VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3705

Japan · 294 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3705_0062 view scan ↗

English

this time and not afterwards, since in the Contract between the Honorable Company and Boutong nothing of the kind was stipulated. Your Right Honorable writes to us not to know that Their High Mightinesses have granted the same to us, yet it is so and Your Right Honorable please only learn the truth thereof from Their High Mightinesses themselves and will then find it to be so. The returning sergeant from his commission, we afterwards had him accompanied by our people to the surrounding islands and even everywhere up to the borders of Boutong for the eradication of spice trees, and after having duly performed such, we let him depart under escort of our envoy and an interpreter to Makasseer to present this letter to Your Right Honorable; we are here at present all too deeply grieved because here many of ours no longer wish to maintain the customs determined by the Honorable Company and Boutong, and we place our hope and trust for our well-being in no one else than the Honorable Company. We also give Your Right Honorable notice that we could not send an embassy to Batavia this year, but that we shall do so in the coming year, and that we shall appoint thereto the king's First Regent of the Realm, named Maga Radja Sapatie, in order thereby, under God's blessing and the goodness of Their High Mightinesses, to bring the Land of Boutong into its former flourishing state. The late departure of the sergeant is not our fault, since many affairs which we have had in our Realm have delayed it. I, the king myself, request Your Right Honorable not to hold it against me for troubling Your Right Honorable at present, and request Your Right Honorable to be pleased to let the dispute that the Anachoda Lamaboe and Bapa Gadde have with each other be settled, as both mentioned are my people and I can rely on no one in such cases other than the Honorable Company, who will effect everything for our best. Below stood: Written on Boutong in the king's House on the 11th day of the Month Dulhadje on Saturday in the Year 1199 or the 14th of October Anno 1785. Lower: For the Translation was signed: H.k Bewers, sworn interpreter. Agrees To His Honour The Right Honorable and Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General together with The Honorable Councilors of the Dutch East Indies Right Honorable and Highly Esteemed Lord, and Honorable Lords! Per the pantjalling Barica Never has the submissive undersigned of Your High Mightinesses found himself more sensitively struck than upon the receipt of Hoogst's separate letters of the 20th of October, professing with the humblest submission to have doubly deserved Hoogst's displeasure and correction through my deficient response to Your High Mightinesses' venerated letters. May it then, under Your High Mightinesses' favorable indulgence, solely be permitted to bring forward in my excuse that, since my arrival here, being daily incommoded with persistent indispositions, this alone has caused the poor execution of Your High Mightinesses' highly respected orders to investigate Hemmij's conduct and the Sultan's accusations regarding his tin smuggling with the English. Yet since Your High Mightinesses again most earnestly demand of me an exact answer to those dispatches and a finding founded on truth, I shall then proceed herein with a clear conscience, in the hope that I may thereby cause Your High Mightinesses' righteous displeasure to cease. I have since, pursuant to those venerated orders in dispatches of the 30th of July and 1st of October of the past year, and the 21st and 30th of April of the current year, as well as by the last received per the small vessel the Jonge Orangeboom, again approached the King with the most earnest requests to obtain from His Highness more convincing proofs concerning his accusation regarding Hemmij's tin smuggling with the English Captain Macluw, but to my surprise that prince, as on the first occasion, with a multitude of excuses and allegations of already past matters that were long erased from his memory, referred me to his first Minister, Kiai Maas Tommongong; and since he could give me no clearer proofs than those that have already been sent to Your High Mightinesses, I have since again made all representations to the King, from whom I finally received the answer that, since Hemmij was at the capital, his envoys would present such documentary evidence to Your High Mightinesses against which he would not be able to defend himself. When I most kindly requested His Highness to give me some disclosure of those proofs, he tried to excuse himself from this; yet I thought I could discover from his discourse that his principal conviction rested on the statements given to Kiai Maas Tommongong by the two Songiauwerese who were sent by the Sultan to Your High Mightinesses and had been on the captured vessel. Thus, under Your High Mightinesses' favorable indulgence, pursuant to the Sultan's words after the return of your envoys, with proofs in hand.

Dutch transcription

106 deze keer en naderhand niet, vermits in het Contract tus= „schen de E Comp=e en Boutong niets diergelijks bedongen i uwwelEd: Agtb schrijft ons niet te weeten dat Haar Hoog Edelhedens dezelve aan ons geschonken hebben, Egter is het zo en uwwelEd Agtb: gelieft maar de waarheid van die van Haar HoogEdelhedens zelfs te vernemen en zal het als dan zo bevinden. De te rugkeerende zergeant van zijn Commissie hebben wij hem naderhand met ons volk laaten begeleiden na de omherleggende Eijlanden en zelfs over al tot aan de Art „den van Boutong ter introeijing van specerij boomen en na zulks behoorlijk te hebben verrigt, hebben wij hem onder geleide van onzen afgezant en Een tolk na Makasseer laten vertrekken om dezen brief aan uw= „welid: Agtb: te presenteeren, wij zijn alhier tans al te teer droefgelstig vermits alhier veele van de onze niet meer willen onderhouden de gebruiklijkheden door d E. Comp:e en Boutong bepaald, en wij stellen op niemand anders onze hoope en vertrouwen tot onzer wel zijn als op d' Ed: Comp=e - wij geven uwwel Ed Agtb ook kennisse dat wij van dit Jaar geen gezantschap na Batavia heb kunnen zenden, maar dat zulks in het aanstaan =de jaar zullen doen, en dat wij daar toe benoemen zullen 's konings Eerste Rijksbestierder gen„t Maga Radja sapatie, om daar door onder Gods zegen en de goedheid Hunner Hoog Edelhedens het Land van Boutong in zijn voorige florisante staat te brengen. Het late vertrek van den zergeant is ons schuld niet dewijl veele bezigheden die wij in onze Rijk hebben gehad zulks vertraagd heeft. Jk de koning zelfs verzoek uw wel Edele Agtb: mij niet ten kwaden te willen duiden, van uw wel Ed: Agtbare tans lastig te komen vallen en verzoek uw wel Edele Agtb: wegens de twist die de Anachoda Lamaboe en Bapa Gadde met elkanderen hebben te willen laten beslissen alzo bijde gen: mijn volk zijn en jk op nie „mand in diergelijke gevallen steunen kan dan op d'E Comp„e die alles tot ons best zijn bewerken zal. /:onderstond:/ Geschreven op Boutong in 'tkonings Huis op den 11=e dag van de Maand Dulhadje op Saturdag in 't Jaar 1199 of den 14=e october A=o 1785 /:lager:/ voor de Translatie (:was getekent:) H„k Bewers. gek tolk Accopdeert iena„ getw: Klak zullen 101 Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal beneevens De welEdele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia Hoog Edel Groot Achtbaar Heer, En WelEdele Heeren! P:r de Pantjalling Barica Nooijt heeft den submisse teekenaar uwer Hoog Edelheedens Zig gevoeliger Inleijding getroffen gevonden dan bij de ontfangst van No: 77 N=o 10 185. 103 N=o 10. Needrige onder„ „werping aan Haar Hoog Edel„ „heedens onge„ vergeeving dien aangaande met aantooning van t verzuijm Nerder verzoek bewijzen van Hoogst derzelver Aparte latteren van den 20 October, betuijgende ik met de needrigste onderwerping Hoogst derzel¬ „ver ongenoegen en Correctie door mijne ge¬ „brekkige beantwoording Uwer Hoog Edel„ „heedens gevenereerde letteren dubbeld te hebben verdiend. Verzoekt zijn Dan 't zij mij onder uw Hoog Edelheedens goedgunstig welduijden eenlijk geoorlood tot mijn verschooning bij te brengen, dat ik zeedert mijn Arrivement alhier, der oorzaak tot 't vertrek van Hem mij dagelijks met bij den Koning aanhoudende indisposities geincommo¬ „deerd geweest zijnde hier door eenlijk de slegte Executie uwer Hoog Edelheedens zeer g'eerbiedigde beveelen, ter onder¬ „zoek van Hemmijs gedragen des Sul¬ „thans beschuldigingen weegens zijn thin smokkelarijen met de Engelsche is veroorsaakt. Dan dewijl uw Hoog Edelheedens mij nogmaals eene Exacte beantwoording dier Missives en eene op waarheijd gefon¬ „deerde bevinding allerernstigst afvorde¬ „re, zal ik dan hier inne met een zuijver geweeten te werk gaan, in hoope ik daar door Uw Hoog Edelheedens regtmatig on¬ „genoegen zal mogen doen cesseeren. Jk heb mij van zeedert ingevolge die ge„ „venereerde beveele bij Missives van den 30:e Julij en 1 October A=o passato, en 21: en 30 April A=o stantij zo meede op de laast ontfangene per 't scheepje de Jonge Orangeboom, weederom bij den Koning vervoegt met de allerernstigste verzoe¬ om overtuijgende keen om van zijn Hoogheijd bevestigender thin bewijsen snoegen No 77 185. 105 N=o 10. zijne repanse op dezelve De zendelinge hebben geniegzae„ „me overtuijgende en waar in bewijsen omtrend zijne accusatie weegens HemmijsSmokkelarijen met den En„ „gelde Capitain Macluw te mogen erlan„ „gen dog tot mijn verwondering heeft dien vorst mij zoo wel als de eerste reijs met een meenigte van excuse en allegatien van reeds gepasseerde zaeken, die voor lange uijt zijn geheugen waeren uijtge¬ „wist tot zijn eerste Minister Kiaij Maas Tommongong gerenvoijeerd, en dewijl die mij geene klaardere bewijse, dan die be bestaande „reeds aan uw Hoog Edelheedens zijn toe gezonden konde geeven, heb ik zeedert weederom alle instanties bij den Koning gedaan, van wien ik van eijndelijk ten antwoord kreeg dat daar Hem mij zig ter Hoofdplaatse bevond zijne zende, linge zodanige bewijs stukken aan Uw Hoog Edelheedens zoude vertoonen waarop denzelven zig niet zoude kun„ „nen verantwoorden. Verzogt ik zijn Hoogheijd allervrien¬ „delijkst mij eenige opening van die be„ „wijsen te willen geeven, tragte hij zig hier van te excuseeren, egter meende ik uijt desselfs discourse te kunnen ont„ „dekken, dat zijne principaale overtuij„ „ging steunde op de verklaeringe die de twee door den Sulthan aan Uw Hoog Edelheedens toegezonden en op 't afgeloopene vaartuijg geweest zijnde Songiauwereesen, aan Khiaij Maas Tommongong hadde gegeeven, dus ik dan onder uw Hoog Edelheedens goed„ gunstig welduijden ingevolge van des Sulthans gezegdens naar 't retourder uw zeindelingen bewijzen in handen 185. - 1 No. 77

NL-HaNA_1.04.02_3705_0066 view scan ↗

English

107 Number 10. Margin: To which I then defer. Further investigation of that accusation. Response from the emissaries in order to make further representations to the King will have to be awaited. Margin: Whether the invoice for Batavia was prepared after the departure of that vessel for that cargo and destined for the penjaling the Snoek, or before the dispatch of that private vessel. Answer: States that the invoices were prepared for that vessel and indeed that very morning when at noon the news of the surprise attack and death of the Europeans arrived. Margin: And whether, when they were prepared, news of the surprise attack on that vessel had already reached the office. Answer: States not to have known such until the afternoon, after the invoices had already been prepared. Meanwhile, in obedience to Your Right Excellencies' esteemed orders, I have with diligence and zeal sought to trace all channels, both from outside and from the servants who could serve me with any light, in order, where possible, to uncover the true destination of those disputed 404 piculs of tin, and for which reason I solemnly, as Your Right Excellencies can observe from the accompanying and inserted points, interrogated the Bookkeeper acting here in the presence of the Secunde. Article 1. Whether the tin that was loaded in the private vessel of Hadjie Adjir was properly weighed in, as is customary, and shipped out again. Answer: In three days, and weighed in by day, but unstamped, contrary to usual practice. 2. 185. No. 77 109 Number 10. Margin: Who were appointed as commissioners for the conveyance of that tin. Answer: States, I, the appearer, and the Freeburgher Cherijn. Margin: Did you hear anything mentioned at all that that cargo was destined for the English Captain Maccluer? Answer: States, No. Margin: Or did you receive any private orders or secret instructions from Hemmy to deliver the Snoek? Answer: States, none other than to deliver that tin to the penjaling de Snoek. Margin: Difficulties in the discovery. Margin: The declaration of the Sungailiat people gives very... Margin: The letter from Maccluer gives very much reflection, but no full conviction. Thus I still find myself under the obligation to testify to Your Right Excellencies that if the Sultan has not given his emissaries clearer evidence than what already exists, the pure truth of that matter will be most difficult for me to uncover. For notwithstanding the declarations of the two Sungailiat people who were stationed on the vessel provide very clear evidence concerning the King's accusation, as also the letter from the English Captain Maccluer intercepted by the Sultan gives very much ground for speculation, there is nevertheless not sufficient evidence for full conviction that Hemmy directly delivered tin to that Englishman at his request, 5. No. 17 185. 111 Number 10 Margin: Reason to which the short weight is to be attributed. Margin: Maccluer, under the name of John. Margin: From whom tin was received out of the Chinese vessel. Margin: That robbery affair. or that those 404 piculs of tin were unlawfully destined for him; but to what cause the short weight of 14 piculs on that small quantity is to be attributed could, in my opinion, since the count agrees, very easily have occurred through the exchange of large pieces for small during the surprise attack on that vessel. Nevertheless, that Briton, who was the same person who cruised under the name of John for some weeks off the Banka shore, certainly received tin, and as it is said, even from Kiai Rangga himself; he was also the same one who took and paid for the tin from the Chinese vessel. Now, whether Hemmy acted connivingly in that matter, I cannot assure Your Right Excellencies in truth; but it is indeed said that Abu Bakar Minschap had promised 2000 piculs of tin to that Englishman, but being secretly prevented by the Sultan, had not dared to trust that tin in his own vessel for transport to the capital on the grounds of pretended leakage, or rather because that vessel was presumably known to the Englishman, but had transshipped it at the river mouth into the Chinese vessel of Thje Jngtie; and this coming to the knowledge of the Englishman beforehand, and waiting on the promise of that all too well-known smuggler, he took that tin in such a manner. 785. 111 No. 7

Dutch transcription

107 N=o 10. Waaraan mij dan defereere Nadere opspeu„ „ring dier be„ „schuldiging reponse van en bij Dag te zijn ingewoogen, dog ongetjapt gelijk am„ „ders gebruijkelijk is. zeendelingen om verdere instanties bij den Koning te kunnen doen, zal moeten blij „ven afwagten. Jntusschen heb ik zeedert ter obedien „tie uwer Hoog Edelheedens g'eerde be„ „veele met vlijt en ijver alle Canaele of½ Factuur naar Batavia zo wel van buijten als van de Dienaeren zegt de factuure zijn naar ^vertrek van dat vaartuijg voor die Lading en gedes¬ die mij tot eenig ligt konde dienen zoe„ „ken na te spooren, om waar 't moge„ vervaardigt, en wel dien„ „tineerd voor de Puntjal„ „lijk de waere destinatie van die bewis„ selven morgen dat desmid„ling de vnoek naar of voor „dags de tijding van de over„ de depeche van dat Parti„ „te 404. picols thin te mogen ontrekken, „rompeling en dood der Euro„ culier vaartuijg is vervaar¬ en waaromme ik aan de alhier fungeeren „peesen was gekoomen. „digt. den Boekhou„ de Boekhouder ter presentie van den Seeunde Solemneel zo als uw Hoog Edel En of er. wanneer Zij vervaar¬ „heedens uijt de neevensgaande en gin„ zegt zulks niet te hebben „zigt zijn, bereeds tijding van „sereerde poincten kunnen beoogen (geweeten, als des middags de overrompeling van dat naar dat de factuuren be„ heb afgevraagd. „reeds vervaardigd waeren. Vaartuijg op 't Comptoir Art: 1. of '½ thin 't geen in 't par„ Antwoord in Drie dagen, „tirculiere „ticuliere vaartuijg van Had„ „jie Adjir is afgelaeden be„ hoorlijk zo als gewoon is in „gewoogen en weederom af¬ „gescheept is. was. 4. „den en 185. 2. No. 77 109 N=o 10. zegt ik Comparant, en de Vrijburger Cherijn. zegt Neen zegt geen andere dan om dat thin op de Pantjalling die zig zuster de brief van Macluw geeven zeer De verklaering „wereesen, en Wie waeren als Gecommit¬ teerdens ter overbrang van dat 'thin benoemd. Hebje dan niets hoe ge„ „naamd hoore spreeken dat die Lading voor de En„ „gelsche Capitain Macluw zoude zijn gedesti„ „neerd of hadje geen particulier re ordres of secretesse de snoek over te Leeveren. van Hemmij gekree„ Moeijelijkheeden Dus ik als nog mij, in die verpligting ontdekking op bevinde uw Hoog Edelheedens te moeten „gen. betuijgen dat zo inzien de Sulthan zijn „ne sendelinge geene klaardere bewijze dan er bereeds zijn heeft meede gegeeven de zuijvere waarheijd van die Zaak voor mij allermoeijelijkst te ontrekken zijn zal: Want niet teegenstaande de verklae„ „ringe der twee op 't vaartuijg bescheijde geweest zijnde songiauwereese zeer duij¬ van de songieu „ telijke bewijse omtrend 's Konings be„ „schuldiging opleeveren. Gelijk ook de door den Sulthan onder¬ „schepte brief van den Engelsche Capi„ „taim Macluw zeer veel speculatie veel bedenking geeft, zijn er egter geen bewijsen suff„ „feerend genoeg ter volpleete overtuij„ „ging dat Hem mij op 't verzoek van dien Engelsman dadelijk thin zoude betuijgen hebben 5. No. 17 185. „doen N=o 10 dog geen volko„ „ne overtuijging waar aan toe te schrijven Macluw, onder de naam van van wie thin „gekreegen uijt '2 Chinees die beroving hebben afgeleeverd, of dat die 404: picols thin weedertlijk voor hem zoude zijn gedestineerd geweest, dog waar aan nu reeden van de minwigte de minwigte van 14 picols op die geringe quantum zijn toe te schrijven, zoude na mijn gedagte, terwijl 't getal conform is door 't verruijlen van groote Stukken voor kleijne bij 't overrompelen van dat vaartuijg zeer gemakkelijk kunnen ge„ „beurd zijn, niet te min heeft dien brit die denzelfde is geweest die onder des naam van John eenige weeke onder de Banca „se wal gekruijst heeft zeekerlijk thin en zo men zegt wel door Khiaij Ranga zelfs gekreegen, ook is hij dezelfse geweest die 't thin uijt 't Chineese vaartuijg ge„ „nomen en betaald heeft. Dan of Hem mij nu oogluijkenden die zaak is te werk gegaan kan ik uw Hoog Edelheedens in waarheijd niet verzeeke„ „ren maar wel zegt men dat ait Aboe„ Bdakkar Minschap 2000 picols thin aan die Engelsman zoude hebben be„ „loofd, dog door den Sulthan secreetelijk belet zijnde, dat thin in zijn eijgene vaartuijg uijt hoofde van voorgewende lekkagie dan wel dewijl dat vaartuijg presumtief van de Engelsman zal gekend zijn, niet ter overvoer naar de Hoofdplaats had durven vertrou„ „wen maar aan de soedang in 't Chinees Vaartuijg van Thje Jngtie had overge¬ „laeden, 't welk den Engelsman bereeds tevooren gekoomen zijnde, en op de be„ „lofte van die te zeer bekende smokke„ „laar blijvende wagten dat thin Zodanig zaak had John vaartuijg 785. 111 No 7

NL-HaNA_1.04.02_3705_0069 view scan ↗

English

113 No 10. Poor vigilance of the cruiser. The King. Humble apology of the subscriber. Difficulties that arise in the investigation of the matter. Prohibition of conversation with the native. His answer. likewise on the sent list of the principals of tin had removed, and what certainly in all respects had very much the appearance of truth, His Highness testified regarding the sent list of the tin smugglers that such did not appear improbable to him, but that the proofs were too weak; and since it is forbidden to the private native, outside the Ministers, upon displeasure to be allowed to converse with the Honorable Company's Resident, all investigation of that nature is therefore most difficult for us, because, if one does not wish to ruin those people whom one must let enter stealthily in order to obtain any report or investigation, one does not dare to cite the same as witnesses in the most delicate matter. Herewith then the substantive contents of Your Right Noble Excellencies' honored missives. 785. Then since at that time, according to the Day Journal kept here, a cruiser, namely the small yacht de Spion, Commander Jan van den Berg, currently residing in Batavia, lay outside, that vessel certainly must have kept watch on its post very carelessly, which has indeed more than once been a defect in the Palembang cruisers, and on which account I therefore on all occasions recommend the due fidelity and zeal to their post. I have meanwhile, upon occasion, seriously spoken with the King about this, about that famous history, and at the same time made use of the list of the tin smugglers sent by Your Right Noble Excellencies. No. 77 115 No 10. Regarding the obscurity that arises in this matter. Likewise the eight English sailors. Reason why A. Chevijn was not sent up. missives, having investigated and answered according to my conscience concerning this so important article, I most humbly beseech Your Right Noble Excellencies not to suspect me in this so difficult matter, nor to accuse me of seeking to excuse Hemmij's conduct. For notwithstanding the whole connection of matters dictating guilt, I must once again repeat that the proofs for conviction are not sufficiently adequate, so I most ardently beseech Your Right Noble Excellencies to be pleased to be satisfied with these my actions. Just as I also beseech Your Right Noble Excellencies' most favorable excuse on account of the non-obedience to the very honored orders of the highest same concerning the not sending up of the burgher Chevijn, since there was no opportunity for this since the departure of the pantjalling Banka, with which Hemmij and his entire household were to depart, and thus by its smallness allowed no accommodation for him; and since, on account of the extreme hatred that most natives bore him, already conscious for that reason, I did not dare to risk him on any native vessel. Just as I also have not been able to send over the 8 English sailors deserted from Captain Odonel, since, as appears from the accompanying list, upon my arrival at Palembang they were already either dispatched, drowned, or deceased. No. 785 117 No 10. Chevijn murdered by four Chinese. The native Sie Madjiet sent up. The investigation into the truth of the chest of opium not yet discovered. Promise of prompt execution of the High orders. Then, since I have already informed Your Right Noble Excellencies in my submissive letters of 16 November passed that the same burgher Abraham Chevijn a few weeks ago, when he was to be sent up by the former Griseese Bookkeeper van Garling, was most murderously put to death in the back of the Songiauwer, I hope that Your Right Noble Excellencies will be pleased to excuse me for those cited reasons, the omitting of those obstacles in my submissive letters of 22 July of the current year being a negligence that reasonably deserved Your Right Noble Excellencies' displeasure, and on which account I will then also in the future endeavor to make up for this my negligence through an exact promptitude in the execution of Your Right Noble Excellencies' respected orders, the native Sie Madjiet, also demanded by Your Right Noble Excellencies, now being sent over. I have meanwhile used every possible effort to discover the pure truth concerning the chest of opium sent by the Sultan to Your Right Noble Excellencies, and notwithstanding that I have sought to encourage the Chinese Captain and Kiai Mas Tumanggung to give authentic proofs, I could obtain no other than that the Chinese named Khian had bought the same from him, Chevijn, and directly to the Chinese Captain, and he in turn No. 17 185.

