zullen dienen van een nader berecht, vervattende niet alleen een opgave van de gebreeken, maar ook eene aanwijzing van 't geen tot de reparaatsie vereijscht word, om 125 Ministers van Ceilon aante„ „bieden tachentig ropijen te verstrek„ voor vier Jaar Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: om zich daar na bij de aanbesteeding van dezelve, te kunnen richten. En vermits de vliegende visch hier tegenwoordig van weinig of geen gebruik besluit de vliegende vis den, is: zoo is goedgevonden en verstaan, dezelv aan de Ministers van Ceilon aantebieden of indien ze daar ook niet te pas komt, voor 't geldende te verkoopen: Op de aanwijzing van den Landmeeter Karel Lodewijk Godlob van Krause, dat hem in de laaste vier Jaaren geen schrijfgereedschap was verstrekt, mits ontstentenis in 's komp:s pakhuis, en dat hij echter in dien tijd heel veele plans en teekeningen tot de nieuwe fortifikaatsien had moeten opmaaken en het noodige papier daar toe van partikulieren teegen excessive prijzen besluit aan den Landmeeter opkoopen: is na deliberaatsie goedge„ ken. tot schrijfgereedscheep vonden en verstaan, aan denzelven daar voor twintig ropijen 's jaars en dus voor vier Jaaren tachentig ropijen toete leggen. Bij a den is ls ver„
English
Defects at Koilang. Resolution to send the head mandoor thither to inspect them. Poor condition of the buildings in the Company's pleasure garden. Tuesday the 13th of July 1784. From a letter from the chief of Koilang, the honorable Iean Rosier, dated the 8th of this month, it being observed that the newly bricked tank in front of the gate had collapsed, and the gate and tower were in danger of being undermined by water unless the speediest provision was made against it: it has therefore been approved and agreed to send the head mandoor Manuel Nunes, who constructed that work, thither at once, and to have the necessary repairs effected there. Hereafter, it was made known by the Lord Governor that the residence and further buildings in the Company's pleasure garden had already been very dilapidated for many years, and had now worsened to such an extent that one could no longer reside therein without heavy repairs; wherefore he had had the same closely inspected by architectural experts in the month of February last, with the intention of having the necessary repairs done thereto, but that from the submitted written report it had appeared that no repairs could help the dwelling house any longer, but that the same, with the exception of one wall and some pieces of walls, had to be almost entirely rebuilt, and that the outbuildings likewise required heavy repairs, of which the costs according to the estimate submitted alongside were calculated at fifteen thousand five hundred ropijen, whereby his Honor had been deterred from undertaking these repairs for his own account, and had resolved instead only to have the principal defects remedied to the extent necessary to preserve the buildings from collapsing; but that these days the roof of the dwelling house had on one side collapsed completely, Previous disposition concerning the said garden. collapsed, and the rear wall had departed so far from its vertical plumb that the complete collapse of the entire building was to be expected daily. That by resolution of the 29th of June 1769, when this pleasure garden, along with the inner garden and horse stable, were again taken over for the Company's account from its merchant, Ezechiel Rabbi, to whom the same had been sold two years previously for one thousand ropijen, it was indeed resolved that the maintenance of these gardens and horse stable would be left to the account of the commanders who had the usufruct thereof, but that under this such a capital and costly repair could by no means be meant or understood; at least, that he, the Governor, could not burden himself with such excessive costs, but would rather renounce for his part the usufruct of that garden; Observations of the Lord Governor concerning the present condition of the same. Tuesday the 13th of July 1784. usufruct of that garden. That one could just as little dare to demand such an expensive repair from the Company, especially not at this time, when here for many years consecutively it had had to bear such heavy expenses, first due to the disturbances with the Nabob Haider Ali, and thereafter on account of the war with England; but that nevertheless the pleasure garden ought to be maintained, as it afforded the principal recreation to a commander which he could enjoy here without neglecting his office. Wherefore he, the Governor, now proposed to have the frequently mentioned pleasure garden, just as it was at present, appraised by knowledgeable persons, after which he would take it upon himself to make a beginning with the most necessary repairs to the outbuildings and with the rebuilding Concerning the repairs now to be done. Tuesday the 13th of July 1784. of the dwelling house at his own expense, and to leave it to the esteemed pleasure of the Right Honorable High Government, to cede the frequently mentioned garden with its appurtenances to him for the appraised price and in ownership, or else to have it sold publicly to the highest bidder, under this equitable condition: that in the first case, upon his departure or decease, his successor would have the right of preference; and that in the second case, it would be stipulated in the conditions of sale that the buyer would reimburse him for the advanced money for the repair and construction. Whereupon having deliberated, and taking into consideration that the buildings in the frequently mentioned garden deteriorate more and more daily and the dwelling house runs great risk of completely collapsing if one wished to delay any longer with the repair and rebuilding, or first await the reply of the High Government; and that the proposal made is not only very equitable, but also of such a nature that not the least hindrance is thereby brought upon the deliberations of Their Right Excellencies: it is therefore approved and agreed to consent to the aforementioned proposal of his Honor, and consequently to have the said garden appraised by knowledgeable persons, and according to that appraisal to hand it over to the Lord Governor, subject to the esteemed approval or further disposition of Their Right Excellencies; as well as to represent this matter to Their Excellencies at the first opportunity via Ceilon, forwarding the aforementioned report and estimate for the purpose of obtaining a speedy disposition; and it has furthermore been approved and agreed, the frequently mentioned report and estimate
Dutch transcription
gebreeken op Koilang besluit den oppermandoor ven opteneemen slegte gesteldheid van de gebouwen in 'skomp:s buiten tuin Dingsdag den 13. ' Iuli 1784: Bij een brief van het opperhoofd van koilang DE: Iean Rosier van den 8: deezer, gezien zijnde dat de nieuw ge„ metzelde kaar voor de poort was inge„ „zakt, en de poort en tooren gevaar liepen, van door het water ondermijnt te worden, indien men daar teegen niet ten spoedigsten voorzag: zoo is goed gevon„ derwaards te zenden om dezel„den en verstaan, den oppermandoor Manuel Nunes die dat werk ge„ „maakt heeft, ten eersten derwaards te zenden, en de noodige reparaatsie daar aan te laaten geschieden. Hier na werd door den Heer Goeverneur te kennen gegeeven, dat de wooning en verdere gebouwen in 'skomp:s buiten- tuin reets voor veele jaaren zeer bouwvallig geweest en nu zodaanig verergerd waaren, dat men zonder een zwaare reparaatsie daar in niet lan„ „ger kost woonen, weshalven hij dezelven in de maand februari Jongstl: door houwkundige Perzoonen had 127 Dingsdag den 13. ' Julij 1784: had laaten nauwkeurig bezichtigen, met voorneemen, om daar aan de noo„ „dige reparaatsien te laaten doen, doch dat bij het ingekoomen schrift„ „lijk rapport gebleeken was, dat aan het woonhuis geene reparaatsien meer konden helpen, maar dat het zelve, op eene muur en eenige stukken van muuren na genoegzaam geheel vernieuwd most worden, en dat de bij- gebouwen meede zwaare reparaat„ sien vereischten, van welk een en ander de kosten bij de daar neevens over„ „gegeevene kalkulaatsie op vijftien duizend vijfhonderd ropijen begroot waaren, waar door zijn Ed: was afgeschrikt, om deeze „voor zijne reekening reparaatsie „ te onderneemen, en in dies plaats beslooten had, de voornaamste gebreeken alleen voor zoo verre te laaten verhelpen, als noodig was om de gebou„ wen voor 't instorten te bewaaren, doch dat deezer dagen het dak van het woonhuis aan de eene zijde ten eenemaal ingezakt ge„ n voorige disposietsie omtrend gem: thuin. ingezakt en de achtermuur zoodanig uit zijn loodrechten stand geweeken was, dat men de geheele instorting van het gansche gebouw dagelijx most verwachten. Dat bij resoluutsie van den 29. ' Juni 1769:, toen deeze buitentuin, nevens de binnen tuin en paarden stal, wederom voor 's komp:s reekening overgenoomen waaren van haaren koopman, Ezechiel Rabbi, aan wien dezelven twee Jaar bevoorens, voor eenduizend ropijen waaren verkocht geweest, wel beslooten was, dat het onderhoud van deeze tuinen en paarden stal zoude gelaaten worden voor reekening van de gebieders, die er het vruchtgebruik van hadden, doch dat hier onder zulk eene kapi„ taale en kostbaare reparaatsie geen„ zints konde verstaan of begreepen worden; ten minsten, dat hij Goeverneur zich met zulke excessive kosten niet kon belasten, maar liever van het Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: vruchtgebruik 129 aanmerking van den Heer Goeverneur wegens den tegens woordigen toestand van dezelve Dingsdag den 13. Iulij 1784. vruchtgebruik van dien tuin voor zijn aandeel wilde afzien; Dat men even zoo min de kompenie zulk eene kostbaare reparaatsie durfde ver„ „gen, voor al niet in deezen tijd, daar zij hier veele jaaren achter een, eerst wegens de onlusten met den Nabab Haider Ali, en daar na om den wille van den oorlog met Engeland, zulke zwaare kosten had moeten draagen, doch dat niet temin de buitentuin wel diende aangehouden te worden alzoo dezelve de voornaam„ „„ste rekreaatsie aan een komman„ „deur verschafte, die hij hier zonder verzuin van zijn ampt, kost genieten. weshalven hij Goeverneur als nu proponeerde, om meermelden buiten „tuin, zoo als dezelve thans was, door kundige menschen te laaten taxeeren, waar na hij opzich neemen wilde, met de noodigste reparaatsien aan de bij gebouwen en met het kerbouwen van omtrend de thans te doene reparaatsie. Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: van het woonhuis op zijne kosten een begin te maaken, en het aan het geeerd goedvinden van de Edele Hooge Regeering overtelaaten, om proposietsie van zijn Ed: meerm: tuin met zijn toebehooren, aan hem voor den getaxeerden prijs en eigen„ dom aftestaan dan wel publick aan den meestbiedenden te laaten verkoo„ „pen, onder deeze billijke voorwaarde, dat in het eerste geval bij zijn vertrek of overleiden, zijn opvolger het recht van preferentsie zoude hebben, en dat in het tweede geval, bij de koop„ „kondietsie gestipuleerd werd, dat de kooper het uitgeschooten geld tot de reparaatsie en opbouwing aan hem zoude uitkeeren Waar op gedelibereerd en in aanmer„ king genoomen zijnde; dat de gebou„ wen in meermelden tuin dagelijx meer en meer vervallen en het woonhuis groot gevaar loopt van ten eenemaal in te storten, bij aldien men met de E bes te daar en 131 te keuren en aan hunne daar van kennis te geeven Insertsie van het rapport van in gem: tuin en van de Kalkulaatsie tot dies herstelling. Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: de reparaatsie en het herbouwen langer uitstel neemen, of eerst het antwoord van de Hooge Regeering afwachten wilde, en dat de gedaane voorstel niet alleen zeer billijk maar ook van dien aart is, dat daar door aan de delibe„ „raatsien van Hunne Hoogedelheeden geene de minste belemmering word besluit de proposietsie goed toegebragt: zoo is goedgevonden, en verstaan„ Hoog edelheeden te Batavia in de voorsch: proposietsie van zijn Edele te bewilligen, en dienvolgende gemelden tuin, door kundige perzoonen te laaten taxeeren en naar die taxaatsie aan den Heer Goeverneur overtegeeven op de g'eerde approbaatsie of nadere de gesteldheid van de gebouwen disposietsie van Hunne Hoogedelheeden, mitsgaders deeze zaak met de eerste geleegenheid over Ceilon aan Hoogstde„ zelven onder toezending van het voorsz: rapport en kalkulaatsie voortedragen ter erlanging van een spoedige disposiet„ sie en is voorts noch goedgevonden en verstaan, meermeldt rapport en kalku„ „laatsie
English
Tuesday the 13th of July 1784: Calculation to be inserted here To the Right Honourable, Rigorous, Highly Esteemed Lord Ian Gerard van Angelbeek: Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Commander and Governor of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla etc., etc. Right Honourable, Rigorous, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord! Pursuant to your Right Honourable, Rigorous, Highly Esteemed, Highly Venerated written order issued under date of the 23rd of January of this current year, the undersigned, as commissioners, proceeded to the Company's Outer Garden, and found the buildings situated therein as follows. In 133 Tuesday the 13th of July 1784: In the cross-hall, the entire timber framing is rotted, so that several rafters and laths are already bowed. The planks on the ceiling are likewise rotted, partly loose, and the ceiling beams are bowed under their own weight. In the backhouse, the only front wall and the side wall on the east side are still plumb; the partition walls are bowed outwards, and cracks can be seen at the corners. The entire back wall leans outwards and, notwithstanding that three strong buttresses have been built against it, has torn loose from all the partition walls. All the windows are rotted; likewise the ceiling beams and planks in the room to the left hand of the entrance, and in the detached back room. Against the walls of this back room a buttress already stands, and yet several cracks can be seen. Everywhere there are signs of leakage, because the entire timber framing 38 Tuesday the 13th of July 1784: of the roof is so rotted that no bricklayer can trust himself upon it to replace broken tiles. Very many rafters are already bent in so much that, in a heavy rain or wind, they could easily break and collapse. On this house, therefore, except for the front wall and the side wall on the east side, all walls need to be rebuilt anew from the ground up, as otherwise they will not be able to bear the most urgently needed new timber framing, along with doors and windows. On the room that stands by the kitchen, the walls are still fair, but the timber framing is rotted and already appears very crooked, which therefore also needs to be renewed. On the wall of the washhouse there is a crack, and the timber framing as well as the adjacent washing tank needs repair. The 135 Tuesday the 13th of July 1784: The washing tank needs to be cleaned. The three bridges on the east, west, and north sides are rotted, and therefore also need to be renewed. In the slaves' privy, everything that is made of planks needs to be renewed. The entire fence in and around the garden is rotted; some of the masonry pillars threaten to fall and must therefore also be rebuilt anew. Finally, in addition to the two wells, it is necessary to clean the small water trench, which was constructed for the drainage of rainwater during the foul monsoon. Enclosed herewith follows the calculation of the necessary costs for the repair of the defects found, which was drawn up by the overseer of the Timber Yard and Master Journeyman 4 8. Tuesday the 13th of July 1784: of the house carpenters, Job Vijverberg. We hope to have carried out our commission in accordance with your Right Honourable, Rigorous, Highly Esteemed, Highly Venerated orders, and in that confidence we arrogate to ourselves the honour of being, with all high esteem, /below was written:/ Right Honourable, Rigorous, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, your Right Honourable, Rigorous, Highly Esteemed, Humble and Obedient Servants /was signed/ Military Captain Fornbauer C: L: G: I: V: Blankenberg, von Krause, Ordinary Fireworker /in the margin:/ Cochin, the 16th of February 1784:— Calculation regarding the cost of renewing the following on the buildings in the Company's Outer Garden. For 137 Tuesday the 13th of July 1784: 10652: 52:— For the ordinary dwelling house, for taking down the timber framing and the wall - - - - Rupees 500: — Cubic feet, namely: 1062½ cubic feet for the main wall, length 143 feet, thickness 2 and height 11 feet; item for the foundation at 2½ feet deep by 3 feet thickness. 3146: — ditto ditto for the main wall 450: — ditto ditto for the partition wall foundation at 2 feet depth by 2¼ feet thickness 1408: — for the partition wall 256: — for the two partition wall foundations of the front house 577½ for the two partition walls 256: — for the three partition wall foundations of the back house 1064: — for the three partition walls 480: — for the extended room foundation, length 64, width 3, height 2½ 2068 for the wall 10652 cubic feet, or approximately 74 rods at 500 kapok stones of 22 inches per rod, is 37000 stones at Rupees 6¼ per 500 pieces - Rupees 462: 24: 888 candies of lime at 12 candies per rod at 7/10 Rupees per candy - Rupees 621: 28: Ditto sand - Rupees 44: 19: 308 daily wages of bricklayers, for each rod 5 bricklayers at ¼ Rupee - Rupees 92: 24: 1110 ditto of coolies, for each bricklayer 3 coolies - Rupees 111: — 7 pieces of joist beams, length 19 feet, of 7 to 9 inches - Rupees 52: 24: 7 ditto ditto of 25 ditto of ditto - Rupees 47: 40: 2 ditto ditto of 11 ditto of 5 to 7 inches - Rupees 6: 40: 4625 feet of ceiling planks of 1½ inches - Rupees 470: 12: 416 ditto wall plates of 6 to 10 ditto - Rupees 140: — 156 ditto ditto of 6 to 8 ditto - Rupees 19: 24: 167 rafters, length 15 feet, of 3½ and 4½ - Rupees 283: 43: Brought forward: Rupees 2868: 38:
Dutch transcription
Dingsdag den 13:' Iulij 1784: kalkulaatsie hier te insereeren Aan den weledelen gestrengen groot Agtbaaren Heer Ian Gerard van Angelbeek: Raad Extra ordinaire van Neder„ lands Jndia, mitsgaders Comman„ deur en oppergebieder der Custe Malabaar, Canara en Wingurla &=a v=a Weledele, Gestrenge, groot Agtbaare wijdgebiedende Heer! Ingevolge uw weledelen gestrenge groot achtb: Hooggeerde schriftelijke ordonnantie verleend onder datum den 23: Ian. a. E. , hebben zig de ondergeteeken„ „den als gekommitteerdens naar 's Comp:s Buitenthuin vervoegt, en de daar in staande gebouwen gevonden, als volgt. Jn 133 Dingsdag den 13. Iulij 1784: In de kruiszaal is het geheele spaan„ „werk verrot zoo dat verscheide dakspar„ „ren en latten reeds gebogen zijn. De planken aan den zolder zijn insgelijks verrot, gedeeltelijk los, en de zolderbal„ ken van hun eige zwaarte gebogen= In het agterhuis, de eenige voormuur en de zij muur aan de oostkant nog in de loodlijn, de Middelmuuren zijn er uit bogtig en aan de hoeken zijn scheuren te zien. De geheele agtermuur hangt naar buiten over en heeft zig, niet tegenstaande drie sterke baeren aange„ „metzelt zijn, van alle Middelmuuren losgescheurt alle vensters zijn verrot„ desgelijks de zolderbalken en planken in de kammer ter linker hand van 8. den ingang, en in de vrijstaande agter kammer. aan de Muuren van deeze agter kammer staat reeds een baer en dog zijn er verscheide scheuren te zien. Overal zijn tekens van Lekkagie, dewijl het geheele span„ „werk 38 Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: werk van het dak zoo verrot is, dat zig geen Metzelaar op vertrou„ wen kan om gebroke pannen uitte„ wisseln. heel veele daksparren zijn reeds zoo zeer ingebogen, datze bij een zwaaren Regen of wind, maakelijk kunnen breken en nederstorten. aan dit huis dienen dus buiten de voor„ muur, en de zijmuur aan de Oostkant alle muuren van den grond nieuw opgemetzelt te worden, als dezelfde anders het hoogstnoodig nieuwe spaanwerk benevens deuren en vensters, niet zal kunnen dragen. Aan de kammer die bij de kombuis staat, zijn de muuren nog redelijk maar het spaanwerk is verrot, en reeds heel bogtig aantezien, 't welk dus ook vernieuwt te worden dient. Aan de Muur van het waschhuis„ „je is een schuer, en het spaanwerk zoo wel, als de aanleggende waschtang heeft uitbetering noodig De 135 Dingsdag den 13. Iuli 1784: De waschtang dient schoon ge„ maakt te worden De drie bruggen aan de Oost, west en Nordkant zijn verrot, en dienen dus mede vernieuwt te worden. In het slaven secreet, dient al wat van planken is, vernieuwt te worden. Het geheele Hek in, en om den Thuin is verrot zommige van de gemel„ „zelte pijlaaren dreijgen te vallen, en moeten dus ook nieuw t gemetzelt wor„ den. Eindelijk is 't noodzaaklijk benevens de twee putten, de kleene water„ „gracht schoon te maaken, die tot afloop van het Regenwater in de kwade Mousson aangelegt is. Hier nevens volgt de kalkulatie van de noodige kosten tot herstel„ „ling, van de voorgevondene gebre„ kens, dewelke door den opziender van den Houtthuin, en Meester„ „knecht 4 8. Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: knecht der Huistimmerlieden Job. Vijverberg opgemaakt is. Wij verhoopen onze Commissie na uw welEdelens gestrenge groot agtbaare Hoog geeerde ordres te hebben volbragt, en onder dat vertrouwen matigen wij ons de eere aan, met alle Hoogagting te zijn /:onderstond:/ weledele gest:e groot Agtb: wijdgebieden„ de Heer uw weledelens ge„ „strenge groot Agtbaare Onder„ daanige en Gehoorzaame Dienaaren /was geteekend/ Cap: Militair Fornbauer C: L: G: I: V: Blankenberg, von Krause ordinair Vuurwerker /in margine:/ Koetsiem den 16: februarij 1784:— Palcolatie weegens het kostende tot vernieuwing van 't volgende aan de Gebouwen in sComp:s buijten thuijn. Tot 137 Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: 10652: 52:— Tot het ordinaire woonhuijs tot afbreeken van 't spaanwer„ Rubiek voeten als 1062½: kub: voeten tot de hoofd muur lang 143: voeten, dik 2: en hoog 11: voeten, item tot het fondament â 2½: voet diep ten 3: voeten dikte. 3146: — d=o d=o tot de hoofd muur 4.50: - „ „ „ de middelmuur fondament â 2. voeten diepte â 2¼ voeten dikse „ tot de middel muur „ „ de twee scheidings muur fon„ „damenten van 't voorhuijs 577½ „ „ „ de twee scheidings muuren 256:- „ „ „ de drie scheidings muur forda„ ment van het agter huijs. 1064: - - „ „ „ de drie scheiding muuren 480: - „ „ „ de uijt geboude Kammer Jon„ „dament lang 64. breed 3. Hoog 2½. „ „ d'muur ken d' muur - - - - Rop:s 500: — 1408. 10652: kub: voeten of na bij 74. roeden â 500: kappock stee„ an p=o roede is 37000: nen van 22. d=m steenen â Rop:s 6¼. d' 500: p:s. - „ 462: 24: 888: Cand: Kaalk â de roede 12: Cand. â 7/10. rop:s d' Cand. . . „ 621:28. d=o Zaand 308: dagl: van metselaars op elke roede 5: mets=s a ¼ rop:s . - „ 1110: _= van Coelies voor elk metsel=r 3: Coelies - - 7:– p:s legger balken Lang 19: voeten van 7: â 9 d=m „ 25. d=o v- _o - - - „ 7:- „ _„o _o 11: „ van 5: â 7: d=m o „ 4625:- voeten zolderplanken van 1½: d=m - - - - „ 470: 12: 416. d=o muur platten van 6: â 10: d=o - - „ _=o d=o „ 6: „ 8. „ - - - „ spanten lang 15: voeten van 3:½ en 4½. . „ 283. 43. „ „. 2068 156: — 19. 24 Transporteere Rop. s 2868:38. 2 140. „ „ „ E 44: 19: 92: 24: 111: —. 52: 24: 47: 40: 6: 40. „ - - „ . - „ 2:– 167:—
English
