VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3676

Japan · 816 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3676_0001 view scan ↗

English

1 583 Secret Incoming Letterbook and some Enclosures Received 1785 13 Secret Letters and Enclosures from Banda dated 25 April to mid- August 1784 FF. FF. 3. HX. 13. KK. dated Dorer BH 16 EV Letters and Enclosures in Enclosures from Banda dated 25 April to mid- August 1784 Secret Letters FF. FF. 3. HX. 13. KK. dated FF. secret. Batavia. By the ship de Bath Via Saparua. To His High Honour The High Noble, Right Honourable, and Wide-ruling Lord. Mr Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Right Noble and Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honourable, Wide-ruling Lord. Right Noble and Honourable Lords. Over and above what has been written in the general letter of today, I find myself most respectfully, serving as an answer to Your High Noble, Right Honourable secret letter of 16 December of the past year, most highly obliged, first of all, most humbly to express my thanks for Your Honour's satisfaction expressed therein, both with relation to the completion of the fortification work at Lonthoir under my daily supervision, and on account of the trouble taken in drafting and presenting some further considerations concerning the very momentous point of the the nutmeg cultivation in this Province, and regarding the preservation, as well as the careful monitoring of those fruits and the flowers or the mace, which favourable praises will also ever more and more encourage me, and give me strength to perform the Honourable Company's service both in this and other respects to the utmost of my ability; as well as the general prosperity of land and people. Regarding the highly respected recommendations, both to postpone all new works or costly repairs, in order to save expenses, and to discharge the entire corps of Native Marines or part thereof, for the very same reason, I most humbly request to be permitted to refer to what has already been dealt with on both points under paragraphs 50, 51, and 67 of our most respectful general letter of today; with the most humble further mention, at the same time, that our entire garrison as of today's date is only 602 heads strong, the sepoys and Native Marines included therein; thus still 198 heads fewer than the establishment in peacetime dictates; and in my humble opinion, with Your favourable approval, almost more care should be taken to keep the garrison at full strength than to maintain the established quantity of eighty thousand pounds of gunpowder, of which a quantity between fifty and sixty thousand pounds I maintain to be completely sufficient; all the more because keeping this 2 combustible material for many years only causes it to spoil, sometimes to the very great loss of an Administrator, and an enemy could not possibly hold out here so long until half of that combustible material has been fired off. With regard to the fortification works and buildings, I further have the fortune to be able to report that the new works on the half- moon De Voorzichtigheid, and the Kijk in de Pot, according to the proposal made and favourable consent, are as good as completed, and I promise once again to economize, according to orders, on all other works that can indeed tolerate any postponement for the present. In order not to give duplicate accounts of one and the same matter, I most humbly request, with regard to the rather persistent grievances of the Ambon ministers concerning the presumed illicit trade in gunpowder and other ammunition goods here, to be permitted to refer likewise to what has been noted thereof in the general letter of today, from paragraphs 98 to 101. As well as the sharp warning given in that regard to the Fiscal, whose duty it is primarily to pay attention to this through a careful inspection of the vessels. That the arisen dispute matters between Ambon and Banda have been settled by Your High Honours in the best possible manner has gladdened me, and even more so the good opinion that Your High Noble, 3 Right Honourable was pleased to hold regarding the employment of the bark De Batavier, driven hither by westerly gale winds, and the pantchiallang De Beschermer; as well as regarding the civil treatment of some Ceram people; for which I most humbly render my gratitude, with the annotation at the same time that the exchange of communication concerning the said expedition could not possibly take place, because the monsoon prevented it, which however I gladly promise to observe in other occurring circumstances; and also to confer with the Lord Governor of Ambon concerning the granting of passes to remote Ceram people. Serving further with respect to that nation and the Goram people, most respectfully, that we have admitted none of the hostile parties here, but only those who have not joined the enemy, namely the old Captain Keffing Bahoeken, the orang kaya Kuwaus Kanakanna, the orang kaya Ondar Beliaan, and the orang kaya Keliakat, residing at Ambon, the first two from Ceram and the last two from Goram, to whom we have given Pengamente letters with the Company's seal of safe conduct, so that when dispatching a vessel hither, one of these may be sent along, so as not to be deceived by any enemies; and I promise always to hold Your Honour's recommendation concerning that nation in dutiful observance.

Dutch transcription

1 583 Secreet Inkomend Briefboek en eenige Bylagen Overgekomen 1785 13 Secreete Brieven en Bijlagen van Banda ged 25. April in Medio aug:s 1784 F F. FF. 3. HX. 13. KK. dd. Dorer BH 16 EV BnIEVENEN EEVIEE in Bijlagen van Banda ged 25. April in Medio aug: 1784 Secreete Brieven F6. FF. 3. H . 33. KK. dd. F.F. secraet. Batavia. Per 'T schip de Bath Over Sapazoea. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Gestr: Groot Achtb:r en wijsgebiedenden Heere. H:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Nevens. De wel Edele Gestr. Heeren Raaden van Neederlands Jndia. Hoog Edele Gestr: Groot Achtbaare wijdgebiedende Heer. Wel Edele Gestrenge Haeren. Buijten en behalven het beschreevene bij gemeene Letteren van Heeden, vind ik mij eerbiedigst in Antwoord dienende op u Hoog Edele Gast n Guaat Achtb:r secreet schrijven van den 16. December A=o pas J„o ten hoogsten varplicht, voor af alle n oodmoedigst te danken, voor Hoog derzelven daa bij betuijgd genomen genoegen, zoo met relatie tot het vol„ „tooijen van 't Fortificatie werk te Lonthoir onder wijn Dagelijks opzigt; als wegens de genomene moeijte in het apstellen en presentee „ren van eenige nadare conside tatien; nopens het zeer gewigtig Porict van Een van de Noten culture in deze Provintie, en ten conservatie, mitsgaders het wel gade slaan dier vrugten en de Bloemen of de Foelij welke gunsti„ „ge Lauangis mij dan ook inmer maer en meer zullen aanzitten, en kragten geven om sereestens Dienst zoo in dieze als andere op zig ten na uijttenst vermoogen te betragten; zoo wel als de generaale welvaart van Landen volk. Nopens de Hoog gerespacteerde recommandatien, zoo om alle Nieuwe werken of kostelijke Reparatien uijt te stellen, ter besparing van on„ „gelden; als om het geheele corps Jnlandsche Marinens of ten deele, om even die Reden af te danken, verzoeke mij oodmoedigst te mogen gedragen aan het reeds van beijde Poincten bedeelde onder §. 50: 51: en 67: onzer Eerbiedigste gemeene Letteren van Heeden; onder ne„ drigste nader melding t effens dat ons geheel guarnisoenr onder dato heden nog maar sterk is 602: koppen de sipaijers en julansche Marijnen daar onder begreepen; dus nog 198 koppen minder dan de bepaling in vreder Tijs dicteerd; en diende men mijns gezingen erachtens onder gunstig wel naemen ten compleet houding van 't guar in soen naasten bij nog meer te zorgen, dan over de compleet houding van de bepaalde Tagentig duijzend Ponden Buskruijt, waar van een quantiteijd tusschen de vijftig â sestig duijsend Pouden sustineere volkoomen genoeg te zijn; te meer lang jarig overleggen van 2 van die Brand stoffe de zelfe maar tot bederf doed overgaan, somtijds tot zeer groote schade voor een Administrateur, en een vijand het hier on„ „mogelijk zoo lange houde kan, tot dat de helfte van die Brand stoffe verschooten is. Met betrekking tot de Fortificatie werkan en gebouwen, hebbe voorts het geluk te moogen melden, dat de nieuwe werken aan de halve saan de voor sigtigheijd, en de Rijk in de Pot, luijd gedane propositie en gunstige toestemming, zoo goed als voltooijd zijn, en beloove nog„ maals alle andere werken die maar immers nog eenige uijtstel kunnen lijden, voor eerst conform Bevel te zullen menageeren. om geen dubbelde verhalen van een en dezelfde zaake te doen, verzoeke mij met opzigt van de nogal aan houdende Doleantien der Amboinasche ministers, over den presumtive Mons: Handel in Buskruijt en andere Aommunitie goederen alhier; meede oodmoe„ digst te moogen refereeren aan hot daar van genoteerde bij gemeene e Letteren van Heeden, van §98 tot 101. Mitsg:s de dient wegen gedane scherpe veraning aan den Fiscaal wiens slicht het voornamentlijk is, daar op te letten, door een nauwkeurige visitatie den vaartuijgen. Dat de opgeaesen Twist-zaaken tusschen Amboina en Banda door u E Hoog Edelheedens op de best moogelijkste wijze zijn afgedaan, heeft mij verhuijgd, en mog meer het goede Denkbeels dat u Hoog Edele 3 Edele gestr: groot Achtb: heeft gelieven te hebben, nopens het emplooij der door westelijke storm. winden herwaards overgevrevene Bank de Battevier„ en de Pantjallang de Beschermen; gelijk ook over de civile Bahan de„ „ling van sonaringe Cerammers; waar voor mijne verplichticg bodmoe„ digst aflegge, onder annotatie teffens, dat het cummunicotieaff gaan nopens gemelde Expeditie, onmogelijk kom geschieden, wijl de mous„ „son zulks beletta, 't welk echten bij andere voorkoomende gelegent„ heeden wel gaarne belove te zullen betragten; ook met de Haer Am„ boinasch Gouvverneur aboucheren over het verleenen van Passen aan afgelegene Cerammers. Dienende wijders niet opzigt tot die Natie en de gonammers een„ „biedigst, dat wij geene van de vijandelijke Parthijen hier g'admitaerd hebben, maar wel die geene die den vijand niet toegevallen zijn, na„ „mentlijk den ouden kapitain keffing Bahoeken, den arrang kaij kuwaus kanakanna, den anrangkaij ondar Beliaan, en den awrangkaij keliakat Ambon gewaaant, de eerste twee van ceram en de laatst twee van Goram, aan welke wij Pengamente Briefjes met 's Comp:s zegul van vrijegelijde gegeven hebben, om bij het depe„ cheezen van een vaartuijg herwaards over, een daar van meede te H1. geven, om door geen vijanden bedroogen te kunnen worden; en ik beloove steeds hoogst den zelver recommandatie omtrent die Natie in schuldig d oblervantie

NL-HaNA_1.04.02_3676_0017 view scan ↗

English

to maintain strict observation, principally in order to encourage them through humane treatment to bring in both the highly necessary atap and timber as well as other articles, which were previously brought here in abundance, but have virtually ceased since the recent unrest. Yet at present we have had the good fortune, upon strong solicitation of the aforementioned four native chiefs and true friends, to obtain both for the Honorable Company and the residents here over 800000 atap shingles, for which everyone was in the greatest embarrassment; and since the unrest in Amboina seems to have been quelled, I also hope that shipping will gradually become more frequent again, and that the Ceramers as well as the Gorammers may thereby find a means to subsist in an honest manner henceforth. Furthermore, it serves most respectfully that I have cited the bad example of the Amboinese cruiser under steersman Maurits from over twenty years ago principally because it seems to have been the primary cause of all trouble, at least of the persistent grievances and pretexts of the Court of Tidore, and also to demonstrate herewith that often the servants of the Honorable Company are the moving cause of such far-reaching outrages of the native nations; yet for what reasons even many Amboinese Christians have proceeded to such an unexpected defection Noble, Valiant, Highly Esteemed, has pleased to have, regarding the employment [illegible] westerly storm winds driven over hither, Bank de Ban and the pantjallang the Beschermer; as also regarding the civil treatment of certain Ceramers; for which I render my obligations most respectfully, noting at the same time that the communication regarding the said expedition was impossible to take place, as the [illegible] prevented it, which, however, upon other occurring occasions I gladly promise to observe; also to confer with the Amboinese Governor about granting passes to distant Ceramers. Serving further with respect to that nation and the Gorammers most respectfully, that we have admitted none of the hostile parties here, but indeed those who have not joined that enemy, namely the old Captain Keffing Bo Haeken, the orangkaya [illegible], the orangkaya Ondar Beliaan, and the orangkaya Keliakat Ambon Gewaaat, the first two of [illegible] and the last two of Gdaan, to whom we have given parchment passes with the Company's seal of safe conduct, to be produced upon the return of the vessel hither, and a copy thereof given, so as not to be deceived by any enemies; and I [illegible] their recommendation regarding that nation in strict observation to maintain strict observation, principally in order to encourage them through humane treatment to bring in both the highly necessary atap and timber as well as other articles, which were previously brought here in abundance, but have virtually ceased since the recent unrest. Yet at present we have had the good fortune, upon strong solicitation of the aforementioned four native chiefs and true friends, to obtain both for the Honorable Company and the residents here over 800000 atap shingles, for which everyone was in the greatest embarrassment; and since the unrest in Amboina seems to have been quelled, I also hope that shipping will gradually become more frequent again, and that the Ceramers as well as the Gorammers may thereby find a means to subsist in an honest manner henceforth. Furthermore, it serves most respectfully that I have cited the bad example of the Amboinese cruiser under steersman Maurits from over twenty years ago principally because it seems to have been the primary cause of all trouble, at least of the persistent grievances and pretexts of the Court of Tidore, and also to demonstrate herewith that often the servants of the Honorable Company are the moving cause of such far-reaching outrages of the native nations; yet for what reasons even many Amboinese Christians have proceeded to such an unexpected defection, the Amboinese ministers will likely have investigated and communicated to Your Right Noble Lordships; promising furthermore to observe the article of the limits, also according to their highest intention and command, namely to leave the same on the old footing: While with respect to the Aru expedition in the past year by the vessels the Loos, the Lukkelaar, and the Waterslangh, it serves most respectfully that the proceedings and encounters of the commissioners Willemsz and Clements are described in detail in our General Advices of mid-August of the past year under Chapter XVIII concerning native affairs. The conference ordered by Your Right Noble Lordships with some perkeniers, to be chosen by them all, concerning the best possible manner to be introduced for the speedy and suitable cultivation of the nutmeg trees, I promise, according to desires, to hold after the arrival of the reports of the perk visit to be conducted, in order to note well beforehand who can or should actually be considered the most knowledgeable in that matter; for many reasonings of some serve, with favorable indulgence in my humble opinion, nothing to this purpose, but rather the fact of the matter itself, namely who through diligence and zeal since the hurricane of 1788 has come to the fore, and how far those young trees have already advanced, also whether all

Dutch transcription

observantie te zullen houden, voornamentlijk om hen door een men„ „schelijke behandeling te amineeren, tot den aanbreng zoo van de hoog nodige stappen, Houtwarken als an eene Artikulen, die voor deesen in Abondantie hier zijn aangebragt; maar sedert de genesen onlusten ge„ „noegsaam gecasseert, nog thans hebben wij het geluk moogen hebben, op stenk aanzoeken, van voornoemde vier jnlandscha hoofden, en weuurie vrienden zoo voor De E: Comp:e als jn gesetenen alhier ruijm 800000: — Idappen te enbangen, daar omme het allen meest verlegen waaren; en vermits de onlusten in Amboina schijnen gedempt te zijn, wil ik ook hoopen dat de vaart gaande weg weder frequenter worden zal, en dat„ zoo wel de Cerammens als Gorammers daar door een Middel moogen vinden, om voortaan op een Eerlijke wijze te kunnen bestaan. voorts diend Eerbiedigst, dat ik het slegt Exempel van den Am„ „boinasche kruijssen op stuurman Mraurits van over de Twintig Jaaren herwaards, voornaamentlijk heb aangehaald, om dat die de Eerste oor„ „zaak van alle onleijlen schijnt geweest te zijn, ten minsten van de aan houdende doleantien, en voorwendselen van 't Hoff van Tidoo, en ook om hier meede aan te thoonen dat dik wils de Dienaaren van De E: Comp: het causen morens van diengelijke verre gaande uijtspat„ tingen den Jnlandsche Nratien zijn; Doch om welke redenen zelfs veele Amobinasche christenen tot zoo een onverwagte en Afval getreeden. zijn O8 Edele gestr: groot Achtb: heeft gelieven te hebben, nopens het emplooij westelijke storm. winden herwaards overgevrevene Bank de Ban en de Pantjallang de Beschermen; gelijk ook over de cirile Ba= „ling van sonaringe Cerammans; waar voor mijne venplichticg bo digst aflegge, onder annotatie teffen, dat het cummunicatie nopens gemelde Expeditie, onmogelijk kom geschieden, wijl de „son zulks belette, 't welk echter bij andere voorkoomende geleg heeden wel gaarna belove te zullen betragten; ook met de He boinasch Gouverneur aboucheren over het verleenen van Passen afgelegene Ceramamers. Dienende wijders niet op zigt tot die Natie en de gouamme „biedigst, dat wij geene van de vijandelijke Parthijen hier g'adm hebben, maar wel die geene die diaen vijand niet toegevallen zij „mentlijk den auden Rapitain keffing Bo haeken, den avrang kurvaus kanakanna, den awrangkaij ondar Beliaan, en awaanghaij keliakat Ambon gewaaat, de eerste twee van en de baatst twee van Gdaan, aan welke wij Pergamente Pa„ met 's Comp:s zegul van vrijgelijde gegeven hebben, om bij te chearen van den vaartuijg herwaards over, een daar van meede H. gevan, om door geen vijanden bedroogen te kunnen worden; en ik steed bogst den zelver resomanda tie omtrent die watie in scha obleuvantie observantie te zullen houden, voornamentlijk oms hen door een men„ „schelijke behandeling te amimeeren, tot dan aanbreng zoo van de hoog nodige sthappen, Houtwerken als andene Artikulen, die voor deesen in Abondantie hier zijn aangebragt; maar sedert de genesen onlusten ge„ „noegsaam gecasseert, nog thans hebben wij het geluk moogen hebben, op sterk aanzoeken, van voornoemde vier jnlandscha hoofden, en weuurie vrienden zoo voor De E: Comp:e als jngesetenen alhier ruijm 800000: — sdappen te erlangen, daaromme het allen meest verlegen waaren; en vermits de onlusten in Amboina schijnen gedampt te zijn, wil ik ook hoopen dat de vaart gaande weg weder frequenter worden zal, en hat„ zoo wel de Cerammens als Gorammers daar door een Middel moogen vinden, om voortaan op een Eerlijke wijze te kunnen bestaan. voorts diend Eerbiedigst, dat ik het slegt Exempel van den Am„ „boinasche kruijsser op stuurman Maurits van over de Twintig Jaaren herwaards, voornamentlijk heb aangehaald, om dat die de Eerste oor„ „zaak van alle onleijlen schijnt geweest te zijn, ten minsten van de aan houdende doleantien, en voorwendselen van 't Hoff van Tidon, en ook om hier meede aan te thoonen dat dik wils de Dienaaren van de E: Comp: het causen morens van diergelijke verre gaande uijt spat„ tingen den Jnlandsche dratien zijn; Doch om welke redenen zelfs veele Ambinasche christenen tot zoo een onverwagte en Afval getreeden. zijn zijn, zullen de Amboinasche ministers denkelijk wel onder zogt en Aan uw Hoog Edelheedens bedeeld hebben; beloorende wijders het Artikul van de Limiten, ook na Hoogst den zelver Jntentie en Hevel te zullen betragten, namentlijk het zelve te laten op den ouden voet: Terwijl met opzigt tot de Aroesche Expecuitie in A„o p„o per de voor„ tuijgen de Loos, de Lukkelaar, en de waaten slangh, Eerbiedigst diend, dat de verrigtingen an ontmoetingen der commissianten willemsz de clements, omstandig beschreeven zijn, bij onse generaale Adrijsen van Medio Aug:s A:o p:o bij Cappil: XVIII de Jnlandsche zaaken con„ „cerneeren. De door uw Hoog Edelheedens g'ordonneerde conferentie met sommige Ter quaniers, door hun allen te kiesen, Nropens de best mooge„ lijkst te introduceren wijze ten spoedige en geschikte culture der Noote- Boomen, beloove na de inkomst der Berichten van de te doen Penk visite conform begeerte te zullen houden, oms daar bij eerst wel te bemerken wie men eijgentlijk voor de kundigste in dat stuk kan of maar aanmerken; want veel racissomnementen van zommige dienen onder gunstig wel neemen mijnes geringen erachtens hier niet toe, maar wel het stuk van zaaken zelfs, namentlijk wie door naarstigheid en ijver sedert den oncaan van 1788. te vooren geraakt is; en hoe verre die Jonge Boomtjes reeds g'avanceerd zijn ook zijn alle als

NL-HaNA_1.04.02_3676_0021 view scan ↗

English

all outward promises are fine, no one directly opposes them in public, but here it usually remains as it is with many; namely, adhering to the old habit, which gives little trouble, whereas with the newly proposed, though certainly also very old method, which the planting demonstrates in many old trees of 40 to 50 years still in some places, much more labor and attentiveness are needed, but from which over time notably greater advantages are to be obtained; primarily for the Honorable Company, but for the perkenier, in proportion to the costs and labor, very little, which one can approximately calculate and examine in this manner; as for example, in about a full year the collective perkeniers have received for: 14745 pounds of good mace . . . . . . . Rd:s 2303: 43: 8 - - - - - - dust - - - - - - - - - - - - - — – – 65914:— good nutmegs . . . . . . . 1829 43. 8 5840: — broken ditto - - - - - - - - 45 30: — Thus together . . . Rd:s 3379: 21:— At the survey in A. o p=o there were found in total thirty-two thousand four hundred fifty-six fruit-bearing trees, thus for the trouble and expense of maintaining each tree in a full year there comes only a very small sum of five stuivers, without even considering the still greater care and attention over the young trees in kind. Furthermore, that the accounts of most perkeniers are just as poorly off as those of the perken Bejauw and Boeton; if one considers that in about one hundred fifty years these have climbed from at most forty-eight thousand sd:s in amounts, and mostly mortgaged, to an amount of four times hundred thousand rd:s, then in thirty years for a sum of 12800: rd:s that the perk of Bejauw was bought for, there would be added 17580: — rd:s, and thus according to that calculation it would now have to cost about 29500: r:s, which is nevertheless an estate that is primarily appropriated as a retreat for a governor, so certainly some extraordinary expenses were made on this more than on others; and besides that, in the recent bad century, it had to endure all miseries alongside others. The grievances about continual declines one must also always hear with the utmost patience from many, and think of all kinds of comforting words merely to calm them down; I therefore deem it by no means advisable to stir those matters further, or to demand a separate statement of accounts from everyone, however, as if for my own speculation, I asked for a yearly account of rd s p:r from my son, who has entered into holy matrimony with the widow of one of the former prominent perkeniers, named Gerrit Bouwer; which account I take the liberty of presenting herewith in copy to your High Noble Generous Grand Honorable Worships; and wherein their honors will be able to see, if desired, that the general expenses on behalf of the said spice estate in 1783 were large: they were . . . . . . . . . . . . Rd=s 1017: 45: — the revenues on the other hand only . . . . . . 530: 23: 8 Thus made in deficit rd:s 487: 21: 8. And so it goes on continually; this is now, however, someone who can still save himself with something else; but the largest part of the perkeniers cannot. The majority are also in fact not in favor of the price increase of nutmegs and mace, especially at this time when there is still very little; yes, some have even offered that they would gladly give their spices to the Company for free, if only they were provided with sufficient other support; but this, in my humble judgment, is also not the right way, because then even less attention would be paid by many to a diligent cultivation; a premium to be granted on a larger delivery of spices at this time would also only benefit those who have not lost much in the hurricane, but by no means all those unfortunate through this fatal event; but it seems to me, subject to correction, that it would be just as good a means of encouragement to set a certain premium for whoever can show to have raised a certain number of young trees in proportion to their land since the hurricane in 1778, which within two to three years have already begun to bear the first fruits, while regarding the proposed price increase of mace and nutmegs, I most humbly request to be allowed to refer to my respectful considerations of 15: Iulij 1782. And provisionally, in conformity with our resolution of the 26. Febr: last, a servant has already been appointed over the large, very dilapidated perk Even te aurien, having belonged to the deceased widow, being under the administration of the Neira perkenier Engelbert Staup, who has enough to do with his own land; which servant is an old, well-experienced nutmeg planter on Lonthoir, Cornelis de Klerk, and as a second

