Inventory 3753
Malabar · 415 pages · 186 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Separate No 4. Batavia a separate deed of sale of 5000. rupees shall be drawn up. That the actual transfer of these gardens and lands shall only take place on the first of January 1787 by the Company's commissioners to the people of the king, and that the present tenants shall remain in possession and enjoyment until the end of December of this year, when the lease year ends, and that for the indemnification of the tenants on account of improvements made, 1666 2/3. rupees shall be paid immediately in cash by His Highness, from which the Company shall satisfy those people. Thus done on the year and day aforesaid. was signed: I: G: van Angelbeek To His Excellency, The Right Honourable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, and the Right Honourable, Right Respected Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Right Honourable, Right Respected Lords! §1. Herewith I have the honour to present to Your Excellencies the duplicate of my respectful separate letters of the 20th of March last with the accompanying appendix, of which the original was dispatched on that date with the bark De Liefde to Colombo, in order to be forwarded from there with the ship Middelwijk, since the dispatch of which nothing of importance has occurred in the government entrusted to me. Clerk, Arnold Lunel Agreed §2. But all the more important and remarkable is the news from abroad, that the Nawab Tipu Sultan has made peace with the Marathas and Nizam Ali, whereby the political system on this peninsula, which was shaken by this war, is for the present once again established on its former foundations. §3. For through this he, whose downfall was intended by this war and was expected as inevitable, is reaffirmed in his realm, and with him is maintained the counterweight against the British on this peninsula, who fear him alone, and by him alone can be prevented and held back from making themselves masters of the whole country. §4. The actual conditions of this peace are not yet known, but all reports and rumours agree on this, that the Nawab has returned the conquered places and, in addition, has promised a considerable sum of money for the arrears of tribute money, from which one must conclude that he, despite his victories achieved in the last campaign, must have had great reasons to hasten the peace on these terms. §5. It does not seem improbable to me that the French Government was consulted about this, and the close understanding which has for some time existed between His Highness and the Lords Governors of Pondicherry and the Islands seems to support this presumption. §6. For besides that the Nawab repeatedly gave account of the principal military actions to the Lord Governor of Pondicherry, Mr. Pierre Monneron was, from the month of May 1786 until September, present with the Nawab in the army on a secret commission of the Government, from where he subsequently returned to the Islands via Pondicherry and Ceylon; on the 20th of March last he arrived here again from the Islands and departed on the 22nd thereafter for Mangalore, with a ship expressly fitted out for that purpose, L'Aurore, in order to transport an embassy, which Tipu Sultan wishes to send to His Most Christian Majesty, directly to France. §7. But because the Nawab had meanwhile already caused his ambassadors to depart overland for Pondicherry, he immediately departed again from Mangalore and arrived in this roadstead on the evening of the 10th of this month, and on the following morning set out again on the voyage to Pondicherry, in order to take the envoys on board there and convey them over. §8. In my humble judgment, it would be a desirable thing
Dutch transcription
708 Apart N=o 4. Batavia aparte koopbrief van 5000. ropijen zal op gemaakt worden. Dat de dadelijke overgave van deeze tuinen en lan= „den eerst zal geschieden met primo Januari 1787— door 's komp:s Gekommitteerden aan 't volk van den koning, en dat de teegenwoordige Pachters in 't bezit en 't genot zullen blijven tot ult:o De= „cember deezes Jaars wanneer 't pacht Jaar eindigd en dat tot schadeloos stelling van de Pachters wegens gedaane melioraatsien door zijne Hoog= „heid 1666 2/3. ropijen ten eersten in kontant zal betaald worden, waar uit de kompenie die menschen zal voldoen. Aldus gedaan ten Jaar en dagen voorsz: /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek Aan zijn Hoogedelheid! Den Hoogedelen Grootachtbaaren wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroieerde oostindische Komp: Goeverneur Generaal De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndiën Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! 51. Hiernevens heb ik de eer, uwen Hoogedelheeden het duplikaat mijner eerbiedige aparten van den 20:e Maart Jongstl: met de daartoe gehooren„ „de bijlage aan te bieden, waar van het origineel op dien datum met de Bark de Liefde naar ko= „lombo afgevaardigd is, om van daar met het schip Middelwijk voortgezonden te worden, zeeder welker depeche in het mij toevertrouwde Goe= G G klerk, Arnold „ Lunel Akkordeerd „vernement ende en 709 „vernement niets van belang is voorgevallen. §2. Doch des te wigtiger en merkwaardiger is de tij= „ding van buiten, dat de Nabab Tipoe sultan, met de Maratten en Nisam Ali vreede gemaakt heeft, waardoor het politieke sijsteem op dit schier eiland het welk door deezen oorlog aan het wanke= „len gebragt was, voor eerst wederom op de voorige gronden gevestigd is. §3. want hierdoor word hij, wiens ondergang met deezen oorlog bedoeld, en als onvermijdelijk verwacht was, op 't nieuw in zijn Rijk bevestigd, en met hem word het tegenwigt behouden tegen de Britten op dit schier eiland, die hem alleen vreezen, en door hem) alleen kunnen belet en tegen gehouden worden, zich van het heele land Meester te maaken. §4. De eigentlijke voorwaarden van deezen vreede zijn noch niet bekend, doch alle tijdingen en geruchten stemmen hierin over een, dat de Nabab de veroverde plaatsen terug gegeeven en daar en boven noch een merklijke somme gelds voor het achterstallige quart geld beloofd heeft, waaruit men zoude moeten besluiten, dat hij, niet tegenstaande zijne in den laasten veldtogt behaalde overwinningen, groote reedenen moet gehad hebben, de vreede op deeze voorwaarden te verhaasten. § 5. Mij komt het niet onwaarschijnlijk voor, dat het Fransche Goevernement hierover geraadpleegd is, en de groote verstandhouding, die zeder eenige tijd tusschen zijne Hoogheid en de Heeren Goeverneurs van Pondicherij en de Eilanden standgrijpt, schijnen dit vermoeden te begunstigen. §6. want, behalven dat de Nabab van de voornaamste krijgs bedrijven telkens aan den Heer Goeverneur van Pondicherij bericht gegeeven heeft: zoo heeft zich de Heer Pierre Monneron zeder de Maand Mai 1786. tot september toe met een sekreete kommissie van het Goevernement bij den Nabab in 't Leger bevonden, van waar hij vervolgens over Pondicherij en Ceilon naar de Eilanden terug gekeerd is; Den 20:e Maart Jongstl: is hij wederom van de Eilanden hier aangekoomen en den 22. daar aan naar Mangaloor vertrokken, met een expres daartoe aangelegd schip L' Aurore om een Ambassade, die Tipoe sultan aan zijne Allerchristlijkste Majesteit zenden wil, direkt naar Frankrijk over te brengen. § 7. Dan dewijl de Nabab zijne Ambassadeurs middeler= „wijle reets overland naar Pondicherij had doen ver „trekken; zoo is hij ten eersten wederom van Manga„ „loor terug vertrokken en den 10:e deezer savonds hier ter rheede gearriveerd, mitsgaders den volgen„ „den morgen weder op reize gegaan naar Pondiche„ „rij, om de Gezanten daar aan boord te neemen en over te brengen. §8. Het zoude naar mijn gering oordeel een gewenschte zaak
English
No. 5. Separate and Secret matter if we, through the mediation of His Most Christian Majesty, could on this occasion acquire some greater security of the Nabab's friendship, on which account I have taken the liberty to notify the Lords Majores of this remarkable event and my humble opinion, by the very ship on which the Embassy shall depart, by a brief note under the cover of my Agents in Amsterdam; a copy of which is enclosed herewith for Your High Honours' esteemed consideration. § 9: The Lord Governor of Ceylon, Van de Graaff, has consented to my proposal regarding the Artillery Lieutenant Ferdinand Kasper Heupner with a favorable recommendation, wherefore I now respectfully request Your High Honours to be pleased to appoint him as Head of the Artillery here, and to favor him for that purpose with the rank of Captain Lieutenant. I have the honor to remain, with the most perfect sentiments of respect and high esteem, High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord, and Most Noble, Stern Lords! Your High Honours' humble and faithful servant. Was signed: J: G: van Angelbeek. In the margin: Cochin, the 12th of April 1787. Examined: Arnold Lunel First Sworn Clerk. To His High Honour The High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, and The Most Noble, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies at Batavia. Most Noble, Stern Lords! High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord, § 1. I send this to Ceylon, in hope of a speedy opportunity to the Capital, to respectfully inform Your High Honours in advance that the Nabab, Tipu Sultan, who has pacified the Marathas and has returned to Seringapatam, threatens to invade these Lowlands, without anyone knowing as yet whom it is actually intended for, or rather whom he will attack first. § 2. However, since he does not dare to make war directly upon Travancore, as he would thereby break the peace with the English, in which this king is expressly included, he will probably attack us, or the King of Cochin, first; and as he cannot penetrate into the interior of the latter sovereign except through the Lines of Travancore, or via Cranganore and Ayacotta, it is more than probable that he will choose the latter passage, partly because he will endeavor to spare Travancore, and partly because the road via Cranganore and Ayacotta would immediately bring him into the heart of the little Kingdom of Cochin. § 3. That he really has this latter design in mind is further indicated by the preparations and other circumstances, since the roads from Calicut to Chavakkad and from there through the land of Chetwai and Pappinivattom up to our borders are being cleared, and at post after post all kinds of provisions, forage, and other army supplies are being laid in. § 4. Wherefore the country folk thereabouts are already beginning to flee, and the Brahmins and other servants of the so-called copper pagoda, scarcely half an hour from Fort Cranganore, have already transferred their temple ornaments and the goods of the pagoda to Chennamangalam. § 5. Besides all this, I have been warned from so many sides that the Nabab particularly has his eye on the aforementioned Fort Cranganore, which is the principal key to South Malabar, that I would be guilty of punishable recklessness if I wished to sit still any longer and first wait for further proof. § 6. We are therefore today giving notice of this situation of ours to the Government of Ceylon, and also to the Lord Captain-Commandant of the State's War Squadron, whom we think is in Ceylon, or will arrive shortly, with a request for speedy and decisive help.
Dutch transcription
710 No. 5. Apart en sekreet zaak zijn, als wij, door de bemiddeling van zijn Al= „lerchristlijkste Majesteit, bij deeze geleegenheid eenige meerdere zeekerheid van 's Nababs vriend „schap kosten verwerven, weshalven ik de vrijheid gebruikt hebbe, de Heeren Majores van deeze merk= „waardige gebeurtenis, en mijn needrig gevoelen, met het eigenste schip, waarmeede de Ambassade ver= „trekken zal, kennis te geeven, bij een kleen briefje onder koevert van mijne Gemachtigden te Amster= „dam; waarvan het afschrift tot geeerde spekulaat= „sie van uwe Hoogedelheeden hier nevens gaat. § 9: De Heer Ceilons Goeverneur van de Graaff heeft, in mijn voorstel nopens den Artillerij Luitenant Ferdinand Kasper Heupner, onder een voordeelig ge= „tuigins bewilligd, weshalven ik uw Hoogedelheeden thans eerbiedig verzoeke, denzelven tot Hoofd van d' Artillerij alhier te willen aanstellen, en daartoe met de qualiteit: van Kapitain Luitenant te begunstigen. Jk hebbe de eer met de volmaaktste gevoelens van eerbied en hoog achting te blijven /:onderstond:/ Hoog edele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren! uwer Hoogedelheeden onderdaanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek /in margine:/ Koetsiem den 12:e April 1787: Akkondeerd §1. Jk zende deezen naar Ceilon, in hoope van een spoedige geleegenheid naar de Hoofd plaats, om uw Hoogedelheeden voor af in eerbied te berichten, dat de Nabab, Tipoe sultan, die de Maratten bevreedigd heeft, en te seringapatnam terug gekoomen is, in deeze Beneeden landen dreigd in te Weledele Gestrenge Heeren! Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, De weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën Aan zijn Hoogedelheid Den Hoogedelen Grootachtbaaren, wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroieerde oostindische Kompanie Goeverneur Generaal Batavia Arnold Lunel E. G Klerk. vallen en ende 711 vallen, zonder dat men tot nu toe weet, wien het eigentlijk gelden, of liever wien hij het eerst aantasten zal. § 2. wijl hij echter Trevankoor den oorlog niet rechtstreex durfd aandoen, alzoo hij daar door den vreede met de Engelschen zoude breeken, waarbij deeze koning uitdruk= „lijk is ingeslooten: zoo zal hij waarschijn= „lijk ons, of den Koning van Koetsiem, eerst aantasten, en vermits hij in de binnen= landen van laastgemelden vorst niet anders kan indringen, als door de Linie van Trevankoor, of over Kranganoor en Aikotte, zoo is het meer dan waarschijn= „lijk, dat hij de laaste passasie kiezen zal, eensdeels, om dat hij Trevankoor zal trachten te menageeren, en anderen deels, om dat de weg over kranganoor en Aikot„ „te hem ten eersten in het hart van 't koetsiemsche Rijkje zoude brengen. 53. Dat hij dit laaste ontwerp ook werklijk in 't hoofd hebbe, geeven de toebereidzelen en verdere omstandigheeden nader te kennen, door dien de wegen van Kalikut naar savakatti en van daar door 't land van settua en Paponettij, tot op onze limiten, opgeruimd en van post tot post allerlij leevensmiddelen fourage en ver= „dere Leger=behoeften opgelegd worden. §4. weshalven dan ook het Landvolk daar omstreex reets begint te vluchten, en de Bramineesen en verdere Bedienden van de zoogenaamde kopere pagood, pas een half uur van 't fort kranganoor, hunne tempelsiersels en de goederen van de pa„ „good reets naar senotte overgebragt hebben. §5. Buiten dit alles ben ik van zoo veele kanten gewaarschuwd, dat de Nabab voor„ „naamlijk het oog heeft op het meergem:de fort kranganoor, het welk de voornaam„ „ste sleutel van Zuider=Malabaar is, dat ik mij aan strafwaardige roekeloosheid zoude schuldig maaken, indien ik langer had willen stilzitten en eerst noch op nadere bewijzen wachten. §6. wij geeven dus heeden van deeze onze situaatsie kennis, aan de Regeering van Ceilon en teffens ook aan den Heer Ka= „pitain kommandant van 'slands oor= „logs Eskader, die wij denken, dat op Ceilon zijn, of binnen korten komen zal, met verzoek, om spoedige en nadruklijke hulpe„ limiten en
English
712 and I annex hereto copies of the letters serving to that end. Paragraph 7. The King of Trevankoor has already caused a multitude of troops to march to his northern lines, and placed a strong detachment at Paroe close to Kranganoor, with orders to the commanding officer to render us all assistance as soon as Kranganoor is attacked, and in that regard to act according to the desires of Commandant von Mullerts. Paragraph 8. We cannot yet determine the military force of the Nabab which he intends to use for this expedition, but guess that it will not amount to more than ten thousand men and will consist mostly of troops from the Samorin's realm and adjacent places, inasmuch as he is still at war against the King of Golkonda, Nisam Ali, and besides does not dare to strip his northern lands of troops. Paragraph 9. And we hope, with God's help, to be able to turn back the first assault; at least we, as honor-loving servants, shall do our utmost to that end, and further success will mainly depend on a speedy and substantial relief from Ceilon, as well as on the assistance which the national warships will bring us. Paragraph 10. What the Nabab will demand of us also remains an enigma; presumably the three Moetoekoemis, as having formerly belonged to the Samorin, and compensation for Nagapatnam, on which latter matter I have already had the honor of communicating with Your High Excellencies before. It is also possible that he may be insolent enough to demand the fortress of Kranganoor, and I request Your High Excellencies to provide me as soon as possible with positive orders as to how I am to conduct myself with respect to each of these three assumed cases. Paragraph 11. While, regarding the compensation for Nagapatnam, I take the liberty of stating my humble opinion that I do not believe he will pay the slightest heed to the arguments which, in accordance with Your High Excellencies' wishes, I shall present against his claim, namely that his troops were responsible for the loss of that place through misconduct. Paragraph 12. I commend Your High Excellencies and the weighty interests of the Company into God's holy protection and have the honor to be with the highest esteem and respect, underwritten, High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Born, Severe Lords, Your High Excellencies' humble and faithful servant, signed, J: G: van Angelbeek, in the margin, Koetsiem, 18 September 1787. Arnold Lunel Agreed E. G. Klark. Secret Ceilon No. 6. Willem Jakob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, together with Governor and Director of that island and its dependencies, beside the Council at Kolombo, to the Noble Lord. Noble, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Lord and friends! The Nabab Tipoe Sultan, who returned some time ago to Seringepatnam from the war against the Marathas, is making great preparations for a military expedition to the south, without it being possible to discover thus far against whom it is aimed. However, since he cannot wage war against Trevankoor without breaking the peace with the English Company, in which this prince is explicitly included, it is probably aimed at the Company or at the King of Koetsiem. But whatever his intention may be, prudence demands that we arm ourselves against it and place ourselves in such a state of defense as the condition of the Company in western India will allow. Wherefore we have today resolved in our Council to inform Your Honors of these circumstances and kindly to request, as we hereby do, to assist us as soon as possible with as many European and Eastern troops as the situation over there will permit, but not to employ any men from the Luxemburg Regiment for this purpose, since they would very likely desert to Tipoe Sultan, who, as Your Honors know, already has a French corps in his service, and would therefore use every possible means to augment it thereby, in which the French officers in his service would also actively cooperate, without us being able to prevent the desertion, because the troops will principally have to be employed in the open camp of Aikotte. In particular, we also request that Lieutenant of Artillery Ferdinand Kasper Heupner be sent here by the very first opportunity, to assume command of the artillery here provisionally and until further disposition by the High Indian Government. We have furthermore deemed it necessary to give notice of our situation to the Commander of the national warships in India, and since he is presumably already with Your Honors or will appear shortly, a letter to his Honor is enclosed herewith, with the kind request that it be delivered to him. We have the honor to be, underwritten, Noble, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Lord and friends, Your Honors' dutiful friends and servants, signed, J: G: van Angelbeek, R: van Harn, G: G: Gebhardt, J: L: van Spall, J: A: Cellarius, W: van Hoeften, A: Poolvliet, J: A: Scheids, and P: van Spall Junior, in the margin, Koetsiem, 18 September 1787. Arnold Lunel Agreed E. G. Klerk.
Dutch transcription
712 en ik voege de kopijen van de daartoe die„ „nende brieven hierneevens. §: 7. De koning van Trevankoor heeft reets een meenigte krijgsvolk naar zijne noor= „der Linie laaten marcheeren, en een sterk detachement geplaatst te Paroe dicht bij kranganoor met last aan den komman= „deerenden Officier, om, zoo dra kranga= „ noor geattaqueerd word, ons alle hulpe te bewijzen, en zich daaromtrend naar de begeerte van den kommandant von Mullerts te gedraagen. §8. wij kunnen de krijgsmacht van den Na= „bab, die hij tot deeze expedietsie gebruiken wil, noch niet bestemmen, doch gissen, datze niet boven de tienduizend Man be= „draagen en meest uit de troepen uit het samorijnsche Rijk en naastliggende plaat= „sen bestaan zal, door dien hij tegen den koning van Golkonda, Nisam Ali, noch oorloogt, en behalven des zijne noordlijke Landen niet durft ontblooten. § 9. En wij hoopen met Godes hulpe in staat te zijn, den eersten aanval aftekeeren, ten minsten wij zullen daartoe als eer= „lievende Dienaaren ons uiterste best doen, § 11. Terwijl ik, nopens de schaevergoeding van Nagapatnam de vrijheid gebruike, voor mijn gering gevoelen te zeggen, dat ik niet gelove, dat hij zich het minst zal stooren aan de argumenten, die ik tegen zijnen eisch, volgens uwer Hoogedelheeden begeerte, zal bijbrengen, dat zijne troepen door wan„ § 10. wat de Nabab van ons eischen zal, blijft ook een raadzel, vermoedelijk de drie Moe„ „toekoemis, als voorheen den samorijn toe„ behoord hebbende, en de vergoeding van Nagapatnam, over welk laaste stuk ik de eer gehad hebbe, uw Hoogedelheeden bevoorens al te onderhouden, Mogelijk is hij ook onbeschaamd genoeg, de vesting kranganoor te eischen, en ik verzoeke uwe Hoogedelheeden mij ten spoedigsten met positive orders te munieeren, hoeda„ „nig ik mij, met opzicht tot ieder van deeze drie veronderstelde gevallen, zal heb„ ben te gedraagen. en het verder sukces zal voornaamlijk af¬ „hangen van een spoedig en aanzienlijk ontzet van Ceilon, mitsgaders van de hulpe, die 's lands oorlogsschepen ons zullen toebrengen. „gedrag „gedrag aan het verlies van die plaats schuld gehad hebben. § 12. Jk beveele uwe Hoogedelheeden en de wig „tige belangen der Maatschappij in Gods heilige bescherming en hebbe de eer met de volkomenste hoog achting en eerbied te zijn. /:onderstond:/ Hoogedele Grootacht= „baare wijdgebiedende Heer en weledele Gestrenge Heeren! Uwer Hoogedelheeden onderdanige en getrouwe dienaar /was getee„ „kend:/ J: G: van Angelbeek /:inmargine/ Koetsiem den 18:e September 1787. Arnold Lunel Akpordeerd E. G. Klark. sekreet Ceilon No. 6. Willem Jakob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands Jndiën mitsgaders Goeverneur en Direkteur van dat Eiland en deszelfs onderhoorigheeden Nevens den Raad te Kolombo Aan den Edelen Heer Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden! De Nabab Tipoe sultan, die zeder eenigen tijd uit den oorlog tegen de Maratten te serin= „gepatnam terug gekoomen is, maakt groote toebereidselen tot een oorlogs expedietsie om de zuid, zonder dat men tot nu toe kan ont„ „dekken, wien het zal gelden. wijl hij echter Trevankoor niet kan beoorlogen zonder den vreede met de Engelsche komp: te breeken, waarbij deeze vorst uitdruklijk is ingeslooten, zoo is het waarschijnlijk op de komp: of op den Koning van Koetsiem gemunt, Doch wat 4 wat ook zijn voorneemen zijn moge: zo eischt de voorzichtigheid, dat wij ons daar tegen zoo veel wapenen en in staat van tegenweer stellen als de toestand van de kompenie om de west van Indien wil toelaaten. weshalven wij heeden in onzen Raade beslooten hebben, uw weledelen van deeze omstandigheeden te informeeren en vriendelijk te verzoeken, ge„ lijk wij doen bij deezen, ons ten spoedigsten met zoo veel Europeesche en oostersche Milietsie te assisteeren, als de toestand ginter zal toe= „laaten, doch daar toe geen volk van het Luxem= „burgsche Regiment te emploieeren, wijl het zelve zeer waarschijnlijk tot Tipoe sultan zoude overloopen, die, gelijk uw weledelen bekend is, reets een Corps Franschen in dienst heeft, en dus alle mogelijke middelen zoude aanwenden het zelve daar door te vermeerde„ „ren, waar toe de fransche officiers in zijn dienst ook krachtig zouden mede werken, zon= „der dat wij de desertsie zouden kunnen verhin „deren, door dien de troepes voornaamlijk in het opene kamp van Aikotte zullen moeten ge= „bruikt worden. —. Jnzonderheid verzoeken wij ook den Luitenant van de Artillerij Ferdi= „nand kasper Heupner met de aller eerste Akkordeerd geleegenheid herwaards te zenden, om bij provi„ „sie en tot de nadere disposietsie van de Hooge Jndische Regeering hier het kommando over de Arthillerij te vooren. wij hebben voorts noch noodig geoordeeld van onzen toestand aan den Heer Kommandant van 's Lands oorlogs schepen in Jndiën kennis te geeven, en wijl dezelve zich vermoedelijk reets bij uwe weledelen bevinden of eerlange opdagen zal: zoo gaat een brief aan zijn Edele hiernevens met vriendelijk verzoek, den zelven aan hem te behandigen. wij hebben de eere te zijn. /onderstond:/ Edele Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden ! uwer weledelen dienstwillige vriend en Dienaaren /: was getee„ „kend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn g: g: Gebhardt, J: L: van Spall, J: A: Cellarius, w: van Hoeften, A: Poolvliet, J: A: Scheids en P: van spall J:rn /:in margine:/ Koetsiem den 18. e September 1787: geleegenheid Arnold Lunel E. G. Klerk.