Dutch transcription

113 N=o 10. slegte vigilan„ „tie van de kruijsser Den Koning Needrige verschoo„ „ning van den teekenaar moeijelijkheedens die zig ter on„ „verzoek van zaeke opdoen. verbod van con„ „versatie met den Jnlander deszelfs antwoord gelijk over de, toegezondene lijst der principaals te thin had weggenomen, en 't geen zeekerlijk in toegezondene alle opzigte zeer veel schijn van waarheijd Liet der thin smokkelaars betuijgden zijn Hoogheijd Smokkelaars dat hem zulks niet onwaarschijnlijk voor„ in heeft. „kwam dog dat de bewijsen te zwak wae„ „ren, en dewijl 't den particulieren Jn„ „lander buijten de Ministers op ongena¬ „de verboodem is met 's E: Comps Resident te mogen converseeren, is dierhalven alle onderzoek van die natuur voor ons aller difficielst dewijl men zelfs, wil men die menschen die men steels gewijs moet laeten binnen koomen om eenig narigt of onderzoek te bekoomen niet ongelukkig maaken, dezelve in de allerneeteligste zaeke als getuijge niet durft allegueeren. Hier meede dan de zaekelijke inhoud 785. Uwer Hoog Edelheedens g'eerde missi¬ Dan daar en ter dien tijd volgens 't alhier gehouden Dag Journaal Een kruijsser en wel 't Jagtje de &Spion Gezaghebber Jan van den Berg zig thans op Batavia be„ „vindende buijten lag moet die zeeker„ „lijk zeer agteloos op zijn post hebben ge„ „vigileerd, 't geen wel meermaelen een gebrek in de Palembangse kruijssers ge¬ „weest is, en waaromme ik dan haar Steede bij alle geleegentheijd de verschuldigde trouw en ijver aanbeveel. Jk heb intusschen den Koning bij Occagie hier over onder, over die farmeuse historie serieuselijk on„ „derhouden en teffens gebruijk gemaakt van de door Uw Hoog Edelheedens toegezondene „ves. „houden No: 77 115 N=o 10„ Omtrend de duijsterheijd die zig in deeze zo meede der Agt Engelsche Mattroosen gelijk ook de „ves, omtrend dit zo aangeleegene Articul„ volgens mijn geweeten onderzogt en be¬ „antwoord hebbende smeek ik Uw Hoog heeden waarom Edelheedens allerdemoedigst mij niet is opgezonden in deeze zo moeijelijke zaak voor sus¬ „pect als Hemmijs gedrag zoekende te verschoonen gelieve te accuseeren. Want niet teegenstaande de geheele zaemenhang van zaeken schuldig zaake op doen dicteerende is, moet ik nogmaals re„ „peteeren dat de bewijzen tot overtuij„ „ging niet suffeerend gemoeg zijn dus ik allervierigst smeeke uw Hoog Edel„ „heedens zig met deeze mijne verrigtin„ „ge zullen gelieve te contenteere. zoals ik meede om uw Hoog Edel„ „heedens allergunstigste verschooning smeeke weegens de nan obedientie aan Hoogst derzelven zeer g'eerde beveele weegens ^ niet opzenden van den Vrijbur¬ A: Chevijn niet gen Chevijn dewijl hier toe zeedert 't ver„ „trek van de Pantjalling Banka waar meede Hemmij en zijn geheele huijshouding zullende vertrekken en dus geen Logies door desselfs kleijnte voor hem permitteerde, geweest is; en daar ik weegens de verregaande haat die de meeste Jnlanders hem toedroe„ „gen bereeds bewust om die reede hem op geen Inlands vaartuijg resiceeren dorst. zo als ik meede de 8 Engelsche van Ca„ „pitain Odonel gedeserteerde Mattroo„ „se niet heb kunnen overzenden, dewijl die bereeds blijkens neevensgaande lijst¬ „je bij mijn arrive op Palembang of ver„ aan „zonden No. 785 117 N=o 10. chevijn door vier chineesen vermoord Den Jnlander sie Madjiet opgezonden tonderzoek naar de waar„ „heijd van de kist niet ontdekt. „tie der Hooge beveelen „zonden, werden gedroet of overleeden waeren belofte ter Dan daar ik bereeds bij mijne submisse prompte Execu„ Letteren van den 16 November pass:o Uw Hoog Edelheedens heb bedeeld dat den„ „zelve Vrijburger Abraham Cherijn eenige weeken geleeden wanneer per den Oud Grissees Boekhouder van Garling zoude Zijn opgezonden agter in de Songiauwer allermoordadigst is om 't leeven gebragt. Hoop ik dat uw Hoog Edelheedens mij om die g'allegueerde reedens wel zullen gelieven te verschoonen, zijnde 't verzuij „gen dien hinderpaelen bij mijne submis„ „se letteren van 22 Julij A:o stantij eene negliganse die met reeden Uw Hoog Edelheedens ongenoegen verdiend en waar¬ „om ik dan ook in 't vervolg door eene exacte promptibude in de executie uwer Hoog Edelheedens gerespecteerde bevee„ „len deeze mijne nalatigheijd zal trag„ „ten te vergoeden, gaande de door Uw Hoog Edelheedens meede opg'eijschte In„ „landersie Madjiet thans over. Ik heb intusschen al wat mogelijk is aange¬ „wend om de zuijvere waarheijd omtrend de door den Sulthan aan Uw Hoog Edel¬ Amphioen nog „heedens toegezondene kist Amphioen te ontdekken, en niet teegenstaande ik de Capitain Chinees en Khiaij Maas„ Tommongong tot 't geeven van egte be¬ „wijsen heb zoeken te animeeren, konde ik geen andere bekomen dan dat de Chinees met naeme Khian dezelve van hem chevijn zoude hebben gekogt, en direct bij de Capitain Chinees en die exacte weederom No. 17 185.

NL-HaNA_1.04.02_3705_0072 view scan ↗

English

No. 10 Since that Chinese has already departed, my humble opinion regarding this matter. The King urged to administer justice concerning the committed murder. brought again to Khiaij Maas Tommongong; however, since that Chinese had already departed via Java or elsewhere for China, I have been unable to obtain any further elucidation. And since Abraham was summoned by Your High Nobilities to the main settlement, I judged it best not to investigate that matter any further here, all the more because I have been assured by several credible people, indeed even Chinese from the Sungai Aur, that this whole affair was nothing other than a scheme by the Captain Chinese, though concerning the authenticity of this, given the hatred of many against that rogue, very little reliance can be placed, and out of fear of the Sultan they also dare not stand by their statements. Meanwhile, I have already repeatedly pressed the King for the most serious investigation and apprehension of those murderers, whose names and persons I have provided, and urged His Highness as much as was in my power concerning the obligation to administer justice and satisfaction; however, a multitude of customary fair appearances and most friendly promises have thus far been the only fruits I have been able to reap in this so unpleasant incident. Finding myself meanwhile obliged to have to inform Your High Nobilities that my belief in the rumors that said murder might have taken place through bribery by the Captain Chinese was premature, since I am now sufficiently better informed about this, as I shall presently detail further to Your High Nobilities. No. 17 185. No. 10 The secret Bengkulu correspondence appears very suspicious to me, the reasons moving me to this. Furthermore, concerning the secret Bengkulu correspondence, it makes me maintain daily more and more that the matter is entirely fabricated, since, having secretly requested Hemmij's secret correspondent to come to me two to three times in the evening and having tried with many promises to encourage him to provide further pieces of evidence of that correspondence, I noticed that most of his answers were very ambiguous and suspicious, and also that avarice and need were the principal motives of all his expressions of friendship; and all the more so since, being the son-in-law of the Pangeran Depati, a most power-hungry prince, they are both secretly employing all means to make the King hated and thus, if possible, to usurp the throne. Therefore, in my opinion, this entire Bengkulu correspondence could well have been arranged for this purpose, in order, if possible, to incite Your High Nobilities to immediate hostilities against the Sultan. The whole affair appears all the more suspicious to me because, having discreetly inquired through a trusted native from the Sungai Aur named Heijntje Dragman, who was already aware of that entire affair, about the commotion made at the Court at the loss of the compec or valise in which that so important letter was supposed to have been, and whether the King had the least knowledge of that theft, I learned to my surprise that no one knew of such a valise, nor had the presents announced in the letter been received at Court. No. 17 121 185. 123 No. 10 And principally regarding the stolen letter. Statement of Talip. The correspondent's avarice. Further reasons for distrust. And regarding the statement of Talip, Your High Nobilities have already noted all too soundly that it was probably given out of discontent and possibly even through bribery or instigation. For the Palembang Prince and his crafty ministers are far too politically astute to entrust a matter of such weight to a malcontent prisoner under the power of the Company. And this being the reason why that so-called correspondent appeared more and more suspicious to me, and in order to give the Sultan no cause for displeasure in case our conversation leaked out—and all the more since I had already been repeatedly warned against that Prince by the late Abraham Chevijn as being a most dangerous subject, being convinced that he had already repeatedly led Hemmij up the garden path with false reports out of avarice—I have him No f 785.

Dutch transcription

N=o 10„ vermits die Chinees bereeds vertrokken is mijne needrige gevoelen als aangaande. Den Koning tot regtdoening over gepleegde spoord. weederom bij Khiaij Maas Tommongong gebragt, dan dewijl die Chinees bereeds over Jara of elders naar china vertrok¬ kunnen bekomen, en daar Abraham door Uw Hoog Edelheedens naar de Hoofd „plaats was op ontboden, heb ik best geoor¬ „deeld die zaak alhier niet verder te on„ derzoeken te meer dewijl mij door ver¬ d „scheijdene geloofwaardige menschen Ja zelfs Chineesen uijt de songiauwer ver¬ „zeekert is dat die geheele historie niet anders dan een konkelwerkje van de Capitain Chinees zijn zou, zog aan wel„ „kers egtheijd aangezien den haat van veele teegens die Snaak ook zeer weijnig te vertrouwen is, en zij ook uijtangst voor den Sulthan haar gezegdens geen gestand durven doen. Jntusschen heb ik bereeds verscheijdene maalen bij den Koning om eene aller„ dier moordenaars wiens naam en per¬ zoonen heb opgegeeven aangehouden en zijn Hoogheijd de verpligting tot regt„ „doening en satisfactie zoo veel in mijn vermogen was aangespoord, dog een mee¬ „nigte gebruijkelijke schijn schoonende en allervriendelijkste belofte zijn tot nog toe de eenigste vrugten geweest die / ik in deeze zoo onaangenaeme gebeurte „nis heb kunnen plukken. Vindende ik mij intusschen verpligt uw Hoog Edelheedens te moeten bedeef „len dat mijn geloof aan de gerugten eeven of die moord door omkoping van „ken was, heb ik geen nadere elucidatie moordaange„ „ serieuste naarvorsing en apprehentie gestand de No. 17 185. N=o 10„ De geheijme Bancahouloese Correspondentie. komt mij zeer suspect te voo„ de Reeden mij movee„ de Capitain Chinees zoude geschied zijn te voorbarig geweest is, dewijl ik thans ge¬ „noegzaam hier van beeter onderregt ben hier toe zoals ik uw Hoog Edelheedens zo aan¬ „stonds naeder zal detailleeren. Wijders belangende de geheijme Ban¬ cahouloese Correspondentie doet mij da„ „gelijks meer en meer Sustineeren dat die zaak ten eenemaal gefingeerd is, dewijl de geheijme Correspondent van Hemmij 2 à 3 maele bij mij des avonds Secreetelijk heb laeten verzoeken, en hem met veele belofte tot nadere bewijs stukke van die Correspondentie heb tragten te ami„ „meeren, merkte ik dat zijn meeste ant„ „woorde zeer dubbelzinnig en verdagt waeren, en ook de geldzugt en nooddruft de principaele drijfveeren van alle Zijne vriendschaps betuijgingen waeren, en te meer dewijl hij als zijnde de Schoonzoon van den Pangerang de Pattij een aller„ „hearsugtigst vorst, zij beijde secreetelijk alle middelen werkstellig maeken, om den Koninggehaat te maaken, en dus waar 't mogelijk den throon te usur¬ „peeren, dierhalven zoude naar mijn ge„ „dagten die geheele Bancahouloese Cor„ „respondentie wel meede ten deezen oogmerke kunnen zijn ingerigt om wae¬ „re 't mogelijk uw Hoog Edelheedens tot dadelijke vijandelijkheeden teegens den sulthan te animeeren, te meer komt mij die geheele Pistorie zeer sus„ pect te vooren, dewijl ik een vertrouwd Inlander uijt de Songiauwer met naeme Heijntje Dragman die van die geheele vriendschapp historie „ren. rende No. 17 121 185. 123 N=o 10„ En wel princi„ „paal omtrend de ontvreemde brief Verklaring van Talip des Correspon„ „dante geldzugt Nadere Reedenen ter wantrouwing historie bereeds bewust was, onder de hand naar de beweeging bij 't gemis van 't Com¬ „pec of valies waar in die zoo aangeleege„ „ne brieff zou zijn geweest die aan 't Hof gemaakt waare hebbende g'informeerd, en of de Koning van die ontvreemding geen de minste kennis had tot mijn ver„ „wondering vernam dat niemand van zodanig valies geweesen heeft, nog ook dat de bij de brief bekend gestelde pre„ „sente ten hoove ontfangen waeren. En wat de verklaering van Talip aan„ „belangd hebben uw Hoog Edelheedens bereeds maar al te gefondeert aange¬ „merkt, dat die door incontentie en mogelijk zelfs door omkoping of opruij¬ „sing zal gegeeven zijn. Want de Palembangse Vorst en zijne doortrapte Ministers zijn veel ter staatkundig om een zaak van dat ge„ „wigt aan een onvergenoegde en onder Subbort van de Compagnie staande gevangen te confieren. En dit dan de reede zijnde dewijl die zo genaamde Correspondent mij meer en meer suspect voorkwam, en om bij uijtlekking onzer conversatie de sulthan geene reeden tot ongenoe„ „gen te geeven en wel te meer dewijl ik bereeds te meermaele door de over¬ „leedene Abraham Chevijn voor die Prins als een allergevaarlijkst Sub¬ ject gewaarschouwd was als overtuijgd zijnde dat hij Hem mij bereeds te meer„ „maele door valse berrigten uijt geld zugt had om den thuijn geleijd, heb ik zijne hem No ƒ 785.

NL-HaNA_1.04.02_3705_0075 view scan ↗

English

125 No 10. Why I would no longer accept him; the consequences thereof. The machinations of the King presented to him, and assurance of the contrary. not to accept him anymore, and why he, considering Abraham to be the cause of my estrangement, allegedly had him murdered by those four Chinese. Yet, although this has been confirmed to me by more than one person, I dare not pronounce those people to be witnesses, just as I have already previously informed Your Right Nobles. Recently, on the occasion of the unpleasant news regarding the abandonment of Slangoor being presented at Court, the King professed to be very distressed about this, and daily experienced more and more what advantages the prevention of the tin smuggling to Riouw brought him, merely hoping it might remain in the Honorable Company's possession. I found that moment very appropriate to bring to His Highness's attention the illicit trade in rice conducted by his subjects during the time of the Riouw blockade. His Highness assured me that if such had indeed happened, it had never occurred with his consent or connivance, as it in no way accorded with the policy of his realm to dispatch rice—which was barely sufficient for his own subjects—to his enemies (for so he was pleased to call all those who rose against the Company). But His Highness was most astonished that, since this could only have taken place with small proas, the cruisers of the Honorable Company would not have prevented this smuggling, the more so because one could immediately see whether they were crossing over to Riouw or Banka. 127 No 10. As having been accused by Hemmij due to dissatisfaction, as also concerning other matters; yet apprehension that it may soon happen. Three vessels granted; tin forth[with]. My feeling regarding the draftsman's view. Request made to the King for a cargo for the little vessel. That this would not [illegible]. Three vessels lying loading. Yet because he had already been accused by Hemmij of maintaining correspondence with the people of Riouw, and for that purpose they had wanted to name as merchant a poor man whom he had charitably supported with food and who had died here, these reports did not seem strange to him either, as he had also been accused by Hemmij of higher correspondence; and upon which saying he looked at the secret correspondent just present with a contemptuous look. I showed no sign of noticing this, but it gives me great suspicion that a part of that correspondence is already known to him, and why I conduct myself with the utmost caution in this matter. Furthermore, immediately upon the arrival of the little vessel, I requested from the King a cargo of tin and pepper for the same, which His Highness immediately granted me, but at the same time expressed his apprehension that this could not be brought down from Ridanca earlier than within a month, because the water for purifying the tin ore was still too low. However, in my presence he immediately gave orders for a speedy delivery, there being three vessels still lying loading which also 129 Palembang, the 8th of December 1785. still await further supply, so I hope to be able to dispatch the little vessel with those three vessels, carrying a cargo of that mineral, at least before the month of January, provided the Ministers do not seek obstacles again. Hoping herewith to have answered the most wise intentions of my High Masters, I take the liberty, after wishing Jehovah's safe protection over the precious persons of Your Right Nobles and Your most wise administration, Right Noble High Honorable Sir, and Noble Sirs! to remain with the deepest respect and humility, Your Right Nobles' humble and dutiful servant, J Walbeeck No 10. Deserted 27 May of this year, presumably with a Danish ship that was off the river at that time. New York in North America, sailor, departed for Batavia with the pantjalling d' Snoek on 25 February of this year. Harlingen, sailor, died here on 10 November of the past year. The aforementioned persons previously having been in the service of the Honorable Company. Furthermore, Foreigners: v. Senne These on 3 November of the past year stationed on the Company's bark den Arent, which appeared off this river at that time. Bordeaux Trieste Ireland Obser in England, likewise departed for Batavia on 25 February last with the pantjalling d' Snoek. Palembang, the 8th of December 1785. Iohan Godfried Kopff of Altstadt, trumpeter, again Alexander Schot Louis Dosens Jan Kerson Louis Sappel Simon Carnel Willem Pruijs Muster roll of eight European refugees who arrived here around mid-November of the past year from an English private vessel, the Pallas, commanded by Captain John O'Donnell, and on the dates below have again deserted, departed, and died, namely: Walbeeck To the Right Noble, Strict and High Honorable Sir, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Noble High Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies. Right Noble, Strict, High Honorable and Wide-Ruling Sir, Sirs, Having dealt with everything that has any relation to trade and is noteworthy among domestic affairs in our ordinary letter, we take the liberty by this present letter to proceed, both in answer to Your Right Nobles' [illegible]

Dutch transcription

125 N=o 10. Waarom ik hem niet meer heb willen acceptee„ gevolgen van dien De konkelarijen „reesen den Koning voorge„ en verzeekering hem niet meer willen accepteeren en waaromme hij dan ook Abraham als de oorzaak van mijn verkoeling aan¬ de presumtive „merkende, zo men zegt door die 4 Chi„ „neesen heeft laeten vermoorden, dog of Schoon mij dit door meer dan een Deszelfs antwoord perzoon is verzeekerd durf ik zo als ik bereeds te vooren Uw Hoog Edelheedens heb bedeeld die mensche als geen getuijg „ge pronuncieeren. Onlangs bij geleegentheijd der onaan¬ „genaeme tijding van de verlaeting van Slangoor ten Hoven zijnde, betuijgde de Koning zeer gevoelig hier over te met de Riouwe„ zijn, en dagelijks meer en meer onder„ „vond wat voordeele de beletting van den Thin smokkel naar Riouw hem aanbragt, hoopende 't zelve maar in 's E: Comp:s posjessie mogte blijven, vond ik dat tijd stip zeer gepast om zijn Hoog „heijd de morshandel in rijst van zijne onderdaenen ten tijde der Riouwse blokkede onder 't oog te brengen. Verzeekerde zijn Hoogheijd mij zo in„ „dien zulks al mogte zijn gebeurd, 't nimmer met zijn toestemming of onderte oogluijking was geschied, want dat ½ geen „zints met de staatkunde van zijn van't teegendeel rijk over een kwam om rijst die naauw„ „lijks voor zijn eijgene onderdaen em toe„ „rijkende was naar zijne vijanden /:wanth„ zodanig geliefde hij alle die teegens de Comp:s opstonde te noemen:/ zoude ver„ „zenden, dog meest verwonderde zig zijn Hoogheijd dat daar zulks niet dan met kleene prauwtjes zoude hebben sE: Comp:s kunnen „ren „houden. 785. No. 127 N=o 10„ als zijnde door incontentie van Hem mij beschul„ gelijk meede over andere zaeke dog bedugting spoedig zal kun„ „nen geschieden „ Drie vaartuijgen g'accordeerd thin voort mij zeer veel suspitie dat hem een ge„ kunnen geschieden de kruijsser dit Smok¬ „deelte dier Correspondentie bereeds be„ „kele niet zoude hebben belet, te meer „kend is, en waaromme ik mij met de daar men direct konde zien of zij naar des teekenaars gevoelen hier uijterste omzigtigheijd in die zaak ge„ Riouw of Banka overstaeken „draag. Dan dewijl hij bereeds door Hemmij Wijders heb ik direct bij de aankomst als Correspondentie met de riouwereese gedaan verzoek om een lading van 't scheepje den Koning om een gehouden hebbende beschuldigt was, en men daar toe een arme zait die hij uijt scheepje lading Thin en Peeper voor 't zelve verzogt, 't welk Zijn Hoogheijd mij aan¬ liefaadigheijd de kost had gegeeven, en „stonds accordeerde, dog teffens zijne alhier overleeden was tot handelaar bedugting betuijgde dat zulks niet eer„ had willen benoemen, kwaemen hem „der dan binnen een Maand van Ridan„ die rapporten meede niet vreemd voor„ „ca zoude kunnen werden aangebragt, als zijnde ook wel met hoogere Corres¬ dewijl 'Z waeter tot suijvering van de „pondentie door hem Hem mij beschul, dat zulks miet thin Erts nog te laag was, dog in mijn „digt, en op welk gezegde hij de geheijme presentie aanstonds ordres tot een Spoe¬ corresponsent Juijst present met een „dige aanbreng gaf, leggende er nog veragtelijk gezigt aanzag, toonde ik in lading leggende Drie vaartuijgen in laeding die ook zulks niet te merken, maar 't geeft mij nog „digt omtrend. 1 No. 17 785. 129 Palembang Den 8e: December 1785. nog naar meerder aanbreng wagten, dus ik hoope 't Scheepje met die Drie vaartuijgen, ten mins¬ „ten zoo indien de Ministers weederom geene obstakels zoe¬ kens nog voor de maand Januarij belaeden met dat Mineraal zal kunnen Depecheeren. Hier meede verhoopende aan de Hoogwijse intentie mijner Hooge Gebiederen te hebben beant„ „woord Vervrijmoedig ik mij naar toewen¬ „sching van Jehova's veijlige beschei„ „ming over de Dierbaere Perzoo„ nen uwer Hoog Edelheedens en Hoogst derzelver alwijde bestiering Uw Hoog Edelheedens Onderdanige en trouwschul„ „dige Dienaar Hoog Edel Groot Achtbaar Heer, En Wel Edele Heeren! met de diepste ontzag en ootmoed te verblijven. J Walbeeck met No: N=o. 10„ 185 No N=o 10 No 10„ gedrost 27 meij deeses Jaars presum„ „tieff met eene voor de riewier ter dier teijd geweest zijnde Deensch schip. „ nieuw jork in Noord amerieka, Mat„ troos, met de Pantjalling d' Snoek onder 25 febr: deeses Jaars na Bata¬ via vertrokken „harlingen Mattroos, alhier Gijsbert ooitjes overleeden den 10: 9ber: a=o p=l voorsz: perzoonen te vooren in dienst der E: Comp=e geweest hebbende wijders Vreemdelingen v„n Senne deese op den 3 9ber: ao. p=a op d' voor deese rievier „ Bordaux ter dier teijd verscheene „truest s' Comps bark den aren „ Jrland geplaast. „obser in Engeland mede onder 25 februarij J: L: met d' Pantj: d' Snoek na Batavia vertrokken. Palembang den 8:' December 1785, Iohan Godfried kopff v=n Alstad trompetter weder Alexander Schot„ Louis Dosens Jan Kerson Louis Sappel Simon Carnel Willem Pruijs Naam lijst van agt Europeese vlug telingen welke onder medio Jber a=o p=o van een Engelsch Particu= „lier scheepje the Pallas, gecom„ =mandeert bij Capitain John Odonneel alhier zijn aange= komen: en op de onderstaende datums weder gedrost; vertrokken, Wilbeeck No: Orig: 130 en overleeden zijn; als 785. No ƒ No 10„ Den Hoog Edele Gestrenge en Groot Achtbaare Heere Mr: Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal beneevens De WelEdele Groot Achtbaare Heeren Raaden van Neederlandsch India. Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaar en Wijdgebiedende Heer. Heeren Alles wat tot den handel eenige Relatie heeft en onder de huijsselijke zaaken aan merkens waardig is, bij onze gemoe„ „ne brieff afgehandelt hebbende, neemen wij de vrijheijd bij deezen over te gaan, zoo ter beantwoording van Uw Hoog Ed:e Aan zijn Edelheijd secreet 131 No. 2. No: 77 N=o 10„ 785. groot

