Inventory 3719
Coromandel · 314 pages · 65 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
463. The 28th of January 1786 Approval of the account of the Commission. Decision to send the same to Batavia. Proposal to hire the gurab Petidawil. The 28th of January 1786. The account of the necessary expenses incurred during the Commission for the takeover of the Company's establishments on this coast having been produced, it was resolved, after resumption and because absolutely no remarks could be made against it, to approve the same and to offer it humbly in the original to Their High Mightinesses with the outgoing letter to Batavia. Furthermore, upon the proposal of the Lord Commander, it was decided that since, by abandoning the construction of thonies due to their excessive cost, one would be absolutely stripped of vessels for the imminent sailing season, calculated from mid-March to the 15th of October, to take the gurab Petidawil into service, and under what conditions, if one could agree with its owners for a suitable price and favorable terms. For which it was primarily required that the wages of the sailors stationed upon it may be disbursed, 465. The 28th of January 1786 Decision to purchase writing materials etc., and to send the petition of Winkelman to Batavia. stationed upon it, the repairs, provisions, and further expenses must run for the account of its owners, as well as the risk of the vessel itself, so that the Honorable Company has nothing to do with anything other than the payment of the hire money. While the owners must deliver it in a proper and well-equipped state, and maintain it throughout the duration of the lease. The 28th of January 1786 Furthermore, it was resolved to have the shortage of the necessary writing and bookbinding materials supplied by purchasing them in Madras. The Captain Lieutenant and Commandant here, Jan Joachim Winkelmans, having requested this Council by petition to accompany his respectful supplication to Their High Mightinesses for obtaining the rank and pay of Captain with a favorable recommendation, it was approved to condescend thereto and to present that officer as such to Their High Mightinesses in the most favorable manner in the letter. 467. The 28th of January 1786 Item of the Assayer Gronau, as well as that of Heshusius, for relief of ƒ19. 3. 12. The 28th of January 1786 A petition addressed to Their High Mightinesses having been submitted on behalf of the Junior Merchant Philippus Henricus Heshusius, containing a request for relief of the 4. 6. 27 pagodas, or ƒ19: 3. 12., which were charged from Galle hither on account of 28 lbs of bacon consumed on his journey to this coast, and provided at Galle to the skipper of the ship Hoolwerff as a supplement to his rations, for which amount he is here charged on his pay account; but, as the aforementioned Heshusius contends, is improperly debited, because pursuant to the ordinance of the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Director-General Adriaan Moens he had to be lodged in the cabin and entertained at the stern: with the request that his supplication may be presented to Their High Mightinesses, it was resolved to comply herewith, as well as to transmit under a favorable recommendation the petition addressed to Their High Mightinesses by the Bookkeeper and provisional Assayer Fredrik Gronau, who arrived here a few days ago from Jaggernaikpoeram, in which he humbly requests to be confirmed in his appointed post and to be favorably recommended by Them to the Lords Major for obtaining the rank and pay of Junior Merchant annexed to that service. 469. The 28th of January 1786 Presentation of the state of the Orphan Chamber, submitted signature on the remaining papers of Jaggernaikpoeram, and 3 petitions of Mandalam to be sent to Batavia. Decision to act therewith according to the order. The 28th of January 1786. The state account of the Coromandel Orphan Chamber as of the last day of August 1784, as well as that of the Diaconate as of the last day of August 1785, having been presented to the Lord Commander by the President of the Orphan Chamber, the Merchant Joan Daniel Simons, and produced in Council today, it was approved to make note thereof and to act with the same according to the order. Thereafter, it was furthermore resolved to comply with the request made by petition from the former Nagapatnam interpreter Mandalam Wengedasselam Nayker to send three submitted supplications to Their High Mightinesses with the outgoing papers to Batavia.
Dutch transcription
463. Den 28 Januarij 1786 approbatie der reek: van de Commissie tavia te zenden propositie ter in huur neming van de goeral Den 28 Januarij 1786. mogen werden uytgekeerd Geproduceerd zynde de reeke„ „ning van de noodwendige on„ „gelden geduurende de Commis¬ „sie tot den overneem van 's Comp etablissementen ter deeser kuste, is na resumptie, en dewijl op de„ „zelve in 't geheel geene remar„ besluijt dezelve na Ba„ques waren te maken, verstaan deselve te approbeeren, en Hun Hoog Edelheeden bij den aftegaa„ „ne brief na Batavia in origi¬ „nale onderdanig aan te bieden Wijders wierd op propositie van den Heer gesaghebber g'arresteerd om, nadien men door 't afzien van den aanbouw van thonies om der„ „zelver kostbaarheid absolut van vaartuijgen zoude ontbloot zin, voor de op handen zijnde vaar„ „baare tijd gereekend van half maart tot den 15 october, den goerab Petidawil in dienst en onderwelke conditien te neemen, zoo men met de Eijgenaars derselver voor een Convenabele prijs, en goede voor„ „waarden zouden kunnen over een komen, waar toe voornament„ „lijk vereijscht wierd dat de sol„ dijen der zeevaarende daar op om bescheijden 465. Den 28. Januarij 1786 besluijt ter inkoop van schrijftuijg etc: en het requist van win„ kelman na Batavia te zenden. bescheijden, de reparatien ver„ „strekkingen en verdere ongelden zouden moeten loopen voor ree„ „kening van dies eijgenaars zo meede de risico van het vaar„ „tuijg zelve, invoege de Ed: Comp met niets te doen hebbe dan de betaling der huur-penningen Terwijl de Eijgenaars het in een behoorlijke staat en wel voor zien moeten overgeven, en geduurende den huurtyd on¬ derhouden Den 28 Januarij 1786 Wijders is verstaan het gebrek van het noodige schrijff en boekbinders tuig door inkoop te ma„ „dras te laaten vervullen De Capitain luijtenant en Com„ „mandant alhier Jan Joachim Winkelmans bij request aan desen Raade versogt hebbende om zijn eerbiedig supplicq aan Hun Hoog Edelheedens ter obtenúe van de qualiteijt en gagie van capi„ „voorschrijven „tain met gunstig „ te accompag ag„ „neeren, zoo is goed gevonden daar in te condescendeeren en dien offi„ „cier als zodanig bij de brief aan Hun Hoog Edelheedens op het favo„ rabelste voor te dragen boekbinders Door 467. Den 28 Januarij 1786 husius, ter ontheffing van ƒ19. 