Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
C. A. 3630 6 Separate Letters from The Governor and Director of Java's North East Coast To His Excellency Batavia Copy 5 No. 30 for the Netherlands. Secret Incoming Letter and Enclosures Transmitted 1784 Samarang the 10th of January 1784: Page 1 Batavia To His Excellency, The Most Honorable, Highly Esteemed, and Respected Sir, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General; The Honorable and Esteemed Gentlemen Councillors of the Dutch East Indies, etc. etc. etc. Right Honorable, Respected, Highly Esteemed Sir, Honorable and Respected Gentlemen. The Second Regent of Grissee, Tumenggung Astra Nagara, having made known to me by a letter written to me how he, on account of his complete blindness and continuous indisposition, paired with a malignant ulceration on the leg, whereby he has already for two years hence been prevented from going out, finds himself no longer able to attend to the service, requesting for those reasons his discharge from that Regency, and that his young son, a youth aged approximately 9 to 10 years, might succeed him, under the guardianship of his uncle, the Patih Suto Broto; but as one is uncertain of the good qualities of this youth with advancing years, and one also has to fear that between the present Regent, during his lifetime, and his said Patih as guardian, continuous disputes will take place, possibly with unpleasant consequences, and to the prejudice of the Company, so I very respectfully take the liberty to submit for Your Excellencies' consideration whether it would not be better, for all these reasons, to decline the request of the Regent, and on the contrary to appoint directly as Regent his brother and Patih mentioned above, whom Commander van der Niepoort describes as a vigilant man, provided that he annually pays to his predecessor, for his maintenance, a small sum of 400 Spanish reals, instead of the required cacahs, because the cession of lands, in such cases, can also again be objects of dispute, furthermore with the promise to the present Regent of the survivance for his young son, in case he conducts himself worthily, and the Regency can, upon the death of his uncle, be safely entrusted to him. While, in case Your Excellencies please to approve my proposal in this matter, I favorably propose the aforesaid Patih Suto Broto to be appointed as second Regent of Grissee, under such a name as he shall choose, with the further request that he may then also, by Your Excellencies' favor, receive his commission, wherein the name remains blank. The military Captain Lieutenant Frans Reinhard Ries, serving here in the Samarang Garrison, having passed away in recent days, I request that in his place Captain Bernhard de Chateauvieux may remain in service here, to whom Your Excellencies were pleased to permit a voyage to Java last autumn for the recovery of his health. While I have the honor to be with all high esteem and most submissively, Your Excellencies' very obedient and faithful servant, Was signed, R. J. Siberg In the margin: Samarang the 10th of January, Year 1784.
Dutch transcription
C. A, 3630 6 Aparte Brieven van Den Heere Gouverneur en Directeur van Iavas Noord Oost Cust Aan Humes Hoog Edlelhaten Batavia Copia 5 No. 30 voor Neederland. Secreet Inkomend Briefble e Bylagen Overgekormen 178 d de tie de Samarang den 10 Jnuartij 174: Jag: 1 Batavia e Harem vmorver Gouverneur Generaal; De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden Van Nee„ „derlands Indie erz: enz: enz: Hoog Edele, Gestrenge, Groot Achtburensteer Wel Edele Gestrenge Heeren. De Tweede Regent Van Trissee Tommagong Astra Na„ „gara, bij eene aan mij Geschreevene Brieff; te kennen Gegeeven hebben„ „da, soe sij uijt hoofde van zijne Volslagene blindheijd; en Continu„ „eele Indispositie, sepaart met eene kwaaddaardige ulsera„ „tie aan het been, waar door hij reets Seedert twee Iaaren her„ „waarte, was belet beworden uijt te saan, sig niet langer instaat bevind, den dienst waarteneemen, versoekende om die reedenen zijn ontslag tuigt dat Regentschap, en dat zijn zoontjn, een Jongeling Endelkerd 1 oud Samarang den 10 Januarij 171 Jug: 1 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren heere Mr Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal; DWelEdele Gestrenge Heeren Raaden Van Nee„ „derlands Indie enz: enz: enz: Hoog Edele, Gestrenge, Groot Achtbaren ter Wel Edele Gestarenge Heeren. De Tweede Regent van Taisse Tommagong Astra Ner„ „gara, bij eene aan mij Geschreevene Brieff: te kennen Gegeeven hebben„ „de, hoe sij uijt hoofde van zijne Volslagene blindheijd; en Continu„ „eele Indispositie, sepaart met eene kwaaddaardige ulsera„ „tie aan het been, waar door hij reets Seedert twee Iaaren her„ „waarts, was belet geworden uijt te saan, sig niet langer instaat bevind, den dienst waarteneemen, Versoekende om die reedenen zijn ontslag uigt dat Regentschap, en dat zijn zoontje, een Jongeling oud 3 Samarang Den 10: Ianuarij A„o 1734 Samarang Den 10.: Ianuarij A„o 1784. pag. a 3. oud Circa 9 â 10: Iaaren, hem mogte succedeeren, onder voogdlijschap van zijn oom den Iapattij Soijo Brot„ „to; dan daar men onseeker is, van de Goede hoedanigheeden deedes Jongeling, bij toeneemende Iaaren; en mien teffens te vreesen heeft, dat tusschen den praedente Regent, Geduurende zijn leeven en gemelde zijn Bepattij als voogd, onophoudelijk ver„ „schillen zullen plaets vinden, mogelijk van onaangenaame Gevolgen, en in praejuutitie van de Comp:, soo neeme ik seer Eerbiedig de vrijheid; uw Hoog Edelheeden in Consideratie te Geeven, off het om alla deese reedenen, niet beeter zijn soude, om het versoek van den Regent te declineeren, en daar teegens zijne Broeder en Bepattij hier vooren 8 „gemeld, die den Gesaghebber van der Niepoort, als aen vigelant man beschrijfft, direct tot Regent aantestel„ „len, mits bij Iaarlijks aan zijn predisasseur, tot desselfs onderhoud, uijtkeer, een sommatje van 40: sp:s 400. – insteede van de Gelvenreedigde Tjatjas, om dat den aff„ „stand van Landerijen, in diergelijke gevallen, ook al„ weeder voorwerpen van verschillen kunnen zijn, met beloffte voorts aan den praesente regent, van de Surrivance op zijn zoontje, ingevalle bij sig waardig gedraagd, en hot Regentschap aan hem, bij overlijden van zijn Pom, met Gerustheid kan veworden toever„ „trouwd. Terwijl ik ingevalle uw Hoog Edelheeden mijn Voorstel in deese Gelieven te approbeeren, den Den alhier in 't Samarangs Juarnitoen dienst doende Capitein Lieutenant militair Frans Reinhaad Ries, deeser dagen overleeden zijnde, insteer ik dat in zijn plaats alhier, mag blijven militeeren, den Capitein Bern„ „hard de Chasteauvieur, aan Wien Iuwe Hoog Edel„ „heeden in het Gepasseerde najaar, een Springtogtije na Java hebben Gelieven te permitteeren, tot Ser„ „stelling van zijn Gezondheijd. Terwijl ik mij vereere met alle Hoog agting en aller submist te zijn /:onderstond:/ Titul /: Lager/ Uwer Hoog Edel„ „heedens zeer Gehoorzame en trouwschuldige Dienaar /: Was geteekend. / RJ: Siberg /: in margi„ „ne: / Samarang den 10„e Januarij A„o 1784: Voormelde Bepattij Ioijo Broto, op het favorabte Voordrage, om als tweede Rregent van hrissee, te mogen worden aangesteld, onder een sodanige naam, als hij zal komen te verkiesen, met versoek verders, om dan meede van uw Hoog Edelheeden Goedheid, zijn acte, Waar bij de naam in Blanco staat, te mogen Ontfan„ voormelde
English
Samarang, 27 January 1784 Samarang, 27 January 1784, Page 5 Batavia. To His High Excellency, The High, Noble, Strict, Great, Respected Gentleman, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Right Honorable, Strict Gentlemen, Members of the Council of the Dutch Indies, etc., etc., etc. High, Noble, Strict, Great, Respected Gentleman, Right Honorable, Strict Gentlemen, With the most respectful reference to my most recent communications of 20 December last and 10 of this month, I take the liberty of serving your High Excellencies in response to the highly respected separate missives received since then, dated 1 and 27 December, as well as 2 and 10 of this current month of January. In the first place, I wish to express my gratitude to your High Excellencies for the favorably granted consideration regarding the request submitted by me for the discharge of the First Resident of Surakarta, Fredrik Christoffel van Straalendorff, while retaining the title and rank of effective Senior Merchant, and the appointment in his stead of the Resident of Rembang, Willem Adriaan Palm, with the addition of the title and rank of Senior Merchant, to whom the transfer of the Surakarta Residency is to take place by the end of upcoming February. Likewise, I express my gratitude to your High Excellencies for the appointment of the Resident of Tegal, Jan Boers, to be Resident at Rembang, and to be replaced again in the first-mentioned Residency of Tegal by the Junior Merchant and Second Administrator in the Provision Warehouse at the Main Place, Godfried Carel Gockinga, under a provisional promotion to Merchant. The latter, having arrived here on 30 December, is to receive the transfer of the Residency by the end of this month or the middle of the next, the Rembang station already having been properly handed over to Resident Boers by the middle of this month of January. In the meantime, it shall serve for my information that your High Excellencies had decided that the aforementioned disposition by the same regarding the said Palm would not prejudice the present Fiscal here in Samarang, Jan Otto van Ingen, so that in the event of a vacancy in the position of First Resident at the Court of Yogyakarta, the disposition previously taken by your High Excellencies regarding the said Van Ingen shall be persisted in. With respectful notification that, pursuant to the request made by the Ambon Ministers to obtain the usual quantity of teak seeds, the same have been forwarded with the ship Buitenleven, which departed from here on 10 of this month of January for that Government, in the quantity of 50 bags of those seeds, I am sorry that, although according to the report received from the Master Powder Maker at the Main Place, the sample of Javanese saltpeter, after it was refined by him, could indeed be employed for making gunpowder, the quantity of it had nevertheless resulted in a loss of 25 7/8 percent, and that from the forwarded saltpeter earth or dust only a very slight quantity could be made, such that 100 lb yielded barely 4 lb and 5 1/3 lood. Therefore, little or no expectation remains to promote the saltpeter cultivation here on Java in such a manner that in the course of time any noteworthy stock or quantity of it can be stored, as it also became evident in earlier years, namely in the years 1708 and 1709, when attempts were also made to stimulate this cultivation in various places on Java, and whereof even at that time one to two small barrels were sent over as a sample to the Gentlemen Masters in the Netherlands, who, having found the same to be of the required quality, had ordered that efforts be made to collect that salt on Java in order to bring this useful work to perfection, to which, however, one was subsequently unable to answer, because it appears nowhere that any quantity of saltpeter was delivered, and its cultivation was consequently allowed to die out entirely again. Thus, I cannot assure your High Excellencies, or promise the desired success from it in the Principalities, where the main collection thereof would have to take place, moreover since the small quantity that could be obtained from the highlands will come to cost quite high, namely up to 9 Spanish reals or 11 1/4 rixdollars per picol of 125 lb, because one cannot have the same brought down to the beaches except by Javanese who demand payment for it. Whereas your High Excellencies, in view of the present uncommonly great shortage of doits and the difficulty in supplying Java therewith, have been pleased to decide upon the purchase of Japanese picis to the value of 12,000 rixdollars, calculated at 5,000 to 24 rixdollars, and which your High Excellencies were pleased to send hither, with authorization to
Dutch transcription
Samarang Den 27„e Januarij A„o 1724 Samarang Den 21„' Ianuarij A:o 174 Pag: 5:/ Batavia. a Aan Zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot, Achtbaeren Ceere„ M Willem Arnold Atting! Gouverneur Generael De WelEdele Gestrenge Heeren, Raaden van Nee„ „derlands India en 3: en 3: en 3: Hoog Edel, Gestrenge, Groot, Achtbaeren Heer Wel Edele Gestrenge DHeeren Met Eer biedigst refent tot mijne Iongsten van den 20: decem„ „ber passato en 10: Iugus, neem ik de vrijheid op de Sedert vle„ „der Ontfangen heer Gerespecteerde Aparte missives uwer hoog Edelheeden van den 1en 27: December, item 2 en 10: deeser maand Ianuarij te dienen, en wel in de eerste plaats, uwe Hoog Edelheeden Dank te betuijgen, voor de Gunstige Ge„ „slaagen reflectie op het door mij voorgedraagen versoek tot ont„ „slag van den Eersten Pouracartas Resident Fredrik Christoffel F Van Straalendorff, behoudens den titul en Rang van Effectieff Opperkoopman en de aanstelling in zijn plaats van den Dembanig de Resident Willem Adriaan Palm, onder toevoeging van de titul en Rang van Opper„ „koopman; aan Wien onder Cultimo Februarij aanstaande Het Transport van de Souracartase Residentie staat te Geschieden; terwijl ik uwe Hoog Edelheeden insgelijk= dank betuijge voor de aanstelling van den Tagals Resident Jan Boers tot Resident te Rembang, en om weeder in de eerstgemelde Rresidentie Tagal vervan„ „gen te worden, door den Onderkoopman en tweede Adminis„ „trateur in het Provisie Maguazijn ter Hoofdpaatze Godfried Carel Gockinga onder eene provisioneer „le bevordering tot Koopman, welke Laatste alhier op den 30: December aangekomen zijnde, met Ultimo deeser of medio der aanstaande maand van de residentie Trans„ „port: staet te ontfangen zijnde het Comptoir Rembang be„ „reeds onder medio deeser maand Ianuarij aan den Resi„ „dent Boers na Behooren overgegeeven; intusschen dat het mij tot informatie strekken zal, dat uwe Hoog Edelheeden beslooten hadden, dat de opgemelde dis„ „positie van Hoogst deselve Omtrent Gemelden Salm„ niet zoude prajudiceeren aan den presenten fiscaal hier te Samarang Ian Otto van Ingen, ten einde in Cas van Vvacature der eerste Residents van plaats O O Samarang Den 27:e Januarij A„o 1784. — Samarang Den 27: Januarij A:o 1734. Pag 75 plaats aan het Djokjokartas Hoff te persisteeren bij de reedes bevoerens bij uwe Hoog Edelheeden, omtrent ge„ „melden Dvan Ingen Genoomen Dispositie Onder Eerbiedigt kennis Geving, dat ingevolge het door de Ambonse Ministers Gedaan Versoek te Verkrijginge van de Gewoone Quantiteijt Iattij Titten, deselve met het op den 10: dee„ „ser maand Ianuarij na dat Gouvernement van hier de rei„ „se aangenomen hebbende Schip Buitenleven Voortge„ „zonden zijn, ter Quantiteijt van 50: Sakken dier Pitten, doed Het mij leed dat afschoon volgens het ontfangen berigt van den Baaskruitmaker ter Hoofdplaatze, het monster Javase Salpeeter, na dat het zelve door hem was Geraffineerd, Wel tot het maken van Buskruit zoude kunnen worden g'emploijeert, de quantiteit egter daar van had uitgelee„ „derd en Verlies van 25 7/8: p„r C=„to: en dat ook van de over„ „gezonden Salpeeter aarde of Duclnie een Heer Eeninge Quantiteit te maken was; zodanig dat de 100. lb plegts kwam uitteleeveren 4: lb: en 5 1/3 Lood, waarom 'er over„ „sulx weinig of Geen Verwagting overig blijft, om de salpeter Culture hier op Java: Bodanig te bevorderen, dat uar int den tijd Eenig naamwaardige voorraad of quantiteijt van kan wor„ „den opgelegd; invoege het ook in Vroegere Jaaren, en wel in de Jaere 1709 en 1700. Gableeken is, wanneer men ook Getragt heeft dies Cul„ „ture op Versheiden plaatzen op Java Levendig te maken, en waar„ van zelfs toen ter tijd een â twee Vaatjes tot een monster aan de Heeren Meesters in Neederland zijn Overgezon„ „den geworden die dezelve ook van de vereischte deugd bevonden hebbende gelast hadden, om zig tot 't verdamelen van dat silt op Java toe te leggen, ten einde dit nuttig werk tot perfectie te brengen, doch Waaraan men in 't vervolg niet heeft konnen beantwoorden, uit Hoofde dat 't wergens blijkt, dat 'ir eenige Quantiteit Salpateris Geleeverd, en men dier aankweekt vervolgens ook geheel en al wederom heefd laten versterven; dus ik uwe hoog Edel„ „heeden niet verseekeren kan, om ir zich en der Vorsten landen, alwaar de principaalste Verzaameling daar van zoude dienen te Geschieden, het Gewenschte succes van te Beloven, daer en boven dat nogthans de Geringe Quantiteit die men uit de bovenlanden zoude kunnen bemagtigen, al vrij duur en wel tot 9: Spaansche reaalen ofte Rijxd:s 114: t. picol van 125: lb, zal komen te staan, om dat men deselve niet anders aan de Stranden kan laten afbrengen: dan door Javanen die daar Voor betaaling pretendeeren: Dewijl Uwe Hoog Edelheeden, bij het thans plaats vindend Ongemeen Groot Gebrek aan Duiten, en De Verlegendheid om Java daar meede te Voorzien, hebben Ge„ „lieven te besluijten tot den Inkoop van Iapanse Pi„ „tjes, tar waarde van 12000. – rijxd„s - het 5000: - Geree„ „kend tegens rd„s 24, en die uwe Hoog Edelheeden naar herwaards Geliefden te zenden, met Qualificatie aan om
English
Samarang, 21 January Anno 1784 Page 9: 21 January Anno 1784 Samarang so that, if the same could be put into circulation to supply the aforementioned shortage of duiten without prejudicial consequences, they could then be declared legal tender under the jurisdiction of this Government, as closely as possible corresponding to the value of the copper duiten, or otherwise as might be most convenient; so I request Your High Nobilities that those pitjis, which have not yet been received here, may be sent hither as soon as practicable, and I do not doubt that the same can circulate along this coast for the determined value of 2¼ rd. per 1000 pieces, or two pieces for one duit, without any prejudicial consequences, and that one will also encounter less trouble and difficulty in this regard than in the manufacture and introduction of lead pitjis; while I have also been informed that on Java, in the eastern part of the upper lands, among the Princes and especially in the Kadiri district, similar copper pitjis still circulate at 560 pieces to a Spanish dollar of 64 stivers and are thus of slightly less value there than the determination made over there of two pieces to a duit, or 480 to a real of 60 stivers, amounting to rd. 2:29 per 1000 pieces; which aforementioned slight difference compared to those Kadiri pitjis will cause no obstruction to the circulation of the Japanese pitjis along the beaches, and moreover I also find no difficulty in withdrawing the latter in due time upon any relief of copper duiten being obtained, as the same are sought after on the Balinese Islands, and will easily be disposed of there by private merchants at the aforementioned price of rd. 2:29. Pursuant to the High Approval and authorization of Your High Nobilities, I have made an offer of 2000 rixdollars to the Panembahan of Madura, with the necessary remarks concerning the unfounded pretension of the Captain of the Madurese auxiliary troops, Bramantakka, regarding the wages due to him and his men at Maccasser, for the full payment of the said Captain Bramantakka and company; regarding which the Sourabaya Administrator van der Niepoort has informed me that the Prince as well as his aforementioned warriors would be contented, and had already received the payment of those 2000 rd. so that it can now be charged to Maccasser as soon as practicable. I have furthermore put the question to the aforementioned Panembahan of Madura whether there might be some volunteers among his troops who would be inclined to engage for a term of two to three years for service in Maccasser, up to a number of 100 or even only 50 men, at the former pay, provided this takes place voluntarily and without any coercion, on which I still await the reply from that Prince Regent, and thus can report nothing positive thereof to Your High Nobilities yet; but as it is likely that some will be inclined to this, namely those who are accustomed to the soldier's life, and the Prince will also try to comply as much as possible, I urge that the ship departing from the capital for Maccasser may call at the Samarang outer roadstead, in order to receive the necessary orders here for picking up the Madurese, should any enlist, or otherwise continue its course directly from here to the aforementioned Government of Maccasser. I urge that Your High Nobilities please agree to the aforementioned request, as otherwise the transport of men to Maccasser with private vessels causes many inconveniences and difficulties. The crafted gold works, which shall serve as gifts for the Sultan of Java as well as for both the Crown Princes and the Panembahan of Madura, for which Your High Nobilities have granted authorization and instructed me with the preparation by honored separate Missive of 24 November 1783, now being almost ready, I take the liberty of dutifully informing Your High Nobilities thereof, whether it might please Your High Nobilities to send me a letter for that purpose, so that the same may be handed over with the aforementioned gifts, these gold works consisting of: For the Sultan, in: A large serving plate, engraved on the base or surface in Dutch and Javanese with these words: Token of remembrance from the Company to the Sultan Hamengkubuwana, Senapati Ingalaga Abdulrachman Sayidin Panatagama Khalifatullah, for the help and assistance rendered at Batavia in the War of 1781 against the English. A spittoon A sirih box, or so-called lantjan, with its spoon, and A large Javanese tobacco box For the Crown Prince at Surakarta: A sword with a large solid gold hilt For the Crown Prince at Yogyakarta: A medium-sized gold serving plate, whereon is engraved in Dutch and Javanese
