Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
132. Batavia brought and delivered, according to the letter from Junior Merchant Geeke. § 76. Captain Siman de Aroezo Roza, brother of the one with whom it had been agreed that he would deliver or take saltpetre, gunny, and gunny bags to Batavia, has assured me that the latter would arrive here towards the end of this year with a snow or sloop, in order to depart from here for Batavia, but at the same time said that he would probably not be able to bring or send any saltpetre there, since the export thereof had been prohibited by the English Government in Calcutta. The two Portuguese vessels that recently returned from there have likewise brought no saltpetre: I therefore doubt very much whether I shall find any opportunity this year to make any purchase of that article; concerning which I shall otherwise conduct myself in accordance with Your High Excellencies' esteemed order and authorization. § 77. One of the said vessels, which is still lying here, has an abundant cargo of opium. Unaware whether any parcels of that poppy juice will be conveyed to Batavia with the aforementioned vessel of Captain Roza, or by others, I attempted to purchase 300 to 400 chests of it, under such conditions as Your High Excellencies have prescribed to me; but in vain, since they would not sell them other than for immediate payment in cash. I shall not fail to make further attempts to accommodate the Capital, should more ships with opium arrive here; and the owners thereof be inclined to receive payment on the determined footing; as might sometimes happen, since they are now not allowed to trade at Riouw. § 78. Having had the opportunity to sell 3500 lb. of cloves, I request Your High Excellencies to be pleased to send an equal quantity hither over and above the 1600 lb. demanded in the Requisition of 14 March 1783, to supplement the determined remainder of 10,000 lb. I remain with distinguished respect and high esteem, High-Noble, Right-Honourable, Far-Ruling Lord, and Noble-Stern Lords, Your High Excellencies' very obedient and faithful Servant, Signed, P. G. de Bruijn. In the margin: Malacca in the Castle, 22 July 1783. Secret To His Honour, The High-Noble, Right-Honourable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Noble-Stern Lords Councillors of the Dutch Indies, High-Noble, Right-Honourable, Far-Ruling Lord, and Noble-Stern Lords, at Batavia 134. Being informed that via Lingga letters could be conveyed to Palembang within a short time, if we were to set an adequate premium upon it, we have decided, in order to test this, to send the triplicate along with the duplicate of our secret letters of 20 May and the 22nd of this month thither enclosed herewith; under a promise of 120 Spanish reals to the bearer, if he should return with an answer within the span of one month (not counting the days that he is detained at Palembang); of 100 Spanish reals, if he should return within thirty-five; of 70 Spanish reals, if he should return within forty; and of 50 Spanish reals, if he should return after forty days; while we shall not only request the Residents of Palembang to have this our packet promptly and securely forwarded to Your High Excellencies, whether by sending it over land to Lampung in order to be conveyed from there to Batavia, or in such other manner as they shall find advisable, but also to advise us when that packet has been received by them, and when the bearer thereof is sent back; We trust that Your High Excellencies will be pleased with this our arrangement, which upon a good success will open to us the opportunity to dispatch our letters thither along the said route at times when we cannot send any vessels to Batavia, and have for the rest the honour to be with all high esteem, High-Noble, Right-Honourable, Far-Ruling Lord, and Noble-Stern Lords, Your High Excellencies' very obedient and faithful Servants, Signed, P. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, F. Rierens, R. B. Hoijrek van Papendrecht and I. A. Wiederhold. In the margin: Malacca in the Castle, 31 July 1783. To His Honour, The High-Noble, Right-Honourable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Noble-Stern Lords Councillors of the Dutch Indies, High-Noble, Right-Honourable, Far-Ruling Lord, and Noble-Stern Lords, at Batavia § 79. I have the honour to present to Your High Excellencies enclosed herewith the duplicate of my humble letter of the 22nd instant. § 80. Two days later or on the 24th, a ship having come into sight to the west of this Fortress, which appeared to have no intention to steer hither, I thought that it could be no other than the English frigate which had engaged in battle with the Company's ship Willem Fredrik near Tanjong Goeveé, and had since arrived in the harbour of Selangor, where it was still lying upon the departure of the Danish private snow Carolina Mathilda. I therefore immediately provided the ships De Jonge Hugo and Willem Fredrik with some Soldiers and Artillerymen, and sent them out against the said frigate, in order to run it down and overpower it, since I was informed that the cargo thereof consisted
Dutch transcription
132. „ Batavia „bragt en uitgeleverd, volgens het schrijven van den Onderkoopman Geeke. §. 76. Capitiin Siman de Aroezo Roza, broeder van den genen niet wien afgesproken was dat hij salpeter, goeni en goeni-zakken naar Batavia zoude bezorgen off medeneemen heeft mij verzekerd dat de laastgemelde tegen het eind deezes Jaars met eene snauw of sloep herwaarts zoude komen, om van hier naar Batavia te vertrekken, dog tefpens gezegd dat hij waarschijnlijk geen salpeter zoude kunnen brengen oft derwaarts zenden, nadien de uitvoer daar van verboden was door de Engelsche Regeering te Calcutta. De twee Portugeesche schepen, die onlangs van daar gerever„ „teerd zijn, hebben ook geen salpeter overgebragt: Ik twijfel daarom zeer, of ik in dit Jaar wel gelegenheid zal aantreffen om van dat articul eenigen inkoop te doen; waar omtrent ik mij anders naar Uwer Hoog-Edelheden geagte order en qualificatie zal gedragen. 5. 77. Een van de gemelde schipen, hetwelk hier nog legt, heeft rijkelijk amfioen in. Onkundig of met het voorschreven vaartuig van Capitein Roza, dan wel door an„ „deren, eenige partijen van dat heulsap naar Batavia zullen worden vervoerd, heb ik getragt er 3. –. of 400. –. kassen van op te doen, onder zoodanige conditie als uwer Hoog-Edel„ „heden mij hebben voorgeschreven; dog te vergeefs, dewijl min ze niet anders verkoopen wilde, als voor betaaling imme„ „diaat met contanten. Ik zal niet onderlaaten nadere poogingen aan te wenden om de Hoofdplaats te gerieven, indien hier meer schepen met misiuun mogten komen; en de eigenaars daar van genegen zijn de betaaling op den Geinformeerd zijnde dat over Liae binnen korten tijd brie„ „ven naar Palembang zouden kunnen worden overgebragt, in„ „dien wij 'er eene toeveikende premie op stelden, hebben wijn, om daar de proef van te neemen, beslooten het triplicanten benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mbr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, begraalden voet te ontvangen; zoo als het somtijds zoude kun„ „nen gebeuren, dewijl zijn nu op Riouw niet handelen mogen. §. 78. Gelegenheid gehad hebbende om 3500. –. lb. nagelen te verkopen, verzoek ik uwer Hoog-Edelheden om eene gelijke quantiteit herwaarts te willen zenden boven de bij den Eisch van den 14. Maart 1783. gevorderde 1600. -. lb. , ter sup„ „pletie van het bejraalde restant van 10'000. –. lb. Ik blijf met gedistingueerde eerbied en hoogagting, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer„ en Wel-Edele Gestrenge Heeren (Lager) Uwer Hoog-Edel„ „heden zeer gehoorzaamen en trouwschuldigen Dienaar (Gete„ „kend) D. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 22. Iuli 1783. bepaalden en Secreet 134. Mpart en duplicaat onzer secreete brieven van den 20. Mai en 22. deezer hier nevens naar derwaarts te zenden; onder toezegging van 120. –. Sp. revalen aan den bestellen, wanneer hij binnen den tijd van eene maand, (de dagen dat hij op Palembang wordt opgehouden ongerekend:) van 100. –. Sp. reaalen, wanneer hij binnen vijff en dertig, van 70. –. sp. veaalen, wanneer hij binnen veertig, en van 50. –. sp. reaalen, wanneer hij na veertig dagen met antwoord wederkeerde; terwijl wij de Residenten van Palembang niet alleen verzoeken zullen om dit ons paouet, 't zijn met het zelve over land naar Lam„ „pang voort te schuikken, ten einde van daar naar Bata„ „via te worden overgebragt, dan wel zoodanig andersals zij het raadzaam zullen vinden, spoedig en secuur Uwer Hoog-Edelheden te laaten toekomen, maar ook ons te adviseeren, wanneer dat paquet bij hun ontvangen is, en wanneer de bestellen daar van te rug gezonden wordt; Wij vertrouwen dat Uwe Hoog-Edelheden met deeze onze schikking, die bij een goed succes ons de gelegenheid zal openen om op tijden dat wij geene vaartuigen naar Ka„ „tavia kunnen zenden langs den gemelden weg onze brie„ „ven naar derwaarts te depecheeren, genoegen zullen nee„ „men, en hebben voor het overige de eere van met alle hoog„ „agting te zijn, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebieden„ „de Heer, en wel Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog= Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren (Gete„ „kend) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, F: Rie„ „rens, R. B. Hoijrek van Papendrecht en I. A. Wiederhold. (in margine) Malacca in het Casteel den 31. Iuli 1783. 101 §. 79. Ik heb de eere van Uwer Hoog-Edelheden hier ne„ „venr: aan te bieden het duplicaat mijnes onderdaanigen briefs van den 22. huijus. 5. 80. Twee dagen laaten of op den 24. bewesten deeze For„ „tresse in het gezigt gekomen zijnde een schip, hetwelk geene intentie scheen te hebben om herwaarts te stevenen, dagt ik dat het geen ander kon weezen, als het Engelsche fregat, red„ „welk met Comps. schip Willem Fredrik omtrent Tanjong Goeveé slaags geweest, en sedert in de haven van Slangenoor gearriveerd was, daar het nog lag bij vertrek van de Deensche particuliere snauw Carolina Mathilda. Ik voorzag der„ „halven de schepen de Ionge Hugo en Willem Fredrik ten eersten van eenige Militairen en Artilleristen, en zoud hun tegen het gemelde fregat uit, om het op te loopen en te over„ „meesteren, dewijl ik onderrigt was, dat de laading van hetzelve Hoog-Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indië Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal Aan bestond Batavia
English
136 Batavia consisted of 1500 chests of amssiden for China. But, the swiftness of that frigate having favored its escape, both the aforementioned ships returned fruitlessly, and Writer Cornel, who had been as far as the island Little Cardamom, as I had instructed him, to prevent the barque the Constantia, if it found itself in those waters, from being attacked by the repeatedly mentioned English frigate, reported to me that he had not seen it. Section 81. I am now having the ship Willem Fredrik, which cannot lie safely here at the roadstead, unloaded of what it has between decks, in order to be sent with the Jonge Hugo to Riouw, to reinforce our naval force yonder, and shall have the former return toward the end of October, in order to be dispatched in the middle of November to Ceylon, since departing earlier it might encounter the English ships sailing from Madras to Bombay, unless I should receive other orders from Your Right Excellencies. Section 82. The Chinese and Malays who have arrived here from Riouw testify unanimously that the principal persons are preparing to flee from there, as the supply of rice is running out; and one of them even knew how to relate that Raja Haji had been proposed to buy off the invasion of Riouw with 40000 Spanish reals, but that he was said to have answered that if he gave 40000 now, they would return in a year to demand 80000 Spanish reals. I therefore long for relief from the capital, not only to subdue Riouw, but also to secure the waters between that nest and Palembang for the Javanese. While I testify with respect and high esteem to be, Section 83. The galliot was dispatched from here on the 24th of July last with our respectful letter of the 22nd, and via Palembang a packet was sent containing our secret letter of the 31st of that month and its enclosures. Section 84. Although the Malay Amien, deliverer of that packet, having been away for fifty-six days, according to the condition already communicated to Your Right Excellencies could claim no more than fifty Spanish reals, we have nevertheless, in consideration of the fact that he, both by heavy weather, as... Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, and Right Honorable, Stern Lords, The Right Honorable, Stern Lords Councilors of the Dutch Indies To His Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with (Below stood:) Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Right Honorable, Stern Lords, (Lower) Your Right Excellencies' very obedient and duty-bound servant (Signed) P. G. de Bruijn (in the margin) Malacca in the Castle, the 31st of July 1783. (below stood by Secret
Dutch transcription
136 Batavia bestond in 1500. –. kassen amssiden voor China. Maar, de bekeeld„ „heid van dat fregat zijne ontsnapring begunstigd hebbende, keerden beide de gemelde schepen vrugteloos te rug, en schijver Cornel, die tot aan het eiland de kleine Cardamom geweest was, gelijk ik hem belast hadt, om te verhoeden dat de bark de Constantice indien zijn zig in dat vaarwater bevondt, door het meergemelde Engelsche fregat geattaqueerd wierdt, berigte mij dezelve met vernomen te hebben. §. 81. Ik laat nu het schip Willem Fredrik, dat hier ter reede niet veilig leggen kan, van hetgene hij tusschen deks heeft ontlasten, om met de Ionge Hugo naar Riouw gezonden te worden, ter versterkinge onzer navale magt ginder, en zal het eerste tegen het eind van October laaten retourneeren, om in het med„ „den van November naar Ceilon, dewijl het eerder vertrekkende de Engelsche schepen zoude kunnen ontmoeten, die van Madvas naar Bombaij stevenen, gedepecheerd te worden, ten zij ik andere orders van uwe Hoog-Edelheden mogte ontvangen: 3. 82. De Chineescien en Maleijers, die van 't Riouw hier geko„ „men zijn, getuigen eenpaariglijk dat de voornaamste persoonun zig gereed maaken om van daar te vlugten, nadien de voorraad van rijst opraakt; En een van hun wist zelfs te verhaalen, dat men Radja Hadjie geproproneerd hadt om den inval op Riauw met 40000. –. Spaansche reaalen af te koopen, dog dat hij 'er op geantwoord: zoude hebben, dat, zoo hij nu 40'000. -. gaf, men over een jaar zoude we„ „derkeeren om 80'000. –. Sp. eaalen te eischen. Ik reikhals overzulke na Secours van de Hoofdplaats, om niet alleen Riouw te onder te brengen maar ook het vaarwater tusschen dat nest en Palembang voor de Ia„ „vaanen te beveiligen. Terwijl ik met eerbied en hoogagting tetuig te zijn, §. 83. De galjoot is op den 24. Iuli laastleden van hier gede„ „pecheerd met ons eerbiedig schrijvens van den 22. , en over Zalem„ „bang is afgezonden een paquet, inhoudende ons sicreet briefje van den 31. dier maand en dies bijlaagen. 5. 84. Schoon de Maleijer Amien, destellir van dat pa„ „quet; zes en vijftig dagen uit geweest zijnde; volgens het reeds aan Uwe Hoog-Edelheden gecommuniceerd beding, niet meer pretendeeren kon dan vijftig spaansche reaalun, hebben wij egter, uit consideratie dat hij, zoo door zwaar weer, als en Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal benevens (Onderstond:) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog Edelheden zeer gehoor„ „zaamen en trouwschuldigen Dienaar (Getekend) P. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 31. Iuli 1783. (onderstond door Secreet
English
138. having suffered greatly on his outbound voyage due to the persecution of pirates and having often been in danger of perishing, deemed that he ought in fairness to be relieved in that regard, and consequently granted him a further twenty-five Spanish reals. Section 85. We hereby present to Your High Excellencies some copies of the letters and other documents received after the 22nd of July from the Honorable Toger Abo, Commander of the Expedition against Riouw. Upon the resumption of the same, it will be evident to Your High Excellencies that the Company's warships, with all the other armed vessels, have returned from the northern channel to the roadstead of Riouw and have occupied the entrances to the interior; that the enemy thereupon made a sally with greater force than before, but was vigorously repulsed; that since then there has been another engagement with the enemy vessels, which had attempted to capture the sloop the Johanna; and that some incoming vessels, laden with contraband or other goods, have been overpowered or seized and sent hither. Section 86. Regarding the brigantine belonging among the last-mentioned, of Jan Boualong, Chinese at Paccalongang, commanded by the Chinese Tjoa Gokko, it came to attention during deliberation in our Council at the session of the 12th of August concerning how to act therewith: that the pass granted to that vessel at Batavia read for Cambodia, and the cargo, which according to the manifest should consist of 20 corges of Javanese tobacco, 30 leagers of arrack, 200 pikols of sugar, and 111 corges of Javanese cloths, actually consisted of such goods as Your High Excellencies will find specified in the accompanying note; that the Nakhoda Tjoa Gokko indeed claimed to have been compelled to put into Riouw due to the breaking of the mast and the leaking of the vessel, in order to repair the damage sustained and then pursue his voyage, but that the nullity of this pretext appeared not only from the writing of the Honorable Abo, stating that the said vessel was found in condition for the voyage to Cambodia, but also from the report of the Master of Equipment Telgerhuis and Master Shipwright Schol, who inspected that vessel here, testifying that the same was tight or not leaking, and that the small crack along the mainmast caused it no harm; that he, the Nakhoda, for this reason as well as because the goods cited in the aforesaid note were not articles of trade for Cambodia, but rather for Riouw, lay under the most grounded suspicion of having departed from Batavia with no other purpose than to sell those wares at Riouw, and of having taken a pass to Cambodia merely to conceal this purpose of his; that consequently vessel and cargo were confiscable, whether according to the law of war, because the Nakhoda had wished to supply an enemy place with provisions, or else according to the orders on private navigation, against which he had offended by violating the manifest; yet that confiscation according to the law of war cannot take place if no prohibition against sailing to Riouw had been published at Batavia prior to the departure of the repeatedly mentioned Tjoa Gokko, since, having arrived thereabouts, he anchored at the first shot from the gurab the Snelheid and such
Dutch transcription
138. door de vervolging van zeevoovens op zijne heenreize veel geleden hadten dikwils in gevaar geweest was van om te komen, ver„ „meend dat hij dientwegen naar de tillijkheid behoorde te worden gesoulageerd, en hem overzulks nog vijf en twintig Spaansche reaalen toegelegd. §. 85. Eenige afschriften van de brieven en andere be„ „scheiden, na den 22. Iuli ontvangen van den E. Toger Abo, Bevelhebber over de Expeditie tegen: Riouw, bieden wij uwer Hoog-Edelheden hier nevens aan Bij de resumtie der„ „zelven zal Uwer Hoog-Edelheden blijken, dat Comps. oor„ „logs- schepen met alle de andere gearmieerde vaartuigen uit het noorder-canaal naar de reede van Riouw weder„ „gekeerd zijn, en de toegangen naar binnen bezet hebben; dat de vijand daar op, met grooter magt dan te vooren, eenen nitval gedaan heeft, dog wakker gereprouseerd is, dad men sedert nog een gevegd gehad heeft met de vijandelijke vaartuigen, die de sloep de Iohanna hadden vragten te neemen; dat men eenige van buiten komende vaartii„ „gen, met verboden off andere waaren beladen, overmee„ „sterd of in beslag genomen en herwaarts gezonden heeft. 7. 86. Belangende de onder de laastgemelden behoorende brigantijn van Jan Boualong, Chinees te Paccalongang, ge„ „voerd door den Chinees Tjoa Gokko, is bij deliberatie in on„ „zen Raade, ter sessie van den 12. Augustus, hoedanig daar mede te handelen! in opmerking gekomen dat de Pas, aan dat vaartuig te Batavia verleend, naar Cambodia luidele, en de laading, die volgens de zas bestaan moest in 20. –. korsies Iavasche tabak, 30. –. leggers arrak, 200. –. pikols „zuiker, en 111. –. korsies Javaschen kleedjes, eigenlijk bestondt in zoodanige goederen, als Uwe Hoog-Edelheden gespecificeerd zullen vinden bij de overgaande Notitie; dat de Nagoda Tjoa Gokko wel voorgaf door het breeken der Hteng en lek worden van het vaar„ „tuig genoodzaakt geweest te zijn om Riouw aan te doen; ten einde de gekregen schade te herstellen en dan zijne veis: te ver„ „volgen, dog dat de nietigheid van dit pretext consteerde met alleen uit het schrijven van den Er. Abo, dat het gemeld vaar„ „tuig in staat bevonden was tot de reize naar Camibodia, maar ook uit het Rapport van den Equipage - opzigter Telgerhuis en Baas der scheepstimmerlieden Schol, die dat vaartuig hier gevisiteerd hebben, getuigende dat hetzelve digt of niet lek was, en het scheurtje langs de groote Heng er geen letzel aan toebragt; dat hij Nagoda; om deeze reden zoo wel, als om dat de goederen, bij de voorschreven Notitie aangehaald, geene articulen van negotie voor Cambodia wa„ „ren, maar wel voor Riouw, onder de gegrondste verden„ „king lag van met geen ander oogmerk van Batavia Vertrok„ „ken te zijn, als om die waaren op Riouw te verkoopen, en eene Pas naar Cambodia genomen te hebben slegts om dit zijn oogmerk te bedekken; dat gevolgelijk vaartuig en laa„ „ding confiscabel waren, 't zij naar het regt des oorlags, door„ „dien de Nagoda eene vijandelijke plaats van leeftogt hadt wil„ „len voorzien, dan wel naar de orders op de particuliere vaart, waar tegen hij gepesceerd hadt door het violeeren van de zao, dog dat de confiscatie naar het regt des oorlogs niet kan plaats vinden, indien te Batavia voor het vertrek van den meergemelden Tjoa Gokko geen verbod mogte weezen gepubliceerd op het vaaren naar Riouw, dewijl hijn, daar omtrent gekomen zijnde, op den eersten schoot van de goeral de Znelhed geankerd en zoodanige dues - ƒ a
