Inventory 3705
Japan · 294 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
9 73 2 3 1 1 Second part Secret Incoming Letterbook and some Appendices Sent over 1786 Copy No. 2 Secret Advises 8vo Patria Anno 1785 from No. 2 Secret Advises Ternaten Patria Anno 17835 Concerning Copy of His High Nobility Far-Ruling Lord Arnold Alting Governor General together with Strict Lords of Dutch India Right Honorable Valiant Secret very Generous Lord Strict Lords having turned my thoughts to the obtained approval be put to make English Secret the efforts that the Secret Batavia To His High Nobility The High Noble, Strict, Grand Honorable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General together with Honorable Strict Lords Councillors of Dutch India The High Noble, Strict, Grand Honorable, Valiant Most Wise, Provident, Discreet, very Generous Lord Honorable Strict Lords Having turned my thoughts to the best means that, upon obtained approval, can be put into effect to render infructuous the efforts that the English and Batavia To His High Nobility The High Noble, Strict, Grand Honorable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General together with Honorable Strict Lords The Councillors of Dutch India High Noble, Strict, Grand Honorable, Valiant Most Wise, Provident, Discreet, very Generous Lord Honorable Strict Lords Having turned my thoughts to the best means that, upon obtained approval, can be put into effect to render infructuous the efforts that the Secret English 2 and Secret To His High Nobility The High Noble, Strict, Grand Honorable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General together with Honorable Strict Lords Councillors of Dutch India The High Noble, Strict, Grand Honorable, Valiant Most Wise, Provident, Discreet, very Generous Lord Honorable Strict Lords Having turned my thoughts to the best means that, upon obtained approval, can be put into effect to render infructuous the efforts that the Batavia English and English will without doubt employ to turn to their advantage the unhindered navigation in the eastern seas granted here by Article 6 of the preliminary peace treaty signed on 2 September 1783, and to cause damage to the Company in its exclusive spice trade; so, with deep submission to the wiser judgment of Your High Nobilities, no more efficacious means has occurred to me in this matter than that the work of Extirpation be resumed immediately and continued with greater vigor than ever happened before. That, furthermore, in order to disgust the Briton with the aforementioned navigation, all the goods that he brings for trade and with which people here are provided on behalf of the Company, for as long as this shall be necessary, or during the time in which he still navigates the eastern seas, be relinquished at lower prices than those for which he wishes to bargain; without exception, even if firearms, powder, and lead, which I imagine our competitors will bring in abundance for the convenience of the native, had to be sold at cost price. That the chiefs, both here and at the respective Outposts, contenting themselves with showing the English the outward civilities upon their appearance, never engage themselves directly or indirectly in any trade with that nation, and may look down their noses at those of their subordinates who come to conduct trade with the same. For the execution of the first of my means proposed above in all reverence, which have appeared to me to be the best and most practicable to make the navigation of the English in these quarters infructuous, the necessary preparations are being made, and I shall keep my attention fixed on this momentous matter in such a manner that the same is carried into execution with the greatest fidelity and vigilance, first of all in such places where it can take place without noticeable danger in this Government, which is still faltering from native troubles. Competitors I I have proposed my second means to disgust our enemies, who upon the ratification of the preliminary peace treaty have presumably already turned into friends, with their permitted navigation in the eastern seas, however onerous and of whatever dangerous appearance with respect to the native it comes to present itself, with all the less apprehension because in matters of trade it is an established fact that he who cannot compete in the market against another must indeed refrain from bringing his merchandise for sale, and also because I do not doubt at all that the English, abusing the liberty granted to them, will provide the native under this jurisdiction, as they have done in former times, with all kinds of weaponry and in great abundance. But, since one cannot proceed to the execution of this last means without prior authorization obtained, this will also be superseded here until such time as one shall be furnished with the venerated orders of Your High Nobilities. The third and last means would, according to my humble opinion, also be very serviceable to deprive the English of the advantages that they may have promised themselves from their navigation to the eastern seas, and could be undertaken with all circumspection by removing those who came to trade with the English, and merely making them feel from afar that this happens for no other reason. Yet I think, even if by the unhindered navigation of the English to the eastern seas it were ever to be understood that they had obtained the liberty to conduct trade in spices unhindered, that I can assure Your High Nobilities, in so far as this Province is concerned, that the Moluccan kings will never permit their subjects to engage in any trade of that kind with the English or other foreign nations, especially The not
Dutch transcription
9 73 2 3 1 1 „ Tweeden deel Secreet Inkomend Briefboek en eenige Bylagen Overgekomen 1786 Copia No. 2 Secreete Advisen 8r0 Patria Anno 1785. van No. 2 Secreete Advisen Ternaten Patria Anno 17835. Pto Copia van Hoog Edelheid 2Wijdgebiedenden Heer nold Alting. neur Generaal benevens strenge Heeren van Neederlands India gt Achtbaren Manhafte creete zeer Genereuse Heer, nge Heeren. je laaten Gaan over de erlangde goedkeuring worden gesteld om in Engelsche Secreet de pogingen die de Secreet Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Wijdgebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India De Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Manhafte welwijze voorzienige Discreete zeer Genereuse Heer WelEdele Gestrenge Heeren Mijne gedagten hebbende laaten Gaan over de beste middelen die op erlangde goedkeuring in het werk konnen worden gesteld om in fractieeus te maaken de pogingen die de Engelsche en Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Wijdgebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens WelEdele Gestrenge Heeren De Raaden van Neederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Manhafte welwijze voorzienige Discreete zeer Genereuse Heer WelEdele Gestrenge Heeren Mijne gedagten hebbende laaten Gaan over de beste middelen die op erlangde goedkeuring in het werk konnen worden gesteld om in fractieeus te maaken de pogingen die de Secreet Engelsche 2 en Secreet Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Wijdgebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India De Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Manhafte welwijze voorzienige Discreete zeer Genereuse Heer, WelEdele Gestrenge Heeren Mijne gedagten hebbende laaten Gaan over de beste middelen die op erlangde goedkeuring in het werk konnen worden gesteld om in fractieeus te maaken de pogingen die de Batavia Engelsche en Engelsche buijten twijfel zullen aanwenden om de hier bij het 6 Art„l der op den 2: septb: 1783 geteekende vreedes praeliminairen toegestane onbelom„ „merde vaart in de oostersche zein ten nutte te doen gedeijen en der Comp:e in haren prevative specerij handel afbreuke te doen; zoo is mij met diepe onderwerping aan het wijzer oordeel van uwe Hoog Edelheeden in deezen geen efficalieuser middel te vooren gekomen dan dat het werk der Extirpatie al aanstonds hervat en met meerder viguur dan ooit bevorens geschied is, voortgezet worden. Dat wijders om den Brit van opgemelde vaart te degouteeren, alle de artikelen die hij ten handel aangebrengt en waarvan men hier Comp:s wege voorzien z## is voor zoo lange zulks nodig weezen zal, of geduurende de tijd, waarop hij de oostersche zien nog be„ vaart tegen mindere prijsen, dan waar over hij bedingen wil, worden afgestaan; zonder uitzondering, al moesten ook geweeren Kruid en Lood die ik mij verbeele dat onze competiteuren tot geriep van den Inlander in meenigte zullen aanbrengen, tegens inkoops prijs verkogt worden. Dat de hoofden zoo hier als op de respective Buiten Comptoiren, zig vergenoegende met de uiterlijke aan de Engelschen, op verschijn te be„ wijsen ceviliteiten hen zelven nimmer met die natie direct of indirect, in laten in eenige han¬ „del en met den nek mogen aanzien zulken hunner onderhorigen, die Negotie met dezelve komen te drijven: Tot de bewerkstelliging van het eerste mijner hier boven in allen eerbied voorgestelde middelen als mij best en practicabelst voorgekomen zijn om de vaart der Engelschen in deze quartie„ „ren infractieeus te maken, worden de nodige toe bereidselen gemaakt en ik zal mijne attentie op dit gewigtig stuk soodanig geves„ tigd houden dat het zelve met de meeste getrouheid en vigilantie ter uitvoor gebragt word op zulke plaatsen voor eerst waar het in dit nog van Inlandsche troubelen ge„ falterd Gouvernement sonder merkelijk de vaar geschieden kan. Competiteuren Ik Bjk heb mijn tweede middel om onze op de ratificatie der vreedes praeliminairen denkelijk al in vrienden verkeerde vijanden van de hun toegestane vaart in de oostersche ziën te de„ gouteeren, hoe onereus en van welken gevaar „lijken aanschouw met aspect tot den Inlander zig het zelve koomt op te doen, met te minder beschroomdheid voorgesteld dewijl het in stuk van handel een uit geweesen zaak is dat hij die tegen een ander niet markten kan wel afsien moet van sijne handel wharen te koop aantebrengen en ook om dat ik gansch niet twijfel of de Engelschen zullen, van de hun toegestane vrijheid mis„ bruik makende den Inlander onder dit ressort gelijk zij eertijds gedaan hebben van allerhande wapentuig en in grote ruim te voorzien Dan, daar met tot de bewerk „stelliging van dit laatste middel niet treeden kan buiten vooraf bekomen quali„ „ficatie, zoo zal hier meede gesupereedeerd worden tot zoo lange men met de gevene„ reerde ordres van uwe Hoog Edelheeden zal weesen gemunierd Het derde op laatste middel ware naar mijn gering oordeel meede zeer dienstig om den Engelschen te beneemen de voordeelen die zij zig uit hunne vaart naar de oostersche zeën mogen beloovd hebben en kon met alle omzigtigheid ter hand genomen worden met de zulken die handel met de Engelschen kwamen te drijven te verwijderen en deesen slegts van verre te doen gevoelen dat zulx om geen andere reeden geschied Dog ik meen, bij aldien met de onbe„ lemmerde vaart der Engelschen naar de oostersche zeën, al eens verstaan moest worden dat zij de vrijheid verkregen had„ den om onverhinderd handel in specerijen te drijven, uwe Hoog Edelheeden voor zoo verre deze Provintie betreft te konnen verseekeren dat de Moluksche koningen aan hunne onderdanen nimmer zullen toestaan dat zig met Engelschen op andere vreemde natien in eenige handel van dien dard komen in te laaten voor al Het niet
English
not if Your High Excellencies should proceed to an increased allowance of recognition monies to the first-mentioned. Furthermore, I believe that the fortifications everywhere must be brought into and maintained in good condition, and that the possessions situated within them should be brought to full strength and kept manned with European troops, while the roving unrest with the Magindanauers and other native nations in these quarters, even if the dignity of the Company were not fully maintained thereby, ought to be settled immediately and removed out of the way, in order to deprive the English of the opportunity to fish in troubled waters. I hope hereby to have complied with the very laudable intention of Your High Excellencies, and after having further assured the very same that whatever was additionally pleased to be prescribed for observation in the respected Circular of the 3rd December 1784 shall be most obediently followed, I profess with sentiments of deep respect and submission to be, Agrees. was written below: High Noble, Right Honorable, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Noble Honorable Lords; lower: of Your High Excellencies the very humble and faithful servant; was signed: Alex.r Cornabé. In the margin: Ternate in the Castle Orange, the 1st April 1785. Mer. Corneelii. Secret To the High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, together with the Noble Honorable Lords, Councilors of Dutch India, High Noble, Right Honorable, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Noble Honorable Lords, Having complied on the 1st April of the current year with Your High Excellencies' very revered order given by circular of the 3rd December 1784 regarding the secret correspondence to be entered into with the Lord Chief Rulers in the neighboring governments about the free navigation to the Eastern seas granted to the English in the peace preliminaries, and the means to render this navigation fruitless for our enemies who have once again turned into competitors; the thoughts of the aforementioned Governors on this weighty subject were subsequently communicated to me. But since the opportunity has not presented itself during the still rather contrary or southerly monsoon to communicate to Their Honors my remarks made thereon, and understanding that Your High Excellencies desire to be informed at the first opportunity of the reasons that cause each Chief Ruler to dissent from the considerations communicated to him, I shall further, with the pleasure of the very same, leaving to the judgment of Your High Excellencies the differing sentiments of the outgoing and incoming Governors of Ambon concerning my merely ventured proposal to supply the Company's subordinate natives from the Company's stock when, upon the unpleasant appearance of the British in these quarters, they offer muskets, powder, and lead for sale, remark upon the considerations communicated to me from Ambon, Banda, and Macassar with the gentlemen Van Pleuren and De Bock, that the currently so very ruined state of the Company and the so highly risen burdens of the Eastern Governments render the cruising proposed by Their Honors to certain necessarily regularly planted spice districts virtually impracticable; and since Their Honors then make the proposal that the native in spice-yielding districts be forbidden, on pain of death, from sailing alongside foreign ships or vessels, or conducting correspondence, or accepting boats, yawls, or other small craft of foreigners before or at their beaches, this appears to me, instead of the costly and, due to lack of men and vessels, at this time impracticable cruising, to be a very suitable and, if enforced, equally good means to counteract the illicit trade in the aforementioned article. Thus, I take the liberty of recommending this as a means also very serviceable, in my opinion, for the Moluccas. Likewise, not being of a differing opinion from Mr. Reijke regarding his considerations received by me from Macassar in copy, I cannot agree with the opinion expressed by the Governor of Banda, Mr. Seidelman, that the repeatedly mentioned ceded free navigation to the Great East must be understood namely as only the free, unimpeded passage in case of necessity, which should reassure us that the English, now not touching at any other places outside the main trading post, will also not attempt to conduct trade with the native. If the sovereign had intended nothing else by that concession, it would be an excessive naivety on our part to think of the savages of Europe, who never keep measure or rule in anything they do, that they would not make the true use of that free transit as they expressed in their Parliament in London, and strike at the main artery of the Company's spice trade according to their true intention, just as it has been their aim at all times to inflict damage upon her in this principal branch of trade. This is only too well known, and there are so many pieces of evidence at hand that they have incited the native subject to the Company's obedience against her, that one may openly accuse them of it. Your High Excellencies think so favorably and do not wish, I believe, that one should think so favorably of the English. Understanding this, immediately after the receipt of Your High Excellencies' letters brought by the ship 't Huis te Krooswijk, namely on the 10th March of the current year, I wrote to Manado, Gorontalo, and Kwandang, as well as to the Commandant at Bacan, that they there, whatever might be understood by the unrestricted navigation to these quarters, had to see to it on the one hand that this free navigation was not impeded,
Dutch transcription
niet wanneer uwe Hoog Edelheeden mogten overgaan tot een meerdere toelaag van recognitie pennin„ gen aan Eerstgem: Voorts meen ik dat de fortificatien alomme in goede staat moeten werden gebragt en onder„ houden mitsgaders met Europeese troupen voltallig gemaakt en gehouden worden de daar binnen leggende bezittingen terwijl de zwer„ vende onlusten met de Magindanauers en andere Inlandsche natien in deze quartieren of schoon de waardigheid van de Comp: daar bij niet ten volle in het oog gehouden wierd al aanstonds dienen bij gelegd en uit den weg geruimd te worden om den Engelschen de gelegenheid te beneemen van in troubel water te visschen. Vyk hoop hiermeede aan de seer louable v intentie van uwe Hoog Edelheeden te hebben voldaan en naar hoogst de selven nog ver¬ seekerd te hebben dat het geene verder bij gerespecteerde Circulaire van den 3: Dec: 1784. ter observantie hebben gelieven aanteschrijven gehoorsaamst sal agter volgd worden betuig ik met de gevoelens van diepe eerbied Accordeert en submissie te zijn /:onderstond) Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Manhafte welwijse voorsie„ „nige Discreete zeer genereuse Heer en welEdele Gestrenge Heeren /lager) van uwe Hoog Edelheden de zeer oodmoedig en getrouwe Dienaar /was geteekend:) Alex„r Cornabé (inmargine) Ternaten in't Kasteel orange den 1: April 1785. Mer: Corneelii Secreet Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Wijdtgebiedende Heer M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India, E Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Manhafte Welwijze voorzienige Discreete zeer Genereuse Heer en WelEdele Gestrenge Heeren Op den 1: April h:o a:o voldaan hebbende aan uwer Hoog Edelheeden bij circulair van den 3: December 1784 gegeven seer gevenereerd bevel nopens de met de heeren Hoofdgebieders in de Aan zijne Hoog Edelheid Batavia naburige 20 naburige Gouvernementen te entameeren Secreete Correspondentie over de bij vreedes prelimi¬ „nairen aan de Engelschen toegestane vrije vaart naa de Oosterse zeën en de midde„ „len om deese vaart voor onze weeder in competiteuren veranderde vijanden infractieus te maken; sijn mij consecative door voren ged: Landvoogden meede gedeeld hunne gedag¬ „ten op dit gewigtig onderwerp; dan dewijl de occasie sig in de nog al contraire of zuiden mousson niet heeft gepresenteerd om hun Ed„s mijne daarop gemaakte remarques te commi„ „niceeren en ik in begripten dat uw Hoog Edelh: begeeren met de eerste occagie geinformeerd te werden van de reeden die ieder Hoofdgebieder van de hem meede gedeelde Consideratien doen dissen„ „tieeren, soo sal ik voorts met believen van hoogst te selven / de verschillende sentimenten der heeren afgaande en aankomende Gouverneurs van embon wegens mijn, slegts gehasardeerde voorslag om 'sComp„s onderhorige Inlanders, bij der Britten onaangenaam verschijn in deese Quartieren, wanneer snaphanen, kruid en Lood te koop aanbrengen er uit 'sComp:s voorraad meede te voorsien, aan de beoordeeling van uwe Hoog Edelheden overlatende:) op de mij van Ambon, Banda en Maccassar meede ge„ deelde consideratien met de heeren van Pleuren en De Bock remarqueeren dat de tans soo seer vervallen staat van de Comp: en de soo— hoog in top gesteegen. Lasten der Oostersche Gouvernementen de door hun Ed„s geproponeerde seeker noodsakelijke bekruissingen naar reguliers: beplante specerij districten, genoegzaam onuitvoer„ „lijk maken, en, daar hun Ed„s doe de voorslag om den Inlander op specerijen gevende districten, op straffe des doods verboden werde; het varen naa boord van vreemde scheepen of vaartuigen of voeren van Correspondentie, dan wel aanneeming van schuiten, Jols, of andere kleene vaartuigen van vreemden, voor of aan, hunne stranden, mij, in steede der kostbare en om gebrek aan volk en vaartuigen voor dien tijd niet practijde cable bekruisingen, voorkomt te weesen een seer gepast en als de hand er aangehouden word, Quartieren even 12 even goed, middel om den morshandel in voorn: artikel tegen te gaan, soo gebruike de vrijheid dit als voor de choluccos, naar mijne opinie meede seer dienstig middel, aan te prijsen. Ook al niet met den Heer Reijke omtrent desselfs mij van Maccassar in Copia geworden consideratien van een verschillend begrip zijnde Kan ik mij niet conformeeren met het gepeseerde van den heer Bandas Gouverneur Seidelman dat met meerm: afgestane vrije vaart om de groote oost namelijk verstaan moet worden alleen de vrije onbelemmerde overtogt in cas van noodzakelijkheid, die ons gerust moet stellen dat de Engelschen nu buiten 't hoofdcomptoir, geen andere plaatsen aan sullende doen, ook geen handel met den Inlan„ „der sal tragten te drijven; soo de souvereijn met dien afstand al niet anders hadde bedoeld gehad; soo ware het van ons eene overgrote goedheid van de in alles wat sij doen nimmer maat op regel houdende wilden van Europa, te denken, dat sij van die vrije doortocht niet het rechte gebruijk gelijk sig in hun Parlement te Londen hebben uitgedrukt, maken souden en 'sCompagnies specerij handel, na hunne ware meening in den hart ader aan„ „tasten, gelijk hun soeken van alle tijden afgeweest is om haar in dees voorname tak van Negorie afbreuk te doen: dit 's te overbekend en 'er sijn soo veele blijken aanhanden dat sij den onder 'sComp„s gehoorsaamheid staande Inlander tegen deselve hebben opgerokkend dat men se daar van wel openlijk beschuldigen mag. uwe Hoog Edelh: denken soo favorabel en willen niet, meen ik, dat soo favorabel van de Engelschen gedagt worde; ik heb zulx begrijpende al aanstonds na den ont„ vangst uwer Hoog Edelheeden per het schip 't Huis te Krooswijk aangebragte brieven, ofe op den 10: Maart h„t a: naar Manado, Gorontato en Quandang item aan den Commandant op Batchian aaggeschreeven dat men daar, 'er mogjte verstaan worde wat 'er wilde met de ongeneerde vaart na deese quartieren, hadde toe te sien aan de eene kant, dat deese vaart niet vrije belemmerd
English
hampered, but also on the other hand ensuring that no abuse thereof was made by engaging in trade in spices or in gold, as otherwise to the detriment of the Company, with orders to the aforesaid Residents and Commandant that upon the appearance of Englishmen in their districts they should pay close attention to their conduct, keep an accurate record of everything that might happen in that regard, obtain genuine and true evidence thereof, and forward it to me. I have also lost no time in helping to set the extirpation work in motion, but have continually urged the king of Ternate to have the necessary bush houses made for the Extirpators on Morotai, from where the destruction must take place up to the furthest corner of the king's possessions on the coast of Halmahera, where no spice inspection has been carried out since the year 1775 and there will thus be plenty to do; yet in this matter, as is always the case with the Native, promptness in the execution of orders has again fallen short; and the officer who, along with a clerk, soldiers, and citizens, was charged with the commission for the destruction of spice trees, was not able to cross over to Halmahera aforesaid with his men, provisioned for six months, before the current [date]. On our Batchian, preparations to extirpate are likewise being made, but the king keeps house there in such a strange manner that his few remaining people are distancing themselves more and more from him, as he drives his subjects—from whom no work other than extirpation is demanded from here—to the gold mines under His Highness's own supervision and oversight, without having brought a single grain into the Company's state this year. Upon receiving your Right Excellencies' venerated circular letter dated 11 February 1785, which reached me via Makassar, regarding the English vessel that had been at Malacca, which was presumed by the General Government of Calcutta to be destined for the Eastern Quarters, but, so far as I know, has not yet been perceived either here or in one of the neighboring Governments, I have also dispatched the necessary circular orders to the residencies and outposts, so that, if this suspicious vessel should appear at this main office, they may act according to the respected intention of your Right Excellencies. To fulfill your greatest desire to enter into contracts of friendship and alliance with princes and potentates in these Quarters with whom no negotiations of that nature have ever yet been entered into, a fine opportunity presents itself, as is evident from the enclosed copy translation of a letter recently brought from Kwandang from the Emperor of Sula, who is quite well disposed to this. I shall make use of this as is proper, and demand a categorical answer from the three Moluccan head kings to the question that I intend to put before their Highnesses concerning what they intend to do in case the English should wish to settle themselves here or there in the Moluccas. For this reason, as well as to encourage His Highness in the progress of the spice destruction that is so close to my heart, the king of Batchian has already been kindly invited by me to come hither by letter of 7 May last. His Highness first wanted to have the gifts on Batchian that were brought for him this year from Kutai, and now that the prince has them, he writes that he will come when an orembaai currently being built by him is fully constructed. I am saddled with fickle princes and must exercise patience; furthermore, I am of the opinion, along with King Kamaludin of Tidore, that it is not yet advisable to have extirpations carried out anywhere in the lands situated under his dominion. Wherewith, with very respectful submission, I request permission to subscribe myself. Underneath stood: Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord, and Honorable Rigorous Lords. Lower: Your Right Excellencies' most humble servant. Was signed: Alexander Cornabé. In the margin: Ternate in the Castle Orange, 28 July 1785. Still lower: P.S. Regarding the enclosed account of the sailor Coenraad Takelenburg, who investigated or made out nothing further during his stay at Sula regarding the pirate vessels that were supposed to have set out for Celebes and Java; though having this knowledge, I nevertheless thought I should not withhold such information from the Honorable Governor Siberg, and have accordingly written to His Honorable Rigorous lordship separately. Agrees: Alex Cornabé Secret. To His Right Excellency. The Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Honorable Rigorous Lords Councilors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord, Honorable Rigorous Lords. § 1. Having been most respectfully served by the Governor of Amboina, and recently directly per the ship 't Huis te Crooswijk, with an answer to your Right Excellencies' venerated secret circulars to the Chief Rulers of the four eastern Governments.