Dutch transcription
Samaarang Den 21 Januarij A„o 174 Pag„t 9: Den 21„e Ianuarij A„o 1734 Samarang om indien deselve tot Suppletie van het Voorschreeven Lebrek aan duiten, sonder prejudicable tevolgen in de wandeling Gebragt konde worden, die als dan onder het resort van dit Gou„ „vernement Langbaer te Verklaaren, zoo na moogelijk over„ „eenkomstig met de waarde der koopere Duiten, of zoodanig anders als het Convenabelste zoude weesen; zoo versoeke ik Duwe Hoog Edelheeden, dat die pitjis die hier nog niet ont„ „fangen zijn, zoo draa doenlijk is naar herwaards mogen worden ge„ „zonden, en twijffel ik niet of deselve zullen voor de Gestelde Waarde van 2¼ rd: de 1000: pees, dan wel de twee stuks voor een Duijt, sonder eenige paejudicable bevolgen op deese kust kun„ „nen roulleeren, en dat men daar omtrent ook minder omslag en Omstandigheden zal ontmoeten dan in het aanmaken en de introductee Van Loode pitjes; terwijl ik ook Gein„ „formeert Geworden ben, dat er nog op Iava, in het ooster„ „lijke Gedeelte der bovenlanden, onder de Vorsten en voor„ „namentlijk in het Cadidiesh district zoort Gelijke koopere pitjes rdulleeren tegens 560. stuks op een spainse mat van 64: Stver„s en dies aldaar een weinig minder in b waarde dan de doorwaards Gemaakte Bepaling van twee pees op een Duijt, dan wel 480: teegens een reael van 60: stvxr„s uitmakende de 1000. p„s rd„s 2: 29; welk Opgemeld Gering Verschil tegens die der Cadirische pi„ „tjer Geen Stremming in de Circulatie der Ja„ „panse pitjes aan de Straanden Veroorsaken zole ik daar en boven ook heen Swaarig heid vender om de Laatstge„ „melde in der tijt, bij eenig te bekomen ontzet van Koopere Duiten, wederom intetrekken, dermits deselve op de Ba„ „lijsche Eilanden sewild zijnde, aldaar door de parti„ „culiere Handelaars tegens de voorschreeven prijs van rd„s 2: 29: — Wel van de hand te zetten zullen zijn Jngevolge Het Hooge Goedvinden en de Qualificatie uwer Hoog Edelheeden, heb ik den Panem„ „bahan van Madura, onder de nodige aanmerkingen „der niet Heer Gefundeerde pretentie van den Capitain der Madureese Sulxtroupes Dramantak„ „ka, over de door hem en zijne Manschappen te Maccasser te Goed hebbende Gagien de aanbiedinge Gedaan van rijxd: 2000: — ter volle afbetaaling van gemel„ „de Capitain Bramantakka C: S: en waar omtrent den sou„ „rabaijs Gezaghebber van Der Niepoort mij berigt heeft, dat den prins zich zo wel als zijne meermelde „krijgers zouden Contenteeren; en ook alreets de uitbezaa„ „ling van die 2000: rd:s Ontfangen hadden om nu soo draa„ doenlijk is Maccasser te worden aangereekend. Den voormelden Sanumbahan van Madura heb ik wijders de vraag be„ „daan, of er niet eenige vrijwilli „gen onder zijne troupen te vinden zoude zijn, die geneegen waren, zich tot een Ge„ daar „tal C Samarang Den 27„e Ianuarij A„o 174 Samarang Den 27„e Ianuarij A:o 1734 pag„s 17: „tal van 100. of al waren 't ook maar 50: koppen, op den tijd van twee â drie Jaren tot den dienst te Maccas„ „ser te engageeren tegens de Vorige besoldinge, mets sulx vuij„ „willig en zonder eenigen dwang Geschieden, waar op ik van dien Prins Regent nog het antoord te Gemoete Zie, en dus daar van Duw Hoog Edelheeden nog niets positief be„ „rigten kan, doch wijl het apparant is, dat er wel eeni„ „ge hier toe zullen inclineeren, dan de zulken die aan„ Het Soldaaten leeven sewend zijn, en den Trins ook wel tragten zal daar omtrent zoo veel doenlijk te be„ „antwoorden, zoo insteere ik dat het van de hoofdplaats na Maccasser te Vertrekken schip, de Samarangse buiten Rheede mag aandoen, ten einde alhier de nodige orders te ontfangen tot den afhaal der Madureesen, indien er zich eenige komen te engageeren, of anders de Eouas di„ „rect van hier na het Voorschreeven Gouvernement Mac„ „casser Voort te zetten. Ik instear dat uw Hoog Edelheeden in het opgemeld Verdoek Gelieven te accor„ „deeren, wijl anders Het Transport van Manschap„ „pen naar Maccasser met particuliere Vaarthuigen veel inconvenienten en moeijelijkheeden veroorsaakt. De Gemaakte houdwerken, welke dienen zul„ „len tot Geschenk zoo voor den Sulthan Van Java„ als voorbeide de kroonprinssen en den Panemba„ „han Van MMadura, Waar toe uwe Hoog Edelheeden guali„ Voor Den Sulthan, in Een Groote Schenkpiering, op den Bodem ofplaat in 't Nederduitsch en Iavaans Gegraveerd met deese woorden: gedagtenis„ Teeken van de Compagnie aan den Sulthan Haming Coeboeana, Senopattij, Ingalaga, Abdul: Rachman, Sahidin Panatagama kalipha„ „toelach, wegens de zulp en bijstand op Batavia beweesen in den Oorlog Ian 1781: teegens de Engelsen. Een Quispeldoor Een Krie Bakje, of Hoogenaamd Lantjan met desselfs. Leepeltje, en Den Groote Iawasse Tabaks Doos Voor Den Kroonprins te Souracanten Den Deegen met een Groot massive Goud Gevest Voor Den Kroon prinste Djokpocarta Den middelbaare Goude Schenkpiering, waar op in 't Nederduijtsch en Iavaans Gegraveerd is „ficatie hebben verleed, en mij de Vervaardiging opgedraagen bij g'eerde apparte Missive van den 24: November 1783, nu bij na ingereedheid Gebragt (zijnde, tebruijk ik de Vrijheid uwe Hoog Edelheeden daar van pligteshuldigstje kennisse te Leeven, of het voogst deselve ook behagen mogte om aan mij daar toe een brief toet stenden, ten einde desselve met de zeschenken voor„ „meld te kunnen worden overgegeeven bestaande die zoud„ „werken Compagnies „ficatie ende de
English
Samarang, the 27th of January, in the year 1784 Samarang, the 21st of January, in the year 1734: 13 Company's token of friendly remembrance, given to the Sultan's son, Pangerang Adipattij Anum Amancoenagara, after the conclusion of the war against the English in the year 1783. A large Javanese tobacco box. For the Panumbahan of Madura. Two medium gold presentation salvers, on both of which is engraved as before: Token of remembrance from the Company to the Panumbahan of Madura, Adipattij Sjacra Diningrat, on the occasion that the Madurese served as such troops at Batavia in the war of the year 1781 against the English. And since the expenses incurred for these presents are consequences of the war, I therefore request the authorization of Your High Nobilities to allow the amount thereof to be charged to the capital Batavia by invoice, in order to be written off there, with the approval of Your High Nobilities, on the account of trains and war expenses, instead of having the same written off here on the account of donation goods, since this expenditure does not incumbent upon Java. Furthermore, I express my most respectful thanks that Your High Nobilities have pleased to confirm the appointment of the Niaka or Great Mantrie, Kadeen Simandja Nagara, as First Depattij of Madura, instead of the deceased Arie Sangoe Nagara; to the first-mentioned of whom the necessary deed will be granted here according to custom, after he shall have first taken the oath of loyalty. Because Your High Nobilities are pleased to report that from the Macassar citizen Johan Godlieb Braune, currently residing at Batavia, the moneys are to be claimed regarding the delivery of slaves enjoyed by him at Macassar, and that therefore what Your High Nobilities had pleased to write in the respected dispatch of the 27th of December was cancelled, this shall be maintained in due obedience. Having hereby most respectfully handled the answer to the aforementioned respected dispatches of Your High Nobilities, I further take the liberty also to bring to the knowledge of Your High Nobilities how the Sultan, having come to know of the exchange of artillery for the lodge at Djokjocarta, requested me a few days ago by a letter to insist on his behalf with Your High Nobilities that some of the 3-pounders, which were about to be exchanged for heavier artillery, might be relinquished to him by purchase on behalf of the Company; and since a refusal will certainly arouse distrust in the Sultan, and this might at the same time induce him to have metal artillery manufactured in the lands of the Mantjenagaras or elsewhere, possibly of heavier caliber and of better quality than the old three-pounders at Djokjocarta; I have therefore, in the hope of Your High Nobilities' favorable interpretation, answered the Sultan that I would present his request to Your High Nobilities at the first opportunity, and that although one on Java is not very abundantly provided with artillery, and the exchanged artillery of Djokjocarta was intended for use on the beaches, I nevertheless did not doubt whether the Company would be willing to accommodate His Highness with 10 or 12 of the aforementioned cannons, so that I then also respectfully request this from Your High Nobilities for the reasons cited above, having deemed it useful and necessary to set the number at 10 or 12, because the Sultan makes an indefinite request, and the Prime Minister Danoredja has made known to the First Resident van Rhijn that his prince would gladly have 20 or 24 pieces of cannon to place inside the kraton or princely residence. On the occasion that I present this request of the Sultan to Your High Nobilities, I also find myself obliged to bring to the attention of Your High Nobilities how the Sultan, upon the return of his troops from Batavia, showed himself very disgruntled about the inadequate weapons brought back by them, and that these had been exchanged at Batavia upon their departure for those which they had used during their stay there on behalf of the Company; and since the Sultan repeated this incident now and then with signs of displeasure, and one could thereby also fully see an abusive, if not frivolous statement mixed with bragging previously made by the chiefs of the troops, as if the muskets they took with them upon departing from Java to Batavia were pusakas or worthy heirlooms to be preferred in quality over the Company's weapons, I have ordered Resident van Rhijn not to mention this pretense of the chiefs, as the Sultan might sometimes punish the guilty along with the innocent for it, but on the contrary to try to satisfy the prince by indicating that this exchange must certainly have occurred through the ignorance of minor officials at Batavia, and that I had undertaken to inquire into the matter.
Dutch transcription
Samarang Den 27:e Ianuarij A:o 1784 Samarang Den 21„e Ianuarij Ae„o 1734: 13 Compagnies teeken van Priendelijke aandenken, Gege„ „sen aan Sulthans Toon, Pangerang de Pattij Anum Amancoenagara, na het eindigen van den Oorlog tegens de Engelschen in den Iaere 1783. Een Groote Iawase Tabaks Doos Voor Den Panumbahan van Madura Twee middelbaare Goude Schenkpierings op bei„ „de deselve als vooren Gegraveerd: Gedagtenis Teeken van den Panumbahan van Madura de Compagnie aan dat heid, Adipattij Sjacra Diningrat, bij Ialeegen de Madureesen als zulx troupen op Batavia heb„ „ber Gediend in Den Oorlog Van Den Iaare 1781 tegens de Engelsen En dewijl de Gemaakte kosten van Die Geschenken, gevolgen zijn van den oorlog, zoo versoek ik de qua„ „lificatie uwer: Hoog Edelheeden om het bedraa„ „gen van dien, de Hoofdplaats Batavia bij factuur te mogen Laten aanreekenen, ten einde met goed„ vinden uwer Hoog Edelheeden aldaar op de ree„ „kening van Trains en Oorlogs ongelden te worden af„ „geboekt, insteede van deselve alhier op reekening van schenk„ „kagie Goederen te doen afschrijven, vermits deese Lastpost Iava niet incumbeert Voorts betuig ik eerbiedigst dank tot ruwe Hoog Edelheeden hebben balieven te bevestigen de aanstelling van den Miaka of Groot Mantrie, Ka„ „deen Simandja Nagara, tot Eerste Bepattij van Madu„ „44, enstede Van den overleeden Arie Sangoe Naga„ „4a; aan welk eerst Gemelde de nodige acte alhier na den = Ge„ „bruike zal worden verleend, na dat denselven alvorens den Eed dan trouwe zal hebben afgelegd. Om dat uwe Hoog Edelheeden sclieven te berigtens; dat van de thans zigte Batavia bevindende Maccas„ „saars Burger Johan Godlieb Braune, zoude „worden gevorderd de Gelden, op de Leverancie van slaavens door hem te Maccasser Genooten en dat daar„ „om kwam te vervallen het geen uwe Hoog Edelheeden bij Gerespecteerde Missive van den 27: Decem„ „ber hadden Gelieven aanteschrijven, zal zulx in behoorlijke obedientie tehouden worden. Het antwoord op de voormelde Seerde Missives uwer Hoog Edelheeden hier mede aller Eerbiedigst ver„ „handelt, hebbende, Gebruik ik voorts de Vrijheid uwe HHoog Edelheeden ook ter kennisse te brengen, hoe dat den Sulthan te weeten gekoomen zijnde, de Verwisseling, van Geschut voor de Logie te Djok„ „Jocarta, mij weinige dagen Geleeden bij een Brieff heeft versogt om voor hem bij uwe Hoog Edel„ „heeden te Jnsteeren, dat Eenige van de 3: ponders, dewelke teegens swaarder Geschit stonden ver de „wisseld E Pag Pag: 15:/ Samarang Den 21„e Januarij A„o 1784 Samarang Den 27„e Ianuarij A:o 1741: possisild tet worden, aan Dan 's Comp:s weegen inkoops mogte worden offgestaen; en dewijl eene weijgering See„ „kerlijk mistrouwen bij den Sulthan zal verwek„ „ken, en zulks hem teffens soude kunnen: aansettens om in de Landen der Mantjenagaras off Eleders onder Me„ „taal Geschut en mogelijk van: swaarder Caliber; en van bee„ „ter deugd dan de oude drie ponderste Djokjokarte, te laaten aanmaaken; soo hebbe Ik in hoope van uw Hoog Edelheeden welduijding den sulthan Geantwoord dat ik zijn verdoek aan uwe Hoog Edelheeden bij Eerste Geleegentheid sou„ „de voordraagen en dat off schoon men op Java, al niet seer ruijm Van Geschut Voorsien; en spet Verwisselde Geschuet van Djok„ „Jocartis bestend was tot Gebruijk aan de Stranden, ik des niet te min niet en twijffelde off de Compagnie Soude zijn Hoogheid wel met 10: off 12: der Evengenoemde Ca„ „nons, Gerieven Willen invoegen ik zulks dan ook Van uw Hoog Edelheeden, om de hier voorwaards Aangehaalde reedenen Eerbiediglijk versoeke hebbende ik het nuttig en noodsaakelijk Geroordeeld om het Getal op 10: off 12: te stellen, om dat den Sulthan een onbe„ „paald Versoek doed, en den Rijksbestierder Danored„ „ja; aan den Eerste Resident van Rhijn heeft te ken„ „nen Gegeeven dat zijn Vorst Gaarne 20: off 24: stukken Canon had, om binnen de Craton aff Pouste„ „lijk verblijfft te plaatzen. Bij Gelegentheid dan ik uw Hoog Edelheeden dit Versoek Van den Sulthin Voordraag soo Vinde Ik mij ook teffens der pligt, onder het oog Suwwer Hoog Edelheeden te moeten brengen, hoe den Sulthan bij Rethour zijner Troupes Van Batavia sig seer gemelijk heeft betoont, over de door hun terug gebragte Onbekwamen wapenen, en dat die op Ba„ „tavia bij hun Vertrek terwisseld, waaren teegens de zulke welke sij geduurende zun verblijff aldaar d' Compagnies weegen in gebruijk hadden Gehad; en Dewijl Den Sulthan dit Voorval nu en dan met blijken van ongenoegen herhaalde, en omen daar uijt teffens volkomens Sien konde eene abusive /(Soo niet frivole en met Groot Spraak Vermengde opgaave van ^ bevoorens de hoofdens der Troupes ^ Gedaan, als off de Geweeren die sij Van Iava na Batavia vertrek„ „kende meedenamen, posakkas off waardige gedenk„ „teekens in deugd boven s' Compagnies wWapenen te preefereeren waaren soo hebbe ik den Resident Van Rhijn Gelast, om van Dit vvoorgeeven der hoof„ „den niet te gewaagen, alsoo Somwijlen den Sul„ „than den schuldigen met den Onschuldigen daar overstraffen Soude, maar den vorst daar en teegens tragten te bevreedigen onder te kennen Gaven, dat die verwisseling Seekerlijk, door Enkunde Van mindere be„ „diendens Op Batavia moest weesen Geshied, en dat ik aangenoomen hadde van mij daar na te zullen Jnformee„ 2 „ren
English
Samarang, the 27th of January Anno 1784 ... and although the Sultan has kept silent about these affairs since that time, I nevertheless do not think that he will have forgotten it on that account, but rather that after the promised inquiry he flatters himself with a number of 100 or 150 good and capable Company muskets; and since it seems to me that one will have to give the Sultan some satisfaction regarding this, I take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities whether in that case the cannon requested by the prince might not serve as a friendly discharge, all the more so since in my opinion artillery in the hands of the native is to be regarded as less dangerous than small arms, because they do not know how to handle the former as well as the latter, of which the Sultan is already so remarkably provided that the number of muskets in his armory, together with those in use among his troops, may well be regarded as very considerable and formidable. I have the honor to be with true high esteem and respect [below was written:] Title [lower:] Your High Nobilities' very obedient and dutifully obliged servant [was signed:] J: Siberg [in the margin:] Samarang, the 27: January 1784 Captain of the Chinese at Pekalongan Jan Banglong having suddenly passed away days ago, I take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities in his place Jan Cimko, Estate Master at Samarang, as well as brother's son of the [illegible], and of the Captain High Noble, Stern, Highly Esteemed Lord, Noble Stern Lords! The Right Noble Stern Lords Councillors of Netherlands India etc: etc: etc. To His High Nobility, High Noble Stern, Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor-General Samarang, the 6th of February Anno 1784: Page 17: the 170. The 27: January Anno 1784 Samarang ... and although the Sultan has kept silent about these affairs since that time, I nevertheless do not think that he will have forgotten it on that account, but rather that after the promised inquiry he flatters himself with a number of 100 or 150 good and capable Company muskets; and since it seems to me that one will have to give the Sultan some satisfaction regarding this, I take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities whether in that case the cannon requested by the Prince might not serve as a friendly discharge, all the more so since in my opinion artillery in the hands of the native is to be regarded as less dangerous than small arms, because they do not know how to handle the former as well as the latter, of which the Sultan is already so remarkably provided that the number of muskets in his armory, together with those in use among his troops, may well be regarded as very considerable and formidable. I have the honor to be with true high esteem and respect [below:] Title [lower:] Your High Nobilities' very obedient and faithful obliged servant [was signed:] J: Siberg [in the margin:] Samarang, the 27: January 1784 Captain of the Chinese at Pekalongan Jan Banglong having suddenly passed away days ago, I take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities in his place Jan Limko, Estate Master at Samarang, as well as brother's son of the [illegible], and of the Captain High Noble, Stern, Highly Esteemed Lord, Noble Stern Lords. The Right Noble Stern Lords Councillors of Netherlands India etc: etc: etc. To His High Nobility, High Noble Stern, Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor General Samarang, the 6th of February Anno 1784. the 118. Page 17: The 27: January Samarang ... and although the Sultan since [illegible] has kept silent about these affairs, I think [illegible] that he will have forgotten it on that account, [illegible] he after the promised inquiry [illegible] with a [illegible] 150: good and capable Company muskets and since it seems to me that one will have to give the Sultan some satisfaction regarding this, I take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities whether in that case the cannon requested by [illegible] might not serve as a friendly [illegible], all the more so according to my [illegible] artillery in the hands of that native is to be regarded as less dangerous than small arms, because they do not know how to handle the former as well as the latter, of which the Sultan is already so remarkably provided that the number of muskets in his armory, together with those in use among his [illegible], may well be regarded as very considerable and [illegible]. I have the honor to be with true high esteem and respect [below:] Title [lower:] Your High Nobilities' very obedient and [illegible] obliged servant [was signed:] J: Siberg [in the margin:] Samarang, the 27: [illegible] Captain of the Chinese at Pekalongan Jan Banglong having suddenly passed away days ago, I take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities in his place Jan Cimko, Estate Master at Samarang, as well as brother's son of the [illegible], and of the Captain High Noble, Stern, Highly Esteemed Lord, Noble Stern Lords. The Right Noble Stern Lords Councillors of Netherlands India etc: etc: etc. To His High Nobility, High Noble Stern, Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor General Page 17 Samarang, the 6th of February Anno 1784. the 114.