Tuesday the 13. Iuli 1784: 172. rafters 20: feet long of 3½: and 4½. - - - - - „ 389. 41. 50: ditto ditto 14: ditto of 3: – „ 4: — – „ 54:32: 4: hip rafters 17: feet long of 4: to 5. - - - - - „ 7: 33. 4: ditto ditto 23. ditto of 4: to 5: - - - - - - „ 12: „ 2: valley rafters 16: feet long of 3: to 4: inches „ 6: 11: 75: collar beams 9: feet long of 3½. and 4½: - - - - „ 76: 24: 88: ditto ditto of 12: ditto „ 4: to 6. - - - „ 92: 1: 116. cantilevers „ 7: „ 3½ and 4½: - - - - - - „ 60: —. 50. ditto „ 5: „ 6: - - - - - - „ 15: 30: 9. ditto „ 3: „ 4: - - - - - „ 7: —. 329500: pieces roof tiles - - - - - - - - - „ 1318. — 82397: feet roof battens - - - - - - - - - - „ 741. 27. 15. windows at 30: rupees each - - - - - - - - - - - „ 450:— 9: panel doors at 12: rupees each - - - - - - - „ 108: — for Cement - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 119. 32: 5600: daily wages of carpenters the following included - - „ 1620:—. 32: iron anchors, at 25: pounders at 8: rupees - - - - - „ 256. —. 7: scarf joints at 2: rupees for the transept hall - - - - „ 14:—. Carried over - . . Rupees 2868: 38. 4: ditto ditto 24: feet long of 3: to 4: - - - - - - - „ 13. —. Counted. - - Rupees 8209:21: for breaking down the old timber framework and the old ceiling - - Rupees 100„ 320: feet wall plates of 6 and 8: inches - - - „ 120:—. 12: tie beams 24: long of 7: and 9: inches - - „ 108:—. 4: ditto ditto 24: „ 9. „ 11. „ - „ 36: —. 166: rafters 17: feet long of 3½ and 4½: - - - „ 319. 39. 140: cantilevers of 3½ and 4½: - - - - - „ 63:22: 90: collar beams 8½ feet long of 3½ to 4½: - - „ 86:33. 8. hip rafters 20: feet long of 7: and 5: . - „ 54:32: 8: valley rafters at 20: feet of 7: and 5. - - „ 45. 24: 3578: feet ceiling planks - - - - - - „ 365. 12: 112900: pieces roof tiles - - - - - - - „ 451. - 28224: feet roof battens - - - - - - - „ 254:—. Counted Rupees 2013:26. 2013:26. Rupees 10222: 47. Carried forward 139 Tuesday the 13. ' Iulij 1784: Brought forward Rupees 1022247. for the room at the kitchen to demolish the old roof - - - - - - - „ 18 100:- feet wall plate of 6: and 8: inches - - - - - „ 37. 20 52: — roof trusses 24: feet long of 4: to 5: inches. - - „ 154:37 14:– collar beams ditto 12: ditto „ 4: „ 5. „ - - - „ 19. 1 2: - hip rafters „ 28. „ „ 5. „ 6 „ - - - „ 17. 10. 38. — cantilevers. . . „ 15. . „. . „ 4: „ 5. „ - - - „ 64. 28. 41660: — pieces roof tiles - - - - - - - - - - - „ 166: 30: 10416. - feet roof battens - - - - - - - - - - - „ 93. 35. 2698. —. lb: nails at 100 lb: 20: rupees - - - - - „ 589. 28 Sum Rupees 11388. 14 15200: - feet rails of 2: to 3. inches for the fence around the garden - - „ 988. — 152: — ditto ribs of 4: to 5. „ - - - - - - - - - - „ 65. — 76. — pillars each at 6 rupees - - - - - „ 456. — 395. — lb: nails - - - - - - - - - - - - „ 74. —. 304:- daily wages of carpenters - - - - - - - –„ 60:– Three bridges each at 60: rupees - - - „ 180:—. for the Slave Kitchen - - - - - - - - - „ 80: — for the chicken coop - - - - - - - - - „ 45. —. 676. — pieces ribs of 12: feet long each of 4: to 5. inches - – – - – – „ 33. – 5280: - feet rails of 2: to 3. inches for the trellis - - - „ 343. 24. - pillars each at 6: rupees - - - - „ 144: 165. – lb: nails - - - - - - - - - - - - - „ 9. 24 150: — daily wages of carpenters - - - - „ 91. —. To clean cesspools and the washing pond together with the repair of the wash house - - „ 200: —. on account of the distant transport of the materials, it is deemed necessary, 10. percent of the total sum - - - „ 1409: — Sum Rupees 15499: 3. Cochim the 16. ' Februari 1784: /was signed/ J:b vijverbergh. Finally Tuesday the 13. ' Iuli 1784:— decision of the Fiscal to give Beits a piece of land for the building of a shed. Finally it is understood to grant hereby to the merchant and fiscal The Honorable Master Nikolaas Wendelin Beits permission for the erection of a shed, at the side of his dwelling house, standing on the corner of the Ossestraat, provided the same be built of brick and roofed with tiles or a brick flat roof, and that the ground remain the property of the Company, and that not only this condition be expressly mentioned in the deed of sale upon conveyance, but also that the owner and possessor shall be obliged at all times, whenever such might be required, to demolish the said shed again. Thus Done, Resolved. and Decreed in Council of Mallabaar, at the city Koetsiem, on the day, month and year aforesaid: /was signed:/ I: G: van Angelbeek, R: van Warn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, and W: van Haeften. Wednesday 141 Wednesday the 11:' August:s 1784. in the forenoon at Nine o'clock, all present, except The Honorables Koenraad George Seiffer and Abraham Iean Scipion vernede, being on a mission. receipt of two packets of papers from the homeland appointment of the Hand-laborer Moolz as supervisor of the Timber Yard in place of the deceased Job vijverberg. were opened two packets from the homeland with papers brought by the ship Doggersbank to Ponnekail, and sent from there by overland route hither, containing one a letter from the Lords Principals of the 11: Iuni 1783. having as appendix an extract from their Missive to the High Government at Batavia of that date, and the other only some price currents and a monthly pay-voucher concerning the seaman Willem Lepree of Leiden, stationed here, of which it is understood to keep this record. In place of the deceased supervisor of the Timber Yard Tob vijverberg, it has been approved and agreed, to appoint thereto
Dutch transcription
Dingsdag den 13. Iuli 1784: 172. spanten lang 20: voeten van 3½: en 4½. - - - - - „ 389. 41. 50: d=o d:o 14: d=o „ 3: – „ 4: — – 4: hoek keepens lang 17: voeten van 4: a 5. - - - - - „ 4: d=o _o 23. _=o „ van 4: kierkeepens lang 16: voeten van 3: â 4: d=m„ 2: „ 75: haam balken lang 9: voeten van 3½. en 4½: - - - - „ 76: 24: 88: d=o d=o van 12: d=o „ 4: â 6. - - - 12: „ „ 3½ en 4½: 116. uitsteekers „ 7: 50. _o 329500: p:s dacktiggels - - - - - - 15. vensters â ider 30: rop:s - - voor Ciment 5600: dagloonen van timmerlieden het volgende in begreepen - - „ 1620:—. 32: ijser ankers, â 25: ponders â 8: rop:s - - - - - „ 256. —. 7:o staklassen „ 2: rop:s voor de kruiszaal - - - - „ 14:—. P=r Transport - . . Rop:s 2868: 38. 9: paneel deuren â ider 12: rop:s - - - - - - - „ 108: — „ 4: „ „ 3: „ 4: - - - - - - - „ 13. —. 82397: voeten dacklatten - - - - - - - - - - „ 741. 27. „ 5: „ 6: - - - - - - „ 15: 30: 9. „ „ 3: „ 4: - - - - - „ 7: —. „ Teld. - - Rop:s 8209:21: tot afbreeken van het oude spaanwerk - - Rop=s 100„ - en de oude zold=t 320: voeten muur platten van 6 en 8: d=m - - - „ 120:—. 12: legger balken lang 24: van 7: en 9: d=m - - „ 108:—. 36: —. „ 9. „ 11. „ - „ 4: v=o _=o 24: 166: spanten lang 17: voeten van 3½ en 4½: - - - „ 319. 39. 140: uitsteekers van 3½ en 4½: - - - - - „ 63:22: 90: haame balken lang 8½ voeten van 3½ â 4½: - - „ 86:33. 8. hoek Reepens lang 20: voeten van 7: en 5: . - „ „8: kiel Heepens â 20: voeten van 7: en 5. 3578: voeten zolder planken - - - - - - „ 112900: p:s dacktiggels - - 28224: v=o dacklatten - - - - - - - „ 254:—. 54:32: 365. 12: „ 451. - Teld Rop: 2013:26. 2013:26. Rop=l 10222: 47. Transporteere 54:32: 7: 33. 6: 11: 92: 1: „ 60: —. „ 450:— - - „ 119. 32: - - - „ 1318. — -„ 45. 24: : -- - -- - - - . „ - - „ „ - - 18 139 Dingsdag den 13. ' Iulij 1784: P=r Transport Rop=s 1022247. voor de kammer aan de kombuis 't oude dak af„ 100:- voeten muur plat van 6: en 8: d=m - - - - - „ 37. 20 52: — dack spannen lang 24: voeten van 4: â 5: d=m. - - „ 154:37 14:– haam balken r=o 12: _=o „ 4: „ 5. „ - - - „ 19. 1 2: - hoek steepens „ 28. „ „ 5. „ 6 „ - - - „ 38. — uitsteekers. . . „ 15. . „. . „ 4: „ 5. „ - - - „ 64. 28. 2698. —. lb: speikers d' 100 lb: 20: rop:s 41660: — p:s dacktiggels - - - - - - - - - - - „ 166: 30: breeken - - - - - - 10416. - voeten daeklatten - - - - - - - - - - - „ 93. 35. Somma Rop:s 11388. 14 15200: - voeten riggels van 2: â 3. d=m tot 't hek om de thuin - - „ 988. — 152: — _=o ribben van 4: â 5. „ - - 76. — pielaaren elke â 6 rop:s - 395. — lb: speikers 304:- dagl: van timmerlied=n Drie bruggen elk â 60: rop:s - - - „ 180:—. voor de Slaave Combuis tot het hoender hoek ribben van 12: voeten lang ider van 4: â 5. d=m 5280: - voeten riggels van 2: â 3. d=m tot tvalies - - - „ 343. 24. - pielaaren elk â 6: rop:s 165. – lb: speijkers 150: — dagl: van timmerlieden Dwaasputten en d'wastang schoon te maaken benevens d' reparatie aan het waashuis - - „ 200: —. van weegens d' verre transport van d' materialen, word noo„ „dig geoordeelt, 10. prCt van de geheele somma - - - „ 1409: — Somma Rop=s 15499: 3. Cochim den 16. ' Februari 1784: /was geteekend/ J:b vijverbergh. 676. — p:s „ 17. 10. - - - - - „ 589. 28 - - - „ 456. — - - - –„ 60:– 65. „ 45. —. - – – - – – „ 33. – Eendelijk „ 80: — 9. 24 - - - - „ 91. —. - „ - - - -- 74. —. „ 144: „ -- – – – - Dingsdag den 13. ' Iuli 1784:— besluit van den Jiskhaal tot het bouwen van een afdak. Eindelijk is verstaan aan den koopman en fischaal D E: M„r Nikolaas Wende„ lin Beits bij deezen permissie te verlee„ Beits een stuk grond te geeven nen, tot het extrueeren van een afdak, ter zijden van zijn woonhuis, staande op de hoek van de Ossestraat, mits 't zelve van steen opgemetzeld en met pannen of een steene plat gedekt worde, mitsgaders de grond aan de komp: in eigendom verblijve, en niet alleen deeze kondietsie bij verkoop, bij den koopbrief expres vermeldt worde, maar de eigenaar en Bezitter ook ten allen tijde, wanneer zulx vereischt mogt worden, verplicht zal zijn, het zelve afdak wederom aftebreeken. Aldus Gedaan, Geresolveerd. en G'arresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede Koetsiem, ten daage, maand en Jaare voorm: /was geteekend:/ I: G: van Angelbeek, R: van Warn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, en W: van Haeften. Woensdag A l 141 Woensdag den 11:' August:s 1784. ontvangst van twee patria„ aanstelling van den Hand langer Moolz tot opziender van de „leedenen Job vijverberg. des voormiddags te Negen uur, alle present, demptis DE:s Koenraad George Seiffer en Abraham Iean Scipion vernede, als zijnde inkommissie. zijn geopend twee patriasche pakketten sche pakketten met papieren met het schip Doggersbank te Ponnekail aangebragt, en van daar over den Landweg dit eenen heen gezonden, inhoudende het eene „ brief van de Heeren Majores van den 11: Iuni 1783. tot bijlage hebbende een extrakt uit Hoog derzelver Missive aan de Hooge Regeering te Batavia van dien datum en het andere eenlijk eenige prijs koeranten en eene Maandceel raakende den hier beschei„ „den zijn, den Matroos Willem Lepree van Leiden, waar van verstaan is deeze aanteekening te houden. In steede van den overleedenen opzien„ houttum in steede van den over„der van den Houttuin Tob vijverberg, is goedgevonden en verstaan, daar toe aan te 3 n P
English
Wednesday the 11th of August 1784. Appointment of Moots, and in the college of ward masters. Decision to write off ƒ621: 9: 6: which were lost on goods that were purchased for a siege. To appoint the assistant Iohan Frans Moots, who is a house carpenter by trade, and after examination was found capable for the same, and consequently to change his position to house carpenter with the salary of ƒ14: a month. Whereas by the demise of the said Vijve van der Sloot tot Leedenberg a member is lacking in the college of ward masters, and the recently appointed extraordinary pyrotechnician Pieter Elsendorp, on account of a persistent eye affliction, is not able to properly perform this service: it is therefore, upon the proposal of the Governor, approved and understood to discharge the said Elsendorp from that college, and again to appoint as ward masters the aforementioned Moots and the surgeon Daniel van der Sloot. After examination of a report from the Honorable Head Administrator van Harn concerning the auction of provisions held pursuant to the resolution of the 6th of February last, Insertion of the report. Wednesday the 11th of August 1784. which were purchased partly for a siege and for the remainder for the French fleet, it is approved and understood to note here that the loss on the goods for the said fleet has already been charged to the King of France and settled with His Majesty's agent Mr. Louis Monneron, but to write off the loss on the goods for a siege amounting to ƒ621: 9: 6: to the account of the war expenses against England, and to insert the report here. To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable High-Commanding Lord. Wednesday the 11th of August 1784. The undersigned Head Administrator takes the humble liberty to report to Your Right Honor that, pursuant to the resolution of the 6th of February last, the provisions to be mentioned, which were purchased both for a siege and for the benefit of the French fleet, were sold at public auction on the 16th following for the following amounts, with indications of how much less yield they rendered, namely: For the account of His Most Christian Majesty the King of France, which deficit was accepted by His agent Mr. Monneron in accounts of the 13th of April, and by invoice of the 18th following, among others charged to the Government Wednesday the 11th of August 1784. of Ceylon, as follows: Sold at auction: 40112 lb Cadjang ... ƒ 722: 8: - 5194 lb local butter ... ƒ 790: 16: - 29850 lb biscuit ... ƒ 590: 14: - 88 pieces cattle ... ƒ 306: 12: - 751 ditto pigs ... ƒ 866: 2: - Total: ƒ 3276: 2: - Purchase cost: ƒ 3008: 8: - ƒ 2463: -: - ƒ 3764: 6: - ƒ 633: 12: - ƒ 5407: 4: - ƒ 15276: 10: - Lost: ƒ 2286: -: - ƒ 1672: 4: - ƒ 3173: 12: - ƒ 327: -: - ƒ 4541: 2: - ƒ 11999: 18: - For a siege: 9480 lb Tamarind ... ƒ 29: 8: - (Sold) ƒ 568: 16: - (Cost) ƒ 539: 8: - (Lost) 3022 lb Tobacco ... ƒ 643: 4: - (Sold) ƒ 725: 5: 8 (Cost) ƒ 82: 1: 8 (Lost) Total: ƒ 672: 12: - (Sold) ƒ 1294: 1: 8 (Cost) ƒ 621: 9: 8 (Lost) Which ƒ 621: 9: 8 are still to be written off to the debit of war expenses against England. And upon which I request Your Right Honor's honored disposition, while having the honor to remain with due respect, Underneath stood: Right Honorable High-Commanding Lord! Your Right Honor's humble and obedient servant was signed: R: van Harn. Report of what the Portuguese captain Jalama still owes. Wednesday the 11th of August 1784. In the margin: Cochin, the 6th of August 1784. Was read a report from the Honorable Head Administrator van Harn, reading as follows: To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable High-Commanding Lord. I take the humble liberty to report to Your Right Honor that under date of the 24th of May last, he received an invoice from Colombo dated the 7th of April prior, whereby here Wednesday the 11th of August 1784. is transferred ƒ12870: or rds 6500: amounting to rops 10400:-, which from Batavia by invoice dated 11th of October 1783 were charged to that Government, on account of what was delivered there to the Portuguese captain Salama, in reduction of the freight agreed upon with him for the vessel hired from him, De Brioso. However, the said captain arrived here on the 31st of December and declared to have received rops 10000:- in Batavia, and accordingly, under date of the 16th of January last, the remaining rops 40000 due to him were paid out, so that he received rops 400:- too much; and since the aforementioned charge was received here only long after the departure of Mr. Jalama, and it is not apparent that he is likely to return here so that the said rops 400:- might be claimed from him, I therefore most respectfully request Your
Dutch transcription
Woensdag den 11:' August:s 1784:— aanstelling van Moolz, en in 't kollesie van wijkeneeste„ ren besluitom ƒ621: 9: 6: afte„ schrijven die verlooren zijn opgoederen dewelke tot een beleginge kocht zijn. te stellen den Handlanger Iohan Frans Moots, die een Huistimmerman van zijn ambacht, en na gedaan onderzoek daar toe bequaam bevonden is, en denzelven over= zulx tot Huistimmerman met de gasie van ƒ14: smaands te changeeren: Wijl door het overleiden van gem: vijve„ van der sloot tot Leeden berg een Lid in 't kollesie van wijkmeesteren ontbreekt ende daar toe onlangs aangestel„ „de Extra ordinair vuurwerker Pieter Elsendorp, wegens aanhoudende oogquaal, niet in staat is om dien dienst behoorlijk waar teneemen: zoo is op de proposielsie van den Heer Goeverneur, goedgevonden en verstaan gem: Elsendorp uit dat Rolle„ „sie te ontslaan, en wederom tot wijkmees„ „ters aan te stellen den voorm: Moots en den Chirurgijn Daniel van der sloot. Na examinaatsie van een bericht van den E: Hoofd administrateur van Harn nopens de ingevolge resoluutsie van den 6: febr: Jl: gehoudene venduutsie van I 143 Insertsie van het bericht Woensdag den 11: August:s 1784: van provisien, die gedeeltlijk voor een beleg„ en voor 't overige voor de fransche vloot ingekocht zijn, is goedgevonden en ver„ staan hier te noteeren dat het verlies op de goederen voorgem: vloot reets ten laste van den Koning van Frankrijk gebragt en met zijn Majesteit Agent den Heer Louis Monneron ver„ reekend is, doch het verlies op de goederen voor eene beleegering ten bedraagen van ƒ621: 9. 6: op de reekening van de oorlogs ongelden tegen England te laaten afschrijven, en het bericht hier te insereeren Aan den weledelen groot Achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek: Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Goeverneur en Direkteur der Kuste Mallabaar, met den ressorte van dien. Weledele Groot Achtbaare Hoog gebiedende Heer. Den ve„ van sie Woensdag den 11. Augustus 1784: Den ondergeteekende Hoofd Admini„ „strateur neemt de nedrige vrijheid uw weled: groot Achtb: van berigt te dienen dat ingevolge besluit van den 6: febru: J:t leeden de temeldene provisien de„ „welke zoo tot een beleg als ten behoeve der franse vloot ingekogt waar op den 16: daar aan bij publique ven„ „duutsie voor 't volgende ver„ kogt zijn, met aanwijsingen hoe veel dezelve minder geren„ „deert hebben te weeten. Voor reekeningen van zijn Allerchristelijkste Majesteit den koning van frank„ rijk welk minder rende„ ment door Hoogst desselfs Agent de Heer Monneron in reekeningen van den 13.' April g'accepteert, in bij faktuur van den 18.:' daar aan onder meer het Goevernement 145 Woensdag den 11:' August:s 1784: Goevernement Ceilon is aangeree„ „kend; als verkogt, kosten bij verdu„ verlooren inkoops „tie 40112: lb: Cadjang. . . . ƒ 722: 8. — ƒ3008: 8. — ƒ 2286. —. —. 5194: „ boter inlands „ 790:16:— „ 2463: —. —„ „ 1672: 4:—. 29850: „ beschuijt. . . „ 590: 14:—„ 3764:6.—„ 3173: 12:—. 88: Stux koebeesten „ 306:12:-„ 633:12:—„ 327. –. –. 751: d=o vaarkens „ 866:2:—„ 5407:4:—„ 4541:2:—. veld. - . ƒ 3276:2:— ƒ 15276:10:— ƒ199. 18. -.. voor Een Beleg 9480: lb: Tammerinde. . ƒ 29: 8: — ƒ 568. 16. — ƒ 539. 8. —. 3022: „ Tabak - . „ 643. 4: — „ 725. 5. 8. 82: 1. 8. Teld - - - ƒ 672. 12. — ƒ 1294. 1. 8. ƒ621. 9. 8. Welke ƒ 621. 9. 8. als nog ten lasten van Oorlogs ongelden teegens Engeland die„ nen te worden afgeschr: En waar op is versoekende uw weled: groot Achtb: g'Eerde dispositie, terwijl de Eere heeft met verschuldigt ontzag te zijn /onderstond:/ weled: groot Achtb: Hoog gebiedende Heer! uw weledele groot Achtb: ootmoedige en Gehoorsame dienaar was geteekend:/ R: van Harn bericht van het geen de Portugeesche kapitain Jalama noch moet betaalen Woensdag den 11:' August:s 1784: Aarn /in margine:/ Cochim den 6: Augustus 1784: Werd geleezen een bericht van den E: Hoofd administrateur van Harn, luiden„ „de als volgt: Aan den weledelen Groot Achtb: Heer, Johan Gerard van Angelbeek. Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, mitsgaders Goever„ neur en Direkteur ter Kuste Mallabaar, met den ressorte van dien. WelEdele, Groot Achtbaare, Hoog Gebiedende Heer. Ik neme de nedrige vrijheid uw weled: groot Achtb: van berigt te dienen, dat onder dato 24: Meij J„o leeden, bij hem ont„ fangen is, een faktuur van kolombo gedatteerd 7: april bevoorens, waar bij dit 147 Woensdag den 11. Augustus 1784: dit heen overgeweezen word ƒ12870: of rd:s 6500: uitmaakende rop:s 10400:—. die van Batavia bij faktuur gedatteerd 11: 8ber: 1783. dat Goevernement aangereekend zijn, weegens het aldaar afgegeevene aan den portugeese kapitain: Salama, in minderinge der met hem g'accordeerde vragt voor het van hem gehuurde schip, De Brioso Dog gem: kapitain is den 31. xber: alhiier g'arriveerd en heeft opgegeeven rop:s 10000:—. te Batavia te hebben ont„ „fangen en dien volgens zijn aan den zelve onder dato 16: Janu: J:t leeden de hem nog Compiteerende rop:s 40'000 af„ betaald zoo dat denzelve te veel genoo„ ten heeft rop:s 400:–. - en vermits voorm: aanreekeninge eerst lange na het vertrek van de Heer Jalama, alhier ontfangen, en het niet apparent is, dat denzelven hier staat te rug te komen om gem: rop:s 400:–. van hem te konnen invorderen, zo verzoek zeer Eerbiedig uw uden„
English
Wednesday the 11th of August 1784. Decision to notify the High Government of the Indies that the debtor has long since departed from here. Your Right Honourable Sir's esteemed disposition on how to act in this matter. And I have the honour to be, with true esteem and due respect, (it was signed below:) Right Honourable Sir, High-Commanding Lord, your Right Honourable Sir's very obedient servant, (was signed:) R. van Harn. (In the margin:) Cochin, the 6th of August 1784. And whereas the Captain Ialama mentioned therein departed from here long before the receipt of the invoice mentioned therein, and thus the 400 Rupees overpaid to him cannot be collected here, it is accordingly resolved and understood to open an account for him in the books and to debit it with these over-received 400 Rupees, until the disposition of the High Government of the Indies shall be obtained, to whom report of this has already been made by letter of the 3rd of May last. Indication of how much writing materials are still lacking for the financial year 1783/1784. Decision to have the same purchased. Wednesday the 11th of August 1784. It having been made known by the Honourable Chief Administrator Reinier van Harn that for the continuation of the clerical work in the writing offices and other departments, the following writing supplies are still lacking for the financial year 1784: 12½ reams of large-format paper, 10 reams of small-format ditto, 67 bundles of quills, 26 lb of gall nuts, 4 lb of gum, and 2 lb of copperas, it is, after deliberation, resolved and understood to have the same purchased and provided in accordance with the earlier resolution of this Council dated the 13th of August 1782. Survey and valuation of the outer garden. Report of the survey performed. Wednesday the 11th of August 1784. Read the report of the members Mr. Nikolaas Wendelen Beits and Jan Lambertus van Spall, together with the Captain and Lieutenant of the white burghery Hendrik Dirksz and Karel Groenrood, who, pursuant to and in fulfillment of the resolution of the 13th of July last, surveyed the Company's outer garden with the help of knowledgeable natives, and valued it at two thousand eight hundred and fifty rupees; and thereupon it is resolved and understood to consider the aforementioned resolution fulfilled thereby, and to give notice thereof to the Honourable High Government of the Dutch Indies, enclosing the said report, and to request Their High Honours' disposition thereon. Decision to give notice thereof to the High Government at Batavia. Insertion of that report. To the Right Honourable Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast. Right Honourable, Highly-Commanding Lord. Pursuant Wednesday the 11th of August 1784. Pursuant to Your Right Honourable Sir's highly revered written order under date of the 24th of this month, we the undersigned, as specially appointed commissioners, proceeded to the Company's outer garden and there, by some of the most knowledgeable natives, consisting of Moorish, Canarese, and Malabar persons, had surveyed the land with the coconut and other fruit trees standing thereon, as well as the sowing fields situated behind it; further, we have carefully examined the buildings thereon and valued them to the best of our knowledge, and found that the dwelling house of the same is entirely dilapidated, the roof sagged in several places, many walls cracked, and the doors and windows rotted or decayed both by age and leaks; the other buildings have many defects, particularly in the roofs, which are also mostly dilapidated. Report regarding a farmer's account who is still indebted to the Company. Insertion of the report. Wednesday the 11th of August 1784. From these findings of ours, we have made an accurate compilation, bringing the valuation of the said garden with its structures and underlying sowing fields to a sum of 2850 Rupees (say, Two thousand eight hundred and fifty). Furthermore, we give ourselves the high honour of being, with the most due high esteem, (it was signed below:) Right Honourable, Highly-Commanding Lord, Your Right Honourable Sir's very humble servants, (was signed:) N. W. Beits, J. L. van Spall, H. Dirksz, and C. Groenrood. (In the margin:) Cochin, the 28th of July 1784. Read a report of the Fiscal and Cashier Beits, as collector of the Company's Domains, concerning the lease of the Company's gardens at Saint Andrews, reading as follows: To Wednesday the 11th of August 1784. To the Right Honourable Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies. Right Honourable and High-Commanding Lord, Your Right Honourable Sir is respectfully informed by the undersigned receiver of the Company's Domains here, that the Christian Croesingel Tjorie Autij, who holds in lease from the Honourable Company: The garden at Saint Andrews and the gardens belonging thereto at Tombolij kattoer and Karkarpallij, yearly for 310 Rupees; The piece of land lying north of Saint Andrews on this side of the stream to Manikoorde, for 80 Rupees; And two gardens at Saint Andrews in Karkarpallij, for 100 Rupees; Or together for 490 Rupees; has only paid thereof for the term of the year 1783: 310 Rupees; and is thus still owing for the abovementioned term: 180 Rupees. Which