Dutch transcription
belemmerd, maar tevens aan de andere kant gezorgd wierde dat daar van geen misbruik met handel in specerijen of in Goud te drijven als anderzins gemaakt wierde ten nadeele der Maatschappije, met Last aan opged:te Resi„ denten en Commandant om bij verschijn van Engelschen in hunne districten nau„ „keurig te letten op hun handel en wandel, van alles wat daar omtrent passeeren mogt, naukeurige aanteekening te houden; daar van egte en ware bewijsen in te winnen en aan mij te laten toekomen. Ik heb ook geen tijd versuund om het extirpatie werk aan den gang te helpen, maar den koning van Ternaten geduurig aangespoord tot het doen vervaardigen der nodige bosch huisen voor de Extirpateurs op chorotaij van waar de destructie geschieden moet tot aan de uiterste hoek van 'skonings besittingen op de kust van Halmaheira alwaar sedert A„o 1775. geen specerij visite gedaan is en dus rijkelijk te doen sal vallen dan het heeft in deesen gelijk het daarmeede bij den Inlander dus altoos gelegen is, weeder aan expeditie in de volvoering der beveelen, geraperd; en de officier die nevens een pennist, Militaire en burgers met de Com„ „missie ter distructie van specerij bomen gechar„ „geerd geworden is heeft niet eerder dan op den curr„t met sijne voor ses maanden geproviandeerde manschappen na Halmaheira voorm: konnen oversteeken. Onse Batchian word meede wel toestel om te extirpeeren gemaakt, maar de koning houd daar soo wonderlijk huis dat sijn weinigst volks sig meer en meer van hem verwijderd drijvende sijne onderhorigen, van wien geen ander dan het extirpatie werk van hier gevorderd word, naa de Goudmijnen onder sijn Hoogheids eigen op en toezigt, sonder in deesen Jare, nog een enkele korl in den staadt van de Comp: gebragt te hebben. gedaan Ik 14 16 DIk heb op de ontvangst uwer Hoog Edelheeden mij over Maccassar toegekomen gevenereerde circulaire missive in dato 11: febr: 1785: rakende het op Mallacca aangeweest zijnde Engelsch vaartuig dat gepresumeerd wierd door het Generaal Gouvernement van Calcatta na de Oostersche Quartieren gedestineerd te zijn, maar, voor soo verre ik weet nog hier nog in een der naburige Gouvernementen vernomen is de nodige beveelen na de residentien en buiten posten meede circulair laten afgaan, om selve, wanneer dit suspecte vaartuig— aan dit hoofdcomptoir mogt komen opdagen, te handelen naa de gerespecteerde intentie van uw Hoog Edelheden tot naarkoming van hoogst„ derwelken begeerte om Contracten aan vriend en bondgenootschap aan te gaan met vorsten en Petentaten in deese Quartieren, wanneer men in diervoege nog nimmer in onderhandeling getreeden is; sig eene naar ik meen, schone gelegenheid op doet als consteerende bij inleggen „de Copia Translaat onlangs van Quandang aangebragte missive van den Keijser, van Hullck dat hier toe vrij wel is gedisponeerd: Ik sal mij daar van bedienen soo het behoord en van de drie Molukse hoofdkoningen Cathagerisch antwoord afvorderen op de vrage die ik hunner Hoogh: denk voor te houden over 't gunt van meening sijn te bewerkstelligen ingeval de Engel„ schen zig hier of daar in de Moluccos nettelen wilden! hierom soo meede om sijn Hoogheid tot den voortgang der mij soo seer ter harte gaande specerij destructie, aan te setten is de koning van Batchian door mij bij brieve van den 7: Maij L:L: reeds vriendelijk na herwaards g'inviteerd geworden. sijn Hoogheid wilde vooraf de voor hem in deesen Jare van Cottij aangebragte geschenken op Batchian hebben en na de vorst se heeft, schrijft hij dat komen sal als een door hem aangebouwd wor„ „dende orembaaij zal weesen afgetimmerd: Ik ben met wispeltuurige vorsten opgescheept en moet geduld oefenen; sijnde ik overigens met koning Kamaloedien van Tidor van gevoelen dat nergens in de onder sijne heerschappije gelegen Landen, voor als nog raadsaam is te laten extirpeeren. Húllok waar Waarmoede met seer eerbiedige submissie verzoeke mij te mogen onderschrijven. /:onderstond:) Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Man„ „hefte welwijze voorzienige Piscreete zeer Genereuse Heer en WelEdele Gestrenge Heeren /Lager) uwer Hog Edelheeden oodmoedigste Dienaar /was geteekend) Alex„r Cornabé /inmargine:) Ternaten in't kasteel Orange den 28: Julij 1785. (nog Lager) P: S: van het deesen ingelijfd relaas van den Matroos Coenraad Take„ „lenburg die niets verders ondersogt of uitgeslust heeft geduurende sijn verblijk te Xulloc nopens de roofvaar„ tuigen die naa Celebes en Java souden weesen afge„ steeken; weetende te maken heb ik niet te min gedan sulx der kennisse van den Edelen heer Gouverneur Siberg niet te mogen onthouden en aan sijn wel Ed: Gestr: dienvolgens apart geschreeven. Accordeert Mer Cornebie Secreet. Aan zijn Hoog Edelheid. Den HoogEdelen, Gestrengen, Groot, Achtbaren wijd gebiedenden Heer M„r Willim Aineld Atting. Gouverneur Generaal nevens. de welEdele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands India. HoogEdele Gestrenge Groot, Achtbare, Manhafte Welwijke voorzienige Discreete, zeer Genereuse Heer. WelEdele Gestrenge Heeren. §1: Door den Gouverneur over Amboina en Jongst per het schip 't Huis te Crooswijk direct, eerbiedigst gedien sijnde van antwoord op uwer Hoog Edelhedens Gerenereerde secreete circulaires aan de Hoofdgebieders der vier oostersche Gouver„ Inlijding Batavia „nementen. 783.
English
recommendation to help the main fortress. Little fort at Terlucco. present and always to be increased. expanded. dispatch of 3 December 1784 and 17 February of this year, that it may please Your High Excellencies that, alongside the second in command, in accordance with duty, proceeding to the reply to the secret and separate letters received by the previously mentioned bottom, the ship De Vrede, and a Chinese vessel, dated 26 November 1788 and 27 December of last year, as well as 17 February of this year, we may also report on the matters belonging to the secret transactions that occurred in this Province after the departure of the dispatches of the year 1784, regarding which we have the high honor to note: Section 2. That upon obtaining authorization for the repair of the defects to the fortifications of this Castle pointed out in the report of the special commissioners dated 23 August 1783, the overseer Lohof received orders through the first draftsman to make all haste therewith and to observe the closest frugality in this work. Section 3. However, since so many new structures and repairs, as mentioned in today's General Letter, had to be undertaken almost simultaneously, and the reason why building materials in the required quantity are difficult to obtain will be cited in its proper place, Your High Excellencies, we trust, will be pleased to gather from this that one is already very satisfied to have been able to bring it so far that the little fort Voorburg, being of great importance and commanding the roadstead of Ternate, could be expanded, with the construction of two small vaults in which 5,000 pounds of gunpowder can be stored, as well as accommodation for the garrison of 1 sergeant, 1 corporal, and 12 ordinary soldiers alongside 2 gunners, on which last-mentioned structure one hopes to see work completed by the end of October, the whole not to cost more than 3,701:20:— rixdollars, according to what is noted in the mentioned resolution of 25 September 1784. Statement regarding the plan to make a landing at Terlucco on the side of this castle, if not impossible, at least very difficult. The little fort, deemed suitable and for this reason restored at the expense of the King of Ternate, about which Your High Excellencies desire to be further informed, is planted with nine... The commissioners on cruising and expeditionary voyages are often given recommendations to be on their guard. A new and other description of the characters of the princes is enclosed herewith. If the King of Ternate dies, the instructions prescribed for observance in that case will be complied with. nine iron cannons, of which: 2 of eight-pound balls 3 of six-pound balls 1 of four-pound balls 2 of two-pound balls 1 of one-pound balls and is garrisoned with: 1 sergeant 1 corporal 7 soldiers and 1 gunner. Section 5. The same being able, in case of necessity, to be reinforced by stationing therein, above the men just mentioned, a further 7 soldiers, 1 gunner, and 3 assistant gunners, with the addition of a two-pounder cannon at the entrance and the exchange of two six-pounders situated there for as many twelve-pounders, as well as two one-pounders for two three-pounder cannons, according to the report of the special commissioners, Captain Heinrick and the supervisor of the works, Artillery Lieutenant Andries Lohoff. Section 6. The commissioners dispatched from here on expeditions have never lacked recommendations to observe a prudent distrust regarding the native, and the complaint that Your High Excellencies come to make under Native affairs, about Company servants being so indifferent to their own safety, is so much the more applicable to the unfortunate junior merchant Van Dijk, now that it has been learned indirectly that he and his men, during a feast arranged on shore by the treacherous natives, while the weapons were left behind on board the vessels, were treacherously attacked. Section 7. In the event of the unexpected demise of the King of Ternate, action will be taken according to the venerated intention of Your High Excellencies. Section 8. We request to refer Your High Excellencies to the General Dispatches dated 9 July 1784 for proof that the demise of Princes, as occurred in that year and not since regarding the Tidorese Prince Imhoff, is dutifully reported, and to refer Your High Excellencies further to the [illegible] to be found hereafter.
Dutch transcription
20:„ recommandatie aan den aan de hoofd vesting ver„ „helpen. fortje op Terlucco. 8 „ present en altoos ver„ „den. uitgezet. „nementen ingerigte Missive van 3: December 1784: en 17: februarij de„ „zes jaers behagen hoogstden zelven dat nevens den secunde, naar gehoudenis, sullende treeden tot de rescriptie op de per voren gen: bodem 't schip de vreede en een Chinees vaartuig ontvingen Secreete en apparte onder den 26:' Novemb: 78: en 27: Decem: van voorleeden item 117: februarij van deese Jaare gedateerde Letteren, tevens verslag moge doen van de in deese Provintie naar het afgaan der advisen de A„o 1784: voorgevallen onder de secreete verhan„ „deling gehoorende saaken, waar omtrent de hoge eere heb„ „ben te noteeren. § 2: Dat op erlangde qualificatie tot de verhelping der bij, be„ fabriceg om de gebreeken „ rigt van oxpresse gecommitteerdens d: d: 23: August„s 1783: aangeweesen gebreken aan de Fortificatien van dit Casteel de fabrieq Lohof door de eerste teekenaer bevel gekreegen heeft daarmede alle spoed te maken en bij dit werk de naerste zui„ „nigheid te betragten. § 3: Dan; dewijl soo veele nieuwe opstallen en repparatien, als waar van bij Gemeene briev van heeden gewaagd is, genoegsaam te gelijk onderhanden hebben moeten genoemen worden, en ter sijne plaats sal werden aangehaald de reden, waarom de bouw ma„ „terialen tot de benodigde quantiteit beswaerlijk te bekomen sijn, sullen uwe Hoog Edelheden, vertrouwen wij, daar uit ge„ het fortje voorburg is lieven afte neemen, dat men al seer vergenoegd is het sooverre te hebben konnen brengen, dat het van Grote aangelegenheid sijnde en de Ternaatsche rheeden bestrijkende fortje voorburg heeft konnen worden uitgezet, met aanmaking van twee kleine verwulven, waar binnen 5000: ponden Buskrust ge„ „borgen konnen worden, soo meede van een logement voor de„ bezetting, van 1: sergeant 1: Corporaal en 12: Gemeene „meerderd konnende wor„ malattairen nevens 2: busschieters aan welk laatst gem: opstal men tegen ult„mo october, gedaan werk hoopt te sien, sullende het alles niet hoger dan op rd„s 3701:20:— mogen te staan konnen, navolgens genoteerde bij het gende= besluit van den 25: septem: 1784: opgave noppens het 't stel om een Landing op Terlucco aan de op de zijde van dit kasteel soo als niet ondoenlijk ten minste seer difficiel te maken. bekwaam geordeeld en hier om op kosten van den Koning van Ternaten weder in staat gebragte fortje, wesweg„, uw Hoog Edel„ heeden nader willen weesen ginformeerd, is bepolant net „terialen. negen. 4: 22/7. de Commissianten op kruis en Expeditie togten komen veel„ gegeven recommandatie om op hoeden te weeten. eene nieuw en mdere tschrij„ „ving van de Caracters der princen word deesen ingelijkt Als de konig van diuatin sterf sal het in dat Cas ter observantie voorgeschre„ „vene nakomen worden. negen ijzere Canons daar van 2: van agt ponden bals 3: „ ses _„o _„o 1: „ vier _„o _„o 2: „ 2: _„o _„o 7: „ 1: _„o _„o en is bezet met 7: sergeant 1: Corporaal 7: Soldaten en 1: Busschieter! §5: konnende het selve bij noodsakelijkheid, verstrekt worden niet daar binnen boven de soo even aangehaalde manschappen A nog te doen post vatten 7: Militairen, v: Canonier en 3: Busschieters, met bijvoeging van een twee ponder Canon aan de opgang en verwisseling van twee aldaar leggende ses, tegen sooveele twaalf, item van twee Een, tegen twee drie psonder Canons, volgens berigt van expresse gecommitteerdens den Capitein Heinrick en opsiener der werken den Arthillorij= luitenant Andries Lohoff. § 6: Nimmer heeft het den van hier op tochten afgesteeken aan „tijds kwaelijk na, de aanken Commissianten Gemankeerd recommandatien om een voorsigtig §8:e versoeken wij hoogst de selven te mogen overwijsen naar des Gemeene advisen d: d: 9: Julij 1784: ter overtuiging dat het overlijden van Princen gelijk in dat Jaar / en seedert niet meer :/ omtrent den Tidorees Prins Imhoff g'ecteerd, heeft, schuldpligtig bedeeld word, en hoogst deselven voorss, te mogen renvoijeeren na de hier agter te vinden en om wantrouwen omtrent den Inlander te observeeren en het beklag dat ' uwe Hoog Edelheeden onder Inlandsche zaken komen te doen, over sulx Comp„s dienaren soo onverschillig voor hun eijgen behoud sijn, is zoo veel te meer applicabel, op den ongelukkige onderkoopman van Dijk nu men van ter sijde te weeten gekreegen heeft, dat hij nevens de sijnen in eene door den valsche Inlander aan de wal aangericht festijn, terwijl de wapenen aan boord der schep vaartuigen korgt laten waren, verraderlijk is op het Lijf gevallen. 7:Bij onverhoopt overlijden van den koning van Ternaten naa de gevenereerde intentie van uwe Hoog Edelhee„ „den gehandeld súllende worden. wantrouwen. de.
English
672 24 4 Noticeable change in the qualities of the King of Ternate. Regarding the promise of a pledged kora-kora fleet, the five-yearly renewed description of the characters of the princes, both of the Ternate, Tidore, as well as the Bachian realms, in which the order was kept in mind to report simultaneously in what relation they stand to the kings and whether they were born of princesses or common women: we cannot say with certainty whether this description applies to the princes of whom was spoken previously and were already eligible then, but we nonetheless think that it will apply to those who, through the increase of their years in the meantime, can come into consideration in an election to follow in due time of a successor to the throne in the aforementioned three realms and have remained unmentioned in the previous descriptions; the description made in the year 1775 by Mr. Valckenaer being nowhere to be found and also presumably not handed over to his successor, the late Mr. Thomaszen, so that, as far as the Tidorese and Bachian princes are concerned, we have had to adhere to the descriptions which the undersigned Governor had the honor to submit with his secret letters of 23 September 1780 and 1 September 1781; we shall furthermore, whenever we perceive considerable changes in their qualities and attachment to the Company, or should one of the princes reported by us pass away, give notice thereof immediately. Paragraph 9. As we now must do regarding the obvious change in the qualities of the King of Ternate, revealed by him in an unequivocal manner, when he, in a conference held with the first undersigned concerning the necessity argued in separate letters from the Governor of Amboina, Mr. van Pleuren, dated 6 July 1784, to attack the fugitive Tidore Prince Nuku with combined forces, made only a lukewarm promise of a kora-kora force by the month of October and, when it came down to it, after the receipt of the aforementioned Governor's dispatch of 11 September, revoked his word on frivolous pretexts, presumably out of resentment over the refusal suffered regarding a disbursement of recognition money requested by His Highness at an inopportune time, urged with improper passion, though not obtained then, but upon the arrival of the ship Het Huis te Crooswijk, according to the report of the second-in-command Wenthold and the Head of the Militia, Captain Heinrick; from which it appears that the King, to whom they offered a portion without orders and for their own account, wanted to have the whole amount and moreover threatened us, in the latter case, that he would have money fetched from Amboina, which, however, he did not carry out. Paragraph 10. A temerity never before perceived in the monarch's behavior becomes further apparent in the arrest, followed on his orders on 17 November of last year, of his old, faithful administrator of the realm, Miftaha, who is very well-disposed toward the Company, not for misuse of the King's seal as is alleged, but out of pure court intrigues. Paragraph 11. Apart from a discussion begun before the New Year by the first undersigned in a conference with the King on this subject, but quickly broken off again for fear of giving offense, we did not wish to meddle in an affair that was purely domestic and, as said above, had its source in court intrigues, but we nonetheless hoped for an opportunity to help the unfortunate statesman back to freedom, and would perhaps also have found it if the King, according to a message sent to the Governor on his behalf, had dispatched an embassy of grandees of the realm to this Castle with the documents incriminating the prisoner; however, the King having failed to do this, and the discreet, yet underhanded attempts to sound the disposition of His Highness having shown all too clearly that he would hear of no reconciliation, we have, in the hope that this conduct of ours may gain the approval of Your High Nobilities, also made no demarches that would have provoked the suspicious and wrathful monarch, but might have spurred him on to give free rein to his hatred against the prisoner.
Dutch transcription
672 24 4 Merkelijke verandering in de hoedanigheeden van Ternaats Koning. omtrent de opgave eener toe„ „gesegde Corra Corra inigt de vijfjaren vernieuwd sullende worden beschrijving van de Caracters der ppincen, zowel van het Ternaatse Tidorse als Batchianse Rijk, waar bij in het oog gehouden is de ordie om tevens op te geven in welke betrekking sij met de koningen staat en of geboren sijn uit Princessen, dan wel gemeene vrouwen : kan„ „nende wij met geen seekerheid seggen of deese beschrijving wel rouleere over de Princen waar van bevorens Gesproken is en toen al eligibel geveest sijn, maar denken niet te min dat se wel rouleeren sal, over de sodanigen, welke intusschen door vermeerdering hunner Jaaren, in aanmerking kunnen komen bij eene in de tijd te volgen verkiesing van een sroond opvolger in voorm: drie Rijken en in de vorige beschrijvin„ „gen onaangevderld gebleven zijn, sijnde de A„o 1775: door den heer Valckenaer gedanes beschrijving nergens te vinden en ook denkelijk aan sijnen vervanger, wijlen den Heer Thomaszen met overgegevens, dus ons voor soo verres de Tidoreese en Batchi„ „anse princen betreft hebben, moeten houden aan de be„ „schrijvingen die de ondergeteekende Gouverneur bij sijne Secreete van 23: Septem: 1780: en p=mo september 1781. de eere gehad leeft te supperiteren, stullende wij voorts: wanneer verr Considerable, veranderingen in hunne hoedanigheeden en attachement voor de Compagnie besseuren, dan wel dat één der door ons opgegeven princen komt te overlijden, daar van terstond kennis geven. §: 9: Gelijk wij nu als moeten doen omtrent de klaarblijkelijke verandering in die hoedanigheeden van Ternaten Koning Mhareal, door hem op geen equirorque wijse aan den dag gelegd, wano„ zijn Hoogh: blijft gfterlijk neer hij in eene met den eerstgeteekende gehouden Con„ ferentie over de bij aparte Letteren van den Heer Am„ tegen en Rhebel Sockoe „ boinas Gouverneur van Pleuren d: d: 6: Julij 1784: betoogde noodsakelijkheid om den uitgewieken Tidors Prins Noeckoe niet vereende magt aan te lasten, slegts flantjes toe„ „segging eener Corra Corra magt tegen de maand Oito„ 6 W „ber deed en, toen het er op aankwam of na den ontrangst van voorn: Gouverneurs missive van den 11 sep„t daar aan op frivole pretexten. sijn woord weeder introke, uit gevoeligheid, denkelijk, over geleeden refus weg=s eene door sijn Hoogheid in een ongelegen tijd versogte met onbetamelijk./ 8 26 _=o Hij neemt sijn rijksbe„ „stierder in arrest. Min wil sig an de hier nevens „faire niet steeken. onbetamelijk drift arngedrongen, egter toen niet maar waa„ „aankomst van 't schip het huijs te Croaswijke verkreegen, v„ „uitverstrekking van recognitie penningen, uitwijsens berigt van den secunde Wenthold, en 't Hoof der Militie, den Cappi„ „tein Heinrick waar bij voorkomt dat de koning, aan wien sij buijten last en voor eijgen reekening een gedeelte aanbodem, het geheele op met al, wilde hebben en ons boven dien bedregg„ „de in 't laatste geval, geld van Amboina te willen laten halen, 't gunt hij egter niet is nagekomen. §: 10: Eene noort bevorens bespeurde gemerelijkheid in 's vorsten Hunnueerblijket nader bij de op sijn bevel den 17 Novem: van voorleeden Jaar gevolgde arresteering van sijnen oude ge„ „trouwe en der Comp: seer toegedane rijksbestierder Miftaha, niet om misbruk van 's' konings zegul gelijk voorgegeven word, maar om loutere hof intriques: §17: Wij hebben buijten een door den eerstgeteekende voor nieuwe beschreven reeden in die af„ Jaar in eene conferentie met den koning over dit swjet begonnen maer schielijk weeder afgebroken 't discadens i't vreese van aanstook te geven, ons niet willen steeken in een er zank die pder domestig was en haere Joures gelijk boven gesegd is in hof intriques vond, maar hebben niet te min opgelegenheid gehoopt, om den ongelukkige staatsmans weeder op vrije voeten te helpen en souden deselve, ook veel„ „ligt gevonden hebben, bij aldien de koning, naarluid eener sijnent wege aan den Gouverneur gedane bodschappe, eene besending van Rijksgroten naar dit Casteel hadde laten afgaan, met de stukken ten laste van den arrestant, dog den koning hier meede zijnde agtergebleven en de ontsent„ „vige, dog onder de hand gedane pogingen, naar die ge„ „neigtheid van sijn Hoogheid maar alte klaer hebben„ „de doen sien, dat Hij van geen assopiatie hooren wilde, soo hebben wij, in hoope dat dit ons gedrag de approba„ „tie van uwe Hoog Edelheeden mag weg dragen, ook geen demarches gedaan die den argwan ende en Gramstorige vorst tog vere ter neergeset, maar somtijds aangespoord hadden ruime om aan sijne haad tegen den gevange den rie teugel vreese. te.
