Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
hope of satisfaction Reasons why request for his to humbly request Your High Noblenesses that his closed pay account be sent hither to me as soon as possible, in order to be presented to his superiors, I have the honor to call myself with all high esteem, was written below: F: O: Your High Noblenesses' humble and obedient Servant, was signed: W: C: Engert. in the margin: Bantam, the 23rd of May 1786. To Her High Noblenesses. Communication of on Yesterday morning, having had the honor of meeting His Highness for the first time since the untimely and that in the name death of Raden Mochamat on the 21st of September of last year, the complimentary son and proposed successor to the King of Bantam, condolence was delivered, I did not fail in the least to condole with him most sympathetically on a loss so deeply affecting him, The King's gratitude, which was answered amid a flood of bitter tears, and to me with the most sensible emotion, with an expression of all gratitude; I had hoped to declare clearly that Your High Noblenesses provisionally proposed to introduce his successor in the event of an unexpected death, the application of which he requests to defer the same on behalf of Your High Noblenesses, having been able to elicit this answer from the King concerning the Prince, so I hope until it shall have appeared to him which of his remaining sons of whom none were begotten with legitimate wives shall come to deserve that special favor of Your High Noblenesses, and for which inquiry their too young years are as yet an obstacle, in the hope at the same time that the intervening time will bring about that a legitimate heir may be born to him from the womb of the Queen. He wishes therefore Your High Noblenesses to ascribe this delay to his close attachment to the Kingdom of Bantam, which he would gladly bestow after his demise upon him who lawfully deserves the crown, in order thereby to prevent all jealousy and discord that could cause an internal commotion, as well as to his attachment to the Company, whom he wishes to honor in his successor as that sincere Ally who will descend into the grave with his corpse. This being all that I, regarding his desire, I that Your High Noblenesses will for now be able to be satisfied with this answer of his, while both in this and in all other necessities I shall always perform my duty, and with that assurance I make bold to subscribe myself with the utmost expression of all respect and high esteem, was written below: F: O: Your High Noblenesses' humble and very obedient Servant, was signed: W: C: Engert in the margin: Bantam, the 17th of October 1786 Agreed W. V: Celkamp saying Clt ƒ Incoming us 1786 er 1785 atria solution Copy vNingellen Win us 1786 solution Copy Patria ar 1785 Incoming Resolution Copy Patria ber 1785 us 1786 Incoming Secret Ternate Pro Patria Beginning the 3rd of December 1785 Ending the 24th of August 1786 Appendices of the Secret Incoming Letter Book, third part Submitted: 1787 Resolution Copy 2 of Register of the Papers, as sent by the undersigned to His High Nobleness The High Noble, Stern, and Right Honorable Gentleman, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General together with The Honorable and Stern Gentlemen Councilors of the Netherlands Indies etc. etc. etc. D This Register No. 1: Original missive from the undersigned to Their High Noblenesses above mentioned under today's date 2: Account of the expenses to be incurred for the fitting out of 12 Kora-Koras manned with 624 Natives. 3: Copy translation of a letter of complaint from Sultan Kamaluddin of Tidore dated the 19th of April 1786, lamenting insolent acts committed by the Ternatean state slave named Papuetje. No. 4. ƒ 6: Same: - - . Ibidem - - - - - No. 4: Copy written report from the Chief Administrator Wenthold and Captain Commandant Heinrich dated the 24th of April 1786 regarding the answer received from the King of Ternate to the above-mentioned complaints. 5: Copy written report from the above-mentioned Political Council Members dated the 29th of April 1786, regarding their message delivered to the King of Tidore concerning the Calaodie Papuetje and three Marieke women who are said to have converted to the Christian faith, and further. dated the 31st of May containing the answer received from Tidore's King to the complaints brought against him regarding the mistreatment of a Ternatean by the Tidorese etc. etc. 7: Copy report from the Translator Schierstein regarding the subsequent arrest of the Tidorese Captain Laut and the delivery to the Company of the Tidorese soldier Abdul following the satisfaction demanded on the part of the Governor for the aforesaid mistreatment. 9: Declaration of the Drummer Jacob Kruys of Ternate dated the 25th of April 1786, regarding the manner in which he came to possess one of those women etc. Copy Declaration of the Burgher Sergeant Marcus Pais dated the 25th of April 1784, regarding the same, with the addition that the Marieke woman Ahadie, with whom he lived in close intimacy, at Holy Baptism 10: No. 8: Copy Report from the aforesaid Translator dated the 24th of April 1786, regarding his findings upon the investigation conducted into the three Marieke Women mentioned under No. 5. No. 8. the
Dutch transcription
ope van genoegen Redenen waarom verzoek om desselfs uw Hoog Edelheedens ootmoedig te verzoeken dat desselfs afgekot oldij Reekening Afgeslotene soldij Reekening ten aller spoedigsten mij mag herwaards gezonden worden, ten einde aan dies overheeden te werden g'intrageerd, Jk hebbe d' Eer mij met alle Hoogagting te noemen /:onder stond:/ F: O: uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsamen Dienaar, /:was geteekend :/ W: C: Engert. /:in margine:/ Bantam den 23. Meij 1786. — Aan Haar Hoog Edelheedens. Communisatie van op Gisteren morgen door d' Eerste maal na het ontijdig en dat uijt naam afsterven van den Radeeng Mochamat op den 21. Septem„ 't Complimentari „ ber J„o leeden, zoon en voorgestelde thavons opvolger van den condoleantie is afgeligd koning van Bantam, d' Eer gehad hebbende zijn Hoogheid te moogen ontmoeten, zo heb ik geenzints verzuijmt Hoogst hem zoo treffende ontrukking aller deelneemenst te con„ S konings dank, „ dolleeren, dat onder een vloed van Bittere Traanen, en voor mij met de gevoeligste aandoening, niet betuijging van alle dankbaarheid beandwoord is; Ik hadde gehooft om dig te declareeren dintroenden uw Hoog Edelheedens provisioneel wierde voorgesteld tot zijn opvolger bij een onverhoopt afsterven, dan welke Aplicatie hij verzoekt te moogen surcheeren dezelve van weegens uw Hoog Edelheedens met deeze voor der kkonings andwoord aangaande den Vorst heb konnen ontrukken, zoo verhoope tot dat hem zal zijn gebleeken van zijn overige zoonen /: van dewelke geen bij egte vrouwen geteeld zijn:/ die bijzondere gunst uwer Hoog Edelheedens zal komen te verdienen, en tot welk onderzoek als nog hunne te Jonge Jaaren hinderlijk zijn, in hoope teffens dat die tusschen tijd zal toebrengen dat hem een wettige Erfgenaam uijt de schoot der konin„ „ginne mag gebooren worden, Hij Wid over zulx uw Hoog„ „ Edelheedens dit uijtstel te willen toeschreijven aan zijne nauwe verknogtheid tot het Bantams Rijk, die hij gaarne na zijne ontbinding wilde beschenken met den geene die den kroon wettig toekomt, ten einde daar door voor te koo„ „ men alle Ialousie en twee speet die een binnenlandse be„ „ roerte zoude konnen te weeg brengen, ook aan zijn aanklee„ „ven tot dEComp: wien hij toewenscht in zijn opvolger te verEeren dien opregte Bondgenoot die in zijn Lijk zal komen ten graaven te daalen. Dit alles zijnde wat ik weegens zijn begeerte dien ik dat uw Hoog Edelheedens met dit zijn andwoord zig voor eerst zullen konnen bevreedigen, terwijl ik zoo in deeze als in alle andere nootwendigheeden altoos mijn pligt betragten zal, en met die verzeekering verstou„ „te ik mij met de uijterste betuijging van alle Eerbied en hoogagting te onderschreijven, /:onder stond:/ F: O: uw Hoog Ed=s onderdanige en zeer gehoorsamen Dienaar, /:was geteekend:/ W: C: Engert /:in margine:/ Bantam den 17. october 1786 — Accordeert W V: Celkamp „zegging Clt ƒ Inkomend us 1786 er 1785 atria solutie Copia vNingellen Win us 1786 solutie Copia Patria ar 1785 Inkomend Polutie Copia Catria ber 1785 us 1786 Inkomend Secreete Ternaten Pro Patria Beginnende den 3: December 1785 Eeerdigende „ 24: Augustus 1786 Bylagen van het Secreet Inkomend Briefblk aderde deel Overgel: 1787 Resolutie Copia 2 van Register der Papieren, als door de ondergeteekenden versonden worden aan Sijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heer M:r Willem Arnold Alting, gouverneur Generaal benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien &:a &:a &:a D Dit Register N„o 1: Origineele missive van den ondergeteekenden aan Hunne Hoog Edelh: boven gemeld onder heedigen datum 2: Reekening der te doene bekostigingen bij de toerus„ „ting van 12: Corra Corras bemand met 624: Inlanders. 3: Copia Translaat klagt schrift van sulthan Kamaloedien van Tidor gedateert 19: April 1786. doleerende over gepleegde Insolentien van den Ternaatse rijksslaav Papoetje, genaamd. N:o 4. „ ƒ „ 6: Idem: - - . Ibidem - - - - - N„o 4: Copia schriftelijk raport van den Hoofdadministrateur Wenthold en Capitein Commandant Heinrich gedateerd 24: April 1786 weg:s het bekomen antwoord van Ternaats koning op boven gem: klagten. „ 5: Copia schriftelijk raport van bovengen: Politicque Raadsleeden d: d: 29: April 1786. weg:s der selver gedane boodschap aan den koning van Tidor nopens den Calaodie Papoetje en drie Mariekje vrouwen die tot het geloovden Christien souden sijn overgegaan en wesmeer. d: d: 31: Meij Contineerende het be „komen antwoord van Tidors koning op de hem aangebragte klagten weg:s mishandeling van een Ternataan voor de Tidoreesen &„a &„a „ 7: Copia berigt van de Translateur schierstein nopens de gevolgde arresteering van den Tidorees Capitein Laut en overlevering aan de Comp: van den Tidorees soldaat Abdul op de van weg: den Gouverneur gevorderde satisfactie over voorsz: mishanling. 9: _o Verklaring van den Tamboer Jacob Kruijs van Ternaten d: d: 25: April 1786: nopens de wijse op de welke aan eene dier vrouwen geraakt is &„a Copia Verklaring van den Burger sergeant Marcus Pais 8: d: 25: April 1784. nopens het selvde met bijvoeging dat de mariekse Vrouw Ahadie, waarmeerde in naue gemeen„ „schap liefd, bij den H: doop „ 10: N„o 8: Copia Berigt van voorn: Translateur d: d: 24. April 1786. nopens zijne bevinding op gedaane perquistie na de sub N: 5: gemelde drie Mariekje Vrouwen. No 8. de
English
N: B: C: Three small boxes sewn in white linen and sealed, inscribed Nutmeg and mace from Strait Pasientie into the hands of the ditto ditto from Poeloe Rau Sea Captain Jan Wilton ditto from ditto Pisang Ternaten in Castle Orange the 15th of September 1786: has received the name of Welhelmina. Master Alting Willem Arnold Governor-General together with The Right Honorable and Valiant Gentlemen Councillors of the Dutch Indies et cetera, dated et cetera Copy of the account of the Tidorese Captain Goelamanis concerning his experiences in the Papuas ditto Translation of a letter written in the Tidorese language by Prince Noeckoe and grandees of the realm of Tidore to Sultan Kana- loedien Shah and grandees of the realm This Register Register of Papers as sent by the undersigned to His High Excellency The High Noble Valiant and Great Honorable Gentleman Secret Separate Number 3. N: B: C: Three small boxes sewn in white linen and sealed, inscribed Nutmeg and mace from Strait Pasientie into the hands of ditto ditto from Poeloe Rau Sea Captain Jan Willi ditto from ditto Pisang Ternaten in Castle Orange the 15th of September has received the name of Welhelmina Register of Papers as sent by the undersigned to His High Excellency The High Noble Valiant and Great Honorable Gentleman Alting Willem Arnold Master Governor-General together with The Right Honorable and Valiant Gentlemen Councillors of the Dutch Indies Per this Register Number 1: Copy of the account of the Tidorese Captain Goelamanis concerning his experiences in the Papuas 2. ditto Translation of a letter written in the Tidorese language by Prince Noeikoe and grandees of the realm to Tidore's Sultan Kana- loedien Shah and grandees of the realm Secret Separate Number 3. et cetera, dated et cetera 4. Copy of the account of two Burunese concerning ill-treatment suffered by them on the island of Tamettij dated the 15th of September 1785: 5. ditto Report of the Second in Command Wenthoet and Captain-Commandant Heinrich concerning the result of a commission executed by them at the lodgings of the King of Batchian on Ternaten dated the 25th of October 1785. 6. ditto Account of the military ensign Johan Fabrik Rauch, dated the 6th of February 1784, concerning a riot of common Ternate men that occurred the previous evening. Ternaten in Castle Orange the 15th of September 1786: Letter from the King and grandees of the realm of Batchian to Their High Excellencies dated the 3rd of September 1785: Number 3. Marginal answers to obscure-appearing passages in the The alongside-mentioned obscure passages are clarified below as far as possible. By this can be meant nothing other than the event described in the copy of the account annexed hereto, dated the 12th of September 1785, concerning two Burunese who had placed themselves under the King of Ternaten, who, after they had gone out from here a couple of months previously in a proa with six other natives to the small island of Tametti to fish, and had gathered one thousand five hundred skewers of caught fish a day or night before their return, three Batchian kora-koras had appeared there to drive them away, of which the crew, having taken half of those fish for themselves, set fire to the huts erected by the fishermen on the aforesaid island, whereby there were destroyed: 750 skewers of smoked fish, 2 cast nets, 3 pedaks. Furthermore, also concerning the news or pretext regarding the seizure of thirty Ternate subjects, that the Paduka Siri Sultan had previously granted permission and afterwards took everything from them, this is a great lie. Extracts of obscure-appearing passages in the letter written to Your High Excellencies by the King and grandees of the realm of Batchian, dated the 3rd of September 1785: for
Dutch transcription
N: B: C: Drie in wit Linnen benaaijde en versegulde doosjes beschreeven Nooten en foelij uit straat Pasientie in handen van den _o „ _o van Poeloe Rau zee Capt: Jan wilton _o van _o Pisang Ternaten in 't Kasteel Orange den 15: september 1786: de naam ontvangen heeft van Welhelmina. M=r Alting Willem Arnold Gouverneur Generaal benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands Indië &„a d„n &„r Copia Relaas van den Tidorees Capitein Goelamanis wegens desselfs wedervaren in de Papoën _„o Translaat van Een brief geschreeven in de Tidoreijer Taal door Prins Noeckoe en Rijksgroten van Tidors sulthan Kana„ loedien sjah en Rijksgroten Dit Register Register der Papieren als door de ondergeteekenden versonden worden aan Sijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Heer Secreet Apart No„ 3. N: B: C: Drie in wit Linnen benaaijde en versegulde doosjes beschreeven Nooten en foelij uit straat Pasientie in handen van _o „ _o van Poeloe Rau Zee Capt: Jan willi _o van _o Pisang Ternaten in 't Kasteel Orange den 15: september de naam ontvange heeft van Welhelmina Register der Papieren als door de ondergeteekenden versonden worden aan Sijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Heer Alting Willem Arnold M=r Gouverneur Generaal benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands Indië P Dit Register N„o 1: Copia Relaas van den Tilorees Capitein Goelamanis wegens desselfs wedervaren in de Papoën „ 2. _„o Translaat van Een brief geschreeven in de Tidoreijen Taal door Prins Noeikoe en Rijksgroten van Tidors sulthan Kana„ loedien sjah en Rijksgroten Secreet Apart No„ 3. A„a d„r &„r „ 4 Copia relaas van twee Boeweneesen raakende en door hen ondergane mishandeling op 't eiland Tamettij ged„t 15: Septem: 1785: „ 5 _„o Berigt van den seunde Wenthoet en Capitein Commandant Heinrich„ wegens den uitslag eener door hen verrigtige Commissie aan het Logies van den Koning van Batihian op Ternaten ged„de 25: october „ 6. _„o Relaas van den vaandrig militair Johan Frabrik Rauch, d: d: 6: februarij 1784. rakende een des avonds bevo „rens voorgevallen oploop van Gemeene Ternan „temen. Ternaten in't Casteel Orange den 15: september 1786:— Briev van Batchians koning en Rijksgroten aan Hunne Hoog Edelh: d: d: 3 septem: 1785: N„o 3. Marginaale Beantwoording van Duijster voorkomende Periodes in de 1785. Nevensgemelde duistere Periodes worden hier onder na mogelijkheid opgehelderd Hier meede kan niet anders gemeend worden dan de in het deezen g'annex Copia relaas 8: d: 12: septem: 1785. beschreven gebeurtenis van twee onder den Koning van Ternaten sig begeeven hebbende Boeroneesen die, nadat een paar maanden bevorens van hier in een priauw met ses andere Inlanders naa het kleine Eiland Tametti om te visschen waren uitgegaan en een dag of nagt vóór derzelver terug komst aan geraakte visch Een Duisend, vijfhonderd speeten versameld hadden, drie Batchianse Corra Cowas om hen te verdrijven adaar waren opge„ daagd, waarvan de opvarende hefte dier visschen na sig genomen hebbende, der visschers ten voormelden Eilande opgerigte zoots in den brand staken, waarbij ver„ nield waren geworden. 750: speeten met voortvisch, 2: werpnetten, 3 Pedakken Voorts ook aangaande de tijding of voorwending we„ „gens het oppakken van dertig Ternaatsche on„ „der saten dat den Paduka sirie sulthan alvorens permissie verleend en hen daarna alles zoude hebben afgenomen zulks is een groote Leugen Extracten van duister voorgekomen Periodes in den aan uwe Hoog Edelheden geschreven brief door den koning en Rijksgroten van Batchian, d: d: 3: september 1785: want
English
2 to 3 fire pots, 1 pot of rice, some plates and bowls along with their clothes, 1 bag of salt, and had to watch as the Batchianese, pushing off from there, remained in possession of the fishing prau with one of their comrades, who since then was in the hands of Batchian's king, whereupon those poor fishermen took flight. As the above could hardly have happened without prior knowledge and indeed occurred directly under the eyes of the king of Batchian, who had landed at this castle with 3 corocoroes and 2 orembaais only a few days before the fishermen's return, I could and was entitled to address the prince for redress in this matter. I did so with fairly good success, as His Highness promised to let proper justice take its course upon a strict investigation to be conducted by him. Seeing, however, that nothing came of this, I sent the Secunde Wentholt and Captain-Commandant Heinrich to his lodgings on 11 October. They handed over to me the accompanying copy report of their mission only on the 25th following, after having made an oral report on the aforementioned 11th, in which, so far as can be gathered from the confused style of writing, everything was denied and all satisfaction on several other points presented to the prince on my behalf was refused. For the Paduka Sri Sultan is not a faithless person who would oppress the subjects in such a manner; thus the Paduka Sri Sultan and the mantris give their answer herewith in astonishment. I now perceive that the king has amused me with a promised amicable settlement in order to forestall me in the settlement of a matter that remained unresolved, and which I would not have allowed to slip by without the intercession of the king of Ternate, who compensated the Burunese for everything out of his private purse to allow him, who is married to the Gueman niece of the last-mentioned prince, to return to Batchian again. These were sent back, 54 in number, small and large, under an escort letter from the king and the grandees of Batchian dated 31 December 1781, and were surrendered again on the Company's behalf to King Hairun Saha, after I had demanded them by letter on the 15th preceding at the request of his aforementioned Ternatean Highness, and after I had found that those people had been arrested in an unlawful manner and their sago had been taken from them after they had paid for it, without it ever having appeared or been proven that they had damaged a single sago tree. That for the first time thirty Ternatean subjects were apprehended, and this during the reign of the late Sultan of Ternate, Hairun Saha, which aforementioned subjects were able to damage all plantations in the villages of His Highness and elsewhere, to the extent that many thousands of sago trees were chopped down, about which the Paduka Sri Sultan and Mantris lodged their complaint to Their Right Excellencies the Governor-General and Council of India to demand compensation for the plantations that had been destroyed. 14 who were overtaken at the place where cloves grow; therefore the Paduka Sri Sultan sent them, together with the cloves and nutmegs found on them, to the Governor at Ternate and they were subsequently handed over to their master, the Sultan of Ternate, which prince answered the Moluccan Governor that the cloves and nutmegs belonged to the Tidorese, who took them, but the Paduka Sri Sultan did not apprehend Tidorese subjects, but Ternatean ones. served, and about which case the present king of Ternate was so enraged that I pacified him only with great difficulty; it being otherwise completely contrary to the truth that the king is said to have said that the nutmegs and cloves belonged to the Tidorese, and at the same time true that none is found who is not provided with two or three nutmegs and cloves for medicine. That for the second time, in the year 1784 under the reign of the present prince of Ternate, they again caused unrest and again destroyed all sago trees and plantations of the Paduka Sri Sultan, of whom six men were apprehended who also While the alongside-mentioned, or second case, in the arrest of Ternatean subjects, was brought to the knowledge of Your Right Excellencies in the General Advices dated 10 September 1784, under §162, the very few defective nutmegs and cloves found on them having served as a pretext for sending them up.
