Inventory 3727
Surat / Malabar · 343 pages · 141 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
RoO No 13 1: Mallabaar 1787 43 Duplicate: Netherlands: To the Noble and Right Honourable Lords Directors in the Assembly of the Seventeen representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam. Noble and Right Honourable Lords, We have the honour to present herewith to Your Noble and Right Honourable Lordships the duplicate of our latest humble reports of the 10th of October of this year, together with the annexes belonging thereto according to the register of that date, to which we refer, and hereby humbly give notice that the ship De Zeeuw arrived here on the 28th of November last from Batavia with a cargo for this Government, with which, and with the ship Middelwijk, which was sent here from Colombo to collect a cargo of rice for that Government, we have also received the goods which Your Noble and Right Honourable Lordships have been pleased to satisfy upon our requests for the year 1785/6. We have also received from Batavia three small packets from Your Noble and Right Honourable Lordships with three identical registers of the 25th of May 1783, and the annexes mentioned therein, brought there by the ships De IJstroom, Rhijnoord, and Alblasserdam. The proceedings of the High Indian Government at Batavia concerning this Government we have not yet received. We present herewith to Your Noble and Right Honourable Lordships the extract answered by us from the Memorandum of remarks and considerations on the pay-books of the Chamber of Amsterdam regarding the person of Johan Laridon Arents of Hamburg, dated Amsterdam 1st of December 1785. Furthermore we have the honour to report that in this Government nothing of note has occurred, and to remain with the utmost respect, Noble and Right Honourable Lords, Your Noble and Right Honourable Lordships' humble and faithful servants, G. G. van Angelbeek W. A. Harn P. Spall G. G. Gebhart D. H. Cellarius Adriaan Lorm J. A. Scheer Cochin, the 15th of January 1787. Surat Letterbook 1787 Register of Papers: Original missive from Director Sluijsken together with the Council to the Assembly of Seventeen, dated 5 January 1787 Copy of missives from the same to the Governor General and Council, dated 20 April 1786 Ditto, ditto, ditto, dated 5 January 1787 Register of Secret Papers: Copy of secret missives from the Director alone to the Governor General and Council, dated 20 April 1786 Ditto, ditto, ditto, dated 5 January 1787 Translation regarding a general receipt from the administrators of the Moorish mariners Memorandum and Reflections by Director Sluijsken on the state of the directorship of Surat by Director Sluijsken, dated 1 October 1786 True return of the merchandise sold in 1784/5 Gross ditto of the merchandise sold, brought by De Diamant in 1785/6 Indication of profits obtained in 119 years, or rather from the year 1661/3 to 1784/5 Ditto of the expenses in 111 years, or rather from 1670 to 1784/5 Comparison of trade of the financial years from 1692/5 to 1698/9 against those from 1776/7 to 1784/5 Account of a cargo of powdered sugar in the financial year 1784/5, brought by the ship Trompenburg Letters dispatched, both by the Director alone and together with the Council, to the English Nation in 1786 Letters received from the English Nation, both to the said Director alone and together with the Council, in 1786 First Volume Register of Letters and Papers arrived from Surat, 1787
Dutch transcription
RoO No13 1: Mallabaar 1787 43 Dup: Nederland: Aan de Weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen. ter vergadering van Zeeventienen representeerende de Generaale Nederlandsche Goktroieerde oostivo„ „dische kompanie ter Presidiaale kamer Weledele Hoog achtbaare Heeren Wij hebben de eer uw weledele Hoog acht„ „baare hier nevens-aantebieden het dupli„ „kaat van onze Iongste needrige advi„ sen van den 10e october deezes Jaars met de daar toe gehoorende bijlagen Amsterdam. volgens volgens register van dien datum waar aan wij ons gedraagen en hier bij needrig ken nis geeven dat het schip de Zeeuw op den 28. November Jongstleeden van Batavia alhier aangekoomen is met emn laading voor dit Goevernement waar meede en met het Schip Middelwijk, het welk van kolombo hier gezonden is om een lading rijst voor dat Goe¬ „vernement aftehaalen, wij ook ont„ vangen hebben de goederen die uw weledele Hoog achtb: op onze eischen voor het Jaar 1785/6. hebben gelieven te voldoen Ook hebben wij van Batavia ontvangen drie pakketjes van uwwe weledele Hoog achtb: met drie gelijk¬ „luidende registers van den 25: Mai 1783 en daar bij vermelde bijlagen met de Scheepen De ijstroom, Rhijnoord en Alblasserdam aldaar aangebragt. De besoignes van de Hooge Indi„ „sche Regeering te Batavia over dit Goevernement hebben wij noch niet ontvangen. Wij bieden uw weledele Hoog acht„ „baare hiernevens aan het door ons be„ andwoordt extrakt uit de Me„ morie van remarques en kon¬ „sideraatsien op de soldij boe„ „ken van de kamer Am„ sterdam nopens den perzoon van Johan Laridon Arents van Hamburg gedateerd Amsterdam 1e. December 1785. voorts hebben wij de eer te berichten Rhijnoord dat Soldyc 2 dat in dit Goevernement niets van be is voorgevallen en met de uiterst „bied te blijven. Weledele, Hoog achtbaare I #wer weledele Hoog acht onderdanige en Getroud Dienaaren./ G G van Angeld W. Harn P Spall G. G Gebhar D H. Collaring Koetsiem den 15: Januari Adriaan Loon J„ A Schee 1787. Sourals Briesbl 1787 dat in dit goevernement niets van be is voorgevallen en met de uiterst „bied te blijven. Weledele, Hoog achtbaare In uwer weledele Hoog acht onderdanige en Getroud Dienaaren/ G G van Angeld AHarn G G Gebhar P Sepall LH Cellarins Koetsiem den 15: Januari 1787. Adriaan Loorn F A Scheer 1' Sourals Briefb. 1787 Register der Papieren Origineele missive van den Directeur Huijsken beneevens den Raad aan de verg: van avij in dato 5 Januarij 1787 copie missivens van als eeren aan Gen:t & Reeden in dato 20 April 1786 dito, dito, dito in dato 5 Januarij 1787 Register der Secreete Papieren Copie Secr: missivens van den Directeur alleen aan Gen:t: en Raden in datis 20 April 1786 dito, dito, dito, in dato 5 Januarij 1787 Translaat weegens eene Generaale quitantie van de saak bezorgers der moorsche zeevaarende memorie en Bedenkingen van den Directeur Sluijsken over den staat der directie van souratte door de Directeur Sluijsken in dato 1 October 1786 Waar rendement der verkogte koopmanschappen in 178 /5 Ruuw dito der verkogte koopmanschappen aangebragt p:r de Diamant in 178 5/6 ^119 Jaaren aanwijzing der winsten behaalt in of wel van A:o 166 1/3 tot 178/ dito van de lasten in iI1 Iaaren of wel van 1670 tot 178/; vergelyking van den Handel der Boekjaaren van 169 27/5 tot 169/9 tegens die van 177 7/7 tot 178/ Reekening van een lading Poedersuijker in het Boekjaar 1784/5 p:r 't schip Trompenburg aangebragt a, afgegaane Brieven zo van den Directeur alleen als met en beneevens den Raad van de Engelsche Natie in 1786 Aangekomene Brieven der Engelsche Natie zo aan gem Di„ „recteur alleen, als met en beneevens den Raad in 1786 Eerste Deel Register der Brieven & Papieren van souratte overgekomen 1787 -.Register der Papieren 8 Origineele missive van den Directeur Huijsken beneevens den Raad aan de verg: van xvij in dato 5 Januarij 1787 „6 copie missivens van als eeren aan Gen:t & Reiden in dato 20 April 1786 32 dito, dito, dito in dato 5 Januarij 1787 Register der Secreete Papieren 7 Copie Secr:t missivens van den Directeur alleen aan Gen:t en Raden in datis 20 April 1786 13 dito, dito, dito, in dato 5 Januarij 1787 Translaat weegens eene Generaale quitantie van de saak bezorgers der moorsche zeevaarende 16 memorie en Bedenkingen van den Directeur Sluijsken over den staat der directie van souratte door de Directeur Sluijsken in dato 1 October 1786 8 Waar rendement der verkogte koopmanschappen in 178 /5 0 Ruuw dito der verkogte koopmanschappen aangebragt p:r de Diamant in 178 5/6 ^119 Jaaren aanwijzing der winsten behaalt in of wel van A:o 166 1/3 tot 178 5/ dito van de lasten in i11 Jaaren of wel van 1670 tot 178/1 vergelyking van den Handel der Boekjaaren van 169 7/5 tot 169 /9 tegens die van 17 7/1 tot 178/¾ Reekening van een lading Poeder suijker in het Boekjaar 178/5 p:r 't schip Trompenburg aangebragt 6a, afgegaane Brieven zo van den Directeur alleen als met en beneevens den Raad van de Engelsche Natie in 1786 5 Aangekomene Brieven der Engelsche Natie zo aan gem„e Di„ „recteur alleen, als met en beneevens den Raad in 1786 Eerste Deel Register der Brieven & Papieren van souratte overgekomen 1787
English
Register of Papers 2 to 8 Original letter from Director Sluijsken together with the Council to the Assembly of the Seventeen, dated 5 January 1787 9 to 36 Copy letters from the same to the Governor-General and Council, dated 20 April 1786 37 to 82 Ditto, ditto, ditto, dated 5 January 1787 83 Register of Secret Papers 84 to 87 Copy secret letters from the Director alone to the Governor-General and Council, dated 20 April 1786 88 to 93 Ditto, ditto, ditto, dated 5 January 1787 94 Translation regarding a general receipt from the agents of the Moorish seafarers 95 to 146 Memoir and Reflections of Director Sluijsken on the state of the Directorate of Surat by Director Sluijsken, dated 1 October 1786 147 and 148 True yield of the merchandise sold in 1784/5 149 to 150 Gross ditto of the merchandise sold, brought by the Diamant in 1785/6 151 Indication of the profits obtained in or rather from the year 1667/8 to 1783/4, 117 years 152 Ditto of the expenses in 111 years, or rather from 1673/4 to 1783/4 153 Comparison of the trade of the financial years from 1694/5 to 1698/9 against those of 1779/80 to 1783/4 154 and 155 Account of a cargo of powdered sugar in the financial year 1784/5, brought by the ship Trompenburg 156 to 176 Outgoing letters, both from the Director alone and together with the Council, to the English Nation in 1786 177 to 195 Incoming letters from the English Nation, both to the said Director alone, and together with the Council in 1786 First Volume Register of Letters and Papers sent from Surat, 1787 Folio 3 1111 196 to 245 Papers concerning the bill of exchange of Bhaija 246 to 252 Copy letters exchanged between the Director and Council and the English regarding the reclamation of Broach 253 to 256 Ditto, ditto, ditto, ditto, concerning the customs toll matter, also in 1786 257 True yield of the merchandise brought by the Diamant and sold in the financial year 1785/86 258 to 259 Gross yield of the merchandise sold, brought by the ship De Geregtigheid and sold on 1 November 1786 260 to 267 Brief presentation of the true state of this factory as of the last of August 1786 268 to 270 Memoir of the remaining debtors and creditors as of the last of August 1786 and the orders made thereon in the margin Surat By the ship De Geregtigheijd Register of such papers as are sent by the ship De Geregtigheijd via Ceylon for onward transmission to the Netherlands, the year 1787. Number 1. An original general letter to the Most Honorable High and Mighty Lords Majors, dated today. 2. Copy general letter to Their High Nobilities, dated 20 April 1786. 3. Copy general letter to the same, dated today. 4. A sealed packet containing the secret letter from the Director to Their High Nobilities. 5. Copy general resolutions from and including 19 until the last of December 1785. 6. Copy general resolutions from the first of January until the last of December 1786. 7. A bundle of outgoing letters to the foreign nations in 1786. 8. A bundle of incoming letters from the same in 1786. 9. A bundle with papers relating to the bill of exchange of Bhaija. Turn over Number 10. A bundle with copy exchanged English letters concerning the reclamation of Broach. 11. A bundle of copy exchanged English letters concerning the toll affair. 12. An answered extract requisition for the Motherland for 1787. 13. The true yield of the trade in the financial year 1785/6. 14. The gross yield of the sale of the merchandise brought with De Geregtigheijd. 15. A statement of accounts drawn up from the closed Surat trade books of 1785/6. 16. A memoir or report of the remaining debtors and creditors at the closing of the Surat trade books under the last of August 1786, and the orders made thereon in the margin. 17. Extract invoice of the goods shipped for the Motherland in the Company's ship De Geregtigheijd, annexed to a memoir of the gross weights. Surat, 5 January 1787. J. van Polanen NB: Numbers 12 and 17 are sent in single copy. No. 1. To the Right Honorable High and Mighty Lords Directors Deputed to the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. Right Honorable High and Mighty Lords! The ship De Geregtigheid, which arrived here from the principal place on 25 October last, now departing again via Ceylon for that destination, we have laden on board the same for conveyance to Point de Galle such linens and cotton yarns as are listed in the enclosed Extract Invoice to an amount of ƒ153,424:5:—, which we hope will safely reach Your Right Honorable High and Mightinesses, while we
Dutch transcription
. -. Register der Papieren 2. . . . a - 8 Origineele missive van den Directeur Huijsken beneevens den Raad aan de verg: van avij in dato 5 Januarij 1787 9 - - - - „ 36 Copie missivens van als eeren aan Gen:t & Reiden in dato 20 april 1786 37 - - - - - „ 82 dito, dito, dito in dato 5 Januarij 1787 83. - . . -. . Register der Secreete Papieren 84. - . . . . „ 87 Copie secr:t missivens van den Directeur alleen aan Gen:t en Raden in datis 20 April 1786 88. . . . „ 93 dito, dito, dito, in dato 5 Januarij 1787 94 - - - - - . Translaat weegens eene Generaale quitantie van de saak bezorgers der moorsche zeevaarende 95. . . . „ 146 memorie en Bedenkingen van den Directeur Sluijsken over den staat der directie van souratte door de Directeur Sluijsken in dato 1 October 1786 147. - . . . & 148 Waar rendement der verkogte koopmanschappen in 178 1/5 149 - - - „ 150 Ruuw dito der verkogte koopmanschappen aangebragt p:r de Diamant in 178 7/6 119 Jaaren 151. - - - - - - aanwijzing der winsten behaalt in of wel van A:o 166 1/3 tot 178/¾ 152. . . . . . dito van de lasten in iI1 Iaaren of wel van 1670 tot 178/; 153. . . . . . . Vergelyking van den Handel der Boekjaaren van 169 7/5 tot 169 /9 tegens die van 17 /1 tot 178/ 154. . . & 155 Reekening van een lading Poeder suijker in het Boekjaar 178 /5 p:r 't schip Trompenburg aangebragt 156. . a 1764, afgegaane Brieven zo van den Directeur alleen als met en beneevens den Raad van de Engelsche Natie in 1786 177. . . . . „ 195 Aangekomene Brieven der Engelsche Natie zo aan gem„e Di„ „recteur alleen, als met en beneevens den Raad in 1786 Eerste Deel Register der Brieven & Papieren van souratte overgekomen 1787 Fo 3. 1111. 196. . . . a 245 Papieren betrekkelijk tot de wissel van Baijsa 246 - - - „ 252 Copia gewisselde Brieven tusschen den Directeur & Raad en de Engelsche weegens de reelame van Broot Chia 253 . - - „ 256 dito, dito, dito, dito, betreffende de Thol affaire meede in 1786 257. . . . . . . - . waar rendement der koopmanschappen p:r de Diamant aan„ „gebragt en verkogt in 't Boekjaar 17 3/86 258 - - - „ 259 ruuw rendement der verkogte Koopmanschappen p:r 't schip de Geregtigheid aangebragt en op den 1e: Nov: 1786 260. - „ 267 korte vertooning van den waare staat van dit Comptoir onder ult:o aug:s 1786 268. . „ 270 memorie der verbleevene Debiteuren & Crediteuren onder ult:o Aug:s 1786 en de daar op in margine gestelde dispositien. in 1786 verkogt 1. Souratta Per het schip De Geregtigheijd N„o 1. Een Origineele gemeene missive aan de WelEdele Hoog agtbaare Heeren Magores gedateerd op heeden 2. Copia gemeene missive aan Haar Hoog Edelheeden gedateerd 20. April 1786. —. 3. Copia gemeene missive aan als even gedateerd op heden 4. Een geslooten paquet houdende de secreete missive „ van den Heer Directeur aan Haar Hoog Edelheeden. 5. Copia gemeene resolutien van en met den 19:' tot den ult„o December 1785. 6: Copia Gemeene resolutien van primo Januarij tot ult„o December 1786. Een bondel afgaane brieven aan de vreemde 7 Natien in 1786. 8. Een bondel aankoomende van deselve in 1786. „ 9. Een bondel met papieren betrekkelijk tot de Wissel als er per het schip de Geregtig„ „heijd na Ceijlon ter verdere bestelling na Nederland worden afgesonden A„o 1787. Verte Register van sodaanige papieren als. van Bhaijsa. N„o 10: Een bondel met Copia gewisselde Engelsche brieven be„ treffende de reclame van Brootshia „ 11. Een bondel Copia gewisselde Engelsche brieven betreffende de Thoe affaire. „ 12. Een beantwoorden Extract Eysch propatria voor 1787. 13: 't waere rendement van den handel in het boekjaar 178 5/6. 14. 't ruum rendement van den verkoop der met de geregtigheijd aangebragte Coopman„ Schappen. „ 15. Een staatrekening geformeerd op de geslooten souratse Negotie boeken van 178 5/6. „ 16. Een Memorie of Berigt van de verbleevene Debiteu„ ren en Crediteuren met het sluijten der souratse Negotie boeken onder ult„o Augustus 1786. ende daar op in margine gestelde dispositien „ 17. Extract factuur van het Pro Patria in het Comp„s schip de Geregtigheijd afgelaadene annex Memorie der Bruto gewigten Souratta den 5„en Januarij A„o 1787. NB: N„o 12 en 17. gaan J: Van Polanen de bevenz Tem 2„ „ enkelvoudig. No. 1. Aan de WelEdele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd ter vergaderinge van XVII=en Repre„ senteerende de Generale Nederlandse Oost- Indische Companij ter presidiale Kamer Amsterdam WelEdele Hoog Agtbaare Heeren! Het schip de Geregtigheid soo den 25e October laetstleeden alhier van de Hoofdplaets aengekomen is, thans wederom over Ceilon derwaerts vertrekkende, hebben wij aen boord van het selve ter overbreng nae Punto Gale afgeladen, sodaene Lijwaeten en Cattoene Garens als bij de inleggende Extract Factuir bekend staen tot een bedraegen van ƒ153424:5:—. die wij hopen dat gelukkig bij uwelEdele Hoog Agtbaare sullen aenkomen, terwijl wij 2
English
3. according to the order, we also have this accompanied by the copies of the general letters dispatched by us to Their High Nobilities on the 20th of April of this year and of today, with the resolutions pertaining thereto, as well as copies of the separate letters from the Director, etc., as all listed on the enclosed register. Pursuant to Their High Nobilities' orders, contained in their most revered dispatch of the 23rd of August 1785, we having most strongly urged the English for the return of the trading post at Brootchia, we take the liberty to also enclose herewith the authentic copies both of the letters exchanged in this matter and of the latest dispatch from the Bombay Ministry dated the 18th of September last, in which they informed us that the Lord Governor General and Council of Calcutta would refer our claim to the Lord Directors in Europe, and of our reply thereto dated the 5th of October following, in which we protested most vigorously against this delay or refusal. We also have the honor to enclose herewith a packet containing the letters exchanged by us with the English Ministry here and the Lord Governor and Council of Bombay, with all the documents relating thereto, concerning the dispute over a certain issued bill of exchange which was unlawfully deprived of its effect by them upon the seizure of the Directorship. And notwithstanding that this matter will appear very detailed to Your Right Honorable Excellencies, not only from the aforementioned papers but also from our respectful letters to Their High Nobilities of the 16th of January 1785, paragraph 238, as well as the 20th of April last, paragraph 37, and the resolutions cited therein, we nevertheless believed that it would not be displeasing to Your Right Honorable Excellencies for us to briefly repeat this matter here in its context. 4. When the news of the war between the Republic and England became known in Souratta, the Company held on interest from the House of Bhaijsa a capital of one hundred thousand ropijen. We therefore resolved, as we foresaw that even if this place might be left neutral, as one had reason to hope, we would have no opportunity to ship the prepared linens to Europe, to grant to the aforementioned House of Bhaijsa the bill of exchange in the packet under letter A, which was handed over to the said heirs by the secretary of our assembly, see his sworn statement letter B, to an equal amount with interest drawn upon the linen suppliers Berampje Souraabje and Harmootje Rettingie, the latter of whom we ordered to satisfy the amount of the aforementioned bill of exchange from the goods and funds of the Company which they held in their possession, as appears from that order under letter E. All this took place on the 9th of June 1781, five days before we were made prisoners of war. The said linen suppliers had no sooner received this order than they made arrangements for payment, to which end, having no ready cash, they handed over into the hands of the heirs of Bhaijsa in payment or as a pledge a considerable quantity of linens to the value of over 50000 ropijen, handing over the keys to the warehouse in which the same were stored. But before they were in a position to settle the remainder, the Directorship was seized by the English, the warehouse in which the linens were stored was broken open by force, against the protests of the repeatedly mentioned heirs of Bhaijsa and their constant refusal to surrender the keys to the same, the linens were removed from it, and those, as well as all those which the suppliers had undertaken to deliver and for which they had received money in advance, were carried off for the benefit of the English Company, in such manner as this is described in detail in the dispatch of the present Lord Governor of Ceylon, Van de Graaff, as former Director of this Directorship, to Their High Nobilities dated Colombo the 30th of May 1782.
