VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3738

Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3738_0557 view scan ↗

English

the 28th of April 1786 35 Tidorese man jumped overboard and drowned would gladly learn once more that expeditions abroad should be undertaken with previously obtained permission. A Tidorese sent over by his highness Finally, it was understood to make note that the Tidorese Modin Hadji, whom His Highness had seized at Sawij and sent hither by the Commander at Post Batchian, Ensign Keinraidt, jumped overboard and drowned between small Tawalij and Cajoâ with irons on hands and feet; according to the following sworn statement. Today, the 18th of April 1786, appeared before the undersigned, officiating in the Honorable Council of Justice alongside me, provisional secretary: Abraham Chrestiaansz of Ternaten, aged 35 years, Samuel Nicolaas of Batchia, aged about 25 years, and Anthonij Mulder of Laboea, aged about 30 years, all of the Reformed Religion; who together and each of them in particular, at the requisition of the provisional fiscal of this Province, the honorable George Fredrik Durr, and in favor of the pure and sincere truth, declare to be true and truthful: That they, the appearers, were sent hither by the Commander of Batchian, Ensign George Fredrik Hendrik Keinnaerdt, on the 13th current expressly by a manned Prauw Rosche, Today, the 20th of April 1786: Appeared before the undersigned Members of the Honorable Council of Justice alongside me, provisional secretary, in the presence of the fiscal of this Province: Abraham Christiaansz of Ternaten, aged 35 years, Samuel Nicolaij of Batchia, aged 25 years, and Anthonij Mulder of Laboea, aged 35 years; all of the Reformed Religion; Who, having had their statement given the day before yesterday read out to them anew for reconfirmation, persisted therewith as yet unalterably, thereupon taking the oath in proper form, raising the two front fingers of their right hand and uttering these words: So help me God Almighty! besides the appearers, with another 4 Batchian Moors, for the conveyance of a certain Tidorese whose name is known to the appearers, sent to Batchian by the King of Batchian, who currently resides at Sawaij situated on the corner of Ceram; with the request to the aforementioned Commander to send the said Tidorese to Ternaten, which the aforementioned Commander also fulfilled. That the appearers, hastening hither and sailing between the Island of small Tawalij and Cajoâ, the said Tidorese in the morning at around 4 to 4 and a half hours, with irons on hands and feet, jumped overboard and sank, and thus certainly drowned: Wherewith the appearers conclude, giving as reason of their knowledge as expressed in the text, being prepared to substantiate the same with an oath if required. underneath stood: Thus done and declared at Ternaten in Castle Orange, on the date aforementioned. was signed with three crosses and noted beside it, made by the appearers, in the margin present before us signed D: V: Waningen and L: Snoepskij, lower In the presence of me signed tie Coomans, provisional first clerk, still lower In the presence of me de novo 34 36 spice extirpation expedition at Batchian Van Greeven was discharged and Assistant Rouselet was appointed as his replacement Present The Right Honorable Governor Alexander Cornabe, Senior Merchant, Second and Chief Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Junior Merchant and provisional fiscal George Fredrik Durr, Bookkeeper and provisional secretary Judocus Hubertus Bax, and provisional Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax. underneath stood: Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, Date as aforementioned. was signed: Alex: Cornabe, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: H: Bax, J: J: Bax. underneath stood: Thus resolved and sworn at Ternaten in Castle Orange, in the ordinary council chamber, on the date aforementioned. was signed with three crosses and written beside it, made by the appearers; in the margin present before us signed I: V: Waninge and L: Snoepskij; in the middle, in my presence signed G: F: Durr, provisional fiscal; still lower In the presence of me signed Arie Coomans, provisional secretary. Initially, the Governor having produced a private letter received from the second Commissioner for spice Extirpation at Batchian and Assayer George Godfrid Hintrik van Greven, whereby he repeatedly insists on his discharge: it was approved and resolved to accede to the said request, and to appoint as second Commissioner and send thither the Assistant Carel Godlieb Rousselet; Thursday the 27th of April 1786, in the morning at nine o'clock, meeting of Policy. Thursday

Dutch transcription

den 28. April 1786 35 Tidorees is overboord gesprongen en verdronken gaarne andermaal verneemen wil dat togten buiten 'slands, soude vooraf verkregen permij„ „sie ondernomen worden. eenen door zijn hoogh: overgezonden Laastelijk wierd verstaan aanteekening te houden dat de Tidorees Modin Hadji welke zijn Hoogheid op sawij heeft laten op pakken en door den Commandant ter Post Bat„ „chian den vaandrig keinraidt is herwaards gezonden, tuschen klein Tawalij en Cajoâ met boeijen aan handen en voeten overboord gesprongen en verdrongen is; naar luid van ondervolgende b'eedigde verklaring. heden den 18: April 1786 Compareerd voor de ondergetee„ „kende vaceerende in den E: E: Agtbaren Raad van Justitie nevens mij p„l secretaris. Abraham Chrestiaansz van Ternaten oud 35. Jaren Samuel Nicolaas van Batchia naar aanzien 25 Jaren, en Anthonij Mulder van Laboea naar aanzien 30: Jaaren alle van de gereformeerde Religie; dewelke te zamen en ieder van hen in het bij zonder ter requisitie van den p:l fiscaal deezer Proventie dh. r George Fredrik Durr en ten favoere der Zwese en opzegte waarheid verklaren waar en waaragtig te zijn. Dat zij Comparanten door Batchian Commandant den vaandrig George Fredrik Hendrik Keinnaerdt op den 13:e Curv: axpres per Prauw Rosche bemand heeden den 20:e April 1786:– Compareerde voor de on„ „dergeteekende Leeden in den EE: Achtbaren Raad van Justitie nevens mij p:lo secreb:s ten overstaan van den fiscaal dezer Proventie Abraham Christiaansz van Ternaten oud 35: Jaren Samuel Nicolaij „ Batchia „ 25: _o en Anthonij Mulder „ Laboea „ 35: —alle uit gerevormeerde Religie: Dewelke hunne gegevene verklaaring van eergisteren de buiten de Comparanten, met nog4 Batchianse mooren naar herw:s zijn gezonden, ten overbreng van zeekeren door Batchians Koning die zig tans te sawaij op den hoek van ceram gelegen onthoud; naar Batchian opgezonden Tidorees den naam de Comparanten bekend:/ met verzoek aan voorm: Commandant ged:te Tidorees na Ternaten te zenden en waar„ „aan meerm: Commandant ook voldaan heeft. Dat de Comparanten zig naar herw:s spoedende tusschen het Eiland klijn Tawalij en Cajoâ zeilende ged=e Tidorees des morgens omtrent 4: â 4½ uuren met boeijen aan han„ „den en voeten overboord gesprongen en gezoeken, en dus zekerlijk vendronken is: waarmeede de Comparanten eindigen gee„ „vende voorreeden van wetenschap als in den Toxt is uitgedrukt bereid zijnde het zelve des ge„ „requireerd werdende met eede te staven. /onderstond/ Aldus gedaan en verklaard te Ter„ „naten ten Kasteel Orange dato voorsz / was getee„ „kend / met drie kruisjes en er bij gesteld, gezet door de Comparanten (ter zeijde ons present /geteekend / snoepskij ( lager In kennisse D: V: Waningen en L: uitmidden ten mynen overstaan (get:/ Gezune bek: pl: E: klerk / nog lager van mij tie Coomans buiten novo 34 36 „patie togt te Batchian van greeven werd ontslagen en tot sijn vervanger benoemd den Adsistent Rouselet novo voor recolement voorgehouden zijnde daar bij als nog onveranderlijk bleven persiteeren, doende hier op den led in debita forma onder het opsteeken der twee voorst vingeren hunne regterhand en het uiten de„ „zer woorden. zoo waarlijk helpe mij God Almagtig! Present /onderstond/ Aldus geresolveerd en b'eedigde te Terno„ Den welEd Agtbaen eer Convrneer Alexander Cornabe „ten in 't Casteel orange, ter ord: raad kamer „ deopman secute en roos admmt Bernard Sebastiaan Wenthold, dato voorschr: /was geteekend:/ met drie kruisjes „ kapitinen hoord der militie Johan Godlob Wilhelm Heinrich en daar bij geschreeven (gesteld den de Comparanten /ter zeide ons present / geteekend/ I: V: Waninge „onderkoopman en p:l fiscaal George Frredrik Durr en 2: snoefskij (in't midden, ten mijnen overstaan / getee„ „kend/ G: F: Durt fl: fiscaal /nog lager/ In „ Boekhouder „ „ serret:s Judocus Hubertus Bak, en „kennisse van mij (geteekend/ Arie Coomans p:l so p:l soldij boekhouder Jacobus Josephus Bax. /onderstond Aldus Gedaan en geresol¬ „veerd te Ternaten in 't Kasteel Orange Dato voorschreeven /was geteekend/ Alex: Cornabe B: C: Wenthold, J: G: W: Heinrick, G: F: Durr J: H: Bax, J: J: Bax. Aan vankelijk door den Heer Gouverneur t„ den tweede Commissiant ter extir„ geproduceerd weesende een van den tweeden Commissiant ter specerij Extirpatie te Bat„ „chian en Essaijeur George Godfrid Hintrik van greven ontfangen particuliere briev waar bij dezelven bij herhaling intteerd om ontslag: wierd goed gevonden en verstaan te condecendeeren in op gem: verzoek en tweede ne Commissiant te benoemen en naar derwaards te laten overgan den Assistent Carel Godlieb Donderdag den 27: April 1786: C:morgens te negen uuren vergadering van Polietie Donderdag Rousselet; r

NL-HaNA_1.04.02_3738_0559 view scan ↗

English

April 1776 the 27th. The Commissioners at Morontaij must expand their description somewhat further, and a specification of the destroyed trees must be submitted. Extirpators. Rousselet; with instructions that the daily register kept by both previous Commissioners be sent here, along with an account of expenses incurred, notifying the remaining cash balances, linens, and provisions. After reading a letter dated 15 March last received from the Commissioners for the spice extirpation at Morontaij, Ensign of the Military Johannis Hertsman and Assistant Jan Daniel Baijer, it was approved and understood to require from the said Commissioners that they expand somewhat further the description made by them of the island of Morontaij, delivery of rations to the said extirpators, and therein provide an account of all products originating on Morontaij besides the spice crop, among which timber must also not be forgotten, as well as the method according to which they concluded that an annual quantity of 17080 pounds of nuts with mace could be harvested there. It having been generally communicated by the said Commissioners that on Poelo Rauw 18849 nutmeg trees of various sorts were felled and extirpated, it was decided to order them to provide in their next report how many fruit-bearing trees and saplings must be counted among them, and henceforth to give greater satisfaction regarding this point. Lastly, it was decided to order the requested rations for four months for the use of the extirpators, and, as arrack is not in stock at the commissioners' request, to keep it credited until a future relief from India's capital. Underneath stood: Thus done and resolved in Ternate at Fort Orange, date as above. Signed: Alex: Cornabe, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: G: Bax, and J: J: Bax. Of which spice they are likewise required to report the estimated quantity that can be harvested annually at that location. Monday the 26th of June 1786, at nine o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy. Present: The Right Honorable Lord Governor Alexander Cornabe, Bernard Sebastiaan Wenthold, Merchant and Second, Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Captain and Head of the Militia, George Fredrik Durr, Junior Merchant and Provisional Fiscal, Jacobus Josephus Bax, Pay Bookkeeper, and Judocus Hubertus Bax, Bookkeeper and Provisional Secretary. The Commissioners for spice extirpation at Morontaij must explain themselves regarding their description of the spice harvest. Having read two letters dated the 15th of this month written to this Government by the Commissioners for spice extirpation at Morontaij, Ensign of the Military Johannes Hertsman and Assistant Jan Daniel Baijer, it was decided to reply that no reliance whatsoever could be placed on the method according to which they calculated and reported the quantity of nuts and mace that could be harvested there annually, as their report is entirely objectionable concerning the propagation, rapid growth, and yield of the trees, of which it is known that they grow slowly, perish easily, and in Banda must stand for fully 8 to 9, but in the Moluccas 6 years, before they bear fruit, seldom more than 10 to 12 pieces for the first time; wherefore it was decided to order them to provide another estimate regarding the quantity of nuts and mace to be harvested over there and also at Poeloe Rauw, in intelligible, good Dutch. Furthermore, it was noted as well done that the forest troops did not lightly abandon the aforesaid Poeloe Rau, but had the forests visited on account of the spice crop discovered there along a river where no extirpation had previously taken place, and it was decided to recommend that the Commissioners have that island cleared with all diligence. For the rest, it was decided to accept for information that by the extirpators at Poeloe Rauw, since the 15th of April last, there have been destroyed: 28747 saplings and

Dutch transcription

9 April 17276 den 27: de Commissianten te Morontaij moeten hunne beschrijving wat verder uit breijden en de vernielde boomen seppeci„ „ficatie opgegeven Extirpateurs Rousselet; met aanschrijving dat het door beide voorige Commissianten gehouden dag register dit heen gezonden worden nevens ree„ „kening van gedane bekostingen niet bekend„ „stelling der nog per restant sijnde Contanten, Lijwaten en weesmeer. Daar na geleezen wessende een van de Commissianten ter specerij Extirpatie te Morontaij, den vaandrig Militair Johannis Hertsman en Assistent Jan Daniel Baijer ontfangen briev d: d: 15: Maart J: L: wierd goedgevonden en verstaan van ged„e Commissi„ „anten te vorderen dat de door hen gemaak afgane van randeoen aan ged=t „te beschrijving van het Eijland Morontaij wat verder uit breiden en daar bij opga„ „ve doen van alle de op Morontaij vallende Producten buiten het specerij gewas, waaronder tevens het Timmerhoud niet vergeeten moet werden, zoo wel als de wijse na„ gecalciteerd „volgens dewelke geconluceerd hebben dat aldaar jaarlijks kon worden ingezameldeene quantiteid van 17080: ponden noten met den foelijke do Door ged„e Commissianten in het generale ge„ „communiceerd sijnde dat op Poelo Rauw waren omgeveld en uitgeruid 188 49: Note- bomen in zoort; wierd verstaan dezelve te gelasten bij naaste opgave te doen: hoe veel vrugt en Tellen daar onder gereekend moeten worden, en voortaan omtrent dit poinct meerder ge„ „noogen te geven. Laastelijk wierd verstaan de versogte rand„ „coenen voor vier maanden ten dienste der Extir„ „pateurs te lasten volgen en de Arak, als niet in vooraad sijnde op der commissianten instantie, te goed te laten houden tot een aanstaande ontzet van Indias Hoofdplaats. /onderstond/ Aldus gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Casteel orange dato voorsz /:was geteekend/ Alex: Cornabe, B: S: wenthold, J: G: w: Heinrich, G: F: Durk, J: G: Bax, en J: J: Bax om dog van welke specerij sij insgelijks gehouden sijn op te geven de calculative quantiteid die daar ter plaatse Jaarlijks kan worden inge„ zameld. om Maandag v 40 de Commissianten ter specirij Extirpatie hunne beschrijving over den insaam van specerij laten, visiteeren Muxanaer Cornabe den welEd: Agtb: Heer Gouverneur Bernard Sebastiaa Wenthold, „ Koopman en secunde Johan Godlob Wilhelm Hunrich, „kapitein en Hoofd dir militie George Fredrik Durr, „onderkoopman en p:l fiscaal „ po _o „ soldij boekhonder Jacobus Josephus Bax, en „ Bekhonder „ p.:l serretaris Judocus Hubertus Bax. Lectuure genomen sijnde van twee door de Commissianten ter specerij extirpatie te morontaij moeten sig onder verklaaren op te Morontaij den vendrig Militair Johannes Hertsman en den Assistent Jan Daniel Baijer aan deese Regeering geschreven brieven d: d: 15:e deezer; wierd verstaan te reschribeeren dat geen staat altoos konden gemaakt worden op de wyl wavolgens dewelke sij gecalculeerd en op„ „gegeven hebben de quantiteid Nooten en Jaarlijks zoude kon foelij die ginter Voorts wierd als wel gedaan aangemerkt en moeten de bosschen niet ligt, dat de Boschtroppen Poeloe Rau voorn: met „vaardig verlaaten maar ter dag verlaten om den wille van het aldaar ont„ „dekt geworden specerij gewas aan een revier alwaar voorheen geen extirpatie geschid is, en verstaan de Commissianten te recomman „deeren dat liland met allen ijver te laten suiveren. overigens wierd verstaan voor communi„ „catie aan te neemen dat door de Extir„ „pateurs te Poeloe Rauw, seedert den 15=e April l: E: vernield geworden sijn present Maandag den 26: Junij 1786, 'S morgens te negen uuren vergadering van Polietie konnen worden ingezameld: als ten eenemaal verwerpelijk sijnde kunnen opgave omtrent opwasdh de vermeenigvuldiging, schielijke en dragt der booven waarvan vernomen werd dat langsaam opgeroeijen, ligt uitgaan en in panda wel 8: â 9 dog in de Moluccos 6: Jaren staan moeten, voor en aleer vrugtdragen, selden meer dan 10: â 12. stuks voor de eerste maal: waaromme ver„ „staan wierd hen te gelasten eene andere opgave te doen nopens de â Costij en ook te Poeloe Rauw in te samen quantiteid Noten en foelij, in verstaan baar goed Hollands: „nen 28747: Tellen en 41

NL-HaNA_1.04.02_3738_0561 view scan ↗

English

42 43 number of unfelled trees issue of rations etcetera under the recommendation to state for what purpose the linens received with it have been consumed the account of expenditures was submitted for examination 28747 tellen and 1066 fruit on 29813 nutmeg trees in kind. In compliance with the request of the Commissioners, The Right Honorable Governor Alexander Cornabe, it was resolved to issue six merchant and second Bernard Sebastiaan Wenthold, months' pay for the subordinate military personnel, besides the arrack they are entitled captain and head of the militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, to, and for further accounting: junior merchant and provisional fiscal George Fredrik Durr, ½ leaguer of arrack provisional pay accountant Jacobus Josephus Bax, and 100 rixdollars in cash bookkeeper and provisional secretary Judocus Hubertus Bax. 1 piece of ordinary bleached Guinea cloth for lint and bandages 4 quires of small- format paper 11 ditto large 1 bundle of pen quills ½ pound of sealing wax 12 bundles of loose cartridges 1 piece of auger bit, and 50 flints, under the recommendation to state for what purpose the ordinary bleached and brown blue Guinea cloth received by them has been used, before others can be sent to them, as the Council is by no means minded to validate wasteful expenditures that are sometimes incurred inappropriately. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Fort Oranje, date as above. Was signed: Alex: Cornabe, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bax, and J: H: Bax. Having read a letter dated 21 June last received from the extirpators at Batchian, the Ensign Keinard and the Assistant for spice extirpation at Batchian Lousselet, and the account of expenditures and disbursements made since 16 January to 4 June of this year transmitted alongside it, which appeared quite excessive to this Council, it was approved and resolved to place the said account, for examination and comparison with previous expenses incurred on extirpation expeditions, into the hands of the second Wenthold and the member of this Board Judocus Hubertus Bax, furthermore to write to the said Commissioners now already 1786 Saturday the 15th of July in the morning at nine o'clock Meeting of the Council of Policy. Present. 44 45 six months' rations are Reading of two letters that in future nothing will be validated to them for the hire of vessels and prahu paddlers and the Commissioners forbidden to go and visit the bush troops with them to charge prahu hire, since His Highness the King of Batchian is obliged to provide vessels and crews for that purpose, and they, moreover, mostly The Right Honorable Governor Alexander Cornabe, have the vessels and laborers for the good months at hand for this. senior merchant, second in command Bernard Sebastiaan Wenthold, Furthermore it was resolved that there shall be sent to the Commissioners six months' pay and four months' rations for the extirpators, and only captain and head of the militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, for two months rice on account of scarcity. junior merchant and fiscal George Fredrik Durr, Below stood: Thus done and resolved provisional pay accountant Jacobus Josephus Bax, at Ternate in Fort Oranje, date as above. bookkeeper and provisional secretary Judocus Hubertus Bax, Was signed: Alex: Cornabe, B: S: Wenthold, provisional sworn clerk Johan Daniel Schierstein. Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bax, J: H: Bax. Tuesday Reading having been taken of two letters received from the Commissioners for spice destruction in the Ternatan King's Lands, dated Galela the 15th of August, with an attached account of the disbursements made by them, and it having appeared to this Council that good progress is being made in that necessary Tuesday the 22nd of August 1786 in the morning at nine o'clock meeting of the Council of Policy. work Present. 46 47 August 1786 the 22nd beginning of the extirpation of Galela the extirpators provided with rations the adjacent items passed for write-off report regarding examination of their current account letter of the Commissioners at Batchian work with the complete clearing of the island Pulau Rao of the wild growth, and work begun at Galela and Tobelo on the solid coast of Halmahera, satisfaction was taken therein, and regarding the further contents of their letters it was approved and resolved to provide the said Commissioners anew with four months' rations for their subordinates and to send for further accounting: 3 pieces of ordinary bleached Guinea cloth, 6 brown blue baftas, 2 brown blue salampores, and ½ leaguer of arrack, as well as to pass for write-off the items entered in the current account as unavoidably expended: 4 pieces of ordinary bleached Guinea cloth, 3 ditto brown blue, 2 ditto salampores, and the Commissioners there in their calculation of the total quantity of nutmeg and mace to be collected annually for each one who is entrusted with it to proceed until such time Alexander Cornabe Governor and Director along with The Political Council of the Moluccas Right Honorable Worshipful Ruling Sir, Right Honorable Sir, Pursuant to your Right Honorable highly esteemed resolution contained in the extract separate resolution dated 15 July last, we have examined the disbursements and expenditures charged in the account by the Commissioners for the spice extirpation expedition at Batchian, the Military Ensign To the Right Honorable Worshipful Sir By letter of the Commissioners for spice extirpation at Batchian dated 9 August, reasons having now been supplied that due to a shortage of people at Batchian there is no possibility of obtaining prahu paddlers for the inspection of the troops and other highly necessary dispatches, and they were repeatedly forced to employ hired men for that purpose, it was, in accordance with the report submitted by the members of this Board, the honorable Wenthold and Bax, one learns from Their High Nobilities how the calculation must be made.