Dutch transcription

alle uijterlijke Beloften wel goed, niemaand is Juctt publicq weders pen„ „nig, maar hier bij blijft hat aan gemeenlijk bij veelen; namentlijk bij den ouden slanten, dat weijnig moeijte geeft, maar bij de Nieu„ we voor gestelde, dooh zeker ook wel heel oude manier, dat het ad„ ragas Planten veelen oude Boomen van 40: â 50. Jaaren op sommige Plaatsen nog aan wijst, veel meerder Arbeid en oplettendheijd nodig is, maar waar uijt door den Tijd ook notair meerder voordeelen te behaalen zijn; voornamentlijk voor De E maat schappij, maar voor den Perkenien na propportie van de kosten en den Arbaid zeer wijnig„ 't geen men op deeze wijze omtrent calculeeren, en wel nagaan kan; als per Exempel, in omtrent een rondjaar hebben de geza„ mentlijke Perkeniers ontfangen voor. 14745 Ponden Goede Foelij. . . . . . . Rd:s 2303: 43: 8 - - - - - - „ Gruijs - - - - - - - - - - - - - „ — – – 65914:— „ Goede Nooten. . . . . . . „ 1829 43. 8 5840: — „ stukkende dito. - - - - - - - - „ 45 30: — Dus te saamen. . . . Rd:s 3379: 21:— Bij den opnaem in A. o p=o zijn over het geheel Twee en dertig duij„ 49.d „zend vier hondert ses en vijftig vrugt Boomen bevonden, dus voor de moeite en kosten van jder Boom te onderhouden, in een Rond Jaar maar komt, een zeer gering sommetges van vijf stuijvers zonder eens den nog meerderen oppas en zooge over de jonge Boomen en Boomen in zoort aan te merken. Dat voorts de Reekeningen den meeste Penke nieus nog wel zoo slun er bij staat, als die van de Perken Bejauw en Boeton; indien men eens nagaat, dat dezelve in circa hondert vijftig jaaren van op zijn hoogst genoomen Agt en veertig duijzend sd:s aan bedraagen zijn geklommen en meest beleend, tot een Bedragen van vier maal hondend duijzend rd:s dan zoude in derthig Jaaren voor een som van 12800: rd:s dat het Perk van Bejauw gekogt heeft, koomen 17580: — rd:s en dus na die berekening nu omtrent moeten kos„ ten 29500: r:s 't welk nogt tans een Land dat tot een wijk Plaats ƒ voor een gouverneur voornamentlijk g'approprieert is, dus ze„ ker hier aan eenige Extran ordinair kosten meer als aan andere zijn gedaan; ook daar en booven in de jongste quaat Eeuw alle misarin nevens andere heeft moeten ondergaan. De doleantien over geduurige veragteringen moet men ook steeds van veelen met de uijterste geduld aanhooren, en al„ „ „len lande Troostende woonden uijtdenken, om hen maar ten neder te satten; ik ruid dienhalven ook geensints Raadsaam„ die zaaken nog meer te roeren, of apparte staat reekening E van een jder op te Eijschen, echter hebbe kwasie tot mijn eijgen speculatie een Jaar Reek:d van rd s p:r gevraagd van mijnen zoon 9 zoon, die met de weduwe van eenen der gewezen voornaamste Ra„ „kenieus, naamens Gerrit Bouwer in den Echten staat getreven is; welke rekening ik de vrijheijd neemen Aan uw Hoog Edele Gestr: Grot Achtb: bij deezen in Copia aan te bieden; en waar hij hoog dezelve des behogende zullen kunnen beschouwen, dat de generaale uit gave ten behoeven van gemeld specerij Land in 1783 groot geweest de jnkomsten daar en teegen maar. . . . . . „. . 530: 23: 8 Dus ten agtenen gemakt rd:s 487: 21: 8. zijn. . . . . . . . . . . . . Rd=s 1017: 45: — En zoo gaat het immer voort; dit is nu echter een die zig nog zel„ „ven, en met iets anders redden kan; maar het grootste gedeelte der Perkeniers niet. De moeste zijn ook in den daad niet voor de Puijs verhooging van de Nooten en Foelie, voornamentlijk in deeze Tijd, daar 6 en nog zeer wijnig is, Ja sommige hebben zelfs gepresenteerd wel gaarne Hunne spicerijen voor niet aan de comp:e te zullen willen geven, indien hem maar op een toereijkende wijze ander„ „tond wierd verschoft; maar dit is mijns geringen oordeels ook de ragte weg niet, wijl als dan door veelen nog minder 0 6 op een naarstige cultuure zoude agt geslaagen worden; Een toe te leggen Premie op eene meerdere Leverantie van specerijen in dezen Tijd, zoude ook maar die geene te berte koomen, die niet veel bij der orcaan verlooren hebben, doch dan allen angelukkigs ten door dit fataal geval niet; maar wij dunkt ander courectie, dat het wel zoo een goed middel: ter aanmoediging zoude zijn, met een zeker Premie te stellen omtrent de geene die kan aanthoonen zeker getal jonge Boomen naam Proportie van Hun Land, sadent den orcaan in 1778 aangekweekt te hebben, die binnen ban, Twee a drie Iaaren reeds de eerste vrugten begonnen te dragen, terwijl wij nopens de geproponeerde Paijs verhooging van Foelij en Nooten, rl9 verzoeke oodmoedigst te moogen gedraagen aan mijne Eerbidige consideratien van den 15: Iulij 1782. En is bij Provisie in conformitie van ons Besluit van den 26. Febr: J. o leden raeds een Dienaar gesteld, over het groote zeer vervallen Perk Even te aurien, toebehoord hebbende aan de we„ duwe zall zijnde onder Administratie geweest van den Neij„ „raas hankerier Engelbert staup, die met zijn eijgen Land ge„ „noeg te doen heeft; welken Dienaar is ten ouden wel ernaaren Nootekalken op Lonthoir cornelis de klerk en tot een Tweede

NL-HaNA_1.04.02_3676_0025 view scan ↗

English

Secondly, one will be obliged to take action regarding the completely dilapidated, large parkland of the park keeper Ian Cas. Promising to write further on these matters with the subsequent dispatch, it serves in the meantime for Your Right Honourable High and Mighty's knowledge that in the past autumn we nearly fell into the same miseries as in 1782, due to the severe drought that again lasted for four months, so that almost everything seemed on the verge of perishing. Many fruits, half-ripe on the trees, also burst open and thus fell off, which caused me such distress at the beginning of the month of October at the back of the High Land that I returned home very despondent. Yet, still hoping for God's help, we soon thereafter obtained some rain showers, which also caused almost everything to revive again, so that afterwards I found most trees on Pulau Ay, despite the heavy loss, still quite heavily laden with fruit. Among other things, it is to be wondered at that a certain semi-old tree on lower Lonthoir, which suffered very much during the hurricane and has not the least protection, but always stands open to the south wind, during those two dry years consistently stood remarkably full of fruit of its kind and has lost virtually nothing. I therefore had these gathered together expressly over a full year, and found them to consist of 5420 of the best kind, which I calculate at about 35 pounds of nutmegs and 3½ lb of mace. If now each fruit tree had borne as much proportionately, the 32456 trees of that kind should have yielded together 1135960 pounds of nutmegs and 11596 pounds of mace; but sometimes fifty overly obstructed trees of the same age do not bear even as much together as the aforementioned alone. Now still intending to note something concerning the Papuan Island Onin and the nutmegs growing there and nearby on the mainland coast; I take the liberty to mention here most respectfully that I was well aware of the long-standing desire of the Lords Directors to be well-informed about this, and the costly expeditions that have successively, often thither, but mostly fruitlessly, been undertaken from Ternate, principally in the year 1762 with two ships, two barques, besides the sloops and pantjallangs, and many kora-koras from Ternate, Tidore, as well as Makian. I have constantly endeavoured to discover this in one way or another; for which I also found a good means immediately after taking over this government in the year 1780, namely to persuade the former Ternate Burgher Lieutenant Cornelis Willemsz, to whom I was indebted, alongside the then very willing park keeper Fedder, to make a trip thither to investigate this and that, as was done. And thus also, shortly after their return, I gave Your Right Honours the required notice of their encounter by secret letter of 30 September of the same year, and also offered a sample of the nutmegs growing there alongside it, so I most respectfully request to be allowed to refer to this. By the victory achieved in Amboina over the enemies, one would have maintained that the chief rebel Prince Nuku of Tidore might have been stripped of all his further power, but no: that crafty villain, finding not much refuge anymore among most Ceram people, managed to join himself and his followers with the envoys from Tidore, who were supposedly to arrest him. These then first miserably massacred the junior merchant and commissioner over that small fleet, Coenraad van Dijk, with the Europeans and surgeons he had with him; subsequently conspiring with the entire, already long-suspected Court of Tidore, they also deplorably killed the officer and all the Europeans comprising the King's bodyguard at Tidore. Governor Cornabé brought this to my attention by secret letter of 27 November of the past year, as well as the victory subsequently achieved over the Tidorese on the said island, along with the capture of the King and family. The rebels and pirates who had banded together, however, escaped the net; and out of fear of further reckless enterprises, both from them and even more from the Mangindanaos, the said Governor requested a ship early from here. But since our ships arrive late here, and cannot well depart from here before the setting in of the East Monsoon, I and the Council maintained, according to what was recorded in the secret resolution of 31 December of the past year, that the Governor of Amboina would undoubtedly dispatch thither the ship Den Tempel, which had not been able to make the voyage from Ternate to Batavia and had stopped at Buru, the more so as a skipper well-acquainted with the Moluccas was appointed to it. However, having received no intelligence of this either, upon the sudden emergence of some easterly breezes, an express was dispatched to Saparua, with a letter to Admiral and Commander van Pleuren dated 24 March to enquire after this, and at the same time whether Ternate perhaps still urgently required any relief, so that we might then also contribute something thereto according to our modest means; which bearer, being Quartermaster Jan Dirk Klam and fifteen native mariners with one of the handiest native proas, has not yet returned to date.

Dutch transcription

Tweede zal men genoodzaakt zijn te moeten treden, omtrent het mae„ „de ten eenemaalen vervallen groot pecerij Land van den Bnkenier Ian cas. Met de na bezending over deeze zaaken nader beloovende te zullen schrijven, diend in middens nog tot uw Hoog Edele gestr: Groot Achtb:r kennisse; dat wij in het gepasseerde Na Jaar haast in dezelve miserien zouden zijn vervallen als in 1782 door de alweder vier maanden lang aangehouden hebbende witte en droogte, zoo dat meest alles scheen te willen verdonken, ook veele vrugden half rijs aan de Boomen open borsten, en dus af„ vielen, 't geen mij in het begin van de maand october aan de agter kant van 't Hooge Land, zodanige aandoening veroor„ „zaakte, dat ik als zeer mismoedig weder na Huijs keerde„ echter nogthans op Gods Hulpe Hoopende, erlangde men kort daar op eenige buische tegens, die aan ook weder meest alles heeft doen opluijken, zoo dat naderhand de meeste Boomen op P:o Aij, schoon genoomen het swaar verlies, nog al te swaar met vrugten behangen vond; onder anderen als is te verwonden „ren dat zeker half oude en bij den orcaan ook zeer veel geleden Boom op Lonthoir beneden die geen de minste Be„ „schutting heeft, maar althoos voor de zonen sucht open staat geduurende die twee Aecte Jaaren steeds considena„ bel 11 e bel vol met vrugten in zoort gepraukt, en genoegsaam gaan verlooren heeft; jk hebbe die dan expres in een Rond jaar bij een laaten verzamelen, en bevonden te bestaan in 5420: van de beste zoort, 't welk calculeere op omtrent 35: Panden Nooten en 3½. lb: Foelij jndien nu jder vrugt Boom na rato zoo veel gevraagen had, zoo zoude de 32456: stuks Boomen in zoort hebben moeten: uit leveren 1135960: Panden Nooten, en 11596 Ponden foelij te saamen; maar souwijlen vijftig te veel belemmende Boomen van gelijken ouderdoen dragen niet eens zoo veel te zaamen, als opgemelde alleen. Nu nog iets zullende noteeren van het Papoese Eijland oning en de aldaar en daar omtrent op de vaste cust vollende Nooten; meenre de vrijheijd hier van Eerbiedigst te verzalen, dat ten zaa„ „ke mijn wel bewust was de lang Jarige begeerte der Heeren Majo„ res om hier van eens wel onderrigt te zijn, en de kostelijke Expe„ dities die successive uit Ternaten, dikwils derwaards over, doch meest vrugtloos gedaan zijn, voornamentlijk in 't jaar 1762 met Twee scheepen, Twee Banken, buijten de chialoupen en Pantjallangs en veele korra korras zoo van Ternaten, Tidor als Macquian, jn steeds getrogd heb, dat op de een af ander wijs te moogen ont„ „dekken; waar toe ook aanstonds na 't overneemen van dit gouvernement in A:o 1780. een goed middel vand, namentlijk om den gewesen Ternaats Burger Lieutenant cornelis willemsz /:die aan wij verplicht was:/ nevens den toenmaals zeer gewillige Perkenier ps 13 Perkenien Fedder te pensuadeenen, derwaarts over een Togtje te doen, om het een en ander te onderzoeken, gelijk geschied is, en alzoo ook kortlijk na Hun tetour, aan uw: Hoog Edelheedens van den zelver antmoeting bij secreete Letteren van den 30: Septb:r deszelven Jaars ook de vereijschte kennisse, en een Monster van de aldaar vollende Nooten daar nevens aan„ „ge booden hob, zoo verzoeke mij hier aan Eenbiedigst te moogen gedraagen. Door de behaalde overwinning in Amboina op de vijanden zoude men gesustineerd hebben, dat den Hoofs-Rebel Pains Noekoe van Ti„ dor, alle zijne verdere kragten ontnoomen mogten zijn, maar Nien: dien door trapten Boosewigt bij de meeste cerammers niet veel Heul meer vindende, heeft zig met de zijne weten te voegen, bij de afgesondene van Tidon, die hem quasie zouden oplichten; die als toen voor af den onderkoopman en commissiant over dat vlootje coen rad van Dijk met zijn bij hebbende Europaesen en kur„ gens Elandig hebben gemassacreed;, vervolgens met het geheele al zeer lange verdagte Hoff van Tidor te zaamen spannende, ook den officier en alle Europeesen 's konings Lijfwagt te Tidor uit maakende, meede deerlijk hebben om 't leven gebragt; De Heer gouverneur Cor„ „nabe deeft mij zulks bij secreete Letteren van den 27: Nov: A„o p:o ter kennisse gebragd, zoo meede de daar op behaalde victorie op de Tido„ reesen ten gemelden Eijlande, mitsgaders het gevangen neemen van den koning g koning en Famielie; de te zaamen gerotte Rebel ven en Rovens ten zee waaren echter den Dans ontsprangen; en uit vreeve van meerdere kisa„ „de ondernoming en zoo van die, als nog meer van de Mangineanaursans, verzogd gemelde Heer Gouverneur een schip vroegtijdig van hier; maar dewijl onse scheepen hier laat aankoomen, en nog voor het door komen der Oost. Mausson niet wel van hier vertrekken kunnen; sustineerde ik en den Raad luijd het aangeteekende ter secrete resolutie van den 31: dec: A:o p:o dat den Heer Amboinas Gouverneur onge tixijffald het schip den Tampel, dat de reijse van Ternaten naar Batavia niet had„ „de kunnen krijgen, en het te Boero gestopt had, wel derwaards zoude depechee„ ren, te meer daar een wel in de Moluccos bekende schipper op be„ „scheijden was. Hier van echten ook geen narigt en langende hebben bij het schielijk opkoomen eenigen oostelijke windjas, een Expresse geccepecheert naam saparoea, met een Brieff aan de Heer Admiraal en veed ovensten van Pleuren gedateerd 24: maart om hier na te verneemen, teffens ook aff Ternaten wel nog nodig eenig ontzet vereijschte, om als dan naar ons gering vermoogen daar toe meede iets te contribueeren; welken Brengen„ zijnde den kwartiermeester Ian Dirk Nlam en vijfthien Jnlandscher Maminers met een de Handigste Landsprauwen tot reeden nog niet weder g'reventeerd is. Tuns 9

NL-HaNA_1.04.02_3676_0029 view scan ↗

English

15 Thus I hereby merely present to Your High Excellencies the first signal letter for 1783/½ alongside a copy of the report concerning the findings of the Lanthoir canal: Wherewith recommending Your High Noble, Stern, and Most Honorable worshipful persons, alongside the Honorable Company's weighty interests, unto Jehovah's sole all-sufficient protection, while further extending good wishes, in particular for a speedy advantageous peace for the Netherlands and with that, with the deepest-bound reverence and high esteem, having the honor to be, It was signed: High Noble, Stern, Most Honorable, Far-Commanding Lords and Right Noble Stern Gentlemen. Lower: Your High Excellencies' humble and very obedient servant. Was signed: I: L: Seidelmans. In the margin: Banda Neira, the 25th of April 1784. Agrees, D. Van Haaren Egker de 56. 16 Per the ship De Vriendschap. To His High Excellency! The High Noble, Stern, Most Honorable, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Noble, Stern Gentlemen, Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. High Noble, Stern, Most Honorable, Far-Commanding Lord, Right Noble, Stern Gentlemen. With the humblest reference to my minor letter of the 25th of April of this year, a copy of which accompanies this; I have the honor at present, with respect to the Governments of Amboina and Ternate, to report in most bounden duty that up to the present I have received not the slightest news from Amboina, thus I also do not know what has occurred there, much less what has occurred or is occurring on Ternate with respect to the gathered enemy under the chief rebel, Prince Nuku of Tidore, except only that I have received some news from Keffing that the following of that pirate was strongly increasing again, and that most of the pardoned Cerammers, and also the Gorammers, were ready to join him again immediately whenever he might appear around there again. I then considered myself obliged to have those matters of far-reaching consequence investigated more closely without delay by an express envoy to Keffing, under the pretext of carrying on petty trade. For this I chose the perk-keeper Fedder, because he knows reasonably well how to deal with the native, and is also very cunningly capable of investigating secrets from them in a covert manner. He has then given me further information regarding these matters, and was even an ear- and eyewitness that some, principally those of Ceramlaut with the named Nuku, while rowing past, threatened the Keffingers. Which, after careful reflection, caused me to resolve, in order to prevent another general gathering at that northeast corner, as it lies only about fifteen miles from here, from which we could be unexpectedly attacked in twenty-four hours, and specifically on Pulau Geser lying between Keffing and Ceramlaut, in pursuance of the proposal already made by the general secret resolution of the 12th of November 1756 and the further obtained order by secret letter from Your High Excellencies dated the 29th of December 1758, to establish a fortress in such a manner as the plan accompanying this under No. 3 3 indicates, or otherwise according to the terrain and situation of that island. Your High Noble, Stern, and Most Honorable worships will be able to consider, if it pleases you, from the resolution of the 10th of July accompanying this under No. 5 5, all the good reasons adduced for this, and from a further one of the 13th following thereon under No. 6 6, why I have had to desist from this; namely, the recommenced arson here, with the continuous dry southeasterly winds. Nevertheless, principally to keep the Keffingers in good humor and to protect them against their and the Company's enemies, I deemed it expedient provisionally to post the said Fedder with ten to twelve men on Keffing, in order to be able to be informed first-hand by that means of whatever might occur around there. Employed for the transport was the pantchiallang De Loos, with an armed orembaai, and placed aboard her, besides the mate Van Drossen and the ensign of the native marine Van der Klein, as commissioners, the Fiscal Paringauw with the military lieutenant Constans; to whom, among other things, a mandate was given to survey the situation and the terrain of Pulau Geser, and to sound the grounds all around, all of which Your High Excellencies, if it pleases you, will be able to see in more detail from the instruction, etc., inserted in the resolution of the 26th of July, accompanying this under No. 7 7. This I actually did entirely for the well-being of the Honorable Company and the country, but by no means with the intention to undermine the authority of the Governor of Amboina. I will also by no means hope that His Noble Worship will again arrive at such thoughts; otherwise, one might rather maintain that a step was taken into the administration or territory of Banda, as Your High Excellencies, if you please, will be able to see from a letter received from the Orang Kaya Baliaan, accompanying this under No. 10 10, with respect to the handing over of a rattan cane with an Amboina mark, instead of that of Banda, to the said Baliaan of Onda, sorting under Goram. Concerning the limits of both Governments, having already demonstrated by letter of the 15th of August of the past year that those of Banda, according to the own dictum of the Gentlemen Masters, have from old extended from South Ceram, from the corner of Eliname, and so forth all the islands further to the east. Yet, although Banda very much needs those lands on account of the local produce of timber, attap, sago, coconuts, betel nuts, dried venison, salted and dried fish, I will nevertheless gladly give up the entire coast of Ceram, except the