Dutch transcription
3. wij deesen nae de Ordre mede doen verseld gaen, van de Copijen der door ons aen Haar Hoog Edelheeden afgevaerdigde gemeene brieven van den 20e April deses Jaers en van heeden met de Resolutien daar toe behorende, en so mede van de Copijen der aparte brieven van den Directeur ensz. , so als alle op het bijgevoegde register vermeld staen. Ingevolge Haar Hoog Edelheeden bevelen, vervat bij Hoogst derselver gevenereer„ de Missive van den 23e Augustus 1785. door ons bij de Engelschen ten sterksten aenge„ „drongen sijnde, op de te rug gaeve van het Comptoir te Brootchia, neemen wij de vrijheid deesen almede bij te voegen, de Authen„ ticque Copijen so wel van de in deese affaire gewisselde brieven, als van de laetste mis„ „sive van het Bombaijse Ministerie in dato 18:e September Jongstleeden, bij dewelke ons hebben kennis gegeven dat den Heer Gouver„ „neur Generaal en Raad van Calcutta, onse Reclame aen de Heeren Directeurs in Europa refereeren souden, en van ons and„ „woord op deselve gedagtekend den 5den October daar aen volgende, waer bij wij ten kragtigsten tegen deese verwijling of weigering geprote „steerd hebben. Nog hebben wij d'Eer hier bij te voegen Een Jaquet, vervattende de door ons met het Engel„ „sche Ministerie alhier en den Heer Gouver„ „neur en Raad van Bombaij gewisselde brieven met alle de stukken welke daar toe betrek„ „king hebben, in de quaestie over sekere ver„ „leende Wissel die door haer bij het neemen der Directie wederregtelik van desselfs effect beroofd geworden is. En niet tegenstaande deese affaire uwelEdele Hoog Agtbaarheeden seer omstandig sal te vooren komen, niet alleen bij de voorschrevene papieren maar tevens bij onse Eerbiedig schrijvens aan Haar Hoog Edelheedens van den 16e Januarij 1785. §. 238. So meede 20:e April laastleeden §. 37. en de aldaar aengehaalde resolutien, soo hebben wij egter vermeend dat het uwel Edele Hoog Agtbaarheedens niet ongevallig sijn sal, dat wij deese saak alhier kortelijk en haeren saemenhang repeteeren= daar Toen 4. Toen de tijding van den Oorlog tusschen de Re„ „publicq en Engeland te souratta bekend wierd, had de Compagnie op Interest van het Huis van Bhaijsa een Capitaal van Een maal hon„ „dert duijsend ropijen. Wij beslooten daarom terwijl wij voorsaagen, dat schoon deese plaats al onsijdig gelaeten mogte worden, so als men sig vleijen moeste wij geen geleegentheid souden hebben, om de in gereedheid gebragte Lijwaeten na Europa te versenden, om aen het voorschreeven huis van Bhaijsa te verleenen de Wissel in het Paquet onder de Letter A: welke aen deselve erfgenaemen door den secretaris onser ver„ „gadering wierd ter hand gesteld, vide sijne Edelijke verklaringe Litt. B. tot een gelijk bedraegen met de interesse op de Lijwaet Leveranciers Be„ rampje Souraabje en Harmootje Rettingie, welke laaste wij gelasten om het montant van voor„ „schreeven Wissel te voldoen, uit de goederen en gelden die van de maatschappije onder sig hadden, blijkens die order onder Litt: E. dit alles geschiede op den 9:e Junij 1781. vijff daegen bevoorens wij krijgsgevangenen wierden gemaakt, de gedagte Lijwaet Leveranciers hadden soo dra deese ordre niet ontfangen, of sij maekten schikkin„ „gen ter voldoening, ten welken einde sij als geen Contant geld hebbende, in handen van de Erfge„ „naamen van Bhaijsa overgegaven in betaaling of ten onderpand Eene aansienlijke quantiteid Lijwaaten ter waarde van ruim 50000:- rop„s, met ter handstelling van de sleutels van het Pak„ „huis waarin deselve geborgen waaren, dog eer sij in staat waaren, om het resteerende te voldoen, wierd de Directie door de Engelschen genoomen, het Pakhuis waar in de Lijwaaten opgeslaagen waeren, wierd teegen de protestatien van meergemelde Erf„ „genaemen van Bhaijsa en haare Constante wei„ „gering om de sleutels van hetselve over te geeven, met geweld opengebrooken, de Lywaaten daar uit gehaald, en die soo wel, als alle de geene die de Leveranciers hadden aengenomen te leveren en waar voor sij geld hadden voor uit ontfangen, vervoerd ten voordeele van de Engelsche Compag¬ „nie, invoegen dit een en ander omstandig be„ schreeven is, bij de missive van den tegenswoor„ „dige Heere Ceilons Gouverneur van de Graaff als geweesen Directeur deeser Directie, aan Haar Hoog Edelheeden gedateerd Colombo den 30 e Meij gemaakt 1782.
English
1782. No. 1, while His Right Honourable Sir made detailed mention of this in the Memorandum of Debtors and Creditors, which was annexed to the General Inventory of the Company's effects delivered to the English, as appears not only from Extract No. 2, but also wrote about it on that occasion to the English government, as well as upon His Honour's departure from Souratta, as appears from those letters themselves and the report of the great cash treasury of 31 December 1781 made to Their High Honours by the aforementioned Mr. van de Graaff and the first signatory as former Chief Administrator, also attached hereto in the packet under No. 3, 4, and 5. In this manner the affair remained until the restoration of the Directorship, when the aforementioned Heirs of Bhaijsa addressed us on 5 December 1784, requesting that we satisfy the Bonds which they held against the Company on account of money lent to the same on 21 March 1781, to the amount of 100000 ropijen with interest, since the aforesaid bill of exchange had remained unpaid, because of the aforementioned conduct of the English, who had taken away by force the goods from which the payment was to be made, and had refused them payment. We gave the requisite notice of this demand to Their High Honours in our letter of 16 January 1785, paragraph 238 and following, mentioned above, with the respectful proposal that we might be authorized to satisfy these people, who in this case had served the Company as much as was in their power. And Their High Honours, having been pleased, by their esteemed answer of 23 August 1785, to authorize us to satisfy the House of Bhaijsa in the best possible manner, with the recommendation to press further upon the English that the amount of their bill of exchange be credited to the Company, we accordingly demanded this from the English ministry here by letter of 24 February 1786, No. 6. However, the said Ministry having seen fit to reject and refuse the aforesaid claim and demand by Letter of 7 March following, No. 7, on the ground that the aforesaid bill of exchange had allegedly been granted at a time when we no longer had any right to do so, as it would be in the highest degree improbable that this bill of exchange had been granted before hostilities between England and Holland had commenced here, etc., as appears from the letter itself; so we showed them, in our letter of the 16th of the same month, No. 8, the groundlessness of this assertion and suspicion, and furthermore sent to their Honours a copy of the Bill of Exchange itself, with the sworn statement of the secretary, and of the Order upon the Suppliers, all mentioned above under Letters A, B, and E, as proof that the bill of exchange was delivered to the Heirs of Bhaijsa and the Order for its payment was issued immediately on the morning of 10 June 1781, and thus five days before the Directorship was seized. However, this having had no other effect than that, in their reply of the 21st of the aforesaid month, No. 9, they resorted to another specious reason, even weaker than the one above, namely: "That the bill of exchange in question on the Linen Suppliers was allegedly granted to the said heirs of Bhaijsa after war between the Republic and England was declared at Bombaij, and we had knowledge of it"; so we presented to their Honours, by letter of 26 March, No. 10, the absurdity of this assertion; but seeing that nothing further was to be obtained from this ministry, we addressed ourselves, by letter of 9 May, No. 11, to the Governor and Council of Bombaij, requesting that Their Honours be pleased to give the necessary orders, or otherwise arrange that the Noble Dutch Company be indemnified for the amount of the bill of exchange in question, with interest. However, this Ministry, as well as the Council of Souratta, declined our request by letter of 31 May under No. 12, though on a completely different and in some respects contradictory ground; for where this refusal had previously been based mainly upon an assertion that we, regarding the granting of the
Dutch transcription
5 1782. N„o 1, terwijl sijn welEdele Gestrenge bij de Memorie der Debiteuren en Crediteuren, soo gevoegd is geweest agter den Generaalen Inventaris die aen de Engelschen van Compagnies effecten over„ „gegeeven is, hier van omstandig melding gemaekt heeft, blijkens het Extract N=o 2. niet alleen, maar, ook selfs daar over ter dier geleegentheid, soo wel als bij sijn Edelens vertrek van Sourat„ „ta aen de Engelsche regeering heeft geschreeven, blijkens die brieven selven en het door welge„ melden Heere van de Graaff en den Eerst ondergeteekenden als toemalige Hoofd Admi„ „nistrateur aen Haar Hoog Edelheeden gedaane verslag van de groote geld kassa van den 31:e December 1781. hier meede bij gevoegd en het paquet onder N„o 3. 4. en 5-, In deeser voegen bleeff deese affaire tot op de herstellinge der Directie, wanneer sig de meer„ „genoemde Erfgenaemen van Bhaijsa op den 5:e December 1784. bij ons addresseerden, met ver„ „soek dat wij hun de Obligatien die sij ten laste van de maatschappije hadden, weegens aen deselve op den 21:e maart 1781. geleende gelden, ten bedraage van 100000: ropijen met de inte Wij gaaven van deese instantie de verschul„ „digde kennisse aan Haar Hoog Edelheeden bij onsen brief van den 16:e Januarij 1785: §. 238. et segg: hier vooren gewaagd, met eerbiedige voorslag dat wij mogten worden gequalificeerd om deese menschen, welke in dit geval de Compagnie soo veel gediend hebben, als in haar vermogen was, te voldoen. En gemelde Haar Hoog Edelheedens ons daar op bij derselver gevenereerd andwoord van den 23:e Augustus 1785. hebbende gelieven te qualificee„ ren om het Huis van Bhaijsa op de best moge¬ „lijkste wijse te Contenteeren, onder recomman„ „datie om bij de Engelschen nader aentedringen, dat aen de Compagnie het bedraegen derselver wissel te goed gedaen worde, soo hebben wij sulx van het Engelsche ministerie alhier bij brief van den 24:e februarij 1786. N„o 6. gevorderd. Dog gemelde Ministerie hebbende kunnen „ressen, voldoen wilden, alsoo voorschreeven wissel on„ „betaald gebleeven was, door het hier vooren ter ne„ „der gestelde gedrag der Engelschen die de goederen waar uit de betaaling geschieden moest, via forca hadden weggenomen, en haar de voldoening ge„ „weigerd. „ressen goedvinden 6. goedvinden om de voorschreeven vordering en instantie bij Missive van den 7e Maart daar aen van de hand te wijsen, en te weigeren op fundament dat de voorschree„ ven wissel soude sijn verleend„ op een tijd dat wij „daar toe geen meerder regt hadden, alsoo het in „den Hoogsten graad onwaarschijnelijk soude sijn, „dat deese wissel verleend was, bevoorens de vijan„ „delijkheeden tusschen Engeland en Holland alhier „waaren aengevangen enz: „ blijkens de missive selve soo hebben wij haar bij onsen brief van den 16. e van deselve maand N„o 8; de ongegrondheid van deese sustenue en verdenking aengetoond, en haar Edelen ten overvloede toegesonden Copie van de Wissel selven met de beedigde verklaaring van den secretaris, en van de Ordre op de Leveranciers, alle hier boven gewaegd onder Litt„s A: Ben E:, ten bewijse dat de wissel dadelijk des morgens van den 10. Junij 1781. en dus vijff daagen voor de Directie genoomen wierd, aen de Erfgenaemen van Bhaijsa overhandigd en de Ordre tot dies voldoening afgegeven is. Dog dit ook van geen andere uitwerking sijnde geweest, als dat sij bij haar andwoord van den 21:e van meergeseide maand N„o 9. tot een andere schijn reeden nog swakken als de bovengemelde haar toevlugt hebben genomen, namentlijk„ Dat de wissel „in questie op de Lijwaat Leveranciers aen de gedagte „erfgenaamen van Bhaijsa soude sijn verleend, na „dat den oorlog tusschen de Republicq en Engeland „te Bombaij soude sijn gedeclareerd geweest, en „wij daar van kennisse gehad hebben soo hebben wij haar Edelens bij missive van den 26:e Maart N„o 10. , de belaggelijkheid deeser suste„ „nue wel voorgehouden, dog vermits wij saagen dat er bij dit ministerie niets verders te ver„ krijgen was, hebben wij ons bij brief van den 9. Meij N„o. 11. vervoegd aen den Heere Gouver„ „neur en Raad van Bombaij met versoek, dat Haar Wel Edelen de nodige beveelen gelieven te geeven, ofte andersints ordre stellen, dat de Edele Nederlandsche Compagnie voor het bedragen van de wissel in questie met de interessen scha„ „deloos gesteld wierd. Dog dit Ministerie heeft, soo wel als den sou„ „vatsen Raad onse instantie gedeclineerd bij missive van den 31:e meij onder N„o 12. egter op een geheel ander en in sommige opsigte strijdig fundament, want daar men bevoorens deese weigering had gegrondet, voornamentlijk op eene sustenue dat wij tot de verleening van schijn N„o 7. de
English
the bill of exchange in question had no superior right, at the time that this occurred, they have in this latest letter taken refuge in the pretext that before the goods were seized the claim of the heirs of Bhaijsa upon the same was traced and investigated, and that through the voluntary declaration of the aforementioned heirs it had purportedly appeared that they could produce neither acceptance nor payment of the bill of exchange, etc. But this subterfuge having been refuted by us in a letter of 24 June 1786, No. 13, with the sworn statement of the former secretary Wiardi annexed hereto under Letter B, which she handed over in person, and by the delivery of the keys of the warehouse in which the goods that were handed over by the suppliers to the heirs of Bhaysa for the payment of the bill of exchange, we have therefore also, as no further means of prosecution are left to us here, had to resolve to protest most vigorously against all damages and losses which the Noble Dutch Company shall suffer through this refusal, while we would bring the same to the high notice of Your Noble High Mightinesses, as we have the honour to do by this present letter, while the letter from the said Governor and Council of 8 July last under No. 14 shows that the aforementioned protest has been received. Finally, we also take the liberty of bringing to the notice of Your Noble High Mightinesses, in continuation of what we had the honour to report in our humble missive of 31 December 1780 concerning the dispute with the English gentlemen over the duty-free export of the Company's goods on which the ordinary duty was paid upon import, that having insisted by letter of 15 July last to the Governor and Council of Bombay on the revocation and removal of the hindrances which are continually inflicted upon us in the duty-free export of goods, etc., Their Honours answered us in their response of 27 August following that, pursuant to their promise by letter of 18 December 1779, they had sent over to their superiors in England in the following April all papers relating to this affair, but that up to now they have received no orders for their direction on the matter, which they will ask for again at the first opportunity, so that this affair still remains in the state in which it was when we had the honour to dispatch our aforementioned letter of 31 December 1780 to Your Noble High Mightinesses, while we have the honour to present copies of the aforementioned letters to Your Noble High Mightinesses herewith as well. Finally, we take the liberty of informing Your Noble High Mightinesses that, pursuant to the esteemed authorization of Their High Nobilities by missive of 23 August of the previous year, and on account of our great lack of money, we have negotiated here in the months of June and July last from the chief surgeon of this Directorate, Daniel Peperhoven, a sum of 17,814 2/16 rupees, to be repaid in the Netherlands, the rupee reckoned at 27 stuivers, amounting to 24,050 guilders; and that for that amount we have granted him three different drafts on Your Noble High Mightinesses, namely one amounting to 13,500 guilders to the order of the same Peperhoven and Kier van der Piet, notary in Amsterdam, to be paid after the spring sale of 1789 with one year's interest reckoned at 3 percent. The other amounting to 4,050 guilders to be paid to the aforementioned Kier van der Piet or his order after the autumn sale of 1787; and the third amounting to 6,500 guilders, likewise to the order of the aforementioned Daniel Peperhoven and Kier van der Piet, to be paid after the autumn sale of 1788 with interest for one year reckoned at three percent. While we have furthermore accepted into the treasury from the proxy of the former chief surgeon of this Directorate, Pieter van der Sprenkel, a sum of 927 1/3 Surat rupees to be repaid in the Netherlands to the said Van der Sprenkel or his order with 356 2/3 ducatoons of 70 stuivers each, making 1,218 guilders 6 2/3 stuivers, for which we have likewise granted a draft on Your Noble High Mightinesses. With the humble request that Your Noble High Mightinesses may be pleased to honour both with payment. Wherewith we have the honour to be, with the greatest respect and due loyalty, Noble High Mighty Lords, Your Noble High Mightinesses' very humble and obedient servants. MM. Moute Corns. Adm. van Eyl A. J. Kuippken JV. Va Polanen de bever R. C. Meijer C. A. Wiardi Loeff Surat, 5 January 1787 Copy of Missive To Their High Nobilities of 20 April 1786 No. 2 To His High Nobility The High Noble, High and Mighty, Far-Ruling Lord Mr Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the General East India Company Together with The Right Noble and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, High and Mighty, Far-Ruling Lord and Right Noble and Valiant Lords! After our respectful last missive of 9 January of this year, the duplicate of which we dispatch herewith, per the private ship The Lady Hughes,
Dutch transcription
de wissel in questie geen meerder regt hadden, ten tijde dat sulx is geschied, soo heeft men bij deese laatste brief sijn toevlugt genomen, tot het voor„ „geeven „ dat alvoorens de goederen genomen wierden „de vordering van de Erfgenaemen van Bhaijsa „ op deselve nagespeurt en ondersogt is, en dat „ het door de vrijwillige verklaaring van voor„ „schreven Erfgenaemen soude gebleeken sijn, dat „sij niet konden produceeren nog acceptatie, „ nog betalinge van de Wissel enz:„ Dan deese uitvlugt door ons bij brief van den 24:e Junij 1786. N„o 13. wederlegd sijnde, met de Edelijke verklaring van den geweesen secretaris Wi„ „ardi hier bij Litt=a B. welke se in persoon overhandigd heeft, en door de ter handstelling van de sleutels van het Pakhuis waar in de goederen die tot betaaling der wissel door de Leveranciers aen de Erfgenaemen van Bhaysa overgegeeven is, so hebben wij daar bij teevens, also ons hier geen verdere mid„ „delen ter prosecutie overgelaaten sijn, moeten besluiten om ten kragtigsten te protesteeren, teegen alle schaeden en nadeelen, welke de Edele Nederlandsche Comp„e door deese weigering lijden sal, immiddels dat wij desel „ve ter hooge kennisse van uwel Edele Hoog Agtbaere brengen souden, soo als wij d'eer hebben te doen door deesen, terwijl de brief van gedagte Heer Gouverneur en Raad van den 8. e Julij laast„ „leeden onder N„o 14. aantoond dat het voornoemde Protest ontfangen is. Eindelik neemen wij nog de vrijheid uwel Edel Hoog Agtbaarheeden ter kennisse te brengen, ten vervolge van het geen wij d' Eer hadden te melden bij onse nedrige missive van den 31:e December 1780. , noopens het verschil met de Heeren Engel„ „schen over den Thol vrijen uitvoer van 'sCompag„ „nies goederen, waar van bij invoer de gewoone „thol betaald is, dat wij bij brief van den 15:e Julij laastleeden bij den Heer Gouverneur en Raad van Bombaij hebbende geinsteerd, op de intrekking en ontheffing der verhin„ deringen welke ons in den Thol vrijen uit„ „voer der goederen bij aanhoudendheid worden toegebragt enz:, Haar Edelen ons bij derselver rescriptie van den 27:e Augustus daar aen hebben g'andwoord, dat sij ingevolge van haer belofte bij brief van den 18:e December 1779. in April daar aan volgende alle pa„ „pieren tot deese affaire betreklijk hebben overgesonden aan Haar superieuren en En„ geland, dog dat sij daar op tot nog toe geene Orders ve 7. 8. Orders tot haare Directie hebben ontfangen, welke sij bij eerste geleegendheid nader vragen sullen, sulx deese affaire als nog verblijft in den staat waar in sij was, toen wij de Eer hadden onsen voorgemelden brief van den 31:e December 1780. aan Uwel Edel Hoog Agtbaarheeden te laaten afgaan, terwijl wij de Eer hebben uwel Edel Hoog Agtbaarheedens de Copien der voorsz: brieven ook bij deesen aan te bieden Eindelik neemen wij de vrijheid Uwel Edele Hoog Agtbaare kennis te geven, dat wij ingevolge g'eerde qualificatie van Haar Hoog Edelheeden bij missive van den 23:e Augustus des voorlede„ nen Jaers, en uit hoofde van ons groote geld gebrek, alhier hebben genegotieerd in de maenden Junij en Julij jongstleeden van den oppermee„ „ster deser Directie Daniel Peperhoven, Eene summa van ropias 17814. 2/16. om in Nederland wederom te worden betaeld, de ropij op 27. stuivers gerekend met ƒ24050:—:—: en dat wij aen densel„ ven voor dat bedraegen hebben verleend drie differente assignatien op Uwel Edele Hoog Agtbaare, te weeten, Eene groot ƒ13500:-:— aen de Ordres van denselven Peperhoven en de Heer Kier van der Piet, Notaris te Amsterdam, te betaelen nae de voorjaers verkopinge van 1789. met een Jaer interesse tegen 3. van het honderd gereekend. De andere groot ƒ4050:—:— ten voldoen aen den Heer Kier van der Piet voormeld ofte sijne Orders nae de Najaars verkoping van 1787. , En de derde groot 6500 Guldens mede aen de Ordre van Daniel Peperho„ „ven en Kier van der Piet meergedagt. te betaelen nae de Nae jaars verkoping van 1788. met den interesse voor Een Jaer tegen drie procento gereekend. Terwijl dan nog in kassa hebben g'accepteerd van de Gemagtigde van den geweesen Opper meester deser Directie Pieter van der Spren¬ „kel een summa van 927. 1/3. souratse ropij„ om in Nederland aen geseide van der spren„ kel of sijn Ordres weder voldaen te worden, met 356 2/3 Ducatons van 70. stuivers jeder, makende 1218. guldens 6. 2/3. stuivers. waer voor wij insgelijks Eene Assignatie op UwelEdele Hoog Agtbaare hebben verleend. Met Ootmoedig versoek dat Uwel Edele Hoog Agtbaare d' eene en andere met voldoeninge gelieven te honnoreeren van Waer Waer mede d' Eer hebben met de meeste Eerbied, en verschuldigde trouwe te zijn WelEdele Hoog Agtbaere Heeren UWel Ed: Hoog Agtbaarheeden seer onderdanige en gehoorsaeme Dienaeren. MM: Moute 82 Corns: Adm: van Eyl F Gt P den 5e: Januarij Souratta A J. Kuippken JV: Va Polanen de bever R C„ Meijer ende Liper C: A: Wiardi 1787 Loeff Copia Missive Aan Haar Hoog Edelheeden van den 20:en April 1786: — N 2 Aan sijne Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijdgebiedenden Heere M:r Willem Arnold Alting van weegens den staat der vereenigde Nederlanden en de algemeene Oost Indische Compagnie Gouverneur Generaal Benevens De welEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën Hoog Edele, Groot Agtbaere, Wijdgebiedende Heer En Wel Edele Gestrenge Heeren! Nae dat onse Eerbiedige laetste van den 9=en Ja¬ „nuarij deses Jaars, welkers Duplicaet wij deesen doen versillen, per het Particuliere Schip De Ladij ys Hughes 5: 1