Dutch transcription

42 43 getal van ongevelde Broonen afgave van randeren &„a onder recommandatie van op te geeven waar toe de meede gekreegen Lijwaten verbruikt zijn de reekening van uitgave werd ter Examinatie overgegeven ƒ 28747: Tellen en 1066: vrugt op 29813 Noote bomen inzoort. In voldoening aan der Commissianten den welEd: Agtb Heer Gouvern: Alexander Cornabe, versoek wierd verstaan te laten afgeeven ses „koopman on rcreude - - - Bernard Sebastiaan Wenthold, maanden gagie voor de onder bescheiden militairen, nevens derzelver te goed hebben„ „kapiti en hoofd der Malitie Johan Godlob wilhelm Heinrich, „de Arak, en tot nadere verantwoording „onderkoopman en p:l fiscaal George Fredrik Durr, ½: Legger arak _ „ soldij zoekk: Jacobus Josephus Bax en 100:— rd:s Contant „ p:l 1: p:s guinees gem: gebl: tot pluxel en „ Boekhouder en p:l secrep:s Judocus Hubertus Bax. verband doek 4: boek klein formaat papier 11: _o Groots 1: bos penne schagten ½: lb: zegul lak 12: boss: losse patroonen 1: p:s spijker boor en 50. „ vuursteenen onder recommandatie van opgaven te doen waartoe de door hun ontvangen Juneesen gem: Jeb: en br bl: verbrut zijn, voor en aleer anderen kunnen werden toegezonden alzoo de Raad geensins van meenig is, te vallideen ruine spendatien, die zomtijds te ompasse geschieden /onderstond/ Aldus gedaan en geresolveerd tot Ternaten in't Casteel orange, dato voorschreeven /:was geteekend:/ Mer: Cornabe, B: S: wenthold, J: G: W: Henrrich, G: F: Dur, J: J: Bak en C: G: Bax Geleezen weezende Een van de Extirpateurs te Batchian den vaandrig Keinard en den Assistent ter specerij extirpatie te batchian Lousselet ontvangen brief d: d: 21: Junij L: L: en aldaar nevens over gezonden reekening van deezen Raden vrij wat ruim voorkomende gedane uitgaven en spendatien sedert den 16: Janu: tot den 4: Junij deeses Jaars wierd goed gevonden en verstaan ged„e reekening ter examinatie en Confrontatie met voorigen op extirpatie togten gevallen ongelden te stellen in handen van den fecunde wenthold en het Lid dezer Tafel Judocus Hubertus Bax voorts ged:e Commissianten nu al aante schrijven 1786 Saturdag den 15: Julij Smor„ „gens te negen uuren Vergadering van Polietie Pretent) Satusdag dat 8 E ingeandt 3 : 44 45 werden sas maanden randeoen Lecture van twee brieven dat hun voortaan niets gevalideert sal worden voor huur van vaartuigen en prauw scheppers en de Commissianten verboden om 'er de Boschtroupen meede te gaan bezoeken prauw huur op te brengen, alzoo zijn Hoogheid den koning van Batchian ver„ „pligt is daartoe vaartuigen en op vaarende te verschaffen en sijlieden boven dien, hiertoe meesten den welEd: Agtb: Her Gouvernur Allkander Cornabé! tijds, de goede maanden prauw en Laboereesen, aan handen hebben. hungemn feonde ed dant Bernard Sebastiaand Wenthold, Voorts wierd verstaan aan de Commissianten sullende aan hen gezonden te laten geworden ses maanden gagie en vier maanden Randcoen voorde Extirpateurs, en alleen eereten a lerd ven Mer Johan Godlob Willem: Heinrich, voor twee maanden Rijst uit Hoofden van ge„ „brek. „n onderkeopman en fiscaal George Fredrik Durr: /onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Casteel orange dato voorsz: „ p=rl Do Iaudij Beotkhoudr / Acobus Josepus Bax /: was geteekend:/ Alex: Cornabe, B: S: No: orenthold, ƒ „ berkhoder getgaand Jenerons Jucocus Hilbertus Bax ƒ Heinrich G: J: Dux „ Do„ „: saratoui van battae JCohan Daniel Schierstein J: Bax. Dingsdag E Bax Lecture genomen sijnde van twee door de Commissan¬ „ten ter specerij Distructie in de Ternaatse Konings Landen ontvangen brieven, ged„t Gallila den 15„e Aug„s met eene bij gevoegde reekening der door hun gedane spendatien en deezen Rade gebleeken weezende de goede voortgang van dat nodige Dingsdag den 22„e Augustus 7786 Smorgens te negen uuren vergadering van Politie werk x : present, 46 47 Aug„s 1786 den 22 begin der Extirpatie van Gallila de Catirpateurs van Randcoen verzien '# nevens staande ter afschrij„ „ring gepasseerd Besigt weg „ ondersoek hunne Reekening Courant Brief der Commissianten te Batchian werk met de geheele suivring van het Eijland Pubo Raa van het gewig gewasch en begonnen werk te galilla en Tobello op de Vatte Cust van Halmaheira, wierd daarinne genoegen genomen en op den verde„ „ven inhoud van derzelver brieven goed gevonden en verstaan gemelde Commissianten op nieuw te voor„ „zien van vier maanden randsoen voor hunnen onder„ „horige en tot nadere verantwoording toe te zenden 3 p„s Guinees gem: Gebl. 6„ baftas bruijn blauw 2„ salampoeris bruin blauw en ½ Legger arak S mitsgaders de byj reekening Courant als onvermijde¬ „lijk verspendeert opgebragte 4 ps guinees gem: gebl: 3„ _o bruim blauw 2 „ Salampuris — _ terafschrijving te passeeren en de Commissianten plaats E aldaar in hunne bereekening der op ijder die daar hem bezorgt word jaarlijks in te samen quanti„ „teijt Nooten en Folij te samen bogaan tot tijd en wijle Alexander Cornabe Gouverneur en Direceur nevens Dan Politique Raad der Moluccos Engge Wel Edele Agtb: Gebiedende Heer HelEd: Heer! Jngevolge uwer wel Ed: agtb: veel g'eerd besluit vervat bij Eoo„ „tract apparte Resolutie d: d: 15 Julij El: hebben wij de inreekening gebragte spendatien en uitgaven door de Commissianten ter spe„ „cerij Extirpatie togt te Batchian den Vaandrig millitair Aan den welEdelen Agtbaren Heer Bij brieff der Commissianten van 't specerij ertirpatie te Batchian in dato 9„e Augustus als nu gesupediteerd sijnde reedenen, dat wegens gebrek„ aan volk te Batchian geen mogelijkheid sij om tot visitatie der troepen en andere hoog benodigde afsending en prouw scheppers te bekomen en telkens genoodzaakt waren huurlingen daartoe te emploijee„ „ren, wierd Conform het door de Leden dezer Tafel d' E:s Wentholden Bax, ingediend berigt men van Hunne Hoog Edelheeden te weeten krijgen, 6 hoe de bereekening geschieden moet. man George

NL-HaNA_1.04.02_3738_0564 view scan ↗

English

48 49 The 22nd of August 1786 It is regulated accordingly. Letter from Tidore's king. To reimburse the excess charged. George Hendrik Fredrik Keinhard, the bookkeeper and assayer George Godfried Hendrik van Greven, and the assistant Carel Godfried Rousseleth, confronted against accounts of extirpation expeditions submitted in earlier times and found that the said commissioners, with the approval of your Honorable Worships, could have sufficed with the 10:—:— rixdollars in cash spent on the 25th of January of this year and the 6 jugs of arrack poured for the Batchian chiefs to encourage zeal in their labor, and therefore to retake the items charged on that day: 2 pieces fine bleached Guineas given as a gratuity to the two primary and two lesser chiefs. Furthermore, that for the hiring of proa and crew to sail to the troops, for which 5 rixdollars in cash was charged each time, the said commissioners, by comparison with old accounts and according to our judgment, should not have charged more than 2: 24: — rixdollars. Having otherwise found nothing in the said account that would have been charged too excessively, in the hope of having completed our commission in accordance with the honored instance of your Honorable Worships, we take the liberty to subscribe ourselves respectfully. Below stood: Honorable Worshipful Commanding Lord and Honorable Sirs. Lower: Your Honorable Worships' humble servants. Was signed: B: S: Wenthold, J: J: Boot. In the margin: Ternate, in Castle Orange, the 10th of August 1786. From which it appears that the expenditures charged by them were consistent with those made on previous similar occasions, their Honors considering as entirely too excessive only those given at one time on the 10th of January of this year to four chiefs: 2 pieces fine bleached Guineas 2 pieces common ditto and that for the hiring of proas for each voyage, 2: 24: — rixdollars could be validated instead of 5 rixdollars, it was approved and agreed to conform therewith, and consequently to pass for write-off the following, expended thus far by the commissioners in the Batchian districts: 51: 24: — rixdollars 3 pieces fine bleached Guineas 6 pieces common ditto 18½ jugs of arrack 48 pieces blank cartridges 24 pieces ball ditto 5 lbs nails and to cause them to reimburse the excess charged over 2: 24: — rixdollars for proa hire, amounting to the sum of 35: — rixdollars, along with the expenditures given at one time and without any precedent to four chiefs on the 10th of January of this year, of 2 pieces fine bleached Guineas, 2 pieces common ditto, 2 pieces common ditto. Having been informed by Tidore's king and grandees of the realm by a letter received yesterday that the troop huts on the island of Tidore, together with the necessary men for the spice destruction to be undertaken there, alongside their subordinates, were ready, it was approved and agreed to assign the assistant Carel Fredrik Albregt as second commissioner to the military ensign Coenraad Zang, appointed as first commissioner for that work by resolution dated the 17th of July last, for the inspection of the extirpation commissioners on Tidore; and to dispatch them, furnished with an instruction drawn up in draft and previously approved for guidance, by two kora-koras expected from Tidore one of these days, to go there, along with: 1 sergeant 2 corporals 12 privates from this garrison, and 1 sergeant 1 corporal 10 burgher privates, to be provided with what is necessary, with rations for two months and the necessary tools. Below stood: Thus done and resolved in Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: Alcb: Cornabé, B: C: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Dux, J: J: Bax, J: G: Bax, and J: D: Schierstein, clerk. Agrees: Schierstein 50 W: Eeselwigher pr. Cen 12 ger Sisscorts. Sunday the 8th [illegible] Monday the 9th, an emissary from the king of Sanrabonij came to me, complaining about the egregious misconduct of his brother, named Masanira, not only that he harbors many runaway slaves from various people, but also about other wanton acts committed, requesting that I punish him for this, as the king could no longer keep him under control. To which I replied to the emissary that, although I was quite willing to believe everything and had even heard various complaints about him from others myself, the king must submit the points of grievance against this brother of his distinctly in writing, so that from this it can be clearly seen what he has actually done and he can thus be corrected on solid grounds, whether by taking him into custody to be secured here in the castle, and thereby test whether he will reform, or otherwise. The king of the Makassarese also, through his interpreter Dolo, with greetings and inquiries after health, requested an audience with me for himself and his grandees of the realm for this coming Saturday, which I granted. Continuation of the Secret Daily Register October Tuesday 1786

Dutch transcription

48 49 den 22„e Aug„s 1786 word sig er nagereguleerd Brief van Tidors koning te meerder opgebragte te vergoeden, George Hendrik Fredrik Keinhard den Boekhouder en Effaijeur george Godfried Hendrik van Greven en den assistent Carel Godfried Rousseleth, geconfronteerd tegens in vroegere tijden ingediende reekeningen van Extirpatie togten en bevonden dat ged„e Com„ „missianten met behage van uw wel Ed: Agtb: soude kunnen volstaan met de op den 25 Jannuarij a: h: uitgegeven rds 10:—:— aan Contante penningen en verschronken 6: kannen Arak voor de Batchianse hoofden, tot aansponing van ijver in den arbeid, en overzulks wederom in te nemen de op dien dag opgebragte, 2 ps Guinees fijn gebl:t tot douceur aan de twee Eerste en twee mindere hoofden afgegen. a Voorts dat ged„e Commissianten voor het huureen van prauw en volk om naar de troupen te vaeren, waar voor telkens 577 Contant is opgebragt invergelijking van oude reekening, volgens ons oordeel niet meer hadde mogen in reekening brengen als rds 2: 24: —. Overigens niets bij ged„e reekening gevonden hebbende dat te ruim zoude weezen opgebragt, gebruiken wij de vrijheid inhoopen van onse Commissie nade g'eerde intantie van uw welEd: Agtb: volbragt te hebben, ons reverentelijk te nomen /onderstond/ Wel Ed: Agtb: Gebiedende Heer en E: Heeren /lager/ uwer welEd: Agtb: onderdanige Dienaeren /was„ J: Boot / in margine Ternaten „getekend B: S: Wenthold: J: in 't Casteel Orange den 10: aug„s 1786 Waar uit blijkt dat de door hun opgebragte met vorige bij gelijke gelegentheid gedane spendatien bestaanbaar waren, komende hun E:s alleenlijk alte excessive voor de op den 10 Jannuarij h: a: op eenmaal aan vier hoofdin afgegeven 2 p„s guinees sijn gebl: 2 „ _o gem: _o mitsgaders dat tot huuren van Prauwen voor ijder reijs kon werden gevalideert r„s 2: 24: — insteede van r=s5, wierd goed gevonden en verstaan sig daar„ Door Tidors koning en Rijksgroten bij een op gisteren ontvangen brieff bedeeld sijnde dat de troephuisen ten Eijland Tidor benevens de benodigde manschappen tot de bij de hand te namen specerij Distructie aldaar meede te conformeeren en dienvolgens ter afschrij„ „ring ter passeeren de dus verree door de Commissianten in de Batchianse Districten verppendeerde. rds 51: 24: — 3 ps guinees fijn gebl: 6„ gem: 18½ kan Arak 48 p„s Losse patrone 24 „ scherpe _„o 5 lb spijkers en het door dezelven meerder opgebragte dan 7072: 24:— voor Praauw huur te doen vergoeden ten bedragen van rds 35: — benevens de op den 10 Jann: h: a: op eenemaal en buiten eenig voorbeeld aan wier hoofden afgegeven spendatien van 2 ps guines fijn gebl: „meede in! 2 „ _o gem: _o 2 „ _o gem: _o „patie op tidor nevens Hunne onderhoorige Voor 't nazien in gereedheid waren wierd goedgevonden en verstaan aan den bij seer Resolutie d: d: 17„e Julij J: l: tot eerste Commis„ „siant bij dat werk benoemde vaandrig millitair Coenraad zang als tweede toe te voegen den adsistent de Commissianten ter Eatir Carel Fredrik Albregt en dezelve gemunnueerd met eene in concept gebragte en voor deezen reeds g'appro„ „beerde in structie tot narigt per twee eerstdaags van Tidor verwagt wordende corra Corras nader waads te laten afsteeken benrevens 1: sergeant 2 Corporaals 12 gemeene uit dit guarnisoen en sergeant 1 Corporaal 10 gemeene burgers werden van't benodigde vorkien met de randoenen voor twee maanden en de be„ „nodigde Gereedschappen /onderstond/ Aldus gedaan en geresolveerd te Ternaten in 't Casteel Orange dato voorsct: /was getekend/ Alcbl: Cornabe B: C: wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Duxr, J: J: Bax: J: G: Bax, en J: D: schierstein klerk Accordeert Dchierstein 50 ƒ W: Eeselwigher pr. Cen 12 ger Sisscorts. Zondag den 8„e Nchiel Maandag den 9„en kwam bij mijn Een zendeling van den koning van Sanrabonij klagende over de verregaande quaade gedoentens van desselfs Broeder met name Masanira, niet alleen dat hij veele ge„ „droste slaven van deeze en geene ophoud, maar ook over ander gepleegde moedwilligheeden, met verzoek om hem daar over willen straffen alzoo den koning hem niet langer, in den teugel konde houden. waar op jk de zendeling tot Antwoord gaf, dat den koning, niet teegenstaande ik alles wel gelooven wilde en ook zelfs van an„ „dere al diverse klagten over hem gehoord had, de poincten van beswaarnisse ten lasten van deeze zijn broeden distinct ingeschuifte moet opgeeven om daer uit als dan duidelijk te kunnen zien wat denzelven eigentlijk gedaan heeft en men hem dus op zeekere gron„ „den Corrigeeren kan, het zij met hem in apprehensie te neemen, om alhier in het kasteel gesecureerd te worden en daar door te probeeren of hij zig wil beteren dan wel anderzints. Ook liet de koning der Makasaaren, door zijn tolk Dolo, onder groete en welstands informatie, auces voor hem en zijn Rijksgrooten bij mijn verzoeken teegens Saturdag aanstaende, 't welk jk accordeerde. vervolg van het sekreet Dag: Register October Dingsdag ƒ 17876

NL-HaNA_1.04.02_3738_0571 view scan ↗

English

Anno 1786: October Tuesday the 10th. Departure of the junior merchant Meures back to his residency Bima, receiving from me for his information an authentic copy and the original act of succession mentioned under the 2nd of this month. Wednesday the 11th. The autumn secret papers for Batavia sent in original with the burgher ensign De siso, and the duplicates thereof Thursday the 12th. Per the burgher Jacobus De Graaf. Friday the 13th. Saturday the 14th. In accordance with access granted on the 9th of this month, the King of the Makassars, accompanied by the Regent and all the grandees of that realm, came to me, and having properly received them and assigned them seating in the presence of the senior merchant and second in command Beth, alongside the members Budach and Wisse who had conducted them inside, they stated that they had come expressly to inform me that some time ago they had sent to the Madanrang and Sulewatang of Boni to demand back and once again manage themselves their well-known lands, which see that made known under this separate daily register of 21 May 1782 and 31 May 1783, likewise that recently noted by joint resolution of 3 August last, had been worked as if by force by the Boniers since the last war; that in reply to this they had received word that they knew nothing of their lands, but only that the Boniers together with the Company had waged war against them, but that they would nonetheless send a message about it to the King and then inform them of the outcome thereof, which was now already four months ago without having received any further reply in this regard; for which reasons he, the King, had come to inform me of these matters and to ask whether they may cultivate those lands or not, and to know further my intentions regarding this, the more so because the time for working those lands was at hand. They also informed me of their intention to send an envoy to Manggarai in order to have their villages situated over there inspected, and requested that I provide a letter for the escort of the same or send someone along on my behalf thither. The King also requested of me permission to renew their temple in Goa, which was destroyed during the conquest and of which the walls are still standing, and to erect near it some houses for the priests. While he finally, at the conclusion of all these discussions, informed me that one of the formerly exiled grandees of the realm, the elector Karaeng Bulusiapong, had come to him to ask for a pardon, that he had granted it to him subject to my approval, and had thus brought him along unarmed to obtain it. To this I answered the King beforehand with regard to the first request that it seemed best to me that they exercise some patience for the present with taking back the aforementioned lands, even though the possession thereof rightfully belongs to them, at least until the King of Boni, who is expected to return from the inland regions likely within two months, is here in person, at which time they can then conveniently be requested of him himself by a couple of grandees from among them, and I can then assign someone on the Company's behalf to accompany them. But that otherwise, for I saw that this waiting did not please them, they might for now try to have those lands worked this year by their own people if it could be done without the use of any force, since the Company, being the protecting and defending lord among the Celebes princes according to the Bongaais contract, must prevent all such things as much as possible. On the second matter, namely their mission to Manggarai, I said that I must first reflect upon the right they previously held over there and might still hold now or not, and that having done so I would inform the King further of what is necessary in that regard; while to the third request, to renew the temple and build some houses near it in Goa, I replied that they might indeed renew the temple, as it stands close to the grave of the old Aru Palakka, which is regarded by them as a sanctuary, but that I could not agree to the construction of houses, as it is contrary to the contract, but would indeed, as they then further requested with much urgency, propose to Their High Excellencies the erection there of a single dwelling for the use of their high priest, nothing more, which, being made of bamboo, does not signify much and will bind these people all the more strongly to the Company. Karaeng Bulusiapong subsequently also having been granted the Company's pardon and given the necessary recommendation of loyalty to his prince, this conference came to an end. After which the King and other grandees of the realm, having sat for a while enjoying some refreshments, returned to their homes contented, being escorted out with the proper ceremony and saluted with seven shots from the castle cannon. Sunday the 15th. There was nothing to note. Monday the 16th. The sergeant extirpator Willem Martin returned with his men from Buton, accompanied by the King's ordinary envoys arriving on that occasion. Tuesday the 17th. The aforementioned envoys were fetched from on board and conducted inside the castle with the ordinary ceremonial, where they handed over to me the letter brought from their King and grandees of the realm, to be found among the appendices of this document, as well as the report of the aforementioned sergeant extirpator.

Dutch transcription

A„o 1786: October Dingsdag den 10„e Vertrek den onderkoopman Meures terug na zijn Residentie Bima, van mijn tot zijn narigt meede krijgende Een authenticq afschrift en de onder den 2„e dezer vermelde origineele acte van successie. Woensdag „ 11„' de najaarige Sekrete Papiaren voor Batavia in orginali met de Burger vaandrig De siso afgezonden, en de duplica„ „ten daer van Donderdag „ 12„e P„r den Burger Jacobus De Graaf Saturdag „ 14„' kwamen volgens verleend acces op den 9„e dezer bij mijn den koning der Makassaaren verseld van den Rijkbestiender en gezamentlijke grooten van dat stof en haar ( bij mijn zijnde den opperkoopman en sekunde Beth nevens de hun bin„ „nen geconduiseerde Leeden Budach en wisse:/ behoorlijk gerecipieert en zit plaats aan geweezen hebbende, zoo zeiden zij oxpies gekomen te zijn om mijn bekend te maken dat zij voor eenigen tijd bij den Madanrang en soelewatang van Bonij hadden gezonden om terug te eisschen en zelfs weeder te beheeren hunne bewuste Landerijen, die vide het bekend gestelde onder dit apart Dag. Register van den 21„e Maij 1782 en 31„e Maij 1783, item het nog Jongst Vrijdag „ 13„e October aangeteekenden bij gemeene Resolutie van den 3„e Augustues Jas„ „lato:/ zedert den Laasten oorlog door de Bomieres als met ge„ „weld waren bewerkt geworden, dat zij hier op ten antwoord had„ „den gekreegen dat men van haer Landerijen niets wist maer wel dat de Boniers met de Comp„e hun tezamen hadden beoorlogd, dog dat zij egter daer over Een bootschap aan den koning zouden zenden en haer als dan den uitslag daer van bedeelen, het welk nu vier maanden bereets geleeden was zonder eenig verder bescheid dezen aangaanden te hebben en„ „langs, om welk redenen hij koning dan dit hem was ge„ „komen om mijn van dit een en ander kennissen te geeven en te vraagen of zij die Landerijen moogen bewerken dan niet en daar omtrend verder mijn intentie te weeten, te meer vermits de tijd tot de bewerking dier Landerijen ophanden was. zij maekte mijn ook bekend van voorneemens te zijn om een zendeling na de Mangerij tezenden ten einde hunne daer ginter zijnde Negorijen te laaten bezigtigen en verzogten dat ik tot geleeden van die een Brief dan wel iemand mij„ „nentwegen na derwaerds wilden meede geeven. Ook verzogt mijn de koning om hunne bij de overwinning van Goa verdestrueerde Tempel waer van de muuren nog in stant zijn, weder te moogen vernieuwen en daer bij opterigten eenige huisen voor den Priesters. Terwijl hij mijn eindelijk aangeteekende tot 1786 3 Ao 1786 Ao. 1786 october October tot slot van al deze verhandelingen bekend maekte dat een van de voormaels uitgeweekene Rijksgrooten den Kies heer Craeng Boeloesiapong bij hem waes gekomen om pardon te verzoeken, dat hij hem die gegeeven had onder de approbatie van mijn, en dezelve tot erlanging van dien dues ongewapent had meede gebragt. Ik antwoorde de koning hier op voor af met betrecking tot het Eerste verzoek dat het mijn best dagt dat zij met de terug neeming van voorzegde Landerijen, schooks het bezit daer van hun regt matig toekomt, voor teegenswoordig nog wat geduld gebruikten, ten minsten zoo lange tot dat de koning van Bonij die dinkelijk binnen twee maanden uit de Binnen Landen staat terug te komen hier in perzoon is, wanneer ze als dan van hem zelfs gevoeglijks kunnen afgevraagd worden door een paar Rijksgrooten uit het midden van hun en jk daer als dan iemand 'skomp„s weegen bij kan geeven. Dog dat zij anders, want ik zag dat dit wagten haer niet aanstond, voor Eerst wel eens konde probeeren om die landen van dit Jaar door de hunne te laaten bewerken zo het geschieden konde sonder het gebruik van eenig geweld. alzo de Comp„e volgens het Bongaijse kontract de Schut- en Scherm- Heer Onder de Celebesche vorsten zijnde, dit al¬ „les zo veel mogelijke weeren moet. Op het tweede of hun be„ „zending na de Mangerij zeide ik dat ik eerst mijn gedagten moest laten gaan over het Begt dat zij ginter: bevoorens gehad hebben en nu nog zoude kunnen hebben of niet, en dat ik dit gedaan hebbende de kening dientweegen het noodige nader zoude laten weeten, terwijl ik op het derde verzoek om de Tempel te vernieuwen en Eenige huisen daer bij in Goa op te bouwen ten antwoord gaf dat zij de Tempel, als digt bij het door haer voor een heiligdom gehouden wordende graf van de oude Aroe Palacca staande, wel konde vernieuwen, dog dat ik tot op„ „bouwing van Huisen niet konde treden als tegens het kon„ „tract strijdende, maer wel, zoo als zij toen nader met veel aandrang versogten, Haar Hoog Edelheedens te willen voordragen het zetten aldaer van een enkelde woning ten dienste van haer opperpriester, zonder meer, dat dan ook als van Bamboesen gemaakt niet veel zeggen wil en deze volkoren des te sterken aan de Comp„e verbinden zal. Eraing Boeloe„ „siapong vervolgens 'skomp„s parden almeede verleend en de nodige recommandatie van getrouwheid aan zijn vorstgegee„ „ven hebbende zo nam deze Conferentie een einde. waer na de koning en verdere Rijksgrooten nog een poos ender het genoth van eenige verversing gezeten te hebben vergenoegt na hun„ „nen weder terug zijn gekeert, wordende met de behoorlijke Ce„ „remonie uit geleide gedaan en met seeven schooten uit het kas„ „teels kanon gesalueert moest zondag 5 Zondag den 15„e viel niets te noteeren Maandag „ 16„e Retourneerde de zergeant Ertispateur Willem Martin met de zijne van Boutong verzeld van 'skonings ordinair bij die gelee„ „gentheid overkomende gezanten Dingsdag „ 17„en zijn de voornoemde gezanten van Boord afgehaald en met het ordinaire Ceremonieel binnen het Casteel geconduiseert, alwaer zij mijn overhandigden de van hun koning en Rijkes grooten meede gebragte Brief onder de Bijlaagen deeser zoo wel te vin„ „den als het Rapport van voorschreeven zergeant Extispateur Ao. 1786 October