Dutch transcription
Woensdag den 11. Augustus 1784: besluit die schuld bij de lang hier van daan vertrok„ ken is en zulx de Hoog indiasche regering kenniste geeven uw weledele groot Achtb: g'Eerde dispo„ sitie hoe daar meede te handelen: en heb d'Eere met waare agting en verschul„ „digt respect te zijn /:onderstond:/ wel „edele groot Achtb: Hoog gebiedende Heer uw weledele groot achtb: zeer gehoorsame dienaar /was geteekend:/ R: v: Harn /in margine:/ Cochim den 6: Augustus 1784: En vermits de daar bij vermelde kapi„ „tain Ialama, reets lange voor den ont„ „vangst van de daar bij vermelde fak„ „tuur van hier vertrokken is, en dus de aan hem te veel betaalde Rop:s 400: hier niet kunnen ingevorderd worden, zoo is goedgevonden en verstaan denzelven boeken in te neemen wijl bij bij de boeken een reekening te geeven en met deeze te veel genootene Rop:s 400: te debiteeren, tot dat de disposietsie van de Hoog indische Regering zal weezen erlangd, aan dewelke hier van reets berigtgegeeven is, bij brief van den 3. ' Mai J„o leeden Door bv buit 199 aanwijzing hoe veel aan schrijfgereedschap nog manqueerd voor 't baekjaar 178¾. — besluit het zelve te laaten inkloopen opneem en taxaatsie van de buiten tuin Woensdag den 11. ' Augustus 1784: Door den E: Hoofd administrateur Reinier van Harn te kennen gegee„ ven zijnde, dat tot het voortzetten van „. het schrijfwerk op de schrijf komptoiren en andere de partementen noch ontbreeken voor het boekjaar 1784. de volgende schrijf„ behoeften: 12½: riemen groot formaat papier, 10:—: d=o kleen, 67: - bossen schagten, 26: lb: galnooten, 4: „ Gom en 2: „ koperrood, is na deliberaatsie goedgevonden en verstaan dezelven in over eenstemming met het vroeger besluit van deezen Raade de dato 13. ' aug„o 1782: te laaten inkoopen en verstrekken. Is geleezen het bericht van de Leden bericht van den gedaanen M:r Nikolaas Wendelen Beits en Jan Lambertus van spall, mitsgaders den kapitain en Luitenan van de blanke Burgerije Hendrik _o _o Dirksz besluit daar van de Hooge his te geeven. Insertsie van dat bericht Woensdag den 11:' August:s 1784: Dirksz en Karel Groenrood, die ingevolge en ter voldoening van de resoluutsie van den 13. ' Juli Jb: 'skomp:s buiten tuin, met behulp van kundige Jnlanders opgenoomen, en op twee dui„ zend agt honderd en vijftig ropijen getaxeerd hebben; en is daar op goed gevon„ Regeering te Batavia ken„ den en verstaan het voorsz: besluit daar door te houden voor voldaan en daar van aan de Edele Hooge Regering van Nederlandsche Jndien, kennis te geeven, onder toezending van het zelve berigt, en daar op Haar Hoog Edelheeden disposietsie te verzoe„ ken. Aan den weledele groot-Achtb: Heer, Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Nee„ derlands Jndia, mitsgad:s Goeverneur en Direkteur ter Kuste Mallabaar. Weledele Groot Achtbaare, welgebiedende Heer. Jngevolge 151 Woensdag den 11:' August:s 1784: Jngevolge uweledele groot achtb: Hoog gevenereerde schriftelijke ordre, sub dato 24: deeser hebben wij ondergeteekende als Expresse gekommitteerdens ons vervoegt naar 'skomp:s buiten thuin en aldaar door eenige der kundigste Jnlanders, bestaande in Moorse, kana„ rijnse, en Mallabaarse persoonen, laaten opneemen de grond met de daar opstaande klapper en andere vrugtboomen zoo meede de daar agter gelegene zaijvel„ „den voorts hebben wij de daar op zijn„ „de gebouwen naukeurig geexamineert en na onse beste kennisse gewardeert en bevonden dat 't woonhuis van dezelve ten eenemaal bouvallig is, 't dak op verscheide plaatsen gesakt, veele mun„ „ren gescheurt en de deuren en vensters zo door ouderdom als lekkasies ver„ molmt of verrot, de overige gebouwen hebben veele gebreeken voornament„ lijk aan de daaken, welke meede meest bouwvallig zijn. van p: bericht nopens een pachten staat. Insertsie van 't bericht Woensdag den 11:' Augustus 1784. van deeze onse bevinding, hebben wij eene nette samentrekking ge„ maakt, komende als dan de saxaat„ „sie van gemelde Thuin met dies opstal„ „len en agter houdende zaijvelden, op eene somma van Ropias 2850: /zegge Twee duisent agt hondert en vijftig. Voorts geeven wij ons de hoge Eere van met de verschuldigste Hoog achting te zijn /onderstond:/ welEdele groot Achtb: wel gebiedende Heer: uwel Edele groot Achtb: zeer needrige Dienaaren /:was geteekend:/ N: W: Beits, I: L: van Spall, H„r Dirksz en C: Groenrood /:in margine:/ Roetsiem den 28. Juli 1784: Is geleezen een bericht van den die aan de komp: nock te quat Fiskaal en kassier Beits, als in„ vorderaar van skomp: Damai„ „nen nopens de pacht van 'skomp: tuinen te S:t Andries, luidende als volgd. Aan 153 Woensdag den 11.' August:s 1784. Aan den weledelen groot Achtb Heer, Johan Gerard van Angelbeek! Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndien, mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter Kuste Mallabaar„ met den Resorte van dien. WelEdele, Groot Agtb: en Hoog gebiedende Heer: Uweledele groot Achtb: ward van den ondergetekenden ontvanger van s Komp: Domainen alhier Eerbiediglijk berigt, dat den Kristen Croesingel Tjorie Autij, die van de E: komp: in pagt heeft: De thuin op C:t Andriesen de daar bij gehoorende thuinen op Tombolij kattoer en karkarpallij sjaars voor Rop: 310:- het stux land leggende benoorden S:t Andries aan dies zijde de spruit naar Manikoorde, voor - - - „ 80:— en twee thuinen op S:t Andries in Karkarpallij voor - - - - „ 100:— ofte tesamen voor Rop: 490: — daar van voor 't termijn van A„o 1783. maar betaald heeft. „ 310: — en dus nog schuldig is van opgem: termijn. . - Rop:s 180: —. welk
English
resolution to postpone the decision thereon until that has been dealt with. Wednesday the 11th of August 1784: which he declares to have suffered damage in the aforementioned time, and whereas your Right Honourable Sirs have already been informed thereof by him, the undersigned very humbly requests your Right Honourable Sirs for your highest esteemed order regarding this, and otherwise remains with all respect, below stood: Right Honourable and High Commanding Lord! Your Right Honourable Sirs' humble and obedient servant, was signed: N: W: Beijts, in the margin: Koetsiem the 11th of August 1784. And since the dispute concerning the Roman church at S:t Andries between the Company and the Court of Trevankoor is not yet resolved, and it thus still remains uncertain who will have to bear the damage that the mentioned Farmer has suffered thereby: it is resolved and agreed, on the proposal of the Governor with the King of Trevankoor, to postpone the decision hereon until the mentioned dispute shall have been 155 Wednesday the 11th of August 1784: resolution to pension three soldiers at their request their petitions and attestations have been decided, and in case the same should not yet be resolved at the closing of the books, then to give the Farmer an account and debit him for his arrears. Upon the submitted petitions and accompanying certificates of good conduct, it was agreed to grant the customary pension to the soldiers Iohannes Schreurs of Maastricht, Johan Hendrik Brand of Peets, and Karel Lodewijk of Koningsbergen, as they have served the Company twenty-four years and above, have reached the age of sixty years, and are now no longer able to do so. To the Right Honourable Lord, Iohan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Together with The Honourable Political Council Right Honourable Wednesday the 11th of August 1704. Right Honourable, Wide-Commanding Lord and Honourable Lords. Your Right Honourable Sirs' humble servant Iohannes Schreurs of Mastricht makes known with all submission, that the petitioner arrived in this country in 1756 on the ship Vrijburg as a sailor at nine Guilders, presently being a soldier earning sixteen Guilders, having performed the service as such both here and at Koilang as a good soldier, as also testified by the Honourable Major and Head of the Honorable Militia Fredrik von den Busch, according to the annexed declaration, and because the petitioner has reached the age of 61 years, and of that has served the Honourable Company 28 years, but is now plagued by old age, lameness 157 Wednesday the 11th of August 1784: lameness in the legs, and a severe chest disease, and is thereby unable to perform the service properly any longer, the petitioner respectfully requests your Right Honourable Sirs to be favoured with such a pension as your Right Honourable Sirs shall find proper, below stood: Doing which, was signed: with a cross and written around it by Jan:s Schreurs himself, in the margin: Koetsiem the 9th of August 1784. I, the undersigned Fredrik von den Busch, Major and Head of the Honorable Militia here, testify and declare that the soldier Iohannes Schreurs of Mastrigt, for as long as he has been under my command, has always conducted himself as a good and vigilant soldier, but is now plagued by old age, lameness in the legs, and Wednesday the 11th of August 1784: a severe chest disease, so that he is unable to perform his service properly any longer, which I, at the request of the mentioned soldier Schreurs, testify to be the truth and remain ready to confirm the same by oath if necessary. Koetsiem the 9th of August 1784: was signed: I: von den Busch To the Right Honourable Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Together with The Honourable Political Council! Right Honourable, Wide-Commanding Lord! and Honourable Lords. Your Right Honourable Sirs' very humble servant 159 Wednesday the 11th of August 1784: very humble servant Johan Hendrik Brand of Beets respectfully makes known, that he arrived in this country in 1760 on the ship Bosschenhooven, as a soldier at nine guilders, presently earning sixteen guilders in the same capacity, having performed the service as such both here in the garrison and also at Koilang as a good soldier, as also testified by the Honourable Major and Head of the Honorable Militia here, Fredrik von den Busch, according to the annexed declaration, and because the petitioner has reached the age of 66 years, and of that has served the Honourable Company 24 years, but is now plagued by old age, weakness of sight, especially with a severe lameness, and thereby is unable to perform the service properly any longer, the petitioner requests that he may be favoured by your Right Honourable Sirs with such a pension Wednesday the 11th of August 1784: pension as your Right Honourable Sirs shall find proper, below stood: Doing which, was signed: I: H: Brand, in the margin: Koetsiem the 9th of August 1784, lower: drawn up by J: A: Eversdijck, qualified clerk: I, the undersigned Fredrik von den Busch, Major and Head of the Honorable Militia here, testify and declare that the soldier Iohan Hendrik Brand of Peets, during that time that he has been under my command, has always conducted himself as a good and vigilant soldier, but is now plagued by old age, weakness of sight, and other severe bodily ailments, particularly with a severe lameness, wherefore he is unable to perform his service any longer, which I testify at the request of the mentioned soldier Brand
Dutch transcription
besluit de disposietsie daar op uittestellen tot daar over zal weezen gehandeld. Woensdag den 11. ' Augustus 1784:— welk hij betuigd daar op in vooren gerep„ ten tijd schade te hebben geleeden, en alzoo uwel „edele groot Achtb: daar van, door hem reets ook is onderrigt, zoo verzoekt den onderge„ teekende uweledele groot Achtb: zeer Oot„ „moediglijk om hoogst deszelfs g'eerde ordre hier omtrent en blijft overigens met allen eerbied /onderstond:/ weledele groot Achtb: en Hoog gebiedende Heer! uwe led: groot achtb: onderdanige en Gehoorzame Dienaar /was getekend:/ N: W: Beijts /in margine:/ Koetsiem den 11 Augus„ tus 1784: En vermits het geschil over de Roomsche kerk te S=t Andries, tusschen de komp: en het Hof van Trevankoor noch niet afge„ daan is, en het dus noch onzeeker blijft, wie de schaade, die gem: Pachter daar bij geleeden heeft, zal dienen te draagen: zoo is op den voorstel van den Heer Goeverneur met den koning van Trevankoor goedgevonden en verstaan, de disposietsie hier op uit te stellen, tot dat gem: geschil zal hunne weezen 155 Woensdag den 11:' Augustus 1784: besluit drie soldaaten op hun verzoek te gasieeren hunne requesten en attestaalsien weezen beslist, en bij aldien hetzelve bij 't sluiten der boeken noch niet mogt weezen afgedaan, den Pachter als dan voor zijn achter stal een reek: te geeven en te debitee„ ren. op de ingediende requesten en bij ge„ voegde getuignissen van goed gedrag, is ver„ „staan de gewoone rustgasie toe te staan aan de soldaaten Iohannes Schreurs van Maastricht, Johan Hendrik Brand. van Peets en Karel Lodewijk van Koningsbergen, alzoo dezelven de komp: vier en twintig Jaaren daar boven gediend, en den ouderdom van sestig Jaaren bereikt hebben, en nu niet verder bequaam zijn zulx te doen. Aan den weledele groot achtb: Heer, Iohan Gerard van Angelbeek: Raad Extra Ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur der Kuste Mallabaar. Benevens Den E: Politieken Raad weledele Woensdag den 11:' Augustus 1704. WelEdele Groot achtbaare, wijd gebiedende Heer en E: Heeren. heeft met alle onderdaanigheid te kennen uweled: groot achtb:e nedrige Dienaar Iohannes Schreurs van Mastricht, dat de supp:t in 1756: met het schip vrijburg hier te lande is ge„ koomen voor Mattroos met negen Guldens, zijnde thans soldaat, win„ rende sestien Guldens, hebbende als zoodanig de dienst zoo hier en op koi„ „lang als een braaf soldaat gepresteert, zoo als zulx ook komt te getuigen D E. Heer Majoor en Hoofd der Honorable Milietsie Fredrik von den Busch, blijkens geannexeerde verklaaring en door dien de supp:t de ouderdom van 61. Jaaren heeft bereikt en daar van DE. komp: 28: Jaaren heeft gedient, dog nu door ouderdom, Lammigheid 157 Woensdag den 11:' August 1784: Lammigheid aan de beenen en met een swaare borst ziekte geplaagt is, en daar door buiten staat om de dienst lan„ „ger naar behooren te kunnen prestee„ „ren, zoo verzoekt de supp:t uweled: groot achtb: eerbiedig om met zoodanig een rust gasie begunstigt te worden als uweled: Groot achtb: bevinden zal te behooren /:onderstond:/ 'T welk doende /was geteekend:/ met een kruisje en daar„ „omme gesch: door Jan:s Schreurs zelfs gesteld /in margine:/ koetsiem den 9. Augustus 1784. Ik ondergeschreeven Fredrik vonr den Busch Majoor en Hoofd der Hono„ rable Milietsie alhier, getuige en verklaare dat den soldaat Iohannes Schreurs van Mastrigt, zoo lange als den zelven onder mijn komando geweest is, zich altoos als een braaf en vigalant soldaat heeft gedraagen, doch thans door ouder„ „clom-Lammigheid aan de beenen en met een Woensdag den 11. ' August:s 1784: een swaare borst ziekte geplaagt is, zoo dat buiten staat is zijn dienst lan„ „ger naar behooren te kunnen presteeren, het welk ik op verzoek van gem: sold„te schreurs betuige de waarheid te zijn en bereid blijve des noods zulx met eede te bevestigen. Koetsiem den 9:' August:s 1784: /was gete:/ I: von den Busch Aan den weledele Groot achtb: Weer, Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur der Kuste Mallabaar. Benevens Den E: Politieken Raad! Weledele Groot Achtbaare, wijdgebiedende Heer! en E: Heeren. Heeft reverentlijk te kennen uweledele groot 159 Woensdag den 11: August:s 1784: groot achtb: zeer nedrige Dienaar Johan Hendrik Brand van Beets, dat hij in 1760: met het schip Bosschenhooven, hier te lande is gekoo„ „men, voor soldaat met negen guldens, winnende thans sestien guldens in deselfde qualiteit, hebbende als zooda„ nig de dienst zoo hier in het guarni„ soen en ook op koilang als een braaf soldaat gepresseert zoo als zulx ook komt te getuigen DE: Heer Majoor en Hoofd der Honorable Milietsie alhier Fredrik von den Busch blijkens geannexeerde verklaaring en door dien de supp:t den ouderdom van 66: Jaaren heeft bereikt, en daar van DE komp: 24: Jaaren heeft gediend, dog nu door ouderdom„ swakheid van het gezichte bijzonder met een swaare lammigheid is geplaagt, en daar door buiten staat de dienst langer naar behooren te kunnen presteeren, zoo verzoekt de supp:t dat hij door uweled: groot achtb: met zoodanige een rust gasie Woensdag den 11:' Augustus 1784: gasie mag begunstigt worden als uweledele groot achtb: zal bevinden te behooren /:onderstond. / 'T welk Doende /was geteekend:/ I: H: Grand: /in margine:/ Koetsiem den 9. ' Augus„ „tus 1784. /lager:/ g'extendeerd door J: A: Eversdijck, g: klerk: Ik ondergeschreeven Fredrik von den Busch Majoor en Hoofd der Hono„ rable Milietsie alhier, getuige en ver„ klaare dat den soldaat Iohan Hendrik Brand van Peets, geduu¬ „rende dien tijd dat denzelven onder mijn kommando is geweest, zich altoos als een braaf en vigalant soldaat heeft gedragen, dog nu door ouderdom, swak„ heid van gezigt en andere swaare lighaa¬ melijke gebreeken voornamentlijk met een swaare lammigheid is geplaagt, waar door buiten staat is. zijn dienst langer te kunnen presteeren het welk ik op verzoek van gem: soldaat Brand„ betuige
English
161 Wednesday the 11th of August 1784: testify to be the truth and remain prepared, if necessary, to confirm the same by oath. Koetsiem the 9th of August 1784: /was signed:/ F: von den Busch To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaar Together with The Honorable Political Council. Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Honorable Gentlemen. Your Right Honorable Highly Esteemed humble servant Karel Lodewijk van Koningsbergen respectfully makes known that in 1759 he arrived in this country aboard the ship Zuiderburg as an Arquebusier Wednesday the 11th of August 1784: Report that the muster roll was compared against the pay ledger and found correct. Insertion of that report. The report having been received from two Judicial Members, who pursuant to the resolution of the 13th of August 1772 compared the muster roll against the pay ledgers in the presence of the Fiscal and found them in agreement, it was, after review, approved to incorporate the same herein. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Johan Gerard van Angelbeek. Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar and its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High Ruling Lord. Pursuant to the resolution adopted in the Council of Mallabaar dated the 13th of August 1772, we the undersigned Judicial Members 165 Report of the census of the households of this city that was conducted. Insertion thereof. Wednesday the 11th of August 1784: members, in the presence of the Merchant and Fiscal of this Government, compared the General Muster Roll of this year with the necessary attention against the pay ledgers and found the same to be in agreement. We furthermore have the honor, with due respect, to subscribe ourselves /below was written:/ Right Honorable, Highly Esteemed, High Ruling Lord, your Right Honorable Highly Esteemed humble and dutiful servants /:was signed:/ W: van Waeften and I: Wolff /:in the margin:/ Koetsiem the ... August 1784: /lower:/ In my presence /was signed/ N: W. Beijts. The report of the census of the households of this city conducted and submitted by two fire and ward masters having been presented, it was approved and understood to insert the same here. To Wednesday the 11th of August 1784: To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek. Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaar with the dependencies thereof. Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord! Pursuant to what was demanded upon request of the Board of Fire and Ward Masters of the 26th of June, we the undersigned members from the same, together with the secretary, by the end of the aforementioned month, conducted an accurate census and description of the households within this city, and found the same to consist of 339 households, containing 2686 souls. Furthermore, there went around with us to inspect all those souls, the 167 Report that no one in this city was found with the disease of leprosy. Wednesday the 11th of August 1784: the Assistant Surgeon Stephanus Evelink and the native physician Ganasa Pandiet, who will deliver to your Right Honorable Highly Esteemed a separate report of their findings. Furthermore, we have the high honor, with the required reverence and respect, to subscribe this /:below was written:/ Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, your Right Honorable Highly Esteemed very humble and dutiful servants /:was signed:/ I: Rijnerberg and C: I: Springer /:in the margin:/ Koetsiem the 28th of July 1784: /:lower:/ In my presence /was signed/ J:n M: de Guevros. It having appeared by a report from the Assistant Surgeon Stevanus Heffeling and the native physician Ganassa Pandiet, who pursuant to the resolution of the 13th of August of last year conducted an exact inspection of the inhabitants together with two fire and ward masters, that no one Insertion of that report. Wednesday the 11th of August 1784: was found to be infected with the distressing disease of leprosy, it is understood to incorporate that report herein. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek. Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaar. Right Honorable, Highly Esteemed, Ruling Lord. In compliance with your Right Honorable Highly Esteemed highly respected order contained in the Extract Resolution adopted in the Council of Mallabaar dated the 13th of August 1772, we the undersigned Stevanus Heveling, Assistant Surgeon here, and Ganasa Pandiet, Native Physician, went around at the end of June of the past week with the delegates from the Board of Fire and Ward Masters, and after 169 Wednesday the 11th of August 1784: Notification that 7½ stacks of firewood were lost at Kranganoor. after an exact inspection found no person to be afflicted with the distressing disease of leprosy. We hope hereby to have complied with the highly esteemed intention of your Right Honorable Highly Esteemed and assume the honor to be with deep respect /:below was written:/ Right Honorable, Highly Esteemed, Ruling Lord, your Right Honorable Highly Esteemed humble and dutiful servants /:was signed:/ S: Haffelin and with some Canarese characters /:in the margin:/ Koetsiem the 29th of July 1784: It having been notified by the Chief at Kranganoor, Johan Adam Cellarius, by letter of the 2nd of this month, that the 7½ stacks of firewood remaining there as a balance, which according to the decree resolution of the 18th of July of last year were to be sent hither and sold, were partly rotted away and for the remainder washed away, for which reason he requested to write the same off; it was thereupon noted that on such firewood as
