VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3669

Malabar · 382 pages · 62 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3669_0361 view scan ↗

English

Friday the 3rd of December 1784: Decision on the report regarding the transfer made of the Company's dispensary with the books. Request of the district and fire masters to be allowed to have more refuse bins, a covered gutter, and a cesspool constructed in the city. The transfer of the Company's dispensary, made by the widow and estate administrator of the deceased junior merchant Abraham Jean Scipion Vernede, to the fellow junior merchant Willem van Haeffen, having been presented to be compared with the books, and the report thereof having been received, it has thereupon been resolved to have the same compared against the books by the Chief Administrator Reinier van Harn and to render a written report of his findings. The district and fire masters of this city, requesting approval by an extract from their resolution dated the 25th of September last, to be allowed to have three more refuse bins constructed in accordance with the decision of this meeting of the 24th of August last, namely: one behind the main guardhouse, along the rampart wall; one next to the fanams mint at the inner corner; and one near the back door of the house of the military captain Tornbauer; furthermore to be allowed to have a covered gutter and a cesspool constructed at the corner of the Prinsegracht, where two houses stand in which the leather tanning business is practiced, and that the owners of the aforementioned two houses had accepted upon their proposal to bear the costs for the construction of that covered gutter and cesspool themselves; so it is, after deliberation, approved and agreed to grant both requests, and to give notice thereof to the district and fire masters by an extract of this document. By the gunner at Kranganoor. The gunner Andries Andries Schot of Vlissingen, who has served the Honorable Company since the year 1757, and has reached the age of sixty-five years, and is currently unable to serve the Honorable Company any longer, as the chief of Kranganoor, Johan Adam Cellarius, testifies by a written certificate, a request having been made by petition to be pensioned off, so it is approved and agreed to place him, Schot, among the retired servants with a pension of 10 guilders per month, and to transcribe his petition with the certificate below. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar, together with the Honorable Political Council! Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord and Lords: Most respectfully shows your Right Honorable's humble servant Andries de Schot of Vlissingen, how he arrived here in this country in 1757 on the ship Walckeren as a sailor at nine guilders, presently being a gunner earning sixteen guilders, having as such performed service both here in the garrison and at Kranganoor and Aikotte, as is also testified by the chief of Kranganoor, the Honorable Mr. Johan Adam Cellarius, under whom the petitioner is stationed, as appears from the annexed declaration; and whereas the petitioner has reached the age of 65 years, and of those has served the Honorable Company for more than 27 years, and is now afflicted by advanced age, deafness, and weakness of sight, and particularly with a chest ailment, whereby he can no longer perform the service properly, the petitioner therefore requests that he may be favored by your Right Honorable with such a pension as your Right Honorable shall find proper. Underneath stood: Which doing. In the margin: Cochin, the 4th of October 1784. Lower: Drawn up by J. A. Eversdijck, sworn clerk. I, the undersigned Johan Adam Cellarius, junior merchant and chief of Kranganoor, acknowledge and declare that the gunner Andries de Schot of Vlissingen, during the time he has been stationed at this fortress under my command, has always behaved as a worthy artilleryman, but is now afflicted by age, deafness, and weakness of sight, particularly with a chest ailment, whereby he is unable to perform his service properly any longer; so I have executed this declaration at his request, remaining prepared to confirm the same on oath if necessary. Cochin, the 9th of October 1784. Was signed: J. A. Cellarius. Hereafter, the Lord Governor informed the meeting that His Honor, at their request, had summoned the Company's merchants Anta Setti, David Rabbi, Ephraim Cohen, and Nanoo Setti, to speak about the merchandise still remaining in the Company's warehouses, but that Ephraim Cohen and Nanoo Setti had requested to be discharged: the first under the statement that, owing to the loss of his ship, which was taken by the English in the year 1781, he was unable to purchase large quantities of merchandise against cash or at least fixed monthly payments; and the second on account of his advanced years and continuous illness; whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to discharge both of these persons as the Company's merchants, and to keep a record thereof in these minutes. The Lord Governor further informed the meeting that with the Portuguese private ship Sao Pedro de Alcantara from Batavia, there had arrived unrequested a quantity of 5012 pounds of Japanese camphor.