Dutch transcription
2: a 3: vuurpotten, 1: Protje rijst, Eenige borden en kommen nevens hunne klederen. 1: _o zout, en aansien moesten dat de Batchianders, van daar afsteekende, de visch prauw met eenen hunner Makkers, die zedert in handen van Batchians koning was Waar op die arme visschers de vlugtnemer verbleven Als het bovenstaande kon nu net buiten voorkennis en zelve niet anders sijn voorgevallen dan onder het oog van den koning van Batchian die maar weinig dagen vóór het retour der visschers aan dit kasteel was aangeland met 3: Corra Corras en 2: orem„ „baijs ik kon en magt den vorst dus om redres in deeze zaak aanspreeken en deed het met tamelijk goed gevolg dewijl zijn Hoogheid beloovde, op een door hem te doene strict ondersoek, goed regt te laten volgen; dog hier van niets siende geworden, sond ik den 11: october den secunde Wentholt en Capitein Commandant Heinrich na deszelvs Logies die het mij deesen meede agter gevolgde Copia berigt hunner verrigting eerst op den 25: daaraan nadat op den 11: voorm: mondeling raport gedaan hadden, ter handstelden waarin, voor soo veel uit de verwarde schrijfwijs kan worden op gemaakt, alles ontkend en alle satisfactie op meer andere den vorst mijnent wege voorgehouden poincten ge„ want den Paduka sirie „weigerd is geworden. sulthan is geen trou¬ Ik bespeur nu dat de koning mij met eene te volgen gemoedelijke afdoening „loos mensch om de g'amuseerd heeft om mij voor te komen in onder saten op zodanige de bedeeling eener saak die onafgedaan gebleven is en die ik niet zoude hebben laten slippen sonder de voorsprake van wijs te onderdrukken den koning van Ternaten die de Boeroneesen uit prive bourse alles vergoed heeft om dus Paduka sirce hem, die met de goemain Nicht van laatstgem: vorst gehud is, weder na Batchi„ Sulthan en de hantries „an terug te laten keeren: met verwondering bij deesen antwoord geven. Deese sijn ten getalle van 54: klein en Groot onder geleide brief van den koning en Rijksgroten van Batchian d: d: 31: Decem: 1781. terug gesonden en Comp. s wege weder afgegeven geworden aan den koning Haijroen saha, na dat ik dezelven den 15: bevorens bij brieve hadde opgeëscht op verzoek van sijn Ternaatse Hoogh: voorn:d en ik bevonden had dat die menschen op een onregtmatige wijse waren opgepakt en hunne sagoe ontnomen was gewor„ den na dat sij daarvoor betaald hadden sonder ooit gebleken of beweesen sij dat een eenig sagoe boom beschadigd hebben. Dat voor de eerstemaal geapprehenderd sijn dertig Ter„ „naatsche onderzaten en zulks ten tijde der Regeering van den overleden sulthan van Ternaats Haijroen Saha„ welke gem: onderdanen alle plantingen inde gehugten van zijn Hoogh: en Elders hebben konnen beschadigen, in soo verre dat veel duisenden en sagoe 1 14 die agterhaald sijn ter plaatse, gediend en over welk geval de presente sagoe bomen om verre gekapt koning van Ternaten soodanig ver„ alwaar Nagulen vallen: dus hebben waarover de Paduka „toord is geweest dat hem met heeft Paduka sirie sulthan sirie sulthan en Mantries groote moeijte tot bedaren gebragt dezelven, met samen de Nagulen hun beklag gedaan hebben aan heb; sijnde overigens besijden alle waarheid dat die koning gesegd soude en Noten die bij hen gevonden sijn, Hunne Hoog Edelheden den hebben dat de Noten en Nagulen aan den Gouverneur op Ternaten Gouverneur generaal en van Tidoreesen waren en te gelijk waar„ Raden van India om ver„ gesonden en sijn vervolgens aan dat geen gevonden word die niet „goeding te eijschen voor de hunnen Heer den sulthan van van twee à drie Nooten en Nagulen Ternaten overgeleeverd, welke plantagien die verdestrueerd voorzien is tot mediceijn. vorst aan den Molukschen Gouver„ waren. neur heeft g'antwoord dat de Nagulen en Nooten van de Tidoreesen waren, die de zelve genomen hebben dog den Paduka Sirie sulthan heeft geen Tidoreesen onderzaten geapprehen¬ „deerd maar Ternaatse. Terwijl het nevens gem: of tweede Dat voor de tweedemaal geval in de oppakking van in 't jaar 1784. onder de Ternaatse onderzaten, ter regeering van den presenten kennisse gebragt is van uwe vorst van Ternaten weder Hoog Edelheden in de Gemeene onlusten gemaakt en weder„ advijsen d: d: 10: september 1784. „om hebben alle sagoe bomen bij §162: hebbende de bij hen en Plantagien van den Paduka gevonden seer weinige ondeugende sirie sulthan van welke Noten en Nagulen als een voorwend¬ ses man sijn opgepakt sel tot derzelver opzending gediend die ook
English
13 I recall that while the king of Batchian was still present here and was himself dining with me, I was notified on behalf of the king of Ternaten that Magindanaur pirate vessels were at Batchian. Having taken the prince of that realm aside, I requested him to dispatch a fast sailing and rowing vessel to learn what was happening; although I gave no credence to the news, thinking much sooner and rightly that this was concocted to cast suspicion on Batchian's king. It appears that the latter, being sensitive about this, also wanted to play his part and bring the king of Ternaten under suspicion with Your Right Excellencies by producing absurdities that could not withstand investigation here. Indeed, had Batchian's king possessed certain knowledge of the order he alleges the king of Ternate gave to his subjects to burn down the Batchian settlements and, after the work was done, to alter their prahus into those of pirates, he would have promptly informed me of it, sending over those who could bear witness to it, which people would moreover have had to convince me of the possibility of making Ternatean Corra Corras resemble Magindanauw pirate vessels, which are of an entirely different construction. But he saw no chance of doing this and thus chose to remain silent. How then could the Governor and Council have agreed with the sultan of Batchian that the prince of Ternate might have made an attempt to pursue his fortune and cause harm to the Company? Also in the year 1785, on the occasion when Paduka Sri Sultan of Ternaten departed, the king of Ternaten unexpectedly ordered his subjects to burn all the hamlets, while at the same time many thousands of sago trees were destroyed, and he commanded the same subjects, saying: when you have completed the devastation, return and alter your vessels just like those of the Pirates, and pretend that you are Magindanause Pirates. But while the aforementioned Ternatean vessels were returning, the sultan of Ternaten very promptly gave notice to the Moluccan Governor, saying that the pirate vessels were at Batchian. And the governor requested the Paduka Sri Sultan whether he would quickly have a Corra Corra prepared to go and see, but nothing came of it after that date, for the reason that the Governor and Council, together with the Paduka Sri Sultan of Ternaten, thought whether the sultan might perhaps have made an attempt to pursue his fortune and cause harm to the Company. The King of Batchian knows as well as I do that neither pirate nor Ternatean prahus were on his land at that time. Ternaten is more to be trusted than Batchian, so the Moluccan government has to be watchful in those parts, because the deeds of the king there are always kept in the dark. Such is the conduct of Ternaten; he always carries out evil practices, so that the Paduka Sri Sultan and Mantris are very astonished that the Moluccan government would
Dutch transcription
13 Mij staat voor dat den koning van BBatchian nog hier aanweesig en selve bij mij ter maaltijd sijnde ik van wege den koning van Ternaten wierd aangekondigd dat Magindanaur „se roof vaartuigen op Batchian waren en den vorst van dat rijk apart genomen hebbende versogt heb een snel seil en roeij vaartuig af te zenden om te weeten wat 'er van was; schoon ik aan de tijding geen geloov sloeg en ik veel eerder en te regt dogt dat zulks verzonnen was om Batchians koning verdagt te maken Het scheind dat deeze hier over gevoelig sijnde, zijn rol ook heeft willen speelen en den koning van Ternaten bij uwe Hoog Edelh: in verdenking brengen met de produc „tie van ongeruimdheeden die hier geen onderzoek konden vielen Immers hadde Batchians koning bij aldien sekere kennis gedragen had van der last dien bij voorgeevt dat Ternaats koning aan sijne ondersoten soude gegeven hebben om de Batchianse Ook in den jare 1785: bij gelee„ gelukten te verbranden en hunne prauwen „genheid dat Paduka sirie na gedaan werk in die van rovers te ver„ „anderen mij daar van schielijk g'informeerd sulthan van Ternaten vertrok„ met oversending van de geenen die daarvan beval, op het onverwagts den getuigen is geven konden en welke menschen koning van Ternaten sijne mij dan bovendien hadden moeten overtuigen van de mogelijkheid om Ternaatse ondersaten alle de gehugtens Corra Corras na Magindanauwse roof te verbranden, terwijl tevens vaartuigen, die van een gansch ander maaksel sijn te doen gelijken; dog hier toe veel duisende sagoe bomen heeft hij geen kans gesien en sus verkosen om te swijgen Hoe kan dan de Gouverneur sijn verdorven geworden en gelaste en Raad met den sulthan van Batchian dezelve onderzalen, seggende: begreepen hebben dat Ternaats vorst een aanslag mag hebben ge„ als gijlieden het verwoelsten maakt om sijn geluk te bejagen voleind hebt, zoo keert terug en en de Compagnie schade toe te brengen. verandert uw vaartuigen, even De Koning van Batchian weet zoo gelijk die der Rovers en geevt wel als ik dat nog roof nog Ternaatse voor dat gij Magindanause Prauwen te dier tijd op sijn Land geweest Rovers sijt; dan wijl even gem: sijn: Ternaten is beeter te betrouwen als Batchian dus de moluksche Ternaatse vaartuigen terug regeering daaromstreeks sijnder heeft kwamen, heeft den sulthan van uit te sien, door dien de daden van Ternaten seer schielijk aan den den koning aldaar altoos in 't donker holukschen Gouverneur kennis laten geven, seggende dat de roof„ vaartuigen op Batchian waren en versogt den gouverneur aan den Paduka sirie sulthan of spoedig een Corra Corra geriefde gereed te laten maken om te gaan sien, dog daar is na dato niets van geworden om reeden den Gouverneur en Raad benevens den Paduka sirie sul than dagten of niet van Ternaten misschien den sulthan een aanslag mogten hebben gemaakt om sijn geluk te bejaagen en de Comp: schade toe te brengen. Dusdanig is het gedrag van Ternaten; altoos voord hij kwade practijken uit, invoege den Paduka sirie sulthan en Mantries seer verwonderd sijn: over de Moluksche regeering soude holukschen te dat
English
15 and arisen that they come forward in not a few subtle ways, among which may well be placed his treacherous conduct toward his uncle, who passed away at Batavia, and with King Djamaloedien upon the succession of the present sultan, only then did this aforesaid prince, who was delivered to the Company by the named officers and received the punishment of death because he had become king of Ternate, so that he might once again devise such subtle schemes, but both through the correction of the Company, just as nearly occurred recently during a hongi expedition on Ternate, and the perfidious and evil plots of the Ternate Realm have become nearly public, as did the conduct of the deceased King Sultan Haijroensaha, who did not assign any share to a lieutenant named Waijerie and Alfiris Saaban, the drum of which is mentioned in the said report. From Ternate was sent of stones by the slaves of Christian inhabitants, which latter are accustomed to celebrate the Lantern Festival of the Chinese with illuminated wagons, wherewith they appear in the dark and not in bright light, since the Paduka Sri Sultans of Tidore and Batchian, Mohamad-oel Massa oed Djamal-oedien and Muhamad Sjahoed-dien Sijha, both deceased at Batavia, without having speculated anything that in the public has become evident and only in the report mentioned Calaudi Papoedje was severely chastised by order of the king, also because of the case, for the reason that it dragged no evil consequences after it, and the King of Ternate was very much offended that he was blamed for it. said to undertake to see them become robbers on the south side of Celebes than with the Ternate Realm, who come forward from Tidore could not have suffered innocently, since he himself brought many of their misdeeds to light and made them public, on which account he can as little justify himself as regarding the burdens he lays upon the memory of the deceased King Haijroensaha, while from the confession of the adjacent named Ternate officers executed in the year 1783 it appears that they went outside the instructions given to them by that prince and took to robbery and murder, as we gave notice thereof in due time to Your High Nobilities. The riot of which the King of Batchian makes mention here is a true history and described in the report of Ensign Rauch, dated 6 February 1784, appended hereto, from the throwing of all members and infidelity of the payment by Ternatans, Tidorese, and other natives to conduct under great noise, and in which innocent amusement the first-ranking persons now and then take part for a single time. After the submission of the said report, I ordered a strict investigation into what occurred and let the matter rest upon the finding that no orders for the throwing of stones or verbal abuse were received by the Ternatans, particularly since with such a crowd of Ternate subjects the Christian negorij was attacked, and the citizen guard would nearly have been broken down if the Company had not quickly discharged musket balls, which, falling within 42 Ternatans, wounded many Ternatans, so that, if a swift reading had not taken place, it would have proceeded dangerously, and at that time, surely, a very great riot would have arisen. The drummer who is mentioned in the report and who struck a Ternate prince wearing a slave badje without recognizing him was, upon the first complaints received thereabout, punished by my order to the satisfaction of the king, and I have seen to it that the king forbade the princes henceforth to go out in garments that so little befit them. Who does not discover from the words of the King of Batchian that the greatness of Ternate, as well as King Kamaloedien of Tidore, is a thorn in his side, and that he would gladly assist in diminishing the power of Ternate, for which His Highness would have seen a fine opportunity if he had succeeded in transferring five to six thousand men from Ceram to Batchian! To what else shall one ascribe his great intimacy with the Tidorese prince, for whom he stands up so strongly and enters complaints, wherewith this one has not yet come forward out of satisfaction that dispatched kora-koras to tow it in were not arranged to do him the honors that he enjoyed in excessive measure upon his landing! What were the sons of the king—who resided for so long with the undersigned and were taken back under the pretext of having the circumcision administered to them—to do on the voyage to Ceram, and furthermore to reside on Batchian? This is a riddle that has not yet been solved, but which I shall try to reach. Yet the Paduka Sri Sultan and mantris discover a certain light out of sincere friendship to Father the High Noble Lord Governor-General and Council of the Indies; if one is not suspicious of the Ternate Realm, it will ultimately through this Sultan Aharal surely be grievous, thus the Moluccan lands can never live in rest and peace, since also the ship Rodenrijs, which was granted at Batavia by our affectionate friends Father Lord Governor-General and Council of the Indies and which was sent to Tidore, was lightly regarded by the Sultan of Ternate without doing it the least honor. When the Ternate kora-koras went to tow that vessel, to tow that vessel, a great affront was done to the King of Tidore, which is entirely improper. Herewith I hope to have satisfied the revered intention of Your High Nobilities, and furthermore have the honor to be, with the deepest submission, Underneath stood: Your High Nobilities' very humble and very obedient servant Was signed: Alex: Cornabé In margin: Ternate, in Castle Orange, the 15th of September 1786. Agrees there stand Tidorese memorials.
Dutch transcription
15 en ontstaan dat se niet in weinig fijnder gend. van Ternaten heeft gesonden te voorschijn komen waaronder wel van steenen door de slaven van Christen gezegt aanneemd om te sien gesteld mag worden sijn verraderlijk Inwooners welke laatste gewoon om rovers te worden aan de sijn het Landthaaren feest der gedrag jegens sijnen om, die te Batavia alle Litten en ontrouw van het Zuidsijde van Celebes dan bij de Chineesen met g'illumineerde wagens overleden is en met koning Djamaloedien Ternaatsche Rijk, die te voorschein te vieren, waarmeede sij sig voor succesie van den tegenwoordigen van Tidor niet onschuldig kan geleeden koomen in het donker en niet in betaling door Ternatanen, Tidoreesen sullhan, toen eerst heeft deese hebben, dewijl hij selve veele hunner „ helder ligt, daar de Paduka en andere Inlanders laten onvoe„ ondaden aan den dag heeft gebragt en gemelde vorst die bij dee genoemde „ren onder groot geraas en in welk sirie sulthans van Tidor en publicq gemaakt weswegens offecieren aan de Comp: overgeleverd onschuldig vermaak de eerste Batchian Mohamad-oel Massa oed hij sig soo min kan regtvaardigen, en hebben de straffe des doods gequalificeerdens nu en dan wel Djamal-oedien en Muhamad als wegens den Lasten dien hij op de voor een enkele keer deel nemen. ontvangen om reeden hij koning memorie van den overleden koning Sjahoed-dien Sijha ( beide te Ik heb naar indiening van gemeld van Ternaten ware geworden, Haijroensaha legd, dwijl uit Batavia overleeden / sonder iets relaas strikt ondersoek na het de Confessie van nevens gen:d Ter„ op dat hij weder sulke subtile voorgevallene laten doen en het daar„ gepecleerd te hebben dat in het „naatsche a. o 1783. teregt gestelde „bij laten berusten op bevinding dat saken soude konnen bedenken, openbaar is gebleeken en alleen offecieren blijkt dat zij buiten geen last tot werpen van steeken maar beide Correctie van de Comp„ zoo als, de nog onlangs bij na de meede gekregen instructie van of schelden door de Tematanen eene Hongie op Ternaten is dien vorst sijn gegaan en sig aan 't hebben ontvangen, voor namelijk gegeven en de in het relaas genoemde rover en moorden begeeren hebben, ontstaan, terwijl met zoo een daar de trouwloose en kwade Calaudi Papoedje op ordre van gelijk daarvan ter sijne tijd aan uwe aanslagen van het Ternaatse Rijk den koning swaar gekastijd geworden meenigte Ternaatse onderzaten, Hoog Edelh: kennis gegeven hebben is ook is van het geval, om reeden bij na publicq sijn geworden, gelijk de Negorij der Christenen is aan„ Het of roer waarvan Batchians het geen de minste kwade gevolgen het gedrag van den overleden „gevallen mitsgaders de burger koning hier nevens omhaling doet na sig gesleept heeft en de koning is een ware geschiedenis en beschre„ wagt bij na afgebroken ware sulthan Haijroensaha, welke van Ternaten seer g'eergeerd is geweest ven in het dezen bijgevoegde relaas geworden, indien de Comp: niet eenen Luitenant in name dat 'er hem de schuld van gegeven van den vaandrig Rauch d: d: 6: spoedig de snaphanen kogels had wierd, geen bedeeling geschied. waijerie en Alfeeris Saaban los gelaten, welke binnen De Tamboer waar van in het relaas feb:r 1784. uit het werpen van gen: gewaagd Tematanes 42 gewaagd word en een Ternaats Prins die in een slave Badje geslagen heeft sonder hem te kennen, is of de eerste daar over ingekomen klagten, of mijn ordre, ten genoegen van den koning afge„ straft geworden, en ik heb gesorgd dat de koning aan de Princen verboden heeft voortaan uit te gaan in kleederen die hem soo weinig voegen. wie ontdekt uit de gezegdens van Batchians Koning niet dat hem de grootheid van Ternaten soo wel als koning Kamaloedien van Tidor in de oogen steekt en hij gaarne soude mede werken om de magt van Ternaten kleen te maken, waartoe zijn Hoogheid schoone kans gesien soude hebben, bij aldien hem gelukt waar vijf à ses duisend man van Ceram na Batchian over te voeren! Aan wat anders sal men toe schrijven sijne groote intimiteit met den Ternatanen vallende, veele Tidoreese vorst, voor wien hij soo sterk Ternatanen gewond hebben, soo op koomt en klagten inbrengd, waar„ dat, wanneer 'er niet schielig. „meede deese nog niet is te berde ge„ „komen uit berustheid dat afgezonden uitleesing ware geschied, ge„ Corra Corras om het binnen te boegsee„ vaarlijk ware voortgegaan en als „ren, niet geschikt waren om hem Eerbewijsingen, die hij niet sijne aan„ dan ware te dier tij, voorzeker„ „landing in overmate genoten heeft; aan te doen! wat moesten 's konings zoonen seer groote oproer ont„ die dus lange bij den ondergeteekende hebben ingewoond en terug genomen zijn op 't voorwendsel van aan de zelven de besnijdenis te laten bedienen op de togt Dog den Paduka sirie, sulthan na Ceram doen en voorts op Batchian verblijf houden. dits een raadsel 't welk en Mantries ontdekken een nog niet is opgelost maar waartoe sal tragten te geraken. seeker ligt uit opregte vriendschap aan vader den Hier meede hoop ik voldaan te hebben Hoog Edelen Heer Gouverneur aan de gevenereerde Intentie van uwe Generaal en Raden van India, Hoog Edelheden en heb overigens, de eere te sijn met de diepste sub„ indien men niet verdagt is op 't missie. Ternaatse Rijk, sal het ten laatsten /onderstond:/ van uwe Hoog Edelheden de seer oodmoedige en seer gehoor„ door deesen sulthan Aharal „same Dienaer /was geteekend / Mlex: Cornabé gewisselijk kommerlijk sijn, dus /in margine/ Ternaten in 't Kasteel orange den 15: September 1786: konnen de moluksche Landen nimmer in rust en Vreede leven, daar tevens die te Batavia is verhenen door onse genegen Vrienden vader Heer Gouverneur generaal en Raden van India en die na Tidorij is gesonden schip Rodenrijs door den sulthan van Ternaten seer ligt is g'agt sonder denzelve de ministe eere aan te doen. Toen de Ternaatsche Corra Corras gingen om dien bodem te boeg„ „seeren om dien bodem te boegseeren is den Koning van Tidorij groot affront aangedaan, het geen geheel ontamelijk is. Tidoreese daar Accordeert Merjornalen staan. -
English
Index to the Short Marginals Saturday the 3rd of December 1785. necessary repairs to the field redoubt Cajoemera page 1. Account of the Tidor lieutenant Goela Manis who returned from the Papuan lands page 6 according to which Prince Noekoe and adherents reject the granted amnesty page 10 purchase of a prahu that must be paid for by the King of Tidor the same page together with 100:—:—: rixdollars borrowed at Amboina page 11 the request in the accompanying document from Tidor's King to, on the proposal of Goela Manis page [illegible] to let four corocoras depart for Gebe, Maba etcetera, approved page 2 but that for two galleys not for reasons as on the side see Report page 3 order for rectification page [illegible] the deliberation in this regard page 5 Record of the secret Resolutions taken in the Council of Policy at Ternaten in the Castle Orange beginning the third of December 1785 and ending the 22nd of August 1786 but page [illegible] page 13 but shall be assisted with ammunition page 13 equipment of three galowets on an expedition to the Celebes page [illegible] order to Manado's Resident to investigate the Sangirese page 14 conduct with the Magindanaos and to urge Prince Steeven to return to his Country again page 15 the enemy showed himself in the month of May at Manado only to the North page [illegible] Manado was merely alarmed by a letter page [illegible] the expenses incurred in the belief of necessity approved for this time page [illegible] but the requested monthly allowance for the auxiliary troops denied page 16 Business concerning Gorontalo page [illegible] appearance of four pirate prahus off Quandang page [illegible] which were driven off by force of arms page 17 and the consumables used there approved for write-off the same page request of the Limbotto people to Gorontalo's king and Resident to be allowed to dismantle Quandang page [illegible] as they can no longer bear the loss to the Company page [illegible] are of the opinion that it will be troublesome to them page 18 one of the Limbotto Kings conceives a request for discharge from office does not want his son as successor page [illegible] for the reason that the Contracts can be fulfilled even less at Limbotto than at Quandang page [illegible] and requests that the government might elect a king page 19 Friday the 30th of December 1785. on the request of Tidor's King page 25 the accompanying ammunition delivered. page 27. Monday the 13th of February 1786: the Buginese of Passir intending to invade Quandang that residency can be broken up page 30 in order to be moved to Limbotto upon the complaints lodged by Boni's petty King regarding his confiscated seat page 31 having received a report page 32: page 29 [illegible] page [illegible] displeasure of King Nackij see letter of the residents page [illegible] the promised embassy shall be awaited page 20 and the letter not be answered page [illegible] the blind sharif brings up again the order that was allegedly given for his arrest page 21 and for the damages he suffered page [illegible] with which he has come to plague the Government and the Celebes kings and Resident for five years already without reflecting on what has been written to him page 22 circular letters in this regard page 22 with a request to notify him to proceed to Batavia or hither in person. page 23 or that he may be held for a liar or fraud and prohibition against sending his letters hither page 24 deliberation concerning this page: 19 deliberation page [illegible] delivered