Dutch transcription
Samarang Den 2„e Januarij A:o 174 „ren, en offschoon den Sulthan seedert dien tijd van deese affaires heeft stil besweegen, denke ik Egter niet dat sij het dicarom zal vergeeten weesen, maar wel dat hijna de toegesegde na Vorsing sig met een Getal van 100 0ff 150: Goede en bekwaame Compagnies Geweeren Vleijende is en dewijl het mij toeschijnd dat men den sulthan daar omtrent al Eenig genoegen zal moeten zeeven Soo neeme ik de vrijheid uw Hoog Edelheeden Eerbie„ „dig voortestellen of indien Gevalle het door den vorst versogte Canon niet tot Een vriendelijk acquiet sou„ „de kunnen dienen, te meer alsoo na mijne Gedagten het Geschut in handen van den Inlander voor min„ „„der gevaarlijk is te houden dan het handgewaar, de„ „wijl sij met het Eerste niet soo wel weeten om„ tegaan, dan met het laast waar van den sul„ „than ook bereets soo aanmarkelijk is voorsien, dat men het Getal der snaphaanen in zijne wa„ „penkaamer, met die onder zijn troupe in Ge„ „bruijk, wel voor seer aansienelijk en gedugd hou„ „den mag, Jk het d' Eere met waare hoog agting en Eer „biedte zijn /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ Tmel Hoog Edelheedens zeer Gehoorz: en troude schuldi„ „ge dienaar /:was geteekend:/ J: Siberg /:in margine:/ Samarang, den 27: Januarij 1784 Capitain der Chineesen te rlongang Jan Banglong daegen Subiet Overleeden zijn„ eme ik de Vrijheid we Hoog eeden in zijn plaats Eerbiedig Dvoor„ Jan Cimko, Boedelmeester te Sama„ tsgaders Broeders zoon van den n, en van den Capitain „9 Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere Edele Gestrenge Heeren! De Wel Edele Gestrenge Hee„ „ren Raade Van Neederlands India enz: enz: enz. Aan Sijn Hoog Edelheid. oog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Gendraal vrang Den 6„e Februarij A„o 1784: Pago 17: der 170. Den 27: Ianuarij a:o 1734 Samarang „ren, en offschoon den Sulthan seedert dien tijd van deese afsaires heeft stil sesweegen, denke ik Egter niet dat sij het diarom zal vergeeten weesen, maar wel dat hijna de toegesegde na Vorsing sig met een hetal van 100 0ff 150: hoede en bekwaame Compagnies Geweeren Vleijende is; en dewijl het mij toeschijnd dat men den sulthan „daar omtrent al Eenig genoegen zal moeten zeeven Soo neeme ik de vrijheid uw Hoog Edelheeden Eerbie„ „dig voortestellen of indien Gevalle het door den Vorst versogte Canon niet tot Een vriendelijk acquiet sou„ „de kunnen dienen, te meer alsoo na mijne Gedagten het Geschut in handen van den Inlander voor min„ „der Gevaarlijk is te houden dan het handgewaer, de„ „wijl sij met het Eerste niet soo wel weeten om„ te gaan, dan met het laast waar van den sul„ „than ook bereets soo aanmaakelijk is voorsien dat men het Getal der snaphaanen in zijne wa„ „penkaamer, met die onder zijn troupes in Ge„ „bruijk, wel voor seer aansienelijk en gedugd hou„ „den mag, Jk heb d' Eere met waare hoog agting en Eer „biedte zijn /.onderstond:/ Titul /:Lager:/ Tmwek Hoog Edelheedens zeer Gehoorz: en trouder schuldi„ „ge dienaar /:was geteekend:/ J: Siberg /:in margine:/ Samarang, den 27: Januarij 1784 Capitain der Chineesen te rlongang Jan Banglong daegen Jubies Overleeden zijn„ me ik de vrijheid Jwe Hoog eeden in zijn plaats Eerbiedig voor„ Jan Limko, Boedelmeester te Fama„ tsgaders Broeders zoon van den n, en van den Capitain „9 Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere EEdele Gestrenge Heeren. De Wel Edele Testrenge Hee„ „ren Raade Van Neederlands India enz: enz: enz. Aan Sijn Hoog Edelheid. oog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal vrang Den 6„e Februarij A„o 1784. der 118. Pags 17: Den 27: Ja„ Samarang „ren, en offeschoon den Sulthan seedert deese affaires heeft stil besweegen, denke ik dat sij het dicarom zal vergeeten weesen, hij na de toegesegde na Vorsing sig met een te 150: Goede en bekwaame Compagnies Geweeren en dewijl het mij toeschijnd dat men den „daar omtrent al Eenig genoegen zal moet Soo neeme ik de vrijheid uw Hoog Edelh „dig voortestellen of indien Gevalle het de versogte Caron niet tot Een vriendelijk „de kunnen dienen, te meer alsoo na m het Geschut in handen van dien Inland „der gevaarlijk is te houden dan het ha „wijl sij met het Eerste niet soo wel te gaan dan met het laaste waarva „than ook bereets Soo aanmarkelijk is dat men het Getal der snaphaanen „penkaamer, met die onder zijn te „bruijk, wel voor seer aansienelijk en „den mag, Jk heb d' Eere met waare hoog agti „bied te zijn /.onderstond:/ Titul /:Lager:/ Hoog Edelheedens zeer Gehoorz: en tr „ge dienaar /:was geteekend:/ J: Si margine:/ Samarang, den 27: Capitain der Chineesen te alongang Jan Banglong daegen Subiet Overleeden zijn„ me ik de Vrijheid we Hoog eeden in zijn plaats Eerbiedig voor„ Jan Cimko, Boedelmeester te Sama„ tsgaders Broeders zoon van den n, en van den Capitain og Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere Edele Gestrenge Heeren. De Wel Edele Testrenge Hee„ „ren Raade Van Neederlands India enz: en z: enz. Aan Zijn Hoog Edelheid. Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Pago 17 / vrang Den 6„e Februarij A„o 1784. der 114.
English
Samarang, the 27th Samarang, the 6th of February, Anno 1784 and although the Sultan has since remained silent about these matters, I think that he will not have forgotten the canon, if after the promised investigation he contents himself with some 150 good and capable Company muskets; and as it seems to me that one will have to give some satisfaction in that regard, I take the liberty respectfully to submit to Your High Excellencies whether, in that case, the requested cannon could not serve for a friendly gift, the more so since the artillery in the hands of that native ruler is to be considered less dangerous than muskets, because they do not know how to handle the former as well as the latter, in which the Sultan is already so remarkably well supplied that the number of flintlocks in his armory, together with those in daily use, may indeed be considered very substantial. I have the honor to remain with true high esteem and respect, Titles, Your High Excellencies' very obedient and faithful servant, signed J. Siberg. In the margin: Samarang, the 27th. The Captain of the Chinese at Paccalongang, Tan Banglong, having recently died suddenly, I take the liberty respectfully to propose to Your High Excellencies in his place Tan Limko, estate administrator at Samarang and nephew of the deceased, and brother's son of the Captain High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen, Right Honourable Gentlemen. The Right Honourable Gentlemen, Members of the Council of Dutch India, etc., etc., etc. Batavia. To His High Excellency, The Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General. Page 17. Samarang, the 6th of February, Anno 1784 Anno 1784. Samarang, the 8th of March of the Chinese here, Tan Lecko, and moreover being a very vigilant and suitable subject, I find myself all the more encouraged to implore on this request Your High Excellencies' favorable approval, together with the warrant or certificate thereto. And as the deceased was also the farmer of the Shahbandar duties at Batang and Paccalongang, as well as of the imported and exported rice at Paccalongang, I also request Your High Excellencies' esteemed authorization to be allowed to leave those leases until the end of this year, when the lease term is due to expire, to both the executor of the deceased, the aforementioned Captain of the Chinese at Samarang, Tan Lecko, and his guarantors. For the rest, I have the honor to remain with the highest esteem and submission, Titles, Your High Excellencies' very obedient and faithful servant, signed J. Siberg. In the margin: Samarang, the 6th of February, Anno 1784. Having had the honor to receive the respected missive of Your High Excellencies of the 23rd of January and the 10th of February last, I express my most humble thanks to the same for the favorable reflection given to my proposal for the dismissal of the Tumenggung Astra Nagara, and the appointment High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen, Right Honourable Gentlemen! The Right Honourable Gentlemen, Members of the Council of Dutch India, etc., etc., etc. Batavia. To His High Excellency, The Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General. Page 19. Samarang, the 8th of March, Anno 1784 Samarang, the 8th of March, Anno 1784. Page 27. in his place as second Regent of Grissee, of his brother, the Bupati Tojo Brotto, under the condition that when that regency becomes vacant again, he shall then be succeeded therein by the currently still underage son of the dismissed Astra Nagara, provided this young man behaves well in the meantime; of which I have caused the appointed second Regent Tojo Brotto to be informed, and shall also inform him further thereof when he appears here to take the oath of loyalty, meanwhile requesting Your High Excellencies that his warrant may be sent hither. The order of Your High Excellencies to send to the capital, by private vessels, from the rice lying in stock for the Company on Java, a quantity of 1,000 coyans at the freight rate of 8 rixdollars per coyan, or as much less as can be negotiated, having been written in a circular to the Chief Merchants and Residents of the coastal stations, in order to encourage private merchants thereto by promising the freight monies of: 8 rixdollars for those from the Eastern Salient, 7 rixdollars for those from Rembang and Joana, and 6 rixdollars for those from Samarang, Japara, Tegal, and Paccalongang, I do not doubt that as soon as navigation opens, that order can be complied with; we shall employ everything possible thereto in order to enable Your High Excellencies to fulfill your resolution to assist the English Company. In like manner, I believe I will be able to succeed, in accordance with the authorization of Your High Excellencies, in purchasing for the Company one thousand lasts of rice at 25 rixdollars the last, to replenish the aforementioned same number of lasts which Your High Excellencies have pleased to order sent on freight to Batavia; while that purchase will be carried out separately and as far as possible in secrecy, with: From Samarang: 350 coyans From Tegal: 350 coyans From Joana: 200 coyans and from the Eastern Salient: 100 coyans making up the aforementioned quantity of 1,000 coyans, at the stipulated price of 25 rixdollars per coyan, to be shipped and
Dutch transcription
Samarang Den 27:' Samarang Den 6„e Februarij A„o 1734 „ren, en offschoon din Sulthan Seedert deese affaires heeft stil besweegen, denke dat sij het dicaron zal vergeeten weesen, hij na de toegesegde na Vorsing sig met een 150: Goede en bekwaame Compagnies Geweeren en dewijl het mij toeschijnd dat men de „daar omtrent al Eenig genoegen zal mo Soo neeme ik de vrijheid Duw Hoog Edel „dig voortestellen of indien Gevalle het versogt Canon niet tot Een vriendelijk „de kunnen dienen, te meer alsoo nan het Geschut in handen van dien Inla „der Gevaarlijk is te houden dan het ho „wijl sij met het Eerste niet soo wel te gaan dan met het laast waar „than ook bereets Soo aanmerkelijk is dat men het Getal der snaphaanen „penkaamer, met die onder zijn „bruijk, wel voor seer aansienelijk „den mag, Jk heb d' Eere met waare hoog agte „bied te zijn /.onderstond:/ Titul /:Lager: Hoog Edelheedens zeer Gehoorz: en 'tr „ge dienaar /:was geteekend:/ J: Si margine:/ Samarang, den 27: Dan Capitain der Chineesen te Paccalongang Jan Banglong deeser daegen Subiet Overleeden zijn„ „de, neeme ik de vrijheid we HHoog Edelheeden in zijn plaats Eerbiedig Dvoor„ „tedraagen Jan Limko, Boedelmeester te Sama„ „rang mitsgaders Broeders zoon van den Overleedenen, en van den Capitain Hoog Edel, Testienge, Groot Achtbaeren Heerd 6 Wel Edele Gestrenge Heeren. De Wel Edele Gestrenge Hee„ „ren Raade Van Neederlands India enz: en z: enz. Batavia. Aan Sijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Pags 17:— der ƒ Samarang Den 6„' Februarij A: o 1736 A„o 1784: Samarang den 8„e Maert der Chineese alhier Ian Lecko, en daar bij een Seer figilant en Geschikt Subjact zijn„ „de, Vinde ik mij te meerder bevrijmoedigd: om op dit versoek uw Hoog Edelheeden Gun„ „stig approbatie neevens de acte off Bewijs daar toe te Imploreeren. En dewijl den overleedenen ook pagter was van de Sabandhaarijen te Batang en Paccalongang, mitsgaders van de in en uhtge„ „voerd wordende Rijst te Paccalongang, ver „soeke ik ook uw Hoog Edelheeden Geerde qualifi„ „catie, om die Domainen tot het. uit Eijnde van dit Jaar, wanneer de Pagttermeijn Staat te Expineeren, te moogen Laeten, soo aen des overleedene Executeur de voormelde Capitain Chinees te Samarang Jan Lecko als desselvs Borgen Overigens Geeve ik mij de Eere van met de meeste Hoog agting en Eerbied Submiste blijven /:Onderstond:/ Titul :/ Lager:/: inwel Hoog Edelheedens Deer Gehoorzaeme en Trouwschuldige Dienaar /: was geteekend:/ J: Siberg /: In margine:/ Samarang den 6:' Fe„ 9 „bruarij A„o 1784. — De Eer behad hebbende te Ontfan„ „gen de Gerespecteerde Missive Duwer Hoog Edelheeden van den 23„e Ianuarij en 10„e Februarij Iongstleeden, betuijg ik Hoogst deselve Needrigst Dank voor de Gunstige Geslaagen Reflectie Op mijn Voordragt, tot Ontslag Van Den Tommon„ „gong Astra Nageira, ende Dwee der aanstelling Hoog Edel, estrenge, Groot, Achtbaaren Heen Wel Edele Gestrenge Heeren! De Wel Edele Gestrenge Hee„ „ren Raaden Van Neederlands Jndia en 3: enz: en3: BBatavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere M=r Willem Arnold Atting Gouverneur Generael Pag:a 19: verte ƒ e in Samarang den 8: Maart A„o 1784 Samarang Den 8:' Maart A„o 174 Pag. 27. in zijn plaats tot tweede RRegent te Grissee, van desselfs broeder, den Bepattij Toijo Brotto, on„ „der de bepaaling, dat wanneer dat regenteschap weder da„ „ceert, hij als dan daarin zal worden Opgevolgd, door de nu nog minder Jarigen zoon van den ontslagen Astra Na„ „gara, indien deese Iongeling zig intusschen wel Com„ „porteert, waar van ik den aangestelden tweede Regent Toija Brotto heb laten onderrigten; en hem Ook nog nader daar van Informeeren zal„ indien denselven hier verscheind ter aflegginge van den Eed van Trouwe, inmiddens uwe Hoog Edelhee„ „den insteerende, dat desselvs acte naar Herwaards mag worden Gevonden. De Onder uwer Hoog Edelheeden, om van de voor„ de Compagnie op Iava in voorraad leggende Rijst, met Particuliere vaarthuijgen een quan„ „liteit van 1000: - Coij:s na de Hoofdplaets te zenden tegen de Vragt Dan 8: rd:s percooijing, of zoo veel minder als te bedingen zijn, zal Circulair aan de Opperhoofden en Residenten der strand Comptoiren aangeschreeven zijnde, ten Einde„ de particuliere handelaars daar toe te ami„ „neeren, met uitloving der tragt pennin„ „gen van. 8: Rijxd. Door die regjt den Oosthoek. 7. Rijxd„s voor die van Rembang en Doana, en 6: „voor die van Samarang, Iapara, Ta„ „gal en Paccalongang twijffele ik niet, of men zal zoo draa de vaart openraaktaan die order kunnen voldoen, dan dewijl wel al het moogelijke daar toe te aanwenden, ten einde uuwe Hoog Edelheeden instaat te stellen, om aan Hoogst denselve be„ „Hluis tot adsistentie der Engelsche Comp„s te kon„ „nen Noldoen; Ingelijker voege Vermeen ik te zullen kunnen reus„ „seeren, om ingevolge de qualificatie Duwer Hoog Edelheeden Voor de Comp=e inte koopen Een Duij„ „Bend Lasten Rijst tegens 25: rd„s het Last, ter Supplitie van het voorschreeven zelfde Tetal las„ „ten, die uwe Hoog Edelheeden hebben Gelie„ „ven te Ordonneeren op vraagt na Batavia te zen„ „den; terwijl dien inkoop Onderscheidentlijk en zoo zeel doenlijk en Secretesse Ievolg neemen zal, met Van Samarang - - - - - - Cooij„ 350: —: — „ Tagal - - - - - - „ 350. —: — „ Ioana - - - - - - - „ 200: — en uit Den Oosthoek - - - - - - „ 100. – uitmakende de voorschreeven quam „liteijt van - - - teegens de bepaalde paijs van 25: lb„ percooijang, de . - - - 1000: Cooij 7: verlijxd: O „ afscheeps ende
English
Samarang, the 8th of March, Anno 1784. Samarang, the 8th of March, Anno 1784. including shipping expenses; which agreed-upon price I do not doubt will be to the satisfaction of Your High Excellencies, the more so because that foodstuff among the private traders has already risen to 30 rixdollars, on account of the unfavorable appearance of the present harvest. And since there is an opportunity to transport somewhat more rice on freight to the capital with the vessels of the private traders of Samarang and Ioana than the aforementioned stipulated one thousand lasts, I request to know whether use shall be made of this, in order to also have a portion of the remnants transported from Tegal and Paccalongang by that route in the absence of the necessary shipping space. Because Your High Excellencies, in order to be secured against all scarcity of rice, had decided to prohibit the export of that foodstuff, both from Java and from Cheribon to all places and thus also to the Other Shore, except to the capital Batavia, to remain in effect until further orders from Your High Excellencies, at least until one should be assured of a favorable outcome of the present harvest, that prohibition has been made known to the public everywhere along Java by placards, against which vigilance will also be attentively maintained, the more so because Your High Excellencies will perceive from the general letter also departing now the little likelihood there is of a favorable harvest, on account of the drought that has now been continuing for more than a month, whereby that which has been sown as well as the little that was planted already begins to dry up, and it is thus to be feared that, unless Heaven soon grants some continuous rains, the harvest will turn out very unfavorably this year, which I nevertheless ardently wish that Heaven may graciously prevent beyond expectation. Meanwhile, I shall continue to await the further information of Your High Excellencies as to how far the export of rice to the Government of Malacca may be permitted to private individuals, and whether it shall also please Your High Excellencies to allow any transport of that foodstuff to the vessels that are already here from Palembang and whose masters claim to have brought tin to Batavia. I have the high honor to remain with the greatest submission and high esteem, underneath stood title, lower, Your High Excellencies' very humble and obedient servant, was signed, J. Feber, in the margin, Samarang, the 8th of March, Anno 1784. Page 23 Samarang, the 10th of April, Anno 1784. Samarang, the 10th of April, Anno 1784. Page 25. Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Honourable Councillors of Netherlands India, etc. etc. etc. High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Lord, Right Honourable Lords. I take the liberty to present herewith to Your High Excellencies a petition sent to me by the Senior Merchant and Commander of Sourabaija, Rudolph Florentius van der Niepoort, containing a request, in view of the ample expiration of his term of service, to be discharged in the coming month of July and to be permitted to depart for the Netherlands with one of the ships of the first dispatch in this year, retaining his rank, pay, and also the permitted baggage, together with permission to take with him his wife and five children, as well as two to three slaves, more fully mentioned in the petition. And since he further makes known that it might happen that, along with his wife, through their long residence in these regions, they could not accustom themselves to the European climate, and would thus be placed under the necessity of returning to the Indies, he therefore requests the favorable recommendations of Your High Excellencies to the Lords Masters, to be reappointed in this event in his former rank of Senior Merchant; so I request that Your High Excellencies may be pleased to take this into favorable consideration, and that it may also please the same to appoint in place of the said Honourable Van der Niepoort, as Commander of Java's East Coast, the Merchant and Resident of Grissee, Barend Willem Foekens, with a nomination to obtain the actual rank of Senior Merchant. The Senior Merchant and Resident of Iapara, Mr Johan Michiel van Panhuijs, likewise making a request to also be permitted, in view of the ample expiration of his term, to depart with one of the ships of the first dispatch
Dutch transcription
Samarang Den 8: Maart: A„o 1784. Samartang Den 8: Maart A:o 1784 afscheps Ongelden daar onder Gereekend; welk bedongen prijs ik niet twijffele, of zal tot Genoegen uwer Hoog Edelheeden strekken, te meer door dat Voedzel onder de Particuliere Handelaars bereeds tot ros 30 - Gesteegen: is, om reeden van het disfavorabelen aanschouw van het presente zewash; En dewijl er apparentie is, om met de Vaartzuijgen der Samarangse en Ioanasche par„ „ticuliere Handelaars nog wel wat meer Rijst op vragt ma de hoofdplaats te transporteeren, dan de voorschreeven be„ „paalde Een Duijzend Lasten, zoo insteere ik te mogen weeten, of daar van Gebruijk zal worden Gemaakt ten einde bij ontstentenisse van de noodige scheeps ruijmte een Gedeelte der Restanten te sa„ „gal en Paccalongang Langs dien weg ook te doen vervoeren. Door dat uwe Hoog Edelheeden„ om Gesecureert te zijn tegen alle Schaars„ „heid van Rijst, beslooten hadden den uitvoer van dat voedzel, zoo wel van Java als van Cheribon na alle plaat„ „sen en dus mede na de Overwal te intre„ „diceeren, excapto na de Hooftplaats Batavia, om tot nader order uwe Hoog Edelheeden stand te houden, ten minsten tot dat men versee„ „kert zoude zijn van een favorabolen cust„ „slag van het presente dewasch, is dat Verbod alomme langs Iava bij Biljets de Gemeente bekent gemaakt, waar tegen ook met attentie zal worden Gevigileert, te meer om dat uwe Hoog Edeleheden uit de thans mede affgaande Gemeene brief ontwaaren zal, de weinige apparente die 'er is tot een favorabel Sewasch, uit hoofde van de nu seedert meer dan een maand lang Aanhoudende droogte, waar door het bezaaijde zo wel als het weinigtje seplagnte bereeds begind te verdroogen, en het duste vreesen is, dat wan„ „neer den Hemel niet spoedig eenige aanhoudende Rreegens „schenkt het sewash in dit Jaar zeer disfavorabel zal uitvallen, 't heen ik egter haatelijk wensche dat den Hemel boven Verwagting Genaadelijk verhoede, Intusschen dat ik de nadere informatie uwer Hoog Edelheedens zal blijven te semoete zien, in hoe Verre den uitvoer van Rijst naar het Gouvernement Ma„ „lacca aan Particulieren zal mogen worden Gepermitteerd, en of het Uwe Hoog Edelhee„ „den ook behaagen zal om eenig vervoer van dat voed„ „sel toetestaan aan de Vaartuigen die zig van Palembang bereeds hier bevinden en waar van de voer„ „ders voorgeven, Thin na Batavia te hebben Gebragt. Ik heb de hooge Eene met de meeste submissie en hoog agting te blijven /:onderstond:/ titil /:lager:/ uwer Hoog Edel„ „heeden zeer onderdanige en Gehoorzaemen dienaer : /was geteekend:/ 7: Feberq:/ Jn margine:/ Samarang den 8: Maart A„o 1734 „slag verte e Pag: 23 Samarang den 10„e April A„o 1784 Samarang Den 10„e April A:o 1784 Dag: 25, Batavia. Aan Zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere Mr Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal ƒ De WelEdele Gestrenge Hee„ „ren Raaden van Nee„ „derlands India, inz: enz: enz: Hoog Edel, Gestrange, Groot, Achtbaeren Heere Wel Edele, Gestrenge Heeren. te sebruijke de Vrijheid uwe Hoog Edelheeden in deesen aantebieden een door den Opperkoopman en Sourabaijas Gezaghebber Rudolph Flozentius van Der Niepoort mij toegezonden Request, behelzende ver„ „zoek om mits ruijme tijds Expiratie in de maand Ju„ „lij aanstaande ontslaagen, en met een der scheepen vande eerste bezending in dit Iaar naar Nederland ver„ „loot te worden, behoudens qualitit, Pagie en ook de seper„ „mitteerde bagagie mitsgaders te mogen meede neemen desselvs Huisvrouw en vijff kinderen, als ook twee à drie Lijffei„ „genen, breeder in het Request vermeld; En dewijl den„ „selven wijders te kennen heeft, dat het zoude kon„ „nen gebeuren, dat nevens Huisvrouw, door het Landuu„ „rig Verblijff in deese Gewesten Big aan het Europeesch Eli„ „maat niet konde gewennen, en dus in de noodzaakelijk„ „heid wierden Gesteld, weder na Indien terug te keeren, over„ sulx de Gunstige Voorschrijvens uwer Hoog. Edelheeden aan de Heeren Meesters insteerende, om in dit ge„ „val als dan in de vorige qualiteit van opperkoopman wederom te mogen worden aangesteld; zoo versoek ik dat uwe: Hoog Edelheeken in het een ander een Gunstige reflectie Gelieven te Slaan, en dat het hoogst deselve teffens ook behagen mag, insteede van Gemelde E: Van Der Niepoort weder tot Gezaghebber van Javas Oosthoek aantestellen, den Koopman en Gris„ „sees Resident Barend willem Foekens, met voordragt ter erlanging van de Effective qualiteit van Opperkoopman. Den Opperkoopman en Iaparas Resident Mr Johan Michiel Van Panhuijs insgelijks versoek doende, om ook mits ruijme tijds Expi„ „ratie met een der scheepen van de eerste be„ „lost „zending en 6
