Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
April 1786. The Company takes no part in the removal. when recognized as the King of Limbotto, another, who is not so much the closest relative as the most qualified contender for the Kingdom of Limbotto, will be nominated by election to the government for confirmation. Furthermore, His Highness and the Grandees of the realm are to be earnestly recommended meanwhile to manage the affairs of the realm there with wisdom and prudence, so that they may at last escape from the confusion into which they have been brought by the discord that has prevailed so long among the people of Limbotto regarding their remaining at Kwandang or in the old village of Limbotto, but in which the Company takes no part, as this place of residence is a matter of indifference to it and it therefore leaves the same entirely to the choice of the people of Limbotto; solely desiring that, if the removal from Kwandang is judged preferable, the small fort of Leijden located there shall then be razed to the ground without charging anything for it, the artillery that is not needed shall be transported in the Company's vessels and the remainder to Limbotto, where no more than 1 Resident, 1 Corporal, and 6 private soldiers may be stationed, beside a gunner, with the small pieces of ordnance needed for firing salutes for the kings. Below was written: Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange on the date written above. Signed: Alex: Cornabe, B: C: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: C: Bax, and J: J: Bak. Thursday the 27th. The arrival of Maguindanao emissaries with a request to make peace. Thursday the 8th of June 1786 in the morning at half past eight o'clock, Council of Policy. Present: Alexander Cornabe, the Honorable Governor, Bernard Sebastiaan Wenthold, merchant, secunde and Chief Administrator, Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Captain and Head of the Militia, George Fredrik Durr, junior merchant and provisional Fiscal, Jacobus Josephus Bax, Pay Bookkeeper, and Judocus Hubertus Bax, Bookkeeper and provisional Secretary. There was first read a letter written by the King and Grandees of Tabukan to the Resident of Manado, the junior merchant Willem Fredrik Mersz, dated 4 May last, in which they give notice of the arrival at Tabukan aforesaid on the 30th of April previously of a certain Major Bohan and a Captain Bicara named Manukir, by native vessel with another ten heads, all Malurangese, according to an unsigned pass shown by them, calling themselves emissaries of the Emperor of Maguindanao and the King of Sarangani, who were commissioned by the same to make peace with the Company and the Sangir kings, provided they returned within two months, failing which they would be sought by many prahus; wherefore the King and Grandees of Tabukan had deemed it best to let Major Bohan with five of his traveling companions return to Malurang under a Malay letter of escort, the translation of which reads as follows: Translation of a Pass. This pass serves as permission for Anakoda Omar and 11 of his companions to go by a prahu to the land of Tabukan and request peace. Below was written: written in the month of Jumada al-Akhir on Friday at 1 o'clock, AH 1156 or 14 June 1742. Lower: signed for the translation: J: D: Schierstein, sworn translator. Translation of a copy of a letter sent by the King of Tabukan, Hendrik Daniel Paparang, to Maguindanao. Furthermore, I, Hendrik Daniel Paparang, alongside the Commandant Hendrik Wolff, send our greetings to the Sultan of Maguindanao and the King of Sarangani. Your emissaries, the Captain Major Bohan and Captain Bicara Manukir, along with another 10 heads, are here in Tabukan in good health; and I, the King, and the Commandant send six heads back to inform the Sultan and the King that we will do the other six heads no harm, and that the Commandant is going with them to Ternate to present them to the Company, so that the Sultan and the King may hear whether the Company wishes to make peace or not when those six persons return from Ternate to Maguindanao or Sarangani. Signed: H: D: Paparang and H. Wolff. In the margin: Tabukan, the 1st of May 1786. 8 June 1786. Reasons for the Maguindanao hostilities. and to transport the abovementioned Captain Bicara with the other five heads in the company of Tabukan's Gugu Johannes Zacharias, alongside the Postholder, Corporal Hendrik Wolff, via Manado to Ternate. The Governor communicated that they had arrived the day before yesterday at this castle and appeared before His Honor with the aforementioned verbal message, shifting all the hostilities committed by those of Maguindanao, Sarangani, and Malurang against the Company onto a murder perpetrated on the island of Mayu by the since deceased Captain of Siau, Prince Elias Jacob, against the Malurang Prince Sarabo, who had been there, and five heads of his retinue.
Dutch transcription
60 61 April 1786. de Comp:e neemt geen deel in de verhuising. als Limbots koning erkend werd, een ander, die zoo zeer de naaste niet als wel de be„ kwaamste meededinger na het Rijk van Limbotto sij, zullen verkiesing en ter bevestiging aan de regeering voor„ „dragen. Overigens zijn Hoogh: en Rijksgroten ernstig te recommandeeren van intusschen de Rijkszaken aldaar met wijsheid en voorzigtigheid te bestieren op dat ze eindelijk eens geraken moge uit de verwaring waarin ze gebragt zijn door de dus lange onder de Limbotters geheerscht hebbende oneenighei wegens hun te quandang dan wel in de oude Negorij Limbotto te houden verblijf dog waarin de Comp:e geen deel neemd, alzoo haer dit verblijf onverschillig is en het zelve dus volkomen aan der Limbotters keuse overlaat; eenlijk begeerende: dat wanneer de verhuising van Quandang preverabel g'oordeeld word, het aldaar sijnde fortje Leijden, als dan, tot den grond toe, sonder daar voor iets te bereekenen geslegt, het niet benodigde Canon binnen 's Comp:s vaar„ „tuigen en het overige getransporteerd ƒ worde naar Limbotto, alwaar niet meer dan 1: Resident 1: Corporaal en 6: gemeene Militairen zullen mogen leggen nevens een Busschieter met de tot het doen van eere schooten voor de koningen benodigde stukjes geschut. /onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Casteel Orange dato voorschreven. /was geteekend:/ Alex: Cornabe: B: C: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: C: Bax„ en J: J: Bak: overlaat„ Donderdag den 27. s 62. 63: de aankomst van Magindanausche sendelingen. met versoek om vreede te maken. Present Alexander Cornabe! Den wel Edelen Agtbaren Heer Gouvern: Bernard Sebastiaan Wenthold„ „koopman secunde en Hoofdadm: „kapitein en Hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Heiwick, George Fredrik Durr „ onderkoopman en p:l fiscaal Jacobus Josephus Bax, en 1 p:s _o „„ soldij Boekhouder „ Boekhouder en p:s secretaris Judocus Hubertus Bax. Wierd voor af lecture genomen van een door den koning en Rijksgrooten van Taboekan, aan Manados Resident„ den onderkoopman willem Fredrik mersz: geschreeven brieff d: d: 4: Meij waar h: &: bij de selven kennis geeven weegens de aankomst te Taboekan Sig noemde sendelingen van den keijzer van Magindano en den koning van Saringane die van wege de zelven gelast waren om met de Comp: en de sangireese koningen vreede te maken mits binnen twee maanden terug kwamen sonder welk Translaat, van een Pas. Deese Pas diend voor den Anacoda Omar en 11: zijner makkers tot permissie om per een prauw na 't Land Taboekan te gaan, en vreede te verzoeken. /:onderstond:/ geschreeven in de maand Djunadil ahir of vrijdag, om 1: uur ad 1156. of 14: Junij 1742: /lager:/ voor 't Translaat geteekend: J: D: Schiersten gezw: Transl: voorn: op den 30: April bevorens van eenen Majoor Bohan en eenen Capitein bitjarao Manukir gen:d per Inlands vaartuig niet nog tien koppen alle Maloerangers volgens eene door hen vertoonde ongetee„ „kende Pasce, luidende. Donderdag den 8:' Junij 1786: 's morgens te halv negen uuren vergadering van Politie voorn: 64: 65: den 8: Junij 1786. reedenen van der Maginadaursche vijandelijkheeden. sij door veele prauwen zouden worden ofgesogt: waarom koning en Rijksgrooten van Taboekan g'oordeeld hadden Majoor Bohan met vijf sijne reijsgenoten onder een maleids geleiden briefje waarvan het Translaat aldus luid Wijders zende ik Hendrik Daniel Paparang nevens de Commandant Hendrik Wolff onsen onsen groet aan den sulthan van Magindano en koning van Saringane uL: zendelingen de Capitein Majoor Bohan en kapitein Pitjara manukir nevens nog 10: koppen zijn alhier te Taboeken in goede welstand; en ik koning en de Commandant senden ses koppen terug om sultan en koning te berigten, dat wij de andere ses koppen geen quaad doen en dat den Commandant met dezelve na Ternate gaat om ze aan de Comp: te vertoonen dan of de Comp:e wil vreede maken of niet kan sultan en koning hooren wanneer die ses per„ „sonen van Ternate na Magindano of saringane terug keeren /was geteekend:/: H: D: Paparang en H. wolf /:in margine:/ Taboekan den 1: Meij 1786. Translaat van een Copij brief door Taboekans koning Hendrik Daniel Paparang, na Magin dano gezonden. Sijnde sij, Communiceerde de Heer Gouverneur of eergisteren aan dit kasteel en voor zijn Ed: verscheenen met even„ „gem: mondelinge boodschap, alle de door die van Magindano, Saringane en Maloerang bedreeven hostiliteiten tegen de Comp:e schuwende op eene ten Eilande Majau geperpetreerde moord door den seedert overleden Capitein van Chiauw Prins Elias Jacob, aan den sig aldaar bevonden hebbende Maloerangs Pris Sarabo en vijf koppen van sijn naar Maloerang te laten terug keeren en den bovengem: Capitein bitjara, met de vorige vijf koppen in geselschap van Laboekans Goegoegoe Johannes Zacharias nevens den Posthouder, de Corporaal hendel wolff, over manado naar Ternaten transporteeren. naar gevolg
English
June 1786. The 8th. as a consequence of which those of Maloerang wished to take revenge on the Chiaurese when the Company came to the aid of the latter and thereby also seemed to justify the aforementioned detestable deed, see the following two documents interrogated on that account by the Governor. We, the undersigned, Johannes Zacharias, goegoegoe, and David Zacharias, Captain of Taboekan, acknowledge hereby as the true and pure truth that upon the arrival of the emissaries of the King of Saringane, the same related in the presence of the notables at Taboekan that the origin or beginning of the war between Magindano and the Honorable Company resulted from the following: That namely a Prince and Captain Louwt of Siauw, called Elias Jacob, arriving at the island of Majauw, found there a prahu from Maloerang that had drifted to the said island, having as occupants a Prince and five subjects of Maloerang; all of whom were massacred by the said Captain Lauwt; that after some years this murder became known to the people of Maloerang, who, employing reprisals against those of Siauw, the Company supported the Chiaurese, and those of Magindano also helping the people of Maloerang as their subjects, out of which the war between Magindano and the Honorable Company arose, but that now they had been sent by the King of Maloerang or Saringani in the name of the Sultan of Magindano to inquire whether the Sangirese and the Company wished to make peace. Manukir, Captain Bitjara and emissary of the King of Saringani, relates in favor of the sincere and pure truth, That the war between Magindano and the Honorable Company has its origin from the following: That a Maloerang Prince named Sarabo, having drifted in a prahu from his land, came ashore on the island of Majauw, where the Chiaurese Captain Lauwt, commonly called Lulli, murdered the said Prince and the five he had with him. That after some years those of Maloerang, receiving news of the murder committed upon their Prince, employing reprisals against those of Chiauw, the Honorable Company helped the Sangirese, and the Sultan of Magindano, as lord over Maloerang, supported his subjects, from which, as far as he is aware, the war between Magindano and the Honorable Company arose. /was signed:/ with a cross and written next to it: this is the mark of the Captain Bitjara Manukir. All that is stated above we acknowledge to be the pure truth and are prepared to confirm the same with solemn oaths. /was signed/ J: Sacharias / and a cross written next to it, set by Taboekan's Captain David Zacharias. /in the margin:/ Ternate, 7 June 1786. To June 1786. The 8th. Gratuity given to the emissaries; Deliberation over the commission; Answer to Magindano's Emperor. To the aforementioned Captain Bitjara and companions, who, besides their clothes, had brought nothing with them to subsist on, the Governor had assigned lodgings and granted rd:s 52:½ in cash, together with a guard to accompany them everywhere they might go or stand, ostensibly to protect them from molestation. The unexpected arrival of the aforementioned so-called emissaries of kings who are at war with the Company, unprovided with proper passes or full powers, who might very well be spies, or might have been driven to Taboekan by some accident or other, being discussed at length; considering that but few natives in times of peace and war observe the customs adopted among European nations, and that it would serve the Company very well in its present powerlessness if one could make peace with a people such as that of Magindano and its adherents, who had caused it great damage; it was approved and resolved: to conduct oneself before Captain Bitjara as if one fully credited his mission and felt no aversion to pacification, without the aforementioned murder having given cause to the committed hostilities, of which knowledge was obtained very late, or only in the year 1780 through the King of Manganito; under the representation, however, that in order to attain peace it was required that the Sultan of Magindano and the King of Saringani send anew to this place a delegation of persons who June 1786. The 8th. Continued. who had full powers to enter into negotiations in the name and on behalf of the aforementioned rulers and to conclude with the Company a treaty of friendship and commerce advantageous to the contracting parties; for the better observance and maintenance of which the contracting parties had to bind themselves mutually and solemnly to seek henceforth no redress by arms for any injury or molestation that one nation might happen to suffer from the other by sea or on land through the acts of predatory or murderous people, but that upon the complaints to be submitted in that regard, immediate satisfaction shall be made to the offended party, both by compensation for the stolen goods and by the public execution of robbers and murderers, as well as by an investigation and redress immediately following the complaints regarding minor infractions, in order to establish good harmony between the Company and the rulers of the North. And in order to bring about the sooner the effect of the harmony hoped to be restored, for which the Governor saw greater opportunity now that, as far as was known, the Magindanese had fallen into discord with those of Jullok, of which, however, the Maloerangers present made a deep secret; it was, upon His Honour's proposal, approved and resolved to let the latter return as soon as possible via Taboekan with letters from this administration to the Emperor of Magindano and the King of Saringani containing such matters as was decided above to present to the Maloerang Captain Bitjara, and also
Dutch transcription
66: 67. Junij 1786. den 8. gevolg waarover die van Maloerangs sig op de Chiaureesen wilden verhalen toen de Comp:e laatstgem: te hulpe kwam en voorsz: ver„ „foeijlijke daad hier meede scheen te billijken, vide ondervolgende den Heer Gouverneur dien wegens g'intrageerde twee geschriften Wij ondergeteekende Johannes Zacharias goegoegoe en David Zacharias Capitein van Taboekan bekennen bij deesen voor de egte en zuivere waarheid dat bij de komst der zendelingen van de koning van Saringane dezelve in presentie van de Rijksgroten te Taboekan verhaalden, de oorsprong of begin van de oorlog tusschen Magindano en d' E: Comp: resulteerde uit het volgende: Dat Nam: een Prins en Capitein Louwt van siauw Elias Jacob gen: op het Eiland Majauw komende aldaar vond een prauw van Maloerang na gem: Eiland verdreeven hebbende tot opvarende een Prins en vijf onderhorige van Maloerang; dewelke alle door gen Capitein Lauwt wierden gemassacreerd: dat na eenige Jaren die moord aan het volk van Maloerang bekend raakte, dewelke represailjes tegens die van siauw gebruikende, de Comp: de Chiaureesen ondersteunde die van Magindano almeede 't volk van haloerang de als hare onderdanen helpende daaruit de oorlog tusschen Magindano en d'E: Comp:e zij ontstaan, maar dat tans door Maloerangs of Saringanis koning uit naam van de sultan van Magindano gesonden waren om te vernemen of de sangireesen en d'Comp:e wilde vreede maken. Manukir Capitein Bitjara en zendeling van Saringanis koning relateerd ten faveure der opregte en zuivere waarheid, Dat de oorlogs tusschen nagindano en dE: Comp: zijn surche heeft uit het volgende. dat een Maloerangs Prins Sarabo gen:d van een prauw van zijn Land verdreeven zijnde op het Eilanc najauw ter houw is gekomen, alwaar Chiauws Capitein Lauwt Lulli in de wandeling gen:d gedagte Prins en bij zig hebbende vijf vermoorden. dat na eenige jaren die van Maloerang tijding ontvangende van den aan hun Prins C: s: gepleg„ „de moord repressailjes tegens die van Chiauw gebruikende d'E: Comp: die sangireesen hielp, en de sultan van Magindano als heer over Maloerang zijne onderdanen onder„ „steunde waaruit daar zoo veel hem bewust is de oorlog tusschen Magindano en d' E: Comp: zij ontstaan. /was geteekend:/ met een kruisje en daar bij geschreeven dit is het merk van den Capitein Bitjara Manukir. al het geene voorsz: staat bekennen wij te zijn de zuivere waarheid en bereid 't zelve met solemneele Eeden te bevestigen. / was geteekend /. J: Sacharias / en een kruisje daar bij geschreeven gesteld door Taboekans Capitein David Zacharias /in margine:/ Ternaten den 7: Junij 1786. Aan 68 69. Junij 1786. den 8: douceur aan die sendelingen afgegeeven: de liberatie over die Commissie antwoord aan Magindanos keijzer Aan voorn: Capitain bitjara C: J: die buiten hunne klederen niets hadden substiteeren meede gebragt om van te kunnen substiteeer, hadde de Gouverneur een Logies aangeweesen en rd:s 52:½ Contant toegevoegd nevens eenen bij wagt om dezelve overal, waarse gaan of staan mogten, te verzellen, quasi om se voor molesten te bevijligen. Over de onverwagte komst van, sonder behoorlijke pasce of volmagt voorziene als bovengem: soo genaamde zendelingen van koningen die de Comp: beoorlogen, veel ligt spionen, of door een of ander ongeval op Taboekan verdreeven konden weesen, uit het breede gesprooken wordende, wierd, geconsidereerd sijnde dat maar weinige Inlanders in vreedesen oorlogs tijden„ de onder Europise Natien aangenomen gebruikelijkheeden opvolgen, en dat voor de Comp:e in haare presente magteloosheid, seer te stade soude komen, wanneer men haar bevreedigen, kom met een volk als dat van Magindano en adherenten, die haar groote schadens hadde toegebragt; goed„ „gevonden en verstaan: sig voor den kapitein Bitjara te gelasten, als of men deszelfs afsending volkomen crediteerde en geen lust tot bevreediging gevoelen zoude, sonder bovengem: moord, die aanleiding tot de bedreeven hostiliteijten gegeven en waarvan men seer laat, of eerst in a:o 1780: door Manganitos koning kennis gekreege„ hadde, onder voorhouding tevens, dat, om N tot den Vreede te geraken vereischt wierd dat de sultan van Magindano en koning van Saringani op nieuw na herw.:s lieten afgaan eene bezending van Persoonen de die 70: 71 en 8: Junij 1786. vervolgd. die plani pouvoir hadde om uit naam ende van wege voorm: vorsten in onderhande„ „ling te komen en met de Comp: te sluiten een voor de te contracteeren partijers voordeelig . tractaat van vriendschap en commercie tot beetere nakoming en onderhouding van het welke de Contracten sig wedersijds en solemneel verbinden moesten, voortaan geen verhaal door de wapenen te zoeken over eenig leed of molest dat de eene Natie van de andere mogt komen te lijden ter zee of te Land; door toedoen van roofgierige of moordadige menschen, maar dat op de dienwegens in te komen klagten aan de beleedigde parthij ter stond satisfactie geschieden sal soo door vergoeding der geroofde goederen, als door openbare teregt stelling van rovers en moordenaren soo meede door een immediaat op de klagten te volgen onderzoek en redres van mindere inbreuken op de stand te geijven goede harmonie tusschen de Comp: en de vorsten om de Noord. En, om verhoopt welke te herstellen har„ „monie des te eerder te doen effect sorteeren waartoe de Heer Gouverneur meerde kans te weesen, nu voor soo veel men wist, de Magindanauers met die van Jullok in onmin geraakt waren, dog waarvan de aanweesende Maloerangers een diep geheu„ maakten, wierd of zijn Ed:s propositie goed„ „gevonden en verstaan, laatst gem: ten spoedigste over Taboekan te laten terug keeren met brieven van dit Ministerie aan den keijser, van Magindano en den koning van saringane contineerende even zulke saken als boven besloten is den Maloerangs Capt: Bitjara voor te houden . 8 ook
English
72: 8: 73 June 1786. The expenses incurred by Taboekan's Postholder validated. Taboekan's king was commended for his conduct in this matter. It was also approved and agreed to have the amount of Rd:s 52:24:— furnished by the well-mentioned Governor to the frequently cited haloerangers for subsistence, alongside 4 rijxd:s for half a month's house rent, reimbursed from the treasury, as well as to validate for Taboekan's Postholder, Corporal Mendel Wolff, the 97:—:— rijxd:s inevitably expended by him on their behalf, according to his written petition below. To the Honorable Alexander Cornabe! Governor and Director alongside The Council of the Moluccas. Right Honorable Ruling Sir and Honorable Gentlemen Your Honor's very humble servant Mendel Wolf, corporal and Postholder on Taboekan, respectfully informs your Honor how on the 30th of April last there arrived at his Post a Magindanau proa with 12 maloerangers, as envoys from the emperor of Magindanauw and the king of Maloerang, of whom 6 returned on the 3rd of May last with their proa, for whom, both during their stay and for their return, provisions and pinang sirih were supplied to the amount of 25:—:— rijxd:s; and for the remaining 6 who arrived here yesterday, calculated for 38 days from the 30th of April to the 6th of this month, spent daily for each person, both there and during the journey, 12 stivers for food and pinang sirih, which amounts for these last 6 persons to 57:—:— rd:s; as well as for meetings held on Taboekan, where Taboekan's king attended with his grandees, consumed and served in drinks 15:—:— rd:s; making together an amount of 97:—:— rd:s, which advanced moneys he begs that it may please your Honor to favorably validate to him, the petitioner, from the Company's treasury. It stood below: Which is prayed. It was signed: Mendel Wolf. In the margin: Ternate, the 7th of June 1786. It was furthermore resolved to commend the king and grandees, by letter, for their conduct regarding the frequently mentioned Maloerangs, and to request them to give the captain bitjara and his associates the opportunity to return safely and promptly to their country. Lastly, it was agreed to note that the envoy of the Company's enemies, the Maloerangs, held to be a true and genuine ambassador, Captain C: L:, having thereupon been admitted into the meeting, in response to the question regarding proof that could accredit his mission, replied that he was not provided with such documents by his sovereign, but had only been sent by his Highness to Taboekan to inquire there whether there was a chance of obtaining peace from the Company for his king and the sultan of Magindanauw; that he and the aforementioned major, alongside the few people who had followed them, had offered themselves as daredevils for this purpose, in order, if successful, to retreat immediately and by no means had intended to come up to this Head Office; but that, since he could testify under oath that the intention with which they were dispatched was pure and sincere, firm reliance could be placed on our side on an embassy following shortly after their return, with letters from the emperor of Magindano and the king of Saringane, to conclude a lasting peace with the Company, they insisting on a parasol for both monarchs as a token of life. It stood below: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date written above. It was signed: Alex: Cornabe! B: C: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bass, and J: G: Bak: 76: 74. Friday the 9th of June 1786: In the morning at nine o'clock Meeting of the Council of Policy Present The Right Honorable Governor Alexander Cornabé, Merchant and Second Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Junior Merchant and Provisional Fiscal George Fredrik Durr, Provisional Junior Merchant, Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax, and Bookkeeper, Provisional Secretary Judocus Hubertus Bax. Business concerning Gorontalo. On a letter received from the Bugis chief at Passir, Poanalie, alongside letters from Gorontalo's Resident E: De Swart dated the 17th of April last, upon which there was nothing to remark, it was agreed to reply to the said Chief and to explain that although the Council is well convinced that his complaints about the conduct of the chiefs of the cruising fleet in the year 1783 and the disastrous consequences thereof are not unfounded, it cannot approve that he lays the blame for this on the Company, which has the right to inspect vessels sailing for petty trade with or without its passes, especially when they call at gold-producing trading posts where the kings have entered into exclusive contracts with it, and to turn these traders away from there back to places like Passir, where no Company servant is stationed, and to have them inspected there with discretion, but never mistreated, having the most visible aversion to all acts of violence and never tolerating that its servants make themselves guilty of this, but taking care, should such happen against its will and explicit orders, that the guilty are punished in an exemplary manner, just as the pennant bearer of the aforementioned cruising fleet would surely have undergone a terrible punishment if thereof the
Dutch transcription