NL-HaNA_1.04.02_3738_0574 view scan ↗

English

Daily journal kept by the undersigned sergeant and extirpator, traveling in the company of two private soldiers and an Ambonese spice expert on a mission to Bouthong for the purpose of extirpating the spice trees there. Anno 1785 Sunday the 27th of November we departed from this roadstead and arrived on Wednesday the 30th ditto at the roadstead of Bouthong. I immediately made my arrival known to the king through an interpreter. The said interpreter brought me word in return that his lord and master wished to have the letter addressed to him fetched from on board at once, to which I agreed. The king assembled his grandees and commissioned two of them to fetch the letter from on board. This having been done with much ceremony, the said letter was read in full assembly. After this was accomplished, I presented to the king the recognition money given to me on behalf of the Honorable Company, and at the same time requested His Highness to have me transported, according to old custom, to the islands of Boutong lying hereabouts, and particularly to the islands of Honauw and Calangsoesoeng. To this the king gave me no answer, whereupon I went to my lodgings. Subsequently, the pantjallang De Vreede arrived at the Boutong roadstead under the supervision of the boatswain Ian Heijlman, coming from Maccasser to deliver some rations, etc., for the decayed ship De Vriendschap lying there, commanded by Captain at Sea Bast. 1786 Saturday the 10th of December I had an interpreter request the king to have me transported to the islands, but received no answer until Tuesday the 3rd of January, when two interpreters came to me and, on behalf of their lord and master the king of Boutong, announced that I should not be uneasy at all, and that I would still make the journey to the islands this month if nothing untoward should happen. I sent word to the king with my compliments that it was well, whereupon they returned. Tuesday the 10th of January, the aforementioned interpreters came to me for the second time and announced on behalf of their king that I should prepare myself to depart for the islands within four days. I sent word to the king that it was well. Monday the 16th of January I had an audience with the king in council and received my permission to depart for the islands. But before taking my leave, I asked the king why His Highness had answered with silence upon my initial arrival to my request to go to the islands of Hanauw and Calangsoesoeng. The king answered me that Calangsoesoeng was no longer as it was before, and His Highness himself did not even know where he stood with the people there, and therefore did not wish to risk sending me there this year. Wednesday the 18th of January I departed from Bouthong with the two soldiers under my command and the Ambonese spice expert. Thursday the 19th of January, near the Lizard Islands, I saw a two-masted sloop sailing, but could not identify it. Likewise, on Friday the 20th of January, off the point of the island of Capota, a sloop also came into my sight. Monday the 23rd of January we arrived off the island of Mandati, and I immediately had an interpreter make my arrival known to the Radja and request permission to undertake a forest expedition. Sunday the 29th of January undertook a forest expedition into the territory of Mandati and spent the night at the negorij of Leja. Wednesday the 1st of February I had an interpreter request prahus and men from the aforementioned Radja of Mandati in order to continue the journey to Caijdoepa. The interpreter brought me word in return that it was not advisable to depart now, as the Radja had learned that wicked people were roaming the sea hereabouts, and also that the vessels first needed to be made ready. Sunday the 12th of February we departed from Mandati and arrived on Thursday the 16th of February at the island of Kaijdoepa, and through an interpreter made my arrival known to the Radja there, and furthermore requested permission to undertake a forest expedition. Tuesday the 21st of February undertook a forest expedition via Ollo and Sambella and spent the night at Mantagalla. The following day I continued the expedition and returned home without having found a single spice tree, and paid the guide 2 rixdollars and 24 stivers.

Dutch transcription

Dag Register gehouden door den onder„ A„o 1785 Sondag den 27„e November zijn wij van deeze Rheede vertrokken en arriveerde op Woensdag den 30„e d„o ter rheede van Bouthong; Ik liet ten Eersten mijn aankomst door een tolk aan den koning weeten, gedagte Taalman „bragt mij tot keer Berigt dat zijn Heer en Meester de Brief die aan hem gerigt was terstond van Boord wilde laten haalen, 't welk ik accordeerde. Den koning liet zijn Rijxgrooten bij een komen en Committeerde twee daar van om de Brief van boord af te haalen dit met veel Ceremonie geschied zijnde, wierd gedagte Brief in volle vergadering geleesen, na verrigting deezes heb ik den koning de mij meede gege„ „vene recognisie penningen uit naam van de E: Compagnie aange„ „booden en teffens aan zijn Hoogheid verzogt, om mij na volgens oud gebruik na de hier omstreeks leggende Eilanden van Bou„ „tong te willen laten brengen, en bijzonder na de Eilanden ho„ „nauw en Calangsoesoeng, waar op den koning mij geen ant„ „woord gegeven heeft, en ik daar op na mijn woonhuis ben gegaan vervolgens arriveerde ter rheede Boutong de Pantjallang De vreede onder opzigt van den Bootsman Ian Heijlman komen„ „de van Maccasser ter overbrenging van Eenige Randsoenen Etca voor het aldaar vervallene schip de Vriendschap gekommandeert door den Capitain ter Zee Bast. „geteekende sergeant en Extirpateur, gaande in gezelschap van twee gemeene Militairen en een Amboineese specerij kundige in Com„ „missie na Bouthong ter uijtroeijing der specerij Boomen aldaar. Saturdag e 1786 Saturdag den 10:e December liet ik door een tolk den koning verzoeken om mijn Chialoup zijlen, maar konde het zelve niet bekennen gelijk op na de Eilanden te willen laaten brengen, dog kreeg geen antwoord Vrijdag den 20„e Ianuarij op de hoek van het Eiland Capota mij meede in 't zigt als op. kwam een chialoup Dingsdag den 3:e Januarij wanneer twee tolken bij mij kwamen en uit naam van hun Heer- en Meester den koning van Boutong boodschapten dat ik mij in het geheel niet verleegen moeste maken, en dat ik de rheise na de Eilanden in dese maand zo er niets verzin„ „derlijks mogte voorvallen nog zal doen, ik liet den koning on „der groete weeten dat het wel was, waar op zij weder te rug keerden Dingsdag den 10„e Ianuarij zijn voor de tweede maal bij mijn gekoomen voor „melde tolken, die uit naam van hun koning mij aankondig „de dat ik mij klaar moeste maken om binnen vier dagen na de Eilanden te kunnen vertrekken, ik liet den koning weeten dat het wel was. Maandag den 16„e Ianuarij wierd ik bij den koning in de vergadering g'appoincteerd en kreeg mijn afscheid om na de Eilanden te mogen vertrekken, dog voor ik mijn afscheid nam vroeg ik aan den koning waarom dat zijn Hoogheid op mijn verzoek om na de Eilanden hanauw en Ca„ „langsoesoeng te mogen gaan met stilswijgendheid bij mijn Eerste aankomst beantwoord heeft, zo antwoorde mij de Koning dat calangsoesoeng niet meer zo was als voor deesen en zijn Hoog„ „heid zelfs niet wiste hoe hij het met de volkeren aldaar hadde, en daar om niet waagen wilde om mijn van dit jaar daar heen te zenden Woensdag den 18:e Ianuarij ben ik met de onder mijn hebbende twee Militairen en de Amboneese specerij kundige van Bouthong vertrokken. Donderdag den 19:e Ianuarij bij de Hagedisse Eilanden zag ik een twee maste Woensdag den 1:e Februarij liet ik door een tolk gem: Raadja van Mandati ver„ „zoeken om Prauwen en volk, ten einde de rheise na Caijdoepa te kunnen vervolgen, den taalman bragt mij tot keer berigt als dat het niet raadsaam was om nu te vertrekken, dewijl de Raadje vernoomen had, dat daar omstreeks kwaad volk op zee swerfden en ook dat de vaarthuigen eerst klaar gemaakt worden. Sondag den 12„e Februarij zijn wij van Mandati vertrokken en kwamen op Donderdag den 16„e februarij ten Eiland Kaijdoepa, en liet door een tolk aan het Raadje aldaar mijn aankomst bekend maken, en voorts verzoeken om een bostogt te doen. Dingsdag den 21:e februarij Een bostogt gedaan over ollo en Sambella en overnag„ „te te Mantagalla. Des anderen daags vervolgde ik de togt en kwam zonder een spece„ „rij Boom gevonden te hebben weder te huis, en betaalde aan de weg: wijser rd„s 2: 24: — Sondag den 29„e Ianuarij Een bostogt gedaan op het Land van Mandati en over„ „nagte op de Negorij Leja. Maandag den 23„e Ianuarij arriveerde wij voor het Eiland Mandati en liet ten eersten door een tolk de Raadja mijn aankomst bekend maken en verzoeken om een bostogt te doen. Chialoup e Des g.

NL-HaNA_1.04.02_3738_0576 view scan ↗

English

The next day I continued my journey and returned home in the evening having accomplished nothing, and presented the forest runners with rds 1: 42:— Thursday the 23rd of February I sent an interpreter to the Radja and requested whether he could have me transported with the assistance of vessels and people to the Island of Tanganno; I received the return message of yes, and departed from there on Friday the 3rd of March for Tanganno, and having arrived there on the 6th, according to custom I notified the Radja of my arrival and at the same time requested to make a journey through the forest, which he granted me. Monday the 13th of March I performed the journey, via Timmo and Coijjanga, and stayed the night there; the next day I continued the journey and returned home again, and presented the guide with a gratuity of rds 1:42:— Wednesday the 15th of March I had an interpreter request a prahu from the Radja in order to continue my journey to the Island of Pinanka. Monday the 20th of March we departed from Tanganno and arrived on Wednesday the 22nd of March at Tinanka, where I immediately dispatched an interpreter to the Mantri to make known my arrival as well as to request that I might make a forest journey. Friday the 24th of March I made a forest journey via Weijlie and stayed the night at Oijhoe; the next morning I continued my journey and we arrived at Kammabasso and stayed the night at Watopitapi. Sunday the 26th of March I continued my journey and returned home in the evening, and spent on the guide rds 2: 24:— Monday the 27th of March I sent an interpreter to the Mantri to depart, and that to this end the necessary vessels and people should be provided to me. Sunday the 2nd of April we departed from there and arrived at Tanganno; I immediately had an interpreter make my arrival known to the Radja there and request whether I could make a forest journey in one or two days, which was granted to me. Wednesday the 5th of April made a forest journey via Waggen and returned in the evening, and presented the forest runners with rds 1: 42:—; furthermore I had the Radja requested for permission to depart for the Island of Caijdoepa. Saturday the 8th of April we sailed from Tangonna and arrived on the 13th ditto at the Island of Caijdoepa, where I immediately had an interpreter make my arrival known to the Radja, and at the same time request permission to make a journey into the forest. Tuesday the 18th of April made a forest journey via Rekko, Jamrakka and stayed the night at Lijnteo; the next day I continued my journey straight across the forest and returned home in the evening, and spent on the forest runners rds 2: 24:— Wednesday the 19th of April I had an interpreter request access to the Radja, and after permission was obtained I appeared before the Radja on the 22nd in his assembly, and requested prahus and people in order to be able to continue my journey to Pinonko. The interpreter who had been assigned to me by the King of Boutong for assistance also requested money to purchase some provisions; I handed him rds 2:24:— Tuesday the 25th of April we departed Caijdoepa. Wednesday the 26th ditto we arrived at the Island of Mandati; having arrived there, I immediately made my arrival known to the Radja and furthermore requested whether I might make a forest journey. Monday the 1st of May made a forest journey across the land of Waneij and stayed the night at the village of Wancij; the following day in the morning we continued our forest journey and came straight across the forest back home to Mandati, and spent on the forest runners rds 2: 24:— Wednesday the 3rd of May had the aforementioned Radja of Mandati requested for prahus and people in order to be able to make my return journey to Boutong, which was immediately put into effect, and I departed from there on Tuesday the 9th of May and arrived on Thursday the 11th ditto at the roads of Boutong, where I immediately dispatched an interpreter to the King to give His Highness notice of my return and at the same time to request whether I could speak with the King; the said messenger came back and brought me the message that his lord and master was indisposed and could not speak with me. Thursday the 18th of May the King of Bouthong let me know that I could come before His Highness; I immediately went thither, where I found the King and his dignitaries seated, and after I had informed His Highness of my journey and encounters on the islands, I asked the King where the ship De Vriendschap and the pantjallang De Vreede were, which upon my departure to the islands had still been at the roads of Bouthong; to which the King gave me the reply that both had departed in the month of April, after the ship had been provided with the necessary refreshments and a large yard. Furthermore, the King told me that a great fire had broken out in the Castle of Bouton during my absence, and that by the fire fully ninety houses had been laid in ashes by that element. Friday the 2nd of June I had an interpreter request the King for permission to depart for the small islands, and that to this end the necessary vessel and crew should be made ready; the said messenger returned and brought me the reply that the requisite orders from the King had already been given and that I could depart whenever I thought fit. Furthermore I requested the King to have me conveyed to the small islands, and after the execution thereof to prepare to depart for Maccasser, to which His Highness gave me the reply that nothing shall be wanting in that regard, after which I took my leave and departed for my residence.

Dutch transcription

11 Des anderen daags vervolgde ik mijn rheise en kwam des avonds met onverrigten zaaken te huis en verEerde aan de bos„ „loopers rd„s 1: 42:— Donderdag den 23:e februarij zende ik een tolk aan het Raadje en liet verzoeken of hij mij niet met assistentie van vaarthuigen en volk na het Eiland Tanganno konde laten brengen, ik kreeg tot keer berigt van Ia, en vertrok van daar op Vrijdag den 3„e Maart Na Tanganno, daar op den 6„e daar aangekomen zijnde, liet ik na den gebruike het Raadje mijn aankomst ver„ „wittigen en teffens verzoeken om een togt door het bos te doen, 't welk hij mij Consenteerde Maandag den 13„e Maart volvoerde ik de togt, over Timmo en Coijjanga, en overnagte aldaar, des ander daags vervolgde ik de togt en kwam weeder te huis en verEerde aan de wegwijzer een douceur van rds 1:42:— Woensdag den 15e Maart liet ik door een tolk het Raadje verzoeken om een Rauw ten einde mijn rheise na het Eiland Pinanka te vervolgen Maandag den 20„e Maart zijn wij van Tanganno vertrokken en kwamen op Woensdag den 22„e Maart op Tinanka, alwaar ik ten Eersten een tolk na den Manterie depecheerde om zo wel mijn aankomst bekend te maken als om te verzoeken dat ik een bostogt mag doen. Vrijdag den 24„e Maart deede ik een bostogt over weijlie en overnagte op oijhoe, des ander morgen vervolgde ik mijn togt en kwamen op kammabasso en overnagte op watopitapi. Woensdag den 5:e April Een bostogt gedaan over waggen en kwam des avonds weder terug en verEerde aan de boslopers rd„s 1: 42:— voorts liet ik het Raadje verzoeken om te mogen vertrekken na het Eiland Caijdoepa Saturdag den 8 April zeijlden wij van Tangonna en kwamen op „ 13:e _o ten Eilande Caijdoepa, alwaar ik ten eersten mijn komst aan het Raadje door een Tolk liet bekend maken, en teffens verzoe„ „ken om een togt in de bos te mogen doen. Donderdag. Dingsdag den 18„e April Een bostogt gedaan over Rekko, Jamrakka en over„ „nagte te Lijnteo, des anderen daags vervolgde ik mijn togt dwars over het bos en kwam des avonds te huis en spandeerde aan de bosloopers rd„s 2: 24:—: Woensdag den 19:e April Liet ik door een tolk bij het Raadje acces vragen, en na bekomene permissie verscheen ik op den 22„e bij het Raadje Sondag den 2:e April zijn wij van daar vertrokken en arriveerde op Tangan„ „no, ik liet ten spoedigsten door een tolk aan het daar zijnde Raadje mijn komst bekend maeken en verzoeken of ik over een â twee da„ „gen een bostagt konde doen, 't welk mij toegestaan wierd. Maandag den 27=e Maart zende ik een tolk na den Mantrie om te vertrekken, en dat ten dien einde mij de nodige vaarthuigen, en volk moeste gegeven worden. Sondag den 26„e Maart. vervolgde ik mijn rheise en kwam des avonds te huis en spandeerde aan de weg wijzer rd„s 2: 24: Sondag 6 in 15 Donderdag den 18„e Maij liet mij de koning van Bouthong weeten als dat ik bij in zijn vergadering en verzogte om Rauwen en volk ten einde mijn rheise na Pinonko te kunnen vervolgen. Ook verzogte mij de tolk die tot assistentie mij van den koning van Boutong was meede gegeven om geld tot inkoop van Eenige leevens middelen, ik heb hem rd„s 2:24:—. toegerijkt. Dingsdag den 25„e April zijn wij Caijdoepa vertrokken. Woensdag den 26„e _„o„ arriveerde wij ten Eilande Mandati, daar gekomen zijnde liet ik terstond mijn aankomst bij het Raadje bekend maken en voorts verzoeken of ik een bostogt mogte doen. Maandag den 1:e Maij Een bostogt gedaan over het Land van waneij en op de Negorij wancij overnagt, des anderen daags morgen vervolgden wij onse bostogt en kwamen dwars over het bos te Mandati te huis en spandeerde aan de bosloopers rd„s 2: 24:—: Woensdag den 3:e Maij liet voormelde Raadje van Mandati verzoeken om Prauwen en volk, ten einde mijn te rug reise na Boutong te kunnen doen, 't welk ten Eersten werkstellig gemaakt wierd en ben op Dingsdag den 9:e Maij van daar vertrokken en arriveerde op Donderdag den 11„e _„o ter rheede van Boutong, alwaar ik ten Eersten een tolk na den koning depecheerde om zijn Hoogheid van mijn te rug„ „komst kennis te geven en teffens te verzoeken of ik den koning konde spreeken, gemelde afgesondene kwam weederom terug en bragte mij de boodschap dat zijn Heer en Meester onpasselijk was en mij niet te woord konde staan. Vrijdag den 2„e Iunij liet ik door een tolk den koning verzoeken om na de kleine Eilanden te mogen vertrekken, en dat daar toe de nodige vaar„ „thuijg en manschappen diende klaar gemaakt te worden; ge„ „melde afgezondene kwam en bragte mij tot keer berigt als dat hier bereets de verEischte ordres van den koning was ge„ „geven en ik. vertrekken konde wanneer het mij goed dagt wijders verzogte ik den koning om mij na de kleine Eilan„ „den te willen laten brengen, en na verrigting van dien klarig„ „heid te maken om na Maccasser te vertrekken, zo heeft mij zijn Hoogheid ten antwoord gegeven dat daar aan niets man„ „keeren zal, waar na ik mijn afscheid nam en vertrok na mijn woonhuis. voorts vertelde mij de koning als dat in het Casteel van Bouton bij mijn absentie een groote brand ontstaan was, en dat door het vuur wel Neegentig huisen door dat Clement in de assche gelegd geworden is. zijn Hoogheid konde komen, ik begaf mij ten eersten nader„ „waarts, alwaar ik den koning en zijn Rijxgrooten vond zitten, en na dat ik zijn Hoogheid van mijn rheise en ontmoeting op de Eilanden kennisse had gegeven, vroeg ik aan den ko„ „ning waar het schip de vriendschap en de Pantjallang De vreede die met mijn vertrek na de Eilanden ter rheede van Bouthong nog geweest zijn, zo heeft mij den koning ten antwoord gegeven, datse beide, na dat het schip van de nodi„ „ge verversing en een groote Raa verzien was inde maand April vertrokken, waren. Donderdag Dingsdag

NL-HaNA_1.04.02_3738_0578 view scan ↗

English

43 Friday Tuesday the 6th of June we departed from Boutong and arrived on Wednesday the 7th at cambonaggen Friday the 9th of June we made a forest expedition and, passing via Tabia, cambonaggen, and galgaane, returned to our vessel, weighed our anchor and departed from there for Caaijsaabo where we arrived on Sunday the 11th of June and immediately made a forest expedition across caaijsaabo, and returned to the vessel in the evening. Tuesday the 13th of June we continued our journey and arrived on Thursday the 15th at Lowusowu; we immediately made a forest expedition and returned home again in the evening. Saturday the 17th of June we proceeded on our journey and arrived on Monday the 19th at Bougi, where we also made a forest expedition, and subsequently returning to the vessel, we arrived on Thursday the 22nd of June at Scompo Friday the 23rd made a forest expedition and came via Benkaulo to sontaij where we also stayed overnight, and the next day we continued our expedition and returned via Bibinapada and Maloena to the vessel. Monday the 26th of June we departed from Teompo and arrived at the place called De boeldeng or the small island; having made a forest expedition there, we departed from there again and Wednesday Saturday and Thursday the 29th of June we made sail for Boelong; I immediately sent an interpreter to the king to announce my arrival, and presented both to the interpreter and to the forest rangers 5:—:— rixdollars. Tuesday the 4th of July I requested an audience with the king, but received no answer. Sunday the 9th of July two envoys of the king appeared before me, who brought me the message that the king was indisposed, and therefore could not be spoken to. Wednesday the 2nd of August an appointment was granted to me with the king; having arrived there, I requested His Highness to make haste toward my upcoming departure for Makasser, to which the king gave me in answer that this will yet take place within this month, just as his envoys will also undertake the voyage to Batavia. Tuesday the 12th of August the king of Boutong departed for a place called combiwaggen, and returned from there on the 29th. Monday the 4th of September I informed the king through an interpreter that I found myself in the utmost embarrassment, since the vessels that His Highness wished to send to Batavia had been launched into the water and ours were still standing on the shore with not the least work being done to them, and consequently it would take a long time again before I would be able to undertake the journey. Wednesday the 28th we arrived at kadateoea; having arrived there, I made with the men with me a forest expedition across the Negorij kadateoea and returned in the evening to the vessel. 19 we herewith inform Your Right Honorable that we have duly received from the hands of our envoys Your Right Honorable's highly respected letter, which we have brought in with the proper ceremony; the Sergeant Extirpator together with two soldiers having also safely arrived, from whom we have also received the customary annual recognition money to the amount of one hundred fifty Spanish reals, for which we come to express our gratitude to Your Right Honorable. In humble reply to Your Right Honorable's much honored letter, it further serves that at his request and according to custom, we immediately assisted the sergeant with the necessary vessels and men, to proceed to the surrounding islands Compliments according to custom. To The Right Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes Translation of a Malay letter written by the Sultan Kaimoedin, King of Boeton, together with his Grandees of the Realm etc. etc.