Dutch transcription

15 Dus uw Hoog Edelheedens hier nevens nog maar aan biede de eerste seijn Brief voor 178/½ nevens een Copia Berigt nopens de Bevinding van het Lanthoiasche canaal: waar meede uw Hoog Edele Gestr: Groot Achtb. e dienbaare Penzoonen, neven 's E: Comp:s gewigtige Belangens in Pehovaas alleen rijlige Protectie aan beveelende, onder verdere toewenschingen in zonder heijd een spoe„ dige voordeelige vreede voor Neederland en Jn dien met de Diep„ „schuldigste Eerbied en Hoog achtingde Eene hebbe te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestr: groot Achtb: wijdgebiedende Heere En wel Edele Gestr: Haarn /:lager/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaar /:was getekend:/ I: L: Seidelmans. /: in margine:/ Banda Naijra den 25: April 1784. Accordeert D. Van Haare Egker de „ „ 56. 16 P:r het schip de vriendschap. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edelen Gestrengen Groot agtb: wijd gebeedende Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Nevens Den wel Edele Gestrenge Heere Raaden van Nederlands Indie &:a &:o &:a Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare wijd gebiedende Heere Wel Edele Gestrenge Heeren Onder nedrigste referte aan mijne geringe van den 25: April dezes Iaars, waar van de wedergade dezen verseld; zo hebbe de eere thans met opzigt tot de Gouvernementen Amboina en Ternaten schuldpligtigst te melden, dat ik tot nog toe geen de minste narigt van Amboina heb erlant, dus ook niet weet wat aldaar veel min wat op Terna„ „ten met opzigt tot den zamen gevotts vijand; Onder den Hooft Rebel Prins Noekoe van Tidor passeert; of gepasseert is dan alleen dat ik eenige narichten en narichten van keffing bekomen, dat zig de aanhang van dien Rover weder sterk vermeerderde, en dat de meeste gepardonneerde Cerammers, en ook de gorammers gereed stond hem immediaat weder toe te vallen, wanneer daar om„ trent weder verschijnen mogt; Ik achte mij dan verplicht, die, van voerre uitzigt zijnde zaken, zonder uitstel nader te laten onderzoe„ „ken, door een expresse zendeling naar keffing, onder pretext van smalle Handel te drijven toe kos ik uit den perkenier Fedder, vermits die redelijk wel met den Inlander weet omme te gaan, en ook zeer listig bequaam is, op een bedekte wijke gekeimen van de, zelve na te vorsschen, welke mij dan van het een en andere nader onderrig heeft, en is zelfs oor en oog Getuijge geweest, dat sommige, voor namelijk die van Ceramlaut met genoemden Hoekoe en 't voor bij Roeijen de keffingers dreigden. Het geen mij na aandagtige overdenking deed Resolveeren, om ter voorkoming van weder eene Gens„ rale te zamen Rotting op die Noordoosthoek /:als leg„ gende maar Circa vijtien mijlen van hier:/ waar van wij in een Etmaal onverwagts besprongen kunnen worden, en wel eigentlijk op P=lo Gisser leg„ „gende tusschen keffing en Ceramlaut, in op vol„ ging van de reets g'dane voorstel bij generale secre„ te resolutie van den 12: November 1756: en nog na„ „der erlangte ordre bij secrete letteren van u Hoog Edelheedens ged:t 29: December 1758: een Fortres te 18 te stigten, op zodanige manier, als het desen ver„ sellende Plan onder N:o 3: 3: aanwijst, dan wel an„ ders, na het terrain en situatie van dat Eiland. zullende u Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: bij dezen verzellende Resolutie van den 10: Iulij sub N:o 5: 5: des behagende kunnen beschouwen alle de hier van bij gebragte goede Redenen, en uit een nader van den 13: daar aan onder N:o 6: 6: waar omme hier van heb moeten afzien; namelijk het weder begonne Brandstigten alhier, met de aanhoudende droge zuid oostelijke winden; nogthans hebbe voornamelijk om de keffingers in een goede Luim te houden en hen tegen hun en 's Comp:s vijanden te beschermen dienstig g'acht genoemde Fedder met tien â twaalff man bij provisie opkeffing te posteren om door dien weg ten eersten te kun„ „nen onderrigt worden, van het geene daar omtrent mogte passeren, zijnde ter overbrengst g'emploijeerd de Pantjalling de Loos, met een gewapende ovembaaij en daar op buiten den stuurman van Drossen en den vendrig der Jnlandse marine van der klein, als Commissianten geplaats den Fiscaal Paringauw met den Luitenant militair Cons„ lans; aan dewelke onder anderen in mandat is gegeven, om de situatie en het terrain, van p:lo Gisser op te nemen, en de gronden Rondsom te peijlen, 't geen u Hoog Edelhedens des behangende alles omstandiger zullen kunnen bogen bij de - de instructie enz: g'insereert ter resolutie van den 26: Julij, dezen onder N:o 7: 7: versellende. Dit hebbe eigentlijk alles gedaan tot sE Comp:s en 's lands wel zijn, maar geenzints met inten„ „tie omme het gezag van de Heer Amboinaas Gouver„ neur te onderkruijpen, ik wil ook geenzints hoopen dat zijn Edele agtb: weder op die gedagten zal ko„ men, anders zoude men vrij eerder moeten sustinee„ ren, dat dit een stap in het Bandaas bestier of territoir gedaan was als u hoog Edelheedens bij een ontfangen brieff van den Ovenkaaij Balliaan dezen onder N:o 10: 10. verzellende des gelievende zoude kun„ nen bogen, met op zigt tot het overgeven van een Rotting met een Amboinaas merk, in stede van die van Banda, aan genoemde Balliaan van Onder, sorterende Ouder Goram. - Nopens de Limiten van beide Gouvernementen reets bij letteren van den 15: augustus anno pas„ sato aangetoond hebbende, dat die van Banda volgens eigen dictamen der Heeren majores van oudsher hebben gestrekt, van zuid Ceram van de hoek van Eliname aff, en zo voorts alle Eilanden verder om de Oost, doch hoe wel die Landen, wegens de aldaar vallende lands voort„ brengselen van houtwerken, adappen, zagoe Clappus, pinang, harten visch, zoute, en droge Banda zeer nodig heeft, wil ik egter de gansche Cust van Ceram gaarne laten varen, behalven de ƒ 8 -

NL-HaNA_1.04.02_3676_0035 view scan ↗

English

20 the islands to the east, and how can those people be expected with any human possibility to request passes over here from Amboina, since Amboina lies fully thirty miles to the west of us, and those islanders fully 15 to 20 to 25 and more miles to the east of us, and what good is such a pass to them if it is not even respected by the cruisers, but the holders thereof are moreover innocently mistreated. As again clearly appears from the report of Fedder incorporated into the last-mentioned resolution, and on which account he, primarily as a very destitute perkenier, demands fair compensation amounting to the sum of 261: 24:— rixdollars for 78 pieces of perished crowned pigeons and one black cockatoo caused by the reckless conduct of an Amboina cruiser. It would be much better if they hunted the Ceram vessels that sail westward to Bali and elsewhere, which continues annually, not without suspicion of illicit trade, but of this one has almost no example of one having been brought in. Having now taken the liberty to speak somewhat of the cruisings, I also venture to offer herewith for the consideration of Your Right Honorable, Highly Esteemed, my reflections, insofar as those and other eastern or Moluccan matters were presented in the year 1772 to His Excellency van der Parra, of blessed memory, as a private person or designated Banda second at that time from Boero, where after about a month of struggling mostly along the north coast of Ceram with wife, children and the rest of the household on my transport vessel, the pantjalling de Caneel Boom, I was obliged to remain and deliberate, because various things are described therein that have considerable bearing on the present state of affairs, especially with regard to the cruisers for checking the illicit trade in spices and for restraining the extravagant natives; Which further gives me occasion to note something about the hitherto little known Oning, on the land of the Papuans, situated directly to the northeast, approximately thirty miles from here; the Gentlemen Directors have already for over 50 years repeatedly expressed their anxiety concerning the so-called Oning, both on account of the nutmegs that are said to grow there, and concerning the suspected or feared possession thereof by foreign Europeans. I have been very eager to obtain some true elucidation concerning this; I therefore immediately after taking over the Banda government dispatched a vessel thither, 22 commanded by and with the current Lieutenant of Marines Cornelis Willemsz and the aforementioned perkenier Fedder, and also directly gave notice regarding the outcome of the commission, together with a sample of the nuts growing there sent with the said Willemsz to Your Excellencies, and in addition brought to their knowledge by secret letters of 30 September 1780, according to the report of the said commissioners submitted herewith: That the said Oeningh is situated on the west side of the Papuan coast, between Salwatti and the mainland or Bay of Carras, the large Bay of Oning and the island of Salwatti lying to the north and Carras to the south side, and on its projecting point or cape, a small island named Has, about two musket shots from the mainland shore, being uninhabited, yet there is fresh water upon it, all around good anchoring and mostly holding ground, fully two miles from the shore, consequently very secure for ships and vessels of every kind to lie at anchor at all times of the year; on the mainland coast close by lie three negorijen, namely on the south side Emmalaat and Gornanang, and on the north side Kombatie, of which most of the men were out raiding at that time. That That Oning and Carras are also constantly growing stronger because all Ceram, Goram, and other fugitives retreat thither, from where in time, being joined with the Papuans, they can pursue everything with fire and sword with their fast vessels; the more so if supported in any way by any foreign European, which is constantly to be feared, for at the end of the west monsoon everything can assemble there from all directions of the west and north, and with the onset of the east monsoon everything lying further west can be attacked unexpectedly from there; the more so as they are now also beginning to apply themselves heavily in that vicinity to the cultivation of all sorts of provisions and garden produce, among which also paddy and kadjang, which thrive very well there because the land is very rich; and I think even healthy, especially on that point or the island lying in front of it, so I also presuppose, subject to the correction of the wiser judgment of Your Right Honorable, Highly Esteemed, that no better gathering place could be chosen to undertake anything of importance in the Great East than that Oning, far better than the island of Popa proposed by the skipper Gonzal. Concerning the state of the perkeniers and the respective spice lands, apart from and besides what has been communicated in the general advices now being transmitted,

Dutch transcription

20 de Eilanden om de Oost, en hoe kunnen die menschen toeh met eenige mensch mogelijheit gevergt worden pascen herwaarts over van Amboina te verzoeken, daar Amboina wel dertich mijlen om de west van ons aflegt, en die Eilanders wel 15: â 20. â 25: en meer mijlen om de bost van ons en wat helpt hun al zulks een pas, indien die nog niet eens door de kruijssers gerespecteerd, maar de houders daar en boven nog onschuldig mishandelt worden. Gelijk uit het berigt van Fedder ingelijft bij laastgemelde Resolutie alweder klaarlijk Con„ „steerd en weswegen hij /: voor namelijk als een zeer behoeftig perkenier:/ billijke vergoeding Eescht van een bedragin groot rd:s 261: 24:— wegens 78: p:s gekreeveerde kroonvogels, en een zwarte Cacatoe door de onbezonne handelwijze van een ambonse Cruissers. wet zoude wij beter wezen indien zij Jagt maak„ ken op de Ceramse vaartuijgen, die om de west naar Balij en elders waren, dat Iaarlijks gecontinueert wordt, niet zonder suspicie van verboden handel, maar hier van heeft men bij na geen exempel dat er een opgebragt is. Alzo nu de vrijheijd genomen heb, iets van de Bekruijssingen te spreeken, zo onder wende mij ook nog uHoog Edele Gestrenge, Groot Achtb: hier nevens tot speculatie aan te bieden, mijn Bedenkingen zoo ver die, als andere Oostersche _o of of Molukse zaken, in den Jare 1772: aan zijn Hoog Edelheid van der Parra Z: M:, als een particulier of beroopen Baandas secunde te dier tijd van Boero, alwaar na Circa een maand suckelens meest onder de noordCust van Ceram met vrouw kinderen en verdere huisgesien met mijn Transport Bodemp„ je de pantjalling de Caneel Boom, moets blijven overleggen, gepresenteert, om dat daar verschijden dingen in beschreven zijn, die vrij wat betrec„ „king hebben op den tegenwoordigen staat van zaken, voornamelijk met op zigt der kruissers tot tegengang van den morshandel in spec„ „rijen, en ter bedwing van den uitspattende In landen; 'T geen mij voorts aanleiding geef om ook nog iets te noteeren van het tot nog toe niet wel„ bekende Oning, op 't Land der papoerers, regt om de noord oost Circa Dertigh mijlen van hier ge„ legen, de Heeren Majores hebben reets over de 50: Jaren verscheijde malen hunne zwaarmoedig„ heit betugt over den zogenaamde Oning; zo wegens de Note musschaten die aldaar zoude vallen, als over de vermoede of gevreedde Pos sescie aldaar van vreemde Europesen Ik ben hier op zeer bemint geweest, om eenige ware Elucidatie hier van te erlangen; hebbe overzulks aanstonds na het overnemen van het Bandas Gouvernement derwaards een vaar 22 vaartuig gedepecheert, van en met den thans zijnde luitenant der mareijners Cornelis wllemsz en voornoemden perkenier Fedder en nopens het uitvallen den Commissie ook direct kennis gegee„ „ven, mitsgaders een monster van de aldaar vallende noten met genoemde willemsz: gezon„ „den aan u Hoog Edelheedens, daar nevens ook bij secrete letteren van den 30: September 1780: aan hoogst dezelve ter kennisse gebragt, luid het daar nevens aangeboden Berigt van genoemde gecom„ mitteerdens Dat gemeld oeningh is gelegen aan de west kant van de papoese Cust, tusschen sal wattijen t het vaste Land ofte Bogt van Carras, leggende de grote Bogt van oning en het eiland salwattij aan de noord en Carras aan de Zuidkant, en op dies uitstekende hoek of Caap, een klein Eilandje in name Has Cerca twee snaphan schooten uit de vaste wel, zijnde onbewoont, egter is daar ver„ swater op, Pondsom goede anker en meest stekk grond, wel twee mijlen uit de wal, derhalven in alle tijden van het Jaar zeer secuur voor anker te kunnen leggen, voor scheepen en vaartuijgen in soort, aan de vaste Cust, leggen daar onder digte bij drie Negorijen, tewete waarde Zuidkant Emma„ laat en Gornanang, en aan de noord zijde kom„ batie, waar van de meeste manslieden te dier tijd ten Rooff uit waren. Dat Dat oning en Carras worden ook immer sterker vermits alle Ceramse, Goramse, en andere vlugtelingen derwaarts wijken, en van waar zij in der tijd met de papoe=ers geconjungeert zijnde met hun snelle „vaartuigen alles te vuur en te swaard kunnen ver„ volgen; te meer wanneer door eenig vreemd Europees maar eenigzints ondersteunt, dat steeds te wresen is, want in het aflopen van de wester mousson kan zig aldaar alles van alle kanten van de west en noord Conjungeeren en met het doorkomen van de ooster mousson kan alles dat westerlijker legt on„ verwagts van daar besprongen worden; te meer zij zig daar omstreeks nu ook sterk beginnen toe te leggen op de aanqueeking van allerhande soor„ ten van provisien, en tuin vrugten waar onder ook Padij en Cadjan, die aldaar zeer wel aard, om dat het land zeer vet is; en ik denke ook zelfs gezond, voornamelijk op die uithoek, of het daar voorleggend eiland je dus ook /:onder Correctie van u Hoog Edele Gestr: Groot agtb: hoog wijzer ge„ voelens:/ voor onderstelle dat er geen beeter ver„ zametplaats kan werden uitgezogt om iets van gewigt in de grote oost te ondernemen, als dat oning, vrij beter als het door den schipper Gonzal geproponeerde Eiland Popa„ Nopens den staat der Perkeniers en de respective specerij Landen buiten en behalven het bedeelde bij de thans overgaande gemene advijsen

NL-HaNA_1.04.02_3676_0039 view scan ↗

English

advice, I take the liberty, mainly because several notable papers seem not to have been received in Europe by the Gentlemen Majors, to accompany these copies with my considerations or reflections on the state of the aforementioned weighty articles, dated 15 July 1781 and mid-August 1784, written on large-format paper, on which I have used the freedom to note some other remarks in the margin, with the advice of ten of the foremost and most diligent perkeniers concerning my proposed points for a desirable rapid cultivation of nutmeg, from whom one might nonetheless make an exception, namely Johannes Boudewijnsz of Poule Ai, who had come over here in the place of the incapacitated Lieutenant of the Burghery Groeneveldt, and then also indeed the waaijer perkenier Jan Marten Pietersz, who has seafaring in his head, through which, notwithstanding the rich inheritances from his parents, already in the year 1776 he was obliged to take up one thousand rds of the capital of the accrued interest under the name of his perk, and in your Honour's hands still another two thousand five hundred rds from the diaconate, upon the inherited land of his son by the name of Zacheus Pieters, who until now has been a pupil of the orphan chamber. These advices mostly amount to terrible lamentations, and that from the most well-to-do; what complaints would then not arise if one had to converse about this with the less wealthy and the utterly impoverished. From my aforementioned considerations as well as the advice of the perkeniers, one could, subject to your High Noble Lordships' wiser insight, certainly conclude: That for the general subsistence of all perkeniers with their retinue annually a sum of sixty thousand rds is needed, namely: for the maintenance of slaves with food, clothing, and medicines in a proper manner, with the replenishment of deceased and runaway slaves, a sum of rds 30000.— for the interest on an amount of fully four hundred thousand rds, 18000.— for the maintenance of the respective perkeniers themselves and their families, 12000.— Thus together, Rds 60000.— To this can approximately be added on account of the fruits from the lands, outside of the spices, bamboo and lime included, rds 10000.— on account of seafaring and trade at most, 5000.— so that they ought to obtain in order to be able to subsist in a proper manner, without falling further behind, be it for spices, gratification, or other donations, as one may call it, an amount of 45000.— comes as above, rds 60000.—. From the one and the other it is therefore as clear as day that the perkeniers can by no means subsist either from seafaring or from their land products, but primarily ought to subsist from the spices, while it is likewise sufficiently clear and evident that through the low payment, even with the heaviest deliveries, they have not been able to manage but have fallen ever further into arrears, which is sufficiently clear from the successively increased debts, and which is also the main cause of the deep-rooted laziness, sluggishness, and despondency among many. This latter calculation of 60000 rds for a general means of subsistence would at first glance indeed seem to exceed the first calculation made in my considerations of 15 July 1781 by a sum of rds 24484.—.— but if one deducts from this what I have calculated for other land products, together with seafaring and trade, a sum of 15000.—.— the difference is still only 9000.—.— wherein your Right Honourable and High Esteemed Lordships may please to consider that I have only designated the allowance of the slaves according to what they actually enjoy at present, namely five rds per head per year, for which no one is capable of properly maintaining a slave, unless he gives him the freedom to seek a means of subsistence for himself, as most perkeniers are currently accustomed to doing; whereby they cannot easily be employed alone or strongly encouraged to cultivate the spice trees; but if the Honourable Company could see fit, as a supplement to the one and the other, to contribute annually around 15 to 20000 rds in one way or another, an increased delivery of 20000 lb of spices in kind would soon make good those extra costs, and before long indeed compensate ten-fold, since through this a general courage, love, and industriousness would grow among nearly all. Most perkeniers also approve my proposed points for cultivation, but generally plead their discouraged state, and that therefore, in order to avoid further losses, they cannot urge the slaves so strongly to it; yet they are now gradually beginning to work according to the proposed points, since they see that those who first proceeded to do so are faring well by it. The main point is indeed not to scratch around everywhere at once at random, but above all to lay out a new plot each year, in order always to have young and old trees in reserve in separate places; and had this been observed before the hurricane, there

Dutch transcription

24 advijsen, neem ik de vrijheit voornamelijk ter„ zake verschijde notable papieren in Europa bij de Heeren Majjoores niet scheijnen ontfangen te zijn dezen in Copia te laten versellen van mijne Con„ sideratien of bedenkingen, over den staat van evengemelde hoogwigtige articulen gedateerd den 15: Julij 1781: en medio Augustus 1784: op groot formaat papier geschreven, en waar op ik de wij„ „heit gebruikt heb, eenige andere aanmerkingen ter zijde te noteren, met de adveijsen van tien der voornaamste en naarstigste Perkeniers over mijn geproponeerde poincten, tot een te wenschen spoedige noten Culture, waar van men nogtans wel eenen mael uitsonderen namelijk Johannes Boudewijnsz van p=le aij, die in stede van den impotents Luitenant der Burgerij Groeneveldt herwaarts over gekomen was, en dan ook nog wel den waaijers perkenier Jan Marten Pietersz. die het varen in zijn hoofd heeft, en waar door on„ aangezien de Rijk Erffenissen van zijn ouders reets in den Jare 1776. duisent rd:s van 't Capitaal der overgewonnen renten op zijn Perken naam en in UEE. nog twee duisent vijf Hondert rd s bij diakonij, op het aange Erff land van zijn zoon in name Zacheus Pieters dat tot nog toe een pupil van de weeskamer genoodzaak is geweest op te nemen. Die adveijsen komen dan meest op schrickelijke damentatien Lamentatien uit, en dat nu nog van bemiddelste wat zouden er dan niet voor klagten opkomen, in dien men de min vermogende, en deten Eenemalen ver„ armde daar over onderhouden moest. Uit mijne gemelte Consideratien zo wel als de advijsen der perkeniers zoude men /: met onder„ werping aan u Hoog Edelhedens hoog wijzere doorzigt:/ dan zeker kunnen opmaken, Dat tot het Generaal bestaan van alle Perkeniers met hun ommeslagh Iaarlijks noodig is, een som van sestig duisent rd:s te weten, tot het onderhoud van slaaven van kost, klederen en medicamenten op een ordentelijke wijze, met de suppletie van overle„ dene en gedrofte slaven een som van rd:s 30'000:— voor de intressen van een bedragen van wel viermaal hondert duisent rd:s. . . . „18000: — voor het onderhout der respective per„ keniers selfs en hun huisgezin. . . . . . . „ 12'000:— Dus te zamen. . . . . . Rd:s 60000: — Hier toe kan Circa Cirum bij gebragt worden we„ „gens de vrugten uit de Landen /:buiten de specerij„ en :/ bamboesen en kalk daar onder begrepen rd:s 10'000:— wegens de vaart en handel op zijn hoogst „ 5000: — zo dat zij diende te erlangen om op een ordent„ lijk wijze te kunnen bestaan, zonder verder agter uit te raken, 't zij voor specerijen, gra„ f. tificatie, of andere lief tegiftens, zoals men dat noemen mach, een tantum van. . . „ 45'000:— komt als boven rd:s 60'000:—. uit ƒ uit het een en ander Consteert dan zonne klaar dat de perkeniers geenzints kunnen bestaan nog van de vaart, nog van hun landsproducten, maar voorna„ melijk dienen te bestaan van de specirijen, terwijl almede genoegzaam klaar en evident is, dat zij door de Geringe betaling zelfs bij de zwaarste Leverantie niet hebben kunnen uitkomen maar immer meer ten agteren geraak zijn, dat uit de successive op„ „gehoogts schulden genoegzaam op te maken, en 't welk dan ook de voornaamste is van de ingewortelde Luiheit, vadzigheit, en moedeloosheit, bij velen, Deze laatste Calculatie van 60'000: rd:s voor een Generaal middel van bestaan zoude de gedane eerste bereekening bij mijn Consideratien van den 15: Julij 1781: met den Eerste opslagh van het oog wel scheijnen te overtreffen een som van. . . . . . . . . . . rd:s 24484:—:— maar als men hier van detraheert Dat ik gecalculeert heb voor andere lands preducten, mitsgaders de vaart en den Handel, zo is het diffe„ „rent nog maar groot. . . - - - - - - - - - - - - - „ 9000:—:— waar bij u Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: gelieve te Considereren, dat ik het Tractement van de slaven maar betekent heb, naar 't geen ze eigentlijk nu om„ trent genieten, namelijk vijf rd„s per kop in 't Jaar daar voor niemand in staat is een slaaff ordentelijk te kunnen onderhouden, of hij moet hem vrijheijt een som van. . . . . . . . . . . . . . „ 15000: —: — geven geven om zelfs een middel van bestaan te zoeken gelijk de meeste perkeniers thans gewent zijn te doen; waar door dan niet wel alleen kunnen g'emploijeert of sterk aangespoort worden, tot de Culteere der specerij Bomen; maar als dE: Comp: kon goedvinden tot sup„ pletie van het een en aander Jaarlijks nog omtrent 15: â 20'000: rd:s op de een of ander manier bij te leggen zoude een meerdere Leverantie van 20'000: lb: specerijen in soort, die extra kosten spoedig goedmaken, en eerlang wel tien voudig recompenseeren, alzo hier door een Generale moed, liefde, en werksaamheit bij meest alle zoude aanwassen. De meeste Perkeniers keuren mijn Geproponeerde poincten ter Culture ook Goed, maar wenden in 't Generaal voor hunnen en anmoedigen staat en dat derhalven om meerder verliesen te vermij„ „den de slaven zo sterk daar toe niet kunnen aanzetten, egter beginnen ze nu lang zamen hand na de voorgestelde poincten te werken, vermits zij zien dat die gene, die daar toe eerst zijn over„ gegaan zigh wel daar bij bevinden het voor„ naamste poinct is nog wel, niet voer al te gelijk als in 't wilde te krabbelen, maar voor al Jaarlijks, een Nieuw stukje aan te leggen, om althoos Jonge en oude bomen, op afgezonderde plaatzen, in voorraad te hebben en ware dit voor den Orcaan betragt geweest daar

