Inventory 3676
Japan · 816 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
best time for it was, but that clever fellow had agreed nothing as I have heard old people say on Batavia with a Portuguese to deliver to him on Great Timor a good quantity of spices around a certain time; so he then here on Lonthoir Boaaf, put some spices into his shallop, stepped into it with his wife and best slaves, set sail with his comrade without even informing the Governor with horns and trumpets; but was also casually murdered by his slaves on Great Simon; oh, God preserve me from this, however poor I may be, which must be sufficiently evident to your Right Honourable, having taken over the land shortly after the hurricane with 30 slaves of whom by now already 24 have passed away; in all that time that is 6 years I have not received so much spice, but had to contribute my own poor means to be able to buy some clothes for myself and my wife was signed Will: scheepen. Everything stated alongside here is good and can indeed be done; as far as my share is concerned, I also follow this strictly and shall always do so: But being in a state of poverty I am not able to replace the dying of the slaves, because through deaths the loss is too great; and [illegible] no livelihood is to be found for a perkenier; and I testify that if the Honourable Bernard had not offered me a helping hand with slaves, I would be obliged to let the land fall into ruin was signed J-s Boudewijnsz: on account of Waaijer to seek out, and to catch or to hang, if only he thought that they stood about to be able to strike down everything at once I say once again that one hundred well-planted trees; and well cultivated, with as much, indeed more and better fruits stand; and that such was already observed a hundred years ago, appears among other things from the writing of the Lord Commissioner Padbrugge L: M: to Their High Nobilities in the year 1688, since the said Noble Lord maintains therein that the island Pulo Ai on account of the stony ground etc. could well be excused and withdrawn, seeing that the high land and Naira, being well planted, would be able to deliver nutmeg and mace enough for the entire world. Although this at that time for various reasons did not go through, the Lord Directors nevertheless in a letter to Their High Nobilities of 13 November 1690 were pleased to recommend for the present to make no further plantations of nutmeg trees in Banda, so that in time one would also not become so overstocked with them, as with All the adjacent mentioned points are very good and can also be carried out, I also do my best in everything, but from the clove spices, from Ambon at that time my land I have no livelihood, must even buy canary oil for use, One must also take good care that in the new plantations only my profit is from a little lime that I burn the wild trees do not regain the upper hand, nor let them grow higher and which the Lord Governor takes from me, but this is not than the nutmeg trees themselves, in order to always sufficient to live on with my wife and children, therefore remain master of them, for having already completely taken the upper hand, I shall now refrain from collecting it, because otherwise there is not much more that can be done about it. I am in no way able to replace the dying slaves was signed J: M: Pietersz: Kita turut bagaimana mijn Heer wensel sudah kasi: Lastly: one must also take care that beneath the fruit-bearing nutmeg trees, especially those that have ripe fruits, mengerti, beta tarada berenti kendje didalam kobom begi- it is thoroughly kept clean of debris, mana orang basar suru; maar apa mau bikin kita so that no fruits are lost, for [illegible] Bugis par Bugis, kata pegang laskar punya maar parentah perdikurang sepuluh saudara dangan anak, dong lari lay out to buy those slaves, and now I must testify not being able to give than a thousand others that in the wild forests To now never or at least not for a long time have a shortage of trees and fruits, an individual plot of land ought to be laid out every year by each perkenier in the best and most level places and planted according to the Rule as described hereinbefore, and not continually scratched around blindly everywhere through the entire forest, when one would then with forty slaves be able to do just as much and more work; than now with a hundred who are scattered hither and thither, and thus are also mostly out of sight. month always. fell: Art: 18. 19. 20.
Dutch transcription
beste tijd daat toe was maar die slimme knaap hadde zig nieds /:zoo ik heb hooren seggen van oude menschen :/op Batavia afgesproo„ „ken met een portugees om hem teegen zeekertijd een goede panthij specerijen op groot Timor te zullen leveren; zoo heeft hij dan hier op Lonthoir Boaaf, wat specerijen in zijn chialoup gestopt„ is met zijn vrouw en beste slaven daar in overgestapt, daar meede met zijn Letter maak /:zonder eens den Gouverneur te kennen:/ met walthoorens en trompetten onder zijl gegaan; maar ook Los= selijk door zijn slaaven op Groot Simon vermoort; ock Godt bewaar„ mij toch hier voor, schoon nog zoo armoedig het welk uwelEdele Agtbare genoegsaam moet blijken, als hebbende het land kort na den orcaan overgenomen met 30: slaaven waar van nu reeds 24: overleeden zijn, ik heeb in al die tijd /: dat is 6 Jaaren:/ zo veel specarij niet ontfangen, maar mijn armoetje moeten toe= in staat te zijn eenige kleederen voor mij en mijn vrouw te kun= „nen koopen /:was geteekend:/ Will: scheepen. Alles wat hier nevens staat is goet kan ook wel gedaan werden; wat mijn aandeel betreft ik volg dit ook stiptelijk op en zal het ook altoos doen: Doch in den anmoedgen staat verseerende ben ik niet vermoogend om de sterven der slaaven te kunnen sup„ =pleeren, dewijl door sterfgevallen het verlies te groot is; en p:rl aij geen bestaan voor een perkenier te vinden is; en ik betuijge dat ingevalle de E: Bemard mij niet de behulp saame hand met =slaaven had gebooden, ik verpligt zoude zijn het land te moeten laaten vervallen /:was geteekend:/ J=s Boudewijnsz: weegens Waaijer op te zoeken, en te vangen of te hangen, als hem maar dagt dat de omtrent stonden om alles tegelijk te kunnen ter neder zegge ik nog eens dat hondert bomen wel aangeplant; en wel gecultiwiert, met zo veel Ja meerder en beeter vrugten „gies staan; en dat zulks reets voor hondert Jaren is g'obser¬ „veert, blijkt onder anderen bij schrijven van de heer Commis= faris Paubrugge L: M: aan Hun Hoog Edelheedens in 't Jaar 1688. , alzoo welmelte Edele Heer daar bij sustineert, dat het Eiland p=lo Nij wegens de steenagtige grond enz: wel zoude kunnen g'excuseert, en ingetrocken worden, vermits het kogeland, en Naira wil beplant zijnde noten en foelij genoeg zoude kunnen leveren voor de geheele werelt. Hoe wel dit nuegter te dier tyd om diverse redenen niet door gegaan is, zo hebbe de Heren Magores even wel bij brieff aan Hun Hoog Edelhedens van den 13 9ber: 1690, gelieven te Recommanderen voor eerst geen verder aanplantingen van Notenbomen en Banda meer te doen op dat men in der tijd ook zodanig daar mede niet overkoopt rake, als met Alle neevens gemelde poincten zijn zeer goed en kunnen ook ten uit voor gebragt werden, ik doe in alles ook mijn best, maar heb uit de Garrioffel Nagulen, uit Ambon toenmaals mijn land geen bestaan moet zelfs kanarij olij tot gebruijk koo= Dient men ook wel te zorge dat in de nieuwe plantagien „pen, eenlijk is mijn winst van een wijnig kalk die ik brande de wilde bomen niet weder de overhand neemen, nog hoger en die de Heer Gouverneur van mij over neemt doch dit is niet laat komen dan de notebomen zelfs, om althoos daar toerijkend om met mijn vrouw en kinderen van te leeven, danr van Baas te kunnen blijven, want reets volkomen de om zal ik het nu met vaartzien op te haalen, dewijl anders overhand genomen hebbende, valt daar niet veel meer niets in staat bin om de stervende slaaven te kunnen suppleeren /:was geteekend :/ J: M: Pietersz: aan te doen. Kitta touroet begimana mijn Heer wendsel souda katij: Laastelijk: dient men ook te zorgen dat het onder de vrugt dragende notebomen voor al die rijpe vrugten =mengartij, betta tarada berentij kendje diballam kobom begi„ hebben wel deugelijk van rompen schoon gehouden vordt „mana ourang basar souru; maar apa man bekeen kitta Bugie par Bugie, katta pegan laskar kwnja maar parentah dat geen vrugten verloren gaan want klammen is perdicourang sepiutie soldara dangan anak, dog diorang lavie =setten om die slaaven in te koopen, en nu moet ik betuigen niet kunnen geven dan duijsent andere die in de wilde boscha= Om nu noijt gebrek of: ten minsten geen lang gebrek aan bomen en vrugten te hebben, diende door ider perkenier alle Jaren een apart stukje landt op de biste en evenste plaatsen aangelegt en na den Regul als hier voren beschreven, beplant mitsgaders niet gedureg over al door het geheele Bosch als in 't blinde rond gekrabbeldt te worden wanneer men dan met veertig slaven net zo veel en meer werk zoude kunnen doen; als nu met hondert die gints en herwaards versprijt, en dus ook meest uittgezigt zijn. boulang althoos. vellen: Art: 18. 19. 20.
English
54 Indeed quickly dry, but from the inside it remains raw, and is therefore, even if ever so well limed, subjected to rapid infection; thus always harmful for the reason that on that occasion many half-ripe fruits are taken down by the slaves, and also many young twigs are trampled and damaged. This is now all that was to be noted regarding a careful cultivation; but now I shall set down briefly something concerning the preservation of the Nutmegs and Mace. A: The Nutmegs, after being stripped of the mace, must immediately be brought and laid well spread out on the parra-parras in the smoke kitchens. B: Underneath them, a small fire must be stoked without intermission, yet making sufficient smoke, until the time when they are cracked and delivered. C: Above all, no heavy fire must be made as the time of delivery approaches, because by this the nut is taken from the outside in the sun, or air, but above all by no fire. D: The mace, as soon as taken from the Nut, must be dried in the sun or air, but above all by no fire, otherwise it becomes [illegible]. Last month thirteen heads went away with the orembaai of Van Surker, and twelve have died this year; this loss I cannot overcome in six or seven years. This is to say: I adhere to the advice of Wendzel, with whom I have spoken about it; I work incessantly on my land according to the directions of the Lord Governor, but I have loss upon loss with my slaves. I do keep them at work, but also treated them as if they were my brothers or children; nevertheless, last month thirteen heads ran away from me with the orembaai of Van Surker, and also in this year twelve died; this loss I cannot overcome in 6 to 7 years from the produce of my land. Was signed: J-s Boe- Concerning the Inner Coast. Since I took over the land, I have done all the planting according to the points mentioned alongside, but it is impossible to subsist. A little bamboo, sagu-palm, and vegetables are not sufficient to subsist on. In the space of a year I have lost 10 slaves through death, and 5 have absconded. The land does not yield enough for me to replace them. I cannot burn lime because I have no wood on my land. The slaves must be clothed, and for that I need 160 rd:s a year. Every 3 years I need 72000 ataps for the dwellings and kitchen. From this one can see what my subsistence is like, counting not even master's wages and other expenses for tools. Was signed: T van der Moor. The articles set forth alongside are very good, but it is not well possible to keep the slaves continually at work, but also to let them earn something, since through the Fire of the 15th of August of the past year I have fallen into extreme poverty; as everything belonging to me was burned together with the house, and thus I can give the slaves nothing in addition to their rice which the Honorable Company gives them; the land yielding me nothing, neither spices nor produce. The lime which I have burned I need to rebuild the burned-down house; indeed, I even find myself unable to purchase the necessary plantation tools, which is impossible from the few vegetables that my land yields, and besides, all plantation owners sell vegetables, who therefore buy none. Also, the number of inhabitants is so small that 3 to 4 plantation owners can easily supply Banda with vegetables, from which.
Dutch transcription
54 wel spoedig droog maar van bin: ten afgenomen in de zon, of lust maar voor al bij geen vuur orambarij 13 kapalla en 12: soeda mattij inie tauw, Atu veele halve rijpe vrugten door de slaaven voegie kitta toada boulij oentong di balam 6 â 7 lauwen / dit afgehaalt, en ook veel Jonge takjes ver= wil zeggen:/ Jk houde mij aan het aavijs van wendzel met trapt en beschadigt worden welken ik 'er overgesprooken hebbe, ik werke onophoudelijk Dit is nu alle het gene omtrent een zorg in mijn land: na de aanwijsing van den Heer Gouverneur vuldige culture te noteren had; maar maar ik hebbe verlies op verlies met mijne slaaven, ik houde hun wel aan 't werk, maar behandelde dezelve ook alsof nu zal nog iets kortelijks ter neder= stellen nopens de conservatie van de 't mijn broeders of kinderen waaren en des niet tegenstaande zijn mij de gepasseerde maand met van surker zijn orang- Noten en Foelij baaij 13: koppen weggeloopen ook in deezen Jaare 12 boodem; Af: Dient de Noten na dat van de dit verlies kan ik in geen 64 7 Jaaren te booven koomen boelij ontbloot, direct gebragt en wel uit de producten van mijn land /:was geteekend:/ J=s Boe= uijtgespoijt gelegt te worden op de Wegens de Binnen Cust. parra parras in de rook combuijsen Jk heb sedert, dat ik het land overgenoomen heb alle aan „planting na de ter zijde gemelde poincten gedaan, maar B: Dien=t daar onder zonder in ter missie het is onmogelijk om te bestaan een wijnig Bamboese sagu: een klein vuur gestookt doch genoeg= „weer en groente is niet toerijkend om te bestaan ik heb in den tijd van een Jaar 10 slaaven door sterven verlooren en 5 zijn gedrost, het land brengd mij dat niet op, om te suppleeren, kalk kan ik niet branden door dien geen hout in mijn land hebbe, de slaa= =ven moeten gekleed worden en daar toe heb in 't Jaar nodig 160 en kombuis hier kan men uit sien hoe mijn bestaan is: oekene nog geen meestarloon en andere uijtgave voor gereedschappen /:was geteekend:/ T van der Moor. De nevens gestelde Articulen zijn zeer wel maar het is niet wel moogelijk om de slaaven Continueel aan 't werk te houden maar hun ook iets te laaten verdienen dewijl ik door de Brand van den 15 Augustus A:o p:o in de uitente armoed ben geraakt; als zijnde alles van mij verband met het huijs daar bij, en dus kan ik de slaaven niets /: tot hun Rijst die de E: Comp:=s haar geeft:/ tegeeven: brengende mij het land niets op, zoo min specerijen als producten; de kalk welke ik laat branden ben ik benodigd om het afgebrande huis te her bouwen, Ja zelfs bevind ik mij buiten staat om de nodige perkgereesschappen in te koopen, 't welk ommogelijk is van de wijnige groente die mijn land geeft, en booven dien verkoo= =pin alle perkeniens groente, die dus geene koopen, ook is het „getal der ingesetenen zoo klijn dat 3 â 4 perkeniers Banda gemakkelijk met groente kunnen onderhouden, waar uijt. boulang Jang saloe souda pegie dengan van surker poenga althoos schadelijk om reden dat bij die gelegentheijd zaame rook gemaakt te worden, tot ter tijd toe wanneer geklopt en gelevert worden. rd:s om de 3 Jaar heb ik 72000 adappen nodig voor de woonings C: voor al moet geen zwaare vuur ge= tijd van de leverantie, want hier maakt worden op de aannaderinde door wordt de noot van buijten D: Dient de foelij zo dra van de No= gedroogt te worden, anders wordt schoon nog zo wel gekalkt nordt aan spoedige infectie onder worpen, dus. dezelve ling „nen blijft ze rauw, en is derhalven
English
thus it also sufficiently appears that I am unable to replace the slaves, since in this year 15 heads of mine have passed away, both from children's disease and other ailments. was signed J: N: van surker. Hereupon, on the aforesaid day, the aforementioned perkeniers, having been summoned into the assembly hall and having been asked once more by the Lord Governor whether they persist in the aforesaid advices given by them, or whether they had anything else to say or present, declared that they would adhere to their advices; but they represented once more their very poor condition, especially that of many of their poor comrades, and therefore requested all possible aid and assistance from the Honorable Company; especially that we might also please request from Their High Excellencies on their behalf, at a reasonable price, a lot of tools, consisting of machetes, axes, parangs, spades, and pickaxes, and also some timber to be able to rebuild some burned-down houses, since the Ceram merchants had brought nothing of the sort here for some years; regarding all of which a good promise was made to them, nevertheless with the recommendation that they also attend to their duty. The said advices having hereupon been resumed more closely and with full attention, the further proper care until shipment was recommended to the respective administrators, forest guards, and nutmeg limers, besides the specially appointed commissioners; it was thereby chiefly noted that they indeed approve of the points proposed by the Lord Governor, but also alongside that indicate not unclearly that that method of planting and maintaining requires considerably more labor than the old routine, and that on account of the meager allowance of the slaves they are obliged to permit them to make a small vegetable garden for themselves and to look for a small fish; in short, everything turns on grievances concerning their meager subsistence and continual decline; all of which it was resolved to present to Their High Excellencies, which His Honor declared he had already sufficiently done and would do again by secret letters of mid-August next; to which, as well as to those of previous years, I most humbly beg leave to refer. Thus all this having been attentively considered by the undersigned governor and communicated to the Council of Policy for careful perusal, in order subsequently to be presented most respectfully to Their High Excellencies, the High Indian Government at Batavia. underneath was written Banda Neira mid-August 1783. was signed J: L: Seijdelman lower Agrees was signed N:s kloeck. Meanwhile, with the deepest veneration as before, I remain, of all my high rulers, the humble and very obedient servant. was signed J: L: Seijdelman in the margin Banda Neira mid-August 1784. before delivery be well sorted, cleaned, and thus brought to the scale. but everything, mace as well as nuts mixed among the good mace 6th. One must also ensure that the treading down into the sokkels entirely into pieces trampled and crushed, and the same very brittle and black 1st. At the deliveries it must well properly dry, but also not so dry or parched that with no white leaves or gray, etc. Deveer Checked: H. H. 568 Treaty of Peace and the Regulations on the upcoming slave and massoia trade, concluded between the widely renowned General Dutch East India Company on the one part, and the Keffing Orangkaij Lakoe, together with all the Orangkaijen of Onin on Nova Guinea on the other part. 1. There shall from now on between the General Company and the orangkaijen of Onin on Nova Guinea forever be and remain a sincere peace and entirely faithful unity, and whoever attempts to break or hinder such shall, according to the findings of the case, be punished to mutual satisfaction. 2. If at any time among the servants of the Honorable Company and the aforesaid orangkaijen any dispute or difference should happen to arise, such shall not be settled here on the spot, but faithfully and truthfully written over to Banda to the Honorable Lord Governor there, or reported orally by their envoys, in order to have and see the same argued and settled over there in justice and equity in their presence, and according to which they shall then have to conduct themselves and remain satisfied. 3. The Honorable Company shall pay here on the spot for every adult male slave 5 1/12 and 5 13/24 feet tall and above, according to the measuring rod made and mutually preserved, sixteen rix-dollars, and for a healthy roppe maid of equal length as that of the men fifteen and a half rix-dollars once and for all, and that in good wares which they shall be allowed to name and specify, that is, those that are for sale in the Company's cloth shop in Banda; but on that account, those that are smaller shall be calculated and paid proportionally according to the aforesaid measure without any cavil. 4. For each picol of good, well-dried massoia, as shown and left here, the Honorable Company shall likewise pay once and for all. 6. And the aforesaid orangkaijen shall be bound to gather the aforesaid merchandise throughout the year against the month of June, that is Jouma de Lawaal, when the Honorable Company will surely come to collect it from them and pay upon receipt. The Orangkaij Lakoe and the aforesaid orangkaijen promise
Dutch transcription
dus ook genoegsaam blijkt dat ik onvermoogend ben om de slaaven te suppleeren, zijnde mijna deezen: Jaare 15: kop: =pen overleeden, zoo aan kinderssiekte, als andere qualen /:was geteekend:/ J: N: van surker. Hier op ten voorschreeven dage voornoemde perkeniers binnen de vergaderzaal geappoincteert, in nog maals door den Heer Gouverneur afgevraagt zijnde, of zij bij opgemel= te hun gegeven advijsen blijven persisteren, dan wel of nog iets anders te zeggen ofte voor te dragen hadden! daar op: betuigden zig wel aan hun advijsen te houden; maar stelden nogmaals voor, hunnen zeer soberen staat, voorna= „melijk van veele hunner arme mede mackers, en verzog= ten derhalven alle immers mogelijkendjude en bij„ stand van d' E: Comp:e; voornamelijk dat wij ook van Hun Hoog Edelheedens voor henlieden geliefde te verzoeken tegen een civile prijs een parthij gereedschappen, bestaan= =de in Boshouwers, Bijlin, Parrings, schappen, en Houweelen, en ook eenige Houtwerken, om sommige afgebrande huisen weder te kunnen herbouwen, alzoo de cerammers nu in eenige Juaren daar van hier niets aangebragt hadden; omtrent welk een en ander henlieden goede toezeg„ ging deden, onder Recommandatie nog thans, om ook hun plicht te betragten. De gemelte advijsen hier op nog nader met alle intentie ge zijnde de verdere wel berzorging tot „resumeert zijnde; heeft men daar bij voornamelijk aangemerkt, den afscheep toe de respective aaminis= dat zij de door den Heer Gouverneur Geproponeerde poincten Juust trateurs bosch wagters, en Notekalkers wel goedkeuren; maar ook daar nevens niet onduidelijk te kennen geven, dat die manier van planten in onderhouden buiten de Expres benoemde gecommist= vrij meerder arbeid vereischt, den oude slenten, en dat zij we= teerdens aanbevolen. „gens het fobere Tractement der slaven genoodzaakt zijn, hen te permitteeren ook zelfs een moestuimje voor hun te Aldus het een en ander bij den ondergetekent gou: maken, en een vischje te zoeken; in somma. het draact al= verneur met attentie over wogen en aan den les opdoleantien uit, wegens hun sober bestaan, en gedurige Raad van Politie ter aandagtige tecture mede agter uit tering; welk een en ander beslooten werdt aan Hun gedeelt, om voorts aan hun Hoog Edelheedens Hoog Edelheedens voor tedragen, dat zijn E Agtbare betuijgde de Hoge Jndiasche hoofdt Regering te batavia ook reets genoegzaam gedaan te hebben, en nog te zullen Eerbiedigst gepresenteert te worden. doen bij secret letteren van medid Aug=s aanstaande; waar /:onderstond:/ Banda Neira med:oe Augustus 1783. aan mij, dan zo wel als die van vorige Jaren, verzoeke ootmoe= /:was geteekend:/ J: L: Seijdelman /:lager:/ „digst te moogen refereeren. Jnmiddens met de diepste veneratie als vooren verblijve alle Accordeert /:was geteekend:/ N:s kloeck. mijne hooge gebiederen onderdanige, en zeer gehoorzaame die= naar. /:was geteekend:/ J: L: Seijdelman /:in margine:/ Banda Neira medio Augustus 1784. voor de Leverantie wel gesorteert, gesuivert, en dus terschale gebragt worden. maar alles zo wel foelie, als Noten onder de goede foelie gemengt z:s Dient men ook te zorgen dat het afstrappen in de soekels ten Eenemaalen aan stucken getrapt en verbrijselt wordt en dezelve zeer bros en zwart E: Moet men bij de leverantien wel geugelijk droog maar ook zo droog of dorre niet zijn dat bij geen witte bladen of grijsenz: Deveer Nagez: H. H. 568 Vredens Tractaat en de Reglement op den aanstaanden slaven en Mas¬ „soijen Handel, getroffen tusschen de wijt beroemde Generaale Neder„ „landsche Oost Indische Compagnie ter Eener en den keffingen Orangkaij Lakoe, mitsgaders alle de Orangkaijen van onij op Nova gunea ter ander sijde. Daar zal van nu aan tusschen de Generale Comp: en de orang kaijen van onijn op Nova Gunea, voor althoos sijn, en blijven een ongeveijnsde vreede, en gantsch getrouwe eenigheijd, en sal den geene die sulx tracht te breeken off te verhinderen, naar bevindinge van zaken tot wederzijts genoegen werden gestrafft. Zoo er 't Eeniger tijd onder de Dienaren van dE: Comp: en de orang kaijen voorsz: eenige twist off te verschil mogte komen te ontstaan, sal sulx hier ter plaatse niet moge werden affgedaan, maar naar Banda aan den E: Heer Gouverneur aldaar getrouwlijk, en de na„ waarheid overgeschreeven off door haar afpgesanten, mondeling gerapporteert werden, om dezelve gints met regt, en billicheijd 1. 2. in in harer presentie te houen en zien bedispouteeren en bij leggen, en waar aan zij hun den zullen moeten gedragen en te vreden houden. DE Comp: sal hier ter plaatse voor ijder volwasse man slaaff Lang 5 1/12: en 5. 13/24. voeten en daar boven, volgens de gemaakte, en weder„ „zijts bewaarde mootstock betaelen sesthien rijxdaalders en voor een gesonde roppe meijt van gelijke lengde als die van de mans ƒ vijffthien en Een halve Rijxdaalders eens voor althoos, en dat aan deugtsame wardije, diese zullen mogen noemen en op geven, dat is die in 'sComp: kleden winkel, in Banda te koop sijn, maar des„ „halven, die kleender zijn zullen naar advenant volgens demaat voorsz: zonder eenige Cavilatie gereekent en betaalt worden. Voor Elkke Picol, gelijk hier verthoond, en gelaten is, goede wel gedroogde massoijen sal dE: Comp: insgelijk eens voor althoos be„ „talen. En sullen de orangkaijen voorsz: gehouden zijn de voorsz: koopmansz: 't geheele Jaar in te samelen tegens de maand Junij dat is Jouma de Lawaal, wanneer, d'E: Comp: haar die zekerlijk zal komen affhalen en naar den ontfang betalen. Den orangkaij Lakoe, ende orangkaijen voorsz: belooven en 3. 4. 6:
English
58 and undertake not to permit anyone in the world, either here in this place or elsewhere under their jurisdiction, to engage in the aforesaid trade, except the Honorable Company alone, and whereto they shall place trust in no one other than the bearer of the seal below, along with the orangkaya Lakoe, or anyone provided on his behalf. below stood: Nova Guinea, at the settlement Talagoe, the 15th of August 1618. was signed: I. Freijts and further signed with marks: Captain Mallaloea of Roemabatij, Lord of Fasagoe, Kolitatan of Palagoe, Apoes of Roemabatij, Lakoe of Ceram on Keffing. In the margin: In our presence, signed Eggenkonst and Clase. Underneath: Agrees, was signed: N.s Kloeck, Secretary. Examined D. Fransz To Their High Mightinesses dated 14 September 1783. Ternate Copy of secret advices of 2. Secret 59 Batavia To His High Mightiness The High Noble, Rigorous, Most Honorable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General Along with The Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Rigorous, Most Honorable, Valiant, Highly Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Gentlemen, Honorable Gentlemen. Paragraph 1: In respectful reply to Your High Mightinesses' esteemed secret letter dated 31 December of the past year, and merely to report again, as obliged, on what has occurred and been secretly transacted in this Province since our humble letter of 28 September of the past year, we shall initially, pursuant to the high order received to devise with the communication and deliberation of the Council such means as in the present time are the most capable and economical for repairing and improving, first of all, the principal flaws and defects in the fortifications of this castle, and postponing those that are not strictly necessary and can tolerate any delay, respectfully report that, not long after receiving Your High Mightinesses' honored command, the First Signatory commissioned for a closer and exact survey of the fortifications the Captain Commandant Johan Godlob Wilhelm Heinrich, the Head of Artillery and Overseer of the Works Joseph Swarts, the Skipper of the ship Den Tempel Daniel van Wanningen, and Military Lieutenant Jacob Andries Roksien. Upon their report, inserted in the secret resolution of 25 August, it was deliberated in the full Council and resolved at the said session to repair and improve the principal flaws and defects indicated and listed therein, according to Your High Mightinesses' intention, in the most capable and economical manner, and to make a beginning with the said work as soon as the materials required for it, and especially lime, which is almost always lacking, shall be at hand. Paragraph 2: Meanwhile, may it be permitted to us respectfully to show Your High Mightinesses that the imperfect considerations regarding the defective condition and situation of Castle Orange against the force of a European enemy, submitted in the past year upon Your High Mightinesses' honored command by extract secret resolution dated 19 December 1780, were by no means intended to blame Your High Mightinesses' knowledgeable predecessors, since the situation at the design and erection of the castle may undoubtedly have been favorable enough, and the unfavorable change of the raised terrain was probably caused years later by the ash-soil and stones cast out of the mountain during heavy earthquakes that occurred. Also, may Your High Mightinesses please consider the suggestion of a more favorable location for the construction of a better stronghold merely as a consideration submitted to Your High Mightinesses' wiser judgment, without the intention 61 the intention of recommending its execution to Your High Mightinesses, while we shall carefully keep Your High Mightinesses' respected recommendation in that regard in view. Paragraph 3: Furthermore, we deem it our duty to bring to Your High Mightinesses' honored knowledge under this heading how the First Signatory, on the occasion of an inspection carried out to examine with experts closer and more exactly how far a landing on the seashore north of Terlucco might be practicable for a native or European enemy, and having found the said small fort, provided it receives sufficient repairs, still strong enough to bear artillery of such heavy caliber as is required to prevent, or at least make very difficult, an approaching enemy from landing, has persuaded His Highness the Sultan of Ternate to restore that fortress to a good state of defense at his own expense, and to have the dilapidated buildings for the garrison rebuilt completely anew; whereupon, at the above-mentioned session of 25 August, upon further deliberation, it was resolved to recede from the decision taken on 16 March 1782 regarding the said small fort, and, following the imminent completion of the buildings, to have it provided again as before with the necessary artillery and a suitable garrison. Paragraph 4:
Dutch transcription
58 en nemen aan om hier ter plaatse nog elders staande onder hun gebiet, niemant ter werelt te permitteeren, tot den Handel voorsz: dan sE: Comp: alleen en waar toe zij niemand zullen moogen gelooff geven dan die van dit onderstaande zegel, beneffens den orangkaij Lakoe, off te ijmant uijt zijnen name voorzien is. /:onderstond:/ Nova gunea ter Negorij Talagoe den 15: Au„ „gustus 1618: /:was geteekend:/ I: Freijts/:en nog met tenaetens:/ geteekend:/ Capp=t mallaloea van Roemabatij Heer van fasa„ „goe, kolitatan van Palagoe, Apoes van Roemabatij, Lakoe van Ceram op keffing /:ter seide :/ ons Present geteekend Eggenkonst en Clase /:daar onder:/ Accordeert /:was geteekend:/ N=s Kloeck, Fec=s Nagezien D eransz Aan Hunne Hoog-Edelheeden d' do. 14. September 1783. Ternaten Copia Secreete advisen van „ 2. „ secreet 59 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren wijdgebiedende Heer M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal Benevens Den wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndis Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Manhafte, Wijl wijze, Voorzienige Discreete Zeer Generieuse Heeren Wel Edele Heeren. §1: In eerbiedige rescriptie op uwer Hoog Edelheeden gevenereerde secreete d: d: 31: Decmber A: P: en om maar gehoudenisse weder verslag te doen van het geene zeeder 't onze nedrige van den 28: September voorleeden Iaars in deeze Provintie voorgevallen en secreet verhandeld is, zullen wij aanvankelijk op de ontfangene hoge ordre, om met Comminucatie en overleg van den Raad, zodanige middelen te beramen, die in de presente tijd de bekwaamste en menageuste zijn, om voor eerst de Principaalste gebreken en Defecten aan de Forti„ ficatien van dit kasteel te verhelpen en te verbeteren en uijt te stellen die niet volstrekt noodzakelijk zijn en eenig uitstel konnen, veelen, reverrentelijk onteeren dat de Eerste Teekenaar, niet lang na den ontfangst van uwer Hoog Edelheeden g'eerd bevel tot een naderen en exacten opneem der westingwerken heeft gecommitteerd den den Capitein Commandant Iohan Godlob wil helm Heinrich, het Hoofd der Arthillerij en op ziender der wer„ „ken Ioseph Swarts den schipper van het schip den Tem„ „pel Daniel van Wanningen en Luitenant Militair Iacob Andries Roksien, over welker Berigt g'insereerd ter secreete Resolutie van den 25: Augustus in vollen Raade gedelibereerd en ter ged:e sessie besloten is om de daar bij aangetoonde en opgegevene principaalste gebreken en defecten, naar Hoogst Derzelver intentie op de bekwaam„ ste en menageuste wijze te verhelpen en verbeteren mitsgaders met gede: werk, een aanvank te maken zoo draa de daar toe benoodigde materialen, en vooral kalk, waar aan het meest altoos hapert, bij de hand zullen wezen 12: In middelen, zij ons Gepermitteerd uw Hoog Edelheeden eerbiedig te vertoonen, dat met de A: P: op hoogst Der„ zelver gf' eerd bevel, bij Extract secreete Resolutie d: d: 19: De„ „cember 1780: Opgegevene gebrekkige Consideratien van de defectueuse gesteldheijd en sictuatie des kasteels Orange tegen het geweld van een Europees vijand, geenzins is bedoeld, om uwer Hoog Edelh: kundig predicesseuren te blameeren, vermits de situatie bij den aanleg en erectie van het kasteel, zonder twijfel favorabel genoeg mag geweest zijn en de disfavorabele veran„ dering van het aangehoogde Terrijn waarscheinelijk „Jaren naderhand is veroorzaakt door de bij voorgevalle„ „ne zwaare aard bevingen uit de Berg geworpene aschgrond en steenen ook gelieven uw Hoog Edel„ heeden de opgave van Een favorabeler plaats tot den anleg eener betere vastigheid slegts aantemerken als eene aan Hoogst Derzelver wijzer oordeel submitteerde Consideratie, zonder intentie 61 intentie om uw Hoog Edelheden derzelver gevolg neeming aan te preijzen, terwijl Hoogst Derzelver g'eerbiedigde recom„ mandatie ten dien opzigte zorgvuldig in het oog zullen houden. §3: voorts agten ons verpligt uw Hoog Edelheeden onder dit Hoofdeel ter g'eerde kennisse te brengen, hoe de Eerste Teekenaar bij gelegenheid eener genomene inspectie, in hoe verre voor een inlandsch of Europeesch vijand, eene landing aan het Zeestrand benoorden Terlucco practi„ „cabel mogte weezen met des kundige lieden nader en exacten g'examineerd, mitsgaders ged:e Fortje, mits eene sufficante reparatie nog sterk genoeg hebbende bevon„ „den tot het dragen van Geschut van zoo Zwaar caliber, ƒ als vereischt word, om een aannaderenden vijand eene landing, zoo niet geheel te beletten, ten minsten zeer bezwaarlijk te maken, zijne Hoogheid den sulthan van Ternaten heeft overgehaald, om die vesting op ƒ zijne eigene kosten, weder in een goeden staat van defentie te brengen, en de vervallene opstallen voor de bezetting geheel nieuw te laten optrekken, waar op te boven gerepte sessie van den 25: Augustus bij nadere overweging geresolveerd is te resilieeren, van het op den 16: maart 1782: genomen besluit ten aspecte van ged:e Fortje en het na op handen zijnde voltooijing der opstallen wede als bevorens te laaten voorzien van het nodige geschut en eene Convenabele bezitting. 54:
English
54. Among the indigenous matters, coming in the first place into consideration Your High Nobles' respected recommendation to bind the native more and more to us through friendly treatment, we dare assure Your High Nobles that special attention is focused upon this and that care is taken to avoid alienating the native from us through unreasonable treatment, while with regard to the Maba, Weda, and Patani people, who have once again been accepted as friends of the Company, we note for your respected information that although these peoples, during the expedition against Noekoe carried out in the Ceram districts by Ensign Lohof and to be described hereafter, gave little proof of loyalty and gratitude for the renewed friendly treatment enjoyed by virtue of their evasion, it is nevertheless hoped that this nation, which is still skittish due to the punishment suffered in A:o 1780, will before long become more manageable and submissive again, toward which their willingness, communicated to us by Commissioner van Dijk in letters of 30 May A: E:, to reinforce the small fleet sent out under him and Tidore's regent Hassen with ten korrakorras and to engage the rebel Noekoe, of which more ample mention will be made under the main section of the Expedition, provides a desirable prospect; while from the humble general advices Your High Nobles will see the arrangements that have been made for the redemption of persons languishing in slavery in the hands of the Papuans or other pirates, and which we, together with Your High Nobles, have deemed more expedient for the deliverance of those unfortunates than to await the fulfillment of the promises made by the Patani people for their delivery, of which nothing came after all. 55. Although in the act of amnesty granted in the past year to the Maba, Weda, and Patani people and promulgated in the Papuan districts by the Sangaji Padje, the Papuans were given only three months' deferment to come to submission, and that nation long after that date continued to side with the rebel Noekoe, it was nevertheless deemed more expedient for the interests of the Tidore realm, in a combined secret meeting held on 3 April with Tidore's Sultan and his foremost grandees of the realm, to offer once again pardon and amnesty upon the appearance of our combined force with that of Tidore in Papua under the aforementioned van Dijk to those of that wild nation who voluntarily come to submit, by means of a manifesto written in the Tidorese language and stamped with the Company's and the King's seals, yet on the contrary to pursue with fire and sword those who stubbornly continue to adhere to the party of the aforementioned Noekoe and refuse to submit to their lawful Sultan; and although we do not yet dare to fully vouch to Your High Nobles
Dutch transcription
54. Onder de Inlandsche zaaken in de eerste plaats in aanmerking komende uwe Hoog Edelheeden g'eerde recommandatie om den Jnlander door eene vriendelijke behandeling meer en meer aan ons te verbinden, dur„ „ven wij Hoogst derzelver verzeekeren dat daar op eene bijzondere attentie gewestigd en zorgvuldig word vermijd om den Jnlander door onreedelijke behandeling van ons te verwijderen, terwijl ten reguarde der weder als Com„ pagnies vrienden aangenoomene Maba, weda, en Pat„ taniereeten ter g'eerde naarigt noteeren, dat schoon deeze volkeren bij de hier agter te beschreevene door den vaandrig Lohof in de Ceramsche Districten vol„ bragte expeditie tegen Noekoe door derzelver uitwijken nog weinig preuves van getrouw en dankbaarheid voor de op nieuw genotene vriendelijke behandelingen hebben gegeven men egter hoopt, dat deeze door de in A:o 1780: Ondergaane kastijding nog schuwe natie eerlang weeder maniabler en submisser zal worden waar toe derzelver door den Commissiant van Dijk bij letteren van den 30: Meij A: E: aan ons bedeelde bereidwilligheid, tot de verstrerking van het onder hem en Tidors Rijksbestierder hassen uijtgezondene vlootje met Tien korrakorras en bewegting van den Rebel Noekoe, waar van onder het Hoofdeel der Expeditie ampeler zal werden gehandelt, eene gewenschte voor uitzigt opleverd: terwijl uw Hoog Edelh: bij nedrige gemeene advisen zullen blijken E de 63 de schikkingen, die gemaakt zijn ter uitlossing van in han„ den der Papoen of andere Rovers in slavernij zugtende persoonen, en die wij met Voogst Denzelven dienstiger hebben geoordeeld ter verlossing dier Ongelukkigen dan aftewagten de vervulling der door de Pattanireeden ge„ dane beloften ter uitleevering derzelven waar van tog niets geworden is. 55: schoon den Papoein bij de in a: p: aan de Maba weda en Pattanireesen verleende en door den senghadje Padje in de Papoesche districten gedivulgeerde acte van Amnestie maar drie maanden uijtstel om tot submissie te komen is gegeven, en die natie nog lang na dato de zijde van den Rebel Noekoe heeft gehouden is egter bij eens met Tidors sulthan en zijne voornaam„ „ste Rijksgroten op den 3: april gehoudene gecombineerde secreete vergadering voor de belangen van het Tidorse Rijk ooirbaarder geoordeeld, de geenen van die woeste Natie bij verschein onzer met die van Tidor gecom„ bineerde magt in de Papoe onder ged:e van Dijk nogmaals Pardon en Annestie aante bieden, bij een in de Tidoreese taale geschreeven en met Comp:s en 's konings zeegel E # bestempeld Manifest, die hun goedwillig komen te on„ derwerpen tog daar en teegen te vuuren te zwaard te vervolgen, die halsterrig de parthij van gem: Noekoe blijven aanhangen en zig aan derzelver wettigen sulkkan niet willen submitteeren: en schoon wij bij uw Hoog Edelheeden nog niet ten vollen durven in staan 54. Onder de Inlandsche zaaken in de eerste plaats aanmerking komende uwe Hoog Edelheeden g'eerde recommandatie om den Jnlander door eene vriende behandeling meer en meer aan ons te verbinden„ „ven wij Hoogst derzelver verzeekeren dat daar op ee bijzondere attentie gewestigd en zorgvuldig word ver om den Jnlander door onreedelijke behandeling van te verwijderen, terwijl ten reguarde der weder als pagnies vrienden aangenoomene Maba, Weda, en F: taniereeten ter g'eerde naarigt noteeren, dat sch„ deeze volkeren bij de hier agter te beschreevene a den vaandrig Lo hof in de Ceramsche Districten bragte expeditie tegen Noekoe door derzelver uitwij nog weinig preuves van getrouw en dankbaarheid de op nieuw genotene vriendelijke behandeling. hebben gegeven men egter hoopt, dat deeze door de in A:o 1780: Ondergaane kastijding nog schuwe na't eerlang weeder maniabler en submisser zal worde, waar toe derzelver door den Commissiant van Di„ bij letteren van den 30: Meij a: E: aan ons bedeel„ bereidwilligheid, tot de verstrerking van het on hem en Tidors Rijksbestierder hassen uijtgezon. vlootje met Tien korrakorras en bewegting vo den Rebel Noekoe, waar van onder het Hoofde der Expeditie ampeler zal werden gehandelt, ee gewwenschte voor uitzigt opleverd: terwijl uw Hoo Edelh: bij nadrige gemeene advisen zullen blijk E de 63 de schikkingen, die gemaakt zijn ter uitlossing van in han„ den der Papoen of andere rovers in slavernij zugtende persoonen, en die wij met Hoogst Denzelven dienstiger hebben geoordeeld ter verlossing dier Ongelukkigen dan aftewagten de vervulling der door de Pattanireesen ge„ dane beloften ter uitleevering derzelven waar van tog niets geworden is. 55: schoon den Papoein bij de in a: p: aan de Maba weda en Pattanireesen verleende en door den senghadje Padje in de Papoesche districten gedivulgeerde acte van Amnestie maar drie maanden uijtstel om tot submissie te komen is gegeven, en die natie nog lang na dato de zijde van den Rebel Hoekoe heeft gehouden is egter bij eene met Tidors sulthan en zijne voornaam„ „ste Rijksgroten op den 3: april gehoudene gecombineerde secreete vergadering voor de belangen van het Tidorse Rijk ooirbaarder geoordeeld, de geenen van die woeste Natie bij verschein onzer met die van Tidor gecom„ bineerde magt in de Papoe onder ged:e van Dijk nogmaals Pardon en Amnestie aante bieden, bij een in de Tidoreese taale geschreeven en met Comp:s en 's konings zeegel bestempeld Manifest, die hun goedwillig komen te on„ derwerpen tog daar en teegen te vuuren te zwaard te vervolgen, die halsterrig de parthij van gem: Noekoe blijven aanhangen en zig aan derzelver wettigen #b sulthan niet willen submitteeren: en schoon wij bij uw Hoog Edelheeden nog niet ten vollen durven in staan
English
stand for the consequence of the willingness of that Nation communicated by the mentioned van Dijk in his noted letters of the 30: May, the voluntary submission of the Negorijen Gebe, Wakere, Waijgeuw and Bessie, as well as the reinforcement of his fleet with Eleven korrakorras of those peoples; and this, because he van Dijk himself, not without reason, seems to place no firm reliance on their loyalty, it is nevertheless to be hoped and wished that not only the aforementioned, but also all the remaining Papuan Negorijen whither the Commissioners have directed their expedition, may be persuaded to this favorable disposition without rigorous means and persevere therein, since through this favorable turn of affairs, not only would the Rebel Noekoe fall into our hands of his own accord, but also the internal peace and security in the Ambon districts would before long be fully restored, as well as one of the principal branches of that so very decayed Realm reattached to Tidor. §. 6. We express our gratitude for the high approval with which you have been pleased to honor our proceedings after the decease of the late Sultan of Ternate, Haijroensaha, and the confirmation of the present Sultan, of which prince we must still continuously give your High Noblenesses a true testimony of loyalty and willingness; meanwhile, the demands made of him in the beginning of his reign for men and vessels, which were mostly occasioned by the received news of the war, are, according to your High Noblenesses' honored intention, considerably spared, and care will be taken that no more is required of His Highness, outside of urgent necessity, than what he has bound himself to by the concluded Contract. § 7: Furthermore, we hereby comply with your High Noblenesses' respected order by conscientiously providing your High Noblenesses with the princes of royal Blood who, so far as we have been able to ascertain, are known to us as the nearest, most competent, and most worthy to succeed the present Sultan of Ternate casu quo, namely: The King's brother Jassin, aged 22: to 23: years, is a good Prince, but inexperienced in State affairs. The King's brother Ganie, aged 15: to: 16: years, is sensible and gentle, but not yet rendered capable of government. Ioematie, eldest son of Sultan Zwaardekroon, the King's Uncle, is Prince Major, aged 35: years, usually of mean disposition and not very well-disposed to the Europeans. Taha alias Schoonderwoerd Major, aged 27: to: 28: years, a fine, good-hearted prince, very well-disposed to the Company and very suitable for government. Prince Sarkan, his brother, aged 25: to 26: years, has good qualities and is capable of government. Furthermore, the Sultan has three little sons, namely one named Daut of 6 or 7: years, another of 3: to: 4: years, and the youngest of only one year has no name yet. Meanwhile, your High Noblenesses' honored intention will be dutifully fulfilled if anything human should unexpectedly befall His Highness the present Sultan before the receipt of your High Noblenesses' venerated disposition, and the contents of the sealed Letter of anno 1775: will be followed. § 8. Through the patient nature of the present King of Ternate, who thus far has given no signs of a restless humor or desire for the enlargement of his dominions at the expense of his neighbors, but on the contrary still continually proceeds with the extradition of all Tidorese or Batchian subjects who fled under his territory that can be discovered or apprehended, and carefully avoiding everything that could give rise to dispute or estrangement between the three Realms, we hope that the equilibrium between Ternate and Tidor will before long find itself, especially if Tidor's prince is again complete master of his Papuan possessions, for which a great prospect now presents itself. Meanwhile we shall take care that, according to your High Noblenesses' honored order, the peace and harmony presently prevailing among the three Realms continues to hold sway, since this is the only means to raise up again the so very weakened Tidor along with the underpopulated Batchian, and bring them into a somewhat more flourishing state. §. 9. Furthermore, as the hope formerly harbored among the Tidorese for a change of government in that Realm gradually disappears through the death of the old King and the removal of the largest and most prominent part of his family, we dare assure your High Noblenesses that the condition of that Realm is becoming more favorable, whereto it contributes much that the Sultan, giving heed to our instructions and well-meaning counsel, applies himself more than before to win the confidence of the nation and the affection of his State Servants, while we on our part will always apply ourselves to keep before the eyes of the King on all occasions not only the detrimental consequences of an unjust treatment of his subjects, but also to make him see the advantages that lie enclosed for the King and the nation in cultivating faithful and capable State Servants. § 10. We are furthermore pleased to be able to communicate to your High Noblenesses that the insurrection among the Ternatan Alfurs, which had appeared so dangerous as communicated in previous advices, has, through the King's patient compliance with our counsel suggested to him, been brought to
Dutch transcription