72: 8: 73 Junij 1786. het bekostigde door Taboekans Posthouder gevalideerd. Taboekans koning werd g'louangeerd over sijn gedrag in deesen. Ook wierd goedgevonden en verstaan het door den Gouverneur welm: aan dikgerepte haloerangers tot subsistentie afgelangde bedragen van Rd:s 52:24:—: nevens rij xd:s 4:-: vor een halve maand huis-huur uit Cassa te laten rembourceeren soo meede aan Taboekans Posthouder den Corporaal Mendel wolff te laten valideeren de door hem hunnent halve . . . . nvermijdelijk bekostigde rijxd:s 97:—:—: of sijne hier ondervolgende schriftelijke Instantien. Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Alexander Cornabe! Gouverneur en Directeur nevens Den Raad der Moluccos. Wel Edele Agtbare Gebiedende Heer en E E: E Heeren Uwer Agtbare seer submissen dienaer Mendel wolf, korporaal en Posthouder of Taboekan, geeft aan uwel Ed: Agtb: reverentelijk te kennen, hoe op den 30: April J:l: bij hem op desselfs Post g'arriveerd is een Magindanauers Prauw met 12: maloerangers, als zendeling van den keijzer van Magindanauw en den koning van Maloerang, waar van 6: op den 3: Meij L: L: met desselfs prauw wederom geretourneerd zijn, aan welke zoo wel geduurende hunne daarweesen als tot hunl: retour bekostigd voor mondkost en Pienang sirie rijxd:s 25:—:—: mitsgaders voor de overige 6: dewelke of gisteren hier g'arriveerd zijnde voor 38: dagen gereekend van den 30: April tot den 6: deezer, voor ieder kop, zoo wel ginter, als geduurende de reijse dagelijks voor kost en Pienang sirie besteed 12: st:s komt te bedragen voor deese laatste 6: koppen voir drie weg=s dezer eendelingen ain komrt op rd:s 57:—:—: als meede „ aboekan gehoudene ver„ ƒ „gaderingen, waar bij g'assisteerd Taboekans koning met deszelfs Rijksgrooten daar bij verbruikt en verschonken aan dranken rd:s 15:—:—: maakende gezamentlijk en bedragen van rd:s 97:—:—: welke uitgeschotene penn: hij smeekt dat het uwel Ed: Agtb: mag behagen hem suppliant dezelve gunstig uit 's Comp:s kassa te valideeren, /onderstond/ Twelk smeekt /:was geteekend:/ mendel wolf /inmargine:/ Ternaten den 7: Junij 1786. Wordende wijders nog beslooten den koning en Rijksgroten, bij brieve, te louangeeren over derzelver gehouden gedrag ten aanzien der meerm: Maloerangs en dezelve te versoeken gearriveer dat lngland ƒ e 74 75: 8: Junij 1786. Kojzer verstlaind in vergadering dat nog aan den kapitein bitjara C:s: gelegen„ „heid geven om veijlig en spoedig na hun Land te konnen reverteeren. der sendeling van Magumae Laastelijk wierd verstaan te noteeren, dat de voor een waar en lievendgezant gehouden zendeling van 's Comp:s vijanden Maloerangs Capitein C: L: hier op binnen de vergadering g'admitteerd sijnde geworden, op de gedane vrage naar bewijsen die zijne afsending konden accrediteeren; geantwoord heeft dat van dusdanige documenten door zijnen vorst niet voorzien maar door zijne Hoogheid al„ „leen na Taboekan gezonden was geworden om aldaar te vernemen of 'er kans waar om Vreede van de Comp: te verkrijgen voor zijnen koning en den sulthan van Magindanauw dat hij en de vorengem: Majoor nevens de weinige menschen die hen gevold waren sig hier toe als waaghalsen hadden aangeboden, om, als 't wel lukte terstond weeder terug te trekken en vooral niet gedagt hadden maar dit Hoofd Comptoir op te komen maar dat, dewijl onder Eede betuigen konde dat de Intentie waarmeede afge„ „zonden waren, zuiver en opregte was, van onse zeide vaste staat gemaakt kon worden op een kort na derzelver retour te volgen anzienelijk met brieven van den keyzer van Magindano en koning van saringane om eene duursame vreede met den Comp: te sluiten, insteerende sij om een sonne scherm voor beide vorsten tot een teeken van leven. /onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Casteel orange dato voorschreeven /was geteekend/ Alex: Cornabe! B: C: wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bass, en J: G: Bak: om Vrijdag N 76: 74. Den wel Edelen Agtb: Heer Gouverneur „koopman en secunde „ onderkoopman en p:l fiscaal Besogne over Gorontalo van den boeginees Pamilie zal verkeerdelijk verdagt hout van deel te hebben in het geval van spruit C:s: Alexander Cornabé„ Bernard Sebastiaan Wenthold, „ kappitein en Hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Heinrich, George Fredrik Durr, „ p:s onderkoopman, soldij boekhouder Jacobus Josephus Bax en „ Boekhouder,„ p:r Secretaris Judocus Hubertus Bax. Op een nevens Letteren van Gorontaals Resi„ „dent. E: De Swart d: d: 17: April l: l: waarop niets te remarqueeren viel, ontvangen brieff van het Boegineese hoofd te Passir, Poanalie wierd werden ofengelegd hoe hij der Regerig verstaan ged:e Hoofd te rescribeeren en voor te houden dat schoon de Raad wel overtuig is. dat sijne klagten over het gedrag der Hoofden op de kruisvloot d' a:o 1783: en de funeste gevolgen van dien niet ongegrond zijn, egter niet kan goedkouren dat hij de schuld Vrijdag den 9: Junij 1786: Smorgens te negen uuren vergadering van Politie present daarvan op de Comp: legd, die het regt heeft om de met of zonder hare Passe ten smallen handel vaarende vaartuigen te visiteeren voor al wanneer Goud geevende Comptoiren aandoen, alwaar de koningen met haar uitsluitende Contracten hebben aangegaan, en deese handelaars van daar weeder af te steeken naar Plaatsen als Passir, waar geen Comp:s Dienaer legd, en se nu en daar ook met discreetie wel visiteeren dog nimmer mishandelen, laat, als de sigtbaarste adversie van alle geweldenarijen hebbende en nimmer gedogende dat hare dienaeren sig hier aan schuldig maken, maar sorg draa¬ „gende, zoo zulx tegen haren wil en tegen hare expresse last al gebeuren mogt, dat de schuldigen gestraft worden op eene voorbeeldelyjk wijse, gelijk voorzeker den wimpelvoerder van bovengem: kruisvloot een verschrikkelijke straffe soude hebben ondergaan bij aldien daar van O de
English
78: the June 1776. 79. and therefore still to persist in the promised compensation for damages to whose settlement he shall be further in- vited under safe conduct. Providence had not been pleased to grant him his just deserts and to make him the victim of the same people whom he was busy robbing and oppressing; whereby also several Dutchmen, who followed the orders of their Commander and could not know whether in this they acted well or ill, and thus were innocent, had to suffer the same fate with him and lose their lives: and thus there only remained to be brought to account the officer who had the command over the military on the cruising fleet who also after requested inquiry was punished according to his deserts. Furthermore it was understood, under declaration that what occurred between the heads of the cruising fleet and the Bugis vessels, at Palilla, took place without orders of the council, to persist nonetheless in the offered compensation for damages, provided the suffered damage is laid open before the Council and proven by envoys of Poanilie, whom it was understood to invite hither under safe conduct for the settlement of matters. below stood: Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange date as above: was signed: Alex: Cornabé, I: C: wenthold, J: G: w: Heinrich G: F: Dur, J: J: Basken, J: C: Bax. with Tuesday 80. 81: the request of Tidor's king for ammunition to make an attempt to transport Prince Noekoe hither. The Honorable Worshipful Governor Alexander Cornabé, Bernard Sebastiaan Wenthold, merchant and second captain and Head of the Militia Johan Godlob wilhelm Heinrich provisional junior merchant and paymaster Jacobus Josephus Bax, Bookkeeper and provisional Secretary Judocus Hubertus Bax. Absent D: E: Durr on account of indisposition Produced a translation of a Malay document, reading Translation of a petition presented by Tidor's King Kamaloedern and Grandees of the Realm to the Honorable Worshipful Lord Alexander Cornabé, Governor and Director together with The Council of the Moluccas Furthermore Sultan requests that this expedition may go to Ceram, and that the Lord Governor and council please let this be known to Ambon so that the Lord Governor of Ambon be brought into no bad impression, and requests moreover a letter from Governor and council in order to be able to show the same whenever Ambonese vessels are encountered. below stood written in the Garden Cottabaroe the 26: of Saaban 1200: or 24: June 1786, lower for translation signed: J: D: Schierstein, sworn Translator wherein the Sultan and Grandees of the Realm of Tidor make request for 12: swivel guns with their accessories. 12: muskets and 12: Cartridge pouches with live cartridges at the top stood the seal of his aforementioned Highness Reading after preceding blessings Further king and Grandees of the Realm very kindly request the Lord Governor and council to be allowed to obtain on loan 12: pieces of swivel guns with their accessories and balls, as well as 12: muskets, 12: cartridge pouches with their live cartridges, and some Company servants: the Sultan promising that if his people meet enemies on that expedition he will oppose them with all vigor, and if in such encounter any ammunition should be lost or men be killed, what can one do about it, yet if they meet nothing on that expedition all that was borrowed shall properly be returned and whoever of the Chiefs mislays anything shall not only be punished for it but also pay for what was lost Tuesday the 27: June 1786: in the morning at half past eight o'clock meeting of Policy present above together with 82. 83. the 27: June 1786. 2 was rejected. for the reasons alongside. together with some Company Servants to make an attempt to capture Prince Noekoe and transport him hither from Ceram: This having been deliberated, it was approved and understood to conform with the adduced reasons of the Lord Governor and consequently to decline this and all other propositions of a nature as the above-mentioned to be made from the side of the Tidorese, as long as no Expedition against the Rebel can be mounted with prospect of good success in the execution, for which a larger number of European soldiers is required than can be sent off for the present, the Tidorese, going out without Company Servants, being unable to hope for any good outcome, but much rather having to count on the disadvantageous con- sequences that will arise from the faithlessness of the Patani, Gebe and Papuan people who have indeed returned to submission but are never to be trusted, among whom the Lord Governor finds known chiefs who have washed their hands in the innocent blood of the unfortunate junior merchant van Dijk, and of whom it is to be feared that they, combining with the Tidorese, as the project lies, would very easily make themselves masters of the requested war ammunition, and also reinforce Noekoe therewith, in case one were imprudent enough to hand the same over, the Patani people especially being so addicted to robbery, with which they have supported themselves from time immemorial, that it cannot with any probability be expected of them that they will suddenly abandon it to lead a quiet and peaceful life, which agriculture and trade, if they wished to apply themselves to it, would provide, but to which they are entirely averse, indeed the king and grandees of the realm seem, according to the the from
Dutch transcription
78: den Junij 1776. 79. en der halve nog persisteeren bij de beloorde schavergoeding tot welkers vereffening hij nader sal werden uit„ „genodijd onder hoj geleijde. de voorzienigheid hem geen loon naar werken hadde gelieven te bezorgen en het slagts offer doen worden van de zelvde Lieden die hij beesig was te bevoren en te onderdrukken; waar bij nog eenige hollanders, die de beveelen van haren Commandant op volgden en niet weeten konden of in deezen wel of kwalijk handelden, en dus onschuldig waren een zelfde tot met hem hebben moeten ondergaan en hun leven verliesen: en dus nog maar alleen over bleev om tot ver„ „antwoording gebragt te worden de offecier die het Commando over de Militairen op de kauisvloot gehad heeft die ook na gedaan verzoek na verdienste gestraft is geworden Voorts wierd verstaan, onder betuiging dat het voorgevallen tusschen de hoofden der kruisvloot en de Boegineese vaartuigen, bij Palilla, buiten last van den raad geschied is, als nog te persisteeren bij de aangeboden schaavergoeding, mits de geleden schaade voor den Raad opengelegd en beweesen word door sendelingen van Poanilie, welke verstaan wierd onder vrij geleide tot afdoening van saaken herwaards te nodigen. /onderstond:/ Aldus gedaan en geresolveerd tot Ternaten in 't Casteel Orange dato voorsz: /was geteekend:/ Alex: Cornabé, I: C: wenthold, J: G: w: Heinrich G: F: Dur, J: J: Basken, J: C: Bax. bij Dingsdag 80. 81: het versoek van Tidors koning om ammunitie tot het doen eener tentamen om Prins Noekoe herw:s over te voeren. Den wel Ed Agtb Heer Gouverneur Alexander Cornabé, Bernard Sebastiaan Wenthold, „ koopman en secunde „ kapitein en Hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Heinrich „ p:s onderkoopma a Joldij bekouwr Jacobus Josephus Bax, „ Boekhouder en p:ls Secretaris Judocus Hubertus Bax. Absent DE: Durr mits in dispositie Geproduceerd een Translaat Maleids schriftuur, luidende Translaat van een versoek- schrift door Tidors Koning Kamaloedern en Rijksgroten overgegeven aan den wel Ed: Agtbaren Heer Alexander Cornabé, Gouverneur en Directeur nevens Den Raad der Moluccos Voorts verzoek sulthan dat deese togt na Ceram, mag gaan, en dat de Heer Gouverneur en raad zulks naar Ambon gelieve te laten weten of dat de Heer Gouverneur van Ambon in geen quaad denkbeeld werde gebragt, en versoeken bovendien een brief van Gouverneur en raad ten einde, wanneer Amboneese vaartuigen ontmoeten denzelven te konnen vertonen. /onderstond/ geschreeven in de Thuin Cottabaroe den 26: van Saaban 1200: of 24: Junij 1786, /lager / voort Transtoet) /geteekend:/ J: D: Schierstein, gezw: Translateur waarbij de sulthan en Rijksgroten van Tidor ver„ zoek doen om 12: draijbassen met dies toebetoren. 12: snaphanen en 12: Patrontassen met scherpe Pattionen boven aan stond 't Chachet van zijn Hoogh: voorn:d Luidende na voor afgaande seegeningen Wijders verzoeken kining en Rijksgrooten de Heer Gouverneur en raad zeer vriendelijk om ter leen te mogen erlangen 12: p:s draaijbassen met dies toebehoren en kogels, mitsgaders 12: snaphanen, 12: patroontassen met desselfs scherpe Patroonen, en eenige Comp:s dienaeren: belovende sulthan dat zoo zijn volk vijanden op die togt ontmoet denzelven met alle vigeur zal te keer gaan, en zo 'er in zodanige recontre eenig ammunitie mogt verloren gaan of menschen sneuvelen, wat zal men 'er tegen doen tog zoo hun lieden op die togt niets ontmoet zal al het geleende behoor„ „lijk werden terug bezorg en wie van de Hoofden iets te zoek breng zal niet alleen daar over worden gestraft maar ook 't verlorene betalen Dingsdag den 27: Junij 1786: 's morgens te halv negen uuren vergadering van Politie present boven nevens 82. 83. den 27: Junij 1786. 2 werd van de hand geweesen. om nevenstaandde reeden. nevens eenige Compagnies Dienaeren tot het V doen van een tentamen om Prins Noekoe te ligten en van Ceram dit heen over te voeren: Hier over gedelibereerd sijnde, wierd goed gevonden en verstaan sig te Conformeeren met de bijgebragte reedenen van den Heer Gouverneur en dienvolgens deese en alle andere van de sijde der Tidoreesen te doene propositien van een aard als de bovengem: te declineeren, soo lange geen Expeditie tegen den Rebel kan worden aangelegd met vooruitsigh van goed succes in de uitvoering, waartoe een grooter aantage Europise militairen gehoord, dan men voor het tegenwoordige kan afsenden, mogende de Tidoreesen, sonder Comp:s Dienaeren uitgaande, op geen goede uitslag verhopen, maar veel der staat maken op de nadeelige ge„ „volgen die uit trouwloosheid der wel weeder in submissie gekomen dog nimmer, te vertrouwen Patanijreesen, Gebereesen en Papoen, onder dewelke„ den Heer Gouverneur bekende hoofden gevonden worden, die hunne handen gewassen hebben in het onschuldig bloed van den ongelukkige onderkoopman van Dijk, en van de welken te dugten is dat sij„ met de Tidoreesen Combineerende, gelijk het project legt sig veel ligt meesters souden maken van de verzogte oorlogs ammunitie, en ter Noekoe meede versterken, bij aldien men onverzigtig genoeg was met dezelve af te langen, sijnde de Patanijreesen voor al zooda„ „nig op den roof, waarmeede sig van onheuge„ „lijken tijden overneerd hebben, verlekkend dat van kat hen met geen waarschijnlijkheid verwagt kan worden, dat daarvan eensklaps af sullen sien om een gerust en stil leven te lijden, 't gunt de Landbouw en koophandel, wanneer 'er sig op toeleggen wilden, verschaften zouden, dog waarvan sij ten eenemaal afkeerig sijn, immers schijnen koning en rijksgroten, navolgens de den uit
English
84. the 24 85 the Ternatans and Tidorese. expressions used by them in their petition to borrow munitions of war, refusing to guarantee full return or compensation, which alone, in the opinion of this Council, provides sufficient reason to refuse the same. Aside from the consideration that may be raised: whether the intended equipment of the Tidorese is not aimed at an attack on the lands of the King of Ternate, considering the bitter hatred that both nations harbor toward one another, and which, had a watchful eye not constantly been kept over their actions, would have erupted into daily hostilities, of which the Lord Governor testified that, during the presence of King Kamaloedien of Tidor—who still resides on this island and is constantly incited by his grandees against the Ternatans—several instances had occurred, and quite recently a case that could have brought very troubling consequences had not proper precautions been taken in time against it, the same having occurred in the following manner. The dispute that occurred between the monarch, who was extraordinarily fond of great honors, had, from the very beginning of his arrival on this island, complained that not all Ternatans paid him the honor due to Moluccan kings by lowering sail when sailing past the garden inhabited by him; and through the mediation of the Governor, it was obtained that this honor had to be shown to him by all Moluccans without distinction, which had since been complied with, though only when those sailing past noticed from the posted sentries that His Tidorese Highness, who made many trips incognito to Tidor, was present. Now it happened on 26 May of last year, while the King had gone out to fish, that a small prahu manned by Ternatans sailed past the garden Cottabaroe and, according to the claim of the Tidorese—though those on board claim the contrary—did not lower sail, whereupon they were pursued out to sea, overtaken, and brought to the beach, where another Ternatan, rushing up at the noise and wishing to come to the aid of his comrades, was severely beaten and subsequently, with the crew of the said prahu, detained until satisfaction was given, following the return of the King of Tidor, wherefore His Highness placed two Tidorese under arrest, a Capitein Laut named Abdullah and a Tidorese soldier named Abdul, who was handed over to the Company and locked in prison, to the satisfaction of the Ternatans, who, content with this, made no move to take revenge over that affair. As a longer stay by Tidor's King on this island appeared dangerous to the Governor because of the aforementioned case and other unforeseen unpleasant occurrences, His Honour took action and succeeded in persuading the King to depart by the middle of the fasting season. The Lord Governor having been thanked for the communication provided, it was approved and understood to keep this record thereof. Lastly, upon the request submitted by the Lord Governor on behalf of Tidor's King that the aforementioned Tidorese detainees, the Capitein Laut and the Tidorese soldier, might be set at liberty again, it was approved and understood to proceed therewith, for the reason that the King of Ternate was very remiss in the investigation promised by His Highness to the Governor into the conduct of the state slave Papoetje, who, according to the complaints received, was said to have been guilty a long time ago near Cottabaroe of various far-reaching insolences against Tidor's King and his grandees. Underneath was written: Thus done and resolved in Ternaten in Castle Orange, date as above. Was signed: Alest: Cornabe, B: wenthold, J: G: W: Heinrich, J: J: Bax, and J: G: Bax. Saturday the 27
Dutch transcription
84. den 24 85 de Termatanen en Tidoreesen. uitdrukkingen waarvan sig bedienen in derzelver verzoek-schrift om oorlogs ammunitie ter leen„ voor de geheele terug besorging of vergoeding niet te willen instaan, 't gunt alleen naar 't gevoelen van deezen Rade, genoegsame reeden op leeverd om dezelve te weigeren. Ongerept de bedenking die men maken kan: of met de g'intentioneerde toerusting der Tidoreese niet bedoeld word een aanslag op de Landen van den koning van Ternaten, ingezien de bettere had die beide Natien, elkander toedragen, en die, bij aldien niet geduurig een waaksaam ook over derzelver gedoentens gehouden waar geworden, in dagelijke feitelijk„ „heeden soude uitgebarsten sijn, waar van de en Heer Gouverneur getuigde dat hem, geduuverd het aanweesen van den nog al aan dit Eiland verblijf houdende en steeds door sijne Rijks„ „grooten tegen de Ternatanen opgerokkend worden „de koning Kamaloedien van Tidor, verscheide staaltjes waren voorgekomen en nog jongst een geval 't welk seer kommerlijke gevolgen na sig had konnen sleepen indien hier tegen niet, in tijds, goede voor„ „sorgen in 't werk gesteld waren geworden, hebbende het zelve sig toegedraagen in maniere als volgd. De op groote eerbewijsingen buiten gemeen gestele voorgvallen disput tusschen vorst hadde, al met den beginne sijner aanlanding ten deezen Eilande geklaagd dat hem niet alle Tomatanen het den Molukse koningen toekomende honeur gaven, met zeijl te strijken in het voorbij waren van de door hem bewoond wordende Thuin en door bemiddeleng van den Gouverneur verkreegen Gem dit eerbewijs door alle Moluccanen, sonder onderscheid, moest beweesen worden, waaraan sedert ook voldaan was, dog alleen wanneer de Voorbij varende aan de uitgezette schiedwagten bespeurden dat zijn Tidoreese Hoogheid, die veele togten in cognito naa Tidor deed, present was: nu gebeurde het op den 26: Meij J:o L: terwijl de koning om te vischen was uitgegaan, dat een kleine met Ternatanen bemande prauw de Thuin staaltjes 6 6 Cotta vervolg. 816 471 Junij 1746. g'arresteerd. Tidors Koning is tot vertrek overgehaald. werden ontslagen. Cottabaroe voor bij varende, naar het voorgeeven der Tidoreesen, schoon de opvarenden het tegendeel beweeren, geen zeil streeken en hier op in zee vervolg alwaar agterhaald en op 't strand gebragt wierden, een ander Ternataan, op het gerugt toeschietende, en sijne makkers somtijds hebbende willen te hulpe komen, dierlijk geslagen en vervolgens met de ofvarende van gem: Prauw, die, na retour van den koning van Tidor, soo lange op satisfactie heeft laten aanhouden dat de Tidreep waar over twe sidreesen Capitein Laut met name Abdullah door„ Hoogh. hier over in arrest genomen en een Tidoreese soldaat Abdul gen:t aan de Comp:e overgegeven en in de tronk gesloten is geworden, ten genoegen der Ternatanen, die, hiermeede te vreede, geen beweeging gemaakt hebben om over die affaire revengie te neemen. Een langer verblijf van Tidors koning aan dit Eiland den Gouverneur om voren verhaalde geval„ en andere niet voorziene onaangename gebeur„ „te nissen, als gevaarlijk sijnde voorgekomen; soo hadde sijn Ed: werk gemaakt en 't was sijn Ed: gelukt den koning tot vertrek met medio van de vasten tijd over te halen. Den Heer Gouverneur voor de gegeven Communicatie, bedankt sijnde geworden wierd goed gevonden en verstaan hier van te houden deeze aanteekening Laastelijk wierd op het door den Heer Gouverneur voor„ „gedragen verzoek van Tidors koning dat voren gerepte de Tidoreese arrestanten Capitein Laut en Tidoreese soldaat weeder mogten worden op vrije voeten gesteld goed gevonden en verstaan hier toe te procedeeren, om reeden de koning van Ternaten tog seer agterbleef in het door sijn Hoogh. aan den Gouverneur beloovde onderzoek naar het gedrag van den rijksslaar „Papoetje, die Luid de ingekomen klagen, een lange wijl geleeden sig tegen omtrent Cottabaroe, aan verscheide verre gaande intolentien tegen Tidors koning en sijne rijks- groten soude hebben schuldig gemaakt. /onderstond:/ Aldus Gedaan en geresolveerd te Ternaten in 't Casteel orange dato voorsz: /wasgeteekend:/ Alest: Cornabe, B: : wenthold, J: G: W: Heinrich, J: J: Bax en J: G: Bax. sijn Saturdag den 27
English
88: regarding the operation to cruise towards the Celebes North-West Coast according to the compendious report. Alexander Cornabe, The Honorable Governor Merchant, Secunde and Head Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich Junior Merchant and Provisional Fiscal George Fredrik Durr Jacobus Josephus Bax, and Bookkeeper and Secretary Judocus Hubertus Bax. Provisional Pay Bookkeeper From the compendious report submitted by the commissioners, the Naval Lieutenant Michiel Vrijmoet and Jan Doedes, as well as the Quartermaster Willem Vliegenhart. Compendious Report submitted in all respect To the Honorable Lord Alexander Cornabe, Governor and Director of the Moluccas, together with The Council, By the commissioners, the hired officers Michiel Vrijmoet, Jan Doedes and Willem Vliegenhart, on account of their performed commission. Having had the aforementioned vessels brought into the river, in order to be protected from the so-called barat, as we were not to call at the aforementioned roadstead except in case of dire necessity, according to His Excellency's written order; and having repaired the necessary defects as much as possible, we departed on the 3rd of March following with the galliots De Raaf, Exter and Arend, to cruise against the Maguindanaos towards the islands Banka and Lembe, and the North-West coast of Celebes. Honorable Commanding Lords, Honorable Lords. Instructions Having been commissioned by Your Honors by secret resolution of 10 December 1785 with the aforementioned vessels to cruise the fairway along the North-West Coast of Celebes and in the straits of Lembe and Banka; the humble undersigned will take the liberty to submit to Your Honors: That after receiving the aforementioned commission, having departed on 18 December of the past year with the vessels under our command, and after having met with many maritime disasters, we arrived at the Kema roadstead in a very damaged condition on the 18th of January following; from where we dispatched the Company's letter by the overland route to His Excellency's representative, the Junior Merchant Willem Fredrik Mersz at Manado, with a report from the undersigned that, having encountered no minor disasters on their voyage, they arrived there very damaged and impaired in sail and rigging. Having been invited by the aforementioned Resident Mersz by letter of 24 January to come up thither for the repair of the suffered defects, we set sail; and, after having observed not the least hostilities along our route through the straits of Lembe and Banka, arrived on 26 January at the roadstead of Manado, except for the Arend which, having drifted away from us due to distress at sea, had not yet arrived at Kema. Saturday 15 July 1786, In the morning at nine o'clock, Council Meeting of Policy. Present: Commission Two.