English
140. thus had obeyed the warning not to enter, were it not that the suspicion arising from his aforementioned deceit—that he could not have been unaware of the breach of peace between the Company and the Riouwers—could serve as sufficient proof thereof. We have therefore ordered the Council of Justice to discharge the aforementioned brigantine of its cargo, and to sell the same at public auction, as well as to transfer the proceeds thereof into the Company's treasury pending further disposition, but for the present to leave the brigantine itself with its appurtenances unsold, and to request instructions from your High Excellencies, as we respectfully do hereby, as to how or for whose benefit the confiscation of vessel and cargo ought to occur. § 87. An identical decision was also taken by us on the 15th of September with regard to a sloop (or rather a hooker) commanded by the Chinese Ian Tjaijko, because on the 1st of August he had taken a pass at Cheribon to depart for his place of residence Lambauwa (which is said to be Mampauwa, located on the island of Borneo), but, as appears from the statements obtained in the Company's war squadron and here, with no other intention than to sail to Riouw, which was further confirmed by the discovery of several gifts in that vessel intended for Radja Hadjie, his mother-in-law, and the Sabandaar of Riouw. § 88. On one of the other intercepted vessels an open Malay letter was found, in which the English are invited to trade at Soekoedana. The translation of that letter we offer herewith to your High Excellencies. § 89. The ships de Jonge Hugo and Willem Fredrik were dispatched successively on the 13th and 16th of August with one hundred and five soldiers to Riouw. But, since such ships cannot pursue and damage the enemy vessels, which when attacked usually run close under the shore, as well as small vessels, sloops, and similar craft, we have for that purpose taken on hire for the Company's account, provided with the necessary artillery, and sent to Riouw the private small vessel Malaccas welvaaren and the hooker de Handelaar, under such conditions as were made regarding the sloop mentioned in our respectful letter of 22 July 762, and with this addition, that they shall have to return immediately, not only in the event that the Commander of the Expedition should find them there unnecessary or of no use, but also whenever, upon the arrival of the Company's small vessels which we have requested from the Main Place, they might be considered to be of less service than the latter; after which we shall report to your High Excellencies the size of and the number of crew on the aforementioned two small vessels. § 90. This reinforcement of the Company's naval force will certainly contribute much toward preventing the supply of provisions into Riouw more than previously; yet in order to make a landing there, and thus bring the Expedition to an end, native vessels are required, which we are not in a position to dispatch thither in sufficient numbers. We have therefore, upon the intelligence received from Siae that the King, notwithstanding his promise to us, was making little haste with the outfitting of his vessels, and since we have received no answer from Trangano and were thus uncertain whether we successively from
Dutch transcription
140. dus aan de waarschuwing om niet naar binnen te loopen geobe„ „dieerd hadt, ten waare het uit zijn opgemeld bedrog voortsprui„ „tend vermoeden, dat hij niet onkundig geweest moet zijn van de vredebreuk tusschu de Compagnie en de Riouwers, tot een ge„ „noegzaam bewijs daar van dienen kon: Mij hebben der„ „halven den Raad van Iustitie gelast de gemelde brigantijn van haare laading te dechargeeren, en dezelve bij publique opveiling te verkoopen, mitsgaders het provenu daar van in Comps. kasse over te brengen tot nadere dispositie, dog de brigantijn zelf met haar toebehooren vooreerst onverkogt te laaten, en van uwe Hoog-Edelheden onderrigting te vraagen, gelijk wij reverentelijk doen bij deezen, hoedanig of ten wiens behoeven de confiscatie van vaartuig en laading geschieden moet! §. 87. Even zoodanig besluit is bij ons ook op den 15. Sep„ „tember gevallen met opzigt tot eene sloep, (of eigenlijk hoeker) ge„ „voerd wordende door den Chinees Ian Tjaijko, dewijl hij op den 1: Augustus te Cheribon eene Pas genomen hadt, om naar zijne woonplaats Lambauwa (zijnde zoo als gezegd wordt Mampauwa„ gelegen aan het eiland Borneo) te vertrekken, dog, blijkens de in Comps. Oorlogs -etquader en hier ingewonnen verklaaringen, met geene andere intentie, als om naar Riouw te vaaren, en dit nog bevestigd wierdt door het ontdekken van eenige geschen„ „ken in dat vaartuig voor Radja Hadjie, zijne schoonmoeder, en den Sabandaar van Riouw geschikt. §. 88. Op een van de andere agterhaalde vaartuigen is een open Maluitsvee brief gevonden, waar bij de Engelschen op Soekoedana ten handel genodigd worden. 't Translaat van dien brief bieden wij uwer Hoog-Edelheden hier nevens aan. §. 89. De schepen de Jonge Hugo en Willem Fredrik zijn Sucessivelijk op den 13. en 16. Augustus met een honderd en vijf Mi„ „litairen naar Riouw geexpedieerd. Maar, vermits zoodanige schepen de vijandelijke vaartuigen, die als zijn geattaqueerd worden gewoonlijk onder de wal loopen, met zoo goed kunnen nazetten en beschadigen, als kleinen scapen, sloepen, en soortgelijke vaartuigen, hebben wij tot dat einde voor Comps. rekening in huur genomen, van het noodige geschut voorzien, en naar Riouw gezonden het particulier scheepje Malaccas welvaaren en den hoeken de Handelaar, onder zoodanige conditien, als omtrent de bij onzen eerbiedigen van den 22. Iuli 762. ver„ „melde sloep gemaakt zijn, en met deeze bijvoeging, dat zijn ten eersten zullen moeten wederkeeren, niet alleen in gevalle de Bevelhebber van de Expeditie hun bevinden mogte daar onnodig of van geen nut, maar ook wanneer zijn bij de kompte van Comps. kleine vaartuigen, die wij van de Hoofdplaats gevraagd hebben, geagt mogten worden van minder dienst dan de laasten te zijn; waar na wij Uwer Hoog-Edelheden de grootheid van en het getal der manschappen op de gemelde twee bodempjes. zullen opgeeven. §. 90. Deeze versterking van Comps. navale magt zal ze„ „kerlijk veel toebrengen, om den toevoer van vireres binnen Ri„ „ouw meer dan bevoorens te beletten; dog om 'er eene landing te doen, en zoo de Expeditie ten einde te brengen, worden in„ „landsche vaartuigen vereischt, die wij niet in staat zijn in een toeriekend getal derwaarts te bezorgen. Wij hebben der„ „halven op de bekomen berigten van Siae, dat de Koning, onge„ „agt zijne toezegging aan ons, weinig spoeds maakte met de initrusting zijner vaartuigen, en dewijl wij geen antwoord van Trangano ontvangen hebbende, dus in het onzekere waren of wijn Successivelijk van
English
142. that we might obtain some assistance from that quarter, we decided at our meeting of 6 August to propose to the King of Palembang, who is very angry with Radja Hadjie because of the affront some time ago to the person of his envoy sent thither, whether His Highness would be willing to assist the Company with twenty or thirty armed vessels to subdue Radja Hadjie and his followers; and to request the Residents to dispose the King thereto, if they believed this could be done without any difficulty. The news which we subsequently received from Liac that two Javanese vessels had been taken near Poeloe Javella, without anyone knowing by whom, and our order dispatched thereupon to the Company's Fleet to send two cruisers thither for the protection of the passage for other vessels that we were expecting from Java and Cheribon, caused us to suspend the execution of our said resolution until we could surmise that the cruisers would be at the appointed place, in order then to dispatch the sloop mentioned in section 89, which would otherwise have run into danger, with our letters to Palembang. But in the meantime, it having come to our knowledge, both from the reports of the Company's Fleet and from an Account which we present to Your High Mightinesses alongside this, that even some Grandees of that realm had a hand in the smuggling trade of tin and pepper to Riouw, we doubted very much whether they, if the King showed himself inclined to grant our proposal, would not seek to thwart it or give orders to the Commanders of the vessels that could do us more harm than good, and for that reason we thought fit on 15 September to recede from our aforementioned resolution. § 91. We were all the more inclined to do so, because we already had such an answer from Queda's King that we could flatter ourselves with his assistance. For, although His Highness made known to us in his letter that He could not come to the Company's aid until after He was relieved of the apprehensions He currently had for his own country, He nevertheless had a confidant convey to us that He, notwithstanding the obstacles mentioned in his letter, would easily decide to unite his forces with those of the Company for the extirpation of the Bugis, if we would assure Him that the Company would make no peace with them. And because we believed we might well give this assurance to His Highness, seeing that Radja Hadjie, having been filled with the most malicious intent against the Company even before the outbreak of the present troubles, would now keep the points of an agreement granted to him no longer than until he saw a fair chance to take revenge on the Company, besides the fact that from such a pacification not even any temporary advantage was to be expected for the Company, we decided at our session of 15 September not with the King's envoy, as his vessel might at times be taken by the Selangorians, who attack and plunder the passing small craft, but with the Javanese private snow De Drie Gebroeders, whose cargo of rice had already been sold and unloaded, and which, instead of lying idle here in the roadstead until the month of December, could in the meantime profitably make a short voyage to and from Queda and bring us some necessities from there, to dispatch a letter to the king of that Realm, and to His Highness
Dutch transcription
142. van dien kant eenige hulpe zouden erlangen, ter onzer zittinge van den 6. Augustus besloten den Koning van Palembang, die zeer op Radja Hadjie vergramd is wegens het voor eenigen tijd „geleden appront in den persoon van zijnen zendeling naar der„ „waarts, voor te stellen of zijne Hoogheid de Compagnie met twintig of dertig gearmieerde vaartuigen wilde bijstaan, om Radja Hadjie en zijnen aanhang te onder te brengen; en de Residenten te verzoeken den Koning daar toe te disponee„ „ren, indien zijn vermeenden zulks zonder eenige zwaarigheid te kunnen geschieden. De tijding, die wij sedert van Liac kreegen, dat twee Iavasche vaartuigen omtrent Poeloe Iavella genomen waren, zonder dat men wist door wien, en onze daar op afgevaardigde order naar Comips. Vloot om twee kruissers naar derwaarts te zenden, ter beveiliging van de passage voor andere vaartuigen; die wij van Iava en Cheribon verwagteden, deeden ons met de executie van ons gemeld besluit suppersideeren tot dat wij gissen konden dat de kruissers ter bestemder plaatze zouden weezen, om dan de 3. 89. gemelde Hloip, die anders gevaar gelopen zoude hebben, met onze brieven naar Palem„ „bang te depecheeren. Maar intusschen, zoo wel uit de berigten van Comps. Vloot, als uit een Relaas, dat wij uwer Hoog-Edelheden nevens deezen presenteeren, ons te vooren geko„ „men zijnde, dat zelfs eenige Grooten van dat lijk de hand hadden in den smokkelhandel van tin en peper op Riouw, twijfelden wij zeer of zijn, wanneer de Koning zig genegen betoonde om on ons voorstel te bewilligen, zulks niet zou„ „den tragten te dwarsboomen of aan de Opperhoofden der vaar„ „tuigen orders geeven, die ons meer na dan voordeel konden doen, en vonden uit dien hoofde op den 15. September goed van ons neer„ „gemeldbeslut te resilieeren. §. 91. Wij helben daar toe nog meer over, dewijl wij toen reeds zoodanig een antwoord hadden van Queda's Koning, dat wij ons met zijnen lijstand flatteeren konden. Want, schoon zijne Hoog„ „heid ons in zijnen brief te kennen gaff, dat Hij de Compagnie niet eer te hulp kon komen, dan na dat Hij ontheven was van de bedugtingen, die hij tans hadt voor zijn eigen land, Wij liet ons nogtans door eenen vertrouweling boodschappen, dat Wij, onge„ „agt de in zijnen brief gemelde belettelen, ligtelijk besluiten zoude om zijne magt niet die van de Compagnie te vereenigen ter intvoeijinge van de Boegineeschen, indien wijn Hem verzekeren wilden dat de Compagnie geene vrede met hun maaken zoude. En dewijl wij vermeenden deeze verzekering aan zijne Hoogheid wel te mogen geeven, gemerkt Radja Hadjie, al voor de uit barstuig van de tegenwoordige onlusten met het boosaartigste opzet tegen de Compagnie vervuld geweest zijnde, nu de pointen van een vergelijk, die wij hem inwilligden, niet langer zouden houden dan tot dat hij de kans schoon zag om zig aan de Compagnie te revencheeren, behalven dat ii't zulk eene bevreediging zelfs geen temporeel voordeel voor de Compagnie te verwagten was, hebben wij ter onzer sessie van den 15. September besloten, met met 'S Konings zendeling, alzoo zijn vaartuig somtijds door de Slangenoorschen, die de passeerende kleine vaartuigen attaqueeren en planderen, zoude kunnen genomen worden, maar met de Iavasche particuliere Snauw de Drie Gebroeders van dewelke de rijstlaading reeds verkogt en gelost was, en die in plaatze van hier tot de maand December stil op de reede te leggen, in den dutschen tijd met profijt een reisje waar en van Crueda kon doen, en ons eenige benoodigdheden van daar aanvoeren, een brief aan den koning van dat Rijk af te zenden, en zijne Hoog„ 7. 91. „heid
English
to assure them that the Company would never make peace with the Bugis, but would pursue them until they were eradicated from Riouw, Slangenoor, and elsewhere, or entirely subdued, since they had troubled the Company too long, too much, and too keenly to deserve any consideration; and thus the mentioned snow departed with such a letter on 30 September. 7. 92. On the same day in the evening, we received a letter from the King of Tranguno, in which His Highness replies to the proposal made by our envoy Intje Mochiet, stating that His Highness, now that the Company has already begun the war against Riouw, knows no way to get the grandson of the late Radja Saleman from there, but that, if it was the true intention of the Company to raise up the King of Iohor, he will help to carry out that work, requesting of us 1) to send the Captain of the Burghery Abraham de Wind thither in order to confer with him on how best to unite with the Company, and 2) to supply His Highness with 1000 pieces of snaphaunce muskets, together with 50 barrels of gunpowder; while Intje Mochiet writes to us that his message was received with pleasure by the King; that the King asked him for written proof of whether the Company, united with His Highness and sharing both good and evil together, would begin the work, but that he answered he had no other proof than his credentials; that the King has made two thousand men ready and brought all the vessels into the water, waiting solely for further word from here. What the King actually meant by his expression if it was the true intention of the Company to raise up the King of Iohor, and by asking for written proof that the Company, united with him and sharing good and evil together, would begin the work, we would not have understood well had His Highness not explained himself clearly enough in a letter to the mentioned de Wind to deduce therefrom that he would rather see himself or someone else, than the mentioned grandson of Radja Saleman, on the throne of Iohor. We did indeed determine at our session of 14 May last to help this Prince onto it, as the most entitled to the mentioned throne; but we did not know then that he was more inclined toward the Bugis than his own nation. Having only recently, or after the hostilities against Riouw had begun, learned this, we were already of the opinion to consult with the King of Trangano (a legitimate son of Radja Saleman) after the conquest of that place concerning the election of another ruler; and, now that he himself desired to sound us out on that matter, we judged that we had to communicate our thoughts to him in such a manner as could give him the greatest satisfaction, in order that he might be induced promptly to assist the Company. We therefore thought it fit on the 4th of this month to reply to His Highness that, since the Company's ships and vessels had been dispatched to Riouw, we had none at hand to send the Captain of the Burghery Abraham de Wind, nor any gunpowder and guns, to Trangano, but that we could assure His Highness through our letter that the Company had no other intention than to expel the Bugis from the places usurped by them, and
Dutch transcription
144. „heid daar dij te verzekeren, dat de Compagnie zig nooit met de Boe„ „gineeschen bevredigen, maar hun vervolgen zoude tot dat zijn van Ri„ „ouw Slangenoor, en elders meer vernesteld, of geheel vernederd waren, nadewaal zijn de Compagnie te lang, te veel, en te gevoelig gebergd hadden, om eenige consideratie te verdienen; gelijk dan ook de gemelde snauw met zoodanigen brief op den 30. September ver„ „trokken is. 7. 92. Een zelfden dage ontvingen wij 's avonds een brief van den koning van Tranguno, waar bij zijne Hoogheid op den door on„ „zen Zendeling Intje Mochiet gedaanen voorslag antwoordt, dat zijne Hoogheid; nu de Compagnie reeds den oorlog tegen Riouw begonnen heeft, geen weg weet om den kleinzoon van wijlen Rad„ „ja Saleman van daar te krijgen, dog dat, hij aldien het de waaragtige intentie van de Compagnie was om den koning van Iohor op te beuren, Wij dat werk zal helpen uitvoeren, ons verzoekende 1) om den Capitein van de Burgerije Abraham de wind derwaarts te zenden, ten einde met hem te bevaamen, hoe zig best met de Compagnie te vereenigen: en 2) zijne Hoog„ „heid te gerieven met 1000. –. ps. Snaphaanen, benevens. 50. –. vaten buskruids: terwijl Intje Mochiet ons schrijft, dat zijne boodschap met aangenaamheid bij den Koning ontvangen is; dat de Koning hem een schriftelijk bewijs heeft afgevraagd oft de Compagnie, met zijne Hoogheid vereenigd, en het goed en kwaad te zamen ondergaande, het werk beginnen zoude, dog dat hij geantwoord heeft geen ander bewijs te hebben als zijner Geloofsbrief; dat de Koning twee duizend man in gereed„ „heid en alle de vaartuigen in het water gebragt heeft wag„ „tende eenlijk op nader bescheid van hier. Wat de koning met zijne uitdrukking van bij aldien het de waaragtige intentie van de Compagnie was om den koning: van Iohor op te beuren, en met het vraagen van een schriftelijk bewijs dat de Compagnie met Hem vereenigd, en het goed en kwaad te zamen ondergaande, het werk beginnen zoude, eigentlijk bedoeld heeft, zouden wij met vegt begrepen hebben, hadt zijne Hoogheid zig niet in eeren brief aan gemelden de wind duidelijk genoeg geëxpliceerd om daar ii't op te maaken dat Wij liever zig zelf of imand anders, dan den gemelden Kleinzoon van Radja Saleman, op den woon„ van Iohon Zag. Wij hebben wel ter onzer sessie van den 14. Mai laastleden vastgesteld deezen Prins, als den geregtigd„ „sten tot den gemelden Vroon, daar op te helpen; dog wij wisten toen met dat hij den Boegineeschen meer toegedaan was, dan zijne eigen natie. Eerst onlangs, of na dat de hostiliteiten tegen Riouw begonnen waren, dit vernomen hebbende; waren wij reeds van meening om na de overwinning van die plaats met den Koning van Trangano (een egter zoon van Radja Sale¬ „man) te raadplegen over de verkiezing van eenen anderen Regend; En, nu wij zelf ons over dat stuk begeerde uit te hooren, oordeelden wij dat wij Item onze gedagten op zoo eene wijze moesten mededeelen, als item de meeste voldoening kan geeven op dat Wij bewogen wierde om schielijk de Compagnie bij te staan. wij vorden derhalven op den 4. deezer goed aan zijne Hoogheid te repliceeren dat, vermits Comps. scheepen en vaarduigen naar Riouw geëxpedieerd waren, wij geen aan handen hadden om den Capitein van de Burgerijn Abraham de Wind, nog ook buskruid en geweeren, naar Trangano te zenden, dog dat wij zijner Hoogheid door onzen brief verzekeren konden, dat de Compagnie geene andere intentie hadt, als om de Boegi„ „neeschen uit de door hun geusurpeerde plaatzen te verstooten, e intentie een