NL-HaNA_1.04.02_3676_0043 view scan ↗

English

28 there everything would have been totally ruined by the large heavy trees, whereas isolated small trees remained standing. Thus, this is sent solely for your most esteemed speculation, along with: Two pieces, copies of contracts in the year 1678 entered into by the Senior Merchant and second in command of Banda, Feits, with those of Onin and Karas, which, however, will have long been forgotten among those Papuan nations; Item, a duplicate of the signal letter offered alongside the letter of 25 April and the sounding of the Lonthor Canal. While otherwise I once again have the honor to be, after the humblest salutations, with all high esteem and due respect. was written beneath: Right Honorable, Valiant, Right Venerable, Far-Ruling Lord and Noble Valiant Lords; lower: Your Right Honors' Most Obedient Servant; was signed: I. L. Seidelman; in the margin: Banda Neira, mid-August 1784. 29 Reflections on the present state of the four Eastern Governments: Amboina, Banda, Ternate, and Makassar, but chiefly on the three first-named spice-producing territories, respectfully dedicated to His Right Honor, the Right Honorable, Valiant, Right Venerable, and Far-Ruling Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor General of the Dutch East Indies, by Johan Libregt Seidelman, most favorably appointed Chief Administrator of Banda. Right Honorable, Valiant, Right Venerable, and Far-Ruling Lord, The incentive that led me to draft this modest paper and to present it to Your Right Honorable, Valiant, Right Venerable Lordship in the hope of favorable acceptance, consists mainly of the reflections I have had from time to time regarding the harmful and far-reaching navigation not only of foreign European traders in and among the spice regions as well as of native smugglers; but also regarding the ever-increasing murders and robberies by the Papuans, etc., as well as Bugis and Mandarese, joined by Tominians and Kayelians, as well as the great indifference, deceitfulness, and disobedience of many allies and vassals of our lords and masters, the Noble Dutch Company. From this, I have formed the following questions in my own mind: First, how the aforementioned Noble Dutch Company actually obtained the possessions in the Great East of the Indies. Secondly, for what reason it maintains such an expensive establishment there. Thirdly, whether it could not manage with less, while still remaining master of its colonies and exclusive trade. Fourthly, how it comes about that nowadays many of the native princes and local magnates are so indifferent, and comply little or not at all with the solemnly sworn contracts. Fifthly, in what manner the native nations could best be kept in obedience and to the fulfillment of their duty. Sixthly, how foreign European vessels could best be kept out of these regions. Lastly, what advantages the Honorable Company might expect from this. Which points of inquiry I have subsequently resolved for myself as I respectfully set down below: First, that the Noble Dutch Company successively obtained the possessions in the Great East mostly by right of war, and further by entering into exclusive treaties with the native princes and local magnates. Secondly, 31 Secondly, that it maintains such a large establishment in those territories principally to remain the sole master of the spices, consisting of cloves, nutmegs, and mace; and further, through the exclusive trade, mainly in blue and white western textiles, gold, etc., together with local duties, to alleviate somewhat its heavy burdensome expenses. Thirdly, that this cannot easily be done with much less, both because of the vast extent of the lands and on account of the continuous gross outrages of many native nations, as well as the apprehension felt regarding foreign Europeans, and the consequently high necessity of the extirpation of spice trees in unapproved or prohibited places. However, in my humble opinion, under correction, another arrangement might well be made in that regard, which I shall take the liberty to set down respectfully under the following fifth article. Fourthly, the reason why some of the native princes are so indifferent, care so little for the successive contracts and obligations, and in many respects fail to comply with them, is mainly to be attributed to the fact that prompt fulfillment is seldom urged too hard, whether to avoid trouble, or due to a lack of men, or for one political consideration or another, and thus one generally remains satisfied with mere good promises, which are nevertheless fulfilled as little as written obligations, whereby matters then often worsen more and more; therefore, in my humble judgment, it would be better if, towards those with whom no admonitions will help, the ancient respect through which the Honorable Company has advanced so far in these lands were applied now and then, so as to run no risk that what could be remedied at first with little trouble and expense, cannot be remedied later with much.

Dutch transcription

28 daar zoude immer alles totaliter geruineert geworden zijn, door de groote zware Boomen wijl afgezonderde klijne bomen wel zijn blij„ ven slaan. Dus dezen dan nog maar tot hoogst derzelver g'eerde speculatie tals verzellen, van. Twee Pees. Copia Contracten in den Jare 1678: door den opperkoopman en Bandaas te cunde Feits met die van oningen Ca„ „ras aangeaan, die egter al lange bij die Pa„ poese Naties in het vergeet Boek zullen zijn geraakt; Item van de wedergade der nevens letteren van den 25: April aange„ boden, Sein Brieff en de peiling van het Lonthorse Canaal. Terwijl overigens nogmaals de Eere hebbe na nedrigste salutatie met alle Hoogachting en ver „schuldigt Respect te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot agtbare wijdge„ biedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ u Hoog Edelhedens Aller gehoorzaamste Dienaar /:was geteekend:/ I: L: Seidelmans /:in margine:/ Banda Neira Medio Augustus 1784: DD. Van Kaar Lyke Aeendedet . 29 Bedenkingen over den tegenwoordigen staat der vier Oostersche Gouvernementen, Amboina, Banda, Ternaten, en Maccasser, doch voornamelijk over de Drie eerstgenoemde Specerij voort brengende ter„ „ritoiren Eerbiediget opgedragen Aan zijn Hoog Edelheit Den Hoog Edelen, Gestrengen, Groot achtbaren, en Wijdgebiedenden Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal van Nederlands India door Johan Libregt Seidelman Groot gunstig beroepen hoofd administrateur van Banda Hoog Edele gestrenge groot achtbare, en Wijdgebiedende Heere De aanbieding die mij gegeven heeft om dit gering Papierte Concipieren, en aan uw hoog Edele Gestr: Groot achtb: in hope van gunstig welnemen te presenteeren, zijn voornamelijk de bedenkingen die ik nu en dan gehad heb, over de schadelijke en van verren uitzegt zijnde vaart, niet alleen van vreemde Europese traffiquanten op in Onder de specerij gewesten, zo wel als 1 als die van Inlandse lorrendraaijers; maar ook over de meer en meer toe nemende moord en Roverijen der Paporere C: S:, mitsgaders Boegies en mandhaesen, geconjungeert door tominiers en Cajeliresen, gelijk mede over de grote onverschil„ „ligheit, misleidentheit, en Ongehoorzaamheit, veele bondgenoten, en leenlieden van onze heeren en meesters de Edele Nederlandse maatschappij waar uit dan als bij mijn eigende volgende vragen heb geformeert, als Eerstelijk, hoedanig de welmelte Edele Nederlandse maatschappij de posses„ „sien om de grote bost van Indien, eigentelijk verkreegen heeft Sweedens, om wat Reden zij aldaar zo een kostelijk omslag aanhoudt. Derdens, of zij zulx niet met minder stellen, nog van hare Colonien, en Privo„ tiven handel meester blijven kan ! vierdens, hoe het komt dat thans veele der inlandse vorsten en landsgroten, zo oitverschillig zijn, en aan de hulig bezwoorne Contracten wijnig of niet voldoen: Vijffdens, op wat wijze de Jnlandse Natien wel best in gehoorzaamheit, en tot voldoening van haar pligt zoude kunnen gehouden worden sesdens, hoedanig de vreemde Europe Equipanten wel best uit deze ge„ „westen zoude te houden zijn Laastelijk, wat voor voordelen d'E: Comp:e daar uit zoude te verwag„ ten hebben! welke vraagswijze Poincten dan vervolgens bij mijn eigen zodanig opge„ „lost heb, als ik hier onder eerbiedigst ter nederstelle Eerstelijk, dat de Edele Nederlandse maatschapij de Possessien om de groote oost, successive verkregen heeft, meest door het recht van oorlogh, en voorts door seclusive Tractaten met de Inlandse vorsten en ladde groten aan te gaan Ten tweeden 31 Ten tweeden, datze op die territoiren zo een groten omslag aanhoud, principaal, om alleen meester te blijven van de specerijen, bestaande in Nagulen, Noten, en foelij, in voorts om door den privativen handel, voornamelijk van blaauw en witte westersche lijwaten, goudt, enz; mitsgaders 'slands inpos„ „ten, hare zwaar drukende lasten eenigzints te soulageeren Ten Derden, dat zulks niet wel met veel minder te stellen is, zo wegens de grote uijtgestrektheid der landen, als ter zake der gedurig grove uitspattentheit veelen inlandse natien, mitsgaders de bedugting die men voor vreemde Europe=ers heeft, en de derhalven hoge noodzakelijkheijd der Ex„ „tirpatien van specerij Bomen, op afgekeurde of ongepermitteerde Plaatsen, Egter zoude mijns geringen eragtens /:Onder C:orrectie:/ daar Omtrent wel een andere schikking konnen werden gemaakt, die ik de vrijheit gebruiken zal, onder het volgende vijffde articul eerbie„ „digst ter neder te stellen Ten vierden, zijnde Reden dat eenige der Inlandse vorsten zo onverschil„ „lig zijn, mitsgad:s om de successive Contracten en verbindenissen zo wijnig geven, en in veele opzigten daar aan niet voldoen; voornamelijkheid aan te attribueren dat men zelden op de prompte voldoening al te haad dringt, 't zij om moeijlijkheden te vermijden of door gebrek aan volk dan wel om de een of andere politicque inzigten, en zig dus meest laat vergenoegen met enkelde goede beloften, waar aan egter zo min, als aan schriftelijke ver„ bindenissen voldoen wordt, waar de zaken dan dikwils meer en meer verergeren; derhalven het na mijn gering oordeel, beter ware, dat omtrent zulke daar geen vermeningen helpen willen, het oude ontzag waar door d'E: Comp:e in deze landen, zo verre gekomen is, nu in dan eens g'appliceert wierdt, om dus geen gevaar te lopen van het gene men in den beginne met wijnig moeite en kosten kon remedieeren, nadehand met veele niet.

NL-HaNA_1.04.02_3676_0050 view scan ↗

English

not to be able to redress; just as, in order to remain master of the Colonies, one has had to maintain now and then, especially since the years 1637 to 1669, entire fleets of ships and lesser vessels around the Great East, primarily to curb and subdue the Macassars, who up to now undermine the Honourable Company everywhere and cause great harm. On the other hand, in my humble opinion, it also contributes much to the indifference and unwillingness of the country's regents, as well as the excesses of their subjects, that the treaties and promises from our side are also sometimes not well fulfilled, particularly regarding the defensive article, and this mostly for the reasons written above; to which often also contributes much the licentiousness of many lesser servants, both at the subordinate outer stations and on the cruising vessels sent out, the more so if the command thereof is entrusted to a single mate, who through vexations and extortions of the native often causes the same, not only to lapse into disobedience, but even into gross insolence. It is true that sometimes such licentious servants are punished after an investigation of matters as an example to others, but when does everything come to light? While many of the natives often prefer to avenge themselves in one way or another rather than to complain where and as they ought; against which also many others, especially those named in the heading of this, without any other reasons, commit excesses again, and cause the Honourable Company, as well as its faithful subjects and vassals, much prejudice and great harm, merely to promote their profits with the continuous, as well as increasingly growing, illicit smuggling and insolent piracy; for which they are rarely overtaken, much less handed over, and thus also not punished, although the Honourable Company year in and year out is compelled, through continuous patrols on all sides, mostly with pantjallings and sloops, to incur terrible expenses, because such vessels, or the commanders thereof, mostly stay too far from the shores, and do not well dare or are not able to enter the coves and hiding places, nor can they well overtake the swift vessels, especially those of the Papuans, owing to their speed, for which the Amboinese hongi, if the kora-koras were not too large and the time not too fixed, would indeed be somewhat better, for if the pirates and smugglers know the set time thereof, they can easily hide themselves here or there, or remain hidden in their nests for that long. From all of which noted above, the fifth question then arises: in what manner could the native nations best be kept in obedience and to the fulfillment of their duty? Regarding which, subject to correction, I am of the opinion that it would be far better, instead of cruising for the pirates and smugglers here and there over a circumference of some hundreds of miles at sea, to attack them directly in their own nests unexpectedly, if the rulers themselves provide no satisfaction, and to chastise them in such a manner that others take an example from it; and which could then still, if necessary, be done under the pretext that one wished to protect their rulers against their rebellious subjects, as those of Tidore among others mostly blame it on that anyway, and to bring them to obedience, in which manner also the highly necessary extirpations in suspected places, especially at Patani and Maba, ought to be carried out with power and authority, the more so as that unruly people also becomes bolder from day to day; Serving thereto, especially for the first-mentioned purpose, according to my humble opinion, instead of maintaining so many cruising vessels in each government, a separate small fleet could well be formed from the same, with the approval of Their High Excellencies, and over the same one or more experienced and honour-loving commanders be appointed, as well as employed where the highest necessity primarily required it, to which then, besides the necessary militia, a party of native

Dutch transcription

niet te kunnen redresseren; gelijk men om meester van de Colonien te blijven, nuin dan voornamelijk sedert de Iaren 1637 tot 1669: hele vlooten van scheepen en mindere vaartuigen om de grote Oost heeft moeten aanhouden, voornamelijk om de maccassaren, die d'E: Comp:e tot nog toe aller wegen onder kruipen, en veel nadeel toe brengen, te beteugelen, en ter onder te brengen. Aan de andere zijde doed mijns geringen eragtens, ook veel tot de onverschilligheit, en onwilligheijd der lands regenten mitsgaders uitspat„ „tentheit harer onderdanen, dat aan de Tractaten en beloften van onze zijde ook zomtijds niet wel voldaan wordt, voornamelijkt omtrent het desen sief articul, en zulks meest om voorschreeve redenen; waar toe dan dikwils ook nog veel doed, de ongebondenheit veelen mindere dienaren zo op de Onderhorige buiten Plaatsen, als op de uitgezonden werdende kruis vaartuigen, te meer, zo het gezag daar van aan een enkelt stuurman is aanvertrout, die door veratien en knevelarijen van den Inlander, denzelven dikwils weder, niet alleen tot ongehoorzaamheijt maar ook zelfs tot grove baldadig„ „heit doed uitpatten: wil is waar, dat som tijds diergelijke ongebondene diena„ „ren na bevinding van zaken, ten exempel van andere worden gestraft, maar wanneer komt alles aan het dageligt. Terwijl veel der Inlanders zig dikwils op de een of ander wijze liever zelver revengeeren, dan dat zij zul„ „len klagen daar en waar het behoord; waaren tegen Ook veele andere voor„ „nemelijk de in den hoofde deser genoemde, zonder geen andere Redenen weder uitspatten, en d'E Comp: zo wel als hare getrouwe onderdanen, en leenlieden veel afbruik en groot nadeel toebrengen, als om hare wins„ ten te bevorderen, met de aanhoudende, mitsgaders meer en meer toe„ nemende, ongepermitteerde Sluikerijen, en morme Roverijen; waar op zij zelden agterhaalt, veel min overgelevert, en dus ook niet gestraft worden, schoon D' E Comp:e Iaar uit Iaar in genoodzaakt is 33 is, door de Continueele bekruissingen aan alle kanten, meest met pantjalling en Chialou„ pen, schrikkelijke kosten te doen, wijl diergelijke vaartuigen, of de voerders daar van meest alte verre uit de wallen blijven, en de in hammen en schuilhoeken niet wel durven of kunnen aandoen, ook de hoofvaartuigen /: voornamelijk die van de Papoe:/ uit hoofde van haar znelheit niet wel kunnen agterhalen, waar toe de ambrinase hongij, indien de korra korras niet al te groot, en den tijd niet alte bepaalt was, wel wat beter zoude zijn, want als de Rovers en lorrendraaijers den vasten tid daar van weten, kunnen zij zig wel zo lange hier of daar verbergen, of in haarnesten schuil houden uijt welk een in ander genoteerde dan, de vijffde vrage voortkomt, op wat wij ze dan wel best de inlandse Natien in gehoorzaam„ „heit, en tot voldoening van haar pligt zoude kunnen gehouden worden welken aangaande ik /:onder Correctie:/ van gevoelen ben, dat vrij beter zoude wezen, om in sticte van op de Rovers en smokkelaars hier en daar in den omtrek van eenige honderde van Mijlen op Zee te kruissen, dezelve /: indien de vorsten zelfs geen Sa„ tisfactie verschaffen :/ direct in haar eigen nesten onverwagts op lijfte vallen, en zodanigte Castijden, dat andere hun een exempel daar aan namen; en het welk dan nog wel des noods zoude kunnen geschieden onder pretext dat men hun vorsten tegen haar Rebillige onderdanen /:daar het die van Tidoor onder anderen toch meest op schuiven:/ wilde beschermen, en hun tot gehoorzaamheit brengen, in welker voegen dan ook de hoog noodzakelijke Extirpatien, op suspegte plaatsen voornamelijk te Pattanie en Maba, met magt en authoriteit dienden te werden gedaan, te meer dat tomoloos volk mede van Dag tot Dag stouter wordt; Dienende dan daar toe, voornamelijk tot Eerstgenoemd inde /:volgens mijn geringe opinie:/ in stede van zo veel kruisvaartuigen op eder gouvernement te onderhouden, uit dezelve, met goetvinden van Haar Hoog Edelhedens wel een afgezondert vlootje geformeert, en over dat zelve een of meer ervare en eerlievende hoofden benoemt, mitsgaders g'emploijeert te worden, daar het de hoogste noodzakelyk„ heit voor eerst vereishte, waar bij dan nog wel buiten de nodige militie, een parthij Jnlandse

NL-HaNA_1.04.02_3676_0052 view scan ↗

English

Native sailors could be engaged to be employed on light rowing vessels, as these are very useful and serviceable both for landing and for overtaking something; some of the allies would also very willingly supply some men and vessels for that purpose, to which they are also bound according to the treaties, and with which Governor Padtbrugge of laudable memory knew very well how to manage in the Ternate uprising, among others. Regarding the subsequent sixth article, namely, how foreign European equipages might be effectively excluded from these regions: the Gentlemen Directors were pleased to say, among other things, in the highly esteemed General Missive of 29 September 1763, that they have no better means at hand here to ward off those foreign rovers than to bridle the native through continuous cruising, holding themselves well assured that when there is nothing regarding the spices to be traded with the native, those foreigners would indeed stay away from here of their own accord; that is certainly true, but alas, how one sees up close with what little success the cruising on the present footing actually meets, and how little the unruly native is kept in check thereby. Therefore, I maintain that it would proceed much better and more suitably if the native were kept in check in such a manner as noted in the previous article, at which time the head or heads thereof could also simultaneously take care that the wicked were punished and the good left unmolested. From which, with relation to the last article, in my humble opinion, at least those advantages would follow that the Honorable Company would not only remain better master than before of the costly spices, but also of its other private trade, principally in western linens and gold dust, which precious metal is now also mostly purloined from it; regarding which it also cannot well be omitted to note that the kings of Gorontalo and Limbotto do not fulfill their promises in the least; and instead of showing themselves grateful to the Honorable Company, their lawful feudal lords, for the benefits that they have successively enjoyed from the same, by strongly encouraging their subjects to work the gold mines and to deliver the gold that is found, they mostly employ and wear them out in their own services, and to build castles in the air, solely for the furtherance of their unspeakable and unfathomable grandeur. It is even charged against them by some Celebes peoples that, for that reason, they also allegedly bribed some Bugis, Mandarese, and Peloppers to do away with the posts of Lemboenen and Bwool, in order thereby to become the sole gold-delivering lords, indeed, if it were possible, also the sole masters of the entire northwest coast of Celebes. In earlier times, Lemboenen also delivered more and more precious gold than Gorontalo, although it bore the name in Batavia of Gorontalo gold, since it came from that post, just as that of Bwool was called Manado; also, before my departure from Manado, I had such good prospects for Bwool, or properly speaking, for the precious gold polela sorting thereunder, that I hoped shortly to deliver as much from there as was delivered from Gorontalo, but now, alas, that too is gone again. Concluding herewith, I most humbly beseech Your Right Honorable, Noble, and Respected Sir kindly to pardon me if I may have presumed too much in drafting this paper and presenting it to Your Honor, and, should it be found unquiet or offensive, kindly be pleased to destroy it. Wishing Your Right Honorable, Noble, and Respected Sir, for the rest, Jehovah's precious blessing in all your highly important administrations, and above all long life together with a steadfast continuation of health, I take the liberty to subscribe myself with the deepest veneration, below which stood: Right Honorable, Noble, Respected, and Widely Ruling Lord; lower: Your Right Honorable, Noble, and Respected Sir's most humble and most obedient servant; was signed: I. L. Seidelman; in the margin: Boero, 30 August 1772; thereunder: Agrees, was signed: I. L. Seidelman, D. D. Van Haar, Eyke, kyke, Agrees.