Dutch transcription

43 Vrijdag Dingsdag den 6:' Iunij zijn wij van Boutong vertrokken en kwamen Woensdag „ 7„e _„ te cambonaggen Vrijdag den 9„e Iunij deeden wij een bostogt en kwamen over Tabia, cambonaggen, en galgaane wederom op ons vaarthuijg en ligte onse anker en ver„ „trokken van daar na Caaijsaabo alwaar wij op Sondag den 11„e Junij aankwamen en deeden ten eersten een bostogt over caaijsaa„ „bo, en kwamen des avonds op het vaarthuijg Dingsdag den 13„e Iunij vervolgden wij onse rheise en kwamen op Donderdag den 15. e _„ te Lowusowu, wij deeden ten eersten een bostogt en keerden des avonds weder te huis. Saturdag den 17„e Iunij vervorderen wij ons rheise en kwamen Maandag „ 19„e _: te Bougi alwaar wij meede een bostogt gedaan hebben en vervolgens na het vaarthuijg retourneerde kwamen wij op Donderdag den 22:e Iunij te Scompo „ 23 _:o Een bostogt gedaan en t wamen over Benkaulo op son„ „taij daar wij ook overnagte en des anderen daags vervolgden wij onze togt en reverteerde over Bibinapada en Maloena op het vaarthuig. Maandag den 26„e Iunij vertrokken wij van Teompo en arriveerde op De boeldeng heede of het kleine Eeland genaamt, aldaar een bostogt gedaan hebbende, zijn wij wederom van daar vertrokken en Donderdag den 29:e Iunij bezeilden wij Boelong, ik zond ten eersten een Tolk na den koning om mijn aankomst bekend te maaken en verEerde zo wel aan den Tolk als aan de bosloopers rd„s 5: —:—: Dingsdag den 4„e Iulij liet Ik acces bij den koning vragen, dog kreeg geen ant„ Sondag den 9„e Iulij verscheen bij mijn twee afgezondene van den koning die mij de Bootschap bragten dat den koning onpasselijk, en daarom niet ie te spreeken was. Woensdag den 2:e Augustus wierd ik bij den koning g'appoincteert, daar gekomen zijnde, verzogt ik zijn Hoogheid om spoedig werk te maken tot mijn aanstaande vertrek na Makasser, waar op mijn den ko„ „ning ten andwoord gaf dat dit nog in deese maand zal gevolg neemen, gelijk zijn zendeling ook de rheise na Batavia zullen onderneemen. Dingsdag den 12„e Augustus Is den koning van Boutong na een plaats genaamt combiwaggen vertrokken en den 29„e van daar weder te rug gekomen Maandag den 4:e Liet ik den koning door een tolk weeten, dat jk mij in de uiter„ „ste verlegendheid bevond, vermits de vaartuigen die zijn Hoogheid na Batavia wilde zenden in het water gezet waren en de onze nog op de wal stonden en geen de minste werk aangedaan worden en derhalven wederom lang zoude aanloopen eer ik de rheise zoude kunnen onderneemen. Woensdag den 28„e arriveerden wij te kadateoea aldaar gekomen zijnde, deede met de bij mij zijnde manschappen een bostogt over de Negorij kadate„ „oea en kwam des avonds weder op het vaarthuijg. woensdag Saturdag ende „ September „woord. 19 zo maken wij thans uw: wel Edele Agtbare bekend dat wij uit handen van onze Gezanten wel ontfangen hebben uw weledele Agtbare hoog gerespecteerde Brieff die wij met de behoorlijke Ceremonie hebben in„ „gehaald, zijnde de zergeant Extirpateur nevens twee Militairen ook wel aangekomen, van wien wij de gewoone Iaarlijkse Recognitie penningen tot een bedragen van Een Hondert vijftig spaanse Re„ „alen almede ontfangen hebben, waar voor wij uw welEd: Agtb: onze dankbaarheid kome af te leggen. Jn nedrig antwoord op uw: welEdele Agtb: veel g'Eerde Brief diend verders dat wij de zergeant op zijn verzoek en vol„ „gens gebruik ten eersten met de nodige vaartuigen en Man„ „schappen hebben g'adsisteert, om nade hier omleggende Eijlan„ Compliment na Gewoonte Aan Den WelEdelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes Translaat Maleijdsch Brieff Geschreven door den sulthan Kaimoedin koning van Boeton, nevens desselfs Rijxgrooten „den &a &a.

NL-HaNA_1.04.02_3738_0580 view scan ↗

English

21 Note: this sloop belonging to the Honorable Company was stranded and plundered by the peoples there, especially those of Kalingsusu, having been fully laden with cloves in the year 1708. See the papers of that time and principally the daily journal of the ensign who at that time was on a mission from Ambon and was stranded in the bay of Matoyo. Concerning the compensation for the cannons successively retrieved by us, about which Your Honorable Worship was pleased to inquire from Their High Mightinesses, we remain to our regret still in uncertainty. We can assure Your Honorable Worship that we know nothing other than that the same, according to the letter received from His High Mightiness the High Noble Great Honorable Severe Widely-Ruling Lord and the further Gentlemen Councillors of the Indies, were granted to the Kingdom of Buton as well as those of the shipwrecked vessel Noordbeek. However, we shall in the future refrain from making such requests any further, since it is contrary to the contract entered into by us and the Honorable Company. With respect to the trading vessels that were not provided with proper passes, and of which Your Honorable Worship is pleased to mention that they were admitted by us, we testify to having known nothing of this, just as we knew nothing of the statement of the Sergeant Extirpator that there were Cerammese at the settlement of Sampalawa; for how could the sergeant have heard nothing of the smugglers when his residence is at the mouth of the river where the vessels sail in and out? Nevertheless, we can fully assure Your Honorable Worship that no collusions are practiced therewith and that they can find no place with us either, but that their intentions are thwarted as much as possible; likewise, that petty traders with foodstuffs have called here, whom the aforementioned sergeant had mistaken for Cerammese. We also make known to Your Honorable Worship that those of Kalingsusu two years ago undertook to make restitution for the cargo of the sloop De Noteboom stranded there in the year 1708, which was also the reason that we had resolved to send two of our principal grandees as envoys to Batavia to Their High Mightinesses; however, it could not proceed, because those of Kalingsusu informed us that they would not pay the compensation imposed upon them, but on the contrary wished to wage war against us. After this was properly carried out, the sergeant returned to Buton with the soldiers under his command, whom we, together with our envoy now crossing over and an interpreter, have now seen fit to allow to return, with this letter as their escort, to depart for the eradication of any spice trees that may be found. Therefore, we have seen fit to send one of our principal officers, Lieutenant Laje, with two interpreters, to Batavia to Their High Mightinesses to bring all of this to their honored notice, and to report that we have already departed for Kalingsusu to bring those people to their duty. Meanwhile, upon our return to Buton, whether we conquer them or not, we shall not fail to dispatch a substantial embassy thither, all the more because we have placed our trust in no one else than solely in the Honorable Company. For the rest, Your Honorable Worship receives as a token of life one male slave, accompanied by our humble compliments. Written in the land of Buton, the 13th day of the month of Hajj, on Wednesday, in the year 1786. Beneath stood: for the translation, was signed: D. Deefhout. Agrees. No 4. Sir. Memorandum for Mr. Hendrik Casper Romberg, Senior Merchant and Chief over the Honorable Company's trade and further affairs in the Empire of Japan. Since Your Honor, through a nineteen-year service at this trading post, has had abundant opportunity to become thoroughly acquainted with the character and customs of the Japanese, and through a two-year administration as well as the memorandums left to Your Honor by Mr. Titsingh in the years 1783 and 1784 is fully informed of the state of affairs and the Company's commerce in this Empire, I can, regarding the direction to be maintained in trade and intercourse with this nation, refer with confidence to your own experience and to the aforementioned writings of Mr. Titsingh. Thus, in this memorandum, which I must leave to Your Honor pursuant to the honored order of our High Rulers upon the transfer of my administration, it only remains for me to recommend most emphatically to Your Honor for your zealous and earnest attention: To, upon Your Honor's appearance at Court before the Governor there present, Isonokami-sama, and during the quiet season here

Dutch transcription

21 NB: deze skomp:s Chialoup strant en door de volkeren „aldaar, bijzonder die van kal„ Omtrend de vergoeding van de successive door ons opgevischte ka „nons waar van uw welEd Agtb: bij Hun Hoog Edelhedens, had gelie ven te informeeren, blijven wij tot ons leedwezen als nog in het onzekere. wij kunnen uw welEd Agtb: betuigen dat wij niet be„ „ter weten of de zelve zijn volgens ontfangene brief van zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen wijd „gebiedende Heere en de verdere Heeren Raden van Indien Met Opzigt der handel vaartuigen die van geen behoorlijke pas„ zo wel aan het Rijk van Boetong geschonken als die van „sen voorzien en waar van uw welEd: Agtb: gelieft te melden het verongelukte schip Noordbeek. dog vel wij zullen in dat die bij ons zoude g'admitteert zijn betuigen wij zo min het vervolg ons wagten van diergelijke verzoeken meer te doen als de gezegde van den sergeant Extirpateur dat er Ceram„ vermits het strijdig is met het door ons en de Edele Comp:s aan„ „mere op de Negorij: Sampalawa zoude zijn geweest, niets van geweten te hebben; want hoe zoude de zergeant niets „gegane kontrakt. van de smokkelaars vernomen hebben daar hij aan de mond wij maken ook aan uw welEd: Agtb: bekend dat die van van de Bevier alwaar de vaarthuijgen in en uitvaren, zijn Kallingsoesoe nu twee Iaaren geleden hebben aange„ verblijf heeft d Egter kunnen wij uw weld: Agtb: ten vollen nomen om restitutie te doen wegens de Lading van de pil na de Hoofdplaats heb„ verzeekeren dat daar mede geen konkelarijen worde gepleegd bende is, volgelaeden geweest zijnde met Nagulen a:o 170: aldaar gestrande Chialoup D' Nooteboom, het welk ook de reeden was geweest dat wij hadden geresolveerd om twee en die bij ons ook geen plaats kunnen vinden, maar zo den. vide de papieren van van ons voornaamste Groten als gezanten na Batavia ting voesoe gespoliert gewor„ veel mogelijk in alle hun voornemens afbreuk gedaan die tijd en voornamentlijk het dag- verhaal van de daar in aan Hun HoogEdelhedens te zenden, dog het heeft geen voort„ word. als mede dat 'er smalle handelaars met Eetbare die tijd in kommissie na „gang kunnen hebben, wijl die van kalingsoesoe ons be„ waren hier zijn aangeweest dien de meergemelde sergeant doe geweest zijnde vendrig „kent liet maken dat zij de hun opgelegde vergoeding niet voor terammers had aangezien. van Ambon komende „ de in de bogt van Matojo ge„ Na dat zulks behoorlijk volbragt was is de zergeant met zijn bij „hebbende Militairen weder op Bouton geretourneert, dien wij ne„ „vens onse tans overvarende gezant en Een tolk als nu goed„ „gevonden hebben te rug te laten keeren, met deze Brief ten hunnen geleide. den te vertrekken ter uitroeijing der te vindene specerij boomen Omtrent te wilde severp. Wilde betaalen maar daar en teegens ons wilde beoorlogen, dierhalven hebben wij goedgevonden om Een van onze voor „naamste officieren den Luitenant Laje met twee tolken na Batavia aan Hun Hoog Edelhedens af te zenden om dit een en ander ter G'Eerde kennis te brengen en dat wij reets na kallingsoesoe vertrokken zijn om die menschen tot hun pligt te brengen. terwijl wij niet in gebreke zullen blijven bij ons te rugkomst op Boetong het zij dat wij hen overwinnen of met, een aanzienlijk gezantschap„ na derwaarts te zullen afzenden, te meer om dat wij onze vertrouwentheid op niemand anders gevestigt heb„ „ben dan alleen op de Edele komp:„e voor het overige bekomt uw welEdele Agtbare tot een teeken van Leven Een Mansslaaff verzeld van onze nedri„ „ge komplimenten. Geschreeven op het Land van Bouton den 13„e dag van de maand Hadjie op woensdag in het Iaar 1786. /:onderstond:/ voor de overzetting /:was geteekend:/ D: Deefhout D fin Accordeert Hendrik Casper Romberg opperkoopman en opperhoofd Over S' E. Comp:s handel en verdere Om„ in. Politie. „meslag in 't Keijzerrijk Japan. _ esse solutien Daar UEd: door een neegentien Jaarigs vaart op dit Comptoir Overvloedig geleegendheijd gehad hebt om den aard ot ultimo en manieren der Japanders grondig te leeren kennen, en door eene twee jaarige regeering zoo wel als de UEd: door de Heer Titsingh in A„o 1783 en 1784. nagelaatene memorien van den toestand der zaaken en s' Comp„s Commeroud in dit Rijk volkoomen onderrigt zijt, kan ik mij omtrend de te houdene directie in den handel en de Verkeering met dee„ „se natie, met gerustheijd aan uwe eijgene ondervinding en aan de zoo ge tan gemelde frin schriftuuren van de Heer Titsingh refereeren, dus mij in deese Memorie, die ik UEd: ingehol„ „ge den gereerde order van Onze Hooge Gebieders bij de Overgaate mijner regeering moet nalaaten, alleenlijk overblijft, om UEd: op het nadrukkelijkst ter ieverige en ernstige behartiging aan te beveelen. — Om bij UEd: verschijning aan t Htof bij de aldaar zijnde Gouverneur Jsonoma noCami Samma, en in de stille tijd Mijn Heer. Memorie voor de Heer 1 No 4. alhier

NL-HaNA_1.04.02_3738_0584 view scan ↗

English

to urge persistently here with the currently ruling Governor of Nangasackij that the price of sugar for the upcoming trading season be fixed at seven Conderijn per Catty; as well as finally to obtain this year the so long requested exemption from the inspection of the opperhoofden; for the accomplishment of both of which points the aforementioned Governor who recently departed for Jedo has most strongly promised his powerful assistance and favorable intercession, of which promises Your Honour must therefore remind this gentleman with a fitting boldness and discretion. Your Honour must also endeavor, during your presence in the Imperial capital, to obtain further elucidation regarding the rumor of the seppuku of the First Chief Accountant Matsmata no Cami Sama; because if this corresponds with the truth, Your Honour would then undoubtedly find in the former Governor of Nangasackij Tango no Cami Sama, who was promoted to that dignity in his place, an equally inclined and powerful advocate in these two matters at Court, seeing that His Honour during the administration of the opperhoofd Titsingh was the sole agent of the price increase obtained at that time and, for the purpose of obtaining the latter, already favorably promised his aid back then, and later ceased further involvement in this matter solely because of the discrepancy between His Honour and the aforementioned Matsmote. And since the Commissioner Fannemon has particularly assisted me in the increase on sugar obtained this year and was the principal instrument of this favorable outcome of my endeavors, and has already assured me of his well-meaning inclination, in case the departed Governor should not keep his promises and thus these two points should not be completely accomplished during Your Honour's presence in Jedo, to renew his efforts for this purpose toward the upcoming trading season with the Governor currently present in Nangasackij with all eagerness, Your Honour should therefore diligently apply yourself to win the trust and goodwill of this gentleman through an affable intercourse, a good understanding, and some slight courtesies, from which surely nothing but beneficial consequences for the trade of the following year are to be expected. And since I, due to the shortness of time, have not been able (as I would have wished) to obtain sufficiently certain and detailed reports regarding the present constitution of the government of this Empire after the decease of the Emperor, and to acquire information concerning the changes that have already been made or are still to be expected as a result of this death of the Emperor, this shall be a principal object of your careful investigation and attentions in Jedo, for which the daily visits of feudal lords and other grandees will provide Your Honour with abundant opportunities; while I fully trust that Your Honour will seize all presenting opportunities and devise and put into effect all possible means to improve the trade of the Company if possible; to which perhaps through the mediation of the Lord of Satsuma, who as father-in-law of the Young Emperor is surely to obtain much influence in the Government and is very favorably disposed toward the foreigners, the so long desired, though in vain sought and expected moment might finally be born. Concluding herewith, I wish Your Honour a lasting prosperity, a praiseworthy administration, and that same satisfaction which I have constantly enjoyed during my direction through acquiring the esteem of the Japanese, and I call myself with all possible respect, Sir, Your Honour's obedient and humble servant, H: F: V Reede tot de Parkeler Japan at the Factory of Nangasackij the 20th of November 1786. Copy Secret Resolutions taken in the Council of Policy of the City and Fortress of Malacca. Since the 1st of March 1783 until the last of February 1784. No 4. Friday the 14th of March 1783 In the morning Council of Policy. All present Secret The Governor read to the Assembly from the honored separate and secret letters of the Noble High Indian Government of the 24th of May and 1st of June 1782 Their Honours' remarks and orders with regard to the restoration of the Company's fort at Lera, in order to take, after consideration of the reasons militating for and against it, such a decision as would be found most convenient for the interest of the Company, These remarks and orders being of the following content: From the separate letter of the 24th of May 1782: "While we in the meantime authorize Your Honour, on account of the hesitancy into which the King of Lera seems to have fallen regarding the re-establishment of Lera according to the further reports of last March, to give the King therefore not only the positive assurance thereof in our name, but also to proceed directly to the restoration of that post, insofar as Your Honour might be capable thereof and have the necessary means at hand, both for the garrison and the re-establishment, we shall also furnish from here what is necessary in due time upon receipt of relief from the Netherlands."

Dutch transcription

alhier bij den thans regeerende Gouverneur van Hanga „zackij geduurig aan te houden om de prijs den suijker teegen de aanstaande handeltijd vast op seeven: Conderijn het Cadje ten bepaalen; als meede om het zoo lang versogte ontslag van de visitatie der opperhoofden dit Jaar eijndelijk te ver„ „werven; Ter bewerking van welke beijde articulen de boos onvergenoemde Jongst na Jedo Vertrokkene Gouverneur min ten sterksten zijn, vermoogende adsistentie en gunstig voorspraak belooft heeft, welke beloften UE. deesen Heer dus met eene gepaste Vrijmoedigheijd en bescheijdend „heijd diens te herrinneren. — ook zal UE bij desselfs aanweesen in de Keijzerlijke Hoofd stad moeten tragten naadere elucidatie te erlangen noopens het geriegt van het buijksnijden van den Eersten opper Reakenmeerster Matsmata no Cam: Fama„ wijl dit met de waarheijd overeenkomstig zijnde, UE. als dan by den in zijn plaats tot die waardigheijd bevorderden Jeraesen Hangazackijs Gouverneur Tango na Cami Sama Ongetwijfelt almeede een eeven zoo geneegene als vermoo„ agende voorspraak in deese twee zaaken aan 't Hof zoud vinden, aangezien zijn Ed: agtb: onder de Regeering van 't op „perhoofd Titsingh de eenigste bewerker der te diertijd erlangde prijs verhooging geweest is en ter verkrijging va het laatste ook toen reeds gunstig zijn adjute belooft heeft, en naderhand alleen om de deserepance tusschen zijn E en den booven genoemde Matsmote het verder bemoeijen deesen saak gestaakt heeft.— En daar de Commissaris Fannemon mij in de deesen solutien Jaare geobtineerde verhooging op de suijker bijzonder geassis„ „taerd heeft en van deese grade uijt slag mijner poogingen het voornaamste werktuijg geweest is, en mij reeds van zijne wel 2n. Politie 3 „meenende geneegendheijd versoekert heeft, om in gevalle de afgegaane Gouverneur zijne beloften niet mogt nakoomen Es sl: „en dus deese twee articulen bij UE. aanweesen in sede niet volkoomen tot stand ke waamen zijne poogingen hier toe teegen de aanstaande negotie tijd bij de teegenwoordig in Hangazac„ hij zijnde Gouverneur met alle empressement te vernient ultimo en, zoo diend UE. zig voorals te benaarstigen om door een„ minsaame Verkeering, een goede verstandhouding, en eenige geringe believingen het vertrouwen en de geneegendheijd van deesen Heer te winnen, waaruijt voor seeker niet dan heijl„ zaame gevolgen voor den handel van het volgende Jaar te wag„ En vermits ik door de kortheijd des tijds niet in staat gemeest ben, om /:zoo als ik wel gewenscht hadde :/ na het Over„ „lijden van den Keijzen genoegsaame zeekere en Omstandige berigten van de teegenwoordige constitutie van de Regeering deeses Rijks te erlangen en informaties te bekoomen noopens de veranderingen, die er door deese door des keij„ „zers reeds gemaakt of nog te wagten zijn, zal dit in se do een voornaam voorwerp uwer zorgvuldige naa spoo„ „ten zijn.— 1 ing No. 4. Japan ten Comptoire Hangazackij den 20 Novemb: 1786. „ring en attentien dienen te zijn, waar toe de daagelijksche besoeken van Landsheeren en andere Grooten UEd: Over „vloedige occasie aan de hand zullen geeven; terwijl ik vol„ „koomen vertrouwe dat UE. alle voorkoomende geleegen „heeden capteeren en ulle moogelijke middelen uijt denken en bewerk stellegen zult, om den handel der Comp:e des moogelijk te verbeeteren; waar toe misschien door de bemid „deling van den Lands heer van Catsuma, die als schoon va„ „der van de Jonge Keijzer voorzeeker veel influentie in de Regeering staat te verkrijgen en de Vreemdelingen zeer geneegen is, wel eens het zoo lang gewenschte dog ver„ „geefs gesogt en verwagte tijd stip zou kunnen gebooren Worden. Hier meede besluijtende, wensche ik UE. een be„ „stendige welvaart, een roemwaardige regeering, en dat zelve genoegen dat ik geduurende mijn bestier, door het verwerven van de agting der Japanders, steeds genooten hebbe, en noeme mij met alle moogelijke achting. — Mijn Heer. UWelEd: Gehoorsaamen en onderdanigen Dienaar. : F: V Reede tot de harkeler Sedert primo Maart 1783. tot ultimo opie Resolutien Secreete genomen in Raade van Politie. der Stad en Fortresse Malacca Februarij 1784. No 4. Vrijdag den 14. Maart 1783 De Heer Gouverneur heeft uit de geëerde aparte en secreete brieven der Edele Hooge Indische Regeering van den 24. Mai en 1: Iuni 1782. aan de Vergadering voorgelezen Hoogderzelver re„ „marques en orders met opzigt tot de restauratie van Comps. Fort te Lera, om na overweeging van de redenen, die 'er voor en tegen militeerden, zoodanig een besluit te neemen, als voor het belang van de Maatschappije bevonden zoude worden het convenabelste te weezen, Zijnde die remarques en orders van den volgenden inhoud Uit den aparten brief van den 24. Mai 1782 „ Terwijl wij UwE. intusschen qualificieren, om wegens de „ twijfelmoedigheid, waar in Leraas Koning, volgens de nadere „ berigten van Maart passato, geraakt schijnt te zijn, om„ „„trent het restabileeren van Leva, den Koning derhalven „ daar van niet alleen uit onze naam de positive verzeke„ „„ring te geeven, maar ook, om direct tot de herstelling „ van die post over te gaan, in zoo verre UwE. daar toe „ in staat mogten zijn, en het noodige, zoo ter be„ „„zetting, als restabileering, aan handen hebben, zul„ „„lende wij van hier, bij ontvangst van ontzet int Neder„ „„land, mede het noodige in der tijd fourneeren. S' Voormiddags Vergadering van Politie. Allen present uit Secreet