Dutch transcription
88: nopens de verrigting ter bekruissing naar Celebes N: w: Cust. volgens Compendieuj berigt Alexander Cornabe, Den wel Ed: Agtb: Heer Gouverneur „ koopman, secunde en Hoofd adm: Bernard Sebastiaan wenthold, „kapitein en Hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Heinrich „ onderkoopman en p:l fiscaal George Fredrik Durr Jacobus Josephus Bax, en „ Boekhouder en „ secret:s Judocus Hubertus Bax. „ p:s _o „ „ soldij boekh uit het door den Commissianten de Luitenant ter Zee Michiel Vrijmoet en Jan Doedes, mitsgaders den Quartiermeester Willem vliegenhart, ingediende Compendieur berigt Compendieurs Berigt in alle eerbied overgegeven Aan den wel Ed: Agtb: Heer Alexander Cornabe. gouverneur en Directeur over de Moluccos benevens Den Raad Door den Commissianten de Huurlinden Michiel Vrijmoet Jan Doedes en willem vliegenhart, wegens der zelver gedane opgem: Bodemtjes in de revier hebbende doen halen /ter oorzake om voor de zoogenoemde barat bevrijt te sijn als mogende voorsz: rheede niet buiten hoge noodzakelijk „heid aan doen, volgens hoogst Deszelfs schriftelijk bevel: en de nodige gebreeken zoo vel doenlijk, hebbende ge„ „repareerd, gingen wij op den 3: Maart daaraan met de Commissie met de galwets De Raaf „ Exter en „ Arend ter bekruissing op de Magindanauers naar de eilanden Banka en Lembe, en Celebes Noord westkust. wel Edele Agtbare gebiedende Heeren welEd: Heeren. Instructien Door uwelEd: Agtb: bij secreete Justitie van den 10: Dec: 1785. met bovengem: kielen gecommitteerd sijnde geworden „ ter bekruis„ sing van het vaarwater langs Celebes Noord west Cust en in de zee egters van Lembe en Banka; zoo zullen de needrige teekenaer zig de Vrijheit aanmatigen Hoogst Dezelven te suppediteeren, Dat na ontvang van opgem: lastbrief, op den 18: Dec: C: l: met onse onderhebbende kieltjes sijnde afgestoken / en naar veelen zeede zastres te hebben ontmoet, in eene zeer ont„ ramponeerde situatie ter rheede kema zijn aangeland op den 18: Januarij daaraan; van waar wij 's Comp: missive over den Landweg aan Hoogst Dezelve representant den onderkoopman willem Fredrik Mersz: te manado hebben gedepecheerd, met rapport van de seide der teekenaeren dat geenen goringe rampen op hune voijage ont„ „moet, aldaar zee antramponeerd baschadigd an sygl en bijt,ing openeeren Door opgem: Resident Mersz: bij letteren van den inciteerd 24: Januarij g'unfiteerd sijnde geworden naar derwaards op te komen ter reparatie der bekomene gebreeken, staken wij af; en, arriveerden na dat in onse route door de straeten Lembe en Banka geene de minste vijandelijkheeden ontwaard hadden op den 26: Jann ter rheede Manado uitgezondert den Arend dewelke uit zee nood van ons afgezaakt nog niet te kema was aangekomen: Saturdag den 15: Julij 1786, Smorgens te neegen uuren verga„ „dering van Politie present Commissie twee .
English
90 39k July 1785. satisfaction was taken. the two first-mentioned small keels set sail upon the order of the aforesaid Resident, setting course for the island of Banka, because according to information obtained, hostile pirates had appeared there. Having discovered not the slightest pirate or hostilities near and in the straits of the said island, likewise the bays of the mainland coast as far as Lembe, neither by the Ternatan auxiliary forces nor by the signatories, we turned our prow toward Amoerang in order to have with us our mate, den Arend, which had been away from us until then; being together with the other, we received orders anew from Manado's Resident Mersz that reports had arrived that two hundred Maguindanao pirate vessels had been seen and had approached Banka, and the signatories were therefore to betake themselves to Banka to inflict all possible damage upon the enemy with the Ternatan corocoras that had already departed and were cruising there; turning directly toward Banka on 17 March last, the signatories received word that not the slightest pirate had appeared or been seen either at Banka, or at Lembe, or elsewhere; however, not wishing to rely on the testimony of natives navigating in petty trade, we traversed the straits of the aforesaid island and all bays and inlets out past the Lembe Strait, and having seen or heard not the slightest hostilities or Maguindanao pirates, any less than the Ternatans, we returned cruising to Amoerang, from where the signatories, after taking in drinking water, departed, keeping course along the north sea coast as far as Quandang, where they arrived on 30 March without having sighted the least hostile vessel, either far out at sea or in the bays passed on this route, except only two paduakang sailing from Manado to Quandang for petty trade, which, upon showing their passes, continued their voyages unmolested. The Limboto kings, having meanwhile boarded the Company's cruising galliots out of curiosity and with admiration, we took leave of the Resident Schoe, and on 15 April, since the cruising period had expired, we turned the prows back toward Amoerang, where we arrived on the 18th without sighting anything hostile. On the 27th following, being due to turn the prows cruising together toward Lembe pursuant to orders of the Resident Mersz, we set out, but sighted not the least rover in their customary hiding places nor at sea on this route, any less than the Ternatan auxiliary forces accompanying us. After cruising, having anchored together at Liecoepang, the first signatory departs at the request of the Resident Mersz by small prahu for Manado to sign the expense account, and returning on the 16th following, we set sail from Liecoepang with orders to call at Kema; having sailed toward the Kema roadstead on the 26th without having discovered anything remarkable on this retreat, the humble signatories receive the Company's dispatches via the landward route from Manado, and the next day, being the first of June, we left Celebes' northwest coast and arrived at this roadstead on the 4th following. For the rest, the humble signatories refer themselves with the greatest respect to the journal kept by the pennant bearer and accompanying this. Hoping to have complied with your Right Honorable's much respected orders, we take the high honor upon ourselves to subscribe with the dutiful highest respect. Was below: Right Honorable ruling Lord and Honorable Lords. Lower: Your Right Honorable's ever service-ready and humble servants. Was signed: M: Vrijmoet, Jan Doedes, and with a small cross, and written next to it Willem Vleegenhart. In the margin: Ternaten the 1st of July 1786. Concerning the cruise carried out by them in fulfillment of that noted in the secret resolution dated 3 December of the past year to Celebes' northwest coast per the galliots de Raaf, de Vriend, and d'Exter, it having appeared that during their expedition, or since 18 December of the past year when they departed from here, no enemies have shown themselves in the vicinity of Manado or Quandang: it was approved and agreed to keep this note thereof. 92: 93. the 15th of July 1786 The Right Honorable Lord Governor Alexander Cornabe! Merchant Second and Head Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Junior Merchant and Public Prosecutor George Fredrik Durr, Provisional Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax, Bookkeeper Judocus Hubertus Bax, and Provisional Secretary Johan Daniel Schierstein together with His Highness the King of Tidor, Paduka Sirie Maha Tachan Sulthan Chalifatool, Moekaram, Sultaan Oelmoetzlam Sultaan Djou Haroeklam Kamaloedien Siah Kitgil Aschar and His State Dignitaries: The Joumaligie Maijpassa, The Kimelaha Moersaal, The Secretary Abdul Gane, The Goegoegoe Tahane, was below: Thus Done and Resolved at Ternaten in the Castle Orange, date aforesaid. Was signed: Alex: Cornabe, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bax, and J: H: Bax. Monday Monday the 17th of July 1786, in the morning at nine o'clock, combined meeting of Policy. Present Kimelaha
Dutch transcription
90 39k Julij 1785. werd genoegen genoomen. twee eerstgem: kieltjes op de ordre van de Resident hersz: onderzeil, Coers stellende, naar het eiland Banka, dewijl 'er volgens erlang berigt zig aldaar vijandelijke rovers vertoond hadden:. by, en in de zee engte van gerept eiland item bochten van de vaste Cust tot aan Lembe, zoo min van de Ternaatse hulpbenden als door den teekenaeren, de minste rover of vijandelijkheeden ontdekt hebbende, keerden, wij den steven naar Amoerang, om onzen tot duslange van ons afgeweest sijnde makken, den Arend, bij ons te hebben, bij den anderen sijnde, kreegen wij andermaal ordres van Manados Resident Mersz:, dat er berigten ingekomen waren, dat er twee honderd magindanause rovers-vaartuigen „gezien en banka genodert waren, en de Teekenaeren sig derhalve naar banka hadden te begeeren om den vijand met de reeds afgestoken en aldaar kruisende Ternaatse Corras Corras„ alle afbreuk te doen; op den 17: maart L: L: direct naar Banka keerende, kregen de Teekenaeren berigt, dat er geene de minsten rever, nog in Banka nog in Lembe of elders zig vertoond had ofte gezien was; egter ons niet willende verlaten, op het getuigenis van te smallen handel naivigerende, Inlanders doorkruisten de zee engte van voorsz. eild en alle baaijen en inkammen tot buiten straat Lembe, en zoo min als de Ternatanen de minste vijandelijkheeden of magindanansche rovers gezien of gehoord hebbende, keerden wij kruissende terug naar Amoerang, van waar de Teekenae na het inneemen van drinkwater afstaken, den Cours houde lang den noorder zeeoover tot aan quandang, alwaar op den 30:e Maart arriveerde zonder het minste vijandelijk vaartuig, zoomin verre in zee, als in de op deese route gepasseerde bogten te hebben ontwaard, dan slegts twee ten smallen handel van hanado naar quandang, zeilende Paduakans, dewelke naar het vertoonen harer pascedullen ongemolesteerd hunne reisen vervolgden, De Limbotsche koningen, ondertusschen uit nieuws gierigheid, 's Comp:s kruis Galwetsen met verwordering betreeden hebbende, namen wij afscheid van den Resident schoe, en keerden de stevens op den 15: April, vermits het kruis te mijn uit was weeder naar Amoerang al„ „waar zonder iets vijandelijks te ontwaren of den 18: arriveerden. op den 27: daaraan, ingevolge ordres van den resident Mersz: de stevens gezamelijk krissende naar Lembe zullende wenden, staken wij af, dog ontwaarden soo min als de ons verzellende Terw: hulpbenden, den minste schuimer in hare gewone schuil„ „hoeken nog of zee, in deese route, Na gedane bekrissing te Liecoepang gesamelijk ten anker gegaan sijnde vertrekt de eerste te Teekenaer op het requisit van den Resident Mersz, met een prauwtje na manado om de onkostreekening te teekenen, en op den 16: daaraan teruikoerende, gingen wij onderzeil van Liecoepang met last om kema aan te doen; op den 26: de reede kema hebbende bestevend, zonder iets remarquables in deese aftogt ontdekt te hebben, ontvan„ „gen de needrige Teekenaeren 's Comp:s missives over den landarij van Manado, en daags daaraan sijnde den eerste Junij verlieten wij Celebes Noord west-oever en arriveerden op den 41: daaraan ter deese reede, overigens revereeren de needrige teekenaeren met den meesten eerbied sig, aan het door den wimpelvoerder gehouden en deese versellende Dag register. Inhoope aan uwer wel Ed: Agtb: veel gerespecteerde ordres te hebben voldaan, matigen wij ons de hoge eeren aan met de ver„ schuldigtse hoogagting te onderschrijven /:onderstond:/ welEd: Agtb: gebied. heer en wel Ed: Heeren /lager/ uwer wel Ed: Agtb: altoos dienstvaardige en onderdanige Dienaeren /:was geteekent:/ M: Vrijmoet, Jan Doedes / en met een kruisje, en daar bij geschr„ willem Vleegenhart /in margine:/ Ternaten den 1: Julij 1786: — nopens de door hen in voldoening aan het genoteerde bij secr: besluit d: d: 3: DeC: a. p:s volvoerde bekruissing naar Celebes N: w: Cust per de Galowets de Raaf, de 4 triend en d' Exter, gebleeken weesende dat zig geduurende hunne togt, of zedert den 18: Dec: a: p: dat van hier vertrokken sijn geene vijanden waar in 92: 93. den 15. Julij 17416 ƒ in de na bijheid van Manado ofe Glandan 3 vertoond hebben: wierd goedgevonden en verstaan daar van te houden deese aanteekening. Den Wel Edelen Agtberen Heer Gouverneur Alexander Cornabe! „koopman secunde en Hoofd administrateur Bernard Sebastiaan wenthold, /onderstond:/ Aldus Gedaan en „kapitein en Hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Heinrich, Geresolveerd te Ternaten in 't „ Onderkoopman en p:r fiscaal George Fredrik Durr , Casteel Orange dato voorsz: „ p:o _o „ „ soldij Boekhouder Jacobus Josephus Bax, „ Boekhouder - - - - - - - - - - Judocus Hubertus Bax, en /:was geteekend:/ Alex: Cornabe, _o en p:l Secretaris Johan Daniel Schierstein B: S: Wenthold: J: G: w: Heinrich met en benevens G: A Durr, J: J: Bax. en J: G: Bax. Zijn Hoogheid den Koning van Tidor, Paduka sirie maha Tachan sulthan Chalifa„ „toel, Moekaram, sultaan oelmoetzlam sultaan Djou Haroeklam Kamaloedien Siah kitgil Aschar en Dezelfs Rijksgrooten. 5 _o Maligie - - - Maijpassa, „ Kimilaha - - - - Moersaal „ secretaris - - - - - Abdul gane, De Goegoegoe. . . - - Tahane, Maandag Maandag den 17:' Julij 1786 's morgens te negen uuren ge¬ „combineerde vergadering van Politie. present kimilaha „
English
94 95. 17 July 1786. Ngoffamanjera roem Tomalouw Urgent request to recommence the suspended extirpation work on the island of Tidor is made by the King and grandees of the realm: Kimilaha Benawa Gapie Tokorie - - - Talaboedien Tomaidie - - Hassa-baba Gamtohe Ibrahim kerij Goeloe goeloe Saba Sorang Mossel The aforementioned Highness, having been conducted into the assembly hall under the customary ceremonial and being seated alongside his grandees of the realm, the Governor communicated in advance to the members of this Board that his Honour, in obedience to the venerated orders of the Honourable High Government of the Indies regarding the extirpation work—which, upon news received in the year 1782 concerning the war that had broken out earlier in the year 1780 between the State of the United Netherlands and the Crown of Great Britain, could not be pursued, but had to be broken off suddenly—to take this up again in these calmer times, had made the most emphatic representations in various conferences with the King of Tidor, in order that this work, for which the Honourable Company annually pays out such considerable sums in recognition money, should be carried into effect as soon as possible, just as occurs in the lands of Ternate and Batchian; but regarding which no decisive answer had ever been obtained from the King, until recently receiving the reply that he would take the advice of his grandees and subsequently explain himself on this matter on the day of his farewell audience, which His Highness was pleased to set for today. His Highness, having accordingly been brought back to the subject and it having been understood from them that the decision taken in that regard with his grandees conformed with the desire of this Council, and that upon the conclusion of the Mohammedan fast, the destruction of spice crops, which on the island of Tidor had grown luxuriantly again since the last undertaking was not even half completed, could recommence there and, with the pleasure of this Government, would be executed with all the greater zeal if it pleased them to appoint Ensign Lang, who was stationed with His Highness and who knew exceptionally well how to deal with the Tidorese and was therefore very highly regarded by them, to the head of the extirpators, and to nominate another capable officer as Commander of the small fort of Tobbo-tobbo and of the Europeans assigned to His Highness as a bodyguard. Whereupon, after deliberation had taken place in a manner incomprehensible to the Tidorese present, it was approved and resolved, in order to remove all difficulties that might hinder the planned spice destruction on Tidor in its inception and progress, to accede to the King's request, and thus to have Ensign Lang, stationed as officer with His Highness, act as first commissioner for that work, and to replace him as Commander of Tobbo-tobbo with the provisional Ensign Haan, who is on duty at this Castle and is very suitable in his conduct and demeanor; all the more because the officer who will direct and manage the extirpation work will have no opportunity to oversee what goes on at the fort and to report thereon. 96. 97. 17 July 1786. Ensign Lang appointed as head of the extirpation. The provisional Ensign Haan Commander of Tobbo Tobbo. Request of the 11 Tidorese grandees for continuation of their rations. Request for ammunition rejected. The King having fully conformed with the above-mentioned arrangement made known to him, it was resolved to make this record thereof. Furthermore, the Tidorese having reiterated the repeated request by the King and his grandees regarding their intention, which is so close to their heart and described in the secret resolution dated 27 June last, to go and smoke out Prince Noekoe in his hiding place with 12 corocoras and the Company's ammunition, it was approved and resolved to persist unalterably in what was resolved in that regard at the aforementioned session. A request having been made by Tidor's Gogoogoo Tahane, in the name of his fellow grandees comprising the 11 chiefs who, while in Batavia, made a promise to their High Mightinesses to bring the Papuans and other rebels under Noekoe to submission and to restore tranquility in the realm of Tidor, to continue their rations and supplies.