3. 12. Gronau zo meede dat van Hes Voor den onderkoopman Philip „peis Henricus Heshusius over„ „gegeeven zijnde een Request aan Hun Hoog Edelheedens ge„ „rigt, in houdende versoek om ont„ „heffing van de pr/o 4. 6. 27. off ƒ19: 3. 12. welke van Gale her„ „waarts aangereekend zijn we„ „gens 28 lb, spek op zijne reij„ „se na deese Custe geconsumeerd, Hoolwerff tot Suppliment van zyne randsoenen te Gale ver„ „strekt in welker bedragen alhier op sijne soldij reekening; dog en aan den schipper van 't schip item van den Essaijeur „staan hier aan te voldoen, gelijk Den 28. January 1786 gelijk gem: Heshusius sus„ „tineerd, oneijgen belast is, dewil „volg=s hy „ ordonnantie van den wel Ede„ „len Groot Agtbaaren Heer directeur generaal Adriaan Moens in de Cajuit moeste ge„ „logeert en agter op getracteerd wor„ den: met verzoek dat zin suplica aan Haar Hoog Edelheedens moge werden aangeboden, zoo is ver„ meede om het over eenige dagen van Jaggernaikpoeram alhier aangekomene Boekhouder en p:l Essaijeur Fredrik Gronau gelyk aan 469 Den 28 Januarij 1786 Den 28 Januarij 1786. reek van de weeskamer ingediende Handheeke„ ning op de nog papieren van Jaggern en 3. requisten van man„ dalamna batavia te zonden. besluijt daar meede na de ordre te handelen aan Haar Hoog Edelheedens ge„ „rigt request, waar bij hij nedrig versoekt om in zijne aangestelde post bevestigd, en door Hooyjdezelve aan de Heeren Majores Jaco„ „rabel voorgedragen te werden, ter erlanging van de qualiteyt en gage van onderkoopman aan die dienst annex, onder een gun„ „stig voorschrijvens over te zenden overlegging van de staat Door den president der wees„ „kamer den koopman Joan Daniel Simons aan den Heer gesaghebber overgegeeven, en heeden in raade overgelegt zijnde Hier na wierd nog door de staat reekening van den Con„ mandelsen weeskamer onder ultimo Augustus 1784. gelyk meede die van den Diaconij onder ult=o augs 1785 zoo is goed gevonden daar van aan tu„ „keening te houden, en met de„ zelve na de ordre te handelen Voorts is verstaan aan het bij request gedaane versoek van den geweesen Nagap=we tholk Mandalam wengedasselam Naijker om drie overgegeevene sup„ „plicquen aan H: H: Edelheedens met de afte gaane papieren na batavia te senden, te voldoen de den
English
471. The 28th of January 1786. The 28th of January 1786. Submitted to the same, the Lord Director, the note drawn up by the Chief Administrator Nicolaas Padama concerning the Jaggernaikpoeram trade papers; whereupon it has been disposed as is noted in the margin of the said note, which disposition and insertion is inserted below. 14 chests of nutmegs strewn with cloves, recorded together as having to contain net: lb —. — lb — — lb 1202. — lb 417. ¼. Here, after the reweighing as is specified above each chest, found: 1160¼. 424. ¼. Calculated for ½ percent allowance, both on the parcel accounted hither and the parcel remaining at Palliacatta of 1112½ lb nutmegs and 422¼ lb cloves: 11 7/8, 4 ¼, 1171 7/8, 428½. Thus short above the allowance: lb 30 7/8. And in excess: lb 10¾. Carried forward: 30 1/8. lb 10 ¾. Note on the following Trade Papers; Namely from Jaggernaikpoeram. A finding of the delivered cargo of the ship De Both; the servants there shall have to be notified that they had not needed to make known the written weight of each chest of Nutmegs and Cloves, as well as of each sack of Cloves alone, since the said weight was not written from here. Whereas then the stated excess and underweight thereof would lapse of itself, and they should only have calculated after reweighing had been done, as follows. This is to be carried out as in the text, and the errors committed are to be charged to the account of the Jaggernaikpoeram chiefs, together with 2¼ lb Cloves and 7 7/16 lb Spiauter to the credit of the Indian headquarters, and 78 7/8 lb Cloves, 5 5/8 lb Nutmegs to be charged. Nutmegs Cloves Nutmegs Cloves Note F The 28th of January 1786. The 28th of January 1786. And with separate Cloves: 366 sacks or bales of Cloves, must according to the account contain net: 16578 — Here after the reweighing as found above: 16249 7/8. For 1 percent allowance: 165 ¾, 16415 3/8. Consequently, further short: lb 162 7/8. On these parcels, 1 is now allowed instead of ½ percent. This allowance of one per hundred could be passed, because no allowance on those spices was credited here to the officers of the said vessel. The servants should also have calculated the allowance on the parcel of spiauter delivered here, being 12170 lb at 1/8 percent or 7 1/16 lb, which was explicitly announced to them both with regard to this article and the aforesaid spices; it having been caused by this incorrect handling that the ship officers' pay accounts have not been debited for what should have been, namely with the above-mentioned 162 7/8 lb cloves, 30 1/8 lb nutmegs instead of 83 ¾ lb of the former and 25 lb of the latter, and on the other hand credited 10¾ lb cloves instead of 8½ lb. And thus, for the account of those who committed this error, the aforementioned under-stated 78 7/8 lb cloves and 5 1/8 lb Nutmegs shall have to be accounted from here to the debit, and the 2½ lb cloves and 7 3/16 Spiauter to the credit, of the Indian headquarters Batavia, in order to have the officers' pay accounts debited and credited there for the same, as well as to credit the same via memorandum from here to Jaggernaikpoeram. Short Nutmegs Cloves Nutmegs Cloves Carried forward: 30 7/8. lb 10¾. Palliacatta in Castle Geldria, the 23rd of January 1786. Was signed: No Sadama. 475. The 28th of January 1786. The 28th of January 1786. Insertion of the same. Further resumed and approved the formal Demand for Batavia for the Year 1786, agreeing to offer the same as such to Their High Noble Mights via Ceylon. Resolution of the pay bookkeeper concerning the Portonovo servants. The Pay Bookkeeper Simon Duynevelt having submitted the following report in fulfillment of the order contained in the resolution of this assembly of the 3rd of December of the past year regarding the salaries of the Resident Librecht Cornelis Topander stationed at Portonovo, and the Bookkeepers Laurelius Wulick and Gerrardus Herft, it was resolved to accept the same for communication. To the Right Honorable Worshipful Willem Blaaukamer, Director of the Coromandel Government with its dependencies, etc., etc., together with the Council. Right Honorable Worshipful Lord and Gentlemen, Pursuant to your Right Honorable Worships' honored order of this
