Inventory 3676
Japan · 816 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
641 Samarang the 4th September Anno 1784, page 73. the latter against payment, and then also from the district Lamadjang 2 picols of wax, for free. The Ingebeij of Bangil, 10 coyans of rice, for free, and 2 picols of cotton yarn against payment. The Regent of western Balemboangang for the regions under his authority: Praedjekan, 2 picols of long pepper, and the same of wax; Centong, half a picol of wax; Djember or Adirogo, one picol of wax; Sabrang, one picol of cotton yarn, and one picol of wax, the cotton yarn against payment and the remainder for free. The Regent of eastern Balemboangang, 40 coyans of rice for free, as well as as much indigo as he shall be capable of delivering, for the encouragement of the recently commenced cultivation there of this latter article; to the Regent, for distribution both to himself and to the common man, was allocated the price of one hundred rixdollars per picol, being a bonus of 16 2/3 rixdollars more than the ordinary price of 83 1/3 rixdollars paid for it on Java, and to allow them all to suffice with the aforementioned stipulations for the period of three consecutive years, calculated from the 1st of January 1785 until the ultimate of December 1787. Subsequently, it having been made known by the outgoing Gezaghebber that, according to the letters exchanged back and forth with the Banjoewangie Commandant Kaijzel, the head of the Chinese at Banjoewangie, named Pinglo, had shown himself inclined to lease the bird's nest cliffs, which currently resort under the Regent again, provided that he also has the freedom of fishery both of the pearls found there and of the sea cucumbers in the Bali Strait, and for which he had offered annually the sum of 600 Spanish reals; on which proposition the Lord Governor thought fit to have the said head of the Chinese come down to Sourabaija, in order to persuade the same if possible to spend somewhat more, up to 800 Spanish reals, for it instead of the offered 600 Spanish reals. Furthermore, it having also been made known by the outgoing Gezaghebber that from time to time complaints had come to him concerning the Samarang the 4th September Anno 1734, the Chinese toll collector of the place Cartasana, situated behind Sourabaija and resorting under the Sultan, who did not hesitate to extort tolls also from the Javanese belonging under the Sourabaija Regents who transport goods from the Sourabaija district down the river and must pass the said tollhouse; the Lord Governor thought fit to confer about this upon His Honour's return to Samarang with the First Resident of Djokjocarta, Van Rhijn, in order to make a request to the Sultan to establish the necessary orders against this. Furthermore, consideration having been given to the decay of the Sourabaija towpath, which is not only breached in several places, but has even completely subsided from the mouth of the river up to the city, such that at spring tides the same lies entirely under water; and since this matter is of importance both to the Company and to private individuals, the Lord Governor deemed it necessary to have the same put into proper order again, with authorization to the incoming Gezaghebber Barkeij to demand for that purpose from the collective Regents of the Eastern Salient, proportionally by division, a number of 500 Javanese, as well as the necessary bamboos, stakes, and whatever else is required for that work, in order to have the said towpath revetted on both sides with bamboos and raised with fascines and earth; with authorization at the same time to employ, for providing the necessary rice for the men and the 2 doits per head to be distributed to them daily, for the present, the 1500 rixdollars offered for that purpose by the Captain of the Chinese at Sourabaija, Tan Tjan Pitzo. Friday the 9th of July, at 8 o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy, in which, among other matters noted in the Resolutions, the Lord Governor came to grant a seat in that meeting to the Captain-Lieutenant and Commandant at Passourouang, Adriaan van Reijck, and the Lieutenant and Commandant at Banjoewangie, Lodewijk Kaijzel, who duly took the oath standing for that purpose. And after the matters had been dealt with jointly, the Lord Governor introduced
Dutch transcription
641 Samarang den 4=e September A„o 1784, pag: 73. het Laeste teegens betaeling, en dan ook nog uit het district Lamadjang 2 picols wax, voor niet Den Ingebeij van Bangil, 10. Coij=s rijst, voor miet en 2 picC: Cattoene gaan tegens betaling. Den Regent van wester Balemboangang voor de onder hem staande land streeken praedjekan 2 pic: lange peeper, en dito wax; Centong, een halve picol wax, djember of Adirogo, een picol wax Sabrang, een picol Cattoene gaaren, en een picol wax, de Cattoene gaaren teegens betaeling en het overige voor niet. Den Regent van ooster Balemboangang, 40: Coij=s Rijst voor niet, mitsga„ „ders zoo veel Indigo als in staat zijn, zal te Leeveren, tot welkens aanmoediging van de Iongst aldaar begonnen Cultuure, van det laeste artikul; den Regent ter verdeeling, zoo aan hem als aan den gemeenen. man wierd toegelegd de prijs van Een Honderd rijxd=s per picol, zijnde een douceur van 16 2/3: rijxd=s meer, dan de ord=n op Java daar voor be„ „taalt wordende prijs van rijxd=s 83 1/3, en hun alle met de opgemelde bepaalingen te laaten volstaan voor den tijd van drie agter een volgende Jaaren, gereekent van p=mo Januarij 1785. tot ult=o december 1787. — Vervolgens door den afgaande gezaghebber te kennen gegeeven zijnde, dat volgens de over en weeder gewisselde brieven met den Banjoe„ wangies Commandant kaijzel, het hoofd der Chineesen te Ban„ Joewangie in naam Pinglo zig geneegen had betoond, om de voogel„ nesjes klippen, die tans weeder onder den Regent sorteert, in pagt te neemen, mits teffens de vrijheid hebbende tot de visserij zoo van de aldaar gevonden wordende Paarlen als die van de Tripangs in straat Balie, en waar voor hij Jaarlijks aangebooden had, de som„ ma van 600 p=s reaalen, op welke propositie den Heere gouverneur goed vond het gemelde hoofd der Chineesen na Sourabaija te doen afkoomen, ten einde denselven des doenlijk te persuadeeren, om insteede van de aangebooden 600. pp=s reaalen iets meerder, dan wel tot 800. reaalen p„s daar voor te besteeden. — Wijders ook nog door den afgaande gezaghebber te kennen gegeeven zijnde, dat hem van tijd tot tijd klagten waaren voorgekoomen over den „ Samarang den 4=e September A„o 1734, den Chinees standher van de onder den sulthan sorteerende plaats Cartasana agter sourabaija geleegen, die zig niet ont„ zag om van de Javaanen onder de sourabaijasche regenten be„ hoorende, welke goederen uit het sourabaijas district de Ri„ „vier afvoeren en gemelde bandhaer moeten passeeren, ook pagt aff te persen, vond den heere gouverneur goed, om bij zijn Ed: terug komste te samarang den d'jokjoCartas Eerste Resident van Rhijn desweegen te sullen onderhouden, ten einde den sulthan versoek te doen, daar teegen de noodige ordres te stellen. — voorts in aanmerking gekoomen zijnde, tot verval van het soura„ baijas Jaagpad, dat niet alleen op verscheide plaatsen doorgebroo„ ken, maar zelvs geheel van de mond van de rivier tot aan de stad toe„ g„zakt is, zoodaenig dat bij spring tijden dezelve geheel onder wae„ „ter legd, en dewijl dit artikul zoo voor de Comp:e als particulieren van aangeleegendheid is, vond den Heere gouverneur noodzaeke„ „lijk om dezelve weeder in behoorlijke order te doen brengen, met qualificatie aan den aankoomende gezaghebber Barkeij daar toe van de gezamentlijke regenten des oosthoeks, na rato bij verdeelinge te vraegen een getal van 500:- Javaan en mitsgaders de benoodigde Bamboesen, Dolken en wat 'er meer tot dat werk word verEijscht, ten eijnde het gemelde Jaagpad aan weerskanten met Bamboesen te laaten beschoeijen en met takke bossen en aarde op te hoogon, met qualificatie teffens om tot de verstrekking van de benoodigde Rijst voor de manschappen, en de aan dezelve 's daags int te rijken 2. duijten per kop, voor eerst te emploijeeren, de daar toe door den Capitain der Chineese, te sourabaija Aan Tjan Pitzo aangebooden 1500. rijxd:s Vrijdag den 9: Iulij, Tochtens 8. uuren vergadering van Politie, waar bij onder anderen de bij de Resolutien genoteerde zaeken den Heere Gouverneur in die vergadering sessie kwam te geeven, den Cap=n Lieutenant en Commandant te Passourouang Adriaan van Reijck en den Lieutenant en Commandant te Banjoewangie Lodewijk Kaijzel, die den Eed daar toe staande behoorlijk presteerden. En na dat de zaeken gezamentlijk verhandeld waaren, introduceerde den Heere Gouverneur
English
643 Samarang the 4th September Anno 1784, page 75. Governor, the commander over Java's East Coast appointed by Their High Excellencies in place of the deceased the Honorable Foekens, Anthonij Barkeij, on which occasion not only the Members of the Council and the Panumbahan of Madura who was present in the meeting were instructed to recognize him as such, but also all the qualified servants together, along with the regents and other Native and Chinese Chiefs, were called inside, to whom the Lord Governor likewise recommended to respect and obey the new commander as such, he subsequently being presented to the public before the commander's house by delegated Members of the Council, the elected Resident of Grissee, Tulleken van Hoogenhouck, and the Pay Bookkeeper and Scribe van Ysseldijk, under the salute of three volleys from the small arms and the firing of the cannon in the fort Belvidera. Toward evening the Lord Governor dispatched letters to Their High Excellencies, with a report of the return to Passourouang of the ship De zilvere Leeuw destined for Ternate, because, according to the letters exchanged back and forth with the skipper Wolsgaard, due to leakage and rotting of his mainmast he was unable to continue the voyage against the monsoon beyond the Balinese Islands, concerning which said vessel, with the necessary description of the circumstances, the disposition of Their High Excellencies was requested. In the evening the outgoing commander the Honorable van der Niepoort gave a feast, to which all the Regents, Native, and other Chiefs were also invited. Saturday the 10th July, one viewed the exercises of the Sourabaija garrison on the square. Sunday the 11th July, one attended divine service, under the ministry of the minister Johan Hendrik Scharff, called from Amboina to Batavia, preaching on 1st John 4 verse 19, who at the same time administered Holy Baptism to several children. In the afternoon. Samarang the 4th September Anno 1784, In the afternoon the Lord Governor paid a visit to the Sourabaija Regents. Monday the 12th July, both the prince of Madura and all Regents and Chiefs appeared at the morning audience, on which occasion they were instructed by the Lord Governor to ensure the prompt delivery and provision of their contingents, and everything that might be assigned to them from time to time by the Company; while the Pangeran of Sumenep, Hotto Coessoemo, regarding the increase in the Company's revenues from his Regency submitted to him for consideration a few days ago by the Lord Governor, came to declare himself inclined to furnish an annual sum of eight thousand Spanish reals for that purpose from his private purse, commencing the end of February 1785, over and above his ordinary annual obligation of 80 coyangs of green katjang, 17500 cans of coconut oil, 25 piculs of cotton yarns, which he is bound to deliver for nothing, and 18 piculs of cotton yarns against payment, besides further the annual provision of 2000 rixdollars for recognition of the salt village Pinger Pappas, for which, upon the said offer of the 8000 Spanish reals, four identical bond certificates were then also immediately executed by the Regent. Tuesday the 13th July, one rode in light carriages to a place named Gogda, where one inspected in what manner the Javanese collect the petroleum welling up from the ground there. In the evening both the panumbahan and all the regents and chiefs, together with the European servants, appeared to attend the farewell dinner of the Lord Governor, and Wednesday the 14th July, one departed at about 7 o'clock in the same manner as upon arrival with vessels and under the proper ceremonies to the post of Grissee, where one arrived at about 10 o'clock, and was saluted with several cannon shots both from the small fort and from the ship Den Tempel lying there in the roadstead. Thursday
Dutch transcription
643 Samarang den 4:e September A„o 1784, pag: 75. Gouverneur den door Hun Hoog Edelheeden in steede van den overleedenen E: foekens aangestelden gezaghebber over Javas oost „hoek Anthonij Barkeij, bij welke geleegendheid niet alleen de Leeden des Raads en den Panumbahan van Madiera die in de ver„ gadering praesent was aan bevoolen wierden denselven als zoodaenig te erkennen, maar ook de gezamentlijke gequalificeerde dienae„ ren, mitsgaders de regenten en verdere Inlandsche en chineesche Hoofden binnen geroepen, aan wien den Heere Gouverneur insgelijks recommandeerden den nieuwen gezaghebber als zoodaenig te respec„ teeren en te gehoorzaemen, wordende denselven vervolgens door gecommitteerde Leeden des Raads, den geEligeerd Grissees Resi„ „dent Tulleken van Hoogenhouck en den soldij Boekhouder en Scriba van ijsseldijk in het publicq voor des gezaghebbers huijs den volke voorgesteld, onder het salut van drie Charges uit 't hand geweer en 't Losbranden van't Canon in 't fort Belvidera. — Tegens den avond vaerdigde den Heere Gouverneur brieven aff aan hunne Hoog Edelheedens, met berigt van de te rugkomste te Passourouang van het naar Ternaten gedestineerd schep De zilvere Leeuw, uit hoofde dat volgens de over en weer verwisselde brieven met den schipper Wolsgaard, door Leccagie ende verrotting van zijn groote mast de reijse teegens de mousson niet verder heeft konnen brengen aan tot de Balijsche Eijlanden, over welk gemelden Bodem met de noodige beschrijvinge van de omstandigheeden, de dispositie Hunner Hoog Edelheeden verzogt wierd. — S Avonds Gaff den Afgaande gezaghebber den E: van der Niepoort een festijn, waar bij ook geinfiteerd waaren alle de Regenten, Inlandsche en andere Hoofden. Saturdag den 10=e Iulij, Bezag men op de passeebaan de Exerci„ „tie van het Sourabaijas guarnisoen. Sondag den 11=e Iulij woonde men den Godsdienst bij, onder het gehoor„ van den van Amboina naar Batavia beroepen praedikant Iohan Hendrik Scharff predikende over 1=e Johannes 4 V:o 19, die teffens, aan verscheide kinderen den Heiligen doop bediende. 's agtermiddags. Samarang den 4=e September A„o 1784, S agtermiddags gaff den Heere Gouverneur de Soura„ baijasche Regenten eene visite. - Maandag den 12: Iulij, verscheenen zoo wel den prins van Madura als alle Regenten, en Hoofden op 't rapport, bij welke gelee„ gentheid hun door den Heere Gouverneur gerecommandeert wierd, om te zorgen voor de prompte Leeverantie en bezorginge hunner Contingenten, en alles wat hun van tijd tot tijd door de Comp:e mogte worden opgedraegen; Terwijl den sumanaps pangerang Hotto Coessoemo, op de door den Heere gouverneur voor eenige daegen hem in Consideratie gegeeven vermeerdering van sComp:s reve„ „nuen uit zijn Regentschap, zich kwam te declareeren, geneegen te zijn, daar toe uit prive beurse jaarlijks te fourneeren eene somma van Acht duijzend spaansche reaalen, aanvang neemende met ultimo februarij 1785. buijten en behalven zijne ordinaire Jaarlyksche verpligting van. 80. Coij=s groene Cadjang, 17500: kann: Clappus olie, 25. pic: Cattoene gaarens, die hij gehouden is voor niet, en 18. „ Cattoene gaarens teegens betaeling te Leeveren, behalven, dan nog 't Jaarlijks fournissement van 2000: — Eijxd=s voor recognitie van de zoub Negorij Pinger Pappas, van welke op gem: aanbieding der 8000: — p=s deaalen er dan ook direct Vier eens lindende verband schriften door den Regent wierden gepasseert. Dingsdag den 13: Julij, Reed men in reijtingen na een plaats genaamd gogda, alwaar men besigtigd in hoedaeniger voege de Javaenen; de al daar uit de grond opwellende Aard=olie verzaemelen„ T Avonds Compareerde zoo wel den panumbahan als alle de regen„ „ten en Hoofden mitsgaders de Europeesche dienaeren om het afscheids maal van den Heere Gouverneur bij te woonen, en S Woensdag den 14: Iulij vertrok men Circa 7. uuren in gelijker voege als bij arrive met vaartuijgen en onder de behoorlijke Ceremonien naer het Comptoir Grissel, alwaar men circa 10: uuren aankwam, en zoo wel van 't fortje als van het daar ter rheede leggend schip Den Tempel met verscheide Canon schooten gesalueerd wierden. Donderdag
English
645 Samarang the 4th of September Anno 1784, page 77. Thursday the 15th of July, the Lord Governor made with the elect Resident of Grissee Fulleken the necessary arrangements regarding the private takeover of the goods as well as otherwise from the widow Fockens, while at the same time the transfer of the Company's cash, goods, and effects was properly made to the said elect Resident Fulleken by the Administrator of Sourabaija Hartzinck, who had been acting as Resident since the demise of the Honorable Fockens. In the afternoon at half past four o'clock, they rode to the grave of the Sunan Giri, where the entire company was shown the kris which formerly belonged to that monarch, but having been missing for a long time, was rediscovered some years ago by the Right Honorable Strict Lord Councillor of the Netherlands Indies as former Governor and Director of Java and deposited there in custody under the supervision and responsibility of the Grissee Regents, with a paper added thereto by His Honor stating that this kris may be handed over to no one except with the consent of the Lord Governor of Java. Friday the 16th of July, at 8 o'clock in the forenoon, the Lord Governor had the Resident of Paccalongang Ambrosius Pieter Fulleken van Hoogenhouck, appointed by Their High Excellencies as Resident of that trading post, publicly presented to the people by the Captain and Commander of Sourabaija Rasch and the Pay Bookkeeper and Scribe van Ysseldijk, and after conducting various matters on that day, the Lord Governor paid a short visit to the Regents in the afternoon, and they further prepared themselves to undertake the return journey to Samarang the following day with the ship Den Tempel, so that on Saturday the 17th of July at 7 o'clock in the morning they went on board, when around half past nine the Panembahan, as well as the departing and arriving commanders of the East Hook, and the mutual friends took their leave of the Lord Governor, and wishing His Honor a happy and prosperous journey, around eleven o'clock Samarang the 4th of September Anno 1784, they set sail, and subsequently that same evening around 18 o'clock got out to sea. Sunday the 18th of July, as well as Monday the 19th of July, sailing onward without any incident, they arrived further, on Tuesday the 20th of July, in the evening around half past nine o'clock at the Samarang roads, and several gentlemen and ladies came on board, who, however, were excused by the Lord Governor because His Honor, due to indisposition, did not intend to appear on shore until the following morning, and obtained leave to return home again, which accordingly took place; however, 2 to 3 of the said gentlemen remained on board that night, and went. Wednesday the 21st of July, in the morning at 6 o'clock with the Lord Governor, his wife, and further family to the shore, where they were received by the Council of Policy and further colleges, likewise all other qualified servants, with the proper state and honor in the government house, and welcomed, with which the journey thereupon came to an end. I, Notto Coesoemo, Pangeran and Regent of Sumanap and the subordinate islands, bind myself by this deed of bond to pay and satisfy, on account of my affection and obligation to the Chartered Dutch East India Company, to whom I owe my prosperity and the flourishing of my entrusted regency, annually to the said Company, over and above my obligatory delivery of 80 coyangs of green mung beans, 17500 kannen of coconut oil, for free, and 25 picols of cotton yarn, 10 picols 647 Samarang the 4th of September Anno 1784. page 79. 10 picols of cotton yarn, against payment, as well as rixdollars 2000 for recognition of the salt village Pinger Pappas, and moreover in compensation for the heavy burdens and expenses incurred by the Company during the recent war between the Dutch Republic and the Crown of England, the sum of eight thousand Spanish reals, each of 60 stuivers in good current coin, whether in silver or gold specie, commencing with the last day of February 1785, and which said cash I undertake to deliver from year to year under the aforesaid date at Sourabaija into the hands of the commander, or wherever the Company might think fit, for which I bind my person and property, and to that end have confirmed this with my own signature and seal, as well as granted three identical copies hereof, of which, however, one shall be valid. Below stood: Done Sourabaija the 12th of July 1784. Was signed: J. Siberg. Next to this stood the Company's seal stamped in red wax. Lower down stood: The aforementioned bond executed, signed, and confirmed with the seal in our presence, Sourabaija, date as aforesaid, before us. Was signed: E. F. van der Niepoort and A. Barkey. In the margin under the Javanese stood the seals and the signatures of Pangeran Notto Coesoemo and the Chief Regent of Samarang Adipati Soero Dimongolo. To the Right Honorable Strict Worshipful Lord Johannes Siberg, Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, etc. etc. Right Honorable Strict Worshipful Lord! In order to comply with Your Right Honorable Strict Worship's honored order contained in the instructions given to me by the same on my departure for the island of Bawean
Dutch transcription