English
Samarang the 10th of April in the year 1784 Samarang the 10th of April in the year 1784. Page 27: dispatch in this year, maintaining his rank, with merchant's salary and baggage, to repatriate, and also to be allowed to take his wife along with 6 children with him, I therefore take the liberty of presenting that petition to Your High Noble Lands, and submitting the request to obtain a favorable approval. Respectfully communicating that, pursuant to the respected separate dispatch from Your High Noble Lands of the 8th of March last, the ship het Huis te Krooswijk, destined for Macassar, was sighted here in the outer roadstead on the 16th of that month, and having received its clearance the following day to the Oosthoek to take on board the one hundred Madurese auxiliary troops there; and because that ship, due to the daily easterly winds blowing, only arrived at Sourabaya on the 28th of March, that vessel was not able to continue the journey through the strait until the first of this month of April, when, under cover of letters, there departed with it Captain Dermantaka, having under his command: 2 Lieutenants, 4 Ensigns, 8 Sergeants, 16 Corporals, and 100 Privates, and thus, with the Captain, 131 Madurese warriors. To whom the Sourabaya Chief van der Niepoort, in hopes of approval upon the request of the Panembahan, had caused half a month's salary and the necessary rations to be supplied, and charged to Macassar; as well as the two thousand rixdollars that were paid out to the Panembahan upon the honored order of Your High Noble Lands, in satisfaction of the claims of the Madurese auxiliary troops returned from that government last year on account of arrears in pay, which invoice of charges, according to the accompanying copy, amounts to f 5524: 4: —, while the Honorable Van der Niepoort informed me by letter of the first of this month, from which I take the liberty of transmitting extracts, among other things, that the Panembahan of Madura had outfitted the aforementioned company of warriors very smartly, the officers all with red broadcloth jackets in the Balinese fashion, trimmed with silver lace, and the privates all with uniform garments, neckerchiefs, and sashes, and Samarang the 10th of April in the year 1784. Samarang the 10th of April in the year 1784: Page 29 and the rest according to their rank, provided with gold, silver, and other accoutrements. And because the Panembahan had already previously made a request to the Commander van der Niepoort that Captain Dermantaka, who departed with the aforesaid auxiliary troops, might be honored with the title of Major, I communicate this to Your High Noble Lands to see whether Your High Noble Lands might perhaps be pleased to consent thereto, although I have already held out to the Panembahan that this novelty, which had no place with a single company, would hardly be granted by Your High Noble Lands, and he already seems quite content with that. Secondly, the English vessel The Pallas, of which Your High Noble Lands were most respectfully informed by the Council's general letter of the 16th of March under paragraph 35, departed on the 17th thereafter, after it had been provided here with a piece of timber for a main topmast, continuing its course to Timor, of which I have the honor to inform Your High Noble Lands. The Commander of the private vessel De Neptunus, which is currently returning to the capital, having made a request to me to be assisted with some gunpowder, since he was provided with no more than two barrels, I could not refuse this, and consequently had 6 barrels supplied to him, which I take the liberty of having charged to the capital in the enclosed invoice, for the further honored disposition of Your High Noble Lands. Furthermore, I express humble thanks to Your High Noble Lands for the appointment, made upon my recommendation, of the Samarang Chinese Estate Administrator Tan Limko as Captain of that nation at Paccalongang, in the place of the deceased Tan Banlong, and also that Your High Noble Lands have been pleased to agree that, in accordance with my proposal, the lease of the Shabandar office at Batang and Paccalongang, until the end of this year, be left both to the Captain of the Chinese here in Samarang, Tan Lecko, as testamentary executor of the said deceased Captain and lessee Tan Banglong, and to his guarantors. The person appointed by Your High Noble Lands as Second Regent of Grisse, Toemenggoeng Nitidi Broto
Dutch transcription
Samarang Den 10„' April A:o 1736 Samarang Den 10: April A:o 174. Iaij: 27: „zending in dit Iaar, behoudens qualiteit, miet opper„ „koopmans Gagie en bagagie, te repatrieeren en om ook desselfs huisvrouw nevens 6: Kinderen te mogen meede neemen, zoo Gebruik ik de vrijheid Juwe Hoog Edelheeden dat Request ook aan te bieden, en het Ver„ „soek ter Verkrijkinge van een Tunstig fiat voor te draa„ Onder Eerbiedige bedeeling, dat ingevolge de ge„ „respecteerde Aparte Missive Duwer Hoog Edelhee„ „den van den 8: Maart Iongstleeden Het naar Maccasser Gedistineerd Schip Fr Nures te krooswijk op den 16„e dier maand alhier Op de buiten Rheede aangegiend zijnde het zelve 's Daegs daar aan zijne Depeche naar den Oosthoek heeft erlangd ter inneem aldaar van de Een Hondert Madureese zulptroupes; En Be„ „wijl dat schip, door de daagelijks hewraijd heb„ „bende Ooste Winden, eerst den 28: Maart te Sou„ „raberija Gearriveert was, heeft dien bodem de reuse door „den tregter niet eerder konnen Voortzetten als op den Eersten Deeser maand April, wanneer als toen on„ „den Geleide Letteren daar meede vertrokken was, den Capitain Dermantaka, en onder zijn Coman„ „do hebbende 2: Lieutenants, 4: vaendrigs 8 Sergeants, 16: Corporaals en zelfs noemn Gemeenen, en dus met den Capitain 131: Madureese krijgers aan Wien het Sourabaijae Opperhoofd van der Nel„ „poort in hoope van approbatie op het verdoek van Den Panumbahan een halve maand Gagie en de nodige Randsoenen had Laten verstrekken, en Maccssser aangereekend; zoo meede ook de twee duizend rijxdaalders die ter GeEerde order Ruwer Hoog Edelheeden aan den Panambahan waren af„ „gegeeven, in voldoening van de pretentie van de en het Gepasseerde Iaer uit dat Gouvernement Gereverteerde Madureese Sulptroupes wegens agterstallige Sol„ „dijen, bedraagende die Aanreekenings factuur, vol„ „gens Het overgaand afschrift ƒ 5524: 4:— terwijl den E: Van Ter Niepoort mij bij brieve van den eersten Iujus, waar van ik de vrijheid neem Extracten te laten overgaan, onder anderen berigt heeft dat den Panembahan van Madura, de opgemelde Compagnie krijgers zeer netjes had uitgedost, de officie „ren alle met roode Laakense Baatjes op zijn Baliesch, met silver passement voor„ „zien, ende Gemeenen alle met eguale kleedjes, Neusdoeken en Fressen ende „gen. 8: Degeants Samarang den 10„e April A„o 1714. Samarang Den 10:' April A„o 1784: Pag:t 29 ende overigen na Mate hunner Qualiteit, met Gou„ „de, silver en ander montuur Voorzien. En om dat den Sanembahan ook al bereeds bevoorens aan den Gezag„ „hebber van Der Niepoort Versoek Gedaan heeft, dat de met de voorschreeven sulx troupes Vertrokken Capitain Termantakka, met den titul van Aajoor mogte worden Gehonoreert, bedeele ik zulks uwe Hoog Edelheeden, off Somwijlen Hoogst deselve daar inne Gelieffden te be„ „willigen, Ongeagt ik den Panumbahan, be„ „reets hebbe doorgehouden, dat deese nieuweg„ „heid welke bij een Enkelde Compagnie, heen plaats wvond, door uw Hoog Edelheeden beswaarlijk zoude worden Geaccordeert, en zij daar mee„ „de ook al te vreeden schijnt ten weedens Het Engels scheepje De Pallas, waar van Ouwe Hoog Edelheeden bij 's Raeds Gemee„ „ne brieff van den 16: Maart onder § 35: eerbie„ „digst bedeeling is Gedaan, is na dat het zelve alhier met een Stuk hout tot een Groote Steng Voorzien was geworden, den 17: daar aan ver„ „trokken, zijnen Cours Vervolgende naar Ri„ „mor, waar dan ik de Eer hab uw Hoog Edelheeden kennis te Geeven. Den Gezaghebber van het thans naar de hoofdplaats terug keerende particuliere Schepje De Nepthunus, mij versoek Gedaan hebbende om met Eenig Buskruit te mogen worden Geadsisteerd, al„ „zoo van niet meer dan van twee vaatjes voorzien was, heb ik zulx niet mogen weigeren, en mits dien 6: vaatjes aan denselven laten verstrekken, die ik de vaijheid neem de Hoofdplaats bij de in„ „leggende factuur te doen aanreekenen, ter verdere Geade dispositie uwer Hoog Edelheeden; Voorts betuijg ik Iuwe Hoog Edelheeden needrigt dank, voor de op mijn Voordragt Gedaane aanstelling Van den Samarangs Chirlees Boedelmeester Ian Limko tot Capitain dier natie te Paccalon„ „gang, insteede van den overleeden Ian Banlong mitsgaders ook dat uwe: Hoog-Edelheeden heb„ „ben Gelievent te bewilligen, dat Conform, mijn voorstel de sagt van de Sabandharij te Batang en Pacca„ „longang, tot het Einde deeses Jaers, zoo aan den Capitain der Chineesen hier te Samarang Ian Lec„ „ko, als Testamentaire Executeurs van Gemelde over„ „leeden Capitein en Pagter Ian Banglong, als aan zijne borgen werd overgelaaten Den door uwe Hoog Edel„ „heeden Tot Tweede Grissees Regent Aangestelden Toija de Brotto
English
The 10th of April Anno 1784 Samarang Samarang, the 10th of April Anno 1784 Page 31 Brotto, having taken the Oath of Allegiance here and passed the necessary written engagement, choosing the name of Brotto Nogoro, I hereby offer your High Excellencies the counterpart of that written engagement, and honor myself with high esteem and most respectfully to be, was written below: Title: Lower: your High Excellencies' humble and loyal servant, was signed: J: Siberg, in the margin: Samarang, the 10th of April Anno 1784, and underneath. P.S. Because I would gladly undertake the journey via the posts of Japara, Joana, and Rembang to the eastern salient with the beginning of the upcoming month of June, as being the most convenient at that time, I trust that your High Excellencies will be pleased to approve this, as well as to entrust the management of affairs here in Samarang to Senior Merchant Jan Santen during my absence. The reports of the rice crop being for the time being advantageous everywhere, I cannot refrain from communicating this with pleasure to your High Excellencies. The ship 't Huijs te Crooswijk finally arrived here in the roadstead the evening before yesterday, and yesterday evening the company of Madurese under Captain Dermantaka of Tanjongang having crossed over, I have this day transferred them to the aforementioned vessel for transport to Macasser, in accordance with what was ordered by your Honorable, Stern, Highly Respected, ever honored separate letter of the 16th of this month, and mustered them, amounting prima plana according to the roll to 131 heads, and that vessel was also dispatched this very day under an accompanying letter to the Governor of Macasser, as shown by the enclosed copy, after at the same time the cost of the supplied rations etcetera was charged to the account of the said Government by an invoice totaling f 5524:-4.-, upon which are also acknowledged the 2000.-.- rixdollars which, in accordance with Their High Excellencies' supreme order and your Honorable, Stern, Highly Respected further order of the 15th of January last, were delivered to the Panumbahan in satisfaction of the claim of the said Captain Dermantaka Extract of a separate letter written by the Senior Merchant and Commander of the Eastern Salient, Rudolph Florentius van der Niepoort, to the Right Honorable, Stern, Respected Johannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies and Governor and Director on and along Java's North East Coast, dated: 1st of April Anno 1784 turn over E C.S. Samarang, the 10th of April Anno 1784 Samarang, the 10th of April Anno 1784 Page 83 C.S. on account of back pay owed to him, I hope all, having been performed with the greatest promptness, will meet with your Honorable, Stern, Respected approval, and so I subscribe myself with respect. Copy. I, the undersigned Grissee Depatty Joye Brotto, having now been appointed by the singular benevolence of the Illustrious United East India Company to second Regent in Grissee under the title and name of Tommongong Brotto Nogoro, in the place of my brother Astro Nagara who has requested his discharge, bind myself, in conformity with the written engagement already passed on the last day of the month of June 1775 between the present First Regent of Grissee, Ardjo Nagara, and my said brother Astro Nagara, to the observation and fulfillment of the following articles. Article 1: That I take it for my information that His High Excellency the Governor-General and the Council of the Dutch Indies at Batavia have seen fit to appoint me as second Regent in Grissee, on this condition that when that office should fall vacant again, whether through my demise or in any other manner, the son of my brother Astro Nagara, upon his attaining majority, shall succeed to it, provided that in the meantime he conducts himself to the satisfaction of the Honorable Company, in which case none of my children shall be permitted to make any claim to that Regency. Article 2: That I, on the contrary, shall hold no intercourse or correspondence with upland or inland Regents and chiefs, nor with others who do not sort under the Company alongside me, and above all with no one outside Java, without specially obtained permission thereto from the Governor and Director in Samarang or, on his behalf, the Commander in Sourabaya. Article 3: That I shall be true and faithful to the Illustrious Dutch East India Company, my sovereign, and shall perform my duties for the best of the same and its subjects with all attentiveness and zeal according to the orders that shall be given to me from time to time, whether from the High Indian Government at Batavia itself, or from the Governor and Director of Java's North East Coast, or the Commander and Council of Sourabaya, or also in their name from the Grissee Resident. Article 4: That as often as it is required, I shall present myself in person at Samarang, and even at Batavia, to pay my respects to the Company, my sovereign, to whom I owe my entire prosperity and advancement. Article 5: That I bind myself and hereby promise to pay in cash to my aforementioned brother, the now discharged second Regent Astro Nagara, for his maintenance annually the sum of four hundred Spanish dollars, and that during his lifetime. Article 6:
Dutch transcription
Den 10„e April A:o 1744 Samarang Samarang Den 10: April Ao 1784 Pag 31 Brotto, alhier den Eed: van Trouwe afgelegd, en de nodige verbandschrift Gepasseerde hebbende, onder Verkiesing den naam van Brotto Nogoro, bied ik suwe Hoog Edelheeden in deesen aan de wee„ „dergaade van dat verbandschrijt, en vereere mij met Hoog achting en aller eerbiedigst te zijn, /:onder„ „stond:/ Titul :/ Lager:/ uwer Hoog Edelheeden Onderdanigen en Trouwschuldige Dienaar /:was „geteekend:/ I: Siberg, /:in margine:/ Sama „hang den 10„e April Ao 1784 /:an daar onder./ P: S: om dat ik Iaarne met het begin van de maand Iunij aanstaande de rei„ „ze over de Comptoiren Iapara Ioana en Rembang na den oosthoek zoude willen aanneemen, als in die tijd het meest Convinabelst zijnde, vertrouw ik dat ouwe Hoog Edelheeden zulx zullen gelieven goed te keuren, mitsgaders om Geduurende mijne absentie, de „maneance van zaaken hier te Samarang aan den opperkoopman Jan Santen Op te draagen. De Rapporten van het Rijst Gewasch voor als nog allomme voordeelig zynde; kan ik niet om heen zulx met Genoegen aan uwe Hoog Edelheeden te bedeelen. et Schip 't Huijs te Crooswijk Voorengisteren avond Eijndelijk hier ter rheede G'arriveert, en Gisteren avond de Comp:e Madureese onder den Capitain Der„ „mantaka van Tanjongang Overgekoome zijnde, hebbe: ik die heeden opgemelden Boodem ter transport naer Macasser, ingevolge Het Geordonneerde bij uwelEd: Gestrengen Groot Achtb: Steeds GeEerbiedigde apar„ „te letteren van den 16: deeser Laeten overstappen, en en ons„ „teren, beloopende. p=mo plan blijkens rolle 131: Coppen en is dien kiel dan ook alheeden Gedepecheert onder Geleede Letteren aan den Heer Macassaersch Gouver„ nerik blijkens inclose Copia, na dat teffens 't kosten„ „de der verstrekke randsoenen enz. Gen: Gou„ „vernement ten Laste Gebragt is bij een factuur groot ƒ 5524:-4.— waer op ook bekent staen de rd:s 2000. —. – wel„ „ke ingevolge H. H: Ed„e Hooge ordre en owel„ „ Edele Gest: Groot Achtb: nader bevel van den 15„e Jann: pas„ „sato, den Panumbahan affgegeaven zijn, in vvoldoening van de pretentie vvan Tem. Capt: Dermantaka Extract Aparte Brieff ge„ „schreeven Door Den Opperkoop„ „man en Gezaghebber over den Oosthoek Rudolph Florentius, Van Der Niepoort, aan Den welEdele Gestrengen Acht„ „baeren Heer Iohannes Siberg Raad van Neederlands India, mitsgaders Gouverneur en Directeur Open Langs Iavas Noord Oost Cust, Gedateerd: E=„en April ao 1734 verte E C: S: VSamarang den 10„' April a„o 1734 Samarang den 10: April A„o 1734 pag: 83„ C: S: weegens te Goed hebbende agterstallige Zol„ „dijen, ik hoope alles, als met de meeste voortvaarent„ „heid Geschuit, uwel Ed: Gesz: Achtb: Approbatie sal wegdraegen, en noeme wij dus met Eerbied. — Copia Ik Ondergeteeken„ „de Brissees Depattij Ioije Brotto, thans door de sonkerlinge goedheijd van De doorluctige Generaale Oost Jndische Matschappij aangesteld zijnde tot twee„ „de Regent te Griessee onder den titul en naam van Tom„ „mongong Brotto Nogoro, insteede van mijnen om zijn Ontslag Versogt hebbenden Broeder S stad Nagara, Verbindende mij Conform Het bereeds op den Laatsten van de maand Iunij 1775: tusschen den presenten Eerste Grisseer Regent Ardjo Nagara, en Gemelden mijn broeder Astro Nagara Gepasseerde verbandschrifte, tot de Opseretantie en nakoominge van De Ondervolgende artikulen. Dat ik het mij tot informatie laat strekken, dat zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Nederlands Indie te Ba„ „tavia, hebben Goedgevonden, om mij tot swede Regent„ te Grissee aantestellen, onder deese voorwaarde dat wanneer dien dienst weder mogt koomen te faceeren, het zij door mijn overlijden offte op Eenig an„ „derwijse, als dan de zoon van mijn broeder Astro Nagara, bij desselfs meerderjarigheid daar in zal sul„ „cedeeren, indien denzelven zig intusschen tot Je„ „noegen van de E: Compagnie Comporteert in welk Geval geene mijner kinderen Eenig Pretentie op Dat Regentschap zullen vermoogen te maaken Artikul V: Dat ik daar en teegen met boven of binnen land „sche Regenten en hoofden, even min, als met an„ „dere die niet neevens mij onder de Compagnie soo„ „teeren, en voor al met niemand buijten Java„ geen gemeenschap of Correspondentie houden zal, sonder daar toe erlangde speciaale permissie van den heer Gouverneur en Directeur te sama„ „rang ofte zijnent weegen den gezaghebber te sourabaijde Art: 3: Dat ik de Doorluchtige Nederlandsche oostindische com„ „pagnie mijnen opperheer gehouw en getrouw zal weesen en mijn dienst ten besten van deselve en haar onderdaa„ „nen met alle oplettendheid en iwver waarneemen zal agtervolgens de beveelen, die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeeven het zij van de hooge Jndia„ „sche Regeering te Batavia zelfs dan wel van den heere Gouverneur en Directeur van Javas Noord oost kust, ofte den sourabaijs Gesaghebber en Raad, ofte ook uit derselvers naam van den Guissees Resident. Dat ik zoo dikwils het begeerd word, mijn Persoon sal komen te vertoonen op Samarang, en zelfs tot Batavia, om mijne Eerbiedigheid te bewijsen aan de Compagnie mijnen opperheer, aan wien ik mijn geheelen welvaard en bevordering te danken hebbe Aat„l 4: Art„o 5: Dat ik mij verbinde en bij deesen beloove; aan mijn voormelden broeder, den thans onslagen tweede Regent Astro Nagara Jaarlijks in Contanten gelde tot desselfs onderhoud te sullen tietkeeren de somma van vier Hondert spaanse Reaalen en dat wel geduurende deszelfs Leeftijd. Act„a 2 Art: 2: Aav„o„ 6
English
Samarang, the 10th of April, Anno 1734. Samarang, the 10th of April, Anno 1784. page 35: Article 6: That I shall also not interfere with the trade carried on from outside and in the land of Grissee any further than the Company shall come to order and permit me; yet that I shall, with all fidelity and attentiveness, watch over, prevent, and oppose all smuggling and everything that might be put into practice to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether it be in opium, textiles, or other articles of trade or commerce; whether from the opposite shore of Java, Bali, and the other islands lying east thereof, as well as the Bawean across the island of Lubock, or from Borneo or elsewhere, from wherever and to wherever it might be; and that, on the contrary, I shall maintain the shahbandar offices of the Company situated in the land of Grissee according to ancient customs, seek to improve them as much as lies in my power, and also do and observe in that regard everything that shall be ordered and entrusted to me on behalf of the Company: Article 7: That, in acknowledgment of the great favors and as proof of my everlasting owed fidelity to the Company, likewise for the shared enjoyment of the dessas Giricadaton, Gerigadja, Giri Parapan, Djotang, Blaman, and Iomapal, and further revenues of the district of Grissee, I shall not only bring forward annually at Mawlid and pay at Samarang the 390 Spanish Reals, or 487½ Rds., that is to say: four hundred eighty-seven and a half Dutch Rixdollars, determined of old for that district by the Regents for tatjas monies, but also ultimately deliver and supply into the Company's warehouses at Grissee before the end of the month of October: 160, that is to say: one hundred sixty Coyangs of rice at fifteen Dutch Rixdollars the Coyang, alongside 6, that is to say: six Picols of cotton yarn, as much as possible of the finest sort or Letter A: to which I solemnly bind myself hereby, under forfeiture of the regency entrusted to me. Article 8: That in case the Company, over and above the aforementioned 160 Coyangs of rice, which we, as previously stated, are obliged to deliver annually without fail and any contradiction, might require still more rice, and should have that, or cabbage, or also other products of the land purchased in their Regency of Grissee at the Company's ordinary purchase price or market price, I shall by no means oppose it, but on the contrary, as is permitted and befitting a faithful regent, shall seek to facilitate and promote those purchases from my side as much as possible, binding myself hereto in such a solemn manner that, should I remain in default thereof, I shall willingly submit myself to the penalties and punishments that shall be imposed on me on behalf of the Company. Article 9: That I shall also, alongside the First Regent, for the service of the lodge and of the Company's ordinary works at Grissee, daily provide and keep in readiness: 35 Battoons, not counting their Loeas or headmen, ultimately 1 Mayang proa.
