VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3719

Coromandel · 314 pages · 65 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3719_0199 view scan ↗

English

281. 11 October 1785. 11 October 1785. and to have them also reimbursed for all their previously enjoyed emoluments from the time they had to forgo them: it was therefore understood, at the request of the Governor, to represent in his name in the outgoing letter to Their High Nobilities that the enjoyment of his emoluments, which as head roughly amounted to only 106 florins per year above his salary, was all too meager to have been able to subsist on according to his rank in those disastrous times, with the request, therefore, that he and the Secunde de Ravallet proportionally, above their salary and those emoluments, be favorably granted a more sufficient annual sum for the time they were prisoners of war, in order to somewhat compensate them for the heavy expenses they necessarily had to incur for their honorable subsistence. Although this Council, through the arrival of merchandise 283. 11 October 1785. 11 October 1785 continued and some cash with the ships Both and Castor, has been placed sufficiently in a position to be able to pay the arrears of salaries and debts in accordance with the respected instructions of the Ceylon ministers, it was nevertheless resolved to mention in the outgoing letter to Batavia that one must attest with the greatest regret the apprehension that these goods will provide no means for this; and will be able to serve even less for the continuation of the collection, because since the arrival of this merchandise nothing of note could be sold here, further demonstrating that all that was turned over consists of: 15¼ lb cloves 45½ lb nutmegs 15 7/8 lb mace — 1/8 lb cinnamon 4646 lb sugar 192 lb iron 18800 lb rice 285 11 October 1785 continued And further mentioning that for the rest there is just as little demand as if there were no goods on hand here, and one has therefore already been in the utmost embarrassment regarding cash for the household. That the collection cannot be started at all without cash, which is not on hand here and cannot be obtained from sales. That it is not even likely that one will be able to advance trade goods for the delivery of piece goods, because this may only be done at the fixed prices; together with the further addition that, since these prices are now unattainable, it is indeed as notorious as it is natural that the merchants, even if they were willing to take spices and copper, would calculate their loss on those goods into the piece goods they deliver. And since these have already become so expensive that even with a generous provision in cash some increase will have to be consented to, 287. 11 October 1785 11 October 1785. they would cost the Company far too much to yield a profit in the Netherlands or the Indies that would be worth the trouble, expenses, and risk. And that thus the only hope this Council has of being able to make a start with it rests upon the promises of the Ceylon ministry to provide this coast with more cash in proportion as it is brought to that island from elsewhere. As certainly, as the Ceylon ministers note, it is of great importance to the Company to know how much it lost at the surrender of Nagapatnam to the English, and that it should know the same as soon as possible, it was resolved and decided after deliberation to commission for this investigation the junior merchant and warehouse keeper F. W. Bloeme, who is still 289. 11 October 1785 11 October 1785 continued at Nagapatnam, together with the bookkeeper and former adigaar of the villages Johannes Scheuneman, who is therefore hereby permitted to go back to Nagapatnam, where all remaining papers and books necessary for the investigation have remained up to now, with orders to them to continue and balance the Nagapatnam trade books there as far as possible. And since during the balancing of those books they will also be best able to investigate various accounts of the creditors of the Company specifically stated in the Ceylon letter of 30 June, they are subsequently to draw up as accurate a damage account as possible of what the Company actually lost at the surrender of Nagapatnam.

Dutch transcription

281. Den 11e October 1785. Den 11=e October 1785: kender montant toeteligeen wat beslote is H: H: Pas b Getuigen omtrend de aangebragte 800pmans hadden, en aan Hun teffens te laaten vergoeden alle Hunne be„ „voorens genootene emolumenten seedert dat sij dit hadden moelen versoek om haar een toerij missen: zoo is, op verzoek van den Heer gesaghebber verstaan, hier omtrend bij den afgaanden brief aan Hunne Hoog Edelheeden uit zijnen naam te represen„ „teeren, dat het genot sijner emo„ lumenten, die als opperhoofd 's jaars grosso mode maar be„ draagen hebben per/o 106. /. boven zijne gage. al te sober is, om daar voor na sijn Tarader in die rampspoedige tijden te heb„ ben kunnen bestaan, met ver„ soek derhalven om hem, en den Secunde de Ravallet na rato, boven hunne gage en die emolumen„ „ten, goedgunstiglijk en voor den tijd dat sij krijgsgevangenen ge„ „weest sijn, een Jaarlijks tantum meer toerijstende, toe te leggen om hun daar door eenigzints te gemoete te komen in de swaare ongelden die zy voor hun eerlijk bestaan nood „wendig hebben moeten doen Schoon deesen Raade, door den aanbreng van Noepmanschappen die en en 283. Den 11' October 1785: Den 11e October 1785 vervolg en eenige contanten met de scheepen de Both en de Castor, genoegzaam in staat gesteld is om volgens het geeerd aanschrij„ „ven Der Ceylons che Ministers te kunnen voldoen, de agterstal„ „lige gagien en schulden, zoo is egter verslaan, daaromtrend bij den afgaande brief na Batavia aan te haalen, dat men met het gerivenst leed„ „weesen betuigen moet, de be„ dugting die meer heeft dat dee koopmanschappen daar toe geen middel aan de hand sullen geeven; en nog veel minder sullen kunnen dienen tot voortzetting van den insaam uit hoofde hier zeedert den aanbreng deeser koop „manschappen nog niets naam, „waardigst heeft kunnen werden hoe veelen sedert van verkog verkogt onder vertooning verder dat al het omgesette bestaat in 15¼. lb nagulen 45½ „ nooten 15 7/8 „ foelij. — 1/8 „ Ganiel 4646. — „ suijker 192. - „ ijzer 18800. „ ryst geeven En 70 zyn 285 Den 11 October 1785 wijnige navrage na de res„ steerende Cooppmansz: ten eenemal stel„ non apparentie om handel whaaren op leverantie van lijwaaten te verstrekken vervolg En aanhaaling wijders, dat na de rest even zoo wijnig na vraag is, als of hier geen goede„ ven aan handen waaren en men daarom reets in de uijtterste verleegendheyd geweest is, om Contanten voor de huijshou„ Den insaam staat daar door ding. Dat den inzaam in't geheel niet kan begonnen wor den sonder Contanten, die hier niet aan handen zijn, en uyt den verkoop niet sijn te haalen Dat het selfs niet appa„ „rent is dat men handelwharen op leverantie van Lijwaten sal Den 11e October 1785 kunnen vooruijt verstrekken, uijt hoofde dit niet gischieden mag als, teegen de gefixeerde prijsen; mits„ gaders bevoeging verder, dat daar die nu niet te behaalen zijn, het immers so notoir als natuurlijk is, dat de kooplieden soo sij al specerijen en kooper wilden nee„ „men, hun verlies op die whaaren, souden bereekenen op de lijwaaten die sij leverden En nadien die reets soo seer verduurt zijn, dat men zelfs bij ruime ver„ strekking in contant eenige verhooging sal dienen in te wil„ kunnen/ ligen 287. Den 11 October 1785 Den 11 October 1785. welke hoofde men egter op de belofte van Ceilon heeft daar van aan Bloeme en Schuneman op te dragen hoe veel de Compe by Na„ gapn verlooren heeft ligen, deselve voor de maatschap „pij veel te Hoog zoude komen te staan om een voordeel dat der moeijte, onkosten en resioo waart soude zijn, in nederland of india aftewerpen En dat dus de eenigste hoop die deesen Raade heeft van daar meede een begin te sullen kunnen maaken be„ „rust in de beloften van het Ceilons ministerie om deese kust met meerder Contanten te zullen voorsien naar maate die daar ten eijlanden van elders sullen worden aangebragt Daar seekerlijk gelijk de Ceij„ „lonsche ministers aanmerken der maatschappij grootelijks ge„ leegen is, aan de Nennes, hoe zeer zij bij het overgaan van Nagapatnam aan de Engel„ schen verlooren heeft, en dat zij het zelve sor spoedig mo„ is beslooten het onderzoek gelijk weete soo is na delibe„ „ratie goedgevonden en ver„ staan tot het doen van dit ondersoek te committeeren den onderkoopman en Fartuur„ houder F= w: Bloeme, welke zig elders nog 289. Den 11=e October 1785 Den 11 October 1785 vervolg zo meede de reek der credi„ teuren van de Comp: nog te Nagapatnam bevind neevens den boekhouder en ge„ „weesen adigaar der dorpen Jo„ „hannes Scheuneman, die der„ „halven bij deesen gepermitteerd word om weeder te rug na Naga„ „patnam te gaan, alwaar alle overgebleve papieren en boeken tot ondersoek noedig tot nog toe verblieven zijn met last aan de selve om aldaar de Nagapat„ „namsche Negotie berken voor soo ver als mogelijk is te vervolgen en effen te stel„ „len, ten einde daar uijt En nadien zij onder het opmaa„ ken van die boeken ook het best in staad sullen zijn ondersoek te doen na verscheide bij deese Resolutie, dog in den Ceijlontchin brief van den 30' Iunij, Speificq opgegeve rekeningen der Credi„ teeren van de Compagnie is vervolgens soo naukeurig mo„ gelijk een schaade reekening op te maken van het geen de maatschappij reëël verlooren heeft, bij de overgave van Na„ gapatnam vervolgens almeede

NL-HaNA_1.04.02_3719_0204 view scan ↗

English

291. 11 October 1785 11th October 1785 Coromandel allocated remitted from Ceylon the remainder is entered for reference, half of what was collected at Batavia etcetera is Coromandel likewise understood, with the handing over of the papers relevant thereto in so far as they are available here, this investigation at least, in so far as it may serve for greater elucidation of the final settlement that shall take place here, also to be assigned to them with the recommendation to be particularly attentive also to the state of the Orphan Chamber and the Diaconate Fund. Of the considerable amount of rds 15701:26. —: collected at Batavia, Bantam, Cheribon, and Samarang for the persons impoverished by the war on this coast, at Trincomalee, and Tuticorin, half, or rds 7850. 37- having been allocated to Nagapatnam by the Ceylon ministry, of which sum there has already been remitted from Ceylon to the missionary Gericke and the Nagapatnam Church Council rds 2750. so, because the remaining amount of rds 5100: 37- amount now 293. 11th October 1785 11th October 1785: to carry out the same in good conscience thanking now having been credited here from Ceylon for reference, it is approved and resolved to make a distribution thereof in good conscience shortly, among the Company's servants and inhabitants impoverished by the war at all the offices of the Company on this coast, and meanwhile, in the letter now being dispatched, to thank Their High Noble Excellencies wholeheartedly on behalf of all those unfortunates for the aforesaid considerable assistance, affirming that they owe it solely to the paternal care of Their High Excellencies. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid: /:signed:/ Wm Blaaukamer, N:s Tadama, and Mr Steffenberg, dempto Joan Daniel Simons. the Monday 295. 17 October 1785: resumption of a prepared letter to Batavia to be sent to Their High Noble Excellencies Monday the 17th October 1785 at 10 o'clock in the forenoon. Council of Policy All present In conformity with the tenor of the business conducted on the 11th of this month concerning the restoration of the Company's offices on this coast, prepared by order and under the higher supervision of the Lord Director, and today submitted to the table of this Council for resumption, a general description of the provisional arrangements and resolutions made and taken in that regard by this Council, most respectfully dedicated to Their High Noble Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia, after reading the said letter, it was not only approved and resolved to conform completely with its contents, but also to sign it during the sitting, so that it can be sent to Batavia with the ship the Castor. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid /:signed:/ as before. resolutions 297 4 November 1785 commission of the Lord Director taking of the oath by the Lord Director and the members of the Council Friday the 4th November 1785: at 10 o'clock in the forenoon Council of Policy All Present presentation of the commission by His Honour to take the oath sworn by the members of the Council After the saying of the prayer, the Lord Director Willem Blaaukamer submitted to the table of this Council the commission granted by Their High Noble Excellencies, the Noble High Indian Government at Batavia, on 29 April of this year to His Honour as Director in the Government of Coromandel, giving further notice that His Honour was now prepared to take the oath designated for a head ruler in that capacity into the hands of the Chief Administrator Nicolaas Tadama. And hereupon, the prescribed commission having been read to the Council, the Lord Director took into the hands of the Chief Administrator Nicolaas Tadama the oath designated for a head ruler; and also to swear in the respective members, and that in conformity with the forms recently received thereof from Nagapatnam, upon which the previous chief rulers and the members of the Political Council were sworn in, 299. 4th November 1785. 4th November 1785. Simons, Hasz, Duijneveld, decision to give notice hereof to the Colleges after which the respective members, one by one, took into His Honour's hands the customary oath of loyalty and obedience ordained for the members of the Council of Policy, whereof it is understood to keep a record by this entry. Likewise by the fiscal, secretary of Justice, secretary of Likewise it is understood to record by this entry that the Merchant Mr Joan Daniel Simons as Fiscal, the Bookkeeper Jan Joachim Hasz as First Sworn Clerk of Policy and Secretary of Justice, and the Bookkeeper Simon Duijneveld as Secretary of the Orphan Chamber, have properly taken into the hands of the Lord Director the oath designated for their respective offices. And communication hereof shall be given by extract of this to the Council of Justice and the aforesaid Orphan Chamber as soon as those Colleges shall have been established here, to serve for information. Subsequently, upon the proposal of

Dutch transcription

291. Den 11 October 1785 Den 11e October 1785 0 Cormandel toegedrelt Ceiloos over gemaakt is de rest is per memorie aangereekend, de helfte van het gecollec„ teerde te batavia etc=a is Cormandel almeede verstaan onder ter hand stelling van de daar toe lijdende papieren voor zoo ver die hier aanhanden sijn, dit ondersoek ten minsten voor soo veel sal kunnen die„ nen, tot meerder elucidatie van het finaale dat hier geschie den sal, hun ook op te drag„ gen onder recommandatie om voor al ook attent te zijn op den staat van de wees„ „kamer en diaconij Cas Van het aansienlijk montant van rd:s 15701:26. —: op Batavia, Bantam Che„ „ribon, en Samarang gecol„ „licteerd voor de door den oorlog verarmde persoonen op die„ se kust, te Trinconomale, en Tutucorijn, door het Ceilons menisterie Nagapm de helft of rd„s 7850. 37- toegedeeld zijn, hoe veel daar van rids van de, en van welke som bereeds van Ceilons aan den mesionaris Gerike en den Nagapatnam. schen Kerkenraad Overgemaakt. geworden is rds 2750. zoo is wijl het overige bedraagen of rds 100: 37- montant tans 293. Den 11e October 1785 Den 11=e October 1785: zelve na gemoede te doen geschieden bedaan kin tans per memorie van Cei„ „len herwaards ten goeden gebragt is, goedgevonden en ver„ staan daar van eerstdaags na besluit de uitdeeling der„ gemoede uijtdeeling te doen onder de door den oorlog ver„ armde 'sCompagnies die „naaren en ingeseetenen op alle de Comptoiren van de Compagnie te deeser kuste en ondertusschen bij den tans en H: H. E8. daar voor 2e afgaanden brief Hunne Hoog Edelheeden hartgrondig te bedanken uijt naam van alle die ongelukkigen voor Aldus Gedaan en Ge¬ arresteerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ W:m Blaau„ Kamer, N:s Tadama, en M=r Steffenberg, dem pto Joan Daniel Simons de voorsz aansienlijke assistentie onder betuiging dat zij die alleen aan de vaderlijke sorge van Hoog dezelve te danken hebben. de Maandag 295. Den 17: October 1785: resumptie van een inge„ rudheid gebragte brief aan HE: H: Ed: ter na Batavia te zenden Maandag den 17:. october 1785 's voormiddags om 10. uure. Vergadering van Politie Alle present Conform den teneur, der op den 11. deezer maand gehoudene besoigne over de herstelling der Comptoi„ „ren van de Compagnie ter deeser neeste, op ordre en onder het hoo„ ger opzigt van den Heer gezag„ hebber ingereedheid gebragt, en lieden ter tafel van deezen raade ter resumptie overgelegd zijnde, een generaale beschrijving van de provisioneele schikkinge en besluiten daar omtrent door deezen Raade gemaakt en genomen, aller eerbiedigst gedediceerd, aan Hunne Hoog Edelheden de Edele Hooge in„ diasche regeering te Batavia, zevt besluit de zelve per de Cas, is na rectuure van den gemelde missive, niet alleen goedgevonden en verstaan zig met dies inhoud volkomen te Conformeeren, maar hem ook staande vergadering te te„ „kenen, om met het schip de Castor na Batavia gezonden te kunnen worden Aldus Gedaan en gearresteerd In het Casteel Peldria te Palle„ acatta dato voorsz /:geteekend/ als vooren besluijten 297 Den 4 Dovember 1785 missie van den Heer gesagheb ber door zijn Ed: om den eed te doen „gedaanen eed door den Heer gesaghebber en de leiden Raad Vrijdag den 4. November 1785: 's voormiddags te 10. uuren Vergadering van Politie alle Present overlegging van de Comn: Da het doen van het Gebed is deor den Heer gezaghebber Willem Blaau„ „namen ter tafel van deezen raade. overgelegd, de Commissie, door Hunne Hoog Edelheden, de Edele Hooge in„ diasche Regeering te Batavia op den 29 April deezes Jaars aan zyn Ed als gezaghebber, in het Gouvernement van Chormandel betuigde bereijdwillighijd verleend, onder te kenne geeving verder, dat zijn Ed: tans bereijd was, in die qualiteit in handen En hier op de voorschreeve Commis„ sie den Raade voorgelezen zijnde, is door den Heer gezaghebber aan handen van den Hoofd admini„ strateur Nicolaas Padama ge„ presteerd, den Eed voor een hoofd„ van den Raad af te leggen. den „stin door de leden van den Eed daar op beraamd; mitsgaders de respective leeden te beeedigen; en zulks Conform de daar van in Jongst van Nagapatnam ontvange formulieren, waar op de voorige Hoofd gebieders, en de Leden van den poli„ ticquen Raad in eed zijn opgenomen van gebieder 299. Den 4:' November 1785. Den 4e November 1785. Simons, Hast, Duijneviel, besluijt hier van aan de Collegien kennisse te geeven gebieder beraamd, waarna de res„ sective Leden, hoofd voor hoofd aan handen zijn Ed Agtbaare hebben gepresteerd den gewoonen Eed van P trouwe en obedientie, voor de Leden van den Raad van politie geem neerd waar van verstaan is bij deezen notitie te houden zoo meede door den fiscaal Desgelijks is verstaan bij deezen te noteeren, dat den koopman til=r Joan Daniel Simons als fiskaal, den Boekhouder Jan Joachim Hasz als Eerste ge„ swoere klerk van politie en En zal hier van bij Extract deezes commetnicatie gegeven wor„ den aan den Raad van Justitie, en de weeskamer voornoemd, zoo dra die Collegien hier zullen weezen: opgerigt, om tot narigt te kunnen Strekken Vervolgens is op de propositie secretaris van Justitie; en den boek„ houder Simon Duijnevell als se„ Cretaris van de weeskamer, in han¬ den van den Heer gezaghebber be„ hoorlijk hebben gepresteerd; de Eed op hunne respective ampten beraamd Secretaris van

NL-HaNA_1.04.02_3719_0209 view scan ↗

English

301. The 4th November 1784 The 4th November 1785. Master Geeke as member of the political council composed to be, new Secretary Brouwer election of the mintmaster From the Gentleman Administrator, approved and understood to elect as Member of this assembly the junior merchant, Mintmaster and dispenser Pieter Willem Geeke, to take his seat next to or below the invoice keeper Fredrik Willem Bloeme. How the council should Thus this assembly, when the members Bloeme and Geeke still at Nagapatnam shall have arrived hither, will be composed of the Gentleman Administrator, The Honorable Chief Administrator Fadama, Titular Merchant and Fiscal Simons, The titular Merchant and Warehouse Master Stoffenberg, Junior Merchant and invoice keeper Bloeme, Ditto and mintmaster Pecke, and Titular Junior Merchant and Secretary Brouwer. Oath taken by the gentleman The pay bookkeeper Broerius Brouwer, elected on the 11th of October last as secretary of policy and Cashier, now having appeared in the assembly upon the convocation of the Gentleman Administrator, and having taken at the hands of His Honor the oath issued for a secretary and Member of Policy, it is not only understood 303. The 4th November 1785 The 4th November 1785. Remark on the establishment of the Court of Justice continuation understood to keep note thereof herewith, but also to record that thereafter, upon the direction of the Gentleman Administrator, the said Secretary Brouwer took session and seat in the assembly of policy, next to or below the chair arranged for the Mintmaster Geeke. Whereas at Palleacatta the main office of the Company on this Coast is now established, the necessity was remarked by the Gentleman Administrator and the Members of this assembly to establish a Court of Justice here, just as was the case at Nagapatnam, in order that short and proper justice might be administered to everyone, according to the laws issued or yet to be issued by Their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands, the High Noble, Highly Esteemed Gentlemen Directors of the Dutch Chartered East India Company, and Their High Nobilities, the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Netherlands Indies: whereupon after deliberation it was approved and understood to elect as President and Members of the Esteemed Court of Justice here: As President, the Honorable Chief Administrator Nicolaas Sadama, etc.; Members: the titular merchant and Fiscal Joan Daniel Simons, Titular Merchant and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, Captain Lieutenant Jan Joachim Winkelmans, Junior Merchant Philippus Hendrik Heshusius, The pay bookkeeper Simon Duijnevelt, and The bookkeeper and ordinary commissioner in the warehouses Isaac Vrijmoet. Request made by the gentleman A request having now been made by the elders Joan Daniel Simons and Broerius Brouwer, together with the deacon Jan Joachim Hasz as Members of the Nagapatnam Church Council, by a Request now submitted, that the remaining balance of the monies collected at Batavia, Java, Cheribon and Bantam for the servants on this coast impoverished by the war, amounting to the aforesaid remaining Rijksdaalders 5100. 37. -, might be disbursed to the diaconate cash of this government, 305. The 4th November 1785 The 4th November 1785. The members of that College Council to request account of the collected monies at Batavia, etc., of the monies already received and to make the administrators give security Election of the president and it was approved and understood, prior to disposing of this request, to demand accounting and justification from the Nagapatnam church council regarding the distribution among the impoverished servants of the Company, etc., of a sum of Rds 2750:— previously remitted for that purpose from Colombo to the Missionary Geerse and the Nagapatnam Church Council. to the offices Whereas through the re-establishment of all the offices of the Company on this coast, it has again become necessary, just as before, that all servants of the Company, from the Gentleman Administrator down to the least who has any administration, anew furnish security for their service, and that up to such a sum as has been determined by Their High Nobilities the Noble High Indies Government, with which order in this regard it was after deliberation approved and understood to issue the necessary order at this headquarters, as well as to command it to the respective out-offices, under instruction to promptly comply therewith. 307. The 4th November 1785 The 4th November 1785. Star Pagodas for the benefit of the Company Withholding of certain 2440 Star Pagodas Pursuant to the resolution of this Table of the 27th September last, to negotiate 5000 Star Pagodas due to lack of money to settle the daily expenses, a sum of Two thousand one hundred and forty Star Pagodas having been retained for the account of the Company by the Gentleman Administrator, paid over to His Right Honorable by the Captain of the ship the Castor, Otto de Freijn, in satisfaction of a certain bottomry bond executed at Batavia for the benefit of the bookkeepers Jan Willem Luijken and Philippus Jacobus Dormeeux as Executors in the estate of the late widow Verweij and against the highest interest, it was after deliberation approved and understood to conform with the aforesaid retention of two thousand one hundred and forty Star Pagodas, and the receipt thereof by the Gentleman Administrator.