English
Hughes via Ceylon, had dispatched to Your High Honours, we were not honoured until the 7th of February following with Your High Honours' letters of the 26th of July and the 23rd of August of last year, of which latter we also received the duplicate with Junior Merchant Piper, who arrived here on the 15th of March last. Since then, or on the 22nd of the said month of March, we had the good fortune, upon the arrival of the ship De Diamant, to receive Your High Honours' highly revered missive of the 15th of November, likewise of the preceding year. And now proceeding to the humble answering of the well-mentioned missives, as well as to the rendering of the due report of our proceedings since the dispatch of our above-mentioned last letter, we make a beginning with ships and vessels; thus the bearer of this, during its voyage, had no extraordinary encounters, though it did have 12 deaths, and arrived here with 10 sick persons, of whom during its stay another 1 died in our hospital. In place of the aforementioned Navy Lieutenant, the Cochin Ministers have placed on the ship the Steward's Mate Iohannes Rustige of Amsterdam, in order that, after a prior examination—the report of which by the Sea Captains de Klerk, Bosman, and van Blankenberg is included among the annexes—he was found capable of serving as provisionally Second Lieutenant. Furthermore, there have also been placed aboard a sergeant, 3 European sailors, alongside 25 Orientals, consisting of a sergeant, a corporal, and 23 privates fully armed, as well as a drummer and a fifer, to proceed with them to the Principal Place, according to the nominal roll also among the annexes. Of those who departed with it for this place, Junior Merchant Cornelis Adriaen van Eijk remained at Cochin on account of indisposition, where also remained the ordinary Navy Lieutenant Iohan Christiaen Ieger, the third surgeon sergeant, a corporal, seven European sailors, two Sarangs, and three Moorish sailors. While from the said vessel we have retained here, along with the sergeant who was placed on this craft at Cochin, a corporal and two privates sent with it for this Directorate in order to serve here—the first with the sepoys and the latter two as attendants to the Director—and then also the Gunner's Mate Iacobus of Utrecht, so that after his recovery he may be employed as boatswain at the wharf or as commander of one of the vessels. In return, we have placed again upon the aforementioned vessel a sailor who was engaged here in the service of the Company. Of the cargo sent hither with the same by Your High Honours, the ministry at Cochin has unloaded 451,323 lb of powdered sugar in one thousand cannassers, 20,020 lb of cloves in 308 bags, and 39,665 lb of tin in 600 ingots; the remainder was brought here and duly delivered, as appears from the findings thereof, regarding which, as they served in our meeting of the 16th of this month, we shall take the liberty to attend upon Your High Honours hereafter under the main section of charges and reimbursements. For the service of the repeatedly mentioned ship De Diamant, upon the request made by Captain Bosman commanding thereon, as appears from our resolution of the 24th of March last, we granted the following necessities as being unavoidable, namely: 40 coolies to unload and load the ship. 30 caulkers to fit it inside and outside. The repairing of the boat which had become unserviceable. Eight carpenters to do the necessary work on board, as it had not been provided with a carpenter. The tinning of the galley utensils, binnacle, and steward's lamps. Chinese planks or firewood for dunnage, mats, and nails for matting the hold. One hundred lb of grease and one hundred nails of various kinds. A new main topgallant mast and yard, and good months' pay for the ship's crew. Also, in view of the approaching bad monsoon, following the example of the English, we placed on the ship two native pilots who are familiar with the fairway and capable of bringing the ship to safety at Goga in case of severe storms, with orders not to leave the same until it sets sail and departs the roadstead. Furthermore, as appears from the aforesaid resolution, we granted for the service of the prescribed vessel as many rations as have been issued to 30 Moors during 4½ months in excess of what was received for 3 months for the same, along with rations for 3 months for 27 Malays who were placed on board at Cochin, and then also for one month a ration of dried fish instead of bacon and meat. However, the request of the chief surgeon for a supply of medicines we had already rejected in our meeting of the 7th of this month on the basis of Your High Honours' instructions in the revered missive of the 21st of September 1781, until he further demonstrated to us by a petition registered with our resolution of the 16th of this month that these medicines must serve for 27 persons who were placed on this vessel at Cochin, whereupon we granted his request. Having had no opportunity to have the journal examined here, the same is thus forwarded among the annexes, and while the inspection regarding the draft of this vessel [illegible]
Dutch transcription
10. Hughes over Ceijlon, aen uw Hoog Edelheeden hadden afgevaardigd sijn wij niet voor den 7. e Februarij daer aen volgende gehonoreerd geworden met Hoogst Der„ „selver letteren van den 26=e Iulij en 23. Augustus des gepasseerden Iaers en van welke laetste wij mede het Duplicaat hebben ontfangen met den onder„ „koopman Piper so hier den 15. e Maert laatst leeden aangekomen is. sederd ofte op den 22=e der geseide maend Maert sijn wij soo gelukkig geweest met het arrivement van het schip de Diamant te ontfangen uwer Hoog Edelheeden seer g'eerbiedigde missive van den 15=en November mede des voorgaenden Jaers En Thans treedende ter nedrige beandwoording van welgemelde missives, so meede tot het doen van verschuldigde verslag onser verrigtingen, se„ „derd het afgaen van onse bovengemelde laetste brieff maeken wij een aanvang met scheepen en vaertuigen; soo heeft den In steede van voormelde Lieutenant ter Zee is door de Cochimse Ministers op het Schip geplaatst den Botteliers maath Iohannes Rustige van Amsterdam, om daarop, na dat, na voorgaande examinatie van welke het Berigt van de Capitains ter Zee de Klerk, Bosman en van Blankenberg van de daer meede nae herwaerts vertrokkene onderkoopman Cornelis Adriaen van Eijk is vermits onpasselijkheid op Cochim verbleeven, alwaer meede verbleeven sijn den ordinair Lieu„ „tenant ter Zee Iohan Christiaen Ieger, den sergeant derde Chirurgijn, korporael, seven Euro„ peese mattroosen, twee Sarangs en drie moorse matroosen. brenger deeses geduurende sijne reise geene buiten gewoone ontmoetingen dog wel 12. dooden gehad, en is hier aangekomen met 10. sieken sijnde en ge„ duurende sijn verblijff nog 1. in ons hospitael overleden. brenger onder 1: 2: §: 3: 1: 4: 1:6: 1: 5. „. onder de bijlagen overgaet in staat bevonden is als p:l Sous Lieútenant dienst tedoen, voorts sijn daarop mede geplaetst Een sergeant 3 Europiese mattroosen benevens 25. oosterlingen, bestaende in Een sergeant Een Korporael en 23. gemeene met volle wapens, gelijk ook een Tamboer en Fluiter, om daar mede nae de Hoofdplaets over te gaen, volgens de naem lijst mede onder de Bijlagen, Terwijl wij van de gedagte Kiel alhier hebben gehouden met den sergeant welke te Cochim op deesen bodem is geplaetst de daer mede voor dese Directie gesondene Een Korporael en twee gemeenen ten einde alhier dienst te doen, de eerste bij de sipaeijs en de twee laetste als oppassers bij den Di„ „recteur en dan nog den Constapels maath Iacobus van utrecht om na sijne herstellinge te kunnen worden g'emploijeert als bootsman op de werff of als gesaghebber van een der vaartuigen. Daar en tegen hebben wij wederom op voormelde Wij hebben ten dienste van meergedagte schip de Diamant, op het gedane versoek van den daarop Commanderenden Kapitain Bosman, blijkens onse resolutie van den 24=e Maart Jongst toegestagn, p leden de volgende benodigdheden als onvermijdelik teweeten 40. –. sjouwers om het schip te lossen en laeden. van de met denselven door uw Hoog Edelheden nae herwaerts gesondene lading is door het minis„ „terie te Cochim geligt 451323. lb: poeder suiker in Een duijsend Canassers, 20020. lb: nagulen in 308. sakken en 39665. lb tin aan 600. schuiten, het overi„ „ge is alhier aangebragt en nae behooren uitgeleverd, blijkens de bevindinge daar van omtrend welke als in onse bij een komst van den 16=e deeses ge„ diend hebbende wij de vrijheid sullen neemen uw Hoog Edelheden hier nae onder het Hoofd deel van belastingen en vergoedinge op te wagten. kiel geplaetst Een mattroos soo alhier in dienst der maetschappije geengageert is. Kiel 30. §: 7: 1. 8. 1: 10. §. 9. 12. 30. Calsaters om hetselve van binnen en buiten te voor sien het repareeren van de schuijt welke onbruikbaar ge¬ worden was Agt Timmerlieden om het nodige werk aen boord te doen, also van geen timmerman voorsien geweest is het vertinnen van het kombuijs goed nagthuis en botteliers Lampen. Chineese planken of brandhout tot Guineering matten en spijkers tot afmatting van het ruijm Honderd lb: smeer en honderd nagels in soort Een nieuw Groote Bramsteng en Raa en goede maenden voor het scheeps volk. Dog het versoek van den oppermeester om ver„ „strekking van medicijnen, hebben wij in onse ver„ „gadering van den 7: deeses reets afgeslagen op funda„ „ment van uw Hoog Edelheden aanschrijven bij geve„ „nereerde missive van den 21. September 1781. toen hij ons nader bij request dat ingeschreeven is bij ons be„ „sluit van den 16:e deeses vertoond heeft dat deese ma„ „dicijnen moeten dienen voor 27: koppen welke te Co„ „chim op deesen kiel geplaatst sijn, en waarop wij desselfs versoek hebben toegestaan, Geene gelegendheid hebbende gehad om het Iournaal alhier te doen examineeren gaet het„ selve aldus onder de bijlagen overenterwijl de vi„ „sitatie omtrend het diep treden van deesen kiel 1: 14: Ook hebben wij uit aanschouw van de naderen„ „de kwaede mousson nae het voorbeeld der Engel„ „schen op het schip geplaetst twee inlandse Loot„ „sen die het vaarwater kundig en in staet sijn om het schip in cas van swaere stormen nae Goga in veiligheid te brengen, met last om het „selve niet te verlaaten voor dat onder seil gaet en de rheede verlaat, Nog hebben wij blijkens voorseide resolutie ten dienste van voorschreeven Kiel toegestaen soo veel randsoen als aen 30. stux mooren geduurende 4½. maend meerder verstrekt sijn dan voor 3: maenden voor deselve ontfangen is met rans„ „soen voor 3. maanden voor 27. stux maleiers soo op kochim aan boord geplaetst sijn, en dan nog voor Een maend randsoen van gedroogde visch„ in steede van spek en vlees 5: 12: §: 12: door §: 1. 1: 13:
English
13. had become unnecessary by the fiscal and the committee members now that so much had already been removed from it, we immediately upon its arrival made every effort to dispatch it again promptly, and we are so fortunate as to send it back today, after a stay of only 30 days, directly to the main settlement. Pursuant to Your Right Honourables' favorable qualification, we shall now, as it is absolutely required and cannot be dispensed with, make a beginning with the construction of a smalschip and a covered horrij, for which we request that the ordnance, artillery supplies, and necessities specified in the separate petition, which we take the liberty of presenting to Your Right Honourables alongside our formal requisition for the year 1786/7, may be sent to us at the earliest opportunity. Likewise, our satisfaction rose to its highest peak when, upon receiving Your Right Honourables' letter of 26 July 1785, we perceived that our conduct in dispatching a substantial return shipment for the Netherlands was entirely in accordance with Your Right Honourables' pleasure and the orders issued; and thus, with regard to the homeland goods, respectfully referring to our missive of 9 January of this year, from § 4 to 9. Except for the fine broad Tape Kankenia and ordinary, as well as the broad ordinary chintzes of 12 wiesa, which it was impossible for us to have manufactured entirely, as these, like the chintzes for the Netherlands, must always be contracted out a year in advance, and which we shall therefore fulfill with the requisition for 1786/7. Likewise, now that Your Right Honourables have sent a ship here, we are so fortunate that our arrangements made to secure a return cargo for the Indies, mentioned in our resolution of 17 May 1785 as well as 4 March of this year for the same prices as paid the year before, fully answered the purpose and enable us to send to Your Right Honourables by the bearer of this a considerable cargo for the Indies to the amount of ƒ167318. 14. 8., and thereby virtually satisfy the entire requisition. 14. Yet, on the other hand, a very substantial quantity of silk patolas is being sent over, with the collection of which we have continued in fulfillment of the petition for 1785, which was impossible for us to fulfill with Trompenburg, as we had the honor to report to Your Right Honourables in our letter of 16 January 1785, § 193, and which are now ready; the now-received requisition for those silk textiles, as well as the goods requested for Cape of Good Hope, will be fulfilled in coming December, the latter via Ceylon, which for the reasons stated in our resolution of 4 March last was impossible for us to do at present. Finally, for the elucidation of what was set down in our missive of 16 January 1785, § 57, concerning the privileges of Broach and the calculated one and a half percent invoice charges granted to the suppliers in the contract of procurement, we take the liberty to remark. It is certain that a quantity of silk patolas was transported from here with Trompenburg at the very time that we could send no patolas, yet we beg Your Right Honourables to attribute this solely to the difference in qualities. These goods sent by private individuals are inferior wares manufactured in the homeland, whereas those of the Company are not only sound and much heavier, but also differ greatly in variety. For whereas the silk patolas of 6 asta as sent by private individuals are only 4 ells long and 1 13/24 ells wide, the Company's are indeed 4½ ells long and 1 1/3 ells wide, and for these reasons they must be contracted out a year in advance.
Dutch transcription
13. door fiscael en Gekommitteerden onnodig was ge„ worden nu reets so veel daar uit geligt was, heb„ ben wij voort nae sijne aankomst alle vlijf in het werk gesteld om hem weder spoedig te de„ „pecheeren, en wij sijn soo gelukkig om hem heden, nae een verblijff van slegts 30 daegen weder te rug te senden, direct nae de Hoofdeplaat Ingevolge uw Hoog Edelheden gunstige qua„ „lificatie, sullen wij als nu, als absolut benodigd en niet te missen sijnde, een aanvang mae„ „ken met de timmering van een Smalschip en een overdekte horrij, waer toe wij versoeken dat ons met de eerste gelegentheid mag worden gesonden, het geschut, Artillerije goederen en benodigtheden bij de aparte petitie welke wij de vrijheid neemen uw Hoog Edelheden nevens onsen formeelen Eisch voor den Iaere 1786/7. aan te bieden gespecificeerd Insaam, soo is ons vergenoegen ten toppuns gereesen wanneer wij bij den ontfangst van §: 18. uitgesonderd de Tape Kankenia breede fijne soo sijn wij meede, nu uw Hoog Edelheden Een schip herwaerts gesonden hebben soo gelukkig„ dat onse gemaekte schikkingen ter bemagtiging van een retoer voor Indien, vermeld bij onse re„ solutie van den 17=e Meij 1785. mitsgaders 4=e Maert deeses Iaars voor deselve prijsen, als het Jaer bevo„ „rens betaeld zo i volkomen aan het oogmerk beand„ woorden en ons in staet stellen om uw Hoog Edel„ „heden per den brenger deses toeksenden een aen„ sienlijk Cargasoen voor Jndien ten bedraege van oor ƒ167318. 14. 8. en om daar genoegsaam den ge„ heelen Eisch te voldoen. uw Hoog Edelheden brieff van den 26. e Julij 1785. ont„ „waerden dat ons gehouden gedrag in de versending van een aansienlijk retoer voor Neederland, soo wel met Hoogst derselver welbehagen en de gegevene be„ „veelen over een kwam, en ons dus ten aansien van de vaderlandse goederen eerbiedig refereerende aan onse missive van den 9=e Ianuarij deeses Iaers van 5: 4. tot 9. uw en §: 15. 1. 16. 8: 17: 14. en ordinaire mitsgaders de Chitsen breede ordi„ naire van 12. wiesa welke het ons ondoenlik is geweest alle te laten vervaardigen also die steeds, so wel als de Chitsen voor nederland een Jaar bevorens moeten worden aanbesteed en welke wij daerom met den Eisch voor 178 8/7. voldoen sullen. Dog daer en tegen gaen er over een seer aan„ „sienlijk quantiteit sijde patoolaes, met welkers In„ „saam wij in voldoening aan de petitie voor 178/ die het ons ondoenlijk was met Trompenburg te voldoen sijn blijven voortvaeren volgens het geen wij de Eer hadden uw Hoog Edelheden te melden bij onsen brief van den 16=e Ianuarij 1785. §: 193. en die nu in gereedheid geraekt sijn, sullende den nu ontfangenen Eisch van die sijde Kleeden, so mede de gevraagde goede„ „ren voor Kabo de Goede Hoop in December aen„ „staende de laetste over Ceijlon worden voldaen, het geen ons thans om redenen bij ons besluijt van den 4. maart E:l: te doen onmogelik ge„ „weest is. Eindelik neemen wij de vrijheid tot elucidatie van het bij onse missive van den 16=e Januarij 1785. §: 57. ter nedergestelde omtrend de voorreg„ ten van Brootchia en de berekende anderhalf procento factuurs lasten, die bij het Contract van aenbesteding aan de Leveranciers toegestaan sijn, te remarqueeren. Het is zekerlik dat er met Trompenburg eene Quantiteit sijde patolaes van hier is vervoerd ter selver tijd dat wij geen patolaes konden senden, dog wij bidden uw Hoog Edelheden om sulx alleen te attribueren aen het verschil in de qualiteiten„ deese door particulieren gesondene is slegt goed die te patria worden aangemaakt, daar die van de maatschappije niet alleen deugdsaam en veel swaer„ „der sijn, maar ook veel in de soorten verschillen„ want daar de sijde patolaas van 6. asta so als door particulieren worden versonden slegts lang sijn 4. en breed 1 13/24. Elle daar sijn de kompanijs wel lang 4½. en 1 1/3. Elle breet, en om deese rede„ „nen moeten deselve een Jaer bevorens aanbesteed worden. 1: 20: §: 20. 1: 22: §: 19: 8: 21:
English
15. That the 1½ percent invoice charges, which have been granted in contracting with the linen suppliers for fully 40 years since the Marathas became so powerful, and which appear on the invoice under the designation of Brootchia charges, have nothing in common with those privileges which the Company enjoyed at Brootchia before the war, since the latter consists of the duty-free export of all merchandise and further of all those privileges to which the Company is entitled here in Souratta, whereas the first-mentioned 1½ percent was granted to the suppliers on those goods that are brought overland from Brodera, Amedabaath, Cambait, and the lands situated around Brootchia to the last-mentioned place before they can be transported from there by water to Souratta, and this in compensation for those expenses which the suppliers must bear for transport by axle, safe conduct, etc., known among the natives by the name of Rhaderijen. 1: 23: Most respectfully thanking Your High Nobilities for Your High Nobilities' permission to enjoy the gratuity on the sale of linens in the Netherlands for 1779 and 1780, we take the liberty to offer to Your High Nobilities among the annexes hereto a Memorandum of distribution of the same, drawn up and calculated in our resolution of the 4th of March last, entered according to the regulation regarding the means of an honest livelihood for the servants of this Direction, approved by Your High Nobilities in the letter of the 19th of August 1746, in order to make the distribution accordingly and to act in accordance with what was written in Your High Nobilities' revered missive of the 23rd of August 1785, if the same is so fortunate as to be crowned with Your High Nobilities' approval. 1: 22: 1: 24: Having thus approached the sale, we were obliged, as is evident from our resolution of the 27th of March last, to decide to proceed with it shortly after the arrival of the Diamant, both because the monsoon had already advanced so far that no more than two cafilas or shipments to the north could take place, and also because we were entirely devoid of money, which was absolutely necessary if we wished to send this vessel back with a proper return cargo. 16. And we therefore agreed on the aforementioned day with the merchants and fellow brokers Laalla Siew Navaan and Saraatjent Nagerdas, they having made the highest bid, that they shall immediately after the sale pay one hundred thousand rupees on account of the merchandise to be received, that they must receive and collect the goods before the end of October next, and that under those conditions they shall pay: for the spices the fixed prices, and for the Japanese copper the previous year's prices of 59 rupees per 100 lb, making 73¾ rupees per picol and thus only just below the regulation; for the powdered sugar 17 49/100 rupees per picol, and for the tin per picol 52 19/100 rupees, etc.; all net prices and after three percent discount and one and a half percent brokerage have been deducted from the same according to custom, as Your High Nobilities will please observe from the contract of sale itself, which is entered into our resolution of the 27th of March aforementioned. 1: 25: 1: 27: §: 26: The yield following below will show Your High Nobilities how, on a small capital of only ƒ105490: 4:—, fully ƒ 272669: 17: 8, or 258½ percent overall, and fully 135 percent on the coarse merchandise, has been gained, which we flatter ourselves will be pleasing to Your High Nobilities, since the tin yielded fully 101 1/8, the lead 72¼, the red lead 109 3/8, and the powdered sugar 125 5/6 percent profit.
