Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
34 Malacca in the Castle on the date aforesaid. (Signed) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, G. Bauwgarten, F. Thierens, [illegible], HH. I. Wiederhold, and Saturday, 4 October 1783. In the forenoon. Council of Policy. Absent: The Receiver and Customs Master Hoijnck van Papendrecht, due to indisposition. The Governor presented to the meeting: 1) A letter from J. Jouissaint, former commander of the bark de Constantia, delivered by the envoys of the King of Trangano who arrived on 30 September last, stating in substance that said bark, together with the pantjallang Geduld, was taken on 26 July in the Strait of Durian by the English ship The Nancij, Captain Robbert Geddes, and brought to Trangano, where he, Jouissaint, purchased a vessel for two thousand Spanish reals to transport the crew hither; 2) the translation of the letter of the King of Trangano received with the aforementioned envoys, in which His Highness, in response to the proposal made by the Malay Moehiet pursuant to the Secret Resolution of 14 May last, replies that His Highness, now that the Company has already begun the war against Riouw, sees no way to get the grandson of the late Radja Saleman from there, but that, if it were the true intention of the Company to elevate the King of Johore, he would help carry out that work, requesting in the meantime that the Captain of the Burghery Abraham de Wind be sent thither in order to deliberate with him on how best to unite with the Company, and to accommodate His Highness with 1000 pieces of muskets, together with 50 barrels of gunpowder, communicating at the same time that His Highness, for the pleasure of the Company, purchased from Captain Geddes the bark de Constantia and pantjallang Geduld, which were brought there, with their artillery, without saying for how much, and would transfer them to the Company for payment; 3) the translation of the letter from the aforementioned Moehiet, stating that his message was received with pleasure by the King, and that the King asked him for written proof whether the Company, united with His Highness, and undergoing good and evil together, would begin the work, but that he answered that he had no other proof than his credentials, and also that the King has prepared two thousand men and brought all the 39 vessels into the water, waiting only for further word from here. And furthermore, upon reading the extract, also submitted by the Governor, from a letter of the King of Trangano to the aforementioned Captain de Wind, it became clearly evident that His Highness, with the aforementioned expression that if it were the true intention of the Company to elevate the King of Johore, and with the request for written proof that the Company, united with him, and undergoing good and evil together, would begin the work, intended to make known to the Governor and Council that he would rather see himself or someone else, rather than the aforementioned grandson of Radja Saleman, on the throne of Johore. Whereupon, after mature deliberation and taking into consideration that, although at the session of 14 May last it had been resolved to help this Prince, as the one most entitled to the aforementioned throne, onto it, it was not known at that time that he was more partial to the Buginese than to his own nation; that having learned this since, or after the commencement of hostilities against Riouw, it had been the intention to consult with the King of Trangano, as a legitimate son of the aforementioned Radja Saleman, after the conquest of that place, concerning the election of another Regent; that, since His Highness now desired to be informed on this subject himself, one should declare oneself in a manner that could give him the greatest satisfaction, in order that he might be induced promptly to assist the Company; it has therefore been approved and agreed to reply to his letter that, since the Company's ships and vessels had been dispatched to Riouw, none were at hand to send the Captain of the Burghery Abraham de Wind, nor gunpowder and muskets, to Trangano, but that His Highness could be assured that the Company had no other intention than to expel the Buginese from the places usurped by them, to place a Malay Prince on the throne of Johore, and in both respects to proceed in unison with His Highness; that when his vessels join the Company's war fleet, they would be accommodated by the Commander thereof with gunpowder according to necessity, and with muskets in proportion to his supply; that the Company, if Riouw were conquered with the help of Trangano, in recognition thereof would leave it to the choice of His Highness whether he himself wished to assume the government over Johore, or delegate it to someone else; that one could subsequently make the most suitable arrangements with one another to live in an unbreakable friendship and alliance; that His Highness be pleased to send the bark de Constantia and pantjallang Geduld hither, and to specify what
Dutch transcription
34 Malacca in het Casteel dato Voorschreven (Getekend) L. G: de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, . G. Bauwgarten. F: Thierens, - - - - - - - - - - _ _ _ , HH. I. Wiederhold, en Saturdag den 4: October 1783. 'S Voormiddags Vergadering van Politie. Absent Den Ontvanger en Licentmeester Hoijnck van Lapendrecht, door indispositie. De Heer Gouverneur heeft ter Vergaderinge geproduceerd. Een brief van J. Jouissaint, geweezen Gezaghebber op de bark de Constantia, aangebragt door de op den 30. Septem„ „ber laastleden gearriveerde zendelingen van den koning van Tran„ „gano, en hoofdzaakelijk behelzende dat die bark, benevens de pantjallang Geduld, op den 26. Iuli in de Straat Doerioens door het Engelsch schip The Nancij, Capitein: Robbert Geddes, genomen en naar Trangano gebragt is, daar hij Jouissamt voor twee duizend sp. reaalen een vaar„ „tuig gekogt heeft tot transport van de manschappen naar herwaarts; 2) het Translaat van den met de gemelde zendelingen ontvangenen brief des Konings van Trangano, waar bij zijne Hoogheid op den voorslag, welken men vol„ „gens Secreeter Resolutie van den 14: Maijlaastleden door den Maleijer Moehiet heeft laaten doen, antwoordt dat zijne Hoogheid, nu de Compagnie reeds den oorlog tegen Riouw begonnen heeft, geen weg weet om den Kleinzoon van wijlen Radja Saleman van daar te krijgen, dog dat, bij aldien het de waaragtige intentie van de Compagnie was om den koning van Iohor op te beuren, Hij dat werk zoude helpen uitvoeren, verzoekende intusschen om den Capitein van de Burgerije Abraham de Wind derwaarts te zenden, ten einde met hem te beraamen hoe zig best met de Compagnie te vereenigen, en zijne Hoogheid te ge„ „rieven met 1000. –. ps. snaphaanen, benevens 50. –. vaten buskruids, onder communicatie teffens dat zijne Hoogheid, ter believinge van de Compagnie, de aldaar opgebragte bark de Constantia en pantjallang Geduld met derzelver geschut van Capitein Gedder gekogt heeft, zonder te zeg„ „gen voor hoe veel, en dezelven voor betaaling aan de Compagnie zoude overdoen; 3) het Translaat des briefs van den meergemelden Moehiet, inhoudende dat zijne boodschap met aangenaamheid bij den Koning ontvangen is, en de Koning hem een schriftelijk bewijs heeft afgevraagd, of de Compagnie, met zijne Hoogheid vereenigd, en het goed en kwaad 'tzamen ondergaande, het werk beginnen zoude, dog dat hij geantwoord heeft geen ander bewijs te hebben als zijnen Geloofsbrief, zoo ook dat de koning, twee duizend man in gereedheid en alle waar de 39 de vaartuigen in het water gebragt hieft, wagtende eenlijk op nader bescheid van hier. En is voorts bij lecture van het door den Heer Gou„ „verneur nog ingeleverd Extract uit eenen brief van Tranga„ „nas Koning aan den gemelden Capitein de Wind niet onduu„ „delijk gebleken, hoe zijne Hoogheid met de voorschreven uitdrukking van bijaldien het de waaragtige intintie van de Compagnie was om den koning van Iohor op te beu„ „ren, en met het vraagen van een schriftelijk bewijs, dat de Compagnie, met Hem vereenigd, en het goed en kwaad tzamen ondergaande, het werk beginnen zoude! be„ „doelde den Gouverneur en Raad te kennen te geeven, dat Wij liever zig zelf of iemand anders, dan den gemel„ „den Kleinzoon van Radja Saleman, op den troon van Iohor wilde zien. Waar op rijpelijk gedelibereerd, en in consideratie genomen weezende, dat men ter Sessie van den 14. Mai