staan voor het gevolg der door gem: van Dijk bij gerepte zijne Letteren van den 30: Meij bedeelde bereidwilligheid dier Natie, goedwillige onderwerping der Negorijen Gebe„ wakere, waijgeuw en bessie mitsgaders versterking zijner vloot met Elf korrakorras die volkeren, en zulks, om dat hij van Dijk zelven niet zonder reeden op derzelver getrouwheid geen vasten staat scheind te maken is eg„ „ter te hoopen, en te wenschen, dat niet alleen voorn: maar ook alle de overige Iapoesche Negorijen, wer„ waards de Commissianten derzelver togt hebben vervordert tot deeze favorable dispositie zonder ri„ goreuse middelen mogen werden overgehaald en daar in volharden, vermits door deezen gunstigen keer van zaaken niet alleen de Rebel Noekoe van zelven in onze handen komen te vervallen maar ook eerlang weeder ten vollen zouden wer„ „den hersteld de binnenlandsche rust en veilig„ „heid in de Ambonische distructen, mitsg: aan Tidor weder gehegt een der voornaamste takken van dat zoo zeer vervallen Rijk. §. 6. Wij betuigen onzen dank. voor de hooge goedkeu„ ring, waar meede hebben gelieven te honoreeren onze verrigtingen na het overleijden van wijlen Ternaats sulthan Haijroensaha en de bewestiging off van den actueelen sulthan, van welken vorst wij hoogst Denzelven nog bij aanhoudenheid eert op regte getuigenis van trouwe en bereidwilligheid moeten 65 skonings Swaagers. moeten geven; immiddens werden de in den be„ „ginne zijner Regeering, aan hem gedaane, en meest door de ontfangene tijding van den oorlog veroorzaakte om volk en vaartuigen, naar uwer Hoog Edelheeden g'eerde intentie, vrij wat gemenageerd en men zal zorge dragen dat van zijne Hoogheid, buiten dringende nood„ zakelijkheid, niet meer word gevergd, dan waar toe zig bij aangegaan Contract heeft verbonden. §7:' voorts voldoen wij bij deezen aan uwer Hoog Edelhee„ den gerespecteerd bevel, met hoogst Den zelven ge„ moedelijk op te geeven de princen van koninglijk Bloede, die voor zoo verre wij hebben konnen nagaan bij ons bekend zijn als de naaste, bekwaamste en waardigste, om den Presenten sulthan van Ternaten Casu quo op tevolgen, als. 's konings Broeder Jassin oud 22: â 23: Jaren is een goed Prins, maar in Lands zaaken onbedreeven 's konings Broeder Ganie oud 15: a: 16: Jaren is verstandig en zagtzinnig, dog tot de Regeering nog niet bekwaam gemaakt, Ioematie, oudste zoon van sulthan Zwaardekroon 's konings Oom, is Prins Matjoor oud 35: Jaaren, gemeenlijk van humeur en den Europeesen niet zeer toegedaan. „ Taha alias schoonderwoord Majjoor, oud 27: â: 28: Jaren een braaf, goedhartig en der Compagnie zeer toegenegen en tot de regeering zeer geschikt Prins sarkan zijn broeder oud 25: â 26: Jaren heeft goede hoedanig„ t heeden en is bekwaam tot de Regeering. voorts voorts heeft de sulthan nog drie zoontjes, als een gen=t Daut á 6c of 7: Jaken een ander - - - - - - - - 3: â: 4: Jaeren en de Jongste maar van een Jaar heeft nog geen naam. Terwijl aan uwer Hoog Edelheeden, g'eerde intentie indien zijne Hoogheid den actueelen sulthan onverhoopt ietts menschelijks mogte overkomen vóór den ont„ fangst van Hoogstt Derzelver gevenereerde dispesitie schuldpligtig voldaan, en de inhoud der gecachetteerde Brief van a:o 1775: zal werden opgevolgd. 158. Door den Leijdzaamen aard van den actueelen koning van Ternaten, die dus verre nog geene blijken van een onrustig hunner of zugtter vergrooting zijner heerschappijen ten kosten zijner naabuuren heeft gegeven, maar in tegendeel nog al geduurig voorvaard met de uitlevering van alle onder zijn gebied uitgeweekene Tidoreese of Batchianse onderdanen die maar konnen werden ontdekt, of agterhaald en zorgvuldig vermij„ „dende alle het geen tot verschil of verwijdering tus„ schen de drie Rijken aanleiding zoude konnen geeven zal hoopen wij het evenwigt tusschen Ternaten en Tider zig eerlang van zelfs vinden, voor al zoo Tidors vorst, van zijne Papoesche bezittingen, waar toe zig tans groote voortuit zigt op doet, weeder volkomen meesters is: Inmiddens zullen wij zorg dragen dat naar volgens uwer Hoog Edelheeden g'eerd bevel, de tans heerschende rust en harmonie onder de drie Rijken bleef 67 bleef stan grijpen, vermits dit het eenigste middel is om het zoo zeer verzwakte Tidor met het volk- arme Batchian weder op te beuren en in een eenigzins bloeijender staat te brengen. §. 9. Daar voorts de bij den Tidoreesen eertijds gevoede hoop op eene staats verandering in dat Rijk, door het overleiden van den ouden koning en de verwijdering van het grootste en voornaamste gedeelte zijner familie langs„ amer hand verdwijnd durven wij uE Hoog Edelheeden verzeekeren, dat de gesteldheijd van dat Rijk gunsti„ „ger word, waartoe veel bij brengt, dat de sulthan ge„ „hoor verleenende aan onse onderregtingen en welmeenende raadslagen, zig meer dan be„ vorens op toelegd, om het vertrouwen der natie en de genegenheid zijner staats-Dienaaren te winnen, ter wijl wij van onze zijde ons altoos daar op zullen toeleggen, om den koning bij alle gelegenheeden voor oogen te houden, niet alleen de nadeelige gevolgen eener onregtwaardige behandeling zijner onderdanen, maar ook te doen inzien, de voordee„ „len, die voor den koning en de natie opgesloten zeggen in het aankweeken van getrouwe en bekwaame staats Dienaren. wij zijn wijders verheugd uw Hoog Edelheeden te 310. konnen bedeelen, dat de bij voorjarige advisen be„ „deelde zig wij gevaarlijk opgedaan hebbende opstand onder de Ternaatsche Alfoeren, door 's koning Leidsame opvolging onzer hem aan de hand gegevene raadslagen tot
English
by mild means, without much commotion or bloodshed, was quickly and successfully suppressed, whereby the subjects were returned to their duty and the country to peace. And although, as appears from what was noted in the secret Resolution of 23 October of the past year, it was a very close thing that these troubles might have led to a rupture between Ternaten and Tidor, this mutual discontent and estrangement—which, had it not been smothered in its infancy, would have reduced the state of affairs to an even more deplorable condition—was nevertheless reconciled through our tireless efforts, and trust was restored with the suppression of the unrest. 11. Meanwhile, may Your High Nobilities be pleased to accept our taking the liberty respectfully to represent, regarding the sending up of the Princes Hassan and Mirie, that however much they might seek to excuse themselves from having had a share in the concoction of the aforementioned rebellion, there are nonetheless such clear proofs to substantiate the reality of their conspiracy against the king that they cannot possibly be cleared. For after the reconquest of the negorijen Cauw, Modolie, and Papoe, the accomplices and slaves of Hassan and Mirie were delivered to the king by the submitted Alfurs themselves and shown to us in this castle, some of whom were subsequently condemned by the king and clapped into irons to labor at the Ternate negorijen works. All the chiefs and subjects of Cauw, Sahoe, etc., declared unanimously that they had been incited by the relatives and emissaries of Hassan and Mirie. The close and secret correspondence which the Princes maintained with the sent-up Alfur Lieutenant Sahoesoe is common knowledge, and what cabals, accompanied by far-reaching and dangerous prospects, this secret advisor of the Princes forged to promote a final revolution in the realm of Ternaten, Your High Nobilities may clearly perceive, if it please you, from the contents of the translation of a letter—offered to Your High Nobilities along with the original—written by the rebel Noekoe to that Lieutenant Sahoesoe shortly after his arrest (which was then still unknown to Noekoe), and intercepted by Tidor's Sultan at Rajahe, wherein Noekoe clearly makes known how the rumors regarding their intention to establish a new realm on the opposite shore had reached his ears, and admonishes him to follow the path of the laws of war to achieve his goal. If Your High Nobilities would further be pleased to consider that Prince Hassan, as appears from what was noted in our humble secret advices dated 22 May in the year 1781, already during the lifetime of his brother Sultan Aroensaha forged secret intrigues to mount the throne, and not without reason was stripped of his offices by his said brother, and furthermore all too clearly revealed the lingering wrath at his disappointment in that expectation in the writing submitted together with Mirie to the First Signatory and presented to Your High Nobilities in secret advices of 28 September of the past year, wherein they did not shrink from sarcastically defaming not only the memory of the deceased king but also the current sultan, it is not surprising that the latter did not deem himself safe on his throne as long as these two persons, who were so bitter against him, were able to go freely wherever they wished here; and being unable, for reasons of decorum, to imprison his uncle under the eyes of his family, having to choose one of two necessary evils, he so earnestly insisted on his and Mirie's sending up that it could not suitably be refused to him. We shall, however, dutifully comply with Your High Nobilities' orders for the future, and seek to divert the King of Ternaten as well as the two other Moluccan princes from such deportations whenever they come to make an application for it again. 12. With justice the First Signatory may record here how, as appears from what was noted in Your High Nobilities' missive dated 30 December 1781, it were to be wished that the fatal order for the apprehension of the Sharif Abdullach Haffiel had never been given to the former Commissioners Den Hartog, Duur, and De Koning; for thereby he would in the first place have remained free from suspicion regarding a deed which, had he been capable of it, would render him wholly unworthy of Your High Nobilities' highly esteemed favor and protection and the character with which he was so favorably invested by Your High Nobilities. Although the deceased King of Ternaten, due to His Highness's passing, to the Governor's great sorrow, can no longer convince Your High Nobilities with solid proofs how unjustly he is held suspect in this matter, the said prince was nevertheless always known as a man who abhorred such base and scandalous deeds, and would never have had a letter written out and sent out under his seal and name that had been drafted according to the concept of another, for which at the same time more than one person must have been employed, among whom it would not have remained concealed; also, that deeply Mohammedan king would certainly have called his subjects to account and punished them if he had been able to discover, with even any semblance of truth, that they
Dutch transcription
tot zagte middelen, zonder veel Commotie of bloed storting spoedig en gelukkig is gedempt, en waar door de onderdanen tot derzelver Pligt en het Land weder tot rust zijn gebragt: en schoon het blijkens het genoteerde bij secreete Resolutie van den 23: october a: p:s weinig hadde geschield, of deeze troubles zouden aanleijding hebben gegeven tot eene ruptuur tus„ schen Ternaten en Tidor, is dit aan weerzijden opgevat misnoegen en verdragthouding, waardoor zoo het in de geboorte niet geswoord was geworden de staat der zaaken in eene nog akeligere gedaan te zoude zijn vervallen, egter door onze onvermoeijde pogingen weder bijgelegd en het vertrouwen met het dempen der onlusten hersteld. — „ 11: Inmiddens gelieven uw Hoog Edelheeden wel te dui„ „den dat wij de vrijheid neemen, nopens de opzending der Princin Hassan en mirie eerbiedig te vertoonen dat hoe zeer zij hun zelven ook mogten zoeken te verschoonen van diel te hebben gehad in het brouwen van voorsch: opstand, egter zulke klare blijken tot staving der egt„ C „heid hunner gemaakte Conspiratie tegen den koning zijn datze geenzins konnen worden gemaakt: want na de herovering der negorijen Cauw, modolie, en papoe zijnde medepligtigen en slaven van Hassan in merrie door de tot onderwerping gekomene Alfoezen zelven aan den koning overgeleverd en in dit e kasteel aan ons vertoond, voorts eenigen daar van door 69 door den koning gecondemneerd en in de ketting geklonken aan de Ternaatsche Negorijen werken te arbeiden: Alle de Hoofden en onderdaanen van Cauw sahoe ent declareerden eenparig door de naabe„ staanden en zendelingen van hassen en merie te zijn opgezuid: De nauwe en geheime verkeering die de Princen met den opgezonden Alfoerees Lui„ tenant sahoesoe hebben gehad, is weereldkundig, en welke, van verre en gevaarlijke uitzigten verzelde Cabalen, deze geheime raadgever der Princen, tot be„ vordering van een finale omkeer in het Rijk van Ternaten hebbe gesmeerd, zullen uw Hoog Edelheeden des gelievende, klaar konnen ontwaren uit den inhoud van het Translaat eener Hoogst Den „zelven met het origineel aangebooden worden„ de door den Rebel Noekoe aan dien Luitenant sahoe„ soe kort na zijne, Hoekar nog onbekende arrestee„ „ring geschreeve, en door Tidors sulthan te rajahe onderschepten brief, waar bij noekoe duidelijk te kennen geeft, hoe hem de gerugten, wegens haar voorneemen ter opzigting van een nieuw Rijk aan de overwal ter ooren waren gekomen, en hem ver„ maand om ter bereiking van zijn doelwit inte„ slaan de weg van het regt des oorlogs: zoo uw Hoog Edelh: wijders gelieven te Considereeren, dat Prins tassan, blijkens het genoteerde bij onze nedriege secreete advisen de dato 22: Meij A:o 1781: reets bij bij het leeven van zijnen Broeder sulthan aroensaha geheime kuijperijen ter beklimming van den throon heeft gesmeed, en niet zonder reeden door gem: zijnen broeder ampteloos is gemaakt voorts den bij hem huis„ restenden wook over zijne teleurstelling in die ver„ „wagting maar alte duidelijk heeft opengelegd in het aan den Eersten Teekenaar met Mirie ingediend en uw Hoog Edelheeden bij secreete adviesen van den 28: september a: p: aangebooden geschrift waar in zig niet hebben ontzien, de memorie van den overleeden koning niet alleen maar ook den actueelen sulthan schamper te bekladden, is het niet te verwonderen dat de laatstgem: zig op zijnen throon niet veilig ag„ „te, zo lange deeze twee op hem zoo zeer verbitterde persoonen hier wij konden gaan waarze wilden en welstands halven zijnen Oom onder het oog zijner familie niet wel konnende opsluiten van twee noodzakelijk kwaden een moetende kiesen om zijne en Miries opzending zoo ernstig heeft aangehouden, datze hem niet gevoeglijk kon werden geweijgerd: wij zullen egter aan uwer Hoog Edelheeden bevel voor het vervolg schuldpligtig vol„ doen en den koning van temnaten zoo wel als de twee andere Moluksche vorsten van zoortgelijke opzendingen zoeken te diverteeren wanneerze er weder aanzoek om komen te doen. §5 12: Met regt mag de Eerste Teekenaar hier ter neder„ stellen 71 „stellen, hoe blijkens het genoteerds bij uwer Hoog Edelh: missive d. d: 30: December 1781: te wenschen waare geweest, dat de fatale last ter opvatting van den sarief Abdullach Haffiel aan de gewezen. Commissianten Den Hartog, Duur en de koning nimmer ware gegeven; want daar door zoude hij in de Eerste plaats vrij zijn gebleven van eene verdenking over een bedrijf, het geene, zoo hij er toe in staat ware geweest, hem uwer Hoog Edelh:s hoog geschatte gunst en protectie en het caracter waar meede door hoogst Dezelven zoo favorabel ge„ „kleed is geworden ten eenemaal onwaardig zoude maken: schoon de overleedene koning van Ternaten mits zijne Hoogheids overleijden tot 's gezaghebbers groot leedweezen uw Hoog Edelh: niet meer met bondige bewijzen kan overtuigen, hoe tot zijn ongeteek in deezen word verdagt gehouden, is ged:e vorst egter altoos bekend geweest voor een man die zulke laa„ ge en schandelijke daaden verfoeijde, en nimmer een Brief zoude hebben laten uitschreeven en onder zijn zeegel en naam laten afgaan, die naar Concept van een ander was opgesteld, waar toe teffens meer dan een persoon gebeezigd moeste zijn geworden bij welken het niet verzweegen zoude zijn gebleven ook zoude die bitter mahonitaansche koning zijne Onderdanen gewis ter verantwoording hebben getrokken en gestrafd zoo hij slegts met eenigen scheijn van egtheid hadde konnen ontdekken datze a a
English
that they had insulted or robbed a priest who is held in high esteem among them. And that this entire robbery and insult of the aforementioned sharif is a fabricated story spread by malicious people appears all too clearly from the circumstances of Durr and the king: for the former, who has never been recorded here as a rich man and lives soberly on what his entirely non-lucrative post of secretary brings him and has moved to the outer posts, would surely not have submitted to plowing away with trouble and zeal here at the writing desk for years in succession in the hope of promotion, if he had been able to subsist outside the Company's service on riches gained from fair plunder, and especially from such arduous duties: and the king, who would not have been satisfied without his proper share in the plunder, has always been known and still remains a poor, needy man, who struggles to provide for his wife and children from one day to the next. A certain Jarich Herema van Vos, known to be currently in Batavia, who was employed as a clerk on that commission and was present during the incident with the sharif, would also have had to receive his portion of the taken plunder, yet before his return to Batavia, people here were unable to perceive that he possessed anything more than before: Not No less contradictory must it be observed that the sharif, possessing riches of such great value, would have risked them in a miserable hut merely woven together from tree leaves and bamboos on the beach close to a well-populated negorij, where those riches would have been better preserved, and would have left that easily portable treasure behind there; when he, without needing to fear anyone, took refuge in the aforementioned negorij, accompanied by hundreds of Dondorese, who according to the testimony of Durr would have been capable of transporting the sharif along with the entire house; nor would it have been fitting for him as a rich man to make do with the livelihood so despised and deemed the lowest among the natives, namely the trepang fishery. Regarding the remarks made by de Chalmot in the letter written to this Ministry and flowing from a prejudiced pen, a copy of which is herewith offered to Your High Noble, we deemed it just to note in the secret resolution of 16 March 1782 that those remarks were improper and unchristian, because we here in loco were best able to judge the untruth of his depositions; and he soon admitted to being convinced of this himself in a letter sent to this Ministry shortly thereafter, dated 28 March 1782, in which, having discovered that the danger in which he believed himself to be—and which danger was that panic which had pressed him to write that letter—amounted to nothing, he apologized for continually having to trouble this Ministry with contradictory reports brought to him by the natives, just as the danger so broadly exaggerated by him also soon vanished into smoke, and he was the cause of expenses that could easily have been spared. From the report of Ensign Keinnairdt it will appear to Your High Noble that this sharif, in the presence of the petty king of Tontoli, declared that he never claimed any compensation for damages, and also made no complaint about any insult or robbery by the commissioners Durr and the king; and in a letter from the former Resident of Quandang, Holliger, dated 1 September 1781, it is cited that the sharif supposedly declared that he had been robbed not by the commissioners, but by the Kaili or Mandhar people, wherefore, at the session of 29 October and 21 January 1782, during the deliberations over those letters, it was decided to admonish Prince Pantjerrovo to make restitution of those stolen goods. However confused this affair may be, it nevertheless seems to us, under correction, from all circumstances, that Durr and the king cannot well be held suspect, and so as not to weary Your High Noble with overly ample elaborations in this matter, we respectfully refer to a report delivered to us by Durr, from whom we demanded further elucidation on that affair; on the authenticity of which he not only declares himself willing to die peacefully, but has also offered to clear himself in person before Your High Noble, to which, however, we did not dare to proceed because we had received no order to that effect from Your High Noble. Meanwhile, the First Draftsman beseeches Your High Noble to be acquitted of the suspicion that fell upon him, which is so vexing to him, and to be honored again as before with that high esteem and protection of which he has sought to make himself worthy during his long years of service. Section 13: Pursuant to Your High Noble's esteemed request, a copy of the secret correspondence with the outer posts and neighboring governments is now transmitted under the enclosures, and Your High Noble's esteemed command regarding this matter shall always be observed in the future. Section 14: Having now progressed to making the report on the consequences of the expeditions undertaken in this matter, there comes in the first place that which was accomplished by Ensign Keinnairdt in his expedition, of which Your High Noble was already informed by our humble letter of 28 September of the past year; the said officer, after having made futile attempts to get the sharif at Palilla into his power,
Dutch transcription
datzo een bij hun in groote agting zijn den Friesten hadden beleedigt of behoofd.. En dat deeze geheele behoving en beleediging van voorn: satief eene gefingeerde en door kwaadaardige menschen uitgestrooide Historie is blijkt maar alle klaar uit de omstandigheeden van Durr en de koning: want de eerste, die hier nimmer voor een Rijkman te boeke heeft gestaan en sober leeft van het geene hem zijn gansch niet lucrative dienst van secretaris opbrengd en op de buiten Posten heeft overgegaand, zoude zig gewis niet hebben laten gevallen, om met moeijte en ijver hier Jaren agter een aan de schrijftafel op„ hope van bevordering, te ploegen, zoo hij met schoone ƒ buit gemaakte Rijkdommen, buiten 's Compagnies, en voor al zulke moeijelijke diensten hadde konnen bestaan: en de koning, die niet zonder zijne Competente porsie in den buit te vreeden zoude zijn geweest, is altoos bekend geweest en blijft nog een arm behoeftig Man, die werk heeft, om zijne vrouw en kinderen van den eenen dag tot den anderen de kost te bezorgen zeekere, zo men weet, tans mog te Batavia zijnde Jarich Herema van vos als scriba in die Commissie g'emploijeerd en bij het geval van den sarief Present geweest, zoude van den gemaakten buit ook zijne portie hebben moeten erlangen, men heeft hier egter, voor sijne retour naar Bata„ „ria niet konnen ontwaren, dat hij iets meer heeft gehad, dan bevorens: Niet ƒ Niet minder teegenstrijdig moet werden aan„ gemerkt, dat de sacrief bezittende Rijkdommen van zulke groote waarde, die zoude hebben gewaagt in eene slegts van boombladen en bamboesen bij een gevolgtene armzalige hut, aan het strand waardigt bij eene wel„ bevalkte Negorij gelegen is, daar die Rijkdommen beeter bewaard waren, en dien schat van weinig omslag daar zoude hebben terug gelaten; doe hij zonder voor ijmand bedugt behoefde te zijn, de wijk naar voorsz: negorij heeft genomen, verzeld van honderden van Dondoreesen, die volgens getuigenis van Durr in staat waren geweest, om den sarief met het geheele huis te transporteeren, ook zoude het hem als een Rijk man weinig hebben gepast, om zig met de bij de Inlander zoo veragte en aller laagste kostwinning nam: den tripang vangst te behelpen, Op den bij de Chalmot aan dit Ministerie geschree„ ven en uit eene voor ingenomen pen gevloeiden brief die uw Hoog Edelh: bij dezen in Copia word aangeboden gemaakte aanmerkingen hebben wij billijk geoor„ „deeld ter secreete Resolutie van den 16: maart 1782: te noteeren, dat die aanmerkingen origen en onchristlijk waren, om dat wij hier in loco best van de onwaarheid zijner depositien hebben konnen oordeelen, en hier van bekende hij eerlang zelfs overtuigd te zijn bij een kort daar aan dit minis„ „terie toegezonden Brief d: d: 28: Maart 1782: waar bij te 73 bij ondwaard hebbende, dat het gevaar, waarin hij meende te verseeren, en welk gevaar die panique weese waar door tot het schreiven van dien brief is geprest, niets om het lijf had, zig verontschuldigd van dit ministerie geduurig met tegenstrijdige berigten te moeten vermoeijelijken, die hem door den Jnlander wierden aangebragt, gelijk het door hem zoo breed uitgemeeten gevaar ook eerlang weder in rook is verdweenen en hij oorzaak is geweest aan kosten die gemakelijk hadden konnen werden gespaard. Bij het Berigt van den vaandrig keinnairdt zal uw Hoog Edelh: blijken, dat hij sarief ter presentie van Tontolijs ko„ ningje heeft verklaard, nimmer eenige schaavergoeding te hebben gevorderd, en ook over geene beleediging of beroo„ „ving der Commissianten Duur en de koning heeft ge„ klangd en bij een brief van den gew: quandangs Resident Holliger d: d: 1: September 1781: word aangehaald, dat de satrief zoude hebben gedeclareerd niet door de Commissian„ „ten maar door de Caijlereesen of mandharreesen te zijn behoofd, waarom ter sessie van den 29: october en 21: Januarij 1782: bij besognes over die brieven besloten is den Prins Pantjerrovo tot de restitutie dier geroorde effecten te vermanen. Hoe verward deese affaire ook zij scheind ons egter onder Correctie aan alle omstandigheeden toe, dat Durr en de kooning niet wel verdragt konnen werden gehouden, en om uw Hoog Edelh: met geene Alte ample uitbreiding in deezen te verveelen refiree„ ren wij ons eerbiedig aan een door Duar van wien 3vi 75 Wij nadere elucidatie over die affaire gevorderd hebben ons ter hand gesteld relaas op welks egtheid hij niet alleen verklaard gerust te willen sterven, maar ook heeft aangeboden zig in persoon voor Hoogst Den zel„ ven te willen zuiveren, waar toe wij egter niet heb„ ben durven overgaan, om dat daar toe van uw Hoog Edelheeden geen last hadden ontfangen. Midlerwijle smeekt de Eerste Teekenaar uw Hoog Edelheden om van de op hem gevallene voor hem des chagvinante verdenking vrij gesproken en weder als bevorens te mogen werden vereerd met die hoge agting en protectie welker hij zig geduurende zijne lang Jarige diensten heeft zoeken waardig te maken §513: Op uwer Hoog Edelh: g'eerde begeerte, gaat tans onder de Bijlagen in Copia over de secreete Correspondentie met de buiten Posten en naabuurige Gouverneurenten en zal Hoogst Derzelver g'eerd bevel dien aangaande voor het vervol altoos in agt werden genomen §. 14: Tans zijnde gevorderd tot het te doene verslag van de gevolgen der in deezen zare aangelegde Expeditien, komt in de eerste plaats voor het geene door den vaandrig Keinnairdt in zijne uw Hoog Edelh: bij onze nedrige van den 28: september a: p:r reets praabel bedeelde expeditie is verrig, zijnde ged:e officier na vergeefsche pogingen te hebben aange„ „wend, om den sakief te palilla in zijne magt te krijgen