Dutch transcription
471. Den 28 January 1786. Den 28 Januarij 1786. derzelve den Heer gesaghebber overge„ legt de door den Hoofd admi„ „nistrateur Nicolaas Padama opgemaakte aanteekening op de Jaggernaikpoeramse negotie papieren; waar op zoo„ danig gedisponeerd is, als in margine van gemelde aanteekening het welk hier dispositie en Jnsentie onder geinsereerd is, geno„ „teert staat 14. kisten nooten met Na„ gulen bestort aangeschreeven. te zaamen netto te moeten inhouden lb —. — lb — — lb 1202. — lb 417. ¼. Alhier na de naweeging (als boven elke kist is gespecificeerd:/ bevonden „ 1160¼. „ 424. ¼. voor ½ prc=o validatie zo op de her„ „waards aangereekende als te Palliacatta verbleevene parthije van 1112½ lb nooten en 422¼. lb nagulen bereekend - - - - - „ 11 7/8 „ 4 ¼ „ „71 7/8 „ 428½ Dus boven de validatie te Hort - - - lb 30 7/8. En te over - - - - - - lb 10¾. Transporteere 30 1/8. lb 10 ¾. Aanteekening van de volgende Negotie Papieren; Teweeten van Jaggernainpoeram Een bevinding van de uitgeleeverde lading van Dit als in den text gevolg te doen nee „ het schip De Both; de bediendens aldaar zullen „men en de begaane moeten aangekundigt werden, dat ze niet erneuren te laaten voor noodig hadden gehad, het beschreeven gewegt reek der Jaggernaikp=s van ieder kist Nooten en Nagulen mitsgaders opperhoofden, mitsg=s 2¼ van elk zack Nagulen alleen bekend te stel„ H Nagulens en 7 7/16. lb Spiauler Jndiase keujslen, nadien gemelde gewigt van hier niet aan„ plaatse ten goede en „geschreeven is geweest, Terwijl als dan van 78 7/8. lb. Nagulen 55 5/8n zelfs zoude koomen te vervallen het gestelde W: Nootenmutchaaten te over en onderwigt van dien eenlijk moesten te laste aan te reekenen z na gedaane naweeging bereekend hebben, als volgd Nooten Nagulen Nooten Nagulen Aanteekening F Den 28 Januarij 1786. Den 28 Januarij 1786. En met afzonderlyke Nagulen 366. – zakken of balen Na„ gulen, moet volgens aan„ „reekening netto inhouden Alhier nade naweeging als boven bevonden voor 1 prCento validatie - - - - - - - - - - - - - A 16249 7/8. – – – – – – – – - „ 165 ¾ „ 16415 3/8 Over zulks meerder te kort _ _ _ - - - - - - lb 162 7/8. op deeze parthijen zijn nu gevallideerd 1; insteede van —½. pr C=o deeze validatie van een ten honderd zoude kunnen werden gepasseerd, uijt hoofde aan de opperhoof„ „den van gemelde bodem alhier op die spe¬ „cerijen geen validatie is ten goede gebragt geworden. De bediendens hadden ook de valide„ „tie op de alhier uijtgeleeverde parthije spiater, zijnde 12170 lb â — 1/8. prCento of 7 1/16 lb: moeten bereeken, 't welk hen zo ten opzigte van dit articul„ als voorsz specerijen wel Expresselijk is aangekundigt; zijnde door deeze ver„ „keerde behandeling veroorzaakt, dat „ 16578 — Korten Nagulen Nooten Nagule„ Per transport 8: 30 7/8. lb 10¾ de scheeps overheeden hunnen zoldij reekeningen niet belast zijn geworden voor het geene had behooren te wee„ „zen als met boven vermelde 162 7/8 lb nagulen 30 1/8. lb nooten instee„ de van 83 ¾. lb der eerste en 25 lb „ mitsg=s der andere „ daar en tegen ten goede 10¾. lb nagulen insteede van 8½ lb; En dus zullen voor reek van de geene welke dit abuijs begaan hebben gem: te weijnig gestelde 76 7/8. lb: nagulen en 5 1/8 lb Nooten, „ ten laste mitsg:s de 2½ lb nagulen naazlen„ en 7 3/16. Spieater ten goede, uijtkoops indi„ „asche hoofd plaatse Ba„ „tavia van hier dienen opgereekend te werden, om aldaar de overheedens hun„ „ne zoldij reekenings daar voor te doen belasten en ten goede te brengen, mitsgaders van hier Jaggernaik poeram de de zelve . .. 475. Den 28. Januarij 1786 Den 28. January 1786 1786 H: H: Ed aan te bieden houder nop=s de portonevose bediendens Jnsertie van het zelve: dezelve per memorie ten goede te doen brengen Palliacatta in 't Casteel Geldria den 23. Januarij 1786. /:was geteekend:/ N=o Sadama den formeelin eijsch voor Wijders geresumeerd en geappro„ „beerd den formeelen Eijsch voor Batavia voor den Jaare 1786. in verstaan deselve zodanig aan Hun Hoog Edelheedens over Ceijlon aan te bieden besluijt van den soldijbork Door den soldij boekhou„ der Simon Duijnevelt in voldoe„ „ning der ordre vervat bij resolutie deser vergadering van den 3 xber des gepasseerden Jaars nopens de soldyen der op Portonevo bescheijden resident Librecht. Cornelis Topander, en de boekhouders Laurelius Wulick en Gerrardus Herft, ingedient zijnde het ondervolgende berigt zoo wierd beslooten het zelve voor Communicatie aan te neemen Aan den wel Edelen Agtb: Heer Willem Blaaukamer gesaghebber van het Corman„ delsche gouvernement met dies resorte &ra. &a. , Nevens den raad Wel Edele Agtbare Heer en Heeren Ingevolge uw wel Edele Achtb: g'eerde deser ordre
English
477. The 28th of January 1786. The 28th of January 1786. order contained in the extract resolution from Their High Council of the 3rd of December of the past year, the undersigned paymaster serves in all respect to Your Right Honorable, that upon comparison of the letter by the resident at Portonovo, the bookkeeper Librecht Cornelis Tepander, dated 23 September of the same year, written to Your Right Honorable, against the pay ledgers of this government for the financial year 1781/82, closed here on the 12th of November last, he has found that the accounts of all the servants there have been closed, as follows: Those of the said resident and the two bookkeepers Laurelius Wulick and Gerrardus Herft, the first credit balance f 72. - for 2 months and 12 days salary, earned since the first of September until the aforesaid date of 12 November, and the two others carried forward f 12 each for 7/8 salary, since they both drew their salaries at Nagapatnam up to the end of September and October, but the first-named did not draw any salary. That the said three persons received their board allowances for the aforesaid first of September, October, and November, as appears from the Nagapatnam salary and board allowance roll, kept here. That in the closed books of the end of August 1780/81 their accounts were closed with f 360. credit each, which have been entered into their accounts in the subsequent new books of 1781/82. That the account of the flag-watcher Hendrik de Costa, who was also previously stationed there, was also closed as above by carry-forward with f 48. 8., namely: 12 Nov for 479. The 28th of January 1786. The 28th of January 1786. For what was carried over from the closed books f 44. - and for 12 days of salary earned in November f 4. 