laastleden wel hadt vastgesteld deezen Prins, als den ge„ „regtigdstun tot den gemelden troon, daar op te helpen, dog dat men toen niet geweten hadt, dat hij den Boeginee„ „schen meer toegedaan was, dan zijne eigen natie; dat men zulks sedert, of na het aanvangen van de hosti„ „liteiten tegen Riouw, vernomen hebbende, van intentie geweest was om na de overwinning van die plaats met den koning van Trangano, als een egter zoon van gemelden Radja Saleman, te raadpleegen over de verkiezing van eenen anderen Regent; dat, daar zijne Hoogheid nu zelf op dit zujct begeerde onderrigt te zijn, men zig verklaaren moest op eene wijze, die Hdem de meeste voldoening kon geeven, op dat Hij bewogen wier„ „de om schielijk de Compagnie bij te staan; is derhal„ „ven goedgevonden en verstaan op zijnen brief te repli„ „ceeren dat, vermits Comps. schepen en vaartuigen naar Riouw geexpredieerd waren, men geen aan handen hadt om den Capitein van de Burgerije Abraham de Wind, nog ook buskruid en geweeren, naar Trangano te zenden, dog zijner Hoogheid verzekeren kon, dat de Compagnie gee„ „ne andere intentie hadt, als om de Boegineeschen uit de door hun geusurpeerde plaatzen te verstooten, een Maletschen Prins op den vroon van Iohor te stellen, en in beide opzig„ „ten eensgezind met zijne Hoogheid te werk te gaan; dat zijne vaartuigen bij Comps. Oorlogs-vloot komende, door den Bevelhebber over dezelve zouden worden geriefd „ met buskruid „naar benoodigdheid, en miet geweeren naar mate van zen voorraad dat de Compagnie, wanneer Riouw met behulp van Trangano overwonnen wierdt, in erkentenisse daar van aan de Keuze van zijne Hoogheid zoude laaten, of Wij zelf het bewind ovor Iohor wilde aanvaarden, dan wel het zelve aan iemand anders opdraagen. dat men vervolgens, met elkanderen de convenabelste schikkingen zoude kunnen maaken, om in eene onverbree„ „kelijke vriend= en bondgenoodschap te leeven; dat zij„ „ne Hoogheid de bark de Constantia: en Pantjallang Geduld geliefde herwaarts te zenden, en op te geeven, waar Hoogheid voor
English
had been purchased for, so that, if His Highness had not paid too much for them, they could be taken over for the Company, but otherwise be sent back. It having been deemed necessary to send another letter via Palembang to the Noble High Indian Government: it has been approved and agreed, for lack of any other opportunity, to hire for this purpose the well-sailing and reasonably defensible vessel of the Malay Intje zalijs for two hundred and fifty Spanish reals, to be paid upon return and to be written off to the Account of the Expedition against Riouw in the Trade Books of this Government. Malacca in the Castle, date as above. Signed: D. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, J. Thierens, - - - - - - - - _ , H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. October 1783. Saturday the 11th. In the Forenoon Meeting of the Council of Policy. All present The Governor, upon further review of the recently received reports from the War Squadron before Riouw, submitted to the Meeting that the King of Siac had indeed promised his help against the Bugis, but for the present seemed to have no inclination, or due to his youth not enough authority, to fulfill his promise; that since the envoys of the King of Trangano were only due to depart tomorrow or the day after with the answer to His Highness's question regarding the Company's intention with respect to the Throne of Johor, the vessels and crews which, according to the Secret Resolution of the 4th instant, he had ready to dispatch could not arrive at the Company's Fleet before the end of November; that no relief could be expected any sooner either from Queda or from Batavia, considering that the letter dispatched to the King of the aforementioned Realm was sent on the 30th of September last, the Express with the letter to the Noble High Indian Government dispatched on the 20th of May via Palembang had not yet arrived there on the 14th of September, and the galliot with the further communication to Their High Mightinesses of the 22nd of July had been seen near Lucipara on the 21st of September; that the great preparations being made by the King of Slangenoor to come hither and his attempts to get the Rembauers on his side did not permit reinforcing the Squadron with the two or three hundred men requested by the Captain at Sea and Commander of the same, Todeger Abo, in his letter of the 20th of September; that, although for all these reasons the landing on Riouw had to remain suspended until one should be enabled to do so from elsewhere, the siege of that place nevertheless could not be broken up, even for a short time, without giving the enemy fresh courage and the opportunity to devise means for his safety that could inflict more damage on the Company and this Colony than they had suffered so far through the breach of alliance by Riouw and Slangenoor, besides which it would also conflict with good faith to expose the vessels coming from Trangano to the danger of being attacked and defeated by the people of Riouw, who would quickly obtain knowledge of their departure to the Company's assistance. Which having been thoroughly discussed, and it also having been taken into consideration that the increasing sickness among the Officers and Common soldiers in the Company's War Fleet, or the lack of anchors, ropes, and other necessities which could not be supplied from here before relief was obtained from Batavia, might very well cause the Broad Council in the aforementioned Squadron to decide to return with the entire Fleet, but that timely and necessary provision should be made against such a worrisome extreme; it has therefore been approved and agreed: 1. That the commanding ship the Dolphijn, with the ships the Jonge Hugo and Malaccas welvaaren, and three other vessels deemed suitable for the purpose, should keep Riouw blockaded in order to prevent the entry, if not of small, then certainly of large vessels, but primarily to keep foreign European ships and vessels away from there until the arrival of the hoped-for relief, in order then, if possible at once, but otherwise as soon as reinforcements have been sent from here, to attack and subdue the enemy with united force. 2. That the aforementioned six hulls, for the first-mentioned purpose, shall have to position themselves on the Roadstead of Riouw in such a disposition as shall be deemed best by the aforementioned Council, provided they lie not too far apart, but close to one another, so as to be able to repulse the enemy with force whenever he might undertake another sally, considering that he usually attacked such a ship or other vessel as could not be supported quickly enough due to its great distance from the others, in order thus to exhaust it and, if possible, overpower it. 3. That therefore henceforth no ship or other vessel, whether to fetch water or for other reasons of importance, shall ever be sent out alone, but always with one or two others that could immediately come to its assistance in case of attack. 4. That the ship Willem Fredrik, with the vessels that the Broad Council does not think fit to retain, hitherward
Dutch transcription