English
78 1: 28-11 escaped and presented himself before the Governor. Intercession on his behalf. Because of the king's duplicity. Displeasure of the King of Ternate over the intercession made. to fear and to make him the unfortunate victim thereof. The Rijksbestierder that we were not mistaken in this our opinion, the event of the 12th of August last, when she the goegoe in the early morning at the opening of the castle gate came very unexpectedly, presenting herself before one of the Governor's slave boys and having it announced, made it clearly evident. Paragraph 13: For that deplorable companion had to pay for his escape from prison and the intercession made on his behalf on that occasion, which seemed to us not unfitting, three days after his re-delivery, with a violent death rumored to be natural, he having died in a trunk with iron pins, as is said, after the king had made a promise to be willing and about to pardon him, provided that His Highness reserved the day on which he wished to do so, against which we had also raised no objection, as appears from the accompanying written report of the Secunde and the head of the Militia. Paragraph 14: Before whom the King had expressed himself in very bitter and offensive words, snarling at them that the Company no longer permitted him the free exercise of punishment over his criminal subjects, but continually intervened and procured pardons, even for spice smugglers /by which he likely meant both sons of Hoen, whom the Ternate government in the previous year, for not pointing out the place from where they had obtained spices in order to accuse one of their enemies of illicit trade in that article, had placed and held in hostage, who upon your High Excellencies' recently received order have been set at liberty again:/ His Highness further saying that in doing so he could no longer be king, and it were best that the Company just appoint another in his place. One feigns ignorance of the aforesaid event. Reasons why a role of ignorance has been adopted. Evil suspicions conceived from the aforesaid event. We now act as if we knew nothing of the aforementioned sad event, and can continue to play this role all the better because nothing has been communicated to us about it by the Ternate Court, and we would otherwise have to show ourselves extremely sensitive, without, as we believe, doing too much injury to the dignity of the Company, to the king's duplicity in causing the death of a man whom he had promised to pardon before the deputies of the first-signed, who together with his council members here, under the higher authority of your High Excellencies, has the honor of representing the Company. Paragraph 16: For had we in such a case, refuting the points of accusation against the unfortunate Mistaka /an instrument drafted by him in his own hand in the Governor's room with Arabic characters, the contents of which are known to us, but which for reasons we have not had translated, is presented among the annexes hereof/ had to demonstrate to the prince at once the groundlessness thereof, which is well known to us, and thus cause him to flare up further in anger, which our far-flung extirpators in the Ternate districts might very likely have had to pay for. Paragraph 17: We base this statement of ours on an event still to be communicated to your High Excellencies, from which it may be gathered that the King of Ternate possesses the inclination and desire, but not the resolution, to stage just such a massacre of Europeans as was seen carried out on Tidore in the autumn of 1783: the incident took place in this manner. Paragraph 18: Shortly before the Christmas days and after the unexpected arrival at Cotta Baroe at night, accompanied by great noise, of 12 heavily manned kora-koras from Makian, a rumor ran, which was first spread among the women of the inhabitants and very rapidly became general, that the Ternatans wished to kill all the Europeans on the then-approaching New Year, and immediately aroused such great terror among the community that it was impossible to bring them to any other opinion, and one had to oppose with force those who already fled.
Dutch transcription
78 1: 28-11 uit en vertoond sig voor. den Gouverneur. voorsprake ter sijnen hem huur op. wegens 's konings dubbelhartigheid. ongenoegen van Ternaat Koning over de gedane voorspraak. te veren en er hem 't ongelukkig slagt offer van te doen worden. den Rijskstestender zilt dat wij in deese onse meening niet hebben misgetast heeft, het gebeurde op den 12: aug=s J„: L: wanneer zij de goe„ „goe in den vroege morgen met opengaan van 's kasteels spoort kwam seer onverwagt, voor eenen van 's Gouverneurs slafjen k=k wam vertoonen en liet aandienen sonne klaar uitgeweesen. §: 13: want die beklagers waardige Maatsman, sijne ontkoning uit behoeve gedaan breeket gevangenis en de daar op ten sijnen behoeve bij die gelegen„ „heid zoo 't ons toescheen, niet kwalijk voegende gedane voorspraak, drie dagen na sijne weder uitleevering met en feijnelijke voor natuurlijk uitgestrooijde dood heeft moeten bekoopen, zijnde hij in een tronk met ijzere pij„ pennen, als gesegd word, overleeden na dat de koning toeseg„ „ging gedaan hadde van hem te willen en te sullen par„ „doneeren mits aan sijn Hoogheid gereserveerd bleev de dag op de den welke sulx doen wilde, en waartegen ook niets had„ „den ingebragt, blijkens bijgaande schriftelijk rapeurt 5: van den Secunde en 't hoofd der Militie. §:14: Voor wien zig de Koning in seer bitse en aanstotelijke bewoordigen hadde uitgelaten hen toegrauwende, dat de Comp„ hem niet langer vergander de vrije strafoefening over sijne misdadige onderhorigen, maar gedurig tusschen beijde kwams en pardon bewerkte, selvs voor Smokkelaars in specerijen /waarmede denkelijk bedoeld heeft de beijde zoons van Hoen die de Ternaatse regering a„o: pC„o over het met aan„ „wijsen der plaats van waar specerijen gehaald hadden om eenen hunner vijanden van morshandel in dat arti„ „kel te beschuldigen, in gijseling geset en gehouden, hig op uwer Hoog Edelheeden Jongst ontvangens bevel, weeder op vrije voeten gesteld sijn:/ seggen sijn Hoogheid wijders dat zoo doende geen koning langer weesen kon en besth ware dat de Comp: maar een andere in zijne steede aansteld: ken houd sig onkundig wij houden ons nu als of van voren gem: treurigen ge„ 5 „beurtenis, niets wisten en konnen deese rol des te beeter blijven voort te peelen om dat er ons van wege het van Ternaatse. 30 13 Reeden waarom men een aangenomen. uit nevens gem: gebeur„ „tenis opgevat. kwade vermoedens vor„ Ternaatse Hof niets van meede gedeele is en wij, ons sonder des ten uiterste gevoelig souden moeten betonen doer 's' konings de waardigheid van de Comp: zoo wij meenen, vij, wat te kort doende dubbelhartigheid, bij het doen omkomen van een mon, dien hij beloofd hadde te poardonneeren voor Gecommitteerdens van den eerst geteekende, die nevens sijne raads Leeden, hier, onder 't hoger gesag van uwe HoogEdelheeden, de eere heeft de Maatschappij te re„ „presenteeren. poincten §16: Immers hadde wij in sulken gevalle de nen van dusbang Gedrag heeft accusatie tegen den ongelukkig Mistaka weederleggende /oen eigenhandig door hem in 's Gouverneurs vertrek met arabise caracters op gemaakt schriftuur, welke inhoud ons be„ „kend is, maar 't welk om reeden, niet hebben laten trans„ „lateeren, word onder de bijlagen deeses aangeboden den vorst al aanstonds moeten betoogen de ons overbe„ „kende ongegrondheid, der selven en hem dus verder ins toorn doen ontsteeken, 't geen onse verre van de hand sijnde Extirpateurs in de Ternaatse districten veel ligt hadden moeten boeten. §: 17: Wij fundeeren dit ons gesegde op eene uwer Hoog delhee„ „den nog te bedeelen gebeurtenis, uit dewelke af te meeten sij dat de koning van Ternaten Cust en genegenheid maar de resolutie niet bezit, om even zoo een bloedbad van Europeesen aan te rigten, als men in 't najaar van 1783: op Tidor heeft sien ter uitvoerbrengen: 't geval, heeft zig in dee„ „ser voege toegedragen. §78: kort voor de Kersdagen en na de onverwagte van groot geraas verselve komst te Cotta baroe bij de nagt van 12: sterk bemande Corra Corres van Macquian lief een gerugt, dat eerst onder de vrouwen der Ingezeetenen verspreid en seer schielijk algemeen wierd, dat de Terna„ 1 „tanen alle de Europeesen op het toen voorhanden sijnde nieuwjaar om hals wilden brengen en aanstonds zoo groote schrik onder de gemeente verwekte, dat mense met geen mogelijkheid in een ander denkbeeld brengen kan en met geweld tegen moest gaan, de zulkens, die districten. reeds. „den.
English
46 3215 investigation into the described event. The King himself gave occasion to it. were already mindful of securing life and property within this castle. Paragraph 19: Upon initial investigation, this rumor appeared to have originated from dissatisfaction among the followers of the arrested jogugu and other princes and grandees of the realm who were treated too severely by the King, in which the first mentioned were said to have believed that the Company had a hand. For this reason, the Governor deemed it advisable to invite the King to a friendly conversation with him and, laying bare to His Highness what was going on, to point out the danger which might arise in time for his person from excessive severity and giving ear to intriguing courtiers, aiming at the enemies of the regent of the realm, for whom a good word was then spoken, though in vain. That meanwhile, from our side and his, such spreadings of rumors ought to be forbidden on pain of severe punishment, just as was effected by a publication inserted in the secret resolution of 29 December, whereupon the New Year passed quietly, though not without anxiety for many, and confidence was gradually rekindled. Paragraph 20: But it was not long before the Governor, upon further secretly conducted inquiries, came to learn that Ternate's King himself had given occasion to the aforementioned strange rumors, by becoming rather heated with strong drink in one of his intimate gatherings of favored princes and grandees of the realm, and railing vehemently about the refusal he suffered, mentioned in Paragraph 9, and expressing himself on that occasion in words from which an attack planned by him on Castle Orange could be deduced and made public. Paragraph 21: Yet having nothing to fear from this as long as well-to-do Ternatans reside within the range of our artillery. 164:8: 34: 17 1/2 One discovers the King's long-pent-up dissatisfaction. artillery. Paragraph 22: We shall, with your Right Excellencies' pleasure, further note on the secret of a [illegible] by the favorite of Ternate's monarch, who is now regent of the realm, secretary, and everything all at once, after he placed out of office all who were related to the jogugu, for the consideration of Your Excellencies, that despite the accommodations so often rendered to him, a reticence has been seen to reside in His Highness which resembled dissatisfaction not a little, without being able, whatever means one employed, to get behind the true cause, until recently, the King, having remained with the first-signatory for a meal after a conference held with him, railed in bitter complaints against the Company over the fact that first to the exiled Tidorese King Patras Allom upon his accession to the throne the arrears of his predecessor, and now again to King Kamaloedien the expenses incurred in the Tidore revolt of 1703 were remitted, whereas he, the King of Ternate, who did so much for the Company, was not only held liable for the debts of King Swaarde Kroon, but moreover, in the contract presented to him upon his elevation, was placed on an equal footing with base traitors never devoted to the Company, there having been demanded of him, just as of the latter, the Tidorese, tokens of homage that reminded him and his people of the error once committed by the Ternatans against the Company in the time of Sultan Amsterdam's reign, which they had since made good through constantly proven loyalty, and yet still had to atone for with the loss of half of their recognition moneys enjoyed before that time, to make good the war expenses incurred for the restoration of the aforementioned King to his realm, which had become a fief in the year 1683, while his. Tidorese.
Dutch transcription
46.. „ 3215„ ondersoek. na de beschre„ „ven gebeurten is. De Koning selve heeft 'er aanleiding toe gegeven. reeds bedagt werenop beijing van Lijfp en Goed, binnen dit kasteel. §19: Op eerste onderzoek liet zig dit gerugt aanzien source genomen te hebben uit misnoegheid der aanhangeren van den Gerresteerden goegoegoe en andere door den koning te straf behandeld wordende Princen en rijksgroten, waar„ „inne eerste gem: souden gemeend hebben dat de Comp: de hand hadde waarom de Gouverneur raadsaam vond den koning tot het houden van een vriendelijk gesprek bij, hem te inviteeren en sijner Hoogheid mets openlegging van het geen 'er omging, voor te houden het gevaar 't welk voor sijn persoon uit een alte groote strafheid en gehoorleening aan intrigante Hovelingen/ doelende op de vijanden van den rijksbeshierder voor wien toen / nde 811/ een goed woord, dog te vergeefs, gedaan wierd ( in de tijd soude konnen voort spruiten, dat intusschen van onse en zyne zijde, dusdanige spargementen op sware straffe behoorden verboden te woorden, gelijk bij een ter secreete Resolutie van den 29: Decem: g'insereerde Publicatie heeft effect gesorteerd, waarop het nieuw Jaar stil, dog niet sonder ongerustheid, voor veelen, voor„ „bij gegaan en het vertrouwen langsamers hand weeder opgewakkerd is. §: 20: Dog het Leed net lang of de Gouverneur kwam op naderen heijmelijk gedaane perquisitien te ervaren dat Ternaats Koning selve tot voorsz: nreemde ge„ „rugten gelegenheid gegeven hadde, met in eene sijner ge„ „meensame bij een komsten van begunstigde Princen en rijksgroten, vrij wat van sterke drank verhiet sijnde, heerig uit te vaaren over 't door hem geleeden §: 9: ge„ „mentioneerd refus en zig bij die oplegenheid uit te duk„ „ken in bewoordingen, waar uit een door hem voorgenomen aanslag op het Casteel Orange heeft konnen worden op- en -rugtbaar gemaakt. § 21: Dan hier voor niet te dugten hebbende soolange nog gegoede Ternatanen binnen het bereijk van ons ter. geschut. 164:8: 34: 17/½ Men koomt agter het den koning lang opgekrop„ „te misnoegdheijd. geschut wornen. § 22: Sullen wij met believen van uwe HoogEdelheedens op geheim van eene door het Swijet van Ternaats vorst, die tans rijksbestierder, se„ „cretaris en alles te gelijk is, na dat allen die aan den goegoegoe vermaagschapt waren, buijten funetie heeft 11 gesteld, nog ter speculatie van hoogst deselven noteeren dat men bij sijn Hoogheid in weerwil der aan Hem soo merigmaal beweesen geriefelijkheeden, eene agterhou „denheid heeft sien resideeren, die niet kwalijk naar misnoegdheid geleek, sonder, wat men ook hebbe aangewend, agter de ware oorsaak te konnen geroe„ „ken tot onlangs geleeden, de koning, naa eene gehou„ „den conferentie met den eerstgeteekende bij hem ter maaltijd gebleeven synde, in bittere klagten tegens de Comp: uitgevaren is over sulx eerst aan den in bal„ „lingschap gesonden Tidoreese Koning Patras Allom bij deszelvs komst tot de Throon de agterstallen van zijnen voorsaat en nu weeder aan Koning Kamaloedien de gevallen ongelden in de Tidors revolte van 1703. kuijt ge„ „scholden waren, daar hij koning van Ternaten die soo veel voor de Compagnie deed, niet alleen over de schulden 6 van koning Swaarde kroon aangesprooken maar boven dien in 't hem, bij sijne verheffing voorgelegd Contract, gelijk gesteld wierd, met Snode en der Comp: minmer toegedane verrader van hem even als van laatst ged: / de Ti„ „doreesen/ gevorderd sijnde geworden homage teekenen, die hem en de sijnen indagtig maakten der Ternatanen eens, ten tijde van Sulthan Amsterdam s regeering, tegen de Comps: begane misslag dien sij door eene zeedert geduurig bewee„ „sen trouw weeder hadden goedgemaakt en egter nog boeten moesten, met het gemis van de helfte hunner voor dien tijd genoten recognitie penningen, tot goedmaking der Oorlogs ongelden, op de herstelling van voorn: koning, in sijn, A„o 1683: leenroerig geworden Rijk, terwijl den zijnen. Tidreeden.
English
18. , 12 36-19: The reasons for the king's dissatisfaction are investigated. and opinion of the Moluccan princes that their requests should not be refused. Thoughts on the king's continual requests for money and linen. Tidorese, who from time immemorial had caused the Company much trouble and would likely cause even more, all kinds of favors were bestowed. The King then could not be pacified except with kind words and assurances that your High Nobilities were accustomed to treat all matters with fairness. § 23: We have furthermore made efforts to discover in the old registers and letter books what the aforementioned war expenses may have amounted to, but in vain, as there are no trade papers at all to be found here and only a few bundles of letters from the previous century, nor did we discover anything of what was sought in the latter; the Contract of 1683 mentions only what is granted annually to the king, see the accompanying authenticated extracts, as a subsidy and for the support of his household, to the Bobatos, the authorities of Macquian and Mortier, which, with the previously enjoyed recognition money, makes a difference to the disadvantage of the Ternate court of 6400: —:— rixdollars. § 24: Leaving the matter to the most wise decision of your High Nobilities, we nevertheless believe to have gathered that the King, based on the foregoing, wishes to procure compensation for himself for war expenses paid for too long, both by receiving recognition money annually in advance and by continuous requests for goods on credit from our warehouses and other goods from Batavia, promising payment, but which payment we do not see forthcoming. §: 25: Meanwhile, with the Moluccan rulers and especially with the King of Ternate, we have used fair words, saying to the latter that King Amsterdam was owed a good sum of money, and also that the Contract of 1683 makes no mention whatsoever of war expenses, 20. 21. 38 2/6 Their Highnesses have heavy burdens to bear. and to all, that they must pay and may not enjoy advances; they give no credence to what we say and cling to the amicable letters from your High Nobilities, from whom they trust they can obtain everything. § 26: But seeing that the three principal kings, however great they may imagine themselves to be and appear in the eyes of the ignorant, closely viewed are in fact only poor Princes, who never receive anything beyond some rice and sago from their subjects and must always disburse linen and money for the slightest service they happen to require from them; they therefore deserve to some degree that they be accommodated, especially now that the extirpations have been vigorously undertaken and all means ought to be employed to bind the Native more and more to us. Request of the writers for precise orders regarding the advance disbursements of recognition monies to the kings. Writers' thoughts on this. § 27: If your High Nobilities also judge this to be so and please to decide upon an increased allowance of recognition monies to the three Moluccan princes, we pray further to be provided with precise orders, of which the king should be notified at the same time, and whereby it is prescribed to us once and for all to what extent we may satisfy the incessant requests from Their Highnesses for money and linen, of which last-mentioned necessity the King of Ternate certainly may be provided with the most, but who observes no moderation in this, denies the receipt of some of the small sums thereof, and always raises objections against the prices; which unfair conduct has also caused us to proceed to settle accounts annually with that king in his presence, presenting the receipted warrants, and to have that account ratified in triplicate, namely one for the King, one to remain here, and a third for dispatch, with the King's seal, as on the ultimate of December.
Dutch transcription
18. , 12 36-19: De reedenen van 's konings misnoegeheid worden ondersogt. en meenig van de molluk „tien om de selven, niet mogen afgeslagen worden. Gedagten over 's konings en Lijwaat. Tidoreesen, die der Comp: van onheugelijke tijden af veels spels hadden verwekt en nog wel meer verwekken souden, allerlij soorten van gunst bewijsingen wierden aangedaan. Den Koning toen niet anders dan met goede woorden en verseekeringen dat uwe HoogEdelheeden gewoon waren alle saaken in billijkheid te tracteeren, tot bedaren hebbende konnen worden gebragt. negotei § 23:=' Hebben wij voorts moeite gedaan om bij oude regij en brief boeken te ontdekken, op hoeveel de voren gewaagte oorlogs ongelden wel mogen beloigen hebben, dog te vergeefsch„ alsoo hier in 't geheel geen negocie papieren en maes wei„ „nige briev bundels van de vorige Eeuw te vinden sijn, ook niets van het geen bij laatstged: sogten ontsekt heb„ „ben; gewagende het Contract van 1683: alleen van het geen den koning, vide deeser versellende geauthentiseerde Extracten Jaarlijks tot een subside en tot onderstand van sijn hofhouding, aan de Bobatos, den overheeden van Macquian en Mortier word toegelegd en met de voor heen genoten gunste ponning en verschil ter nadeele voor het Ternaatse hof uitmaakt van rd„s 6400: —:— §24: De saak aan den hoogwijse beslissing van uwe Hoog„ gedurige versoeken on geld Edelheeden overlatende, neemen wij intusschen gespenetreerd te hebben dat de Koning op fundament van het voren „staande, zigselven vergoeding wegens te lang betaalde oorlogs ongelden wil besorgen, soo door voor uit ontvan„ „gen van recognities penningen jaarlijks, als door gedu„ „rige versoeken om goederen op schuld uit onse pakhuisen en andere van Batavia, voorbetaling, maar welke be„ „taling wij niet sien volgens. §: 25: Wij hebben intusschen, met de Molukse vorsten en in son„ „ese vosten dat hunne insten„ derheid met den Koning van Ternaten, schoon pratens, met deesen te seggen dat koning Amsterdam een goede soin geld debet is geweest, soo meede dat het Contract van 1683: geen gewag altoos van oorlogs ongelden, maakt van 20. 21. 38 2/6 Hunne Hoogheden heb„ dragen. ordres noppens de vooruit„ „verstrekkingen van recog„ „nitie penn: aan de ko„ en aan allen, dat betalen moeten en geen voornit verstrek„ „kingen genieten mogen; sij slaan aan onse gesegdens geen ge„ 1 „loos en houden sig aan de minsame brieven van uwe Hoog„ EEdelheeden van hoogst de welken sij vertrouwen alles te kon„ „nen verkrijgen. § 26: Dog gemerkt de drie hoofd koningen, hoe groot sij sig ook „ben sware Lasten te verbeelden te weesen en voor de oogen van onkundigen schijnen mogen, van nabij beschouw in der daad maar arme Pincen sijn, die nimmer iets buijten wat rijst en sagoe van de onderdanen ontvangen en altoos Lijwaat en geld uitkeeren moeten voor de geringste dienst die sij van de selven komen te vergen; soo verdienen sij eeniger maate dat de gemoet gekomen worden, voor al nu, dat de extirpatien met vigueur onderhanden genoomen en alle middelen die„ „nen aangewend te worden om den Inlander meer en meer aan ons te verbinden. Instantie van de §27: Uwe Hoog Edelheeden dit meede soo beoordeelende en schrijvers om preise hier op tot eene meerdere toelaag van recognitie pennin„ „gen aan de drie Molukse vosten, gelievende te besluiten, preciesen bidd: wij, voorts gemunieerd te worden net spreuse ordres, waar van den koning tegelijk kennis gegeven worde, en waar bij ons eens vooral voorgeschreeven worde in hoe verre wij voldoen mogen aan de onophoudelijke versoeken aan Hunne Hoogheeden om geld en Lijwaat van welke laatst gem: benodigdheijd Ternaats koning seeker wel het meest voor„ „sien mag worden, maar die in deesen geene maat houd die ontvangst van eenige derselven somtjes ontkend en altoos tegen de prijsen in te brengen heeft , welke onbillijke handelwijs ons ook heeft doen overgaan om jaarlijks met dien koning in sijne presentie, onder ver„ „toning der gequitteerde ordonnantien, af reekening te houden, en die reekening in triplo als een voor den Koning een om hier te blijven berusten en een derde ter versending met 's' konings segul te doen bekragtigen, gelijk ult„o hierop. Declm: „ningen Schrijvers.