Dutch transcription

Inlandse mattrosen zouden kunnen werden aangenomen, om op ligte Rooij vaartuigen te kunnen gebruiken, alzo die zo wel om te landen, als om iets te agterhalen, zeer nut en dienlijk zijn, ook zouden wel enige der bondgenoten zeer gewillig eenige manschappen, en vaartuijgen daar toe leveren, waar toe zij ook volgens de Tractaten verbonden, en waar mede zig den gouverneur Padtbrugge L: M. in den Ternaatsen opstand anderen, zeer wel wist te bedunen Nopens het daar op volgende sesde articul, namelijk, hoedanig de vreemde Europese equipanten wel besluit deze gewesten zouden te houden zijn: gelieven de Heeren majores onder anderen bij veel getenereerde Generale Missive van den 29 Septemb:r 1763: te zeggen, dat zij alhier tot weiring van die vreemde zwervers, geen beter middel aan handen hebben, dan door Continueele bekruissingen den Inlander te beteugelen, hun wel verzeekert houdende, dat wanneer niets ten opzigte der specerijen bij den Inlander te verhan„ delen valt, die vreemdelingen wel van zelve hier van daan zouden blijven, dat is zeeker waar, maar Helaas hoe ziet men van na bij van wat Succestoch de bekruissingen op den tegenwoordigen voet zijn, en hoe wijnig den uitspattende Inlander daar door in den toorn gehouden wordt. derhalven sustinere ik dat het vrij beter en geschikter zoude gaan, indien den Inlander op diergelijke wijze als in het vorige articul genoteerd, in den toorn gehouden wierdt, als wanneer het hooft of hoofden daar van, ook wel teffens zorge zoude kunnen dragen, dat de quade gestraft, en de goede ongemolesteert gelaten wierden Waar uit dan met relatie tot Het Laaste articul, mijns geringen eragtens ten minsten die voordeelen volgen zoude, dat d'E: maatschappij niet alleen beter meester dan bevorens zoude blijven, van de kostelijke specerijen, maar ook van haar andere privatieten handel voornamelijk in westersche Lijwaten, en Stoff Goudt, welk pretieurs metaal haar nu ook meest afhandig gemaakt wordt, waar omtrent Ook niet wel voor bij kan te noteeren, dat de koningen van Gorontalo en Limbotto hare beloften uit geheel niet nakomen; en zig in stede van erkentelijk aan d' E Comp:e hare wettige 35 wettige leen Heeren te thoonen, voor de weldaden die zij successive van dezelve genoten hebben, door haar Onderdanen sterk aan het laboreeren der Goud mijnen, ende leverantie van het gevondende werdende Goudt aan te zetten, dezelve meestendeels gebruiken, en af sloven, in haar eigene diensten, en om Casteelen in de lugt te bauwen, alleen, tot voortzetting van haar onuitspekelijke, en onna vorschelijke grootheit. zelfs wort haar van enige Celebese volkeren ten lasten gelegt, dat zij om die reden ook enige boeginesen mandharesen, en Peloppers zouden omgekogt hebben, om de posten lemboenen en Bwool aan kant te helpen, ten einde dus maar alleen Goudt uitleeverende Heeren, Ia zo het mogelijk ware ook alleen meesters van de geheele noord west Cust van Celebeste worden Lemboenen heeft ook in vroegen tijden meer en kostelijken, goudt geleevert als Gorontalo, hoe wel het de naam te Batavia hadde van Gorontals Goudt, vermits het zelve van dat Comptoir Quam, gelijk dat van Bwool Manados genoemt wierdt; ook had ik voor mijn depart van Manado, za goeden uijt zigt van Bwool of eijgentlijk van de daar onder sorteerende kostelijke goudt polela, dat ik eerlang van daar zo veel hoopte te leveren, als van goron„ „talo gelevert wierdt, maar nu is helaas, dat almede weder weg Hier mede bekortende, smeek ik uw Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare oot„ „moedigst, mij gunstig te willen Pardonneeren, zo ik mij te veel mogt hebben onder„ „wonden, met dit Papier te Concipieren en aan hoogst dezelve te presenteren, mitsgaders het zelve Onrut of aanstetelijk bevindende maar groot gunstig gelieve te mortificeren Wenschende uw hoog Edele Gestrenge Groot achtb: ovrigens Jehovas dierba„ „ren zeegen in alle hoog derzelver importanten bestieringen en voor al langleeven mits„ gad„s bestendige Continuatie van gezondheid toe, en neme de vrijhet mij met de diepste veneratie te onderschrijven /:onderstond:/ hoog Edele Gestrenge Groot achtbare en wijd„ „Gebiedende Heere /:lager:/ uw Hoog Edele Gestrenge Groot achtb: Ootmoedigsten en Gehoorzaamsten dienaar /:was geteekend:/ I: L: Seidelman /terseide :/ Boero den 30 Augustus 1772: /:daar onder:/ Accordeert was getekend I: L: Seidelman DD Van Haar Eyke kyke Accordeert

NL-HaNA_1.04.02_3676_0055 view scan ↗

English

36 That this letter of peaceful greetings and respect from the orang kaya whose name is Baleliang to the Lord Governor of Banda by name, and to all the chiefs within that jurisdiction, is ended. Afterwards, I inform the Governor of Banda and all the chiefs in that land of Banda that now the Papuan people captured Ambon people in the land of Ceram with Goram people. Now I ransomed those Ambon people and brought and delivered them to the Lord Governor of Ambon. Now that Lord Governor, he saw me holding a cane that the Governor of Banda gave to me; that Governor of Ambon did not want it, now he gave a cane of black wood that cannot be strong. Now he seized it, he said there was no need to use a Banda cane. For that reason we ask that the Governor please help request that cane in Ambon to be returned and given to me, because the Banda cane is stronger than that Ambon cane. If that cannot be done, I request that the Lord Governor must ask in Batavia, because always we Goram people from our ancestors have lived under Banda, marked by a Banda letter which the Lord Governor Bariel ordered Secretary Gaoenard to give that letter, which we keep in the vessel, that we Goram people under Banda may go trading around the land in Banda, because Banda is closer when we return. I therefore request to be allowed to have the Banda cane back, and if such cannot happen, I request to give notice thereof to Batavia, and that all the more because we Gorammers from parents to parents have belonged under Banda, of which we still preserve the treaties. On which occasion Ambon's Governor took my cane to inspect it, which was presented to me by Banda's Governor Bariel, but not returning the same, but another of black ebony wood which is by far not as strong as the Banda one, having already smashed the same to pieces. Giving to know to the Lord Governor, together with the further Council Lords in Banda, that I have ransomed from the Papuans, whom I personally transported thither. Translation of a Malay letter written by the orang kaya Baleang after the customary compliments reads as follows. Adap us 93. Adap is more in demand because Ambon makes its own, therefore I ask with the Soa people in Gorom, Amar, Kaleakat, Aijneka, Boeang, Mirang, Katalie, Namaleen, Koelgoe, Dada, Mana Boko, to remain back under Banda as according to that letter, on the month of Djumada al-Akhir, the 10th day of the era of the Prophet, may the blessing of Allah and peace be upon him, 1197. Ended. Underneath: Concurs, was signed Nicolaas Kloeck, Secretary. Finally, the combined head orang kayas and chiefs of Amor, Kaliaket, Aijnetta, Koelgoe, Dada, and Manamboekoe request to be allowed to stand under the dominion of Banda again, as it was previously. Written in the month Djamdel Ahier the 10th day in the year of our Prophet 1197. Underneath were: Some characters written with Arabic letters. Underneath stood: For true translation, was signed: N:s Kloeck, Secretary. Underneath: Concurs, was signed Nicolaas Kloeck, Secretary. Given to us by the emissary of Governor Bariel, being the Secretary Grvenard, and whereby we were permitted to navigate freely to the islands belonging under Banda. Also Goram has no other products than adap, with which we have a better market in Banda than in Amboina, the same being made in abundance in the latter government, Banda also being closer to us than Amboina formerly. 38 also the laziness and indifference that has crept in more and more among the greatest part, yea, practically always, which is crystal clear from the debts that have mounted higher and higher. Further remarks on some points contained. of the park managers. Most respectful demonstration of the principal reasons for the successive decline into practically total ruin of most perkeniers, and the dire state of the remaining inhabitants of Banda. Firstly, the harmful suretyships for others have contributed very much to this. Secondly, the successive loss of many slaves, both on account of those deceased and those who fled, and the continual replacement of the same. Thirdly, the dangerous and very harmful earthquakes. Fourthly, the feeding of the mountain fires for many years. Fifthly, the terrible and all-destroying hurricane of April 2, 1778, and several other plagues of the land. Now, in order to rescue the perkeniers from all these misfortunes and continuous adversities and to prevent their final ruin, the Lords Majors as well as Their High Mightinesses have successively devised and favorably granted all possible relief funds and means, which certainly could roughly balance with the aforementioned extraordinary losses and damage. Yet the principal decline and such impoverishment of most arises mainly from this: That the revenues from their delivered spices for a series of years past have been by no means sufficient to cover the unavoidable ordinary expenses, and these have risen year upon year, in proportion to their being forced, principally to pay the heavy interest, to incur more and more debt. For with a fairly ample delivery in a year of eight hundred sokols of mace and six hundred thousand pounds of nutmegs, they received: for the mace . . . . rd:s 21286: 24. and for nutmegs - - . rd:s 9391. 30. — or together rd:s 30678. 6. — The ordinary expenses, on the other hand, have amounted on account of the below-mentioned items to approximately rd:s 35516. — as over Kk.

Dutch transcription

36 Bahoea inie soerat salam Patien beserta Takrien derie pada owrang kaija onder namanja Baleliang kapada toehan bang sawang bandan namanja dan sakaliang kapata kapala nga dalamitoe daria djoega adanga tamath Baba doehoe komedian derie stoe beta man„ „britauw kapada bangsawang Bandan dan Sakaliang kapala kapala die dilam deria negrie bandang itoe sa„ „karang owaang Papoea Tankap owrang ambon opoehal die negrie Ceram dengan gorang Saharang beta toeboesorang ambong itoe bawa sampekang pada toehang Bangsawang Ambon Sakarang toehan bangsawang itoe dia liat beta pegang rolang, Bangsawang Bandan kasie Capada beta itoe bangsawang ambon tieda mauw sakarang diea kasie satoe rotang kaijve itang tieda bole koehat saka„ „rang dia, rampas diea bilang trada meeste pake rotang Bandang drie sebabitoe kita minta biehar toeloeng bangsa„ „wang minta toe rotang die ambong kombalie kasie beta sabab rotang bandang lebie koeat derie ootang ambong itoe djikalo tida bole itoe, beta laijeer maskie toang Bangsawang minta die batavia karna sala„ „manja Kita orang gorong derie Pete Nenetingal die bauwa Bandang, tanda soerat Bandang Iang toehan Bansawang Bariel Soeroe Secret=s gaoenard, kasie itve soerat la kita Simpang die ba boehan jang Kita orang goaong die bauwa bandang bole kita pigie badagan koelielien negrie die bandang, sebab bandang ada lebe ampeer mika kita poelang Ik versoeke dierhalven de bandasche rotting te rug te mogen hebben en In dien zulkx niet geschie¬ „den kan versoeke daar van kennis tot Bata„ „via te geven en dat te meer door dien wij goram„ „mers van ouders tot ouders onder banda gesorteerd hebben waar van wij de tractaten nog bewaren die Bij wel gelegentheid Amboinaes Gou„ verneur mijn Rotting nam om te besien, welke mij present is gedaan van Bandaes gouverneur Bariel dog deselve niet weeder te rug gevende maar een ander van swart Ebben hout dielang soo sterk niet is als de Bandasche, hebbende dezelvreeds aan stukken geslagen Gevende te kennen aan den Heer gou„ „verneur, beneffens de verdere Raads Hee„ „ren in Banda, dat ik van de Papoe=ers gelost hebbe, die ik Persoonlijk Trans„ „porteerde na derwaards Translaat van Een Maleijdse Brief geschree„ „ven door den orang Kaija Baleang na de gewoone complimenten Luijd deesen als volgd. Adap ons 93. Adaplebe lakoe keerna ambon ada beking kanderie sebabitoe beta minta dendan orang Soea die gorong amar Kaleakat Aijneka boeang mirang katalie namaleen koel goe dada mana boko„ tingal koembalie die bawa bandang se partie Per soerat itoe die bolang djimadiel akier 10 arie perad jarat nabie sala boehoe allah Eijt hoe salam 1197; Samat /:daar onder :/ Accordeert was Getekend Nicolaas Kloeck Secretaris — Eijndelijk versoeken de gesamentlijke opper bran„ kaijen, en hoofden van amor Kaliaket, Aijnetta, Koelgoe, Dada, en manamboekoe weeder te mogen staan onder deheer schappij van banda gelijk 't bevoo„ „rens geweest is, Geschreeven in de maand djamdel Ahier den 10=e dag In het Jaar van Onsen Propheek 1197: — /:onder waaren :/ Eenige Caracters met Arabische letters geschreeven /:onderstond:/ voor P: Translaat /:was getekend:/ N=s kloeck, Secret=s /:daar onder:/ Accoudeert was gete„ „kend Nicolaas kloeck. sepaat=t ons door den sendeling van den Gouverneur Bariel zijnde den secret„s Grvenard, en waar bij ons gepermit„ „teerd werd op de Eijlanden onder Banda sorteeren„ „de vrij te navigeeren ook heeft goram geen andere producten als adap met welke wij te banda, een beter maakt hebben als in Amboina werdende op 't laatste gouvernement dezelve in abondantie gemaakt zijnde teffens banda ons nader als Amboina doeloekalie 38 ook de immer meer en meer ingeslopen Luiheit en onverschilligheit bij het grootste gedeelte Ia: genoegsaam nooit, 't geen zonneklaar uit de immer meer en meer op gehoogte schulden Consteert. Nadre Aanmerkingen op sommige poincten vervat. der Perk=beheerders. Eerbiedigste Aanthoning van de voornaamste redenen der successive veragte¬ ring in genoegzaam totale ondergang der meeste Perkeniers, en naren staat, der over„ rige Ingezetene van Banda. Eerstelijk, hebben zeer veel hier toe gecontri„ =bueert de schadelijke borgtogten voor anderen. Twedens, het successive verlies van vele slaven zo wegens gesturven, als g'aufugeerde, en het gedurig suppleren derzelve. — Terdens, de gevaarlijke en zeer schadelijke Aard bevingen. — Vierdens, het langjarig voeden der branden den bergs. — vijfdens, de schrikkelijk en alles vernielende orcaan van den 2 April 1778, en meer andere landsplagen Om nu de Terkeniers uit alle deze ongeluk¬ =ken en aanhoudende tegenspoeden te redden en hun finale ondergang voor te komen. Hebben de Heeren Majores zo wel als Haar Hoog Edelhedens successive alle mogelijke onder„ stands penningen middelen beraamt en goedgun„ =stig toegedeelt, die dan ook zeker wel met voren„ genoteerde extra ordinaire verliesen, en schade, om„ trent rele heeft kunnen werden gebalanceert. Haar de principale veragtering en dusdanige verarming der meeste, spruit voornamelijk hier uit; Dat de inkomsten van hunne geleverde specerijen een reeks van Jaren herwaards, lange niet toereijkende geweest zijn, tot goedmaking der onvermijdelijke ordinairen kosten, en die zijn Iaar op Iaar geresen, na rato zij genoodzaakt geweest zijn voornamelijk om de zware intres¬ =sen te betalen, immer meer en meer op schuld te nemen. want bij een tamelijke ruime leverantie in een Jaar van Agthondert soekels foelie en ses maal hondert duisent ponden noten, hebben zij ontfangen voor de foelie. . . . . rd:s 21286: 24. en „ „ noten - - . „ 9391. 30. — of te zamen rd„s 30678. 6. — De ordinaires kosten daar en tegen hebben circa wegens de naartemelde posten bedragen rd:s 35516. — als over Kk.

NL-HaNA_1.04.02_3676_0060 view scan ↗

English

Concerning this, a further calculation has been made by secret letters to Their High Excellencies dated today, regarding the interest on a sum of four hundred thousand rds borrowed, aside from the small amount that belongs to them, which must nevertheless also be calculated at 4½ pct per year, rds 18000. –. – For maintenance of slaves at 5 rds a year, namely the park slaves: 8915. –. – For the replacement of lost slaves at 5 pct against rds 40 each: 3566. -. - For maintenance of slave dwellings and nutmeg drying sheds at 50 rds for each park keeper: 2650. –. – For tools for keeping the lands clean at 10 rds: 530. –. – The maintenance of orembaai at 15 rds: 795. —. Medicines and surgeon fees at 20 rds: 1060. –. – making together rds 35516: -. Subtracting the income from this with: 30678. 6. — there appears a deficit of rds 4887. 42. - It is true, the park keepers still have a second means of subsistence, their other land fruits or tree crops, but these must be considered completely necessary for the maintenance of them and their families, both for food and clothing as well as residential houses, likewise their domestic servants; a few of those who live on the inner coast manage fairly well with this, mainly the park keeper Camerling, presently on Batavia, who nevertheless still continually complained himself and often tried to rid himself of his land; but the majority, and especially the remote inlanders who do not always have the opportunity to bring their products over here or to sell them, do not by far. Apart from this, they previously drew considerably more money for this when Banda's garrison was still strong and there was thus somewhat more to consume, than at present. A third means of salvation for some who had fallen into ruin was in earlier times also the inheritance of good shares from deceased wealthy park keepers, or marrying a well-to-do girl or widow, but these have also all gradually melted away, and nothing remains. Thus, many who have fallen behind have taken their first recourse to ever higher and higher borrowings on their lands, and this indeed since a century past; finally, being able to obtain nothing more on this, they have proceeded to the pawning and selling of 40 The opinions of ten of the principal park keepers recorded hereafter, sufficiently detailing their deplorable state, gold, silver, and jewels; these also being gone, the furniture and clothing inclusive had to be encroached upon; so that in the dwelling of many, almost nothing more is to be found other than some old chairs, or meager household goods. And they are presently forced, instead of inheriting anything upon the death of an entirely impoverished person, even to hold a collection for the burial, as recently happened concerning a certain Domingos Lourens, who had even been a member of the Orphan Masters some years ago. What is now to be done to get back on one's feet, apart from any other extraordinary remedies than those already favorably granted and added? To put one's hands out and work briskly on the land is the best, but no! Here is where it fails with many; going sometimes into the land, they look upon it with sorrow, heave some sighs, thus go home again, and then dispel the melancholy with a drink of sagoweer, a game of cards, or sleep. Indeed, some even grieve themselves to death, such as among others the burgher lieutenant Gerrit Bouwer, with whose widow the son of the subscriber is now remarried, who was in no way to be comforted because of his continual decline and the continual considerable loss suffered! That man had the very best spice land in Banda, located here on Neira, and thus also delivered the most and best spices, but had no other agricultural products, observed his affairs with special attention and zeal, and kept an exact record of everything, as I also attach here in copy an account found in his estate from the year 1774/75. From which it appears that in this year he had enjoyed on account of delivered spices an amount of rds 1364. 40. 13 And set against this, on expenses and losses outside his household: 1846. -. – thus he had still fallen behind by rds 481. 7. 3 Against which, by another account also attached hereto, drawn from his memorandum book, from 1 September 1778 until the last of August 1779, it is evident that the general income of that valuable land in this last year only amounted to rds 618: 2 -, both on account of delivered spices and some other trifles for own use; however, he has here added the expenses incurred, which in this [illegible]

Dutch transcription

Hier omtrend is een nadere betekening bij secrete letteren aan Hun Hoog Edelhedens gedateert op heden, gemaakt over intressen op een som van vier maalhouderg „duisent rd„s beleent, buiten het weinige dat hun zelve Competeert, dat egter ook moet berekent worden â 4½ p=rC=t int Jaar rd:s 18000. –. – Aan slaven onderhout â 5 rds 't jaar te weten de perkslaven - - - - „. 8915. –. – Tot suppletie van verloren slaven â 5. pC=t tegens rd„s 40. ider - - - - - „ 3566. -. - Aan ouderhout van slaven woningen en Noten Combuisen â 50 rd:s voor ider Perkenier.. . . . . . . . „ 2650. –. – Aan gereedschappen tot het schoonhouden -der landen â 10. rd„s. - - - „ 530. –. – Het onderhout van orembaij â 15. rd„s - - „ 795. —. Medicamenten en Meester lonen â 20. rd„s „ 1060. –. – makende te zamen rd„s 35516: -. Hier van de inkomsten gedetraheert met „ 30678. 6. — blijkt een veragtering van rbs 4887. 42. - Wel is waar, de Tirkeniers hebben nog toe een twede middel van bestaan, hunne andere lands vrugten: of boomgewassen, maar die moet men rekenen vol„ strekt nodig te zijn, tot hun en familien onderhout, zo aan kost, en klederen als woonhuisen, item hunne huisselijke domesticquen; eenige woinige van de gene die aan de binnen kust wonen, komen hier mede tamelijk wel toe, voornamelijk den tans op Batavia zijnde perkenier Camerling, die egter dog nog zelfs gedurig-gedoleert, en dik¬ wils getragt heeft, zig van zijn land te ontdoen; maar de meeste en voor al de affgelegene agter„ landers die niet altoos gelegentheit hebben hunnen producten herwaards over te brengen of din te zetten, en verre na niet. Buiten en behalven hebbense voor dezen toen Banda's Puarnisoen nog sterk, en dus ook wat meer te verteren was, hier voor vrij meer pennin„ =gen getrokken, dan tegenwoordig. Een derde middel tot redding van eenige ter onder geraakte, is in vroegere tijden ook nog wel geweest het Erven van goede porties van overledene rijke Perkeniens, of ook wel het behuwelijken van een welhebbent Meisje of weduwe, maar die zyn ook alle langsamerhand gesmolten, en daar is niets meer. Dus vele ten agteren geraakte, hun eerste toevlugt hebben genomen; tot immer hoger en hoger belevingen van hunne landeryen, en zulx wel zedert een Eeuwe herwaards; eindelijk hier op niets meer kunnende er„ =langen, zijnse overgegaan tot het verpanden en verkopen van 40 De advisen van thien der voornaamste perke„ „niers hier agter ingeschreven. tot en genoeg„ zaam hunnen beslagelijken staat, nader van goudt, zilver en Juwelen, dit mede weg zynde, hebben de meubilen en klederen in Clusive moeten worden aangetast; zo dat in het woonhuis van vele bijna niets anders meer te vinden is, als eenige oude stoelen, of geringe huisraad. — En zijn zij tans genoodzaakt in stede van iet te erven, bij het overlijden van een ten eenemale verarmde, zelfs een Collecte ter begraffenisse te doen, gelijk Jongst nog gebeurt is omtrend eene Domingos Lourens, en die nog zelfs eenige Jaren herwaards Lid van weesmeesteren geweest is. wat nu te doen, om buiten eenige andere extra„ ordinaire hulpmiddelen, dan die reets gunstig ver¬ leent, en toegevoegt zijn, weder op de bewen te komen: De handen uit te steken en fris en den lande te arbeiden is het beste, maar Neen! hier hapert het ook aan, bij vele, gaande somtijds wel wat in't land, zien het zelve met droeffhedd aan, laten eenige zugten vallen, gaan dus weder na huis, en verdrijven als dan de Melancolit met een dro„kje saguweer een kaartspelletje, of den slaap. — Ia, eenige Chagrineren hen zelfs tot de dood toe, gelijk onder anderen den burger luitenant Gerrit Bouwer (:met wiens weduwe de zoon van den te„ =kenaar nu hertrouwt is:/ die in gewen dele te ver„ „troosten was, ter zake ziner gedurige agter uit„ =tering, en het gedarig geleden aanmerkelyk verlies! die man hadde het aller beste specerijland in Banda, gelegen hier op Nevra, en leverde dus ook de meeste, en beste specerijen, dog hadde geen andere landsproducten, sloeg zijne zaken met eene bijzondere attentie en ijver gade, en hield van alles een exacte aantekening, gelyk ik nog eene in zijnen boedel gevonden rekening van den Jare 1774/15 in Copia hier bij voege. waar bij blijkt dat hij in dit jaar wegens gebeverden specerijen genoten had, een montant van rd:s 1364. 40. 13 En daar en tegen aan uitgaven, en verliesen buiten zin huishouding - . . . . . „ 1846. -. – dus nog ten agteren geraakt was rd„s 481. 7. 3 waar en tegen bij eene andere dezen mede bij ge„ =voegde reekg: getrokken uit zijn aantekening boekje, zedert p:r 7br: 1778. tos ult:o Aug: 1779 Consteert, dat de gene„ =rale in komsten van dat kostbare land, in dit laaste Jaar maar bedragen hebben rd=s 618:2- zo wegens gelever„ =de specerijen als eenige andere klijnigheden tot eigen gebruik: egter heeft hij hier bij de gedane kosten, die in dit aan; en ugt