English
715 To the Right Honorable and Stern Sir Willem Silvester Captain Commander of the National War Squadron in India Right Honorable and Stern Sir! We find ourselves obliged hereby to inform your honor that the Nawab Tipu Sultan is making large preparations for a military expedition against southern Malabar, and although it is not yet known whether it is aimed directly at the Company, or rather at the rulers of Cochin or Travancore, we nevertheless find ourselves obliged to arm ourselves against it as much as the circumstances of the Company allow. In this precarious situation, the appearance of the National Squadron on this coast would have a very fortunate effect for us, and would likely serve to inspire peaceful thoughts toward the Company in the aforementioned Nawab, while it would also make a very favorable impression on the minds of the other rulers here. We therefore very urgently request your honor, if more important undertakings do not prevent it, to hasten to the assistance of the Company as soon as possible, and we have the honor to be with all high esteem. Below stood: Right Honorable and Stern Sir! Your honor's dutiful and very obedient servants. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. van Harn, G. G. Gebhardt, J. L. van Spall, J. A. Cellarius, W. van Haeften, A. Poolvliet, J. A. Scheids, and P. van Spall Jr. In the margin: Cochin, the 18th of September 1787. Arnold Lunel Agreed First Clerk. 716 Batavia No. 8. To His Excellency: The Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Sir Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor General, and The Right Honorable and Stern Sirs, Councilors of the Netherlands Indies, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Sir, and Right Honorable and Stern Sirs § 1. The ship De Zeeuw arrived here on the 28th of November last with a covering letter of the 26th of September prior and the documents attached thereto according to the register, and since we have not yet received the highly esteemed 717 rescript from Your Excellencies and therefore have no letters to answer, we let this serve in particular to report on that which concerns that ship and its cargo, which is now, at the express request of the Ceylon Government, being sent to Colombo with five hundred Batavian lasts of rice, without us being certain whether it will return here, or rather another, to collect a cargo of coir for the Headquarters, as we have left this to the aforementioned Government. The same was measured upon its arrival, of which the report accompanies this letter according to orders. An investigation was also made as to whether the native sailors aboard the same were well treated during the voyage, and according to the accompanying report, they declared that they had no reason to complain. Since the captain of this ship, Pieter Zeiren, reported having discovered on the voyage hither heavy leakage above water and some defects in the broad strake and gun ports, we had an investigation made into this by specially appointed commissioners: the Naval Captain Kornelis De Klerk, commanding the Company's ship Middelwyk, the Naval Captain Harmanus Folkers, who was just lying here in the roads with the private ship Javas Welvaaren, and the Master of Equipage Johannes van Blankenberg, as well as the Foreman of the Shipyard Van der Lange. Their report is inserted in our resolution of the 19th of December last, and according to the same, the ship was properly repaired. Also, according to the resolution of the same aforementioned date, upon the request made thereto by the said Captain and the necessity attested by the Master of Equipage, various supplies were provided to this ship, among which a large mizen stay, two fore-topmast stays, and two 718 large topgallant stays are of the most importance, while the other small items stand specified in the resolution itself. The findings regarding the delivered cargo of this ship are inserted in our resolution of the 8th of this month, the extract of which accompanies this, whereby the shortages that do not exceed the regulations, along with some broken window panes, three broken shells, a broken compass, and a decayed hide of pump leather were written off, and three surplus four-inch shells found, nine bench planes, and a boarding pike were entered in the books, but some other items deserve further explanation. According to the invoice, there were supposed to be one hundred Russia leather hides in two cases—one of which, No. 111, was brought by the ship De Gerechtigheid and weighed 785 lb gross, and the other, No. 365, with the ship Het Duifje, weighing 303 lb gross—namely 50 in each case, but in the latter case only 25 hides were found. Since the case, however, was full and held its gross weight, which differed by more than half from the other, and since this case was also only charged at 145 guilders and 19 stivers, whereas the other case, which contained 50 hides, was listed at 323 guilders and 13 stivers, there remained no doubt that a clerical error must have been made in the invoice concerning the small case, which should have been listed with 25 hides. We have therefore decided to take in the delivered 75 hides of Russia leather at the prices for which both cases were charged. Case No. 529 was supposed to contain, according to the invoice: 30 reams of small format paper, 1 ream of imperial paper, 1 ream of blue cold-pressed paper, but instead of that, 20 reams of large format were found therein, so that an error seems to have taken place in the dispatch of the cases. § 10. We have thus decided to charge that which was not received back to Batavia, however, and
Dutch transcription
715 Aan den weledelen Gestrengen Heer Willem Silvester kapitain Kommandant van 's lands oorlogs eskader in Jndia Weledele Gestrenge Heer! wij vinden ons verplicht uw weledele gestr: bij deezen te informeeren dat de Nabab Tipoe sultan groote toe bereidzelen maakt tot een oor„ logs expedietsie tegen zuider Malabaar en hoe„ „wel men tot nu toe niet weet, of het direkt op de komp: dan wel op de vorsten van koetsiem of Trevankoor gemunt zij: zoo vinden wij ons doch verplicht, ons daar tegen zoo veel te wape„ „nen als de omstandigheeden van de komp: het toelaaten. Jn deeze hachlijke situaatsie zoude de verschij„ „ning van 'slands Eskader op deeze kuste van eene zeer gelukkige uitwerking voor ons weezen, en vermoedelijk dienen, den voornoemden Na„ „bab vreedzaame gedachten tegen de komp: te inspireeren, terwijl dezelve op de gemoederen der andere vorsten alhier mede eenen zeer gunstigen gunstigen indruk maaken zoude. wij verzoeken uw weledele Gestr: derhalven zeer instandig, bij aldien wigtiger voorneemens het niet beletten zoo spoedig als mogelijk is tot assistentsie van de komp: toe te schieten en hebben de eer met alle hoogachting te zijn. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Heer ! uwer weledele Gestrenge Dienstwillige en zeer gehoorzaame Dienaaren /:was geteekend:/ g: g: van Angelbeek, R: van Harn, G: G: Gebhardt, J: L: van Spall, J: A: Cellarius, w: van Haeften, A: Poolvliet, J: A: scheids en P: van spall J:n /:innargine:/ koetsiem den 18:e september 1787: Arnold Lunel Akkordeerd EG klerk. 716 Batavia No. 8. Aan zijn Hoogedelheid: Den Hoogedelen, Groot achtbaaren wijd gebiedenden Heer M=r Willem Aonold Alting. wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroieerde Oostindische Kompanie Goeverneur Generaal De weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndien, Hoogedele, Groot achtbaare, Wijdgebiedende Heer Weledele Gestrenge Heeren en § 1: Het Schip De Zeeuw is den 28e: Novem¬ „ber Jongstl: hier aangelandt met een geleide briefje van den 26:e September bevoorens en de daarbij gevoegde papie„ „run volgens register, en wijlwij e hoog geeerde ende 717 geeerde reskripttie van uwe Hoogedel„ heeden noch niet ontvangen en dus geene brieven te beantwoorden hebben: zoo laaten wij deezen inzonderheid die „nen, om verslag te doen van t geen dat schip en zijne lading betreft, hetwelk thans op het expres verzoek van de Ceilon Regeering met vijfhonderd „sche ^ lasten rijst naar Kolombo gezonden word, zonder dat wij verzeekerd zijn of het zelve weder hier zal koomen, dan wel een ander, om een lading kaier voor de Hoofdplaats af te haalen, alzoo wij dit aan welgemelde Regeering hebben overge„ laaten Het zelve is bij zijne aankomst gemeeten waar van het rapport met den brief vol „gens order hiernevens gaat, Ook is onderzoek gedaan of de inlandscha zeevaarende op het zelve geduurende de reize, wel behandeld zijn, en volgens ne„ „vensgaand rapport, hebben dezelven be„ „tuigd geen reeden van klaagen te hebben wijl de kapitain van dit schip Pieter Zeiren rapport, deed, op de reize naar her 54: 53: „waards zwaare lekkasie boven water en eenige gebreeken aan de breede gang en schutpoorten ontstekt te hebben; zoo hebben wij daarna onderzoek laaten doen door expresse gekommitteerden, den Kapitain terzee, Kornelis De Klerk Komman„ deerende sKomp:s Schip Middelwyk, den Kapitain ter Zee Harmanus, Fol„ „kers die hier Just met het partikuliere schip Iavas welvaaren ter rheede lag en den Equipasiemeester Johannes van Blankenberg mitsgaders den Meester Knecht der Scheepstimmerwerf Van de Lange, hun rapport is gein„ „sereerd bij onze resoluutsie van den 19:e december Jongstl: en volgens het zelve is het schip behoorlijk verholpen. Ook zijn aan dit schip volgens resoluuitsie van eevengemelden datum, op het daartoe gedaane verzoek van gem: Kapitain en de door den Equipatiemeester betuigde nood„ „zaaklijkheid verscheidene verstrekkingen gedaan waar onder een groote Marter„ haa, twee voorsteng Haagen en twee „waarts groote 52: 5 5: 718 groote bramstaagen van 1 meest belang zijn, terwijl de verdere kleenigheeden bij de resoluuitsie zelve gespecificeerd staan. De Bevinding op de uitgeleeverde Lading van dit schip is geinsereerd bij onze reso„ „luutsie van den 8: deezer, waarvan het ex„ „trakt deezen verzeld, waarbij de minder „heeden, die het reglement niet exce„ „deeren, nevens eenige gebrookene glaze ruiten, drie gebrookene bommen, een gebrooken Kompas en een verstikte huid pompleer afgeschreeven en drie over bevondene bommen van vier duim, negen strijkbanken en een speerhaak bij de Boe„ „ken ingeschreeven zijn, doch eenige andere artikelen verdienen nadere aanwijzing. volgens de faptuur moesten in twee kassen waarvan de eene N= 111: met het schip De gerechtigheid aangebragt wat, en bruto 785: lb woog, en d' andere N=o 365, met het schip het: Durfje wegende bruto 303 lb honderd Jucht vellen weezen, en wel 50: in ieder Kas, doch in de laaste kas wierden maar 25 vellen gevonden. - wijl de Kas ochter volwas, en zijn bruto gewigt hield, het welk met de andere meer dan de helft verschild, en wijl deeze kas ook maar met ƒ145. 19. - aangereekend wierd, daar de ande „re Kas die 50 vellen in hield met ƒ323:13:— bekend stond: zoo bleef er geen twijfel over of bij de faktuur moest een Schrijffout be„ „gaan zijn, omtrend de kleene kas die met 25 vellen had moeten bekend gesteld worden, wij hebben derhalven beslooten de uitge„ „leeverde 75 vellen fuchtleer met de prij„ zen waar voor beide kassen aangereekend zijn telaaten inneemen De Kas N=o 529 moest volgens faktuur 30: riem kleen formaat papier 1: riem imperiaal papier 1: riem blauw Kald papier inhouden, doch in steede van dien heeft men daar in 20: riem groot formaat bevonden: zoo dat er een abuis in 't afscheepen van de kassen schijnt plaats gehad te hebben § 10: wij hebben dus beslooten, het niet ontvan gene naar Batavia terug te reekenen echter en 56: § 7: 9. 8.
English
and to enter into the books the received 20 reams of large format that have not been charged, and request Your Right Honourables to kindly have the same charged at the first opportunity. There also appears to have been an error regarding the lantern horns, for on the invoice there are listed 50 large horns brought by the ship het Duifje at f 6: 5. 5 lantern covers from the Batavia stock also at f 6: 5:— yet one hundred horns were delivered here, and thus 45 more; it therefore appears that this is a clerical error on the invoice and that the latter parcel must also be 50, for which amount they have then also been entered into the books at the invoice price. With this ship depart nine pilgrims, of whom the list of names accompanies this; however, we request the Ceylon Government, in case this ship returns here, to have the same transferred to the first departing vessel. The private ships Neptunus and Javas welvaaren arrived here on the 1st and 11th of December, and departed further for Maskatte on the 8th and 18th. § 16: It is with great reluctance that we must hereby make known the misconduct of the Naval Lieutenant Iohan van Haeften, who is assigned to this ship and who, virtually from the day it arrived here, has constantly stayed ashore, without having been employed in any commission of receiving or delivering cargo. 14. The ship Middelwijk likewise arrived on the 15th of the last-mentioned month from Ceylon, with some goods from Europe brought for us by the ship Zeeland, and will, according to the request of the Ministers, be sent back with the remaining rice and pepper. The ship de Praak arrived on the 21st of November last from Kolombo, and departed thither again on the 18th of December following, with 81 lasts of rice, 18 lasts of wheat and 660,000 lb of pepper, besides 97 corges of cowhides. During his stay in the city, acts of night-time vandalism occurred, of which nothing had ever been heard before; among other things, on a certain night some city lanterns were smashed, various doors were knocked on, etc.; and although the darkness of the night favoured these acts of vandalism, there were nevertheless strong suspicions that Lieutenant van Haeften had taken part in them, for he had not only been merry that evening, but was also seen in the vicinity when the lanterns were smashed; however, because the fiscal could not obtain full proof, no inquiry was made into it and van Haeften was also never called to account over it. Yet a few days thereafter the Governor was informed that van Haeften wanted to marry a certain widow of the deceased burgher Coenraads, a woman of low birth and without means, who moreover had had a very bad reputation during the lifetime of her first husband. In order to deter him from a marriage which manifestly had to tend to his ruin and to the vexation and grief of his family, the Governor had him ordered by Captain Levien to repair to his ship; and when van Haeften paid no heed to the orders of his Captain, the Governor had him further ordered to do so early the next morning through the Adjutant Rose. Thereupon van Haeften did indeed go on board in the afternoon, but he returned ashore that very same evening; wherefore he was ordered by the Adjutant, in the name of the Governor, under arrest at the Main Guard, yet he absolutely refused to obey, saying to the Adjutant: alive you will not get me out of the room, but indeed in pieces and fragments. § 21: The Adjutant then wanted to fetch a patrol, but the Naval Lieutenant of the ship Middelwijk, Johannes Kornelis van Bommel, who was then with van Haeften, ran after him and said that he should not come with armed men, as van Haeften was a desperate man, had loaded his pistol with two balls and laid ready his sidearm; and he advised the Adjutant to go back once more and see to it that he be brought into arrest through persuasion. § 22: The Adjutant therefore went back to him with the said van Bommel, and found him with the pistol in one hand as well as the sword in the other; the said Adjutant as well as the aforementioned Lieutenant van Bommel then did their best to persuade him to submit to arrest, yet he absolutely refused this, uttering the previous bravados. The Governor thereupon gave further orders to arrest him with armed men and to use as much force for that purpose as necessary to cause the orders of the Government to be obeyed; but van Haeften, being informed of this by Lieutenant Paradis, finally went to the Main Guard and into arrest, in which he has been kept ever since, not only as a well-deserved punishment for his insubordination and active opposition to the orders of the Government, which indisputably had merited a far more severe correction, but principally to preserve him, and in particular the family, from the consequences of a misalliance. A few days before the departure of the ship, the Governor sent word to him that if he had any business to transact, he could have someone come to him; thereupon he first requested the Master of Equipment van Blankenberg and thereafter the Junior Merchant Cellarius, yet insisted solely upon his release, which was denied him. Yet that same evening between eight and nine
Dutch transcription
719 en de ontvangene 20: riemen groot formaat„ „die niet aangereekend zijn, bij de boeken in teneemen en verzoeken uw Hoog edel„ heeden, dezelven met de eerste geleegen„ heid te willen laaten aanreekenen. Ook schijnt een abuis plaats gehad te heb „ben omtrend de lantaren hoorens, want bij de faktuur staan bekend 50: groote hoorens met het schip het Duifje aangebragt à ƒ 6: 5. 5 lantharenkovers uit den Bata„ viaschen voorraad mede â ƒ 6: 5:— doch hier zijn honderd hoorens uitgeleeverd en dus 45 meer, het schijnt dus dat dit een schrijffout bij de faktuur is en dat de laast partij ook 50 zijn moet, waarvoor ze dan ook bij de boeken met de faktuur prijs is in„ genoomen Met dit schip vertrekken negen Bede„ 5 12: vaartgangers waar van de naamlijst hier „nevens gaat, doch wij verzoeken de Ceilonsche Regeering dezelven, indien dit schip hier terug komt op het eerst vertrekkende te„ doen overgaan De partikuliere schepen, Neplunus en Javas welvaaren zijn den 1:e en 11:e de„ „cember hier aangekoomen, en den 8:e en 18:e verder naar Maskatte vertrokken § 16: Het is met grooten tegenzin dat wij bij deezen moeten bekend stellen, het wange„ „drag van den Luitenant ter Zee Iohan van Haeften, die op dit schip beschueiden is en zich genoegzaam van den dag af aan dat het zelve hier gekoomen is, Heets aan de wal opgehouden heeft, zonder bij ee„ 14. Het schip Middelwijk quam den 15: der laastgemelde maand mede van Ceilon met eenige goederen uit Europa met het schip Zeeland voor ons aangebragt, en zal volgens verzoek van de Ministers, met d' overige rijst en peper terug gezonden worden. Het Schiepr de Praak is den 21:e November Jongstl: van Kolombo aangekomen, en den 18:e december daar aan weder derwaards vertrokken, met 81: last rijst, 18: last tarwe en 660'000: lb peper nevens 97: korsies koe„ 13: „nige § 11: 5 15: huiden 720 eenige kommissie van ontvangen of afleeveringe van lading gebruikt te zijn geduurende sijn verblijf in de stad vielen er krachts baldaadigheeden voor, waarvan mers bevoorens niets gehoord had onder anderen wierden in zeekere nagt eenige Lantarens van de stad stukkend geslaagen, op verscheidene duuren geklopt enz: en hoe wel de deesternis der Nacht deeze baldaadig„ heeden begunstigde, zoo waaren echter sterke vermoedens dat de Luitenant van Haeften daar aan deel gehad had, want hij was niet alleen dien avond vroolijk ge„ „weest, maar ook toen de lantaarens ingeslaa„ gen waaren, daaromtrend gezien; doch wijl de fiskaal geen volkomen bewijzen kost inwinnen: zoo is er geen onderzoek na gedaan en van Haeften daarover ook noit aangesprooken Doch eenige dagen daarna wierd de Goe„ „verneur verwittigd, dat van Haeften trouwen wilde met zeekere weduwe van den overleedenen Burger Coenraads, eene vrouw van geringe afkomst en zonder middelen, die daar en boven bij het leeven van haar eersten Man, een heel slechten naam gehad had. om hem aftehouden van een huwelijk, het welk notoir tot zijn verderf en tot spijl en verdriet van zijne familie moest strekken, liet de Goeverneur hem door den Kapitain Levien belasten zich naar zijn schip te begeeven en toen van Haeften zich aan d' orders van zijnen Kapitain niet stoorde liet de Goeverneur hem zulx des anderen mor „gens vroeg, door den Adjudant Rose nader ordonneeren. van Haeften ging daarop snamid „dags wel naar boord; maar quam ook dienzelfden avond weder aan de wal, weshalven hem door den Adjudant het arrest aan de Hoofdwacht uit naa„ „me van den goeverneur geordonneerd wierd, doch hij weigerde volstrekt te obidieeren, zeggende tegen den Adju „dant levendig krijgd gij mij niet uit de kamer maar wel bij stukken en brok „ken, § 21: D' Adjudant wilde toen een patrouille het haalen 17: 5 18: 320: 519 721 haalen doch de Luitenant ter Zee van 't schip Middelwijk Johannes Kornelis van Bommel, die zich toen bij van Haeften bevond, liep hem achterna, en Zeide dat hij met geen gewapend volk moest komen, alzo van Haeften een desperaat Mensch was zijn pis„ „tool met twee kogels gelaaden en zijn Zijdgeweer Klaar gelegd had, en hij ried den Adjuctant, om noch eens terug te gaan en tezien hem met goede in arrest te krijgen. § 22: De Adjustant ging dus met gem: van Bom „mel weder waar hem toe, en vond hem met het pistool in d' eene mitsgaders den degen in d' andere hand; gem: Adsuctant zoo wel als de voornoemde luitenant van Bommel deeden toen hun best, om hem over te haalen dat hij zich in arrest mogt begeeven, doch hij weigerde dit volstrekt onder het uiter van de voorige bravades De Goeverneur gaf daarop nader order 23: hem met gewaapende Manschap te arres„ „teeren en daartoe des noods zoo veel geweld te gebruiken als noodig zijn zoude de or„ „ders van 't Goevernement te doen obidieeren, =doch van Haeften hier van door den Luitenant Paradis onderricht weezende, begaf zich eindelijk naar de Hoofwacht en in arrest, waarin hij Ieder gehouden is niet alleen tot een welverdiende straffe van zijne wederspannigheid en daadelijke opposietsie tegen de orders van het Goeverne„ „ment welke zonder tegenspraak een vrij ernstigere korreksie verdiend had, maar voornaamlijk om hem en inzonderheid de familie voor de gevolgen van eene mes alliance te bewaaren. Eenige dagen voor 't vertrek van 't schip liet de Goeverneur hem zeggen, dat hij eenige zaaken te verrichten hebbende, iemand bij zich kost laaten komen; hij verzocht daar op eerst den Equipasiemeester van Blankenberg en daar na den onder„ „koopman Cellarius, doch drong alleen op zijn ontslag aan, het geen hem afge„ „staagen wierd, Doch dierzzelfdens avond tusschen agt en negen §24: 525:
English
722 nine he had found means to slip out of detention, but this being discovered some time afterward, he was searched for by patrols and finally, at the exit of the Bronkstraat, cornered in such a manner that no better way out was left for him than to return to detention. § 26: In order to spare the detainee in his erroneous passions as much as possible, the Governor had no other inquiry made into this case than solely against the soldier who had stood guard before the detainee's room, and who was punished for his dereliction of duty with the gauntlet. § 27: Although the detainee, through this breach of detention, doubly deserved to be put in irons or kept in the so-called dark hole; the Governor, nevertheless out of consideration, chose the mildest manner and ordered that henceforth a guard should be placed with him in the room and a second before the same, as also took place. § 28: But on the evening of the 14th, the boldness of the detainee went so far that he undertook to break out by force; to that end, he kicked the guard inside the room to the side and rushed out the door, where he was stopped by the second guard and overpowered by the guard personnel and brought back into detention, and he was, by order of the first signatory, locked in the dark hole and remained locked up until his departure. § 29: We attach hereto the depositions taken regarding this and further documents according to a separate register, and trust that your High Excellencies will be fully convinced by this brief account and more extensively by the documents, that the frequently mentioned van Haeften brought upon himself the harsh treatment about which he so greatly complains at his last interrogation of the 16th of this month, through his disobedience and violent opposition, as well as through the breach of the detention itself; and even 723 deserved to be punished considerably more severely for it. § 30: But the Governor, who in all this intended nothing other than to preserve him from the ruinous consequences of such an ill-advised and for him unbecoming marriage, and to save the family from the shame arising therefrom, regarded his detention at the same time as a sufficient punishment for his disobedience, and thus handed him over to Captain Levien with a military escort, with orders to keep the same on board until the anchor is weighed, and subsequently to take care that the frequently mentioned van Haeften, whose desperate character has made itself sufficiently known on this occasion, does not venture some desperate leap or other to get ashore again. § 31: Herewith we commend your High Excellencies and the important interests of the Company to God's protection, and remain with all respect and loyalty (was signed) High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord and Noble Rigorous Lords! Your High Excellencies' humble and faithful servants (was signed) G: P: van Angelbeek, R: van Harn, P: G: Gebhard, P: L: van Spall, J: A: Cellarius, Adriaan Poolvliet, and G: A. Scheidz; in the margin Colombo, the 18th of January 1787. Batavia As before 1: Because it will still take some days before our Annual Description, with the books and papers belonging thereto, can be brought into such a state as to present them to your High Excellencies: we will not detain thereafter the ship Middelwijk, which has already lain here longer than we had thought, but let the same proceed beforehand to 726 § 11: ship, in order to take in the timber and all further requested goods simultaneously, and additionally to load for the Principal Place also the further coir, which would otherwise have to remain lying over, upon which we still await an answer during the writing of this: Upon a submitted petition of Captain Kornelis De Klerk, inserted in the resolution of the 28th of December last, a new main topgallant sail was supplied to the ship instead of the one that became unserviceable on the voyage from Colombo to this place; also the boat was caulked and various small repairs were done, along with two months' wages paid to the crew. § 12: Also, according to the resolution of the 20th of this month, a heavy anchor and coir rope had to be supplied to it instead of the one that was lost on this roadstead while weighing the same, as appears from the sworn statement of the ship's officers. The master of the equipage was thereupon ordered to have the lost anchor fished for, but has up to now not found the same. § 15: The findings regarding the delivered cargo of this ship are inserted in our resolution of the 20th of this month in extract herewith. § 13: From this ship, in the night between the 27th and 28th of January, a boatswain's mate, an under-cooper, and four sailors deserted with the jolly boat of the ship; whereupon we immediately requested both the King of Travancore and the English Resident at Anjengo to extradite the same to us if they had fled thither. § 14: But from both we have received as answer that they were not heard of there, and since then we have heard from native vessels that they fled to the north and thus probably took refuge with the Nawab at Calicut.