645 Samarang den 4=en September A„o 1784, pag: 77. Donderdag den 15„e Iulij, maakte den Heere gouverneur met den g'Eligeerd Grissees Resident Tullek en de noodige schikkengen, omtrent den particuliere overneem, der goederen als andersints van de weduwe Fockens, wordende teffens het transport van sComp=s Contanten, goederen en Effecten, door den seedert het overlijden van den E: fockens als Resident fungeerende sourabaijas Administrateur Hartzinck aan den ge„ melden g'Eligeerd Resident Fulleken behoorlijk gedaan. — 'S Agtermiddags halff vijff uuren, reed men na 't graff van den soe„ „soehoenang Girie, alwaar aan het geheel geselschap vertoond wierd de kris, die wel eer aan dien vorst hebbende toebehoord, maer een geruijmen tijd absent geraakt zijnde, voor eenige Jaaren, door den wel Edelen gestr: Heer Raad van Neederlands Jndie als geweesen gouver„ neur en directeur van Java weederom ontdekt en aldaar onder het opsigt en verantwoording der Grisseesche Regenten in bewaaring gegeeven is, met een door zijn Ed: daar bij gevoegd papier inhoudende, dat die kries aan niemand mag worden afgegeeven, dan met bewilliging van den Heere Iavas Gouverneur. — Vrijdag den 16:e Iulij, 'T voormiddags 8' uuren liet den Heere Gou„ verneur den door Hun Hoog Edelheeden tot Resident van dat Comptoir aangesteld Paccalongangs Resident Ambrosius Pieter Fulleken van Hoogenhouck door den Capitain en sou„ rabaijas Commandant Rasch en den soldij Boekhouder en scriba van ijsseldijk den volke publicq voorstellen, en na verrigting op dien dag van verscheiden zaeken, gaff den Heere gouverneur 's Agter„ middags aan de Regenten een korte visite, en maakte men sig wei„ „ders gereed, om 's volgenden daags met het schip den Tempel de terug reijse na Samarang aanteneemen, invoege men sig dan ook op Saturdag den 17:e Iulij 's morgens 7. uuren aanboord begaff, wanneer toen circa halff tien den Panumbahan, als ook de afgaande en aan„ koomende gezaghebbers des oosthoeks, en de gezamentlijke vrienden afscheid van den Heere Gouverneur naamen, en onder toewenschinge van een gelukkige en voorspoedige reijse zijn Ed: circa Elf uuren Samarang den 4=e September A„o 1784, uuren onder zeil gong, en vervolgens dien zelvden avond omstreeks 18. uuren buijten gaats geraakte. Sondag den 18=e Julij, als ook Maandag den 19=e Iulij, zonder eenige ontmoetinge voor 't steevenen„ de, arriveerde men voorts, op Dingsdag den 20:e Iulij, 's Avonds omstreeks half tien uuren ter sama„ rangsche rheede en kwaamen aan boord verscheide Heeren en Dames, die egter door den Heere Gouverneur uit hoofde dat zijn Ed:e door Indispositie niet dan voor den volgenden morgen aan de wal dagt te verscheinen g'excuseert, en vrijheid verkrijgen weeder thuijswaards te keeren, invoege dan ook geschiedende, bleeven 'er egter 2. â 3. der gemelde Heeren dien nagt aan boord, en begaeven sig. T woensdag den 21. Iulij, Pochtends om 6. uuren met den Heere gouver„ „neur, Mevrouwe en verdere familie na de wall, alwaer door den raad van Politie en verdere Collegien, item alle ver„ „dere gequalificeerde dienaeren met de behoorlijke statie en hon„ neur in't gouvernements huijs ontvangen, overvelle komt wierd, waar meede over sulx de reijse nam een Einde. — Jk Notto Coesoemo Pangerang en Regens te suma„ „nap en de onderhoorige Eijlanden, verbinde mij bij deese acte van verband, om, uit hoofde van mijne toegeneegentheid en verpligtinge aan de geoctroijeerde Neederlandsche oost Indische Compagnie, aan wien ik mijn welvaart en den bloeij mijner aanvertrouwde regentschap te danken heb„ Iaarlijks aan gemelde Compagnie buijten en behalven mijne verpligte Leverantie van. 80: Coij=s groene Cadjang, 17500: kann: Clappus olie, voor niet, en 25: picols Cattoene gaeren. 10 p=ls 647 Samarang den 4:e September A„o 1784. pag: 79. 10 pic=ls Cattoene gaarens, teegens betaaling, mitsgaders geges rd„s 2000: — voor recognitie van de zout Negorij Pinger Pappas, daar en booven nog te gemoet koominge van de door de Compagnie bij den Jong„ „sten oorlog tusschen de Neederlandsche Republicq en de kroon van Engeland gemaakte zwaare Lasten en ongelden te zullen opbrengen en voldoen, de somma van Acht duijsend spaansche reaalen, ieder van 60: stuijvers in goede gangbaere munt, het zij in silvere off goude specien, ingaande met ult=o Februarij 1785. en welke gemelde Contanten ik aanneeme om van Jaar tot Jaar onder de voorsz: datum te sullen Leeveren te soura„ baija in handen van den gezaghebber, ofte waar de Comp: zulx mogte goedvinden, waar toe ik mijn persoon en goederen verbinde, en deese ten dien einde mijn eigen handteekening en cachet be„ „kragtige, mitsgaders hier van verleene drie eensluijdende, doch waar voor een geldende verband schriften. /:onderstond/ Actum Sourabaija den 12:' Julij 1784. /was geteekent:/ I=s Siberg /:daar neevens stond Comp=s Cachet gedrukt in rood lacq. /:Laagerstond:/ opgemelde verband schrift ter onser presentie gepasseert, geteekent en met het Cachet bekragtigt, sourabaija dato voorsz: ter onsen over„ „staan /:was geteekent:/ E: f: van der Niepoort en A: Barkeij /:in marginne onder 't Javaans stonden de cachetten en de handteekeningen van pangerang Notto Coessoemo en den Samarangs Hoofd Regent Adipattij Soero Dimongolo. - Aan den Wel Edele Gestrengen Achtb=e Heer Iohannes Siberg Raad Extra ordinair van Neederlands Indie, mitsgaders gouverneur en directeur op en Langs Javas Noord oost kust, enz: enz: Wel Edele gestrenge Achtbaeren Heere! Omme te voldoen aan uwel Ed:e gestr: Achtb: g'Eerde ordre vervat bij Hoogst derzelver mij na het Eijland de Baviaan meede gegeeven Instructie
English
Samarang, the 4th of September, Anno 1734, Instruction, and the considerations added thereto and submitted by your Highly Honorable and Worshipful Lord to Their High Excellencies, the Lords of the High Government of the Indies, I have the dutiful honor to inform your Highly Honorable and Worshipful Lord: That during my presence there on the aforementioned island, having carefully examined the said instruction and considerations, I have found that it is impossible to maintain a fortress, even a small one, along with its garrison, from the revenues of the land, considering that those revenues would have to be derived from the incoming duties paid by various persons sailing there for trade, both the local natives and the people arriving and departing for trade, who would need to be encouraged to do so. Furthermore, the collection of these revenues would be burdensome, especially considering the numerous bays this island possesses, for which the Company would require many matta-mattas, who would also place a significant burden on the revenues of the land. Thus, at least initially, if this island were to be taken into possession by the Company, it would be a major burden to it. Whatever efforts the undersigned made to carry out, if possible, a precise reconnaissance of all the bays located on that island, it proved entirely impossible for him, as he was not in the least able to succeed in this matter with the Pangerang, nor with the common people or any of the chiefs of that island. This is mainly because the former would certainly like very much to see that the Company establishes no garrison on the island, and secondly, because the common people, being loyal to their Pangerang, will not reveal the slightest thing that their Pangerang forbids them to. That the Pangerang as well as his subordinate chiefs would dislike the Company establishing a garrison there can be deduced from the fact that the Pangerang and his chiefs have the power over the common people to prevent them from daring to purchase anything from the people sailing there for trade, buying up everything themselves and reselling it to the common people at such prices as they deem fit. 643 Samarang, the 4th of September, Anno 1734, page 81. And since they are also not ignorant of the tax farms on and around Java, they hold the firm conviction that they would not only be hindered in their profits, but that, in addition, tax farmers as well as they themselves would be free to negotiate with the merchants, so that they would be and remain deprived of the privileges they currently possess over their countrymen. To further confirm that the Pangerang is strongly opposed to this, it appears from the following: on a certain day, when the undersigned, accompanied by the Raden Adipati Puspa Nagara, Raden Ngabehi Marta Sari, and Raden Puspa Nagara, along with the masters of the three Company pantjallangs, Jan Sterger, Willem Muller, and Frans van Emmerik, had set out to ride around the island, and having arrived at the village of Paccalongang, returned from there over a mountain, from where he saw lying in a bay then still unknown to him, named Dejali, two vessels. Thereupon he asked the aforementioned Raden Adipati, Raden Ngabehi, and Raden Puspa Nagara, "Show me the way to that bay," to which they answered him, "It is impossible to get there by this path; you must first go to your lodging, and from there proceed along the coast through the bay of Suwari." Then I said, "How is that possible? Do no people live there?" To which they answered him, "Yes, there are 2 to 3 houses standing there." Nevertheless, the undersigned went there the following day, but upon arriving, according to several Bawean people, those vessels had already departed northward to another bay. Whereupon, returning home, he sent out very early the next morning by sea a jukung of his own with four spies of various nations, to spy out where the vessels just mentioned had gone. They reported that as soon as they had reached the sea with their jukung, they saw 2 vessels lying in the bays of Panga and Promahan, and that their crew had gone ashore in their sampan, being a Johorean vessel; but as soon as
Dutch transcription
Samarang den 4=e September A„o 1734, Instructie, en daar bij gevoegde door uwel Ed: gestr: Achtb: aan Hunne Hoog Edelheeden de Heeren der Hooge Indiasche Regeering gesuppediteerde Con„ sideratien, hebbe ik pligtschuldig de Eere uwel Ed: gestr: Achtb: te berigten. Dat ik geduurende mijn aanweesen aldaar ten voorsz: Eijlande, die Instructie en Consideratien nauwkeurig nagegaan hebbende, bevonden hebbe, dat het onmoogelijk is om een fortres al schoon klein met dies bezetting van de Inkomsten des Lands te onderhouden, gemerkt die inkomsten souden moeten worden geprofliceerd, mit de inkoomen„ de regten van aldaar door verscheidene ten handel vaarende persoonen, zoo„ wel den Inlander daar ter plaetse, als de ten handel aankoomende en vertrekkende lieden daar toe te annimeeren waaren, en zoude de invoering van die Inkomsten ook bezwaarlijk sijnen daar bij den aangemerkt de meenigvuldige baaijen die dit Eijland heeft, daar 'sComp=s weegen veele Matta Mattas toe van nooden zouden weezen, dewelke de Inkom„ „sten des Lands meede merkelijk soude bezwaaren, soo soude ten minsten voor eerst dit Eijland door de Compagnie in bezis genoo„ men wordende, al een groote Last post voor dezelve zijn. Wat moeijte den ondergeteekende ook aangewend heeft om waare 't moogelijk eene nette opspeuring te doen van al de op dat Eiland sijn de Baaijen is hem 't selve reëel ondoenlijk geweest, aangesien hij hier inne in 't minste niet bij den Pangerang heeft kunnen reus„ seeren, soo min, als bij den gemeenen man off eenige der hoofden, van dat Eijland, principaal voorkoomende, door dien den Eersten seekerlijk seer gaarne soude sien dat de Comp:e daar ten Eijlande geene besetting quam te leggen, en tweedens, om dat de gemeente hun pangerang trouw zijnde, niets het minste zullen verklikken van 't geene hun pangerang hun komt te verbieden, dat den pangerang soo wel als zijne onder heb„ bende hoofden niet gaarne zaegen dat de Comp:e aldaar een bezetting legde, is hier ins op te maeken, om dat den pangerang en zijne hoofden op de gemeente het vermoogen hebben, met hun te kunnen beletten, dat zij van de aldaar ten handel vaarende lieden niets durven koo„ pen, en alles zelvs op koopen en aan den gemeenen man weeder van de hand setten, tot soodaigen phijs als zij koomen goed te vinden, 643 Samarang den 4=e September A:o 1734, pag: 81. vinden, en alsoo zij meede met ignorant zijn van de pagten op en rondsom Iava, het vaste denkbeeld hebben, van in hunne winsten niet alleen gehindert, maar dat booven dien het de pagters zoo wel, als hun vrij staat met de handelae„ ren te Negotieeren, zij dies ontstooken zouden worden en blijven van de voorregten die zij op hunne Landsgenooten tans zijn hebbende. Om te meer te bevestigen, dat den Pangerang daar veel teegen is blijkt hier uis, op seekeren dag, dat den ondergeteekende vergeselschapt van den Radeen de Pattij Poespa Nagara, radeen Ingebeij Mar„ ta Sarie, Radeen Poespa Nagara neevens de gezaghebbers van de drie Comp: pantjallangs Jan Sterger, Willem Muller en frans van Emmerik waaren gegaan om het Eijland rond te rijden, en gekoomen weesende aande Negorij Paccalongang van daar was te rug gekeerd over een Berg, van waar hij zag leggen in Eene bij hem toen nog onbekende baaij genaamt dejalij twee vaartuij„ gen, waar op hij aan voornoemde Radeen de pattij, den Radeen Ingebeij en Radeen Poespanagara vroeg, wijs mijn de weg na die baaij toe, waar op sij hem antwoorde het is onmoogelijk langs deese wegte koomen, gij moet eerst na uw Logement, en van daar langs staand daar heen gaan, door de baaij suwarie, toen sijde ik, hoe is het moogelijk, woonen dan daar geen menschen, Waar op sij hem antwoorden Ia, daarstaan 2. â 3. huijsen, dog is den ondergeteekende sanderen daags daar egter na toe gegaan, dog daar koomende waaren die vaartuijgen volgens zeggen van verschei„ dene Baviaanders bereeds noordwaards na een andere baaij ver„ „trokken, waar op hij thuijskeerende des anderen daags heel vroeg over zee een Jochum van zijn eigen had gesonden met vier spions van ver„ „scheidene naties, om te spioneeren, waar de zoo eeven gerepte vaartuigen gebleeven waaren, waarop zij berigt hebben gebragt, dat zoo drae zij met hun Jochem op zee waaren gekoomen 2 vaartuijgen hebben sien leggen in de barij„ en van Panga en Promahan, mitsgaders dat 't volk van dezelve met hunne chiam„ pang, zijnde Johoreesen vaartuijg aan de wal waaren, dog soo drae hadden die
English
Samarang the 4th of September Anno 1784, those people had not noticed the spies, or they went on board with their chiampang and put directly out to sea; whereupon those spies also went ashore there, and asking the loera what kind of people those had been, why he had not asked for their passes and shown them to the undersigned, he, the loera, answered, I intended to apprehend them, but they went on board too hastily; and the loera was subsequently brought to the subscriber by the Radeen Carta Coesoema, and an excuse was requested for the loera by him, the Radeen. Furthermore, at another time, five vessels had appeared in the bays of Batoe Siendi and two at keppok, of which he, the undersigned, also knew nothing, and upon inquiring about this, he received word that they had arrived there quietly and had also departed again in like manner, whereupon Radeen poespa Coesoema, as Head of the Negorij keppok, and the matta matta from there came to the subscriber two days later to offer an excuse for this. It is also necessary that whenever the export of rice to the opposite shore is prohibited, that prohibition should also take effect on the Baviaan, because the Mandharese who depart from Batavia and call at Baviaan purchase rice there under the pretext of provisions. Wherewith hoping to have complied with the very venerated orders of Your Right Honorable, I have the honor to call myself, with due respect and profound esteem, below stood title lower Your Right Honorable's humble and faithful servant was signed A=k Fredriksz in the margin stood Samarang the 28th of April Anno 1784. 631 Samarang the 30th of September Anno 1784. page 83 Batavia To His Right Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alling Governor-General and the Right Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. Right Honorable, Highly Esteemed Lords! With respectful reference to my last humble letter of the 4th instant, now proceeding to reply to Your Right Excellencies' very venerated letters of the 12th ultimo and the 14th of this month, I express in the first place my dutiful thanks for the gracious consideration which Your Right Excellencies have been pleased to give to my proposal concerning the appointment of the Regents of Batang, kandal, Padjancoengang and Palo, while I am no less sensible of the so striking and high token of trust which it has pleased Your Right Excellencies to grant me, in having so favorably deferred to me to appoint as pangerang over the Regency of Adilangoe, in place of the deceased old Pangerang Widzil, the person who should appear to me most suitable for that purpose; and since in the person of the eldest son of the deceased, already proposed by me to Your Right Excellencies, named Brotto Coessoemo, not only were the required qualifications found, but he also appeared to me as the best, most suitable and most capable subject for Regent of the aforesaid small territory, I have accordingly confirmed him as such under the Name and Title of Honor of pangerang Widjil, and granted him the proper certificate thereof; I have the honor both to give Your Right Excellencies the requisite notice thereof, and respectfully to present to Your Right Excellencies hereby the Acts of obligation of both the said pangerang Widjil and the other Regents, for whose acts of appointment I likewise express my thanks. The dispatch of the gifts brought here by the yacht de twee gebroeders for the king of Lambas having already been carried out by the pantjallang de Valkenaer bound for Pontiana, and the requisite notice thereof having been given to Your Right Excellencies in the joint missive of the 10th of this month, I take the liberty to refer thereto, offering humble thanks both for the permission so favorably granted to the Captain of dragoons de Chasteauvieux to make a pleasure trip to the Capital of the Indies, and for the passage to the Netherlands granted to his wife together with her two daughters on one of the ships of the upcoming return fleet. The Military personnel of the ship 't zilveren Lune, in accordance with Your Right Excellencies' qualification
Dutch transcription
Samarang den 4=e September A„o 1784, die menschen de spions niet vernoomen, of zijn met hunne Chiampang na boord gegaan en direct in zee gestooken: waar op die spions meede aldaar aan Land sijn gegaan, en den zoera vraegende wat dat voor volk was geweest, waarom haare passen niet had gevraagd en aan den ondergeteekende vertoont, heeft hij Loera geantwoord, ik hebbe willen opvatten dog zij zijn te schielijk na boord gegaan; en was den Loera ver„ „volgens door den Radeen Carta Coesoema bij den teekenaar gebragt en door hem Radeen voor den Loera Ecuus verzogt Nog had sig op een anderen tijd in de Baaijen van Batoe Siendi vertoond vijff en te keppok twee vaartuijgen, waar van hij onder geteekende meede niets wist, en daarna vraegende, kreeg hij berigt, dat dezelven aldaar stil gekoomen, en ook weeder soo„ daenig vertrokken waaren, versoekende Radeen poespa Coesoema als Hoofd van de Negorij keppok en de matta matta van daar twee daegen daarna bij den teekenaar koomende hier over Excuus. — Ook is het noodig dat zoo wanneer den uitvoer van Rijst na de overwal verbooden wierd, dat verbod ook op de Baviaan stand greep, want de Mandhareese die van Batavia vertrekken & doende Baviaan aan, en kooppen daar onder voorgeeven van provisien rijst in. Waar meede verhoopen aan de zeer gevenereerde ordre van uwel Edele Gestr: Achtb: voldaan te zijn, heb ik de Eer mij met schul„ „dige Eerbied en diept ontzag te noemen, /:onderstond:/ titul /:Lager / uwel Ed=e gestr: Achtb: onderdaenige en trouwschuldige dienaer /:was geteekent/ A=k Fredriksz: (:in margine stond:/ Samarang den 28: April A„o 1784. — ofte & 631 Samarang den 30=e September A„o 1734. pag: 83: Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaren Heer, M„r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndia enz: enz: enz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heer„ en b Wel Edele Gestrenge Heeren! Onder Eerbiedige referte aan mijne laeste needrige van den 4. husjis tans ter beantwoordinge treedende van uw Hoog Edel„ ƒ heedens zeer gevenereerde van den 12 passato en 14=e deeser, be„ tuijge ik in de Eerste plaats mijne verpligte dank voor de gratieuse reflectie welke uw Hoog Edelheedens hebben ge„ lieven te slaan op mijne gedaane voordragt, in de aanstelling der Regenten van Batang, kandal, Padjancoengang en Palo„ terwijl ik niet minder gevoelig ben voor de zoo doorslaande hooge blijk van Vertrouwentheid welke 't uw Hoog Edelheedens heb„ ben gelieven te behaegen mij te geeven; in aan mij soo gunstig gedefereerd te laaten om in steede van den overleedene oude Pangerang Widzil tot pangerang over het Regentschap Adi„ langoe aan te stellen, den geene welke mij daar toe het ge„ „schikste Samarang den 30=e September A„o 1784. „schikste zoude voorkoomen: en wijl in den persoon van den door mij bereeds bij uw Hoog Edelheedens voorgedraegen oud„ „ste zoon van den overleedene in naame Brotto Coessoemo, niet alleen de verEijschte hoedaenigheeden gevonden wierden, maar mij ook als 't best, 't meest geschikst en 't bekwaamst voorwerp tot Regent van't voorsz: Landschapje is voorgekoomen, heb ik denselven dan ook als zoodaenig onder den Naam en Eertitul van pangerang Widjil bevestigd, en aan denzelven daar van het behoorlijk bewijs verleend, ik hebbe de Eere uw Hoog Edelheedens daar van zoo wel de verschuldigde kennisse te geeven, als Hoogst dezelven bij deesen Eerbiedig aan te praesenteeren de Actens van verband zoo wel van gem: pangerang Widjil als de andere Regenten voor Welkers actens van aanstelling ik almeede mijne dank betuijge. De Afzending der alhier per het Iagt de twee gebroeders aange„ „bragte geschenken voor de koning van Lambas per de na Ponti„ ana gedestineerde pantjallang de Valkenaer bereeds gevolg gehad. hebbende, en daar van bij gemeene missive van den 10:e deeser aan uw Hoog Edelheedens de verpligte kennis gegeeven zijnde, neeme ik de vrijheid mij daar aan te refereeren, onder needrige dank betuij„ ging zoo wel voor de soo gunstig verleende permissie aan den Capitain der dragonders de Chasteauvieux tot het doen van een ppringtogtje naar Indias Hoofdplaats, als de aan desselvs huijs vrouw beneevens haare twee dochters verleende passage naar Nee„ derland met een der scheepen van de aanstaande rethour bezending. — De Militairen van het schip ' zelver Lune, ingevolg w Hoog deleden qua„ „lificatie „
English
1622 Samarang, 30 September Anno 1784. page 85. [illegible] of the same having been lifted and detained here, they will be sent thither with the ship that is scheduled to undertake the voyage to Ternaten this year, just as, in compliance with Your Right Honorables' venerated order, the gifts prepared both there and here for the respective Javanese rulers have already been recalculated and charged to Batavia. For the promotion of Quartermaster Jacob Grijsen to second mate, to be placed as commander on one of the galliots, I offer my thanks, while as a consequence of Your Right Honorables' decision to excuse the ordered convoy to Malacca, since the merchants themselves are not very inclined to regulate their voyage accordingly, tomorrow will depart on their voyage from here to Malacca: 5 Barkentines carrying 800 Javanese Coyangs of hold, and to Palembang several smaller vessels, taking along the stipulated export of 400 Coyangs of rice, all of them going without convoy, yet nevertheless without the least fear or apprehension of danger from the side of the Riauers, of whom nothing is currently heard on Java; but notwithstanding this, they have been very seriously recommended above all to remain steadily on their guard and during the voyage to stay combined as much as possible, as well as to inquire at Palembang most precisely into the state of affairs in the Strait of Malacca, in order to regulate themselves according to the circumstances and information to be obtained, while at the same time from here on each Malacca bark has been placed Samarang 30 September Anno 1784. placed a European sailor who can read and write, in order during the voyage to keep a record of all occurring matters, and also at the same time to be able to give some signals to the vessels, as well as to keep the skippers together in case of any attack and to encourage them. Of the four galliots, two have already been prepared for Ternaten, and with the other two all possible speed will likewise be made to be completely ready against the arrival of the ship den Tempel destined for the aforementioned government, while one of the two mentioned above named den Arend crosses over herewith to the Chief Settlement of the Indies, both for examination and as proof of the good expectation one may nurture from such vessels on the expedition for Ternaten, which I hope will be favorably approved by Your Right Honorables. Meanwhile, upon the dispatch of those small craft, the required care will be taken to fit them out according to Your Right Honorables' intention, to man them with 10 to 12 Europeans and to provide them with as many Javanese mariners as will be found necessary, just as I shall then also eagerly look forward to the four capable mates promised by Your Right Honorables to be placed as commanders on those vessels; but I also respectfully request Your Right Honorables that for those four galliots the necessary navigational tools, cooks' and cabin goods, or whatever the customary provisions to mates sailing on pantjallangs entail, may soon be sent hither 656 Samarang 30 September Anno 1784. page 87. hither, as one is here provided with neither the one nor the other, no more than with the requisition recently sent from here requesting 200 pieces of iron ballast; for which one is extremely embarrassed, as they must necessarily be used for the four galliots, since the same would not be able to depart from here without them, wherefore I very earnestly request Your Right Honorables to be provided therewith soon. Because it is hardly feasible to prepare a pantjallang for Amboina this year, instead of the pantjallang de Vriendschap that did not appear there, I respectfully take the liberty to propose humbly to Your Right Honorables that instead of the pantjallang demanded by the same after the model of the Beschermen and or the Victorie, measuring long 67, wide 18 to 19, and deep 8 feet, there be used for dispatch thither the pantjallang de Pion belonging here at Samarang, measuring long 60, wide 17, and deep 9 feet, carrying circa 30 lasts, having been built stout and strong at Rembang in 1782 and moreover a good sailer, which will certainly be to the particular satisfaction of the Ambon Ministry, whereas that vessel, built during the war, by virtue of the cessation of arms and apparent peace on Java can well be spared, the more so as one experiences greater effect from the newly invented galleys against the pirates, and should it please Your Right Honorables to honor this my humble proposal with your honored approval