Dutch transcription
Register op de Korte Marginale Saturdag den 3: December 1785. benodigde reparatie aan de veldschans Cajoemera - - - - - - - - paij: 1. Relaas van den uit de Papoe gereverteerden Tidors Luit: goela Manis- „ 6 volgens welke Prins Noekoe en adherenten de verleende amnestie verwerpt „ 10 inkoop van een prauw die door den Koning van Tidor moet betaald worden„ — de nevens op Amboina geleende 100:—:—: rd:s - - - - - - - „ 11 het verzoek bij nevenstaande schriftuur van Tidors Koning om op de voorslag van Goela Manis - - - - - - - „ _o om vier Corra Coras naar gebe Maba A=a te laten afstekn g' approten„ 2 maar dat om twee galeijen niet - - - - - - om reden als ter zeide - - - - - - vide Rapport - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3 last tot verhelping - - - - - - - - - - - - - - „ _o de liberatie diswegens - – – – – – – – - - - - - „ 5 aanteekening der secreete Resolutien genomen in Rade van Politie te Ternaten in 't Kasteel Orange beginnende den Derden DeC: 1785 en eindigt den 22: Augustus 1786 maar — - - - „ _ „ 13 maar zal met ammunitie g'assisteerd werden - - - - pai 13 aanleg van drie Galowets in Expeditie naar de Celebis - - - - „ _o last aan Manado's Resident tot ontdekking der sangireesen ---– – „ 14 gedrag met de Magindanauers - - en Prins steeven aan te zetten om weder naar zijn Land te keeren - „ 15 de vijand heeft zich in de maand Meijte Manado maar om de Noord vertoond - - - - - - - - - - „ _o Manado is eenlijk door een brief g'alarmeerd - - - - - „ _o de gedane uitgaven in meening van Nood voor dit maal goed gedaan – – – – – – – – – – „ _ maar de verzogte maandelijkse toelaag aan de hulpbenden ontsegd - - - - - - - - - - - - - „ 16 Besogne over Gorontalo - - - - - - - - - - „ _o vertoning van vier roofprauen voor Quandang - - - - - - „ _o die gewapender hand verjaagd zijn – – – – – – – „ 17 en daar bij verbruikte ter afschrijving gepasseerd - – – „ — der Limbolters verzoek aan Gorontaals koning en Resident om van Quandang te mogen ovbreeken - - - - „ _o wijl het verlies van de Comp:e niet langer kunnen dulden „ _o sijn van gedagten dat schoe hun hinderlijk sal sijn – – – „ 18 een der Limbotsche Koningen denkelijk verzoek ontslag van ampt„ wil sijn soon niet tot opvolger hebben — - - - - - - „ _o om reden de Contracten nog minder op Limbotto als te Quandang kunnen werden nagekomen - - - - - - „ _o en verzoekt dat de regeering een koning mogt verkiesen „ 19 Vrijdag den 30: December 1785. of het verzoek van Tidors Koning – – – - - - - - „ 25 nevenstaande ammunitie afgegeven. – – — — — — „ 27. Maandag den 13:' Februarij 1786: de boegineesen van Passir willens zijnde om quandang te inverdeeren - - kan die residentie opgetrokken – – – – – – – „ 30 om naar Limbotto verplaats - op de ingebragte klagten van Bonijs Koningje weg:s hem ontnomen gediend zijnde van berigt – – – – – – – – – – – „ 32: – – – – – – – – „ 29 zitplaats - - - - - - - - - - - - - 31 - ne - . - „_ misnoegen van Koning Nackij vide brief der residenten - - „ _o het beloovde gesantschap sal verwagt – — — – – – „ 20 en de briev niet beantwoord werden - - - - - - - - - „ _o den blinde sarief haald wederom op van de last die tot sijn waar meede hij de Regeering en de Celebise koningen en Resident al vijf Jaren meede heeft komen quellen zonder reflectie te slaan of het geen hem geschreven is – – – – – „ 22 circulaire schrijvens deswegens - – – – – – – – „ 22 met verzoek om hem aantekundigen van sig naar Batavia op herw:s in persoon te begeeven. – – — — – – – – – „ 23 of dat hij voor een lieger op bedrieger gehouden mag werden „ — en verbod van zijne brieven herwaards te senden – – „ – – „ 24 ligting zoude gegeven sijn – – – – – - - – – – – „ 21 en van sijne geleedene schade - - - - - - - - - - „ _o deliberatie dies aangaande - - - - - - - - - pag: 19 de liberatie 1 -- — — — - - „ _o everd
English
the same was assigned to him according to custom - - page 34. reasons for the Magindanao hostilities - - - - - - - - - - Page: 65. Friday the 7th of April 1786. the expenditure for the enlargement of the small fort Voorburg - - - page 36. income estimated up to 3104: 31:8 rixdollars - - - - - - page 37. the repairs to the redoubt Cajoemera - - - - - page [illegible] amounts, through the assistance of the King of Ternate, to small cost page 41 Thursday the 27th of April 1786: The King of Tidore demands the return of three Tidorese women who have embraced the Christian faith - - - - - - - page 44. request of the Governor concerning this - - - - - - - - - - - - - page 45. order to the Ministers regarding the baptism of Natives - - - - - - - - page 53. from Taboekan it is reported that enemies are in the fairway - - - - page [illegible] likely as an excuse for the king to prevent his appearance - - - page 55. recommendation to the resident for the transmission of duplicate letters - - - - - page [illegible] regarding the designs of Poanilie and the relocation of the Limbotto people, reference is made to what has already been written concerning this – – – – – – page 56. the king appointed over Limbotto is rejected - - - - - - page 57. the outstanding debts must be settled - - - - - - - - - page 58. The King of Limbotto and the grandees of the realm shall be reprimanded about their conduct in dismissing King Nackie and appointing another--page [illegible] with orders to elect another king - - - - - - - - – – – page 59. the Company takes no part in the relocation - - - - - - - - - - page 60: treaty regarding deserters - - - - - - - - - - - - - page [illegible] letter from Manado read – – – – – – – – – – – – – – page 54. account of the event - - - - - - - - - - - - - page 46. Committee on Gorontalo - - - - - - - - - - - - - page 56. Thursday the 8th of June 1786: arrival of Magindanao emissaries - - - - page 62: with a request to make peace – – – – – – – – – – – page 63: Saturday the 15th of July 1786. regarding the cruising mission to the North-West Coast of Celebes – – – – page 88 according to summary report — — — — — - - — - - - - page [illegible] satisfaction was taken - - - - - - - - - 91 – – – – – – page 187 Tuesday the 27th of June 1786. the request of the King of Tidore for ammunition to make an attempt to convey Prince Noekoe over hither – – – – – – – – page 80 dispute that occurred between the Ternatans and Tidorese – – – – – – page 85. wherefor two Tidorese were arrested - – – – – – – – – – – – page 86. The King of Tidore has been persuaded to depart – – – - - – – – – page [illegible] the Tidorese detainees were released was declined – – – – – – – – – – – – – – – page 82. for the adjacent reason - – - - - - – – – – – – – – – – page 83 continuation - - - - - - - - - - - - - - - - - - page 87. Friday the 9th of June 1786: Committee on Gorontalo - - - - To the Bugis Goanilie it will be made clear how he wrongly suspects the government of having a part in the affair of Spruit and associates - - - - - [illegible] and therefore, to persist with the promised compensation, for the settlement of which he will be further invited under safe-conduct – – – – – – – – — — page 78. – – – – 76: reply to the Emperor of Magindanao -- - - - – - - page 71. the expenses incurred by the Postholder of Taboekan validated - - - - - - - - page 72. The King of Taboekan was praised for his conduct in this matter - – – – – – page 78 the emissaries of the Emperor of Magindanao appear in the meeting - - - - - - - page 74. gratuity presented to the emissaries – – – – – – – – – – – – – – – – page 68 deliberation on that Commission - - - - - - - - - - - - - - page [illegible] continued - - - - - - - - - - - - - - - [illegible] reasons - - - - - - - - - page 69. Monday 6 [illegible]
Dutch transcription
werd hem deselve na usantie aangeweesen - - pag 34. reedenen van der Magindanaursche vijandelijkheeden - - - - - - - - - - Paij: 65. Vrijdag den 7: April 1786. se bekostiging tot de uitsetting van het fortje voorburg - - - „ 36. koomst te slaan tot op rd:s 3104: 31:8: - - - - - - „ 37. de reparatie aan de veldschans Cajoemera - - - - - „ 0. koomt door bij stand van Ternaatse koning op gering koste „ 41 Donderdag den 27: April 1786: Tidors koning doet terug eissching van drie Tidoreese Vrouwen die het Christen geloof hebben genoomen - - - - - - - „ 44. versoek van den Gouverneur desweegens - - - - - - - - - - - - - „ 45. ordre aan de Predicanten in het doopen van Inlanderen - - - - - - - - „ 53. van Taboekans werd gemeld dat vijanden in 't voarwatter sijn - - - - „ _o denkelijk tot verschoning van de koning om sijn opkomst te bereijdelen - - - „ 55. recommandatie aan de resident tot het oversenden van dup: brieve - - - - - „ over desseinen van Poanilie en het verhuising der Limbotters werd gere„ „ferereerd aan het des weegens reets geschreeven – – – – – – „ 56. de op de Limbotto aangestelde koning werd verworpen - - - - - - „ 57. de uitstaande schulden moeten werd vereffend - - - - - - - - - „ 58. Limbots koning en rijksgrooten sullen werden onderhouden over hun gedrage in het ontslaan van Koning Nackie en het aanstellen van een ander--„ _ met last om een ander koning te verkiesen - - - - - - - - – – – „ 59. de Comp:e neemt geen deel in de verhuising - - - - - - - - - - „ 60: verbond omtrent verlopers - - - - - - - - - - - - - - „ _o briev van Manado geleesen - – – – – – – – – – – – – – „ 54. verhaal van het geval - - - - - - - - - - - - - - - „ 46. Besogne over Gorontalo - - - - - - - - - - - - - „ 56. Donderdag den 8: Junij 1786: aankomst van Magindanauwsche sendelingen met versoek om vreede te maken – – – – – – – – – – – „ 63: - - - - „ 62: Saturdag den 15: Julij 1786. nopens de verrigting ter bekruissing naar Celebes N: w: Cust – – – – „ 88 volgens Compendieur berigt — — — — — - - — - - - - „ _ werd genoegen genomen - - - - - - - - - 91 – – – – – – „ 187 Dingsdag den 27: Junij 1786. het versoek van Tidors koning om ammunitie tot het doen eener tentamen om Prins Noekoe herw:s over te voeren – – – – – – – – „ 80 voorgevallen disput tusschen de Ternatanen en Tidoreesen – – – – – – „ 85. waarover twee Tidoreesen sijn g'arresteerd - – – – – – – – – – – – „ 86. Tidors koning is tot vertrek overgehaald – – – - - – – – – „ _o de Tidoreese arrestanten werden ontslagen werd aan den hand geweesen – – – – – – – – – – – – – – – „ 82. om nevenstaande reeden - – - - - - – – – – – – – – – – „ 83 vervolg - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 87. rijdag den 9: Junij 1786: Besogne over Gorontalo - - - - - - Van de Boeginees Goanilie zal werden opengelegd hoe hij de regeering verkeerde„ lijk verdagt hout van deel te hebben in het geval van spruit C: s: - - - - - _o en derhalve nog, persisteeren bij de beloorde schavergoeding tot welkers vereffening hij nader sal werden uitgenodigd onder vrijgeleide – – – – – – – – — — „ 78. – – – – 76: -- - - - – - - „ 71. antwoord aan Magindanos Keijzer het bekostigde door Taboekans Posthouder gevalideerd - - - - - - - - „ 72. Taboekans koning werd g'louangeerd over zijn gedrag in deesen - – – – – – „ 78 den sandelingen van Magindanos Keijzer verschein in vergadering - - - - - - - „ 74. douceur aan de sendelingen afgegeeven – – – – – – – – – – – – – – – – „ 68 de liberatie over die Commissie - - - - - - - - - - - - - - „ _o vervolgd - - - - - - - - - - - - - - - reedenen Maandag 6 6 _o d — — - -- ne - - - - - - - - - - „ 69. -
English
Monday the 17th of July 1786: Urgent request to resume the suspended extirpation work on the island of Tidor - - - - - - - is accepted by the King and the grandees of the realm - - - - - - Ensign Zang appointed head of the extirpation - - - - - Provisional Ensign Haan Commander of Tobbo Tobbo - - - repeated request of the Tidorese for ammunition supplies was turned down - - - - - - - - request of the 11 Tidorese grandees of the realm for the continuation of their rations is disapproved - - A Corporal promoted to Sergeant - - - - - - - - To prohibit the cutting of timber on the island of Tidor - Tidor's King takes leave of the Council - - - - - - - - - - - - - page 95 A return visit established - - - - - - - - - - - - - page 100 Monday the 7th of August 1786: Introduction - - - wherein the fickle conduct of Ternate's King is pointed out in various instances - - - - - - - - - - - - - page 102 Reason for this meeting - - - - - - - - - - - - - page 102 The King's answer - - - - - - - - and the reasons thereof demanded - - - - - - - - - - - page 103 Free passage over Dodingo entirely closed to the Tidorese - - - - page 106 request for the necessary timber for the new pier - - - page 107 accepted by Ternate's King and the grandees of the realm - - - - - - page 104 page 101 Agreed. Tuesday the 22nd of August 1786. Reading of two Gorontalo letters - - - - Quandangs Resident Schoe blamed for the not yet effected demolition of Quandang - - - - - - - - - page 110 page 109 The Council persists in its successively taken resolutions - - - page 110 Gorontalo's Resident De Swart must substantiate the accusations with truth - - - - - - - - page 111 and is permitted safely to conduct an investigation regarding the Quandang residency as incumbent upon his Honour - - - - - - - - - - - - page 111 To demand elucidation from Manado's Resident regarding the granting of passes to Quandang - - - - - - - - - page 112 excuse of the Tidorese regarding what was charged against them by the Dodingo chiefs they urge for free passage over the isthmus of Dodingo - - - - - - - - page 114 is judged by the Council not to be advisable - - - - - - - - - - - page 115 to avoid difficulties - - - - - - - - - - - page 115 six slaves returned as restitution for as many received on loan at Batavia page 116 receipt of rixdollars 80:—:—: - - - - - - page 116 the mother of the young King is disinclined to the journey - - - - page 116 By me First Sworn Clerk Jr Ogelwight. Secret Necessary repairs to the redoubt Cajoemera Alexander Cornabé The Right Honourable Sir Bernard Sebastiaan Wenthold, Merchant and Secunde Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Captain and Head of the Militia George Fredrik Durr, Junior Merchant and Fiscal Judocus Hubertus Bax, Bookkeeper and Provisional Secretary, and Jacobus Josephus Bax, Provisional Pay Bookkeeper, The Lord Governor brings to the notice of the members who remained gathered after the transaction of general affairs: that apart from the renewal of sixty pieces of gabions at the Post of Caijoe mera, which had decayed due to rain and air in the course of a Saturday the 3rd of December 1785. in the morning at half past seven o'clock Meeting of Policy present year, he had allowed no significant repairs to take place, because, nurturing hope for a complete restoration of peace in the Moluccas to follow soon, he had superseded the convening of a commission that had become more and more necessary to conduct an ocular inspection of the state of the said redoubt, which was very dilapidated in many other respects, so that upon receipt of favourable news regarding the hoped-for submission of Prince Noekoe and adherents, he might propose the withdrawal of the post and thereby keep the Company free of costs that would then no longer be necessary, but that, finding his Honour disappointed in his hope and expectation, as he intended to report on while the meeting was still in session, he had judged it best to put the aforesaid commission into effect and had consequently dispatched to the aforesaid redoubt at Caijoe mera the Head of the Militia Captain Heinrich, together with the Junior Merchant and Provisional Secretary Durr and the overseer of the works Artillery Lieutenant Lohof, who had presented his Honour with the following written report regarding their findings To the Right Honourable Sir Alexander Cornabé Governor and Director of the Moluccas Right Honourable Ruling Sir The undersigned, in dutiful fulfillment of your Right Honourable's esteemed order, proceeded this morning to the redoubt at Caijoe mera, and having surveyed there the defects found on the aforesaid redoubt and the structures standing within it, have the honour respectfully to report That the structures standing all around on the North and West sides
Dutch transcription
Maandag den 17: Julij 1786: Instantie om het gestaakte Extirpatie werk ten Eilande Tidor op nieuw te beginnen - - - - - - - word door koning en rijksgroten g'accepteerd - - - - - - de vaandrig zang als Hoofd der Extirpatie benoemd- - - – – de p:l vaandrig Haan Commandant van Tobbo Tobbo - - -. herhaalde verzoek der Tidoreesen om ammunitie goederen werd van de hand geweesen - – – – – – – – verzoek der 11: Tidoreese rijksgroten om Continuatie hunne en randzoenen word gedisapprobeerd - — Een Corporaal tot sergeant bevorderd - - - - - - - - 't Hout kappen ten Eilande Tidor te verbieden - Tidors koning neemt afscheid van den raad - – – – – - - – - - - „ _o Een Contravisite vast gesteld – – – – – – – – – – – – – – – „ 100 Maandag den 7: Augustus 1786: Inleiding — - - waar bij het wispetuurig gedrag van Ternaats koning woord aangetoond de Vrije Passagie over Dodinge voor Tidoreesen ten eenemaale gesloten – – – – „ 106 versoek om de benodigde houtwerken tot het nieuwe zeehoofd - - - „ 107. door Ternaats koning en rijksgroten g'accepteerd - — - — — in verscheide gevallen – – – – – – – – – – – – – – – „ 102 Reeden deeser bij eenkomst - – – – – – – – – – – – – „ _o 's konings antwoord - - - - - - - - „en redenen van dien afgevraagt – – – – – – – – – – – „ 103. Dingsdag den 22: augustus 1786. Lectuure van twee gorontaals brieven — — - - Quandangs resident schoe te last gelegd de nog niet geffectueerde op braeke van quandang - - - - - - - - - „ 110. „ 104. . . . . . - - - - „101. Accoldeert. een raad persisteerd bij derselver successive genomen besluiten - - - pag 110. 9 Gorontaals Resident de swart diend de schuldigingen met waarheid te staven - — — — — — — „ 111 en vermag Veijelijk ondersoek doen omtrent de residentie quandang als zijn E: incumbeerende — — – – – – – – – – – –„ V Elucidatie te vorderen van manados Resident wegens 't verleenen van Passen na Quandang - – – – — — — — — „ 112 ontschuldiging der Tidoreesen wegens het door de Dodingose Hoofden hun te last gelegde urgeeren op de Vrije passagie over treg van Dodingo - – – – – – – – „ 114 word door den raad niet raadzaam g'oordeeld – — — — — — — „ 115. ter vermijding van moeijelijkheeden - - - - - - - - - - „ _o ses slaven ter restitutie van zoo veel te Batavia ter Leen ontvangene teriu gesonden „ 16 ontvangst van rd:s 80:—:—: - - - - - - - de moeder van de jongen koning is ongeneegen tot de reise — — — — „ _o 3 – – – – – – - „ _o p Eerst gestrklerk Jr Ogelwight. den -— — – - - - - – — – – – – – – – – „ 98 - - - - „ 99. „ _o „ _o „97. „ _o § 96 „ _o „ 95. Bag: _o -- „ _o 109. - - - - – - – - „_o secreet gij benodigde reparatie aan de veldschans cajoemera Alexander Cornabé Den Wel Ed: Agtbaren Heer Bernard Sebastiaan Wenthold, „ Koopman en secunde „ Kapitenen hoopder hilitie Johan Godlob Wilhelm Heinrich „ onderopmanen :r Cisal George Fredrik Durr „ Boekhouder „ p:r secretaris Judocus Hubertus Bax, en „ p:l soldij Boekhouder Jacobus Josephus Bax, De Heer Gouverneur brengt ter kennis der na de verhandeling der Gemeene zaaken vergaderd gebleeven Leeden: dat buiten de vernieuwing van sestig stuks door reegen en lugt vergaane schans korven van de Post te Caijoe mera in een rond Saturdag den 3: December 1785. 's morgens te halv agt uuren Vergadering van Politie present Jaar pag: 2: pag: 3: Decembe: 1735. den 3„e vide Rapport. jaar geen merkelijke reparatien hebbende laten geschieden door dien hope voedende op een eerlang te volgen volkomen herstel der rust in de holuccos met de beleg„ „ging eener meer en meer noodsakelijk wordende Commissie „ ter eene te neemen oculaire inspectie van den in veele andere opsigten seer vervallen staat van op gem: schans, gesupercideerd hadde, om, maar inkomen van favorable tijdingen wegens wegens de verhoopte onderwerping van Prins Noekoe en adherenten de weder intrekking der post te konnen proponeeren en de Comp:e hier meede be„ „vrijd te houden van kosten die als dan niet meer nodig waren dog dat zijn Ed: na zig in zijne hope en verwagting te hebben te leur gesteld bevonden gelijk daar van nog staande Vergadering verslag meende te doen, geoordeeld hadde voorsch: Commissie te doen effect sorteeren en dienvolgens naar de schans te Caijoe mera voord: gedespi „ciead hadde 't hoofd der Militie den Capitein Heinrich nev:s den onderkoopman en p:l secretaris Duar en opziener der werken den Aathillerij Luitenant Lohof, die zijn Ed: wegens hunne bevinding gediene hadden van het ondervolgend rapport in schriftis Aan den Wel Edele Agtb: Heer Alexander Cornabe: Gouverneur en Directeur der Moluccos Wel Edele Agtbare Gebiedende Heer De ondergeteekende, in schuldpligtige voldoening aan uwer wel Edele Agtb: g'eerde ordre, zig heden morgen vervoegd na de: veldschans te Caijoe mera, en aldaar hebbende opgenomen de aan voorsch: schans en daar binnen staande opstallen bevondene gebreken, hebben de eere eerbiedijte bruijten Dat de rondom aan de Noord en west-zijde vergadering staande
English
page 4 page 5 The 3rd of December 1785. Deliberation regarding this matter. Order for repair. standing palisades of sagoweer wood to the number of five hundred forty-four pieces are all so decayed and rotten that they can be pushed over by hand, and several have already fallen out; and whereas we have perceived that the wood of the sagoweer tree can seldom last longer than one year in rain and air, according to our humble opinion, lalari posts of a suitable thickness would be far stronger and more durable for palisades around the said redoubt. Furthermore, the partitions at the postholder's dwelling and military guardhouse, because the beams lying underneath them have rotted and perished, have given way, and the roofs have sagged due to the decay of the bamboos employed as rafters, all of which consequently requires repair. Hoping herewith to have fulfilled your Right Honourable's esteemed intention, we subscribe ourselves with deep respect. Below stood: Right Honourable, Venerable, Ruling Lord; Lower: Your Right Honourable's very obedient servants. Was signed: J. G. W. Heinrich, G. F. Durr, and A. Lohoff. In the margin: Ternate in Fort Orange, the 26th of November 1785. Mainly containing that the standing palisades all around, cut from sagoweer trees, to the number of 544 pieces, were so decayed and rotten that they could be pushed over by hand, that moreover the partitions of the postholder's guardhouse have given way and the roofs have sagged. All this having been taken into deliberation, and having been considered hereupon that the often-mentioned redoubt at Caijoe mera, after the rejection of the amnesty offered to Noekoe and his associates, could once again be of the same utility as it was found to be to the inhabitants of this island on and after the 26th of October in the year 1783; it was approved and resolved to have the reported defects of the post and the structures standing within it removed and repaired with all speed, with the recommendation to the overseer of the works that for the manufacture of the required palisades, no more cut from sagoweer trees shall be used, but the most durable wood shall be employed that can be obtained according to the indication made thereof in the above-mentioned written report. page 6 page 7 The 3rd of December 1785. Account of the Tidorese Lieutenant Goela Mhanis, returned from the Papuan lands. Next, the translations of three Malay documents were likewise produced on the table by the Governor, from the emissaries sent by Tidore's King Kamaloedien in the month of June to Noekoe, namely Captain Sidaha Gulamanis and Lieutenant Alie, reading: Translation of a memorandum written by the emissaries of Tidore's Sultan, Captain Sadaha Gulamanis and Lieutenant Alie, reading: After we departed from Tidor, we arrived safely by God's blessing at Salawatte, and having visited the said negorij, we found there two emissaries of Prince Noekoe named Hoekum Tahajoedien and Kimelaha Kamtohe, whom Prince Noekoe had sent out to assemble the Papuan hongi expedition, of which 325 prahus were already gathered together. We employed all means and ruses to divert the Papuans from that expedition to Ceram, as they indeed did. From Salawattie we departed for Ceram and landed at the negorij Daraki. Upon entering, we were greatly terrified by the multitude of prahus that surrounded us, and we saw an innumerable crowd of people on the shore. We then went toward the shore and anchored before the aforesaid negorij, remaining three days on our prahu, and on the fourth day we were summoned by Prince Noekoe. A sergeant came to fetch us, and we were escorted everywhere by armed men. We appeared before Prince Noekoe, and his men swaggered with drawn weapons. They asked us what we had come to do here; we answered in friendly terms and presented the letter given along from here, which Prince Noekoe ordered a clerk to open and read. But when "Prince Noekoe" was read, all the people sprang forward with their weapons, threatening to murder us and saying, "Why do you call him Prince Noekoe? He is our Sultan!" Thereupon our kora-kora was pulled ashore and we were ordered to remain inside it, being closely watched so that we could go nowhere. After we had sat here for a long time, we two emissaries resolved to escape. We requested to speak with Prince Noekoe, saying, "If your Honour believes us, let us go to stop the Governor of Ambon so that he does not come here, for we have..."