English
to obtain him, followed him as far as Tontolij, and having found him there, and judging himself unable to withstand the superior force accompanying him, engaged with him in an oral conference in the presence of the king and grandees of Tontolij and several other natives, wherein the sharif declared that he never had any evil intentions against the Company or the Residencies of Gorontalo or quandang, and also had never demanded any compensation for damages, and that this had been done by malicious persons in his name; that furthermore he would already long ago have come up to Ternaten had he not been detained by a letter from Gorontalo's Resident, de Chalmot, the contents of which had caused him such great fear that he had abandoned that voyage. Meanwhile, he bound himself in writing and under oath to follow Ensign kinnaerdt to ternaten, if the latter could await him in a month at quandang, after which the aforementioned Commissioner, seeing no chance to drive away by force the Bugis and Kayeli people residing there, pacified them with the Tontolij people and, through friendly remonstrances, caused them to depart from Tontolij; furthermore returning again to quandang in order, according to the tenor of his orders received by written instructions from here, to join with the small fleet sent out against the Magindanaos under Ensign mittendorf, he was hindered in his intention by the urgent request of Tontolij's king for assistance against the reappeared Kayeli people, who had not only beheaded and carried off the king's subjects; and having returned with the aforementioned king back to Dondo, and after having made fruitless attempts to recover the captured Tontolij people through gentle words, having become engaged in combat with the Kayeli people, this was nevertheless of so much fruit that he delivered 50 souls out of the hands of the Marauders, after which, through lack of ammunition which he had expended, he returned to quandang and furthermore to manado, and not finding at manado Ensign mittendorf, who meanwhile with his small fleet had turned his course towards the side of Gorontalo in search of the Magindanaos, being unable to accomplish anything further due to the unwillingness of the Sangirese placed upon his rowing vessels and the precipitous retreat of the Magindanaos to their pirate nests, returned back hither again in Sept. of the past year, respectfully referring ourselves for the rest to his Report regarding what occurred in this expedition, inserted into the secret Resolution of the 23rd of October of the past year. 15. Although we have meanwhile had to observe with regret that the true object of this expedition, namely the apprehension of the sharif, has failed, and the Commissioner allowed himself somewhat to be outwitted by the deceptive promises of that Priest, upon which he ought not to have relied, we nevertheless hope that Your High Noblenesses will be pleased to recognize with us that, seeing himself unable to withstand far too great a superior force of superstitious natives, against whom for lack of Europeans he had to fight with natives, he had to take the gentle path, just as he was also too weak to restore again the petty kings of Bwool and Tontalij, who had fled from their small territories before the superior force of the Mandar and Kayeli people, and will be pleased graciously to approve the Extra Ordinary expenditures incurred by him on the expedition, according to his declaration unavoidable and cited in his report, of: Rds. 282: 24:—. in Cash 230 jugs of Arrack Api 9¾ pieces of Guinea cloth, medium, bleached, Coast 5 pieces of Salempores, brown, blue and that furthermore, above the pay provided to the Sangirese of Rds. 3: 36 each per month, there have been passed for write-off: 150 lbs or 3 kegs of Gunpowder 2 pieces of cutlass sheaths 5 pieces of cartridge pouches together with together with such rations as were lost and ruined on that Expedition by sea through the sea rovers as well as supplied, more broadly specified in the Current account attached to the aforementioned Resolution of the 23rd of October of the past year. 16. No less in vain, we must communicate to Your High Noblenesses with sensible regret, have our efforts been for the recapture of the pantchiallang the Jonge Cornelis taken by the Magindanaos, the deliverance of the captured King of Gorontalo, and the chastisement of those Pirates by the considerable small fleet of eight Ternatean kora-koras equipped under Ensign Mittendorf with no less zeal and speed than great expense, because the Pirates, without lingering upon the coast of Celebes any longer than was necessary for dismantling the captured pantchiallang and returning King Ambohinga and some of his wives, children, and grandees, satisfied with the ransom obtained and the considerable booty secured, as well as apprehensive of a force coming upon them, returning with the utmost haste to their pirate nests, Mittendorf, whose small fleet had become scattered during the crossing, could inflict no damage upon the enemy returning home whom he met at sea with only a single kora-kora, and not seeing his comrades appear, the Pirates, who only made haste to carry off the booty taken into safety
Dutch transcription
krijgen, hem gevolgd tot naar Tontolij, en hem daar hebbende aangetroffen, en zig niet bestand oordeelende tegen de hem verzellende overmagt zig met hem heeft ingelaten in een mond gesprek ter presentie van den koning en Rijks„ grooten van Tontolij en meer andere Inlanderen waar in de sarief heeft verklaard nimmer eenige kwaade voornemens tegen de Comp: of de Residentien Gorontalo of quandang te hebben gehad, en ook nimmer eenige schaavergoeding te hebben gevordert, en dit gedaan zij door kwaadaardige menschen op zijnen naam dat voorts reets voorlange naar Ternaten zoude zijn opgekomen, zoo hij niet ware tegen gehouden door eene missive van Gorontalos Resident, de Chal„ mot, welker inhoud hem zoo grooten schik hadde veroorzaakt, dat van die reijse hadde afgezien. terwijl zig inmiddens schriftelijk en onder eede verbond, om den vandrig kinnaerdt naar ternaten te zullen volgen, zoo deeze hem over een maand te quandang kon afwagten, waar na voorn: Com„ missiant geen kans ziende, om de zig aldaar ont„ houdende Boegineesen in Caijlereesen met geweld te verjagen hun met de Tontolijreesen bevreedigde en door vriendelijke vertogen van Tontolij deed ver„ trekken; voorts weder naar quandang te rug keerende om na den teneur zijner bij aanschrivens van hier ontfange ordre met het tegen de mangin danauwers uitgezondene vlootse onder den vaandrig vaandrig mittenderf te conjungeeren, wierd hij in zijn voorneemen gehinderd door het dringende aan„ zzoek van Tontolijs koningse, om assistentie tegen de weder opgedagde Caijlereesen, die meett alleen 's konings onderdanen hadden gehoofd en vervoerd: en met voorn: koning weder naar Dondo terug gekeerd mitsgaders na aangewende vergeefsche pogingen ter terug erlangen der gevangen Tontolireesen e door goede woorden met de Caijlereesen in gevegt zijnde geraakt, zulks egter van zoo veel vrugt is geweest dat 50: koppen uijt handen der Marodeurs heeft ver„ „lost waar na door gebrek aan Ammunitie die hij verschooten had naar quandang en voorts naar manado terug gekeerd, en den vaandrig mittendorf die inmiddens met zijn vlootsje de steren naar de kant van Gorontalo hadde geweerd, ter opspeuring der Mangindanauers, te manado niet aantreffende door de onwilligheid der op zijne roeij vaartuigen geplaatste sangireesen, en praecipitante retraite der Magindanauers naar derzelver roofnesten niets nieer konnende uitvoeren, in sept: A: P: weder naar herwaards is teruggekeerd, refereerende ons voor het overige eerbiedig aan zijn ter secreete Resolutie van den 23: October a: p: g'insereerd Berigt nopens het voorgevallene in deeze expeditie. 1515: schoon wij inmiddens, met leedweezen hebben moeten bespeuren, dat het waare oogmerk de„ zer 77 „zer expeditie, nam: de Ligting van den sariefis mus„ „lukt en de Commissiant zig wel eenigzins heeft laten verkloeken door de bedriegelijke beloften van dien Priester, waar op geen staat hadde behoren te maken, hoopen wij egter, dat uw Hoog Edelheeden niet ons zullen gelieven in te zien, dat hij zig tegen eene altegroste overgemakt van bij geloovige in landens „waartegen bij gebrek aan Europeesen met Inlanders moest regten, niet bestand ziende, den zagten weg heeft moeten inslaan, gelijk hij ook altezwak is geweest, om de voor de overwagt der mandhaar en Caijleereesen uit haare landjes gevlugte ko„ ningjes van Bwool en Tontalij weder daar in te herstellen, mitsgaders goedgunstig zullen gelieven te approbeeren de aan hem op de expe¬ ditie volgens zijne betuiging envermijdelijk gedane en bij zijn berigt aangehaalde Extra Ordinair uijtgaven van 7d:s Rd:s 282: 24:—. Contant 230: kann: Arak Apij 9¾: p.:s guinees gem: Gebl: Cust 5: „ Sulemp:s br: bl: en dat voorts boven de verstrekte gagie aan de sangireesen ijder rd:s 3: 36: per maand ter af„ schrijving zijn gepasseerd: 150: lb of 3: vaatjes Buskruit 2: p:s houwerscheeden 5: „ patroontassen nevens 79 nevens zodanige randsoenen als op die Expeditie door zee de Pastres verlooren en verongelukt mitsg:s ver„ „strekt zijn, breeder gespecificeerd bij reekening Cou„ „rant ter gem: Resolutie van den 23: October a: p: 5 16 Niet minder vergeefs, moeten wij uwe Hoog Edelh:s met sensibel leedweezen bedeelen, onze pogingen te zijn geweest ter herovering van de door de man„ gindanauers genomene Pantjallang de Jonge Corne„ „lis, verlossing van den gevangenen Gorontaals ko„ „ning, en kastijding dier Bovers door het met niet minder ijver en spoed, als grote kosten uitgeruste aanzienlijke vlootsje van agt Ternaatsche kowa„ korras onder den vaandrig Mittendorf, want de Rovers, zonder langer tijd ter kuste van Celebes te vertoeven, dan nodig hadden tot het sloopen der veroverde Pantjallang en terug bezorging van den koning Ambohinga en eenige zijner vrouw„ „wen kinderen en rijksgrooten, vergenoegd met het erlangde losgeld en den behaalden aanzienlijken buit mitsg:s bedugt voor eene op hun afkomende magt, met den uittersten spoed naar derzelver roofnesten terug keerende, heeft mittendorf dies vlootje onder het oversteeken verstrooid was geraakt, den naar huis keerenden vijand dien hij maar niet één enkelde korrakorwa op zee ont„ „moete, geen schaaden konnen toebrengen en zijne makkers niet ziende opdagen, de Rovers, die alleen spoed maakten, om den gemaakten buit in een r
English
to bring to a safe harbor, only not daring to pursue, although thus also with this considerable force, from which we had promised ourselves much good, especially if the pirates, according to their prepared plan and reports obtained from Manado, had established themselves on the Tondano shore in order to execute their undertakings against the Residencies of Gorontalo and Manado, whereby both small fleets under Kinnairdt and Mittendorp would have had time to confront the enemy with united force; due to concurrent circumstances, to our heartfelt regret, the objective intended with their dispatch was by no means achieved. However, the above-mentioned landings and attacks already planned by the enemy on the Residencies of Gorontalo and Manado were thereby averted and prevented, as well as any further expansion of his raids halted; and we trust that your High Nobilities, in view of the fatal accidents which, through no fault of our own, have disappointed our applied zeal and good expectations, will be pleased to honor with Your Highest approval the necessarily made write-off of the strengthened wages, according to your High Nobilities' authorization, at 3: 30:— rix-dollars and rations for the 399 Alfurs assigned to the aforesaid eight kora-koras, in addition to what was further reinforced and consumed in that expedition, consisting, besides what is specified in the current account inserted into the secret Resolution of December 30, still in: Rds 192: 17:—- in cash 2 pieces of broad bleached morris 8 3/8 pieces of ordinary bleached Coast guineas 3 pieces of broad bleached salempuris 220 jugs of arrack api, as well as 500 lb of rice 50 lb of gunpowder 220 jugs of arrack, which, according to a reviewed and sworn statement, became wet and unusable due to heavy weather, and also went missing through the actions of the native. On the other hand, we may have the fortune to inform your High Nobilities that the expedition under Ensign Lohoff has had a more favorable outcome. For this officer, despite all the adversities and maritime disasters that befell him, cited at length in his report inserted into the secret Resolution of April 7 of this year, with the help of His Highness the Sultan of Bacan, who had escorted him as far as Olij, finally being able to set course on September 30 for Aranipa and on October 7 of the past year for Amboina, there also arrived on the 25th of that date the five Bacan kora-koras with the Eastern militia, which had strayed from him and arrived at Sula Besi in a desolate state. Since we further do not doubt that your High Nobilities have already been amply informed by the Amboina administration of the advantages gained over the rebel Nuku and his adherents in that expedition under the direction of the Lord Governor of Amboina, Van Pleuren, and the submission of the exiled Ceram people effected thereby, we shall, regarding what further occurred to the Commissioner in that expedition, respectfully abide by his above-mentioned report. Continuing, we note that regarding the unreasonable treatment alleged against him by the head of the Tidore kora-koras, the Hukum Doi, concerning the people of Maba and Patani sailing on the aforesaid kora-koras—which treatment was said to have given rise to the desertion committed by the aforementioned four kora-koras—he, Lohoff, has cleared himself so satisfactorily in his report that we not only judged it equitable to rest upon that vindication, but also would have had grounded reasons to demand an accounting from that hukum, who, through this committed desertion of his subordinates entrusted to him, and that moreover with a good part of the Company's effects and ammunition mentioned in the aforesaid Resolution of April 7, made himself very suspect of deliberate neglect of the Company's and the King's interests, were it not that we considered it most advisable to refrain from all persecutions in this matter for the sake of the extraordinary affection which the King bears toward this declared favorite of his, and whereby one would without doubt have made that prince even slacker in attending to his own interest in bringing about the total destruction of the rebel Nuku, while nevertheless the necessary representations were made to the court of Tidore to recover the missing ammunition and other effects and return them to the Company. The costs incurred in this expedition, specifically cited in the repeatedly mentioned resolution of April 7 to the amount of 12,515:5:8 florins, we have, at the instance of the Amboina administration in their separate letter dated January 28 of this year, charged to the said Government in a general expense account by invoice. Furthermore, upon the favorable recommendation of the Lord Governor Van Pleuren regarding the proofs of bravery and conduct given by him in this expedition, Ensign Lohoff, pursuant to authorization obtained as evident from what was noted in the joint Resolution of April 7 of this year, to encourage other servants, has provisionally been promoted to Lieutenant, and we hereby respectfully propose him to your High Nobilities for obtaining his commission for that rank, just as we have duly expressed our thanks by letter to His Highness the Sultan of Bacan for the praiseworthy conduct of his chiefs and subjects in that expedition, there being further to the said Commissioner
Dutch transcription
een veiligen haven te brengen, alleen niet durven vervolgen, schoon dus ook met deeze aanzienlijke magt, waar van wij ons voij veel goeds hadden be„ „loofd, voor al, zoo de Rovers, volgens der zelver gemaakt project en erlangde berigten van manado zig aan het Tondaansche strand hadden vastgemaakt had, om derzelver Onderneemingen op de Residentien Gorontalo en manado te volvoeren, waar door de beide vlootjes onder kinnairdt en mittendors tijd zonder hebben gehad, om den vijand met vereende magt op het lijf te komen door de concureerende omstan„ digheeden tot ons innerlijk leedweezen geenzins is bereikt het met der zelver afzending bedoelde oogmerk zijn egter daar door afgeweerd en voorgekomen de bovenaangehaalde door den vijand reeds beraamde landingen en attacques op de residenten Gerontalo en manado mitsgaders gestuit verdere uit breiding zijner stroperijen; en wij vertrouwen dat uw Hoog Edel„ heeden uit inzigt der fatale toevallen, die onzen aangewenden ijver en goede verwagting buiten onze G schuld hebben te leur gesteld met Hoogst Derzelver goed„ keuring zullen gelieven te vvereerren de noodzakelijk gedane afschrijving van de op voorsz: agt korra kowras bescheidene 399: Alfoeren volgens uwer Hoog Edel„ heeden qualificatie versterkte gagie â rd:s 3: 30:— en randcoenen nevens het bovendien versterkte en verbruikte in die expeditie bestaande behalven het gespecificeerde bij reekening Courant g'insereerd ter ter secreete Resolutie van den 30: December nog in„ Rd:s 192: 17:—- Contant 2: P:s moeries br: bl: 8: 3/8„ Guinees gem: gebl: Cust 3: salempoeties br: bl: 220: kann: arak apij zoo meede 500: lb: Rijs 50: „ Buskruijt 220: kann: arak, blijkens gerrecolleerde en b'eedigde verklaring door zwaar weer nat en onbruik„ baar mitsgaders door toedoen van den Jnlander ab„ sent geraakt. 117: Daar en tegen mogen wij het geluk hebben uw Hoog Edelh:s te bedeelen, dat van een favorableeren uit„ „slag is geweest de Expeditie onder den vaandrig Lohoff want deze officier, in weerwil van alle hem te burt gevallene weeder waardigheeden en zee desastres, breedvoerig aangehaald bij zijn berigt g'insereerd ter secreete Resolutie van den 7: april a: E: met behulp van zijn Hoogheijd den sulthan van Batchian die hem tot olij hadde geconvoijeerd, eindelijk op den 30: september Aranipa op den 7: october a: p: Amboina hebbende mogen besteevenen arriveerden op den 25: dier datum ook aldaar de van hem afgedwaalde en te xullabessie in een de solaten staat ter houw gekomene vijf Batchiansche korra korras met de Oostersche militie vermits wij wijder niet twijfelen of uw Hoog Edelheeden zullen van de in die Expe„ dietie 81 ditie onder beleid van den Heer Amboinas Landvoogd van Pleuzen op den Rebel Noekoe en adherenten behaalde voordeelen en daar door bewerkte onderwerping der uijtge„ weekens Cerammers reeds ampel g'informeerd, wezen door het amboins ministerie, zullen wij ons nopens het verdere in die expeditie den Commissiant voorgeko„ mene eerbiedig gedragen aan zijn bovengerept Berigt ten vervolge noteerende dat hij Lo hoff over de hem door het Hoofd der Tidoreese korra korras den hoekoem Doij ten laste gelegde onreedelijke behandeling omtrent de op voorsz: korra korras varrende Maba en Pattanirea„ „sen, en welke behandeling aanleiding zoude hebben gegeven, tot de bij voorn: vier korra korras g'exteerde defirtie, zig bij zijn berigt zoo voldoende heeft gezui„ veerd dat wij niet alleen billijk hebben geoordeeld en die verantwoording te berusten, maar ook ge„ gronde redenen zonder hebben gehad om dien hoe„ koem, die zig door deze gexteerde uitweijking zijner hem aanvertrouwde onderhorigen en zulks nog al met een goed gedeelte Comp:s effecten en am„ munitie aangehaald ter voorsz: Resolutie van den 7: April, wij verdagt heeft gemaakt van opzettelijke verwaarloosing van Comp: en 's Conings belangen, hier over, verantwoording af te vorderen, ware het niet, dat wij raad„ zaamst hadden g'oordeelt van alle persecutien in deezen aftezien om de wille der buiten ge„ meene - 63 meene genegenheid, die de koning dezen zijnen gede„ clareerden gunsteling toedraagd, en waar door men dien vorst buiten twijffel nog slauwer ter beharti„ ging van zijn eigen intrest in eene te bewerkene tot ale vernieling van den Rebel Noekoe zoude heb„ ben gemaakt, ter wijl egter bij het hof van tidor de nodige vertoogen zijn gedaan om de te zoek gebragte ammunitie en verdere effecten te recourreeren en aan de Compagnie terug te bezorgen. De in deze expeditie gevallene ter meermelde reso„ „lutie van den 7: April specifiecq aangehaalde kosten ten bedragen van ƒ 12515:5:8. hebben wij op de instantie van het ambonis ministerie bij derzelver aparte mis„ sive d: d: 28: Januarij a: h: gedagde Gouvernement bij eene generale onkostreekening per factuur aangereekend mitsgaders den vaandrig Lohoff op het favorabels van den Heer gouverneur van Pleuren wegens zijne in deeze expeditie gegevene preuves van dapperheijd en beleid, ingevolge erlangde roge qualificatie blij„ kens het genoteerde bij gemeene Resolutie van den 7: april a: h: tot aanmoediging van andere Dienaren p:l bevorderd tot luitenant, en dragen den zelven bij deeze uw Hoog Edelheeden eerbiedig voor ter erlanging zijner acte tot die qualiteit, gelijk wij zijne Hoogheid den sulthan van Batchian bij missive pligtig hebben dank betuigd voor het prij„ zelijke Comportement zijner Hoofden en onderdanen in die expeditie, zijnde voorts nog aan gem: Commis„ siant
English