NL-HaNA_1.04.02_3705_0082 view scan ↗

English

No. 10 Right Honourable secret letters of the 29th of April of this year, as well as to detail that which can be considered to have had a detrimental influence on the trade that did not turn out according to wish, after having previously offered our humble expressions of thanks for the favourable approval with which Your Right Honourable Honour was pleased to honour our conduct of the past year. In the past year we had the honour, by separate letter of the 25th of November, to inform Your Right Honourable Honour of the apprehension of the interpreters regarding the rumours of the obstinate and eccentric temper of the Governor, who listened much to the promptings of an even more hated Accountant; which apprehension this year has been proven more than too true, to the ruin of some, to the embitterment of many, and to the dismay of all Nagasaki inhabitants. From what is cited in that regard in the Day Register of the first signatory under the dates of 25th of December 1784, 6th, 15th, and 24th of January, 14th and 21st of February, 27th and 30th of March, 7th and 22nd of April, 31st of May, 6th, 9th, and 10th of June, 16th and 23rd of July 1785, to which we take the liberty to refer with all respect, it will most clearly appear to Your Right Honourable Honour how he arranged everything according to his arbitrary and despotic pleasure, without bothering in the least about any chapters, as the Japanese are accustomed to call the ancient customs that through the long duration of time have almost become laws; which went so far that he cared little or nothing whether his actions might be taken well or badly at the Court of Yedo, as is clearly evident from the answer he once gave to his First Secretary, who had the audacity to point out to his Honour the danger he ran through his rigorous manner of governing, consisting verbatim in this: I am Governor of Nagasaki, I want to do whatever pleases me, and if accusations are brought against me at Court that find credence there, I have only to cut open my belly, with that everything is accounted for; and being ill last July and receiving disagreeable news from Court, he even openly declared that he very much wished for his death; after which the general longing was no less great, out of fear that he might otherwise come back again, in which case they said that the whole of Nagasaki would turn into black earth, meaning thereby that it would be set on fire and burned down to the ground. The interpreters have also already predicted to us for a long time that he would not arrive in Yedo alive, but was certainly destined to be poisoned, if he did not cut open his belly himself, or die of his illness, from which he had been suffering for some months and which was deemed incurable by their doctors. This character of a man, who considered his own pleasure as the only guideline of his actions and recognized or wished to follow absolutely no laws above his capricious will, even if it were at the cost of his life, and of whose displeasure and wrath, as having if not immediate death at least a dismissal from service as a consequence, therefore not without just reasons all those who were under his command were terrified, also caused us to be not a little apprehensive about conducting a peaceful trade and to double our attention, in order to avoid on our part all reasons for disputes, in which we then also succeeded to such an extent that we had the pleasure of seeing everything conclude without any disagreeable encounters or incidents. And after the trade was for the largest part brought to an end, the aforementioned prediction of the interpreters was verified and confirmed by the outcome, this obstinate Lord Governor having exchanged the temporal for the eternal on the 16th of October, without being mourned by a single human being; having in all probability and according to what has been told to us in secret been poisoned, although it has been announced to the public that he passed away from his illness; and although we in no way regret him, we would nevertheless have liked to see his Honour remain alive until the arrival of his successor, because at present everything in Nagasaki is in confusion, where everyone wants to be the boss and of which one can now rightly say, so many heads, so many minds, which is the cause that all matters have a very slow progress. However much we would also have wished to have the pleasure of being able to inform Your Right Honourable Honour that we had been able to bring about some improvement in trade this year, by obtaining the expected price increase on the sugar, this has nevertheless, despite

Dutch transcription

133 N=o. 10„ groot Agtb: Secreete letteren van den 29=e april deezes Jaars, als tot het detailleeren van het geen, als een schadelijke invloed op de niet na Wensch uijtgevallene Negotie gehad hebbende, aangemerkt kan worden, na alvoorens onze needrige dank betuijgingen te hebben afgelegd voor de gunstige approbatie, waar meede Uw wel Ed=e groot Achtb: onze Voorjaarige behandelingen gelieven te hone¬ Jn A„o pass=o hadden wij d' Eer bij aparte brieff van den 25:en November Uw: Wo Ed=e Groot agtb: de bedugting der Tolken te bedeelen, over de gerugten van het eijgenzinnig en Wonderlijk humeur van den Gouverneur die veel na de inblaasingen van een nog gehaater Reekenmeester luijsterde; welke bedugting in dit Jaar tot ruine van sommige, tot verbittering van veele en tot verslaagendheijd van alle Nangazaekijsche Ingeseetenen, meer dan te veel bewaarheijd bestonden is. — Uijt het dient„ „weege aangehaalde in het Dugragister van den Eersten tee„ „kenaar sub dato 25:e dec: 1784, b: 15 en 24=e Januarij 14:en21: febr: 27 en 30. Maart, 7: en 22: april, 31=e. Maij, 6: 9: en 10:e Junij 16: en 235e' Julij 1785, Waaraan wij de vrijheijd gebruijken „reeren. - ons in allen eerbied te refereeren, zal Uw Hoog Ed: groot achtber ten klaarsten blijken ho t hij alles na zijn willekeurig en de spotiecq welbehaagen schikte, zonder zig in 't minste te stooren aan eenige Capittels, zoo als de Japander gewoon is, de oude en door langduurigheijd van tijd reeds bijna tot wetten gewordene gebruijken, te noemen; dat zelfs zoo verre ging, dat hij zig weijnig of niet bekommerde, of zijne handelingen wel dan kwalijk aan het Jedosche Hoff opgenoomen mogten worden, gelijk zulks duijdelijk blijkt uijt het antwoord, dat hij eens gaf aan zijn Eerste secretaris, die de vrijpostig„ „heijd gebruijkte, zijn E. het gevaar, dat hij door zijn gestren„ age regeerings wijze liep, voor oogen te stellen, bestaande bij woordelijk hier in, Jk ben Gouverneur van Aangazackei, ik wil doen al wat mij behaagd en worden er beschuldigingen teegen wij aan 't Hof ingebragt, die aldaar geloofvinden, heb ik mij de buijk maar open te snijden, daar meede is alles verantwoord; en in de maand Julij Iongstleeden ziek zijnde en Onaangenaame tijdingen van het Hof ontfangende, betuijgde hij zelfs opentlijk zeer na zijn dood te wenschen; Waarna het algemeene Verlangen ook niet minder groot was, uijt vreeze dat hij anders nog eens weerom mogt komen, in welk gezal zij zeijden, dat gantsch vangezackij in zwarte ons aan de No 785. 135 N=o. 10„ aarde veranderen zou, daar meede beteekende dat het in brand gestooken worden en tot de grond toe afbranden zoude. — Ook hebben ons de Tolken reeds zeedert een geruijmen tijd voorspelt, dat hij niet leevendig in Jedo zoude koomen, maar voorzeeker vergeeven stond te worden, indien hij niet zig zelfs de buijk opsneed, dan wel aan zijne ziekte, daar hij zeedert eenige maanden aan laboreerde en die door hunne doe„ „tooren ongeneesbaar wierd geoordeelt kwam te sterven. — Dit caracter van een man, die zijn eijgen welbehagen, als het eenigste rigtsnoer zijner daaden aanmerkte en volstrekt geene wetten booven zijn Capricieuse wil erkonde of op volgen wilde, al was het ook ten kosten van zijn leeven, en voor wiens misnoegen en gramschap, als, indien al niet onmiddelijk de dood, ten minsten eene verstooting uijt den dienst ten gevolge hebbende, dus niet zonder billijke reedenen, alle de geenen die onder zijn gebied stonden, beafden, deed ons ook niet weijnig bedugt zijn voor het drijven van een vreedzaamen handel en onze attentie verdubbelen, ten eijnde tog van Onze zijde alle reedenen tot brouillerien te vermijden, waarin wij dan ook in zoo verre gerousseerd zijn, dat het genoegen gehad hebben van alles zonder eenige Onaangenaame Ontmoetingen of voorvallen te zien afloopen. — En na dat den handel voor het grootste gedeelte ten Eijn„ „de gebragt was, is de hier vooren vermelde voorzegging der Tolker door de uijtkomst bewaarheijd en bevestigd, hebbende deeze eijgensinnige Heer Gouverneur op den 16 October, het tijdelijke met het eeuwige verwisseld, zonder van een Eenig mensch betreurt te worden; zijnde na alle waarschijnlijk„ „heijd en volgens het geen men ons in stilte verhaalt heeft vergeeven, schoon men aan het puliecq bekent gemaakt heeft dat hij aan zijn ziek te overleeden is; — Enafschoon Wij hem in geenendeele regretteeren, hadden wij eeven wel gaarne gezien dat zijn E: tot de aankomst van zijn vervanger was blijven leeven, wijl thans alles in Nangazackij in Confusie is, alwaar een ieder baas wil weesen en waarvan men na met regt zeggen kan, zoo veel hoofden zoo veel zinnen, het geen orzaak is dat alle zaaken een zeer traage voortgang hebben. — Hoe zeer wij wel gewenscht hadden meede het genoe„ „gen te moogen hebben, Uw wel Ed: Groot Achtb: te kunnen bedeelen, dat dit Jaar eenige verbeetering in den handel had„ „den kunnen te woege brengen, door het obtineeren van de verwagte prijs verhooging op de suijker, is ons dit echter Ondanks No 1 785. En

NL-HaNA_1.04.02_3705_0084 view scan ↗

English

137 No. 10. Despite all efforts made to that end, it was entirely impossible, both on account of the aforementioned disposition of the Governor and due to the death last March of our confidant Nausabro, who by all appearances was poisoned, whereby all our secret correspondence, so absolutely necessary to undertake and push forward anything here with hope of a desired success, has come to a complete standstill. When we first spoke to the Interpreters concerning this article of sugar, they looked at us as if with astonishment, and realizing the impossibility thereof, they unanimously declared that they hardly dared propose this to the Governor, promising us, however, upon our strong insistences, to take this into further consideration; and after we had subsequently urged this upon them several more times in the most emphatic manner, they finally, after the passage of many days, brought us the following answer: That one of the principal reasons that had caused last year that no more than 36: 6: 2: — could be paid for it, had been the large supply of that sweet brought in by the Chinese Junks, and that the same reason still existed this year just as well as at that time, because although somewhat less than in Anno passato, nevertheless a very considerable quantity had again been brought in by them, and thus all proposals regarding it had been rejected, with the addition that, sugar being one of the articles on which the increase was fixed for 15 years, we should therefore, especially with this governor, think no more of it. The Chief Interpreter Kozack seriously gave us to understand during a subsequent visit, which he paid us alone without being accompanied by any of the other interpreters, that since the price increase granted in Anno passato on many articles, as we were aware, was mainly founded on the firm promise of coming to trade with two ships, the impossibility of which we had, not without very great effort, both in writing and orally through him and the other linguists, convincingly demonstrated to the governor and treasury servants, he felt obliged to advise us, regarding this article, about which so much commotion had already been made in the past year, for fear of detrimental consequences, not to insist any further; we therefore found ourselves obliged to acquiesce in this and console ourselves with the flattering hope of being able to succeed better in this matter next year, which one might expect with some reason, if the newly appointed Governor of Nangazackij, in place of the governor who recently died in Jedo, Matfra Is Comono Cam: Suma, who is daily expected here in that capacity, is as sensible a man and as well-disposed to the Company and all foreigners as his Honor is depicted to us by all the interpreters. Since the price increase on Sugar could thus not be pushed through, and that of the other goods was already fixed for a period of fifteen years, the only article on which we could work with some fruit was the Sappanwood Manilhas, as no mention was made of it in the increase of Anno passato: To this we then immediately devoted all our efforts; but in this too, little hope of a good success presented itself in the beginning, as we were constantly, whenever we insisted on this, reproached with the disappointment of their expectation and the firm promise of two ships made to them the previous year, concerning which their dissatisfaction, notwithstanding that they, as appears from our general letter, declared themselves satisfied with and acquiesced in the compelling reasons alleged by us in that regard, nevertheless radiated forth not indistinctly; and after having expended much effort and presented several petitions to the Governor, we have succeeded so far in this matter that we have obtained f 1: 1: 7: — more per picol for it, as Your Honorable Grand Worships can observe from our general letter and Resolution of 7 October. The reason for fixing the price increase at 15 years, which it has pleased Your Honorable Grand Worships to demand of us, being solely the discretion of the capricious Japanese, who specified this very explicitly in the paper handed to us concerning this in the previous year, which is inserted verbatim in the Daily Register of Anno passato under the date of 12 November; we take the liberty of referring to that, and hope hereby to have complied with Your High Honors' intentions. Although there is little likelihood of selling a larger quantity of Cloves Nagulan here in the first years than was contracted with the Treasury in Anno passato, we shall nevertheless, pursuant to Your High Honors' esteemed missive, leave nothing untried to expand its sale even further, were it possible. No ers 785

Dutch transcription

137 N=o. 10„ Ondanks alle daar toe aangewende pooyingen, ten eene maale Ondoenlijk geweest, zoo om het bovengemelde humeur van de Gouverneur, als door het overlijden in maart Jongstl=: van onzen vertrouwling Nausabro, die na alle apparen¬ ctie vergeeven is, waar door dus alle onze geheijme Corres¬ „pondentie, zoo volstrekt benodigd om alhier iets met hoop van een gewenscht succes te Onderneemen en te pousseeren, ten eenemaal stilstaat. Toen wij de Tolken de Eerste maal over dit articul van de suijker onderhielden, zaagen zij ons als met ver„ „baastheijd aan, en de onmogelijkheijd daar van inziende betuijgden zij eenpaarig, dit bijna den gouverneur niet te durven voordraagen, Ons echter op onze sterke instantien beloovende dit nader in Overweeging te zullen neemen; en na dat wij hun dit vervolgens nog diverse maalen op het nadrukkelijkst hadden voorgehouden, bragten zij ons eijnde„ „lijk na Verloop van veele dragen het volgend antwoord. — Dat een der voornaamste reedenen die voorleeden Jaar oorzaak geweest waaren, dat er niet meer dan 36: 6:2:— voor betaald kon worden, de groote aanbreng van die zoetig „heijd mat de Chineese Jonken geweest zijnde en dezelve reeden dit Jaar nog eeven zoo wel als te dier tijd exteeren. ader wijl er ofrschoon wat minder dan in A„o pass=o, echter nog een zeer aansienlijke quantiteijd op nieuw door dezelve was aangebragt, dus ook alle voorslaagen dien aangaan de van de hand geweesen waaren, met bijvoeging, dat de zuijker een van de articulen zijnde, waar op de Verhooging van 15e Jaaren bepaalt was, wij dus /:waar vooral bij deeze gouverneur:/ daar niet meer om denken moesten. — De Oppertolk kozack ons in een volgend besoek, dat hij ons alleen gaf, zonder van een der andere tolken ver„ „zelt te zijn, Ernstig te kennen geevende, dat daar de in A„o pass=o vergunde prijs verhooging van veele articulen gelijk het ons bewust was, voornamentlijk op de vaste toezeging van met twee scheepen ten handel te zullen koomen gegrond was, welkers onmogelijkheijd wij de gouverneur en geldkamer bediendens niet dan met zeer veel moeijte zoo in geschrifte, als mondelings door hem en de overige taalslieden, overtuijgend betooyd hadden, hij Oordeelde ons te moeten raaden, Omtrend dit articul, daar in 't gepasseerde Jaar reeds zoo veel beweegingen overgemaakt waaren, uijt vrees voor nadeelige gevolgen, niet sterker aan te dringen, vonden wij ons dierhalven wel verpligt hier bij te berusten en ons te getroosten met de vleijende hoop, van aanstaande Jaar hier in beter te zullen kunnen slaagen, het welk men met nog eenige No. 77 785. 139 N=o 10„ eenige grond zou moogen verwagten, in dien de onlangs in steede van den te Jedo overleedene gouverneur, weeder tot gouverneur van Nangazackij aangestelde Matfra Is Comono Cam: Suma: die daagelijks in die qualiteijt alhier verwagt word, een zoo verstandig en de Comp:en en alle vreemdelingen zoo toegeneegen man is, als zijn Ed: ons door alle de tolken word afgeschilderd. — De prijs verhooging op de Suijker dus niet kunnen de doordringen en die der andere goederen reeds vast. voor een tijd van vijftien Jaaren bepaald zijnde, was het eenigste Articul, daar wij met eenige vrugt aan konden arbeij„ „den, het Sappanhout Manilhas, daar in de verhooging van A„o pass=o geen melding van gemaakt was: Hier toe spanden wij dan ook direct alle onze vermoogens in; dog ook al in deezen deed zig in den beginne Weij„ „rig hoope tot een goed succes op, wordende onstel„ „kens als wij hier op aandrongen, de te leurstelling in haare verwagting en de voorjaarige aan hen gedaane vaste toezegging van twee scheepen, voorgeworpen, waar„ „over hunne t' onvreedendheijd; niet teegenstaande zij blijkens ons gemeene schrijvens met de door ons dien aangaande geaallageerde drangreedenen betuigden genoe„ „gen te neemen en daar in te berusten, echter niet Ont duijdelijk doorstraatde; een wel zijn wij hier in na veele moeijten aangewend en verscheijde versoek schriften aan de Gouverneur gepresenteerd te hebben, zoo verre ge„ „slaagd, dat daar voor ƒ 1:1:7:— per picol meerder voor ge„ „obtineerd hebben, gelijk Uw welEd: Groot agtb:e uijt onze gemeene brief en Resolutie van den 7:e October beoogen kunnen. — De reeden der bepaaling van de prijs verhooging op 15 Jaaren, die het Uw Wel Ed: groot Achtb: behaagd heeft, van ons te vorderen, alleen het goedvinden van de grilligen Japanders zijnde, die dit zeer uijtdrukkelijk gespecificeerd hebben in het ons dien aangaande in den voorleeden Iaare overgegeven papier, het geen woordelijk geinsereert staat in het Dagregister van A„o pass=o sub dato 12:e November; neemen wij de vrijheijd ons daar aan te refereeren, en hoopen hier meede aan Uw. Hoog Edelheedens witentie voldaan te hebben. — ofschoon er weijnig apparentie is, om in de Eerste Jaaren alhier een grooter quantiteijt Garrioffel Nagulan te debiteeren, dan in A„o pass=o met de Geldkamer is gecontracteerd, zullen wij echter ingevolge Uw Hoog Edel„ „heedens geEerde aanschrijvens niets onbeproefd laaten, Om waare het moogelijk dies vertier nog verder uijtte breijden No ers 785

NL-HaNA_1.04.02_3705_0086 view scan ↗

English

141 No. 10. expand. If the recently received reports of the interpreters, stating that the former Governor Tango has been entrusted with another department and can no longer concern himself with that of Nangazackij, are consistent with the truth, there is little hope that the long-requested and expected abolition of the order to search the chiefs will be accomplished. At least, despite the fact that the First Signatory did his utmost during his presence in Jedo to obtain it, the matter has again been postponed this year on frivolous pretexts; although it was covertly intimated to him that some semblance of possibility still remained to effect this, if one were willing to spend 300 gold Coubangs as a gratuity for the mediation. This he directly refused, and thus had to leave the matter as it stood. Meanwhile, the signatory will not fail on the upcoming Court Journey to urge this strongly, and to try to ascertain, if possible, the truth or falsehood of those reports from the interpreters concerning Governor Tango. For it is by no means impossible, indeed even quite probable, that the cunning and self-interested interpreters have fabricated this removal of Tango from the Nangazackij department and his unwillingness or inability to concern himself further with it, in order to make us, seeing that from the aforementioned Tango's goodwill toward the Company nothing more was to be hoped, all the more readily consent to giving the sought-after 300 Coubangs as a gratuity for these mediators, in which they would undoubtedly also have their share. However much the First Signatory attempted, through friendly representations, to decline the Emperor's requests made during his presence in Jedo for obtaining the silk fabrics remaining from the gifts against the customary payment, he was finally compelled—since he dared not ultimately refuse the Emperor's requests and His Majesty had his court dignitaries persist strongly in this—to decide to deliver the 27 pieces in kind, as further noted in the Daily Register. For which delivery, made solely out of anxiety not to cause displeasure to this mighty monarch that might sometimes bring about disadvantageous consequences for the Company, he respectfully implores Your Right Honourable's benevolent approval, with the assurance that in the future this will be guarded against as much as feasible. Also No 785. to 143 We have also used our utmost endeavors to effect an alteration in the document which they gave us in the past year, in which the stipulation was made to transport a quota of twelve thousand three hundred chests of copper in the years 1785, 1786, 1787, and to send two ships annually for its collection. We would gladly have had another paper instead of that one, merely containing and serving as proof of how much the Company currently had to its credit with them above the fixed quota of 9000 chests annually, without making mention of a time limit within which it would have to be collected. This would then remain deferred to the Company, which, being thus discharged from the strict obligation to transport everything in the three fixed years, would naturally obtain the freedom to come and trade with one or with more ships; and thereby all pretexts would also be taken away from the cunning Japanese, which they might otherwise make in due time. Thus, no apprehension would remain that they might ever declare the paper granted in the past year null and of no value, under the pretext that this was annulled and naturally lapsed by not sending two ships, upon which it was grounded; of which we were already apprehensive this year because of their continuous complaints and discourses about the shortage of copper. But this matter we have not been able to accomplish due to the intervening death of the Governor. Not having been able to obtain up to this day from the Japanese contractor the picul of candles made of Japanese bean wax, which we, pursuant to Your Honours' authorization, ordered to be made immediately after the arrival of the ship, and being unable to postpone the paperwork any longer, we find ourselves obliged in this regard to refer to the Report that is to be presented to Your Right Honourable by the First Signatory upon his safe arrival at Batavia. In this, if the Japanese keep their promise to send them after beneath the Papenberg, Your Honours will discover a detailed account of how they proceeded in making the same. We heartily hope and wish that the same may satisfy and be approved, as they will cost the Company about half as much. Ships No 77 No 10. 785.