41 voor zijn ingekogt waren, op dat ze, indien zijne Hoogheed en niet te veel voor betaald hadt, voor de Compagnie overgenomen, dog anders te rug gezonden konden worden. Noodzaakelijk geoordeeld zijnde over Palembang weder„ een brieff aan de Edele Hooge Indische Regeering af te zenden: zoo is, bij manquement van andere gelegenheid, goedgevonden en verstaan daar toe het welbezeild en 'taame„ „lijk weer baar vaartuig van den Maleijer Intje zalijs in huur te neemen voor twee honderd en vijftig Saansche reaalen, om bij retour betaald en op de Reke„ „ning van de Expeditie tegen Riouw bij de Negotie-boe„ „ken deezer Gouvernements afgeschreven te worden. Malacca in het Casteel dato Voorschreven ƒ Getekend) D. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, J. Thierens, - - - - - - - - _ , H. I. Wiederhold, en C. G. Bauingarten. October 1783. Saturdag den 11. 'S Voormiddags Vergadering van Politie. Allen present De Heer Gouverneur heeft bij nadere resumtie van de onlangs ontvangen berigten uit het Oorlogs-ebquader voor Riouw ter Vergaderinge voorgedragen, dat de Koning van Siac wel zijne hulpe tegen de Boegineeschen beloofd hadt, maar voor als nog geenen lust of door zijne jongkheid geen gezagt genoeg scheen te hebben om aan zijne belofte te voldoen; dat vermits de zendelingen van den koning van Trangano eerst op morgen of overmorgen stonden te vertrekken met het antwoord op de vraag van zijne Hoog„ „heid, nopens Comps. intentie met opzigt tot den Vroon van Iohor, de vaartuigen en manschappen, die Hij blij„ „kens Secreete Resolutie van den 4. courant gereed hadt om af te zenden; niet voor den laasten Novem„ „ber bij Comps. Vloot konden komen; dat men eer„ „der ook geen secours, nog van Queda, nog van Ba„ „tavia; verwagten kon, gemerkt de brief aan den Koning van het gemelde Rijk op den 30. September laastleden afgevaardigd, de Expresse, met den brief aan de Edele Hooge Indische Regeering van den 20. Mai over Pa„ „lembang gedepecheerd, den 14. September daar nog niet geweest, en de galjoot, met het nader schrijvens aan Haare Hoog-Edelheden van den 22. Iuli, op den 21. September omtrent Lucipara gezien was; dat de groote toerustingen, die de Koning van Slangenoor maakte om herwaarts te komen en zijne poogingen om de Rombouwers aan zijne zijde te krijgen, met permitteerden het Esquader te versterken met de door den Capitein ter Zee en Bevelhebber over hetzelve To„ de „ger Abo. Secret 113 „ger Abo bij zijnen brief van den 20. September gerequireerde twee of drie honderd man; dat, schoon men nu om alle dee„ „ze redenen de landing op Riouw moest gesurseerd laaten tot dat men daar toe van elders in staat gesteld zoude zijn, het beleg van die plaats nogtans, al was het zelfs voor een korten tijd, niet kon worden opgebroken, zonder aan den vijand nieuwen moed en gelegenheid te geeven om tot zijne veilighad middelen te beraamen, die aan de Compag„ „nie en deeze Colonie meer nadeels zouden kunnen toebrengen, dan zij tot hier toe door de bondbreuk van Riouw en Slan„ „genoor geleden hadden, behalven dat het ook tegen de goede trouwe zoude strijden de van Trangans komende vaartui„ „gen aan het gevaar te exponeeren van door de Riouwers„ die van hun vertrek tot Comps. adsistentie wel schielijk kennis zouden krijgen, geattaqueerd en geslagen te worden. Waar over in het breede geraisonneerd, en teffens in be„ „denking genomen zijnde, dat de toeneemende, ziekte onder„ de Officieren en Gemeenen in Comps. Oorlogs-vloot, off het gebrek aan ankers, touwen en andere benoodigdheden, die van hier niet bezorgd konden worden voor dat men ontzet van Batavia erlangde, den Breeden Raad in het gemelde Esquader wel ligt zoude kunnen doen be„ „sluiten om met de gansche Vloot weder te keeren, dog tegen zulk een zorgelijk uiterste bij tijds de noodige voor„ „ziening behoorde te worden gedaan; is derhalven goedgevon„ „den en verstaan 1: / Dat het commandeerend schip de Dolphijn, met de ech„ „pen de Ionge Hugo en Malaccas welvaaren, en drie andere vaartuigen, die men daar toe bekwaam oordeelde, Riouw ge„ „bloqueerd zoude houden, om het inloopen, zoo al niet van kleine, immers van groote vaartuigen te beletten, dog voor„ „naamelijk de vreemde Europesche schepen en vaartuigen van daar te weeren, tot de opdaaging van het verhoopte Le„ „cours, om dan, indien mogelijk ten eersten, dog anders zoo dra van' hier versterking gezonden was, den vijand met vereenigde magt aan te vallen en te onder te brengen. 2 Dat de voorschreven zes kielen ten eerstgemelden einde op de Reede van Riouw zig in zoodanige positie zouden hebben te stellen, als door den gemelden Raad best geagt zoude worden, mits niet te wijd van, maar digt bij elkanderen leggende, om den vijand, wanneer hij weder een uitval mogte onderneemen, met kragt te kunnen repousseeren, gemerkt hij gemeenlijk zulk een schip of ander vaartuig attaqueerde, het welk om zijnen verren afstand van de overigen niet schielijk genoeg gesecondeerd kon worden, ten einde hetzelve dus af te matten en was het mogelijk te overmeesteren Dat dierhalven ook voortaan geen schip off ander vaar„ „tung, 't zij ten afhaal van water, of om andere redenen van aanbelang, ooit meer alleen, maar wel altoos met nog een of twee, die hem in cas van attaque direct bij springen konden zoude mogen worden uitgezonden. 4. Dat het schip DDillem Fredrik, met de vaartuigen, die de Breede Raad niet goedvondt aan te houden, her„ „pen „waarts
English
would return hither; as well as upon the return of Loeloe Iavella, the bark Geertruida Susanna and Koster the Onderneemen, or others in their place. 5. That not only the ship Willem Fredrik should transfer to the ship Jonge Hugo the artillery received here with its appurtenances, in so far as the latter had not been expended, but also that there should be unloaded from the other returning vessels whatever they could spare without considerable inconvenience to themselves, or could obtain again here, provided that a specific note thereof was furnished. 6. That from the same there should likewise be transferred as many healthy soldiers and artillerymen, including the sailors experienced in handling the artillery, as would be necessary to reinforce the ships and vessels remaining at the roadstead of Riouw. 7. That, on the other hand, all sick officers and common soldiers in the fleet, whether in exchange for healthy men or as it could otherwise be arranged, should be transferred to the vessels coming hither, in order that, having recovered from their ailments, they might be transported back to the fleet, to relieve those who had in the meantime become incapacitated; and that to this end two of the last-mentioned vessels should be permanently employed to sail back and forth. 8. That the Broad Council should be seriously ordered to execute these arrangements and orders precisely, which serve to prevent the harmful consequences that would inevitably arise from a formal lifting of the said siege, and for that purpose beforehand to consult maturely with one another as to which vessels can be sent hither with the ship Willem Fredrik, what position at the roadstead of Riouw must be occupied by the others, what must be observed upon dispatching any of them, and what can or must be taken from the returning vessels for their reinforcement; as well as to send hither a copy, signed by the entire Council, of the resolution taken in the fleet in that regard, together with the separate opinions that were supplied by some officers in the fleet to Captain at Sea Roger Abo at his request, and his own considerations regarding the manner of attacking Riouw. Lastly, it was resolved to command the often-mentioned Broad Council, upon the appearance of the Trengganu vessels, immediately to dispatch a sloop or pantjallang hither in order to bring tidings thereof, so that all possible reinforcement from here can then be provided. Malacca, in the Castle, on the date aforesaid. (Signed) P. G. de Bruijn, J. A. Hensel, A. Couperus, J. Thierens, R. B. Hoynck van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. In the morning. Meeting of Police. Saturday the 29th of November 1783. The Honorable Head Administrator Lemker and Collector of Customs Hoynck van Papendrecht being on a commission to Riouw. The Lord Governor has put to the question whether the ship Heerenberg, which has been discharged of its cargo, should be dispatched to Riouw in accordance with the letter of the Noble High Indian Government by honored secret missive of the 30th of September last, or held here until its departure for Batavia. Whereupon, after deliberation and taking into consideration that, if one wished to employ that vessel in the expedition against the said smuggler's nest, the same, in order to be of use and able to withstand enemy attacks, would have to be reinforced with a considerable number of crew, but that no seamen were presently to be obtained here, and prudence also did not permit stripping oneself of more soldiers and artillerymen than had already been sent to Riouw, since the reports noted by the Joint Resolution of the 20th of September last concerning the armaments of Selangor's king were confirmed, and one had at hand, besides the said ship, no vessel to protect the private vessels lying at the roadstead from enemy attacks, or to be able to have the river of Linggi occupied if the said Prince should enter it with his armada; it has therefore been approved and resolved not to send the often-mentioned ship Heerenberg to Riouw, but to hold it here until its dispatch to the Main Settlement. Malacca, in the Castle, on the date aforesaid. (Signed) P. G. de Bruijn, J. A. Hensel, A. Couperus, J. Thierens, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten.