Dutch transcription
Samarang den 10„e April A„o 1734. Samarang den 10:' Spril A:o 1784 pag. 35: Ort„s 6: Dat ik mij ook met de Negotie die van buijten en het land Grissee gedreeven word, niet verder sal bemoeijen, als de Compagnie mij komt te ordonnee„ „ren en toelaten zal dog dat ik met alle trouwe en oplettendheid zal waaken, weeren en teegengaan alle sluikerijen, en alles wat tot nadeel van sComp:s Ne„ „gotie of Jnkomsten alhier mogten worden in het werk gesteld, het zij in amphioen, kleeden of andere articulen van handel of Negotie; zo van de overwal van Java, Balij ende verdere Eijlanden daar be„ „oosten Leggende, ook de Baviaan over het Eiland Lubock als van Borneo of elders, van waar en waar na toe het zoude moogen weesen, en dat in teegendeel de sabandharijen van de Compagnie in het Land van Grissee leggende volgens de oude gebruijken zal ainctineeren, zoo veel in mij is soeken te verbeeteren, en ook daar omtrend te doen en te observeeren alles wat mij 's Comp. s weegen sal gelast en opgedragen worden: Art„o 7: Dat ik in Erkentenisse van de Groote Gun„ „ten en tot bewijs van mijne Eewig duurende schil„ „dig trouwe aan de Compagnie, item voor het mee„ „de Genot der dessas Giricadaton gerigadja, Gi„ „ri Parapan, Djotang, Blaman en Ioma„ „pal ende verdere Jnkomsten van het district Guis„ „see Jaarlijks met moeloed, niet alleen sal opbren„ „gen en te samarang voldoende van ouds voor dat district voor bij de Regenten bepaalde 390: spaan„ „se Reaalen of 487½ Rd„s /: zegge:/ vier hondert seeven en tachtig en Een halve Rijxd„ hollandsch voor tatjas gelden maar ook ui„ Dat ik ingevolle de Compagnie booven de voorschree„ „ven 160. Coijangs Rijst, die wij, gelijk voorgezagt verpligt zijn Jaarlijks zonder faut en Eenige tee„ „genspraak te leeveren nog meerder rijst mogte be„ „noodigt weesen, en die kool of ook wel andere Pao„ „ducten van het land, in haar Regentschap Grissee, teegens ordinaire sCompagnies inkoops dan owel maakts prijs liet inkoopen mij geensints daar tee„ „gen zal aankanten maar in tegendeel die op koopen van mijn kant zoo als een getrouw regent toestaat en betaamt, zoo veel mogelijk zal soeken te faciliteeren en bevorderlijk maaken verbinden„ „de ik hier toe, op een zodanig solemneele wijze, dat ik daaromtrent in gebreeken blijvende mij gewillig sal onderwerpen aan de Genaliteiten en straffen, die mij weegens de Compagnies sal worden opgelegd Art„a 9. Dat ik al meede neevens de Eersten Regent ten dienste der Logie en van sCompagnies ordinaire werken te Grissee, daegelijks sal besorgen en ge„ „reed doen houden. 35: Battoons, ongereekent denselver Loeas op hoofden, „terlijk voor het einde van de maand October in sCompagnies Pakhuisen te Grissee te besorgen en Leeveren. 160. / zegge / Een honderd sestigh Coijangs Rijst teegens vijfftien Rijxd„s hollands de Coijang, nee„ „vens. ƒ 6 / zegge:/ ses Picols Cattoene gaarn zoo veel doenlijk van de fijnste zoort of L„a A: waar toe ik mij bij deesen, onder verbeurte van het mij toevertrouw de Regentschap solemneel verbinde terlijk 1: Prouw maijang E Art„o 8:
English
Samarang, the 16th of April, Anno 1724 Samarang, the 10th of April, Anno 1704, page 37 1 mayang prahu, besides the vessels required for cruising against the pirates, 3 cramans, 2 horses, and in extraordinary cases also for the unloading and loading of the Company's ships; furthermore, as many bactors and vessels as shall be needed, all for nothing, though I request that the latter may not be demanded of me except in the aforementioned cases and necessity for the Company's service. Article 10: Furthermore, I promise, together with my bepatis and jayas given to me by the Company, not to settle any matters of any consequence concerning the subjects except with the communication and consent of the Surabaya chief, but that henceforth I will refer all delinquents and criminals according to the order of the Company to the Landraad at Samarang, and content myself solely with the settlement of minor disputes of little importance. Article 11: As I also promise in general to treat the subjects of the Company's Regency of Grissee, both great and small, placed under our supervision, in all justice and equity, not to impose any new burdens, not to dismiss, wrong, or replace any of my mantris, much less jayas or bepatis, without the prior knowledge and consent of the Lord Governor at Samarang; but that if any of them should conduct himself disloyally or unfaithfully toward me, or so much the more toward the Company, I will first give notice thereof and request assistance for a provisional arrest of his person and property, then submitting the case for the decision of the chief and the council at Surabaya, or even the Lord Governor and Director at Samarang. Article 13: The heirloom kris, called Kyai Angun-Angun, which from ancient times belonged to the royal burial ground on Mount Giri in my district, having been surrendered several times, now to this one and then to that one, and thus absent, but having been restored again to that burial ground by the former Lord Governor and Director of this Coast, Johannes Robbert van der Burgh in the year 1772, I also bind myself in the strictest manner to watch and see to it that the said kris is not taken away from there again or surrendered, for whatever reasons it might be, to anyone, whoever he may be, except upon special order or with the prior knowledge and consent of the Lord Governor who now or in the future shall command on behalf of the Company on Java. Article 12: Furthermore, I seriously bind myself to live continuously in all peace and friendship with everyone, as well as to cause my subordinates to maintain all peace and friendship among themselves, and that I will not in the least interfere with the government of the adjoining lands, nor assume any authority over such territories, but on the contrary live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who are appointed by the Company as Regents in those lands and with their subordinates, the more so as this is also the Company's command to the inhabitants of those lands, and this thus serves to promote mutual tranquility and prosperity. Page 39 Samarang, the 10th of April, 1744 Samarang, the 8th of May, Anno 1734 Article 14: Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein and which in time might require any further determination, I will, according to my oath now to be sworn upon the Quran, conduct myself according to the pleasure of the Company, and will carry out the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, with the same zeal and diligence as I promise and bind myself hereto regarding those matters described herein. And so that this may be evident at all times, I have signed this Act of Engagement, together with two others of identical content, with my signature and ratified it with my seal. Below was written: Thus signed and sealed at Samarang, the 15th of March, 1734. In my presence: was signed: J. Siberg. Beside it the Company's seal in red wax. In the margin: the seal in red wax with the signature of: Tumenggung Broto Negoro; and below it: the seal in red wax with the signature of the Chief Regent of Samarang, Adipati Surodimenggolo. Lower down was written: In the presence of me: was signed: F. J. Rothenbuhler, sworn clerk and secretary. To His Excellency, the Right Honorable, Severe, and Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Batavia. Right Honorable, Severe, and Highly Esteemed Lord, Honorable and Severe Lords, The Honorable and Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Through this I solely take the liberty to respectfully inform Your Excellencies that the Sultan of Banjarmasin, by letter to the Surabaya chief Van der Niepoort, has made a request to send him the quantity of one hundred coyangs of rice, payment for which would be made directly to the carrier of the same, but
Dutch transcription
Samarang den 16„en April A.:o 1724 Samarang den 10: April A„o 1704 pag: 37 1: Prauwmaijang /. buiten de vaartuigen die ter bekruijssing tegen de zeerovers worden gerequireerd 3: Cramans 2. paarden, en bij Extra ordinaire voorvallen ook van ontlossing en belading van 's Comp:s scheepen„ daan en boven, nog zoo veel battoors en vaartuijgen, als nodig sal weesen alle voor niet, dog welke laat„ „ste ik versoeke, dat buijten de voorschreeven gevallen en noodsakelijkheid tot 's Compagnies dienst van mij niet moogen gevengt werden. Aof„o 10: wijders beloove ik neevens mijne bepattijs en Jajas, door de Compagnie aan mij gegeeven, geene zaa„ „ken van Eenige aangelegendheid de onderdanen be„ „trefffende aff te doen dan met Communicatie en toestem„ „ming van het sourabaijsche opperhoofd maar dat ik alle deliguanten, en misdadigers voortaan na de order van de Compagnie zal renvoijeeren aan den landraad tot Samarang, en mij Eenelijk te vree„ „den te houden met de afdoening van kleijne geschil„ „len van wijnig belang. Art„s 11:' gelijk ik ook in het algemeen beloove de onderdaanen van sCompagnies Regentschap Guissee, soo wel groote als klijne, onder onse opsigtgesteld in alle regt en „billijkheid te behandelen, geen nieuwe lasten op te leggen, geen van mijne mantries, veel min Jajas of Bepattijs te verstooten te verongelijken off ver„ „wisselen zonder voorkennisse en toestemming van den Heere Gouverneur te samarang, maar dat ik, wanneer imand van deselve, zig ontrouw op onvroomlijk tegens mij of nog soo veel meer tegen de Compagnie gedragen mogte alvoorens daar af Aat„a 13: De bij de vorstelijke begraafplaats op den berg, sirie in mijn district van oude gehoord hebbende poosakken krist, genaamd kjeijangoen angoen te meermalen, dan aan deese, en dan aan geene afgegeeven en absent ge„ „weest dog door den voormaligen Heere Gouverneur en Directeur deeser kuste Iohannes Robbert van der Burgh in a„o 1772: aan die begraafplaats weeder besorgd zijnde, verbinde ik mij ook op het sleg„ „tigste te sullen waaken en zorgen dat de koits van daar niet weeder afgehaald of om wat reedenen het ook zijn mogte, aan niemand hij zij wie hij zij afgegeeven worde, dan op speciaale order, of met voorkennisse en toestemming van den vrders verbinde ik mij serieuselijk met een ieder geduu„ „rig in alle vreede en Vriendschap te sullen Leeven mits„ „gaders mijne onderhoorige onder den anderen, ook alle vree„ „de en vriendschap te doen onderhouden, en dat ik mij„ met de Regeering van de aangrensende Landen in het minste met bemoeijen off over zoodanige Landschappen Eenig gesag aanmatigen maar in tegendeel met de geene der door de Compagnie, als Regenten in die Landen aangesteld zijn en haare onderhoorige in alle vreede vriendschap en goede nabuurschap leeven zal te meer dat ook sCompa„ „gnies beveelen is, aan de Jnwoonders van die landen en zulks dus, tot wederzijdsche rust en welvaard komt te strekken. kennisse geeven, en adsistentie imploreeren sal tot een provisioneele arresteering van desselfs persoon en goederen, geevende de zaak dan over, ter decisie van het opper„ „hoofd en den raad op sourabaija of zelfs den Heere Gouverneur en Directeur op Samarang kennisse Heer 1 8 Aat„o 12: 5 dag 39 Samarang den 10„e April 1744 Samarang Den 8:' Meij A:o 1734 Heer Gouverneur, die nu of in der tijd het gebied 's Compagnies weegen op Java voeren zal: Al„o 14: Eijndelijk en ten laatsten dat ik in alle Extra ordi„ „naire voorvallen, waar van in deese niet speciaal is gesprooken, en die in der tyd Eenige nadere bepa„ „ling mogte requireeren volgens mijne thans op den Alcoran te presteerene Eed, mij na het goedvinden van de Compagnie zal gedraagen en de orders die daar omtrent, het zij in Cas„ van Eenige verandering offte andersints, mogte gegeeven worden met desel„ „ze ijver en vlijt zal nakoomen als ik bij deese be„ „loove en mij verbinde omtrent de geene die in deese beschreeven zijn. En op dat dit ten allen tijden zoude blijken kunnen, hebbe ik dese Acte van verband, neevens nog twee van gelijken inhoud, met mijne handteeke„ „ning onder=teekent, en met mijne sig natuu„ „re bekragtigd. /:onderstond:/ Aldus geteekent en Geseguld te Samarang den 15: Maart 1734 Ten mijnen Overstaan /:was geteekend:/ J: Siberg. /. daer neevens 's Compagnies Cachet in rood lak. /. in margine:/ t: Cachet in rood lak met de handteekening van :/ Tommongong Brotto Nogoro /:en daer onder :/: 't Cachet in rood lak met de handteekening van den sa„ „marangsche hoofd Regent Adipattij Soero „die Mengollo /:Lager stond:/ In kennisse van mij /: was geteekend:/ F: I: Rothenbuh„ „ler, Gesw: Fr: en scriba. Jk gebruike door deese eenelijk de vrijheid uwe Hoog Edelheeden eerbiedigst kennisse te geeven. dat den sulthan te Banjermassing bij brie„ „ve aan het sourabaijs opperhoofd van der Nie„ „poort versoek heeft gedaan om hem de quanti„ „teit van Een hondert Coyangs Rijst te willen toezenden, waar van de betaaling direct aan den brenger van deselve zoude geschieden doch Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaren Heere wel Edele Gestrenge Heeren. De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndia, en 3: enz: en 3: Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel, Gestrange, Groot Achtbaeren heere M=r Willem Arnold Alling, Gouverneur Generaal; Batavia. het en verte
English
Samarang the 8th May Anno 1784 Samarang the 8th May Anno 1740 page 41: the aforementioned chief having politely declined this, on the basis of the export of that foodstuff to all places prohibited by Your High Nobilities, I take the liberty to request the disposition of Your High Nobilities in the event it should happen, as I consider very likely given the extreme shortage prevailing at Banjarmassing, that this prince renews the request; in what manner one should act then, for considering that rice at the said place was so scarce that according to reports it had risen to 80 Spanish reals per koyan, one has nothing but unpleasant consequences to fear from a continued refusal, while on the other hand it is again to be feared that Riouw might obtain the necessary supplies through that channel, as one has been informed from the side of the presence of some Riouw vessels at Banjarmassing; and thus that I, subject to correction by wiser judgment, consider it best, in case the Banjarmassing prince should happen to renew his request, to assist him then with 40 to 50 koyans of rice, while writing to him at the same time that it is trusted that His Highness will make no misuse thereof and will request it for no other purpose than as food for his own subjects; while I most respectfully persist in requesting to be communicated with the disposition of Your High Nobilities hereon as soon as possible. The ship Overduin having only today arrived here in the roads, and Ritthem still being busy sailing up the roads, I must postpone answering Your High Nobilities' honored separate dispatch of 22 March last until a further opportunity, and only note that Overduin, after unloading the imported goods, is to be loaded here at Samarang with a full cargo of rice and dispatched as soon as possible to the capital; while Ritthem at the Tagal office will also be fully loaded with that foodstuff. I remain with true respect and obedience, was written underneath: Titles. lower: Your High Nobilities' humble and faithful servant. was signed: J: Siberg. in the margin Samarang the 8th May Anno 1784. — turn over Samarang the 24th May Anno 1784 Samarang the 24th May Anno 1724 page: 43: Batavia. To His High Nobility The High Noble, Severe, Great, Honorable Lord! Mr. Willem Arnold Alting! Governor-General, and The Honorable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies, etc: etc: etc: High Noble, Severe, Great Honorable Lord, Honorable Severe Lords! Having to postpone the formal reply to the respected separate dispatches of Your High Nobilities of 18 and 22 March and the 4th of this month until some of the matters appearing therein shall have reached their conclusion, I only take the liberty to inform Your High Nobilities most respectfully that, pursuant to the authorization granted by the same, I intend to undertake at the beginning of the coming month of June my journey, hitherto postponed, via the offices of Japara, Joana, and Rembang to Java's East Coast, after having first handed over the management of affairs at this main office to the Senior Merchant and Chief Administrator Jacobus van Santen, which I hope and trust may meet with the approval of Your High Nobilities. The orders of Your High Nobilities both to prohibit most strictly the export of rice, paddy, and other provisions to all the outer-island places, except from the capital Batavia to Malacca and Palembang, and to notify the outer-island princes and regents in a friendly yet serious manner of the reasons for that prohibition, having already been properly complied with, I herewith offer to Your High Nobilities the two notices published and affixed for that purpose along Java, under date of 14 February and 19th of this month of May, together with the copy of the letter prepared by me for the outer-island princes and regents to be dispatched to them on occurring opportunities, to the contents of both of which I take the liberty to refer myself most respectfully, on the grounds that it pleases Your High Nobilities to see
Dutch transcription
Samarang den 8„' Meij A„o 1784 Samarang den 8„:' Meij A„o 1740 pag 41: het opperhoofd voormeld zulx, op fundement van de door uwe Hoog Edelheeden, geinterdiceerde ont„ „voer van dat voedzel naar alle plaatszen, beleefde „lijk gedeclineerd hebbende, neem ik: de vrijheid de dispositie uwer Hoog Edelheeden te versoeken, bij aldien het gebeuren mogt, gelijk ik het uit hoofde van 't te wanjermassing Exteerende gebrek, zeer apparent stalle, dat dien vorst het versoek vernieuwd; in hoedanigervoege als dan te handelen zijn zal, want in overweging neemende, dat de rijst ter gemelde plaatsze zoo schaars was, dat deselve volgens rapporten tot 80: spaanse reaalen de Coijang zoude gesteegen zijn. men door eene aanhoudende weigering niet dan onaangenaame gevolgen te dugten heeft, daar het aan de andere zijde wederom te vreesen is, dat Riouw door dat Canaal de nodige toevoer zoude kunnen Erlan„ „gen, alzoo men hier van ter zijde geinformeert is, van de aanweesendheid van eenige Rieouw„ „se vaartuigen te panjermassing, en dus dat ik, onder Correctie vvan Hoogwijser oordeel, vermeene het best te zijn, om ingevalle den Banjermassings vorst zijn versoek mogte komen te vernieuwe, hem als dan met 40: â 50. . – Coij„s Rijst te adsisteeren, onder aanschrijven te v„ 67 „fens, dat men vertrouwd, dat zijn Hoogheid daar van geen misbruik makende, deselve tot geen ander emploij vraagd, dan tot voedzel van zijn eigen on„ „derdaanen; terwijl ik eerbiedigst insteer om hier op zoo draa doenlijk is met de dispositie uwer Hoog Edelheeden te mogen worden gemeunieert Het schip Overduin eerst heeden hier ter Rheede gearriveert, en Ritthem voor als nog in het opzeijlen der Rheede beesig zijnde, moet ik de beantwoording uwer Hoog Edelheeden g'eerde aparte Missive van den 22: Maart Jongstleeden tot nadere geleegendheijd uitstellen, en eenelijk noteeren, dat overduinna ontlossing der aangebragte goederen, alhier te Sama„ „rang met een volle laading Rijst bevraagt, en zoo spoedig doenlijk is na de hoofdplaats gedepecheerd staat te worden; terwijl bijt„ „theur ten Comptoire Tagal ook met dat voed„ „zel zal worden vollaaden. Ik blijve met waare eerbied en gehoorzaamheid /:onderstond:/ Titul. / lager. / uwer hoog Edelheeden onderdanige strouwschuldige dienaer. /:was geteekend:/ J: Siberg /. in margine Samarang den 8„e Maij A„o 1784. — „fens: verte Samarang den 24. ' Meij A:o 1784 Samarang den 24:' Meij A:o 1724 pag: 43: Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot, Achtbaeren Heere! M„r willem Arnold Alting! Gouverneur Generaal, G De WelEdele Gestrenge Hee„ „ren Raaden van Nee„ „derlands Indie, enz: enz: enz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaer, heer wel Edele Gestrenge Heeren! De formeele rescribtie op de gerespecteerde Aparte Missives uwer Hoog Edelheiden van den 18: 22: Maart en 4: deeser moetende uitstelling, tot dat sommige der daar bij voorkoomende zaaken hun beslag zullen hebben erlangd, neem ik eenelijk de vrijheid uwe Hoog Edelheeden eerbiedigst ken„ „nisse te geven, dat ik op de door hoogst deselve verleende qualificatie van voorneemens ben„ om met het begin van de maand Iunij aanstaande wij„ „ne tot dus Lange uitgestelde reise over de Comptoiren Ja„ „para, Ioana en Rembang na Javas oosthoek te doen, na alvorens de maneances van zaaken ten deesen Hof„ Comptoire aan den opperkoopman en Hoofdadministrateur Iacobus vansanten te zullen hebben overgegeaven, 't geen ik hoop en vertrouwe dat de approbatie uwer Hoog Edelheeden zal mogen wegdraagen. Aan de orders uwer Hoog Edelheeden om zoo wel den uitvoer van Rijst, Padij en andere Levensmiddelen na alle de overwalesche plaatzen op het scherpste te inter„ „diceeren, excepto buijten de Hoofdplaats Batavia naar Malacca a Palembang, als om de overwalsche tor„ „sten en Regenten op eene vriendelijke dog ernstige wij„ „se te insinueeren van de reedenen van dat interdict bereeds behoorlijk voldaan zijnde, bied ik in deesen uwe Hoog Edelheeden aan, de twee ten dien einde Calamme langs Iava gepubliceerd en g'affigeerde Bil„ „jels, sub dato 14: februarij en 19:' deeser maand Meij „mot en benevens het afschrift van de, door mij aan de overwalsche vorsten en Regenten ingereedheid gebragte brieff om bij voorkomende gelegendheeden aan deselve te worden afgezonden aan welkers inhoud van het een en ander ik de vrijheid neem mij eerbiedigst te refereeren uiet hoofde, dat het uwe Hoog Edelheeden Con„ en om Hteeren
English
Samarang the 24: May A:o 1784 Samarang the 24. May A:o 1784 page 456. Gentlemen, that thereby the High intention has been fulfilled; while here on Java every possible precaution will be attempted, in order to secure the ordinary fairway back and forth to Cheribon against the attacks of the Rhiouwers and other pirates by means of cruising vessels, although it is not without apprehension that this rabble, having a hard time of it upon the appearance of the State's warships at Malacca, Riouw, and other places situated thereabouts, pressed by famine, will jointly attempt to make attacks and assault Javanese vessels in order to seize the necessary food for themselves, and therefore necessity will require that the necessary provisions against this be put into effect from Java, Cheribon, as well as Batavia. I express my most respectful thanks to Your High Noble Honours for the favourable consideration which Your High Noble Honours have been pleased to give to my proposal made for the relief of the Sourabaija Commander van der Neepoort, and the Japara Resident van Panhuijs, to the Netherlands, and for the appointment of the Grissee Resident Fockens as Commander over Java's East Coast, just as I likewise express my most humble thanks to Your High Noble Honours for the appointment of the Secretary of Police here, Anthonij Barkeij, as Grissee Resident, and that of the First Sworn Clerk Gerhardus Rogghe as Resident at Japara, together with the fact that it has pleased Your High Noble Honours to leave it deferred to me to propose two capable persons for the filling of the posts of the two last-mentioned, for which I take the liberty to propose the Bookkeeper and Secretary of Justice here, Willem Kerkman, to be appointed as Secretary of Police, with a recommendation for Junior Merchant, and the present Pontiana Resident Walter Marcus Stuart, to be appointed as First Sworn Clerk of Police; just as I also, on the basis of the qualification, having already placed the first-mentioned Kerkman in the service of Secretary of Police, request Your High Noble Honours' approval thereon, together with that for the appointment made of the Bookkeeper Willem Beekman as Secretary of Justice; but in case Your High Noble Honours have already disposed of the aforementioned Pontiana Resident Stuart or might please to make any other arrangements concerning him, then I request in the most humble manner that the conferral of the service intended for him as First Sworn Clerk of Police may still remain suspended for a short time or until a further occasion, remaining with true high esteem and respect; was signed: title / Lower: Your High Noble Honours' very obedient and humble servant / was signed: J: Siberg / in the margin: Samarang the 24: May 1784 Anthonij turn over