Dutch transcription

335. — Vrijdag den 3. December 1784: besluit het rapport nopens het gedaan transport van komp:s Dispens met de boe„ Verzoek van wijk en Brand „meesters om meer vuiluis bakken bedekte geut en zinkput in de stad te moogen laaten aanmaaken. 17. Het Transport van 's Komp:s Dis„ pens, door de wedewe en Boedelhoud„ ster van den overleedenen onderkoop„ „man Abraham Jean Scipion vernede, aan den mede onderkoop„ man Willem van Haeffen, gedaan ken, te laaten konfronteeren en het rapport daar van binnen gekoo„ „men zijnde, is daar op beslooten, het zelve door den Hoofd administrateur Reinier van Harn, tegen de boeken te laaten konfronteeren en van dies bevinding schriftelijk, bericht te die„ „ner. Wijk - en Brand-meesters dezer steede bij een extrakt uit hunne resoluutsie de dato 25. e September Jongstl: appro„ baatsie verzoekende, om volgens besluit deezer vergadering van den 24:e Aug„s Jongstl: noch drie vuiliis bakken te moogen laaten aanmaaken als: een achter de hoofdwacht, langs de wal„ muur. een naast de fanums munterij aan de binnen ste /20 —. 9/10. — /20. 21/20. —. 1/5. — 9½0:— getekend/ Vrijdag den 3. December 1784: besluit hun verzoek toe te slaan schot gegasieerd metƒ 10: smaands. binnenste hoek en een bij de achter deur van 't huis van den kapitain militair Tornbauer; voorts om een bedekte geut en een zink-put te mogen laaten maaken op de hoek van de Prinse gracht, alwaar twee huizen staan, in welke de leertouwerij gebeezigt word, en dat de eigenaars van gemelde twee huizen op hunnen voorstel aangenoo„ „men hadden, de onkosten tot het maaken van die bedekte geut en zinkput zelfs te draagen, zoo is na deliberaatsie goed„ gevonden en verstaan, die beide verzoeken toe te staan, en wijk - en Brandmeesteren door extrakt deezes hier van kennis te geeven. Door den kanonier te kranganoor De Kanonier Andries Andries Schot van Vlissingen, die zeeder het jaar 1757: de E: komp: gediend, en den ouderdom van vijf en sestig Jaar bereikt heeft en thans buiten staat is, langer de Ekomp: te kunnen dienen zoo als zulx het kranganoors opperhoofd, Iohan 337. insertsie van zijn request en attestaatsie Vrijdag den 3. December 1784: Iohan Adam Cellarius bij een schrifte„ „lijk attest getuigd, bij request verzoek gedaan zijnde, om gegasieerd te mogen worden, zoo is goed gevonden en verstaan, hem schot, onder de rustende dienaa„ „ren te stellen met de rust gasie van ƒ10: smaands, en zijn request met de attestaatsie hier onder te schrijven. Aan den weledelen, groot achtb: Heer Iohan Gerard van Angelbeek. Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar, Beneevens Den E: Politieken Raad! Weledele Groot achtbaare, Hoog Gebiedende Heer, en Heeren:- Seeff reverentelijk te kennen Uwel- „edele groot achtb: onderdanige Dienaar „ Andries de Schot van Vlissingen, „loe hij in 1757: met 't schip walckeren hier Vrijdag den 3.:' December 1784: hier te lande gekoomen voor Mattroos met negen Guldens, zijnde thans kanne nier, winnende sestien Guldens, hebben„ „de als zoodanig de dienst zoo hier in het gaurnisoen als op kranganoor en Aikotte gepresteerd, zoo als zulx ƒ ook komt te getuigen het opperhoofd van kranganoor DE: Heer Iohan Adam Cellarius onder wien de supp:t bescheiden is, blijkens gearnex„ eerde verklaaring en door dien de supp:t den ouderdom van 65: Iaaren bereikt heeft, en daar van de E: komp: ruim 27: Jaaren gedient heeft, en nu door hooge ouderdom, doof en swak„ heid van het gezigt en bijzonder met een borstkwaal geplaagt is, waar door de dienst niet langer na behooren kan presteeren, zoo verzoekt den supp:t dat hij door uweled: groot achtb: met zoodanige rust gasie mag begunstigt worden, als uweledele groot achtb: zal bevinden te behooren /onderstond:/ 'T welk Doende / in margine Koetsiem den 4=de oktober 1764: /:lager (g'extendeerd door J„ A: Eversdijck gezwoore klerk. — 339. Vrijdag den 3. December 1784. hei kohen, en Nanoesettij ontslaagen Ik ondergeschreeve Iohan Cellarius onderkoopman Adam en opperhoofd van kranganoor be„ kenne en verklaare dat de kanonier Andries de Schot van Vlissingen geduurende den tyd dat denzelven ter deezer fortresse onder mijn kommando bescheiden is geweest, zich altoos als een braaf Arthillerist gedraagen heeft, doch thans door ouder„ dom, doof en swakheid van gezigt, bijzonder met een borstkwaal geplaagt is, waar door buiten staat is zijn dienst langer naar behooren te kunnen presteeren, zoo, heb ik deeze verklaa„ ring op deszelfs verzoek gepasseert, bereid blijvende dezelve des noods met Eede te bekragtigen. Koetsiem den 9: e Oktober 1784: /was getekend:/ I: A: Cellarius. Hier na gaf de Heer Goeverneur aan 's komp:s kooplieden Exhra„de vergadering te kennen dat zijn Ed: op hun verzoek daar van de kompanies kooplieden Anta setti, David Rhabbij, Ephraim koken en Nanoe setti had laaten roepen Goeverneur noopens de kamper Vrijdag den 3. December 1784: roepen, om over de noch per restant in 's komp:s pakhuizen leggende koop„ manschappen, te spreeken, doch dat Ephraim koken en Nanoe setti had„ de verzocht, ontslaagen te mogen worden, d' eerste onder betuiging dat bij mits het verlies van zijn schip, 't welk door de Engelschen in 't Jaar 1781. genoomen is onvermoogens was, groote parthijen koopmanschappen, tegen gereede of ten minsten bepaalde maandelijxe betaaling, te koopen, en de tweede om de wille zijner hooge Jaaren, en aan„ houdende ziekte, waarop gedelibereerd zijnde zoo is goedgevonden en verstaan, die beide perzoonen, als 'skomp:s koop„ lieden te ontslaan en daar van in deezen aanteekening te houden. De Heer Goeverneur informeerde Bericht van den Heer de vergadering verder, dat met het Portugeesch partikulier schip S„t Pedro de Alkantara van Batavia onverzocht een parthij van 5012: lb: Japansche a