Dutch transcription
161 Woensdag den 11:' Augustus 1784: betuige de waarheid te zijn en bereid blijve des noods zulx met eede te bevesti„ „gen. Koetsiem den 9. ' Augustus 1784: /was getekend:/ F: von den Busch Aan den weledele groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndien, Goeverneur en Direkteur der Kuste Mallabaar Benevens Den E: Politieken Raad. Weledele Groot Agtb: wijdgebiedende Heer, en E: Heeren. heeff reverentelijk te kennen uweled: groot achtb: onderdanige Dienaar Karel Lodewijk van Koningsbergen, dat hij in 1759: met het schip zuider„ „burg hier te lande is gekoomen voor Bosschieter Woensdag den 11:' Augustus 1784: Rapport dat de Monster„ fronteerd en richtig bevonden Insertsie van dat Rapport Ingekoomen zijnde het rapport van rolle tegen de zoldij gekon„ twee Justietsieele Leden, die ingevolge besluit van den 13. Aug„s 1772: ten oversta„ van den Fiskaal de Monster rolle tegen de zoldij boeken gekonfronteerd en akkordeerende bevonden hebben, zoo is na resumptsie goedgevonden het zelve deezen intelijven. Aan den weledelen groot achtb: Heer, Johan Gerard van Angelbeek. Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Malla„ baar, en dies onderhoorigheeden Weledele Groot Achtbaaren Hoog gebiedende Heere O Ingevolge het geresolveerde in Raade van Mallabaar de dato 13. ' aug„s 1772: hebben wij ondergeteekendens Justitieele leden is. F 165 Rapport van den gedaanen dezer stad. Insertsie daar van Woensdag den 11. August:s 1784: leeden ten overstaan van den koopman en fiskaal deses Goevernements de Generaale monster Rolle van desen Jaare met de noodige attentsie geconfronteerd tegens de zoldij boe„ ken en deselve akkordeerende bevon„ „den. Wij hebben overigens de Eere met ver„ schuldige ontsag ons te onderteekenen /onderstond:/ weledele groot achtb: Hoog gebiedende Heere uweledele groot achtb: onderdanige en trouwschuldige dienaaren /:was geteekend:/ W: van Waeften en I: wolff /:in margine:/ Koetsiem den. . . aug:s 1784:/lager:/ Ten mijnen overstaan /was geteekend/ N: W. Beijts. Het rapport van de gedaane opneem opneem der huisgezinnen der huisgezinnen dezer steede door twee brand en wijkmeesters ingediend zijnde, is goedgevonden en verstaan het zelve hier te insereeren. Aan Woensdag den 11:' August:s 1784: Aan den weledele groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek. Raad extra ordinair van Neder„ lands Jndia, Goeverneur en Direkteur der Kuste Mallabaar met de Resorte van dien. Weledele, Groot achtbaare, wijdgebiedende Heer! Jngevolge het gedemandeerde bij onvraag van Brand en wijkmeesters Kollesie van den 26. Juni hebben wij ondergeteekende Leeden uit hetzelve nevens de sekreta„ „ris, onder ultimo der evengem: maand, een naauwkeurig opreene en beschrij„ ving der Huisgezinnen binnen dezer steede gedaan, en dezelven bevonden te bestaan in 339. Huisgezinnen, in„ houdende 2686: koppen. Wijders zijn met ons mede rond geweest ter visitaatsie van alle die koppen, de 167 Rapport dat in deeze stad Lasernije is gevonden Woensdag den 11.' August:s 1784: de onderchirurgijn Stephanus Eve„ link en de inlandschen geneesmeester Ganasa pandiet, dewelken van hunne bevinding uw weledele groot achtb: een bij zonder Rapport zullen overgeeven. Overigens hebben wij de hooge eere, niet de vereischte eerbied en ontzag dezen te onderschrijven /:onderstond:/ weledele groot achtb: wijd gebiedende Heer, uwer weledele groot achtb: zeer nedrige en onder„ „danige dienaaren /:was geteekend:/ I: rijnerberg en C: I: Springer (in margine Koetsiem den 28. Juli 1784: /:lager:/ Ten mijnen bijweezen /was geteekend./ J:n M: de Guevros. Bij een rapport van den ouderchirurgijn niemand met de ziekte van Stevanus Heffeling en inlandschen ge„ neesmeester Ganassa Pandiet, die volgens besluit van den 13. ' aug„s J„o leeden met twee branden wijkmeesters een exakte visitaatsie der inwooneren heb„ „ben gedaan, gebleeken zijnde dat niemand is raag weest Insertsie van dat rapport Woensdag den 11. ' August: 1784: is bevonden besmnet te zijn met de bedroef„ „de ziekte van melaatscheid zoo is ver„ staandat rapport deezen in te lijven. Aan den weledelen groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek. haad extra ordinair van Neder„ lands Jndien, Goeverneur en Direkteur, ter Kuste Mallabaar. Weledele Groot achtbaare, welgebiedende Heer Jn naarkoming van uweledele groot achtb: Hoog gevenereerde ordre vervat bij Extrakt Resoluutsie genoomen in Raade van Mallabaar onder dato 13. ' Augustus 1772: hebben wij ondergeteeken„ „dens Atevanus Heveling onder Chirur„ „gijn alhier en Ganasa Pandiet Jnlands geneesmeester onder ult:o Juni J=o weeken met gekommitteerdens van Brand en wijkmeesters kollegie, rond geweest en na 169 Woensdag den 11:' August:s 1784: „pels brandhout te kranganoor verlooren zijn geraakt. na een Exakte visitaatsie geen perzoon met de bedroefte ziekte van Melaat„ sche bevonden te zijn. we hoopen hier meede te hebben voldaan aan de Hoog g'eerde Jntentsie van uweledele groot achtb: en matige ons de eere aan, van met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ weledele groot achtb: welgebiedende Heer. uw weledele groot achtb: onderdanige en trouwschul„ „dige Dienaaren /:was geteekend:/. S: haffelin en met eenige kanarijnse karakters /:in margine:/ Koetsiem den 29: ' Julij 1784: Door het opperhoofd te kranganoor bekendmaaking dat 7½ staa, Johan Adam Cellarius bij brief van den 2: deezer bedeeld zijnde, dat de aldaar per restant loopende 7½: stappel brandhout, het welk volgens Tekreet besluit van den 18. ' Juli J:ob: mosten herwaards gezonden en verkocht worden, voor een gedeelte verrot en voor 't overige weggespoeld was, weshalven bij verzocht, hetzelve afteschrijven; zoo werd daar op aangemerkt, dat op zulk brandhout als
English
Wednesday the 11th of August 1784: Decision to write off ten percent and to require compensation for the rest. Leasing of the Company's domains; yield thereof. as falls here, which consists of thin pieces, branches and twigs, certainly some deterioration occurs due to prolonged lying, but that care should have been taken against complete decay as well as against washing away; namely, against the former by timely notification, and against the latter by providing a secure storage place. It was subsequently approved and agreed to allow a write-off of ten percent thereon and to hold the said chief accountable for the remainder. The Council having subsequently proceeded to the front hall to hold the lease of the Company's Domains, the same resulted in the outcome seen in the following yield, with a comparison against that of last year. Memorandum 171 390: —. Wednesday the 11th of August 1784: Memorandum of the yield of the lease of the Company's Domains for the year 1784/85: Rendered last year; This year; More; Less. The import and export duties of Koetsiem: Rps 24850:— 25000:— 150:— —:—. The import and export duties of Koilang: 5150:— 5650:— 500:— —:—. The import and export duties of kranganoor: 2200:— 2000:— —:— 200:—. Transport of slaves: 410:— 410:— —:— —:—. Beer measure: 390:— —:— —:— —:—. Suri and arrack inside the city: 4700:— 4800:— 100:— —:—. Suri and arrack outside the city: 1750:— 920:— —:— 830:—. Suri and arrack on the Island of Waipin: 600:— 460:— —:— 140:—. Tobacco lease inside and outside the city: 2200:— 2200:— —:— —:—. Tobacco lease on the Island of Bendoerti: 50:— 50:— —:— —:—. Tobacco lease at kranganoor, Paliportoe, Moettoekoenoe: 1700:— 1730:— 30:— —:—. Right of the ferry to Waipin: 370:— 370:— —:— —:—. Right of the ferry to Angekaimaal: 60:— 60:— —:— —:—. Together Ropias 44040:— 43650:— 780:— 1170:—. The lesser deducted from the greater with 780:— from 1170:— leaves 390:—. Thus it appears that this lease has yielded less than that of last year by 390:—. Thus done, resolved, and enacted in the Council of Malabar, at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek; R: van Warn, F von den Busch, N: W: Beits, I: L: van Spall; and W: van Haeften. Wednesday the 11th of August 1784: Death of the secretary Dannechen. Appointment of the first clerk Poolvliet as secretary, and of the bookkeeper Lunel as first clerk. Taking of the oath by the former as member of the policy council and the latter as first clerk. Admission of the former as member. Aforementioned instruction for the fire and ward masters, and a continuing placard concerning the renewal of the former ordinance. Tuesday the 24th of August 1784. Forenoon. Absent: The Honorable von den Busch due to indisposition, and the Gentlemen Seiffer and Vernede on commission. Due to the death of the junior merchant and secretary of policy Iohan Andries Daimichen, it was approved and agreed upon the proposal of the Governor to appoint in his place the first sworn clerk of policy Adriaan Poolvliet as member and Secretary of this assembly, as he has served many years as writer and sworn clerk at the secretariat to satisfaction, and also performed the office of secretary during the illness of the said Daimichen; as well as to favorably recommend him to the Supreme Indian Government for confirmation and attainment of the corresponding rank of junior merchant; and also to appoint in his place as first sworn clerk of policy and secretary of justice the bookkeeper Arnoldus Lunel, who previously served with the Governor at Tutukorijn as first sworn clerk to satisfaction, and has since arrived from Ceylon and was stationed here; and it was furthermore agreed to give notice of this appointment to the Court of Justice. The said Poolvliet having taken the oath as member of this assembly and the said Lunel the oath as first sworn clerk before the Governor, and a seat in this assembly having been assigned to the former, it was approved and agreed to record this note of both matters. Tuesday the 24th of August 1784: Decision to put the same into execution. Insertion of the said papers. Instruction for ward and fire masters in the city of Koetsiem. Article 1: Having circulated among the members for reading and now being brought to the table: an instruction for fire and ward masters, and a placard for the renewal of various political laws and ordinances; it was, after resumption thereof and upon mature deliberation, approved and agreed to ratify and enact the same, as well as to have the instruction delivered to the board of ward and fire masters, and to have the placard published and posted as usual, and to have the latter newly proclaimed henceforth twice a year, namely on the day of conquest after the changing of the administration, and on the day of the general leasing of the Company's Domains; and it was likewise approved and agreed to insert both papers here. Instruction for ward and fire masters in the city of Koetsiem. Article 1: For the maintenance of good order in the city and a peaceful, proper coexistence among the inhabitants, six ward and fire masters were already appointed in the previous century, and constituted into a civic board.
Dutch transcription
Woensdag den 11. ' August:s 1784: besluit tien percento afte„ schrijven en de rest te laaten vergoeden Verpachting van 'skComp: domainen rendement daar van als hier vall het welk uit dunne stukken takken en telgen bestaat, door het lang leggen zeeker wel eenige minderheid vall„ doch dat tegen het geheele bederf zoo wel als tegen het wegspoelen had moeten zorg gedraagen worden, te weeten, tegen het eerste doorlijdige kennis geeving, en tegen het laaste door het be„ zorgen van een veilige berg plaats en werd vervolgens goedgevonden en verstaan daar op tien percento ter afsch: toe te staan en het overige door gem: opperhoofd te laaten ver„ „antwoorden. De Raad vervolgens zich be„ geeven hebbende naar de voor„ zaal om de verpachting te hou„ den van 's komp: Domainen, zoo heeft dezelve zoodanig ge„ „volg gehad, als te zien is bij het ondervolgende rendement met eene vergelijking tegen dat van voorleeden Jaar. Memorie 171 390: —. Woensdag den 11. August:s 1784: Memorie van het Rendement der verpagting 84 skomp:s Domainen voor den Jaare 17. 3/35: Anno pass=o deezen Jaare meerd:r minder gerendeerd gemeind De in en uitgaande Regten van Koetsiem : Rops 24850:- 25000:-: 150: - —. –. „ in en uitgaande Regten van Koilang - - - „ 5150:- 5650:- 500: - —. – – „ in en uitgaande Regten van kranganoor. . „ 2200:— 2000:— —. — 200:—. vervoer van slaaven - - - - „ —. -. Biermaat - 410: —. —. — —. —. suri en arak binnen de stad - - - „ 4700:-4800:- 100: - —. —. suri en arak buiten de stad - - - „ 1750:— 920:— —. . — 830:—. suri en arak op het Eiland waipin - - „ 600:- 460:—. —. —. 140:—. Tabakspagt binnen en buiten de stad. . - „ 2200:- 2200:—: — - —.. —. Tabaks pagt op het Eiland Bendoerti 50: — „ Tabaks pagt te kranganoor, Paliportoe Moettoekoenoe „ 1700:-. 1730:- 30: - —. –. . Geregtigheid van het veer tot Waipin - - „ 370:- 370:- —. –. –. -. Geregtigheid van 't veer tot Angekaimaal - - „ 60:— 60:– Te samen Ropias 44040:–43650:—. 780:—: 170:—. Het minder van het meerder afgetrok„ ken met . „ 43658:— zoo blijkt dat deeze verpachting minder heeft gerendeert als die van A„o passo. 340: —. - - - - – – „ 410:– 50: — —. — —. —. van Aldus Gedaan, Geresolveerd en en G'arresteerd in Raade van Malla„ „baar, ter steede koetsiem, ten daage; maand —. —. —. —. —. —. 780: — - - Woensdag den 11:' August:s 1784: overlijden van den sekretaris Dannechen E aanstelling van den eersten maand en Jaare voorm: /was geteekend/ I: G: van Angelbeek; R: van Warn, F von den Busch, N: W: Beits, I: L: van Spall; en W: van Haef„ ten. Dingsdag den 24. ' August:s 1784. voormiddag absent DE: vonden Busch door indisposietsie en Dh„s Seiffer en vernede in kommissie Mits het overleiden van den onder„ koopman en sekretaris van Polietsie Iohan Andries Daimichen is, op de proposietsie van den Heer Goeverneur goedgevonden en verstaan in deszelfs plaats den Eersten gezw: klerk Poolvliet als sekreta„ klerk van Polietsie Adriaan Poolvliet tot lid en Sekretaris deezer vergadering aantestellen, als hebbende veele Jaaren als Pennist en gezw: klerk op de sekretarij dienst gedaan en genoegen gegeeven, mitsga„ „ders het ampt van sekretaris geduurend de ris. Lu en 173 Dingsdag den 24: August:s 1784: en van den Boekhouder Lunel tot eerste klerk. presteering van den eed door den eersten als Lid van polietsie en den Laasten als Eerste klerk. gabenoemde Jnstruksie voor duurende Plakkaat nopens de renovaat„ de ziekte van gem: Daimichen waarge„ noomen mitsgaders denzelven ter bevestiging en erlanging van de daar toe staande onder„ koopmans qualiteit aan de Hooge Jndische Reegering favorabel voortedraagen, mits„ gaders in zijne plaats wederom tot eersten gezw: klerk van polietsie en sekretaris van Justietsie den Boekhouder Arnoldus Lunel aan te stellen, die voor heen bij den Heer Goeverneur te Tutukorijn als eerste gezw: klerk bescheiden geweest is en genoe„ „gen gegeeven heeft mitsgaders zeder van Ceilon overgekoomen en hier bescheiden geraakt is; en is voorts verstaan van deeze aanstelling aan den Raad van Justietsie kennis te geeven. Door gem: Poolvliet de eed als lid van deeze vergadering en door gem: Lunel de eed als eerste gezw: klerk in han„ „den van den Heer Goeverneur afgelegd mits„ cessie van den eersten als lid „gaders aan den eerstgemelden zitplaats in deeze vergadering aangeweezen zijnde: zoo is goed gevonden en verstaan van dat een en ander deeze aanteekening te houden onder de Leden ter lekture rondgeweest Brand en wijkmeesteren en aen en thans ter tafel gebragt zijnde eene sie der voorige ordonnantsie instruksie voor Brand en wijkmeesteren, en aaf Dingsdag den 24: August„s 1784: besluit dezelven ter exekuutsie te leggen en een plakkaat tot renovaatsie van ver„ scheidene politieke wetten en ordonnantsten: zoo is na resumptsie van dezelven en na rijpe deliberaatsie goedgevonden en verstaan dezelven te approbeeren en te arresteeren, mitsgaders de instruksie aan het kollesie van wijk en Brandmeesteren te laaten afgeeven en het plakkaat naar gewoon„ „te te laaten publiceeren en affigeeren, en dit laaste voortaan Jaarlijx twee maal op 't nieuw te laaten afkondigen te weeten op den veroverings dag na het verzetten van de wet, en op den dag der generaale verpachting van 's Komp:s Domainen en is teffens goed gevonden en verstaan Jnsertsie van gem: papieren die beide papieren, hier bij te insereeren Instruksie voor wijk en Brand=meesters in de stad Koetsiem. Art:1: Tot het onderhouden van goede ordre in de stad en eene geruste betaamlijke zamen leeving onder de Inwoonders, zijn reets in de voorige Eeuwe Seswijk en Bran „meesters aangesteld, en tot een Burger Kollesie E
English
175 Tuesday the 24th of August 1784. the board convened under the presidency of a qualified Company servant holding a seat in the Council of Policy, which board, having since been confirmed annually at the changing of the magistracy or altered as necessity required, presently consists of: The President The Honorable Merchant and Fiscal Mr. Nikolaas Wendelen Beits, and The Members Iohannes van Blankenberg, Master of Equipage; Huibert Simon Correjolles, Bookkeeper and pay-transfer clerk; Joachim Marques de Guciros, Ensign of the white Burghers; Daniel van der Sloot, Town master; Iohan Frans Moots, Overseer of the Timber Yard; and Karel Julius Springer, Overseer of the Armory; together with the Secretary Joachim Marqueis de Guiros, aforementioned. Article 2. And although the principal duties and appointments of this board were prescribed Tuesday the 24th of August 1784. prescribed by the late His Right Honorable Henrik Zwaardecroon, of venerable memory, in a certain document entitled: Draft orders and instructions for wardmasters and firemasters, together with the Memorandum that his said Honor, as former Commissioner of this Commandery, left behind in the year 1692; to which from time to time the authorities have furthermore issued all manner of useful placards and ordinances pertaining to civic administration to serve as a regulation for the same: nevertheless, no fixed instruction has hitherto been drawn up from them, from which it has naturally had to follow that many persons who are appointed as members to this board, finding no instruction and having no opportunity to read through all the old placards, ordinances, or extracts, remain ignorant of a part of their duty, and that at the same time several commendable orders pertaining thereto have fallen into oblivion and thus also out of use, 177 Tuesday the 24th of August 1784. whereof the disadvantage is all the greater because several of these orders must also serve for the guidance and observance of the inhabitants, who likewise have remained ignorant of them. In order to provide against this, we have examined the aforementioned draft instruction, placards, and ordinances, and have drawn from them, as well as from the Statutes of Batavia and from the instruction for wardmasters in Colombo, the orders that are necessary for such an instruction here, together with adding thereto what we have deemed useful and necessary for the further attainment of our objective, from which this instruction has been prepared, which was adopted this day in the Council of Policy to serve henceforth as a fixed and permanent rule for the aforementioned board, and to be observed and complied with both by the wardmasters and by the inhabitants of this town. Article 4. The board of wardmasters and firemasters shall, as hitherto, so also Article 3. Tuesday the 24th of August 1784. also henceforth, consist of the President, for which the Fiscal is generally appointed, though other Members of Policy are also eligible, and of six Members, both Company servants and Burghers, and of the Secretary, for which one of the Members, or otherwise a separate clerk, may be taken. Article 5. The President ensures that the wardmasters and firemasters properly observe their duty, which is to be prescribed to them hereafter; convenes the board for that purpose as often as it is deemed necessary; assists them in the execution of their duty; and maintains them in the fulfillment of their office by his superior authority against those who might offer opposition. Article 6. The wardmasters and firemasters must respect their President, and make report to him of all occurring matters, as well as appear when they are summoned, and properly carry out the commissions 179 Tuesday the 24th of August 1784. commissions that are assigned to them. Article 7. The Secretary shall keep proper notes of what is resolved in the meeting and prepare a brief resolution thereof, which shall be signed by the President, the Members, and himself. He takes care of the books, registers, and papers of the board, of which an accurate inventory shall now be made at once, and must register at the next meeting, or record in the resolutions, all extracts, placards, and other papers that shall henceforth be delivered to the board, and subsequently have them sewn in and preserved in their place among the papers of the board. He shall in like manner be required to keep the rolls of the houses and house rents balanced, and have the three-quarter month's house rent of each house collected annually from the owners, and make the necessary expenditures therefrom, keeping an accurate record of receipt Tuesday the 24th of August 1784. receipt and expenditure, from which he annually forms a proper account and submits it to the board, to be examined by the same and disposed of according to findings, after which the President shall deliver a copy of the same and of the resolution drawn up thereon to the Honorable Commander, to be examined and registered in the Council of Policy. Article 8. The board shall be served by the Native Messenger, who shall execute the necessary legal services and collect the aforementioned three-quarter month's house rent according to the roll and receipt slips of the Secretary, and shall receive five percent for this, though for which he is also bound, for the security of those moneys, to provide sureties to the sum of three hundred rixdollars to the satisfaction of the board. Article 9. The aforementioned wardmasters have, for greater convenience and better attainment of their objective, divided the town among themselves into
Dutch transcription