Dutch transcription
1622 Samarang, den 30=e September A„o 1734. pag: 85: „lificatie van dien Hodem geligt en alhier aangehouden zijnde sul„ len dezelve met het schip dat in dit Jaar de reijse naar Terna„ „ten staat te onderneemen derwaards versonden worden, gelijk ook in voldoening uwer Hoog Edelheedens gevenereerde ordre bereeds te rug gereekend en Batavia ten Lasten gebragt is de zoo daar als hier aan„ gemaakte geschenken voor de respective Javasche vorsten. — door de Bevordering van den Quartiermeester Jacob Grijsen tot onderstuurman, om als gezaghebber op een der gallowets te werden geplaatst, zegge ik dank, terwijl als een gevolg van uw Hoog Edelheedens besluijt om het geordonneerde Convooij naar Malacca te Excuseeren, wijl de Handelaars zelvs niet zeer ge„ inclineers zijn Hunne rheise daar na te reguleeren, op mor„ gen van hier naar Malacca zullen reijs vorderen. — 5 - Barkentijns laedende 800: - Javasche Coijangs ruijm. en naar Palembang verscheidene kleindere vaartuijgen, meede neemende de bepaalde initvoer van 400 Coijangs Rijst, gaande dezelve alle zonder Convooij, dog egter zonder eenige de minste vreese of bedugting voor gevaar van de kant der Riouwers, waar van men thans op Java niets verneemt, dan niet teegenstaande dit, zijn zij wel zeer Serieus gerecommandeert om vooral gestadig op hunne hoede te zijn en geduurende de reijse zoo veel immers moogelijk ge„ „combineerd te blijven, mitsgaders op Palembang ten nauwkeu„ rigste naar den toestant der zaeken in straat Malacca te informeeren, ten einde zig naar de omstandigheeden en te bekoomene narigten te reguleeren, terwijl teffens van hier op ieder Malakse Barcq geplaetst Samarang den 30:e September A„o 1784, geplaatst is een Europees Matroos, die Leezen en schrijven kan, om geduurende de reijs van een en ander voorvallende zaeken aanteekening te houden, en ook om teffens eenige seinen aan de vaartuigen te kunnen doen, soo wel als om de voerders in cas van eenige aanval bij een te houden en hum aantemoedigen. — Van de vier galowets zijn reets twee voor Ternaten in gereedheid gebragt, en met de andere twee zal men meede alle moogelijke spoed mae„ „ken, om volkoomen klaar te zijn, teegen de komst van 't naer het voorschreeven gouvernement gedestineerd schip den Tempel terwijl een van de hier boven genoemde twee genaamd den Arend bij deesen naar Jndiasch Hoofdplaats overvaart, soo wel ter Examinatie als ten bewijse van de goede verwagting die men van zoortgelijke vaartuijgen in Expeditie voor Ternaten voeden mag, 't geen ik verhoope dat door uw Hoog Edelheedens gunstig zal wer„ den geapprobeert. Intusschen dat bij depeche van die kieltjes, de verEijschte zorge zal werden gedraegen, om dezelve naar de intentie uwer Hoog Edelheedens te monteeren, met 10 â 12. Europeesen te be„ „mannen en met zoo veel Javasche zeevaarende te voorsien, als noodsaekelijk zal werden bevonden, soo als ik dan ook met verlangen zal te gemoed zien de door uw Hoog Edelheedens gepromitteerde vier bekwaeme stuurlieden om als gezaghebbers op die vaartuijgen te wer„ den geplaatst, dog ik versoeke uw Hoog Edelheedens teffens Eerbiedig dat voor die vier galowets de noodige stuurmans gereedschappen, koks en Carjuijts goederen, of wat de gewoonlijke verstrekkingen aan stuurlieden op Pantjallangs vaarende meede brengt, spoedig naar herw=ts 656 Samarang den 30:e September A„o 1734. pag: 87. Eerw=s moogen werden gezonden, dewijl men hier nog van het een nog van het ander voorsien is, eeven soo min als van de bij de 7 Jongst van hier gezondene Eijsch gevraagde. 200: – stuks ijzere ballast; waarom men ten uiterste verleegen is, als tot de vier galowets noodsaekelijk moetende gebruijks werden alsoo dezelve sonder dien niet van hier zoude kunnen vertrekken, weshalven ik uw Hoog Edelheedens zeer in steere daar meede spoedig te moogen werden voorsien. — Dewijl het niet wel doenlijk is, om nog in dit Jaar een pantjallang voor Amboina in gereedheid te brengen, in steede van de aldaar niet opgedaagde pantjallang de Vriendschap, soo neem ik Eerbiedigst de vrijheid uw Hoog Edelheedens needrig voor te draegen om in steede van de door Hoogst dezelve gevorderde pantjallang naar het mal van de bescherm en of de victorie lang 67 breed. 18 âr 19. en diep 8. voeten, ter versending naar derwaerds te laeten dienen de alhier op Samarang thuijs gehoorende pantjallang de pion lang 60. breed 17 en diep 9. voeten, laedende Circa 30: Lasten, zijnde in 1782. op Rembang hegt en sterk aangebouwd en daar bij een goede zeilden, sullende seeker tot bijzonder veel genoegen van 't Ambons Ministerium zijn, terwijl dat vaartuijg in den oorlog aangebouwd„ mits den stilstant van Waepenen ende apparente vreede op Java wel kan werden gemist, te meer daar men meerder effect onder„ vind van de nieuw geinventeerde galeijen teegens de zee roovers, en wanneer 't uw Hoog Edelheedens geliefden te behaegen dit mijn needrig voorstel met hoogst derselver g'Eerde approbatie te honoreeren
English
Samarang the 30th September Anno 1784, to honor, then this pantjallang the spron could be renamed and called de Vriendschap, in which case I, just as with the galleys, also request a qualified steersman provided with all that is necessary, as well as to be furnished with a set of new sails, which are not at hand or cannot be manufactured quickly enough, the sailcloth required for making them here being lacking, as the supply of sailcloth, regardless of whether the recently submitted further petition should be fulfilled, will nevertheless not be sufficient, since the galleys will also require a great deal of cloth. For the permission granted by your Right Honorables to the merchant and First warehouse master here Leliveld to make a short trip to Batavia, and the granted passage to the Netherlands upon payment of the usual transport and board money to the children of the Sourabaija commander Barkey and Samarang's preacher Montanus, the interested parties express their very respectful thanks to your Right Honorables. Upon the petition submitted by the Captain of the Chinese and leaseholder here Jan Lecko, tending to request a favorable recommendation to your Right Honorables for obtaining a two months' remission of his lease, or else a prolongation of six months in the term of payment of the lease moneys for the last four months, it was resolved in the session of 657 Samarang the 30th September Anno 1784, page 89. the 20th of this month to refer the matter to your Right Honorables, and meanwhile to grant him, the leaseholder, until your highest further disposition, a suspension of payment; but whereas the reasons which he adduces for reduction are fully known and contain a well-founded truth, I take the liberty to urge thereupon your Right Honorables' favorable disposition, however only insofar as concerns the last part of his petition for a prolongation in the term of payment, being of the opinion that this may well suffice, considering that the leaseholders are obliged to average the three-year term across the years and balance the profitable against the unprofitable, which being done in this case, I believe that the leaseholders, if they have not profited, will at least have suffered no considerable damage during the period of three years. With absolute high esteem, obedience, and respect, I further have the honor to remain, below stood Title, lower stood your Right Honorables' humble and faithful servant, was signed J. Siberg, in the margin stood Samarang the 30th September Anno 1784. turn over 0 Samarang the 30th September Anno 1784, I, the undersigned Radeen Brotto Coessoemo, having been appointed by the singular favor and goodness of his Right Honorable the Governor-General and the Right Honorable Councilors of the Dutch Indies, in place of my deceased father the Pangerang Wiedjil, as Head of the District of Adilangoe, under the title and honorific name of Pangerang Wiedjil, hereby promise and swear to be at all times loyal and faithful to the Honorable East India Company, the Right Honorable Most Worshipful Governor-General and the Right Honorable Councilors of the Dutch Indies, as well as the Right Honorable Strict Governor and Director of this coast: to administer uprightly this office entrusted to me, faithfully to advocate and promote the welfare of the country and the peace and quiet of the inhabitants, as well as the rights and advantage of the Honorable Company, as well as to conduct myself in everything as becomes and befits a faithful subject of the Honorable Company; and that I furthermore will submit myself in all obedience to the high orders already framed, or which they in time might yet frame, by his Right Honorable the Governor-General and the Right Honorable Councilors of the Dutch Indies, or the Right Honorable Governor and Director of this coast. Binding myself further strictly to oppose and avert all that might be undertaken here to the detriment of the Company's interests, whether by the importation of trade goods prohibited by the Honorable Company, or by putting into practice anything else conflicting with the orders of the Honorable Company, and that I shall by no means meddle in the settling of affairs of any importance concerning the subjects, except with the communication and consent of the aforementioned Governor and Director; but that I shall henceforth refer all delinquents and criminals to the Landraad, and content myself solely with the settling of petty disputes of
Dutch transcription
Samarang den 30=e September A„o 1784, honoreeren, dan zoude deese pantjallang de spron kunnen herdoopt en de vriendschap genaamt worden, in welk geval ik eeven als bij de galeijen almeede versoeke om een bekwaeme stuurman met al het noodig voorsien, soo meede om met een stel nieuwe zeilen te werden gerieft, dan wel niet aan handen of niet spoedig genoeg te vervaardigen sijnde het daartoe benoodigde zeildoek tot het aanmaaken van dien alhier, alzoo den voorraad van Zeildoek ongeagt de Jongst gedaane nadere petitie mogt voldaan worden, egter niet zal kunnen toerijken, wijl de galeijen ook zeer veel doek sullen noodig hebben. — Go Voor de door uw Hoog Edelheedens verleende permissie tot het doen van een springtogtje naar Batavia, aan den koopman en Eerste pakhuijsmeester alhier Leliveld en de verleende passagie naar Neederland onder betaeling van 't gewoone Transport en kostgeld, aan de kinderen van den sou„ rabaijas gezaghebber Barkeij en Samarangs praedikant Montanus, betuijgen de daar bij belang hebbende uw Hoog Edelheedens hunner seer Eerbiedigen dank. Op het door den Capitain der Chineesen en pagter alhier Jan Lecko ingediend supplicq, tendeerende instantie om eene gunstige voordragt aan uw Hoog Edelheedens ter erlan„ ging van twee maanden remise zijner pagt, dan wel een prolongatie van ses maanden in het termijn van betaeling der pagtpenning en voor de laeste vier maanden is ter sessie van 657 Samarang den 30:e September A„o 1784, pag: 89. van den 20:e deezer beslooten, het renvooij naar uw Hoog Edelheedens, en hem pagter intusschen tot hoogst derselver nadere dispositie te accordeeren, de surcheance van be„ „taaling; dan dewijle de reedenen welke hij ter veragte„ „ring komt bij te brengen ten vollen bekent zijn en eene gegronde waarheid bevatten; soo neem ik de vrijheid daar op te insteeren uw Hoog Edelheedens gunstige dispositie, egter maar in soo verre als het laeste lid zijner instantie tot prolongatie in het termijn van betaaling betreft, als in het ge„ voelen verseerende dat sulx wel kan sufficieeren, in't Aanmerking dat de pagters verpligt zijn, om het drie jaarig termijn, door den an„ „deren te slaan, en het voordeelige teegen het nadeelige te balancee„ ren, het welk in dit geval geschiedende soo vermeene ik dat de „en pagters soo al niet geprofiteerd ten minsten geen aanmerke„ lijke schaade geduurende de tijd van drie Jaaren geloeden zullen hebben. — Met volmaakte hoog agting, gehoorzaamheid en Eerbied, geeve ik mij voorts de Eere te blijven /:onderstond:/ Titul /:Lagerstond:/ uwer Hoog Edelheedens onderdanige en getrouwe dienaer /:was geteekent:/ I=s Siberg /:in margine stond:/ Samarang den 30=e September A„o 1784. . verte 0 Samarang den 30=e September A„o 1784, Ik ondergeschreeven Radeen Brotto Coessoemo, door de son„ „derlinge gunst en goedheid van zijn Hoog Edelheid den Heere gouverneur generaal en de wel Edele Heeren Raaden van Neederlands Indië, in steede van mijnen overleedenen vader den Pangerang Wiedjil, tot Hoofd van het Landschap Adilan„ goe aangesteld zijnde, onder den titul en Eere naam van pange„ rang: Wiedjil, beloove en sweere mits deesen, de Edele oost Indische Compagnie, den wel Edele groot Achtbaeren Heere gou„ verneur Generaal en de wel Edele Heeren Raeden van Needer„ lands Indie, mitsgaders den wel Edele gestrengen Heere gou„ „verneuw en Directeur deezer kuste, ten allen tijden gehouw en getrouw te zullen zijn: Dit mij toevertrouwde ampt op „regtelijk te bedienen, Het wel zijn des Lands en de rust en vreeden der Ingezeetenen, soo wel als het regt en voordeel der E: Comp:e, getrouwelijk voortestaan en te bevorderen, mitsgaders mij in alles soo te gedraegen als een getrouw onderdaan der E: Comp:e toestaet en betaamt; En dat ik mij voorts met alle gehoorzaamheid onderwerpen zal aan de Hooge ordres, door zijn Hoog Edelheid den Heere gouverneur generaal en de Wel Ed=e Heeren Raaden van Neederlands Indie, ofte den Wel Edele Heer gouverneur en Directeur deeser kuste reeds beraamt, ofte die hoogst dezelve in der tijd nog mogte koomen te beraamen. — verbindende ik mij verders, om strengelijk teegen te gaan en tewee„ „ven al het geen alhier tot nadeel van sComp:s belangens, mogte werden in het werk gestelt, het zij met het invoeren van Ne„ gatie goederen bij de E: Comp:e verbooden, dan wel het te werk stellen van iets anders teegens de ordres der E: Compagnie strijdende, En dat ik mij geenzints bemoeijen zal met de afdoe„ ning van zaeken van eenige aangeleegentheid de onderdaen en be„ treffende, dan met Communicatie en toestemming van den Heere gouverneur en Directeur voormelt; maar dat ik alle delinquanten en misdadigers, voorthaan zal renvooijeeren aan den Landraad en mij Eenelijk te vreeden houden met de afdoening van kleine geschellen van E
English
Samarang the 30th of September Anno 1784, page 91. of little importance. And in sign that I am inclined to observe all the above holily, I have sealed this writing with my seal and signed it with my own hand, and solemnly sworn it upon the Quran according to the manner of the Mahomedans, into the hands of the Lord Governor and Director mentioned below. below was written: Done Samarang the 7th of September 1784. was signed: J:s Siberg and W:m kerkman secretary, beside it was: the Company's seal pressed in red wax, in the margin beneath the Javanese were the seals also pressed in red wax and the signatures of Pangerang Widjil and Samarang's Head Regent Adipattij Soerodimongolo, and lower stood: In the presence of me, was signed: F: J: Rokhenbuhler sworn translator. I the undersigned Pandjie Djoijo Nogoro, now by the benevolence of the illustrious General Dutch Chartered East India Company and in place of my deceased father-in-law the Tommongong Wirjadinagara being named and elected as Regent of the lands and the district Batang under the title and honorary name of Tommongong Wirja de Nagara, declare and bind myself hereby, together with all my mantris great and small, to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed. Article 1. That I shall be faithful and true to the aforesaid illustrious Dutch Company in the regency and administration of its territory of Batang, and shall attend to that service, for the best of the same and its subjects, with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the orders that shall be given to me from time to time, either from Their High Samarang the 30th of September Anno 1784, Nobilities at Batavia, the Lord Governor and Director over this coast at Samarang, or else in their name by the Resident at Paccalongang. Article 2. That as often as it is required, I shall present myself at Samarang, and even at Batavia, to pay my respect to the Company my sovereign lord, to whom I owe my prosperity and promotion. Article 3. That I shall not maintain any communication or correspondence with upland or inland regents and chiefs, nor with others who together with me belong under the Company, and especially with no one outside Java, without obtained special permission thereto from the Lord Governor and Director at Samarang. Article 4. That also for that reason, I shall not meddle with the trade conducted from abroad in the land of Batang any further than the Company shall come to order and allow me; but that I, with all faithfulness and attentiveness, shall watch, prevent, and oppose all smuggling and everything that might be put into practice to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, cloth, or other articles of trade or commerce from the opposite coast, from Java, Bali, and the further islands lying to the east, also the Baviaan, or the island Luboek, as well as from Borneo or elsewhere, from wherever and whither it might be; and that I, on the contrary, shall maintain the harbor-master offices of the Company situated in the land of Batang according to ancient customs, seek to improve them as much as is in my power, and also in that regard do and observe everything that shall be ordered and assigned to me on the Company's behalf. Article 5. 661 Samarang the 30th of September Anno 1784. page 93. That in acknowledgment of the great favor shown to me, and as a token of my bounden fidelity, I shall not only yearly at Mulud bring up and pay to the Company at Samarang the 266 1/15 Spanish Reals or rix-dollars 333: 8 — say three hundred thirty-three rix-dollars and eight stuivers Holland currency — determined from of old for this district for tjatjas money, but also at the latest before the end of the month of October provide and deliver into the Company's warehouses at Paccalongang: 125 — say one hundred and twenty-five — koyans of rice, at 15 Holland rix-dollars the koyan, besides some koyans of white table rice, at 20 equal rix-dollars the koyan; furthermore also 2 — say two — piculs of cotton yarn, as much as feasible of the finest sort, letter A; and 400 — say four hundred — pieces of beams, for 192 Holland rix-dollars in buffalo money together, whereto I solemnly bind myself hereby under forfeiture of the regency entrusted to me. Article 6. That in case the Company, over and above the aforesaid 125 koyans of rice which I am obliged as aforesaid to deliver yearly without fail and any contradiction, might need still more rice, and should have that grain or also other products of the land bought up in its regency of Batang at the ordinary Company purchase price or market price, I shall in no way oppose it, but on the contrary shall seek as far as possible to facilitate and promote that purchase on my part, as is permitted and befitting a faithful regent, binding myself hereto in such a solemn manner that, failing in that regard, I shall willingly submit myself to the penalties and punishments that shall be imposed upon me on behalf of the Company; Article 7. That in order the better to fulfill this my obligation and promise, I shall not only myself continuously urge my subordinates to the cultivation of the lands, and lease or yield no negorijs or desas to Chinese or others without special prior knowledge and permission of the Lord
Dutch transcription