Dutch transcription
722 negen had hij middel gevonden, uit het arrest le ontslippen, doch dit eenigen tijd daarna ontdekt zijnde, werd hij door Patrouilles op„ „gezocht en eindelijk, bij het uitkoomen van de bronkstraat zoodanig bezet dat er voor hem geen beetere uitweg overschoot, dan zich wederom in arrest te begeeven §26: De Goeverneur liet om den Arrestant in zijne dwaale driften zoo veel mogelijk te schoonen, van dit geval geen andere informaatsie neemen dan alleen teegen den soldaat die voor des Arrestants Ka„ „mer schildwacht gestaan had en over zijn plicht verzuim met de spitsgarde afgestraft § 27: Hoewel de Arrestant door deeze vrolaatsie vanrt arrest dubbeld verdiend had in de ijzers geslooten of in het zoo genaamde don„ „ker gat bewaard te worden; zoo heeft de Goevernoer noch al uit Konsideraatie de zachtste wijze gekozen en gelast dat voor„ „taand een schildwacht bij hem in de Kamer en een tweede voor dezelve geplaatst wor den zoude, gelijk ook geschied is. § 28: Doch den 14:e Savonds ging de stoutmoedig „heid van den Arrestant Zoo ver, dat hij on„ „dernam met geweld uit te breeken, tot „dat einde schopte hij de schildwacht bin„ „nen in de Kamer op zijde en vloog de deur uit daar hij door de tweede schild„ „wacht tegen gehouden en door het wachts volk overweldigd en weer in arrest gebragt wierd en Ieder is hij ter order van den Eerstgeteekenden in het donker gaat ge „slooten en tot zijn vertrek toegebleeven, §29. wij voegen de daar over ingewonne ver„ „klaaringen en verdere stukken volgens een apart register hiernevens, en vertrou„ „wen, dat uw Hoogedelheeden door dit kort verhaal en breeder door de stukken ten vollen zullen overtuigd worden, dat meermelde van Haeften zich de harde behandeling waarover hij zich bij zijn laaste verhoor van den 16:e dezer zoo zeer beklaagd, door zijne ongehoorzaamheid en gewelddaadige tegenkanting mits„ jaders door het violeeren van 't arrest zelve op den hals gehaald heeft; en zelfs Doch 6 verdiend is 723 verdiend had, daar over vrij zwaarder, ge„ „straft te worden §: 30: Doch de Goeverneur die bij dit alles niets anders bedoeld heeft, dan hem voor de de ruineuse gevolgen van zulk een onbe „raaden en voor hem onbeztaamlijk huwlijk ende familie voor de daaruit voortkoomende schande te bewaaren, heeft zijn arrest teffens als eene voldoende straffe voor zijne ongehoorzaamheid aangemerkt en hem dus met een mi „litaire Kommando aan Kapitain Levien overgegeeven, Met last het„ „zelve zoo lange aan boord te houden, tot dat het anker te huis is en vervol„ „gens te zorgen, dat meermelde van Haeften wiens desperact Karakter zich bij deeze geleegenheid genoeg heeft doen kennen, niet d'een of and „re quaade sprong waage, om wede„ rom aan de wal tekoomen §31: Hiermeede beveelen wij uw Hoog edelheeden en de wigtige belange der Maartschappije in Gods bescher„ Batavia Aar als vooren 1: Wijl het noch eenige dagen zal aanloopen eer onze Jaarlijxe Beschrijving, met de daar toe gehoorende Boeken en papieren in dient staat kunnen gebragt worden om ze aan uw Hoogedelheeden aantebieden: zoo willen wij het schip Middelwijk het welk hier reets langer geleegen heeft dan wij gedacht hadden daarna niet ophou„ „den, maar laaten hetzelve voor af naar „ming en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond Hoogedele, Groot achtbaare, wijdgebiedende Heer en weledele gestrenge Heeren! uwer Hoogedelheeden onderdaanige en getrouwe Dienaaren (:was geteekend) G: P: van Angelbeek, R: van Harn P: G Gebhard P: L: van Spall: J: A: Cellarius Adriaan Pool, „vliet en G: A. Scheidz:/ inmarsine Roethiem den 18:e Januarij 1787. . „ming Kolombo 726 schiep geeischt, om dezelve in teffens de houtwerken en alle verdere geeischte goederen inteneemen en daarbij voor de Hoofdplaats ook de verdere Kaier te laaden, die anders zoude moe„ „ten overliggen blijven, waarop wij onder t schrijven deezes noch antwoord ver„ „wachten: Op een ingediend verzoek schrift van den Kapitain Kornelis De Klerk geinsereerd ter resoluutsie van den 28:e december Jleeden, is aan het schip een nieuw groot bramzeil verstrekt in steede van het op de reize van Kolombo naar her„ „waards onbequaam geraakte, ook is de schuit gekalfaat en d een en andere geringe reparaatsie gedaan mitsga„ dert twee maande gasie aan d' Equipa„ sie verstrekt. § 12: Ook heeft daar aan volgens resoluitsie van den 20:e deezer een Zwaar Anker en kaiertouw moeten verstrekt worden in steede van het geen bij 't winden van hetzelve op deeze rheede verlooren §15. De bevinding op de uitgeleeverde laa „ding van dit schip is geinsereerd bij onze resoluutsie van den 20: deezer in extrakt is, blijkens beeedigde verklaaring van de scheeps officieren. De Equipasiemeet„ „ster is daarop gelast naar het verlooren Anker te laaten visschen, doch heeft tot nu toe hetzelve niet opgedaan §13: van dit schip zijn snachts tusschen den 27: en 28ste Januari een Bootsmansmaat, een onder Kuiper en vier Mattroozen met de gol van 't schip gedeserteerd; waar op wij ten eersten zoo wel den Koning van Trevankoor als den Engelschen Resident -te Ansjengo verzocht hebben, dezelven indien zij daarna toegevlucht waaren, „aan ons uit te leeveren §. 14: Doch van beide hebben wij tot antwoord bekoomen, dat zij daar niet vernoomen waaren, en Zeder hebben wij van Jnland„ „sche vaartuigen gehoord, dat zij naar de Noord gevlucht en dus waarschijnlijk bij den Nabab te Kalikut ter houw gekoo„ „men zijn is hiernevens § 11:
English
727 accompanying this, whereby the permitted shortages on the iron and nails brought from Batavia have been written off, while regarding a few bombs that were found with holes and flaws, we have decided to use them in the annual exercise of the Artillery. Section 16: On the copper and pig lead received at Kolombo from the ship Zeeland, as well as on the brandy, gin, linseed oil and olive oil, bacon and meat, the permitted shortages have also been written off; but regarding 43 bottles of sack wine that were broken out of 250 bottles, we believed we had to take into consideration that the three cases in which they were enclosed were received at Kolombo from the ship Zeeland without opening, and were loaded again as such into Middelwijk, so that the authorities could suffice with delivering the cases undamaged, wherefore we have passed them for writing off, along with some 1 piece of bolt-rope of 3 thumbs 110 fathoms 1 piece of bolt-rope of 2½ thumbs 110 fathoms 1 piece of bolt-rope of 2¼ thumbs 110 fathoms 1 piece of bolt-rope of 2 thumbs 110 fathoms 2 pieces of bolt-rope of 1¾ thumbs 110 fathoms 2 pieces of bolt-rope of 1½ thumbs 110 fathoms 3 sounding lines of 18 threads 70 fathoms 2 sounding lines of 15 threads 70 fathoms minor goods for the armory, Artillery and Equipment Yard, also shipped off at Kolombo in the same manner and found spoiled here, just as we have also decided to have 650 ells of old sails discarded, which were found rotten and completely unusable; furthermore, a bolt-rope barrel known on the Kolombo bill of lading as No 2, in which 7 pieces of lines and 10 bundles of marline were supposed to be, was not received here, and on the other hand, another bolt-rope barrel marked No 1 was delivered here, which is not known on that bill of lading, in which 728 6 lines of 12 threads 50 fathoms 7 lines of 9 threads 50 fathoms were found, and since all of the bolt-ropes and marlines mentioned in both barrels were allocated to us according to the homeland invoice: we have thus had the contents received in barrel No 1 taken in according to the homeland invoice and the non-received 7 pieces of lines and 10 bundles of marline that should have been in barrel No 2, but were not received here, charged to Kolombo, and the Ministers there, who had also already partially discovered this error and addressed us concerning this by letter of the 1st of this month, were circumstantially elucidated about this with the transmission of an extract from this our resolution and the findings inserted therein. Section 17: In this ship we have shipped off For Batavia fifty chests with wax candles, two chests with medicines, 225 can 16 duil salted coir two small boxes with sample cardamom some unusable goods further mentioned in the bill of lading. For Kolombo. 2 chests with medicines 13 lasts and 681 lb of rice, 16 lasts and 1975 lb of wheat, 7 lasts and 1976 lb of katjang, 130570 lb of pepper, 21 corges of raw hides, 500 lb of sandalwood, 2000 lb of candles, 1880 lb of raw wax, and furthermore 41000 rupees in one chest. Section 18: With this ship we have granted transport to two pilgrims named Abdul Rachman and Lebe Achmat, who went with a passport in the year 1780 from Batavia via Soeratte to Mocha and have now returned here. Section 19: Herewith we commend your Right Noble Honors and the important interests of the Company to God's protection and remain with all respect and fidelity /:was underwritten:/ Right Noble, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord and Well-Noble Rigorous Lords, Your Right Noble Honors' humble and faithful servants /was signed/ J: G: van Angelbeek, P. G. Gebhard, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, W: van Haeften, Adriaan Poolvliet, and J:n A:s Scheids. / In the margin /: Koetsiem the 25th February 1787. Agreed Arnold Lunel First Clerk 729 J. Swabe D. Nagezie To His Right Nobility, The Right Noble, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the state of the free United Netherlands and its General Chartered East India Company Governor General, and The Well-Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Noble, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord, and Well-Noble Rigorous Lords The ship Sparenrijk destined for Soeratte having brought here on 22 January last P1: Receipt of the letter from Batavia, the letters and papers for our government, and in particular the and
Dutch transcription
727 hiernevens gaande, waarbij de gepermit „teerde minderheeden op de van Batavia aangebragte ijzer en spijkers gepasseerd zijn, terwijl wij nopens eenige weinige bommen, die met gaaten en gallen be„ „vonden zijn, beslooten hebben, dezelven bij de Jaarlijxe excercietsie van de Arthillerij te gebruiken § 16: op het te kolombo uit het schip Zeeland ont vangene Koper en Zeuglood, als mede op de Brandewijn, genever, lijn oli en olijven olie, spek en vleesch, zyn de Gepermitteerde minderheeden mede gepasseerd, doch no„ „pens 43: bottels sekwijn die op 250: bottels ge„ „brooken waaren, hebben wij vermeend temoe„ „ten in aanmerking neemen, dat de drie kas „sen, waarin dezelven zijn beslooten ge„ „weest, te kolombo van het schip Zeeland zonder te openen ontvangen, en weeder zoodanig in Middelwijk gelaaden zijn, dus de overheeden volstaan konden met de Kassen onbeschaadigd over te leeveren, weshalven wij dezelven ter af„ „schrijving gepasseerd hebben, nevens eeni„ 1: p:s lijk â 3: d=m 110: vaam 1: „ „ „ 2½. „ 110: d=o 1: „ „ „ 2¼ „ 110: d=o 1: „ „ „ 2: -. „ 110:. . . „ 2: „ „ „ 1:¾: „ 110: 2: „ „ „ 1: ½: „ 110: 3: loodlijnen â 18: draats 70: vaam 2: _=o „ 15. _=o 70: _=o „ge geringe goedertjes voor de wapenka„ „mer, Arthillerij en Equipasie- werf me„ de op dezelve wijze te Kolombo afgeschreept en hier bedorven bevonden, gelijk wij ook noch beslooten hebben 650: ellen oude Zeilen te laaten wegwerpen, die verzot en ten eenemaal onbequaam bevonden zyn; voorts is een Lijkvat bij het kolombosche Rognossement met N:o 2: bekend staande waarin 7: p:s lijnen en 10:- bossen Marlijn zijn moesten, hier niet ontvangen en daar en teegen is hier een ander Lijkvat N:o 1: ge„ „merkt uitgeleeverd, het welk bij dat Rognossement niet bekend staat, waar „ge 6: lynen in „ „ 728 6: lijnen â 12: draats 50 vaam 7: _=o „ 9: _=o 50: d=o gevonden zijn, en vermits alle de zijner Lijken, Marlijnen in beide vaten ver„ „meldt volgens de vaderlandsche fak„ „tuur ons toegedeeld waaren: zoo hebben wij het ontvangene in het vat N=o 1: vol„ „gens de vaderlandsche faktuur laaten inneemen ende niet ontvangen 7 p:s lijnen en 10: bossen marlijn die in het vat N:o 2: moesten weezen, doch hier niet ontvangen zijn, naar Kolombo aan„ „gereekend en de Ministers aldaar die dit abuis ook reets gedeeltelijk ont„ „dekt en ons daar over bij brief van den 1:=ste dezer onderhouden hebben, hier omtrend omstandig geëlucideerd onder toezending van een extrakt uit dee„ „ze onze resoluuitsie ende daar bij geinsereerde bevinding §17: In dit schip hebben wij afgescheept Voor Batavia vijftig kisten met waxkaarsen, twee kisten met Medikamenten, 225: Kan 16: eenige onbequaame goederen nader bij het Rognossement vermeld. voor Kolombo. 2: kisten met Medikamenten 13: Lasten en 681: lb: rijst, do „ 1975. „ Jarwe, do „ 1976: „ Katjang, 130570: lb: peper, 21: Korgies Roehuiden, 500: lb: sandelhout, 2000: „ kaarsen, 1880: „ ruw wax, en voorts 41000: ropijen in eens Kist. § 18: Met dit schip hebben wij transport verleend aan twee Bedevaartgangers met naamen Abdul Rachman en Lebe Achmat, die met een paspoort in het Jaar 1780: van Batavia over Coeratte naar Mocha gegaan en thans alhier terug gekoomen zijn. § 19: Hiermede beveelen wij uw Hoogedel „dijl gezoute Kaier twee Kasjes met monster Rardamom dijl „heeden en 7 heeden ende wigtige belangen der Maat „schappije in gods bescherming en blijven met alle eerbieden trouwe /:onderstond) Hoogedele, Groot achtbaare, wijd gebiedende Heer en weledele gestrenge Heeren uwer Hoogedel„ heeden onderdaanige en getrouwe Dienaaren /was geteekend/ J: G: van Angelbeek P G Gebhard I: L: van Spall. I: A: Cellarius w: van Haeften Adriaan Poolvliet, en J:n A:s Scheids. / in martine /: Koet„ „siem den 25:e Februari 1787. Akkozdeerd Arnold Lunel El klerk 729 J Swabe D Nagezie Aan zijn Hoogedelheid, Den Hoogedelen, Groot achtbaaren Wijd gebiedenden Heer M=r Willem Arnold Alting. wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroieerde Oostindische Kompanie Gouverneur Generaal, De weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jordien. Hoogedele, Groot achtbaare, wijdgebiedende Heer, en Weledele Gestrenge Heeren Het voor Soeratte bestemde Schip Sparenrijk op den 22. Januari Jongst„ „leeden hier aangebragt hebbende P1: De Brieven en Papieren ontvangt van den brief voor ons Goevernement, en inzonderheid Batavia, de ende
English
730 2: Expression of thanks for the approval of our proceedings. Unforeseen long stay of a crew of Moors at Ceylon; care will be taken regarding that. Concerning the purchased cloves. The gift goods for the Nabob given to Travancore. For the State's squadron. Regarding beer and Madeira wine. With the highly esteemed Dispatch to your High Nobilities of 21 November of the previous year, with its enclosures, we shall begin our Annual Description with its respectful answer. First of all, we express our humble gratitude for the favorable approval of our proceedings of the past year and assure that we will comply with the attached remarks and granted orders with the utmost precision. § 3. When the ship De Batavier was dispatched from here last year with a crew of Moors, we could not foresee that it would be employed in the Ceylon Government for so long. § 4. This time, a crew has again been placed on the ship De Zeeuw to replace those who returned and were discharged, but in the future, whenever a ship with Moorish sailors departs via Ceylon in excess of the necessary crew, we shall warn the Ministers to transfer them to the first departing ship. § 7. The 12 lb of cloves for a gift to this prince in the year 1785, mentioned in the resolution of 13 September, had to be purchased because nothing of them was then in stock. § 5. For the State's Squadron under Commander van Braam, no English beer and no Madeira wine were purchased here, as nothing of the kind was to be obtained; the geese and ducks were purchased at the express request of the Ceylon Ministers by letter of 20 November 1785. § 6. The goods that had been purchased as a gift for the Nabob, but were not used for that purpose because he did not come to Calicut, later served as a gift to the King of Travancore during His Highness's presence here, of which a further report will be made in the continuation of this letter. 731 Malabar sample cardamom is being sent over. Concerning the price of powder sugar in the past year. About the Danish muskets. § 8. On your High Nobilities' order in § 18, we now send two small boxes with Malabar cardamom as samples of two kinds, marked Letter A and Letter B. The first kind, Letter A, grows in the country of the King of Kottayam, is round and dark or brownish in peel, and is the one of which the sample was sent to Europe last year; the second grows in the country of Travancore, is oblong and narrow, but white or straw-yellow in color, and the pit or kernel in which the spice actually consists is somewhat smaller but very fragrant. Of the first kind, one could obtain 1000 lb, and of the second 2000 lb per year, at one and a half or one and three-quarter rupees per pound. § 9. To our question to the Ministers at Ceylon whether they knew a better outlet for the remaining Danish muskets, they requested by letter of 17 May last to send them those that might not be found entirely unserviceable, and to deal with the rest as best we could. Consequently, they were inspected further by commissioned officers, who indicated in a written report that of the remaining 1574 pieces, 1320 pieces were found undamaged and thus serviceable, but the remaining 254 pieces were defective. The latter parcel has already been sold for the going rate, of which the report has not yet come in, and the others are to be sent to Colombo according to the desire of the Ceylon Ministers. § 10. We would gladly have bargained for more than 15 rupees per picul of powder sugar last year, had there been a chance to do so, but the merchants declared they could not give more for it, and this was also evident to us from the prices for which they sold it to the Bombaras recently. 732 § 11. And that unladen from the Surat ship. § 12. About the poor pepper supply. § 13. The Governor will make a separate report. Cardamom plant. § 11. That the sugar unladen from the Surat ship could fetch sixteen rupees is to be attributed to the great scarcity of the same at a time when the Bombaras had to leave, and we can assure your High Nobilities that our merchants gained very little or rather nothing on it. § 12. The remarks which your High Nobilities are pleased to make about the poor pepper delivery by the King of Travancore, we very readily concur with. We have also urged its improvement annually and employed for that purpose all means that appeared useful to us, without having accomplished it thereby. § 13. But since this also constituted a principal subject of the negotiations with this prince during his recent presence here, and especially with his Ministers after his departure, of which the undersigned Governor will have the honor to make a respectful report to your High Nobilities by a separate dispatch, we request to be permitted to refer thereto. § 14. The cardamom plants which the ship De Batavier took on here last year were nurtured for several months before shipment in the Governor's garden in well-tended, spacious tubs with rich and pure soil, and were delivered to Captain Laurits in a good, even luxuriant condition. § 15. Furthermore, once it has taken root, this plant is not so delicate that it cannot be easily transported with moderate supervision. § 16. In the upcoming rainy monsoon we shall again do our best to procure some plants and ship them well cared for; it will then depend on the good attentiveness on board to bring them over safely.