8., since he also drew his salary in September and October as well as board allowance up to November at Nagapatnam. While he further has the honor, regarding the resident Tepander and the bookkeepers Laurelius Wulick and Gerrardus Herft, to report that the said servants, as has been informed, during the 14 months that they roamed around in the army of the Nabob Haider Alichan, were continuously carried on the pay ledgers of this coast, because the paymaster was not authorized to write off their salaries. That after their return to Nagapatnam in the month of September 1781, they presented a request to the government, wherein they petitioned that they might be credited their salaries and board allowances during their time as prisoners of war, or else that they might be reimbursed for such expenses as they had unavoidably incurred during their presence in that army. That the government did not decide upon this request of theirs, but referred the assessment of the same, with favorable recommendations, to Their High Excellencies. That subsequently Nagapatnam having been captured by the English, the subscriber is unaware how Their High Excellencies have been pleased to decide regarding the petitions of the aforesaid Tepander and associates. September Here 101. The 28th of January 1786. Incoming report regarding the Danish ship Larwijk. to insert D Herewith hoping to have complied with Your Right Honorable's esteemed intentions, I take the liberty, with deep respect, to subscribe myself. Below stood: Right Honorable Gentlemen, Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: I: Duijnevelt. In the margin: Palliacatta, the 28th of January Anno 1786. Furthermore, the Governor had it recorded that the Danish ship Larwijk, sailing from the Ganges to Tranquebar, on the 11th of January, having come too close to the shoal lying off this place, and thus having got into distress, His Honor, at the request of In observance of Your Right Honorable's esteemed order to submit a report concerning Right Honorable Sir, To the Right Honorable Sir Willem Blaaukamer, Governor of the Coast of Coromandel and its dependencies, etcetera, The 28th of January 1786. Captain Warhof, had sent the boatswain of Odijk on board, and after his return ashore had caused him to draw up a written report, in order to be inserted into this resolution, if in time and while it might be of any service. the 483. The 28th of January 1786. The 28th of January 1786. the Danish ship Laarwijk, coming from Bengal, commanded by Captain Warhof, the humble subscriber has the honor hereby to state: That on the 11th of January the aforesaid ship passed the outer roads along the shoal with an ENE and E by N wind towards the south, but due to the high seas and the current pulling towards the shore, the ship, being at the depth of 10 fathoms of water, drifted two small miles south of this place onto the shoal at the depth of barely 6 fathoms, and since the anchor would not initially take hold in the sand, the ship drifted to 4 fathoms, a short distance from the shore. That afternoon, a mate from the ship came here to the Right Honorable Commanding Sir and requested assistance to bring the ship into deep water; then I was ordered by the Right Honorable Sir to go on board the ship, which took place that night. In the morning, when I came on board the ship, the wind and sea began to calm down somewhat, and found the ship at the depth of 3 fathoms, a small mile from the shore, but the ship floated freely, as it was loaded no deeper than 17 feet; the flagpole bore NNW, the wind calm to the north. On the starboard side towards the shore one also found 3 fathoms, and on the port side northwards towards the shore 2½ fathoms of water, and ahead towards the NNE, fully as easterly, one found on the shoal along that course depths of 3, 3½, 4, 4½, 5, 6, up to 7 fathoms, across which depth a kedge anchor that was 500 fathoms long was set, over which the ship was warped up to the last-mentioned depth of 7 fathoms, fine sand mixed with mud depth both
Dutch transcription
477. Den 28. Januarij 1786. Den 28. Januarij 1786. ordre vervat bij Extract resolutie uijt Hoog derzelver vergadering van den 3. december Ao passo, diend den ondergete„ „kende zoldij boekhouder in alle eerbied, aan uw wel Edele Achtbare, dat hij bij Confrontatie van de brief door den resi„ dent te portonove den boekhouder Li„ „brecht Cornelis Tepander, in dato 23. September, des zelven Jaars, aan uw wel Edele Achtbare geschreeven, tegen de zoldij boeken dezes gouver„ „nements van het boekjaar 175/82. op den 12 9ber J=o leden, alhier gesloten, bevonden heeft, dat de reekeningen van alle de bediendens aldaar ge„ „slooten zijn; als volgd Die van gemelde resident en de twee boekhouders Laurelius Wulick en Gerrardus Herft, den eersten over te goed ƒ 72. — voor 2/m en d: gagie, ver„ diend zedert p=mo september tot dato 12. November voorm, en de twee andere per voordracht ƒ12 elk voor 7/8: bezol„ ding, alzo zy beide onder ult=o 7ber en 8ber hunne gagien te Nagapatnam genoten hebben, dog den eersten ge„ „noemde geen gagie opgenoemen heeft Dat gemelde drie perzonen hunne Kostgelden van primo September, oe„ „tober en november voorm: hebben ge„ „kregen, blijkens Nagapatnamse gagie en kostgeld Rolle, alhier leggende Dat bij de afgelegde boeken van ult=o aug=s 178 9/81 Hunne rekeningen zijn afgeslooten met ƒ 360. elk te goed, die in de daar aan volgende nieuwe boeken van 17: /812 bij der zelver rekeningen zyn bekend gesteld Dat de rekening van den mede aldaar bevorens bescheiden geweesen vlagge„ „wachter Hendrik de Costa, ook als boven per voordracht is afgesloten met ƒ48. 8. te weten 12 Nov voor 479 Den 28 Januarij 1786 Den 28 January 1786. Voor 't geen uit de afgelegde boeken is. overgedragen ƒ44. — en voor gelijke 1/d: gagie in November verdiend ƒ4. 8. de„ „wijle hij ook zijne gagie in Jber en octob mitsg=s kostgeld tot november te Naga„ „patnam getrocken heeft. Terwijl verder de eere heeft, ten aanzien van den resident Tepander en de boek„ „houders Laurelius wulick en Ger„ „rardus Herft te berigten, dat gem bediendens (: gelijk geinformeerd is ge¬ „worden:/ geduurende de 14 maanden, dat zij in het leger van den Nabab Haider Alichan, hebben rond geswor„ „ven; steeds bij de zoldij Boeken van deze kust hebben voortgelopen, uijt hoofde de zoldihouder tot de af„ „schrijving van hunne gagien niet ge„ „qualificeerd geworden is Dat zij na hunne terug komst op Nagapatnam in de maand september 17811. aan de regeering heb„ „ben gepresenteerd een request waar bij zij suppliceerden dat hun mogten werden goedgedaan hunne gagien en kostgelden geduurende hunne Krijgs„ „gevangenschap, dan wel dat aan hun mogt werden voldaan zodanige kosten als zij onvermijdelyk geduu„ „vende hun aanweezen in dat leger hadden moeten maken Dat de regeering over dit hun ver„ „zoek niet heeft gedisponeerd, maar de