Dutch transcription

301. Den 4' November 1784 Den 4=e November 1785. ster geeke tot lid van den politicquen raad gecomponeerd weezen, wen Secretaris Brouwer eictie van den muntmu„ van den Heer gezaghebber, goed ge„ „vonden en verstaan tot Led deezer vergadering te eligeeren den onder „koopman Muntmeester en des„ pencier Pieter Willem Geeke, om plaats te neemen naast of beneeden den factuurhouder Fre drik Willem Bloeme hoedanig den raad zoude Dus deze vergadering wanneer de nog te Nagap=n zijnde Leeden Bloeme en Geeke herwaards zullen zijn gekomen zal gecomponeerd wezen door den Heer gezaghebber Den E: Hoofd administrateur Fadama „ tit Koopman en fiscaal Simons Den lit Koopman en Pakhuyswees ter Stoffenberg onderkoopm en factuurhouder Bloeme d„o en munsmeester Pecke en lit=r onderkoopman en Sec=s Brouwer gedaanen eed door den neer Dden op den 11. october Jongslie den, tot secretaris van politie en Nassier g'eligeerden soldij boek„ „houder Broerius Brouwer, tans op de Convocatie van den Heer gezaghebber in vergadering ver„ scheenen, en aan handen van zyn Ed. afgelegd hebbende, den Eed voor een secretaris en Lid van Politie geëmaneerd, zoo is niet alleen den verslaan 303. Den 4. November 1785 Den 4. November 1785. remarque ter opregting van den raad van Justitie vervolg verstaan daar van bij deezen aan „teekening te houden, maar ook te noteeren, dat daarna, op aan „wijzing van den Heer gezagheb„ ber, door gemelde Secretaris, Brou „wer in vergadering van politie Zitting en plaats genomen is, naast of beneeden den stoel voor den Muntmeester Geeke geschikt Deweijl op Palleacatta tans opgeregt is het hooft comptoir van de Compagnie ter deezer Muste, zoo is door den Heer ge„ „zaghebber en de Leden deezer vergaderinge geremarqueerd, de noodzakelijkheid om alhier gelyk op Nagapatnam plaats gehad heeft, ook een raad van Justitie op„ te regten, ten einde aan een ieder sort en goedregt, zoude kunnen werden op administreert, na de wet„ „ten bij Hunne Hoogmogende de Heeren Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden de Hoog Edele Hoog Agtb Heeren be„ „windhebberen van de Nederland„ sche g'octroijeerde Oost Jndische Compagnie, en Hunne Hoog Edel„ heden, den Heer gouverneur Generaal en de Heeren Raaden noodzakelijk: van 305. Den 4e November 1785 Den 4. November 1785. de leeden van dat Colligie verraad om de gecollecteerde gelden, te Batavia & e van Nederlandsch Jn die geemaneerd electie van den president en of nog te emaneeren: waar op na deliberatie goedgevonden en verstaan is, tot president en Leeden van den Agtb Raad van Justitie al hier te eligeeren; als Tot president den E: Hoofd administra„ teur Nicolaas Sadama &: leden den koopman titulair en Fuscaal Joan Daniel Simons Koopman tetr en Pakhuismeester Martinus Stoffenberg Capitain Luitenant Jan Joachim Winkelmans onderkoopman Philippus Hen„ drik Heshusius Den soldij boekhouder Simon Duijne„ velt, en Den boekhouder en ord:r gecomm in de Pakhuisen Isaac vrijmoet. gedaan versoek, door den her Door de ouderlingen Joan Daniel Simons en Broerius Brouwer, mitsgaders den diacon Jan Joachim„ Hasz als Leden van den Naga„ pamnamschen Kerkenraad, bij een tans ingediend Request, verzoek gedaan zijnde, dat aan de diacony Casse van dit gouvernement, mogt worden uijtgekeert, het restand der op Batavia, Iava, Cheribon en Bantam, gecollecteerde penningen den Voor „ 307. Den 4. November 1785 Den 4:' November 1785. van de reeds ontvangene gelden en de administrateurs Cautie te doen stellen na de Comptoiren voor de door den oorlog verarmde Dienaaren ter deezer kuste bedraa gende het voorschreeve restant rijks„ besluit reek: te vorderen daald=s 5100. 37. - zoo is, alvoorens op dit verzoek te disponeeren, goed„ gevonden en verstaan van den Na¬ „gappatnamschen kerkenraad rec„ „kening en verantwoerding te vor„ deren weg=s het distribueeren on„ der Compe verarmde Dienaaren ensz van eene somme van Rd=s 2750:— bevoorens van Co„ 6. „ „lombo, aan den Missionaris Geer„ se en den Nagapatnamschin Kerkenraad ten dien eijnde over„ gemaakt Aalzoo door de herstelling van alle de Comptoiren van de Compag„ Ct. nie op deeze kust, het weder gelijk bevorens noodzakelijk geworden is, dat alle de Dienaaren van de Com„ „pagnie, van den Heer gezagheb„ ber af tot den minste toe, die maar eenige Administratie heeft, op nieuw borg stelle voor zijnen dienst, en dat tot zodanig eene 2 Somma als door Hunne Hoog 3„ Edelheden de Edele Hooge Jndi„ „asche Regeering is bepaald met welken last dierwegens zoo is na deliberatie, goedgevonden en verstaan, daar toe de noedige Alzoo ordre vSlngelandt 309 Den 4. November 1785. Den 4 November 1785. ster paeg. s ten behoeve van de Compe ordre ter deezer hoofdplaatsch te stellen, mitsgaders het na de respective buitencomptoiren te gelasten, onder aanschrijving om daar aan prompt te voldoen aanhonding van ziekere 2440: Ingevolge het besluit deezer Tafel van den 27 September J=o leeden, om uit hoefde van ge„ brek aan geld tot goedmaking van de dagelijksche ongelden 5000. ster pagoden te negotieeren, door den Heer gezaghebber voor reeke„ „ning van de Comp=e aange„ houden zijnde Eene somma van Tweeduizend een honderd en veer„ „tig ster pagoden, door de Capitain van het schip de Castor otto de Freijn aan zijn wel Ed Agtb: afgelegt in voldoening van zekere bodemarij obligatie op Batavia gepasseerd ten behoeven van de boek„ houders Jan Willem Luijken en Philippus Jacobus Dormeeux als Executeurs in den boedel van wijlen en tegens hoedre intressde wedurwe verweij. zoo is na deli„ „beratie goedgevonden en verstaan zig met de voorschreeve aanhouding van twee duizend Een honderd en veertig ster pagoden te Conformeeren mitsga„ ders het daar van door den Heer van Van gezaghebber pit

NL-HaNA_1.04.02_3719_0214 view scan ↗

English

The 4th of November 1785. The 4th of November 1785. Production of a letter from the Sadraspatnam Chief Van Bylandt. Continuation. to approve hereby the certificate granted by the Governor and Chief Administrator under the end of October last, at the interest of 3/4 per cent per month. There was produced and read in the meeting by the Governor a missive written to this Council on the 30th of October last by the Chief of Sadraspatnam, the titular Merchant Willem Hendrik van Bylandt, serving in response to their letter of the 26th prior, which contained communication of the request made by the Ceylon Ministers to this Council by letter of the 4th of September of this year, to receive from the said Van Bylandt a sum of twenty-five thousand rupees to be kept here at the disposal of Mr. Louis Monron; so it is, without expressing oneself in any way on the contents of the said missive, after deliberation approved and agreed not to interfere further with that matter, which is strictly private and also considered as such by the Chief Van Bylandt, except insofar as he might in the course of time come to offer any cash in payment of his debt to Mr. Monron, which shall then be set aside here in the Company treasury at the disposal of the said gentleman; but meanwhile, according to the request of the said Chief Van Bylandt, to send his aforementioned missive together with the enclosures shortly in original to Ceylon, after an authentic copy thereof shall first have been taken here. The first installment of the lease money that the Company pays annually for Sadras to the Nabob Mahomed Ali Khan, to the amount of 1333 1/3 Pardaus or 13333 1/3 Alamgir fanams, amounting to 700 Star Pagodas, having now expired; so it is, on the proposal of the Governor, approved and agreed to send by the land route to Sadras a sum of 700 Star Pagodas, with orders to the Chief Van Bylandt to satisfy therewith the aforementioned first installment of the lease money of Sadras to the horseman whom the Nabob, according to custom, shall send for it, and to retain the remainder to cover daily expenses. Bookkeeper Frans Rousseau, having formerly been scribe of Pulicat, having obtained a promise before his departure from here to Sadras to be appointed as Scribe of Sadras, so it is, on the proposal of the Governor, approved and agreed to let him function again as scribe at Sadras upon his oath previously taken, but with his currently earned salary and emoluments; as well as to hold, and cause to be held, as lawful and valid, both in matters of justice and outside thereof, all acts and other notarial instruments that he may have already executed at Sadras before the date of this; and this on the grounds that he departed thither on that promise and has already functioned as scribe according to the advice of the Chief. The Governor having sold, subject to the approval of this meeting, to the native Annam Boddelij, the arrack still on hand here to the quantity of 223 leagers, brought from the cargo by the ships De Both and De Castor, and that for 26 Star Pagodas per leager, also on the condition that upon the delivery, which shall take place on the 10th of this month, 3000 Star Pagodas, and the remainder under the end of December next, shall be paid; so it is, in consideration of the bad condition of the leagers, especially those of De Both, of which three have already burst, and in consideration that for the present, neither at Madras nor anywhere else on this coast, will any higher price be paid for that liquor, approved and agreed to fully confirm the aforementioned sale, although yielding an advance of only 18 percent for the Company. Of the Company Malays taken prisoner of war in the late war with England, both at Nagapattinam and Trincomalee, having returned from Madras provided with proper passports: 1 Captain, 1 Lieutenant, 2 Ensigns, 3 Sergeants, 2 Corporals, and 33 Privates; so it is, upon their earnest request made thereto, and in consideration of their impoverished condition, approved and agreed to readmit them into the Company's service at their former pay, namely a Captain for 10 Pagodas, a Lieutenant for 6 Pagodas, an Ensign for 4 Pagodas, a Sergeant for 2 1/2 Pagodas, a Corporal for 2, and the Privates for 1 1/2 Pagodas per month, commencing the first of October, or from the day that they arrived here. Yet because the Corporals and soldiers

Dutch transcription

301 Den 4. November 1785. Den 4. November 1785. productie eener brief van het Sadrasp: opperhoofd van Bijland vervolg gezaghebber en Hoofd administra„ „teur onder ultimo october Jongstlee„ „ den verleend bewijs, tegen den intrest van /¾. p„r Cento in de maand, bij deezen te approbeeren Door den Heer gezaghebber is ter vergadering geproduceerd en gelee„ „zen een missive door het opperhoop van Sadraspatnam, den koop„ man titulaer Willem Hendrik van Bijland, op den 30. octo„ ber Jongstleeden aan deezen Raade geschreeven, dienende in antwoord op haaren brief van den 26. bevoorens, die Communacatie behelsde van het verzoek der Eijlonsche Ministers bij brief van den 4. september dee„ zes Jaars aan deezen Raade ge¬ daan, om van gemelden van Bijland te ontfangen eene Som„ ma van vijfentwintig duizend ropijen om alhier ter dispositie van den Heer Louis Monron bewaard te worden, zoo is, zonder zig over„ den inhoud van gemelde missive eenigzins uit te laaten, na deli„ „beratie goedgevonden en verstaan„ zig met die zaak, die volstrekt particúlier is, en door het opperhoofd En Communicatie van 313. Den 4 November 1785 Den 4. November 1785. vervolg waards te zenden remarque ter voldoening der pagt penn voor Padras van Byland ook als zodanig word aangezien, niet verder te bemoeijen dan voor zoo ver hij in vervolg 3 van tyd eenige contanten in vol„ doening van zijn debet aan de Heer Monron mogt komen. aan te bleden, die als dan in com„ „pagnies geld Nasse ter dispo„ sitie van gemelden Heer alhier zullen werden geseponeerd; dog ondertusschen volgens verzoek van het gemelde opperhoofd van Bijland zijne voor„ schreeve missive nevens de bijlaagen eerstdaags in originali„ na Ceilon te zenden, na dat daar van alvoorens alhier zal geno„ „men zijn, Copia authenticq Het eerste termijn van de pagt„ „penningen die de Compagnie Juar„ „lijks voor sadras aan den Nabab Machomet Alichan betaald, ten bedraagen van Pardaus 1333 1/3. of„ 13333 1/3. Allinghiersche fanums, beslout 700 st: paij na den tans zijnde geexpireerd: zoo is op de propositie van den Heer ge„ „zaghebber, goedgevonden en ver„ „staan over den landweg na Sa„ dras te zenden eene somme van 700. ster pagoden, „ onder aanschrij „ven aan het opperhoofd van Bijland, na en met welke last om 315. Den 4. November 1785. den soriba rousseau op zin voorigen eed te laaten fungeeren en zijne gepasseerd agtens voor valabel te horden om daar uit te voldoen, het voor„ schreeve eerste termijn der pagt penningen van Sadras, aan den Ruiter, die er den Nabab, na ge„ „woonte om zal zenden, en het overige aan te houden tot goed making van de dagelijksche on„ gelden Den Boekhouder Frans Rou „seau, bevoorens geweest zijnde soribe van Palliacatta, voor zijn vertrek van hierna sadras toezegging hebbende erlangd, om tot Scriba= van Sadras te zullen worden aangesteld, zoo is op de propositie Den 4 November 1785. van den Heer gezaghebber goedge„ „vonden en verstaan, hem op zijne bevoorens gedaanen eed maar met zijne tans winnende gagie en emolumenten, weder als scriba op Sadras te laaten fungeeren; mitsgaders alle Actens, en andere Notarieele instrumenten die hij bereeds voor dato deezes op Tadras mogt hebben gepasseerd, te zul„ len houden; en doen houden, voor wettig en valabel, zoo wel in zaake van Justitie als daar buiten en zulks uit hoofde hij op die toe„ „zegging derwaarts vertrokken is van en Een 1 387 Den 4 November 1785 Den 4. ovember 1785 223 leggers arak en voor hoe veel vervolg en bereeds volgens advies van het opperhoofd, als scriba gefungeerd heeft gedaan en verkoop van Door den Heer gezaghebber, op approbatie diezer vergadering, aan den inlander Annam Boddelij ver kogt geworden zijnde, de alhier nog aanhanden weezende arrak tot een quantiteit van 223 leggers, uit de ladinge met de scheepen De Both en de Castor aange„ bragt, en zulks voor 26. –. ster pag de legger, mitsg=s op conditie dat bij de leverancie, die den 10. deezer geschieden zal, 3000. ster pagoden, en de rest onder ultimo December aanstaande, zal werden, voldaan. zoo is, uit consideratie van den slegten toestand der leggers, voor al die van de Both; waar van er al drie gesprongen zijn, en uit aanmerking, dater voor eerst, nog op Madras, nog elders anders ter deezer Nuste, voor die drank, eenige hoogere prijs zal worden betaald, goedgevonden en verstaan zig met den voor„ schreeve verkoop, schoon maar een avrans van 18 percento. voor de Compagnie afwerpende pag: volkomen r 319. Den 4 November 1785. Den 4. November 1785. readmissie van 33. maleijers neevens haare affecieren in dienst en aan haar in steede van rijst 15 mad: J=s toe tevoegen volkomen te confirmeeren van de Compagnien Maleijers in den Jongsten oorlog met Enge„ land, zoo op Nagappatnam als Trinconomale Krijgtgevangen ge„ „maakt, van Madras, met be„ hoorlijke paspoorten voor zien te rug gekomen weezende 1. Capitein, 1. Luuitenant, 2. vaandrigs, 3. Sergeants, 2. Corporaals, & 33. gemeene zoo is op hun daar toe gedaan ernstig verzoek, en uit considera„ tie van hunne armoedigen toe„ stand goedgevonden en verstaan hun weder in compagnies dienst aan teneemen, op hun voorig trac„ „tement, als een Capt voor 10. pagoden, Een Luitenant voor 6. pag: Een vaandrig voor 4. pagoden Een sergeant voor 2½. pagoden Een Corporaal voor 2. en de gemeene voor 1½. pag 'smaands, ingaande primo october; of van den dag, dat zij alhier zijn aangekomen Dan wijl de Corporaals en ernstig soldaaten o1

NL-HaNA_1.04.02_3719_0219 view scan ↗

English

The 4th of November 1785. Promotion of 9 soldiers to assistants. Soldiers of the Malays, who, in addition to their salary, have monthly enjoyed from the Company for subsistence one parra of rice; it is thus agreed to have them provided monthly, in place of rice, in addition to their salary, with 15 Madraspatnam fanams. Upon the favorable proposal and advantageous testimony of the First Sworn Clerk of Policy Jan Joachim Hoesz, and in consideration of the more expensive way of living here compared to Nagapatnam, it is approved and agreed to promote the pen-men who previously served as cadets with soldier's pay at the secretariat there, namely: Hendrik Prins, Jan Rousseau, Jan Jacob van Oudersterp, Hendrik Richard, Jan Carel Warner, Jacobus Henricus Vrijmoet, Willem Pietersz, Jacobus Josephsz, and Gerrit Willem Cantervisscher to Junior Assistants with ƒ16 per month, on a new contract of three years, commencing on the first of this month. The 4th of November 1785. Item of 2 assistants to bookkeepers and one military writer to assistant. Inquiries made into house rents here. Likewise, upon the submitted petitions of the actual Assistants Pieter Rouwen and Simon Jacob Heijman, as well as upon that of the Military Writer Pieter Hart, it is approved and agreed, their terms of service having amply expired, to promote them: the first two to bookkeepers at ƒ30 and the latter to assistant at ƒ24 per month, on the ordinary contract, commencing on the first of this month. After these transactions were concluded, the Honorable Commander informed the meeting that, having privately inquired into the house rents of the few houses available here in Palliacatta, how he had to his astonishment found that for some as much as 12, 11, 10, 8 pagodas, and so forth per month was asked, and that the very meanest, which could not be called much more than huts, were rented out for 2, 2½, and 3 pagodas, although there was scarcely room enough found in them for the placement of a table and an ordinary bed, and that all these houses and cottages were found to be mostly dilapidated, at least deficient in flat roofs, roofs, windows, and doors, which latter are even lacking in some, whereby substantial repairs had to be done to them, which could not be done without having workmen come from Madras, and which repairs, added to the knowledge of our need for houses, made the owners, who are mostly Moors, intractable to all remonstrances; which it is easily foreseen that they will become even more so after the arrival of the Servants in the upcoming year from Nagapatnam. His Honor also gave notice that the complaints of the Servants already present daily came before him, particularly from those of lower rank, who, in this place where everything is equally expensive, being scarcely able to find a sober livelihood and clothing for their salary and board money, were intolerably oppressed by the heavy rents for a defective shelter. That His Honor, having tallied those payments, had found that the same escalated to an all too large sum, and therefore had considered drafting a plan (which His Honor produced for deliberation), calculated with much reduction, based on what the currently present servants monthly paid, and further according to the present circumstances of time and place, which according to His Honor's opinion, subject to the honored approval of Their High Nobles, could be introduced provisionally. And by which plan the Servants according to their various ranks had a fixed amount per month allocated to them, as it would make an all too confused account to have paid out to everyone each month what he pays in house rent, not to speak of the malversations that might be committed in that regard. His Honor remarked, however, in this respect, that he well saw that these house rents far exceeded those which the Company had previously paid in Nagapatnam, but that the inflation in everything, and thus also in this item, detailed at length in the Resolution of the 11th of October last, was the cause that one (in his opinion) could not manage with less, while possibly some (yet with regard to the number very few) Servants might profit something, but that on the other hand the majority with this determination will enjoy less than they are now forced to pay, which is impossible to adjust accurately. The 4th of November 1785. Approval of the same by the Council to have them provided according to the draft. Decision to introduce house rents with the approval of Their High Nobles. The Council having examined the said plan with all attention and considered the reasons of the Honorable Commander, found, however much at first glance it appeared very high and costly, and especially in this time in which the profits on the Coast are still nearly nothing, is a great burden for the Honorable Company, not a single item that could be reduced, while the members themselves paid more rent than was allocated to them in that draft; wherefore the same, as it is inserted hereafter, was approved with unanimous votes, and agreed to provide to each of the present Servants, according to the classes under which they fall, with the end of this month.

Dutch transcription

161 Den 4. November 1785. bevordering van 9. Soldaa„ ten tot de assistenten soldaaten van de Maleijers, boven hun tractement, 'smaandelijks nog van de Compagnie voor on„ derheid genooten hebben, een parra rijst; zoo is verstaan, aan hun, in stede van rijst, 'maan delijks boven hun tractement te laaten verstrekken 15 Ma„ draspatnamsche fanums Op den favorabelen voor dragt en voordeelig getuigen is van den Eersten geswooren Klerk van politie Jan Joachim Hoesz, en uit consideratie van de Den 4. November 1785. duurdere levens wijse alhier in ver„ „gelijking tegen Nagapatnam, is goedgevonden en verstaan, de bevorens als aankeekelingen met soldate ga„ „ge op het secretarij aldaar dienst gedaan hebbende pennisten; als Hendrik Prins, Jan Rousseau, Jan Jacob van oudersterp, Hendrik Richard, Jan Carel warner, Iacobus Henricus vrijmoet, Willem Pietersz, Iacobus Josephsz en Gerrit Willem Cantervisscher te bevorderen tot Jong Assistenten deuurdere met 383 Den 4 November 1785. item van 2. assistenten tot boekhouders p=r assistent gedaane informatie na de huijshuuren alhier „ring bevonden Den 4. November 1785 met ƒ16. ten maand, op een nieuw verband van drie Jaaren, ingaande primo deezer Desgelijks is op de ingekome Re„ „questen van de absolut Assistenten Pieter Rouwen en Simon Jacob Heijman, mitsgders op dat van den Militair schrijver en een militair schrijver tot Pieter Hart, goedgevonden en verstaan hun mits ruime tijds expiratie te bevorderen als de twee eerste tot boek„ houders met ƒ30. en den laatsten tot assistent met ƒ 24. ter maand; op het ordinair verband, ingaande primo deezer Na dat deeze besoignes waaren afgeloopen, gaf den Heer gezagheb„ „ber de vergadering te kennen, dat zijn Ed: zig van ter zijde geen for„ „meerd hebbende, nade huijshuuren van de weijnige hier in Palliacat„ „ta te krijgen zijnde huijzen, hoedanig dezelve tot verbo, met verbazing bevonden hadde, dat voor eenige wel tot 12, 11, 10, 8, pa„ goden, en zo vervolgens per maand gevraagd, en dat de allermeinste, die niet veel meer dan Kussen waar „ven te noemen, voor 2. 2½. en 3. pag verhuurd wierden, schoon er pas ruijmte genoeg in gevonden wierd tot plaatzing van een taffel en gemeen bed, en dat alle deeze afgeloopen huizen 170. 345 Den 4. November 1785 Den 4 November 1785. vervolg ven van lagere rang, no p=s haar bestaan Productie van ontworpen plan der huyshuuren huizen, en huysjes meest bouvallig bevonden wierden, ten minsten ge„ „brekkig aan platten, daaken, vensters, en deuren, welke laatste in zommige zelfs ont„ „breeken, waar door er merkwaar„ „dige reparatien aan moesten geschieden, welke zonder werk„ „lieden van madras te laten No„ „men niet konden gedaan wer„ „den, en welke reparatien, gevoegd bij de kennis van onse beno„ „digtheijd om huijzen, de Eijge„ „naars, die meest mooren zijn, onhandelbare voor alle vertoo„ „ningen maakte, het welk ligt te voorsien is, dat zij nog meer zullen worden na de over„ „komst der Dienaaren in het voor„ „gedaane klagten der dienaat Jaar van Nagapatnam zijn Ed: gaf teffens te kennen dat hem dagelijks voor kwamen de klagten der reets presente Dienaaren, voor namentlyk van die van lage„ „re vang, die in deeze plaats waar alles eeven duur is, voor hun gagie en kostgeld schaars een sober leevens onderhoud en kleeding kunnende vin„ den, ondragelijk gedrukt wierden door de zwaare huuren voor een gebrekkige lijfberging. Dat zijn Ed: die betalingen bij een geteld hebbende ligt bevonden 327. Den 4 November 1785 approbatie van H: H. Ed. t in troduceeren bevonden hadde dat de zelve tot een al te groote somma Hteijgerden, en daarom bedagt was geweest om een plan te ontwerpen (:het welk zijn Ed ter overweging produceerde:/ met veel vermindering gecalculeerd, na het geen de thans aanweezen, de dienaaren 'smaandelijks be„ dige omstandigheeden van tijd en plaats, het welk na zijn Ed: propositie om het zelve op gevoelen op geeerde approbatie van H: Hoog Edelheedens bij provisie konde geintroduceerd werden, En bij welke plan de Dienaaren volgens hun Den 4. November 1785 onderscheijde vangen, en vast tantum per maand was toegelegd, alzoo het een al te verwaarde reekening zoude maken om aan ieder alle maanden te laaten aflangen, wat hij van huijshuur betaald, om niet te spree„ „ken van de malversatien, die, daar omtrend zouden kunnen gepliegd Z dat deeze huijshuuren verre te boven gingen, die, welke de Comp„ bevooren te Nagap=m hadde be„ „taald, maar dat de verduuring en alles, en dus ook in dit articul„ in het breede gedetailleerd bij Resolutie van den 11 8ber Jongstel: „taalden; en verder na de tegenwoor, remarque egter dierweegs worden; Dat zijn Ed: wel Zaig„ onderscheyde 6 6 oorsaak 129 Den 4. November 1785 goedkeuring der zelve door den Raad na het ontwerp te laaten verstrekken oorsaak was, dat men het /:na zijn gevoelen:/ met niet minder zoude kunnen stellen, terwijl moge„ „lijk eenige:/ dog ten aansien van het getal zeer weijnige Dienaaren iets zouden profiteeren, dog dat daar tegen de meeste bij deeze bepaling minder zullen genieten, dan zij nu genood„ „zaakt zijn te betaalen, het welk onmogelijk accuraat is afte passen Den Raad gemelde plan, met alle aandagt g'Examineer„ en overwogen hebbende de reedenen van den Heer gezaghebber, rond, Den 4. November 1785 hoe zeer het in den Eersten opslag zeer hoog en Kostbaar voorkwam, en Voor al in deeze tijd, in welke de voor„ „deelen op de Hust tot nog by na niets zyn, een groote last voor dE. Maatschappij is, geen en Hele post die te reduceeren was, terwijl de leeden zelve meerder huur be„ „taalden; als hun bij dat ontwerp was teegelegd; waarom het zelve, zoo als het hier agter geinsereerd besluijt om de huijshuurens, met eenpaarige stemmen wierd goedgekeurd, en verstaan om aan ieder der aanweezende Dienaa„ „ren, na de Classen, onder welke zi vallen, met ult=o deezer 9. hoe een