9 663 Samarang den 30:e September A„o 1784, pag: 91. van weinig belang. — En ten teeken, dat ik geneegen ben al het voorenstaande heij„ „liglijk na te koomen, soo hebbe ik dit geschrift met mijn zegul verseeguld en Eijgenhandig onderteekent, mitsgaders na de wijze der Mahomethaenen plegtig onder den Alcoran beswooren, aan handen van den Heere gouverneur en directeur onder vermelt. — /:onderstond:/ Actum Samarang den 7: Septemb„r 1784. /was getee„ Wm „kent:/ I=s Siberg en W=m kerkman secretaris /daar neevens stond:/ s Comp=s Cachet gedrukt in rood lak, / in margine onder 't Javaans stonden de Cachetten almeede in rood lack gedrukt en de handteekeningen van pangerang Widjil en Samarangs Hoofd re„ gent Adipattij Soero dimongolo, en /:Laegerstond:/ Inkennisse t van mij /was geteekent:/ F: J: Rokhenbuhler geswv: translateur. — Ik ondergeschreeven Pandjie djoijo Nogoro, thans door de benevolentie van de doorlugtige generaele Neederlandsche geoctroijeerde oost Indische Compagnie en steede van mijnen overleedenen schoonvaeder den Tommongong wirja di„ nagara benoemd en GeEligeerd weesende tot Regent van de Landen en het district Batang onder den titul en Eere naam van Tommongong Wirja de Nagara verklaa„ re en verbinde mij bij deesen, neevens alle mijne man„ tries groot en klein, tot de naekominge der ondervol„ gende voorwaerden, welke ik beloove getrouwelijk te zul„ len observeeren en doen observeeren. Artiful 1. Dat ik de voorsz doorlugtige Neederlandsche Maatschappije in het Regentschap en bestier van haar Landschap Batang, gehouwen getrouw weesen, en dien dienst, ten besten van deselve„ en haare onderdaenen, met alle oplettentheid, gehoorsaamheid en iver waarneemen zal, agtervolgens de beveelen die mij van tijd tot tijd zullen werden gegeeven, het zij van Hunne Hoog Edelh=n Samarang den 30=e September A„o 1784, Edelheeden te Batavia, den Heere Gouverneur en over deese kuste te samarang Directeur ^ dan wel uit derselver naam door den Resident te Paccalongang. — Artic: 2. at ik zoo dikwils als het gerequireerd word, mij zal koomen vertoonen te Samarang, en zelvs te Batavia, om mijne Eerbied te bewijsen aan de Comp:e mijnen opperheere, aan wien ik mijne welvaard, en bevordering te danken hebbe. — Art=l 3: Dat ik niet booven off binnenlandsche Regenten en hoofden eeven min als met andere, die met neevens mij onder de Compagnie sorteeren, en vooral met niemant buijten Iava, geen gemeenschap ofte Correspondentie houden zal, zonder daar toe erlangde speciaele permissie van den Heer Gouverneur en Directeur te Samanang. Art=l 4. Dat ik ook eeven daarom, mij met de Negotie, die van buij„ ten in het Land Batang gedreeven word, niet verder zal bemoeijen, als de Compagnie mij komt te ordonnee„ ven, en toelaeten zal; dog dat ik met alle trouwe en oplettend heid, zal waaken, weeren en teegen gaan, alle sluijkerijen en alles wat tot nadeel van 's Comp=s Negotie off Inkomsten al„ „hier mogte worden in het werk gesteld, het zij in Amphioen kleeden off andere Articulen van Handel of Negotie soo van de overwal, van Java, Balie en de verdere Eijlanden daar beoosten Leggende, ook de Baviaan, of het Eijland Luboek, als van Bornco off elders, van waar en waarna toe, het sou„ den moogen weesen; en dat ik in teegendeel de sabandharijen van de Comp:e, in het Land van Batang leggende, volgens de oude gebruijken, zal mainctineeren, zoo veel in mijn vermoogen is, zoeken te verbeeteren, en ook daaromtrent te doen, en te observeeren, alles wat mij sComp=s weegen zal gelast en opgedraegen worden. — Art=l 5. 661 Samarang den 30=e September A„o 1734. pag: 93. Dat ik in Erkentenisse van de groote gunste mij beweesen, en tot een blijk mijner schuldige trouwe, aan de Comp:e Iaarlijks met Moelut niet alleen zal opbrengen en te Samarang voldoen; de van ouds voor dit districb bepaalde. 266 1/15. Reaalen spaans off rd=s 333: 8. — /:zegge drie honderd drie en dertig rd=s en Agt stuijvers hollands:/ voor tjatjas gelden, maer ook uiterlijk voor het uitgaan van de maand october in 'sComp=s pakhuijsen te paccalongang bezorgen en Leeveren. 125 — /:zegge Een honderd en vijff en twintig:/ Coijangs Rijst, teegen 15: rd=s hollands de Coijang, buijten eenige Coijangs witte ta„ fel rijst, teegens 20. gelijke rijxd=s de Coij=s, voorts ook 2. /:zegge twee:/ Picols Cattoene gaaren, zoo veel doenelijk van de fijnste zoort, L=ra A: en 400. – /:zegge vierhonderd:/ pees Balken, teegen 192. rijxd=s hollands aan Buffeel gelden, te zaemen, waartoe ik mij bij deesen onder verbeurte van het mij toever„ „trouwde Regentschap solemneel verbinde. — Art=l 6. Dat ik ingevalle de Comp: booven de voorsz: 125: Coij=s rijst, die ik gelijk voorzegd verpligt ben, Iaarlijks zonder fout en Eenige teegenspraak te leeveren, nog meerder rijst mogte benoodigt weezen, en die korl of ook wel andere producten, van 't Land, in haar regentschap Batang„ teegens ordinaire 'sComp=s inkoops, dan wel marktsprijs, liet in koopen, mij geenzints daar teegen aankanten, maar in teegendeel die opkoop van mijn kant, zoo als een getrouw regent. toestaat en betaamt zoo veel moogelijk zal zoeken te faciliteeren, en bevorderlijk maaken, verbindende mij hier toe op een zoodaenig solemneele wijse, dat ik daar omtrent in gebreeken blijvende, mij gewillig zal onderwerpen, aan de paena„ liteiten en straffen, die mij van weegen de Comp:e zal werden opgelegt; Art=l 7. Dat ik om deese mijne verpligting en geloste te beeter gestant te doen, niet alleen mijn onderhoorige zelvs, steeds tot de bebouwing der Landen aansetten en geene Negorijen of dessaes aan chinee„ „sen off andere, buijten speciaale voorkennisse en permissie van den Art=l 5. Heere
English
Samarang the 30th of September Anno 1734. Lord Governor and Director of this coast shall lease, but also all clandestine purchase of rice in the district placed under me, and likewise its export to places not under Java, and most especially to lands not belonging under the Company, shall as strictly as possible counter and seek to prevent, as well as, besides those who are permitted to do so on behalf of the Company, allow no one else to purchase rice except for necessary sustenance, before my set contingent of 125 coyangs aforementioned shall have actually been delivered and received into the Company's warehouses at Paccalongang. Article 8. That I furthermore also daily at Paccalongang shall deliver and keep ready: 15 battoors, not counting their loeras or chiefs, 1 mayang prahu (besides the vessels that are required for cruising against the pirates), along with 4 horses in my regency, for the transport of letters and other services of the Company, as well as, in extraordinary occurrences, also for the unloading and loading of the Company's ships, moreover the necessary battoors and vessels, all for free; yet which latter I request may not be demanded of me outside the aforesaid occurrences and necessity for the Company's service; just as I furthermore once a year, namely in the good monsoon, shall deliver a mayang prahu to transport the Paccalongang timber raft to Batavia, against a payment of 50 Dutch rixdollars. Article 9. Further I promise, together with the pepattijs and jaras given to me by the Company, to settle no matters of any importance concerning the subjects other than with the communication and consent of the Lord Governor and Director aforementioned, but that I shall henceforth refer all delinquents and criminals, according to the order of the Company, to the Landraad at Samarang, and keep myself solely content with the settlement of minor disputes of little importance. Article 10. Just as I also generally promise to treat the subjects of the Company's regency of Batang placed under my oversight, both great and small, in all justice and fairness, to impose no new burdens, to dismiss, wrong, or replace none of my mantries, much less jaras or pepattijs, but that whenever any of the same might behave unfaithfully or dishonestly toward me, or so much the more toward the Company, I shall beforehand give notice thereof and implore assistance, even if necessary to a provisional arrest of their person and property, then submitting the case for the decision of the Lord Governor and Director at Samarang. Article 11. Further I seriously promise that I shall continually endeavor to live in all peace and friendship with everyone, as well as make my subordinates maintain all peace and friendship among one another, and that I shall not meddle in the slightest with the government of the adjacent lands or arrogate any authority over such lands, but on the contrary shall live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who have been appointed by the Company as regents in those lands, and their subordinates, the more so because this is also the Company's command to the inhabitants of the lands, and thus tends to mutual tranquility and prosperity. Article 12. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein, and which in time might require some other provision, I shall submit to the pleasure of the Company and with zeal and diligence obey the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise; as I, in token and proof that I shall sacredly fulfill, and intend to fulfill, as well as maintain and cause to be maintained without the least contradiction, the contents of this act and the promises and obligations made thereby without the slightest deviation, have signed this deed of obligation, along with two more of the same contents, with my hand and sealed it with my seal, on the oath that was solemnly taken by me upon the Alcoran at the assumption of the administration of the Company's land of Batang. (Underneath was written:) Samarang the 7th of September Anno 1784. Thus done, signed, and sealed in my presence. (Was signed:) Johannes Siberg. (Next to it was the Company's seal pressed in red wax. Lower was signed:) Willem Kerkman, Secretary. (In the margin under the Javanese were the signets and the signatures of Tommongong Wirjo dinagara and Samarang's chief regent Adipattij Soero dimongolo. Under that:) In my presence, (was signed:) Jacobus Johannes Rothenbuhler, sworn translator. I, the undersigned, Maas Demang Marto Coessoemo, former pepattij at Candal, having been appointed and elected by the singular goodness of the illustrious Dutch Chartered East India Company, in place of my deceased father Tommongong Soemo Nogoro, as Regent of the district of Candal, under the title and name of Tommongong Soemo Nogoro, bind myself hereby, together with all my mantries, great and small, to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed. Article 1. That I shall be true and faithful to the aforesaid illustrious Dutch Company in the regency and administration of its land of Candal, and shall attend to that service for the best of the same and its subjects, with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the commands that shall from time to time be given to me, whether from their High Mightinesses at Batavia or the
Dutch transcription
Samarang den 30:e September A„o 1734. Heere Gouverneur en directeur deeser kuste verhuuren zal, maar ook alle Clandestinen opkoop van rijst, in het district onder mij gesteld, en zoo ook dies uitvoer naer plaatse niet onder Iava, en wel insonderheid naar Landen niet onder de Comp:e sorteerende, zoo veel moogelijk strenge„ „lijk zal teegen gaan, en zoeken te weeren, mitsgaders buijten de geene, die zulks sComp=s weegen word gepermitteerd, door niemand anders Rijst als tot nooddruft zal laeten inkoopen, voor dat mijn bepaalde Contingent van 125: Caij=s voormeld weezentlijk in 's Comp=s pakhuijsen te Paccalongang zal besorgden ontvangen zijn. Art=l 8: Dat ik voorts al meede daegelijks te Paccalongang bezorgen en gereed houden zal. — 15. Battoors, ongereekent derzelver Loeras off Hoofden, 1 prauwmaijang /:buijten de vaartuijgen, die ter bekruijsing teegen de zeerovers worden gerequireerde :/ neevens. 4. paarden op mijn Regentschap, tot transport van brieven, en andere 'sComp=s diensten, mitsgaders bij Extra ordinaire voorval„ „len, ook van ontlossing en belaeding van 'sComp:s scheepen, daar en booven, de benoodigde battoors en vaartuijgen, alle voor niet, dog welke laetste ik verzoeke, dat buijten de voorsz: gevallen en noodsaekelijkheid tot 'sComp:s dienst, van mij niet moogen gevergt worden, gelijk ik ook voorts nog Eens in 't Jaar nae„ „mentlijk in de goede mouson zal leeveren, een prauwmaij„ ang, om het Paccalongangsche Houtvlot na Batavia overtebrengen, teegens eene betaeling van 50. rijxd=s hollands. — Art=l 9. Wijders beloove ik neevens de pepattijs, en Jaras door de Comp:e mij gegeeven, geene zaeken van eenige aangeleegentheid, de on„ „derdaenen betreffende, af te doen, dan met Communicatie en toestemminge van den Heere Gouverneur en Directeur voormeld maar dat ik alle delinquanten en misdadigers, voortaan na de ordre van de Comp:e zal Renvooijeeren aan den Landraad te Sama„ rang, Ote 6l03 Samarang den 30:e September A„o 1734. pag: 95. „rang en mij Eenelijk te vreeden houden, met de afdoening van kleine geschillen van weinig belang. Art=l 10e Gelijk ik ook in't algemeen beloove de onderdaenen van 'sComp=s Regentschap Batang, zoo wel groote als kleine, onder mijn opsigt gesteld, in alle recht en billijkheid te behandelen, geene nieuwe Lasten op te leggen, geene van mijne mantries veel min Iaras off pepattijs te verstooten, te verongelijken of te verwisselen, maar dat ik wanneer iemand van dezelve sig ontrouw off onvroome„ „lijk teegens mij, off nog soo veel te meer teegens de Compagnie ge„ „draegen mogte, alvoorens daar aff kennisse geeven en adsistentie Jm„ ploreeren zal, selvs des noods tot een provisioneele arresleering van desselvs persoon en goederen, geevende de zaak dan over ter decisie van den Heere Gouverneur en Directeur te Samarang. Art:l 11. Wijders beloove ik serieusselijk dat ik met een ieder, geduurig in alle vreede en vriendschap zal tragten te Leeven, mitsgaders mijne on„ derhoorige onder den anderen, ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden, en dat ik mij met de Regeering; van de aangrensende Landen, in het minste niet bemoeijen off over soodanige Landschappen. eenig gezag aanmaetigen, maar in teegendeel met de geene die door de Compagnie als regenten in die Landen aangestelt zijn, en Haare onderhoorige in alle vreede vriendschap en goede nabuurschap Leeven zal, te meer dat ook sComp=s beveelen is, aande inwoonders van de Landen, en zulks dus tot weederzeidsche rust en welvaart komt te strekken. Aat=l 12. Eijndelijk en ten Laatsten, dat ik in alle Extra ordinaire voorvallen, Waar van in deesen niet speciaal is gesprooken, en die in der tijd eenige andere bepaeling mogte requireeren, mij aan het goed„ vinden van de Comp=e gebraegen en de ordres die daar om„ trent het zij in Cas van eenige verandering ofte andersints mogte gegeeven worden, zoo wel met iever en vlijt zal obedieeren, als ik tot een teeken en bewijs, dat ik den inhoud deeser acte, en de daarbij ge„ daene Samarang den 30:e September A„o 1784, „daene beloften en verbintenisse zonder de minste afwijking, Hee„ „lig zal nakoomen, en meene na te koomen, mitsgaders onderhou„ „den en doen onderhouden; zonder de minste teegenspraak, deese Acte van verband, neevens nog twee van geleike inhout, met mijn hand onderteekent en met mijn ziegul verseeguld hebbe, op den Eed. die door mij bij de aanvaarding van het bestier van 'sComp=s land Ba„ tang, op den Alcoran plegtig is afgelegd, /:onderstond:/ Samarang den 7. September A„o 1784. Aldus gedaan geteekent en geseeguld ten mijnen overstaan /:was geteekend:/ I=s Siberg /: daarneevens stond Comp=s zeegul gedrukt in rood Laeq /:lager stond geteekend:/ W=m Kerkman Secretaris /in margine onder 't Javaans stonden de cachetten en de handteekeningen van Tommongong Wirjo dinagara en Samarangs Hoofd regent Adipattij Soero dimongolo /:daar onder :/ In kennisse van mij /:was geteekent:/ J=bs J=s Rothenbuller gesw: translateur. Ik ondergeschreevene Maas demang Marto Coessoemo geweesene pepattij te Candal, door de sonderlinge goedheid van de doorlugtige Neederlandsche geoctroijeerde oost Indische Compagnie, in steede van mijnen overleedene vader den Tommongong Soemo Nogoro, benoemd en de geEligeerd weesende tot Regent van het district Candal, onder den titul en naam van Tommon„ gong soemo Nogoro, verbinde mij bij deesen, neevens alle mijne mantries groot en klein tot de nakooming der ondervolgende voorwaarden, welke ik beloove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren. Art=l 1: Dat ik de voorsz: doorlugtige Neederlandsche Maatschappije, in het regentschap en bestier van haar Landschap Candal gehouw en getrouw weesen, en dien dienst ten beste van dezelve en haare onderdaenen, met alle oplettentheid gehoorzaamheid en iever waar„ neemen zal, agtervolgens de beveelen, die mij van tijd tot tijd zullen wor„ „den gegeeven, het zij van hunne Hoog Edelheeden te Batavia dan wel den
English
666 Samarang, 30 September Anno 1784, page 97. to the Lord Governor and Director of this Coast at Samarang. Article 2: That as often as it is required, I shall present myself at Samarang and even at Batavia, to pay my respects to the Company, my sovereign lord, to whom I owe my prosperity and advancement. Article 3: That with upper or inland regents and chiefs, no less than with others who do not fall under the Company alongside me, and above all with no one outside Java, I shall maintain no community or correspondence without obtained special permission thereto from the Lord Governor and Director at Samarang. Article 4: That for this very reason, I shall not interfere with the trade carried on from outside in the land of Candal any further than the Company comes to order and allow me, but that I shall with all fidelity and attentiveness watch, prevent, and oppose all smuggling and everything that might be put into effect to the detriment of the Company's trade or revenues here, be it in opium, cloths, or other articles of commerce or trade, both from the opposite coast of Java, Bali, and the other islands lying to the east thereof, also Bawean or the island of Lubok, as well as from Borneo or elsewhere, from wherever and to wherever it might be; and that, on the contrary, I shall maintain the Company's harbor masteries located in the land of Candal according to old custom, seek to improve them as much as is in my power, and also regarding them do and observe everything that shall be ordered and assigned to me on behalf of the Company. Article 5: That in acknowledgment of the great favor shown to me, and as a token of my dutiful fidelity to the Company, I shall yearly at Maulid not only bring up and pay at Samarang the amounts of old stipulated for that district: 164 Spanish Reals, or 205 Rijksdaalders /:that is, two hundred five Dutch rixdollars:/ for Tjatjas money, and 240 Spanish Reals, or 300 Rijksdaalders /:that is, three hundred Dutch rixdollars:/ for Calang money, but also deliver and provide to the Company's warehouses at the latest before the end of the month of October: 100 /:that is, one hundred:/ Coyangs of rice at fifteen Dutch rixdollars the Coyang; furthermore also: 2 /:that is, two:/ piculs of cotton yarn, as far as practicable of the finest sort, Letter A; together with 336 /:that is, three hundred thirty-six:/ pieces of beams at Kaliwungu at two hundred fifty-two Dutch rixdollars in buffalo money combined. To which I hereby solemnly bind myself under forfeiture of the regency entrusted to me. Article 6: That in case the Company, beyond the aforesaid 100 Coyangs of rice—which, as stated above, I am obliged to deliver yearly without fail and any objection—might need still more rice, and should have that grain or also other products of the land purchased in its Regency of Candal, at the Company's ordinary purchase price or at the market price, I shall by no means oppose it, but on the contrary, as becomes and befits a faithful regent, seek as much as possible to facilitate and promote that purchase on my part; binding myself hereto in such a solemn manner that, should I fail in this regard, I will willingly submit to the penalties and punishments that will be imposed upon me on behalf of the Company. Article 7: That, in order the better to keep this obligation and promise of mine, I shall not only personally urge my subjects at all times to cultivate the lands, and lease no negorijen or dessas to Chinese or others without special prior knowledge and permission of the Lord Governor and Director over this coast, but also as much as possible strictly oppose and seek to prevent all clandestine purchasing of rice in the district placed under me, and likewise its export to places outside Java, and especially to lands not falling under the Company; and, except for those who are permitted to do so on the Company's behalf, allow no one else to purchase rice other than for bare necessities, until my stipulated contingent of one hundred Coyangs aforesaid shall have actually been delivered and received into the Company's warehouses at Samarang. Article 8: That I, furthermore, shall also daily provide and keep ready at Samarang: 27 Battoors, not counting their Loerahs or chiefs, 3 prau mayangs when ships are loading, besides the vessels required for cruising against pirates, together with the necessary horses in my Regency for the transport of letters and other Company services, all for free; and that I, furthermore, once a year, namely in the good monsoon, shall deliver: 1 prau mayang to transport the Samarang timber raft to Batavia, at a payment of 50 Dutch rixdollars. Article 9: Further, I promise, alongside the Bupatis and Jakhyas given to me by the Company, to settle no matters of any importance concerning the subjects other than with the communication and consent of the Lord Governor and Director aforesaid; but that I will henceforth refer all delinquents and criminals, according to the order of the Company, to the Landraad at Samarang, and content myself solely with the settlement of petty disputes of little importance. Article 10:
Dutch transcription
666 Samarang den 30=e September A„o 1784, pag: 97. — den Heere Gouverneur en Directeur deeser Custe te Samarang. — Dat ik zoo dikwils als het gerequireerd word, mij zal koo„ „men vertoonende samarang en selvs te Batavia, om mijne Eerbied te bewijsen aan de Compagnie mijnen opperheer„ aan Wien ik mijnen welvaarden bevordering te danken hebbe. — Aat=s 3: Dat ik met boven off binnen Landsche regenten en Hoofden, eeven min als met andere, die niet neevens mij onder de Comp:e sor„ teeren, en vooral met niemand buijten Iava, geen gemeenschap ofte Correspondentie houden zal, zonder daar toe erlangde speciaele per„ missie van den Heere Gouverneur en Directeur te Samarang- Art=s 4. Dat ik ook eeven daarom, mij met de Negotie die van buijten in het Land Candal gedreeven word, niet verder zal bemoeijen, als de Comp:s mij komt te ordonneeren en toelaeten zal, dog dat ik met alle trouwe en oplettentheid zal waeken, weeren en teegen gaan, alle sluijkerijen en alles wat tot nadeel van 's Comp:s Negotie off Inkomsten alhier mogte worden in 't werk gesteld, het zij in Amfeoen, kleeden off andere articulen van handel off Negotie, zoo van de overwal van Iava, Balie en de verdere Eilanden daar beoosten leggende, ook de Baviaan off het Eijland Luboek, als van Borneo off Elders, van waar „ en waarna toe het zoude moogen weesen, en dat ik in teegendeel de sabandharijen van de Compagnie in het Land van Candal leggende, volgens de oude gebruik zal mainctineeren, zoo veel in mijn vermoogen is, zoeken te verbeete„ ren, en ook daar omtrent te doen en te observeeren, alles wat mij 'sComp„s weegen zal gelast en opgedraegen worden Art=l 5. Dat ik in erkentenisse van de groote gunste mij beweesen, en tot een blijk mijner schuldige trouwe aan de Comp: Jaarlijks met Moelut, niet alleen zal opbrengen en te samarang voldoen de van Art=l 2: ouds Samarang den 30:e September A„o 1784. ouds voor dat district bepaalde 164 Reaalen spaansch ofte Rd=s 205. – /:zegge Twee honderd vijff rijxdaelders hollands:/ voor Tjatjasgeld, en 240: — Reaalen spaansch ofte rd=s 300. - /:zegge drie honderd rijxd=s holl=s voor Calang gelden, maar ook uiterlijk voor 't uitgaan van de maand october in 's Comp=s pakhuijsen te besorgen en Leeveren, — 100: — /:zegge Een Honderd:/ Coijangs reijst teegens rd=s vijftien hollands de Caijang, voorts ook: 2: – /: zege Twee: / picols Catoene gaaren, zoo veel doenelijk van de fijnste zoort L=ra A: neevens 336. — /:zegge drie hondert ses en dertig :/ pees Balken te Caliewoen„ goe teegen twee honderd twee en vijftig rijxd=s holl=s aan Btuffel gelden te saemen. — Waar toe ik mij bij deesen onder verbeurte van het mij toe ver„ „trouwde Regentschap solemneele verbinde. Art= 6. — Dat ik, ingevalle de Compagnie, booven de voorsz: 100: Coijangs Rijst; die ik gelijk voorgesegd verpligt ben Iaarlijks zonder fout, en eenige teegenspraak te Leeveren, nog meerder rijst mogte benoodigd weesen, en die korl of ook wel andere pro„ ducten van het Land in Haar Regentschap Candal, teegen or„ dinaire sComp=s inkoops, dan wel mark prijs liet in koopen, mij geensints daar teegen aankanten, maar in teegendeel die opkoop van mijn kant, zoo als een getrouw regens toestaat en betaamt, zoo veel moogelijk zal zoeken te faciliteeren en bevon„ „derlijk maaken, verbindende mij hier toe op eene zoodaenig solemneele wijze, dat ik daar omtrent in gebreeken blijvende mij gewillig zal onderwerpen aan de panaliteiten en straffen, die mij van weegen de Compagnie zal worden opgelegd. — Art= 7: Dat ik om deese mijne verpligting en gelofte te beeter gestand te doen, niet alleen mijn onderhoorige zelvs steeds tot de bebouwing 17 der Landen aanzetten, en geen Negorijen of dessas aan chineesen 667 Samarang den 30=e September A„o 1784, pag: 99: Chineesen off andere, buijten speciaale voorkennisse en permissie van den Heer Gouverneur en Directeur over deese kust verhuuren zal, maar ook allen Clandestinen opkoop van Rijst, in het district onder mij gesteld, en zoo ook dies iit voer naar plaatsen met onder Iava en wel inzonderheid naar Landen niet onder de Comp:e sorteerende, zoo veel moogelijk strengelijk zal teegen gaan en zoeken te weeren, mitsgaders buijten de geene die zulks sComp:s weegen word gepermitteert, door niemand anders rijst als tot nooddrust zal laeten inkoopen, voor dat mijn bepaalde Contingent van Een Honderd: Coij=s voormeld, weezentlijk in sComp=s pakhuijsen te samarang zal bezorgd en ontvangen zijn.— Art=l 8. — Dat ik voorts al meede dagelijks te samarang bezorgen en gereedt doen houden zal. 27. Battoors, ongereekent derselver Loeras of Hoofden, 3 prauwmaijangs, als 'er scheepen in Laeding leggen, buijten de vaartuijgen, die ter bekruijsing teegen de zeeroovers worden gerequireerd, neevens de benoodigde paarden op mijn Regentschap, tot transport van Brieven en andere sComp=s diensten, alle voor niet, en dat ik voorts nog eens in het Jaar namentlijk in de goede mouson zal Leeveren. 1. prauwmaijang, om het samarangse houtvlot na Batavia over te brengen teegens eene betaeling van 50. rd=s hollands Art=l 9. Wijders beloove ik neevens de Bepattijs en Jacas, door de Comp:e mij gegeeven, geene zaeken van eenige aangeleegentheid de onderdaenen betreffende, aff te doen, dan met Communicatie en toestemming van den Heer gouverneur en Directeur voor„ „meld, maar dat ik alle de linquanten en misdadigers voortaan, na de ordre van de Comp:e zal renvoijeeren aan den Landraad te samarang, en mij eenelijk te vreeden houden met de afdoening van kleine geschillen van weinig belang. — Art=l 10:
English
Samarang, the 30th of September, in the year 1784. Article 10. As I also generally promise to treat the subjects of the Company's Regency of Candal, both great and small placed under my supervision, in all justice and fairness, not to impose any new burdens, not to reject, wrong, or replace any of my mantris, much less jakas or pepatis, but that whenever any of the same might conduct themselves faithlessly or dishonorably against me or, even so much more, against the Company, I shall first give notice thereof and implore assistance, even if necessary unto a provisional arrest of his person and goods, turning the matter over then for the decision of the Governor and Director at Samarang. Article 11. Furthermore, I seriously promise that I will continually endeavor to live with everyone in all peace and friendship, as well as cause my subordinates to maintain all peace and friendship among one another, and that I will not meddle in the least with the government of the bordering lands or arrogate any authority over such lands, but on the contrary live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who have been appointed by the Company as Regents in those lands and their subordinates, the more so because this is also the Company's command to the inhabitants of those lands and thus serves toward mutual peace and prosperity. Article 12. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made in this document and which in time might require any further determination, I will conform to the pleasure of the Company, and obey the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, with as much zeal and diligence as I, in token and proof that I will sacredly observe and intend to observe the contents of this Deed and the promises and obligations made therein without the least deviation, and also maintain and cause to be maintained without the least contradiction, have signed this Deed of Obligation, together with two others of the same tenor, with my hand, and sealed it with my seal, upon the oath that was solemnly taken by me on the Quran upon assuming the administration over the Company's Land of Candal. Below was written: Samarang, the 7th of September 1784. Thus done, signed, and sealed in my presence. Was signed: J. Siberg. Next to it stood: The Company's seal stamped in red wax. Signed beneath: W. Kerkman, Secretary. In the margin beneath the Javanese text stood the stamps and signatures of Tumenggung Sumonagoro and the Chief Regent of Samarang, Adipati Surodimongolo. Below: Known to me. Was signed: F. J. Rothenbuhler, sworn translator. I, the undersigned Rongo Setjo Pattij, through the benevolence of the illustrious General United Dutch Chartered East India Company, having been nominated and elected to be Regent of the district of Padjangcoengan in place of the recently deceased Ingebij Wiero dimongolo, under the title and honorific name of Ingebeij Setjo Pattij, hereby declare and bind myself to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed: Article 1. That I will be true and faithful to the aforementioned illustrious Dutch Company in the Regency of Padjang Coengang, and observe the service for the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the commands that shall be given to me from time to time, whether from Their High Excellencies at Batavia, the Governor and Director over this coast of Samarang, or else in their name by the Resident at Rembang. Article 2. That I, as often as it is required, shall come and present myself at Samarang, and even at Batavia, to show my respect to the Company. Article 3. That I shall not maintain any contact or correspondence with upper- or inland regents and chiefs, no more than with others who do not fall under the Company along with me, and especially with nobody outside of Java, without having obtained special permission thereto. Article 4. That I will, as much as possible, strictly oppose and seek to prevent all clandestine purchasing of rice in the district placed under my authority, and especially its export to lands other than those of the Company, as well as other unpermitted trade and commerce; and besides those who are permitted to do so on the part of the Company, allow nobody else to purchase rice except for necessary sustenance. Article 5. That in acknowledgment of the great favor shown to me, and as a token of my dutiful loyalty to the Company, I will not only deliver annually two piculs of cotton yarn of the letter A for payment at the Company's price, but will also, in addition to that, produce the fixed 39 Spanish rixdollars of cacah money, as well as provide daily for the Company's service at the lodge at Rembang: 2 batur laborers, 2 horses, and 2 mayang proas; but during the loading of ships or other extraordinary occasions, as many more as shall be demanded of me on the part of the Company; and that I furthermore once a year, namely in
Dutch transcription
Samarang den 30:e September A„o 1784, Gelijk ik ook in het algemeen beloove de onderdaenen van sComp:s Regentschap Candal, zoo wel groote als kleine onder mijn opzigt gesteld, in alle regt en billijkheid te behandelen, geene nieuwe Lasten op te leggen, geene van mijne mantries, veel min Jacas off Pepattijs te verstooten, te verongelijken off te verwisselen, maar dat ik wanneer iemand van dezelve zig ontrouw of onvroomelijk teegens mij of nog soo veel meer, teegens de Comp:s gedraegen mogte, alvoorens daar over kennisse geeven en assis„ tentie imploreeren zal, zelvs des noods tot een provisioneele arres„ „teering van desselvs persoon en goederen, geevende de zaak dan over ter decisie van den Heer gouverneur en Directeur te Samarang. — Art=l 11. Wijders beloove ik serieusselijk, dat ik met een ieder geduurig in alle vreede en vriendschap zal tragten te Leeven, mitsgaders mijne onderhoorige onder den andere ook alle vreede en vriend„ schap doen onderhouden, en dat ik mij met de regeering van de aangrensende Landen in het minst niet bemoeijen aff over soo„ „anige Landschappen eenig gezag aanmaetigen, maar in teegen„ deel met de geene die door de Comp=e als Regenten in die Lan„ den aangesteld zijn, en haare onderhoorige, in alle vreede, vriend „schap en goede nabuurschap Leeven zal, te meer dat ook sComp=s beveelen is, aan de inwoonders van die Landen en sulx dus tot weederzeidsche rust en welvaart komt te strekken. Art=s 12. Eijndelijk en ten Laeste, dat ik in alle Extra ordinaire voorvallen, waar van in deese niet speciaal is gesprooken en die in der tijd eenige nadere bepaeling mogte requireeren, mij aan het goedvinden van de Compagnie gedraegen, en de ordres die daar omtrent, het zij in kas van eenige verandering afte andersints, mogte gegeeven worden, soo wel met iever en vleit zal obedieeren, als ik tot een teeken en bewijs, dat ik den inhoud deeser Acte en de daar bij gedaene belofte en verbintenis„ sen, zonder de minste afwijking, Heilig zal nakoomen Art=l 10: en 663 Samarang den 30=e September A„o 1784, pag: 101. en meene na te koomen, mitsgaders onderhouden en doen onderhouden, zonder de minste teegenspraak, deeze Acte van verband, neevens nog twee van gelijken inhoudt, met mijn hand onderteekend, en met mijn zeegul verzeeguld hebbe, op den Eed die door mij bij de aanvaarding van het bestier over 'sComp:s Land Candal op den Alcoran plegtig is afgelegd /:onderstond:/ Samarang den 7: September 1784. Aldus gedaen, geteekent en gezeeguld ten mijnen overstaan /:was geteekent:/ I=s Siberg /:daar neevens stond:/ 't Comp=s Cazet gedrukt in rood Lacq /:daar onder geteekent:/ W=m kerkman secretaris /:in margine onder 't Javaans stonden de Cochetten en de handteekeningen van tommongong soemo Nogorro en den Samarangs Hoofd Regent, Adipattij Soero dimongollo /:Laeger:/ In kennisse van mij /:was getee„ 676 kent:/ f:s J:s Rothenbuhler geswoore translateur. Ik ondergeschreeven Rongo Setjo Pattij door de bene„ volentie van de doorlugtige generaele Neederlandsche geoc„ „troijeerde Oost Indische Comp:e in steede van den onlangs over„ „leedenen Ingebij Wiero dimongolo, benoemd en geEligeerd weezende tot Regent van het district Padjangcoengan, onder den titul en Eere naam van Ingebeij setjd Pattij, verklaare en verbinde mij bij deezen tot naekooming der ondervolgende voorwaarden, welke ik beloove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren. Dat ik de voorschreeven doorlugtigen Neederlandsche Maatschappije in het Regentschap Padjang Coengang gehouw en getrouw weezen, en den dienst ten besten van dezelve en haare onder„ „daenen met alle oplettendheid gehoorzaamheid, en ijver waar„ neemen zal, agtervolgens de beveelen, die mij van tijd tot tijd sullen werden gegeeven, het zij van Hunne Hoog Edelheeden te Art=l 1. Samarang den 30:e September A„o 1784. te Batavia, den Heere Gouverneur en Directeur over deese Cust samarang, dan wel uit derzelver Naam, door den Resident te Rembang. Act=l 2. Dat ik zoo dikwijls als 't gerequireerd word, mij zal koomen vertoonen te sa„ marang, en selvs te Batavia om mijne Eerbied te bewijsen aan de Comp:e Art=l 3. Dat ik met booven off binnen landsche regenten en Hoofden, eeven min als met andere, die niet neevens mij onder de Comp: sorteeren, en voor al met niemand buiten Java geen gemeenschap ofte Correspondentie houden zal, zonder daar toe erlangde speciaele permissie. — Art=l 4. Dat ik allen Clandestinen opkoop van rijst in het district onder mijn gezag gestelt, en wel inzonderheid dies uitvoer naar an„ „dere dan 's Comp=s Landen zoo wel als andere ongepermitteer„ de handel en Negotie, zoo veel moogelijk strengelijk zal teegen gaan en zoeken te weeren, mitsgaders buijten de geene die sulks s Compagnies weegen word gepermitteert, niemand anders rijst als tot Nooddruft te laaten inkoopen. — Dat ik in Erkentenisse van de groote gunste mij beweesen, en tot een blijk mijner schuldige trouwe aan de Maatschap„ pije niet alleen twee pikols Cattoene gaarens van L=ra A: voor betaeling van 'S Compagnies prijs Iaarlijks Leeveren maar ook booven dien de bepaald. 39: Rd=s sp=s Tjatjas gelden opbrengen, mitsgaders daegelijks tot sComp=s dienst te Rembang aan de Logie bezorgen zal, 2 Battoors, 2 paarden, en 2 Prauwmaijangs; Maar bij het belaeden van scheepen ofte andere Extra geleegentheeden, zoo veel meerder als mij van s Comp=s weegen zullen gevergd wor„ den, en dat ik voorts nog eens in 't Iaar namentlijk in Art= 5.
English
Samarang the 30th September Anno 1784, page 103. the good monsoon shall deliver a mayang prahu, on which the Rongo of Palo must supply four men, which I am obliged to furnish, in order to transport the Rembang timber raft over to Batavia, against a payment of 50 Dutch rixdollars. Article 6. That I myself will constantly urge my subordinates to the cultivation of the lands and shall not lease any negorijs or dessas of whatever name to Chinese or others, except after having obtained special permission from the Lord Governor and Director at Samarang. Article 7. Furthermore, I promise, alongside my Patih and Djaksa given or yet to be given to me by the Company, not to settle any matters of any importance concerning the subjects, except with communication and consent of the Lord Governor and Director of this Coast, and further that I will henceforth refer all delinquents and criminals according to the order of the Company to the Landraad at Samarang and content myself solely with the settlement of petty disputes of little consequence. Article 8. Just as I also generally promise to treat the subjects of the Company's district of Padjang Coengan, both great and small, who are placed under my regency, in all justice and fairness, not to impose any new burdens, not to dismiss, wrong, or replace any of my mantris, much less Djaksas or Patihs, without prior knowledge and consent of the Company, but that, whenever any of the same might behave disloyally or impiously toward me, or even so much more toward the Company, I will give notice thereof to the Lord Governor and Director at Samarang. Finally and lastly, I promise that concerning all extraordinary occurrences whereof is not specially spoken in this, I shall conduct myself according to the pleasure of the Company and Samarang the 30th September Anno 1784, shall cause the orders that might be given in that regard, in case of alteration or otherwise, to be observed with all attentiveness by my subordinates, whom I promise without distinction to treat according to fairness, to support them in all things according to lawfulness, to maintain the same from time to time in the service of the Company, and further to govern and lead in such manner as is serviceable to the greatest benefit of the Company, and in token that I shall sacredly comply with, and intend to comply with, the contents of this deed and the promise made therewith, together with the obligation without the least deviation, and maintain and cause to be maintained without any the least contradiction, I have signed this deed of obligation with my own hand and sealed it with my seal, together with having solemnly sworn the contents thereof upon the Alcoran. Was subscribed: Samarang the 7th September 1784. Thus done, signed and sealed in my presence. Was signed: J. Siberg. Beside it stood the Company's seal stamped in red wax. Below it signed: W.m Kerkman, Secretary. In the margin stood beneath the Javanese text the signets and the signatures of Ingebey Setjo Pattij and Samarang's chief regent Adipattij Soero dimongollo. Still lower: Witnessed by me. Was signed: J.t J.s Rothenbuhler, sworn translator. I the undersigned Wirjo Coessoemo, by the benevolence of the illustrious General Dutch Chartered East India Company, having been nominated and elected in place of the Rongo Setjo Pattij, who has been transferred to Padjang Coengan, to be Regent of the district of Pallo, under the title and name of honour of Maas Rongo Wirjo Coessoemo, declare and bind myself hereby to the compliance with the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed. Article 1 Samarang the 30th September Anno 1784, page 105. That I shall be faithful and true to the aforesaid illustrious Dutch Company in the governance of the Regency of Pallo, and shall perform the service for the best of the same and its subjects, with all attentiveness, obedience, and zeal, according to the commands that shall be given to me from time to time, whether from Their High Mightinesses at Batavia, the Lord Governor and Director over this coast at Samarang, or else in their name by the Resident at Rembang. Article 2. That as often as it is required I shall appear at Samarang and even at Batavia, to show my respect to the Company. Article 3. That with upper- or inland Regents and Chiefs, no less than with others who along with me fall under the Company, and especially with no one outside Java, I shall maintain no intercourse or correspondence, without special permission obtained for that purpose. Article 4. That I shall as much as possible strictly oppose and seek to prevent all clandestine purchase of rice in the district placed under my authority, and particularly its export to lands other than those of the Company, as well as other unpermitted trade and commerce, and that beyond those who are permitted to do so on behalf of the Company, I shall allow no one else to buy rice except for necessity. Article 5. That in recognition of the great favor shown to me and as a proof of my dutiful allegiance to the Company, I shall yearly deliver one picul of cotton yarns of [illegible] upon payment of the Company's price, and also daily provide and keep ready for the Company's service at the Lodge at Rembang: 1 Battoor, and 1 Mayang prahu, but during the loading of ships or other extraordinary occasions
Dutch transcription
671 Samarang den 30:e September A„o 1784, pag: 103. de goede mouson zal Leeveren Een prauwmaijang /:waar op den Rongo van Palo vier man moet Leeveren :/ die ik gehouden ben te fourneeren, om het Rembangse Houtvlot naar Batavia over„ tebrengen, teegens eene betaaling van 50: rd=s hollands. Art=l 6. Dat ik mijne onderhoorige selvs steeds tot de bebouwing der Landen aansetten en geene Negorijen off dessaes hoe genaamd aan Chineese of andere verhuuren zal, dan na bekoomene speciaele permis„ „sie van den Heere Gouverneur en directeur te Samarang. , Art=l 7. Wijders beloove ik neevens mijne Pepattijs en Iaras door de Compagnie aan mij gegeeven off nog te geeven, geene zaeken van eenige aangeleegentheid: de onderdaenen betreffende afte doen, aan met Communicatie en toestemming van den Heere Gouverneur en Directeur deeser Custe, en voorts dat ik alle delinquanten en misdadigers voortaan na de ordre van de Compagnie zal renvoijeeren aan den Landraad te Samarang en mij eenlijk te vreeden houden met de afdoening van kleine geschillen van weinig belang. Art=l 8. Gelijk ik ook in 't algemeen beloove de onderdaenen van s Com„ pagnies district Padjang Coengan, zoo wel groote als kleene, die onder mijn Regentschap gesteld zijn, in alle regt en billijkheid te behandelen, geene nieuwe Lasten op te leggen, geene van mijne mantries veel min Iaxas off papattijs, te verslooten, te verongelijken, off te verwisselen, zonder voorkennisse en toestemming van de Comp:e maar dat ik wanneer iemand van dezelve sig ontrouw of onvroomelijk teegens mij, off nog zoo veel te meer teegens de Compagnie gedraegen mogte, daar aff kennisse geeven aan den Heere Gouvereur en Directeur te Samarang. Eijndelijk en ten Laasten beloove ik dat ik mij omtrent alle Extra ordinaire voorvallen waar van in deesen met speciaal is ge„ sprooken aan 't goedvinden van de Compagnie zal gedraegen en de 0 Samarang den 30=e September A„o 1784, de ordres die daar omtrent in Cas van verandering off anderzints mogte gegeeven worden met alle oplettendheid zal doen naer„ koomen, door mijne onderhoorige, welke ik alle zonder on„ „derscheid beloove na billijkheid te handelen, haar in alles naar regtmaetigheid voortestaan dezelve van tijd tot tijd ten dienste van de Comp:e aante houden, en voorts zoodaenig te regee„ ren en te lijden als tot meeste nutte van de Compagnie dienstig is, en ten teeken dat ik den inhoud van deese Acte en de daar bij gedaane belofte, mitsgaders verbintenisse zonder de minste afwij„ „king Heiliglijk zal naarkoomen, en meene naarte koomen, mits„ gaders onderhouden en doen onderhouden zonder Eenige de minste teegen spraak heb ik deese Acte van verband, met mijn Eigen hand onderteekent en met mijn zeegul verseeguld, mitsgaders den in houd van dien plegtig op den Alcoran beswooren /onderstond:/ Samarang den 7. September 1784. Aldus gedaan, geteekend en gezeeguld ten mijnen overstaan /:was geteekent:/ J=s Siberg (:daar neevens stonds, Comp=s zeegul gedrukt in rood lacq /:daar onder geteekent:/ W=m Kerk„ man secretaris /:in margine stonden onder 't Javaans de Cachetten ende handteekeningen van Jngebeij Setjo Pattij en Samarangs hoofd regent Adipattij Soero dimongollo: /:nog laeger :/ In kennisse van mij /was geteekent/ J=t J=s Rothenbuchler geswoore translateur. — Jk ondergeschreeven Wirjo Coessoemo door de benevolentie van de doorlugtige Generaele Neederlandsche geoctroijeerde Oost Indische Compagnie, in steede van den na Padjang Coen„ gang verplaetsten Rongo Setjo Pattij, benoemd en geEligeerd weezende, tot Regent van het district Pallo, onder den Titul en Eere Naam van Maas Rongo Wiajo Coessoemo, ver„ klaare en verbinde mij bij deesen tot de nakoominge der on„ dervolgende voorwaarden, welke ik beloove getrouwelijk te sul„ len observeeren en doen observeeren. — Art:l 1 op 673 Samarang den 30=e September A=o 1784, pag: 105. Dat ik de voorschreeven doorlugtige Neederlandsche Maatschappij in het bestier van het Regentschap Pallo gehouw en getrouw weezen, en den dienst ten besten van dezelve en haare onderdae„ nen, met alle oplettendheid, gehoorzaamheid en ijver waar„ „neemen zal, agtervolgens de beveelen die mij van tijd tot tijd zullen worden gegeeven, het zij van Hunne Hoog Edelheeden te Batavia, den Heere Gouverneur en directeur over deese kust te samarang, dan wel ins derselver Naam door den Resident te Rembang„ Art=l 2. Dat ik soo dikwijls als het gerequireerd word mij zal koomen vertoonen te samarang en selvs te Batavia, om mijne Eerbied te bewijsen aan de Compagnie. — Art=l 3. Dat ik met booven off binnenlandsche Regenten en Hoofden, eeven min als met andere die neevens mij onder de Compagnie sorteeren, en vooral met niemand buijten Iava, geen gemeenschap ofte Correspondentie houden zal, zonder daar toe Erlangde speciaele permissie. — Dat ik allen Clandestijnen opkoop van Rijst in het district onder mijn gezag gesteld, en wel inzonderheid dies uitvoer naar andere dan sComp=s Landen, zoo wel als andere ongepermitteerde handel en Negotie, zoo veel moogelijk strengelijk teegengaan en zal zoeken te weeren, mitsgaders buijten de geene die sulks sCompagnies weegen word gepermitteerd, niemand anders rijst als tot nood„ druft zal laeten inkoopen. — Art=l 5. — Dat ik in erkentenisse van de groote gunste mij beweesen en tot een blijk mijner schuldige trouwe aan de maatschappaije s jaar„ „lijks Een pikol Cattoene gaarons van L=ra f: door betaeling van 'sComp:s prijs zal Leeveren mitsgaders ook daegelijks tot sComp=s dienst aan de Logie te Rembang bezorgen en gereed houden zal. 1 Battoor, en 1 Prauwmaijang, Maar bij het belaeden van scheepen ofte andere Extra geleegent heeden Art=l 1. zoo Act= 4.