beoordeelinge van het zelve met favorabele voorschreevens heeft ge„ „renvoyjeerd aan Hun Hoog Edelh:s Dat vervolgens Nagapatnam door de Engelschen ingenoomen zijn de, den teekenaar onbewust is hoedanig H: Hoog Edelheedens over de supplicquen van voorm: Jopan„ der C:S: hebben geleeven te disponeeren September Hier 101 Den 28. Januarij 1786 ingekomen rapport wegs het deensche schip Lar„ „wijk sereeren D Hier meede verhoope aan uw wel Edele Agtbaare g'eerde intentie voldaan te hebben, malige ik mij de are aan, met Diepe respect te onderschrijven /:onderstond:/ Wel Edele Achtbare Heeren Heeren uw wel Edele Achtbaare onderdanige en gehoorsaame dienaar /:was geteekend I: Duijnevelt /: Jn margine palli„ „acatta den 28: Januarij A=o 1786. Voorts liet de Heer gezag„ „hebber aanteekenen dat het Deensche schip Larwijk, uijt: de ganges na Tranquebaar stevenende op den 11. Januarij alze na bij de voor deese plaats leggende bank, en dus in engelegentheid geraakt zijnde zin Ed: op verzoek van In observantie van uwel Ed Agtb: geeerde erder om berigt te doen, wegens Wel Edele Agtbaare Heer Aan den wel Edele Agtbaare Heer Willem Blaaukamer gesaghebber der Custe Cormandel met den reserte van dien etcete Den 28 Januarij 1786. den Capitain Warhof den Bootsman van odijk na boord hadde gezonden, en den zelven na zyn te rug komst aan de wal een schriftelijk rapport doen formeeren om /. of het in tijd besluijt het zelve te in, en wijle van eenige dienst kon„ de zyn:/ in deze geinsereerd te werden den 483. Den 28. Januarij 1786. Den 28. Januarij 1786. 't deensche schip Laarwijk, komende van Bengalen, gecommandeert door Capn. Warhof, heeft den needrige teeke „naar de eere mits deesen te dienen Dat den 11 Jan 't voorn: schip de buijten reede langs de bank passeerde„ met een O N: O: en O: t: N: wind na de Zuijd, dog door de hooge Zee, en de Stroom na de wal trekkende, 't schip op - de diepte van 10. vadem water zijnde, ver„ „viel 't schip twee klijne mijle be„ „zuide deeze plaats op de bank op de diepte van schaars 6: vas:, en vermits 't anker ten eerste in't zond geen grond wilde vatten, is 't schip tot 4: vadem gedreeven, een klijne wijl van de wal, dien ag„ „termiddag quaam hier by den wel Edele Agtb gebiedende Heere een stuurman van 't schip, en ver„ „zogt om hulp, om 't schip in den diepte te brengen, toen ben ik door den wel Edele Agtb Heere geordonneert, om na boord van 't schip te gaan, welke dan snagts is geschied, smorgens doen ik aan boord van 't schip ben gekomen begon de wind, en zee wat stil te worden, en be„ „vond 't schip op de diepte van 3. vab: een klijne mijl van de wal, dog het schip lag vlot, vermits 't met die per dan 17. voeten gelaaden was, pijlde de vlaggestok N: N: w: de wind N:to: Stil aan stuur„ „boord, zeidwaards na de wal vond men ook 3. vad: en aan bakboord zeide noorde„ „lijk na de wal 2½. vadem water en voor„ „waards om de N N: O: wel zo oostelijk vond men op de bank op die streek 3. 3½. 4 4½. 5: 6 tot 7. vad: diep, over welke diepte een werp dat 500. va8. lang was is geset, waar over 't schip gewonden, tot op laastgem: diepte van 7 vad fijn zand met slik gemengt diepte bijede
English
485 The 28th of January 1786. Readmission of a Malay Corporal into service. The 28th of January 1786. Then the flagpole bore North-North-West, 1½ miles from the shore. At one o'clock in the afternoon, a second kedge of 300 fathoms No. 10 was laid out to the depth of 11 fathoms on a muddy bottom, by which the ship was warped to the last-mentioned depth. Made sail then at five o'clock with a North-East by East wind, steering South-East by East. At the depth of 15 fathoms, I sailed from the ship to the shore in the boat. On the 1st of January, the Dutch pilot had left the ship outside the Bengal banks. Herewith hoping to have complied with your Honorable's intention, I have the honor to sign this with all veneration. Was signed: Right Honorable Sir, your Honorable's humble and very obedient servant. Signed: A. van Odijk. In margin: Palliacatta, the 13th of January 1786. Thus done and decreed in Fort Geldria at Palliacatta, on the date aforesaid. Signed as before, except Martinus Hoffenberg. Finally, it was resolved to readmit into service, at ordinary pay, the Corporal of the Eastern military, Moses van Batavia, who was taken prisoner of war at Trinconomale and came over hither, and to let his wages take effect from the day of his arrival, being the 15th of this month, on which he performed his service. Finally 187 The 6th of February 1786. The 28th of January 1786. Martinus Hoffenberg. Monday, the 6th of February 1786, at ten o'clock in the morning. Council of Policy meeting. All present, except the titular Merchant and Warehouse Keeper Martinus Stoffenberg, on a commission to Nagapatnam. Arrival of 3 deserters. What the Governor of Madras has requested regarding them. Initially, the Lord Commander communicated that on the 3rd of the current month, another three deserters from Madras arrived. Which three persons, namely: Andries Scherer, sergeant, according to the English statement from Padler in Prussia, but according to his own testimony from Maastricht, although he himself admitted that upon taking service under the English, he had passed himself off as a Prussian; Cornelis Croon, soldier, according to the English statement from Amsterdam, but according to himself from Texel; Jan Janssen, soldier, according to the English list from Amsterdam, but according to himself from The Hague; had already been announced as deserted by Lord Davidson, the Governor of Madraspatnam, in his letter to the Commander of the 2nd, with the request, if they should arrive here, as his Honor deemed probable since two of them were Dutchmen, to have the same secured. But 489 The 6th of February 1786. Answer thereto. Request by the aforementioned Governor for a copy of the Cartel. to which he had replied by a response on the 4th, that two of them being native Dutchmen fell under the same terms of those nationals mentioned in his previous writing, and of whom mention was made in the resolution of the 28th past, with notification to Lord Davidson that although Andries Scherer was indeed listed on the English list as a Prussian subject, he nevertheless maintained to be native to Maastricht. The Lord Commander further gave notice on that point that Lord Davidson, upon his Honor's refusal to surrender the national persons mentioned under the 28th of January, had requested, since the Cartel had been misplaced by the English, to be allowed to have a copy from here. 191 The 6th of February 1786. Sending of the same. 3 deserters not fetched. Wonder that one of them is not fetched. Proposal