English
146 to place a Malay Prince on the Throne of Iohor, and to act in unison with His Highness in both respects; that his vessels, upon joining the Company's war fleet, would be supplied by the Commander thereof with gunpowder as needed and with muskets according to the available stock; that the Company, if Riouw were conquered with the help of Trangano, in recognition thereof would leave to His Highness's choice whether he himself wished to assume the government over Iohor, or to confer the same upon someone else; that subsequently the most convenient arrangements could be made with each other in order to live in an unbreakable friendship and alliance. Paragraph 93. In addition to the aforementioned letters, the King's emissaries also delivered to us an undated letter from F. Toussaint, former Commander on the bark the Constantia, mainly stating that this bark, along with the pantjallang Geduld, was taken on 26 July in the straits of Doeverens by the English ship The Nandy, Captain Robbert Geddes, being the same ship spoken of in the undersigned Governor's letter of 31 July paragraph 80, and brought to Trangano, where he, Toussaint, had purchased a vessel for two thousand Spanish reals to transport the crew hither. He does not mention the number thereof to us, nor what was done with the two vessels and the Company's papers. But the King proves that he, to oblige the Company, purchased those vessels with their artillery from Captain Geddes, without saying for how much, and will transfer the same to the Company for payment if they should wish to have them. We shall request His Highness to send the mentioned vessels hither, and to specify to us for what price they were bought, so that we, if His Highness has not paid too much for them, may take them over for the Company, but otherwise let them return. Paragraph 94. The news of this most lamentable case causes us no small concern, since even by spending a considerable sum of money for the purchase of provisions, medicines, and equipage goods for the ships the Dolfijn, 't Hof ter Linde, and Willem Fredrik, as well as for the goeval de Snelheid, we have not been able to accommodate them therewith as needed, and thus they still lack several things that we are not in a position to provide them, especially anchors and ropes. And in order that Your Right Excellencies might be speedily informed of this as well as of the difficulties that we fear, as we shall further demonstrate to Your Right Excellencies, we have hired a fast-sailing and reasonably defensible vessel for two hundred and fifty Spanish reals, for the conveyance of this our letter and its enclosures in a packet to Palembang, to be forwarded from there to Your Right Excellencies, while we herewith present to Your Right Excellencies a requisition of necessities for the ship Willem Fredrik. Paragraph 95. It is not only the mentioned three ships and the goeval, but also the ship the Jonge Hugo and the vessels stationed here that suffer a lack of all kinds of equipage goods, the Jonge Hugo having no more than one heavy anchor and rope. We therefore pray Your Right Excellencies
Dutch transcription
146 een Malitshen Prins op den Vroen van Iohor te stellen, en in beide opzigten eensgezind met zijne Hoogheid te werk te gaan; dat zijne vaartuigen, bij Comps. Oorlogs-vlood komende, door den Bevelhebber over dezelve zouden worden geriefd met buskrund naar benoodigdheid en met geweeren naar mate van den voorraad; dat de Compagnie, wanneer Riouw met behulp van Trangano overwonnen wierd, in erkentenisse daar van aan de keuze van zijne Hoogheid zoude laaten, of wijn zelf het bewind over Iohor wilde aanvaarden, dan wel hetzelve aan iemand anders opdraagen! dat men vervolgens met elkanderen de canvenabelste schikkingen zoude kunnen maaken, om in eene onverbreekelijke vriend- en bondgenoodschap te leven. 7. 93. Behalven de voorschreven brieven is ons ook door 's Konings zendelingen aangebragt een ongedateerde brief van F. Souissaint, geweezen Gezaghebber op de bark de Constantie hoofdzaakelijk behelzende dat die bark, benevens de pantjal„ „lang Geduld, op den 26. Iuli in de straat Doeverens door het Engelsche schip The Nandij, Capitein Robbert Geddes, zijnde hetzelfde schip, waar van bij des ondergetekenden Gouverneurs brief van den 31. Iuli §. 80. gesprooken wordt.) genomen, en naar Trangano gebragt was, daar hij Iouis„ „samt voor twee duizend sp. reaalen een vaartuig gekogt hadt tot transport van de manschappen naar herwaarts. 't Getal derzelve meldt hij ons niet, nog ook wat met de twee vaar„ „tingen en Comps. papieren gedaan is. Maar de Koning Bewijst, dat Wij ter believinge van de Compagnie die vaartui„ „gen met derzelver geschut van Capitein Geddes gekogt heeft, zonder te zeggen voor hoe veel en dezelven voor betaaling aan de Compagnie zal overdoen indien menze hebben wilde. wij zullen aan zijne Hoogheid verzoeken om de gemelde vaartuigen herwaarts te zenden, en ons op te geeven, waar voor zijn ingekogt zijn, op dat wijze, indien zijne Hoogheid 'er niet te veel voor be„ „taald heeft, voor de Compagnie mogen overneemen, dog anders laaten te rug keeren. §. 94. De tijding van dit zeer beklaaglijke geval ver„ „wekt ons geene geringe bekommering, dewijl wij met zelfs eene aanzienlijke somme gelds te bekostigen tot den inkoop van provisien, medicamenten, en equipage-goederen voor de schepen de Dolgrhijn, 't Hof ter Lindu, en Willem Fre„ „drik, mitsgaders voor de goeval de snelheid, dezelven daar mede niet naar benoodigdheid hebben kunnen gerieven en hun dus nog verscheiden dingen ontbreeken, die wij niet in staat zijn hun de bezorgen, voornaamelijk ankers en touwen; En op uwe Hoog-Edelheden hier van zoo wel, als van de zwaarige „heden, waar voor wij vreezen, gelijk wij nader Uwer Hoog= Edelheden vertoonen zullen, spoedig mogten worden geinfor„ „meerd, hebben wij een „e bezeild en zaamelijk weerbaar vaar„ „tuig voor twee honderd en vijftig spaansche reaalen ge„ „huurd, ter overbrenginge van deezen onzen brief en dies bijlaagen in een paquet naar Palembang, om van daar Uwer Hoog-Edelheden te worden toegezonden, terwijl wij Uwer Hoog Edelheden hier nevens aanbieden een Eisch van behoeften voor het schip Willem Fredrik. 7. 95. De gemelde drie schepen en de goeval zijn het alleen niet, maar ook het schip de Ionge Hugo en de hier bescheiden' vaartuigen, die gebrek lijden aan allerhande exui„ „wage-goederen, hebbende de Ionge Hugo niet meer dan een zwaar anker en touw. Wij bidden derhalven Uwer wij Hoog -delheden
English
148. Honorable Sirs, to accommodate us, upon sending the necessities for the aforementioned ships and gurabs, with everything that may not have been fulfilled on our General Requisition of 14 March of this year, and even with regard to the provisions in a greater quantity than was requested in that requisition, as we have no more stock of these (with the exception of rice), and have had to take 26 leggers of arrack from the cargo of the ship Willem Fredrik, as well as furthermore to fulfill the needs for the Company's vessels, demanded in the Supplementary Requisition now being dispatched. Section 96. Our humble prayer is further that it may likewise please Your Honorable Sirs to send us the cannon of various calibers and other munitions of war requested in our requisitions of 14 March and 22 July last, as well as in our secret and separate letters of 20 May section 58 and 22 July section 73, but the powder with such an increase as Your Honorable Sirs shall deem expedient, since the remainder of that gunpowder, due to successive shipments to Riouw, now consists of only 37500 lb., including the 3000 lb. purchased here at the price of 25 rds. per 100 lb. Section 97. The King of Slangenoor, who has readied all his vessels and has also obtained some from Batoebara, seems to intend to enter the river of Lingij with them, disembark his men there, and have them raid into the environs of Malacca, in order to thus compel us to recall the ships and vessels from Riouw. The Regents of Rombouw, having already been solicited by him not only to grant his men passage hither, but also to join them, have indeed refused this, as we have been assured on their behalf; yet whether they will nevertheless in time allow themselves to be persuaded, either by gifts or by threats, to act perfidiously against us, time must tell us, and will not be open to any doubt if fortune should somewhat favor the Bugis, and the Company's fleet were to return from Riouw without having conquered that smugglers' nest, since the people of Riouw will then certainly gather in great numbers at Moar and advance from there hither to avenge themselves on us or our inhabitants. The conquest of Riouw seems impossible to us unless we promptly receive from the Capital, or from Trangano, Siac, or Queda, the necessary vessels and men, since a certain kind of scorbutic ailment is beginning to manifest itself among the Europeans and Chinese in the fleet, which, if it spreads further, could force it to abandon the roadstead of Riouw. The condition of this place will then be most alarming. But if we were to be assisted by Your Honorable Sirs before the end of this year with the requested four hundred or more soldiers, and with six sloops or pantjallangs carrying six- or four-pounders, as well as with some large boats, we shall, even if the vessels from Trangano, Siac, and Queda should fail to appear, be able to subdue Riouw and Slangenoor in a few days, and thus relieve the Company of the expenses that it would otherwise have to bear upon the continuation of this war. We most emphatically beseech Your Honorable Sirs to take this into serious consideration.
Dutch transcription
148. Hoog-Edelheden, om bij afzending van de benoodigdheden voor de meergenoemde schepen en goeral ons te gerieven met al het gene op onzen Generalen Eisch van den 14. Maart deezes Jaars niet mogte weezen voldaan, en zelfs ten aanzien van de provisien in eene grooter quantiteit, dan hij dien Eisch ge„ „vraagd is, alzoo wij daar van (de rijst uitgezonderd) geen voorraad meer hebben, en uit de laading van het schip Willem Fredrik 26. –. leggers arrak hebben moeten neemen, mitsga„ „ders daarenboven nog te voldoen de behoeften voor Comps. vaar„ „tuigen, bij den nu afgaanden Naderen Eisch gevorderd. §. 96. Onze onderdaanige bede is wijders, dat het Uwer Hoog-Edelheden insgelijks behaage ons toe te schikken de bij on„ „ze Eischen van den 14. Maart en 22. Iuli laastleden, mitsgaders bij onze secreete en aparte brieven van den 20. Mai 3. 58. en 22. Iuli §. 73. gevraagde canons van ver„ „scheiden aalider en andere oorlogs-muniteen, dog het kruid met zoodanige augmentatie, als uwe Hoog-Edelheden dien„ „stig zullen oordeelen, dewijl het restant van dat buspoe„ „der, door successive afzendingen naar Riouw, nu maar bestaat in 37500. –. lb. , daar onder gerekend de hier tot den prijs van 25. –. rds. de 100. –. lb. ingekogte 3000. –. lb. §. 97. De Koning van Slangenoor, die alle zijne vaar„ „tuigen in gereedheid gebragt en ook eeniger van Batoebara gekregen heeft, schijnt voornoemens te zijn om daar mede de rivier van Lingij in te loopen, zijn volk daar te ontschepen, en door hetzelve in de Malaccasche en vivons te laaten stroopen, ten einde ons zoo te verpligten om de schepen en vaartuigen van Riouw te ontbieden. De Regenten van Rombouw, door hem reeds aangezogt om niet alleen aan zijn volk de doortogt herwaarts te vergunnen, maar zig ook bij hun te voegen, hebben dit wel, zoo als ons hunnentwegen verzekerd is, aff„ „geslagen, dog of zijn zig egter in der tijd, 't zij door geschenken, of door dreigementen, niet zullen laaten overhaalen om bondbreu„ „kiglijk tegen ons te handelen, zal de tijd ons moeten leeven, en in 't geheel niet in twijffel te trekken zijn, wanneer het den Boe„ „gineeschen wat medeloopen, en Comps. Vloot van Riouw weder„ „keeren mogte, zonder dat sluiknest overwannen te hebben, nadien de Riouwers dan zekerlijk in eene groote menigte op Moar zullen vergaderen en van daar herwaarts voortrukken, om zig aan ons of onze ingezetenen te wreeken. De over„ „winning van Riouw komt ons impossibel voor, zoo wij met schielijk secours van de Hoofdplaats, dan wel van Trau„ „gano:, Siac, of Queda de noodige vaartuigen en manschappen krijgen, dewijl zekere soort van scorbutique kwaal zig onder de Europeers en Chinceschu in de Vloot begint te openbaa„ „ren, die bij verdere doorbreeking haar zoude kunnen noodzaa„ „ken om de reede van Riouw te verlaaten. De toestand deezer plaatze zal dan allerzorgelijkst zijn. Maar, bij aldien wij door Uwe Hoog-Edelheden voor het einde deezes jaars geadsi„ „steerd wierden met de verzogte vier honderd off meer Militai„ „ven, en met zes sloepen aff pantjallangs, die zes of vier ponders voeren, gelijk ook met eenige groote schuiten, zullen wij, al bleeven dan de vaartuigen van Trangano, Siac, en queda agter, in korte dagen Riouw en Slangenoor kunnen g te onder brengen, en de Maatschappije dus bevrijden van de kosten, die zij anders of hij voortduuring van deezen oorlog te draagen zoude hebben. Wij smeeken Uwer Hoog-Edel„ „leden op het nadrukkelijkste dit in ernstige overweeging zijn te neemen
English
to take, and to favor us with the assistance which we exceedingly need, both for the restoration of respect for the Company and the tranquility of this place, and for the expansion of trade and the increase of the Company's revenues. Paragraph 98. Having arrived here in the roads on the 21st of August, the English Company ship Dutton, bound for China and commanded by James West, brought to the undersigned Governor a letter from Lord Macartney, Governor at Madras. In this letter, his Honor, enclosing authentic copies of a letter from Lord Grantham, Secretary of State, and a Proclamation issued on behalf of the King in London, gives notice of the armistice between his Britannic Majesty and the Republic of the United Netherlands, as Your High Honors will further see from the aforementioned documents and the translations of those papers, which we hereby forward to Your High Honors. We add thereto a copy of a passport verified by the High Council at Madras, which was granted on behalf of Their High Mightinesses to each of the English ships that sailed out this year, but of which the aforesaid copy was given to the Captain of the said ship, as having set sail in the previous year, to be shown here and to the Dutch ships he might encounter. We made not the slightest difficulty in respecting these valid proofs, and consequently granted Captain James West both the purchase of the necessary refreshments here, and a passport for free passage through this strait, in the event that the Company's cruisers might not find the aforesaid copy-passport sufficient. Paragraph 99. Since then, three more English Company ships, likewise bound for China and provided with similar proofs, have arrived in the roads here, and others have passed without putting in. Paragraph 100. We hope from Your High Honors a favorable approval of all our aforesaid actions; while, offering translated extracts from the Calcutta Gazette, speaking of the battles that took place between the English and French at Cuddalore and at sea, we have the honor, for the rest, to call ourselves with all respect, It was signed: High-Noble, Highly-Venerable, Wide-Commanding Lord and Right-Noble Severe Lords. Below: Your High Honors' very obedient and dutiful servants. Signed: P. G. de Bruijn, J. A. Henzel, A. Couperus, J. Thierens, R. B. Hoynck van Papendrecht, and H. J. Wiederhold. In the margin: Malacca, in the Castle, the 6th of October 1783. L. S. The pantchiallang the Philippine, dispatched from the fleet off Riau to escort three seized vessels, having arrived here with the same at the closing of this letter, and a letter from the Commander of the said fleet dated the 20th of September last with its enclosures having been delivered to us at the same time, we could not fail to offer copies thereof to Your High Honors on this very occasion. To Separate 152. Batavia Batavia To his Honor, The High-Noble, Highly-Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right-Noble Severe Lords Councillors of the Dutch Indies High-Noble, Highly-Venerable, Wide-Commanding Lord, Right-Noble Severe Lords, Paragraph 101. I have the honor to present to his High Honor Alting, alongside this letter, a packet brought by one of the English Company ships that arrived here. And, since I received no duplicate or second set of it, I opened that packet, trusting in his High Honor's favorable approval, in order to make copies of the papers enclosed therein and to send them over at the next opportunity; but after opening it, I found it to contain such a letter and enclosures as Lord Macartney, Governor at Madras, also wrote and sent to me, and therefore I took a copy only of the letter. Paragraph 102. Messrs. Litot Brothers and company at Isle de France have requested from me, as will appear to Your High Honors from the translation of their letter, To his Honor, The High-Noble, Highly-Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right-Noble Severe Lords Councillors of the Dutch Indies High-Noble, Highly-Venerable, Wide-Commanding Lord, Right-Noble Severe Lords, On the occasion that we give ourselves the honor of Your the bills of exchange which were granted to Captain Barbaron by Joannes Versurgues drawn upon the Armenian at Batavia, Joannes Emanuel, and of which two sets were sent to Your High Honors on the 7th of December 1781 and the 27th of April 1782; however, since I had not received the same back, I have only sent them the third set, which had remained here in the Company's Main Treasury, and communicated the answer received from Your High Honors regarding this matter. I cannot fail to notify Your High Honors thereof hereby, calling myself with all respect, It was signed: High-Noble, Highly-Venerable, Wide-Commanding Lord and Right-Noble Severe Lords. Below: Your High Honors' very obedient and dutiful servant. Signed: P. G. de Bruijn. In the margin: Malacca, in the Castle, the 6th of October 1783. the High Secret
Dutch transcription