Dutch transcription
Samarang den 24: Meij A:o 1784 Samarang den 24. Meij A„o 1784 pag: 456. „Heeren zals, dat daar door aan de Hooge intentie vol„ „daan is; terwijl men hier op Java alle moogelijke precau„ „tie zal tragten aan tewenden, om door de kruissers vaar„ „tuijgen het ordinaire vaarwater tot af en aan Cheribon tegens de aanvallen der Rhiouwers en andere Rovers te beveijligen, schoon het niet buiten bedugting is, dat dat gespuijt het, bij verscheijninge van 's Lands oorlog scheepen te Malacca, Riouw en andere daar omstreeks geleegen plaatzen, te kwaad krijgende, door hongers noot geperst, tezamentlijkerhand aanvallen zullen tragten te doen Javasche vaartuijgen te attacqueeren, om zig meer„ „ten van het Benodigde voedzel te maken en het overzulx de noodzaakelijkheid vereisschen zal, dat zoo wel van Java„ Cheribon als: Batavia daar tegen de nodige voorsienin„ „gen in 't werk worden gesteld. Ik betuijge uwe Hoog Edelheeden eerbiedigst, dank voor de gunstige reflactie, die Hoogst deselve hebben gelieven te slaan op mijne gedaane voordragt tot ver„ „lossing van den Sourabaijs gezaghebber van der Neepoort, en den Iaparas Resident van Panhuijs, naar Neederland, en voor de aanstelling van den Guissees Resident Fockens tot gezaghebber over Iavas oosthoek, zoo als ik insgelijks uwe Hoog Edelheeden needrigst dank betuijge voor de aanstelling van den Secretaris van Politie alhier Anthonij arkeij tot Graissees Resident, en die van den Errpte geswooren klerk Gerhardus Rrog„ „he tot Resident te Japara, mitsgaders dat het uwe Hoog Edelheeden behaagd heeft aan wij gede„ „fereert te laten, om tot vervulling der diensten van de twee laastgemelden twee bekwaame persoonen voor te draagen, waar toe ik de vrijheid neem te pro„ „poneeren den Boekhouder en Secretaris van Iusti„ „tie alhier Willem kerkman, om tot secretaris van politie, met voordragt tot onderkoopman en den presenten Tontianas Resident Walter Marcus stuard, om tot Eerstgeswooren klerk van politie te mogen worden aangesteld; zoo als ik ook op fundament der qualificatie den eerstgemelden kerkman berads in der dienst van Secretaris van politie gesteld hebbende, de aprobatie uwer hoog Edelheeden daar op insteere, mitsgaders ook tot de gedaane aanstelling van den Boekhouder Willem Beekman als secretaris van Justitie, dog ingevalle uw Hoog Edelheeden over den voorwaards gemelde Pontianas Resident stuart reeds gedis„ „poneert offte Eenige andere beschikkingen omtrent hem mogte ge„ „lieven te maaken dan soo Insteere ik op het aller humbelste dat de begeeving van de aan hem toegedagte dienst als Eerstgeswoorne klerk van. Politie nog voor eene klijne tijd off tot een nadere ge„ „leegentheid mag blijven gesurgeert, blijvende met waere hoog agting en Eerbied; onderstond:/ titul. / Lager:/ uwer hoog Edelheeden zeer gehoorz. en „onderd: dienaer /:was gt:/ J: siberg /: in margine:/ Samarang den 24: Meij 1784 Anthonij verte
English
Samarang The 24th May Anno 1784 Samararang the 24th May 1704 page 47. Copy of Notice It is hereby made known to all and everyone that Their High Nobilities, according to Their highly received separate missive of the 23rd January last, have decided to prohibit the export of rice, both from Java and Cheribon, to all places, and thus also to the opposite shore, except only to the main place Batavia, to remain in effect until further orders, at least until one shall be sufficiently assured of a favorable outcome of the present crop, on which account everyone is prohibited from exporting any rice anywhere else than solely to Batavia; until such time and while freedom for this shall first be granted again. Meanwhile, all private traders who might be inclined to transport rice for the Company to Batavia with their vessels are encouraged thereto; they shall receive for each coyang that they transport in freight money, from Sourabaija, Grissee and other places in the Eastern Corner eight, from Rembang and Ioana seven, from Japara, Samarang, Paccalongang and Tagal six Dutch Rixdollars, together with the promise that those who might be inclined thereto shall obtain prompt unloading and dispatch at Batavia, in order to be able to return to Java again. underneath was written: Samarang the 14th February Anno 1784. Lower: By order of the Lord Governor and Director of this Coast, together with the Council of Policy was signed: An Barkey Secretary Copy of Notice It is made known to all and everyone that, besides the export of Rice to all places except Batavia prohibited by the Notice of the 14th February of this Year, Their High Nobilities, by esteemed separate missive of the 22nd March, have further thought fit also to prohibit the export of Paddy and other Provisions, both from Batavia and Java and Cheribon, and that not only to Riouw and Johor, but also to places from where the same can be brought thither; so that both the one and the other are hereby most strictly prohibited, in such manner that not only the vessels and goods of the offenders shall be declared confiscated, one third for the Company, one third for the officer of Justice, and one third for the informer, whose last-mentioned names, if so desired, shall be kept secret, but that in addition, the Natives and Chinese who happen to make themselves guilty shall, according to the merits of the case, be chained in irons; and everyone is likewise warned that not the least violation of the passes will be tolerated, but the defrauding thereof will likewise be punished in the most rigorous manner. However, since Their High Nobilities permit supplying Palembang sparingly with rice, yet no more than will be required there for their own consumption, and furthermore come to allow the free and unrestricted transport of that food to Malacca, under the promise that the Rice at Malacca shall by the Lord Governor and Council at a fair price be
Dutch transcription
Samarang Den 24„' Meij A„o 1784 Samararang den 24„' Meij 1704 pag: 47. Copia Biljet! alle en Aan een iegelijk word bij deesen bekent gemaakt, dat Hunne Hoog Edelheeden, volgens Hoogst derselver ontfangen Aparte missive van den 23„' Januarij Jongstleeden, beslooten hebben, den uijtvoer van rijst, zoo van Java als Cheribon, na alle plaat„ „sen, en dus meede ook na de overwal te verbieden, Excepto alleen na de hoofdplaats Batavia, om tot nader order stand te houden, ten minsten tot dat men genoegsaam versee„ „kerd zijn zal, van een favorabelen uijt„ „slag van het presente gewasch, wesweegen een ieder verbooden oword, om nergens anders dan alleen na Batavia eenige rijst uit te toeren; tot tijd en wijl eerst daar toe weeder vrijheid zal worden ver „leend. — Terwijl alle particuliere handelaars die geneegen mogten zijn om met hunne vaartuijgen rijst voor de Comp. e na Batavia te vervoeren, daar toe gean„ „nineerd worden; zullende dezelve voor ieder Caijang die zij transporteeren aan vragt penningen genieten, van Sourabaija, Grissee en andere plaatzen in den oosthoek Agt, van Rembang en Ioana Seesen„ van Japara, Samarang, Paccalongang en Pa„ „gal ses Rijxd„s hollande, onder toesegginge teffens dat de zulken die daar toe geneegen mogten zijn, spoedig ontlassing en depeche te Batavia, zullen erlangen, om weeder na Java te kunnen terug keeren. /:onderstond:/ Samarang den 14„e februarij A„o 178:4: /: Lager:/ Ter ordonnantie van den Heere Gouverneur en Directeur deeser Custe, neevens den Raad van Politie /:was geteekend:/ A„n Bar„ „keij Tec s Copia Biljet Aan allen en een Iegelijk word bekent gemaakt, dat behalven de bij Biljet van den 14: februarij deeses Iaars geinterdiceerde uitvoer van Rijst na alle plaatzen Excep„ „to Batavia, Hunne Hoog Edelheeden bij g'eerde sparte missive van den 22„e Maart nader hebben goedgevonden, ook den uitvoer van Padij en andere Levensmiddelen te overbieden, zoo van Batavia als Iava en Che„ „ribon, en dat niet alleen na Riouw en Iohor maar ook naar plaatzen, van waar deselve na derwaards kan gebragt worden; invoege dan ook het een en ander bij deesen op het scherpste ver„ „booden word, zoodanig dat niet alleen vaartuijgen en goe„ „deren der overtaeders Confiscabel zullen worden verklaard een derde voor de Comp„e een dierde voor den officier van de Iustitie en een derde voor den aanbrenger welkers laatsgem: naamen des begeerende, zullen worden versweegen, maar dat daar en boven de Jnlanders en Chineesen, die zig komen schull „dig te maken, na bevinding van zaake in de ketting zul„ „len worden geklonken, en word een ieder teffens ook gewarschouwd, dat men geende minste overtreeding der passen dulden zal maar het fraudeeren van de„ „selve insgelijks op het regoruste straffen, Maar dewijl Hunne Hoog Edelheeden permittee„ „ren om Palembang mondjis maat met rijst te voorzien dog niet meer als men daar tot eijgen Consumptie benodigd hebben zal en voorts den vrije en onbepaalde ver„ „voer na Malacca van dat voedsel komen toetestaan onder belofte dat de Rijst te Malacca door den Heere Gouverneur en Raad teegens een billijke prijs zal verte worden
English
Samarang the 24th of May Anno 1784. Samarang The 24th of May Anno 1784 page 49: be accepted; so everyone is encouraged to transport to that Government, and therefore those who are inclined to bring rice thither are demanded to address themselves beforehand to the Governor of this Coast or the Chief at Sourabaija, in order that the necessary measures may be devised to have the vessels depart combined from Samarang according to the said order of Their High Noble Lordships, to prevent the violent acts of the pirates who will now frequent the passage more than usual, while it also serves as information that to no others than good Javanese inhabitants and other accredited persons shall the transport of rice to the aforementioned places Palembang and Malacca be permitted, and that it will not be permitted for a single vessel to depart thither under penalty as stated herein. And so that no one may pretend any ignorance of either matter, this shall be published and affixed in the Dutch and the common native languages. Below stood: Samarang the 19th of May Anno 1784. Lower: By order of the Governor and Director of this Coast together with the Council of Policy, was signed: A: Barkey Secretary. Still lower: Agrees, was signed: A: Barkey Secretary. Copy of a Letter Written by the Governor of Java Johannes Siberg, Councillor of the Netherlands Indies, to the Princes Across the Shore. I hereby make known to Your Highness that while the Rajas of Riouw and Selangor have dared, without lawful reasons, to act hostilely against the Illustrious Dutch Company and to become engaged in open war with the same, I have received orders from His High Noble Lordship the Governor General and the Lords Councillors of the Indies at Batavia to prohibit the export of rice to all places, and not to permit that anything thereof be exported from Java so long as the war with the said Raja of Riouw and his allies lasts, for the reason that it has been experienced more than too much to very great dissatisfaction in the past year that some of Your Highness's inhabitants and those of several other princes across the shore have not shrunk from supplying Riouw and several other hostile places with rice and other provisions, and have even taken the rice which, according to their pretense and statement in the passes, they had loaded here on Java for Your Highness's place of residence or for other places with which the Company lives in good friendship, directly to Riouw, and that even in such a large quantity that there was no shortage of that nourishment there; wherefore the well-mentioned His High Noble Lordship the Governor General and the Lords Councillors of the Indies have indeed also been compelled, however reluctantly, to prohibit the aforesaid export in the strictest Samarang the 24th of May Anno 1784 page 51: strictest manner, as well for their own safety as on account of the abuse that the subjects of the princes across the shore have made thereof. And since I flatter myself that brother, Your Highness, bears a good heart toward the Company, and seeks nothing less than to make any infringement upon its friendship, I have thought it best to make known to Your Highness the reasons for that prohibition, in order that you may not form wrong ideas concerning this through some false reports or other; whilst I at the same time advise Your Highness from a well-meaning heart not to meddle in the affairs of Riouw and several other enemies of the Company, much less to grant any support of whatever name to the same; since the Company has everywhere issued strict orders to oppose and prevent such by force, and to seize and confiscate the vessels that might wish to steer toward Riouw or thereabouts with rice and other provisions, for the execution of which as well as to pursue the war against Riouw and others with all vigor, the Company will by no means lack the necessary might, the more so now that peace has already been concluded between Holland and England. Meanwhile, I can give Your Highness the assurance upon my word of honor that as soon as the troubles with Riouw and its allies shall have ceased, the export of rice and other provisions from Java will again be permitted and opened up according as the harvest turns out, in order to show that the prohibited export occurs for no other reason than out of necessity and for self-defense. Furthermore, I commend Your Highness to God's keeping, and remain with most amicable greetings, and offering at the same time my service and friendship, with all respect. Below stood: Castle, was signed: J: Siberg. Lower: Agrees with the minute, was signed: A: Barkey Secretary. For the Senior Merchant discharged to the Netherlands and departing Commander in the Oosthoek Van der Niepoort, it being momentarily imparted to me that the Senior Merchant Barend Willem Fockens elected in his place came to pass away on the 9th of this month, I take the honor of giving Your High Noble Lordships notice of this death as speedily as possible, and therewith at the same time in the most respectful manner for his replacement To His High Noble, Right Honourable, Grand Venerable Lord, The Right Honourable and Right Venerable Lords, The Right Honourable and Right Venerable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. To His High Noble Lordship The High Noble, Right Honourable, Grand Venerable Lord, Mr. Doctor Willem Arnold Alting Governor General Batavia. Samarang the 12th of June Anno 1784
Dutch transcription
Samarang den 24„' Meij A:o 1784. Samarang Den 24. Meij A„o 1784 pag 49: worden overgenoomen; zoo word een ieder tot den verooer na dat Gouvernement geanimeerd, en der„ „halven de zulken, die geneegen zijn, Rijst na derwaards te brengen, gedemandeert zig alvoorens bij den Heere Gouverneur deeser Custe ofte het opperhoofd te Sourabaija te addresseeren ten einde de noodige moatregulen beraamt worden, om de vaartuigen vol„ „gens gemelde Hun Hoog Edelheedens ordre gecombi„ „neerd van Samarang te doen vertrekken, ten voor„ „kominge van de geweldenooijen der Roovers die zig nu meer dan ordinair in de passagie zullen ophouden, terwijl ook tot narigt diend, dat aan geene anderen, dan aan goede Javasche ingezeetenen en verdere geaccriditeerde lieden, den vervoer van Rijst naar de opgemelde plaatsen Palembang en Malacca zal toegestaan worden, en dat niet zal worden ge„ „permitteerd aan een enkelde vaartuijg om na derwaards te vertrekken sub peene als in deesen vermeld. En op dat niemand van het een en ander eenige ignorantie pretendeerd zal deese in de Neederduitsche en gewoone Inland„ „sche taalen worden gepubliceerd en ge„ „affigeert. /:onderstond:/ Samarang den 19: Meij A„o 1784. / Lager Ter ordonnantie van den Heere gouverneur en Directeur deeser Custe nevens den Raad van Politie /:was „geteekend:/ A=i Barkeij SeC„s / nog Lager:/ Accordeert /:was gteekend:/ Ai„ Barkeij deC„s Copia Brieff Geschreeven door den heere Javas Gou„ „verneur Johannes Siberg Raad van Neederlands India Aan de overwalsche vorsten Jk maake bij deesen uw Hoogheid bekent, dat ter „wijl de Raadjes van Riouw en Slanganoa zig hebben durven verstouten, zonder wettige reedenen, vijande„ „lijk teegens de Doorluchtige Neederlandsche Compa„ „gnie te ageeren, en met deselve in openbaare oor„ „log te geraken, ik orders van zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal, ende heeren Raaden van Indie te Batavia, ontfangen heb, om den uit„ „toer van Rijst na alle plaatzen te verbieden, en niet te permitteeren dat daar van iets van Java word uitge„ „voerd, zoo lang den oorlog met gemelde Riouws Raad„ „ja en zijne bordgenooten duurt, om reedenen, dat men tot overgroote misnoegdheid in het gepasseerde Iaar meer als te veel ondervonden heeft, dat sommige der Jngesee„ „tenen van uw Hoogheijd, en die van meer andere overwalsche vorsten, zig niet ontzien hebben Riouw en meer andere vijandelijke plaatzen van Rijst en andere Leevenmiddelen te voorzien, en zelfs zoodanig de Rijst die zij volgens hun voorgeeven en opgaave bij de passen voor uw Hoogheids Residentie plaats of voor andere plaatzen, waar-mede de Compagnie in goe„ „de vriendschap leefd, hier op Java gelaaden hadden, direct na Riouw hebben gebragt, en dat zelfs in zoodanige groote quantiteijt, dat 'er aldaar geen gebrek aan dat voedzel is geweest; waarom welmelde zijn Hoog Edelheijd, den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden d: van Indien dan wel ook genoodzaakt zijn geworden, om hoe ongaarne ook den uitvoer voormeld op het Scherpste 5 pte Samarang den 24: Meij A„o 1734 6 pag: 51:— scherpste te verbieden, zoo tot eigen veiligheid, als uit hoofde van 't misbruik, dat de onderdaanen van de over„ „walsche vorsten daar van hebben gemaakt, En dewijl ik hart mij flatteere dat broeder, uw Hoogheid, een goed „ draagd teegens de Compagnie, en niets minder soekt dan eenig inberijk in derselver vriendschap te maaken, zoo heb ik het best gedagt uw Hoogheid, de reedenen van dat verbod te moeten te kennen geeven, ten eijnde zig desweegen door deese of geene valsche rapporten, geen verkeerde denkbeelden te formeeren; terwijl ik uw Hoogheid teffens uit een welmeenend hart aanraade, om zig met de zaa„ „ken van Riouw en meer andere Compagnies vijanden niet te bemoeijen, veel min eenige ondersteuning hoe ook genaamd aan deselve te verleenen; alzoo de Compagnie overal stuik„ „te orders gesteld heeft, om zulks met geweld tegen te gaan en te beletten, en de vaartuijgen, die na Riouw of daar omtrent, met Rijst en andere Leevensmiddelen mogten willen steevenen, aan te halen en te Confisqueeren, ter walkers uitvoering zoo wel als den oorlog teegens Riouw en andere met alle vigeur door te zetten, het de Compagnie geensints aan de nodige mogt zal ontbreeken, te meer nu de vreede bereeds tus„ „schen Holland en Engeland geslooten is, ondertusschen kan ik, uw Hoogheid de verseekering op mijn woord van eer doen, dat zoo dra ook de onlusten met Riouw en desselfs bondgenooten geces„ „seerd zullen zijn, men weeder den uitvoer van Rijst en an„ „dere Leevensmiddel van Java, na mate het geweesch uitvald, permitteeren en open stellen zal, om te toonen dat den verboden uitvoer om geen andere reeden Geschied, als uit noodzaakelijkheid en tot eijgen defensie. vvoorts beveel ik uw Hoogheid in godes bewaaringa, en blijve onder, minsaamste groete, en onder aanbieding teffens van mijn dienst en vriendschap, met alle agting /:onder„ „stond:/ slot /:was geteekend:/ I„b Siberg, /. Lager:/ Accor„ „deert met het minus /:was geteekend:/ A: Barkeij LeC„s Voor den na Reederland verlost opperkoopman en afgaan„ „de Gesaghebber in den oorthoek van der Niepoort mij momentlijk bedeeld wordende dat den in zijn plato geEli„ „geerde Opperkoopman Barend illem Fockens Op den 9„e deeder is koomen te overleeden, soo geeve ik mij de Eere uw Hoog Edelheeden van dit sterffgeval ten spoedigste kennisse te geeven en daar bij af„ „fens op het aller Eerbiedigste tot deesselvs Hoog Edel Gestrenge, Groot, Agtbaren Heere VWelEdele Gestrenge Heeren De Wel Edele Gestrengen Heeren Raaden van Nee¬ „derlandsch: Jndie, enz: en z: enz: Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Agtbaren Heere, H: Dr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Batavia. Samarang Den 12„' Junij A„o 1784 vervangen 601 en verte
English
Samarang the 12th of Junij Anno 1784 Samarang the 15th of Junij 1784 page 13 to nominate as replacement the recently chosen merchant and Grissee Resident Anthonij Barkeij, as a man of ability and who possesses the necessary qualifications to hold this post, and to whom Your High Nobilities may therefore, with peaceful certainty, fully entrust the Company's interests in the eastern corner. Upon my arrival in Sourabaija, I shall make the necessary provisional arrangements regarding this death, and to that end, departing from here early tomorrow morning, continue the journey to Toeban. I further profess to remain, with respect and high esteem. Below stood: title. Lower: Your High Nobilities' humble and very obedient servant. Was signed: J: Siberg. In the margin: Jamplon between Lassum and Touban the 12th of Junij 1784: With most respectful reference to my latest submission of the 12th of this month, in which I informed Your High Nobilities of the death of the designated Sourabaija administrator Barend Willem Fockens, and at the same time took the liberty to propose to Your High Nobilities as administrator in his place the designated Grissee Resident Barkeij, I hereby give High Noble and Severe, Right Honourable Lord, Right Noble and Severe Lords, The Right Noble and Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. To His High Nobility, The High Noble and Severe, Right Honourable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Batavia. page 555 Samarang the 15th of Junij Anno 1784. Samarang the 10th of Julij Anno 1784 1784 Your High Nobilities hereby merely notice of the arrival in the roadstead on the 10th of this month of the Ternate ship den Tempel; from whose accompanying report letter of the officers Your High Nobilities will observe that, that ship having departed from Ternate on the 28th of September of the past year, the officers, having seen no chance of reaching the capital Batavia, were compelled to turn their course toward Amboina, where they had arrived on the 27th of December, and where they had to await the monsoon. Still expecting the Company's papers from that vessel, I shall not fail, upon receipt, to dispatch the same directly via Samarang to Your High Nobilities. And since the skipper Van Dwanningen testifies that his keel is capable of loading rice, and has therefore even made a request himself, I have given orders to bring that vessel inside, and after the same shall have been properly caulked at Grissee, subsequently to freight it with a full cargo of that foodstuff and dispatch it to the capital. I further have the honour to be, with all high esteem and most humbly. Below stood: title. Lower: Your High Nobilities' humble servant. Was signed: J: Siberg. In the margin: Toeban the 15th of Junij 1784. While most respectfully notifying you of my arrival here in Sourabaija on the 3rd of this month, and that I intend, after settling affairs, to undertake the return journey via the office of Grissee to Samarang on the 13th or 14th of this month, with the ship den Tempel located at the first-mentioned place, I shall take that vessel, which already, besides the quantity of matchcord received at Ternate, has taken in High Noble and Severe, Right Honourable Lord, The Right Noble and Severe Lords, The Right Noble and Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. To His High Nobility, The High Noble and Severe, Right Honourable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Batavia.