Dutch transcription
45 „waarts zoude wederkeeren; zoo mede bij terugkomste van Loeloe Iavella de bark de Geertruida Susanna en Koster de Onderneemen, of anderen in haare plaatze. 5. / Dat niet alleen het schip Willem Fredrik aan het schip de Ionge Hugo zoude overgeeven het hier ontvangen geschut met dies toebehooren, voor zoo verre het laaste niet verbruikt was, maar dat ook van de andere retourneerende vaartuigen zoude worden geligt al wat zijn buiten eigen merkelijk ongerief missen, of hier weder bekomen konden, mits daar van eene Specifique Notitie wierde bezorgd. 6.) Dat van dezelven insgelijks zouden worden overge„ „nomen zoo veel gezonde Militairen en Arthilleristen, daar onder ook de in de behandeling van het geschut geolffeu„ „de ziackers, als tot renfort van de op de reede van Riouw blijvende schepen en vaartuigen noodig zouden weezen. 7. Dat daarentegen alle de zieke Officieren en Ge„ „meenen in de Vloot, 't zij bij verwisseling tegen gezonden, off zoo als het anders geschieden kon, op de herwaarts ko„ „mende vaartuigen zouden overgaan, om van hunne kwaa„ „len hersteld zijnde weder naar de Vloot getransporteerd te worden:, ter aflossing van die intusschen impotent ge„ „raakt waren, en dat ten dien einde twee van de laast„ „gemelde vaartuijgen bestendig geemploijeerd zouden wor„ „den om over en weder te vaaren. 8. Dat den Breeden Raad ernstiglijk ge„ „last zoude worden deeze schikkingen en orders, strek„ „kende tot preventie van de nadeelige gevolgen, welke uit eene formeele opbraake van het gemelde beleg onvermijdelijk zouden voortspruiten, exact uit te voeren en daar toe be„ „voorens met elkanderen rijpelijk te overleggen welke vaar„ „tuigen met het schip Willem Fredrik herwaarts kunnen gezonden, hoedanige standplaats op de reede van Riouw door de anderen moet geoccupeerd, wat bij uitzending van eenigen derzelven moet in agt genomen, en wat tot hun„ „ne versterking uit de wederkeerende vaartuigen kan of moet geligt worden ! mitsgaders van de Resolu„ „tie, welke dientwegen in de Vloot genomen wordt, een door den ganschen Raad ondertekend afschrift herwaarts te zenden, benevens de bijzondere Adviesen, welke door eeni„ „ge Officianten in de Vloot, ter requisitie van den Capi„ „tein ter Zee Ioger Abo, aan den zelven gesuprediteerd zijn, en zijne eigen Consideratien, nopens de manier om Riouw te attaqueeren. Laastelijk is verstaan den meergemelden Breeden Raad te beveelen, om bij verschijning van de Tranganosche vaar„ „tuigen immediaat een sloep of pantjallang herwaarts te depecheeren, ten einde 'er tijding van te brengen, op dat dan alle mogelijke versterking van hier kan worden be„ „schikt. Malacca in het Casteel dato voorschreven (Getekend) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, J„ Thievens, R. B. Hoijnck van Lapendrecht, IL. J. Wiederhold, en C. G. Baumgarten in't Saturdag 42 Saturdag den 29. November 1783. Den E. Hoofdadministrateur Lemker en Licentmeester Hoijnck van Lapendrecht, zijnde in Commissie naar Riouw. De Heer Gouverneur heeft in omvraage gebragt, of men het schip Heerenberg, dat van zijne laading gedechargeerd is, volgens het aanschrijven der Edele Hooge Indische Regeering bij geëerde Lecreete missive van den 30. September laastleden, naar Ri„ „ouw zoude depecheeren, dan wel tot zijn vertrek naar Batavia hier aanhouden. Waar op gedelibereerd, en in agting genomen zijnde dat, wanneer men dien bodem in de Expeditie tegen het gemelde Sluiknest wilde emploijeeren, dezelve, om van nut en tegen vijandelijke aanvallen bestand te zijn, met een aanmerkelijk getal manschappen zoude moeten worden versterkt, dog dat hier tans geene Zeevaaren„ „den te bekomen waren, en de voorzigtigheid ook niet permitteerde zig van meerder Militairen en Ar„ „thilleristen te ontblooten, dan men reeds naar Riauw gezonden hadt, nadien de bij Gemeene Resolutie van den 20. September laastleden genoteerde berigten 'S' Voormiddags Vergadering van Politie wegens de toevustingen van Slangenoors koning geconfirmeerd wierden, en men behalven het gemelde schip geen vaartuig aan handen hadt, om de ter reede leggende particuliere vaartuigen voor vijandelijke aanvandingen te beveiligen, dan wel de rivier van Lingij te kunnen laaten be„ „zetten, wanneer de gemelde Vorst met zijne armade dezelve mogte inloopen; is derhalven goedgevonden en verstaan het meergemeld schip Meerenberg niet naar Riouw te zenden, maar hier aan te houden tot zijne depeche naar de Hoofdplaats. Malacca in het Casteel dato voorschreven Getekend) L. G. de Bruijn, - - - J. A. Hensel, A. Couperus, F: Thierens, G. Baumgarten. - - - - - - - - - - - –, H. I. Wiederhold, en Maandag wegens Absent Sibrut
English
49 1 Monday the 19th of January 1784. Absent The Honorable Chief Administrator Lamker and License Master Hoynck van Papendrecht, both on commission to Riouw. In the forenoon Political Council. The Governor having remarked to the Meeting that the furthest redoubts outside Tranquera, primarily constructed to prevent a European enemy from landing, would be of no use whatsoever against an indigenous enemy attacking this place by land, as was currently feared, but could instead be very detrimental if they were left in their present state and the Selangor Bugis, who had landed at Tanjong Kling on the 14th and 15th instant and had since strongly entrenched themselves at Batang Tiga, were to take possession of them, but that one found oneself unable to reinforce them sufficiently to resist the enemy: it was therefore approved and resolved to immediately have the said redoubts razed, and conversely to construct indigenous entrenchments or bentings in such places where the situation of the environs of this place required it. The Governor further communicated to the Meeting that along with the Captain and Elders of Nanning, who had arrived here recently to render their customary homage to the Company, the Ampatsukoes of Rumbau had also come down, and the former as well as the latter had made known to His Honor the request made to them by the King of Selangor to lend him a helping hand in attacking this place, but that they had unanimously rejected or turned down all the offers of that monarch, as well as the orders received from Raja Haji via Padang to take up arms against the Company, and conversely had made known to both that they were subjects of the Dutch Company and consequently were resolved to conduct themselves as such, to remain faithful to it, and to recognize no other authority than the said Company, declaring at the same time to His Honor in the most solemn manner that they would steadfastly stand by this given answer, and would assist the Company with all their power as soon as they were summoned for the defense of this place; And that His Honor, although little or no reliance could be placed on the declarations of that people owing to their fickle and self-interested nature, nevertheless to encourage them, not only on account of the meager rice crop had remitted to the Captain and Elders of Nanning for this year the due tribute of Secret 51 of 400 gantangs of padi or unhusked rice, but had also gifted to them and the Regents of Rumbau 219 Spanish reals, 5939½ lb. of rice, and a keris, costing 7.4.0 rixdollars. Whereupon, having deliberated, it was approved and resolved to agree herewith to the one and the other, and to have the said gift written off on the account of the Expedition against Riouw in the trade books of this Government. Malacca in the Castle, date as above. (Signed) P. G. de Bruijn, - - - - - - - , J. A. Hensel, A. Couperus, J. S. Thierens, – - - - - - - - - - - - - - -, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. Secret Wednesday, the 28th of January 1784. In the forenoon Political Council. All present. Upon resumption, having deliberated on the account prepared by the Junior Merchant, Receiver and License Master here, Hoynck van Papendrecht, employed as Second Commissioner in the Expedition against Riouw and returned here on the 24th instant with the first squadron of the Company's war fleet, of what occurred in the said fleet on the 4th, 5th, and 6th preceding, and an extract from the report of the Sea Captain Roger Abo dedicated to the Honorable High Indian Government, containing his actions since the 26th of December last until the 24th instant, as well as the resolutions taken in the Council of the aforementioned fleet since the 8th of November 1783 until the 20th of this month inclusive: it was therefore approved and resolved: 1. To have the former Commander of the Malacca troops in the said expedition, Lieutenant Anthonij Stecher, and the other military officers who were present at the making of the landing on Riouw, report in writing how they and the common soldiers conducted themselves on that occasion, and which of them did not properly observe their duty. 2. To demand from the Sea Captains Christiaan Fredrik Winterhelm and Jacob Fredriks an extract from the journal kept on the vessels under their command, the ships 't Hof ter Linden and de Diamant, insofar as mention is made therein of the said landing undertaken on Riouw. 3. To have the said Second Commissioner Hoynck van Papendrecht report accurately, not only which persons were on the wrecked small ship Malaccas Welvaaren, and which of them, as well as
Dutch transcription