Dutch transcription
94 95. len 17: Julij 1786. Ngoffamanjera roem _o Tomalouw Instantie om het gestaakte Extirpatie werk ten Eilande Tidor op nieuw te beginnen. word door koning en rijxgroten Kimilaha Benawa Gapie _o Tokorie - - - Talaboedien _o Tomaidie - - Hassa-baba _o Gamtohe Ibrahim kerij Goeloe goeloe _o Saba Sorang Mossel sijnde in den hoofde deeses gem: Hoogheid onder het gewone Ceremoniel binnen de vergadering „zaal geconduiseerd en nevens Deszelfs Rijksgroten gezeeten zijnde, wierd door den Heer Gouverneur aan de Leden deezer Tafel voor af Communicatie gedaan, dat zijn Ed: in obidientie aan de gevenereerde beveelen der Edele Hoog Indiase Regeering, raken het oxtirpatie werk welk op de a:o 1782: ontvangen tijding wegens d' a:o 1780: bevorens ontstanen Oorlog tusschen den staat der vereenigde Nederlanden en de kroon van groot Brittanie niet heeft g'accepteerd. kunnen werden agtervolgd maar plotselings heeft moeten werden afgebroken in deese gerustere tijden weder bij de hand te doen neemen in verscheide Conferent met den Koning van Tidor hadde gedaan de nadruktje „te vertoogen ten einde dit werk waar voor D E: Comp:e Jaarlijks sulke aansienlijke sommen aan recognitie penningen aflangd; even als in den Landen van Ternaten en Batchian geschied hoe eerder hoe liever te doen effect sorteeren, dog waar omtrent van den Koning nimmer beslissend en maar onlangs geleden ten antwoord bekomen haden dat het advis van sijne Rijksgroten inneemen en sig vervolgens over deese materie expliceeren soude ten dage sijner afscheids audientie en den welken zijne Hoogheid heeft gelieven te bepalen op heeden sijn Hoogheid ingevolge van dien weder op het Chapitre gebragt en van hun verstaan sijnde geworden, dat het dienwegens met desselvs rijksgroten genomen besluit Conform was met de begeerte van deesen Rade en dat met het eindigen der nahometaanse vasten, de ge Distructie van specerij gewasch, 't welk ten Eilande Tidor a jongste nog niet ten halven afgedaane verigting weeder weelig was aangegroeid aldaar op nieuw kon en met believen deezer Regeering soude bewerkstellig worden met dies te grooter ijver, wanneer het aan dezelve behaagde den bij zijn Hoogheid bescheiden vaandrig Lang, die Compe. bijzonden - Prins - - - - - 96. 97: den 17. Julij 17836. de vaandrig zang als hoofd der extirpatie benoemd. de p:l vaandrig Haan Commandant van Tobbo Tobbo. verzoek der 11: Tidoreese rijxgroten om Continuatie hunne en randzoenen. om ammunitie goederen werd van bijzonder wel wist, om te gaan met de Tidoreese en hieromme bij de zelve zeer gezien was aan het Hoofd der Extirpateurs te stellen en een ander besewaam offecier te nomineeren als Commandant van 't Fortje Tobbo-tobbo en van de Sijner Hoogheid tot Lijfwagt toegevoegde Europeesen. Waar over op eene voor de aanweesende Tidoreesen onverstaanbaare wijse gedelibereerd sijnde de hand gewesen. wierd goedgevonden en verstaan om alle dificultijten uit den weg te kunnen die de op Tidor voorgenomen specerij distructie in haren aanvang en voortgang hinderlijk mogten wezen te condescendeeren in 's Konings gedane versoek„ en dus als eerste Commisiant bij dat werk te laten fungeeren, den als offecier bij zijn Hoogheid bescheiden, vaandrig zang en desen als Commandant van Tobbo Tobbo te doen vervang door den aan dit Casteel dienst doende in handel en wandel seer geschikten J:o vaandrig Haar te meer om dat de offecier die het extirpatie werk sal deregeeren en behartigen geen gelegentheid heeft om toe te sien na het geene 'er aan Wijders door den koning en sijne rijksgroten herhaalde verzoek de Tidoresen weder sijnde opgehaald van 't hun soo seer ter „ harte gaande en bij secreete besluit d: d: 27. Junij L: L: beschreeven voorneemen om Prins Noekoe met 12: Corra Corras en 's Comp:s ammunitie in sijn schuil hoek te gaan te stooken. wierd goedgevonden en verstaan onveranderlijk te persisteeren bij het diens wegs geresolveerde ter gem: sessie Door Tidors Goegoegoe Tahane int Naam zijner meede rijksgroten uit maakende de 11: hoofden dewelke te Batavia sijnde aan haar Hoog Edelhedens hebben promesse gedaan om de papoen en andere Rebellen jazelos Noekoe tot submissie te brengen ende rust in het Rijk van Tidor te herstellen versoek sijnde het Hof omgaat en 'er verslag van te doen: den koning sig met bovengem: hem bekend gemaakt 1 geworden schikking volkomen hebbende gecon„ „formeerd wierd verstaan hier van te houden deese aanteekening. het gedaan - n
English
98: 161: 99. the 17th of July 1736. is disapproved. The cutting of wood on the island The King of Tidor takes leave of the Council. A Corporal promoted to Sergeant. made that the wages and rations of the same, which had ceased from the last of June of this year, at 5: —:— rixdollars, 40: lb: of Rice 3: lb: of salt per month, might be disbursed and continued until such time and while Noekoe and those of his following should be subdued: so the aforementioned Goegoegoe was given to understand by the Governor that the highly aforementioned Indian Government had deferred to him to judge for how long this delivery should occur for the to forbid Tidor services to be rendered by them, and that in consequence thereof the provisions had been made not merely until, but even long after, the received news of Noekoe's unwillingness to submit before the Honorable Company, and that now there was no further hope of drawing him into the net by gentle means, but that he must be assailed with force according to the understanding of the grandees of the realm themselves, there was also no reason in the world for the eleven chiefs to enjoy wages and rations merely to sit idle. 186 A request having been made by His Highness for a sergeant's commission for Corporal Johannes Christiaansz., serving in his bodyguard, in place of the sergeant returned by him, it was approved and understood to accommodate His Highness in this matter and accordingly to promote the aforementioned Corporal to sergeant with the standing wages thereto; furthermore, it having been complained of by His Highness multiple times regarding the presumption of the inhabitants of this colony in sailing at their own pleasure to the island of Tidor and cutting wood, it was approved and understood to make the necessary provisions against this, by public proclamation strictly forbidding the community all arbitrary actions on the beaches of Tidor, under penalty of arbitrary correction, with a request to the King that a headman be stationed at each beach to see to it that this order is not contravened. Finally, His Highness informed the Governor and Council that he was inclined and ready to depart this island in order henceforth to take up permanent residence on Tidor, and thus omitting By could ƒ 1.00: — 101: the 17th of July 1786. 5. A return visit appointed. could to thank the Governor and Council for the kindness shown to him and his grandees of the realm during his presence on this island, most strongly commending himself alongside them to the continuing friendship of the Governor and his Councilors, the Honorable, Right Worshipful Governor Alexander Cornabé, Junior Merchant, Second and Chief Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold, with many wishes of salvation and blessing, as well Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, over their governance as over their persons and family, which very polite, affectionate compliment Junior Merchant and Provisional Fiscal George Fredrik Durr, Junior Merchant and Provisional Pay-Accountant Jacobus Josephus Bax, was answered by the Governor in appropriate terms on behalf of himself and the members of this Table. Bookkeeper Judocus Hubertus Bax, and Bookkeeper and Provisional Secretary Johan Daniel Schierstein, It being furthermore and lastly resolved, since the departure of the King remains fixed for the day after tomorrow, to go as a body tomorrow to Cottabaroe and pay the return visit of farewell to His Highness. with and alongside His Highness the King of Ternaten, Paduka Sirie maha tuan sulthan Malkiel Moelkiel Monowaroes Sadikoel Mukaram siah gitgil Mharal, and his Grandees of the Realm: The Goegoegoe Prince Tjaptjika, Captain Laut Sarkaan, Sangaji Tomadjiko Gaffar, Sangaji Pafaga Abdul Gane, Ngoffamanjira Toballa Djahuda, Kimilaha Pajahe Salahakan. was inscribed below: Thus Done and Resolved in Ternaten at Fort Orange on the date aforesaid. was signed: Alex: Cornabe, B: S: Wentholt, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bax, J: H: Bax, and J: D: Schierstein. Before and prior to His Highness and the Grandees of the Realm mentioned in the heading having approached this Castle, the Governor gave to the Members Introduction Present: Monday the 7th of August 1786: in the morning at nine o'clock, Combined Meeting of Policy. Monday of this
Dutch transcription
98: 161: 99. den 17. Julij 1736. word gedisapprobeerd. 't Houtkappen ten Eilande Tidors koning neemt afscheid van den raad. Een Corp: tot seri: bevorderd. gedaan dat derselver van den laats„e Junij dezes guar gecesteerd hebbende gagie en randcoenen â rd:s 5: —:— 40: lb: Rijst 3: „ sout permaand mogten worden uitgekeerd en voortlopen tot tijd en wijle Noekoe en die van sijnen aanhang souden weesen ten onderen gebragt: soo wierd den Goegoegoe voorn: door den Heer Gouverneur te kennen gegeven dat hooget gem: Indiase regeering aan hem hadde gedefereerd gelaten te beoordeelen voor hoe lange deese afgave geschieden soude voor de door „sen te bewijsen diensten en dat ingevolge van dien Tidor te verbieden de verstrekkingen gedaan waren niet tot op maar zelfs lange na de ontvangen tijding van Noekoe onwilligheid om sig voor d'E: Comp: te onderwerpen en dat nu er geen hoopmeer overig was om hem met een sagt Lijntje in het net te krijgen, maar hij met geweld moet werden aangelast naar het begrip der rijksgroten selven 'er ook geen reden ter waereld voor de Elf hoofden was om het genot van gage en randcoen enkel om stil te sitten. 186 Door zijn Hoogheid versoek gedaan sijnde om een acte van sergeant voor den indesselfs lijfwagt dienst doende Corporaal Johannes Christiaansz. insteede van de door hem terug gegeven sergeant wierd goed gevonden en verstaan sijn Hoogh: in desen te Complaiseeren en den Corporaal voorn: dien Conform te bevorderen tot sergeant met de daartoe staande gage voorts door meerm: sijn Hoogheid geklaagd sijnde over de vrijpostigheid der ingesetenen deeser Colonie met na eige willekeur naar 't Eiland Tidor te vaeren en hout te kappen, wierd goedgevonden en verstaan hier tegen de nodige voorsiening te doen met de gemeentee bij publicatie alle wilkeurige handelingen op de strande, im van Tidor scherpelijk te verbieden, subpoene van Artibaale correctie met versoek aan den koning dat op ijder strand een hoofdplaatse die toe sie, dat tegens dese ordre niet worde gecontravenieerd. Einlijk adverteerde sijn Hoogheid den Heer Gouverneur en Raad dat tot het verlaten van dit Eiland om voortaan vast verblijft op Tidor te houden, geneegen en gereed was en dus met nalaten Door kon ƒ 1.00: — 101: den 17: Julij 1786. 5. Een Contravisite vastgesteld. kon den Gouverneur en Raad te bedanken voor het goede hem en sijne rijksgroten beweesen geduurende hem aan weesen aan dit Eiland sig nevens deselve op het kragtigste aanbevelende in de voort duurende Vriendschap van den Gouverneur en sijne Raden dn WelEdelen Ggtberen Heer Gouverneur Alexander Cornabé „koopman secunde en Hoofdadministrateur Bernard Sebastiaan Wenthold, onder veele toewensching van heil en zegen soo „Kapitein en Hoofd der Militie - - Johan Godlob Wilhelm Heinrich, over hun bestier als over derselver persoonen en Familie welk zeer beleefde minieelijk Complimeet„t onderkoopman en p=l fiscaal - - George Fredrik Durir „ „ p:l _o „ „ soldij boekhouder Jacobus Josephus Bax, door den Heer Gouverneur voor sig en voor de Leden „ Boekhouder - - - - - - - - Judocus Hubertus Bax, en deser Tafel ingepaste tonnen beantwoord is geworden. „ _o en p:l Secretaris - - - - Johan Daniel Schierstein, Sijnde voorts en Laatstelijk besloten dewijl het met en benevens vertrek van den koning op overmorgen bepaald sijn hoogheid de koning van Ternaten Paduka Sirie maha tuan sulthan Malkiel blijft, tegen morgen en Corps naar Cottabaroe Moelkiel Monowaroes Sadikoel Mukaram te gaan en de Contravisite van afscheid bij siah gitgil Mharal en Deszelfs Rijksgroten zijn Hoogheid af te leggen. De Goegoegoe Prins Tjaptjika „ Capitein Lauwt _ Sarkaan /onderstond/ Aldus Gedaan en „senghadje Tomadjiko - - Gaffar Geresolveerd te Ternaten in 't Casteel „ _o Pafaga Abdul Gane Orange dato voorschreven „ Ngoffamanjira Toballa Djahuda /was geteekend/ Alex: Cornabe, 3. C: wentholt, „Kimilaha Pajahe Salahakan J: g: w: Heinrich: G F: Durr, J: J: Bas, J: H: Bax„ Voor en al eer sijne in hoofde gem: hoogheid en J: D: Schierstein, en rijksgroten dit Casteel genadert waren gaf de Heer Gouverneur aan de Leden Jnleding present Maandag den 7: Augustus 1786: 'smorgens ten Negen uuren Gecombineerde Vergadering van Politie Maandag deeser -
English
182. 103. The 7th of August 1786. In various cases. Reason for this meeting, in which the fickle conduct of Ternate's king is demonstrated and reasons for it are demanded. To this Table, advance notice was given that His aforementioned Highness had, for some time now, given His Honour sufficient reason for displeasure by wishing to regulate everything according to his own changeable conduct and day by day increasingly irritable nature, to the considerable disparagement of His Honour's authority and disrespect toward the Honourable Company, having recently made a firm promise to allow some Maba and Boeli people, sent by Tidore's king to Wassile, to pass freely and unhindered via Dodingo, which people were nonetheless turned away there and prevented from passing; regarding the motives for which, no matter how often information had been requested from Ternate's king, no satisfactory answer had been obtained, His Highness even having refused to state the same in writing before the chiefs of Dodingo who had come up here, and one can thus no longer rely on his words, which in this matter ought to be irrevocable; for which reason he, the Governor, had judged it necessary to convoke this meeting and, during the same, to confront Ternate's king with his unreasonable manner of acting and at the same time to advise against conduct so little becoming of vassals. Meanwhile, Ternate's king and dignitaries of the realm having been conducted into the assembly hall under the customary ceremonial, the king, after preceding mutual compliments, was addressed by the Governor in terms both amicable and earnest, showing that, having placed trust in the word of His Highness, he had informed Tidore's king that the requested passage had been granted to the sago-pounders, and that, having seen the contrary happen, one now also had the right to ask the king categorically the reason why he had acted in this matter contrary to his given word, to no small astonishment of Tidore's king and contempt for the Governor, upon whose word the Tidorese now had to rely as little as he, after this case, could rely on that of His Ternatean Highness. 104. 105. The 7th of August 1786. The king's answer. His Highness, having heard this remonstrance, answered that he indeed had promised free passage to the Tidorese upon the intercession of the Lord Governor, but at the same time had assumed that the Tidorese would observe the customs that are established among the Moluccan peoples and in no way deviate from them, as they had done, fifty heads in number and armed, under two sangajis, marching into the village of Dodingo at nightfall, to the terror of women and children, without prior warning. This same having been testified by the summoned chiefs of Dodingo, the Sangaji Mahaboeboe and Boegis, and it being resolved thereupon to take down from them a written statement and to insert the same here: On this day, the 7th of August 1786, appeared before me, Johan Daniel Schierstein, provisional secretary of this government, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Sangaji of the campong Sopi, named Makaboepoe, and the Sangaji of Sakita, named Boegis, both as chiefs at Dodingo, who, at the requisition of the Right Honourable Lord Alexander Cornabé, Governor and Director over the Moluccas, and in favour of the pure and sincere truth, declared it to be true and truthful that now about thirteen days ago, at nightfall, 10 prahus manned by over 50 heads of Maba and Boeli people arrived at the beach of Dodingo; that the crew, without giving any notice to them as chiefs there of what they came to do, stepped directly out of their prahus and walked into the village of Dodingo with their weapons, saying they were sent by the Sultan of Tidore to pass over the Babanie and wishing to go to Wassile to pound sago; over which commotion the women and children were terrified, and that this had moved them, since the mentioned peoples had not observed the ancient custom and usage of first asking permission, to refuse the mentioned passage. The declarants state the aforementioned to be the pure truth, and are ready, if required, to confirm this with an oath. Below stood: Thus done and declared in Ternate at Fort Orange, date as above. Was signed with two crosses made by the declarants. In the margin: In our presence, signed: Thomas Voges and J. B. Weidemüller. Lower: Which I attest, signed: J. D. Schierstein, provisional secretary. And
Dutch transcription
182. 103. den 7. Augs 1786. in verscheide gevallen. Reeden deeser bij eenkomst. waar bij het wispetuurig gedrag van Ternaats koning word. aangetoond. en redenen van dien afgevaragt. deezer Tafel voor af kennis, dat zijn hoogheid voormeld eenige tijd herwaards aan sijn Ed: hadde gegeven genoegzame reeden van ongenoegen met alles te willen reguleeren na deselfs veranderlijk gedrag en dag tot dag meer en meer toe nemende kre„ „gelijkheid, tot merklijke klijnagting van zijn Ed. s gezag en disrespect jegens d'E: Compagnie, als hebbende nog onlangs vaste toesegging gedaan, om eenige door Tidors koning na wassele te sendene Maba en Boelvresen vrij en ongehinderd over Jodingo te laten passeeren, welke Lieden aldaar niet te min sijn afgewesen, en hun de Passagie belet wegens de Motiven van het welke hoe dikwerfs van Ternaats koning hadde informatie versogt noet voldoende antwoord hadde verkregen, hebbende sijn Hoogheid zelfs geweigerd deselven voor de dit heen opgekomen Hoofden van dodingo in schriptis op te geven en men dus geen staat meer kan maken op deszelfs woorden die in Cas subject onherroepelijk behoorden te sijn, waaromme hij Gouverneur g'oordeeld hadde deese bij eenkomst te moeten convoceeren en Ternaats koning, staande dezelven ondert„ oog te brengen sijne onreedelijke handel wijse en tegelijk af te raaden een den leenheeren soo weinig voegende gedrag. Ternaats koning en Rijksgroten middelerwijl onder het gewone Ceremoniel binnen de vergader„ „zaal geconduiseerd sijnde, wierd de koning na voor afgegane wederseidse, pligt plegingen door Gouverneur in soo minnelijke als ernstige Termen vertoond, dat op het woord van zijn Hoogheid verbrouwen gesteld hebbende, aan Tidors koning hadde laten weeten dat de versogte door togt aan de sagoe-kloppers was toegestaan en dat men het tegendeel hebbende zien gebeuren, nu ook regt hadde den koning Catagorisch of te vragen de reden waarom in deze tegens brijdig met deszelfs gegeven woord gehaandeld waar, tot geen geringe verbasing van Tidor's Koning en minagting van den Gouverneur op wiens woord de Tidoreesen en5 nu 104. 105„ den 7: Augusts 1736. 's konings antwoord. nu even weinig staat moesten maken als hij het na dit gevaal meede te konnen doen op dat ƒ van sijn Ternaatse Hoogheid. 1 p Sijn hoogheid dit vertoog hebbende aangehoord, antwoorde dat wel vrije passagie aan de Tidoreesen op intercessie van den heer Gouverneur hadde toegesegd maar tevens gemeend hadde toegezegd V maar tevens gemeend hadde dat de Tidoreesen de gebruikelijkheeden observeeren souden die onder de Molukse volken sijn vast gesteld en daarvan in geenen deele afwijken gelijk sij gedaan hadden vijftig koppen in getalle en gewapend, onder twee senghadjes de Negorij Dodingo met het vallen van den avond, tot verschikking van Vrouwen en kinderen binnen te losen, sonder voor afgegane waar„ „ schouwing. Dit selvde door de binnen geroepen hoofden of Dodingo en Senghadje Mahaboeboe en boegis getuigd en hier op besloten sijnde denselven Op heeden den 7: Augustus 1786. Compareerde voor mij Johan Daniel Schierstein p:l secretaris deeses gouver„ „nements praesent de natenoemene getuigen Het senghadje van de Campong sopi Makaboepoe gint en het senghadje van Sakita met name Boegis, beide als Hoofden te Dodingo dewelke ter requisitie van den wel Ed: Agtbaren Heer Alexander Cornabe, gouverneur en Directeur over de Moluccos en ten faveure der zuivere en opregte waardheid verklaarden waar en waaragtig te zijn dat nu omtrent dertiem Dagen geleden tevens de avond aantstrand van Dodingo aan kwamen 10: prauwen bemand met ruim 50: koppen maba, en Boelvieesen dat de opvarende zonder aan hun als Hoofden aldaar eenige kennisse te geven van 't geene kwamen doen direct uit hunne prauwen waren gestap en met hunne wapens de Negorij Dodingo waren komen inlopen seggende door den sultan van Tidor gezonden te zijn om de Passagie over de Babanie te passeeren en na wassile te willen gaan om sago te kloppen over welk gedoente de vrouwen, en kinderen ver„ „schrikten en dat zulks hun L: hadden bewogen vermits gerepte volkeren de oude gewoonte en constumen om nament„ „lijk eerst permissie te vragen niet hadden opgevolgt, gerepte Passagie te welgeren. Als voormeld verklaren de Declaranten te zijn de suivere waarheid en bereid des gerequireerd werden met Eede te bekragtigen. /:onderstond:/ Aldus gedaan en gedeclareert te Ternaten ten Casteele orange dato voorsz: :was geteekend:/ met twee kruisjes /gesteld / door den D:claranten. / ter zeide ons prep:/ /geteekend:/ Thomas voges, en J: B: weidemuller / lager quod Attestor /geteekend/ J: D: Schierstein, p:r secretaris. af te neemen een relaas in schriptis en het selve alhier te insereeren. af En
English
August 1786 The 7th Completely closed to Tidorese. Request for the necessary timber for the new pier. Accepted by the King and grandees of Ternate. And further, upon the many reasons presented by the King of Ternate and his grandees as to why the passage over Dodinga not only should not be granted now, but even never, if one wished to prevent troubles; it was decided to acquiesce in the principal of those reasons, namely the embitterment of his people against the Ternatans which had been demonstrated repeatedly during the long stay of the King of Tidore on this island, on account of which the latter had to be fearful of intrigues with the Alfoors of Kauw, and to write to the King and grandees of Tidore, sending the above account in Arabic characters, that the sago beaters who had gone out to Wassile with permission via Dodinga had only their own conduct to blame for the fact that this permission was now revoked again, and that in order to prevent all difficulties in the future, no more requests of that nature would be accepted. Subsequently, it was made known to the King and grandees of Ternate that Their High Mightinesses had graciously deigned to grant authorization to extend the pier, which was no longer of any use due to the excessive shoaling, to a length of 1200 feet, and therefore the King and grandees were requested to be willing to deliver the timber required for that purpose against payment, in such quantity as would be specified in a note drawn up for that purpose to be handed over to His Highness. And the delivery having been accepted by the King and grandees after some deliberation, provided that the necessary time for felling were granted, it was approved and understood to keep this record thereof. Likewise, that the King, muttering about his debt to the Company, seemed to want to intimate that during the work undertaken by him, he could not think of the settlement thereof, unless the Company had pity on him. To which, however, no other answer was given than that the debt was valid and thus had to be paid. Thus done and resolved in Ternate in Castle Oranje, date as above. Was signed: A: Cornabe, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bax, J: H: Bax, and J: D: Schierstein. Tuesday the 22nd of August 1786, at nine o'clock in the morning. Meeting of the Council of Policy. Present: The Right Honorable Lord Governor Alexander Cornabe, Second and Chief Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrick, Junior Merchant and Provisional Fiscal George Fredrik Durr, Provisional Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax, Bookkeeper Judocus Hubertus Bax, and The Provisional Secretary Johan Daniel Schiersten. The transaction of ordinary and separate matters being concluded, reading was taken of two letters received via Manado from the Resident of Gorontalo, De Swart, dated the 20th and 30th of May last, in which he seems to want to attribute the not yet completed departure of the Limbotto people to intrigues of the Resident stationed there, Schoe, and holds the same suspected of malversations regarding the admission of Manado Chinese and other suspicious traders into his residency, and the ruinous provision of gunpowder to the Bugis, as a result of which he is said to have retained only 200 lb of that powder for his own defense, the aforementioned Schoe being further held suspected by Resident De Swart of a shortage, when he says that Schoe is fearful of an inventory. Whereupon, after deliberation, it was approved and understood to reply that, however it may stand with the breaking up of Kwandang, one persists in what has been written so often on that account, to let the Limbotto people follow their own inclinations in this, provided that they, coming to the departure, first level the small fort Leiden at Kwandang completely to the ground, and that the Residents, both of Gorontalo and of Kwandang, take care that the cannons and ammunition not needed at Limbotto are sent to Manado or directly to this place; while, since one cannot proceed with any certainty on such bare accusations which are devoid of all proof, as those with which Your Honor De Swart comes forward, and which may well render the Resident of Kwandang suspected, but cannot convincingly prove him guilty of bad practices and poor management regarding the Company's effects entrusted to him, it is expected that, since he as Resident of Gorontalo is also responsible for the residency of Kwandang, he thoroughly investigates what he has put forward and informs this Council of his findings.