side, on his earnest testimony and demonstration regarding inevitable expenses incurred by him, and damage and hardship suffered by him and his subordinates due to distress at sea and several other incidents, as well as the reception of the Sultan of Batchian and his grandees who accompanied him as far as Oubij, five hundred rix-dollars in cash and 373 1/4 cannen of arrack were validated, besides his aforesaid emoluments, and this in consideration of the man's commendable conduct on this expedition, following previous favorably approved examples by Your High Noblenesses, for which high approval, in this matter as well as the rest passed for write-off noted in the current account of the aforesaid resolution of 7 April of the current year, we humbly plead. Paragraph 18. Another expedition, consisting of one chaloup and two pantjallangs, equipped solely for war and manned by 104 seafaring personnel, as well as reinforced with the 48 sepoys posted here, we have organized, as shown by the resolution taken upon the proposal of the First Signatory at the session of 29 March of the current year, and sent out under the command of Ensign Poolman and Chief Mate Cornelis de Lantmeeter to cruise the fairway between Tagulanda, Banka, and Lembe, in order to counteract the predatory undertakings of the Mangindanauers, who almost always set out in the months of April or May and come down along that route. These pirates, in the past year, by their appearance as unexpected as it was sudden on the coast of Celebes and their capture of the pantjallang De Jonge Cornelis, as well as the futile fitting out of a costly expedition, made us experience to our regret that it is always too late to arm against them only after one has received report of their piracies. Our vessels having cruised in the meantime until May without having encountered the enemy, we were informed by secret letters from the Resident of Manado, Root, of 12 large prahus that had shown themselves off Old Manado; whereupon, assuming that the pirates might have put to sea but, having learned of our cruising vessels, wanted to await their return, we deemed it necessary to prolong the time determined for the cruisers until the end of June to the end of August, as well as to reinforce the small fleet with the pantjallang De Kruisser and 24 trained Alfurs from this castle, with orders to the commissioners—since we judged they were strong enough for a bold undertaking—not to tie themselves too strictly to their prescribed cruising station, but to go and search for the enemy wherever they might learn with certainty that they were to be found. And for this expedition—of whose activities no further reports have reached us thus far—we preferred the employment of our own vessels this time over korrakorras because, although the latter are more serviceable than the former for scouting out the enemy, we nevertheless have often, and especially in the past year, had to experience how long it takes before the powerful native forces have everything in readiness, whereby not only are our designs frustrated, but effort and expenses are also spent in vain. Paragraph 19. To the organization of the latest expedition sent out by us to the Papuas and Ceram, we were moved by the well-founded representations of the Amboina Ministry and our own consideration of how unjust it is that the Court of Tidor, as the party more interested in the subjugation and destruction of Noekoe, has thus far, so to speak, sat with folded arms and undertaken nothing worthy of mention in its own cause; wherefore we, judging that after the blow dealt to Noekoe on Ceram, whereby the Papuas had almost all abandoned his side and returned home disheartened, it was now the right time to persuade that nation to totally abandon the party of that rebel and submit to their lawful sultan, as appears from what was extensively noted in the resolution of 7 April last, persuaded the Sultan and his principal grandees in a secret conference held on that day to dispatch a suitable force of 25 korrakorras with one thousand men to his Papuan states; whereupon, at the request of His Highness and the grandees, and to convince the Papuas of the part that the Company takes in this, the Junior Merchant and Sworn Translator Coenraad van Dijk was appointed as head alongside the Regent Hassan, reinforced with 1 corporal and two European soldiers, besides thirty personnel of our native burghers, under their superior and subaltern officers, whom we judge will be able to endure the unhealthy Papuan climate better than formerly, and notably in 1762, was shown by the Europeans. Furthermore, at the urgent insistence of His Highness and the grandees, the 25 korrakorras were provided with the necessary ammunition of war, under a signed bond, however, that the unconsumed ammunition, pieces, and weapons shall be returned unabridged upon return. In order to encourage the chiefs as well as the common Tidorese to an undertaking of importance, there have not only been promised to them the rewards set upon Noekoe and Radja Lokman, but moreover a reward of one hundred ducatoons from the private purse of the First Signatory, besides a cane with a gold head for the principal and one with a silver head for lesser chiefs who conduct themselves bravely in this expedition and show tokens of fidelity; furthermore, the necessary manifestos written in the Tidorese language have been prepared by the Sultan, where
Dutch transcription
kant op zijne ernstige betuiging en aantooning, wegens gedane onvermeijdelijke uijtgaven bij hem en zijne onderhorige overgekomen schaade en gebrek door zes„ nood en meer andere voorvallen mitsgaders onthaal van den hem tot naar oubij verzeld hebbende Bat„ chians sulthan en zijne rijksgroten gevalideerd rijf handert Rijxdaalders Contanten en 373¼: konnen arak, nevens zijne tevorenstaande emolumenten en zulks uit aanmerking van 't mans loffelijk ge„ drag in deeze togt, na vorige door uwe Hoog Edelh: gunstig g'approbeerde voorbeelden, om welke hoge goedkeuring wij in deezen zoo wel als het verdere ter afschrijving gepasseerde genoteerd bij reekening Courant ter voorsz: Resolutie van den 7: April A: h: needrig smee„ ken. §18: Eene andere expeditie, bestaande in een Chialoup in twee Pantjallangs alleen ter oorlog toegerust en be„ mand met 104: koppen zeevarende mitsg:s versterkt met de 48: koppen hier bescheidene sipaijs hebben wij blikens besluit op propositie van den Eersten Teekenaar genomen ter sessie van den 29: maart a: h: aangelegd en onder Commando: van „den vaandrig Poolman en opperstuurman Cornelis de Lant„ meeter opgezonden ter bekruissing van het waarwater tusschen Tagulanda Banka en Lembe, tot tegengang der roofzugtige onderneemingen van de meest altoos in de maanden, april of Meij uitlopende en langs die route afkomende mangindanauers, welke roovers ons in 85 in den voorleeden Jaar door derzelver zoo onverwagte als schielijke opdaging ter kuste Celebes en verovering van de Pantjallang de Jonge Cornelis mitsgaders vergeef„ sche uitrusting eener kostbare expeditie, tot ons leedwee„ „zen hebben doen ondervinden dat het altoos te laat is zig dan eerst tegen hun te wapenen, wanneer men van derzelver roverijen berigt heeft erlangd onze vaartui„ gen middelerwijlen tot mij hebbende gekruijs, zonder den vijand te hebben ontmoet, wierden wij bij secreete aanschreevens van manados Resident Root g'informeerd van 12: zig op de hoogte van oud manado vertoond hebbende groote prauwen, waar op wij, in veronderstelling dat de rovers mogelijk uitgelopen maar onderregt van onze kruis vaartuigen, der zelver retour wilden afwagten, nodig hebben geoordeeld, den tot outt„o Junij voor de kruissers bepaalden tijd te prolongeeren tot ult„o augustus mitsgaders het vlootsje te versterken met de Pantjallang de kruisser en 24: gedresseerde Alfoeren uit dit kasteel, met last aan de Commissian„ „ten, om vermits wij oordeelen, dat sterk genoeg waren tot eene stoute onderneeming, zig niet alte nauw te binden aan de hun voorgeschreeven kruis statie maar den vijand te gaan op zoeken, waarze maar met zeekerheid mogten verneemen, dat te vinden ware en wij hebben het emplooij van onze eigen vaartuigen in deze expeditie, van welker verrigtin„ gen dus verre nog geene nadere berigten, bij ons zijn ingekomen, dit maal gepraefereerd voor korrakorras om om dat, schoon de laatste ter opspeuring van den vij„ „and dienstiger zijn dan de eerste mij egter aldik wils en voor al nog in den voorleeden Jaar hebben moeten ondervinden hoe lange het aanloopt eer de taalmagtige inlanders alles in gereedheid heeft, waar door niet alleen onze desseinen verijdelt, maar ook moeite en kosten vergeefs werden aangewend. §19. Tot den aanleg der laatste door ons uitgezondene expeditie naar de papoe en Ceram zijn wij bewogen door de gegronde vertoogen van het Amboins Mi„ nisterie en onze eigen overweging, hoe onbillijk het zij dat het Hof van Tidor, als het meer te belang hebbende in de onderbrenging en vernieling van Noekoe, dus verre, zoo te zeggen met de handen in de schoot gezeeten, en niets noemens waardigs in zijne Eigen zaak hadde Ondernomen waar om wij, oordeelende dat het, op den Hoekoe op Ceram toegebragten slag waar door de papoeen meest allen zijne zijde hadden verlaten en moedeloos naar huis waren gekeerd tans de regte tijd was om die natie tot totale vverlating der parthij van dien Rebel en onderwer„ „ping aan haar wettigen sulthan overtehalen blijkens het breed voerig genoteerde ter resolutie van den 7: April L: L: den sulthan met sijne voornaamste Rijksgroten in eene ten dien dage gehoudene se„ creete conferentie overhaalden ter afzending eener Convenable mag van 25: korrakorras met Een „ 2 87 Een Duisend man naar zijne Papoesche staaten waar op zijner Hoogheid en Rijksgrooten verzoek en om de Papoen te overtuijgen, van het deel dat de Compagnie hier in nar als hoofd nevens den Rijksbestierder Hassan be„ noemd wierd de onderkoopman en gezw: Translateur Coenraad van Dijk verstreekt met 1: Corporaal en twee Europeesche militairen nevens dertig koppen van onzen inlandsche Burgers, onder haar opper en onder officieren, die wij oordeelen, het ongezonde Pa„ poesche Climaat beter te zullen konnen verdragen dan eer tijds en wel in 1762: van de Europeesen gebleeken is: voorts wierden de 25 korra korras op zijner Hoogheid en Rijksgrooten dringende instantie voorzien van de nodige ammunitie van Oorlog, onder een geteekend verbandschrift egter, dat de niet verbruikte am„ munitie, stukken en wapenen bij retour ontverkort weder terug zullen werden bezorgd: Om de Hoofden zoo wel als gemeene Tidoreese tot onderneeming van gewigt aante moedige zijn aan hun niet alleen uitgeloofd de op Hoekoe en radja Lokman gestelde premien, maar nog bovendien eene premie van een hondert Ducatons uit prive beurse van den Eersten Teekenaar nevens Een rotting met een goude voor het voornaamste en een met een zilvere knop voor mindere hoofden die in deeze expeditie hun dapper gedragen en blijken van trouwe kwamen te geeven, voorts zijn door den sulthan de nodige in de Tidoreese taal geschreevene manifesten in gereedheid gebragt waar
English
whereby, with the communication of the rewards set on the head rebels, the submitting Papuans are promised amnesty, and the obstinate are threatened with being pursued with fire and sword if they do not leave Nuku's party and do not deliver him into the hands of the Company. We humbly request Your High Nobilities' honored approval of these arrangements made, and that, according to what was noted in the aforementioned resolution of 7 April, a suitable quantity of linens was given to the aforesaid Commissioner for the ransom of such captured servants and dependents of the Company as he will happen to encounter there. Meanwhile, no further reports of his activities have reached us other than that, according to what was cited above under paragraph 554, after his departure from Tidore he was provided with 9 kora-koras from Maba, Patani, and Gebe, as well as ten from the Papuan negorijs Walkare, Waigeo, and Bedsie, which last-mentioned Papuans he had found all very willing not only to submit to Tidore's Sultan, but also for the capture and extradition, if possible, of the rebel Nuku and his adherents; and that with the aforementioned fleet, 29 kora-koras and 1100 men strong, he would cross over via Salawati to Kilelohoe on Ceram, in order to seek out and fight the frequently mentioned rebel, who according to news received by him was residing there. We hope, meanwhile, that this expedition may have that desired outcome, for which its beginning provides us with good prospects, and that thereby the peace and calm in the Moluccas may once and for all be largely restored, and Tidore's Sultan established in the full possession of his realm. §20: Serving further for Your High Nobilities' honored information regarding the emissaries of the Moluccan princes who departed from here to Keffing for the delivery of the manifestos, that, according to their account inserted into the secret resolution of 23 October of the previous year, after an ill-fated voyage during which one kora-kora was attacked by an enemy unknown to them, they had returned, but then resumed the journey with the orembaai the Moluccan dispatched by the Commander of Amboina for the delivery of our letters, and in the month of February of the current year crossed over to Ceram for the dissemination of the manifestos; according to a separate dispatch from Amboina dated 28 April of the current year, they were surrounded at Keffing by Nuku with his followers, but according to what was noted in an account sent to us by the Governor of Banda, Mr. Seidelman, in a separate letter dated the first of July, they were rescued again from the enemy's hands by two Amboinese cruising pantjalangs that came to their aid, without, however, having appeared here yet. §21: Your High Nobilities having already been informed by our humble dispatch dated 28 September of the previous year of the reasons which we judge may have moved Batchian's Sultan, despite the small number of his subjects, to cede three hundred auxiliaries and six kora-koras, we shall have the honor, in continuation thereof, to inform you how we—considering that His Highness, by that very cession, gave cause for his districts, stripped of people, to be visited by the subjects of Ternate and Tidore and emptied of the fruits growing there, about which His Highness has come to complain to us several times and among others in a missive dated 22 January of the current year in rather displeased terms—judged it advisable, after the return of Commissioner Lohoff with the Batchian kora-koras from the Amboinese districts, to release His Highness from that obligation in the best and most convenient manner in order to prevent further difficulties, as this has also taken effect to His Highness's satisfaction. Meanwhile, what has been written above was not the only reason that made us hasten this discharge, but we were spurred on even more by what was noted in a separate missive received from Amboina upon the return of the aforementioned small cruising fleet dated 28 January of the current year: namely, that the Batchianese, being descendants of Sawai exiles, etc., had intended to desert their vessels, being tired of bowing any longer under the yoke of Batchian; wherefore we by no means judged it advisable, although that people had conducted themselves bravely in the expedition according to the dispatch from Amboina, to give them an opportunity to defect by sending them out again so soon to those regions, and thereby give cause for the prince-king to remain without subjects. Meanwhile, we cannot conceal having perceived all too clearly on various occasions that Batchian's Sultan exercises a very strict form of government over the small number of his subjects, which causes many of them to seek refuge under Ternate or Tidore, and whereby the First Signatory must ceaselessly exert his efforts at the aforementioned Courts upon the King's complaints to obtain their extradition. However, in our reply to his above-mentioned missive dated 22 January of the current year, we have, among other things, seriously brought to the King's attention the detrimental consequences of an overly strict government, and it does seem that our representations have found favor with His Highness. §22: Meanwhile, as the results of our applied efforts to promote the gold digging in the Batchian mines are dealt with in our humble general letter, we shall, for your honored information regarding our intention to lure skillful gold diggers from the coast of Celebes to the aforementioned mines, respectfully note how Holliger, according to a verbal report made to us during his stay at Kwandang, all
Dutch transcription
waar bij onder Communicatie der op de Hoofd Rebellen ge„ „stelde premien, de zig submitteerende Papoeën amnestie beloofd en de halsterrigen bedreigd worden van te vuuren zwaard te zullen werden vervolgd zoo zij noekoes parthij niet verlaten en hem niet overleevering in handen van de Comp:, wij sweeken ootmoedig uwer Hoog Edelheeden g'eerde goedkeuring op deze gemaakt schikkingen, en dat aan voorn: Commissiant blijkens het genoteerde bij gem: Resolutie van den 7: april eene Convenable quantiteit Lijwaten zijn meede gegeven ter uitlossing van zodanige gevangene Die„ naren en onderhoorige van de Comp: als hij daar zal komen te rencontreeren, zijnde ons immiddens nog geene nadere advisen van zijne verrigtingen, toegekomen dan dat volgens het boven onder 554: aangehaalde na zijn afsteeken van tidori verstrekt is geworden met 9: korra korras van maba, Pattanij en Gebe mits„ gaders Tien van de Papoesche negoreijen walkare waijgeuw en bedsie, welke laatst gem: Papoeen hij al„ „len zeer bereidwillig hadde gevonden niet alleen tot onderwerping van Tidors sulthan, maar ook ter bevesting en overleevering indien mogelijk van den Rebel Hoekoe en zijne adherenten; en dat met voorsz: vloot sterk 29: korrakorras en 1100: koppen over salwattij naar kileloehoe op Ceeram, zoude oversteeken om meerm: Rebel die zig volgens bij hem ingekomen tijding daar ontheild, op te zoeken en te bevegten wij hopen middens dat deeze Expeditie, van dien gewenschten 89 gewenschten uitslag mag weezen, waar toe derzel„ vver begin ons goede voor uitzigt op liverd, en daar door eens voor een voornaam gedeelte moge werden hersteld de rust en tweede in de Moluccos en Tidors sulthan in het volle bezit van zijn Rijk„ §520: Dienende wijders tot uwer Hoog Edelheeden g'eerde narigt nopens de tot den overbreng der manifesten van hier naar keffing vertrokkene zendelingen der Moluksche vorsten datze na eene blijkens derzelver ter secreete Resolutie van den 23: october a: p: g'insereerd Relasen noodlottige reise, waar op de eene korrakorras door een bij hem onbekenden vijand is aangehrand geworden, weder zijnde terug gekeerd per de ten over„ „breng onzer brieven naar Amboinias gedepecheerden s gezaghebber Orembaaij de molluccaan de reise heb„ ben herrat en in de maand februarij A: E: tot devul„ geering der manifesten naar Ceram overgestoken blijkens aparte aanschreevens van Amboina d: d 28: April a: E: te keffing zijn ingesloten geworden door Hoekoe met zijnen aanhangen dog volgens het genoteerde bij een ons toegezonden Relaas door den Heer Bandas Gouverneur Seidelman bij aparte letteren d: d: eersten Iulij door twee hun te hulp gekomene amboinsche kruis Pantjallangs weder uit 's vijands handen zijn verlost zonder egter nog hier te zijn opgedaagd. §21: uw Hoog Edelheeden bij onze humble d: d: 28: sept: a: p: reeds hebbende gesuppediteerd de redenen die wij Wij oor oordeelen, Batchians sulthan, in weerwil van den geringen hoop zijner onderdanen te mogen hebben geper„ moveerd tot den afstand van drie honderd auxiliairen en ses korra korras, zullen wij de eere hebben ten vervolge van dien te bedeelen, hoe wij uit aanmerking dat zijne Hoogheijd door dien afstand zelven aanleijding hebbende gegeven dat zijne van volk ontbloote districten door de onderdanen van ternaten en tidor bezogt en van de daar op staande vrugten leedig wierden gemaakt, waar over zijne Hoogheid diverse maalen en onder anderen bij eene missive d: d: 22: Jan: a: h: in vrij misnoegde termen bij ons is komen te klagen, na retour van den Commissiant Lo hoff met de Batchiansche korra korras uit de amboinsche districten, raadzaam hebben geoordeelt, om zijne Hoogheid ter voorkoming van verdere moeijelijkheeden op de beste en gevoeglijkste wijze van die verbinten is te ontslaan, gelijk sulks ook ten genoegen zijner Hoogheid effect heeft gesorteerd Jmmiddens is het voorschreevene de eenigste reeden niet geweest die ons dit ontslag heeft doen ver„ haasten, maar wij zijn daar toe nog meer aangezet door het genoteerde bij aparte van Amboina bij retour van voorn: kruisvlootsje ontfangene missive dd: 28: Januarij a: E: dat nam: de Batchianders, als afkom„ „stig van hagteling sawaijenz: van intentie waren geweest zig van haar vaartuigen te absenteeren wart zijnde om langer onder het Juck van Battehian te bukken: weshalven wij geenzins raadzaam oor„ deelden 91 deelen om dat volk, schoon zij zig in de Expeditie volgens aanschrijvens van amboina dapper hadden ge„ dragen door hun zoo spoedig weder naar die streeken uit te zenden gelegenheid tot uitwijken en daar door aanleiding te geven, dat de vorst koning zonder on„ derdanen bleef: Immiddens konnen wij niet ontweijn„ „sen bij diverse gelegenheeden maar alteklaar te hebben bespeurd, dat Batchians sulthan onder den kleinen hoop zijner onderdanen eene voij strenge regeering vorm oefend, die veilen der zelver een schuilplaats onder Ternaten of tidor doet zoeken, en waar door de Eerste Teekenaar onophoudelijk op 's konings klagten zijne divoiren bij voorm: Hoven moet aanwenden tot derzelver uitlevering, wij hebben den koning egter bij rescriptie op boven gem: zijne missive d: d: 22 Jan: a: h: onder anderen de nadeelige gevolgen eener alte strenge Regeering ernstig onder het oog gebragt en het scheijnd wel, dat onze vertogen bij zijne Hoog „heid ingang hebben gevonden. §522: Intusschen de gevolgen onzer aangewende pogingen ter bevordering der goud Graverij in de Batchiansche mij„ „nen bij onze nedriege gemeene werdende verhandeld zullen wij ter g'eerde narigt nopens onze intentie om kunstig Goud gravvers van de kuste Celebes naar voorsz: mijnen te lokken, eerbiedig noteeren hoe Holliger volgens mandelings aan ons ge„ daan Berigt geduurende zijn verblijf te quandang alle
English
having exerted every effort to persuade the Boulemmers to work the Batchiansche mines, he has nevertheless not been able to succeed in this because it is too contrary to the interest of the Limbetters, whose lands at Quandang, likewise very depleted of inhabitants, are more or less populated and cultivated by these people. Meanwhile, upon reports received from the petty kings of Bwool and Tontolij that they had abandoned their little lands, we kindly offered those Regents to come down to Batchian until such time as we might have more room to restore them to their little realms; but having received no answer yet, we also cannot elucidate to Your High Noble Honours to what extent they found our proposal agreeable. Our aim in this matter will, however, be achieved with difficulty unless we could send thither purposely for that end a man well known and beloved among the native population on the coast of Celebes, for which we hope to find an opportunity after the departure of the ship. Section 23. Furthermore, it serves for Your High Noble Honours' esteemed information that the Sultan of Batchian, upon sending his missive and presents for Your High Noble Honours, has caused communication to be made confidentially to the first signatory through his Prime Minister of a certain request to be presented to the Highest Himself, to lure with a gentle inducement into his power and over to Batchian the peoples of a certain number of negorijen on Ceram, who, according to the king's statement, are presently siding with the rebel Hoekoe, and to which the former Sultans of Batchian have from ancient times always laid more or less claim. This was done under the demonstration that this would serve more to the advantage than to the prejudice of the Company, since those distantly living peoples could then be better kept in check and Batchian could thereby conveniently be populated. We submit this request in the meantime to Your High Noble Honours' wiser judgment and deeper insight, with the respectful remark that if the Sultan of Batchian's aim merely tends toward the repopulation of his land, it would indeed be desirable that he succeeded in his attempts, provided they could be carried out with the full consent of those peoples and without exposing himself to disputes with his more powerful neighbours. Section 24. While regarding the arrangement made to the satisfaction of His Highness of Batchian concerning the payment of his recognition moneys, we further note for Your High Noble Honours' esteemed elucidation that whereas the king formerly, according to an ancient custom among the rulers of Tidor and Batchian, had to await the arrival of the annual relief ship from Batavia for the receipt thereof, he now receives those moneys every year by the end of December on the terms agreed upon with the Sultan of Ternate. Section 25. What is necessary concerning Tidor and the Papuans having already been treated under sections 9 and 20, we shall respectfully note with regard to the expedition to the pirate nest of the Mangindanauws proposed in our humble letter of 28 September of last year, how the first signatory was moved to this proposal, which is certainly very difficult in its execution, by the sad experience he has had in his nearly four years of administration here, that those pirates, however one attempts to intercept them on their raids and administer a severe chastisement, have nevertheless always known how to escape with good plunder and drag it safely into their strongholds at the expense of the Company and of the poor inhabitants. So that in order to effect some redress in this, either a severe chastisement and if possible the total destruction of the pirate nest itself, or a gentle way to be found toward an association and a firm and lasting peace and commerce contract to be concluded thereon, is necessary. And since the former in these troubled times is utterly impossible due to the lack of everything required for it, unless a peace soon to be hoped for with the English should lend us a helping hand for that purpose, we shall exert all our efforts toward bringing about the latter, and for the present dispatch to the Sultan of Mangindano a missive composed in terms serving the matter with a certain Sangirese Chief secretly disposed here for this embassy named [illegible], heartily wishing that the Almighty may crown our efforts in this matter with a favourable outcome. Section 26. Regarding the Limbotters, it may serve for Your High Noble Honours' esteemed information that from the idea having given rise to the necessity argued in the resolution dated 10 September 1781 for their removal to the old negorij of Limbotto, and consequently to the decision dated 21 January 1782 running directly counter thereto, we were brought first by De Chalmot himself in his secret reply dated 24 December 1781, and the subsequent representations of the Limbotto king designated here for confirmation and his grandees. Meanwhile Your High Noble Honours will see from what is cited under the main heading of products by the general advisory letters how little these peoples respond to the compliance shown toward them, both concerning this article and the reduction of the contingent from 750 to 500 reals, since not only has the delivery of gold not increased since then, but they would also not have shown the least zeal to put the fortress and buildings into a better state had they not been urged thereto by us with the most earnest representations.