NL-HaNA_1.04.02_3738_0587 view scan ↗

English

From the secret letter of 1 June 1782. Nevertheless, we are also of the opinion that the re-establishment of Perak is necessary, both to prevent the Buginese from nesting in that realm, the more so since the tin deliveries have increased for some time, as well as on account of the relations the Company has had for so long with the realm of Perak and its King, besides the preservation and the expectation of the present monarch in that regard, just as your Honours are in the meantime also already authorized to do so, if your Honours in the present situation find yourselves able to take and execute appropriate measures to that end, and this can be done with safety, since for the present we cannot furnish from here what is required for it; otherwise your Honours must suspend the restoration for the time being, yet give the King the absolute promise that it will happen in due time, and as soon as practicable, and further encourage him to a constant loyalty, as well as in all cases deliberate with His Highness by what means the objective can best be achieved. The reasons for the restoration of that fort, which were now taken into consideration, were these: That the King, having had not the least share in the faithlessness of the former Commandant Bartholomeus Meijer, and even no prior knowledge of his treacherous design, consequently by virtue of the friendship long maintained with the Company, and the alliance subsisting between both, could rightfully demand, as he also has done, that the fort be rebuilt, and he thus be secured against his enemies; That this fort, being provided with all that is necessary for defense and placed under a vigilant Commandant, on account of its good situation would be sufficiently capable of resisting even two such vessels as the coppered ship had been, with whose Captain the aforementioned Commandant Meijer capitulated in the most disgraceful manner, in such a way that they would be forced to surrender themselves, or at least to retreat, if the King, according to the 10th article of the contract concluded with him on 20 December 1773, merely assisted the Company's garrison in some measure; That it was not likely that the English would arrive there with multiple small vessels (large ships being unable to pass over the reef that lies at the mouth of the river); That one could not expect from the King, who, although well-disposed toward the Company, is not courageous enough to assert himself against his grandees who for the most part are aligned with the Buginese, that he would want or be able to oblige them to deliver the tin to the Company for the price of 32 Spanish reals per bahar stipulated in the prescribed contract, as long as there was no garrison that could keep the coast-dwellers in awe of the Company, since they, from the Buginese, as appears from the daily register of the [illegible] thither

Dutch transcription

Uit den Secreeten brief van den 1. Iuni 1782. Nogtans zijn wij mede van begrip, dat Levas restabi„ „„leeving noodzaakelijk is, zoo om te beletten, dat de Boegi„ „„neeschen in dat Rijk niet komen te nestelen, te meer daar „ de tinleverancie; sedert eenige tijd, geaccresceerd is, als „ om de betrekking, welke de Compagnie zoo lang op Le„ „„ras Rijk en Deszelfs Koning heeft gehad, nevens het „ behoud en de verwagting van den presenten Vorst daar „ omtrent, gelijk uwE. daar toe intusschen ook reeds ge„ „qualificeerd zijn, indien UwE. in de presente gesteld„ „„heid zig in staat bevinden gepaste maatregelen daar toe „ te neemen en uit te voeren, en zulks met gerustheid kan „ geschieden, wijl wij voor als nog van hier het daar toe „ vereischt wordende niet kunnen fourneeren; anders moeten „ UwE. de herstelling voor eerst surcheeren, dog den Koning „ de absolute toezegging geeven, dat die in der tijd, en „ zoo spoedig doenlijk, zal geschieden, en denzelven verder „anineeren tot een bestendige getrouwheid, mitsgaders in al„ „„le gevallen met zijn Hoogheid overleggen, door welke „middelen het oogmerk best kan berijkt worden. De redenen voor de herstelling van dat Port, welke tans in aanmerking genomen wierden, waren deeze: Dat de Koning, geen het minste deel in de Vrouwloos„ „heid van den geweezen Commandant Bartholomeus Meijer, en zelfs geene voorkennis van zijn verraaderlijk opzet, gehad hebbende, gevolgelijk uit hoofde van de vriendschap, sedert lang met de Compagnie onderhouden, en het verbond, tusschen beiden subsisteerende, niet regt vorderen kon, gelijk hij ook gedaan heeft, dat het zort weder opgeregd, en hij dus beveiligd wierdt tegen zijne vijanden; Dat dit zort, met al het noodige tot defensie voorzien en onder een wakkeren Commandant gesteld zijnde, wegens dies goede situatie, genoegzaam in staat zoude weezen om wel twee zulke vaartuigen, als het Koperscheepje geweest is, met welks Capitein de gemelde Commandant Meijer op de allerschandelijkste wijze gecapituleerd heeft, zoodanig te kunnen resisteeren, dat zij genoodzaakt wierden om zig zelfs over te geeven, of ten minsten te retireeren, indien de Koning, volgens het 10„d„e articul van het op den 20: December 1773 met hem geslooten Contract, Comps. Bezitting maar eenigzins bijstondt; Dat het met apparant was, dat de Engelschen daar met meerder kleine vaartuigen kunnende groote schepen ommogelijk over het rif, dat aan den mond van de rivier legt, geraaken) komen zouden; Dat men van den koning, die wel der Compagnie toegedaan, dog niet moedig genoeg is om zig tegen zijne voor het grootste deel met de Boegineeschen eensgezinde Rijksgrooten te doen gel„ „den, niet verwagten kon, dat wij hun zoude willen off kunnen verpligten om het tin voor den bij het voorschreven Contract bepaalden prijs van 32. –. Sp. reaalen voor de baar aan de Compagnie te leveren, zoo lang en geene Bezetting lag, die de zevaeers in ontzag voor de Compagnie kon houden, dewijl zijn van de Boegineeschen, gelijk uit het Dagregister van den der„ lang „waarts

NL-HaNA_1.04.02_3738_0588 view scan ↗

English

thither sent Assistant Bodenstein, as recorded in the General Resolution of 28 February last, received 36 to 37 Spanish reals per bahar; That a long suspension of the restoration of the Fort would not only give the Bugis an opportunity to completely deprive the Company of the tin trade in that Realm, but would also cause it to become a hiding place for robbers and murderers, who by their naval outfits would make the strait as unsafe as it had ever been. But on the other hand it was also considered that although 16 pieces of iron cannon of 4 and 2 lb. had been received from Batavia for Lera, no gun carriages had been received for them, and also no relief of military personnel; That, although one could employ some of the carriages present here for the said artillery, and add some more cannons of 3 and 2 lb., the necessary manpower could nevertheless not be spared without weakening the garrison of this Government too much; That the Fort at Lera in these times ought to have at least thirty-six soldiers, not counting the non-commissioned officers, and among them at least twenty Europeans, besides some artillerymen, but that, now that one could be attacked not only from the side of the English, but also by the Bugis of Riouw and Selangor, and had a large number of native troops in arms, it would conflict with the rules of prudence to dispatch so many men; That, even if this did not stand in the way, one might still reasonably doubt whether the King would come to the aid of the Company's garrison if it were again hostilely attacked, since his declaration that he could cede the tin to the Company for no less than 34 Spanish reals, his conditional unwillingness to make any further small cash advances to the military stationed there, notwithstanding that the same had always been promptly repaid, and what has further been cited in the aforementioned Resolution of 28 February, serve as clear proof that his friendship toward the Company was waning, and that out of greed he allowed himself to be seduced by the Bugis, without considering what the fate of him and his subjects would be if they were to become complete masters of the situation there; That one might therefore well fear that both the King and the grandees of the realm, if, after the rebuilding of the fort, a proposal were made to them by the Bugis to help overrun it, under the promise of letting them share in the booty, would easily be persuaded to consent thereto, both by that and by the hope of always being able to sell their tin to that people at higher prices than to the Company, and the Company's garrison would thus be exposed to the utmost danger. Besides these reasons for and against the restoration of the Lera fort at the present time, it was further noted, That, if it should please the Noble High Government of the Indies to authorize this Ministry, and in that state

Dutch transcription

„waarts gezondenen Adsistent Bodenstein bij de Gemeene Resolutie van den 28. Februari laastleden is aangetekend „ 36. –. n 37. –. sp. re„ „aalen voor de baar kreegen; Dat eene lange opschorting van het Fort te herstellen niet alleen aan de Boegineeschen gelegenheid zoude geeven, om de Com„ „pagnie van den tinhandel in dat Rijk geheel te versteeken, maar ook hetzelve eene schulplaats doen worden van roovers en moordenaars, die door hunne uitrustingen ter zee de straat zoo onveilig zouden maaken, als zijn nog ooit geweest was. Maar daarentegen is ook geconsidereerd, dat men van Bata„ „via wel 16. –. ps. ijzeren Canons van 4. –. en 2. –. lb. voor Lera ontvangen hadt, dog geene rampaarden voor dezelven, en ook geen ontzet van Militairen; Dat, schoon men eenigen van de hier zijnde roupaarden voor het gemelde geschut zoude kunnen omploijeeren, en 'er nog eenige canons van 3. –. en 2. –. lb. bijvoegen, de benoodigde. manschap nogtans niet kon gemist worden, zonder het Garrizon deezes Gouvernements te veel te verzwakken; Dat het Fort te Lera in deezen tijd wel zes en dertig Militairen de Onder officieren ongerekend, diende te hebben, en daar onder ten minsten twintig Europeers, behalven eenige Arthilleristen, dog dat het, nu men niet alleen van de zijde der Engelschen, maar ook door de Boegineeschen van Riouw en Slangenoor, kon worden aangevallen, en een groot ge„ „tal van inlandsche trouper in de wapens hadt, met de regels van voorzigtigheid strijden zoude zoo veel volks van de hand te zenden; Dat, zoo dit al niet eens obsteerde, met tog met reden twijfelen mogt of de Koning wel Comps. Bezetting, wanneer die weder vijandelijk wierdt aangevand, te hulp zoude komen, de„ „wijl zijne verklaaring van het tin voor niet minder dan 34. –. Sp. rearlen aan de Compagnie te kunnen afstaan, zijne be„ „tingde ongeneigdheid om een gering verschot van contanten, aan de daar zijnde Militairen verder te doen, niet tegenstaan„ „de hetzelve altoos prompt gerestitueerd was, en hetgene verder bij de voorschreven Resolutie van den 28. Februari is aangehaald, ten duidelijken bewijze strekken, dat hij in zijne vriendschap omtrent de Compagnie verflauwde, en uit winzugt zig door de Boegineeschen verleiden liet, zonder na te denken wat het lot van hem en zijne onderdaanen zoude zijn, als zijn daar het spel geheel meester wierden; Dat men derhalven wel vreezen mogt, dat en Koning en Rijksgrooten, bij aldien hun, na de opregting weder van het sort, een voorslag door de Boegineeschen wierdt gedaan om het zelve te helpen afloopen, onder toezegging van hun in den buit te zullen laaten deelen, daar door, en door de hoop van hun tin aan dat volk tot hooger prijzen dan aan de Com„ „pagnie altoos te zullen kunnen verkoopen, ligtelijk zouden worden overgehaald, om daar in te bewilligen, en Comps. Be„ „zetting dus aan het uiterste gevaar zoude weezen blootgesteld„ Behalven deeze redenen voor en tegen de herstelling van het Levasche zort in den presenten tijd is nog opgemerkt, Dat, zoo het der Edele Hooge Indische Reguering behaagen mogte dit Ministerie te qualificeeren, en in Dat Staat

NL-HaNA_1.04.02_3738_0589 view scan ↗

English

to put in a position to attack the Riouwers directly, when the Selangorians could not be spared either, since when Radja Hadjie had arrived at Moar, they had forty armed vessels ready to facilitate his design against this place, the Buginese would then have far too hard a time to cause the Company any further detriment in its tin trade, and the Perakians consequently, having to come to market with the Company alone, would be glad to obtain 32. –. Sp. reals per bahar again, whereas it was now, on the contrary, very uncertain whether one could by any representations induce them to perform the Contract, since the King, having been disposed to the acceptance of that price only with difficulty and threats, had since repeatedly attempted to obtain an increase of it from the Company to 34. –. Sp. reals, which had previously been paid for it; That meanwhile one could choose no safer course than to have the tin fetched from Perak each time by the Company's vessels, even if one should have to pay 34. –. Sp. reals per bahar, since one could then still sell it with a sufficient advance, provided that this was arranged on a footing that gave the Company some certainty that it would be preferred over the Buginese; That, if this should be successful, one could continue with that shipping and trade until one was in a better position and less anxious to have the fort restored, having that which was required for it prepared provisionally in the meantime. All of which having been maturely considered, and having regard to the above-inserted order of the said Noble High Indies Government by respected missive of 1. June 1782, it was unanimously approved and resolved, subject to the hoped-for approbation of the same, to suspend the restoration of the Perak Fort until it could be undertaken with sufficient tranquility, without prejudice to the preparation of what is necessary for it, and in the meantime, since one now has no hostile privateers to fear in this strait, to have the tin fetched from there by the Company's vessels, whether it be at the price determined by the Contract, or for thirty-three or thirty-four Spanish reals per bahar, as may be agreed upon with the King, and also to send the Captain Commandant of the Militia Iohan Andreas Hensel, who was stationed there for some years as Commandant of the Dutch Garrison and has acquired a thorough knowledge both of the state of affairs in that Kingdom and of the nature of the Perakians, with whom he has also always been very well liked and in great credit, thither as the Company's Envoy, in order to attempt whether he might not induce the King and his Grandees to surrender the tin to the Company at the price of thirty-two Sp. reals per bahar determined by the repeatedly mentioned Contract, but at the same time to grant him authorization, upon finding that his efforts are fruitless, to agree to thirty-three or thirty-four Sp. reals per bahar, on condition that all that is collected shall be delivered to no one other than the Company, and at the same time to make such arrangements in consultation with the King as he shall deem to agree with the interest of the Company, while nevertheless pointing out to His Highness and his Grandees that the King's refusal to fulfill the Contract is the reason why the fort is not being restored as would otherwise have been done, and that, in case the Noble High Indies Government should not be pleased to accept the said price increase of the tin, the Company will be released from all its engagements to the Perak Kingdom, and therefore also the measures devised by him, Hensel, will have no longer effect than until the receipt of Their Excellencies' decision, since a proposal of that nature, made in a serious manner, might sometimes have a good effect in making the Perakians desist from trade with the Buginese, whom many of them do not trust anyway. On this occasion it was further resolved to allow the Military Ensign Iohan George Wilner, who has been in Perak for some time, is knowledgeable in the Malay language, and is an Officer to whom the Fort that will be ordered to be erected can be entrusted without concern, to depart for Perak alongside the said Captain Hensel, to consult and determine with each other, as well as to report in writing upon their return, how that fort can be constructed at the lowest cost, and made sufficiently formidable, as much against European as against native enemies. Whereupon having maturely deliberated, and taking into consideration that the Regent of Iohor, Radja Hadjie, has not yet discharged all the men and vessels with which he recently arrived at Moar, and a rumor is circulating among the common people on Riouw that he intends to attack this place as soon as the Company's ships have departed for Batavia; that the King of Selangor, who on the The Lord Governor submitted for consideration whether one should let the warships the Dolphijn and 't Hof ter Linden, which returned from the Strait of Singapore on the 1st of this month alongside the gurab the Snelheid dispatched to Palembang on the 11th thereafter, return to Batavia, or keep them for some time to cruise this strait. Saturday the 29. March 1783. In the forenoon Meeting of the Council of Policy. All present. Malacca in the Castle on the Date Aforesaid (Signed) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, J:s Thierens, R: B. Woynk van Lapendrecht, H. I. Wiederholt, and C. G. Baumgarten. Secret Malacca news 9

Dutch transcription

staat te stellen, om de Riouwers op het Lijf te vallen, wan„ „neer de Slangenooreschin ook niet zouden kunnen worden ver„ „schoond, dewijl zijn toen Radja Hadjie op Moar was ge„ „komen, veertig gearmeerde vaartuigen gereed gehad hebben, om zijnen toeleg tegen deeze plaats te faciliteeren, de Boegi„ „neeschin het dan veels te quaad zouden krijgen, om der Com„ „pagrie in haaren tinhandel verder eenige afbreuk te doen, en de Pevaëers gevolgelijk, bij de Compagnie alleen te markt moetende komen, blijde zouden zijn 32. –. Sp. reaalen voor de baar weder te kunnen erlangen, daar het nu in tegendeel zeer onzeken was of men door eenigerleij vertoogen hun tot de pre„ „statie van het Contract zoude kunnen beweegen, nadien de Koning, niet dan met moeite in bedreigingen tot de accepta„ „tie van dien prijs gedisponeerd, sedert bij herhaaling ge„ „tragt hadt dies verhooging tot 34. –. Sp. reaalen, welke 'er bevoorens voor betaald zijn, van de Compagnie te verkrijgen; Dat men ondertusschen geene veiliger partij kiezen kon, dan het tin telkens met Comps. vaartuigen van Lera te laaten afhaalen jal zoude men voor de baar 34. –. Sp. reaalen moeten betaalen, dewijl men het dan nog met een toereikend avans verkoopen kon, mits dat zulks ingerigt wierdt op een voet, die aan de Compagnie eenige zekerheid gaf dat zij voor de Boegineeschen geprefereerd zoude worden; Dat, zoo dit van succes mogte zijn, men met die vaart en handel zoude kunnen continueeren tot dat men beter in staat en minder ongerust was om het Iord te doen restaureeren, laatende bij provisie in gereetheid brengen hetgene daar toe vereischt werdt. Al het welke rijpelijk overwogen, en gelit zijnde op het hier vooren geinsereerd aanschrijven der welgemelde Edele Hooge Indische Regeering bij geagte missive van den 1. Iuni 1782, is op verhoopte approbatie van Hoog dezelve eenpaarig goedge„ „vonden en verstaan met de restauratie van het Levasche Fort te supersedeeren tot dat dezelve met genoegzaame gerustheid kon worden ondernomen, onverminderd de vervaardiging van het gene daar toe noodig is in intusschen, dewijl men nu voor geene vijan„ „delijke Kaapers in deeze straat te dugten heeft, het tin met Comps. vaartuigen van daar te laaten afhaalen, 't zijn tot den prijs, bij het Contract bepaald, dan wel voor drie af vier en dertig Spaansche reaalen de baar, zoo als dat met den koning zal kunnen worden verdraagen, mitsgaders den Capitein Commandant van de Militie Iohan Andreas Henzel, die er eenige jaaren als Commandant van de Nederlandsche Bezetting gelegen, en eene grondige kennis verkregen heeft, zoo van de gesteldheid der zaaken in dat Rijk, als van de geaardheid der Peraiers, bij dewelken hij ook altoos zeer bemind en in groot credit geweest is, als Comps. Afgezant derwaarts te zenden, ten einde te be„ „proeven of hij den Koning en zijne Rijksgrooten niet zoude kunnen beweegen, om het tin tot den bij het meergemelde Contract bepaalden prijs van twee en dertig sp. reaalen voor de baar aan de Compagnie af te staan, dog hem teffens qua„ „lificatie te verleenen, om bij bevinding dat zijne poogingen vrug„ „teloos zijn, drie of vier en dertig sp. reaalen voor de baar te bespreeken, onder conditie dat al hetgene ingezameld wordt aan niemand anders als aan de Compagnie zal worden geleverd, te en en daar toe te gelijk met overleg, van den Koning zoodanige schikkingen te maaken, als hij vermeenen zal met het interest van de Compagnie over een te komen, onder voorhouding nogtans aan zijne Hoogheid en zijne Rijksgrooten, dat de weigering van den koning om aan het Contract te voldoen oorzaak is dat men het zort met laat her„ „stellen, gelijk men het anders gedaan zoude hebben, en dat, bij„ „aldien de Edele Hooge Indische Regeering met mogte goedvinlen met de gemelde prijs-verhooging van het tin genoegen te neemen, de Compagnie van alle haare verbintenissen aan het Perasche Rijk ontslagen, en dus ook de door hem Hensel beraamde martregelen van geen langer gevolg zullen weezen, als tot den ontvangst van Hoogderzelver dispositie, dewijl een voor„ „stel van dien aart, op eene ernstige wijze gedaan, somtijds van goed effect zoude kunnen zijn, om de Levaeers van den Randel met de Boegineeschen, die veelen hunner tog niet vertrouwen, te doen afzien. Bij deeze gelegenheid is nog besloten den Vaandrig Mi„ „litair Iohan George Wilner, die eenigen tijd op Pera ge„ „weest, der Malutsche taale kundig, en een Officier is, aan welken het Fort, dat men zal laaten opregten, onbekom„ „merd kan worden toevertrouwd, nevens den gemelden Capi„ „tem Hersel naar Pera te laaten vertrekken, om met el„ „kanderen te overleggen en vast te stellen, mitsgaders bij te rug komste schriftelijk te berigten, hoedanig dat zor't met de minste kosten aangelegd, en redoutabel genoeg ge„ „maakt kan worden, zoo veel voor Europesche als voor in„ „landsche vijanden. Waar op rijpelijk gedelibereerd, en in agting genomen zijnde, dat de Regent van Iohor, Radja Hadjie, alle de manschap en vaartinigen, waar mede hij onlangs op Maar gekomen is, nog niet heeft afgedankt, en onder den gemee„ „nen man op Riouw een gerugt loopt, dat Wij deeze plaats denkt te attaqueeren, zoo dra Comps. schepen naar Batavia vertrokken zijn; dat de Koning van Slangenoor, die op de De Heer Gouverneur heeft in overweeging gegeven, of men de op den 1. deezer, benevens de op den 11. daar aan naar Palembang gedepecheerde goerab de Inelheid, uit de Straat Sincapoera te rug gekeerde oorlogs-schepen de Dolphijn en 't Hof ter Linden naar Batavia zoude laaten retourneeren, dan wel ter bekrussing van deeze straat eenigen tijd aanhou„ „den. Saturdag den 29. Maart 1783. 'S voormiddags Vergadering van Politie. Allen present. Malacca in het Casteel dato Voorschreven (Getekend) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, J:s Thierers, R: B. Woijnk van Lapendrecht, H. I. Wieder„ „holl, en C. G. Banngarten. Secreet Malasca tijding 9