Dutch transcription
pag: 4: pag: 5: den 3„e Decembr: 1785: deliberatie des wegens last tot verhelping staande Palisaten van saguweers hout ten getale van vijfhonderd vier en veertig pees allen zodanig vergaan en vermolmd zijn dat ze met de hand om verre „gesloten kunnen worden en diverse reeds uitgevallen sijn; en overmits wij ontwaard hebben dat het hout van den saguweers boom zelden langer dan éen Jaar in reegen en lucht kan duuren zouden /volgens ons gering oordeel :/ Lalari-palen van eene Convenable dikte vrij sterker en duurzamer wesen tot Palisaten rond om ged:e schans. Voorts zijnde beschotten aan de Posthouders woning en militaire wagt, om dat de daar ondergelegen hebbende balken verrot en vergaan sijn, uitgeweken en de daken gezakt door het vergaan der tot sparren g'emploijeerde Bamboesen welk een en ander derhalven reparatie ver„ eijscht. Verhopende hier aan uwer welEdele Agtb: g'eerde intentie te hebben voldaan onderschrijven w' ons met diep respect. /onderstond:/ wel Edele Achtbare gebiedende Heer; /:lager:/ uwel Edele Agtb: zeer gehoorsame Dienaeren /was geteekend:/ J: g: W: Heinrich, G: F: Durr, en A: Lohoff /in margine:/ Ternaten in 't Kasteel Orange den 26: Nov: 1785. — Hoofdsakelijk behelsende dat de rondom staande uit saguweer bomen gehouwen Palissaden „ ten getalle van 544: p:s soodanig Het een en ander in deliberatie genomen en hier op zijnde geconsidereerd geworden dat dikgerepte schans te Caijoe mera na de ver„ „werping der aan Noekoe C: /: aangeboden amnestie wel wederom eens van de selvde nuttij„ „heid worden kon als ze den, en op den 26: october ingezeetenen van dit Eiland A:o 1783: als gebleeken is te weesen; wierd goedgevonden en verstaan de opgegeven defecten der post en daar binnen staande opstallen met alle spoed te laten wegneemen en verhelpen, met recommandatie aan den opziener der werken, dat tot aanmaken van de benodigde Pallissaden geen uit saguweer bomen gehouwen meer en vermolmd waren dat se met de hand om verre gesloten konden worden, dat overigens de be„ „schotten van de Posthouders wagt uitgeweeken en de daken gezakt zijn vergaan maart pag: 6: pag: J: Decembr: 1785: den 3„e Relaas van den uit de Papoe gereverteerden Tidors Luuitenant Goela Mhanis. maar het duursaamste Hout emploijeeren als te bekomen sal weesen navolgens de daar van gedane aanwijsing in bovengem: schriftelijke Rapport. Uit een vervolgens door den Heer Gouverneur almeede ter tafel geproduceerd geworden de Trans„ „laaten van drie Maleijdse schriftuuren van de door Tidors Koning Kamaloedien in de maand Iunij — aan Noekoe afgevaardigde sende„ lingen den Capitein Sidaha Gulamanis en Luitenant Alie luidende Translaat eener Memorie, ge„ schreeven door den zendelingen van Tidors sulthan, de Capitein Sadaha Gulamanis en Luitenant Alie Luidende Na dat wij van Tidor vertrokken waren zijn wij door gods zeegen op Salawatte behouden aangekomen, en na gem: Negorij gedaan zijnde, von de wij aldaar twee sendelingen van Prins Noekoe genaamt Hoekum Tahajoedien en Kimelaha kamtohe welke Prins Noekoe had afgesonden om de Papoese Hongie Togt bij een te vergaderen, waar van reeds 325: prauwen bij elkander waren, wij stelden alle middel en Listen in't werk om de Papoen van die togt naar Ceram te diverteeren, gelijk zijl: ook gedaan hebben; van salawattie zijn wij na Ceram vertrokken en ter Negorij Daraki aangeland, bij het inkomen verschrikten wij zeer over de veelheid van prauwen die ons omsingelden en zagen een ontallige meenigte volks aan de wal; wij gingen toen na de wal toe en voorgem: Negorij ten anker, blijvende drie dagen op onse prauw, en wierden den vierden dag door Prins Noekoe geroepen; komende een serjant ons afhalen, en wierden overal met gewapend volk begleid, wij verscheenen voor Prins Noekoe, en zijn volk braveerde met de bloote wapens, men vroeg ons, wat wij hier kwamen doen, wij antwoorden in vriendelijke termen en vertoonden den van hier mede gegevenen briev, den welken Prins Noekoe door een schrijver liet openen en lesen, maar toen gelesen wierd, Prins Noekoe, sprong al het volk met hunne wapens of„ dreigende ons te vermoorden, zeggende waarom noemt gijl: Prins Noekoe, hij is onse sulthan: hier of wierd onse Corra Corra of de wal gehaald en ons belast daar in te blijven, wordende sterk of ons gepast dat wij nervens heen konden gaan, Na dat wij hier lange geseten hadden resolveerden wij twee sendelingen om te drossen, lieten wij Prins Noekoe versoeken om te spreeken zeggende indien uE: ons gelooft, laat ons gaan om de Heer Gouverneur van Ambon tegen te houden dat hij niet hier kome, want wij alle E hebben E
English
page 8: page 9: December 1785, the 3rd. Translation of what Iman Capita, Hatib Sahamoen, Hatib Kottoe, and Badaroen said to the emissaries Captain Gulaman and Adjutant Alie, as follows: We have heard that the Governor of Ambon is on his way to cruise. Upon this, Prince Noekoe asked: by what means and ruse will you outwit the Governor of Ambon? We said: when we meet the Governor of Ambon and he asks us for news, we shall say that it would be better for the Governor to return to Ambon, because we are here, sent by the Sultan of Tidor to summon Prince Noekoe, and we shall bring him to the Governor at Ambon. When Prince Noekoe had heard this, he let us depart, allowing only two soldiers and one balla or subject to accompany us, keeping the rest with him. Then we crossed over to the settlement of Kaloemore, whose orang kaya brought us to Ambon, where the Honorable Company gave us maintenance. We remained there 15 days and then requested to depart, and that the Honorable Company might be pleased to assist us with 300 rds. to purchase provisions, in order to proceed straight away to the Papoen, so as to prevent their Hongi expedition, which we had seen at Salawati, from joining Noekoe. However, the Company gave us nothing. We then went to the merchant and received 100 rds. on loan, which nevertheless was not enough for our provisions, as we were 15 heads strong. We then conferred about borrowing money in another place and received another 100 rds. from the sons of Captain Hoen. Therefore, we request that the Honorable Company be pleased to take a favorable consideration regarding this debt of 200 rds. Upon this we departed and arrived in Batchian within 14 days, requesting a proa from the Commandant, who also bought one for 20 rds. and the sail for 6 rds., with which proa we emissaries departed again for the Papoe. Underneath stood: For the translation, was signed: J. D. Schierstein, sworn translator. Translation of what Raja Kelemoeri, the young king, four settlements subordinate thereto, along with the orang kaya of Selo and Keffin have said: The aforementioned have all testified today, in the presence of me, Captain Gulaman, and Adjutant Alie, how they are all completely prepared to submit to the orders of the Sultan of Tidor and the Honorable Company. It is troublesome for us to remain here on Ceram if Prince Kamaloedien is Sultan of Tidor, for all the people of Maba and Weda, as well as the Papoen, love him and the Honorable Company with all their hearts; therefore we shall rather flee to Magindanauw. Likewise, the settlements on the west side wish to submit to the Honorable Company. Furthermore, we have learned that the heads of the mission to the English were Hatil Sali and the clerk Marjan, and that two Englishmen were taken prisoner by the Papoen, one named Cikin with his companion. Underneath stood: For the translation, was signed: J. D. Schierstein, sworn translator. page 10: page 11: The 3rd of December 1785. Translation of a writing delivered by the Sultan and Grandees of Tidor to the Right Honorable Alexander Cornabe, Governor and Director, along with the Council of the Moluccas. After the usual titles: Further, the Sultan and Grandees make known to the Governor and Council that our emissaries, whom we sent to Prince Noekoe, had to flee from there, and that our emissary Captain Gulaman requested the King and Grandees to immediately dispatch six corocoras, or otherwise just three, over there, so that together with him they might investigate the conduct of the Papoen, Gebe, Maba, Weda, and Patani people, and to learn whether they were inclined to obey the orders of the Honorable Company and the Sultan of Tidor. Therefore, the King and Grandees find themselves... ...it having become all too clear that he rejects the amnesty offered to him and continues to persist in his rebellion, although from the statements cited in the above writings one must almost conclude that the said Prince and his adherents are quite disconcerted by the appointment of a King over the Kingdom of Tidor, whom they know to be beloved by the people; it was therefore first approved and agreed to await the report regarding the outcome of the efforts of the aforementioned Captain Gulamanis, who after his return from Ceram via Amboina to Batchian requested and obtained from the Commandant there, on behalf of the King of Tidor, a proa for 26 rds., with which he wished to go to the Papoe, and which small amount of 26 rds. was agreed to be reclaimed from the King of Tidor, along with the 100 rds. which His Highness's emissaries received on loan from the senior merchant in Amboina. While, furthermore, upon a produced translation of an appended writing from King Kamaloedien of the following context:
Dutch transcription
pag: 8: pag: 9: Decembr: 1785: den 3„e hebben gehoord dat de Heer Gouverneur van Ambon op weg is om te kruissen, hier op vroeg Prins Noekoe„ door welk middel en List zult gijl: de Gouverneur van Ambon sluiten, wij zeiden wanneer wij de heer Gouverneur van Ambon ontmoeten en hij ons na tijding vraagt, zullen wij zeggen, dat het beeter ware dat de Heer Gouverneur na Ambon terug keere, want wij zijn hier en door Tidors sulthan afgezonden om Prins Noekoe te roepen, en wij zullen hem bij de Heer gouverneur naar Ambon brengen, toen Prins Noekoe dit gehoord hadde liet hij ons vertrekken, laatende ons maar twee soldaten en een balla of onderdaan volgen, houdende de rest bij hem, toen staken wij over na de Negorij Kaloemore, welker orang kaij ons na Ambon bragt, alwaar d'E: Comp:e ons onderhoud gaf, wij bleeven aldaar 15: dagen en versogten toen om te vertrekken, en dat d'E: Comp:e ons gelievde te helpen met 300: rd:s om mondkost inte kopen, om regt toe regt aan na de Papoen te vertrekken ten einde te beletten dat hun Hongi togt die wij te salawati gezien hadden zig niet bij Noekoe voegde, tog de Comp:e gaf ons niet: Wij gingen toen bij de koopman en kreegen 100: rd:s ter zeen, het geen egter niet genoeg was voor onse mondkost, als zijnde 15: koppen sterk, wij overlegden toen op een andere plaats geld te Leenen en kreegen van de zoons van Capitein Hoen nog rd: 100: -: dier halven Translaat van 't geene Radja Kelemoeri, de jonge koning vier daar onder resorteerende Negorijen, benevens de orangkaij van selo en keffin gezegt hebben. Voormelde hebben alle in presentie van mij Capt: Gulaman en Adjudant Alie met heden betuigd, hoe zijl: altemaal bereid zijn zig de orders van Tidors sulthan en DE: Comp:e te onderwerpen, Het is voor ons beswaarlijk dat wij hier op Ceram moeten blijven, indien Prins Kamaloedien sulthan van Tidor is, want al het volk van Maba en weda mits„ „gaders Papoen beminnen hem en de E: Comp:e van gantser harten dierhalven zallen wij liver na Magindanauw vlugten. Translaat van 't geene Iman Capita en Hatib Sahamoen Hatib Kottoe en Badaroen aan de Oetoesangs Capitein Gulaman en Adjudant Alie gezegt hebben als. versoeken wij dat d'E: Comp:e een gunstige reflec„ „tie wegens deze schuld van rd:s 200: gelieve te neemen. Hier op zijn wij vertrokken en in 14: dagen te Batchian aangekomen, versoekende van de Commandant een prauw„ die ook eene kogt voor rd:s 20:—:—: en het zijl rd: 6: —:— met welke prauw wij zendelingen weder na de Papoe zijn vertrokken. /onderstond:/ voor 't Translaat /was geteekend:/ J: D: Schierstein gezw: Translateur versoeken van - zeer 6 pag: 10: pag: 11: den 3e: Decemb: 1785: volgens welke Prins Noekoe en adherenten verwerpt. inkoop van een prauw die moes betaald werden. het verzoek bij nevenstaande schiftuur van Tidors Koning om op de voorslag van goela Manies nevens op Amboina geleende 100: rd:s van gelijken willen de Negorijen aan de westkant zig der E: Comp:e onderwerpen. Nog hebben wij vernomen. Dat de hoofden der bezending aan de Engelsche zijn geweest Hatil sali en Tjoertoelis Marjan en dat twee Engelsche door de Papoen zijn gevangen genomen zijnde de eene gen:t Cikin met zijn makker /onderstond:/ voor 't Translaat /was geteekend:/ : Cchierstein gesw: Translateur maar al te klaar gebleeken zijnde dat de hem aangeboden amnestie verwerpt en in zijne rebellie de verleende Annestie volharden blijvt, schoon men uit de in bovenstaande schriftuuren aangehaalde gesegdens, bij kans opmaken moet dat die Prins en adherenten vrij wat gedecontenanceerd sijn door de aanstelling van een Koning over 't Rijk van Tidor, dien sij weeten dat van 't volk bemind word; soo wierd voor eerst goedgevonden en verstaan te blijven in wagten rapport wegens den uitslag der pogingen van Capitein Gulamanis voorn: die na zijn retour van Ceram over Amboina te Batchian van den Commandant door den koning van Tidor aldaar versogt en bekomen heeft een prau voor rd:s 26: waarmeede na de Papoe wilde gaan en welk montantje van rd:s 26: verstaan wierd Translaat van een geschrift door Tidors sulthan en Rijksgroten overgegeven aan den welEdelen Agtb: Heer Alexander Cornabe gouverneur en Directeur nevens den Raad der Moluccos Na gewone Certitulen: Wijders geeft zoon de sulthan en Rijksgroten aan de Heer Gouverneur en Raad te kennen, dat onze zendelingen die wij na Prins Noekoe hebben afgezonden van ginter hebben moeten vlugten en dat onze zendeling Capitein Gulaman aan Koning en Rijksgroten versogt heeft, om ten eersten ses Corra Corras of anders maar drie na ginter mogten afsteeken, op dat met hem tegelijk het gedrag der Papoeen, gebe, Maba, weder en Pattani„ „reesen konde nagaan, en te verneemen of deselve genegen waren de ordres van d'E: Comp:e en Tidors sulthan te obidieeren, dierhalven vind zig koning en van Tidors Koning weeder af te vorderen, nevens rd:s 100: —:-: die zijn Hoogheid sendelingen van den opperkoopman in Amboina ter leen ontvangen hebben. Terwijl nog op Een geproduceerde Translaat naleijdse schriftuur van Koning Kamaloedien van ondervolgende Context. van Rijksproten
English
page 12 page 13 the 3rd of December 1785 Approved to let four corocoro vessels set out for Gebe, Maba, etc., but not the two galleys; fitting out of three galowets, but ammunition shall be assisted with, for reasons stated in the margin. High dignitaries obliged to let the said vessels depart thither: The King and High Dignitaries requesting the Governor and Council to assist them with two galleys so that they could proceed with the Tidorese corocoro vessels to Patani or as far as Salawati, leaving everything, however, to the discretion of the Governor and Council. Below stood: Written in the Garden Kota Baru on the 24th of Muharram in the year 1200, or the 27th of November 1785. Lower: For the translation, was signed: J: D: Schierstein, sworn clerk. It was resolved to condescend to the request made by the frequently mentioned Captain Gulamanis to his sovereign, namely that four corocoro vessels may set out for Gebe in order to observe the Papuan, Gebe, Maba, Weda, and Patani peoples and to ascertain whether they are inclined to obey the orders of the Company and the Sultan. But it was simultaneously resolved to reject the request of the King and the High Dignitaries for two of the present galleys to accompany the Tidorese corocoro vessels to Patani or Salawati, as this Government cannot rely in the least upon the goodwill of the Tidorese people toward their King Kamaloedien, of whom the Governor states that it is impossible to persuade him to take up residence among them, but that he is entirely averse to this out of fear that the European soldiers assigned to him as a bodyguard might at some point, under his reign just as under Patra Alam's reign, be brought to the block. Nevertheless, it was agreed to grant the King and High Dignitaries, at the discretion of the Governor, some small cannon, gunpowder, shot, muskets, and flints for the armament of the four aforementioned Tidorese corocoro vessels, subject to further accounting. After that, it having been discussed how expeditions against the Magindanao people have been sent out several times without success, and that the galowets obtained this year from Batavia, the Raaf, the Ester, and the Arend, were judged entirely suitable to finally inflict a painful blow upon those pirates upon encountering them; page 14 page 15 the 3rd of December 1785 and to urge Prince Steeven to return to his country. The enemy appeared in the north during the month. Manado was merely alarmed by a letter. The expenditures made in presumed emergency were approved for this time. Order to Manado's Resident to uncover the Sangirese conduct with the Magindanao people. and moreover, as such reports continually arrived from Kwandang giving reason to presume that something sinister was being plotted against that Residency by the Bugis of Palu to avenge themselves for what occurred on the cruise under Suittendorp and Spruit; it was approved and resolved to dispatch the said three sailing and rowing vessels, provisioned for four months and properly supplied with all kinds of ammunition, to cruise against the Magindanao people toward the straits of Bangka and Lembeh as far as the Island of Biaro and off Kwandang. Meanwhile, the Governor took it upon himself to prepare ample instructions for the commanders of those vessels, which they will have to follow strictly. Read a secret letter from Manado's Resident, the Junior Merchant Willem Fredrik Mersz, dated the 1st of September last, and resolved to recommend to his Honour anew that he spare no effort to discover the manner by which the Magindanao people always obtain timely intelligence regarding the armaments fitted out against them; and it was also resolved that his Honour effect the prompt return of Prince Steeven of Mongondow to his country, whenever this can take place without danger to his life. Although from the Resident's writings it now appears that the enemy, who in the month of May last was supposedly seen and even driven off around Manado, most likely appeared nowhere but to the north, and that the letters from Tabukan's King and those from the Gugu of Siau raised the alarm at Manado, so that the costs of expelling that imaginary enemy were spent in vain; nevertheless, because the expenditures were made in a perceived time of emergency and with good intentions, it was approved and resolved for this time to validate the subsistence allowances furnished to the commanders and lower crewmen of the Ternate corocoro vessels that went in search of the enemy, amounting to: Rds. 11:32 to 7 commanders at 1 Ducaton each Rds. 174:-- to 232 rowers at 3/20 Ducaton each or Rds. 185:32 together.