Dutch transcription

141 N=o. 10„ breijden. — Jndien de onlangs ontfangene berigten der tolken, dat de geweezen Gouverneur Tango met een ander De parte„ „ment belast is en zig met dat van Nangazackij niet meer bemoeijen kan, over eenkomstig met de waarheijd zijn, is er weijnig hoope, dat de zoo lang verzogten en verwagte afschaffing der order tot het visiteeren der opperhoofden, tot stand zal koomen, ten minsten is dezelve deezen Jaa„ „re niet teegenstaande de Eerste teekenaar bij zijn aan wee„ „zen in Jedo ter obtenue derzelver, zijn uijterste best ge„ „daan heeft, weeder op frivoole protexter uijtgesteld; schoon hem bedektelijk wierd te kennen gegeeven, dat er nog wel eenige schijn van mogelijkheijd overbleeff, om dit te effectueeren, indien men voor de bemiddeling 300 goude Coubangs tot een douceur wilde besteeden, het geen direct van de hand wees en het dus hier bij laaten moest. — De teekenaar zal intusschen op de aanstaande Hofreijze niet nalaaten ten sterksten hier op aan te dringen en zig (:des mogelijk :/ van de waar= of on=waarheijd dier berigten van de Tolken nopens de gouverneur Tango tragten te verzeekeren, wijl het gantsch niet onmoogelijk, Ja zelfs gantsch niet Onwaarschijnlijk is, dat de listige en baatzugtige Tol„ Tolken deeze verwijdering van Tango uijt het Nangazackij's De par„ „tement en zijn onwil of onvermogen om er zig verder meede te bemoeijen, gefingeerd hebben, om ons, ziende dat van meermelde Tango's geneegendheijd voor de Comp:en niets meer te hoopen was, deste gereeder te doen overgaan, tot de afgaaven van de getraagte 300. Coubangs tot een douceur voor deese bemid„ delaars, waarin zij ongetwijfeld ook hun aandeel wel zou¬ „den hebben. — Hoe zeer de Eerste Teekenaar gepoogd heeft, de bij zijn aan weesen in Jedo gedaane instantien van den Keizer, ter erlanging van de uijt de Schenkagie per restant gebleevene zijde stoffen teegens de gewoone betaaling, door Vriendelijke ver„ „toogen van de hand te wijzen, heeft hij eijndelijk, wijl de skeijders versoeken niet finaal durfde afte slaan en zijn Majesteijt hier om sterk door zijne Hofs grooten liet aan houden, wel moeten besluijten, om de 27 p„s in soort, bij het Dagregister naader vermeld; afte geeven, op welke afgaave, die alleen uijt bekommering, om deezen magtigen vorst geen misnoegen te fecten, die voor de maatschappij zomwijle nadeelige gvol„ „gen kondebaaren, geschied is, hij uw WelEd: groot Achtb:r goedgunstige goedkeuring eerbiedig afsmeekt, Onder verzee„ „kering dat in den aanstaande hier voor, zoo veel doenlijk is, gewaakt zal worden. Ook No 785. „ken 143 Ook hebben wij ons uijterste devoir aangewend om in het geschrifte dat zij ons in A„o p=o gegeeven hebben; waar bij de bepaaling gemaakt is, Om der Jaaren 1785, 1786, 1787, een tax van twaalf duijzend drie hondert Kisjes Kooper te vervoeren en tot dies afhaal Jaarlijks twee scheepen te zenden, een verandering te maaken, willende wij gaarne in steede van dat papier, een ander gehad hebben, al„ „leen inhoudende en ten bewijzen strekkende, hoe veel thans de Compen, bij haar, booven de bepaalde tax van 9000. kisjes Jaarbijks, te goed had, zonder van een tijd bepaaling binnen welke het zou moeten afgehaalt wor¬ „den gewagte maaken, 't geen als dan aan de Comp:n gede„ „fereerd bleef, die dus daar door van de strikte verbintenis om het in de drie vast gestelde Jaaren alles te vervoeren ontslaagen zijnde overzulks van zelfs vrijheijd verkraag om met een of metz scheepen te koomen handelen; En daar door ook aan de listige Japander alle uijt vlugten benomen wordende, die zij anders in der tyd zouden kunnen maaken, geen bedugting overbleef, dat zij immer het in A„o pass=o verleende papier voor nul en van geener waarde zouden kunnen verklaaren, Onder voor„ „wendsel dat dit door het niet aanzenden van twee scheepen, waar op het gegrond was, vernietigd en als van zelfs vervallen was, waar voor wij dit Jaar om haare Continueele klagten en Discoursen over het gebrek aan kooper, al bekommert waaren. — Dan deeze zaak hebben wij door de tusschen komende dood van de Gouverneur niet kunnen volbrengen.— Het picol kaarsen van Japans boonwax, die wij vol„ „gens Uw Hoog Edelheedens qualificatie direct na het arrivement van het schip hebben laaten aanmaaken, tot „heeden toe van den tolmagtigen Japander nog niet heb„ „bende kunnen bemagtigen en het schrijfwerk niet langer kunnende uijtstellen, vinden wij ons verpligt, ons dien aangaande te refereeren aan het Rapport, dat Uw. wel„ „Ed: groot Achtb: door den Eersten teekenaar bij zijn be„ „houden arrivement op Batavia staat overgegeeven te worden, waar in Uw: Hoog Edelheedens, in dien de Japan„ „ders hunne beloften nakoomen, van dezelve onder de Papenberg te zullen nazenden, een detail, hoe danig zij in het maaken der zelve te werk „ ontwaaren zullen; van harten kooper en wenschen wij dat dezelve voldoen moogen en goedge„ „keurt worden; wijl dezelve de Comp:e circa de helft minder Scheepen No 77 No 10„ 785.

NL-HaNA_1.04.02_3705_0088 view scan ↗

English

145 Japan and Factory Nangazackij would come to cost, which upon such a large quantity as is annually manufactured at Batavia would amount to a considerable sum, and that this article could thus noticeably revive and improve the languishing trade. The first undersigned furthermore expresses humble thanks for the payment to his attorneys of his share in the proceeds of the 700 private small boxes of bar copper sent over per Ouwerkerk in the past year, Right Honourable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Authorities, with the humble request that the 700 small boxes now again being transferred according to custom may be paid out of the treasury to him and the general attorneys of the second undersigned after proper delivery thereof. 21 November Having herewith settled everything, we take the liberty to implore Your Right Honourable High Esteemed Authorities' high approval of all our proceedings, and the most precious protection and continued favor of the same over our persons, as well as, if any omission might have taken place, kindly to overlook and excuse the same, solemnly testifying to have promoted the interest of our Lords and Masters in our entire administration in every respect to the best of our ability and knowledge. Your High Noble and Right Honourable Authorities' Very humble and obedient servants Masters 1785. While we commend Your High Noble Authorities, along with their distinguished family and illustrious Government and the prosperity of the Company, to the gracious protection of the All-Sufficient God, and call ourselves with due humility and deepest veneration. JHLomberg Vr BBeede tot de markele ders 85. No 10 No. 77 Copy of Separate Letters and Enclosures, from The Honourable Johannes Siberg Councillor of the Dutch Indies; as well as Governor and Director of Java's Northeast Coast. To Their High Noble Authorities At Batavia. Since December 1784 Until October 1785. No. 10 No. 47 For the Netherlands Samarang the 22nd of December in the year 1784. — Page 1. Copy 1l. To His High Nobility: The High Noble, Valiant, Right Honourable Lord Willem Arnold Alting, Governor General, together with the Right Honourable Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. High Noble, Valiant, Right Honourable Lord and Right Honourable, Valiant Lords. Taking the liberty in all reverence to answer Your High Noble Authorities' most venerated missive of the 22nd of October of the past year and the 19th of last month, I testify that to me Your High Noble Authorities' flattering approval and pleasure, both regarding the journey made to the Eastern Salient and my proceedings there, is most agreeable and singularly encouraging to me, while I shall never fail to employ all my faculties to merit Your High Noble Authorities' approval more and more, and meanwhile I now have the pleasure to report to Your High Noble Authorities hereby that all Java, both in the interior and along the coasts, remains in an entirely Samarang the 22nd of December in the year 1784. — Page 1. Copy. 74. To His High Nobility: The High Noble, Valiant, Right Honourable Lord Willem Arnold Alting, Governor General, together with the Right Honourable Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. High Noble, Valiant, Right Honourable Lord and Right Honourable, Valiant Lords. Taking the liberty in all reverence to answer Your High Noble Authorities' most venerated missive of the 22nd of October of the past year and the 19th of last month, I testify that to me Your High Noble Authorities' flattering approval and pleasure, both regarding the journey made to the Eastern Salient and my proceedings there, is most agreeable and singularly encouraging to me, while I shall never fail to employ all my faculties to merit Your High Noble Authorities' approval more and more, and meanwhile I now have the pleasure to report to Your High Noble Authorities hereby that all Java, both in the interior and along the coasts, remains in an entirely Samarang the 22nd of December in the year 1784. Page 1. Batavia. To His High Nobility: The High Noble, Valiant, Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, together with the Right Honourable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. High Noble, Valiant, Right Honourable Lord and Right Honourable, Valiant Lords. Taking hereby the liberty in all reverence to answer Your High Noble Authorities' most venerated missive of the 22nd of October of the past year and the 19th of last month, I testify that to me Your High Noble Authorities' flattering approval and pleasure, both regarding the journey made to the Eastern Salient and my proceedings there, is most agreeable and singularly encouraging to me, while I shall never fail to employ all my faculties to merit Your High Noble Authorities' approval more and more, and meanwhile I may now have the pleasure to report to Your High Noble Authorities hereby that all Java, both in the interior and along the coasts, remains in an Copy entirely

Dutch transcription

145 Japan en Comptoire Nangazack ij te staan koomen, het geen op zoo een groote quantiteijt als er Jaarlijks op Batavia aangemaakt worden, een aan„ „zienlijk montant zou bedraagen en das dit articul dus den kwijnen den handel merkelijk zou kunnen doen op„ „„luijken en Verbeeteren. — De Eerste teekenaar betuijge voorts needrig dank voor de afgaane aan desselfs gemagtigdens van zijn aandeel in het Wel Edele Gestrenge Grot Achtbaarewijd. Gebieden de provenue der per Ouwerkerk in A=o pass=o overgezondene 700. particulieren kisjes staaf kooper met onderdanig Ver„ „zoek„ dat de thans weeder volgens gewoondte overgaande 700. kisjes, na dies behoorlijke uijtleevering aan hem en de Generaale Gemagtigdens van de tweede geteekende uijt den 21. November Cassa voldaan moogen worden. — Hier meede alles afgehandeld hebbende, neemen wij de Vrijheijd Uw Wel Ed: Groot Achtb: hooge goed keuring over alle onze verrigtingen, en hoogst derzelver dierbaare 3 protexie en aanhoudende gunst over onze persoonen te imploreeren, mitsgaders indien er eenige omissie plaats gehad mogt hebben, dezelve goedgunstig te willen passeeren en verschoonen, betuijgende plegtig, in onze gantsche diractien in allen deele, na vermogen en kennis, het belang onzer Heer en Heeren Uw Hoog Edele Groot Achtbaarheedens zeer onderdanige en Gehoorten nie Dienaaren Meesters behartigd te hebben. Terwijl wij Uw Hoog Edelheedens met derzelver aan„ sienlijke familie en illustre Regeering en den Welvaart der maatschappij in de gemaderijke bescherming van den Algenoegsaame God aan beveelen en ons met de verschuldigde Ootmoed en diepste veneratie noemen. — J HLomberg Vr BBeede tot de markele Meesters 1785. ders 85. N=o 10„ No. 77 Copia Aparte Brieven en Bijlaagen, van Den Heere Johannes Siberg Raad van Neederlands India; mitsgaders Gouverneur en Directeur Van Javas Noord=oost-Cust. Aan Hunne Hoog EEdelheedens Te Batavia. Seedert December 1784. Tot October 1785. N=o. 10„ No. 47 Voor Neederland arang den 22„' December A:o 1784. — Pagena 1. „ Copia 1l. Aan zijn Hoog Edelheid: Hoog Edel gestrenge groot Achtbaren Heer. Willem Arnold Alting. verneur Generaal, beneevens de wel= le gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie, en 3. en z: en b:r del Gestrenge, Groot Achtbaren Heer. en Edele gestrenge Heeren. de vrijheid neemende in alle Eerbied te beant„ Hoog Edelheedens zeer gevenereerde missive van den J. L. en 19. passato, betuige ik dat mij uw Hoog= vleijende goedkeuring en genoegen, soo weegens de gize naar den Oosthoek als mijne verrigtingen ten hoogsten aangenaam en bizonder op beurende nooijt manqueeren zal alle mijne vermoogens om uw Hoog Edelheedens goedkeuring meer en eriteeren, en ik intusschen thans het genoegen heb„ uw Hoog Edelheedens bij deesen te melden, dat ge„ soo in de bovenlanden als aan de stranden bij eene aller Parang den 22„' December Ao 1734. — Pagona 1. „ Copia. 74. Aan zijn HoogEdelheid: Hoog Edel gestrenge groot Achtbaren Heer. Jillem Arnola Alting verneur Generaal, beneevens de wel= le gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie, en 3: en z: enz: Edel Gestrenge, Groot Achtbaren Heer. en Edele gestrenge Heeren. de vrijheid oneemende in alle Eerbied te beant= Hoog Edelheedens zeer gevenereerde missive van den 7. L. en 19. passato, betuige ik dat mij uw Hoog= vleijende goedkeuring en genoegen, soo weegens de leize naar den Oosthoek als mijne verrigtingen „ten hoogsten Aangenaam en bizonder op beurende nooijt manqueeren zal alle mijne vermoogens „om uw Hoog Edelheedens goedkeuring meer en meriteeren, en ik intusschen thans het genoegen heb„ uw Hoog Edelheedens bij deesen te melden, dat ge= soo in de bovenlanden als aan de stranden bij eene aller Samarang den 22„ December Ao734. Pagena 1. „ Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid: Den Hoog Edel gestrenge groot Achtbaren Heer. A:r Willem Arnola Alting, Gouverneur Generaal, beneevens de wel= Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie, en z: en z: enz: Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaren Heer. en Wel Edele gestrenge Heeren. Bij deese de vrijheid neemende in alle verbied te beant„ „woorden uw Hoog Edelheedens zeer gevenereerde missive van den 22„en October J:. L. en 19. passato, betuige ik dat mij uw Hoog: Edelheedens vleijende goedkeuring en genoegen, soo weegens de Gedaane rheize naar den Oosthoek als mijne verrigtingen aldaar, mij ten hoogsten aangenaam en bizonder op beurende is, terwijl ik nooijt manqueeren zal alle mijne vermoogens Aantewenden, om uw Hoog Edelheedens goedkeuring meer en meer te meriteeren, en ik intusschen thans het genoegen heb„ „ben mag uw Hoog Edelheedens bij deesen te melden, dat ge„ „heel Iava soo in de bovenlanden als aan de stranden bij eene Copia aller

NL-HaNA_1.04.02_3705_0093 view scan ↗

English

page 3. Samarang the 2nd of December Anno 1784. Samarang the 22nd of December Anno 1784. may all desirable peace and tranquility continue. With regard to Ships and Vessels, it was especially pleasing to me that the jalowe den Arend had been agreeable to Your High Noble Lordships, yet since skilled and experienced seamen maintain that, notwithstanding the otherwise useful proposed change to the rigging, it ought nevertheless to remain as it was, because people here, being accustomed to it, knew better how to handle it; I have therefore left it so, so that I have also placed no capstan on the deck for raising the anchor, because that machine would take up too much space and cause too much hindrance, and since heavier artillery also demands a heavier construction of knees, clamps, and deck beams, and overall a more extensive construction than these jalowes, which are destined for Malacca and for cruising around Java, and are built to carry 2, 3, and 4-pounders, I have likewise not been able to place heavier artillery upon them for armament with peace of mind, the more so considering that on the waterway to Ternate, one may now and then encounter rather heavy seas, whereby those little keels, with an upper weight too great for them, would run the risk of being wrecked; nevertheless, I hope that in their present situation they will be found of useful employment for the Company, since at Ternate they use the so-called cora-coras in expeditions against the Magindanaos, which are vessels that in no way compare to the jalowes for defense. I shall continue to look forward to the promised four steersmen for the jalowes, in order to then immediately let those little keels depart, as they are all waiting for them in complete readiness. That the prohibition regarding the export of provisions would only be temporary was also the hope and expectation of the farmer, who was thereby encouraged to bid for the farms at the price which people flatter themselves will have been to Your High Noble Lordships' satisfaction, and since the wishes and desires, according to the reports received here, have already been fully fulfilled by a complete victory of the Country's Squadron over the faithless King of Riouw and his adherents, I take the liberty to congratulate Your High Noble Lordships wholeheartedly on this altogether fortunate and no less momentous event, wishing most sincerely that hereby a complete peace and tranquility in the Strait of Malacca may be brought about for a long time, and the private trader and farmer may enjoy the fruits thereof as before. Regarding the rice crop, I humbly take the liberty to refer to the general letter now departing, from which it is evident that the crop has for the most part already come in Samarang the 22nd of December 1784. Samarang the 22nd of December Anno 1784. page and the contingents will shortly be fulfilled, except those of Paccalongang, Batang, and Wieradessa, in which circa 200 coyans will be lacking, due to an accumulation of unfortunate circumstances which have occurred contrary to all the diligent industry and efforts of the Regents, and which they could not prevent; as is cited in the aforementioned general letter, and I consider myself bound and obliged in this regard to request Your High Noble Lordships' gracious consideration; and since in the coming spring, through want of ships, one will possibly again be compelled to resort to private transport on freight, I therefore request in that case to be provided in time with Your High Noble Lordships' authorization in that regard, in order to encourage the private traders to prepare their vessels—which they otherwise are accustomed to leave idle until the opening of the navigation across the sea—speedily and in due time, in order first to make another trip on freight to the Main Place. With regard to the article of Money Matters, I thank Your High Noble Lordships most humbly for the further assistance so entirely favorable, yet since there is currently little or no cash left on hand, and for the coming year, besides the payment of monthly wages to the native sailors, extraordinary expenditures are required for the timber wharves at Rembang and Joana, I therefore request Your High Noble Lordships, if possible, for a speedy and at the same time a complete fulfillment of the requisition for money now departing, which has been drawn up with all attentiveness, deliberation, and economy, and that among it, in particular, there may be sorted and found a large portion of copper coin, the more so as one has only very few doits on hand and already experiences that one has shortly to expect again a great scarcity and the unpleasantness arising therefrom. That Your High Noble Lordships have been pleased to be satisfied with the decision regarding the suspended construction of the projected fortification work or battery, for covering the Samarang River, is especially agreeable to me, and as soon as the intended test has taken place in the coming year, I shall take the liberty to impart the result thereof directly to Your High Noble Lordships, and then, according to how that will have succeeded, request further authorization regarding the aforementioned projected battery; the town of Samarang is meanwhile provided from without with a regular moat of a width of over two and a length of 200 rods on the South and East sides, and furthermore with a covered way 5½ feet high.

Dutch transcription

pag.a 3. Samarang den 2„e December Anno 1784. Samarang den 22„' December A o 1784. aller wenschelijke rust en vreede blijfe Continueeren. Ten aanzien van Scheepen en Vaartuigen, was het mij bij zonder Aangenaam, dat de balowet den Arend uw Hoog Edelheedens bevallig was geweest, dog daar kundige en ervaaren zeelieden beweeren, dat ongeagt de andersints nuttige voorgestelde verandering, aan de zeillagie, het selve egter behoorde te blijven, zoo als die was„ Om dat men daar aan alhier gewoon beeter met 't zelve wist om te gaan; soo hebbe ik sulks dan ook zoo gelaaten, invoege ik dan ook geen spil op het dek ter ligting van 't anker heb geplaatst, om dat die machine te veel plaets weg neemen en te veel belemmering zoude veroorzaeken en dewijl swaarder geschut ook een swaarder Bouw-ordre ver„ „Eijscht van knien, weegens, en dekbalken en over zijn geheel een meerder uitgebreijder Constructie, dan deese galowetten, die voor Mabacca en ter bekruissiging van Iara gedertinend, en tot het voeren van 2. 3. en 4. lb r gebouwd zijn, soo heb ik daar op almeede geen swaarder geschut ter armature met gerustheid kunnen plaatsen, te meer uit Overweeging dat men op het vaarwaater naar Ternaeten, om en dan nog al lens swaare zeen kan aantreffen, waar door die kieltjes met eene voor haar te geweldige booven swaarte, gevaar soude loo= „pen te verongelukken; egter hoop ik dat zij in hunne prae= „sente situatie voor de Comp„e van een nustig emplooij zullen werden bevonden, daar omen op Ternaeten de 3oo genaamde Cora= Corras ins Expeditie teegen de Magindanauwens gebruijkt, en vaartuigen zijn, die ter defensie in geenen deelen teegens de Galowetten te vvergelijken zijn. — De beloofde vier stuurlieden voor de Galowets sal ik blijven te gemoed zien, om als dan direct die kultjes te laaten ver„ „trekken wijl dezelve alle in volle gerustheid op hun wagtende zijn. - Dat de interdictie weegens den uitvoer van Producten tot Leevens middelen maar temporeel soude zijn, is almeede de hoop en verwagting van de pagter geweest, die daar door aangemoedigt geworden is om de pagten aan te slaan teegens den prijs die omen sig vleit dat tot uw Hoog Edelheedens genoegen zal zijn geweest, en dewijl de wen„ „schen en verlangens volgens de alhier ingekoomene berig= „ten reeds ten vollen zijn vervuld door een volkoomen Over„ „winning van slands Esquaden op den Trouwloosen kooning van Riouw en sijnen Aanhang soo neeme ik de vrijheid uw Hoog Edelheedens met deeze allezints gelukkige en niet minder gewigtige gebeurtenisse hartgrondig te vergelusken, aller welmeenendst wenschende, dat hier meede eene volmaak„ „te rust en vreede in straat Malacca voor lange zal weezen te weege gebragt, en den particulieren handelaar en pagter als vooren daarvan de vrugten moogen genieten. —. Omtrent het rijst gewas neem ik needrig de vrijheid mij te refereeren aan het thans afgaande gemeen schrijvens, waar uit consteerd dat het gewas voor het meerengedeelte reeds inge= =Coras. „koomen. Samarang den 22„' December 1714. Samarang den 22:' December A:o 1734. pag „koomen en binnen korten de Contingenten zullen zijn voldaan, excepto die van Paccalongang, Batang en wiera„ „dessa waaraan Circa 200. Coijange zullen manqueeren, door eene teegen alle ijverige vleit en pogingen van de Re= „genten, aan, te zaamen geloopen hebbende ongelukkige om„ „standigheeden, die zij niet hebben kunnen voorkoomen; soo als bij gemelde gemeen Brieff staat aangehaald, en ik agte mij dien aangaande gehouden en verpligt, uw Hoog Edelheedens gratieuse reflectie te versoeken; en daar wien in het aanstaande voorjaar, door manquement aan scheepen moogelijk weederom genoodsaakt zal zijn tot den particulieren vervoer op vragt overtegaamn, 3o0 verzoek ik in dien gevalle in tijds te moogen worden gemunieerd met uw Hoog Edelheedens qualificatie diendweegen ten einde den particulieren handelaer te Anc: „meeren om hunne vaartuigen die zij anders gewoon zijn stil te laaten leggen tot het opengaan der overwalsche vaarth spoedig en ter geleegenen tijd in gereedheid te bren„ „gen om alvoorens nog een togtje op vragt naar de Hoofd „plaats: te doen. —. Ten aanzien van het artikul den Seldzaeken, danke ik oneedrigst voor uw Hoog Edelhee„ „dens soo allezints gunstig onder vordere adsistentie, dan alzoo er tans wering of geene Contanten meerder aan „handen zijn en voor het aenstaande Iaar busten de af„ „betaeling der maandgelden aan de Inlandsche Zeevae„ „rende, Extra Ordinaire uitgiften voor de Timmerwerven te Rembang en Ioana werden verEijscht, soo versoeke ik Uw Hoog Edelheedens des moogelijk eene spoedige en ook tefr„ „fens een Compluete voldoening op den thans afgaande en met alle oplittentheid, overleg, en menage ingerigte geld beijsch, mitsgaders dat daar ouder in 't bezonder sortieren en te vinden zijn mag, een groot gedeelte Aan koopere munt„ te meer, daar men nog maar zeer weinige duijten aan han„ „den heeft en ou reets ondervind, Ian eerlange weeder een groote schaarsheid en de daaruit voortkoomende onaan„ „genaamheeden te overwagten heeft. — Dat uw Hoog Edelheedens in de beschikking omtrent de gesurcheerde Extructie van 't geprojecteerde Fortificatie werk of Batterij, tot dekking der Samaranger Rivier hebben gelieven genoegen te neemen, is mij bezonden Aangenaam, en zoo dra de voorgenoome preuve in het aan„ „staande Iaar heeft plaats gevonden zal ik de vrijheid ge= „bruijken uw Hoog Edelheedens daarvan direct den uitslag te bedeelen. en als dan naar maate dat zulks zal weezen gereusseert nadere qualificatie verzoeken, om= „trent de miergenoemde geprojecteerde Batterij; de stad Samarang is intusschen van buijten met een reguliere gragt ter breete van ruijm twee en ter lengte van 200 roeden Aan de Zuid en Oostkant, en voorts met een bedekte weg hoog „betaling; - 5½. v=t E