for taking into service 2 deserters. Which request his Honor had complied with as a national agreement having equal disposition to both, with notification that, although no special mention had been made of the non-surrender of mutual national persons, such certainly had to be deemed by mutual consent as a matter of course, because the surrender of the same to another nation involves an absurdity, which is also why the English Ministry never surrenders born subjects of His Britannic Majesty to other nations from which they might have deserted. That his Honor had not yet received any answer to this; but that in the meantime he was surprised that the offered Saxon was not fetched. Proposing, in case no further claim is made on the part of the English for Lodewijk Taillen and Andries Scherer, the surrender of national Dutchmen having to remain absolutely refused, to retain them all and take them as soldiers at 12 florins into the service of the Honorable Company, and to let their wages begin from the day they arrived here. 493 The 6th of February 1786. The 6th of February 1786. What was discovered among the papers of Sadras regarding a bill of exchange of 3500 pagodas. Information gathered regarding this. into the service of the Honorable Company at 12 florins, and to let their wages begin from the day they arrived here. There having appeared to the Lord Commander among the papers of Sadras an entry for a bill of exchange of 3500 Madras three-swami pagodas drawn by Mr. Macpherson upon Messrs. James Henry Casemaijer and Charles Oakalij for the benefit of the former government of Nagapatnam, and that the receipt of that amount had been entrusted by the Government of this coast to the then Chief of Sadraspatnam, De Neijs; so it had appeared to his Honor from the letters of the last-mentioned that he had sent the copy of that bill of exchange to Madras, but that nothing more concerning it could be traced among those papers, than that, since hostilities commenced on this coast at that time and Sadras was seized first, it was quite possible that that matter had no further consequence. The Lord Commander had therefore entrusted
Dutch transcription
485 Den 28 Junuarij 1786. readmissie van een maleijd„ te Corporaal in dienst Den 28. Januarij 1786 zylde doen de vlaggestok N: N: w: 1½. myh van de wal; om een uur 'smiddags, een tweede werp van 300: vadem No: 10: uijtgebragt tot in de diepte van 11. vad: slikgrond waar mee„ de 't schip op laastgem. diepte is gewon„ „den maakte doen zeil te vijff uure met een N:ot: &: wind steevende Zo42 op de diepte van 15: vadem ben ik van het schip met de slengen na wal gevaaren Den 1 Jan: hadde hollandse loos het schip buijten de Bengalsche banken verlaaten Hier meede verhoopende aan uwel= Edele Agtb intentie voldaan te heb„ „ben, zoo hebbe de Eere deze met alle veneratie te onderteekenen /:onder„ „stond:/ wel Edele Agtb Heer uwel Edele Agtb: onderdanige en zeer gehoorsaame dienaar /:waaf get: A=o van odijk /: Jn mar„ gine palliacatta den 13 Januarij 1786. Aldus Gedaan en gear„ „resteerd in 't fort Geldria te Pal„ „liacatta, de dato voorsz /geteekend Excepto Mar„ als vooren Eijndelijk is nog verstaan den op Trinconomale Krijgsgevangen geraakte, en na herwaarts over gekoomene Corporaal van de ooster„ „sche Militairen Moses van Bata„ „via voor gewoone besolding in dienst te readmitteeren, en zijne gage Cours te laaten neemen van den dag zijner aankomst zijnde den 15: deser dat zijn dienst gepresteerd heeft Eijndelyk „tins 6 187. Den 6. Februarij 1786. Den 28: Januarij 1786. „tinus Hoffenberg Maandag den 6 Febr: 1786. smorgens te tien uuren Vergadering van Politie Alle present, dempto Den tit: Coopman en pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg, in com„ „missie na Nagapatnam Aankomst van 3 avertunr Aanvankelijk gav den Heer gesag „hebber comminicatie, dat op den 3. courant wederom drie deserteurs van Madras zijn aangekomen wat den gouverneur van madra Welke drie persoonen door den met name Andries Scherer sergeant volgens der Engelschen opgave van Padler in Pruijssen, dog volgens zijn eijge getuijgenis van Maastricht Schoon hij zelve bekende dat hij bij zijn dienstnemen onder de Engelschen zig voor een pruijs hadde opgegeeven Cornelis Croon soldaat. volgens de Engelschens opgave van amster„ „dam, dog volgens hem zelfs van Texee Ian Janssen soldaat Na der Engelschen Lyst van amsterdam dog volgens hem uijt 's Graven„ „hage met 8 wegs haar verzogt heeft, Heer 489 Den 6. februarij 1786: antwoord daar op, verzoek boer gem: gouverneur om een Copij van het Cartel Heer Madraspatnams Gouver„ „neur Davidson bij zijn brieff aan den gezaghebber van den 2. reets geannonceeerd waaren, als gedeserteerd, met versoek om mog„ „te zij alhier komen gelijk zijn Edele probabel stelde, wijl twee van hen hollanders waaren deselve te laten secureeren: Dog waar op bij rescriptie van den 4. geantwoord hadde; dat twee hunner gebooren Nederlanders zijnde in dezelve termen vielen van die nationalen vermeld by zijn voorige schrijven /:en van welke ter resolutie van den Den 6. februarij 1786. 28 pass=o is melding gemaakt :/ onder Kennis geeving aan den Heer Da„ „vidson, dat Schoon Andries scheren, bij de Engelsche lijst wel opgegeeven was als een pruis¬ „siche onderdaan, hij egter staande hield uit Maastrecht geboortig te zijn, De Heer gezaghebber gaf op dat poinct nog kennis dat de Heer Davidson op zijn Ed: refus om de nationale persoonen, vermeld on„ „der den 28: Januarij uijtteleeveren, verzogt hadde, om wijl het Cartel bij de Engelschen verlegd was een copij van hier te moogen 28 hebben 191 Den 6 februarij 1786 toezending derzelve, 3. deser teurs niet afgehaald wordt propositie ter indienst nee„ „ming van 2. deserteurd hebben; aan welk verzoek zijn Ed: hadde voldaan als een Nationaa „le en tot beijde een gelijke beschik„ „king hebbende, overeenkomst met notificatie, dat, schoon er al geen bijzondere mentie gemaakt wa„ „re de niet overlevering van we„ dersijdsche nationalen persoonen zulks zekerlijk met onderlinge toestemming gecenseerd moest werden als een zaak die van zelfs sprak, wijl de overga„ „ve derselve aan een andere na„ „tie een absurditeit involveerd waarom ook het Engelsch Mini„ „sterie nimmer gebooren onder„ Den 6. februarij A=o 1786: danen van zijn P: B: Majesteit over uijtleverd aan andere natien van welke zij mogten gedeserteert zijn. Dat zyn Ed: hier op nog geen verwondering over, dat een der antwoord hadde ontfangen; Dog dat ondertusschen verwonderd was. dat men den aangebodene sax niet liet afhaalen Proponeerende, om wanneer van wegen de Engelschen geen nader re„ „clame van Lodewijk Taillen Andries Scherer gedaan word /:de