Dutch transcription
106: Augs: 176 107. den 7: voor Tidoreesen ten eenemaale gesloten. Versoek om de benodigde hout werken tot het nieuwe Zeehoofd. door Ternaats koningen rijksgroten g'accepteerd. En wierd nog op de veele ingebragte reedenen van Ternaats koning en sijne rijksgroten waarom de vrije Passagie over Dodingo de passagie over Dodingo niet alleen nu niet, maar selvs nimmer vergund moest worden, wilde men moeijlijkheeden voorkomen; beslooten te berusten in de voornaamste die reedenen, de geduurende het lang verblijf van Tidors koning aan dit Eiland Acrative malen gebleeken verbettering der sijnen tegen 'er Ternatanen, waarom deesen bedugt moesten weesen voor konkelarijen met de Alfoeren van Cauw, den koning en rijksgroten van Tidor met toesending van het bovenstaande relaas in arabise Caracters aan te schrijven dat de met permissie over Dodingo na wassile uitgegane sagoe kloppens aan hun eigen gedrag te wijten hadden dat deese vergunning tans weeder ingetrokken wierd en dat men om alle moeijkheeden in 't vorvolij te previnieeren geen versoeken van dier aard meer soude aanneemen. Vervolgens wierd aan Ternaats koning en Rijksgroten En de Leverancie door den Koning en rijks„ groten naa eenig beraad, sijnde aangenomen en mits de benodigde tijd tot aankappen ver„ „gund wierde. wierd goedgevonden en verstaan daar van te houden deese aanteekening bekend gemaakt dat Hunne Hoog Edelhedens gratieuselijk hadden gelieven te verleenen qua lificatie om het door de alte zeer aanneemende Droogte van geen gebruik meer zijnde zee hoofd uitzelten ter Lengte van 1200: voeten, en men dier halve aan koning en rijksgroten versogten 9 9 de daar toe benodigde houtwerken tegens be„ „taling te willen leveren; in sodanige quantiteit als bij een daar van gemaakte aan zijn hoogheid te overhandigen Notitie stond opgegeven te worden. bekend Coop : 10.53 den 7. Augs 1736 189. Lectuure van twee Gorontaals soo meede dat de koning van sijne schuld aan de Comp: mompelende, als te kennen heeft willen geven, dat geduurende het door hem aangenomen werk, aan dies verweming niet denken kon, bij aldaar de Comp:e geen medelijden met hem hadde: Dog waarop geen antwoord gegeven is anders dan dat de schuld deugdelijk was en dus betaald moest werden. /onderstond/ Aldus Gedaan en geresolveerd te Ternaten in 't Casteel orange dato voorsz: /was geteekend/ A: Cornabe, B: C: Wenthold, J: G: W: Heinrich. G: F: Durr, J: J: Bax J: J: Bax, en J: D: Schierstein. De verhandeling der gemeene in aparte zaeken afgelopen en sijnde wierd Lectuure genomen van twee over Manado ontvangen brieven van Gorontals Resident de swart gedateerd den 20: en 30: Meij J: L: waar bij de nog niet volbragte opbraeke de Limbotters schijnd te willen toe schrijven aan intriques van DWelEd: Agtb: Heer Gouvenur Alexander Cornabe„ „secunde en Hoofd administratur Bernard Sebastiaan Wenthold, „ kapiteeren Hoofd der Militie Johan Godlob Wilhelm Heinrick George Fredrik Durr, „ onderkoopman en p:l fiscaal „p:o _o„ soldij Beek: Jacobus Josephus Bax, - - Judocus Hubertus Bax, en „ Boekhouder - Den p„s Ssecretaris - - Johan Daniel Schiersten Dingsdag den 22: Augustus 1786: 'smorgens ten neegen uuren vergadering van Politie present Dingsdag den brieven. 110 141 den 22: 1786 quandam resident schoe te „tueerde opbraeke van Quandang. den raad persiteerd bij derselven successive genomen besluiten. en vermag vrijelijk ondersoek doen omtrent de residentie Quandang als zijn E: incumbeeren de Gorontaals resident de swart ziend de schuldigingen met waarheid te staaven. van aldaar bescheiden Resident schoe, en den selven verdagt houd van malversatien met d' admissie van Manadose Chineesen en andere verdagte handelaars in sijne residentie, en ruine adsustentie van buskruit aan de Boegi„ last gelegd de nog niet geffee„neesen waardoor hij van dat pulver slegts 200: lb: tot eigen defensie zoude hebben over behouden, wordende voorm: schae door den Resident de swart nog verdagt gehouden van te kort koning, wanneer hij segd dat schoe voor een opneem bedugt is. Waarover gedelibereerd sijnde goedgevonden wierd is verstaan te rescribeeren, dat men het sij met de opbraeke van Quandang gelegen zoo het wil¬ persisteerd bij het diensweg:s soo dikwerf aan„ „geschreevene, van de Limbotters in deesen hun eigen sin te laten op volgen, mits deselven, tot „ de opbraeke komende het Fortje Leijden te quandang bevorens tot den grond toe slegten en de Residenten soo van Gorontalo als van quandang sorgdragen dat de te Limbotto niet benodigde Canons en weesmeer na manado den wel direct na hern:s versonden worden terwijl men of sulke magie beschuldigingen die van alle beweisen ontbloot sijn als waarmeede VE: swart te berde komt en quandangs 5 Resident wel verdagt maar niet overtuigend schuldig maken konnen aan kwaade practijken en slegte directie omtrent 's Comp:s hem aanbetrouwde effecten met geen seekerheid - te werk konnende gaan, verwagt dat dewijl hij Gorontaals Resident ook voor de residentie Quandang responsabel 6 8 is het door hem g'advanceerde ter deeg p ondersoekt en van sijne bevinding deesen quandang Raade 6 6 _ -
English
112. the 22nd of August 1786. 143 To demand elucidation concerning the granting of passes to Quandang. Exculpation of the Tidorese regarding the accusations brought against them by the Dodinga chiefs. The Council shall be informed by report, without bringing forward anything further to the charge of Schoe that is not supported by conclusive evidence; furthermore, elucidation shall be demanded from the Resident of Manado, the Honorable Mersz, regarding the licensing of Manado Chinese to Quandang. The King and grandees of Tidore, by their letter dated 17 August, having refuted the accusation of the Dodinga chiefs against the conduct of the Maba and Buli people sent to Wassele, and the latter demonstrating their innocence by the following document: Today, the 22nd of August 1786, appeared before me, Johan Daniel Schierstein, provisional Secretary of Police in this Government, in the presence of the witnesses to be named below: The Kimelaha of Maba, Kamoelij, and of Buli, named Toeba, who, at the requisition of the Honorable Alexander Cornabe, Governor and Director, in favor of the sincere truth, declared to be true and truthful: That they, with their subordinates to the number of 50 heads in six prahus, set out from Tidore to go via Dodinga to Wassele to beat sago. That arriving there on the beach, they met the sangaji named Saketta and made known to him that they had been sent by their king to go across the Bobani to Wassele and beat sago there, who thereupon answered, "I am not the sole master, but I shall give notice to my companions, the other three sangajis." Whereupon he went to the settlement, and shortly thereafter two messengers of the four sangajis came to the beach to the declarants, letting them know that they understood the order of Tidore's king, but not yet that of their master, the King of Ternate, to whom they first wished to give notice, and that they could remain on the beach for the present. After receiving an answer from Ternate's king, the sangajis of Dodinga let the declarants know that they must depart again, 114. the 22nd of August 1786. 115. Urging for free passage over the isthmus of Dodinga. Judged advisable to avoid difficulties. and first had to obtain a token from their king of Tidore, and that they then could pass freely, and the sangajis would thereby be convinced that they were sent by order of their king and came in peace. That in the meantime while awaiting an answer from Ternate, the sangajis of Dodinga kindly entertained the declarants and their people and invited them to the puasa feast and treated them well; that finally, after the arrival of the aforementioned answer from Ternate, they departed in peace and returned to Tidore. The declarants acknowledge the aforementioned to be the pure truth and are prepared, if required, to substantiate it by oath. Below stood: Thus declared at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed with two crosses and written beside them: Kimelaha Buli, Toeba; Kimelaha Maba, Kamalij. In the margin: Present before us, signed: J. Voges and M. Rauch. In the middle signed: For the translation into Tidorese and Malay and vice versa, signed with Arabic characters. Lower down: Which I attest, signed: J. D. Schierstein, provisional Secretary. With urgency regarding the free passage over Dodinga promised to them by the King of Ternate, they deeming that this can be forbidden even less now that the three realms in the Moluccas have become fiefs of the Company, it was approved and agreed to reply that, although the Governor and Council do not deny that by their command the road over Dodinga ought to be kept open for everyone, they nevertheless submit for the consideration of His Highness and the grandees the present state of the times, which are not as in former days when there was such great bitterness between the two nations, wherefore, to avoid difficulties, His Highness and the grandees must now indeed be admonished to desist from all further applications in this matter, referring them to the road of Pajahi, which was their own. Six slaves sent in restitution for the six received on loan at Batavia, are sent back. Receipt of 80 rixdollars. Unwilling to make the journey. Instead of the six bondservants received on loan at Batavia by His Highness the King of Tidore, six old, unpresentable slaves of both sexes having been sent to them, it was approved and agreed to decline the acceptance of the same, giving notice that Their High Mightinesses desire that the six delivered at Batavia must be restituted in kind; with the notification of the receipt of 80 rixdollars on account of the debt of one Abdul Rachman to the former young king; and it shall be brought to the knowledge of Their High Mightinesses that the mother of the said young king, on account of her sickly condition, is unwilling to follow him. 116. the 22nd of August 1786. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, on the date aforesaid. Was signed: Alex. Cornabe, B. C. Wenthold, J. G. W. Heinrich, G. F. Durr, J. J. Bax, J. H. Bax, and J. D. Schierstein. Examined, Signed: J. Treven, J. D. Schierstein, Present. Ternate Pro Patria beginning the 3rd of December 1785, Separate Resolution of ending the 22nd of August 1786. Copy
Dutch transcription
112. den 22: Augs 176. 143 blucidatie te vorderen van 't verleenen van Passen na Quandang ontschuldiging der Tidoreesen wegens het door de Dodingose Hoofden hun te last gelegde. Raade diene van berigt, sonder iets meer ten laste van schoe voort te brengen dat met met bondige bewijsen gestaard word; sullende manados Resident wegens voorts van Manados Resident den E: Mersz: elucidatie gevorderd worden nopens het Licentieeren — van Manadose Chineesen naar Quandang Tidors Koning en rijksgroten bij derselver Misive d: d: 17: augustus de besduildiging der Dodingsse„ Hoofden tegen het gehouden gedrag der na wasselee afgezonden mabareesen en Boelireesen weder„ „leggende en deeze laatsten hun onschuld betogende bij ondervolgend schriftuur Op heden den 22: Aug:s 1786: Compareerde voor voor mij Johan Daniel Schierstein p:l secret:s van Politie, ten dezen Gouvernemente, present de natenoemene getuigen De Kimilaha Maba, Kamoelij en Boeli Toeba gen:t dewelke ter requisitie van den wel Edelen Agtbaren Heer Alexander Cornabe gouverneur en Directeur ten faveure der opregte waarheid wer verklaard waar en waaragtig te zijn. dat aldaar aan 't strand komende, den seorghaadjes saketta gen:t ontmoet en aan hem hadden te kunnen gegeven door hun koning gesonden te sijn om over de Bobani naar wassele te gaan en aldaar sago te kloppen dewelke hier op antwoorde ik ben niet alleen meester maar zal mijne makkers de andre drie senghaad„ „jes kennis van geeven. waarop zig na de Negorij vervoegde komende kort er na twee sendelingen van de vier sengh: aan strand bij de declaranten, latende hun seggen dat ze verstaan hadden de ordre van Tidors koning maar nog niet die van hun meester de koning van Ternaten aan wien eerst kennis wilden geven, en dat zijl: vooreerst aan strand konden blijven: Na bekomen antwoord van Ternaats koning Lieten de senghaadjes van Dodingo den Declaranten weeten dat weeder vertrekken moeten dat zijl met hunne onderhorigen ten getalle van 50: koppen per ses prauwen van Tidor afgestooken zijn om over Dodingo na wassele te gaan en sago te kloppen. datp lis 114. den 22: Augs: 1786. 115. urgeeren op de vrije passagie over de treg van Dodingo. ter vermijding van moeije Lijkheeden g'oordeeld. en eerst een Teeken van hun koning van Tidor moesten haalen, en dat ze als dan vij passeeren konden; en de senghaadjes er door overtuigd waren op ordre van hun koning gesonden te sijn, en in vreede kwamen„ Dat in de tusschen tijd dat na antwoord gewaagt wierde van Ternaten, de senghaadjes van Dodingo de Declaranten met hun volk vriendlijk onthaalden en op het boeassa feest nodigden en wel tracteerde dat eindlijk na aankomst van voornoemde antwoord van Ternaten in vreede zijn vertrokken en na Tidor gereverteerd voormelde bekennen de Declaranten te sijn de zuivre waarheid en bereid des gerequireerd wordende met Eede te staven. /onderstond:/ Aldus gedeclareert te Ternaten in 't Casteel orange dato voorsz: /:was geteek/ met twee kruisjes / en daar bij geschreeven/ knilaha Boelij, Toeba, kim: Maba Kamalij /inmargine/ ons present (geteekend/ I:s voges en M: Rauch / in 't midden / geteekend/ voor de vertaling in 't Tidorees en Maleids en vice versa /geteek/ met Arabische Caracters /lager quod Attestor /geteekend J: D: Schierstein p:l secretaris. met aandrang op de hun van wege Ternaats ko„ „ning toegesegde vrije passagie over Dodingo die te vermeenen dat te minder verboden kan worden na dat de drie Rijken im de Moluccos leen Landen van de Comp: geworden sijn wierd goedgevon„ „den en verstaan te rescribeeren, dat hoe wel gouverneur en Raad niet ontkennen dat op hun bevel de weg over Dodingo voor een ijder open soude moeten gehouden worden, egter sijn hoogheid en rijksgroten in overweging gaven, de presente gesteldheid J word door den raad miet radaam van tijden, die niet sodanig als in vroegere dagen 8 waren wanneer een soo groote verbittermig tusschen de beijde Natien is geweest waarom men ter vermijding van moeijelijkheeden sijn Hoogh: en 8 rijksgroten tans wel vermanen moest om van alle verdere aan soek in deesen aftesien met overwijsing van den weg van Pajake die hun eigen was. Instede der door sijn Hoogheid den koning ean Tidor te Batavia ter Leen ontvangen ses worden Lijfeigenen 116: den 22: Aug: 1786. zoo veel te Batavia ter leen ontvangst van rd:s 80: —:—: ongeneegen tot de reise. lijfeigenen dat hun gesonden sijnde ses oude on„ ses slaven ter restitutie van „ aansienlijke slaven van beide feten wierd goed gevonden ontvangene, terijgesonden, en verstaan de acceptatie derselve te wijsen van de hand onder te kennen gave dat hunne hoog Edelheed: begeeren dat de ses te Batavia afgegevene in Natura moeten werden gerestitueerd, in bedeeling van de ontvangst van rd:s 80: wegens de schuld van eenen Abdul Rachman aan den geweesen jong koning de moeder van den jongen koningis en ter kennis van Hunne Hoog Edelheedens sal gebragt worden dat de moeder van gem: jongen koning wegens o 19 haare zieklijke staat ongeneegen is om hem te volgen. /onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Casteel Orange dato voorsz: /was geteekend:/ Alex: Cornabe B: C: wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: J: Bax, J: h: Bax, en J: D: Schierstein. Nagezien Gets Treven DSchierstein pesents Ternaten Pro Patria beginnende den 3: December 1785 Resolutie Aparte 9 van landigende den 22: Augustus 1786 — Copia
English
Saturday the 3: December A:o 1785—. Communication regarding extirpated Nutmeg Trees on Morontaij P:r 1: satisfaction on that account - – – - - - - - - - - - - - - 2: and surprise at the concealment of found Clove trees - - - 2: to supply of the bought rations as much as the vessel sent hither will be able to take - – – – – – - - 2 and to order the commissioners to send the necessary vessels thither to collect the remainder - – – – - - – - 2: for which Ternate's King has dispatched orders to his emissaries - Wednesday the 7:th Decemb 1785 arrangement for the execution of the extirpation expedition in the Batchian Lands – – – – – – – – – – – – – – 5. and to repair the fortress Barnaveld - – – – - - - - - - 5 inclination and lack of men of the king to carry out both 6: the Repair to be done by the Honorable Company – - - - - - - - - - - 6: Batchian's sultan being in the assembly was given notice of the foregoing – – – – – – – – – - - - - - - - - – 7: and requested to deliberate with his Grandees of the Realm on what is necessary for undertaking the Extirpation work - - - - - - - - 7 Register of the Short Marginal notes of the separate Resolutions taken in the Council of Policy at Ternaten in Fort Orange beginning the 3: Dec: 1785 and Ending the 22: August 1786. -– – – – – – 3 the prince expresses his satisfaction with the aforementioned arrangement P: 8: and undertakes to let the proposed Extirpation expedition begin immediately - - 8 appointment of the Commissioners over that work - - - - – - - - 8 fixed departure of his Highness - – - - - - - - - - 9 request for Restitution of some of his fled subjects – – – 10 Friday the 30=th Decemb: 1785 with the passing away of the Lieutenant Vegele - - - - - - - 11 the ensign Hertsman appointed as first Commissioner for the spice Extirpation at Morontaij - – — — -- order concerning the keeping and concluding of the Daily Register - - - - 12 1½ Leaguer of Arrack borrowed from Tidore's king – – – – – – 12: Monday the 20: February 1786 the Extirpation at Batchian begun with good success — — — — — 14 though not without costs with the hire of vessels – - - 15 of which no determination can be made before the lessors have made a request on that account - - - - - - - - - - Batchian's king intends to undertake an expedition detrimental to the Extirpation — — -- – on which account His Highness is conferred with and advised against it - - - - 16 reason why - – - - - – – – – - – – – – – – – – – – – _ continued - - - - - - - - – – - - – – - – – – – 17 continued – - - - – - – – – – – – – – – – – – – – – – 18 the further requisitioned goods for the Extirpation shall be sent - — 18 complaints concerning the medicines - – - - – - – - – – – — 19 justification of the Hospitaler thereabout. — — the Surgeon present on the Extirpation expedition is reproached for his unfounded complaints — — — — — — — Thursday the 27: April 1786. — the second Commissioner for the extirpation expedition at Batchian van greeven was discharged and the Assistant Rouselet appointed as his replacement – – – – – 37 the Commissioners at Morontaij must expand their description somewhat further and give the specification of the reported trees – – – – – – – – – – – 39 delivery of rations to said Extirpators — — — — — — — — Letter received from Batchian's King and Grandees of the Realm from Ceram - - - - 30 whereupon his Highness will be pointed out that the council is not unaware that his Highness purposely set out thither – - – – – – – - 32 that without authorization this should not have taken place - - - - - - - - - - — satisfaction concerning the good outcome of that expedition – - - - - - - - - 33 arrival of the Ceram people at Batchian - - - recommendation to place further trust in the government – – – – – – — a Tidorese sent over by his Highness jumped overboard and drowned - – 34 Thursday the 20: April 1786: Friday, the 7:=th April 1786:— Resumption and approval of the daily register and an extracted note of expenses by the Commissioners at Morontaij until the arrival of the first Commissioner Hertsman in place of the late veegele - - - Pog: 22 disallowance of charged burial shroud - - - - - - - - - - - - - - – 24 restitution of excess cash provided – — — — — — — _ Reading of a letter from the Commissioners at Batchian — satisfaction with the start of the Extirpation work in the Strait of Patintie - 25 and expenses — — — — — – – – – – – – – – – – – – — but not with the issue of Linens whereof type and quantity were not stated – – – – – – – – –3 to encourage the Extirpating and prompt return of the sago pounding —3 upon the request of the burgher Wijnand Seevening for Proa Hire and ration for the transport of the Extirpators and provisions - - - - - - - 26 grant of the usual Gratuity - - - - - - - - - - - - - _ he was granted the adjoining. — — — — — — — – 27 and also to the burgher Captain Landauw – – – – – – – – – – 28 number of felled nutmeg trees – - - - - - - - - - - - 23 Friday Monday Tuesday 1 21 — — - - – – – 38 - - - --_ -— -
Dutch transcription
Saturdag den 3: December A„o 1785—. Communicatie wegens g'extirpeerde Note Boomen op Morontaij P„r 1: genoegen deswegen - – – - - - - - - - - - - - - „ 2: en bevreemding over het verswijgen van gevonden Nagel werk - - - „ 2: op de verbogte randcoenen zoo veel te verstrekken als het herwaarts ge„ „sonden vaartuig zal kunnen laten - – – – – – - - „ 2 en de commissianten te ordoneeren van de nodige vaartuigen te afhaal van het resteerende dit heen te senden - – – – - - – - „ 2: waar toe Ternaats Koning aan zijne sendelingen orders heeft laten afgaan - woensdag den 7:e Decemb 1785 schikking tot den aanleg der exticrpatie togt in de Batchianse Landen – – – – – – – – – – – – – – „ 5 . en het fortres Barnaveld te repareeren - – – – - - - - - - „ 5 genegentheiden volks gebrek van den koning om beide te doendoorsetten„ 6: de Reparatie van de E: Comp: geschieden – - - - - - - - - - - „ 6: Batchiaans sulthan in vergadering zijnde werd van het vorgaanke kennis gegeven – – – – – – – – – – - - - - - - - – „ 7: en versogt om met sijne Rijksgroten tot het nodige te beraamen tot de onderneming van het Extirpatie werk - - - - - - - - „ 7 Register op de Korte Marginale aanteekening der pparte Resolutie genomen in Raade van Polietie te Ternaten in 't Orange beginnende den 3: Dec: 1785 en Eindigd den 22: Augustus 1786 .- -– – – – – – „ 3 den voorst geeft sijne vergenoeging te kennen over voorengem: schikking P: 8: en neemt aan de voorgeslagen Extirpatie togt directe laten beginnen - - „ 8 aanstelling der Commissianten over dat werk - - - - – - - - „ 8 bepaalde vertrek van sijn Hoogheid - – - - - - - - - - „ 9 versoek om Restitutie van eenige sijner uit geweeken onderdanen – – – „ 10 Vrijdag den 30=e Decemb: 1785 met het overleiden van den Luitenant Vegele - - - - - - - „ 11 den vaandrig Hertsman als eerste Commissiant ter specereij Extripatie „ „ te Morontaij aangesteld - – — — -- ordre omtrent het houden en afsluiten van het Dagregister - - - - „ 12 1½ Legger Arak van Tidors koning geleend – – – – – – „ 12: Maandag den 20: februarij 1786 de Extirpatie te Batchian met goed succes begonden — — — — — „ 14 dog niet zonder kosten met de huurnerring van vaartugen – - - „ 15 waar van geen bepaling kan werden gemaakt voor den verhuurden, ders weegens als hebben versoek gedaan - - - - - - - - - - „ Batchians konings neemd zig een voors de Extirpatie schadelijk sijnde togt de doen — — -- – „ --- -- -. wesweegens I: H: onderhouden en daar van afgeraaden word - - - - „ 16 reeden waarom - – - - - – – – – - – – – – – – – – – – – „ _ vervolg - - - - - - - - – – - - – – - – – – – „ 17 vervolg – - - - – - – – – – – – – – – – – – – – – – „ 18 de nader gepetitieoneerde goederen voor de Extirpatie zullen gesonden worden - — „ 18 klagten nopens de medicamenten - – - - – - – - – – – — „ 19 verantwoorden van den Hospipalier daar omtrend. — — de op de Extirpatie togt zijnde Chirurgen werd gereprocheerd over sijne -„ ongesonde klagten — — — — — — — Donderdag den 27: April 1786. — den tweede Commissiant ter extirpatie togt te Batchian van greeven werd ontslagen en tot sijn vervanger benoemd den Assistent Rouselet – – – – – „ 37 de Commissianten te Morontaij moeten Hunne beschreijving wat verder uit breijden en de vermelde boomen specificatie opgegeven – – – – – – – – – – – „ 39 afgave van randcoenen aan ged„e Extirpateurs — — — — — — „ — Briev van Batchian Koning en Rijksgrooten uit Ceram ontfangen - - - - „ 30 waarop zijn Hoogh: sal werden voorgehouden dat den raad niet onkundig is dat zijn hoogh: C: s: voor bed agtelijk derw:s is gesteldend – - – – – – – - „ 32 dat buiten qualificatie niet had mogen geschieden - - - - - - - - - - „ —o genoegen omtrent den goede uit slag dier togt – - - - - - - - - „ 33 aan komst der Cerammers op Batchian - - - recommandatie van verder vertrouwen in de regeering te stellen – – – – – – „ — eene door zijn Hoogh: overgesonden Tidorees is overboord gesprongen en verdronken - – „ 34 Donderdag den 20: April 1786: Vrijdag, den 7:=e April 1786:— Resumtie en apporbatie van het dag register en een daar uit getrokken notitie van uitgaven door den Commissianten te morontaij tot aan de komst van den eerste Commis„ „siant Hertsman in steede van wijlen veegele ontzegging van opgebragte doot gewaat - - - - - - restitutie van meerder verstrekte Contanten – — — — — — — „ _o Lecture eener briev van den Commissianten te Batchian — genoegen voor de voor de aanvang van het Extirpatie werk in straat Patintie - „ 25 maar niet over de afgave van Leijwaten wierd soort en hoeveelheid niet uEt opgegeven - -- – – – – – – – – „ –3 tot aanmoedinging in het Extirpeeren en spoedige rugkomst van het sagoe klospen „ —3 op het versoek van den burger wijnand seevening om Prauw Huur en rand„ „soen voor den overbreng der Extirpateursen vivers - - - - - - - „ 26 toelaag van het gewoone Douceur - - - - - - - - - - - - - „ _o werd hem het nevenstaande toegelegd. — — — — — — — – „ 27 en ook aan den burger Capitein Landauw – – – – – – – – – – „ 28 getal der omgevelde nooten boomen – - - - - - - - - - - - „ 23 - - - Pog: 22 en uitgave — — — — — – – – – – – – – – – – – – „ — Vrijdag Maandag di 1 „ 21 — — - - – – –„ 38 - - - --„_o - - - - - - - - - - – „ 24 -— -