NL-HaNA_1.04.02_3705_0095 view scan ↗

English

page 7: Samarang the 22nd December Ao 1784. Samarang the 22 December A:o 1734.. 5½ feet, which are closed with barriers, were provided, and since this construction serves very much for reinforcement, moreover took place during the presence of the Regents without expense to the Honorable Company, by their people, who serve in their retinue and are fairly large in number, and thereby, being kept at continuous labor, were turned away from other misdeeds, I flatter myself that this management may carry your High Noblenesses' favorable approval. —. Pursuant to the authorization granted by your High Noblenesses for the renewal and improvement of the Soura Carta lodge, this work has already been assigned to the former Captain Lieutenant Engineer Haak under the supervision and oversight of the First Resident Palm, with the recommendation to repair and renew everything firmly and strongly according to the returned plan; at the same time observing the utmost thrift and economy, and making as good a use as ever possible of the Emperor's obliging assistance toward meeting the costs, and for which expenditures I judged in my respectful separate letter of the 4th September last that not the Company, but the estates of the late First Soura Carta Resident van Stralendorff and the Engineer Lustman are to be held liable. - In order now to demonstrate to your High Noblenesses the grounds upon which this posture rests, I respectfully take the liberty to refer to the accompanying report by way of justification, submitted to me under oath in the first instance by the titular Ensign Johan Christoffel Ditloff, since people wished to accuse this man of being also a principal cause of the bad and defective building order, and from which justification it distinctly appears: — 1st. that people had already progressed for a large part with the work before Ditloff was given the oversight thereof. 2nd. that instead of the six good and capable craftsmen daily paid and provided by the Company, none other than ignorant Javanese masons and carpenters had worked, while the late Engineer Lustman had enjoyed the wages of the former. —. 3rd. that the late Stralendorff, regardless of the advice of others and the recommendation of the Emperor to make everything firm and strong, constantly acted with obstinacy and according to his own caprice. -. 4th. Or lastly, that the necessary materials, provided so amply and generously by the prince, were not used; the reporter further stating that if that had taken place, and moreover if the Engineer had looked better after the work and had actually kept the six craftsmen in service, the entire lodge would have been of a better and more durable situation, and would have had a completely different and respectable appearance, without it now having to be partially condemned and renewed again. page 9:— Samarang the 22nd December A:o 1734. Samarang the 22nd December A:o 1734. Then, to determine precisely and most accurately to what extent and to what share each of the two aforementioned estates are to be held responsible for the costs of the renewal and repair of the lodge, caused by their improper conduct, therefore may it respectfully be permitted to me to declare my inability, and to leave the disposition concerning this deferred to your High Noblenesses' greater and wise discernment, while I solely have the honor to serve regarding the requested considerations, that so far as it appears to me, the bad construction of the lodge is certainly most to be imputed to the late Stralendorff, and that firstly, because he had undertaken to execute the plan drawn up and approved by your High Noblenesses, since the Engineer Lustman, whose service called him elsewhere on the Company's behalf, could not actually be at Souracarta. Secondly, because the Emperor along with several others, and in particular the titular Ensign Ditloff in his justification cited here before, accuses the late Stralendorff of having made misuse of the supply made so amply and generously by the said prince, and Thirdly, because that accusation contains much appearance of truth, principally when one considers that precisely in that same time, when the lodge was being built, the late Stralendorff was seized by the desire for private building and through him several dwellings, together with a large garden and house, as well as a timber sawmill were constructed; on the other hand, the late Engineer Lustman is also not to be considered entirely free of blame, because he looked after the work now and then, and thus ought to have brought his complaint against the conduct maintained by Stralendorff, whereas he, by his silence, has made himself guilty of vehement suspicion, as if along that way he had also sought to enrich himself, which however, so far as the materials provided by the prince are concerned, is not to be believed on account of the difficult transport thereof hither, but rather one might presume that he was satisfied by the late Stralendorff along another way, in such manner as would have occurred with the six capable craftsmen provided by the Company according to the content of the aforementioned justification, and for which, if that accusation agrees with the truth, he would have enjoyed a sum of 1500 Rds. according to the cash account kept during the construction of the lodge, or from the book year 1777/8 to 1778/9 inclusive. —. Your High Noblenesses having been pleased favorably to consent to the relocation of the dwelling of the First Resident at Sourakarta, as well as to the proposal that the Residents there shall be obliged, the [illegible] by the Emperor

Dutch transcription

pag„a 7: Samarang den 22„en December Ao 1784. Samarang den 22 December A:o 1734.. 5½. Voet die met Barrieres geslooten worden, ovonsien ge„ „worden, en dewijl deese aanleg sier ter versterking diend„ mitsgaders geduurende het aanweesen der Regenten buijten lasten ovan d. E. Compagnie is geschied, door hunne volke„ „ren, die tot hun gesleep dienen en vrij groot in getal zijn, en daar door aan eene Continueele arbeid gehouden van andere mitdrijven gebetourneerd zijn geworden, soo flattene ik mij dat deeze directie uw Hoog Edelheedens gunstige Approbatie zal moogen weg draegen. —. Ingevolge de door uw Hoog Edelheedens verleende qualificatie tot de vernieuwing en verbeetering der Soura Cartaoche Logie, is dit werk bereeds aan den oud Capitain Lieutenant Ingenieur Haak onder op en toesigt van den Eerste Resident Palm opgedraegen, met recommandatie oms naar het te rug ontvangen plan alles tregt en sterk te depareeren en te ver„ „nieuwen; te gelijk de uiterste suinigheid en menage be„ „tragtende, en van des Keijsers gedienstige meede hulp ter gemoed kooming der kosten, soo veel immer moogelijk een goed gebruijk te maaken, en voor welke spendatien ik bij mijn Eerbiedige Aparste van den 4„' September J: L: vor= „deelde dat met de Comp: maar de boedels van wijlen den eerste soura Cartase Resident van stratendorff en den Jngernieur Lustman aanspreekelijk te houden zijn. - Om onu uw Hoog Edelheedens te betoogen de gronden waar= op dit geposterde berust, neem ik Eerbiedig de vrijheid omij te gedraegen aan het neevens: gaande berigt bij wijse van verantwoording, onder Eede ter eerste Instantie door den Vaandrig titulair Johan Christoffel de Hloff mij overgegee „ven, alzoo omen deeze man wilde beschuldigen een meede voor„ „naame Oorzaak der slegte en Vitueure Bouw Ordre te zijn en uit welke verantwoording distinct Consteert. — p=ro dat omen met het werk reeds voor een groot gedeelte gevor„ „deerd was voor dat hij Dittoff daar het opzigt overkreeg. 2. dat 'er in steede van de door de Compagnie daagelijks betaal„ „de en verstrekt ses goede en bekwaame Ambagts lieden, niet anders dan onkundige Javaansche metselaars en Timmer= „lieden hadden gewerkt, terwijl wijlen den Ingenieur Sust= „man het arbeids loon van de Eerste genooten had. —. 3„e dat wijlen stralendorff ongeagt de raad geeving van andere en de recommandatie van den keijper om alles hegt en sterk te omaaken, sted met onerstant en naar eijgen Caprica heeft te werk gegaan. -. 4:o Off Laastelijk, dat de noodige materiaelen door aen vorst 300 ruijm en breed verstrekt niet zijn gebruijkt geworden; zeggende hij berigter verders dat en wanneer sulks plaats ge„ „vonden, mitsgaders den Ingenieur beeter onaar het werk ge„ „sien en de ses Ambagts lieden, werkelijk in den dienst gehouden had, de geheele Logie van een beeter en duursac= stituatie „men soude geweest zijn, en een geheel andere en aanziene„ „lijken aanschouw zoude hebben, zonder dat die nu gedeel„ gedraegen „telijk. F pag„a 9:— SSamarang den 22„e December A:o 1734. Samarang den 22:' December A„o 1734. „telijk afgekeurd en weederom vernieuwd zoude hebben behoeven te worden. Dan om Iuist prociel. en te naauwkeurigste te bepaalen in hoe verre en tot wat gedeelte ieden der twee voormelde boe„ „dels responsabel te houden zijn in de kosten ter vernieuwing en reparatie der logie, door hun verkeerd gedrag verdorsakt, derweegen zij het mij erbiediglijk vergunt, mijn onvermoogen te betuigen, en de dispositie daar omtrent aan uw Hoog Edelhee„ „dens meerden en wijsen doorzigt gedefereerd te laeten, terwijl ik eeniglijk op de afgevorderde Consideratien de eera hebbe te dienen, dat voor zoo verre en ona het mij toescheint, de slegte Constructie der Logie wel het mieste aan wijlen Stratendorff te imputeeren is, en wel eerstelijk, om dat denzelven had aangenoomen om het ontworpen en door uw Hoog Edelhee„ „dens geapprobeerde plan uit te voeren, dewijl den Jngenieur Justman, wiens dienst hem elders sComp:s weegen riep, niet actueel op Souracarta zijn konde. Ten tweeden, om dat den Keijzer neevens meer andere, en in het bezonden den tetulair Vaandrig Ditloff bij zijne hier vooren aangehaalde verantwoording, wijlen Stralendorff beschuldigd, van misbruik te hebben gemaakt den zoo ruijm en breed door den gem: vorst gedaane verstrekking, en Ten derden om dat die beschuldiging al veel schein van waar„ „heid in sig bevat principaal wanneer men nagaat dat Juist in die zelvde tijd, wanneer de Logie wierd opgebouwd wijlen stralendorff de lust bekroop tot het particuliere Tim„ „meren en door hem verscheide wooningen neevens een groote Thuijn en vluijs, mitsgaders een Hout zaag moolen zijn aangelegd geworden; daar en teegen is wijlen den In= „gemeur sustman, ook niet geheel en al vrij te kennen, om dat hij nm en dan naar het werk heeft omgesien, en dus zijn beklag teegen het gehouden gedrag van Stralendorff had behooren in te brengen, daar hij om: door zijne stil= „swijgentheid sig heeft schuldig gemaakt, aan vehemente suspitie, als off hij langs dien weg sich meede had tragten te verrijken, 't geene egter voor soo verre de volstrekte ma„ „teriaalen, door den vorst. aangaat, uit hoofde van dies moeije„ „lijk transport naar herwaerds, niet te gelooven is, maer Eer„ „der zoude men moogen veronderstellen, dat hij door wijlen Strabendorff langs eenen anderen weg was bevreedigd, invoe= „gen met de ses door de Comp: verstrekte bekwaame Ambagts=: „lieden naar den inhoud van leven gem: verantwoording, zoude weezen geschied en waar voor hy indien die beschuldiging met de waarheid over Eenstemd Conform de gehouden Cassa Recke. „ning geduurende den opbouw van de Logie off seedert het boek„ „Jaar 177. 7/6. tot 177. 2/9. inclusive een somma van rd:s 1500 - zoude genooten hebben. —. Uw Hoog Edelheedens goed: gunstig hebbende gelieven te Consenteeren in de verplaatsing der wooning van den Eerste Resident te souracarten gelijk ook tot het voorstel dat de Residenten aldaar gehouden sullen weezen, de door de keijner „meren.

NL-HaNA_1.04.02_3705_0097 view scan ↗

English

page 11. Samarang the 22nd December 1784. Samarang the 22nd December A:o 1784 to take over from each other the house to be built, along with its dependencies, for Rd:s 7000: --: I express my humble thanks, while regarding this the necessary orders have already been written to Resident Palm, as well as concerning the levying of the 20th penny from the Europeans and the Chinese who inhabit the squares ceded by the Emperor to the Company, in case of sale and the transfers to be made of their stone houses. Expressing thanks to Your High Noblenesses for the favorable disposition to allow the building of a new Resident's residence at Japara in conformity with the proposal for the Company's account, I shall, in order to make a beginning with this, send Engineer Pelon, who until now could not be spared, to Japara in order to draw up a plan and drawing according to the intention, after which I shall have the honor respectfully to submit the same, along with the calculation of the costs of repairs to the buildings at Joana, to Your High Noblenesses for approval; while in the meantime I bring to Your High Noblenesses' honored knowledge that the repair to the Resident's residence at Rembang has already taken place, and the dwelling house is again in a very good and habitable condition. Continuing to look forward to the person projected to assist Master Hornung at the Rembang shipyard, I have in the meantime, pursuant to Your High Noblenesses' disposition regarding the works at Sourabaija, sent the necessary instructions to the commander there with orders to carry out the one and the other as soon as time and opportunity ever permit. With regard to Indigenous affairs, Your High Noblenesses' favorable approval regarding my conduct concerning the and other matters serves as a particular satisfaction to me, and I note meanwhile under this subject that the Prince of Madura, concerning his request made for Captain Dermantaka, has already long since been diverted in a friendly and at the same time convincing manner such that he not only desists from his petition, but also will not again so easily come forward with such requests that conflict with the Company's domestic interests; since this indeed so well-disposed prince, faithful to the Company, was brought a particular pleasure and gratification by the replenishment of his bodyguard with two men, I express my particular thanks to Your High Noblenesses for the favorable approval in that regard as well as regarding my other activities in the East; while it serves me as no less pleasure that Your High Noblenesses have been pleased to consent to the payment of the promised gratuity of rd:s 16. 2/3. on each picol of sound Eastern Palemboangango indigo, as well as Your High Noblenesses' altogether page 13. Samarang the 22nd December A:o 1724. well-meaning and affectionate thanksgiving conveyed to me regarding the effort and service employed by me in the advancement of the Company's interests; an expression truly that gives me an inestimable pleasure and the very greatest satisfaction, will always remain in my memory with emotion, and will serve more and more as a stimulus and encouragement to sacrifice my well-meaning and zealous efforts for the benefit and service of the society, in the hope that the same may be followed by Heaven's precious blessings and that the Company may always experience lasting benefit from it. The interdict on the export of rice or paddy from Java to the Baviaan by any other than the inhabitants thereof, I have no doubt will in every way answer the intended useful purpose for which it was established, while in the meantime hereby also the shipping to and from this island from the opposite shore will decrease and trade will be transferred to Sourabaija, so that one will be able to collect there and at Grissee the leases that are not as yet levied on this island, and the Company's domains there upon a subsequent leasing will likely be able to be assessed higher. Concerning the conduct of the English rover with respect to foreign nations, the declarant was indeed thoroughly questioned on everything, but he could give no further elucidation than the report contains, since he, being full of fear, did not even dare to inquire with the English and was only glad to see himself Samarang the 22nd December Ao 1724. safe and in freedom again. Concerning the Private shipping, I give thanks for the favorable approval regarding the arrangements made in various respects; and as the reports recently received here concerning the fortunate and most desirable victory obtained by the national squadron at Riouw mention, among other things, that Radja Alie, who had set himself up as King there, along with a large part of his following, has fled elsewhere, and some fear is entertained that he, perhaps driven by want of provisions and out of vengeance resorting to piracy, will come to disturb Java's shores and the private traders, I have therefore, as one is currently deprived of all means for defense and security at sea upon the departure of the four galleys, in hope of Your High Noblenesses' favorable approval, directly given orders to Rembang to build two other similar galleys against the upcoming early spring; while at the same time I have issued circular orders to the outer stations to be on guard and quietly warn the private trader, as is also done at Samarang, to likewise put himself in a position of defense, and exercise all possible caution against all unexpected attacks.

Dutch transcription

pag: 11. — Samarang den 22„en December a 144. Samarang den 22„e December A:o 1784 — te bouwene Wooning met dies abeen- dependentien van elkander over te neemen voor Rd„s 7000: –: betuige ik mijne needrige dank, terwijl desweegens bereeds het noodige Aan den Resident Palm is aangeschreeven, soo wel als Omtrent het heffen van den 20=e penning van de Europeerden en de Chineesen, die de door den Keijzer aan de Compagnie afgestaane pleinen bewoonen, in Cas van verkoop en te doene opdragten hunner steene Huijsen. uw Hoog Edelheedens voor de gunstige dispositie om te Japara Conform de propositie voor 'sComp:s reekening ren nieuwe Residents Wooning te moogen bouwen, dank betuij= „gende, zal ik om daar meede een aanvang te maeken, den Ingenieur Pelon, die tot nog toe niet te missen geweest is, naar Iapara zenden, ten einde een plan en afteekening, naar de intentie te formeeren, waar na ik de eere sal hebben het selve neevens de Calculatie der kosten van Reparatien aan de gebouwen te Ioana, uw Hoog Edelheedens Eerbiedig„ „lijk ter approbatie aantebieden, terwijl ik intusschen, uw Hoog Edelheedens ter geEerde kennisse brenge, dat de repa„ „ratie aan der Residents Wooning te Rembang bereeds ge„ „schaid is, en het woonhuijs zig weeder in een seer goede en bewoonbaare staat bevind. —. De tot adsistentie van den haas Hornung op de Rembang „se Timmerwerff geprojecteerde perzoon zullende blijven te ge„ „moed zien, heb ik intuschen van uw Hoog Edelheedens de spe„ „sitie weegens de werken te sourabaija aan den geraghebber aldaar de noodige aanschrijvens gedaan met ordre om het een en ander soo dra de tijd en geleegentheid het immer toe„ „laat te doen gevolg oneemen. - Ten aanzien van Inlandsche zaaken, strekt omij ouw Hoog Edelheedens Gunstige goedkeuring weegens mijne behandeling omtrent den en andere zaaken tot eene bizondere satisfactie en noteere inmid= „dens onder deeze Materie dat den Vorst van Madura omtrent zijn gedaean verzoek voor den Capitain Dermantaka, reeds voor lange op een vriendelijke en teffens overtuigende wijze zoodaenig is gediverteerd dat hij niet alleen van zijne instantie afziet, maar teffens omet zulke teegens 'sComp:s huijshoudelijk belangen strijdende verzoeken, oniet weeder zoo ligt zal te voorschein koo- „men, dan deeze inderdaad soo weldentiende en de Comp: getrouwe prins een bijsonder genoegen en vermaak toegebragt zijnde door de suppletie van zijn Lijfwagt met twee man betuige ik uw Hoog Edelheedens mijne bijzondere dank voor de gun„ „stige approbatie dien aangaande soo wel als omtrent mij „ne andere verrigtingen om de Oost, terwijl het mij tot geen minder genoegen strekt dat uw Hoog Edelheedens hebben gelieven te Consenteeren in de afgaeve van het beloofde douceur van rd„s 16. 2/3. op elk picol deugdsaame Ooster Palemboangango Indigo, dan uw Hoog Edelheedens weigens de moeijte en dienst in de bevordering van 'sComp„s belangen door mij aangewind, zoo „sitio. 8 allezints pag.„a 13. Samarang den 22„' December A:o 1724.- allezints welmeenende en toegeneegenarmij toegebragte dansk „zegging; een betuiging waarlijk die mij een onwaard eerbaar ge„ „onoegen, en aller bij zonderste satisfactie geeft, zal mij steeds met aandoening in het geheugen blijven, en meer en meer tot len prikkel en aanspooring strekken, om omijne welmeenende en ijverige pogingen ten nutte en dienst van de maatschappije op te offeren, in hoope dat dezelve door 's cheemels dienbaere zeegeningen agtervolgd en de Comp: daar altoos een besten= „dig genot van ondervinden mag. — Het interdict op den uitvoer van Rijst off Padij van Iava „naar de Baviaan, door andere dan de inwoonders van daar twijffel ik niet off zal allez ints aan het bedoelde nuttige vog„ merk waar toe het zelve is ingerigt, beantwoorden terwijl intusschen hier door ook te gelijk de aan en afvaart na dit Eijland van de overwal verminderen en den Handel naar sourabaija overlegd zal worden soodaenig dat men aldaar en te Grissee de voor als nog op dit Eijland niet geheeven worden„ „de pagten zal kunnen insaemelen en sComp=s domeijnen aldaar bij een nadere verpagting denkelijk hooger, zullen en kun= „nen werden aangeslaegen—— Omtrent het gedrag van de Engelsche swerver, met betrekking der vreemde Natien is den Relatant wel alles afgevraagd, dog hij wist geen meerder Elucidatie te geeven, dan het Relaas be„ „helst, daar hij vol vrees zijnde sig ook niet eens bij de Engelsche durfde informeeren en maar blijde was van zig wee„ Samarang den 22„' December Ao 1724. „der seeker en in vrijheid te sien. Ten belange van de Particuliere vaart, zegge ik dank voor de gunstige approbatie weegens de schikkingen daar omtrent in een en andere opsigten gemaakt; en dewijle de Iongst alhier ingekoomene Berigten weegens de gelukkige en aller„ Wenschelijkste overwinning van 'slande Eequader op Riouw behaald, onder anderen melding maaken, dat den sig aldaar als Koning op geworpen gehad hebbende Radja Alie, neevens een groot gedeelte zijner aanhang de vlugt na elders genoomen heeft, en men eeniger maete bedug= „ting voed, als of deeze niet somwijlen door gebrek aan Leevensmiddelen en dut weer-wraak op den zec=rooff uitgaande, Iavas Stranden en de particuliere Handelaers zal koomen te ontrusten, soo hebbe ik daar men thans bij vertrek der vier galleijen van alle middelen ter defenoie en beveiliging op zee ontbloot is, in hoope van uw Hoog Edel„ „heedens gunstige aprobatie, direct naar Rembang ordre gegeeven om twee andere zoortgelijke galeijen teegens het aanstaande vroege voorjaar aan te Timmeren terwijl ik teffens naar de buijten Comptoiren Circulair gelast hebbe om op hoede te weezen en den particulieren handelaer, zoo als op samarang almeede geschied onder de hand te Waarschouwen om zig meede in staat te stellen, en teegen alle onverwagte aanvallen, alle moogelijke voorzigtigheid der.

NL-HaNA_1.04.02_3705_0099 view scan ↗

English

pri: 15. Samarang the 22nd of December Ao 1784 Samarang the 22nd of December 1784 — to use at sea. —. Since no further request was made by the Sultan of Banjarmassin, it remained at the dispatch of the 60 Coij:s of rice with the vessel of the Passourouang Commandant Reijk. As Your High Nobilities have decided to reopen the export of rice for Java on the same footing as in anno passato, as soon as the traders of the Eastern Governments would be provided with their necessities, I express my humble thanks in this regard, but since the voyage to the Eastern provinces continues until the end of February, whereas on the other hand that to the opposite coast does not open before the beginning of June, I respectfully take the liberty to submit beforehand for Your High Nobilities' consideration whether it would not be best to suspend the granted free voyage to the opposite coast until that time, just as in anno passato, all the more since occasionally, due to the flight of Radja Alie, some altered arrangements might become necessary in that regard. —. Concerning the servants, I express humble thanks, along with the Bookkeeper Willem Kerkman, favorably promoted by Your High Nobilities to Secretary of Police here with a recommendation to the Gentlemen Majors for the rank of Junior Merchant, and Willem Beekman, appointed Secretary of Justice, while each for his part professes that by zeal, vigilance, and attention to duty they will constantly demonstrate that they will seek to merit more and more this choice which has fallen so graciously upon them. I also express to Your High Nobilities no less gratitude for the promotion to Bookkeeper of Sergeant Johan Ludwig Rijs, with the respectful notice that the Resident of Timor in his writing dated the 25th of September past requested from here the assistance of a competent clerk, and having already obtained from Your High Nobilities the necessary authorization for this purpose, I have proposed the said Rijs for this, as being a man who possesses the required capacities for it and will give satisfaction, wherefore I intend to let him depart thither on the first upcoming shipping opportunity, flattering myself that this will meet with the approval of Your High Nobilities. —. I express beforehand my obligation for Your High Nobilities' favorable promise to assist Java with troops according to ability in case of distress, and I hope that this may soon be fulfilled by prompt reinforcements from the Netherlands, as Java is indeed very weakened and in the highest need thereof, seeing that presently 253 heads of European military personnel are lacking from the established number. — This having been prepared thus far, I have the honor to receive Your High Nobilities' highly venerated secret page 17: Samarang the 22nd of December Ao 1784. Samarang the 22nd of December A:o 1784. secret missive of the 1st of this month containing authorization for the purchase of two thousand lasts of rice, and also noting the reasons which came to make this purchase necessary. I take the liberty respectfully to serve thereon that immediately after the receipt of that letter I made inquiries everywhere in secrecy as to whether the aforesaid purchase could be effected according to the expressed intention of Your High Nobilities, and the result thereof is that, although one finds on Java that due to a less favorable harvest in this year the private supply is not very opulent, and the necessary information from elsewhere regarding this article has also not yet reached me, I nevertheless dare to flatter myself, regarding the purchase of the aforesaid quantity of two thousand coyangs at 25 rixdollars, that if not entirely, at least for the greatest part I will succeed, and moreover that in the coming year there will be sufficient or adequate opportunity at hand for the private transport of rice on freight to the Main Place. But on this, as well as regarding the projected purchase of that grain, I shall use the liberty on a proximate occasion to inform Your High Nobilities more extensively, at which time I will also find myself in a much better position to do so, as the reports currently still expected from the outer offices will then also have arrived. — I have furthermore the honor, with deep veneration, high esteem, and submission, to call myself, underneath was written Title, lower Your High Nobilities' very obedient and dutiful servant, was signed J.b Siberg, in the margin was written Samarang the 22nd of December A:o 1784.