Dutch transcription
alle moeite hebbende aangewend, om de Boulemmers te persuadeeren tot de bewerking der Batchiansche mijnen egter hier in niet heeft konnen serlagen om dat zulks altestreijdig is tegen het belang der Limbetters welker meede zeer van inwoonders ontbloote Landen te quandang door deeze menschen meer of min 6 „werden bevolkt en gecultireerd: middelerwijlen heb„ „ben wij op erlangde Berigten van de koningjes van Bwool en tontolij, dat derzelver landje hadden ver„ laten die Regenten vriendelijk aangeboden om zoo lange naar Batchian aftekomen tot tijd en wijlen men de aanden ruimer mogte hebben, om hun in derzelver Rijkjes te herstellen, maar nog geen ant„ woord hebbende erlangd, konnen wij uw Hoog Edelheeden ook niet elucideeren in hoe verre in onze propositie smaak hebben gevonden: ons oogmerk in dezen zal egter bezwaarlijk werden bereikt ten ware wij een onder den Jnlander ter kuste Celiber wel„ bekend en bemind man expres ten dien einde naar naar derwaards konden afzenden waar toe, wij na het vertrek van het schip gelegenheid hopen te vinden. §23: Wijders diend nog tot uwer Hoog Edelheeden guerde kennisse dat de sulthan van Batchian bij overzen„ „ding zijner missive en geschenken voor uw Hoog Edelh: den Eersten teekenaar door sijnen Rijks„ bestierder sub rosa Communicatie heeft laten doen van 93 van zeeker aan Hoogst Denzelven voor te dragen „verzoek om de volkeren van een zeekere getal Negoreijen op Ceram, die het volgens 's konings opgave tans met den Rebel Hoekoe houden en waar #f op de voorige sulthans van Batchian van ouds her al„ „toos meer of min aansprak hebben gemaakt met een zoet dientje onder zijne magtonnaar batchians over te lokken onder vertoning, dat zulks de Comp: meer tot voordeel dan prejudicie zoude strekken vermits die verafwoonende volkeren als dan beeter in bedwang ge„ houden en batchian daar door gevoeglijk bevolkt zoude konnen werden wij submitteeren inmiddens dit ver„ zoek aan uw Hoog Edelheeden wijzer oordeel en diepere door zigt, onder eerbiedige remarque, dat zoo het oog„ merk van Batchians sulthan slegts sterkt ter be„ volking van zijn land, wel te wenschen waare dat hij in zijne pogingen vlaagde, zoo ze met volkomen toestemming dier volkeren en zonder zig te exponee„ „ren aan geschillen met zijne magtigere naabuuren ter uitvoer te brengen waren. §n 24: Terwijl nog ten opzigte der gemaakte schikking ten genoegen van zijne Hoogheid van Batchian omtrent de afbetaling zijner recognitie penningen tot uwer Hoog Edelh:s g'eerde elucidatie aanstippen, dat de koning bevorens naar een aloud gebruik bij de vorsten van Tidor en Batchian tot derzelver ontfangst hebbende moeten afwagten de komst van het Jaarlijksche secours schip van batavia, tans die pen penningen op den met Ternaatsch sulthan bepaalden voet alle Jaren onder ultimo December ontfangt §25: het nodige over Tidor en de papoein reets onder 5 9. en 20: zijnde verhandeld, zullen wij ten reguarde der bij onze nedrige van den 28: 7ber: a: p: geproponeerde expeditie naar het roofnest der mangindanauws eerbiedig noteeren, hoe de eerste Teekenaar tot deze in haar uitvoering zeeker zeer difficiele propositie is bewogen door de droerige ondervinding die hij in zijn bij na vier Jarig bestier hier heeft gehad dat die rovers, hoe men het ook aanlegge om ze op derzelver strooptogten te agter haalen en daar over gevoeligte kattijding, het egter altoos met een goeden buit heb„ „ben weeten te ontsnappen en die ten kosten van de Comp: en der arme ingezetenen veilig binnen haar zoo fresten te sleepen zoo dat om hier in eenig redres te bewerken, of eenigevoelige kastijding en des mogelijks tot ale vernieling van het roofnelt zelven of een uittevindene zogte weg tot eene assopiatie en daar op te sluiten vast en geduurzaamen vreede en Commercie Contract nood zakelijk is en vermits het eerste in deze trouble tijden door gebrek aan al het daar toe benoodigde finaal ondoenlijk valt ten ware een spoedig te verkopene vreede met En„ gelschen ons daar toe de behulpzaame hand bood zullen wij tot bewerking van het laatste alle Onze devoiren aanwenden, en voor eerst niet eene 95 eene in ter materie dienende termen ingerigte missive naar den sulthan van mangindano afzenden zeeker hier tot deeze aambassade in secreetesse gedis„ poneerd sangirees Hoofd: - - - - - - - - gent: hartelijk wen„ schende, dat den almogenden onze pogingen in dee„ „zen met een favorabelen uitslag moge bekronen. § 26. Ter reguarde der Limbotters, diene tot uwer Hoog„ Edelh: g'eerde narigt, dat wij uit het denkbeeld aanleiding hebbende gegeven tot de bij resolutie d: d: 10: september 1781: betoogde noodzakelijkheid tot derzelver verhuising naar de oude negorij Limbot„ „to, en bij gevolge tot het daar tegen direct aan loopende besluit d: d: 21: Januarij 1782: gebragt zijn eerst door de Chalmot zelven op sijne secreete rescriptie d: d: 24: de„ cember 1781: en daar op gevolgde vertogen van den ter bevesting hier aangewezen Limbott koning en zijne Rijksgrooten: Immiddens zal uw Hoog Edelh:s het aangehaalde onder het hoofdeel der producten bij gemeene advisinantenen, hoe weinig deze volkeren beantwoorden aan de met hun gebruikte in schikkelijk„ „heijd zoo wel omtrent dit articul als den afslag van het Contingent van 750: tot 500: realen vermits de Goudliverancie niet alleen zeedert nog niet is „vermeerdert, maar ook geen de minste ijver„ zouden hebben betoond om het fortres en opstallen in een beeteren staat te brengen waaren zij daar toe door ons niet met de ernstigste vertogen aangezet 9: den
English
incited, and they were moreover so shameless as to propose to the overseer Bak, who was ordered to confront them with their negligence in our name, that they should have a three-year postponement of gold digging if they were to bring the fortress into a proper state. Paragraph 27: We have had no opportunity to carry out our design with the Hulbokkers, because not a single one of their vessels has appeared within this jurisdiction of this Government this year; we shall, however, do everything possible to win this nation over to our interests as soon as a favorable opportunity presents itself. Paragraph 28: Your High Nobilities having further been pleased to remark that the explanation supplied in the previous year regarding the increased price of the linens by Wenthold did not tally with the request of King Ambohinga, inserted in the secret resolution of 21 January 1782, to restore the price of the linens to the old footing, we have the honor to note in this regard that this explanation was given upon Wenthold's earnest assurance that he never sold the linens at a higher price than his predecessors. Nevertheless, the overseer Bax, upon his departure for Gorontalo, was ordered by us not only to inquire into this matter, but also to arrange the price of the linens in such a way that the kings would also be satisfied with it. Whereupon the said overseer, by separate letter dated 15 September of the past year, made known to us that the somewhat high prices placed upon the linens by Wenthold did in fact exist, although the residents were indeed compelled to demand somewhat more than usual for the linens, because the Gorontalo people very seldom buy for cash payment and almost always take on credit, and furthermore, upon refusal of credit, refuse to go to the gold mines, pretending to have nothing with which to buy the necessary provisions. Yet regarding the substantial delivery of gold, not the least explanation has reached us thus far, and we cannot comprehend how the kings could have suspected the former Resident Wenthold, since year after year they delivered to him a receipt written in Arabic and confirmed with their seals to be sent to this government for his vindication, in which the quantity of delivered gold was accurately stated. In the meantime, let it serve for Your High Nobilities' honored information that through the fortunate liberation of King Ambohinga from the enemy's hands, internal peace at Gorontalo has been fully restored, and Prince Tapoeij is no longer spoken of. Paragraph 29: Beseeching Your High Nobilities' indulgence concerning the omitted communication in the previous year's secret advices of the petition submitted by King Ambohinga, who was at this castle for his confirmation, and inserted into the resolution of 21 January 1782, and the decisions taken thereon, we must respectfully mention in that regard that the accident which befell King Ambohinga on his return journey, the demise of Resident De Chalmot, and several other concurrent adversities have prevented us thus far from pressing with earnestness for the decisions noted in the margin of that petition, in whose strict observance alone an opulent gold delivery lies enclosed; toward which, however, now that Gorontalo is once again at peace, we shall use all endeavors upon the departure of Resident Heidfeld, and shall earnestly recommend to that Resident to take care that those decisions, as well as the additions made to the renewed contract with King Ambohinga, are complied with without deviation, since this is the only means to cause the so greatly diminished gold delivery to rise again and bring it into a more substantial state. Paragraph 30: The expulsion of the Bugis from the Bay of Tomini, even in tranquil times being a matter that may well be regarded as utterly impracticable as long as those people, with the knowledge and consent of their king, maintain a fixed residence at Todjo, Ampana, Saluwang, and several other places in the aforesaid Bay, and from there travel back and forth to the gold mines with provisions and other merchandise from Palu and Makassar, we humbly beseech Your High Nobilities to effect at the Court of Bone that these Bugis be recalled from the Bay of Tomini; while the Mandarese Prince Daeng Manassa, having no large following and being held in check on the one side by the Parisians and on the other by the Gorontalo people, can, by the Gorontalo people themselves, under the support of a small Company force, be compelled to evacuate the districts of Moutong, Lemboena, and Tomini, and to keep himself within the boundaries of his district at Ampibabo. However, that which is noted in the margin of Ambohinga's petition is and remains true, namely that an opulent gold delivery depends solely upon faithful chiefs, who, thwarting the cunning tricks of the smugglers, take care that the diggers are kept complete in number, work diligently, and that the gold comes into the Company's hands; whereas, on the contrary, when the chiefs themselves connive at the smuggling trade and for a small sum quietly allow the diggers to return home, in spite of all efforts that
Dutch transcription
aangezet en zij waren nog daar bij zoo schaam„ „teloos om den opzigter bak, die gelast was hun uit onzen naam der zelver nalatigheid voor te houden te proponeeren, dat ze drie Jaren uijt stel van goudgraven moesten hebben zoo zee het fortres in eenen behoorlijken staat moesten brengen. §27: Tot de uijtvoering van ons dessiin met de Hulbok„ kers hebben wij geen kans gehad om dat zig in deezen Jaare nog geen een hunner vaartuigen onder dit ressort van dit Gouvernement heeft vertoond zullende egter alles aanwenden om deeze natie in onze belangen overte halen zoo dra zig daar toe eene gunstige gelegenheid aanbied. §28: U: we Hoog Edelheeden wijders hebbende gelie„ ven te remarqueeren dat de in a: p: gesuppediteerde elucidatie wegens den door wenthold verhoogden prijs der Lijwaten niet strookte met het verzoek van koning Ambohinga g'insereerd ter secreete resolutie van den 21:' Januarij 1782: om den prijs der Lijwaten weder op den ouden voet te brengen, hebben wij de eere hier op te noteeren, dat deeze elucida„ „ttie is gegeven op wentholds se rieuse verzeekering van de Lijwaten nimmer hooger dan zijne pradeces„ seuren te hebben verkogt, egter is de opziender Bax, bij vertrik naar Gorontalo door ons ge„ last geworden, niet alleen om zig hier na te informeeren maar ook den prijs der Lijwaten zoo 97 zoo te schikken dat de koningen er meede te vreeden wa„ „ren: waar op ged:e opziender ons bij aparte letteren d: d: 15: sept: a: p:r heet te kennen gegeven dat de door want„ held op de Lijwaten gestelde eenigzins hooge prijzen in waarheijd bestonden terwijl egter de residenten wel genoodzaakt waren, om voor de lijwaten iets meer den ordinair te bedingen, om dat de Gorontaalders zeer zelden voor Contante betaling kopen en meest altoos geschuld neemen mitsgaders bij weijgering van Credit niet naar de Goud mijnen willen gaan, voor„ gevende niets te hebben, om de nodige leven middelen intekoopen tog nopens de aanzienelijke leverantie. van goud is ons dus verre geene de minste elucidatie toegekomen en wij konnen niet begrijpen, hoe of de ko„ „ningen den gew: Resident wenthold hebben konnen verdagt houden, daar ze hem Jaar voor Jaar een met derzelver zeegels bekragtigd in het arabiesch geschree„ „ren bewijs hebben ter hand gesteld om tot zijne zui„ vering aan deeze regeering te zenden, waar in de quantiteit van het geleverde goud naauwkeurig be„ kend was gesteld: Immiddens diene tot uwer Hoog Edelheeden g'eerde narigt dat door de gelukige ver„ lossing van den koning Ambohinga uit 's vijand kan, den de binnen landsche rust te gorontalo ten vol„ „len is hersteld en van den Prins Tapoeij niet meer gerept word: 1529: Over de bij voorJarige secreete adviesen verzuimde bedeeling van het door den ter bevestiging aan dit dit kasteel geweezen koning Ambohinga ingediende en ter resolutie van den 21: Januarij 1782: g'insereerd verzoekschrift en daar op genomene besluijten uwer Hoog Edelheeden in dulgentie afsmeekende, moeten wij daar omtrent eerbiedig aanhalen, dat den koning Amboinga op zijne terug reise overgekomen ongeval het overleijden van den Resident de Chalmot en meer andere concurreerende tegen spoeden ons durverve zijn hinderlijk geweest om op de in margine van dat versoek schrift genoteerde besluiten, in welker strikte naarkoming alleen eene opulente goudleverantie opgesloten legt, met ernst aantedringen, waar toe egter nu Gorontalo weder in rust is bij vertrek van den Resident Heidfeld alle devoires aanwen„ den in dien Resident ernstig zullen aanbeveelen om zorge te dragen dat aan die besluiten zoo wel als de bij het genoveerde Contract met den koning amboiga gemaakte ampliatien zonder afwijking werden naargekomen, vermits dit het eenigste middel is, om de zoo zeer gedaalde Goud leverancie weder te doen rijsen en in eenen aanzienlijkeren staat te brengen. §30. Het verJagen der Boegineesen uit de Bogt van Tomijnij zelfs in de geruste tijden een poinct zijnde het geene wel als finaal ondoenlijk mag werden aangemerkt, zoo lange die menschen met voorkennis en bewilliging van haar koning op 99 op Todjo, Ampana, saluwang en meer andere plaat„ „zen in voorsz: Bogt een vast verblijfhouden, en van daar met levensmiddelen en andere koopmanschap„ „pen van Palo en maccasser naar de Goudmijnen af en aanwaren smeeken wij uw Hoog Edelh: nedrig om bij het Hof van Bone te willen bewerken dat deeze Boegineesen uijt de Bogt van tominij werden op„ ontboden, terwijl de mandharees Prins Dain ma„ nassa, geen groot en aanhang hebbende en aan de eene kant door de Parigiers en aan den andere door de Gorontaalders in bedwang werdende ge„ houden door de Gorontaalders zelver, onder stund van eene kleine Compagnies mag kan werden genoodzaakt om de districten van moetan Lem„ boena en tommijnij te ruimen en zig binnen de palen van zijn district op amphibaben te houden, egter is en blijft waar, het aangeteekende in margine van ambohingas, verzoekschrift dat nam eene opuleute Goud leverantie alleen berust op trouwe hoofden, die de listige streeken der smokkelaars te leur stellende zorgedragen dat de gravers Compliet worden gehouden naarstig werken en het Goud in sComp:s handen kome, daar in tegendeel, wanneer de hoofden zelven den smokkelhandel conviveeren en de gravers voor een kleine somma Hilletjes laten naar huis keeren, in weerwil van alle pogingen die
English
which this Government and a Resident employ, no Gold is delivered. §31: Meanwhile it is impossible for the Bugis residing in Goventalo to obtain Gold without agreeing with the Gorontalo chiefs, since not a single Digger may return from the mines without a record being kept of the gold that he carries with him. §32. Under the Heading of matters of war we may have the good fortune to inform Your Right Noblenesses: that by God's goodness we have thus far remained spared from the attacks of the British and only in the month of May last did an English ship sailing through the strait of Biaro and Ruang close by Tagulandang take away some foodstuffs and the laden Coconut Oil from a small trader coming from Great Sangihe, giving in return some Spanish dollars and a bag of Rice, which indeed resembled that from Maguindanao, noting on his Pass, I have taken rice J: R: S: after which letting him depart again it continued its voyage shaping its Course toward the west. furthermore we have received news from Amboina and Banda of two English ships and one French ship having shown themselves off Ceram and Goram in the Months of March and April, and from Makassar first of two showing themselves in the month of August in Buton and on Salajar, subsequently by Express of twelve English ships having cruised in the month of March in the vicinity of Bima, which latter were said to have aimed at this government and would come down hither via Lifau on Timor with the southern monsoon, which providence however has favorably averted, since nothing of that fleet has been heard of in this vicinity, and according to reports received from Amboina just as little at Timor. §33: the necessary details concerning the fortification works of this castle having already been communicated above under 1: 2: and 3: we merely note here with respect, that in the inevitable construction or preparation of the required surplus, all skill within our power shall be employed, while we take the liberty earnestly to assure Your Right Noblenesses that concerning the gunpowder all possible frugality is practiced and the Chief Draughtsman has always paid proper attention to it and will continue to do so in the future, while Your Noblenesses may please to take into consideration, that the Remainder of the powder was greatly reduced in the year 178½ by an Extraordinary issue made upon receipt of the declaration of war to the vessels and outer Stations, which were immediately written off from the Remainders of the artillery upon departure, and were taken up again among the Remainders of the vessels and outer posts, which will clearly appear to Your Noblenesses from the specific powder accounts of the year 1783 now forwarded among the Appendices by high command: §34: Meanwhile Your Right Noblenesses' esteemed remark, to proceed in the enlistment of Salaried personnel according to what the supply of Cash will allow for prompt payment, will be carefully kept in mind, and may Your Noblenesses please be assured that not a single man more than calculated most strictly necessary for the defense of this castle and subordinate Posts as well as in the expeditions sent out and on the vessels, is taken into service or retained therein, while with regard to the enlisted one hundred fifty Alfoor men we note for your esteemed information that although these auxiliary troops are currently quite useful, we nevertheless have judged it best in the hope of more favorable and tranquil times to reduce them gradually and finally to be rid of them entirely by not letting the places of those departing through illness or other occurrences be filled by others, furthermore meanwhile enlisting in their place, under contract at f. 9: per month, Ternatan and Manadonese Burgher children; the King and the Grandees of the Realm furthermore having regulated themselves in negotiating the pay for those Alfoors, as appears from what is noted in the common advices, after the wage of the Balinese who came from Batavia, we could, in a time when the news of the war obliged us to be prepared for all possible defense, not haggle over the King's proposal, to which Your Right Noblenesses will also please attribute the bonus granted to His Highness, meanwhile expressing humble thanks to Your Noblenesses for favorably approving both matters. — §: 35: since the residency of Manado must supply provisions not only for Company Servants, but also for the Inhabitants of this Colony, Your Right Noblenesses' esteemed Order to keep that residency in a good state of defense against a Native enemy is carefully observed, it being currently garrisoned by over fifty Soldiers under an officer who, with the numerous Burgher population and the Ternatan Alfoors stationed there, will not easily have to surrender to a Native enemy. On the other hand, upon the Resident's proposal and for reasons given in the secret Resolution of 14: June of this year, we have withdrawn the Post at Amurang, and had the artillery and garrison transferred hither, while regarding the decision taken toward the effected
Dutch transcription
die deeze Regeering en een Resident in 't werk steld, geen Goud word geleverd. §531: Immiddens is het den te Goventalo woonagtige Boegineesen onmoogelijk, om Goud te erlangen zonder het met de Gorontaalsche hoofden eens te zijn, vermits niet een Graver uijt de mijnen mag reverteeren, zonder dat van het goud het geene hij meede voerd aanteekening, word gehouden. 1532. Onder het Hoedeel van oorlogs zaaken mogen wij het geluk hebben uw Hoog Edelheeden te bedeelen: dat door Gods goedheid van de attentaten der brit„ „ting dus verre verschoond zijn gebleven en alleen in de maand meij L: L: een Engelsch schip in straat Biaro en Doewan digt bij Pagulanda voor bij zeil„ lende een onder smalle handelaars, die van Groot san„ girsch afkwam heeft afgenomen eenige eetwaren en den ingeladen Clappus Olij, en daar voor gegeven eenige spaansche matten en een zak Rijs, die wel naar magindanauwsche geleek, onder sijnen Pas„ saanteekenende, Ik heep rijs genomen I: R: S: waar na hem weder latende vertrekken zijne reijs vervolgden stellende Cours naar het westen. voorts hebben wij van Amboina en banda tijding erlangd van twee zig onder Ceram en goram in de Maanden maart en april vertoond hebbende En„ gelsche en een Fransch schip mitsgaders van maccasser eerst van twee zig in de maand Augustus in Boeton 101 Boeton, en op sallamparrang vertoonden vervolgens per Expresse van twaalf in de maand maart om„ streekt Bima gekruist hebbende Engelsche scheepen welke laatste gezegd wierden het op dit gouverne„ ment te hebben gemunt had en over Lifau op timor met de zuider moesten naar herwaards zouden afkomen het geene de voorzienigheid egter gunstig heeft afgekeerd, vermits van die vloot hier omstreeks niets is vernomen, en volgens van Amboina erlangd berrigten even min op Timor. §33: het nodige over de forticatie werken dezes kasteels reeds boven onder 51:2: en 3: zeinde bedeeld noteeren wij hier nog eenelijk in eerbied, dat bij het onvermij„ delijk aangebouwd of geprepareerd werdende het vereischte overlegen alle in ons zijnde kundigheid zal werden aangewend, terwijl wij de vrijheijd gebrui„ ken uw Hoog Edelheden serieus te verzeekeren dat omtrent het buskruit alle mogelijke menage word gebruikt en de Eerste Teekenaar daar op altoos eene behoorlijke attentie heeft gevestigd en in 't vervolg zal vestigen, terwijl Hoogst Dezelven in aanmerking gelieven te neemen, dat de Restant van het kruit in a:o 178½ sterk is ver„ mindert door eene op ontfangst der oorlogs de„ Claratie gedane Extra ordinaire verstrekking aan de vaartuigen en buiten Comptoiren die bij de Restanten van de artillerij ten eersten bij vertrekking vertrekking afgeschreeven, en bij de Restanten der vaartuigen en luiten posten weder zijn ingenomen het geene Hoegst Denzelven duidelijk zal blijken bij de op hoog bewel tans onder de Bijlagen overgaan„ de specifique kruit memorien van anno 17 8/3: §534: Middelerwijle zal uwer Hoog Edelh: g'eerbiedigde remarque, om bij het in dienstneemen van Bezolde „lingen te werk te gaan na mate de voorraad van Contanten eene prompte betaling zal toelaten, zorg„ vuldig in het dog werden gehouden en Hoogst Dezelven gelieven verzeekerd te zijn dat geen enkeld man meer dan op het nauwste gereekend tot defensie van dit kasteel en onderhorige Posten mitsgaders in de uitgezondene expeditien en op de vaartuigen benoodigt zijn, in dienst word genoomen of daar in aangehouden, terwijl ten reguarde der aangenome„ „ne hondert vijftig koppen alpoeren ter g'eerde naa„ rigt aanstippen hoe wij schoon deeze hulp treouppen tans nog wel te Pas koomen, egter best hebben g'oordeelt om ze op hope van gunstigere en gerustere tijden allen skeus te verminderen en eindelijk geheel kwijt te raken door de plaatsen der door ziekte of andere voorvallen afgaande door geene andere te laten vervullen, voorts in derzelver plaats inmiddens met verband a: ƒ. 9: per„ maand in dienste aanteneemen Ternaatschen en manadosche Burger kinderen; de koning en 103 en Rijksgrooten wijders hun bij het bedingen der gagie voor die Alfoeren blijkens het genooteerde bij gemeene adviesen gereguleerd hebbende na de sol„ dij der van Batavia gekomene Baliers, konden wij in eene tijd, waarin de tijding van den oorlog ons verpligte, om op alle mogelijke defencie bedagt te zijn, niets afdingen op 't konings voorstel, waar aan uw Hoog Edelheeden ook gelieven te atthibueeren het aan zijne Hoogheid toegestane douceur Immid„ dens toogst Denzelven needrig dank betuigen„ de voor het Gunstig passeeren van het een en ander. — §: 35: vermits de residentie manado de virres niet slegts voor Comp: Dienaren, maar ook voor de Jngezeetenen dezer Colonie moet leveren word uwer Hoog Edelheden g'eerd Bevel om die residentie in een goeden staat van defensie te houden te„ gen een Inlandsch vijand zorgvuldig in het oog gehouden, zijnde tans bezet met ruim vijftig Militairen onder een officier die met de talrijke Burgerij en daar bescheijdene Ternaatsche Alfoeren het voor een Inlandsch vijand niet ligt zullen behoeven op te geven Daar en tegen hebben wij op 's Resident spropositie en bij secreete Resolutie van den 14: Junij a: h: gegevene redenen ingetrokken de Post te amoerang, en het geschut en bezet„ „ting naar herwaards doen overvoeren terwijl nopens het genomen besluit tot de g'effectueerde op.