NL-HaNA_1.04.02_3669_0367 view scan ↗

English

341. observation regarding the selling of the same at rupees per 100 lb Friday the 3rd of December 1784: Japanese camphor sent hither and charged at ƒ1829:—, thus amounting to circa 30½ rupees per 100 lb; that Their High Excellencies, by letter of the 17th of September 1765, had ordered not to sell the camphor for less than 24 stivers Indian money per lb, which amounts to eighty rupees per 100 lb; but that currently no more than eighty rupees per pikol is offered here, which calculates to only sixty-four rupees for the 100 lb; and furthermore, that in the year 1775 the camphor was sold here for 55 rupees per 100 lb, which Their High Excellencies approved in reply thereto, by letter of the 11th of November 1776, proposing therefore to dispose of the aforementioned camphor for the offered price. Whereupon deliberation having taken place: it was resolved unanimously to approve and understand to dispose of the camphor this time Friday the 3rd of December 1784. requests from the Ceylon Ministers and from the Lord Marquis De Bussy to assist the garrisons at Mahe this time for 64 rupees per 100 lb, and to demonstrate to the High Government that, although the Japanese camphor is of better quality than the Chinese, little distinction is nevertheless made here in the price, because both sorts are equally good for the use made of it by the Arabs when burying their dead and by the Marathas when censing their pagodas. Upon the request of the Ceylon Ministers to provide the French garrison at Mahe for the present with the necessary funds, which was also made to the Lord Governor by the Lord Governor of the French establishments, the Marquis de Bussy himself, by letter of the 26th of August, and further by the commandant of Mahé, Le Vasseur de St. Armand, by letter of the 14th 343 decision to comply therewith with a provision of three thousand rupees Checked JDk Swabe Friday the 3rd of December 1784. 14th of November, this last one determining his need for the present at three thousand rupees, it was after deliberation approved and understood to comply therewith, and to note here that the Lord Governor, for lack of other opportunity, has for the present sent a bill of exchange of one thousand rupees, to be paid by Mr. Michael Firth, second at Tellicherry. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid, was signed: J. G. van Angelbeek, R. van Warn, N. W. Beijts, J. L. van Spall, C. G. Seiffer, W. van Waeften, and A. Coolvliet. Agreed, Adriaan Coolvliet Pro Secretary