Dutch transcription
730 2: dank betuiging voor de goedkeu„ ring onzer verrigtiggen Onvoorziene lang verblijf van een ploegmooren te Ceilon daar omtrend zal zorg gedra„ gen worden aangaande de ingekochte nage de geschenk goederen voor den afgegeeven vóór slands esquader de zeer geëerde Missive aan uwe Hoog„ „edelheeden van den 21:e November des voort: Jaars met de bijlagen zullen wij onze Jaarlijxe Beschrijving met derzel„ „ver eerbiedige beantwoording beginnen. voor af betuigen wij onze ootmoedige dankbaarheid voor de gunstige appro„ „baatsie van onze voorjaarige verrich„ „tingen en verzeekeren dat wij de bijge „voegde aanmerkingen en verleende beveelen met de meeste nauwkeurig„ „heid zullen achtervolgen. §3. Toen het schip De Batavier voorl: Jaar van hier met eene ploeg Mooren gedepecheerd wierd, konden wij niet voorzien dat hetzelve in het Ceilonsche Goevernement zoo lange zoude geem„ „ploieerd worden. § 4. Ditmaal is op het schip De Zeeuw wederom eene ploeg geplaatst tot ver„ „vulling van de terug gekoomene en afgedankte, doch wij zullen in den aanstaande, wanneer een schip met Moorsche Matroozen boven de noodige § 7. de 12. lb garioffel nagelen tot geschenk aan deezen vorst in 't Jaar 1785: ver„ „meldt bij resoluuttie van den 13:e Sep¬ „tember hebben moeten ingekocht wor„ Equipasie over Ceilon vertrekt, de Minis„ „ters waarschuwen dat zij dezelven op het eerst vertrekkende schip doen overgaan § 5. voor stands Eskader onder den Heer kom„ nopens bier en maderawijn „mandeur van Braam, is hier geen En„ „gelsch bier en geene Madera wijn inge„ „kocht, wijl daar van niets te bekoomen was, de Ganzen en Eenden zijn inge„ „kocht op het expres verzoek van de Ceilonsche Ministers bij brief van den 20:e November 1785. 56. De Goederen die tot geschenk voor den Nabab zijn aan Trwanktoor Nabab ingekocht waaren, doch daar toe niet gebrukt zijn, door dien Hij niet te kalikut gekoomen is, hebben ze„ „der gediend tot geschenk aan den Ko„ „ning, van Jrevankoor bij zijn Hoog„ heids aanweezen alhier, waar van in t vervolg deezes nader verslag zal gedaan worden. Equipasie „den „len 731 damom gaat over nopens de prijs van de poeder sui ker in voorleedens Jaar „den om dat toen daar van niets in voor„ „raad was. 5 8. op uwer Hoogedelheeden bevel bij Mallabaarsche monster kar„ 518: Lenden wij thans twee kasjes met Malabaarsche Rardamom tot monsters van twee soorten gemerkt L:a: A en La: B: de eerste soort La A: valt in 't land van den Koning van Koethem, is rond en donker of buinachtig van Schille, en is de geene waar van het Monster voorts Jaar naar Europa gezonden is; de twee„ „de valt in 't land van Trevankoor is langwerpig en smal doch blank of stroo„ „geel van Kleur, ende pit of kern waar„ „in eigentlijk de specerij bestaat, valt wat kleener doch zeer geurig. — van de eerste soort zoude men 1000: lb: van de tweede 2000: lb: sjaars kunnen be„ „zongen tegen anderhalf of een en drie quart ropij, het pond. §9. op onze vraage aan de Ministers te over de Diensche geweeren Ceilon of zij met de ovrige Deensche geweeren een beeteren uitweg wisten, hebben dezelven bij brief van den 17:e Mai Jongstleeden verzocht, henl: de geenen die niet geheel onbruikbaar bevonden mogten worden toetezenden, en met de rest te handelen zoo als wij best kon„ „den, dien volgende zijn dezelven nader gevisiteerd door gekommitteerde officiers die bij een schriftelijk rapport aange „weezen hebben, dat van de restant geblee„ „vens 1574: p:s 1320: p:s onbeschaadigd, en in zo verbruikbaar, doch de ovrige 254 p:s de„ „fekt bevonden zijn, de laaste partij is reets voor het geldende verkocht, waar van het bericht noch niet ingekoomen is en d ovrigen saan volgens begeerte der Ceilonschen Ministers naar Kolom„ „bo gezonden teworden. 5 10. Gaarne hadden wij voorleeden Jaar meer dan 15: ropijen voor de pikol poe„ „ der suiker bedongen, indien 'er kans toegeweest waare, doch de Kooplieden betuigden daar niet meer voor te kun„ „nen geeven en dit is ons ook aan de prijzen gebleeken waar voor zij de„ „zelve aan de Bombaras verkocht Jongsleeden hebben 732 511. en die van het soeratsche schip geligte 512. over de steckte peper leverantsie 513. zal de Goeverneur apart verslag doen staan hebben Dat de uit het soeratsche Schip geligte suiker sestien ropijen heeft mogen gelden is toeteschrijven aan de groote schaars„ „heid van dezelve op een tijd dat de Bom„ „baras weg moesten en wij kunnen uw Hoogedelheeden verzeekeren dat onze Kooplieden daar heel weinig of liever niets opgewonnen hebben. De aanmerkingen die uwe Hoogedel„ „heedens over de slechte peper Liverantsie van den Koning van Crevankoor ge „lieven temaaken, stemmen wij zeer ge „reedelyk toe, wij hebben ook jaarlijk op deszelfs verbeetering aangedrongen en daar toe alle middelen die ons dienstig scheenen in 't werk gesteld zonder de „zelve daar door te weege gebragt tehebben Dan dewijl dit mede een voornaam onderwerp heeft uitgemaakt van de onderhandelingen met deezen worst, bij zijn Jongste aanweezen alhier en inzonderheid met zijne Ministers na zijn vertrek waar van de onder„ § 16. wij zullen in daanstaande regen mous te worden fors wederom ons best doen, eenige plan„ „ten te besachtigen en wel bezorgd af „scheepen het zal als dan van de goede oplet„ ze „tendheid aan boord afhangen om goed over„ „tebrengen. § 15. ook is deeze plant als ze eens wortel ge„ „schooten heeft, zoo teer niet of ze laat zich bij een maatig toezicht maklijk vervoeren geteekenden Goeverneur de eer zal hebben uwe Hoogedelheeden bij aparte schree„ „te Missive eerbiedig verslag te doen, zoo verzoeken wij ons daar aan te mo„ „gen gedraagen. § 14. De Kardamona Plantjes die het schip plant De Batavier hier voorl: jaar inge„ „noomen heeft, zijn eenige maanden lang voor den afscheep in 's goever„ „neurs tuin in welverzorgde ruime bakkers, met vette en zuivere aarde gekorsterd en in een goeden zelfs weel„ „drigen staat aan Kapitain Laurits afgegeeven. „geteekende nanrg 5
English
The debt of the Regentess of Cananoor. Obstacles regarding the charges. Concerning the costly repairs. Section 17. We shall do everything in our power to recover the aforementioned debt from the Regentess at Cananoor, but from the frivolous pretexts and evasions which she raises against this claim, and continually repeats notwithstanding our solid refutations, Your High Nobilities can easily foresee that we have little hope of succeeding therein. Meanwhile, it would be very much to be wished, Section 18. which causes to it, that this stumbling block, which presently noticeably hinders the correspondence and the trade with that trading town, could be cleared out of the way, for then there would still be a great deal of business to be done there. At least we presume that the merchants and even also the Bibi, who presently shun this place out of fear that they might suffer harassment on account of that debt, would then bring their cardamom and pepper, which they now sell to the Bombaras, to market here, where various products are produced which are eagerly sought and needed and now must be bought by them second-hand. Your High Nobilities' recommendation to avoid all major and costly repairs as long as one finds oneself in such a straitened condition, we shall dutifully observe. We ourselves are so greatly convinced of its necessity that we shall postpone our proposal for a heavy repair of Quilon, which certainly appears to be becoming necessary, to a more favorable moment. Section 20. That we continue to employ all efforts towards the reduction of the annual expenses, Your High Nobilities will find renewed telling proofs thereof in our statement of accounts. However, the same nevertheless run much higher than the reflections of the Honorable Ordinary Councillor Schreuder, Governor-General, and Your High Nobilities' dispositions thereon allow, and cannot, under present circumstances, be brought down to the sums fixed for that purpose, as the military department now costs more than twice as much in a year and, in our humble view, cannot be further reduced without exposing the entire office to a visible danger. Section 21. A considerable reduction of the expenses could, however, still be brought about in the interest charges which have burdened our statement of accounts annually by f 22270:1:8 since the war, whereas before the same they seldom exceeded f 2000. And the same would have already taken place for the greatest part at the closing of our latest books, if we had been permitted to apply the net remaining profits toward the redemption of the borrowed principal sums, instead of everything having had to be sent to Ceylon in order to keep that Government out of embarrassment, as we shall have occasion to demonstrate further in the sequel. Section 22. Concerning the demanded nutmegs and cloves. We were indeed aware that the crop of nutmegs at Banda has greatly diminished, but we had no clear idea of it so as to be able to determine our demands of mace and nutmegs accordingly. And as upon the drawing up of our last demand the remaining stock of cloves consisted of 69030 lb, to which 30,000 lb was newly demanded by us, we thought with our demand of 30,000 lb of nutmegs and 60 sockels of mace not to exceed the proportion that was prescribed to us in Your High Nobilities' missive of 9 July 1784. But being now further informed, we have, upon drawing up the demand now being transmitted, set only half of what we see a chance of selling in a year for the fixed high prices. Section 23. Regarding the provision of Sepoys. The recruitment of a company of young, clever Sepoys under a captain and other officers who have previously given satisfaction in the Company's service has been entrusted to the Commandant of Cranganore. And we do not doubt that he will succeed in the coming bad monsoon and enable us, with one of the first ships that depart in the autumn from Ceylon for the capital, to send over a fine company. And should we succeed in assembling half a company this spring and find an opportunity to convey the same immediately to Ceylon or also directly to the capital, we hope to do well if we send them in advance under the supervision of a capable officer. Section 24. Concerning the four pieces of rigging sent from here. Concerning the four pieces of Dutch rigging sent from here, which were found unserviceable upon delivery at Batavia, we demanded an explanation from the Master Attendant Van Blankenberg, which we have the honor to present herewith, wherein he makes known: 1st. The accounting regarding this. That these four pieces of rigging have lain here in the warehouse since the year 1778 for the service of incoming ships, but that the same found no employment during that time and could also not be sent back in the last years due to lack of opportunity on account of the war with England. 2nd. That he, the Master Attendant, out of apprehension that this cordage, which for the reasons aforesaid had to lie in the warehouse for six years through no fault of his own, might finally become unserviceable, had requested to be allowed to send the same back and to requisition an equal amount of new or fresh cordage in its place, but that at its dispatch it was not evident that it was already unserviceable. 3rd. That the assertion of Captain Jan Jansz. Louritz, that he gave notice thereof to him, the Master Attendant, and received in reply that the aforementioned rigging
Dutch transcription
733 de schuld van de Regentesse van Kananoor hinderrissen aangaande de lasten § 49: ropens de Mottbaare reparaathij in § 17. wij zullen al wat van ons afhangd in 't werk nichten, om de bewusten schuld van de Regentes te Kananoor inte palmen, doch uwe Hoogedelheeden kunnen uit de frivoole voorwendzels en uitvluchten die zij teegen deeze pretentsie maakt, en on„ „aangezien onze bondige wederleggingen geduurig herhaald, ligt voorzien dat wij weining hoop hebben van daar inteslaagen zeer waare het middelerwijle tewenschen 18. lve toebrengt dat deeze steen, des aanstoots die de kor„ „respondentsie, en den handel met die Koopstad thans merklijk verhinderd, uit den weg kost geruimd worden, want dan zoude daar meede noch al wat te doen vallen, althans wij veronderstellen dat de kooplieden en zelfs ook de Bibi die deeze plaats thans schuwen, uit vreeze dat zij over die schuld mogten last lijden haare kardaniom en peper die zij thans aan de Bombaras verkoopen, als dan hier zouden ter markt brengen, waar verscheidene produkten vallen die gariter getrokken en benoodigd zijn en „rui door henl: uit de tweede hand moe„ „ten gekocht worden uwer Hoogedelheeden rekomman„ „daatsie om alle Kapitaale en kostbaa„ „re reparaatsien te exkuseeren, zoo lan„ „ge men zich in zulk een bekrompen staat bevindt; zullen wij plichtschuldig observeeren, wij zelve zijn van haare noodzaaklijkheid zoo zeer overtuigd, dat wij onzen voorstel tot een zwaare repa„ raatsie van Koilang, die zeeker noodzaaklijk schijnt teworden tot een gunstiger tijdstip zullen uitstellen. §20. Dat wij alle pogingen tot verminde„ „ring van de Jaarlijxe lasten blijven aanwenden, daar van zullen uwe Hoogedelheeden op het nieuw spree„ „kende bewijzen bij onze staatreekening aantreffen, doch dezelven loopen niet te min noch veel hooger dan de bedenkingen van den Heer Raad ordinair Schreuder /: G: G: / en uwer Hoogedelheeden disposietsien op dezel„ „ven toelaaten en kunnen ook in„ nu de 734 voet niet khan worden gebracht waarom dezelven op den bepaalsen de tegenwoordige omstandigheedens tot de daar toe bepaalde sommen niet verme „derd worden, wijl het militaire depar „ment thans meer dan eens zoo veel in Jaar kost en naar ons gering inzient niet verder kan verminderd worden zonder het heele kantoor aan een Zicht „baar gevaar bloot te stellen §21. Eene merklijke vermindering van de lasten, zoude echter noch te wege tebren „gen zijn in de intressen die onze staat reekening zeder den oorlog Jaarlijx m ƒ22270. 1:8: bezwaaren daar ze voor den „zelven zelder boven ƒ2000: liepen en dezelve zoude ook reets bij 't sluiten van onze Jongste Boeken voor 't grootst gedeelte plaats gehad hebben; bij aldien wij de Zuivere overgeschootene winsten tot aflossing van de opgenoomene Kapi „taalen hadden mogen aanwenden in steede dat alles naar Ceilon heeft moeten gezonden worden, om dat Goever „nement buiten verleegenheid te houden, zoo als wij geleegenheid zullen hebben dit „ his in het vervolg nader te betoogen. § 22: wij hebben wel geweeten dat het gewas over des gerschte Nootenendtagelen van de Nooten Muskaaten te Banda„ veel verminderd is, doch daar van geen niet denkbeeld gehad, om onze eischen van Foeli en Nooten daarna te kunnen bepaalen en wijl bij het for„ „meeren van onzen laasten Eisch het restant der Nagelen in 69030: — lb bestond, waar bij door ons op t nieuw 30'000:—: lb: geeischt wierden, zoo meen„ „den wij met onzen Eisch van 30'000. lb Nooten en 60: sockels foeli niet buiten de proportsie tegaan, die ons bij uwer Hoogedelheeden Missive van den 9: Juli 1784. is voorgeschreeven: Doch thans nader onderricht zijnde, hebben wij bij het formeeren van den thans overgaanden Eisch maar de helfte gesteld van 't geen wij kans zien, in een Jaar voor de bepaalde hooge prijzen te verkoopen. § 23. Het aanwerven van een Komp: Jonge aangaande de besorging van Sipa sluixe Sipahis onder een Kapitain in en vervolg 735 vier stukken want van den Equipasie meester en verdere officieren bevoorens in skomp dienst genoegen gegeeven hebben, is aan den Kompandant van Kranganoor op gedraagen en wij twijfelen niet of hij zal in de aanstaande quaade Mousson reus„ „seeren en ons in staat stellen met een der eerste scheepen die in 't najaar van Ceilon naar de Hoofdplaats vertrekken een schoone Komp: overtezenden en bij aldien wij noch in dit voorjaar een halve komp: mogten bij malkander krij„ „gen en geleegenheid vinden, dezelve ten eersten naar Ceilon of ook direkt naar de Hoofdplaats te bezorgen: zoo hoopen wij wel te zullen doen als wij dezelve voor uit zenden onder opzicht van een bequaam officier. 5. 24. Nopens de van hier gezondene vier stuk„ Nopens de van hier verzondene „ Ren vaderlands want die bij de afleevering te Batavia onbequaam bevonden zijn, hebben wij aan den Equipasiemeester van Blankenberg bericht, gevordert het welk wij de eer hebben hier neevens aantebieden waar bij hij te kunnen geest: 3:/ Dat het voorgeeven van Kapitain Jan Jansz: Louritz dat hij aan hem Equipa„ „siemeester daar van kennis zoude gegeeven en daar op tot antwoord be„ „koomen hebben, dat het voorschreeve T:/ Dat deeze vier stukken want, Ieder het de verantwoording derweegens Jaar 1778. hier in het pakhuis hebben geleegen ten dienste van de invallen de scheepen, doch dat dezelven geduurende dien tijd geen emploi gevonden hebben en ook in de laaste Jaaren niet hebben hunnen terug gezonden worden, door gebrek aan geleegenheid wegens den oor„ „log met England 2:o Dat hij Equipasiemeester uit beduchting dat dit touwerk hetwelk om reeden voor„ „meld buiten zijne toedoen ses jaar in het pakhuis had moeten liggen, eindelijk onbequaam mogt worden verzocht had hetzelve terug te mogen zenden en zoo veel nieuw of versch in de plaats te eischen doch dat bij dies verzending niet gebleeken is, dat het reets onbequaam was Dat want vervolg vervolg
English
736 continuation Paragraph 25. conveyed to Your High Excellencies under the pretext that the rigging was sent for that reason, or because it was unfit, consists of pure untruth, and he, the Equipagemeester, also has no knowledge of the declaration of two officers to which Captain Louritz refers, for otherwise he would have requested a further inspection himself. 4th. That he, the Equipagemeester, instead of those four pieces of rigging, has placed four others on the requisition because these ought to be in stock here for the ships, but that it does not follow from this that those sent over were already rotten, as the return shipment took place out of apprehension that they might get into that state in time. We have found this justification to be of such a nature that we, in the session of the 20th of February last, decided in our Council to bring the same to the attention of Your High Excellencies and to intercede with the same on behalf of our Equipagemeester, in order to favorably excuse him from this compensation. Paragraph 26. Partly because it was not his fault that that rigging had to remain lying here for so long, on account of the war which deprived him of the opportunity to send it earlier. Paragraph 27. And partly because it had been the duty of Captain Lourits to give notice of this unfitness, which he professes to have known, to the Head Administrator or also to the Governor, whom he visited daily, whereupon an investigation could then have been conducted according to the custom of the Company. Paragraph 28. This would have been all the more necessary in the present case, because the decay of this cordage was caused not by neglect but by lying for a long time in time of war without anyone's fault or doing, 737 continuation and one thus ought to have tried all the more diligently to avert the damage thereof, or at least to lessen it, for which latter there would have been an opportunity here by selling the same to the bombaras or other vessels for the going rate, in which case at least something, and probably still a considerable penny, could have been made for it, whereas now through the fault of Captain Lourits everything is lost. Paragraph 29. Regarding the appointment of Scheids as pay bookkeeper. The Bookkeeper Scheids was already provisionally appointed to the office of Pay Bookkeeper on the 28th of July 1785, and the news of the promotion of the young Van Spall to junior merchant was received here only on the 3rd of March 1786; we have thus chosen from two Bookkeepers the eldest, who has served for over nine years as transfer clerk at the Trade Office and had acquired the necessary competence for that office there. Paragraph 30. But even had the promotion of the aforementioned Van Spall to junior merchant been known to us at that time, the appointment of the aforementioned Bookkeeper Scheids would nevertheless have been favored by Your High Excellencies' Resolution of the 30th of June 1766, whereby the election of Bookkeepers to Secretarial, Trade, and Pay offices with the passing over of junior merchants on the grounds of greater competence is permitted, of which we would have had to make use all the more necessarily at that time, as the pay transfer clerk was mortally ill at that time, as he has also since died, and it would thus have been far too much of a risk to entrust that Office to a young Junior Merchant, who, however good his will and endeavor to satisfy might have been, yet had had no opportunity to acquire the competence and experience necessary thereto. Paragraph 31. On the basis of Your High Excellencies' favorable qualification, 738 Appointment of Daniel van der Stoot as chief surgeon. the eldest Surgeon Daniel van der Stoot has been appointed as chief surgeon here in place of Dupuits, who has repatriated via Ceylon. Paragraph 32. Regarding the shares which the Governor is required to hold. Request of the Secunde to be excused therefrom. The Governor will provide himself with the shares in the Company which he must hold as Councillor of the Indies, but regarding the Office of the Secunde and Head Administrator, to which the qualification of senior merchant is attached, we take the liberty to point out that the income thereof is very limited and consists only of the share in the means of subsistence, which indeed suffices to live decently on with wife and children, but not to save much of it, wherefore it would be very burdensome to such an Official and sometimes beyond his means to procure for himself such a share, respectfully requesting therefore that this Official may remain exempt therefrom. Paragraph 33. Company's Hospital. Request for bedding for the sick and repair to that House. In compliance with Your High Excellencies' honored order by resolution of the 15th of August 1786, our Hospital has been inspected by the Outside Regents Gebhard and Van Blankenberg, who have reported in a written statement that the sick are well treated and that proper care is taken for their food, but that they are provided with no bedding and thus, in this respect, only have to make do. Paragraph 34. We have thereupon in our meeting of the 20th of February last decided to request Your High Excellencies, as we do hereby, henceforth to grant the Hospitalier six stuivers per month for bedding, as is done in the hospitals in the Ceylon Government, in order to provide the sick with cots, blankets, and pillows. Paragraph 35. And as the floor in the large Hall where the sick lie is too low, we also request qualification to have the same raised by one foot.