English
52 40. 235 Settlement with the king of Ternate held. August 1785. Peaceful condition of the Ternate Kingdom. 29. We strive to bring and keep that of Tidore in a similar condition. Harsh conduct of Ternate's king regarding the Princes. December of the past year in such manner took place for the first time and of which one accompanies these, according to which the king by balance remained purely indebted to the Company in the amount of 17527 rixdollars 6 stivers 12 pence, the debts of both his predecessors Swaardekroon and Haijroen Saka included therein; the king's debit having since markedly increased, both by cash, linens and arrack poured out under his Highness's debit until the end of August last, and by the silver and copper works etc. brought for payment from Batavia per the ship on the roadstead, and amounting at the end of August last to a considerable total of no less than 26120 rixdollars 23 stivers 12 pence. Paragraph 28. The Ternate lands are everywhere in a very peaceful condition, and after the suppression of their uprising the Alfoors of Sahoe have no longer raised their heads against their king. 29. We exert all our efforts to bring and keep the weakened kingdom of Tidore also in a similar state and out of dependency on the Ternatans, noticing that in doing so, our court does not [illegible] with the last-mentioned. Paragraph 30. Just as we have likewise not succeeded with his Highness the king of Ternate, in compliance with Your Right Honourables' venerated orders, in diverting him from the deportation, again planned by him, of some Princes of whom he harboured suspicion that they were not well-disposed toward him; however, we have not been able to protect those poor Princes from the persecutions of the suspicious King, who has locked up another one of them named Abdul Succoer in close imprisonment and suspects him of having conspired against his person with the gogugu Miftaha, and we are very apprehensive that Prince Schoonderwoerd, who had the gogugu as stepfather, the latter having been married to a widow of Sultan Swaardekroon, will have to undergo a similar fate, as the prince has drawn the love of the people to himself, and the king has conceived great jealousy against him. 26. 42 25 remain unavenged upon experience he is made to be present at all piracies. for the Company. Besides: Sharif Cal. Not that he [illegible] blind. The Omniscient knows what suffering, beyond the order to apprehend him, has further befallen the blind Sharif Abdul Haffil, blind in both eyes; but should we come to learn that Durr has laid hands upon the person or property of that man, Your Right Honourables may rest assured of our earnestness to make him receive his well-deserved punishment for it, however much reason we otherwise have to be satisfied with his zeal in the service. Paragraph 32. Meanwhile, we cannot avoid troubling Your Right Honourables again with that priest who causes so much rumour, who as far as is known stays in Palu and no longer goes to sea, but is held to be the commander of all pirate vessels seen on the north-west coast of Celebes by the extremely timid Resident of Kwandang, Schoe, who gives credence to all rumours, who can no longer see any small vessel with straw sails arriving before the bay of his residency without, forgetting that he has with him a fort defensible enough against native enemies and Limbotto people whose interests also entail helping to guard it, immediately raising a great alarm and throwing the surrounding country into turmoil, and to such an extent that Gorontalo's Resident Heidfelt himself was alarmed by it and judged it necessary to detain and keep for a considerable time the sloop Manado, which had set out from here with the requisition for these parts in the month of October, but due to a very unprosperous journey only appeared there on 30 December, and furthermore to submit as unavoidable to these parts some expenses—fortunately only small—incurred by Schoe on the occasion of the incoming rumours of approaching enemies, for better defense, the consequences of which could be detrimental to the Company, and which in peaceful conjunctures of time might well not have been incurred.
Dutch transcription
52 40. 235„ Afreekening met den „houden. Aug„s 1785:-. vreedige toestand van het Ternaatse Rijk. 29:Wij Men kragt dat van Tidor in even soo eene gesteldheid Harde handelwijs van Ter„ „naats koning omtrent de Princen. Decem: a„o p„o in diervoegen voor de eerste maal heeft plaats gevonden en waar van eene deesen laten versellen kaing van Ternaten ge„ volgens welke de koning per rest: aan de Comp: zuiver schuldig is gebleeven rd„s 17527: 6: 12. de schulden van beide sijne pradecesseuren Swaardekroon en Haijroen Saka daar onder begrepen, sijnde s'konings debet seedert soo door sijn Hogh: debelt nder ult„o ader gegoten Contanten Lijwaten en Arak, als door de van Batavia per het schip de rreede voor betaling aange„ „bragte silver en kooper werken &„a merkelijk vermeer„ „derd en ult„o aug„s J„o L: groot geweest, en Considerabel montant van wel Rijksdaalders 26:120: 23: 12. § 28: De Ternaatse Landen sijn alomme in eene seer vreedige gesteldheid en de Alfoeren van sahoe hebben na de dem„ „ping van der selver opstand, 't Hoofd tegen hunne koning niet meer opgestaken. Wij spannen alle onse vermogen, in om ook het ver„ te brengen en te houden. „ swakte rijk van Tidor in 't een dergelijke staat en buijten depentie van de Ternatanen te brengen en houden, naar merken, met sulks te doen, ons hof niet bij laatst gem: § 30: Gelijk almeede niet gedaan hebben met sijn Hoogheid den koning van Ternaten, in nakoning uwer HoogEdelheeden ge„ „venereerde beveelen, te diverteeren van de door hem weeder voorgenoomen opsending van eenige Princen van dewelken vermoeden droeg, dat se Hem niet goed waren toegedaan; dog hebben die arme Prinsen hiermeede niet konnen behoo„ „den voor de vervolgingen van den argewanende Koning, die nog eene derselven Abdul Succoer gen„t in naue gevan„ „genis opgesloten en verdagt houd, van met den goegoegoe Miftaha tegen sijn ppersoon te hebben geconspireerd en wij„ sijn seer bedugt dat Prins schoonderwoerd, die den goegoe„ „goe tot stief vader heeft gehad sijnde / deese met eene wed„e van Sulthon Swaardekroon gehuurt geweest, een diergelijk tot sal moeten ondergaan, alsoo de prins de Liefde van het volk aan sig getrokken heeft, en buijten. 6 de. 26. 42 25: ongewroken blijven bij ervaring men doet hem bij alle zeer roverijen tegenwoordig weesen. „lig voor de Comp=e sijn. de koning grote ijver zucht tegen hem heeft opgevat. Nevens gun: sarief Cal miet Den Alweetende is bekend wat Leed den aan beijde oogen dat hem zede ij angaan blinde Sarief Abdul Haffil, buijten de ordre om hem op te ligten, meer overkomen sij, maar mogten wij konten te ervaren, dat Durr zig aan de persoon, of goederen van dien Man, vergreeppen heeft gehad, soo gelieven uwe Hoog „Edelhedens sig verseekerd te houden van onsen ernst om hem daar over de welverdiende straffe te doen geworden, hoe seer anders reeden hebben om over sijner ijver in den dienst, voldaan te weesen. § 32: Wij konnen in tusschen niet vermijden uwe Hoog Edelhee„ „den wederom te vermoeijlijken met dien soo veel gerugts makende Priester, die zig zoo veel men weet, te Palo onthoud en niet meer op zee begeert, maar voor de aan„ „voerder van alle roofvaartuigen, welke aan de N=s w„t Cust van Celebes gesien worden gehouden word, door den aan alle uijtstrooysels geloor defereerende uijtermate vrnsagtige Guamdangs Resident Schoe die geen schepprantje met stroo seijlen meer voor de bocht van sijne residentie kan sien aankomen, of vergeetende dat een tegen Inlandse vijan„ waer van de gevolgen naad, nden weerbaar genoeg fort en Limbotters, bij sig heeft wier be„ „langens meede brengen dat het selve helppen bewaken, ter„ „stond groot alarm maakt en het Land daar omstreeks in ress en roer breng, en soo verre dat Gorontalos Resi„ „dent Heidfelt selve er door onthutst geworden is en ge„ „oordeeld heeft de van hier met den Eijsch in de maand October naar dew„s afgesteeken, maar door eene vij on„ „voorspoedige reijs eerst in den 30: Decemb: aldaar opgedaagde Chialoup Manado en Geruine tijd op en aan te moeten houden en voorts als onvermijdelijk naar herw=s op te ge„ „ven eenige bij geluk maar geringe, door schoe, ter gele„ „genheid der ingekomen grugten van opkomende vijandens ge„ „dane bekostigingen, tot beetere defensie, en dewelke in tred„ „same tijds Conjunctures ook wel hadde is mogen gedaan vreesagtige. worden.
English
26 44: 27½ One is averse here to unnecessary cruising: Quandang's resident places his trust in suspicious nations. to be [illegible], why they have taken precautions, as appears from what was noted in the secret resolution of the 3rd of May, at the same time authorizing Schoe to demolish a very harmful small bulwark, thrown up by Ngaatsz and half-completed, on a hill above the little fort Lijden. Paragraph 83: Averse to all cruisings that are not strictly necessary, we have paid no heed to the dangerous situation of his residency, again broadly detailed by Schoe in his subsequent letters to this government and to Manado's resident Mersz, which was to be attacked as early as the month of June by an excessive number of enemies of all kinds of nations headed by the Sarief, but at the dispatch of his letter to Mersz on the 25th of July, he only had to fear there a pirate force merely 7 to 8 prows strong, which had consecutively taken three prows and could be driven away with a single Ternatean cora-cora, for which he made a request, but which Mersz deemed he should not comply with without our prior obtained authorization. Paragraph 84: And in which regard we cannot hold this man to be in the wrong, considering that Schoe lets the Buol people spin him all kinds of tales, who, in our opinion, are as little to be trusted as the Tolitoli people, since they in no way come to fulfill their engagements, wish to gather a stock of war supplies, and have gold for sale for this article alone, but on which peoples, who made him believe that the head of the Bugis at Passier, Poanalij, also called Pangarinieua, will also come to attack him with great force to take revenge for his son killed in the affair of the Mittendorf stream, he places such great trust, that the Tolitoli people, who bear no goodwill toward the Limbotto people and for this reason, at their instance, were brought under the Manado territory in the year 1783, are already with him, and the Buol people, getting the worst of it in their own land, will come to reinforce him according to an agreement made with him. Paragraph 85: It having only lacked in his power to assist the latter with 4 flintlocks, 24 barrels of gunpowder, flintlock balls, and flints. Paragraph 86: All of which has made us resolve at the session of the 29th of August last to abruptly break off the correspondence with Schoe concerning native affairs, forbidding him to write about this to anyone else than Gorontalo's resident De Swart, from whom we expect that he will not pay attention to loose rumors, write unnecessarily about them, or incur inopportune expenses. Paragraph 87: Yet, on this foundation, and in the event that real evil were being brewed against Quandang and the village of Birhool, we have ordered Manado's resident, in such a case and when requested from Gorontalo, to provide all assistance in his power and which can be spared, so as not to leave any distressed factory, nor any vassal of the Company, in the lurch. Paragraph 88: It being only too true that the waters around the north- west coast of Celebes are made unsafe by unknown pirates, though so far from being formidable that, although carrying large two-masted vessels, they could nonetheless be driven away by a single Ternatean cora-cora, and for this reason could not be called Maguindanaos, the pirates who in the month of May appeared in Banka Strait and thereabouts with three of the described vessels, filled the Manado inhabitants with terror, and caused the Governor, not having received any letters yet, but having taken the account inserted in the secret resolution of the 20th of June from a burgher who had returned from Kema on the 11th beforehand, to deem it necessary to send orders to the commanders on the sloop De Langmoedigheid and the pantjalang De Eendracht, which had only just departed the roads with requisitions for Gorontalo and Manado, to be on their guard, and to recall the latter vessel back to the roads. 28 46 295 He may no longer write about native affairs and must follow the orders regarding them from the resident at Gorontalo. Notification to Manado. The pirates roaming about there are not very formidable.
Dutch transcription
26 44: 27½ Men is hier afkeerig van onnodige bekruissing: quandangs resid:tsteld sijn vertrouwen op verdagte Natien. worden, waaromme de selven gepanser hebben, blijkens het genoteerde ter secreete resolutie van den 3: Meij, schoe tevens qualificeerende tot de slegting van een seer schade„ „lijk door Ngaatsz: opgewrpen en ten halve voltoije Bol„ „werkje op een heuvel boven de forties Lijden. §: 83: Afkeerig van alle bekruissingen die niet volstrekt nood„ ƒ „sakelijk sijn, hebben wij geen reflectie geslagen op de door schoe bij sijne nadere brieven aan deese regeering en aan Mamados resident Morsz: wederom breed uitgemeeten gevaar„ „lijk situatie sijner Residentie, dewelke nog in de maand= Junij bespringen moeste worden van een excessis aantal vij„ „anden van allerhanden den Sariefe aan 't hoofd hebbende Na„ „tien, maar bij het afgaan van sijnen brief aan Mersz: 8: d: 25: Julij daar aan alleen te dugten had voor eenen slegts 7: â 2: prauwen sterke rover die Consecutive drie prouwen weggenomen had en te verdrijven was, met een enkelde Ternaatse Cora corrn waarom versoek deed maar waar aan Mersz geoordeeld heeft niet te moeten van voldaan buiten ons prealabel erloagde qualificatie. §34: En waar omtrent wij deesen niet in het ongelijk konnen stellen, gecondidereerd dat schoe zig maar alles op den mouw laat spelden van de Broloreesen, die onser eragtens, even min als de Tontolijreesen, te vertrouwen sijn, dewijl in geenen deele aan hunne verbintenissen komen te voldoen, voorraad van oorlogs behoeftens willen vergaderen en voor dit artikel alleen Goud te veijl hebben, dan op welke volken, die hem dieff gemaakt hebben dat ook het hoofd der Boegineesen te Passier, Poanalij, ook wel Pangari„ nieua geheeten; hem met grote magt sal komen aanzanden om wraak te oefenen over sijnen in de affaire van Mitten„ „dorfsen Spruit gesneuvelde soon, soo groot vertrou„ „wen steld, dat de Toutolijreesen, die den Limbotters geen goed hart toedragen en hier om op hunne instantie A„o 1783: onder het Manados gebied sijn gebragt, reeds bij hem sijn en de Broloreesen, het te kwaad op hun eigen Land maar. krijgende./ W ƒ 28ƒ 46 295 Hij mag niet meer over Jn„ „landse zaken schrijven en moet daar omtrent de beveelen opvolgen van den Resid=t te Gorontalo. Aanschrijving naar Manado. de daar amstreeks swervende verstperlijken krijgende, Hem sullen komen vertrekken naarvolgens met hem gedane afspraak §35: Hebbende het allen aan sijnen macht gehapperd om laatst gem: te assisteeren met 4: snaphanen, 24: vaten buskruit, snaphaan kogels en vuursteenen. §: 36: Ml het welke ons ter sessie van den 29: Aug„s J„o L:o heeft doen besluijten om de Corresppondentie met schoe over Inland„ „sche zaaken vplotseling af te breeken hem verbiedende te schryven dan aan daar over aan iemand alders Gorontalos resident De swart, aan wien verwagtende sijn, dat zig aan geen losse gerugtens storen daar over onnodig schrijven of malapprosoos. bekosti„ „gingen maken sal. § 37: Dog hebben op dit fundament en of 't ware dat weesen„ „lijk kwaad tegen Quandang en de Negorij Birhool gebrou„ „wen wierd Manados resident gelast, in sulken gevalle en wanneer hierom van Gorontalo wierd aangesogt alle in sijn vermogen en te missen sijnde assistentie bij te brengen om geen noodlijdende Comptoir als ook geen vassal van de Comp: in den steek te latens. §38: sijnde maar alte waar dat de vaarwateren om de Noord rovers sijn niet seer rerontabel: west Cust van Celebes onveilig gemaakt worden, door onbo„ „kende dog soo verre van redoutabel te weesen Rovers, datse schoon Grote twee mastige vaartuigen voerende, echter door een enkelde Ternaatse Cora Corra hebben konnen verjaagd en hier om geen Magindanauwers hebben mogen genoemd worden de rovers die zig in de maand Meij in straat Banco en daaromstreeks met drie van de beschree„ „ven vaartuigen vertoond de Manado Ingeseetenen met schrik vervuld en veroorsaakt hebben dat de Gouverneur, nog geen brievens ontvangen maar, het ter Sec: Resolutie van den 20: Junij g'insereerd relaas van eenen op den 11=e bevorens van kema gereverteerden burger afgenomens heb„ „bende, oordeelde de Gesaghebbers op de maar even van de Rheede vertrokken Chialoup de Langmoedigheid en Pantjallang de Eendracht met Eijschen voor Gorontalo en Manado, ordre van ophoede te weesen, te moeten nasendens en laast gem: kieltje weeder op de rheede van te.
English
39 48 31 Nevertheless, some precautions are taken. They are validated upon prior investigation into their validity. Expenses have been incurred at Manado to drive away the pirates all the sooner. to let things come until positive news about the Marauders had been brought by the Resident himself. The Langmoedigheid, on the very same evening upon written request of Resident De Swart, having obtained transport with it to Gorontalo, and of the Helmsman Doedes, sending after them a reinforcement of four European sailors, 1 Corporal, and 6 Common Balinese warriors, who however returned alone, because Doedes, having pushed on with a fresh, favorable wind, could not overtake the Sloop. Paragraph 39: Since the letters finally received here from Manado did not make us understand much else concerning the Marauders than that they were Bajaus, and having engaged in battle with the Ternatans, dragged off a few defenseless fishermen and subsequently disappeared, we furthermore deemed no other precautionary measures necessary than merely to determine that the Eendragt, along with the Pantjallang receiving the requisition for Kwandang, the Casteel Orange, be made to set sail together for Manado, with orders for the resident to have the latter-mentioned vessel cruise if necessity required it, as is detailed at length in the Secret Resolution of 20 June. Paragraph 40: At which meeting held by us it was likewise resolved to have the resident provide an account of the board money furnished to the Corocoro and Village Chiefs sent by him against the enemy, for whose write-off he made a request without stating how many chiefs there were and how much each of them received; to which requirement of ours he has not yet been able to comply due to the wrecking of both previously mentioned pantjallangs, in which disaster all papers were lost. Expenses being incurred. We hope, however, upon the upcoming receipt of that account, not to see ourselves compelled to any ample write-off, and meanwhile dare to assure Your High Mightinesses that very willingly and only upon strict investigation into the validity of the expenditures made do we dispose of the Company's treasury, despite the remarks made on this matter by the Ministers in Amboina, where the Native does much for nothing, whereas in the Moluccas he does nothing except for payment. Orange. to. BV 50 33½ but also to validate nothing on the needless expedition to Buol and Tolitoli. A reason is given regarding the sending in the year 1783 of the Junior Merchant Van Dijk to Ceram. Paragraph 42: And we flatter ourselves to have acted in accordance with the intention of Your High Mightinesses by keeping the Company harmless regarding the expenses incurred in the needlessly undertaken expedition to Buol and Tolitoli, already reported in Secret Advices of last year, with the cruising vessel under Ensign Mittendorff and Chief Helmsman Spruit; letting those expenses, to the sum of Rds 3280: 10:- or f6494: 16:—, be compensated, as it is incumbent to write off only such as were incurred on the cruising expedition against the Maguindanao pirates ordered by us for the duration of three months, to an amount of Rds 4711: 43: 9: or f9329: 17: 8, as can be seen further in the Secret Resolution of 18 December 1784. A copy whereof went off with our recent General cover letter alongside a copy of our Secret Resolution of 20 October previously, with the aforementioned Military Ensign Mittendorff, who was brought here for investigation, suspended from service for a year by the Court of Justice, and subsequently dismissed. Paragraph 43: Thus stepping away from this vexing affair for a while. Paragraph 44: Regarding the remark made by Your High Mightinesses in Paragraph 14 concerning the reason that made us decide to send forth the expedition to Ceram under the Junior Merchant Van Dijk and Gugu Hassan—namely, the all too grand imagination that we supposedly formed of Nuku's increases in strength, through the blow dealt to him from Ambon, etc., etc.—we shall have the honor to note for our discharge: that our intention, on the day upon which the expedition was devised and established, was to see the hitherto quiet-sitting having.