Dutch transcription
Samarang Den 12 Junij A„o 1734 Samarang Den 15:' Juij: 174 pag: 13 vervangen voor te draegen den Iongst geEligeerde koopman en Grissees Resident An„ „thonij Barkeij, als een man van be„ „kwaamheid en die de nodige verEijschtens heeft, tot het waarneemen van deese post, en waar aan uw Hoog Edelheeden over„ „zulks met eene geruste seekerheid 'sComp„s be„ „langens in den oosthoek volkomentlijk kun„ „nen toevertrouwen. Bij mijn komst te Sourabaija zal ik met betrekking tot dit sterft geval de noodige pro„ „visioneele beschikking maaken, en daar toe op mor„ „gen vroeg van hier opbreekende de reijse naar Toeban vervolgen. Jk verlare mij overigens met Eerbied en hoog sagting te blijven. /:onderstond:/ Titul /: Lagel:/ uwer Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorzame dienaer /. was geteekend:/ I: Siberg /:in margine:/ Iamplon tusschen Lassum en Touban den 12„' Junij 1784: Met Eerbiedigst refert tot mijne Iongste Sub„ „missie van den 12„e Jujus, waar bij ik uwe Hoog Edelheeden van het sterfgeval van den g'eligeerd Sourabaijs gezaghebber Barend willem Fockens kennisse gaff, en teffens de vrijheid nam in dies plaats als gezaghebber aan uwe Hoog Edelheeden voor te draagen, den g'eligeert Galssees Resident Barkeij, geve ik bij deesen Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere Wel Edele Gestrenge Heeren De welEdele Gestrenge Hee„ „ren Raaden van Nee„ „derlands India enz: enz: enz: Aan Dijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaeren Heere 6 Willem Arnold Alting Mo. Gouverneur Generaal Batavia. ver te 5 en uwe pag 555 Samarang den 15:' Iunij A„o 1784. Samarang den 10: Julij n A„o 1738 1784 uwe Hoog Edelheeden bij desen eenelijk berigt van de aankomst voor gaats op den 10: deeser van het Ternaats schip den Tempel; uijt welkers overgaande terpreij brieff der overheeden, uwe Hoog Edelheeden zullen, be„ „oogen, dat dat schip den 28. September des gepasseerden Jaars ten Ternaten vertrokken zijnde, de overheeden geen kans gezien hebbende de Hoofdplaats Batavia te be„ „rijken, genoodzaakt zijn geweest, hunnen Cours naar Am„ „boina te wenden, aldaar zij den 27: december waaren aangekoomen, en daar de mousson hebben moeten af„ „wagten 'sCompagnies Papieren, van dien bodem nog te gemoete ziende, zal ik in geen gebreeken blijven de„ „selve bij ontfangst, direct over samarang aan uwe Hoog Edelheeden te depecheeren. En dewijl den schip„ „per Van Dwanningen betuijgd dat zijn kiel bekwaam is Rijst te kunnen Laden, en daarom ook zelfs versoek heeft gedaan, heb ik orders gegee„ „ven dien bodem binnen te tootsen, en na dat het zelve te Grisseer behoorlijk zal gecalvaat zijn, ver„ „volgens met een volle Lading van dat voedzel te bevragten en na de Hoofdplaats te depecheeren. Jk vereere mij voorts met alle Hoog agting en aller submist te zijn /:onderstond:/ titul /: Lager:/ uuwer hoog Edelheeden onder danige dienaar /. was ge„ „teekend:/ J: Siberg /: in margine:/ Souban den 15:' Junij 1734. Onder eerbiedigst kennis geeving van mijn aan„ „komst hier te sourabaija, op den 3„e deeser, en dat ik van voorneemens ben, om na afdoening der zaa„ „ken, den, 13. of 14. hujus, de terug rijoe over het Comptoir Grissee naar samarang aante neemen, met het ter eerstgem: plaatsen zig bevindend schip den Tempel, zal ik dien Bodem, die bereeds, behalven de te Ternaten ontfangen Quantiteid Lond, inge„ Hoog Edele Gestrenge, Groot Achtbaren. Heere Dwel Edele Gestrenge Heeren De WelEdele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie, enz: en 3: enz: Ban Zijn Hoog Edelheijd Der Hoog Edel, Gestrengen, Groot Achtbaren Heer, M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, Batavia. „noomen 1 verte d en
English
Samarang 10 July 1784. Samarang 10 July 1740 page 57 has taken 200 Coyangs of Rice, and therewith lies ready to sail for departure to the capital, to delay for a few days to continue my return voyage, in the trust that your High Nobilities will be pleased to approve this. With regret I must also inform your High Nobilities that upon my arrival here I received the unpleasant news of the return to the Passourouang roads of the ship De Zilvere Leeuw, which was piloted some time ago by the funnel past Bokken Eijland, bound for Ternaten, of which the skipper Dwolsgaard reported to me as well as to the Commander van der Niepoort by letter of the 3rd of this month, that he had already been busy for over 2½ months to advance the voyage from Batavia to Ternaten, but that, notwithstanding all applied diligence, he nevertheless had to decide due to adversity on 30 July, after Strait Balie had already been passed, for the preservation of ship, crew, and cargo, to turn back again in order, if possible, to repair his battered rigging and worn sails. Upon this news I immediately gave the necessary orders to the Passourouang Commander to assist that vessel with everything possible, and also to that end even sent the Sourabaija second mate Boonzak with some men thither, in order to repair that ship as soon as possible for the continuation of the voyage. However, the skipper Wolsgaard, reporting to me in a further letter of the 5th, that he, together with the Ensign Nicolaas stationed at Passourouang, the adjutant Flebus and Carpenter Rutgert, had boarded the ship to examine the defects of the main mast, which, according to the report of the upper and lower officers of that vessel offered herewith to your High Nobilities, was found inside the trunk over a length of 18 feet to be completely rotten and decayed, and also to be broken crosswise just above the uppermost band, whereby it was impossible to repair the same, and furthermore that it contained many difficulties to remove the mast from it, because the shrouds having become loose ran the risk of breaking; so that the aforementioned Sourabaija second mate Boonzak, having given me a verbal report of all this upon his return here, testified to seeing no chance of having the repairs take proper effect at Passourouang, Samarang 10 July 174 Samarang 10 July 1784 page 59. — showing me at the same time some pieces of rotten and decayed wood which he had taken from the mast with his own hands, and which I take the liberty to offer to your High Nobilities for inspection. And since skipper Wolsgaard, whom I had come here in person to deliberate on what best should be done, sees no possibility of making the voyage against the monsoon with such a defective ship, which moreover was so leaky between wind and water that some of the packs of linen had already become damp and damaged, and therefore deems it most advisable, upon repairing the defects to his ship, either to wait here in the eastern quarter until the month of October, or to return directly to the Capital Batavia; and since the skipper of the Tempel, van Wanningen, also testified to me that there was otherwise no possibility for it, I thought it best to have the Zilvere Leeuw sail off to Grissee, in order to be partially unloaded and calked there, as well as provided with a new mast, for which purpose people at Passourouang are busy searching for the wood in the forests and having it felled; and because it will still take some time with the latter before suitable wood is at hand for it, I request to be furnished as soon as possible with the disposition of your High Nobilities, whether one shall proceed with the making of a new mast, or send the ship itself to Batavia to be supplied and put in order; and if your High Nobilities might please to decide on the former, I urge that from the Capital the attached requisition of the frequently mentioned skipper Wolsgaard may also be provided as soon as possible with the following most necessary articles, namely, besides the main mast of 85 to 90 feet long and 22 palm thick, and two spare spars, 75 to 80 feet long and 12 to 13 palm thick, with which it is still very uncertain whether one will be able to obtain the same at Passourouang or elsewhere on Java, with 2 pieces Cable-ropes or hawsers, 8 to 9 inches thick 4 pieces tackle blocks with brass sheaves 2 barrels of pitch 1 vat of rosin 16 lb of sail yarn 12 pieces of sail needles 8 pieces of bolt-rope needles
Dutch transcription
Samarang Den 10„' Iulij A„o 1784. Samarang den 10. Julij A:o 1740 pag 57 „noomen heeft 200: Coijangs Rijst, en daarmeede tot het vertrek na de hoofdplaets zeijlrhee legd, eenige daegen op„ „houden ter voortsetting omijner, terug reijse, in vertrouwen dat uw Hoog Edelheeden zulx zullen gelieven goed te keuren. Het leedweesen moet ik uw Hoog Edelheeden ook kennisse geeven, dat ik bij mijn komste alhier het on„ „aangenaam berigt ontfing, van de terug keering ter pas„ „sourouangse rheede, van het al voor eenigen tijd gelee„ „den, door den tregter, voor bij het Bokken Eijland ge„ „lootst schip De Zilvere Leeuw; naar Ternaten ge„ „destineerd waar van den schipper Dwolsgaard mij zoo wal, als den Gezaghebber van der Niepoort, bij brieve van den 3: deeser meld, dat hij bereeds over de 2½ maand beesig is Geweest, om de reijse van Ba„ „tavia naar Ternaten, te bevorderen, dog dat hij, niet teegenstaande alle aangewende vleit nogtans door tee„ „genspoed op den 30: Julij heeft moeten besluijten, om, na dat bereeds straat Balie was gepasseert, tot behoud van schip, volk en Lading; weeder te rug te keeren, ten ein„ „de, des moogelijk, zijn Ontramponeerde tuig en versleeten zee„ „len, weeder te herstellingh had op deese tijding direct de nodige ordres aan den passourouangs Commandant ge„ „geeven, om dien bodem met al het omoogelijke te adsistee„ „ren, en ook ten dien einde zelvs den Sourabaijas on„ „derstuurman Boonzak met eenige manschappen derwaards gesonden, ten einde dat schip ter voorsetting der reijse spoedigst te herstellen, dog den schipper Wolsgaard, en mij bij eene nadere brieff van den 5„e be„ „rigtende, dat zij, neevens den te passourouang bescheiden Vaandrig Nicolaas, den adjudant flebus en Tim„ „merman Rutgert, aanboord van het schip hadden vervoegd ter ondersoek van de Gebreken aan de Groo„ „te mast, die volgens het bij deese aan DuwHoog Edelheeden aangebooden wordend berigt van de opper en onder officieren dier kiel, bevonden is, aan de stander van binnen ter Lengte van 18: toe„ „ten, ten eenemaal verrot en vermolint te zijn, en dan ook eeven boven de bovenste band dwars gebrooken te weesen, waer door het onmooge„ „lijk was, om dezelve te repareeren, mits„ „gaders dat het veele zwaarigheeden in zig htield om 'er de mast uit te neemen, door dat het wand los geraakt zijnde gevaar liep te breeken; invoege den voormelden Sourabaijas onderstuurman Boonzak bij zijn retour alhier mij van het een en ander mondelijks rapport gedaan hebbende, betuigd heeft, geen kans te„ zien, de reparatien na behooren ter pas„ „sourouangse te kunnen laaten gevolg neemen, „derstuurmant my e Samarang den 10:' Iulij A:o 174 Samarang den 10„' Iulij A:o 1784 pag:. 59. — mij teffens vertoonende eenige stukjes zerrot en termolmd hout, die hij ligenhandig uit de mast genoomen had, en, die ik de vrijleid neem uw Hoog Edelheeden ter specula„ „tie aantebieden. En dewijl schipper Wolsgaard, die ik in persoon hier had laeten koomen, om het een en ander te overleggen, wat het best diende te worden gedaen; geen moogelijkheid ziet, met een zoodanig defect schip, welke daar en boven tus„ „schen wint en waeter zoodanig lek owas, dat er bereeds eenige der Lijwaats pakken mat en beschaedigd waaren ge„ „raakt, teegens de mousson op, de reijs te kunnen krijgen, en daarom het raadsaamst oordeeld, om bij herstelling der gebreeken aan zijn schip, off tot in de maand october hier in den oovthoek te temporiseeren, of direct na de Hoofdplaats Bata„ „via te rug te keeren, en vermits mij den schip„ „per van den Tempel, van Wanningen ook betuijgd dat er anders geen moogelijkheid toe was, heb ik het best gedagt, de zilvere Leeuw maar naar grissee te doen afpakken, ten einde aldaar voor een gedeelte ontlast en gecalvaat, mitsgaders van een nieuwe Mast, waar toe men te passourouang beesig is, het hout in de bosschen op te soeken en te doen aankappen, voorsien te worden; en om dat het met dit laatste nog wel eenigen tijd aanloopen zal, pen men daar toe bekwam hout aanhanden heeft, zoo verzoek ik om ten spoedigsten met de dispositie uwer Hoog Edelheeden te moogen worden gemunieert, off men met het aanmaken van een nieuwe mast voortvaaren zal, dan wel het schip zelf ter Voorzieninge en in staat brenging, naar Batavia te zenden, en zoo uw hoog Edelheeden, tot het eerste mog„ „ten gelieven te besluijten, insteer ik, dat men van de Hoofdplaats de overgaande opgaave van den meer„ „melden schipper wolsgaard met de volgende Hoogst benoodigde artikulen ook ten spoedigsten mag wor„ „den Voorsien, als, buijten de groote mast van 85: â 90: Vosten, lang en dik 22: palm, en twee pees spie„ „ren, lang 75. â 80. Voeten en dik 12 â 13. palm. waar„ meede het nog zeer onseeker is, off men deselve wel te pas„ „Sourouang off elders op Java zal komen bemagtigen met 2 p. s Cabeltouwen of reepen. dik 8 â 9 d=m 4 „ schutjaijns blokken met koopere borsten. 2 Paten pik 1 vat Haarpuijs 16 lb Zeilgaaren, 12 p:s Zeilnaalden, 8 „ lijknaalden, laatste e „ „ 1
English
Samarang, 10 July 1784 page 61 and then also the following crew members, in place of the deceased and the sick: 1 second mate 1 boatswain 1 steward 1 quartermaster, and 6 able seamen. However, these mentioned crew members I shall have drafted here from the ship Den Tempel, and also from the Makassar ship 't Huys te Krooswijk which is lying off the harbour, and place them upon the Zilvere Leeuw; whilst I further most respectfully note that I have been deliberating whether to have the cargo of the Zilvere Leeuw transhipped into the aforementioned ship 't Huys te Krooswijk and send that vessel onward with it to Ternate, but the impossibility of the voyage against wind and current in the current season of the year being assured to me by everyone, and in addition 't Huys te Krooswijk apparently also requiring some repairs beforehand, I have had to abandon that and deemed it best to await the disposition of Your High Excellencies regarding the Zilvere Leeuw; meanwhile I have given orders to freight 't Huys te Krooswijk with the remaining rice from the previous harvest, both here at Surabaya and at Gresik, and to dispatch it therewith to the capital as soon as practicable. The papers from the Makassar ministers for Your High Excellencies being already sent by that vessel to the Political Council at Samarang, I have ordered them to provide for their prompt transport along with these; and as there is a private Ternate vessel here in the Eastern Salient, which has also had to return from a failed voyage since the month of March from the capital, and the master of that small vessel intends to try again on the voyage in a few days after repairing its defects, I shall, if it proves feasible, give notice with him to the ministers at Ternate concerning the situation and misfortunes of the ship the Zilvere Leeuw. I further have the honour to be with all high esteem and all submission underneath stood title lower Your High Excellencies' humble and most obedient servant was signed J. Siberg in the margin Surabaya, 10 July 1784. Samarang, 24 July 1784. page 63 Batavia. To His High Excellency The High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General and the Right Noble, Esteemed Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. etc. High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Right Noble, Esteemed Lords! On the 21st of this month, having returned hither from my journey there via the ship Den Tempel, which arrived in the Eastern Salient from Ternate by way of Amboina, I seize this opportunity to give Your High Excellencies preliminary and most respectful notice thereof, with the humble note at the same time that I would by no means have failed to provide Your High Excellencies at once with a report of affairs, both regarding my entire journey and the aforementioned Eastern Salient and the regencies subordinate thereto, as well as what occurred here and elsewhere during my absence, were it not that, on account of a severe indisposition that overtook me during the journey and the lingering weakness resulting therefrom, together with the fatigues of the return voyage itself, I find myself unable to do so, and therefore, respectfully postponing the matter until such time as I shall find myself sufficiently able to fulfill it successively on a subsequent occasion; yet I note beforehand in general that Java everywhere finds itself in a pleasant rest and peace, and that from my aforementioned journey to the Eastern Salient I have none other than agreeable reports to make to Your High Excellencies. Remaining with true high esteem, obedience and respect underneath stood Title Lower Your High Excellencies' humble and faithful servant was signed J. Siberg in the margin Samarang, 24 July 1784. Samarang, 27 July 1784. page 65 Batavia. To His High Excellency The High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General and the Right Noble, Esteemed Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Right Noble, Esteemed Lords. I take the liberty of bringing to the notice of Your High Excellencies that during my absence from Samarang, in the course of the journey made to the Eastern Salient, the undermentioned Regents have successively passed away, namely: The Tommongong Dwirja Dinagara, Regent at Batang; The Tommongong Soema Nagara, Regent at Kendal; The Ngabehi Wira Dimongolo, Regent at Pajang Cungcang; The Prime Minister of the Emperor at Surakarta, Raden Adipati Sindu Reja; and The spiritual Pangeran Wijil at Adilangu, mentioned in the memorandum left by my predecessor, the Right Noble, Esteemed Lord Johannes Robbert van der Burgh, under section 45. For the filling of all the aforementioned posts, I take the liberty of recommending most favourably to Your High Excellencies, as the most capable persons and those best suited for the Company's interests, the persons to be mentioned below, with the respectful request that their deeds of appointment may be sent hither, namely: As Regent of Batang, Mas Ngabehi Joyo Negoro, the deceased's nephew and son-in-law, married to his legitimate daughter, under the title and name, like his late uncle and father-in-law, of Tommongong Wiryo di Negoro; As Regent of Kendal, the Bupati there, Wiro Dipuro, the deceased's eldest son, under the title and name, just like his late father, of Tommongong Soema Nagara;
Dutch transcription