175 Dingsdag den 24:' Augustus 1784: hollesie beroepen onder voorzitting van een gequalificeerd komp:s Dienaar zitting in Raade van Polietsie hebbende, welk kollesie zeder Jaarlijx bij 't verzetten van de wet bevestigd, of naar noodzaaklijk„ heid veranderd is, in tegenwoordig be„ staat uit. Den President Den E. koopman en Fiskaal M„r Nikolaas Wendelen Beits en De Leden Iohannes van Blankenberg Egeipasiem: Huibert Simon Correjolles Boekhouder en soldij overdrager, Joachim Marques de Guciros Vaandrig van de blanke Burgers, Daniel van der Sloot stadsmeester, Iohan Frans Moots opziender van den Houttuin en Karel Julius Springer opziender van de wapenkamer nevens den sekretaris Joachim Marqueis de Guiros voor„ „meld. Art: 2: En hoe wel de voornaamste plichten en bestellingen van dit kollesie voorge„ „schreeven Dingsdag den 24:' Augustus 1784: — schreeven zijn, door wijlen zijne Hoog„ „edelheid Henrik Zwaarde Kroon W: L: M: / bij zeeker papier getij„ „teld: Projekten tot order en instruk„ sie van wijk en Brand=meesters, nevens de Memorie die Hoogst denzelve, als geweezene kommissaris van dit kommandement, in 't Jaar 1692: heeft nagelaaten waar bij zeeder door de overigheid, van tijd tot tijd allerlij nuttige plakaaten en ordonnantsien, tot het burger bestier betreklijk, zijn uitgegeeven, om te dienen tot een voor„ „schrift van het zelve: zoo is daar uit echter tot nu toe geene vaste instruksie opgemaakt, waar uit natuurlijker wijze heeft moeten voortvloeien, dat veele Persoonen, die in dit kolle„ „sie als Leden aangesteld worden, geene instruksie vindende en geene geleegenheid hebbende, om alle de oude plakaaten ordonnantsie, of extrakten door te leezen van een gedeelte van hunnen plicht onkun„ „dig blijven, en dat tevens verscheidene loflijke orders hier toe betreklijk uit het geheu„ „gen en dus ook uit het gebruik geraakt zijn. 177 Dingsdag den 24. Augustus 1784. zijn, waar van het nadeel te grooter is, om dat verscheidene van deeze orders mede moeten dienen tot naricht en observantsie van de jnwoonders, die daar van mede onkundig gebleeven zijn. Om hier teegen te voorzien, hebben wij de voorsz: projekt instruksie, plakkaaten en ordonnantsien, nagegaan, en daar uit mitsgaders uit de Statuten van Batavia en uit de instruksie voor wijkmeesters te kolombo, de orders getrokken, die tot zulk eene instruksie alhier noodig zijn, mitsgaders daar bij gevoegd, het geen wij tot verdere bereiking van ons oogmerk, nuttig en noodig geoordeeld hebben, waar uit deeze instruksie is opgemaakt de„ welke op heeden in Raade van Polietsie gearesteerd is om voortaan tot een vasten en permanenten regel voor meerm:t kollesie te dienen en zoo door wijkmeesteren, als door de Jnwoonders deezer stad, in acht genoomen en naargekoomen te worden Art: 4: Het kolledie van wijk- en Brand= meesteren zal, gelijk tot nu toe, alzoo ook Art: 3: Dingsdag den 24: Augustus 1784. ook voortaan, bestaan uit den President, waar toe doorgaans de Fiskaal benoemd word, doch ook andere Leden van Poliet sie verkiesbaar zijn, en uit ses Leden zoo komp:s Dienaaren als Burgers en uit den sekretaris, waar toe een van de Leden, of anders een afzonderlijke Pennist, kan genoomen worden Art: 5: De President zorgd, dat wijk- en Brand= meesters hunnen plicht, die henl: hier na staat voorgeschreeven te worden, behoor„ „lijk betrachten; beroept tot dat einde het kollesie, zoo dikwils het noodig ge„ oordeeld word; is henl: behulpzaam in„ het uitvoeren van hunnen plicht; en mainteneerd dezelven in 't volbrengen van hun ampt, door zijne meerdere authori„ „teit, tegen de geenen, die zich mogten opposeeren. De wijk- en Brand=meesters moeten hunnen President respekteeren, en aan denzelven van alle voorvallende zaaken rapport doen, mitsgaders, wanneer ze ontboden worden, verschijnen, en de kommissien Art: 6: die 179 Dingsdag den 24: August:s 1784: die henl: opgedraagen worden, behoorlijk ter uitvoer brengen. Art: 7. De sekretaris zal van het geen in de vergadering beslooten word, behoorlijke aanteekening houden en daar van een korte resoluutsie opmaaken, die door President en Leden en hem zelven getee„ kend zal worden, Hij draagd zorge voor de boeken, registers en papieren van het kollesie waar van nu ten eersten een akkurate inventaris zal gemaakt worden, en moet alle extrakten, plak„ kaaten en andere papieren, die voortaan aan het kollesie zullen afgegeeven worden bij de eerstvolgende vergadering registreeren, of bij de resoluuitsie aantee„ kenen, en vervolgens bij de papieren van het kollesie op hunne plaats laaten innaien en bewaaren; Hij zal inzelver voegen de rollen van de huizen en huishuuren moeten effen houden, en de drie quart maand huis„ huur van elk huis Jaarlijks van de Eigenaars laaten ophaalen, en daar uit de noodige uitgaven doen, houdende van ontvangst E en Dingsdag den 24: Augustus 1784: ontvangst en uitgave nauwkeurige aan„ teekening, waar uit hij Jaarlijx eene behoorlijk reekening formeerd en aan 't kollesie overgeeff, om door het zelve nagezien en daarop naar bevinding, gedisponeerd te worden, waar na de President een afschrift van dezelve en van de daarop getrokkene resoluut„ sie aan den Heer Kommandeur zal overgeeven, om in Raade van Polietsie g'examineerd en geregistreerd te worden Arb: 8. Het kollesie zal bediend worden door den Jnlandschen Bode, die de noodige exploicten doen en de voorm: drie quart maand huis-huur, volgens de rolle en quitantsie-briefjes van den sekretaris op„ haalen en daar voor vijf percent genieten zal, doch waar voor hij ook gehouden is, tot zeekerheid van die penningen borgen te stellen, ter somme van drie honderd rijxd:s ten genoegen van het kollesie. Art: 9: De voorsz: wijkmeesters hebben, tot meerder gemak, en beetere bereiking van hun oogmerk, de stad onder zich in
English
Tuesday the 24: August 1784: divided into wards, which in itself is a good institution that also exists in other cities where ward masters are appointed; however, no fixed policy has been maintained in this matter until now, but changes have often been made upon the arrival of new members, so that entire streets which previously belonged to one ward were then placed under another, whereby the inhabitants sometimes do not know which ward they belong to; besides that the division by streets, which has taken place until now, also has this defect: that the houses which run through from one street to the other, as well as the corner houses, often happen to come under two ward masters, which is entirely undesirable. We have therefore, in order to put this matter once and for all on a permanent footing, divided the entire city into six wards, beginning with the northernmost end of the city fortifications, as follows. Art: 10: Ward No 1: begins with the city fortification, 1784:— Tuesday the 24: August 1784: fortification, or from Sloterdijk in the north-east, and contains the naval yard with its buildings, the armory and blacksmith's shop, the trade and dispensary warehouses, the square behind them, the Osse-straat, the narrow block of houses enclosed between the warehouses and the Kalver-straat, along with the entire block on which the house of the Company's merchant Anta Settij stands, with its outbuildings and rear buildings, so that the north side of the Kalverstraat and of the Dwarssteegje also belongs to this ward. Ward No 2: borders to the east on the powder mill and the Company's inner garden, and contains the Burgerstraat, the Sluipsteegje, the Gasthuisstraat, and the east side of the Prinsen- and Pieterselie-straaten. Ward No 3: lies to the west of No 2: and consists of the west side of the Prinsenstraat, the south side of the Kalver-straat and of the Dwarssteegje, further of the Roozen-straat, the Company's horse stable, and the north side of the Bloemendaalsstraat. The 8 Tuesday the 24: August 1784: Ward No 4: borders to the north on No 3: and comprises the west side of the Pieterseeli-straat, alongside the freestanding house of the burgher lieutenant, Karel Groenrood, with its side and rear buildings; the Bree-straat and the eastern portion of the Smeestraat, the north side of the Groenendalsstraat, and the houses standing on the south side of this block, among which the city inn is the most prominent. Ward No 5 consists of the entire block of the Timber Wharf and the ammunition storehouse, the church, the commandery, the secretariat, and the house of the second-in-command, the Main Guard, the Heere-gracht, and the westernmost block enclosed between the Heere- and Wapenkamers-straat, so that the last-named street and the west side of the Heere-straat, along with that portion of the Prinsen-gracht which is enclosed between these two streets, also belong to it. Ward No 6: is bounded to the north by the Marktstraat, to the south by the Tuesday the 24: August 1784: further portion of the Prinsen-gracht, to the east by the Lindestraat, and to the west by the east side of the Heere-straat, and also contains the Lelij-straat and the blind Dwarssteegje. A map has been drawn up of this division, in which each ward has been colored and distinguished with a distinct color, namely No 1: with green; No 2: with yellow; No 3: with purple; No 4: pale red; No 5: dark red; and No 6: blue; which map is annexed to this instruction. Art: 11: Each ward master shall take one of these six wards under his particular supervision and ensure that everything prescribed herein is strictly observed; in the allocation of the same, primary consideration shall be given to ensure that the ward masters reside in their ward or otherwise as close to it as possible; if something occurs in his ward which he cannot settle alone, or against which provision must be made from higher authority, he shall give notice thereof to the Tuesday the 24: August 1784: president, who will bring such matter for deliberation in the meeting and submit the resolution drawn up thereon to the Commander for approval. Art: 12: Consequently, the six wards are for the present distributed in the following manner: Ward No 1: to the Equippage Master Iohannes van Blankenberg, as residing therein. Ward No 2: to the overseer of the armory Karel Iulius Springer, as it lies nearest to him. Ward No 3: to the pay-transfer clerk Correjolles, as residing therein. Ward No 4: to the burgher ensign de Queiros, as residing therein. Ward No 5: to the overseer of the Timber Wharf Iohan Frans Mots, as residing therein, and Ward No 6: to the city master Daniel van der Sloot, as residing therein. Art: 13: Peace and security are the principal benefits Tuesday the 24: August 1784: which one endeavors to provide to the inhabitants of the city through the board of ward masters; for this it is strictly necessary that every ward master knows what kind of people reside in his ward and what goes on among them. To that end, each ward master shall keep a record and form a list of the houses in his ward and of their residents, with a clear description of the households, of how many persons they consist, what age the children and slaves of both sexes are, and by what trades, businesses, or crafts those who are not in the Company's service, as well as widows and other unmarried women, make their living; all of which the residents of each ward shall report to their ward master whenever they are questioned by him about it, without concealing anyone, on penalty of a fine of ten ropijen to the ward masters' treasury. Art: 14:
Dutch transcription
181 Dingsdag den 24: Augustus 1784: in wijken verdeeld, het welk op zich zelve een goede instelling is, die ook. in andere steden plaats heeft, daar zich wijkmeesters bevinden, doch hier in is tot nu toe geen vaste voet gehouden, maar dikwils, bij aankomst van nieu„ „we Leden, verandering gemaakt, zoo dat heele straaten, die voorheen tot de eene wijk gehoord hadden, als nu onder eene andere gesteld wierden; waar door de Jnwoonders zomtijds niet wee„ ten, onder welke wijk ze gehooren; behal„ ven dat de verdeeling bij straaten, die tot nu toe heeft plaats gehad, noch dit gebrek heeft, dat de huizen dlie van de eene straat tot de andere door„ „loopen, als mede de hoekhuizen, dik„ „ils onder twee wijkmeesters te staan koomen. het welk zoodanig niet be„ koord. wij hebben derhalven, om dit stuk eens vooral op eenen vasten voet te brengen, de heele stad in ses wijken verdeeld, beginnende met het noordlijkste ende van de stads vesten, als volgd. Arb: 10: De wijk N=o 1: begind met de stads veste 1784:— aan„ e den Dingsdag den 24: Augustus 1784: veste, of van sloterdijk in 't noord oosten en bevat de Equipasiewerf met zijne gebouwen, de wapenkamer en Smits- winkel, de negootsie - en Dispens-pak„ huizen, het plein achter dezelven de Osse-straat, het smalle blok huizen tusschen de pakhuizen en de kalver„ „straat beslooten, nevens het heele blok„ waar op het huis van 's komp:s koopman Anta Settij, met zijne bij= en achter= gebouwen staat, zoo dat de noord zijde van de Kalverstraat en van het Dwars„ „steegje mede tot deeze wijk gehoord. De wijk N=o 2: paald ten Oosten aan de kruitmoolen en 's komp.:s binnen tuin en bevat de Burgerstraat, het sluip„ „steegje, de gasthuisstraat en de oostzijde van de Prinsen= en Pieterselie=straa„ ten. De wijk N=o 3: legt ten westen van N=o 2: en bestaat uit de westzijde van de Prinsen straat, de Zuidzijde van de Kalver-straat en van het Dwarssteegje, voorts uit de Roozen-straat, 's komp: paarden stal en de noordzijde van de Bloemend als straat. De 8 183 Dingsdag den 24: Augustus 1784: De wijk N=o 4: paald ten noorden aan N=o 3: en begrijpt de west zijde van de Pieterseeli=straat, nevens het op zich zelve staande huis van den Burger Luitenant, Karel Groenrood, met zijne zij- en achter-gebouwen; de Bree-straat en het Oostlijke gedeelte van de Smeestraat de noordzijde van de Groenendalsstraat ende huizen aan de zuidkant van dit blok staande, waar onder de stads-herberg het voornaam„ ste is. De wijk N=o 5 bestaat uit het heele blok van den Houttuin en 't ammunietsie huis, de kerk, het kommandement, de sekretarij en 't huis van den sekunde, de Hoofdwacht, de Heere-gracht en het westlijkste blok tusschen de Heere- en wapenkamers=straat beslooten, zoo dat de laastgenoemde straat en westzijde van de Heere-straat met dat gedeelte van de Prinsen=gracht, het welk tusschen deeze twee straaten beslooten is, meede daartoe gehooren. Dewijk N=o 6: word bepaald ten noor„ den door de Marktstraat, ten zuiden door 't Dingsdag den 24:' Augustus 1784: 't verder gedeelte van de Prinsen=gracht, ten oosten door de Lindestraat, en ten westen door de oostzijde van de Heere-straat, en bevat noch de Lelij= straat en het blinde Dwarssteegje. van deeze verdeeling is eene kaart opgemaakt waerin ieder wijk met eene afzonderlijke kleur is afgezet en Kenbaar gemaakt, te weeten N=o 1: met groen; N=o 2: met geel; N=o 3: met purper; N=o 4. bleekrood; N=o 5. donker„ „rood; en N=o 6: blauw; welke kaart nevens deeze instruksie gevoegd word. Art: 11: Elk wijkmeester zal eene van deeze ses wijken onder zijn bezonder toezicht nee„ men en zorgen, dat in dezelve al 't geen in deezen is voorgeschreeven, stipt onder„ houden worde; bij de verdeeling van dezel„ ven zal voornaamlijk gelet worden, dat de wijkmeesters in zijne wijk woone of anders zoo digt bij dezelve als mogelijk is; Jndien in zijne wijk iets voorvalt, het welk hij alleen niet kan afdoen, of waar teegen van hooger hand voorziening moet gedaan worden, zal hij daar van aan den 185 Dingsdag den 24:' August:s 1784: den President kennis geeven, die zulk in vergadering ter deliberaatsie bren„ „gen, en de daar op getrokkene resoluut„ sie aan den Kommandeur ter appro„ baatsie overgeeven zal. Art: 12: Dienvolgende worden de seswijken voor het tegenwoordige volgenderwijze verdeeld. De wijk N=o 1: aan den Equipasiemeester Iohannes van Blankenberg, als daarin woonende. De wijk N=o 2: aan den opziender van de wapenkamer Karel Iulius springer, als hem naast geleegen zijnde De wijk N=o 3: aan den soldij Overdra„ „ger Correjolles, als daarin woonende. De wijk N=o 4: aan den Burger vaan„ drig de Queiros als daarin woonende De wijk N=o 5: aan den opziender van de Houttuin Iohan Frans Mots als daar in woonende en De wijk No 6: aan den stadsmeester Daniel van der Sloot als daar in woonende. Art: 13. Rust en zeekerheid zijn de voornaamste voordeelen Dingsdag den 24: Augustus 1784: voordeelen, die men aan de Jnwoonders der stad, door het kollesie van wijkmee„ steren tracht te bezorgen; hier toe is volstrekt noodig, dat een ieder wijkmeeste weete, wat voor Menschen in zijne wijk woonen, en wat onder henl: omgaat. tot dat einde zal elk wijkmeester aantee„ kening houden en eene lijst formeeren van de huizen in zijne wijk, en van de Bewoonders derzelven, met eene duidelijke beschrijving der Huisgezin„ nen, in hoe veel persoonen dezelven bestaan, wat ouderdom de kinderen en slaaven van beide kunnen hebben, en met welke ambachten neering off hand teeringen de geenen, die niet in 'skomp:s dienst zijn, mitsgaders de wedewen en andere ongetrouwde vrouw persoonen zich geneeren, al het welk de Jngezeetenen van ieder wijk, aan hunnen wijkmeester zullen opgeeven, zoo dikwils zij door hem daar over worden aangesproo„ ken, zonder iemand te verzwijgen, op pene van eene boete van tien ropijen aan Wijkmeesters kasse. Art: 14:
English
187 Tuesday the 24: August 1784: Art: 14: To that end, everyone who moves from one ward to another shall also give notice thereof to the ward master from whose neighborhood he departs, and at the same time to the ward master in whose neighborhood he arrives, on pain of a fine of five ropijen, both with respect to the ward that he leaves as well as the one into which he moves, for the benefit of the ward masters' fund, of which change the ward master shall immediately make a note in his register; a ward master who remains negligent in this regard shall forfeit that fine twofold. Art: 15: No one shall take into his house and lodge any strangers, whether European or Native, without reporting the same that very day, before sunset, to the ward master of his ward, with the number of persons, and whether they are armed or not, where they come from, where they are going, and what business they have here, on the same fine as in Article 14:. Art: 16: Tuesday the 24: August: 1784: Ward masters shall however not rely on this declaration alone, but shall themselves keep a watchful eye on all strangers in their ward, and if they obtain any suspicion, report thereof to their President, especially if the number of such suspicious or dangerous persons in their ward should increase, in which case a report thereof must immediately be made by the President to the Lord Commander, in order to make provision against it as the requirements of the matter demand. Art: 17: Ward masters shall also keep an eye on the doings and conduct of the inhabitants in their ward, how they conduct themselves, and in case any of them should disturb the neighborhood through dissolute behavior or undertake matters scandalous and detrimental to the peace of this city, they shall admonish them to desist from such, or otherwise give notice thereof to the college, and subsequently to the Lord Commander. 189 Tuesday the 24: August 1784:— to the Lord Commander. Art: 18. In the same manner, if they find among them someone who has no means to live on, and yet also does not undertake anything to earn a living: they shall not only watch the movements, trade, and dealings of such a suspicious person with particular precision, but also give notice thereof to their college, in order to decide further regarding the matter. Art: 19: Ward masters shall also particularly watch for idlers who are too lazy to take up a trade or to labor, as well as those who take no care for the upbringing of their children; they shall admonish them to work, and if they are of European parents and have learned no trade, address them to the authorities to be taken into service as soldiers, drummers, or sailors, or else placed in the workshops at some trade. Art: 20. Tuesday the 24: August: 1784: Art: 20: Youths of that sort, not being inclined to learn a trade or to the service of the Company, shall against their will be placed on a ship or sloop. Art: 21. When ward masters notice that in their ward any forbidden conventicles are being held, whether under pretext of religion or other pretenses: they shall give notice thereof to the Lord Commander by extract resolution, with a brief account of the particular circumstances, in order to make provision against it. Art: 22: In particular, they shall also watch the conduct of unmarried women who live in small houses or lodgings by themselves, or also with other common people, and when they discover that they have fallen into whoredom, give notice thereof to the Fiscal, who then, pursuant to the Batavian edict of the 27: February 1682, with the prior knowledge of the Court of Justice, shall cause them to vacate their dwelling and business. 191 Tuesday the 24: August 1784: with the prior knowledge of the Court of Justice, shall cause them to vacate their dwelling and business. Art: 23. Under the lease conditions of the inn and arrack taverns it is stipulated that in the city inn only wine, beer, and other domestic drinks may be served, and that there may be only three taprooms, or taverns, in the city where native drink is served; ward masters shall accordingly ensure that in their ward, outside of this inn and taverns, no drinking parties are held or wine, beer, and domestic or native drams are served, and upon discovering such they shall give notice thereof to the Fiscal, who shall then condemn the offenders to the fine established therefor. Art: 24: In the same manner, ward masters in whose wards the three privileged taprooms stand shall see to it that in the same no tapping is done or drinking parties are held after nine o'clock in the evening, and also that therein no drams or suri are ever served to slaves. Art: 25. Tuesday the 24: August 1784:— The discharging of firearms and the setting off of fireworks in the city is forbidden on a fine of ten ropijen for the first, twenty for the second, and fifty ropijen for the third time, to be divided between the Fiscal and the Diaconate; ward masters shall therefore, each in his ward, also watch for this, and if anywhere in their ward a shot is fired or any firework is set off, immediately investigate the perpetrators and give notice thereof to the Fiscal. Art: 26: For the prevention of fire it is decreed that every inhabitant shall yearly have his chimney and cooking place cleaned, and after the rainy season have his roofs cleared of the vegetation or overgrowth that may have grown thereon, on forfeiture of ten ropijen to the ward masters' fund; ward masters shall watch for this, each in his ward, and to that end inspect the cooking places yearly, and after the rainy season also inspect the roofs, and collect the aforementioned fine from the negligent. Art: 27: Yearly, over and above that which in
Dutch transcription