Dutch transcription
pag: 12: pag: 13:„ den 3„e Decemb: 1785: om vier Corra corras naar Gebe, Maba &=a te laaten afsteeken g'approbeerd. maar dat om twee galeijen niet aanleg van drie Galowets in maar sal met Ammunitie geassisteerd worden. om reeden als ter zeide Rijksgroten verpligt ged:t vaartuigen na derwaards te laten vertrekken: Versoekende Koning en Rijksgroten de Heer Gouverneur en Raad hun met twee galeijen te willen adsisteeren op dat deselve met de Tidoreese Corra Cowras na Pattanij of tot salawattij konden gaan, latende egter alles aan het goedvinden van de Heer Gouverneur en Raad over /onderstond:/ geschreven in de Tuin Kotta baroe den 24: van Muharam: A:o 1200: of den 27: November 1785: /lager/ voor't Translaat /was geteekend:/ J: D: Schierstein gezn: kantl: besloten wierd te Condescendeeren in het gedane verzoek van meerm: Capitein Gulamanis aan sijnen vorst, dat namelijk vier Corra Corras naar Gebe mogen afsteeken om daar meede de Papoin, Gebe, naba, weda en Pattanijreesen te konnen observeeren en vernemen of genegen sijn de ordres van de Comp: en den sulthan, maar tevens besloten van de hand te wijsen 's konings en der Rijksgroten verzoek om twee der aanweesende Galeijen om de Tidoreese Corra Corras tot Pattanij of salwattie te coxppditie naar de Celebes. versellen, konnende deese Regeering geen G staat altoos maken op de toegenegenheid Dog wierd niet te min verstaan tot armature der vier vorengem: Tidoreese Corra Corras, eenige stukjes Canon, buskruit en scherp, snaphanen en vuursteenen ter nadere verantwoording aan koning en Rijksgroten af te staan, ter discretie van den Heer Gouverneur Daar na gesproken weesende hoe verscheide malen zonder vrugt expeditien op de Magin„ danauers sijn uit gesonden en de in dit jaar van Batavia erlangde Galowets den Raaf van het Tidoreese volk jegens derselver Koning Kamaloedien, van wien de Gouverneur segt dat met geen mogelijkheid is over te halen om sig onder hen ter woon te begee„ „ven, maar hier van geheel afkeerig is, uit bedugting dat de hem tot een lijfwagt toegevoegde Europise Militairen, onder sijne even als onder Patra Alam 's regeering, te eenige tijd, op de Clagtbank mogten geberft worden. van den pag: 14: pag: 15: den 3„e Decemb: 1785: en Prins steeven aan te zetten om weder naar zijn land te keeren de vijand heeft zich in de maand de noord vertoond. hanado is eenlijk door een brief g'alarmeerd de gedaane uitgaven in meening van Nood voor dit maal goed gedaan. last aan Manados Resident tot ontdekking der sangireesen gedrag met de Mangundanauers. de Ester en den Arend als regt geschikt om die rovers bij ontmoeting eindelijk eens een gevoeligen neep toe te brengen beoordeeld wierden dat van Quandang boven dien telkens dusdanige na„ „rigten in kwamen als voor onderstellen deeden dat tegen die Residentie iets sinisters gesmeerd wierd, door de Boegineesen van Palo om sig te wreeken over het gebeurde op de Kuistogt onder suij te Manado niet maar om hittendorp en spruit; wierd goedgevonden en verstaan ged:e drie zeil en roeij vaartuigen, gerandcoe„ „neerd voor vier maanden, en behoorlijk voorsien van allehande ammunitie ter bekruissing op de Magindanauers af te zenden naar de straaten Banka en Lembe tot aan het Eiland Biaro en op de hoogte van Quandang. Terwijl den Heer Gouverneur of zich nam om voor de hoofden dier vaartuigen ingereedheid te brengen eene ample Instructie waar naa zij zich stipt zullen moeten gedragen. Geleezen een secreet brievje van Manados Resident den onderkoopman willem Fredrik Mersz: ged:e 1: september J: L: en verstaan zijn E: de novo aan te beveelen dat geen moeite bespare ter ontdekking der manier, langs dewelke de Magin„ „danauers van de tegen hen gedaan wordende armatures altoos tijdige kondschap erlange; en wierd almeede verstaan, zijn E: de spoedige terug keering van Mogondos Prins steeven naar zijn Land te bewerken, wanneer sulx buiten gevaar van sijn leeven geschieden kan. Hoe seer op 's Residents schrijvens nu te blijken kome dat de vijand die in de maand Meij p:o omstreeks Manado soude gesien en selvs verjaagd weesen, zig zeer waarschijnlijk nergens dan om de Noord vertoond hebbe en dat de brieven van Taboekans Koning en die van den Goegoegoe van Chiauw het alarm te Manado gemaakt hebben en de kosten ter verjaging van dien in verbeelding bestaan hebbende vijand dus te vergeefs sijn aangewend; soo wierd, dewijl de uitgaven in een vermeende tijd van nood en met een goede intentie gedaan zijn; goedgevonden en verstaan voor deese reijs te valideeren de aan de hoofden en mindere opvarende der Ternaatse corra Corras die den vijand sijn gaan opsoeken verstrekt geworden kostgelden tot rd:s 11: 32:—: aan 7: hoofden â 1: Ducaton ieder „ 174:—: —: „ 232: brauwscheppers â 3/20: Ducaton ieder of rd:s 185: 32:-: te samen. ontdekking maar
English
page 16 page 17 the 3rd of December 1785 Minutes concerning Gorontalo. Gorontalo kings. Resident. Discharge passed. Four pirate proas appeared before Kwandang, which were driven off by force of arms. Limbotto's request to be allowed to depart from Kwandang. Because the loss of the Company they can no longer endure. but the requested monthly allowance to the auxiliary troop was refused. But it was also resolved to decline the Resident's proposal to have this provision made monthly in order to prevent, as his Honour says, thievery, in prevention of which salempores are provided to the Ternate auxiliary troops beyond rice and salt, as needed, and consumed therewith. From a secret letter of the outgoing and incoming Residents of Gorontalo dated 15 October last, accompanied by two letters written to them by Kwandang's Resident Schoe dated 19 and 30 September, item an account of two Bolemmers, as well as some extracts from private letters of Schoe, it having appeared that four pirate proas with Magindanaos, Hullokkers, and other debt-fugitive peoples who have settled at Koerang and Baro have appeared before Kwandang, plundered vessels, and abducted people, although they were forced to take flight upon the dispatch of some bolotos armed by Schoe after some gunpowder alongside a 3 lb ball cannonball was fired at them and a small quantity of gunpowder became wet, it was approved and resolved to commend the Resident for his conduct maintained in this matter and further to pass for discharge the fired and wetted powder to the quantity of 35 pounds as well as the aforementioned fired 3 lb ball cannonball. Written by many Limbotto Chiefs and commoners in their language and characters, the Limbotto request to the King and Magnates of Gorontalo, sent here in copy as two letters translated into Malay, containing in the one their request for an order from the Resident and consent from King Ambohinga for their relocation from Kwandang to their old dwelling place Limbotto, while in the other letter they make known that they absolutely wish to break up camp as they must perish from hunger and can no longer endure the loss of the Company, naming Schoe in a postscript as someone who, for the sake of his own interest, is opposed or obstructive to them in this matter. page 18 page 19 3 December 1785 Are of the opinion that Schoe will be an obstacle to them. One of the Limbotto Kings, likely Nackij, requests discharge from office. Does not want his son as successor. For the reason that the contracts can be fulfilled even less at Limbotto than at Kwandang, and request that the government might choose a king. Discontent of King Nacki, see letter of the Residents. Deliberation regarding this. On this occasion there being produced a letter written to this government by Limbotto's King Abdul Karim Mandarsaha dated 10 December 1784, wherein His Highness says he wishes more and more to be relieved of the burden of government, having made this known to his Magnates long ago and having recommended the election of another king, because the gold delivery made no progress; His Highness not even wishing to have his son as his successor and requesting this government to please give orders for the election of another from among the ablest of the King's sons; His Highness concluding by saying he had held before the Magnates that they were not capable of performing half of the Company's work at Kwandang and would be able to do such even less at the old negorij if they relocated, and for this reason it would be better if the government itself came to elect a capable man as king, whereupon His Highness gives assurance of the Magnates' loyalty toward the Company. Having deliberated on this weighty matter, and it being taken into consideration that it is still very doubtful whether the relocation is really so generally meant in earnest by the Limbotto people, and whether King Nackij along with the goegoegoe Joesoef, who have always opposed the departure, will indeed consent to the departure and lend a hand to the demolition of the small fort Leijden at Kwandang, one further not knowing what to think of the abovementioned letter of so old a date and from a Limbotto King who is not known at all under the name of Abdul Karim Mandarsaha, it appearing already from the Residents' letter that King Nackie, out of discontent against the proponents of the relocation, were quiet to the
Dutch transcription
pag: 16: pag: 17:6 den 3„e Decemb: 1785: maar de versogte maandelijkse toelaag aan de hulpbende, ontsegd. Besogne over Gorontalo. voor quandang. niet langer kunnen dulden. gorontaals Koningen Resident afschrijving gepasseerd. die gewapender hand verjaagd sijn. maar tevens verstaan te declineeren 's Residents gedane voorslag om deese verstrekking maande„ „lijks te laaten geschieden ter voorkoming, soo als sijn E: segd, van diverij, ter verhoeding van dewelke aan de Ternaatse hulpbenden buiten rijst en zout, naar benodigheid, salempoeris en daar bij verbruikte ter verstrekt word. uit een secreet briefje der afgaande en Aankomende Residenten van Gorontalo d: d: 15: october J: L: verseld hebbende twee aan hen geschreven briefje van Quandangs resident schoe gedateerd 19: en 30: septemb:, item een relaas van twee Bolemmers, als meede eenige om van Quandang te mogen overbreeken. Extracten uit particuliere brieven van schoe, gebleeken sijnde dat zich voor vertooning van vier roofprauwen quandang hebben opgedaan vier roofprauwen met Magindanauers, Hullokkers en andere om schulden uitgeweeken volken die zig te koerang en Baro ter woon begeven, vaar„ tuigen gespolieerd en menschen ontvoerd hebben, schoon deselven of de afsending van eenige door schoe gewapende Bolotos de vlugt hebben moeten neemen na dat eenig Kruit nevens een Canon kogel van 3: lb: bals op hen verschoten en een partijtje buspoeder nat geworden is wierd goedgevonden en verstaan den Resident te louangeeren over sijn in deesen gehouden gedrag en voorts ter afschrijving te passeeren het verschoten en nat geworden pulver ter quantiteit van 35: ponden soo meede de verschoten Canon kogel van 3: lb: bals voorm: Door veele Limbotsche Hoofden en Gemeenen in haar taal en caracters geschreeven sijnde der Limbotters verzoek aan twee in het Maleids overgesette en dit heen in Copia toegesonden brieven aan Koning en Rijksgroten van gorontalo, behelsende de een hun versoek om ordre van den Resident en bewilliging van Koning Ambohinga tot derselver verhuising van Quandang naar wijl het verlies van de Comp:e hunne oude woonplaats Limbotto terwijl bij den anderen brief te kennen geven dat ze absolut willen opbreeken als van Honger moetende vergaan en niet langer het de verlies pag: 18: pag: 19: 3„o Decemb: 1785 sijn van gedagten dat schoe hun hinderlijk sal sijn. een der Limbotsche Koningen denkelijk Nackij verzoek ontslag van ampt. „ger hebben. om reeden de Contracten nog minder op Limbotto als te quandang kunnen werden nagekomen. misnoegen van Koning Nacki vide brief der Residenten. deliberatie dies aangaande. aen koning mogt verkiesen verlies van de Comp:e kunnende dulden, schoe bij P: s: den naam gevende dat hen om den wille van zijn interest hier inne teegen of hinderlijk en verzoek dat de regeering soude weesen. Ter deese gelegenheid geproduceerd wee„ sende een van Limbots koning Abdul Karim Mandarsaha aan deese regeering geschreeven brief d: d: 10: December 1784. waar bij sijn Hoogheid segd langs hoe meer te wenschten van den last der Regeering ontslagen te werden sijn Rijksgroten sulx voor lange te kennen gegeven en de verkiesing van een anderen koning aanbevolen te hebben. wijl de Goudleverancie geen voortgang hadde, wil„ „lende zijn Hoogheid niets eens desselvs wil sijn soon niet tot ofvol, soon tot sijn vervanger hebben en versoekende deese Regeering dat ordre gelieve te geeven. tot de verkiesing van een anderen uit de bekwaamste der Konings zoonen: besluiten de sijn Hoogheid met te seggen den Rijksgroten voorgehouden te hebben, dat niet in staat waren om de helfte van 's Comp:s werk te ver„ „rigten op quandang en zulx nog minder op de oude Negorij, indien verhuisden zouden konnen doen en hier om beeter waar dat de regeering selve een bekwaam man tot koning kwam te verkiesen. waar op sijn Hoogheid verseekering doet van der Rijksgroten trouwe jegens de Compe Over dit gewigtig stuk gedelibereerd en in agt genomen sijnde dat nog seer twijfelbaar is of de verhuising wel soo generalijk door de Limbotters in ernst gemeend worde en of koning Nackij nevens den goegoegoe Joesoef die de opbrake altoos hebben teegen gegaan wel sullen toestemmen in de opbrake, en de handleenen tot de demolieering van het fortje Leijden op quandang weetende men voorts niet wat te denken van bovengem: brief van soo ouden datum en van een Limbots Koning die onder de naam van Abdul Karim Mandarsaha in 't geheel niet bekend is blijkende reeds uit der Residen „ten briev dat koning Nackie uit misnoegen tegen de voorstanderen der verhuising stil waren na den
English
Page 20: The 3rd The promised embassy will be awaited, and the letter will not be answered. His suffered damage would have been compensated again. The blind sharif brings up again what has troubled the Celebes kings and Resident for five years already. having withdrawn to Gorontalo, and having returned to Quandang upon the Resident's persuasion, did not wish to be fetched by his people and took up residence in a garden situated far from the fort, and is said to have bid farewell to the royal authority; it was, after mature deliberation, approved and agreed to await the embassy mentioned by the Residents, which is to arrive here from Quandang after the return of the walapoeloe Bao from the gold mine at Pogiama, to leave the letter from the self-styled King Abdul Karim Mandarsaha unanswered, and to notify the Residents of Gorontalo and Quandang of this, with orders to them to direct matters so that the embassy comes hither promptly to see how far dealings can be conducted with the same, and furthermore to ensure that the Limbotto people keep quiet in the meantime and diligently send diggers to the mines. Lastly, there was reviewed a letter without date received from the blind Sharif Abdul Haffil concerning the order given to the Kings of Gorontalo and Quandang, and Quandang's Resident, for his arrest, wherein that priest again brings up the order previously given for his apprehension, stating that the Commissioners swore not to have done him any harm, even though his house was consigned to the flames and his goods were stolen, he having escaped while the Commissioners were in a dispute with the Mandarese, whose proas were also burned, etc. etc. This having been discussed at length, and considering that the said Sharif Abdul Haffil has continually troubled not only this Government but also the Celebes Kings and Residents with letters filled with complaints for more than five years without ceasing, December 1785. 21. 22. 23 December 1785. The 3rd without reflecting upon what has been written to him. Circular letters regarding this, or that he may be regarded as a liar or impostor. With a request to notify him to proceed to Batavia or hither in person. complaining of mistreatment and robbery that allegedly befell him through the actions and doing of the Company's Commissioners and the crew of three Ternatean kora-koras at Dondo, without the said sharif having seen fit to pay any heed to the repeated friendly invitations of this Council and the granted safe-conduct to come to this Castle and clearly demonstrate and sufficiently prove his alleged mistreatment and robbery, in order that fair satisfaction might be provided to him for it; it was approved and agreed to write by circular letter to the Kings of Gorontalo, Limbotto, Parigi, Birool, and Tontolij, together with their grandees, that this Government, being unable to deduce anything from the aforesaid entirely improper and suspect conduct of that Sharif other than that he intends, through his alleged complaints about mistreatment and robbery by the Company's servants, to gain entry and refuge among Their Highnesses and grandees and to alienate kings and grandees who are the Company's friends and allies from the Dutch Company, have deemed it approved and necessary to write earnestly to Their Highnesses to notify that Sharif, should he stay within the district of their lands or in the vicinity thereof, on behalf of the Council, that he must betake himself hither to this Castle or to Batavia before Their High Excellencies, to substantiate his alleged complaints about mistreatment and robbery with sufficient proof either here or there; or that Their Highnesses, should he remain disinclined to do so any longer, please henceforth regard him, the Sharif, as a liar and impostor, to whose words not the slightest credence may be given, and to which liar 24. 25 and prohibition against sending his letters hither. At the request of Tidore's King. liar and impostor no shelter should then be granted by Their Highnesses, who will at the same time be requested and, if necessary, emphatically ordered to keep for themselves any letters henceforth received from the said Sharif Abdul Haffie and not to trouble this Government with them any further. Underneath stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: Alexc: Cornabe, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: H: Bax, and J: J: Bax. The Governor having communicated that, pursuant to the resolution taken at the session of the 3rd of this month, whereby it was decided regarding the King of Tidore and his dispatch of four kora-koras to Alexandir Cornabe The Honorable merchant and secunde Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Junior merchant and provisional fiscal George Fredrik Durr, Bookkeeper and secretary Judocus Hubertus Bax, and First pay bookkeeper Jacobus Josephus Bax. Friday, 30 December 1785, in the morning at nine o'clock. Meeting of the Policy Council. Present. The 3rd Dec: 1785. Friday the
Dutch transcription
pag: 20: den 3„e het beloofde gesantschap sal verwagt. en de briev niet beantwoord werden. sijne geleedene schade den blinden sarief haald wederom zoude gegeven zijn. Celebese Koningen en Resisdent al vijf jaren meede heeft komen quellen. na Gorontalo geweeken is, en op der Residen„ „ten persuasie weeder na quandang gekeerd sijnde sig door de sijnen niet heeft willen laten inhalen en in een verre van het fort gelegen Thun intrek genomen heeft en het koninglijk gezag vaarwel soude gesegd hebben; wierd na rijpe deliberatie goedgevonden en verstaan het gesantschap waar van de Residenten gewagen en dat na terug komst van den walapoeloe Bao. uit de goudmijn te Pogiama van Quandang dit heen staat te komen in te wagten, den brief van den sig soo noemende Koning Abdul Karim Mandarsaha onbeantwoord te laten en hier van kennis te geven aan de Residenten van gorontalo en Quandang 2 met ordre aan deselven het daar heen te dirigeeren dat het gesantschap spoedig herwaards ofkome om te sien in hoe verre met het selve gehandeld kan worden en voorts te sorgen dat de Limbotters sig dus lange stille houden en vlijtig graavens na de mijnen senden. Laastelijk nog sijnde geresumeerd eenen op van de last die tot sijn ligting van wege den blinde Sarief Abdul Haffil aan de Koningen van Gorontalo en Quandang, en Quandangs resident geworden brief zonder dagtekening waarinne die priester weeder overhaald van den last die eertijds tot sijne opligting is gegeven geworden, dat de Commissi„ „anten gesworen hebben hem geen leed te hebben aangedaan daar egter zijn woonhuis aan de vlammen overgeofferd is en sijne goederen geroofd sijn geworden sijnde hij het ontkomen, terwijl de Commissianten in geregt met de Mandharegen waren, wier prauën ook verbrand sijn &=a &=a Hier over in het breede gesproken en onverwogen Sijnde dat ged:e Sarief Abdulla Haffie niet alleen deese Regeering maar ook de waar meede hij de regeering en de Celebise Koningen en Residenten meer dan vijf jaren zonder ophouden heeft vermoeijelijkt sig met December 1785. 21. 22. 23 December 1785. den 3: zonder reflectie te slaan of het geen hem geschreeven is Circulaire schrijvens des wegens of dat hij voor een lieger of bedrieger gehouden mag werden. met verzoek om hem aante„ „kundigen van sig naar Batavia of herwd in persoon te begeeven. met brieven opgevuld met klagten over mishandeling en beroving die hem zouden zijn overgekomen door bedrijv en toe doen van Comp:s Commissianten en de opvarenden van drie Ter „naatsche korra Korras te Dondo, zonder dat gem: sarief heeft konnen goedvinden, eenige agt te slaan op de herhaalde vriendelijke nodiging van deesen Raade en vergunde vrijgeleijde om aan dit 18 Casteel of te komen, en zijne voorgewende mishan„ „deling en beroving duidelijk aan te toonen en voldoende te bewijsen, ten einde hem daar voor eene billijke satisfactie mogte werden besorgd wierd goedgevonden en verstaan bij circulaire brief aan de Koningen van Gorontalo, Limbotto, Parigi, Birool en Tontolij nev:s hunne Rijks„ „groten te schrijven dat deese Regeering uit„ het voorengem: geheel misselijk en suspect gedrag van dien Sarief niet anders konnende opmaken dan dat hij door zijne voorgevende klagten over mishandeling en beroving door 's Comp:s Dienaren, in den zin heeft om bij Hunne Hoogh: en Rijksgroten ingang en schuil„ „plaats te vinden Koningen en Rijksgroten, die Comp:s vrienden en Bondgenoten zijn van de Nederlandse Comp:e afkeerig te maken goedgevonden en noodzakelijk hebben g'oordeeld Hunn Hoogheeden eerstig aan te schrijven dat dien Sarief, zoo hij zig onder het district Hunner Landen dan wel in de nabijheid derselver ophoud van weegen den Raad aante kondigen, dat zig naar her„ „waards aan dit Kasteel, dan wel naar Batavia voor Hunne Hoog Edelheeden hebbe te begeeven, om hier of daar zijne voorgevende klagten over mishandeling en beroving met voldoende bewijsen te staven; of dat Hunne Hoogheeden zoo hij daar toe langer ongenegen blijven mogt hem Sarief voortaan gelieven aan te merken als een lieger en bedrieger, aan wiens gesegdens geen het minste geloof gedefereerd mag worden en aan welken door lieger 24. 25 en verbod van sijne brieven herwaards te senden. op het verzoek van Tidors Koning lieger en bedrieger als dan ook geen schuilplaats vergung mag worden door Hunn Hoogheeden die tevens zullen versogt en des noods nadrukkelijk g'ordonneerd wor„ „den de van op gem: Sarief Abdul Haffie voortaan te ontvangen brieven te houden voor zig selven en 'er deese Regeering niet verder meede te vermoeijelijken. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Kasteel orange dato voorsch: /was geteekend:/ Alexc: Cornabe: B: C: wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: H: Bax, en J: J: Bax. Door den heer Gouverneur O gecommuniceerd zijnde dat ingevolge het geresolveerde ter zetting van den 3:e deeser waar bij besloten is den koning van Tidor en sijne te doene afsending van vier Corra Corras naar Alexandir Cornabe den Wel Edelen Agtbaren Heer „ koopman en secunde Bernard sebastiaan Wenthold, pitein en Hoop der Militie Johan Godlob wilhelm Heinrich, onderkoopman en p=r fiscaal George Fredrik Durr Boekhouder en secretaris Judocus Hubertus Bax, en 1 f:o soldij Boekhouder Jacobus Josephus Bax. Vrijdag den 30: December 1785: 's morgens te negen uuren Vergadering van Politie Present den 3: Dec: 1785. Vrijdag de
English