Samarang Den 10„' Iulij A:o 1734 Samarang Den 10:' Julij A„o 174. pag: 61: en dan ook nog de ondervolgende manschappen, ins teede van de overleedenen en zieken. 1: onderstuurman 1: Bootsman 1: Bottelier 1: Quartiermeester, en 6: goede mattroosen. dog welke gemelde manschappen ik alhier van het schip den Tempel, en ook van het voor-gaats zijnde maccassaars Schip 't Huys te krooswijk zal doen ligten en op de zilvere Leeuw plaatsen; ter-wijl ik wij der eerbiedigst noteer, dat ik in beraad gestaan heb, om de laeding van de zilver Leeuw, in het zoo eevengem: schip 'THuijs te krooswijk te doen overscheepen en dien kiel daar meede naar Ternaten voort te zenden, dog de onmoogelijkh: van de reijse teegens wind en vertroom in de provente Iaar ge„ „teij mij door Een ieder verseekert wordende, en daar en boven 't o Huijs te krooswijk apparent ook al bevoorens eenige re„ „paratien, benoodigd zijn zal, heb ik daar van moeten afsien„ en het best geoordeeld, de dispositie uwer Hoog Edelheeden omtrent de zilvere Leeuw afte wagten; Inmiddens dat ik orders gesteld heb, om t Huijs te krooswijk met de Res„ „tanten Rijst van het voorjaarig geweesch, Boo hier te Sourabaijset als te Grissee te bevragten, en soo Spoedig doenlijk is, daar meede na de Hoofdplaets te depecheeren, De papieren door dien Bodem van de Mac„ „cassaarsche Ministers voor uwe Hoog Edelheeden, op ree„ „den aan den politicquen Raad te samdrang gezon„ „den wordende, heb ik hun gelast deselve nneevens dee„ „se spoedig transport te berorgen; En alsoo 'er zig hier in den Oosthoek een particulier Ter„ „naets vaartuig bevind, die ook al van een verlooren reijse seedert de maend Maert van de Hoofdplaats, heeft moeten, te rug keeren, en den Gesaghebber van dat kieltje van Voorneemen is, om het na berstelling zijner gebreeken over eenige daegen meeder te probeeren, op de reijse te doen zal zijn, zal ik met den„ „selven aan de ministers te Ternaten ken„ „nisse geeven omtrent, de situatie in teegenspoeden van het schip de zilvere Leeuw. Jk verEere mij voorts met all Hoog agting en allen submist zijn /:onderstond:/ titul /:Lager./ Uwer hoog Edelheeden onderd: en zeer Ge„ „hoorz: dienaer /: was geteekend:/ I. Siberg: /:in margine:/ Sourabaija den 10: Julij A„o 1784 De verte Samarang Den 24:' Iulij A:o 1734 Samarang den 24:' Iulij A:o 1734. Dpag 63— atavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaren Heere. M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal De WelEdele Gestrengen Heeren raaden van Neederlands Indie en 3: en z:: enB DHoog Edel Gestrenge, Groot Agtbaren Heere in Wel Edele Gestrenge Heeren! Den 21:„' deeser penr het van Ternaten over Amboina in den oosthoek gearriveerde schip Den Tempel, alhier van mijne reijse naar derwaerts gereverteert zijnde, Capteere ik deese geleegentheid om uw Hoog Edelheedens daar van voor aff Eerbiedigst kennisse te geeven, onder needrige notitie teffens ik geenzints gemanqueerd zoude hebben uw Hoog Edelhee„ „dens al direct eenig van verslag van Zaaken soo noopens mijn geheele reijde als de Gemelde Oosthoek ende daar onder sorteerende Regentschappen te doen, als het geene geduurende omijn afweesendheijd hier en Elders is voorgevallen, waare het niet dat ik uit hoofde door eene op de reijse Overvallene Swaare in dispositie, en daarvan nog bij geblee„ „vene swakheid, mitsgaders Vermoeijens op de terug reijse selvs mij daar toe buijten staat bevind, en dus het len en ander Eerbiediglijk surcheerende, tot tijd en wijle ik mij genoegsaam in staat bevinden zal daar aan bij eene nadere occagie successive te voldoen; soo noteere ik Egter voor aff in het generaal dat zig Java alomme in een aangenaame Rust en vreede bevind en dat ik van gemeelde mijne oost„ „hoeks reijde geene andere dan genoegelijke Rappor„ „ten; aan uw Hoog Edelheden te doen hebben., ver„ „blijvende met waare Hoog agting, gehoorzaam„ „heid en Eerbied /:onderstond:/ Titul /. Lager :/ uwer Hoog Edelheedens onderdanige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ J: Siberg /: in margi„ „ne Samarang den 24=' Iulij A„o 1784. . — en Soo 8 vte Samarang Den 27„' Iulij A„o 174 Samarang Den 27:' Iulij A:o 1734. pag: 65: Batavia./ Aan zijn Hoog Edelheid. 5 Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge He„ „ren Raeden van Nee„ „derlands Jndia, en 30 en 3. - enz. Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere Wel Edele Gestrenge Heeren. Ik gen mij deen uw Hoog Edelheeden ter kennisse te brengen, als dat in mijne afweesendheid van Samarang, Geduurende de Gedaene reise naer den Oosthoek, successive na den anderen, zijn koomen te overlijden, de natemeldene Regenten, namentlijk. Den Tommongong Dwirja Dinagara, Regent te Ba„ „tang Den Tommongong Soemo Nagaaa, Regjent te Candal„ Den Jngabij Wierd Dimongolo, Regent te Pad„ „ Jang Coengang Den Rijksbesteerders van den keijser te Souracar„ „ta Radeen Adipattij Sindoe Redja, en Den geestelijken pangerang Dwidjil te Adielangoe Vermeld bij de nagelatene Memorie van mijnen Prade„ „cesseur Den Wel Edele Gestrenge Heer Iohan„ „nes Robbert Van der Burg, onder § 45. ter vervulling van welke alle hier vooren„ „staande plaetsen, ik mij bevaijmoedige om uwe Hoog Edelheeden, als de bekwaamste en voor 's Compagnies be„ „langens, de best geschikste voorwerpen, op het allergunstig„ „ste voortedraagen, de hier onder te meldene perzoo„ „nen, met Eerbiedig verzoek, dat daer toe hunne Acs„ „tens van Amstelling, na herwaerde moogen gesonden worden als: Tot Regent van Batang, Maes Ingebaij Djoijo No 90ro. des overleedenes schoon en broeders zoon, ge„ „trouwt met desselfs egte dogter, onder den titul en noem, als wijlen zijn oom en schoonvaeder, van Tom„ „mongong Wirjo de Nogoro; Tot Regent van Candal, den bepattij aldaer wiero dipoero, des overleedenes oudsten zoon, onder den titul en naam, eeven als wijlen zijnen vaeder, van Tommongong Soema Natjara; ƒ en ƒ Den Tot
English
Samarang, 27 July 1784. Samarang, 27 July 1784. page 672 As Ingabij of Padjangcoengang, the Rongo at Salo Setjo Pattij, son of the previous Ingabij at Padjangcoengang, under the title of Ingabij and retaining his name of Setja Pattij; which person, in the hope of Your High Excellencies' kind interpretation and favorable approval, I already provisionally appointed thereto during my presence at Rembang, and have likewise caused him to be replaced as Rongo of Talo by the nephew of the Regent of Rembang, Wiajo Coeshoemo; As Administrator of the Empire for the Emperor at Souracarta, the Palemp Tommongong there, Radeen Tommongong Pandjie Deoijo Ningrat, a person of humble origin, though married to one of the Emperor's daughters, and of all the ministers at the Solo Court the most capable for that office, for which reason I do not hesitate to join in His Highness's request to implore from Your High Excellencies his deed of appointment as Administrator of the Empire, under the title of Radeen Adipattij and retaining his name of Randjie Djoijo Nengrat; As successor to Pangerang Widjel at Adilangoe, I favorably propose to Your High Excellencies the deceased's eldest son, Radeen Brotto Coessoemo, a very virtuous and well-intentioned Javanese, detailed at length in the aforementioned Memoir and paragraph 45 by my predecessor, the Right Honorable and Strict Lord Van der Burgh, to preside over the district of Adilangoe belonging to Damak under the name of his deceased father, Pangerang Widjel; but as there is yet no precedent for that vacancy, and nothing concerning it is to be found treated in the retroacta of Java, I take the liberty of presenting herewith to Your High Excellencies a genealogical register of the deceased, compiled according to statements of the oldest and most knowledgeable natives, showing at the same time in what manner the tenure of Adielangoe came to him and his ancestors, in order to decide therefrom the necessity or otherwise of granting to the respectfully proposed successor, Radeen Brotto Coessoemo, a deed of appointment, or merely a certificate of the possession of Adielangoe being granted to him, so that he may subsequently take his oath of loyalty and obedience to the Company here. With perfect esteem, obedience, and respect, I further have the honor to remain, Title Your High Excellencies' humble and faithful servant Signed: J. Siberg In the margin: Samarang, 27 July 1784
Dutch transcription
Samarang den 27:' Iulij A„o 1784. Samarang Den 27:' Iulij A:o 1784. pag: 672 Tot Ingabij van Padjangcoengang, den Rongo te Salo Setjo Pattij, zoon van den Voorigen Ingabij te Padjangcoengang, onder den titul van Ingabij en met behoud zijner naem, van Setja Pattij; en welke perzoon, ik in hoope van uwer Hoog Edelheeden welduiding en gunstige approbatie, bij mijn aanweesen te Rembang bereeds provisioneel daar toe aangesteld, mitsgaders als Rongo van Talo, hebbe doen vervangen, door den broe„ „ders zoon van den Rembangs regent, Wiajo Coeshoems; Tot Rijksbestierder van den Keijzer te Souracarta den Palemp Tommongong aldaar Radeen Tommongong Pand„ „fie Deoijo Ningrat, een perzoon van Geringe af„ „Comst, dog gehurot met eene van des keijzers dogters, en van alle de ministers aan het solosche Hoff, de bekwaam„ „ste tot dat Ampt, waeromme ik dan ook niet haviteere, wij te voegen bij het verzoek van zijn Hoogheid, Com van uw Hoog Edelheeden, zijn acte van aanstelling als Rijkobestierder, te imploreeren, onder den tidul van Radeen Adipattij, en met be„ „houd van zijne naam, Ivan Randjie Djoijo Nen„ „grat; Tot opvolgen van pangerang widjel te Adie„ „langoe, drage ik uw Hoog Edelheeden gunstiglijk, voor, de overleedenes oudste Boon Radeen Brotto Coessoemo, een Jaer deugdzaem en Welmeenend Javaen, bij eevengem: Memorie en §45: van mijnen predecesseur den DwelEdele Gestr: Heer Van der Burgh„ omstandig beschreeven, om onder den naem zijner over„ „leedenen Praeder van pangerang Widjet 'te nan Da„ „mak sorteerende district van Adilangoe te prov„ „sedeeren; dan alzoo 'er van die Vacature, nog geen voor„ „beeld is, en 'er ook bij de retroacta van Iava, niets van verhandeld gevonden word, zoo neeme ik de Vrijheid, Uw Hoog Edelheeden bij deesen aantebieden, eene volgens opgave van d' oudste en des kundige Inlanders gefor„ „meerde geslagt Register van den overleedene, aanmij„ „sende teffens op wat mijde, de bezetting van Adielangoe Aan hem en zijne voorouders gekoomen is, ten einde daar uijt te besluijten, d'al of niet noodzaekelijkheid, om aan den eerbiediglijk voorgestelden opvolgen Radeen Brot„ „to Coessoemo, eene Acte van aanstelling, dan wel eeniglijk, een bewijs dan de aan hem verleend wordende possessie van Adielangoe, te verleenen, om vervol„ „gens daar op alhier, zijne trouwe en gehoorzaemheid onder Eede aan de Compagnie afteleggen. Met volmaakte hoog agting, gehoor„ „zaemheid en eerbied, geeve ik mij voorts d'Ee„ „de te blijven /. onderstond:/ Tituil /:Lager:/ nwer Hoog Edelheeden onderdanige en getrouwe dienaer /:was geteekend:/ J. Siberg /:in margine :/ Samarang de 27: Julij 1734 O Javoen te
English
Samarang, the 27th of July, in the Year 1784 Samarang, the 27th of July, in the Year 1784 page 69 Copy, Genealogical Register of the recently deceased Pangerang Wiedjel, with an indication of the manner in which the territory of Adielangoe came to him and his ancestors. The first patriarch of this lineage was a certain priest regarded as holy, who bore the name of Soesoehoenang Saliedjogo; and who was the teacher of Njaij Gede Scriboet and her son Panumbahan Seno Pattij in Mataram, who were the ancestors of the house of the present Princes of Java. This Soesoehoenang Saliedjogo received from the aforementioned Kjaij Gede Serjebbet, as the reward for his instruction, the desa Adielangoe with the hamlets belonging thereto, together comprising 75 tjatjas, for his maintenance during the period of his life, which he also possessed peacefully until his death, leaving behind two children, namely a daughter and a son; who were endowed by the then Prince of Java with the territory of Adielangoe, to be possessed forever by both of them and their descendants equally, or each for one half, to the end that they should take care of the grave of their deceased father Soesoehoenang Caliedjogo. These two children were named: the daughter Njaij Gede Pambaijoen, and the son Soesoehoenang Adie, which children and further descendants succeeded their parents in the possession of the territory of Adielangoe on the same footing, as follows: From the daughter Njaij Gede Pambaijoen: Panumbahan Agoeng Panumbahan Sabrang Panumbahan Panghoulo Panumbahan Kettib Panumbahan Wiedjil Pangerang Wiedjel, 1st Pangerang Wiedjel, 2nd From the son Soesoehoenang Adie: Panumbahan Samarang Panumbahan Pienjattij Panumbahan Kaneeten Panumbahan Kepoech Panumbahan Notto Prodja Pangerang Soero Die Wongso Pangerang Rongo All of whom, having descended in a direct line, were confirmed by the Emperors of Java in the possession of Adilangoe, each for one half. But at the time the coastlands were ceded by the Emperor to the Company, the recently deceased Pangerang Widjel appeared at Samarang to do homage to the Company, because the territory of Adilangoe also fell under the coastlands; but Pangerang Rongo stayed at home and did not come up to Samarang; although the Company nevertheless allowed him to possess his share of the territory of Adilangoe quietly and in peace; whereupon, in the time of the administration of the late Governor Hogendorff, the aforementioned Pangerang Wiedjil appeared again at Samarang, and reported: that Pangerang Rongo had secretly made away from Adilangoe with his wife and children, under the pretext of being afraid of being seized by the Company; betaking himself, according to rumors, to the desa Bale-Pandjang, belonging to Mataram, and the portion of Adilangoe possessed by Pangerang Rongo was subsequently granted to him, Pangerang Wiedjel, whereby he found himself sole head of the territory of Adilangoe and also possessed it peacefully until his recent death. The heads of Adielangoe never paid anything to their sovereigns, whether during the time they were still subject to the Princes or since they came under the authority of the Company, except that annually at the New Year they were obligated to present a small quantity of rice and poultry to the Governor residing at Samarang, and annually assisted the Regents of Damak with the collection of 10 Coijangs of rice against payment of 15 Rd: per Coijang. Underneath stood: Agrees with the original. To His High Nobility, the High and Nobly Severe, Right Honorable Mister Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Nobly Severe Lords Councilors of the Dutch Indies, etc. etc. etc., at Batavia. page 71½ High and Nobly Severe, Right Honorable Lord, Nobly Severe Lords. I deem it my duty to bring respectfully to the notice of Your High Nobilities that a few days ago there arrived here from Batavia a certain Chinese named Oeij Siamko, who upon his arrival gave me an account of an encounter that befell him on his journey hither at the latitude of Cheribon, consisting, as shown by the declaration respectfully annexed hereto and presented with a request, of the following, namely: That
Dutch transcription
Samarang Den 27: Iulij A„o 1784 Samarang Den 27: Iulij A:o 1784 pag: 69:— Copia, Geslagt Register, van den Jongst overleedene Pangerang Wiedjel, met aan„ „wijsing op wat wijze het Landschap Adielang oe aan hem en zijne Voorouders gekoomen is De Eerste stamvader van dit geslagt is een seekere voor Heilig geagte Priester geweest, die de naam voerde van soesoehoenang saliedjogo; en welke Leer„ „meester is geweest van Njaij gede Scriboet en desselfs zoon Panumbahan Seno pattij in de Mattaam„ welke stamvaders zijn geweest van het huijs der tee„ „genswoordige Vorsten van Java. Deese soesoe„ „hoenang salied 7og0 heeft van eeven gemelde: kjaij ge„ „de Serjebbet, tot zoon van zijne onderwijsinge, de dessa Adielangoe met de daar bij behoorende Nego„ „rijtjes, te samen 75. tjatjas uitmaekende, tot onderhoud, voor de tijd zijns Llevens Ontfangen 't welk hij ook tot aan zijn dood gerustelijk heeft bezeeten, na„ „laetende twee kinderen, als Een dogter en Een zoon; welke door den toenmaligen vorst van Java begiftigd werden met het Landschap Adielangoe„ om door hun beide en hunne nakomelingen, voor altoos gelijkerlijk of ieder voor de helft bezeeten te werden, ten vinde voor het graff van hunnen overleede„ „ne Vader Soesoehoenang Caliedjogo Ionge te draa„ Deese twee kinderen zijn genaamd Geweest, als de dogter Njaij Gede Pambaijoen, en de zoon Soesoe„ „thoenang Adie, welken kinderen en verdere Nakome„ „lingen, hunne ouders in de bezitting van het Land„ „schap Adielangoe, op den selvden voet, hebben opgevolgd, als„ van de dogter Njaij gade pambaijven; van de zoon Soesoehoenang Adie, Panumbahan Agoeng Panumbahan Samarang Panumbahan Sabrang Panumbahan Pienjattij Panumbahan Panghoulo, Panumbahan Kaneeten Panumbahan Kettib, Panumbahan Kepoech, Panumbahan Wiedjil, Panumbahan Notto prodja„ Pangerang wiedjel, v„s Pangerang Soero die wongdo Pangerang Wiedjel, 2„e Pangerang Rongo; Welke alle, in Eene regte zijn needergedaalt zijn„ „de, door de keijzers van Iava, in het bezit van 't Adilangoe ieder voor de helft, zijn bevestigd geworden Dog ten tijde de stranden door den keijzer aan de Compagnie wierden afgestaan, is den Jongst overleedene pangerang Widzel fte Samarang koomen te ver„ „scheinen, om aan de Compagnie hulde te doen, wijl het Landschap Adi„ „langoe, meede onder de stranden sorteerde; maar pangerang Ron„ „ 9o bleeff te Huijs en kwam niet op na Samarang; schoon de Compagnie der niet teegenstaande hem sijn aandeel van het land„ „schap Adilangoe, gerustelijk en met vreede liet bezitten; waar op ten tijde der Regeering van wijlen den Heere Gou„ „verneur Hogendorff Evengemelde Pangerang wiedjil weeder op samarang verscheen, en berigte: „ dat pangerang Ron„ „go, sig heijmelijk met vrouw en kinderen van Adilangoe „had weg gemaakt, ondervoorgeeven, van bevreest te zijn, door „de Compagnie opgeligt te werden; begeevende hij sig vol„ „gens gerugte na de dessa Bale= Pandjang, onder „het Mattarmse sorteerende, en aan hem pangerang Wiedjel, voorts het gedeelte van Adilangoe door pange„ „rang Rongo bezeeten, toegevoegd wierd en daar door sig alleen als hoofd van het landschap Adilangoe bevond en het ook tot aan zijnen Jongst voorgevallen dood vreedzaam be„ „heeten heeft. . De hoofden van Adielangoe, hebben nooijt iets aan hunne souverainen opgebragt, het zij ten zijde dat sij nog onder de Vorsten ston„ „den, off seedert sij onder het gebied der Compagnie zijn ge„ „raakt, ouitgenoomen dat zij 's Jaarlijks met het Nieuwe Iaar Eene verpligting Panumbasen panninslahen van Samarang den 27 Iulij A:o 1734. Samarang den 9„' Augustus A:o 1734. van een weinig Rijst en pluijmvee, aan den te samarang resideerende Gouverneur zouden en 's Jaarlijks de Regenten van Damak behulpsaam zijn geweest, met den inzaam van 10. - Coijangs Rijst teegens betaeling van 15: Rd: de Coijang. /:onderstond:/ Accordeert met het origineel. Hoog Edel bestrenge Groot Actbaeren 'Heere Wel Edele Gestrenge Heeren. J agt ni huplgt uwe Hog Eelheden bebertig ter kennisse te brengen, dat nu eenige daagen geleeden alhier van Batavia Gearriveerd is, seekere Chinees in naame Oeij Siamko, die mij bij zijn aankomst berigt deed van een rencontre, welke hem in zijn route naar herwaards op de Hoogte van Cheribon bejeegend. was, bestaan, de vide 't bij deesen in alle Eerbied bijgevoegd en onder presen„ „tatie van bede gegeeven kelaas, in het volgende, te weeten De WelEdele Gestrenge Hee„ „ren Raaden van Nee„ „derlands India enz: en 3. enz: Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere M„r Willem Sinold Alting Gouverneur Generaal pag. 71½ en Dat