NL-HaNA_1.04.02_3676_0062 view scan ↗

English

the following means— this year after the hurricane, for the repair of various things, must without doubt have been considerably greater, being further noted, also did not complain as much as before, because his end was gradually approaching. Therefore, a considerably large difference to the detriment arises, because on this precious spice land, of the more than, according to calculation, three thousand of the best sort of fruit-bearing trees standing thereon, only about 300 remained on that terrible 2nd of April 1778. I therefore continually comforted and exhorted everyone, and have also soundingly inquired of several upon their continuous lamentations what they themselves actually thought would be most necessary and serviceable for rescue, relief, or to gradually get out of their debts! Whereupon I obtained as an answer that the price increase of the spices would certainly have helped much in this regard at the time the parks were still in good condition and not entirely ruined; but that such would then also only have benefited those who could richly supply spices, but not the others and the poorest. That they also by no means insisted upon this, if the Company would only please devise such other good means as were capable of delivering them from a final ruin. They also urged humbly for further Company assistance, professing to be most highly obliged for the means of support already graciously applied, but at the same time also made known that especially the poorest, whose houses and parks were still unrepaired and bereft of slaves, could by no means be fully rescued from their miseries hereby, nor could the extraordinary loss of slaves be in any way supplied by the better-off. Proposing among others also some whether it would not well be possible and best, in order to return the parks to their original state, that all debts incurred be forgiven by the Honorable Company, and that thus those lands being made free again, as they were in the beginning of the Company's possession, everyone might be permitted to sell his land for whatever it would fetch, and that half of the amount thereof then be left to the owners, and the other half to the Honorable Company, in order to recover their disbursed capital therefrom in time. But it seems to me, under correction, that this would not be the right way, and that from this not even the interest on the loaned capitals could be met, because, this then being permitted, everyone would gladly want to remain the possessor of his land, and if anyone might be inclined to part with his land, where would the buyer then find that cash money for payment, especially in this place entirely devoid of money. Better would be the settlement and even a generous liquidation This would, in my humble opinion, be the principal means of salvation, and on top of that still a certain premium on the cultivated young trees that bear the first fruits. And on top of that still the hope and faint-heartedness over a meager existence. Of this, a separate account could then be formed in the commercial ledgers, either under spice charges or under another name on the credit side, and on the debit side all extraordinary expenses to be incurred, both of advanced funds for the settlement of interest, and otherwise; which in the first years, given the small deliveries, would indeed not make a great showing, but annually without doubt would increase to such an extent that even the capitals themselves could in time be settled from this, and brought into such an unencumbered state as in the earliest times, when the lands were distributed for free, although at that same time just as much was paid for the spices as now, when they cost about four hundred thousand rijksdaalders and indeed annually about twenty-five thousand rijksdaalders more in expenses must be incurred than at that time, as the aforementioned calculation indicates. Aside from and besides the inconveniences and suffered damages cited at the beginning hereof, those lands have mainly risen and climbed so high in price: By the constant payment of the lord's contingent or twentieth penny upon sale, which no one wanted to lose; By the purchase of a large number of slaves; and by the building of decent houses, slave dwellings, and nutmeg kitchens. Besides this, most of the first park-keepers were common people who did not need much fuss, and also very few slaves, but common free natives who helped one another; whereas subsequently a park-keeper also wanted to maintain his status like another respectable man, since he had to manage an estate and direct many slaves. It is thus certain that the successive debts incurred on those lands, for the reasons described above, are large, yes, liquidation of everything were to be found, if the delivered spices twenty years consecutively before the stated disaster of the 2nd of April 1778 could still be credited with 6 to 8 current stuivers per pound of mace and 2 ditto stuivers per pound of nutmeg; but such is certainly also now too late, because the advances gained thereon after deduction of costs will certainly all have been distributed among the shareholders in the Company for each one's share. Easier would this then still be to do, with the most esteemed approval of the High Mightinesses in the High Indian Government, by encumbering the spices to be delivered from now on with this, the more so because all delivered merchandise properly ought also to be encumbered with the unavoidable costs that must also be incurred for that purpose at the place where they are purchased, very

Dutch transcription

onderstaande middelen— dit Jaar naden orcaan, tot herstel van het een en ander buiten twijffel vrij groter moeten geweest zijn, met meer aangetekent, klaagde ook zo niet meer als bevorens, vermits zijn einde gaande weg naderde. Over zulx een Considerabel groot verschil ten na„ =dele herkomstig, om dat op dit kostelyke specerijland vande ruim /:na Calculatie drie duisent daar op staande beste zoort van vrugtdragende bomen, maar omtrend 300. op den schrikkelijke 2:e April 1778 overgeschoten zijn. Ik trooste, en vermane derhalven een ider bij aanhou„ dentheit, en hebbe ook verscheide op hunne gedurige dobeantie ondertast, wat zij dan eigentlijk zelve vermeenden, tot redding, op beuring, of tot het gaande weg raken uit hun schullden nodigt en dienstigst zoude zijn! waar op tot and„ woord erlangte dat zeter hier toe veel zoude geholpen hebben de prijs verhoging van de specerijen, ten tyde de perken nog in goeden staat, en zo tot aliter niet geruineert waren; maar dat zulx dan ook alleen zoude te stade gekomen zin, den geene die rijkelijk specerijen konde leveren, maar de andere en armste weder niet. Dat zij hier op ook geenzints stonden, indien DE: Maat„ Houden daar bij ook nog demoedig aan om verderen schappij maar zodanige andere goede middelen geliefde te beramen, die bequaam waren om hen voor een finalen ondergang te bevrijden Betuigende ook ten hoogsten verpligt te zijn voorde reets gratieuselijk geappliceerde middelen van onderstand maar gaven teffens daar nevens ook te kennen, dat voor„ namelijk de armonde ste, welker huisen en perken nog onhersteld, en van slaven ontbloot waren, geenzints hier mede uit hunne miserien ten vollen konde gered, of extra ordinair verlies van slaven van nog eenigzints, beter bemiddelde, konde gesuppleert worden. Proponerende onder anderen ook enige, of het niet wel mogelijk en best zoude zijn, om de perken weder te bren„ „gen tot haren eersten staat, dat door de EComp:„e alle gemaakte schulden quit gescholden wierden, en dat dus die landen weder vrij gemaakt zijnde, zo als se in den beginne van 'sComps possessie geweest zijn, een ider gepermitteerd mogt werden zijn land te verkopen, voor het gene 't wilde gelden, en dat als dan hier van de helfte van dies bedragen gelaten wierd aan de Eijgenaars, en de wederhelft aan de EComp„e om hier uit in der tijd hun uitgeschoten Capitaal weder te vinden. Maar mij dunkt onder Correctie dat dit de regte weg niet zoude zijn, en dat hier uit, niet eens de intressen van de beleende Capitalen zoude kunnen werden gevollden, vermits als dan dit toegestaan zynde een ider gaarne bezitter van zijn land zoude willen blijven, en zo 'er alimand mogte genegen zijn van zijn land affte stappen, waar zoude dan de koper dat contante geld vinden, ter betaling voornamelijk op deze van geld ten eenemale ontblote plaats. Beter zoude de verEffing en zelfs een ruime liqui¬ dering Dit zoude myns geringen erachtens) het voornaamste middel tot redding zin, en daar en boven nog zeekere Primie op de aangequeekte Boompjes die de eerste vrugten dragen En daar en boven nog de hoop en moedeloosheid over sober bestaan Hier van zoude dan by de Handelboeken een aparte Reek: 't zy op specery ongelden op onder een andere naam kunnen geformeerd worden op de Credit zyde, en aan de debet zyde alle te doene extra orde naire kosten zo van afgelangte penningen tot ver effening der intressen, als anderzints, 't welk en de eerste Jaren by de geringe leveranties wel Juist geen grote vertoning zoude maken, maar Iaarlyks buiten twijffel zoude zodanig toenemen dat zelfs hier uit inder tyd de Capitalen zelfs zoude vereffent, en gebragt kunnen worden in zodanigen onbezaarden staat als in de eerste tyden, wanneer de Landen voor niet uitgedeeld zyn, hoewel min ter zelver tyd net zo veel voor de specerijen betaalde, als nu, daar dezelve omtrend vier maal honderd duisend ryxd kosten en wel Iaarlyks Circa vyf en twintig duisend rd s meer aan onkosten moet doen als te dier tyd invoegen vooren genoteerde bereke ning aanwyst. Buiten en behalven de in den hoofde dezes aange haalde in convenienten, ingeleden schadens, zyn die landen voornamelyk gelesen en zo hoog in prys geklommen. Door 't gedurig betalen van 's heeren Contingent of twintigste penning by verkoop, 't welk niemand heeft willen verliesen Door 't inkopen van een groot getal slaven. en door Bouwen van ordentelijke huisen, slaven woningen en Note Combuisen Buiten dien zyn de meeste eerste Perkeniers geweest gemeene Menschen die niet veel ommeslag hebben nodig gehad, en ook zeer weinig slaven, maar gemeene vryf Inlanders die elkanderen gehulpen hebben waar in den vervolge heeft een perkenier ook zyn staat willen houden als een ander fatzoenlyk Man vermits een landt te beheeren en veele slaaven te bestieren hadt Het is dus zeeker de successive gemaakte schulden op die Landen, om voorschreeve Redenen zyn groot, Ja dering van alles te vinden zyn, indien de geleverde spece rien Twintig Jaren na den anderen voor 't g'exteerde onge¬ val van den 2 April 1778 als nog konden werden met 6 a 8 Courante Stuivers t pond foely en 2 dito Stuivers t Pond Noten maar zulks is zeeker mede nu te laat wylde daar op behaalde advancen na aftrek „der kosten zekerlyk alle onder de Participanten in De Maatschappy voor ieders aandeel zullen zin gepartageerd Tacielder zoude dit dan nog wel met hoogst g'eerden goedvinden vande H M: in de Hooge Indiasche Regeering te doen zyn met de van nu voortaan te leveren speceryen hier mede te beswaren, te meer doch alle geleverd werdende koopmanschappen, eigens lyk ook dienen beswaard te worden met de onver mydelyke kosten, die daar omme ter plaatse alwaar ze ingekogt ook gedaan moeten worden zeer

NL-HaNA_1.04.02_3676_0064 view scan ↗

English

A good outlook, hope, and a little patience is about the best here. This is currently going, thank God, somewhat more reasonably. Very large, and pressing heavily upon the present perkeniers, although the land itself, as poor as it is now, is in my humble opinion well worth as much to the Company, since this entire capital, when the land shall have been restored to its former good condition, after deduction of all Banda expenses, may well yield double in annual profit from the sale of the delivered spices. One might say, yes, that will still take many years, but with the help of God, upon whom alone everything depends, I nevertheless have hope, although my years will also soon end, to yet promise this. It is then evident from this, as has always been noted both by the Gentlemen Majores and by Their High Nobilities, that this land is one of the most worthy and most profitable provinces of the Company. It is also certain that this Government has also always been supported above others, primarily with rice. But notwithstanding this, successive thousands of people have died from both disease and want; the former mostly originated from the latter, especially among the common folk, and this has sometimes caused a hundred recruits in a year to depart within a few months, primarily through the dearness of provisions, and lack of money, for a newcomer mostly runs on a debt account, and therefore receives once every three months 4 or at most 5 rupees in wages; this is mostly deducted for uniform equipment, and he thus holds not a single doit in his hands; he falls ill, yearns for some refreshment, sees some cooked or baked food items being sold, but cannot pay for them; he therefore loses heart, becomes ever weaker, the vital spirits gradually depart, he lies down on a bamboo resting bench, and dies. Poor people, and especially widows, who must make a living from preparing these foodstuffs, rent a little slave for that purpose, rise at midnight, and prepare something; toward noon or evening, the bondsman returns, mostly with his unsold foodstuffs, as there is no money among the people, and those poor people are then forced to consume them themselves, and have thus through this not earned so much that they can buy another measure of rice, much less pay the rent of their slave; thus finally, also through poverty, they go the way of all flesh. That is now regarding the common folk; for those being somewhat higher in quality, primarily officers, clerks, and others of equal rank, it goes proportionally not much better, and a true example I have in myself. I 44 But one must above all take care that those large wild trees do not again. I must still daily hear these grievances, and therefore sometimes turn a small blind eye to things. I will hope that this expression of mine will be received in the best manner, since I, as favorably appointed governor of this Province, consider it my duty to show the true condition of the inhabitants, although these matters are in secrecy, for the highly esteemed elucidation of Their High Nobilities, in order that they may, if they please, also report thereof to the Gentlemen Majores. Underneath stood: Banda Neira, 15 July 1781. Was signed: Johan Librecht Seidelman. Further Reflections on the invaluable spice nutmeg plantations in the islands of Banda, which have for about two centuries contributed very well to the Netherlands' prosperity, but have for some years past fallen almost completely into ruin. I shall then first briefly show how those plantations have gradually fallen ever more into decay, been exhausted, and have been virtually entirely deprived of their best nourishment. And furthermore, all that which could and should serve toward an all-round desirable cultivation and revival, and that indeed better, so it seems to me, than before. Regarding the first, the terribly large protectors or so-called shelter trees, standing both all around and everywhere between the precious nutmeg trees, are properly the principal cause of the gradual decay, which have so visibly gained the upper hand and extended themselves in height as well as in breadth, that in most places the nutmeg trees were as if covered by them; and just as the spread-out heavy branches of those terribly large trees were, so their roots also extended into the earth, and did their utmost to take away all the best sap from the nutmeg trees, so that they mostly grew up very tall, barren, and thin, all the more because the nutmeg trees during the terrible hurricane of 1778. Gain the upper hand, for they alone were the principal ruin of everything. I have been one of the first ministers or chief administrator here for circa eight years; I arrived here without debt, with upwards of forty old slaves and other domestic necessities in proportion; I have in all respects always observed the utmost frugality, yes, even lived below my station, and yet have eaten through about five thousand rixdollars in arrears. How then will it go with one who wishes to maintain his full state, especially according to the present stylish fashion? 2/6 8

Dutch transcription

Een goede vooruitzigt, hopen, en een weynig gedult is hier omtrend het beste Dit gaat teegenwoordig Godt dank wat schapelyker zeer groot, en zwaar druckende voor de tegenwoordige Terkeniers, hoewel 't land op zig zelfs nogtans zy slegt als het nu is (:myns geringe eragtens:) DE Maatschappij wel eens zo veel waard is, aangezien dit geheel Capitaal wanneer 't land weder in voorigen goeden staat gebragt zal zyn, na aftrek van alle bandase ongelden, Iaar lyks wel dubbeld zal kunnen werden geprofiteerd op den vertier van geleverd werdende speceryen Men zoude kunnen zeggen, Ja, dat zal nog lange Iaren aanlopen, maar ik hebbe door Gods bystand van wien alleen dog alles afhangt nogtans hope, hoewel myn Iaaren ook haast zullen eindigen dit egter nog te beloven Het blykt dan hier uit gelyk zulx ook altoos zo wel door de Heeren Majores, als Hun Hoog Edelhs is aangemerkt, dat dit land een der waardigste en meest voordeel gevende provintien van De Maat schappy is Het is ook zeker dat dit Gouvernement ook alloo boven andere, voornamelyk met Ryst ondersteund is Maar des onaangezien, zyn er successive duisenden van Mensen Joaan ziektens, als gebrek gesturven, het eerst had van 't laaste meest zyn oorspronk, voor al onder 't gemeen en dit heeft zomtyds honderd Recru„ ten in 't Jaar, binnen weinige maanden doen verhuisen, voornamelyk door de duurte der Levensmiddelen, en ge¬ brek aan Geld, want een nieuweling loopt meest op schuld Reekening, en geniet derhalven in drie. maanden eens 4 of uitterlijk 5 Ropyen, aan gagien dit word meest ingehouden voor Monteerings en houd dus geen duit in handen, hy krygt een aanstoot van ziekte, en trekt tot eenige versnapering ziet wel eenige gekookte of gebacken Eetens wharen verkopen, maar kanse niet betalen, hy laat der halven zyn moed zakken wordimmer zwacken der leevens geesten gaan ergaande weg uit, hy legt zig op een Bamboese Rustbank, en sterft Arme Menschen, en voornamelyk weduwen die van het vervaardigen dier Eetens whaaren moeten leeven huuren daar toe een slaafje staan middernagt op, en maken iets klaar tegen den middag op Avond, komt Leyfeigenen weder te rug, meest met zyn onverkogte Eeten waren alzo geen Geld onder het volk is, en die arme Menschen zyn dan genoodzaakt die zelfs te Consumeeren, en hebben dus daar door zoveel niet verorbert, dat een ander Maatje Ryst kunnen koppen veel min de huur van hun slaaf te betalen dus eindelyk meede door armoede, den weg van allen vleesche gaan Dat is nu omtrend het gemeen, wat hoger in qualiteit zynde, voornamelyk officiers, Pennisten en andere gelykstandige, gaat 't na rato niet veel beeter, en waar exempel heb ik aan mij zelve Jk 44 Maar dient voor al te zorgen dat die groote wilde Boomen niet weder de doleantien aanhoren, en derhalven somwylen, een klein weynig door Hier over moet ik nog dagelykse de Vingeren zien Ik wil hoopen dat deeze myne uitwending ten besten zal werden opgenomen, vermits ik als gunstig aangesteld land voogt dezer Provintie, 't van mynen plicht agte den weezentlyke staat der Inwoonders (:hoewel nogtans deeze zaaken in secretesse:) aan tetonen, tot Hoog g'Eerde Eluci datie van Hun Hoog Edelheedens om daar van des behagende, ook verslag aan de Heeren Maporeu te kunnen doen (onderstond) Banda Neira den 15. Juli 1781 (was geteekend) Johan Librecht Seidelman. Nadere Bedinkingen over de tot Neerlands welvaart omtrend Twee Eeuwen zeer wel gecontri¬ bueerd hebbende onschatbare, dog sederd eenige Iaaren herwaards by na ten Eenemalen te niet geraakte specery Notin Plantagies, in de Eilanden van Banda Ik zal dan voor af kortelyk aantonen hoe dat die planta gies al successive, immeer meer en meer vervallen uitgeput en van hun beste voedzel genoegzaam ten Eenemalen als beroofd zyn En voorts alle het geene tot een allezints gewenschte Culture en weder opluiking, en dat wel beter (:zo mij dunkt:) als bevorens, maar immers zoude kunnen mogen strekken Het eerste belangende, zo zyn eigenlyk de schrikkelyk groote en rondsom zo wel, als over al tusschen de koste lyk Notebomen, staande beschermers of zo genaamde schutbomen, de voornaamste oorzaak van den succes sive verval, die zo baarblykelyk de overhand genomen en zig in de hoogte zowel, als breede uitgestrekt hadden dat op de meeste plaatsen de Note boomen daar van als over dekt waren en geleykerwys) de uitgespreide zware tacken van die schrickelyk groote boomen waren, streckten zigde wortels) ook in de aarde uit, en deeden allo haar uiterst devoir om alle beste sappen der Note boomen wegtenemen, zo dat ze meest zeer lang schraal en mager opschoten, te meer om dat de Notebomen 1778 geweest. by den vreeselyken orcaan van zyn de voornaamste ruin van alles overhand neemen, want die alleen Ik ben Circa Agt Jaaren een der eerste Minis ters of hoofdadministrateur alhier geweest, ben hier gekomen zonder schuld, met ruim veertig ouden slaaven en andere huiselyke Benodigdheeden na rato, hebbe in alle op zigten steeds de uitterste menagie betragt, Ia zelfs beneeden, myne qualiteit geleeft, en egter nog omtrend vyf duisend rd„s ten agteren geteerd hoe zal het dan gaan met eenen die zynen volkomen staat voornamelyk na den teegenwoordigen trant ala Mode! houden wil 2/6 8

NL-HaNA_1.04.02_3676_0066 view scan ↗

English

in themselves also planted much too close to one another, or rather, as I believe, merely having sprouted at random, which consequently could also produce only very few, and moreover only meager fruits. With the falling over of such a considerably large old Canary or other wild tree, whether by a heavy squall or for other reasons, one has repeatedly had to learn that it had struck down at the same time 10, 20, and even 51 nutmeg trees, without anyone having thought of, or rather having been incapable of, clearing the land of those bulky protectors, as one could not well fell them without notoriously taking down a quantity of the surrounding nutmeg trees with them; but the Lord God, who surely does everything for the best, and often directs the heaviest punishments toward a good end, incomprehensible to us, caused in this regard on the terrible 2 April in the year 1778 a general extirpation, and then gave to the land, which had been exhausted for a long time by those dense, mostly wild plantations, some rest again, in order to be able to recover anew and render itself capable of bringing forth good, wholesome fruits once more. First remark on this. A plant or tree, it seems to me under correction of a better opinion, must be preserved and maintained by the four elements just as well as a human being or other animal that has any life, and the nutmeg trees were, before the hurricane, indeed even now in some places that were spared then, deprived of almost everything: The earth, or at least the principal saps from it, which must provide nourishment. The water, and indeed the best or dew water, which ought to promote the most growth. The air, one of the very most necessary requirements, because they were enclosed entirely both from above and all around, whereby, especially in an enduring period of stagnant heat, such as in the year just passed, they had to suffocate, languish, and die off. The fire, or warmth, especially the most necessary from the all-cherishing sun, and also that from the earth, since the emanations in entirely enclosed places cannot possibly penetrate as well as in those that have some air. Second 67 46 Second remark. A pasture that can properly sustain one hundred sheep and twenty oxen continuously, and thus in case of need also twenty oxen more, is by no means capable of supporting five hundred sheep and one hundred oxen, or else they would soon successively grow lean and die off, except for the strongest, which had always driven the weaker ones away from the pasture; and so it has also gone successively with the nutmeg plantations: the strong wild trees have remained the master. Third remark. One could conveniently guess that at least fifty parts by weight of wild wood existed before the hurricane against one part of nutmeg wood, roots, and leaves, all included; ergo, if the nourishment was then distributed in proportion to that calculation, then fifty portions must have gone to the wild and other fruit trees of their kind, and to the nutmeg tree only one portion; oh, had they then been allowed to enjoy but one tenth, how much must this have made a difference for the better in the deliveries. Many of the fruits were also often lost, especially in rainy weather, because most plantations are very irregular, and furthermore intersected with heavy, almost inaccessible narrow deep valleys, where it was not possible for the slaves to keep everything clean; nor could one in this regard very often check on their proceedings, but was forced to rely on the reports that they made thereof to their master and the respective perkeniers, few of whom seldom even enter the forest. Fifth remark. Likewise, through those irregular plantations and the widespread scattering, many nuts were gathered before their complete ripeness, because if the perkenier did not wish to lose the greatest part of them, climbing had to take place as soon as a portion became ripe; for from the ripest ones the husk opens by itself, they fall off into hollows or valleys and thus are lost, besides those that the birds, called here walver, a kind of large wild pigeon, take away upon the heights as soon as the husk bursts open. Yet if the plantations were situated regularly on even ground, and were not so intersown with wildernesses, one would have to do nothing else than keep the ground clean beneath them, and merely pick up the falling ripe nuts daily and bring them home; whereas, on the contrary, by climbing, especially on the thin, tall, smooth trees, many break their necks, and also the best young fruit and the small branches are broken and trampled. Fourth remark Sixth