English
Monday the 26th of June 1786 along with their subordinates - - - - Letter from the King of Tidor The Commissioners for the spice extirpation at Morontaij must provide an explanation regarding their description of the collection of spice - - - - - - - - - - 40 and must not leave the forests precipitately but have them thoroughly inspected – – – 41 number of felled trees - – – - - - - – – – – – 42 Saturday the 15th of July 1786:— the expense account for the spice extirpation at Batchian was delivered for examination - - - - - — — — 43 and the Commissioners were forbidden to charge prahu hire – – – – – – – – – – 44 six months of rations will be sent to them - – – — — — - - - 45 Reading of two letters wages for the extirpation of Gallila the extirpators supplied with rations the adjacent passed for write-off - - — - 46 letter of the Commissioners at Batchian - – - - report concerning the examination of their current account – – – – – – 47 the Commissioners for the extirpation on Tidor - - - - - the excess charged compensation - - - - - - are supplied with what is needed it is regulated accordingly - - - - - - - - - - - - - - - 49 delivery of rations etc. - - - - - - - - 50 Tuesday the 22nd of August 1786 Ogelwight. Agrees. Provisional First Sworn Clerk Separate Communication regarding extirpated nutmeg trees on Morontaij Present The Honorable Alexander Cornabé Bernard Sebastiaan Wenthold, Provisional Senior Merchant and Head Administrator Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Captain Commandant of the Militia George Fredrik Durr, Junior Merchant and Provisional Fiscal Iudocus Hubertus Bax, Bookkeeper and Provisional Secretary of Police Jacobus Josephus Bax, Pay Bookkeeper Saturday the 3rd of December 1785, in the morning at half past seven o'clock, meeting of the Police The ordinary and secret matters having been concluded, and a letter received from the Commissioners for the spice extirpation at Morontaij, Lieutenant Vegele and Assistant Baijer, dated the 21st of November last, having been read, and it appearing therefrom that since the last submitted report they have extirpated 2478 fruit-bearing and nutmeg trees 22867 saplings wherewith the aforementioned island was for the most part cleared of spice growth, so that the work of extirpating there would soon be brought to an end; it was approved and agreed to make known to the said Commissioners in reply the Council's satisfaction with the very desirable, prosperous success of their efforts on that island, while at the same time presenting the Council's surprise that they made no mention in their letter of any new clove trees that had supposedly been discovered by the people of the Sultan of Ternate, and concerning which His Highness informed the Governor. Furthermore, on the petition made by the Commissioners for rations and wages for their subordinates, it was approved to have transported by the kora-kora sent up by them as much rice and salt as it will be able to take in, along with wages, with orders to the Commissioners to send hither the necessary kora-kora for fetching the remaining rations for four months, beginning on the first of January next, since no vessels are on hand or can be spared here for the transport of the same, and the King of Ternate has assured the Governor that his chiefs have already given the necessary orders for dispatching the kora-kora hither for that purpose. Thus done and resolved at Ternate at Castle Orange on the date aforesaid. Signed: Alex: Cornabé, B: J: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: H: Bax, and J: J: Bax. Wednesday
Dutch transcription
Maandag den 26:e Junij 1786 nevens hunne onderhorige - - - - Brief van Tidors Koning De Commissianten ter specerij Rextiripatie te mosontaij moeten sig onder verklaar„ „ren op hunne beschrijving over den insaam van specerij - - - - - - - - - - „ 40 en moeten de bosschen niet agtvaardig verlaaten maar ter deel laten visiteeren – – – „ 41 getal van omgevelde Boomen - – – - - - - – – – – – „ 42 Saturdag, den 15:' Julij 1786:— de reekening van uitgave ter specerij latirpatie te Batchian werd ter Examinatie overgegeven - - - - - — — — en de Commissianten verboden prauw huur op te brengen – – – – – – – – – – „ 44 sullende aan hen gezonden werden ses maanden randdoen - – – — — — - - - „ - – – – – – – – „ 43 Lectuure van twee brieven begie, der Extirpatie van gallila de ratirpateurs van Randcoen verzien- 't nevenstaade ter afschrijving gepasseert - - — - brief der Commissianten te Batchian - – - - berigt weg„s 't ondersoek hunne reekening Courant - – – – – – „ — de Commissianten ter Extirpatie op Tidor - - - - - te meerder opgebragte vergoeding - - - - - - werden van het benodige verzien word sig er nagereguleerd - - - - - - - - - - - - - - -„ 4„ Dingsdag den 22:e Augustus 17836 - - „ 50 Ogelwight. Accordeert. pl Eerst gep Klerk afgave van Randsoenen &„a - - - - - - - - - - -- - - - - - - - - „ 45 - - — --–„— -„ — - – –– –„ 47 – – – – – „ 49 — - - . --- — -. - „ — —„ — „- - -- - - - - – – - „46 Apart tie wegens g'extirpeerde op Morontaij Alexander Cornabé: Achtb: Heer Bernard Sebastiaan Wenthold, en Hoofd Adm: mun: der Militie Johan Godlob Wilhelm Heinrich, an en p„l Fiscaal George Fredrik Durr, p:l secpetaris van Folietie Iudocus Hubertus Bax soldij, Boekhouder Jacobus Josephus Bax De gemeene en secreete saaken afgeloopen en een van de commissianten ter specerij extirpatie te Morontaij, den Luitenant Vegele en den Assistent Baijer ontvangen briev, d: d: 21: November L: L: geleesen en daar uit gebleeken zijnde dat seedert Laast gedane opgave Extirpeerd hebben 2478: Vrugt en Nooteboomen 22867: Telg.- -. Waarmeede voorn: Eijland voor het grootste gedeel¬ „te van specerij gewas gesuiverd was, soo dat met extirpeeren eerlang aldaar gedaan werk Present Saturdag den 3=en December 1785: 'S morgens te half agt uuren vergadering van stonden Polietie Apart communicatie wegens g'extirpeerde Note Boomen op Morontaij Alexander Cornabé Den WelEdelen Achtb: Heer Bernard Sebastiaan Wenthold, „ p=n opperkoop: en Hoofd Adim: „ Capitain Comm: Der Militie Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „ onderkoopman en p„l Fisicaal George Fredrik Durr, „ Boekh: en p:s secpetaris van Folietie Iudocus Hubertus Bax soldij Boekkouder Jacobus Josephus Bax „ De gemeene en secreete saaken afgeloopen en een van de commissianten ter specerij extirpatie te Morontaij, den Luitenant Vegele en den Assistent Baijer ontvangen briev, d: d: 21: November L: L: geleesen en daar uit gebleeken zijnde dat seedert Laast gedane opgave Extirpeerd hebben 2478: Vrugt en Nooteboomen 22867: Felg. - . Waarmeede voorn: Eijland voor het grootste gedeel¬ „te van specerij gewas gesuiverd was, soo dat met extirpeeren eerlang aldaar gedaan werk Present Saturdag den 3=en December 1785: 's morgens te half agt uuren vergadering van stonden Polietie pag: 2: den 3=e pag: 3: Decemb: 1785 genoegen desweegen „gen van gevonden Nagel werk op de versogte randeoenen zoo veel te verstrekken als het herwaards baten en de Commissianten te ordoneren van de nodige vaartuigen ter af heen te zenden waar toe ternaats Koning aan sijne sendelingen orders heeft laaten afgaan stonden te krijgen; wierd goedgevonden en verstaan ged Commissianten bij rescriptie 's Raads genoegen over= het zeer gewenschte voorspoedig succes hunner pogingen op dat Eiland te kennen te geeven, onder en bevreemding over het verswij, voor houding tevens van 's Reeds bevreemding oversulx in Hunne brief niets gemeld hebben van nieuw Nagelwerk het geen door het volk van Ternaats sulthan ontdekt zoude zijn, en weswegen zijne Hoogheid den Heer Gouverneur g' informeerd heeft. Voorts wier goedgevonden op der Commissi„ getonden vaartuig zal kunnen „anten gedane petitie van Randcoenen en gagie voor hunne onderhoorigen per de door hen op„ „gesonden Corra Corra zoo veel rijste en zout als zal kunnen inneemen nevens gagie te laaten overbrengen, met last aan de Commis„ „sianten om de nodige Corra Corra tot den afhaal der overige Randcoenen voor haal van het resteerende dit vier maanden, ingaande met primo Jannuarij, aanstaande, herwaards te senden overmits hier tot den overbreng derselve geen vaartuigen aan handen, op te missen zijn, en Ternaats Koning aan den Heer gouverneur verseekerd heeft dat zijne Hoofden tot het depecheeren der Corra Corra naar herwaards ten dien einde reeds de nodige beveelen hebben gegeven /onderstond/ Aldus gedaan en Geresolveerd te Ternaten ten Casteel Orange op datum voorsz /:was geteekend/ Alex: Cornabé, B: J: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr J: H: Bax „n J: J: Bax, overmits Woensdag
English
Wednesday, December 7, 1785, in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Alexander Cornabé, Governor and Director Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Junior Merchant and Provisional Fiscal George Fredrik Durr, Bookkeeper and Provisional Secretary of Policy Judocus Hubertus Bax, Bookkeeper Jacobus Josephus Bax Together with and alongside: His Highness Patra Allam, King of Batchian The Major Abdul Alim The Hukum Mukaer The Sangaji Mandijulitutohu The Sangaji Lata lata buda The Sangaji Nooffamanjera The Secretary Iman The Sangaji Amasin Arta The members of this Board being assembled, the Governor made known that he had convened this meeting in order to deliberate, with His Highness the King of Batchian, who has been in the roadstead since the month of September, together with his grandees of the realm, on what is necessary for the resumption of the spice extirpation in the Batchian districts, which has been long neglected due to frequent ruptures in the Moluccas and has thus become most urgently needed; and furthermore to make such arrangements as to restore the very dilapidated fortress Barneveld and the buildings standing within it in the best and most expeditious manner, pursuant to the report submitted on the subject at the session of June 6 of this year. This having been discussed at length, and it having been observed by the aforesaid Governor that the Sultan of Batchian, however willing he had shown himself to also take the latter work upon himself, must nevertheless be considered incapable of doing both, in view of His Highness's all too well-known shortage of people, and ought therefore to be excused from it in order to be able to push forward with greater vigor the spice extirpation to be undertaken in his lands: it was approved and agreed, in order to accommodate the Sultan of Batchian in his shortage of people, to have the necessary timbers for the repairs on and within Barneveld felled and prepared here for the Honorable Company's account, in order subsequently to be transported to Batchian by the Company's vessel, provided that His Highness supplies the necessary lime and quarry stone, along with some masons and carpenters to assist the Company's craftsmen, whom it will be resolved to dispatch to Batchian in due time after all the timber work has been prepared. The King of Batchian having meanwhile been conducted into the meeting with the customary ceremonial and having taken his seat, all the foregoing was presented to His Highness by the Governor, who further urged the prince in terms both courteous and emphatic to deliberate without delay and even during the present meeting with his grandees of the realm upon a well-reasoned plan according to which the extirpation of nutmeg and clove trees in the Batchian districts can be undertaken and carried through with the prospect of good success; at the same time offering the King a plan devised by him, the Governor, based on carefully gathered information, according to which the entire Batchian country could successively be worked through and cleared of spice trees. Hereupon, after a lengthy discussion held with the grandees of the realm present, the prince declared his satisfaction with the aforementioned arrangements concerning the repairs to be carried out on and within the fortress Barneveld, conforming himself fully thereto; and His Highness having also testified that he not only took satisfaction in the Governor's plan read to him for the working through and clearing of the Batchian lands of nutmeg and clove trees, but would also cause the same to be strictly followed by his people; it was immediately proceeded to the election of the commissioners to whom it was judged the supervision and oversight of this weighty work could best be entrusted. And as such were appointed the Commandant of Batchian, the Military Ensign George Fredrik Hendrik Keinnaurdt, together with the Bookkeeper and Assayer George Godfried Hendrik von Greeven, with the addition from the European and native militia serving at this Castle of: 2 Sergeants 2 Corporals, and 18 Privates, together with 1 Junior Surgeon; with another 1 Sergeant, and 11 Privates from the Burgher militia, at the customary pay. It was furthermore resolved to provide the extirpators with rations for the period of six months, as well as with the necessary tools, and to instruct the commissioners to employ as many of the local laborers who are knowledgeable in the country and in extirpation as can possibly be persuaded and spared. All the above having thus been regulated to mutual satisfaction, and the King having thereupon made known his inclination to return to Batchian after the lapse of 2 to 3 days, in order to cause everything to be prepared there that is deemed necessary to take the work in hand and ensure its speedy progress, His Highness was wished a safe journey and was escorted out of the Castle in full state.
Dutch transcription
Kaij k pag: 5: Den wel Edelen Achtb: Heer zijn Hoogheid- - Den Capitain Laurit. - Adel en het fortres Barneveld te repe„ schikking tot den aanleg der oxtir„ „patie togt in de Batchianse Landen Alexander Cornabé „ p:m opentoromen en Hoo: Jomna: Bernard Sebastiaan Wenthold, Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „ Capit:n en Hoofd der militie „ onderkoopman en p: fiscaal George Fredrik Durr, „ Boetkh: en p:s serd:s van Polietii Judocus Hubertus Bax„ „ _o „ „ Colaij Boekhonder = Jacobus Josephus Bax met en benevens Patra Allam Koning van Batchian „ Majoor - - - - - Abdul Alim Hoekoem - - - - - Mukaer „reeren De Leeden deeser Tafel bij een vergaderd weesente gaf den Heer gouverneur te kennen dese bij een„ „komst belegd te hebben, om met sijn Hooghed den van de maand september af in Laed zijnde koning van Batchian nevens Rijksgrooten het nodige te beraamen tot de hervatting der door veelvuldige ruptures in de Moluccos lange agterweegen gebleeven en dus zeer hoog nodig geworden specerij extirpatie in de Batchianse Dis„ „tricten, en voorts zodanige schikkingen te ma„ „ken om met seer vervallen fortres Barnaveld en daar binnen staande op stallen bestroegelijkst weeder in staat te brengen navolgens daar van, ter sessie van den 6:e Junij h: a: ingedient berigt: zoo Den Senghadje - - - - - Woensdag den 7:e December 1785: smoagens „ Nooffamanjera - - - te Neegen uuren vergadering van Polietie Present „ secretaris - - - Iman Mandijulitutohu. Lata lata buda _=o . . . Amasin Arta. Den „ „ wierd paij7 genegentheid en volks gebrek van setten de Reparatie zal ten deelen ten en versogt om met sijne Rijks„ tot de onderneeming van het Ex„ „tirpatie werk Batchians sulthan in ver„ „gadering sijnde werd van het voorgaande kennis gegeven wierd daar over in het breede gesprooken en door den gouverneur welm: geobserveerd sijnde geworden dat Batchians sulthan, hoe geneegen zig ook betoond hadde om laatst gem: werk meede op zig den Koning om beide te doen door „ te neemen, hier toe echter voor onmagtigt moest worden gehouden, gemerkt sijn Hoogheids te over bekende volks gebrek en daar van dus be„ „hoorde te blijven ge'exuseerd om de in sijne Landen bij de hand te nemen specerij exturipatie met meerder kragt te konnen doorsetten: goed gevonden en verstaan Batchiaus sulthan in sijn volks gebrek te gemoet te komen de benodig„ lasten van de E: Comp:s gesecheen„, de houtwerken tot de reparatien aan en binnen Barnavelt voor Comp:s Reetb: alhier te laten aankappen en bewerken om vervolgens per Comp:s vaartuig naar Batchian; te worden over„ „gebragt, mits zijn Hoogheid de nodige kalk en klipsteenen besorge nevens eenige metselaren en timmerlieden tot Assistentie der Comp=s Batchian's Koning onder het gewone Ceremo„ nieel intusschen binnen de vergadering gecon„ „duiseerd sijnde en sitplaats genomen hebbende, v wierd sijn Hoogh: al het vorengaande voor„ „gehouden door de Heer Gouverneur die den voorst in soo heusche als nadrukkelijke tennen wijders aanspoorde om met desselvs Rijksgrooten sonder toeven en selvs staande vergadering, tog „grooten tot het nodige te beraamen te beramen eene welberedeneerde aanleg navol„ „gens dewelke de exterpatie van Nooten en Nagal Boomen in de Batchiarse Districten met voorwent„ „zigt van goed succes kan worden ondernomen en door geset den koning te gelijk aanbieden„ „de een door hem gouverneur op naukeurig genomen informatien geconcerteerd plan naar het welke het geheele Batchianse land agtervolgens kon af„ Ambagtslieden dewelke men in de tijd na dat alle de houtwerken in gereedheid sullen gebragt weesen, te rade worden sal om naar Batchian te laten afsteeken. Ambagtsliedij „gewerkt 176 den 7: Decemb 1755 paij: 8 paij: 9 te kennen over voorengem: schikking en neemt aan de voorgeslagen Extripa„ „tie togt directte laaten beginnen aanstelling der Commissianten over dat werk bepaalde vertrek van zeijn Hoogheid afgewerkt en van specerij, bomen gesuiverd worden. den voorst geeft sijne vergenoeging Hier op door den voorst naar een met de aanweesende rijksgroten gehouden lang duurige gesprek gedecla„ „reerd sijnde geworden desselfs genoegen over de voren gem: schikkingen rakende de te doene reparatien aan den binnen de fortres Barnaveld en zig daarmeede volkomen hebbende geconfor„ „meerd en door sijn Hoogheid almeede betuigd sijnde dat niet alleen genoegen nam in het Hem voorgeleesen plan van den gouverneur ter afwerking en suijverig Der Batchianse Landen van Nooten en Nagul boomen, maar het selve stiptelijk door de sijnen soude doen agtervolgen; soo wierd jmmediaat getreeden tot verkiesing der Commissianten aan wien men oordeelde het op en toesigt over dit gewigtig werk best kon aan betrouwen en als soodanig benoemd Batchian's commendant Commissiant den vaandrig militair George fredrik Hendrik Keinnaurdt nevens den Boek„ „houder en Gsaijeur George Godfried Hendrik von greeven met toevoegieng uit de aan dit van 2: sergeant 2: Corporaals en 18: gemeene nevens 1: onderchirurgeijn, met nog d: 1: sergeant en 11: gemeene uit de Burgerij, tegen de gewonebesol„ ding. Wordende voorts beslooten de extirpateurs van randcoenen te voorsien voorde teijd van ses maan„ „den soo meede van de nodige gereedschappen en den Commissianten aan te schrijven dat uit de aldaar woonagtige Land en extirpatie kundige Laboreesen, soo veelen emploijeeren als immers te persuadeeren en tee missen sijn Al het bovenstaande dus tot weeder„ „zijdsch genoegen gereguleerden door den koning hier op te kennen geven sijnde deszelfs gene„ „gentheid om na verloop van 2: â 3: dagen naar de Batchian te rug te keeren, ten einde alles aldaar in gereedheid te doen brengen wat nodig oordeelde nis„ om het werk bij de hand te neemen en spoedige voortgang te doen erlangen, wierd sijn hoogheid behouden reise toegewenscht en in volle statiduit Casteel dienst doende Europise en Jnlandse militie Casteel de den 7: Decemb 1785. Jaij 9 „
English
Page 11 Present: Request for the restitution of some of his fled subjects. Ensign Hertsman appointed as first commissioner for the spice extirpation in Morotai. Friday, December 30, 1785. Morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Alexander Cornabé, Governor. Bernard Sebastiaan Wenthold, Senior Merchant and Chief Administrator. Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Captain and Head of the Militia. George Fredrik Durr, Junior Merchant and Provisional Fiscal. Judocus Hubertus Bax, Bookkeeper and Provisional Secretary of Policy. Jacobus Josephus Bax, Provisional Pay Bookkeeper. The assembly having escorted the King in the Company's carriage further to his lodgings, after the Governor had previously received a list of such of his subjects whom His Highness maintained were detained among the Ternatans and Batchians, with the request that through the intercession of this government with the King of Ternate they might be returned to him; which the Prince was promised would be effected to the utmost ability, provided he also came to surrender the Ternatans to whom the King of Ternate might lay claim and who, in the opinion of the Governor and Council, upon accurate search will indeed be found on Batchian. It was subscribed: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. It was signed: Alex. Cornabé, B. S. Wenthold, J. G. W. Heinrich, G. F. Durr, J. H. Bax, and J. J. Bax. Read a letter sent hither by the second commissioner for the spice extirpation in Morotai, the assistant Daniel Baijer, concerning the demise of the Lieutenant dated the 20th of this month: it was approved and understood to nominate and appoint Ensign Johannis Hertsman instead of the first commissioner, the military Lieutenant Johan George Vegele, who arrived there due to illness and passed away on the day of his landing. Friday, December 30, 1785. Pages 12 and 13. Order concerning the keeping and closing of the daily register. 1½ leagers of arrack borrowed from the King of Tidore. Furthermore, it was approved to write to the said Baijer that the daily register kept by him and the deceased Lieutenant Vegele shall close on the day that the late mentioned commissioner departed thence for this place, and he, Baijer, kept the journal alone, which latter will also have to be closed upon the arrival of the new commissioner and sent hither together with the first-mentioned, in order thus to begin a new daily record together and subsequently continue until the completion of the commission. Lastly, the Governor having made known to the members how His Honor, due to a lack of arrack and considering that the extirpators could not well do without a dram, had borrowed 1½ leagers of that liquor from His Highness the King of Tidore for the provision of rations, to be returned in kind at the first relief: it was understood to politely thank His Honor for the trouble and precaution taken in this matter, and to make this record thereof. It was subscribed: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. It was signed: Alex. Cornabé, B. S. Wenthold, J. G. W. Heinrich, G. F. Durr, J. H. Bax, and J. J. Bax. Pages 14 and 15. Monday, February 20, 1786. Morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Alexander Cornabé, Governor. Bernard Sebastiaan Wenthold, Merchant, Secunde, and Chief Administrator. Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Captain and Head of the Militia. George Fredrik Durr, Junior Merchant and Provisional Fiscal. Judocus Hubertus Bax, Bookkeeper and Provisional Secretary. Jacobus Josephus Bax, Provisional Pay Bookkeeper. Extirpation at Batchian commenced with good success. Batchian's King undertaking a journey to Obi, of which no determination can be made before the request is made. Still not without expenses regarding the hiring of vessels. Extirpation at Batchian harmful. Read a letter received from the commissioners for the spice extirpation in the district of Batchian dated the 9th of this month: it was initially approved and understood to write back thither that it is indeed noted with pleasure that the spice destruction there has commenced with good success, but that no pleasure is taken in the communication made, that they, the commissioners, immediately, beyond the expenses incurred here, had to hire a proa and crew to sail with it to the King, who was at Peile and Doog, and in addition also detain the vessel and crew of the burgher Wijnand Sevening in order to transport the extirpators and provisions to the island of Rigo-Radjo and from there to the River Silan, for which the commissioners requested that a gratuity might be granted to him; however, concerning which it was understood not to make a declaration until the said Sevening shall have made a request for it to this Council. The expedition to Obi undertaken by Batchian's King according to the commissioners' letter appearing both speculative and detrimental to the extirpation work: it was understood to instruct the commissioners that...