26. 27. The 30th of December 1785. The adjacent ammunition delivered. to assist the Papuans with the required ammunition of war at the discretion of His Honorable Most Noble, His Highness, according to the following translated petition. Translation of a petition made by His Highness the King of Tidor together with the Grandees of the Empire to the Honorable Respectable Mr. Alexander Cornabe, Governor and Director, as well as the Council of the Moluccas. After the usual preamble, reading as follows: Furthermore, the son, the Sultan, and the Grandees of the Empire hereby request of the father, the Lord Governor and Council, to receive on loan 8 pieces of swivel guns, 8 pieces of flintlocks, and 8 barrels of gunpowder, together with the bullets required for them, to be employed on the kora-koras, promising, when happily returning from the expedition, to properly return the said ammunition to the Honorable Company, requesting that the Lord Governor and Council please do not take this request amiss, as the Honorable Company is our only hope and refuge. Below stood: written in the garden Kottabaroe on the 15th of the month Isafar in the year 1200, or the 18th of December 1785. Lower, for the translation, was signed: J. D. Schierstein, sworn translator. Whereby desiring to be accommodated with: 8 pieces of swivel guns 8 pieces of flintlocks, and 8 barrels of gunpowder, together with the required bullets, under the promise of returning the same upon a safe return, had added: 8 pieces of iron cannons 200 pieces of round shot 50 pieces of grapeshot 8 pieces of sponges and rammers of 1 lb balls 4 pieces of ladles and pig tails 4 pieces of priming irons 4 pieces of touch-hole drills, and 200 lbs in 4 kegs of gunpowder, under the condition that everything be properly accounted for to the Company; the members thus agreed with the governor's action in this matter, and it was resolved to record this. Below stood: Thus done and resolved in Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: Alex. Cornabe, B. C. Wenthold, J. G. W. Heinrich, G. H. Durr, J. G. Bak, and J. J. Basc. Where Monday deliver. 28. Senior merchant and second Willems being to invade Quandang. The Honorable Respectable Mr. Alexander Cornabe Captain and Head of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Junior merchant and provisional fiscal George Fredrik Durr Bookkeeper and secretary Judocus Hubertus Bax, Provisional pay bookkeeper Jacobus Josephus Bax Absent: Bernard Sebastiaan Wenthold, due to indisposition and second administrator. Present: Monday the 13th of February 1786 at nine o'clock in the morning. Meeting of Police. Upon review of a secret letter from Gorontalo's Resident De Swart, dated the 2nd of December, and an Arabic letter received therewith from the Macassarese Intje Samau written to His Honor, it being seen that the Buginese of Pasir would intend to descend with fifty prahus, well-equipped for war, to Banjarmassing and Quandang to search for the son of Panganilla; that the pirates roaming around Quandang and the blind sharif would also be among them, having bought 12 vessels at Tontoli and ransomed the son of Tontoli's King for 100 rix-dollars; it was approved and resolved to write to Gorontalo concerning these reports, which are as uncertain as they are disquieting, that if upon receipt hereof the Limbotto people are 30. February 1786. The 13th would be. Upon the complaints brought forward Limbotto people may truly have proceeded to the appointment of a new king and are found to be inclined to move to the old negorij of Limbotto and also to the demolition of the small fort Leijden erected by that residency at Quandang, this last-mentioned residency then only needs to be broken up, the Resident together with a corporal and six privates to be transferred to Limbotto aforesaid, together with cash and textiles, and the remaining effects of cannons and such like not required for this small garrison, together with the remaining men, to be embarked on the pantjallang De Windhond and three galleys, expected at Quandang, to evacuate the post. Upon the complaints brought forward in the Resident's letter from Boni's Kinglet Kitchil L'Haij that the former overseer Bax took away from him the seat that his for conveyance hither with the dust gold on hand; whereas otherwise, the frequently mentioned Quandang is considered to be sufficiently secured against the attempts of Panganilla and company by the appearance of the aforesaid vessels, and the Resident otherwise only has to conduct himself in all cases as befits a sensible and watchful resident. conveyance ancestors
Dutch transcription
26. 27. den 30: December 1785. nevenstaande ammunitie afgegeven. de Papoe te assisteeren met de benodigde ammunitie van oorlog ter discretie van sijn Ed: welm: sijn Hoogheid of ondervolgende translaat verzoek schrift. Translaat van een verzoek schrift door zijn Hoogheid den Koning van Tidor nevens Rijksgroten gedaan aan den Wel Edelen Agtbaren Heer Alexander Cornabe Gouverneur en Directeur benevens den Raad der Moluccos Na gewone voorreden aldus luidende: Wijders versoekt zoon den sulthan en Rijksgroten bij dezen van vader de Heer Gouverneur en Raad ter leen te mogen ontvangen 8: p:s Traijbassen 8: ps snaphanen en 8: vaten buskruit benevens de daar toe benodigde kogels om op de Korra Korras te werden g'emploijeerd, belovende gem: ammunitie wanneer van de togt gelukkig reverteeren, wederom behoorlijk aan de E: Comp:e te zullen af„ het beede dat de Heer Gouverneur en Raad dit verzoek niet qualijk gelieve te neemen, als sijnde d'E: Comp:e ons eenigste hoop en toevlugt. /onderstond:/ geschreven in de tuin Kottabaroe den 15: van de maand Isafar A. o 1200: of den 18: December 1785 /lager / voor 't Traslaat) /was geteekend:/ J: D: Schierstein gezw: Translat: waar bij verlangde gerieft te worden met 8: p:s Draijbassen 8: „ snaphanen en 8: vaten buskruit nevens de benodigde kogels, onder belofte van dezelve bij gelukkige retour te zullen restitueeren, hadde bij gezet 8: p:s ijzere Canons - - - - 200: „ Rond scherp - - - - 50: „ Druiven - - - - - 8: „ wissers en aansetters - - van 1: lb: bals 4: „ Lepels en varkenstaarten . . 4: „ Laadpriemen - - - - 4: „ schutbooren en - - 200: lb: op 4: vaatjes Buskruit onder beding dat het alles aan de Comp:e behoorlijk verant„ „woorden; soo conformeerde sig de Leeden met 's gouverneurs verigting in deesen en wierd verstaan hier van te houden aanteekening. /onderstond:/ Aldus Gedaan en Gere„ „solveerd te Ternaten in 't Kasteel orange dato voorsch: /was geteekend:/ Alex: Cornabe B: C: wenthold, J: G: w: Heinrich, G: H: Durr, J: G: Bak, en J: J: Basc. waar Maandag „geven. 28: opperkoopman en secunde willems zijnde om quandang te invadeeren. den WelEdelen Agtb: Heer Alexander Cornabe „ Capitein en Hoofd der Militte Johan Godlob wilhelm Heinrich, „ onderkoopman en p:l fiscaal George Fredrik Durr „ boekhouder „. „ secretaris Judocus Hubertus Bax, „ p:l soldij boekhouder Jacobus Josephus Bax absent Bernard Sebastiaan Wenthold, mits indispositie en ben sademmistater Bij resumtie eenen secreet briefje van Gorontaals Resident de Swart, d: d: 2:e December en een daar nevens ontvangen Arabische briev van den Maccassaar Intje Samau aan Present Maandag den 13. februarij 1 1786: 's morgens te neegen uuren 1. vergadering van Politie sijn E: geschreeven gesien weesende dat de de Boegineesen van Passir Boegineesen van Passir voorneemen souden sijn om met vijftig wel ten oorlog toege„ „ruste prauwen naar nan Banjermassing en quandang af te zakken om den zoon van Panganilla op te soeken; dat de omtrent quandang swervende rovers en den blinden scherief daar meede onder soude gehooren als hebbende op Tontolij 12: vaartuigen gekogt en de soon van Tontolijs Koning voor 100: rd:s uitgelost: wierd goedgevonden en verstaan of deese soo onzekere als onbrustende na rigten na Gorontalo aan te schrijven dat bij aldien op ontvangst deeses de sijn Limbotters 30. feb:r 1786. den 13: werden. op de ingebragte klagten Limbotters wesentlijk mogte sijn over¬ „gaan tot de aanstelling van een nieuwe koning en bevonden worden genegen te sijn tot verhuijsen naar de oude Negorij Limbotto en ook tot de demolieering van van het Fortje Leijden kan die Residente opgetroken op Quandang deese laatstgen: Residentie als dan maar hebbe te doen opbreeken den Resident neevens een Corporaal en ses gemee„ om naar simotto verplaats „ men naar Limbotto voornoemd te laaten overgaan neevens Contanten en Lijwaten en de overige voor deese kleine besetting niet benodigde effecten van Canons en wesmeer neevens de overige manschappen te doen inscheepen in de te quandang te daen ontromen hit versalk. gemoet gesien wordende Pantjallang de windhond en drie Galeijen ten Op de in 's Residents briev voorge„ van Bonijs Koning wejs „1 bragte klagten van Bonijs Koningje Kitchil L'Haij dat de gew: opsigter Bax hem de zitplaats die zijne overbreng naar herwaards met het aanhanden zijnde stofgoud: daar in contraire geval quandang meermeld met parroisse van opgemelde vaartuigen teegen de aanslagen van Panganilla C: S: genoegsaam beveijligd gehouden word te weesen en de Resident overigens zich in alle geval maar hebbe te gedragen als een verstandig en wakker resident betaamd. overbreng voorzaten
English
32 33. the 18th of February 1786. having been served with a report ancestors as well as he had always had, had been taken away, and on that account, by order of the Governor, having been served with a written report by the Honorable Bax. To the Honorable, Respected Sir, Alexander Cornabe, Governor and Director of the Moluccas. Honorable, Respected, Ruling Sir, Your Honor, wishing to be elucidated regarding a passage in the secret letter from the Resident of Gorontalo, the Honorable Theodorus Ludovicus de Swart, dated the 2nd of December of the past year, concerning the complaints of the King of Bone that I supposedly altered his seat in the assembly; I take the liberty to inform Your Honor in all reverence that the King of Gorontalo, Ambohinga, had already spoken to the Honorable Heidfeld and myself about this, and upon his proposal it was thought fit to let this be decided by the Kings and grandees of the realm of Gorontalo, Attingola, and Bintauna; as was then also done and judged in the presence of those of Bone and Bulanga, namely that the Bulanga people had contracted with the Company long before the Bone people and that of old the King of Bulanga had held rank above the one of Bone in the assembly within the Company's Fortress; but in the assembly at the Kings of Gorontalo, the one of Bone had held rank before the one of Bulanga; wherewith upon my arrival as overseer at Gorontalo and several times thereafter, and indeed principally upon the arrival of the Honorable Heidfeld, he requested me to please see to it that the King of Bulanga, whose seat in the assembly had been taken by the one of Bone, would be seated again according to old custom, since he, King Ambohinga, was constantly being troubled about this. 34 the 13th of February 1786. the same was pointed out to him according to custom. The little King of Bone, having been convinced, even stood up himself and went to sit below the King of Bulanga. Trusting to have herewith fulfilled the esteemed intention of Your Honor, I do myself the honor of writing with all high esteem. Was written below: Honorable, Respected, Ruling Sir. Lower: Your Honor's humble servant. Was signed: J. H. Bax. In the margin: Ternate, the 29th of January 1786. And it having appeared therefrom that this had occurred upon the persuasion and through the perversion of the King of Gorontalo, Ambohinga: it was approved and resolved to write to the Resident of Gorontalo to leave the seating of the kings on the old footing, namely: The Kings of Gorontalo, thereafter Attingola, furthermore Bone, further Bulanga, subsequently Bintauna, and lastly Suwawa. Was written below: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: Alex. Cornabe, J. G. W. Heinrich, G. F. Durr, J. H. Bax, and J. J. Bax. 36: 37: of the little fort Voorburg. amounting to 3184: 31: 8 rixdollars. Alexander Cornabe, The Honorable, Respected, Lord Governor, Bernard Sebastiaan Wenthold, merchant, secunde and Chief Administrator, Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, George Fredrik Durr, junior merchant and provisional fiscal, Judocus Hubertus Bax, and provisional pay bookkeeper Jacobus Josephus Bax, bookkeeper, secretary. Present: Friday the 7th of April 1786, in the morning at nine o'clock, Meeting of Policy. The enlargement of the little fort Voorburg—mistakenly fixed by joint resolution of the 25th of September 1784 of the past year—and the renewal of the guardhouse fallen into decay inside it, alongside the construction of a powder magazine for 900 to 10,000 pounds, as well as a detainee room having been completely completed, and on account of the solidity and strength that have been given thereto, having been served with a written report by the express commissioners, Captain-Commandant Heinrich and Rigging Overseer Van Waningen, it was approved and resolved to make a general entry thereof with the insertion of the report itself, as well as of a specific account regarding the costs incurred thereon and those of the estimate of 3101: 20: — rixdollars, which turns out to be exceeded by only 3: 11: 8 rixdollars. To the Honorable, Respected Sir, Alexander Cornabe, Governor and Director of the Moluccas. Honorable, Respected, Ruling Sir, In dutiful obedience to the order given to us by Your Honor, we, the undersigned, as express commissioners, proceeded on the 25th of this month to the little fort Voorburg and there with all required attention and accuracy inspected and reviewed the strength and defense of the said fort, and found it in such state as we have the honor to make known to Your Honor. The fort measures in its entire circumference 19 and a half rods and is appointed with a strong, masonry half-moon battery, upon which 6 cannons are placed for defense, of which one of 18-pound balls can fire at the roadstead as well as a great distance along the southern beach, two of 12 pounds can command the entire front towards the sea in the east, and the remaining three, of which two of 8 pounds and one of 4-pound balls, can sweep the creek in the north as well as the southern and northern beaches. Furthermore, this fort is provided with a good masonry guardhouse, postholder's, and artillerists' dwelling, sufficient in case of need to accommodate well over 50 head, and at the entrance on the south side further provided with a dry and suitable powder magazine in which fully 9 to 10,000 pounds can be stored, as well as on the north side with a good detainee room. Having otherwise found everything on the abovementioned fort in a sound state, firm and strong. Trusting that we have complied with Your Honor's respected order, we call ourselves with dutiful reverence and deep respect. Was written below: Honorable, Respected, Ruling Sir. Lower: Your Honor's entirely humble and faithful servants. Was signed: J. G. W. Heinrich and D. van Waningen. In the middle was written: in my presence, signed: A. Lohof. In the margin: Ternate, the ultimate of March 1786.
Dutch transcription
32 33. den 18: feb:rj 1786. gediend zijnde van berigt voorzaaten zoo wel als hij altoos gehad hebben ontnomen hadde, en desweegens op de ordre van de Heer Gouverneur door den Heer Gouverneur door den E: Bax gediend zijnde van schriftelijk berigt Aan den WelEdelen Achtbaren Heer Alexander Cornabe gouverneur en Directeur der Moluccos. Wel Edele, Achtbare Gebiedenden Heer UW wel Ed: Agtb: willende g'elucideerd wesen omtrent eene periode bij secreete brief van Gorontals Resident de E: Theodorus Ludovicus de Swart, d: d: 2: December a: p: over de klagten van Bonijs Koning dat ik sijne sitplaats in vergadering zoude veranderd hebben; gebruike ik de vrijheid uw welEd: Agtb: in eerbied te berigten dat Gorontaals Koning Ambohinga reets bij De E: Heidfeld en ik daar over gesproken hebbende vonde goed om bij de voorstelling van zijn E: zulx door de Koningen en Rijksgroten van gorontalo, Attingola en Bintaoena te laten beslissen; gelijk te dier tijd toen ook in presentie van die van Bone en Boelanga geschied en geregt is dat de Boelangers lang vóor de Borireesen met de Comp:e gecontracteerd en van oudsher ook den Koning van Boelanga boven die van Bone de rang in vergadering binnen 's Comp:s Fortres; maar in vergadering bij de Koningen van Gorontalo, die van Boné voor die van Boelanga gehad hadden; waar meede mijne aankomst als opsigter te gorontalo en verscheijde malen daar na en wel voornaamlijk bij de komst van den E: Heidfeld mij versogt heeft om dog te besorgen dat den koning van Boelanga wiens zit plaats in vergadering door die van Bone was afgenomen wederom naar„ oude usantie geplaats wierd wijl hij koning Ambohinga daar over gestadig wierd lastig gevallen. mijne Bonijs 34 den 13. feb:r: 1786. werd hem deselve na usantie aangeweesen Bonijt koningje overtuijd geworden zijnde zelvs is opgestaan en onder de Koning van Boelanga gaan zitten. In vertrouwe van hier meede aan de g'eerde intentie van uw wel Ed: Agtb: te zullen voldaan, vereere ik mij met alle hoog agting te schrijven. /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Gebiedenden Heer /lager:/ uw wel Ed: Agtb:s onderdanigen dienaer /was geteekend:/ J: H: Bax, /inmargine:/ Ternaten den 29:' Janu„ „arij 1786: en daar uit gebleeken weesende dat sulx op de persuasie en door per versie van Gorontaals Koning Ambohinga geschied was: wierd goedgevonden en verstaan gorontaals Resident aan te schrijven van de zitplaats der koningen te laaten op den ouden voet, nam. De Koningen van Gorontalo, daar na Attingola, voorts Bone„ wijders Boelanga vervolgens Bintaoena en laatstelijk suwawa. /onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorsz: /was geteekend:/ Alex: Cornabe! I: G: W: Heinrich, G: F: Durr, J: H: Bak, en J: J: Bax. — Koningen 36: 37: van het fortje voorburg. koomst te slaan tot op rd:s 3184: 31:8. Alexander Cornabe! Den WelEdelen Agtb: Haer Gouv= Bernard Sebastiaan Wenthold, „koopman, secunde en Hoofd admin: „kapitein en Hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Heinrich, George Fredrik Duir „ onderkoopman en p:l fiscaal Judocus Hubertus Bax, en p:l soldij Boekhouder Jacobus Josephus Bax, „ Boekhouder „ „ secret:s De abusivelijk bij gemeen besluit van den 25: September 1784: van voorleeden Jare vast gestelde uitzetting van het fortje voorburg en vernieuwing van het daar binnen in decadentie geraakte wagthuis nevens den aanbouw van een kruitkelder de bekostiging tot de uitsetting voor negenhonderd á 10000. ponden; zoo meede van een arrestante kamer volkomen beslag hebbende erlangd en weg:s de vastigheid en sterkte die daaraan gegeven zijn geworden, sijnde gediend van schriftelijk rapport present Vrijdag den 7: April 1786: Smorgens te negen uuren Vergadering van Politie door expresse gecommitteerden den kapit: Commandant Heinrich en Equipagie opzigter van waningen, wierd goedgevonden en verstaan daar van met insertie van te het raport selve, als van eene specificque reekening, wegens het daaraan bekostigde en die der Calculative en van rd:s 3101: 20:—: sleegts met rd:s 3: 11:8: te surpaseren koomt. Aan den Wel Edelen Agtbaren Heer! Alexander Cornabe. Gouverneur en Directeur der Moluccos. WelEdele Agtbare Gebiedende Heer! Ter schuldige obidientie uwer welEd: Agtb: aan ons gedemanteerde ordre, hebben wij ondergeteekende als expresse gecomm: ons begeeven op den 25: dezer na het fortje voorburg en aldaar met alle vereische attentie en accuratesse opgenomen en nagezien de sterkte en defensie van gem: fortje, en in zodanigen staat bevonden als wij de Eer hebben uwel Ed: Agtb bekent„ stellen. het fortje houd in zijnen geheelen omtrek 19:½ Roede en is geafsteerd met eene sterke opgemetzelte halve maands Batterij, waarop tot defentie geplaats zijn 6: Canon waar van 1: van 18: lb: bals zo wel de rheede, als nog eene verre distantie van de zuider strand kan beschieten 2: van 12: lb: kunnen de geheele frout na zee in het oosten en de overigen 3: waarvan 2: van 8: lb: en 1: van 4: lb: bals soo wel de kiel in het Noorden, als meede de zuider en Noorder strande bestrijken, wijders is deezes fortje versien met eenen goede gemetselde wagthuis, Posthouder, en Artil„ „leristen woning genoegzaam toerijkend in Cas van vereisch tot Berging van ruim 50: koppen, en bij den ingang van de zuidkant nog ver„l: „zien, met eenen drogen en bekwamen kruitkelder, waarinne wel 9: à 10000: lb: kunnen geborgen worden mitsgaders aan de ra Noortkant met eene goede Arrestanten kamer. hebbende overigens aan bovengem: fortje alles in eenen deugsamen staat hegt en sterk bevonden. Invertrouwen dat wij aan uwel Ed: Agtb: gerespecteerde ordre sullen hebben voldaan. noemen wij ons met verschuldigde eerbieden diep ontzag /:onderstond:/ welEd: Agtb: Gebiedende Heer. /lager:/ uwelEd: Agtb: gantsch onderdanige en trouwschuldige Dienaren /was geteekend. / g: g: w: Heinrich en D: van waningen / in 't middenstond /(ten mijnen overstaan) get: A: Lohof, / in margine Ternaten adij ult:o Maart 1786. — door Generale
English
38: 39. 27½ pounds for 2 air vents in the powder magazine 21 pounds for the plates in the air vents of the powder magazine General Account of the expenses incurred for the construction of the new Post Voorburg, namely: By the overseer of the works: 11758 mop or masonry bricks - - - 101: 9: - 870 floor tiles of 16 thumbs - - - - - 200: 6: 12 51 thresholds of 4 feet - - - - 15: 3: - 517 pieces yellow clinkers - - - - - - - - f 5: 14: - 13½ corner cliff stones - - - - - - - 127: 11: 8 95166 baked bricks - - - - 1131: 11: 8 4 barrels of cement - - - - - - - - - 71: 9: 8 4318 pieces roof tiles - - - - - - - 87: 3: 8 1 thresholds of 7 ditto - - - - - 56: 8: - 3600 ¾ mats of lime - - - - - - - - - - - 2227: 19: - 50 whitewash brushes - - - - - 719: 8: - f 3981: 13: 12 By the overseer of the blacksmith shop worked up, namely: 2001½ lbs of iron for making the following, namely: 17 lbs for pins in the bases of the doorframes 305 lbs for 8 window bars for the prisoners room 27 lbs for 2 bolt locks 20 lbs for 30 pintles 6 lbs for 8 bolts for the hinges 1183½ lbs for 24 fork anchors 24 lbs for 24 cramps 59 lbs for 24 bolts 35½ lbs for 72 branch nails 84 lbs for 2 hinges and a heavy strap on the prisoners room 19 lbs for 2 ditto on the guardhouse 19 lbs for 2 ditto on the sergeants room 19 lbs for 2 ditto on the gunners ditto 80 lbs for 10 window hinges on the guardhouse 26 lbs for 2 ditto ditto on the powder magazine 11 lbs for 10 swallowtails for the windows 16 lbs for 10 hooks and cramps to the same 10 lbs for the latch bolts for the window hinges 40 lbs for 1 cramp, 1 grate, and 1 hasp on the prisoners room 1¾ hoed smithing coal - - - - - - - 35: 14: - 2001½ lbs iron costs - - - - - - - f 262: 14: - 267 baskets of Canary coal - - - - - - 88: 8: 12 Carried forward f 386: 16: 12 f 3981: 13: 12 Brought forward f 386: 16: 12 f 3981: 13: 12 161 lbs nails, namely: 36 lbs for the rafters 16 lbs for the purlins 57 lbs for the laths 10 lbs for the large vermeulen 18 lbs for 3 double doors 8 lbs for the large gate 6 lbs for 3 single doors 10 lbs for 10 window shutters 161 lbs nails, cost - - - - - - 23: -: - 799: 6: - f 5348: 7: 4 107½ lbs for 4 hinges, 2 bolts, and 4 plates in the powder magazine 221 lbs copper, cost - - - - - - - - - 167: 9: 8 7 lbs lock plates - - - - - - - - - - 1: 2: 12 1 piece padlock - - - - - - - - - - - - 1: 8: 8 556: 17: 8 From the Great Trade Warehouse: 108 lbs lead for casting the bases - - - 10: 10: - From the House Carpentry Yard: 219 pieces ribs of various sorts, namely: 165 pieces for the rafters 36 pieces for the struts 18 pieces for the purlins 219 pieces ribs of various sorts, cost - - - - - - f 86: 18: 8 595 pieces tile laths for the roof - - - - - 141: 6: 4 68 pieces native beams, namely: 20 pieces for the roof truss 8 pieces for the tie plates 40 pieces for the lower and upper layer of the attic 68 native beams, cost - - - - - 379: 12: - 50 pieces swallow boards, namely: 36 pieces for the large vermeulen 14 pieces for sledge planks 50 pieces swallow boards, cost - - - - - - 95: 12: 8 51 pieces mill planks, namely: 24 pieces for 3 double doors 12 pieces for the large gate 7 pieces for 3 doors on the guardhouse 5 pieces for 10 window shutters 3 pieces for 10 ditto window frames 51 pieces mill planks, cost - - - - 72: 16: 8 221 lbs copper, namely: the 7 April 1786. 40: 41 The repair to the redoubt Cajoemera is carried out at low cost due to the assistance of the King of Ternate. From the sergeant mandadoor: 442 pieces wokka laths for the service of the carpenters - - f 22: 2: - 175 bundles of binding rattan, namely: 24 bundles for the binding of the window frames 99 bundles for large slings for carrying lime 52 bundles for the service of the carpenters 175 bundles of binding rattan, cost - - - - - - 69: 14: 8 163 bundles of attap for covering the masonry work and the lime 114: 12: - 45 pieces lari poles for scaffolding for the masons and carpenters 12: 6: 8 187 pieces bamboos, for the same - - - - - - - 4: 17: 8 175 bundles of gomuti to the aforementioned craftsmen for the scaffolding 11: 3: - 35 pieces spars - - - - - - - - 5: 5: - f 240: -: 8 Brought forward - - - - f 5348: 7: 4 From the petty cash: To 6 hired laborers who, from 13 December 1784 until the last of February 1786 at 6 stuivers each per day, were hired for the aforementioned work - - - rds 282: 12: - f 558: 17: - Sum Rds 3104: 31: 8 f 6147: 4: 12 Signed: B: S: Wenthold the 7th April 1786. In the same manner it was approved and agreed to act upon a written report submitted to the Governor by the above-mentioned specially appointed commissioners concerning the renewal of the decayed palisades around and the buildings inside the redoubt at Cajoe-mera, determined by secret resolution of this table dated 3 December of the past year and now also carried into effect, on which considerably more would have been spent than the account of rds 640: 24 drawn up for it, if the heavy posts delivered for the palisades had been paid to the King of Ternate, who demanded nothing for them, together with the labor of fifty Alfurs who were employed on the aforementioned work for thirty days without receiving board or daily wages from the Company. The terrain of the said redoubt consists, calculated in square rods, of 46 and is provided with a To the Honorable Respected Sir Alexander Cornabe Governor and Director of the Moluccas. Honorable Respected Ruling Sir! In accordance with the order assigned to us by your Honor, we the undersigned, as specially appointed commissioners, proceeded on the 25th of this month to the Post of Kajoemera and there with all accuracy inspected the state of the strength and defense of this redoubt, and found the same to be such as we have the honor to make known to your Honor below: Cajoe-mera