te neemen, en ons met den onderstand te begunstigen, welken wij, zoo ter herstellinge van het ontzag voor de Compagnie en de rust deezer plaatze, als ter uitbreiding van den handel en vermeerdering van Comps. inkomsten, ten uitersten noodig hebben. §. 98. Op den 21: Augustus hier ter reede gearriveerd zijnde het Engelsche Comps. schip Datton, naar China gedestineerd, en ge„ „commandeerd door Iames West, heeft de ongergetekende Gouver„ „neur daar mede ontvangen een brief van Lord Macartneij, Gou„ „verneur te Madras; bij den welken zijn Ed. hem onder toezending van authentique afschriften eenes briefs van Lord Grantham, Secretaris van Staat, en eenen Proclamatie, van wegen den koning te Londen gedaan, kennis geeft van den wapenstilstand tusschen zijne Groot brittannische Majesteit en de Republisk der vereenigde Nederlanden; gelijk Uwer Hoog-Edelheden zulks nader blijken zal bij de gemelde en de Translaaten dier bescheiden, welken wij uwer Hoog-Edelheden zier ne„ Wij voegen 'er bij een afschrift „vens laaten toekomen. van een door den Hoogen Raad te Madras gevidineerd af„ schrift van de Paspoort, die van wegen Hinne Hoogmogen„ „den aan elk der in dit jaar uitgezeilde Engelsche schepen verleend, dog waar van aan den Capitein van het gemelde „schip, als in het voorige jaar uitgekomen, de voorschreven co„ „wil gegeven is, ter vertooninge alhier, en aan de Hollandsche schepen, die hij ontmoeten zoude. Wij hebben geene de min„ „ste zwaarigheid gemaakt om deeze deugdelijke bewijzen te res„ „pecteeren, en dienvolgens aan Capitein Iames West toegestaan zoo wel den inkoop van de noodige ververschingen alhier, als eene Paspoort tor vrije doorvaart van deeze straat, of het zaake ware dat Comps. Kruissers de voorschreven Copie-pas„ „poord niet voldoense vonden. §. 99. sedert zijn hier nog drie Engelsche Comps. schepen, mede naar Chinas gedestineerd en met gelijke bewijzen voorzien, op de reede aangekomen, en anderen zonder dezelve aan te doen gepasseerd. 5: 100. hij verhoopen van uwe Hoog-Edelheden eene gunstige approbatie van alle onze voorschreven verrigtingen; terwijl wij, onder aanbieding van getranslateerde Extracten uit de Calcuttasche Courant, spreekende van de voorgevallen batailles tusschen de Engelschen en Franschen te Coedeloer en in zee, de eere hebben van ons voor het overige metalle re„ „spect te noemen, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren (Getekend) P. G: de Bruijn, I. A. Henzel, A. Couperus, I: Thiereus, R: B. Hoijnck van Lapendrecht, en H. I. Wiederhold (in margine/ Ma„ „lacca in het Casteel den 6. October 1783. L. S. De pantjal, „lang de Philippine, van de Vloot voor Riouw afgezonden ter escorteeringe van drie in beslag genomen vaartuigen, met dezelven op het sluiten deezer hier gearriveerd, en ons te ge„ „lijk aangebragt zijnde een brief van den Bevelhebber in de gemelde Vloot Sub dato 20. September laastleden met dier bijlaagen, hebben wij niet mogen onderlaaten de afschriften daar van bij deeze gelegenheid zelf Uwer Hoog= Edelheden aan te bieden. „ poort Aan Apart 152. Batavia Batavia Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot- Agtbaaren Heer Mbr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indië Hoog-Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer, Wel-Edele Gestrenge Heeren, §. 101. Ik geeft mij de eere van aan zijne Hoog-Edel„ „heid Alting nevens deezen te presenteeren een paquet, dat met een der hier gearriveerde Engelsche Comps. schepen is aangebragt. En, dewijl ik 'er geen duplicaat off tweede stel van ontving, heb ik dat paquet, in vertrouwen van zijner Hoog-Edelheid gunstige goedkeuring, geopend, om van de daar in gesloten papieren afschriften te maaken, en die bij de volgende gelegenheid over te zenden, dog na de ope„ „ning bevonden zoodanigen brief en bijlaagen in te houden, als de Heer Macartneij, Gouverneur te Madras, aan mijn ook geschreven en gezonden heeft, en daarom eenlijk van den brief een afschrift genomen. 7. 102. De Heren Litot, Gebroeders c. s. â. l' Isle de France, hebben van mij, gelijk het Uwer Hoog-Edelheden blijken zal bij het Translaat hunner briefs, gerequireerd Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indië Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, Wel-Edele Gestrenge Hbeeren, Bij gelegenheid dat wij ons de eere geeven van Uwer de wissels, die door Ioannes Versurgues ten laste van den Ar„ „menier te Batavia Ioannes Emanuel aan Capitein Barbaron verleend, en waar van twee stellen op den 7. December 1781 en 27. April 1782. aan Uwe Hoog-Edelheden ge„ „zonden waren; dan; vermits ik dezelve niet te rug ge„ „kregen had, heb ik hun eenlijk laaten toekomen het derde stel, dat hier in Comps Groote Geldkamer geble„ „ven was, en gecommuniceerd het dientwegen ontvangen antwoord van Uwe Hoog-Edelheden. Ik kan niet manqueeren Uwer Hoog-Edelheden daar van bij deezen kennis te geeven, mij met alle eerbied noemende, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen en Vrouwschuldigen Dienaar (Getekend) L. G. de Bruijn, (in margine) Malacca in het Casteel den 6. October 1783. de Hoog Secreet
English
154. Batavia to present to Your High Nobilities the duplicate or triplicate of our humble letters of the 6th of this month, together with the reports received since then from the Company's naval squadron and our reply to them, from which Your High Nobilities will see the further arrangements we have had to make with regard to the blockade of Riouw, we also consider it our duty to bring to the notice of Your High Nobilities that the chosen Head Administrator of this Government, Mr. Arnoldus Franciscus Lemker, arrived here on the 8th of this month on a Javanese kisting. We remain with all veneration, (Subscribed) High-Noble, Highly-Venerable, Wide-Commanding Lord, and Well-Noble, Severe Lords, (Lower) Your High Nobilities' very obedient and faithful servants (Signed) P. G. de Bruijn, A. F. Lemker, J. A. Hensel, H. Couperus, Z. Thierens, R. B. Hoynck van Papendrecht and H. J. Wiederhold (in the margin) Malacca in the Castle, the 15th of October 1783. To His Nobility, The High-Noble, Highly-Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, together with The Well-Noble, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies High-Noble, Highly-Venerable, Wide-Commanding Lord, Well-Noble, Severe Lords, Paragraph 103. Shortly after the dispatch of our respectful letter of the 15th of October last, or actually on the 19th of that month, Your High Nobilities' highly respected letter of the 15th of September having been received beforehand, and on the 22nd of October having taken into consideration the honored remark in that letter that Your High Nobilities deemed it advisable and necessary that two members from our Council be commissioned to attend the expedition against Riouw, we have, both on this ground and because we were not very satisfied with the conduct of Captain Abo in the command over the said expedition entrusted to him, decided to have the Head Administrator Lemker and the License Master Hoynck van Papendrecht depart thither as our commissioners, the former with the command over the expedition and consequently also over the Company's naval squadron, but the latter with the rank next to the sea captains; and subsequently, with alteration in so far as necessary of the arrangements which we had made prior to the received news that the ship De Diamant, carrying the soldiers taken along from the main settlement and transferred near Pulau Javella from the ship Meerenberg, had steered toward Riouw, and which will have already come before Your High Nobilities in the documents sent alongside our aforementioned letter of the 15th of October, ordered the said Honorable Lemker, together with the Council in the squadron, by our letter of the 29th of the same month: To deliberate maturely with one another whether they, with the forces at hand and thus without needing any further assistance from elsewhere, could attack Riouw with the prospect of good success. To, if so, retain the sick, whom we had summoned hither, until the landing was accomplished, in order to [illegible] meanwhile secret
Dutch transcription
154. Batavia Hoog -Edelheden aan te bieden het duplicaat of triplicaat onzer humnble brieven van den 6. deezer, benevens de sedert ui't Comps. Oorlogs-esquader onterangen berigten en ons antwoord op dezelven, waar uit Uwer Hoog-Edelheden zullen blijken de nadere schikkingen, die wij met opzigt tot de bloquade van Riouw hebben moeten maaken, agter wij het ook van onzen pligt uwer Hoog-Edelheden ter kennisse te brengen dat de geëligeerd Hoofdadministrateur deezer Gouvernements Mr: Arnoldus Franciscus Lamker op den 8. deezer met eene Iavasche kisto hier gearriveerd is. Wij blijven met alle veneratie, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaame en Vrouwschuldige Dienaaren (Getekend) L. G. de Bruijn, A. I. Lanter, I. A. Hensel, H. Couperus, Z. Thierens, R. B. Waijnck van Lapendrecht en H: I. Wieder„ „hold (in margine) Malacca in het Casteel den 15: October 1783: Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal. , benevens De wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Hier, Wel-Edele Gestrenge Heeren, §. 103. kort na de afzending onzer eerbiedigen van den 15. deto„ Een laastleden, of eigerlijk op den 19. dier maand; Uwer Hoog -delhee„ „den zeer gerespecteerde missive van den 15. September bevoorens ontvan„ „gen, en op den 22. October in overweeging genomen zijnde de geeerde re„ „marque bij dien brief, dat uwe Hoog-Edelheden raadzaam en noodig agteden, dat tot het bijwoonen der Expeditie tegen Riouw twee Le„ „den ui't onzen Raade gecommitteerd wierden, hebben wij, zoo op dit fundament, als om dat wij met het gedrag van Capitein Nbo in het hem toevertrouwde bewind over de gemelde Expeditie niet zeer voldaan waren; beslooten den Hoofdadministrateur Limker en den Licentmeester Hoijnck van Lapendrecht als onze Gecommitteerden derwaarts te laaten vertrekken, den eersten met het bewind over de Expeditie en consequente„ „lijk ook over Comps. Oorlags-esquader, dog den anderen met den rang naast de Capiteins ter zee, en vervolgens, met al„ „teratie in zoo verre noodig van de schikkingen, die wij voor de erlangde tijding dat het schip de Diamant met de ter Hoofdplaatze medegekregen en omtrent Poeloe Iavella van het schip Meerenberg overgenomen Militairen naar Riouw gestevend was gemaakt hadden, en die Uwer Hoog-Edel„ „heden reeds zullen weezen voorgekomen bij de nevens onzen voor„ „schrevenen brief van den 15. October afgezonden bescheiden, den gemelden E. Lemker, benevens den Raad in het Esquader„ bij ons schrijven van den 29. derzelfde maand geordonneerd. Om met elkanderen rijpelijk te overleggen, of zijn met de aan handen hebbende magt, en dus zonder eenigen bijstand van elders meer te behoeven, Riouw met het vooruitzigt van een goed succes konden attaqueeren. Om, zoo ja, de zieken, die wij herwaarts ontboden hadden, aan te houden tot dat de landing volbragt was, ter einde zig „ber inmiddens Lecreet
English
meanwhile not to strip the vessels that would be required for their transport; In the contrary case, or if they saw no chance of attacking Riouw with the aforementioned force, to send the sick hither and report to us whether, after the return of the two vessels cruising near Poeloe Favella and after the arrival of the small vessel de Hoop, the cutter de Patriot, and the galliot Concordia, which Your Right Honorables had promised us, the aforementioned landing could be carried out, or whether the Trengganu or Queda vessels also had to be awaited for that purpose! In the latter case, if there were any possibility at all, to dispatch a fast-sailing vessel to Trangano with the letter we wrote to the King of that realm, in order to urge His Highness to the prompt dispatch of the promised auxiliary troops. Section 104. We received in reply from the squadron, by a letter of 15 November, that the ghurab de Snelheid had been dispatched to Trangano with our aforementioned letter for the King, and that it had been decided to suspend the landing until obtaining the aforementioned reinforcement from Batavia and the return of the ghurab, after which one could know for certain whether anything was to be expected from Trangano, but that it was hoped that those of Trangano or Cueda would fulfill their promise, because otherwise, although one could capture Riouw without the help of the one or the other, the enemy vessels might nevertheless easily escape. The ship Willem Fredrik brought the sick hither. Section 105. On 11 November, the bark Geertruida Susanna and the cutter de Onderneemer, having cruised near Poeloe Favella, returned to the aforementioned squadron; just as on the 5th of this month the small vessel de Hoop, reinforced with twenty-seven native soldiers, the cutter de Patriot, and the galliot Concordia were dispatched to Riouw, which could not be made ready any earlier on account of the tempestuous weather. But we are still detaining the ship Mierenberg here, to be dispatched with an armed private vessel against the fleet of Slangenoor whenever we receive word that it has put to sea. Section 106. The snow de Drie Gebroeders, which departed for Queda, has not yet returned. Thus, we also do not know what will come of the King's offer to assist the Company against the Bugis. Section 107. Since we shall deal with whatever else concerns the expedition or the operations in the Company's war squadron on a further occasion, we meanwhile refer ourselves most respectfully to the accompanying papers; among which are also submitted for Your Right Honorables' perusal the translations of the answer of Radja Hadjie to the letter written to him when we had Riouw blockaded, and of an open document that was taken for a general invitation from the English, but which we found to contain a request to leave the ships and vessels of the English and other nations unmolested, serving possibly to warn the friends of Radja Hadjie who are arriving to his aid that they must commit hostilities against none other than the Dutch. Section 105. These 158 Separate Batavia Both these documents were recently sent to us from the squadron, without reporting how they came by the last-mentioned document. Section 108. We further append hereto the copy of a narrative, detailing how the Riouwers attacked, overpowered, and plundered a certain brigantine belonging to the Captain of the Chinese at Cheribon, which had been sent hither with rice, sugar, etc., near the Straits of Doerioen, massacred the crew with the exception of one man, and subsequently set the vessel on fire. This must certainly have happened before the deployment of cruisers near Poeloe Favella. Section 109. Of the five Javanese vessels that they took under their protection and sent along with the small vessel de Hoop, two have arrived here; but the three others turned back due to the loss of anchors, and have likely steered for Palembang, to the considerable inconvenience of this place, since the largest part of their cargo consisted of rice. We remain with all high esteem (Subscribed) Right-Honorable Great-Venerable Far-Ruling Lord, and Honorable Stern Lords, (Lower) Your Right Honorables' very obedient and faithful servants (Signed) L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, I. Thierens, R. B. Woijnck van Papendrecht, and H. I. Wiederhold (in margin) Malacca in the Castle, 19 December 1783. Section 110. When the Commissioners in the expedition against Riouw, mentioned in today's secret letter, departed thither, I gave them such particular orders as are contained in the separate letter of 29 October last taken with them, a copy of which is now sent over. I hope that the same will meet with Your Right Honorables' approval; while, with regard to the order to promise a reward to those who should capture any person of particular distinction and standing among the Riouw grandees and deliver him alive, I deem it my duty to remark herewith that I proceeded to do so in order, if possible, to get possession of Radja Hadjie himself, since, if he were to escape, he would certainly seek to put himself in a position elsewhere to take revenge at some time for his expulsion from Riouw. This Prince is beforehand the Right-Honorable Great-Venerable Far-Ruling Lord, and Honorable Stern Lords, To his Honor; The Right-Honorable Great-Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, together with The Honorable Stern Lords Councillors of the Dutch Indies At Head
Dutch transcription
inmiddens niet van de vaartuigen te ontblooten, die tot hun Vran„ „spord zouden worden vereischt; Om bij het contrarie, of wanneer zijn tot de attacque van Riouw met de gemelde magt geenen kans zagen, de zieken her„ „waarts te zenden, en ons te berigten, of men na de wederkee„ „ring van de bij Poeloe Favella Kruissende twee vaartuigen, en na de opdraging van het scheipje de Hoop, de kotter de La„ „troot, en de galjoot Concordia, die uwe Hoog-Edelheden ons hadden toegezegd, de gemelde landing kan laaten gevolg hebben, dan of daar toe ook moesten worden afgewagt de Tronga„ „nosché of Quedasche vaartuigen! Om in het laatste geval bij maar eenige mogelijkheid een welbezeild vaartuig naar Trangano en daar mede te depechee„ „ven den brief, welken wij aan den Koning van dat Rijk schreven, ten einde zijne Hoogheid tot de spoedige afzending na de beloofde hulptroupes aan te spooren. §. 104. Wij ontvingen daar op uit het Esquader ten antwoord bij een brief van den 15. November, dat de goe„ „rab de nelheid met onzen gemelden brief voor den Koning naar Trangano afgezonden, en besloten was met de landing te supersedeeren tot de erlanging van het gemelde Lecours van Batavice en terugkomste van de goeval, waar na men ze„ „kere weeten komn of men van Trangano iets te wagten hadt, dog dat men hoopte dat die van Trangano of Cueda hunne belofte zoude nakomen, dewijl anders; schoon men al zonder hulpe van den eenen of den anderen Riouw kan overmeesteren de vijandelijke vaartuigen nogtans gemakkelijk zouden kunnen eshapreeven. De zieken heeft het schip Willem Fredrik herwaarts overgebragt. 5. 105. Op den 11. November zijn in het gemelde Esquader ge„ „retourneerd de omtrent Poeloe Favella gekruist hebbende bark de Geertruida Susanna en kotter de Onderneemer; gelijk ook op den 5. deezer naar Riouw gedepecheerd zijn het scheepje de Hoop, met zeven en twintig inlandsche Militairen versterkt; de kotten de Patrist, in de galjoot Concordia, die daar toe wegens het onstuimig weer niet eerder hebben kunnen wor„ „den in gereedheid gebragt. Maar het schip Mierenberg houden wij hier nog aan, om met een gearmieerd particulier vaartuig tegen de vloot van Slangenoor te worden afgezan„ „den, wanneer wij tijding krijgen dat zij uitgelopen is. 5. 106. De naar Queda vertrokken snauw de Drie Ge„ „broeders komt nog niet te rug. Wij weeten dus ook niet wat van 's Konings aanbieding om de Compagnie tegen de Boegineeschen bij te staan worden zal: 7. 107. Al wat verder de Expeditie of de verrigtingen. in Comps. Oorlogs-esquader concerneerd bij nadere gelegenheid zullende verhandelen, gedraagen wij ons inmiddens eerbie„ „digst aan de overgaande papieren; waar onder ook uwer Hoog-Edelheden tot speculatie worden aangeboden de Trans„ „laaten van het Antwoord van Radja Hadjié op onzen aan hem geschrevenen brief toen wij Riouw lictin bloqueeren, en van een open geschrift, dat men voor eene generale in'tnoodiging van de Engelschen heeft aangezien, dog wij bevonden hebben te behelzen een verzoek om de schepen in vaartuigen van de Engelschen en andere Natien ongemoed te laaten, Strekkende mogelijk om de vrienden van Radja Hadjie, die ter zijner hulpe aankomen, te waarschuwen dat zij tegen„ geene anderen als de Hollanders vijandelijkheden pleegen moeten. 5. 105. Deeze 158 Appart Batavia Deeze beide stukken zijn ons onlangs uit het Esquader toegezonden, zonder te melden hoe men aan het laastgemelde geschrift gekomen 5 is 5. 108. Wij voegen 'er nog bij het afschrift van een Relaas, inhoudende hoe de Riouwers zekere brigantijn van den Capitein der Chineeschen te Cheribon, met rijst, suiker enz: herwaarts gezonden, omtrent de straat Doerioeus geattaqueerd, overwersterd, geplonderd, de equipage op een man na gemassacreerd, en het vaartuig vervolgens in den brand gestoken hebben. Dit moet zekerlijk gebuurs weezen voor de uitzetting van Krussers bij„ Loeloe Farella. 7. 109. Van de vijf Iavasche vaartuigen, die zij onder hun„ „ne bescherming gekregen en aan het scheepje de Hoop medegegeven hebben, zijn twee stuks hier gearriveerd; dan de drie anderen zijn wegens het verlies van ankers te rug gekeerd, en zullen denkelijk naar Palembang gestevend weezen, tot merkelijk ongerief deezer plaatze, dewijl het grootste deel hunner laading in rijst bestondt. Wij blijven met alle hoogagting (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare wijdgebiedende Weer, en Wel-EEdele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoor„ „zaame en Vrouwschuldige Dienaaren (Getekend) L. G: de Bruijn, I. A: Hensel, A. Couperus, I. Thiereus, R. B: Woijnck van Lapendrecht, en H. I. Wiederhold (in margine) Mabasca in het Casteel den 19. December 1783. §. 110. Toen de bij secreeten brief van heden gemelde Gecom„ „mitteerden in de Expeditie tegen Riouw naar derwaarts vertrok„ „ken, heb ik hun in 't bijzonder zoodanige orders gegeven, als vervat staan in den door hun medegenomenen aparten brief van den 29. October laastleden, welks afschrift tans overgraet. Ik hoop dat dezelve van Uwer Hoog-Edelheden goedkeuring zullen weezen; terwijl ik met opzigt tot de order om eene premie te belooven aan de geenen, die eenigen persoon van bijzonder aan„ „zien en vermogen onder de Riouwsche Grootin gevangen kree„ „gen en leevendig overleverden, het van mijnuw pligt agt bij deezen te remarqueeren, dat ik daar toe ben overgegaan, om was het mogelijk Radja Hadjie zelf magtig te worden, dewijl hijn, zoo hij ontvlugten mogte, zig zekerlijk elders in staat zoude vragten te stellen, om te eeniger tijd wraak te neemen van zijne verdrijving in't Riouw. Deeze Prins is bevoorens het Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende, Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, Aan zijn Edelheed; Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, benevens De wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indië Aan Hoofd
English