Dutch transcription
736 vervolg §25. voerd Hunne Hoogedelheeden onder het voggebragt Schooning kaar dienen want om die nreeden /: of wijl het onbe„ quaam was: / verzonden wierd, in loutere onwaarheid bestaat en hij Equipasiemeester ook geen kennis draagd van de verklaa „ring van twee officiers waar op Kapitain Lourtz: zich beroept, want dat hij an„ „ders zelve een nadere visitaatsie zoude Verzocht hebben 4:o / Dat hij Equipasiemeester in steede van die vier stukken want vier anderen op derd Eisch gesteld heeft om dat die hier voor de scheepen dienen in voorraad te zijn, doch dat daar uit niet volgd geweest dat de overgezondene reets verslikt, zijn door dien de terugzending geschied is. uit beduchting dat ze in der tijd in dien staat mogten geraaken. wij hebben deeze verantwoording van die natuur gevonden, dat wij ter sessie van den 20:e febr: Jongstleeden in onzen Raade beslooten hebben, dezelve onder het oog van uwe Hoog edelheeden te brengen en bij Hoogst „dezelven ten behoeve van onzen Equi„ 27. En anderendeels wijl het de plicht van Kapitain Lourits geweest was, van deeze onbequaamheid die hij be„ „kend geweeten te hebben aan den Hoofd „administrateur of ook aan den Goever„ „neur bij wien hij dagelijx quam ken„ „nis te geeven, als wanneer daarna volgens stijl van de komp: had kunnen onderzoek gedaan worden 528. Dit was in het tegenwoordigen geval te noodzaaklijker geweest, door dien ,het bederf aan dit touwerk niet door verwaarloozing maar door het lang leggen in den tijd van oorlog zonder iemands schuld of toedoen veroorzaakt „pasiemeester te intercedeeren, ten einde hem van deeze vergoeding gunstig vrij te kennen 526. eensdeels wijl het zijne schuld niet ge als preede wat tot zijne ver„„weest is, dat dat touwerk hier zoo lan„ „ge heeft moeten blijven liggen, wegens den oorlog die hem de geleegenheid be„ „nam het zelve vroeger op te zen„ den „pasiemeester ver 737 §: 29. over de aanstelling van scherifs tot soldij boekhouder vervolg is, en men dus het nadeel daarvan des te naarsliger had moeten trachten aflewen „den of ten minsten te verminderen, tot welk laaste hier zoude thans geweest zijn door het zelve aan de Bombaras of andere vaartuigen voor het geldende te verkoopen, wanneer er ten minsten iets en waarschijnlijk noch een aanmerk„ „lijke stuiver voor had kunnen gemaakt worden, daar nu door de schuld van Kapitain Lourits alles verlooren is. De Boekhouder Scheids is op den 28:e Juli 1785 reets provisioneel in het ampt van Soldij boekhouder gesteld ende tijding van de bevordering van den Jongen van Spall tot onderkoop„ „man is hier eerste den 3:e Maart 1786: ontvangen, wij hebben dus uit twee Boekhouders den oudsten gekoozen die ruim negen Jaar als overdraa„ „ger op 't Negootsie Kantoor gestaan en daar de noodige bequaamheid tot dat ampt verkreegen had. § 30. Maar al was ons diertijds de bevorde „ring van gem: van Spall tot onder„ „koopman bekend geweest: zoo zoude de aanstelling van gem: Boekhouder scheids nochtans gefavoriseerd geworden zijn, door uwer Hoogedelheeden Reso„ „luutsie van den 30 Juni 1766: waar bij de verkiezing van Boekhouders tot sekretarij-Negootsie en Soldij ampten met voorbij gaan van onderkooplieden uit hoofde van meeder bequaamheid word toegelaaten, waar van wij dier„ „tijds te noodzaaklijker zouden hebben moe„ „ten gebruik maaken, wijl de soldij over„ „draager dier tijds doodziek was gelijk hij ook Ieder overleeden is en het dus al te veel zoude gewaagd geweest zijn, dat Kantoor aan een Jongen Onder„ „koopman op te draagen, die hoe goed ook zijn wille en betrachting om te voldoen geweest waare, echter geene geleegenheid gehad had de daar toe noodige bequaamheid en ondervinding te verkrijgen. §31: uit hoofte van uwer Hoogedelheeden „ring gunstige 738 der stoot tot oppermeester verneur diend te hebben verzoek van den sekunde om daar van geexkuseerd te worden en reparaatsie aan dat Huis skomp=s Hospitaal aanstelling van Daniel van gurstige qualifikaatsie is de oudste Chi„ „rurgijn Daniel van der Stoot tot op„ „permeester alhier aangesteld in steede van Dupuits die over Ceilon gerepa„ „trieerd is. §32. De Goeverneur zal zich van de Aksien over de Aktien die den Heer Goe, in de Komp: voorzien, die hij als Raad van Jndien bezitten moet, doch nopent de Bediening van den sekunde en Hoofd „administrateur waar aan de Quali„ „tert van opperkoopman gehecht is, gebruiken wij de vrijheid aantewijzen „paald zijn en alleen bestaan in het aan„ „deel irst middel van bestaan, het welk wel toerikt om er met vrouw en kinde„ „ren fatzoenlijk van te leeven, doch niet om er veel van opteleggen, weshalven het zeer tot bezwaar van zulken Bediende en somtijds boven zijn vermogen zoude strekken, zich een dergelijke Aksie aanteschaffen, verzoekende mits dien eerbiedig dat deeze Bediende daar van moge beweijdt blijven. §33. pos naarkoming van uwer Hoogedel„ „heeden geeerde bevel bij resoluutsie van den 15. Aug=s 1786: is ons Hospitaal opgenoomen door den Buiten regenten Gebhard en van Blankenberg, die bij een schriftelijk bericht opgegeeven heb„ „ben, dat de zieken wel behandeld wor„ „den en dat voor hunne Kost behoorlijk gezorgd word, doch dat ze geen beegoed verstrekt krijgen en zich dus in dit op„ „zicht, slechts behelpen moeten. § 34. wij hebben hier op in onze bijeenkomst Hoogedelheeden te verzoeken, gelijk wij doen bij deezen aan den Hospitalier voortaan smaands ses stuivers voor bedde goed toeteleggen, zoo als in de hospitaalen in het Ceilonsche Goevernement geschied, ten einde de zieken van Radels, dee„ „kens en kussens te voorzien §35. En wijl de vloer in de groote Zaal daar de zieken liggen te laag is: zoo verzoe„ „ken wij mede qualifikaatsie dezel„ „ve een voet te laaten verhoogen dat de inkomsten van dezelve zeer be„ verzoek om bed goed voor de zeeken op den 20: febr: Jongstl: beslooten uwe Jn het 1
English
739 how one could enlarge the same, which can conveniently be done without moving the windows, and thus at most will cost a couple of hundred rupees. Paragraph 36. The board money of the military in this government is certainly very meager. The common soldier receives no more than 29 Indian stuivers; a corporal, for whom the considerations of the Ordinary Councillor Mr. Schreuder allocate 3 guilders Indian money in board money, enjoys only 1 guilder, 18 stuivers, 8 penningen, or one rupee and eight and a half stuivers, notwithstanding that the gunners receive two rupees, for which we do not know how to trace the reason. The sergeants enjoy 7 guilders, 13 stuivers, 8 penningen, or 5 rupees, 3 and a half stuivers. Paragraph 37. And since Your High Mightinesses are pleased to require from us a statement as to how far their board money and rations could be increased, and at the same time have granted them an additional ration of wine, butter, arrack, salt, pepper, and vinegar, whereby their living is already noticeably improved, we therefore judge that the sergeants can get by with their board money, but that the corporals may well enjoy the two rupees a month granted to them in the considerations, just as the gunners who are on equal footing with them actually do, and that the all too meager board money of the common soldier of only 29 stuivers may well be increased by 7 stuivers per month and thus set at six schellingen, the more so because everything here has become noticeably more expensive for some years past. Paragraph 38. The ration of butter, wine, arrack, and the remark regarding butter, wine, and so forth is certainly very advantageous for the men in places where they eat at a common table or with the mess-master; but here most of the non-commissioned officers and common soldiers are married, each keeping their own household, so that very few eat with the mess-master. Thus here the dispensing of the aforesaid rations would have to be done to each man separately, 740 which would not only be very cumbersome, but also not of so much use and service to the recipients as the monetary value in its stead. The butter produced here is better for daily use and costs less than the Dutch butter, which for that reason is only requisitioned in small quantities for arriving ships if they should be in need of it, and for other unforeseen contingencies; and poor non-commissioned officers and common soldiers burdened with wife and children would rather forgo the wine and arrack and prefer the monetary value, as being of better service to their household. Paragraph 39. Your High Mightinesses would thus noticeably increase the favor shown to our garrison by the addition of the said rations if Your High Mightinesses would be pleased to allow the value thereof to be dispensed in money, for which we hereby make a humble request. Paragraph 40. The attached report from our trade bookkeeper shows that these rations would amount in money to: for a sergeant: 1 rupee and 27 stuivers, for a corporal: 1 rupee and 6 and a half ditto, for a common soldier: 22 stuivers; for which, with the pleasure of Your High Mightinesses, the round sums of nine, six, and four schellingen could be dispensed under the general name of additional ration. Paragraph 41. Furthermore, we hereby present to Your High Mightinesses, besides the required report regarding the costs of the military uniforms, according to which the cloth uniform of the grenadiers costs 15 rupees, 8 stuivers for the sergeants, and for the corporals and common soldiers 11 rupees, 1 and a half stuivers, with which they can make do for two years, so that the uniform costs annually for the sergeants 7 rupees, 19 stuivers, and for the common soldiers 5 rupees, 15 stuivers, 3 and one-eighth penningen, which the Company pays according to what was communicated to Your High Mightinesses by general letter of 5 January 1779, whereby the Governor annually gives a pair of boots to each, costing 4 rupees.
Dutch transcription
739 hoe men het zelve zoude kunnen vermeerderen Atrakenz. het geen gevoeglijk geschieden kan, zon„ „der de vensters te verzetten en dus op zijn hoogst een paar honderd ropijen kosten zal. § 36. Het kostgeld der Militairen in dit Goe„ Ovorhieh, Kostgeld der Militairen „ vernement is zeeker heel gering, De ge „meene soldaat krijgt niet meer als 29: stuivers indisch, een Korporaal voor wien de bedenkingen van den Heer Raad ordi „nair Schreuder ƒ3: indisch geld aan kostgeld stellen, geniet maar ƒ 1: 18. 8. of een ropij en agt en een halve stuiver, niet tegenstaande de Kanoniers twee ropijen ontvangen, waar van wij de serjants genieeten ƒ 7:13: 8. of 5. rop: 3½ stuivers. §37. En wijl uw Hoogedelheeden van ons gelieven een opgave te vorderen tot hoe ver hun kostgeld en rantsoen zou„ de kunnen worden verhoogd, en ter zel„ ver tijd aan henl: nader rantsoen van wijn, boten, Arak, Zout peper en Azijn toegevoegd hebben waar door hun bestaan reets merklijk verbieterd word, zoo oorde § 38: Het rantsoen van boter, wijn, Arak en het volk op plaatzen, daar het zelve aan een gemeene tafel of bij den Bak„ „meester schaft, doch hier zijn de meeste onder officiers en Gemeenen getrouwd die ieder hunne eige menage doen, zoo dat bij den Bakmeester zeer weini„ „gen eeten, Dus zoude hier de verstrek„ „king van voorsz: rantsoenen aan ie„ der Man apart moeten geschieden reeden niet weeten optespeuren en de aanmerking omtrend boter wijn wesmeer is zeeker zeer voordeelig voor „len wij dat de serjants met hun kost geld kunnen toekoomen doch dat de Korporaals de here bij de Bedenkingen toegelegde twee ropijen smaands wel mogen genieten zoo als de Kanoniers die met henl: gelijk staan werklijk doen, en dat het alte geringe kostgeld van den gemeenen soldaat van maar 29: stuivers wel met 7: stuivers permaand verhoogd en dus op ses Schellingen gesteld mag worden, temeer wijl hier al„ „les zeder eenige Jaaren merklijk duur„ „der geworden is. „len het 740 dezelven zullen hen zoo wel als geld niet dien en instantsie die in geld te mogen verstrekken hoe veel die verstrekking aan geld zal bedraagen hoe vael de M hetwelk niet alleen heel omslagtig man ook voor de genieters niet van zoo veel nut en dienst zijn zoude als de gelds waarde in de plaats. De boter die hier valt, is tot dagelijks gebruik beeter en kost minder dan de hollandsche die daar om ook eenlijk in geringe quantiteit voor de invallende scheepen indien die or om verleegen zijn mogten, en voor andere on„ voorziene toevallen geeischt word en arme onderofficiers en Gemeenen die met vrouw „ren Kinderen belaaden zijn, zullen de wijn en Arak liever ontbeeren ende geled waarde prefereeren, als beeter in hunne huishouding te stade koomende 539 uwe Hoogedelheeden zouden dus de wel„ daad die aan ons garnisoen door de toelo „ge van gem: rantsoenen beweezen is merk„ „lijk vergrooten indien Hoogst dezelven de waarde daar van in geld wilden laaten verstrekken, waar toe wij bij deezen needrig verzoek doen. 540. Het nevensleggende bericht van onze Negoothie overdraager wijst aan dat §41: Voorts bieders wij uw Hoogedelheeden hier teering, nevens aan het gevorderde bericht, nopens de Kosten der militaire monteeringen, volgens hetzelve kost de Lakensche Montee„ „ring van de Granadiers voor de serjants rop:s 15:8. - en voor de Korporaals en ge„ „meenen rop: 11: 1½. waarmede ze twee Jaar toe kunnen, zoo dat de Monteering Jaarlijx kost voor de serjants rop: 7. 19. en voor de Gemeenen 5. 15. 3/1, hetwelk de Komp. betaald volgens het bedeelde aan uwe Hoogedelheeden bij gemeene brief van den 5: Januari 1779: waar bij de Goever„ „neur Jaarlijx een paar laarsen aan ieder geeft kostende rop: 4. deeze rantsoemen in sogeld bedraagen zouden, voor een serjant 1: ropij en 27. st=rs voor een Korporaal 1: ropij en 6½. d=o voor een Gemeene „22. —. „ waar voor met believen van uw Hoog edel„ „heeden de ronde sommen van negen ses en vier schellingen onder den Gemeenen naam van toegevoegd rantsoen zoude kunnen verstrekt worden. deeze Kost.
English
regarding the vessels that are useful here. Paragraph 42. The cloth uniform for the Tesseliers and Topasses, including the gaiters, costs for the sergeants 16 rupees 15 stivers for two, thus 8 rupees 7 ½ stivers for one year, and for the common soldiers 10 rupees 3 ½ stivers for two or 5 rupees 3 ¼ stivers for one year. Paragraph 43. The cloth uniform for the Easterners, which includes double undergarments of four linen jackets and trousers, costs for a sergeant 13 rupees 1 ½ stivers in two, thus 6 rupees 15 ¾ stivers in one year; for the common soldiers 10 rupees 15 ¾ stivers in two or 5 rupees 7 ⅜ stivers in one year. Paragraph 44. The Malabar Sipahis and lascars have uniforms of blue linen with red facings; those of the former, who are provided with caps and long trousers, cost 6 rupees annually, and those of the latter, with short trousers without caps, 4 rupees. Paragraph 45. Furthermore, we hereby present to Your High Excellencies the requested report from our Master of Equipage concerning the vessels deemed useful here for cruising, unloading, and loading, stating that the smalschip De Verwachting here can serve for the necessary cruising, and that the gamels and scows, which are used for unloading and loading, are very well suited for it and cause the least expense, and he therefore knows of no improvements to propose in that regard. Paragraph 46. The order of Your High Excellencies by minute resolution of October 2 to formulate a new defense plan puts us at a loss, because among us or among the other servants stationed here no one possesses such a thorough knowledge of war and military engineering, and even less military experience, as is required for this. What we are able to produce to fulfill this very salutary intention will at best consist of a simple description of the place and its environs, and of the available means for its defense, further including a statement of the defects that one believes to have discovered in the one and the other, and of the means to remedy them. The same is to be sent later. Congratulations on the promotion of the Honorable Gentlemen Von Sochum, Van der Beeke, Vermeulen, De Boek, and Greeve. Extract from the missive written by the Assembly of Seventeen to the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated November 5, 1785. Replied extracts from the Homeland Missive of November 5 and 23, 1785. Paragraph 47. But even this is already a very extensive work, wherefore we respectfully request Your High Excellencies to pardon our postponing it until the rainy season, when we will endeavor to accomplish it as best we can, and present it in the autumn with one of the Ceylon ships, at which time we will also comply with the further requirement of Your High Excellencies' minute resolution of the 3rd of that month concerning the reduction of the Civil Department. Paragraph 48. Having seen from the Homeland Missive of January 27, 1786, favorably sent to us, the promotion of the Honorable Mr. Von Sochum to Ordinary Councillor, and of the Gentlemen Van der Beeke, Vermeulen, De Boek, and Greeve to Extraordinary Councillors of the Indies, we take the liberty to humbly congratulate their Honors on this account and to wish them God's blessing upon the same and upon their weighty offices. Paragraph 49. Also considering the highly esteemed missives of Your High Excellencies and the annexes belonging thereto as answered herewith, we proceed to the answering of the Homeland extracts, for which much deliberation and assiduity are required. Section 389. In the General Letter of the previous year, Section 322, we expressed our confidence that Governor Van Angelbeek would continue carefully to observe the movements of the English and would employ all possible and suitable means to counteract the designs of that nation to expand its power more and more also on the coast of Malabar. It was therefore very pleasant for us to learn of this immediately from the subsequent letters read by us this year; and we regard as consequences thereof the measures of the said Governor to cause the Company to repossess Paponetty and Chettway, formerly wrested from it by the Nawab Hyder Ali. Section 390. Through the praiseworthy conduct of the Chief at Cranganore, the junior merchant Cellarius, the Company garrison having been drawn into those places immediately after they were abandoned by the Nawab's people upon the surrender of the fortress of Palicatterij to the English, that nation was hereby, as it seems, cut off from seizing the aforementioned places, and the English may also have been prevented thereby from carrying out their intention to restore the princes driven out by the Nawab in the Calicut and Kolattiri lands. Section 391. Time, however, must tell whether the ministers will be able to maintain themselves in possession of those places. Meanwhile, the letter from Tipu Sahib's Governor at Calicut, mentioned in the separate dispatch of the Governor of February 8, 1784, makes it evident. It certainly serves as comfort and encouragement to the first signatory that the Gentlemen Masters view his faithful intentions and efforts to reoccupy Chettway in a favorable light.
Dutch transcription
741 nopens de vaartuigen die hier dienstig zijn §42. De Laakensche Monteering voor de Te„ „seliers en toepassen kost met de slop koussen voor de Serjants rop: 16. 15. voor twee, dus rop: 8: 7. ½. voor een Jaar en van de gemeene rop 10.3½: voor twee of rop: 5. 3¼. voor een Jaar §43: De Laakensche Monteering aan de Ooster „lingen waar bij dubbelde ondermonteering van vier linne baatjes en broeken, kost voor een serjant 13: rop: 1½ st=e in twee, dus rop: 6: 15. ¾ in eentsaarken voor de gemeenen ropijen 10. 15. 3/4. in twee of rop: 5. 7 3/8: in een 546. De Malabaarsche Sipahis en stjegos hebben de Monteerings van blauw linnen met roode uitmonstering, die van d' eersten die Mutzen en lange broeken verstrekt krijgen kost Jaarlijx 6. ropijen en die van de laasten met korte broeken zon„ der Mutsen 4. ropyen. 545. voorts bieden wij uw Hoogedelheeden hiernevens aan het gevorderde be„ „richt van onzen Equipatiemeester, nopens de vaartuigen die hier dienstig geoordeeld worden tot de bekruissing en het lossen en laaden, behelzende dat het Smalschip de verwachting alhier, tot de noodige bekruissing dienen kan en dat de Gamels en schouwen waar van men zich tot het lossen en laaden bediend daartoe heel goed zijn en de minste kosten veroorzaaken en hij derhalven daar om„ „treord geene verbeeteringe weet optegeeren. §46: De order van uwe Hoogedelheeden bij wegens het nieuwe plan van desch„ notulair besluit van den 2:e oktober, om een nieuw plan van defensie te formee„ „ren, maakt ons verleegen, door dien „ and onder ons of onder de verdere hier beschei„ „dene Dienaaren zulk een Grondige krijgs„ „kunde en krijgsbouwkunde en noch minder militair ondervinding bezit als as hier toe vereischt word, het geen wij dus ter voldoening aan deeze Zeer keilzaame bedoeling vermogen zijn te presteeren, zal op zijn best bestaan in een Simpele beschrijving van de plaats en deszelfs en virons en van de aanhan„ „den zijnde middelen tot haare defen„ „sie, voorts in eene opgave der gebreeken en vervolg vor vervolg Jaar. „ 742 het zelve staat nader gezonden te worden gelukwensching over de promoot Rum van der Beeke vermeulen De Boek en Greeve, sche Extrakten die men in't een en ander vermeend te ontdekken en van de middelen om dezelven te verhelpen 547. Doch ook dit is reets een heel omslagtig wor word, weshalven wij uw Hoogedelheeden een biëdig verzoeken ten goeden te duiden, dat wij het zelve tot den regentijd toe uit„ „stellen, wanneer wij trachten zullen hetzelve zoo goed als ons doenlijk zijn zal te volbrengen en in 't najaar met een der Ceilonsche schepen voor te leggen waar wij teffens zullen voldoen aan het nader vereischte bij Hoogst derzelver notulair besluit van den 3: dier maand nopens de vermindering van het Cevile de partement 548. Uit de ons gunstig toegezondene Extrakt sie van de weledele Heeren vonstoc„ Patriasche Missive van 27:e Janu: 1786: gezien hebbende de promootsie van den Weledelen Heer Von Sochum tot Raad ordinair en van de Heeren van der Beeke, vermeulen, De Boek en Gree„ ve tot Raaden Extra ordinair van Jndie gebruiken wij de vrijheid hunne Edelen § 389: Bij, den Generaalen Brief van den voorleeden Jaare 5322. gaaven wij ons vertrouwen te kennen, dat de Heer Gouverneur van Angelbeek op de bewergin Extrakt à Extrakt uit de missive geschreeven door de vergadering van 17:e aan den Goeverneur Generaal en de Raa„ „den van Jndie te Batavia in dato 5:e November 1785. ~ Beantwoorde Extrakten uit Patriasche Missive van den 5:de en 23e November 1785. dezwegen needrig te felicitteren en Godes Zegen over dezelven en hunne wegtige Be„ „dienengen toetewenschen. §49. De Hooggeeerde Missives van uw HoogEdel„ „luulken en bijlagen hier meede voor beant„ „woordt houdende, laaten wij volgen de waar toe veel overleg en assiduiteit, vereisch vantwoording van de Patria, „heeden ende daar toe gehoorende Reso„ derwegen „gen 743 van den Eerstgeteekend en dat de Heeren gers tot het reokRupeeren van Settua in een gunstiglicht beschouwen: gen der Engelsche Zorgvuldig zou blijven betten en allemogelijke en gepaste middelen in het werk zou stellen tot teegengang der inzigten van die Natie om ook ter kuste van de Mallabaar haar vermogen meer en meer Het strekt zeekerlijk tot troost en opbeuring uittebreiden, 't was ons derhalven Meesters zijne getrouwe oogmerken en poogin, zeer aangenaam hetzelve daad„ „lijk te verneemen uit de nade„ „re brieven welken deezen Jaare door ons geleezen zynde; en wij beschouwen als gevolgen daar van de Maatregelen van gemelde Goeverneur om de Maatschappije weeder in bezit te doen neemen Paponetlij en Pettua, haar door den Nabab Hijder Alij voor heen ontweldigd § 390 Door het prijzelijk beleid van het opperhoofd te kranganoor den onderkoopman Cellarius Comp: bezetting en die plaatzen zijnde getrokken genoegzaam § 391: De tydt zal echter moeten lee„ „ren of de Minister zig in het bezit dier plaatzen zullen kun „nen handhaaven, De Brief intusschen van Tijpoe Saibs Goeverneur te Kalikoet ver„ „meld bij den aparte van den Goeverneur van 8: februarij 1784 onmiddelijk na dat dezelve op het overgaan der vesting Palli„ „catterij aan de Engelschen door het volk van den Nabab verlaa„ „ten waaren, is hier door naar het scheint aan die Natie de pas afgesneeden om zich van de voorsz: plaatzen meester te maaken, Ende Engelschen ook veelligt daar door belet zullen zijn geworden in de uitvoering van hun voorneemen om de verdreeve vorsten door den Na„ „bab in de Camorijnsche en Kolastriesche Landen te herstel„ onmiddelijk maakt „len
English
744 and also not succeed in the attempt to make a contract with the Nabab, regarding which the first undersigned refer to your High Mightinesses of 1786. good intentions. makes this rather questionable, and very fitting, therefore, in our view has been the care taken by the ministers to request from the Government of Ceylon as many troops as could safely be spared there, in order to be able, in case of need, to ward off the attacks of that Nabab, but principally also to add all the more force and emphasis thereby to the amicable negotiations with him. We must now await the outcome of the request we made in the separate letters of the 10th and 27th of September 1784, 30th of April 1785, and 18th of April, which the ministers have made to the Nabab toward concluding a contract of commerce with the same. Paragraph 392. We desire this all the more because we can very well agree with the remark of Mr. van Angelbeek, namely that Tipu Sultan, not being the Company's friend, will then be a dangerous enemy to the same. Paragraph 394. Concerning the King of Travancore and what the ministers should have to take into account with respect to him, we have already sufficiently declared ourselves in the general letter of last year, paragraph 327 and following; we shall therefore in this place solely express our expectation that the arrangements made by the ministers with the prince to determine the mutual rights of salvage will have had equity and the Company's interests as their foundation. Paragraph 393. Pleasant to us was the steadfast loyalty to the Company of the King of Cochin, and, referring to what we recommended with respect to him in the general letter of last year, paragraph 326, we fully approve of your instructions to advocate and promote the interests of that prince on all occasions on behalf of the Company with all gratitude and cordiality. This prince has persisted until now in his 745 These arrangements concern the wild southernmost sandspit, of which the inner side has been assigned to the Company and the outer side to the King of Cochin. The King of Travancore has, in his recent presence, promised to increase the delivery of pepper from now on. This remark is well-founded, and we wish to hope that he may keep his promise. Paragraph 395: According to their reports of the 31st of March 1783, it was due to the prince's small delivery of pepper that of this article, from mid-December 1781 to mid-December 1782, only 647556 pounds had been collected, and thus 376269 lb less than the year before, when this delivery likewise differed disadvantageously compared to that of the previous year. From what has since been reported by the ministers in their letters to you of the 29th of December 1783, however, one seems to be able to conclude that the aforesaid delivery increased again in the following year 1783. In the hope that the following advices will confirm the same, and referring to what was laid down in the general letter of last year, paragraph 332, we meanwhile approve the remark that you, the ministers, have made, namely that if the prince of Travancore were to refuse to fulfill his obligation on the matter of the pepper delivery, then the Company could not be required to provide the full delivery of the annual gifts to the amount of 4200 guilders. And we do not doubt that the said ministers will keep that remark in view. 746 Travancore would take the reduction of the annual gift very amiss. All the trouble that has been taken again this year to secure a parcel has been fruitless; Tipu transports a large part with his own ships and sells the rest to the Bombaras, but does not allow that any of it is sold to the Europeans. The Japanese bar copper has not risen in price since. The unpleasant times when one suffered a shortage of everything are past, and we hope henceforth to be provided with what is necessary, as has generally happened this year. Paragraph 396: We found very well-founded the reasons that moved them not to sell the stock of pepper amounting to 1400000 lb, but to send the same to the Netherlands with the Ceylon ships. Paragraph 397: And we are also entirely pleased with the ministers' efforts to secure a parcel of good cardamom; that which belongs to this article will be treated further as soon as a demand for return goods is formed from the Indies. Paragraph 398: Furthermore, we must rest upon the assurances of the ministers regarding the necessity in which they found themselves to make these and those rather expensive purchases, trusting that they will have observed frugality in that regard as far as has been possible for them. Paragraph 399: Concerning the sale, we saw with regret that our wish to see the prices of the Japanese bar copper increase again after the end of the war had still remained unfulfilled. The causes to which the ministers attribute the low prices of this article.