English
Samarang, the 30th of September Anno 1784, as much more as shall be required of me on the Company's behalf, and that I shall furthermore once a year, namely in the good monsoon, deliver four men on the prau mayang of the Ingebij of PadjanCoengan, in order to transport the Rembang timber raft to Batavia. Article 6: That I myself shall constantly urge my subordinates to cultivate the lands, and shall not lease any negorijs or dessas, by whatever name called, to Chinese or others, except after having obtained special permission from the Lord Governor and Director at Samarang. Article 7. Furthermore, I promise, together with my pattijs and jaxas appointed or yet to be appointed to me by the Company, not to settle any matters of any importance concerning the subjects, except with the communication and consent of the Lord Governor of this coast, and furthermore that I shall henceforth, according to the order of the Company, refer all delinquents and criminals to the Landraad at Samarang, and content myself solely with the settlement of small disputes of little importance. Article 8. Just as I also generally promise to treat the subjects of the Company's district of Pallo, both great and small, who are placed under my regency, in all justice and fairness, not to impose any new burdens, not to dismiss, wrong, or replace any of my mantris, much less jaxas or pattijs, without prior knowledge and consent of the Company, but that if any of them should conduct themselves unfaithfully or impiously toward me or, even more so, toward the Company, I shall give notice thereof to the Lord Governor and Director at Samarang. Finally and lastly, I promise that with regard to all extraordinary occurrences not specifically mentioned herein, I shall conform to the pleasure of the Company and with all attentiveness shall cause to be observed by my subordinates the orders which 675 Samarang, the 30th of September Anno 1784. page 107. might be given in that regard in case of change or otherwise; all of which subordinates, without distinction, I promise to treat with fairness, to assist them in everything according to justice, to keep them from time to time in the service of the Company, and furthermore to govern and lead them in such manner as is most beneficial to the Company. And as a sign that I shall sacredly observe, and intend to observe, as well as maintain and cause to be maintained, the contents of this deed and the promise made herewith, together with the obligation, without the least deviation, without any the least contradiction, I have signed this deed of obligation with my own hand, and sealed it with my seal, and also solemnly sworn the contents thereof upon the Quran. Below stood: Samarang, the 7th of September 1784. Thus done, signed, and sealed in my presence; was signed: Johannes Siberg; beside it stood: the Company's seal stamped in red wax; below that signed: Willem Kerkman, Secretary; in the margin under the Javanese stood the cachets, likewise stamped in red wax, beside the signatures of the aforementioned Maas Rongo Wirjo Coesoemo and Samarang's Head Regent Adipattij Soero Dimongolo; still lower: To my knowledge; was signed: Frederik Jacob Rothenbuhler, sworn translator. Samarang, the 30th of October Anno 1784. Batavia To His High Nobility, The High Noble, Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Noble, Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. High Noble, Honourable, Right Honourable Lord, Right Noble, Honourable Lords! On the occasion that the ship Rithem, loaded with timber at Joana, is sailing to the coast, I cannot fail to respectfully take the liberty of transporting in good custody by that vessel, to the esteemed disposition of Your High Nobilities, a certain Javanese named Maas Rongo, who, having been a chief at Pattenahan, a place belonging under Soura Carta, has not hesitated in a very violent manner to disturb the petty traders who departed with their merchandise to the uplands, by highway robberies and vagrancy in the land of the Bagelen, and to make the public road around there completely unsafe. The Emperor, having previously been convinced of his guilt by the successive complaints received, has upon the request made thereto 647 page 109. Samarang, the 30th of October Anno 1784. even given orders himself to arrest that evildoer immediately and, after doing so, to send him hither without delay to prevent further harmful consequences. That prince would even have had his justly deserved punishment inflicted upon the aforementioned vagabond himself, were it not that, on account of his kinship to the Pangerang Ingebij and also to give the least offense, he preferred to send him, Maas Rongo, away from Java, for which purpose the Emperor has requested me to kindly contribute what is necessary to Your High Nobilities. And it is for that reason, as well as because of the danger that would lie therein if the said robber were permitted any stay on this coast, that I support the prince's petition with my own and respectfully request Your High Nobilities that the said Maas Rongo, who previously made a voluntary and full confession at the Soura Carta court, may be banished forever from this coast as a very bad, dangerous, and harmful subject to such place as Your High Nobilities shall be pleased to determine, in order to labor there on public works chained in irons, and that all means be taken away from him to ever be able to show himself on this coast again. The Raden Adipattij Djoijo Ningrat, elevated by Your High Nobilities to Prime Minister of the Emperor, the oath
Dutch transcription
Samarang den 30=e September A„o 1784, zoo veel meer als van mij 'SCompagnies weegen zullen gevergd worden, en dat ik voorts nog eens in't Jaar nament„ „lijk in de goede mouson zal leeveren vier man op de prauwmaijang van den Ingebij van PadjanCoengan, ten einde het Rembangse houtvlot naar Batavia ove tebrengen. Art=l 6: Dat ik mijne onderhoorige selvs steeds tot de bebouwing der Lan„ den aansetten, en geene Negorijen off des saas hoe genaamd aan„ Chineesen of andere verhuuren zal, dan na bekoomene speciae„ le permissie van den Heere Gouverneur directeur te Samarang. — Art=l 7. Wijders beloove ik neevens mijne pepattijs en Jacas door de Compagnie aan mij gegeeven off nog te geeven, geene zaeken van eenige aan„ geleegentheid de onderdaenen betreffende afte doen, dan met Com„ municatie en toestemming van den Heere Gouverneur deeser kuste, en voorts dat ik alle delinquanten en misdadigers voortaan na de ordre van de Comp:e zal renvooijeeren aanden Land Raad te Samarang, en mij eenelijk te vreeden houden met de afdoening van kleene geschillen van wanig belang. — Art=l 8. Gelijk ik ook in 't gemeen beloove de onderdaenen van sComp=s district Pallo zoo wel groote als kleene, die onder mijn Regentschap gestelt zijn, in alle regt en billijkheid te behandelen, geene nieuwe Lasten op te leggen, geene van mijne mantries veel min Jaxas off pepattijs te verstooten, te veron„ gelijken of te verwisselen zonder voorkennisse en toestem„ ming van de Comp:e, maar dat ik wanneer iemand van de„ zelve sig ontrouw off onvroomelijk teegens mij off nog zoo veel te meer teegens de Comp:e gedraegen mogte, daar affkennisse gee„ ven aan den Heere Gouverneur en directeur te Samarang. Eijndelijk en ten Laatsten beloove ik dat ik mij omtrent alle Extra Ordinaire voorvallen waar van in deezen niet speciaal is gesproo„ „ken, aan het goedvinden van de Comp:e zal gedraegen en de ordres„ die 675 Samarang den 30=e September A„o 1784. pag: 107. die daaromtrent in cas van verandering of andersints mogte gegeeven worden met alle oplettendheid zal doen naekoomen, door mijne onderhoorige, welke ik alle zonder onderscheid beloove na billijkheid te handelen, haar in alles naar regtmaligheid voor te staan dezelve van tijd tot tijd ten dienste van de Compagnie aan tehouden, en voorts zoodaenig te regeeren en te lijden als tot meeste nutte van de Comp=e dienstig is, En ten teeken dat ik den inhoud van deese Acte en de daar bij gedaane belofte, mitsgaders verbintenisse zonder de minste afwijking Heiliglijk zal naarkoomen, en meene naar te koomen, mitsga„ ders onderhouden en doen onderhouden, zonder eenige de minste teegenspraak heb ik deese Acte van verband met mijn Eigen hand onderteekend, en met mijn zeegul verzeeguld, mitsgaders den inhoud van dien plegtig op den Alcoran bezwooren, /:onderstond:/ Samarang den 7: September 1784. Aldus ge„ daan, geteekent en gezeegeld ten mijnen overstaan /:was getee„ kent:/ I=s Siberg, /:daar neevens stond:/ 't Comp=s zeegul ge„ „drukt in Rood Lacq /:daar onder geteekend:/ W=m Kerkman Secretaris, /:in margine onder 't Javaans stonden de Cochetten gedrukt meede in rood Lacq neevens de handteekeningen van den voormelde Maas Rongo Wirjo Coesoemo en Samarangs Hoofd Regent Adipattij soero dimongolo /:nog Lager:/ Inken„ nisse van mij /:was geteekent:/ J=k I=s Rothenbuhler geswoore translateur Samarang den 30:e October A„o 1784.— ^ die omet hunne Negotie naar de 4Boovenlanden Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaren Heere M„r Willem Arnold Alling. Gouverneur Generaal en de Wel Edele Ggestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndia enz Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaren Heere, Wel Edele Gestrenge Heeren! Ter geleegentheid dat het te Ioana met Houtwerk en belaeden schip Rithem Costijwaards steevend, kan ik niet manqueeren Eerbiedig de vrijheid te neemen, met dien bodem ter geEerde dispositie van uw Hoog Edelheedens in goede verseekering te doen overtransporteeren seekere Javaan in naame Maas Rongo, welke hoofd geweest zijnde te Pattenahan, /:en plaats onder soura Carta gehoorende:/ zig met ontsien heeft, de smalle Handelaeren, vertrokken, door struik=Roverijen en dagabonderinge in het Land van de Baggaleen, op een zeer vehemente wijze te verontrusten en den gemeene weg daar omstreeks geheel onveilig te maaken: Den Keijzer, alvoorens door de successive in„ gekoomen klagten overtuijgd van zijn schuld, heeft op het daartoe enz: enz: 647 pag: 109. Samarang den 30:e October A„o 1784. daartoe gedaan versoek zelvs bevel gegeeven, dien quaad„ doender ten eersten op te ligten en naar sulks zonder ver„ „zuijm ter voorkooming van verdere schaedelijke gevolgen doen herwaards zenden: dien vorst zoude den voorschreeven vagebond zelvs wel zijne met regt verdiende straffe hebben doen toepassen, waare het niet dat hij om de wille van zijn vermaagschapping aan den Pangerang Ingebij en ook om de minste aanstoot te geeven, liefst verkoosen had, hem Maas Rongo van Iava te versenden, waar toe den keijzer mij verzogt heeft bij uw Hoog Edelheedens het noodige te willen Contribueeren en het is uit dien hoofde soo wel als om het gevaar dat 'er in soude resideeren, wanneer den gem: roover eenig verblijft op deese Cust wierd toegelaeten, dat ik de In„ stantie van den vorst met de mijne appuijeere en uw Hoog Edelheedens Eerbiedig verzoek dat gemelde Maas Rongo, die alvoorens aan het soura Cartasche Htoff een vrijwillige en volkoomen Confessie gedaan heeft :/ als een zeer slegt ge„ „vaarlijk en schaedelijk subject voor altoos van deese kust mag werden gebannen naar soodaenige plaatse als uw Hoog Edelheedens zullen gelieven te bepaalen ten einde al„ daar in de ketting geklonken aan de gemeene werken te arbeiden, en hem alle middelen benoomen werden, om zig ooit weeder op deese kust te konnen vertoonen. — Den door uw Hoog Edelheedens tot Rijksbestierder van den keijzer verheevene Radeen Adipattij Djoijo Ningrat den Eed
English
Samarang, 30 October 1784, Having duly taken the oath of allegiance, I take the liberty of respectfully presenting herewith to Your High Excellencies the sealed and signed Deed of Bond, confirmed by the same with a solemn oath, and furthermore have the honour to call myself with deep veneration, high esteem, and submission, below stood Title, lower Your High Excellencies' humble and dutiful servant, was signed J. Siberg, in the margin Samarang, 30 October 1784. turn over 673 Samarang, 30 October 1784, page 111. I, Radeen Tommongong Pandjie Djoijo Ningrat, having been elevated and appointed, in the name and on behalf of the illustrious Dutch Chartered East India Company, by His High Excellency the High Noble, Right Honourable Lord Governor-General and the Right Honourable, Right Worshipful Lords Councillors of the Dutch Indies, at the request of His Highness the Susuhunan of Java, to pepatih or Regent of the Realm of His Highness the Susuhunan at Surakarta, under the title and name of honour of Radeen Adipati Djoijo Ningrat, do hereby promise and swear to be at all times true and faithful to the aforementioned Illustrious Company, the High Noble, Right Honourable Lord Governor-General and the Right Honourable, Right Worshipful Lords Councillors of the Dutch Indies, just as to His Highness the Susuhunan; to serve this office of Regent of the Realm uprightly; faithfully to uphold and promote the welfare of the country and the right and advantage of the Noble Company; and also to conduct myself in everything as is becoming and proper for a faithful Regent of the Realm of the Company; all in accordance with the orders which shall be given to me from time to time, whether by Their High Excellencies the Lord Governor-General and the Lords Councillors of the Dutch Indies and the Susuhunan, or in the name of Their said High Excellencies by the Lord Governor and Director of this coast; with this express promise that if the orders which I might happen to receive from the Susuhunan should conflict with those given to me by the Company, I shall then give preference to the orders of the Company, until, after representations made regarding this to Samarang or to Batavia, Their High Excellencies shall have disposed thereof. Furthermore, I bind myself in the most earnest manner to avoid all disputes and estrangements between myself and the Regent of the Realm of His Highness the Sultan, and to seek to overcome them, Samarang, 30 October 1784. overcome, but on the contrary that I shall always live with the same in all peace and friendship, and shall also urge the subjects of my sovereign the Susuhunan likewise to live in peace and friendship with the subjects of the Sultan. And in token that I am inclined to keep and intend to keep all the foregoing sacredly, I have sealed this document with my seal and signed it with my own hand, and also, according to the custom of the Mahomedans, solemnly sworn it upon the Quran into the hands of the Right Honourable, Right Worshipful Lord Governor and Director mentioned. Below stood Executed at Samarang, 4 October 1784. Lower stood the great seal of the Company impressed in red wax, and next to it was signed I. Siberg. At the side under the Javanese stood the signets along with signatures of Radeen Adipati Toijo Ningrat and Samarang's chief regent Adipati Surodimongollo; below that In the presence of me, was signed W. Keukman, secretary. 681 Samarang, 22 November 1784, page 13. Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Right Worshipful, Right Honourable Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable, Right Worshipful Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. High Noble, Right Worshipful, Right Honourable Lord, Right Honourable, Right Worshipful Lords! I have had the honour duly to receive Your High Excellencies' separate letter of the 22nd of the last passed month, and as I shall dutifully reply thereto on a further occasion, I let this present letter primarily serve to express gratitude for the honour of the granted qualification to propose two capable persons for the vacant offices of Second Resident in the Mataram and First Sworn Clerk of Police at Samarang; as a consequence thereof, I take the liberty of proposing to Your High Excellencies for the first-mentioned post as Second Resident in the Mataram the junior merchant Wouter Hendrik van IJsseldijk, pay bookkeeper and sworn scriba at Surabaya, being a man who has every appearance of making himself capable and necessary
Dutch transcription
Samarang den 30:e October A„o 1784, Eed van trouwe behoorlijk afgelegd hebbende, neem ik de vrijheid uw Hoog Edelheedens hier inne Eerbiedig aante„ praesenteeren de gezeegelde en geteekende Acte van verband door denzelven met solemneele Eede bekragtigd en hebbe overigens de Eere mij met diepe veneratie hoog agting en submissie te noemen /:onderstond:/ Titul / Lager/ uw Hoog Edelheedens onderdaenige en trouwschuldige dienaer /:was geteekent/ J=s Siberg, /in margine/ Samarang den 30:e October A„o 1784. verte 673 Samarang den 30:e October A„o 1784, pag: 111. Jk Radeen Tommongong Pandjie Djoijo Ningrat, iit Naam en de van weegens de doorlugtige Neederlandsche geoctroijeerde oost=Indische Comp:e door zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen groot Achtbaren Heere Gouverneur generaal en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indie, op versoek van zijn Hoogheid den soesoehoenang van Java, verheeven en aangesteld zijnde, tot pepattij off Rijksbestierder van zijn Hoogheid den soesoehoenang te souracarta, onder den titul en Eere naam van Radeen Adipattij Djoijo Ningrat be„ „loove en Sweere mits deesen, opgemelde Illustre Maatschappije, den Hoog Edelen groot Achtbaren Heere Gouverneur generaal en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie, eeven als zijn Hoogheid den soesoehoenang ten allen tijden gehouw en getrouw te weezen, dit Ampt van Rijksbestierder opregtelijk te bedienen, het wel zijn des landsen het regt en voordeel der Edele Compagnie getrouwelijk voortestaan en te bevorderen, mitsgaders mij in alles zoo te gedraegen als een getrouwe Rijksbesteerder van de Comp:e toestaet en de betaamt, alles agtervolgens de beveelen welke mij van tijd tot tijd zullen werden gegeeven, het zij door Hunne Hoog Edelheedens den Heere Gouverneur generaal en de Heeren Raeden van Nee„ derlands Indië, en den soesoehoenang, dan wel unb naam van welmelde Hunne Hoog Edelheedens door den Heere gou„ verneur en Directeur deeser kuste, met deese Expresse beloften dat wanneer de beveelen die ik van den soesoehoenang koo„ me te ontvangen, strijdig mogten weezen teegens die welke mij door de Comp=e werden gegeeven, ik als dan de beveelen van de Comp:e de praeverentie zal geeven, tot dat na gedaene vertoogen, daar over na Samarang off na Batavia, door Hunne Hoog Edelheedens zal zijn gedisponeert. — Wijders verbinde ik mij op het Ernstigste om alle geschillen en ver„ wijderingen tusschen mij en de Rijksbestierder van zijn Hoog„ heid den sulthan, te vermijden en dezelve te soeken door te koomen Samarang den 30=e October A„o 1784. koomen, maar dat ik daar en teegen met denzelven altoos in alle vreede en vriendschap zal Leeven en de onderdae„ nen van mijnen vorst den soesoehoenang, ook aanspoo„ ren zal om met de onderdaenen van den sulthan des„ gelijks in vreede en vriendschap te Leeven. — En ten teeken dat ik geneegen ben al het voorenstaande Heijlig„ lijk na te koomen en meene na te koomen, soo hebbe ik dit geschrift met mijn zeegul verzeegeld en eigenhandig onderteekent, mitsgaders na de wijze der Mahomethaenen plegtig onder den Alcoran beswooren aan handen vanden wel Edelen Gestrengen Heere Gouverneur en Directeur ver„ „meld. /:onderstond:/ Actum Samarang den 4. e October 1784. /:Lager stond:/ het groote zegul van de Compagiie gedrukt in rood lak /en daar neevens was geteekent:/ I=s Siberg /:ter zijde onder het Javaans stonden de Cachetten neevens handteekeningen van :/ Radeen Adipattij Toijo Ningrat en Samarangs hoofd regent Adipattij Soero dimon„ gollo /:daar onder :/ In kennisse van mij /:was getee„ Ym kent:/ W=m Keukman secretaris. — 681 Samarang: den 22:e November A„o 1784, paij: 13: Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaren Heere, M„r Willem Arnold Atting, Gouverneur Generaal en de Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India, enz: enz: enz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere, Wel Edele Gestrenge Heeren! Ik hebbe de Eere gehad wel te recipieeren uw Hoog Edelheeden Aparte schrijvens van den 22=e der Jongst gepasseerde maand, en daar op bij een nadere geleegentheid schuldpligtig zullende ant„ woorden, soo laate ik deese voornamentlijk dienen tot dank betuijging voor de Eere der verleende qualificatie, om voor de vacant zijnde dienste van tweede Resident in de Mattarm, en Eerste geswoore klercq van Politie te samarang, twee be„ kwaame perzoonen voor te draegen, als een gevolg daar van neeme ik de vrijheid uw Hoog Edelheeden voor Eerst gem: post als tweede Resident in de Mattarm te proponeeren den onder„ koopman Wouter Hendrik van ijsseldijk, zoldij boek„ „houder en geswoore scriba te sourabaija, als een man zynde die alle apparentie voor sig heeft van sig bekwaam en noodsae„ kelijk
English
Samarang the 22nd of November Anno 1784, to make capable, so as in time, upon a vacancy, to be able to serve satisfactorily as First Resident at one of both Courts, and furthermore in his place, as pay-bookkeeper and sworn scribe at Sourabaija, the Junior Merchant Johannes Casparus Fredericus Filius, presently here without employment, as well as First Sworn Clerk of Police at Samarang, the Bookkeeper Willem Gerhard Albertoma posted at Grissee, and having already placed the one and the other in those services, I therefore solicit Your High Excellencies' favorable approval.— The First Regent of Japara, the Tommongong Rexo Prodjo, having urgently requested me that, with the gracious pleasure of Your High Excellencies, he may be discharged from his service and replaced by his eldest son and Mantri named Rexo Dipoero, because on account of his advanced age of over 75 years he is entirely debilitated and finds himself incapable of attending to the service any longer as required; and considering that this old graybeard has served therein since the year 1757, and thus for 27 years, to great satisfaction; that his eldest son, who counts 30 years, is a zealous, vigilant, and capable man who has already for some time assisted his old father in the administration of his post as First Regent, and is therefore exceedingly worthy of this favor; I thus take the liberty to present this request to Your High Excellencies in the most favorable manner, asking that the present Tommegong and Second Regent at Japara, 683 Samarang the 22nd of November Anno 1784, page 15. named Tjetro Soemo, step forward as First Regent, and furthermore that there may be appointed as Second Regent the aforementioned eldest son of the First Regent of Japara, the Mantri Rexo Dipoero, under the name and title of honor, just like his father, of Tommongong Rexo Prodjo, and that the customary deeds thereof may be issued and sent hither.— I honor myself otherwise to remain with respect and high esteem, was written below, Title, lower, Your High Excellencies' humble and very obedient servant, was signed, J. Siberg, in the margin, Samarang the 22nd of November 1784. Samarang the 30th of November Anno 1784, Batavia To His High Excellency! The Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, together with the Honorable, Severe Lords Councillors of Netherlands India, etc. etc. etc. Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord, and Honorable, Severe Lords! Having found myself very honored by Your High Excellencies' most revered letter of the 19th of this month, I would not have failed, in conformity with the order given therein, directly to comply with Your High Excellencies' qualification to assist the servants at Pontiana from here with everything specified on the received requisition for that office; however, to my regret, on account of the already too far advanced monsoon, there exists an absolute impossibility of making the voyage from here to there, and such would be a fruitless undertaking, nor is anyone to be persuaded or engaged thereto at any price, so I find myself obliged respectfully to give notice thereof to Your High 685 page 17. Samarang the 30th of November Anno 1784, Excellencies, noting at the same time that the last merchants already departed from here on the 10th of September, and before the end of the month of April there will not be any opportunity from here to Pontiana. It causes me regret in the meantime to have been unable to fulfill Your High Excellencies' order in that regard, whilst having drawn up this letter solely for the speedy notification of this inconvenience, awaiting Your High Excellencies' further commands, and I subscribe myself otherwise with deep reverence, respect, and high esteem, was written below, Title, lower, Your High Excellencies' very obedient and dutiful servant, was signed, J. Siberg, in the margin stood, Samarang the 30th of November Anno 1784.— Samarang the 9th of December Anno 1784, Batavia To His High Excellency, The Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, and the Honorable, Severe Lords Councillors of Netherlands India, etc. etc. etc. Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord, and Honorable, Severe Lords. To my heartfelt regret, I consider myself obliged to bring to Your High Excellencies' honored notice by this letter that the Captain of the Chinese nation, Tan Lecko, after a lingering illness of about two months, passed away this morning. An event which is very much mourned on Java in general, as he was in every respect a visible support and pillar both for Java and for the private merchant, and indeed no one is to be found among the entire Chinese nation who will be able to equal him in his good administration, skill in commerce, and benevolence toward the inhabitants in general, except only his first cousin and oldest Lieutenant of the Chinese here, named Tan Lok, who is about 45 years of age, a calm, most upright, virtuous, and well-thinking etc.