Dutch transcription
38: 39. 27½ „ „ 2: lugt gaten in de krut kelder 21:— lb tot de plaaten in de lugtgaten van de kruitkelder Generale Reekening van 't bekostigde tot den opbouw van 't nieuwe Post voorburg, Namentlijk Door den opziender der werken „ mop of metzelsteenen - - - „ 101: 9. – „ Extricten van 16: d=m - - - - - „ 200: 6:12 „ Dxempel „ 4: voete - - - - „ 15. 3. — p:s Geele klinkers - - - - - - - - ƒ 5: 14. — 13½: hoek: klip steenen - - - - - - - „ 127. 11 8 95166: 4:– vaten sement - - - - - - - - - „ 71:9. 8 4318:— ps Dakpannen - - - - - - - „ 87. 3. 8. „ Drempels „ 7: _o - - - - - „ 56:8 „ gebakke steenen - - - - „ 1131:11:8 3600 ¾ matt. kalk - - - - - - - - - - - „ 2227:19. — 50:- „ wit quasten - - - - - „ 719 8: ƒ 3981:13:12: Door den opziender van de Smits winkel verwerkt als. 2001½ lb: ijzer tot maken van 't volgende, als 17–. lb: tot stiften in de neuten van de Cosijns 305:— „ „ 8: diefijzers voor de arrestante kamer 27 - „ „ 2: grendel slooten 20 — „ „ 30: Duinen 6:- „ „ 8: bouten voor de hengsels 1183½ „ „ 24. gaffel ankers 24 — „ „ 24. krannen 59 — „ „ 24. bouten 35½ „ „ 72. takspijkers 84 — „ „ 2: hengsels en een sware beug: aen d'araestkamer 19- „ „ 2 _o aan de wagt 19- „ „ 2 _o „ „ sergeants kamer 19. — „ „ 2 _o „ „ Constabels _o 80— „ „ 10: vengster hengsels aan de wagt 26 — „ „ 2: _o _o „ „ kruit kelder 11 — „ „ 10: swalwe staarten voor de raamen 16: — „ „ 10: haaken en kramen ad idem 10.- „ „ de klink boutjes voor de vengsters Geng„s 40—: „ „ 1: kram 1: rooster en 1: overslag aan de arrest kamen 1¾ hoed smeekoolen - - - - - - - „ 35:14 — 2001½ „ ijzer kosten - - - - - - - ƒ 262:14. — 267—: tatt:s Canarij Coolen - - - - - - „ 88„8:12 Transporteere ƒ 386 16 12 ƒ 3981. 13: 12. 161 — lb: spijkers, als 36: — lb: tot de ovzetters 16 — „ „ „ Gordijngs 57 - „ „ „ Latten 10 — „ „ groote vermeulen 18:— „ „ 3: dubbelde deunen 8: —„ „ de groote Poort 6. — „ „ 3: en enkelde deuren 10:—„ „ 10: vengsters Laaden 161:— lb: spijkers, kosten - - - - - - „ 23: — „ „ 799: 6: — ƒ 5348. 7. 4. — _ 107½ „ „ 4: hengsels, 2: grendel en 4: platen in de kruit kelder 221 — lb: kooper kosten - - - - - - - - - „ 167: 9: 8 sloot plaaten - - - - - - - - - - „ 1: 2 12 1:— p:s hangslot - - - - - - - - - - - - „ 1 8. 8. „ 556. 17 8. 7: — lb Uit 't Groot Negotie Pakhuis – „ – – – – 10:10: — 108: — lb: Lood tot ingieten der neuten - - - Van de Huistimmerwerff 219:— p:s Ribben in zoort, als 165:— p:s tot de opsetters 36. – „ „ „ uitsetters „ Gordings 18: — „ 219. — p:s Ribben in zoort, kosten - - - - - - ƒ 86:18: 8: Panne Latten tot 't dak - - - - - „ 141 6: 4 595: — p:s Balken Inlands, als „ 20 — ps tot de dak stoel 8: - „ „ „ sluit Plaaten 40: — „ „ „ onder en boven laag van de solder 68: — „ Balken Inlands kosten - - - - - „ 379. 12. —: 50: — p:s swalpen, als 36. — ps tot de groote vermeulen 14: —„ „ „ sleijen planken 50 — p:s swalpen kosten - - - - - - „ 95: 12: 8: p:s moole planken, als 24 — p:s tot 3: dubbelde deuren 12: —„ „ de groote poort, 7 - „ „ 3: deuren aan de wagt 5:- „ „ 10: vengsters laaden „ 10: _o raamen 3 – „ 68. — 51 – ps moole planken kosten - - - - „ 72:16:8: 221. — lb: kooper als den 7 April 17886. 870: 11758: 517: P„r Transport ƒ 386:16: 12 ƒ 3981:13:12. Transporteere 1: 2: 51 . e 40: 41 45: — p:s 187:—„ de reparatie aan de veldschans Cajoemena koomt door bijstand van Ternaatse koning opgering koste. Van den sergeant mandadoor 442: — p:s wokke Latten ten dienste der Timmerlieden - - ƒ 22. 2. — 175: — Boss Bindrottings, als 24: — boss tot berottingen der raamen 99: — „ „ groote slooijen voor 't dragen van kalk 52 — „ ten dienste der Timmerlieden 175: — boss. bindrottings, kosten - - - - - - „ 69.: 14: 8: 163:– boss Adappen tot dekken van 't metzelwerk ende kalk „ 114 12 — Larrij paalen tot stijgers aan de metzelaars en Timmerlieden „ 12: 6 8: Bamboesen, ad idem - - - - - - - „ 417 8. 175: — boss Goemoet aan gem: ambagtslieden voor de stijgers „ 11: 3:— P„r Transport - - - - ƒ 6348: 7: 4. –– – – – – – – – „ 5: 5: – ƒ 240: – 8 sparren 35 – p:s Uit de kleijne Cassa. Aan 6: huurlingen welke, zedert den 13: Dec: 1784: tot ult:o feb:r 1786: a: 6: st:s ieder 's daags zijn gehuurt aan gem: werkt - - - rd„s 282: 12:— ƒ 558. 17. Somma Rd:s 3104:31: 8: ƒ 6147: 4: 12. /was geteekend:/ B: S: wenthold: te houden deese aanteekening Inselver voege wierd goedgevonden en verstaa te handelen met een door evengem expresse Gecommitteerdens aan den Heer Gouverneur g'intrageerd geworden schriftelijk raport weg s de bij secr: besl: deser tafel d: d: 3: December a: per: vast gestelde en tans almeede effect gesorteerd hebbende verniluuring der vergane palissaden om en opstallen binnen de veldschans te De Terrain van genoemde veldschans bestaat aan roeden in't quadraat gereekend 46: en is verzien met Ingevolge uwer wel Ed: Agtb: aan ons opgedragene ordre, hebben wij ondergeteek: als exprese gecommitt„ ons begeeven op den 25: dezer, na de Post van kajoemera en aldaar met alle naukeurigheid opgenomen, den staat der sterkte en defentie van deese veld-schante, en hebben dezelve bevonden sodanig, als wij de Eer hebben uwel Ed: Agtb: hier onder bekend te stellen; Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Alexander Cornabe Gouverneur en Directeur der Moluccos. WelEdele Agtbare Gebiedende Heer! Cajoe-mera, waaraan vrij meerder bekostigd zoude zijn dan de daarvan opgemaakte Reekening tot rd:s 640:24: bij aldien de voor pallissaden aangebragte sware palen aan den koning van Ternaten, die er niets voor gepretendeerd heeft, betaald waren geworder nevens de arbeid van Vijftig Alfoeren die aan voorsz: werk dertig dagen g'emploijeerd sijn geworden sonder kost of dagloon van de Comp:e te genieten. Cajoe-mera eene den 7: April 1786.
English
42 43. April 1736. 3 carts 20500 pieces 2½ barrels of cement - - - - - - - - - - - - - ƒ 44:13: 8. 36 bundles 90 pieces a sufficient palisade of good lalari timber, of which each palisade post measures in its length 12½ feet, and in its thickness taken on average 17 to 20 inches, which together stand 3 feet deep in the ground, each being charred at the bottom 4 feet along its length, thus standing 9½ feet above the ground, and alongside it, to keep the palisades firm against the sinking and washing away of the sandy soil, also provided, both on the inside and outside, with a small sloping parapet of about 3¼ feet in height, while moreover on the inside the palisades are nailed at the top with a strong teak rib to prevent uneven pulling from the sun. Furthermore, the aforementioned benting is provided with three projecting points, since the south corner can be sufficiently flanked by the cannon of the east and west points. For defense, 12 pieces of cannon are placed there, namely 1 of 12-lb balls, 2 of 8-lb, and 2 of 6-lb, the remainder being of 4-lb and lesser caliber, of which the heaviest cover the sea side, and the remainder the land side; further, we have found that the brick powder magazine is firm and strong, and very suitable for storing 6 to 700 lbs with the associated shells. We have likewise found the guardhouses and quarters in a good and competent condition, which in case of need are sufficient to accommodate fully 70 to 80 heads, so that otherwise everything at this redoubt, both the fortification and the superstructures, was found firm and strong. In the expectation of having complied with your Right Honorable esteemed order, we join in calling ourselves with deep respect. Was signed: Right Honorable commanding Sir. Lower: your Right Honorable entirely humble faithful servant. Was signed: J: G: W: Weinrich, and D: v: Waningen. In the middle: in my presence, signed: A: Lohoff. In the margin: Ternate, the ultimate day of March 1786. Below was written: Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange, date as above. Was signed: Alex: Cornabe, B: S: Wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F Durr, J: G: Bax, and J: J: Bax. 30: From the House Carpentry Yard 20 pieces of native beams for the window frames and underlayers of the fireproof floor ƒ 48. 16. 8. Planks of various sorts for the fireproof floor and doors -- ƒ 89. 2: — Nails of various sorts - - - - - - - - - - - ƒ 73: 12. ƒ 145: 2: 4. From the Smithy 623½ lbs of iron, namely: 504½ lbs for 24 cross anchors 99½ lbs of clasp nails on the aforementioned anchors 222 lbs for 3 pairs of window hinges and pintles 623½ lbs of iron, costs - - - - - - - - - - - ƒ 82. 6: 8. 90 lbs of copper, namely: 43½ lbs for 1 pair of large hinges and pintles 5½ lbs for 1 piece of sliding bolt lock 41 lbs for 7 plates for the air holes in the doors and windows 90 lbs of copper, costs - - - - - - - - - - - ƒ 68. 1. 8. 290 tatters of canari charcoal for the aforementioned works - - - - - - - - ƒ 96. 1. 4. ƒ 246. 9. 4. From the Sergeant Mandadoor Attaps for covering the masonry and lime ƒ 25: 6: 4 Bamboos for scaffoldings and ladders - - - - ƒ 2: 7. 80 bundles of gomutu for the aforementioned scaffoldings etc. - - - - - ƒ 5: — — ƒ 32. 13. 4. Total Rds 640:24 — ƒ 1268: 3. 12. Was signed: B: S: Wenthold. 50 lbs 850 measures of lime - - - - - - - - - - - - - ƒ 525. 18: 12. ƒ 843:19. — Baked bricks - - - - - - - ƒ 243. 8. 12. Quarry stones - - - - - - - - - - - ƒ 29. 18. — General Statement of the materials used and expenses incurred for the construction of a brick powder magazine, item for the repair of the benting at Cajoemera, namely. Masonry General the 7th 14 45 Tidore's king demands back three Tidorese women who have accepted the Christian faith. Request of the Governor in this regard. Present: The Right Honorable Lord Governor Alexander Cornabe, Merchant, Secunde and Head Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold, Captain and Head of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Junior Merchant and Provisional Fiscal George Fredrik Durr, Bookkeeper and Secretary Judocus Hubertus Bax, and Provisionally Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax. Thursday the 27th of April 1786, in the morning at nine o'clock. Council of Policy. It having been brought to the knowledge of the assembled members of this Board by the Lord Governor that in one of the first conferences held with King Kamaloedien of Tidore after his landing from Batavia, His Highness spoke to him about and requested the return of three Tidorese women who, reckoned from the time of the revolution on Tidore, had cohabited with native Christian citizens of this city, had begotten children with them, and furthermore had embraced the Christian faith. That the King nevertheless had desisted from his claim at the Governor's request not to bring up events from such a hateful time as that of the Tidorese revolt, as well as upon his expressing his astonishment that such a matter of so great importance, both for those who adhere to the Christian and the Mahometan doctrine, could have remained hidden from him for so long, and regarding which he, the Governor, might now, although unjustly, be held suspect of violating that article of the contracts whereby the Company and the princes in the Moluccas with
Dutch transcription
42 43. April 1736. 3: hokk 20500: — p:s 2½ vaten sement - - - - - - - - - - - - - „ 44:13: 8. 36: –: boss: 90: — p:s eene sufficante Pallisadeering van goed Lalari hout, waar van ieder pallisaad in zijne lengte hout 12½ voet, en in zijne dikte door malkanderen gereekend 17 tot 20: dunnen, dewelke gesamentlijk diep in de grond staan 3: voeten, zijnde van onder ijder 4: voeten in sijne lengte gebrand, dus boven de grond staan 9½ voet, en daarnev:s om de Pallissaden in vastigheid te houden, wegens het zakken en afspoelen van de zandgrond nog versien, zo wel aan de binnen als buiten kant met een klein schijns lopende parapetje omtrent van 3¼: voet aan hoogte, terwijlen nog van binnen de Pallisaden boven met eene sterke kiate ribbe voor het ongelijk trekken van de somme sijn vastgespijkert. Nog is voorgem: benting versien met drie uit springende punte, vermits de zuid hoek genoegzaam door het Cana„ van de oost en west punt kan afgeflankert worden, Tot defensie zijn aldaar geplaats 12: p:s Canon als 1: van 12: lb: bals 2: van 8: en 2: van 6: lb: zijnde de overigen van 4: lb: en minder Caliber, waarvan swaarsten de zeekant, en de overigen de landkant secundeeren; verders hebben wij bevonden dat de opgemetzelte kruit kelder hegt en sterk, en tot Berging van 6: â 700: lb: met daar toe behorende scherf zeer con„ „vernable is. De wagten en Logementen hebben wij van 't gelijken in eenen goed en bekwamen staat bevonden, dewelke in Cas van vereisch toerijkend, om ruim 70: tot 80: koppen 't kunnen bergen, zot dat overigens alles aan deese veldschans, zo wel de fortificatie als opstallen, hegt en sterk bevonden zijn. Jnverwagting aan uwelEd: Agtb: g'eerde ordre t' zullen hebben voldaan, vereenen wy ons met dieppe eerbied te noemen. /onderstond:/ wel Ed: Agtb: gebiedende Heer. /lager:/ uwel Ed: Agtb: gants onderdanigen trouwschuldige dienaer /was get:/ J: G: w: Weinrich, en D: v: waningen. /in 't midden /(ten mijnen overstaan /geteekend:/ A: Lohoff /inmargine/ Ternaten adij ult:o Maart 1786: — /onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd tot Ternaten in 't kasteel Orange dato voorsz: /was geteekend:/ Alex: Cornabe, B: S: wenthold, J: G: W: Heinrich, G: F Durr, J: G: Bax, en J: J: Bax. 30: van de Huistimmerwerf 20: — p:s Balken Inl: tot de Cosijns en onderlagen van de brandvoer ƒ 48. 16. 8: planken in zoort tot de brand voer en deuren --„ 89. 2: — Spijkers in zoort - - - - - - - - - - - „ 73: 12„ 145: 2: 4. van de smitswinkel 623:½: lb: ijzer, als 504 ½ lb tot 24: kruis ankers „ Takspijkers aan gem ankers 99½ 222 „ 3: p:s vengsters hengsels en duimen „ 623½ „ ijzer, kosten - - - - - - - - - - - ƒ 82 6: 8. 90:— lb kooper, als. 43½ lb: tot 1: ps groote hengsels en duimen p s grendel sloot 5½ „ „ 1. 7: „ platen voor de Laugt gaten in de deuren en vengsters 41 — „ „ 90 — lb: kooper, kosten - - - - - - - - - - ƒ 68. 1 8. 290: — tatters Canarij Coolen tot gem: werken - - - - - - - - „ 96 1 4. „ 246. 9. 4. van de sergeant Mandadoor „ 25: 6: 4 Adappen tot dekken van 't metzelwerk en kalk 2: 7 bamboesen tot stijgers en Ladders - - - - „ 5: — — 32 13. 4 Somma Rd:s 640:24 — ƒ1268: 3. 12. /was geteekend:/ B: S: Wenthold. 80: boss: goemoets tot gem: stijgers &=a - - - - - „ 50: — lb: 850: — maten kalk - - - - - - - - - - - - - „ 525. 18: 12: ƒ 843:19. — Gebakke steenen - - - - - - - „243 8. 12 klipsteenen - - - - - - - - - - - ƒ 29. 18. — Generale Aantoning van 't verwerkte en bekostigde tot den opbouw van een steene kruitkelder, item tot het opmaken van de benting te Cajoemera, Namentlijk. steenwerken generale den 7: 14 45 Tidors koning doet terug eissching die het Christen geloof hebben aangenomen. versoek van den Gouverneur desweegens. Alexander Cornabe. Den WelEdelen Agsbaren Heer Gouverneur „ koopman secunde en hoofd administratur Bernard Sebastiaan Wenthold, „ Kapitein en Hoofd der Militie Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „ onderkoopman en p:l fiscaal George Fredrik Durr, Judocus Hubertus Bax, en „ Boekhouder „ „ secretaris „ p:s soldij Boekhouder Jacobus Josephus Bax, Door den Heer Gouverneur den ver„ van drie Tidoreese vrouwen „gaderde Leden deezer Tafel ter kennis zijnde gebragt dat in eene der eerste met koning O Kamaloedien van Tidor gehouden Confe„ „rentien na deszelfs aanlanding van Batavia door zijn Hoogheid is aangespro„ „ken over en verzogt om terug gave van drie Tidoreese vrouwen, die van de present Donderdag den 27: April 1786: 's morgens te neegen uuren Vergadering van Politie Dat de Koning niet te min van sijne recla„ „me hadden afgezien op 's gouverneurs verzoek van tog geen gebeurtenissen van een zoo hatelijke tijd, als die den Tidoreese revolte te willen op„ „haalen soo meede op betuiging sijnen verwon„ „dering over zulks duslange voor hem hadde konnen verborgen blijven een zaak van soo Groote aan gelegenheid, zoo voor die den Christelijke, als der Mahometaansche, Leere sijn toegedaan, en waaromtrent hij Gouverneurs nu mogelijk, schoon ten onregte, verdagt gehouden wierd van Schennis van dat Artikel der Contracten, waarbij de Compe en de vorsten in de Moluccos met revolutie op Tidor afgereekend, hadden ingewoond met Inlandse Cristen Burgers deezer steede daar bij kinderen hadden ver„ „werkt en voorts het Christelijk geloov hadden omhelst. revolutie den E
English
The 27th of April 1786. Account of the case. agreed with each other to tolerate no transition from one religion to the other among their subjects. The aforementioned case concerning the Tidorese women and the reclamation that followed it having thus been consigned to oblivion, the Governor, his Honour continued, thought it inadvisable to conduct any further investigation thereafter, other than what was necessary to know: whether the aforementioned women were truly admitted to Holy Baptism with or without the knowledge of the Reverend Huther, who recently departed for Banda; to which his Honour had received the understanding from that minister that he knew of no others, except for Manado women who previously adhered to no faith, whom he had incorporated into the doctrine of Christ through baptism. However, how sorely the Governor must have found himself mistaken in his opinion, the Council could judge from a deputation of Tidorese grandees that appeared before his Honour on the [illegible], headed by the Gugu Tahane, who had instructions to request, in the name and on behalf of their prince, the return of several Tidorese women, and at the same time to ask whether the King of Batchian had been authorized by this administration to send over exiled Tidorese from Ceram, as had recently taken place with the Modim Hadje who jumped overboard off Batchian; saying of the women in question that, although Christians, they were nevertheless subjects of Tidore who ought all the sooner to be returned because they had withdrawn themselves from the doctrine of Mohammed and had thereby covered it with great shame. The King knew that the Governor was not to blame for this and that His Highness had promised to leave this matter untouched forever, was the answer of the Governor, while pointing out that he could not condescend to the requested return without the consent of his Council, before whom he would bring the matter for consideration in order subsequently to make known to the King the decision reached thereon; while His Highness might from now on rest assured of the aversion felt toward the actions of the King of Batchian. The Governor in the meantime had to inform the members that, upon a strict investigation now conducted into the case of the Tidorese women, it had come to his knowledge that they were named Katidja, Saptoe, and Ahadie, are natives of Marikoe, and during or after the expedition in 1783, after their kin and friends had perished due to the hardships of war, took refuge, namely: Katidja with the drummer Carolus Jacob Krns, serving in this garrison, from Ternaten; Saptoe with the drummer Dirk Libouts, also from Ternaten, who was granted burgher freedom; and Ahadie with the burgher sergeant Marcus Pais from Amboina; that only the last-mentioned was baptized by the Reverend Huther, currently in Banda, and received the name of Wilhelmina, the first two mentioned having also been inclined to embrace the doctrine of Christ, but were initially turned away by the local Reverend Rousselet, to whom they had addressed themselves for this purpose, with the admonition that they first had to learn prayers, in which [illegible] to [illegible]
Dutch transcription