Dutch transcription

op zig zelfs ook veel te digte by den anderen aangeplant, of wel eerder zo 't meen maar zo in de wilde opgekomen waren, die dan derhalven ook maar zeer weinige, en dat nog maar Mlager vrugten konden geeven. By het omvallen van zo een Considerabele groote oude Canary op andere wilde boom, 't zy door een zwaare rukwind of om andere redenen, heeft men telkens moeten vernemen, dat die teffens 10: 20: en ook wel 51 Notebomen mede ter nedergeslagen had, zonder dat men is bedagt, of wel eerder onvermogens geweest, die ruimer beschermers 't land te doen ruimen, alzo geen niet wel ter neder gevelt, of hy moeste notoir een party van de omherstaande Notebomen mede neemen, maar Godt de Heere die zeker alles ten besten doet, en dik wils de zwaarste strafgerigten ook tot een goed (:voor ons onbegrypelijk:) einde laat strecken, deed hier omtrend op de verschrikkelyke 2 April in 't Iaar 1778 een Generale Extirpatie, en gaf toen het door langen tijd van die digte meest wilde plantagies uit gemergelde land, weeder eenige rust, om zig op 't nieuw te kunnen verhalen, en bequaam te maken tot 't weeder voortbrengen van goeden deugdzaame vrugten Eerste aanmerkings hier op Een plant of boomdunkt my onder Correctie van beter gevoelen dient zo wel van de vier Clementen geconser veerd en onderhouden te worden als een mensch of ander dier dat eenig leeven heeft en den Noteboomen is voor den Orcaan (:Ia zelfs nu nog op sommige plaatsen die toen verschoont zyn:) meest alles ontnomen De aarde, of ten minsten de voornaamste zappen daar uit, die voedsel moeten by brengen Het Waater, en wel het beste of dauw water, die de meeste groeij diend te bevorderen. De Lucht een van de aller noodzakelykste vereischtens, door dien zo wel van boven als rondsom ten eenemalen beslooten, waar door voornamelyk in een aanhoudende stelle hitte tyd, zo als in het even gepasseerde Jaar moesten versticken verflauwen en versterven Het Vuur, of warmte, voornamelyk de noodzake lykste, van de alles koesterende zon, en ook dat uit de aarde, vermits de uitwasseningen of ten Eenema len beslooten plaatsen, onmoge lyk zo wel kunnen doordrin„ gen, als op zulke die eenige Lucht hebben Tweede 67 46 Tweede aanmerking. Een waaijland, dat ordentelijk hondert schaapen en twintigh Ossen bij aanhoudentheid kan voeten en dus noods ook nog Twintig ossen meer, is onmogelijk in staat, vyff hondert schaapen en hondert ossen te onderhouden, off ze zouden eerlang succersive verma„ geren en uijtsterven, op de sterkste na, die de swakke„ re Althoos van de waaij verstooten hadden; En soo is het met de note Plantagies ook successive gegaan, de sterke wilde boomen zijn Baas, gesbleeven. Derde aanmerking. Men zou gevoeglijk konnen gissen ten minsten vijfftig delen zwaarte aan wilthout voor de orcaan in weesen is geweest, teegens een deel noten zout, wortelen en bladeren alles 'er onder begreepen; Ergo als dan het voedsel na rato van die Caculatie uytgedeelt is, zo zoude voor de wilde en andere Vrugt Boomen in zoort vijfftig Portien hebben moeten komen, en voor de Noteboom maar een Porties, O. ' hadden ze dan nog maar Een Tienden mogen genieten hoe veel zoude dit in de Leveranties ten goeden hebben moeten verschillen. veele van de vrugten zijn ook dikwils voornamentlijk bij reegen weer verlooren geraakt door dien de meeste Plantagies zeer irregulier, en nog met swaare bijkans ontoegangelijk smalle diepe valeijen door sneeden zijn„ al waar het voor de slaven niet mogelijk was alles schoon te houden, ook men hier omtrent seer zelden hun gangen naagaan, maar waare genoodsaakt zig te verlaaten op hunne berichten, die zij daar van aan hun Lijffheer en de respective Perkeniers /: waar van er weenige zelden selvs in 't bosch komen:/ gedaan hebben. Vijfde Aanmerking Even eens zijn door die irreguliere Plantagies, en alomme verspriing, veel Noten voor hun volkomen rijpheid, en inge„ „zamelt, alzoo wilde den Perkenier het grooste gedeelte niet daar van verliesen, zoo moeste maar wanneer Een Parthij rijp wierden geklommen worden, want de rijpste springt de bolster van selvs open, vallen aff, in rompen off valeijen en gaan dus verlooren, buijten de geene die de vogels /: alhier walver genoemd :/ een zoort van groote wilde duijven, zoo„ dra de Bolster openbarst. op de roogtens wegneemen Edogh de Plantagies regulier op de even te plaatsen, en zoo niet met wildernissen door saaijt waaren, zoude men anders niet be„ hoeven te doen, als de grond daar onder schoon te houden, en de affvallende rijpe Nooten daagelijks maar op te raapen, en t huijs te brengen, daar in tegendeel bij 't klimmen voornamentlij„ op de Schraale Lange gladde Boomen, veel den hals breeken en ook de beste Ionge vrug en de Takjes gebrooken en vertre„ den worden. Vierde Aanmerking Sesde -

NL-HaNA_1.04.02_3676_0068 view scan ↗

English

Sixth Remark if everyone attends to their bounden duty, only the blessing of God depends on it. Due to the said irregular plantations under large wild trees, and also much too close to one another, many have thus also fallen off prematurely and only half ripe, because these trees have grown up weak and sickly, which must make the trees as well as the fruits diseased and barren, to which the primary infection and great loss must each time principally be ascribed. This now appears to have been sufficiently demonstrated to be the first and principal reason for the gradual decline, to which the hurricane of 2 April 1778, the most severe ever recorded in writing, dealt almost the final deathblow, not to speak much further of the overturning of many consecutively by the gigantic sheltering trees. I thought, however, two years ago, to have discovered an incomparable method, to demonstrate how the unfallen nutmeg trees might nevertheless still be preserved: by cutting them off at the root and covering them again with earth, whereupon usually a finer sort of sapling, of which there ought to be only one from each root, quickly grows green again due to the many saps which such a small tree draws from the large one. But here one may well say with the Holy Psalmist, unless the Lord builds the house, they labor in vain that build it. Thus the Lord, perhaps for the further chastisement of the country, visited us in the past year with a heat and drought of six months' duration, virtually never before experienced, and also the eastern or rainy monsoon here, primarily in the months of June, July, and August, whereby a considerable loss was sustained according to reports, principally also on account of the mistaken management introduced for many years of shielding the trees too much from sunlight, whereby very many large fruit trees that still stood under the large shelter-trees and had as it were lost all good nourishing saps, became entirely powerless and died. Just so, and even worse, it went with so many young saplings, because the ground during planting was by no means prepared for proper prevention, and because most people, primarily on the accounts of the slaves, fully believed that no wild weed-trunks around them should be plucked out, since those supposedly provided coolness to the nutmeg trees, so that it could not possibly have happened otherwise than that the young nutmeg trees, after the extraction of all nourishing saps, absolutely had to die in the prolonged heat and drought, just as the weeds or wild growth around them also died shortly thereafter. I have already long beforehand prescribed some precautions, namely, when planting the young trees, to examine the ground and improve it somewhat with good soil around the little trunk, subsequently with some fallen leaves lying around, and then to cover it over again with some earth, and further to make a small fence of bamboo or also of stones around it; but very few have followed this, considering it novelties, or at least not according to the true intention. Most park-keepers are now also gradually beginning to accustom themselves to it, as they now see that others prosper by it. The chief forest-keeper was himself of the old concept, and so much in favor of those so-called shelter-trees that no one was to presume to clear one out of the way; but regarding the new plantation on the Company's land at Bejauw, principally down along the seashore, he nevertheless had to follow my will, which proved to be the preservation of almost all of them, and is now already a delight to behold. I also once convinced this man, while strolling down upon the said Honorable Company's land at Bejauw, of his completely mistaken notion, and that through his own works existing right there. I saw there, in a certain place on flat ground, circa fifty most lovely, fine fruitful nutmeg trees standing together, almost all full of the finest fruits. I then asked him, how did these fine trees come to be here? To which he briefly replied, well, I planted them here myself. Upon this I asked again, how does it come about that these have remained standing here virtually alone, while almost all the others were struck down by the hurricane? To which the answer was, well, around here stood no large shelter-trees that could overturn them. The third question comprised, what then stood previously on this place? To this he answered, it was an empty place, therefore I fetched some seedlings from up in the forest and planted them here. When I thereupon brought home to him that he had now indeed pronounced his own judgment, and that his concept concerning the conservation of the multitude of large shelter-trees and the planting of young trees beneath them was completely false, only then did he properly open his eyes and understand his error in this regard, showing, however, that this had been in imitation of old examples and orders; but now, having changed his opinion through conviction and experience, he is planting vigorously according to the new manner, and consequently one has the finest young trees on lower Bejauw. I think then to have demonstrated satisfactorily the principal reasons for the gradual decline; it is true that our neighbor, the burning mountain, has also been noted as one of the principal causes of the decline, yea, of which it was even feared that it might perhaps soon make an end to everything, and that one ought therefore to be anxious to establish nutmeg plantations in other places; but nevertheless Neira, which received most of the eruptions firsthand,

Dutch transcription

Sesde Aanmerking zo ieder zijn schuldige Pligt betragt, hangt Door gemelde irrequlier plantagies onder Groote wilde Boomen, en ook veel te dichte bij den anderen, zijn dus ook veel voor hun Tijd maar halff rijp affgevallen door dien te Boomen als swakke en kranken zijn, opgewassen, 't geen de boomen soo wel als de vrugten moeten ziek en mager maken, waar aan dan ook de voornaamsten infectie en groot verlies telkens voornamentlijk moet toegeschreeven warden. Dit loope nu genoeg aangetoond te zijn de eerste en voornaamste reden van den successive verval waar toe de schrifkelijk ooit beleefde oriaan van den 2=e April 1778. bij na de Laaste doodslagh toegebracht, zonder van het omslaan veler successive door de reusenachtige beschuttens veel meer spreeken. Ik meende egter voor twee Iaaren een onvergelijke zaak uijtgevonden te hebben, niet aan te thoonen, hoeda„ nig nogthans de ongeslane Noteboomen nog zoude kunnen behouden worden, door het affkappen bij de wortel, en met aarde weder te bedekken, wanneer meest een fraaijer zoort van boompjes /: dat uit ieder wortel maar een dient te zijn:/ spoedig weder opgroen „en, door de veele sappen die zoo een kleijn boompje uijt de groote trekt, maar hier mach men wel met den Heiligen Psalmist zeggen, den Heere het Land niet bouwd, dan Arbeiden vergeeffs, die daar aan Alzoo de Heere mogelyk om het Land nog meerder Castijding ons in den voorleeden Iaar hier heeft bezocht, met een genoegzaam nooit beleefde hitte en droogte, van ses maanden lang, en ook nog de Oostelijke off reegen, mousson alhier voornamentlijk in de maand Iuenij„ Iulij en Augustus, waar door men een Considerabel versies Luijd hud berigten gehad heeft, voornamentlijk mede ter zaake van de lange Iaaren ingevoerde verkeerde be„ „handeling, met de boomen al te veel voor zonnen Lucht te beschutten, waar door dan seer veele groote vruchtboom die onder de groote beschutters nog stonden, en alle goede voedsel geevende Sappen als verlooren hadden, ten Eenemaalen kragteloos geworden en gestorven zijn; Even eens en nog wel zoo slem is het gegaan met soo veel Ionge boompjes, door dien de grond geenzins bij 't planten. ter goede voorkoming is bequaam gemaakt, en om dat de meeste voornamentlijk op de relasen der slaven vol„ strekt geloofden dat daar om her geen wilde rompen moesten uijtgeplukt worden, vermits die aan de noteboom p. l koelte bij brachten, zoo dat het dan onmogelijk anders heeft kunnen weesen, als dat de noteboompjes na het uijtsuijgen van alle groeijbaare sappen absolut in de Lang aan„ houde hitte en droogte moeste sterven, gelijk het ontkruijt off rompen zelfs kort daar aan ook Bouwen. Ik heb al lange bevorens eenige precautien voorgeschree„ ven, namentlijk bij 't aanplanten der Ionge boompjes de grond te Examineeren, en eenigzints te verbeeten met goede aarde rontsom het stammettje vervolgens met eenige alleen de Zeegen van Godt aff¬ omher 68 „ - . 69 48 De meeste Perkeniers beginnen zig nu ook lang zaamer hand daar te gewennen; vermits zij nu zien, dat andere daar wel bij vaaren om herleggende afgevallen bladeren, en dan weder met eenige aarde daar over te bedekken, voorts een kleijn reinisje van bamboesen off ook wel van steenen daar om te maaken; maar seer weinige hebben dit /: als nieuwig heeden aan„ merkende :/ niet off ten minsten niet na de intentie op gevolgt; den opperboshwagter was zelffs van het oude consept, en zoodanig voor die zoogenaamde schutboomen dat zig maar niemand moeste onderstaan eenen uijt den weg te ruijmen, maar hij moest echter omtrent de nieuwe aanplanting op 's Comp:s Bejauw voornamentlijk be„ needen aan het Zeestrand, mijn wille opvolgen, 't geen het behoud van meest alle geweest is, en nu al een vermaak om aan te zien. Jk overtuijge dien Man ook eens opgemelde s' E Comp:s Land Bejauw beneden kuijrende, van zijn gantsch ver„ keert begrip, en zulks met zijn eigen werken hier en be„ staande. Ik dagh daar op zeekeren plaats op een flakke grond Circa vijfftig allerliefste fraaije vrugt noteboomen bij den an„ deren staan, meest alle vol van de schoonste vruchten, Ik vroeg alsthoen aan hem, hoe zijn toch die, schoone Boomen hier gekomen? daar op hij kortelijk antwoorde, wel die hebbe ik selve hier aangephant. Hier op vroeg ik weeder hoe komt dat die genoeg zaam hier alleen zijn blijven staan, terwijl meest alle andere door den Orsaan ter neder geslaagen zijn? waarop het ant„ woord was, wel hier omtrent stond geen groote schut„ boomen die ze kan omverslaan. De derde vraag behelstEde, wat stond dan bevoorens op deeze plaats. hier op antwoord hij het was een leege plaats derhalven heb ik eenige plantjes boven uijt het bosch gehaald, te en hier aangeplant. wanneer ik hem hier op te gemoedt voerde dat hij nu im„ mers zijn eigen vonnis gevelt, en dat zijn begrip weegen & Conserveeren der meenigte groote schutboomen; en het aan„ planten van Jonge boompjes onder deselve, ten eenemaake valsch was, toen begon hij eerst de oogen ter deeg te oopenen en te begrijpen zijn dwaling hier omtrent, ver„ thoonend egter dat zulks in navolging van oude Ex„ empelen, en ordres waare geweest; maar nu door overtuij„ ging en ondervinding van gevaelen verandert zijnde, laat hij frisch na de nieuwe manier voort planten, en men heeft derhalven de fraaijste Ionge boomen op Bejauw beneden: Ik denke dan hier mede de voornaamste reedenen van den successive verval ten genoegen te hebben aangetoond, wel is waar onse nabuur den branden„ de Bergh, is meede als een van de voornaamste oor„ zaaken van den verval aangemerkt, Ia van welke men zelffs vreesde dat die mogelijk wel haast een uijt„ eijnde met alles zoude maaken, en derhalven diende. bezorgt te zijn Noote Plantagies op andere plaatsen aan te leggen; maar nochtans heeft Neira die de meeste uytperselen uyt de Eerste hand heeft. gehad

NL-HaNA_1.04.02_3676_0070 view scan ↗

English

This is to be wished and hoped may never happen in either Government. had, produced the most and best spices from this small area. The opposite side or mainland coast was less inconvenienced by this, and yet in proportion to its extent yielded considerably fewer and also leaner spices. Pulo Ay, being far off, was entirely spared, but yielded spices mainly of the smallest and leanest sort. I think on the contrary, subject to correction by wiser opinions, that this hateful fire mountain actually does us more good than harm, especially as long as it maintains a good opening at the top, where the sulfurous vapors, which press in from all sides, God knows how far, from the subterranean and submarine abysses, must discharge themselves, and consequently frees us from heavy and all-destroying earthquakes since the subterranean winds likewise seek an outlet there together. I further think that our neighboring islands of Amboina have considerably more to fear in this regard, since they are so very subject to heavy earthquakes, and the hot springs here and there and breaking sulfur vapors clearly show that it must be full of subterranean fire in many places there; which might yet at some time or another, which may Jehovah God however most graciously please prevent, break out with great violence. Furthermore, it has even made the land more fertile in some places, especially at its foot, where by way of trial I had some nutmeg plants planted on my land, which I had fetched from Pulo Ay; and which thrive there very well, although they nevertheless stand sufficiently in the open air. I did this primarily to demonstrate that the assertion that when one takes some saplings from the mountains and transplants them below, they would immediately suffer shock, pine away, and die, was merely a slavish superstition, and primarily because they like to be free of work and thus at most merely throw the nuts down here and there or stick them next to a wild tree, and henceforth never look after them again. The coarse sand is also precious when mixed with the yellow clay soil, which in dry times becomes as hard as a stone and in heavy rain is virtually watertight, at least preventing the penetration of water downward, especially when some fallen leaves from surrounding trees are added underneath, which then produces a fine, pleasant, rich, and very serviceable soil for plants. Besides this, it has also provided us with a considerable quantity of stones, the lack of which previously caused great embarrassment both for masonry work and for the ballasting of ships.

Dutch transcription

Dit is te wenschen en te hoopen dat nooit ge„ „ beuren mach op beide Gouvernementen. gehad, de meeste en beste specerijen uijt dit klijn ter„ rain gelevert. De overzijde off vaste kust is minder hier van G'in„ commodeert geweest, en heeft dog na rato van 't bestek en vrij minder en ook mager der specerijen. uyt levert. PL=o Hy als veraffleggende, is geheel bevrijd geweest. doch de specerijen voornamentlijk van de kleijnsteen magerste zoort gelevert. Ik denk daar en teegen (:onder Correctie van wijsere gevoelen:/ dat ons dien hatelijke vuurburg in der dat meer goed als quaad doet, voornamentlijk soolang een goede opening van boven houdt, alwaar zig de Swaavel achtige dampen, die uijt de onderaardssche en onder zeesche kolken, van alle kanten, God weet. hoe verre aandringen, moeten ontlasten, en ons derhal„ ven vermits de onderaardsche winden van het ge„ lijke saamen aldaar uijtgang zoeken van swaare en al vernielende aardbeevingen bevrijdt; Ik denke wijders dat onse nabuurige Eilanden van Amboing hier omtrent vrij meer te vreesen hebben, vermits wel soo reel aan swaare aardbevingen onderhevig zijn, ende hier en daar zijnde hetewateren en uytbreekende swavel„ dampen duijdelijk aanthoonen dat het daar op veele plaatsen vol onderaardsch vuur moet zijn; dat nog wel d' een off d'ander tijd /:'t geene Jehova Godt echter genadigst gelieve te verhoeden:/ met een groot geweld zoude kunnen voorts heeft hij het Land op sommige plaatsen selvs vruchtbaarder gemaakt, voornamentlijk aan sijn voet; alwaar ik mijn land ter preuve eenige noote plantjes heb laaten aanplanten, die van p=lo aij had laaten haalen; en die aldaar heel wel voortkomen hoe wel nochtans genoegzaam in de vrije lusht staan; dit heb ik voornamentlijk gedaan om aan te-thoonen hoe het voorgeeven; dat wanneer men eenige boompjes uyt het gebergte haald, en beneden verplanten, die aanstonds zoude schrikken, treuren, en sterven, maar een slaafse suberstie, was, en voornament„ lijk om dat ze gaarne vrij van werken dus op zijn hoogst hier en daar de noten maar nedersmijten off naast een wilde boom steeken, en voorts daar nooit meer omme zien. Het grove sant is ook kostelijk wanneer met de Geele Kleij aarde die bij drooge tijd zoo hardt als een Heer wordt, en bij swaare reegen genoegzaam water dicht is althoos het door dringen van water naar beneden belet„ word vermengt, voornamentlijk als eenige affgevallen blaaden van omherstaande Boomen en onderge„ daan worden 't geen dan een schoone Lustige vette en seer dienelijke aarde voorplanten geeftt: Buyten dien heeft hij ons ook voorzien van een Con siderable quantiteijt steenen, waarom met haast zoo tot de metzelwerken als het ballasten der scheepen zeer verleegen was. uytbreeken- En 70 „

NL-HaNA_1.04.02_3676_0071 view scan ↗

English

50 Requested advice of ten of the principal Park-Keepers hereupon, with the Resolution regarding this taken by the Council on the 26th of July 1784. Firstly from those on Neira Article 1. If one wishes to establish a new plantation, one must select a good piece of land for that purpose; the more overgrown with wild trees, the better. 2. One must chop down all those wild trees and, after the same have become dry, burn them; this provides a precious, rich, and arable soil. 3. Immediately after the burning, one should plant therein djagoe or Turkish wheat, and other vegetables, not too close to each other so that the soil is not too much impoverished. 4. And subsequently along a stretched line, or by good eye measure, plant in between, likewise not too close to each other, pisang bushes and other young fruit trees to serve as a cool shade for the nutmeg trees to be planted, especially during severe heat. 5. After the djagoe have grown old and are broken off, the ground between the aforementioned planted trees should again be well cleared, and all stumps burned. 6. This one can do at all times, and then leave the holes lying open so long until there is suitable weather to plant the nutmeg trees. 7. Then one can again stretch a line, or dig holes between the said trees if they stand regular and straight, of about one fathom in circumference, three feet deep, and at least fifteen to sixteen feet from each other. 8. For this purpose it is best to employ those of two, three, to four feet high, although with good treatment those of six. I, the undersigned Park-Keeper of the spice park Batoemengaijl on Neira, overseeing almost everything daily in my plantation myself, must testify for my part that the articles mentioned to the side are all completely good, and could never be proposed better by the oldest park-keepers, according to which anyone might well regulate himself: Nevertheless, all applied effort and care is in vain when God wishes to visit us, principally in severe and long-lasting heat and drought such as we have now experienced two years one after the other. To this I must further add that most slaves of the park-keepers would have to run away or die off if one only assigned them to that and did not permit them to make a small vegetable garden for themselves and their masters, or to seek a small fish, as their allowance with most is far too small; for in case of necessity or heavy work, one must pay a staff or other poor people six stuivers each per day, besides their board, which for all park slaves, if they had to be hired, would amount to fully sixty thousand rd per year, besides the necessary tools. If one now had to maintain and replace them decently oneself, such would cost at the very least thirty thousand rd; but we, at least most of us, are completely unable to do that, and can contribute thereto at most only ten thousand rd on average, which is only about five rd per year for each head. This I must testify to be the principal points of declining decline. Was signed: M: Wentzel. What shall I, as a new Park-Keeper of about three years, say of this? Apa mauw bowat dikalu toean Allah tiada kassie oentoeng, or in Dutch: what shall one do if the Lord does not bless us; everyone knows, and Touwang Basaar lagie tauw, or it is also known to the Lord Governor, how much and how I have laboured on my land since I married the widow to whom that land belonged. Now I shall proceed to demonstrate briefly, distinctly, and clearly, article by article, according to my humble ability, all that which I think to be necessary for a culture desired in every respect, mostly according to my own observation and experience. And consequently, if one observes everything well, more good than harm is done in the park.