187 Dingsdag den 24: Augustus 1784: Art: 14: Tot dat einde zal ook een ieder, die uit de eene naar de andere wijk ver„ huist, daar van kennis geeven, aan den wijkmeester, uit wiens buurt bij gaat, en teffens aan den wijkmeester in wiens 8 buurt hij aankoomt, op straffe van vijf ropijen, zoo wel ten opzichte van de wijk, die hij verlaat, als van de geene, daar hij intrekt, ten voordeele van wijkmeesters kasse, van welke verandering de wijk= meester terstond bij zijne rolle zal aan„ teekening houden; een wijkmeester, die hier omtrend nalaatig blijft, zal die boete dubbeld verbeuren. Arb: 15: Niemand zal eenige vreemdlingen, het zij Europeesch of Jnlander in zijn huis opneemen, en loseeren, zonder zulx noch dien zelfden dag, voor zons-onder„ gang, aan den wijkmeester van zijne wijk aan te geeven, met het getal van Persoonen, en of ze gewapend zijn, dan niet, waarze van daan koomen, waarze naar toe gaan, en wat ze hier te doen hebben, op dezelfde boete als bij 't 14:e Artikel. Art: 16: N Dingsdag den 24:' August:s 1784: Wijkmeesters zullen het echter op deeze opgave alleen niet laaten aankoo„ „nen, maar zelven een waakend oog op alle vreemdlingen in hunne wijk houden, en als ze eenige suspietsie krij„ „gen, daar van aan hunnen President doen berecht vooral wanneer het getal van zulke suspekte of dangereuse men„ schen in hunne wijk mogt toeneemen, als wanneer door den President aan den Heer Kommandeur daar van ten eersten moet rapport gedaan worden, om daar tegen, naar vereisch van zaaken te voorzien. Wijkmeesters zullen ook het oog houden op het doen en bedrijf van de inwooners in hunne wijk, waarmeede zij zich gereeren, en ingevalle eenigen derzelven door lie„ „derlijk gedrag de buurt quamen te ontrus„ ten of zaaken bij der hand te neemen schandelijk en schadelijk voor de ruste deezer stad, zoo zullen zij dezelven ver„ maanen, zulx natelaaten, of anders daar van aan 't kollesie, en vervolgens Art: 17: Art: 16: aan 189 Dingsdag den 24: Augustus 1784:— aan den Heer Kommandeur kennis geeven. Art: 18. Jnzelver voegen als zij daar onder iemand vinden, die geene middelen heeft, om er van te leeven, en echter ook niets bij der hand neemd, om de kost te winnen: zoo zul„ „len zo niet alleen op de gangen, handel en bedrijven van zulk een suspekt perzoon met bezondere nauwkeurigheid letten, maar daar van ook aan hun kollesie kennis geeven, om daar omtrend nader te besluiten. Art: 19: Wijkmeesters zullen ook inzonderheid letten„ op Lediggangers, die te lui zijn, om een am„ bacht bij der hand te neemen, of te arbeiden, als mede op de zulken, die geene zorgen voor de opvoeding hunner kinderen draagen, zij zullen dezelven tot arbeiden vermaanen, en indien ze van Europeesche ouders zijn, en geen ambacht geleerd hebben, aan de overigheid addresseeren, om als soldaaten, Tamboers, of Matroosen, in dienst genoo„ „men, dan wel op de winkels bij eenig am„ bacht geplaatst te worden. Art: 20. Dingsdag den 24: August:s 1784: Art: 20: Jongelingen van dat slag, niet geneegen zijnde tot het leeren van een ambacht, of tot den dienst van de komp: zullen huns oudanks, op een schip, of sloep geplaatst worden. Art: 21. Wanneer wijkmeesters bemerken, dat in hunne wijk eenige verbodene konverti„ kelen gehouden worden, het zij onder pretext van relesie of van andere voor„ wendzels: zoo zullen ze daar van aan den Heer kommandeur bij extrakt resoluut„ sie kennis geeven, met een korte relaas van de bezondere omstandigheeden, ten einde daar teegen te voorzien. Act: 22: Inzonderheid zullen zij ook letten, op het leevens gedrag van ongehuwde vrouws- persoonen, die in kleene huisjes of losis, op zich zelve, of ook bij andere gemeene Menschen inwoonen en wanneer zij ont„ dekken, dat dezelven tot hoeverij verval„ „len, daar van kennis geeven aan den Fis„ kaal, die als dan ingevolg het Bataviasche plakkaat van den 27: febr: 1682 dezelven, niet 191 Dingsdag den 24: Augustus 1784: met voorkennis van de Justietsie, haare wooning en neering zal doen ruimen. Art: 23. Bij de pacht-kondietsien van de Herberg en Araks-tapperijen is vast gesteld, dat in de stads Herberg alleen wijn, bier en andere vaderlandsche dranken getapt mogen worden, en dat er maar drie schacherijen, of kroegen, in de stad mogen zijn, daar inland„ sche drank getapt word, wijkmeesteren zullen dienvolgende letten, dat in hunne wijk, buiten deeze Herberg en kroegen, geene drink=gelagen gezet of wijn, bier en vaderlandsche of Jnlandsche soopjes, getapt worden, en zulx ontdekkende zullen ze daar van aan den Fiskaal kennis geeven, die als dan de overtreeders in de daar toe gestelde boete zal kondemneeren Art: 24: Inzelver voegen zullen wijkmeesters, in welker wijken de drie geprivilegeerde schacherijen staan, daar op acht geeven, dat in dezelven 's avonds na negen uuren niet gelapt of drink geleegen gehouden worden, als meede, dat daar in noit aan slaaven eenige soopjes of suri geschonken worde Art: 25. F Dingsdag den 24: Augustus 1784:— Het afschieten van geweezen en het afstee„ ken van vuurwerken in de stad is verboden op een boete van tien ropijen voor de eerste, twin„ „tig voor de tweede en vijftig ropijen voor de derde keer te verdeelen, tusschen den Fiskaal en de Diakenij, wijkmeesters zullen derhalven, een ieder in zijne wijk, hier op mede letten, en als ergens in hunne wijk een schoot valt of eenig vuurwerk afgeschooten word, terstond naar de Daaders onderzoek doen en daar van aan den Fiskaal kennis geeven. Art: 26: Tot voorkooming van brand is gestatueerd dat ieder Jnwoonder Jaarlijks zijne schoor„ steen en kookplaats zal laaten schoonmaa„ ken, en na den regen tijd zijne daken van de groente of ruigte laaten zuiveren, die er opgegroeid mogt zijn, op verbeurte van tien ropijen aan wijkmeesters Kasse, hier op zul„ len wijkmeesters ieder in zijne wijk letten, en tot dat einde de kookplaatsen Jaarlijx opneemen, en na den regen tijd, ook de daken nagaan, en van de Nalaatigen voorm: boete invorderen. Art: 27: Jaarlijx zal boven en behalven het geen in Art: 25: het n 6
English
193 Tuesday the 24: August 1784: the 13th Article regarding what is prescribed for each ward in particular, another general census must be conducted by the appointed ward masters and medical doctors, of all households within this city with a clear designation of the persons of whom they consist, both men and women as well as sons and daughters, along with male slaves and female slaves, and their children, as has taken place until now, whereby also a precise examination shall be conducted by the medical doctors, whether anyone of such a household is infected with leprosy, which every master of the house or mistress of the house shall be obliged to declare personally upon the fine of fifty rixdollars to the Diaconate, according to the edict of the 8th November 1741: Art: 28: Ward masters shall also, each in their ward, pay careful attention as to whether in the houses of their ward any slaves are attacked by the smallpox, and upon discovering such, admonish the owners to take them immediately outside the city Tuesday the 24: August 1784. city to a remote place, or otherwise to the house designated for that purpose at Waipin, and if this is not complied with at once, to give notice thereof to the Fiscal, in order that the violators of this wholesome order be condemned to the fine established for it of twenty-five rupees, and nevertheless be compelled to its immediate compliance. Art: 29: For the promotion of the cleanliness and neatness of the city and of the streets and squares in it, various old wholesome laws have been renewed, and by the general edict, which is decreed today together with this instruction, prescribed in detail, for the strict observance of which ward masters, each in his ward, must watch carefully and consequently see to it: That the gutters and drains in the precinct of everyone's house and lot are repaired and kept clean. That 195 Tuesday the 24: August 1784: That also the streets before everyone's house are cleared of all filth and well maintained. That no garbage is thrown onto the streets or squares, into the canals, or along the quay, but only into the brick garbage bins, yet all dead carcasses, the night-soil tubs, and other foul-smelling filth are thrown into the sea outside the Bay Gate far from the glacis, and the garbage bins are emptied daily by the cartman. And that no one allows his horses, donkeys, cattle, or pigs to run on the streets or squares, all upon the fines established therefor in the aforesaid edict. Art: 30: Upon the outbreak of fire, ward masters shall especially also be vigilant that the same be extinguished as soon as possible, and good order be maintained during the extinguishing, as well as all manner of wantonness and theft be prevented. Art: 31: To that end, the President, as well as all the ward and fire Tuesday the 24: August 1784. masters together, at the first cry of fire, shall directly betake themselves to the place where the fire broke out, in order to make the necessary arrangements for the extinguishing in accordance with the general order in case of fire, enacted in the Council of Malabar on the 15. June 1780. with the following additions. Art: 32: As soon as a fire breaks out, one of the fire masters shall be sent by the President to the Lord Commander, in order to give report thereof and to ask for orders, yet without waiting for these, all possible means for extinguishing must in the meantime be taken in hand. Art: 33: The Master of Equipment shall at once gather together all sailors, craftsmen, and petty officers of the shipyard, have the shipyard and equipment warehouses closed, and of his men send those who know best how to handle the fire engine, with the same as quickly as possible to the fire, and the others to the smithy, in order to collect the fire buckets from there 197 Tuesday the 24: August 1784: and bring them to the fire engine. Art: 34: The overseer of the armory and smithy shall at once lock up the chain- gang convicts, close the armory and smithy, and also send all his remaining workmen with the fire buckets to the fire. Art: 35: All inhabitants shall also send their able-bodied male slaves, whom they can in any way spare, to the fire, to be put to work there as occasion demands. Art: 36: The overseer of the timber yard shall have his workmen and coolies, and furthermore the people whom he can press for it, bring the fire ladders and hooks, which are kept under the mandu of the Main Guard, as well as those to be found in the timber yard, to the fire, to be used there as required. Art: 37: And whereas in times of fire most of the Tuesday the 24: August 1784. people sometimes run together close to the fire, merely to watch, while the places around the water, where the work ought to have been started first of all, are empty of people, whereby it happens that the fire, which could be stopped immediately by means of the prompt bringing of water, still continues for a long time thereafter and increases greatly; it is therefore, in order to provide against this as much as possible, hereby ordered and commanded that at least two fire masters, without any delay, shall betake themselves to the nearest well, or canal, from where the water must be fetched, and do their utmost there to ensure that the water is drawn and brought to the place where the fire is, using for their assistance such persons as they judge best and most capable therefor. Art: 38: And the Fiscal, as President, and the other fire masters are hereby ordered and authorized to press, and have pressed, any of those whom they find idle at the fire for the said work.
Dutch transcription
193 Dingsdag den 24: Augustus 1784: het 13=de Artikel nopens elken wijk in 't bezonder is voorgeschreeven, noch een generaale opneem gedaan worden door Gekommitteerde wijkmeesters en geneeskundigen, van alle huisgezinnen binnen deeze stad met een duidelijke aanwijzing der persoonen, waar uit dezelven beslaan, zoo Mannen en vrouwen als zoonen en Dochters, mitsgaders slaaven en slaavinnen, en derzelver kinderen. zoo als zulx tot nu toe heeft plaats gehad, waar bij teffens door de geneeskundigen nauwkeurig onderzoek gedaan zal worden, of ook iemand van zulx een huisgezin met Lazernij besmet is, het welk ieder huisvader of huismoeder verplicht zal zijn, zelve op te geeven op de boete van vijftig rijxd:s aan de Diakenij, volgens plakkaat van den 8=ste November 1741: Art: 28: wijkmeesters zullen ook elk in hunne wijk nauw keurig acht geeven, of in de huizen van hunne wijk ook eenige slaaven van de kinderpokken aangetast wor„ „den, en zulx ontdekkende de Lijfheeren vermaanen dezelven terstond buiten de stad Dingsdag den 24: Augustus 1784. G stad te brengen naar een afgeleegene plaats, of anders naar het daar toe ver„ „ordende huis te waipin en indien daar aan niet ten eersten voldaan word, daar van kennis geeven aan den Fiskaal, ten einde de tegenstreevers van deeze heil„ zaame order in de daar toe gestelde boete van vijf en twintig ropijen gekondem„ neerd, en niet te min tot de daadelijke naarkoominge genoodzaakt worden. Art: 29: Tot bevordering van de zindelijkheid en reinigheid van de stad en van de straaten en pleinen in dezelve, zijn d verscheidene oude heilzaame wet„ ten vernieuwd, en bij het algemeen plakkaat, het welk heeden tegelijk met deeze instruksie gearresteerd is, in 't breede voorgeschreeven, voor wel„ ker stipte onderhouding wijkmeesters; een ieder in zijne wijk, nauwkeurig waaken en dienvolgende zorgen moeten: Dat de geuten en waterloozingen in den omtrek van een ieders huis en erf gerepareerden schoon gehouden wor„ den. Dat 195 Dingsdag den 24: Augustus 1784: Dat ook de straaten voor een ieders huis van alle vuiligheid gezuiverd en wel onderhouden worden. Dat geen vuilnis op de straaten of pleinen in de grachten, of langs de Kai, maar alleen in de gemetselde vuilnis-bakken gewor„ pen, doch alle doode krengen, de gevoeg„ balies, en andere stank verwekkende onreinigheid buiten de baipoort verre van het glacis in zee geworpen, en de vuilnis= bakken door den Karreman dagelijx geleedigd worden. en dat niemand zijne paarden, Ezels, koe¬ beesten of varkens op de straaten of pleinen laat loopen, alles op de boeten bij het voorsz: plakkaat daar opgesteld. Art: 30: Bij het ontstaan van Brand zullen wijkmeesters inzonderheid mede vigileeren, dat dezelve, zoo dra mogelijk, geblust, en e bij het blussen een goede order onderhouden, mitsgaders aller lij moedwil en dieverij ge„ „weerd worde, Art: 31: Tot dat einde zullen zich de President, zoo wel als de gezamentlijke wijk en Brand Dingsdag den 24:' Augustus 1784. Brandmeesters, op het eerste geroep van brand, direkt begeeven naar de plaats, daar de brand ontstaan is, om tot het blussen de noodige order te stellen over eenkomstig met de generale order in kas van brand, in Raade van Malla„ baar op den 15. Juni 1780. gearresteerd onder de navolgende bijvoegzelen. Arb: 32: zoodra er brand ontslaa, zal door den Pre„ sident een van de Brandmeesters bij den Heer kommandeur gezonden worden, om daar van bericht te geeven en orders te vraagen, doch zonder daar van te wachten moeten midde„ „terwijle alle mogelijke middelen tot het blus„ sen bij der hand genoomen worden. Art: 33: De Equipasiemeester zal ten eersten alle Matroozen, ambagtslieden en onder„ officieren van de werf bij een vergaderen de werf en Equipasie pakhuizen doen sluiten, en van zijn volk de geenen, die best met de brandspuit weeten om te gaan, met dezelve ten spoedigsten naar den brand, en d'ovrigen naar de Smits-winkel„ zenden, om de brandemmers van daar aftehaalen 197 Dingsdag den 24: Augustus 1784: aftehaalen en bij de brandspuit te bren„ „gen. Art: 34: De opziender der wapenkamer en smits winkel zal ten eersten de ketting= boeven opsluiten, de wapenkamer en smits- winkel sluiten, en al zijn overig werkvolk met de brandemmers mede naar den brand zenden. Art: 35: Alle Jngezeetenen zullen hunne klocke Mansslaaven, die zij maar eenigsints mis„ sen kunnen, mede naar den brand zenden, om daar naar geleegenheid aan 't werk gesteld te worden. Arb: 36: De opziender der Houthuin Caat door zijne werklieden en koelies en voorts door 't volk, het welk hij daar toe pressen kan, de brand= ladders en haaken, die onder de Mandoe van de Hoofdwacht bewaard worden, als mede die in de houttuin te vinden zijn, naar den brand brengen, om daar naar vereisch gebruikt te worden. Arb: 37: En vermits in lijden van brand somtijds het meeste Dingsdag den 24: Augustus 1784. meeste volk te samen loopt, digt bij den brand, alleen om toe te kijken, terwijl de plaatsen omtrend het water, daar 't werk aller eerst diende begonnen te worden, leedig is van volk, waar door het gebeurd, dat de brand, die door middel van spoedig aanbrengen van water aanstonds zoude kunnen worden gestuit, noch lang daarna voortduurd en zeer toeneemd, zoo word, om daarin zoo veel mogelijk te voorzien, bij deezen gelast en bevoolen, dat ten minsten twee Brandmeesters, zonder eenig vertoef zich zullen vervoegen naar de naaste put, of gracht, van waar het water ge„ haald moet worden, en aldaar haar uiterste: best doen, dat het water word geschept en gebragt ter plaatse, waar de brand is, gebruikende tot hunne adsistentsie zoo„ danige persoonen, als zij best en be„ „quaamst daar toe oordeelen Art: 38: En worden de Fiskaal, als President, ende verdere Brandmeesters mits deezen gelast en geauthoriseerd, om een igelijk van de geenen, die zij bij den brand leedig vinden tot het zelve werk te pressen, en te doen pressen
English
199 99 Tuesday the 24th of August 1784: commandeer, who shall also not be permitted to refuse the same, upon forfeiture of ten rupees. Article 39. They shall also take care that those who might be up in or on the houses with buckets conduct themselves prudently in throwing down the buckets, regarding which otherwise much wantonness to harm the good people standing below, and great indecency can be committed, and insofar as anyone dares to attempt such a thing, he shall be severely punished according to the circumstances of the case. Article 40. If during and around the fire anyone should presume to start any fight, or to wound anyone, by day or by night, he shall, in addition to double the fines that are otherwise enacted against such offenses, also be punished arbitrarily. Article 41. No one shall, under pretext of bringing any goods, run to the fire Tuesday the 24th of August 1784: fire, unless he be a blood relative or a good acquaintance of those who are under the peril of the fire, upon pain of punishment according to the findings of the case. Article 42. None of those who are appointed to extinguish the fire shall be permitted to depart from the work, except for a brief rest, nor to run away from the fire, without legitimate excuses, before and until the same is completely extinguished, and that such has been ordered to him by the Fire Masters, upon pain of arbitrary punishment. Article 43. No one shall also be permitted to demand or receive any wage for his service in extinguishing the fire, upon forfeiture of double the payment and moreover of arbitrary punishment, except that if anyone doing his best to extinguish the fire should be injured, the same shall then, by the one from whose house the fire originated, or by the owner, and the Inhabitants of the neighboring 201 Tuesday the 24th of August 1784. neighboring houses where the fire shall be, be exempted from the surgeon's fees and compensated for his pain, and this subject to arbitration and according to our discretion. Article 44. Likewise it is strictly commanded that all those who shall have set aside, harbored, sheltered, or secured any goods of the people residing near the fire, at the time of the fire, shall bring or deliver, and cause to be delivered, the same into the hands of the owner within the time of 24 hours thereafter, or if the same is unknown to him, to the President of the Fire Board, strictly forbidding everyone to take or carry any ironwork or anything else from anyone's premises, except only from his own, all upon pain of severe punishment according to the nature of the case. Article 45. The fire being extinguished, the Fire Masters, or the Fire Master of the ward in which the fire took place, shall take Tuesday the 24th of August 1784: take care that the buckets are well cleaned, dried, and together with the other fire-fighting equipment, which must beforehand also be well cleansed, stored and preserved in the proper place, and he may take as many slaves for this purpose as he thinks he properly needs. Article 46. Everyone, whoever he may be, is also strictly forbidden hereby to carry away or hide any, whether one or many, of the buckets or all other fire-fighting equipment, upon pain of being punished as a thief. Article 47. The President and Fire Masters shall furthermore ensure that the fire engine, fire buckets, and other equipment are inspected once every three months and maintained in good condition to prevent decay. Article 48. If within the city any offense of factional fighting, wounding, or manslaughter, or any other capital crime should occur, then 203. Tuesday the 24th of August 1784: then the ward master in whose ward such occurs shall immediately give notice thereof to the Fiscal, so that the perpetrators may be apprehended. Article 49. Ward masters shall also, upon the emergence of any tumult in their ward, do their utmost to quell the same, and to that end call upon the assistance of the Inhabitants of their ward, who shall then also be bound and obligated to assist their ward master and lend a hand according to their ability. Article 50. And in order that ward masters, in times of fire or other disturbances, may be recognized and respected by everyone as such: the same shall on such occasions gird themselves with a white sash or band, so as thereby to be distinguished from the gathering crowd, as well as to be recognized and faithfully assisted by the same. Johan Gerard van Angelbeek Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor Tuesday the 24th of August 1784: Governor and Director of this coast; together with the Council. To all those who shall see or hear these presents read, greetings: Make known. That, having taken into consideration that various placards and ordinances, for the maintenance of peace and security for the Inhabitants, for the propagation of good morals among the same, and for the promotion of the cleanliness and purity of the city, as well as for the prevention of crimes and calamities and for the curbing of all disorderly behavior, have over time fallen out of memory, or at least are no longer as strictly observed and complied with as they ought to be, and that we, for the welfare of the good Community, desiring to provide therein, have resolved in our Council on the 24th of this month to renew the substance thereof, and with some necessary alterations and amplifications
Dutch transcription