NL-HaNA_1.04.02_3719_0224 view scan ↗

English

231 The 4th of November 1785 The 4th of November 1785 Continuation and to have the chiefs submit the monthly warehouse rents to grant a full month's house rent, and since it is reasonable, to reimburse each person, in addition, on the basis of the plan, for what they have already paid in previous months; namely, from the first of September to the Commissioners and those who had been involved in taking over the Company's establishments, because the house rents for the houses occupied by them up to the end of August have been entered into the account of the commission, but to all others from the day of their arrival here; furthermore, to keep this plan provisionally as a guideline for the future until such time as the esteemed approval of Their High Excellencies shall be obtained. However, with regard to the monthly rents for warehouses at the out-stations, which cannot easily be calculated here, it has been resolved to have the respective chiefs, each in his own jurisdiction, report how much they shall deem necessary for this at the most frugal estimate, in order to dispose further thereof here upon receipt of their replies, except Portonovo, where the rent for warehouses has already been set at pagodas 10.-.- per month, which shall be allowed to remain on the previous footing. 333. The 4th of November 1785 The 4th of November 1785 where 10 pagodas per month is determined Insertion of the plan of house rents except Portonovo Plan for the monthly payment of house rents to the Company's servants at the main and subordinate stations of this coast, as follows: To the members of the Political Council, and the minister, each: pagodas 8.- To the military captains and captain-lieutenants, each: pagodas 6.-.- To the equipage master, engineer, military lieutenants, junior merchants out of employment, each: pagodas 5.- To the ensigns, qualified bookkeepers, fireworkers, each: pagodas 4.- To the bookkeepers, assistants, and reader or comforter of the sick, each: pagodas 3.- To the junior surgeons, bombardiers, boatmen on shore, foremen, sergeants, bookbinder, each: pagodas 2.-.- To the provost, executioner, and servants to whom house rents are to be granted of inferior quality to the above, each: pagodas 1½.- At the out-stations: To the chiefs of Sadraspatnam, Jaggernaikpatnam, and Palicol, each: pagodas 8.-.- The seconds at those places, each: pagodas 5.-.- The sworn clerks, each: pagodas 3½.- The scribes, whether bookkeepers or assistants, each: pagodas 3.-.- Surgeons and junior surgeons, each: pagodas 2½.- Boatmen stationed at those factories, each: pagodas 1¾.- At Portonovo: The resident: pagodas 7.- Pen-men, whether bookkeepers or assistants, each: pagodas 3.-.- Messenger: pagodas 1.-.- The rents of warehouses to be submitted by the chiefs, each for his own jurisdiction, in order to make a determination thereon thereafter. 335 The 4th of November 1785 Reminder of the members regarding the native servants already taken into service and October have been entered The Governor further reminded the members that out of necessity and with their advice, since the first of August, he had been obliged to take into the Company's service the following natives, including those who were in service during the commission for taking over the Company's establishments on this coast, and have been entered in the accounts according to the specification thereof, namely: 1 Portuguese reader, who was always paid here by the Company: pagodas 4.-.- 1 Interpreter: pagodas 4.-.- 1 Persian writer: pagodas 4.-.- 2 Maldeve messengers, each: pagodas 1.-.- 1 Head peon: pagodas 2.-.- 1 Deputy head peon: pagodas 1¼.- 50 Common peons, each: pagodas - 7/8 - 1 Master carpenter: pagodas 4.-.- 1 Ditto journeyman: pagodas 2.-.- 1 Master mason: pagodas 3.-.- 1 Master blacksmith: pagodas 3.-.- 2 Shield-bearers, each: pagodas - 7/8 - 2 Torch-bearers, each: pagodas - 7/8 - 10 Water carriers, each: pagodas 1.-.- 1 Locksmith in the armory: pagodas - 7/8 - 4 Permanent coolies at the warehouses, each: pagodas - 7/8 - 1 Gardener: pagodas - 7/8 - 1 Butler: pagodas - 7/8 - 2 Sweepers, each: pagodas - 7/8 - 2 Pariahs or privy cleaners, each: pagodas 1.-.- 1 Head palanquin coolie: pagodas 2.1/64.- 11 Common palanquin coolies, each: pagodas 2.-.- whose allowances were indeed entered in the specifications for August, September, and October, His Honor showing that already upon his arrival from Jaggernaikpatnam, it had been communicated to him by the three Commissioners who had been here before him that Their Honors had been obliged The 4th of November 1785. to

Dutch transcription

231 Den 4. November 1785 Den 4 November 1785 vervolg en door de opperhoofdens te laaten opgeeven de maandelijxe pakhuijshuuren een volle maand huijshuur te laa„ „ten aflangen, En dewijl zulks re„ delijk is aan elk boven dien op den voet van het plan het reets door hen in voorige maanden betaalde te voldoen; Namentlijk zedert primo september aan de Com„ „missisarissen, en die met het geweest zijn tot het overneemen van sComp=s Etablissementen, wijl de huijshuuren van de door hen be„ „woonde huijzen tot ultimo aug=s in de reek: van de commissie ge„ „bragt zijn, dog aan alle andere zederd den dag hunner aankomst alhier wyders om dit plan in die„ „ze bij provisie te houden tot een rigtsnoer voor het vervolg tot zoo lange men het g'eerd goed vinden van Haar Hoog Edelheedens zal bekoomen. Dan ten aanzien van de maan„ „delijksche huuren, voor pakhuijzen op de buijten comptoiren, die men hier niet wel kan Palculeeren, is verstaan door de respective opper„ „hoofden ieder in den haaren te laaten opgeeven, hoe veel zij ten Zuijnigsten daar voor zullen noo„ „dig oordeelen, om daar op na den ontvangst van hunne antwoor„ alhier den 333. Den 4 November 1785 Den 4 November 1785 „ waar 10 per/o 'smaands be„ paald is Jnsertue van het plan der huyshuuren uijtgezonderd portonovo al den nader te disponeeren, hier van egter uijtzonderende Portonovo alwaar de huur voor pakhuijzen reets bepaald is geweest op pr/o 10. --. 'S maands; die men op den voorigen voet zal laaten blijven Ontwerp op de maandelijksche betaaling van huijs„ huuren aan 's comp=s dienaaren op het hoofd en Iu„ „balterne Comptoiren van deese kust, als Aan de leeden van den politicquen Raad, en den predikant, ieder - - - - pr/o 8. — Aan de Capitains militair en Capitain leutenants, ieder - - „ 6. —. — Aan de Equipagiemeester „ Jngenieur - - - „ luijtenants militair 5. — ieder„ „ onder koopleeden buij„ „ten Emploij--- „vaandrigs. . . . . „ gequalificeerde boekh=rs do „ 4. — 1 vuurwerkers. „ boekhouders, Assistenten en voorleezer, of zie ken troos„ „ter ieder - - - - - - - - „ 3. — Aan de ondermeesters. - - - - - - „ bombardiers - - - - - - - „ bootslieden aan de wal. „ werkbaazen - - - - - - rieder /o 2. — — „ Sergeants - - - - . - - „ boekbinder - - - - - - - Aan de geweldiger „scherpregter, en dienaaren aan, wien, huigshuuren dand te worden toegelegd van in„ „ferieurer qualiteyt als de bovenstaande, ieder - - - - - - „ 1½. — op de buijten Comptoiren van de opperhoofden van sadras„ „patnam, Jaggernaikp=m, en Palicol ieder. - . . - . „ 8. — — de secundens op die plaatsen, ieder „ 5. —. — „ geswoore scriba ieder – - - „ 3½ — „soribenten, 't zij boekhouders of assistenten ieder - - - - - „ 3. — — „ Chirurgijns en ondermeesters „ 2½ — „ bootslieden op die factorijen be„ „scheiden ieder - - - - - - „ 1¾ — Te portonovo de resident- 7. — „ - „ pennisten, 't zij boekh=s of assis„ „renten, ieder - - - - - - - - „ 3. — — De Huuren van pakhuijsen door de oppert ieder den haare te laaten opgeeven, om daar na een bepaaling op dezelve te maken „ boode - - - - - - - - - Aan De . 335 Den 4 November 1785 herinneering der leeden no„ pens de reets in dienst geno„ „mene Jnl: bediendens en 8ber zijn opgebragt De Heer gezaghebber herinnerde wijders de Leeden, dat hij uijt nood„ „zakelijkheijd en met hun advis ze„ derd primo augustus in 's Comp=s dienst hadde moeten neemen, de ondervolgende inlanders, daar onder begreepen, die welke als geduurende de Commissie tot het overneemen van 's Comp=s Elablissementen op de„ „ze kust, in dienst waren, en bij specificatie derzelven die rekening zijn opgebragt, namentlijk 1. portugeesche voorleezer, hier altoos door dE Comp=e betaald is - - - - - - - - pa/o 4. —— 1 Tolk - - - - - - - - - - - - - - - „ 4. –. – 1. persiaans schrijver - - - - - - - „ 4. —. – 2. maldhaars - - - - elk - - - - - - „ 1. — — 1. hoofd pion - - - - - - - - - - „ 2. — — 1. onderhoofd pion - - - - - - - - - „ 1 ¼. — 50. gemeene pions - - elk - - - - - „ — 7/8— 1. Timmermansbaas - - - - - - „ 4. — — 1. d„o meester Knegt - - - - - - . „ 2. — — 1 metzelaars baas - - - - - - - „ 3 — – 1 Baas Smith - – - - - - - - - „ 3 — - 2 rondeliers - - - elk - - - - - — 7/8 — 2 toortziers 2. Toortziers - - - - - - - - - - p7a — 7/8 — 10. waaterhaalders - - - - - - „ 1. —. — 1. Slotemaker in de wapenkamer - - „ — 7/8— 4. vaste Coelijs by de pakhuizen elk „ — 7/8 — 1. tuinier - - - - - - - - - - „ — 7/8 — 1 Comparadoor - - - - - - - - „ — 7/8 — 2. veegsters - - - - – – – – – – - „ — 7/8— 2. parrias of privaat reijnigert elk „ 1. — — 1. Hoofd palinguin Coelij - - - - - . „ 2. 1/64 — 11. gemeene palenquin Coelijs elk. „ 2. — — welkers genot en aug:s sber gelijk die dan ook bij de specifica„ „tien van aug=s, September en 8ber zyn opgebragt, vertonende zijn Ed; dat hem reets bij zijne aan„ „komst van Jaggernair p=m, door de voor hem hier geweest zijnde drie Heeren Commissarissen gecommuniceerd was, dat hun Ed=s genoodzaakt waren Den 4 November 1785. geweest 6

NL-HaNA_1.04.02_3719_0227 view scan ↗

English

337 The 4th of November 1785 Increase of their wages and why it was deemed necessary to increase the wages of most of those whom they had taken into service immediately after their arrival, because those people, with absolute truth, had declared that they could not subsist on so little monthly pay as similar servants had received before the war which had ruined and raised the prices of everything, however much those who were still remaining here of the old servants had wished to be taken back into the Company's service; that His Honour had thus also in vain attempted to bargain something off the wages, although fully convinced in his own mind of the impossibility of those people being able to subsist on less; That the increase will indeed appear all the greater if one might confront the monthly pay of such as are only needed at a Main Office with that which their equals formerly enjoyed at Nagapatnam, but that one had to remark that, apart from the general increase in the price of provisions and other necessities, the past 329 The 4th of November 1785 Continuation The native servants already in service are not sufficient and the present main settlements were never, even in good times, comparable in the matter of provisions, and especially of rice, the common food of the native; while regarding the wages of the palanquin coolies, it was only to be remarked that, this folk not being obtainable here, one is forced to have them come from Madras. Furthermore, the Lord Commander made known that during a couple of months it had been experienced with much hindrance that the number of native servants taken into service on the 1st of August was not sufficient, since they had repeatedly lacked personnel; that His Honour, besides the maldhaars, torch-bearers, rondeliers, lantern-bearers, comprador, and palanquin coolies, had also not yet listed such servants as have always been allowed to the rulers of this Coast; and that in future 341. The 4th of November 1785. Proposition to determine the number of the same according to the calculation, in what these servants should consist some more would still be needed, whom they had been able to do without until now; wherefore His Honour proposed whether it would not be suitable to determine provisionally, subject to the approval of Their Right Excellencies, the number of native servants who, according to a present calculation, are indispensable for the time being at the main office, and whom His Honour thought would come to the following; namely: With the Commander: 4 servants, of whom: 1 at pagodas 3.— 1 at pagodas 2.– 1 at pagodas 1½. 1 at pagodas 2¼. 2 water-fetchers, each at pagodas 1.— Furthermore for various services: 1 Portuguese reader at pagodas 4.— 1 Interpreter at pagodas 4.— 1 ditto at the Council of Justice at pagodas 2½. 1 Persian writer at pagodas 4:— 1 Malabar writer at pagodas 3.— 1 Gentoo and Mahratta ditto at pagodas 3½. 1 Shroff with the Cashier at pagodas 1¼. 1 ditto or money assayer at pagodas 2½ 1 servant at pagodas 2¼. 1 Conicoply at pagodas 1.— 2 Torch-bearers at pagodas — 7/8. 4 water-fetchers, each at pagodas 1.— 1 Comprador at pagodas — 7/8. 1 pariah 1 Head palanquin coolie at pagodas 2 1/64. 11 common palanquin ditto, each at pagodas 2.—. With the Honourable Head Administrator: 2 Rondeliers, each at pagodas — 7/8. 1 washerman at pagodas 1.— 3 maldhaars at pagodas 1.— 1 lantern-bearer at pagodas — 7/8. 343. The 4th of November 1785. Resolution to determine the same for the time being on that footing and since when to have their wages reimbursed 1 Conicoply with the Cashier at pagodas 2.— 1 ditto with the invoice keeper at pagodas 1 ¾. 12 water-fetchers ditto at pagodas 1.— 4 permanent coolies with the storekeeper, each at pagodas — 7/8. 1 locksmith in the armoury at pagodas 1 — 1 gun cleaner at pagodas — 7/8 3 watchmen on the other side of the river at the sea shore, each at pagodas — 3/8 On account of Condemnation: 7 servants with the Fiscal, of whom: 3 peons, each at pagodas — 7/8 1 Courantier at pagodas 9½. 1 Master carpenter at pagodas 4.— 1 ditto master journeyman at pagodas 2.— 1 Master mason at pagodas 3.—. 12 Moorish peons, each at pagodas 1.—. 65 common ditto ditto at pagodas — 7/8 1 Master smith at pagodas 3.—. 1 Under-head peon at pagodas 1¼ 2 sweepers at pagodas — 7/8 1 Head peon at pagodas 2.—. 3 Caffres at pagodas 1 ¼. 40 Topasses at pagodas 1 — 1 Conicoply at pagodas 2.— The Council, having examined this statement with attention, found not a single servant included therein who was not very necessary, and therefore unanimously resolved for the time being, subject to the approval of Their Right Excellencies, to determine their number and monthly pay as stated therein, and to let the same take effect since the first of this month; while on the proposal of His Honour, it was resolved to have reimbursed from the first of August the servants who have actually been in service with him, with the Honourable Head Administrator, and with the Fiscal since that day, and have been paid by them.

Dutch transcription

337 Den 4 November 1785 hooging haarer gagien en waarom „vinge daar inne derheijd dier gagien noodzaakelijk gedaan versgeweest, de gagien, te verhoogen van de meesten, die zij al aan„ „stonds na hunne komst hadden, aangenomen, wijl die menschen /: met volkomen waarheijd:/: betuijgd hadden, met zoo weinig maandgeld, als soort„ „gelijke dienaaren voor den alles geruineerd en verdeurd hebbende oorlog genooten hadden, niet te kunnen beslaan, hoe zeer die geene, welke van de oude be„ „diendens, hier nog oviergeblieven waren, gewenscht hadden weder in 'sComp=s dienst aangenomen non te maakene vermindte werden; dat zijn Edele dus ook te vergeefs hadde ge„ Den 4. November 1785 tragt nog iets op de loonen afte dingen, schoon bij zig zelve vol„ „komen overtuijgd van de onmoge„ „lijkheijd, dat die menschen met minder kunnen bestaan; Dat da verhoging wel te groter zal schij „nen, wanneer men de maand gel„ remarque nopens de meer, den van de zodanige, die alleen op een Hoofdcomptoir noodig zyn, confronteeren mogt met die, wel„ „ke hunsgelijken bevoorens te Nagapatnam genoten hadden, maar dat men moest aan mer„ „ken, dat /:buijten de algemeene verduuring van levensmiddelen en andere behoeftens:/ de ge„ tragt weeze 329 Den 4 November 1785 vervolg de reets in dienst zijnde J lands bediend„ zijn met zoe„ rijkende Den 4. November 1785 weeze en de prezente hoofd„ „plaatzen nimmer; zelfs in goede tijden, in het stuk van levens middelen, en voornament„ „lijk van de Rest /: het gemeen voedsel van den inlander (zijn te vergelijken geweest, Terwijl omtrend het loon der palen„ quin Coelijs alleen viel aan te merken, dat dit volk hier niet te krijgen zijnde, men genoodzaakt is hen van Ma¬ dras te laten komen Wijders gaf de Heer gezaghebber te kennen, dat men geduurende een paar maanden met veel belem„ „mering ondervonden hadde, dat het getal der onder p=mo Augus„ „lus aangenoomen inlandsche bediendens niet toerijkende was, dewijl men telkens gebrek aan volk gehad hadde, Dat zijn Ed: /:buijten de Maldhaars, toortziers, Rondeliers, luijniers, Comparadoor, en palenquin Coelijs :/ ook tot nog niet hadde laten opbrengen zoodanige bediendens, als altoos aan de gebie„ ders van deese Nust gevalideerd zijn; En dat er in het vervolg Wijders nog 341. Den 4. November 1785. Den 4. November 1785. zelve te bepaalen volg=s de Cal„ „culatie den bestaan nog eenige zouden benodigd wezen, die men tot hier toe nog hadde kun„ propositie om het getal der „ nen missen; waarom zijn Ed: pro„ „poneerde, of het niet Convenabel zoude zyn, om op approbatie van H: Hoog Edelheedens provisioneel te bepa „len het getal van inlandsche diena „ren, welke volgens een presente Ca „culatie op het hoofd comptoir voor eerst ommisbaar zijn, en die zyn Ed: meende, dat op de volgende zul„ waarinne die bediendens zou„len uitkoomen; als Bij de gezaghebber 4. dienaars, van welke 1. - - - - - - - - -. . . . . â per/o 3. — 1. - - - - - - - – – - „ „ 2. – 1 – – – – – – – – – – „ - - „ 1½. 1. - - - - - - - - - - „ „ 2¼. 2. waterhaalders. . elk - - - - „ 1 — Wijders tot dieverse diensten 1. portugeesche voorleezer - - - - â. . „ 4. — 1. Tolk - - - - - - - - - „ 4. — 1: d„o bij den raad van Justitie - - - „ 2½. 1. persiaans schrijver - - - - - „ 4:— 1. mallebaars schrijver - - - - - „ 3. — 1: Jentief en maralse d„o - - - - - „ 3½. 1. Saraaf bij den Cassier - - - - - „ 1¼. 1. d„o of geld keurder - - - - - - „ 2½ 1. dienaar - - - - - - - - - „ 2¼. 1 Cannecappel 2. Toortziers - „ - - - - - - - „ — 7/8. 1. — 4. waterhaalders elk - - - - 1. Comperadoor - - - „ - - - - - - „ — 7/8. 1. parrea - - - - - - - - 1. Hoofd palenquin Coelij - - - - - „ 2 1/64. 11. gemeene paleng d„o eck - - - - „ 2. —. Bij den E: Hoofd adm 2. Rondeliers elk - - - - - p/o — 7/8. 1. wasser - - - - - - „ - - - - - - - „ 1. — 3. maldhaars - - - - „ - - - - - - - - „ 1. — 1. ruijmier - - - „ - - - - - „ — 7/8. „ 1. — 2 Rondelin „ 343. Den 4. November 1785. „gien te laaten goed doen besluijt om de zelve voor E eerste op dien voet te bepaalen 1. Cannecappel bij den Cassier - - pa/o 2. — 1 d„o bij den factuur houder - - - - - „ 1 ¾. 12. waterhaalders d„o - - - - - . . „ 1. — 4. vaste Coelijs bij de pakh=r elk - - - „ — 7/8. 1: slote makter in de wapenkamer „ 1 — 1. geweerschoonmaker - - - - - - „ — 7/8 3. wagters aan de over zijde der revier aan het Zeestrand elk - - - 3/8 „ op reek van Condemnatie 7. bediendens bij den fiscaal, waarvan 3: pions elk - - - - - - - - p%/o — 7/8 De Raad dese opgave met 1. Courantier - - - - - - - - - - - - „ 9½. 1. Timmermans baas - - - - - - „ 4. — 1. d„o meester knegt - - - - - - „ 2. — 1. Metzelaars Baas - - - - - - - - „ 3. —. 12. moorse pions, ieder - - - - - - „ 1. —. 65 gemeene d„o d„o - - - - - - - „ — 7/8 1. baas Smith - - - - - - - - - - „ 3. —. 1. onderhoofd pion - - - - - - - „ 1¼ 2. veegsters - - - - - - - - - - „ — 7/8 1. Hoofd pion - - - - - - - - - - „ 2. —. 3. Caffers. . „ - - - - - - - - „ 1 ¼. 40. toepassen - - - - - - - - - - - „ 1 — 1. Cannecappel - - - - - -. „ 2. — aandagt nagegaan hebbende, vond daar bij geen enkeld bediende gebragt, die niet zeer noodzaakelijk was, en besloot daarom een stemmig hun getal, en maandgelden zodanig als daar bij vermeld waaren voor eerst op approbatie van Haar Hoog Edelens te bepalen, en het zelve zedert primo deser te laten ingaan: en zedert wanneer haarega, Terwijl op voordragt van zijn Ed. wierd besloten, van primo aug=s af te laeten voldoen de bediendens welke bij hem, bij den E: Hoofd administrateur, en bij den fiscaal reiël zedert dien dag in dienst, en door hen betaald zijn geweest Den 4. November 1785. aandagt als

NL-HaNA_1.04.02_3719_0231 view scan ↗

English

to have investigated at the outer offices. Lack of the necessary papers to make an estimate of the rations. Namely To the Commander for his: p/o 47 1/4 To the Honorable Head Administrator: 12 3/4 To the Fiscal: 25 5/8 and likewise to let this be done for the shroff or money-assayer: p/o 7 1/2 3 beach watchmen: 7 7/8 which last mentioned 4 persons had already been in service since the 2nd of August, or upon the arrival of the ship De Both. Regarding the native servants. But with respect to the outer offices, the Council agreed, from the expense accounts, The 4th of November 1785 The 4th of November 1785 when those from the places shall have come in, to have investigated which native servants the heads of the stations record therein, in order thereafter to make a reduction for each office, so as to then make an arrangement if their number should appear too excessive for these straitened times, or to let it remain as it was found passable. On this occasion the Commander said that His Honor, pursuant to what was decided on the 11th of October of this year, and what was written to Their High when Mights 347. the same shall have been received from Nagapatnam. Return of the blacksmith missing from the Castor. The 4th of November 1785 Mights in our humble advices of the 17th thereof, would gladly have wished to produce an estimate of the rations of the servants, to be distributed in money instead of in kind, if Their High Mights should agree to this, but that he had not been able to succeed therein with full certainty, since he still lacks the papers that should serve to elucidate this, for which reason he was obliged to postpone this, like many matters for that same reason, until Resolution to postpone this until The 4th of November 1785. the same shall have been obtained from Nagapatnam, of which it was decided to keep a record herewith. The Commander further communicated that the blacksmith missing from the ship De Castor, George Padliel Beijer, had reported to His Honor on the day after the departure of that vessel, with the declaration that he had had no intention to desert, but had only concealed himself until the ship should have departed, in order to avoid returning to Batavia, as he had always been sickly and languishing there, which had instilled in him such a deep dread of that climate that he had let his ship sail in order to appear again after its departure, wishing rather to submit himself to what the same declared any 349. The 4th of November 1785 The 4th of November 1785 the sailor Minden had gone. Arrest of the same. injury of a quartermaster of the ship Castor. any punishment, now that he had escaped the danger of the Batavian air, but that he requested a favorable pardon for this step; that upon the question where the sailor Willem Minden, who had gone missing at the same time, had gone, and where he had left him, he simply declared not to know, nor to have known, of him or his intention to desert, but that he had hidden in a burial vault in the old churchyard, where he had subsisted miserably and half-starved on a few small provisions and water. That His Honor had caused him to be arrested at the main guardhouse, where he is still being held, His Honor being of the opinion that this man, because of his voluntary return immediately after the danger of having to return to Batavia was past due to the departure of the ship, was not to be regarded as a willful deserter, since his absence seems to be attributable solely to a melancholic impression regarding the Batavian climate. Resolution to let him perform his service after a severe punishment. The Council being likewise of that opinion, it was resolved to have the said blacksmith Beijer punished for his desertion with a severe diurnal chastisement, and subsequently to let him perform his service as a blacksmith on shore, for which he is presently very useful, for half pay and board money. The Commander further had recorded that the quartermaster of the ship De Castor was dreadfully injured upon the firing of cannon on board and was sent ashore by the authorities of that vessel to be cured, concerning which the Head Surgeon Meppen