overlevering van nationale Hol„ „landers absolut moetende ge„ „weijgerd blyven /hen alle aan„ „tehouden en als soldaaten met danen ƒ12 493. Den 6. februarij 1786. Den 6. februarij 1786. Sadras weg=s een wissel van 3500. pag:s ontwaard is gederane informatie dierwer= ƒ 12. in dienst der Ed: Comp=e te nee„ „men en hunne gagien te laaten ingaan van den dag dat hier zijn aangekoomen wat bij de papieren van Bij de papieren van Sadras den Heer gezaghebber te vooren gekomen zijnde Een post van een wissel van 3500 Mad: Drie beeldige pagoden door den Heer Machpherson getrokken op de Heeren James Henrij Casemaij „er en Charles oakalij ten behoe„ „ve van het gew gouvernement van Nagapatnam, en dat den ont„ „fangst van dat bedragen door de Regeering deezer kust was opgedragen aan het toenmalig opperhoofd van Sadraspatnam De neijs zo was zijn Ed: uijt de brie„ „ven van laast gem gebleken dat hij de Copij van die wissel na Madras hadde gezonden, maar dat bij die papieren daar omtrend niets meer was op te speuren Dan dat dewijl de vijandelijk„ „heeden in die tijd op deeze kust zijn begonnen en sadras het eerst is weggenoomen, zoo het wel mogelijk was dat die zaak geen verder gevolg heeft gehad. De Heer gezaghebber hadde opgedragen daarom
English
495. Continuation The 6th of February 1786. therefore wrote a letter to Mr. Charles Oakeley in order to obtain further information regarding this, so as to present the matter to the council on some solid ground, stating that an answer had been received from the said Mr. Oakeley; substantially containing: That he found in his correspondence that such a bill of exchange had indeed been drawn, but never presented for acceptance; that in a letter to the aforementioned Chief Deneijs of the 3rd of June 1781, The 6th of February 1786. he had indicated his intention to pay it against a proper receipt, but that, the war having broken out, that matter remained without further consequence until the arrival of Mr. Macpherson himself at Madras in September of that same year, when he questioned him about the nature of that drawing, at the same time informing him of his correspondence with Deneijs, and was informed that Mr. Macpherson, 697. The 6th of February 1786. Continuation Reading of a petition from the collective servants of this Coast. Decision in this regard to write to the English governor in Bengal. to the best of his recollection, when he granted the bill of exchange, had received no money, but only a bond to be paid after receiving advice that the bill had been honored in the Indies. That if, says Mr. Oakeley, this is, as he believes, the state of the matter, it appeared to him that no payment had been made on either side; concluding his letter with an indication that Mr. Macpherson is currently governor general of Bengal, The 6th of February 1786. who, he does not doubt, will readily give further elucidation should it be deemed necessary to ask for it. Whereupon it was decided to write regarding this to His Honor at the first opportunity. After this, the Director had read aloud a modest Petition submitted by him in the name of the collective Servants on this coast to Their Right Honorable Excellencies, containing their humble request that, for the reasons inserted according to the strictest truth, 499. The 6th of February 1786. What the same contains. To present to His Honor. Insertion of the same. alleged truth, they might be exempted from the stipulated recognitie of 20 per cent on the piece-goods, should they, with the improvement of times in the future, send any to Batavia; or else such a moderation herein as could afford them some relief and give hope of restoring their ruined condition over time. Which petition it is unanimously agreed to present along with the dispatch in the most favorable manner, and to insert here. To His Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Governing Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable Gentlemen, Councilors of the Netherlands Indies, Etc. Etc. Etc. Right Honorable Gentlemen, The collective Company servants on this coast make known with deep veneration, 505. The 6th of February 1786. that, due to the most ruinous war and the disasters arising therefrom, they are in the most deplorable circumstances, seeing that for more than four years, each of them in particular has been deprived of his employment and, without being able to earn the least bit, has had to live very narrowly on the small allowance that the English were pleased to grant them during their time as prisoners of war, and through their continuous wandering have had to consume nearly all their possessions. That in addition, several of them, through the capture of the ship Canaan in the bay of Trincomalee and through the conquest of that place, lost very considerable sums of money, amounting from the mail office of the aforementioned vessel alone to an exorbitant capital of 9,600 Rds., not counting what had further been privately shipped in that vessel for the coast residents. In this loss, the Armenian merchants residing both in Nagapatnam and in Madras certainly had to share; however, many, indeed most of them, were fortunate enough to recover a portion of their lost funds, whereas the petitioners were able to regain nothing of theirs. The humble petitioners will not detain Your Right Honorable Excellencies' revered attention with the dreadful tale of the most immense famine and the most terrifying consequences thereof, 503½. The 6th of February 1786. in which most of the humble petitioners have had to share, but advance this solely to give Your Right Honorable Excellencies just a sketch of the pressing condition in which they still find themselves. In the hope and good expectation that Your Right Honorable Excellencies will be pleased to look with an eye of mercy upon the humble petitioners' suffered damages and endured hardships and miseries, they take the liberty to turn to Your Right Honorable Excellencies with the humble prayer that Your High Excellencies may graciously be pleased to exempt them from the stipulated recognitie of 20 per cent on the piece-goods that they might happen to send from here to Batavia in the future, when times become better and more advantageous, or else to make such a moderation in this regard whereby the Petitioners might at least enjoy some relief, The 6th of February 1786. and have hope to restore their ruined affairs over time. Below stood: Which doing, Etc. Etc. Thus done and resolved in Fort Geldria at Pulicat on the date aforementioned. It was signed: As before, with the exception of Mr. Stoffenberg. Agrees. A. V. Kass, First Clerk. J. L. Beggle Collated.