Dutch transcription
15. Dat de 1½. procento Factúúrs lasten, so bij het doen der aenbesteedingen aen de lijwaeten leveran„ „ciers sederd wel 40: Jaeren dat de Marettaes soo magtig geworden sijn, sijn toegestaan en bij de factuur onder de benaming van Brootchiase on„ „gelden voortkomen, niets gemeens hebben met die voorregten welke de Kompanije te Brootchia voor den oorlog genooten heeft, also het laetste bestaet in den tol vrijen uitvoer van alle koop„ „manschappen en voorts in alle die voorregten tot welke de Compagnie alhier te souratta geregtigd is, daar de eerstgemelde 1½. procento aen de Leve„ ranciers sijn toegestaen op die goederen welke van Brodera Amed abaath, Cambait en de landen ronds om Brootchia gelegen, nae laetsgem: plaets over land gebragt werden alvorens se van daer te water na souratta kunnen worden vervoerd, ende sulx tot goedmaking van die ongelden, welke de Leveranciers moeten dragen, voor het transport per as, vrijgeleijde enz: onder den Jnlander bekend bij den benaming van Rhaderijen. 1: 23: u Hoog Edelheeden seer eerbiedig dankseggende verkoop, soo hebben wij blijkens onse resolutie van den 27. e Maert Jongstleeden voor nae de aen„ „komst van de Diamant moeten besluiten om daer toe over te gaen, soo wel om dat de mousson reets soo ver verlopen was, dat er niet meerder als twee Caffilaes voor Hoogst Derselver toestemming om het Douceur op den verkoop der Lijwaeten in Nederland voor 1779. en 1780: te mogen genieten, neemen wij de vrijheid Hoogst de selve onder de bijlagen deeses aen te bieden Eene Memorie van verdelinge van de„ selve gesteld en berekend in onse resolutie van den 4. e Maert laetstleeden ingeschreeven na het reglement aengaende het middel van een eerlijk bestaen voor de Dienaaren deeser Directie door uw Hoog Edelheeden bij brieff van den 19=e Augustus 1746: goedgekeurd om daer nae de verdeeling te doen en te handelen volgens het aengeschreevene bij uw Hoog Edelheeden gevenereerde missive van den 23=en Augustus 1785: wanneer deselve so gelukkig is om met uw Hoog„ Edelheeden goedkeuringe te worden bekroond. Waer meede genaderd synde tot den voor of 1: 22: 1: 24: 16. off versendingen nae de noord geschieden konden, als wel meede om dat we geheel ontbloot waeren van geld hetwelke er absolut nodig was, wilden wij deesen kiel met een behoorlijk retoúr terúg senden. En sijn wij daarom ter voorschreeven dage met de kooplieden en meede makelaers Laalla siew Navaan, en Saraatjent Nagerdas als het hoogste bod gedaan hebbende over een gekomen dat sij voort nae den ver„ koop sullen voldoen Een mael Honderd Duijsend Ropeijen in mindering der te ontfangene koopmanschappen dat zij de goederen voor ult=o october eerstkomende sullen moeten ontfangen en afhaelen en dat zij onder die Conditien betaelen sullen. voor de specerijen de gefixeerde en voor het Japans koper de voorjaarige prijsen van 59: ropijen de 100: lb: maekende 73¾. ropijen de picol en dus maar even beneeden de bepaling voor de poeder suiker 17 49/10. ropij de picol en voor het thin de picol 52 19/10. ropij ensz: alle suivere prijsen en nae dat van deselve sijn ge„ „decorteerd drie procento rabat en Een en Een halff pro„ „cento makelaardije nae de gewoonte invoegen uw Hoog §: 26: Het hier onder volgende rendement sal uw Hoog Edel„ „heeden vertoonen hoe dat op een geringen aenbreng van slegts ƒ105490: 4:— wel ƒ 272669: 17: 8: dan wel 258½. procento over het geheel en wel 135: -. -. procen„ „to op de grove koopmanschappen gewonnen is, het geen wij ons vleijen dat uw Hoog Edelheeden aenge„ naem sijn sal, also het thin wel 101: /8: het loot 72¼. de menij 109 3/8. en de poeder suijker 125 5/6. procento voordeel heeft afgeworpen. Edelheeden sullen gelieven te beogen uit het kontract van verkoop selven, dat ter onser resolutie van den 27=e Maert voormeld ingeschreeven is. Edelheeden Ruuw 1: 25: 1: 27:
English
159000: —. lb: 58500: —. lb: 9800: —. lb: Diamant, were brought in and on the 27th of this month Purchase and sale prices and the profit made thereon Fine Spices Diverse Merchandises Copper Japan in bars . . . . . . . . . . . . . . f 27: 5: 5: s:s f Summary of the above; namely The sale of the Fine spices, is The sale of Diverse Merchandises amounts to Office underwritten: In the Council was signed: M:s Monse. 43350:15:— f 70:16: — f 12572:—: — f 69221:5:—. 159 1/6: r=m Tin Bancas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24:19:13: 14619:3:—: 50: 9:—. 29513:5:— 14844:2:—. 101: 7/8: 4 979: 8: —. 17: 4:— 1685:12:—: 706: 4: — 72: 7/8: s:s Counted . . . . . . . . . . . . . f 42367:11:—: . . . . . . f 217071:1:8: f 124703:10:8: 135: —. r=m 5050: —. lb: Red Lead . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10: 19: —. p:s 532: 18:—: 22:18:8: 1157:14:— 604:16:—. 109 3/8: r=m 391500: —. lb: Sugar Powder - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7: 10:8: r=m 29460:17:— 16:19:8: 66457:2:8: 36996: 5: 8: 125: 7/8: s:s 24000: —. lb: Sugar candy . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13: 14: 9: s: 3404:10:— 22:18:8: 5685:8:— 2280:18:—. 67: —. Lead Sheets - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 9: 19: 14: r=m f 13122:13: —. . . . . f 161089:—: — f 147966:7:—: 127: 1/2 r=m 92367:1:—. . . . . 217071:1:8: 124703:10:8. 135: —. Total . - f 105490:4:—. . . . . . f 370160:1:8 f 272669:17:8: 250: 1/2: 5: Surat, 29th March Anno 1786: sold in the Council of Policy with presentation of their advances, namely. Purchase Sale Profit. Burdened with 2 percent net after deduction of 3 percent tare Batavian charges and 1 1/2 percent brokerage, in the 100 lb: The entire parcel the 100 pounds: The entire parcel Monies and percent Adds - - - - - - - - - - - - f 13122:13:-. - . . . - - - f 161089:—: —. f 147966:7:—. 1127 1/2: r=m 38175: —. lb: Cloves . -. . . . . . . . . . . . . - - f 34: 5: 4: r=m f 13079:19:— f 420:—: —. f 160335:—: —. f 147255:1:—. 1125: 3/4: r=m 145: —. lb: Cinnamon Fine Ceylon . . . . . . . . . . . . . 29: 9:1: s: 42:14:— 520: —: — 754:—: —. 711: 6:—. 1665: 3/4: Gross yield of such merchandises as arrived in this book-year 1785/86 with the Honorable Company ship De §: 28: 1785 17 18. We cannot, however, depart from this main section without humbly thanking Your High Excellencies for sending the aforementioned merchandise; never did anything arrive more opportunely, and what we shall have to state below under the main section of financial matters will show Your High Excellencies how the water was up to our lips and that the Company had already lost its indefinite credit at this place. §: 28: While we at the same time beseech Your High Excellencies that we may this year be accommodated as early as possible with a considerable quantity of trade goods, now that the merchants, after the raising of the flag of the State has become known to them, are returning hither, and the entire trade seems to be reviving here with fresh vigor, so that we flatter ourselves to see Surat once again in that flourishing state in which it still was 20 years ago, when it yielded between 500,000 to 600,000 guilders in profits. Concerning the Revenues, we refer to our humble letter of 9th January last, §: 14: as we also do regarding Arrears, §: 15: Beyond what has already been presented to Your High Excellencies in our aforementioned letter, the Director has requested, in reply to the report of the China Staff in their letter of 26th January 1785, to further note that the 30885 taels which were delivered or paid by his supercargoes in China did not by any means pass through their hands, or, as the Canton staff very erroneously assert in their aforementioned letter, were counted in specie into the Cash office, but that the same were, on the contrary, settled by the aforementioned Staff with the brokers or merchants of the Company there, to whom the remainder of the cargo that was recovered and received back from the English pirate Mr Clarij had been sold, and that this accordingly should be no obstacle to him for the Chinese tael. §: 29: §: 30: In continuation of this last main section, upon the instance made thereto by the first-signed Director in our meeting of the 9th of February last, we take the liberty to repeat to Your High Excellencies the request made by him in our missive of the 27th of February 1785 from §: 3: to 9: for obtaining such a sum of rupees 4605: 1/2 as he has reimbursed in excess in the settlement of such rupees 110183: 41 as he had received here before the war to deposit at some Office of the Company and thereby brought into security. §: 31:
Dutch transcription
159000: —. lb: 58500: — „ 9800:- „ Diamant, zijn aengebragt en op den 27=e Deeser In en verkoops Prijsen en de daer op Behaalde 8 Fijne Specerijen Diverse Koopmanschappen koper Iapans aan staaven. . . . . . . . . . . . . . ƒ 27: 5: 5: s:s ƒ Sommarium op het Bovenstaende; als Den verkoop der Fijne specerijen, is Den verkoop oer Diverse Koopmanschappen beloopt Comptoir /:onderstond:/ In 't N=ts /:was getekend:/ M:s Monse. 43350:15:— ƒ 70:16: — ƒ 12572:—.: — ƒ 69221:5:—. 159 1/6: r=m Thin Bancas. . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 24:19:13: „ „ 14619:3:—: „ 50: 9:—. „ 29513:5:—„ 14844:2:—. 101: 7/8: 4 979: 8: —. „ 17: 4:—„ 1685:12:—:„ 706: 4: —„ 72. /8: s:s Teld. . . . . . . . . . . . . ƒ 42367:11:—:. . . . . . ƒ217071:1:8: ƒ124703:10:8: 135: —. r=m 5050:- „ Menij Roode. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10. 19: —. p:s „ 532: 18:—: „ 22:18:8:„ 1157:14:—„ 604:16:—. 109 3/8: r=m 391500:- „ Suijker Poeder - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 7: 10:8: r=m„ 29460:17:—„ 16:19:8:„ 66457:2:8:„ 36996: 5: 8: 125: 178: s:s 24000:- „ Suijker kandij. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 13: 14: 9: s: „ 3404:10:—„ 22:18:8: „ 5685:8:—„ 2280:18:—. 67: —. „ Looth Liets - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 9: 19: 14: r„m ƒ 13122:13. —. . . . . ƒ161089:—. — ƒ147966:7:—: 127: ½ r=m „ 92367:1:—. . . . . „ 27071:1:8: 124703:10:8. 135: —. „ Somma . - ƒ105490:4:—. . . . . . ƒ 370160:1:8 ƒ272669:17:8: 250: ½: 5: Souratta Adij 29=e Maart A=o 1786: in Raade van Politie verkogt met aanthooning van derselver advancen, Namentlijk. Inkoop verkoop Winst. 1 Beswart met 2: pr Cento zuiver na korting van 3: prC:o trabat Bataviase ongelden en 1½. p:r C:o Makelaardij, in d'100 lb: De geheele Parthij d' 100: ponden de gehele Parthij Gelden en pr Cento Addeert - - - - - - „-. - - - - - ƒ 13122:13:-. -. . . - - - ƒ161089:—. —. ƒ 147966:7:—. 1127½: r=m 38175: —. lb: Garioffel Nagulen. . -. . . . . . . . . . . . . - - ƒ 34: 5: 4: r=n ƒ 13079:19:— ƒ420:—. —. ƒ 160335:—. —. ƒ 147255:1:—. 1125:¾: r=m 145:- „ Canneel Fijne Ceijlonce. . . . . . . . . . . . . . „ 29: 9:1:s: „ 42:14:—„ 520: — —„ 754:—. —. „ 711: 6:—. 1665:¾: „ Ruuw Rendement van zodanige Koopmansch Jappen als er in dit Boekjaar 17 3/6: met 's: E: Comp:s schip De §: 28: . 1785 17 18. Wij kunnen egter van dit Hoofdeel niet scheijden, sonder uw Hoog Edelheeden nedrig dank te seggen voor de toesending der voorschreeven koopmanschappen nooit kwam iets meer van pas en het geen wij hier agter onder het Hoofddeel van geld sacken sullen moeten seggen, sal uw Hoog Edelheeden doen sien hoe ons het water aen de lippen was en de Maetschappij haer on„ „bepaeld Credit ter deser plaetse reets verloren had. §: 28: Terwijl wij uw Hoog Edelheden tevens smeeken dat wij deesen Jaere so vroeg mogelik met een naemwaer„ „dig quantiteit handelwhaeren mogen worden geriefd nu de kooplieden na dat haer het heischen van de vlag van den staat is bekend geworden weder herwaerts komen, en den heelen handel met versche kragten alhier schijnd te sullen herleeven, sodanig dat wij ons vleijen suratta eens weeder te sullen sien in dien bloeijende staet waer in het selve nog was 20: Jaeren geleeden, toe hetselve tusschen de 5 â 6: ton schats aen winsten gaff Omtrend de Jnkomsten ons gedragende aen onse nedrige brieff van den 9=e Januarij laetstleeden §: 14: ge„ „lijk wij meede doen ten aansien van Agterstallen §: 15: Buiten het geene uw Hoog Edelheeden bij voorseide onse brieff bereets is voorgedraegen heeft den Directeur versogt in andwoord op het berigt der Chinase Bedienden bij hunnen brieff van den 26=en Januarij 1785: nog te noteere dat de 30885: tailen welke door sijne kargaes in China sijn over„ gegeven of afgelegd geensints door haere handen sijn ge„ „gaan, of so als de Cantonse bedienden seer abusive bij voorschreevene hunne brief avanceeren in specie in Cassa geteld sijn, maar dat deselve in tegendeel door voor„ verrekend „schreevene Bedienden sijn met de makelaers of kooplie„ „den van de Compagnie aldaer, aen dewelke het restant der ladinge dat van den Engelschen Rover M:r Clarij is gere„ couvreert en te rug ontfangen verkogt was, en dat sulx dienvolgens geen obstacul mag sijn, dat hem de Chineese neemen wij de vrijheid ter vervolg van dit laetste Hoofddeel op de daertoe gedane instantie van den Eerstgetekenden Directeur in onse bij Eenkomst van den 9=e februarij laetst„ „leeden, bij uw Hoog Edelheeden te herhaelen het door ons voorgedragene versoek van denselven bij onse missive van den 27=e februarij 1705: van §: 3: tot 9: ter verkrij„ ging van sodane summa van rop:s 4605: 1/2. als te veel gerestitueerd heeft bij de voldoening van sodaene rop:s 110183: 41: die hij voor den oorlog alhier heeft ontfangen om op eenig Comptoir van de maetschappije te afleggen en daer door in sekerheid gebragt. neemen tail 8: 29: 1: 30: §: 31:
English
tael is calculated against the evaluation of Your High Excellencies themselves of 72 1/5 stuivers, when he must repay the sum which he received here, the rupee calculated according to that same evaluation at 24 stuivers, since Your High Excellencies, in the regulation on the valuation of the specie currencies of 8 January 1768, expressly ordered that the same should take effect and be followed throughout the Indies. Furthermore, the Director requests that Your High Excellencies please look favorably upon this petition of his, both in view of the fact that at the same time he paid this excess sum to the Company he lost all his own property, and that he must now again lose a considerable sum through the return of the bill of exchange granted by him in the year 1780 to the Company's former brokers and endorsed by them for the benefit of the Company onto the former commander at Padang, van Heemskerk, which we, along with the documents relating thereto, had the honor to receive alongside Your High Excellencies' letter of 23 August 1785. Meanwhile, the aforementioned Director further requested in our meeting of the aforementioned 9 February to offer Your High Excellencies his well-meaning and respectful thanks for his discharge from the old debts of the now deceased brokers Mandchergie and Gouenram, for which he had been held liable, with the assurance that all of us together, and the Director in the first place, will leave nothing untried that may serve to collect those debts. Section 32. Section 33. Money matters, regarding which, following up on what was set down in our letter of 9 January of this year, section 19, we take the liberty to report that, whereas that which was sent during the book-year 1784/5 to the fatherland, Batavia, Ceylon, and Cochin amounted to 277,202 florins, 16 stuivers, 0 pennings; that received in the treasury for the profits amounted to 226,573 florins, 4 stuivers, 8 pennings; after deduction of the expenses of 46,345 florins, 13 stuivers, 8 pennings: 180,227 florins, 11 stuivers, 0 pennings; in reduction of which sum, as the sent goods far exceeded it by 96,975 florins, 5 stuivers, 0 pennings; to which being added, first, that sent on 9 January last to Ceylon for the fatherland and that government to a considerable amount of 236,123 florins, 19 stuivers, 0 pennings; and secondly, that which now passes with this vessel to Your High Excellencies amounting to fully 167,318 florins, 18 stuivers, 0 pennings; we have had to contract a debt here of 50,047 florins, 18 stuivers, 8 pennings; besides the 100,000 rupees with the interest of 5 years to 45,000 rupees: 174,000 florins, 0 stuivers, 0 pennings; making together 674,417 florins, 18 stuivers, 8 pennings. Section 34. Section 35. To serve as far as it can toward this will have to be the brought-in cargo of the Diamant to 378,160 florins, 1 stuiver, 8 pennings, but after the payments for the completed repairs and the ordinary expenses of the Directorate shall first have been deducted from it, so that we shall thereafter still remain indebted for a very considerable sum of circa 400,000 florins, 0 stuivers, 0 pennings, besides one lakh of rupees that we must necessarily advance again for the preparation of the returns for the fatherland and the Indies, and for which we hope still to be able to find the necessary funds upon bond. Section 37. While our resolutions of 9 February, item 4 and 16 March, will show Your High Excellencies how impossible it is here to negotiate funds upon bills of exchange for the Netherlands, indeed not even with the crediting of interest from the day the money is paid until the day the bill is sent, as we offered as evident from our resolution of 24 March last, because the English can get the rupee paid in England through private merchants via China and from their Company calculated at 29 Netherlands stuivers. Section 38. We shall not fail, pursuant to Your High Excellencies' authorization, to satisfy the House of Bhaijsa as soon as we are capable of doing so; meanwhile, by letter of 24 February last, inserted in our resolution of 4 March, we addressed ourselves to the English Ministry here and demanded of the same to credit to the Company the amount of the bill of exchange granted to the heirs of Bhaijsa, which was deprived of its effect by their unlawful conduct through the violent breaking open of a warehouse and the removal of the piece goods upon which this bill had been realized by an assignment from the suppliers. Section 39. And whereas the said ministry, in their letter of 7 March recorded in our resolution of the 16th of that same month, refused this so rightful request on the grounds that the aforementioned bill was supposedly granted at a time when we no longer had any right to do so, as it would be improbable to the highest degree that this bill would have been granted before the hostilities between England and Holland had commenced here, etc., we therefore, in our letter of that same 16 March,
Dutch transcription
19 tail bereekend word tegen de evaluatie van uw Hooghdel„ heeden selve van 72 1/5: stuivers, wanneer hij de somma welke hij hier ontvangen heeft weder moet uitkeeren de ropij gerekend na dieselve evaluatie op 24. stuivers, alsoo uw Hoog Edelheeden bij het reglement op de waluatie der geld specien van den 8=e Januarij 1768: expresselijk hebben bevolen dat deselve over Indien soude stand grijpen en gevolgd worden. Daer en boven versoekt den Directeur dat uw Hoog„ Edelheeden een gunstig regart gelieven te slaen op deese zijne instantie, so wel uit aenschouw dat hij op deselve tijd„ dat hij deese summa aen de kompagnie meerder heeft be„ „taeld, al het sijne verlooren heeft, en dat hij nu nog we¬ „der een aensienlijke somma verliesen moet, door de terug sending van de door hem in den Jaere 1780: aen 'scompag„ „nies vorige Makelaers verleende Een door deese ten behoeve van de Compagnie geendosseerde wissel op den gewesen gesaghebber te Padang van Heemskerk, welke wij met de papieren daer toe betrekkelijk d'eer hebben gehad te ontfangen nevens uw Hoog Edelheeden brieff van den 23=e Augustus 1785: Inmiddels heeft meergedagten Directeur al verders in onse vergadering van voormelde 9=en februarij versogt om uw Hoog Edelheeden sijne soo wel menende als respec¬ In mindering van welke summa als nu so Geld sacken, waeromtrend wij ten vervolge van het ter nedergestelde bij onse Missive van den 9=e Januarij deses Jaers §: 19: de vrijheid neemen te melden, dat wij, also„ het versondene geduurende het boekjaer 178 /5. na het va„ „derland, Batavia, Ceijlon en: Cochim tot ƒ277202:16:— het in Cassa ontfangene voor de winsten tot ƒ226573:4:8: na aftrek van de lasten. . . . . . . . „ 46345: 13: 8: ƒ 185227:41:—: waer bij geaddeert sijnde 1: het op den 9=e Januarij laetst„ leeden na Ceijlon versondene voor het vaderland en dat gouvernement tot een aensienlijk bedragen van. . . . - . „ 236123:19:— en ten tweden het geen nu met desen kiel nae ruw Hoog Edelheden overgaet bedraegende wel. . . . - - - „ 167318: 48: alhier eene schuld hebben contracteeren moe„ - . . . „ 50047: 18: 8: buijten de 100'000: ropijen met de Interessen van 5: Jaeren tot 45000: ropias. . . . . . „ 174000: —. —. makende tesamen-. wel te boven ging - - - - - - - - - - - - - -ƒ96975: 5: —. ten van. . . . . . . . . . . - - - - - -ƒ674417:18:8: „tuieuse danksegging aen te bieden voor sijne ontheffing van de oude schulden der nu overledene Makelaars Mandchergie en Gouenram voor dewelke hij aensprekelik verklaerd was onder versekering dat wij alle te samen en den Directeur in de eerste plaets niets sullen onbesogt laeten wat tot inpalming dier schulden strekken kan. „trieuse verre §: 32: 3: 33: . §: 35: . . §: 34: 20 verre strekkan kan sal moeten dienen de aengebragte uw ladinge van de Diamant tot ƒ 378160: 1:8: / mae dat daar van alvorens sullen afgetrokken zijn, het betaelde voor de gedane reparatien en de ordinaire lasten van de Directie sulx wij daer na nog een seer aensienlijk sum „ma van Circum Circa ƒ 400000: —. –. sullen schuldig blijven, buiten een lak ropeien dat wij tot het in gereedheid brengen der retouren voor het vaderland en Indien weeder nood„ „wendig sullen vooruit verstrekken moeten en waer toe wij verhoopen de nodige gelden nog op obligatie tesullen kunnen vinden. Terwijl onse resolutien van den 9=e februarij item 4=' en 16=e Maert uw Hoog Edelheden sullen doen sien hoe onmogelijk het hier is om gelden te Negotieeren op wissels voor Nederland Ja selfs niet met te goeddoe„ „ning van den Interest van de dag dat het geld be„ „taeld tot den dag dat de wissel versonden word, so als wij hebben aengeboden blijkens onse resolutie van den 24=e Maert laetstleden daar de Engelschen bij Parti„ „culiere kooplieden over China, en bij haer compagnie de ropij in Engeland betaeld kunnen krijgen gerekend tegen 29:' nederlands stuivers Wij zullen niet nalaten om ingevolge uws Hoog„ §: 37: 1: 38: En vermits gedagte ministerie ons bij haeren brieff van den 7=e Maert daeraen ingeschreeven bij ons be„ „sluit van den 16=en van dieselve Maend dit zo regtmatige versoek weigerde op fundament dat de voorschreeven wis„ „sel soude sijn verleent, op een tijd dat wij daertoe geen „meerder regt hadden, also het tot den hoogsten graad „onwaerschijnlik soude sijn dat deese wissel soude sijn „verleend bevorens de vijandelikheeden tusschen Enge„ „land en Holland alhier waeren aengevangen enz„ so hebben wij haer bij onsen brief van dienselven 16e Maert Edelheeden qualificatie het Huis van Bhaijsa te vol„ „doen, so ras daar toe in staat sijn, intusschen hebben wij ons bij brieff van den 24=en februarij Jongstleeden g'insereerd bij onse resolutie van den 4=e Maert aen het Engelsche Ministerie alhier geaddresseerd en van het selve gevorderd om aen de Compagnie te goed te doen het bedragen der aen de Erfgenamen van Bhaij„ „sa verleende wissel welke door haer wederrigtelijk ge„ „drag van sijn Effect beroofd geworden is, door het gewel„ dig openbreeken van een pakhuijs en het weghaelen der lijwaeten waer op door eene assignatie der seve„ „vanciers deese wissel gerealiseert geworden was. Edelheeden §: 38: §: 39: bij
English