Dutch transcription

341 op de buijten Comptoiren te laaten nagaan. „gebrek aan de nodige papie„ „ren, om een overslag op de randdaenen te maaken maaken als Aan den Heer gezaghebber voor de Zij„ „ne - - - - - - - - p/o 47¼— Aan den E: Hoofd administrateur „ 12¾ „ „ fiscaal - - - - - „ 25 5/8. en zulks meede te laaten geschide aan den saraf of geld keur= der .. - p=t 7½. - 3 strand wagters - - - - „ 778. — welke laast gem 4. perzoonen reets van den 2. aug=s af, of bij de komst van het schip de Both waaren in dienst geweest omtrend de Jnlandse bediendens Dan ten opzigte van de buyten Comptoiren Nevam de raad over een, om bij de onkost reekeningen Den 4. November 1785 Den 4. November 1785 wanneer die van de plaatzen zul„ len ingekoomen zyn, te laaten nagaan, welke inlandsche be„ diendens de opperhoofden daar bij op brengen, om daar na voor ieder Comptoir een ver„ oom dan een schikking te „mindering te maken; zo der„ „zelver getal te excessief voor dese bekrompe tijden mogten voorkomen, of te laten blijven, zo het passabel wierd bevonden Bij deeze gelegentheijd zeijde de Heer gezaghebber dat zijn Ed: ingevolge het beslootene onder den 11. october deezes Jaars, en het geschreevene aan Haar Hoog wanneer Edelheeden 347. dezelve van Nagap: zullen ontfangen weesen te rug komst van de van de Castor vermisten Smeth Den 4. November 1785 Edelheedens by onze nedrige advisen van den 17 daaraan, gaarne zoude hebben willen produceeren een over„ slag op de Randcoenen van de dienaaren, om in geld in steede van in natura, verstrekt te wer„ den, zo Haar Hoog Edelheeden zulks mogten agreeren, maar dat hij daar in niet met volkomen zekerheid hadde kunnen reussee„ „ren, dewijl hem de papieren die daar in zouden dienen voorte¬ „ligten, nog ontbreeken, waar „besluijt zulx uijttestellen tot door verpligt was /. dit gelijk meenige zaaken om die zelve reeden :/ uijttestellen, tot dat Den 4. November 1785. men de zelve van Nagapatnam zal bekomen hebben, waar van men besloot by deeze aanteekening te houden Nog communiceerde de Heer gezag„ „hebber dat de van het schip De Cas„ „ter vermisten Smith George Padliel Beijer zig des anderen daags na het vertrek van dien bodem, bij zijn Ed hadde aangegeeven, met betuiging dat hij geen voorneemens heeft gehad om wat den zelven betuijgd heeft te deserteeren, maar zig alleen verstoo„ „ken hadde tot het schip zoude ver„ „trokken zijn, om te vermijden van weder na Batavia te Heeren, alzo hij aldaar altoos ziekelijk en kwij„ „nende was geweest, het welk hem zulk een diepen schrik voor dat Climaat hadde ingeboezemd dat hij zijn schip hadde laaten Zeilen om na dies vertrek weder te ver„ schijnen, willende zig liver aan men eenige 349. Den 4 November 1785 Den 4. November 1785 den mattroos Minden gebleven was arresteering van den zelven doen quetsing van een quartier. Castor eenige straffe onderwerpen, nu hij maar het gevaar van de Batavi„ „asche lugt ontdoken was, dog dat hij om een gunstig pardon voor deeze zo meede op de vraage waarstap verzogt: dat hij op de vrage waar den mattroos wil„ „lem Minden, die ter zelver tijd was absent geraakt gebleeven was, en waar hij hem verlaaten hadde eenvoudig betuigde, van hem, nog zijn voorneemen om te deserteeren niet te weeten, of gewee¬ „ten te hebben, maar dat hij zig in een grafsteede op het oude kerk hof, hadde schuijlgehouden alwaar hij van eenige wijnige provisie en water elendig en half uijtgehon„ gerd, bestaan hadde Dat zijn Ed. hem aan de hoofdwagt hadde laaten arres„ „teeren, daar hij nog gehouden word, zijnde zijn Ed. van begrip, dat deeze man om zyn vrijwillige te rug komst, aanstonds na dat het gevaar van na Batavia te rug te moeten neeren, door het vertrek van het schip voor bij was, niet als een opzettelij„ nen deserteur was aantezien dewijl zijn absentie alleen aan een Zwaar¬ „moedige empressie tegen het Batavia„ sche Climaat schijnt toegeschreeven te moeten werden besluyt hem na een gevoelige De Raad meede van dat begrip zynde, straffe, zijn dienst te laaten zo wierd verstaan om gemelde smit Beijer voor zijn drossen een gevoelige dagmalige kastijding te laaten straffen, en hem ver„ „volgens voor halve gagie en kostgeld zyn dienst als smith, waar toe hij thans wel te passe komt, aan de wal te laa„ ten doen Nog liet de Heer gezaghebber aan„ meester van het schip de „teekenen, dat den quartiermeester van het schip de castor bij het afiieuren van Cannon aan boord deerlijk gekwetse„ en door de overheeden van dien bodem aan de wal gezonden was om genezen te won den waaromtrendden opperchirurgyn word Meppen -.

NL-HaNA_1.04.02_3719_0234 view scan ↗

English

4 November 1785 Obtaining the remainder of the 5000 pagodas to be negotiated. Specification of the capital funds already borrowed. 30 October. From the President of Justice. What the Chief Surgeon Scheppen reported to His Honour concerning that man: that the unfortunate man, even if his health were restored, would still have to lose his right arm up to the elbow. Finally, the Commander communicated to the council that, after much effort expended, he had found an opportunity to obtain the remainder of the negotiation of 5000 pagodas, decreed on 27 September last for the settlement of the domestic expenses, from the native merchant Moetaija Poelle, though at no less than 1 percent per month. The Council, highly convinced of the difficulty of finding money at present, agreed to this; while the Commander had it recorded that the funds taken up to date amounted to a sum of 6000 pagodas, of which: On 12 August, from the Armenian merchant Areton Carepet, 1000 pagodas. 30 October, from the Commander, being the money of the widow Verweij, 2140 pagodas. 3 November, from Moetaija Poele, 2860 pagodas. Total, 6000 pagodas. Which it was understood would be paid off as soon as the state of the treasury permits, in order not to pay interest unnecessarily. Thus done and decreed in Castle Geldria at Palleacatta, date as above. Signed as before. Monday, 7 November 1785, in the forenoon at eleven o'clock. Meeting of Policy. Present: The Commander Willem Blaaukamer. The Honourable Head Administrator Nicolaas Tadama. Merchant titular and Fiscal Joan Daniel Simons. Ditto Warehouse Master Martinus Stoffenberg. Junior Merchant titular and Secretary Broerius Brouwer. Oath taken by the President of Justice. Continuation of the previous oath by the 3 persons mentioned alongside. Oath taken by 3 new members. Production of a petition by Soeberau. The meeting having been opened according to custom, the titular Senior Merchant and Head Administrator Nicolaas Tadama, as President of Justice, took the oath designated for that office into the hands of the Commander. Subsequently, the members of the Council of Justice here, elected on the 4th of this month, having appeared upon the announcement of the Commander to take the oath, it was likewise approved and understood to record hereby that the members Simons, Stoffenberg, and Heshusius, at the request made thereto by the first two mentioned, are continued as such under the oath previously taken by them as members of Justice at Nagapatnam; and that by the remaining members, Captain-Lieutenant Jan Jochem Winkelman, the Paymaster Simon Duijnevelt, and the Bookkeeper Isaac Vrijmoet, the oath designated for that office was taken into the hands of the Commander. Furthermore, the Commander produced a petition from the Company's interpreter here, the native Nagamaler Wengeta Soeberaijloe Naiker, whereby it was made known that he, the interpreter, had obtained a sentence in Batavia in a case of review against Mandalam Wengadesselam Naiker, accompanied by requisitionary letters to the Council of Justice at Nagapatnam, Ceylon, and elsewhere; that upon his arrival on this coast with the ship De Both, having learned that his opponent had departed for Colombo, he had sent the said verdict thither to his proxies; that in the meantime Mandalam Wengadasselam had crossed over hither and was currently residing here. Requesting that his said opponent might be constrained to provide sufficient security for an amount of nine thousand pagodas, and in default thereof, the arrest of his person and goods, at the risk of the petitioner. Decision to refer the same to the Council of Justice. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood to place this petition into the hands of the Council of Justice of this government, to whose department it belongs to judge on this matter. Thus done and decreed in Fort Geldria at Palliacatta, date as above. Signed: W: Blaaukamer, N: Tadama, J: D: Simons, M: Stoffenberg, and B: Brouwer. Saturday, 3 December 1785, in the forenoon at 11 o'clock. Meeting of Policy. All present. Request by Herft for the 300 pagodas on behalf of the poor. Initially, the Commander produced a private letter from the former Bookkeeper and Cuddalore Resident Jurgen Herft, dated 9 November, tending chiefly to request payment of a bond in the amount of 300 Porto Novo pagodas, together with its accrued interest up to the end of November past, amounting to 30 like pagodas, which sum by Captain-Lieutenant

Dutch transcription

351. Den 4. November 1785 krijging van het restant leende Capitaalen „ „ 30 8ber president vas Justitie wat den opperchirurgin cheppen zyn Ed: berigt hadde dat de on„ wegens die man berigt heeft „ gelukkige man, zo zyn gezondheyd al hier „steld wierd, tog zyn regter arm tot aan den elleboeg zal moeten verliezen Eyndelijk communiceerde de Heer gezag„ der te negotieeren per/o 5000. „hebber aan de vergadering dat hij na veel aangewende moeyte gelegentheijd gevonden hadde om het ontbreekende aan de op den 27. Tept Jongstl: gearresteerde negotiatie van p/o 5000: tot goedmaking van de de mestic„ „que ongelden te krijgen van den Jnlandsch koopm Moetaija Poelle, dog niet minder dan teg=s 1. prc=o smaands De Raad zeer overtuijgd van de moeije lijkheijd om thans geld te vinden Con„ „firmeerde zig daar meede: terwijl de Heer gezaghebber liet aanteekenen, dat de tot hee„ specificatie van de reets ge, den toe opgenomene gelden bedroegen een somma van paij 6000 waar van. Op den 12. Augs van den armenische koopm Areton Carepet pa/o 1000. -. den gezaghebber zijnde het geld van de wed:e verweij _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 2140. —: „ 2860 – pagoden 6000 welke men verstond om so dra de staat van de cas het zal toelaten, af te leggen, om buijten noodzaakelijkheid geen intressen te betalen Aldus Gedaan en „ „ 3. Novemb: „ Moetaija poele - - - Maandag den 7. November 1785. 's voormiddags ten elf uuren Vergadering van Politie Present Den Heer gesaghebber Willem Blaaukamer „ E: Hoofd administrateur Nicolaas Tadama „koopm tet:r en fiscaal Joan Daniel Simons „ _o „ „ pakhuismeester Martinus Stoffenberg „ onderst tit en se=s Broerius Brouwer gepresteerden eed door den De vergadering na gewoonte Den 4. November 1785 Gearresteerd in t Casteel Geldria te Palleacatta dato voorsz /:was geteekend:/ als vooren gearresteerd geopend 353. Den 7 November 1785 Continueering op den voorigen eed door nevens gem: 3. per„ soonen leeden productie van een request door Soeberau Den 7 November 1785 geopend zijnde, is door den opperkoop¬ „man titulair en Hoofd administra„ „teur Nicolaas Sadama als pre sident van Justitie aan handen van den Heer gezaghebber afgelegd den eed op dat ampt beraamd Vervolgens op aankundiging van den Heer gezaghebber tot het doen der eed, verscheenen zijnde, de, op den 4. deeser maand geëli„ geerde Leeden van den Raad van Justitie alhier, zoo is al„ „meede goedgevonden, en verstaan bij deezen aan te teekenen, dat de Leeden Simons, Stoffenberg en Heshusius, op het daar toe gedaan versoek der twee eerst ge¬ melde, als zoodanig zijn gecon„ „tinueerd op den eed door hun be„ „voorens als leeden van Justitie te Nagapatnam gepresteerd; „gedaanen eed door 3 nieuwen dat door de overige Leeden de Capitein Luitenant Jan Jochem winkelman den soldijhouder Simon Duijnevelt, en den boek„ houder Isaac vrijmoet aan handen van den Heer gesag„ „hebber afgelegd zijn, den Eed op dat ampt beraamd Wijders wierd door den Heer en gesaghebber 355. Den 7 November 1785 Den 7 November 1785. geeft en verzoekt gesaghebber geproduceerd een request van 'sComp=s Tolk alhier den in„ lander Nagamaler wengeta Soeberaijloe Naiker, waar by wat hij daar bij te kennen te kennen gegeeven wierd, dat hij tolk op Batavia had geob„ „tineerd sententie in cas van re„ „visie Contra Mandalam Wengadesselam Naiker, ver„ geseld van letteren requistori¬ aal aan den Raad van Justitie te Nagapatnam, Ceilon, en elders, dat hij bij zijne aan, „komst op deese kust met het schip de Both vernoemen heb„ Versoekende dat gem: zyne Parthij mogt werden gecon„ „stringeerd tot het stellen van sufficante Cautie voor een Dat intusschen Manda„ „lam Wengadasselam her„ „waarts was overgekomen en zig tans nog werkelijk be„ „vond. bende, dat zyn parthij na Co„ lombo vertrokken was, gemelde vonnis na derwaards aan zyne gemagtigdens had gesonden bende bedraagen 357. Den 7 November 1785 Saturdag den 3:' decemb:r 1735. besluijt het zelve aan gen raad van Justitie te ren„ „voeijeeren de 300 pag ten behoeve der pars bedraagen van Neegen duisent pagooden, en bij faute van dien arrest op zijn persoon en goederen, ten pericule van den suppliant Waar over gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan dit supplicq te stellen in handen van den Raad van Justitie dee„ ses gouvernements, van wiens de„ part het is hier over te Jeigieren Aldus Gedaan en Gearres„ teerd Jnt Fort Peldria Te Palliacatta dato voorsz /:was geteekend:/ W: Blaaukamer, N: Tadama, J: D: Simons, M=s Hof=s fenberg, en B: Brouwer verzoeke door Herft om gelien Aanvankelijk wierd door den Heer gesaghebber geproduceerd een particuliere briev van den geweesen boekhouder en Coedeloen Resident Jurgen Herft de dato 9. November tendeerende voornamelijk versoek, om voldoe¬ „ning van eene obligatie Groot port: pag 300: - neevens dies ver„ loopene intressen tot ult=o No„ „vember passato ten bedrage van 30 gelijke pagooden, wel ke somma door den Capitain 's voor demiddags om 11: ueren Vergadering van Politie Presentibus omnibus Luijtenand

NL-HaNA_1.04.02_3719_0238 view scan ↗

English

3 December 1785. 3 December 1785. To have interest paid out. Request made by Pietersz regarding the 257 pagodas due to him. Continued. Lieutenant and Commander Isaac De Bellon has taken up for the payment of the sepoys; and as this debt was incurred in the service of the Company, and the Government of Ceylon in a letter dated 30 June 1785 requested that this Government pay it, it has been decided to pay out to the aforementioned Herft a sum of 330 Porto Novo pagodas, as soon as funds are more abundantly available. A request having also been made by letter of 15 November last to the Governor by the bookkeeper and former commissioner of the mint at Nagapatnam, Pieter Jacobus Pietersz, for the payment of 257 old Nagapatnam pagodas, which the Honorable Company owes him on account of the sale of two horses to the Honorable Governor of Vlissingen, which served as a gift to the chiefs of the auxiliary troops of the Nabob Hyder Ali Khan, of which the latter was granted a bond in ordinary form, because at the time there was no cash in the treasury. 361 3 December 1785. Decision to have the same reimbursed to him. Report submitted by the pay-bookkeeper Duijnevelt. And since this debt, upon examination, has been found to be legitimate, and Their High Excellencies, according to a directive from the Ceylon Government dated 30 June, have seen fit to approve that debts incurred before the surrender of Nagapatnam be paid, it is agreed to accede to the request of the said Pietersen and to have the aforementioned sum of 257 pagodas paid out to him as soon as a sufficient amount of cash is on hand. Furthermore, the Governor submitted to the Council a report from the pay-bookkeeper Simon Duijnevelt, the contents of which are as follows: To the Right Honorable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government with its dependencies, etc., etc., together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen, The undersigned pay-master has the honor to present to Your Right Honorables with due respect that the pay books of this government for the years 1781/82 have already progressed so far that they could be closed as of 12 November 1781, when the main settlement of Nagapatnam surrendered to the English. However, since there are various difficulties and many papers from the outer stations are missing, he takes the liberty to propose to Your Right Honorables to close these books as they are, and to issue statements of accounts under that date to those persons who have left their wages unpaid, and to transfer those who have debits or credits by recommendation into the newly to be compiled books under date of 6 July of this year, when our flag was planted at this main settlement. 3 December 1785. That since this new book cannot be arranged properly in alphabetical order, he, the pay-master, may be authorized to deviate from it, because it cannot yet be known which persons will still present themselves under our flag. And since there are various servants of whom there is no definite information regarding since when the English ceased providing them with maintenance, and the undersigned is therefore uncertain how to proceed with them or for how many months he must enter them, he humbly takes the liberty to propose, subject however to Your Right Honorables' much wiser judgment, whether declarations under oath could not be required from those persons as to whether and for how long they received relief funds, or else have attestations passed by others who are familiar with these circumstances. 3568 3 December 1785. 3 December 1785. Finally, the undersigned requests to be clarified whether those servants of the Company who were not considered prisoners of war by the English shall also enjoy the favor of Their High Excellencies, namely to receive their wages from the day they were closed in the pay books of this government. I have the honor to be with deep respect, beneath which was written: Right Honorable Sir and Gentlemen, Your Right Honorables' humble and obedient servant, was signed: S: Duijnevelt, in the margin: Palliacatta in Castle Geldria, 24 November 1785. Deliberation and resolution thereon: Having deliberated thereon, it was approved and agreed: Firstly, to authorize him, the pay-master, to close the Coromandel pay books as of 12 November 1781, and that as they are, without waiting any longer for the missing pay records, of which several from the outer stations cannot be found, and further to handle the accounts as his report dictates regarding that first part of his proposal. Secondly,

Dutch transcription

509 Den 3 december 1785. Den 3. December 1785. intrest te laaten uijtkeeren gedaane instantie door Pietersz om de hem Competeerende 257. paij vervolg luitenand en Commandant Isaa De Bellon ter afbetalling der sipaijs is opgenomen; en nadien dies schuld ten dienste van de Comp=e is gemaakt, en de Ceilonse Regee¬ „ring de voldoening daar van aan deese Regeering bij brief van den 30 Junij 1785. heeft besluijt hem dezelve met den gedemandeert, is goed gevonden aan voorm: Herft uit te Ree„ „ven een somma van portono„ „vose pag 330. zoo dra men overvloediger van penningen Za zijn voorsien Door den boekhouder en laast gecommitteerde in de munt te Nagapatnam Pieter Jaco„ el bus Pietersz al meede bij brief van den 15 November J=o lee„ den aan de Heer gezaghebber in„ stantie gedaan zijnde ter vol„ doening van oude Nagapatnamse pag: 257. welke D' E: Compe aan hem debet is weegens de ver„ Eer koop van twee paarden aan de Heer gouverneur van Vlissin„ gen, die gedient hebben tot een geschenk aan de Hoofden der Hulptroepen van de Nabab ren Haijder Alichan, waar van laast hem 361 Den 3. december 1785. besluijt hem de zelve te laaten vergoeden ingediend berigt door den zoldij boekhouder Duijnevelt hem Pietersz verleend is een obligatie in forma ordinaire uit hoofde er toen geen Contanten in Cassa waren En nadien deese schuld bij ondersoek is wettig bevonden, en Hun Hoog Edelheeden volgens aanschrijvens van het Ceilonse Gouvernement de dato 30. Junij hebben gelieven goed te vinden de schulden voor den overgang van Nagapatnam gemaakt te laten voldoen, is verstaan, in 't ver„ soek van gem: Pietersen te Con descendeeren en hem op gem be¬ Wel Edele Achtbare Heer en Heeren De ondergeteekende zoldij houder Den 3. december 1785. draagen van pag 257. te laaten uyjtkeeren zoo dra er een genoeg„ 9„ saam getal van contanten zal aan handen zijn Wijders wierd door den Heer gesaghebber in Raade overge„ legt een berigt van den soldij boekhouder Simon Duijnevelt Insentie van het zelve van de volgende inhoud Aan Den Wel Edelen Achtbaren Heer Willem Blaaukamer opperkoopman en gezaghebber van het Cormandelsch Gouvernement met den Resorte van dien &a. & Nevens den Raad draager 4ager heeft 863. Den 3. December 1785. heeft de eer aan uw wel Edele Achtbarens met gepaste eerbied te vertoonen, dat de soldij boeken deses gouvernements de a=o 17 3/82. , bereeds zo verre gevorderd zijn dat dezelve zouden kunnen werden ge„ slooten, met den 12. November 1781. dat de Hoofd plaatze Nagapatnam, aan de Engelschen is overgegaan, dan dewijl er diverse zwarigheden zijn en veele papieren van de buijten Comptoiren manqueeren, neemt hij de vrijheijd uw wel Edele Achtbaarens te propo„ „neeren; om die boeken zoodanig als dezelve zijn aftesluijten, en die perzoo„ „nen welke hunne gagie hebben laaten staan„ daar van reekening onder dien datum ge„ sloten aftegeeven, en die geene welke te kwaad, of te goed staan pper voor„ dragt, bij de nieuw te formeerene ber„ ken onder dato den 6 Julij deeses Jaars, dat onse vlag ter deezer hoofd plaatze geplant is, inteneemen Den 3. december 1785. Dat dewijl dit nieuwe boek niet na ordre volgens het Alpha Beth kan worden geformeerd hij zoldij houder mag werden gequalificeerd om daar van te mogen afwijken, uit hoofde men nog niet kan weeten welke perzoonen zig onder onze vlag nog zullen vervoegen En nadien er diverse Dienaaren sijn, van welke men geen zeeker berigt heeft, zeedert wanneer de Engelschen hun gein onderhout gegeven hebben, en den tee„ kenaar dus onkundig is, hoedanig daar mede te handelen, of voor hoe veel maan„ den hij hun moet opbrengen, neemt hij onderdaniglijk de vrijheijd voortestel„ len /. met onderwerping egter aan uw wel Edele Achtbarens veel wijzer oor„ deel:/ of die persoonen niet zoude kunnen werden afgevraagd verklaa„ „ringen onder presentatie van Eede, of zij, en tot hoe lange zij onderstand Dat gelden 3568 Den 3. December 1785. Den 3. December 1785. wegens gelden genooten hadden, dan wel andere, welke deze omstandigheden bekend zijn daar van attestatien te doen passeeren Eijndelijk verzoekt den teekenaar te mogen werden geelucideerd of die Dienaer„ „ven van de Compagnie welke door de Engelschen als geene krijgsgevangenen zijn geconsidireerd, meede zullen Jerus„ seeren van de gunste van Hein Hoog Edelhedens om namelijk hunne gagie te genieten van den dag af dat de zelve bij de zoldij boeken dezes gouvernements zijn afgeslooten Jk heb de Eere met diep ontzag te zyn /:onderstond:/ Wel Edele Acht„ baare Heer en Heeren uw wel Edele Achtbarens onderdanige en ge„ hoorzame Dienaar /:was geteekend:/ I: Duijnevelt Jnmargine Palli„ acatta in 't Casteel Geldria Den 24. November 1785 deliburatie in besluijt dier, Waar over gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan p=mo Hem Zoldijhouder te qualificie„ „ren ter afsluiting der Chorman„ delse zoldij boeken, onder den 12 November 1781. en wel zoodanig als dezelve zijn zonder lan¬ „ger te wagten na de absente soldij papieren, waar van er diverse van de buijten Comp „toiren niet te vinden zijn, en voorts met de reekeningen zoodanig te handelen als zijn berigt omtrent dat eerste gedeelte van zijne propesilie dicteerd Waar 2do