49 1 Maandag den 19. Januarij 1784. Den E. Hoofdadministrateur Lamker en Licentmeester Hoijnck van Lapendrecht, beiden in Commissie naar Riouw. Door den Heer Gouverneur ter Vergadering geremar¬ „queerd zijnde, dat de verste Redouten buiten Tranquera, voornaamelijk aangelegd om eenen Europeschen vijand de lan„ „ding te beletten, tegen eenen inlandschen vijand, die dee„ „ze plaats te lande kwam attaqueeren, gelijk men het tans te dugten hadt, van geen het minste nut, maar wel zeer nadeelig konden weezen, wanneer dezelven, in den tegenwoordigen staat gelaten wierden, en de Slange„ „noorsche Boegineeschens; die op den 14. en 15. courant op Tanjaong-kling geland waren en zig sedert op Ba„ „tantiga Sterk verschanst hadden, daar van posses„ „sie namen, dog dat men zig buiten staat bevondt om dezelven genoegzaam te kunnen versterken ter resistentie van den vijand: zoo is goedgevonden en verstaan de gemelde Redoutin ten eersten te laaten vas„ „seeren, en daarentegen op zoodanige plaatzen, waar de situatie der environs deezer plaatze het vereischtte, in„ „landsche verschanzingen of bentings vervaardigen. Absent 's voormiddags Vergadering van Politie. De Heer Gouverneur heeft wijders ter Vergaderinge gecommuniceerd, dat met den Capitein en de Oudsten van Nan„ „ning, onderdaags hier gearriveerd om hunne gewoone houma„ „ge aan de Compagnie te doen, ook afgekomen waren de Ampatsoekoes van Rombouw, en de eenen zoo wel als de anderen aan zijn Ed. te kennen gegeeven hadden het aan hun gedaan aanzoek door den koning van Slangenoor, om hem in het attaqueeren van deeze plaatze de behulpzaa„ „me hand te bieden, dog dat zij eenpaariglijk alle de fferter van dien vorst, gelijk ook de van Radja Hadjie over Padang ontvangen bevelen om zig tegen de Compag„ „nie te wapenen, verworpen of van de hand geweezen, en daarentegen aan beiden bekendgemaakt hadden, dat zij onderdaanen van de Nederlandsche Compagnie in over„ „zulks geresolveerd waren zig als zoodanigen te gedraa„ „gen, haar getrouw te blijven, en geene andere Overheid als de gemelde Compagnie te erkennen, betuigende teffens aan zijn Ed. op het plegtigste, dat zij dit hun gegeeven antwoord onwrikbaar gestand doen, en der Compagnie met alle hunne magt ten dienste staan zouden, zoo dra zijn ter verdeediging van deeze plaatze ontboden wierden; En dat zijn Ed. , afschoon men op de betuigingen van dat volk wegens hunne wispelturig - en inhaaligheid weinig of geen staat kon maaken, egter om hun te encourageeren, niet alleen uit hoofde van het schraale rijstgewas den Capitein en Oudsten van Nanning voor dit Jaar hadt kwijtgescholden het verschuldigde tribut De van Secreet 51 van 400. –. gantings pradi of rijst in de bolster, maar ook aan hun en de Regenten van Rombouw geschon„ „kin 219. –. Spaansche reaaluw, 5939½. lb. rijst, en eene Rits, kostende rds. 7. 4. –. Waar op gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan zig met het een en andere bij deezen te con„ „formeeren, en het gemeld geschunk op de Rekening van de Expeditie tegen Riouw bij de Negotie-boeken dee„ „zer Gouvernements te laaten afschrijven. Malacca in het Casteel dato voorschreven (Getekend) L. G: de Bruijn, - - - - - - - , I. A. Hensel, A. Couperus, I. s Thierens, – - - - - - - - - - - - - - -, H. I. Wiederhold, en C. G. Baungarten. Setreet Woensdag, den 28. Januari 1784. S voormiddags Vergadering van Politie. Allen present. ij resumtie gedelibereerd zijnde op het Relaas, door den als Tweeden Commissionant in de Expeditie te„ „gen Riouw geëmploijeerden en op den 24. courant met het eerste smaldeel van Comps. Oorlogs-vloot te 3. Door den gemelden Tweeden Commissionant Woijnek van Lapendreed naauwkeurig te laaten opgeeven, met alleen welke persoonen zig op het verongelukte scheepje Malac„ „cas welvaaren bevonden hebben, en welke van hun, gelijk rug gevierden Onderkoopman, Ontvanger en Licentmeester al„ „hier Hoijnck van Lapendrecht opgemaakt van hetgene voor„ „gevallen is in de gemelde Vloot op den 4, 5, en 6. bevoorens, en een Extract uit het Rapport van den Capitein ter Zee Ioger Abo, aan de Edele Hooge andische Regeering gedeficeerd, berelzende zijne verrigtingen sedert den 26. December laastleden tod den 24. deezer, mitsgaders de in den Raad van de meerge„ „melde Vloot genomen Resolutien sedert den 8. November 1783 tot den 20. hujus inclusive: zoo is goedgevonden 1. Door den geweezen Commandant van de Malaccasche trouper in de gemelde Expeditie, den Luitenant Anthonij Stedher, en de overige Militaire Oppicieren, die present ge„ „weest zijn bij het doen der landing op Riouw; schriftelijk te laaten berigten hoedanig zijn en de Gemeenen zig bij die gelegen„ „heid gedraagen, en welke van dezelven hunnen pligt nied naar behooren in agt genomen hebben. 2. van de Capitains ter Zee Christiaan Fredrik Winter„ „reum en Iacob Fredriks op te eiscen een Extract uit het gehouden Iournaal op hunne onderhebbende bodems, de schepen 't Hof ter Linden en de Diamant, voor zoo verre daar in gesprooken wordt van de gemelde op Riouw ondernomen landing. en verstaan. Crug ook
English
53 also of the remaining men deployed for the landing were killed, but also how many pieces of cannon and other munitions of war, together with provisions etc., were delivered to the said small vessel for that landing and lost during the blowing up of the same! 4. To order the frequently mentioned Haijnck van Papendrecht and the Bookkeeper Baumgarten, who according to the Resolution of 22 October 1783 has performed the duties of Licent Master since the 30th thereof until the 24th of this month, to account for themselves in writing regarding the remark made in the aforementioned Extract from the Report of Captain Abo, that Radja Hadjie, with small vessels of one and two koyangs that claimed to be from Siak, had rice fetched from Malacca itself, whereas the export of that grain, except for small lots absolutely required for consumption by the crew on the vessels departing from here for the voyage, has been prohibited for a considerable time. 5. To note herewith that the women found on a vessel captured off Riouw on 16 August 1783 and taken over as slaves by Sea Captain Abo and Dolinterhein, but sent here following the further elucidation requested in this regard by letter to the said Abo dated 23 September thereafter, are, according to the statement of the Captain of the Malays here, Intje Senoedin, to the Lord Governor, still collectively under his custody, contrary to what was cited in the frequently mentioned Extract Report. 6. To cause to be refunded in kind to the Captains or Commanders of the ships and vessels in the Company's Squadron the karwaat or dried fish which they, according to the proposal of Captain Abo and the decision taken thereon in the Council of the Squadron on the 11th instant, provided from their provisions to the Malacca troops. 7. To permit the Ordinary Lieutenant at Sea and Commander of the gurab De Snelheid, Jan Florijn, to rest his case with his explanation that, on account of the rough sea, the vehement current, and the severe leakage of the vessel under his command, he was forced to let slip the Siamese junk he had in tow, as appears from the submitted statement of the joint officers of the said gurab. 8. On the other hand, to require the Commanders of the small ship De Hoop and the cutter De Patriot, Jan Christiaan David Hartig and Christiaan Martens, who upon departure for this place had orders to bring up the rear or close the second division of the Squadron, to render a satisfactory account regarding their disobedience or negligence, whereby not only the said Siamese junk and four sloops seized off Riouw, but also the Company's bark De Geertruida Susanna were left behind and have not yet appeared here. 55 9. To permit Chief Mate Joan Gallo, pending further disposition by the Honourable High Indian Government, to continue in the command of the ship De Jonge Hugo assigned to him according to the Resolution of the Council in the Company's Squadron of 24 December last, on account of the demise of Sea Captain Johan Hermanus Cornel. 10. Considering that the landing on Riouw as regulated and planned by the disposition of the Commissioners from this Council, if not earlier, then certainly in the month of September, when a considerable force was already assembled, the men were still for the most part fresh and healthy, and the enemy was less strong than subsequently, could well have been carried out; and even if there were no possibility for that, nor even to blockade the enemy closely and cut off all supplies from outside, as is stated in the Resolution of the Squadron under date of 8 January, which was never before claimed, and also cannot be reconciled with the account of the Malays who have fled to Siak and elsewhere since the arrival of the said Commissioners in the Squadron, that Riouw was so closely besieged that it would soon have to surrender; according to the order given by dispatch of 15 October 1783, two ships and two or three smaller vessels with healthy men ought to have remained stationed there, at least to prevent foreign ships and Chinese or Siamese junks from entering, whereas now even the junk that might be destined for this place runs the risk of being intercepted by the Riouwers and taken to their nest; while submitting all the aforementioned and still incoming documents concerning the failed landing on and formal raising of the blockade of Riouw, most respectfully leaving the judgment thereon to the discernment of their aforementioned High Excellencies. On this occasion, discussion also having taken place concerning the Selangor Bugis, Batu Bahra people, etc., who, as appears from the Secret Resolution of the 19th instant, landed at Tanjong Kling and have already grown to a number of eight hundred, or as some maintain, one thousand men, it has provisionally, or until one shall be in a position to dislodge them from their entrenchments by the Company's arms, been approved and resolved to let two or three small vessels equipped for war cruise between the corner of Tanjong Kling and the Lazarus field, in order to cut off from them as far as possible all assistance from outside with men and provisions, while deferring the further necessary arrangements against their advance to the Lord Governor. Malacca, in the Castle, date as above. Signed: P. G. de Bruijn, Z. A. Hensel, A. Couperus, B. Thierens, A. B. Hoijnek van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten.