160. head of a party of pirates, and, although appointed Regent of Iohor by his father-in-law Dain Cambodia, has just as little legal claim to dominion over that realm as Dain Cambodia had, who was likewise never recognized as king, but merely ruled as viceroy, just as Radja Hadjee now also styles himself in the open document cited in today's mentioned secret letter. I have therefore thought that I could do no wrong by including him among the Riouw notables who might be taken prisoner. Paragraph 111. Captain Roza de Baros, having arrived here on 23 October from Bengala via Queda and Slangenoor with his snow S. Antonio e Almas, assured me that he had had no opportunity to bring saltpeter and gunnies hither or to send them to Batavia, but at the same time promised and requested that I write to Your Right Excellencies that in the coming spring he would transport thither with the said vessel: 400 chests of opium, 2000 bags of wheat, 500 bags of saltpeter, and 20000 pieces of gunnies, to transfer them there to the Company at moderate prices. On the 1st of this month he returned again via Slangenoor and Queda to Bengale, after I had purchased from him and a certain Armenian, at the price of 400 rds. per chest (thus 50 rds. per chest less than Your Right Excellencies limited in the honored separate letter of 30 May of this year, paragraph 23), fifty-three chests of sound opium. I was nevertheless unable to conclude this purchase with them except on the condition that I should give them cloves and Japan bar copper for less than the ordinary price, and add some cash thereto; just as I accordingly ceded to them, on the basis of Your Right Excellencies' esteemed authorization in the general letter of 15 September last, paragraph 44, allowing cloves to be disposed of at 10 percent below the set price and bar copper at a 160 percent advance: 6383 lb. of cloves at rds. 246. 4½ per pikol, or rds. 12566. 25½, 11250 lb. of bar copper at rds. 41. 13 per pikol, or rds. 3714. 18, together with 150 lb. of nutmeg and mace at the ordinary price, or rds. 296. 42, Amounting, with the cash paid out, to rds. 4622. 10½, Total Rds. 21200. I shall send the said 53 chests of opium with the first Company ship or other vessel departing hence for the Capital. Paragraph 112. The First Resident of Palembang, Mr. Gijsbert Hemmy, communicated to me in his letter of 20 October that the King, after receipt of Your Right Excellencies' respected letter, immediately changed tone and intention; that His Highness 162. had assured him that he would give Your Right Excellencies satisfaction in every respect; that the delivery of products this year, although slow, would be ample, and that the forthcoming delivery would begin early; that he thus flattered himself that His Highness would keep his word and not let matters come to extremes. However, to fulfill Your Right Excellencies' honored order, I shall dispatch the gurab de Snelheid thither in the month of February. I have the honor to be with much respect, (Below stood) Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, and Honorable, Stern Lords, (Lower) Your Right Excellencies' very obedient and dutiful servant, (Signed) P. G. de Bruijn (In the margin) Malacca, 19 December 1783. To His Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, together with The Honorable, Stern Lords Councilors of the Dutch Indies at Batavia Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, and Honorable, Stern Lords, Paragraph 1. Having received no letters for a long time from the Company's naval squadron lying before Riouw, we flattered ourselves with the hope that the first news we would receive from there would contain a complete triumph over the enemy; but to our utmost astonishment and heart-grieving sorrow, we learned on 24 January last, upon the unexpected return of the ships de Dolphijn and 't Hof ter Linden, that the attack on the said place having been undertaken, the private vessel Malaccas welvaaren, on which the Chief Administrator Lemker was aboard, had blown up into the air; the other vessels that had accompanied it, after a failed attempt to put all the military forces ashore, had retreated; and that the decision was thereupon taken to come hither with the entire fleet, as will appear in detail to Your Right Excellencies from the copies of the documents handed over to us, which we most submissively offer herewith to Your Right Excellencies. Paragraph 2. The reasons that militated for that decision Your Right Excellencies will find cited in the Resolution of the Squadron under 8 January; but we pray Your Right Excellencies, on the other hand, also to take into consideration that the landing on Riouw, as regulated and attempted by order of the Committee from our Council, could well have been carried out, if not later, at least in the month of September, when a considerable force was already assembled, our people were still for the most part fresh and healthy, and the enemy was less strong than afterwards; and even if there had been no possibility of doing so, nor of closely investing the enemy and cutting off all supplies from outside, as is stated in the said Resolution of 8 January, which had never been asserted previously and which we also cannot reconcile with the account. Secret
Dutch transcription
160. Hoofd geweest van eene partij zeesfuimers, en heeft, hoewel door zijnen schoorvader Dain Cambodia tot Regent van Iohor benoemd, egter even zoo min eene wettige aanspraak op de heerschappije over dat Rijk, als Dani Cambodia gehadt heeft, die ook nooit als koning erkend is, maar sligts als onderkoning geregeerd heeft, gelijk Radja Hadjee zig nu mede noemt bij het in den gemelden Secreeten brief van heden aangehaalde open ge„ „schrift. Ik heb daarom vermeend, dat ik niet misdoen kon met hem onder de Riouwsche Grooten te begrijven, die gevangen genomen mogten worden. 7. 111. : Capitein Roza de Baros, met zijne snauw S. Antonio e Almas op den 23. October van Bengala over Que„ „da en Slangenoor hier gearriveerd zijnde, heeft mijn betuigd geene gelegenheid gehad te hebben om salpeter en goenies herwaarts te brengen, of naar Batavia te zenden, dog teffens be„ „loofd en verzogt aan Uwe Hoog-Edelheden te schrijven, dat hij in het aanstaande voorjaar met het gemelde vaartuig naar derwaarts zoude vervoeren. 400: —. kassen amfioen, 2000. –. zakken tarwe, 500. –. Zakken Salpeter, en 140f 20'000. —: ps. goenies, omze daar tot modique prijzen aan de Compagnie over te doen. Op den 1. deezer is hij weder over Slangenoor en Qucda naar Bengale geretourneerd, na dat ik van hem en zekeren Ar„ „menier, tot den prijs van 400. –. rds. voor de Kas; (dus 50. –. rds. voor de kas minder, dan Uwe Hoog-Edelheden bij geeerde aparte missive van den 30. Mai deezes jaars 7. 23. gelimiteerd hebben,) gekogt had drie en vijftig kassen 11250. –. „ Staafkoper voor rds. 41. 13. —. het pikol of - - - - - - - - - „ 3714. 18. –. benevens 150. –. „ nooten en foeli voor den gewoo„ „nen prijs of - - - - - - - „ 296: 42. –. Bedraagende met de in contant afgege„ Rds. 21200. —. –. Ik zal de gemelde 53. –. Kassen anfioen overzenden met het eerste Comps. schip of ander vaartuig, dat van hier naar de Hoofdplaats vertrekt. §. 112. De Eerste Resident van Palembang Mx. Gijsbert Hemnij heeft mij bij zijnen brief van den 20. October gecommuniceerd, dat de Koning na den ontvangste van Uwer Hoog-Edelheden gerespecteerden brief direct van toon en intentie veranderd was; dat zijne Hoog„ - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4622. 10½: deugdzaame amfioen. Ik heb deezen koop nogtans met hun niet anders kunnen sluiten, als onder conditie dat ik hun kruid„ „nagelen en Lawansch staatkoper voor minder dan den gewoonen prijs geeven, en er eenige contanten bij voegen zoude; zoo als ik dan ook dienvolgens, en op fundament van Uwer Hoog= Edelheden geagte qualificatie bij gemeenen brief van den 15. September laastleden §. 44, om de nagelen met 10. –. per cent beneden den bijraalden prijs en het staafkoper met 160. –. percent avans van de hand te mogen zetten, aan hun af„ „gestaan heb. 6383. –. lb. nagelen voor rds. 246. 4½. het pikol af - - - - - - - rds. 12566. 25½. deugdzaame „heid „ven- en 162. Batavia „heid hem verzekerd had uwer Hoog -Edelheden in allen opzigte ge„ „noegen te zullen geeven; dat de leverancie der producten in dit jaar, hoewel langzaam, ruim zoude zijn, en dat de aanstaan, „de leverancie vroeg een begin zoude neemen; dat hij zig dus vleide dat zijne Hoogheid zijn woord houden en het niet op het Egter zal ik, ter voldoe¬ uiterste zoude laaten aankomen. „ning aan Uwer Hoog-Edelheden geëërde order, de goerab de Enelheid in de maand Februari naar derwaarts depecheeren. Ik heb de eere van met veel respects te zijn, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer „(Getekend) L. G: de Bruijn gehoorzaamen en vrouwschuldigen Dienaar„ (in margine) Malac„ „ca den 19. December 1783. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands indie E Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, 3. 1. Langen tijd geen schrijvens ui't Comps. Oorlogs- esqua„ „der, dat voor Riouw lag, ontvangen hebbende, flatteerden wij ons met de hoop, dat de eerste tijding, die wij van daar kreegen, eenen volkomenen Zegepraals over den vijand zoude inhouden; dog tot onzer uiterste verbaasd- en hart grievende droetheid vernamen wij op den 24. Ianuari laastleden met de onverwagte wederkeering„ van de schepen de Dolphijn en 't Hof ter Linden, dat de attaque van de gemelde plaats ondernomen zijnde, het particulier scheepjn Malaccas welvaaren, daar de Hoofdadministrateur Lemnker zig„ op bevondt, in de lugt gesprongen was, de andere vaartuigen die het zelve verzeld hadden, na eene mislukte vooging om alle de Militairen aan land te zetten, geretireerd waren, en men daar op het besluit genomen hadt van met de geheele Vloot herwaarts te komend, gelijk zulks Uwer Hoog Edel„ „heden omstandig blijken zal uit de afschriften van de aan ons overgegeven bescheidend, welken wij Uwer Hoog-Edel„ „heden hier nevens onderdaanigst aanbieden §. 2. De redenen, die voor dat besluit hebben gemiliteerd, zullen uwe Hoog-Edelheden aangehaald vinden bij de Resolu„ „tie van het Esquader sub 8. Ianuari; dan wij bidden uwer Hoog-Edelheden daarentegen ook in aanmerking te willen neemen, dat de landing op Riouw, zoo als die door beschikking van de Ge„ „committeerden uit onze Vergadering gereguleerd en beproefd is, indien niet verder, immers in de maand September, toen men reeds eene aanzienlijke magt bij een hadt, ons volk nog voor het grootste deel fris en gezond, en de vijand minder sterk was, dan naderhand, wel hadt kunnen gevolg hebben, en zoo daar toe al geene mogelijkheid geweest ware, nog ook om den vijand naauw in te sluiten en allen toevoer van buiten af te suijden, gelijk bij de gemelde Resolutie van den 8. Ianuari gezegd wordt, dog het geene te vooren nooit gesteld is, en wij ook niet kunnen overeenbrengen met het eenen verhaal Secreet
English
164. account of the Malays who had fled to Siac and elsewhere since the arrival of our said Commissioners in the Squadron, that Riouw was so closely besieged that it would soon have to surrender, but that according to our order of 15 October two ships and two or three smaller vessels with healthy crews ought to have remained stationed there, in order at least to prevent foreign ships and Chinese or Siamese Junks from entering, whereas now even the Junk that might be destined for this place runs the risk of being intercepted by the people of Riouw and carried off to their nest. We therefore decided at our session of 28 January most respectfully to leave the judgment concerning the formal lifting of the blockade of Riouw to the discernment of Your High Mightinesses. §. 3. In our secret letter of 6 October 1797 we predicted that the condition of this place would be most critical if the Company's War Squadron were forced to leave the roads of Riouw. We now also see the period approaching in which we shall have to experience the well-foundedness of that prediction, unless it please the Almighty mercifully to avert the evil that threatens us. The Bugis of Selangor and other peoples allied with them, to the number, so it is said, of one thousand men, landed at Tanjong-kling in the middle of January, and before the arrival of the said fleet entrenched themselves there so strongly that our attempts to dislodge them have been fruitless. The Regent of Riouw, or as some say his Langauwa, has likewise arrived at the estate of the Captain of the Burghery Abraham de Wind with a multitude of large and small vessels full of people, and has gained over to his side the inhabitants thereof, together with a good part of others from the surrounding lands. Being liable, therefore, to be attacked from all around at any moment, we have had the ships and smaller vessels in the roads drawn up in a line of battle in order to cover the town as much as possible from that side, brought the native soldiers ashore from the warships together with some European sailors, and taken all other measures we could think of in order to be able to repulse the enemy with force. But, since in the actions that occurred near Tanjong-kling most of the Malays behaved just as faint-heartedly as the French soldiers from the ship de Diamant during the landing at Riouw, we are not a little concerned whether, if their courage fails them entirely, we shall be able with the remaining men to keep the enemy out of the nearest environs of this place, while he, being master thereof, would not only be able to deprive us of all provisions, but even cut off the opportunity to obtain good drinking water and firewood. We therefore pray Your High Mightinesses to send us as speedily as possible a considerable reinforcement, and at the same time as much of the necessities specified in our provisional requisition, as well as in the requisitions of the three warships, as Your High Mightinesses according to Your High wisdom and care shall deem expedient. §. 4. What is required for the resumption of the blockade of Riouw and the humbling of the Bugis, your
Dutch transcription
164. verhaal van de sedert de komste onzer gemelde Gecommitteerden in het Esquader naar Siac en elders gevlugte Maleijers, dat Riouw zoo naauw bezet was, dat het zig haast zoude moeten overgeeven, dan volgens onze order van den 15. October twee schepen en twee of drie mindere vaartuigen met gezond volk daar hadden moeten blijven leggen, om ten minsten te belef„ „ten dat vreemde schepen en Chinasche of Liamsche Jonken binnen kwamen, daar nu zelfs de Jonk, die herwaarts mogte weezen gedestineerd, gevaar loopt van door de Ri„ „ouwers onderschept en naar hun nest weggevoerd te worden. wij beslooten daarom ter onzer zittinge van den 28. Ianuari het oordeel over de formeele opbraake der bloquade van Riouw aan de doorzigtigheid van Uwe Hoog-Edelheden eerbiedigst over te laaten. §. 3. Bij onzen secreeten brief van den 6. October 797. hebben wij voorspeld, dat de toestand deezer plaatze aller„ „zorgelijkst zoude zijn, wanneer Comps. Oorlogs -esquader. genoodzaakt wierdt de reede van Riouw te verlaaten. Wij zien nu ook het tijdperk naderen, waar in wij de gegrond„ „heid van die voorspelling zullen moeden ondervinden, ten zij het den Almagtigen behaagde het kwaad, dat ons dreigt, goe„ „dertierenlijk af te wenden. De Slangenoorsche Boegineeschen en andere met hun geallieerde volkeren, ten getale, zoo gezegd wordt, van duizend menschen, zijn in het midden van Ianuari op Tanjong-kling geland, en hebben zig daar voor de komste van de gemelde vloot zoo sterk verschanst, dat onze voogingen om hun te delogeeren vrugteloos geweest zijn. De Regent van Riouw, of zoo als eenigen zeggen zijn Langauwa, is insge„ „lijks met eene meenigte van groote en kleine vaartuigen vol volks aan het landgoed van den Capitein der Burgerije Abraham de wint gearriveerd, en heeft de opgezetenen van hetzelve, be„ „nevens een goed deel anderen van de omleggende landen, aan zijne zijde gekregen. Alle oogenblikken dus van rondom„ „me geattaqueerd kunnende worden, hebben wij de schepen en mindere vaartuigen op de reede in eene linie van bataille doen schaaren, om zoo veel mogelijk de stad van dien kant te dekkens, de inlandsche Militairen van de oorlogs-schepen aan de wal doen komen, benevens eenige Europeesche Matroozen, en alle andere maatregelen genomen, die wij denken konden, om den vijand met kragt te kunnen repousseeren. Maar, dewijl in de voorgevallen actien omtrent Tanjong=kling de meesten van de Maleijers zig even zoo blohartig gedraagen hebben, als de Fransche Militairen van het schip de Diamaand bij de landing op Riouw, zijn wij niet weinig bekommerd; of wij, wanneer hun de moed geheel ontzunkt, met de overi„ „ge manschappen den vijand buiten de naaste en virons deezer plaatze zullen kunnen houden. terwijl hij, die meester zijnde, ons niet alleen van alle ververstung zoude kunnen be„ „vooren, maar zelfs ook de gelegenheid afsnijden om goed Wij bidden der„ drinkwaten en brandhout te erlangen. „halven Uwer Hoog-Edelheden ons ten allerspoedigsten een aanzienlijk secours, en teffens zoo veel van de bij onzen provi„ „sioneelen Eisch, mitsgaders bij de Eisschen van de drie oor„ „logs-schepen, opgegeven benoodigdheden, te willen laaten toe„ „komen, als uwe Hoog-Edelheden naar Hoog derzelver wijs- en zorgvuldigheid dienstig zullen oordeelen. §. 4. Wat tot de hervatting van de bloquade van Riouw en vernedering van de Boegineeschen vereischt wordt; zullen volks uwe
English
166. Your Right Noble Honours will be able to deduce better from the accompanying documents than we are able to present to Your Right Noble Honours, since many matters are asserted in those documents that differ greatly from the information we had previously received about them, without us knowing with sufficient certainty how the matter actually stands! We only consider ourselves obliged to report to Your Right Noble Honours that the bark the Geertruida Susanna, as well as the two sloops and two pantjallangs stationed here, which have been employed daily since the said blockade began to hunt down vessels coming from outside, and suffered heavily on the 6th of January when they were in the Fairway of Riouw, have thereby become unfit to serve further in any Expedition before they are repaired of their defects, which could not be done for almost all of them within a year's time. Paragraph 5. The Kings of Trangano, Siac, and Queda, who readily promised us their assistance, seem not to be faithful or resolute enough to fulfill that promise; so that the Company can undertake nothing further against Riouw except with a sufficient force of its own. Paragraph 6. Meanwhile we hope that Your Right Noble Honours will be pleased to make provision so that the defenseless Javanese vessels do not depart hither except together and under a strong escort, in order not to become prey to the enemy. Paragraph 7. The number of those who perished with the small ship Malaccas welvaaren is estimated at about two hundred people, among them many seafarers from the three warships. We have not yet been able to ascertain the exact number thereof; nor likewise what part of the large quantity of munitions of war placed into the said small ship has been lost, besides the 24 cannons left or placed on it according to the Resolution of the Fleet of the 24th of December, namely: 4 of 12 lbs, 12 of 8 lbs, 4 of 6 lbs, and 4 of 1 lb, together with 1 mortar of 7 inches, all of which have fallen into the hands of the enemy. On a further occasion we shall endeavor to give Your Right Noble Honours more accurate information in that regard, and remain meanwhile with the most perfect high esteem, Was undersigned: Right Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, and Noble Stern Lords; Lower: Your Right Noble Honours' very obedient and dutiful servants; Signed: L. G. de Bruijn, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnk van Lapendrecht, and H. I. Wiederhold; In the margin: Malacca in the Castle, the 20th of February 1784. To Batavia 168 To His Honour, The Right Noble, Grand Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Noble Stern Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, Noble Stern Lords, Paragraph 8. Having received no other report from Palembang than that which I had the honor to report in my humble letter of the 19th of December last, I have consequently also been unable to give any other order to the Commander of the gurab the Snelheid, which is now departing thither, than to anchor before the river, notify the First Resident Hemmen of his arrival, and await his orders. I could indeed have dispatched that small vessel a few days earlier; but I postponed it partly to send with it four vessels that wished to return to Batavia, Java, and Cheribon, both for its assistance and to be covered by it if hostile vessels should be in the Strait of Durian; but on the other hand and indeed primarily to be better able to judge whether the relief that is now being requested was absolutely necessary, and I hope therefore that Your Right Noble Honours will not be pleased to take it amiss of me. Paragraph 9. The Buginese Dg. Mabatti, who fortunately escaped the plot of Raja Haji to do away with him, has provided a narrative concerning Riouw, which is of speculation, and in many respects conforms to the reports I have had of it before and after the undertaking of the Expedition against the said place. I cannot fail to offer a copy of that narrative herewith to Your Right Noble Honours, with the most humble request to have the said Buginese, who crosses over with the Cheribon snow Antonia Elizabeth and is able to give a good account of everything, examined further. For the rest, I have the honor to be with all veneration, Was undersigned: Right Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, and Noble Stern Lords; Lower: Your Right Noble Honours' very obedient and dutiful servant; Signed: L. G. de Bruijn; In the margin: Malacca in the Castle, the 20th of February 1784.