NL-HaNA_1.04.02_3719_0242 view scan ↗

English

367. The 3rd of December 1785: Secondly, out of necessity for this occasion to deviate from the standing order to format the pay books alphabetically, on the grounds that one cannot wait until all the Company servants, scattered here and there, many of whose whereabouts are unknown, shall have reported themselves, and whose number or inclination to continue or not in the service of the Honorable Company cannot yet be known, while the pay business can and may no longer drag on in the meantime; and therefore to qualify the paymaster to depart somewhat from the order in this extraordinary case. Thirdly, in order that he be certain regarding what was received by the Company servants, whether in Ceylon or on this coast, after payment was ceased by the English, and thus all abuses in this matter be cut short, to order, with respect 369. The 3rd of December 1785. to the servants who proceeded to Ceylon after their prisoner-of-war status, to adhere strictly to the distinct specification which the Government of Ceylon promised to send via Tranquebar in their letter of the 30th of June; while regarding servants who have remained here on the coast, it is resolved to have them questioned by two commissioners specially appointed for that purpose, in the presence of the paymaster, to obtain a declaration, if necessary under offer of oath, as to how long they enjoyed maintenance from the English, according to which declaration the paymaster shall have to draw up the account. Fourthly, likewise to order that each of the Company servants be allowed to enjoy the favorable concession of Their High Mightinesses, namely to enjoy wages, board money, and emoluments from the day that the English ceased providing maintenance, 371. The 3rd of December 1785. For the Lord Commander. For the Cashier Brouwer. For the Storekeeper Stoffenberg. The 3rd of December 1785. with the exception, however, of Topasses and Mixtisen, both those who served in the military and in the maritime service, on the grounds that during the war they engaged themselves with other nations, and thus were not subject to the calamities of the same. Received security bonds, the following persons having presented themselves as sureties on behalf of the Honorable Company, namely: The Honorable Provisional Head Administrator Nicolaas Tadama and the Provisional Fiscal Joan Daniel Simons for the Lord Commander, to an amount of Rds 10,000. The Provisional Secretary of this meeting Broerius Brouwer and the Provisional Pay Bookkeeper Simon Duynevelt for the Provisional Merchant and Storekeeper Martinus Stoffenberg, Rds 2,000. The Provisional Head Administrator Tadama and the Storekeeper Stoffenberg for the Provisional Secretary and Cashier Broerius Brouwer, to a sum of Rds 2,000, and 373. The 3rd of December 1785. The 3rd of December 1785. And for the Curator ad lites Duynevelt. Resolution to approve all of them and have them deposited. Appointment of the assistant Bloeme as auditor. What Duynevelt, however, has promised regarding his second surety. The Provisional Storekeeper Stoffenberg and the Bookkeeper Hironimus Jacobus van Someren van Vrijenes, for the Provisional Pay Bookkeeper and Curator ad lites Simon Duynevelt, likewise up to Rds 2,000. All of which security bonds, the acts having been produced in Council and, upon resumption, found to be drafted according to order, it was resolved to deposit them as usual in the large money vault, and to keep this note thereof. While concerning the latter, or that of the paymaster Duynevelt, it is further noted that today only the deed signed by the Honorable Stoffenberg was laid on the table; and that the said Duyneveld undertakes to deliver a counterpart signed by the Bookkeeper van Someren van Vrijenesse, who is at Nagapatnam, as soon as it shall have been received. The Lord Commander having made known to this meeting the necessity to choose, according to the plan drawn up and transmitted with the latest letter to Their High Mightinesses, a competent person for the vacant post of Auditor at the Trade Office here, upon his Honor's proposal, there was appointed to that office 375. The 3rd of December 1785. The 3rd of December 1785. Continued. Readmission of 2 drummers. Promotion of Cantervisscher to full assistant. Assistant Christiaan Theodorus Bloeme, who has for a long time served in the Trade Office with the requisite diligence and zeal, under promotion to bookkeeper at f 30 per month, and a new five-year contract commencing on the 1st of this month. In view of ample expiration of time, it was resolved to promote the Junior Assistant Jacobus Simon Cantervisscher to full assistant at f 24 per month, under a new contract of five years, commencing on the 1st of this month. As drummers, it was resolved to readmit into service Francisco de Silva from Nagapatnam, and Anthonie de Silva, ditto, who have crossed over from Nagapatnam hither, both at their formerly earned wage of f 11 per month, under a new

Dutch transcription

367. Den 3. December 1785: 2=do Om voor deese keer uijt nood, „saakelijkheid te resilieeren van de permanente ordre om de soldijboeken volgens het Al„ phabeth te formeeren uijt hoofde men niet kan te wagten, tot dat alle de gins, en herwaarts versprij¬ de 'sComp=s dienaaren vee¬ le van welkers verblijf plaats onbekend is sig zullen hebben aangegee„ „ven en welkers getal of geneegentheijd om in dienst der E: Compagnie te Con„ „tinueeren of niet, men Den 3. December 1785. nu nog niet konde weeten terwijl het soldij werk inlussen niet langer kan of mag traineeren, en den soldijhouder daarom te qualificeeren om in dit Extra ordinaire geval eenig„ „sins van de ordre aff te wijken 3=to Om hem ten einde hij weegens het genootene bij 'sComp=s die„ naaren het zij op Ceilon of op deeze kust na dat de betaaling door de Engelsen opgehouden is, zeeker zij, en dus de pas aan alle abu„ „sen in deese werden ge„ „coupeerd te gelasten ten nu aansien 369. Den 3e. December 1785 aansien der dienaaren, welke hen na hun krijgsgevan„ „genschap na Ceilon begeeven hebben, zig stiptelijk te ge„ draagen aan de distincte aan„ „wijsing welke de Ceijlonse Regeering belooft heeft bij brief van den. 30. Junij over Tranquebaar te sullen over „senden: Terwijl omtrent Dienaaren, welke zig hier ter kuste hebben opgehou„ den verstaan is dezelve door twee daar toe Expres te benoemene gecommit„ „teerdens in presentie Den 3. december 1785. van den soldijhouder te laaten afvraagen een declaratie /:des noods/ onder presentatie van eede hoe lang zij onderhoud van de En„ „gelschen genooten hebben, na „ welke verklaaring hij soldij houder de reekening zal moe„ „ten opmaaken 4=to Item te gelasten om een ijder van 'sComp. s Dienaaren te doen Jouis„ „seeren van de gunstige Conces„ „sie van Hun Hoog Edelheedens om namelijk gage, kostgeld en emolumenten te genieten van den dag dat de Engelsen met het verstrekken van onderhoud van hebben 371. Den 3 December 1785 voor den heer gezaghebber voor den Cassier broeuw ex voor den pakhuijsm: stoffen„ berg Den 3. December 1785 hebben gecesseerd met Exceptie egter van Topassen en Mixtisen zoo die bij het militaire als den Zeevaart hebben dienst gedaan, uit hoofde zij zig geduurende den oorlog bij an¬ deren Natien hebben geenga „geerd, en dus de Calamiteij „ten van deselve niet zyn subject geweest ingekomene borglogten, als De volgende persoonen zig als borgen ten behoeve van D E: Com„ pagnie gesteld hebbende; Na„ „mentlijk D E: p=l Hoofd administrateur Nicolaas Tadama en den p=l fis„ caal Joan Daniel Simons voor den Heer gezaghebber tot een be„ draagen van Rd„s 10'000 De p=l secretaris deeser ver„ gadering Broerius Brouwer, en de p=l soldy Boekhouder Si„ „mon Duijnevelt voor den p=l Koopman en pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg rd=s 2000, De pe. Hoofd administrateur Tadama en de pakhuijsmeester Stoffenberg voor de p=l Secretaris. en Cassier Broerius Brouwer tot een somma van rd=s 2000, en Nicolaas De 373. Den 3. December 1785 Den 3. December 1785. en voor den Curator adlites Duijnevelt bueren alle en te laaten Le„ „poneeren Aanstelling van den assistent Bloeme tot narckenaar trent zijn tweede borg be„ looft heeft De p=l pakhuijsmeester Stof„ „fenberg en den boekhouder Hiro„ „nimus Jacobus van Someren van vrijenes, voor den p=l sol„ dy boekhouder en curator adlites Simon Duijnevelt, insgelijks besluijt deselve te appro tot rds 2000: van alle welke borg„ „togten de actens in Raade ge„ produceerd, en die na resump¬ „tie na de ordre gecoucheerd ge„ „vonden zijnde, zoo is verstaan deselve nagewoonte in de groote geld, Cassa te deponeeren, en daar van deesen aanteekening te houden wat Duijnevel egter om„ Terwijl men omtrent de laaste, of die van den soldijhouder Duij„ „nevelt nog noteerd dat heeden. maar ter tavel is overgelegd de acte door den E: Stoffenberg ge„ „teekend; en dat gem: Duijneveld zig verbind om een weedergade door den boekhouder van Someren van Vrijenesse /: die zig te Nagapatnam bevind /. onderteekend te zullen in leeveren, zoo dra die zal ontfan„ gen zijn Door den Heer gezaghebber aan deese vergadering te kennen gegeeven zijnde de noodzaake„ „lijkheijd om volgens het ge„ Terwijl maakte 375. Den 3. December 1785 Den 3e Deecember 1785. vervolg readmissie van 2. tamboors bevordering van Cantervis cher tet absolut assistent D maakte, en bij de Jongste briev aan H: Hoog Edelh: overgesondene plan een bekwaam persoon te verkiesen tot den vaceerenden dienst van Naareekenaar op het Negotie Comptoir alhier is op zijn wel Ed voorstel tot die dienst aangesteld den voor lange op het Negotie Comptoir met de vereijschte vlijt, en ijver, dienst gedaan hebbende Adsistent Christiaan Theodorus Bloe¬ „me onder bevordering tot boek„ „houder met ƒ 30. ter maand, en een nieuw vijf Jarig ver¬ „band ingaande p=mo deser Mits ruime tijds Expiratie is verstaan den Jong adsistend Ja„ „cobus Simon Cantervisscher te bevorderen tot absolut adsistent met ƒ. 24: ter maand, onder een nieúw verband van Vijf Jaaren, ingaande primo deser Tot tamboers is verstaan in dienst te readmitteeren de van Nagapatnam herwaards over„ gekoomen Francisco de Silva v=n Naga Anthonie de Silva - - - „ d„o beijde op hunne voormaals ge„ „wonnen hebbende gagie van ƒ 11. — ter maand, onder een Mits nieuw

NL-HaNA_1.04.02_3719_0247 view scan ↗

English

377. The 3rd of December 1785 Admission of a piper for ƒ9. New engagement of 5 years starting on the first of this month, as well as Domingo Kuijper of Nagapatnam as piper at ƒ11, as he previously also enjoyed that pay. Furthermore, it is also resolved to take into service as piper Jacob Bernard of Nagapatnam at ƒ9 per month under an engagement of 5 years starting on the first of this month. The Lord Commander having given notice to the Council of the lack of the necessary papers, to commission Stoffenberg to fetch the same from Nagapatnam. The Lord Commander having given notice to the Council that due to the lack of the secretarial papers he was prevented from making the necessary arrangements, which long since, if one had been in possession of the charters pertaining thereto, would have been effected, through which lack of arrangements the Honorable Company's domestic affairs must become subject to much confusion, His Honour proposed to commission for bringing those documents hither the Merchant Provisional and Warehouse Master Martinus Hoffenberg, under whose administration and custody the same were before and during the war, and who with much 179. The 3rd of December 1785 Much effort and great care had watched over that archive, that it was preserved from the rage of the English who destroyed everything, by securing it in diverse places known only to him; and since therefore notoriously no one outside the aforementioned Stoffenberg could be employed for this commission, it was approved to let him proceed to Nagapatnam to pack up all the papers and documents hidden by him in such a state that the same can be transported hither with the opening of the navigation, under serious recommendation of the utmost economy and, after having put everything in readiness, to return himself as soon as possible by the overland route. By this departure of the Warehouse Master Stoffenberg to Nagapatnam, a seat in the Council of Justice being to become vacant, it was approved on the proposition of the Lord Commander to co-opt the Secretary Broerius Brouwer, and to let him officiate as such on the oath previously taken as member of Justice at Nagapatnam. 381. The 3rd of December 1785 Submitted findings on the trade papers of the outer quarters. Insertion and disposition on the same. Further, there was brought to the table by the Lord Commander a finding drawn up by the Chief Administrator concerning diverse trade papers received from the outer stations, whereupon it was understood to take such dispositions as are noted in the margin of this paper: Note of the following trade papers; namely: From Jaggernaikxveram, upon which the following is to be remarked, as: An expense account of the last of August. The entry under Carpentry and Repair for the erection of a new flagpole and the making of a new flag, as well as the repairing of the tent Chialeng, which should not have been written off on this account, but rather on ordinary expenses. A Memorandum of Carpentry and Repair on account of the erection of a flagpole and making of a flag, as well as the repairing of the tent Chialeng, which should have been brought to the account as aforesaid. This expense account and memorandum of carpentry to be approved, provided that the opposite regarding the write-offs to wrong accounts and the calculation errors are redressed and corrected. 385. The 3rd of December 1785 2918½ net pounds of Nagulen in 44 bags, of which there is no accounting yet; I therefore request that the aforementioned quantity may be credited to the main account at ƒ0. 6. 12 the pound. These 100 pieces of muskets likewise under unappraised goods. Fiat. To let this proceed as such. Further brought hither per the aforesaid Poerab 100 pieces of muskets, which as unserviceable were sent by the Ceylon government to the former Agent Geeke for sale, which I likewise request may be credited to the main account. And that a separate return may be made of the sold maroa reals or Americans brought hither per the ship De Both from Colombo. A Memorandum from Colombo of the 7th of June, whereby hither is credited a part of the funds collected at Batavia etc. to be disbursed to the Company servants and inhabitants here impoverished in the war, an amount of Rds 5100. 37. — or Ducatons 3060: 10: 8, being ƒ10099. 10: 8; but upon inspection of that memorandum it was found that according to the order of Their High Mightinesses there was not added thereto the 13 7/11 per cent, the said Memorandum amounting to ƒ10099. 10. 8. To which added 13 7/11 per cent, making ƒ1377: 4. — Together ƒ11476: 14. 8. The said memorandum would with a favorable

Dutch transcription

377. 377. Den 3. December 1785 Den 3. December 1785 en een pijper in dienst admissie van een pijper voor ƒ9. te kennen gave door den Heer gezagh van het gebrek der nodige papieren— ter afhaal derzelven van Nagap te committeeren nieúw verband van 5: Jaaren ingaande primo deeser, zoo me de tot pijper Domingo Kuijper van Nagap=m tot ƒ11. — also die bevoorens meede die besolding ge„ „noeten heeft Voorts is nog beslooten als pijper in dienst aan teneemen propositie om stoffenberg Jacob Bernard van Na„ „gapatnam teegen ƒ 9: ter maand onder een verband van 5: Jaa„ „ren ingaande p=mo deser Den Heer gesaghebber aan den Raade kennis gegeeven hebbende, dat door destitutie der secretari„ eele papieren verhindert wierd de noodige schikkingen te maaken, welke al overlang, zoo men de daar Chartres waare mach¬ toe specteerende „tig geweest, zouden zijn geeffectueerd, door welk gebrek van schikkingen de E: Comp=es huijshoudelijke affaires aan veel verwarringen supject moe„ „ten geraaken, proponeerde zijn wel Edele tot overbreng herwaarts dier Documenten te committee„ „ren de koopman p=l en pak„ „huijsmeester Martinus Hof„ „fenberg onder wiens admini„ „stratie en bewaaring deselve geweest zijn voor een geduu¬ „rende den oorlog en die met de veel 179. Den 3. December 1785 door den raad assumeering van den secre„ taris Brouwer tot lid in den raad van Justitie aan den zelven veel moeite, en groote sorg ge„ „ven de woede van de alles ve „woest hebbende Engelsen ont„ „doeken zijn door die in diver„ se hem alleen bekende plaat„ „sen te sequreeren, en nadien dus notoir tot deese Commissie niemand buijten gem: Stoffen„ conformeering daar meede „ berg kende geemploijeerd wer„ „den is goedgevonden denselven na Nagapatnam te laaten overgaan om alle de door hem geborgene papieren en Docu¬ „menten afte pakken in een staat dat deselve met het „vigileerd hadde dat die archie onder welke recommandatie kunnen getransporteerd worden, Den 3. December 1785. opengaan der vaart dit heen onder Serieuse recommandatie van de uiterste menage en na alles in gereedheid gebragt te hebben selv zoo dra mogelijk over de land„ „weg te retourneeren Door dit vertrek van den pakhuismeester Stoffenberg na Nagapatnam een plaats in den Raad van Justitie zullen, „de vaceeren, is op propositie van den Heer gesaghebber goed„ „gevonden te assumeeren den Broerius Brouwer Secretaris en hem sodanig te laaten fungeeren opengaan 381. Den 3. December 1785 Den 3 December 1785. ingediende bevinding op de negotie papieren van de buij„ ten quartieren insertie en dispositie op de„ zelve van timmeragie te approbeeren, mits het nevenstaande omtrend de afboekin„ gen op verkeerde rekeningen, en de Reeken fouten geredresseerd en verbe„ op den Eed, bevoorens als lid van Justitie te Nagapatnam gepres„ „teerd Nog wierd door den Heer gesag„ hebber ter Cavel gebragt eene door den Hoofd administra„ „terd werden „teur geformeerde bevinding van diverse van de buijten Comptoiren ontfangene Negotie papieren, waar op verstaan is zoodanig dispositien te neemen; als in margine van dit pa„ pier bekend staan Aanteekening Aanteekening van de vol„ „gende Negotie papieren; teweeten van Iaggernaikx veram waar op het volgende te remar„ „queeren valt, als 'T opgebragte op Timmeragie en Reparatie voor 't oprigten van een nieuwe vlagge stok, en 't maa„ „ken van een nieuwe vlag zoo mee„ de het repareeren van de tent Chialeng, dat niet op deze reekening„ maar wel op onkosten ordinair hadde moeten werden afgeschreeven Een Memorie van Timmeragie en re„ paratie weegens het oprigten van een Vlaggestok in 't aanmaaken van een vlag, zoo meede het repareeren van de tent Chialeng, dat op reek als voorzegd hadde moeten werden Deese onkkostreekening, en Memorie Een onkost reekening van ult=o Augs gebragt 385 Den 3 december 1785. Deeze 100. ps snaphaanen ins„ Wijders nog per voorsz Poerab al„ gelijks bij ongetaxeerde goederen fiat Dit zodanig te laaten geschieden Den 3. December 1785 2918:½. Vetto ponden Nagulen in 44. zakken, waar van nog geen aan reekening is, verzoeke dus dat voormelde quantiteijt ten goede van de hoofd reekt mag wer„ den ingenomen met ƒ—. 6. 12 het pond „hier aangebragt 100. ps snaphaa „nen, die als onbequaam aan den gew Agent Geeke, door de Ceij „lonse regeering ter verkoop zijn gezonden, die almeede verzoeke, dat ten goede van de hoofd reest moo„ gen werden ingenoomen En dat er van de verkogte maroa reaalen of mericaanen, p=r het schip De Both van Colom„ be alhier aangebragt, Een appart Rendement mag gemaakt werden Een Memorie van Colombo van den 7 Junij waar by herwaards is ten goede gebragt een gedeelte der gecollecteerde penningen te Batavia ensz; om aan de alhier in den oorlog verarmde Compe dienaaren, en ingezeetenen uijtgekeerd te werden eene som„ „ma van Rd:s 5100. 37. —: off dit„ „calons 3060: 10: 8 dan wel ƒ16099 10: 8; dog bij na Zeening van die memorie is bevonden, dat daar bij volgens de ordre van Haar Hoog Edelheedens niet zyn g'addeert de 13 7/1. p=r C=o be„ draagende gemelde Memo„ „rie - - - - - - ƒ10099. 19. 8. waar toe g'addeert 13/1 pr uijtmakende - - - „ 1377: 4. Te Gader - ƒ11476: 14. 8. Gem: memorie zou met Een gunstig

NL-HaNA_1.04.02_3719_0251 view scan ↗

English

307. to act according to the proposal as above December 3, 1785 may favorably please to be sent back, and charged to Colombo in another, last-mentioned sum. An invoice from Gale dated July 12, 1786, in which the following is charged; namely for 28 lb Dutch bacon etc. to the officers of the ship Hoolwerff as a supplement to a provision made to the minister van de Werth and junior merchant Heshusius on their voyage from Batavia to Nagapatnam costs - - ƒ38:7:8 Hereof, if pleasing, A warrant upon the persons mentioned alongside, to approved December 3, 1785 count the amount into the Company's treasury, and have it received to the credit of previous years' charges and expenses. The same for 457 lb Malabar rice to a kangan, four lascars, eighty-five coolies, and a washerman, who returned with the Honorable Fiscal van Halm from Colombo to Gale, and back there again - - - - - - - ƒ17. 11. — For 3/48 parras of Kalpitiya salt - - - - - - „ — 2. —. Counts - - ƒ 17. 13. —. The above to be charged to Jaggernaikpatnam by memorandum, in order to be counted into the Company's treasury there. As also for 9,000 lb of rice, the Batavian 389. December 3, 1785 December 3, 1785 approved to allow to proceed Batavian, according to the Nagapatnam letter of October 12, 1784, discharged from the cargo of the Company's ship Hoolwerff and charged hither according to the resolution of January 17 at - - ƒ 177. 15. 8 These 9,000 lb of rice were, according to the letter to Colombo of October 12, 1784, issued as rations to the Reverend Mr. van de Werth, for which reason the same could be written off to previous years' charges; as also for a chest of medicines discharged at Nagapatnam from the aforementioned vessel Hoolwerff, and issued to the head surgeon Meppen, costs - - ƒ197. 17. 8. Hereof a warrant could be made upon the surgeon Meppen, in order to have it counted with 75 percent advance into the Company's petty cash and entered into the books under previous years' profit and loss. An invoice of July 12, 1785: of the cargo brought by the Company's ship De Both, in which the 3,845 pieces of improperly sorted Amerikani received therewith are encumbered with various expenses, to the amount of ƒ174. —. 8. which, if pleasing, upon taking in of the said invoice, may be written off to the main account. issued An 391. December 3, 1785 December 3, 1785 shall be counted into cash by the Commander, farming of revenue at Jaggernaikpatnam order to send the lease conditions hither to be left provisionally in cash by Mr. Stoffenberg, though leaving freedom to petition Their Excellencies regarding this. An invoice of account from Batavia dated July 2, 1785, in which among others is charged the amount of the commission and dispatch money for the commission as Commander for the Honorable Willem Blaauwhamer, amounting to ƒ427: 10:— As also for that which is charged by the said invoice on account of the overcharge for fresh meat and bacon supplied on each pork day to the seamen of the ships 't Veldhoen, De Mercur, and De Wakkerheyd together, pagodas 173: 3:½ or ƒ779. 3. -. Of which the 1/6th part for the Visitator General amounts to ƒ 129: 17—. Palliacatta In Castle Geldria, December 2, 1785 was signed: Nicolaas Tadama deliberation on the outer offices. Furthermore, the Commander submitted into the Council the minutes of the letters that have been successively received from the outer offices in order to deliberate thereon; which having been proceeded to, it was initially resolved with regard to Jaggernaikpooram to approve the farming out of the domains of the villages Jaggernaikpatnam, Pollepalem, number 9 and Gondewarom, the first for a sum of 725 new pagodas and the second of 250 similar pagodas; but at the same time to order the chiefs to send the lease conditions 393. December 3, 1785 December 3, 1785 approval of the hire of a private sloop delay of the departure of De Both item of the requisition made to Bimilipatnam for 50 ashlar stones lease conditions along with a comparison of the amount of that lease against the last one made before the war, hither by the next arriving opportunity, which had been neglected by him. As also to express the approval of this Council regarding the hire of the private sloop Het Fortuin for two three-figure pagodas per garce, in order to convey the merchandise and further necessities brought by the Company's ship De Both for Bimilipatnam to the said office. Regarding the delay of the departure of the ship De Both, it was resolved to suspend disposition thereon until such time as there shall have come into the hands of this Council As also the requisition made by the chiefs for 50 pieces of ashlar stones of 7½ feet square and 2 feet thick, for the service of the mint, with communication that the necessary instructions regarding this will be written to Sadras. necessities come 1