Dutch transcription
53 ook van de overige manschappnen, tot de landing geschuikt, ge„ „sneuveld, maar ook hoe veel ps. canons en andere oorlogs- munitien, mitsgaders provisien enz:, voor die landing auw het gemelde scheepje afgegeven en bijn het in de lugt sprngen van hetzelve verlooren zijn! 4. Den meergemelden Haijnck van Lapendrecht en den Boekhouder Baungarten, die volgens Resolutie van den 22. October 1783 den dienst van Lieentmeester sedert den 30. daar aan tot den 24. deezer waargenomen heeft, te gelasten hun schriftelijk te verantwoorden op het geremarqueerde bij het voorschreven Extract uit het Rapport van Capitein Abo, dat Radja Hadjie met kleine vaartuigen van een en twee koijangs, die voorgaven van Liac te zijn, zelf van Malacca rijst liet haalen, nadien de uitvoer van dat graan, behalven van kleine partijtjes, die tot consumtie van de manschap op de van hier vertrekkende vaartuigen voor de reeze absolut vereischt wierdt, zedert een geruimen tijd verboden is geweest. 5. Bij deezen te noteeren, dat de op een den 16. Augustus 1783 voor Riouw overmeesterd vaartuig gevon„ „den en door de Capiteur ter Zee Abo en Dolinter„ „hein als slaaven overgenomen, dog op de dientwegen ge„ „vraagde nadere elucidatie bij brief aan gemelden Abo, sub dato 23. September daar aan, dit heen gezonden „volgens vrouwen, „ verklaaring van den Capitein der Maleijers alhier Intje Senoedin aan den Heer Gouverneur, als nog gezamenlijk onder zijne bewaaring zijn, contrarie het aangehaalde in het meergemelde Extract Rapport. Aan de Capiteins of Gezaghebbers vanr de Schepen en vaartuigen in Comps. Esquader in natura te laaten resti„ „tueeren de Karwaat af gedroogde visch, die zijn na het voor„ „stel van Capitein Abo, en het daar op genomen besluit in den Raad van het Esquader op den 11: courant, uit hun„ „nen voorraad aan de Malaccasche troupes verstrekt heb„ „ben. 7. Den ordinair Luitenant: ter Zee en Gezaghebber van de goerab de Snelhen Ian Florijn te laaten vol„ „staan met zijne verantwoording, van wegens de holgaan„ „de zee, den vehementen Stroom, en de groote lekkasie van zijnen onderhebbenden bodem, genoodzaakt geweest te zijn de Siamsche Jonk, die hij op sleeptouw hadt, te laa„ „tin Slipm:, blijkens de overgelegde, Verklaaring der geza„ „merlijke Officieren van de gemelde goeval. Daaren tegen de Gezaghebbers van het scheepje 8. de Hoop en de Kotter de Patriot Ian Christiaan Pa„ „vid Hartig en Christiaan Marteus, die bij vertrek naar herwaarts order gehad hebben, om de agterhoede of het tweede smaldeel van het Esquader te sluiten, zig Latisfactoir te laaten verantwoorden wegens hunne dis obedientie of onagtzaamheid, waar door niet alleen de gemelde Siamsche jonk en vier voor Riouw in beslag genomen sloepen, maar ook Comps. bark de Geertruida Susanna agtergebleven en hier nog met opgedaagd zijn. het 55 9. Den Opperstuurman Ioan Gallo tot de nader dispo„ „sitie der Edele Hooge Indische Regeering te laaten confi„ „nueeren in het hem volgens Resolutie van den Raad in Comps. Eisquader van den 24. December laastleden, vermints het overlijden van den Capitein ter Zee Iohan Herma„ „nus Cornel, opgedraagen gezag op het schip de Ionge Hugo. 10. Gemerkt de landing op Riouw zoo als die door de beschikking van de Gecommitteerden uit deezen Raade gere„ „guleerd en bevroefd is, indien niet eerder, immers in de maand September, toen men reeds eene aanzienlijke magt bij een hadt, het volk nog voor het grootste deel fris en gekond, in de vijand minder sterk was, dan naderhand, wel had kunnen gevolg hebben, en, zoo daar toe al geene mogelijk„ „heid geweest ware, nog ook om den vijand naauw in te sluiten en allen toevoer van buiten af te Snijden, gelijk bij de Resolutie van het Esquadir sul 8. Ia„ „nuari gezegd wordt dat hetgene te vooren nooit gesteld is, en ook niet overeengebragt kan worden met het verhaal van de sedert de komste der gemelde Gecommitteerden in het Esquader naar Liac in elders gevlugte Maleijeres dat Riouw zoo naauw bezet was, dat het zig haast zoude moeten overgeeven, volgens gegeeven order hij missi„ „ve van den 15. October 1783, twee schopen en twee of drie mindere vaartuigen met gezond volk daar hadeen moeten blijven leggen, om ten minsten te beletten dat vreemde scheepen en Chinasche of Siamsche Jonken binnen Bij deeze gelegenheid ook gesprooken zijnde S over de blijkens Lecreete Resolutie van den 19. couvent: op Tanjong-kling gelande en bereeds tot een getal van agt honderd of zoo eenigen willen een duizend nan aange„ „groede Slangenoorsche Boegineeschen, Batoebareeschen enz:, is bij provisie, of tot dat men in staat zal zijn hun door Comps. wapenen uit hunne verschanzin„ „gen te delogeeren, goedgevonden en verstaan twee af„ drie ten oorloge geequipeerde kleine vaartuigen tusschen den hoek van Tanjong-kling en het Lazarus veld te laaten kruissen, om hun alle adsistentie van buiten met volk en provisien naar mogelijkheid af te srijsen, dog „ de verdere noodige schikkingen tegen hunnen toelig aan den Heer Gouverneur gedefereerd te laaten. Malacca in het Casteel dato voorschreven, Getekend) I. G. de Bruijn, Z. A. Hensel, A. Couperus, B„r Thierens, A. B. Hoijnek van Lapendrechd, H. I. wieder„ „hold, en C. G. Baungarten, kwamen, daar nu zelfs de jonk, die herwaarts mogte weezen gedestineerd, gevaar loopt van door de Riouwers onderschyrt en naar hun nest gevoerd te worden, onder aan„ „bieding van alle de voormelde, en nog inkomende beschei„ „du, concerneerende de mislukte landing op en formeele opbraake der bloquade van Riouw, het oordeel daar over aan de doorzigtigheid van welgemelde Haare Hoog-Edelheden eerbiedigst over te laaten. Kwamen Maandag 55 G
English
5 February 1784. Monday the 9th. 9. In the afternoon. The Receiver and License Master Hoijnik van Papendrecht, being a Commissioner in the Expedition against the Selangorian Bugis at Tanjong Kling. Whereas, by a letter just received from the War Council in the Expedition against the Selangorian Bugis at Tanjong Kling, it is made known that upon the received news of the flight of the Naningers, who in the aforementioned Expedition were to be employed alongside some Achinese, and the communication thereof to the Malay Officers, the latter had displayed a mistrust in the aforementioned Achinese and were therefore disinclined to take the field with them, but requested that they should be sent back under the pretext that the plan for their assistance could not take place, because the field sign had been betrayed by the flight of the Naningers, and that the War Council, on the grounds of these and other apprehensions brought forward by the aforementioned Malay Officers, had seen fit to send the Achinese back, but nevertheless also to ask the judgment of this Government whether one should undertake the landing with the force at hand. And upon deliberation thereof, the flight of the Naningers being considered nothing other than an outcome of their cowardice and already yesterday demonstrated unwillingness to let themselves be transported by sea, which consequently could give the Malay Officers, no less than this Government, the least ground for the apprehensions with which one troubled oneself, whilst the military force without the Achinese was judged fully sufficient to defeat the enemy: It has thus been resolved indeed to retain the Achinese, but nevertheless to order the aforementioned War Council to carry out the already regulated landing and attack as expeditiously and prudently as possible, unless there are weighty difficulties opposing it which this Government cannot as yet foresee, and to encourage the Malay Officers, since otherwise the good purpose of this Expedition would be thwarted, one would be made ridiculous before the enemy, and he would be more and more strengthened in his pride, to the great detriment of this Colony. Malacca in the Castle on the date written above. Signed L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, F. Shierens, I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. Meeting of the Council of Policy. Agrees. C. G. Baumgarten Absent. Secret outgoing and incoming Letters to and from Perak since the beginning of September until the end of November 1786. No 6. Copy. Secret. 