Dutch transcription
166. uwe E Hoog deleden beten kunnen opmaaken uit de overgaande bescheiden dan wij in staat zijn Uwer Hoog-Edelheden voor te stellen, dewijl bij die bescheiden veele zaaken beweerd worden, zeer verschillende med de onderrigtingen, welke wij 'er te vooren van gehad hebben, zonder dat wij met genoegzaame zekerheid weeten hoe het daar mede ei„ „genlijk gelegen zijn! Eenlijk agten wij ons verpligt umer Hoog -Edelheden te melden, dat de bark de Geertruida Susanna, mitsgaders de hier bescheiden twee sloepen en twee pantjallangs, die sedert dat de gemelde bloquade begonnen is dagelijks geomploi„ „eerd zijn om jagt te maaken op de van buiten komende vaar„ „tuigen, en op den 6: Ianuari, toen zij in de Kil van Riouw waren, veel geleden hebben, daar door onbekwaam zijn gewor„ „den om verder in eenige Expeditie te dienen voor dat zijn van hunne gebreken gerepareerd worden, hetgene omtrent allen in een Jaar tijds niet zoude kunnen geschieden. §. 5. De Koningen van Trangano, Siac, en Queda, welke ons gereedelijk hunne adsistentie beloofd hebben, schijnen niet getrouw of cardaat genoeg te zijn om aan die toezegging te voldoen; zoo dat de Compagnie niets meer tegen Riouw onderneemen kan, als met eene toereikende magt van zig zelve. §. 6. Ondertusschen verhoopen wij dat Uwe Hoog Edelheden voorziening zullen gelieven te doen, dat de weerlooze Javasche vaartuigen niet dan gelijkelijk en onder eene sterke escorte her„ „waarts vertrekken, om geene provi van den vijand te worden. §. 7. 't Getal der genen, die met het scheepje Malaccas wel „vaaren zijn omgekomen, wordt op omtrent twee honderd men„ „schen begroot, daar onder veele zeevaarenden van de drie oorlog„ Wij hebben het eigenlijk getal daar van nog Schepen. Aan 4. —. van 12. —: 12. –. „ 8. –. 4. —. „ 6. –. en 4. —. „ 1. –. lb . mitsgaders 1. —. mortier van 7. –. duim, die allen in handen van den vijand geraakt zijn. Bij nadere gelegenheid zullen wij Uwer Hoog-Edelheden daar omtrent naauwkeuriger berigt tragten te geeven, en blij„ „ven intusschen met de volmaakste hoogagting, Onderstond) Hoog -Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog¬ Edelheden zeer gehoorzaame en Vrouwschuldige Dienaaren (Getekend) L: G. de Bruijn, I. A. Hensel, I. Thierens, R. B. Hoijnk van Lapendrecht, en H. I. Wiederhold (in margine) Malacca in het Casteel den 20. Februari 1784. niet kinnen nagaan; gelijk ook niet wat van de in het gemelde scheepje gestooken groote quantiteit van oorlogs-munitien verloren is, buiten de volgens Resolutie van de Vloot sub 24. Dedem„ „der op hetzelve gelaaten of geplaatste 24. –. canons, naame„ met „lijk E Batavia 168 Mr. Willem Arnold: Alting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedense Heer, Wel-Edele Gestrenge Heeren, 5. 8. Geen ander narigt van Zulembang, ontvangen hebbende, als hetgene ik de eere had van in mijnen onderdaanigen van den 19. December laastleden te melden, heb ik overzulks ook geenen an„ „deren last aan den Gezaghebber van de Goerab de Enelheid, die nu naar derwaarts vertrekt, kunnen geeven, als om voor de rivier te ankeren, den Eersten Resident Hemmen van zijne komste te verwittigen, en zijne orders in te wagten. Ik zoude dat kieltje wel eenige dagen vroeger hebben kunnen depecheeren; dan ik heb het uitgesteld eensdeels om vier vaartuigen, die naar Batavia, Iava, en Cheribon wilden retourneeren, met hetzelve te zenden, zoo ter zijner adsistentie, als om van hem gedekt te worden, indien vijandelijke vaartuigen in de straat Doenioens mogten weezen; dog anderendeels en wel voor„ „naamelijk om te beter te kunnen oordeelen, of het secours, daar tans om gevraagd wordt, volstrekt noodig ware Aan zijn Edelheed, Den Hoog- Edelen Groot-Agtbaaren Heer en verhoope derhalven dat uwe Hoog- Edelheden het wij niet zul„ „len gelieven te misduiden. 7. 9. De Boeginees Doini Napattij, die den toeleg van Radja Hadjie om hem van kant te helpen gelukkig ontkomen is, heeft een Relaas verleend, aangaande Riouw, dat van Speculatie, en in veele opzigten conform is aan de berigten, die ik 'er van gehad heb voor en na de onderneeming van de Expeditie tegen de gemelde plaats. Ik kan niet manqueeren een afschrift van dat Relaas hier nevens Uwer Hoog-Edel„ „heden: aan te bieden; met ootmoedigst verzoek om den ge„ „melden, Boeginees, die met de Cheriborsche Snauw Autho„ „nia Elizabeth overvaart en van alles goed bescheid weet te geeven; nader te willen doen hooren. Ik heb voor het overige de eere van met alle veneratie te zijn, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Mijsgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen en vrouwschuldigen Dienaar (Getekend) L. G. de Bruijn (in margine) Ma„ „lacca in het Casteel den 20: Februari 1784. en Aan
English
Batavia Separate 170. To his Excellency; The High-Noble Right-Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General, together with The Right-Noble Severe Lords Councillors of the Dutch Indies High-Noble Right-Honourable Far-Ruling Lord; and Right-Noble Severe Lords, Paragraph 10. In my respectful letter of 19 December last, I communicated to Your High-Noblenesses that I had purchased 53 chests of opium for rds. 400 each. Since then I have procured another 18 chests at the same price, provided payment is made in cash. Of these 71 chests, 70 pieces are being sent over with the ship Meerenberg, but the remaining one chest, together with the two chests and 268¼ lb. of that poppy-juice recovered from a captured enemy vessel, has been retained for distribution as payment to the native troops in service, as shown by the Common Resolution of 20 February. Paragraph 11. Regarding the matter of Captain Machado, I have given the Noble Lord van Angelbeek at Cochim the necessary elucidation; and I shall also further conduct myself according to Your High-Noblenesses' esteemed instruction in the missive of 30 September. The said Portuguese has not arrived here this year, nor has he caused anyone to speak further with me concerning his unpaid bill of exchange; but I am informed that he will address himself in that regard to Your High-Noblenesses. Paragraph 12. From the Report of the Receiver and Licence Master Hoijnck van Papendrecht and the documents submitted therewith, which are now being sent over, Your High-Noblenesses will ascertain what has been lost with the small vessel Malaccas Welvaaren. Paragraph 13. In addition to this, I offer Your High-Noblenesses the Report of a Malay transported to Riouw, but who recently returned, as it contains matters not unworthy of Your High-Noblenesses' attention, and I enclose the Translation of a Notice that was found on the battlefield after an engagement of our Malays with the enemy, certainly serving to mislead them and stir them up against us. Paragraph 14. I thought that a lack of rice would compel Radja Hadjee, who is actually located on the estate of the Captain of the Burgher Guard Abraham de Wind, to return shortly; however, this is now no longer apparent, as I am informed that owing to the good success of the rice crop, well over a hundred Koyangs have been harvested on the opposite shore, and Radja Hadjie will surely find a way to obtain a large portion thereof, without my being able to prevent it. Paragraph 15. The enemies have already ruined the gambier plantations in the gardens up to half an hour from the town, 172. Secret To his Excellency, ruined, burned the houses and other outbuildings, felled the fruit trees, and are making breastworks or entrenchments everywhere, coming daily to harass and exhaust our people. I hope that we shall soon obtain adequate reinforcements from the Capital to oppose them rigorously. Paragraph 16. Meanwhile, a multitude of their vessels, both from Riouw and from Slangenoor, have been destroyed or damaged to such an extent by the ships and cutters sent out for that purpose that they will not be able to be used for the time being, and I shall continue to have this done as often as possible. I have the honour to be with all veneration, (Below stood) High-Noble Right-Honourable Far-Ruling Lord, and Right-Noble Severe Lords; (Lower:) Your High-Noblenesses' very obedient and dutiful Servant (Signed) P. G. de Bruijn (in the margin: Malacca in the Castle, 14 March 1784. Postscript. I have the honour to send to Your High-Noblenesses with the ship Meerenberg a Map of Riouw, as it was delivered to me by the Licence Master van Papendrecht. Upon the arrival of the State's War Squadron on 29 May last, we had the honour of receiving Your High-Noblenesses' most respected secret missive of 26 April prior, and shall dutifully answer it at the first direct opportunity; however, in the meantime, we cannot fail to thank Your High-Noblenesses herewith most cordially for the prompt dispatch hither of the said Squadron, as the same, with Heaven's assistance, has not only delivered us from the enemies who were pressing us hard, but their considerable defeat at Zoeloekatapan has also struck such terror among them that we do not doubt that Slangenoor and Riouw will now be conquered for the Company without much resistance and the respect for the same will be fully restored among all the princes along the Malay and opposite coasts. We remain with the most distinguished high esteem, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General; together with The Right-Noble Severe Lords Councillors of the Dutch Indies High-Noble Right-Honourable Far-Ruling Lord, Right-Noble Severe Lords To the High-Noble Right-Honourable Lord To (below stood Batavia
Dutch transcription
Batavia Apart 170. Aan zijn Edelheid; Den Hoog -Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog EEdele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer; en Wel-Edele Gestrenge DnHeeren, 3. 10. Ik heb bij mijneuw eerbiedigen van den 19. December laastleden Uwer Hoog-Edelheden gecommuniceerd, dat ik 53. —. kassen amfiden hadt ingekogt voor rds. 400. –. ieder. Sedert heb ik nog 18. –. kassen opgedaan tot den zelfden prijs, mits in contant betaalende. van deeze 71. –. kassen worden 70. –. stuks met het schip Meerenberg overgezonden, dog de restieren„ „de eene kas met de in een opgebragte vijandelijk vaartuig agter„ „haalde twee kassen en 268¼. lb. van dat heulsap is ter verstrekkinge voor betaaling aan de in dienst zijnde inlandsche trouper aangehouden, blijkens Gemeene Resolutie van den 20. Februarij §. 11. Omtrent de zaak van Capitein Machado heb ik den Edelen Heer van Angelbeek te Cochim de noodige elu„ „cidatie gegeven; en zal mij ook verder gedraagen naar Uwer Hoog-Edelheden geëerd aanschrijven bij missive van den 30. §: 12: Bij het Berigt van den Ontvanger en Li„ „centmeester Hoijnck van Lapendrecht en de daar nevens inge„ „diende papieren, die tans overgezonden worden, zal uwer Hoog-Edelheden consteeren wat met het scheepje Malaccas Welvaaren al verlooren is. §. 13. Ik biede Uwer Hoog-Edelheden nevens deezen nog aan het Relaas van eenen naar Riouw vervoerden, dog on„ „langs wedergekeerden Maleijer, alzoo het zaaken behelft, der attentie van Uwe Hoog-Edelheden niet onwaardig, en voege ir bij het Translaat eener Advertentie, die na een geregt van onze Maleijers met den vijand op het slagveld gevonden is, strekkende zekerlijk om hun te misleiden en tegen ons op te ruijen. §. 14: Gebrek aan rijst heb ik gedagt, zoude Radja Hadjee, die zig werkelijk op het landgoed van den Capitein der Burgerije Abraham de Wind bevindt; noodzaaken om haast te rug te keeren; dan dit is nu niet meer apra„ „rent, dewijl ik onderrigt ben, dat door het goed succes van het rijstgewas, aan de overwal 'er ruim een honderd Koijangs ingezameld zijn, en Radja Hadjie wel middel zal weeten om een grood gedeelte daar van magtig te worden, zonder dat ik het te letten kan. §. 15. De vijanden hebben reeds de gamber-plantagien in de tuinen tot op een half uur ver van de stad gerui„ De gemelde Portugees is hier in dit jaar niet aangeko„ September. „men, nog heeft ook door iemand mij nader laaten spreeken over maar ik ben geinformeerd, dat zijne onbetaalde wissel; hij zig dienaangaande aan Uwe Hoog-Edelheden zal addres„ „seeren. September „neerd, 172. Secreet Aan zijn Edelheid, „neerd, de huizen en andere opstallen verbrand, de vrugtboomen neergeveld, en maaken overal bertings of verschansingen, Ik komende ons volk dagelijks ontrusten en afmatten. hoope dat wij spoedig eene toereikende versterking van de Hoofdplaats zullen erlangen, om hun regoureuslijk te keer te gaan. §. 16. Ondertusschen is eene menigte hunner vaar„ „tuigen, zoo van Riouw, als van Slangenoor, door de daar toe uitgezonden schepen en kotters vernield of der„ „maaten beschadigd, dat zij vooreerst niet zullen kunnen ge„ „bruikt worden, en ik zal het verder zoo dikwils laaten doen; als het mijn mogelijk zal weezen. Ik heb de eere van met alle veneratie te zijn, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare wijdgebieden„ „de Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren; (Lager:) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen en trouwschuldigen Dienaar (Getekent) P: G. de Bruijn (in margine: Malacca in het Casteel den 14. Maart 1784. ƒ P. S. Ik heb de eere van Uwen Hoog-Edelheden met het schip Meerenberg te laaten toekomen eene Kaart van Riouw, zoo als mij die door den Licentmeester van Lapendrecht is overgegeven. Bij de komste van 's Lands Oorlogs-esquader op den 29 Mai laastleden hebben wij de eere gehad van te ontvangen uwer Hoog= Edelheden zeer gerespecteerde secreete missive van den 26. April bevoorens, en zullen bij de eerste directe gelegenheid daar op schuldpligtig antwoorden, dog kunnen inmiddens niet manquee„ „ren uwer Hoog-Edelheden bij deezen op het hartelijkste te bedan„ „ken voor de spoedige afzending herwaarts van het gemelde Esqua„ „der, alzoo hetzelve met 's Hemels bijstand ons niet alleen ver„ „lost heeft van de vijaenden, die ons benauwden, maar ook hun„ „ne Considerabele neerlaag op zoeloekatapan zoodanig eenen schrik onder hun heeft verwekt, dat wij niet twijfelden of Slangenoon en Riouw zullen nu zonder veel tegenstands voor de Maatschappije geconquesteerd en het ontzag voor dezelve bij alle de vorsten langs de Malaitsche en overwalsche Kust volkomenlijk hersteld worden. Wij blijven met de gedistinqueerdste hoogagting, Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal; benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, Wel-Edele Gestrenge Heeren Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Aan (onderstond O Batavia ƒ
English
174. Batavia (Was signed) Right Honorable, Highly Respected, Widely Ruling Lord, and Honorable Stern Lords (Lower) Your Right Reverences' very obedient and faithful Servants (Signed) P. G. de Bruijn, J. A. Hensel, A. Couperus, J. Thievens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, and H. J. Wiederhold (in the margin) Malacca in the Castle, the 21st of July 1784. To His Honor, The Right Honorable, Highly Respected Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General together with The Honorable Stern Lords Councillors of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Respected, Widely Ruling Lord, and Honorable Stern Lords, §. 17. I had the honor of receiving Your Right Reverences' highly respected letters of the 22nd of March, 26th and 27th of April, and 23rd of May of this year, together with their enclosures; namely: the first with a native vessel from Palembang on the 21st of May, the third with the cutter De Batavier, sent hither from Poeloe Pisang by the Honorable Stern Lord Jacob Pieter van Braam, Captain Commander of the State's warships, and the second with the State's warship Utrecht, both on the 29th of May, as well as the fourth with the State's warship De Princes Louiza on the 16th of June. §. 18. The day after the receipt of the first-mentioned letter, having sent the said Lord van Braam, with the private cutter De Onderneemer, in accordance with Your Right Reverences' honored order, a brief report on the state of affairs here on the coast, and, after His Honor's arrival, having conferred at length with His Honor about it, it seemed best to His Honor as well as to me that, as soon as Radja Hadjie should be defeated at Toeloekketapan, Selangor should be attacked first and subsequently Riouw, because the people of Selangor, if the assault on the people of Riouw at Toeloekketapan should not result in their being forced to return home, and the State's Squadron nevertheless departed for Riouw, would still plague us for a long time, or else would assist Riouw with vessels, men, provisions, and munitions of war, just as they did during the previous blockade of that smuggler's nest, or would, with the help of the English and Portuguese who usually call at Selangor at this time, place themselves in a state for a more powerful resistance than they could otherwise offer. And although the action at Toeloekketapan has since had the most joyous success, as appears from the general letter of today, the Lord Commander van Braam nevertheless, after having previously dispatched two war frigates, with the small ship De Hoop, and the Cutters De Batavier and De Patriot, to Selangor, has, with the remaining four of the State's warships and all the lesser vessels that are on hand here and for transport and Separate
Dutch transcription
174. Batavia (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel -Edele Gestrenge Heeren (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer ge„ „hoorzaame en trouwschuldige Dienaaren (Getekend) D. G. de Bruijn I. A. Hensel, 24. Couperus, I. Thievens, R. B. Hoijnck van Lapendrecht, en H. I. Wiederhold (in margine) Malacca in het Casteel den 21. Iuli 1784. Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands endie Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, §. 17. Ik heb de eere gehad van te ontvangen uwer Hoog- Edel„ „heden zeer gerespecteerde brieven van den 22. Maart, 26. en 27. April, en 23. Mai deezer jaars, benevens derzelver bijlaagen; naamelijk: den eersten met een inlandsch vaartuig van Palembang op den 21. Mai, den derden met de kotter de Batavier, door den wel-Edelen Gestrengen Heer Iacob Leeter van Braam, Capitin Commandeur van 's Lands oorlogs schepen, van Poeloe Lisang herwaarts gezonden, en den tweeden met 't Lands oorlogs-schip Utrecht, beiden op den 29. Mai, mitsgaders den vierden met 's Lands oorlogs - schip de Princes Louiza op den 16. Iuni. 5. 18. 's Daags na den ontvangst van den eerstgemelden brief, met de particuliere kotter de Ouderneemer, volgens Uwer Hoog-Edelheden geëerde order, den gemelden Heer van Braam een kort verslag van den staat der zaaken hier ter kuste toegezonden, en, na zijn wel -Eds. arrivement, met zijn wel- Ed. daar over in het breede geaboucheerd hebbende, heeft het zijn wel - Ed. zoo wel als mij goedgedagt dat, zoo dra Radja Hadjie op Toeloekatapan geslagen zoude zijn, Slangenoor eerst en vervolgens Riouw geattaqueerd moeste worden, nade„ „maal de Slangenoverschen, indien de aantasting van de Ri„ „ouwers op Toeloekatapan niet ten gevolge mogte hebben dat zij genoodzaakt wierden om naar huis te keeren, en 'slands Esquader evenwel naar Riouw vertrok, ons nog lange kwel„ „len, dag anders Riauw met vaartuigen, volk, vivres, en oorlogs- munitien adsisteeren zouden, gelijk zij het geduu„ „rende de voorige bloquade van dat Sluiknest gedaan hebben, of zig met behulp der in deezen tijd Slangenoor gewoonlijk aanloopende Engelschen en Portugeeschen in staat stellen tot eene kragtiger resistentie, dan zijn buiten dat bieden konden. En schoon de actie op zoeloekatapan sedert het allerheughe„ „lijkste succes heeft gehad, blijkens den gemeenen brief van heden, is de Heer Commandeur van Braam nogtans, na alvoorens twee oorlogs-fregatten, met het scheepje de Hoop, en de Kotters de Batavier en de Patriat, naar Slangenoor gedepe„ „cheerd te hebben, met de overige vier 's Lands oorlogs-schipven en alle de mindere vaartuigen, die hier aan handen en tot tran„ en „ sport Appart