Dutch transcription

pri: 15. Samarang den 22„e December A 114 Samarang den 22:' December 1784 — op zee te gebruijken. —. Door den Banjermassings sulthan geen nnadere aanzoek ge„ „schied zijnde, soo is het bij de afsending der 60. Coij:s rijst met het vaartuig van den passourouange Commandant Reijk gebleeven. Door uw Hoog Edelheedens den uitvoer van Rijst voor Iava beslooten hebben op den voet als in Anno passato weeder open te stellen, soo drae de Traffiquanten der Oostersche gouvernementen van hunne benoodigheiden zoude weersen 'T voorsien, zegge ik desweegens needrig dank dan opmits de, vaart naar de Oostersche provintien tot in het laast van februarij doorstaat en daar en teegens die na de overwal niet voor het begin van Iunij opengaat, soo neeme ik Eerbie= „dig de vrijheid uw Hoog Edelheedens alvoorens in Consideratie te geeven off het niet best zoude weezen, om de verleende wrije vaart eeven als in Anno passato na de overwal tot die tijds te surcheeren, te meer daar somwijlen door de vlugt van Radja Alie desweegens eenige veranderde schilkingen nood„ „saekelijk soude konnen voorkoomen. —. de Dienaeren, Concerneerende zegge ik neevens de door uw Hoog Edelheedens gunstig tot secretaris van politie alhier bevorderde Boekhouder Willem Kerkman, met voordragt Aan de Heeren Majores tot onderkoopmans, en den tot secreta- „ris van Justitie aangestelden Willem Beekman needrig dank, terwijl een ieder in het zijne betuigd door ijver vigo: „lantie en attentie in den dienst steeds blijken te zullen geeven, dat zij deeze verkiering, welke soo gratieus op hin gevallen is meer en meer zullen tragten tgen te meri= „teeren, ook zegge ik uw Hoog Edelheedens met minder dank voor de bevordering tot Boekhouder van den sergeant Johan Ludwig Rijs, onder Eerbiedige notitie dat het opper„ „hoofd ovan' Timor bij zijn schrijvens in dato 25„e 7ber J:s. van hier verzogt heeft, om de adsistentie van een bekwaam scriba, en door uw Hoog Edelheedens hier toe dan vok bereeds de noodige quatificatie erlangd hebbende, heb ik gemelde Rijs daartoe geprojecteerd als een man zijnde welke daar toe de verEijschte Capaciteiten bezit en genoegen geeven sal, Waaromme ik geintentioneerd ben denzelven bij eerste voor„ „koomende scheeps geleegendheid derwaerds te laaten ver= „trekken omij flatteerende sulks de goedkeuring uwer hoog: Edelheedens zal moogen wegdraegen. —. Jk betuige vooraff mijne verpligting voor uw HoogEdel„ „heedens gunstige toezegging om Iava bij ontzet van Man„ „schappen, naar vermoogen te zullen bij-springen en ik hoope dat zulks eerlang door een spoedig secours ouit Heederi „land zal kunnen werden vervuld daar Iava inderdaad seer verzwakt en zulks ten hoogsten noodig heeft gemerkt er actueel thans 253. koppen Europeese militairen aan het bepaalde getal koomen te ontbreeken. — Deeze tot dus verre in gereedheid gebragt zijnde, heb ik de eere te ontvangen uw Hoog Edelheedens dier gevenereerde geeven. secreete P pag„a 17: Samarang den 22„' December Ao 1784. Samarang den 22„e December A:o 1784. secreete missive van den 1„e deezer inhoudende Quali= „ficatie tot den inkoop van twee duijsend Lasten Rijst„ en notitie teffens der reedenen welke deese inkoop quam noodsaekelijk te maeken; ik neem: de vrijheid daarop Eerbie„ „dig te dienen ik mij al direct naar den ontvangst van die brieff in secretesse alomme geinformeert hebbe, off den voorsz: inkoop naar de gelerde intentie uwer Hoog Edel„ „heedens zoude te effectueeren zijn, en het gevolg daar van is dat of schoon men op Java ondervinds dat door een min voordeelig gewas in dit Jaar den particulieren voorraad met zeer opulent en het noodige narigt van elders omtrent dit artikul ook nog niet bij mij in= „gekoomen is, ik mij egter durve flatteeren omtrent den inkoop van voorsz: quantiteit van twee duijsend Coijangs tot rd=s 25. - soo dan niet voor het gehee ten minste voor het grootste gedeelte te zullen reuiseeren mitsgaders dat 'er in het aanstaande Jaar genoegzaame of toerijkende ge „leegendheid tot den partikulieren vervoer van Rijst op vragt naar de Hoofdplaats aan handen zal weezen. . Dan hier over soo wel als nopens den geprojecteerde In: „koop van dien korl, ik de vrijheid zal gebruijken bij een onaast volgende Occagie uw Hoog Edelheedens breedvoeriger te onderhouden. Wanneer ik mij als dan daar toe ook des te beeten zal in staat bevinden wijl de Berigten die thans nog van de buijten Comptoiren verwagt worden dan almeede zullen ingekoomen zijn. — Jk hebbe overigent de Eere mij met diepe vincratie hoog„ agting en submissie te noeme /:onderstond:/ Titul, /:lager/ uwer Hoog Edelheedens zeer gehoorzaeme en trouwschuldige dienaer /:was geteekent:/ J„b Siberg„ /:in margine stond:/ Samarang den 22„' december A:o 1784. werden verte.

NL-HaNA_1.04.02_3705_0101 view scan ↗

English

page 19 Samarang the 22nd December Anno 1784. Samarang the 22nd December 1724. Copy: Respectful justification, made to the Right Honourable Johannes Siberg, Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies, and Governor and Director on and along Java's North-East Coast, etc. etc. etc., on account of disadvantageous rumours concerning my person, regarding the defective construction of the Solo fortress, spread in Samarang. Right Honourable Sir, Having been informed by the Honourable Willem Adriaan Palm, Senior Merchant and First Resident here in Soura Carta, that it has pleased people to spread rumours to my detriment, that the defective construction or poor completion of the fort was to be attributed to me, this is a very untrue assertion and moreover impossible to prove, as will become evident from these few articles. When I became Adjutant and received supervision over the work, so that I had to see whether the designated Battoors were also at work, all the foundations were already in the ground, particularly of the main buildings, and the walls and roofs of several buildings were entirely raised. Only the houses of the dragoon officers, the upper floor of the dragoon barracks, and of the chief's house, alongside a few small houses, such as pedaks or kitchens, and the four houses for the artillery on the points, were raised and completed by me. All the rest that was made previously took place in the time of my two predecessors, the Cornet Hartog and the deceased Ensign Paulij, so that from this it first becomes apparent that the poor state of the lodge is not at all to be imputed to me alone, even if any blame could be placed on the supervising Adjutants with any justification. Yet the first cause is that, although the Honourable Company provided six craftsmen daily, or paid the wages for good craftsmen, I never had any other masons at work in my time than those masons who were put to work by the Tommorgongs, and those were mostly mute Battoors, who came straight from the villages, and who knows whether they had ever held a trowel in their hands before; yet as soon as they gained a little understanding of it, their Bagiaan or term of their service was over, and they were replaced again by similarly mute men. Now I leave it to the Right Honourable's consideration whether it is possible to work with such masons according to honour, oath, and duty. It is likewise with the carpenters, who were mostly mute woodcutters or Calangers, and those who were still capable of something and were given by the prince himself for the lodge work were put to private work, because of which it happens that, so to speak, none of the employed woodwork is square. Secondly, whenever I pointed out to the late Mr. Stralendorff, as former chief, the poor state of the buildings by making them as His Honour wished, and that I wanted to make some alterations at my own discretion which in my judgment were better, His Honour answered me: I want it this way, what does it concern you, it costs the Company nothing, and it has nothing to claim on it either, the prince and the country possess the matters of construction, and if anything is built that does not please me today or tomorrow, I have the power to tear it down again. Hartog and.

Dutch transcription

pag„o 19:— Samarang den 22„' December Ao 1784. Samarang den 22„en December 1724. Copia: Eerbiedige verantwoording, gedaan aan den wel Edelen gestrenge groot Agt= „baaren Heer Johannes Siberg, staad Extra ordinair van Neederlands Indië, mitsgaders Gouverneur en directeur op en Langs Javas Noord-Oost-kust &=a &: &:, weegens nadeelige gerugten over mijn perzoon, omtrent de Vitieuse en opbouw van het solosche fortaes, te sama„ „rang gespargeerd. —. Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaren Heer. Door den Wel Edele Actbare Heer Willem Adriaan Palm, opperkoopman en Eerste Resident alhier te sou: „ra Carta, g'informeerd geworden zijnde als dat omen tot mijnen Lasten gelieft outtestrooijen, dat de vitieuse op= „bouw off slegte voltooijing van 't fort, aan mijn was toeteschrij= „ven, zoo is dit een zeer onwaar gezegde en booven dien onmoogelijk te bewijsen, gelijk als uit deese weinige artikulen, zal koo= „men te blijken. —. Toen ik Adjudant wierd, en 't opsigt kreeg, over het werk zoo dat ik zien moest off de bepaalde Battoors, ook aan 't werk waaren, waaren reeds alle de fundamenten in den grond voor„ „naementlijk van de Hoofd=gebouwen en van verscheiden ge„ „bouwen de muuren en dakken, geheel en al opgehaald, alleen zijn, de van de dragonders-officiers huijsen, boovenste ver„ „dieping van de dragonders Baracq en van 't opperhoofds huijs„ beneevens weinige kleine Huijvjes, als pedakken off Combuijsen en de vier huijsen voor de Arthillerij op de punten, door mij opgehaald, en voltooijd al 't andere dat van te vooren is gemaakt is geschied ten teide van mijne twee voorzaeten, den Cornet Hartog in den overleeden Vaendrig Paulij 300: dat daar voor eerst al uit komt te blijken, 't in 't geheel niet aan omij alleen te imputeeren is, de sligte staat van de Logie, als er al met eenige fundament, aan de toezigt gehad heb „bende Adjudanten, konde schuld gegeeven worden. — Dog de Eerste oorzaak is: dat schoon d' EComp„e daags ses Ambagts„ Lieden verstrekt off de betaeling voor goede Ambagtslieden, ge= „daan heeft, ik 'er bij mijn tijd nooijt een ander metselaer aan het werk gehad heb, als die metselaers, welke door de Tom= „mongongs aan het werk gesteld wierden, en dat waaren het meest stomme Battoors, die zoo uit de Negorijen kwaamen, en wie weet off ooijt een troffel van te vooren, in haare handen gehad hadden; dog zoo draa zij den weinig begrip ter vvan kreegen, dan was haar Bagiaan off tijd van haaren dienst out, en zij wierden weeder door gelijke stomme ver„ „vangen: nu geeft ik welEd: gestr: gr„n Achtb: in bedenken off het moogelijk is, oms met zulke Hetselaers, volgens Eer en Eeds en pligt te kunnen werken; van 's gelijks is 't met de Timmerlieden, dat meest stomme houtkappers waaren off Calangers, en die, welke nog iets konden en door den vorst zelvs gegeeven waaren, tot het Logie werk, wierden aan particu„ „lier werk gesteld, waar door het komt, dat zoo te zeggen onits in de Haak, van de g'empboijeerde houtwerken, is gewerkt. - De Tweede, als ik al eens aan den Overleedene heer Stralendorff als geweesen opperhoofd demonstreerde, de slegte staat der gebouwen, met dezelve zoo te maeken als zijn Ed: wil was, en dat naar eigen goeddunken, eenige verandering wilde maeken, welke mijns oordeels beeter waaren, zoo gaff zijn b. omij ten antwoord, ik wil 't zoo hebben, wat raakt 't uw 't kost de Comp„e niets, en die heeft er ook niets aan te praeten= „deeren, de Vorst en 't land bezitten de zaeken 't bouwen, en 300 'er wat gebouwd word, dat omij heeden off morgen met aanstaat, heb ik de magt aan mij om zulks weer aftebreeken Hartog en.

NL-HaNA_1.04.02_3705_0102 view scan ↗

English

page 21. Samarang, the 22nd of December 1784. Samarang, the 22nd of December in the year 1785. and to have it rebuilt, and if you do what I order you to do, then you have done your duty, or do you think that I have no understanding of it at all, so never or ever contradict me again in what I order in the work, or I will throw you straight out the gate, for I am old and wise enough, and will not let anyone else lay down the law to me, and who gave me house and home in former times, is it not enough that one has free shelter or must those fine-dressed officers have palaces, after all it is only for a night's lodging, especially for those who come and go here on Solo, for when the Prince says, leave, then we all must go, for everything belongs to the Emperor. — These are the very words of the deceased, from which it becomes evident that I had very little power, so that the poor construction cannot be imputed to me, nor did the deceased ever truly want to permit that the officers' houses should be ceiled, saying that they should well have enough means to put in a ceiling themselves, or that otherwise one might just take away their house rent: and although the Prince had agreed, during the construction of the house for the second resident, the Captains, and the church, to supply glass panes to make sash windows in those dwellings, which panes were probably also provided, or payment was received for them, the deceased nevertheless never wanted to permit this, calling it vain luxury. - If now, all beams, planks, corner posts, iron, nails, sheet lead, copper, sheet iron etc. which the Prince supplied, had been employed, and likewise the supplied Battoors had all been used on the work, and the Engineer and planner of the Lodge who had the supervision had provided the skilled craftsmen, for which His Honour drew the funds, then the fort would surely and certainly have been in a better state, or at least the buildings would have been more strongly bricked and timbered, yea, I would assure Your Right Honourable and Worshipful Honour, the Lodge would have looked completely different, and would not now have had to be partly condemned and renewed again: True reasons, Honourable Worshipful Sir, are truly these two for the poor construction of the fortress and contents of the buildings. Firstly, the silence and rare inspection of the work by the planner or Engineer; and Secondly, the arbitrary state of mind of the deceased, the first because such was in his interest as he received the daily wages of those craftsmen paid annually and besides that a bonus, so as not to interfere with anything further, the second to be able to make everything according to his own inclination and liking, these seem to me clear proofs that it cannot be attributed to me: now I could bring forward enough more for my defense, yet solely and lastly I appeal to the Prince, while I know for certain that he himself also often warned the deceased, that he should not hurry over the work of the Lodge so much, and rush it, so that His Honour should make everything neat and proper, yet His Honour's answer to the Prince was, it did not matter, as long as it was habitable, for the Noble Lord van den Burgh wants the Lodge to be written off, or that it must be finished before His Honour departs from Java. — Hoping that Your Right Honourable and Worshipful Honour will be satisfied with this account, and thereby restore my injured honor, being prepared to confirm the same at all times with oaths, I sign with deep reverence and respect. below stood: Title lower: Your Right Honourable, Great Worshipful's humble and obedient servant signed: J: C: Ditloff in the margin stood: Souracaerta the 11th of April 1784. and. please turn over. page: 23. Samarang the 8th of January In the year 175— Samarang the 8th of January 1785. Batavia. To His Excellency! The High Noble, Right Honourable, and Great Worshipful Lord Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable Worshipful Lords Councillors of the Dutch Indies; etc. and etc. High Noble, Right Honourable, Great Worshipful Lord and Right Honourable Worshipful Lords. Respectfully referring to my latest humble letter of the 22nd of December of the past year, I have the honor to let this only serve to bring to Your Excellencies' honored notice that the Captain of the Corps of Dragoons here, Charles Phielip August Gabriel Joseph de Chasteauvieux, a few days after his return from Batavia on the 25th of December last, came to die very suddenly, and because the command of the said Corps thereby becomes vacant, I respectfully take the liberty to most favorably propose to Your Excellencies as Lieutenant over the said Corps, the Cornet Johan Michiel Gerlach, currently serving under the aforesaid Company, to be replaced again as such by the very suitable sergeant Joseph Fion, with the humble note at the same time that according to orders the aforesaid Corps of Dragoons previously was always commanded by a Lieutenant, although the late aforesaid de Chasteauvieux, both on account of his brave conduct at Demak on the occasion of an expedition thither and the subsequent recently ended war, had successively risen to the rank of Captain, however without consequence for the future: -. For the rest, while awaiting Your Excellencies' honored decision in that regard, I have the honor to call myself with deep reverence, the greatest veneration and submission. below stood: Title lower: Your Excellencies' very obedient and faithful servant signed: J: Siberg, in the margin stood: Samarang the 8th of January in the year 1785—. Om. B

Dutch transcription

pag: 21. Samarang den 22„e' December 1784. Samarang den 22„en December Ao 1705. en opnieuw te laaten opbouwen, en ale uuw 't geene doet, ik uw ordonneert, dan hebt gij voldaan, of denkt gij, dat ik in 't geheel, er geen verstant van hebbe, dus spreckt omij nooijt off ooijt meer teegen, in het geene ik ordonneere in 't werk, off ik Iaag uw zoo direct, de poort uijt, want ik ben oud en wijs genoeg, en wil mij van niemand anders, wetten laaten voorschrijven, en wie heeft mij in voorige tijden, huijs en gegeeven, is het niet genoeg, dat men vrije lijfberging heeft off moeten die kleertjes officieren, palijsen hebben, het is immers maar voor nagtleeger, vooral voor die geenen, die hier op solo gaan en koomen, want als de vorst zegd, gaat er tut, dan moeten wij alle gaan, 't behoord jo alles den Keijzer. — Dit zijn de eigen termen van den overleedenen waaruijt komt te blijken, ik zeer weinig magt gehad hebbe, zoo dat den slegten opbouw, mij niet te imputeeren is, ook heeft den overleedenen, nooijt regt willen toestaan, dat de officiers huijsen, zouden ge„ „soldert worden, met te zeggen, dat die wel zoo veel in haar vermoogen zouden hebben, om zelvs een solder te kunnen leggen, of dat men haar anders, de Huijshuur wel eens konde ontneemen: en off schoon den vorst g'accordeert, heeft gehad, bij den opbouw voor 't huijs van den tweeden resident, de Capitains en de kerk, glase ruijten, om schuijf=raemen te maeken in die wooningen welke ruijten denkelijk ook verstrekt zijn, of betaeling 'er voor genooten is, heeft nogtans zulks den overleedenen nooijt willen toestaan, als 't ijdele pragt noemende. - Als onu, alle Balken, Planken, oersoeken, ijzer, spijkers, staat lood, kooper, plaat ijser &c.a het welk den vorst verstrekt heeft, g'emploijeerd was, en adidem de verstrekte Battoors, alle aan I't werk gebruikt waaren, en de toezigt gehad hebbende In= „genieur en aanlegger van de Logie, nu de bekwaame Am= „bagtslieden verstrekt had, daar zijn E. de penningen heeft voorgetrokken, zoo zoude vast en zeeker het fort in beeter „staat weezen, ten minsten de gebouwen sterken gemetseld, en getimmerd zijn geweest, Ia ik wil we Ed: gestr: Aagtb: wil verzeekeren, de Logie geheel en al er anders uutgesien had, en nu niet behoeven gedeeltelijk afgekeurd en werder om vernieuwd te worden: Waare reeden en Wel Edele gestr: Agtb: Heer zijn waarlijk deeze twee der slegten opbouw van 't fortres en inhouwden den gebouwen. P=r de stilswijgendheid en zelden: maar omkeiking, naar het „werk, van den aanlegger of Ingenieur; en secundo, de Willekeurige gemoeds gesteltenis van den Over„ „leedene, de Eerste, dewijl zulks zijn interest was als 't dagloon van die ambagts lieden, Iaarlijks voldaan krijgen„ „de en boven dien nog een douceur, om zig niet verder met iets te be„ „moeijen, den tweeden om alles naar zijn zin en goedvinden te kun„ „nen maeken, dit dunkt mij zijn klaarblijkelijke bewijsen, 't omj niet toeteschrijven is: nu zoude ik nog genoeg kunnen bij bren„ „gen ter mijner dekking, dog alleen en Laestelijk beroepe omij, op den vorst, terwijl ik zeeker weet, die zelvs den overleedenen ook dikwils heeft gewaarschouwt, dat hij over 't werk van de Logie, niet zoo zoude heen loopen, en t' overhaasten, dat zijn E: het alles netjes en zuinelijk zouden maaken, zoo was zijn E: antwoord aan den vorst, 't kwam 'er niet op aan, als 't maar Woonbaar is, want de Edele Heer van den Burgh, wil hebben, dat de Logie zal afgeschreeven worden, of dat zij klaar moest weezen, een zijn Ed„e van Iava vertrekt. — Hoopende uwel Ed„e gestr: agtb: met deesen verantwoording te zullen voldaan, en daar door mijn benoedeele Eer, te herstellen, bereid zijnde dezelve ten allen tijden, met Eeden te bevestigen, zoo teekenene mij met diep ontzag en Eerbied. /:onder„ „stond:/ Titul /:lager:/ uwel Ed„e gestr: groot Agtb: onderdanige en gehoorzaeme dienaer /:was geteekent:/ I: C: DitLoff /:in margine stond:/ Souracaerta den 11„e April 1784. en. verte. pag:. 23. Samarang den 8„e Januarij Ano 175— Samarang den 8„en Januarij 1785. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel gestrenge groot Agtbaren Heere A„ Willem Arnold Atting, Gouverneur generaal en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Needer„ „landsch Indie; enz:r en 3. enz: Hoog Edel gestrenge, groot Achtbaren Heere„ en Wel Edele gestrenge Heeren. Mij Eerbiedig refereerende aan mijne Jongste oniedrige van den 22„e december Annopassato, heb ik de Eere deese een„ „lijk te laeten dienen, om uw Hoog Edelheedens ten geEerde kennisse te brengen, dat den Capitain van 't Corp: daa„ „gonders alhier Charles Phielip August gabriel Ioseph de Chasteauvieux weinige daegen naar zijn terug komst van Batavia op den 25„e dec: Jongstl: seer subiet is koomen te overlijden, en dewijl daar door het Commando over het gemelde Corps komt te vaceeren, soo neeme ik Eerbiedig de vrijheid uw Hoog Edelheedens tot Lieutenant over het gemelde Corps ten favorabelste voortedraegen, den tans onder de voorsz: Comp:s actuel dienst doende Cornet Johan Michiel Gerlach om weeder als soodaenig vervangen te worden, door den daar toe zeen geschikte wagtmeester Joseph Fion, onder needrige notitie teffens dat volgens de ordres het voorsz: Corps dragenders bevoorend altoos is gecommandeert geweest door een Lieutenant, schoon wijlen voornoemde de Chasteauvieur soo weegens zijn braaff gedragte Damak ten geleegentheid eene Expeditie naar derwaerds als de daar op gevolgde Iongst Gebindigde oorlog successive, tot den rang van Capitain is opgeklommen, egter sonder Consequientie voor 't vervolg: -. Jk hebbe overigens de Eere onder inwagting van uw Hoog Edel „heedens geEerde dispositie dien aangaande, mij met diep ontzag, de meeste Veneratie en submissie te noemen. /:on „derstond:/ Titul /:lager/ uwer Hoog Edelheedens zeer ge„ „hoorzaeme en trouwschuldigen dienaer /:was geteekent:/ J:s Siberg, /in margine stond:/ Samarang den 8:e Januarij Anno 1785—. Om. B

NL-HaNA_1.04.02_3705_0104 view scan ↗

English

page 25. Samarang, 15 January 1785. Samarang, 15 January 1785. Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Severe, and Honorable Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Severe, and Honorable Lord, and Right Honorable Lords! Having just this moment received report from Sourabaija concerning the arrival at Banjoewangie of an English Company snow or vessel, named the Elizabeth, commanded by William Kirton, coming from Banchoele and bound for Batavia, but having missed the Sunda Strait due to severe storm winds, I hereby inform Your High Excellencies of this as expeditiously as possible, transmitting at the same time the sea-letter and several private letters for which the said English captain urgently requests a secure delivery address. This is also accompanied by a letter written by the aforesaid Englishman to the Commander at Banjoewangie, Ludewich Kaijpel, together with the latter's reply thereto, from which it will further appear to Your High Excellencies that, as the vessel had only 11 days' provisions remaining, they were forced to turn their course toward Banjoewangie to be supplied with provisions there, and that, following this request, the vessel departed thereafter. With the citizen and alderman Haas of Batavia, who was on board as a passenger, having turned the course in this direction without further notice or declaration, so that the officials at Sourabaija are uncertain whether this took place along the north side of Java and Madura against the monsoon or along the south side, or whether they sought another roadstead than Banjoewangie for wintering. They have requested the promptest information regarding this from the said Commander of Banjoewangie, which I shall likewise immediately forward to Your High Excellencies upon receipt, although I must presume that, however difficult and nearly impossible it may be, they will attempt to beat up along the north coast of Java, seeing that the supercargo of the vessel, named John Williams, in a note written to me, requests further necessary assistance upon his arrival at Samarang. Furthermore, I send this also to accompany a letter from the Paduka Gusti Agung Raden Karang Asem, King of Bali, addressed to Your High Excellencies, which said letter Samarang, 15 January Anno 1785. Samarang, 15 January Anno 1785. was sent to me by the Commander of Banjoewangie, Kaijpel, and which, as I presume, contains nothing other than the reply to Your High Excellencies' letter dated 22 October 1784 concerning the seizure of two Balinese vessels by the Company's cruisers. With this letter it seems to me that this monarch is satisfied, since, in a letter written to the said Commander of Banjoewangie, the translation of which accompanies this, he does not further enter into disputes regarding this matter as before, but remains content with Your High Excellencies' assurance of affection and friendship. Concerning the fatalities of the ships 't Hoff ter Linde and the Diamant on their voyage hither from Malacca off the coast of Krawang during the storm experienced along Java on the 6th of this month, Your High Excellencies will certainly have already received detailed reports from Cheribon. At the very moment that this was made known to me yesterday evening by the Resident there, I immediately had the necessary orders sent elsewhere, and in addition dispatched three cruisers into the fairway to render the necessary assistance to the ships should they unfortunately have been driven onward, although I cannot very well assume this with respect to the ship the Diamant, seeing that on the 10th of this month and the following days up to the present, when that vessel was at the point of Indramayo, the weather was very manageable, indeed even exceptionally mild, so that one may hope for the desired effect from the assistance that was dispatched directly thither from Cheribon. I have the honor to remain with true reverence and high esteem, was underwritten, Title, lower, Your High Excellencies' very obedient and dutiful servant, was signed, J. Siberg. In the margin was written: Samarang, 15 January 1785. page 27.