Dutch transcription
1ai 10 pagj: 11: Present versoek om Restitutie van eenige sijner uit geweeken onderdanen den vaandrig Hertsman als eerste Commissiant terspecereij an trpatie te morontaij aangesteld Vrijdag den 30:e December 1785: de vergadering in de Comp:s koelsen voorts na sijn Logemnt begeleid, na dat echter den Heer Gouverneur bevorens gein„ Smorgens te Negen uuren vergadering van Palitie „trageerd hadde een Lijst van soodanige sijne onderdanen, die sijn Hoogh: sustineerde dat onder de Ternatanen en Batchianders op en aan gehouden wierden, met den WelEd: Agtb: Heer Gouverneur Alexander Cornabé versoek datse Htem door de tusschen spraak deser regein„ „ opperkoop: en Hoofd Administrateur Bernaard Sebastia an Wenthald, bij Tern: koning, mogten worden te rug besorged 't gunt den vorst beloofd wierd dat naar Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „Capitain en Hoofd den Militie uijterste vermoge soude worden bewerk onde koopm: en p:s fiscaal -- George Fredrik Durk, stelligd mits hij dan ook kwam uit Boekh: en p:l sereta„ van Polietie Judocus Hubertus Baxe te leeveren de Ternatanen waar Jacobus Josephus Bax p:s soldij Boekhoudir op de koning van Ternaten aanspraak mogt komen te doen en die op Batchia„ naa de meening van Gouverneur en raad op nankeurige recherche wel te vinden sullen weesen; /onderstond/ Aldus Gedaan en geresolveerd te Ternaten ten Casteel orange op datum voorsch: / was geteekend/ Aer: Cornabé, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: H: Bak n J: J: Bax Gelesen weesende een door de tweeden Commis„ „kant ter specerij, Extirpatie te morontaij, den Assis„ „tent Daniel Baijer herwaards gesonden briev met het overlieden van den Luitenard: d: 20: deeser: wierd goedgevonden en verstaan in steede van den om ziehte van daar op gekomen en met den dag sijner aanlanding overleeden eersten Commis„ „siant den Luitenand militair Johan George Vegele, te Benoemen en aan te stellen den Vaandrig Johannis Hertsman. Vrijdag voorts over Vlegele pag: 12: den 30: Decemb: 1785 pag: 13 „sluiten van het Dagregister 1½ Leggers Arak van Tidors koning geleend Voorts wierd goedgevonden ged=e Baijer aan te schrijven dat het door hem en den overleeden Luitenant ordre omtrent het houden en af„ Vegele gehouden Dagregister sluite met den dag dat wijlen gen: Commissiant van daar naar Herwaards vertrokken is, en hij Baijer alleen Journaal ge„ „houden heeft, welk laaste almeede bij de komst van den nieuwe Commissiant gesloten en nevens het eerst gemelde herwaards zal moeten gesonden werden, om soo voort te samen een nieuw dag verhaal te beginnen en vervolgens tot de volen„ „diging der Commissie. Laastelijk door den Heer Gouverneur aan de leeden te kennen gegeven wesende hoe sijn welEd: mits gebrek aan Arak en uit overweging dat de Extripateurs niet wel buiten een soopje weesen konden tot verstrekking van Randcoen 1½: leggers van dat vocht. van sijn Hoogheid den Koning va idor geleend hadde, om bij eerste ontzet in natura te restitueeren: wierd verstaan sijn Ed: voor de in deesen genoomene moeiten en voorsorg be„ „leefdelijk te bedanken en daar van te Bax A: Bak en houden deese aantekening: /onderstond/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten ten Kasteel Orange op dato voorsch: /was geteekend/ Alex: B: S: Wenthold Cornabé, W: Heinrich Durr Maandag houden G : 14 15 succes begonnen Batchians Konings neemt sig sijnde togt te doen waar van geen bepaling kan werden gemaakt voor den ver„ den verzoek gedaan. nog niet sonder kosten met de hunrneeming van vaartuigen Alexander Cornabe! Den WelEdelen Agtb: Heer Gouv: Bernard Sebastiaan Wonthold, „ Koopmaan secunde en Hooftadministra: Johan Godlob Wilhelm Huinrich, s Mapitain en Hoofd der Militie George Fredrik Durr, Judocus Hubertus Bax, en „ _o „ „ solaij Beekandr Jacobus Josephus Bax, „ onderkoopmaan en p:l fiscaal „ Boekhouder „ „ secret„s Geleezen weezende een van de Commissianten ter specerij bitripatie in 't district van Batchian ontvangen brief d: d: 9: deeser de bitirpatie te Batchian met goed maand: wierd aanvankelijk goedgevonden en verstaan, naar derwaards te recribeeren en voor de Extirpatie schadelijk dat men wel met genoegen verneemd dat de specerij districtie aldaar met goed succes, begonnen is maar dat met geen behagen schept in de gedane Communicatie Maandag den 20. Februarij 1786: 's morgens te negen uuren vergadering van Politie dat zij Commissianten al aanstonds, buiten de hier gemaakte onkosten, een prauw en opvaarende hebben moeten huuren om daar meede na de Koning, die zig op Peile en doog be„ „vonden, te vaeren en daar en boven nog aan„ „houden het vaartuig en volk van den burger wijnand sevening ten einde de Extirpateurs en vivers naar 't Eijland Rigo= Radjo en van daar naar de reviersilan te Transporteeren, waar voor de Commissi„ „anten versogte aan hem een Douceur mogt werden afgegeven: dog waar over munder des weegens als heb „ verstaan wierd sig niet te declareeren dan na dat ged„e sevening daar om bij deesen Raade sal hebben versoek gedaan. De volgens der Commissianten brief door Batcians Koning voorgenomen togt naar oubij soo speculative als voor het er„ „tirpatie werk nadeeling voorkomen„ „de: wierd verstaan, den Commissianten dat aan present
English
16 the 20th: concerning which His Highness was admonished and advised against it, reasons why to write to them that they ought to have diverted the sultan therefrom, since His Highness is likely to be followed by all his male subjects, except for the 24 Batchianese surrendered for the extirpation; and it was further resolved to admonish the prince by a missive to be dispatched this very day, and to advise against his intended journey, while pointing out that, if no reply was received, one would be forced to believe that His Highness and the dignitaries of the realm are bent on completely different matters than the attendance to the so dearly recommended work of the spice extirpation; which, having been commenced by the garrison troops and burghers sent from here, together with a small number of only 24 Batchianese and a few Laboorese found over there, it is to be feared will soon have to be halted due both to sickness and other easily arising impediments, if the sick and other departing extirpators cannot be replaced with others on account of the aforementioned journey; not only that, but also that His Highness's presence at Batchian is all the more necessary at present since the annual relief ship from Batavia is expected daily, which, calling at Batchian, may very easily be in want of various necessities; that with it the letters and gifts for His Highness and the dignitaries of the realm from the High Indian Government will be brought, and sometimes also writings concerning the population of his lands so greatly desired by His Highness; and that the sultan, moreover, by carrying out his intended journey, has to expect the utmost indignation of Their Right Excellencies as well as the displeasure of this Government, which latter February 1786 17 18 the 20th of February 1786 9 justification of the hospitaler regarding this: the further requisitioned goods will be sent. latter sees itself disappointed in the hope with which Batchian's prince and dignitaries of the realm have flattered it, namely to carry on vigorously with the extirpation work in the Batchian lands, and upon which His Highness, contrary to the order of the High Indian Government, was accommodated with the advance payment of one year of recognition money, which token of favor His Highness now acknowledges with the sudden announcement of his intended journey to an island which was ceded to the Company by His Highness's predecessor King Aluwradien, and without stating what His Highness has to perform there. Furthermore, it was approved and understood to accommodate the commissioners for the extirpation with the goods requisitioned in the extra requisition, along with some To the Right Honorable Alexander Cornabé, Governor and Director of these Moluccos Right Honorable Sir, Subject to Your Right Honorable's favorable correction, I take the liberty of clearly demonstrating the groundlessness of the complaint made by Batchian's commissioners. complaints regarding the medicines. If Your Right Honorable would be pleased to inspect the annexed list of the indispensable medicines, beyond those which they say were found spoiled upon opening the chests—to which, however, no credit at all could be given, any more than to the statements of the assistant surgeon Johan George Coenraad Andries, who claims not to have received many of the charged medicines, whereas from the specific receipt previously granted by Andriesz to the hospitaler De Boser it has become evident that he received everything correctly, see the report of that healer of the following content: not delivered continued the 20th In the hope of having fulfilled Your Right Honorable's esteemed order, I sign myself with deep respect. The surgeon on the extirpation expedition was reproached for his unfounded complaints. delivered and received by the third master Coenraad Andris according to the signed receipt, it will appear that the same are sufficient and adequate for all external and slight internal ailments that commonly occur on such expeditions; for no person who has retained even a single grain of common sense will, in more serious cases, submit himself to the treatment of master Andriesz, but rather let nature work under a good regimen. The ridiculously concocted requisition of medicines sent over by the complainant clearly shows his ignorance and the danger to be feared therefrom of misuse of powers. The effects not being known to him, very inappropriate names of a single kind are stated in that requisition, and some in general terms such as sorts of conserves, sorts of herbs and roots, salves, plasters, all this without names, and as if a certain amount had been fixed for them, namely for each head 4 florins. Below stood: Right Honorable Sir. Lower down: Your Right Honorable's humble servant, was signed: J. J. De Boser, in the margin: Ternate the 20th of February 1786. Whereby, apart from the groundlessness of the commissioners' complaints, the ignorance of the frequently mentioned Andrist was demonstrated regarding the demanding of superfluous medicines and also those unknown among practitioners; thus it was understood to pay no regard to the alleged complaints of the commissioners, and to reproach the surgeon Andrisz for having falsely deceived his superiors in an unfounded manner, with the recommendation to do better in the future. Below stood: Thus done and resolved in Castle Orange, date as above. Was signed: Alex: Cornabé, B: C: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durk, J: J: Bax, J: H: Bax, and was Friday February 1776 21
Dutch transcription
16 den 20: wesweegens I: H: onderhouden en daar van afgeraaden word reedenen waarom aan te schreiven dat zij den sulthann daar van hadden behoren te diverteeren alzoo sijn Hoogheid Denkelijk van al sijne mannelijk ondersaten staat gevolgd te worden behalven van de om te extirpeeren afgestane 24: Bat„ chianders: en wierd voorts besloten den vorst bij een nog heeden aftegane missive te onderhouden, en zijn voorgenomen reisje apte raden, onder voorhouding, dat, wanneer daar resilveeren van niet kwam te reschribeeren, men hier in 't denkbeeld moesten geraken dat zijn Hoog varvolged „heid en Rijksgrooten op geheel andere zaken uit sijn dan op de behartiging van het zoo duur aanbevolen werk der specerij Extirpatie„ 't welk door de van hier afgezonden besette„ „lingen en Burgers nevens een gering aantal van slegts 24: Batchianders en eenige wenige ginter te vinden Laboereesen aagevan, „gen sijnde, te dugten is dat eerlang soo door ziekte als andere ligt op te komen impe„ „dimenten gestaakt zal moeten werden, bij aldien de zieken en andere afgaande Extirpo„ „teurs door toedoen van op gem: reisje niet met andere gesuppleerd konnen worden niet alleen, maar ook dat zijn Hoogheids pre„ „sentie te Batchian tans te nodigen is overzulks het jaarlijks secours schiep van Batavia dagelijks werd te gemoet gezien dat Batchian inlopende, veel ligt Gebrek van verscheide noodwendigheeden hebben kan„ dat daarmeede de brieven en geschenken voor zijn Hoogheid en Rijksgrooten van wege de hoge Indiase Regeering sullen werden aangebragt en somteids ook aanschreivens, e rakende de door zijn Hoogheid zoo seer ver„ „langde bevolking sijner landen; en dat de sulthan overigens met het vol„ „brengen van zijn voorgenomen reijs te ver„ „wagten heeft de uiterste indignatie van hunne Hoog Edelheden soo wel als het ongenoegen van deese Regeering welke aldien laaste febr: 1786 17 18 den 20 febr: 1736 9 verantwoording van den Hos„ italier daar omtrend: de nader gepetitioneerde goederen „den worden. laaste sig ziet te leur gesteld in de hoop waar meede Batchians vorst en Rijks„g „grooten haar gestreeld hebben van het Extir„ „patie werk in de Batchianse landen na„ „melijk met vigeuur te doen voort gagen neemen en waar op sijn Hoogheid, tegen de ordre van de Hooge Indiase Reegering, ƒ aan, is geriefd geworden met de vooruit„ „verstrekking van een Jaar Recognitie pen„ „ningen, welk gunst bevrijs zijn Hoogheid tans erkent met de plotselinge bekend making van sijn voorgenomen reisje, naar een liland, 't gunt door zijn Hoogheeds voorzaat voorstaan Koning Aluwradien, aan de Comp: is afgestaan, en zonder te seggen wat zijn Hoogheid daar te verrigten heeft. Overigens wier goedgevonden en verstaan de voor de extirpatie zullen gezon Commissianten te gerieven met de bij Extra Eijsch gepetitioneerde goederen nevens eenige Aan den welEdelen Agtbaen Heer Alexander Cornabé, gouverneur en Directeur deeser Moluccos WelEdele Agtbaren Heer onder uwelEd: Agtb: gunstige Correctie neem ik de vrijheid de ongegrondheid der door Batchians Commissianten gedane klagte duidelijk aan te toonen Indien uwelEd: Agtbare het g'anexeerde Leistje der niet te ontbeeren medicamenten boven de zulken waarven zeggen dat by opeunen der kaydoors bedurven bevonven zyn maar waar aan geen geloot altoos kon werden plagten nopens de medicementgede fereerd, soo min als aan de gezegdens van den onderchirurgijn Johan George Coenraad Andries die beweerd veel der aangereekende medicamenten niet ontfangen te hebben daar nogtans bij de door Andriesz verleende voorm verleeden specifique quitantie aan den Hospitalier De Boser is komen te bleiken dat hij alles Rigten ontvangen heeft, vide berigt van dien Heelmeester van inhoud als volgd niet geleeverde vervolg den 20 ten hope van uwe EEd Agtb: g'eerde order voldaen te hebben noeme ik my met die p ontzag de op de Extirpatie togt zijnde Chirugein werd gereprocheerd over sijne ongezonde klagten geleeverde en door den Derdemeester Coenraad Andris blijkens onderteekend vordonn: ontvangene medica„ „menten gelieft na te zien, zal bleijken dat deselve voldoende en toezeikende zijn voor alle uiterlijke en ligte innerlijke ongesteldheeden die gemeenlijk of diergelijke togten voorvallen, daar dog geen mensch die maar een Grijntje gezond verstand heeft overgehouden in zwaardere gevallen zig de behande„ „ling van meester Andriesz: zal onderwerpen /:maar liever de natuur onder een goede leefregel laten werken de belachgelijk zaminge flanste Eijsch van medica„ „menten door den klagten overgezonden, toond deszelfs onkunde en het daaruit te vreesene gevaar van kragten. verkeerd gebruik ten klaarsten, derzelver klagten hem niet bekent zende wel in die Eijsch heel een zoortingen niet te pas komende namen staat uitgedrukt, en sommige in generale Termen als zorten van Conservin, soorten van kruiden en wortelen salven plijsters dit alles zonder namen en even als op daar voor met een zeker montant„ bepaald was namelijk voor ieder kop4: H:s sonder„ „stond / welEdele Agtb: Heer. /:lager:/ uwelEd: Agtbare onderdanige Dienaar /was geteekend / JJ: D: Boser in margine / Ternaten den 20: fbr 1786 — waarbij buiten de ongegrondheid der Commissi klagten „anten de onkunde van meerm: Andrist: werd aangetoond over het eisschen van overtollige en ook van onder de practi„ „sijns onbekende medicamenten; zoo wierd verstaan geen reflectie te slaan op de klagten der Commissi„ voorgewende „anten en den Chirurgein Andrisz: te reprocheeren over zulks sijne overgesette op eene ongefondeerde wijse heeft komen beliegen, onder recommandatie van beter in het vervolg. /onderstond/ Aldus gedaan en Gere„ „solveerd te Ternaten in 't Kasteel Oran„ „ge dato voorsz: /:was geteekend:/ Alex: Cornabé, B: C: wenthold, J: G: w: Heinrich, G: F: Durk J: J: Bax J: H: Bax en werd Vrijdag febr 1776 21
English
22 Separate Resumption and approval of the daily register and an extract of expenditures drawn therefrom by the Commissioners at Morotai until the arrival of the first Commissioner Hertsman in place of the late Veegele, and expenditures. Number of felled nutmeg trees. Present: The Honorable Governor Alexander Cornabe Bernart Sebastiaan Wenthold, Merchant, Secunde, and Head of Trade Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Captain and Head of Justice George Fredrik Durr, Junior Merchant and Fiscal Judocus Hubertus Bax, Bookkeeper and Resident of Plete, and Jacobus Josephus Bax, Provisionally Salaried Bookkeeper Friday the 7th of April 1786 In the morning at nine o'clock, Council Meeting of Policy. Initially, after reading the daily journal kept jointly from the 24th of July to the 20th of December of last year by the Commissioners for spice extirpation at Morotai, the Military Lieutenant Johan George Vegele and the Assistant Jan Daniel Baijer, and thereafter, on account of the departure of the just mentioned Commissioner Vegele, who fell ill and died here, kept by Baijer alone until the 10th of January of this current year, together with an extract drawn therefrom by order of the Governor by the provisional secretary Bax concerning the expenditures made in the aforesaid time; it was approved and agreed to sanction the actions of both Commissioners in the master's service cited in the aforementioned journals, and to note: that on the island of Morotai were felled and eradicated 44497 nutmeg trees in total, of which 3233 fruit-bearing, and 41264 saplings; as well as that the expenditures made consisted of: rd:s 95:—:— in cash 5 pieces Guineas, ordinary bleached 3½ pieces ditto, brown bleached 117 jugs of arrack 9 lb of gunpowder 188 loose musket cartridges 2 pieces axes 2 pieces pedaks; and in the opinion of this council these were not deemed overly generous, for which reason it was agreed to pass them for write-off, except for 7/6 pieces Guineas, ordinary bleached, charged too much by Baijer for 23 the 7th of April 1776 Allowance of the ordinary bonus. Restitution of additional cash advanced. Reading of a letter from the Commissioners at Batchian. Satisfaction with the commencement of the extirpation work in the Strait of Patientie, but not over the distribution of linens because the sort and quantity were not stated. Encouragement in the extirpation. Sago pounding. Rejection of charged burial shrouds for a surgeon and a sergeant who died yonder, and which 7/6 pieces Guineas, ordinary bleached, it was for this reason agreed to have reimbursed by the aforesaid Baijer; and likewise, following previous examples, to pay out to the Testamentary Executors of the late aforementioned Lieutenant Vegele, as well as to the Assistant Baijer, the ordinary bonus which up to Vegele's death amounts to rd:s 146 in cash for both, on account of eight hirelings or baggage carriers at 6 stuivers per carrier per day, from the 28th of July to the 21st of December of the past year; furthermore to Baijer alone rd:s 35:—:— on account of having spent more than the funds retained for accountability after the decease of the frequently mentioned Lieutenant Vegele. Subsequently, a letter dated the 23rd of March of last year having also been read, written by the Commissioners for spice extirpation at Batchian, the Ensign Commandant there George Hendrik Fredrik Keinarddt and the Assayer George Godfried Hendrik van Greven; it was resolved to convey to them in reply the satisfaction with which it was learned here that the work of spice destruction yonder, so important to the Company, and indeed in the districts situated along the Strait of Patientie, has been taken in hand; but that one nevertheless deemed oneself unauthorized to attach the seal of approval to the distribution of linens made by him to the native chiefs, for the reason that the Commissioners neglected to state the sorts and quantity of the cloths given away; although one was otherwise well inclined to think that a small gift could and might have been given to the native chiefs, both for encouragement in the work and for their prompt return with their subordinates from sago pounding, for which the Commissioners had to grant them permission, because those who went out on an expedition from Batchian had no 24 25