Dutch transcription
39 48 31 men gebruikt niet te min eenige precautien. worden gevalideerd op voorafgaan„ „de ondersoek na derszelver deugesaamheid. te Manado sijn bekostigingen gedaan om de rovers te eerder te verjagen. te laten komen tot positive tijdingen over de Maradeurs van den Resident selve soude weesen aangebragt. De Lang„ „moedigheid nog den eijgen avond op schriftelijk versoek van den daarmeede transport na Gorontalo erlang hebbende resi„ „ „dent De Swart en van den Stuurman Doedes, eene ver„ „sterking agter na Sendende van vier Europise matro„ „sen, 1: Corpporaal en 6: Gemeene Balijse krijgers die echter alloen, door dien Doedes het met een frisse voordee„ „lige wind heeft laten doortaan, de Chialoup niet heb„ „bende konnen inhalen, sijn terug gekeerd. §39: De hier op eijndelijk van Manado ontvangen brieven ons niet veel anders omtrent de Marodeurs hebben doen verstaan, dan dat Badjoreesen gewist: en slaags geweest met de Ternatanen een paar weerlose visschers meede gesleept hebben en vervolgens verdweenen sijn, soo hebben wij voorts geen andere voorbehoedende misures nodig geoordeeld dan alleen vast te stellen, dat de Eendragt met den Eijsch voor Quandang inkrijgenden pantjallang het Casteel Orange, te gelijk naar Manado te laten onderzeijl gaan met last aan den resident om laast gem: kieltje, indien het de nood vereijschte, te laten coroijeeren, gelijk sulx in het breede gesetailleerd staat ter secreete Resolutie van den 20: Junij §40: Bij, welke onse gehoudens bij eenkomst tevens besloten wierd 8 den resident te laten doen opgave der verstrekte kost„ ppenningen aan de door hem op den vijand afgesonden Corra Corras en Dorppshoofden, om welker aboeking verzoek heeft gedaan sonder te seggen, hoe veel hoofden er ge„ „weest sijn en hoeveel ijder der selven genoten hebbe. aan welk ons requisit door het verongelukken van beide vorengevaagde pantjallans, bij welk disustre alle papieren vermits sijn nog niet heeft konnen voldoen gedaan wordende spendatien Wij hopen ons egter op de aanstaande ontvangst dier op„ „gave, tot geen rime afboeking genoopt te sien en durven uwe Hoog Edelheedens intusschen verseekeren dat seer gaarne en niet dan op Strict onderzoek Orange. na. BV 50 33½ maar om ook mets gevali„ „gen op de nodelose togt naa Borhool en Toutolij. er word reeden gegeven weg„s van den onderkoopm: van Dijk na Ceram. na de dengesaamheid der gedane utgaven ome 's Comp: beurs disponeeren, in weerwil der op dit stuk gemaak„ „te remarques door de Ministers in Amboina, alwaer de Inlander veel om niet daar hij in de Moluccos niet dan om betaling doet. § 42: En flatteeren ons naar de intentie van uwe Hoog Edel„ weert is van de bekostijn,„ heeden gehandeld te hebben, met de Comp: schade„ „loos te houden omtrent de gedane bekostiginges in de bij Secreete advisen van voorleeden Jaar reeds be„ „deelde noodeloos ondernomen expeditie naar Bwool en Tontolij, met het kruijskootje onder den vaandrig Mittendorpf en opperstuurman Spruit, met die be„ „kostigingen ter somme van Rd„s 3280: 10:- of ƒ6494: 16:— uitkoop te laten vergoeden, door dien het incumbeerd en alleen afte boeken de zulken als op de door ons geordoneerde Kruijstogt op de Magindanaus rovers ge„ „durende de tijd van drie maanden sijn gedaan, tot een montant van rd„s 4711: 43: 9: of ƒ9329: 17:8. als nader § 44: Op de door uwe Hoog Edelheeden § 14: gemaakte remar„ de a„o 1753: gedane afsending „ que nopens de reeden die ons heeft doen besluiten tot de voortsending der expeditie na Ceram onder den onder„ „koopman van Dijk en goegoegoe Hassan, de al te grote verbeelding namelijk, die wij, ons souden geformeerd heb„ „ben van Noekoes vermeerderingen, door de hem uit Ambon toegebragte slag &„a &„a, de eere sullen hebben tot onse decharge te noteeren: dat onse meening, ten dage waar op de expeditie beraamd en vastgesteld hebben geweest is, den duslang stillen gezeeten te sien is bij Sereite resolutie van den 18: Decem: 1784. waar van Copia bij onsen jongste Gem: voorbrief nevens Co„ „pia onser Secreete Resolutie van den 20: october be„ „vorens is afgegaan, met den hier tot ondersoek ge„ „bragten, door den raad van Justitie voor een Jaar van dienst gesusspendeerde en vervolgens oijgesonden vaandrig Militair Mittendorff voorn=d. § 43: Dus van deese verdrietige affaire voor een wijle af„ „stappende. te. hebbende.
English
34 52 1/35: excused from services. The king himself is the cause of the loss of population. Suspect nations may not be lured. Above all no Ceram people. Batchian remains excused. having, frankly, as it appeared, inspired confidence in Patra Allam, who is not ill-disposed toward the Tidorese, from whom after the dethronement of King Kamaloedien nothing had ever been demanded, but always from the Ternatans, their natural enemies, and given them the opportunity to carry out themselves for their king what they certainly were reluctant to see done by the Ternatans, and after the blow dealt to Noekoe, if they had been in earnest, would certainly not have been so difficult to carry out, when the Schelim chiefs present in the assembly, along with Patra Allam himself, insisted that one to two Europeans should go along to observe what went on in the Tidorese fleet, and Van Dijk, supported by the king and Hassan, did not cease to offer his service until they consented, and only then decided to send along an additional party of armed citizens. § 45: For the rest, we no longer make use of Batchian auxiliaries and leave this realm, which is dwindling more and more in population, excused from all services. § 46: It being our sincere regret to have to communicate that the Sultan himself is to blame for the emigration, because he knows the name, but not the meaning, of gentleness and justice, which we have repeatedly recommended to him as the most capable means to entice inhabitants to populate his fiefs. § 47: If the Birholorese are those whom we presently consider them to be, we may rejoice that they have not accepted our invitation to remain on Batchian. § 48: Regarding the request submitted with our secret letters of 14 September 1783 from the King of Batchian to lure the people of a certain number of negorijs who sided with Noekoe, and over whom the previous sultans always claimed more or less pretension, with a small yacht under his authority and to Batchian, as well as with regard to the desire expressed by Your High Noblenesses in the general rescript § 68 that Batchian's Sultan be assisted as much as possible with people, we have contributed what is necessary in today's general letter. 36. Ci 54 37½ For the above-mentioned reasons. The specification of the homage tokens is a good matter. Poor gold delivery from Gorontalo. § 49: Furthermore, we take the liberty of drawing Your High Noblenesses' attention to the fact that, even if the peoples of the specified negorijs were inclined to submit themselves with Your High Noblenesses' consent under the territory of Batchian, this would not be a desirable matter for the Moluccas, since these peoples, being of a turbulent and very fickle nature, once they came to an understanding with this no less turbulent and extraordinarily enterprising prince, would before long cause us great trouble and conspire with the Tidorese to help turn upside down the Ternatan realm, of which His Batchian Highness is indeed the most bitter, though even more powerless, enemy. § 50: How greatly Your High Noblenesses are disappointed in the reasonable expectation of a more plentiful gold delivery from Gorontalo, we have demonstrated in the general letter. § 51: We hope in time to receive the good results of the order dispatched to Macassar regarding our requested recall of the Bugis residing in the Bay of Tominie by the King of Boni, for which deference shown to our requests we offer our profound thanks. § 52: Just as we do with eager promptness in respect of the specified homage tokens which the Moluccan princes may dispatch with gifts, and by which gracious arrangement, highly necessary for the present times, a great stumbling block has been removed, which the King of Ternate and His Batchian Highness.
Dutch transcription
=34 52 1/35: van dinsten 'epcusseerd. de koning is selve oorsaak verdagte Natien mogen na „lokt. voor al geen Cerammers. hebbende engelijk het zig liet amsien, Patra Allam niet kwalijk toegedane Tidoreesen, van wien na de detronee„ „ „ring van Koning Kamaloedien nog nimmer maar al„ 7 „toof van de Ternatanen deselver natuurlijke vijanden gevergd waren geworden, vertrouwen in 't boezene en gelegenheid te geten om selven voor hunne koning uit te voeren, wat sij seeker ongaarne sagen dat door de Ternatanen verrigt wierd, en na den Noekoe toe„ „gebragte slag als 't hun ernst waar geweest see„ „ker, soo beswaarlijk niet gevallen hadde uit te voeren, wanneer de in vergadering aanweesige schelim„ „se hoofd met Patra Allam selven er op stonden dat 1: a: 2: Europeesen souden meede gaan om toe te sien wat er op de Tidoreese vloot omging en van Dijk van den koning en Hassan gesecundeerd niet ophield sijn dienst aan te bieden tot soolange men hem te wille was en toen eerst besloot om nog een partij„ gewapende burgers meede af te senden. Batchian blijft § 45: wij bedienen ons overigens niet meer van Batchianse §48: Op het bij onse secreete Letteren van den 14: Septem: 1783: voorgedragen versoek van den koning van Batchian om de volk van een zeeker getal Negorijen die het met Noekoe hielden en waar op de vorige sulthans altoof meer of min presentie auriliaren en laten dit langs hoe meer in volk afnee„ „mende Rijk van alle diensten g'excusseerd. §46: sijnde ons hartelijk Leed te moeten bedeelen dat van de wlks verkising. de Sulthan selve schuld aan de ennigratie heeft, door dien hem de naam wel, maar de betekenis niet be„ „kend is van zagtheid en regtvaardigheid welke wij hem diverse malen als de bekwaamste middelen om ingezeetenen ter bevolking sijner Leendens uit te lokken, aangepresen hebben. §47: Als de Birholoreesen de geenen sijn waar voor wij dew„s niet ander uit ge„se tans aansien soo mogen wij ons verblijden dat sij onse gedane uitnodiging om op Batchian te ver„ „blijven niet geamplecteerd hebben auriliaren: hebben. van 36. Ci 54 37½ om nev=s gem: reeden. accresseeren. De opgave der Homage slegte goud Leverantie van goroutalo. hebben gemaakt met een Iagt sijntje onder zijne magt en naar Batchian te lokken, soomeede ten aansien uwer Hoog Edelheedens bij gemeene rescriptie §68: te kennen gegeven begeerte dat Batchians Sulthan soo veel mogelijk aan volk gehulpen worde, het nodige bij =den gemeene brief van heeden hebben bij gebragt. §47: Gebruijken wij voorts de vrijheid hoogst denselven te doen opmerken dat, soo de volken der opgegeven Nege, mat deselve sade kanen den „rijen al lust hadden om sig met bewilliging van uwe Hoog Edelheeden onder het gebied van Batchian te begeven beengen, sulx voor de Molluccos geen wenschelijke zaak waar alzoo deeze van een woelagtige seer ver„ „anderlijk aard sijnde volken ins na dat sig eens met den niet minder woelagtige en ongemeen ondernee„ „mende vorst verstonden, ons erlang groot spel souden komen maken en met de Tidoreesen sa„ „nien spannen, om het Ternaatse Rijk, waar § 52 Gelijk met empressement komen te doen ten op„ teekenen is een goede sanke. „ sigte der opgegeven homage teekenen die de Mo„ Hnuw als „lukse vorsten met geschenken mogen laten afgaan en met welke Gracieuse voor de presente tijden hoog„ „nodige, schikking een Groote steen van aanstoot wegge„ „nomen is, welke den koning van Ternaten en §51: Hoppens wij in de tijd te mogen ontvaren de goede ge„ „volgen der naar Maccassaar afgegane aanschrijving nopens ons besolliciteerd opontbot der zig in de bocht van Tominie onthoudende Boegineesen door den betoonde Koning van Bonij, voor welke aan onse versoeken Ve„ „ferentie hogelijk dank zeggen. van Sijne Batchiams Hoogheid wel de bittuste, schoon nog meer onmagtige vijand is, het onderste boven te helpen keeren. 50: Hoe seer uwe Hoog Edelheeden met onstelen wor„ „den gesteld in de billijke verwagting op een ruimer Goud Leverancie van Gorontalo, bij den Gemeene brieff hebben betoogd. van. sijne J
English
The concluded peace with England is not doubted, and therefore the previously enlisted Ternatan Alfoors have been discharged. Since replacing them is difficult, the adjacent written [illegible] his grandees was probably the main obstacle. Paragraph 53. Although we have not yet received any notification from the Company concerning a definitive peace treaty concluded with the Crown of England and our Republic, we nevertheless deem it appropriate, based on the news reports brought to us this year, to conclude that the war between both said Powers has come to an end. Paragraph 54. And since the discharge of the Ternatan Alfoors enlisted for the purpose of that war could be effected without giving any offense, we have in this matter acted according to the intention and paid off the remaining Alfoors of the ship De Wackerheid who appeared after the date with Lamdauw. Paragraph 55. But since the enlistment of Ternatan and other native auxiliary troops and Manadonese citizen-children as soldiers at 9 guilders per month makes slow progress, many of the European soldiers brought by the ships Het Huis te Crooswijk and De Vrede have died, some soldiers could not be encouraged to stay any longer, and others must serve to cover the extirpators already sent and still to be sent: Paragraph 56. We shall therefore look for other means to replace them and test other measures, to test whether the King of Parigi, who has long shown a desire to come over here but for whose collection, due to many concurrent circumstances, a vessel could not be spared until the beginning of this month, may be persuaded to surrender 100 heads of his subjects, who are considered as brave as the Bugis themselves, under a sharp officer, for the pay granted to native soldiers at Batavia of: 5 rixdollars to a Sergeant. 4 1/2 to a Corporal. 4 to a Private. Provided they can be deployed, otherwise only: 3 1/4 rixdollars in cash. 40 pounds of rice and 3 jugs of arrack. Without, for the present, doing anything more in this matter, although we are weak in personnel here. Justifies himself regarding what was charged against him. The spice trees shall be actively eradicated. Petition for 100 lasts of Javanese rice. Paragraph 57. Yet in this matter we shall do no more than make inquiries, so that, after the King is found willing to make the aforesaid cession and the venerated intentions of Your High Excellencies shall have been received and known, we will act accordingly, and not before. Paragraph 58. Since Your High Excellencies might consider, just as we have already thought, that the introduction of Celebes auxiliaries into Ternate might perhaps be unpleasant to the King of the latter said realm, which we nevertheless do not deem expedient to investigate, although it is not unknown to His Highness that we have had little or no service from his Alfoors. Paragraph 59. Our troops, meanwhile, cannot tolerate any reduction and rather ought to be increased, for although no very alarming sketch of hostilities with the native in these quarters can precisely be given for the present, we must nevertheless continue to feed some anxiety regarding the so visible hatred that the Ternatans and Tidorese bear towards each other, and which we fear will once again burst into acts of violence from the side of the Tidorese, despite our efforts deployed against it. Paragraph 60. As a good supply of rice ought to be at hand for a good number of troops, we most humbly give thanks for the 200 lasts sent to us, with the plea that we may be accommodated in the coming year with 100 other lasts of that grain. Paragraph 61. Meanwhile, before going any further, we pray Your High Excellencies to remain persuaded of the untiring zeal with which we shall endeavor to carry out the extirpations, in order to prevent the English, licensed in these waters by the preliminary peace treaties, from smuggling spice. Paragraph 62. The King of Ternate had no reason to accuse the Governor in his letters to Your High Excellencies.
Dutch transcription
38. „ 57. 56 3/7 Aan de reeds gesloten Rreede met Engeland word niet genoijseld. en hier om afgeankt de voormaals in dienst geno„ „men Tern: Alfoeren. Deselven moeylijk met te remplaceeren sijnde. sal men het nevens beschree„ sijne Groten wel meest in de wig gelegen heeft. § 53: schoon Comp„ wege nog geen aanschrijving bekomen hebben weg=s een met de kroon van Engeland en onse respublicq defini„ treff. „tot gesloten vreede tractaat, noeen wij egter op de ons deesen Jare aangebragte nieuws tijdingen te mo„ „gen vast stellen dat aan den oorlog tusschen beijde gen=e Mo„ „gentheden, en ande gekomen is. drancking § 54: En dewijl de afhonding der om den wille van dien oorlog in 8 kinste genomen Ternaatsche Altoeren, sonder eenige aanstoot te geven, heeft konnen geschieden hebben wij in deesen gehandeld naar de intentie en de na dato met Lamdauw opgedaagde van 't schip de wackerheid overge„ „bleven Alfoeren afbetaald. §55: Dan dewijl met de aanneeming van Ternaatse en andere Inlandse hulplenden Manadose burger kinderen tot soldaaten â ƒ 9: ter maand flaue vordering maken, veele der met des scheepen 't Huis te Croswijk en de vreede aangebragte Europise krijgers overleeden sijn, eenige soldaten tot geen lan„ „ger verblijf te amineeren sijn geweest en andere tot dekking der afgesonden en nog af te senden Ex„ 6 „tirpateurs dienen moeten: § 56: soo sullen wij tot plaatsvalling der selven, naar ande„ „ven middel beproeven. „ re middelen omsien en beproeven of de koning van Parigie, die voor lange genegenheid betoond heeft om dit heen over te komen maar tot wiens afhaal om veele concurreerende omstandigheeden niet eerder dan met den beginne van deese maand een vaartuig heeft kunnen Gemist worden, over te halen sij tot den af„ „stand van 100: koppen sijner voor soo braaf als de Boegineesen selve gehouden wordende onderdanen onder een wacker officier, voor de aan Inland militairens te Batavia verstrekt worden besolding van 5: rd„s aan een Sergeant. 4½ „ „ „ Corporaal. 6 4: „ „ „ Gemeene. mits versendbaar, anders van maar. 3¼ rd„s Contant. „ger. 40: id„s 40. 58 4t sonder, voor eerst nog iets meer 'er in te doen. schoon men hier swak van volk is. „„eeedigt sig weg„s 't gunt hem laste is gelegd. De specerijen Boomen sul„ ui't geroeije. Beede vn 100: Lasten Javase rijst. 40: lb: rijst en 3: kann: Arak: § 57: Dog zullen in deesen niet meer doen dan beproeven, om, na dat den koning tot voorsz: afstand genegen be„ E „vonden en de gevenereerde intentie van uw Hoog Edelheeden gekregen sullen te weeten hebben en eerder niet te handelen in consiquentie. „§50: konnende door uwe Hoog Edelheeden hieromtrent gedagt worden, gelijk wij al gedagt hebben dat de invoering van celebese aucieliaire op Ternaten, den koning van laatst gen: rijk veelligt onbehagelijk weesen mag, het gunt egter niet gevoegelijk oordeelen te ondersoeken, schoon aan sijn Hoogheid niet onbekend is dat van sijne Alfoeren, weing of geen, dienst hebben gehad. §59: onze troupes konnen intusschen geen vermindering veelen en dienen veelneer vermeerderd te worden, want hoewel van de vijandelijkheeden met den Inlander in deese Guar„ „tieren, voor het tegenwoordige juist geen seer alar„ „meerende schits kan gegeven worden; zoo moeten wij tog eenige ongerustheid blijven voden omtrent de soo Sigtbare haat die de Ternatonien en Tidoreesen elkanderen toedragen, en, van de zijde der Tioreesen, nog eens, in weer„ „wil onsen daar tegen aangewend wordende pogingen soo wij vreesen, in feijtelijkheeden sullen i'tbirsten. § 60: voor een goed aantal van krijsbenden, tevens goede vooraad van rijst aan handen dienende te weesen, bedanken wij ood„ „moedigst voor de ons toegeschikte 200: lasten onder beede dat in het aanstaande Jaar met 100: andere lasten van dat graan mogen geriefd worden §61: Terwijl, voor en al eer verder gaan uwe Hoog Edelheeden „len met actinteijt worden bidden zig gepersciadeerd te willen houden van den onver„ v „moeijden ijver waarmeede de Exterpatien sullen trag„ „ten voortgang te doen hebben, om den in deese vaarwa„ „ters bij de vreedes praliminaire gelicentieerde Engel„ „schen, de smokkelhandel in specerijen te beletten. De gouverneur van § 62: Ternaats koning heeft geen reeden gehad om den Gouver„ door Termnaats koning ten „ neur in sijne brieven aan uw: Hoog Edelheeden te beschul„ wij „digen.
English
district will be cleared. postponed. which also at Pattanij peace in the Moluccos. defend, as if he treated this point with indifference, of which the King ought much rather to be accused, as His Highness not only had the preparations for the extirpation work begun in his lands made ready very late, but moreover delayed for a very long time the dispatching of Sergeant Huijsner, who had orders to conduct an ocular inspection of the spice district of Mato on the island of Halmaheira, indicated by His Highness, but where no more than three large or full-grown clove trees and thirty-seven saplings were uprooted; this while said Sergeant, by the King's order, was only shown some others of the clove trees still to be found there in abundance according to his estimation, but which we will take care are all uprooted after the arrival of the military Lieutenant Vegele, who is still finding his work on Morotaij, on Halmaheira aforesaid, which from one end to the other on the Ternate side, according to the warrant given to Vlam, had to be cleared of all spices. Section 63: Just as will also happen after the realization of the hoped-for peace in the Moluccos at Pattanij, upon the discovery of the mountain full of large nutmeg trees mentioned by van Dijk in his letter of 30 May 1783, which were supposedly kept hidden during the last completed extirpations under Captain Stephaan, but into which no investigation can currently be made. Section 64: Just as, to our sincere regret, must remain postponed the investigation ordered of us into the spices which, according to the pretext of the little King of Bangaij, were supposedly located in his lands, and regarding which, in the presence of the former Commissioners van Dijk and Neederspelt, he was contradicted by the grandees of the realm, until one will see an end to the affair, which has dragged on for so long, of the aforesaid vassal, who is quite disobedient to his liege lord and is very closely watched here, and regarding which, as often as we broach the matter with the King of Ternate, we are merely told that the grandees of Bangaij have been summoned, without further explanation. Section 65: Having, for the rest, very well understood the intention of the Lords Majors expressed in the extract from Their Right Honorable Worships' revered dispatch dated 5 December 1783, we shall, in obedience to what was intended thereby, have the extirpation work powerfully continued as soon as we have been able to bring it about that the same is undertaken everywhere in the Moluccos; while in the meantime, alongside this, we again have the honor to present to your High Nobilities, in a little basket stitched in white linen and sealed, 76 pieces of Oubij nutmegs in shells with their mace inside a bag of white linen therein, and likewise in an enclosed little box marked AE, also wrapped in white linen, we let these be accompanied by 12 pieces of other nutmegs in the shell, recently received from the extirpators on Morotaij at the island of Halmaheira, but whose mace, for lack of proper precautions, was already spoiled upon delivery. Section 66: But if our competitors, against whom we can no longer enforce the 4th article of our manifesto issued against the Tidorese in the year 1783 and have therefore annulled it, are also to remain deprived of the Oubij nutmegs, which were found to be of good quality in the Netherlands, as well as the mace, one will either have to dispatch large troops of extirpators thither, for which the Batchianese, whose task this should properly be, are far too weak, or come under the obligation of establishing oneself there in a stronghold to be erected upon it with at least 50 garrison troops under a Resident stationed inside, so that he can keep an eye over it.