Dutch transcription

307. te handelen na het voorstel ad Jdem Den 3. December 1785 gunstig believen kunnen wer den te rug gezonden, en bij een andere, laast gemelde Somma Colombe kunnen werden aangereekend Een factuur van Gale gedactee„ Rend den 12. Julij 1786, waar bij het volgende is aangeree„ „kend; teweeten voor 28. lb. speck Hollands ensz aan de overheeden van het schip Hoolwerff tot sup„ plement van een gedaane ver„ strekking aan den predicant van de Werth en onderkoop„ man Heshusius op reijse van Batavia na Naga„ „patnam Kost - - ƒ38:7:8 Hier van met believen Een ordonnantie op nee„ „venstaande persoonen, om fiat Den 3. December 1785 het bedraagen in Comp=s Cas„ sa te tellen, en doen inneemen ten goede van voorjaarige las„ „ten en ongelden Idem voor 457. lb ryst Malla„ „baarse aan een Cangaan, vier lasquerins, vijff en taggentig Coelijs, en een wasscher, die met den ges Heer fiscaal van Halm van Colombo na Gale, en weeder na der„ „waarts zijn te rug: ge„ „keerd - - - - - - - ƒ17. 11. — Voor 3/48. parns Calpelt Zout - _ _ _ _ _ - „ — 2. —. Teld - - ƒ 17. 13. —. Het bovenstaande, Jagger„ „naikp:m per memorie aan te reekenen, om aldaar in Comp Cassa te werden geteld Als ook voor 9000 lb ryst het Bataviase 389. Den 3: December 1785 Den 3. december 1785 frat te laaten gevolg neemen Bataviase volgs Nagapat„ namse brief van den 12. 8ber 84: uijt de lading van 's Comps schip Hoolwerff ge „ligt en volgens besluit van den 17. Januarij herwaarts aangereekend met - - ƒ 177. 15. 8 Deese 9000 lb Rijst zouden volgens brief na Colombo van den 12. 8ber 1784. voor randcoen aan den Eerwaarden Heer van de werth zijn afgegeeven geworden, wes dezelve op veorjaarige lasten zouden kunnen werden af„ „geboekt; zoo meede voor een kist met Medicamenten te Nagap=m uijt voormelde bodem Hool„ „werff gelegt, en aan den opperchirurgijn. Mespen afgegeeven Kost - - ƒ197. 17. 8. Hier van een ordonnantie op de Chirurgeijn Meppen Kunnen gemaakt werden, om met 75. pr Cento advans in s Comps kleene Cassa te doen tellen en bij de boeken op voor Jaa¬ „rige winst en verlies in geno „men werden Een factuur van den 12. Julij 1785: van de aangebragte laading van het Comps schip De Both, waar bij de daar mee de ontfangene 3845. stuks Mericanen oneijgen met di„ „verse ongelden zijn beswaard, ten bedraage van ƒ174. —. 8. die met believen, bij innee„ „ming van gem: factuur op de hoofd reek: zullen kun „nen werden afgeschreeven afgegeeven Een 391. Den 3. december 1785 Den 3. December 1785 zal door den gezaghebber in Cas geteld worden, teiren pagting te Jaggernackp: last om de pagt conditien herwaarts te zenden in provisie in Cas te laaten door den Heer Stoffenberg, dog vrijheijd te laaten om daar omtrent aan H: H: Ed: te re„ quistreeren Een factuur van aanreekening van Batavia g'dateerd den 2. Julij 1785. waar by onder anderen aangereekend is het bedraagen van 't op en ex „peditie geld voor de Commissie als gezaghebber voor den wel Edelen Achtbaaren Heer Willem BlaauHamer Groot ƒ427: 10:— Als meede over het gee„ „ne bij gem factuur is aange„ „reekend, weegens het te veel op„ =gebragte voor verstrekte versch vlees en speck op ieder hagjes dag aan de zeevaarende van de scheepen 't veldhoen, de Mer„ „cuur, en de wakkerheyd te zaamen pr/o 173: 3:½ of ƒ779. 3. -. Waar van d' /6. gedeelte voor de ve¬ Tistateur generaal bedraagt. ƒ 129: 17— Palliacatta Jn 't Casteel geldria den 2. der 1785 /was geteekend:/ N=s Tadama besoigne over de buijten Comp„ voorts wierden door den Heer Gezag hebber in Raade overgelegd de notulen der brieven, welke successive van de buijten Comptoiren zijn ontfangen om daar over te besoigneeren, waar toe getreeden zijnde, is aanvankelijk ten aansien van Jaggernaikpoe„ „ram verstaan, de gedaane verpag„ approbatie der gedaane ver„„ting der Domainen van de dor„ pen Jaggernaik p:m, Pollepalem, No9 en Gondewarom, het eerste voor een Somma van No p/o 725. - en de tweede van 250: gelijke pagoo, den, te approbeeren, dog de opper„ „hoofden teffens te gelasten, om des pagtcondehien 393. Den 3. December 1785 Den 3. December 1785 goed keuring der gedaane in„ huuring van een particuliere Chialoup verwijl van het vertrek van de Bolh item van den gedaanen Eisch na Bimilip=m van 50 arduijne Steenen pagtconditien nevens eene vergelij„ „king van het bedraagen van die verpagting, teegen de laaste, die voor den oorlog gedaan is per censt komende geleegentheijd herwaarts overtesenden, het welk door hem versuijmd was Gelijk meede de goedkeuring dee„ ses Raads te betuigen over de inhouuring van de particuliere Chialoup Het Fortuin voor twee uijtgistede dispositie nops het drie beeldige pagoden per garst, om de door 'sComps schip De Both voor Bimilipatnam aangebragte handelwhaaren, en verdere bino„ Specteerende het verwyl van het vertrek van het schip De Both is verstaan dies dispositie te sur„ „cheeren tot tijd en wijle aan deesen Raade zullen zijn ter hand Als ook de door de opperhoofden gedaane eijsch van 50: p:s ardicine steenen van 7½ voet in het vier kant en 2. voeten dik, ten dienste van de munt, onder communicatie dat daar omtrent het nodige na sadras zal werden aangeschree„ „ven. digtheeden, na gem Comptoir over te brengen. digtheiden gekoomen 1

NL-HaNA_1.04.02_3719_0255 view scan ↗

English

The 3rd of December 1785. Approval of the provision of rations made to the said vessel. Cost estimate of 3 thonys, with what rigging. Order sent to Jaggernaikpoeram to send 200 lb of cloves to Palicol. Communication to De Ravallet regarding the granted allowance. On the assumption that the necessity of the requisition made by skipper Abo, consisting of 12000 lb of rice and 400 lb of carwaat, has become evident to the servants, it has been resolved provisionally to approve that provision, and to postpone the final decision in that regard until the arrival of the promised papers relating to the ship De Both and its dispatch. Furthermore, it is resolved to order those servants to send 200 lb of cloves to Palicol to serve as gifts for the native regents there. By the resolution of this assembly of the 11th of October last, Jaggernaikpoeram having been judged the most suitable place for the construction of the three thonys, it was now resolved, upon the proposal of the Lord Commander, to instruct the chiefs to provide this assembly as soon as possible with a specific statement of the costs of three units of thonys, namely: 2 units with native rigging, such as were used before the outbreak of the war in the bay for collecting the sown goods, and 1 ditto with European or sloop rigging to be used along this entire coast. Finally, it is resolved, for the information of the junior merchant and second De Ravallet, to communicate to the servants that Their High Mightinesses have graciously granted a favorable allowance to the present Lord Commander as former chief, and to the said De Ravallet as second of Jaggernaikpoeram, because, being prisoners of war of the English, they enjoyed not the least subsidies; regarding which allowance they will be informed further as soon as the final decision of Their High Mightinesses has been received. The business concerning Jaggernaikpoeram having been concluded, they proceeded to that of Palicol. Approval to Palicol of the completed leasing of the domains. Order to submit a comparison thereof against the previous year. The requested stationery has already been sent. The requisition made cannot be fulfilled due to lack of supplies. Order regarding the gifts of spices according to the instruction. Regarding Palicol, it was initially resolved to approve the completed leasing of the Company's domains for a sum of 845 pagodas or 3802 guilders and 10 stivers; but also to instruct these chiefs to provide this Council with a comparison of this lease against the last one before the war, showing the reasons for the increase or decrease of each item individually. Regarding the requisition of necessities made by that trading post, it was resolved to reply that it cannot be fulfilled due to a lack of the requested items, and that they had nevertheless sent as much stationery with the ship De Both as the small stock thereof had permitted; but with regard to the requested spices to the amount of 580 lb in kind for gifts, to order those servants to conduct themselves according to what is demanded by today's circular letter regarding the giving of presents at the outer trading posts, with the further announcement that the chiefs of Jaggernaikpoeram would be ordered to send 200 lb of cloves there to serve for the unavoidable gifts. The 4th of December 1785. To send 200 lb of cloves thither. Business concerning Sadras. Demand made by the Nabob for the outstanding lease monies. What the chief answered thereto. The correspondence with His Highness. What order is to be given to him regarding such. Proceeding further to the business concerning Sadraspatnam, there first appeared a translation of a Persian letter written by His Highness the Lord Nabob Mahomed Ali Khan Bahadur to the chief Van Bijland, demanding payment of lease monies which the prince believes must still be paid to him for Sadras as arrears; and the answer delivered thereto by the said chief, which, because it contains nothing definitive, it was resolved to approve for the reason given by Van Bijland, namely that the Nabob's hircarrah had refused to wait and also refused to leave without an answer, but at the same time to write to him that regarding such matters.

Dutch transcription

395. Den 3. December 1785. Den 3. December 1785. approbatie der gedaane ver„ Strekking van randcoenen aan gem bodem doen van het kostende van 3 thonijs „gulen na palicol te zenden gekoomen het gepromitteerde nader last na Jagg om 200 lb: na„ verslag neevens de papieren tot die zaak relatief In suppositie dat de Bediendend evident gebleeken is, de noodsaake„ „lijkheijd der gedaane eijsch van den schipper Abo bestaande in 12000 lb en een specificque opgave te Rijst, en 400. lb Carwaat, is goedgevonden provisioneel in die verstrekking genoegen te neemen en de finaale dispositie dierwee„ „gens uit te stellen tot de arri„ „ve der beloofde pappieren tot het schip De Both en dies de„ peche betrekking hebbende. Wijders is verstaan die bedien„ dens te gelasten, om na Palicol aftesteeken 200. lb Parrioffel Na„ „gulen om te dienen tot geschenk aan de inlandsche Regenten al„ daar d Bij het besluijt dezer vergadering van den 11 8ber pass=o Jaggernaik „poeram de bekwaamste plaats ge„ „keurd zijnde tot den aanbouw van de drie thonijs, zo wierd nu op propositie van den Heer gezagheb„ „ber beslooten, de opperhoofden te gelasten om deze vergadering zoo spoedig mogelijk te dienen met Wijders een 397. met welke tuijgagien Communicatie aan de Ra„ „vallet weg=s de toegelegde toelaag vervolg Den 3. December 1785. een specificque opgaave van het kostende van drie stuks Tonies, namentlijk 2. stuks met inlandse ruig, hoe„ „danig voor de doorbraake des „oorlogs in de bogt zijn ge„ „bruijkt tot den afhaal van de gesaaijde goederen, en 1. d. o met een Europasch off Chaloups tuig om langs dee„ „se gansche kust gebruikt te werden Eyndelijk is verstaan, tot narigt van de onderkoopman en secun„ de De Ravallet, de bediendens Communicatie te geeven, dat door Hun Hoog Edelheeden gratieuselijk is geaccordeerd aan den presenten Heer gesaghebber als geweesen op„ „perhoofd en gemelden de Ravallet als secunde van Jaggernaikpoe„ „ram een favorabele toelaag, de„ „wijl zij van de Engelsen, krigs„ „gevangen zijnde, geen de minste subsidien genooten hebben; omtrent welke toelage men hen nader zal onderhouden, zoo dra men de fina „le dispositie van Hun Hoog Edel„ „heeden zal hebben ontfangen De besoigne over Jaggernaikpoen Den 3. december 1785 Communicatie van 399. approbatie na palicol van de gedaane verpagting der domainen tegens het voorige Jaar over te zenden van specerijen na de ordre te is reets verzonden den gedaanen eisch kan mits gebrek niet voldaan worden Den 3. December 1785 „ram afgeloopen zijnde, ging men over tot die van Palicol waar omtrent aan „vankelijk verstaan is te appro„ „beeren de gedaane verpagting van 's Comp s Domainen voor een som„ „ma van pr/o 845 of ƒ 3802. 10. — dog deze opperhoofden almede te last om een vergelijk daarvan gelasten, ten deesen Raade te dienen met eene vergelijking van deese verpagting teegen die welke de laatste geweest is voor den oor„ gedragen „log, met aantooning van de ree„ denen der vermeerdering of ver„ „mindering van ijder articul Den 3. December 1785 op zig selve Op den van dat Comptoir ge„ danen Eijsch van benodigtheeden is verstaan te rescribeeren, dat aan de„ selve, uit hoofde van gebrek aan de gevorderde articulen niet kan wer„ den voldaan, en dat men hen egter dog het gevraagde schrijftuijg zoe veel schrijfting met het schip de Beth had laten toekomen, ald de geringe voorraad daar van had geper„ last zig omtrend de geschinken„ mitteerd; dog ten aanzien van de gepetitioneerde specerijen ten be„ draage van 580: lb: in soort tot ge„ „schenk die bediendens te gelasten zig te gedraagen aan het geen bij op Circulaire 401. Den 4. December 1785 200 lb nagulen na derw=s te zinden besoigne over sadras om de agterstallige pagt penn pens de briefwisseling met zijn geantwoord heeft, Circulaire brief van Heeden omtrent het doen der presenten op de buij„ „ten Comptoiren werd gedemandeerd, onder verdere te kennen gaave, dat te gevene ordre na Jaggem: om men de opperhoofden van Jagger„ „nainpoeram zoude aanschrijven na dat heen af te steekten 200. lb ga„ „rioffel Nagulen om te doen dienen tot de onvermijdelijke geschenken voorts getreeden zynde tot de besoigne over gedaanen eisch voor den Nabaa Sadraspatnam, kwam aller eerst voor een translaat van een persiaansche brief, door zijne Hoog heid den Heer Nabab Mhamed Alichan Bhadur aan het opperhoof Hoogheyd, van Bijland geschreeven ter aan„ „maaning om betaaling van pagt pen„ „ningen, die de vost vermeend dat wegens sadras aan hem nog moe„ „ten voldaan werden als Agter„ stallige; en het antwoord door wat het opperhoofd daar op gem: opperhoefd daar op gepast, het welk men, wyl het niets bepaalde„ „lijks behelst, wel goedvond te appro„ „beeren, om de door van Bijland gegevene reden dat namentlijk des Nababs harcarra niet hadde willen wagten, en ook niet zon„ „der antwoord vertrekken, dog welke last aan denzelven no hem teffens aan te schrijven, dat Den 3. December 1785. van diergelijke

NL-HaNA_1.04.02_3719_0259 view scan ↗

English

403. The last paid lease monies 3 December 1785 such correspondences belong to the department of this government, and that such letters may only be answered by the chiefs when a speedy reply is required, in which case the original letter with the reply must be sent by the first opportunity to the main office, for which reason the chief shall be ordered to send that letter in original along with his reply hither by an express messenger; and whereas it has appeared to this government that the chronology in His Highness's letter seems to require further investigation, and there is some appearance as if the Nabab might also pretend to claim lease monies for the period that Sadras was in the possession of the English, it is resolved to order the chief to obtain exact information through the interpreter and Brahmin as to when the very last payment of the lease monies occurred before the transfer of Sadraspatnam to the English on 19 June 1781, 3 December 1785 and to send that statement hither. 405. 3 December 1785 Request made for an instruction thither and a Company seal, and other matters recommended Suspended disposition thereon: Meanwhile, further business on this delicate subject will be postponed until after receiving information, and as much light as can be obtained in the absence of the necessary papers and books. Regarding the first point, the chief having made a request to be provided with an instruction according to which he might conduct himself in the future and to have a Company seal, because he 3 December 1785 until now had to seal all Company letters, and also those to the Nabab, with his own signet; it is resolved to recommend him to regulate himself according to those instructions which the Honorable Stern Lord Haksteen of late memory gave to the chiefs of Sadras under dates of 5 October 1765 and 6 June 1767, in so far as the latter is general, and not particularly related to matters then existing but long since settled, which instructions are to be found 407. Detailing of the complaints of the merchants and brokers 3 December 1785 among the papers that are to be sent to him; and concerning the seal, to authorize him to have an ordinary Company letter seal made, and to enter its cost in the monthly expense account. The chief having detailed at length the complaints which the linen suppliers, or rather the merchants' brokers in the weaving villages, have brought forward concerning the vexations from the side of the English in the weaving villages of Mannanbodi and Chembacum, transmitting a translation of the ola written by those brokers to the merchants, wherein they complain that a certain Englishman, named Mr. Moedpret, and his servants had extorted a binding ola from them not to let linens be woven in those villages, just as they also had taken a written bond from those weavers to weave no other than English sorts; hereupon the Director remarked that 3 December 1785 such 409. promise of the merchants regarding the Company's assortments Continuation 3 December 1785 such written bonds had previously often been taken by the English when he was chief, against which representations had then been made by him, and frequently not without effect, to the Governor of Madras; and that this was not very unusual at Sadras, as the English are entirely masters in all the weaving places in the north. Furthermore, the Director remarked that regarding the promises made, the merchants at Sadras had run very far ahead in having linens manufactured, unless it was their private trade, according to samples for the Company; and the brokers no less with their promises to the merchants that, as soon as those hindrances were removed, they would contract for linens according to the Dutch assortment, for which indeed the merchants as little as their brokers are capable, because there are as yet no approved samples, the ones recently sent over from Sadras being only presently 3 December 1785 to be brought to the table for examination; so that it cannot yet have come to actual obstacles. His Honor thought that one could for the present let these grievances of the brokers pass unnoticed, unless it was deemed more advisable to oppose the beginnings of such conduct of the English at the start as much as possible, by authorizing 410. Chief van Bijlandt to be ordered what to do regarding that matter 3 December 1785 Chief van Bijlandt to inform Governor Davidson of Madras, quasi by a private letter, of the conduct of Mr. Moedpret and his subordinates, with a request to prevent such arbitrary actions and not to disturb our trade, but to let it take its course in the weaving places as of old. The members, considering the latter not unserviceable, resolved to authorize the said chief to write such a letter, with orders to send hither copies of the letters to be exchanged back and forth. 3 December 1785

Dutch transcription

403. de laaste betaalde pagt penn: Den 3 december 1785 diergelijke Correspondentien van het departement van deze regering zijn, en dat zulke brieven door de opper¬ „hoofden alleen maar mogen be¬ „antwoord worden, wanneer er een spoedig antwoord vereijscht word, in welk geval de origineele brief met het antwoord by eerste gelegen vervolg „heid na het hoefecomptoir moet gezonden werden, uijt welken hoofde men het opperhoofd zal gelasten om dien brief in origine „le neevens zin antwoord her„ item ter informeering na „waarts met een expresse over te senden en nadien het deese regee¬ Den 3. december 1785 ring is voorgekomen dat de tijd ree„ „kening bij zijn Hoogheijds briev, een nader ondersoek schijnt te ver„ eijsschen, en het eenige schijn heeft, als of de Nabab ook niet wel pagt penningen zoude willen pretendee„ „ren voor den tyd, dat sadras in de bezitting der Engelschen is ge„ „weest, is verstaan het opperhoofd te gelasten zig exact door den Tolk en Bramine te doen informeeren, wanneer de allerlaatste betaling der pagt penningen voor het over„ „gaan van Sadraspatnam aan de Engelsen op den 19. Junij 1781 geschied ring zi Z 405. Den 3 december 1785 gedaan verzoek om een instructie dierw=ts en een Comp. Zegel, en ander aanbevolen wordt zy, en die opgaaf herwaarts over te senden uijtgestelde dispositie daar op, Terwijl men, de verdere besoigne uijtstellen, tot na bekomen infor„ „maken, en van zo veel ligt als men mits ontstentenis van de no¬ dige papieren en boeken zal kun„ „nen opdoen over dit delicaat onderwerp zal wat hem omtrend het ien is omtrent het eerste goedgevonden Door het opperhoofd versoek gedaan zijnde om te mogen werden voorsien van eene instructie waar na hij zig in het vervolg zoude kunnen gedragen en om een 's Comps zegel te mogen hebben, wijl hij Den 3. December 1785. tot hier toe alle Comp=s brieven, en ook die aan den Nabab met zijn eijge Cachet hadde moeten Zergelen, hem aan te beveelen, zig te re„ „guleeren na die instructien wel„ „ne de wel Edele Gestrenge Heer Haksteen /:L: M:/ aan de op„ „perhoofden van Sadras heeft ge„ „geeven in datis 5. october 1765. en 6. Junij 1767. voor zoo verre de laatste algemeen, en niet in het bijsonder betrekkelijk is op toenmaals geexteerd hebbende dog nu voorlange afgedaan zaa„ „ken welke instructien te tot vinden 407. detailleering der klagten van de kooplieden en maakelaars Den 3. December 1785 vinden zijn, onder de papieren, wel„ ke hem staan toegesonden te wor„ ^ hem te qualificeeren, om een gewoon 's Comp=s - brief zegul den; en belangende het zegel te laa¬ „ten vervaardigen, en dies kostende bij de maandelijkse onkostreette„ „ning op te brengen Door het opperhoofd in het breede gedetailleerd zijnde, de klagten, welke de lijwaat le„ „veranciers /: of eijgentlijk der Kooplieden makelaars in de weeff dorpen:/ hebben inge¬ „bragt over de veratien van de kant der Engelschen in de en Chembacum onder overzen„ Den 3. December 1785. „ding van een Translaat van de ola door die Makelaars aan de hoop„ „lieden geschreeven, waar bij zij met op het vlagen, dat een Letter Engelschman door een Moedpret genaamt en zijne bediendens van hen een verband ola hadden afgeperst, om geen lijwaaten in die dorpen te laaten weeven, gelijk zij dan ook een verband schrift van die wevers hadden genomen om geen andere dan Engelsche zoorten te weeven; zoo „saghebber aangemerkt, dat weeff dorpen Mannanbodie amarqui durwrgj=s zo wel ierd hier op door den Heer ge„ ding diergelijke 409. „se der koopl: ten aanzien van 's Comp=s sortementen Vervolg Den 3. december 1785 diergelijke verbandschriften bevoo¬ „rens. dikmaals toen hij opper„ „hoofd was geweest, door de Engel „schen waaren genoomen, waar tegen dan /: en meenigmaal niet zonder effect:/ door hem repre„ „sentatien aan den Heer Geriver „neur van Madras waaren gedaan, En dat dit te sadras niet zeer ongewoon was daar d Engelschen in alle de weef plaat „sen in 't nonde volstrekt meer als nopens de gedaane promu„ters zijn. wijders remarqueer de den Heer gezaghebber, dat de kooplieden te Sadras Leer Den 3 December 1785 waaren voor uitgeloopen met lij„ „waaten te laaten aanmaaken /: ten waare dat hunne bijzondere handel was:/ na monsters voor de Comp=e; En de maaktelaars met minder met hunne beloften aan de kooplieden, dat zij /: zoo dra die hindernissen waaren weg genoomen :/ Lijwaaten na de Hol„ „landsche sorteering zouden aan„ „besteeden, waar toe immers de kooplieden zoo min als hunne Makelaars in staat zijn, wijl er nog geen geapprobeerde mon¬ „sters zijn, zullende de Jongst van Sadras overgezondene Eerst waaren Straks 410. opperh: van Bijland te ge„ 1lasten Den 3 December 1785. strans ter examinatie op tafel gebragt werden:/ Dat het dus tot geen dadelijke obstaculen hebben de kunnen gekomen zijn, zijn Ed: meende, dat men deeze do„ „leantien der Makelaars voor Eerst ongemerkt konde pas„ wat daar omtrend aan het „ secren, zoo men met raadza„ „mer oordeelde, om de beginzelen van zulke handelwijzen der En„ „gelzen in het begin zoo veel mogelijk tegen te gaan door het opperhoofd van Bijlandt qualificeeren, om quasie bij een particuliere brief aan den Den 3. december 1785. Heer Gouverneur van Madras Davidson van de conductie van Mr. Moedpret en de Zijne kennis te geeven met versoek van diergelijke willekeurige actien te beletten, en onsen handel niet te turbeeren, maar die in de weef„ „plaatsen, gelijk van ouds zijn gang te laaten gaan. De Leeden het laatste niet ondienstig oor„ deelende, wierd beslooten gedagte opperhoofd tot het schrijven van zodanig een brief te qualifi„ „ceeren, met last om de Copias der over en weder te wisselene Heer brieven vervolg