39. To the Ensign Johan George Wilner, Godhart Diedenhoven, Incoming Commandant of the Garrison at the Trading Post Perak. Honorable, Pious, Although I must agree that it would not be proper not to receive the letters that are brought for the King by vessels of foreign European Nations, nor to grant an audience to the Captains or junior Officers of such vessels when they wished to speak to His Highness, as he, according to his secret letter of the 23rd of September last, had answered to Commandant Wilner regarding the proposal of the precautions that I had judged necessary against the intrusion of the aforementioned Nations into our exclusive tin trade, I nevertheless cannot approve that the reception of such letters or Officers takes place otherwise than always in the presence of the Commandant of the Dutch Garrison, and I therefore order you to make the King understand that his refusal Outgoing, and
Dutch transcription
5 Februari 1784. aandag den 9. 9. S Nademiddags Den Ontvanger en Licentmeester Hoijnik van Lapendrecht, zijnde als Gecommitteerde in de Expeditie tegen de Slangenoorsche Boegineeschen op Tanjong kling. Bij eenen zoo wen ontvangenen brief van den Krijgsraad in de Expeditie tegen de Slangenoorsche Boegineeschen te Ian„ „jong-kling te kunnn gegeeven wordende, dat op de be„ „komen tijding van de vlugt der Naningers; welke in de gemelde Expeditie nevens eenige Atchieners geëmploijeerd stonten te worden, en communicatie daar van aan de Ma„ „leitsche Officieren, deeze een mustrouwen in de gemelde Ad„ „chievers hadden laaten blijken en over zulks ongenegen waren met hun te velde te trekken, maar begeerden dat zijn onder voorwendzel dat het plan van hunne hulp geen stand kon grijpen, dewijl het veldteken door de vlugt der Nammn„ „gers verraaden was, terug gezonden zouden worden, en dat de Krijgsraad uit hoofde van deeze en andere door de gemelde Malatshe Officieren voorgebragte beduytingen hadt goedgevon„ „den de Atchieners te rug te zenden, dog egter ook het oordeel van deeze Regeering te vraagen of men met de aan handen hebben„ „de magt de landing zoude onderneemen. En bij deliberatie daar op de vlugt der Namingers niet anders geconsidereerd zijnde, dan als een uitwerkzel van hunne lafhartig - en gisteren al betoonde onwilligheid om zig over Zee te laaten transporteerend, die gevolgelijk aan de Malaitsche Officieren zoo min als aan deeze Regeering den minsten grond kon geeven tot se bedugtingen, waar mede men zig ontrusste, terwijl der Krijgsmagt buiten de Atshienurs volkomen toereikende geoordeeld wierdt om den vijand te verslaan: Zoo is beslooten de Atchieners wel aan te houden, dog den meer„ „gemelden krijgsraad egter te gelasten om de reeds gereguleerde landing en attaque, ten zij daar wigtige zwaarigheden tegen obsteerden, die deeze Regeering voor als nog niet kon voorzien, zoo spoedig en voorzigtig imers mogelijk te laaten gevolg hebben, en den Ma„ „heitschen Officieren moed in het lijfl te spreeken, dewijl anders het goed oogmerk van deeze Expeditie verijdeld, men voor den vijand bespottelijk gemaakt, en hij in zijne trotschheid meer en meer gestijfd zoude worden, ten grooten nadeele deezer Colonie. Malacca in het Casteel dato voorschreven (Getekend) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, F. Shierens, _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ /6. I. Wiederhold, en C. G. Baumgarten. Vergadering van Politie. Accordeert B Daumgarten net Absent Lureet Secreete naar en van Pera sedert rieven Afgegaane en Aangekomen Copie princo September tot ultimo November 1786. No 6. Secreet 39 Van de Vaandrige Johan George Wilner, Godhart Diedenhoven, Aankomenden Commandant van Compt¬ Bezetting Lera. Eerzaame, Droome, Schoon ik moet toestemmen, dat het niet welvoegelijk zoude zijn de brieven, die met vaartuigen van vreemde Eu„ „ropesche Natien voor den Koning aangebragt worden, niet te ontvangen, nog audientie te verleenen dan de Capiteins aff mindere Officieren van zoodanige vaartuigen, wanneer die zijne Hoogheid begeerden te spreeken, gelijk hij zulks aan den Commandant Wilner, blijkens zijnen secreeten brieff van den 23. September laastleden, heeft laaten antwoor„ „den op de voorstelling van de precautien, die ik noodig had geoordeeld tegen den indrang van de gemelde Natien in onzen privativen tenhandel, kan ik nogtans niet geboogen, dat de reseptie van diergelijke brieven of Offi„ „cieren anders geschiedt, als in presentie velkens van den Commandant der Neterlandsche Bezetting, en beveel Uwe. derhalven den Koning te doen begrijren, dat zijne weigering Affgaanden, en aff
English
67 or negligence in accommodating himself herein to the Company's pleasure, even though he may deliver his tin to no one other than the Company, might bring His Highness under suspicion of wavering in his loyalty toward the same, while the foreigners themselves cannot hold it against the King that he does not engage with them except in the presence of the said Commandant, since they know very well that His Highness is most closely allied with the Company by public contracts. As regards the King's declaration of being unable to give any assurance concerning other rivers, such as the Perak one, that foreign traders would not be accommodated with tin there, because His Highness would have to stand ashamed before the Company in the event of a defective execution of his orders, as sometimes happens: Your Honor can remark thereon that I shall be satisfied provided it appears to me that His Highness has issued strict orders against all illicit trade, and that I shall, if possible, also seek to prevent this on the part of the Company, especially at Larut, but in the expectation that through the precaution of His Highness, the Company's cruisers being sent thither will be able to obtain, against payment, whatever they might need. The Governor of Pulau Pinang, taken into possession by the English, Mr. Francis Light, has sent word to me that he had informed Commandant Wilner of the intention of the Siamese to attack the Company's establishments along this strait. I can hardly believe that they will do so, since I do not know that the Company has given them any reason for it. But, as prudence nevertheless requires one to be on one's guard against such enterprises, I wish Your Honor, and in particular Commandant Diedenhoven, to be commended to make all preparations for a vigorous resistance, and to request the King not only to watch over the preservation of his realm by obstructing the access to it by land through abatis, caltrops, etc., but also to assist Your Honor if the attack takes place from the seaward side; while I shall, as soon as the vessels currently out return, send one to Your Honor to serve as a guard ship, or otherwise to be employed in such manner as extreme necessity and Your Honor's duty shall advise you. I commend Your Honor to Heaven's protection, and remain (Lower down) Your Honor's Good Friend (Signed) P: G. de Bruijn (In the margin) Malacca in the Castle, the 15th of November 1786 Attested E. G. Clerk 63 From the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress, etc. Right Honorable Sir, The orders sent to me by