Dutch transcription
42. 60 te district sal gesuiverd worden. „ven uitgesteld. 't geen te Pattanij meede rust in de Molluccos. „dijgen, als of hij dit point tracteerde met onverschillijken waar over de Koning veel eerder te beschuldigen soude weesen als hebbende sijn Hoogheid de toestel tot het in sijne Can„ „den aangevangen oxtripatie werk niet alleen seer laat in gereedheid laten brengen, maar daar en boven seerlange ge„ „toerd met de voortsending van den sergeant Huijsner die Een nieuw aangewesen Mague last heeft gehad oculaire inspectie te neemen, van het door sijn Hoogheid aangegeven specerij district Mato ten Eijlande Halmaheira, dog waar niet meer uitgeroegd sijn dan drie groter of volwassen Nagulbonnen et ondersoek naa spere„ en seven en dertig telgen dits terwijl hem Sergeant op 's konings last eenige andere der aldaar nog na sijne ge„ „dagten in meenigte te vinden Nagulbomen alleen sijn vertoond geworden, maar die wij sorge sullen dragen dat allen worden uitgeroeijd nade komst van den op Morotaij sijn werk nog vindende Luitenant militair vegele op Halmaheira voorn=d dat van het eene tot het an„ „der End aan de Ternaatse zijde, volgens den aan Vlam gegeven Last brief, van alle spcerijen moest gesuij„ „verd worden. § 63: Gelijk meede naa de gevolgneeming der verhoopte rust geschieden sal na hasfeten in de Moluccos geschieden zal te Pattanij, bij gewaarwor„ „ding der door van Dijk in sijnen brief van den 30: Meij 1783: verm: Berg vol groote Noote bomens, die bij de laatst volbragte extirpaties onder Capitein Stephaan verburgen soude weesen gehouden, dog waarna tans geen ondersoek kan worden gedaan. §64: Gelijk meede tot ons innerlijk leedweesen uitgesteld blij„ wijn t Bompan mndet blij, wen moet het ons geordonneerde onderzoek naar de spe„ „cerijen, welke naar voorgeeven van 't Koningje van Bangaij in sijne Landen vallen souden en waarin„ „ne ten aanweesen van de geweesen Commissiant van Dijk en Neederspelt door de rijksgrotens is tegen gesproken geworden tot men eens een einde sal komen te sien aan de duslange getraineerd hebbende saak van voorm:, sijnen Leenheer vrij wat ongehoorsaamen en hier on Ilem. seer. V H. 62 45 oulijse en andere Nooten gan besijde desen over. het Eijland oubij afgehou„ „den worden. ser sterk in 't oog gehouden wordende rassal en waan„ „omtrent ons, soo dikwils er meede te derde komen bij den koning van Ternaten gesegd word, dat de rijks„ „groten van Bangaij op ontboden sijn, sonder meer. § 65: Hebbende wij overigens seer wel begreepen de meening de Engelschen moeten van 4 der Heeren Majorees g'exprimeerd bij extract uit Hun„ „nes Ed: Hoog Achtb: gevenereerde missive d: d: 5: decem: 1783: en zullen in obedientie aan het daar bij bedoelde het extirpatie werk niet magt doen voorszetten, soo ras het daar heen hebben konnen brengen dat het sel„ „ve alomme in de moluccos bij de hand genomen woorde terwijl in tusschen bezijden deezen op nieuw de eere heb„ „ben uwe Hoog Edelheeden in een met wit linne om„ „naid en verseguld mandje aan te bieden 76: p„s oubijso„ Noten in dopppen met derselver foejlij in een sakje van wit linnen daarbinnen, deselvens in een bij gevoegd meede in wit linne onwonden doosje AE laten de verseld gaan van 12: p„s andere jongst van de Extrpateurs op Morotaij ten Eijlande Halmaheira, ontvangers Noters in den dope, dog waarvan de Foelij uit mankement aan goede voor„ sorg, bij aanbreng, al bedurven is geweest. § 66: Maar sullen onse Competituuren tegen de welken met meergelden laten het 4: artikel van ons tegen de Tidoreesen d„o 1783: uitgegane Manifest en het daarom geroijeerd hebben ook van de oubijse Noten die in Needer„ „land van goede denge bevonden sijn so wel als de foelij„ gefrustreerd blijven, zoo sal men, of Groote troppen van Extrpateurs naar derwaards moeten afsenden, waar„ „toe de Batchiamders, wier taak sulx eigenlijk weesen soude, veel te swak sijn, off in de verpligting komen van 'er sig neer te slaan in eene daar op te werppen vastigheid niet ten minste 50: bezettelingen onder een Resident daar binnen, dies het oog kanlaten gaan. gaan. over.
English
46 64 4t Thanksgiving for the permitted write-offs regarding the Tidorese rebellion. The Governor did not explain himself sufficiently in his letter of 8 March 1784. to be passed for write-off. over that rather extensive Island which, upon investigation, according to our contention would be found very rich in spice trees, and where a regular cultivation of nutmeg trees could easily be established if Banda were to undergo more than the already suffered nutmeg shortages in the future, and where one would moreover have the advantage, provided a couple of well-armed vessels were kept cruising thereabouts, of greatly impeding the smugglers' passage to Maba, Patani, Ceram, and the Papuan lands. Paragraph 67: To return to the discussion of matters of war, namely to the war we had to wage against the Tidorese after, in the autumn of 1783, by order of their faithless king Patra Alam, the European garrisons stationed at Soasio to maintain the Royal dignity were brought to the slaughterhouse, we express our humblest thanks for the permitted write-off granted to us of all expenses incurred during that war on Tidore and along the coast of Halmahera as far as Weda, and we solicit the same indulgence regarding the reward of 1000 rixdollars determined by us in secret resolution of 29 August last and since disbursed for the owner of the Banda bank de Weldoender, which served in the aforementioned Tidorese war. Paragraph 68: And we respectfully serve in answer to the question of what the Governor meant when he said in his letter of 8 March 1784 that the military on Tidore, when the ammunition was removed from the post, were reluctant to comply with our orders in this matter; that the Governor, by underlining the words "our orders", intended Your High Nobilities to better understand that Agaats must have demanded the surrender of the ammunition from the military in the name 48 666 Presumptive reasons why the dethroned king Patra Alam gave no notice of the treason. of Governor and Council, who certainly did not think of giving such ridiculous orders in a situation such as the one in which the garrison found themselves, and from which they, in our opinion, could have been saved without that rash surrender, as the Tidorese stayed at a good distance from loaded artillery and muskets, and we would thereby have obtained the opportunity to get the garrison off the island when the treason became too evident and they wished to be delivered, even if the Ternate cora-coras had proceeded even more slowly in this matter. Paragraph 69: Because the Governors on Ternate have more intercourse with the kings of that name than with the other two principal Moluccan kings, who are only seldom present on this Island, and for the same reason must give precedence to the first-mentioned ruler in all customary ceremonies, they are and have always been held suspicious of partiality by the Tidorese and Batchianese, especially by the first-mentioned, and cannot justify themselves to them any longer following the subsequent arrest and deportation of their beloved King Djamaludin. This mistrust, added to Patra Alam's bitter hatred against all Ternatans without distinction, must—after he appears moreover to have been strongly pressured by the grandees of the realm—have restrained him, we think most likely, from disclosing matters to the Governor, with whom he never entered into dispute and with whom he associated, to all appearances, very intimately. The letter written by Nuku to the Tidorese demanded by Your High Nobilities in paragraph 74 is included among 55 68 51 The satisfaction of Their High Nobilities has been made known to the participants in the expedition to Tidore. The required elucidation regarding the captured cannon is most respectfully given. The new king of Tidore was placed in authority over his realms and states upon his arrival. the appendices. Regarding Jongladje Soelan, he perished in the Tidorese rebellion, and of Prince Hamarie, who departed to his friends in Patani, nothing has been heard in over a year's time, so that we have not been able to carry out the orders of paragraphs 75 and 76 in their regard. Paragraph 70: We have certainly been very fortunate in that dreadful circumstance to be so well served in the expedition sent by us against the Tidorese and adherents by the Commissioners Hemmekam and Durr, as well as the other participants, to all of whom we have been pleased to make known the satisfaction that Your High Nobilities have been pleased to take in their displayed prowess. Paragraph 71: The 17 small brass pieces—not all cannon—which the King of Ternate says he returned and had brought into this castle, were actually captured by our men from the Tidorese and unloaded into the Ternate cora-coras for transport. They were, a pair of unserviceable swivel-guns excepted, included under the paid cannon to the amount of 610 rixdollars and 18 stuivers, in which sum the Europeans, Balinese, and sepoys who returned from the expedition participated. Paragraph 72: Fully appreciative of the entirely wise reasons that made Your High Nobilities resolve to re-establish the royal authority on Tidore and to let Your highest choice fall upon Prince Kamaludin, who returned here as King, the Governor was exceedingly joyful to be permitted to place into the hands of that ruler—who was received with all luster and public tokens of benevolence—the burdensome administration hitherto conducted by him over the realm, which has been restored to peace as well as possible up to the outermost borders of Halmahera, and to His Highness
Dutch transcription
46 64 4t Doniksegging voor de toe„ gelegerheid van de Tidereese opstand. De Gouverneur heeft zig in sijnen brief van den 8: Maart 1784: niet dueide„ „staande ter afschrijving te willen passeeren. over dat vrij uit gestrikte Eijland het welk, op onderzoek, naar onse sustenue als seer rijk van specerij bomen soude bevonden worden, en aldaar eene reguliere Culture van Noote boomen, bij aldien Banda in den aanstaande meer dan de reeds besroefde Noottottig heden ondergaan moest, gemeek„ „kelijk kon werden aangeleijd en alwaar men boven dien het voordeel hebben soude, mits een paar wel gearneer„ „de vaartingen daar omstreeks in bekruissing gehouden wierden; der Smokkelaren vaart naar maba, Pattanij„ Ceram en de Papoe, Grootelijks te belemmeren. §67: om weeder te keeren tot de verhandeling van oorlogs za„ „gestane afschrijvingentw„ ken en wel tot den oorlog dien wij hebben moeten voerens te„ „gen de Tidoreesen na dat in het najaar van 1783: op bevel van derselver, trouloose koning Patra Allam de tot ophouding der Koninglijke waardigheid op Soa„ „sio gelegen Europise bezettelingen op de slagtbank sijn gebragt geworden soo betuigen wij needrigst dank voor de ons toegestaane afschrijving van alle de bij dien oor„ „log op Tidor en langs de kust van Halmaheira tot aan weda toe, gedane bekostigingen en besolliciteeren de zelvde en blede on ook het neren toegevenheid omtrent de door ons bij secreete besluit van den 29: aug„s J„o L: beppaalde en sedert afgegeven beloning van rd„s 1000: — voor den Eijgenaar van de in voorm: Tidoreese oorlog gediend hebbende Bandase Bank de Weldoender. §68: E„ dienen eerbiediglijk op de vrage wat de Gouverneur Gemeend hebbe, wanneer in sijnen brief van den 8: Maart „lijk genoeg g'expliceerd. 1784: gesegd heeft dat de Militairen op Tidor, toen de Ammunitie van de post wierd gehaald, wergerig wa„ „ren om aan onse ordres in deesen te voldoen dat de Gouverneur met de woorden van onse ordres te onderstreepen, gemeend heeft uw Hoog Edelheeden te bee„ „ter begrijppen souden dat Agaats de afgave der ammuni„ „tie van de Militairen moet gevergd hebben uit naam van 48 666 Presumtive reedenen patra Allam geen kennis van Gouverneur en Raad, die seeker niet gedagt hebben om dusdanige redicule beveelen te geven in eene omstan„ „digheid als waar inne de bezettelingen sig bevonden en waar uit sij, onseseragtens, sonder die onbesonnen afgave gered hadden konnen worden also de Tidoreesen van geladen stukken en snaphanen, op een goede distantie waren afgebleeven en wij, hier door gelegenheid gekregen had den om de bezettelingen, toen het verraad te sterk doordrong en sij verloste wilden weesen, van het Eijland af te krijgen; ofschoon de Ternaatse Corra Corras, in deesen nog langsamer waren te werk gegaan: § 69: De Gouverneurs op Ternaten, door dien met de koningen waarom degetroneerde koning van dien Naam meerder ommegang hebben dan met de van 't veraad gegeven heb, twee overige Mollukse hoofdkoningen, die maar selden op dit Eijland aanvoesig sijn, en eerst genoemde vorst om de selvde reeden den voorrang geven moeten bij alle in usantie sijnde plegtigheeden; sijn en worden al„ „toos van de Tidoreesen en Batchianders voor als van eerst„ „gem:, verdagt gehouden van een zijdigheid en konnen sig deswege bij deselven niet meer regtvaardigen na de gevolgde arresteering en opsending van hunnen gelievden Koning Djamaloedien: dit wantrouwen, gevoegt bij de bittere haat van Patra Allam tegen alle Terna„ „tanen, sonder onderscheid, moet hem, na dat boven„ „dien sterk door de rijksgroten schijnd geosideert te sijn geweest, wederhouden hebben, denken wij voor het naast, van opening van saken te doen voor den Gouver„ „neur met wien minneer in geschil kwam en in al„ „les, soo het sig liet aansien, seer vertrouwelijk om„ „ging. De door Noeckoe aan de Tidoreesen geschreeven door uw Hoog Edelheeden I: 74: opgeischte briev gaat onder alle. de. „be. 55„ 68 51 Aan de deelnemers in de oxpeditie naa Tidor is be„ „kend gemaakt het genoe„ De gevorderde elucidatie „genomen canon word eerbie„ „digste gegeven. Den nieuw koning van Tidor is bij sijne komst in gesag over sijne rijken en staten gesteld. de Byjlagen over Jongladje Soelan, is in de Tidreese op 8„„ „stand omgekomen en na sijne vrienden te Pattanij ver„ „trokken prins Hamarie in geen jaar tijds meer ver„ „nomen, dus het §75: en 76: geordonneerde te hunnen opzigte niet hebben konnen opvolgen. §70: Wij, sijn seeker seer gelukkig geweest in die akelige omstandigheid soo wel gediend te worden in de door ons op „gen van Hunne Hoogdeh: de Tidoreesen en adherenten in Expeditie afgesondens Com„ „missianten Hemmekam en Durr item verdere deelnemorg aan alle dewelken wij blijden zijn geweest bekend te mins „ken het genoegen dat Uwe HoogEdelh; in derzelver betoonde prouesse hebben gelieven te neemen. § 71: De 17: koppere stukjes / miet allen Canon / die de koning omtrent het bij tegateoven, van Ternaten segd weder gegeven te hebben en binnen dit kasteel heeft laten brengen sijn eigenlijk door de onsen op de Tidoreesen veroverd en in de Ternaatse Corra Corras ten overbreng afgeladen geworden se sijn, een paar onbequame kamer rantakkas daar van uitgesondert, onder het betaalde Canon tot rd„s 610: 18: - begreepen geweest in welke somma de uijt Exppeditie terug gekeerde Europeesen, Balijers en Sipaijs geparti„ „ticipeerd hebben. §72: Volkomen vatbaar voor de allezins wijze reeden, die uwe Hoog Edelheeden hebben doen resolveeren om het koninglijk gezag op Tidor weeder in te voeren en hoogst derzelver verkiesing op den als koning dit heen terug gekomen Prins Kamaloedien te laaten vallen, is de Gouverneur boven maten verblijd geweest in handen van dien met alle Luister en openbare teekenen van welmeenentheid Gerecipieerd geworden vorst te mogen stellen het door hem duslange gevoerd ge„ „worden lastig bestier over het soo goed mogelijk, tot aan de uiterste grensen van Halmaheira toe, weeder in rust gebragte rijk en aan sijn Hoogheid, onbequame. voor
English
sent to meet him, his previously arrested brother: And he was lodged at his Highness’s residence. Before he had even arrived at the roads, as a striking token of extreme complaisance towards his Highness, we sent his natural brother, Prince Wackere, to meet him. Prince Wackere had been arrested for complicity in the murder of Ngaatzi and his associates, and had, like all Tidorese, maintained a total denial. However, the Governor, bearing in mind which princes he had nominated for election as King of Tidore at the request of the grandees of the realm in his letter of the 8th of March of last year, did not exert himself greatly to convict him, for which he would only have needed the escaped slaves of Ngaatzi. Moreover, this prince would have had to be released in any event upon the granting of the general amnesty. He was interrogated by political council members regarding the crime as well as about a very suspicious letter found on him, and his given replies have been kept secret. We include the papers relating to his case among the annexes for the judgment of your High Excellencies, who may be pleased to know that Wackere must have defended himself very poorly before the King, his brother, with whom he has fallen into visible disgrace and into no employment. Section 73: Having rented one of the most prominent houses within our settlement, with a spacious garden, as a residence for the new king on the very day that the joyful news of the arrival of the Huijs te Crooswijk in the Strait of Bachian was brought, we learned upon his Highness’s landing that he preferred to reside on the seashore, namely in the house of the late skipper Van der Staal. That house, however, was in disarray and full of the deceased’s goods that were subsequently auctioned off. His Highness, understanding this, accepted instead the spacious garden of the Governor, situated on the seashore only a short quarter of an hour's walk from this Castle, which was offered to him as lodging. He was granted the free disposal of the furnishings of all kinds contained therein, which, modestly speaking, are by no means unsightly, though at present almost all are worn out. Reasons of greater moment made the occupation of Van der Staal's house by King Kamaloedien impracticable and are recorded in the secret resolution of the 30th of April of this current year: namely, the great nuisance and damage that would have been caused to the residents of the adjacent houses if we had complied with his Highness's wish in this matter. Cottabaroe having since been acquired by purchase into the ownership of the senior merchant Hemmekam, His Honour was granted, pursuant to the aforementioned resolution, a rent of 18 rixdollars per month for vacating it until the King’s departure for Tidore. Section 74: On the other hand, other requests of the monarch were granted, almost all having been conceded. The King’s requests are granted. Firstly, for ten lasts of Javanese rice, which is requested in the general letter, and which ten lasts his Highness would repay out of the 120 lasts promised to him at Batavia, but which have not yet been received. Secondly, for 50 rixdollars per month for his Highness’s table, instead of the 4 rixdollars per day that we would otherwise have had to defray, by which arrangement 70 rixdollars a month are saved. Thirdly, for the advance of one year’s recognition money for the grandees of the realm of Tidore and the village chiefs of Maba, Weda, and Patani, to which we could not agree on the 30th of April, but to which we proceeded on the following 20th of June, after understanding that this requested advance referred to the half of the recognition money of the said grandees and village chiefs withheld by us for two consecutive years following the cited revolt. We understood that, along with the King of Tidore, these monies were to be refunded after the remission of the war expenses incurred during the revolt. This was done in the following manner: For the Tidorese grandees: 1600: —: — rixdollars. For the village chiefs of Maba: 253: 25: — rixdollars. For the village chiefs of Weda: 291: 4: — rixdollars. While the withheld and no longer ongoing gratuity money of the village chiefs of Patani, amounting to 178: 17: — rixdollars, remains withheld until they also submit. Regarding all of these concessions, we hope to obtain the approval of your High Excellencies. Section 75: Furthermore, we acted according to the respected intention and in conformity with the request made by the often-mentioned King Kamaloedien, pursuant to orders received. At his Highness’s public presentation, which followed not long after his arrival on Ternate, we did not have read out, but kept secret, the 6th, 15th, and 23rd articles of the Act of Investiture. We shall not publish them until the assembled princes, grandees, lesser chiefs, and subjects have accepted the amnesty offered to them and have gathered under the Tidorese domain. We hope this may follow shortly, as an astonishing number of displaced Tidorese, Maba, and Weda people, though no Patani people or Papuans, have flocked hither following the King’s arrival. The latter may eventually come forward, as we hope and wish, in response to the pardon letters dispatched everywhere, a copy of which we have attached hereto. Section 76: However, we by no means desire that indulgence should have to be used regarding the arrival of Papuan royalties.
Dutch transcription
52p 74: 535 gesonden sijnen bevorens in arrest genomen Broeder: En is tot Logis van sijne Hloogh„ „meind geworden. voor en aleer nog ter reede was geariveerd, een„ boorslaande blijk van verregaande Complaisince te en aan sijn Hoogh: te gemoetgeven, met hem te gemoet te senden, sijnen, om compliciteit aande moord van Agaatfz C: S:, in arrest genomen vleeschelijken Biolder Prins Wackere die zig, gelijk alle Tidoreesen doen, aan de Negative ge„ „houden heeft, maar dien de Gouverneur, indagtig welke Princen hij op verzoek der Rijksgroten bij sijnen brief van den 8: Maart van voorleeden Jaar hadde voorgedragen ter verkiesing als Koning over Tidor niet seer getragt heeft tot overtuiging te brengen, waar toe hij de ontkomen slaven van Ngaatsz: al„ „leen nodig hadde gehad, dan welke prins met den aanbreng der generale amnestie, al evenwel op vrije voeten hadde moeten worden gesteld. Hij is door politicque raadsleeden over het feijst soo meede over een bij hem gevonden seer bedenkelijke § 73: Een der aansienelijkste huijsen binnen onse Negorij, tot een spatieuse thun inge„ verblijff voor den neuwen koning hebbende afgehuurd, nog den eijgen dag, waar op de blijde tijding weg„s het arrivement van 't Huijs te Crooswijk in straat Batchian wierd aangebragt; vernamen wij bij sijn Hoog„ „heids aanlanding, dat verkoos aan zee strand te woo„ „nen en wel in 't huijs van den overleden schipper van der staal dat toen overhoop en vol van des overlee„ „dens nadato gevenduceerd geworden goederens, lag sijn Hoogheid sulx verstaan hebbende, accepteerde hier bier ondervraagd en sijne gegeven respousives sijn geseere„ „teerd geworden: wijlaten de tot sijne saak relatie hebbende Papieren onder de bijlagen volgen ter be„ „oordeeling van uwe Hoog Edelheeden hoogst dewelken gelieven te weeten dat wackere sig seer kwalijk moet hebben verantwoord voor den koning sijnen broeder bij wien in sigtbare disgracie en in geen emploij is ge„ „raakt. briev. op. 54: 72 /5 meest alle ingewilligs. op de hem tot logis aangeboden spatieuse aan zee stran slegts een halv quartier uure gaans van dit Casteel gelegen, thuijn van den Gouverneur met de vrije disposi„ „tie over de daar in sijnde en / met zedigheid gesegd/ gansch niet afzigtelijke, meubelen, van allerlij soort, die te deser uur meest allen bedurven og reedenen van meerder Klein hebben de bewooning van 't huis van van der Staal door koning Kamaloedien, ondoene„ „lijk gemaakt en sijn aangeteekend ter secreete re„ „solutie van den 30: April h: a: grote overlust in schade, namelijk, als hier meede aan de bewoners der aangrensende huisen ware toegebragt, bij aldien me„ sijn Hoogheid in deesen te wille hadde gestaan. Cotta„ „baroe seedert door koop in Eigendom geraakt sijnde van den oudkoopman Hemmekam, is sijn E: ter voren gem: resolutie voor de inruiming tot 'skonings vertrek na Tidor, toegelegd de huur van rd„s 18: ter maand. §74: Daar tegen sijn andere versoeken aan den vorst toe„ „gestaan als. 'skenings versoeken worden d„o om tien Lasten Javase Rijst waar van bij gemeene brief gevaagd, word en welke 10: Lasten zijn Hoogh: restitueeren soude uit 120: hem te Batavia toegesegde Lasten, maar die net ontvangen sijn. 2„e om 50: rijgxs„ ter maand tot zijn Hoogh„t Tafel in steede van rijxd„s 4: die wij daar voor 'sdaags hadden moeten bekostigen, en met welke schikking rd„s 70:- E in de maand bespaard worden. 3„e om de vooruitverstrekking van een Jaar recognitie penn: voor de rijksgroten van Tidor en dorpashoofden van Maba, weda, en Pattanij, waar toe den 30: April niet konden verstaan dog waartoe den 20: Junij daar aan sijn overgegaan, na dat begreepen hadden dat met die versogte voormtverstrekking gemeend was de door ons op de geijteerde revilte, twee Jaaren agter een, ingehou„ na „den. 56. 74 54 Bij de opleesing van de acte „oticul gesereteerd geworden De komst van Papoese konin„ „lijk. den helfte der recoqguitie penn: van op ged: Rijksgproten en Dorpeshoofden en welke penn: met Tidors koning begreepen dat, na de kwijt schelding der bij de revolte gemaakte oorlogs ongelden, weeder moesten worden gerestitueerd; het geen in deeser voege geschied is als voor de Tidoreese rijksgroten. . . - - rd„s 1600: —: —. „ Dorpshoofden van Maba - - - - - „ 253: 25: —. „ _„o „ Weda. - - - - - „ 291: 4: —. terwijl de ingehouden en niet meer voortlopende gunst„ „penn: van de Dorpshoofden van Pattanij ten empor„ „te van rd„s 178: 17:- als nog ingehouden blijven tot meede in submissie komen. Omtrent alle welke inwilligingen de approbatie van uwe Hoog Edelhedens hopen te erlangen. §75: Wijders hebben wij gehandeld naar de gevenereerde van Investiture sijn eenige an intentie en conform het gedaan versoek van Koning navolgens bekomen ordre. Kanaloedien meerm: met bij sijner Hoogheid niet lang na syne komst op Ternaten gevolgde publicque voorstelling, niet op te laten leesen, maar geseere„ „teerd te hoeden het 6:, 15: en 23: articul van de acte van investituur en sullen deselve ook niet eerder publi„ „ceeren dan wanneer de gesamentlijke Princen en Rijksgroten mindere hoofden en ondersaten de hen aange„ „boden Amnestie sullen hebben aangenomen en onder het Tidoreese gebied sullen bij een gekomen sijn 't gunt ver„ „hopen eerstdaags volgen mag, sijnde een verbasend getal, van uitgewerken Tidoreesen, Maba en wedareesen, dog geen Pattanij reesen of ook geen Paspoeen, naa 's konings komst dit heen te samen gevloeijd, sul„ „lende laatsijek: eindelyk nog wel opkomen, soo wij hopen en wenschen, op de alomme versonden Par„ „don brieven van de welken deesen een afschrift heb„ „ben bij gevoegd. § 76: dog wij; verlangen geensins dat toegevenheid sal een p sonaten is notsaken behoeven gebruikt te worden aangaande het voorstelling komen.