NL-HaNA_1.04.02_3719_0264 view scan ↗

English

413: and to forbid him to address the Nabab directly continued. 3 December 1785. to send letters hither. Then, with further regard to the opinion of the chief, that one would soon find redress against it with the Nabab, who he asserts is very jealous of his authority, since he has obtained the entire administration of his lands, the commander expressed his concern whether addressing oneself to that prince might not possibly rather be harmful than of benefit, since it cannot be thought that under the return of the 3 December 1785 lands in which the Nabab has been restored, there is also included the Jagier of the English Company, in which, however, the weaving villages, where the linens delivered by Sadras are woven, are situated, and where that nation is therefore absolute master. This consideration appearing very probable to the assembly, it was resolved to write to the chief of Bijland, ordering him not to address the Nabab on this subject without special orders from this government. lands Through 415. to accept the unloading of the sent merchandise as communicated and to express displeasure regarding the report concerning the nutmegs and cloves 3 December 1785. The frequently mentioned chief having reported the safe arrival and unloading of the merchandise and necessities sent to Sadras on 9 October via the private thony of Hendrik de Posta under the supervision of Sergeant Hendrik Muller and the boatswain Harmen Hendriksz, notwithstanding the rough weather that prevailed there in the roads; but that, owing to the continuous rain and lack of sacks, they had not yet been able to be weighed, it was resolved to accept these matters as communication; 3 December 1785. but with regard to the condition of 7 chests of nutmegs and cloves, which had been opened in the presence of the sworn clerk, namely that three of them were in very bad condition, the nutmegs being considerably mite-eaten, and the cloves very dusty, of which he would later send a sample along with the report on the delivered cargo, to give the chief to understand that this government does not at all approve of the conduct which 417. continued what he ought to have done in that case, disbursement of 4 Pagodas to Sergeant Mulder 3 December 1785 which he observed in this case, since at that time he ought himself to have taken from each of those chests, in the presence of the clerk Frans Rousseau and both commanders, ½ or ¼ lb of spices, and they ought to have sealed those bundles, each with their own seal, to be sent hither with the report on the delivered cargo of the vessel, whereupon they could have been confronted with the lot from which those spices were taken, 3 December 1785 which now, after so much time has passed, is too late, especially as the one commander who ought to have been present there has already returned long ago; for which reason it has been approved and agreed to order the chief in future to act according to orders, both in receiving and in shipping all goods, and especially spices. Furthermore, approval was given to the disbursement of 4 Pagodas made to the one returned commander, 419. to send this to them 8 peons there, continued 3 December 1785 commander, Sergeant Hendrik Muller, with orders to the chief to process that entry in the Sadraspatnam cash accounts according to the regulations, and to cause the other, the boatswain Harmen Hendriksz, to return hither as well, as soon as there is an opportunity to do so. The frequently mentioned chief having reported that out of necessity and for the guarding of the Company's effects, which were stored in various warehouses, he had been obliged to engage an additional 8 peons, 3 December 1785. it appeared to the assembly that, however much it may be contrary to their inclinations to consent to any increase of expenses whatsoever, especially at a time when more than ordinary frugality must be observed on this coast, where the expenses are not met by the least noteworthy profits from trade, either of sales or purchases, but the Company's entire commerce is as good as at a standstill, 8. they 421. reasons to grant it sent 5 samples of linens 3 December 1785. they nevertheless could not dispense, in consideration of the present state of Sadraspatnam, where there is not the least security for the insufficient storage places of the Company's goods, and thus out of conviction of the necessity, with granting permission to employ an additional eight peons, which they therefore decided to approve, in the confidence that with those who are currently in service there, who together make up a number of 20 persons, 3 December 1785. it will be sufficient for the present, and as long as the establishment is not increased. There were shown to this Council by the Commander, and by the same viewed and inspected with the required accuracy, the 5 pieces of samples sent by the Chief of Bijland along with his letter of 31 October last, consisting of ½ piece Salempores Common bleached ditto ditto ½ piece Guinees ditto brown blue ½ piece ½ piece Baftas ditto ditto ditto ditto ½ piece Salempores ditto which

Dutch transcription

413: en hem de adresseering dierw=s bij den Nabab te verbieden vervolg. Den 3. december 1785. brieven herwaarts over te zenden. Dan wat verder aanbelangd des opperhoofd mening, dat men spoedig redres daar tegen, zoude vinden bij den Nabab, die hij verzekerd zeer Jaloers van zijn gezag te zijn, zedert hij de geheele beheering van zijne landen bekomen heeft, zoo gaf den heer gesaghebber zijn be„ „denking te kennen, of zig aan dien vorst te addresseeren niet moge„ „lijk eer nadeelig, dan van baat zou„ de zijn, alzoo het niet is te den„ „ken dat onder de bekering der Den 3. december 1785 landen, in welke de Nabab her„ „steld is, ook begreepen zij het Jagier van de Engelsche Comp=e in het welk egter de weeff dorpen, daar de lijwaaten die sadras lee„ „verd, geweven worden gelegen zijn en alwaar dus die natie vol„ „strekt meester is. Deeze consi„ deratie de vergadering zeer pro„ „babel voorkomende zoo is verstaan het opperhoofd van Bijland aan te schrijven, om zig zon„ der speciale last van deese Re„ „geering over dit onderwerp niet aan den Heer Nabab te addres„ „seeren landen Door 415. de ontlossing van de gezondene Coepmansz voor gecomminiceerd aan te neemen gen over het bedeelde nop=s tde nooten en nagulen Den 3. December 1785. Door meermelde opperhoofd bedeeld zijnde de goede overkomst en ontlos van de op den 9. 8ber per de parti„ „culiere thony van Hendrik de Posta onder opzigt van den ser„ „geant Hendrik Muller en den bootsman Harmen Hen„ drikst na sadras gezondene koop„ „manschappen en benodigtheeden, niet teegenstaande het ruwe wee„ der, dat het aldaar ter rheede maakte; dog dat die om de Con„ „tinueele reegen en gebrek aan zakken nog niet hadden kunne gewogen worden, zoo verstond met dit een en ander tot communicatie Den 3. december 1785. en het ongenoegen te betuij„ aanteneemen; dog omtrend de gesteldheyd van 7. Nooten en Nagul Kisten, die in presentie van den gesw scriba geopend waa„ „ven, naamentlijk dat drie van dezelve zeer slegt waren geconstitueerd, als zijnde de Nooten considerabel vermijterd, en de Nagulen zeer stoffig waar van hij nader een preuve nevens de bevinding der uijtgeleverde la„ ding zoude overzenden aan het opperhoofd te verstaan te geeven dat deeze regeering in het geheel niet approbeerd de handelwijze, aan welke 417. vervolg wat beij in dat geval hadde moeten doen, 'strekking van 4 prCo aan den Sergt Mulder Den 3. december 1785 welke hij in dit geval heeft ge„ „houden, wijl hij op die tijd zelfs uit ijder van die kisten in pre„ „sentie van den scriba Frans Rousseau en de beijde gesagheb„ „ber ½. of ¼ lb specerijen hadde moeten nemen, welke die bon„ deltjes elk met hun eijgen segul hadden moeten verseegelen, om herwaarts met de bevinding der uytgeleeverde lading van het vaartuig overgesonden te worden, wanneer men deselve teegen de parthij, uit welke die specerijen genoomen waa¬ „ren, hadde kunnen Confron„ Den 3. december 1785 „teeren, het geen nu, na zoo veel tijds verloop te laat is, daar buiten dien de eene gesaghebber, die daar bij hadde behoren pre„ „sent te zijn, reeds overlang ge„ „retourneerd is, waarom goedge„ „vonden en verstaan is, het op„ „perhoofd te gelasten om in het vervolg zoo men den ontvangst, als met den afscheep van alle goe„ deren, en insonderheid der speceryjen na de ordre te handelen approbatie van de gedaaneen) Voorts wierd geapprobeerd de ge„ daane verstrekking van pag: 4. aan de eene te rug gekoomene teeren gesaghebber 419. dit hun te zenden 8. pions aldaar, vervolg Den 3 December 1785 gesaghebber den sergeant Hen„ drik Muller met last aan het opperhoofd om die post bij de sa„ draspatnamse Cassa reekening last aan den bootsman Hendriks z a de ordre te behandelen, en den anderen, den bootsman Harmen Hendriksz meede herwaarts te doen retourneeren, zoo dra daar toe geleegentheijd is gedaane in dienst. neeming van Door veelgem opperhoofd be„ „deeld zijnde dat hij uit noodzaake„ „lijkheijd en ter bewaking van 'sComp:s effecten die in onderscheijde pakhuijsen geburgen werden ge„ „noodzaakt was geweest om nog Den 3. December 1785. 8. pions in dienst te neemen, zo Kwam het de vergadering voor„ dat hoe zeer het dezelve teegen moet zijn, om te condescendee„ „ren in eenige hoe genaamde vermeerdering van lasten voor al in een tijd dat eene meer dan gemeene menage op deeze kust moet in agt genoomen wor„ den, alwaar de ongelden door gee„ „ne de minste naamwaardige voor„ deelen uit den handel zoo van ver of in koop te gemoet werden ge„ „komen maar 'scomp:s gansche Commercie, zoo goed, als stil staat, 8. zij 421. reedenen toetestaan zondene 5: monsters lijwaaten Den 3. December 1785. zij zich echter niet konde despen„ „ceeren om uit consideratie van den presenten toestand van Sa„ draspatnam, alwaar men geen de minste securiteyt voor de in sufficante berg plaatsen van 's Comp=s goederen heeft, en dus uit overtuiging van de noodsaa„ besluijt deselve om de gegevene „kelijkheijd, te bewilligen in het aanneemen van nog agt pions die men daarom besloot toetestaan, in vertrouwen dat het met die geene, welke nu aldaar in dienst zijn, welke te samen een getal van 20. stuks uitmaken voor Den 3. December 1785. eerst, en zoolang den omslag niet vermeerderd te stellen zal zijn visitatie der van Sadras ge Door den Heer gesaghebber aan dee„ „se Raade vertoond, en door den selve met de vereijschte accuratesse gesien, en gevisiteerd zijnde, de door het op„ „perhoofd van Bijland, nevens zij„ „nen brief van den 31. 8ber J=o leeden overgesondene 5. stuks mons„ „ters bestaande in ½. p. s salemp:s Gemeen gebleekt d„o d„o ½. „ Guinees d„o bruin blauw ½. „ ½ „ Baftas d„o d„o d„o d„o ½- „ Salemp=s d„o eerst Welke

NL-HaNA_1.04.02_3719_0269 view scan ↗

English

423. The 3rd of December 1785 continued to write and instruct him how the same were found, which being found to be utterly inferior, it was resolved upon the proposal of His Honour to retain these pieces solely for the shaming of the merchants who dared to produce such rags before the eyes of this assembly, with orders to the Chief to announce to those haggling merchants, in the most significant terms, the extreme indignation of this assembly over their disadvantageous effrontery in daring to offer such rags of rejects, inducing moreover upon him, the Chief, the most inept untruth, as if the collection at Sadraspatnam had always been made according to such inferior rags, whereas they are convinced that never would such a piece have been demanded or even accepted as fourth sort, had they even dared to bring it to the warehouse; further instructing him to give those merchants to know that one is less surprised that they only ask the old prices for the linens above 425. continued continued ask, (for which anyone other than they would willingly make a delivery of such inferior goods), than that they were not yet shameless enough to demand an increase, and merely content themselves with proposing an enormous augmentation on the washing, bleaching, and dyeing wages of no less than 5 pagodas on a pack of blue and 3 pagodas on a pack of bleached linens. Then, it being unnecessary at present to expatiate further on this matter, since it is impossible (even if other circumstances immediately permitted making a start therewith) to be able to make any collection according to such samples, as experience has long since proven that the delivered linens never equal the sample pieces, much less surpass them, from which one can easily deduce what inferior goods one is to expect upon delivery according to such as the sent so-called samples, which one cannot comprehend how the Chief 427. continued continued The 3rd of December 1785 the Chief could have allowed to be slipped into his hands, since in fact no worse linens of this sorting can be made, which would barely serve as dungarees to wrap the packs; and since it would therefore be preferable to collect no linens at all at Sadras rather than those which one is convinced beforehand must result in a loss, wherever they might be brought; it was resolved to instruct the Chief to announce to the Merchants that they shall instantly have to manufacture other samples of the required quality, length, and width, in everything corresponding with those upon which they previously undertook a collection and delivered the linens, at the same time intimating to them in the most earnest manner that in the contrary case, one will dismiss them as unworthy subjects and employ other traders, 429. The 3rd of December 1785 The emoluments requested by the writer Rousseau denied and why whereon they can firmly rely; further demanding the Chief to send the new sample pieces to be made to this assembly for approval, keeping in mind to send of each sort not a half but a whole piece, in order to receive half back as a sample after approval. Regarding the request of Chief van Bijland to grant to the Writer Frans Rousseau the same emoluments as his predecessors enjoyed, it was resolved to reject the same, since no other than bookkeeper's emoluments are attached to the service of writer, and among all previous writers the present Pay Bookkeeper Simon Duijnevelt was the only one to whom junior merchant's emoluments were granted, after he had nevertheless functioned as such for more than 14 years, without his successor having enjoyed the same; while at present is not the time to introduce novelties 431. to send the requested secretarial papers thither to charge the expenses of the shipped arms goods to this place the wages of the servants there The 3rd of December 1785 to the increase of the Company's burdens. On the other hand, it was resolved to grant the request made by the oft-mentioned Chief, namely to send him overland the latest Sadraspatnam secretarial papers, since those of the Trade are all absent. The matter of Sadras being concluded, it was resolved with respect to Portonovo, upon the question of the Resident Topander how he shall deal with the expenses incurred upon the shipment on freight to Jaffanapatnam in a private thoni of 839 pieces of muskets, 837 pieces of bayonets, 838 pieces of iron ramrods, 848 pieces of iron scrapers, and 811 pieces of bayonet scabbards, to reply that he will have to submit the same hither, in order to be charged further from here to Ceylon. With respect to the wages paid to the servants there, no papers being at hand, it was resolved to suspend the disposition of this assembly until such time as one, through the Paymaster Simon

Dutch transcription

423. Den 3 December 1785 zijn aanteschrijven en te gelasten vervolg hoedaneg dezelve bevonden welke ten uijttersten ondeugend be„ „vonden zijnde, is op voorstel van zijn Ed: verstaan deese stukken alleenlijk aan te houden ter beschaaming der koopplieden die sulke vodden, onder het oog deser vergadering hebben durven produ¬ .wat dierwegs aan het opperti:„ceeren met last aan het opper= „hoofd om die Marchiandeurs in de significantste termen aan te kundigen de uitterste indignatie deeser vergadering over hunne on¬ „voordeeldige effronterie in sulke vodden van uitschotten te durven aanbieden, induceerdende daar en Den 3. December 1785. booven hem opperhoofd de onbe„ „kwaamste onwaarheid, als of na zulke ondeugende lompen altoos de insaam op sadraspatnam ge„ daan ware, daar zij overtuigd zijn, dat nimmer dus danig een stuk vorderde of selfs voor vierde soort zoude zijn aange„ „noomen geworden, zeo zij ze al ter Panzaale hadden dur„ „ven brengen, hem verder gelas„ „tende die kooplieden te kennen te geeven dat men minder ver„ „wonderd is, dat zij alleen de oude prijzen voor de lijwaaten booven vraagen 425. vervolg vervolg vraagen, /:waar voor een ieder bui „ten hen, wel een leverantie van zulk een ondeugend goed zoude wil „len doen:/ dan dat zij nog niet schaamteloos genoeg geweest zyn om een verhoging te vorderen, en zig maar te vreeden houden om een enorme augmentatie op de wasch, bleck en verwloonen voor te stellen niet minder dan van pr/o 5 op een pak blaauwe en pag 3 op een pak gebleekte lijwaaten Dan nodeloos zijnde om sig thans hier omtrend verder uit Den 3e December 1785 Den 3. december 1785. te laaten, dewyl het onmogelijk is zoo andere omstandigheeden als permitteerden aanstonds daar mee„ de een begin te maaken:/ om „ eenigen na diergelijke monsters insaam te kunnen doen, alsoo de ondervin„ ding als over lang beweesen heeft, dat de geleeverde lijwaaten nooyt de staal stukken evenaaren, veel min surpasseeren, waar uit men dus faciel van nagaan wel„ „ke ondeugend goed, men bij leve„ „rantie na sulke, als de overge„ „sondene sogenaamde monsters die men niet bezeld, hoe het opperhoofd 427. vervolg vervolg Den 3. december 1785 opperhoofd ze zig heeft konnen laten in de hand stoppen te verwagten heeft, daar in der daad geen slegter lijwaaten van deese sorteering kunnen ge„ „maakt worden, welke pas tot dongrijs om de pakken zoude kunnen dienen; en Dewijl het dus verkiesbaar zoude zijn te sadras in het geheel gee„ „ne lijwaaten in te samelen, dan zullen die men voor af overluigd is dat verlies moeten geeven, waar die ook mogten werden aangebragt; zoo is Den 3 december 1785. verstaan het opperhoofd te ge„ „lasten om de Kooplieden aan te kundigen dat zy illico andere monsters zullen hebben te ver„ „vaardigen van de vereijschte deugd, lengte, en breedte, in alles overeenkomende met die, op welke zij bevoorens Een insaam heb„ „ben aangenoomen, en de lijwaa„ „ten geleeverd, hen teffens op het alleremstigste beduidende dat men bij het Contrarie van dien, hen als onwaardige sup„ „jecten zal laaten loopen, en ons van andere handelaars be„ verstaan dienen 429. Den 3. december 1785 de verzogte emolumenten door den soroba Rousseauw ontzegd en waarom dienen, waar op zij vast staat húnnen maaken, demandeerende verder het opperhoofd de nieuwe aantemaakene staat stukken dee„ „se vergadering ter approbatie toe te senden, daar bij verdagt zijnde om van elke zoort niet een half maar een geheel stuk te schikken om na goedkeure de helft tot een monster te rug te ontfangen Aangaande des opperhoofds van Bijland versoek om aan den Scriba Frans Rousseaú deselve emolumenten toe te voegen, als zijne Den 3 december 1785 voorsaaten hebben genooten, is verstaan het zelve van de hand te wijzen, dewijl aan den dienst van scriba geen andere dan boek¬ „houders emolumenten geaccrocheerd zijn, en onder alle voorige scribas de presente soldij boekhouder Simon Duijnevelt de eenigste geweest is die onderkoopmans emolumenten zijn toegelegt, na dat hij egter ruim 14. Jaaren als zodanig gefungeerd hadde, zonder dat zijn opvolger daar van gejouisseerd heeft; Terwijl het altaons de tijd niet is om nieuwig voorlaaten heeden 431. de gevraagde secretarieele pa„ pieren na derwaarts te zenden gelden van de afgescheepte wapengoederen dit hun aante reekenen de gaiien der bediendens aldaar Den 3. december 1785 heeden ter vermeerdering van sComp=s lasten te introduceeren Daar en teegen is verstaan te accordeeren de gedaane instantie van dikwerf genoemd opperhoofd om namelijk hem over den landweg te doen toekomen de Jongste Sa„ draspatnamse secretarieele pa„ „pieren, dewijl die van de Nego„ „tie alle absent zijn De materie van Padras g'ein„ „digt zijnde, is ten aanzien van last na portenovo om de on Portonovo verstaan, op de vrage van den Resident To¬ „pander hoedanig hij met de bij Den 3. december 1785 den afscheep na Jaffanapat„ „nam op vragt in een parti„ „culiere thoni van 839. p.:s geweeren, 837. p:s Bajonetten, 838. p:s ijzere laadstokken, 848: p:s ijzere kratzers, en 811. p:s bajonst. scheeden„ „gevallene ongelden zal handelen te antwoorden, dat hij deselve dit heen zal moeten opgeven om verder van hier na Ceijlon te werden aangereekend uyjtgestelde dispositie omtrend Ten aansien der verstrekte gagien aan de bediendens aldaar geene pa¬ „pieren aan handen zijnde, is verstaan de dispositie deeser ver„ „gadering te surcheeren tot tijd en wijle men door den soldihouder den Simon

NL-HaNA_1.04.02_3719_0274 view scan ↗

English

presentation of spices and with what earnest recommendations regarding the same 3 December 1785 Simon Duijnevelt shall have elucidated, who will be ordered to report on this matter. Circular order regarding the giving of gifts, 3 December 1785 Furthermore, it has been resolved to write a circular letter to the respective subordinate offices ordering that henceforth, until further notice, in the giving of gifts, in view of the present scarcity of nutmegs and mace, no mace or nutmegs shall be dispensed, but to those who are accustomed to receive 1 lb of nutmegs or 1 lb of mace as a gift, 1 lb of cloves shall be given, in order, by holding back the trade in the first two mentioned kinds of spices, which are currently in demand, to facilitate as much as possible the consumption of the less desired cloves, with an earnest recommendation to reduce that costly item of gift-giving to the utmost of their ability, as much as is feasible, and especially to take care that nothing more than what is strictly necessary shall be given as a gift, always keeping in view in this regard whether the political or mercantile interests of the Honorable Company can justify that necessity. As well as for the sending of proper bails. Communication thither of the granted gratuity and how to distribute it. 3 December 1785 Likewise, to order the servants at the respective subordinate offices to furnish the proper bails, each for his own administration, in accordance with the model that will be sent to them. Furthermore, to inform the heads that Their High Excellencies, in order to encourage the zeal and vigilance of the servants on this Coast, and to urge them to faithful conduct, have been favorably pleased to grant a gratuity of five percent of the sales, three percent of the purchase cost of the linens for the Indies that were found satisfactory, and five percent of the linens that will yield fifty percent net profit in the Netherlands, of which the distribution at the subordinate offices has been arranged by Their High Excellencies in this manner: One-fourth for the Governor; half for the head, and one-fourth for the second, on condition that the recipients shall take an annual oath of purge according to a form of which a copy will be sent to them. Also regarding the order concerning the sharing in losses and profits. 3 December 1785 To communicate further to them that Their High Excellencies have established that the heads and seconds of the subordinate offices shall share in all profits and losses in the proportion of one-third and one-third. The native servants. 3 December 1785 Likewise, it was approved to inform them that Their High Excellencies have ordered that, aside from a couple of interpreters and one native secretary for the Governor, the native servants must come at the expense of those by whom they are employed; as well as that at the subordinate offices no more may henceforth be posted than 1 head, 1 second, and 1 clerk. Authorization to pay salaries etc. to the Company's servants, and to enter their wages in the expense accounts, with orders however to leave them on the present footing. 3 December 1785 With the further announcement that this Government has made humble representations to Their High Excellencies in order to obtain a more favorable disposition in this regard; why it was decided to authorize him provisionally and until further notice from the High Table to leave the servants posted at the respective factories there; as well as to pay those few native servants who, for the present and as long as trade does not show greater progress than it has so far (to the palpable sorrow of this Government), will be inevitably necessary, and to permit them until further notification to enter the same in the expense accounts, with strict orders to be very sparing regarding their number, since this Council will be extremely vigilant concerning any excess in this, as in other matters. Finally, it was decided to communicate to them that Their High Excellencies have favorably pleased to grant to all European servants here on the Coast the compensation of their salaries and board money, counting from the day they no longer received maintenance from the English, with orders to pay those arrears of salaries and board money as soon as the necessary cash is available for that purpose. Production of a list of the servants of Nagapatnam. 3 December 1785 Thus done and decided in the Castle Geldria in Palliacatta on the date aforesaid, was signed: As before. Saturday, 28 January 1786, in the forenoon at 10 o'clock. Meeting of the Council of Policy. All present except the Provisional Merchant and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, on a commission to Nagapatnam. After invoking the Lord's Holy Name, the Honorable Commander announced to the assembly that the Junior Merchant and Invoice Keeper Fredrik Willem Bloeme, along with his letter