Dutch transcription
495. vervolg Den 6=e februarij 1786. daarom een brief aan den Heer Charles Oakelij geschreeven om daaromtrend nader imformatie te bekomen, om met eenige grond de zaak in den raad voorte dra„ gen, zeggende dat antwoord van gedagte Heer Oakelij hadde ont„ bekomen antwoord daar op „ fangen; substancielijk behelsen„ de: Dat hij bij zijne Correspon¬ „dentie vond, dat zodanige wis„ „sel wel was getrokken, maar „nimmer ter acceptatie gepre„ „senteerd; dat hij bij een brief „aan bovengem opperhoofd De „neijs van den 3. Junij 1781 Den 6. februarij 1786. „ zijn intentie hadde te kennen „gegeeven, om die te betalen tegen „een behoorlijke quitantie, maar „dat de oorlog uijtgebroken zijn„ „de, die zaak zonder verder „gevolg is gebleeven, tot de aan„ „komst van den Heer Mack„ „pherson zelfs te Madras „in September van dat zelve „ Jaar, wanneer hij denzelven „over de natuur van die trekking „ ondervroeg, hem teffens kennis „geevende van zijne Correspon„ „dentie met Deneijs, en geinfer„ „meerd wierd, dat de Heer zijn Macpherson 5 697. Den 6. februarij 1786. vervolg leezing van een request der gezamentlijke dienaa„ ren deezer Custe besluijt dierwegs aan den Eng=s gouverneur te benga„ le te schrijven Mackpherson na zijn beste „onthoud toen hij de wissel ver„ „leende, geen geld hadde ontfan„ „gen, maar alleen een obligatie „om betaald te werden na be„ „komen advis dat de wissel in Indien voldaan was. Dat wan„ „neer /: zegd de Heer Oakeleij:/ „det /gelijk hij geloofd:/ de staat „der zaake zij het hem voor„ „kwam, dat er van weder zijde „geene betaling geschied was; „besluijtende zijn brief met „een aanduijding dat de Heer „ Machpherson thans gou„ „verneur generaal van Bengalen Den 6. februarij 1786 „is, die hij niet twijffeld of zal „geredelijk verder Elucidatie gee„ „ven, wanneer men nodig oordeeld „die te vraagen Waarop besloten is om dien twee„ „gen aan zijn Edelheijd by eerste occagie te schrijven Hier na liet den Heer gezag„ „hebber opleesen een van zijn Ed: uijt name van den gezamentlij„ „ke Dienaaren ter deezer kuste bescheijden overgegeeven Request aan Haar Hoog Edelheedens, in houdende hun nedrig versoek om door Hoog Deselve, om ru¬ den intertie na de strikste waarheijd 499 Den 6. februarij 1786. wat het zelve behelst H: Ed: aan te bieden Jnsertie van het zelve waarheijd geallegeerd, te mogen gelibereerd worden van de be„ paalde recognitie van 20 per„ „cento op de Lijwaaten, zo zij bij betering van tijden in den volg tyd eenige na Batavia mog„ „ten zenden; dan wel zoda„ „nige moderatie hier in als hen eenig soulaas zoude kunnen doen genieten, en hope gee¬ „ven om hunne vervallen staat door den tijd te her„ besluijt dat supplicq Hl: „stellen. welk supplicq een paarig verstaan is nevens aftegaan schrijven op het aller fa„ „vorabelst aantebieden, en hier te Wel Edele Heeren Geeven met deepe veneratie te kennen, de gezaamentlijke Comps Dienaaren Hoog Edele Groot Agtbaare wyd„ gebiedende Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Neder„ „lands India Etc Etc Etc Aan zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijd„ „gebiedende Heer Den 6. februarij 1786. Insereeren Insereeren te en - 505. Den 6. februarij 1786. te deezer kuste, dat zy door den aller ruineusten oorlog, en de daar uijt onstaa„ „ne rampen, in de deplorabelste omstan„ „digheeden zijn verseerende aangezien zij ruim vier Jaaren, een ieder in 't bijzonder, van zijn emplooij verstooken en zonder het minste te kunnen ge„ „winnen, zig met het gering onderhoud, het welk de engelschen hen in de krijgsgevangenschap een tijd lang heb„ „ben gelieven toe te voegen, gantsch be„ „krompen hebben moeten geneeven en door hun geduureg omswerven bij na hunne geheele bezittingen hebben moeten verteeren Dat daar en booven Verscheijdene van hen door het wegneemen van het schip Canaan in de baaij van Trinkonomale, en door het ver„ „overen van die plaats zeer aan„ „zienlijke zommen gelds hebben Den 6. februarij 1786 „verlooren, bedraagende dezelve al„ „leen van 't post Comptoir van voorm bodem een exorbitant Capitaal van Rd. s 9600r zonder te reekenen, het welk nog particulier in dien Kiel voor de kustelingen was afgestooken In dit verlies hebben wel de Ar„ „meensche kooplieden zoo te nagap:n als te Madras woonagtig, moeten par„ „ticipeeren, egter zijn er veele Ja de meeste van hen zoo gelukkig geweest, een gedeelte van hunne verloorene gel„ „den weeder te moogen recouvreeren, waar en teegen de supplianten niets van het haare hebben moegen te rug erlangen. De needrige verthooners zullen uw Hoog Edelheedens gevenereerde attentie niet ophouden met het akelig verhaal der onzaggelijkste hongersnood, en de allereijselijkste verlooren gevolgen 503½ Den 6. februarij 1786. gevolgen van dien, waar inne de meeste der onderdanige supplianten hebben moe„ „ten deelen, maar avanceeren dit eenelijk om uw Hoog Edelheedens slegts een schets te geeven van de nijpende toestand, waarinne zij zig als nog bevinden In hoope en goede verwagting; dat uw Hoog Edelheedens der nedrige suppli„ „anten hunne geleedene schadens en uijt„ „gestaane ongemakken en elenden met een oog van ontferming zullen gelieven te beschouwen, zo nemen ze dan ook de vrij„ „moedigheijd zig tot uw Hoog Edelheedens te wenden, met de moedig beide, dat hoogst dezelve gratieuselijk moge behaagen hen te libereeren van de bepaalde re„ „cognitie van 20 prC=to op de lijwaaten die zig wanneer de tijden beeter en voor„ „deeliger werden in den volgtyd van hier na Batavia mogten komen te zenden, dan wel daar omtrend eene zodanige moderatie te maaken, waar door de Supplianten ten minsten eene soula Den 6. februarij 1786 zouden kunnen genieten, en hoope hebben om hunne vervallene zaa„ „ken door den tyd te herstellen /on„ derstond:/ 'T welk Doende Etc Etc: Aldus Gedaan en gearres¬ „teerd in 't Fort Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ Als verren /: Excep„ „to:/ M=s Stoffenberg Accordeert. AV: Kass EEG Clercq: zouden I: L: B eggle Gecolationeerd