English
58 76 5: displeasure of King Kamaloedien over the Weda people being declared slaves by Ternate's king. Elucidation concerning the previously reported three Weda people. Arrival on Ternate of the Papuan Kings. Paragraph 77: Meanwhile, we pray Your Right Excellencies to be pleased to write to the conquered Highness Kamaloedien of Tidor, just as you have done to us, that the King of Ternate merely used reprisals against the Tidorese and availed himself of the right of war by declaring the captured Weda people brought to him to be slaves and disposing of them as he saw fit, just as the Tidorese did with the Ternate subjects abducted from Saketta, Wossie, and Mackian; His Highness being able or willing to give credence to this all the less, because the reprehensible conduct of the former Shahbandar, now Gugu, Tahane, who returned with him, who, to thwart the Governor upon the king's arrival, laid hands on all Weda people wherever he found them in houses and brought them to the King; all of which, upon the Governor's grievances and representations lodged against this, were returned again to the Lijfheeren, who disposed of them in the best possible manner, just as the Governor also had to dispose of, as if by sale to skipper Folkers, five of the Weda slaves given to him in the year 1783, who did the work for the king in the garden and were transported to remote places by his order, but were subsequently returned again; all the remaining having already scattered before the month of April 1784 and found a safe refuge, although the widows of Agaats and Van Dijk did not lose by this, nor any other widows of the lower-ranking Europeans massacred on Tidor, who mostly became a charge upon the Governor. Paragraph 78: With regard to the three Weda people delivered by Ternate's King as murderers of the unfortunate under-merchant Van Dijk, concerning whom Your Right Excellencies demand information, we have the honor to report: that having been judicially questioned and examined, and subsequently acquitted, the same were set at liberty again and went their way, as can be seen in the general Resolution of the 15th of May 1784. 60. / 78 6 cannot yet declare what use will be made of the gallowets. The stay of Tidor's king on Ternate. Paragraph 79: Mention having been made in the general letter of the three gallowets that arrived for us, we cannot properly declare our intention concerning the use to be made of them, since the defects incurred during their voyage must still be repaired and time must teach us what we are to carry out with them; although for the present we believe that with them we shall first of all have to guard our own shores against the Tidorese, Maba, and Weda people who cover them, who strip the King of money and property through their continual begging and stay so close to his person that agriculture and fisheries, with which the Tidorese formerly sustained themselves vigorously, are almost at a standstill, as well as the cutting of timber and burning of lime, under which unfavorable circumstances the Company and the community have much to suffer, and in which the King of Ternate, who is uncommonly on his guard against the Tidorese, takes no pleasure at all. Paragraph 80: Now it is true that Tidor's King indeed had to reside on this island for some time, both for the reason that the burned royal Dalam on Tidor had remained untouched because of the dispute that arose even before His Highness's arrival between the Tidorese of Soasio and Toloa over the honor of the royal residence, which those of Toloa wished to claim for themselves, as well as for the reason that the prince did not deem it advisable to reside on Tidor before and until everything was in tranquility everywhere again; and for which he said he had obtained the consent of Your Right Excellencies (for everything the Tidorese now do or refrain from doing occurs under that name). CL5 80 tzz regarded as worrisome. His Highness wants extradited his subjects who have been housed among the Ternatans and Macassars for years past. Paragraph 81: But since, upon the departure of the ships to Batavia and of our vessels to the outer stations, we must lack a great reliance in case of need, and the prudence and circumspection always recommended—now that the number of Tidorese present here happens to exceed the number of Ternatans—also entails that some precautions be taken, the Governor, by representing that matters will proceed so much better and more speedily, as is truly thought, persuaded Tidor's king to depart before the departure of the bearer of this to the old royal place of residence, of which His Highness made choice; for which, however, little hope remains, as the dwelling for the king's European bodyguard at the time of this writing is not yet completely roofed and the King is not yet seen making any preparations for departure. Paragraph 82: The claim of Tidor's King to a considerable number of Tidorese who 40 to 50 years ago went to dwell among the Ternatans and Macassars, as the same is described in the secret Resolution of the 29th of August last, being regarded on Ternate as a semi-declaration of war and considered by us impossible to satisfy, makes us fearful of unpleasant encounters between the interested parties, in spite of the declaration made by Tidor's king that he was content with our refusal.
Dutch transcription
58 76 5: ongenoegen van koning Kama„ wedareesen tot slaven sijn ver„ „klaard door Ternaats koning. Rijksbestierder door den Elucidatie omtrent de ale aangegeven drie wedareesen. komen op Ternaten van de Papoese Koningen §77: Intusschen bidden wij uw Hoog Edelheeden aan sijn „ „loedien over zulx de overwonnen Hoogheid Kamaloedien van Tidor evers als aan ons §. 58: gedaan hebben te willen schrijven dat de Koning van Ternaten maar respresaille op de Tido„ „reesen gebruijkt en sig van het regt des oorlogs be„ „diend heeft met de hem aangebragte gevangen we„ „dareesen tot slaven te verklaaren en over deselven waa goedvinden te disponeeren, even als de Tidoreesen met de van Saketta, Wossie, en Mackian ontvoerde Ter„ „naatse onderdanen gedaan hebben, konnen de nog willende sijn Hoogh: hier aan geloof slaan te minder dewijl de met hem terug gekomen ge„ misselike handelwijs van seds wesen Sabandhaar, tans Goegoegoe, Tahane, die Gouverneur tegen tegaan bij 's' konings arrivement op alle wedareesen, waar huijse slegts aantrof de hand lag en se bij den Koning bragt dan welke alle op 's Gouverneurs hier tegen ingebragte doleancien en vertogen weeder terug sijn gegeven aan de Lijfheeren die er sig, op de best mogelijke wijse van hebben ontdaan gelijk de Gouverneur sig ook als bij verkoop aan schipper Folkers heeft moeten ontdoen van vijf der aan hem A=o 1783: Geschonken Wedareese Slavens die het werk voor den koning in de Thunij deeden en op sijn last. naer afgelegen plaatsen vervoerd geworden dog na„ „derhand weeder terug gegeven sijn; hebbende alle de overige nog voor de maand April 1784: spat geset en een goed heen komen gevonden, schoon de weduwe van Agaats en van Dijk daar bij niet verlooren hebben soo min als eenige andere weduwen van de op Tidor gemassacreerde minder Europpeesen die den Gouverneur meest allen tot laste gekomen sijn §78: Ten aansien der drie door Ternaatf Koning als moor„ moordenaars van van dijk „denaars van den ongelukkige onderkoopman van Dijk, overgeleeverde drie wedareesen, waaromtrent uwe terug. Hoog Edelheeden. 60. / 78 6 ken kan sig nog niet verkla„ dat gemaakt sal worden „wets. Het verblijf van Iidors koning op Ternaten. HoogEdelheden informatie vorderen, geeven wij ons de eere te dienen; dat deselven justitieel ondervraagd en g'examineerd vervolgens vrij gesproken sijnde ge„ „worden, weder op vrije voeten sijn gesteld en hunnen weegs gegaan gelijk te sien is bij gemeene Resolutie van den 15: Meij 1784: § 79: van de ons toegekomen drie Gallowets bij den nen omtrent het gebruik gem eene brief mentie sijnde gemaakt konnen wij van de die bekomen galle, ons. nopens het daar van te maken gebruik nog met regt verklaren dewijl nog van hare op de reijs„ bekoomen gebreeken moeten worden verhulpen en de tijd ons leeren moet wat daar meede hebben uit te voeren schoon voor het naast geloven dat daar meede voor eerst onse eigen staanden sullen dienen te bewaaken tegen de selven over dekkende Tidoreesen, Maba en Wedareesen, die den Koning van geld en goed, door hunne Continueele beedelarijen ontbloten en sijn persoon soodanig bij blijven dat de Landbouwen vischerijen waarmeede de Tidoreesen sig voorheen sterk gerneerd hebben genoegsaam stilstaa nev„s het aan„ „kappen van houtwerken en branden van kalk onder welke disfavorable omstandigheeden de Comp: en de gemeente veel te lijden heeft en waarinne d' koning van Ternaten, die ongemeen sterk tegen de Tidoreesen op sijn hoeden is, gansch geen genoegen neemd. 880 §80: Nu is waar dat Tidors Koning wel eenige tijd aan dit Eijland heeft moeten verblijf houden zoo ons reeden de afgebrande Koninglijke Dallam op Tidor boor „ de nog voor sijn Hoogh: komt in twist geraakte Tidoreesen van Soasio en Toloa over de eere der koninglijkke residentie welke die van Toloa aan sig trekken wilden onaangeroerd was gebleeven, als om reeden de vorst sijn verblijf op Tidor niet raad„ „saam heeft geoordeeld vóór en aleer alomme alles vischerijen weeder. CL5 80 tzz als sorgelijk beschouwd. sijn Hooghoid wil uitgelee„ „tie die jaren herw: onder de gehuisvest zijn. weeder in ruste was, en waar toe gesegd heeft het Consent van uw Hoog Edelheden /:want alles wat de Tido„ „reesen nu doen off laten, op dien naam geschied:/ te heb„ „ben geobtineerd. § 81: Dan dewijl bij vertrek der scheepen naa Batavia en van onse vaartuigen na de buijten Comptoiren, een grote toeverlaat moeten missen in Cas van nood en de om altors aangespreesen voor en onsigtigheid, tams - dat het getal der hier aanweesende Tidoreesen het getal der Ternatanen komt te overtreffen, meede brengt dat eenige precautien gebruikt worden soo heeft de Gouverneur Tidors koning onder voor„ „houding dat de saaken deste beeter en spoediger sullen gaan, gelijk weesenlijk gedagt word; overge„ „haald om nog vóór het vertrek van brenger deeses naar de oude koninglijke Residentje plaats, waar van §82: De aanspraak van Tidors Koning op een aansienelijk wen hebben hijden sijne van getal van 40: â 50: Jaaren herwaards sig onder de Ternaten en Maccassaren Ternatanen en Maccassaren ter inwoning begeeven heb„ „bende Tidoreesen, soo als dezelve ter secreete Re„ „solutie van den 29: Aug„s J„o J„o L: beschreeven staat op Ternaten voor een halve oorlogs verklaring aange„ „merkt en door ons ondoenlijk gehouden sijnde om ƒ aan te voldoen; doet ons bedugt sijn voor onaange„ „namine renconties, tusschen de belang hebbende par„ „tijen in weerwil van de gedane declaratie door Ti„ „dors koning dat zig te vreedse hield met onse sijn Hoogh: verkiesing heeft gemakt te vertrekken waartoe nogtans geringe hope overblijft, alsoo de woo„ „ning voor s'konings Europpise Lijfwagt onder dit schrij„ „ven nog niet volkomen gedekt en men den Koning nog geen praparatien tot vertrek siet maken. sijn. 2 ten dage.
English
Paragraph 82: One does his best to keep the Ternatans and Tidorese apart. He pretends that the settlement made on the aforementioned day, namely to let what happened before King Kamaloedien's accession to the government pass, with the promise of His Highness to provide equitable satisfaction in all matters arising during his time; we base our apprehension on the continual agitation of the Tidorese grandees, to whose piping their so-called good kings must dance, which is why we still think that Patra Allam was not driven by any evil impulse against the Company. Paragraph 83: Meanwhile, we work with all our might against anything that could give cause for an open rupture between the kingdoms of Tidor and Ternaten, and the Governor continually reminds the new King of the promises he made to Your High Excellencies, as well as the heavy obligation under which Your Excellencies have placed him, both by appointing him king over a realm that will in time become powerful through the good arrangements devised with him at Batavia, and by granting the greater part of His Highness's requests, as has already been complied with here as far as possible by the Governor and Council and by the Governor separately regarding a great multitude of His Highness's oral and written requests, of which last-mentioned copies are offered in an accompanying bundle; which often could not be done without great trouble and head-breaking by the Governor, who also had to turn down outright some excessively extravagant oral requests. Paragraph 84: As Your High Excellencies in your renowned wisdom certainly could not have granted at Batavia a novelty regarding the alternate enjoyment of preeminence over the King of Ternaten at this castle and being placed permanently on an equal footing with him regarding the recognition monies, which His Highness nevertheless insists had already been increased before his departure from Batavia by 1000 rds for the clearing promised by him there of the considerably large district of Tonio and Tojobodo, filled with spice trees and situated at the southernmost end of Halmaheira, extending to Poeloe Pisang; which district the King of Tidor mistakenly thought had fallen into the hands of the Ternatans, but in possession of which land His Highness will find himself placed no sooner than after the subjugation of the entire realm of Tidor, as it is abandoned by inhabitants and situated very close to the Pappoe, this being the only elucidation we can provide on the request of King Kamaloedien mentioned in Your High Excellencies' letter of 11 February of this year. Paragraph 85: Your Excellencies may firmly trust, meanwhile, that the Ternatans will stay away from the Tidorese lands and adhere to the agreement made through our mediation on 5 October 1784 between Ternaten, Batchian, and Tidor, which was confirmed after that date by the ruler of the last-mentioned realm with his seal and signature, and in which virtually the same was stipulated as what Your High Excellencies were pleased to prescribe in paragraphs 83, 84, 85, and 86, a counterpart of the just-mentioned convention being transmitted among the enclosures. Paragraph 86: Respectful question whether nothing should be withheld from the allowance enjoyed by the King on account of his previously charged debt to the Company. We shall promptly obey the order and let the ruler annually enjoy the 400 rds formerly enjoyed by King Djamaloedien for the cession of Ceram. Paragraph 87: The adjacent order cannot be complied with. But we can by no means comply with the order to let the family and former subjects of Sangadji Padje, who was relegated to Ceylon, return from Ternaten to Tidor, as these are all included among the Wedarese enslaved by the King of Ternate and are scattered everywhere, as is not unknown to King Kamaloedien. Paragraph 88: In Papuan affairs, the adjacent allowance per month has been assigned to eleven Tidorese. On the other hand, the Governor, to whose equitable arrangement Your High Excellencies were pleased to leave the provision to be made here for the eleven Tidorese grandees who came over with His Highness until the Papuans shall have voluntarily submitted in time, on the King's urging, has begun to make those provisions from the 23rd of the month of March, consisting of: 5 rds cash, 40 lbs Javanese rice, and 3 lbs salt to each per month, after they had testified that they could not manage with a lesser allowance and the King had requested that no pettiness should be observed regarding the pay of men in whom he placed great trust and who had to perform the heaviest work. Some of the same having departed for Ceram and the Papuan lands a few months ago with an act of General Amnesty, we are very eager to hear of the good outcome of this mission. Furthermore, the King of Tidor receives wax candles, oil, and rice, above his monthly allowance for wax candles and lamp oil, provisions of both aforementioned combustibles being made to the King for payment.
Dutch transcription
Ek 82 bF: men doet zijn best im de Ternatanen en Tidoreesen uit elkanderen te houden. die voorgeert dat hem ten dage voorsch: gemaakte schilking, van mamelijk het gepasseerde voor koning Kamaloedien; komst aan de re„ „geering, gepasseerd te laaten met belofte van sijn Hogh„ in alle bij sijn tijd voorkomende saken in billijkheid Satisfactie te sullen besorgen: groudende wij onse be„ „dugting op de gedurige aanhetsing der Tidoreese rijkspro„ „ten naar welker pijppen de bij hen soo genaamde goede koningen dansen moeten, waarom van Patra Allam nog al denken dat geen kwaad tegen de Comp: inteijgens be„ „weging, gedreeven heeft. §83: wij werken intusschen met al ons vermogen tegen alles wat aanleijding geeven kan tot eene openbare reepture tus„ „schen de rijken van Tidor en Ternaten en de Gouverneur houd den nieuwe Koning gedurig voor sijne aan uw: Hoog Edelh: gedane promessen soo meede de duure ver„ verplijting waar onder hoogste deselven hum gebragt heb„ „ben, soo met hem aan te stellen tot koning over een door de met hem te Batavia beraamde goede schikkin¬ „gen in de tijd, magtig te worden rijk, als met sijn Hoogheijds versoeken voor het grootste gedeelte toe te staan, gelijk hier ook al aan eene goede meenigte van sijn hoogheid soo mondelinge als: schriftelijke ver„ „soeken, van welke laatst ged: de afschriften in een nevensgaande bundel aanbieden; Gouverneur en Raad en door den Gouverneur afsonderlijk en na mogelijkheid voldaan geworden is 't gunt al dikwils niet heeft konnen geschieden sonder groote moeite en hoofdbreeken van den Gouverneur die ook wel eenige mondelinge al te buiten sporige versoeken glad heeft moeten afslaan. §84: Gelijk uw HoogEdelheden na derselver beroemde wijs„ „pligting. „heid. s te./ 66. 84. 64½ toelaag van recoqgitie penn: sij toegestaan. gedaan versoek omtrent Touijo en Tojobodo word opgehilderd. Twos kanin als Jaalijks nopens het over en vergaan in de Rijken van Ternaten, te Batavia een neuwer rheid seekerlijk niet hebben konnen toestaan s konings versoek om beurteling de spraemmnentie boven den Koning van Ternaten aan dit kasteel te genieten en vooraltos met hem gelijk gesteld te worden omtrent de recognitie pennin„ „gen die zijn Hoogheid echter volstrekt wil dat voor sijn vertrek van Batavia reets met rd„s 1000: souden Eris en Cawvente getusfen vermeerderd geworden sijn voor de door hem aldaar toe, en wedersijdse onderdaner „gesegde afwerking van het Considerabel groot, met so, der en Batchian. O „cerij bomen vervuld en aan het zuijdelijkste Einde van 's konings te Batavia Valmaheira gelegen district van Tonio en Tojobodo, tot aan Poeloe Pisang toe en welk District Tidors Ko„ „ning abusivelijk gemeend heeft dat in handen van de Ternatanen geraakt was dog in de possessie van welk Land sijn Hoogheijd sig met eerder dan na de onderwerping van 't geheele Tidorse Rijk, gesteld sal sien, also het selve van Bewoonders verlaten en seer nabij de Pappoe gelegen is sijnde dit de eenigste elucida„ „tie die wij op het bij uwer hoogbdelk: schrijvens van den 11:e febr: h: a: 1112 vermeld versoek van koning Kama„ „loedien geven konnen. §85: Gelievende hoogstdeselven intusschen vastelijk te ver„ „trouwen dat de Ternatanen van de Tidoreese Landen af, en de hand sullen houden aan, het door onse bemiddeling op den 5: october 1784: tusschen Ternaten, Batchian en Tidor ge„ „troffen accoord, het welk door den vorst van lantstgen: Rijk na dato met desselvs segul en hansteekening be„ kragtigd en waar bij nagenoeg het selvde bedongen is wat uw: Hoog Edelh: 183, 84: 85: en 86: hebben gelie„ „ven voor te schrijven, gaande een weergade van de soo even gementioneerde conventie onder de bijlagen over §86: wij sullen „ erbiedige vrage of voor 'skonings dit onder genieten de voorheen toege„ heen aangereekende schuld aan de Comp:e niets moet sal. afgehouden. „stene. 60¼ 86-677 afstand van Cerom. Aan nevenstaande bevel kan niet voldaan worden. Aen Elf in de Pappoese saken „sen is het nevenstaande in „worden. waxkaarsen olij en rijst „stane rd„s 400:-: -n voor den afgehouden worden. prompobedieeren aan de ordre en den vorst Jaarlijks laten genieten de voormaals, voor Koning Djamaloedien genoten rd„s 400;, voor de afstand van Ceram. §87: Maar konnen onmogelijk na komen het bevel om de op Ternaten sijnde famielie en geweesen onderhorige van den na Ceilon gerelegeerde Senghadje Padje na Tidor te laten keeren also deese allen onder de door Ternaats koning tot slaven gemaekte wedareesen begreepen en alomme verstrooijd zijn, gelijk sulx aan koning ka„ „maloedien niet. onbekend is. §88: Daar tegen heeft de Gouverneur, aan wiens bellijke gebruikt wordende sidoren schikking uwe Hoog Edelheden hebben gelieven gedefereerd de maand toegelege ge„ te laten de hier te doene verstrekking aan de met sijn Hoogheijd overgekomen Elf Tidoreese Groten tot de Pa„ „poen zig in der tijd vrijwillig sullen hebben onderworpen op aandrang van den Koning, die vertrekkingen begonnen te doen met den 23: van de maand Maart van. 5: rd„s Contant. 40: 1b: „ Javase rijst en 3: „ zout. aan ieder 's maands, na dat betuig hadden met min„ „dere toelaag niet te konnen toe reijken en de koning versogt hadde dat op geen kleenigheid mogte gesien worden omtrent de besoldering van menschen in de wel„ „ken groot vertrouwen stelde en die het swaarste werk te verrigten hadden. Eenige der selven na Ceram en de Papoe een paarmaan„ „den geleeden met acte van Generaale amnestie ver„ „vertrokken sijnde, verlangen wij seer den goede uitslag deeser besending te mogen vernemen. Tidors koning bekoomd: voorts worden aan den Koning boven sijn maandelijks de froijement aan wax kaersen en Lampolij, verstrek„ „kingen gedaan van beijde gem: brand stoffen voor be„ F „taling. voor betaling.