21 in the aforementioned resolution also inserted, proved the groundlessness of this suspicion, and furthermore, by the bill of exchange itself, the order to the suppliers to pay it, both dated the 9th of June 1781, and the sworn statement of the warehouse master as secretary of that time, demonstrated that the bill of exchange was immediately granted and handed over by the aforesaid secretary to the heirs of Bhaijsa five days before the hostilities commenced and the Directorate was taken, and thus at a time when we had an indisputable right to dispose of the property and goods of the Company. Yet, since the repeatedly mentioned English Chief and Council, by their letter of the 21st of March entered into our resolution of the 24th thereafter, persisted in their refusal on a new pretext of no more validity than the first, namely that the bill of exchange in question on the linen suppliers was supposedly granted to the said heirs of Bhaijsa after the war between the Republic and England was declared at Bombay and we had knowledge thereof, we have, by letter of the 26th of March inserted into our resolution of the 27th ditto, shown to them the ridiculousness and groundlessness of such a strange proposition, according to which all dispositions that anyone might make of his property from the time that war was declared on his sovereign until the moment that the fortune of war made him a prisoner, would have to be null and void; and as we can accomplish nothing further here, we resolved on the aforementioned 27th of March, as soon as time shall permit, to dispatch a detailed letter to the Governor and Council of Bombay and thereby press for compensation for the Company. Paragraph 43 And as we take the liberty, with respect to this main section, to refer further very respectfully to our aforementioned letter of the 9th of January of this year, paragraph 30 and following, where we rendered the due report to Your High Noblenesses: Paragraph 44 Carpentry and Repairs: we thank Your High Noblenesses both for your most favorable consent to the repayment of the expenses incurred by the first undersigned on Sorgvrij and the southwest retaining wall of the wharf, up to rupees 579 and 881:35 respectively at the time we were still prisoners of war, as well as for the granted authorization to carry out the necessary improvements in the most economical manner; 22 Paragraph 44 so we hope that the reasons set down in the aforesaid letter, paragraphs 44 and 45, as well as in our resolution of the 24th of March 1785, will be sufficient to obtain Your High Noblenesses' pardon for our decision to proceed with the carpentry works without prior authorization, the more so as we may assure Your High Noblenesses that if all the same had to remain undone for another year, they would have had to cost infinitely more, and that if we once break off and stop the work before everything is done, we shall not be able to resume the same afterward without prior new permission from the English government as Castle Governor. Paragraph 45 We now take the liberty to present to Your High Noblenesses among the annexes a specific account of all the renewals and extraordinary repairs that were made to the Company's wharf, etc., as absolutely unavoidable for its restoration, conservation, and preservation, as drawn up by our Head Administrator and submitted in our meeting of the 4th of March last. Paragraph 46 According to the same, all these extraordinary repairs and renewals amount to rupees 24,521:35; and to this will still have to be added, for which we already requested Your High Noblenesses' favorable authorization in our letter of the 9th of January last, paragraphs 52 and 53, the rebuilding and virtual renewal of the house of the Head Administrator, the assembly hall of Justice, all the outbuildings, slave quarters, warehouse, also the jails, etc., which were severely damaged in the storm of April 1782; and which we think, now that all the walls are being masoned of lime and brick to a thickness of one foot, will cost a little more than was paid for only the assembly hall and outbuildings made of bamboo filled with earth and plastered with lime, as appears from the resolution of the 19th of August 1766, being 8,172 rupees. Paragraph 47 As well as the making of a perimeter wall around the wharf on the east side, beginning from the gate eastward up to the corner of the house of the master attendant, being a length of 420 feet, in the same manner as the perimeter wall on the southwest side was made, if the same can only be carried out; a work that the Modi would undertake for 8,000 rupees; and that if made of wooden planks of the thickness of 3 inches and heavy beams
Dutch transcription
21 bij voorschreeven besluit medr geinsereerd de ongegrondheid van dit vermoeden beweesen en daer benevens, door de wis„ „sel selven, de ordre op de Leveranciers, om die te voldoen bijde gedateerd den 9=en Junij 1781: en de Edelijke verklarin„ „ge van den Pakhuijsmeester als secretaris van dien tijd aengetoond, dat de wissel dadelijk verleend en door voor„ „seide secretaris aen de Erfgenamen van Bhaijsa overhan„ „digd is vijf daegen voor de vijandelikheden aengevangen sijn en de Directie genomen is, en dus op een tijd dat wij een onweedersprekelik regt hadden om over de Eigendommen en goederen van de Maetschappije te beschikken Dan vermits den meergemelden Engelschen Cheff en Raed bij haere Missive van den 21. e Maert ingeschreven bij ons besluit van den 24. daer aen bij haere weigering persisteer„ „den op een nieuw voorwendsel van geen meerder kragt als het eerste, namentlik dat de wissel in questi op de Lijwaat Leveranciers aen de gedagte Erfgenamen van Bhaijsa soude sijn verleend, nae dat den „oorlog tus„ „schen de Republijcq en Engeland te Bombaij soude sijn „gedeclareerd geweest en wij daer van kennisse gehad hebben„ soo hebben wij haer bij brieff van den 26.en Maert geinsereerd in onse resolutie van den 27: dito, de belag„ „gelijkheeden ongegrondheid van sulk eene vreemde stel„ 1: 43: En daer wij de vrijheid neemen ons ten aansien van dit Hoofd deel verder seer eerbiedig te gedragen aen onse meergenoemde brieff van den 9=e Januarij deses Jaars §:30: et segg alwaar wij uw Hoog Edelheden het verschuldigd ver„ slag hebben gedaen: Timmeragie en Reparatie, so bedanken wij uw Hoog Edelheeden soo wel voor hoogst derselver gunstige toestem„ „ming ter afbetaling van het door den Eerstgetekenden be„ kostigde aen sorgvrij en de Zuid west beer van de werff tot rop:s 579: en 881: 35: respective ten tijde wij nog krijgsgevangen waeren als voor de verleende qualificatie tot het doen der nodige verbeteringen op de menageuste wijse „linge volgens welke alle beschikkingen die iemand over sijne Eigendommen maeken mogten van den tijd dat den oor„ „log aen sijnen souverain verklaerd was, tot het ogenblik dat het lot des oorlogs hem een gevangene maekte nul en van geener waerde souden moeten sijn, aengetoond, en daer wij nu hier niet verders uitrigten kunnen. soo hebben wij op voormelden 27=e Maert besloten, om soo ras de tijd sulx toelaten sal, eene gedetailleerde Missive aen den Heer Gouverneur en Raed van Bom„ baij aftevaardigen en daer bij op schadeloos stelling van de Maetschappije aendringen. „linge §: 44: 1: 40: 1:41: 5: 42: 22. 5: 44: soo verhopen wij dat de reden welke bij voorseide Missive 1: 44: en 45: so mede bij onse resolutie van den 24. Maart 1785: sijn ter neder gesteld voldoende sullen sijn om uw Hoog Edelheeden vergiffenis te verwerven voor ons besluijt„ om met de vertimmeringen voor te gaen, sonder voor afgaende Qualificatie te meer wij uw Hoog Edelheden ver„ sekeren mogen dat soo alle deselve nog een Jaere onge„ daen hadden moeten blijven, so oneindig meerder souden hebben moeten kosten en dat soo we eens met het werk afbreeken en uitscheiven alvorens alles gedaen is wij met het selve daer nae niet weder sullen kunnen aenvan„ „gen sonder een voorgaende nieuwe permissie van de Engelsche regering als Casteels Gouverneur Thans neemen wij de vrijheid uw Hoog Edelheeden ons „der de bijlagen aen te bieden eene specifique rekening van alle de vernieuwingen en buiten gewoone reparatien die aen 's Compagnies werff etc=a als absolut onvermij„ delijk, tot derselver herstelling, conservatie en bewaering gedaen sijn, sodanig als die door onsen Hoofd. Admini „strateur geformeerd en in onse bij Een komst van den 4=en Maert laestleden ingediend is. so mede het maken van een ring muur rond de werff aen de oost zijde beginnende van de poort oostwaerts tot aen de Hoek van het huijs van de Equipagie opsien„ „der sijnde een lengte van 420: voeten, inselvervoegen als de ringmuur aen de zuijd west zijde gemaekt is (:soo hetselve maer uit te voeren is:/ Een werk dat de Moedij voor 8000: ropijen soude aenneemen; en dat wanneer van houte planken ter dikte van 3: duimen en swaere §: 46: volgens deselve bedragen alle deese buiten gewoone repara„ „tien en vernieuwingen rop:s 24521: 35: en hier bij zal nog moeten komen als waer toe wij uw Hoog Edelheeden gunstige qualificatie bereets bij onsen brieff van den 9=e Januarij laestleden §: 52: en 53: hebben versogt de weder optim„ „mering en genoegsame vernieuwing van het Huijs van den Hoofd Administrateur de vergadersael van Justi„ „tie alle de Bij gebouwen slave vertrekken, Pakhuijs, item de Boeijen etc. a soo in den storm van April 1782: Twaer beschadigd sijn en het geen wij denken dat nu alle van kalk en steen de Muiren ter dikte van een voet gemetseld worden een weinig meerder sal kosten dan alleen voor de verga„ „dersael en Bijgebouwen gemaekt van bamboesen met aerde gevult en met kalk gepleisterd, blijkens resolutie van den 19=e Augustus 1766: betaeld is sijnde 8172: ropijen 1: 46: balken §: 45: §: 47.
English
beams, as it was before, will probably cost well over half. Other major repairs there are no more, and after some repair to the house of the ensign, to the rooms of the Artisans' Quarter, the bricklaying of a wall in the bedroom of the Director's house which also blew down in the storm of 1782, and some repairs to the apartment on the Beer, which had already become uninhabitable and propped up with struts in 1779, all of which together will not cost much, the wharf will be virtually newly and perfectly restored, in such a manner that nothing out of the ordinary will need to be done to it for many years. And although everything that has been done and still must be done amounts to a considerable sum, and one that is very burdensome in these times, Your High Excellencies will nevertheless find that when one deducts therefrom what was paid for that which was made entirely anew and which was indispensable and could suffer no further delay, such as the new piling on the southwest side along the Beer, which cost 2725: — rupias, an entirely new flag chest with all its accessories amounting to 2470: 5: –, two new piers 3050: 20:, a new bell tower 321: 45:, and a perimeter wall around the entire wharf two feet thick and 13: feet high above the foundation, a work of such importance that 20: years ago the permission for it could not have been obtained for a bag of rupias, amounting to circa 15000: rupias, or together 22594: rupias, and for the repairs and improvements, which are now all made of stone and lime instead of bamboos filled with earth and mats, nothing more remains than what the ordinary expenses of carpentry and repair would have amounted to during the more than three years that the Directorship was in the hands of the English. Thus hoping that Your High Excellencies will please be persuaded that we have observed frugality in everything and kept a good oversight, we flatter ourselves with Your High Approval and authorization to be permitted to write off the aforementioned expenses, which we hereby most humbly request. Since our last respectful letter of 9 January of this aforesaid year, having had no additions or write-offs, we proceed with the main section on Debits and Reimbursements, and we take first the liberty, with respectful reference to what we have already brought to the knowledge of Your High Excellencies in our previous section 58, to offer to the same, in humble answer to their respected letter of 23 August 1785, among the annexes to this letter, the Report that our Head Administrator submitted at our meeting of 4 March last, to demonstrate that the assertion of the officers of the ship Trompenburg, as if they had remained debited for the 140: rupias that ought to have been credited to them according to our resolution of 31 December 1784 on account of withheld freight charges counted into the cash fund, is entirely erroneous. Upon a Report of Account by the Trade Bookkeeper Matthijs Mouti inserted in our resolution of 4 March last, concerning three invoices of account dated Batavia ultimo February and 23 August, as well as Cochim 14 December, all of 1785, we resolved to have the charges on account of payments to three Malays, Hadje Momed, Noer Hadje Aloe Casum, and Hadje Hamed, settled on the general account; to debit in the books the account of the deceased Junior Merchant Heijdeman for the seal for expedition money of his certificate as Chief of Brootchia, and to make Ensign Best pay his share into the cash fund; to have settled on the general account the 30000:—. –. guilders paid out of the cash fund in Batavia to Lady Anna Cornelia Wigmans, formerly widow of the Extraordinary Councillor and Surat Director Senff; and finally to have what was advanced out of the cash fund at Cochim to Bookkeeper Gratiaen and Assistant van Hien, who came here, as travel money, repaid by them into the cash fund here. On the 24th of the said month of March, we ordered the aforementioned Trade Bookkeeper to distribute across the aforementioned goods the 25: rupias or 30 guilders charged in a Memorandum dated 4 January 1786 from Cochim on account of freight paid for transporting here a crate of manufactured goods, a small box of oils, and a small parcel of Nankeen linen. While finally, upon a Report of the frequently mentioned Trade Bookkeeper concerning an invoice of account dated at Batavia ultimo August 1785, inserted in our resolution of the 7th of this month, we agreed that the charged 8800: rupias, which from the former Padang...
Dutch transcription
23 balken moet worden gemaekt, soo als bevorens is geweest, denkelik ruim de helfte kosten zal. Andere kapitaele verhelpingen sijn er niet meer„ en nae eenige Reparatie aen de woning van den vaer „drig aen de kamers van Ambagts quartier het met„ „selen van een muur in de slaep kamer van het Huijs van den Directeur die in de storm van 1782: mede omgewaait is en eenige verhelpingen aen het vertrek op de Beer dat alin 1779. onbewoonbaar en met stutten onderschraegt geweest is welke alle tesamen niet veel kosten sullen sal de werff genoegsaem nieuw en vol„ maekt hersteld sijn sodanig dat daer aen in veele Jaere„ niets buiten gewoons sal behoeven teworden gedaen En off schoon dat alles wat er gedaen is en nog gedaan worden moet een aensienlijk en in deese sae„ „gen seer lastige summa bedraegt so sullen uw Hoog Edel„ „heden egter bevinden dat wanneer men, daer van af„ „trekt het betaelde voor het geen absolut nieuw gemaekt is en het geen woontbeevelik was en geen langer uitstel lijden konde als daer is het nieuw paelwerk aen de zuid west sijde langs de Beer dat gekost heeft ropi„ „as 2725: —. een geheele nieuwe vlagge kast met al 1: 51: Dus verhopende dat uw Hoog Edelheden sullen gelieven gepersuadeert te sijn dat wij in alles de suinigheid be„ „hertigd en een goed toesigt gehouden hebben, soo vleijen wij ons met Hoogst Derselver goedkeuringe en qualifi„ „catie om de voorschreeven ongelden te mogen afschrij„ „ven, dewelke wij bij deesen seer nedrig versoeken sederd onse laetste Eerbiedige van den 9=e Januarij §: 50 En voor de reparatien en verbeteringen, die nu alle van steen en kalk in steede van bamboesen met aerde gevuld en matten sijn gemaakt niet meer overblijft als de ordinaire uitgaven van timmeragie en repara„ „tie souden hebben bedraegen geduurende de drie Jaeren ruijm dat de Directie in de handen der Engelschen is geweest. sijn toebehooren tot 2470: 5: –. twee nieuwe Hoofden 3050: 20: ooo een nieuw klokkenhuijs 321: 45: En een ring muur rondsom de geheele werff ter dikte van twee en hoogte van 13: voeten buiten het fundament, een werk van die aengelegentheid dat 20: Jaeren geleden de permissie daer toe voor geen zak ropijen soude sijn te krijgen ge„ „weest tot een bedragen van Circa 15000: ropijen of te samen rop:s 22594: sijn deses §: 48: 1: 49: §: 52: 24. deses Jaers meergedagt, geen su- of-afschrijvingen gehad hebbende vervolgen wij met het Hoofdeel van Belastingen en vergoedingen en neemen wij voor aff de vrijheid onder eerbiedige referte aen het geen bij onse vorige § 58: reets ter kennisse van uw Hoog Edelheeden hebben gebragt, hoogst deselve in needrig andwoord op derselver gevenereerde van den 23=e Aug:s 1785: onder de bijlagen deeses aentebieden het Berigt dat onsen Hoofd-Administrateur ter onser„ Wij Eenkomst van den 4. Maert laestleden ingediend heeft, ten betooge dat het voorgeeven van de overheden van het schip Trompenburg, als waeren sij belast gebleeven voor sodaene 140: ropijen, als haer volgens onse resolutie van den 31e. December 1784. behoorden te sijn te goed ge¬ daan wegens ingehoudene en in Cassa getelde vragtloo„ nen, ten eenen mael abusieve is, Op een Berigt van Aenrekening van den Negotie Boekhouder Matthijs Mouti g'insereert bij onse resolutie van den 4=e Maert laestleden op drie stux factuuren van Aenrekening gedagtekend Batavia ult=o februarij en 23=e Aug:s mitsgaders Cochim 14=e december alle 1785: hebben wij besloten, om het aengerekende wegens betaelde amn drie Maleijers Hadje momed, Noer Hadje Aloe casum en Hadje Hamed op het generael te laeten verevenen, om de rekening die den overledenen onderkoopman Heij„ Terwijl wij eindelik nog op een Berigt van meergem: Negotie Boekhouder op eene factuur van Aanrekening ge„ dagtekend te Batavia ult=o Aug:s 1785: geinsereert bij onse resolutie van den 7=e deses hebben verstaen om de aengerekende 8800: rop:s welke van de op het gewesen Den 24. e der geseide Maend Maert hebben wij voorschre„ „ven Negotie Boekhouder gelast om sodaene rop:s 25: of ƒ30: als bij een Memorie gedateerd 4:e' Januarij 1786: van Cochim aengerekend sijn, wegens betaelde vragt voor het nae herwaerts transporteeren van Een kas met manufactuiren een kasjen met oliteiten en een pakjen Nankings lin„ „nen over de voorschreevene goederen te verdeelen. „deman bij de boeken heeft te oebiteeren voor het segul voor een Expeditie geld van zijn bewijs, als opperhoofd van Broot„ „chia En den vaendrig Best het sijne in kassa te doen tellen om de ƒ30000:—. –. welke te Batavia uit kassa sijn betaeld aen vrouwe Anna Cornelia Wigmans voor„ maels weduwe van den Heer Raed Extra ordinair en sourats Directeur seuff, op het generael te doen vere„ „venen, En eindelik om het geen de Cochim aen de her„ waerts gekomene Boekhouder Gratiaen en Assistent van Hien tot reis geld uit kassa verschooten is, door hun al„ hier in Cassa te doen terug geeven. „deman Padans §: 53: 5: 54: 3: 55:
English
Padang's chief van Heemskerk in the year 1780 granted a bill of exchange not received to be placed to the account of the deceased brokers Mandchergie and Gouenram as having endorsed the bill of exchange to the Company until the time the said amount shall be received, and to write back now the 3200 ropias, which according to our previous humble paragraph 69 had been credited to this Directorate on account of receipts on the aforementioned bill of exchange provisionally booked to the account of Assessment and Discharge, furthermore to write off the share of the former Warehouse Keeper Holmberg in the stranded ship Walcheren to previous year's profits and losses, and then to deal according to orders with some other small items with which we shall not fatigue your High Noblenesses' attention. Finally, we also decided in our meeting of the 16th of this month regarding the report submitted by the Trade Bookkeeper of the delivered cargo of the ship De Diamant with the justification provided thereon by the sea Captain Bosman. To have the 20 lb of black and tasteless cinnamon, which according to the submitted statement was found upon the unpacking of the cargo at Kochim to have become wet through leakage, transferred to spoiled spices and sent with it to the Principal Place with the writing off of its amount. Paragraph 56. While we have validated to the ship's officers all the short weights and shortages granted to them by the Regulation concerning the writing off of short weights and shortages of the 15th of August 1752, with the alterations and amplifications of the 15th of August 1764, as your High Noblenesses will be pleased to learn favorably from our marginal disposition on the aforementioned finding, which is entered in our resolution of the aforementioned 16th of this month and goes over in original among the appendices. Paragraph 57. And from which it will further appear to your High Noblenesses that we charge back to Batavia the amount of 4 pieces of rubbing timbers of 4 inches thick together with one piece spontoon and one halberd, because the same are still on board at Cochim. Paragraph 58. Yet, on the other hand, to charge the ship's officers according to orders at redemption price, firstly for 1376¾ lb of Japanese bar copper, which after deduction of the allowed validation they have delivered too little, and secondly for 15½ cans of line oil which, on the entered quantity, likewise after deduction of the allowed shortage, were found to be too little. Paragraph 59. Of the Diamant are still received here, but whether they had to be detained at Ceylon or were not delivered there by the officers of the ship Het Slot ter Hooge who signed for the receipt at Batavia, and that we shall have the defective weapon goods received here repaired, as they were weighed to Captain Bosman at Cochim in unopened boxes. Paragraph 60. We take the liberty to solicit your High Noblenesses to cast a favorable reflection on the justification of the said Captain Bosman set in the margin of this finding and the request made therein for discharge, particularly with regard to the Japanese copper, as it is indubitable whether its shortage must be attributed to the frequent thefts committed here on the native rented open horries, which cannot be prevented as long as we have no closed vessels with which the merchandise can be collected. Paragraph 61. Trade Books: with humble expressions of gratitude for those sent of the year 178[illegible], we take the liberty, also in continuation of what we brought to your High Noblenesses' knowledge concerning this main part in our letter of the 9th of January of this year, paragraph 72, to offer to your High Noblenesses among the appendices of this letter the books of the same of the year 1784/5 with the report of their examination inserted in our resolution of the 8th of February last, and then also the memorandum of Debtors and Creditors which continued thereunder under the ultimate of August last past, with humble request that, since no particular items appear therein, we may refer here to the dispositions made thereon in the margin. Paragraph 62. Moorish seafarers, concerning whom we decided in our meeting of the 9th of February last to execute your High Noblenesses' order contained in the venerated Missive of the 21st of September 1781, with which your High Noblenesses are pleased to persist in the latest letter of the 23rd of August 1785, as far as possible now. Paragraph 63. Having solely to share regarding the pay books that, according to our resolution of the 16th of March last, we have debited the accounts of Bookkeeper Gratiaen and provisional assistant van Wien for such ropias 500 and 330 respectively as were provided to them by the Gentlemen of the Cochin Ministry for the continuation of their journey hither, until such time as we shall be honored with your High Noblenesses' disposition on their request appearing hereafter under Domestic Matters, we have approached the Paragraph 64.