English
176. transport of troops, also departed thither on the 13th of this month. Paragraph 19. Upon the offer of the former King of Siak, Radja Machomet Alie, to help conquer Salangore for the Company with his vessels and men, to the number of more or less four hundred heads, I, with the consent of the Commander van Braam, have not only permitted him to depart thither, but also, in consideration that once Salangore was taken a Regent should be appointed on whose goodwill and loyalty toward the Company one could rely; and as Radja Machomet Ali had always been attached to the Company, I persuaded him to accept the Regency over that Realm, or to have the same occupied by his beloved nephew Said Ali (a quick and undaunted Prince). However, I had to promise him that I would have an earthen fortress built at Salangore, furnish it with some artillery with the necessary ammunition and artillerymen, and have a sufficient number of military personnel stationed there for the period of half a year, or until he shall have obtained enough people to be able to defend the place against the Bugis; just as for that purpose I have already sent thither Lieutenant Gerardus Smith and Ensign Iohan Godfried Maurer, with another fifteen European and one hundred seven native soldiers, along with ten artillerymen. In the contract with the new Regent, among other articles, one will also be included concerning the maintenance of the said garrison, as may be most suitably arranged. Paragraph 20. Of two Manifestos, issued successively by Commander van Braam, I have the honor to present here the copies to Your Right Excellencies for your consideration; they have been translated into the Malay language and distributed everywhere. I shall also send them with a letter to the Prince of Iohor, who was at Maar while the attack on Teluk Ketapang took place and has since returned to Riouw, to test whether he, now that Radja Hadjie is dead, would not wish to reconcile with the Company on equitable terms; for, since the King of Trangano recently requested of me and the Council to forgive this nephew of his at Riouw for all he had committed, under the simultaneous declaration of not wishing to interfere with the disputes between the Company and the people of Riouw, but to remain neutral, I believe that by choosing the said Prince, who is the legitimate claimant of the Realm of Iohor, as Regent of Riouw, if he would only submit to the Company and renounce all alliances with the Bugis, one will give more satisfaction to the Malay Nation and have less to fear from the same than by choosing anyone else for it. Paragraph 21. In the meantime, in order to ensure as far as possible that Riouw would not be visited and assisted with munitions of war or provisions by the foreign Europeans, or rather by the English and Portuguese, I have, upon the advice of Commander van Braam, obtained a written bond from the Captains of all the ships of those two Nations that were bound for China,
Dutch transcription
176. „sport van troupes bekwaam waren, op den 13. deezer ook der„ „waarts vertrokken. §. 19. Op de aanbieding van den geweezen Koning van Zidi, Radja Machomet Alie, om met zijne vaartuigen en manschappen, ten getale van min of meer vier honderd: koppen, slangevoor voor de Compagnie te helpen overwinnen, heb ik met toestem„ „ming van den Heer Commandeur van Braam hem niet alleen gepermitteert naar derwaarts te vertrekken, maar ook, in't consideratie dat Slangenoor ingenomen zijnde 'er een Re„ „gent diende gesteld te worden, op wiens welmeenend- en ge„ „trouwigheid omtrent de Compagnie men staat kon maaken; en Radja Machomet Ali altoos aan de Compagnie geattacheerd ge„ „weest was, hem overgehaald om het Regentschap over dat Rijk te aanvaarden, of hetzelve door zijnen beminder Neesf: Said: Ali (een vlug en onvervraagd Prins) te laaten bekleeden: Ik heb hem egter moeten belooven, dat ik op Slangenoor eene aarden Fortresse zoude laaten bouwen, dezelve van eenig geschut met de noodige ammunitie en Artilleristen voorzien, en 'er den tijd van een half jaar, of tot „ hij volks genoeg bekomen zal hebben om de plaats tegen de Boegineeschen te kunnen defendeeren, een toereikend getal Militairen doen postvatten; gelijk ik ten dien einde reeds naar derwaarts gezonden heb den Luitenant Gerardus Smith in Vaandrig Iohan Godfried Maurer, met nog vijftien Europesche en een honderd zeven inlandsche Militairen, benevens tien Artilleristin, Bij het Contract met den nieuwen Regent zal onder andere ar„ „ticulen ook een gevoegd: worden nopens het onderhoud van de ge„ „melde bezettelingen, zoo als men dat op het convenabelste zul kunnen reguleeren. 3. 20. Van twee Manifetten, door den Heer Commandeur van Braam successivelijk uitgegeven, heb ik de eere Uwer Hoog-Edel„ „heden hier nevens de afschriften tot speculatie aan te bieden zij zijn in de Malaitsche taale getranslateerd, en overal ver„ „spreid. Ik zalze den Vorst van Iohor, die terwijl de attaque op Zoeloe katagran geschiedde op Maar geweest en Le„ „dert naar Riouw wedergekeerd is, ook toezenden met eenen brief, om te beproeven af hij, nu Radja Hadjie dood is, zig niet op billijke voorwaarden met de Compagnie zoude willen verzoenen! want, daar de koning van Tran„ „gano onlangs aan mij en den Raad verzogt heeft deezen zijnen Neef op Riouw te vergeeven al wat hij misdreeven hadt, onder verklaaring teffens: van zig met de geschillen tusschen de Compagnie en de Riouwers niet te willen be„ „moeijen, maar neutraal te zullen blijven, vermeene ik dat men met den gemelden Prins, die de wettige pre„ „tendent is van het Iohorsche Rijk, tot Regent van Riouw te verkiezen, indien hij zig maar aan de Compagnie sub„ „mitteeren en van alle verbintenissen met de Boeginers„ „schen afzien wilde, meer genoegen aan de Maleitsche Nutie zal geeven, en minder van dezelve te dugten hebben, dan met de verkiezing daar toe van iemand anders. §. 21. Om ondertusschen zoo veel immers mogelijk te zorgen dat Riouw door de vreemde Europeers, of eigenlijk door de Engelschen en Portugeeschen, niet bezogt en met oorlogs-muritien of rivres geadsisteerd wierdt, heb ik op den Raad van den Heer Commandeur van Braam mij een verbandschrift laaten verleenen door de Capiteins van alle de schepen dier beide Natien, welke naar China 7. 20. wilden,
English
178. wished that they would not proceed to Riouw, nor sell anywhere else in this strait any war munitions or provisions to the enemies of the Company; but the Captain of the ships and snows, who had arrived here after the departure of the Heer van Braam to Slangenoor, having stated that they were destined for Riouw and consequently could not commit themselves not to call there, I have been compelled to send thither the ships 't Hof ter Linden and de Diamant to keep them away from there, and to keep the place blockaded until the arrival of the State's War Squadron. I trust that this will meet with Your High Noble's approval. §. 22. Although I was fully convinced that the Captain of the Burghery Abraham de Wind had never been guilty of any secret understanding with or assistance in any way to the enemy, I nevertheless, in compliance with Your High Noble's respected instructions by missive of the 27. April, had him placed in detention immediately upon its receipt, and attached his papers, free servants, and slaves; yet since upon the examination of those papers and servants, and upon the reports which I had the Customs Master van Lapendreckt and the Farmers of the Boom provide me concerning the alleged overt unloading of vessels with goods for the enemy, nothing came to light that could make me doubt the integrity of the aforementioned de Wind, I, with the advice of the Heer Commander van Braam on the 26. June last, proposed to the Council of Policy, and it was consequently resolved with unanimity of votes, to release the frequently mentioned Abraham de Wind from his detention, and to reinstate him in the exercise of the office of Captain of the Burghery with what is attached thereto, as well as to lift at the same time the attachment placed upon his papers, free servants, and slaves, under this condition nevertheless, that if at any time sufficient indications or corroborative proofs of his understanding with the enemy should be produced, he shall again surrender himself to detention. A copy of our Resolution, with all the documents cited therein and those received since, I most humbly present herewith to Your High Nobles in a bundle. I do not doubt that Your High Nobles, after the review thereof, will approve our said decision. §. 23. Regarding the purchase and sale of the rice that is to be brought from Java, I shall strictly conform to Your High Noble's respected orders and recommendations. §. 24. From the accompanying Short Strength of the European Military Personnel currently present here, it will appear to Your High Nobles that the number of Privates has decreased to one hundred nine men, forty-two having died since the month of April from illnesses that seem to have been caused by the lack of fresh provisions. And since one can thus spare none for the new garrisons of Riouw and Perak, yet in both these places a good number of Europeans ought to be stationed for the maintenance of the Company's possession, I pray Your High Nobles, if at all possible, to send two hundred such warriors hither this year. I have the honour to remain with the most perfect esteem, (Underneath stood) High Noble, Right Honourable, Broadly Commanding Sir, and Well-Noble, Stern Sirs, (Lower) Your High Noble's very obedient and faithful Servant (Signed) P. G. de Bruijn (in the margin) Malacca in the Castle, the 21. July 1784. Agrees with the original C. G. Ebell Dispatched Separate to the Noble High Indian Government dated Copy 7. October 1786. Letter No. 2 180. Separate Batavia To his Honour, The High Noble, Right Honourable Sir Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Well-Noble, Stern Sirs Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Right Honourable, Broadly Commanding Sir, Well-Noble, Stern Sirs, §. 10. I cannot fail to inform Your High Nobles hereby of a general mutiny among the European Military Personnel in the garrison here, although the same was quickly quelled. §. 11. For some years it has been the custom, whenever English and French ships are present here in the roadstead that are known to be departing again soon, not to permit any of the European soldiers, except those who were married and of whose loyalty one could be certain, to go outside the Fortress, at least not except for a short time and accompanied by a Non-commissioned Officer, in order to cut off from them the opportunity for desertion, since other means
Dutch transcription
178. wilden, dat zij op Riouw niet zouden aangaan, nog ook elders in deeze straat eenige oorlogs- munitien of provisien aan de vijanden van de Compagnie verkoopen; maar de Capitein van de schepen en snauwen, die na het vertrek van den Heer van Braam naar Slangenoor hier waren gearriveerd, vond uit gezegd hebbende, dat zij naar Riouw gedestineerd waren, en zig gevolgelijk niet verbinden konden om 'er niet aan te gieven, den ik genoodzaakt geweest: de schepen 't Hoft ter Linden en de Diamant naar derwaarts te zenden, om hun van daar te weeren, en de plaats gebloqueerd te houden tot de komste van 's Lands Oorlogs- esquader. Ik ver„ „trouwe dat dit van uwer Hoog-Edelheden goedkeuring zal weezen. 5. 22. Schoon ik ten vollen verzekerd was, dat de Capi„ „tem van de Burgerije Abraham de Wind zig nooid hadt schul„ „dig gemaakt aan eene geheine verstandhouding niet en adsi„ „stentie op eenigerlei wijze van den vijand, heb ik hem nog„ „tans toe voldoening- aan Uwer Hoog-Edelheden geëerd aan„ „schrijvens bij missive van den 27. April; oogenblikkelijk na dies ontvangst, in hegtenis doen zitten, en beslag leggen op zijne papieren, vrije domestiquen, en slaaven; dan bij het examien van die papieren en domestiquen, en bij de Berigten, die ik mij door den Licentmeester van Lapendrecks en de Pagters van de Boom heb laaten geeven wegens de ge„ „pretendeerde openlijke aflaading van vaartuigen met goed voor den vijand, niets te vooren gekomen zijnde, dat mij aan de braafheid van den gemelden de wind kon doen twijfelen, heb ik met adries van den Heer Commandeur van Braam op den 26. Iuni laastleden aan den Raad van Politie geproponeerd, en is ook dienvolgens met een„ „waarigheid van Hemmen het besluit gevallen, om den meer„ „gemelden Abraham de Wind uit zijne hegtenis te ontslaan; en te herstellen in de exercitie van het ampt van Capitein der Burgerije met hetgene daar aan geaccrocheerd is, mits„ „gaders te gelijk op te hefsen het gelegd: beslag op zijne pa„ „pieren, vrije domestiquen en slaven, onder dit beding nogtans, dat hij, indien te eeniger tijd genoegzaame in„ „dicien of verificatoire preuves van zijne verstandhouding met den vijand mogten worden voortgebragt, zig weder in hegtenis zal begeeven. Een afschrift onzer Re„ „solutie met alle de daar in aangehaalde en sedert nog ingekomen stukken biede ik Uwer Hoog-Edelheden hier nevens in eenen bondel onderdaanigst aan. Ik twij„ „fele niet of Uwe Hoog-Edelheden zullen na de re„ „sumtie derzelven ons gemeld besluit approbeeren. §. 23. Omtrent den in - en verkoop van de rijst, die van Iava staat te worden aangebragt, zal ik mij stip„ „telijk gedraagen naar Uwer Hoog-Edelheden g'eëerbiedig„ „de orders en recommandatien. §. 24. Bij de overgaande Korte sterkte van de Europesche Militairen, die hier tans in weezen zijn, zal Uwer Hoog-Edelheden blijken, dat het getal der Gememnen verminderd is tot op een honderd negen man; zijnde sedert de maand April twee en veerdig gestur„ „ven aan ziekten, die door het gebrek aan ververschin„ „gen scrijnen te weezen veroorzaakt. En dewijl men dus geenen te missen heeft voor de nieuwe bezettingen van Riouw en Pera, dog op beide deeze plaatzen ter Raad Maintenue manitenue van Comps. possessie een goed geval Europeers be„ „hoord te leggen, bidde ik uwer Hoog-Edelheden om bij maar eenige mogelijkheid in dit jaar nog twee honderd zulke krijgers herwaarts te willen zenden: Ik heb de eere van met de volmaaktse hoogagting te blijven, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zier gehoorzaamen en trouwschuldigen Die„ „naar (Getekend) D. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 21. Iuli 1784. Accorfeert tan saak C G: Elock AAfjegaane Aparte. aan de Edele Hooge Indische Regeering gedateerd Copie 7. October 1736. Brief No. 2 180. Aprart Batavia Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende: Heep, Wel-Edele Gestrenge Heeren, §. 10. Ik kan niet manqueeren uwer Hoog-Edelheeden bij deezen kennis te geeven van eenen algemeenen opstand onder de Europesche Militairen in het Garnisoen alhier, schoon dezelve schielijk gedempt is. § 11. Sederd eenige jaaren heeft men de gewoonde ge„ „had van bij het aanweezen hier ter reede van Engelsche en Fransche schepen, die men wett dat spoedig weder vertrek„ „ken zouden, aan geenen der Europesche soldaaten, behal„ „ven de zulken, die gehuwd waren en van welker trouwe men zig verzekerd kon houden, toe te staan zig buiten de Fortresse te begeeven, ten minsten niet dan voor eenen korten tijd en verzeld van eenen Onder-afficier, om hun zoo de gelegenheid tot desertie af te Luijden, dewijl andere middelen
English
means were less adequate to the purpose. Section 12. But on the 8th of September last, in the morning around seven o'clock, a number of more or less twenty men, fully dressed and with their cutlasses at their sides, assembled in front of the residence of the Captain Commandant of the Militia, Johan Andreas Hensel, and, being asked by him when he caught sight of them what they had to say or request, they answered as if with one voice: that they and many of their comrades had never had any thoughts of withdrawing from the Company's service, but were willing to conduct themselves according to their oath and duty; that they nevertheless collectively had to pay for the unfaithfulness of some of their comrades who had absented themselves from the Garrison; that however much they were satisfied with their condition, and were also content with their pay, the frugality thereof in a place such as this, where everything was equally expensive, nevertheless forced them to declare that they could not possibly make ends meet with that pay if they were not permitted to provide themselves in the most advantageous manner with those necessities which none of them could do without, but instead, so long as they were not allowed to go freely outside the Fortress, had to try to obtain them through a second or third hand; that furthermore the confinement within the Fortress alone was enough to make life bitter and most disagreeable for everyone; that they therefore in the name of all of them requested to be allowed to pass freely through the gate at the usual or proper time, without which freedom they could or would no longer live. And, notwithstanding that Captain Hensel informed them that the free gate would be granted to them as soon as the English ship still lying in the roads had departed, they nevertheless continued to insist upon an immediate granting of their request. Section 13. Captain Hensel immediately reported this to me; - but I understood, however inclined I might otherwise be to abolish a custom which I considered much too harsh for brave or well-meaning soldiers, that an immediate granting of the said request would give them and others ground to demand more in the same turbulent manner, and I therefore ordered Captain Hensel to announce to them in my name that their request would be acceded to after the departure of the aforementioned English ship. Section 14. In the meantime, the guard at the Great Gate having been relieved after the usual parade, the relieved privates rested their muskets against the wall of the Fortress, hung their cartridge boxes upon them, joined their aforementioned comrades who were waiting in front of the residence of the Captain Commandant for my answer, and, when they learned of it, showed themselves not very pleased with it, yet nevertheless departed together. But, since they all took the same way, and this as well as their posture on that occasion gave me cause for reflection, I ordered Captain Hensel to have a trusted non-commissioned officer carefully spy on what they were doing; who very quickly returned with the message that all the privates, armed, were marching along the curtains toward the bastion Victoria. Section 15. When I received a report of this, I not only gave orders immediately to close the Land Gate, to have the Main Guard occupied by the Sepoys, to disarm the Europeans who were on guard there, and to have the native soldiers move from the city into the Fortress, which was executed very swiftly, but I also sent Captain Hensel to the bastion Victoria to dissuade the crowd gathered there, if possible, from the evil design that they might have forged, by holding before them the danger to which they exposed themselves of being punished as rebels if they undertook to obtain the granting of their made request by force. I subsequently summoned the Licentmeester van Papendrecht and sent him along to the said bastion to support Captain Hensel in the execution of my orders, and to assure the men of the authenticity of the promise that had been made to them in my name, that the free gate would be granted to them after the departure of the English ship lying in the roads, but not before, provided that they immediately laid down their arms and returned to their former obedience. Section 16. A few minutes thereafter, both Captain Hensel and the Licentmeester van Papendrecht returned, reporting to me that when the soldiers gathered on the bastion Victoria noticed the former there, they grounded their muskets, and, to his question as to what they intended with their disorderly conduct, had answered that they were not refusing service, and were even less inclined to oppose it or raise a tumult, but that they had honestly armed themselves to appear together before the Government and to request of me that they be granted the free gate, since they no longer wished to remain locked up like slaves, declaring at the same time that they would keep watch over one another and report anyone who made himself suspected of wishing to desert; but that the Licentmeester van Papendrecht having pointed out to them that they would do better to acquiesce in my promised concession announced to them if they wished to avoid the consequences of the offense of which they had made themselves guilty, most of them had come to their senses, and others had become so faint-hearted that they withdrew in shame. Section 17. I have kept my word to them; but, being unable to rely on their promise to report those who are suspected of wishing to desert, I enjoined the Captain of the Burghery that he should take some of the native Burghers who