English
76. 88 7t To the Princes who have come over with His Highness, maintenance is provided. The regalia preserved during the Tidore uprising have been handed over to the new king. Inquiry how to act regarding the balance owed by Patra Allam, and the missing pusakas claimed. payment, which however occurred only a few times, because His Highness found a way to have everything required for the household fetched from the Governor. Paragraph 90: Having had to grant 15 rixdollars instead of the requested 760 rixdollars per month to each of the three Princes, upon the humble written request inserted in the Resolution of 30 May of the sons of King Samaloedien who returned with the ships 't Huijs te Crooswijk and De Vreede, for financial support for the duration of their necessary stay at this Castle, we hope that this may carry the approval of Your Right Noblenesses. Paragraph 91: And that you furthermore will be pleased with the delivery made by us under receipt to King Kamaloedien of the pusakas remaining in our custody, regarding which we have the honor to present a copy of the list, together with the royal seal of Tidore's dethroned King Patra Allam. Paragraph 92: All the missing pusakas having been claimed on 30 April from the inhabitants and others who might have come into possession thereof during the uprising of 1783, to be redeemed for the account of the Tidore Kingdom by public proclamation, in which the same were accurately made known and specified by us; this list being very different from that of Tidore's King, to whom some Tidorese had probably requested to let their old chests, cupboards, and rags lost in those troubles pass as pusakas. Paragraph 93: Nothing other having been taken from the women who came inside this castle with Patra Allam in the year 1783 than the aforementioned royal regalia which remained in our custody, nothing could be restored to them either. Paragraph 94: And since everything of the king who departed into exile has been recovered, sold, or consumed without anyone having been able to trace anything more of the possessions he had, we take the liberty to ask in what manner Your Right Noblenesses please to have handled his remaining debit balance to the Company, amounting to 915 rixdollars, 14 stivers, 8 penningen, or 1950 guilders, 18 stivers; 292. had. 72 90 1/3 The aforementioned gratuity moneys advanced to King Kamaloedien at Batavia. His Highness cancels the mirrors and glass bell jars requested by him. Reflections concerning the gunpowder found among the mistreated Buginese at Palella. as well as whether, after the advance payment for four years made by Your Right Noblenesses at Batavia to King Kamaloedien of the recognition moneys of the grandees of the Kingdom of Tidore, likewise the district chiefs of Maba, Weda, and Patani, no recognition moneys shall be enjoyed for four years by all of these, who will surely not be willing to gift it to the King. Paragraph 96: Of everything promised against payment to the aforementioned King of Tidore and not received here, His Highness requests that he may be excused from the mirrors and glass bell jars requested by him, which he does not know how to handle. Paragraph 97: It has not appeared to us that any of the Buginese mistreated by Spruijt and associates near Palella have presented themselves to receive their goods that were recovered and sent from Manado to Kwandang for delivery under receipt, among which were 12, of which 4, barrels of spoiled gunpowder; and we have hitherto not been able to learn how they came by this quantity, which appears to us rather excessive for the rantakas they carried. The Buginese who returned to Kwandang, whom Mittendorff had brought as prisoners to Manado, being disinclined to come hither, which makes us think that they do not have a clear conscience; and which furthermore caused us to write to the Resident to have the spoiled gunpowder thrown into the sea and to take in the remaining eight barrels with good gunpowder kept in his custody and let them be brought within lines, with orders to direct those who came for the return hither, regarding which we shall continue to await the esteemed pleasure of Your Right Noblenesses. Paragraph 78: Since the Sooloos have become engaged in open war with those of Maguindanao, and we are currently provided with vessels with which we think we can maintain the honor of our flag, we hope that our intention to let no expedition depart for Maguindanao for the time being may meet with the approbation of Your Right Noblenesses. Herewith concluding this, we request to be allowed to subscribe ourselves with deep respect and submission, below was written: Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Most Generous Sir, and Noble Rigorous Sirs; lower: Your Right Noblenesses' very humble servants, signed: Alexander Cornabe, B. J. Wenthold; in the margin: Ternate in Fort Orange, 15 September 1785. Agrees. Alex. Cornabe Secret 92 Batavia To the Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Noble Rigorous Lords, Councillors of the Dutch Indies. Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Most Generous Lord, and Noble Rigorous Lords! The execution of the order given by Your Right Noblenesses in the revered secret dispatch dated 18 December, concerning To His Right Nobleness us
Dutch transcription
76. 88 7t Aan de Princen die met sijn Hoogh: sijn overgekomen, word onderhoud besorge. „de bij den Tidoreese opstande „cieraden sijn den nieuwe koning ter hand gesteld. vrage hoe te handelen om„ van Patra Allam„ en de tsaek grakte Pa„ „ sakas opg'eijscht. „taling, 't gunt egter maar een paar maelen gebeurd is want sijn Hoogh: uitgevonden heeft om alles, wat in de huijs „houding benodigd heeft, bij den Gouverneur te laaten halen. § 90: Aan het deemoedig ter Resolutie van den 30: Meij gin„ „sereerd schriftelijk versoek der met de scheepen 't Huijs te Crooswijk en de vreede geretourneerde Zoonen van koning Samaloedien om onderstand voor de tijd geduuren„ „de dewelke aan dit Casteel verblijf moeten houden 15: rd„s in steede der versogte rd„s 760: —: -. aan ieder van de drie Princen in de maand, hebbende moeten toe„ „leggen, hopen wij, dat sulx de Goedkeuring van uwe Hoog Edelh:s moge wegdragen. §7: En dat wijders genoegen sullen willen neemen in de door nog behouden geworden rijks, ons onder recipisce gedane afgave aan Koning Kamaloedien van de onder ons berust hebbende Poesakas weswigens de eere hebben Notitie in Copia aan te bieden nevens het Allam §92: sijnde alle de absent geraakte Poesakas van de inge„ „feetenen de andere die daar van bij de opstand van 1783: in besit mogten sijn geraakt den 30: April opgeischit om ingelost te worden voor reekening van het Tidoreese Rijk bij publicatie waar inne de selve door ons naukeurig sijn bekend gesteld en opgegeven, sijnde deese„ opgave seer verschillende met die van Tidors ' Koning aan wien eenige Tidoriesen denkelijk versogt hebben ge„ „had hunne in die Troubles verloren oude kisten kassen en vodden, onder de Poesakas te laten doorloppens. §93: van de Vrouwen die A„o 1783: met Patra Allam voor: binnen dit kasteel gekomen sijn, niet anders afgenomen sijnde geworden dan de vorengevraagde onder ons berust hebbende rijksieraden, heeft men aan de selven ook niets konnen restitueeren. §94: En dewijl alles wat van den in ballingschap vertrok„ „kogt of verstonden is sonder men iets meer van sijne rijkszegul van Tidors gedetroneerde Koning Patran, itrent ien restant seit „ ken koning gerecourveerd heeft konnen worden of ver„ 292. gehad. 72:/ 90 1/3„ gem: aan koning Kamaloedien gunst penningen. sijn hoogh: segd de door hem versogte spiegels en glase stolpen weederop Bedenkingen nopens het gevonden buspoeder onder de mishandelde Boeginee„ „sen bij Pallilla. gehad hebbende besittingen heeft konnen opspeuren, soo gebruiken wij de vrijheid te vragen inwelke voege uwe Hoog Edelheeden gelieven dat gehandeld worden omtrent sijn restant debet aan de Comp=e Groot zijgs„ 915:14: 8: of ƒ 1950:18: — soo mede omtrent ijkeus En off, na de door uw Hoog Edelheden aan koning Kama„ te Batavia voogeschoten, loedien voor vier Jaren gedane vooruit verstrekking van de recognitie penningen der Rijksgroten van Tidor, item doopshoofden van Maba, weda, en Pattanij, door deese allen die het den koning seekerlijk niet sullen wil„ „len schenken, geduurende vier Jaren geen recognitie penn: genoten sullen worden. §96: van alles wat voorn: idors koning tegen betaling toe„ „gesegd worden en hier niet ontvangen is versoekt sijn „„ Hoogheid dat g'excuseerd mogen blijven de door hem ver„ „sogte spiegels en Glasse stolpen, waarmeede niet weet om te gaan §97: Ons is niet gebleeken dat Iemand der bij Palella door spruijt C: S: mishandelde Boegineesen opgekomen sij tot den ontvangst hunner gerecoureerde en ter afgave onder recippisse van Manado naar Quandang gesonden goederen, onder dewelken 12: daar van 4: vaten bedurven Buskruit sijn geweest en wij hebben tot heeven niet konnen ervaren hoe sij aan deese ons voor rantakkas die sij gevoerd hebben vrij wat ercessive voorkomende quanti„ „tert gekomen sijn, sijnde de te Guandang geretourneerde Boegineesen, die Mittendorff te Manado gevangelijke hadde opgebragt. ongenegen om dit heen op te komen 't gunt ons van her denken doet, dat geen suiver gewisse hebben en ons voorts den Resident heeft doen aanschrij„ „ven het bedurven Buskruit in zee te laten werpen en de overige agt door hem in bewaring genomen vaten met goed Buskruijt in te nemen en binnen Lijns te laten voortlopen, met Last om de geenen die §97. om. Ik. van de voorgenomen besen„ „ding naa Magindanauw woord weeder afgesien. om de terug gave kwamen, dit heen over te wijzen waar omtrent het g'eerde goedvinden van uw Hoog Edelh: sullen blijven te gemoet sien. §78: Vermits de Julloekers in openbare oorlog met die van Magindanao geraakt en wij tans van vaartuigen voor„ „sien sijn, waarmeede de ere van onse vlag meenen te kom „nen maintineeren hopen wij dat van de approbatie van uwe Hoog Edelheden sijn mag ons voornemen om voor eerst nog geen besending naar Magindanao te laten afgaan. Deesen hier meede bekortende, versoeken wij ons te mogen onderschrijven met diep eerbied en submissie /onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Achtb: Man„ „hafte welwijze voorzienige Discrete, zeer Gene„ „rense Heer en welEdele Gestrenge Heeren (lager / uw Hoog Edelhedens seer onderdanige Dienaaren /geteekend Alex„r„ Cornabe! B: J: Wenthold. /in margine/ Ter„ „naten in 't kasteel Orange den 15: september 1785:. Accordeert. Mes Coenalie Secreet 92 Batavia Den Hoog Edelen, Gestrengen, Groo, Achilbaren, Wijdgebiedenden Heer, Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal nevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indie Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, Minhafte, Welwijze Voorzienige discreete zeer genereuse Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! De opvolging Uwer Hoog Edelheeden bij gevenereerde secreete Missive d. d. 18. December gegeeven bevel rakende Aan zijn Hoog Edelheid ons
English
the conduct to be observed by us upon the decease of the first signatory, having been emphatically recommended by Him, we take the liberty to give notice thereof hereby under the serious assurance that in this and in all other cases we shall always properly remain with the most respectful submission, was written below: Right Honourable, Valiant, Most Worshipful, Brave, Most Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lord, and Right Honourable and Valiant Gentlemen. lower: Your Right Excellencies' humble and faithful servants, was signed: Alex: Cornabé, B: S: Wenthold, J: G: W: Hinrik, G: F: Durr, J=s H:s Bax, and J:s J=s Bax. in the margin: Ternate, in Castle Orange, the 15 September A:o 1785. Agrees. Bax separate To His Right Excellency! The Right Honourable, Most Worshipful, Valiant, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honourable Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Right Honourable, Most Worshipful, Valiant, Far-Commanding Lord, Right Honourable Valiant Gentlemen! The annual extirpators of the spice trees sent out to Boutong have finally arrived here on the 19th of this month with one of the King's envoys. The extirpation has duly proceeded, and concerning the late departure, the King and his grandees make their excuse by saying that many affairs of the realm are the cause thereof. Of the Japoese pirates, about whom the monarch seemed very perplexed in his previous letter received here on the 3rd of July past, nothing is reported at present. The provisional sergeant Martin said in his report that upon the arrival of the vessels that had been dispatched against them from Boutong, they had immediately taken flight. However, it is generally maintained not only that they show themselves from time to time around the islands and carry out considerable robbery and plunder, but also that they are supposedly supported by some disloyal subjects of the Realm, which can somewhat be reconciled with what was written in the King's letter, although they express themselves very obscurely in it regarding this article. At Sampalana (a few hours from Boutong) a Ceram vessel had arrived, from which one ought to infer that this happens repeatedly, although upon receiving word (presumably underhanded) that this was against the wishes of the sergeant extirpator, it promptly took its leave. In the hope of Your Right Excellencies' honoured approval, I shall seriously remonstrate with the King and grandees upon the return departure of the extirpators concerning this matter and order them de novo immediately to seize all Ceram people who appear within his territory and to send them hither or else to the Main Castle as soon as the first opportunity is at hand, lest they wish to be regarded as those who collude with them and behave disloyally toward the Company regarding these people. They maintain that the cannons fished up successively, about which so much has been written for so many years in succession, were supposedly gifted to them by Your Right Excellencies, and I also believe that the decline of Boutong has excessively curtailed their ability to pay for the same. They shall also dispatch a sizeable embassy to Your Right Excellencies in the coming year, presumably both concerning these same cannons and, as they say, to restore the land of Boutong to its former state, which would then also come in very useful to engage them upon the chapter of the English in such a manner as I had the honour humbly to propose to Your Right Excellencies in my modest reflections concerning their navigation in the Eastern Seas. According to the report of the provisional sergeant extirpator, the ship De Vriendschap, coming from Banda, has run aground behind Boutong in the bay of Laijwaij upon a sandbank. The King had the same towed by his people and vessels to the roadstead of Lohia, a place very close to Boutong, and subsequently supplied it with many necessities. It is said that the skipper, Paulus Bast, for he has not written to me himself, would do his best to obtain passage to the Main Castle, or otherwise come to winter here at Makassar. Furthermore, since the dispatch of my last respectful letter of the 11th of this month, I have nothing further worthy of Your Right Excellencies' attention to impart regarding this matter, as everything is still in a reasonable state. The court of Bone is also still in the interior, and the Makassars are making all preparations to present their King against the upcoming new moon. I commend Your Right Excellencies' precious persons and the Honourable Company's weighty interests to the only safe keeping of the Almighty and style myself with the deepest respect, was written below: Right Honourable, Most Worshipful, Valiant, Far-Commanding Lord, and Right Honourable Valiant Gentlemen, lower: Your Right Excellencies' humble and faithful servant, was signed: B=s Beijke. in the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 20th October A=o 1785. Furthermore, I expressly inform Your Right Honourable Worship that we have duly received, with the customary ceremonies, Your Right Honourable Worship's letter via the Mantrie Birieng Alo, together with the sergeant and two common soldiers who arrived here on the Company's behalf under his conduct in the past year, as well as the customary recognition monies amounting to 150 rixdollars, and the payment in place of the ducatoons received in the past year, together amounting to 300 rixdollars; and I inform you of the favourable allocation of the cannons requested by us from Their Right Excellencies, just as was done with the ship Noorbeek in former times, but only for... Barend Beijke, Governor and Director of this Coast of Celebes, together with the Council. Compliments and wishes of blessing according to custom. Translation of a Malay Letter Written by the King of Bouton named Kaij-Moedin and Grandees, To The Right Honourable Worshipful Lord, this
Dutch transcription
ons bij overlijden van den eerstgeteekende te houden gedrag, door Hem met nadruk sijnde aanbevolen geworden neemen wij de vrijheid daar van kennis te geven bij deesen onder serieuse verseekering dat in dit en in alle andere gevallen altios sullen behonren te sijn met de eerbiedigste submissie„ /onderstond/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbure Munhafte, Welwijse Voorzienige Discreete zeer genereusen Heer en Wel Edele esten„ „ge Heeren. /: lager:/ Uwer Hoog Edelheeden onderdanige en trouwschuldige dienaeren /was geteekend/ Alex: Cornabé, B: S: Wenthold, J: G: W: Hinrik„ G: F: Durr, J=s H:s Bax en J:s J„s Bax. / in margina/ Ternaten in 't Casteel Ovange den 15 september A:o 1785 Accordeert Ba4 apart Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edelen Groot Agtbaren, Gestrengen, wijdgebiedende Heere. M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens. De welEdele Gestreuge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien etc, Ac, Ac. HoogEdel Groot Agtbaren, Gestrengen, wijdgebiedende Heere. wel Edele Gestrenge Heeren! De na Boutong uitgezondene Jaarlijkse Extirpateurs der spece„ „rij Boomen, zijn eindelijk den 19=e dezer met eene van Tko= „nings afgezanten hier aangekomen. De Extirpatie heeft ba„ „hoorlijk zijn voortgang gehad en over het laate vertrek, maaken de Koning en zijn Rijksgrooten hun Excuus met te zeggen dat veele Lands bezigheden hier van de oorzaak zijn van de Japoese Rovers, waar over de vorst bij zijn vorige van den 3=e Julie Joleden hier ontfangen, zeer verlegen scheen„ word tans niets gemeld. De provisioneel zergeant Martin zegd/ Batavia. 94 geweest. 96 zegd bij zijn Rapport dat ze op de aankomst van de vaar= „tuigen die men van Boutong op haar uitgezonden heeft terstond de vlugt hadden genomen. Egter wil men in het algemeen dat zij zig nu en dan niet alleen omstreeks de Eilanden laten zien en considerabel roven en plunderen, maar dat zij ondersteunt zoude worden van rommige ontrouwe onderdanen van het Rijk, het geen eenigzints over een kan gebragt worden met het geschrevene bij sko„ „nings brief, schoon men zig daar in zeer duister om= „trend dit artikul uitdrukt. Op Sampalana /: Een paar uuren van Boutong: / was een Cerams vaartuig aangekomen, waar uit men zoude dienen op te maken dat dit meermaals geschied, schoon hij op /:denkelijk onderhands:/ ontfangene berigt dat dit tegens de zen was van de zergeant Extirpateur, zig spoe= „dig absent gemaakt heeft. Ik zal in hoope van uw Hoog Edelhedens g'eerde goedkeuring de koning en Rijks= „grooten bij weder vertrek der Extirpateurs over dit geval ernstig onderhouden en de novo gelasten om alle Cerammers die op zijn territoir verschijnen terstand in beslag te nemen en na herwaarts dan wel na de Hoofdplaats te zenden, na dat er het eerstgelegendheid aan handen is, willen zij niet dat men haar zal aanzien voor de zulke die met dezelve heulen en zig omtrend dit volk ontrouw tegens de komp„e gedragen. zij blijven er bij dat de successive opgevischte kanons„ waar over al zo veel Jaaren agter een geschreven is, Haar door uw Hoog Edelhedens zoude geschonken wezen, en jk geloof ook dat het verval van Boutong haar onvermo„ „gen om dezelve te betalen, te deer ingekrompen heeft„ zij zullen ook in het aanstaande Jaar een aanzienlijk gezantschap tot uw Hoog Edelhedens afzenden, denkelijk zo wel om deze zelfde kanons als om gelijk zij zeggen het Land van Boutong weder in zijn vorige staat te brengen, dat dan teffens heer goed zoude komen om haar zodanig over het Chapiter der Engelschen te onderhoude als jk de Eere gehad heb, uw Hoog Edelhedens nedrigst voor te stellen bij mijne geringe bedenkingen over deze haare vaart in de Oostersche zeën. volgens het Rapport van de p„l zergeant Extirpateu„ is agter Boutong in de bogt van Laijwaij op een zandboeuk vast geraakt het van Banda komend schip De vreendschap. De koning heeft het zelve door zijn volk en vaartuigen tot op de rheede van Lohia een plaats ze digte bij Boutong, laaten boegseeren en vervolgens van veel noodwendigheden voorzien. men zegd dat de schipper die Paulus 98 Paulus Bast, want, zelfs heeft hij mijn niet geschreven, zijn best zoude doen de reize na de Hoofdplaats te krij= „gen, dan wel anders hier op Makassar komen overwin„ „teren. Voorts heb jk zedert het afgaan mijner laast Eerbiedige van den 11=e dezer, niets meerder de attentie uwer Hoog= „Edelhedens waardig in dezen te bedeelen als zijnde alles nog in een redelijke toestand. Het Bonische Hof is ook nog in de binnelanden en de Makassaaren maaken alle toebereidselen om hun koning tegens aanstaande nieuwe ligt voor te stellen jk beveele uw Hoog Edelhedens dierbaare Perzoonen en SEd komp„s swaarwigtige belangens in de Alleen veilige hoede des Allerhoogsten en noeme mij met den diepsten Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaren, Gestrengen, wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelhedens onderdanige en Getrouwen Dienaar /:was getekend:/ B„s Beijke /:in margine:) Makassar in het Kasteel Rotterdam den 20=e octo= „ber A„o 1785— Voorts maake uwwel Edele Agtbare Expres bekend, dat wij uw„ „wel Edele Agtb: brief per den Mantrie Birieng Alo, ne„ „vens den zergeant en twe gemeene Militairen die onder zijn geleide in het voorleden Jaar alhier Comp„s wegen zijn aangekomen, behoorlijk met gewoonlijke Ceremonien ontfan„ „gen hebben, als mede de gewoonlijke recognitie pennin„ „gen ten bedragen van rd.„s 150, en het paijement in steede van de in den voorleden Jaar bekomene Duca„ „tons, te zamen ten bedragen van rd„s 300: — en bedeele de gunstige toeschikking van de door ons van Haar HoogEdelhedens verzogte kanons, Even als met het schip Noorbeek in voorige tijden geschied is, dog maar voor Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer kriste Cele „bes, nevens den Raad. Compliment en zegen wensch na gewoonte Translaat Maleijdse Brief Geschreven door den koning van Bouton gen„t Kaij-Moedin en Rijksgrooten, Aan Den wel Edelen Agtbaren Heer. deze