English
breaking down and demolition of the Fortress at Kema, contrary to what was resolved on the date 11 September 1781, as well as what is to be noted regarding the small fort constructed by the Gorontalo kings in the bay of Gorontalo, by secret resolution of 14 June, to avoid duplicate distributions, we respectfully refer to our General Advices. Paragraph 36: To the Resident of Manado, we have furthermore, on the necessity demonstrated in the secret Resolution of 14 June, granted the erection of a wall against and to prevent a feared collapse of the sea point undermined by heavy rains and the guardhouse standing upon it, for which, according to the calculated statement supplied by him, there had to be defrayed 225 rixdollars and 61 cans of arrack, as well as validated what was defrayed for a highly necessary well dug within the fortress and provided with good drinking water, amounting to the sum of 81 rixdollars. Furthermore, during the said business, as appears from what was noted in the general advices, it was decided to reprimand that Resident seriously over the neglect of the inquiry demanded of him with the petty king of Boolang regarding the previous matters of a certain Ternatan, Pagapoen, and the murderer of his makers, as well as to order him not to employ servants of too low a quality on missions to kings and grandees of the land. Paragraph 37: Furthermore, for the favorable consignment of 3 heavy anchors and a cargo of 150 lasts of Javanese rice per the ship De Tempel, we express our most obligated thanks to Your Right Noblenesses, with the humble assurance that the obtained supply of the last-mentioned indispensable foodstuff, barring the summons of our allies or any other unforeseen incident, comes exceptionally in handy, not only for distribution to the native militia and above all the Balinese and sepoys, who, unaccustomed to the Manado rice which they must pound and clean, have only too often refused to accept it, but also for the support of the poor community, for whom the high price of Manado rice at 45 or even up to 47 rixdollars per last unpounded is nearly unbearable, and which we now, with the obtained relief of Manado, can sell to the poor inhabitants more cheaply, still with a good advance for the Company, as it costs only 18 rixdollars per last. We therefore take the liberty hereby to supplicate Your Right Noblenesses to be pleased to supply us year after year, during the still continuing troubles, with two hundred lasts of Javanese rice in order to make the necessary provisions from it; the Manado rice then being able, as soon as it is brought from that residency, to be sold at a reasonable profit, and thereby preventing both the complaints of the servants about its poor condition and the damage caused by long storage. Paragraph 38: Since we had counted more on the willingness of the fifty sailors sent from here, we beg Your Right Noblenesses for forgiveness over the disappointment that took place here contrary to our expectation, and we shall strictly observe Your honored order for the future in hiring sailors for the Main Place, as well as, in case of unhoped-for deficiency for the returning ships and for the convenience of navigation, recruit replacement sailors here as many as can be persuaded or obtained, just as we, as appears from what was noted in our humble brief note dated 26 July, have placed on the Wakkerheid, to return by the first opportunity, 25 heads of our Alfurs serving in this castle. Paragraph 39: Duly behaving ourselves according to the contents of the extract sent to us from the letter of the Governor of Banda, Mr. Seidelman, to the Governor of Amboina, Mr. van Pleuren, we hereby offer Your Right Noblenesses our secret signals determined for 1783/1784 for the arriving ships and vessels of the Main Place and the Governments. Paragraph 40: From two reports served to us by the former Fiscal Durr and inserted into the General Resolution of 23 November of the past year, Your Right Noblenesses will, we hope, clearly perceive that we did not neglect to have an exact inquiry made by the skippers Adolfs and Van der Staal in the presence of the said Fiscal into the conduct displayed by the crewmen at the capture of the pantchiallang De Jonge Cornelis by the Maguindanaos, and it is upon the clearance of the crewmen from cowardice and neglect of duty supplied to us in the aforesaid reports, and the demonstration that those sailors, numbering only 14 hands in all and receiving not the slightest support from the Gorontalo people according to the own testimony of one of the Gorontalo chiefs, were indeed forced upon the enemy's boarding—if they did not want to fall into the enemy's hands with the cowardly Gorontalo people—to abandon the vessel and seek safety in flight, that we have released them from punishment, resuming their written-off wages; and for the rest, in order not to weary Your Right Noblenesses with too great detail, respectfully behaving ourselves according to the reports and declaration inserted in the aforementioned Resolution, alongside the interrogatory transmitted among the annexes, we further note for honored information that the aforesaid lost vessel with the
Dutch transcription
opbrake en demolieering der Fortresse te kema tegen het geresolveerde in dato 11: september 1781: nevens het te noteerene nopens het door de gorontaalsche koningen aangelegde fortje in de qual van Gorontalo bij secreete resolutie van den 14: Junij om dubbelwoudige bedeelingen te vermeijden ons eerbiedig referreeren aan onze Gemeene ad„ riesen. §536: Aan manados Resident hebben wij wijders op de bij secreete Resolutie van den 14: Iunij be„ „toogde noodzaakelijkheid geaccordeert de erectie eener muur tegen en ter voorkooming van eene te dugtene instorting der door zwaare regens onder„ mijnde zeepunt en daar op staand wagthuis waar voor volgens door hem gesuppediteerde calculative op„ „gave, heeft moeten werden bekostigd rd:s 225: en 61: kannen arak mitsgaders gevalideerd heeft be„ kostigde aan eene binnen de fortreesse gegravene hoognodige en van goed drinkwater voorziene putten emporte van rd:s 81: voorts bij ged:e besog„ ne blijkens het genoteerde bij gemeene adviesen besloten dien Resident ernstig te reproceeren over het vverzuim van het hem gedemandeerde onderzoek bij Boelangs koningje na de bevorens van zeekeren Ternaataan Pagapoen en moorde naart zijner makers, mitsgaders hem te gelasten, om in Commissie naar koningen en Landsgrooten geene Dienaaren van altetaage qua 105 qualiteiten te emploijeeren §37: voorts de gunstige toezending van 3: zwaare ankers en eene Lading van 150: Lasten Iavasche Rijs per het schip de tempel betuigen wij uw Hoo„ Edelheeden den verpligsten dank onder needrige ver„ zeekerring, dat de erlangde voorraad van laatst gem onemtbeerlijk voedsel buijten opdaging onzer bondgenoten of eenig ander niet te voorzien incident, buiten ge„ meen te staade komt, niet alleen ter vertrekking aan de Inlandsche militie en voor al de Baliers en sipaijs, die ongewoon aan de manadoschs Rijs dien ze moeten stampen en zuiveren, maar alte„ dikwils geweigerd hebben hem aanteneemen, waar ook ter ondersteuning der schaamele gemeente die de hoge prijs van de manadosche rijs tegen rd:s 45: of wel tot 47: het last ongestampt bij na ondragelijk vald, en dien wij tans bij erlangd ontzet van manado nog met een goed advans voor de Comp diese maar rd:s 18: het last kost, aan de arme ingezete„ nen beeter hoop konnen afstaan wij nemen daar om de vrijheid uw Hoog Edelheden bij deezen te meeken om ons geduurende de nog aanhoudende troubles Jaar voor Jaar met twee hondert Lasten Javasche Rijs te willen geziven om daar van de nodige verstrekkingen te doen; konnende als dan de Manadosche, zoo dra van die residentie word aan„ gebragt met een redelijke winst verkogt in daar door werden voorgekomen zoo wel de klag¬ ten ten der dienaren over dies slegte gesteldheid als de schade die door lang leggen word veroorzaakt. 1538: vermits wij meer staat hadden gemaakt op de gewilligheid der van hier overgezondene vijftig zeevarende, smeeken wij uw Hoog Edelh: om vergeffenis over de hier in buiten onze verwagting plaats gewon„ den hebbende te leurstelling, en zullen hooge derzelver g'ierde ordre voor het vervolg bij het aan¬ neemen van zeevaerenden voor de Hoofdplaats zorgvuldig observeeren, mitsg:s bij onverkoopt mankement voor de retourneerende scheepen en tot gemak der vaart vicr versazien aan te werven zoo veel als daar toe te bewegen of te bekomen zullen wezen, gelijk wij blijkens het genoteerde bij ons needrig voorbriefje d: d: 26: Julij op de wak„ kerheijd hebben geplaatst om per eerste gelegenheid weder te rug te keeren 25: koppen van onze in dit kasteel dienst doende alfoeren §39 Naar den inhoud van het ons toegezondene Extract uit den Brief van den Heer Bandas Gouverneur Seidelman aan Amboinas Heer Gouverneur van Pleuren ons schuldpligtig zul„ bende gedragen, beiden wij uw Hoog Edelheeden bij deezen aan onze voor 178¾ bepaalde seevente seijnen voor de aankomende scheepen en waar¬ tuigen van de Hoofdplaats en de Gouvernemen„ ten. §1: 40: Bij twee door den gew: P:l Fishaal Durr aan 107 aan ons gediende en ter gemeene Resolutie van den 23: November A: P: g'insereerde Berigten zul„ „len uw Hoog Edelheden, hopen wij, klaar ontwaren dat wij niet hebben verzuimd door de schippers adolfs en van der staal ten overstaan van ged:e P:l Fishaal een Exact onderzoek te laten doen na het gehouden gedrag der scheepelingen bij overing der Pantjallang De Jonge Cornelis door de mangin danauwers, en het is op de bij voorsz: berigten ons gesuppediteerde vrij verklaring der scheepelingen van Lafhartigheiden pligt verzuim, en aantooning dat die zeevarende in alles maar 14: koppen uit makende en van de Gorontaalders volgens eigen getuigenis van een der Gorontaalsche hoofden geene de minste ondersteuning erlangende bij het en„ „teren van den vijand wel genoodzaakt waren geworden, om, wilden ze niet met de lafhartigs Gorantaalders in 't vijands handen vervallen den den bodem te verlaten en een goed heen komen te zoeken dat wijze hebben vrij gelaten van straffe met weder Coursneeming van derzelver afge„ schreevene gagie, en ons voor het overige om uw Hoog Edelheeden met geene altegroote extentien te verveelen reverentelijk gedragende aan de ter voorn: Resolutie g'insereerde Berigten en ver„ klaring nevens onder de bijlagen overgaande Interrogatorium noteeren wij nog ter g'eerde naarigt, dat voorsz: verloren vaartuig met het
English
the cargo contained therein amounted to f 8851: 4: 6. 541. Your High Nobilities having in the meantime already respectfully been shown above the impossibility of having certain knowledge of the sailing out of the Magindanaos, we note here with regard to the above-mentioned pantjallang that fell into the hands of those pirates, that firstly the pirates had not sailed out for a full year, and we had shortly beforehand received reports that they, divided among themselves and encumbered by an internal war, could not think of any raiding expeditions abroad, but that the aforesaid fatal incident was principally to be blamed on the adverse and long voyage of that vessel, which, having departed from here in the month of February, only caught sight of the coast of Celebes in the month of April, for had it had a prosperous voyage, it would have escaped the rapacious clutches of those marauders. 542. We have meanwhile, on the 29th of the past month, by a letter from Manado's Resident Boot dated 12 July, accompanied by a Malay missive from Tabukan's petty king dated 18 June, received advance notice that that predatory nation had devastated the Talaud Islands and allegedly carried off some petty kings with their subjects; that furthermore other Papuan and Tidorese pirates had allegedly appeared near Siau; in both of which reports there is, however, little probability, because the Magindanaos cannot sail out with the south-westerly winds, and the Tidorese or Papuans presently have other work to do than to steer toward the Sangihes, unless it had been a part of Nuku's adherents, who possibly had sought a safe haven from an approaching squall. 543. According to an account sent to us by the supervisor Bax by separate letters dated 12 October of the past year, of the approximately 140 heads of Gorontalo chiefs and commoners remaining in the hands of the Magindanaos, eleven persons escaped the hands of those pirates during a landing on Xulla Taliabu, and the Captain Laut of Banggai arranged their transport to Gorontalo; we shall, during the mission to be sent to Magindanao, be mindful to effect, if feasible, the deliverance of those who still remain in the hands of that nation by offering a suitable ransom. 544. Deeming ourselves meanwhile obliged to tender our humble expressions of thanks to Your High Nobilities for the approval with which you have been pleased to honour the resolution regarding the promotion to the next rank of servants who give proofs of bravery and prudence in expeditions, we have as yet had no other opportunity to make use of it than in the case of Ensign Andries Lohoff, promoted to provisional lieutenant, who, according to the testimony of Amboina's Governor Van Pleuren, under whose eyes he conducted himself very laudably, is well worthy of Your High Nobilities' favour; and we shall not lose sight of Your High Nobilities' esteemed recommendation not to nominate any others than persons who merit it by substantial proofs of bravery. 545. Hindered by the troubles only recently settled in the interior and still continuing abroad, we have not yet been able to resume the work of extirpation on Halmahera that was suspended in the past year, nor the demanded investigation into the fruits on Obi and Bacan, to which, however, we shall turn our particular attention as soon as a slight calm affords us a favourable opportunity for it; while regarding the spices of the said islands reported by Banggai's petty king, we respectfully note that this statement runs directly contrary to the pretext given by the grandees of the realm of Banggai to our commissioners Van Dijk and Nederpeld appointed to the aforesaid island at the beginning of this year, which grandees, as appears from the report of the commissioners inserted into the collective resolution of 7 April of this year, assured that no spices grew there; we shall, meanwhile, without deferring belief to the pretext of those grandees of the realm, execute Your High Nobilities' order as soon as an opportunity presents itself. 546. On the other hand, we have received a report from the sworn translator Van Dijk, who departed on an expedition to the Papuan coast, by letters of 30 May of this year, of a mountain at Patani discovered by the native burghers accompanying him, which according to their statement was full of large nutmeg trees, on some of which they had found fruits and on others blossoms, and which spice trees, according to the testimony of some old burghers who also took part in expeditions to the said regions, were allegedly kept hidden by the Patani people during the last expedition accomplished there by the then Ensign Stephanus; and since the said Van Dijk has offered to us to have that mountain cleared by his burghers upon his return from the Papuan coast, we shall, after receiving further reports on the outcome of his expedition, take the matter into further consideration with Tidore's Sultan; while Your High Nobilities regarding the unreceived small box with nutmegs No. 8 to
Dutch transcription
het daar in geladene heeft bedragen ƒ 8851: 4: 6. 1541: Uw Hoog Edelheden middelerwijle reeds boven eerbiedig hebbende vertoond, de onmoogelijkheid om vaste kennis te hebben van het uitloopen der Manqurdanauers noteeren wij hier ten reguarde der bovengerepte in handen dier rovers vervallene Pantjallang dat voor eerst de rovers geduurende een rond Jaar niet waren uitgeloopen, en wij kort bevorens berigten hadden erlangd dat ze onder hul zelven verdeeld en met een binnenlandschen Oorlog belemmerd, om geene strooptogten buiten 's lands konden denken, maar dat voorsz: noodlottig ge„ val principaal te wijten zij geweest aan de tegen„ spoedige en lange reise van dat vaartuig, het geene in de maand februarij van hier afgestoken in de maand april reeft de kust van Celebes in 't gezigt heeft gekreegen want zoo het eene voor spoedige reise hadde gehad zoude het de roo f„s zugtige klaauwen dier marodeurs ontgaan zijn 542. Wij hebben immiddens op den 29 der verwerken maand bij een brief van manados Resident Boot d: d: 12: Julij verzeld van een maleidsche missive van Taboekans koningje d: d: 18: Junij. bevorens advis erlangd, dat die roof natie de Ta„ lauwsche Eilanden verwoest en eenige kleine koningjes met haar onderdanen zoude hebben vervoerd, dat wijders andere Papoese en tidoreese rovers zig omtrent Chiauw zoude hebben ver„ toond 109 toond bij welke beijde berigten egter wijnig waar„ scheinlijkheid is „ vermitt de magindanaars met de zuid westelijke winden niet konnen uitloopen en de tidoreesen of Papoeen tans onder werk heb„ ben, dan naar de fangirs te steevenen, ten zij het een gedeelte van noekoes aan hang ware geweest die mogelijk voor eene aannaderende Buij een goed heen komen hadden gezogt. §B3: volgens een door den opzegter Bax bij aparte letteren d: d: 12: october a: p:r ons toegezonden relaas zijn van de Cierca 140: koppen in handen der magindanauers verblevene Gorontaalsche Hoof„ „den en gemeenen elf persoonen bij eene landing op Xulla Taliaboe de handen dier rovers ont„ snapt, en dezelven door den Capitain Laat van Bangaij transport naar Gorontalo bezorge zullende wij bij de naar magindano te doene bezending indagtig wezen om de verlossing der geenen, die nog in handen dien natie zijn ver„ bleven, de doenlijks door aanbod van een Conve„ nabel losgeld te bewerken § 44: Ons immiddens verpligt agtende bij uw Hoog Edelheeden onze nedrige dank betuiging afte„ „leggen voor de goedkeuring waar meede hebben gelieven te honoreeren het besluit ter bevor„ dering tot de naast volgende qualiteit van Dienaren, die in expeditie togten preuves van dapperheid en beleid geven hebben wij wij nog geene andere gelegenheid gehad daar van gebruik te maken dan bij den tot p:l Luitenant be„ vorderden vaandrig Andries Lohoff, die volgens getuigenis van amboinas Heer Gouverneur van Pleuren, onder wiens oog zig zeer loffelijk heeft gedragen, uwer Hoog Edelh: gunst welwaardig is en wij zullen Hoogst Derzelver g'eerde recom„ mandatie, om geene andere dan lieden, die het door wezenlijke preuves van dapperleid meritee¬ ren, voor tedragen, niet uit het oogstellen §545. Door de onlangs eerst binnen Htands gestelde en buiten nog al continueerende troubles ge„ „hindert hebben wij nog niet weder konnen hervatten het mn a: p: gestaakte exterpatie werk op halmaheira, nog het gedemandeerde opder zoek naar de vrugten op oubij en batchian waar op wij egter onze bijzondere attentie zullen ver„ „tigen zoodra eene kleine kalmte ons daar toe gunstige gelegenheid geeft, terwijl nopens de door Bangaijs koningje opgegevene specereijen van ged:e Eilanden eerbiedig noteeren dat deeze opgave vlak aanloopt tegen het voorgeven der Rijksgrooten van Bangaij aan onze in den be„ ginne deezes Jaars ten voorsz: Eilande aange„ weezen Commissianten van Dijk en nederpeld welke Rijksgrooten blijkens berigt der Com„ missianten g'insereerd ter gemeene resolutie van 111 van den 7: April a: h: hebben verzeekerd, dat aldaar geene specerijen groniden, wij zullen im„ middens zonder geloof te defereeren aan het voor geven dier Rijksgrooten uwer Hoog Edelh: bevel effectueeren zoo dra zig hier toe gelegenheid komt aan te bieden § 46: Daar en tegen hebben wij van den inexpeditie naar de papoe vertrokken gezwore Translateur van Dijk bij letteren van den 30: meij a: h: berigt erlangs van een door de hem verzellende de in„ landsche burgers ontdekken Berg te pattanij die volgens derzelver opgave vol van groote nooteboomen stond waar van aan zommige vrug„ ten en andere bloeijtel hadden gevonden, en welke specerij boomen volgens getuigenis van eenige oude die expeditie Togten naar ged:e streeken meede gedaan hebbende Burgers door de pattanireesen zoude zijn verborgen gehouden bij de laatste door den toenmaligen vaandrig stephanus daar volbragte expeditie togt en vermits gem: van Dijk ons heeft aangeboden om dien berg bij zijne retour uit de papoe door zijne burgers te laten afwerken zullen mij naerlangde nadere berigten van den uitslag zijner expeditie de zaak met Tidors sulthan in nadere overwe„ ging neemen terwijl uw Hoog Edelh: nopens het niet ontfangene doosje met noten N:o 8: tot
English
supply for elucidation that, according to our best recollection, it was packed in the chest with the duplicate letters sent via the Caneelboom, and did not remain here. Section 47. We further express to Your High Nobilities our humble words of thanks for the supply of 20,000 pounds of gunpowder sent to us, with the repeated earnest assurance that regarding this important item, proper economy shall be observed, and Your High Nobilities' esteemed command concerning the arrangement of the requisitions shall be dutifully obeyed, whilst we implore Your indulgence concerning the omission that occurred in that regard in the past year. Section 48. Finally, we tender our humble expressions of gratitude for the favorable consideration which You have been pleased to give to the representations respectfully submitted from here and other Governments against the closed navigation between the four eastern Governments, with our sincere declaration that we, so far as in us lies, shall make every endeavor to turn this favor shown to our Eastern Colonies to the flourishing of the inhabitants and the prosperity of the Company. Ending Concluding, we commend Your High Nobilities' illustrious persons and the Company's important interests to the sole safe keeping of the Almighty, and declare with deep respect and devotion to remain. Below stood: High Noble, Rigorous, Most Honorable, Valiant, Wise, Provident, Discreet, Most Generous Lord, and Noble Rigorous Lords. Lower: Your High Nobilities' humble and dutiful servants. Was signed: Alex:r Cornabe and F: B: Hemmekam. In the margin: Ternate in the Castle Orange, the 14th of September 1783. Underneath: Agrees. Was signed: Alex:r Cornabe. Agrees D. Dan Kaal E C d Jansz Checked with No. 13 Copy of Secret Letters from Ternate dated 25 September 1783 and 20 July 1784. To His High Nobility. Secret. The High Noble, Rigorous, Most Honorable, Far-Ruling Lord: Mr. Willem Arnold Alting Governor General along with The Noble Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Rigorous, Most Honorable, Far-Ruling Lord! Noble Rigorous Lords. We had already closed our humble letter of the 14th instant, when, by a communication from the Ambon Administration dated 30 August last, we received back the general account sent to the said Government, amounting to f 12,515:5:8, for all the expenses incurred in the expedition under Ensign Lohof and other vessels equipped thither which returned from lost voyages. The Governor and Council represented that the extraordinary expenses of 500 rixdollars entered therein by Lohof appeared to Their Honors not only too excessive, but they also judged that the Government of Amboina could not well bear the expenses incurred for vessels which, although equipped for an expedition thither, were of no service to the Government because they remained behind; nor the entered allowances to the Prince of Batjan and his court dignitaries; just as they remarked on the expenditures entered by Lohof for the encouragement of his subordinates and the provisions supplied on diverse occasions, that the former could not be charged to Amboina and the latter ought not to have taken place without qualification from the fleet commander under whose flag they had served; that finally, the expended ammunition likewise appeared to Their Honors to be charged at too small an amount, and that by their request they had not expected a general account of all costs incurred with that equipment. They therefore insisted upon diminishing the same and not charging Amboina more than what was expended on the small fleet under Lohof and what can be demonstrated by that officer with valid vouchers. Meanwhile, we take the liberty respectfully to submit to Your High Nobilities how we proceeded to a general account of the costs at the request of the said Administration itself, and that we validated the amounts entered by Ensign Lohof without too strict an investigation, yet under caution de restituendo, considering that the costs as well as the consumption of the ammunition—apart from the small amount lost and spoiled underway due to sea disasters—along with the entertainment provided to the Sultan of Batjan, which is after all a constant custom among the Moluccan princes, especially when one considers that the King had convoyed the officer as far as Obi, occurred under the eye of Amboina's Governor, and the aforesaid officer would not have dared to charge any costs nor ammunition that had not actually been supplied and consumed. We have nevertheless demanded of Lohof to substantiate with sufficient proofs all extraordinary expenses entered by him in current account, and shall, according to his provided security, cause him to restore what he cannot sufficiently demonstrate to have supplied; just as we, in order not to fall into dispute with the Ambon Administration over costs incurred in the Master's service for the security of the Company's establishments, shall charge the said Government only the costs incurred on the small fleet under Lohof, and shall validate no expenditures to the officer other than those substantiated by valid vouchers. Further.