Dutch transcription
Padans opperhoofd van Heemskerk in A:o 1780: verleende wis„ „sel niet sijn ontfangen te stellen op rekening van de overledene makelaars Mandchergie en Gouenram als de wissel op de Compagnie geendosseert hebbende tot er tijd hetselve bedraegen sal worden ontfangen en om de 3200: ropias, die volgens onse voorige nedrige §: 69: als deese Directie ten goede gebragt sijnde wegens ontfangene op de voorschreevene wissel bij voorraed op rekening van Belasting en ontheffing sijn geboekt geweest nu weder krug te schrijven, voorts om de portie van den gewesen Pak„ huijsmeester Holmberg in het gestrande schip walche„ „ren op voorjaarige winsten en verliesen te doen afschrij„ „ven en dan nog om eenige andere kleine posten met dewelke wij uw Hoog Edelheden attentie niet vermoeijeliken sullen na de ordre te behandelen. Eindelik hebben wij nog op het door den Negotie boekhou„ „der ingediende Berigt der uitgeleverde Ladinge van het schip De Diamant met de daer op door den Capitain ter zee Bosman gestelde verandwoording in onse bij Eenkomst van den 16=e deeses beslooten. Om de 20: lb: swarte en smakeloose Canneel wel„ „ke volgens de overgelegde verklaring bij het opbreeken 3: 57: Terwijl wij aen de scheeps overheden hebben gedaan valideeren alle de haar bij het Reglement nopens de af„ schrijvinge van onder wigten en minderheden van den 15=e Aug:s 1752: met de alteratien en ampliatien van den 15 e Aug:s 1764: toegestaane minderheden, soo als uw Hoog Edelheden uit onse marginale Dispositie op de voor„ schreevene Bevinding, die ter onser resolutie van opgem: 16=en deeses ingeschreeven is en in originali onder de bijlagen overgaet gunstig sullen gelieven te verneemen. En waer uijt Hoogst deselve verder geblijken sal dat wij het bedraegen van 4: pees swalpen van 4. ' duimen dik benevens Een p:s Esponton en Een Helmbaard, batavia terug rekenen om dat deselve te cochim nog aen boord Dog om de scheeps overheden daer en tegen nae de ordre uijtkoops prijs te belasten Eerstelik voor 1376¾. lb: Japans staeff-koper, welke sij nae aftrek van de toegestaane vali„ „datie nog temin hebben uitgeleverd, en ten tweeden voor 15½. kannen sijn olie die op de aengeschreevene quan„ „titeit mede nae aftrek der toegestaane minderheid, te weij„ „nig bevonden sijn der lading te kochim is bevonden nat te sijn geworden door lekkagie op bedurvene specerijen te laeten overschrijven en daer mede nae de Hoofdplaets te senden met afschrijving van dies bedraegen. der van §: 56: §: 59: §: 58: 3: 60: 26 van de Diamant nog hier ontfangen sijn maer off te Ceijlon moeten aengehouden of aldaer door de overheden van het schip het slot ter Hooge die voor den ontfangst te Batavia geteekend hebben niet sijn uitgeleverd, en dat wij de onbekwaem ontfangene wapen goederen alhier sul„ „len doen repareren, alsoo se den capitain Bosman te cochim in kassen ongeopend toegewogen sijn Wij neemen de vrijheid om uw Hoog Edelheden te soli„ „citeeren om op de verandwoording van denselven Capital gesteld Bosman 1/im margine van deese Bevindinge en het daer bij gedane versoek ter ontheffing eene gunstige reflectie te slaen, bijsonder ten aansien van het Japans koper als het ontwijffelbaar is of dies minderheid moet toegeschreve worden aen de menigvuldige dieverijen die alhier op de Inlandse gehuurde opene horrijs gepleegd worden en niet te beletten sijn soo lang wij geen geslootene vaar„ tuijgen hebben waer mede de koopmanschappen kunnen worden afgehaeld. §: 62: Negotie Boeken, onder nedrige dankbetuiging voor de toegesondene de a:o 178 / neemen wij de vrijheid, al„ „mede ten vervolge van het geen wij omtrend dit Hoofd- „deel ter uw Hoog Edelheden kennisse gebragt hebben bij on„ sen brieff van den 9=e Januarij deeses Jaars §: 72: uw Hoog Edelheden onder de bijlagen deeses aen te bieden de boeken Moorse zeevaarende waeromtrend wij in onse Bij eenkomst van den 9=e februarij laetstleden beslooten hebben om uw Hoog Edelheden bevel vervat bij gevene„ „reerde Missive van den 21=e September 1781: bij het welke hoogst deselve bij de laetste brieff van den 23=e Augustus 1785: gelieven te persisteeren, als nu so verre maer Omtrend de soldij boeken eeniglik te bedeelen hebbende, dat wij bij deselve volgens onse resolutie van den 16=e Maert laetsleden de rekeningen van den Boekhouder Gratiaen en p:l assistent van Wien hebben gedaan belasten, voor sodaene rop: 500: en 330: respective als haer door de Heeren Cochimse Ministerie sijn verstrekt ter voortsettinge van Haere reijse na herwaerts, tot er tijd wij met uw Hoog„ Edelheden dispositie op haarlieden hier na onder de Huij„ „selijke saeken voorkomend versoek, sullen sijn vereerd, sijn wij genadert tot de selve de A: 178 /5 met het raport van haar visitatie g'in„ „sereerd in onse resolutie van den 8=en februarij laetsleven en dan nog de memorie der Debiteuren en Crediteuren welke daer bij onder ult=o Augustus Jongst verweeken voort„ „liepen, met ootmoedig versoek dat wij, also daer bij geene bijsondere posten voortkomen, ons alhier mogen gedragen aen de daer op in margine gestelde dispositien. selve mogelik 3: 61: 3: 63: §: 64:
English
27. will be possible to make, to execute for collection, since the reasons which hindered us therein upon the arrival of Trompenburg and are described in our secret resolution of 16 November and 14 December 1784, in so far as the surrender of the Directorship etc. is concerned, have now ceased. And we have consequently, by resolution of that day, ordered the pay bookkeeper to comply strictly with Your High Excellencies' aforesaid orders of 21 September 1781, by henceforth managing the wages of the Moorish seamen as is customary in Bengal, in accordance with the received model pay books. And, in the presence of two specially appointed commissioners, to confront and verify the accounts of the Moors appearing in the Surat pay books of 178 8/ against the two specific lists received with the ship Trompenburg from the First Examiner of pay Radder, both dated 9 July 1781; the one of those Moorish seamen who as of ult. June of the same year were found to be living in Batavia or were assigned elsewhere, and the second of those Moors who from 1 July 1780 to ult. July 1781 died, became absent, or deserted. From the report of the pay bookkeeper, which is entered alongside our resolution of 4 March, it will favorably appear to Your High Excellencies that the said official has strictly complied with the order given by the same, and that thus the commanded confrontation has taken place, in which it appeared: 1st. That the Moors who on ult. August 1781, according to the aforesaid specific lists, were alive in Batavia or assigned elsewhere, were credited ƒ 43522:-. -. and were in debit ƒ 294: 12:-. 2nd, that the absentees and deserters whose wages have been confiscated for the benefit of the Company are credited ƒ 1024:2:8: and are in debit ƒ 313: 16:—. 3rd, that those who died since the last confrontation of 1780 are credited ƒ 1953: 11:8: To have all remaining accounts that are still found to be open after this confrontation and closing of the books written back from wages up to the day when they had their last benefit or incurred hospital debts, and finally to close all absentees with confiscation of their favorable balances for the benefit of the Company. § 68 § 67 § 65 § 66 § 69 and § 67 28. and are in debit ƒ 1284: 5:, and 4th that there still remains a number of 181 individuals known in the pay books who are not to be found at all on the aforesaid lists of the First Examiner Radder mentioned herebefore, with a sum to their credit of ƒ 55087: 9: 8: thus we resolved on the same day regarding the first, since we are unaware of how it pleased Your High Excellencies to decide, upon the formal establishment of these Moors, concerning their wages which were credited as of ult. August 1782 when they were formally established, because Your High Excellencies' resolution of 13 September of the said year whereby such was done has not been received here, to carry forward the said Moors currently living for the present on a list for 178 1/2 with their credit, and thereby to debit them for what they have received and spent in Batavia or elsewhere before they were formally established, whereby those accounts will be brought into the state in which they were when the formal establishment in the books of the ship West Friesland was made by Your High Excellencies on 13 September 1782. With regard to the third, as the second entry requires no ruling since the order has thereby been With our humble letter of 9 January last, we took the liberty to send Your High Excellencies a provisional petition for merchandise; we now accompany this with our formal requisition for the year 178 6/7, such as it And in regard to the fourth, to leave as they stand those Moors who are known in the books and of whom not the least mention is made in the frequently mentioned lists of the First Examiner Radder of 9 July 1781, and, when the agents of these seamen inquire after them, to report them as absent or deserted. complied with, to have the wages credited to deceased Moors released and paid out here, in accordance with the received lists, whenever the heirs or entitled parties shall request it, with orders to the pay bookkeeper to see whether it will be possible to persuade the agents of these Moors to allow to be deducted from this sum what other, likewise deceased Moors have remained in debit, in order thereby to prevent the Company from having to sustain this loss, complied with. § 70 § 71 § 73 § 72 in
Dutch transcription
27. mogelik sal te maken sijn, schuld-pligtig ter Executie te leggen, aangesien de redenen welke ons daer in bij de aankomst van Trompenburg verhinderden en beschree„ ven sijn bij onse secreete resolutie van den 16=e Novem„ ber en 14:e December 1784:, so verre de overgave der Di„ „rectie etc. betrefd, als nú Cesseeren. En hebben wij dienvolgens bij besluijt van dien dag den soldij Boekhouder gelast om aen uw HoogEdelheden voorschre„ ven ordres van den 21en september 1781. stipt te voldoen, door de soldijen der moorse zeevaarende voortaan te behan„ „delen so als in Bengalen gebruikelijk is, naevolgens het ontfangene model soldij Hoeken En om ten overstaan van twee Expresse gecommit„ „teerden de rekeningen der bij de souratse soldij boeken van 178 8/. voorlopende mooren te Confronteeren en te punc„ teeren tegen de met het schip Trompenburg ontfange. „ne twee specifique lijsten van den Eersten visitateur der soldijen Radder beide gedateerd den 9=en Julij 1781. de eene van die moorse zeevaarende die onder ult=o Junij desselven Jaars te Batavia in weesen bevonden of el„ „ders bescheiden sijn geweest en de tweede van die Moo„ „ren welke sederd 1=mo Julij 1780: tot ult=o Julij 1701. over„ „leeven en absent geraakt of gedeserteerd sijn. Bij het Berigt van den soldij boekhouder dat bij onse Resolutie van den 4=en Maert daer aen ingeschreeven is, sal uHoog Edelheeden gunstig geblijken dat gemelde bediende aen het gegevene bevel van Hoogst deselve stipt voldaen heeft, en dat dus de geordonneerde Confrontatie geschied is, bij dewelke gebleeken sijnde. 1te. Dat de Mooren die ult=o. Aug:s 1781: volgens de voormel¬ „de specifique Lijsten te Batavia in leeven of elders beschei„ „den waren te vooren stonden ƒ 43522:-. -. en te quaed waeren ƒ 294: 12:- 2=den dat de absenten en gedeserteerden welkers gagie ten behoeve van de kompanije gecon„ fisqueerd sijn te vooren staen ƒ 1024:2:8: en te quaed sijn ƒ 313: 16:—. , 3=den dat de overledene sederd de laetste Confrontatie van 1780: te vooren staen ƒ1953: 11:8: Om alle overige rekeningen die na deese Confrontatie en afsluijting der boeken nog sullen worden bevonden open te staen te laeten te rug schrijven van gage tot den dag wanneer het laetste genot gehad of Hospitaels schulden gemaekt hebben en om eindelijk alle absenten afte sluij„ „ten met Confiscatie hunner batige saldoos ten voordee„ „le van de Compagnie. §: 68: 3: 67: §: 65: 5: 66: §: 69: en §: 67: 28. en ƒ1284: 5: te kwaed sijn en ten 4=e dat er dan nog een getal van 181: koppen bij de soldije boeken bekend staen, welke bij de voorschreeven Lijsten van den Eersten visitateur Radder hier vooren gemeld in het geheel niet te vinden sijn met een te goed hebbende sum„ „ma van ƒ55087: 9: 8: so hebben wij ten selven daege beslooten omtrend het eerste, aengesien wij onkundig sijn hoedanig het uw Hoog„ Edelheden behaegd heeft om bij het formeel maken deeser Mooren te besluijten over derselver gagien welke te vooren stonden onder ult=o Aug:s 1782: toen formeel gemaekt sijn„ also het besluijt van uw Hoog Edelheeden van den 13:e September des genoemden Jaars waer bij sulx is geschiet alhier niet ont„ fangen is, deselve in weesen sijnde mooren voor eerst bij een lijst voor 178½. voort te dragen met haar te goed hebbende en haer daer bij te debiteeren voor het geen te Batavia ofe elders ontfangen en verteerd hebben eerse formeel ge„ maekt sijn, waer door die rekeningen sullen worden gebragt in den staet waar in waeren toen de formeel making bij de boeken van het schip west Friesland door uw Hoog Edelheden den 13: september 1782: is geschiet. Ten aansien van het Derde also de tweede post geen dispositie vereischt als sijnde daer door aen de ordre Bij onse Nedrige missive van den 9=e Jann: laetst„ „leeden, namen wij de vryheid uHoog Edelheeden toeke„ „senden eene provisionele Pititie van Koopmanschappen, thans doen wij deesen verseld gaen van onse formee„ le Eisch voor den Iaere 178 6/7. sodanig als die En ten reguarde van het vierde om die mooren welke bij de boeken bekend staen en van welke bij de meergedagte Lijsten van den Eersten visitateur Rad„ „der van den 9=e Julij 1781: geen het minste gewag ge„ „maekt word also te laeten berusten, en deselve wan„ neer de saekbesorgers deser zearende na haer vragen sullen als absent of gedeserteerd op te geeven. voldaen, om de gagien die van overledene Mooren te vooren staen alhier te laeten afgeven en betalen, vol„ gens de ontfangene Lijsten wanneer de Erfgenamen of geregtigdens daer om sullen versoeken, met last aen de soldij boekhouder om te sien of er mogelijkheid sal weesen om de saekbesorgers deser mooren te persua„ deeren dat sij van dese summa laeten decorteeren, het geen andere, mede overledene mooren te kwaed geblee„ ven sijn, ten einde daar door te voorkomen dat de kom¬ panije dit nadeel niet behoeft te vragen, voldaan § 70: §: 71: §: 73: 3: 72: in
English
29 Merchandise determined in our meeting of the 16th of this month. We have the honour to insert the same below and request Your High Nobilities very humbly and urgently that these may be sent to us. Now that peace is restored, the merchants are coming hither again from the inland regions, and trade appears to be reviving with renewed strength; moreover, this is the only means to pay off the heavy debts that we have had to incur here, to restore the credit of the Company, and to assist the Company from here with cash whenever Your High Nobilities shall require the same. In addition, there is great hope of seeing Souratta in time restored to the state it was in twenty years ago, when it yielded between 5 and 6 tons of profit annually. Merchandise 50,000 pounds Clove Nails 15,000 pounds Nutmegs. Of these two items we request 10 Toukels Mace to at least be allowed to have something, even if it is only a very small quantity 2 bales Cinnamon 200,000 pounds Tin, Banka, Siamese, or Malacca 350,000 pounds Copper, Japanese in bars 10,000 pounds Camphor, Japan or Satsuma 5,000 pounds Red Lead 20 picols Tortoiseshell or Turtle horn 25,000 pounds Elephant Tusks Uncrushed Vermilion - Excuse 5,000 Canassers Powdered Sugar 200 Canassers Sugar Candy Flat Iron in bars - Excuse White Chinese Alum - Excuse 100,000 pounds Lead, Dutch or English Lead in pigs Quicksilver - Excuse Extraordinary White Benzoin - Excuse Gift Goods 6 ounces Clove oil 6 ounces Cinnamon oil 6 ounces Nutmeg oil 6 ounces Mace oil 12 ounces Mint oil 2 pounds Gold thread 2 pounds Silver thread 1 piece § 74. 30. 1 piece Green European Velvet 1 piece Crimson Red Carriage Mockado 1 piece Sea Green Carriage Mockado 3 pieces Blue Broadcloth for the Military 1 piece Scarlet Broadcloth and for gifts Yellow Broadcloth - Excuse Nankeen Linen - Excuse Haberdashery Crape Silk Lamphur Broad - Excuse Crape Silk Lamphur Narrow - Excuse Spectacles with tortoiseshell or ivory rims - Excuse 6 pieces Fine penknives with silver-inlaid handles and their cases 2 Fine pairs of spectacles with springs and their cases Beverages and Provisions 10 Leaguers Arak Api. Arrack at Bombay and here cannot be requested in greater quantity 4 Cases Dutch distilled spirits 4 Cases Domestic distilled spirits 2 Cases Double Dutch Aniseed 1 Half Leaguer Dutch Vinegar 1 Half Aam Tarragon Vinegar _0 Lasts Cape Rye 24 Bottles Louvain Beer 600 pounds White wax candles Olive oil - Excuse § 75. Regarding the Domestic Orders, we have, on account of the delivery of 150 leaguers of Ceylonese [illegible], in accordance with what was ordered by Your High Nobilities, sent with the bearer of this two pieces of Banyan § 78. On 30 January we had to resolve to purchase paper for the use of the writing offices: the large size at 20 and the small size at 10 rupees per ream; and we have enjoined the executors of the late Equipment Supervisor Lotsz to pay into the Treasury the sum of 1,000 rijksdaalders or 1,600 rupees, in lieu of a security bond for such accounts as might be charged to him during four years on account of his past administration. In the Court of Justice, the Chief Administrator Monte has taken over the Presidency, and we have also granted a seat therein to the aforementioned Cashier Piper. § 76. In our meeting, we granted a seat to Egidius Meijer, appointed by Your High Nobilities as fiscal and pay-bookkeeper, and to Gerrit Piper, junior merchant and Cashier, who was sent hither. We double 1: 77: 31. double gunny sacks, such as are used here at the warehouses, and which cost 1¼ rupees each, according to the Report of the Warehouse Keeper inserted into our resolution of 16 March last. While we tender our very humble thanks to Your High Nobilities for the most favourable approval of the brokers appointed by us, these men have been of great service to us under present circumstances and during the great shortage of money, and have supported us remarkably. The Bookkeeper Gratiaen and provisional Assistant van Hien, who were sent to us from Ceylon to render their services here as being greatly needed, requested by petitions in our meeting of 16 March last that they might respectively be credited, and thus be released from repayment of, such 500 and 330 rupees as were advanced to them from the Company's treasury by the Gentlemen Ministers at Cochin for making and covering the costs of their journey on an English ship from Cochin via Goa to Bombay and from there hither. And since we find ourselves unqualified to decide upon such requests, we take the liberty of humbly offering Your High Nobilities the aforementioned petitions among the enclosures hereto, with the plea to look upon them with great favour, as we may boldly assure Your High Nobilities that the journey from Cochin via Goa to Bombay and the long, unavoidable stay there cost these men—and the former, indeed, with a family—considerably more. In the meantime, as stated here before, we have caused their pay accounts to be debited for the moneys received until such time as we shall be provided with Your High Nobilities' orders. While we further take the liberty to present to Your High Nobilities, likewise among the enclosures hereto, a petition from the junior merchant and Cashier Gerrit Piper, requesting, for the reasons cited therein, that Your High Nobilities may be most graciously pleased to credit him for such expenses and costs, as well as the freights paid by him, as he unavoidably incurred on his journey from the Capital to Cochin and from there hither, all with private and foreign vessels, § 82. § 81. § 81 unavoidably § 74. § 80.