Dutch transcription
22 Appart resumtie en approbatie van het dag register en een daar uit ge„ door de Commissiaten te moron„ „taij tot aan de komst van den eerste Commissiant Hertsman in steede van wijlen veegele en uit gave getal der ongevelde Nooten boomen Present Alexander Cornabe Bernart Sebastiaan Wenthold, „koopm: seceumne en koopdadm: „ kapitein en Hoofden tiatie Johan Godlob Wihelm Heinrich „Onderkoopma en J:s Cisael George Fredrik Durr „ Boek: in :r sent van Plete Judocus Hubertus Bax, en „ p:l soldij Boekkouder Jacobus Josephus Bax, den WelEd Agtbar Heer Jouveneur Aanvankelijk wierd naar gedane Leesing van het door de Commissianten ter specerij extirspe„ atrokken notitie van uitgaven „tie te Morontaij den Luitenant Militair Johan George Vegele en den Assistent Jan Daniel Baijer van den 24: Julij tot den 20: Dec: van voorleden Jaar te zamen, en daar na, mits de opkomst van den zoo even gem ziek geworden en alhier over„ „leeden Commissiant Vegele, tot aan den 10: Jann: k:o v door Baijer alleen gehouden Dagverhaal nevens Ordag den 7:e April 1786 Smorgens te negen uuren vergadering Van Polietie een ter ordre van den Heer Gouverneur door den p:l secret:s Bax daar uit getrokken Notitie wegens de in voorsz tijd gedane spendatien; goedgevon„ „den en verstaan te approbeeren der bij opgem: Journalen aangehaalde verrigtingen van beide Commissianten in 't meesters dienst en te noteeren:) dat ten eilanden Morontaij sijn ongeveld en uitgeroeid 44497: Nooten boomen inzoort, waarvan 3233: vrugt, en 41264. tellen soo meede dat de gedane spendatien be„ staan hebben in rd:s 95:—:— Contant 5. p:s Guinees gem: gebl: 3½ „ _o br: bl: 117. – kannen Arak 9:– lb Buskruit 188: - losse snaphaan patroonen 2: p:s bijlen 2:- „ Pedakken en na de meening van deesen rade niet te ruim genomen sijn waarom verstaan wierd dezelven te passeeren ter afboeking buiten 7/6 p„s guinees gem: gebl: door Baijer te veel opgebragt voor een een 23 den 7: April 1776 toe laag van het gewoone Douceur d E restitutie van meerder verstrekte contanten Lecteure eener brief van den Commissi„ „anten te Batchia tot aanmoedinging in het Extirpe„ Jagoe. kloppen. maar niet over de afgave van Lijwaten wierd soort en hoeveel„ „genoegen voor de aanvang van „het extirpatie werk in straat Pattientie ontraging van opgebragte dood mad len Chirurgijn en een sergiant die ginter overleden zijn, en welk 7/6 p:s guin„s gem: ge„ „bl: hierom verstaan wierd te laten vergoeden door Baijer voorn: en tevens naar vorige voor„ „beelden aan de Testamentaire Execcuteuren van wijlen den meerm: Luitenant vegele soo mee„ „de aan den Assistent Baijer te laten uit„ „keeren het gewone Douceur 'te welk tot aan vegeles doot te staan komt op rd:s 146. Contant voor beijden, wegens agt huurlingen „ hid niet is opgegeeven of bagagie-dragers, a: 6: st:s ieder drager der dag, van den 28: Julij tot den 21: decemb: a: p:; voorts aan Baijer alleen rd:s 35:—:—; wegens meerder uitgegeven dan ter verantwoording over gehouden penningen, na overlijden van dikgerepten Luitenant vegele Vervolgens almeede lecture zijnde genomen van eenen sub dato 23=e Maart J„o L: door de Commissianten ter specerij er„ „tirpatie te Batchian, den vaandrigen Commandant aldaar George Hendrik Fredrik Keinarddt en den Essaijeur George Godfried Hendrik van greven geschreven brief; wierd goed gevonden aan dezelven in recriptie te doen verstaan het genoegen waar„ „meede men hier vernomen heeft dat het voor de Comp: zoo importante werk der specerij distruc„ „tie ginter en wel in de, aan staat patientie gelegen Districten bij de hand genomen is; maar dat men des niet te min onbevoegd dagt te weesen, het zegul van approbatie te hangen aan de door hem gedane afgave van Lijwaten aan de In„ „landsche hoofden om reeden sijn Commissianten vertuind op te geeven de zoorten hoe-veelheid verscheind der weg geschonken doeken: schoon men anders wel genegen was te denken dat aan de Inlandse hoofden wel een spal geschenk heeft konnen en mogen worden afgegeven soo tot aanmoe„ „diging in den arbeid als tot derzelver spoedige vin 'poedige te rugkomst van het terug komen met hunne onderhorigen van het sagoe kloppen waartoe zijn Commissianten hen hebben moeten permissie verleenen door dien de op een togt uitgegane van Batchia„ Commandant) geen 24 25
English
26 the 7th of April 1786 6 Upon the request of the Citizen, and rations for the transport of the extirpators and provisions, the adjacent was granted to him. left no men behind to provide sustenance, according to custom, to the Batjan extirpators ceded by him. Lastly, by the Citizen Wijnand Sevening, as follows, Wijnand Seevening for prahu hire, now upon his return from Batchian pursuant to the resolution of the 20th of February of this current year, by the following Request. To the Honorable, Respected Sir, Alexander Cornabe, Governor and Director, together with The Council of the Moluccos Honorable, Respected, Commanding Sir. Honorable Gentlemen. Wijnand Sevening, citizen and inhabitant here, makes known with the utmost respect how the petitioner's vessel, having been hired in the past month of January by your Honors for the transport from here to Batchian of such Company servants and citizens as were dispatched thither by the same for spice extirpation, the commissioners there, the Honorable Keinnairdt and van Greven, because his Highness the Sultan of Batchian lacked the necessary vessels for the further transport of the extirpators with their rations and other equipment from Batchian to the river Piga-Radjo where the forest houses were, kept the petitioner in service to that end for another month with his vessel and crew to the number of nine sailors; wherefore the petitioner in all respect turns hereby to your Honors, humbly pleading that there may graciously be validated to him a month's wages for him as head and nine ordinary sailors, the latter at rd:s 3: 36:— each, alongside the usual rations, and hire of his vessel for the said month. Below stood: Which beseeches. Was signed: W: Seevening. In the margin: Ternaten the 9th of March 1786. The request having been made for the provision of wages and rations for him and his crew alongside hire payment for his prahu, which were detained by the commissioners for spice extirpation at Batchian for the transport of the extirpators and baggage from Batchian to the river Piga-Radjo, it was approved and understood to have issued to the said Sevening one month's wages and rations for him and the prahu crew, to wit eight native sailors, 54 rd:s in cash, alongside the following dispensary goods; namely, 590:— lb Rice 54:— lb Salt 27:— lb Powder Sugar 72:— lb Karwat 18:— lb Butter 7:½ cans Olive Oil 9:— cans Vinegar, Native, and rd:s 12: 24:— instead of the following dispensary goods, namely rd:s 1: 6:— for 54 lb Tamarind rd: 9: 33 - 8 27 29 the 7th the 7th of April 1786: and also to the citizen Captain Landouw rd:s 9: 33:— for 77 1/2 cans Arak 1: 33:— for 27 lb Powder sugar, with dismissal of the requested prahu hire, for which 50: rd:s was paid to him upon the transport of the extirpators from here to Batchian. And it was understood to act likewise concerning the crew of the paduakan, also taken on hire, belonging to the citizen Captain Feit Landauw, who had already made an application for it to the Lord Governor, in order to make no obligation to the citizens, to have issued: rd:s 120:— in cash, being rd: 50:— for prahu hire 70:— for wages to a head and 8 ordinary native sailors for two and a half months, and the following rations: 1237:½ lb Rice 67:½ lb Salt 40:½ lb Powder sugar 90:— lb Carwaat 22½ lb Butter 5 3/8 cans Olive oil 11¼ cans Vinegar, Native alongside rd:s 17: 13:8: instead of the dispensary goods to be named, namely: rd:s 1: 19: 8 for 67½ lb Tamarind 12: 24:— for 120:— cans Arak 1: 33:— for 3 1/5 cans Olive oil 1: 33:— for 27:— lb Powder sugar 5½ Thursday Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, date as above. Was signed: Alex: Cornabe, B: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: H: Bax, and J: J: Bak.
Dutch transcription
26 den 7:e April 1786 6 op het versoek van den Burger, en randsoen voor den overbreng der Ey„ „tirpateurs en vivers werd hem het nevenstaande toe gelegd. geen manvolk heeft agtergelaten om aan de door hem afgestane Batchianse Extirpateurs, volgens gebruk mond kost te besorgen Laastelijk door den Burger wijnand sevening als wijnand seevening om prauwhuur nu bij sijne terug komst van Batchian ingevolge besluit Van den 20: febr: h: a: bij ondervolgende Request. Aan den WelEdelen Agtbaren Heer„ Cornabe, Allxander Gouverneur en Directeur, benevens Den raad der Moluccos —WelEdele Achtbare Gebiedende Heer. Heeren. HelEdele heeft met, met de meeste eerbied te kennen Wijnand sevening, burger en Inwoonder alhier hoe supp:s vaartuig in de J„o verweken maand Januarij door uw welEd. Agtb. sijnde ^ zodanige Comp: dienaren en burgers van afgehuurd ten overvoer van hier naar Batchian, als door Hoog dezelven naar derwaards ter specerij extirpatie waren afgeson„ „den, de Commissianten aldaar de E: Keinnairdt en van Greven hem supp:t overmits bij sijne Hoogh: den sulthan van Batcdhian, de nodige vaartuigen ten verderen overvoer der latirpateurs met haar randcoenen en anderen omssag van Batchia naar de revier Piga-Radjo daar de Bosshuisen waren, ten dien Einde nog geduurende een maand met zijn vaartuig en opvarende ten getalle van negen mattroosen in dienst hebben gehouden; weshalven hij supp:t sig bij deezen in allen eerbied tot uw welEd: Agtb: keerd) ootmoedig smeekende, dat hem goedgunstig moge werden ge„ „valideerten een maand Gagie voor hem alshoofd en neegen ge„ „meene matroosen, laast gem: â rd:s 3: 36:— ieder nevens het ge„ „wone randeoenen: en huur van sijn vaartuig voor ged:e maand /on„ „derstond 'T welk smeekt /was geteekend / W: seevening /ter zijde Ternaten den 9:e maart 1786: — verzoek Gedaan zijnde om verstrekking van gagie en randcoenen voor hem en zijn volk nevens huur„ loon voor zijn Pauw welke door de Commissi„ „anten ter specerij Extirpatie te Batchian sijn aan„ „gehouden tot den overbreng der Exetirpateurs en bagage van Batchian naar de revier Piga-Radja„ wierd goed gevonden en verstaan aan ged„e sevening te laten afgeeven maanden gage en randcoen voor hem en prauw volk te weeten agt Inlandse zeevarens 54 rd:s Contant benevens de ondervolgen„ „de Dispens Wharen; als, 590:— lb Rijst 54:- „ zout 27:– „ Poeder Zuiker 72:— „ karwat 18: — „ Booter 7: ½ kann: olijven olij 9: — _o azijn Inlands, en rd:s 12: 24:— insteede van de volgende Dispens wharen, als rd:s 1: 6:— voor 54. lb Tamarinde ootmoedig rd: 9: 33 - 8 27 29 den 7 den 7e: April 1786: en ook aan den burger Capitain Landouw rd„s 9: 33: — voor 77 1/½ kann: Arak 1: 33:— „ 27 lb Poeder zuiker met ontsig„ „ „ging van het verzogte prauw-huur, waarvoor hem bij overbreng der Eetirpateurs van hier naar Batchian 50: rd:s is betaald geworden. En wierd verstaan even eens te handelen om„ „trent de opvarenden van de almeede in huur genomen paduakan van den burger Capitain Feit Landauw die daar om reeds bij den Heer Gouverneur hadde aanzoek ge„ „daan, om aan de burgers geen verpligtingte maken te laten afgeeven. rd:s 120: — aan Contanten als rd: 50:- voor prauw huur „ 70: — _o gage aan Een hoofd en 8: gem: Inlandse zeevarende voor twee en halve maanden, en de ondervolgende randooenen 1237:½: lb Rijs 67:½: „ zout 40:½: „ Poeder zuiker 90: —: „ Carwaat 22½: „ Booter Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Casteel Orange, dato voorsch: /was geteekend/ Mlex: Corna„ Wenthold, J: G B: „be. B G: W: Heinrich, G: F: Durr J: H: Bax, en J: J: Bak, 5 3/8 kannen olijven olij 11¼: _o Azijn Inlands nevens rd:s 17: 13:8: in steede van de te noemene Dispens wharen, als rd:s 1: 19: 8 voor 67½ lb: Tanm= „ 12: 24: — „ 120:— kann: Atok „ 1: 33: — „ 3 1/5 — olijen blij „ 1: 33: — „ 27: — lb poeden uiten 5½ Donderdag
English
Thursday the 20th of April 1786 in the morning at nine o'clock Police Meeting Present The Right Honorable Lord Governor Alexander Cornabe, Bernard Sebastiaan Wenthold, merchant and second, Johan Godlob Wilhelm Heinrich, captain and head of the militia, George Fredrik Durr, junior merchant and provisional fiscal, Judocus Hubertus Bax, bookkeeper and secretary, and Jacobus Josephus Bax, provisional pay bookkeeper; Read a letter received from Ceram at the village of Sawaij from the King and Great Officers of State of Batchian, dated 3 April last, of the following content: Translation of a letter written by His Highness the King of Batchian and Great Officers of State to the Right Honorable Alexander Cornabé, Governor and Director, as well as the Council of the Moluccas, reading after the usual preamble: Furthermore, Paduka Sri Sultan and Great Officers of State make known that at the time they departed from Batchian to inspect the troops, they were overtaken by a terrible storm and driven to Poelo Pisang, from where, wishing to cross over to Oubij, they could not steer for the said island, and while they were afraid of being driven to the Papuan lands, Paduka Sri Sultan and Great Officers of State resolved to turn the bows toward Ceram, where they also landed with the help of God at the village of Hatiling, subsequently proceeding along the coast to the post of Sawaij, from which place the King and Great Officers of State gave notice to the Lord Governor and Council of Amboina that they were there, and also that many people from the Nine Villages had defected to Noekoe, and were staying with him to the number of 760 heads at the village of Hute. The Sultan sent his Djogogo to recall the said people, and obtained from the peoples of Hatiling 120 women, but few men, who were also already sent ahead to Batchian. The peoples of Sawaij, Hatoewe, Bessie, Soleman, Listabe, Nisnioe, and Passime are inclined to go to Batchian. Furthermore, the Sultan has seized a Tidorese Modim Hadje, whom he sends to the Lord Governor and Council. Paduka Sri Sultan and his children Danoe and Manoesoe make hereby their humble compliments to the Lord Governor and send as a modest present two cassowaries. Written: Batchian the 2nd of Jumadil Akhir in the year 1200, or the 3rd of April 1786. Below, for the translation, signed: J. D. Schierstein, sworn translator. Whereupon it was approved and resolved to reply that the Government has not been so ignorant of the Sultan's desire to increase the peoples of his lands with those of certain nine villages on Ceram, but that, after His Highness and Great Officers of State were not encountered on Oubij, it could well suspect that the voyage to Sawaij was pursued deliberately and not by accident; so that the Sultan and Great Officers of State will please allow that the Government places no faith in the alleged contrary winds, and also to concede that the previous communication that they wished to make a tour to Oubij cannot be accepted as sufficient, since such may not take place without previously obtained authorization, after the island of Oubij had been ceded by Sultan Aluwadien to the Company, and the same is considered the Company's property and cannot be regarded as a part of the Batchian Empire. At the same time, it was resolved to express the satisfaction that is taken in the good success of that expedition, regarding that 236 new subjects in men, women, and children had been transported from Sawaij to Batchian and had arrived there, which number it was hoped would, upon His Highness's return and with the full approval of the Amboina government, still be considerably increased to the benefit and advantage of the Empire of Batchian, which would thereby become better able to vigorously pursue the extirpation of spice trees commenced in the Strait of Patientie. It was also resolved to recommend to His Highness and the Great Officers of State of Batchian that henceforth they place more trust in and have esteem for this Government, as it does not willingly.
Dutch transcription
31 37 „grooten uit Ceram ontfangar Alexander Cornabe, Den welEd: Agtb: Heer Gouverneur Bernard Sebastiaan Wenthold, „ koopman en secunde „ kapitin „ Hoofd der militie Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „ onderkoopman en p:l fiscaal George Fredrik Durr, „ Boekhouder „ „ secretaris Judocus Hubertus Bax, en „ p:l soldij Boekhouder Jacobus Josephus Bax; Geleezen een door den Koning en Rijksgrooten van Briev van Batchians Kuirigen Rijks. Batchian uit Ceram op de Negorij sawaij ont „vangen brief de: d: 3:e April L: L: van onder„ „volgende inhoud Translaat van een briev gesch: door zijn Hoogheid den Koning van Batchi„ „an en Rijksgrooten aan den welEd Agtb. Alexander Cornabé gouverneur en directeur benevens Den Raad der Moluccos Luidende na gewone voor Reeden wijders geeft Paduko sirie sulthan en Rijksgroten te kennen dat ter tijd. van Batchian zijn vertrokken om de Heer Donderdag den 20e April 1786: smorgens te neegen uuren Vergadering van Polietie Present troupen te bezien door een vreeslijke strom zijn overvallen en na Poelo Pisang zijn verdreven, van waar na oubij willende oversteeken ged„te Eiland niet konden bestevenen en terwijl bang waren om na de Papoe te verdrijven zoo resol„ „veerde Paduka sirie sulthan en Rijksgrooten de ste„ „vens na Ceram te wenden alwaar ook met de hulpe Gods ter Negorij Hatile zijn geland, gaande vervol„ „gens langs de wol tot de Post Jawaij, en van welke plaats koning en Rijksgrooten, de Geer gouverneur en Raad van Amboina Kennis gaven dat aldaar waren mitsgaders dat van de Negen Negorijen veel volk na Noekoe was overgelopen, en zigten getal van 760. koppen ter Negorij Hute bij hem ophielden zendende zulthan zijnen Djoegoegoe om gem: volk terug te roepen en kreeg van de volkeren van Hatiling 120: vrouwen maar weinig mannen die ook reeds vooraf na Batchian sijn gesonden. De volkeren van sawaij Hatoewe Bessie Soleman Listabe Nisnioe en Passime zijn genegen om na Batchian te gaan verders heeft sulthan een Tidorees Modim Hadje op„ „gepakt, dewelke aan den Heer Gouverneur en Raad toesend. Paduko sirie sulthan zijne kinderen Danoe en Manoesoe maken, bij dezen hun needrig Compliment aan de Heer gouverneurs en zenden tot, een gering pre„ „sent twee Casuwarissen /onderstond/ geschreeven Bat„ „chian den 2:e van Djumadil hair a„o 1200, of den 3: April 1786: /Lager / voor 't Translaat / geteekend J: D: schierstein, gezw: Transl: troupen 30 wierdt 33. den 20: April 1786 „houden dat den Raad niet onkundig is dat sijn gesteevend. dat buiten qualificatie niet hadmo„ „ge gescheeken aan komst der Cerammers op Batoke „slag diev togt waar op zijn Hoogh: sal werden voogen„ wierd Goedgevonden en verstaan daar op te resori„ Hoogh: C: s: voor bedagtelijk derw:s is „ beeren dat de Regeering zoo onkundig niet is geweest van 't sulthans drift om de volken sijne Landen met die van zekere negen Negorijen op genoegen omtrent den goeden uit„ Cetam te vermeerderen of sij heeft na dat sijn Hoogheid en Rijksgrooten op onbij met zyn aan„ „getroffen wel kunnen vermoeden dat de reijs naar sawaij voor bedagtelijk en niet bij toeval is doogezet; invoege den sulthan en Rijksgroo„ „ten zullen gelieven te gedogen dat de Regee„ „ring geen geloov slaat aan de voorgewende contrarie winden en ook toe te staan dat niet voor voldoende kan werden aan„ „genomen de voorige communicatie dat een tour naar oubij wilden doen; alzoo zulks buiten voor af verkogte qualifi„ „catie niet geschieden mag na dat het Eilandorbij door sulthan Aluwadien aan de Comp: zijnde afgestaan het vomen de eygving te stellen zelven als 's Comp:s Eigendom, en niet als een gedeelte van het „merkt; Tevens wierd beslooten genogen te kennen genoegen te geven dat men neemt in den goeden uitslag dier togt over zulx van sawaij naar Batchian getransporteerd en aldaar aangekomen waaren aan mannen, vrouwen en kinderen 236: nieuwe onderdanen, welker getal verhoopt wierd dat met de terugkomst van zijn Hoogheid onder volkomen goedkeurig van het Amboinase ministerium nog merke„ „lijk vermeerdert zoude worden tot nut en voordeel van het Rijk van Batchian 't gunt hiermede te beeter in staat soude geraaken om de in straat Patientie aangevangen. extirpatie van specerij Bomen met kragt te doen door zetten. recommandate van verder ekoen: Nog wierd verstaan sijn Hoogheid en Rijksgroten van Batchian aan te beveelen dat Voortaan meerder vertrouwen stellen in een achting hebben voor deese Regeering alzoo dezelve niet Batchianse Rijk kan worden aange„ Batchianse gaarne 33