Dutch transcription
Samarang den 22:e November A„o 1784, kelijk te zullen maaken, om in der tijd bij vacature als eerste Resident aan een van beide de Hoven niet genoegen te kunnen fungeeren, en voorts in zijn plaats als zoldij Boekhouder en geswoore scriba te sourabaija, den sig alhier buijten Emplooij bevindende onderkoopman Johan„ nes Casparus fredericus Filius, mitsgaders tot Eerste geswoore klerk van Politie te samarang, den te Grissee be„ „scheidene Boekhouder Willem Gerhard Albertoma en den een en ander dan ook reets in die dienste gesteld hebbende soo Insteire ik daar op uw Hoog Edelheeden gunstige approbatie.— Den Iaparas Eerste Regent den Tommongong Rexo Prodjo mij Instantiglijk versogt hebbende om met gunstig believen ƒ van Uwe Hoog Edelheeden uit zijn dienst ontslaegen, en door zijn oudste zoon en Mantrie in naame Rexo dipoero vervangen te worden, dewijl hij ui't hoofde van zijne ruijm 75jaerige onder„ dom geheel verzwakt, en sig buijten staat bevind den dienst langer na verEijsch waar= te neemen en aangemerkt dat dee„ „sen oude grijsaard daar inne seedert den Jaare 1757. en dus 27. Jaeren tot veel genoegen heeft gefungeert, zijn oudste zoon die 30. Jaaren teld een ieverig, vigilant en bekwaam man is, dewelke zijne oude vader al een tijd lang in de waarneeming van zijn post als Eerste Regent heeft ondersteunt, en oversulks deeze gunst over„ waardig zijnde, soo neeme ik de vrijheid die Instantie op het favorabelste aan uw Hoog Edelheeden voor te draegen met verzoek dat den prasente Tommegong en tweede Regente te Japara 683 Samarang den 22:e November A„o 1734, pag: 15. Iapara in naame Tjetro Soemo als Eerste Regens optreeden, en voorts als tweede Regent mag worden aangesteld den hier voorwaards gemelde oudste zoon van den Eerste Iaparas Regent den Martrie Rexo dipoero, onder den naam en Eere titul eeven als zijnen vader van Tommongong Reeco Prodjo, mitsgaders dat daar van de gewoonelijke actens geExpe„ „dieert en na herwaards gezonden moogen worden. — Ik verEere mij overigens met Eerbied en Hoogagting te blij„ „ven /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ uwer Hoog Edelheden onderdaenige en seer gehoorzaame dienaer /:was geteekend:/ J=b Siberg /:onmargine/ Samarang den 22: November 1724, Samarang den 30:e November A„o 1734, Batavia Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere, Or M„r Willem Arnold Atting, Gouverneur Generaal, beneevens de wel Edele gestr: Heeren Raaden van Neederlands Jndia, enz: enz: onz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere, en Wel Edele Gestrenge Heeren! Mij zeerve Eerd gevonden hebbende met uw Hoog Edelhedens zeer gevenereerde missive van den 19:e deezer, zoude ik Conform de daar bij gegeevene ordre niet gemankeert hebben direct te voldoen aan uw Hoog Edelheedens qualificatie om de be„ „diendens te pontiana van hier te adsisteeren met al het geene op den ontvangen Eijsch voor dat Comptoir gespecifi „eerd staat, dan dewijle er tot mijn Leetweezen uijt hoofde der bereeds te verre verloopen mousson eene volstrekte onmoogelijkheid resideerd om van hier naar derwaards de reijse te kunnen krijgen en sulks een vrugteloose onder„ „neeming zoude zijn, ook niemand tot geen prijs daar toe te disponeeren of te engageeren is, soo vinde ik mij verpligt ued Hoog E 9 1 685 pag: 17: Samarang den 30=e November A„o 1784, Hoog Edelheedens daar van Eerbiedig kennisse te geeven 8 onder notitie teffens dat de laeste handelaars bereeds den 10:e September van hier vertrokken zijn, en 'er voor het laast van de maand April van hier voor eerst naer Pon„ tiana geen occagie zijn zal, 't doet mij intusschen Leed daar omtrent buijten staat te zijn geweest aan uw Hoog Edelheedens ordre te voldoen, terwijl ik deese tot de spoedige informatie van dit in Convenient eenlijk ingerigt hebbende „verbeidende „ en uw Hoog Edelheedens nadere beveele „ mij overigens met diep ontzag Eerbied en Hoog agting onderschrijve /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ uwer Hoog Edelheedens zeer gehoorzaame en trouwschuldige dienaer /:was getee„ kend:/ I=s Liberg /:in margine stond:/ Samarang den 30:e November A„o 17841. — Samarang den 9=e December A„o 1784, Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere de M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, en de Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India„ enz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. Tot mijn innerlijke Leetweesen, acht ik mij verpligt uw Hoog Edelheedens bij deese ter geEerde kennisse te brengen, dat den Capitain der Chineese natie Tan Lecko, naar een kwij„ „nende ziekte van Ciaca twee maanden, heeden morgen overlee„ den is, Een daad welke op Iava in't algemeen zeer werd be„ treurd, alsoo hij zoo voor Iava als den particuliere Wande„ laer, een allezints zigtbaare steun en stut was, en er inderdaad onder de geheele Chineese natie niemand te vinden is, die hem in zijne goede directie, kundigheid in den handel en meede deelsaam„ heid omtrent de ingezeetenen in't generaal zal kunnen Evenaeren, dan eeniglijk zijne volle Neefs en oudste Lieutenant der Chineesen alhier in naame Tan Iok dewelke Circa 45. Iaaren oud een bedaard, allerbraafst deugdsaam en enz: welden kend . enz:
English
687 Samarang the 9th of December Anno 1784, page 19: is a right-thinking man, particularly respected and loved by his nation as well as by the European community in general, and from whom one can expect with certainty that all the skill and competence of his late uncle Tan Leeko will quickly become his own: for which reason, and on account of the well-founded arguments that contribute thereto, I find myself obliged respectfully to take the liberty of recommending the said Tan Fok most favorably as Captain of the Chinese nation at Samarang, in the place of the deceased Tan Leeko, with the humble request that the same may be appointed to that post on account of what has been stated hereinbefore in his favor, and that the Act required for this purpose may be drawn up and sent hither; whilst I also note herewith that the said Tan Fok has been appointed as a co-executor of the estate left by his uncle by testamentary disposition, and that he will also be the only one able to manage this astonishing and so very extensive estate, since he has helped attend to all the affairs of the deceased for many years, provided that he is also vested with the authority of the late Tan Leeko, whereas in the contrary case one might and must fear with very good reason that through improper management many creditors of the estate would otherwise come to suffer notable detriment and damage. As for the debit of the late Tan Leeko to the Company, Samarang the 9th of December Anno 1784. on account of the expired leases for the last four months, which he had in possession and concerning which Your High Nobilities have been pleased to grant a suspension of payment until the end of June 1785, I will ensure that the Company comes to suffer no loss through the receipt of the moneys at the appointed time. But whereas the deceased also became the farmer of the following shahbandariats at the recently held public leasing of the Javanese domains for the years 1785, 1786, and 1787, namely: The Shahbandariats at Samarang etc. The imported and exported rice at Samarang The Shahbandariats at Caliwoengo, Ditto at Candeel, Ditto at Damak The imported and exported rice at Damak, as well as the salt villages at Wedong and Brahan, item the salt villages at Paradessie; I therefore request Your High Nobilities' esteemed authorization to transfer all these bandariats to the said Tan Fok, if Your High Nobilities are pleased upon my respectful application in this matter to appoint him as Captain of the Chinese instead of the more often mentioned Tan Leeko, in which case sufficient and adequate sureties will also be provided at the same time. Furthermore, I also take the humble liberty of requesting Your High Nobilities' 680 Samarang the 9th of December Anno 1784, page 121. esteemed and favorable disposition concerning the rice-producing district of Oeloedjamie, which by resolution of the 27th of August 1771 was granted in lease to the late Tan Leeko for his entire lifetime for 3750 rixdollars and the delivery of 300 koyans of rice at 15 rixdollars, and if needed in addition another 100 koyans at 20 rixdollars each per year, in such manner as this further appears from the left memorandum of my late predecessor the Councilor Extraordinary of the Dutch Indies, Johannes Robbert van der Burgh, under §31, with the addition of His Honor's considerations concerning this concession made: and whereas I am also of the opinion, along with His Honor, that this district under the management of an indigenous Regent will never yield those fruits and benefits for the Company that it currently does under the industrious and enterprising Chinese, I take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities to have the possession thereof likewise pass to the aforementioned Tan Fok, but since it appears to me entirely inadvisable at the same time to determine such a grant for his entire lifetime, but feel obliged to testify to being of the opinion that it would be better to grant that district for a certain term; just as, for example, Bezoekie and Panaroekan were transferred for the period of 5 years to the Captain of the Chinese nation at Sourabaija; after the expiration of which fixed Samarang the 9th of December Anno 1784, time the Company always reserves the right to dispose thereof according as it shall appear best and most advisable, whether by transferring the possession, or in the case of a greater increasing prosperity by demanding an increased lease, as I am of the opinion could already be done immediately with one thousand Spanish reals more per year; yet deferring all this to Your High Nobilities' wiser judgment, I only request with the utmost urgency that Oeloedjamie may for the time being pass in possession for five years to the aforementioned Lieutenant Tan Fok, who has been proposed as the successor of Tan Leeko; in order that, in the event of a less favorable decision, he may be enabled gradually to relieve himself of the great burden that the late Tan Leeko has on Oeloedjamie and which, with the expenses incurred for the improvement of that district, will amount to more than sixty thousand Spanish reals: a sum of which none of the Javanese Regents would be able to provide the least part by way of compensation, and the lack of which would derange and set back the estate left by Tan Leeko to such an extent that the executors would be unable to satisfy the creditors collectively, who are numerous and quite substantial. Upon all this I shall await Your High Nobilities' prompt and
Dutch transcription
687 Samarang den 9=e Ddecember A„o 1784, pag: 19: weldenkend man is, bij zijne natie zoo wel als bij den Europees in't algemeen bijzonder gesien en bemind, en van Wien men met seekerheid verwagten kan dat schielijk alle de kundigheid en bekwaamheeden van wijlen zijn oom Ian zeeke eijgen zullen zijn: weshalven ik uit dien hoofde en de gegronde reedenen die daar toe meede werken, mij als verpligt vinde, Eerbiediglijk de vrijheid te neemen, gemelde Tan Fok als Capitain der Chineese natie te Samarang, in plaatse van den overleedene Tan Leeko op het gunstigste voor te draegen, met needrig verzoek, dat denzelven uit hoofde van het hier vooren en faveur van hem aangehaalde daar toe aangesteld, en de daar toe verEijschte Acte geExpedieerd en naar herwaards gezonden mag wor„ „den; terwijl ik teffens bij deese noteere dat gemelde Tan Iok als meede Executeur in de nagelaaten boedel van zijn oom bij testamentaire despositie is aangesteld, en dat hij ook de eenigste zal zijn om deese verbaesende en zoo zeer uit„ gebrijden boedel te derigeeren, alsoo hij alle de affaires van den overleedene voor lange jaaren heeft helpen waarneemen, mits hij dan ook met het gezag van wijlen Ian Leeko bekleed word, daar men in 't Contrarie geval met zeer veel ree„ den zoude moogen en moeten vreesen dat door een verkeerde directie andersints veele Crediteuren des Boedels merkelijk nadeel en schaade zoude koomen te Leiden. voor het Debet van wijlen Ian Lecko aan de Compa„ gnie Samarang den 9=e December A„o 1784. „gine, weegens de verloopen pagten voor de laeste vier maanden, dewelke hij in possessie heeft gehad en waar om„ trent uw Hoog Edelheedens tot ult=o Iunij 1785 surcheanse van betaeling hebben gelieven te verleenen, zal ik sorgen dat de Comp:e door het Inkoomen der penningen ter bepaalde tijd geen schaade koomen te lijden. Dan dewijle den overleedene teffens bij de Jongst gehoudene publicque verpagting der Iavasche domainen voor den Iaare 1785. 1786. en 1787. pagter is geworden van de volgende sabandharijen, te weeten: De Sabandharijen te samarang &=a De in en uitgevoerde wordende rijst te samarang De Sabandharijen te Caliwoengo, _:o „ Candeel, _:o „ Damak De in en uit gevoerd wordende Rijst te Damak, mitsga„ „ders de zout Negorijen te Wedong en Brahan item de zout Negorijen te Paradessie; soo versoeke ik uw Hoog Edelheedens geEerde qualificatie om alle deese Pandha„ „rijen aan den gemelde Tan Iok overte laeten soo hoogst dezelve op mijn Eerbiedige sollicitatie in deesen hem tot Capitain der Chineesen in steede van meer genoemde Tan Lecko gelieven aan te stellen, wanneer dan ook teffens ge„ zorgd zal worden voor voldoende en sufficante Borgen. Voorts neem ik ook needrigst de vrijheid uw Hoog Edel„ heedens. 680 Samarang den 9:e December A„o 1784, pag: 121. heedens geEerde en gunstige dispositie te versoeken omtrent het rijst=geevende district van Oeloedjamie het welk bij be„ „sluijt van den 27. Augustus 1771. aan wijlen Ian Lecko voor zijn gantsche leeftijd in pagt is afgestaan voor rd„s 3750. — en de Leeverantie van 300 Coij=s rijst teegens rd=s 15. - en bij be„ noodigdheid daar en booven nog 100: – Coij=s teegens rd=s 20. ider 's Jaars invoegen dit een en ander nader blijkt bij de nagelae„ „ten Memorie van wijlen mijn praedecesseur den heer Raad Extra ordinair van Neederlands Jndia Iohannes Robbert van der Burgh onder §31. met bijvoeging van zijn Ed=s Consi„ „deratien omtrent deese gedaane afstant: en dewijle ik met zijn Ed: ook van gevoelen ben dat dit Landschap onder de beheering van een Jnlandsch Regens die vrugten en voordeelen voor de Maatschappije nimmer zal koomen afte werpen dan actueel onder den werksaamen en industrueusen chinees, soo bevrijnwedige ik mij uw Hoog Edelheedens Eerbiediglijk voor te stellen om de possessie daar van almeede te doen overgaan op den hier vooren genoemde Tan Fok, dan alsoo het mij te gelijk gansch niet raadsaam toe scheins, om soodae„ „nige afstant voor zijn gantsche Leeftijd te bepaalen, maar mij verpligt vinde te betuijgen van oordeel te zijn, dat het beeter zoude weezen om dat Landschap voor seeker termijn aftestaan; gelijk bij voorbeeld Bezoekie en Panaroekan voor den tijd van 5. Jaaren aan den Capitain der Chineese natie te sourabaija is overgelaaten; naar verloop van welke bepaalde Samarang den 9=e December A„o 1784, bepaalde tijd de Comp:e het zelve altoos aan zig behoud om desweegens naar dat zulks best en geraaden zal voorkoo„ men te disponeeren, het zij van de possessie te verleggen dan wel bij een meerder toeneemende florisanse een ver„ meerderde pagt te Eijschen, gelyk ik van oordeel ben, dat nu al direct zoude kunnen geschieden met Duijsend spaan„ „sche reaalen in 't Jaar meerder; dan dit Een en ander aan uw Hoog Edelheedens wijzer gevoelen gedefereerd lae„ „tende, soo versoeke ik eeniglijk met het meeste empresse„ „ment, dat oeloedjamie voor eerst vijff jaaren in possessie mag overgaan aan den meergemelde tot vervanger van Ian Lecko voorgedraegen Luijtenant Tan Fok; ten einde deese bij een min gunstig besluijt in staat gesteld worde, om sig langsamerhand te ontlasten van den grooten omslag, die wijlen Ian Lecko op Oeloedjamie heeft en welke met de aangewende kosten ter verbeetering van dat Landschap meerder dan sestig duijzend spaansche Reaalen zal koomen te beloopen: Een som die geene van de Javaasche Regenten voor het minste gedeelte zoude kunnen fourneeren ter gemoed koming, en welkens gemis den nagelaeten boedel van Tan Lecko dermoeten zoude koomen te derangeeren en agter iittestellen, dat de Execu„ teeren onvermoogend zoude zijn, om de gezaementlijke Credi„ teuren, die veele en vrij important zijn te kunnen voldoen. — Ik zal op dit een en andere uw Hoog Edelheedens spoedige en
English
691 Samarang the 9th of December Anno 1784, and awaiting a favorable disposition, and take leave of you further with deep awe, respect, and submission. Below stood: Title. Lower: your High Excellencies' humble and very faithful servant. Was signed: Jo Siberg. In margin stood: Samarang the 9th of December Anno 1784. Agrees, Wm Kerkman pag: 123. Tes Copy Outgoing Sieriek [illegible] of N: 1784: 683 Proposal to establish a post at Samanca again; To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Right Honorable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable Lord, Right Honorable, Valiant Lords, Whereas your High Excellencies have been pleased to direct me by Your High Excellencies' separate instruction dated the 4th of this month (which, however, was only delivered to me on the 14th thereafter) to present to His Highness in a discreet manner the great necessity, in order to prevent intrigue and other infringements by foreign Europeans at Samanca, of re-establishing there such a post as will not only fulfill that very beneficial purpose, but also cause little trouble and expense to the Honorable Company, the more so because the arrival there of an English ship to distract the Lampong people from their duty makes it sufficiently foreseeable that and why necessary to have Jonge Petrus Albertus renovated such undertakings will be carried out more often; and they will finally, upon acceptable terms, to the detriment of the Prince and the Honorable Company and also to their own ruin, fail in their duty; also to provide your High Excellencies with my consideration whether the old post with a garrison of one sergeant and twelve men could again be arranged for that purpose, or whether it would be necessary for that purpose to restrict oneself to the construction of a new lookout at another place in the surrounding area; partly to be able to intercept all activities, both on the sea and land sides, and partly so as not to be exposed to a subsequent invasion so quickly due to the proximity of the post; but although I presented this necessity to the Prince in the most intelligible terms, and upon which His Highness not only reflects greatly, but also agrees with your High Excellencies that this should be provided for at the earliest opportunity; yet to my regret I must confess that, as the condition of that bay is not thoroughly known to me, I must purely conform my remarks in this regard to the King's opinion therein the presentation that the King, together with his chiefs, provides me regarding that district, and I am therefore obliged to submit to your High Excellencies the following answer as if from the mouth of both in a respectful rescript, That since the establishment of the post at Samanca, none could be devised of a Proposition to let the fort better position to establish the Company's seat there, both as an obstacle to the smuggler and to be of advantage in times of peace to the pepper cultivation in its gathering and transport; and therefore the King (subject, however, to wiser and more prudent insight) is of the opinion, and in which it is agreed by his chiefs stationed there, 605 be constructed; orders for the renovation of that fort. Proposition to have the sergeant replaced from time to time. Reasons why. that the old Fort De Jonge Petrus Albertus be renewed and restored again, and that there be placed in it again that garrison which your High Excellencies may please to prescribe, but whereto I also humbly request to be permitted to add a soldier to the pen under the direction of the sergeant, in order to be able to obtain a distinct report of all occurrences, which is difficult for a military man as he is unaccustomed to writing; and to provide the fort and the post there as before again with the very same artillery that was brought here upon its abandonment and is entirely unnecessary here, in order to be able to make use of it in the event of an unexpected occurrence, also to be permitted to add thereto what is required for the same. In the trust that your High Excellencies will be pleased to embrace these proposals, the King's envoys the Prince has already immediately given the necessary orders to have the ruined Fort De Jonge Petrus Albertus renovated and brought to its former condition at his own expense, which he hopes may be accepted as a token of goodwill toward the Honorable Company, under the assurance that within a month everything will have been brought to such a condition that the planned soldiers will be able to cross over; and lodge there as required; yet nevertheless (subject to correction) I, as well as the Prince, would be of the opinion that the sergeant be replaced unexpectedly from time to time by another, in order thereby to check and prevent intrigue with the native, whom His Highness cannot trust; since, according to His Highness's statement, it has repeatedly been experienced that in such dealings of his subjects the European was also an accomplice, and thus that this rotation, which from his side will also
Dutch transcription