Dutch transcription
tot elucidatie suppediteeren, dat het na ons bedt onthouden in de kas met de per de Caneel boom verzondene duplicaat Brieven is ingepagt geworden, en hier niet is verbleeven. §47. wij betuigen uw Hoog Edelheeden wijders nedrige„ dank woorden ons toegezonden voorraad van 20'000. ponden Buskruijt, onder herhaalde fereuse ver„ zeekering, dat omtrent dit gewigtig articul eene gepaste zuinigheid in agt genoomen en uwer Hoog Edelheeden g'eerde bevel omtrent de inrugting der Eisschen schuldpligtig zal werden g'observeerd ter wijl Hoogst Derzelver indul gentie afsmeeken over het in a: p: daar omtrend plaatst gevonden hebbende ver„ zuim. §18. Eindelijk leggen wij nog onze humble dank betuiging af voor de gunstige reflectie die Hoogst derzelver hebben gelieven te slaan op de van hier en andere Gouvernementen eerbiedig gesuppediteerde vertogen, tegen de gesloten vaart tusschen de vier oostersche Gouvernementen, onder opregte betuiging, dat wij zoo veel in ons is, alle divoires zullen aan„ wenden om deeze aan onze Oostersche Colonien beweezen gunste doen strekken tot bloeij der Ingezeetenen en welvaard der Maat„ schappij. Finee 113 Fineerende beveelen wij uwer Hoog Edel„ heeden Jllustre persoonen en Compagnies Importante belangen aan de alleen veilige hoede des aller hoogsten, en betuigen met dies respect en devouement te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge, Groot Acht„ „bare, Manhafte, welwijze; voorzienige Discree„ „te zeer Generieuse Heer en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheeden ootmoedige en Trouwschuldige Dienaaren /:was: geteekend:/ Alex:r Cornabe en F: B: Hemmekam /:in margine:/ Ternaten in 't kasteel ovange den 14: September 1783: /: daar onder:/ Accordeert /:was geteekend Alex:r Cornabe. — Accordeert D. Dan Kaal E C d Jansz Nagezien bij N. 13 Copie Secreete Brieven van Ternaten gedateerd 25. September 1783 en 20 Iuli 1784. 114 Aan Zijn Hoog Edelheid. Secreet. Den Hoog Edelen, Gestrengen Groot Achtb: wij geb=: Heere: M=r Willem Arnolo Atting Gouverneur Generaal nevens. De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, wijdgebiedende Heer! Wel Edele Gestrenge Heeren. Wij hadden onzen needrigen van den 14:' dezer reeds afgesloten, doe wij bij aan schrijvens van het Ambons Meinsterie in dato 30:e Augustus Jongst verweken. En verweken, weder te rug ontfiengen de naard: ged:e Gou„ „vernement verzondene Generaale aanreekening groot ƒ12515:5: 8: wegens alle de gevallene kosten in de Expeditie onder den vaandrig Lohof en verdere naar derwaards uit geruste dog van verloren reisen te rug gekeerde vaartuijgen onder vertoning van gouverneur en Raad, dat de door Lohof daar bij opgebragt extra ordinaire bekostigingen tot d„s 500: —: hun E: Achtb: niet alleen alte excessiep waren, voorgekomen, maar ook oordeelden, dat het gouver„ „nement Amboina net wel kon dragen gedane kos„ „ten aan vaartuigen die schoon tot eene expeditie naar derwaards uitgerust, egter door derzelver . 1 agterblijven, het gouvernement van geen dienst waren geweest, nog de opgebragte tractementen aan Batchians vorst en zijne Hof groten, ge„ ge„ „lijk op de door hem Lohof opgebragte spenda„ Ternaten 25:e September 1783. -. „tien — 116 Ternaten 25:e September 1783. —. „tien tot aanmoediging zijner onderhorigen en ver„ 1 strckknigen bij diverse gelegenheeden remarqueer„ „den, dat de eersten te Amboinia niet te huis konden werden gebragt en de laatsten qua„ „lificatie van den vloot voogd, onder wiens vlag hadde gestreden niet hadden behoren te geschieden; dat eindelijk de, verschotene Amnnitie hun E: Agtb: mede altermin„ opebragt voorkwam en door haar verzoek met hadden te gemoed gezien eene generaale aan„ reekening van alle met die toerusting ge„ 1 V „maakte kosten daarom insteerden, om dezelve te diminueeren en Amboina niet meer ten lasten te brengen, dan het geene aan het vlootje onder Lohof bekostigd en door dien officier met valable bewijzen kan werden aan„ „getoond. Inmiddens: Jnmiddens nemen wij de vrijheijd uw Hoog Edelheeden in eerbied onder het oog te brengen, hoe wij tot eene generale aanreekening der kosten zijn overgegaan op eigen aanzoek van gemelde Ministerie en het opgebragte door den vaandrig Lohop zonder een alte struikt on„ verzoek, egter onder cautie de restituendo, heb„ „ben gevalideerd, uit aanmerking, dat de kosten zoo wel als consumtie der amunitie behalven het weinige onderwegen door zee des astres verloren en bedurven geraakte nevens het ver„ tracteerde aan Batchians sultan, het geene dog een Constant gebruik bij de Moluksche vorsten is, vooral, wanneer men overweegd, dat de koning den officier tot oubij hadde geconvoijeerd, zij geschied on„ der het oog van Amboinas Gouverneur, en Ternaten 25:e September 1783: -. - voorn: E 118 Ternaten 25:e September 1733. —. voorn: officier geene kosten nog ammunitie„ zoude hebben durven opbrengen, die niet wezen„ „lijk verstrekt en verbruikt waren: Wij hebben egter Lohof gedemondeerd, om alle door hem bij reekening Courant oxtra opge„ „bragte uitgaven met voldoende bewijzen te stoo„ „ven, en zullen hem volgens zijne gestelde cou„ „tie doen restitueeren het geene niet suffiseerende zal konnen aantonen te hebben verstrekt; gelijk wij, om met het Amboinsche Ministerie niet in geschil te raken, over kosten in s'meesters dinst gedaan tot beveiliging van 'sComp„s etablissemen„ ten gedagde gouvernement slegts zullen aan„ „rekenen de kosten gedaan aan het vlootje onder Lohop en den officier geene uitgaven valideeren, dan die met valable bewijsen gestaafs werden. Wijders.
English
Ternate, 25 September 1783. Furthermore, we consider it our duty to bring to your knowledge that by the commissioners of the Sultan of Ternate, upon delivering his missive and presents for Your High Nobilities as appears from the statement in our common advices, no mention was made of the homage promised by contract, although it appears to us that the number of slaves and birds were indeed present, and we examined the said commissioners on this matter; but since they could give us no elucidation, the Second Signer and Captain Commandant Heirich were expressly commissioned to His Highness, to whom the King declared that he abides by the statement of his commissioned emissaries and will await Your High Nobilities' further honored decision, wherefore we, since we gathered therefrom that His Highness is addressing Your High Nobilities directly on this matter in his missive, did not wish to press this point any further before and until we shall have learned Your High Nobilities' further opinion, while we take the liberty of offering herewith to Your High Nobilities the report of the said commissioners. Finally, it may serve for Your High Nobilities' honored information that on the 21st instant there was sent to us by the King of Tidore a missive written in the Tidorese language to His Highness by twelve sangajis and kimelahas of Ceram, with an account that in its circumstances is still very obscure and appears rather dubious to us, that the Tidorese, Maba, Weda, Patani people, Gebi people, and Papuans sent from here against the rebel Nuku under the Jogugu Hassam and the sworn translator Van Dijk, after massacring the said Jogugu and commissioner together with their people, had reportedly deserted to the rebel Nuku, and would appear on Tidore with a force stated in the said missive. Although we are rather inclined to believe that this letter, filled with all kinds of absurd boasts, is fabricated by Nuku's correspondents secretly hiding on Tidore, in order thereby to dishearten the Tidorese who still remain loyal to the present Sultan and, if possible, persuade them to defection and rebellion, all the more so since the emissaries of the Moluccan princes who departed for Ceram to promulgate the manifestos and returned from there a few days ago have assured us that Nuku, with whom the Ceramese wish to have nothing more to do, was hiding in the mountains of Ceram at a certain inaccessible place named Ranakit on account of the small force remaining with him, and nothing of these rumors has been heard from Amboina nor Banda according to recently received letters of August and September last, by the latter of which a relation was sent to us by the Governor of Banda, of which we have deemed it not unserviceable to offer a copy herewith to Your High Nobilities, we are nevertheless very anxious for a handful of Europeans and burghers if the Tidorese sent on the expedition should have turned to an unexpected defection from their legitimate prince and to the party of the rebel, wherefore we beseech the Almighty that this unfavorable news may soon disappear and be proven false by the safe return of our men; while we have obtained assurances from the Sultan of Ternate that he will have a good guard kept everywhere on the frontiers of His Highness towards the side of Weda and the Papuan lands, in order to be warned in time if the boasts set down in the said missive, of which a translated copy follows herewith, should be of any consequence. We herewith commend Your High Nobilities to God's safe keeping and have the honor to remain with deep respect, High Noble, Stern, Highly Respected, Far-Ruling Lord and Well Noble Stern Lords, Your High Nobilities' humble servants. Signed: H. Cornabé and F. B. Stemmekam. In the margin: Ternate in the Castle Orange, the 25th of September 1783. Agrees, D. van Waar To His High Nobility, The High Noble, Stern and Highly Respected, Wise and Learned Lord, Master Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Well Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Stern, Highly Respected, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord, Well Noble Lords! The ship for which I made a request to the Governor of Banda, Zeidelman, in the month of November of the past year, not having arrived, and having received no reply to my letter to His Honor, I do not know to what I shall ascribe this. Peace, nevertheless, since the last inflicted chastisement of the Tidorese in this region, would have been tolerably well established had more reliance been possible on the newly appointed chiefs over Tidore. They appear before me daily with lies and deceit, and by no means comply with the contents of the peace contract recently concluded with them; since they not only fail to abandon the upper settlements and stone redoubts, but moreover provide shelter to many fugitive princes and grandees who were complicit in the rebellion of 1783, and are therefore excluded from the amnesty, without...
Dutch transcription
Ternaten 25:e September 1783—. wijders agten we ons verpligt ter kennisse te „brengen, dat door de gecommitteerden van den sul„ than van Ternaten bij afgave zijner missive en geschenken voor uw Hoog Edelheeden blijkens opgave bij onze gemeene advisen, geene mentie wer„ dende gemaakt van de bij Contract beloofde Homage schoon ons voorkomt, dat het getal slaven en vogels 'er wel waren, wij gemelde gecommitteer„ den daar over hebben onder houden; dog dezen ons geene elucidatie konnende geven, ex pres naar zijnd Hoogheijd zijn gecommitteerd geworden de tweede Teekenaer en kapitein Commandant Heirich, aan welken de koning heeft gedeclareerd, zig te houden aan de opgave zijner gecommitteerde zendelingen en uw Hoog Edelheeden nadere geëerde dispositie te zullen afwagten, wes„ halven wij, vermits daaruit opmaakten, dat 1201 Ternaten 25:e September 1783. dat zijne Hoogheijd Hoogst: dezelven bij zijne Missive hier over onderhoud, op dit poinct niet verder hebben willen aandringen, voor en al eer Hoogst Derzelven nadere meening zullen hebben vernomen terwijl de vrijheijd nemen uw Hoog Edelheden hier nevens aan te bieden het Berigt van gemelde gecommitteerden: Eindelijk diene nog tot uwer Hoog Edelheden ƒ giëer de narigt hoe ons op den 21:e huius door Tidors koning is toegezonden eene in de Tidonese taal aan zijne Hoogheijd: geschrevene missive door twaalf: seng„ 7 haadjes en kimelahas van Ceram, met een in zijne omstandigheeden nog zeer duister en ons vrij bedenkelijk voorkomend berigt, dat de van hier onder den DJoegoegoe Hassam en gezw: Translateur van Dijk. tegen den Rebel Noekoe afgezondene v afgezondene Tidoresen, Maha, weda, Patta„ inreesen, geberefen en Papoen, na het massacued„ „ren van gem: Tjoegoegoe en Commissiant nevens de zijnen tot den Rebel Noekoe zouden zijn over„ en gelopen, en met eene in ged:e Missive opgegeve magt op Tidon zouden verschijnen. Schoon wij inmusdens eerder willen geloven, dat deze met alle absurde smorkerijen op gevulde brief, zij gefingeerd, door Noekoes in het geheim te Tidore schuilende corresponsenten, om daar door de den actueelen sulthan nog trouw aankleven de Tidoreesen klenmoedig te maken en ware het mogelijk over te halen tot ofval en opstand te meer de tot de vulgeering der Manifesten naar Ceram afgegane en van daar voor eenige dagen gereverteerde zendelingen der : Ternaten 25:e September 1783 — Moluksche N. 122 Ternaten 25:e September 1783. —. Moluksche vorsten ons hebben verzeekerd, dat Noekoe, met wien de Ceramers niet meer willen te doen hebben, zig uit hoofde der hem nog bij geblevene kleine magt in het gebergte van Ceram, op zeekere ongenaak„ „bare plaats ranakit gen:t schuil hield, en van Amboiia nog Banda bij Jongst ontfangene aanschrijvens van augustus en september l: C: bij welke laatste ons door den Heer Bandas gouverneur is toegezonden een Relaas, waar van niet ondienstig hebben geoordeeld uw Hoog Edelheden bij dezen Copia aan te bieden iets van deze gerugten is vernomen, zijn wij egter zeer bedugt voor een handje vol Europesen en Burgers, zoo de in expeditie gezondene Fi„ „doreesen tot eenen minner verwagten afval van derzelver wettigen vorst en tot de panthij van Ternaten 25:e September 1708 — van den Rebel overslaegen, weshalven den Al„ mogenden smeeken, dat deze disfavorable tijsing eerlang verdwijnen en door de behouden retour der onzen mag werden onwaar gemaakt; ter„ wijl van Ternaats sulthan verzeekering heb„ „ben erlangd, van overal op de Froutieren van zijner Hoogheijd naar de kant van weda en de Papoe leggende Landen goede wagt te zullen laten houden, om zoo de in ged:e missive welker Copia translaat hier bij laten volgen ter nedergestelde snorkerijen van eenig gevolg mogten wezen, in tijds te wersen gemaar schoud. Wij bevelen Hier mede uw Hoog Edelheeden aan gods veilige hoede en hebben de eere — len 124 Ternaten 25:e September 1783. eere met diep respect te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, groot Acht„ „bare wijdgebiedende Heer en wel Edele gestrenge Heeren /:lager:/: uwer Hoog Edelheden ootmoedige Dienaren. /:was geteekend:/ H: Cornabe en F: B: Stem„ ƒ „mekam /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel orange den 25:e September 1783:-. Agcordeert D. Van Waar lyke 125 Zijn Hoog Edelheed! e Den Hoog Edelen Gestren en Groot Agtb= wijsgel=r Heere. M=r Willem Arnold: Alting. Gouverneur Generaal Benevens. De wel Edele Heeren Raden van nederlands India. Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, Manhafte, wel wijze, voorzienige, Discrete, zeer Genereuse Heer. Wel Edele Heeren! Het schip- waaromme bij den Heer Bandas gouverneur Zeidelman, in de maand November Apart van En Ternaten 20=e Julij 1784. — van voorleden vranlesen Jaar, verzoek heb ge„ daan met zijnde opgedaagd en zelfs geen antwoord op mijnen briev aan zijn Ed: bekomen hebbende, wat ik niet waar aan zulks zal toeschrijven, de rust ware niet te min, zeedert de laatst toegebrag„ „te kastijding der Tidoresen in desen oord, tame„ „lijk wel gevestigd waren op de nieuw aangestelde Hoofden over Tidor meerder staat te maken komende zij mij dagelijks met liegen en bedrue„ ƒ „gen voor en geenzints voldoense aan den in „houd van het laatst met hun geslooten vree„ „den contract; door dien niet alloen de boven Negorijen en steene Bentings niet verlaa„ „ten maar daar en boven, schuilplaats verlee„ maar „nen aan veele uitgeweeken Princen en groo„ „ten die aan de rebellie van 1703. mede pligtig, en hier om van de amnestie uitgesloten zijn, zonder. W. 2
English
127 Ternaten, 28:e Julij 1784. without any possibility for me to catch such fellows in the net, because the Tidoresen remain loyal to one another and will not betray anyone for any gifts. I nevertheless deemed it unserviceable to put on the armor over the repeated failure to extradite the proscribed persons, so long as the Tidoresen remain in the state of powerlessness in which they presently find themselves; and I think I must keep an eye on the doings of Prince Noekoe, concerning whose bold enterprises in the Amboina districts, while writing this, I receive such reports from the Governor of Pleuren as will compel me to make an application to the King of Ternaten for the speedy assembly of a large force of corra-corras in order against Ternaten, 20:e Julij 1704. against that rebel, along with such other force as the aforementioned Governor will have at hand, to be able to act simultaneously; provided His Highness is willing to furnish auxiliary troops for the booty to be made and the stipulated rations, without insisting on the payment of 3: rijksdaalders and 36: stuivers which Your High Nobilities have allocated for each head employed in the service of the Company, and on the payment of which His Highness is now more intent than ever before, although with the fitting out of combined fleets against the Magindanaus and other enemies, who do not leave his lands and dominions unmolested, no less service is rendered to him than to the Company, 129 Ternaten, 20:e Julij 1784. which latter, through the war with England, has burdens enough to bear. Upon my representations made in this regard, His Highness has, against the aforementioned condition, reluctantly added twelve corra-corras manned with Alfurs to three Company pantjallangs that were dispatched for the protection of Manado and are expected back shortly, and for this reason I fear for the outcome of my application to be made, mentioned above, for at least forty to fifty corra-corras, of which the crews, being well over 2000 in number, having to enjoy 3: 36:- rijxdaalders per month besides rations, would cost the Company a large sum of money; whereas in a time like Ternaten, 20:e Julij 1784. like this, one must be mindful of every conceivable means to keep the specie, which is becoming very scarce and rare, in the treasury. A mission from here to Maguudanaus would have taken place already, had the man, a Sangirese by birth, who allowed himself to be persuaded thereto anno passato, kept his word and not secretly packed his bags; it will, however, as I hope, proceed in the autumn and be carried out by a Company servant granted burgher freedom, who is very suitable for it: peace with that nation being a most desirable matter to bring about for this government, the sooner the better, 131 Ternaten, 20:e Julij 1704. just as it would also not be disadvantageous if one could conclude a treaty of friendship and commerce with the Xullokkers, for which it is to be wished that a good opportunity may present itself some day; but since the emperors of Magindanas and Xullok have in the past received costly gifts from the English, and it is otherwise not well possible to negotiate with them, I request Your High Nobilities to be pleased to determine the size of the gift which in due course could be sent from here to one of them after a successful association; for the present, I shall have the intended mission to Magindanas accompanied by a small gift, with good hope of a larger one in the future. Ternaten, 20:e Julij 1704. Meanwhile commending Your High Nobilities to the divine protection, I take the honor upon myself to remain with the deepest respect, was written below: High Noble, Severe, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Most Generous Sir and Right Noble Sirs, lower: Your High Nobilities' very humble and faithful servant, was signed: A: Cornabe in the margin: Ternaten in the Castle Orange, the 20:e Julij 1704. Agrees D: Van Haak No. 2½ Copy Separate Letter from the Acting Governor of Ternaten, To The Noble High Indian Government at Batavia dated 8 March 1784. pro Patria C:„ D 133 Register of the papers as sent by the undersigned Acting Governor of the Government of Ternaten to His High Nobility, the High Noble, Severe, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Willem Arnold Alting, Governor General, along with the Noble, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. from and to as expressed in the heading hereof, dated this day by the Secunde Hemmekam and the Secretary of Police Durr concerning the outcome of their mission to the Court of Tidere, sub dato October 1783. by Hospitaler Schult concerning the sickly condition of the on C:„ S 133 Register of the Papers as sent by the undersigned Acting Governor of the Government of Ternaten to His High Nobility, The High Noble, Severe, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, along with the Right Noble, Severe Lords, Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. And this Register: No. 1 Original letter from and to as expressed in the heading hereof, dated this day. 2: Copy of the report of the Secunde Hemmekam and Secretary of Police Durr concerning the outcome of their mission to the Court of Tidere, sub dato 5: October 1783. 3. Ditto ditto of the Hospitaler Schult concerning the sickly condition of the on C. 6
Dutch transcription
127 Ternaten. 28:e Julij 1784 - zonder mogelijkheijd voor mij om zulke kna„ „pen in het net te krijgen; door dien de Tido„ JV „resen elkanderen trouwe houden en om geen geschenken verraden willen, ik agte niet te min ondienstig om de al op niet te volgen weder uitlevering der geproscribeerden het harnes aan te gespen, zoo lang de Tidoresen in den staat van onmagt blijven, waar in ze te„ genwoordig zijn: en denk. het oog te moeten K houden op de gedoentens van Prins Noekoe omtrend wiens stoute ondernemingen in de Amboinasche districten, onder het schrijven deeses, van den Heer Gouverneur van Pleuren zodanig narigte krijge als mij nood„ 1 zaken zullen tot het doen van aanzoek bij v den koning van Ternaten, ter spoedige verzo„ „meling eener groote Corra Corra- magt on tegen Ternaten 20:e Julij 1704. - tegen dien rebel, met zodanigen andere magt„ als voornoemde Heer Gouverneur bij de hand zal hebben, te gelijkte kunnen ageren; als maar zijne Hoogheid hulp benden voor den te maaken buit en de gestipuleerde randsoenen wil afstaan zonder te urgeeren op de betaaling van 3: rijksdaalders en 36: stuivers die uw Hoog Edelheeden hebben toegelegd voor ieder kop die in de dienst van de Compagnie werd g'em„ „ploijeerd, en, op welker uitrecking zijn Hoogheijd tans meer dan oock bevoorens gesteld is, schoon hem met de uitrusting van gecombineerde vlooten tegen Magin„ danauer en andere vijanden, die zijne landen en heerschappijen niet ongemolesteerd laa„ „ten geen mindere dienst dan aan de Compagnie 2 129 Ternaten 20:' Julij 1784. -. Compagnie geschied, welke laastgemelde door den oorlog met Engeland lasten genoeg te draagen heeft zijn Hoogheijd heeft op mijne in dezen gedaane vertooningen twaalf niet d Alpoeren bemande corra Corras, tegen opgemelde conditie, bij drie Compagnie Pantjallangs die tot dekking van Ma„ „nado afgezonden zijn en eerlang te rug worden verwagt, ongaarne gevoegd, en hierom vreese ik voor den uitslag mijner te doene bovengerepten aanzoek, om ten minsten veer„ „tig â vijftig corra Corras, waar van de opvaarenden ruim 2000: in getal, Rijxdaalders 3: 36:- per maand buijten de randsoenen genieten moetende, der Com„ pagnie eene groote somme gelds zouden te staan koomen; daar men in een tix als. van Ternaten 20:e Julij 1784. —. als deeze, op alle bedenkelijke middelen moet verdogt zijn, om de geld specien, die zeer schaars en vaar worden, in cassa te houden. Naar Maguudanaus waare bereeds eene bezending van hier geschied de man een sangirees van geboorte, die zieh hier toe Annopassato heeft laaten pen„ suadeeren, woord gehouden en instilte zijne biesen niet gepakt; ze zal egter zoo ik hoop, in het najaar voortgang hebben en door eenen, in burger vrijdom gestel„ den, Compagnies dienaer, die daar toe zeer geschikt, is, volvoerd worden: zijnde eene hoe eerder hoe liever te bewerken vreede met die natie voor dit gouver„ „nement. vlingelandt 131 Ternaten 20:' Julij 1704. - nement eene allerwenschelijkste zaak, gelijk meede ƒ niet onvoordeelig zoude weesen wanneer men een Tractaat van vriendschap en Commercie konde sluiten met de xullokkers, waar toe te wenschen is dat zig eens eene goede gelegenheijd moge op doen: dan dewijl de keijzers van Magindanas en xullok van de Engelschen vertijds kostbaare geschenken ontvangen hebben, en met dezelven buijten des niet wel te handelen is, zoo verzoeke uw Hoog Edelheeden te willen bepaalen de groot„ „heijd van het geschenk het welk van hier aan eenen derzelven in der tijd zoude konnen afgaan, naar eene wel geslaagde assopiatie; zul„ „lende ik voor eerst de voorgenomen bezending naar Magindanas laaten verzeld gaan van om een smal geschenk met goede hoop op groo„ „ter voor het vervolg. uw ƒ. 108 Ternaten 20:e Julij 1704. — uw Hoog Edelheeden inmiddens aanbevelende in de divine protectie matige ik mij zelven de eere aan met de diepste eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, groot Agtbare, Manhafte welwijze, voorzienige, Discreete, zeer Genereurh Heer en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelhedens zeer onderdanige en Trouwschuldigen Dienaar /: was geteekend:/ A: Cornabe /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel orange den 20:e Julij 1704. -. Acordeert „. . D: Van Haok biker No. 2½ Copia Aparte Missive van Ternaats Gezaghebber, Aan De Edele Hoge Indiasche Regeering te Batavia de dato 8 Maart 1784. pro Patria C:„ D 133 register der Papieren als door den dergeteekende Gezaghebber van 't Gouvernement Ternaten ver„ nden worden aan zijne Hoog Edelheid oot Achtbaren wijdgebiedende Heere Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal benevens dele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India &„a d„a d„a van en aan als in den Hoofde deses staat uitgedrukt ged:t op heeden in secunde Hemmekam en secret:s en Politie Durr wegens den itslag van derzelver afzending aan 't Hof van Tidere sub dato october 1783. „ Hospitalier schult nopende ten ziekelijken toestand van den op C:„ S 133 Register der Papieren als door den ondergeteekende Gezaghebber van het Gouvernement Ternaten ver„ „zonden worden aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrenge Groot Achtbaren wijdgebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal benevens de WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India &„a d„a d„a En Dit Register— N„o 1 Origineele missive van en aan als in den Hoofde deeses staat uitgedrukt ged:t op heeden „ 2: Copia berigt van den secunde Hemmekam en secret:s van Politie Durr wegens den uitslag van derzelver afzending naar 't Hof van Tidere sub dato 5: october 1783. „ 3. _o _o van den Hospitalier schult nopende den ziekelijken toestand van den op — C. 6