Dutch transcription
744 en ook niet slaagen in het toeleg om met den Nabab een kontrakt, te maaken, waar omtrend Eerst geteekenden aan uwe Hoog Edelheeden van 1786. gedraagen ne welmeenendheid. maakt dit vrij bedenkelijk en zeer gepast, is daarom in ons oog geweest der ministeren voor zorg om van de Ceilonsche Regeering zoo veel krijgsvolk te verzoeken als men aldaar met gerustheid zoude kunnen missen, ten einde des noods de aanvallen van dien Na„ „bab te kunnen afkeeren, doch voornaamlijk ook om hier door aan de minzaame on„ „derhandelingen met hem des te meerder kragt en nadruk bij tezetten. wij moeten als nu afwachten den uitslag van het aanzoek wij ons aan de aparte Schreete brieven van den t geen de ministers bij den den 10=e en 27e: Sept: 1784: 30: April 1785 en 18: April Nabab hebben gedaan tot het sluiten van een Contract van Commercie met denzel„ § 392. Wij verlangen hier naar te meer, om dat wij zeer wel § 394. over den Koning van Trevan„ „koor en 't geen de Ministers ten zijnen opzigte zouden moe kunnen toestemmen de aan„ „merking van den Heer van Angelbeek dat naamlijk Ti„ „poe Saib Comp:s vriend niet zijnde als dan een gevaarlijk vijand van dezelve zal weezen § 393. Aangenaam was ons de Htard Deeze vorst volhardt tot noch toe in zij „ vastige getrouwheid aan de Compagnie van den Koning van Cochim, en ons gedraa„ „gende aan het geen wij ten zijnen opzigten hebben aanbe „voolen bij den Generaale brief van den voorleeden Jaare 5326: keuren wij volkoomen goed uw aanschrijven om de belangen van dien vorst bij alle gelee„ „genheeden Comp:s weege met alle erkentenis en hartlijk, „heid voor te staan en te bevor„ Runen „ten „ven „deren 745 Deeze schikkingen betreffen den woesten Zuidlijksten zandhoek waar van de binnen Koning van Koetsiem toegeweezen is. De Koning van Trevankoor heeft bij zyn peper voortaan te zullen vermeerderen deeze aanmerking ingis is op zich grondt ens wij willens hoopen dat hij zijne belofte mo „ge gestand doen „ten in achtb: neemen, hebben wij ons reeds genoeg verklaard bij den generaalen brief van den voorleeden Jaare 5327. en volgenden: — wij zullen dus te deezer plaatze, eeniglijk onzes verwagting te kennen geeven dat de schikkingen welke door de Ministers met kant, aan de Komp: de buiten kant aan den den vorst ter bepaalinge van het wederzijdsche Strand„ „regt gemaakt zijn de billijk„ „heid en Comp:s belangen ten grondslage zullen gehad heb„ „ben § 395: Volgens hunne berichten van Jongste aanweezen beloofd de Leverantsie van den 31:e Maart 1783: was het door svorsten geringe Leverancie van Peeper dat er van dit Artikel Zee„ „dert medio. December 1781. tot Medio December 1782. maar ingezameld waaren 647556. Ponden en dus 376269. lb rge„ minder dan het Jaar te voo„ ren waanneer deeze leveran„ „cie met die van het voorige Jaar insgelijks ten nadeele verschilde, uit het geen echter door de Ministers zeedert bij hunne Letteren aan uE: van den 29:e December 1783: is ge„ „meld scheint men temogen be„ „sluiten dat voorzeide leverancie in 't volgende Jaar 1783. weder„ is toegenoomen. Jn hoope dat de volgende advie„ „sen het zelve zullen bevestigen en ons gedraagende aan het ter nedergestelde bij den Generaalen brief van den voorleede Jaar §332: keuren wij inmid„ „dels goed de aanmerking welke UE: de Ministers hebben voor„ „gehouden, dat naamlijk wan„ „neer de vorst van frevan„ Koor op het stuk der Peper leverancie weigerde zijne minder verpligting tan 746 van koor de vermindering van het Jaarlijx geschenk zeer euvel zoude opneemen Alle moeite die men dit Jaar weederom heeft is vruchtloos geweest, Tipoe vervoerd een Koopt de rest aan de Bombaras doch ver„ verkocht word Het Japansch staaf Koper is zeeder noch niet in prijs geriezen De ordaangenaame tijdees daar men aan alles ge van het noodige voorzien te worden gelijk dit Jaar doorgans geschied is. verpligting te volbrengen als dan van de Comp: niet gevergd doch het is te duchten dat de koning van T„ kan worden de volle afgaave der Jaarlijksche geschenken ten bedraagen van ƒ 4200. - En wij twijf„ „felen niet, of gemelde Ministers zullen die aanmerking in het § 396: zeer gegrond hebben wij gevon„ „den de reedenen welke hun hebben bewoogen om den voor„ „raad van Peper 1400000:— lb bedragende niet te verkoopen maar dezelve met de Ceilon„ sche schepen naar Nederland. tezenden. §397. En zijn ons meede alzins welge„ aangewendt om eene partij te bemachtigen vallig der Ministeren poogin„ groot gedeelte met eigene schepen en ver„gen ter bemagtiging van een staat, niet dat daar van aan de Europeeschen partij goede kardamom, zul„ „lende het geen tot dit artikel„ behoord nader worden verhal „deld zoo dra er weeder een Eisch van Retouren uit § 399: Den verkoop betreffende, zaa „gen wij met leetweezen, dat als nog was onvervuld geblee„ „ven onzen wensch om na het eindigen van den oorlog de Prijzen van het Japansch staafkoper weeder te zien toe „neemen. De oorzaaken aan welke de Ministers de laage prij„ zen van dit artikel toeschrij Jndie zal worden geformeerd 5398. Voorts moeten wij berusten brek leed, zijn voor bij en wij hoopen voortaan, in der Ministeren verzeeke„ „ringen weegens de noodzaak„ „lijkheid waarin dezelve zich 1 bevonden hebben tot het doen van deeze en geene vrij duu„ „re inkoopen vertrouwen-de, dat zij daar omtrent de spaar„ „zaamheid voor zoo ver dezel„ „ve hun mooglijk zal zijn ge„ „weest zullen hebben in acht genoomen. Jndie „ven ooghouden.
English
The sale of the same, however, in our humble opinion, ought to be kept moderately underway here for the reasons mentioned in the text. Paragraph 400. This we could not fathom; the market here in the west is certainly affected by the large importation, namely by the English, of European copper cast in bars, and especially also the prohibition by the English Government at Madras against the import of the same into the lands dominated by them. These circumstances are of such a nature that, regarding this matter, we seem at least for the present unable to expect much improvement. We see that Governor van Angelbeek, in his secret letter of 8 February 1784, proposed to Your Honour to proceed as soon as possible to a reduction of the selling price of this article, and this in order to prevent the native workmen from becoming too accustomed to working European copper and preferring it, which was currently sought after solely on account of the low price, over the Japanese copper. We judged that these reasons demand very much attention; and since the Ministers, in their demand for two times one hundred thousand pounds, requested that in case Your Honour could not proceed to any price reduction regarding that article, nothing of the same should then be sent, as it would have to remain unsold, we shall await your decision on that proposal. It appears to us meanwhile that, regarding the proposed price reduction, it should especially be taken into consideration how large the market for copper is throughout the whole of the Indies, and how much it is calculated that the English and other European nations import thereof annually; for if this latter occurs in a lesser quantity than the consumption amounts to, as we assume to be certain, then it follows from this in our opinion that the sale of Japanese bar copper on this coast at reduced prices could do very much harm to the prices that could otherwise still be stipulated at the remaining offices where this article is sold, whereas Your Honour may have been able to obtain more light on this matter since the re-establishment of the Company's trade in Bengal and on the Coromandel Coast. Paragraph 401. The representation of the Ministers concerning the sugar trade on this coast and its close connection with the sale of spices certainly deserves attention, and we would not be disinclined to think that nowadays it should also be taken into consideration whether the free navigation in the Eastern Seas granted to the English ought not especially to cause Your Honour to be mindful to make the navigation of that nation to Batavia decrease more and more, in order to also give them less cause for navigation in the Eastern Seas. To this end, in our opinion, the sending to the west of India of such articles to obtain which they previously sailed so heavily to Batavia could help very much; because if they then do not find the same at the capital, they will visit it less, and being able to obtain those articles in the west, they would probably confine their navigation more to that part of India. This time, twenty-four hands have again been sent to Batavia with the ship De Zeeuw. Paragraph 402. We shall very gladly learn your thoughts on this, as well as whether Your Honour has made use of the proposal of the Ministers to send over each time in the spring, with the last ship, sixty or seventy good native or Moorish sailors to man the ship that would be sent by Your Honour with sugar to this office. Paragraph 403. Still awaiting how the sale of the goods with the two Portuguese private ships Brioso and S:t Pedro de Alkantarra, mentioned more broadly under the previous section 5347, will have turned out, we refer for the rest to what was presented to Your Honour hereinbefore in paragraphs 153 to 155 regarding the arrangement on a uniform footing of all such documents as must be inserted in the letters that are dispatched to Your Honour; it being especially necessary with respect to this office that the returns of the sale are in such a form that one can see from them at a glance what the net and essential profits would be.
Dutch transcription
747 De verkoop van het zelve diend hier echter naar onze geringe gedachten maatig aan den gang gehouden te worden om de in„ den text vermelde reedenen 3400: Dit zouden wij niet kunnen uitvor„ „schen, het debkiet hier om de west is zeeker „ven den grooten aanbreng naam„ „lijk door de Engelschen van Euro„ „peesch koper in staafjes gegoo„ „ten en voornaamlijk ook het verbod van de Engelsche Regeering te Madras teegen den invoer van hetzelve in de door haar overheerde Lan„ „den dezelve zijn van dien aart dat wij daar omtrend im „mers voor eerst niet veel bee„ terschap scheinen te kunnen verwagten. Wij zien dat de Heer Goever„ „neur van Angelbeek bij zijnen secreeten brief van den 8:e februari 1784. uE: heeft voorgesteld om hoe eer„ zoo beeter overtegaan tot een vermindering van den ver„ „koops prijs van dit Artikel en zulks tot voorkoominge dat de Jrlandsche werklieden zich aan de verarbeiding van het Europ eesch Kooper niet te zeer gewenden en 't zelve 't geen thans eenig„ „lijk uit hoofde van den laagen prijs gezogt wierd booven het Japansche stelden. wij oordeelden dat deeze reede „nen zeer veel opmerking vor„ deren en daar de Ministers bij hunnen Eisch van Twee Maal Honderd Duizend Ponden verzogt hebben om ingeval uE: tot geene prijs ver„ „mindering omtrend dat arti„ „kel konden overgaan van het zelve als dan niets tezenden alzoo het onverkogt zou moeten blijven, zullen wij uw besluit op dien voordragt afwagten. Het komt ons intusschen voor, dat ten aanzien der voorgeslaagene prijs vermin dering vooral in overwee„ ging zou behooren te koo„ van „men heel groot. 748 meen groot zijnde dit een Artikel daar noch al het meest op gewonnen word men hoe groot het debiet is. doch de aanbreng uit Curopa is ook onge, van het koper door geheel Jndie en hoe veel men ree„ „kend; dat de Engelschen en andere Europeesche Natien daar van Jaarlijks aanbren „gen, immers dit laatste in een minder quantiteit ge„ „schieden de, dan het vertier bedraagt zoo als wij onderstel„ „len zeeker te zijn, dan volgt hier uit naar onze gedagten dat den verkoop van het Ja„ pansche Staafkoper ter diezer kuste tot verlaagde Prijzen zeer veel nadeel zou kunnen doen; aan die welke op de over „rige Kantooren alwaar dit artikel gesteeten word an„ „ders nog te bedingen zouden. zijn, terwijl uE hier omtrend zeedert de herstelling van Comp:s handel in bengaale en ter kuste van Chormandel meerder licht zullen hebben Kun „nen erlangen. §401: Het vertoog van de Minis„ „tert over den Zuiker handel ter deezer Kuste en deszelfs naauwe betrekking met het debiet der Specerijen verdient, zeekerlijk aandacht en zouden wij niet vreemd zijn van te denken, dat teegenwoodig hier bij meede in aanmerking behoord te koomen of niet de aan de Engelschen toegestaan vrije vaart in de Oostersche zeen uE: als nu vooral zal dienen bedagt te doen zijn om de vaart van die Natie op Batavia meer en meer te doen af „neemen ten einde dezelve ook mindere aanleiding te geeven tot die in de Oos„ tersche zeen Hier toe zal on„ „zes bedunkens veel kunnen helpen de verzending naar meerder de 749 Dimaal zijn wederom vier en twintig koppen met het schip De Zeeuw naar Battavia gezonden de west van Jndien van zulke Artikelen om welke te bekoomen door hun op Batavia voorheen zoo sterk gevaaren is, dewijl zij als dan dezelve ter hoofd plaatze niet vindende dezelve minder bezoeken en die Artikelen om de west kunnende bekoo„ „men hun vaart tot dat gedeelte van Jndie waar„ schijvelijk meer bepaalen zou„ §402: wij zullen uwe gedagten hier over zeer gaarne verneemen als meede, of door uE is gebruik gemaakt van het voorstel der Ministers om telkens in het voorjaar met het laaste schip zestig of zeeventig goede Jn„ landsche of Moorsche Mat„ „troosen overtezenden ter bemanning van het schip, dat door uE met suiker naar dit Kantoor gezonden zou worden. § 403: Als nog afwagtenitende hoeda„ „nig uitgevallen zal zijn, de ver„ „koop van de met de twee Por„ „tugeesche Partikuliere schee„ „pen Brioso en S:t Pedro de Alkantarra onder de voo„ „rige Matarie 5347: bree„ „der vermeld, gedraagen wij ons voor het overige aan het geen hier voor §153. â 155: uE: is voorgehouden, omtrent het doen inrichten op een egaalen voet van alle zulke stukken als welke in de brieven die aan uE: afgaan moeten wor„ „den Geinsereerd zijnde het vooral met opzigt tot dit Kan„ „toor noodzaaklijk dat de ren„ dementen van den verkoop zig indien vorm bevinden, dat uit dezelve met een op„ slag van het oog te zien is wel„ „ke de Zuivere en weezentlijke Zou winsten „den
English
For this there seems to be little opportunity or likelihood; last year the Governor encouraged two Surat merchants, who used to come here annually with native assortments, to bring some goods of the Company assortment, but they have not returned here since. When the war with England broke out, the garrison in this Government was 1276 men strong, and it was then increased to 3439 men, with which it was hoped to be in a state of defense, all the more because the King of Cochin had promised to assist us with a battalion of sepoys in the event of a siege. ...are profits that the Company obtained from its trade here, and thus it can be verified with accuracy and ease whether and to what extent they differ, for better or for worse, from those of other offices. Paragraph 404. We particularly look forward to the report that is to be given to you by Governor van Angelbeek in response to the inquiry made in your separate dispatch to him on 14 October 1783, namely whether there would be an opportunity at Cochin to procure the linens and other return goods whose collection formerly took place at Surat, as well as by what routes and at what prices, if Surat were to be abandoned, could be transferred to Cochin while enjoying the advantages that Surat has provided. The examination of that report will require the utmost attention, since we must also repeat here the urgent necessity, in view of the oppressive burdens under which the Company labors, of not maintaining any establishments that are not strictly necessary, and you will already have seen from the general letter of last year, paragraph 343, that the aforementioned question perfectly accords with our objective. Paragraph 405. In that same letter, paragraph 346, we also showed how to provide that the expenses of this factory in the then-following year...
Dutch transcription
750 rentsie te zijn de Goeverneur heeft voorl: Jaar met inlandsche sorteeringen plagten te koo„ men aangemoedigd eenige goederen van skomp:s Sorteering aan te brengen doch zijn zeeder niet weder hier gekoomen soen de oorlog met England uitborst was de sterk, den ze werd toen vermeerderd tot 3439: sipais in val wan beleegering te adsisteeren defensie te zijn, temeer wijl de Koning van winsten zijn die de Maatschap „pije met haaren handel alhier behaald, en overzulks met Jerist „heid en gemak nagegaan tan worden of en in hoe verre dezelve met die van andere Kantooren ten goede of ten kwaa de verschillen. wij verlangen vooral naar 5 404. het bezicht 't geen door den Heer Goeverneur van An„ „gelbeek aan uE: zal moeten worden gegeeven op de vraag bij uwe aparte missive aan hem Hier toe schijnt weinige geleegenheid of appa„ op den 14=den oktober 1783= ge„ twee soeratsche Kooplieden die hier Jaarlijx„ daan, of er naamlijk geleegen„ „heid zou zijn op Cochim te bemagtigen de Lijwaaten en andere retouren welker inzaam voor heen te Couratte geschieden mitsgaders langs welke weegen en tot wat prijzen wijders ook suratte eens mogt verlaaten naar Cochim zoude kunnen worden overgebragt onder het genot van de voordeelen die Suratte gegeeven heeft. Het onderzoek van dat bericht zal de aller uitterste oplettend„ p heid vorderen naar dien wij ook te deezer plaatze herhaa„ „len moeten de dringende nood„ „zaaklijkheid om aangezien de drukkende Lasten onder wel„ „ke de Maatschappije gebukt gaat, geen Etablissementen aantehouden, welke niet vol„ „strekt noodzzakelijk zijn, zullen„ „de uE uit den generaalen brief van den voorleeden Jaar §343. reeds gezien hebben, dat voorzeide vraag met ons oogmork„ volmaakt over eenstemt § 405: Bij dienzelfden Brief 5346. Roetsiem, beloofd had ons met een Battalijon Kantoor in het toen volgende Milietsie in dit Goevernement 1276. koppen liaten wij meede blijken wel„ nog hoe de handel zoo de Comp:s koppers waarmede men hoopte instaat van te voorzien dat de Lasten van dit naar doch Jaar
English
751 The secret resolution of 11 April. This expectation has therefore already been met, for the hoped-for improvement followed since the peace, and in the recently closed financial year, according to the account statement inserted hereafter and transmitted among the annexes, the charges were ƒ 267324:16:18 and the profits ƒ 500027:2:8, so that this office now has had a net surplus profit of ƒ 232702:—6. And it is doubly pleasant to us that this may now happen to fulfill the good expectation of Their Noble High Mightinesses. The grand and costly improvements which the ministers caused to be made to the fortress, combined with the substantial increase of the garrison, and the heavy and enormous expenses inevitably caused thereby, are given by them as the reasons for this so notable increase of the charges, and in so far as these were unavoidable, we can make no criticisms of them. It is nonetheless certain that if, through the restoration of peace, no improvement in the state of this office were brought about, the same, far from delivering to the Company those advantages which it so greatly needs to bear the Indian charges in the long run, would on the contrary serve as a burden to it. § 407. We therefore expect that your honors, together with the ministers, will leave nothing untried. 1782 and the secret letter of 1 May following can still testify with what timidity and reluctance, and with what a painful foreboding of the heavy and enormous costs, we decided upon those defense preparations. But when the English captured Calicut and made preparations so close in the neighborhood to besiege us with a considerable force, to which the King of Travancore would have had to provide his troops willy-nilly, while the King of Cochin needed his battalion himself to cover his lands, there was only one choice left for us: namely, either to expose the Company's possessions to the visible danger of losing everything, or by extraordinary efforts to preserve everything, but to sacrifice for that preservation a portion of the unavoidable expenses. We chose the latter, and consequently our militia was increased to 3500 heads, and in addition 3 captains, 3 captain-lieutenants, 7 lieutenants, and 15 ensigns were newly appointed. This naturally had to increase the expenses uncommonly. To this were added the improvements to the fortification works deemed necessary, which were important, and furthermore also the purchase of a large quantity of cattle and other provisions for an approaching siege, which subsequently had to be sold at a loss. It is easy to understand that the charges in that financial year had to rise uncommonly high, and in the financial year following that they ran even higher, namely to ƒ 704554:13:8, because the increased militia engaged in April 1782 was charged for only four months in the first financial year and for twelve months in the following. However, among these enormous charges were also included ƒ 100079:3:— for the cannons and ammunition that were brought onto the ramparts and into the covered way, and for firearms that were issued to the new battalions and which, according to the method customary at the time, were written off; however, since then, when both were returned to the administrations, they were taken back in and credited to previous years' charges in the books of the year 1783/4, whereby the account of charges spoken of here was thus seemingly enlarged. It is therefore comforting to us that the Lords Masters have viewed our good intention and the necessity forced upon us in their true and right light. We could not have thought that the same would have been decreased a year earlier; then we had not thought that the same would suddenly have climbed from an amount of ƒ 350839:10: to an amount of ƒ 613366:7:8, as shown under the last of August 1782. The profits and revenues in that same financial year having actually increased from ƒ 254148:4:8 to ƒ 392464:12:8, this can be of little avail to meet the aforementioned charges, so that the office, compared to the previous financial year, has fallen behind by as much as ƒ 124190:19:8.