Your Right Honor concerning the notification of English vessels that might enter here, I shall seek to carry out most strictly, and to that end I shall immediately, as soon as the ceremonies and festivities regarding the marriage of the King's granddaughter are over, enter into negotiations with His Highness about this, while I remain with humility (Lower down) Right Honorable Sir (Further down) Your Right Honor's humble and dutiful servant (Was signed) I. G. Wilner (In the margin:) Perak, the 4th of September 1786. Secret Secret 65 To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress, etc. Right Honorable Sir, Immediately after the departure of the pencalang Politen, I requested an audience at Court to come to an agreement with His Highness concerning English navigation, pursuant to the secret orders recently sent to me by Your Right Honor, but the King sent to ask me to wait until the festivities at Court were concluded, which lasted until the 13th of this month; but during that time the smallpox began to spread down here at Tanjung Putus, and as they are very fearful of it, the King had the river closed upstream, so that no prahu can come upstream without observing a three- to four-day quarantine, and he has therefore excused himself from receiving me. I have therefore charged the King's secretary with the matter; His Highness has let me know in response that in so far as it concerns this river, he would comply so that his Mata-Mata would deliver this message each time, but that if such a vessel occasionally had a letter for him, or if the commanding officer occasionally wished to speak with him himself, he could not then avoid receiving the letter or the said officer, since it would not be proper or courteous to refuse such, provided he granted them no tin that he had promised to the Honorable Company; and that at the same time, with regard to notifying other rivers, he could not give a similar assurance, since his orders are sometimes poorly carried out, and he must then repeatedly stand ashamed before the Honorable Company; therefore he requested that the Honorable Company itself might seek to prevent it, especially at Larut. I have the honor to be with humility, (Lower down) Right Honorable Sir, (Further down) Your Right Honor's humble and dutiful servant (Signed) I. G. Wilner (In the margin:) Perak, the 23rd of September 1786. Attested E. G. Clerk
Dutch transcription
67 of nalaatigheid om zig hier in naar Comps. goedvinden: te schikken, alhoewel hij ook aan niemand anders als aan de Compe„ zijn tin mogte leveren, zijne Hoogheid in verdenking zoude kunnen brengen van in zijne trouwe omtrent dezelve te wankelen, terwijl de vreemdelingen zelfs het den Koning niet kunnen kwaalijk duiden, dat hij zig met hun niet inlaat buiten het bijweezen van den gemelden Commandant dewijl zijn zeer wel weeten, dat zijne Hoogheid met de Compagnie op het naauwste verbonden is door openlijke Contractens. Wat des Konings declaratie betreft van omtrent andere rivieren, als de zorasche; geene verzekering te kunnen gee„ „ven, dat vreemde handelaars daar niet met tin gerieft zouden worden, nadien zijne Hoogheid bij eene gebrekkei„ „lijke uitvoering zijner orders, gelijk het somtijds gebeurt bij de Compagnie beschaamd zoude moeten staan, UwE. kin„ „nen daar op aanmerken, dat ik voldaan zal weezen, wan„ „neer het mij maar blijkt, dat zijne Hoogheid ernstige orders gesteld heeft tegen allen ongeoorloofden handel, en dat ik dien mogelijk ook van de zijde der Compagnie, voornaamelijk op Lavoet, zal vragten te beletten, dog in verwagting dat door de voorzorg zijner Hoogheid Comps: derwaarts gezonden wordende Kruissers voor betaaling zullen kunnen erlangen hetgene zij zouden mogen noodig hebben. De Gouverneur van het door de Engelschen in bezit ge„ „nomen Poeloe Linang, Mr: Handis Ligtes, heeft mij laaten zeggens, dat hij den Commandant wilner hadt verwittigd van dere Liammers voorneemen, om Comps: Htablissementen langs deeze straat te attaqueeren. Ik kan naauwelijks gelooven, dat zij dat doen zullen, dewijl ik niet weet dat de Compagnie hun daar eenige reden toe gegeven heeft. Maar, alzoo de voorzigtigheid het niet te min vereischt tegen zulke on„ „derneemingen op zijne hoede te weezen, wil ik UwE. , en in 't bijzonder den Commandant Diedenhoven, gerecomman„ „deerd hebben alle preparatien tot een vigoureuse tegenweer te maaken, en den koning te verzoeken, om niet alleen voor het behoud van zijn Rijk te waaken met de toegangen tot hetzelve over land te belemmeren door verhakkingen, voetangels enz. , maar ook met uwE bij te staan, wan„ „neer de aanval van den Zeekant geschiedt; terwijl ik uwE. , zoo drar de uit zijnde vaartuigen wederkeeren, een zal toezenden, om op brandwagt te leggen, of zooda„ „nig, anders geemploijeerd te worden, als de uiterste nood en UwE. pligt het UwE. zullen aanraaden. Ik beveel UwE. in 'T Hemels bewaaring, en blijft (Onderstond) UwE. Goede Vriend (Getekend)/ P: G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 15. November 1786 Aan Zaak laaten Accorderr E. G. Klerk 63 Van den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en Fordresse &„a Wel Edele Gestrenge Heer Uwel Edele Gestrenge mij toegezondene orders in aanseg„ „ging der Engelsche vaartuigen die hier mogten binnen komen, zal ik op 't stipste zoeken optevolgen, en zal tot dien einde terstonds, zoo bald als de Ceremonien en Testijnen over de Trouagie van 'S Konings Klein dogter voorbij zijn met zijn Hoogheid daar over in onderhandeling treeden, terwijl ik mij met ootmoet (onderstond) Wel-Edele Gestrenge Heer (Lager) Uwel Ed. Gestrenge onderdaanige schuldpligtige Dienaar (was getekend) I. G. Wilner (in margine:) Pera den 4. Sep„ „tember 1786. teeken Van Secreet Secreet 65 Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en For¬ „tresse ga„ Wel-Edele Gestrenge Heer, Ia heb terstond naar vertrek van de pantjallang Politen een audientie ten Hove vraagen laaten, om met zijn Hoogheid wegens de Engelsche vaart, volgens UwelEd. Gestrenge mij laast toegezondene secreete orders, overeente komen, dog de koning heeft mij verzoeken laaten te wagten tot de Zestijndd ten Hove gedaan waren, die tot den 13. deezer geduurt hebben, dog onder die tijd de kinderpakjes hier beneden op de Tanjong Poetos begonnen te grassieren, heeft de Koning vermits ze daar voor zeer bevreefs zijn, het revier boven sperren laaten zoo dat geen prauw buiten een drie â vierdagige garantai te houden naar boven kan komen en heeft zig dierhalven verexcuseeren laaten om mij te ontvangen. Ik heb dier„ „halven 's konings schrijver daar mede belast, zijn Hoog„ „heid heeft mij hier op weeten laaten, dat hij in zoo verre het deeze revier betreft zoude nakomen dat zijn Matta Matta telkens deeze boodschap doen zoude, dog dat als zoo een vaartuig altemits een brief voor hem had af dat de Comman„ „deerende Officier hem altemits zelfs spreeken wou, hij dan niet om hun zoude kunnen om den brief of gemelde Officier te ontvangen vermits het niet wel of hoflijk zoude weezen om zulks van de hand te wijzen, en zoo hij haar maar geen thin dat hij aan de E. Compagnie beloofd hadde toestond, en dat hij teffens in aansegging andere revieren niet gelijke verzekering geeven kost, vermits zijne orders somtijds slegt ter uitvoer gebragt worden, en hij dan velkens bij de E. Comp„e beschaamt moet staan dierhalven verzogt dat de E. Compe„n voornaamelijk op Lavoet zelfs mogte zoeken te beletten. Ik heb de Eere met ootmoet te zijn. (Onderstond) Wel-Edele Gestrenge Heer, (Lager) Uwel Edele Gestrenge onderdaanige pligtschuldige Dienaar (Getekend) I. G. Wilner (in margine:) Pera den 23: September 1786. „deerende Acgordeert „ Van daak . G. Klerk