199 99 Dingsdag den 24: Augustus 1784: pressen, die het zelve ook niet zullen vermogen te weigeren, op de verbeurte van tien ropijen. Art: 39. ook zullen zij zorge dragen, dat de geenen, die met emmers, boven in of op de huisen mogten weezen, zich voor„ zichtig draagen in 't nederwerpen van de emmers, waaromtrend anders veel moetwie, om de goede luiden beneeden staande te misdoen, en groote ouma„ nierlijkheid kan bedreeven worden, en zoo verre zulx iemand komt te onder„ staan, die zal strengelijk, naar geleegen„ heid van zaaken, worden gekorrigeerd. Arb: 40: zoo geduurende en omtrend den brand iemand zich vervorderde, eenig gevegt aanterechten, of iemand te quetsen„ bij dag, of bij nacht, zal boven het dub„ beld van de boeten, die andersints tegens zoodanige delikten zijn gestatueerd, noch arbitralijk gestraft worden. Art: 41. Niemand zal, onder pretext van eenige goederen te brengen, tot den brand Dingsdag den 24: Augustus 1784: brand mogen loopen, ten waare hij van den bloede of een goede bekende was van de geenen, die onder 't perikel van den brand gezeeten zijn, op peene van korrek„ „sie naar bevinding van zaaken. Art: 42: Niemand van de geenen, die tot het blussen van brand zijn gesteld, zal ver„ mogen, uit het werk te scheiden, als bij verpoosinge, noch van den brand weg te loopen, zonder wettige exkusen, voor en al eer dezelve volkomelijk is uitge„ „blust, en dat hem zulx van de Brand„ meesters is geordonneerd, op peene van arbitraale korreksie Art: 43: Niemand zal ook vermogen, voor zijn dienst in t blussen van brand eenig loon te eischen, ofte ontvangen, op de verbeurte van de dubbelde betaalinge en boven dien van arbitraale korrektsie, behoudens indien iemand zijn best doende tot het blussen van den brand wierde gequest, dat dezelve als dan bij den geene uit wiens huis de brand is gekoomen, of bij den eigenaar, en de Jnwoonders van de gebuur 201 Dingsdag den 24: August:s 1784. gebuur-huisen, daar de brand weezen zal, bevrijd zal worden van het meester„ loon en gerekompenseerd voor zijn smerte, en dit tot arbitrage en volgens ons goeddunken Art: 44: Jnsgelijx word scherpelijk gebooden, dat alle de geenen, die eenig goed van de luiden omtrend den brand gezeeten, ten tijde van den brand, aan eene zijde gebragt, geherborgd, geluis vest of geborgen zullen hebben, hetzelve binnen den tijd van 24. uuren daarna, brengen of lewveren, en doen leeveren, in handen van den eigenaar, of indien dezelve hem onbekend is, aan den President van 't brand-kollegie, interdiceerende eenen igelijk eenig ijzerwerk, of iets anders te neemen, of te dragen van iemands erve, dan alleenlijk van zijn eigen, alles„ op peene van ernstige korreksie, naar den aart der zaake. Art: 45: De brand geblust zijnde, zullende Brandmeesters, of de Brandmeester van de wijk, daar de brand in geweest is, zorge Dingsdag den 24: Augustus 1784: zorge dragen, dat de emmers wel ge„ „reinigd, gedroogd en nevens d'andere brand gereedschappen, die alvoorens mede wel gezuiverd moeten zijn, op de behoorlijke plaatse geborgen en bewaard worden, en vermag dezelve daar toe zoo veel slaven neemen, als hij meend daar toe bequaam„ „lijk van nooden te hebben. Art: 46: Ook word aan een ider, wie dat hij zij, striktelijk bij deezen verbooden, om eenige 't zij een of veel van de emneers„ of alle andere brand gereetschappen, weg te dragen, ofte versteeken, op peene van als een dief gestraft te worden. Art: 47: President en Brandmeesters zullen voorts zorgen, dat de brandspuit, brandemmers, en andere gereetschappen, om de drie maanden eens gevisiteerd en tot verhoe„ dinge van bederf in een goeden staat onderhouden worden. Art: 48: Jndien binnen de stad eenig de likt van rechterij, quetsing of doodslag, of eenig ander lijfstraflijk misdrijf mogt voor vallen zoo 203. Dingsdag den 24: Augustus 1784: zoo zal de wijkmeester, in wiens wijk zulx gebeurd, daar van onmiddelijk aan den Fiskaal kennis geeven, op dat de mis„ „daadigen geapprehendeerd worden. Arb: 49. Ook zullen wijk meesters bij het ontstaan van eenig tumult in hunne wijk, hun uiterste best doen, hetzelve te stillen, en daar toe te hulp neemen de Jnwoonders van hunne wijk, die dan ook gehouden en verplicht zullen zijn, kunnen wijk„ meester bij te staan en naar vermogen de hand te bieden. Arb: 50: En op dat wijkmeesters, bij tijden van brand of andere ongemakken, door ieder een als zoodanig gekend en gerespekteerd worden: zoo zullen dezelven zich bij zulke geleegen„ heeden omgorden met een witte scherpe of band, om daar door van de toevloeiende„ meenigte onderscheiden, mitsgaders van dezelve erkent en getrouwlijk geassis„ „teerd te worden. Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands Judien, Goeverneur Dingsdag den 24: Augustus 1784: Goeverneur en Direkteur deezer kuste; nevens den Raad. Allen den geenen, die deezen zullen zien ofte hooren leezen salut Doen te weeten. Dat bij ons in aanmerking genoo„ men zijnde, hoe verscheidene plakkaa „ten en ordonnantsien, tot handhaving van rust en zeekerheid voor de Jnwoon„ ders, tot uitbreiding van goede zeeden onder dezelven, en tot bevordering van de zindelijkheid en reinigheid der stad, mitsgaders tot weering van misdaaden en onheilen en tot beteugeling van alle onordentelijkheeden door den tijd zijn uit het geheugen geraakt, of ten min„ sten niet meer zoo nauwkeurig, als het behoord, in acht genoomen en naargeleefd worden, en dat wij, tot welsland van de goede Gemeente, daarin begeerende te voorzien, in onzen Raade op den 24:' deezer beslooten hebben, derzelver zaake„ „lijken inhoud te renoveeren, en met eenige noodige alteraatsien en ampli„ aatsien „
English
205 resolved to publish anew and recommend for observance, as follows. Tuesday the 24th August 1784: Article 1: Within this city no suspicious persons, no idlers without a livelihood or means of subsistence, no blacks, no emancipated slaves, no unmarried females of scandalous conduct, or similar bad folk, shall any longer be permitted to reside or be housed; to that end the ward masters are commanded to keep a watchful eye on the inhabitants of their wards, as is more broadly prescribed in the instructions drafted for them bearing today's date, article 15 and following. Article 2: All inhabitants shall be obligated to make a faithful declaration to the ward masters, whenever it is demanded of them, of their households, and of the free persons who reside with them, and of their descent and livelihood; whoever is found to have made a false Tuesday the 24th August 1784: declaration, or to have intentionally concealed anything, shall pay a fine of ten ropijen for the benefit of the ward masters' fund. Article 3: No one shall rent houses, rooms, or lodgings to suspicious persons mentioned in Article 1, especially not to Mohammedan Priests, Moors, or other common natives, of whatever nation they may be, nor likewise to unmarried females, whether spinsters or widows, of Moorish, Malay, common Mestizo, or other native descent; the landlords shall not only forfeit a fine of ten ropijen for the benefit of the ward masters' fund, but shall moreover also be held responsible and punishable for the misconduct of such persons to whom they, contrary to these orders, have rented houses, rooms, or lodgings; Likewise, owners of houses are forbidden to rent them to bachelors among the common 207 Tuesday the 24th August 1784: military, seafaring men, and craftsmen, up to and including corporals and quartermasters, without the prior knowledge and consent of the Lord Commander, on pain of forfeiting ten ropijen for the benefit of the ward masters' fund. Article 4: All inhabitants, whenever any stranger comes to lodge with them, shall not only first come to an agreement with the innkeeper regarding this, but shall also, on that very same day, report the name and quality of such stranger, as well as where he comes from, what he intends to do here, and where he wishes to go, to the ward master of the neighborhood, under a fine of five ropijen for the ward masters' fund. Article 5: That no Roman Catholic Priests, monks, or members of religious orders may spend the night within this city without the special permission of the supreme authority is an ancient and salutary law, which Tuesday the 24th August 1784: is therefore also renewed hereby, under a fine of ten ropijen for the poor fund, to be paid by whoever provides lodging at night to a Roman Catholic clergyman, in addition to arbitrary punishment of the clergyman who, contrary to this order, stays a night in the city. Article 6: Yet with more than double reason ought this prohibition also to apply to Mohammedan Priests, whether they be Moors, Malays, or Arabs, or of whatever nation; thus it is hereby expressly enacted that all Mohammedan Priests who come into the city during the day shall, at sunset and before the closing of the Boom Gate, betake themselves outside again, and this under a fine of twenty ropijen for the poor fund, to be forfeited by whoever provides lodging to such Priest at night, and upon arbitrary punishment of the Priest who acts to the contrary. Article 7. 209 Tuesday the 24th August 1784: Whoever moves from one ward into another shall give notice thereof at once, and at the latest within eight days, as well to the ward master from whose neighborhood he moves, as to the one in whose neighborhood he goes to reside, on pain of forfeiting five ropijen for the ward masters' fund. Article 8: No one, besides the town innkeeper and the three permitted tavern keepers, shall be allowed to hold any drinking sessions, or pour wine, beer, punch, suri, or drams, under a fine of ten ropijen for the first, twenty for the second, and forty for the third offense. No one shall take strange slaves into his house or provide them with lodging, under a fine of ten ropijen for the Fiscal and the poor fund, and slave owners must vouch for their slaves in this matter. Article 9. Article 7: Article 10: Tuesday the 24th August 1784: Article 10: But whoever, moreover, might afford strange slaves the opportunity in his house for dicing and gambling, or indeed for drinking and other debaucheries, shall forfeit a fine of twenty-five ropijen to the Fiscal and the poor fund, and shall be punished more severely according to the findings. Article 11: Whoever assists another person's male or female slave in running away, and even entices them, shall not only compensate the owner for double the value of such slave and of the money or goods that the fugitive might have taken along, but shall also be criminally prosecuted as a slave-thief by the Fiscal. Article 12: No one shall be permitted to buy anything from slaves or take anything in pawn, especially no jewelry, gold, silver, copperware, household goods, tools, linen, fabrics, or manufactured clothing.
Dutch transcription
205 aatsien op 't nieuw te publiceeren en ter observantsie aante beveelen, als volgt. Dingsdag den 24: Augustus 1784: Art: 1: Binnen deeze stad zullen geene suspekte persoonen, geene Ledig gangers zonder broodwinning of middel van bestaan, geene zwarten, geene vrijgegee„ vene slaaven, geene ongehuwde vrouws= perzoonen van ergerlijk gedrag, of diergelijken slecht volkje meer, mogen woonen of huis vesten, tot dat einde zijn wijkmeesters gelast, op de Jnwoonders van hunne wijken een waakend oog te houden, zoo als breeder voorgeschree„ „ven is bij de voorhenl: beraamde in„ „struksie van huidigen datum artikel 15: en volgenden. Art: 2: Alle Jnwoonders zullen verplicht zijn, aan wijkmeesters, telkens als het henl: gevorgd word, een getrouwe opgave te doen van hunne huisgezinnen, en van de vrije Perzoonen, die bij henl: inwoo„ „nen en van derzelver afkomst en brood„ winning, de geene die bevonden word, eene verkeerde Dingsdag den 24: August:s 1784: verkeerde opgave gedaan, of iets met opzet verzweegen te hebben, zal eene boete van tien ropijen ten behoeve van wijkmeesters-kasse betaalen. Art: 3: Niemand zal aan suspekte persoonen, bij Art: 1: vermeldt, vooral ook niet aan Mahomedaansche Priesters, Mooren, of andere gemeene Jnlanders, van wat Naatsie dezelven ook zijn, als mede niet aan ongehuwde=vrouws= perzoonen /vrijsters of wedewen:/ van Moorsche, Malaitsche, Gemeene Mis„ tiesen, of andere inlandsche afkomst, huizen, kamers of Losies verhuuren, zullende de verhuurders niet alleen eene boete van tien ropijen ten behoeve van Wijkmeesters Kasse verbeuren, maar daar en boven ook verantwoor„ „delijk en strafbaar zijn, voor het wan„ „gedrag van zulke persoonen, aan wel„ ken zij tegen deeze orders huizen, kamers of Losies verhuurd hebben; Ook word aan de Eigenaars van huizen verboden, dezelven te verhuuren aan vrijgezellen, uit de 207 Dingsdag den 24: August:s 1784: uit de gemeene Militairen, zeevaaren„ den en Ambachtsgasten, tot korporaals en quartiermeesters inclusive, zonder voorkennis en konsent van den Heer kommandeur, op verbeurte van tien ropijen ten voordeele van wijkmees„ „ters=kasse. Art: 4: Alle Jnwoonders zullen zoo wanneer eenig vreemdeling bij henlieden komt te loseeren, zich daar over niet alleen eerst met den Herbergier verstaan, maar ook noch dien eigenster dag den naame„ en de qualiteit, van zoodanigen vreem„ deling, mitsgaders van waar hij komt, wat hij hier wil doen en waar na toe hij wil gaan, aan den wijkmeesters van buurt opgeeven, op eene boete van vijff ropijen aan wijkmeesters kasse. Art5: Dat geene Roomsche Priesters Munniken, of ordens geestlijken binnen deeze stad vernachten mogen buiten speciaale permissie van den opperge„ bieder, is een oude en heilzaame wet„ die Dingsdag den 24: August:s 1784: die over zulx ook bij deezen vernieuwd word, op een boele van tien ropijen voor de Diakonij, die de geene betaalen zal, die aan een Roomschen geestlijken snachts huisvesting verleend, buiten arbitraire korreksie van den geestlij„ ken die tegen deeze order eene nacht in de stad blijft. — Act: 6: Doch met meer dan dubbelde reeden be„ hoord dit verbod ook plaats te hebben nopens Mahomedaansche Priesters, zij mogen zijn Mooren, Malaiers of Arabieren, of van wat Naatsie ook; dus word bij deezen expres gestatu„ „eerd, dat alle Mahomedaansche Preis„ „ters, die over dag in de stad koomen, met zons ondergang en voor het slui„ ten van de Boompoort zich weder naar buiten begeeven zullen ende zulx op eene boete van twintig ropijen voor de Diakenij te verbeuren bij den geenen die zulken Priester snachts huisvesting geeft, en op arbitrale korreksie van den Priester die daar tegen handeld. Art. 7. 209 Dingsdag den 24: Augustus 1784: De geene, die uit de eene wijk in een andere verhuist, zal daar van ten eersten, en uiterlijk binnen agt dagen kennis geeven, zoo wel aan den wijkmeesters, uit wiens buurt hij verhuist, als aan den geenen, in wiens buurt hij gaat woo„ nen, op verbeurte van vijf ropijen aan wijkmeesters kasse. Art. 8: Niemand buiten den stadsherber„ „gier en de drie gepermitteerde schackers zal eenige drink gelagen mogen zet„ ten, of wijn, bier, punck, surie of soopies schenken op de boete van tien ropijen voor de eerste twintig voor de tweede en veertig voor de derde keer. Niemand zal vreemde slaaven in zijn huis opneemen, of aan dezelven huisvesting verleenen, op de boete van tien ropijen voor den Fiskaal en de Diakenij, en zullen de Lijfheeren in dit stuk voor hunne slaaven moeten instaan. Art 9. Art: 7: Art 10: Dingsdag den 24: Augustus 1784: Arb: 10: Maar de geene, die daar en boven aan vreemde Lijfeigenen in zijn huis geleegen„ heid mogt geeven tot dobbelen en spee„ „len, dan wel tot suipen en andere de„ bauches zal een boete van vijf en twintig ropijen aan den fiskaal en de Diakonij verbeuren, en naar bevinding zwaarder gestraft worden. Art: 11: De geene, die een ander mans slaaf of slaavin tot wegloopen behulpzaam is en zelfs wel verleidt, zal niet alleen de dubbelde waarde van zoodanigen lijfeigen en van het geld of de goederen die de vluchtling mede mogt genoomen hebben, aan den lijfheer vergoeden, maar ook als een slaaven= dief door den fiskaal Krimineel te recht gesteld worden. Arb: 12: Niemand zal van slaaven iets moo„ ger koopen of in pand neemen, inzonderheid geene kleenoodien, goud, zilver, koperwerk, huisraad, gereed„ schap, Lijnwaat, kleedjes of gemaakte Kleederen
English
211 Tuesday the 24th August 1784: clothes, as well as no wine, beer, or other drinks, empty bottles, or anything else of whatever nature it may be, even if it were articles of clothing or bodily adornments of the slaves themselves (since a slave cannot own anything of his own): whoever acts contrary to this shall not only restore double the value of that which he has bought or pawned to the owner, but also forfeit a fine of twenty-five ropijen to the Fiscal and the Diaconate, and this in case he has no further part in the theft committed by such slaves; but if it should appear at the same time that the slaves from whom he bought the goods were incited and seduced by him to the stealing of the same, he shall be prosecuted criminally for it by the Fiscal. Art: 13: No one shall, from common soldiers Tuesday the 24th August 1784: soldiers or artillerymen, European or natives, and their non-commissioned officers, buy, exchange, take in pawn, or pledge any pieces of uniform, such as coat, waistcoat, trousers, hat, boots, or gaiters, on pain of forfeiture of the goods and the money and a fine of ten ropijen to the Diaconate. Art: 14: However, whoever should dare to buy, exchange, or take in pawn from the same the Company's weapons, such as musket, cutlass, cartridge pouch, bandolier, or sword knot, or loose or live cartridges, loose powder or bullets, shall not only lose the money and return the goods, or compensate the Company with two capitals advance, but shall also be punished exemplarily. Art: 15: No one shall buy any artillery supplies, of whatever name, nor any old copper, lead, or iron belonging thereto, such 213 Tuesday the 24th August 1784: as powder ladles, copper hoops of powder kegs, or pieces of hoops, ironwork serving or having served for the mountings of cannons, any tools, and especially no powder, from artillerymen, workmen, or coolies serving in the ammunition house or at the powder mill, nor even buy them at second or third hand; whoever acts contrary to this shall not only lose the money and return the goods in kind, or compensate with two capitals advance, but shall moreover, according to the findings of the case, be rigorously punished, or also, if the circumstances require a further judicial investigation, be handed over to Justice; and this shall likewise take place regarding those who buy, exchange, or take in pawn any weapons or armory goods from armory attendants or workmen assigned thereto, or also from others at second and third hand. Art: 16: Tuesday the 24th August 1784: Art: 16: Furthermore, everyone is warned to beware of buying, exchanging, or taking in pawn from journeymen craftsmen, mandoors, native servants, and coolies who are stationed in the Company's administrations or at its shops, any tools or any goods or materials belonging in those administrations, on pain of forfeiture of the goods or compensation according to the Company's retail prices and a fine according to the findings of the case. Art: 17: No one shall buy, exchange, or take in pawn any wrought or unwrought gold or silver, any jewels or other trinkets, rings, swords, cane heads, snuffboxes, cases, buckles, or similar adornments from unknown persons, without the lawful ownership of the seller having been proven to him, or without the person offering these things for sale or in pawn having verified himself as 215 as owner by the testimony of known persons. Whoever nevertheless does this shall have to submit to returning such goods, if they should be stolen, to the owner without money. That is to say, if he bought the goods in good faith and paid the value for them; but whoever shall be found to have knowingly and willingly bought such stolen goods, or to have paid only half of the value for them, shall in addition be prosecuted by the Fiscal. The edict of the 14th June 1773 against the buying up of stolen goods by the Canarins, native silversmiths, and other natives remains in full force, and accordingly such Canarins, silversmiths, and other natives with whom any goods are found that are stolen, and who cannot indicate from whom they were bought, shall be held as the thief and, without further trial, be riveted in chains or sent away from here. Art: 18: No one shall, within the city, a gun Tuesday the 24th August 1784: fire Tuesday the 24th August 1784: fire, or set off any fireworks, on pain of a fine of ten ropijen for the first, twenty for the second, and fifty ropijen for the third time, for the Fiscal and the Diaconate, and parents shall have to answer for their children and masters for their slaves. Art: 19: Everyone shall annually have his chimney and cooking place cleaned, and after the rainy season have the roofs cleared of the grass and overgrowth that has grown on them, on pain of a fine of ten ropijen to the wardmasters' fund. Art: 20: People who are infected with leprosy or elephantiasis cannot be tolerated in the city, but must, if they are averse to the leper house, go to live in a segregated place outside this city and the suburb Mattanseeri, or in a remote, lonely garden; common Company servants and also the slaves of
Dutch transcription
211 Dingsdag den 24: Augustus 1784: kleederen, als mede geen wijn bier, of andere dranken, leedige bottels, of iets anders van wat natuur het ook zijn moge, alwaaren het ook kleeding-stukken of Lijfcieraadjen van de slaaven zelve (alzoo een slaaf niets eigens kan bezitten:/ de geene, die hiertegen handeld, zal niet alleen de dubbelde waarde van het geen hij gekocht of beleend heeft, aan den Eigenaar restitueeren, maar ook eene boete van vijf en twintig ropijen aan den Fiskaal en de Diakenij verbeuren, en de zulx ingevalle hij aan de dieverij, door 7 zoodanige slaaven gepleegd, geen verder deel heeft; Doch zoo wanneer teffens mogt blijken dat de slaa„ ven, van welken hij het goed ge„ kocht heeft, door hem tot het stee„ „len van hetzelve aangezet en verleidt waaren, zoo zal hij daar over door den Fiskaal Krimineelijk te recht gesteld worden. Art: 13: Niemand zal van gemeene Militairen Dingsdag den 24: Augustus 1784: Militairen of Artilleristen, Europee„ schen of Jnlanders en derzelver Onder-officiers eenige monteering stukken als rok, kamisool, broek, hoed, laarsen of slop-koussen mogen koopen, ruilen, beleenen, of in pand neemen op verbeurte van het goed en het geld en een boete van tien ropijen aan de Diakenij. Art: 14: Doch die zich verstouten mogt, van dezelven 's komp:s wapens, als snaphaan houwer patroontas, bandelier, of portepé, dan wel losse of scherpe patroonen los- kruid of kogels te koopen, reilen of in pand neemen, zal niet alleen het geld verliezen en het goed te rug geeven, of met twee kapitaalen advans, aan de komp: vergoeden, maar ook exem„ „plariter gestraft worden. Art: 15: Niemand zal eenige Artillerij behoof„ „ten, hoe genaamd, ook geen oud koper, lood, of ijzer, daar toe gehoorende, als 213 Dingsdag den 24: Augustus 1784: als schut- lepels, kopere - hoepels van kruilvaatjes, of stukken van hoepels, ijzer-werk tot beslag van de kanons dienende, of gediend hebben„ „de, geen gereedschap, en vooral ook geen kruid mogen koopen, van Artille„ „risten, werkslieden of koelies, in het ammonietsie-huis of op de kruit-moo„ len dienst doende, zelfs niet uit de tweede of derde hand mogen koopen die hiertegen handeld, zal niet alleen het geld quijt zijn, en het goed in natuur terug geeven, of met twee kapitaalen advans vergoeden maar ook boven„ dien, naar bevinding van zaaken, regoureurs gestraff, of ook indien de omstandigheeden een nader gerecht„ „lijk onderzoek vereischten, aan de Justietsie overgegeeven worden. en dit zal mede plaats hebben nopens de geenen, die eenige wapens of wapen- kaamers=goederen van wapen=ka„ mers-gasten of werkslieden op de„ zelve bescheiden, of ook van anderen uit de tweede en derde hand, koo„ „pen, ruilen, of in pand neemen Art: 16: Dingsdag den 24: Augustus 17024: Arb: 16: Voorts word een ieder gewaarschuwd, zich te wachten, van Ambachts=gezellen, Mandoors, Inlandsche - bedienden en koelies, die in 's komp:s Administraat„ sien of op haare winkels bescheiden zijn, eenig gereedschap of eenige goederen of materialien in die Administraatsien te huis hoorende, te koopen, te ruilen of in pand te neemen, op verbeurte van het goed of vergoeding tegens komp:s uitkoops=prijzen en eene geld boete naar bevinding van zaaken: Arb: 17: Niemand zal eenig gemaakt of onge„ maakt goud of zilver, eenige Juweelen of andere kleinodien, ringen, Dee„ „gens, rottangs-knoppen, snuifdoozen, etuis, gespen of dergelijken sieraadje mogen koopen, ruilen of in pand nee„ men van onbekende Menschen, zon„ „der dat hem de deugdelijke eigen„ dom des verkoopers gebleeken zij, of dat de geene, die dingen te koop of in pand aanbiedt, zich door het getuignis van bekende Menschen als 215 als eigenaar gelegitimeerd hebbe. — Die dit niet te min doed, zal zich moeten getroosten, zulx goed, indien het mogt gestoolen zijn, aan den Eigenaar zonder geld terug te geeven. — wel te weeten, als hij het goed ter goeder trouwe gekocht, en daar voor de waarde be„ taald heeft; Doch die bevonden zal worden zulk gestoolen goed, weetens en willens, gekocht of daar voor maar de helfte van de waarde betaald te hebben, zal daar en boven door den Fiskaal geaksioneerd worden. blijvende het plakkaat van den 14: Juni 1773: tegen het opkoopen van gestoolen goed door de kanarijns, inlandsche zilver„ „smids en andere Jnlanders in zijn volle kracht, en zullen dien volgende zoodanige kanarijns, zilversmits en andere inlander bij welken eenig goed gevonden, word het gestoolen is en die niet aanwijzen kan, van wien het gekocht is, voor den die gehouden en zonder verder proces in de ketting geklinken of van hier verzon„ „den worden. Art: 18: Niemand zal in de stad een geweer Dingsdag den 24: Augustus 1784: afschieten Dingsdag den 24: Augustus 1784. afschieten, of eenig vuurwerk afstee„ „ken, op de boete van tien ropijen voor de eerste, twintig voor de tweede en vijftig ropijen voor de derde keer, voor den Fiskaal en de Diakenij, en zullen de Ouders voor hunne kinde„ „ren en de Lijfheeren voor hunne slaa¬ ven moeten instaan. Art: 19. Een ieder zal jaarlijx zijne schoorsteen en kookplaats laaten schoonmaaken, en na den regen tijd de daken laaten zuiveren van het gras en de ruigte, die er op gegroeid is, op de boete van tien ropijen aan Wijkmeesters kasse- Art. 20: Menschen die met lasernij of me„ laatschheid besmet zijn, kunnen in de stad niet geleeden worden, maar moeten, indien zij van het Lasarus-huis afkeerig zijn, naar een afgezonderde plaats, buiten deeze stad en de voorstad Mattansee„ „ri, of in een afgeleegene eenzaame „ tuin, gaan woonen, gemeene komp:s Dienaaren en ook de Lijfeigenen van