NL-HaNA_1.04.02_3738_0591 view scan ↗

English

news of the arrival of Radja Hadje at Moar has armed forty vessels to assist him, and will certainly do so when Radja Hadjie undertakes the intended attack, since they seem to be of one mind with each other to harm the Company, and in particular this place; that, in the event of such an enterprise after the dispatch of the said ships, one could neither answer to God nor to one's government for having had the imprudence of exposing this place and its inhabitants to the calamities which they would then have to undergo; that one must not doubt that the Honourable High Indies Government will properly authorize this ministry to subdue Riouw by the Company's arms if it sees an opportunity to do so, but that this cannot be put into effect unless one still has the aforesaid squadron here; and that, by continuing to cruise in this strait, it will sometimes also have the opportunity to gain some advantage over the English, especially if it is retained until the month of September, since the English, who have now happily slipped through for two consecutive years, will certainly dare to steer through this strait to China again; it was, subject to the hoped-for approval of the Honourable High Indies Government, approved and resolved not to send the aforesaid two ships back to Batavia for the present, as well as the ghurab de Snelheid once it has returned from Palembang, but to let all of them cruise in this strait until further orders from Their High Honours. It being considered that these keels, after the expiration of the time for which they were fitted out, will require not only the customary rations, but also some equipment goods, etc., and that one can accommodate them with the former for about three months (calculated from mid-May), but cannot accommodate them at all with the latter: it was resolved to submit to the Honourable High Indies Government the requisitions of necessities, which the Governor had drawn up by the Captains at Sea Abo and Winterheim and now presented, and most humbly to request that they be pleased to fulfill them for as long a time as Their High Honours shall see fit to keep those keels here, with the addition of rations for another three months, to serve as a replenishment for those which in the meantime will be provided from here. And since the cash account of the said squadron, which has also been received and handed over to the Governor by Captain Abo, showed that the remaining cash consisted of a small sum of rds. 528. 25. –, it was likewise resolved, while submitting the said account, to request Their High Honours also to be pleased to send hither the cash needed for that squadron. Malacca, in the Castle, date as aforesaid. (signed) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, L. Thierens, R. B. Haijnek van Papendrecht, H. I. Wederhold, and E. G. Baumgarden. the same Tuesday the 6th. May 1783. Tuesday the 6th: The Captain Commandant of the Militia Hensel, being on a commission to Lera. Upon opening the packet of papers brought via Palembang from Batavia by the Lieutenant of the Balinese Boediman Abdul Rachim, wherein was found the very respected secret missive of the Honourable High Indies Government of 14 March last, accompanied by Their High Honours' former esteemed letters of 17 November and 2 December; after reading the same, it was approved and resolved not to grant either the said Boedeman Abdul Rachim, because he was on the way for more than a month, or Nakhoda Hamjan, who has not yet appeared, the premium awarded to them by Their High Honours according to the first-mentioned letter of 14 March, and to suspend deliberations on the further contents of this and the other letters until the next opportunity, as well as in the meantime to send the ghurab de Snelheid with the penjajap de Philippina to the north to summon the ships de Dolphijn and 't Hof ten Linden cruising there. It being communicated by the Governor that in the afternoon Council of Policy His Honour had received news from Riouw the day before yesterday, or on the 4th of this month, that near Jambij two sloops or penjajaps with Dutch flags, which carried muskets and on one of which there were two Europeans, had been run away with by some of their own crew, and the muskets sold at Jambij; and that His Honour, having to assume these were none other vessels than the packet boat de Phoenix and the sloop mentioned in the aforesaid letters of the Honourable High Indies Government, which had been dispatched from Batavia to this place on 17 November and 2 December 1782 laden with muskets and other munitions of war, would therefore request the First Minister of State at Siak, Said Oemar, to have his people investigate how the matter really stood; it was not only resolved to record this hereby, but also, according to His Honour's proposal, to request the Residents of Palembang to make inquiries whether the said two vessels were attacked and taken by Riouwers or by some pirates, or plundered by their own crew, and also to leave no effort untried to recover those vessels along with as much of the goods plundered therefrom as might still be found anywhere. The Governor furthermore communicated to the Council that His Honour, having seen from a private letter from the Right Honourable Governor-General, His Honour having G Absent Secret

Dutch transcription

14 tijding van het arrivement van Radja Hadje tot Moar vier„ „tig vaartuigen gearmeerd heeft, om Item te secondeeren, dit zekerlijk doen zal, wanneer Radja Hadjie den bestemden aanval onderneemd, dewijl zijn met elkanderen eensgekind schij„ „nen om de Compagnie, en in het bijzondere deeze plaatze, kwaad te doen; dat men, in gevalle van zoodanig eene aanvanding na de afzending van de gemelde schepen, nog aan God, nog aan zijne overheid zoude kunnen ver„ „antwoorden de onvoorzigtigheid gehad te hebben van dee„ „ze plaats en haare bewoonens bloot te stellen aan de ronnepen, die zij dan zouden moeten ondergaan; dat men niet twijfe„ „len mag, of de Edele Hooge Indische Regeering zal dit Munisterie wel qualificeeren, om Riouw door Comps. wapenen te onder te brengen, indien het daar kans toe ziet, dog dat zulks niet zal kunnen werkstellig gemaakt worden ten zijn mon het voorschreven Esquader hier nog heeft; en dat hetzelve, niet in deeze straat te blijven kruijssen, som tijds ook gelegenheid zal hebben om eenig voordeel op de Engelschen te behaalen, voor al indien het tot in de maand Septem„ „ber wordt aangehouden, alzoo de Engelschen, die nu twee jaaren agter den anderen gelukkig doorgeslijxt zijn, het zekerlijk weder waagen zullen langs deeze straat naar China te Stevenen; is, op verhoopte approbatie van de Edele Hooge Indische Regeering, goedgevonden en gearresteerd de meergemelde twee schepen voor als nog niet naar Batavia te rug te zenden, gelijk ook met de goeval de znelheid, als zij van Palembang zal weezen wedergekeerd, maar alle dezelven tot nader order, van Haare Hoog-Edelheden in deeze Straat te laaten kruissen. Geconsidereerd weezende, dat deeze kielen, na de exspiratie van den tijd, waar voor zijn ui'tgerust zijn, niet alleen de gewoorlijke rantzomen, maar ook eenige equipagie-goe„ „deren enze zullen noodig hebben, en men haar met de eer„ „sten voor een maand of drie, (gerekend van medio Mai:) dog met de anderen in het geheel niet gerieven kan: zoo is ver„ „staan de Eischen van benoodigdheden, welken de Heer Gou„ „verneur door de Capitais ter Zee Abo en Winterheim heeft laaten opmaaken en tans indiende, der Edele Hooge Indische Regeering aan te bieden, en ootmoedigst te verzoeken om dezel„ „ven voor zoo veel tijds te willen voldoen, als Hunne Hoog= Edelheden zullen goedvinden die kielen hier te laaten, met bij„ „voeging der rantzoenen voor nog drie maanden, om te dienen tot suppletie van die men intusschen hier zal laaten verstrek„ „kin. En dewijl bij de nog ingekomen Kasse rekening van het ge„ „melde Esquader, door Capitein Abo aan den Heer Gouverneur overgegeven, consteerde dat het restant der contanten in een ge„ „ring Sommetje van rds. 528. 25. –. bestondt, is teffens verstaan Haare Hoog-Edelheden, onder aanbieding van de gemelde Rekening te verzoeken om de voor dat Esquader benoodigde contanten ook herwaarts te willen zendlen. Malacca in het Casteel dato voorschreven (getekend) L. G: de: Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus L. Thierens, R: B. Haijnek van Papendreelds; H. I. Wederhold, en E: G: Bauingarden. dezelven Dingsdag den 6. Maij 1783. Dingsdag den 6: Den Capitein Commandant van de Militie Hensel, zijnde in commissie naar Lera. Bij opening van het door den Luitenant der Ba„ „liers Boediman Abdul Rachim over Palembang van Batavia aangebragte maquet met papieren, daar in gevonden zijnde de zeer gerespecteerde Secreete missive der Edele Hooge Indisthre Regeering van den 14. Maart laastleden, verzeld van Hoogder„ „zelver voorige geagte brieven van den 17. November en 2. De„ „cember; is na lecture van dezelven goedgevonden en verstaan, zoo min den gemelden Boedeman Abdul Rachim, dewijl hij meer als eene maand onder weg geweest, als Nagoda Ham„ „jan, die nog niet opgedaagd is, te laaten genieten de huw door Haare Hoog-Edelheden, volgens het eerstgemelde schrijvens van den 14. Maart, toegelegde premie, en de deliberatien over den verderen inhoud van deezen en de andere brieven tot de eerst„ „volgende gelegenheid te surseeren, mitsgaders intusschen de goeral de suelheid met de pantjallang de Philippina naar de Noord te zenden, ter ontbiedinge van de daar kruis„ „sende schepen de Dolphijn en 't Hof ten Linden. Door den Heer Gouverneur gecommuniceerd zijnde, dat S: Namiddags Vergadering van Politie zijn Ed. eergisteren of den 4. deezer van Riouw hadt tijding gekregen, dat omtrent Iambij twee sloepen off pantjallangs met Hollandsche vlaggen, die geweeren in hadden en op een van dewelken zig twee Europeers bevonden, door eenige hun„ „ner eigen equipage waren afgeloopen, en te geweeren op Jambij verkogt; En dat zijn Ed. veronderstellen moeten„ „de dit geene andere vaartuigen geweest te zijn, als de in de voorschreven brieven der Edele Hooge Indische Regee„ „ring gemelde maquetboot de Rhoenix en sloep, die op den 17. November en 2. December 1782, met geweeren en andere oor„ „hogs-munitien geladen, van Batavia dit hun gedepecheerd waren, over zulks den Eersten Rijksminister te Siacsaid Oemar verzoeken zoude, om door zijn volk te willen laa„ „ten uitvorschen hoe het daar mede eigenlijk gelegen ware! zoo is niet alleen verstaan daar van bij deezen aanteeke„ „ning te houden, maar ook, volgens zijn Eds. propositie, de Residenten van Palembang te verzoeken, om recher„ „che te doen of de gemelde twee vaartuigen door Riouwers oft door eenige zeeroovers geattaqueerd en genomen, dan wel door hunne eigen equipage geplonderd zijn, en ook niet onbezogt te laaten om die vaartuigen met zoo veel van het daar uit geroofde goed, als nog elders te vinden mogte weezen, weder te bemagtigen. De Heer Gouverneur heeft wijders aan de Vergadering gecommuniceerd, dat zijn Ed. bij eenen particulieren brief van den Hoog-Edelen Heer Gouverneur Generaal gezien zijn E. hebbende, G Absent Seerut

NL-HaNA_1.04.02_3738_0593 view scan ↗

English

having, as was also further confirmed by the letter from the Honourable High Indies Government dated 14 March, that the orders of Their High Excellencies dated 17 November 1782 had been dispatched hither both with the gurab De Snelheid and with the packet boat De Phoenix, summoned the Master of the gurab, Jan Florijn, and asked him where he had left that packet; but received in answer from him that he had handed it over to Captain Foger Abo. And thereupon it was remarked by His Honour that His Honour could by no means doubt this, if inside the said packet, as the First Sworn Clerk of the General Secretariat at Batavia had declared, there was enclosed a packet for this Council containing Their High Excellencies' honoured secret letter of 17 November, because Captain Abo upon his arrival from Batavia had shown His Honour Their High Excellencies' letter of the same date written to him and Captain Winterhuim; but that His Honour could not comprehend how the packet received along with that letter had remained with Captain Abo, whereas His Honour, after having inquired with him and Captain Winterheim, as well as with the said Florijn when they arrived here, whether any other Company papers from Batavia for this Government had been given to them or sent after them other than those they had delivered here, upon their negative answer, had expressed His Honour's astonishment that this Council had not received Their High Excellencies' orders as well as the said Captains had with respect to Riouw; it is therefore understood that as soon as the ships De Dolfijn and 't Hof ter Linden return from their cruise on the coast, further investigation shall be made regarding the said missing packet. Malacca in the Castle, date as above. (Signed) P. G. de Bruijn, [illegible], A. Couperus, P. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. S. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. Wednesday 14 May 1783, in the forenoon. Council of Policy. Absent: The Captain Commandant of the Militia, Hensel, being on a commission to Leva. Secret. Upon further resumption of the secret letters from the Honourable High Indies Government received on the 6th of this month under the dates of 17 November and 2 December 1782, as well as 14 March last, it being maturely considered how one could best comply with Their High Excellencies' esteemed order contained in the first-mentioned missive to cause Radja Hadjie as much injury and damage as possible by ruining his vessels and lands, particularly Riouw, if only the condition of the times and the capacity of this Government would at all permit; on this important subject it was taken into consideration: That the vessels of Radja Hadjie, which for the greater part lie inside the river of Riouw, could not be ruined without first attacking Riouw itself and setting foot ashore there. That it would not be sufficient to destroy Riouw and its vessels, but that one ought also to dislodge the Buginese from there and subsequently from Slangenoor, as well as from Lahan and elsewhere in this strait, because they would otherwise soon be in a position to take revenge upon the Company. That in order to attack Riouw, which since Radja Hadjie assumed the government, and even more since the capture of the English ship La Betsey, has been reasonably well fortified, according to the reports of the Macao traders and others, with good success and subdue it, after which the expulsion of the Buginese from other places can be effected more easily, one would require a greater land and sea force than one presently has at hand. That it nevertheless would not be advisable to leave Riouw in peace until a sufficient reinforcement arrives from Batavia, but that this island ought to be blockaded directly, because Radja Hadjie, as soon as he learns that the Company intends to treat him hostilely, will take measures to oppose it with force, or will himself sail out at the first good opportunity to attack this place. That the King of Trangano, a son of Sultan Pabeman, the late deceased King of Johor and Pahang, having some time ago complained of various oppressions from the side of the Buginese and offered to contribute everything to place a king upon the throne of Johor as of old if the Company would help him, would certainly stand by this if the Company showed itself inclined to curb the power of the Buginese and to restore the fallen House of Johor. That one might expect from the Siackers, both by virtue of their loyalty and attachment to the Company, and because the reigning King is a descendant of the said Royal House, that they would gladly assist the Company in the execution of a design that could serve to the benefit of the Malay Nation or the natives of the country. That when the power of the said two Princes were joined with that of the Company, and the Malays courageously pursued their interest, one could within a short time cause the Buginese to remove from this strait. And from these considerations, subject to the most favourable approval of the Honourable High Indies Government, it was unanimously resolved

Dutch transcription

15 hebbende, gelijk ulkes ook nader bij den brief der Edele Hooge Endi„ „sche Regeering van den 14. Maart kwam te consteeren, dat met de goeval de znelheid zoo wel, als met de paquet boot de Phoenix, herwaarts waren afgezonden de orders Haare Hoog= Edelheden van den 17. November 1782, den Gezaghebber van de goerab Ian Florijn hadt laaten ontbieden en hem affgevraagd waar hij dat waquet gelaten hadt: dog van denzelven ten antwoord bekomen, hetzelve te hebben overgegeven aan Capitein Foger Abo. En daar op door zijn Ed. aangemerkt zijnde, dat zijn Ed. zulks geenzins in twijfel kon trekken, indien in het gemelde paquet, gelijk de Eerste Gezwooren klerk ter Ge„ „nerale Secretarije te Batavia gedeclareerd hadt, gesloten was geweest een paquet voor dit Ministerie, inhoudende Haaren Hoog-Edelheden geëerden secreeten brief van den 17. November, dewijl Capitein Abo bij zijne komste van Bata„ „nia aan zijn Ed. vertoond hadt Hoog derzelver brief van de„ „zelfde dagteekening, aan hem en Capitein Winterhuim ge„ „schreven, dog dat zijn Ed. niet begrijpen kon hoe het ne„ „vens dien brief ontvangen paquet onder Capitein Abo van gebleven zijn, daar zijn Ed. , na zig bij hem en Capiten winterheim, mitsgaders bij gemelden Florijn, toen zij hier geko„ „men waren, geinformeerd te hebben of hun geene andere Comps. Papieren van Batavia voor dit Gouvernement waren medegegeven of nagezonden, als die zij hier hadden besteld, op hun ontkennend antwoord zijn Eds. verwondering hadt betuigd, dat dit Ministerie niet zoo wel als de gemel„ „de Capiteins Haaren Hoog -Edelheden ordres beko„ Bij nadere resumtie van de op den 6. huijus ont„ „vangen Secreete brieven der Edele Hooge Indische Regeering sub datis 17. November en 2. December 1782, mitsgaders 14. Maart laastleden, rijpelijk overwogen zijnde hoedanig men best voldoen kon aan Haaren Hoog-Edelheden geagte ordre, vervat bij de eerstgemelde missive, om Radja Had„ „jie zoo veel nadeel en schade toe te brengen door het Woensdag den 14:' Maij 1783. 's voormiddags Vergadering van Politie. Absent Den Capitein Commandant van de Militie Hensel, zijnde in Commissie naar Leva Secreet „men Radt ten aanzien van Riouw; is overzulks ver„ „staan, zoo dra de schepen de Doljchijn en 't Hof ter Linden van hunne kruistogt om de boord te rug keeren, nopens het gemelde vermiste paquet nader onderzoek te doen. Malacca in het Casteel dato voorschreven (Getekend) L. G. de Bruijn, - - - - - - - , A. Cou„ „perus, I: Thierens, R. B. Hoijnck van Papen„ „drecht, H. S. Wiederhold, en C. G. Baungarten. men ruineeren ruineeren zijner vaartuigen en landen, voornaamelijk Piouu„ als de tijds-gesteldheid en het vermogen deezer Regeering maar immers zoude toelaaten! is op dit aangelegen Lujet in aan„ „merking genomen, Dat de vaartuigen van Radja Hadjie, welke voor het grootste deel binnen in de rivier van Riouw leggen, niet geruineerd konden worden, zonder Riouw zelfs eerst aan te tasten, en er voet aan land te zetten. Dat het niet genoeg zoude zijn Riouw en zijne vaar„ „tingen te verdelgen, maar dat man ook de Boegineeschen van daar en vervolgens van Slangenoor, mitsgaders van Lahan en el„ „ders in deeze straat, behoorde te vernestelen, dewijl zij anders wel schielijk in staat zouden geraaken om zig aan de Compagnie te revencheeren. Dat men om Riouw, hetwelk sedert dat Radja Madjie in het bewind is getreden, en nog meer zedert de overmeestering van het Engelsche schip la Betseij, taamelijk wel versterkt is, volgens de berigten van de Macauwers en anderen, met goed succes te attaqueeren en t' onder te brengen, waar na de verdrijving der Boegineeschen ui't andere plaatzen gemakkelijker zal kunnen worden werk„ „stellig gemaakt, eene grooter land- en zee-magt zoude noodig hebben, dan men tans aan handen hadt. Dat het evenwel niet raadzaam zoude zijn Riouw met vrede te laaten tot dat een toereikend Secours van Ba„ „tavia kwam, maar dat dit eiland direct diende te worden gebloqueerd, dewijl Radja Fadjie, zoo dra hij te weeten krijgt: dat de Compagnie hem vijandelijk denkt te behandelen, maatregelen zal: neemen om zig net kragt daar tegen te stellen, of zelf bij de eerster goede gelegenheid uitloopen om deeze plaatze aan te vallen. Dat de Koning van Trangano, een zoon van Sulthan Pa„ „beman, den laastoverleden Koning van Iohor en Lahan; zig voor eenigen tijd over veelerhande oppressien van de zijde der Boegineeschen beklaagd, en aangeboden hebbende alles te willen bijbrengen om gelijk van ouds een koning op den zetel van Ihor te zetten, indien de Compagnie hem helpen wilde, zulks zekerlijk gestand zoude doen, wanneer de Com„ „pagnie, zig genegen toonde om de magt der Boegineeschen te fnuiken, en het vervallen Huis van Sohon weder op te regten: Dat men van de Siackers, zoo uit hoofde van hun„ „ne getrouw - en verkleefdheid aan de Compagnie, als om dat de regeerende Koning een Afstammeling is van het gemel„ „de Vorstelijke Huis, verwagten mogt, dat zijn de Compagnie wel zouden willen bijstaan in de uitvoering van een ontwerp, dat tot voordeel van de Maleitsche Natie of 's Lands inboorlingen kon Strekken. Dat, wanneer de magt van de gemelde twee Vorsten bij die van de Compagnie gevoegd wierdt, en de Maleijers hun belang kloekmoediglijk behartigden, men de Boegineeschen binnen korten uit deeze straat kon doen verhuizen. En is uit deeze consideratien, op grootgunstige approba„ „tie der Edele Hooge Indische Regeering, eenwaariglijk be„ weeten „slooten ƒ N. 2

NL-HaNA_1.04.02_3738_0595 view scan ↗

English

19 resolved not to limit oneself solely to the devastation of Riouw and its vessels, but even to make it one's aim, with the help of the Malays, many of whom have long sighed under the oppressive yoke of that people and wished to be permitted to shake off the same, to drive the Bugis entirely, or at least as much as ever possible, out of these straits, and to place a grandson of the aforementioned Sultan Sulaiman, as his lawful successor, upon the throne of Johor, by virtue of the treaties subsisting between the Company and that Realm, as well as accordingly: 1. To have this plan proposed to the King of Terengganu by a trusted emissary, under recommendation of strict secrecy, with a request, for the furtherance of the same, to join his forces promptly with those of the Company, and in the meantime to ensure that his nephew, the aforementioned grandson of Sultan Sulaiman, who is on Riouw, be adroitly fetched away from there, and be conveyed either to Terengganu or over hither, as well as to send a sensible and trusted Minister hither and keep him here during the war between the Company and the Bugis, in order to be able to consult with him concerning the affairs that may arise, so as to lose no time with writing back and forth. 2. To give no disclosure of the prescribed plan to the King of Siak until the very moment that one wishes to execute the same, in order to prevent the leaking thereof, noting herewith that the Lord Governor, in order to ensure that said Prince meanwhile made the necessary preparations, has informed His Highness and his First Minister of State of having received news that the English intend to come and attack this place within a month or two, and that the King must therefore hold the promised auxiliary troops, together with the vessels necessary for their transport, in readiness to be dispatched hither at the first summons. And 3) as soon as the ships the Dolfijn and 't Hof ter Linden, which are daily expected from the North, have returned, to dispatch the same, together with the gaff-schooner the Snelheid, the bark the Geertruida Susanna, the coaster the Ondernemer, and other vessels, with as many artillerymen and native military personnel as can indeed be spared without leaving oneself too exposed in the present times, properly provisioned, and provided with the necessary implements of war, to Riouw, in order to occupy the large and small channel of the island of Bintang in such a manner that they prevent vessels wishing to enter, whether they belong to friends or enemies, as well as drive back those attempting to come out, so that by this means, even if the relief should remain away for some time, the people of Riouw, who are said to no longer have any great supply of rice, may be starved out, and thus forced to 21 take flight to the rear with small sampans, but after the obtaining of the auxiliary troops from Terengganu and Siak, or an adequate reinforcement from Batavia, to undertake the landing in order to make oneself master of the aforementioned island, unless such could earlier be safely effected with the most well-founded prospect of a good success, or without jeopardizing the Company's honor in any way. However, since one could not foresee whether Terengganu and Siak, though inclined to assist the Company, would indeed furnish it with a sufficient force for the attainment of the aforementioned objective, it was furthermore approved and agreed to request the Noble High Government of the Indies to please send hither as soon as ever possible two ships and four sloops or pantchiallangs with three or four hundred armed soldiers, whom one, in case Terengganu and Siak should not come to the Company's assistance promptly or powerfully enough, would require for the conquest of Riouw, but otherwise to prevent the Bugis fleeing from Riouw from gathering their vessels lying at the islands of Lingga, Belitung, and Siantan, or the Indragiri, Sambas, Tungkal, Retih, and elsewhere, in order, joined with those who come annually from the Great East in July, August, or September, to attempt the reconquest of Riouw, on which much depends for them, or to attack the vessels coming from Batavia, Java, and Cheribon. Yet it was approved and agreed to most humbly pray Their High Excellencies to please send hither with the aforementioned ships a sufficient quantity of gunpowder, together with 1000 pieces of muskets, 1000 pieces of cutlasses, 50000 pieces of musket balls, 2000 pieces of hand grenades, and such gun-carriage wheels as were lost with the sloop dispatched hither by Their High Excellencies in the month of December last, but which did not arrive here, as well as the incendiary shells, powder lanterns, match, hand mortars, and grenade fuses requested in the General Requisition for this Government dispatched with the ship Europa under date of 14 March of this year. Having read the Instruction drafted by the Lord Governor for the Malay Encik Muhit, chosen upon the recommendation of the Captain of the Malays as an emissary to the Court of Terengganu; it was agreed to conform therewith, and to have paid to him from the Company's treasury, both as a reward for the faithful execution of his commission, and for the hire of the vessel with which he shall depart, and in compensation of his expenses, two hundred Spanish reals. Malacca in the Castle, date as above Signed) P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. Furthermore Friday