Dutch transcription

pag:a 25. Samarang den 15 Januarij 1785. Samarang den 15„e Januarij 1785 Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge, groot Agtbaren Heere, A: Willem Arnold Alting, Gouverneur generaal en de wel Edele ge„ „stringe Heeren Raaden van Needer„ „ landsch Indië; en 3. en 3: en 3. Hoog Edel gestrenge, groot Agtbaren Heere; en Wel Edele gestrenge Heeren! Oogenblikkelijk van sourabaija narigt ontvangende, Weegens de komst te Banjoewangie van een Engelsch Compagnies Snauw off scheepje, de Elizabeth genaamd gevoerd door William Kirton, koomende van Banchoele en Gedestineerd naar Batavia dog door swaare storm, winden straat sundo voorbij geraakt, soo geeve ik uwHoog Edelheeden daar van bij deezen ten spoedigste kennisse onder oversending tef„ „fens der verpreij brieff en Eenige particuliere Brieven waarvoor den gemelde Engelsch Capitain ten haertig en sehuur addres Ver„ „soekt: terwijl deese ook nog verseld Een brieff door den voorsz: Engelschman aan den Commandant te Banjoewangie Ludewich Kaijpel geschreeven met deeze zijn antwoord daarop, waar uit uw Hoog Edelheeden verder blijken zal dat het vaartuig nog maar voor 11. daegen geproviandeert zijnde men genood „zaakt was den steeven naar Banjoewangie te wenden om al „daan van Leevensmiddelen te worden geriefd en dat zulks op het daartoe gedaane verzoek gevolg genoomen hebbende het scheepje daarna vertrokken was. Met den Burger scheepen Haas te Batavia dewelke sig daarop als passagier bevond, sonder meer ofte Eenige opgave Herwaerds den steeven had gewend, soo dat de ministers te sourabaija in de onseeker„ „heid zijnde off zulks lange de Noordekant van Javan en Madaua teegens de moutson dan wel lange de Zuidkant is geschied of dat men Een andere rheede dan Banjoewangie ter overwin„ „tering was gaan opsoeken, derweegens van gemelde Banjoe„ „wangies Commandant ten spoedigste Informatie hebben ge„ „requireert, die ik bij ontfangst meede ten Eerste aan uw Hoog: „Edelheeden zal voortoenden, of schoon ik Egter moet veronder„ „stellen, dat men hoe moeijelijk en bij na ondoenelijk het ook zijn mag. tragten zal van het langs Javas woord: kant op te hoelen, Gemerkt den Carga van 't scheepje in naame John wisschs bij een Briefje Aan mij geschreeven de verdere benoodigde adsistentie verzoekt bij zijne verscheining te samarang- Voorts laate ik deese meede dienen ten geleide van een brieff van den Poedoeka Gustie Agoera Radij karang assam, koo„ „ning van Balie aan uw Hoog Edelheden gerigt welke gem: borieff Kaijpel: mij: Samarang den 15:e Januarij A„o 1785. Samarang den 15„' Januarij A:o 1745. mij door den Banjoewangis Commandant Kaijsel is toegezonden, en die soo als ik proesumeere, niets anders be= „helst als het antwoord op het schrijven van uw Hoog Edelheeden in dato 22„en October 1784:- raakende de aanhaaling van twee Balijoche Vaartuigen door sComp:s kruijtsers, en met welke schrij„ „vins het mij toescheint dat dien vorst genoegen neemt dewijl hij bij een brieff aan gemelde Kanjoewangiesch Commandant geschreeven, en deese in translaat versellende sig daar off is geenen deelen soo als bevoorens meerder tewerder intlaat, maar sig te vreeden houd met uw Hoog Edelheedens verseekering van toegeneegentheid en vriendschap. —. weegens de fataliteiten der scheepen 't Hoff ter zinde en den Diamant op hunne herwaerds reijse van Malakka op de hoogte van Krauwang geduurende den Lange Iava op den 6„' deeser meede ondervondene storm overgekoomen zullen uw Hoog Edelheeden see„ „kerlijk reets omstandig berigt van Cheribon ontvangen hebben. Ik hebben op het selvde oogenblik, dat omij gesteren avond zulks door den Resident aldaar wierd te kennen gegeeven direct. de noodige Ox„ „dret na Elders doen afgaan, en daar bij drie kruijssers in 't vaarwaeter gezonden, om aan de scheepen de noodige adsistentie te bewijsen, soo dezelve ongelukkig mogten voor„ „gedreeven zijn, afschoon ik dit Egter ten aansien van 't schip de Diamant niet wel veronderstellen kan, aange„ „sien het op den 10„e deeser en de volgende daegen tot op heeden, wanneer dien bodem sig op de hoek van Indraa„ „maijos bevond, seer handsaam, Ia zelvs bizonder zagt Weer is geweest, soo dat men Een gewencht Effect mag verhoopen, van de adsistentie, welke van Cheribon direct na derwaerts afgesonden is. Jk verEere mij met waare Eerbied en Hoog agting te blijven /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uw Hoog Edelheedens zeer gehoorzaeme en trouwschuldige dienaer /:was geteekent:/ op J„b Siberg /:in marginestond:/ Samarang den 15:' Januarij 1785. — „maijoo pag:a 27

NL-HaNA_1.04.02_3705_0106 view scan ↗

English

page 29. Samarang the 15th of January Anno 1785 Samarang the 15th of January 1785. Hard gale of Wind driven past The Commander and officers of the ship, where this paper may be presented will be pleased to answer on the following questions, viz. 1. To what Nation the ship belongs and its name. The Honorable English East India Company's snow Elizabeth. 2. If it comes from Europe or any other place. From Bencoolen. 3. From what place it lastly departed, and when. Bencoolen, 16 December. 4. Whereunto destined to go. Batavia. 5. What and how many ships of the Dutch Company by departure from the last shore there lay, and their names. 6. If one or more of those ships in company with this, is departed for this, or any other place. 7. If during the voyage any particulars have happened or been seen. The Straits of Sunda, 17 December. 8. If not any ships at sea have been seen or hailed, and which. 9. If any other news worthy of attention, at the place from whence the ship lastly departed, or during the voyage has happened. None of a public nature, news in April from Europe all peace and the restitution of all places to take place when demanded. signed Wm Kirton, Commander. By order of the Governor and Council. as passenger, Ns Haas. Banjoewangie 30 December 1784. signed L: Kaijsel. Samarang the lower: Agreed, was signed: Wm Kerkman, Secretary. To Lieutenant Keijzel, Commanding the Netherlands Company's Settlement of Banjoewangie. Sir. The Honorable English East India Company's snow Elizabeth, Banjoewangie Bay on Java's East Coast, 30th December 1784. I take the first and most early opportunity of informing you of the arrival of the Company's vessel under my command, and to acquaint you that we left Bencoolen the 16th instant bound to Batavia with letters on the public service for the Governor General & Council, but very unfortunately a very hard gale of wind drove us past the Straits of Sunda, and before it was over, we found ourselves forty leagues to the eastward of Java Head; after a trial of four days found it quite impossible to get in again to the Straits of Sunda; and having only eight days' provisions and water left on board, with over one hundred people on board, obliged me to bear away, and come by the east of Java, as the only sure page 31. Samarang the 15th of January Anno 1785. Samarang the 15th of January Anno 1785. way of making our passage to Batavia. I am therefore under the necessity of requesting in the name of the Honorable English East India Company, that you will be pleased to supply me with such provisions as I may stand in need of till I can get to some other of the Dutch Company's forts, where I can get a further supply. beneath stood: I am, Sir, lower: Your most obedient servant, signed: Wm Kirton. lower: Agreed, was signed: Wm Kerkman, Secretary. Copy Translation. The Commander and officers of the ship, where this paper may be presented, will be so good as to answer the following questions; to wit: Article 1. To what nation the ship belongs, and its name. To the Honorable English East India Company's snow Elizabeth. 2. Whether it comes from Europe or another place. From Bencoolen. 3. From what place it lastly departed, and when. Bencoolen the 16th of December. 4. Whither destined. To Batavia. 5. What kind and how many ships of the Dutch Company lay at the departure from the last place, shore, and their names. 6. Whether one or more of these ships departed in company with it, for this or another place. 7. Whether anything particular occurred or was seen during the voyage. Passed the Sunda Strait with a very hard storm wind on 17 December. 8. Whether any ships were seen at sea or hailed, and what kind. 9. Whether any news worthy of attention occurred or passed in the place from which the ship lastly departed, or during the voyage. Nothing particular new, except from April out of Europe, general peace, and the restitution of all such places that have been taken and are to be returned. signed: Wm Kirton, Commander. By order of the Governor and Council. as passenger, Ns Haas. Banjoewangie the 30th of December 1784. signed: Lieutenant Kaijsel. Samarang lower: Agreed, was signed: Wm Kerkman, Secretary. Copy Translation. Of a letter from Captain Kirton, commanding the English East India Company's snow the Elizabeth, at Banjoewangie the Bay of Java's East Coast, dated the 30th of December Anno 1784: To Lieutenant Keijzel, commanding the Netherlands fortress at Banjoewangie. Sir. I first take the liberty to inform you of the arrival of the Company's ship under my command, and that we had departed from Bencoolen on the 16th of this month, destined for Batavia with letters for the general service.

Dutch transcription

pag:. 29. Samarang den 15„e Januarij Anno 1785— Samarang den 15„en Januarij 1785. Hard gale of Wind Poborn pastt The Commander d„o officiers off the schip, where Tis paper maij be presented will bepleased to answer on the follewing questions, ridzt. To what Nation the schip The Houble Englisch Cast belongs andito name 5 India Companijs snauw Elizabeth Hit Comes from Europe ona Trom Bencoolen. anij other place. Trom what place is lastlij Bencoolen. 16. december. de parted, and when Wheruinto designed to ge. What en hou manij schips of the Dutel Comp: bij de par„ „ture from the last schoar there laijed, and their names. If one or more of those ships in Companij with this, is de par„ „ted for this, or anij other place If during the voijage anij parti„ „cularitijs is happened or seen. If not anij ships in Se ahave been seen or hailed in and wlich. the straets of sunda 17. december Dake the first oud most em lij oppertimmtes of infor- ming ijon of the arrival of the Companijs vissell nu de mij Command, and to acquaint ijou chab we left Bencoolen the 16. Instant bouwd to Batavia with letters on the publick service for the governor general & Councib, but verij um firtunateles averij hard gale off wind drove ies past the straits of Sunda, and before it was over, we found omselves Fortij Leaques to the Eastwaid of Java Herd: of tei a Irial of Torm Daijs found it quite impossible to ges un again to the straits off sunder; and having onlij Eight daijs provisions and water left on board, with oeri one Hendud Teeople on boaid, obliged me to beaiawaij, and Come bij the East of Iava, as the onlij sure So Lieutenant Keijzal, Commanding The Netherlands Companijs Testlement off Banjoewangie. Sir. The Honble English East India Companijs snou Elizabeth Banjoewangie Baij en Iavas hast boast 30„e december 1784. - Batavia If anij other news worth of at„ none of â Publick natine, tention, at the place from Whence news in April from Europe all the schip lastij departed, orduring Peace and the restitutien of all the voijage is hap pened. places to tale place when demanded. /:geteekent:/ W=m Kirton Samarang the Commander. Bij order of the governor and als passagier Councill. N„o Haav. /:nog Lager:/ Accordeert /was Ban„, oewangie 30„e december 1704. geteekent:/ W„m Kerkman te C: /:geteekent/ L: Kaijsel. waij. 2. 3. 4. 5. 6. po 3 8. 9. pag„a 31: Samarang den 15=en Januarij A„o 1785. Samarang den 15„e Januarij A:o 1785„ oWaij of omaking om Padsage to Batavia: Jan Pleregou under the necessitis of te questing un the name of the Honorable Englisch East India Companij, chat ijon witte bepleaded to supplij me witt such Provisions do Imaij stand in oneed of tele seanges to some other of The Dutel Companijs Forts, where Ieanges e furthee Sup= „plij /:onderstond:/ Samsir /:Lager :/ Iom most bbed= „sewant /:geteekent:/ W„m Kerton /:lager:/ Accordeert /:was geteekent:/ W„m Kerkman, Secretaris —. Sass: Tranol: De Commandant en officieren van 't schip, waar dit papier mag gepresenteert worden, zulle zoo goed zijn te antwoorden, op de volgende vraegen; te weeten: Art„n 1. Aan wat natie het schip behoort, Aan de honorable Eng: Cost. en zijn onaam 3 Ind: Comp:s snauw Elizabeth. —. of het van Europa of een anderen van Bancoule. plaats komt. - van wat plaats hij het laetste„ Bancoula den 16„en december. vertrokken, en wanneer Waar ona toe gedestineert. Wat voór en hoe veel scheepen der Hollandsche Comp„e bij ver„ „trek van de laatste plaats/: schoan:/ dan geleegen, en haar naam. 6 of een of omen deesen scheepen in Comp: niet hem vertrokken is, voor deese of eenen anderen plaats. — naar Batavia. Copia Translaat. Van een brieff van den Capitain Kirton Commandeeren„ „de het Engelsch Oost Indische Comp:s snauw d' Elizabeth op Banjoewangie de Baaij van Javas Oosthoek, gedae„ „teerd den 30„e December A„o 1704: Aan den Lieutenant Keijzel, kommandeerende de Neederlandsche Vesting te Banjoewangie—. Mijn Heer. Ik neeme alvoorens de vryheid uwe te informeeren van de aankomst van 't Compagnies schip onder mijn Com„ „mando, en dat wij van Bancoulo den 16. deeser vertrokken waeren„ gedestineert naar Batavia met brieven tot den algemeen Off Geduurende de reijse iets par„ met Een zeer haide storm wind t:i Culiers voorgevallen afgezien 3 de straat sunda gepasseert de 7. xber: 8.. off miet eenige scheepen in zee ge„ „zien off ingetaald, en wat voors. Off eenig nieuws attentie waerdig Niets bijzonders nieuw, als van in de plaats, waar voor het schip April uit Europa, de algemeen reede, laatst vertrokken, of geduurende en de restitutie van alle zulke plaetsen die genoo= reijse is voorgevallen of gepaseert.) „ men en te rug gebijocht zijn- Samarang /:geteekent:/ W„m Kirton. Commandant. op ordre van den Gouverneur als passagiers. en Raad. Ns: Haas. Banjoewangie den 30„e xbr 1704. /:lagen :/ Accordeert /:was getek:/ /:geteekent:/ L:r Kaijsel. W„m Kerkman, Sec:r dienst. 2. 5. 6. 1 7: N - 1„

NL-HaNA_1.04.02_3705_0108 view scan ↗

English

page 33. Samarang the 15th of January 1785: service for the Governor-General and Council, but that we had very unfortunate stormy winds, and were driven past the Sunda Strait before the storm was over, we found ourselves forty miles east of Java's point. After four days I found it impossible to reach the Sunda Strait again, and since we have provisions and water for only eleven days with about one hundred heads on board, I found myself compelled to abandon this undertaking and to come to Java's East Point as the only safe way to make the passage to Batavia. I am therefore hereby obliged to request of you, in the name of the Honorable English East India Company, that it may please you to assist me with such provisions as I need in my situation to reach another of the Company's harbors, where I can further supply myself. Below stood: Title. Lower: Your humble servant. Was signed: Wm Kirton. Still lower: Agreed. Was signed: W Kerkman, secretary. Sundry articles wanted for English Company's snow Elizabeth, Captain Willem Kirton. Fowls. One hundred. 100. Rice. One koyan. 1 1/2. Greens of all kinds. Bullocks. Three. 3. Ducks. Fifty. 50. Geese. Twelve. 12. Below stood: Agreed. Was signed: Wm Kerkman, secretary. Oil. Ten bamboos. 10. Water. Twelve leagers. 12. Candles. Fifty. 50. We hereby make known to brother solely that your five envoys have properly delivered to us the letter from Their High Mightinesses, from which we have observed with very great pleasure the assurance of affection and friendship that the aforementioned Their High Mightinesses have shown us, and which we shall also constantly strive to prove ourselves worthy of. At the same time, we request that brother help us with 2 proper kris sheaths, and their hilts of pellet wood, to serve for our own use, even if brother should have to pay somewhat dearly for them, the cost of which we will gratefully satisfy, either in cash or in slaves, with which latter we could well help brother with one or two, provided they are not women. Would you also please have the goodness to send the said kris sheaths and hilts over when an opportunity arises via Inche Boean. Written at Karangasam on Wednesday the 19th of the light of Safar in the year Dal 1196, or the 1st of this month. Below stood: Translated by me. Was signed: H: van Ligten. Copy translation of Malay letter: written by the Gustis Moera Madee and Madeo, holding court at Bali Karangasam, to the Commandant at Banyuwangi, presented to the Senior Merchant and Authority of this East Point, Anthonij Barkey, at Surabaya the 5th of January in the year 1785. After customary compliments. Samarang the 15th of January in the year 1785. Copy, turn over. Samarang the 28th of January 1785. Batavia. To His High Mightiness. The High and Well-born, Rigorous, Most Honorable Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honorable, Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. Samarang the 28th of January 1785. High and Well-born, Rigorous, Most Honorable Lord; the Honorable, Rigorous Lords! Having been honored with Your High Mightinesses' most revered letters of the 20th, 21st, and 27th of December of the past year, as well as the 7th and 11th of this month, I now proceed to the answering of the same, and further note as a consequence of my humble writing dated 22 December concerning the received authorization for the prompt purchase of two thousand lasts of rice, that the reports to be expected at that time from the outer offices having since arrived, I may now report to Your High Mightinesses with full certainty that the complete quantity of two thousand lasts, notwithstanding the actually subsisting ample supply of rice on Java, is to be obtained, and will be delivered upon purchase to the Company, and that indeed at the undermentioned offices, when it, together with the rice from the contingents, will lie in stock there within the time of two months; namely: Offices: from the contingents / by purchase / together at Tegal: 590 koyans / 650 koyans / 1240. Pekalongan, including Ulujami: 350 / 300 / 650. Samarang, including Demak: 450 / 500 / 950. Japara: 110 / — / 110. Rembang: 50 / — / 50. Grissee: 80 / 150 / 230. Surabaya: 250 / 250 / 500. Juana: 300 / 150 / 450. Total: koyans 2180 / 2000 / 4180. Regarding the private transport of which on freight, I may flatter myself with full certainty of being able to comply with Your High Mightinesses' most respected order, if all the private vessels from Malacca and Palembang return safely, as the owners thereof have jointly promised me to transport on freight to the capital city, on the footing of the past year and indeed as soon and early as the monsoon in this early season of the year permits with any certainty, over 2700 koyans of rice, though of this only approximately 400 koyans belong to the stock in the East Point, from where none of the private individuals... page 85.

Dutch transcription

pag„a 33. Samarang den 15„e Januarij 1785: dienst voor den Gouverneur Generaal en Raad, maar dat wij zeer ongelukkig storm winden gehad hebben, en voor bij de straat sunda gedreeven, bevoorens de storm of was, vonden wij ons veertig mijlen Oostwaarts van Iavas uithoek naar vier daegen vond ik het onmoogelijk de straat sunda weeder te haalen, en wijl maar voor Elf daegen provisio en Waater met omtrent Honderd koppen aan boord hebben, zoo vond ik mij genoodzaakt dit onderneemen te staeken en te koo= „men aan Iavas Oosthoek, als den eenigsten zeekere weg, om de passagie naar Batavia te maeken. Ik ben derhalven hier naast genoodzaakt uwe in den naam der honorabele Engelsch Oost- Indisch Comp„e te requireeren, dat het uw behaegen mooge mij met zulke provisies te helpen, als ik in omijn situatie noodig heb om te koomen in een andere Comp„s Haeven, daar ik mijn verder voorsien kan /:onder„ „derstond:/ Titul /:lager/ uwE: zeer gehoorzaemen dienaer /:was geteekent /: W„m Kirton /:nog lager:/ Accordeert /:was geteekent:/ W„ Kerkman secretaris. Sundrij articles wan ted foi English Companies snou Elizabeth, Capitain Willem kerton. -. Fowrls. . Rice. . . . . . . Onecoin. . . . . . 1.½. geeens of allkinds.. . . . . . . . Bulloeks. . . Thiee - . . . . . 3. —. Ducks. . . . Pigtis. . . . . . . 50. —. gleese. - - - - - Twelve. . . . . . 12. — /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ W=m Kerkman, secretaris. —. oil. . . . . . Ten Bamboes. . . . . 10: — Water . . . twelve Leagers. . . 12. — Candles. . . . . Fiftis. . . . . 50. — . . One Hundied. . . . . 100. Wij maaken broeder bij deese Eenelijk bekent, dat uwe vijf gezanten ons wel besteld hebben, de missive van Hun Hoog Edelheeden, daar uit wij met zeer veel genoegen hebben beoogt de verzeekering van toegeneegendheid en vriend„ „schap, die wel melde Hun Hoog Edelheeden, ons hebben gedaan, en die wij dan ook ons steeds zullen tragten te verwaardigen— Teffens verzoeken wij dat Broeder ons helpt et 2. reedelijke krisese scheeden, en dies greepen van pellet hout, om te dienen tot ons eigen gebruik, al waare het ook dat Broeder dezelve wat duur soude moeten betaalen, dies kostende zullen wij in dank voldoen, het zij in Contante of in slaeven, aan welke laeste wij broeder wel met een of twee helpen kunnen, mits geene vrouwen zijnde: uwe gelieve ook de goedheid te hebbe, de gemelde kritse scheeden, en greepen, bij opdoening per Intje Boean over te zenden. - Geschreeven de karang Assam op woensdag den 19=en van 't Ligt Saphan in 't Jaar Dhal 1196. , ofte den 1„e deerer /:onderstond :/ getranslateert door mij /:was geteekent:) H: van Ligten. — Copia Translaat Maleidsche Brieff: geschreeven door de Gustijs Moera Madee en Madeo hofhoudende te Balie Karang assam, Aan den Commandant te Banjoewangie„ vertoont Aan den opperkoopman en gezaghebber deezer Oosthoek Anthonij Barkeij, te Soura= baija den 5„e Januarij Ao 1785- Na gewoone Perme. Samarang den 15„en Januarij Anno 1785. Copia, verte. - Samarang den 28„e Januarij 1785. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, gestrenge, groot Agtbaren Heere, A: Willem Arnola Alting, Gouverneur generaal, en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indië, en3: enz: enz: Samarang den 28:en Januarij 1785— Hoog Edel, gestrenge, groot Agtbaren Heere; de Wel Edele gestrenge Heeren! - Mij verEerd gevonden hebbende met uw Hoog Edel= „heedens zeer gevenereerde missive van den 20„en 21. en 27: december Anno passato, items 7. en 11: hujus, treede ik thans ter beantwoordinge van dezelve en noteere voorts als een gevolg van mijn onderdanig schrijvens de dato 22. decemb: ten belange van de ontvangen qualificatie tot den prompte inkoop van Twee duijzend Lasten Rijst, dat de te dier tijd te verwagtene Berigten van de buijten Comptoiren seedert ingekoomen zijnde, ik als nu met volle zeeker„ „heid uw Hoog Edelheedens melden mag, dat de Compleete quantiteit van twee duijzend Lasten, ongeagt de weezentlijk subsisteerende met ruyme voorraad van Rijst op Iava, te bemagtigen is, en bij inkoop aan de op Tagal „Grissee „sourabaija „ Ioana. . . .. Compagnie zal werden geleeverd, en zulx wel op de na„ temeldene Comptoiren, wanneer aldaar met en beneevens de Rijst uit de Contingenten, binnen den tijd ovan twee maanden in voorraad leggen zal; als.— mnt de Con„ over in„ Te „tingenten koop. samen. wij„ 590. Cbn 650 C„o 1240. „ 80 „ 150„ 230. „ 250„ 250„ 500. Sela . Coij„o 2100, 2000„ 4180. Omtrent welkers particuliere vervoer op vragt ik mij met Volle seekerheid vleijen mag aan uw Hoog Edelheedens zeer geEerbiedigde ordre te zullen kunnen voldoen, wanneer alle de particuliere vaartuigen van Malakka en Pa „lembang behouwden reverteeren, alsoo mij de eijgenaers derselve gesamentlijk hebben beloofd, om op den voet van het gepasseerde Jaar en wel zoo dra en vroegtijdig als het de moutson in dit vroege Jaar getijde maar immers met eenige zeekerheid permitteert ruijm 2700. Coij„s Rijst op vragt naar de hoofdplaats te zullen vervoeren, dog hier onder maar eeniglijk Circa 400. Coij„s sorteerende uit den voorraad in den Oosthoek van waar geene der - - - - - „ 300„ 150 „ 450. „ Paccalongang, waaronder Oeloedjamie - . „ 350 „ 300 „ 650. „ Samarang „ „ Damak. . . . „ 450 „ 500 „ 950. „ Iapara - - - - - - - - - „ 110„ —„ 110. „ Rembang . . . . - - - „ 50„ —„ 50. Comptn. particulieren. ... 6 - - opagine 85. .