Dutch transcription

50 Afgevordderde adijsen van Thien der voornaamste Perke= „nier hier op, met de Resolutie hier omtrent bij den Raad ge= „noomen op den 26 Julij 1784. Eerstelijk van die op Neira Jk ondergeteekende Perquenier van het specerij perk Batoe= Moet men alle dat wilde geboomde omhouwen en na het mengaijlop Neira meest dagelijks zelfs alles in mijn planta= zelve droog geworden zijnde verbranden, dit geeft een kostelij= =gie over ziende, moet voor mijn aandeel betuigen dat de ter „ke vette en groeijbare aarde. zijde genoemde articulen alle volkomen wel zijn, en door de oud¬ „ste perqueniers ook nooijd beter voorgesteld zoude kunnen worden, waar na zig wel een ider Reguleeren mogt: Nogthans is alle aangewende moeijte en zorge vergeefsch, wanneer ons Goo bezoeken wil, voornamentlijk in swaare in Langduerige Hitte en droogte als wij nu twee Jaaren na den anderen ondevon„ =den hebben: Dit moet ik er achter nog bij zeggen dat de meeste En vervolgens na een gespannen lijn, of goed oog maat tus= slaaven van de perkeniers zouden mooten verloopen of uitsterven, schen in mede niet te digte bij den anderen planten pizang Jndien men dezelve daar toe alleen arnselte, en niet permitteerde struiken, en andere Jonge vrugtbomen om de te planten note een moestrijntje voor Hun en Hunne Heeren te maken, of een visje boompjes te dienen tot een fris lommertje, voornamelijk te zoeken alzoo hun tractement bij de meeste al te gering is; want bij sware hitte. bij noodzakelijkheijd of swaare werken, moet men een staaff of andere erme lieden voor ider sdaags ses stuijvers betalen, buijten Hun kost, Na dat de djagoe oud geworden en afgebroken zijn dient dat over alle peok slaaven, Jndiende moesten gehuurd worden 't Jaars de grond tusschen de vermelte aangeplante boompjes, weder bedraagen zoude, wel sestig duisent od: buijten de nodige gereedsdappen, wel gezuivert, en alle rompen verbrandt te worden. Jndien men se nu zelfs ordentlijk zoude moeten onderhouden en suppleeren, zoude zulks ten aller minsten kosten dertig duisent vijxd: dog dat kunnen wij /: ten minsten de meeste:/ volstrekt onmogelijk niet, en daar toe op zijn Hoogst alleen toebrengen Tien duisent 7d: door den anderen, dat voor ider kop maar circa vijf rd in 't Jaar is; Dit moet ik getuigen de voornaamste poincten van vernegaan: andere de draagheid te zijn : /: was geteekend:/ M: Wentzel. Wat zul ik alseen Nieuwe Berkenier van ontrent drie Jaaren Dit kan men doen ten allen tijde, en dan de gaten zo hier van zeggen, apa mauw bowat dikalu toean Allahtiada kas= lange open laten leggen, tot dat er dienlijk weer is om de sie oentoeng /: ofe in 't Needer duits:/ wat zel men doen als de Heere ons noteboompsjes te planten. niet zegent; een ieder woet en Touwang Basaar lagie tauw, of het is de Heer Gouverneur ook bekend; hoeveel, en hoedanig ik in mijn Als dan kan men weder een lijnspannen, of tusschen de gezegte boompjes, in dien ze regul regt staan gaten graven van circa een vaam in den omtrek drie voeten doeten diep en ten minsten vijftien â sestien voeten van den Hier toe is best te Emploijeren die van twee drie â vier Land g'arbeid heb, sedent ik de weduwe die dat Land behoorde ge=voeten hoog, hoe wel men bij een goede behandeling die van Jmmediaat na het verbranden dient man daar in te plan= ten djagoe of tunk se tarwe, en andere groentens, niet te digte bij den anderen op dat di aarde niet te veel uitgemergelt wordt. Art: 1. zo men een nieuwe plantjagie wil aanleggen, moet men een goed stukje land daar toe uijtkiesen hoe meer met wilde bomen bewassen hor beter. goedt dan quant gedaan. Nu zal ik dan overgaan om na mijn geringe vermoijen kont duidelijk en klaar articulatim aantethonen, alle 't geene denke meest na eigen waarneming en ondervinding en alle zints ge= wenschte culture nodig te zijn. En overzulks als men alles wel betragt in den baad meer trouwd ses. 2. 3. 4 5. 7. 8.

NL-HaNA_1.04.02_3676_0072 view scan ↗

English

married, I employed more than fifty of my slaves for this, of whom 16 have already died since that time, while my income from that land does not amount to two hundred rd:s; Apa mauw beking die kalluw perkenier baginie Rapa, ada baij kitta tiada mallas, boulij mantjarij sattu douwa duit dengan poukat, per toulong auwrang dingan Jkan was signed: J: Theodorus. regarding Lonthoir I work enough on my land, according to the instructions of our ruler, but what can one do against it when the old and young trees wither from the heavy drought; I thus fell ever further behind. — I tried to make it up with shipping, and thereby find a means of livelihood, but last year I lost two thousand Rd. on it, and my younger brother also felt the effects of that; my late father had money and sense, he prospered, but for that reason had to quit; the late Bouwer, a well-to-do man who was very frugal, saw just as well as my late father that he suffered losses from it, and for that reason also sold his park for much less than he had bought it for in Batavia, so that the old perkeniers could gain nothing from it, and I with my brother have also experienced that. However, I must still say that I am fortunate because the Lord Governor sometimes still rents some slaves from me and takes over my lime, otherwise I would have to suffer hunger. - But because I see daily that Bejauw raises the young trees better than when we proceed according to the old custom, I also follow that method with fences to make around them and to fill up with earth and dry leaves, and I understand that this is the most important of the proposed points was signed: R: Versteegh. Darie itu tempoe kappang kita ambel ini kobong per Juffouw Gilberts kita trada beventij Jaga tourout begimana souwang Besar soeroe dengan kitta saharij liat die Bejauw, kitta dapat soeka hatij, kappang tempoe kitta liat kobong itu, maar dikallu papaaa tankat djuwal sama goram kitta toubos den per 150: raal die mana kita mentjarij itu koepang sampie sakwrang bolong baijar; kitta tjilakka die kalluw compag: nie tuwang basar soeka dengan kitta poenja pakathan; begimana miskin kita ada sampe kita miste pigie dengen doewa boeda die laut tjanijekan per kitta dengan binie makan komedien may well say: How can a perkenier subsist in this way; it is good that I am diligent in fishing, in order thereby to earn a penny, and can accommodate the community with it. Art. 9. six to eight feet can also be transplanted in such a manner; since one does not need to proceed according to the age of years, but according to the good growth, because a well-cultivated small plant of 2 to 3 years is often much stronger and larger than a poorly planted or maintained one of 5 to 6 years. Art: 10. One must take care that during transplanting, attention is paid to the soil, so that it is not worse, but rather better, and to that end one must assist; for clay soil alone is no good, because it absorbs little moisture, and the rainwater immediately runs over it, but in severe heat it becomes as hard as a stone, whereby the small plants must bend; sandy soil alone is also no good; since the rainwater immediately sinks through it, and in severe heat becomes burning hot, whereby the young trees must wither and burn. Art: 11: Therefore one must try to mix the one and the other as much as possible, and above all not forget all kinds of vegetables; mainly fallen dry leaves from the surrounding trees, which are mostly available in abundance everywhere. Art: 12. One should take care that the young plants are each enclosed with a small fence of bamboo or wild wood, so that they cannot be trampled down or damaged by any animal; also, not too much tossed about and thus their roots loosened by heavy winds. Art: 13. But if one has no plants in stock, one must plant good seeds from old, sturdy trees; in an expressly prepared nursery garden, which also must not be obstructed too much by large surrounding trees, in order to accustom the small plants to the air from an early stage, serving however also to have some shade against heavy heat, but not too much. Art: 14. It is a very necessary article, even around the large fruit trees, to lay stones about two feet from the trunk, half a foot to one foot in height, and in between these to cover with the aforementioned vegetables and earth that is at hand, whereby the roots around the trunk are covered and preserved, which now mostly lie bare, especially on somewhat sloping grounds, because the heavy rains indeed wash away the best soil with them.

Dutch transcription

„trouwd hebbe, ik heb meer als sijftig van mijne slaaven daar toe ses â agt voeten ook wel zodanig kan verplanten; alzo men„ g'emploijeerd, waar van al sedert dien tijd 16 gestorven zijn niet behoeft te werk te gaan na den ouderdom van Jaren, daar mijn Jnkomsten uit dat land geen twee hondert rd:s bedragen; Apa mauw beking die kalluw perkenier baginie plantje van 2 â 3 Jaren dikwils veel steriger en groter is, Rapa, ada baij kitta tiada mallas, boulij mantjarij sattu dou= als een slegt geplante of onderhoudene van 5 â 6 Jaaren. :wa duit dengan poukat, per toulong auwrang dingan Jkan /: dit /:was geteekend:/ J: Theodorus. wegens Lonthoir Jk arbeide genoeg in mijn land, op de aanwijsing van onsze gebieder, maar wat zal men 'er teegen doen, als de oude en Moet men zorge dragen dat bij het verplanten, op de grond Jonge Boomen door de swaare Witte verdorren; Jk raakte dusda= gelet wordt, dat die niet slegter, maar wel beter is, en daar toe moet =nigimmer meer ten agteren. — Jk heb het zoekint met de vaart men mede werken; want klijgrond deugt alleen niet, om dat op te haalen, en daar door een middel van Bestaan te vinden, die wijnig vogten aanzig trekt, en het regen water aanstonds maar ik heb voorleeden Jaar daar twee duisent Ed. bij verlooren, en mijn over henen loopt, doch bij zware hitte zo hard als een steen Jonge brover heeft daar ook gevoel van, mijn vader zaliger hadr geld, en ver„ werdt, waar door de plantjes verboogen moeten, zand goond stand, die vaart wel, maar moest om die reden uijtschijden, Bouwer zaliger deugt ook alleen niet; vermits het regen water aanstonds door„ een welbemiddeld man die zeer zuijnig was, zag zoor wel als mijn vader henen zakt, en bij zware hitte brandent heeft wordt, waar zaliger dat hij er schader bij had, verkogt om die Reeden ook zijn Buink door de Jonge boompjes moeten verdrogen en verbranden voor nog veel minder als hij die gekogt hadde op Batavia, zo dat de oude perkeniers daart niets bij hebben kunnen winnen, en ik met mijn Derhalven moet men het een en ander zo veel mogelijk Broen dat ook ondervonden hebbe Echter moet ik doch nog zeggen, dat tragten te mengen, en voor al daar bij niet vergeten allerhande ik gelukkigben om dat de Heer Gouverneur, somtijds nog wat slaa= soorten van vergatablien; voornamelijk afgevallen droge bladeren ven van mijn Huurd, en mijn kalk overneemt, anders moest ik Hn: van de omderstaande bomen, die meest overal in abondantie „ger lieden. - maar om dat ik dagelijks sie dat Bejauw beter de in voorraad zijn. Jonge Boomen op brengd, als wij die na de oude gewoonte te denk gaan, zo volg ik die manier ook met paggers om dezelve te maaken Dient men te zorgen dat de Jonge plantjes ider met een en op te vullen met aarde en drooge bladeren, en ik begrijp dat klein bamboese of wildhoute paggertje ommantelt zijn, dat dit het voornaamste is van de voorgestelde poincten /:was getee=ze door geen dier nedergetrapt of beschadigt kunnen worden; kend:/ R: Versteegh. ook, niet te veel geens en het geslingart en dus wortel los gemaakt, Darie itu tempoe kappang kita ambel ini kobong per Juffouw door zware winden. Gilberts kita trada beventij Jaga tourout begimana souwang Besar soeroe dengan kitta saharij liat die Bejauw, kitta dapat soeka hatij, kappang tempoe kitta liat kobong itu, maar dikallu papaaa tankat djuwal sama goram kitta toubos den per 150: raal die mana kita mentjarij itu koepang sampie sakwrang bolong baijar; kitta tjilakka die kalluw compag: die laut tjanijekan per kitta dengan binie makan komedien door de wortels omtrent den stam bedokt, en geconserveert maar naar den goeden wasdom, dewijl een wel gecultiveert met grote omherstaande bomen belemment moet zijn, om die plantjes van Jonge op aan de lucht te gewennen, dienende eg= ter ook eenige lommer tegen zware hitte te hebben, maar niet te wel zeggen:/ Hoedanig kan een perkenier op deeze wij ze bestaan Maar zo men geen plantjes in voorraad heeft, moet 't is goed dat ik naarstig in 't visschen ben, om daar door een men goede pitten van oude stevige boomen aanplanten; in stuiven te winnen, en de gemeente daar meede kangerieven een expres vervaardigt queek tuijntje, dat ook niet te veel veel Is het een zeer nodig articul ook zelfs om de grote vrugt bo= :men steenen circa twee voeten van de stam af, een halff 6 worden, die nu meest bloot leggen voornamelijk op eenig sints schuins afhangende gronden, door de zware regen immers de beste aarde met zig welf sleept. tuwang basar soeka dengan kitta poenja pakathan; begimana â een voet hoogte leggen, en daar tusschen in van voormelte miskin kita ada sampe kita miste pigie dengen doewa boeda vegatablien bedekt met aarde, die 'er bij derhand is, waar nie Art: 14. Art. 9. 10. 11: 12. 13.

NL-HaNA_1.04.02_3676_0073 view scan ↗

English

52 not they do not give food to the slave children, and having given birth they cannot work, and I am in no condition to buy replacement servants if they die, because this year two died, all of that is a loss, but that which I work until this land becomes good [illegible] which is actually to say: since I took over the land of the widow Gilberts, I have worked without interruption according to the instructions of the Lord Governor, in such manner as was done on Bojauw; about which I myself was pleased; however, I languish in the greatest poverty; on an occasion when I was immediately out fishing with a small prahu, I was captured by the Papuans and carried off to Goram, who then ransomed me for 150 rixdollars, which I still owe; and I would be lost if the Honorable Company did not give food to my slaves; newborn children, however, cannot work immediately, and I have no means to buy others; for in this year two of them have died; nevertheless, I promise to work as long as it takes until my land is in good order again. Signed: A:s Gilbertsz. Concerning Pulau Ai. with my wife in the forest I oversee everything well, sit myself under a small tree to dispel the melancholy, and take a drink of sagoweer, as water is scarce on Pulau Ai during the dry season, while my wife prepares some sayur with fried fish, if that is to be had, and that tastes just as good to us as delicacies; but when we become sickly, we also get a craving for something better. As for seafaring, I shall certainly stay away from it; my predecessor Bosman drowned with the best slaves in the vessel while fetching water from Neira to Pulau Ai, and others go completely bankrupt by it; therefore I think: shoemaker, stick to your last, the farmer or husbandman to the land, and the seaman to the sea. Indeed, 30 and 40 years ago there were sometimes some planters among the perkeniers who knew well that it was more profitable to be able to sell a last of nutmegs for more than two thousand Reals, if one only knew how to obtain for oneself in Batavia a letter of marque or whatever they call it, to [illegible] the pirates and rovers at sea. I could well charge 5 rixdollars for each trip, but then I would lose 46 7/8 rixdollars from the Company, just like among others a clever fellow in the year 1747, who through his cunning talk. The indicated points are well and good, but what shall one do if everything goes to ruin again; I cannot send an orembai to Neira every day for water to water the plants, for then I [illegible] Article 14. If the trees shoot up too high and slender, they must be topped or lowered at a convenient opportunity, in order thereby to make them sturdier and to cause the branches to sprout better to the sides, whereby they can then better withstand the wind and heavy heat, and also give more and better fruits. 15. If any large nutmeg trees blow over in heavy stormy winds or are knocked down by their large so-called shade trees, one must immediately chop off the trunk at the root and cover it thoroughly again with earth; whereupon in most cases new shoots will emerge again, of which one must let only the best stand, and which will then, through the heavy pressure of the sap from the large root, be capable of bearing good fruits again within three to four years. 16. Thus it were greatly to be wished that all those terribly large shade trees left over from the hurricane in 1778 were completely gone from the nutmeg plantations; however, since at present virtually nothing more can be done about it except with extraordinary great trouble, and even then with damage to many old nutmeg trees standing beneath them, one will have to let them stand for the time being, unless there are very few or no spice trees around them. 17. When any trees begin to die or spoil from above due to one or another disease or suffered injury, and it eats further into it, which mostly runs all the way down, one must immediately remove the withered end down to the fresh wood, if one does not wish to lose the entire tree, as it has been infected and continues to spread.

Dutch transcription

52 nie tiada kassie makan boeda anak: serta beranak tiada boulij kerdja, en kitta traba staat perblie lasker gantij, dikalu mattij„ Js hat aan zaar nodog articul ook zalfs ovr de goote vrrgt kerna inij tauwn matij 2 kapala itu samoa Rugij maar auki de stoeren lv twee waten vorde stan of een halff aaa „ta jange kitta kerdja sampe boulie initanna djadie baijek oet hoogte leggen, en daar tusschen in van vervelte repa= /:dat eigentlijk zeggen wil:/ seedert ik het land van de weduwe tb de,bij d is, vn hun de Gilberts overgenoomen heb, heb ik zonder Jntermisse gearbeid na da„ aatels otrant den ten belakt, en grammerant wanden, die aanwijzing van den Heer gouverneur, in diervoegen als op Bojauw na mant blont leggen, welijk op aengts schuim ofhan gedaan is; waar over ik zelfs verblijd geweest; egter verzeer ik in de gerd granden bunn de Zears rigen ainen de laato vande grootste armoed; ben tergelegentheit met een pracumtje aanstoand: not zig welf Maijsut. uit visschen was, door de papoe=ers gevangen: naar Gorangevoert, die mij voor rd:s 150: als toen hebben ingelost, dat ik nog schuldig Jndien de bomen al te hoogen en schraal op schieten moeten dezel= „ben; en ik zoude verloren zijn, zo d'EComp:e geen kostaan mijn ve ter bequame gelegentijd getopt dan wel verbaagt, om ze slaven gaf; Jong geboren kinderen kunnen egter niet aan= daar door steviger te doen worden en de tacken bater ter stonds werken, en ik heb geen vermogen om andere te koopin; zijde te doen uijtspruijten waar door ze dan de wind en want in dit Jaar zijn er twee overleden; egter belove ik zolan: zware hitte beter tegen kunnen staatts en ook meerder ge te zullen werken tot dat mijn Land weder in staat is /:was en beter vauigten geven: getekend:/ A:s Gilbertsz: Wegens Plo Aij. met mijn vrouwtje in het Bosch zie alles wel over, zitte mij om de broefgeestigheid te verbrijven onder een bomptje, en doe een dronkje Zaguweer alzo het waater in de drooge tijd op p:lo zo eenige grote notin boomen bij zwaare nik winden aij raar is, ter wijl mijn vrouw wat saaijer, met een gebak: om verwaaijen of door haare grote zogenaamde beschuitters. „ken visse klaar maakt, als dat te krijgen is, en dat smaakt ter neder geslagen worden dient men aanstonds de staan ins zoo goed,„e als mancepijen; maar als wij ziekelijk worden; bij de wortel aftekappen, en ter deege weder met aarde krijgen wij ook wel trek tot iets dat beeter is. . te bedieken; wanneer meest weder nieuwe schuuiten zullen De vaart daar zal ik wel van afblijven, mijn voorgangen uijt voortkomen, waar van men de beste eenlijk moet Bosman, is bij 't waater haalen van Neira naar p=l aij in 't vaaten laaten staan, en welke als dan door de zware aandrang met de beste slaaven versoopen en anidere gaan daar bij heel der zappen uit de groote wortel in staat zal zijn, bin= en al Bankroot, daar om denk ik schoenmaker houdje bij =nen drie a vier Jaren weder goede vrugten te dragen. jou leist, de boer of landman, bij het laard, en zeeman bij de zee: ja daar zijn wel voor 30 en 40 Jaaren somtijds eenige plantjes onder de perkeniers geweest, die wel wisten dat het voordeeliger uit kwaam een last Nooten te kunnen verkoopen voor meer dan twee duisend Reaalen als maar zelfs op Batavia wist te verkrijgen een papier van letter mank of hoe men dat noemt, om de Roovers en swervers in zee ik wel voor ider togtje 5 rd:s reekenen, maar dangaan ik voor die tijd: verliesen wil, alzo het aangestooken en 't inmer meer 46 7/8 rd:s van de Comp:e gelijk onder anderen eenen slim: te doen is, dan met extra groote moeite en dan nog „men knitke in 't Jaar 1747: die door zijn listig spreeken. met beschadiging van veele daar onderstaande oude Dus het zeer te wenschen ware; dat alle die nog van den orcaan in 1778 overgeschoten schrikkelijke groote schut= noten bomen, zo zal men die voor eerst moeten laten staan, ten ware ver wijnig of geen spicerijbomen daar bomen, uit de Note plantagies ten eenemaalen weg waren edog dewijl daar aan tegenwoordig genoegzaam niets meer wanneer eenige bomen van boven door de een of ander ziekte, of geleden ongemak, beginne te storven of verborven en meer in vreeten voortloopt. De aangeweesen poineten zijn goed en wel maar wat zal men doen /: dat meestgaande weg tot na beneden toeloopt :/ zo moet als alles weder kapot gaat; ik kan alle dagen geen annangbaij om men aanstonds, het verdorde Ent tot in het versche: water na Neera zinden, om de planten te begieten, want dantmach hout toe afnemen, in dien men de geheele boom niet omtrent. dat 17. 16. 1 15. 14. Art 14 „

next →