Dutch transcription
29 Koopmanschappen in onse vergaderinge van den 16 e deeses is g'arresteerd Wij hebben d' eer deselve hier onder te insereeren en versoeken uHoog Edelheeden seer ootmoedig en instandig dat ons die mag worden toegesonden nu de vreede hersteld is, komen de kooplieden uit de binnen landen wederom herwaarts en den handel schijnd met ver„ nieuwde kragten te sullen herleeven, daer benevens is dit het eenige middel om de swaare schulden die ^ afteleggen en het kredit der maatschappije wij hier hebben moeten maken, wederom te herstellen, en de Kompanije, wanneer uHoog Edelheeden sulx re„ quireeren sullen, van hier met Contanten bij te staen, daer en boven is er veel hoop om souratta door de tijd wederom te sien in dien staat daar het in was twintig Iaaren geleden toen het sjaers tusschen de 5: en 6: tonnen aen winst gegeven heeft. Koopmanschappen 50'000: ponden Garioffel Nagulen 15000: ponden Nooten Muschaaten van deese twee Articuls versoeken wij ten 10: Toukels Foulij - -. . - - - -. -. minsten iets te mogen hebben al is het ook nog zoo geringe quantiteit 2: haalen Canneel 200000: ponden Thin Bankas, siams off Mallax 350000: ponden kooper Japans aan staaven 10000. ponden Camphur sapance off satsumase 5000: ponden Meni Roode 20: picols Carret of schildpadshoorn 25000: ponden Eliphants Panden :vermillioen ongemaalen Excuseeren 5000: Cannassers suiker Poeder 200 Cannassers suiker Candij iser Plat in staaven Excuseeren Alluijn witte Chineese/ 100000: ponden Looth Hollands of Liets Looth in zeugen Quikzilver. . . . . . . Bensuin Extra ordinaire witte) Excuseeren Geschenk Goederen 6: oncen Nagul olij 6: oncen Canneel olij 6: oncen Nooten olij 6: oncen Foulij olij 12: oncen olij Menthij 2: ponden Goud draat 2: ponden zilver draat 1: stuk §: 74. 30. 1: stuk Fluweel groen Europaas 1: stuk waagen Trijp Carmosijn Rood 1: stuk waagen Trijp Zee. Groen 3: stukken Lakenen Blaauwe voor de Mitaire 1: stuk Lakenen schairrood en tot geschenk Laakenen Geele. Excuseeren Nankings Linnen Kramerijen Floers Crips Lamphur Wreede. Floers Crips Lamphur smalle Excuseeren Brillen met carette off yvoore randen 6: pees pennemessen fijne met zilver Ingelegde hegten en dies kokertjes 2: fijne Brillen met veeren en dies Huijsjes Dranken en Provisien 10: Leggers Aracq Apij Caracq op Bombaij en hier kan men niet meer Eischen 4: Kelders gedisteleerde waateren Hollands 4. kelders gedisteleerde waateren Inlands 2: kelders Dubbelde Hollandse Annijs 1: Halve Legger Azijn Hollands 1: Halff aan Dragon Azijn _o Last Rogge Caabse 24: bottels Loopen Bier 600. ponden witte wax kaarsen olij van Olijven Excuseeren §: 75: Ten aansien van de Huijselijke Bestellingen hebben vermits den aanbreng van 150: -. leggers Ceijlonse Ingevolge het door u Hoog Edelheeden geordonneerde gaen met den brenger deeses over twee pees Benjaarse §: 78. Den 30=e Januarij hebben wij moeten besluiten tot het inkoopen van papier ten dienste der schrijfComp„ „toiren het groot formaat tegen 20: en het klein formaat tegen 10: ropijen de Riem, en hebben wij aen de Executeurs van den overledenen Equipagie opsiender Lotsz: geinjungeert om in Kassa te tellen de somma van 1000: rijsdaalders off 1600: ropijen. in steede van een Borgtogt voor sodaene verand„ woordingen als geduurende vier Jaaren ten sijnen laste souden mogen worden gebragt wegens sijne gehad hebbende administratie In het Collegie van Iustitie heeft den Hoofd admini„ strateur Monte het Presidie overgenomen en hebben wij daar in meede aen voormelden Kassier Piper cessie gegeeven. §: 76: wij in onse vergaderinge Cessie gegeven aan den door u Hoog Edelheeden tot fiscaal en soldij boekhouder aenge„ stelden Egidius Meijer en aen den na herwaerts geson„ denen onderkoopman en Cassier Gerrit Piper wij dubbelde 1: 77: 31. dubbelde goenij sacken sodanig als hier bij de pak„ huijsen worden gebruikt, en die 1¼ ropeij het stuk kosten, volgens het Berigt van den Pakhuijsmeester g'insereert bij ons besluijt van den 16. ' maert laetst„ „leeden. Terwijl wij uHoog Edelheeden seer nedrig dank seggen„ voor hoogst derselver gunstige approbatie der door ons aengestelde Makelaers deese menschen sijn ons in de tegenswoordige omstandigheden en het groote geld gebrek van veele dienst geweest en hebben ons merke„ lijk ondersteund. Den Boekhouder Gratiaen en p:l Assistent van Hien, soo ons van Ceijlon gesonden sijn om hier als seer benodigd haeren dienst te presteeren, hebben in onse wij Eenkomst van den 16= Maert laetstleeden bij requesten versogt dat haer respective mogte te goed gedaan en sij dues van de te rug gaeve gelibereerd worden sodaene rop:s 500: en 330:—. als haar door de Heeren Ministers te Cochim uit sCom„ pagnies kassa verstrekt geworden sijn tot het doen en goedmaken van haere reise met een Engelsch schip van cochim over Goa nae Bombaij en van daar nae herwaarts. En daer wij ons ongequalificeerd vinden om op sulke in„ stantien te besluijten neemen: wij de vrijheid uHoog Edel„ heeden voorseide requesten onder de bijlagen deeses oot„ moedig aen te bieden, met beede om daar op een groot gunstig regard te slaan, aangesien wij uHoog Edel„ heeden vrijmoedig mogen versekeren, dat de reise van Cochim over Goa nae Bombaij en het lange noodsa„ kelik verblijff aldaar aan deese menschen en de eerste wel met een familie vrij meer gekost heeft, intusschen hebben wij, soo als hier vooren gesegd haere soldije reekeningen voor de ontfangene gelden belasten doen tot er tijd wij met uw Hoog Edelheeden beveelen sullen verleed sijn. Terwijl wij alverder de vrijheid neemen uHoog Edelhee„ den mede onder de bijlaegen deeses aen te bieden, Een request van den onderkoopman en Kassier Gerrit Piper, versoekende om de daer bij aengehaelde redenen„ dat uHoog Edelheeden hem grootgunstig gelieven te goed te doen, sodaene ongelden en kosten mitsga„ ders door hem betaelde vragten als hij op sijne reise van de Hoofdplaets nae Cochim en van daar nae her„ waerts alle met particuliere en vreemde vaartuijgen, §: 82: S: 81: S: 81 onvermijdelik §: 74: S: 80:
English
32. inevitably had to bear and do, we very humbly take the liberty of petitioning Your High Excellencies to cast a favorable reflection upon this as well, as it is known that a journey from Batavia to here, especially when one must make it with several ships and across various places, turns out to be very costly. Having nothing at present to communicate regarding the Correspondences, we have arrived at the Indigenous affairs, concerning which we likewise have nothing further to report beyond what we had the honor to bring to Your High Excellencies' attention in our respectful last letter of 9 January of this year, paragraphs 123 and following, except only that in our Meeting of 4 March we decided to send a small gift to the governor of Amed Abaath, because he allows the Company and its subordinates to enjoy their ancient privileges without the slightest objection. §: 84: Thus we proceed with the Section of foreign Nations, and in the first place the English, with whom we had only refrained from making further applications for the restitution of Brootchia until we should be reinforced in that regard with Your High Excellencies' orders, in view of the fact that the Bombay Ministry, in their letter of 3 November 1784, made known to us that they were unable to effect its restitution, and that we, in our letter of 22 January 1785, had provisionally protested against all local exceptions. §: 85: §: 86. In answer to our repeated and most recent request made to them by letter of 21 February, entered in our resolution of 4 March, for the restitution of the three books or Memoranda which remained behind upon the surrender of the directorship, the English Surat Ministry, by letters of the 28th of the aforesaid month and the 4th of this month, both entered in our resolution of the 7th, sent us three books which were found to be the reply of the Director Mr. Schreuder to the general dispatch of the Gentlemen Seventeen of various dates concerning the Surat office, the left-behind memorandum of the Honorable Mr. Senff, and the Ceylon advices or dispatched letters to the Gentlemen Majores and Your High Excellencies of the year 1781. And since the secret letters from Your High Excellencies to the Honorable Mr. van de Graaff and from the latter to Your High Excellencies from the year 1776 to the year 1781 are not found among them, as we thought and expected, they must have been lost. §: 83: But now, being reinforced with Your High Excellencies' order, we have further urged the said ministry for the immediate restitution of the said factory by dispatch of 21 February, inserted in our resolution of 4 March, and to which we received the reply dated the 23rd of the same month and entered in our resolution of the 7th of this month, containing in substance that they, being unable to give us any other answer than that contained in their above-mentioned letter of 3 November 1784, have decided to send copies of our letters on this subject to the High Council of Calcutta, and that they will inform us of their answer. We shall therefore now have to temporize again for some time before we can carry into execution Your High Excellencies' orders to make a formal protest. 33. §: 87: It would fatigue Your High Excellencies' attention if we wished to detain the same with a report of many trifles that occur here daily in the service between this Nation and us; we therefore take the liberty in this regard to refer to the letters exchanged with them, with the assurance that we will ensure that the Company's Privileges are not infringed, much less diminished. §: 88: Instead of Meijer, who has been promoted to fiscal, we have appointed the Trade Transferee to be commissioner of the bazars. §: 89: In like manner, the Purveyor Desille has requested to offer Your High Excellencies his respectful thanks for the favor shown to him; and since the translator is prevented from enjoying Your High Excellencies' kindness, we thank the very same for sending hither a sergeant, a corporal, and two orderlies. §: 90. Among the Servants, the first-signed Director, together with the Chief Administrator Monti, the Fiscal Meijer, Cashier Piper, and Trade Transferee and Auditor Roeff, take the liberty to thank Your High Excellencies as respectfully as sincerely: the first-signed for the title and rank granted to him, and the others for their respective promotions, with the assurance that they will seek to make themselves worthy of these favors by a zealous and faithful conduct in the Master's service.
Dutch transcription
32. onvermijdelijk heeft moeten draegen en doen, wij neemen seer nedrig de vrijheid uHoog Edelheeden te solliciteeren daarop mede een gunstige reflectie te slaan, also het bekend is dat een reise van Batavia nae herwaerts voornamentlik als men deselve met verscheidene scheepen en over onderscheiden plaat„ sen doen moet, seer kostbaar valt. omtrend de Correspondentien thans niets te bedeelen heb„ bende, sijn wij gekomen tot de Inlandse saeken, waer omtrend al mede niets verders te melden hebbende, buiten het geene wij de eer hadden tot uHoog Edelheden kennisse te brengen bij onse Eerbiedige laetste van den 9=e Januarij deses Iaars I: 123: et segg: als eeniglijk dat wij in onse Bij eenkomst van den 4=' Maert hebben besloten om den gouverneur van Amed Abaath een klein geschenkjen te senden, om dat hij de Companije en haere onderhoorigen„ sonder het minste tegen seggen van haere oude voorreg„ ten laet souisseeren. S: 8 4: soo vervolgen wij met Hoofddeel van vreemde Natien en wel in de eerste plaets de Engelschen bij dewelke wij alleen hadden nagelaten nadere instantien te doen tot de restitutie van prootchia, tot dat wij dien aan„ gaande met uHoog Edelheeden bevel souden gesterkt sijn, uit aansien het Bombaijse Ministerie bij haare §: 86. In andwoord op ons te meermaelen en nog laetste„ „lijk bij brief van den 21: februarij ingeschreven bij onse Dog nu met uHoog Edelheeden ordre gesterkt sijnde hebben wij nader bij hetselve ministerie op de dadelijke restitutie van gedagte factorije aangedrongen bij mis sive van den 21=e februarij g'insereert bij onse resolutie van den 4=e Maert, en waerop ontfangen hebben het andwoord gedagtekend den 23=e desselven maends en ingeschreven bij ons besluit van den 7=e deses, behel„ sende in substantie„ dat sij buiten staet sijnde ons „eenig ander andwoord te geeven dan het geen vervat „is bij haeren boven gemelde brieff van den 3=e November „ 1784 beslooten hebben om Copijen van onse brieven sover dit onderwerp te senden aan den Hoogen Raed „van Calcuwta, en dat sij ons onderregten sullen „van haar andwoord„ wij sullen dus nu weder eenigen tijd temporiseeren moeten en van u Hoog Edel„ heeden bevelen tot het doen van een formeel protest kunnen ter uitvoer brengen. van den 3. e November 1784: ons te kennen gaff tot dies restitutie onvermogens te sijn, en dat wij bij onsen brieff van den 22=' Januarij 1785. bij voorraed hadden geprotesteerd tegen alle plaetselijke uitsondering. brieff resolutie §: 83: §: 85: 33. resolutie van den 4: Maert daar aan gedaan versoek ter restitutie van de drie boeken of Memorien welke bij de wedergave der directie agter gebleeven sijn, heeft het Engelsche souratse Ministerie ons bij missives van den 28: der voorseide maends en 4:e deses maands beide gein„ sereert bij ons besluit van den 7=' daar aen toegesonden drie boeken welke bevonden sijn het andwoord van den Heere Directeur Schreuder op het generaal schrijven van Heeren 17=e van diverse datums, omtrend het Comp„ toir souratta, de nagelatene memorie van den Edelen Heer Senff en de Ceilonse advisen of afgegaane brieven aan de Heeren Majores en uw Hoog Edelheeden van den Jaere 1781: en vermits daar onder de secreete brieven van u HoogEdelheeden aan den Edelen Heer van de Graaff en van deese aan uHoog Edelheeden van den Iaare 1776: tot den jaere 1781: niet gevonden worden soo als wij vermeenden en verwagt hadden moeten deselve sijn verloren geraakt. Het soude uHHoog Edelheeden atsentie vermoeijelijken wanneer wij deselve wilden ophouden met een verslag van veele kleinigheeden, die hier dageliks in den dienst tusschen deese Natie en ons voorvallen, wij neemen daarom hier de vrijheid ons ten desen opsigte te gedragen In steede van den tot fiscaal bevorderden Meijer hebben wij tot wasaers gecommitteerde benoemd den Negotie Ingelijker voegen heeft den Dispencier desille versogt om uHoog Edelheden sijne Eerbiedige danksegging aan te bieden voor de hem beweesene gunste, en daer den trans„ lateur belet is van uHoog Edelheeden goedheid te souissee„ „ren, bedanken wij hoogst deselve voor de herwaarts sen„ ding van een sergeant, Een Korporael en twee oppassers. Onder de Dienaaren so neemen den eerstgeteekenden Directeúr, benevens den Hoofd Administrateur Monti den fiscaal Meijer, Kassier Piper, en Negotie overdra„ ger en Narekenaar Roeff de vrijheid uHoog Edelheeden soo respectueese als welmenend te bedanken den Eerst„ geteekenden voor de hem verleende titul en rang en de andere voor Haere respective bevorderingen, onder versekering dat sij deese gunsten haer selven sullen soeken waardig te maken door een ijverig en getrouw gedrag in 's Meesters dienst. aen de met haer gewisselde brieven, met versekering dat wij sullen sorgen dat 's Compagnies Priviligien niet gekrenkt veel min verminderd worden. aen overdrager §: 87: §: 90. §: 89: S: 88:
English
34. transfer clerk Roeff, and whereas we had until now postponed appointing, subject to Your High Excellencies' favorable approval, a First Sworn Clerk in place of Coenraad Sebestiaan Wikkerman, who departed for Ceilon with the Noble Gentleman van de Graaff, for lack of a qualified individual, we therefore decided on the 9th of February last to appoint as First Sworn Clerk of Police and Secretary of Justice, as well as Sworn Clerk to the Director, the bookkeeper Abraham Leopoldus Gratiaen, who was sent hither from Ceijlon at the request of the first signatory and possesses the requisite competence for it, with the humble request that Your High Excellencies may favorably deign to ratify this appointment with Your Highest approval. While we take the liberty of presenting to Your High Excellencies among the enclosures a petition addressed to Your High Excellencies by the Junior Merchant and Secretary van Polanen de Bevere, requesting for the reasons cited therein that he may be permitted by Your Highest selves to repatriate via Ceijlon or the main settlement in the coming month of December, should his affairs make this urgently necessary, and that we, in such an event when he should make a request to that effect, may grant him the same; a petition upon which, in view of the state of his affairs, we request Your High Excellencies to cast a favorable regard. Paragraph 93: The separate letters of the Gentleman Extraordinary Councillor and Governor of Ceijlon van de Graaff, which the first signatory previously took the liberty of requesting from Your High Excellencies might be sent to him, and which request he very respectfully repeats herewith, are those dispatched by His Honorable Strictness to Your High Excellencies since the year 1776, when he undertook the service of this Directorate, up to the year 1780 inclusive, with Your High Excellencies' replies to the same; those received with Trompenburg consist only of the separate outgoing and incoming letters of 1781, or since the war. Finally, we take the liberty of also submitting to Your High Excellencies the request of the trade transfer clerk and auditor Roeff to be favored with that post in the event that the secretary should depart; and furthermore, the plea of our head surgeon contained in his petition, which likewise accompanies the enclosures, to the end that Your High Excellencies may favorably deign to permit him to transfer to the main settlement with one of the ships arriving here in the autumn in order to repatriate from there, and to be placed on and serve as head surgeon on the ship that transports him; a request that we take the liberty of accompanying with our recommendation, as he has always performed his service here with great zeal. Paragraph 92: Paragraph 91: 35. Furthermore, we have the honor to present below the number of servants presently assigned to this Directorate, compared against the retrenchment memorandum and the arrangements made since. There are currently: 1: Director 1: ditto: Merchant and Chief Administrator 1: ditto: Junior Merchant and Fiscal 3: Junior Merchants, of whom one Warehouse Master, one Secretary of Police and 3: Bookkeepers in employment: one Trade Transfer Clerk and Auditor, one Dispenser, one person First Sworn Clerk 1: Cashier Of the Police and Commerce: According to which there should be / less / more: 1: Cooper ...: Smith 2: Drummer and fifer Of the Navy: 1: person Third Mate as Equipment Overseer 1: Boatswain of the wharf ...: Boatswain's Mate as small-vessel skipper - 1: 1: — Artisans: 1: ditto in the linen tent - 1: —: — 1: ditto in the garden Zorgvrij - 1: —: — 2: Jemadars 40: Native Soldiers - 40: —: — ...: Boatswain as ditto - 1: 1: — 1: Ensign 1: Sergeant 2: Corporals - 3: 1: — 2: Attendants - 2: —: — According to which there should be / less / more: There are currently: 2: Subordinates at the warehouses: one Bookkeeper and one Junior Assistant 6: Clerks: 4 for the Secretariat, the Bookkeepers Wolff and Moses and 2 Junior Assistants, and 2 for the Trade Office, a Junior Assistant and a soldier assigned to the pen 1: Clerk at the Pay Office Of the Militia: 2: Provosts Ecclesiastical: Paragraph 94.
Dutch transcription
34. overdrager Roeff, en vermits wij tot nog toe hadden uitgesteld om, op uHoogEdelheden gunstige approbatie eenen Eerste geswooren klerk aan te stellen in steede van de met den Edelen Heere van de Graaff nae Ceilon ver„ trokkenen Coenraad sebestiaan wikkerman bij gebrek van een bekwaam voorwerp, soo hebben wij op den 9=e februarij laetstleeden besloten om tot Eerste geswooren Clerk van Politie en secretaris van Justitie mitsgaders geswooren Clerk bij den Directeur te benoemen den boeke houder Abraham Leopoldus Gratiaen soo van Ceijlon op het versoek van den eerstgetekenden nae herwaerts gesonden is en daer toe de vereischte bekwaamheid besit„ met nedrig versoek dat uHoog Edelheden deese aanstelling met Hoogst derselver goedkeuring gunstig gelieven te aggreeren. Terwijlwijde vrijheid neemen uHoog Edelheeden onder de bij„ laegen aen te bieden Een request door den onderkoopman en secretaris van Polanen de Bevere aan uHoog Edel„ „heeden g'addresseerd, houdende versoek om de daar bij aangehaelde redenen dat aan hem door Hoogst deselve mag worden toegestaan om in de maend December aen„ staende, soo sijne saeken sulx hoog nodig maeken mogte over Ceijlon of de Hoofd plaets te repatrieeren en dat wij 8: 93: De aparte brieven van den Heere Raad Extra ordinair En Gouverneur van Ceijlon van de Graaff welke den Eindelik neemen wij de vrijheid uHoog Edelheeden bevens voor te dragen het versoek van den Negotie overdrager en Narekenaar Roeff om ingevalle de secretaris mog„ te vertrekken met die dienst begunstigd te worden, En dan nog de instantie van onsen oppermeester ver„ „vat in sijn request dat mede onder de bijlagen overgaet, ten einde uHoogEdelheden hem gunstig gelieven toe te staan om met een der hier in het najaer herwaarts komende scheepen na de Hoofd. plaets te mogen overgaan om van daer te repatrieeren en om op het schip dat hem overvoerd als oppermees„ ter te worden geplaetst en dienst te doen, Een versoek dat wij soo vrij sijn met onse voorschrijving te verge„ „sellen alsoo hij alhier sijnen dienst steeds met veel ijver waergenomen heeft. 1: 92: in sulk een val wanneer hij daar toe versoek soude doen hem sulx mogen accordeeren, Eene beede waar op wij aangesien den toestand sijner sacken, uHoog Edelhee„ den versoeken en gunstig reguard te slaan eerstg §: 91: in 35 eerst getekenden bevorens de vrijheid heeft genomen uittoor Edelheden te versoeken dat hem mogte worden gesonden, en welke instantie hij bij deesen seer eerbiedig herhael sijn die welke door sijn welEdele Gestrenge aan UHoog„ Edelheeden sijn afgevaardigd, sederd den Jaare 1776: dat het Mestier van deese Directie aanvaard heeft, tot den jaere 1780: inclusive, met u Hoog Edelheeden riscriptien op deselve de geene welke met Trompenburg sijn ont„ „fangen, bestaen in de aparte afgaande en aenkomende brieven eeniglijk van 1781: of sederd den oorlog voorts hebben wij nog d' Eer hier onder te laten volgen het getal der thans in deese Directie bescheidene Diena ven, vergeleken tegen de memorie van menage en de sederd gemaakte schikkingen. Er sijn thans 1: Directeur 1: dit: Koopman en Hoofd- Administrateur. .. 1: dit: onderkoopman en Fiscaal- . 3: onderkooplieden waar van Een Pakhuijs„ meester, Een secretaris van Politie en 3: Boekhouders in Emploij Een Negotie overdrager en Narekenaar, Een Dispencier een p:l Eerste geswooren Clercq. . . .. Een Kassier - - . . - - . van de Politie en Commercie volgens dewelke moeten er sijn minder meer 1: Kuiper. . . . . - - - - - - „. . . Smit. . . - - - - - - - - - . 2: tamboer en pijper - - - - - - - - van de Marine 1: p:s derde waak als Equipagie opsiender. 1: Bootsman van de werff. . . . - - . . . schieman als smalschipper - - - - - - 1: 1: —. Ambagts Lieden 1: _o — in de Lijwaat tent - - - - - - 1: —. —. 1: do — in de tuijn sorgvrij. - - - - - - 1: „ —. —. 2: sammadaars - - - - . . . . . . 40: Jnlandse Militairen. . . . . . . . . . 40: —. — - . . Bootsman als Dito - - - - - - - - - 1: 1: —. I: vaandrig. . . . . . . . . . . I: sergeant - - - - - - . - . . 2: Korporaal - - - - - - - - - - 3: 1: —. 2: oppassers . - - - - - - - - - - 2: —. —. volgens dewelke moeten er sijn minder meer Er sijn thans 2: suppoosten bij de Pakhuijsen Een boekhouder en Een Jong Assistent.. .. .. - 6: pennisten 4: voor het secretarije de boek„ „houders wolff en Moses en 2: jong Assisten„ „ten, en 2: voor het Negotie Comptoir Een jong Assistent en Een soldaat aan de penne 1: Pennist bij het soldij Comptoir - - - - - - van de Militie. 2. Supprost Kerkelijke §: 94. . . .- 1: —. 1: 1. —. —. — —. 2. —. 3: . . 1: 1: —. 1: —. —. 1: —. —. —. —. 1: 2: 2: —. 1: —. —. —. ƒ 1: 1: —. 6: — — —. 2: —.