NL-HaNA_1.04.02_3705_0110 view scan ↗

English

page 17 Samarang the 28th of January Anno 1785 private individuals to engage in the freight trade, as they are thereby hindered and prevented from being ready in time for the voyage to the opposite shore, there will remain as a surplus at Sourabaija and Grissee: Coijang 550 and at the remaining offices from there westward up to and including Tagal: 900 or together Coijangs 1450 which will consequently need to be collected with Company ships and transported to the main settlement. For this purpose I respectfully propose, in order subsequently to regulate this with the private freight traders, that Your Right Honourables please dispatch three ships hither, namely: 1 of 140 feet for Tagal, 1 of 140 feet for Samarang, 1 of 150 feet for the Eastern Salient. In that case one will make a useful employment of this last ship, and thereby see the intended objective of a speedy transport of the rice fulfilled. Thus I take the liberty respectfully to bring to Your Right Honourables' notice that it is an absolute necessity that this ship depart thither at the beginning of the month of February, in order to be able to make the outward and return voyage swiftly at that time, whereas otherwise, upon a later dispatch from Batavia according to several already experienced examples, it accumulates to three months and even longer. Furthermore, since by this private purchase the farmer of the taxes is again considerably prejudiced, I consider it to be my unavoidable duty to recommend their interests in this matter most urgently to Your Right Honourables' favorable disposition, with the very respectful request that the customary export rebate of 2 rixdollars per Coijang may be credited to them, as he cannot otherwise maintain it without this moderation and accommodation. In the past year, despite the known loss collectively suffered on the respective leases, I diverted all the tax farmers from that demand, and at the latest lease sale which was held to the satisfaction of Your Right Honourables, I flattered them that everything would turn out more advantageously to make good the previous loss. If the tax farmer now at the beginning of the collection of the new lease experiences the contrary with this purchase for the Company, they will become disheartened, and I will at the same time be unable to keep my word given in that regard. For this reason I insist on this with all the more urgency, as they have undoubtedly flattered themselves with every possible accommodation. Samarang the 28th of January Anno 1785. page 35 Samarang the 28th of January 1785. Under the article of Ships and vessels; I find myself with regret obliged to bring to Your Right Honourables' esteemed knowledge that one has never had to struggle on Java with so much adversity and hindrances as in this year, partly because of the unsettled, rough weather and partly on account of the sickly condition of the ship's crew upon their arrival here, so that several of them have died, and many others who remained in the hospital have been replaced with sailors stationed on Java, while one has at the same time had to resolve to man the four gurabs projected for Ternaten, instead of with the fixed 12 ordinary seafaring crew, with only 8 European sailor hands alongside the mate and quartermaster and 11 Javanese, or 21 hands together, as this was judged to be sufficient. Yet notwithstanding all these inconveniences, which have fortunately been overcome, the following ships and vessels have still been dispatched in good time, in such a manner as will appear below, I hope, to Your Right Honourables' satisfaction; namely: Arrived: Departed: The ship 't Buijten Leeven: 22 December 1784, the 2nd of January 1785 for Ambon The pencalang de Vriendschap: 22 December 1784, the 2nd of January 1785 for Ambon The ship 't Huijs te Krooswijck: 29 December 1784, the 11th of January 1785 for Ternaten Arrived: Departed: The pencalang de Tidor: 29 December 1784, the 15th of January 1785 for Ternaten The ship de Ceres: 28 December 1784, the 9th of January 1785 via Rembang and presently already at Sourabaija The ship de Vriendschap: 5 January 1785, the 11th of January 1785 presently lying taking in cargo at Grissee The pencalang de Windhond: 4 January 1785, the 21st of January 1785 for Ternaten while the four gurabs named den Arend, de Valk, den Ekster and de Raaf were dispatched in the company of the aforementioned pencalang de Windhond and placed under the command of the skipper Daniel van Wanningen, who is aboard it and departing for Ternaten as Master of the Equipage. To him, as well as to the mates appointed to the gurabs, in addition to the sailing orders sent hither by Your Right Honourables, such instructions and signal book were handed over as I have the honour to present herewith to Your Right Honourables, and these having been judged to be exceedingly necessary for their observance to prevent confusion and accidents, I hope that this may meet with Your Right Honourables' approval. The papers relating to the loading and dispatch of the ships I shall have the honour to send off on a subsequent occasion, as soon as the necessary reports regarding this have been received from the Eastern Salient and the ships still eagerly awaited, the Zilvere Leeuw for Banda and the small vessel De Vreede for Ternaten, have arrived and been dispatched, for which with respect to the Zilvere Leeuw Samarang the 28th of January 1785.

Dutch transcription

pag: 17:— Samarang den 28„en Januarij A:o 1725— particulieren te animeeren zijn tot de vaart op vragt dewijl zij daar door belemmert en verhinderd worden om bij tijds tot de Rheijse naar de overwal in gereedheid te weezen, zoo zal 'er op sourabaija en Grissee restant blijven. . . . . . . . . Coij„ 550 –. en op de overige Comptoiren van daar west= „waards tot Tagal inclusive - - - - - - „ 900 = Ofte zaemen Coij„s 1450 –. die overzulks met 'sComp:s scheepen zullen dienen afgehaald en naar de Hoofdplaats vervoert te worden en waar toe ik eerbiediglijk proponeere ten einde het daar na met de particuliere vragt vaarders te regu= „leeren, dat uw Hoog Edelheedens herwaerds gelieven te depecheeren drie scheepen, als: 1. Van 140. Voeten voor Tagal, 1. „ 140. „ „ samarang 1. „ 150. „ „ den oosthoek: dan zal men van dit laaste schip een onuttig emplooij maaken, en daar meede aan het bedoeld oogmerk tot een spoedig transport van de Rijst voldaan zien soo oneeme ik de vrijheid uw Hoog Edelheeden Eerbiedig ter kennisse te brengen, het een absolute noodzae„ „kelijkheid is, dat dit schip in 't begin van de maand februarij derwaards vertrekt, om dus in die tijd spoedig de heen en te rug reijse te kunnen doen; daar het hier meede Ouders bij een laetere depeche van Batavia naar Verscheide reets g'Exteerde voorbeelden drie maanden en nog lang aanhoopt. —. Dan nademaal door deese particuliere inkoop, den Pagten weeder merkelijk geprajudiceert werd soo agte ik het van mijne onvermijdelijke pligt te weezen hunne belangens in deeze op het kragtdadigste in uw Hoog Edelheedens gunstige dispositie aan te beveelen, met seer Eerbiedig verzoek dat aan hun de gewoonelijke uit„ „voer van rd=s 2. per Coijang, mag werden te goedgedaan, dewijl hij het anders buijten deese Moderatie en te gemoed kooming niet kan gaande houden: in het gepasseerde Jaar heb ik de pagters alle, ongeagt het bekende verlies bij de respective pagten gezamentlijk geleeden van die verde„ „ring gediverteerd en bij de Jongste verpagting die tot ge„ „noegen van uw Hoog Edelheedens gehouden is, hebbe ik hen gevleijd, dat zig alles voordeeligen zoude schikken ter goedmaaking van het voorig verlies, en soo nu de pag„ „ter in den aanvang der Collecte van de nieuwe pagt het teegendeel bij deese inkoop voor de Comp: ondervind, zullen sij moedeloos worden, en ik teffens buijten staat weesen mijn gegeeven woord daar omtrent gestant te doen, wes= „halven ik zulks net te meerder empaessement in„ „steere wijl zij zig ontwijffelbaar met alle moogelijke te gemoed kooming hebben geflatteert. Samarang den 28„en Januarij Ao 1705. anders. Onder . pag„: 35. Samarang den 20:en Januarij 1785. Onder het Artikul van Scheepen en vaartuigen; vinde ik mij met leetweeden verpligt uw Hoog Edelheedens ter gelevde kennisse te brengen, men nimmer op Iava met zoo veel tee= „genspoed en verhinderingen heeft moeten worsteten dan in dit Iaar, eensdeels uit oorzaak van het onbestendige ruuwe weeder en anderen deels uit hoofde der ziekelijke toestant van het scheeps volk bij hun arrive alhier, soo dat eenige daar van zijn koomen te overlijden, in veele andere in het Hospitaal verbleeven geremplaceert ge= „worden zijn met Matroosen op Iava bescheiden, ter„ „wijl men teffens heeft moeten besluijten om de vier na Ternaten geprojecteerde Toerappen in steede van met de bepaalde 12. gemeene zeevaerende, maar met 8. koppen Europeese mattroosen neevens den stuurman en Qquartier„ „meesten en 11. Javaenen of 21 Coppen te saemen te beman„ „nen, als geoordeeld geworden zijnde toerijkende te weesen, dan ongeagt alle deese in Convenienten die gelukkig te booven gekoomen zijn, zijn de volgende scheepen en vaartuigen nog tydig gedepecheerd geworden in voegen zulks uw Hoog Edelhee„ „dens zoo ik verhoope ten genoegen hier onder zal koomen te blijken; te weaten. Aangekomen: vertrokken.. 'Tschip 't Buijten Leeven 22. xber: 1764. den 2e Jan: 1745. na Ambon„ d' pantjallang d' vriendschap „ „ „ „ „ _„ 't schip 't Huijs te krooswijck 29. „ „ „ 11 „ „ „ Ternaten. Aangeskoomen . Verteroken. De pantjallang de Tidor. - - - 29 xber 1708. de 10 Jan„s 15. a Ternaten, 'T schip de Ceres . . 28. „ „ „ 9. „ „ over Rembang en thans reeds te sourabaija, „ „ de vriendschap. . . 5. Jan„j 1785. „ 11. „ „ thans te Brivee in lading leggende, d' pantj„s de Windhond - - 4. „ „ „ 21. „ „na Ternaten. terwijl de vier goerappen genaamd den Arend, de Valk, den Exter en de Raaff in geselschap van eevengemelde pan„ „tjallang d' wondhond gedepecheert en gesteld geworden zijn onder het gezag van den zig daarop bevindende en als Equipagie meester naar Ternaten vertrekkende schip„ „pen Daniel van wanningens aan wien dan ook teffens en soo ook aan de stuurlieden op de Goerappen bescheiden, boven de door uw Hoog Edelheedens herwaerds gesonden zeijllaes Ordre, soodaenige Instructie en seijn brieff ter handen is gesteld, als ik de Eere hebbe uw Hoog Edelheedens bij deesen aan te bieden, en deeze geoordeeld geworden zijnde ten hoogste noodzaekelijk te weezen ter hunnen observantie oms verwar„ „ring en ongelusken voorte koomen, zoo hoop ik dat zulks de goedkeu= „ring uwer Hoog Edelheedens zal moogen wegdraegen. —. De papieren tot de belaeding en depeche der scheepen spec= „teerende zal ik de eere hebbe bij eene volgende geleegendheid aftezenden, soo dra desweegens de noodige berigten uit den Oosthoek ontfangen zijn en de nog met verlangen te gemoed gezien werdende scheepen de zilvere Leeuw door Banda en het scheepje De vreede voor Ternaeten zullen weezen gearri= „veert en gedepecheert, waar toe ten opsigte van de zilvere Samarang den 28„en Januarij 1785. Leeuw. De

NL-HaNA_1.04.02_3705_0112 view scan ↗

English

page 41. Samarang, 28 January 1785. Leeuw, in order to make all the more speed with its dispatch, will be loaded here instead of at Rembang with the projected timbers, so as to sail directly thereafter to the Eastern Salient to take in the designated 300 coyangs of rice. Meanwhile, I take the liberty to respectfully inform Your High Nobilities that the ship Het Buiten Leven was able to take in only 250 coyangs of rice instead of 300. Immediately following the submitted report, I sent commissioners on board in order to investigate the reasons for this thoroughly. These being the chief mate and equipage master here, Anthonij Berton, and the boatswain Gerrit de Gelder, who have served me with the accompanying report alongside an appended calculated account of the weight that has been loaded into the ship, under the declaration at the same time that nothing whatsoever more could be received on board, as the hold was already fully loaded to the hatches. Thus I had to acquiesce therein, in the hope at the same time that Your High Nobilities will likewise be pleased to pass this over for the alleged reasons, the more so as Sea Captain Pieter Dekker declares that for himself and for the other officers of that ship—which according to another report drew a depth of 20 feet and 6 inches forward and 22 inches aft—nothing more, but rather less than the permitted ship's cargo for the authorities has been loaded into the same, and one has also, in addition to a little timber loaded into the ship De Oranjeboom, 150 instead of the prescribed one hundred coyangs, along with the 100 coyangs that the ship De Vriendschap transports via Banda, been able to fulfill the full demand of 500 coyangs and thus answered to what was projected in that regard. The said small vessel De Oranjeboom, which arrived on the 9th of this month, will depart from here immediately as soon as the fierce, continuous northwesterly winds diminish somewhat and it is permitted to leave the roads. Concerning the unfortunate ships Het Hof ter Linden and De Diamant, I have, notwithstanding all efforts made for tracing and assistance, received not the slightest news to this day, which causes me a grave anxiety that is further increased because not the slightest letter is received from the Resident of Cheribon regarding the last-mentioned vessel. Which vessel one could to some extent consider safe on the grounds that it was known in Cheribon that the vessel was located at the corner of Indramayu and consequently could render assistance at a moment when the weather was calm and manageable and Captain Aboe was able to come ashore with the boat, while the ship itself, notwithstanding being destitute of anchors, will surely have made use of its artillery in order to Samarang, 28 January Anno 1785. on page 40: Samarang, 28 January 1785. remain lying before the same to prevent further progress or to stop further drifting. And as I remain of this opinion, I still hope for the preservation of De Diamant, and that Your High Nobilities will have already received these favorable tidings that are so greatly longed for by me. With regard to the country's products, I have the pleasure to inform Your High Nobilities that although nothing can yet be said with certainty regarding the upcoming rice crop, the husbandman has nevertheless been enabled by the continuous rains to work the fields and is busy there with all diligence in order to be able to transplant what was sown in good time in all such places where excess surface water and floods do not make it impossible, while at the same time the old natives regard the present monsoon as very advantageous and flatter themselves with a successful harvest, which I hope and ardently wish may come true, with the prayer that Heaven will graciously grant its blessing thereto. With respect to money matters and remittances, Your High Nobilities' resolution to accept no money in the Company's treasury henceforth on bills of exchange to the Netherlands other than the good, full-weight Dutch ducaton reckoned at 70 stuivers has already been made known everywhere to the community and prescribed by circular to the subordinate offices. Concerning indigenous affairs, I assure Your High Nobilities that the orders of Your High Nobilities will be most accurately complied with in order, if possible, to gather some information from time to time regarding the movements of the fleet of the expelled Riau people. And one has long been endeavoring, upon every appearance of this or that vessel, to conduct all possible investigations and to do everything in one's power to observe the state of affairs on the opposite shore and the movements of the expelled Riau people. And as soon as anything of any importance comes to our attention in this regard, I shall not fail to send the due reports thereof to Your High Nobilities as soon as possible. For the appointment of the proposed Lieutenant Tan Fok as Captain of the Chinese nation here, I express to Your High Nobilities both my humble thanks and for the favorable disposition regarding Ulujami and the leases and shahbandar offices that the deceased Captain Jan Lecko held, while the orders in that regard will be strictly observed. The Tomonggongs Citrasoma and [illegible] appointed by Your High Nobilities as first and co-Regent at Japara Samarang, 28 January 1785.

Dutch transcription

paij: 41. Samarang den 28„e Januarij 1785. Leeuw, ten eijnde met dies afzending zoo veel te meerder spoed te maaken, dezelve alhier in steede van te Rembang met de geprojecteerde Houtwerken zal werden belaaden, om als dan na zulks direct naar den Oosthoek tot het inneemens den bepaalden 300. Coijangs Rijst door te zeijlen„ intusschen neem ik de vrijheid uw Hoog Edelheedens eerbiedig ten kennisse te brengen dat 't schip 't Buijten Leeven in steede van 300. maar 250. – Coijange Rijst heeft kun„ „nen inneemen, Jk hebbe onmiddelijk naar het ingekoomen Rapport gecommitteerdens naar Boord gezonden, ten einde de reedenen van dien nauwkeurig te ondersoeken en deese zynde den opperstuurman en Equipagie meester alhier Anthonij Berton en den Bootsman Gerrit de Gelder mij gediend hebbende van bij gaande Berigt neevens een daar bij gevoegde Calculative reekening der swaarte die in het schip is afgelaeden onder verklaering teffens dat 'er hoe genaamd, niets meerder binnen boord konde worden ontvangen, daar het ruijm reeds tot de Luijken volladen wes„ soo hebbe ik daar inne dan ook moeten berusten in hoope teffens dat uw Hoog Edelheedens zulks meede om de ge„ „allegueerde reedenen zullen gelieven te passeeren, te meer daar den Capitain ter Zee Pieter Dekker Verklaard dat voor zig zelvs en voor de verdere officieren van dat schip, het welk volgens een ander Berigt diep traed voor 20. voeten en 6. d„m en agter 22. d=ts oiets sneerder maar wel minder dan de geper„ „mitteerde scheeps Lasten voor de overheeden in het zelve gelaaden is, en men teffens boven en behalven een Weirig hout in het scheepe d' Orangeboom afgelaaden hebbende 150. –. in steede van de aangeschreeven Hondert Coijangs met en beneevens nog de 100. –. Coij„ die het schip de vriendschap over Banda vervoerd den vollen Eijsch van 500. – Coij=s heeft kunnen voldoen en dus daar omtrent aan het geprojec= „teerde is beantwoord, zullende het gemelde scheepjen de orangeboom„ dat den 9„e deezer arriveerde onmiddelijk van hier vertrekken, soo dra de felle doorstaande noord west= winden eenigsints vermin= deren en het hem gepermitteerd word: de reeden te verlaaten. Omtrent de ongelukkige scheepen 't Hoff ter Linden en de Diamant hebbe ik ongeagt alle aangewende moeijte ter opspeuring en adsistentie tot op heeden hoe genaamd geen de minste narigt gekreegen, dat bij mij een sorgelijke bekom= „mernisse baard, die nog vermeerderd word, door dien men van den Cheribons Resident geen de minste schrijvens erlangd ten aanzien van laast gemelde Bodem, welke men eeniger maeten als behouwden konde aanmerken uit hoofde dat men op Cheribon wist dien bodem sicl op de hoek van Indramaijoe bevond en gevolgelijk adsistentie konde bewijzen in een tijd stip dat het stil en handjaam weeder was en Capitain Aboe met de schuit aan de wal konde koomen, terwijl het schip zelvs ongeagt van Ankers ontbloot zijnde, seeker van zijn geschut gebruik zal gemaakt hebben, ten einde Samarang den 28„en Januarij A:o 1785. 1 „mitteerde. voor 5 op ag:a 40: Samarang den 28„en Januarij 1708. Voor dezelve om mmeerdere voortgang te pravenieeren of het overder door drijven te beletten, te blijven leggen, en daar ik in deeze gedagten blijve verseeren, soo hoope ik als nog op het behouwd van de Diamant, en dat ow Hoog Edelheedens bereeds deeze gunstige en bij mij zoo zeer ver„ „langt werdende tijding zullen hebben erlangt. Ten aansien van 's Lands Producten, hebbe ik het genoegen uw Hoog Edelheedens te bedeelen dat of schoon men tot nog toe niets met sec „kerheid ten aansien van het aanstaande Rijst gewas zeggen kan, den Landman egter door de aanhoudende deegens in staat gesteld is, om de velden te bearbei„ „den en daar met alle ijver zig aan beesig hond ten einde in tijds hit gezaaijde te kunnen verpolantens op alle zoo= „daenige plaetsen alwaar zulks het overtollige opperwaeter en overstroomingen niet ondoenlijk maakt, terwijl teffens d' oude Inlanders de prasente Mourson als zeer voordeelig beshouwen en zig met een gelukkig gewas vleijen, het geen ik hoope en virig„ „lijk wensche dat bewaarheid mag werden, onder beede dat den Heemel daar toe zijne zeegen in genaede schenken zal. Seld-zaeken en Remisen, is uw Hoog Edelheedens besluijt om in het vervolg geen gelds in Comp:s Kassa te accepteeren op Assignatie naar Neederland dan den goeden wigtigen Neederlandsche ducaton gereekend met opsigt tot op 70. stuijvers, bereeds alomme de gemeente be„ „kend gemaakt en Circubair naar de subalterne Comptoiren aangeschreeven. - Inlandsche zaaken aangaande, verseekere ik uw Hoog Edelheedens dat ten naaukeurigste zal werden voldaan, aan Hoogst derselven ordre omme des mooge„ „lijk van tijd tot tijd eenige informatien onoopens de beweeging der vloot van den verdrieven Riouwers in te winnen, en men is 'er reeds voor lange op uit geweest on telkens bij verscheining van deese of geene overwoldera alle moogelijke na vorschinge te doen, en alles in het werk te stellen om de ge„ „steldheid van zacken aan de overwal en de beweeging den verdreevene Riouwers gade te staan, en ik zal zoo drae wij iets desweegens van eenig belang te vooren komt, niet manqueeren uw Hoog Edelhee„ „dens daarvan ten spoedigsten de verschuldigde berigten te laeten toekoomen. —. Voor de aanstelling van de door mij voorgevraagen Lieuntenent Tan Fok, tot Capitain der Chineese oatie alhier betuigen ik uw Hoog Edelheedens zoo wel mijne needrige dank als voor de gunstige dispositie ten opsigte van Oelodjamie en de pagten en Sabandharijen die den overleedene Capitain Jan Lecko heeft gehad, terwijl de ordres daar omtrent stiptelijk zullen werden geobserveert. - De door uw Hoog Edelheedens tot eerste en meede Regent te Japara aangestelde Tommongongs Tsitra soema en Samarang den 20„en Januarij 1785. op. Raxa.

← previousnext →