Dutch transcription
182 middelen minder aan het oogmerk voldeeden. § 12. Maar op den 8. September laastleden, sogtenz omtrent zeven uuren, een getal van min of meer twin„ „tig man, volkomen gekleed en met hunne houwers op zijde„ voor de wooning van den Capitein Commandant der Militie Iohan Andreas Hensel vergaderd, en hun door hem, toen hij hun te zien kreeg, afgevraagd zijnde, wat zij te zeggen of te verzoeken hadden! antwoordden zijn als uit eenen mond:, dat zij en veelen hunner makkers nooit eenige gedag„ „ten gehad hadden one zig aan Comps: dienst te onttrekken, maar bereidwillig waren om zig naar hunnen eed en pligt te gedraagen; dat zijn egter gezamenlijk moesten ontgelden de ontrouwe van eenigen hunner makkers, die zig uit het Garnisoen geabsenteerd hadden; dat hoe zeer zijn genoegen namen met hunnen staat, en ook te vrede waren met hunne besolding, de soberheid daar van nogtans op eene plaats als deeze, daar alles even duur was, hun dwong te verklaaren, dat zij met die besolding onmogelijk konden rondschieten, bij aldien zij zig niet op de voordeeligste wijze mogten voorzien van die noodwendigheden, welke niemand hunner kon ontbee„ „ren, maar dezelve, zoo lang hun niet vergund wierdt vrij buiten de Fordresse te gaan, door eene tweede aff: derde hand moesten tragten te bekomen; dat daaren„ „boven de opsluiting binnen de Fortresse alleen genoeg was, om een ieder het leeven bitter en alleronaangenaamst te maa„ „ken; dat zij derhalven in hun aller naam ver„ „zogtens, om vrij de poort te mogen passeeren op den gewoonen of behoorlijken tijd, buiten welke vrijheid zij niet langer kon„ „den af wilden leeven. En, niet tegenstaande de Capitein Hersel hun te kennins gaf, dat hun de vrije poort zoude ver„ „gund worden, zoo dra het nog op de reede leggend Engelsch schip vertrokken zoude zijn, bleeven zij evenwel op eene di„ „recte inwilliging van hun verzoek aandringen. §. 13. Capitein Hensel bragt mij daar aanstonds. rap„ „wort van; - dog ik begreep, hoe genegen anders om eene gewoonte af te schaften, die ik als veel te hard aanmerk„ „te voor braave of welmeenende zoldaaten, dat eene di„ „recte inwilliging van het gemelde verzoek voet zoude gee„ „ven aan hun en anderen, om op dezelfde opvoerige wijze meer te begeeven, en belastte derhalven Capitein Hensel hun uit mijnen naam aan te zeggen, dat in hun verzoek zoude worden gecondescendeerd na het vertrek van het voor„e schreven Engelsche schip. § 14. Ondertusschen de wagt aan de Groote zoort na de gewoone parade verwisseld zijnde, Vetteden de aff„ „geloste Gemeenen hunne geweeren tegen de wal van de Fortresse, ringen de patroontassen daar op, vervoegden zig bij hunne gemelde makkers, die voor de wooning van den Capitein Commandant stonden te wagten na mijn ant„ „woord, en toonden zig, toeie zij hetzelve vernamen, daar niet zeer vergenoegd over, dog trokken egter gelij„ „kelijk af. Maar, dewijl zij allen eenen weg namen, en dit zoo wel als hunne houding bij die gelegen„ „zogten „heid 184. „heid mij nadenken verwekte, beval ik Capitein Hensel door een vertrouwd Onder-officier voorzigtiglijk te laaten be„ „spieden wat zij deeden! die wel ras wederkeerde met het bescheid, dat alle de Gemeenen gewapend langs de courti„ „nen naar de punt Victoria marcheerden. § 15. toen ik hier van rapport ontving, stelde ik niet alleen order, om de Landpoort ten eersten te sluiten, de Hoofdwagt door de Lipais te laaten bezetten, de Europeers, die daar de wagt hadden, te ontwapenen, en de inlandsche Militairen uit de stad in de For„ „vresse te laaten rukken, gelijk zulks zeer gezwind volbragt wierdt, maar zoud ook Capitein Hensel naar de praut Victoria, om de daar vergaderde menigte, was het mogelijk, te detourneeren van het booze opzet, dat zij mogten hebben gesmeed, onder voorhouding van het ge„ „vaar, daar zij zig aan blootstelden van als rebellen gestraft te worden, indien zijn ondernamen de inwilliging van hun gedaan verzoek met geweld te verkrijgen. Ik ontbood vervolgens den Licentmeester van Papendrecht, en zond hem mede naar de gemelde punt, om Capitein Hensel in de uitvoering mijner order te ondersteunen, en het volk te verzekeren van de egtheid der toezegging, die hun uit mijnen naam gedaan was, dat hun de vrije poort geal„ „cordeert zoude worden na het vertrek van het op de reede leggende Engelsche schip, dog ook niet eerder, mitsdad zij immediaat de wapens nederleiden en tot hunne voori„ „ge gehoorzaamheid wederkeerden. § 16. Eenige minuten daar na kwamen beide Capiteij Hensel in Lidentmeester van Lapendrecht te rug, mij berig„ „tende dat, toen de op de punt Victoria vergaderde zol„ „daaten den eerstgenoemden daar gewaar wierden, zijn het geweer bij den voet gezet, en, op zijne vraag wat zijn met hun buiten spoorig gedrag bedoelden! ten antwoord gegeven hadden, dat zij geenen dienst weigerden, en nog veel minder gezind waren zig daar tegen te opposeeren, of tumult te verwekken, maar dat zijn zig eerlijk ge„ „warend hadden, om gezamenlijk voor het Gouvernement te verschijnen, en van mij te verzoeken dat hun de vrije poort zoude worden toegestaan, dewijl zijn niet langer als slaaven wilden opgesloten blijven, onder betuiging teffens, dat zij over elkanderen de wagt zouden houden en der geenen aangeeven, die zig verdagt maakte van te willen deserteeren, dog dat den Licentmeester van Lapendrecht hun voorgehouden hebbende, dat zijn beter zouden doen in mijne hun aangekondigde toezegging te berusten indien zij de gevolgen wilden ontwijken van het mis„ „dreijf, daar zij zig aan schuldig gemaakt hadden, de meesten hunner tot inkeer gekomen, en anderen zoo klein „moedig geworden waren, dat zijn beschaamd reculeerden. § V7: Ik heb hun mijn woord gehouden; dan, op hunne belofte van te zullen aangeeven die suppect zijn van te willen deserteeren geenen staat kunnende maaken, den Capitein van de Burgerije geinjun„ „geerd, dat hij eenigen van de inlandsche Burgers, 9 16. die
English
which he could excuse from manning the Burgher Guards in their turn, had to have patrols along the northern and southern sea beaches, both by day and by night, during the presence here in the roads of foreign ships, in order to apprehend and bring to the Fortress any European discovered attempting to take to sea in any fishing vessel, with an allowance of twenty rds. for each person brought in; hoping that Your High Nobilities will be pleased to approve this arrangement. I had to set the bounty rather high to encourage the said Burghers; yet I think that they themselves will seldom earn it once they have demonstrated their vigilance once or twice, since none of the military personnel will then dare to make their way to foreign ships in the aforesaid manner, as they otherwise often do, either by hauling a fishing vessel from the beach into the water themselves or by inducing some fisherman by a small gift of two or three Sp. reals to provide their transport. § 18. Against the soldiers Iohan Christof Ladler, Paulus Oesters, and Rijk Buitenpost there is no unfounded suspicion that they were indeed the instigators of the aforementioned mutiny. For the first not only acted as spokesman among those who addressed Captain Hensel in front of his house, but also on the Victoria bastion sought to incite his comrades to pursue their plot through constant provocations in the presence of their said Commander; the second loaded his musket with ball and also encouraged others to do so; the third flatly refused to be disarmed at the Main Guard until the officer compelled him to do so. Sergeant Anthonij Strater, who was sent up from Riouw as an agitator inciting the troops to insubordination, and Corporal Stephanus Zwarts, a Jesuit of a foul nature who stood laughing on the Victoria bastion when the mutinous crowd was being reasoned with by Captain Hensel, will possibly also have abetted the common soldiers in their malice. In order to relieve us of all these pernicious subjects with the least commotion, I have therefore placed the first two among others on the pantjallang Bliton, which has departed for Riouw, to reinforce that vessel, and have instructed the Resident to have them transferred there onto the ship Iava under secure custody; I have granted the discharge requested by the third and fifth; and have transferred the fourth, under the pretext that he was supernumerary here, onto the ship de IJstroom to sail with it to Batavia; all subject to the esteemed disposal of Your High Nobilities. 519 § 19. The King of Trangano has communicated to me, in a letter brought to me a few days ago, that he had received a letter and gifts from the Right Honorable Lord Governor-General, but that he could not fulfill His High Nobility's desire that he or someone on his behalf should come here to hold a conference with me; since the Siamese, his enemies, had already conquered Pattani and were on their way to Trangano, requesting me to notify His High Nobility thereof; as will more fully appear from the translation which is reverently presented herewith to Your High Nobilities. For the rest, I have the honor to remain with the most distinguished high esteem, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Right Honorable, Stern Sirs, Your High Nobilities' very obedient and faithful servant Signed) D. G. de Bruijn Malacca, in the Castle, 7 October 1786. Agrees, G. Klerk Copy. Secret Outgoing Letters from Bantam, Year 1786, for the Netherlands. 1785 Incoming Copy upon authorization of His Nobility, the assistant surgeon Brand has transferred to the flute ship Jan en Cornelis in place of the chief surgeon who died there, in order to repatriate therewith. request for his finalized pay account. October - Communication of the king on meeting, and that in the name of Their High Nobilities the compliment of condolence was conveyed. the king's thanksgiving request for a suspension to declare himself regarding his successor. Reasons why Hope of satisfaction regarding the king's answer. 1785 1786 Incoming Page Register of the Outgoing Secret Letters beginning on 23 May and ending on 17 October End 23 May. conclusion Year 1786. 3. Copy The Right Honorable, Stern Sirs, Councillors of the Netherlands Indies Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Right Honorable, Stern Sirs. Upon esteemed authorization of His High Nobility by separate letter dated 21 of this month, I have transferred the assistant surgeon stationed here, Carel Vincent Brandt—who arrived at Batavia on 22 February on the ship Alblasserdam as an assistant surgeon at ƒ24 per month and was sent hither on the 27th following—to the flute ship the Jan en Cornelis in place of the chief surgeon who died on the Jan Cornelis, to repatriate with the said vessel; but since his final account has not yet been received here, and the said vessel will remain at Anjer for a few days yet, I take the liberty to 1786 1785 To His High Nobility. The Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General and Copy
Dutch transcription
die hij van op hunne beurt de Burgerwagten te bezetten kon excuseeren, bij het aanweezen hier ter reede van vreem„ „de schepen, zoo wel bij dag, als bij nagt, langs het voor„ „der - en zuider - Zeestrand moest laaten patrocilleeren, om bij ontdekking dat een of meer Europeer zig met eenig visschers-vaartuig naar zee willen, hun op te pakken en in de Fortresse te brengen, onder toelage van twin„ „tig rds. voor ieder persoon, die opgebragt werdt; hoo„ „pende dat Uwe Hoog-Edelheden deeze schikking zullen Ik heb de premie wat gelieven goed te keuren hoog moeten neemen, om de gemelde Burgers te ami„ „meeren; dog denk dat zij dezelve zelven meer ver„ „dienen zullen, na dat zij eens of tweemaal hunne vigilantie betoond hebben, dewijl niemand van de Mili„ „tairen het dan waagen zal om zig op de gezegte wijze naar vreemde schepen te begeeven, gelijk zijn het anders dikwils doen, 't zij met zelfs een visschers-vaartuig„ van het strand in het water te haalen, of eenigen visscher door een presentje van twee of drie Sp. re„ „aalen te beweegen om hun transport te bezorgen. § 18. Iegen de Soldaaten Iohan Christof Ladler, Paulus Oesters, en Rijk Buitenpost heeft men geen on„ „gegrond vermoeden, dat zijn wel de aanstookers van het voorschreven opvoer geweest zullen zijn. Want, de eerste heeft niet alleen het woord gevoerd onder de geenen, die Capitenn Hensel voor zijne wooning aanspra„ „ken, maar ook op de punt Victoria zijne makkers door geduurige aanstootingen in de tegenwoordigheid van hunnen gemelden Commandant tragten op te ruijen ter voort„ „zettinge van hunnen toeleg; de tweede heeft zijn ge„ „weer met scherp gelaaden, en anderen daar toe mede aan„ „geverwoord; de derde heeft volstrekt geweigerd zig aan de Hoofdwagt te laaten ontwapenen tot dat de Offi„ De Sergeant „cier hen daar toe noodzaakte. Anthonij Strater, die van Riouw is opgezonden als een ophitzer van het volk tot weerspannigheid, en de Corporaal Stephanus Zwarts, een Zesuit van vuilaar„ „tig cavatter, die op de punt Victoria stondt te lag„ „gen toen de opvoerige menigte door Capitein Hensel wierdt te rede gesteld, zullen mogelijk ook de Gemee„ „nen in hunne kwaadwilligheid gestijfd hebben. Ik heb derhalven, om wij van alle deeze pernicieuse Subjecten met de minste commotie te ontlasten, de twee eersten onder anderen op de naar Riouw vertrok„ „ken pantjallang Bliton ter versterkinge van dat vaartuig geplaatst, en den Resident aangeschreven om hun daar op het schip Iava in goede verzeke„ „ring te laaten overbrengen, den derden en vijfden, die om hunne verlossing verzogt hadden, dezelve ge„ „accordeert, en met den vierden, onder pretext dat hij hier boven het getal was, op het schip de Ijstroom doen overgaan, om daar mede naar Batavia te vaaren; allen ter geëerde dispositie van Uwe Hoog Edelheden. door 519 §19. De koning van Trangano heeft mij in eenen voor weinige dagen mij aangebragten brief gecommuniceerd, daor„ hij eenen brief en geschenken van den Hoog-Edelen Heer Gouverneur Generaal ontvangen hadt, dog aan het verlan„ „gen van zijne Hoog-Edelheid, dat hij of iemand zijnent„ „wegen hier zoude komen, om met mij eene conferentie te houden, niet kon voldoen; nadien de Liammers, zijne vijanden, Pattani reeds veroverd hadden, en op weg waren naar Trangano, mij verzoekende daar van aan zijne Hoog-Edelheid kennis te geeven; gelijk zulks nader blijken zal uit het Translaat, zat Uwer Hoog-del„ „heden hier nevens reverentelijk wordt aangeboden. Ik heb voor het overige de eere van met de ge„ „distinqueerdste hoogagting te blijven, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare wijdgebiedende Heer, en wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog= Edelheden zeer gehoorzaamen en trouwschuldigen Dienaar Getekend) D. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Custeel den 7. October 1786. Van Saak Accordeert G. Klerk Coppia. Secreete Afgaande Brieven, van Bantam D Ao 1786: voor Nederland. Catria 1785 I 17C Inkomend pluitie Copia 0. op qualificatie van zijn Edelheid is den ondermeester Brand of het fluijt schip Jan en Cornelis, in steede van den daar overleedene op„ „permeester overgegaan, ten einde daar meede te repatrieeren. verzoek om desselfs afgesloote zoldij Reekening. „ october - Communicatie van skonin op ontmoeting, en dat uijt naam Haar Hoog Edelheedens 't Compliment van Condoleantie is afgelegd. . . . . „ konings dankzegging versoek surchiance om zig te declareeren omtrend zijn opvolger. -„ Redenen waarom Hoope van genoegen over kkonings andwoord. - - - „ er1785 is 1786 Inkomend Pagina Register op de Afgaande secrete Brieven beginnende met den 23. e Meij, en Eijndigen met den 17. october Eijnde 23. Meij. slot A. o 1786. - _o _oo 3. _o Catria oltitie Copia .. „ qualificatie van zijn De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndie V. N. &:o Hoog Edel Groot Agtbaar Heer En WelEdele Gestrenge Heeren. op G'Eerde qualificatie van zijn Hoog Edelheid bij apart rand op 't fluijt schip Schreijven de dato 21. deser hebbe ik den alhier bescheiden ondermeester Carel Vincent Brandt met het schip Al„ „blasserdam als ondermeester met ƒ24. p„r maand, den 22:' febru „arij op Batavia aangekomen en den 27. daar aan her„ „waards gezonden, in steede van den op 't fluijt schip de Ian Jan Cornelis in steede Cornelis overleedene oppermeester laaten overgaan, om met n ten ente daa gemelde kiel te Repatrieeren dig daar desselfs Aftreekening Inkomend ede te depatreeren nog niet alhier ontvangen is, en gemelde kiel nog eenige dragen op Anjak vertoeven zal, zo neem ik de vrijheid om om daar overlee us 1786 1785 Aan zijn Hoog Edelheid. Den HoogEdel Groot Agtbaare wijsgebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal nevens uw solutie Copia Catria er