Dutch transcription
751 De sekreete Resoluuttie van den 11: April aan deeze verwachting is dus reets voldaan want de gehoopte verbeetering is zeeder den vreede gevolgd en in het nugestootene Boek„ Jaar zijn volgens de hier na geinsereerde en onder de bijlaagen overgaande staat reekening - - .„ 500027: 2: 8: en de winsten. Zuivere overwinst gehad heeft thans gebeuren mag aan de goede verwach„ en het is ons, dubbeld aangenaam dat het ons heeft in hun waar en recht licht beschouwen, den en zoo dicht in de buurt toestelmaakten waar toe de Koning van Jrevankoor teegen wil„ le en dank zijne troepen mede zoude hebben kunnen denken dat dezelve in moeten geeven, terwijl de Koning van Koetsien zijn Battaljon ne zelve noodig had om zijne eens van een bedraagen van landen te dekken, toen was ter maar eene keuize voor ons ovrig teweeten uit menasie skomper ƒ 350839:10: zouden geklommen nies bezittingen aan het Zichtbaar gevaar van alles te verliezen bloot te stellen of door buiten zijn tot een bedraagen van ƒ613366. 8oen gewoone efforts alles te behouden, doch aan die behoudenis een gedeelte aan de daar toe onver 7: 8: zoo als dezelve zich onder mrijdelijke kosten op te offeren wij verkoozen het laaste en dienvolgende werd onze Milietsie ver„ ultimo Augustus 1782 vertoond. „meerderd tot 3500: - koppen en daar bij wierden nieuw aangesteld 3: kapitains, 3: kapitain Luiten, hebben „nants, 7: Luitenants en 15 vaandrigs, dit moest natuurlijker wijze de kosten ongemeen vergroo, De winsten en inkomsten in dat ten hier bij quamen de noodige geoordeelde ver„ beeteringen aan de fortifikaatsie werken die zelve boekjaar Regts vermeerderd important waaren en voorts ook noch de in„ koop van een menigte vee en andere behoef„ zynde van ƒ254. 148:4: 8: tot ƒ 392464:12:8: ten voor een aanstaande beleegering die zeeder met verlies moesten verkocht worden; Het is kan zulx weinig baaten om aan ligt nategaan dat de lasten in dat Boekjaar ongemeen hoog moesten rijzen en in het, voor zeide lasten te gemoet te Koo„ Boekjaar daar aan volgende, liepen ze noch hooger teweeten op ƒ704554:13:8, wijl de in „ men zulks het kantoor in ver„ April 1782. aangenoomene meerdere Milietsie in't eerste boekjaar maar voor vier maanden geleijking van het voorige boekjaar geniot opgebragt was en in 't volgende voor twaalf maanden, echter zijn onder deeze enorme wel ƒ124190: 19: 8: verachterd is lasten mede begreepen geweest ƒ100079:3:—. voor de Kanonsen ammonietsie die op den wallen en in den bedekten weg gebragt waa„ „ren en voor geweeren die aan de nieuwe battaljons verstrekt waaren en die volgens de toen gebruiklijke methode afgeschreeven wierden, doch zeeder toen het een en ander we„ „der in de administraatsies terug gebragt wierd weder ingenoomen en bij de boeken van A=o 178¾ op voorjaarige lasten ten goede gebragt zijn, waar meede de last reekening, waar van hier gesprooken word, dus in schijn zijn vergroot geweest §406. De Groote en Kostbaare verbeeterin„ 1782 en de sekreete brief van den 1: Maidaarjen die de Ministers aan de met welk eene beschroomdheid en tegenz vesting hebben laaten doen, ge„ doch toen de Engelschen Kalikut vermeester, Jaar eerder zouden zijn toe danga met welk een smertlijk voorge„voegd bij de aanzienlijke ver„ ons met een aanzienlijke macht te beleegeren afgenoomen; Dan wij hadden niet die daar door onvermeijdlijk veroorzaakt wier„ meerdering van 't garnisoen aan volgende, kunnen nu noch getuigen toeneemen der Lasten opgegee„ „ven en wij kunnen in zoo verre op dezelve als onvermei„ „delijk geweest zijnde geene aanmerkingen maaken Het is niet temin zeeker dat zoo door de herstelling der de Lasten. . . . . . ƒ267324:16: 18: vreede geene verbeetering in zoo dat dit Kantoor thans „ 232702: — 6: den staat van dit Kantoor teweeg gebragt wierd, het zelve wel verre van aan de Comp: die voordeelen uit te leeveren welke zij om de Indische Lasten op den duur te kunnen draagen zoo zeer behoefd in tegendeel voor haar „tot een bezwaar zou strekken. § 407. Wij verwagten derhalven dat uE: mitsgaders de Mi„ „nisters niets onbezogt wollen van de Zwaare en orme kosten „nen van dit zoo merklijk hebben. Het is derhalven voor ons troostlijk worden door hun als de reede„ den wij tot die aanstallen van defensie, beslooten Ja „voegd zullen dat de Heeren Meesters ons goede oogmerk en, de noodzaaklijkheid die ons dezelven afgeperst ting van Hunne weledele Hoog achtb: te vol„ 26
English
752 must attribute it to the calamities of the times. The remaining balance amounts to f 823063:14:8, and among this are f 64871:-:15: in Batavian merchandise, which, due to late arrival in the spring, could no longer be sold, and f 54341:15:8 in rice for Ceylon, which has since been dispatched, which two entries are thus to be regarded as accidental remnants. When we made this requisition, we had already received news of an armistice, but this was the actual reason why we requisitioned these artillery supplies; for during the war it would have been in vain to requisition them, because we had no warships to protect them and neutral vessels did not dare to transport them. We needed them, however, for a vigorous defense, and therefore requisitioned them under the favor of peace, in order to make use of them in the event of war. Section 410. Upon this, three eighteen-pounders, four twelve-pounders, two six-pounders, two three-pounders were fulfilled this year, as well as six mortars in kind, with a portion of the balls and bombs belonging thereto, and the remainder requisitioned we hope will be fulfilled by the goodness of Their Right Honorable Worships, as the defense of the place being urgently required will cause the aforesaid state account to acquire a better appearance. A well-ordered arrangement of the requisitions of merchandise will contribute very much to that so necessary end; above all, the ministers ought to be most strongly recommended to be steadily watchful regarding the reduction of the remaining balances, to the end that no goods whatsoever are retained uselessly. This we have constantly maintained, that the same until now could not be reduced, but with a prudent arrangement. Section 408. And however much those remaining balances under the last day of August 1782 were indeed reduced by a sum of f 40947.14.8 compared to those of the previous year, the principal of f 974536:-.-, which they amounted to under the first-mentioned date, is still of such importance that the same ought to undergo a further reduction as soon as possible. Section 409. We saw meanwhile with pleasure that Your Honors, after receiving the news of the peace, had left unfulfilled many demanded artillery goods on the requisition of the ministers that were indispensable only in time of war, while we assume that Your Honors will have been entirely certain that those goods could now be spared. Upon the requisition of the ministers for brass cannon mentioned in their letters to Your Honors of 29 October 1783, we have as yet taken no resolution, but will likely explain ourselves regarding it on a following occasion, 753 Regarding this, the first undersigned will have the honor to explain himself further in the new plan of defense which Your Honors requested by extract minutes of 12 October 1786, and which he hopes to provide in the autumn. Nothing will be lacking here in which case we will also do so with regard to their further requisitions. Section 411. Furthermore, we shall preferably not enter into an examination of the reasons cited by the ministers to demonstrate that the destruction by worms of the ten thousand pieces of cowhides, collected on a Ceylonese requisition, but which for lack of opportunity could not be sent thither, is not to be attributed to any neglect, in the expectation that the ministers will henceforth properly see to it that each of the subordinate servants performs his duty as required. Section 412. However much we also desire that now that peace is restored, the military force in this government, to which the ministers gave an extraordinary expansion on account of the war, be reduced again, and we have seen with pleasure that a beginning had immediately been made by them therewith, we cannot, however, regard it as other than prudent that Mr. van Angelbeek, in discharging the Irish troops, did not go further than to the number at which the garrison had been before the war with England, in order not to encourage Sultan Sahib, through too great a defenselessness, to the resumption 754 or continuation of acts of violence. And it appears to us that it will be safest to leave it to the judgment of the said Governor to regulate the strength of the garrison according to the circumstances in which the ministers will find themselves with respect to native affairs, while for the rest we abide by what has been said before in Section 305 and in the general letter of last year, Sections 348, 349, and 350. Extract to Extract from a further letter written by the assembly of the Gentlemen Seventeen to the Governor-General and Council of the Indies, at Batavia, dated 23 November 1785. Further serves etc. Abiding by our General Letter of the 5th of this month, containing our answer to the letters from all the offices of the Indies, drafted by the Gentlemen Commissioners at The Hague, subsequently resumed in our assembly and determined on the aforesaid date, and dispatched alongside this, we furthermore forward to Your Honors the orders and resolutions that we have thought fit to frame and take in this assembly, in order that Your Honors should act accordingly. similar reasons as those which prevented us in recent years from giving to Your Honors the usual
Dutch transcription
752 vs het aan de Kalimiteiten van den tijd toeschrij„ ren voldaan worden „gen ƒ 823063:14:8. en daar onder zijn ƒ 64871: die weegens den laaten aanbreng in t voorjaar niet meer kosten verkocht worden en ƒ54341:15: „ 8: aan rijst voor Ceilon die zeeder verzonden is, welke twee posten dus als toevallige restan„ ten aan te merken zijn. Toen wij deezen Eisch deeden hadden wij de geen oorlogs schepen hadden om te op zeste beschermen en neutraale schepen dezelven niet overvoeren durfden; wij hadden dezelve echter tot een vigoureuse defensie noodig en den, vreede om daar van en val van oorlog weest zijn dezelven te eischen door dien wij §410. Hier op zijn dit Jaar drie agttien ponders, drie ponders voldaan als meede ses Mortie voldaan worden als de defensie van de plaats noodzaaklijk vereischt wordende zullen laaten om voorzeide Staatreekening van een beeter aanzien te doen worden Een met een goed vooruit „„ven dat dezelven tot dus ver niet hebben kun„ der Eeischen van Koop,„schap man „pen, zal tot dat zoo noodzaak„ dan dit was de eigentlijke reede waarom wij De Restanten onder ulto Aug:s J:o bedraa„lijke einde zeer veel moeten duirende den oorlog zoude, het vergeefsch ge„ —15: aan Bataviasche Koopmanschappen, toebrengen, voor al behoord de ministers ten sterksten te zijn aanbevoolen om op de vermindering der restanten gebruik te kunnen maaken gestadig oplettende te weezen ten einde geene goederen hoe genaamd nutteloos worden aangehouden dit hebbend wij steets, bereverd doch met moet zigt gedaane inrechting 5408. En hoe zeer die restanten onder ultimo Aug:s 1782. wel ver„ „mindert zijn met een Som van ƒ 40947. 14. 8. in vergelij„ king van die van het voorige Jaar, is echter het Capitaal van ƒ 974536:—. – t geen de „zelve onder eerstgemelden datum bedraagen hebben, nog van dat aanbelang dat het zelve hoe eer zoo bieter eene verdere vermindering behoort te ondergaan §409: wij zagen inmiddels met genoe tijding van een waperstilsland reets ontvangen „ gen dat UE: na de bekoome deeze Artillerij behoeften, eischten; want ge„ tijding van de vreede veele gevorderde en alleenlijk in tijds van Oorlog onontbeerlijke, eischten ze dus onder de beguenstiging van Arthillerie goederen op der Mi„ „nisteren Eisch hadden onvol„ „daan gelaaten, terwijl wij on„ „derstellen dat uE: volkoome zeeker zullen zijn geweest, dat die goederen als nu kon„ „den gemist worden Op den Eisch der Ministe„ vier twaalf ponders, twee ses ponders, twee „ ren van Metaalkanon ver„ ren in soort, met een gedeelte van de daar „meld bij hunne letteren toe gehoorende Rogels en bommen en het ver„ der geeischte koopen wij dat door de goed„ aan uE: van den 29: 8ber: 1783: hebben wij als nog geen besluit genoomen maar zullen ons daar over heid van Hunne weledele Hoog Achtb: zal datum waarschynlijk 753 Hier omtrend zal de Eerstgeteekende de eer hebben zich nader te verklaaren bij het nieuwe plan van defensie het welke uwe tober 1786: /geëischt hebben en het welk hij in het najaar hoopt te besorgen Hier aan zal iet ontbreeken waarschijnlijk bij een volgende geleegenheid verklaaren in welk geval wij zulks meede zullen doen met opzigt tot hunne verdere Eisschen §411. Voorts zullen wij liefst niet treeden in een onderzoek van de reederen die door de Mi„ „nisters zijn aangehaald ten vertooge dat het door de wor„ „men vernield raaken van de Tien Duijzend stuks Koehuijden op een Ceilonsche Eisch, ingezaamele, doch welke bij gebrek aangelee„ „genheid derwaards niet had„ „den kunnen gezonden wor„ „den niet aan eenige achteloos„ heid is toeteschrijven in verwach„ „ting dat de Ministers voortaan behoorlijk zullen zorgen dat door elk der onder hoorige Bedienden desselfs pligt naar vereisch betracht worde. „ §412. Hoe zeer wij ook verlangen dat nu de vreede hersteld is, Hoogedele bij Extrakt notulen van den 12:e ok „ de Militaire magt ten dee„ „zen, Goevernemente aan wel„ „de Ministers om de wille „ke „ van den Oorlog een bui„ „ten gewoone uitgebreidheid hebben gegeeven weeder gere „duceerd worde, en wij met genoegen hebben gezien dat daar meede door hun daad„ „lijk een begin was gemaakt, kunnen wij echter niet anders dan als voorzichtig aanmer„ „ken dat de Heer van An„ „gelbeek met het afdanken der Jrilandsche troepen niet verder was gegaan dan tot het getal waar op het garni„ „soen voor den oorlog met England was geweest, ten einde Sultan Saib, door eene alte groote weerloos„ „heid tot de hervatting worde 754 of voortzetting van gewelde„ „warijen niet aantemoedigen: En het komt ons voor, dat vei„ „ligst zal weezen aan het oor„ „deel van gemelden Goever„ „nuur overtelaaten om de sterk „te van het Guarnisoen te ree„ „gelen naar maate van die omstandigheeden waarin de Ministers met opzigt tot de Jnlandsche zaaken zich be„ „vinden zullen terwijl we„ ons voor 't overige gedraagen aan het geen hier voor §305. en bij den Generaalen brief van den voorleeden Jaare § 348: 349: en 350: gezegd is. Extrakt à Extrakt uit een nadere Missive ge„ „schreeven door de vergadering van Heeren Zeeventienen aan den Goeverneur Generaal ende Raaden van Jndie, Wijders diend &=a zoortgelijke reedenen als die ons in de Jongste Jaaren ver„ „hinderd hebben aan UE: den ge gen Ons gedraagende aan onze Ge„ „neraale Missive van den 5: deezer, houdende ons ant„ woord op de Brieven van alle de Comptoiren van Jndie door Heeren Commissaris „sen in 's Hage ontworpen vervolgens in onze vergadering geresumeerd en op voormelden datum gearresteerd en nee„ „vens deeze afgaande zoo laa„ „ten wij UE: voorts toekoomen de ordres en Resolutien die wij hebben goedgevonden in deeze vergadering te stellen en te neemen ten einde uE: zich daar na zoude gedraa„ te Batavia in dato 23: Novem„ „ber 1785. te „woonen Sch
English
...applied effort was unable to obtain any cardamom from the Nabob's land, because he, having transported the largest portion with his ships to the opposite shore, sold the remainder to the Bombaras or Arabian merchants, to the exclusion of all European nations. The first-signed Governor has already given orders for the procurement of the ordinary demand of return cargo to be dispatched, which, being still applicable if not entirely, then at least for a large part, no such demand of return cargo has been drawn up by us this time. However, since we have judged once more that it might be of service to you as well as to the Ministers of Ceylon, Coromandel, Surat, and in Bengal, namely the quantity and sorts of linens that we would most desire from those offices with each ship; we send to you to that end the directions drawn up concerning this, in the expectation that the same will be utilized to the greatest advantage of the Company. Furthermore, following upon that which was written in our general letter of the 5th of November last, we have thought fit to mention here for your information that we have fixed the quantity of cardamom that can be sent to us annually at 2000 to 3000 pounds, and that at the utmost 50 to 60 stuivers per pound may be spent for it. At the table of our assembly, etc. Doubts having frequently arisen among us tending to the effect that the Governor General and Councillors of the Indies, as well as some of the high officials there, ought to be obliged to hold some share in the stock of the East India Company, it has, after mature consideration of that which ought to be taken into account by us in this matter, been approved that in the future the Lord Governor General must have in his name four parcels of shares, each of three thousand guilders old capital. The Lord Director General three such parcels of the same shares, the Lords Councillors of the Indies, both ordinary and extraordinary, two parcels, and senior merchants, as well as the Governors, Directors, or Commanders, the latter insofar as they shall be senior merchants, each one parcel of such shares. That those shares must be held in freehold ownership, without being allowed to be encumbered or pledged in any manner whatsoever; to which end, by and on behalf of the aforementioned senior merchants, Governors, Directors, or Commanders, such declaration must be delivered to you annually as is contained in the form which is annexed to this letter, and which declaration must also be made annually by the Governor General, the Director General, as well as the other members of the High Table, in order subsequently to cause the one and the other to be properly recorded in your Resolutions. We have further approved that this Resolution shall begin to take effect after the expiration of three years, or properly with the 1st of October 1788, so that after that time no one shall be appointed as Governor General, Director General, or Councillor of the Indies, whether ordinary or extraordinary, except under this condition: that he, in the aforementioned obtained capacity, whether of Governor General, Director General, or Councillor of the Indies, shall not be able to take a seat, nor also enjoy the salary and emoluments pertaining to those dignities, until after he shall have properly demonstrated to you that he has in his name as many shares as are determined herebefore; while also after the aforementioned time of the 1st of October 1788, no one shall be confirmed by us as Governor, Director, Commander (being at the same time a senior merchant), or senior merchant, until after we shall have seen that the same holds a parcel of shares in the manner as aforesaid. It goes without saying in the meantime, as we believe, that among the obligations mentioned herebefore are not included those who currently hold the dignities and posts mentioned herebefore, yet so that upon promotion they shall also be bound to that which is prescribed above. And we have approved that the Councillors ordinary and extraordinary who before the 1st of October 1788, and thus also those who shall be elected this year, shall not be permitted to take a seat in that capacity, nor also enjoy the salaries and emoluments pertaining thereto, until after they shall have properly bound themselves to provide themselves, as soon as possible and at the latest before the 1st of July 1789, with such parcels of shares as are determined herebefore, the same likewise taking place with respect to the Governor General and Director General in case one of these offices should fall vacant before the first of October 1788. Furthermore, we have understood that everyone who, on the footing as is said herebefore, shall be obliged to possess one or more shares, must have the same in his name with that Chamber for which he last sailed out; with the understanding nevertheless that, when such person, having last sailed out for one of the Chambers of the Southern or Northern Quarter, shall have been able properly to show that after all applied effort no share or shares were to be obtained at that Chamber, at such price for which the shares of the East India Company are sold at the same time in Amsterdam, the same in such case will be able to provide himself with one or more shares at one of the other Holland Chambers, etc. Finally, further under consideration by us...