Dutch transcription

19 „sloten zig niet te bepaalen tot de verwaesting eenlijk van Riouw en zijne vaartuigen, maar zelfs ook zijne betrag„ „ting te maaken van de Boegineeschin met behulp der naleijers, waar van veelen lang onder het drukkende jok van dat volk gezugt en gewenscht hebben het zelve te mogen afschudden, geheel en al, of ten minsten zoo veel nu„ „mers mogelijk, uit deeze straat te verdrijven, en zenj kleinzoon van den voorgemelden Sulthan Saleman, als zijnen wettigen successeur, op den zetel van Iohor te stellen, uit kragte van de tusschen de Compagnie en dat Rijk subsisteerende Tractaaten, mitsgaders dienvol„ „gens. 1Den Koning van Trangano door een vertrouwden Zen„ „deling, onder aanbeveeling eener Stipte geheimhouding, dit ont„ „werp te laaten voorstellen, met verzoek om ter bevordering van hetzelve zijne magt schielijk bij die van de Compagnie te voegen, en middelerwijlen te zorgen, dat zijn Neef, de gemelde Kleinzoon van Sulthan Saleman, die op Riouw is, behendiglijk van daar afgehaald, en 't zijn naar Tran„ „gano of naar herwaarts overgebragt worde, mitsgaders een verstandig en vertrouwd Minister herwaarts te zenden en geduurende den oorlog tusschen de Compagnie en de Boe„ „gineeschen hier te laaten, om met hem over de voorvallende zaaken te kunnen raadpleegen, ten einde met over en weder te schrijven geen tijd te verliezen. 2 Aan den koning van Liac niet eerder van het voorschreven ontwerp opening te geeven, dan op het print, dat ment hetzelve wil doen executeerend, om der mtlakking daar van voor te komen, onder aantekening bij deezens, dat de Heer Gouverneur, om te zorgen dat die Vorst intusschen de noodige preparatien maakten, aan zijne Hoogheid en zijnen Eersten Rijksminister heeft laaten zeggen tijding gekregen te hebben, dat de Engelschen binnen eene maand of twee deeze plaats willen komen attaqueeren, en de koning overzulks de beloofde hulptroupes met de tot hun than„ „sport noodige vaartuigen gereed moet houden, om op het eerste ontbod herwaarts te worden afgezonden. En 3) zoo dra de scheepen de zolplijn en 't Hof ter Linden, die dagelijks uit de Noord verwagt worden, te rug gekomen zijn, dezelven, benevens de goeval de Znelteid, de bark de Geertruida Susanna, de koster de Onderneemer, en an„ „dere vaartuigen, met zoo veel Arthilleristen en inland„ „sche Militairen, als men zonder zig in den presenten tijd te veel te ontblooten immers zal kunnen missen, behoorlijk geproviandeerd, en niet de noodige oorlogs-ge„ „naar „reedschappen voorzien „ Riouw te expedieeren, om het groo„ „te en kleine canaal van het eiland Bintang indiervoegen te bezetten, dat zij zoo wel de vaartuigen, die naar binnen willen, onverschillig of zij aan Vrienden of vijn „anden toebehooren, zulks beletten, als de genen, die binten tragten te komen, terug jaagen kunnen, ten einde door dit middel, al bleef eens het secours wat lang uit, de Ri„ „auwers, die gezegt wordt geenen grooten voorraad van rijff meer te hebben, uit te hongeren, en zoo te verpligten om men met - 21 met kline Rampangs agter uit de vlugt te neemen, dog nae de erlanging der hulptroupes van Trangano en Lidc, of eener genoegzaame versterking van Batavia, de landing te onder„ „neemen, om zig van het gemelde eiland meester te maaken, ten zijn zulks eerder met het gegrondste vooruitzigt van een goed Succes, of zonder Comps. eer eenigzins in de waag„ „schaal te stellen, gerustelijk kon worden geeffectueerd. Maar, dewijl men met voorzien kon of Trangano en Siac, schoon genegen om de Compagnie bij te staan, haar wel eene voereikende magt zouden besthikken, ter bereikinge van het evengemelde oogmerk, is wijders goedgevonden en verstaan de Edele Hooge Indische Regeering te verzoeken, om zoo spoe„ „dig immers mogelijk herwaarts te willen zenden twee schepen en vier sloipen oft pantjallangs met drie of vier honderd ge„ „wapende Militairen, die men, ingevalle Trangano en Siac niet schielijk of met kragtig genoeg de Compagnie te hulp mogten komen, tot de overwinning van Riouw, dog anders noodig zoude hebben om te beletten, dat de Boegineeschen, die van Riouw vlugten, hunne aan de eilan„ „den Lingen, Bliton, en Sianthan, of de Andragirij, Sam„ „bij Toeukal, Ritthe, en elders meer leggende vaartuigen bij een zamelen, ten einde geconjungeerd met die genen, welke jaarlijks in Iuli, Augustus of September van de Groote Oost komen, de herovering van Riouw, daar hun zeer veel aan gelegen is, te entrepreneeren, of de van Batavia, Iava, en Cheribon komende vaartuigen te be„ „Springen. Dog is goed gevonden en verstaan Haare Hoog-Edelheden ootmoedigst te biddlen met de gemelde schepen herwaarts te wil„ „len zenden eene genoegzaame quantiteit buskruids, benevens 1000. –. ps. Snaphaanen, 1000. —. „ houwers, 50000. —. „ Snaphaankogels, 2000. –. „ handgranaaden, en zoodanige affuitwielen, als met de door Haare Hoog-Edel„ „heden in de maand December laastleden dit heen gedepecheerde, dog hier niet opgedaagde sloep verlooren zijn, mitsgaders de bij den met het schip Europa afgezonden Generalen Eisch voor dit Gouvernement in date 14. Maart deezes Jaars gevraagde brandkogels, kruidlantaarns, lant, hand„ „mortieren, en geanaadbuizen. Gelezen zijnde de door den Heer Gouverneur ontworpen Instructie voor den op aanprijzing van den Capitein der Maleijers tot eenen zendeling naar het Hof van Trangano verkoren Maleijer Intje Moehit; is verstaan zig daar me„ „de te conformeeren, en hem zoo tot eene premie voor de ge„ „trouwe iitvoering van zijnen last, als wegens huur van het vaartuig, waar mede hij vertrekken zal, en ter vergoe„ „dinge zijner onkosten, in't Comps. kassa te laaten afgue„ „ven twee honderd Spaansche reaalen. Malacca in het Casteel dato voorschreven A. Couperus Getekend) P. G. de Bruijn, - - - - e J. Thierens, R. B. Hoijnck van Lapendrecht, H. I. Wiederhold, en C. G. Baungarten. Nog Vrijdag

NL-HaNA_1.04.02_3738_0597 view scan ↗

English

23 Friday the 30th of May 1783. In the afternoon Policy Council Meeting. Absent: The Captain Commandant of the Militia Hensel, being on a commission to Pera. Secret Having further discussed the expedition against Riouw planned at the session of the 14th of this month, it was approved and understood to confer the supreme command thereof upon the Sea Captain Ioger Abo; furthermore, to appoint as Commandant of the Malaccan troops, which will be detached thither, the Senior Military Lieutenant Anthonij Decher, though subordinate to the aforementioned Honorable Abo, with whom he shall therefore constantly have to consult both regarding the landing and other matters that will pertain to his department, without doing anything contrary to the orders he receives from the same; and to assign to him the Military Lieutenant and Ensign August Gravensteijn and Iacob Christiaan Lucas, together with the former Ensign of the Burgher Guard Michiel Kilian, being all four persons upon whose competence, loyalty, and fortitude one can safely rely; and furthermore, by the Instruction for the said Commander over this Expedition, to order that a seat shall be given to them in the Broad Ship's Council whenever it meets to deliberate on matters of the Expedition, to Commandant Stecher above, but to Lieutenant Gravensteijn and Ensigns Lucas and Kilian below the First Lieutenants at sea. Considering the lack of a sufficient number of Company vessels for the transport of men and provisions to Riouw, it was approved and understood to also employ for this purpose the sloop recently arrived from Cheribon belonging to the former Vice-President of the Reverend College of Aldermen at Batavia, Iohan Hendrik Wiegerman, and, since the said owner of that vessel is currently at the capital, to respectfully refer to the Honorable High Indian Government not only the payment of the rent for the said sloop, but also a reasonable compensation if that small keel should be overpowered by the enemy or rendered unfit for further use, or perish in pursuing or yielding to enemy vessels, without such being caused by negligence, dereliction of duty, or poor management of its master. Because of the present dearness of all the necessities that the aforementioned four Officers must obtain for the voyage, it was approved and understood, in order to accommodate them in this regard, that during their employment in the aforementioned Expedition they shall monthly receive: The Commandant Stecher: rds. 50. —. The Lieutenant Gravensteijn: rds. 40. —. And the Ensigns Lucas and Kilian, each: rds. 30. —; which salary shall be written off to the Account of Train and War Expenses in the Trade Books. 25 Wednesday the 4th of June 1783. In the forenoon Policy Council Meeting. Absent: The Captain Commandant of the Militia Hensel, being on a commission to Pera. Secret Upon the communication of the Governor that His Honor, pursuant to the resolution of the session of the 6th of the current month, having questioned the Sea Captains Abo and Winterheim upon their return from the North on the 23rd thereafter regarding the packet for this Ministry, which was said to have been enclosed in the packet from the Honorable High Indian Government delivered to them by the master of the gurab de Snelheid, Ian Florijn, they not only declared, but also proved by handing over the letter received in the said packet under date of the 17th of November 1782 and its cover, that no other papers were or could have been contained therein, it was understood to make a note thereof herewith, and to most respectfully offer the aforementioned cover with its enclosure to Their High Honors for inspection. Malacca in the Castle, date as above. (Signed) L. G. de Bruijn, A. Couperus, I. Thierens, R. B. Woijnck van Lafondreeld, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. The Governor communicated to the Assembly that His Honor, having spoken to the owners of the privateer cutter de Onderneemer, fitted out here, concerning the rental of the same for the service of the Company to be sent to Riouw pursuant to the Secret Resolution of the 14th of May last, they had declared that they could maintain this small keel in the state in which it presently was for little less than one thousand rixdollars per month, especially if it were to be employed in the Expedition against Riouw; however, that they were nevertheless inclined to lease the same to the Company for 1000 rds. per month, provided that the risk remained for the Company's account. And considering that this cutter can be of much more use in the aforementioned Expedition than one of the sloops and pantjallangs stationed here, for the reasons cited in the Common Resolution of the 14th of March last, it was approved and understood to rent the same for the sum of one thousand rds., calculated from the day that it shall be used in the service of the Company, leaving

Dutch transcription

23 Vrijdag den 30. Maij 1783. 'S Vermiddags Vergadering van Politie. Den Capitein Commandant van de Militie Hensel, zijnde in Commissie naar Pera. Nader gesproken zijnde over de ter sessie van den 14. deezer beraamde Expeditie tegen Riouw, is goedgevonden en verstaan het Opperbevel daar over te confereeren aan den Capi„ „tein ter Zee Ioger Abo; voorts tot Commandant van de Malaccasche troupes, welke naar derwaarts zullen worden gedetacheerd, aan te stellen den Oudsten Luitenant Mili„ „tair Anthonij Decher, dog ondergeschikt aan den gemel„ „den E. Abo, met wien hij derhalven zoo wel over de lam„ „ding, als over andere zaaken, die van zijn departement zullen zijn, steeds zal moeten raadwleegen, zonder iets te doen, strijdig met de ordres, die hij van denzelven ontvangt, en hem toe te voegen den Luitenant en Vaandrig Militair August Gravensteijn en Iacob Christiaan Lucas, benevens den Oud Vaandrig der Burgerije Michiel Kilian, als alle vier persoonen zijnde, op welken kundig-getrouw- en kloekmoedigheid men zig gerustelijk verlaaten kan, mitsgaders bij de Instructie voor den gemelden Bevelhebber over deeze Expeditie te ordonneeren, dat aan hun in den Bree„ „den Scheepsraad, wanneer dezelve zamen komt om over Geconsidereerd. het gebrek aan een genoegzaam getal Comps. vaartuigen tot het overvaeren van manschappen en vivres naar Riouw, is goedgevonden en verstaan daar toe ook te emploijeeren de jongst van Cheribon gearriveerde slaep van den Oud Vice-president in het Eerw. Collegie van Heeren Schepenen te Batavia Iohan Hen„ „drik Wiegerman, en, nadien de gemelde Reeden van dat vaartuig zig ter Hoofdplaatze bevindt, aan de Edele Hooge Indische Regeering eerbiedigst gedeffereerd te laaten niet alleen de beraaling der huur van de gemel„ „de sloep, maar ook eene billijke schavergoeding, bij aldien Wegens de presente duurte van alle de noodwendigheden, die de gemelde vier Officieren voor de reize opdoen moeten, is om hun daar in te gemoet te komen goedgevonden en verstaan, dat zijn geduurende hun emplai in de voorschreven Expeditie maandelijks genieten zullen De Commandant Stechen - - - - - - - - - rds. 50. —. De Luitenant GravenHeijn - _ _ - - - - - „ 40. —. En de Vanhdrigs Lucas en Kilian iedor – – - - - „ 30. — ; welk tractement op de Rekening van Trains- en Oorlogs-ongel„ „den bij de Negotie-boeken zal worden afgeschreven. zaaken van de Expeditie te delibereeren, sessie gegeven zal wor„ „den, den Commandant Stecher, boven, dog den Luitenant Gra„ „versteijn en vaandrigs Lucas in Kilian beneden de Eerste Lui„ „tenants ter zee zaaken dat Absent Secret 25 Woensdag den 4. Iuni 1783. inen dat kieltje door den vijand mogte overmeesterd of buiten staat van verder gebruik gesteld worden, dan wel in het vervolgen van of wijken voor vijandelijke vaartuigen veror„ „gelukken, zonder dat zulks veroorzaakt zijn door onagt„ „zaamheid, pligt verzuin, of kwaade directie van derzel„ „ver Gezaghebber. Op de communicatie van den Heer Gouverneur, dat zijn ld. , ingevolge het geresolveerde ter sessie van den 6. courant de Capiteins ter Zee Abo en Winterheim, bij hun retour uit de Noord op den 23. daar aan, ondervraagt hebbende naar het paquet voor dit Ministerie, hetwelk gesloten geweest zoude zijn in het door den Gezaghebber van de goerab de Snelheid Ian Florijn aan hun bezorgde pa„ „quet van de Edele Hooge Indische Regeering, zij niet alleen verklaard, maar ook door de overgave van den in het gemelde paquet ontvangen brief sub dato 17. Novem„ „ber 1782 en dies couvert bewezen hebben, dat daar in geene andere papieren geweest waren, nog kanden geweest zijn, is verstaan daar van bij deezen notitie te houden, en het evengemeld couvert met dies inlage Haaren Hoog-Edel„ „heden ter speculatie eerbiedigst aan te bieden. MMalacca in het Casteel dato voorschreven - - -, A. Cou„ (Getekend) L. G. de Bruijn, - - „perus, I. Thierens, R. B. Woijnck van La„ „fondreeld, H. I. Wiederhold, en C. G. Bauugarten. De Heer Gouverneur heeft ter Vergaderinge gecommi„ „niueerd, dat zijn Ed. de Reeders van de hier te kaap geëqui„ peerde kotter de Onderneemer gesproken hebbende over de huur van dezelve ten dienste van de Compagnie, om volgens Secree„ te Resolutie van den 14. Mai laastleden naar Riouw gezonden te worden, zijn verklaard hadden dit kieltje in den staat, waar in het tans was, voor weinig minder ter maand dan een duizend rijxdaalders „ te kunnen onderhouden, vooral wanneer het in de Expeditie tegen Riouw zoude worden ge„ emploijeerd, dog dat zij egter genegen waren om hetzelfde voor 1000. –. rds. ter maand aan de Compagnie te verhuu„ ren, mits de risico voor Comps. rekening bleeve. En geconsidereerd deeze koster in de voorschreven Expeditie van veel meer nits kan weezen, dan een der hier bescheiden sloepen en pantjallangs, om reden bij Gemeene Resolutie van den 14. Maart laastleden aangehaald, is goedgevon„ den en verstaan dezelve voor de Somme van een duizend rds. in huur te neemen, gerekend van den dag aff dat zijn in den dienst van de Compagnie gebruikt zal worden, laa„ P 's Voormiddags Vergadering van Politie. Den Capitein Commandant van de Militie Hensel, zijnde in Commissie naar Peva. Absent Woensdag „tende Lecreet

NL-HaNA_1.04.02_3738_0599 view scan ↗

English

25 Wednesday the 4th of June 1783. that little vessel might be overpowered by the enemy or disabled from further use, or perish in pursuing or fleeing from enemy vessels, without such being caused by negligence, dereliction of duty, or poor management by its commander. Upon the communication of the Governor that His Honour, pursuant to what was resolved in the session of the 6th instant, having questioned the Sea Captains Abo and Winterhein upon their return from the North on the 23rd thereafter concerning the packet for this Ministry, which was said to have been enclosed in the packet from the Noble High Indian Government delivered to them by the commander of the vessel the Snelheid, Jan Florijn, they not only declared, but also proved by the surrender of the letter received in the said packet dated 17 November 1782 and its envelope, that no other papers were or could have been contained therein, it is understood to make note thereof hereby, and to offer the aforementioned envelope with its enclosure most respectfully to Their High Honours for perusal. Malacca, in the Castle, date as above. (Signed) P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. J. Wederhold, and C. G. Baumgarten. The Governor communicated to the Meeting that His Honour, having spoken with the owners of the cutter the Ondernemer, equipped here as a privateer, regarding the rental of the same for the service of the Company to be sent to Riouw in accordance with the Secret Resolution of the 14th of May last, they had declared that they could maintain this little vessel in its current state for little less than one thousand rixdollars per month, especially when it was to be employed in the expedition against Riouw, but that they were nevertheless willing to rent the same to the Company for 1000 rixdollars per month, provided that the risk remained at the Company's expense. And considering this cutter can be of much more use in the prescribed expedition than one of the sloops and penjalehs stationed here, for reasons cited in the Common Resolution of the 14th of March last, it is approved and agreed to rent the same for the sum of one thousand rixdollars, calculated from the day it shall be used in the service of the Company, leaving In the morning Council Meeting. The Captain Commandant of the Militia, Hensel, being on a mission to Pera, Absent. Wednesday Secret 27 leaving it deferred to the Noble High Indian Government, in the event that this vessel should be overpowered or disabled by the enemy, or perish in pursuing or fleeing from enemy vessels, without such being caused by negligence, dereliction of duty, or poor management by the commander, to grant the owners such compensation for damages as Their High Honours shall deem equitable. On this occasion, taking into further consideration the necessity of having some well-sailing vessel for conveying letters back and forth to and from the Company's naval squadron, for which kakaps or other small native vessels would not only be very difficult to obtain, but also, as they dare not venture out to sea and always hug the shore, could easily be captured by the enemy: thus, on the proposal of the Governor, it is approved and agreed to rent from the Former Captain of the Burgher Guard, Joost Koek, his packet boat named the Felix, as an advice yacht between here and the Company's naval squadron, for eighty-five rixdollars per month, and under the same conditions as stipulated regarding the cutter the Ondernemer. On the request presented by the Governor from the native chief officers commanded for the expedition to and against Riouw, to obtain some allowance to support the costs of various necessities for the voyage, it is approved and agreed to grant per month, above their ordinary monthly wages: To a Captain: 15 rixdollars To a Lieutenant: 10 rixdollars, and To an Ensign: 5 rixdollars. Having read a letter to the Regent at Riouw, Raja Haji, and one to the King of Siak, together with the Instructions for the Commander of the Company's naval squadron, Pieter Abo and associates, and an Advertisement of the declared war against the said Raja Haji and his faction; all drawn up by the Governor: it is thus understood to conform herewith to them. Malacca, in the Castle, date as above. (Signed) P. G. de Bruijn, A. Couperus, J. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. J. Wederhold, Baumgarten. Monday