English
36. There are presently Church Servants Sexton - Comforter of the sick - of Surgery 1 chief surgeon 1 third surgeon instead of an under-surgeon 1 — — Servant of Justice 1 provost marshal Deserters, so we must report with regret, that those from the Diamant consisted of three persons, as appears from our resolution of 7 April, it having not been possible for us to obtain them back from the English, notwithstanding that we claimed them by a public Commission, and furthermore made representations to the English Chief that he, as Governor of the castle, was obliged to return them, as our firmans expressly dictate that the regents shall be bound to apprehend those who run away or desert from the Dutch and to return them to their Captain or commander. Paragraph 96: Finally, we take the liberty to let follow below the Memorandum of what was laden in this keel, consisting according to which there must be fewer more 51 packages of Various Cotton Cloths for Banda 12 packages of Various Cotton Cloths for Amboina 3496:16:— 1 package of Chintzes with small flowers for Timor 173:15:— 3 packages of Various Cotton Cloths for Mackasjar 1701:19:— 18 packages of Various Cotton Cloths for Ternaaten 9281:14:8 44 packages of Various Cotton Cloths for Padang 10651:3:— 21 packages of Various Cotton Cloths for Poulo Chinko 4841:3:— 4 packages of Baftas, black, narrow whole for Adjerhadje 885:18:8 16 packages of Cotton Blankets in assorted varieties for Samarang 2964:7:— For Batavia 196 packages of Various Cotton Cloths ƒ 59412:2:8 5 packages of silk Patholaes 37956:11:8 2 small cases of gold and silver fabrics 7254:—:— 1 small case of Baftas with gold Heads 1234:16:— ƒ 105857:12:— 60 small cases of Sundries for the sugar Warehouse 1833:—:— 2 small cases 6 30 Bales of Sundries for the small shop 3391:1:— 1 Box 5 small cases 3 Bales of Sundries for the Medicinal shop 2169:3:— 1 Lot Firewood for dunnage 353:8:8 1 calibrated 50 lb weight 21:—:— 4 rolls of gilded Paper 483:12:— 2 Horses 5032:16:— Total ƒ 197044:6:— In account ƒ 30026:12:8 ƒ 149168:5:— ƒ 14679:5:— Souratta, 20 April Anno 1786 was signed Mr. Monte. Paragraph 97: Paragraph 95: 1 — — — — 1 — — — 1 1 1 1 Number 3. Examined Paragraph 97. With the two aforementioned horses we have also sent hay for six months and Grains and massala or Medicines for One Year, as we think that they can then be fed until the place of their destination with the feed to which they are accustomed, without being obliged to wean them from it all at once, while the three horse grooms have been engaged to go with the horses to the place where Your High Noble Excellencies are pleased to send them. Wherewith we have the Honor to remain with the deepest Respect and obedience beneath stood High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Worshipful, stern Lords lower Your High Noble Excellencies' most humble and dutiful Servants was signed A: I: Sluijsken, M:s Monti, E: N: Wiardi, J: J: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper, and G: C: Roeff in the margin In the Dutch Factory Souratta, 20 April 1786. F Copy General Missive To Their High Noble Excellencies dated 5 January 1787 Agrees. Doctor V: Van Polanen de Bevere secretaries Mr. Isaaks 37. arrival of the Ship Batavia To His High Nobility G E The High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its General East India Company, together with The Worshipful Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Worshipful Stern Lords! The ship de Geregtigheijd having arrived at the Surat roads on 25 October last, we were so fortunate to receive thereby Your High Noble Excellencies' respected letter.
Dutch transcription
36. Er sijn thans Kerkelijke Bedienden . . . . Koster- . . . . . Krankbesoeker - - - - - - - - - - van de Chirurgie . 1: oppermeester 1: derde in steede van Een ondermeester - . . 1: —. —. Bediende van de Justitie 1: geweldige - .. . . Deserteurs, soo moeten wij met leedweesen melden, dat die van de Diamant hebben bestaan in drie stuks, blijkens onse resolutie van den 7=e April sijnde het ons niet mogelik geweest, deselve van de Engeschen terug te krijgen niet tegenstaande wijse bij een publicque Commissie gereclameert hebben, en daar bij aan den En„ gelschen Cheff doen voorstellen, dat hij als Gouverneur van het kasteel tot deese te rug gaave verpligt was, also onse firmans expres dicteeren, dat de regenten sullen gehouden sijn, om de geene welke van de Hollanders komen weg te loopen of te deserteeren op te vatten en aan haar Capitain of opperhoofd te rug te geeven. §: 96: Eindelik neemen wij nog de vrijheid hier onder te volgens dewelke moeten er sijn minder meer laten volgen de Memorie van het geladene in deesen Kiel bestaande 51: –. packen Diverse Cattoene Kleeden voor Banda 12: – d=o Diverse Cattoene kleeden voor Amboina - - - - „ 3496:16: —. 1: - d=o Chitsen met kleine bloemen voor Timor. . . - - „ 173:15: —. 3: - d=o Diverse Cattoene kleeden voor Mackasjar. . . . „ 1701: 19:—. 18: — d–o Diverse Cattoene kleeden voor Ternaaten - - - - - „ 9281:14 8: 44: - d=o Diverse Cattoene kleeden voor Padang. . . . - „10651: 3: —. 21: - d=o Diverse Cattoene kleeden voor Poulo Chinko. . . - „ 4841: 3: —. 4: — d=o Baftas swarte, smalle heele voor Adjerhadje - - - - „ 885: 18: 8: 16: — d=o Dekens gecattoeneerde in soort voor Samarang. . . - „ 2964: 7:—. Voor Batavia 196: — d=o Diverse Cattoene kleeden. - - - - ƒ59412: 2: 8: 5: - d=o zijde Patholaes - - - - - - - „ 37956:11: 8. 2: – kasjes goude en zilvere stoffen - - -. „ 7254:—. —. 1: –. kasje Baftas met goude Hoofden - - - - „ 1234:16::—: ƒ 105857:12:—. 60: — kasjen Diverse voor 't zuiker Pakhuijs - - - - - „ 1833: —. —. 2:– kasjen 6: 30. – Baalen Diverse voor de klijne winkel. . . . . „ 3391: 1: — 1: –. Doos - „ 5: –. kasjen 3: –. Baalen Diverse voor de Medicinaale winkel. - - - - -. „ 2169: 3: —. 1:– Lot - - Brandhout tot guarneering - - - - - - - - - „ 353: 8: 8: 1: – g'Eijkt 50: lb=den gewigt - - - - - - - - - „ 21: —. —. 4. –. kokers verguld Papier - - - - - - - - - „ 483: 12: —. 2:– Paarden - - - - - - - - - - - - - - - „ 5032: 16: —. Somma Souratta den 20=e April A:o 1786: /:was getekend:/ M:r Monte. ƒ197044:6:— In aanreekening. . . -. - - - - - - - - - - - - ƒ 30026:12: 8 ƒ149168: 5:—: ƒ 14679: 5:— laten §: 97: - - - . . . . . . . . . . . . . . . . . . §: 95: 1: —. —. —. —. 1: —. — —. 1: 1: 1: 1: N 3. Nagesien §: 97. Met de twee voormelde paerden hebben wij mede gesonden voor ses maanden hooij en voor Een Jaer Graanen en massala of Medicijnen, also wij denke datse dan tot de plaats hae„ rer destinatie kunnen worden gevoed met het voeder waer aan sij gewend sijn sonder dat men genoodsaakt is haar daar van eens klaps te ontwennen, terwijl de drie paarde knegts sijn geengageert om met de paerden te gaen tot de plaats alwaar uHoog Edelheeden deselve gelieven te senden„ Waarmeede wij de Eer hebben met de diepste Eerbied en gehoorsaamheid te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot. Agtbaare, wijd. Gebiedenden Heer en welEdele gestrenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden aller nedrigste en trouwschuldige Dienaaren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M:s Monti, E: N: wiardi J: J: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper, en G: C: Roeff /:in margine:/ In het Neederlands Comptoir Souratta den 20=e April 1786:— F Copia Gemeene Missive Aan Haar Hoog Edelheedens gedatd 5 January 1787 Accordeert. Dr: V: Van Polanen de Gevere seers Mr: Isaaks 37. arrive van 't Schip Batavia Aan sijn Hoog Edelheijd G E Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting Van weegens den staat der verEenigde Nederlan„ den en Haare Algemeene Oost- Indische compagnie Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien Hoog Edelen Groot Agtbaaren Dwijdgebiedenden Heer En En WelEdele Gestrenge Heeren! Het schip de Geregtigheijd op den 25„e october laastleeden de Geregtigheijd ter souratse rheede sijnde aangeland sijn wij soo gelukkig Ontfangen Meisie daar geweest daar meede te ontfangen Uwer Hoog Edelheeden g'eerbiedigde mede 8. 1:
English
38 Respectful response to the Home Extract: The aforementioned sum of 3254½ rupees on account of the douceur enjoyed has been immediately refunded pursuant to the order of Your Noble Excellencies. Revered dispatch of 4 August prior with the annexes belonging thereto according to the Register. However, before proceeding to the humble answering of the same, as well as to rendering the due report of our proceedings, we take the liberty to record here the received Extract from the dispatch of the Noble, Right Honorable Lords and Masters to Your Noble Excellencies of 5 November 1785, together with our respectful response to the same. Paragraph 413. The letters exchanged between Your Honor and the former Director at Souratta, the Lord Extraordinary Councillor van de Graaff, as well as your advices to us of 31 December 1783, in which mention is made of that correspondence, having yielded a few points whose treatment we deem necessary, and among these appearing in the first place the ordered repayment of 3254½ rupees, which had been enjoyed on the sale by the Governor and Secunde on account of the douceur of 5 percent allocated to them as a means of subsistence, from a capital of 65093:23 rupees, for which the account of the Brokers had still been in arrears on the books on 14 June; We must remark in that regard that the enjoying of the aforesaid douceur, before the moneys from the sale to which it pertained had actually come in, is completely contrary to the intention thereof, as that douceur on such a footing could give rise to great abuses. We therefore expect that, pursuant to what was written by the Lord Extraordinary Councillor van de Graaff in his dispatch of 14 September 1783, those moneys will already have been reimbursed to the Company upon receipt hereof. Paragraph 414. The reasons which have restrained Your Honor from also validating, on the aforementioned 65093:23 rupees, the annual gift of 7600:-:- paid in advance by the Brokers to the Native Government, have appeared well-founded to us; and since the Lord van de Graaff in his aforementioned letters did not write further about this, it causes us to conclude that he was also convinced of the validity of those reasons, and therefore that item, if one finds it actually legitimate, must be settled against the old debts of the Brokers. Respectful response: This item of 160:- rupees has been credited to the Brokers by the English, out of conviction that it was truly gifted to the Government by them, and accounted for in the settlement of what they still had to pay to the Company on the day the Directorship was taken. Paragraph 415. We have also regarded as appropriate your remark that, since the Brokers had never credited any interest to the Company either on the last-mentioned debts or on the later payments made beyond what was contracted, it would consequently also not be reasonable to satisfy anything to them on account of an earlier payment reported by the Lord van de Graaff. 39 Respectful response: The interest mentioned in the text has also been paid by the English government. Paragraph 416. With respect to the repayment which Your Honor ordered to Senior Merchant Ruijsken of the douceur enjoyed by him on the sale on account of the financial year 1780/1781 to the amount of 6230:41 rixdollars, we shall await whether Your Honor has deemed it necessary to take into consideration the further representations made by the said Lord Director; That although the ship de Jonge Susanna, had the war not intervened, could have returned to Souratte from Batavia in the year 1781, this nevertheless would at the earliest have taken place at the end of September or in the beginning of October, so that the trade carried on with the cargo of that vessel could have had no influence on that of the Company during the aforementioned financial year; whilst the ship de Hoop sent to China, of which mention is also made in your advices to us of 31 December, could not have returned before the month of December 1781 or January 1782. Paragraph 417. It appears to us, meanwhile, very questionable whether it would satisfy the purpose for which Your Honor allocated the aforesaid douceur to the Director and Secunde on the sale of merchandise in the year 1778, if it were simultaneously open to them to carry on a private trade and then only for that year, in which that trade was carried on, to waive the benefit of the aforesaid douceur, in order to resume the same immediately as soon as one found oneself able to prove that in the financial year for which one requested it anew, no trade had been carried on; we refer for the rest to what was said regarding the aforesaid means of subsistence in the general letter of 7 October 1779, paragraph 382, further reiterated in that of 6 November 1780, paragraph 415. Paragraph 418. Regarding the accusation now to the charge of the said Senior Merchant Sluijsken, as if the last-mentioned vessel had been sold by him in the year 1782 to a subject of the English residing at Bombaij, we must suspend our judgment until we shall have seen Respectful response: This justification has been [...] by the present
Dutch transcription
38 Eerbiedig antwoord op 't Patriasch Extract De tegengemelde Summa van 3254½ ropij wegens genooten douceur is agtervolgens Haar Hoog Edelheeden bevel datelik te rug gekeert. g'eerbiedigde Missive van den 4: Augustus bevoorens met de bij„ laegen tot deselve behoorende volgens het Register Dan alvoorens ter nedrige beantwoording van deselve, mitsgaa„ „ders tot het doen van het verschuldigde verslag onser verrig¬ „tingen over te gaan; neemen wij de vrijheijd alhier in te schrijven het ontfangene Extract uijt de missive van de Edele Hoog Agtbaare Heeren en Meesteren aen uw Hoog Edelheeden van den 5„e November 1785. met ons Eerbiedig andwoord op het selve. De brieven tusschen UE. en den voormaalige Directeur te Souratta den Heer Raad Extra ordinair van de Graaff gewisseld mitsgaaders Uwe adviesen aan ons van den 31. December 1783. bij dewelke van die briefwisseling word gewag gemaakt eenige weijnige Poincten hebben„ „de uijtgeleverd, welker verhandeling wij noodsakelijk oordeelen, en daar bij in de eerste plaats voorkoomende de geordon„ „neerde te ruggaven van de Rop: s 3254½. dewelke wegens het den Gouverneur en secunde als een middel van bestaan toegelegd Douceur van 5. p:r C„to op den verkoop door hun genooten waeren van een Capitael van rop:s 65093:23. voor het welk de reekening der Make„ laars bij de boeken den 14„e Junij nog ten agteren had gestaan Moeten wij dien aangaande opmerken dat het genieten van het voorsz: dou„ „ceur, en dat de Penningen van den De reedenen welke UE: weerhouden heb„ „ben om op voorm: rop:s 65093:23. ook nog te valideeren het door de Ma„ „kelaars bij voorraad aan de Inlandse Regeering betaalde Iaarlyks ge„ schenk van 7600:-:- sijn ons gegrond voorgekoomen: en vermits de Heer van de Graaff bij voormelde sijne Letteren daar over niet verder geschreeven heeft doed ons sulx besluijten dat hij van de gegrondheijd dier reedenen meede is overtuijgd geweest sullende der „halven die post, zo men deselve daad„ Deese post van rop:s 160:- is door de En„ lijk wettig bevind op de oude Schulden „gelschen uijt overtuijging dat waer „lijk door de maakelaars aen de Re„ der maakelaars vereffend moeten „geering verschonken was, aan deselve worden te goed gedaan en in reekening van het moesten ten daege de Directie ge„ §. 415. Wij hebben meede als gepast be„ geen nog aan de Compagnie betaelen noomen wierd, geleeden. Verkoop tot den welke het behoorde dade„ lijk waaren ingekoomen ten eenenmael strijdig is met het oogmerk van het selve, terwijl dat Douceur op dien voet tot groote misbruijken aanleijding sou kunnen Geeven. Wij verwagten mitsdien dat inge¬ „volgen van het geschreevene door den Heer Raad Extra ordinair van de Graaff bij Sijne missive van den 14. September 1783. die penningen op den ontfangst deeses aan de Maatschapp reeds weder vergoed sullen Sijn. verkoop. schouwt 8. 2. 3. 413. §. 414. 39 De in den text gewaagde Interes„ sen Syn ook door de Engelschen regeering betaeld. beschouwt uwe aanmerking, dat vermits de maakelaars zo min op laastgem: schulden. als op de laatere gedaane betaalingen, dan sulx gecontracteerd was nooijt eenig interest aan de Compagnie hadde goed gedaan het mitsdien ook niet redelijk zou sijn aan deselve wegens eene door den Heer van de Graaff opgegevene vroegere betae„ ling iest te voldoen. Met opsigt tot de terug gaave welke UE: aen den opperkoopman Ruijsken hebben ge„ „ordonneerd van het Douceuz door hem op den verkoop genooten voor rekening van het boekjaar 178 5/1. ten bedraagen van rd: 6230:41- sullen wij afwagten of UE: geoordeelt hebben in overweeging te moeten neemen het nader vertoonde door gemelde Heer Directeur Dat schoon wel het schip de Jonge Susan¬ „na soo den oorlog niet tusschen bijde gekoomen waaren in het Jaar 1781. te sou„ ratte van Batavia soude hebben kunnen terug sijn, dit nogtans op zijn vroegst eerst plaets gehad sou hebben aan het eijnde van September of in het begin van october so dat de gedreeve handel met de Laading van dien bodem van geen in„ vloed soude hebben kunnen weesen op dien van de compagnie geduurende het voorm: Boekjaar terwijl het na China gesondene schip de Hoop van 't welke meede bij uwe advisen aan ons Over de beschuldiging nu ten lasten van gemelde opperkoopman Sluijsken als of door den selven in den Jaare 1782 aan een te Bombaij woonende onderdaen der Engelschen laastgemelde Bodem ver„ kogt sou sijn, moeten wij ons oordeel Deese verandwoording is door den presen„ opschorten tot dat wij gesien Sullen Het komt ons intusschen seer bedenkelyk voor of het aan 't oogmerk waer toe UE: aan den Directeur en Secunde op den verkoop der handelwhaaren in den Jaare 1778. 't voorseijde douceur hebben toegelegd voldoen soude, indien het de selve tevens vrij sou staan, een partici¬ lieren handel te drijven en als dan slegts voor dat Jaar, waar in die hande gedreeven was van 't genot van het voorseijde douceur af te sien, om het selve daadlijk weeder te aanvaer¬ den, soo dra men sig in staet bevonden te bewijsen, dat in het Boekjaar voor 't welke men het selve op nieuw vroeg geen handel was gedreeven- wij gedra „gen ons voor 't overige aan het geen ra kende het voorseijde middel van bestae„ gesegd is bij den generaale brieff van den 7: october 1779. §. 382. nader herhaeld bij die van 6. november 1780. p. 415. van 31. December gewag word gemaakt, niet voor in de maand december 1781. of Januarij 1782. soude hebben kunnen te rug keeren van hebben §S. 416. 8. 417. §. 418. „ten
English
40. very respectfully presented with his letter of 15 October 1783. This application was rejected by the Bombay ministry. The present Director Their High Noble have what on that account by the aforementioned Sluijsken, who had undertaken to justify himself to you concerning that matter, will have brought forward. And we do not doubt in the least that you will have investigated the aforementioned justification with such seriousness as the weight of the matter required. We are still looking forward to your final decision on the request forwarded to you by our missive of 7 October 1779 on behalf of the aforementioned Sluijsken for an exemption from the levy imposed upon him because of the brokers' debt, mentioned more fully in that missive. And we must likewise leave it to the outcome whether the aforementioned Senior Merchant Sluijsken, pursuant to your letter written to Mr. van de Graaff, will have found an opportunity to persuade the Government of Bombay to pay the gratification allocated to the Director and the Chief Administrator on the sale of the Surat linens in the Netherlands, while it would certainly be a very pleasant matter for the Company if the English would agree to this. With pleasure we have read the remarks of the Extraordinary Councillor Mr. van de Graaff concerning the arrangements that, in his opinion, ought to be made in order that, upon the restoration of the Company's factory at Surat, the Company may have unhindered enjoyment of its privileges obtained from the Moorish government, and to make the same less exposed to the vexations of the English, who have hitherto made great abuse of their power over that government to the detriment of the other European nations who also trade at Surat. However much the circumstances of affairs, both at the conclusion of peace and since, have not allowed use to be made of those remarks, it would nevertheless be most desirable to be able to find an opportunity, in case the Company permanently maintained its residence at Surat, to then see such arrangements as the aforementioned or similar brought into effect. And as we trust that you, no less than whoever after the restored peace will have the management of affairs in hands in this Directorate, will not neglect any opportunity that might present itself for this, we shall also on our part gladly cooperate therein as soon as any hope presents itself to us of success therein.
Dutch transcription
40. „heeden seer Eerbiedig aangebooden bij sijven brieff van den 15. october 1783. Deese instantie is bij het Bombaijse ministerie afgeslaagen presenten Directeur Haar Hoog Edel„ hebben wat deswegen door voorm: Ruijsken die aangenoomen had sig over die saak bij UE te verandwoorden ingebragt sal weesen- En wij twijffelen geensints of UE: sullen de voorsz: verandwoording met dien ernst hebben ondersogt als het gewigt der saeke vorderde. Uwe finaele dispositie op het bij onse missi„ „ve van 7. october 1779. aan UE: gerenvoijeerd versoek ten behoeven van voorm: Sluijs¬ „ken om ontheffing van de hem opge„ „legde belasting wegens de schuld der maakelaars bij die missive breeder ver„ „meld sien wij als nog te gemoed. En moeten insgelijks aan den uijtkomst bevoolen laaten of gem: opperkoopman sluijsken ingevolge van uw aan den Heer van de Graaff gedaan aanschrijven geleegendheijd sal hebben gevonden om het Gouvernement van Bombaij te Beweegen tot de uijtkeering van het Douceur aen den Directeur en den Hoofd administra„ „teur toegelegd op den verkoop der sou„ „ratsche Lijwaeden in Nederland ter„ „wijl het seekerlijk een voor de comp: zeer aangenaame saak sou weesen, indien de Engelsche hier toe verstaan wilde met genoegen hebben wij geleesen de aanmer„ „kingen van den Heer Raad Extra ordi„ „nair van de Graaff: over de Schikkinge die naar syn oordeel soude behooren §. 421. gemaakt te worden ten eijnde bij de herstelling van Comp:s Factorie te suratta de maatschappij een onbelemmerd genot te doen hebben van haare bij de moor¬ „sche regeering verkreegen voorregten en deselve minder te doen bloot staan aan de kwellingen der Engelschen als van haar vermoogen op die Regee„ „ring tot hier toe een groot misbruijk gemaakt hebbende ter nadeel van de overige Europeesche natien die mede te souratta handel drijven Hoe seer de omstandigheeden van saaken soo bij het sluijten der vreeden als see„ „dert niet hebben toegelaaten van die aanmerkinge gebruijk te maaken, zou het egter aller wenschelijkst sijn ge¬ leegendheijd te kunnen vinden om inge val de maatschappij op den duur te souratta haar verblijff hield, als dan soodaanige als de voorgemelde of dier„ „gelijke schikkingen te kunnen sien tot stand brengen en gelijk wij ver¬ „trouwen dat UE: so min als de geen welke na de herstelde vreede in deese Directie het bestuur van Saaken in Handen sal hebben geene geleegend„ heijd die sig hier toe soude moogen op„ „doen zullen versuijmen zullen wij ook van onse kant daar toe gaarne meede werken zo dra er sig voor ons eenige hoop sal opdoen van daar aan gemaakt met 8. 419. §. 420.