English
217 Tuesday the 24: August 1784: Bondservants of the same who are infected with this disease shall be maintained at Paliporte, with the prior knowledge of the authorities; consequently, every inhabitant shall be obliged, when such infection manifests itself among his household, to give notice thereof immediately to his ward master and especially to declare such faithfully during the annual house visitation, which for that express purpose is conducted by ward masters and medical commissioners; those who seek to conceal or hide such shall incur a fine of fifty rijxdaalders to the Diaconate, according to the edict of the 8: November 1741. Art: 21: Because smallpox frequently rages here and drags many people into the grave: it was, in order to prevent and diminish the infection thereof as much as possible, already established under the previous government that Tuesday the 24: August 1784: that the bondservants of the inhabitants of this city who are afflicted with this disease must be taken outside the same to a remote place, for which purpose, for the service of those who cannot find such a place, a house with the necessary care has been rented on the island of Waipin and is maintained until now at the expense of the ward masters' treasury. Consequently, the good inhabitants are hereby further advised and ordered to transfer their slaves who are afflicted with this contagious disease immediately out of the city to a remote place, or in the absence of a better opportunity, to Waipin in the house designated for that purpose. Those who shall be found, contrary to this beneficial order serving the general welfare, to keep slaves with smallpox in the city, shall forfeit a fine of twenty-five ropijen, and nevertheless be forced to take such bondservants out of the 219 Tuesday the 24: August 1784: city at the very same moment. Art: 22: Every inhabitant must maintain the water drainage of his premises and the gutters and sewers in front of and along his house and premises in a good state and have them cleaned from time to time, so that the water may have a free course everywhere and all mess and dirt may be prevented; he must also keep the streets in front of and along his premises clean and in a good state, upon a fine of five ropijen to the ward masters' treasury. Art: 23. No one shall be allowed to throw sweepings, ashes, or any other rubbish on the streets or squares, nor into the city canals, along the quay, on the covered way, or on the glacis, but must have such brought to the rubbish bins made for that purpose, which shall subsequently be emptied by the carter; whoever acts contrary to this order and throws any rubbish on the street Tuesday the 24: August 1784: or the squares, shall forfeit two ropijen each time for the benefit of the Deacons, of which, however, the carter shall enjoy half if he reports the offenders, which fine must also be paid by the slave owner as often as his slave or coolie throws the dirt, which he must bring into the rubbish bin, down outside the same; but a slave who might dare to throw any rubbish outside the river gate onto the quay or into the water, shall in addition be severely whipped with a sjambok by the fiscal's Lascarins. Art: 24: Into the aforementioned rubbish bins, however, no carcass or carrion shall be thrown, nor any nightsoil tubs emptied, which everyone shall have brought by his own people outside the Baar Gate and far from the glacis to the seashore, and throw into the sea there, south of the last or southernmost fishing net, on the fine of two ropijen for the benefit of the Diaconate; 221 Tuesday the 24 August 1784: slaves or coolies who are found throwing such or other dirt onto the glacis shall in addition be severely whipped with a sjambok. Art: 25: For the settlement of the expenses of the rubbish cart and the house for smallpox on Waipin, three quarters of a month's house rent per year must be paid by every house to the ward masters, who shall collect the same through their messenger; everyone is therefore admonished to pay the same against a receipt from the secretary of that college on pain of immediate execution. Art: 26. Whereas here, following the example of all well-regulated cities, it has repeatedly been forbidden to let any cattle run loose in the city as it leads to filth and defacement of the same and to the obstruction of streets and squares, and not seldom also to the danger of drivers, palanquins, and pedestrians, but primarily for children, and nevertheless several inhabitants let their pigs, Tuesday the 24: August 1784: cattle, horses, and donkeys run loose everywhere through the city, which has increased so much for some time that one now sees entire streets and squares filled with them, whereby the city comes to resemble a peasant village, and the squares therein a common pasture, the prohibition against it is hereby renewed and everyone is warned anew that henceforth no horses or donkeys, and especially no cattle or pigs, the latter not even with rings through the nose, shall be allowed to run on the streets or squares of this city, and not even to graze while being tied, or that the same shall have to be seized by the Lascarins, and may be seized by the soldiers and all others who wish to concern themselves therewith, and detained until evening, within which time the owners may redeem the horses, donkeys, cattle, or pigs piece by piece with two ropijen, and failing to do so shall forfeit the same for the benefit of
Dutch transcription
217 Dingsdag den 24: Augustus 1784: Lijfeigenen van dezelven, die met deeze ziekte besmet zijn, zullen te Paliporte gealimenteerd worden, met voorkennis van de overigheid; Dien„ volgende zal een ieder inwoonder verplicht zijn, als zich zulke be„ smetting onder zijn huisgezien open„ baard daar van ten eersten kennis te geeven aan zijnen wijkmeester en vooral zulx getrouwlijk te open„ baaren bij de Jaarlijxe huis-bezoeking, die tot dat einde expres door wijk„ „meesters en Geneeskundige gekom„ „mitteerden gedaan word, die zulx verzwijgen ofte verbergen trach„ „ten, zullen vervallen in een boete van vijftig rijxdaalders aan de Diakenij, volgens plakkaat van den 8: Novem„ ber 1741. Art: 21: wijl de kinder-ziekte hier dik„ „wils grasseerd en veele Menschen in 't grafsleept: zoo is, om de besmet„ „ting daarvan zoo veel mogelijk te voorkoomen en te verminderen, reets onder de voorige Regeering ingesteld, dat Dingsdag den 24: Augustus 1784: dat de Lijfagenen van de Jnwooners deezer stad, die van deeze ziekte aangetast worden, buiten dezelve naar een afgelee„ gene plaats moeten gebragt worden, waar toe ten dienste van de geenen, die zulk eene plaats niet kunnen vinden, op het eiland Waipin een huis met de noodige oppassing is inge„ huurd en tot nu toe onderhouden word, ten laste van wijkmeesters Kasse. Dienvol„ „gende worden de goede Jnwoonders bij deezen nader geadverteerd en gelast, hunne slaaven, die van deeze besmet„ „telijke ziekte aangetast worden, ten eer„ „ten uit de stad naar een afgeleegene plaats of bij ontstentenis is van beetere geleegenheid, naar waipin in het daar„ toe bestemde huis over te brengen. De geenen die bevonden zullen worden, teegen deeze heilzaame en tot het alge„ meene wel zijn strekkende order, slaaven met de kinder=ziekte in de stad te houden, zullen een boete van vijf en twintig ropijen verbeuren, en niet te min genoodzaakt worden, zulke Lijfeigenen, op het zelfde oogenblik, uit de 219 Dingsdag den 24: Augustus 1784: de stad te brengen. Art: 22: Jder jnwoonder moet de water loozin„ „gen van zijn erf ende gooten en rioelen voor en langst zijn huis en erf in een goeden staat onderhouden en van tijd tot tijd schoon laaten maaken, op dat het water overal een vrijen loop hebbe en alle morsigheid en vuilig„ heid voorgekoomen worde, hij moet teffens voor de straaten voor en langs zijn erf, schoon en in een goe„ „den staat onderhouden op een boete van vijf ropijen aan wijkmeesters kasse. Art: 23. Niemand zal het uitvaagzel, de assche of eenige andere vuilnis op de straaten of pleinen, noch ook in de stads grach„ „ten, langs de kai, in den bedekten weg„ of op 't glacis mogen werpen, maar zulx laaten brengen in de daar toe gemaakte vuilnis bakken, die ver„ volgens door den karreman zullen „ geleedigd worden; die tegen deeze order handeld en eenig vuilnis op de straat Dingsdag den 24: August:s 1784: straat of de pleinen werpt, zal telkens twee ropijen verbeuren ten behoeven van Diakenen, doch waar van de karreman de helft geniet, zoo wanneer hij de overtreeders bekeurd, welke boete ook door den Lijfheer zal moeten betaald worden, zoo dikwils zijn slaaf of koelie de vuiligheid, die hij in de vuilnis-bak moet brengen, buiten dezelve nederwerpt, Doch een slaaf, die zich verstouten mogt, eenig vuilnis buiten de rivier-poort op de kaij of ook in 't water te smij„ „ten, zal daar en boven door fiskaals Laskorijns strenglijk gesjambokt worden. Art: 24: In voorm: vuilnis bakken zal echter geen kreng of aas geworpen en ook geene gevoeg-bali geleedigd worden, die een iegelijk door zijn eigen volk buitende baar-poort en verre van het glacis aan het zee=strand zal laaten brengen en daar in zee werpen, bezuiden het laaste of zuidlijkste visch-net op de boete van twee ropijen ten voordeele van de Diakenij zullende 221 Dingsdag den 24 Augustus 1784: zullende daar en boven slaaven of koelies die bevonden worde zulke of andere vuilig„ „heid op het glacis te smijten, strengelijk ge„ „sjambokt worden. Arb: 25: Tot goedmaaking van de ongelden van de vuilnis-kar en het huis voor de kinder pokken op waipin moet van ieder huis 's jaars drie quart maand huishuur aan wijkmeesters betaald worden, die hetzelve door hunnen Boode zullen invorderen dus word een ieder vermaand het zelve tegen quitantsie van den sekretaris van dat kollesie te betaalen op peene van parate exekuutsie. Art: 26. Aangezien hier, naar het voorbeeld van alle welgeregelde steden, te meermaa„ len verboden is eenig vee in de stad te laaten loopen als strekkende tot morsig„ heid en ontsiering van dezelve en tot belemmering van straaten en pleinen, en niet zelden ook tot gevaar van rijlui„ „gen, palenkijns en voetgangers, doch voornaamlijk voor kinderen, en des niet te min verscheidene Jnwooners hunne varkens, Dingsdag den 24: Augustus 1784: varkens, koebeesten paarden en Ezels overal door de stad laaten loopen, het welk zeder eenigen tijd zoodanig heeft toegenoomen, dat men thans heele straat „ten en pleinen daar mede ziet opgevuld, waar door de stad naar een Boeren- dorp, ende pleinen daarin naar een gemeene wijde komen te gelijken, zoo word het verbod daar tegen bij deezen gerenoveerd en een ieder op het nieuw ge„ waarschuwd, dat voortaan geene paar„ „den, of ezels, en voor al ook geene koebeef „ten, of varkens, de laaste zelfs niet met ringen door de nus, op de straaten of pleinen deezer stad zullen mogen loopen, en zelfs ook niet vastgebonden zijnde, wijden, of dat dezelven door de Laskorijns zullen moeten en door de soldaaten en alle anderen, die zich daarmede bemoeien willen, zullen mogen opgevat en tot 's avonds toe aangehouden worden binnen welken tijd de Eigenaars de paarden, Ezels, koebeesten of varkeni stuk voor stuk met twee ropijen zul„ „len mogen lossen en zulx niet doende dezelven verbeuren zullen ten profijte van
English
223 Tuesday the 24th of August 1784: of those who have seized them. It is furthermore ordered in this regard that the owners of such cattle who wish to have them driven out in the morning and back in the evening shall ensure that the herders or those who are tasked to do so do not linger with them in the town, but without delay take them outside the gate as soon as possible and bring them directly back to the stables or houses in the evening. Article 27: In the same manner, it is anew forbidden to allow any cattle mentioned in the previous article to run on the town ramparts, in the covered way, and the fleche, or on the glacis, under the fine mentioned therein. Article 28: Lastly, the regulation regarding coolie wages for palanquin bearers, as the same was published on the 18th of February 1780, is hereby renewed and the strict compliance with that ordinance is commanded. And so that no one may plead any ignorance of this, Tuesday the 24th of August 1784: this shall not only be published and posted in the Dutch, Portuguese, and Malabar languages, but also read aloud twice annually, namely on the day of the conquest of this town and on the day of the annual leasing of the Company's domains, which remains entrusted to the secretariat. Thus done and decreed in the town of Koetsiem, the 24th of August 1784; as well as published and posted the 28th of August 1784. /was signed/ I: G: van Angelbeek /In the margin/ was stamped the Company's seal in red wax, and around it was written: By order of the Honorable, Highly Esteemed Gentleman, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director, alongside the Council mentioned herein /was signed/ A: Poolvliet, provisional secretary. Also on this occasion, it was approved and agreed to instruct the district masters and firewardens by extract of this, for greater convenience and the promotion of cleanliness in the districts where there are not yet any trash bins, to have the same made 225 Resolution to grant the Master of the Equipage van Blankenberg the write-off of 8 stacks of firewood. Insertion of his request. Tuesday the 24th of August 1784: made in such places that are best situated for it and as far as possible out of sight. Upon the request made in a petition by the Master of the Equipage Johannes van Blankenberg to be granted, following earlier precedents, a write-off on seventy-three and one-eighth stacks of firewood which had been purchased for a siege and had remained under his administration for a long time, it was approved and agreed after deliberation to grant a write-off of eight stacks thereof, and to insert that request here. To the Honorable, Highly Esteemed Gentleman Johan Gerard van Angelbeek, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar. Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord. The undersigned Master of the Equipage Johannes Acceptance of the surety bond granted on behalf of the new overseer of the timber yard. Tuesday the 24th of August 1784: Johannes van Blankenberg, having been ordered to deliver the remaining 73 1/8 stacks of firewood outstanding under him to be sold at public auction, finds himself obliged in all humility to inform Your Honor, Highly Esteemed, that eight stacks of the said firewood, due to lying for a long time in the sun and rain, have rotted, decayed, and perished, because of which he is not able to deliver the entire quantity; therefore, he most humbly requests Your Honor, Highly Esteemed, to kindly grant a favorable write-off on the said quantity of firewood. The undersigned has the honor to be in all humility /below was written/ Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Honor's, Highly Esteemed, humble and obedient servant /was signed/ I: van Blankenberg /in the margin/ Koetsiem the 23rd of August 1784. Having been received and examined, a deed of surety for the administration of the timber yard, which was assigned to the house carpenter Johan Frans Moots, 227 Tuesday the 24th of August 1784: executed by Captain Johan Georg Fornbauer and Provisional Lieutenant Fredrik Christiaan von Mullerts, it was approved and agreed to hold oneself satisfied therewith and to have the same filed. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the town of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid /was signed/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, N: W:t Beijts, I: L: van Spall, W: van Haeften. Saturday the 28th of August 1784. All present, except the Honorable Koenraad George Seiffer and Abraham Jean Scipion Vernede, being on a mission. Upon the proposition made thereto by written circular by the Lord Governor, Saturday the 28th of August 1784: Resolution to authorize the Fiscal Beits to close and sign the pay books and annual accounts of 1783/4 due to the absence of Seiffer. Governor, it was approved and agreed, in view of the absence of the Junior Merchant and Pay Bookkeeper Seiffer, who is currently on a mission to the Nabob Tipu Sultan, to authorize the Merchant and Fiscal Mr. Nikolaas Wendelen Beits to close and sign the pay books and annual accounts of the financial year 1783/4. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the town of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid /was signed/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: v: d: Busch, N: W: Beijts, I: L: van Spall, W: van Haeften. Wednesday the 8th of September 1784: at ten o'clock in the morning, all present, except the Honorable Seiffer and Vernede, being on a mission. Upon
Dutch transcription
223 Dingsdag den 24: Augustus 1784: van de geenen die ze opgevat hebben- wordende verders ten deezen gelast, dat de Eigenaars van zulk vee, die hetzelve des morgens naar buiten en 's avonds naar binnen willen laaten drijven, zorg zullen draagen, dat de herders of de geeven, die zulx doen moeten, zich daar mede in de stad niet ophouden maar hetzelve zonder te toeven, ten eersten buiten de poort en des avonds direkt weder naar de stallen of hui„ zen brengen. Art: 27: Jnzelvervoegen word op 't nieuw verboo„ den eenig vee bij het voorig Artikel ver„ meldt, te laaten loopen op de stads-wallen, in den bedekten-weg en de fleche of op de glacis op de boete daar bij vermeldt. Art: 28: Laastelijk word ook de order op de Koelie- loonen voor de Palenkijndraagers zoo als dezelve op den 18. febr: 1780: gepubli„ ceerd is, bij deezen gerenoveerd en de stipte ordonnantsie daar van aanbevoolen. En op dat niemand hier van eenige ignorantsie zoude kunnen pretendeeren zal Dingsdag den 24: Augustus 1784: zal deeze niet alleen worden gepubliseerd en g'affigeerd in de Hollandsche, portu„ „geesche en Mallabaarsche taalen, maar ook Jaarlijx twee keeren, als op den veroveringsdag van deeze stad en op den dag der Jaarlijxe verpachting van 's komp.:s Domainen worden afge„ leezen, het geen die van de sekretarije blijft aanbevoolen. Aldus Gedaan, en Gearresteerd in de stad Koetsiem, den 24. Aug=s 1784: mitsgaders gepubliceerd en g'affigeerd den 28. Augustus 1784: /was geteekend/ I: G: van Angelbeek /Ter zijde / stond 's komp:s zegel in roode lak gedrukt en daar omme gesch: Terordonn: van den weled: groot achtb: Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur nevens den Raad in deezen gemeld /:was getee„ „kend:/ A: Poolvliet p:l sekretaris Ook is bij deeze geleegenheid goedgevonden en verstaan wijk en Brandmeesters bij extrakt deezes aan te beveelen, tot meerder gemak en bevorde„ „ring der zindelijkheid in de wijken daar noch geene vuilnisbakken zijn, dezelven te laaten aanmaaken 225 besluit aan den Equipasie meester van Blankenberg 8. Naapels brandhout ter afschrijving te passeeren Insertsie van zijn request Dingsdag den 24: Augustus 1784: aanmaaken op zoodanige plaatzen die daar toe best geleegen en zoo veel mogelijk bui„ „ten het gezicht zijn. op het daar toe bij requeste gedaan ver„ zoek van den Equipasiemeester Iohan„ nes van Blankenberg om naar vroegere „ voorbeelden afschrijving te mogen hebben op drie en zeeventig en een agste stapels brandhout het welk voor eene beleegering ingekocht is, en Jaar en dag onder zijne administraatsie geleegen heeft, is na de libe„ „raatsie goedgevonden en verstaan daar op agt stapels ter afschrijving te akkordeeren en dat request hier te insereeren. Aan den weledelen Groot achtb: Heer Iohan Gerard van Angelbeek: Raad extra ordinair van Neder„ „lands Jndien, Goeverneur en Direkleur ter kuste Mallabaar Weledele, Groot achtb: Hoog gebiedende Heer De Ondergeteekende Equipasie meester Johannes g akseplaatsie van de borg„ „togt ten behoeve van den nieuwen op ziender van de houttuin verleend. Dingsdag den 24: Augustus 1784: Iohannes van Blankenberg geordonneert zijnde het onder hem per restant voortloo„ „pende 73 1/8 stapels Brandhoud uit te leeveren, om op verduutsie te worden ver„ kocht, zoo vind hij zich verpligt uwel- edele groot achtb: in alle ontmoet te berichten, dat agt stapels van gem Brand„ houd, door het lang leggen, door zon en „reegen verrot vermolmt en vergaan zyn, waar door hij niet in staat is om de g'ant„ „sche quantiteit uit te leeveren, derhalven hij zeer ootmoedig uweledele groot achtb: is verzoekende om een gunstige afschrij„ ving te willen verleenen op gem: quanti„ „teit Brandhoud. De ondergeteekende heeft de Eere met alle ootmoet te zijn /:onderstond:/ weledele groot achtb: Hoog gebiedende Heer uwer weledele groot achtb: Onderdanig en ge„ hoorzaame Dienaar /:was geteekend. / I: van Blankenberg /in margine/ koet„ „siem den 23. Aug=s 1784: Jngekoomen en geexamineerd zijnde een akte van borgtogt voor de administraatsie van de Houttuin die aan de Huistimmerman Iohan Frans Moots opgedraagen is, bij 227 Dingsdag den 24: Augustus 1784: bij den kapitain Iohan Georg Forn„ bauer en p:l Luitenant Fredrik Christi„ „aan von Mullerts gepasseerd, zoo is goedgevonden en verstaan zich daar meede voldaan te houden en dezelve te laaten seponeeren. Aldus Gedaan, Teresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malla„ baar ter steede koetsiem, ten daage, maand en Jaare voormeld /was geteekend J: G: van Angelbeek, R: van Harn; N: W:t Beijts; I: L: van spall; W: van Haeften. Saturdag den 20. August s 1784. alle prezent demptis DE:s koenraad george seiffer en Abraham Jean Scipion vernede als zijnde in kommissie. Op de daar toe bij schriftelijke rond„ vraage gedaane proposietsie van den Heer Goeverneur Saturdag den 28. ' August„s 1784: besluit den fiskaal Beits en Jaar reekeningen van 178¼. aftesluiten en te teekenen door de absentsie van seiffer Goeverneur is goedgevonden en verstaan, te qualificeeren de soldij boeken, mits de absentsie van den Onderkoop„ man en soldij Boekhouder Seiffer die tot noch in kommissie bij den Nabab Sipoe Sieltan is, den koopman en Fiskaal M:r Nikolaas Wendelen Beits te qualificeeren de soldij Boeken en Jaar reekeningen van 't boekjaar 178¾. aftesluiten en te teekenen. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malla„ „baar ter steede koetsiem, ten dage, maand en Jaare voorm: /was geteekend/ J: G: van Angelbeek; R: van Harn; F: v: d: Busch; N: W: Beijts; I: L: van Spall; W: van Haeften. Woensdag den 8:' Septemb:r 1784: des middags te tien uur alle present, demptis DE:s Seiffer en vernede als zijnde in kommissie Op