Dutch transcription

25 Woensdag den 4. Iuni 1783. dat kieltje door den vijand mogte overmasterd of buiten staat van verder gebruik gesteld worden, dan wel in het vervolgen van of wijken voor vijandelijke vaartuigen veron„ „gelukken, zonder dat zulks veroorzaakt zij door onagd„ „zaamheid, pligt verzuin, of kwaade directie van derzel „ver Gezaghebber. Op de communicatie van den Heer Gouverneur, dat zijn ld. , ingevolge het geresolveerde ter sessie van den 6. courant de Capiteins ter Zee Abo en Winterhein, bij hun retour uit de Noord op den 23. daar aan, ondervraagt hebbende naar het pacuet voor dit Ministerie, hetwelk gesloten geweest zoude zijn in het door den Gezaghebber van de goeval de Enelheid Ian Florijn aan hun bezorgde pa„ „quet van de Edele Hooge Indische Regeering, zij niet alleen verklaard, maar ook door de overgave van den in het gemelde paquet ontvangen brief sub dato 17. Novem „ber 1782 en dies couvert bewezen hebben, dat daar in geen andere papieren geweest waren, nog konden geweest zijn„ is verstaan daar van bij deezen notitie te houden, en het evengemeld couvert met dies inlage Haaren Hoog-Edel „heden ter speculatie eerbiedigst aan te bieden. Malacca in het Casteel dato voorschreven --–, A. Cou„ (Getekend) L. G. de Bruijn, „perus, I. Thierens, R. B. Hoijnck van Pa„ „fondresed, H. I. Wederhold, en C. G. Bauugarten. De Heer Gouverneur heeft ter Vergaderinge gecommui„ „niudeerd, dat zijn Ed. de Reeders van de hier te kaap geëqui„ „peerde Kotter de Onderneemer gesproken hebbende over de huur van dezelve ten dienste van de Compagnie, om volgens Secree„ „te Resolutie van den 14. Mai laastleden naar Riouw gezonden te worden, zijn verklaard hadden dit kieltje in den staat, waar in het tans was, voor weinig minder te maand dan een duizend rijxdaalders „ te kunnen onderhouden, vooral wanneer het in de Expeditie tegen Riouw zoude worden ge„ „emploijeerd, dog dat zij egter genegen waren om het zelfde voor 1000. –. rds. ter maand aan de Compagnie te verhuu„ „ren, mits de risico voor Comps. rekening bleeve. En geconsidereerd deeze koster in de voorschreven Expeditie van veel meer nits kan weezen, dan een der hier bescheiden sloepen en pantjallangs, om reden bij Gemeene Resolutie van den 14. Maart laastleden aangehaald, is goedgevon„ „den en verstaan dezelve voor de Somme van een duizend rds. in huur te neemen, gerekend van den dag aff dat zijn in den dienst van de Compagnie gebruikt zal worden, laa„ P 's Voormiddags Vergadering van Politie. Den Capitein Commandant van de Militie Hensel, zijnde in Commissie naar Peva. Absent Woensdag „tende ƒ Leereet 27 „tende aan de Edele Hooge Indische Regeering, gedefereerd, wan„ „neer dat vaartuig door den vijand mogte worden overmee„ „sterd of onbekwaam gemaakt, dan wel in het vervolgen van of wijken voor vijandelijke vaartuigen verongelukken, zonder dat zulks veroorzaakt zij door onagtzaamheid, pligt„ „verzuim, of kwade directie van den Gezaghebber, zoodani„ „ge vergoeding van schade aan de Reeders toe te leggen, als Haare Hoog-Edelheden billijk zullen oordeelen. Bij deeze gelegenheid nog in agting genomen weekende de noodzaakelijkheid om eenig welbezeild vaartuig te hebben tot het over en weder brengen van brieven naar en van Comps. Oorlogs-esquader, waar toe kakaps oft andere kleine in„ „landsche vaartuigen niet alleen zeer bezwaarlijk te krij„ „gen zullen zijn, maar dezelve ook, dewijl zij, op zee niet durvende komen, altoos digt onder de wal loopen, door den vijand faciel genomen kunnen worden: zoo is, op de propositie van den Heer Gouverneur, goedge„ „vonden en verstaan tot een Adviesjagtje tusschen hier en Comps. Oorlogs - efquader voor vijf en tagtig rds. ter maand, en onder dezelfde voorwaarde als nopens de kotter de Onderneemer bepaald is, van den Oud Capitein der Bur„ „gerije Ioost: Koek te huuren zijne paquetboot, de E„ „lix genaamd. Op het door den Heer Gouverneur voorgedragen Ee verzoek van de Inlandsche Oppen-officieren, die tot Een Luitenant _ _ - - - - _ - - - - - - - „ 10. —. , en Een Vaandrig _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - „ 5. —. ter maand toe te leggen boven hunne winnense maandgelden. Geleezen zijnde een brief aan den Regent te Riouw Radja Madjie, en een aan den Koning van Liac, mits„ „gaders de Instructie voor den Bevelhebber van Comps. Oorlogs-esquader Ioger Abo c. s. , en eene Adverten„ „tie van den gedeclareerden Oorlog aan gemelden Radja Hadjie en zijnen aanhang; allen door den Heer Gou„ „verneur ingesteld: zoo is verstaan zig daar mete bij deezen te conformeeren. Malacca in het Casteel dato voorschreven (Getekend) L. G. de Bruijn, - - - - - - - A. Couperus, I: Thierens, R. B. Hoijnck van Lapendrecht, H. I. wieder„ Baúmgarten. „hold, len Capitein - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ rds. 15. –. de Expeditie naar en op Riouw gecommandeerd zijn, om eenig douceur te mogen erlangen tot support der kosten van diver„ „se benoodigdheden voor de ruze, is goedgevonden en verstaan aan de Maandag

NL-HaNA_1.04.02_3738_0601 view scan ↗

English

29 Monday the 16th of June 1783, in the morning. Council of Policy. Absent: The Fiscal Couperus, due to indisposition. The Governor presented to the meeting for consideration how, from the time that Radja Hadjie and the King of Slangenoor made an invasion into Queda, the Bugis have fallen into such hatred with the King and the inhabitants of that realm that not only has no one of that nation been permitted to come there to trade up to now, but the last-mentioned monarch has also from time to time sought to avenge himself upon them with greater emphasis. His Honour therefore believes that this monarch would not be disinclined to support forcefully the measures that have already been taken or might further be taken to pursue the Bugis with fire and sword and to drive them from the lands controlled by them along these straits, if His Highness were requested to do so. And upon deliberation on this subject, it also being considered that, although one might obtain from Trangano and Siac the assistance requested from there, that of Queda would nevertheless also not come amiss, since with a large number of native vessels the dislodgement of the Bugis could be effected with the utmost speed, it is accordingly approved and resolved to inform the King of Queda, with the offering of a small present, of the resolution of this Government taken on the 14th of May last, and to request him to send hither as many armed vessels as His Highness can raise, provided that this expedition be done at his own expense, and that he give the strictest orders to the chiefs thereof that they not only do what they are charged with on behalf of this Government, but also follow the arrangements devised by the Commander of the Company's war fleet and troops, and undertake nothing without the communication and approval of the same, with the promise that, in helping to conquer any enemy places or vessels, they shall have such a share of the booty that they will be satisfied with it. After subsequent reading of the letter drafted in this manner by the Governor to the King of Queda, it was agreed to conform thereto. Malacca, in the Castle, on the date aforesaid. (Signed) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. I. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. Secret Wednesday the 6th of August 1783, in the morning. Council of Policy. Absent: The Fiscal Couperus, due to indisposition. The Governor remarked to the meeting that, notwithstanding the King of Siac had ordered the chiefs of all the vessels available there to get them ready immediately in order to unite with the Company's naval squadron, as appears from the note in the Common Resolution of the 14th of July last, that expedition was nevertheless progressing so slowly, according to the further reports received, that His Honour began to doubt very much whether the said monarch, during the absence of his uncle Radja Mahomet Ali, who has been staying in the interior for some time, would indeed be able to move his people to act against the Bugis, who have acquired considerable respect among the Malays, before they heard that the vessels of Trangano had joined the Company's fleet; that, having received no answer yet to the proposal made to the King of the last-mentioned realm, one was thus in uncertainty as to whether His Highness would consent to it or not; that one likewise did not know whether it would suit the King of Queda to assist the Company; His Honour therefore proposing whether one might not request adequate assistance from the King of Palembang, according to the proposal of Captain Abo, Commander of the Expedition against Riouw, in his letter of the 26th of July last, since one would undoubtedly need some native or small vessels to disembark the troops simultaneously, yet could not possibly provide them from here in sufficient numbers with the crews required for that purpose. Whereupon, having deliberated, in consideration that the King of Palembang is an ally of the Company and is very enraged at Radja Hadjie because of the affront suffered some time ago in the person of his envoy thither, it was approved to make a trial to see whether one could not make use of this to the benefit of the Company, as the vessels coming from there could be with the fleet more quickly in this monsoon than from elsewhere; and consequently, subject to the hoped-for approval of the Honourable High Government of the Indies, it was resolved: 1st. To hold before the said monarch in a letter that His Highness will never find a more favourable opportunity to obtain satisfaction for himself regarding the insult suffered from Radja Hadjie, and at the same time to put that arrogant Prince out of condition to [illegible] 31

Dutch transcription

29 Maandag den 16: Iuni 1783: 's voormiddags Vergadering van Politie. Absent Den Fiscaal Couperus, door indispositie. De Heer Gouverneur heeft aan de Vergadering in opmerking gegeven, hoe dat van den tijd af dat Radja Hadjie, en de Koning van Slangenoor, eene invasie in Queda gedaan hadden, de Boegineeschen bij den Koning„ Een de ingezetenen van dat Rijk in zoodanig een haat geraakt waren, dat niet alleen tot nog toe aan geen van die Natie vergund wierdt daar ten handel te mogen komen, maar dat de laastgemelde vorst ook nu en dan getragt hadt zig met meer nadruks aan haar te veren„ Vermeenende zijn Ed. derhalven, dat die vorst niet ongenegen zoude zijn om kragtdaadiglijk te ondersteu„ „nen de maatregelen, die men reeds genomen hadt off verder neemen mogte om de Boegineeschen te vuur en te zwaard te vervolgen, en uit de door hun beheerd wordende landen langs deeze straat te verdrijven, wan„ „neer zijne Hoogheid daar toe wierdt aangezogt. En bij deliberatie op dit Luijet ook geconsidereerd zijnde dat, Schoon men van Trangano en Siac er„ „langen mogte den van daar gevraagden onderstand, „cheeren: Nda lecture vervolgens van den indiervoegen door den Heer Gouverneur ingestelden brief aan den koning van Queda, is verstaan zig daar mede te conformeeren. Malacca in het Casteel dato voorschreven (Getekend) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, - - - - - - I. Thierens, R. B. Hoijnck van Lapendrecht, H. I. Wiederhold, en C. G. Baumgarten. die van Queda egter ook niet te onpas zoude komen, dewijl met een groot getal van inlandsche vaartuigen de vernesteling der Boegineeschen op het allerspoedigste kon worden geefjectu„ „eerd, is overzulks goedgevonden en verstaan den Koning van Queda, onder aabieding van een presentje, kennisse te geeven van het op den 14. Mai laastleden genomen be„ „sluit deezer Regeering, en te verzoeken om zoo veel gear„ „meerde vaartuigen, als zijne Hoogheid kan bijbrengen, herwaarts te zenden, mits deeze uitrusting voor zijne eigen rekening geschiede, en Hij aan de Hoofden daar van de strietste bevelen geeve, dat zij niet alleen doen wat hun van wegen deeze Regeering belast wordt, maar ook de schikkingen volgen, die door den Bevelhebber van Comps. Oorlogs-vloot en troupes beraamd worden, en niets onderneemen buiten communicatie en goedvindeing van den„ „zelven, onder toezegging dat zijn, eenige vijandelijke plaatzen of vaartuigen helpende veroveren, zoodanig een aandeel in den buit zullen hebben, dat zij daar mede te vrede zullen zijn. die Woensdag - Seeruet Woensdag den 6. Augustus 1783. 'S Voormnddags Vergadering van Politie. Absent Den Fiscaal Couperus, door indispositie De Heer Gouverneur heeft ter Vergaderinge geremar„ „queerd dat, niet tegenstaande de Koning van Siac aan de Hoofden van alle de vaartuigen, die ginder aan handen waren, gelast hadt omze ten eersten in gereedheid te brengen, ten einde zig met Comps. Oorlogs- esquader te vereenigen, blijkens het aan„ „getekende bij de Gemeene Resolutie van den 14. Iuli laastleden, het met die uitrusting nogtans, volgens de ontvangen nadere Berigten, zoo traag voortgang, dat zijn Ed. zeer begon te twijfelen, of de gemelde vorst geduurende de afweezendheid van zijnen Oom Radja Mahomet Ali, die sedert eenigen tijd zig in de bovenlan„ „den onthoudt, zijn volk wel zoude kunnen beweegen om tegen de Boegineeschen, als vrij wat ontzag onder de Maleijers verkregen hebbende, te ageeren, voor dat zij hoorden dat de vaartuigen van Trangano zig bij Comps: Vloot gevoegd hadden! dat men, op den gedaanen voorslag aan den Koning van het laastgemelde Rijk nog geen antwoord bekomen hebbende, dus in het on„ „zekere was, of zijne Hoogheid daar in al of niet dat men insgelijks niet wijt, zoude bewilligen! of het den koning van Quedee zoude convenieeren de Compagnie bij te staan! Draagende zijn Ed. overzulks, of men niet van den Koning van Palembang eene toereikende hulp zoude mogen verzoeken, naar het voorstel van den Capitein Abo, Bevelhebber van de Expeditie tegen Riouw, bij zijnen brief van den 26. Iu„ „li laastleden, dewijl men om de troupes gelijkelijk te ontscheepen ongetwijfeld eenige inlandsche of kleine vaar„ „tuigen zoude noodig hebben, dog dezelven in een genoeg„ „zaam getal met de daar toe vereischt wordende man„ „schappen ommogelijk van hier beschikken kon. Waar op gedelibereerd zijnde, is uit consideratie, dat de Koning van Palembang een Bondgenoot van de Compagnie en zeer vergramd is op Radja Hadjie wegens het voor eenigen tijd geleden affront in den persoon van zijnen zendeling naar derwaarts, goedgevonden een proef te neemen of men zig daar van niet ten nutte van de Compagnie zoude kunnen bedienen, alzoo de vaartui„ „gen, die van daar komen, in deeze mouson spoe„ „diger dan van elders bij de Vloot zouden kunnen wee„ „zen! en dienvolgens, op verhoopte approbatie van de Edele Hooge Indische Regeering, besloten. 1Den gemelden Vorst, onder voorhouding bij een brief, dat zijne Hoogheid nooit gunstiger gelegenheid zal kunnen aantreffen, om zig wegens den geleden hoon van Radja Hadjie satisfactie te bezorgen, en dien trot„ „zen Prins teffens buiten staat te stellen om het lang af bij Sirat 31 :

NL-HaNA_1.04.02_3738_0603 view scan ↗

English

Monday, September 15, 1783. Forenoon Council of Policy. Absent The Receiver and License Master Hoijnck van Papendrecht, due to indisposition. Malacca in the Castle on the date aforementioned Signed) P. G. de Bruijn, J. A. Hensel, F. Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, H. J. Wiederhold, and C. G. Baumgarten. Secret The Governor communicated to the Meeting that the King of Queda, although He had indicated in His recently received letter mentioned in the General Resolution of the 4th of this month that He could not come to the aid of the Company until He was relieved of the apprehensions He currently had for His own country, nevertheless had sent word through His envoy who arrived here that, regardless of the obstacles cited in His letter, He would easily resolve to unite His forces with those of the Company for the expulsion of the Bugis, if He were given assurance that the Company would make no peace with them. And upon deliberation on this subject, it being taken into consideration that Radja Hadjie, having already been filled with the most malicious intent against the Company before the outbreak of the present troubles, would now keep the terms of a settlement granted to him no longer than until he saw a favorable opportunity to take revenge on the Company, while from such a reconciliation not even any temporary advantage was to be expected for the Company, it was therefore approved and agreed to assure the King of Queda by a letter that the Company will never make peace with the Bugis, but will pursue them until they are dislodged from Riouw, Selangor, and elsewhere, or completely humbled, since they have provoked the Company too long, too much, and too severely to deserve any consideration. However, since the vessel of the King's envoy on its return might occasionally be taken by the Selangor people, who attack and plunder the passing small vessels, it was also decided not to dispatch the letter to His Highness with that envoy, but thither with the Javanese private snow De Drie Gebroeders, of which the rice cargo has already been sold and unloaded, and which, instead of lying idle here in the roads until the month of December, can in the meantime make a profitable voyage to and from Queda; and to give the Master of that small vessel 500 Spanish reals for the purchase of karwaat or dried fish, in order to accommodate the Company's war fleet therewith as needed. On this occasion, the Governor also produced a report from a certain Malay and pawn of the Pangeran at Palembang, named Kama Saranga Alie, who had been on a pantjallang seized off Riouw, inquiring, after its reading, whether, since it appeared both from that report and from the dispatches of the Company's Fleet that even some grandees of Palembang were involved in the smuggling trade of tin and pepper to Riouw, one would nevertheless persist in the resolution taken at the session of August 6 last to request from the King of Palembang his assistance against Radja Hadjie; it was, in consideration that one must reasonably doubt whether the grandees there, should the King show himself inclined to consent to the proposal made to Him, would not try to thwart it, or give orders to the commanders of the vessels that could cause the Company more harm than benefit, approved and agreed hereby to rescind the said resolution. to conform therewith. to carry out the intention he had to conquer the island of Banca, then now that the Company has besieged Riouw with a considerable force, to ask whether His Highness would not be inclined, on his own account or at no expense to the Company, to send twenty or thirty vessels, reinforced with sturdy men and the necessary war munitions, to Riouw, in order to rapidly subdue Radja Hadjie and his following in union with the Company's Fleet. 2) To request the Residents of Palembang to dispose the King to the concession in the said proposal, if they find no difficulty therein, but otherwise not. 3) To dispatch the letters for the King and the Residents of Palembang to the Fleet in the roads of Riouw, to be forwarded from there as soon as possible with the Moor Ramjang, Nakhuda of the private sloop chartered for the Company at the session of May 30 last and sent thither with some provisions, if the same can depart without danger of being taken by enemy vessels, and then also to have Captain Abo instruct the said Nakhuda regarding the signal that the Palembang vessels must make upon arrival. And, after the subsequent reading of the letter drafted to the aforementioned end by the Governor to the King of Palembang, it was understood to conform therewith.

Dutch transcription

mede te conformeeren. e bij hem geweest zijnde voorneemen ter overmeestering van het ei„ „land: Banca te volbrengen, dan nu de Compagnie met eene aanzienlijke magt: Riouw heeft laaten belegeren, te vraagen of zijne Hoogheid niet genegen zoude zijn, om voor eigen rekening of biiten laste van de Compagnie twintig of dertig vaartuigen, met kloeke manschappen en de noodige oorlogs-munitien versterkt, naar Riouw te zenden, ten einde met Comps. Vloot vereenigd Radja Madjie en zijnen aanhang schielijk te onder te brengen. 2) De Residenten van Palembang te verzoeken om den Koning tot de concessie in het gemelde voorstel te dispo„ „neeren, indien zij 'er geene zwaarigheid in vinden, dog an„ „ders niet. 3De brieven voor den koning en de Residenten van Palembang naar de Vloot op de reede van Riouw te de„ „pecheeren, om van daar met den Moor Ramjang, Na„ „goda van de ter sessie van den 30. Mai laastleden voor de Compagnie gehuurde en met eenige provisien naar derwaarts gezonden pardiculiere sloep, ten eersten voort„ „geschikt te worden, indien dezelve zonder pericul van door vijandelijke vaartuigen genomen te worden vertrek„ „ken kan, en den gemelden Nagoda dan ook door Ca„ „pitein Abo te laaten onderrigten van het Lein, dat de Palembangsche vaartuigen bij aankomst doen moeten. En is, na lecture vervolgens van den ten voorschreven einde door den Heer Gouverneur ingestelden brief aan den Koning van Palembang, verstaan zig daar De Heer Gouverneur heeft ter Vergaderinge gecommuni„ „ceerd, dat de Koning van Queda, afschoon Hij in zijnen onlangs ontvangenen en bij de Gemeene Resolutie van den 4. deezer gemelden brief te kennen hadt gegeven, dat Hij de Compag„ „nie niet eerder te hulp kon komen, dan na dat Hij ontheven was van de bedugtingen, die Hij tans hadt voor zijn eigen land, nogtans door zijnen hier aange„ „komen zendeling hadt laaten boodschappen, dat Hij„ ongeagt de in zijnen brief aangehaalde beletzelen, ligte„ „lijk besluiten zoude om zijne magt met die van de Maandag, den 15. September 1733. 's Voormiddags Vergadering van Politie. Absent Den Ontvanger en Licentmeester Hoijnck van Lapendrecht, door indispositie. Malacca in het Casteel dato voorschreven O Getekend) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, - - - - -„ F Thievens, R. B. Hoijnck van Lapendrecht, H. I: Wiederhold, en C. G. Baumgarten. mede Compagnie E Secreet 33 73 73 Compagnie te vereenigen, ter uitvoeijinge van de Boeginee„ „schen, indien Idem verzekering gegeeven wierdt, dat de Com„ „wagnie geene vrede met hun maaken zoude. En bij deliberatie op dit sujet in aanmerking genomen zijn„ „de, dat Radja Hadjie, daar hij al voor de uitbarsting van de tegenwoordige onlusten met het boosaartigste op zet tegen de Compagnie vervuld geweest was, nu de pointen van een vergelijk, die hem wierden ingewilligd, niet langer zoude houden, dan tot dat hij den kans schoon zag om zig aan de Compagnie te revencheeren, terwijl men uit zulk eene reconciliatie zelfs geen temporeel voordeel voor de Compagnie te verwagten hadt, is over zulks goedgevonden en verstaan den Koning van Queda bij eenen brief te verzekeren, dat de Compagnie zig nooit met de Poegi„ „neeschen bevreedigen, maar hun vervolgen zal tot dat zij van Riouw, Slangenoor, en elders meer ver„ „nesteld, of geheel vernederd zijn, nademaal zij de Com„ „pagnie te lang, te veel, en te gevoelig getergd hebben, om eenige consideratie te verdienen. Maar nadien het vaartuig van 's konings zende„ „ling bij zijn retour somtijts door de Slangenoorschen, die de passeerende kleine vaartuigen attaqueeren en planderen, zoude kunnen genomen worden, is teffens besloten den brief aan zijne Hoogheid niet met dien zendeling, maar met de Iavasche particuliere Snauw de Drie Gebroe„ „ders, van dewelke de rijstlaading reeds verkogt en geloft is, in die in plaatze van hier tot de maand December stil op de reede te leggen in den tusschen tijd niet profijt een reisje naar en van Queda kan doen, naar derwaarts af te zenden, en den Gezaghebber van dat kieltje 500. –. Spaansche reaalen mede te geeven tot den inkoop van kar„ „waat of gedroogde visch, om Comps. Oorlogs-vloot daar mede naar benoodigdheid te kunnen gerieven. Bij deeze gelegenheid door den Heer Gouverneur ook geproduceerd zijnde een Relaas van zekeren op eene voor Riouw in beslag genomen pantjallang geweest zijnde Maleijer en Verpandeling van den keranga te Palembang, Kama Saranga Alie, onder afvraaging, na dies lec„ „ture, of men, daar zoo wel uit dat Relaas, als uit de berigten van Comps. Vloot, kwam te blijken, dat zelfs eenige Grooten van Palembang de hand hadden in den Smokkelhandel van tin en peper op Riouw, evenwel zoude persisteeren bij het ter sessie van den 6. Augustus laastleden genomen besluit, om van den Koning van Palembang zijnen bijstand tegen Radja Hadjie te verzoeken! zoo is, uit consideratie dat men met redenen twijfelen moest of de Rijksgrooten ginder, wanneer de Koning zig genegen betoonde om in het aan Hem gedaan wordende voorstel te bewilligen, zulks met zouden tragten te dwarsboomen, of aan de Opperhoofden der vaartuigen orders geeven, die aan de Compagnie meer na - dan voordeel konden doen, goedgevonden en verstaan van het gemelde besluit bij deezen te resilieeren. stil Malacca ƒ

← previousnext →