Dutch transcription

433. verschinken van specerijen en met welke ernstige re„ Commandatie dierwegens Den 3 december 1785 Simon Duijnevelt zal geelucideerd zijn, welke men zal gelasten hier over van berigt te dienen Circulaire ordre wegs. het voorts is geresolveerd de respective buiten comptoiren Circulair aan te schrijven om voorlaan, tot nadere ordre in het doen der geschenken, uit hoofde der presente schaarsheid van Noo„ of „ten en foelij, geen foelij Nooten af te langen, maar aan die geene welke gewoon zijn 1. lb Nooten of 1. lb: foelij in ge„ „schenk te ontfangen een lb Den 3 december 1785. nagulen te geeven, om door het aanhouden tot den handel van de twee eerst gem zoorten van specerijen, die tans gewild zyn, zoo veel mogelijk te faciliteeren den vertier van de minder gewilde Nagulen, met ernstige recom„ „mandatie om dat Kostbaar ar„ „ticul van schennagie na uit„ „terste vermogen, zoo veel te verminderen, als immers doenlijk zy, en voor al agt te geeven dat niets dan het geen volstrekt noodsakelijk is, verschonken wer„ de, daaromtrent altoos in het oog houdende, of de politicque Nagulin dan 435. Den 3. december 1787 behoorlyke borgtogten Communicatie na derw=s van het toegelegde douceur en hoedanig het zelve te verdeelen dan wel mercantile belangen van de E: Maatschappij die noodsaakelijkheijt kunnen wet„ „tigen zoo meede ter zending van Gelijk meede de bediendens op de respective buiten Comptoiren te gelasten om de behoorlijke borgtogten een yder voor zijne administratie te passeeren Con¬ „form het moddel dat men hen zal toezenden Wijders aan de opperhoofden kennis te geeven dat Hun Hoog Edelheeden ter aanmoedi„ „ging van den ijver en vigilantie Den 3. december 1785 van de dienaaren op deeze Hest, en om hen aan te setten tot een trouwe behandeling gunstig hebben gelieven toe te staan een douceur van vyff ten hondert van den verkoop, drie ten hon„ „derd van 't inkoops kostende der lijwaaten voor Jndien die vol„ doende bevonden wierden, en vijf ten honderd van de lijwaaten, dien in Nederland vijftig p„r Cent suij„ „vere winst zullen afwerpen, waar van de verdeelig op het buij„ „ten Comptoiren in deeser voege door Hun Hoog Edelheeden ge„ „schikt is, als van Een 437. item der ordre nopens het deelen in de schaden en baaten de Jnl: bediendens Den 3. december 1785 Een vierde voor den Gouverneur; de helft voor het opperhoofd, en een vierde voor de secunde, onder die mits dat de genieters een Jaar lijkse Eed van purge zullen af„ „leggen na een formulier van welke een afschrift hen staat toegesonden te worden Hen verder te communiceeren dat Hun Hoog Edelheedens ge„ „statueerd hebben, dat de opper„ „hoofden en secundens van de buijten Comptoiren deel zul„ „len hebben in alle baaten en schaadens in de proportie van zo meede ten aanzien van Almeede is goedgevonden hen kennis te geven, dat Hun Hoog Edelheden hebben gelast dat buiten een paar tolken, en een Jnlandsche secretaris bij den Gouverneur de inland„ „sche bediendens moeten koomen ten laste van zulke, door wien zij werden gehouden, als meede, dat op de buijten comptoiren voortaan niet meer, zullen mogen bescheijden zijn dan 1. opperhoofd 1. secende en 1 pennist /3 en 1/3. —. Den 3 December 1785 1/3 Onder 1899 Den 3. december 1785. presenten voet te laaten onkost reek op te brengen qualificatie ter uijtkeering der gagien etc aan 's Comps dat Onder verder aankundiging ver¬ door deeze Regeering needrige „toogen aan Hun Hoog Edelheeden zi gedaan ten eijnde hier omtrent een gunstiger dispositie te erlangen, al last egter om dezelven opde Waarom beslooten is hem te quali „ficeeren om de op de respective fa „torijen bescheijdene dienaaren bij provisie en tot nadere ordre van de Hoge Tafel, aldaar bescheijden te laten; Gelijk meede tot de be„ „taling van die weijnig inlands chi bediendens die er voor eerst, en zoor lang den handel geen meerder dienaaren schot neemt, als ze tot nog Den 3 December 1785 toe, tot sensibel hartzeer deeser Regeering doed onvermijdelijk noo¬ dig zullen zijn, en hen te per„ en haare besoldingen bij de „mitteeren deselve tot nader aanschrijven, bij de onkost ree„ „keningen op te brengen met stricte last om omtrent der selver getal zeer bepaald te zijn, wijl deeze Raade op een exces in deese, gelijk in andere saaken ten uijttersten nauwsien„ „de zal zijn Eijndelijk is gearresteerd aan hun Communicatie te geeven, dat Huen Hoog Edelheeden gunstiglijk aan toe alle 441. productie van een lijst der dienaaren van Nagap: Den 3. december 1785. alle Europesche Dienaaren hier ter kuste hebben gelieven toe te staan de te goeddoening van hun „ne gagien en kostgelden, te ree„ „kenen van den dag af, dat zij geen onderhoud van de Engel„ „schen genooten hebben, met ga¬ last om die agterstallige „gien en Kostgelden te voldoen zoo dra daar toe de nodige Con„ „tanten aan handen zullen zijn Aldus Gedaan en gearresteerd In 't Fort Saturdag den 28 Jan: 1786 's voor de middags te 10 uuren. Vergadering van Politie Alle Present dempto Den provisioneel Koopman en pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg incommissie na Nagapatnam Na het aanroepen van 's Heeren H: Naame wierd door den Heer ge„ „saghebber aan de vergadering te kennen gegeeven, dat den onder koop„ „man en factuurhouder Fredrik Willem Bloeme neevens zijne Den 3 december 1785 Geldria te Palliacatta dato voorsz /:was geteekend:/ Als vooren Geldria brief

NL-HaNA_1.04.02_3719_0279 view scan ↗

English

443. The 28 January 1786 Request by the same for some funds in advance of their salaries. What has appeared therefrom. Letter dated Nagapatnam the 15 November 1785 having sent hither a list of the servants who were inclined to come over with the opening of navigation, to the number of fully forty-four persons of various ranks, besides the bookkeeper and pay-transferrer Jacobus Wilhelmus Swart, who was still at Colombo, and the bookkeeper Gerrardus Herft residing at Porto-Novo, who is also supposed to be inclined to come over. In which cited letter, through the abovementioned Bloeme, was likewise presented the request of many of the servants present of diverse ranks, that they might be assisted with some monies in deduction of their salaries graciously granted by Their High Mightinesses; with the further notification of their touching declaration that on account of the impoverished and desolate condition 445. The 28 January 1786. The 28 January 1786. As well as for a sea passage, providing a vessel for their transport. Decision to let them be provided with 3 months' salary and on occasion a vessel. Receipt of 2 calculations from Jaggernaikpoeram for 3 thonys. Condition in which they lay plunged by the war and its bitter aftermath, they were unable to break up their households from Nagapatnam and come up hither unless it should please this Government to provide them with some cash; further requesting that they might be favored with a vessel for transport. Now, as the Council is but too well convinced of the unfortunate condition of many of those servants, it has been resolved to condescend to this twofold reasonable request, and to allow those who shall ask for it to be provided with three months' salary to meet the necessary expenses of their journey; they shall also on occasion be provided with a vessel for their transport. The chiefs of Jaggernaikpoeram, along with their letter of the 9th of this month, pursuant to the resolution of this table of 3 December last, having sent hither two calculations, namely one for the cost of two thonys with native rigging, each 48 feet long, 14 feet wide, and 7½ feet deep, and one for a thony rigged in the European manner; 447. The 28 January 1786. The 28 January 1786. How much the same would cost, besides some anchors and cordage. Accompanying a memorandum of the thonys built in 1770. According to which the first two would cost a sum of new Nagapatnam pagodas 2157. 12. -, and the third an amount of 2097. 13¾ of the same pagodas; besides that, for the last-mentioned vessel, the following equipment goods would still be required, namely: 9 pieces of anchors 1 set of shrouds of 5 inches 2 iron hawsers of 3 inches 2 wheel hawsers ditto 16 hawsers of assorted kinds 20 bundles of housing and marline Which calculations those servants have likewise accompanied with a copy memorandum of the cost of the thony, the Johanna Maria, built in the year 1770 for the Honorable Company at Narsapoor by the then Secunde of Palicol, Mr. Jacob Pieter de Neijs, for the equipment 449. The 28 January 1786. The 28 January 1786. Remarks concerning this, continued. Honorable Company, which cost a sum of pagodas 681. 16. - Although this remarkable increase is indeed rightly attributed by the chiefs to the great change and increased price of everything which the span of more than 15 years has brought about, whereby it had become impossible to build such vessels at as low a price as were built at Narsapoor at that time, since they now have to bring the timber with heavy expenses from Rajahmundry, which in the year 1770 could be obtained around Palicol with little cost; and however much the Council is convinced that since the building of the Johanna Maria in 1770, and especially during and after the war, a general increase in prices has taken place in everything along this Coast; nevertheless, such an important difference of nearly 70 percent only on 451. The 28 January 1786. The 28 January 1786. Proposition to decline the construction of those thonys and to request 2 to 3 chaloups from Their High Mightinesses. Decision to abandon the 2 thonys at Jaggernaikpoeram. on the thonys without European rigging appeared to the same far too exorbitant to dare proceed with their construction. Yet, since it is impossible to manage without suitable vessels to sail to and fro among our establishments along this Coast, it was, upon the proposition of the Governor, approved to decline the construction of thonys at Jaggernaikpoeram, but at the same time respectfully to request Their High Mightinesses, by the first outgoing letter, that this Government may be accommodated with two to three single-masted vessels or chaloups from Batavia, which, when empty, draw no more than six feet of water, so that they can be brought more easily into the rivers along this Coast, which rarely give entrance to deeper-draft vessels. While it was furthermore resolved to write to the servants at Jaggernaikpoeram that

Dutch transcription

443. Den 28 Januarij 1786 verzoek door de zelven om eenige gelden in mindering haa„ ver gagien, brief gedateerd Nagapatnam de 15. November 1785 herwaarts had overgesonden een lijst van de Dienaaren, die geneegen za ren om met het opengaan wat daar bij gebleken is der vaart over te koomen, ten getalle van wel vier en veer¬ „tig persoonen van verschellen„ de qualiteijten, buijten den boekhouder en soldij overdraager Jacobus Wilhelmus Swart, die nog op Colombo was, en den zig op portonovo bevindende boekhouder Gerrardus Herft, die men meede verondersteld tot Den 28. Januarij 1786. den overkomst geneegen te zijn In welke geciteerde brief door boven gem Bloeme teffens was voorgedraagen het versoek van veele der aanweesende Dienaa¬ „ren van diverse qualiteijten, om met eenige penningen in mindering van Hunne door Hun Hoog Edelheedens grati„ „euselijk toegestaan gagien te meugen worden geassisteerd onder verder te kennen gaave van hunne aandoenelijke be„ „tuijging dat zij uit hoofde van den verarmden, en desolaten den toestand 445. Den 28 Januarij 1786. Den 28 Januarij 1786. zo meede om een zees gelee„ „gendheijd poram van 2. Calculatien van 3. thonijs vaartuijg hot haar trans„ port te bezorgen den gagie te laaten ver„ strekken teestand, waar in zy door den oorlog en de bittere naweeen de„ selver gedompeld laagen, en ver¬ „mogend waaren om van Na¬ „gapatnam met hunne huijs „houdingen op te breeken en her„ „waarts op- te koomen, zoo het deese Regeering niet mog„ „te behaagen hen met eenige contanten te voorsien; ver„ „soekende verders, dat zij met een vaartuijg ter over„ „voer mogten werden be„ „gunstigd „adien nu de raad niet dan al te zeer overtuijgd is van den ongelukkigen toestand van „besluijt om haar 3 maan, veele dier dienaaren, zoo is ver„ „staan in dit twee leedig billijk verzoek te condescendeeren, en aan die geene, welke het zullen vragen tot het doen der nood„ „sakelijke ongelden hunner reijse te laaten verstrekken drie maan„ en bij geleegentheijd een den gagie, zullende zij bij geleegent„ „heijd met een vaarthuig ter hun„ ner overvoer meede werden voorsien ontvangst van Jaggermaik De Jaggernaikpoeramse op„ „perhoofden neevens hunne brief van den 9. deser ingevolge be„ „sluijt deser tafel van den 3. dan xber Wtse Den 20 Januarij 1786. Den 28 Januarij 1786. komen te kosten morie der en 1770 gebouwde thonijs buijten eenige ankers en touw werken xber p=l herwaarts overgesonden hebbende twee stuks Calculatien als eene van het kostende van twee Thonijs met Jnlands tuig ieder lang 48, breed 14. en diep 7½ voeten, en een van een thonie op zijn Europeesch toegetuigd; hoe veel dezelven zonder volgens welke de twee eerste zou„ den moeten kosten eene somma van nieuwe Nagapatnamse pe„ „goden 2157. 12. - en de derde een bedraagen van 2097. 13¾. Gelijke pagooden, behalven dat, er tot laast gem: vaartuijg nog zou„ den benodigd zin, de volgende Equipage goederen, Namentlijk 9: p=s ankers 1. „ want van 5. d=m 2 „ ijsertrossen van 3. d=m 2 „ Wiel d„o 16. „ Trossen in soort 20: bossen huising en „ marlijn 20 welke calculatien die bediendens teffens hebben laten versellen verzelling van een me„ van een Copia memorie van het kostende der in den Jaare 1770 door den toenmalige se„ „cunde van Palicol M=r Ia„ „cob Pieter de Neijs, voor de Equipagie E: 449 Den 28 Januarij 1786. Den 28. Januarij 1786. remarquie dierweegens vervolg E: Compe te Narsapoer gebouw„ „de thonce, de Johanna Maria die gekogt heeft een somma van pr/o 681. 16. - Schoon nu deese aanmerke„ „lijke meerderheijt door de opper„ „hoofden wel met regt werd toegeschreeven aan de groote ver„ „andering en verduuring van alles welke de tijd van ruijm 15. Jaaren heeft te weeg gebragt, waar door het onmogelijk was geworden teegen zo een geringe prijs zulke vaartuigen te bouwen, als er des tijds op Narsepoer getimmerd zijn, nadien zij de houtwerken tans met Zwaa„ „re ongelden van Ragie Mahen„ „drawarom moeten laaten bren„ „gen, welke in den Jaare 1770. met wijnig kesten rontom Pa„ „licol te bekoomen waaren; en hoe zeer de Raad overtuigd is, dat zeedert de timmering van de Jo„ „hanna Maria in 1770: en wel voornamentlijk in en na den oorlog een algemeene verduering in alles op deze Ruest plaats heeft; zo kwam zulk een important verschil van bij na 70 p„r C=o alleen Harsepoer op B 451. Den 28 Januarij 1786. Den 28. Januarij 1786. der aanbouw dier thonijs aloupen te verzoeken. besluijt om de 2 thonijs op Jaggern afteschaffen op de thonijs zonder Europeesch tuig denzelven egter al te exorbi„ „tant voor om tot dier aanbouw te durven treeden „propositie ter excuseering Dan dewijl het onmogelijk te stellen is zonder bekwaame vaar„ „tuijgen om op onze etablisse„ „menten langs deze kust af en aantevaaren, zo wierd op propositie van den Heer ge„ „saghebber goedgevonden den aan„ „bauw van thonijs te Jagger„ „naikpoeram wel te excusee„ en H: H: Ed om 2 â 3 chi„ren, maar teffens om bij de eerst aftegaane brieff aan Hun Hoog Edelheedens eerbie„ „dig te versoeken; dat dit Gou„ „vernement moge worden ge„ wriefd met twee â drie een mas„ „tige vaartuigen of Chialoupen van Batavia welke leedig zyn„ de niet over de ses voeten diep gaan, om te gemakkelijker in de revieren langs deese Rust die aan dieper treedende vaar„ „tuigen zelden ingang geeven te kunnen worden gebragt Terwijl alverder verstaan wierd de Jaggernainpoeram„ „se bediendens aan te schrijven, Hun dat

NL-HaNA_1.04.02_3719_0284 view scan ↗

English

453. The 28th of January 1786 The 28th of January 1786 To pay for the linens That it is no longer intended to maintain a pair of thonys, which mainly, if not only, reason why serve to bring the sown goods from the Bay of Mazulipatnam to Jaggernaikpoeram; And freight to the merchants, but that, in accordance with the contracts that are concluded yearly on behalf of the Company with the merchants who deliver those goods, they the merchants shall be paid the freight or hire of private vessels to transport those returns at their risk to Jaggernaikpoeram: Because it was judged that this arrangement will prove more advantageous for the Company than the constant maintenance of a pair of thonys, which, it is true, used to carry off to Nagapatnam in the spring the packages of linen that might have remained at Jaggernaikpoeram, but which service could henceforth be performed by one or two, according to the circumstances of the returns, time, 455. The 28th of January 1786 The 28th of January 1786. Time of the sloops requested from Their High Excellencies, which can be wintered in the river of Coringie, if indeed not in that of Jaggernaikpoeram itself, not to mention the outlay of cash for the construction of those two thonys, which can now be employed much more profitably in the linen trade, and which is lost all at once if such vessels should at any time happen to be shipwrecked. Communication was given by the Master that on the 26th of December a deserter named Jacobus Jansen of Sluijs in Flanders had arrived from Pondicherry, who was detained at the main guard, but concerning whom no inquiry has been made to this day. As also that the day before yesterday, or on the 26th of this month, four deserters had arrived here from Madras, namely Jan Obmeer of Rotterdam, Jan Taijels of Groningen, according to his statement, but according to the English list from 457. The 28th of January 1786. The 28th of January 1786. What was requested by them, Of 3 nationals, Ruisum in Holland, Pieter de Haan of Dordrecht, according to his own statement, but according to the English of Rotterdam, Lodewijk Caill of Saxe-Gotha, all of whom, the first three born Netherlanders and the last a High German, requested to be admitted into the service of the Honorable Company. What from Madras regarding That the Governor of Madras, Mr. A. Davidson, in his letter to the Master of the 26th of this month, had requested that those deserters, if they had retreated hither, be secured, which was indeed done by holding them at the main guard, but that His Honor, in refusal of extradition, in reply had refused regarding the three nationals, with the offer to return the Saxon, because, although no mention is made of national persons in the cartel between us and the English, to which both sides still adhere, one must determine from the nature of the matter that this was considered superfluous by the contracting parties, because it would be an absurdity to surrender one's own nation to another, which the English also never do, for which reason it was resolved to admit the three Netherlanders into service at a soldier's pay of 12 guilders, to send them by the first coming opportunity to Batavia, but to surrender the Saxon to the English when he is fetched. 489. The 28th of January 1786. The 28th of January 1785. And reminder of the promise from Madras concerning the Palliacat papers Decision to admit the 3 Netherlanders, alongside the previously named Jacobus Jansen, and to surrender the Saxon. Furthermore, it was recalled by the Master that the English ministry at Madras, having promised in their letter of the 28th of December that as soon as they were sufficiently informed regarding the reclaimed Palliacat papers, they would provide communication thereof, had since made not the slightest mention concerning that, whereby the little likelihood of recovering those archives became not indistinctly apparent, although it was unknown where the difficulty might lie; but whatever the reason thereof might be, it was resolved to make a further reclamation in this matter, and at the same time to demonstrate to that ministry that the 461. The 28th of January 1786. To ask for the church's silverwork, to demonstrate, to request Reclaimed silver pieces of the Palliacat church, which, according to report from Major Elphinstone, had been sold for 80 pagodas as part of the common plunder, could by no means be considered as loot, just as they were not counted under that by the captors of our other establishments on this coast; in which confidence the Palliacat warehouse-keeper, Jacob Beijster, had handed the same over to Captain Smith for safekeeping, and thus in good faith; while it will further be made known that those silver pieces were worth 106 pagodas, 11 fanams, 30 cash, with the request that this amount in money, since the items are absent, may be paid to the Church Council here. Decision regarding this further, and what concerning the same, or to make known the value thereof. The 28th of January 1786.

Dutch transcription

453. Den 28 Januarij 1786 Den 28 Januarij 1786 voor de lijwaaten te betaalen dat men niet langer voornemen is, om een paar thonys, die voornamentlijk, zo niet alleen reeden waarom dienen om de gesaaijde goederen uijt de bogt van Mazulipat„ „nam na Jaggernaikpoeram te brengen, te onderhouden; en aan de Cooplieden vragt maar dat men in overeenkomst met de Contracten, die van weegen de Comp=e sjaarlyks met de kooplieden welke die goederen leveren, werden ge„ „slooten, aan hem /. kooplieden:/ de vragt of huur van particú „lieve vaartuijgen, om die retouren voor hunne resico na Jaggernainpoeram over te brengen, zal laten betalen: dewijl men oordeelde, dat de„ ze schikking voordeeliger voor de Compe zal uijtkomen, dan het assidu onderhoud van een paar thonijs, die, wel is waar„ in het voorjaar de lijwaat pakken die te Jaggernaik„ „poeram mogten zijn overgeblee„ „ven, na Nagapatnam pleegen af te voeren, maar welke dienst men voortaan zoude kunnen doen verrigten door een off twee /:na de omstandigheiden des retouren Tijds 455. Den 28 Januarij 1786 Den 28. Januarij 1786. tijds der van Haar Hoog Edel„ heedens verzogte Chaloupen, welke men in de revier van Coringie /: zo het al in die van Jaggernaikp: zelfs niet konde weezen:/ kan laten hi„ „berneeren, om nu niet te ge„ „wagen van het uytschot van Contant geld voor den aanbouw van die twee thonijs, het welke men thans in den lijwaat handel veel voordeeliger kan emploijeeren, en dat op eens verloren is, zo zulke vaar„ „tuigen 't eeniger stonde mogten komen te verengelukken Door den Heer gesaghebber wierd Communicatie gegeeven dat op den 26. december van pondecherij was aangekomen een deserteur gent. Jacobus Jansen van Sluijs in vlaanderen die aan de hoefd wagt wierd aangehouden dog na welke tot heeden geen na vraage is geschied Als meede dat hier eergisteren of op den 26 deeser van Madras waaren aangekoomen, vier deserteurs innaame Jan Obmeer van Rotterdam, Jan Taijels van gronengen mogten volgs 457. Den 28. Januarij 1786. Den 28 January 1786. 4. van haar versogt is, van 3. nationaalen, volgens zijn opgave dog vol„ „gens de Engels Che Lijst van rus hem in Holland Pieter de Haan van dortregt volgens engen- opgave dog vol„ „gens de Engelschen van rot„ „terdam Lodewijk Caill van Saxengotha alle welke /: de drie eerste gebooren nederlanders en de laatste een hoog duijtscher insteerden om in den dienst der E: Compe te moogen wer„ den aangenoomen wat van madras omtrend Dat de gouverneur van Ma„ dras de Heer A: Davidson bij welderselver brief aan den Heer gesaghebber van den 26. deser hadde versogt om die overloopers als herwaarts mogten gereli„ „reerd zijn, te laten secureren /: het welk door en aan de Hoofdwagt te houden, wel ge„ daan is, maar dat sijn Ed: by wijgering ter overlevering rescriptie der drie natiotalen had gerefuseerd, met aanbod van den sax te rug te geeven, de„ „wijl schoon er wel geen mentio dog aanbod van een sax bij het Cartel tusschen ons en de Engelschen, waar aan men zig nog weedersijds houd, aangaande welderselver 8 nationaele 489. Den 28 Januarij 1786. Den 28 Januarij 1785. ma eematavi a dmenseeren en herinnering der belofte van Madras nopens de pall:o papieren nationaale persoonen gemaakt is, men uijt de natuur der zaak moet vast stellen, dat zulks door de Contractanten als overbedig is aangemerkt, dewijl het een absurditeit zoude wezen zijn eijgene Natie aan een ander uit te leeveren, het geen de Engel„ besluijt de 2: nederlanders „sen ook nimmerdoen, waarom men besloot de drie Nederlan„ „neevens de voorwaarts genoemde „ zold„e met een besolding van ƒ 12 Jacobus Jansen ders indienst te admitteeren voor dezelve bij eerst komende geleegentheid na Batavia te zenden, dog en den sar uijtteleveren den sax wanneer hij werd af„ „gehaald aan de Engelsen uit te leeveren Wijders wierd door den Heer ge„ „saghebber herinnerd dat het Engelsch ministerie te madras bij deszelfs brief van den 28. Jber beloofd hebbende, dat zo dra het genoegsaam geinfor„ „meerd was omtrend de gere„ „clameerde Palliacatse papie„ „ren, daar van Communicatie zoude geeven, zederd geen de minste melding dien aan„ „gaande hadde gemaakt, waar door niet onduijdelijk bleek de weijnige apparentie tot de „te te 461. Den 28 Januarij 1786. te vragen re werken van de Kerk te demonstreeren verzoeken te rugerlanging van die rackie„ „ven schoon men onkundig was; waar aan dat moge haperen dan welke de reeden daar van ook besluijt daaromme nader mogten zijn, zoo werd gearres„ „teerd hier omtrent eene nadere reclame te doen, en dat ministere en wat omtrend de zelve teffens te demonstreeren dat de te rug gevraagde zilver werken der palliacatsche kerke, welke volgens berigt van den Majoor Elphiston als een gedeelte der gemeene buit voor - 80. – p/o ver„ kogt waren, geensints als buijt konden geconsidireerd worden, gelyk die door de ne„ „mers onzer overige etablisse„ „menten op deze kust ook niet daar onder zijn gereekend; Jn welk vertrouwen, de paliacat„ „sche pakhuijsmeester Jacob Beijster dezelve aan den Capi„ „tain Smith in bewaaring, en dus ter goeden trouwe hadde overgegee„ „ven; terwijl men verder zal te of de waarde derzelve te kennen geeven, dat die zilver wer„ „ken waardig waaren pr/o 106. 11. 30. met verzoek, dat dit bedragen in geld /: dewyl de effecten absent zyn:/ aan den Kerkenraad alhier Den 28. Januarij 1786. worden mogen

← previousnext →