Dutch transcription
755 wvenden moeite geen kardamom uit 's Na„ bij het grootst gedeelte met zijne schepen naar de overwal vervoerd en 't overige aan de Bombaras of Arabische Kooplieden verhoopt met uitsluiting van alle Europeesche Naatsien orders gegeeven tot het aanschaffen van de woonen Eisch van retouren te laaten afgaan zoo niet geheel ten minsten voor een groot gedeelte als nog plaats hebbende is ook ditmaal een zoodanige Eisch van retouren door ons niet opgemaakt. Daar wij egter nogmaals geoor„ „deeld hebben dat het zoo voor uE: als de Ministers van Ceilon, Chormandel, Souratte en in Bengaale van dienst zou kunnen zijn, teweeten de quantiteit en zoorten van Lij„ „waaten die wij van die Kanto„ de Eerstgeteekende Goeverneur heeft reets „ren met elk Schip het meest zouden verlangen; zenden wij tot dat einde aan uE: de deswege opgemaakte aanwij„ „zing in verwagting, dat van dezelve ten meesten voordeele van de Compagnie zal wor„ „den gebruik gemaakt. Wijders hebben wij goedgevonden Mirs heeft ditmaal ongeackt alle aange ten vervolge van het geschree„ babs land kunnen bemachtigen door dien „vene bij onze generaalen brief van den 5 November laastlee„ „den alhier ter uwer naricht temelden dat wij de hoeveel„ „heid van de Rardamom die Jaarlijks aan ons zal kunnen gezonden worden bepaald heb„ „ben op 2000: â 3000: Londen en dat daar voor uiterlijk 50: â: 60 stuivers het Pond zal mogen den besteedt Per tafel van onze vergadering &=a Meermaalen bij ons bedenke tkkie die hij als Raad van Jndien moet bezit,lijkheeden zynde voorgekoo „men daar heenen Strekkende dat de Goeverneur Generaal ende Raaden van Jndien mitsgaders eenige der hooge Amptenaaren aldaar ver„ „pligt behoorden te zijn in de ac„ „tien van de Oostjndische Comp: eenig aandeel te hebben is ten na 756 na rijpe overweeging van het geen in deezen bij ons in aan„ „merking behoorde te koomen goedgevonden, dat in het ver„ „volg de Heer Goeverneur Gene„ „raal op zijnen naam zal moe„ „ten hebben vier Parthijen Ak: „tien elk van Drie Duizend Guldens oud Capitaal. „De Heer Direkteur Generaal driegelijke Parthijen van de „zelve actien, de Heeren Raa„ „den van Indie zoo ordinair als Extra ordinair als Extrar di twee Parthijen ende opperkooplieden mitsgaders de Goeverneurs, Direkteurs of Commandeurs de laaste voor zoo ver dezelven opper„ „kooplieden zullen zijn elk een parthij van zoodanig Aktien. Dat die Actien zullen mo „ten worden bezeeten in vrijen eigendom zonder in eeniger handen maniere te„ „mogen zijn belast of verpand ten welken einde door en van weege voormelde opperkoop„ „lieden, Goeverneurs Dirck„ „teurs of Commandeurs aan UE: Jaarlijx zoodanige ver„ klaringe zal moeten worden bezorgd als begreepen staat in het formulier 't geen nee„ „vens deezen brief gevoegd. is en welke verklaaringe door den Goeverneur Gene „raal, den Directeur Gene„ „raal mitsgaders de verdere Leeden der Hoge tafel Jaar„ „lijx meede gedaan zal moeten worden om vervol„ „gens van het een en ander in uwe Resolutien be„ „hoorlijk te doen blijken wij hebben voorts goedge„ vonder dat deeze Resolu„ vrijen „tie 757 „tie zal beginnen te werken na verloop van drie Jaaren of eigentlijk met den 1: oktober 1788: invoegen dat na dien tijdt niemand tot Goeverneur Gene „raal, Directeur Generaal of Raad van Jndie het zij ordi „nair of Extra ordinair zal worden aangesteld dan onder deeze voorwaarde dat hij in de voorzeide verkreege hoeda„ nigheid t zij van Goeverneur Generaal Direkteur Gene„ „raal of Raad van Jndie gee„ „ne zittinge zal kunnen nee„ „men, nog ook het fracte„ „ment ende Emolumenten tot die waardigheeden staande genieten, dan na dat dezelve aan uE: behoorlijk zal hebben doen blijken, van op zijn naam zoo veel actien te hebben als hier voor bepaald zijn, ter„ wijl ook na de voorsz: tijdt van 1:e oktober 1788: niemand als Goeverneur, Direkteur Commandeur /: teffens opperkoop„ „man zijnde :/ of opperkoopman door ons zal worden bevestigd, dan na dat wij zullen hebben gezien dat dezelve invoege als voorzeid eene Parthij Ak„ „tien bezet. Het Spreekt ondertusschen zoo wij meenen van zelfs, dat onder de hier voorgemelde verpligtingen niet begreepen zijn die geenen welke teegen„ woordig de hier voorgemelde waardigheeden en Posten be„ „kleeden, zoo nogthans dat bij opklimming dezelve meede tot het geen voorschreeven is zullen gehouden zijn En hebben wij goedgevonden dat de Raaden ordinair en Extra ordinair die voor den 1:e oktober 1788: en dus van ook 758 5 ook die geenen welken deeze Jaars zullen worden verkoo„ „zen in die hoedanigheid niet zullen moogen zittinge neeme nog ook de daar toe staande tractementen en Emolumenten genieten, dan na dat zij behoo „lijk zich verbonden zullen heb„ „ben om zoo dra mooglijk en u „terlijk voor den 1:e Julij 1789: „zig van zoodanige Parthijen Aktien als hier voor bepaald zijn te voorzien, zullende het zelve ingelijker voege plaats hebben met opzicht, tot den Goeverneur Generaal Directeur Generaal in dien voor den Eersten oktober 1788: een van deeze ampten mogt open vallen. Voorts hebben wij begreepen dat een ieder die op den voet als hier voor gezegd is verpligt zal zijn, een of mee „der actie te bezitten, dezelve op zijn naam zal moeten heb¬ ben bij die Kamer voor welke Rijk laatst is uitgevaaren met dien verstande nagthans, dat wanneer zoodanig ermand t laatste voor eene der Kame„ ren van het zuider of Noor„ „der quartier zijnde uitgevaa„ „ren, behoorlijk zal hebben kun„ „nen aantoonen dat er na alle aangewende moeijte geene Aktie of Aktien op die kamer te bekoomen zyn ge„ weest, tot zodanige Krijze als waar voor de Aktien der oostind: Comp: ter zelfder, tijdt te Amsterdam verkogt worden, dezelve in zoodanig geval van een of meer Ak„ tien op eene der andere Hol„ „landsche Kameren zich zal kunnen voorzien e: Eindelijk nog bij ons in „der overweeging 335
English
759 and Head Administrator here very specifically upper merchant is certainly far too burdensome proceed to purchase such a share, we Your Honors respectfully to request this Masters to show so that this servant may be excused therefrom. 5 52: the ship Sparenrijk has gone to Surat has left some sick persons here However, taking into consideration the income of the second, is, so it would be for this servant which, how it could happen be and at times even beyond his means, that there in India among the offices we take the liberty therefore, your High to which the qualification to the Noble Highly Esteemed Lords of upper merchant is attached, this or that one were found the ship Middelwijk concerning which you judged that the obligation to have to possess a share would be far too burdensome for those who would be appointed to such posts: thus we wished to leave you the freedom in such a case to specify to us the offices with respect to which you would think that some exception ought to take place, the reasons on which your opinion is grounded having then also to be pointed out to us most clearly. Section 50: We begin our annual report with the main section of Ships and vessels. Section 51: All that concerns the ship Middelwijk has already been dealt with in our covering letter dispatched therewith on the 25th of February last, wherefore we only report regarding it that it departed the following day from here to Ceylon and was immediately lost from sight. The ship Sparenrijk mentioned at the beginning hereof continued its voyage to Surat on the 31st of January last, after it had been properly caulked at the request of Captain Hams. Section 53: Of the same, four Europeans remained here sick ashore, namely: Sijbrand Bleus, gunner's mate Menne Alberts, sailor Dirk van Meurs, ditto Willem Henrik Christoffel, ditto. pointed out and 2 3 760 Section 54. and sent, obtained in their place also were lent to the same drummer Repairs made to the costs incurred for the small vessel and five Malay sailors named: Anke Trona Kames Rasso Teja and Toriko; in return, four European sailors were placed back upon it, named: Ian Franciscus Zeedijk Barend Wilke Ian Lourens Wihander and Henrik Heene. Section 55: Also, at the request of the said Captain, a sailmaker and a drummer were lent thereto, the sailmaker Lourens Hansen and the drummer Domingo Riveiro, to serve thereon during the voyage to Surat and upon return to be delivered back here again. Section 56: Upon a report of the commissioners regarding the sailing and rowing vessels the condition of the Company's sailing and rowing vessels, inserted into our resolution of the 16th of August 1786, we decided to have all the defects found therein remedied, which according to the specification sent herewith among the appendices amounted together to f 2890:14:8. Pursuant to the note in our previous annual report of the 18th of April, Section 65 and 66, our small vessel De Verwachting has been repaired of all the heavy defects mentioned in the resolution of the 4th of February 1786, which together amounted to a sum of f 7112:14:8 or Rupees 5927:1/8, as is circumstantially shown in the abovementioned specification of the costs incurred for the repair of the vessels, thus 927 Rupees 6½ stivers more were expended thereon than we estimated in our aforesaid report, which was mainly caused by the fact that during the launch more heavy defects were discovered than could have been perceived during the inspection, especially at and near the bow where futtocks and Section 57: resolution planks 3 Cchs 761 good condition of the same Section 59 its departure to Ceylon 560. has returned and will be sent again to convey some goods to Ceylon arrival of the bark De Liefde 561: for its use a boat was purchased planks were rotten, which therefore all had to be renewed and for which much heavy timber was used. Section 58: However, in the rebuilding it also turned out so well that it is to be considered little less than new, wherefore we respectfully request to accept these extra costs favorably. We sent this vessel on the 12th of October 1786 to Colombo to convey our papers for the Netherlands for the first dispatch, and further wheat and some surplus provisions which came very handy at Ceylon for provisioning the ships. Since then it was used in that Government for various trips and recently, or on the 26th of February last, returned from there; and whereas we do not need the same in the bad monsoon, its return departure and Ceylon on the other hand is in want of sloops, and thus can make very useful use of it, we shall send it again to Colombo with a cargo of rice at the end of the good monsoon. For the service of this vessel we purchased a boat for one hundred and twenty Rupees, according to the resolution of the 7th of October 1786. 562: The bark De Liefde arrived on the 18th of February last from Colombo in order to collect as much of the goods requisitioned for the Ceylon Government as can be loaded therein; and since it is provided with a cargo port and can take in cargo within the river, we loaded therein the heavy beams and further a part of the gun-carriage cheeks and planks, besides various other supplies that were requisitioned for that Government, wherewith it is dispatched today to Colombo, this report of ours also being sent over with that small vessel to be delivered to the ship Middelwijk. the Purchase
Dutch transcription
759 en Hoofdadministrateur hier zeer bepaald opperkoopman is zeeker al te bezwaarende gen gaan zulk eene Aksie in te koopen wij Edelheeden eerbiedig te verzoeken dit Meesters te vertoonen ten einde die Be„ diende daar van geexkuseerd worde 5 52: het schip Sparenrijk is naar„ soeratte heeft eenige ziezen hier ge„ laaten Doch ^ wil het inkoomen van den sekunde overweeging genoomen zijnde is zoo zoude het voor deezen Toediende die, hoe het zou kunnen gebeuren zijn en Zomwijlen zelfs boven zijn vermo„ dat er in Jndie onder de be„ bedrijmpoedigen ons derhalven uwe Hoog dieningen waar toe de qua„ aan de Edele Hoog Achtbaare Heeren „liteit van opperkoopman staat deeze of geene gevon„ t schip Middelwijk „den wierden omtrend dewel„ „ke uE: oordeelden dat de ver„ „pligting om een Aktie te„ „moeten bezitten al te bezwaa„ „rende zoude zijn voor hun welke tot dergelijke Posten „zouden worden aangesteld: zoo hebben wij uE: vrijheid willen laaten om in zooda„ „nig geval ons de bedienin„ „gen optegeeven ten opzigte van dewelke uE: zouden meenen dat eenige uitzonde„ „ring behoorde plaats te heb„ „ben zullende als dan teffens de reedenen waar op uw: begrip is gegrond aan ons ten duidelijksten moeten worden aangeweezen §50: wij beginnen onze Jaarlijxe beschrijving met het hoofddeel van Schepen en vaartuigen §51: Al wat het schip Middelwijk be„ „trest, is reets bij onze daar meede afge„ „vaardigde geleide letteren van den 25. februari Hleeden verhandeld, wes„ „halven wij dien aangaande alleen melden dat hetzelve sdaags daar aan„ van hier naar Ceilon vertrokken en ten eersten uit het gezicht geraakt is. Het in den aanvange deezes gemelde Schip Sparenrijk heeft zijne reize naar soeratte den 31:' Januari Joleeden voortgezet, na dat hetzelve op 't ver„ „zoek van Kapitain Hams behoor„ „lijk gekalfaat was, §53: van hetzelve zijn hier ziek aan de wal verbleeven vier Europeezen als Sijbrand Bleus. konstabelsmaat Menne Alberts Mattroos do Dirk van Meurs Willem Henrik Christoffel. d„o aangeweezen en 2 3 760 § 54. en gezonden in paals gekree„ „gen ook zijn aan het zelve geleend „boer Gedaane reparaatsie aan het verontoste aan 't smalschip en vijf Malaitsche Mattroozen met naa „men Anke Trona Kames Rasso. Teja en Toriko daar en teegen zijn daar op weder ge„ „plaatst vier Europeesche Mattroozen met naamen Ian Franciscus Zeedijk Barend wilke Ian Lourens wihander en Henrik Heene §55: ook zijn op verzoek van gem: Kapi„ een Zeilmaaker eer een tan„ „ tain daar aan geleend de Zeilmaaker Lourens Hansen en den tamboer Domingo Riveiro, om geduurende de reize naar Soeratte daar op dienst te doen en bij terug komst weder hier afgegeeven teworden. § 56: op eens bericht van gekommitteerden no„ de zeil en vroewaartuigen „ pent de gesteldheid van 'SKomp:s Zeil en roevaartuigen geinsereerd bij onze reso„ licutsie van den 16:e Augustus 1786: hebben wij beslooten alle de daar aan gevondene gebreeken te laaten verhelpen, die volgens de Specifikaatsie onder de bijlaagen overgaan„ „de tezaamen bedraagen hebben ƒ 2890:14:8: Ingevolge het genoteerde bij onze voor Jaa„ „rige beschrijving van den 18:e April: §65: en 66: is ons smalschip de verwachting de van alle de bij resoluutsie van den 4de februari 1786: vermelde zwaare gebree„ „hebben „ken gerepareerd die tezaamen beloopen„ een somma van ƒ 7112:14:8: ofte Ropijen 5927:1/8: zoo als omstandig aangetoond is bij de boven gemelde Specifikaatsie van het veronkoste tot de reparaatsie der vaartuigen, dus daar aan 927: ropijen 6½ stuivers meerder veron„ „kost zijn dan wij bij voormelde onze beschrijving gegist hebben, het welk voornaamlijk veroorzaakt is, door dien bij 't afloopen meer zwaare ge„ „breeken ontdekt zijn, dan men bij de visitaatsie had kunnen ontwaaren voor„ „al aan en bij de boeg daar oplangers en §57: luutsie planken 3 Cchs 761 goede staat van het zelve §S. 59 zijn vertrek naar Ceilon 560. is terug gekoomen en zal weder gezonden worden om eenige goederen naar Ceelon over te brengen komste van de bark de liefde 561: tot zijn gebruik is een schuijt gekogt planken verrot waaren, die dus alle heb„ „bens moeten vernieuwd worden en waar veel zwaar hout toe verbruikt is. §58: Doch hetzelve is bij de vertimmering ook zoo wel uitgevallen dat het voor wei„ „rug minder dan nieuw te achten is, wes„ „halven wij eerbiedig verzoeken deeze meerdere kosten gunstig tewillen inschik„ wij hebben dit vaartuig den 12:e Oktober: 1786. naar Kolombo gezonden ter over„ „breng van onze papieren voor Nederland voor de eerste bezending en voorts van tarive en eenige overtollige provisien die te Ceilon tot de verstrekking aan de schepen zeer te pas gekoomen zijn, Zeder is hetzelve in dat Goevernement tot verscheidene tochten gebruikt en on„ „langs of den 26 febr: J=ol van daar terug gekoomen en vermits wij het zelve in de desselfs te rug vertrek quaade mousson niet noodig hebben en Ceilon daar en tegen om sloepen verlee„ „gen is, en dus daarvan een zeer nuttig gebruik maaken kan: zoo zullen wij hetzelve op 't einde van de Goede mous„ „son met een lading rijst weder naar Kolombo Zenden Ten dienste van dit vaartuig hebben wij een Schuit ingekocht voor een hon„ „derd en twintig ropijen, volgens reso„ „luuttie van den 7=de oktober 1786: 562: De bark de Liefde is den 18:e Febr: Jongstleeden van Kolombo gekoomen om de voor het Ceilonsche Goeverne„ „ment geeischte Goederen zoo veel afte„ „haalen als daar in kunnen gelaaden worden, en wijl dezelve van een lastpoort voorzien, is en binnen de rivier laading in neemen kan, zoo hebben wij daarin de Zwaare balken en voorts een gedeelte van de affuit zwalpen en planken ne„ „vens verscheidene andere Behoeften gelaaden die voor dat Goevernement geeischt zijn waarmede dezelve op heeden naar Kolombo word afgevaar„ „digd gaande deeze onze Beschrijving met dat Kieltje ook over, om aan het schip Middelwijk afgegeeven teworden : s: het Inkoop „ken
English
762 Purchase Purchase of goods of necessities favorable appearance of trade price current and of scrap iron Section 63: On the requisitions of Batavia and Ceylon, the following goods were purchased here and sent thither: For Batavia: 6250 lb wax candles 225 candil coir 20000 lb swadel earth And some medicines For Ceylon: 3200 lb wax candles 1800 lb raw wax 500 lb sandalwood 34 last and 1063 lb wheat 777 last and 1081 lb rice 16 last and 1976 lb katjang 120 cheeks for gun carriages 180 transoms for the same 37 beams. Section 64: The purchase of necessities in the recently passed financial year is detailed in the memorandum now being transmitted. Section 65: Because in the warehouse no other than Section 67: The sale of merchandise was reasonably profitable in this financial year, having yielded a profit of f 443715:18:8, as appears from the rough return attached hereto, which we insert. 1 to 13 scrap iron remained in stock, which could not be used for the daily smith work without great loss, we have, pursuant to the resolution of 30 October 1786, purchased from private parties fifteen thousand and five hundred pounds of a usable sort at thirteen rupees per one hundred pounds. Section 66: The price current according to which the purchase f 8 of necessities is made in this current f 8 financial year is inserted in our resolution of 29 November 1786. Company Return or 763 Return of such merchandise and whatever else has been sold and turned over on this coast from the 1st of September Anno 1783 to the date hereof, with indication of their purchase and sale prices, item the advances achieved thereon, namely: Purchase price per 100 lb: Total purchase amount: Sale price per 100 lb: Total sale proceeds: Profit: Advance: Fine Spices 1192 1/8 lb mace: f 7:6:2 1/2 f 1920:12:8 f 14:12:8 f 240659:12:8 f 120684:-:- 100 1/16 percent 54164 3/4 lb cloves: f 51:5:1 f 61:6:8 f 840:-:- f 14819:2:- f 96427:15:8 1539:- percent 4720 9/16 lb nutmegs: 35:-:- 18958:15:- 420:-:- 227491:14:- 208533:4:- 109 1/16 percent 478 lb Indian merchandise: 17:41:- 828:-:- 482:-:- 22656:18:- 21828:11:- 2635 1/4 percent Total fine spices: f 20398:8:8 f 264168:19:- f 239769:14:8 41:1 percent 53429 1/2 lb candy sugar: f 13:19:5 f 7462:3:- f 24:-:- f 12823:1:8 f 5362:18:8 71 3/16 percent 173711 lb Japanese copper: 30:12:10 53209:10:8 67:4:- 116733:16:- 63524:5:8 114 1/16 percent 50111 1/8 lb Bangka tin: 24:19:13 12522:19:8 48:-:- 24053:14:- 11530:14:8 92 3/16 percent 164176 3/4 lb powdered sugar: 3:-:- 2103:15:- 3:19:5 2781:-:- 677:5:- 32 3/16 percent 7926 lb Malabar pepper: 17:5:6 1/2 1368:18:- 32:8:- 2568:-:8 1199:2:8 87 1/16 percent Refuse indigo: 14:17:- 90:-:- 430:4:- 415:7:- 2797:- percent Beverages: 246:18:- 426:3:8 179:5:8 72 13/16 percent Goods outside of trade: 144:9:8 247:2:8 102:13:- 71 1/16 percent Diverse paints: 41:14:- 65:17:- 24:3:- 57 3/16 percent Gunpowder and ammunition goods: 49:4:- 147:12:- 98:8:- 200:-:- percent Diverse Cape fruits: 10:5:- 15:7:8 5:2:8 50:-:- percent Diverse Cape provisions: 211:4:- 306:4:8 95:-:8 45:- percent Weapon goods: 60:3:8 105:6:- 45:2:8 75:-:- percent 70125 lb rice: [illegible] Total: f 197246:13:8 f 401363:1:8 f 203946:8:- 10 1/16 percent Added hereto the purchase and sale as well as the profit on fine spices as above with: f 20398:8:8 f 260167:19:- f 239769:10:8 1175 1/16 percent Sum total: f 217815:2:- f 661531:-:8 f 443715:18:8 203 3/4 percent Cochin, the last of August 1786. Section 68: would have been even more considerable if there had been more sugar. Had we been able to obtain two shiploads of sugar in due time, this year would have boasted far greater profits, for there was no lack of buyers, who, for want of suitable wares, departed from here to the North with large sums of ready money. Section 69: We let follow here the ordinary extended return of the profits obtained, according to which the net profits after deduction of all charges and expenses amounted to f 440267:1:-.
Dutch transcription
762 Inkoop Jnkoop van goederen van bernootigt heeden voordeelige vertooning van den handel prijs Koerant en van lampijzer 563: op de eischens van Batavia en Ceilon zijn hier ingekocht en derwaards gezon„ „den de volgende goederen Voor Batavia 6250: lb waxkaarsen 225: Kandijlen Kaien 20000: lb Zwadel aarde 12. En eenige medikamenten voor Ceilon 3200: lb waxkaarsen 1800 „ ruw wax 500: „ Sandelhout 34: last en 1063 lb Jarwe 777: „ „ 1081 „ Rijst „ 1976 „ Katjang 16: „ 120: zwalpen voor Affuiten 180 kalven „ d=o 37: balken. §64: De inkoop van benoodigdheeden en heb Jongst gepasseerde boekjaar word omsta „dig aangetoond bij de thans overgaande notietsie §65: wijl in' het pakhuis geen ander als 567: De verkoop van Koopmanschappen os in dit boekjaar reedelijk voor„ „deeling geweest als hebbende een winst opgeworpen van ƒ443715 18: 8: zoo als blijkt bij het deezen bijgevoegd ruw rendement het welk wij insereeren. 1a13 lomp ijzer per restant, wat het welk zon„ „der groote schaade tot het dagelijx smits „werk niet kost worden gebruikt: zoo heb „ben wij volgens besluit van den 30: oktober 1786: vijftien duizend en vijfhonderd ponden gadelijker zoort tegen dertien ropijen de eenhonderd ponden partiku liere ingekocht. §66: De prijs Koerant waar na de inkoop ƒ8 „ van benoodigdheeden in dit loopend ƒ 8 boekjaar gedaan word, is geinsereerd bij onze resoluutsie van den 29:e Novem„ „ber 1786:~. Comp: Rendement ou 763 54164¾. „ Rendement van zodanige koopmanschappen en wesmeer als er zederd p=mo Zeptember A:o 1783. tot dato dezes ter dezer kuste verkogt en omgezet zijn met aanwijzinge van dies in-en - verkoops, prijzen item de daar op behaalde Advancen, Namelijk: Jnkoops de heele verkoops winst de 160 lb: quantiteit de 100: lb: de heele ingelden quariteit ƒ 51:5:1: ƒ 61:6:8ƒ 840:— ƒ 14819:2:— ƒ 96427:15:8: 1539:— sch=s 35. —. –„ 18958:15:–„ 420:––. –„ 227491:14.–„208533. 4-„ 109 1/16. „ „ 17:41. — „ 828: tmn „ 482. –. –. „ 22656. 18. – „ 21828. 11. —. 2635. ¼ „ Del. . . ƒ 20398: 8:8. . . . . . ƒ64168:19: ƒ29769:14:8: 41: 1 sch:s 53429½. . „. Suiker Randij 173711. —. „. . . kopere Japans 50111 1/8 . „. . . . thin Bankas 164176¾ lb. . . . Suijker poeder. - 7926. –. . „. . . . peper Mallabaars uitschot van Jndigo. 8 Dranken goederen buiten den Handel verwen Diverse Buskruit en Ammonitie Goederen Diverse Caabse vrugten Diverse Caabse provisien. wapen goederen 7. 6. 2½ ƒ1920:12: 8 ƒ 14:12:8:ƒ240659:12:8 ƒ120684. –. 100: 1/16 r=m ƒ 13:19:5„7462:3. –„ 24. –. – „ 12823. 1:8„ 5362. 18. 8. 71 3/16 sch:s 30. 12. 10. „ 53'209: 10:8„ 67:4. —. „ 116733:16.–„ 63524: 5. 8. 114. 1/16. „ 24. 19:13 „ 12522. 19. 8. „ 48:—. —. „ 24053.14. – „ 11530:14. 8. 92. 3/16 r=m 3. -. -. „ 2103:15. -„ 3. 19. 5. „ 2781. -. –. „ 677: 5. -. 32. 3/16 „ 17: 5:6½ „ 1368:18:—„ 32: 8. – „ 2568. – 8. „ 1199. 2. 8. 87. 1/16. „ „ 14. 17. -„ 90. –. – „ 430. 4. -„ 415. 7. —. 2797. -. sch=s „ 246. 18. –. „. . . . . . „ 426. 3. 8. „ 179. 5. 8. 72. 13/16. r=m „ 144. 9. 8. „. . . . . . „ 2. 47. 2: 8. „ 102. 13. —. 71 1/16. sch. s „ 41. 14. –. „. . . . . . . . . „ 65. 17. -„ 24. 3. —. 57. 3/16. „ „ 49. 4. –„. . . . . . „ 147. 12. -.„ 98. 8. -. 200. –. —. „ 10. 5. –. . . . . . . „ 15. 7. 8.„ 5. 2. 8. 50. —. —. 306:4. 8. „ 95. -. 8. 45. -. „ 60. 3:8. . . . . . „ 105:6. –.„ 45. 2. 8. 75. —. —. Teld. . . ƒ197246:13:8. - - - - - - - ƒ01363 1. 8. ƒ203946. 8. — 10 1/16. sch:s Heier bij gevoegt den inkoopen verkoop zoo meede de wint p lijne specerijn as boven met „ 20398: 8. 8. .„260167. 19. - „ 239769. 10. 8. 1175. 1/16.„ Somma - ƒ217815. 2. - . - - - - - - - „ 6153. -. 8. ƒ163715. 18. 8. 203. 3/4. sch=s Cochim den Laatsten Augustus 1786. „ 211. 4. -. . . . . . . . „ 70125. —. . „. - - Rijst Fijne Specerijen 1192: 1/8 lb. . . . foelij of Macis garioffel Nagelen 4720: 9/16. - „ - . . . Nooten Musschaaten Indiasche Koopmanschappen pr Clos Hadden 478. -. - „. . . . . . . „ wij laaten hier §68. zoude noch aanzienlyker zijn ge„ weest zoo er meerder zuiker geweest §69: „rendtement van de behaalde winsten Hadden wij te rechter tyd twee Scheepslaa„ dingen met Suiker „ kunnen krijgen: zoo N 2 Lamer Boek zoude dit „Jaar met vrij groo„ „tere winsten gepront hebben, want aan Koopers ontbrak het niet, die mits ontsten„ tenis van gadelijke whaaren met groo„ te Sommen gereed geld van hier naar de Noord vertrokken zijn op volgen het gemid „woone geextendeer: de renidement vol„ „gens het welk de Zuivere winsten na aftrek van alle las ten en ongelden be„ 18801 draagen hebben ƒ 440267. 1. -. Generaal Wy was