691 Samarang den 9:e December A„o 1784, en gunstige dispositie verbeiden, en naeme mij ove„ rigens met diep ontzag Eerbied en submissie /:onder„ stond / Titul /Lager/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en zeer trouwschuldige dienaer /:was geteekent:/ J=o Siberg, /:in margine stond/ / Samarang den 9=e December A„o 1784/. / Accordeert Wm Kerkman pag: 123. Tes Copia Afgaande Sieriek Puielfr: van N: 1784: 683 voorstelling om weder een at ok amp:n Jamnanca aantelegge; Aan zijn Hoog Edelheid. Den HoogEdel Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere M:r Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal Nevens. De WelEdl etenge heeren Raaden van Nnederlands Jnbil H:. V. . Hoog Edel Groot Agtbaar Heer. Wel Edele Gestrenge Heeren. Alzo uw Hoog Edelheedens mij hebben gelieven te demandeeren bij Hoogst: derzelve aparte inrigting de dato 4: dezer /:dog die mij eerst op den 14: daar aan geworden is:/ om zijne Hoogheid op eene bescheiden wijze voortedraagen de groote noodzakelijkheid, om ter weiring van kon„ „kelarije, en anders inbreuk door vreemde Eeuropeen; op Samanca, weder aldaar te Etablisseeren een zodanige Post; die niet alleen aan dat zo heijlzaam oogmerk voldoet, maar ook wijnig omslag en kosten d'E: Comp:e zoude toebrengen, te meer alzoo de aankomst aldaar van een Engelsch schip, om de Lampongder van hun pligt af te trekken; genoegzaam doet voorzien dat zoortgelijke Een en vies nootzakelijk Jonge betrus albertus te laten vernieuwen zoortgelijke onderneemingen meerder zullen bewerkstelligd wor„ „den; en zij lieden eijndelijk op aanneemelijk voorwaardens tot nadeel van den vorst en d'E: Comp:e ook tot hun bederft, aan hunne gehoudenis zullen mankeeren; teffens om uw Hoog „ Edelheedens te suppediteeren mijne consideratie of de oude Cost met een besetting van een zergeant en Twaalff man daar toe weder zoude kunnen werden ingerigt, dan wel off daar toe nodig zijn zoude dat men zig bepaalden tot de Extruc„ „tie van een nieuwe uijtkijk op een ander plaats daar om streeks; Eens deels om alle gedoentens, zo wel aan de zee als land zijde te kunnen onderscheppen, als om door de wabij„ „heid der Post zo spoedig niet aan eene nadere invasie te zijn g'Exponeerd; dan ofschoon ik den vorst dit nootzakelijke in de verstaanbaarste bewoording hebbe voorgesteld, en waar op zijn Hoogheid niet alleen groote reflectie slaat, maar ook met uw Hoog Edelheedens van Consent is; dat daar in met den eerste werde voorzien; zoo moet ik nogthans tot mijn Leet bekennen, dat ik als de gesteldheid van die bogt niet gron„ „dig bekent, mijne aanmerking dientweegen Eenlijk moet 's konings gevoelen daar Conformeeren; aan de voorhouding die den Koning nevens zij„ „ne hoofden mij wegens dat district suppediteeren, en ik over zulx verpligt ben uw Hoog Edelheedens het volgende andwoord als uijt beijder monde in Eerbiedige rescriptie moet stellen, Dat 't zeedert de aanlegging der Post te Samanca er geene van beeter legging is konnen uijtgedagt worden om 'sComp:s zeet aldaar te vestigen, zo om de smokkelaar tot hindernis, als om in vreedens tijde de Peeper Cultuure in zijn insaam Propositie om 't Corto de en vervoet tot voordeel te zijn; en over zulx den koning /(:na onderwerping evenwel aan wijzer en voorzigtiger door zigt:/ van gevoelen is; en waar in door zijne aldaar bescheijden Hoofden „heid over Red 605 te laten aanleggen; ordren ter vernieuwing van dat fort Propositie om den sergeant van tijd tot tijd te laten ver„ Redenen waar om Hoofden word geconsenteerd, dat het oude Fort de Jonge be„ „trus Albertus weder hernieuwt ende in stand gebragt wer„ „de, en daar in weder gelegt die bezetting die uw Hoog Edel„ „heedens gelieven voor te schreijven, dog waar bij ik teffens ootmoedig verzoeke te mogen voegen Een soldaat aan de pen„ onder Correctie van den sergiant, om van alle voorvallen een distinct verslag te kunnen erlangen, dat aan een militair als het schreyven ongewoon, bezwaarlijk valt; en om 't fort en de kost daar als bevorens weder van dato zelve geschut te voorzien het geen bij zijn ver„ „lating herwaarts gebragt, en alhier ten eenemale on„ „nodig is, om bij een onverhoopt voorval daar van te konnen gebruijk maken, ook om daar te mogen bij voegen 't gunt tot 't zelve vereijscht word. Jn vertrouwen dat uw Hoog Edelheedens deeze voor„ s konings afgezondene „ stellen wel zullen gelieven te amplecteeren, heeft den vorst al aanstonds de nodige ordre gesteld om het vernielde Port De Jonge Petrus Albertus voor eige Reekeningen te laten vernieu„ „wen en in vorige stand te brengen, het geen hij hoopt als een blijk van welmenendheid tot d'E Comp:e zal mogen aange„ „nomen worden, onder verzeekering dat binnen een maand alles in zodanige gesteldheid zal zijn gebragt dat de ge„ „projecteerde militeiren zullen konnen overvaaren; en na verEijsch aldaar Logeeren; dan evenwel /:onder Correctie:/ zoude ik, ook den vorst van gevoelen zijn, dat den zergeant van tijd tot tijd op het onverwagts door een ander wierden vervangen, om de konkelarij met den Jnlander, die zijn Hoog„ „heid niet vertrouwen kan, daar door te stremmen en be„ „letten; alzo volgens voorgeeve van Hoogst dezelve, meerma„ „len ondervonden is, dat onder zoortgelijke gedoentens van zijn onderdanen ook den Eeuopeen handdadig was, en dus dat deeze verwisseling, die ook van zijne zijde zal wor„ truc„ als bij„ te akelijke en waar ook met den Leet ga moet zij en ptie nde ik er geene p als et „vangen, na t:/ den i in ie
English
Request for approval to be provided with the alongside mentioned goods. The letter of the 28th of this month shall be taken into account; the measure would operate to put an end to all illicit trade at once; in order for this proposal to obtain its speedy conclusion, I hope that your High Noble Lordships will be pleased to provide me with Your Highest Esteemed Orders as soon as possible. Request of the king for 24 pieces of metal or iron two-pounders on their carriages. Humbly the king is also requesting to be provided with 24 pieces of metal or iron two-pounders on their carriages, for the provision of his three heavy vessels which will be in order one of these days, whether on loan, subject to return, or on credit account, as your High Noble Lordships may see fit, in order to be able to make speedy use of the same against the sea pirates, with which convenience you will particularly oblige His Highness. I have the honor to remain with all high esteem and due respect, was written below, F: O: your High Noble Lordships' humble and very obedient servant, was signed, W: C: Engert, in the margin, Bantam the 24th of May, Anno 1784. To the same as before. Receipt of Her High Noblenesses' honored separate letters of the 28th ultimo and 3rd of this month. Having safely received this morning your High Noble Lordships' honored separate letters of the 28th ultimo and 3rd of this month, I note with pleasure that Your Highest Selves have been pleased to embrace my proposal made to re-establish on Samancca the abandoned and demolished post de Jonge Petrus Albertus, and for the restoration of which His Highness is having work done with all vigor for his own account, in order to properly occupy a garrison there within a short time, I have therefore accepted the prince's offer for this restoration on behalf of your High Noble Lordships, with the most heartfelt expressions of thanks and pleasure at His Highness's goodwill toward the Honorable Company, expecting in due time to learn how your High Noble Lordships will be pleased to regulate its garrison as well as the further requests concerning it. The prince's displayed affection. The prince's longing for the mentioned. Receipt of the alongside promised 24 pieces of iron cannons of 2 lb. The Sultan looks forward with pleasure to the alongside promised 24 pieces of iron cannons of 2 lb wherewith Your Highest Selves are pleased to accommodate him on loan, in order thereby to be able promptly to make use of his vessels put in order against the sea pirates. The tin blocks being here sent with the ship. The 1860 tin blocks salvaged from the Palembang vessel of the Juragan Dul Wait and stored in our warehouses, I shall, in accordance with the high order of your High Noble Lordships, discharge into the ship de Vrouwe Cornelia Hillegonda lying here taking on cargo, in order to be transported to Your Highest Selves. Having nothing particular to report, I have the honor to remain with all high esteem and deepest due respect, was written below, P:O: your High Noble Lordships' humble and very obedient servant, was signed, W: C: Engert, in the margin, Bantam the 5th of July 1784. To the same as before. With the humble submission of the accompanying clearance letter of the ship De Ceres, being located in the Sunda Strait and coming from Porto Gale, aboard which, according to the statement of the postholder of Anjer, is the Right Honorable Mr. A. de Leij, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, I also take the liberty humbly to thank your High Noble Lordships for the granted short pleasure trip, and of which favorable consent I hope to make use on the coming Saturday without any detriment to the said office. Dispatch of a clearance letter. Arrival of the Honorable Mr. De Leij. Expression of thanks for the granted short pleasure trip. I have the honor to be with all high esteem and due respect, was written below, F: O: your High Noble Lordships' humble and obedient servant, was signed, W: Engert, in the margin, Bantam the 14th of July 1784. Noordceat Elkaap Saisa Nagozie Anno Domini H: De Beaufort Copy of letters for the Netherlands. Secret Communication of the death of the Regent. To His High Nobleness, The High Noble Great Right Honorable Wide-Ruling Lord, Master Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honorable Gentlemen, Councillors of the Netherlands Indies, Anno 1784. High Noble Great Right Honorable Lord! And Right Honorable Gentlemen! On the 28th of this month at night at half past two, having passed away here at the advanced age of over seventy years, the regent the Pangerang Diepa Nagara, who was attached to the Honorable Company in all capacities, I have the honor in the prince's name to communicate this poignant loss to your High Noble Lordships and to assure that in the election of another he constantly keeps in mind someone who equals the deceased in his qualities, wherefore he takes the respectful liberty of proposing to your High Noble Lordships for approval and favorable appointment to this vacant office, the Raden Aria Wignia Teraatja, from whom he can and may expect that the Company's as well as his own interests will be attended to with all cordiality; your High Noble Lordships will particularly oblige His Highness with this gift. Nomination of the Raden Aria. I have the honor to remain with deep respect and all high esteem, was written below, F: O: was signed, W: C: Engert, in the margin, Bantam the 30th of November 1784. To the same as before. Deemed unnecessary to send a soldier to the one to Lampong Samanca. In reply to the separate letter of your High Noble Lordships dated the 22nd of October ultimo, I have the honor to reply in all humility that since Your Highest Selves deem it unnecessary among the garrisons who for the re-establishment of the
Dutch transcription
verzoek om approtbatie met de nevens gem: goede„ „ren te werden voorzien „heedens Brieff van den 28:' zal in agt genoomen worden, het middel zoude oppereeren om alle morshandel in eens den bodem in te slaan, om dit voorstel zijn spoedig beslag te doen erlangen, verhoope ik dat uw Hoog Edelheedens mij met Hoogst derzelve g'Eerde Beveele; zo dra mogelijk zullen gelie„ „ven te nuinieeren. ootmoedig is teffens den koning verzoekende om met Verzoek van de koning om 24. p:s metaal of ijzere twee ponders op hunne Rampaarden, ter verstrekking van zijne Eerstdaags in ordre zijnde Drie zwaare vaartuijgen, te werden voorzien, het zij ter leen, onder te rug gaven, dan wel op schuld reekening, zo als uw Hoog„ „ Edelheedens zulx mogen goedvinden, ten Einde van dezelve een spoedig gebruijk te konnen maken, tegens den zeekover met welk gerief Hoogst denzelven hem bijzonder zul„ „len verpligten, Jk hebbe de Eere met alle Hoogagting en verschul„ „digde Eerbied te verblijven, /:onder stond :/ F: O: uw Hoog Edelheedens onserdanige in zeer gehoorzamen Dienaar /:was geteekend:/ W: C: Engert, /:in mar„ „gine:/ Bantam den 24:e Maij Ao 1784. Aan als vooren Heeden morgen bij mij wel ontvangen zijnde uw Hoog Edelheedens ontvangst Haar HoogEdel„ gevenereerde aparten schreijven van den 28:' passato; en 3. deser, zoo beoogen ik tot genoegen dat Hoogst dezelve wel hebben gelieven te amplecteeren mijn gedaan voorstel om op Samancca te retablisceeren, de verla„ „ten en gedemoljeerde Post - de Jonge Petrus albertus, en tots welkers in standbrenging zijn voogheid voor Eigen Reekening met alle kragt laat aerlijden, om binnen korte daar een besetting behoorlijk C: 607 Svorsten getoorlde genegend 's vorsten verlangen tot den gemelde de hier zijnde schuijtjes „zonden werden overzending eener verphij Brieff komst van den Edele Gest: Heer De Leij 'sComp:s dan beteiging over behoorlijk te werden g'ocupeerd, ik hebbe over zulx s vorsten aanbieding tot deeze herstelling van weegens uw Hoog Ed:s g'eac„ cepteerd, onder de hartelijkste dankbetuijging van genoegen over zijn Hoogheids welmeenendheid voor d: E: Comp:e verwag „tende ik in er tijd te mogen verneemen hoedanig uw Hoog Edelhee„ „dens dies bezetting ook het verdere verzogte dientweegen zullen gelieven te reguleeren. Den sulthan ziet met vermaak te gemoed de daar ne„ ontvangst van 't nevens „vens beloofde 24: p:s ijzere Canons van 2: lb: waar meede Hoogst dezelve hem ter leen gelieven te gerieven, om daar door spoedig in staat te zijn van zijne in ordre gebragte vaartuijgen tegens de zeer over te kunnen gebruijk maken; De 1860: schuijtjes thin geborgen uijt het Palembangs vaar„ hien zal met 't schep gen„tuijg van den Iurragan Dul wait en in onze Pakhuijsen opgeslagen zal ik ingevolge de hooge ordre uwer Hoog Edel„ „heedens afladen in het alhier in lading zeggende schip de vrou„ „we Cornelia Hillegonda, om tot hoogst dezelve te wer„ „den overgebragt. Niets bijzonders te bedeelen hebbende, zo hebbe ik de Eere met alle hoogagting en diepschuldige Eerbied te ver„ „blijven. /:onder stond/ P:O: uw Hoog Edelheedens onderdanige en zeer gehoorsamen Dienaar /:was geteekend:/ W: C: Engert, /:in margine:/ Bantam den 5: Julij 1784. — Aan als Vooren. Onder nedrige aanbieding der nevens gaande verprij Brieff van het in straat zunda zig bevindend, en van P:o Gale komend schip Deceeres, waar op volgens voor„ „geeven van den Posthouler van anjak zig is bevindende den welEd: Gestrenge Heer A: de Leijf Raad Extra ordinair n „heed ve ve heedens. oogen eren „ g dankbetuijging voor 't g'accordeerde spring„ „togtje ordinair van Nederlands Jndia, zo neem ik teffens de vrijheid uuw Hoog Edelheedens ootmoedig te bedanken voor het geaccordeert Springtogtje; en van welk gunstig consent ik buijten eenig nadeel van dito comptoir op aanstaande za„ „turdag hope gebruijk te maaken. Ik hebbe de Eer met alle Hoogagtinge verschuldig„ „de Eerbied te zijn. /:onder stond:/ F: O: uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsamen Dienaar /:was geteekend :/ W: bingert /:in margine:/ Bantam den 14: Julij 1784. — Ncordecat Elkaap Saisa Nagozie A=nm H: De Beaufort Copia Brieven voor Nederland! Secret ij 699 693 Communicatie van het dek. Aan zijn hoog Edelheid. Den Hoog Edel Groot Agtbiage Wijdgebiedende Heere M:r Willem Aknold Alting S Gouverneur Generaal Nevens De WelEdele Gestreng Heeren Raaden van Nederland Jndia A= 17 Hoog Edel Groot Agtbaar Heer! En WelEdele Gestrenge Heeren Op den 28:' deeber de Nagts om halff drie uuren overlijden van Rijxbestier in de hoog ouderdom van ruijm zeventig Iaaren alhier overleedene zijnde den braadijen dEcomp: in alle hoedanigheeden toegedaane Rijxbestierder den Pangerang Diepa Nagara, zo heb ik d'Eer uw hoog O voordragt van den Raden aria. onnodigagting om een soldaat aan de Een na Lamp: Samanca te zenden, hoog Edelheedens uijt 't vorsten naam dit door treffend Verlies te communiseeren en te verzekeren dat bij de verkiezing dan een ander hij steets in 't ooghoud een zodanige die den overleedene in zijne geaant„ „heeden evenhart waarom hij de Eerbiedige vrijheid neemt, uw hoog Edelheedens ter approbatie en gunstige aanstelling in deeze vacante waardig„ „heid; voorte draagen den Radeeng Ahia Wignia Teraatja, van wien hij kan ook mag derwagten dat 'scompagnies ook zijn belangen met alle harte„ „lijkheid zal waargenomen worden, uw hoog Edelheedens zullen zijn hoogheid met dit ge„ „schenk bijzonder verpligten Ik hebbeere met diepe Eerbied en alle hoog agting te verblijven /:onderstond:/ F: O: /: was gatee„ „kend:/ W: C: Engert /:in margine:/ Bantam den 30:' November 1784: Aan als Voorn Op het apart schrijven uwer hoog Edelheedens de docto 22:e october passato, heb ik de Eer in alle ootmoed te repliceeren, dat daar hoogst dezelve onnodig agten om: bij de bezettelingen die voor de restabliering den 12. sch
English
Reasons why 12 men who can write a little have been proposed for Lampong Samanca, to add a soldier of the pen, and this under the assumption that among those soldiers one will always be found who can serve the postholder there, which is all the more agreeable to me so as not to be constantly bothered by needless correspondence, whereby I would also be placed under the obligation; Whenever, through a crafty pen, all sorts of trivial matters that could be settled by the sergeant and the king's regents might be brought to my knowledge in an exaggerated manner and often contrary to the truth, to likewise have to impart such in a detailed manner to Your Right Honourables and request redress, which afterward upon chief inquiry was found to be a fragile vanity, requesting therefore only that among the 12 privates whom I hope Your Right Honourables will be able to assign to me for that garrison, there may be found at least one who is halfway capable of imparting the occurrences to me, in order to take the necessary measures accordingly; Approval to lay it out, the king's pleasure regarding the restoration of the old post Request for an assistant surgeon or third mate Since Your Right Honourables are pleased to equate the difficulty of the post on the old footing, a six-month rotation of the stationed men there, with the trouble that is to be feared from a permanent stay among the natives, and thereby prefer to leave it on the old footing, I submit myself in this regard in all humility to the far more discerning judgment of Your Right Honourables; Your High Honourables may rest fully assured of the prince's joy at the restoration of this post, which he is eagerly anticipating, and that on his part such supervision will also be arranged as may be beneficial in all respects. The previously projected 12 European privates for Lampong Samanca under a sergeant and corporal is sufficient to have the fort De Jonge Petrus Albertus garrisoned anew, without it being necessary to add any natives alongside them, since Your Right Honourables desire to remain there without great expense; Likewise for a suitable vessel to transport the garrison. Conclusion. An assistant or third surgeon seems to me also to be necessary among those men in case of undoubted accidents, and who cannot be supplied from here; therefore, upon the sending over of the garrison, I humbly request that such a person may also be granted to me, with a medicine chest or so-called travelling medicine kit, while the remainder needed for that restoration can be supplied from the administration here; For my own peace of mind regarding the transport thither of that garrison and what is needed for it, I respectfully request Your Right Honourables that a well-equipped lighter may be assigned to me from the capital for that occasion, in order, combined with our vessel De Ooievaar, above all to undertake a proper passage in this stormy season; Hoping Your Right Honourables will be pleased to approve this, I have the honour to remain with all respectful high esteem, below stood: Your Obedient, was signed: W: C: Engert, in the margin: Bantam Examined S: Huise 9th December Anno 1784 Bantam C: Elkamp Agrees
Dutch transcription
701 redenen waarom 12. man die iets kan schreijven, van Lampong Samanca geprojecteerd zijn, te voegen een soldaat aan de pen, ende zulx in de veronderstelling dat onder die militie altoos wel eene zal gevonden worden die daar in den sosthouder ten dienste zijn kan, zulx mij des tegevalliger is om niet bestendig geobru„ „eerd te worden door noodeloosen Corespondentie, waar door ik teffens in de verpligting zoude werde gebragt; Wanneer mij door een smeedige pen aller hande geringheeden, die door den sergiant en konings regenten konnen afgedaan worden op een uijtgemeete wijzen en dikwils buijten waarheid ter kennisse gebragt wierd zulx meede op een omstandige wijzen aan uw hoog Edelheedens te moeten bedeelen en redres, verzoeken, dat naderhand na hoofd„ verzoek omen onder de breekens ijdelheid bevonden wierd, verzoekende over zulx eenlijk dat onder de 12: gemeenen die ik hoope door uw hoog Edelheedens mij tot die be„ „zetting zullen kunnen bij gezet worden zig maar eene wag bevindenden ten halve in staat is mij de voorvallen te kunnen bedeelen om daar na de nodige mesures te neemen; goedvinding onL: dij aan te leggen, 't konings genoegen over de herstelling van de oude Post verzoek om een onder„ „opia off derde meester Daar uw hoog Edelheedens de zewarigheid van bost op de oude voet een ses maandige verwisseling der gepasteerde manschaap aldaar gelieven gelijk te stellen aan de zoukalarij die door een bestendig ver„ blijk bij den Inlander te vreesen is, en daar door prefereeren zulx op den ouden voet te la„ „ten zo onderwerpen ik mij desweegens in alle ootmoed aan het veel doortziender oordeel uwer hoog Edelheedens; Hoogst dezelve konnen zig ten volle ver„ „zeekerd houde met sorsten vrugde in de verstelling van deeze port, waar na hij rijkhalsen„ „de is en dat van zijne zijde teffens een zodanig toezigt zal werden bepaald als ten aanzien van aller, heilbaan zijn ken De bevoorens geprojecteerde 12 gemeene voor Lamp: saman „ Eeu ropeesen onder een zergiant en Corpo„ „raal is suffficieer ende om het fort de Ionge Petrus Albertus op nieuw te laten betrekken, zonder dat nog noodig is nevens dezelve eenig Inlanders te voe„ „gen, door dien uw Hoog Edelheedens begee„ „ren aldaar buijten grooten omslag„ „ten blijven; Een „ca; 703 so mede om een be „quaam vaartuijg om de besetting te transporteeren slot En onder of derde chirurgijn komt mij voor„ bij die manschaap meede nodig te zijn bij ontwijffelbaare toevallen, en die van hier niet kan bij gezet worden, over zulx bij over„ zending van de bezettingen ik ootmoedig verzoeke teffens mij een zodanige mag gewor„ „den, met een medicijn kisje of zoo ge„ „naamd Laapdoosje terwijl het overige tot dien herstelling benodigt uijt de admini„ „stratie alhier kan werden voldaan; Tot eigen gerustheid in het Transport der waart van die bezetting en het daar toe benodigde zo verzoeke ik uw Hoog Edelheedens, Eerbiedig, dat mij van de hoofdplaats, voor dat maal mag werden toegevoegt Een 9. ' Equipeerde Ligter ten einde gecombi„ „neerd met onzen pooth de Oijesaar voor all en dit onstuijmigen Jaar gelij deegen overtogt te onderneemen; In hoope uw Hoog Edelheedens, dit een en ander zullen gelieven teagrieren, heb ik de Eer met alle Eerbiedig hoog agting te verblijven /:onderstond:/ V:O:: /:was geteekend:/ W: C: Engert /:in margine:/ Bant: „ geusladijsq Nagezien S: Huife 9=e xber: A:o 1784 Bantem C: elkamp Accordeert