46 den 27: April 1786. verhaal van het geval den anderen over een gekomen sijn geen overgang van de eene tot de andere Religie onder hare onderhorigen te gedagen. Bovengem: geval met de Tidoreese A vrouwen en derzelver gevolgde reclame dus, als in het vergeet boek gesteld sijnde geworden, dagt de Gouverneur vervolgde sijn Ed: onraadzaam daar na eenig ander onderzoek te doen, dan nodig waarom te weeten: of voorm: vrouwen weesen„ „lijk tot den H: Doop g'admitteerd waren met, of zonder kennis draging van den onlangs naar Banda vertrokken Predicant Huther„ en waarop sijn Ed: van dien Leeraar te verstaan, gekregen hadde: dat niet wist eenige an„ „dere buiten Manadose Vrouwen, die voor heen geen geloov waren toegedaan tot de Leere van Christus, door de doopte hebben ingelijft. Dan; hoe leelijk zig de Gouverneur in sijne meening moet hebben bedrogen bevonden, kon de raad beoordeelen uit eene bij zijn Ed: op den verscheenen deputatie van Tidoreese Rijksgroten met de goegoegoe: Tahane out hoofd, dit last hadden om uit naam en de van wege hunnen vorst, te verzoeken terug gave van meerm Tidoreese vrouwen, en teevens te vragen: of de koning van Batchian door dit ministerium ge„ „qualificeerd ware geworden tot de opsending van uitgeweeken Tidoreesen van Ceram, zoo als Jongst plaats hadde gehad, met den onder Batchian overboord gespongen Modim Madje! seggende sij van de bewuste vrouwen dat schoon Christenen, egter on„ „derdanen van Tidor waren die te eerder moesten terug gegeven worden, om dat se sig der Leere van Mohameth onttrokken en dezelve hier door met groote schande overdekt hadden eene De O 46 den 27: April 1786. verhaal van het geval den anderen over een gekomen sijn geen overgang van de eene tot de andere Religie onder hare onderhorigen te gedagen. Bovengem: geval met de Tidoreese vrouwen en derzelver gevolgde reclame dus, als in het vergeet boek gesteld sijnde geworden, dagt de Gouverneur vervolgde sijn Ed: onraadzaam daar na eenig ander onderzoek te doen, dan nodig waarom te weeten: of voorm: vrouwen weesen„ „lijk tot den H: Doop g'admitteerd waren met„ of zonder kennis draging van den onlangs naar Banda vertrokken Predicant Huther„ en waarop sijn Ed: van dien Leeraar te verstaan gekregen hadde: dat niet wist eenige an„ „dere buiten Manadose Vrouwen, die voor heen geen geloov waren toegedaan tot de Leere van Christus, door de doopte hebben ingelijft. Dan; hoe leelijk zig de Gouverneur in sijne meening moet hebben bedrogen bevonden, kon de raad beoordeelen uit eene bij zijn Ed: op den verscheenen de putatie van Tidoreese Rijksgroten met de goegoegoe„ Tahane out hoofd, dit last hadden om uit naam ende van wege hunnen vorst, te verzoeken terug gave van meerm Tidoreese vrouwen, en teevens te vragen: of de koning van Batchian door dit ministerium ge„ „qualificeerd- ware geworden tot de opsending van uitgeweeken Tidoreesen van Ceram, zoo als Jongst plaats hadde gehad, met den onder Batchian overboord gespongen Modim Hadje! seggende sij van de bewuste vrouwen dat schoon Christenen, egter on„ „derdanen van Tidor waren die te eerder moesten terug gegeven worden, om dat se sig der Leere van Mohameth onttrosken en dezelve hier door met groote schande overdekt hadden eene De 48 27: 49 April 1786. De Koning wist dat de Gouverneur hier aan geen schuld en dat zijn Hoogh: beloovd hadde, deeze zaak voor altoos onangeroerd te laten, was het antwoord van den Gouverneur onder voorhouding dat in de versogte terug gave niet konde condesendeeren buiten bewilliging van sijne Raden, voor wien hij de zaak ter overweging soude brengen om den koning vervolgens de daar over gevallen dispositie te doen weeten: terwijl sijn Hoogh: zig van nu af aan verzeekerd mogt houden van den weerzin die men had in de gedoentens van den koning van Batchian De Gouverneur moest den Leeden middelerwijlen bedeelen: dat hem op een nu gevolgd strict onderzoek naar het geval der Tidoreese Vrouwen, ter kennis gekomen is dat se katidja„ Saptoe, en Ahadie geheeten hebben van Marikoe geboortig sijn, en geduurende of wel na de expeditie in 1783: na dat hare shagen en vrienden door het swaare des oorlogs omgekomen waren, toevlugt genomen hebben, als: Katidja bij den in dit guarnisoen dienst doende - Carolus. Tamboer Jacob Krns van Ternaten Saptoe bij den inburger vrijdom gestelden Tamboer Dirk Libouts meede van Ternaten en Ahadie bij den burger sergeant Marcus Pais van Amboina dat alleen laatstgen: door den thans in Banda sijnde D: Huther gedoopt is en de naam van Wilhelmina bekomen heeft, sijnde bijde eerst gem: meede genegen geweest om de Leere van Christaal te omhelsen, dog door den in loco sijnde D:o Rousselet bij wien sij sig ten deesen einde hadden geaddresseerd voor eerst afgeweesen waren met de vermaning dat voor af gebeeden leeren moesten in welken aan Taptoe te E
English
50 51 the 27th of April 1786. year went to the Reverend Mister they had been prevented from learning because a search was being made for them, all three aforementioned female persons appearing to have wanted to convert to our religion out of fear of death, with which the Tidorese must have threatened them, as may be deduced from two of the following declarations. For the Company. Today, the 25th of April 1786, appeared before me, Arie Coomans, provisional First Clerk of Police, present the witnesses to be named hereafter, Carolus the drummer in the Company's service Jacob Kruis of Ternate, by appearance twenty years of age and of the Reformed religion, who, at the requisition of the Right Honorable Mister Alexander Cornabe, Governor and Director over the Moluccas, and in favor of the pure and sincere truth, declared it to be true and truthful: That he, the declarant, in October of the year 1783, in the aforementioned capacity, also took part in the expedition under the then Secunde Hemmekam and Secretary of Police Suir to the island of Tidore, and that after the conclusion of the hostilities at Marieko, a certain Tidorese female person named Katidju came to him, who said that her father and mother, sister and brothers were dead, and requested to be allowed to stay with him, which he did not refuse, having thus taken her with him and to his home, where she still resides with him at present. That he, the declarant, at the end of last Wherewith the declarant concluded, giving as reasons for his knowledge that which is expressed in the text, being prepared, if required, to confirm the same with a solemn oath. Underneath stood: Thus done and declared at Ternate at Castle Orange on the date aforementioned, present Willem Snoek and A. M. Rauch, clerks, as witnesses, who duly signed the minute of this along with the declarant and me, the provisional First Clerk. Lower: Quod attestor. Signed: Arie Coomans, provisional First Clerk. For the Company. Today, the 25th of April 1786, appeared before me, Arie Coomans, provisional First Clerk of Police in this government, present the witnesses to be named hereafter, the burgher sergeant Marcus Pais, born Rousselet, minister of this congregation, along with a certain former drummer and now burgher Dirk Lobouts, who also has a Tidorese female person named Saptoe, without knowing how he came by her, with the request to incorporate both Tidorese female persons into the Christian church through holy baptism, to which his said Reverence had answered that they first had to learn the necessary Christian prayers. That the relator and the aforementioned Dirk Libouts thereupon requested the itinerant schoolmaster Pieter Condua to instruct the said female persons, which master complied with this until about over a month ago, when he said he would stop teaching because these two Tidorese female persons were being sought, and nothing further. year 52 53. April 1786. the 27th. Order to the ministers regarding the baptizing of natives. Treaty regarding deserters. in Amboina, 38 years of age and of the Reformed religion, who, at the requisition of the Right Honorable Mister Alexander Cornabe, Governor and Director over the Moluccas, and in favor of the pure and sincere truth, declared it to be true and truthful: That a certain Tidorese female person, at the close of the year 1783 or the expedition and war on the island of Tidore, came to him, the declarant, with the request to be allowed to lodge with him, the declarant, and his wife for board, which he granted her. That the said female person, before the aforementioned time, had been to the Reverend Domine Huther with a request to his Reverence to be pleased to incorporate her into the Christian church through holy baptism. That subsequently, after some time, she was baptized in the public church here and received the name of Wilhelmina, without however knowing the time when, nor what she was called before baptism. That the native schoolmaster Willem Lisitoenie and Mrs. Djoebel Iskion, a married couple, stood as godfather and godmother over her. The declarant finally declares further, upon express questioning, that he heard the said Tidorese female person say that she requested to become a Christian out of fear of otherwise being murdered. Wherewith the declarant concluded, giving as reasons for his knowledge that which is expressed in the text, being prepared, if required, to confirm the same with a solemn oath. Underneath stood: Thus declared at Ternate at Castle Orange on the date aforementioned, in the presence of W. Snoek and J. B. Weidemuller, clerks, as witnesses, who duly signed the minute of this along with the declarant and me, the provisional clerk. Lower: Quod attestor. Signed: Arie Coomans, provisional First Clerk. This having been maturely deliberated upon, it was approved and agreed: to politely decline the surrender, requested on behalf of the Tidore court, of the frequently mentioned certain already instructed women, who would otherwise be exposed to apparent mortal danger; and it was likewise resolved to instruct the Reverend Domine Rousselet by extract of this: that he proceed with all circumspection and caution in the incorporation of natives into the Christian faith, not admitting them to our doctrine until and before it has clearly appeared that they are of no Moorish descent or subjects of one of the Moluccan head kings, in order to avoid insurmountable troubles with the aforementioned monarchs, for which the Company has bound itself by contract, as they to their
Dutch transcription
50: 51 den 27: April 1786. Jare zig vervoegd heeft bij den Eerwaarden Heer te leeren sij verhinderd geworden waren doordien haar gesogt wierd, schijnende alle drie voorm: vrouws persoonen tot onsen godsdienst te hebben willen overgaan uit vreese voor de dood, waarmeede de Tidoreesen haar moeten bedrijgd, hebben, gelijk uit twee der ondervolgende verklaringen mag worden opgemaakt. v: d' Comp:e Heeden den 25: April 1786: Compareerde voor mij Arie Coomans, J:l Eerste klerk van Politie, present natenoemene getuigen Carolus De Tamboer in 's Comp:s dienst Jacob Kruis (van Ternaten, naar aanzien twintig jaren en van de gereformeer„ „de religie dewelke ter requisitie van den wel Ed: Agtb: Heer Alexander Cornabe, gouverneur en Directeur over de Moluccos en ten faveure der zuivere en opregte waarheid verklaard waar en waaragtig te zijn. Dat hij Declarant in 8ber A. o 1783. in opgem: qualiteit meede geweest is de Expeditie onder den toemnaligen secunde Hemmekam en secretaris van Politie Suir naar het Eiland Tidor, en dat na het eindige der vej„ „anderlijkheeden te Marieko bij hem gekomen is, ze„ „ker Veij Tidorees Vrouws Persoon Katidju gen: dewelke zeide dat haar vader en Moeder, zuster en Broeders dood waren en versogt bij hem te mogen blijven, het welk hij niet geweigerd heeft hebbende haar dus meede en na zig genomen, gelijk tans nog bij hem inwoond. Dat hij declarant in het laatst van voorleden Waarmeede den Declarant eindigde gevende voorreden van wetenschap als in den text is uitgedrukt bereid zijnde het zelve des gerequireerd werdende met solemneelen eede te staven. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en verklaard te Ternaten ten kasteele orange dato voorsz: present / willem Snoek, en A: M: Rauch, klerken als getuigen die de Minute deses nevens den Declarant en mij p:l E: klerk behoorlijk hebben onderteekend /lager / quod Attestor /geteekend Arie Coomnans p: : blek. V: de Comp: Heden den 25: April 1786: Compareerde voor mij Arie Coomans p:l Eerste klerk van Politie ten desen gouvernemente present de natenoemene getuigen. De Burger sergeant Marcus Pais, geboren Rousselet, Predicant deeser Gemeente met nog zekeren en nu burger zijnde Tamboer Dirk Lobouts die ook een Tidorees vrouws persoon heeft saptoe gen:d zonder te weeten hoe hij 'er aan komt met verzoek om de beide Tidoreese vrouwspersoonen ten H: doop in de Christelijken kerk in te lijven waarop sijn Eerw: welm: hadde g'antwoord dat eerst bevorens de nodi„ ge Christelijken gebeeden moesten Leeren. „ F ƒ Dat den relatant en voorsz: Dirk Libouts hier op de omlopend leermeester Pieter Condua versogt hebben om ged:e vrouws personen te onderwijsen, welke meester daar aan voldaan heeft tot omtrent over een maand wanneer hij zeide met Leeren te zullen ophouden vermits na deese beide Tidoreese vrouws personen gesogt wierd zonder meer Jare an 1 52 53. April 1786. den 27: ordre aan de Predicanten in het doopen van Inlanderen. verbond omtrent overlopers in Amboina oud 38: jaren en van de gereformeerde religie Dewelke ter requisitie van den wel Ed: Agtb: Heer Alexander Cornabe, gouverneur en Directeur over de tholuccos. en ten vaveure der zuivere en opregte waarheid verklaarde waar en waaragtig te zijn. Dat zeker Tidorees vrouwspersoon in't uitgaan van den Jare 1783: of de Expeditie en oorlog op het Eiland Tidor, bij hem declarant gekomen is, met versoek om bij hem declarant en huisvrouw voor de kost te mogen inwoonen, het welk hij haar vergund heeft. Dat ged:e Vrouws persoon voor voorsz: tijd bij den Eerw: D:s Huther was geweest met versoek aan sijn Eerw: om haar door H: doop ter Christelijke kerke te willen inlijven Dat zij vervolgens na eenigen tijd in den openbare kerke alhier gedoopt is en den Naam ontvangen heeft van wilhelmina, zonder egter de tijd te weeten wanneer nog hoe ze voor doop genoemd geweest is. Dat als Hoofvader en doopmoeder over haar gestaan heeft den Inl: Leermeester willem Lisitoenie en vrouwe Djoebel Iskion, egter lieden. Verklarende hij declarant eindelijk nog of expresse afvrage dat hij ged:e Tidorees vrouws persoon horen zeggen heeft, dat uit hoofde van vrees om anders ver„ moord te zullen worden versogt heeft om Christen te worden. Waarmeede de Declarant eindigde gevende voorreeden van wetenschap als in de text is uitgedrukt bereid zijnde het zelve des gerequireerd werdende met solemneelen eede te staven. /onderstond:/ Aldus verklaard te Ternaten ten kasteele orange„ dato voorsz: ter presentie van w: snoek, en J: B: weidemuller klerken als getuigen die de minute deeses nevens den declarant en mij p:l klerk behoorlijk hebben onderteekend / lager/ quod Attestor /geteekend/ Arie Coomans J:l E: klerk Hier over rijpelijk sijnde gedelibereerd, wierd goed gevonden en verstaan: de van wege het Tidorse hof versogte terug-gave der dikgerepte onseekere reeds onderwezen vrouwen die zonder des aan oogschijnelijk levens gevaar souden worden bloodgesteld, beleefdelijk te wijsen van de hand en tevens besloten den Eerw: D:s Rousselet per Extract deezen in mandatis te geeven: dat hij het inlijven van Inlanders tot het Christelijk geloov met alle om en voorzigtigheid te werk gaa, dezelven tot onse leere niet admitteerende, voor en al eer klaar gebleeken sij dat van geen moorsche afkomst of onderdanen sijn van een der Moluksche Hoofd-ko„ ningen ter vermijding van onoverkomelijke brouillerien met meerm: vorsten / voor dewelken de Comp:e zig bij Contract hier toe verbonden heeft, gelijk sij aan Hier hunnen
English
21 April 1776. Letter from Manado read. From Taboekan it is reported that enemies are in the fairway. King in order to frustrate his coming. have on their part also promised to return the Company's subordinates who might defect to them to embrace the teachings of Mahometh and not to admit them to the aforesaid teachings, but upon finding the contrary to give notice thereof at once to the Commander; information regarding this resolution shall be given to the King of Tidor, who is present locally, by the members of this Board, the Honorable Wenthold and Heinrich. Read a letter received from Manado's Resident Mersz, which however requires no reply, dated 30 March last, and understood to maintain this record. It having been perceived from the letters of Taboekan's King and the Postholder there dated the 5th of this month that on the aforesaid day three Maguindanao prahus were said to have lain anchored near the island of Lipang in the Sangihe islands, it was resolved to inform the Resident Mersz thereof by a secret note, conveying the heartfelt wish of this Council that the Galowets sent on expedition to the north coast of Celebes might obtain the opportunity to fight the same; although it was feared that the King and the Postholder had only sent the report, probably as an excuse, to excuse the unwillingness of the petty ruler regarding his coming hither, and thereby avoid the inquiry which they have now for 3 consecutive years sought in vain to make into what occurred between the natives of the island of Talaud and the crew of two Ternate cora-coras; wherefore it was simultaneously resolved to order Manado's Resident to cause the long-ordered coming of Taboekan's petty ruler to take effect. 27 April 1776. Business concerning Gorontalo. Recommendation to the Resident to send duplicate letters. Regarding the designs of Poanilie and the removal of the Limbotto people, reference is made to what has already been written on that matter. The king appointed over Limbotto is rejected. Furthermore, upon taking up the reading of a letter received so late from Gorontalo's Resident De Swart, dated 30 January of this year, it was resolved to recommend to his Honor that he always send duplicates of all letters addressed by him to the Council by the first presenting opportunity, so that they might not again be deprived of his advices for so long a time. Regarding the designs of Panganelle with his Bugis at Passier, as well as the removal of the Limbotto people from Kwandang, having been written about so fully by letters from here dated 3 December of the past year and 13 February of this year, it was by no means to be doubted that the Honorable De Swart would have acted in accordance with the Council's intention. Furthermore, on the remaining contents of the Resident's letter, with regard to the reported election of a new king over the Limbotto people instead of King Nacki, who has laid down this dignity, it was resolved to reply that the Council could by no means be satisfied with the choice made of Bone's petty king Kitchil L'Haij, of whom it is testified that he has almost never paid his contingent of only 10 reals of gold dust and recently gambled away the slave who carried his betel box, and for that reason letters should be dispatched to King Talihoenga and the grandees of the realm of Limbotto, to the end that they proceed to a new and more acceptable election, in which regard should be paid not so much to the nearest in line as to the most capable. 27 April 1776. The outstanding debts must be settled. To King Nacki and the Limbotto grandees on their conduct in dismissing one and electing another king, with orders to elect another. Furthermore, it was resolved to order the Honorable De Swart to insist without delay on the complete settlement of the debt of the aforesaid King Nacki. To King Talahoenga and the grandees of the realm of Limbotto, it was lastly resolved to make known by letter the displeasure of this government that they could thus have accepted the capricious abdication of King Iskandar Nacki, who was not only appointed or confirmed in his dignity obtained here by Their High Excellencies the Honorable High Indian Government, but that His Highness and the grandees of the realm could moreover proceed to the immediate election of a Limbotto king in his stead, and have actually, without previously requested qualification from this government representing the Honorable High Indian Government, chosen the King of Bone, of whom it is testified that he is unfit for government and moreover a great gambler, who has almost never paid his contingent of only ten reals of gold dust; that the Council could as little be satisfied with such improper conduct, which they had never expected from vassals, as acquiesce in an election completely objectionable for the reasons cited above; although they gladly dismiss King Nacki, since throughout his reign he has merely mocked the contracts sworn by him, and the Limbotto realm has fallen into great decay under him; that the Council therefore expects that His Highness and the grandees of the realm will renounce the election made and, instead of Bone's king, who just like
Dutch transcription
54: den 21 April 1776. 55. briev van Manado geleesen. van Taboekang werd (gemeld dat vijanden in 't vaarwater sijn. koning om sijnop komst te vereijdelen. hunnen kant meede beloovd hebben 's Comp:s on„ „derhorigen die tot hen mogten overlopen ter omhelsing van de Leere van Mahometh terug te geeven en niet te admitteeren tot voorm: Leere:/ maar bij bevinding van het tegendeel daar van ten eersten kennis geve aan den Hoofd-gebieder: sullende van dit besluit informatie gedaan worden aan den in loco zijnde koning van Tidor door de Leeden dezer Tafel d' E:s wenthold en Heinrich. Geleezen een van Manados Resident Mersz ontvangen dog geen rescriptie vorderende brief d: d: 30: Maart l: l: en verstaan van te houden deese aanteekening. Uil de briefen van Taboekans Koning en den Posthouder aldaar d: d: 5: hujus men„ „sis ontwaard sijnde dat ten dage voorsz: drie Magindanause prauwen bij het Eiland Lipang in de sangers souden geankerd geleegen hebben; wierd verstaan den Resident Mersz: daar van bij een secreet briefje te verwittigen onder te kennen gave van den hartelijken wensch van deesen Rade dat de in expeditie naar de N: koust van Celebes afgezonden Galowets gelegenheid kregen om dezelven te konnen bevegten; schoon men vreesde dat Koning en Posthouder het berigt alleen gesonden hadden om de onwilligheid van denkelijk tot verschoning vande het Landheertje tot sijne opkomst na herwaards te verschonen hier meede te ontgaan het onderzoek, 't gunt men nu 3: jaren agter een te vergeefs heeft willen doen naar het voorgevallene tusschen de In boorlingen van het Eiland Talau en de opvarende van twee Ternaatsche Corras Corras, waarom tegelijk verstaan wierd Manados Resident te gelasten, dat de soo lang geordonneerde den. opkomst 56 57. den 27: April 17876. Besogne over Gorontalo tot het oversenden van dup: brieve. over desseinen van Poanilie en het verhuising der Limbottars werd gerefereerd aan het des weegens reets geschreeven. de op Limbotte aangestelde koning werd verworpen. opkomst van Taboekan's Landheertje, doen effect sorteeren Voorts wierd, opgenomen lecture van een van Gorontalos Resident D' Swart dus recommandatie van den resident laat ontvangen brief d: d: 30: Januarij h: a. verstaan sijn E: aan te beveelen dat altoos Duplicanten van alle sijn aan den Raad ingeregte Letteren bij eerst voorkomende gelegenheid afsende, ten einde men niet weeder een soo geruime tijd versteeken blijve van sijne advisen. van panganelle in syne Boegineeten Over de desseinen te Passier, soo wel„ als over de verhuising der Limbotters van Quandang soo breedvoering ge„ „schreven sijnde bij Letteren van hier d: d: 3: December a: p:s en 13: feb:r deeses jaars, mogt men geensins intwijffel trekken of de E: de swart soude Conform 's Raads intento hebben gehandeld: wordende wijders op den verderen inhoud van 's Residents briev, ten aanzien der be„ deelde verkiesing van een nieuwen koning over de Limbotters insteede van koning Nacki, die deese waardigheid heeft we„ nedergelegd nedergesteld, beslooten te rescribeeren dat 't de Raad geensins genoegen neemen kon in de gevallen keuse of Bonijs ko„ „ningje Kitchil L' Haij van wien getuigd word dat bij na immer sijn Contingent van slegts 10: realen stofgoud hadde opgebragt en jongst den slaav die zijn sirie doos nadroeg in het spel ver„ dobbeld had en om die reeden schrijvens soude laten afgaan aan Koning Talihoenga en Rijksgroten van Limbotto, ten fine tot eene nieuwe en behaaglijker verkiesing treeden bij dewelke soo seer niet op den naasten als wel op den bekwaamste sal moeten werden gesien. wordende overigens . E 58. April 1706. den 27 de uitstaande schulden moeten werd verefend. Limbots koninge ijsgpeten sullen werden onderhouden van koning Nackie en het koning te verkiesen. overigens wierd besloten den E: de Swart te ordonneeren dat zonder uitstel, aandringen of de volkomen verevening der schuld van koning Nacki voorn:d Aan Koning Talahoenga en Rijksgroten over hun gedrag in het ontslaan van Limbotto wierd Laatstelijk nog verstaan aanstellen van een ander bij brieve te kennen te geven het ongenoegen deeser regeering overzulks hebben kunnen aanneemen de grillige abdicatie van den door Hunne Hoog Edelh: de Edele Hoge Indiase Regeering aangesteld of in sijne hier ver„ krregen waardigheid bevestigden koning Iskandar Nacki niet alleen, maer dat zijn Hoogheid en Rijksgrooten boven dien konnen procedeeren tot de immediate verkiesing van een Limbots koning in sijne steede en hiertoe werkelijk, sonder vooraf versogte qualificatie deezer met lastom en ander Regeering als representeerende de Edele Hoge Indiase Regeering verkoren hebben den Koning van Bone van wien getuigd word dat onbequaam tot te de Regeering, boven dien een Groot speelen is, die bij naa nimmer sijn Contingent van slegts Tien realen stofgoud heeft opgebragt; Dat de raad soo min genoegen konde neemen in eene onhebbelijke handelwijs die zij zig nimmer van vassalen hadden voorgesteld als berusten in eene, om voren aangehaalde redenen, geheel verwerpelijk electie, hoe wel koning Nacki gaarne ontslaan dewijl met de door hem besworen Contracten geduurende sijne regeering tog maar de spot gedreeven heeft en het Limbotte Rijk onder hem tot groot verval is geraakt. Dat den Raad dus verwagt dat zijn hoogh: en Rijksgrooten van de gedane electie afsien en insteede van Bonijs koning, die net Hoge als 8