Dutch transcription

341. aanmerking over dezelve ropijen de 100: lb: te verkoo„ „pen Vrijdag den 3. December 1784: Iapansche kamper herwaards gezon„ „den en met ƒ1829:—. aangereekend is bedraagende dus de 100: lb: Circa 30½ ropij; dat hunne Hoogedelheeden bij brief van den 17. september 1765: geordon„ neerd hadden, de kamfer niet minder dan voor 24: stuivers indiasch geld 't lb: te verkoopen, het geen tachentig ropijen de 100: lb. uitmaakt; doch dat thans hier voor de pikol niet meer word gebooden als tachentig ropijen, 't welk maar vier en sestig ropijen voor de 100. lb: reekend, en voorts, dat in het Jaar 1775: de kamfer hier voor 55: ropijen de 100: lb: is verkocht, 't welk Hunne Hoogedelheeden in antwoord daarop, bij brief van den 11:e November 1776; goedgekeurd hebben, proponeerende overzulx om gem: kamfer voor den aangebodenen prijs aftestaan. Waar op gedelibereerd zijnde: zoo is besluit dezelve tegen 64: met eenparigheid van stemmen goed„ gevonden en verstaan, de kamfer ditmaal Vrijdag den 3: December 1784. verzoeken van de Ceilon„ „sche Ministers en van den Heer Markies De Bussij om de bezettingen te Mahe te assisteeren ditmaal voor 64: ropijen de 100: lb: van de hand te zetten en aan de Hooge Regee„ „ring te vertoonen, dat, afschoon de Japansche kamper beter van deugd is, dan de sineesche, hier echter wei„ „nig onderscheid gemaakt word in den prijs, door dien beide soorten, eeven goed zijn voor het gebruik, het welk er door de Arabieren bij het begraaven hunner Dooden en door de Maratten, bij 't berooken van hunne pagooden, van gemaakt word. G Op het verzoek van de Cailonsche Ministers om het fransche garnisoen te Mahe, voor eerst van het noodige geld te voorzien, het welk ook aan den Heer Goeverneur gedaan is, door den Heer Goeverneur van de fransche etablissementen den Markies de Bussij zelve, bij brief van den 26: Augustus en nader door den kom„ „mandant van Mahé De vasseur de S„t Armand, bij brief van den 14=den 343 besluit daar aan te voldoen met een verstrekking van drie duizend ropijen Nagezien JDk Swabe Vrijdag den 3. December 1784. 14: November bepaalende, deeze laaste zijne benoodigdheid voor eerst op drie duizend ropijen, is na deliberaatsie goedgevonden en verstaan, daar aan te voldoen en hier te noteeren, dat de Heer Goeverneur, bij gebrek van andere geleegenheid voor eerst een wissel van een duizend ropijen gezonden heeft, om door den Heer Michael Firth, tweede te Tallitcheeri, voldaan te worden. Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem ten dage, maand en Jaare voormeld /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek, R: v: Warn, N: W: Beijts, I: L: van Spall, C: G: Seiffer, W: van Waeften, en A: Coolvliet. — Akkordeerd Adriaan Bootvliet P. Sekreb: A xxxxnww 1

← previous